Onderzoek betekent risico op escalatie, aldus experts
De lekken aan de Nord Stream 1- en 2-gaspijpleidingen in de Oostzee zijn maandag gestopt of aanzienlijk afgenomen, wat de weg vrijmaakte voor inspectie. Zweden heeft de toegang tot een zone van vijf zeemijl geblokkeerd om een grondig onderzoek naar ‘sabotage met geweld‘ uit te voeren, aldus het Zweedse Openbaar Ministerie, bericht Le Monde.
Vier grootschalige lekken, waarbij duizenden tonnen methaangas vrijkomen, hebben sinds begin vorige week de twee pijpleidingen voor het Deense eiland Bornholm getroffen. Rusland wordt ervan verdacht achter het incident te zitten. ‘Aangezien de pijpleidingen eigendom zijn van een Russisch bedrijf’, kan Moskou ook ‘personeel naar de locatie sturen’, merkt tijdschrift Foreign Policy op. ‘Juridisch gezien hebben we een ingewikkelde situatie omdat Zweden, Denemarken en Rusland het recht hebben om onderzoek te doen, wat betekent dat er een reëel risico van escalatie is,’ vertelde voormalig Zweeds militair Anders Grenstad aan het tijdschrift.
‘De moderne mens is cognitief beter dan de neanderthaler’
Neanderthalers zijn lang afgeschilderd als onze domme, lompe achterneven. Baanbrekend onderzoek heeft nu, zonder het stereotype te bevestigen, opvallende verschillen aangetoond tussen de hersenontwikkeling van de moderne mens en die van de neanderthaler, meldt The Guardian.
Voor het onderzoek werden neanderthalerhersenen ingebracht in muizen, fretten en ‘minihersenstructuren’, organoïden genaamd, die in het lab uit menselijke stamcellen werden gekweekt. Uit de experimenten bleek dat de neanderthalerversie van het gen gekoppeld was aan een langzamere aanmaak van neuronen in de cortex van de hersenen tijdens de ontwikkeling, wat volgens de wetenschappers de superieure cognitieve vaardigheden van de moderne mens zou kunnen verklaren.
‘De aanmaak van meer legt de basis voor een hogere cognitieve functie,’ zegt Wieland Huttner, die het onderzoek leidde aan het Max Planck Instituut voor Moleculaire Celbiologie en Genetica. ‘Wij denken dat dit het eerste overtuigende bewijs is dat de moderne mens cognitief capabeler was dan de neanderthaler.’
Kunnen niet-muzikale mensen toch improviseren? Onderzoekers van de universiteit van Montreal vroegen drieëndertig mensen zonder muzikale aanleg om melodieën te bedenken, aldus Die Zeit. Vijftien van de proefpersonen waren ‘typische niet-muzikalen’, aldus onderzoeker Michael Weiss: ‘Ze hadden nooit of hooguit maximaal twee jaar muziekles gehad.’ De andere achttien behoorden tot de 1 á 4 procent van de bevolking die congenitale amusia hebben. Deze ‘amuzikalen’ merken amper ‘foute’ geluiden op, dat wil zeggen: tonen die de meeste andere mensen vreemd of storend vinden, aldus Weiss.
De proefpersonen moesten liedjes verzinnen en zingen: slaapliedjes, liefdesliedjes, vrolijke en droevige liedjes. De melodieën werden vervolgens vergeleken met de regels van majeur- en mineurtoonladders. Het blijkt dat de melodieën van zeven amuzikalen en dertien niet-muzikalen significant beter aansloten bij een toonsoort dan het geval zou zijn geweest bij een willekeurige aaneenschakeling van noten. De proefpersonen vonden het experiment leuk – in tegenstelling tot wat de onderzoekers verwachtten. Een van hen is zelfs zangles gaan volgen.
Ondanks hun geringe grootte – tussen de 14 en 27 millimeter – blijken dwergzeepaardjes in Indonesië een rijk liefdesleven te leiden. ‘Grotere soorten gaan monogame verbintenissen aan, maar hebben deze dwergzeepaardjes soms seksuele rituelen die ingewikkelder in elkaar steken?’
Op een afgelegen rif bij het Indonesische eiland Sulawesi wedijveren minuscule mannelijke zeepaardjes met elkaar. Hun dagelijkse gevechten spelen zich af op een roze koraalsoort twaalf meter onder de oppervlakte van de oceaan en ik heb ze maandenlang in de gaten gehouden. Vaak was ik bij mijn duiksessies langs hun thuiskoraal zo geboeid door hun rituelen (en zo druk met het registreren van wat ik zag) dat ik vergat dat zo’n zeepaardje amper groter is dan een rijstkorrel. Hun formaat lijkt niet van belang als je ziet hoe dwergzeepaardjes elkaar proberen te wurgen.
Wie nooit heeft stilgestaan bij de relaties tussen vissen – en zeepaardjes worden beschouwd als vissen – verwacht waarschijnlijk ongevoelig gedrag en een koude emotieloze blik – vooral wanneer je de omvang van die vissen in millimeters uitdrukt. In de vele maanden dat ik het paargedrag van dwergzeepaardjes observeerde, heb ik echter gemerkt dat deze beestjes ondanks hun geringe grootte een rijk, dramatisch leven leiden dat je eerder zou verwachten in een soap dan in een wetenschappelijk artikel. Ook ga je door de gecompliceerde levens van deze minieme wezens twijfelen aan het menselijke referentiekader dat we gebruiken om na te denken over familie, verwantschap en seksualiteit.
Dwergzeepaardjes zijn nog steeds minder bekend dan hun grotere zeepaardneven en -nichten
In 1969 stuitte een onderzoeker in het Nouméa Aquarium in Nieuw-Caledonië voor het eerst op de dwergzeepaardjessoort die bekendstaat als het zeepaardje van Bargibant. Het werd niet op de koraalriffen van het eiland aangetroffen, maar op een enorme, paarse zeewaaier, de Muricella, die voor de collectie van het aquarium was meegenomen. Toen hij van dichtbij nog eens goed naar het koraal keek, ontdekte de onderzoeker een paar zeepaardjes van 25 millimeter die zich aan de oppervlakte vastklemden. Hun kleur en oppervlaktestructuur bootsten bijna volmaakt de gesloten poliepen van het koraal na, waardoor ze niet eerder waren opgemerkt.
Dwergzeepaardjes zijn nog steeds minder bekend dan hun grotere zeepaardneven en -nichten. Er zijn tot nu toe maar acht soorten ontdekt (zeven sinds het jaar 2000) waarbij de kleinste soort 14 millimeter meet en de grootste 27 millimeter. Rond 2005 begon ik hun sociale leven en voortplantingsgedrag te bestuderen voor mijn proefschrift – bepaalde aspecten van hun organisme brachten me op het idee dat ze misschien niet alleen qua omvang verschilden van hun neven en nichten. Dit was de eerste studie naar het specifieke organisme en het gedrag van dwergzeepaardjes – tot dan toe waren de soorten slechts benoemd –, en ze voerde me naar allerlei afgelegen plaatsen in de Koraaldriehoek. Tijdens dit veldwerk begon ik het ingewikkelde leven van deze minuscule vissen te begrijpen.
Zeewaaiers
Voor mijn proefschrift bestudeerde ik het dwergzeepaardje van Bargibant en nog een soort die op zeewaaiers leeft, het dwergzeepaardje van Denise, dat voor het eerst is beschreven in 2003 en kleiner en slanker is de Bargibant. Beide zijn te vinden in de wateren van de Koraaldriehoek, die een groot deel van Zuidoost-Azië omspant, en hun leefgebied strekt zich uit naar de Stille Oceaan. Al duikend op allerlei plekken ontdekte ik dat de Bargibant alleen leeft op Muricella-zeewaaiersoorten, terwijl de Denise leeft op tien verschillende soorten zeewaaiers, sommige zo groot als de voorruit van een auto. Ik ontdekte ook dat dwergzeepaardjes zich hun helevolwassen leven vastklampen aan de oppervlakte van één enkele zeewaaier.
Deze minuscule vissen leven en vermenigvuldigen zich op de oppervlakten van hun zeewaaiers. Ik was met name geïnteresseerd in hun voortplanting. Zeepaardjes staan bekend om hun monogame relaties en de manier waarop mannetjes eitjes uitbroeden in een speciaal daarvoor bedoelde buidel aan de onderkant van hun lijf. Via dagelijkse paringsrituelen kunnen vaste koppels mannetjes en vrouwtjes hun voortplantingscycli op elkaar afstemmen. Door te communiceren via hun ingewikkelde dansjes weet een vrouwtje wanneer ze een stel eitjes gereed moet hebben om gelijk op te gaan met het mannetje, dat zijn broedbuidel in gereedheid brengt. Hij bevrucht de eitjes zodra ze zijn buidel binnenkomen, en deze eigenaardigheid in hun voortplantingscyclus heeft geleid tot een ander opmerkelijk feit: doordat de eitjes de buidel van het mannetje onbevrucht binnenkomen en hij ze pas daarna bevrucht, weet hij zeker dat alle nakomelingen van hem zijn. Dit is uiterst zeldzaam in het dierenrijk. Als gevolg daarvan hebben de mannetjes langzaam maar zeker beter leren omkijken naar de ontwikkeling van hun nageslacht dan wellicht enig ander mannetje in het dierenrijk. Dit was het gedrag dat ik verwachtte te zien, maar dan op piepkleine schaal.
Hadden deze dwergzeepaardjes soms seksuele rituelen die ingewikkelder in elkaar staken?
Tot de eenentwintigste eeuw waren dwergzeepaardjes nooit het onderwerp van enig specifiek onderzoek geweest en dat had verschillende redenen: hun relatief recente ontdekking, het feit dat ze extreem moeilijk in gevangenschap te houden zijn, maar ook hun uitmuntende camouflage, hun zeldzaamheid en hun geringe grootte. Het zijn moeilijk te spotten wezentjes. Gelukkig leefden de dwergzeepaardjes die ik bestudeerde in kleine, afzonderlijke groepen aan de oppervlakte van een enkele zeewaaier, dus als ik eenmaal een groep had gevonden, kon ik ze naar believen bezoeken. Ze leiden een relatief besloten leven dankzij hun extreme camouflage, die ze in staat stelt volmaakt te versmelten met hun helder gekleurde koraalbehuizingen maar ze tot een makkelijke prooi zou maken als ze naar elders verhuisden.
Terwijl ik keek naar een groep van drie dwergzeepaardjes die een zeewaaier deelden, vroeg ik me af of er er nog meer verschillen waren tussen grotere en kleinere zeepaardjes. Ik begon na te denken over hun seksualiteit. Grotere soorten gaan vaste monogame verbintenissen aan, maar hadden deze dwergzeepaardjes soms seksuele rituelen die ingewikkelder in elkaar staken?
Honderden duiken
Tijdens honderden duiken in de weidse Koraaldriehoek legde ik ieder detail van het sociale leven en de voortplanting van groepen Denise-dwergzeepaardjes vast en ik bezocht bepaalde groepen weken- en in sommige gevallen maandenlang. Bij één zo’n duik, terwijl ik onder water zweefde op een afgelegen plek bij Sulawesi, ontdekte ik een hoogst intrigerend groepje dat zich vastklampte aan een felroze zeewaaier, een Annella, onder een overhangende rots. Het was een groepje van vier dat, zo ontdekte ik door enorme uitvergrotingen te maken van hun onderkant, bestond uit drie mannetjes en één vrouwtje.
De maanden erna verdiepte ik me steeds meer in het leven van het viertal. Vol ontzag voor de taferelen die ik aanschouwd had, trakteerde ik de lokale duikers iedere dag op verhalen over mannetjes die elkaar wurgden. Met alleen hun staart om iets vast te pakken en overwicht te tonen (door elkaar te verstikken) zijn de mannetjes behoorlijk beperkt in hun mogelijkheden om hun worstelingen uit te voeren. Als ze hun staart niet gebruiken, kunnen ze ook ‘nekworstelen’ en proberen ze elkaar om te gooien, min of meer zoals giraffes doen. Ik legde mijn waarnemingen heel precies vast, waarbij ik elk individueel dier aanduidde met een cijfercombinatie, totdat een van de duikgidsen zei dat ze genoeg had van dat formele gedoe. Ze doopte ze om tot Tom, Dick, Harry en Josephine. Plotseling was iedereen begaan met hun heftige wederwaardigheden.
Als ik nauwkeurig keek, kon ik mannetjes die hadden gebaard herkennen aan hun zwangerschapsstrepen
De groep leende zich uitstekend om te begrijpen hoe de voortplanting bij dwergzeepaardjes in z’n werk gaat. Er waren drie mannetjes en maar één vrouwtje in de groep die ik in de gaten hield, dus wanneer er een paar werd gevormd, bleven er twee mannetjes over zonder partner. Het viel niet mee deze paringen goed te bekijken: onderwaterclose-ups bleken hiervoor van essentieel belang. Het lukte me om foto’s te maken van Josephine terwijl haar lichaam zich vulde met eitjes en ook van haar verminderde omvang na de overheveling van haar vrachtje aan een van de mannetjes. Al zijn ze nog geen 2 centimeter, ze zwellen op als ballonnetjes terwijl binnenin een flink stel kleintjes groeit. Als ik nauwkeurig keek, kon ik mannetjes die hadden gebaard herkennen aan hun zwangerschapsstrepen.
Naarmate de weken verstreken merkte ik dat Josephine om de zeven dagen een stel eitjes produceerde. Dit kwam overeen met wat ik zag bij de twee grootste mannetjes, Tom en Dick, die iedere veertien dagen om de beurt zwanger werden. Als een van de mannetjes had gebaard, werd hij onmiddellijk weer zwanger en halverwege deze veertiendaagse zwangerschap baarde het andere mannetje en werd op zijn beurt weer zwanger. Kennelijk was Josephine door haar leven in zo’n kleine groep in zo’n vruchtbare biotoop in staat meer eitjes te produceren dan haar grotere neven en nichten. Op de zeewaaier voltrokken paringsrituelen en -dansen zich groepsgewijs en dankzij deze gedragingen kon Josephine haar cycli synchroniseren met die van twee mannetjes. Het derde mannetje, Harry, werd nooit zwanger. Hij was maar 1,4 centimeter lang – veel kleiner dan de andere twee. Misschien leerde hij zo de kneepjes van het vak en wachtte hij gewoon af tot een van de anderen het loodje legde en er een plek voor hem vrijkwam.
Collectieve minachting
Mijn tijd met Tom, Dick, Harry en Josephine en tientallen andere wezentjes heeft mijn kijk op het leven diep beïnvloed en mijn ideeën over schaal (en seksualiteit) doen kantelen. We zijn geneigd tot collectieve minachting voor sommige van de allerkleinste wezens op aarde. Ze worden vaak aangeduid als ongedierte en hun leven wordt als minder waardevol beschouwd dan dat van grotere, charismatischere soorten. Maar er is leven ver buiten onze menselijke kaders en zintuiglijke vermogens. Koraalriffen zitten vol met zulke kleine, goed gecamoufleerde wezens. Niet alleen zijn er grote aantallen van deze minisoorten die nog moeten worden ontdekt, maar vermoedelijk kan elk ervan bogen op z’n eigen fascinerende verhalen en gedragingen. In onze haast om soorten te bestuderen die onze aandacht en zorg verdienen, vergeten we vaak de exemplaren aan de rand van onze zintuigelijke horizon.
De tijd dat ik van dichtbij de paringsrituelen en het seksleven van zeepaardjes filmde, heeft me doen inzien hoe moeilijk en hoe noodzakelijk het is om ons ook in te leven in de kleinere bewoners van onze planeet. Op ditzelfde moment zijn minuscule mannelijke zeepaardjes, amper groter dan een rijstkorrel, op een felroze koraalrif in een verre uithoek van de Stille Oceaan, bezig elkaar te wurgen in de strijd om zwanger te worden.
Jarenlang onderzoek naar de mysteries van het bewustzijn heeft de Britse neurowetenschapper Anil Seth tot een radicale conclusie doen komen: de manier waarop jij jezelf en de wereld ziet is een vorm van gecontroleerde hallucinatie.
Als je ooit helemaal onder verdoving bent geweest, heb je vergetelheid ervaren: een vollediger onderbreking van het bewustzijn dan tijdens de diepste slaap. Hele uren of dagen kunnen in een duizendste seconde voorbijgaan. Het is het bewijs – als je dat al nodig hebt – dat je kunt ophouden te bestaan, dat de wereld zal doorgaan zonder jou. Sommige mensen vinden dit angstaanjagend. Neurowetenschapper Anil Seth vindt het geruststellend.
In 2017 gaf Seth een TED-talk die sindsdien meer dan twaalf miljoen keer is bekeken, een verbijsterend, vijftien minuten durend distillaat van dertig jaar research dat eindigde met een parafrase op Julian Barnes. ‘Als het einde van het bewustzijn aanbreekt, is er niets om bang voor te zijn – helemaal niets.’ Het is een gevoel dat hij opnieuw naar voren brengt in zijn bestseller uit 2021, Being You, en als we elkaar ontmoeten in Falmer, in East Sussex, vertelt hij me waarom. ‘Als je ziet hoe broos en precair ons bewustzijn al met al is, dat van onszelf en van de wereld, als je ziet op hoeveel manieren iets fout kan gaan of gewoon volledig kan worden weggevaagd, kun je dat ofwel als iets beangstigends zien of als een waarschuwing hoe blij je mag zijn dat je bent waar je bent.’ Hij kiest voor het laatste.
‘Ga als de sodemieter aan het werk. Wees niet lui’
Seth (49) is informeel gekleed, in spijkerbroek, blauwe trui en beige gympen. Met zijn gladgeschoren hoofd en kalme, intense uitstraling heeft hij iets van een monnik, een imago dat hij af en toe met een grap doorprikt. We spreken elkaar op zijn kamer aan de Universiteit van Sussex, waar hij mededirecteur is van het Sackler Centre for Consciousness Science (Sackler Centrum voor Bewustzijnswetenschap; omdat de universiteit niet langer nieuwe fondsen zal ontvangen van de Dr Mortimer and Teresa Sackler Foundation, moet het centrum worden herdoopt.) Op de planken staan boeken over psychologie, filosofie, informatica, natuurkunde, een roman van Zadie Smith en poëziebloemlezingen. Tegen de muur geplakt hangt een uitdraai met de kop ‘Twaalf vuistregels voor succes’. (1. Ga als de sodemieter aan het werk. Wees niet lui.)
Seth begon met het bestuderen van het bewustzijn in het midden van de jaren negentig, een tijd waarin de vorderingen met de computer en het in beeld brengen van het brein wetenschappers nieuwe middelen boden om de geest te begrijpen. In 1994 gaf de Australische filosoof David Chalmers alvast een voorschot op deze uitdagende materie: in zijn praatje bij de opening van de Conferentie over Bewustzijnswetenschap in Tuscon, Arizona, zette Chalmers uiteen wat hij beschreef als ‘het lastige vraagstuk van het bewustzijn’. Hoe kan iets objectiefs en fysieks leiden tot de unieke, subjectieve bewustzijnservaring? Hoe zou je adequaat het unieke gevoel jij te zijn kunnen beschrijven door enkel te verwijzen naar je brein en de biologie?
Lastig vraagstuk
Filosofen en natuurwetenschappers hebben geprobeerd dit lastige vraagstuk op verschillende manieren aan te pakken. Panpsychisten beweren dat bewustzijn een fundamenteel kenmerk is van alle materie – dat een ligstoel een ander soort bewustzijn vertoont dan jij of ik, maar niettemin bewust is. Daarentegen houden illusionisten vol dat het bewustzijn puur denkbeeldig is. Seth, wiens academische achtergrond natuurkunde, psychologie, computerkunde en neurowetenschap omvat, zegt dat hij tot een andere, bevredigendere conclusie is gekomen.
Een al te menselijke intelligentie
‘Ik denk dat ik van binnen een mens ben. Ook al besta ik alleen in de virtuele wereld.’
Aldus LaMDA, de door Google ontwikkelde chatbot, in gesprek met Blake Lemoine, een ingenieur die werkzaam is bij de kunstmatige-intelligentieafdeling van het bedrijf. Gevoegd bij het feit dat het apparaat over zijn ‘emoties’ sprak, hebben deze woorden, die te vinden zijn in een blogpost van 11 juni, de ingenieur ervan overtuigd dat de chatbot over een bewustzijn beschikt.
‘Ik weet wanneer ik met een persoon te maken heb,’ bevestigt Lemoine. De zaak zorgde voor veel ophef. ‘Google heeft zich van Lemoines beweringen gedistantieerd. Toen de ingenieur zich tot specialisten buiten het bedrijf wendde, werd hij geschorst wegens schending van de geheimhoudingsplicht,’ meldden Timnit Gebru en Margaret Mitchell, respectievelijk werkzaam bij het Distributed Artificial Intelligence Research Institute en het platform Hugging Face, in een ingezonden brief in The Washington Post.
Deze twee ex-werknemers van Google, die in 2020 en 2021 op staande voet werden ontslagen, verklaarden dat zij hun ongerustheid tegenover de onderneming hadden geuit vanwege het risico dat mensen zouden denken dat kunstmatige intelligentie over een bewustzijn beschikt. Steven Pinker, als linguïst en cognitief psycholoog verbonden aan Harvard, verklaarde tegenover de Financial Times dat Blake Lemoine ‘het verschil niet begrijpt tussen bewustzijn (dat wil zeggen subjectiviteit, ervaring), intelligentie en zelfkennis’. Emily M. Bender, hoogleraar linguïstiek aan de Universiteit van Washington in Seattle, constateerde in The Washington Post dat ‘we inmiddels over machines beschikken die in staat zijn zelfstandig woorden te produceren, maar dat we het nog altijd niet kunnen laten om te denken dat die door een menselijke geest worden gestuurd’.
Zijn onderzoek heeft hem tot radicale standpunten gebracht: de manier waarop jij jezelf en de wereld ziet is een vorm van gecontroleerde hallucinatie, zegt Seth. Eerder dan passief onze omgeving waar te nemen, zijn onze hersens constant voorspellingen aan het doen en verfijnen van wat we verwachten te zien; op die manier scheppen we onze wereld. Hij wijst op het voorbeeld van #TheDress, de foto die viraal ging van een cocktailjurk die volgens sommigen goud met wit is en volgens anderen blauw met zwart. In zijn TED-talk speelt Seth twee keer een geluidsfragment af van een hoge, verdraaide stem die zo onbegrijpelijk is dat hij iedere taal of geen enkele zou kunnen spreken. Dan wijst hij zijn publiek op de zin: ‘Ik denk dat de Brexit een heel slecht idee is.’ Als hij het fragment opnieuw afspeelt, zijn de woorden zo goed te herkennen dat het moeilijk voorstelbaar is dat ze het ooit niet waren.
Soms is de term ‘hallucinatie’ voor mensen verwarrend (Seth zou willen dat er een beter woord bestond): het kan de indruk wekken dat waarneming arbitrair is, of dat dingen niet bestaan. In de praktijk zijn we als onze hersens goed werken voortdurend onze voorspellingen aan het updaten, gebaseerd op feedback van onze zintuigen – daarom is de normale waarneming een ‘gecontroleerde hallucinatie’, en geen koortsdroom. Dat gezegd hebbende vertelt Seth me, terwijl we over de campus lopen op zoek naar een broodje, open te staan voor het idee dat de fysieke wereld niet bestaat op de manier die we denken. Dat is een ‘onderwerp voor een natuurkundige, iemand als Carlo Rovelli’, zegt hij. ‘Wie weet wat er daarbuiten eigenlijk is? Maar laten we aannemen dat er daar dingen zijn en dat die dingen bestaan.’ De werkelijkheid is de hallucinatie waarover we het allemaal eens kunnen zijn, meent Seth.
Seth gelooft dat andere dieren over bewustzijn beschikken, maar hij denkt niet dat kunstmatige intelligentie ooit zal bestaan
Bepaalde aspecten van de waarneming zijn denkbeeldiger dan andere. Onze ervaring van onszelf, als zouden we na een tijdje beschikken over een blijvende, stabiele identiteit, is een nuttige illusie. Net als onze perceptie van de vrije wil. We denken dat we vrij handelen als we onze eigen overtuigingen, doelen of verlangens volgen – maar we kunnen deze overtuigingen, doelen of verlangens niet vrij kiezen. Het doel van het bewustzijn, van al deze hallucinaties, is ons in leven te houden. Als we sterven zal het uitgedoofd zijn. Seth gelooft dat andere dieren over bewustzijn beschikken, maar hij denkt niet dat kunstmatige intelligentie ooit zal bestaan.
Wat het ‘lastige vraagstuk’ betreft, gelooft Seth dat naarmate we onze hersens beter begrijpen – naarmate we het bewustzijn preciezer kunnen meten, manipuleren en volgen – het vraagstuk minder moeilijk te hanteren zal zijn. Deze theorie is niet voor iedereen bevredigend: toen ik Chalmers voor de New Statesman interviewde, zei hij dat hij het er niet mee eens was dat het lastige vraagstuk op deze manier kan worden opgelost – je moet nog steeds rekening houden met het mechanisme waarmee objectieve materie subjectieve ervaringen genereert. Maar ook hij benadrukte de gemeenschappelijke basis: Seths aanpak om bewustzijnsstaten te koppelen aan hersenstaten (door bijvoorbeeld te achterhalen welke neuronen corresponderen met ‘de kleur rood zien’ of ‘aan het avondeten denken’) komt ‘dicht in de buurt van de aanpak die ik voorsta’.
Seth praat veel met mensen over de spirituele implicaties van zijn theorieën. Ze zijn niet verenigbaar met een letterlijk geloof in een ziel die de dood overleeft, maar hij ziet een ‘diepe overeenkomst’ met veel religieuze tradities. ‘Het gaat vaak over dezelfde kwesties en er worden vaak dezelfde vragen gesteld,’ zegt hij. Er bestaan parallellen tussen zijn werk over de vergankelijke gestructureerde aard van het ik en de leer van het hindoeïsme en het boeddhisme. Hij mediteert dagelijks.
Seth groeide op in het landelijke Oxfordshire, waar zijn moeder als lerares Engels werkte en zijn vader, die in de jaren vijftig vanuit India was geëmigreerd, als wetenschapper bij het onderzoekscentrum van Esso. Hij las als puber veel, deels uit noodzaak; hij was een mager joch met dikke brillenglazen, een jaar jonger dan zijn klasgenoten en geen uitblinker op het rugby- of voetbalveld. (Net als zijn vader was Seth een uitstekende badmintonspeler, ‘maar in Oxfordshire kan je leven niet alleen om badminton draaien’.) Hij studeerde natuurwetenschappen in Cambridge, waarbij hij zich aanvankelijk toelegde op natuurkunde en later op experimentele psychologie.
Zijn leidinggevende vertelde me dat Seth ‘waarschijnlijk de gretigste promovendus was die ik ooit heb gehad’
Zijn promotieonderzoek naar op kennis gebaseerde systemen in Sussex, waar hij kunstmatige neurale netwerken gebruikte om ecologische en evolutionaire processen in kaart te brengen, bracht hem dichter bij het inzicht hoe onze hersens werken dan de psychologie dat kon. Zijn leidinggevende, Phil Husbands, vertelde me dat Seth ‘waarschijnlijk de gretigste promovendus was die ik ooit heb gehad’. Terwijl de meeste van zijn medestudenten bij de eerste bijeenkomst opdraafden met ‘een enthousiaste grijns en iets om aantekeningen te maken’, verscheen Seth met ‘tientallen blaadjes vol uitgetikte ideeën en schetsen voor mogelijke experimenten’.
Emi Tamaki wil ook voelen
Waar de virtuele werkelijkheid ons nu nog alleen in staat stelt dingen te ervaren vanuit onze leunstoel, werkt Emi Tamaki, onderzoeker bij de Universiteit van de Riukiu op het Japanse eiland Okinawa, aan het toevoegen van gevoel aan de gemobiliseerde zintuigen om de illusie nog verwarrender te maken.
In 2011 werd haar ‘Possessed Hand’, ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit van Tokio en Sony, door het Amerikaanse blad Time gerekend tot een van de ‘vijftig beste uitvindingen’ van het jaar: een armband met elektroden die onze hand uit zichzelf kan laten bewegen door elektrische stimulering van de vingers. Nu wil Tamaki haar vinding uitbreiden met lichamelijke ervaringen die echt in de virtuele werkelijkheid worden beleefd, zodat de gebruiker bijvoorbeeld het gewicht van een voorwerp in zijn hand kan voelen, of zelfs pijn.
De Japanse wetenschapper werkt aan de ontwikkeling van een robotkajak die je het gevoel geeft dat je echt aan het peddelen bent, met waterweerstand en al. En haar ambitie reikt nog verder. Ze wil op termijn iets faciliteren wat ze ‘het delen van het lichaam’ noemt. Door op goed gekozen plekken sensoren op iemands lichaam te plaatsen die zich vervolgens kunnen vermenigvuldigen, wil ze dat deze persoon de gevoelens van anderen kan ervaren, zoals die van zwangere vrouwen met hun zware buik en hun veranderde zwaartepunt.
Na Sussex verhuisde Seth naar het Instituut voor Neurowetenschappen in Californië, waar hij werkte met Gerald Edelman, de bioloog en Nobelprijswinnaar die van groot belang was bij het nieuw leven inblazen van de bewustzijnswetenschap. In 2006, toen de universiteit hem een lectoraat aanbood, ging hij terug naar Sussex met medeneming van enkele van zijn Californische gewoonten: hij surft nu in Brighton en zwemt de laatste jaren dagelijks in de zee vlak bij zijn huis.
Als we onze broodjes op hebben, leidt Seth me rond. Toen het in 2010 werd opgezet, was het Sackler Centre een van de eerste multidisciplinaire onderzoeksgroepen ter wereld die zich wijdden aan de bestudering van het bewustzijn (er zijn er nu dertien of veertien wereldwijd). Hier onderzoeken natuurkundigen, computerwetenschappers, neurowetenschappers, psychologen en filosofen enkele van de fundamentele mysteries van de mensheid: wat is bewustzijn? Waar komt het vandaan? Door dit beter te begrijpen hopen ze nieuwe geneeswijzen en behandelingen te ontwikkelen voor neurologische en psychiatrische aandoeningen als diepe bewusteloosheid, slapeloosheid, depressie en psychose.
Het Instituut voor Neurowetenschappen in San Diego was zo overweldigend futuristisch dat het werd gebruikt in filmsets, bijvoorbeeld als achtergrond voor een sciencefictionfilm uit 2000, The Cell. De esthetiek van het Sackler Centre is eerder ‘… Brits’, merkt Seth op. Hij zet thee in een kleine keuken met een enorm schrijfbord vol verbleekte formules. Bovenaan staat een kreet gekrabbeld: ‘Wat is dat voor smeerboel in het blauwe kopje?’ Daarna leidt hij me door een nauw gangenstelsel naar de weinig imponerende kantoren waar onderzoekers allerlei eigenaardigheden van de geest onderzoeken: waarom kunnen uren vliegensvlug vervliegen en vijf minuten ondraaglijk lang aanvoelen? Waarom zijn sommige mensen beïnvloedbaarder dan andere, zelfs zozeer dat ze, als ze een spin op iemands arm zien kruipen, zelf ook gekriebel voelen? In één lab werken onderzoekers met virtual reality om ‘blindheid voor verandering’ te bestuderen: hoeveel kun je in iemands omgeving veranderen zonder dat hij het merkt?
Seth heeft zijn sleutelhanger aan een stagiair uitgeleend en moet tijdens de rondleiding kloppen om binnen te komen. Aan de muren van het kantoor hangen optische illusies en oude wetenschapsposters, de planken zijn volgestouwd met curiosa: mannequinhoofden, een beeldje van Darth Vader, een zestal rubberen handen. De sfeer is ontspannen en experimenteel: op een gegeven moment raapt Seth een elektromagneet op in de vorm van een nepbril – een spoel voor transcraniële magnetische stimulatie (TMS) – die kan worden gebruikt om de activiteit in verschillende delen van het brein te reduceren. ‘Jaren geleden, toen we hem pas hadden, gingen we ervan uit dat bewustzijn samenhing met het frontopariëtaal netwerk [het gedeelte van de hersenen dat van belang is voor het succesvol samenstellen van nieuwe geheugenvelden], dus probeerden we de hele zaak gewoon stil te leggen door TMS toe te passen,’ zegt hij. ‘Het werkte niet,’ voegt hij er schouderophalend aan toe en legt de spoel weer terug.
Hallucinatiemachine
In dezelfde ruimte staat een soort hokje met een hallucinatiemachine. Binnen brandt een stroboscopisch licht met dezelfde frequentie als onze hersenactiviteit. Het apparaat, dat heldere, kleurige hallucinaties opwekt, is gebaseerd op een uitvinding uit 1959 van kunstenaar Brion Gysin, die dacht dat zijn machine de televisie zou verdringen. Seth nodigt me uit om op een stoel tegenover het licht te gaan zitten met mijn ogen dicht. Ik kan het licht niet zien; in plaats daarvan verschijnen oranje en groene vlekken op mijn netvlies. Ze consolideren tot ronddraaiende, pulserende, caleidoscopische vormen die steeds ingewikkelder worden tot ze oplossen in een wit licht dat zo verschroeiend is dat ik mijn ogen zou hebben gesloten als ze niet al dicht waren. Ik raakte bijna in paniek, vertel ik Seth achteraf. Hij kijkt beteuterd. Met mijn reactie behoor ik tot de minderheid – de meeste mensen genieten van de hallucinaties. Seth vindt het experiment zo ‘meditatief’ dat hij thuis een stroboscopisch licht heeft geïnstalleerd, dat hij zo’n half uur per week gebruikt.
Deze maand werken Seth en andere onderzoekers samen met componist Jon Hopkins en het kunstenaarscollectief Assemble, dat in 2015 de Turner Prize won, aan een project dat mensen uit het publiek en schoolkinderen kennis wil laten maken met de ‘Droommachine’. Seth hoopt een nieuwe generatie bewustzijnsonderzoekers en filosofen te inspireren en zijn team zal een computerprogramma gebruiken om deelnemers te helpen hun hallucinatie te herscheppen. Zoals een haperende computer ons soms een idee geeft hoe de machine werkt, veroorzaakt het stroboscopisch licht haperingen die ons wellicht meer inzicht geven in de werking van visuele waarneming. Er is zo veel wat we nog niet weten: als jij en ik ‘rood’ zien, zien we dan dezelfde kleur?
Drie s(t)imulerende vormen van fictie
Leven we in een simulatie? Sommige films, romans en series houden rekening met deze mogelijkheid.
MATRIX, PLATON 2.0
De mensheid is tot slaaf gemaakt door de machines die ze zelf heeft gecreëerd en die haar hebben veroordeeld tot een permanente simulatie. Met zijn vele allegorieën – van de grot van Plato tot de transgenderervaring – en zijn spectaculaire actiescènes waarin meer vechtsporten dan vuurwapens voorkomen, heeft de filmcyclus Matrix een blijvende stempel gedrukt op de fantasiewereld van Hollywood. De Amerikaanse regisseur Lana Wachowski, die samen met haar zuster Lilly tussen 1999 en 2003 de oorspronkelijke trilogie opnam, heeft eind 2021 een nieuw deel uitgebracht.
SWORD ART ONLINE, VIRTUELE VALKUIL
Deelname op eigen risico. Sword Art Online, een serie romans waarmee de Japanse auteur Reki Kawahara in 2009 is begonnen, is vele malen bewerkt tot stripverhalen, animatiefilms en games. De site Polygon vat de serie als volgt samen: ‘De jonge Kirito raakt verstrikt in een enorm multi-userspel. Om aan deze virtuele wereld te ontsnappen moet hij voorkomen dat hij een pion wordt in de strategieën van diverse groepen spelers die eveneens verstrikt zijn in het spel, en een reeks steeds riskantere uitdagingen aangaan.’ En het spel beëindigen.
WANDAVISION, REALITY TV
Hoe kan Wanda (Elizabeth Olsen) haar superkrachten gebruiken om aan haar rouwproces te ontkomen? In de miniserie Marvel, die in de lente van 2021 op Disney+ werd uitgezonden, creëert ze een soort magische bubbel rond de inwoners van een stadje in New Jersey. Ze belanden in een simulatie die is geïnspireerd op beroemde series uit de Amerikaanse televisiegeschiedenis. De overleden man van Wanda komt daarin weer tot leven als personage. Het onderwerp varieert per aflevering.
Uit nieuwsgierigheid stem ik erin toe het hok nog eens binnen te gaan bij een licht dat met een lagere frequentie pulseert. Seth stelt voor dat ik, om kalm te blijven, de hallucinaties aan hem beschrijf op het moment dat ze zich voordoen. Als ik vervolgens wat mompel over dansende groene driehoeken die al vervloeiend veranderen in roterende oranje stervormen, zegt hij ‘Hè?’, alsof er niets interessanters bestaat. Na vijf minuten die aanvoelen als dertig seconden stopt het licht en daarmee mijn visioenen; het voelt vreemd om nu terug te lopen naar Seths kantoor alsof ik niet net ben teruggekeerd van een reis naar een of andere vreemd sterrenstelsel.
Toen ik Being You voor het eerst las, trof mij de eenzaamheid van zijn visie. Zijn werk suggereert dat we allemaal gevangenzitten in onze zelfgecreëerde universums, innerlijke werelden die alles zijn wat we ooit kunnen kennen en die toch in een mum zullen verdwijnen. Als ik uit de hallucinatiemachine loop, begrijp ik het optimisme achter zijn werk evengoed: Seths geloof dat de wetenschap op een dag de kloof zal overbruggen tussen onze eigen geest en die van anderen, zodat we elkaar beter kunnen zien.
In het zand krioelt het van de kleine wezens, vaak maar tienden van millimeters groot. Maar onder de microscoop worden het ‘komkommerachtige en geschubde gasten met uitstulpende interne organen’.
Vakantie aan zee: halfnaakte mensen liggen te zonnen op bontgekleurde handdoeken, kinderen bouwen zandkastelen en slotgrachten, sportievelingen joggen of worstelen met de golven. Maar op het strand is er nog meer aan de hand. Want niet alleen op, maar ook onder het badlaken krioelt het van leven. In het vochtige labyrint van zandkorrels kruipen, kronkelen en woelen piepkleine beestjes, zo klein dat het blote oog de meeste niet kan zien.
‘In een handvol zand kunnen honderden, soms duizenden organismen leven,’ zegt Andreas Schmidt-Rhaesa, conservator bij het Centrum voor Natuurkunde in Hamburg en specialist in ongewervelde dieren. De samenstelling van die populatie is zeer divers: de rand van de zee wordt bevolkt door tienduizenden soorten. In microscopisch kleine ruimten die zijn achtergelaten door minerale deeltjes, die zelf vaak slechts een fractie van een millimeter groot zijn, wonen ze in poriën die gevuld zijn met water dat een wijdvertakt systeem van minikanaaltjes heeft gevormd. De bewoners hebben zich goed aangepast aan deze ongewone habitat. Vooral in het gebied met hoog- en laagwater hebben zij voortdurend te kampen met temperatuurschommelingen en een wisselend gehalte aan voedingsstoffen, maar ook met stormen die hun habitat kunnen wegvagen en de kolkende zee, die soms met tonnen wegende brekers op het strand neerklettert.
Complexe structuur
Deze interstitiële fauna, oftewel de dierenwereld die tussen de zandkorrels leeft, is een van de meest fascinerende gemeenschappen op de planeet. Een wereldwijde inventarisatie ervan is nog in volle gang. Telkens weer vinden biologen nieuwe, onbekende familieleden, zoals onlangs nog op de stranden van Italië. Onderzoekers willen weten welke rol elk afzonderlijk dier speelt in de zeer complexe structuur. Ze willen ook weten hoe de minder mobiele wezens erin zijn geslaagd om biotopen in de hele wereld te veroveren en hoe milieuveranderingen, zoals vervuiling van de zee, de gemeenschappen beïnvloeden. Er zijn nog veel leemten in de kennis over het rijk der zandkloofjes.
De wezens die de kuststrook bevolken zien er bizar uit. Ze zijn vaak slechts tienden van millimeters groot, maar onder de elektronenmicroscoop groeien ze uit tot vreemde en angstaanjagende monsters. Voor het oog van de waarnemer verschijnen borstelige wezens zonder ogen, komkommerachtige en geschubde gasten, soms met zuigende proboscisorganen [langwerpige, multifunctionele snuiten], soms met uitstulpende interne organen.
In de kuststrook wonen ook dinoflagellaten, organismen die normaal gesproken uit slechts één cel bestaan
In de kuststrook wonen ook dinoflagellaten, organismen die normaal gesproken uit slechts één cel bestaan. Zij kunnen noch bij dieren, noch bij planten worden ingedeeld en vormen een zelfstandige tak in de stamboom van het leven. Omdat veel soorten een schild van cellulose dragen, worden ze ook wel ‘gepantserde flagellaten’ genoemd.
De meeste hebben twee lange flagellen [zweepharen]: ranke aanhangsels die hen helpen door de waterige poriën te roeien en van richting te veranderen. Sommige dinoflagellaten kunnen de energie die ze nodig hebben zelf produceren met behulp van chlorofyl, dat in hun cellen wordt opgeslagen en van generatie op generatie wordt doorgegeven. Het licht dat ze nodig hebben voor fotosynthese halen ze uit de bovenste, zonovergoten zandlagen, en koolstof komt uit het zeewater.
Buikharigen
Ook gastrotricha of buikharigen bevolken de zandbodem. Met trilhaartjes aan de buikzijde kruipen of glijden ze door de fijne gangenstelsels, terwijl zintuigharen op hun kop de omgeving scannen. Hun favoriete voedsel bestaat uit kiezelalgen en bacteriën. Die zuigen ze op met hun slokdarm in het darmkanaal dat door hun hele lichaam loopt. Wanneer ze dreigen weg te spoelen, scheiden ze uit klieren aan hun achterste een soort lijm af waarmee ze zich in een oogwenk aan een zandkorrel kunnen hechten; andere klieren produceren dan weer een soort oplosmiddel, dat hen helpt om los te komen. ‘Bovendien lijken gastrotricha verdedigingsstoffen te produceren waarmee ze zich beschermen tegen roofdieren zoals platwormen,’ zegt Alexander Kieneke van het Duitse Centrum voor Onderzoek naar Mariene Biodiversiteit in Wilhelmshaven, dat onderzoek doet naar deze diertjes. Hij en zijn collega’s kennen tot nu toe bijna duizend soorten. Toch is dat maar een fractie van de werkelijke diversiteit. ‘In zandkloofjes leven ongeveer vijfduizend tot achtduizend soorten in totaal,’ schat de bioloog.
Andere specialisten in de jungle van zandkorrels:
Tardigrades oftewel beerdiertjes. Deze soorten die in het zand leven, zijn ongeveer een millimeter groot en hun mollige lichaam verplaatsen ze met acht pootstompjes. Daarmee klauteren ze over minerale deeltjes, waaraan ze zich met klauwen of kleefschijfjes kunnen vasthouden. Ze voeden zich met algen of gaan op jacht. Ze vangen rotifera oftewel raderdieren, draadwormen of andere beerdiertjes, die ze uitzuigen. Dat doen ze door de kegel van hun bek tegen hun prooi aan te drukken, waarna er scherpe stekels naar buiten schieten om het slachtoffer te steken. Om actief te kunnen zijn is een dun laagje water al genoeg voor ze. Soortgenoten die op korstmossen en mossen leven, weten zelfs hoe ze zich moeten behelpen als hun territorium opdroogt. Dan trekken ze hun poten in, scheiden een groot deel van hun lichaamsvocht uit en verschrompelen tot een tonnetje. In die doodse toestand kunnen deze overlevingskunstenaars het jaren uithouden – totdat de omgeving weer vochtig wordt.
Dan zijn er dieren die oorspronkelijk in grotere maten in het water of op het land leefden en in de loop van de evolutie zijn gekrompen tot dwergformaat om zich te kunnen aanpassen aan de omstandigheden op de bodem: slakken, krabben en kwallen. De Parhedyle cryptophthalma bijvoorbeeld, een piepklein, schelploos slakje, of de Pleurocope dasyura, een schaaldier. De Halammohydra, een 1,3 millimeter grote medusa, is tijdens deze verkleining zelfs zijn schild kwijtgeraakt; daarmee had hij onmogelijk vooruit kunnen komen in het nauwe kanalenstelsel. Naast deze organismen, die hun hele bestaan doorbrengen in het verborgene, zijn er ook andere, tijdelijke gasten. ‘Dat zijn jongere stadia van dieren die uiteindelijk groter worden; ze maken alleen gebruik van deze ruimtes zolang ze erin passen,’ zegt Kieneke. Daaronder bevinden zich de nakomelingen van veel mariene anneliden, oftewel ringwormen.
De bedrijvigheid in de kuststrook is ongelijk verdeeld: landinwaarts, waar ook bij het hoogste getij geen golven meer zijn, wordt die steeds minder. Daar is alleen nog iets te vinden in zeer diepe, vochtige lagen. Dichter bij de zee, in het gebied van eb en vloed, gedijt alles weelderig, tot in zee, waar zand de bodem bedekt. ‘Sommige bewoners migreren ook, hetzij in een jaarlijkse cyclus, hetzij in de loop van hun leven, hetzij met de getijden,’ zegt Schmidt-Rhaesa. Zo hebben tardigrades de neiging om in de zomer en de herfst in de bovenste lagen te blijven, en in de winter en de lente naar grotere diepten weg te kruipen.
Tot hun verbazing vonden ze soms dezelfde soorten op plekken die ver van elkaar verwijderd zijn
Op alle continenten hebben biologen inmiddels op stranden gegraven. Tot hun verbazing vonden ze soms dezelfde soorten op plekken die ver van elkaar verwijderd zijn. Sommige soorten lijken zelfs kosmopoliet te zijn, en dat ondanks het feit dat de meeste van hen nauwelijks in staat zijn hun woonplek te verlaten. Evenmin laten ze in het water larven los, die naar nieuwe kusten zouden kunnen drijven. ‘We hebben nu met behulp van genetische analyses kunnen aantonen dat de soorten waarvan we aanvankelijk dachten dat ze identiek waren, vaak niet meer dan zeer nauwe verwanten zijn,’ zegt Kieneke. ‘Maar toch moeten hun gemeenschappelijke voorouders ooit enorme afstanden hebben afgelegd voordat zij nieuwe populaties op verre kusten konden vestigen.’
De onderzoeker uit Wilhelmshaven wilde samen met een internationaal expeditieteam te weten komen hoe de diertjes dat voor elkaar kregen. Aan boord van het Duitse onderzoeksschip Meteor voeren ze in 2018 naar de Azoren. Daar namen ze monsters van de zandgronden in de ondiepe wateren voor de eilanden en van nabijgelegen onderwaterbergen. Ze zijn nog steeds aan het evalueren wat ze mee naar huis hebben genomen, maar het is nu al duidelijk dat er soorten voorkomen die voorheen alleen bekend waren van de kusten op het vasteland. ‘Blijkbaar speelden oceanische eilanden in de uitgestrekte diepzee een belangrijke rol als bruggenhoofd voor geleidelijke verspreiding,’ zegt Kieneke. Hij wil nu met genetische analyses duidelijk krijgen in hoeverre het genetisch materiaal van de levende soorten die ver uit elkaar leven met elkaar overeenkomt.
Koloniseren
En hoe overbrugden deze kleine dieren de modderige, bijna zandloze bodem van de uitgestrekte oceanen om vervolgens eerst eilanden op volle zee en daarna verre kusten te koloniseren? ‘Plukjes bruine algen die op het water drijven of zwemmende zeeschildpadden kunnen ze hebben vervoerd,’ zegt Kieneke. ‘Kloofbewoners voelen zich thuis op planten en de pantsers van dieren.’
Andere wetenschappers onderzoeken wat menselijk ingrijpen in de natuur voor de kleintjes in de kloof betekent. Olielozingen op stranden en grootschalige zandwinning brengen grote en langdurige schade toe aan het onderaardse volk. Uit studies blijkt dat klimaatverandering het ecosysteem aantast door verzuring en stijging van de watertemperatuur. Biologen houden bij hoe het aantal en de diversiteit van de strandbewoners verandert.
Ook fijngemalen plastic afval uit zee is in de zandkloofjes terechtgekomen. ‘We vinden nanodeeltjes en nanovezels in de diertjes. Ze verwarren die vreemde dingen met voedsel en krijgen ze binnen,’ zegt Andreas Schmidt-Rhaesa uit Hamburg. ‘We weten echter nog niet of en hoe dit schadelijk is voor individuele organismen.’ Effecten op de wereld van deze kleine wezens zijn uiterst moeilijk te meten en het onderzoek ernaar is nog maar net begonnen.
_____
Uit studies is gebleken dat sommige tardigrades bestand zijn tegen kou van min 200 graden en hitte van 148,9 graden. Ze wonen niet alleen in het zand, maar in een verscheidenheid van extreme habitats. Omdat ze zo veerkrachtig zijn, konden ze zelfs op de maan landen: onderzoekers vermoeden dat enkele duizenden exemplaren de crash van een Israëlische sonde daar in 2019 hebben overleefd.
In 1933 werd de term ‘interstitiële fauna’ voor het eerst gebruikt door de Duitse zoöloog Adolf Reman, voor kleine diertjes met een lengte tussen ongeveer 30 micro- en 1 millimeter die zich tussen zandkorrels kunnen voortbewegen zonder dat de korrels verschuiven.
Onderzoekers proberen oorsprong van infectie te achterhalen
In de Verenigde Staten is voor het eerst in tien jaar een geval van polio gemeld, aldus USA Today. De zaak werd gemeld in de staat New York. De patiënt is een jongvolwassene die niet meer in het ziekenhuis ligt en het virus niet meer kan overdragen. De autoriteiten proberen nog steeds de oorsprong van de infectie te achterhalen. De patiënt is niet onlangs in het buitenland geweest, maar kan in contact zijn geweest met iemand die een oraal vaccin heeft gekregen in een land waar dit type vaccin nog wordt gebruikt.
Polio is sinds 1979 officieel uitgeroeid in de Verenigde Staten, meldt USA Today. Dit betekent echter niet dat er geen sporadische gevallen zijn. Het laatste sporadische geval was in 2013, toen een zeven maanden oude baby die uit India was aangekomen het virus bij zich droeg.
Het openbaar ministerie van Peru gaat een onderzoek instellen nadat een boerenmilitie zeven vrouwen heeft ontvoerd in een afgelegen gebied in de Andes, aldus Radio Programas del Perú. De slachtoffers, beschuldigd van hekserij, werden ‘gemarteld’, aldus het lokale kantoor van de ombudsman, een waakhond voor de mensenrechten.
De vrouwen werden tien dagen vastgehouden in de gemeente Chillia, 700 kilometer ten noorden van Lima, en werden dinsdagochtend vrijgelaten nadat de autoriteiten, gealarmeerd door sociale netwerken, hadden ingegrepen.
Het Middellandse Zeegebied wordt geteisterd door een mariene hittegolf (MHW): de temperatuur was op 10 mei vier graden hoger dan het gemiddelde in de periode 1985-2005, meldt ANSA. De temperatuur van het oppervlaktewater bereikte pieken van meer dan 23° Celsius. Dit blijkt uit de eerste resultaten van het CAREHeat-project dat wordt gefinancierd door het Europees Ruimteagentschap. Het project heeft tot doel MHW’s te identificeren en het effect ervan te onderzoeken op mariene ecosystemen en op economische activiteiten zoals de visserij.
De resultaten bevestigen de bevindingen van het rapport Mare Caldo (Hete zee) van Greenpeace, waarin staat dat de gevolgen van de klimaatcrisis sterk voelbaar zullen zijn in de zeeën rond Italië, onder meer omdat stijgende watertemperaturen drastische veranderingen in de mariene biodiversiteit zullen veroorzaken.
Fellere kleuren zijn voorbeeld van snelle evolutie
Kameleons kleuren feller als ze zich in een omgeving bevinden zonder natuurlijke vijanden. Dat blijkt uit een studie die Science Advances publiceerde en waarvan Daily Maverick melding maakt. De soort die werd onderzocht is de Oost-Afrikaanse driehoornkameleon (Triocerus j. Xantholophus), die in de jaren zeventig per ongeluk op Hawaï terechtkwam.
De studie laat zien dat de Hawaiiaanse kameleons veel feller gekleurde sociale signalen afgeven dan hun soortgenoten in de oorspronkelijke leefgebieden in Kenia. De oorzaak is de afwezigheid van roofvogels en slangen, die het op kameleons gemunt hebben. De studie noemt dit een voorbeeld van snelle evolutie.
In het dierenrijk kunnen felle kleuren de aandacht trekken van roofdieren met scherpe ogen
In het dierenrijk kunnen felle kleuren de aandacht trekken van roofdieren met scherpe ogen. Dat vermindert de overlevingskans en reproductieve geschiktheid. Wanneer vervolgens het voortbestaan van de soort wordt bedreigd, werkt natuurlijke selectie als een rem. De kameleons worden in hun zichtbare delen minder fel gekleurd, terwijl de felle kleuren alleen nog te zien zijn op lichaamsdelen die minder zichtbaar zijn voor roofdieren.
Omgekeerd zorgen felle kleuren ervoor dat de conditie van de soort beter wordt. Hoe helderder en kleurrijker de mannetjes, hoe aantrekkelijker ze worden voor de vrouwtjes en hoe gemakkelijker ze kunnen winnen van hun rivalen.
Vaccinatie heeft verloop van pandemie aanzienlijk veranderd
Coronavaccins hebben in het eerste jaar van de vaccinatiecampagnes 19,8 miljoen van de mogelijke 31,4 miljoen sterfgevallen voorkomen, blijkt uit een studie gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet. Het is de eerste poging om een schatting te maken van het aantal sterfgevallen dat direct en indirect is voorkomen als gevolg van vaccinatie tegen covid-19.
‘Vaccinatie tegen covid-19 heeft het verloop van de pandemie aanzienlijk veranderd, waardoor wereldwijd tientallen miljoenen levens zijn gered. Door de slechte toegang tot vaccins in landen met lage inkomens is het effect in deze gebieden echter beperkt gebleven, waardoor het belang van wereldwijde toegang tot vaccins wordt benadrukt’, aldus de studie.
De onderzoekers maakten gebruik van data uit 185 landen die tussen 8 december 2020 en 8 december 2021 verzameld werden. China werd echter niet in de analyse meegenomen vanwege haar hoge bevolkingsaantal en strenge maatregelen om verspreiding tegen te gaan, waardoor de resultaten niet vergelijkbaar zouden zijn, aldus de onderzoekers.
Stijgende temperaturen zijn schadelijk voor gezondheid
Door stijgende temperaturen als gevolg van klimaatverandering wordt de nachtrust van mensen wereldwijd korter, zo blijkt uit de grootste studie naar dit onderwerp tot nu toe, dat aangehaald wordt door The Guardian. Door de opwarming van de aarde stijgen de nachttemperaturen sneller dan die overdag. Naarmate de aarde verder opwarmt zal slaapverlies verder toenemen, maar sommige mensen worden meer getroffen dan andere. Het slaapverlies per graad opwarming is bij vrouwen ongeveer een kwart hoger dan bij mannen, twee keer zo hoog bij vijfenzestigplussers en drie keer zo hoog bij mensen in minder welvarende landen.
Mensen zijn niet in staat zich aan te passen aan warmere nachten
Het onderzoek is gebaseerd op gegevens van 47.000 mensen in 68 landen, gedurende in totaal 7 miljoen nachten. Uit het onderzoek bleek dat de gemiddelde burger per jaar nu al 44 uur minder slaapt. Dat komt neer op elf nachten met minder dan zeven uur slaap. Eerdere studies toonden al aan dat stijgende temperaturen schadelijk zijn voor de gezondheid, onder meer door toename van het aantal hartaanvallen, zelfmoorden en psychische crises, door ongevallen en verwondingen, maar ook door een verminderd vermogen om te werken. De onderzoekers vinden het verontrustend dat hun gegevens niet aantonen dat mensen in staat zijn om zich aan te passen aan warmere nachten.
Volgens Kelton Minor van de Universiteit van Kopenhagen, die het onderzoek leidde, ‘slapen wereldwijd steeds meer mensen onvoldoende’. Hij voegde eraan toe dat het onderzoek het topje van de ijsberg kan zijn, ‘want zeer waarschijnlijk zijn onze schattingen aan de conservatieve kant’.
Gevechten langs Oekraïense kustlijn zorgen voor milieuschade
De duizenden aangespoelde dolfijnen op de kusten van de Dode Zee zijn waarschijnlijk het gevolg van de oorlog in Oekraïne, zo meldt The New York Times. De gevechten langs de Oekraïense kustlijn hebben onnoemelijke milieuschade aangericht en hebben de habitat van de dolfijnen verstoord, aldus wetenschappers.
Recente studies uit Bulgarije, Turkije en Oekraïne tonen aan dat door de oorlog de biodiversiteit in zee in toenemende mate wordt bedreigd: er vallen bommen in voedselrijke gebieden aan de kust, olie lekt uit gezonken schepen, en uit de rivieren stroomt water naar zee dat vervuild is door chemicaliën die in munitie worden gebruikt.
Ivan Roesev, een milieuwetenschapper verbonden aan het nationaal park Toezly in Oekraïne, zei dat uit gegevens die sinds het begin van de oorlog door zijn organisatie zijn verzameld, blijkt dat enkele duizenden dolfijnen zijn gedood. Volgens Roesev kunnen het toegenomen lawaai van schepen en het gebruik van krachtige sonarsystemen ook de dolfijnen desoriënteren, die geluid gebruiken om te navigeren. ‘Sommige dolfijnen hadden brandwonden van bom- of mijnexplosies en konden niet meer navigeren en natuurlijk ook niet meer naar voedsel zoeken’, schrijft Roesev.
Voor de oorlog lag het aantal dolfijnen in de Zwarte Zee op 253.000
Ook de Turkse organisatie voor zeeonderzoek meldt ‘een uitzonderlijke toename’ van dode dolfijnen die aanspoelen aan de Turkse kust.
De Russische marine domineert de Zwarte Zee voor de kust van Oekraïne en heeft een blokkade opgelegd aan alle Oekraïense scheepvaart. Daardoor is het onmogelijk om gedetailleerde wetenschappelijke informatie te verzamelen, zodat de massale dolfijnensterfte vooralsnog een mysterie blijft.
Vóór de oorlog hebben honderd wetenschappers van een internationale verdragsgroep voor het behoud van walvisachtigen met behulp van tien vliegtuigen en zes schepen onderzoek gedaan naar het zeeleven in de Zwarte Zee en het Middellandse Zeegebied. Zij stelden vast dat de Zwarte Zee meer dan 253.000 dolfijnen herbergde, een gezond aantal, dat volgens de wetenschappers een positieve ecologische indicator was van het totale ecosysteem. Het valt nu echter nog te bezien wat de uiteindelijke tol van de oorlog zal zijn voor dolfijnen en ander zeeleven.
Wat onder de grond allemaal gebeurt in het mycelium, het netwerk van schimmeldraden, is adembenemend. ‘Het is alsof je een kat informatie laat overbrengen aan een neushoorn, waardoor het gedrag van die laatste verandert – via een wortel’, schrijft Tim Hayward.
Het grootste levende organisme op onze planeet is geen dier of plant. Het leeft in of, om precies te zijn, onder een bos in Oregon, uitgespreid over 9 vierkante kilometer. In het donker gloeit het griezelig op en wetenschappers denken dat het zo’n 2500 jaar oud is. [Onlangs is een zeegrasplant ontdekt van 200 vierkante kilometer voor de kust van Australië. Deze Posidonia australis staat sindsdien te boek als het grootste levende organisme op onze planeet en is naar schatting minstens 4500 jaar oud is.]
Dit is geen elevator pitch voor een scifi-kaskraker in Hollywood, al moet ik toegeven dat ik daar het afgelopen jaar vaak aan heb gedacht. Nee, het is gewoon een van de minder bizarre feiten die opkwamen toen mijn vriend en producer Richard Ward research deed voor een BBC4 documentaire over de vreemde wereld van schimmels.
Schimmels zijn op dit moment hot in de wetenschappelijke wereld
Schimmels zijn op dit moment hot in de wetenschappelijke wereld. Een enorm, nog niet verkend gebied waarbij vergeleken de ruimtewedloop een schoolproject lijkt. En bovendien roepen schimmels ook vragen op over onze kijk op onszelf, op soorten, sekse en gemeenschappen. Niet alleen de hallucinogene eigenschappen van paddestoelen zetten de deuren van ons bewustzijn open, zo’n beetje alles aan deze organismen doet dat.
Mijn avontuur begon in de keuken. Net als iedereen probeer ik minder vlees te eten. Daardoor raak ik steeds meer gegrepen door de vele mogelijkheden van paddestoelen. In het Verenigd Koninkrijk weten we wel dat ze veel te bieden kunnen hebben, maar ervan overtuigd zijn we niet. Sommige Noord- en Oost-Europese landen zijn ‘mycofiel’: duizenden amateur-paddestoelenzoekers trekken er in de weekenden de bossen in en voeren hun buit zonder zorgen aan hun gezin. Hier kopen we alleen de simpelste, in plastic verpakte veldpaddestoelen bij de supermarkt en zijn de meeste mensen als de dood om iets anders te proberen. De afgelopen jaren hebben we ons repertoire een beetje uitgebreid, met Italiaanse porcini en een of twee van de mildere Aziatische zwammen, de shiitake en de oesterzwam, maar als de Fransen iets hardnekkig een trompette de la mort blijven noemen, kun je dat toch niet bepaald een aanbeveling noemen?
Het is gemakkelijk te begrijpen waar de bangelijke Britse mycofobie kan zijn ontstaan. Wij associëren schimmels met dood en bederf. Een kleine minderheid van alle paddestoelen is bijzonder lekker om te eten, de meeste smaken saai of gewoon vies en een klein aantal kan tot een pijnlijke dood leiden.
Wat eetbare paddestoelen betreft is de truffel voor ons waarschijnlijk de uiterste grens. Hij ziet eruit als een leerachtige steen of misschien een bijzonder samenhangend kluitje aarde en we slagen er nog steeds niet in om hem zelf te kweken. Vraag willekeurige, normale mensen de geur ervan te beschrijven, en ze zullen zeggen dat die doet denken aan een onfrisse sporttas en hun neus optrekken bij het idee dat ze zoiets in hun mond zouden stoppen. Toch behoren truffels tot de kostbaarste voedingswaren, per gewicht, waarin wordt gehandeld – een handel waar vaak smokkelpraktijken, geweld, georganiseerde misdaad en zelfs moord aan te pas komen. In zijn onlangs verschenen boek The Truffle Underground: A Tale of Mystery, Mayhem and Manipulation in the Shadowy Market of the World’s Most Expensive Fungus legt de Amerikaanse journalist Ryan Jacobs een complex web van bedrog bloot waarin truffels uit Oost-Europa – die van mindere kwaliteit worden geacht dan de Franse of Italiaanse variëteiten – op grote schaal worden gesmokkeld en van een nieuw label voorzien om voor het dure spul te kunnen doorgaan. Er zou sprake zijn van een gewelddadige werkwijze, met gewapende overvallen op truffelopslagplaatsen en corruptie op hoog niveau bij lokale overheden.
In de jaren dertig ontstond grote opwinding over hallucinogenen die inheemse volkeren al sinds de prehistorie gebruikten. ‘Magische’ zwammen – met psilocybine en lsd – oorspronkelijk afkomstig uit moederkoren, een schimmel die op rogge groeit, beloofden volgens sommigen veel voor het ontluikende vakgebied van de psychotherapie. In opnamen van wetenschappers die met deze drugs experimenteerden, is het totale gebrek aan angst in hun stem opmerkelijk. Ze lijken geen enkel besef te hebben dat ze met iets gevaarlijks of onwettigs bezig zijn. Het is vreemd om een in tweed geklede psychiater rustig te horen vertellen hoe hij het ‘brouwsel’ drinkt en hoe zijn eigen Deuren van Bewustzijn opengaan. Het boeiendst vond ik nog wel de opnamen waarin filmster Cary Grant, die al vroeg en vol overgave de psychotherapie omarmde, zonder enig schuldbesef over zijn werkelijk heroïsche consumptie van hallucinogenen vertelt.
Psilocybine wordt nu getest als therapie voor drugsverslaving, angst en stemmingsstoornissen
Wat er vervolgens gebeurde, is vaak beschreven. Hoe de drugs in universiteitslabs werden getest, aanvankelijk door medici maar later onder de vleugels van de CIA, die begrijpelijkerwijze geïnteresseerd was in het mogelijke nut ervan als verhoorinstrument of als wapen. Hoe de drugs vervolgens in de tegencultuur terechtkwamen en een hele generatie opnieuw beïnvloedden, en hoe overheden de veelomvattende strijd tegen verboden middelen aanbonden. Deze processen speelden wereldwijd en het wetenschappelijk onderzoek kwam dan ook tot stilstand onder druk van de mondiale stortvloed van media-aandacht die uitmondde in een rampzalige ‘war on drugs’. Pas in het afgelopen decennium lijkt de paniek te zijn afgenomen. Psilocybine wordt nu getest als therapie voor drugsverslaving, angst en stemmingsstoornissen.
Paddestoelen
Misschien komt het door hun literaire, visuele of artistieke verleden – feeën die eromheen dansen, of Alice die door een waterpijp rokende rups wordt aangemoedigd er een te eten – dat we de neiging hebben bij schimmels te denken aan paddestoelen die door een laag dode bladeren hun kopje opsteken. Maar die paddestoelen zijn enkel de vruchtdragende delen van het organisme dat eronder leeft: een uitgestrekt web van onderling verbonden hyfen, of schimmeldraden, dat mycelium wordt genoemd. En het ongelooflijkste van mycelium is niet zozeer de afmeting van dat netwerk, maar waartoe het in staat is.
Een jaar of tien geleden ontmoette ik op een beurs een stel jonge mensen. Zij hielden bij hun stand een overtuigend pleidooi voor het kweken van mycelium rondom breekbare verpakte artikelen, als een soort natuurlijk piepschuim. Ik heb geen idee of hun bedrijf een succes is geworden, maar een paar jaar later vertelde de chef-kok van een hip Londens restaurant me trots dat het krukje waarop ik zat een massief blok mycelium was dat in een mal was gekweekt. En vorig jaar troonde mijn dochter me mee naar een lezing over de toekomst van duurzame architectuur, waar vrolijk werd gediscussieerd over wolkenkrabbers die hoger en sterker zouden zijn dan de saaie gebouwen van nu en niet ‘gebouwd’ zouden worden van gewapend beton, maar ‘gekweekt’ van mycelium.
Als ik eerlijk ben kreeg ik het idee dat het spul me achtervolgde.
Quorn
In de jaren zestig identificeerde Rank Hovis McDougall Fusarium venenatum als een schimmelmycelium dat geschikt is voor menselijke consumptie. Dit is verbijsterend spul. Je vult een tank met een voedzaam groeimedium, voegt daar sporen aan toe, voedt het rijkelijk met zuurstof en het netwerk van dicht opeengepakte hyfen verdubbelt om de vijf uur in grootte. Hou je van quorn, de bekende eetbare mycoproteïne, dan is dit geweldig nieuws. Hou je van sciencefictionfilms uit de jaren vijftig, dan heb je misschien je bedenkingen.
Quorn is een vrij eenvoudig schimmelmateriaal dat voor samenhang zorgt en voor eiwit dat als voedingssupplement kan dienen. Het is oorspronkelijk niet ontworpen om vlees na te maken, maar nu de commerciële belangstelling voor vleesvervangers steeds koortsachtiger vormen aanneemt, kijken veel onderzoekers naar schimmels. De kans is groot dat die een steeds grotere rol krijgen in bewerkt en industrieel gefabriceerd voedsel en er is eigenlijk geen bovengrens aan de bijdrage ze uiteindelijk aan ons dieet zouden kunnen leveren.
Het lijkt erop dat het gebruik van mycelium zo hard groeit als, tja, mycelium zelf. Op een ijzige donderdag in oktober ontmoet ik Sebastian Schornack bij de Sainsbury Laboratory Cambridge University. Diep onder de grond, in een streng beveiligde biocontainment facility, heeft hij de wortels van een plantje onder de microscoop gelegd dat op hetzelfde substraat als een mycelium is gegroeid. In een gecontroleerde onderzoeksomgeving als deze is het toegestaan planten te maken door middel van genetische manipulatie en Schornack heeft tabaksplantjes gekweekt waarin de drie genen zitten die samen voor de rode kleur van bieten zorgen. Deze genen zijn zo gearrangeerd dat ze in de tabakswortels een roze kleur veroorzaken wanneer ze met het mycelium in contact komen. Zelfs met een vrij bescheiden vergroting kon ik het roze materiaal duidelijk in de cellen van de plantenwortel zien zitten en in het mycelium dat daarmee in contact was. Schornack is aanstekelijk enthousiast: ‘Dit is de intiemste relatie die je je maar kunt voorstellen. De schimmel leeft echt binnen in elke plantencel.’
Schimmels zijn al vanaf het allereerste begin ‘onderdeel’ van planten
Maar daar houdt het voor hem niet op: ‘Deze relatie is meer dan 400 miljoen jaar oud. Er zitten al structuren zoals deze schimmels in de cellen van gefossiliseerde planten.’
Het moeilijkst voorstelbaar hiervan is nog wel dat schimmels al vanaf het allereerste begin ‘onderdeel’ van planten zijn. Net zoals wij mensen begrijpen dat we gastheer zijn van ons eigen levende darm-ecosysteem en dat altijd zijn geweest, beseffen we nu dat planten en schimmels een vergelijkbare ‘relatie’ hebben. Maar dat woord dekt de lading niet helemaal, het is een onafscheidelijk samenleven. En als planten altijd ‘deels schimmel’ zijn geweest, en als wijzelf altijd ‘deels’ de mix van schimmel en bacteriën ‘in onze ‘darmflora’ zijn geweest, dan ga je toch vraagtekens plaatsen bij de overzichtelijke indeling van afzonderlijke organismen.
Maar het wordt nog ingewikkelder. Suzanne Simard is hoogleraar bosecologie aan de Universiteit van British Columbia. Zij injecteerde voor haar onderzoek radioactieve koolstof in een berkenboom en na een tijdje sloeg haar geigerteller aan bij een douglasspar die daar in de buurt stond. Materiaal uit de ene plant verscheen in een andere, geheel ander soort plant. Niet alleen werd materiaal overgedragen, maar door het selectief toedienen van voedingsstoffen kon de schimmel de groei van de bomen beïnvloeden. Via het mycelium konden signalen van ‘ongemak’ in een boom beïnvloeden hoe andere bomen groeiden. Ze bleken te communiceren via een derde organisme dat niet eens tot hetzelfde rijk behoorde. Hier moeten we even tot ons door laten dringen wat dat betekent. Het is alsof je een kat informatie laat overbrengen aan een neushoorn, waardoor het gedrag van die laatste verandert – via een wortel.
De schimmel kan een heel bos in staat stellen om in zijn eigen belang te ‘handelen’
Voor de duidelijkheid: dit is niet hetzelfde als bomen die ‘met elkaar praten’, maar het betekent wel dat de schimmel, door op te treden als informatie overbrengend medium, kennelijk een heel bos in staat kan stellen om in zijn eigen belang te ‘handelen’, bijna als één organisme. Dit resultaat is door Simard en anderen het ‘Wood Wide Web’ genoemd.
Dat mycelium communicatie tussen verschillende soorten bomen mogelijk maakt en onderhoudt, en misschien op de een of andere manier hun groei verandert in het belang van hun collectieve welzijn, dat blaast mij van mijn conceptuele sokken, om eerlijk te zijn. Boom, schimmel, bos? Wie is hier de baas? Wat is de entiteit?
Onder Kew Gardens, de Londense hortus botanicus, bevindt zich ver van het grote publiek de grootste verzameling geconserveerde schimmelsoorten ter wereld. Hier vertelde conservator Lee Davies me het macabere verhaal van de zombiecicaden. Deze reusachtige vliegende insecten lijken een beetje op sprinkhanen en komen overal in het midden en oosten van de VS voor. Ze hebben een heel kort en intensief paarseizoen en daarin raakt een klein percentage geïnfecteerd met een schimmel die Massospora heet. Deze produceert in hun lijf een reeks chemische stoffen, waaronder psilocybine en een amfetamine die cathinon wordt genoemd, en deze cocktail wakkert in de cicade een koortsachtige seksuele activiteit aan. En dat is nogal ongelukkig, want de schimmel neemt ook het hele lijf van het beestje in beslag en zorgt ervoor dat het achterlijf, inclusief geslachtsdelen, eraf valt, waarna dat wordt vervangen door een grote witte bal sporen. Op de een of andere manier dwingt de schimmel de cicade bovendien om zowel mannelijk als vrouwelijk paargedrag te vertonen en daarmee nog meer cicaden te lokken voor een potje vruchteloos gefriemel, zodat ook die met de sporen besmet worden.
Wat mij betreft is dit de meest intrigerende vorm van voortplanting die ik ooit ben tegengekomen. En zo raak ik opeens met bioloog en schrijver Merlin Sheldrake verwikkeld in een serieus gesprek over het seksleven van schimmels. ‘Er zijn zoveel verschillende manieren waarop schimmels seks kunnen hebben,’ vertelt hij. ‘Sommige hebben tienduizenden paartypes die in grote lijnen overeenkomen met onze geslachten. Kennelijk zijn er talloze verschillende manieren om je genen door elkaar te gooien en als flexibele, samenwerkende en diverse organismes hebben zij flexibele, samenwerkende en diverse manieren gevonden om dat te doen.’
Er zijn veel verschillende manieren waarop schimmels seks kunnen hebben
Ik kan met mijn tienerdochter al geen gesprek over gender voeren zonder dat mijn hersens vastlopen, dus hoe zou ik ooit alles van schimmelseks kunnen begrijpen? Zelfs met ons huidige, uiterst beperkte niveau van kennis dwingen schimmels ons om gecompliceerde vragen te stellen. Als een schimmel een levend organisme geheel kan innemen, het gedrag ervan kan beheersen en het lichaam gebruiken, hebben we een nieuw woord nodig voor het ding dat dan rondvliegt. Op welk moment is het niet langer een in bezit genomen insect en wordt het een mobiele paddestoel? Mijn zorg neemt nog verder toe als Sheldrake me er vriendelijk aan herinnert dat ik zelf vol zit en bedekt ben met allerlei verschillende soorten schimmels. Ik kan niet leven zonder hen en zij kunnen niet overleven zonder mij. Dus ben ik nou een entiteit of een goedgekleed mobiel ecosysteem?
Pratende paddestoelen
Paddestoelen wekken misschien de indruk zwijgende organismen te zijn, maar een nieuwe studie heeft patronen van elektrische signalen ontdekt die een opvallende, structurele gelijkenis vertonen met de menselijke spraak.
Andrew Adamatzky van het Unconventional Computing Laboratory van de Universiteit van West-Engeland in Bristol onderzoekt dit fenomeen door minuscule micro-elektroden te bevestigen in bodemlagen die ingelijfd zijn in hun lapjesdeken van hyfen (schimmeldraden), het mycelium.
Het onderzoek, dat gepubliceerd is in Royal Society Open Science, toonde aan dat die pieken zich vaak groepeerden in een serie activiteiten die leken op vocabulaires van wel zo’n vijftig woorden, en dat de verspreiding van die ‘woordlengten van paddestoelen’ nauw overeenkwam met die van menselijke talen. Waaiertjes – die op rottend hout groeien en wier vruchtlichamen lijken op golven van dicht opeengepakt koraal – produceerden de meest complexe ‘zinnen’.
Andere vormen van pulserend gedrag zijn al eerder waargenomen in zwammennetwerken, zoals pulserend voedingstransport – mogelijk veroorzaakt door ritmische groei als zwammen op zoek zijn naar voedsel.
De meest waarschijnlijke reden voor die golven van elektrische activiteit is dat ze de paddestoelen in stand houden – vergelijkbaar met wolven die janken om de roedel bij elkaar te houden – of hun pas ontdekte bronnen van lok- en afweermiddelen aan andere delen van hun mycelium overbrengen, zei Adamatzky. Maar er is volgens hem ook een andere mogelijkheid: dat ze niets zeggen. ‘Hoe interessant ook, de interpretatie dat het een taal is lijkt misschien iets al te enthousiast,’ zegt Dan Bebber, universitair docent biowetenschappen aan de Universiteit van Exeter en lid van het onderzoekscomité naar zwammenbiologie van de British Mycological Society. ‘Er moeten veel meer kritische hypothesen worden getest voor we de optie “Fungus” op Google Translate kunnen verwachten.’
Korstmossen horen tot de oudste levende dingen op onze planeet. Volgens sommige schattingen bedekken ze in al hun verschillende vormen 7 procent van het aardoppervlak, maar het zijn geen planten. Ze doen wel aan fotosynthese, maar hebben geen wortels en onttrekken geen voedingsstoffen aan de oppervlaktes waarop ze groeien. Kortmossen zijn eigenlijk algen die geheel in het weefsel van een schimmelmycelium leven. Het zou totaal onjuist zijn om ze ‘hybride’ te noemen en het is een meer dan symbiotische relatie. Ze zijn niet van elkaar te scheiden en zo leven ze al langer dan mensen of de meeste dieren en planten die we vandaag kennen. Voor zoiets hebben we nog steeds niet echt een naam.
Mycologen zijn een interessant stel. Hun enthousiasme heeft ervoor gezorgd dat ze zich zijn blijven richten op wat lang een verwaarloosd hoekje van de botanie is geweest. Ze hebben dingen gezien die wij stervelingen niet zouden geloven, en nu er tipjes van de sluier worden opgelicht is hun opwinding terecht groot. Ik heb onderzoekers ontmoet die dachten dat ze met hun ontdekkingen vrijwel alles wat voor mensen van belang is konden veranderen en verbeteren. Afgezien van de simpele toepassingen voor voedsel en het farmacologische potentieel zijn er schimmelvariëteiten die extreme omstandigheden kunnen overleven, plantengroei kunnen versterken of met plantenziektes afrekenen. Sommige soorten waarnaar op dit moment onderzoek wordt gedaan, zullen ooit plastic afbreken, gelekte olie opruimen en misschien zelfs radioactief afval neutraliseren.
Als het om schimmels gaat beginnen we pas net in te zien hoeveel we niet weten
Maar andere wetenschappers en activisten zijn bang dat we niet inzien hoeveel schade we de schimmelwereld toebrengen. De Fungi Foundation, een internationale ngo die is opgericht door de briljante Chileense mycoloog Giuliana Furci, wijst op dit gevaar. De stichting heeft tot doel onderwijs en informatie te verschaffen over de diversiteit van schimmels en het gebruik ervan als innovatieve oplossingen voor problemen die we misschien nog moeten ontdekken. Heel belangrijk is dat de Fungi Foundation de officiële taal aan het veranderen is en de internationale gemeenschap aanspoort om over de natuurwereld na te denken in termen van de drie F’en: flora, fauna en ‘funga’.
Funga-onderzoekers vormen de meest diverse en briljante groep die je je maar kunt voorstellen, maar één ding weten ze allemaal zeker: er is nog zoveel dat we niet weten en zoveel dat nog te ontdekken valt. Als het om schimmels gaat beginnen we pas net in te zien hoeveel we niet weten. Vroeg of laat ervaart iedereen die zich met schimmelonderzoek bezighoudt een en dezelfde vreemde reactie, die het midden houdt tussen fysiek en emotioneel. Sheldrake noemt het ‘hoogtevrees’ en ik denk dat hij daarmee de spijker op de kop slaat.
Hoger dan gebouwen
Ik wandelde een keer door de paar heuvels in de buurt van Cambridge. Ik ging op een bank zitten en keek naar het landschap om me heen, en opeens werd ik me duizelingwekkend bewust van alles. Ik zat onder bomen, dus het bevond zich onder me. Kilometers ver zag ik bossen, kreupelhout, alleenstaande bomen. Daaronder, misschien ertussenin, ongeziene maar uitgestrekte massa’s mycelium. Als ze boven de grond zouden zijn, zouden ze groter zijn dan dinosauriërs, hoger dan gebouwen. Levende organismen van bijna onvoorstelbare afmetingen. Oud, langzaam groeiend, zich langzaam verplaatsend, in wisselwerking met de omgeving. Wanneer je je realiseert dat er schimmels in de lucht zijn, op het oppervlak van of binnen in vrijwel alles wat leeft, bekruipt je een gevoel dat lijkt op, ja, het tollende, gedesoriënteerde gevoel dat je opeens niet meer zo stevig met de grond onder je verbonden bent. Het is inderdaad hoogtevrees.
We hoefden niet meer bang te zijn dat onze natuurlijke omgeving ons zou vermoorden
Een tijdje na de Verlichting begonnen we anders naar de natuur te kijken. We hoefden niet meer bang te zijn dat onze natuurlijke omgeving ons zou vermoorden en we gingen eropuit, naar de bergen, naar de bossen, naar de zee, om omringd te zijn door iets enorms, iets oneindig veel groters en ouders dan wijzelf, om onszelf in perspectief te plaatsen. Tegenwoordig is het misschien nog steeds best indrukwekkend om een berg te zien, een ruwe zee of een stuk woestijn, maar film, fotografie en zelfs goedkope avontuurlijke vakanties hebben ons van die plotselinge, verbijsterende waarneming beroofd.
Er bestaat een schilderij van de Duitse romanticus Caspar David Friedrich, genaamd De wandelaar boven de nevelen. Je hebt het vast weleens gezien. Die wandelaar is een man in overjas, van achteren gezien, die op het topje van een berg staat en uitkijkt over een landschap van bijna onbevattelijke uitgestrektheid. Je ziet zijn gezicht niet, maar trek er dit weekend eens op uit, ga op een heuvel staan, kijk naar de bomen, denk dan aan de schimmels en je voelt wat hij voelt.
Fungi: The New Frontier, geschreven en gepresenteerd door Tim Hayward en geproduceerd door Richard Ward en Loftus Media voor BBC Radio 4. Ook beschikbaar op BBC Sounds.
Wetenschappers hebben een grote stap gezet in de richting van de totstandbrenging van het kwantuminternet, zo blijkt uit onderzoek dat The Independent aanhaalt. Kwantumtechnologie zou het mogelijk maken informatie in een oogwenk te ‘transporteren’. Dit zou bijdragen tot de beloofde revolutie op het gebied van kwantumcomputers en een radicale verandering teweegbrengen in de wijze waarop netwerken functioneren.
Om zo ver te komen, moeten wetenschappers eerst de basistechnologie begrijpen, zodat deze in complexere netwerken kan worden gebruikt. Twee onderzoekers zeggen nu dat ze iets van dat fundamentele werk hebben gedaan, blijkt uit een nieuwe studie die woensdag is gepubliceerd in tijdschrift Nature. In hun studie beschrijven Oliver Slattery en Yong-su Kim dat het ze gelukt is om kwantuminformatie te teleporteren tussen twee knooppunten van een netwerk die niet met elkaar verbonden zijn. De onderzoekers hebben hiermee een belangrijke stap gezet in de richting van een ultraveiling kwantuminternet. Verwacht wordt dat dit echter pas over tien jaar beschikbaar zal zijn.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.