Tag: onderwijs

  • Zuid-Korea: kleuterscholen onder druk door vraag naar foto-updates

    Zuid-Korea: kleuterscholen onder druk door vraag naar foto-updates

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland voert een geslaagde test uit met de ballistische raket Sarmat

    » VS: de inflatie zit op het hoogste niveau in bijna drie jaar

    Leraren maken op een schooldag constant foto’s van kinderen

    Kleuterleerkrachten in Zuid-Korea besteden steeds meer tijd aan het maken en delen van foto’s en video’s van kinderen tijdens de schooldag, meldt The Korea Times. Ouders verwachten via berichtenapps voortdurend updates over activiteiten, maaltijden en sociale interacties van hun kinderen.

    Volgens leerkrachten beïnvloedt die verwachting inmiddels de inrichting van klaslokalen en lessen. Activiteiten worden soms aangepast zodat ze beter ogen op foto’s, terwijl leraren aangeven minder tijd over te houden voor begeleiding en onderwijs.

    De trend hangt samen met de sterke concurrentiedruk rond opvoeding en onderwijs in Zuid-Korea. Ouders willen steeds meer inzicht in het dagelijkse leven van hun kinderen, mede door zorgen over veiligheid en ontwikkeling.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Sommige scholen proberen het aantal updates inmiddels te beperken, maar dat leidt geregeld tot klachten van ouders. Lerarenvakbonden waarschuwen dat de constante documentatie bijdraagt aan werkdruk en stress in een sector die al kampt met personeelstekorten.

    Volgens experts weerspiegelt de ontwikkeling een bredere cultuur van intensief ouderschap, waarin digitale communicatie steeds meer invloed krijgt op onderwijs en kinderopvang.

  • Onderzoek: leerlingen hebben meer baat bij pen en papier dan bij technologie

    Onderzoek: leerlingen hebben meer baat bij pen en papier dan bij technologie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Dodelijke overstromingen in Zuid-Rusland eisen minstens vijf levens

    » Maanmissie Artemis 2 keert terug naar de aarde

    Schermen zijn slecht voor de concentratie

    Steeds meer scholen zetten in op digitale leermiddelen, maar dat pakt niet altijd goed uit. Toen een Amerikaanse docent alle schermen uit zijn klas verwijderde, verbeterden de concentratie en prestaties van zijn leerlingen merkbaar, schrijft The Atlantic.

    De docent besloot laptops en tablets volledig te bannen en terug te keren naar pen en papier. Binnen korte tijd merkte hij dat leerlingen alerter waren, minder afgeleid en actiever deelnamen aan de les. Ook maakten ze meer opdrachten af en werd het voor hem makkelijker om te zien waar leerlingen vastliepen.

    Volgens hem zorgen schermen er vaak voor dat leerlingen sneller afhaken of zich achter technologie verschuilen. Digitale tools kunnen handig zijn, maar leiden in de praktijk regelmatig tot multitasking en verlies van focus.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Daarnaast maakt werken op papier het denkproces van leerlingen zichtbaarder: aantekeningen, fouten en verbeteringen zijn direct te volgen, wat gerichtere begeleiding mogelijk maakt. Dat zou niet alleen het leerproces verdiepen, maar ook de betrokkenheid vergroten.

    Het artikel plaatst daarmee vraagtekens bij de sterke nadruk op ‘edtech’ in het onderwijs. Technologie kan waardevol zijn, maar alleen als die doelgericht wordt ingezet – en niet als standaardoplossing voor leren in de klas.

  • VS: Trump tekent eigenhandig decreet om ministerie van Onderwijs op te heffen

    VS: Trump tekent eigenhandig decreet om ministerie van Onderwijs op te heffen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Soedan: het leger neemt het presidentieel paleis in

    » Hamas vuurt raketten af op Tel Aviv, Israël breidt zijn grondoperaties uit

    Daarmee zet hij het Congres en de Senaat buitenspel

    Donald Trump heeft donderdag een uitvoerend bevel ondertekend dat zijn minister van Onderwijs, Linda McMahon, opdracht geeft om ‘alle noodzakelijke stappen’ te nemen om het ministerie van Onderwijs te sluiten. ‘We gaan het onderwijs gewoon teruggeven aan de staten die er de leiding over hebben,’ aldus Trump, geciteerd door NPR. ‘Het is een erg populaire maatregel, maar vooral een maatregel die getuigt van gezond verstand, en ze gaat werken,’ vervolgde hij tijdens een ceremonie in het Witte Huis.

    De Amerikaanse president maakte een hele gebeurtenis van de ondertekening van het decreet en omringde zich voor de gelegenheid met ‘schoolkinderen’ die aan bureaus zaten en ‘miniversies van het decreet leken te ondertekenen terwijl de president het officiële document parafeerde’, schrijft The Wall Street Journal. Volgens het conservatieve zakenblad was de beslissing weliswaar te verwachten, maar betekent het besluit ‘een escalatie in de bittere politieke strijd over de toekomst van het ministerie’, dat in 1979 werd opgericht.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De leider van de Democraten in de Senaat, Chuck Schumer, sprak algauw van een ‘tirannieke machtsgreep’ en van ‘een van de meest ontwrichtende en verwoestende maatregelen’ ooit genomen door Trump. Senator Elizabeth Warren uit Massachusetts, zelf een voormalig lerares, riep voorstanders van onderwijs op om ‘terug te vechten’.

    Volgens El País weet Trump dat de beslissing om het departement te sluiten ‘niet helemaal in zijn handen ligt’. De sluiting van zo’n federale afdeling ‘vereist de goedkeuring van het Congres, en meer specifiek zestig stemmen [van de honderd] in de Senaat’. De Republikeinen hebben echter maar 53 zetels in de Senaat en ‘geen enkel lid van de Democratische Partij zal deze motie steunen’, aldus het Spaanse dagblad. De ontmanteling van het ministerie lijkt dus een nieuwe actie van Trump te zijn waarmee hij de democratische instellingen wil omzeilen.

  • Volksschool Ixquic biedt onderwijs en veiligheid voor allerlei kinderen

    Volksschool Ixquic biedt onderwijs en veiligheid voor allerlei kinderen

    In een land met een onderwijssysteem waar meer dan een miljoen jongens en meisjes buiten de boot vallen, vangt een volksschool arme migrantenkinderen op die anders rondhangen op het grote plein in Guatemala-Stad.

    Volksschool Ixquic zag het licht dankzij een droom van lerares Rosa Gallardo, de oprichter. Het verhaal heeft ronduit magisch-realistische trekjes: in dat visioen zei haar grootmoeder van moederskant, die ze nooit had gekend, dat ze een school moest beginnen voor de meisjes op het centrale plein van Guatemala-Stad.

    Gallardo had twee achtereenvolgende jaren op datzelfde plein de herdenking bijgewoond van de tragedie die plaatsvond in het opvanghuis Virgen de la Asunción, waarbij 41 meisjes door brand om het leven kwamen. Het plein was veranderd in het epicentrum van de demonstraties en herdenkingen rond die gebeurtenis, waaraan zij steevast deelnam met het feministische collectief Plaza Las Niñas.

    Het Plaza de la Constitución, ook wel Parque Central genoemd, is een plek vol bedrijvigheid waar dagelijks vele vrouwen met hun koopwaar naartoe komen, vergezeld van hun kinderen, die ze nergens kunnen onderbrengen en die niet bij een onderwijsinstelling staan ingeschreven. De aanwezigheid van hele gezinnen, bijna allemaal berooid, is daar een vertrouwd beeld.

    Gallardo wist meteen wat haar te doen stond en stelde de vrouwen van haar collectief voor een school in de openlucht te beginnen, waar deze meisjes les zouden krijgen over mensenrechten en andere onderwerpen; het moest voor hen een plek zijn om te leren, aangezien ze waren uitgesloten van het onderwijssysteem.

    ‘Als deze ventende vrouwen al moeite hebben om hun dochters te eten te geven, hoe wil je dan dat ze hen naar school laten gaan? Dan moeten ze uniformen, spullen voor school en noem maar op kopen,’ vertelde Gallardo haar vriendinnen zo’n zes jaar terug. Hoewel de meesten aanvankelijk sceptisch waren vanwege de vage oorsprong van het plan, waren er ook die instemden, en het project kreeg z’n beslag.

    Uitgebuit

    De eerste schooldag was in 2020 en op de oproep kwamen niet alleen jonge meisjes af, zoals de bedoeling was geweest. De behoefte bleek veel groter: er kwamen ook jongens en oudere kinderen opdagen. Zo kreeg Gallardo’s droom gestalte, maar de realiteit was een stuk ernstiger dan ze had verwacht.

    ‘De kinderen die we aantreffen op het plein hebben te maken met veel geweld. Er is daar sprake van mensenhandel, drugs, lichte misdrijven, prostitutie, bendes,’ vertelt ze. ‘Veel kinderen worden uitgebuit en moeten de hele dag met spullen leuren, dus gaan ze niet naar school.’

    Gallardo staat niet alleen voor de uitdaging les te geven maar ook een veilige plek te bieden aan de verwaarloosde kinderen op het plein, en dan gaat het om kinderen die afkomstig zijn uit de periferie van de stad en uit inheemse gemeenschappen zoals de garífuna’s en maya’s, maar ook om migrantenkinderen uit Venezuela, Colombia, Haïti en andere Midden-Amerikaanse landen.

    Tientallen kinderen bezoeken Volksschool Ixquic, die om de veertien dagen in bedrijf is, regelmatig. Het huidige gemiddelde is vijfentwintig kinderen per dag, maar soms zijn het er wel vijftig, met name in de maanden dat er groepen migranten vanuit het zuiden door Guatemala trekken.

    ‘Sommige kinderen zien we maar één keer, andere blijven langer dan een maand en weer andere brengen jaren bij ons door’

    ‘Sommige kinderen zien we maar één keer, andere blijven langer dan een maand en weer andere brengen jaren bij ons door,’ vertelt Gabriela Hernández, die als lerares aan de school verbonden is.

    In het begin kwamen er alleen kinderen uit de wijken rond het plein. Velen van hen woonden daar al hun hele leven, maar anderen waren met hun ouders, die op zoek waren naar werk, vanuit inheemse en plattelandsgemeenschappen naar de hoofdstad getrokken.

    Ze kwamen dus overal vandaan en troffen elkaar aan het eind van de dag op hetzelfde plein zonder gelegenheid om naar school te gaan. Ze hielpen hun papa en mama bij het verkopen of doodden simpelweg de tijd met andere jongens en meisjes omdat er verder niets te doen was – geen ongewoon tafereel in Guatemala.

    Het aantal kinderen dat niet naar school gaat is groot en neemt toe naarmate het onderwijsniveau stijgt en steeds meer kinderen om ethische of economische redenen geen toegang hebben tot school, vertelt Aimée Rodríguez, socioloog en coördinator onderwijs aan het Flacso, het Latijns-Amerikaans Instituut voor Sociale Vraagstukken in Guatemala.

    Buiten de boot

    Bij het kleuter-, lagereschool- en middelbareschoolonderwijs vielen in 2023 tenminste 1.117.111 jongens en meisjes buiten de boot, volgens jaarcijfers van het ministerie van Onderwijs van Guatemala.

    In het voortgezet onderwijs zijn de aantallen niet-schoolgaande kinderen het grootst, terwijl in het basisonderwijs opvalt dat een aanzienlijk deel van de scholieren eigenlijk te oud is voor de klas waarin ze zitten. In 2023 had het basisonderwijs het hoogste percentage schoolgaande kinderen.

    In 2023 stond 10,58 procent van de kinderen onder de zes jaar bij geen enkele school ingeschreven. Bij het basisonderwijs was dat 32,1 procent en bij het middelbaar onderwijs bedroeg het aantal kinderen dat niet naar school ging 66,22 procent.

    Het percentage schoolgangers neemt drastisch af in de departementen met een grotere inheemse of plattelandsbevolking, zoals Huehuetenango, een departement dat op alle onderwijsniveaus de hoogste percentages niet-schoolgaande kinderen heeft, gevolgd door Quiché, Totonicapán en Chimaltenango. In Totonicapán ging bijvoorbeeld maar 12,75 procent van de jongeren in de leeftijd voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs daadwerkelijk naar school. 

    ‘Wie arm is kan niet studeren want het onderwijs mag dan gratis zijn, er zitten altijd kosten aan vast’

    Het voornaamste obstakel voor de toegang tot onderwijs blijft armoede, benadrukt Rodríguez. ‘Wie arm is kan niet studeren want het onderwijs mag dan gratis zijn, er zitten altijd kosten aan vast,’ legt ze uit. Daarbij gaat het om uitgaven voor de uniformen, schoolspullen, opdrachten waarvoor je naar de kantoorboekhandel moet, en zo meer.

    Volgens Rosa Gallardo, de oprichter van Volksschool Ixquic, bedraagt de gemiddelde uitgave voor een kind om naar school te kunnen gaan per dag 100 quetzal (12,43 euro). Dit bedrag is inclusief de kosten voor ten minste één maaltijd en kan hoger uitvallen al naargelang de vervoerskosten. 

    ‘Toen we met het schooltje begonnen, gaven we alleen middageten, maar na vijf jaar ervaring begrepen we dat dat niet genoeg was voor deze kinderen. Daarom geven we nu een ontbijt, een tussendoortje en middageten,’ vertelt ze.

    Een ander obstakel is het tekort aan scholen, die zich met name bevinden in de hoofdplaatsen van gemeenten en departementen. In zulke gevallen gaan alleen de kinderen uit gezinnen die over een vervoermiddel beschikken of vervoer kunnen betalen naar school. Het komt ook voor dat de families die zich dat kunnen permitteren naar de stad verhuizen.

    escuela popular ixquic 3 1
    © Volksschool Ixquic

    Volgens het ministerie van Onderwijs zijn er in Guatemala 8442 basisscholen op een bevolkingsgroep van 1.065.795 kinderen in de basisschoolleeftijd. Dat betekent dat elke school meer dan 126.000 kinderen zou moeten kunnen herbergen. 

    Wat het voortgezet onderwijs betreft, voor dit schooltype zijn er maar 5041 instellingen op een bevolkingsgroep van 1.050.144 jongeren in de betreffende leeftijd. Dus zou elke school een capaciteit moeten hebben voor meer dan 200.000 leerlingen.

    ‘Al met al heb je dus een openbare school in je eigen gemeente of in de buurt nodig plus de economische omstandigheden om daar op reguliere basis naartoe te gaan,’ vat Rodríguez samen.

    Zonder een onderwijsbeleid dat gericht is op deelname van de inheemse, plattelands- en anderszins gemarginaliseerde sectoren, zal de systematische uitsluiting van deze groepen blijven bestaan. De redenen achter deze problematiek zijn complex, legt Rodríguez uit, maar het komt in de kern neer op een gebrek aan middelen én politieke wil.

    Beperkt budget

    Het budget voor openbaar onderwijs is beperkt. Hoewel het gaat om de op een na hoogste post in de staatsuitgaven, is het meeste geld bestemd voor de lonen van het personeel, dus blijft er weinig over voor noemenswaardige verbeteringen van het onderwijsstelsel.

    ‘Zo kun je geen diepgaande veranderingen in het onderwijsbeleid doorvoeren of experimenteren met projecten om te zien wat wel werkt en wat niet,’ stelt Rodríguez.

    Al was de kinderschare die de volksschool bezocht vanaf het begin divers, de laatste jaren werd die nog diverser als gevolg van de grote groepen migranten die door het land trokken. Ineens kwamen er kinderen naar de school die anders praatten en er anders uitzagen.

    De meeste kinderen die uit het zuiden kwamen, hadden de dichte jungle van Darién doorkruist met bestemming de Verenigde Staten. Het waren vooral Venezolanen en Colombianen, maar er voegden zich ook kinderen uit Midden-Amerika bij hen, zoals Hondurezen en Salvadorianen.

    ‘We zien de migrantenkinderen één dag en dat is het dan, maar het doet ertoe want we onderwijzen hen op een heel specifiek moment en kunnen hun lot een beetje veraangenamen. Zij laten ons op hun beurt achter met onderwerpen waar we van leren. Het is belangrijk om de rechten van migrantenkinderen te respecteren, ook al zijn ze alleen maar op doorreis,’ zegt lerares Gabriela Hernández.

    In 2024 doorkruisten 302.203 personen de regio Darién en in 2023 waren dat er meer dan 520.085, en velen van hen migreren in gezinsverband, inclusief minderjarigen, aldus cijfers van de Servicio Nacional de Migración van Panama.

    Een veilige plek

    Nogal wat van de migrerende kinderen blijven wat langer op de volksschool, omdat hun ouders op dat moment aan geld moeten zien te komen voor het vervolg van de reis. Zo leren de jongens en meisjes van elkaar over hun verschillende achtergronden en ervaringen, en beschikken ze, al is het maar voor even, over wat Gallardo vanaf het begin voor ogen had: een veilige plek.

    Hoewel de meeste migrantenkinderen slechts op doorreis zijn, zijn er ook migrantengezinnen die zich in Guatemala vestigen, benadrukt Gallardo. In dat geval krijgen de kinderen te maken met een nieuwe reeks uitdagingen om formeel in het onderwijssysteem te integreren. 

    ‘De staat heeft de handen vol aan de eigen bevolking, laat staan dat er middelen beschikbaar zijn om te zorgen voor leerlingen van elders,’ aldus Rodríguez. 

    Deze leerlingen stuiten ook op bureaucratische obstakels als ze niet beschikken over de benodigde papieren of een officiële verblijfsstatus. Bovendien, zegt Rodríguez, betekent de toelating van buitenlandse leerlingen dat er een aangepast leerplan moet komen, met oog voor culturele verschillen, wat evenmin gebeurt.

    Ondertussen probeert Volksschool Ixquic de kinderen de gelegenheid te geven om te leren, te spelen en te genieten in een land waar ze buiten het schoolsysteem vallen en niet de kans krijgen om zich te ontwikkelen. 

  • Scholen in rijke landen presteren slecht

    Scholen in rijke landen presteren slecht

    Ongeveer een kwart van de vijftienjarigen in OESO-landen voldoet niet aan de basisvaardigheden in wiskunde, lezen en natuurwetenschappen. Finland gaat het sterkst achteruit.

    Al voordat de covid-19-pandemie miljoenen kinderen uit hun klaslokalen verdreef, zaten scholen in heel Amerika vast in een patroon. De prestaties van leerlingen in wiskunde en lezen worden bijgehouden door middel van de National Assessment of Educational Progress, een reeks referentietesten die soms de Nation’s Report Card wordt genoemd. Gedurende het grootste deel van die vijf decennia bleven de scores verbeteren. Maar begin 2010 stopte die ontwikkeling. En tegen 2020 daalden de scores weer.

    Testscores in veel andere rijke landen laten een soortgelijke trend zien. Al twee decennia lang vragen analisten van de OESO, een club van over het algemeen rijke landen, vijftienjarigen op tientallen plaatsen om vergelijkbare examens af te leggen voor wat bekendstaat als het Programme for International Student Assessment (PISA). In 2018 bleek uit deze tests dat de gemiddelde vijftienjarige in de OESO-landen niet vaardiger is in wiskunde, lezen of natuurwetenschappen dan in het begin en midden van de jaren 2000 (zie grafiek). Voor exacte vakken en lezen gold dat de scores over het algemeen stegen tot in respectievelijk 2009 en 2012, waarna ze weer daalden. Bij wiskunde was er sprake van stagnatie. Dit ondanks dat de uitgaven per leerling gestegen waren.

    De afgelopen tien jaar zijn er maar weinig landen geweest die hun scores sneller en harder zagen dalen dan Finland

    Uit hun cijfers blijkt dat de kwaliteit van het onderwijs in een groep van twintig rijke landen vrij snel is gestegen in de jaren tachtig en negentig, maar daarna weer is afgenomen.

    Het probleem is niet dat er geen verbetering mogelijk was. In de afgelopen jaren zijn enkele van ’s werelds beste schoolsystemen vooruitgang blijven boeken. In Singapore, waar tieners alle anderen versloegen in de laatste ronde van de PISA-tests die in 2022 werden afgenomen, stegen de scores zelfs tijdens de pandemie. Maar zulke rijzende sterren in Azië staan in contrast met westerse systemen die weinig vooruitgang boeken of, in sommige gevallen, zelfs flink in verval zijn. De afgelopen tien jaar zijn er maar weinig landen geweest die hun scores sneller en harder zagen dalen dan Finland, ooit een lievelingetje van hervormers. Andere OESO-landen die achteruit lijken te gaan zijn Frankrijk, Duitsland, Nederland en Nieuw-Zeeland (zie grafiek).

    Nieuwkomers

    De pogingen om de slechte vooruitgang te verklaren vallen grofweg in twee groepen uiteen. De eerste is dat leerlingen veranderen op een manier die het voor scholen moeilijk maakt om verder te verbeteren. Volgens deze redenering is een stilstand in de resultaten een redelijke prestatie, aangezien scholen hiervoor al harder moeten lopen.

    Toenemende migratie speelt hierin vaak een belangrijke rol. In Duitsland verdubbelde het aandeel van tieners die eerste of tweede generatie immigranten zijn tussen 2012 en 2022 van 13 naar 26 procent. Ook in Groot-Brittannië, Oostenrijk en Zwitserland is sprake van een grote stijging. Nieuwkomers zijn meestal armer dan hun leeftijdsgenoten en spreken thuis vaker een vreemde taal.

    Meer in het algemeen, zo luidt het argument, drukken de grote economische tegenslagen van de laatste twee decennia op het leerproces. In de jaren na de grote financiële crisis steeg het aandeel kinderen in relatieve armoede (kinderen in huishoudens met minder dan de helft van het modaal besteedbaar inkomen) in 20 van de 33 OESO-landen waar dergelijke gegevens beschikbaar waren. In 2018 waren er nog steeds 13 landen (van de 33) met armoedepercentages die hoger lagen dan tien jaar eerder. Kinderen leren minder als ze ziek of hongerig zijn, of als ze door een hectisch gezinsleven niet elke les kunnen bijwonen. Kinderen die achter raken op school als gevolg van dergelijke ontberingen kunnen hun achterstand zelfs niet inhalen als de financiën van hun ouders verbeteren.

    Meer dan 60 procent van de leerlingen in de rijke wereld geeft aan dat hun telefoon ze soms afleidt tijdens de lessen op school

    Sommigen wijzen ook op toenemende angsten en andere geestelijke gezondheidsproblemen bij kinderen. In 2022 beoordeelde ongeveer 18 procent van de tieners hun levenstevredenheid als 4 of lager op een schaal van 10, volgens gegevens van de OECD, tegenover 11 procent in 2015. Vaak krijgen sociale media hiervan de schuld, maar onderzoeksgegevens bevestigen dat nog niet. Wel is het mogelijk dat beeldschermen de resultaten beïnvloeden. Meer dan 60 procent van de leerlingen in de rijke wereld geeft aan dat hun telefoon of tablet ze soms afleidt tijdens de lessen op school. Leerlingen die aangeven op school veel in de weer te zijn met apparaten, scoren lager in internationale tests.

    Dergelijke obstakels zijn minder storend wanneer het onderwijs hoog op de prioriteitenlijst staat. Maar in de rijke landen is dat lang niet meer altijd het geval. In het begin van de jaren 2000 leidden de slechte prestaties van Duitsland op internationale toetsen tot een ophef die tot veranderingen leidde; in de jaren daarna schoten de toetsscores weer omhoog. In het laatste decennium zijn ze echter weer gedaald, alleen heeft het publiek dit keer veel minder interesse in het onderwerp, stelt Ludger Woessmann, onderwijseconoom aan de Ludwig Maximilian Universiteit van München.

    Turkse droom in duigen

    De ‘Europese droom’ van jonge Turken om elders op het continent te gaan studeren wordt steeds fictiever sinds hun visumaanvragen aan allerlei economische criteria moeten voldoen, om te voorkomen dat ze politiek asiel aanvragen.

    Ondanks het herstel van het Erasmus-programma na de verstoringen door de covid-19-pandemie, ondervinden Turkse studenten steeds vaker problemen.
    Sindsdien zijn er maatregelen genomen om de inclusiviteit en toegang te verbeteren, maar de economische en politieke situatie in Turkije blijft een grote belemmering voor Turkse studenten. De lira heeft bijvoorbeeld meer dan de helft aan waarde verloren ten opzichte van de euro. Een jaar studeren in Europa is daardoor onbetaalbaar geworden voor veel Turkse gezinnen, zelfs met de beschikbare beurzen, meldt het dagblad HaberTürk.
    Het dagblad Cumhuriyet schreef dat een zeventien jaar oude Erasmus-kandidaat op bezoek in Europa een bericht had achtergelaten met: ‘Zoek me niet, ik kom niet terug.’ Nadat hij naar Duitsland was vertrokken, diende hij daar een verzoek om politiek asiel in, meldt de krant. Particuliere bedrijven waaraan de Europese consulaten de indiening van aanvragen uitbesteden, worden geïnfiltreerd door oplichters die zogenaamd gespecialiseerd zijn in ‘studentenadvies’ en gebruikmaken van bots, geautomatiseerde computerprogramma’s, waarmee ze plekken reserveren en deze vervolgens tegen een hoge prijs doorverkopen.

    In sommige systemen kan cijferinflatie een valse geruststelling bieden. In 2019 was het gemiddelde cijfer van een Amerikaanse middelbare scholier 3,11, tegenover 2,94 twee decennia eerder. Een recente studie van ACT, die toelatingstoetsen voor universiteiten maakt, laat zien dat tussen 2010 en 2021 de prestaties op de examens daalden, zelfs toen de cijfers die leraren gaven omhooggingen. Scholen werden guller in hun cijfers tijdens de pandemie, en die neiging lijkt in stand te zijn gebleven. In Amerikaanse klaslokalen halen leerlingen ongeveer dezelfde cijfers als in 2019, ook al twijfelt niemand eraan dat ze door de pandemische verstoringen verder achterop zijn geraakt.

    Hoge kosten

    Trage vooruitgang in het onderwijs brengt hoge kosten met zich mee. Als tests de capaciteiten in de meest fundamentele basisvaardigheden nauwkeurig meten, betekent de stagnatie een ramp. Ongeveer een kwart van de vijftienjarigen in landen die lid zijn van de OESO voldoet niet aan de basisvaardigheden in wiskunde, lezen en natuurwetenschappen, volgens de normen van PISA. Dat betekent dat 16 miljoen tieners moeite hebben met rekentaken of het lastig vindt om relatief eenvoudige teksten te duiden.

    Veel onderzoeken tonen aan dat het voortbrengen van goede denkers de meest betrouwbare en duurzame manier is om economische groei te stimuleren. Een paar jaar geleden modelleerden professor Woessmann en Stanford-econoom Eric Hanushek de voordelen die zouden kunnen voortvloeien uit het opkrikken van de wiskundige en wetenschappelijke vaardigheden van de beroepsbevolking met een factor die overeenkomt met ongeveer 25 punten op de PISA-tests. Ze ontdekten dat deze ontwikkeling de jaarlijkse bbp-groei in rijke landen met een half procentpunt zou doen toenemen. Ze schatten dat als een land in 2030 zou beginnen met hem kweken van slimmere jongeren, dat aan het einde van de eeuw zou hebben geleid tot een economie die met ongeveer 30 procent groeit.

    Schoolsystemen moeten aan de slag. Hoe langer ze treuzelen, hoe moeilijker het wordt om ze nieuw leven in te blazen. In Amerika weerhoudt een gevoel van vermoeidheid over onderwijshervormingen stichtingen en filantropen ervan te investeren in experimenten die bevorderlijk kunnen zijn. Slecht nieuws uit evaluaties wordt steeds vaker genegeerd, soms vanuit de overtuiging dat de methoden om vooruitgang te meten bevooroordeeld zijn tegen bepaalde groepen kinderen. Fraai klinkende hervormingsideeën waarvoor weinig bewijs is krijgen steun, terwijl basalere oplossingen worden genegeerd.  

  • Septembernummer | Terug naar school

    Septembernummer | Terug naar school

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Rutte, de NAVO en Trump

    » Minder spanning tussen soennieten en sjiieten

    » Is er dan toch een planeet B?

    Basisvaardigheden

    Het gebeurt steeds vaker dat een actueel onderwerp ons bekend voorkomt. Hebben we dat niet al een keer gehad? En dat blijkt dan inderdaad zo te zijn. Nu is het onderwijs weer aan de beurt, een internationaal hoofdpijndossier dat het nieuws ook moet halen met vernieuwingen, aanpassingen en andere modellen omdat de tijd daarom vraagt. Helaas gaat het daar (nog) niet over.

    De stand van zaken is volgens een uitgebreid onderzoek in The Economist dat door tal van oorzaken basisvaardigheden niet door iedereen meer goed worden aangeleerd. Het schijnt zo te zijn dat vooral in rijke westerse landen als Finland, Duitsland, Frankrijk en Nederland vijftienjarigen er stukken minder bedreven in zijn dan hun leeftijdsgenoten in Singapore of andere Aziatische landen waar ouderlijke druk, ambitie en hoge cijferlijsten een investering in de toekomst zijn.

    Dat alleen de rijken kwaliteit kunnen kopen op privéscholen werkt tweedeling in de hand waar we nou juist van af willen

    Overal ter wereld is een toenemende voorkeur te zien voor particulier onderwijs, wat sociale segregatie alleen maar versterkt. In Frankrijk brak zelfs een rel uit omdat de minister van Onderwijs haar kinderen van een openbare school afhaalde aangezien ‘de [uitgevallen] lessen niet werden vervangen’. Ook op dit continent zoeken ouders dus naar de beste scholen voor hun kroost. Begrijpelijk. Maar dat alleen de rijken kwaliteit kunnen kopen op privéscholen werkt tweedeling in de hand waar we nou juist van af willen. Hebben ze in Estland geen last van. Geen kunst voor een land met minder dan anderhalf miljoen inwoners, ook al laten ze wel ziend at wie niet groot en sterk is slim kan zijn.

    Dat het Estse onderwijssysteem goed in elkaar zit komt, zegt men, doordat het ‘ouder dan de staat’ is en ‘van onderaf’ opgebouwd door deskundigen zonder inmenging van de overheid. Bovendien hebben de Esten het onderwijs direct en naadloos aangepast aan het digitale tijdperk. Maar ook dit land loopt tegen problemen aan, zoals dat met een oorlog naast de deur beschikbaar budget naar defensie gaat.

    In het Verenigd Koninkrijk is de knoet weer terugdrillen zou helpen. In Griekenland slaan ze aan het privatiseren. In Italië is men zo bezorgd over de aansluiting tussen hoger onderwijs en de arbeidsmarkt dat bedrijven en organisaties eigen opleidingsinitiatieven starten. Een diploma staat er lang niet altijd garant voor de vereiste vaardigheden. Zou dat een hervorming kunnen zijn, de leercurve omdraaien? Eerst een baan, en dan pas een passende opleiding?

    Katrien Gottlieb

    Gottlieb@360international.nl

    Screenshot 2024 08 28 at 15.26.50 1
  • Estland scoort torenhoog op ranglijst onderwijs

    Estland scoort torenhoog op ranglijst onderwijs

    Als de Esten wilden overleven, moesten ze slim zijn. Het kleine, relatief arme land heeft inmiddels de beste scholen van Europa. Leraren zijn hoogopgeleid, sociale en persoonlijke vaardigheden krijgen veel aandacht, evenals academisch leren, robotica, muziek en kunst.

    Het onderwerp van vandaag in de sciencefictionles op het staatsgymnasium Pelgulinna is Blade Runner. Op donderdag zijn er ‘vrijwillige’ lesdagen, waarop leerlingen van deze middelbare school in de hoofdstad van Estland, Tallinn, kunnen kiezen uit een reeks vakken. Andere vakken die vandaag aan bod komen zijn onder andere een cursus rechten en democratie, programmeren en creatief schrijven in het Engels. De zeven zeventienjarige leerlingen in de sciencefictionles hebben zojuist 30 minuten van de film bekeken en bereiden zich voor om erover te discussiëren. Als ik naar binnen sluip schakelen ze voor mij over op perfect Engels. ‘We hebben het gehad over jungiaanse archetypes, persona’s en het superego,’ zegt Triin, een van de leerlingen. ‘Het heeft me echt geholpen om de verschillende aspecten van het mens-zijn te begrijpen en hoe je diepere personages kunt creëren.’ Ze hebben ook Brave New World en 2001: A Space Odyssey bestudeerd. In de paar minuten dat ik er ben, hebben de leerlingen het over de Amerikaanse geschiedenis, kinderarbeid, empathie en nog veel meer. ‘Ik heb zo veel vragen,’ zegt Triin.

    Ik ook. Hoe is Estland, een klein land dat relatief arm is vergeleken met het grootste deel van de EU, een grootmacht op het gebied van onderwijs geworden? Op de ranglijst van het Programme for International Student Assessment (PISA) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, dat de vaardigheden van vijftienjarigen meet op het gebied van wiskunde, lezen en wetenschap, staat een handvol Aziatische landen bovenaan, maar daarop volgt Estland, als de beste van Europa. De leraren zijn hoogopgeleid, de nadruk ligt op sociale en persoonlijke vaardigheden maar ook op academisch leren en het curriculum bevat een breed scala aan onderwerpen, van robotica tot muziek en kunst. Britse politici nemen hier nota van. In 2022 bracht Bridget Phillipson, de schaduwminister van Onderwijs van Labour, een bezoek om te zien hoe Estland dat doet.

    Gelijkheid

    Gunda Tire, die internationale evaluaties leidt voor de onderwijs- en jeugdraad van Estland, zegt dat het succes van het land deels te danken is aan de mix van geschiedenis en geografie. ‘We hebben Zweden, Denemarken, Rusland en Duitsland over de vloer gehad. Als de Esten wilden overleven, moesten ze slim zijn en ze begrepen dat onderwijs hen vooruit zou helpen. Hetzelfde gold toen we onder Sovjetbezetting waren.’ 

    Bauhäusle: Zelfgebouwd studentenhuis

    Bauhäusle in Stuttgart begon met een weggerotte vensterbank maar is sinds 1981 het voorbeeld van alternatieve studentenhuisvesting geworden.

    Bauhäusle is volledig door architectuurstudenten ontworpen en gebouwd. In plaats van alleen het hout te vernieuwen, kregen ze de opdracht een gebouw te maken waarin ze zelf konden wonen. Het sociologische en architectonische experiment was geïnspireerd op het werk van Walter Segal, pionier in zelfbouw en autodidactisme, een in Duitsland geboren Britse architect die geloofde dat iedereen die met gereedschap om kon gaan in staat was om zijn eigen huis te bouwen. Hij ontwierp een zo eenvoudig en werkbaar mogelijk systeem met hout, panelen en bouten, dat door de bewoners in de loop der jaren is aangepast en verbeterd.
    Groepen van vier tot vijf studenten maakten elk de plannen voor hun individuele kamers, die vervolgens werden samengevoegd tot een modulaire structuur. De residentie bestaat uit acht totaal verschillende delen, met een paar vaste afmetingen zoals de breedte van de kamers.
    Bewoners hebben de vrijheid hun kamer naar eigen wens aan te passen. Dit zorgt voor een constant veranderende ruimte, waarin elke kamer uniek is. Een van de eerste bewoners noemt het project tegen Süddeutsche Zeitung om die reden ‘hallucinerend’.

    Een van de blijvende principes, zegt ze, is gelijkheid – dat iedereen een gratis schoollunch krijgt is zowel een ideologisch als een praktisch besluit. En bijna alle kinderen gaan naar de kleuterschool, die zwaar gesubsidieerd wordt, zodat tegen de tijd dat ze naar school gaan op de relatief late leeftijd van zeven jaar hun achterstand niet te groot is. Autonomie is ook fundamenteel. ‘We geven scholen de mogelijkheid om zelf te beslissen.’

    Estland heeft zich ook snel aangepast aan het digitale tijdperk. Al in 1997 lanceerde het land een initiatief met de naam Tiigrihüpe (Tijgersprong), om computers en software te verbeteren en scholen toegang tot internet te geven. ‘We trainden veel leraren, verbonden alle scholen met elkaar en gaven ze computers,’ zegt Tire. ‘Het idee is niet om een IT-klas te hebben, maar om digitale vaardigheden overal te integreren.’ Veel kinderen leren coderen en robotica, en alles, van schoolboeken tot communicatie met ouders, is digitaal. In plaats van leerlingen die de orde verstoren hardhandig te straffen, zegt Tire, hebben Estse scholen over het algemeen een meer verzorgende aanpak – het is gebruikelijk om kinderen mee naar buiten te nemen en ze in een kleine groep te onderwijzen De meeste scholen hebben een psycholoog en een counselor.

    ‘Ze leren koken, breien, dat soort dingen’

    Creatieve vakken worden net zo gewaardeerd, legt Tire uit: ‘Ze moeten allemaal kunst en muziek volgen, en “technologie”. Met andere woorden, ze leren koken, breien, dat soort dingen. We merken dat het welzijn en gevoel van voldoening bij de kinderen daardoor toeneemt. We denken niet dat dat irrelevant is. Sommige landen zeggen: “We hebben de muziekles eruit gehaald om meer wiskunde te geven.” Maar als je naar bladmuziek kijkt is dat echt niet minder ingewikkeld.’ 

    Creatieve vakken, zegt Tire, kunnen allerlei vaardigheden bevorderen, zoals teamwerk en het vermogen problemen op te lossen. Ze glimlacht als ze terugdenkt aan tienerjongens die vorig jaar op een groot festival enthousiast meededen aan de volksdansen die ze op school hadden geleerd. ‘Het is een fysieke activiteit, en een plezierige. Bovendien ben je in een groep en moet je communicatieve vaardigheden gebruiken.’

    Griekenland, privatisering universiteiten

    Griekse studenten hebben tevergeefs verzet gepleegd tegen een wetsvoorstel van de conservatieve regering dat de privatisering van universiteiten aanmoedigt.

    Ondanks wekenlange demonstraties werd ingestemd met het voorstel om het universitaire onderwijs in het land open te stellen voor andere dan de huidige staatsuniversiteiten
    Volgens oppositieblad AVGI kneep de regering Mitsotakis openbare universiteiten jarenlang uit en liet ze na wetenschappelijk onderzoek te financieren. Veel studenten vrezen dat de privatisering van universiteiten zal leiden tot hogere collegegelden, waardoor hoger onderwijs minder toegankelijk wordt voor studenten uit minder welvarende gezinnen. Bovendien zal hoogstwaarschijnlijk de focus meer op winst dan op academische excellentie komen te liggen.
    De Griekse regering hoopt juist de exodus van Griekse jongeren naar het buitenland tegen te gaan. Studenten zijn echter sceptisch over de effectiviteit van deze maatregel en vrezen dat het creëren van particuliere instellingen niet noodzakelijkerwijs zal leiden tot betere werkgelegenheidskansen of een vermindering van de ‘brain drain’.
    Momenteel studeren ongeveer 650.000 mensen aan de Griekse staatsuniversiteiten. Ongeveer 40.000 Griekse jongeren studeren over de grens.
    De regering wil in september 2025 de eerste niet-openbare universiteit openen.

    Om door te stromen naar het hoger secundair onderwijs, het equivalent van het zesde jaar, leggen de leerlingen slechts drie examens af – wiskunde, Ests en een vak naar keuze. Dat is nogal een verschil met de meeste andere landen. Kun jij je voorstellen dat je acht of meer examens moet doen? vraag ik Cordelia Violet Paap, een zeventienjarige studente aan de Pelgulinna State. Ze kijkt geschokt en zegt: ‘Dat is veel. Dan zou ik veel meer stress hebben.’ 

    Creativiteitsethos

    Paap vertelt dat de creativiteitsethos van haar school ‘veel leuker is dan de strikte orthodoxe manier, waarbij je alleen maar in een klaslokaal zit en luistert’. Targo Tammela (17), die net uit een les Scandinavische geschiedenis komt, zegt dat er ‘nog steeds discipline is, je moet nog steeds voor elke toets slagen’. Het veelgeprezen digitale onderwijs maakt een groot deel uit van hun leerproces, vertellen ze. Technologie is overal beschikbaar en de meeste leermiddelen en toetsen zijn online. ‘Er zijn een paar nadelen, want je kunt er lui van worden of afgeleid raken door het internet,’ zegt Tammela. ‘Maar de voordelen wegen ertegen op.’

    Het is vroeg in de middag en op het Gustav Adolf Gymnasium in het oude gedeelte van Tallinn zit de schooldag er voor veel leerlingen al op. Ik wacht bij de poort op de hoofdonderwijzer en zie jonge kinderen alleen of met vriendjes naar huis lopen. ‘Ze zijn over het algemeen erg zelfstandig,’ zegt Henrik Salum, het schoolhoofd (jonge man, gekleed in spijkerbroek).

    Strenge scholen Verenigd Koninkrijk

    In Engeland verschijnen steeds meer buitensporig strenge scholen, zoals de Michaela Community School in Londen. Deze scholen worden gekenmerkt door een uiterst gestructureerde en gedisciplineerde aanpak, waarbij strikte controle wordt uitgeoefend op het gedrag van leerlingen.

    Met de uitdrukking You can hear a pin drop wordt vaak verwezen naar de extreme stilte en orde die in deze scholen heerst. Strakke regels en routines, gereguleerde bewegingen door de school en een geconcentreerde leeromgeving zouden leiden tot betere academische resultaten.
    Deze nieuwe aanpak grijpt terug naar de orde en tucht van de traditionele public schools; exclusieve, dure en meestal particuliere internaten die onafhankelijk onderwijs bieden en leerlingen voorbereiden op de universiteit en maatschappelijke leiderschapsrollen. Ondanks de naam ‘public’, zijn deze scholen privé en worden ze niet door de overheid gefinancierd.
    Een van deze scholen, Eton College, bracht de meeste politieke leiders voort, zoals Boris Johnson en David Cameron. Twintig in totaal.
    Afgezien van de resultaten staan de public schools ook bekend om repressie en bullying en de sociale en emotionele gevolgen daarvan op de ontwikkeling van leerlingen.
    Striktere onderwijsmethoden lijken samen te hangen met een conservatieve politieke ideologie. Over de effectiviteit en wenselijkheid daarvan wordt volop gedebatteerd in het Britse onderwijs.

    Achter de historische gevel is de school opnieuw ingericht, licht en ruimtelijk. In een van de ruimtes hangen bokszakken, deze wordt ook voor danslessen gebruikt. In een andere ruimte kun je tafeltennissen. In het enorme centrale atrium, waar de kinderen lunchen, staat een piano en is een podium voor optredens. Leerlingen zitten op de traptreden en maken schoolwerk of kletsen wat. De sfeer is gemoedelijk en ontspannen.

    Zijn er gedragsproblemen? ‘Natuurlijk,’ zegt Salum. ‘Elke dag is er wel een incident waarbij je leerlingen duidelijk moet maken dat ze anderen moeten respecteren en hoe ze zich moeten gedragen. We hebben bepaalde leerlingen die we beter in de gaten moeten houden en we hebben veel contact met de ouders. Maar over het algemeen merk ik dat de leerlingen het naar hun zin hebben.’ Het ziet er in ieder geval behoorlijk harmonieus uit. In een van de brede gangen zijn twee kinderen aan het schaken en overal liggen keurige stapels kussens voor als je wil socializen of voor als een van de leraren besluit in een andere omgeving dan zijn lokaal les te geven.

    ‘Een van de belangrijkste elementen van het Estse onderwijssysteem is dat scholen en leraren veel vrijheid hebben’

    In een klas waar Ests wordt gegeven is het stil. Een groep acht- en negenjarigen werkt aan een samenvatting van een boek dat ze net hebben gelezen en dat op het grote scherm te zien is. In een andere klas werken twaalf- en dertienjarigen aan hun Engelse woordenschat. Er zitten maar zestien kinderen in deze klas. De klassen tellen meestal achtentwintig leerlingen, maar vreemde talen worden in kleinere groepen onderwezen, zodat iedereen de kans krijgt om te spreken en mee te doen.

    In Maria Tooms klas van tien- en elfjarigen zijn enkele kinderen na de les blijven zitten om met me te praten – allemaal in uitstekend Engels. Wat herinneren ze zich van de kleuterschool? Het was leuk, zeggen ze. ‘We hadden slaappauzes,’ vertelt een meisje, Laura. Hier krijgen ze in plaats daarvan ‘hersenpauzes’ – verschillende keren in een les geeft hun lerares, die bij haar voornaam wordt aangesproken, hun een pauze om wat te bewegen of om een spelletje te spelen.

    Controverse Frans openbaar onderwijs

    Amélie Oudéa-Castéra, de Franse minister met een van de moeilijkste portefeuilles (Onderwijs), heeft een storm van kritiek moeten weerstaan van zowel de lokale als internationale pers, toen zij besloot haar kinderen van een openbare school in Parijs te halen vanwege lessen die niet vervangen zouden worden.

    Haar beslissing past in een bredere trend: de toenemende voorkeur van de Franse elite voor particulier onderwijs, wat de sociale segregatie alleen maar versterkt.
    Volgens de Zwitserse krant Le Temps vertrouwt de welgestelde klasse simpelweg niet op het openbare schoolsysteem. Op privéscholen zouden hun kinderen floreren omdat het niveau, vanwege segregatie, hoger zou liggen. Het Britse dagblad The Times berispt Oudéa-Castéra omdat ze behalve moeder ook minister is en het goede voorbeeld dient te geven in plaats van de ongelijkheid te benadrukken.
    De minister werd tijdens een bezoek aan de voormalige school van haar kinderen begroet door een koor van boegeroep. Ze bood haar excuses aan aan het personeel van de school.
    Frankrijk is lang trots geweest op zijn openbare onderwijssysteem, maar dat levert nu gemiddelde resultaten op, volgens The Times. Terwijl studenten hier ooit uitblonken in wiskunde, presteren ze nu ondermaats in dit vak in vergelijking met bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk.

    ‘Een van de belangrijkste elementen van het Estse onderwijssysteem is dat scholen en leraren veel vrijheid hebben,’ zegt Salum. Er zijn normen waaraan ze moeten voldoen, maar hoe ze dat doen is aan hen. Toom heeft toegang tot tablets en laptops voor de kinderen, maar ze geeft net zo lief een les buiten, of op het dakterras, met papier en potlood – niet om de natuur te bestuderen (wat ze ook doen), maar omdat het fijn is om buiten te leren rekenen. ‘Ik denk dat het een gevoel van vrijheid geeft en het leert kinderen de flexibiliteit om waar dan ook te leren.’

    Terwijl we door de school lopen, zegt elke leerling ‘tere’ (hallo) tegen Salum. Eén meisje komt naar hem toe en gooit haar armen om zijn middel. ‘Sommigen willen een high five,’ zegt hij. ‘Zolang de leerlingen glimlachen en hallo zeggen, is alles goed. Als ze dat niet meer doen, dan weet ik dat er iets mis is.’ Toen Salum er nog op school zat, was de sfeer traditioneler, maar hij merkt dat de leerlingen een minder hiërarchische sfeer op prijs stellen. ‘We zien onze leerlingen als collega’s, dus we werken samen en betrekken hen overal bij.’ Veel van de docenten van de school zijn oud-leerlingen; ook dat staat hem aan.

    Gebrek aan leraren

    Het grootste probleem voor Salum, en veel andere schoolhoofden, is het gebrek aan leraren. Ondanks de positieve kanten van het systeem zijn er nog steeds problemen met de werkdruk. Waarom zouden afgestudeerden met een masterdiploma genoegen nemen met een relatief laag salaris als ze een veel beter betaalde baan kunnen krijgen, bijvoorbeeld in de florerende digitale industrie van Estland? Eerder dit jaar staakten de leraren van Estland voor het eerst sinds jaren.

    Het salaris van leraren ‘is overal ter wereld een probleem’, zegt Kristina Kallas, de Estse minister van Onderwijs, als ik haar in haar kantoor ontmoet. ‘Het onderwijssysteem staat voortdurend onder druk.’ Op dit moment zijn er twee belangrijke problemen, zegt ze. ‘Het ene is de economische recessie en het andere is dat elk begrotingsoverschot naar defensie gaat, omdat we ons in een zeer precaire situatie bevinden.’ Alle ogen zijn gericht op buurland Rusland en de situatie in Oekraïne.

    Kallas denkt dat de kracht van het Estse onderwijssysteem ligt in het feit dat ‘het van onderaf is opgebouwd, niet wordt geleid door [de centrale overheid], en dat ook nooit is geweest. Het onderwijssysteem is ouder dan de staat.’ Zijn er politici die er meer controle over zouden willen hebben? ‘Verrassend genoeg niet,’ zegt Kallas. ‘Iedereen laat het [onderwijs] over aan de experts. Docenten en universiteiten debatteren erover, soms in het openbaar, en hebben soms verschillende manieren voor ogen. Maar de politici bemoeien zich er niet mee.’

    Er zijn zaken waar Kallas haar blik op gericht houdt. Tijdens de pandemie deden Estse kinderen het niet zo slecht omdat ze al goed voorbereid waren op digitaal leren, maar sindsdien is er een zorgwekkend aantal tienerjongens dat afhaakt. En hoewel er geen elitair privéschoolsysteem is, verhuizen families met hogere salarissen vaak om in de buurt van de beste scholen te wonen, waardoor anderen buiten de boot vallen. ‘Dit is een trend die me zorgen baart omdat hij ingaat tegen de redenen waarom ons onderwijssysteem zo sterk is – gelijkheid is belangrijk,’ zegt Kallas.

    ‘Deze generatie wil betrokken worden in het gesprek. Simpelweg een tekstboek voorlezen werkt niet meer’

    Pelgulinna State Gymnasium is duidelijk een van de betere scholen. Ze is pas afgelopen herfst geopend, als een van de dertien nieuwe middelbare scholen die de staat de afgelopen vijf jaar heeft gebouwd. Een prachtig gebouw, met de nadruk op ruimte, licht en natuurlijke materialen, vooral hout. Eén ruimte bevat rijen grote schermen; hier kunnen leerlingen in kleine groepen werken en presentaties geven, en er zijn comfortabele hoekjes gebouwd, voorzien van stopcontacten, waar leerlingen zich kunnen terugtrekken. Er zijn ook driehonderd fietsenstallingen, roze badkamers, bomen die binnen groeien en een comfortabele bibliotheek. Een kleine verstoring van deze idylle vormde de les die vanochtend werd gegeven in de collegezaal, waar verschillende legerofficieren ‘defensieonderwijs’ geven. Ook de vakken ‘communicatie’ en ‘zorg voor de buren’ zijn vorig jaar geïntroduceerd op Estse middelbare scholen. 

    De leraren gebruiken een mix van oefeningen, zegt Agne Kosk, hoofd talen, die de sciencefictionles onderwees. ‘Deze generatie wil haar mening geven, ze wil betrokken worden in het gesprek, ze wil alle kanten van de zaak kennen. Simpelweg een tekstboek voorlezen werkt niet meer.’ Ze zegt dat een goede relatie met haar studenten ‘op de eerste plaats komt. Als het niet klikt met de studenten, kan je nog zo je best doen, maar dan werkt het niet’. Op die klik lijkt het Estse onderwijssysteem inderdaad te zijn gericht.

    Met de leerlingen uit de sciencefictionklas heeft ze duidelijk een goede band – de studenten hebben hun eigen hashtag gemaakt, die op het whiteboard is geschreven en zich laat vertalen als ‘Agne is cool’. Kosk vraagt ze welke aantekeningen ze hebben gemaakt toen ze het eerste deel van Blade Runner keken, en er ontstaat een discussie over of ze al dan niet zouden zakken voor een empathietest (waardoor ze zouden worden aangemerkt als een van de niet-menselijke replicanten van de film), wat het betekent om mens te zijn en een beetje over filmgeschiedenis (is dit, vraagt een van de leerlingen, een van de eerste films met vliegende auto’s erin?). Het is tijd om verder te kijken. Lichten uit – de leerlingen richten hun aandacht op het scherm.  

  • Dossier: Terug naar school

    Dossier: Terug naar school

    Een kwart van de scholieren in OESO-landen voldoet niet aan basisvaardigheden. Om daar verandering in te brengen, zijn heel strenge scholen ontstaan, of heel dure. Estland springt eruit met uitstekende docenten en een breed aanbod.

    In het dossier Terug naar school:

    1. Estland scoort torenhoog op ranglijst onderwijs
    2. Scholen rijke landen presteren slecht

  • Al duizend dagen geen onderwijs meer voor Afghaanse vrouwen

    Al duizend dagen geen onderwijs meer voor Afghaanse vrouwen

    Het is voor vrouwen in Afghanistan al duizend dagen verboden om onderwijs te volgen na de basisschool, het wordt ze nagenoeg onmogelijk gemaakt om te werken en zonder begeleiding een bezoekje aan het park brengen mag niet. Tot hun grote frustratie blijft het wachten op tussenkomst van de internationale gemeenschap vergeefs.

    Voordat de taliban op 15 augustus 2021 weer aan de macht kwamen in Afghanistan, studeerde Amal rechten in Kaboel. Haar droom was om ‘een groot journalist’ te worden. Slechts een maand later, toen fundamentalisten meisjes boven de twaalf jaar het recht op onderwijs ontnamen, begon de vierentwintigjarige universiteitsstudente, die haar echte naam verbergt, samen met andere vrouwen op straat te demonstreren. Ook richtte ze thuis een clandestiene school op. 

    Zeven maanden geleden, vertelt ze via WhatsApp, braken de taliban bij haar thuis in en dreigden ze haar en haar familie te vermoorden. Daarna gaven ze haar zweepslagen. Amal stuurt foto’s van haar armen vol blauwe plekken. De activiste bracht donderdag, de duizendste dag sinds de taliban tienermeisjes verbood om te studeren, door in totale eenzaamheid, opgesloten in de kleine kamer waar ze woont, ondergedoken. Amal – die littekens op haar been heeft van het geweld – heeft het gevoel dat de Afghaanse meisjes er alleen voor staan; dat de internationale gemeenschap ‘niets voor hen doet’.

    Normalisering

    Ze verwijst naar concrete daden, niet naar woorden, waarmee de internationale gemeenschap in deze bijna drie jaar kwistig is geweest. Niet alleen heeft ze de taliban niet gedwongen om ook maar een van hun verboden voor vrouwen terug te draaien, maar sommige buurlanden van Afghanistan, evenals Rusland en vooral China – dat officieel de ambassadeur van de fundamentalisten heeft ontvangen – nemen stappen in de richting van erkenning van hun regering. Zelfs de VN hebben onlangs degenen die zij definieert als ‘de facto Afghaanse autoriteiten’ uitgenodigd om deel te nemen aan de derde internationale conferentie over Afghanistan, die op 30 juni en 1 juli in Doha (Qatar) wordt gehouden.

    Dit tot groot ongenoegen van kleine groepen Afghaanse vrouwen, die protesteren tegen wat de deskundigen van de VN zelf ‘genderapartheid’ noemen. Deze vrouwen vrezen dat er stappen worden gezet in de richting van de normalisering van de taliban. De eenzaamheid en opsluiting van Afghaanse vrouwen zijn van dien aard dat deze activisten alleen kunnen protesteren door zichzelf met bedekt gezicht en spandoeken in de hand in hun huis te fotograferen. De dappersten onder hen wagen zich soms aan kleine straatdemonstraties, die zonder uitzondering hardhandig worden onderdrukt.

    Donderdag werd door kinderorganisatie Unicef van de Verenigde Naties de verjaardag van duizend dagen zonder voortgezet onderwijs voor Afghaanse meisjes aangegrepen om een ander rond getal onder de aandacht te brengen: de 3000 uur onderwijs die 1,5 miljoen jongeren van het land in die tijd hadden moeten krijgen en waarvan het verlies hun toekomstige autonomie bedreigt. Maar dat eerste spervuur, in september 2021, werd gevolgd door vele andere. Niet alleen tegen onderwijs, maar ook tegen het recht van Afghaanse vrouwen om te werken, hun vermogen om zich vrij te bewegen en zelfs om zich te uiten. De meest recente aanval is onlangs bekendgemaakt door de hoogste leider van de taliban, Haibatullah Akhundzada, die aankondigde dat het salaris van alle vrouwen in het land wordt beperkt tot een schamele 5000 afghani’s (ongeveer 65 euro), ongeacht leeftijd, functie, ervaring en opleiding.

    In Afghanistan zijn er geen vrouwelijke politieagenten, rechters, parlementsleden, advocaten, ambtenaren of journalisten meer. Op de zeer lange lijst van banen die voor vrouwen verboden zijn, staan ook banen bij ngo’s en VN-agentschappen, met een paar uitzonderingen in de gezondheidszorg en het onderwijs, zoals leerkracht in het basisonderwijs, een opleiding die meisjes nog wel kunnen volgen. Dat geldt niet voor middelbaar en hoger onderwijs. In december 2022 verboden de taliban Afghaanse meisjes om aan de universiteit te studeren. In april 2023 sloten ze de privéacademies waar veel meisjes talen of wiskunde studeerden, naast andere vakken die op een lijst van ‘ongeschikte’ vakken voor vrouwen staan vermeld.

    Afghaanse meisjes, en dus ook hun jonge kinderen, mogen niet reizen zonder mannelijke voogd en mogen niet naar kinderspeelplaatsen of natuurparken. Ze mogen ook niet naar sportscholen, openbare toiletten of zelfs picknicks in de openbare ruimte. Fundamentalisten hebben kappers en schoonheidssalons gesloten en hun verboden om radio-uitzendingen te beluisteren. Het in New York gevestigde Committee to Protect Journalists meldde in april dat drie journalisten waren gearresteerd omdat ze telefoontjes van vrouwelijke luisteraars hadden aangenomen.

    Zonder opleiding en zonder uitzicht op een baan is het lot van veel van deze tienermeisjes bezegeld

    Alleen al tussen juni 2023 en maart 2024 heeft het ‘verstikkende regime’ dat Afghanistan regeert 52 verordeningen aangenomen die de rechten van vrouwen en meisjes in het land ondermijnen, beschrijft een rapport van de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten in Afghanistan, Richard Bennett.

    Eind maart kondigde Amir Ajundzadah op de publieke omroep van het land het zoveelste ernstige besluit tegen Afghaanse vrouwen aan: de herinvoering van openbare geseling en steniging van vrouwen voor overspel. Sahar Fetrat, een Afghaanse onderzoeker bij Human Rights Watch, zei destijds tegen The Guardian dat de passiviteit van de internationale gemeenschap de verklaring is voor deze aankondiging. Volgens haar hebben de taliban hun ‘draconische regels’ één voor één uitgeprobeerd en hebben ze, toen ze zagen dat niemand hen ‘ter verantwoording’ riep, de ‘systematische en wijdverspreide vervolging’ van vrouwen en meisjes, zoals het in het rapport van de speciale VN-rapporteur heet, aangescherpt.

    ‘We blijven hopen dat de internationale gemeenschap uiteindelijk de daad bij het woord zal voegen’, benadrukt het rapport, waarin wordt aanbevolen om het taliban-regime voor het Internationaal Gerechtshof van de VN te dagen wegens misdaden tegen de menselijkheid in de vorm van ‘systematische en wijdverspreide schendingen van de fundamentele rechten’ van Afghaanse vrouwen, die ‘gevangenzitten’ in een ‘systeem van onderdrukking, repressie en geweld’.

    Lot

    Zahra, eveneens een fictieve naam, is zestien en studeerde Engels aan een centrum dat onlangs weer werd geopend, maar door de taliban drie weken geleden opnieuw gesloten. Het meisje kan zelfs geen naaicursus meer volgen omdat de lerares zo bang is voor de radicalen dat ze ermee is gestopt, vertelt haar tante, die in ballingschap in België woont, per telefoon. ‘Zahra is heel intelligent en wilde dokter worden,’ zegt haar tante. Nu is ze ‘erg depressief’. Net als veel van haar leeftijdsgenoten, aldus het rapport van de VN-rapporteur, dat waarschuwt voor een toename van ‘zelfmoordgedachten’ onder jonge Afghaanse meisjes.

    Zonder opleiding en zonder uitzicht op een baan is het lot van veel van deze tienermeisjes bezegeld. Internationale organisaties waarschuwen voor het directe verband tussen vroegtijdig schoolverlaten, gedwongen huwelijken en het krijgen van kinderen op jonge leeftijd – een risicofactor voor moeder- en kindersterfte – en het voortbestaan van armoede. De kinderen van veel van deze meisjes, die door de taliban ‘dom’ worden gehouden, staat hetzelfde ellendige lot te wachten. De jaarlijkse economische kosten van het verbod voor Afghaanse meisjes om te werken worden door het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) geschat op 934 miljoen euro, 5 procent van het bbp van het land. Ondertussen blijven de fundamentalisten proberen om het Pasjtoen-gezegde dat vrouwen alleen hun huis mogen verlaten om naar het graf te gaan, werkelijkheid te laten worden.

    Vanuit haar schuilplaats in Kaboel betreurt Amal het feit dat op de schending van vrouwenrechten niet alleen geen interventie van de internationale gemeenschap volgde, maar dat de taliban deze bovendien inzet als chantagemiddel om ‘hun politieke doelen’ te bereiken. Het eerste doel is erkend te worden als de legitieme heersers van Afghanistan. Er zijn, naast China, al andere landen die zich bereid tonen het gesprek aan te gaan.

  • Gratis lunches, hersenpauzes en gelukkige leraren: waarom Estland de beste scholen van Europa heeft

    Gratis lunches, hersenpauzes en gelukkige leraren: waarom Estland de beste scholen van Europa heeft

    Ondanks dat Estland een klein en relatief arm land is, is het een grootmacht op het gebied van onderwijs. De leraren zijn hoogopgeleid, de nadruk ligt op sociale en persoonlijke vaardigheden en het curriculum bevat een breed scala aan onderwerpen, van robotica tot muziek.

    Het onderwerp van vandaag in de sciencefictionles op het staatsgymnasium Pelgulinna is Blade Runner. Op donderdag zijn er ‘vrijwillige’ lesdagen, waarop leerlingen van deze middelbare school in de hoofdstad van Estland, Tallinn, kunnen kiezen uit een reeks vakken. Andere vakken die vandaag aan bod komen zijn onder andere een cursus rechten en democratie, programmeren en creatief schrijven in het Engels. De zeven zeventienjarige leerlingen in de sciencefictionles hebben zojuist 30 minuten van de film bekeken en bereiden zich voor om erover te discussiëren. Als ik naar binnen sluip schakelen ze voor mij over op perfect Engels. ‘We hebben het gehad over jungiaanse archetypes, persona’s en het superego,’ zegt Triin, een van de leerlingen. ‘Het heeft me echt geholpen om de verschillende aspecten van het mens-zijn te begrijpen en hoe je diepere personages kunt creëren.’ Ze hebben ook Brave New World en 2001: A Space Odyssey bestudeerd. In de paar minuten dat ik er ben, hebben de leerlingen het over de Amerikaanse geschiedenis, kinderarbeid, empathie en nog veel meer. ‘Ik heb zoveel vragen,’ zegt Triin.

    Ik ook. Hoe is Estland, een klein land dat relatief arm is vergeleken met het grootste deel van de EU, een grootmacht op het gebied van onderwijs geworden? Op de ranglijst van het Programme for International Student Assessment (Pisa) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, dat de vaardigheden van vijftienjarigen meet op het gebied van wiskunde, lezen en wetenschap, staat een handvol Aziatische landen bovenaan, maar daarop volgt Estland, als de beste van Europa. De leraren zijn hoogopgeleid, de nadruk ligt op sociale en persoonlijke vaardigheden maar ook op academisch leren en het curriculum bevat een breed scala aan onderwerpen, van robotica tot muziek en kunst. Britse politici nemen hier nota van. In 2022 bracht Bridget Phillipson, de schaduwminister van Onderwijs van Labour, een bezoek om te zien hoe Estland dat doet.

    Gunda Tire, die internationale evaluaties leidt voor de onderwijs- en jeugdraad van Estland, zegt dat het succes van het land deels te danken is aan de mix van geschiedenis en geografie. ‘We hebben Zweden, Denemarken, Rusland en Duitsland hier gehad. Als de Esten wilden overleven, moesten ze slim zijn en ze begrepen dat onderwijs hen vooruit zou helpen. Hetzelfde gold toen we onder Sovjetbezetting waren.’ 

    Gelijkheid

    Een van de blijvende principes, zegt ze, is gelijkheid – dat iedereen een gratis schoollunch krijgt is zowel vanuit ideologisch als vanuit praktisch oogpunt. En bijna alle kinderen gaan naar de kleuterschool, die zwaar gesubsidieerd wordt, zodat tegen de tijd dat ze naar school gaan op de relatief late leeftijd van zeven jaar hun achterstanden niet meer zo groot zijn. Autonomie is ook fundamenteel. ‘We hebben scholen de mogelijkheid gegeven om zelf te beslissen.’

    Toen Estland het digitale tijdperk omarmde, deden ook de scholen mee. Al in 1997 lanceerde het land een initiatief met de naam Tiigrihüpe (Tijgersprong), om computers en software te verbeteren en scholen toegang tot internet te geven. ‘We trainden veel leraren, verbonden alle scholen met elkaar en gaven ze computers,’ zegt Tire. ‘Het idee is niet om een IT-klas te hebben, maar om digitale vaardigheden overal te integreren.’ Veel kinderen leren coderen en robotica, en alles, van schoolboeken tot communicatie met ouders, is digitaal. In plaats van leerlingen die de orde verstoren hardhandig te straffen, zegt Tire, hebben Estse scholen over het algemeen een meer verzorgende aanpak – het is gebruikelijk om kinderen mee naar buiten te nemen en ze in een kleine groep te onderwijzen De meeste scholen hebben een psycholoog en een counselor.

    Creatieve vakken worden net zo gewaardeerd, legt Tire uit: ‘Ze moeten allemaal kunst en muziek volgen, en “technologie”. Met andere woorden, ze leren koken, breien, dat soort dingen. We merken dat het welzijn en gevoel van voldoening bij de kinderen daardoor toeneemt. We denken niet dat dat irrelevant is. Sommige landen zeggen: “We hebben de muziekles eruit gehaald om meer wiskunde te geven.” Maar als je naar bladmuziek kijkt is dat echt niet minder ingewikkeld.’ 

    Creatieve vakken, zegt Tire, kunnen allerlei vaardigheden bevorderen, zoals teamwerk en het vermogen problemen op te lossen. Ze glimlacht als ze terugdenkt aan tienerjongens die vorig jaar op een groot festival enthousiast meededen aan de volksdansen die ze op school hadden geleerd. ‘Het is een fysieke activiteit, en een plezierige. Bovendien ben je in een groep en moet je communicatieve vaardigheden gebruiken.’

    Kun jij je voorstellen dat je acht of meer examens moet doen?

    Om door te stromen naar het hoger secundair onderwijs, het equivalent van het zesde jaar, leggen de leerlingen slechts drie examens af – wiskunde, Ests en een vak naar keuze. Dat is nogal een verschil met de meeste andere landen. Kun jij je voorstellen dat je acht of meer examens moet doen? vraag ik Cordelia Violet Paap, een zeventienjarige studente aan de Pelgulinna State. Ze kijkt geschokt en zegt: ‘Dat is veel. Dan zou ik veel meer stress hebben.’ 

    Paap vertelt dat de creativiteitsethos van haar school ‘veel leuker is dan de strikte orthodoxe manier, waarbij je alleen maar in een klaslokaal zit en luistert’. Targo Tammela (17), die net uit een les Scandinavische geschiedenis komt, zegt dat er ‘nog steeds discipline is, je moet nog steeds voor elke toets slagen’. Het veelgeprezen digitale onderwijs maakt een groot deel uit van hun leerproces, vertellen ze. Technologie is overal beschikbaar en de meeste leermiddelen en toetsen zijn online. ‘Er zijn een paar nadelen, want je kunt er lui van worden of afgeleid raken door het internet,’ zegt Tammela. ‘Maar de voordelen wegen ertegen op.’

    Harmonieus

    Het is vroeg in de middag en op het Gustav Adolf Gymnasium in het oude gedeelte van Tallinn zit de schooldag er voor veel leerlingen al op. Ik wacht bij de poort op de hoofdonderwijzer en zie jonge kinderen alleen of met vriendjes naar huis lopen. ‘Ze zijn over het algemeen erg zelfstandig,’ zegt Henrik Salum, het schoolhoofd (jonge man, gekleed in spijkerbroek).

    Achter de historische gevel is de school opnieuw ingericht, licht en ruimtelijk. In een van de ruimtes hangen boskzakken, deze wordt ook voor danslessen gebruikt. In een andere ruimte kun je tafeltennissen. In het enorme centrale atrium, waar de kinderen lunchen, staat een piano en is een podium voor optredens. Leerlingen zitten op de traptreden en maken schoolwerk of kletsen wat. De sfeer is gemoedelijk en ontspannen.

    Zijn er gedragsproblemen? ‘Natuurlijk,’ zegt Salum. ‘Elke dag is er wel een incident waarbij je leerlingen moet duidelijk maken dat ze anderen moeten respecteren en hoe ze zich moeten gedragen. We hebben bepaalde leerlingen die we beter in de gaten moeten houden en we hebben veel contact met de ouders. Maar over het algemeen merk ik dat de leerlingen het naar hun zin hebben.’ Het ziet er in ieder geval behoorlijk harmonieus uit. In een van de brede gangen zijn twee kinderen aan het schaken en overal liggen keurige stapels kussens voor als je wil socializen of voor als een van de leraren besluit in een andere omgeving dan zijn lokaal les te geven.

    In een klas waar Ests wordt gegeven is het stil. Een groep acht- en negenjarigen werkt aan een samenvatting van een boek dat ze net hebben gelezen en dat op het grote scherm te zien is. In een andere klas werken twaalf- en dertienjarigen aan hun Engelse woordenschat. Er zitten maar zestien kinderen in deze klas. De klassen tellen meestal achtentwintig leerlingen, maar vreemde talen worden in kleinere groepen onderwezen, zodat iedereen de kans krijgt om te spreken en mee te doen.

    In Maria Tooms klas van tien- en elfjarigen zijn enkele kinderen blijven zitten om met me te praten – allemaal in uitstekend Engels. Wat herinneren ze zich van de kleuterschool? Het was leuk, zeggen ze. ‘We hadden slaappauzes,’ vertelt een meisje, Laura. Hier krijgen ze in plaats daarvan hersenpauzes – verschillende keren in een les geeft hun lerares, die bij haar voornaam wordt aangesproken, hun een pauze om wat te bewegen of om een spelletje te spelen.

    ‘Een van de belangrijkste elementen van het Estse onderwijssysteem is dat scholen en leraren veel vrijheid hebben,’ zegt Salum. Er zijn normen waaraan ze moeten voldoen, maar hoe ze dat doen is aan hen. Toom heeft toegang tot tablets en laptops voor de kinderen, maar ze geeft net zo lief een les buiten, of op het dakterras, met papier en potlood – niet om de natuur te bestuderen (wat ze ook doen), maar omdat het fijn is om buiten te leren rekenen. ‘Ik denk dat het een gevoel van vrijheid geeft en het leert kinderen de flexibiliteit bij om waar dan ook te leren.’

    Eerder dit jaar staakten de leraren van Estland voor het eerst sinds jaren

    Terwijl we door de school lopen, zegt elke leerling ‘tere’ (hallo) tegen Salum. Eén meisje komt naar hem toe en gooit haar armen om zijn middel. ‘Sommigen willen een high five,’ zegt hij. ‘Zolang de leerlingen glimlachen en hallo zeggen, is alles goed. Als ze dat niet meer doen, dan weet ik dat er iets mis is.’ Toen Salum er nog op school zat, was de sfeer traditioneler, maar hij merkt dat de leerlingen een minder hiërarchische sfeer op prijs stellen. ‘We zien onze leerlingen als collega’s, dus we werken samen en betrekken hen overal bij.’ Veel van de docenten van de school zijn oud-leerlingen; ook dat staat hem aan.

    Het grootste probleem voor Salum, en veel andere schoolhoofden, is het gebrek aan leraren. Ondanks de positieve kanten van het systeem zijn er nog steeds problemen met de werkdruk. Waarom zouden afgestudeerden met een masterdiploma genoegen nemen met een relatief laag salaris als ze een veel beter betaalde baan kunnen krijgen, bijvoorbeeld in de florerende digitale industrie van Estland? Eerder dit jaar staakten de leraren van Estland voor het eerst sinds jaren.

    Het salaris van leraren ‘is overal ter wereld een probleem’, zegt Kristina Kallas, de Estse minister van Onderwijs, als ik haar in haar kantoor ontmoet. ‘Het onderwijssysteem staat altijd onder druk.’ Op dit moment zijn er twee belangrijke problemen, zegt ze. ‘Het ene is de economische recessie en het andere is dat elk begrotingsoverschot naar defensie gaat, omdat we ons in een zeer precaire situatie bevinden.’ Alle ogen zijn gericht op buurland Rusland en de situatie in Oekraïne.

    Kallas denkt dat de kracht van het Estse onderwijssysteem ligt in het feit dat ‘het van onderaf is opgebouwd, niet wordt geleid door [de centrale overheid], en dat ook nooit is geweest. Het onderwijssysteem is ouder dan de staat.’ Zijn er politici die er meer controle over zouden willen hebben? ‘Verrassend genoeg niet,’ zegt Kallas. ‘Iedereen laat het [onderwijs] over aan de experts. Docenten en universiteiten debatteren erover, soms in het openbaar, en hebben soms verschillende manieren voor ogen. Maar de politici bemoeien zich er niet mee.’

    Er zijn zaken waar Kallas haar blik op gericht houdt. Tijdens de pandemie deden Estse kinderen het niet zo slecht omdat ze al goed voorbereid waren op digitaal leren, maar sindsdien is er een zorgwekkend aantal tienerjongens dat afhaakt. En hoewel er geen elitair privéschoolsysteem is, verhuizen families met hogere salarissen vaak om in de buurt van de beste scholen te wonen, waardoor anderen buiten de boot vallen. ‘Dit is een trend die me zorgen baart omdat hij ingaat tegen de redenen waarom ons onderwijssysteem zo sterk is – gelijkheid is belangrijk,’ zegt Kallas.

    Klik

    Pelgulinna State Gymnasium is duidelijk een van de betere scholen. Hij is pas afgelopen herfst geopend, als een van de dertien nieuwe middelbare scholen die de staat de afgelopen vijf jaar heeft gebouwd. Een prachtig gebouw, met de nadruk op ruimte, licht en natuurlijke materialen, vooral hout. Eén ruimte bevat rijen grote schermen; hier kunnen leerlingen in kleine groepen werken en presentaties geven, en er zijn comfortabele hoekjes gebouwd, voorzien van stopcontacten, waar leerlingen zich kunnen terugtrekken. Er zijn ook driehonderd fietsenstallingen, roze badkamers, bomen die binnen groeien en een comfortabele bibliotheek. Een kleine verstoring van deze idylle vormde de les die vanochtend werd gegeven in de collegezaal, waar verschillende legerofficieren ‘defensieonderwijs’ geven. Ook ‘communicatie’ en ‘zorg voor de buren’ zijn vorig jaar geïntroduceerd op Estse middelbare scholen. 

    De leraren gebruiken een mix van oefeningen, zegt Agne Kosk, hoofd talen, die de sciencefictionles onderwees. ‘Deze generatie wil haar mening geven, ze wil betrokken worden in het gesprek, ze wil alle kanten van de zaak kennen. Simpelweg een tekstboek voorlezen werkt niet meer.’ Ze zegt dat een goede relatie met haar studenten ‘op de eerste plaats komt. Als het niet klikt met de studenten, kan je nog zo je best doen, maar dan werkt het niet’. Op die klik lijkt het Estse onderwijssysteem inderdaad te zijn gericht.

    Met de leerlingen uit de sciencefictionklas heeft ze duidelijk een goede band – de studenten hebben hun eigen hashtag gemaakt, die op het whiteboard is geschreven en zich laat vertalen als ‘Agne is cool’. Kosk vraagt ze welke aantekeningen ze hebben gemaakt toen ze het eerste deel van Blade Runner keken, en er ontstaat een discussie over of ze al dan niet zouden zakken voor een empathietest (waardoor ze zouden worden aangemerkt als een van de niet-menselijke replicanten van de film), wat het betekent om mens te zijn en een beetje over filmgeschiedenis (is dit, vraagt een van de leerlingen, een van de eerste films met vliegende auto’s erin?). Het is tijd om verder te kijken. Lichten uit – de leerlingen richten hun aandacht op het scherm.

  • Honderdduizenden Argentijnen protesteren tegen bezuinigingen

    Honderdduizenden Argentijnen protesteren tegen bezuinigingen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Russische onderminister van Defensie opgepakt

    » Tientallen doden na omslaan migrantenboot voor kust Djibouti

    Publieke universiteiten dreigen te sluiten vanwege tekorten

    Honderdduizenden Argentijnen zijn dinsdag de straat op gegaan om te demonstreren tegen de bezuinigingen op het openbaar hoger onderwijs onder president Javier Milei. Dat schrijft La Nación. Studenten en professoren van de 57 staatsuniversiteiten liepen mee in de mars ‘ter verdediging van het vrije openbaar universitair onderwijs’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Vakbonden, oppositiepartijen en andere progressieve actiegroepen deden mee aan de demonstratie, en alleen al in de hoofdstad Buenos Aires liepen volgens de organisatie 500.000 mensen mee. Een lerarenvakbond meldde zelfs een miljoen demonstranten in het hele land. De publieke universiteiten in Argentinië hebben de financiële noodtoestand uitgeroepen vanwege tekorten door de inflatie en gebrek aan steun van de regering.

    Maandag zei presidentieel woordvoerder Manuel Adorni dat het openbaar onderwijs in Argentinië al decennia lang achteruitgaat. Ongeveer 2,2 miljoen mensen studeren aan een publieke universiteit. Sommige universiteiten zeggen binnen enkele maanden te moeten sluiten als er niet snel geld bijkomt.

  • Wereldnieuws: De lucht in Europa is ernstig vervuild & meer

    Wereldnieuws: De lucht in Europa is ernstig vervuild & meer

    Rouwtelefoon

    De Japanner Itaru Sasaki bouwde in 2010 in zijn tuin op een heuveltop een telefooncel met daarin een niet-aangesloten telefoon met draaischijf, om het nummer van een geliefd overleden familielid te kunnen draaien en te praten over zijn verdriet, meldt Atlas Obscura. Een jaar later werd Japan getroffen door een drievoudige ramp: een aardbeving gevolgd door een tsunami, die de kernramp van Fukushima veroorzaakte. Otsuchi, Sasaki’s geboorteplaats, werd getroffen door negen meter hoge golven, waarbij 10 procent van de inwoners om het leven kwam.

    Drie jaar na de ramp hadden tienduizend mensen de telefooncel in Otsuchi bezocht

    Sasaki stelde vervolgens zijn kaze no denwa (‘windtelefoon’) open voor het grote aantal mensen in de buurt dat rouwde om het verlies van een dierbare. Het nieuws over de rouwtelefoon verspreidde zich en vanuit het hele land ondernamen verdrietige mensen een tocht naar de telefoon. Drie jaar na de ramp hadden tienduizend mensen de telefooncel in Otsuchi bezocht, en de plek wordt nog altijd intensief gebruikt.

    WM1 1

    Hortus Maximus in Hongkong

    Studio Job, van de Nederlands-Belgische kunstenaar Job Smeets, is een samenwerking aangegaan met het gerenommeerde huis Hermès in Hongkong. Smeets maakte voor het luxe modemerk een etalage waarin een droomachtige oase te zien is. Het tableau moet leven in de betonnen jungle van de stad brengen en voorbijgangers stil laten staan bij deze excentrieke Hortus Maximus. Daarin staan dieren model als elegante boeren en zijn groenten van prijswinnende telers opgeblazen tot ontzagwekkende, Alice in Wonderland-achtige proporties. De mix van surreële, hoogwaardige afwerking kenmerkt het werk van de studio, dat wel vaker verwijst naar zowel het traditionele als het actuele, het organische en het kunstmatige.

    WN2

    Onlineonderwijs vanwege geweld

    In de door misdaad geteisterde Ecuadoraanse kustprovincie Guayas – en dan met name in Guayaquil, de grootste stad van het land – gaan scholen tijdelijk over op onlineonderwijs om leerlingen voor geweld te behoeden, aldus Mercopress. Het ministerie van Onderwijs liet op X (voorheen Twitter) weten dat ze van plan is gedurende enige tijd ‘het Onderwijscontinuïteitsplan [onderwijs op afstand] toe te passen in bepaalde onderwijsinstellingen’. Zodra de lessen weer worden hervat moet de steun van veiligheidstroepen ‘prioriteit zijn om de levens en het recht op onderwijs van leerlingen te beschermen,’ aldus het ministerie.

    Het aantal moorden en aanslagen steeg in vijf jaar tijd van 5,8 naar ruim 25 per 100.000

    Confrontaties tussen rivaliserende bendes begonnen in 2020 met bloedbaden in de gevangenissen, maar het geweld is nu ook overgeslagen naar de straat. Het aantal moorden en aanslagen steeg in vijf jaar tijd van 5,8 naar ruim 25 per 100.000. Experts vrezen dat dit eind 2023 zelfs op 40 per 100.000 zal uitkomen.


    Een Ross voor ruim 9 miljoen

    A Walk in the Woods, een olieverfschilderij van bomen rond regenplassen uit 1983, is te koop voor 9,85 miljoen dollar (9,26 miljoen euro), zo schrijft Hyperallergic. Dat is een hoop geld, maar het gaat dan ook om het eerste van duizend schilderijen die de Amerikaan Bob Ross (1942-1995) maakte tijdens zijn populaire tv-serie The Joy of Painting. De eerste aflevering van die serie, die elf jaar zou lopen onder Ross’ motto ‘Iedereen kan schilderen’, werd in 1983 uitgezonden. Een andere beroemde uitspraak van Ross is dat er geen fouten bestaan, maar alleen happy accidents, ‘gelukkige ongelukjes’. ‘Volgens Google Analytics is Bob Ross Andy Warhol en Pablo Picasso gepasseerd als meest gezochte kunstenaar op internet,’ aldus de eigenaar van Modern Artifact, de Amerikaanse galerie die het schilderij aanbiedt. ‘Dat is ongelooflijk indrukwekkend, vooral omdat er amper officiële marketing is en zijn originelen vrijwel niet te vinden zijn.’

    WN3

    VS overwegen enorme wapenleverantie aan Vietnam

    De Amerikaanse regering is volgens ingewijden in gesprek met Vietnam over de grootste wapenoverdracht in de geschiedenis tussen de twee voormalige vijanden, schrijft Reuters. De deal was afgelopen maand een belangrijk onderwerp van gesprek tussen Vietnamese en Amerikaanse ambtenaren in Hanoi, New York en Washington D.C. Er wordt gesproken over een overeenkomst die binnen een jaar rond zou kunnen zijn en waarin sprake is van de levering van onder meer Amerikaanse F-16 gevechtsvliegtuigen. Washington overweegt gunstige financieringsvoorwaarden voor deze dure levering aan Hanoi, dat krap bij kas zit. Het zou Vietnam kunnen helpen een einde te maken aan de traditionele afhankelijkheid van goedkopere wapens van Russische makelij. De wapenverkoop zou Rusland op een zijspoor zetten, maar wel leiden tot irritatie bij China. Vietnam en buurland China staan op gespannen voet met elkaar vanwege een slepend territoriaal geschil in de Zuid-Chinese Zee, hetgeen verklaart waarom Vietnam zijn maritieme verdediging wil versterken.

    De wapenverkoop zou Rusland op een zijspoor zetten, maar wel leiden tot irritatie bij China

    Sinds de opheffing van het Amerikaanse wapenembargo in 2016 bleef de export van Amerikaans materieel naar Vietnam beperkt tot schepen voor de kustwacht en trainingsvliegtuigen. Rusland leverde ongeveer 80 procent van het wapenarsenaal van het land. Vietnam geeft jaarlijks naar schatting 2 miljard dollar uit aan de aankoop van wapens en Washington hoopt dat het land op langere termijn een deel van dat budget zal verleggen naar wapens die worden gefabriceerd door de VS of door bondgenoten en partners, zoals Zuid-Korea en India.


    De lucht in Europa is ernstig vervuild

    Nagenoeg iedereen op het Europese continent woont in een gebied met een gevaarlijk niveau van luchtvervuiling, zo blijkt uit een onderzoek in opdracht van The Guardian. Een analyse van gegevens die werden verzameld met behulp van geavanceerde methoden – zoals gedetailleerde satellietbeelden en metingen door ruim 1400 meetstations – laat zien dat 98 procent van de mensen in Europa op plekken woont waar sprake is van zeer schadelijke fijnstofvervuiling die de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) overschrijdt. Bijna tweederde woont in gebieden waar de luchtkwaliteit meer dan twee keer zo slecht is als de WHO-richtlijnen voorschrijven. Noord-Macedonië is er het slechtst aan toe. Bijna tweederde van de inwoners van dat land woont in gebieden met meer dan vier keer de door de WHO acceptabel geachte hoeveelheid PM2,5 – kleine deeltjes met een doorsnee van nog geen 2,5 micrometer die door de lucht zweven en vooral worden geproduceerd door de verbranding van fossiele brandstoffen. Sommige ervan kunnen de longen of de bloedbaan binnendringen en zo bijna elk orgaan in het lichaam aantasten. Vier andere gebieden in Noord-Macedonië, waaronder de hoofdstad Skopje, blijken een luchtvervuiling te hebben die bijna zes keer zo hoog is als de toegestane norm.

    ‘Dit is een ernstige crisis voor de volksgezondheid’

    Uit de analyse blijkt dat slechts 2 procent van de Europese bevolking in gebieden woont die binnen de gestelde limieten vallen. Experts zeggen dat PM2,5-vervuiling jaarlijks voor ongeveer vierhonderdduizend doden op het continent zorgt.

    ‘Dit is een ernstige crisis voor de volksgezondheid,’ aldus Roel Vermeulen, hoogleraar milieu-epidemiologie aan de Universiteit Utrecht, die het team van onderzoekers leidde dat op het hele continent gegevens verzamelde. ‘We zien dat bijna iedereen in Europa ongezonde lucht inademt.’ Volgens Vermeulen zijn dit de beste gegevens die momenteel beschikbaar zijn. ‘Nu hebben we politici nodig die moedig en ambitieus zijn en de noodzakelijke stappen zetten om deze crisis aan te pakken.’

    WN4 1
    © Unsplash
  • Tientallen meisjes vergiftigd op scholen in Iran

    Tientallen meisjes vergiftigd op scholen in Iran

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tunesië: minstens twintig mensen vermist na een bootongeluk

    » China houdt meerdaagse militaire oefening rondom Taiwan

    Sinds november zijn duizenden schoolmeisjes vergiftigd

    Tientallen Iraanse meisjes zijn dit weekend slachtoffer geworden van vergiftigingen door een nog onbekend gas terwijl ze op school waren, schrijft Iran Primer. Op zeker zeven scholen in het land vonden meldingen van vergiftigingen plaats. Meerdere slachtoffers werden opgenomen in het ziekenhuis met zware symptomen.

    De vergiftiging van schoolmeisjes in Iran, wat meestal gebeurt door middel van een gas dat via ventilatiesystemen op scholen wordt verspreid, is al maanden een probleem in het land. De eerste meldingen kwamen november vorig jaar binnen en sindsdien zouden er tot zevenduizend scholieren op scholen door het hele land slachtoffer zijn geworden. Doden zijn er tot op heden nog niet gevallen.

    Volgens buitenlandse deskundigen zouden bewegingen gelieerd aan het regime achter de aanvallen zitten

    Het Iraanse regime zegt de zaak te onderzoeken, maar tast tot dusver in het duister over wie er achter de vergiftigingen zit. Wel zijn er al honderden verdachten gearresteerd. De Iraanse ayatollah Ali Khamenei zegt dat de verantwoordelijken hard gestraft zullen worden, maar volgens buitenlandse deskundigen zouden bewegingen gelieerd aan het regime achter de aanvallen zitten.

    Lees ook:

  • Afghaanse vrouwen proberen digitaal te studeren

    Afghaanse vrouwen proberen digitaal te studeren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Mexicanen wantrouwen hervorming kieswet

    » Chinese buitenlandminister waarschuwt voor conflict met VS

    Vrouwenrechten sterk ingeperkt onder talibanregime

    Sinds de taliban in augustus 2021 de macht grepen, mogen vrouwen er niet reizen zonder mannelijk gezelschap en hebben ze weinig mogelijkheden om te werken. De meeste meisjes mogen sinds de machtsovername niet meer naar de middelbare school. Volgens een recent onderzoek van Gallup voelt minder dan 12 procent van de Afghaanse vrouwen zich met respect en waardigheid behandeld, meldt NPR.

    Vrouwen die hun mening uiten tegen de taliban worden geconfronteerd met gewelddadige onderdrukking van hun protesten, detentie, intimidatie en zelfs marteling. Velen zagen zich gedwongen het land te ontvluchten.

    Naar schatting zijn negentigduizend vrouwen getroffen door het verbod op universitair onderwijs

    Naar schatting zijn negentigduizend vrouwen getroffen door het verbod op universitair onderwijs. Velen van hen proberen het daarom digitaal – bijvoorbeeld via University of the People, een particuliere online-universiteit in het Amerikaanse Pasadena. Dat is allesbehalve ideaal vanwege slechte internetverbindingen. Bovendien is er geen vooruitzicht op werk, want banen voor vrouwen zijn er amper.

    Ook onderwijsinstellingen als FutureLearn, Herat School en Education Bridge for Afghanistan springen in op de gestegen vraag naar digitaal onderwijs door cursussen te ontwerpen en beurzen beschikbaar te stellen voor Afghaanse studenten. ‘Hun toekomstperspectieven zijn inderdaad somber, maar dat betekent niet dat ze hun onderwijs zouden moeten staken,’ aldus Shai Reshef, voorzitter van University of the People. Hij zegt dat zijn universiteit meer dan zesduizend aanvragen kreeg sinds de aankondiging van het verbod in december. Het gehele jaar ervoor waren dat er tienduizend.

    Lees ook:

  • De hoop van Afghaanse vrouwen vervliegt: ‘De taliban beschouwen ons als slaven’

    De hoop van Afghaanse vrouwen vervliegt: ‘De taliban beschouwen ons als slaven’

    Het talibanregime sluit vrouwen iedere week steeds verder uit van de samenleving. Nadat de toegang tot parken en sportscholen werd verboden, volgen nu ook scholen, universiteiten en banen waarvoor deelname aan het openbare leven vereist is.

    Het is een donkere tijd voor Afghaanse vrouwen die toegang willen tot kennis. Schoolmeisjes hebben al meer dan vijfhonderd dagen geen leraar gezien. Op bevel van hun hoogste leider, Mullah Haibatullah Akhundzada, hebben de taliban op 23 maart 2022 de middelbare scholen gesloten, slechts enkele uren nadat ze officieel waren heropend. Vrouwelijke studenten werden op 21 december 2022 van de universiteiten geweerd. Op 28 januari dreigde hardliner Nida Mohammed Nadim, minister van Hoger Onderwijs, particuliere opleidingen met ‘gerechtelijke stappen’ als ze vrouwelijke studenten zouden toestaan deel te nemen aan eindexamens voor bachelor-, master- of doctoraatsdiploma’s. Die harde aanpak werkt. Activisten zijn begin 2023 uit het publieke leven verdwenen. Het verzet neemt af.

    Op de dag nadat de universiteiten werden gesloten voor vrouwelijke studenten, werd de achtentwintigjarige Rukaiya Saai, moeder van twee kinderen en weduwe sinds 2020, samen met andere demonstranten voor vrouwenrechten gearresteerd bij de universiteit van Kaboel. Ze bracht drie dagen door in de gevangenis. ‘Het was een nachtmerrie, een psychologische marteling waarvan ik nog altijd niet ben hersteld. De taliban-politie bleef maar vragen wie mij financierde, voor welk land ik werkte, waarom ik hen belasterde,’ vertelt ze in haar huis in Kaboel. Zij en haar vrienden ontdekten dat een inlichtingenofficier van de taliban hun groep had geïnfiltreerd. ‘Ze lieten me een document ondertekenen waarin stond dat ik – als ik weer zou worden opgepakt – welke straf dan ook zou aanvaarden.’

    Vijf van de acht vrouwen die die dag werden vastgehouden, hebben hun protesten gestaakt onder druk van hun families die zich zorgen maakten over hun veiligheid. De overige drie, waaronder Rukaiya Saai, besloten te blijven praten. Nadat ze haar ouders had bezocht in Bamiyan, in het midden van het land, keerde ze terug naar de hoofdstad. ‘Ik draag een masker zodat ik niet herkend kan worden. We houden geen bijeenkomsten meer buitenshuis. We ontmoeten elkaar thuis en via onze WhatsApp-groep. Maar alles is veranderd en ik heb het vertrouwen verloren. Ons moraal is op zijn laagst.’

    Uitgeput van de zenuwen

    Le Monde leerde Rukaiya Saai in juni 2022 kennen. Ze woonde vlak bij haar ouders, twee jongere zussen en hun twee kinderen in Dasht-e-Barchi, ten westen van de Afghaanse hoofdstad. Daar behoort 95 procent van de bewoners tot de Hazara, een sjiitische minderheid. De kleine sokkenwinkel van haar vader leverde niet genoeg op om iedereen te onderhouden. ‘Hij heeft land in Bamiyan, dus om een beter leven op te bouwen is hij daarheen teruggegaan met mijn moeder en zussen,’ zegt de jonge vrouw terwijl ze naar de grond staart. Plotseling spreekt ze vol emotie. De vader, aanwezig bij het gesprek in juni, was boos: ‘Natuurlijk zijn we bang dat ze ons haar afgehakte hoofd komen brengen. Ik zeg haar steeds: “Als je niet aan jezelf denkt, denk dan tenminste aan je kinderen…”’

    Haar ouders begrijpen haar hopeloze strijd niet en vroegen haar ermee te stoppen en in Bamiyan te blijven. Ze weigerde. Toen ze werd gearresteerd, stond het hart van haar moeder letterlijk even stil; ze kreeg een hartaanval. Deze overleefde ze, maar dat doet niet af aan het schuldgevoel van haar dochter. Toch heeft ze besloten trouw te blijven aan zichzelf. In een samenleving waarin het individu alleen bestaat voor de gemeenschap waartoe het behoort, is dat geen vanzelfsprekende keuze. De vrolijke en wilskrachtige Rukaiya Saai is in een paar maanden tijd in zichzelf gekeerd geraakt. Ze wordt verscheurd door twee loyaliteiten die niet samen gaan; die aan haar familie en die aan haar overtuigingen en idealen.

    Deze Afghaanse Antigone offert veel op voor haar standpunten over vrijheid, rechten en haar land. Ze woont nu alleen met haar kinderen in Kaboel, uitgeput van de zenuwen. Ze slaapt slecht uit angst voor de toekomst. Voordat ze werd gearresteerd werkte ze als schoonmaker, nu heeft ze geen werk meer. ‘Ik heb alle hoop verloren, terwijl ik er vorig jaar nog in geloofde. Die hoop werd gevoed door de druk van de internationale gemeenschap op de taliban, maar die haalde niets uit. We hadden verwacht dat de wereld ons zou beschermen.’

    ‘Ik weet honderd procent zeker dat ik het ga redden. Ik word advocaat’

    Wat voor toekomst heeft ze onder een totalitair regime dat vrouwen elke week een beetje meer buitensluit van de Afghaanse samenleving? ‘Ik zal mijn land nooit verlaten. Ik zal het nooit aan de taliban geven,’ zegt Rukaiya Saai trots. ‘Mijn kracht vind ik in de herinnering aan de mensen die stierven tijdens hun strijd. Zij hebben de oorlog niet verloren – het land is gewoon overhandigd aan de taliban. Erken dit regime nooit,’ voegt ze eraan toe. ‘Blijf druk uitoefenen – zonder de corrupte politici van vroeger terug te halen.’

    Ook de zestienjarige Jawaher, gestoken in een fuchsia jas over de zwarte tuniek die de meisjes in het land verplicht moeten dragen van de taliban, heeft een sterke wil. Haar verlangen om het lot dat haar in Afghanistan wacht te ontlopen klinkt door in haar scherpe toon. We ontmoeten elkaar in de wijk Dasht-e-Barchi in een voormalige shisha-bar. Die werd in januari door de taliban gesloten. Deze onopvallende plek is omgetoverd tot studieruimte voor jongens en meisjes, ook voor degenen die niet naar de middelbare school mogen. De ruimte is via een smalle trap toegankelijk vanaf de bedrijvige Shahid-Mazari Boulevard.

    ‘Ik kom hier sinds drie dagen,’ zegt Jawaher. Ze zit naast Zalfa, een ander meisje dat is gekomen om te studeren, in het kantoor van de beheerder. ‘Ik kan nog steeds niet geloven wat ons overkomt. Ook zonder toekomstperspectief moeten we het blijven proberen. Sommige van mijn vrienden hebben er de brui aan gegeven en zijn met een echtgenoot teruggekeerd naar de provincie. Het klopt dat we geen echte verzetsstrijders zijn – we hebben niet de middelen om tegen de taliban te vechten. Maar we moeten onafhankelijk zijn. Ik geloof in woman power, ook al weet ik dat ik dat in mijn land nooit zal kunnen uiten.’

    Engels leren is voor deze tienermeisjes de oplossing. Zalfa, een zestienjarige uit de centraal gelegen provincie Deykandi, heeft een lichte huidskleur en een rond, meisjesachtig gezicht. ‘Ik ben hier om te studeren voor een internationaal erkende test, de Toefl, die me toegang zal bieden tot beurzen om in het buitenland te kunnen studeren,’ zegt ze. Haar achtergrond is uitzonderlijk. Haar moeder is arts, haar vader is werkloos. Ze stuurden hun kinderen naar Kaboel, naar een huurhuis in Dasht-e-Barshi. Twee zussen, die aan de universiteit studeerden, zijn nu aan huis gekluisterd. Alleen hun broer volgt nog lessen.

    ‘Als slaven’

    Vluchten lijkt de enige oplossing. ‘Over wat voor toekomst hebben we het? We mogen niet meer deelnemen aan het publieke leven en ze laten ons niet meer studeren,’ aldus Zalfa. ‘Mijn moeder moedigt me aan alles op alles te zetten om het land te verlaten. Ik wil mijn leven niet verpesten.’ Jawaher onderbreekt: ‘De taliban beschouwen vrouwen als slaven. Voor hen zijn we alleen goed om te koken, voor de kinderen te zorgen en schoon te maken. Maar mannen zijn niets zonder ons.’ Zalfa vervolgt: ‘Vrouwen die protesteren worden gearresteerd, geslagen of gedood. Zonder vrouwen gaat de Afghaanse samenleving achteruit. Ik weet honderd procent zeker dat ik het ga redden. Ik word advocaat.’

    De beheerder van de studieruimte is Muhammad Jalil Rahimi. Hij is eenendertig jaar en tijdens het vorige regime was hij werkzaam als ingenieur. Nu voorziet hij Afghaanse gezinnen van waar het hen aan ontbreekt: boeken, tafels, stoelen en eten en drinken als hij wat geld heeft. Een bescheiden kachel zorgt voor wat warmte. ‘De meisjes zijn hier illegaal,’ zegt hij, omringd door stapels boeken in zijn kantoor.

    Tot nu toe heeft hij nog geen bezoek gehad van de taliban. Aan de overkant van de boulevard is een politiebureau. ‘Mochten ze komen, dan zeg ik ze dat er geen sprake is van een misdrijf. Er wordt hier niet lesgegeven. Ik ben erop berekend. We zijn voorzichtig. We maken geen reclame, maar moeten het hebben van mond-tot-mondreclame en van de kleine boekhandel beneden die de boodschap verspreidt.’

    Mustafa Hussaini is pessimistisch. Hij is directeur van een Engelse privéschool in een aangrenzende straat die tot 21 december zo’n driehonderd tot vierhonderd jongeren verwelkomde – voor het merendeel meisjes. ‘We houden het nog een maand vol, niet langer. Dan moeten we alles verkopen.’ Leden van het ministerie van Onderwijs kwamen in januari twee keer onaangekondigd controleren of hij zich aan de regels hield.

    Vrouwen zijn verbannen van de meeste banen die deelname aan het openbare leven vereisen

    Hij vreest dat het plan van de tienermeisjes om Afghanistan te verlaten geen kans van slagen heeft. ‘Behalve dat je moet slagen voor de Toefl heb je een paspoort nodig, en die geeft de regering niet meer af. Verder een visum – maar alle westerse ambassades zijn vertrokken – en een studiebeurs, maar die zijn zeer schaars.’ Maar, zegt hij, ‘de psychologische gevolgen zijn het ergst. Hoe kun je kinderen opvoeden zonder onderwijs? Hoe bouw je een land op zonder onderwijs? Ik heb vier dochters, waarvan er twee op de middelbare school zaten en nu naar Pakistan willen, dus ik weet waar ik het over heb.’

    De angst verspreidt zich steeds verder. Volgens Mustafa Hussaini beginnen ondergrondse scholen voor meisjes nu te sluiten uit angst voor de taliban. ‘Wat toeneemt,’ zegt hij, ‘is thuisonderwijs voor groepen van maximaal vier tot zes meisjes.’ De schooldirecteur, die sinds december meer dan de helft van zijn leerlingen kwijtraakte, heeft zijn twaalf docenten aangeboden hun salaris te halveren en hen in contact te brengen met gezinnen om zo hun loon aan te vullen. ‘De taliban zeggen dat ze dit doen in naam van de islam en voor de veiligheid van jonge vrouwen,’ zegt hij vol afkeer. ‘Waren de vorige taliban onbekwaam, de huidige taliban zijn wreed.’

    Vrouwen kunnen niet alleen niet meer studeren, maar zijn ook verbannen van de meeste banen die deelname aan het openbare leven vereisen. Ze mogen niet langer reizen zonder gezelschap van een mannelijk familielid en moeten een boerka of hijab dragen als ze het huis uit gaan. Ook parken, tuinen, sportscholen en openbare baden zijn voor vrouwen sinds november 2022 verboden terrein.

    Lees ook: