Tag: Nigeria

  • De  duivels van het Tsjaadmeer

    De duivels van het Tsjaadmeer

    De Spaanse journalist Xavier Aldekoa reisde naar het Tsjaadmeer, de schuilplaats van Boko Haram. Het geweld van de islamitische terreurbeweging brengt miljoenen burgers in een uitzichtloze situatie.

    De naam die Djafana Ali haar vijfde kind gaf was een kleine daad van verzet, bijna een genoegdoening, geboren uit trots. De man die Djafana uit de groep vrouwen pikte om te verkrachten was minder subtiel. Luttele weken na haar ontvoering in april 2015 door de Nigeriaanse fundamentalistische terreurorganisatie Boko Haram duwde een van de jihadisten de poort van het erf open waar Djafana samen met honderden andere vrouwen en meisjes (het waren er zo’n zevenhonderd, schat ze, opgedeeld in verscheidene groepen) opgesloten zat. De man pakte haar arm vast en nam haar mee naar een bos, waar hij haar misbruikte. De Boko Haram-strijder wees haar aan als zijn vrouw en niet lang daarna raakte ze zwanger van hem.

    Een paar dagen voor haar ontvoering had Djafana haar man en kinderen achtergelaten in haar geboortedorp Melea, op het vasteland van Tsjaad, omdat haar zieke moeder, die alleen in Buduma woonde (een eiland midden in het meer van Tsjaad), haar zorg nodig had. Djafana wist maar al te goed hoe riskant de tocht was. Het labyrint van vaarwegen en de talrijke eilanden in het Tsjaadmeer, dat een natuurlijk grensgebied vormt tussen Nigeria, Kameroen, Niger en Tsjaad, is sinds een paar jaar de schuilplaats van islamitische extremisten. Maar haar moeder was ziek en daarom ging Djafana toch naar haar toe.

    Een paar uur na het weerzien met haar moeder vielen Boko Haram-strijders het eiland binnen en ontvoerden ze alle jonge vrouwen en kinderen. Over de precieze toedracht geeft Djafana geen details prijs. Ze vertelt alleen hoe ze een deur opentrokken, een vrouw pakten en die aan een van de strijders gaven. Wanneer een vrouw weigerde, dan was ze een hoer en werd ze of ter plekke vermoord, of mocht iedereen zich aan haar vergrijpen.

    Nooit hebben Djafana en haar Boko Haram-echtgenoot ook maar een woord met elkaar gewisseld. Nooit was hij aardig tegen haar. Altijd liet hij haar honger lijden

    Er zaten meisjes van tien tot twaalf jaar tussen. Ook zij stonden op het keuzemenu. De drieëntertigjarige Djafana was getrouwd – in haar streek trouwen meisjes jong – maar niemand vroeg ernaar en het leek niemand iets te kunnen schelen. De moslimextremist sloot haar op in een hutje en kwam af en toe langs om zijn lusten bot te vieren. Achttien maanden lang hield de radicale terreurbeweging, die in 2015 trouw zwoer aan Islamitische Staat, haar gegijzeld. Nooit hebben Djafana en haar Boko Haram-echtgenoot ook maar een woord met elkaar gewisseld. Nooit was hij aardig tegen haar. Altijd liet hij haar honger lijden.

    Nu, vier maanden na haar ontsnapping, is ze terug in haar dorp, waar het veilig is. Op het Tsjadische vasteland is het afgelopen jaar de jihaddreiging afgenomen, op de eilanden niet.
    Djafana weigert zijn naam te noemen. Soms is het besluit van de vrouwen om de rebellen dood te zwijgen hun manier om wraak te nemen. Het is misschien wel de enige wraak die ze kúnnen nemen. Daarom heeft Djafana het bij haar verwekte kind dat nu, een jaar oud, hongerig naar haar borst hapt, Hissein genoemd, naar haar eerdere man.

    Djafana slaagde erin om samen met honderden andere vrouwen te ontsnappen toen Nigeriaanse legerhelikopters eind 2016 het eiland aanvielen dat in handen was van Boko Haram. Tijdens het zwaarste militair offensief sinds de zomer van 2015 werden de rebellen grotendeels verjaagd uit de gebieden die ze in het noorden van Nigeria in handen hadden en moesten ze zich terugtrekken in het ondoordringbare Sambisa-reservaat, dat op de grens tussen Nigeria en Kameroen ligt, en in het labyrint van eilanden en vaarwegen in het Tsjaadmeer. Daar hadden ze alleen te vrezen van aanvallen uit de lucht. Zoals op de dag dat Djafana wist te vluchten. Die ochtend stierven tientallen strijders en gegijzelde burgers door kogels en bommen, maar lukte het rond de vijfhonderd ontvoerde meisjes en vrouwen om in de chaos te ontkomen.

    Omdat er niemand was om hen op te vangen, deden de vrouwen er dagen over om de Tsjadische kust bereiken. Van eiland naar eiland liepen ze door het water, de langsten tilden de baby’s boven hun hoofd zodat ze niet zouden verdrinken. Slechts honderd vrouwen bereikten hun eindbestemming, al denkt (hoopt?) Djafana dat veel vrouwen het mogelijk wel hebben gered maar via andere routes zijn gegaan. Toen ze aankwam in haar dorp kreeg ze te horen dat haar man Hissein tijdens haar ontvoering ziek was geworden en was gestorven. Als haar jongste zoon volwassen is, zal ze niet zeggen wie zijn vader is. ‘Dat komt niet eens in mijn hoofd op, al zou het kunnen dat iemand anders dat wél doet.’

    Kulkime, aan het Tsjaad-meer, is een van de dorpen waar slachtoffers van Boko Haram worden opgevangen. – © Michael Zumstein / Agence VU
    Kulkime, aan het Tsjaad-meer, is een van de dorpen waar slachtoffers van Boko Haram worden opgevangen. – © Michael Zumstein / Agence VU

    Sinds haar vrijlating woont Djafana weer in Melea, een gehuchtje van strohutjes in the middle of nowhere op een kale vlakte. Overal waar je kijkt is zand of droog struikgewas en krabt de wind je huid open. Rond het middaguur komt het leven traag tot stilstand, de mannen, die in de schaduw bij elkaar zitten, mompelen af en toe iets, waarna ze weer terugvallen in hun lethargisch stilzwijgen. Alleen een handvol kinderen, spelend met lemen speelgoed – een koe, een pan, een radio met een draadje dat een koptelefoon moet voorstellen – zorgt voor wat leven in de brouwerij. De vrouwen zijn aan het werk: twee vermalen ritmisch het kleine beetje graan in een houten kom. Djafana woont daar vlakbij. De inrichting van haar huis is sober. Op de aangestampte zandgrond heeft ze een donkere mat gelegd, in een hoek liggen een deken met tijgerprint, twee verkreukelde stukken stof en een blauwe plastic emmer, aan de andere kant staat een zilverkleurige kom. Djafana woont daar met haar baby Hissein en haar vier andere kinderen, die tussen vier en veertien jaar oud zijn. Ze klaagt dat niemand zich om hen bekommert.

    Omdat ze niet in een vluchtelingenkamp wonen, krijgen ze geen voedsel en lijden haar kinderen honger. Ze kijkt moe uit haar ogen. Monotoon vertelt ze over het afschuwelijke dat haar is aangedaan. Ondanks haar verhalen over massale verkrachtingen en meedogenloze executies blijft Fatima, een van haar dochtertjes, dicht tegen haar aan zitten met de onschuldige en geconcentreerde blik van een kind dat naar een verhaaltje of een liedje luistert. Djafana draagt een zwart gewaad bedrukt met rode, oranje en gele figuurtjes, waarmee ze ook haar hoofd bedekt; haar gouden neusring, bij de Buduma-stam een teken dat ze getrouwd is, heeft ze afgedaan. Haar gezicht is versierd met scarificaties, in haar huid gekerfd toen ze zes was en waaraan men kan zien bij welke stam ze hoort. Het zijn niet haar enige littekens. De verse op haar armen zijn het gevolg van de luchtaanval op het eiland waarbij de jihadstrijder omkwam die een kind bij haar verwekte. Ook de kleine Hissein heeft littekens op zijn hoofd.

    De hele regio vormt een wond die maar niet sluiten wil. Het grensgebied rondom het Tsjaadmeer dat Nigeria, Tsjaad, Kameroen en Niger met elkaar delen gaat sinds acht jaar gebukt onder een enorme geweldsgolf. De opkomst van Boko Haram in het noorden van Nigeria en hun invasie van de buurlanden heeft vijftigduizend levens gekost, duizenden mensen zijn gegijzeld en op de vlucht geslagen. Volgens de Verenigde Naties zijn bijna tweeëneenhalf miljoen burgers dakloos. Het overgrote deel is weggetrokken van het platteland, waar Boko Haram meestal huishoudt, en zoekt bescherming in vluchtelingenkampen, in de steden of bij familieleden of kennissen.

    Dat Boko Haram onder druk van een multinationale strijdmacht, aangevoerd door Nigeria en Tsjaad, een groot deel van hun gebied moest inleveren – de rebellen riepen in 2014 in Noord-Nigeria het kalifaat uit – heeft niet tot een afname van succesvolle dodelijke aanslagen geleid. Naast snelle, guerrilla-achtige aanvallen waar weinig materieel voor nodig is, zet Boko Haram nu ‘zelfmoordenaars’ in om de samenleving te ontwrichten. Boko Haram heeft de afgelopen drie jaar meer dan honderd zelfmoordaanslagen gepleegd, zo blijkt uit gegevens van UNICEF en The Long War Journal, een organisatie die de geweldsdelicten van de terreurbeweging bijhoudt. Alleen al in het eerste trimester van 2017 hebben zevenentwintig meisjes zichzelf onder dwang opgeblazen.

    Op 1 januari heeft een meisje van nog geen tien jaar oud, aldus ooggetuigen, haar bomgordel laten afgaan op een markt in Maiduguri. Dat het in tachtig procent van de gevallen meisjes zijn die zelfmoordaanslagen plegen is niet toevallig. Boko Haram gebruikt de ruimvallende gewaden van meisjes en vrouwen om bomgordels te verstoppen en stuurt ze vaak gedrogeerd naar een markt of moskee om zichzelf tot ontploffing te brengen.

    Volgens de Nigeriaanse analist en veiligheidsdeskundige Fullan Nasrullah is het een effectieve militaire tactiek. ‘De strategie van de opstandelingen is onder meer om het moreel van de samenleving en de strijdmacht te breken, én om de landen te dwingen hun schaarse middelen aan te wenden ter bescherming van makkelijke doelwitten en niet te gebruiken voor de strijd.’


    Jaren van angst en de geur van kruitdampen hebben tot miljoenen lege buiken geleid. En niet alleen wie gevlucht is voor het geweld, ook de mensen die hun land niet durven te bewerken of die de gevolgen van een ingestorte economie dragen, lijden honger. Door de oorlog is handel niet meer mogelijk en zijn levensmiddelen peperduur geworden, veel mensen kunnen geen voedsel meer kopen. De omvang van deze ramp zal nieuwe slachtoffers maken: de Verenigde Naties waarschuwen dat meer dan zeven miljoen burgers urgent medische hulp nodig hebben en in de gebieden waar Boko Haram het felst tekeer gaat is al sprake van een hongersnood.

    Daarom hebben de baby’s uit het gebied rond het Tsjaadmeer koude handjes. Aan het eind van de woestijnstrook die Niger scheidt van zijn buurland Tsjaad – een stuk niemandsland waar de nabijheid van jihadstrijders een militaire escorte noodzakelijk maakt – woont Ache Gomborom, en zijn handjes zijn ijskoud. Hij heeft ook andere symptomen van ondervoeding: je kunt zijn ribben tellen, hij heeft spillebeentjes en een starende blik. Als hij in een weegschaal wordt getild, trekt er een kleine frons over zijn gezichtje. Het gezicht van de Tsjadische arts die hem behandelt spreekt boekdelen: voor zijn zeventien maanden is zijn gewicht alarmerend laag. Wanneer zijn moeder, Bakouli Maloum, hem overneemt wikkelt ze hem in een rode sjaal en kijkt naar de grond. Na een poosje is hij in slaap gevallen. Zijn moeder protesteert: ‘Op ons eiland was alles normaal, we werkten op land en visten in het meer. Nu is alles anders. Als Boko Haram je te pakken krijgt, snijden ze je keel door. Hoe kun je daar blijven?’ Bakouli, geboren op Kindjira, een klein eiland in het Tsjaadmeer, draagt twee zwarte armbanden om haar rechterpols en groene oorbellen in haar oren. Al haar andere bezittingen zijn afgepakt door de jihadstrijders.

    Ofschoon Noord-Nigeria en de streek rondom het Tsjaadmeer hoofdzakelijk islamitisch zijn, zijn er maar een paar stammen, zoals de Buduma, die hun geloof in Allah belijden met traditionele rituelen. Het handjevol christenen is de streek al jaren geleden ontvlucht. Maar de fundamentalisten maken geen enkel onderscheid: wie hun radicale geloofsopvatting niet deelt, is een ongelovige die gestraft en gedood moet worden. Bakouli kent die fatale minachting maar al te goed: ‘Ze zeggen dat we christenen zijn, zo noemen ze iedereen die in hun ogen geen goede moslim is. Daarom vermoorden ze ons. Daarom snijden ze onze keel door. Ze vinden ons minderwaardig, net als dieren.’

    Voor de deuren van de winkel die dienstdoet als mobiele kliniek wacht een grote groep vrouwen en uitgeteerde kinderen op hun beurt onder de schaduw van een boom. Het zijn er zo veel dat niet iedereen een plaatsje in de schaduw kan bemachtigen, een enkeling staat in de volle zon. Vliegen zoemen om de ogen, neuzen en monden van de kinderen. Niemand probeert ze te verjagen. In de omgeving staan zo’n vijftienhonderd geïmproviseerde hutjes van takken, stro en plastic. Hier is de voorbode van de honderden kampen in de regio waar niemand naar omkijkt. Zo’n negenduizend vroegere eilandbewoners wonen nu op een lap woestijngrond, Magui gedoopt, en wachten op hulp. Er is zo onnoemelijk veel zand dat je alleen traag kunt voortbewegen, de zon prikt op je voorhoofd en de wind dwingt je met dichtgeknepen ogen te lopen.

    De Tsjadische UNICEF-voedingsdeskundige Ngandolo Kouyo strijkt de kreukels uit zijn witte doktersjas alvorens op een witte plastic stoel plaats te nemen. Of we het kort kunnen houden, is zijn verzoek. ‘Het is druk vandaag,’ zegt hij verontschuldigend, waarna hij de toekomst van zijn patiënten analyseert. Door de haast, of misschien wel de dagelijkse confrontatie met deze catastrofe, zijn zijn woorden weinig diplomatiek. ‘Deze mensen zijn afhankelijk van humanitaire hulp. Als die niet komt, sterven ze bij bosjes. Allemaal. Geen twijfel mogelijk. Er is geen voedsel, er is geen water, geen toegang tot medische zorg. En als die zorg er wel is, hebben ze de middelen niet om de hulpposten te bereiken. Ergo: er gaan veel doden vallen.’ Eigenlijk verwoordt Kouyo in telegramstijl met onderkoelde onmacht de alarmkreet die negentien mensenrechtenorganisaties eind 2016 lieten horen over de crisissituatie rond het Tsjaadmeer, de grootste, door iedereen vergeten humanitaire crisis van 2016. Cijfers van de hulp die in 2017 is geboden stemmen niet vrolijk: van de 1500 miljoen dollar die de Verenigde Naties nodig denken te hebben om de voedselcrisis rond het Tsjaadmeer het hoofd te bieden, is in het eerste kwartaal van 2017 slechts 169 miljoen binnengekomen, 11 procent van het geld dat nodig is.

    Eilanden ontvlucht

    Tientallen kilometers zuidwaarts verraden de kapotte en halflege visnetten van Barkay Idriss dat je niet zo makkelijk uit deze val ontsnapt. In Tagal, een dorpje aan de oevers van het Tsjaadmeer, is het al bijna avond, maar op de bodem van zijn kano glibberen slechts een dozijn vissen. De lucht is hier fris, het groene landschap legt een zachte waas over de horizon en vanaf de oever komt de geur van tientallen vissen die op houten spijlen in de zon liggen te drogen. Gehurkt op een van de uiteinden van zijn boot bekijkt de zeventienjarige Barkay de dagvangst en schudt boos en beschaamd zijn hoofd. ‘Het visnet is oud, zodra de vissen zich een beetje uitrekken zijn ze weg.’

    Zijn vader leerde hem vissen toen hij twaalf was, hij kent alle fijne kneepjes. Je moet bijvoorbeeld ’s ochtends vroeg je visnetten uitzetten, voordat de nijlpaarden zich laten zien, want je kunt beter uit de buurt blijven van de snijtanden van deze lichtgeraakte beesten. Ook weet hij dat je in diepe, stille wateren de beste vis vangt, maar dat kan nu niet. ‘Boko Haram houd zich schuil op de eilanden, en omdat we bang zijn, vissen we allemaal dicht bij de oever. We zijn met te veel, daarom zijn er te weinig vissen.’

    De afgelopen jaren zijn duizenden burgers de eilanden ontvlucht, op zoek naar de relatieve veiligheid – vaak zit de terreurbeweging maar op een paar kilometer afstand – op het vasteland, waar meer militairen zijn en humanitaire hulporganisaties hulp kunnen bieden. De vluchtelingengolf heeft voor een demografische explosie gezorgd: de bevolking in de regio is verdriedubbeld.

    Barkay draagt een lichtblauw overhemd en een gele broek, kleding die betere tijden heeft gekend en verraadt dat het vroeger beter was. Toen hij op een van de eilanden woonde, verdiende hij met gemak veertig dollar per week, had hij een prima kano en meer dan genoeg visnetten. Nu haalt hij niet eens dertig dollar per maand en deelt hij zijn boot met twee andere vissers. Hij vertelt het met gepaste verbitterdheid, beseffend dat hij van geluk mag spreken.

    Gekrijs redde het leven van Barkay. Om drie uur ’s nachts vielen Boko Haram-strijders zijn dorp Bulari aan, op een van de Tsjadische eilanden, en namen als eerste de medicijnman van het dorp te grazen, want ‘zo gaan ze altijd te werk’. Voor de jihadisten is het geloof van de medicijnmannen in magische krachten en geesten een zonde. Ze onthoofden hem voor zijn deur. Met één simpel gebaar regen ze een van de dorpshoofden aan hun mes. ‘Ik werd wakker van zijn gegil en kon wegvluchten.’ Barkay en veel van zijn dorpsgenoten lieten noodgedwongen hun dieren en bezittingen achter, die de jihadisten meenamen als oorlogsbuit.

    Door het geweldsconflict zijn de handelsroutes met buurlanden afgesloten, wat funest is voor de economie. Naast het verbod van lokale overheden om met auto’s de grens over te steken zodat de jihadisten-strijders zich niet vrij kunnen verplaatsen, bleek een ander verbod de genadeslag voor de lokale handel. Omdat de rebellen hun activiteiten onder meer financierden met de verkoop van gestolen vee – duizenden stuks vee, die goed waren voor honderdduizenden dollars – besloot men een van de diepst gewortelde handelsactiviteiten in de streek, de handel in dieren, stil te leggen. De wereldwijde daling van de olieprijs, een van de steunpilaren van de Nigeriaanse en Tsjadische economie, en de hogere investeringen in defensie ten koste van de sociale voorzieningen heeft de wond nog verder opengereten.

    Hoe dan ook, Barkay peinst er niet over om naar huis terug te keren. ‘Wat ik daar heb gezien wil ik nooit meer zien, ik blijf hier de rest van mijn leven.’ Maar hij ziet als een berg op tegen zijn toekomst. Het liefst zou hij trouwen en een gezin stichten, maar hij heeft geld nodig voor de bruidsschat, een met de schoonfamilie afgesproken aantal koeien of geiten. Meestal, aldus Barkay, betaal je een bedrag van zo’n achthonderd dollar, al kan de prijs oplopen als het meisje gestudeerd heeft of uit een rijk gezin komt. Op dit moment en in deze situatie is dat een onmogelijk te vergaren fortuin. Evenwel, als Barkay er niet in slaagt zo veel geld bij elkaar te krijgen, is zijn eer aangetast. ‘In onze cultuur moet een man trouwen. Slaag je daar niet in, dan is dat een sociale schande.’

    ‘Als je in het dorp bleef, dan werd je sowieso vermoord, je kon niet anders. En een Boko Haram-strijder mag stelen. Hij krijgt eten, mag plunderen, en er zijn vrouwen om mee te trouwen’

    Boko Haram heeft munt weten te slaan uit deze traditie waarin de jonge mannen klemzitten. De oprichting van de Nigeriaanse terreurgroep, de groei en de uitbreiding naar de buurlanden hangen nauw samen met de armoede en de sociale ongelijkheid in Nigeria: het rijke, ontwikkelde zuiden van Nigeria met zijn moderne steden (al is daar ook een kloof tussen arm en rijk) vormt een schril contrast met de arme, veronachtzaamde noordelijke regio’s, waar nauwelijks infrastructuur en geasfalteerde wegen zijn.

    De UNESCO schat het aantal alfabeten in het noorden van Nigeria, de bakermat van Boko Haram, in 2002 op een krappe 14,5 procent. In Lagos, Zuid-Nigeria, ligt dat percentage op 92. De opstandelingen wisten wat hen te doen stond: in 2014 begonnen ze aan een nog altijd voortdurende reeks ontvoeringen van meisjes – de bekende gijzeling van de 219 schoolmeisjes in Chibok, in het noordoosten van Nigeria, maakte deel uit van deze strategie –, waar de jonge mannen die zich bij hen aansloten voor niks mee konden trouwen. Het bleek een uiterst effectieve zet. De nieuwelingen kwamen bij bosjes. Honderden jonge mannen zagen dat ze een vrouw en kinderen konden krijgen en geen sociale vernedering hoefden door te maken omdat ze geen bruidsschat kunnen betalen.

    De zeventienjarige visser Djibirine Mbodou, die meer dan een jaar lang gevangen werd gehouden en in januari 2017 wist te ontsnappen, bevestigt deze lezing. Veilig aan de oever van het Tsjaadmeer herinnert hij zich glashelder hoe Boko Haram-strijders op een nacht zijn eiland Galoa in Tsjadische wateren aanvielen en het voltallige dorp, zo’n zevenduizend bewoners, meenamen. Meteen werden er strikte regels opgelegd: bij diefstal werd je hand afgehakt en op voetballen stond de doodstraf. Dagelijks werden ze in groepen opgedeeld om te bidden. ‘Ze schreeuwden naar ons dat we vroeger verkeerd baden.’ Nog steeds heeft hij nachtmerries, want hij zag hoe ze een veertienjarige meisje martelden omdat ze weigerde seks te hebben met een strijder en hoe mensen die probeerden te ontsnappen werden gekeeld. Een aantal van zijn vrienden en buren besloten zich vrijwillig aan te sluiten. ‘Als je in het dorp bleef, dan werd je sowieso vermoord, je kon niet anders. En een Boko Haram-strijder mag stelen. Hij krijgt eten, mag plunderen, en er zijn vrouwen om mee te trouwen.’

    Jihadist zijn stelt je bovendien in staat om in no time oude ruzies te beslechten. Eenmaal ingelijfd bij Boko Haram maak je met een kalasjnikov in je handen fluitend een eind aan een conflict met die snel gepikeerde buurman over een stuk land, vereffen je een rekening met die jongen die er ooit met je vriendinnetje vandoor ging of krijgt die rijke, gierige kennis op wie je zo jaloers was eindelijk zijn vet. De fundamentalistische terreurbeweging heeft zich aan de tijd moeten aanpassen. Initieel heette ze niet eens Boko Haram. Begin deze eeuw predikte de radicale geestelijke Mohammad Yusuf in de straten van de Nigeriaanse stad Maiduguri voor een strikt islamitische samenleving die een einde zou maken aan sociale ongelijkheid. Zijn vijand was de inefficiënte en corrupte Nigeriaanse overheid, die hij ervan beschuldigde decennialang niet naar het noorden te hebben omgekeken. In zijn preken, die steeds grotere menigten trokken, gebruikte hij in het Hausa het mantra Bokoisharam! Bokohisharam! Hij bedoelde dat het gebruik van boeken – symbool van westerse educatie dat haaks staat op het gebruik van houten plankjes op de koranscholen – een zonde was en de oorzaak van een falend systeem. Eigenlijk gebruikten ze dus niet de naam Boko Haram maar hun officiële naam: Zij die de leer van de Profeet en de jihad zullen verkondigen.

    Zijn radicale discours viel in vruchtbare aarde bij een generatie wanhopige werkloze jongeren en ontaardde in gewelddadige protestacties waarbij Nigeriaanse veiligheidsagenten en politici werden vermoord. Yusuf wilde een nationale koers varen: zijn doel was om de regering af te zetten en de sharia in te voeren. De beweging kon rekenen op machtige peetvaders. Ofschoon ze hun inkomsten later uit bankroven, afpersingen en plunderingen haalden, werden ze aanvankelijk financieel gesteund door hoge politici en geestelijken uit het noorden van Nigeria. Met de moord op Yusuf tijdens zijn gevangenschap in 2009 en de standrechtelijke executies van honderden van zijn aanhangers brak de hel los. Enkele maanden later nam Abubakar Shekau de leiding over en sloeg de terreurgroep een nog bloederiger koers in met aanslagen en moordpartijen op grote schaal en gebruikten ze het zaaien van paniek als pressiemiddel. Vanaf dat moment danken ze hun machtspositie aan het aura van geweld dat hen omringt. Alleen de naam Boko Haram al doet iedereen verstijven van schrik.

    Gevraagd naar Boko Haram laat de jonge Mbodou, die langer dan een jaar door de rebellen werd gegijzeld, zien hoezeer zijn angst is geïnternaliseerd. Hij zit op zijn knieën onder een bladerdek dat hem tegen de zon beschermt en er is er geen spoor van rancune te horen in zijn antwoord. ‘Wie de rebellen zijn? Het zijn de mannen die ’s nachts op pad gaan. Als je ze tegenkomt, snijden ze je strot door. Daar krijgen ze een kick van.’

    De verhalen die je hoort in het gebied rond het Tsjaadmeer worden gevoed door de angst voor nachtelijke verrassingsaanvallen en de ongekende wreedheid. In Baga Sola, de belangrijkste stad in het Tsjadische grensgebied, doet een afschuwelijk verhaal de ronde. Op een nacht bereikten twee Boko Haram-strijders een gehuchtje, even buiten de stad. Ze namen hun intrek in de lemen hut van een doodsbange oude man die, niet in staat om te vluchten, zijn enige overlevingskans zag in het zo gastvrij mogelijk behandelen van de twee mannen. Hij stond vroeg op om bij de put water voor de thee te halen. Hij ververste het stro in hun matrassen en bereidde zelfs een geit voor hen. Hij probeerde niet te ontsnappen. De dag voor hun vertrek zeiden ze tegen hem: ‘Je gastvrijheid en opofferingsgezindheid hebben diepe indruk op ons gemaakt. Je bent een goed man, je verdient een plek in het paradijs. Maar stervelingen zijn zwak en je loopt het risico verleid te worden en de weg kwijt te raken. Daarom, opdat Allah je toelaat tot het paradijs, gaan we je vermoorden.’ En ze sneden zijn keel door.

    Dit verhaal, bij de ene verteller met een wat langere monoloog of met iets meer nadruk op de goedheid van de oude man dan bij de ander (omdat er geen getuigen zijn is de precieze inhoud niet te verifiëren), laat zien hoe de angst zelfs is doorgedrongen tot de horrorverhalen in de streek. Voor velen is Boko Haram de duivel.

    Ook in het dorpje Dileram aan het Tsjaad-meer worden mensen opgevangen die aan Boko Haram zijn ontsnapt of hun eigen dorp ontvlucht. – © Zumstein / Agence VU
    Ook in het dorpje Dileram aan het Tsjaad-meer worden mensen opgevangen die aan Boko Haram zijn ontsnapt of hun eigen dorp ontvlucht. – © Zumstein / Agence VU

    Naast religieus-extremisme en armoede zijn er twee andere factoren die verklaren waarom een handjevol fanatiekelingen – tussen de vier -en zesduizend goed getrainde strijders, volgens de CIA – Nigeria, de belangrijkste economie van Afrika, en de buurlanden helemaal klem heeft gezet: dat ze vergeten worden en zich gekwetst voelen.

    In Dar es Salaam, het grootste vluchtelingenkamp aan de Tsjadische zijde van het meer, tekent Nasiru Saidu beide factoren met zijn vingers in het zand. Met zijn handpalm egaliseert hij de zandgrond en trekt met drie vingers een golvende baan. Aan één kant schrijft hij Doro, de naam van zijn Nigeriaanse dorp, aan de andere Tsjaadmeer. Zittend tegenover een voetbalveld waar ngo’s potjes voetbal organiseren om de kinderen hun trauma’s te laten verwerken, roept Saidu herinneringen op aan begin januari 2015, toen zijn leven als vis- en uienhandelaar voorgoed een andere wending nam. Terwijl Parijs beefde onder de fundamentalistische terreuraanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo en de westerse wereld bedolven werd onder spandoeken met de tekst ‘Je suis Charlie’, pleegde Boko Haram aan de Noord-Nigeriaanse kust van het Tsjaadmeer de heftigste aanval uit hun geschiedenis. Na de verovering van een legerbasis belegerden jihadstrijders vijf dagen lang de stad Baga en zestien dorpjes zonder ook maar enige vorm van tegenstand te ondervinden. Duizenden burgers – enkele bronnen spreken van tweeduizend, maar niemand bleef achter om ze te tellen – werden vermoord, duizenden anderen staken in paniek het meer over in de richting van Tsjaad. Saidu was een van hen. ‘Toen we zagen hoe een Nigeriaanse soldaat met een schotwond op een bromfiets werd vervoerd, wisten we dat dit geen gewone aanval van Boko Haram was.’

    Een paar weken daarvoor had Saidu eindelijk na twee jaar al zijn moed verzameld om zijn dorp te bezoeken. Omdat het Tsjaadmeer nu militair grondgebied is, moest hij een omweg nemen. Hij was vier dagen onderweg en reisde mee met zes verschillende vrachtwagens. As was alles wat hij vond. ‘Alles is verlaten. Hier en daar zie je nog botten liggen.’

    Saidu is 36 jaar en heeft niets meer, behalve zijn trots. Hij spreekt rustig maar vastberaden. ‘Eerlijk gezegd hebben we banen nodig. Wachten tot er hulp komt schiet niet op. Van niks doen krijg je honger, en een hongerige man is een boze man. Wij willen niet afhankelijk zijn van humanitaire hulp.’

    Saidu is dun, maar lang en grofgebouwd. Hij draagt een lang wit hemd, zijn kortgeschoren hoofd en zwarte puntbaardje met grijze plukken accentueren zijn scherpe gelaatstrekken. Hij glimlacht aan één stuk door en boezemt vertrouwen in. Hij knoopt meteen een gesprek aan met de vrouwen die water komen halen bij een nabijgelegen put.

    Zo op het eerste gezicht lijkt Saidu uit leidershout gesneden, wellicht omdat hij helder en genuanceerd spreekt. Hij beschouwt Boko Haram-strijders niet als de duivel en hij heeft recht van spreken: hij kent er een aantal. Hij weet dat mensen zich aansloten omdat ze honger leden, omdat Boko Haram naar hun dorp kwam en een salaris en voedsel beloofde. Hij heeft vrienden die niet diepreligieus waren en nog nooit iets misdaan hadden, maar uit wraakzucht toetraden tot Boko Haram. De corruptie en het misbruik van het Nigeriaanse leger zijn evengoed debet aan de huidige situatie als de moslimextremisten. Hij vertelt hoe het leger zich ineens in hun dorp liet zien en een dozijn jongeren meenam. Niemand heeft ze ooit nog teruggezien. En niet te vergeten de zo gevreesde regel één om vijftig: ‘Het was in Baga Sola, in een wijk die Flatari heette,’ herinnert hij zich. ‘Boko Haram had een soldaat vermoord en even later kwam het Nigeriaanse leger en brandde de hele wijk plat. Zieken, ouderen, blinden, allemaal onschuldige mensen kwamen om. En de reden: iemand had een militair gedood, maar niemand wist wie de moordenaar was.’

    Geef ons je geld en maak dat je wegkomt

    Lokale organisaties klagen al jaren over de gruweldaden die het Nigeriaanse leger pleegt onder het mom van de strijd tegen het terrorisme. Ook de internationale gemeenschap is hiervan op de hoogte. Amnesty International heeft een rapport gepubliceerd met beeldmateriaal en ander bewijs van martelingen en executies van honderden burgers. Human Rights Watch beschuldigt de mensen die de voor Boko Haram gevluchte vrouwen horen te beschermen van misbruik: militairen, politieagenten en opvangkampmedewerkers verkrachten meisjes of vragen seksuele gunsten in ruil voor bescherming of voedsel.

    Djim en Abdoulhassan, Tsjadische hulpverleners van een internationale organisatie, willen alleen anoniem spreken. Djim werkte in Nigeria en wil niet terug. ‘Het leger begint meteen te schieten.’ Hun angst voor Boko Haram maakt dat zodra de situatie een beetje gespannen is hun vinger wel heel snel richting de trekker gaat. Dan zijn er nog de systematische overvallen. Djim heeft zijn lesje wel geleerd toen het op een dag iets later werd op kantoor en hij ’s avonds door de straten van Maiduguri in Noord-Nigeria liep. Hij werd tegengehouden bij een militaire controlepost. Het deed er niet toe dat hij uitlegde waar hij werkte en dat hij hulpverlener was. De militairen namen al zijn bezittingen af. ‘Het enige wat ze zeiden was: geef ons je geld en maak dat je wegkomt.’

    Op het hoogtepunt van de radicale terreurbeweging maakte de paranoia van het slecht getrainde en nog slechter betaalde Nigeriaanse leger van elke routinematige controle op gevaarlijk terrein een vorm van Russische roulette. Een kleine blauwe plek kon voldoende zijn voor een veroordeling: had de verdachte op zijn schouder iets wat leek op een geweerafdruk, dan was dat het bewijs dat hij een Boko Haram-strijder was. Er waren nog andere methodes: de teennagels bestuderen, bijvoorbeeld. Had de persoon ingegroeide teennagels dan was dat voor sommige militairen een teken dat hij urenlang met militaire kisten aan had gelopen. Het onmiddellijke vonnis: Boko Haram-strijder, de gevangenis in, als de verdachte geluk had. Soms werd er snelrecht toegepast en kreeg de verdachte ter plekke een nekschot.

    Toen eind 2015 de noodtoestand in Tsjaad werd uitgeroepen kwam het leger met een voor het volk niet mis te verstane mededeling: iedereen die zou achterblijven op de eilanden, was een Boko Haram-strijder, inclusief de dieren. De eilanden waar burgers eeuwenlang hadden geleefd werden een nog gevaarlijker plek.

    Ongetrainde, ongedisciplineerde mannen, gewapend met huisgemaakte wapens, pijl en boog of machetes, bemannen de controleposten bij de dorpsgrenzen om Boko Haram-rebellen tegen te houden. Ze vertegenwoordigen de wet in een wetteloos land

    Desondanks ontkent de hoogste lokale autoriteit van de regio Baga Sola, Dimonya Sonapébé, keihard dat er in zijn jurisdictie burgers zijn omgebracht. Gestoken in zijn mooiste kleren ontvangt hij me in het zitje van zijn kantoor en pareert elke kritische vraag. ‘In het leger noemen we dat collateral damage. Dit gebeurt overal. Welke militair schiet nu vrijwillig op zijn eigen bevolking. Onmogelijk! Soms worden er fouten gemaakt als je een hele groep wilt redden. Dan kan het voorkomen dat je per ongeluk iemand doodt, dat is betreurenswaardig.’ Als hij geconfronteerd wordt met getuigenverklaringen van bombardementen op Tsjadische dorpen vol ontvoerde vrouwen en kinderen en illegale executies op Nigeriaans grondgebied, kapt hij het gesprek af. ‘Wij hebben nergens spijt van. Wij verwijten onze veiligheidsmacht niets. Wij zeggen alleen: Bravo! Bravo! Jullie hebben de strijd gewonnen!’

    De opkomst van burgerwachten in Nigeria, Tsjaad, Niger en Kameroen is evenmin bevorderlijk voor een strikte naleving van de wet. Ongetrainde, ongedisciplineerde mannen, gewapend met huisgemaakte wapens, pijl en boog of machetes, bemannen de controleposten bij de dorpsgrenzen om Boko Haram-rebellen tegen te houden. Ze vertegenwoordigen de wet in een wetteloos land. Af en toe vonden er rechtstreekse confrontaties plaats met de terreurgroep, die de mannen vanwege hun overduidelijke inferioriteit met hun leven moesten bekopen. Het zijn vrijwilligers die hun mensen en familie proberen te beschermen in een uitzichtloze situatie.

    Abakar Salha en Souleymane Obusmaneissa voldoen op het eerste gezicht aan dit profiel. De een draagt een lilakleurige tulband, de ander een witte. Gewapend met een metaaldetector fouilleren ze elke bezoeker die de markt van Baga Sola wil betreden, inclusief de kamelen. Als ze niks verdachts vinden halen ze het over de hele breedte van de straat gespannen touw weg en mag de gefouilleerde persoon doorlopen. Vinden ze iets verdachts, dan wordt hij of zij meegenomen naar de autoriteiten. De burgerwacht en controlepost bestaan sinds oktober 2015, toen er verschillende zelfmoordacties plaatsvonden op de markt en in de buitenwijken, die aan veertig mensen het leven kostten. Ofschoon je op je vingers kunt natellen dat bij een volgende aanslag hun leven gevaar loopt, is er geen enkele aarzeling bij Salha te bespeuren.

    ‘Vreest u niet tegenover een zelfmoordenaar te komen staan?’

    ‘Nee, daarom zijn we hier, om dat te voorkomen.’

    ‘Maar als u iemand fouilleert die een bomgordel draagt, dan kunt u hem activeren.’

    ‘Wij willen alleen maar onze mensen beschermen. Als wij het niet doen, wie dan wel?’

    Auteur: Xavier Aldekoa
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    De Spaanse journalist Xavier Aldekoa is sinds 2009 Afrika-correspondent voor de krant La Vanguardia. In 2014 publiceerde hij zijn eerste boek: Ocean Africa.

    Gatopardo
    Mexico | maandblad | oplage 50.000

    Gatopardo wordt verspreid in Latijns-Amerika en in Miami. Journalisten uit verschillende landen leveren bijdragen aan dit maandblad, dat ook het werk van schrijvers als Carlos Fuentes, Ernesto Sábato of Alma Guillermoprieto publiceert.

    Relevante artikelen uit 360:

    1. 87: Hoe deradicaliseer je Boko Haram?
    1. 120: Experiment in Niger: amnestie voor Boko Haram

    Reader # 10: Aisha maakt jacht op Boko Haram

  • Tussenrapport voor de president

    Tussenrapport voor de president

    De Nigeriaanse president Muhammadu Buhari deed bij zijn verkiezing in 2015 een aantal verkiezingsbeloften. Heeft hij die intussen waargemaakt?

    Een jaar geleden werd Muhammadu Buhari gekozen tot president van Nigeria, een gebeurtenis die uitbundig werd gevierd door veel van zijn landgenoten. Zij zagen in de voormalige generaal een leider die in staat was de mogelijkheden van Afrika’s dichtstbevolkte land ten volle te benutten.

    Hoewel Buhari van 1983 tot 1985 een militair dictator was, had hij de reputatie integer en vasthoudend te zijn. Dus toen hij verklaarde de strijd aan te gaan met Nigeria’s verbijsterende corruptie, werd hij door velen geloofd. Zijn militaire ervaring en nuchtere optreden maakten zijn belofte om Boko Haram te ‘verpletteren’ geloofwaardig.

    Veel Nigerianen geloofden ook dat Buhari de economie van het land zou kunnen aanwakkeren. Die was in het slop geraakt door de gedaalde olieprijs, Nigeria’s voornaamste exportproduct. Was al dat optimisme rond Buhari’s overwinning achteraf gezien terecht?

    De Nigeriaanse president zette zijn handtekening onder een nationaal budget waarin tientallen aanvechtbare uitgaven en enkele schaamteloos opgedreven cijfers staan

    Wat Boko Haram betreft, kan Buhari bogen op enig succes. Het Nigeriaanse leger heeft de jihadisten almaar verder verdreven uit de gebieden die ze ooit onder controle hadden. Maar hij heeft Boko Haram bepaald niet ‘verpletterd’. De beweging is nog steeds in staat gewelddaden te plegen, zoals de zelfmoordaanslag in een moskee waarbij onlangs tweeëntwintig mensen omkwamen. De oorlog tegen Boko Haram is daarom verre van voorbij, maar Buhari verdient een zesenhalf voor het feit dat hij de beweging in belangrijke mate heeft verzwakt.

    Zijn strijd tegen de corruptie heeft geleid tot het proces tegen Nigeria’s voormalige nationale-veiligheidsadviseur, die ontkent meer dan twee miljard dollar te hebben weggesluisd die was gereserveerd voor de strijd tegen Boko Haram. Er zijn diverse onderzoeken naar andere financiële schandalen geopend. Buhari heeft eveneens stappen ondernomen om grote schoonmaak te houden bij oliefirma Nigerian National Petroleum Corporation, een broeinest van corruptie.

    Maar ondanks al dit gejubel heeft Buhari’s oorlog tegen corruptie nog geen veroordelingen opgeleverd. Er wordt zelfs in toenemende mate gevreesd dat de beklaagden uiteindelijk vrijuit zullen gaan of een lichte straf zullen krijgen.

    Een kunststudent maakt een tekening van (toen) presidentskandidaat Muhammad Buhari. – © Afolabi Sotunde / Reuters
    Een kunststudent maakt een tekening van (toen) presidentskandidaat Muhammad Buhari. – © Afolabi Sotunde / Reuters

    Bovendien beschuldigen critici Buhari ervan selectief te zijn in zijn strijd tegen corruptie. Er wordt gezegd dat hij het gemunt heeft op politici die banden hebben met de vorige regering, terwijl hij oudgedienden uit zijn eigen partij met rust laat. Die kritiek is terecht en onderstreept nog eens hoe verrot de Nigeriaanse politiek is.

    Een recent schandaal doet nog meer afbreuk aan Buhari’s geloofwaardigheid. De Nigeriaanse president zette zijn handtekening onder een nationaal budget waarin tientallen aanvechtbare uitgaven en enkele schaamteloos opgedreven cijfers staan. Na een publiek protest gaf Buhari toe dat het incident ‘pijnlijk’ was en zwoer hij dat de ambtenaren die verantwoordelijk waren voor de fictieve posten gestraft zouden worden. Van de controversiële uitgaven zou hij niet op de hoogte zijn geweest.

    Dit wijst erop dat hij óf de zaken niet in de hand heeft óf bereid is de problemen in zijn eigen regering te negeren. Hoe dan ook, het geeft een slechte indruk van zijn leiderschap. Daarom krijgt de president een zes voor de anticorruptiemaatregelen die hij tot nu toe heeft genomen.

    Draconisch

    Buhari’s economische staat van dienst schiet ook tekort. Hij heeft natuurlijk een economie geërfd die verzwakt was door de lage olieprijzen, maar zijn politiek heeft een slechte situatie nog erger gemaakt. Hij heeft zich te sturend en te bemoeizuchtig opgesteld inzake de neerwaartse druk op Nigeria’s munt, de naira, door draconisch controle uit te oefenen op buitenlandse valuta. Zijn regering heeft ook de import van tientallen producten verboden, van diepvrieskip tot balpennen. Dit had de binnenlandse productie moeten stimuleren, maar tot nu toe heeft het slechts geleid tot stijgende voedselprijzen, ontslagen, toegenomen inflatie en een afnemende groei van het bnp met 2,1 procent.

    Stijgende werkloosheid is vooral gevaarlijk in een land dat een enorme bevolkingsgroei doormaakt en in 2020 naar schatting 206 miljoen inwoners zal hebben, van wie drieënzestig procent onder de vierentwintig jaar. Buhari’s koppige karakter – een pluspunt in zijn verkiezingscampagne – blijkt nu een belemmering te zijn voor de economie, omdat hij hardnekkig weigert zijn politiek aan de realiteit aan te passen. Nigeria’s president krijgt een vier voor zijn economische beleid.

    Het welzijn van Nigerianen moet Buhari’s prioriteit zijn, niet de bevrediging van zijn ideologische instincten

    Buhari blijft populair bij veel Nigerianen, maar het aantal mensen dat zijn politiek goedkeurt, is gedaald van 77 procent in augustus 2015 tot 57 procent in februari dit jaar. Ik was een van degenen die vorig jaar Buhari’s verkiezing vierde. Ik geloof nog steeds dat hij een oprechte patriot is die het beste voor heeft met Nigeria. Maar goede bedoelingen zijn geen garantie voor een goed beleid.

    Jammer genoeg is het heel gemakkelijk voor Nigeriaanse presidenten om de realiteit uit het oog te verliezen, aangezien ze meestal omringd worden door carrièrejagers die hem vertellen dat al zijn ideeën geniale invallen zijn. Het lijkt steeds duidelijker te worden dat Buhari geen heldere antwoorden heeft op Nigeria’s huidige economische problemen, en het zou dus verstandig van hem zijn als hij advies zou vragen aan mensen die misschien alternatieve oplossingen hebben.

    Het welzijn van Nigerianen moet Buhari’s prioriteit zijn, niet de bevrediging van zijn ideologische instincten. Hij moet voor rede vatbaar zijn en snel handelen om de Nigeriaanse economie weer een nieuwe impuls te geven. Als hij dat niet doet, zullen dezelfde menigten die vorig jaar zijn overwinning vierden, bij de volgende presidentsverkiezingen in 2019 staan te juichen als hij verliest – en dat geldt ook voor mij.

    Auteur: Remi Adekoya
    Vertaler: Tineke Funhoff

    The Guardian Lago
    Nigeria | dagblad | oplage 50.000

    Een van de meest betrouwbare bronnen in Nigeria. Overleefde een publicativerbod en andere pogingen tot censuur.

  • Afrikaanse superheld zit in de lift

    Afrikaanse superheld zit in de lift

    De Nigeriaanse stripuitgeverij Comic Republic boekt steeds meer succes met zwarte superhelden. Zoals Guardian Prime, 
een modeontwerper met onvermoede krachten.

    Comic Republic, een nieuwe Nigeriaanse stripuitgeverij gevestigd in Lagos, ontwikkelt een nieuwe serie superhelden voor Afrikanen en zwarte lezers over de hele wereld. De personages – ‘Afrika’s Wrekers’ zeggen sommige fans – variëren van Guardian Prime, een 25-jarige Nigeriaanse modeontwerper die zijn buitengewone kracht aanwendt om voor een beter Nigeria te vechten, tot Hilda Avonomemi Moses, een vrouw uit een afgelegen dorp in 
de staat Edo die geesten kan zien, en Marcus Chigozie, een bevoorrechte maar boze tiener die zich met supersonische snelheid kan bewegen.

    ‘Ik dacht terug aan mijn eigen kindertijd,’ zegt directeur Jide Martin, die het bedrijf in 2013 opzette. ‘Als ik een besluit moest nemen, dacht ik altijd: Wat zou Superman doen, wat zou Batman doen? Toen dacht ik: Waarom geen Afrikaanse superhelden?’

    Meer kansen

    Het succes van de start-up lijkt een teken dat strips in de lift zitten in Afrika, en dat zwarte personages wereldwijd meer kansen krijgen in een markt die voorheen nooit veel belangstelling voor ze had. Het negen leden tellende team van Comic Republic heeft het aantal downloads van hun uitgaven – online gepubliceerd en gratis beschikbaar – zien toenemen van een paar honderd in 2013 tot 25.000 van het laatste nummer, dat in december verscheen. De volgende stap is nu om geld te gaan verdienen met sponsoring en advertenties.

    Tot dusverre maakte Comic Republic strips op verzoek van bedrijven en ngo’s, die bijvoorbeeld de gezondheidsrisico’s van malaria wilden laten illustreren. Het hoofd van een groot Nigeriaans e-commercebedrijf bestelde een portret van zichzelf als superheld. Het verhaal van een van de personages, Aje – ‘heks’ in het Yoruba – wordt misschien verfilmd door een lokale regisseur. 
Voor komende maand staat weer een avontuur van Guardian Prime op het programma.

    © Comic Republic
    © Comic Republic

    De start-up maakt deel uit van wat 
volgens sommigen een opleving is van in Afrika gemaakte muziek, literatuur en kunst. Een ontwikkeling die tot buiten het continent weerklank vindt. De lezers van de strips van Comic Republic komen voor meer dan de helft uit de VS en Groot-Brittannië, en een handjevol uit andere landen zoals Brazilië en de Filipijnen. Zo’n dertig procent komt uit Nigeria, volgens Martin. In Lagos wordt nu jaarlijks een stripconferentie gehouden voor de strip- en amusementsindustrie. In Kenia werd er voor het eerst een georganiseerd in 2015.

    Martin denkt dat de stripboekenindustrie in Afrika voor een deel kan meeliften op het succes van superheldenfilms. Zijn bedrijf lanceerde Guardian Prime, ‘een zwarte Superman’, op dezelfde dag dat Man of Steel in 2013 in première ging.

    Superheld Kwezi in Gold City, gebaseerd op Johannesburg.
    Superheld Kwezi in Gold City, gebaseerd op Johannesburg.

    Elders duiken ook steeds meer Afrikaanse personages op. Een populaire Zuid-Afrikaanse strip, Kwezi, ‘ster’ in het Xhosa en Zulu, volgt een jonge superheld in Gold City, een metropool die is gebaseerd op Johannesburg. De strip, waarin veel lokale straattaal en culturele verwijzingen voorkomen, is volgens maker Loyiso Mkize een ‘coming of age-verhaal over de zoektocht naar je wortels’. Ook het in augustus uitgekomen stripboek E.X.O: The Legend of Wale Williams van de Nigeriaanse animator Roye Okupe, is een poging om ‘Afrika op de kaart te zetten op het gebied van superhelden’, aldus Okupe zelf.

    Van de negen personages van Comic Republic zijn er vier vrouw. Dit is naar Martins overtuiging een weerspiegeling

    De helden van Comic Republic verschillen ook op andere manieren van die in het Westen. Van de negen personages van Comic Republic zijn er vier vrouw. Dit is naar Martins overtuiging een weerspiegeling van het feit dat veel Nigeriaanse vrouwen actief zijn in politiek en zaken. ‘In het huidige Nigeria maakt het echt niet uit of iemand man of vrouw is. Het was ook geen strategische beslissing. Voor ons is het gewoon een manier van leven,’ vertelt hij.

    Naast het verrichten van heldendaden en het bestrijden van het kwaad, hebben de superhelden als functie om aan te tonen hoe individuen samen kunnen werken aan een ‘beter, veiliger Afrika’, zei Comic Republic-manager Tobe Ezeogu in november.

    Die boodschap lijkt over te komen bij sommige lezers. Eén fan schreef op de Facebook-wall van Comic Republic over het paradepaardje Guardian Prime: ‘Mijn favoriete citaat [van hem]: “Het enige wat het kwaad nodig heeft om te overwinnen is dat goede mensen aan de kant blijven staan. Ik wil niet aan de kant staan. Ik ben een Nigeriaan.” Ik ben geen Nigeriaan, maar helden kunnen de jeugd helpen en patriottisme aanmoedigen.’

    Auteur: Lily Kuo
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Lily Kuo schrijft vanuit Nairobi over ontwikkelingen in China en Oost-Afrika. Eerder werkte ze voor Reuters in New York en voor Te Los Angeles Times in Beijing.

    Quartz
    Verenigde Staten | qz.com

    De Amerikaanse nieuwssite Quartz, gevestigd in New York, werd in 2012 opgezet door de Atlantic Media Group in Washington, uitgever onder meer van het tijdschrift The Atlantic (sinds 1857). De site richt zich op internationaal zakennieuws in den brede en vooral ook op de mobiele verspreiding daarvan via smartphones en tablets. In december 2015 trok de site 16,8 miljoen unieke bezoekers, waarvan rond 40 procent van buiten de VS.
    Quartz, dat sinds vorig jaar ook een bescheiden 
kantoor heeft in Londen, beschikt over een platform, 
Atlas genaamd, voor het vervaardigen en verspreiden 
van digitale grafieken. Men wil het wereldwijde gebruik daarvan aanmoedigen. De site heeft sinds vorig jaar speciale aandacht voor India en Afrika, maar overweegt ook vestigingen in Australië en op het Europese continent. ‘Duitsland zou daarvoor een goede plek zijn,’ aldus uitgever Jay Lauf.

  • Datajournalistiek maakt Nigeriaan financieel wegwijs

    Datajournalistiek maakt Nigeriaan financieel wegwijs

    De Nigeriaanse website BudgIT gebruikt grafieken en andere datavisualisaties om complexe overheidsgegevens, zoals budgetten, toegankelijk te maken voor de bevolking. ‘We vinden dat elke burger recht heeft op die informatie.’

    Toen de Nigeriaanse president Muhammadu Buhari op 18 november bevel gaf om de voormalige Nationale Veiligheidsadviseur, kolonel Sambo Dasuki, te arresteren, werd daar één belangrijke reden voor gegeven: Dasuki en diverse anderen waren aangeklaagd wegens mismanagement van miljarden dollars, geld dat bedoeld was om wapens te kopen voor de strijd van het Nigeriaanse leger tegen de terreurgroep Boko Haram. 
In de verklaring waarin de president 
de arrestatie aankondigde, werden bedragen voor diverse transacties genoemd, zo veel zelfs dat de Nigeriaanse media moeite hadden alle details uit 
te leggen. De meest gelezen krant van Nigeria, Punch, zette als kop boven zijn artikel ‘Dasuki beloond met 333 miljard naira [1,53 miljard euro] voor valse wapencontracten’, maar schreef in het verhaal dat ‘de ex-Veiligheidsadviseur, nog afgezien van andere zware beschuldigingen van het comité, in totaal 482 
miljard naira [2,21 miljard euro] voor valse contracten had opgestreken’. 
Ook Nigeria’s meest gelezen onlinekrant, Premium Times, schreef over de diverse sommen die de president had genoemd. Het zou de geïnteresseerde lezer waarschijnlijk vele uren kosten om de details van de verschillende transactiebedragen te reconstrueren, laat staan er wijs uit te worden.

    Simpele grafieken

    De enige website waarop lezers een eenvoudige uitleg van deze controversiële cijfers zouden kunnen verwachten, is BudgIT. En die stelde niet teleur. Met behulp van simpele grafieken splitste de website de details uit van 
de 3,8 triljoen naira [ongeveer 17 miljard euro] die, inclusief de bedragen waarmee is gesjoemeld, tussen 2007 
en 2015 zouden zijn uitgegeven aan wapenaankopen.

    Het was niet de eerste keer dat BudgIT dergelijke complexe sommen ontleedde. Nadat de Nigeriaanse regering in september haar goedkeuring had verleend aan een pakket leningen om een groot aantal van Nigeria’s 36 deelstaten te behoeden voor een faillissement, werden er eveneens verschillende bedragen genoemd. Ook toen versimpelde BudgIT het leningenpakket met behulp van grafieken, zodat de gemiddelde Nigeriaan het kon begrijpen.


    Al drie jaar probeert de vernieuwende website complexe regeringsinformatie te vereenvoudigen. BudgIT, dat in 2012 van start ging, heeft als belangrijkste doel ‘het Nigeriaanse budget simpel te verklaren’. Dat doet de site met behulp van grafieken en andere eenvoudige visualisaties, want de eigenaars vinden dat ‘elke burger het recht heeft om toegang te hebben tot openbare budgetten, en die ook te kunnen begrijpen’.

    De website helpt burgers dus door de begroting in simpele bewoordingen 
uit te leggen, maar controleert ook de overheidsuitgaven. De site meent dat ‘budgetten efficiënt moeten worden toegepast voor het welzijn van het volk’. Door overheidsbudgetten, kosten van wetgevende instanties en uitgaven van diverse Nigeriaanse staten en instellingen te vereenvoudigen, hopen de eigenaren te bereiken dat de staat wordt verplicht om rekenschap af te leggen aan de Nigeriaanse burgers. In een land dat volgens Transparency International tot een van de corruptste ter wereld behoort – ondanks het feit dat het Afrika’s grootste economie is en een van de belangrijkste producenten van ruwe aardolie – moet zo’n platform als essentieel worden beschouwd.

    Toegang tot internet, tien jaar geleden nog voorbehouden aan de elite, bestaat nu overal in Nigeria, vooral dankzij de toename van het aantal mobiele telefoons

    Je zou verwachten dat Nigerianen veel gebruik zouden maken van de site, die uniek is voor een West-Afrikaans land. Toegang tot internet, tien jaar geleden nog voorbehouden aan de elite, bestaat nu overal in Nigeria, vooral dankzij de toename van het aantal mobiele telefoons. Uit officiële cijfers blijkt dat meer dan negentig miljoen Nigerianen toegang tot internet hebben, en van hen hebben vijftien miljoen mensen een Facebook-account.

    Maar ondanks de groei van het internet en de versteviging van de democratie 
in het land moeten websites als BudgIT nog ontdekt worden door de inwoners. Daar kunnen diverse redenen voor worden aangevoerd, zoals onbekendheid met de dienst of gebrek aan belangstelling voor politieke kwesties. Maar Seun Onigbinde, medeoprichter van de organisatie, legt uit wat hun grootste probleem is: ‘Het is moeilijk om aan geld 
te komen. We hebben steun nodig om onze bevindingen te publiceren.’


    Maar geld is niet het enige obstakel. Ondanks de miljoenen Nigerianen die wel online zijn, heeft nog steeds meer dan een derde van de 170 miljoen inwoners geen toegang tot internet. Om te zorgen dat deze categorie ook de kans heeft om de financiën van hun overheid te begrijpen, organiseert BudgIT allerlei activiteiten. ‘We zetten de conversatie offline voort,’ zegt Seun.

    Je zou verwachten dat de Nigeriaanse media graag zouden samenwerken met BudgIT. Maar dat is helaas niet het geval. ‘Ze behandelen ons niet als partners,’ aldus elektrotechnisch ingenieur Seun. Toch toont de reportage over het Dasuki-corruptieschandaal aan waarom traditionele Nigeriaanse media zouden moeten samenwerken met BudgIT. Nu de ex-Veiligheidsadviseur terechtstaat wegens corruptie, en 
terwijl de slachtingen van Boko Haram in Noord-Nigeria doorgaan, kunnen de Nigeriaanse media nog veel van BudgIT leren. Bijvoorbeeld hoe ze Nigerianen op een eenvoudige manier kunnen uitleggen waarom corruptie ten grondslag ligt aan de opstand van Boko Haram 
en talloze andere problemen waarmee de ‘Reus van Afrika’ te kampen heeft.

    Auteur: Idris Akinbajo

    Idris Akinbajo is een Nigeriaanse onderzoeksjournalist die o.a. werkt voor Premium Times. Hij won verschillende prijzen (Nigeriaanse onderzoeksjournalist van het jaar, beste onderzoeksreportage) voor zijn serie over fraude en vriendjespolitiek in de Nigeriaanse oliesector.

    Newsnext
    Nederland | newsnext.socsi,uva.nl

    Internationaal gerichte site over ontwikkelingen binnen de journalitsiek. Geeft inzicht in verdienmodellen, technologische ontwikkelingen en nieuwe ideeën en initiatieven.

    Een infographic van BugdIT over olieprijzen.
    Een infographic van BugdIT over olieprijzen.
  • Hoe deradicaliseer je Boko Haram?

    Hoe deradicaliseer je Boko Haram?

    Niet alleen in het Westen wordt geprobeerd om jihadisten te deradicaliseren. In een gevangenis in Nigeria is met geld van de EU een programma opgezet om strijders van Boko Haram weer op het rechte pad te brengen. Grote vraag is natuurlijk: werkt het?

    Gevangenisbewaarder Mala Tata heeft een roeping. Hij ziet het als zijn religieuze plicht om mensen te helpen de staat van verlossing te bereiken. Daarnaast gelooft hij ook dat niet veel mensen zo ernstig hebben gezondigd als de 43 strijders van Boko Haram die hij onder zijn hoede heeft in de Kuje-gevangenis, 
aan de rand van Abuja, de Nigeriaanse hoofdstad. Tata werkt al zesentwintig jaar in de gevangenis. Hij leidt een team van imams in een unieke deradicaliseringstherapie gericht op de rehabilitatie van de Boko Haram-gevangenen. 
Zijn team, bestaande uit gevangenismedewerkers, heeft een zeer intensief contact met de groep en houdt dagelijks spirituele sessies met ze waarin 
de basis van hun geweldsideologie ter discussie wordt gesteld.
    ‘Sommigen zijn analfabeet. Zij kunnen zelf niet uit de Koran citeren, toch beweren ze dat ze de jihad nastreven,’ aldus Tata, een vrolijke, verzorgd uitziende man. ‘Anderen hebben wel op school gezeten. Ze hebben de Koran en de Hadith gelezen, maar ze begrijpen de islam niet echt. Satan heeft ze dingen in het oor gefluisterd.’
    Kuje, een extra beveiligd detentiecentrum, is Nigeria’s proeftuin voor een programma dat bedoeld is om gewelddadig extremisme aan te pakken (‘countering violent extremism’, CVE) en in maart is gestart. In de kern komt de ‘behandeling’ van mannen 
die vastzitten vanwege aan terrorisme gerelateerde misdrijven erop neer 
dat hun gedrag via activiteiten zoals therapie, sport, scholing en vakonderwijs kan worden aangepast. Als ze vastzitten worden ze bovendien minder gauw gerekruteerd door Boko Haram, en uiteindelijk kunnen ze worden geïntegreerd in de maatschappij.

    Een meisje wandelt langs een vernielde moskee in de Nigeriaanse stad Mararaba, die door het leger is terugveroverd op Boko Haram in 2015. – © Akintunde Akinleye / Reuters
    Een meisje wandelt langs een vernielde moskee in de Nigeriaanse stad Mararaba, die door het leger is terugveroverd op Boko Haram in 2015. – © Akintunde Akinleye / Reuters

    Open universiteit

    Het opbouwen van een band tussen het ‘behandelingsteam’ en de Boko Haram-gevangenen, die officieel 
cliënten worden genoemd, wordt gezien als de basis van het succes van de CVE-strategie. Tata heeft zich uit patriottische motieven bij het team aangesloten en ook vanuit het geloof dat hij door het verrichten van Gods werk een spirituele beloning zal krijgen.
    Dat biedt enige troost. ‘Het zijn uiterst gevaarlijke mensen. Er kan van alles gebeuren. We weten dat ze contact hebben met hun mensen buiten de gevangenis,’ vertelt hij. Tata heeft die risico’s persoonlijk ervaren: hij is gewond geraakt toen Boko Haram een aanval uitvoerde op de gevangenis, maar hij wil er niet over praten. Hij is ervan overtuigd dat het tij op militair terrein is gekeerd en dat nu de rebellen op de vlucht zijn geslagen. ‘De “cliënten” in Kuje weten dat ze aan de verliezende hand zijn,’ zegt hij. ‘Zij kijken ook tv.’
    Op de dag dat ik de gevangenis bezoek, speelt ‘Arsenal’ tegen ‘Chelsea’ in Kujes versie van de Champions League: beide gevangenisteams worden driftig aangemoedigd, het gejuich schalt over de muur.
    Maar het doel van mijn bezoek is de ‘derad’-vleugel, een rustiger, meer afgeschermd gedeelte met moderne klaslokalen, die oorspronkelijk bedoeld waren voor een open universiteit. In tegenstelling tot de rest van de sobere gevangenis is hier zelfs airco.
    Ik ga met een van de cliënten in een kamertje zitten. De forse kerel aan de andere kant van de tafel draagt een spijkerbroek en een strak T-shirt. Hij heeft een afrokapsel, een onverzorgde baard en een grote ring aan een vinger. Hij noemt zichzelf een commandant, maar ziet er meer uit als een man die
je ook in een club kunt tegenkomen. Hij spreekt Hausa, de lingua franca 
van het noorden, in korte zinnetjes, en eindigt iedere gedachte met een ‘Zeg dat tegen hem’ tegen de imam die tolkt – erop gebrand dat zijn verhaal wordt gehoord.
    Hij ziet zichzelf als een veranderd man, wat hij toeschrijft aan Tata en zijn team. Wanneer we hem tijdens het interview vragen waar in de Koran het doden van burgers wordt gerechtvaardigd, zegt de commandant herhaaldelijk dat hij zich dat niet meer kan herinneren. Kennelijk wil hij niet ingaan op zijn vroegere ideeën. ‘Ik ben veranderd, ik wil het niet hebben over rechtvaardiging.’ De imam stelt voor dat we verder gaan.


    Vrijwillige deelname

    Ferdinand Ikwang staat aan het hoofd van het nationale derad-programma, dat valt onder het Office of the National Security Adviser (ONSA). Hij heeft de leiding over een netwerk van projecten die de economische en sociale omstandigheden aanpakken die aanzetten tot radicalisme, maar zorgt er ook voor dat de basis wordt gelegd voor de ontwapening, demobilisatie en reïntegratie van Boko Haram als dat leger is verslagen en er een vredesovereenkomst is gesloten.
    Hij neemt een ferm standpunt in ten opzichte van mannen die de wapens opnemen. Degenen die wreedheden hebben begaan, komen in een derad-programma in de gevangenis. Maar het lagere voetvolk dat het programma heeft doorlopen komt in aanmerking voor vrijlating en mogen ‘hun gewone leven voortzetten’, zij het onder toezicht.
    De maatstaf is niet of ze hun overtuiging hebben laten vallen, maar of het gevaar bestaat dat ze ‘een wapen zullen oppakken’, legt Ikwang uit.
    Kuje is niet de enige gevangenis met Boko Haram-gedetineerden. Agwata, in de buurt van Onitsha, een stad in het oosten van Nigeria, heeft er ongeveer honderd, die zich eerder dit jaar hebben overgegeven. Daar begint binnenkort ook een derad-programma, onder leiding van personeel dat is opgeleid in Kuje. En nu steeds meer rebellen de wapens neerleggen komen er nog meer ONSA-centra die Boko Haramleden opnemen.
    Deelname aan het derad-programma is vrijwillig. In Kuje hebben vier gevangenen ervoor gekozen om niet mee te doen aan het programma, maar dat deden ze meer om een praktische dan om een ideologische reden: ze vechten de beschuldiging van het OM aan dat 
ze lid van de groep zijn.

    Sommigen zijn analfabeet. Zij kunnen niet uit de Koran citeren, toch beweren ze dat ze de jihad nastreven

    De meesten van de overige 39 cliënten – allemaal in voorarrest – worden al vier jaar vastgehouden, hoewel niet altijd in Kuje – en als ze in handen zijn van de veiligheidsdienst, is dat niet altijd onder de meest humane omstandigheden.
    De voordelen van deelnemen aan het derad-programma zijn duidelijk: ten eerste krijgen de meesten een afgeschermde cel met een stapelbed, totaal anders dan de omstandigheden in de rest van de gevangenis, die in 1989 werd geopend als een detentiecentrum met plaats voor tachtig mensen. Nu zitten er 910 gevangenen in.
    Ze hebben een gerenoveerde vleugel voor henzelf, gefinancierd door de Europese Unie, waar de gestructureerde dagelijkse activiteiten plaatsvinden. Ze hebben dingen als toiletpapier en zeep en dat is een voorzieningenniveau dat ongekend is in de met geldtekorten kampende gevangenissen van Nigeria, waar het woord rehabilitatie zelden valt.
    ‘Een belangrijk uitgangspunt van het programma is dat niemand gedwongen wordt eraan deel te nemen, het is op vrijwillige basis,’ vertelt Kasali Yusuf, coördinator van het gezamenlijke team van ONSA en de penitentiaire inrichting in Kuje. ‘Aanvankelijk melden ze zich waarschijnlijk alleen aan vanwege de privileges, die vervolgens toch ook maken dat ze milder gestemd worden.’
    Maar omdat de gedetineerden van Boko Haram onder de overige gevangenen toch al buitengewoon weinig geliefd zijn, ‘leiden die privileges tot veel rancune, wat voor ons weer een uitdaging is. We hebben de andere gevangenen moeten uitleggen dat 
het speciale programma wordt gefinancierd door de EU,’ legt Yusuf uit.
    Yusufs baas, de manager van het behandelingsteam, is de psycholoog dr. Wahaab Akorede. Na bestudering van de casestudy’s van de 43 cliënten komt hij tot de conclusie dat wat hen onderscheidt van de doorsneecrimineel, hun intense woede is, hun verlangen om ‘alles kort en klein te slaan’. Dat suggereert dat ze zelf een trauma hebben opgelopen: ze zijn zo wanhopig, hebben zo weinig toekomstmogelijkheden, dat ze bereid zijn om te geloven dat 
het paradijs de beloning voor hun 
martelaarschap zal zijn.’

    In alle steden nemen ze mensen gevangen, vermoorden ze mensen. Wie blijven er dan nog over als je onderdanen?

    Geen diepe religiositeit

    Noch Akorede noch Yusuf – allebei moslim en ervaren gevangenismedewerker – zien veel tekenen die wijzen op een diepe religiositeit onder de mannen in het derad-programma. Akorede noemt andere potentiële 
factoren: polygame gezinnen waar vrouwen concurreren om de liefde 
van de man ten koste van de kinderen; de traditionele wijze waarop de islam wordt onderwezen in het noorden, die de jongemannen onvoldoende voorbereidt op de moderne arbeidsmarkt; de harteloosheid van achtereenvolgende regeringen waaronder zovelen hebben geleden en een vroege dood zijn gestorven, ‘tot zelfs God er wel even genoeg van kreeg om die Nigerianen steeds weer te zien langskomen’.
    ‘Vervreemding’ is volgens hem de meest voor de hand liggende verklaring voor de aantrekkingskracht van Boko Haram. De aanhangers zijn voornamelijk mannen met weinig opleiding en alleen af en toe wat los werk aan de randen van de stad, ‘die ook door 
moslims in hun eigen gemeenschap als uitschot worden beschouwd’. Ze zijn boos, ‘en religie is het platform om die woede te ventileren’.
    Akorede verdeelt de mannen in Kuje in twee groepen: de grote jongens en de volgers. ‘De grote jongens zijn de slimmeriken. Zij weten hoe ze mensen moeten manipuleren. Ze zeggen: “Jouw religie is bijzonder en die wordt bedreigd.”’ In wezen creëren ze een sekte voor wie iedereen de vijand is, inclusief de traditionele religieuze leiders.
    En wanneer een beroep op de religie en het martelaarschap niet voldoende is, biedt Boko Haram aan om je familie 
te helpen. ‘Bijvoorbeeld: een man is niet gelukkig. Hij heeft niet de kans gekregen om een opleiding te volgen. Hij heeft geen toekomst. Als je hem 10.000 naira [$ 50] geeft, draagt hij die bom,’ zegt Akorede.

    Explosievenexperts inspecteren een voertuig na een bomaanslag van Boko Haram op een busstation in de Nigeriaanse stad Nyanya in 2014. Er vielen 88 doden en 200 gewonden. 
© Afolabi Sotunde / Reuters
    Explosievenexperts inspecteren een voertuig na een bomaanslag van Boko Haram op een busstation in de Nigeriaanse stad Nyanya in 2014. Er vielen 88 doden en 200 gewonden. 
© Afolabi Sotunde / Reuters

    Slechte indicatoren

    De commandant lacht wanneer hem wordt gevraagd naar de datum waarop hij zich aansloot bij Boko Haram. 
De sekte werd gesticht in 2002 door een jonge geestelijke, Mohammed Yusuf, in de noordoostelijke stad 
Maiduguri. Die stad ligt midden in 
een regio die eeuwenlang een centrum was van islamitisch onderwijs.
    Maar het radicalisme van de commandant dateert al van voor de beweging. ‘Ik was al Boko Haram voordat Boko Haram bestond,’ pocht hij, en hij gebruikt de officiële naam van de groep, Jama’atu Ahlis Sunna Lidda’awati wal-Jihad (‘een beweging gewijd aan de verbreiding van de leer van de Profeet en de Jihad’).
    De commandant komt uit ‘een familie waar onderwijs belangrijk werd gevonden’. Maar hij was opstandig, maakte zijn school niet af, en ging werken in een graanmolen in zijn geboorteplaats Biu. Toen zijn vader daarachter kwam, gooide hij hem het huis uit. Vanaf dat moment werd de commandant steeds meer aangetrokken tot de islam en belandde ten slotte in een koranschool in de naburige staat Adamawa, geleid door een Pakistaanse sjeik.

    De maatstaf is niet of ze hun overtuiging hebben laten vallen, maar of het gevaar bestaat dat ze een wapen zullen oppakken

    In Nigeria was destijds veel beroering over de sharia. In 2000 was de sharia 
in twaalf overheersend islamitische staten in het noorden ingevoerd na de roep van de gewone islamiet om een tegengif tegen de corruptie waar de gewone Nigeriaan dagelijks mee werd geconfronteerd. Maar in plaats daarvan werden werkelijke hervormingen tegengehouden door een ‘politieke sharia’, die de belangen van de elite beschermde, waardoor de noordelijke religieuze en politieke leiders nu door sommige radicalen als doelwit werden gezien.
    ‘Het was niet moeilijk om jongeren 
aan te trekken. Ze waren nieuwsgierig naar verhalen over de jihad,’ zegt de commandant. Deels kwam dat door de traditionele Almajirai-scholen, waar miljoenen jongens in het noorden nog steeds naartoe worden gestuurd. 
Ze komen bij een koranleraar (die 
niet noodzakelijkerwijs over een goed begrip van de tekst beschikt) om teksten uit hun hoofd te leren, en voorzien met bedelen in hun eigen onderhoud en dat van hun leraar. Dat heeft het noorden qua opleiding op een achterstand gezet, waardoor op straat het verzet sluimert.
    Het noordoosten van Nigeria heeft de slechtst denkbare sociale indicatoren. Tot de jaren tachtig bestond in het noorden een traditie van progressieve bewegingen. Die streden voor de rechten van de ‘talakawa’ (de gewone burgers) tegen het feodale conservatieve establishment, dat als de oorzaak van hun armoede werd gezien, maar tegenwoordig is het volksverzet tegen onrecht meer religieus georiënteerd.
    De confrontatie tussen Boko Haram en de overheid explodeerde in juli 2009. Yusuf had ruzie gekregen met de autoriteiten van de staat Borno en na de moord op een groep van zijn volgelingen beloofde hij wraak te zullen nemen. Zijn mannen vielen politiebureaus 
en overheidsgebouwen aan in vier noordelijke staten. Tijdens die gevechten vielen zevenhonderd doden, onder wie ook Yusuf, vermoord terwijl hij in Maiduguri in voorarrest zat.
    De commandant, die naar de noordelijke stad Kano vluchtte en daar tot zijn gevangenneming ondergedoken zat, brengt een onderscheid aan tussen de begindagen van Boko Haram en het extreme geweld van de groep onder Yusufs opvolger, Abubakar Shekau, 
een krijgsheer die als meer gewelddadig dan geschoold wordt beschouwd, en die gemene zaak maakt het de mondiale jihadistenbeweging.
    ‘Ik weet niet hoe het is gebeurd. In alle steden nemen ze mensen gevangen, vermoorden ze mensen. Wie blijven er dan nog over als je onderdanen? Dat begrijp ik niet,’ zegt de commandant. Meer dan 25.000 mensen zijn omgekomen bij aan Boko Haram gerelateerd geweld, zowel in Nigeria als over de grens – voor het overgrote deel medemoslims.
    Tata heeft nog een cliënt voor me om mee te praten, een tengere man met een bril, een keurig verzorgde baard 
en een schone witte dashiki, een tuniek. Hij spreekt vol respect over wat hij beschouwt als Yusufs integriteit en waarachtigheid. Zijn verklaring voor 
de opkomst van Boko Haram is dat de Nigeriaans maatschappij bevrijd moest worden van corruptie, onrecht en homoseksualiteit.
    Hij had deel uitgemaakt van Yusufs kabinet, of ‘shura’, en zegt dat hij 
voordat hij werd opgepakt in 2011, 
de leider van Boko Haram was in drie staten: Bauchi, Gombe en Plateau. Hij beschuldigt de autoriteiten van ongerechtvaardigde agressie en geeft als voorbeelden het platgooien van de grote Markaz-moskee van de groep 
na de opstand in Maiduguri en de 
buitengerechtelijke moord op Yusuf, waarvoor geen politieman is veroordeeld. Als iemand het levende bewijs is van Akoredes stelling over de gevaren van gefrustreerde, boze individuen, dan is het wel deze gedreven man.
    Hij had ‘38 of 40’ broertjes en zusjes en hoewel hij de basisschool had afgemaakt, ging hij op zijn twaalfde van de middelbare school af. Hij werd monteur van elektrische auto’s in Maiduguri, maar de armoede in het noorden en de onverschilligheid van de rijken wekten woede in hem op. ‘Ik geloofde dat als je bereid was om geweld te gebruiken, je je doel kon bereiken.’
    Hij praat niet over waar hij heeft gevochten of wat hij heeft gedaan, 
hij zegt alleen: ‘Voor ik dit programma had gevolgd zou ik geen tijd voor je hebben gehad. Er zouden geen grapjes worden gemaakt. Ik was hard. Nu besef ik dat het belangrijk is om te luisteren en meningen uit te wisselen.’
    Weinig mensen in Maiduguri geven toe dat familieleden van hen zich bij Boko Haram hebben aangesloten, maar Mohammed Garima wil zijn verhaal wel vertellen. Zijn 25-jarige neef sloot zich aan bij de groep en hij probeert nog steeds te begrijpen waarom.
    ‘Armoede zou een reden kunnen zijn,’ zegt hij. De jonge man was bandenreparateur, oftewel een vulkaniseerder, en verdiende waarschijnlijk zo’n vijf dollar per dag. ‘Maar er was nog iets. Hij zonderde zich altijd af van mensen, meende dat hij religieuzer was dan alle andere mensen.’
    Garima had zelf Yusuf horen preken en was er niet van onder de indruk. ‘Hij veroordeelde alles: de wegen, de sociale voorzieningen, het onderwijs, de ziekenhuizen, dingen waar we gebruik van maken – dingen waar hij gebruik van maakte – en weinig van wat hij zei had iets spiritueels.’ In 2009 verdween zijn neef en de familie wist toen meteen dat hij zich had aangesloten bij Boko Haram. Af en toe zocht hij contact, en toen zijn oma overleed, eiste zijn vader dat hij langskwam. Toen hij in de stad was, werd hij herkend en gearresteerd. Garima heeft later gehoord dat hij 
in detentie is gestorven op de luchtmachtbasis Kainji bij Maiduguri.

    Harde kern
    Alle mensen met wie ik in Maiduguri sprak, deelden een overtuiging die 
de moeilijke positie van het derad-
programma weergeeft: voor de harde kern van Boko Haram is re-integratie onmogelijk. ‘Ze verschijnen in de gedaante van een mens, maar eigenlijk zijn het duivels,’ zegt een man die anoniem wil blijven. ‘Zo iemand heeft je moeder of je vader vermoord, je huis in brand gestoken; hoe kan je met zo iemand samenleven? Dat is onmogelijk,’ voegt Garima eraan toe. Hij is iets verzoenender ten opzichte van hen die gedwongen werden zich aan te sluiten. In sommige gevallen kan er amnestie worden verleend, ‘maar ze zullen naar een andere staat moeten worden gebracht, anders gaan mensen wraak nemen,’ zeg hij.
    Volgens Ikwang, de leider van het derad-programma, maar ook een 
deskundige op het gebied van ontwapening, demobilisatie en re-integratie, mogen ze in de maatschappij terugkeren via zogenaamde ‘halfway houses’ en komen dan onder toezicht te staan. Ze worden op basis van hun beroep ingedeeld in coöperaties, waar therapie verplicht is.
    De acceptatie door de gemeenschap is essentieel. ‘Als je vierhonderd ex-krijgers laat terugkeren in de gemeenschap, moet je de gemeenschap erbij betrekken. Als er vierhonderd van die ex-rebellen bij komen, moet je ook voor vierhonderd lokale jongeren een plek bieden in een werkgelegenheidsprogramma van de overheid, anders gaat de ontvangende gemeenschap luidkeels protesteren en dreigen hen 
te zullen vermoorden,’ aldus Ikwang.
    Maar gezien de slechte reputatie van de Nigeriaanse overheid als het aankomt op het uitrollen van wat langer durende programma’s, het oormerken van de fondsen en de efficiënte besteding ervan, rijst de vraag hoe voorkomen kan worden dat het derad-programma ten onder gaat in schandalen en verspilling. Akoredes antwoord is een koppig ‘We hebben geen andere keuze dan stug door te zetten’.

    Acceptatie door de gemeenschap is essentieel

    Resultaten

    Er is een nog fundamentelere vraag: werkt zo’n deradicaliseringsprogramma nu echt? Natuurlijk is het in de Kuje-vleugel volkomen veilig, dat is zowel in het belang van het personeel als van de gedetineerden. De leden van het behandelingsteam dragen burgerkleding en bewegen zich vrijelijk onder de cliënten en praten gewoon met ze, een noviteit voor sommigen die gewend zijn aan gevangenissen waar een gedetineerde op zijn hurken moet gaan zitten voor hij een bewaarder mag aanspreken.
    ‘De uitdaging is om het hart en de ziel van de extremisten te bereiken,’ vertelt Ekpedeme Udom, het hoofd van alle derad-programma’s. ‘Dit is nieuw in Afrika en we hebben buitengewoon goede resultaten.’ Maar als ervaren gevangenismanager is ze heel goed 
op de hoogte van de discussies die er dagelijks in Kuje worden gevoerd 
tussen cliënten en de staf, waarbij beide partijen opkomen voor hun eigen belangen.
    Udom behoort tot een nieuwe generatie hervormingsgezinde gevangenismanagers. Ze kreeg carte blanche om namens ONSA het programma in Kuje te ontwikkelen, voortbordurend op de CVE-programma’s die in Azië en het Midden-Oosten worden toegepast.
    Deradicalisering vereist een reusachtige investering, van het opleiden van personeel tot het opschalen van voorzieningen en het financieren van programma’s die de ex-rebellen na hun vrijlating moeten volgen. De literatuur geeft geen duidelijke recidivismecijfers en biedt dus geen juist beeld van de resultaten. Een deel van het probleem is ‘dat het gewoon nog te vroeg is om er iets over te zeggen,’ legt Udom uit. ‘CVE wordt nog maar zo’n tien jaar in de wereld toegepast.’
    Ikwang maakt zich wel zorgen over een meer structureel probleem, dat voorkomt uit Nigeria’s slechte bestuurlijke staat van dienst, waardoor Boko Haram – 
en andere sluimerende conflicten verspreid over het hele land – konden 
ontstaan. ‘Extremisme is een ideologie die bij de kern moet worden aangepakt, te beginnen op de kleuterschool, met een overheid die zich veel ontvankelijker en verantwoordelijker opstelt ten opzichte van haar burgers,’ waarschuwt hij. En peinzend verzucht hij: ‘Hoe hebben wij deze generatie kinderen 
zo in de steek kunnen laten?’

    Obi Anyadike

  • Waarom is Afrika…

    Waarom is Afrika…

    China drijft intensieve handel met Afrika, een miljoen Chinezen vestigden zich al op het continent. De rest van de Chinezen lijkt weinig te begrijpen van de aantrekkingskracht van deze handelspartner. Toon mij uw zoekvragen en ik zeg u wie u bent…

    China’s ambities in Afrika zijn bekend. De handel met het continent dat zo rijk is aan grondstoffen, heeft onlangs de 200 miljard overschreden en Chinese agentschappen en bedrijven hebben groots geïnvesteerd in de aanleg van de zo noodzakelijke wegen, spoorwegen en in de bouw van openbare gebouwen. Intussen hebben meer dan 1 miljoen Chinezen huis en haard verlaten om hun geluk te beproeven in een Afrikaans land.

    ©  Alvise Forcellini/Creative Commons
    © Alvise Forcellini/Creative Commons

    Banale vragen

    Die banden brengen China en Afrika misschien dichter bij elkaar, maar dat betekent niet dat de gewone Chinese burger het continent erg goed begrijpt. Bijvoorbeeld: ‘Waarom wonen er in Zuid-Afrika zoveel blanken?’ is bij Baidu, China’s grootste zoekmachine, de belangrijkste automatisch aangevulde vraag over dat land. Baidu’s auto-aanvuller werkt net zo als die van Google: wanneer iemand een zoekopdracht begint te typen, wordt een lijst getoond van mogelijke manieren om die opdracht af te maken, deels door de archieven van de machine af te zoeken naar eerdere populaire zoekopdrachten. Die automatisch gegenereerde suggesties bieden vaak het extra voordeel dat die uit online discussies zijn gefilterd en zo de diepzinnige en (vaak vermakelijke) banale vragen blootleggen die mensen ertoe brengen om op zoek te gaan antwoorden.

    De meest voorkomende zoekopdrachten met betrekking tot Afrikaanse landen geven aan dat de gevoelens van de Chinese internetgebruiker over Afrika niet verschillen van die van de westerling: vaak associëren ze het werelddeel met geweld, armoede, ziektes en buitenissige eetgewoontes. Dat blijkt uit resultaten per land afzonderlijk, maar het blijkt ook uit zoekopdrachten over Afrika als geheel.

    Baidu’s eerste suggestie voor Egypte is waarom dat land ouder is dan China

    Baidu:

    Waarom is Afrika

    … zo arm?
    … zo achtergebleven?
    … achtergebleven?
    … niet in staat om zich te ontwikkelen?

    Google:

    waarom is afrika

    waarom is afrika zo arm
    waarom is afrika
    waarom is afrika arm
    waarom is afrika een zootje
    waarom is afrika de naam van dat continent
    waarom is afrika zo achterlijk
    waarom is afrika zo corrupt
    waarom is afrika nog steeds arm
    waarom is afrika zo onderontwikkeld
    waarom is afrika zo’n chaos

    Bepaalde resultaten zijn specifiek Chinees. Baidu’s eerste suggestie 
voor Egypte is waarom dat land 
ouder is dan China, wat aangeeft dat de trots waarmee de Chinezen de lange geschiedenis van hun beschaving vergelijken met die van Europa en vooral met die van de Verenigde Staten enigszins verbleekt bij de piramides van Giza.
    Onderwerpen die voortkwamen uit Afrika’s gecompliceerde geschiedenis staan ook boven aan de resultaten voor andere landen. Internetgebruikers vragen waarom Côte d’Ivoire en Ghana ook Ivoorkust en Goudkust worden genoemd. Zoekopdrachten over Algerije en Libië die werden aangevallen door Franse en Amerikaanse strijdkrachten, verwijzen naar vroegere en latere interventies door het Westen. Verder is er de erfenis van het imperialisme, de apartheid en de verzoening die het overwicht van blanken in de Afrikaanse ‘regenboognatie’ verklaart.

    Van luchtiger aard zijn zoekopdrachten over voetbal

    Niub

    Misschien wel het raadselachtigste resultaat is de vraag waarom de inwoners van Gambia zo nb zijn – een afkorting van niub, een Chinese term die ongeveer vertaald kan worden met een sarcastisch bedoeld ‘gaaf’ (maar die eigenlijk iets veel platters en vulgairders betekent). Deze zoekopdracht leidt naar verscheidene bulletinboards waarop een lijst staat van vermeende dreigementen van het kleine West-Afrikaanse landje om de Sovjet-Unie binnen te vallen en te bezetten, of Noord-Amerika, of het grootste deel van Europa, of Taiwan te helpen bij de herovering van het Chinese vasteland. Die bedreigingen konden we niet alle-maal verifiëren, maar de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat ze niet helemaal uit de lucht gegrepen lijken te zijn gezien de dingen die de kleurrijke leider van het land in het verleden heeft gezegd.
    Zoekopdrachten naar geweld krijgen soms een Chinees tintje door het woord luan – meestal vertaald met ‘chaos’, een beladen woord dat vaak wordt gebruikt om politieke en sociale instabiliteit te suggereren. Verwijzingen naar luan komen voor bij resultaten voor Zuid-Afrika, maar vooral bij die voor Somalië. Internetgebruikers willen ook weten waarom Somalië – door The Economist ‘de meest mislukte staat ter wereld’ genoemd – geen regering heeft, waarom het Amerika haat en waarom het piraten heeft.

    Van luchtiger aard zijn zoekopdrachten over voetbal. ‘De Ontembare Leeuwen’ staat boven aan de lijst van suggesties van vragen naar het nationale voetbalelftal van Kameroen. Baidu meldt ook dat het team van Nigeria ‘de Superadelaars’ wordt genoemd, hoewel die zoekopdracht in het niet zinkt bij veelvuldige vragen naar de korte verbanning van dat land uit de internationale competitie vorig jaar. Recente krantenkoppen vormden de aanleiding voor een eerste suggestie voor de Centraal Afrikaanse Republiek, waar sektarisch geweld heeft geleid tot kannibalisme.

    Onze methode bestond uit het typen van de vraag ‘Waarom is [land X]…’, hoewel beperkte resultaten bij sommige landen ons in enkele gevallen tot een bredere aanpak heeft genoopt en we alleen de landsnaam intypten om te kijken welke auto-aanvullingen Baidu zou geven. Deze aanpak leverde onverwachte resultaten op voor onder meer Burundi (een vissoort uitsluitend voorkomend in een meer aldaar) en Soedan (de zaden van een plaatselijke variëteit van sorghum).

    Warner Brown

    (Foto boven: Lunch voor de zebra’s. © Farrukh/Creative Commons)