Tag: ongelijkheid

  • ‘Er heerst een vreemde machtsdynamiek op Wikipedia’

    ‘Er heerst een vreemde machtsdynamiek op Wikipedia’

    De online-encyclopedie toont vooral de prestaties van westerse witte mannen. Natuurkundige Jess Wade vecht voor meer diversiteit. ‘De criteria van Wikipedia zijn zo opgesteld dat witte, mannelijke academici vaker op de site staan dan andere wetenschappers.’

    Keuze uit het archief

    Op 15 januari bestond Wikipedia vijfentwintig jaar. De digitale encyclopedie telt inmiddels meer dan 65 miljoen artikelen in meer dan 300 talen en wordt bijgehouden door zo’n 250.000 vrijwilligers.
    Hoewel het platform populair is en veel gebruikt wordt, klinken er vanuit verschillende hoeken kritische geluiden. Zo vindt extreemrechts in Amerika het platform te woke, terwijl linkse mensen juist vinden dat Wikipedia meer aan diversiteit moet doen.
    Een van hen is natuurkundige Jess Wade. In dit interview met New Scientist van zes jaar geleden vertelt ze tegen welke problemen ze als wetenschapper en editor van Wikipedia aanloopt.

    Als Jess Wade niet aan het werk is in het natuurkundig laboratorium van het Imperial College London voert ze strijd om de wetenschap toegankelijker te maken voor iedereen. Haar vlaggenschipproject is het schrijven en bewerken van artikelen op Wikipedia, de grootste encyclopedie van de mensheid ooit, om er zeker van te zijn dat de wetenschappelijke bijdragen van vrouwen en andere ondervertegenwoordigde groeperingen niet verloren gaan voor het nageslacht. Dankzij haar heeft de website pagina’s over Magdalena Skipper, de eerste vrouwelijke hoofdredacteur van het tijdschrift Nature, over Jo Dunkley, de astrofysicus en wetenschapsvoorlichter aan Princeton University, en over bijna negenhonderd andere baanbrekende vrouwen in de wetenschap.

    Iedereen met een internetverbinding kan Wikipedia bewerken, maar de meeste van die tienduizenden editors blijven in de schaduw. Wade heeft echter de krantenkoppen gehaald en werd in 2019 door Wikimedia UK uitgeroepen tot Wikimedian van het jaar. Maar niet alle aandacht was positief. Eind vorig jaar markeerden haar mede-editors een serie artikelen van haar die volgens hen verwijderd moesten worden omdat de onderwerpen onvoldoende vermeldenswaardig zouden zijn voor een wereldwijd publiek. Wade beschuldigde die editors openlijk van systematische vooringenomenheid, waarna de controverse de Britse pers haalde, die berichtte over de schimmige machtsspelletjes die bepalen welke informatie op Wikipedia terechtkomt.

    We spraken haar over haar beweegredenen om aan dit project te beginnen en over de vraag waarom het soms niet zo goed wordt ontvangen.

    Jess Wade – © Dave Guttridge / Wikipedia
    Jess Wade – © Dave Guttridge / Wikipedia

    Wat maakt Wikipedia de moeite waard?

    ‘Wikipedia wordt miljoenen keren per dag bezocht – en dan heb ik het alleen nog maar over de Britse versie – door mensen van over de hele wereld, uit alle lagen van de bevolking, en dat maakt het tot een superbelangrijk platform. Maar slechts zo’n 18 procent van de Engelstalige biografieën gaat over vrouwen en hoewel het moeilijker is om gegevens te krijgen over andere ondervertegenwoordigde groepen twijfel ik er niet aan dat wetenschappers met een handicap of zij die afkomstig zijn uit de lhbtq-gemeenschap minder snel een Wikipedia-pagina krijgen. Dus sinds begin 2018 heb ik geprobeerd om de aanwezigheid van vrouwelijke wetenschappers en mensen van kleur te stimuleren, en vooral die van mensen uit het mondiale zuiden.’

    Was het moeilijk om die profielen op Wikipedia te krijgen?

    ‘Wikipedia hanteert strikte criteria. Oké, niet iedereen die je ontmoet, hoeft erop te staan. Het probleem is dat de criteria zo zijn opgesteld dat witte, mannelijke academici vaker op de site staan dan andere wetenschappers; het gaat dan bijvoorbeeld om bijzondere hoogleraren, en mensen die wezenlijk hebben bijgedragen aan wetenschappelijke literatuur en die prestigieuze prijzen en beurzen hebben ontvangen. Zaken die vooral witte mannen uit westerse landen ten deel vallen.

    Het moeilijkste is om een onafhankelijke, gerenommeerde bron te vinden die al over deze wetenschappers heeft geschreven. Bijgevolg worden mijn biografieën soms afgedaan als niet opmerkelijk genoeg om op te nemen. Eind 2019 tweette ik op een weekend over deze kwestie en dat kreeg heel veel aandacht, omdat mensen dachten dat Wikipedia daarvoor verantwoordelijk was in plaats van de andere editors.’

    Waarom denkt u dat die editors kritiek hebben op uw bijdragen?

    ‘Het verbaast me echt dat dit gebeurt. Wikipedia is een wereldwijd project en we werken allemaal samen aan deze gratis kennis. Dus als editors een pagina lezen die volgens hen nog wel een extra citaat kan gebruiken, waarom zoeken ze dat dan zelf niet op? Volgens mij is er een vreemde machtsdynamiek gaande, waarin een paar individuele editors bovenaan staan in de hiërarchie van Wikipedia die denken dat ze kunnen bepalen welke informatie voor de site van belang is.’

    ‘Ik keek op de website en die was zo typerend dat ik er droevig van werd: een hele muur met 32 foto’s van witte mannen’

    Waarom bent u naast uw gewone baan campagne gaan voeren?

    ‘Dat kwam door het boek Inferior van Angela Saini. Ik vind Angela de belangrijkste schrijver en radiopresentator die we op dit moment in het Verenigd Koninkrijk hebben. Inferior stelt de negatieve manier waarop het werk van vrouwen in de wetenschap wordt behandeld aan de kaak. Dat boek heeft de manier waarop ik over gelijkheid denk totaal veranderd.’

    Heeft u zelf obstakels moeten overwinnen?

    ‘Er is één voorval dat me in het bijzonder heeft gefrustreerd. Ik was net uitgenodigd om over nanomaterialen te spreken op een conferentie in Parijs. Ik keek op de website en die was zo typerend dat ik er droevig van werd: een hele muur met 32 foto’s van witte mannen. Als je zoiets ziet, dan denk je meteen: ze hebben me niet uitgenodigd vanwege mijn research, maar omdat iemand kritiek had op hun gebrek aan diversiteit.

    Ik schreef terug om een aantal bezwaren te uiten en heb, om een lang verhaal kort te houden, een groep fantastische vrouwen bij elkaar gekregen die wilden komen spreken op die bijeenkomst. Maar toen werden we naar de zijlijn geschoven en in een parallelle sessie voor zo’n twaalf mensen gestopt die “Vrouwen in nanomaterialen” werd genoemd. We waren slechts met vrouwen onder elkaar over ons werk aan het praten. Ik heb me nog nooit in mijn leven zo betutteld en vernederd gevoeld.’

    Vertel ons eens iets meer over uw werk met nanomaterialen.

    ‘Ik probeer nieuwe materialen te ontwikkelen om te gebruiken in tv- en mobieletelefoonschermen. Ik werk vooral met halfgeleiders die chirale eigenschappen hebben, wat betekent dat hun structuren niet-overlappende spiegelbeelden zijn, zoals je linker- en je rechterhand. We kunnen zorgen dat die moleculen op veel geavanceerdere manieren licht kunnen absorberen en uitstralen dan huidige materialen, zodat ze, als je ze in je tv of mobiele telefoon stopt, het scherm veel helderder maken en minder stroom vereisen.’

    181206 f dt527 136

    Wiskundige Gladys West is opgenomen in de US Air Force Space and Missile Pioneers Hall of Fame voor haar bijdrage aan de ontwikkeling van gps. West was een van de ‘computers’ van het Amerikaanse leger, voordat elektronische systemen het van haar zouden overnemen. Met behulp van satellietdata rekende ze de vorm van de aarde uit en stelde ze algoritmes op die aan de basis stonden van gps. – © Adrian Cadiz

    Is chiraliteit ook van belang buiten een laboratorium?

    ‘Een heleboel dingen zijn chiraal, zoals slakkenhuizen, schroeven en fusilli-pasta. Het blijkt zelfs dat zo’n 95 procent van de fusilli rechtsdraaiende helices zijn. Als we gelijke hoeveelheden van de links- en rechtsdraaiende soort hadden, zou dat de meest efficiënte manier zijn om de stukjes pasta te verpakken. Maar omdat we onevenredig veel rechtsdraaiende pasta maken, moeten de verpakkingen zo’n 10 procent groter zijn dan nodig is.’

    Wat moeten we volgens u doen om meisjes aan te moedigen natuurkunde te gaan studeren?

    ‘In het VK is het al zo ver dat er veel voorlichting wordt gegeven op schoolniveau. Maar wat natuurkunde aangaat, is er in de afgelopen vijftig jaar geen verandering gekomen in de scheve verhouding tussen jongens en meisjes wat betreft de vakkenkeuze op de middelbare school en evenmin op hbo- en academisch niveau. Als je meer kinderen wilt inspireren om natuurkunde als hoofdvak te kiezen, is het niet voldoende ze in de lunchpauze even voor te laten lichten door een paar wetenschappers.

    Dat is naïef. In plaats daarvan moeten we erover nadenken om succesvolle voorbeelden uit de praktijk te gebruiken, dingen waarvan bewezen is dat ze werken. Als een natuurkundige vier jaar lang met dezelfde middelbareschoolleraar optrekt, zullen er waarschijnlijk meer leerlingen natuurkunde kiezen dan als hij elke week bij een andere school zou langsgaan.’

    Als u een goed gesprek zou kunnen voeren met een van de mensen over wie u heeft geschreven, wie zou dat dan zijn?

    ‘Een wiskundige die Gladys West heet. Een van de eerste Wikipediapagina’s die ik schreef, ging over haar. Ze is in 1930 geboren in Virginia en studeerde wiskunde in een totaal andere omgeving dan de huidige. Daarna ging ze voor de Amerikaanse regering werken en legde met haar vroege computerkennis de basis voor de gps-technologie. Sinds ik die Wikipediapagina schreef, heeft ze op de 100 Women-lijst van de BBC gestaan, een jaarlijkse opsomming van invloedrijke en inspirerende vrouwen van over de hele wereld. Ze is opgenomen in de US Air Force Space and Missile Pioneers Hall of Fame en rondde in 2018 na een schriftelijke studie haar proefschrift af. Deze vrouw loopt tegen de negentig en ze rockt nog steeds.’

    Noot redactie: Gladys West is onlangs, op 17 januari 2026, op 95-jarige leeftijd overleden.

  • Kiezen voor een betere wereld. Het kan

    Kiezen voor een betere wereld. Het kan

    Hoe moet het verder met deze wereld? Ontwerper Bruce Mau ziet het zo: er zijn twee keuzes die zich opdringen. Of gebruikmaken van alle mogelijkheden die dit tijdperk ons biedt en een sprong in de ongewisse toekomst maken. Of ons blijven wentelen in veilige, vertrouwde patronen.

    2018 was de vijftigste verjaardag van wat ik als de laatste grote revolutie beschouw: de chaos van 1968, het jaar toen in de Vietnamoorlog het tij begon te keren, overal studentenprotesten uitbraken en de Praagse lente hardhandig de kop werd ingedrukt. Tegenwoordig wordt Noord-Amerika geconfronteerd met niet één, maar twee revoluties: een revolutie van kansen en een revolutie van afwijzing. Het voelt misschien niet als een revolutionaire tijd, maar wie goed om zich heen kijkt, ziet dat economische, sociale en politieke krachten ons momenteel in twee richtingen trekken. De ene richting zal ons verder vooruit stuwen, de andere zal ons terugduwen. Ons lot hangt af van welke revolutie wij omarmen.

    De revolutie van kansen wordt gedreven door onderwijs, wetenschap, innovatie en design. Ons dagelijks leven kan altijd slimmer, sneller, gemakkelijker, lichter, groener, rechtvaardiger, opener, toegankelijker en mooier. Van de energiebronnen die we gebruiken tot de producten die we kopen, van het voedsel dat we eten tot de manier waarop we omgaan met onze omgeving en met elkaar, alles wordt zo ontworpen dat het steeds beter aan onze behoeften voldoet.

    Tegenwoordig is Warren Buffett een van de rijkste mensen ter wereld, maar hoewel hij over mogelijkheden beschikt die ik niet heb, zien onze levens er niet zo heel verschillend uit

    Praktisch elke meetbare trend van belang is in de afgelopen tweehonderd jaar ten goede gekeerd. Grote problemen zijn opgelost, van de bestrijding van besmettelijke ziektes tot gratis openbaar onderwijs. We zijn op de maan geland. We hebben continu mensen aan het werk in een internationaal ruimtestation, we laten een wagentje over Mars karren en lanceren kneitergrote raketten die op eigen kracht kunnen landen. Vele naties bundelen hun krachten in de strijd tegen polio, malaria, aids, ebola, armoede, honger en klimaatverandering. We hebben een wereldwijde infrastructuur voor de productie en het vervoer van goederen, voor vliegverkeer en telecommunicatie. Meer dan vier miljard mensen hebben inmiddels toegang tot internet, en daarmee tot enorme hoeveelheden informatie en nieuwe kansen, en de landbouwproductie is ten opzichte van 1961 meer dan verdrievoudigd.

    Toch zijn veel commentatoren er op de een of andere manier van overtuigd dat we achterop raken. ‘In Amerika neemt het vertrouwen af,’ kopte The Atlantic in januari 2018 bij een artikel over het dalende vertrouwen in de overheid, de media en het bedrijfsleven. In een Ipsos-enquête zei meer dan de helft van de Canadese ondervraagden in 2017 dat de jongeren van nu slechter af zijn dan de generatie van hun ouders. We zijn ervan overtuigd dat we slecht presteren, dat onze instellingen falen, dat we niet in staat zijn de belangen van de wereldgemeenschap boven onze persoonlijke of nationalistische belangen te stellen, niet van onze fouten leren en niet bereid zijn ons gedrag te veranderen in het algemeen belang.

    In 1820 leefde naar schatting 94 procent van alle wereldburgers in extreme armoede. Het verschil tussen rijk en arm was gigantisch. Tegenwoordig is Warren Buffett een van de rijkste mensen ter wereld, maar hoewel hij over mogelijkheden beschikt die ik niet heb, zien onze levens er niet zo heel verschillend uit. We kunnen allebei onderwijs genieten, met het vliegtuig reizen en op vakantie gaan, we hebben mobiele telefoons, computers en internet, we drinken koffie van Starbucks en maken gebruik van Google. Dat al die mogelijkheden wereldwijd openliggen voor miljarden mensen is hét kenmerk van onze tijd.

    Nooit is er in de geschiedenis zoveel rijkdom gecreëerd als in de afgelopen vijftig jaar. Miljarden mensen zijn toegetreden tot de mondiale middenklasse. Die groep telt volgens één studie nu 3,8 miljard mensen en is daarmee voor het eerst in de geschiedenis groter dan de groep mensen die in armoede leeft. Door nieuwe vormen van betalingsverkeer en economische uitwisseling hebben ook de allerarmsten tegenwoordig toegang tot de rijkdom van de markt. De Keniaanse mobiele betaaldienst M-Pesa schijnt twee procent van de Keniaanse huishoudens uit de armoede te hebben getild, louter door deze mensen voor het eerst toegang te bieden tot een bankrekening. Dat is de revolutie van kansen: zorgen dat iedereen die kansen kan benutten.

    © Josh Barwick
    © Josh Barwick

    De revolutie van afwijzing staat voor wanhopig vasthouden aan verouderde technologieën, industrieën en energiesystemen, ongeacht de gevolgen voor mens, milieu en economie. G20-landen geven nog steeds 444 miljard dollar subsidie aan fossiele brandstoffen. (In 2016 gaf Canada 3,3 miljard dollar aan de fossiele-brandstofindustrie.) Ondanks de dalende vraag naar steenkool hamert president Trump erop dat de Amerikaanse steenkoolindustrie moet worden gered, en zijn regering heeft tientallen milieuvoorschriften geschrapt, waaronder veiligheidsvoorschriften voor het boren in zee.

    De revolutie van afwijzing leidt ook tot een steeds grotere concentratie van rijkdom in de handen van een steeds kleinere groep, zodat één procent van de mensheid nu meer dan veertig procent van alle rijkdom ter wereld bezit. De inkomensongelijkheid is in Noord-Amerika, Rusland, China en India sinds 1980 heel snel toegenomen en in Europa matig, zo blijkt uit het World Inequality Report van 2018. In regio’s waar de ongelijkheid niet is gestegen, was die al extreem hoog: ongeveer zestig procent van alle rijkdom in het Midden-Oosten blijft in handen van de rijkste tien procent van de bevolking. Zelfs in Canada, een land met een levensstandaard die voor velen een ideaal is, is het bezit van de rijkste 87 families gelijk aan dat van alle bewoners van de provincies Newfoundland en Labrador, Prince Edward Island en New Brunswick samen. Het gevaar dreigt dat de rijkste burgers een leven gaan leiden dat volledig is afgescheiden van het onze en zo hun binding met de maatschappij verliezen. De toekomst ligt niet in ommuurde villawijken en vip-lounges, maar in platforms die de voordelen van onze tijd binnen ieders bereik brengen.

    Gezondheid

    Onze levensduur is ontegenzeggelijk de beslissende graadmeter voor de mate waarin we beschikken over goede gezondheidsvoorlichting, goede zorg en een gezonde leefomgeving. De levensduur neemt wereldwijd al tweehonderd jaar toe. Op sommige plaatsen gaat dat sneller dan op andere en in tijden van crisis of conflict kan de levensduur ook weleens afnemen. Maar de algemene trend is onmiskenbaar. De technologische en wetenschappelijke vooruitgang heeft onze mogelijkheden voor medisch ingrijpen vergroot, resulterend in nieuwe vormen van gezondheidszorg, een lagere kindersterfte en een langere levensduur. Op het vlak van medische innovatie worden er voortdurend nieuwe technologieën voor ingrijpen in het menselijk lichaam bedacht en gerealiseerd.

    Armen, benen, handen, gewrichten, tanden, ogen, hart, nieren, huid, oren, alvleesklier, botten, kraakbeen, lever en longen: allemaal kunnen we die nu vervangen of herstellen. Hugh Herr, die aan het Massachusetts Institute of Technology prothesen ontwikkelt en bij het bergbeklimmen zelf zijn onderbenen heeft verloren, grapt weleens dat hij medelijden heeft met mensen die hun ledematen niet kunnen upgraden. Zijn eigen kunstbenen worden steeds beter – hij heeft nu al speciale benen om te hardlopen en om te klimmen – terwijl de rest van zijn lichaam gewoon veroudert, net als dat van andere mensen. Hij voorziet een toekomst waarin prothesen niet alleen worden gebruikt om ontbrekende ledematen te vervangen, maar om het menselijk lichaam te verbeteren, een toekomst waarin kunstmatige alternatieven te verkiezen zijn boven onze eigen botten en organen.

    Als wij mensen de handen ineen slaan, kunnen we ziekten compleet van de aardbodem vagen. De pokken was de eerste ziekte die officieel uitgeroeid werd verklaard. Het uitroeien van malaria zal niet lukken, maar de verspreiding ervan kan tegen die tijd wel sterk worden teruggedrongen. Sinds er in 1988 een begin werd gemaakt met het uitroeien van polio, is het aantal ziektegevallen al met minstens 99 procent gedaald.

    Ondertussen worden in de revolutie van afwijzing pseudowetenschap en complotdenken verkozen boven wetenschappelijke feiten. Sinds 2009 is in twaalf staten van de VS een stijging te zien van het aantal mensen dat vaccinaties weigert met een beroep op hun ‘wereldbeschouwing’. Ook in Europa grijpt de weerstand tegen vaccinatie eveneens om zich heen. Ongefundeerde geruchten over neveneffecten worden breed uitgemeten en nieuw leven ingeblazen op internet, vooral via sociale media. In dit geval geeft de nieuwe technologie een stem aan groepen die angst willen zaaien en zo de fundamenten van kennis en waarheid ondermijnen.


    De revolutie van kansen belooft politieke vrijheid en een ingrijpende machtsverschuiving naar echte democratie in maatschappelijke processen en marktmechanismen. Dat betekent vrij verkeer van mensen, vrijheid van meningsuiting en een vrije pers.

    Al sinds halverwege de jaren zeventig stijgt het aantal democratische regeringen ter wereld. In 2016 waren volgens het Pew Research Center bijna zes op de tien regeringen democratisch. Dat is een enorme prestatie, als je bedenkt dat er tweehonderd jaar geleden nog maar één officiële democratie bestond (de Verenigde Staten), waarin je toen alleen nog stemrecht had als je man, blank en grondbezitter was. De afgelopen zeventig jaar heeft een enorme afname van politiek geweld laten zien. In Canada is de maatschappelijke betrokkenheid gegroeid: meer Canadezen zijn lid van groepen en organisaties binnen hun gemeenschap, en volgens cijfers uit 2013 over politieke en culturele organisaties is meer dan de helft van de leden daarin actief via internet. Het internet en alle platforms die daarop mogelijk zijn, maken de weg vrij voor een ongekende participatiegraad in onze democratie.

    Soms voelt dat misschien niet zo, en met reden. Wereldwijd zit de vrijheid al tien jaar in het slop: Turkije, Polen, Venezuela en Hongarije glijden af naar een vorm van autocratie. Crowdfunding, sociale media en videoplatforms zijn gebruikt om mensen tegen elkaar op te zetten in plaats van verbinding te zoeken. In Myanmar heeft het leger gebruikgemaakt van Facebook om mensen tot geweld tegen de Rohingya aan te zetten op een manier die doet denken aan het gebruik van de radio tijdens de genocide in Rwanda. En extreemrechtse partijen in Europa zetten sociale media in om de angst voor migranten aan te wakkeren en aan te dringen op sluiting van de landsgrenzen.

    Ook de vrijheid van meningsuiting wordt bedreigd. Freedom House constateerde dat van juni 2016 tot mei 2017 dertig van de vijfenzestig regeringen die deze onafhankelijke Amerikaanse mensenrechtenorganisatie volgt, geprobeerd hebben het online debat de kop in te drukken. In Turkije zijn meer dan 180 mediakanalen en uitgeverijen opgedoekt. Staatshoofden als Donald Trump en de Filipijnse Rodrigo Duterte worden steeds feller in hun aanvallen op de media. De laatste heeft persvrijheid zelfs ‘een privilege’ genoemd en gezegd dat journalisten die zijn vermoord waarschijnlijk ‘wel iets gedaan’ zullen hebben om dat te verdienen. In die trends ontwaar ik de revolutie van afwijzing, waarbij leiders angst zaaien om in naam van nationalisme en nationale veiligheid burgerrechten te ontmantelen.

    Of we het nou willen of niet, we zijn allemaal afhankelijk van elkaar

    Waarom is dat van belang? Omdat we, of we het nou willen of niet, allemaal van elkaar afhankelijk zijn. Op de lange termijn is het succes van de burgers van één land volledig afhankelijk van het succes van alle andere landen. Ideeën, goederen en mensen gaan tegenwoordig met grote snelheid de hele wereld rond. Onze grootste problemen op het gebied van economie, gezondheidszorg, politiek en milieu lopen over landsgrenzen heen. Net als mensen: of je nu denkt aan vluchtelingen die willen ontkomen aan vervolging (of aan de gevolgen van de klimaatverandering) of aan immigranten op zoek naar werk. In 2036 kan één op de twee Canadezen een immigrant of een kind van een immigrant zijn. We moeten daar niet voor terugdeinzen en geen hindernissen opwerpen, maar blij zijn met een wereld waarin culturen, rassen en talen zich vermengen en nieuwe vormen van rijkdom en schoonheid opleveren.

    Klimaatverandering

    De tweesprong waar we voor staan wordt het scherpst geïllustreerd in de klimaatverandering. Volgens het laatste rapport van het VN-Klimaatpanel hebben we nog maar elf jaar om te voorkomen dat de mensheid te kampen krijgt met verwoestende overstromingen, droogtes en vluchtelingencrises. Als de temperatuur met twee graden stijgt, zal 99 procent van alle tropische koraalriffen sterven, zal een vijfde van de insecten meer dan de helft van hun leefgebied verliezen en zullen miljoenen mensen uit tropische gebieden geëvacueerd moeten worden om te ontkomen aan droogtes en overstromingen. Beperking van de temperatuurstijging tot 1,5 graad of minder – een doel dat het rapport schetst – zou vereisen dat de CO2-uitstoot in 2050 wereldwijd is teruggedrongen tot nul.

    Bij zulke sombere voorspellingen is het gemakkelijk om pessimistisch te worden. Maar hoewel we vaak slecht op problemen anticiperen, hebben we ook bewezen dat we kunnen doorpakken als er een crisis voor de deur staat. Er is goed nieuws: overal ter wereld komen mensen en overheden in actie. Een non-profitorganisatie in Michigan is bezig sequoia’s te klonen om met de aanplant daarvan de oude oerbossen te herstellen. Op een strand in Mumbai hebben meer dan duizend vrijwilligers onder leiding van een jonge advocaat 3,5 miljoen kilo afval opgeruimd. China heeft plannen voor een enorme markt in emissierechten en India heeft inmiddels wereldwijd de grootste markt voor het veilen van duurzame energieprojecten.

    De twee revoluties die ik heb geschetst, lijken misschien een simplistisch model voor een complexe, steeds veranderende wereld. Maar ze helpen ons te zien hoe we verder moeten. We hebben uiteindelijk allemaal het recht om onze revolutie zelf te kiezen, en zo zal elk land en elke regio zijn eigen keuze maken. Maar als we niet samen kiezen, als we niet samen de revolutie van kansen zien zullen we vanzelf vervallen in de revolutie van afwijzing. En dan lopen we onze kansen mis.

    Auteur: Bruce Mau
    Vertaler: Frank Lekens

    The Walrus
    Canada | verschijnt 10 x per jaar | oplage 60.000

    The Walrus publiceert longreads over Canadese en internationale actualiteiten evenals fictie en poëzie van Canadese auteurs.

  • 3. Steun is nodig, geen hoon of haat

    3. Steun is nodig, geen hoon of haat

    Radicale krachten verkneukelen zich over de problemen waarmee Emmanuel Macron momenteel wordt geconfronteerd. Waar ze op hopen is een politieke omwenteling bij de verkiezingen voor het Europees parlement in mei.

    Omwille van Europa heeft Emmanuel Macron onze steun nodig – niet onze hoon of haat. Een jonge, reformistische Franse president die een ‘Europese renaissance’ heeft beloofd, staat in zeer zwaar weer aan het roer van een land dat in hoog tempo lijkt af te glijden naar de positie van ‘De zieke man van Europa’. Het was veelzeggend dat de relschoppers afgelopen weekend het gelaat kapotsloegen van het beeld van Marianne – symbool van de Republiek – onder de Arc de 
Triomphe in Parijs.

    Nog geen drie weken geleden waren wereldleiders daar samengekomen om met Macron te vieren dat er honderd jaar geleden een einde was gekomen aan de Eerste Wereldoorlog. Als de gevoelens van 
verbittering waar Macron al vele malen voor heeft gewaarschuwd echt voet aan de grond krijgen in Frankrijk, dan zal dat gevolgen hebben voor het hele 
continent – niet alleen voor de politieke carrière van één iemand.

    Radicale groeperingen in heel Europa verkneukelen zich over de hachelijke positie waarin Macron zich bevindt met de gele hesjes. Van de hardline Brexiteers in Engeland (zowel in het linkse als in het rechtse kamp) tot aan Matteo Salvini, de extreemrechtse sterke man in Italië, om nog maar te zwijgen van de propagandamachine van Poetin: allemaal smullen ze ervan. Onlusten en chaos in liberale democratieën, daar gedijen deze extremisten bij. Waar ze op hopen is een politieke omwenteling bij de verkiezingen voor het Europees parlement in mei. Wat we nu in Frankrijk zien is een veeg teken, met consequenties die zich tot ver over de landsgrenzen uitstrekken.

    Terechte grieven

    Nog niet zo heel lang geleden heeft Macron zichzelf vol trots uitgeroepen tot de aartsvijand van zowel Salvini 
als de Hongaarse Viktor Orbán, twee leiders die hun politieke pijlen vooral richten op migranten, de oppositie en het rechtsstelsel. Macron is verzwakt, wordt in de verdediging gedrongen 
en raakt meer en meer geïsoleerd.

    De taferelen in Frankrijk van de afgelopen twee weken doen veel mensen denken aan de opstanden van mei 1968, maar welbeschouwd is een 
vergelijking met 6 februari 1934 meer op zijn plaats. Op die dag bestormden groepen extreemrechtse nationalisten de Franse hoofdstad, waarop een gewelddadige confrontatie met de politie volgde, met vijftien doden als gevolg. De gebeurtenissen van die dag zijn uitgegroeid tot een ontstaanslegende voor een bepaalde generatie extreemrechts in Frankrijk.

    Macron heeft zonder meer fouten gemaakt. De meeste demonstranten hebben terechte grieven, al geven ze daar niet erg coherent uiting aan. 
Ze zien zichzelf als de ‘onzichtbare burgers’ die met minachting worden behandeld door de Parijse elite, en nu zijn ze maar al te zichtbaar met hun lichtgevende vestjes. Ze hebben de publieke opinie achter zich.

    Een van de meest welbespraakte vertegenwoordigers van deze groep is Ingrid Levvasseur, een jonge verpleegster met twee kinderen, uit Normandië. Vorige week was ze op de televisie te zien en vertelde op aangrijpende wijze over de moeite die het haar kost om de eindjes aan elkaar te knopen, en over haar diepgewortelde gevoel van onrecht: ‘Sommige mensen zijn kwaad dat we de wegen blokkeren, maar je hoort ze niet klagen als ze uren in de file staan op weg naar de wintersport,’ zei ze 
met zachte stem.

    Veel Fransen hebben het gevoel dat ze in werkelijkheid niet krijgen waar ze recht op hebben

    Maar de onderstroom van de Franse crisis is nog grimmiger en wordt verwoord door een andere vertegenwoordiger van de gele hesjes, Christophe Chalençon, een smid uit de zuidelijke Vaucluse-regio. Chalençon is openlijk tegen moslims en hij heeft opgeroepen tot de installatie van een militair bewind – ‘want wat we nodig hebben is een echte bevelhebber, een generaal, een sterke man’. Ondertussen proberen extreemrechtse groeperingen als Action Française weer voet aan de grond te krijgen.

    De toezegging dat de belastingen 
uiteindelijk toch niet zullen worden verhoogd, komt waarschijnlijk ook te laat. Frankrijk kampt met drie grote zorgen. Er is de angst om in te boeten aan macht en aanzien; de angst voor de economische gevolgen van de globalisering en de angst om de ‘nationale identiteit’ te verliezen. Het land heeft ook te kampen met diepe, interne breuklijnen en het lijkt te veel gevraagd van een president om die in nog geen anderhalf jaar te repareren.

    Sociale groepen hebben het gevoel dat ze tegen elkaar worden uitgespeeld: jong versus oud, werkenden versus werklozen, platteland versus stad, ongeschoold versus geschoold. Dergelijke verschillen bestaan in vele landen, maar in Frankrijk nemen ze existentiële proporties aan als gevolg van het ideaal van gelijkheid dat al vele eeuwen met de Republiek wordt geassocieerd. Veel Fransen hebben het gevoel dat ze in werkelijkheid niet krijgen waar ze recht op hebben.

    Vaffanculo-dagen

    Toen Macron zich in 2017 verkiesbaar stelde, beloofde hij ‘een revolutie’ (het was zelfs de titel van zijn campagneboek) om tegemoet te komen aan 
een breed gevoelde noodzaak tot 
vernieuwing en de behoefte om het Franse prestige nieuw leven in te blazen, niet in de laatste plaats op het Europese toneel.

    Inmiddels lijkt de president in het binnenland krachteloos, en zijn plannen voor Europa kunnen elk moment de laatste sacramenten toegediend krijgen. Zoals de verzwakte Angela Merkel weinig kon uitrichten om het Europese project weer vlot te trekken, zal een verzwakte Macron op het hele continent extremisten en populisten in 
de kaart spelen. De Le Pens, Orbáns en Salvini’s staan al te trappelen in de coulissen. Als we niet met oplossingen komen, bestaat er de kans dat de Europese verkiezingen in Frankrijk uitlopen op een referendum tegen Macron.

    De Franse president is niet langer een vaandeldrager van liberalen en pro-Europeanen

    De Franse president is niet langer een vaandeldrager van liberalen en pro-Europeanen. Maar het is onvoorstelbaar gevaarlijk om dat te zien als een gunstige ontwikkeling voor Europa en de democratie in het algemeen. Het 
is alsof je hoopt op een zwaar treinongeluk omdat er dan een paar wagons kunnen worden vervangen. De sociale onvrede in Frankrijk is reëel en moet onder ogen worden gezien. Maar de krachten die garen zullen spinnen bij een algehele ravage en geweld op straat, zijn uitgerekend die krachten die ons in het ravijn zullen storten. 
Kijk maar naar de doodsbedreigingen aan het adres van de gele hesjes die hebben gezegd bereid te zijn met de regering om tafel te gaan zitten.

    Een paar jaar terug had een uitgeput en gespannen Italië zijn vaffanculodagen van protesten (met als boodschap aan het establishment: sodemieter op) waar de populistische Vijfsterrenbeweging zo sterk uit tevoorschijn is gekomen. Wat is er sindsdien gebeurd? Dit jaar is Italië in de greep gekomen van extreemrechts. De vaffanculodagen die 
Frankrijk nu doormaakt zullen tot een soortgelijk scenario leiden als er niet een paar nuchtere mensen opstaan om Macron op de een of andere manier te helpen iets van het vertrouwen te herwinnen. Het Europese democratische project en sociale rechtvaardigheid kunnen niet bestaan zonder een Europees, democratisch Frankrijk. Mariannes gelaat moet worden hersteld.

    Auteur: Natalie Nougayrède

    Natalie Nougayrède was directeur van Le Monde en werkt nu voor The Guardian. Verder is ze werkzaam geweest voor de krant Libération en de BBC.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | 
oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde 
columnisten en journalisten. Altijd 
zeer kritisch ten opzichte van de 
overheid en andere instituten.

  • 4. Woede 
verspreidt zich snel

    4. Woede 
verspreidt zich snel

    Historicus Anne Applebaum over de vraag hoe een beweging die een maand geleden nog niet bestond zo snel zo groot kon worden. De demonstranten zijn vooral gewoon boos.

    Vuur, lichtkogels en traangas teisteren Parijs. Op zondagochtend lagen de straten bezaaid met de karkassen van uitgebrande auto’s en zat de Arc de Triomphe onder de graffiti. Daarnaast werden kleinere, overwegend vreedzame protestmarsen elders in het land gehouden, waar gele hesjes de afgelopen weken tolpoortjes bezetten, flitspalen onklaar maakten, het verkeer lamlegden en de toegang tot belastingkantoren blokkeerden.

    Er wordt herhaaldelijk (maar ten onrechte) beweerd dat ze ‘uit het niets komen’. Wat wel waar is, is dat ze een ongewone herkomst hebben. Vroeger kwamen politieke partijen in Frankrijk, net als in de rest van Europa, voort uit ouderwetse, actieve instituties. 
De sociaaldemocraten ontstonden 
bijvoorbeeld uit de vakbonden en in 
veel landen bracht de kerk de christen-democraten voort. Mensen identificeerden zich met de mensen die ze tegenkwamen in verenigingen, op 
bijeenkomsten en in het café. Maar de leden van deze nieuwe maatschappelijke beweging – voor zover je van een beweging kunt spreken – kennen elkaar niet van dergelijke instituties.

    Ze troffen elkaar op internet, via social media en onlinepetities, die van de ene op de andere dag nieuwe groeperingen en identiteiten kunnen opleveren. 
Ze zijn niet verbonden aan enige bestaande politieke partij, hoewel ze 
al door verschillende partijen worden opgeëist. François Ruffin, een ‘ultralinkse’ politicus met een hartgrondige hekel aan president Macron, heeft zich al op protestmarsen vertoond. Marine Le Pen, de Franse ‘extreemrechtse’ voorvrouw, heeft het ook al voor hen opgenomen.

    Er zijn mensen die denken dat haar aanhangers – en misschien zelfs lieden met een nog extremere agenda – er verantwoordelijk voor zijn dat de vreedzame Parijse 
protesten vorige week omsloegen in gewelddadige rellen. Maar elke aanspraak op connectie is opportunistisch, want de beweging heeft geen leider benoemd. Ze heeft wel acht woordvoerders aangewezen, die uiteenlopende achtergronden hebben en van wie niet kan worden beweerd dat ze tot enige partij behoren of zelfs maar tot dezelfde maatschappelijke groepering.

    Boos

    In plaats van een ideologie of een 
duidelijke filosofie lijken de gele hesjes alleen een paar opvattingen te delen, plus iets wat zich laat omschrijven als een zekere esthetica. Ze maken zich boos over de milieubelasting die de benzineprijzen opdrijft en moeten niets hebben van maximumsnelheden op Franse wegen. Ze zijn vooral gewoon boos, wat een van de redenen is waarom een beweging die een maand geleden nog niet bestond zo snel zo groot kon worden.

    Woede 
verspreidt zich snel via sociale media, die in het voordeel van emoties werken, en verenigt mensen in een wereld waarin vakbonden, kerkelijke organisaties en politieke partijen aan belang inboeten. Oftewel, volgens een van de demonstranten: ‘We hebben jullie [de politieke klasse als geheel] niet meer nodig.’

    Het heeft iets ironisch. Macrons eigen politieke partij, La République En Marche, begon ook als anti-partijpartij, een toevluchtsoord voor mensen die zich niet langer met de traditionele politieke partijen identificeerden.

    Maar En Marche ontstond wel in de politieke ruimte en de leden namen deel aan 
de verkiezingen. Het gevolg is dat de partij, die drie jaar geleden nog niet bestond, inmiddels wordt beschouwd als onderdeel van het establishment dat ze juist had moeten verslaan. In 
de Franse geschiedenis wemelt het van de revoluties die worden ingehaald door nog radicalere revoluties, maar 
de snelheid waarmee de huidige veranderingen zich voltrekken is adembenemend.

    De gele hesjes zetten tijdens de demonstraties van 8 december in Parijs een barricade in brand vlak bij de Champs-Élysées. – © Getty Images
    De gele hesjes zetten tijdens de demonstraties van 8 december in Parijs een barricade in brand vlak bij de Champs-Élysées. – © Getty Images

    Gezien die nieuwe werkelijkheid is het belangrijk om manieren te bedenken waarop dit soort spontane, nieuwe antipolitieke bewegingen kunnen worden overgehaald om zich aan 
te sluiten bij bestaande officiële 
instituties, mee te doen aan officiële debatten, hun handen vuil te maken aan de deals en compromissen waar de moderne democratie niet zonder kan. Het is ook belangrijk te voorkomen dat ze worden gekaapt door mensen met een duistere agenda. Het zijn ook geen problemen waar alleen de Fransen mee worstelen. Het grootste deel van de rest van de democratische wereld heeft of krijgt ermee te maken.

    Als presidenten, parlementen, bestaande partijen en bestaande instituties een manier kunnen vinden om naar de gele hesjes te luisteren, ze aan zich te binden en met ze mee te veranderen, dan blijft de democratie in de 21ste eeuw bestaan. Zo niet, dan niet.

    Auteur: Anne Applebaum

    Anne Applebaum is behalve historicus en journalist ook directeur van het Transitions Forum van het Legatum Institute. Voor haar boek Gulag. A History (2003), kreeg ze de Pulitzer Prize. Applebaum was redacteur van The Washington Post en The Spectator en publiceerde in onder meer The New York Review of Books en The New Republic.

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | 
oplage 475.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980).* Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld.* Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.

  • Al Bu Nahid: 
een klein utopia in Irak

    Al Bu Nahid: 
een klein utopia in Irak

    In het Iraakse dorp Al Bu Nahid worden vrouwen en mannen gelijk behandeld, zijn roken en frisdrank in de ban en religieuze twisten verboden.

    De provincie Diwaniya in Zuid-Irak is een van de meest verpauperde streken in het land. De meeste mensen werken er op het land, waardoor ze hard werden getroffen door een droogte in april. Zoals bijna overal in Irak worden de straten van de stad Diwaniya gekenmerkt door afval, verstikkende uitlaatgassen en eindeloos getoeter van auto’s.

    Maar in het het dorp Al Bu Nahid, net buiten de stad, zijn bewoners bezig een nieuw idee uit te werken over hoe Irak eruit zou kunnen zien. In een land waar ruim 30 procent van de Iraakse mannen lijdt aan ernstig overgewicht, heeft het dorp frisdrank in de ban gedaan en is er jaarlijks een hardloopfestival met duizenden deelnemers. In een land waar olie de economie en politiek stuurt, viert het dorp op 5 juni Wereldmilieudag en ontplooit het milieuvriendelijke initiatieven. In een land waar de benzineprijs 0,63 dollar per liter bedraagt, hebben fietsen in het dorp de voorkeur gekregen boven de auto als vervoermiddel.

    Joggen

    Deze initiatieven zijn grotendeels het geesteskind van Kadim Hassoun, een ingenieur die een aantal projecten in het dorp begon, nadat hij in Europa en het Midden-Oosten in aanraking was gekomen met ideeën over gezondheid, sociale betrokkenheid en milieu. Na een verblijf van achttien jaar in Dubai keerde Hassoen in 2014 terug naar Irak en probeerde daar, tot ongeloof van zijn dorpsgenoten, aan fitness te blijven doen. ‘Iedereen zag mij als een excentriekeling, maar ik deed er nog een schepje bovenop,’ vertelt hij. Uitgedost in trainingspak en hardloopschoenen jogde hij stug voort op het platteland. ‘Na een maand voegden twee mensen zich bij me, na twee maanden liepen er vijf mee, en eerlijk waar, na zes maanden had ik de meeste dorpsgenoten mee – vooral de tieners en twintigers.’

    Naarmate het leger lopers aanzwol, kwamen zij uiteindelijk op het idee een ‘hardlopersfestival’ op te zetten. Elk jaar doen mensen van buiten het dorp, bijvoorbeeld uit de stad Diwaniya, nu mee aan het evenement. Volgens Hassoen zijn er vaak wel drieduizend deelnemers.

    Het onverwachte succes van het festival, dat ook de aandacht van de media trok, dreef Hassoen ertoe meer projecten te creëren ter bestrijding van de sociale kwalen die zijn dorp in het bijzonder, en Irak in het algemeen, volgens hem teisteren. Verbodsborden voor toeteren en roken – alomtegenwoordige verschijnselen in Irak – hangen overal in het dorp. Hassoun wil graag benadrukken dat er geen sprake is van autoritaire handhaving. Wel is het zo dat wie de regels overtreedt, het gevaar loopt te worden uitgekotst door de overige dorpelingen, die de veranderingen van harte hebben ondersteund.

    De regels (zie onder).
    De regels (zie onder).

    Een klein, vervallen gebouw, ergens bij de rivier, doet dienst als Huis voor de Cultuur. Binnen staan boeken, fictie en non-fictie, over een breed scala aan onderwerpen, en is er schilder- en knutselmateriaal. ‘Ik heb het Huis voor de Cultuur opgericht en ben vervolgens een bibliotheek begonnen – ik heb boeken uit binnen- en buitenland toegestuurd gekregen, zelfs uit Groot-Brittannië, de VS en Zweden,’ zegt Hassoun. ‘Ook hebben de meeste bibliotheken in Bagdad mij boeken gedoneerd.’

    Tijdens een rondleiding in het Huis voor de Cultuur toont Hassoun kunstwerken die gemaakt zijn door kinderen uit de buurt. Kort geleden kwam er een kunstenaar uit Bagdad kinderen helpen een schilderij te maken waarin de rol van Unicef wordt geëerd. Portretten van mecenassen van Al Bu Nahid sieren de muren, waaronder dat van de Brits-Iraakse schrijfster Emily Porter, die enkele initiatieven van het dorp financieel heeft gesteund.

    ‘Ik heb grote waardering voor de nieuwe dingen die in ons dorp gaande zijn,’ zegt Ali Ghanem, een van de 750 inwoners. ‘Kadim heeft echt zijn best gedaan de situatie te verbeteren. We beseften dat sport goed voor ons was, dus hebben we het kampioenschap 200 meter hardlopen opgezet. Ook zijn frisdrank en roken uitgebannen. We wisten dat er iets goeds was aan ons dorp, en nu zien we het met eigen ogen – we zijn getuige van concrete veranderingen.’

    ‘Wij hebben tegen de mannen gezegd: nee, er is geen verschil tussen jou en haar. Maar dit heeft allemaal tijd nodig’

    Als het gaat om de ontwikkeling van zijn ideale gemeenschap, ziet Hassoun twee grote knelpunten: sektarisme en de marginalisering van vrouwen. ‘In het Midden-Oosten komen de grootste problemen en conflicten door religie, omdat de grootste problemen steeds door de bril van religie worden bekeken. Dat doorbreken was een hoofdstreven in dit dorp.’

    Sommige mensen zeggen dat Hassoun zich tegen religie keert. ‘Nee, zeg ik dan, ik probeer je religie juist te beschermen. Houd het geloof er alsjeblieft buiten. Ik zeg: als je over religie wilt praten, oké, ga dan eerst naar het Huis voor de Cultuur, neem een boek over de religie mee naar huis en lees het. En kom er dan hier over praten.’

    Wat vrouwen betreft was de strijd nog moeilijker, gezien de mentaliteit op het Zuid-Iraakse platteland. Hassoun heeft twee dagen per week het cultuurcentrum voor vrouwen gereserveerd, mannen zijn dan niet welkom. Vrouwen kunnen een groot aantal lezingen bijwonen en sociale, medische en psychologische problemen bespreken met ngo’s.

    In veel opzichten is de scheiding tussen de seksen hier minder strikt dan elders in Irak. Hassoun wijst naar het gemeentehuis, een groot, met riet bedekt gebouw aan de ingang van het dorp, en vertelt dat de vrouwen van Al Bu Nahid daar welkom zijn, iets wat in andere dorpen niet vanzelfsprekend is. ‘Wij hebben tegen de mannen gezegd: nee, er is geen verschil tussen jou en haar. Maar dit heeft allemaal tijd nodig.’

    Andere dorpen hebben lering getrokken uit het succes van Al Bu Nahid. Nu IS is verslagen, lijkt Irak eindelijk het sektarische geweld en de sfeer van angst en repressie te boven te komen. Nu oorlog en geweld op de achtergrond raken, beginnen Irakezen meer aandacht te krijgen voor de sociale en economische kwalen die hun land plagen. Voor Hassoun is Al Bu Nahid een mogelijke blauwdruk voor hoe Irak zichzelf zou kunnen rehabiliteren, met een opener, gezonder gemeenschapsleven. ‘Het is niet makkelijk,’ zegt hij. ‘Maar ik probeer tenminste wat.’

    Auteur: Alex MacDonald
    Vertaler: Carl Stellweg

    CONTEXT: De regels

    Aan de ingang van het dorp stipuleren twee uithangborden – een in het Engels, een in het Arabisch – een aantal (losjes gehandhaafde) regels:

    1. Niet roken
    2. Geen ruzie om godsdienst
    3. Geen getoeter
    4. Geen politieke discussies
    5. Eerbiediging van verkeersregels
    6. Geen bomenkap, want het milieu is onze verantwoordelijkheid

    Middle East Eye
    Verenigd Koninkrijk | middleeasteye.net

    De website Middle East Eye werd in 2014 opgericht en wil de voornaamste nieuwsbron zijn voor het Midden-Oosten. Hoofdredacteur is David Hearst, voormalig buitenlandredacteur van The Guardian. Volgens critici heeft de site banden met de Moslimbroeders.

  • Ook de cheerleader pikt het niet meer

    Ook de cheerleader pikt het niet meer

    Cheerleaders zijn met hun hotpants en pompons niet meer weg te denken uit de wereld van het American Football. Toch steekt ook in deze wereld het feminisme voorzichtig de kop op.

    Elk jaar in april houden een aantal American Football-teams audities voor cheerleaders. Vele vrouwen beproeven dan hun geluk. Maar tegenwoordig, in de wereld van #MeToo, worden er kritische kanttekeningen geplaatst bij de strenge regels en de karige beloning.

    Deze maand veertig jaar geleden beschreef een journalist die aanwezig was bij de cheerleading tryouts van de Dallas Cowboys een scène die ‘even zenuwslopend was als een open casting voor een Broadway-show’. Honderdvijftig vrouwen – de meest begeerde, gevierde en gewilde vrouwen van heel Texas – stonden te rillen in een ruimte waar de airco veel te koud stond afgesteld.

    De vrouwen vertelden over hongerdiëten, die ze vele weken hadden volgehouden. De verslaggever van The New York Times schreef dat de cheerleaders een vergoeding van niks kregen: vijftien dollar per wedstrijd (14 dollar 72 na aftrek van belasting). Ze moesten zich aan een strak repetitieschema houden – maar liefst vijf uur per avond, en dat vijf keer per week –, ze mochten zich niet vertonen op plekken waar alcohol werd geschonken, ze mochten niet in hun uniform op welk feestje dan ook verschijnen, ze mochten geen sieraden dragen wanneer ze hun uniform aan hadden.

    ‘De cheerleaders van de Cowboys zijn, boven alles, mooi’, stond in het artikel te lezen. Dit was een tijd waarin deze cheerleaders misschien wel de meest iconische show neerzetten binnen de wereld van het American Football, binnen de hele NFL. Een ‘grote dosis charme en uitstraling’ was een absolute vereiste.

    Cheerleading is begonnen als een sport voor mannen. Eisenhower, Roosevelt, Reagen en beide Bushes stonden tijdens hun studietijd met megafoon langs de zijlijn. – © HH
    Cheerleading is begonnen als een sport voor mannen. Eisenhower, Roosevelt, Reagen en beide Bushes stonden tijdens hun studietijd met megafoon langs de zijlijn. – © HH

    Vier decennia later lijkt de wereld weliswaar te zijn veranderd, maar de regels waaraan professionele cheerleaders zich dienen te houden zijn nog min of meer dezelfde. Toch lijkt, in een tijd waarin de NFL gebukt gaat onder een onophoudelijke stroom verhalen over huiselijk geweld en beschuldigingen van seksueel geweld – en talloze vrouwen zich achter #MeToo scharen – ook in de wereld van cheerleaders het feminisme voorzichtig de kop op te steken. Er worden kanttekeningen geplaatst bij de strenge en naar het zich laat aanzien seksistische regels die op professioneel niveau gemeengoed zijn. Maar tegelijkertijd doen honderden vrouwen, bij verschillende teams, auditie voor cheerleader. Al naar gelang de regels van het team doen ze dat in de voorgeschreven crop top, een huidkleurige panty, hotpants en met ‘geheel verzorgd kapsel en make-up’, zoals staat te lezen in de leidraad van de Arizona Cardinals.

    De vrouwen zullen worden beoordeeld op hun techniek, uitstraling en houding, maar ook op hun uiterlijk, zoals in vele handleidingen staat aangegeven. Het mag duidelijk zijn dat ‘ons uniform een slank figuur vereist’, vermeldt de auditiefolder van de Cowboys. Als deze vrouwen geluk hebben worden ze toegelaten tot teams met namen als Ben-gals (een verwijzing naar de Bengals van Cincinnati), de Raiderettes (Oakland), de Falconettes (Atlanta) of de Saintsations (New Orleans). Ze zullen zich moeten houden aan bepaalde reglementen. Zo mogen ze niet al te vriendschappelijk met de spelers omgaan en in sommige gevallen mogen ze er geen stellige meningen op nahouden, of kauwgom kauwen. Toch zullen velen het een fantastische ervaring vinden: het kameraadschap, de kans om zo dicht in de buurt te komen van de helden, de kans om al je technische vaardigheden te tonen (vaardigheden, jawel: vele NFL-cheerleaders zijn getrainde dansers).

    ‘Ik verdien niet genoeg om mijn hele leven door hen te laten bepalen, ook buiten de Superdome’

    ‘Het is echt een kick die nergens mee is te vergelijken,’ zegt Flavia Berys, die van 2000 tot 2002 cheerleader is geweest bij de San Diego Chargers en een aantal boeken heeft geschreven over alle geheimen rond cheerleaderaudities. ‘Je voelt echt de energie van elke afzonderlijke fan die daar in het stadion zit.’

    ‘Je krijgt instant een hechte band met de andere vrouwen,’ aldus Toni Washington, die in de jaren tachtig cheerleader en toursecretaris is geweest bij de Cowboys.
    Toch gaat er ook weleens iets mis, te beginnen met de zaak van Bailey Davis, een tweeëntwintigjarige ex-cheerleader van de New Orleans Saints, die in januari werd ontslagen omdat ze een foto op Instagram had gezet waarop ze een kanten bodysuit draagt. Dat druist in tegen de socialmediaregels van het team. Als reactie daarop diende zij een klacht in wegens genderdiscriminatie, bij de Equal Employment Opportunity Commission. Ze beschuldigde de NFL ervan een dubbele moraal te hanteren: er gelden andere regels voor de cheerleaders, vrijwel uitsluitend vrouwen, dan voor de spelers, uitsluitend mannen.

    ‘Ik verdien niet genoeg om mijn hele leven door hen te laten bepalen, ook buiten de Superdome,’ zei Davis. Veel cheerleaders van de NFL verdienen een schamele vijfenzeventig dollar per wedstrijd, en ze krijgen nog wat extra’s als ze bepaalde events bijwonen. Als Davis in het team was gebleven, had ze tien dollar vijfentwintig per uur verdiend, ofwel drie dollar meer dan het minimumloon in Louisiana.

    Davis is niet de eerste die de genderongelijkheid binnen de NFL aan de kaak stelt. Al in de jaren zeventig werd er door de National Organization for Women gedemonstreerd bij de Cowboys’ tryouts voor cheerleaders, en de cheerleaders werden door feministen weggezet als ‘instrumenten van het seksisme’, zoals The New York Times het ooit verwoordde.

    De Chicago Bears zijn in 1985 gestopt met hun cheerleaders, de ‘Honey Bears’, toen de dochter van George Halas, de eigenaar en een van de oprichters van de NFL, na de dood van haar vader het team overnam. (George Halas zelf had ooit gezegd: ‘Zolang ik leef, zullen er dansende meisjes zijn.’)

    Processen

    De afgelopen jaren hebben gewezen cheerleaders processen aangespannen tegen de NFL over hun salaris. In 2016 hebben de New York Jets een regeling getroffen en hun cheerleaders met terugwerkende kracht 325.000 dollar uitgekeerd. De Raiders zijn een schikking van 1,25 miljoen dollar overeengekomen met de Raiderettes. Er zijn zes NFL-teams zonder cheerleaders, waaronder de Buffalo Bills – van wie het cheerteam is ontbonden na een groepsvordering over de betaling – en de New York Giants, van wie de mede-eigenaar, John Mara, heeft gezegd: ‘In filosofische zin hebben we er altijd moeite mee gehad om schaars geklede vrouwen het veld op te sturen ter vermaak van onze fans.’

    ‘Ik heb twee dochters,’ zegt Drexel Bradshaw, een advocaat die enkele cheerleaders heeft vertegenwoordigd in rechtszaken voor gelijke betaling, tegen de San Francisco 49ers en de Raiders. ‘Ik zou niet graag zien dat mijn dochters worden behandeld zoals deze vrouwen worden behandeld.’

    Margery Eagan, een radiopresentatrice, formuleerde het onlangs een stuk directer in een column in The Boston Globe. ‘Het is hoog tijd om kritisch te kijken naar de cheerleaders van de NFL, met hun nauwelijks bedekte borsten, die vanaf de tribunes worden begluurd door dronken mannen met een verrekijker,’ schreef ze. ‘Het is beschamend, voor ons allemaal. Of dat zou het in ieder geval moeten zijn.’

    De cheerleader met hotpants en go-go-laarzen is te herleiden tot de Cowboys uit de jaren zeventig. – © Getty
    De cheerleader met hotpants en go-go-laarzen is te herleiden tot de Cowboys uit de jaren zeventig. – © Getty

    Willen vrouwen in een mannenwereld iets bereiken, zo luidt het gezegde, dan moeten ze alles doen wat mannen doen – maar dan achterwaarts en op hoge hakken. Voor de NFL-cheerleaders komt daar nog iets bij: zij moeten aan de kant staan, op hoge hakken, en de mannen aanmoedigen, voor een schijntje – en dat in een wereld waarin spelers miljoenen binnenhalen en zelfs de mascottes soms vijfenzestigduizend dollar per jaar opstrijken.

    Zoals in The New York Times, en op andere plekken, is opgemerkt, roepen de regels waaraan de moderne cheerleaders zich dienen te houden herinneringen op aan een ander tijdperk, waarin vrouwen werden gewogen, een verplichte manicure kregen, instructies kregen hoe ze tampons dienden te gebruiken en werden getraind in het beleefd afwimpelen van fans die te nieuwsgierig of te handtastelijk werden. Wie een blik werpt in de voorschriften uit de jaren zestig voor de Playboy -clubs van Hugh Hefner – regels die waren opgesteld voor de vrouwelijke medewerkers, die ‘bunnies’ werden genoemd – stuit op opmerkelijke gelijkenissen: de bunnies kregen ‘strafpunten’ voor kauwgom kauwen, vuile nagels of ongekamd haar. Maar deze bunnies kregen tenminste wel een salaris en bepaalde voordeeltjes.

    ‘Je moet niet alleen een goed getrainde danser zijn, maar je moet er ook nog eens goed uitzien terwijl je zeer inspannend werk doet. Je moet het doen op tien centimeter hoge hakken. Volledig opgemaakt, en je moet onafgebroken glimlachen, ook als je alleen maar staat te staan’

    ‘Het is ontzettend moeilijk om een NFL-cheerleader te zijn, want je moet niet alleen een goed getrainde danser zijn, maar je moet er ook nog eens goed uitzien terwijl je zeer inspannend werk doet,’ zegt Bailey Davis. ‘Je moet het doen op tien centimeter hoge hakken. Volledig opgemaakt, en je moet onafgebroken glimlachen, ook als je alleen maar staat te staan.’

    ‘Er wordt echt een dubbele moraal gehanteerd,’ zegt Kate Mayfield, een voormalig cheerleader van de Baltimore Ravens, die nu hedgefundconsultant is. ‘Ze wekken de indruk dat de regels zijn opgesteld om te zorgen dat wij niet in de problemen komen, want als er iets gebeurt zal de bond altijd de speler in bescherming nemen. Als puntje bij paaltje komt zijn de spelers belangrijker, hoewel wij ook op het veld staan. Ik geloof niet dat ik daar destijds bij heb stilgestaan. Ik was tweeëntwintig.’

    In een etiquettehandboek uit 2012, van de Raiders krijgen cheerleaders het advies om ‘damesachtig te zitten – kruis je enkels of sla je benen over elkaar, maar zorg in ieder geval dat je je benen bij elkaar houdt’. In de voorschriften van de Bengals, gebruikt als bewijsmateriaal tijdens een rechtszaak in 2014, wordt melding gemaakt van ‘een toegestane gewichtsschommeling van ten hoogste anderhalve kilo’, ‘een verbod op kauwgom’, ‘geen hangende borsten’. Beide teams hebben onlangs laten weten de voorschriften te hebben aangepast, maar weigerden op de details in te gaan.

    ‘Het ergste voor mij, en voor veel van mijn teamgenoten, was een totaal vertekend beeld van je lichaam, een eetstoornis en de depressies en angststoornissen die daarmee gepaard gaan,’ aldus Lyndsey Raucherm, een studente die in 2016 en 2017 cheerleader is geweest bij de New England Patriots. ‘Ik ben bang dat ik nooit meer helemaal de oude zal worden.’

    Sport voor mannen

    Cheerleading is begonnen als een sport voor mannen – ‘een van de meest waardevolle dingen die een jongen meekrijgt van zijn studietijd,’ schreef The Nation in 1911. Zeker vijf presidenten – Dwight D. Eisenhower, Franklin Roosevelt, Ronald Reagan en de beide Bushes – zijn tijdens hun studie cheerleader geweest, net als andere politici zoals Rick Perry, Tom DeLay en Mitt Romney.

    Pas na de Tweede Wereldoorlog namen jonge, parmantige vrouwen met pompoms geleidelijk de plaats in van die mannen met hun megafoons, zoals de sociologe Lisa Wade schrijft. Dat kwam deels doordat cheerleading een van de weinige manieren was waarop vrouwen een rol konden spelen binnen de universitaire sportwereld voordat in 1972 Title IX werd aangenomen, de federale wetgeving waarin gelijke openstelling voor beide seksen werd vastgelegd, betoogt Laura Grindstaff, hoogleraar aan de
    University of California in Davis.

    In de jaren sinds de invoering van die wet zijn er twee duidelijk verschillende vormen van cheerleading ontstaan: een competitieve versie, voornamelijk voor meisjesstudenten, met een sterk gymnastische component – vol ingewikkelde turnoefeningen, sprongen en menselijke piramides – en de versie met cheerleaders die aan de zijkant van het veld staan en ook dansen. Bij die laatste vorm zijn de cheerleaders binnen de NFL vrijwel uitsluitend vrouwen. (De Baltimore Ravens hebben mannelijke stuntlieden tussen hun cheerleaders, en de Los Angeles Rams hebben enige maanden terug laten weten twee mannen – beiden klassiek geschoolde dansers – aan hun cheerleaderteam toe te voegen.)

    ‘Dit is een activiteit waarvoor je bijna een gespleten persoonlijkheid moet hebben,’ zegt Kate Torgovnick May, de schrijfster van Cheer!: Inside the Secret World of College Cheerleaders. Aan de ene kant moet je een heel gymnastische, atletische prestatie neerzetten. Er worden allerlei acrobatische oefeningen in de lucht gedaan. Maar er is ook de andere kant, de bijkomende elementen, het publiek opzwepen, de krappe, weinig verhullende kleding, de geladen blikken die daarbij horen. Het gaat dan vooral over pracht en praal. Ik wil geenszins beweren dat het geen echte dansvorm zou zijn – want dat is het zeker – maar op een bepaalde manier is het toch iets heel anders.’

    We hebben het dan over het soort cheerleaders, met hotpants en go-go-laarzen, die zijn te herleiden tot de Cowboys uit de jaren zeventig – en dan met name tot Suzanne Mitchell, die meer dan tien jaar de scepter heeft gezwaaid. ‘Je zou haar de peetmoeder van het moderne cheerleading kunnen noemen,’ zegt filmmaakster Dana Adam Shapiro, wiens documentaire over de cheerleaders van de Cowboys – Daughters of the Sexual Revolution – onlangs in première is gegaan op het festival South by Southwest.


    Voor de Dallas-cheerleaders kwam het keerpunt in 1976, tijdens Super Bowl X. Een cameraman van de televisie, die op zoek was naar het zogeheten ‘honey shot’, liet zijn camera naar de zijlijn glijden, waar een van de cheerleaders, Gwenda, recht in beeld knipoogde. Van het ene op het andere moment was de hele wereld ‘vergeten dat er een Super Bowl gaande was’, om de woorden van Cowboys-chroniqueur Joe Nick Patoski te gebruiken. Daarmee werd bevestigd wat Tex Schramm, de voorzitter en algemeen manager van de Cowboys, al langer vermoedde: een brutalere, sexy uitstraling zou heel wat commotie veroorzaken.

    Onder Suzanne Mitchell prijkten de cheerleaders van de Cowboys op de cover van Esquire, hadden ze een rol in de tv-serie The Love Boat en speelden ze – ongevraagd – een legendarische rol in een pornofilm uit 1978, Debbie Does Dallas. (Volgens Shapiro’s documentaire waren er destijds drie cheerleaders die Debbie heetten. Maar ze waren geen van alle díé Debbie.)

    De regels van Suzanna Mitchell werden beroemd: niet aanpappen met de spelers. Geen kauwgom. Geen spijkerbroeken. Er mochten geen papillotten worden gedragen in het openbaar. Men werd standaard eens in de zo veel tijd gewogen, en soms liet Mitchell foto’s rondgaan van bepaalde lichaamsdelen van cheerleaders, om duidelijk te maken waar er wat vet diende te verdwijnen. ‘Je shorts werden op maat gemaakt,’ zei voormalig cheerleader Washington, die inmiddels zevenenvijftig is. Ze zeiden altijd: ‘We snoeren het in, het mag er niet uit. Het was een soort etiquetteschool.’


    Maar het verhaal kent ook een donkere kant. In de documentaire horen we voormalig cheerleaders vertellen over stalkers, mannen die brieven schreven, die hen volgden en die hen thuis opbelden – duidelijk een van de redenen dat de cheerleaders van de NFL vandaag de dag niet hun volledige naam mogen gebruiken.

    ‘De meeste fans gedragen zich fatsoenlijk, maar er zit altijd wel iemand tussen die lijkt te denken dat cheerleaders een soort gebruiksvoorwerpen zijn,’ aldus mevrouw Berys, de voormalig aanvoerder van de cheerleaders van de Chargers. Zij grijpt terug op haar eigen ervaringen tussen 2000 en 2002.

    In Philadelphia heeft in 2002 een cheerleader van de Eagles ontslag genomen – en later een rechtszaak aangespannen – nadat was uitgelekt dat teams van de tegenstander de cheerleaders hadden begluurd in hun kleedkamer. Bradshaw, de advocaat die later enkele zaken heeft aangespannen om gelijke betaling af te dwingen, zegt dat twee van zijn cliënten hebben verklaard onzedelijk te zijn betast tijdens het werk op liefdadigheidsbijeenkomsten.

    Bailey Davis is overigens niet van mening dat er een einde moet komen aan de praktijk van het cheerleading – ze vindt alleen dat de NFL met zijn tijd moet meegaan.

    ‘Dit is niet normaal,’ zegt Davis. ‘Volgens mij realiseerde gewoon niemand zich hoe slecht we werden behandeld.’

    Auteur: Jessica Bennett
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Getty

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Een kleuterschool voor onze kinderen!

    Een kleuterschool voor onze kinderen!

    In Marokko ontbreken openbare kleuterscholen, waardoor kinderen onder de zes jaar vaak zijn aangewezen op privéonderwijs. Dit vergroot de ongelijkheid tussen arm en rijk en tussen steden en het platteland.

    Het Marokkaanse nationale onderwijsstelsel, dat tot de eenentwintig zwakste ter wereld wordt gerekend, kent geen openbare kleuterschool voor kinderen jonger dan zes jaar, hoewel die al voor 2004 was aangekondigd. Om de leemte te vullen hebben de private, verenigings- en informele sector het voortouw genomen. Driekwart van de Marokkaanse kinderen kan na afronding van de lagere school niet goed lezen, schrijven of rekenen. En toch wil die openbare kleuterschool er maar niet van komen, hoe sterk het maatschappelijk middenveld er ook op aandringt.

    Het ministerie van Nationaal Onderwijs had met steun van diverse economische en sociale actoren en verenigingen een nationaal werkplan voor kinderen (2006-2015) ontwikkeld, getiteld ‘Een Marokko dat zijn kinderen verdient’ (‘Maroc digne de ses enfants’). Op het gebied van kleuteronderwijs is van vooruitgang echter nauwelijks sprake geweest. Het deelnamepercentage is onder het streefcijfer gebleven.

    Met name op het platteland bleef die deelname met 41,7 procent onder de maat, zeker bij meisjes: 28,3 procent. Volgens het Marokkaanse nieuwsagentschap (MAP) lag het landelijk gemiddelde in het jaar 2013-2014 rond 64,3 procent. Het agentschap herinnerde aan een noodprogramma voor de periode tussen 2009-2012, genaamd ‘Samen de schouders eronder voor een succesvolle school’ (‘Ensemble pour l’école de la réussite’).

    Bij gebrek aan openbare kleuterscholen zijn er particuliere initiatieven. De lessen zijn informeel en worden gehouden in privéwoningen, of door gelovigen in moskeeën. Het aanbod is dus ongestructureerd en ontbeert een gemeenschappelijke visie.

    Informele klassen

    Sidi Moumen, Casablanca. In deze wijk – een van de meest achtergestelde van Marokko – is de vereniging Umm El Ghait de afgelopen jaren met kleuteronderwijs begonnen. Braaf op hun stoeltjes gezeten, zeggen de kinderen de tafels op in het Frans. ‘We beginnen onmiddellijk met Frans,’ zegt Amal Kadiri Berrada, van Oum El Ghait, ‘want tweetaligheid is erg belangrijk om ongelijkheid te bestrijden.’ In dit gloednieuwe klaslokaal geeft Samira Benali, een gekwalificeerde onderwijzeres, op alle werkdagen van halfnegen tot halfvijf, les aan vierentwintig leerlingen van vier tot zes jaar oud.

    ‘Het doel van de kleuterschool is om het kind van de moederwereld naar de wereld van de school te begeleiden. Je speelt er, maar leert er vooral wat school is. Volgens mij moet je alleen maar Frans onderwijzen, omdat het kind niet kan spelen en tegelijkertijd Arabisch, Frans en soms zelfs Engels leren,’ zegt Amine Mejjari, directeur van een basisschool in Sidi Moumen.

    Scholen die kouttab (ook wel m’sid) heten, bieden informele lessen op grond van ‘oorspronkelijk’ ofwel sterk op islamitische leest geschoeid onderwijs. Volgens overheidsstatistieken waren de kouttab in 2016 goed voor 60,5 procent van het kleuteronderwijs in Marokko. Op het platteland was dit percentage 71,3 procent. In de kouttab staat de islam centraal. De kinderen leren lezen en schrijven aan de hand van boekjes waarin koranverzen worden uitgelegd. Ze moeten zich die eigen maken en opzeggen.

    ‘Er zijn informele structuren, zoals geïmproviseerde kinderdagverblijven in sloppenwijken, maar ze hebben onvoldoende uitrusting, voldoen niet aan hygiënische normen en zijn over het algemeen overvol. Het onderwijzend personeel is ongeschoold en soms zitten er negentig kinderen in één ruimte,’ zegt Amal voor de school waar zijn vereniging lesgeeft, terwijl ouders hun kinderen komen ophalen. Voor Oujour Hssain, directeur informeel onderwijs bij het ministerie van Nationaal Onderwijs ‘is Marokko zoekende naar een voorschools model dat duurzaam is en dat de staat zou kunnen financieren. Maar eerst moet de lagere school van voldoende niveau zijn om de kleuterschool te kunnen integreren. We hebben nog een lange weg te gaan.’

    Een schooltje in het Atlasgebergte. – © Sabine Joosten / HH
    Een schooltje in het Atlasgebergte. – © Sabine Joosten / HH

    Toumliline, een klein dorp op ongeveer tien uur rijden van Casablanca, kent wel een lagere school, maar geen kouttab of kleuterschool. Terwijl kinderen op straat in de winterzon spelen, zegt onderwijzeres Raibah dit gebrek aan scholing voor peuters en kleuters te betreuren: ‘Het is heel moeilijk voor een basisschoolleraar om kinderen in de eerste klas te hebben die nog nooit naar school zijn geweest.’

    Driehonderd meter verderop, aan de andere kant van de rivier, heeft een vereniging in Aït Daoud een kleuterschool gebouwd, maar daar kunnen de kinderen van Toumliline niet naartoe. Mohamed Gourou, 32, woont in Toumliline en is vader van twee kinderen, van wie een de lagere school van het dorp bezoekt: ‘We willen graag een school voor de jongste, maar dat kan hier niet,’ zegt hij bij de schoolpoort, waar hij op zijn zoontje wacht.

    Auteurs: Louis Witter en Sebastian Castelier
    Vertaler: Carl Stellweg

    Le Desk
    Marokko | ledesk.ma

    Le Desk, dat in 2015 werd gelanceerd, is een onafhankelijke informatie- en onderzoekssite. Het bedrijfskapitaal is in handen van het team dat de site heeft opgericht en dat voornamelijk uit journalisten bestaat. ‘Een dergelijke structurele economische onafhankelijkheid is vrij zeldzaam in Marokko.’

    CONTEXT: 84 %

    van de Marokkaanse kinderen zit op scholen waar achtergestelde bevolkingsgroepen dominant zijn. Dat blijkt uit een in 2016 in vijftig landen uitgevoerd onderzoek van PIRLS (Progress in International Reading Literacy Study), een internationaal vergelijkende studie naar de leesprestaties van leerlingen in het basisonderwijs. Volgens het Marokkaanse economisch dagblad L’Économiste is het internationale gemiddelde bijna drie keer zo laag (29 procent). ‘Slechts 8 procent van de Marokkaanse kinderen bezoekt onderwijsinstellingen met een evenwichtige sociale samenstelling; internationaal is dat gemiddeld 33 procent.’

  • 41 miljoen armen, welkom in Amerika

    41 miljoen armen, welkom in Amerika

    VN-rapporteur Philip Alston wil weten waarom 41 miljoen Amerikanen in armoede leven. The Guardian vergezelde hem twee weken lang tijdens een speciale missie naar het donkere hart van het rijkste land ter wereld.

    Los Angeles, Californië

    ‘Je moet een keuze maken, man. Je kunt rechtdoor, naar de hemel. Of je kunt rechtsaf slaan en dáár eindigen.’ We zijn in Los Angeles, in het hart van een van de rijkste steden van Amerika, en de geheel in het zwart gestoken General Dogon is onze gids. Naast hem kuiert een andere lange man, met grijs haar en keurig gekleed in spijkerbroek en colbertje. Professor Philip Alston is een Australische academicus met een officiële titel: speciale VN-rapporteur op het gebied van extreme armoede en mensenrechten. General Dogon, zelf een oudgediende van deze straten in de wijk Skid Row, stapt zonder commentaar over een dode rat heen en omzeilt een lichaam dat in een versleten oranje deken gewikkeld op het trottoir ligt.

    De twee mannen passeren het ene na het andere blok van sjofele tenten en geïmproviseerde optrekjes van zeildoek. Ervoor zitten of slapen mannen en vrouwen, soms in groepjes maar meestal alleen, als figuranten in een goedkope griezelfilm.

    We komen op een kruispunt, waar General Dogon stopt en zijn gast voor de eerdergenoemde keuze stelt. Hij wijst recht vooruit naar het eind van de straat, waar de glinsterende wolkenkrabbers van het centrum van LA als een belofte van goddelijke rijkdom ten hemel rijzen. Dan draait hij naar rechts, waarbij de Black Power-tatoeage in zijn nek zichtbaar wordt, en leidt onze blik weer naar Skid Row, vijftig blokken van opeengepakte menselijke vernedering. Een nachtmerrie in het volle zicht, in de stad van de dromen.

    Zo begint een reis van twee weken naar de schaduwkant van de Amerikaanse Droom. De belangstelling van de VN-rapporteur, die overal ter wereld een onafhankelijk oordeel velt over de mensenrechtensituatie, gaat ditmaal uit naar de VS en bereikt een hoogtepunt met de presentatie van zijn eerste bevindingen in Washington. Zijn feitenonderzoek naar het rijkste land dat de wereld ooit heeft gekend heeft hem naar de kern van de tragedie geleid: de 41 miljoen mensen die officieel in armoede leven. Negen miljoen daarvan hebben geen enkel inkomen – ze ontvangen geen cent overheidssteun.

    Van armoede naar armoede

    Alstons epische reis heeft hem van kust naar kust gevoerd, van armoede naar armoede. Hij begon in LA en San Francisco, reisde door de koloniale schandvlek Puerto Rico en daarna terug naar de zwaar beproefde kolenstreek van West Virginia, en overal zag hij met eigen ogen de funeste uitwerking van Amerika’s vertrouwen in het vrije ondernemerschap, waarbij publieke hulp uit den boze is.

    The Guardian kon de VN-gezant door het hele land volgen, woonde zijn belangrijkste bezoeken bij en was getuige van de extreme armoede waar hij persoonlijk kennis van nam. Zie het als een koekje van eigen deeg. Om met de VN-rapporteur zelf te spreken: ‘Washington wil maar al te graag dat ik de armoede en de slechte mensenrechtensituatie in andere landen aan de kaak stel. Ditmaal ben ik in de VS.’

    De reis vindt plaats op een kritiek moment voor Amerika en de rest van de wereld. Hij begint op de dag dat de Republikeinen in de Amerikaanse Senaat voor drastische belastingverlagingen stemmen die de superrijken in de kaart zullen spelen, terwijl veel lage-inkomensgezinnen zich met hogere belastingen geconfronteerd zullen zien. Door de veranderingen zal de inkomensongelijkheid toenemen, die met drie mannen – Bill Gates, Jeff Bezos en Warren Buffet – die samen evenveel bezitten als de helft van het hele Amerikaanse volk, toch al extremer is dan in enig ander geïndustrialiseerd land. Een paar dagen na het begin van het VN-bezoek doen de Republikeinse leiders er nog een reusachtige schep bovenop. Ze kondigen een verdere aanslag aan op de sociale voorzieningen van een toch al tot op de draad versleten verzorgingsstaat.

    ‘Kijk omhoog! Kijk naar die banken, die hijskranen, die luxeflats die verrijzen!’ roept General Dogon, die vroeger dakloos was in Skid Row en zich nu inzet voor het buurtactiecentrum LACAN. ‘Hier beneden is niks. Je ziet de tenten rug aan rug staan, de mensen kunnen nergens heen.’

    ©  Désirée van Hoek
    © Désirée van Hoek

    Californië is een goed startpunt voor het VN-bezoek. De staat belichaamt zowel de onmetelijke rijkdom die de 0,001 procent aan de techboom heeft overgehouden als de gestegen huizenprijzen die daar het gevolg van zijn en waardoor het aantal daklozen de pan uit rijst. Los Angeles, de stad met veruit de grootste daklozenpopulatie van de VS, worstelt met het aantal crisisgevallen, dat het afgelopen jaar met 25 procent gestegen is tot 55.000.

    Ressy Finley (41) is druk doende met het ontsmetten van de witte emmer die ze als toilet gebruikt in haar tent waar ze nu al meer dan tien jaar af en aan woont. Ze houdt haar woonruimte – een hoop versleten matrassen en dekens en een paar andere bijeengeraapte bezittingen – zo schoon mogelijk in een verloren strijd tegen ratten en kakkerlakken. Ook kampt ze met bedwantsen, waar de rode plekken op haar schouder van getuigen. Ze heeft geen officieel inkomen, en wat ze verdient met het inzamelen van flessen en blikjes is bij lange na niet voldoende om zich de gemiddelde huur van 1400 dollar per maand voor een minuscuul eenkamerwoninkje te kunnen veroorloven. Een vriend brengt haar om de paar dagen eten; de rest van de tijd is ze aangewezen op voedselbanken in de buurt.

    Ze huilt tot twee keer toe tijdens ons korte gesprek, eenmaal wanneer ze vertelt hoe haar baby door welzijnswerkers uit haar armen werd getrokken vanwege haar drugsgebruik (hij is nu veertien, ze heeft hem nooit meer gezien). De tweede keer is als ze zinspeelt op het seksueel misbruik dat haar als kind op het pad van drugs en dakloosheid bracht.

    Bij dat alles is het opmerkelijk hoe positief Finley blijft. Wat vindt ze van de Amerikaanse Droom, het idee dat iedereen het kan maken als hij maar hard genoeg zijn best doet? Ze geeft onmiddellijk antwoord: ‘Ik weet dat ik het ga maken.’

    Een vrouw van 41 die op het trottoir in Skid Row woont en het gaat maken?

    ‘Tuurlijk, zolang ik er maar in blijf geloven.’

    Wat betekent ‘het maken’ precies voor haar?

    ‘Ik wil schrijver worden, dichter, ondernemer, therapeut.’

    Zelfs een doorgewinterde armoede-expert als Alston is erdoor van zijn stuk gebracht

    Het stukje trottoir naast Finley wordt bezet door Robert Chambers. Hij heeft van houten pallets een gebied rond zijn tent gemaakt dat in Skid Row doorgaat voor een tuintje. Hij heeft een bord neergezet waarop ‘Dakloze Schrijverscoalitie’ staat, de naam van een groep daklozen die hij leidt om ze hun waardigheid te laten behouden tegenover wat hij de ‘animalistische’ aspecten van hun leven noemt. Hij doelt vooral op het gebrek aan openbare toiletten dat mensen dwingt hun behoefte op straat te doen.

    Het stadsbestuur van LA heeft meer beschikbare toiletten beloofd – wat hoognodig is, gezien de uitbraak van hepatitis A die zich vanuit San Diego langs de westkust verspreidt en al 21 mensen het leven heeft gekost, voornamelijk als gevolg van het gebrek aan sanitaire voorzieningen in daklozenkampen. ’s Nachts worden de parken met openbare toiletten gesloten om daklozen te weren.

    Skid Row telt ’s nachts negen toiletten voor 1800 mensen die op straat leven. Dat is beduidend minder dan de VN voorschrijft voor de kampen voor Syrische vluchtelingen. ‘Het is gewoon onmenselijk, en uiteindelijk zul je er een animalistische levensinstelling aan overhouden,’ zegt Chambers. Hij leeft al bijna een jaar op straat, omdat hij wegens drugsbezit de voorwaarden van zijn voorwaardelijke vrijlating heeft geschonden en uit zijn goedkope appartement is gezet. Hij is niet meer te helpen, zegt hij, van ‘het maken’ is geen sprake meer. ‘Het veiligheidsnet? Daar zitten voor mij te veel gaten in.’

    Van alle mensen die het pad van de VN-rapporteur kruisen, is Chambers het negatiefst over de Amerikaanse Droom. ‘Mensen realiseren zich niet dat het nooit beter wordt; mensen zoals wij kunnen er nooit bovenop komen. Ik ben 67, ik heb een hartkwaal, ik zou hier niet buiten moeten wonen. Ik zal het misschien niet lang meer maken.’

    Dat is een heleboel ellende om op één dag te verstouwen, en zelfs een doorgewinterde armoede-expert als Alston is erdoor van zijn stuk gebracht. Als speciale VN-rapporteur heeft hij eerder verslag uitgebracht over de erbarmelijke leefomstandigheden in onder andere Saoedi-Arabië en China. Maar Skid Row? ‘Ik was behoorlijk gedeprimeerd,’ vertelt hij The Guardian later. ‘Die eindeloze stroom gruwelverhalen. Op een bepaald moment ga je je afvragen of iemand er wel iets aan kan doen, laat staan ik.’

    Dan neemt hij het vliegtuig naar San Francisco, naar de wijk Tenderloin, waar het wemelt van de daklozen, en loopt de St. Boniface-kerk binnen. Wat hij daar ziet is balsem voor zijn ziel.

    San Francisco, Californië

    Zo’n zeventig daklozen liggen rustig te slapen op banken achter in de kerk, zoals hun op weekdagen elke ochtend is toegestaan, terwijl voor in de kerk de gelovigen eensgezind bidden. De kerk vangt hen op vanuit de katholieke gedachte dat iedereen een helpende hand verdient.

    ‘Ik vond die kerk heel erg opbeurend,’ zegt Alston. ‘Het was zo’n simpel schouwspel en zo’n voor de hand liggend idee. Ik dacht: als het christendom hier niet over gaat, waarover dan in hemelsnaam wel?’

    Het is een zeldzame druppel altruïsme aan de westkust, die het moet opnemen tegen een zee van vijandigheid. Californische steden hebben de afgelopen jaren meer dan vijfhonderd antidaklozenwetten aangenomen. En Ben Carson, de neurochirurg die door Donald Trump tot minister van Huisvesting is benoemd, decimeert het nationale budget voor betaalbare woningen.

    Het meest veelzeggende detail is misschien nog wel dat behalve St. Boniface en haar zusterkerk geen enkel gebedshuis in San Francisco daklozen opvangt. Sterker nog, vele hebben, zelfs in dit seizoen van naastenliefde, hun deuren voor iedereen gesloten om de daklozen maar buiten te houden.

    Zoals Tiny Gray-Garcia, die zelf op straat leeft, aan Alston vertelt, hebben zij en haar lotgenoten elke dag te maken met wat ze ‘het geweld van het wegkijken’ noemt. Die wrede trek is al sinds de stichting van het land een kenmerk van het Amerikaanse leven. Het afwerpen van het juk van een al te bemoeizuchtige overheid (de Britse monarchie) werd in de ogen van veel Amerikanen synoniem met het individualistische idee dat je het zelf moet maken – een idee dat prima is voor degenen die zo gelukkig zijn dat ze dat kunnen, maar minder voor degenen die aan de verkeerde kant van de spoorlijn zijn geboren.

    De New Deal van Franklin Roosevelt en de Great Society van Lyndon Johnson waren strijdig met dit idee en gingen ervan uit dat een samenleving zichzelf moet beschermen tegen de grillen van honger en werkloosheid. Maar de laatste tijd waait de wind sterk in de richting van ‘zoek het zelf maar uit’. Die trend werd in de jaren tachtig gezet door de belastingverlagingen van Ronald Reagan, gevolgd door Bill Clinton die in 1996 besloot de bijstand voor gezinnen met lage inkomens te schrappen, een maatregel waaronder nog steeds miljoenen Amerikanen gebukt gaan.

    © Désirée van Hoek
    © Désirée van Hoek

    Als gevolg van deze opeenstapeling van aanvallen op de verzorgingsstaat genieten gezinnen die moeite hebben om rond te komen, onder wie de vijftien miljoen kinderen die officieel in armoede leven, beduidend minder steun dan in enige andere geïndustrialiseerde economie. En nu worden ze misschien wel met de allergrootste dreiging geconfronteerd. Zoals Alston zelf schreef in een essay over het populisme van Trump en de agressieve uitdaging die dat voor de mensenrechten betekent: ‘Dit zijn bijzonder gevaarlijke tijden. Bijna alles lijkt mogelijk.’

    Lowndes County, Alabama

    Trumps ondermijning van de mensenrechten, gevoegd bij het Republikeinse dreigement om volgend jaar nog verder in de sociale uitkeringen te snoeien en daarmee een deel van de belastingverlagingen te compenseren die nu door het Congres worden gejaagd, zal Afro-Amerikanen disproportioneel hard treffen. Zwarte mensen vormen 13 procent van de Amerikaanse bevolking, maar 23 procent van de mensen die onder de armoedegrens leven is zwart, evenals 39 procent van de daklozen.

    Het raciale element van Amerika’s armoedecrisis is nergens zo zichtbaar als in het diepe zuiden, waar de open wonden van de slavernij nog altijd bloeden. De volgende halte van de speciale VN-rapporteur is de ‘Black Belt’, een term die oorspronkelijk naar de rijke donkere grond verwees die in een strook door Alabama loopt, maar die mettertijd gebruikt ging worden voor de Afro-Amerikaanse bevolking die daar de meerderheid vormt.

    De link tussen bodemsoort en demografie was niet toevallig. De katoen tierde welig op dit vruchtbare land, wat op zijn beurt tot een levendige handel in slaven leidde om die te oogsten. De afstammelingen van de slaven wonen nog altijd in de Black Belt en behoren nog steeds tot de armsten van het land.

    Je kunt de geschiedenis van de Amerikaanse schande, van de slavernij tot het heden, in een reeks eenvoudige grafieken weergeven. De eerste toont de katoenvriendelijke bodem van de Black Belt, de tweede de slavenbevolking, gevolgd door het zwarte woongebied en de extreme armoede van vandaag de dag: allemaal vormen ze precies dezelfde halvemaan die door Alabama loopt.

    De huidige erbarmelijke situatie van de zwarte gemeenschap van Alabama zou je op vele manieren kunnen analyseren. De grimmigste is misschien wel het feit dat zo veel gezinnen in de Black Belt nog altijd geen toegang hebben tot sanitaire voorzieningen. Duizenden mensen leven nog steeds tussen open riolen die je normaliter met ontwikkelingslanden associeert.

    Als Amerikaanse staatsburgers hebben ze evenveel recht op leven, vrijheid en het streven naar geluk. Alleen worden ze omringd door poelen met uitwerpselen

    Vorig jaar onthulde The Guardian dat deze crisis tot een aanhoudende mijnwormepidemie heeft geleid, veroorzaakt door de gelijknamige intestinale parasiet die zich via menselijke ontlasting verspreidt. Deze komt voor in Afrika en Zuid-Azië, maar werd in de VS al jaren geleden als uitgeroeid beschouwd. Maar in de thuisstaat van Trumps minister van Justitie Jeff Sessions doet de worm zich nog altijd tegoed aan het bloed van arme mensen – een ziekte van ontwikkelingslanden die gedijt in het rijkste land ter wereld.

    Het openrioolprobleem is vooral nijpend in Lowndes County, een overwegend zwart district dat het epicentrum was van de burgerrechtenbeweging en vanwaaruit Martin Luther King in 1965 zijn mars van Selma naar Montgomery ondernam om voor algemeen kiesrecht te demonstreren. Ondanks de trotse geschiedenis schat Catherine Flowers dat 70 procent van de huishoudens in het gebied zijn uitwerpselen ofwel rechtstreeks op open terrein deponeert, ofwel in gebrekkige septic tanks die niet bestand zijn tegen zware regen. Toen haar organisatie, het Alabama Center for Rural Entreprise (Acre), er bij de plaatselijke overheid op aandrong daar iets aan te doen, investeerde deze 6 miljoen dollar in de uitbreiding van afvalverwerkingssystemen naar voornamelijk blanke bedrijven, terwijl zwarte huishoudens in overgrote meerderheid werden overgeslagen. ‘Dat is een schrijnend voorbeeld van onrechtvaardigheid,’ zegt Flowers. ‘Mensen die zich geen eigen systeem kunnen veroorloven, moeten het zelf maar rooien, terwijl bedrijven die er wel het geld voor hebben van openbare diensten profiteren.’

    Walter, een inwoner van Lowndes County die zijn achternaam liever geheimhoudt uit vrees dat zijn watertoevoer wordt afgesneden omdat hij zijn mond heeft opengedaan, leeft met de dagelijkse gevolgen van deze vorm van publieke veronachtzaming. ‘Als het flink hard regent, komt het zo je huis binnen.’ Dat is een beleefde manier om te zeggen dat het rioolwater zijn gootsteen, wastafel en badkuip in gorgelt en een misselijkmakende zoete stank in het huis verspreidt.

    Wat vindt hij onder deze omstandigheden van de ideologie dat iedereen het kan maken als hij zijn best maar doet? ‘Als ze de kans kregen, zou dat ze waarschijnlijk wel lukken,’ zegt Walter. Hij pauzeert en voegt er dan aan toe: ‘Maar mensen krijgen de kans niet.’

    Zouden zijn rioolproblemen inmiddels wel zijn opgelost als hij blank was geweest? Na weer een pauze zegt hij: ‘Niet om racistisch te zijn, maar ja, ik denk van wel.’

    Aan de achterkant van Walters huis komt de ware onrechtvaardigheid van de situatie aan het licht. Overal door de tuin lopen smalle geulen vanaf naburige huizen waar donkere vloeistof doorheen stroomt. De geulen komen samen in stroperige poelen die recht onder de stacaravan zijn gelegen waarin Walters zoon, schoondochter en zestienjarige kleindochter wonen. Het is het ultieme beeld van het lot van Alabama’s verarmde zwarte gemeenschap. Als Amerikaanse staatsburgers hebben ze evenveel recht op leven, vrijheid en het streven naar geluk. Alleen worden ze omringd door poelen met uitwerpselen.

    Onlangs sloeg de Black Belt terug. Toen werd er een nieuwe versie van die eenvoudige grafiek toegevoegd, waarop precies dezelfde halvemaan te zien is die door Alabama loopt, alleen was die dit keer niet zwart maar blauw. Die blauwe halvemaan staat voor het leger van Afro-Amerikaanse stemmers dat tegen alle verwachtingen in Doug Jones naar de Amerikaanse Senaat stuurde, de eerste Democraat uit Alabama sinds een hele generatie. Dat betekende een flinke bloedneus voor zijn tegenstander, de van kindermisbruik beschuldigde Roy Moore, en voor Steve Bannon en Donald Trump, van wie hij de marionet is. Dit kan met recht het belangrijkste vertoon van zwarte politieke spierkracht worden genoemd sinds de mars van King in 1965. Waar de eerdere grafieken voor ‘bodem’, ‘slavernij’ en ‘armoede’ stonden, zou bij deze grafiek het onderschrift ‘mondigheid’ moeten staan.

    Guayama, Puerto Rico

    Dus hoe ziet Alston de rol van VN-rapporteur en zijn bezoek? Zijn volledige rapport over de VS zal in mei verschijnen en aan de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in Genève worden gepresenteerd. Niemand verwacht er veel van: de raad heeft niet genoeg macht om goed gedrag af te dwingen van recalcitrante regeringen. Maar Alston hoopt dat zijn bezoek de VS zo veel schaamte zal bezorgen dat men nog eens gaat nadenken over de eigen waarden. ‘Het is mijn rol om regeringen ter verantwoording te roepen,’ zegt hij. ‘Als de Amerikaanse regering niet over het recht op huisvesting, gezondheidszorg of voedsel wil praten, dan zijn er nog altijd basale normen voor mensenrechten waaraan moet worden voldaan. Het is mijn taak om daarop te wijzen.’

    In zijn eerdere onderzoek naar extreme armoede in landen als Mauritanië wond Alston er geen doekjes om. We mogen dezelfde onzachtzinnige liefde verwachten bij zijn analyse van Puerto Rico, de volgende halte tijdens zijn reis naar de donkere kant van Amerika.
    Drie maanden na Maria is de verwoesting die de orkaan op het eiland heeft aangericht genoegzaam bekend. Van zeventigduizend huizen is niets meer over, de industrie is tot stilstand gekomen en de algehele stroomstoring leidt nog steeds tot plunderingen. Maar het treurige lot van Puerto Rico dateert al van ver vóór Maria en is geworteld in de onverschilligheid waarmee het eiland is bejegend sinds het in 1898 als oorlogsbuit in bezit werd genomen.

    Bijna de helft van de Amerikanen heeft geen idee dat de drieënhalf miljoen Puerto Ricanen Amerikaanse staatsburgers zijn – des te kwalijker gezien het feit dat het eiland geen eigen vertegenwoordiging in het Congres heeft, terwijl zijn fiscale beleid wordt gedicteerd door een raad van toezicht die door Washington is aangesteld. Hoe zat het ook alweer met dat afwerpen van het juk van een al te bemoeizuchtige overheid?

    Evenmin zijn de meeste mensen zich ervan bewust dat het aantal armen op het eiland (44 procent) ruim twee keer zo groot is als dat in de minst welvarende Amerikaanse staten, inclusief Alabama (19 procent). En dat was nog vóór de orkaan, die volgens sommige schattingen het armoedepercentage heeft opgedreven tot 60 procent. ‘Puerto Rico wordt geregeerd door de Verenigde Staten, maar we worden nooit geraadpleegd,’ zegt Ruth Santiago, die als advocaat gespecialiseerd is in gemeenschapsrecht. ‘We hebben geen enkele invloed, we zijn gewoon hun speelbal.’

    General Dogon, de gids van Philip Alston die zich inzet voor buurtactiecentrum LACAN. – © Désirée van Hoek
    General Dogon, de gids van Philip Alston die zich inzet voor buurtactiecentrum LACAN. – © Désirée van Hoek

    De VN-rapporteur krijgt een idee van wat het betekent de speelbal van de VS te zijn wanneer hij naar Guayama reist, een stad van 42.000 inwoners in het zuiden, vlak bij de plek waar Maria aan land kwam. Verwoesting alom: gehavende huizen, ontbrekende daken, onheilspellend doorzakkende elektriciteitsleidingen. Boven de stad torent dreigend een kolencentrale uit die is gebouwd door de Puerto Ricaanse tak van AES Corporation, een multinational die zijn hoofdkwartier in Virginia heeft. De schoorsteen van de centrale domineert de horizon, evenals een enorme berg as van de verbrande kolen die oprijst als een reusachtig zandkasteel van ruim twintig meter hoog. De berg is blootgesteld aan de elementen, en de plaatselijke bevolking klaagt dat het gif ervan de zee in lekt en dat de vissers door kwikvergiftiging het brood uit de mond wordt gestoten. Ook is men bang dat het stof dat de berg verspreidt gezondheidsproblemen veroorzaakt, een zorg die wordt gedeeld door plaatselijke artsen die de VN-rapporteur vertellen dat ze veel patiënten hebben met ademhalingsaandoeningen en kanker. ‘De bladeren van mijn mangoboom gaan ervan dood,’ zegt Flora Picar Cruz (82). Ze ligt rond het middaguur in bed en ademt moeizaam door een zuurstofmasker.

    Onderzoek van de asberg wijst op gevaarlijke hoeveelheden giftige stoffen zoals arsenicum, broom, chloride en chroom. Desondanks is de regering-Trump bezig het relatief lakse toezicht op de schadelijke emissies ervan nog verder te versoepelen. AES Puerto Rico verzekerde The Guardian dat er geen reden tot zorg is, omdat de centrale een van de schoonste van de VS zou zijn, die met opzet zo is gebouwd dat er geen schadelijke stoffen in de lucht of de zee terecht kunnen komen. Maar daar denken de mensen in Guayama wel anders over. Zij vrezen dat de Amerikaanse kolonisten hen nog meer aan hun lot zullen overlaten dan ze nu al ruim een eeuw lang doen.

    Het is dan ook niet verwonderlijk dat zo veel Puerto Ricanen stemmen met hun voeten; na de orkaan hebben bijna tweehonderdduizend van hen hun koffers gepakt en zijn naar Florida, New York of Pennsylvania vertrokken, waar inmiddels al meer dan vijf miljoen Puerto Ricanen wonen. Dat geeft de Amerikaanse Droom een geheel nieuwe betekenis: iedereen kan het maken, zolang hij zijn familie, zijn huis en zijn cultuur maar in de steek laat en koers zet naar een vreemd en ongastvrij land.

    Charleston, West Virginia

    ‘Jullie zijn kanjers! Al die jaren dat jullie schandalig zijn behandeld gaan we goedmaken, oké? Honderd procent zeker!’ Donald Trumps belofte aan de blanke stemmers van West Virginia werd gedaan in mei 2016, op het moment dat hij de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen binnenhaalde. Zes maanden later beloonde zijn achterban in de staat hem royaal met een verpletterende overwinning.

    Als je bedenkt dat hij hun gouden bergen beloofde, is het niet zo verwonderlijk dat blanke gezinnen in West Virginia positief reageerden op het charmeoffensief van Trump: ‘We gaan zorgen dat de mijnwerkers weer aan het werk komen!’ Getalsmatig is de meerderheid van alle Amerikanen die in armoede leven – 27 miljoen mensen – blank.

    Met name in West Virginia hebben blanke gezinnen veel om verbitterd over te zijn. De mechanisering en het sluiten van kolenmijnen hebben tot grote werkloosheid en stagnerende lonen geleid. De overheveling van banen in de kolen- en staalsector naar supermarktketen Walmart heeft ertoe geleid dat de gemiddelde werknemer tegenwoordig 3,5 dollar per uur minder verdient dan in 1979. Wat wel verwonderlijk is, is dat zo veel trotse werkende mensen hun dromen aan een (veronderstelde) miljardair hebben toevertrouwd die zijn onroerendgoedimperium heeft gebouwd op wat zijn vader hem heeft toegestopt.

    Voordat hij presidentskandidaat was, toonde Trump maar weinig belangstelling voor de problemen van gezinnen met lage inkomens, blank of anderszins. Nu hij bijna een jaar in het Oval Office zit, zijn er ook weinig tekenen dat hij zich aan zijn campagnebeloftes houdt. Integendeel. Als de VN-rapporteur als laatste halte tijdens zijn rondreis Charleston, West Virginia, aandoet, wordt hij overspoeld door bewijs dat de president juist de mensen die hem hebben gekozen het mes op de keel zet.

    ‘Het beleid van Trump zal de ongelijkheid doen toenemen, loonstijgingen blokkeren en het moeilijker maken voor gezinnen met lage inkomens om hulp te zoeken’

    Diezelfde dag presenteren de Republikeinen in de Senaat en het Congres gezamenlijk hun plannen voor belastingverlaging, waarover de week erna zal worden gestemd. Veel mensen in West Virginia zullen voor zoete koek slikken dat deze veranderingen bedoeld zijn om hen te helpen, omdat aanvankelijk iedereen in de staat minder belasting zal gaan betalen. Maar in 2027, als het begrotingstekort moet worden aangezuiverd, zal de onderste 80 procent van de bevolking méér betalen, terwijl de bovenste 1 procent een meevaller behoudt van 21.000 dollar. ‘Het beleid van Trump zal de ongelijkheid doen toenemen, loonstijgingen blokkeren en het moeilijker maken voor gezinnen met lage inkomens om hulp te zoeken,’ zegt Ted Boettner, lid van de raad van bestuur van het niet-partijgebonden West Virginia Center on Budget and Policy.

    Als de riolering het aanhoudende probleem is waarmee de Black Belt kampt, dan is een mond vol rottende tanden en kiezen dat van West Virginia. Artsen van Health Right, een medisch vrijwilligerscentrum in Charleston dat 21.000 werknemers met lage inkomens gratis behandelt, toont de VN-rapporteur een foto van een van hun patiënten. De man is pas 32, maar zodra hij zijn mond opendoet wordt hij een heks uit Macbeth. Zijn paar resterende rotte tanden en kiezen en groenblauwe tandvlees zien eruit als etterende brij in een kokende ketel.

    Medicaid [een hulpverleningsprogramma voor mensen met lage inkomens] dekt geen tandheelkundige behandeling van volwassenen, tenzij er sprake is van een noodgeval, en dus doen de mensen wat het meest voor de hand ligt: ze wachten tot hun abcessen knappen, zodat ze naar de spoedeisende hulp moeten. Een vrouw die onlangs de mobiele tandartskliniek van het centrum bezocht, had alleen nog dertig wortels in haar mond, die allemaal behandeld moesten worden.

    Ook tijdens zijn andere ontmoetingen krijgt Alston een beeld van de manier waarop het leven van gezinnen met lage inkomens in West Virginia onder druk staat. Waar Lyndon Johnson de armoede de oorlog verklaarde, voert Trump oorlog tegen de armen. Mensen gaan jarenlang de gevangenis in omdat ze, in afwachting van hun proces, de borgtocht niet kunnen betalen; er worden privédetectives ingehuurd om mensen te bespioneren die aanspraak maken op een arbeidsongeschiktheidsuitkering; zware minimumstraffen wegens drugsbezit zijn weer in de mode; Jeff Sessions schrapt federale reclasseringsprogramma’s voor ex-gedetineerden; huurders van gesubsidieerde huizen leven in voortdurende vrees dat ze uit hun huis zullen worden gezet na de geringste overtreding. En ga zo maar door.

    En het resultaat van deze meedogenloze klappen? ‘Mensen raken uiteindelijk met elkaar in de clinch,’ zegt Eli Baumwell, beleidsdirecteur van de American Civil Liberties Union (ACLU) in West Virginia. ‘Je raakt zo geobsedeerd door wat jij bezit en wat je buurman bezit, dat je rancuneus wordt. Dat is wat Trump doet, mensen tegen elkaar opzetten.’

    En zo stapt Philip Alston voor de laatste keer in het vliegtuig om in Washington een samenvatting te presenteren van de kwellingen die het Amerikaanse volk ondergaat. Op een gegeven moment tijdens de vlucht zegt Alston dat hij een slapeloze nacht heeft gehad door het piekeren over de verloren zielen die we in Skid Row hebben ontmoet. Hij vraagt zich af hoe iemand anders in zijn positie – ‘Ik ben oud, een man, blank, rijk en ik heb een heel goed leven’ – op zo’n dakloze zou reageren. ‘Hij zou naar hem kijken en hem beschouwen als iemand die smerig is, die zich niet wast, die hij niet in zijn buurt wil hebben.’ Dan krijgt Alston een openbaring. ‘Ik besef dat de overheid hen zo ziet. Maar wat ik zie, is een maatschappelijk falen. Ik zie een maatschappij die zoiets laat gebeuren, die niet doet wat ze moet doen. En dat is heel treurig.’

    De rondreis van de speciale VN-rapporteur is ten einde.

    Auteur: Ed Pilkington
    Vertaler: Peter Bergsma

    De Nederlandse fotograaf Désirée van Hoek werkt al sinds 2007 met tussenpozen op Skid Row in Los Angeles. In 2015 verscheen haar boek Skid Row, met een voorwoord van Skid Row-verslaggever Gale Holland van de Los Angeles Times. Het boek werd in 2016 bekroond als een van de Best Verzorgde boeken van Nederland en Vlaanderen.

    Fotografie:
    De Nederlandse fotograaf Désirée van Hoek werkt al sinds 2007 met tussenpozen op Skid Row in Los Angeles. In 2015 verscheen haar boek Skid Row, met een voorwoord van LA Times- verslaggever Gale Holland. Het boek werd in 2016 bekroond als een van de Best Verzorgde boeken van Nederland en Vlaanderen. www.desireevanhoek.com

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • De politiek achter een nodeloze brand

    De politiek achter een nodeloze brand

    De verschrikkelijke brand in Grenfell Tower had niet mogen uitslaan. Hoe is het mogelijk dat er in het hele gebouw maar één vluchtweg was, geen rookmelders noch sprinklerinstallaties?

    Naarmate het dodental van de brand in de Grenfell Tower opliep, maanden verstandige mensen ons om niet te snel conclusies te trekken. Activisten, voornamelijk uit het linkse kamp, kwamen met scherpe verwijten aan het adres van de zelfingenomen bureaucratie van de Kensington and Chelsea Tenant Management Organisation, en aan het adres van de conservatieve regering, die gemakzuchtig had verzaakt de regelgeving voor huurwoningen op orde te brengen.

    De mensen die tot kalmte maanden, kwamen heel verstandig over. Nu ik dit schrijf, weet ik nog altijd niet met zekerheid hoe het vuur zo gruwelijk snel om zich heen heeft kunnen grijpen. Dus waarom overhaaste conclusies trekken en die in de krant zetten? Is er eigenlijk niet iets mis met mensen die bij een ramp ogenblikkelijk met een beschuldigende vinger wijzen?

    Maar verstandige opmerkingen gaan soms niet op. Vanaf het moment dat ik op het nieuws de verschillende accenten hoorde van de overlevenden, was me duidelijk dat deze brand onmiskenbaar een politieke lading heeft.

    De brand heeft gewoed in een flat die de mensen die het beter hebben alleen zien wanneer ze erlangs rijden, op de Westway

    Londen is een stad van rijk en arm. Voor de middenklasse, en voor de geschoolde arbeiders, is het steeds moeilijker om woonruimte te vinden binnen een kilometer of zeven van het centrum, al helemaal wanneer ze iets willen kopen. De rijken wonen voor een deel in flats in de hoogbouw (‘appartementen’, zoals de makelaars het noemen), en voor een deel in de herenhuizen in Chelsea. Overal in de stad is hoogbouw verrezen voor de puissant rijken: van Canary Wharf en langs de westoever van de Thames tot aan het oude St Katharine Docks, ten zuiden van de rivier in het gerenoveerde Battersea Power Station, of helemaal in het noorden bij het complex voor oligarchen, bij Hyde Park, van de gebroeders Candy.

    Om een idee te geven van hoe rijk de rijken in Londen zijn: aan de overkant van de straat waar ik werk, bij de Guardian en de Observer, hebben architecten het braakliggende land ten noorden van Kings Cross onder handen genomen. Waar ooit de prostituees en de dealers zaten, staan nu appartementencomplexen. De architecten zijn er uitstekend in geslaagd om een verwaarloosd stuk stad nieuw leven in te blazen. Maar Kings Cross wordt nog altijd doorsneden door spoorlijnen en doorgaande wegen. Alleen al vanwege het lawaai en de luchtverontreiniging is het niet bepaald een ideale buurt. Ondanks die nadelen kost een vierkamerwoning in een gerenoveerde gashouder, geschikt voor een gezin met twee kinderen, 2,9 miljoen pond. Een driekamerappartement, waar een gezin met twee kinderen eventueel ook zou kunnen wonen, kost 2,1 miljoen. Tijdens de verkiezingscampagne beweerde Labour dat je met een inkomen van 70.000 pond per jaar rijk genoemd mag worden.

    Toegegeven, je behoort daarmee bij de vijf procent van de hoogste inkomens. Maar om een van deze bescheiden ‘appartementen’ te kunnen bemachtigen, in een niet al te gezond deel van Londen, moet je eerder iets van 600.000 pond per jaar verdienen, of je moet ergens een miljoen hebben liggen.

    Zodra ik die accenten op de radio hoorde, wist ik dat het rijke Londen gespaard was gebleven. De brand heeft gewoed in een flat die de mensen die het beter hebben alleen zien wanneer ze erlangs rijden, op de Westway. De overlevenden hadden de stemmen van het arme Londen: de stemmen van vluchtelingen, van nieuwe immigranten uit Congo, de Filipijnen en Marokko, van de arbeiders die er met geen mogelijkheid meer weg komen, al nemen ze nog zo veel tweede en derde baantjes.

    © Wikimedia
    © Wikimedia

    Terwijl ik te horen krijg dat ik niet te snel conclusies moet trekken, valt al wel vast te stellen dat de familie en buren van deze mensen zijn gestorven omdat ze arm waren.

    Overlevenden van de Grenfell Tower zeggen dat ze herhaaldelijk hebben geklaagd over de brandveiligheid, over dat er in het hele gebouw maar één vluchtweg was. Ze waren bang dat boilers en leidingen zouden ontploffen. Ze wilden weten waarom er geen rookmelders en sprinklerinstallaties in het gebouw aanwezig waren. In een profetisch bericht heeft een van de huurders vorig jaar november gezegd: ‘Het is een huiveringwekkende gedachte, maar het Grenfell-actiecomité is er stellig van overtuigd dat er eerst een drama moet plaatsvinden voordat de onwil en de incompetentie van onze beheerder, de Kensington and Chelsea Tenant Management Organisation, in volle omvang duidelijk wordt.’ ‘We worden domweg “afgepoeierd”’, voegen ze er nog aan toe.

    Richard Titmuss, in het verleden professor aan de London School of Economics, heeft ooit gezegd: ‘Slechte publieke voorzieningen worden al snel slechte publieke voorzieningen voor de armen.’ En dat blijft dan zo, aangezien arme mensen niet over de middelen beschikken om er iets aan te doen.

    Als de huiseigenaren in willekeurig welke woontoren voor de rijken, van Canary Wharf tot Hyde Park, hadden gezegd dat ze gevaar liepen, zouden de beheerders meteen in actie zijn gekomen om hen gerust te stellen. De welgestelden weten hoe ze hun onvrede moeten uiten, of wie ze moeten inhuren om dat in hun plaats te doen. Arme mensen weten dat vaak niet, en de instanties weten dat ze zich dan ook weinig van hen hoeven aan te trekken. Mochten er lezers uit de middenklasse zijn die mijn woorden in twijfel trekken, probeer dan maar eens de klachtenlijn te bellen van een willekeurige overheids- of privé-instelling, zo mogelijk met het accent van een laaggeschoolde of een immigrant. Je weet niet wat je overkomt, gok ik.

    Balans

    En als de rijken wel worden afgepoeierd, kunnen ze de andere partij bij de les houden door te dreigen met een rechtszaak. Terwijl de instanties zich niets aantrokken van het brandgevaar in Kensington, procedeerden de eigenaren van luxe-appartementen aan de Thames tegen Tate Modern. Ze stapten naar de rechter, niet omdat ze vreesden dat hun leven gevaar liep, maar omdat door een uitbreiding van Tate Modern duizenden bezoekers nu bij hen naar binnen konden kijken, waardoor ze ineens ‘in een vissenkom’ woonden.

    Ik wil die mensen niet belachelijk maken, of zeggen dat hun problemen in het niet vallen bij de reële gevaren in de achterbuurten van Londen. Ik wil alleen maar zeggen dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de rijken, met al hun geld en hun advocaten, zullen omkomen zoals de bewoners van de Grenfell Tower zijn omgekomen.

    Dit is het moment om de balans op te maken. We zouden erop moeten staan dat voor arme én rijke mensen dezelfde normen gelden, qua gezondheid en veiligheid. Als rijke mensen een sprinklerinstallatie hebben, zouden arme mensen die ook moeten hebben. 
Als de gebouwen waarin de rijken wonen gevelplaten hebben die niet in brand vliegen, dan zouden de gebouwen waar de arme mensen wonen die ook moeten hebben. We zouden nog verder moeten gaan dan alleen veiligheid, en de normen moeten opschroeven voor wat mensen in al dan niet gesubsidieerde huurwoningen kunnen verwachten aan ruimte en comfort.

    Maar waarschijnlijk zal dat allemaal niet gaan gebeuren. Het invoeren van dergelijke geciviliseerde normen zal tijd kosten, en geld, heel veel geld. Misschien zal er een onderzoek komen dat uiteindelijk nergens toe leidt, zal ook het politieonderzoek uiteindelijk doodlopen, zullen er in Whitehall een paar regels worden aangescherpt. Het circus van het openbare leven zal even op de trom slaan en het vervolgens allemaal van zich af laten glijden.

    Maar ik denk niet dat dat gaat lukken. Of laat ik zeggen, ik hoop dat het niet gaat lukken. We zijn er getuige van geweest hoe honderden mensen probeerden te ontsnappen uit een brandende val, probeerden te ontkomen aan een ramp waarvoor ze herhaaldelijk zelf hadden gewaarschuwd. Als we dat van ons af kunnen laten glijden, kunnen we alles van ons af laten glijden.

    Auteur: Nick Cohen
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Getty

    The Spectator
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 76.950

    Springplank voor aspirant-parlementariërs. Opgericht in 1828 en nog altijd het kompas voor intellectuelen en conservatieve leiders. Sterke analyses, scherp van toon.

  • De Arabische man verkeert in crisis

    De Arabische man verkeert in crisis

    Uit nieuw onderzoek blijkt 
dat veel Arabische mannen lijden aan stress en depressie. Hun chauvinisme zou wel eens aangedreven kunnen worden door een gevoel van zwakte, niet van kracht.

    Ahmed woont in Caïro en heeft zijn vrouw toestemming gegeven om buitenshuis te werken. ‘Eerst wilde ik dat ze thuisbleef, maar het lukte haar om de kinderen op te voeden, voor het huishouden te zorgen en toch nog tijd over te houden om te gaan werken,’ zegt hij. Toch is hij daar kennelijk niet echt van onder de indruk. ‘Natuurlijk blijf ik als man wel de hoofdkostwinner. Dat kunnen vrouwen gewoon niet, volgens mij.’

    Dat is de algemene opvatting in deze regio, waar mannen nog steeds de dienst uitmaken in het gezin, in het parlement en op kantoor. Het chauvinisme komt tot uiting in de wetgeving, waarin vrouwen worden behandeld als tweederangsburgers. Onlangs verscheen een rapport van de VN en lobbyorganisatie Promundo over een onderzoek naar de kijk van Arabische mannen 
op de relatie tussen man en vrouw. 
Volgens dat onderzoek vindt 90 procent van de mannen in Egypte dat de man het laatste woord hoort te hebben bij de beslissingen in het huishouden, en dat vrouwen de meeste huishoudelijke taken moeten uitvoeren.

    Minstens twee derde van deze mannen meldt zich grote zorgen te maken om de veiligheid en het welzijn van hun gezin. In Egypte en Palestina zeggen de meeste mannen dat ze last hebben van stress of depressie als gevolg van een gebrek aan werk of inkomen

    Geen verrassing, tot nu toe. Maar het onderzoek werpt wel nieuw licht op de worsteling van de Arabische mannen in de vier landen waar het is gehouden (Egypte, Libanon, Marokko en Palestina) en laat zien hoe die worsteling de ontwikkeling naar meer gelijkheid belemmert. Minstens twee derde van deze mannen meldt zich grote zorgen te maken om de veiligheid en het welzijn van hun gezin. In Egypte en Palestina zeggen de meeste mannen dat ze last hebben van stress of depressie als gevolg van een gebrek aan werk of inkomen. De cijfers over de gemoedstoestand van vrouwen zijn nog ernstiger, maar volgens dit onderzoek verkeren Arabische mannen in een ‘mannelijkheidscrisis’.

    Arabische mannen verzachten hun patriarchale houding niet, integendeel: ze klampen zich eraan vast. In alle landen behalve Libanon denken jongere mannen niet wezenlijk anders over sekserollen dan oudere mannen. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn, maar volgens het rapport zou het feit dat jonge Arabische mannen moeite hebben om werk te vinden, zich een huwelijk te veroorloven en de status van kostwinner te krijgen, zich wel eens tegen mondige vrouwen kunnen keren. Met andere woorden, mannelijk chauvinisme zou wel eens aangedreven kunnen worden door een gevoel van zwakte, niet van kracht.

    Mannen en vrouwen gebroederlijk naast elkaar bij de bibliotheek van Alexandrië. – © Soeren Stache / HH
    Mannen en vrouwen gebroederlijk naast elkaar bij de bibliotheek van Alexandrië. – © Soeren Stache / HH

    Een andere verklaring is dat het religieus conservatisme dat overal heerst, de mannen wantrouwig maakt tegenover nieuwerwetse vrijheden. Islamitische geestelijken zijn voorstander van quwamah, een soort voogdijschap dat mannen gezag geeft over vrouwen. In conservatieve landen als Saoedi-Arabië is dit officieel beleid. Maar de opvatting leeft ook in relatief liberale delen van de Arabische wereld, zoals Marokko, waar 77 procent van de mannen vindt dat het hun plicht is om het voogdijschap te voeren over vrouwelijke familieleden.

    In zo’n sfeer komt geweld tegen vrouwen, al dan niet seksueel, veel voor. 
In de vier landen waar het onderzoek werd gehouden, gaf 10 tot 45 procent van de mannen die ooit getrouwd waren geweest toe hun vrouw te hebben geslagen. Tussen 31 en 64 procent van de mannen gaf toe vrouwen op straat te hebben lastiggevallen. Minder dan de helft van de Marokkaanse mannen vindt dat verkrachting binnen het huwelijk strafbaar gesteld moet worden, de meesten vinden dat een echtgenote verplicht is seks te hebben als haar man dat wil. Zo’n 70 procent van de Egyptische mannen staat nog steeds positief tegenover vrouwenbesnijdenis.

    Overigens keurt ook meer dan de helft van de Egyptische vrouwen vrouwenbesnijdenis goed. Arabische vrouwen tonen in veel opzichten zelfs dezelfde opvattingen als de mannen. In Egypte en Palestina zegt meer dan de helft van de mannen en vrouwen dat een vrouw die verkracht is, met haar verkrachter moet trouwen. In minstens drie van de onderzochte landen zeggen meer vrouwen dan mannen dat een vrouw die zich provocerend kleedt, er zelf om vraagt lastig gevallen te worden. De meeste vrouwen in het onderzoek zeggen achter het idee van mannelijke voogdij te staan.

    Psychologische hulp

    Actievoerders hebben hard hun best gedaan om Arabische vrouwen aan te moedigen voor zichzelf op te komen. Maar ze hebben weinig gedaan om de houding van mannen te verzachten. Daar komt verandering in. Een van de ngo’s in de regio die het opnemen tegen de strenge mannelijkheidsnormen is het Libanese ABAAD; deze organisatie voert bewustwordingscampagnes en biedt psychologische hulp. De auteurs van het rapport, onder wie voormalig Economist-journalist Shereen El Feki, signaleren dat mannen relatief liberaler zijn geworden als het gaat om vaderschap en werkende vrouwen. Ze pleiten er ook voor dat jongens thuis en op school niet langer worden geslagen, want dat maakt de kans groter dat ze zelf later vrouwen zullen mishandelen.

    Uit onderzoeken blijkt dat grotere gelijkheid tussen man en vrouw de Arabische landen rijker en eerlijker zou maken – geëmancipeerde vrouwen verdienen meer. Toch komt daarvoor vanuit de overheid maar weinig steun, al is er wel iets veranderd aan sommige wetten die vrouwen achterstelden. ‘We hebben nog geen Justin Trudeau in de Arabische wereld,’ zegt El Feki, in een verwijzing naar de sexy premier van Canada met zijn feministische ideeën. Maar Libanon heeft onlangs wel voor het eerst in zijn geschiedenis een minister voor vrouwenzaken aangesteld – een man.

    Vertaler: Annemie de Vries

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad, | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

  • Bestemming Paradijs

    Bestemming Paradijs

    Dat paradijselijke eilandenrijk de Malediven is verre van paradijselijk voor de lokale bevolking. Sterker nog. Ze noemen het een hel. ‘Male’ telt het hoogste aantal Syriëgangers per hoofd van de bevolking. De doodstraf is heringevoerd, de sharia geformaliseerd en voor het stelen van een mango staat een lange celstraf.

    ‘Het zijn goede vechters, hè?’ zegt de taxichauffeur trots als ik hem vertel dat ik uit het Midden-Oosten kom en journalist ben. Praat in Parijs, in Brussel, in Tunis met moslims over de jihadisten van IS en ze zeggen allemaal beschaamd, bijna verontschuldigend: Ze zijn knettergek. Op de Malediven zeggen ze: Het zijn helden.

    Veel westerse toeristen beseffen niet eens dat het een islamitisch land is. De Malediven zijn evenwel het niet-Arabische land met het hoogste aantal Syriëgangers per hoofd van de bevolking. Circa tweehonderd, op vierhonderdduizend inwoners. De regering ontkent het. Maar iedereen heeft wel een broer of een neef in Syrië. Toen de hele wereld in augustus naar de Olympische Spelen keek, keken ze hier allemaal naar de strijd om Aleppo. En moedigden ze Al-Qaida aan.

    In theorie zijn de Malediven een archipel van 1192 eilanden. Maar voor de Malediviërs is er maar één eiland: Male. De hoofdstad. Op de eilanden hebben ze maar een paar winkels, en een school. Een voetbalveldje. Soms is er niet eens elektriciteit. Voor alles moet je naar Male. Male lijkt een stad als duizenden andere, maar beslaat slechts 5,8 vierkante kilometer en heeft officieel honderddertigduizend inwoners, al wonen er in werkelijkheid twee keer zo veel: in Male is ieder hoekje en gaatje bewoond.

    In een van de hoofdstraten, de Buruzu Magu, sla ik een heel smal steegje in dat uitzicht biedt op een stukje ansichtkaart: een blauw, een groen en een geel huis. Aan het einde een wenteltrap. Achter de eerste deur rechts wonen ze met zijn vijven, achter de eerste links met zijn negenen, en achter de tweede zijn ze allemaal immigrant, ze komen uit Bangladesh, wonen met zijn achttienen in één kamer en slapen bij toerbeurt. In het huis daarna staat achter een deur een tafel van halfverrot multiplex, moeder en dochter zitten in het donker te kletsen en naast hen, op een versleten mat, zit een eveneens versleten oude vrouw te reutelen, haar dorre grijze haar uitstaand als de draden van een doorgebrande gloeilamp. Ze wonen er met zijn zestienen, te midden van vodden en schoenen met gaten, met jute en stukken golfplaat opgelapte muren, de stank van lichamen. De keuken is een butagasstel. In de kamers staan geen tafels of stoelen, er is helemaal niets, ook geen ramen, alles ligt door elkaar op de grond, de was hangt aan het plafond te drogen. Aan de muur hangt een plasmatelevisie, gekregen bij de laatste verkiezingen, in ruil voor een stem. Maar een gemiddeld inkomen hier is 8000 rufiyaa, 470 euro: net genoeg voor een elektriciteitsrekening. De huur voor drie kamers is 20.000 rufiyaa.

    Kinaan is in zo’n huis opgegroeid. Met z’n zessen in één kamer, ouders die voortdurend ruziemaakten. De zee was hun douche. Nu is hij eenendertig, en de bekendste en meest gevreesde misdadiger van Male. Als je met hem op pad bent, maakt iedereen ruim baan. Male is verdeeld tussen een dertigtal gangs, elke heeft tussen de vijftig en de vijfhonderd leden. We hebben het hier over een tiende van de bevolking, in de hoogste schatting: een vijfde van alle jongeren. In de eerste en laatste studie over straatgeweld, uit 2009, zei 43 procent van de ondervraagden dat ze zich zelfs in hun eigen huis niet veilig voelden. Kinaan is op zijn vijftiende voor het eerst in de gevangenis beland, omdat hij had gevochten. Hij is sinds zijn zeventiende verslaafd aan heroïne en alcohol. En hij verkoopt nog steeds drugs om te overleven. ‘Want niemand biedt je hier een tweede kans,’ zegt hij. ‘Ik ben bereid elk soort werk te doen, maar niemand heeft me ooit willen aannemen. Zelfs niet als losser in de haven. Vroeg of laat worden we allemaal gearresteerd, allemaal vanwege drugs, want als je met z’n tienen in een kamer woont, leef je in feite op straat. Male is een hel, je hebt er geen toekomst, niks, en alcohol is verboden: heroïne kost veel minder dan wodka. En onzinnig genoeg zijn de straffen erg streng. Als je een mango steelt, riskeer je een jaar gevangenisstraf en ben je voor het leven getekend. Maar tegelijkertijd is er sprake van totale tolerantie: we worden namelijk ingehuurd door politici. Tegen vaste tarieven, twaalfhonderd dollar voor het ingooien van een etalage, zestienhonderd voor het molesteren van een journalist. De opdrachten variëren van flyeren tot iemand overhoopsteken. Dus als ze willen, als je van nut bent, halen ze je uit de gevangenis.’ Kinaan is twee keer veroordeeld, maar heeft zijn straf nooit uitgezeten. Net zomin als zijn vriend Dhonko. ‘En wat doe jij dan voor werk?’ vraag ik hem. Hij lacht. ‘Ik zit vijfentwintig jaar gevangenisstraf uit.’

    Kinaan probeert al tien jaar lang zijn leven te veranderen. En dus heeft hij besloten om nu op eigen houtje een tweede kans te creëren: hij heeft besloten naar Syrië te gaan. ‘Het is niet moeilijk. Niemand houdt je tegen. Ze hebben er allemaal belang bij zich van ons te ontdoen: we hebben al hun misdrijven gepleegd, we kennen al hun geheimen. En we willen hier allemaal weg. Alles is beter dan Male.’

    Bewoners van Villingili, 2009. – © Tommaso Bonaventura / Contrasto
    Bewoners van Villingili, 2009. – © Tommaso Bonaventura / Contrasto

    ‘Als ik in Syrië word gedood, is het in elk geval om een goede reden.’

    Voor velen hier is Syrië een economische en morele kans: een vorm van verlossing. Het enige wat Kinaan nog weerhoudt is dat hij wil proberen zijn broer Humam te redden. Na een moratorium van zestig jaar wordt de doodstraf weer uitgevoerd. En Humam staat boven aan de lijst: hij is beschuldigd van het neersteken van een gedeputeerde. Hij heeft zijn bekentenis ingetrokken en verklaard dat hij door de politie onder druk is gezet, en bovenal vertoont hij, volgens Amnesty International, vaak tekenen van geestelijke instabiliteit. Maar hoe het ook zij, hij blijft de dader van een duidelijk politieke moord. Afrasheem Ali was presidentskandidaat, en Maumoon Abul Gayoom, die dertig jaar lang, van 1978 tot 2008, president was van de Malediven en ook nu nog wordt beschouwd als de vader des vaderlands, had verklaard dat zijn partij de kandidaat zou steunen met de sterkste geloofsbrieven inzake de islam. Afrasheem Ali dus, en niet Abdulla Yameen, de huidige president.

    Maar toen hij op een avond op weg was naar huis, is Afrasheem Ali vermoord.

    In het nieuwe wetboek van strafrecht is niet alleen de doodstraf heringevoerd, maar is een jaar geleden ook voor de eerste keer de sharia geformaliseerd. Op de Malediven is de islam altijd politiek geweest, en niet louter religie. Toen Gayoom aan de macht kwam, waren de Malediven nog gewoon een archipel van primitieve vissers. Want in werkelijkheid is het er helemaal geen paradijs: ze hebben er niet eens een zoetwaterbron. Gayoom had in Caïro aan de Al-Azhar-universiteit gestudeerd: voor de Malediviërs uit die tijd was zijn woord niet dat van een president, maar het woord van God. Het was Gayoom die de resortformule ontwikkelde, het toerisme van vijfduizend dollar per nacht.

    Het was dé manier om het land te moderniseren, maar ook om het onder controle te houden, door de bevolking op Male te concentreren en vooral door elk contact met andere culturen te verbieden. Van de 1192 eilanden zijn er slechts 199 bewoond, en 111 zijn resorts, maar er is geen enkele interactie. Ook niet in de resorts. Buiten werktijd is het de werknemers verboden er rond te blijven hangen.

    En dan zijn de resorts ook nog eens gebouwd door buitenlandse ondernemers. De wet gebiedt wel dat die een Maledivische partner hebben – over het algemeen een Malediviër die goed bevriend is met een politicus. Of die zelf politicus is. Op de Malediven bezit 5 procent van de bevolking 95 procent van de rijkdom.

    Zelfs de tsunami in 2004 is geïnterpreteerd als een straf van God. In allerlei filmpjes is te zien hoe het water op een van de eilanden alles wegvaagt, behalve de moskee

    Daar komt bij dat elke tegenstander niet alleen maar een tegenstander is: hij is een ongelovige. Shadindha Ismail, 38 jaar en hoofd van het Democracy Network, de belangrijkste organisatie voor de mensenrechten, zegt hierover: ‘Ze hebben het geloof gepolitiseerd en de politiek gesacraliseerd.’

    Zelfs de tsunami in 2004 is geïnterpreteerd als een straf van God. In allerlei filmpjes is te zien hoe het water op een van de eilanden alles wegvaagt, behalve de moskee.
    Het resultaat is dat er nu veel, heel veel jongens zijn als Ali. Klaar om naar Syrië te vertrekken.

    Ali is 22 en ziet er bescheiden, bijna ascetisch uit. Hij is mager, draagt slippers, jeans en een overhemd met een mao-boord dat een beetje op een tuniek lijkt. Drie, vier centimeter baard. Het is een zwijgzame, verlegen jongen. En hij is er bovenal klaar voor: hij heeft de drieduizend dollar voor de reis bijna bij elkaar gespaard – door hasj te verkopen. Hij is nog nooit buiten de Malediven geweest, maar inmiddels heeft hij een mobieltje met alle kaarten van Turkije en weet hij alles van het front. Hij weet minder over Syrië. Over de complexheid ervan. De gevechten tussen de rebellen, de plunderingen, de smokkel – eigenlijk gaat hij ook niet naar Syrië, want, zegt hij: ‘Ik ga naar het paradijs.’

    ‘Wat denk je er te vinden?’ vraag ik.

    Hij twijfelt geen moment. ‘Broederschap.’ Een nieuw leven. Een ander leven. ‘Een samenleving waarin we allemaal mensen zijn, en geen gieren of kadavers, zoals hier, waar iedereen van elkaar profiteert. Jij mag dan denken dat je nergens in gelooft,’ zegt hij, ‘maar je gelooft wel, je gelooft in de wereld zoals die is. Je gelooft net zo veel als ik.’

    Van de islamitische staat waarin hij zou willen wonen weet hij vooral wat het niet moet zijn. Maar Husham lacht als ik hem vertel dat bij ons wordt gezegd dat Syriëgangers niet echt weten wat de islam inhoudt, als ik hem vertel over de Engelse jongen die op het vliegtuig een shariahandboek kocht. ‘Geen enkele moslim zou zichzelf een islamdeskundige durven noemen, of het moet een imam zijn,’ zegt hij. ‘Maar de Koran begint met: “Lees”.’ Dan kijkt hij me aan en zegt: ‘Net als Kant, toch? Sapere aude.’ Hij is twintig, en ziet eruit als wat hij is: een student, en een briljante ook, jeans, poloshirt en schoudertas. Shariafaculteit.

    Onder de Malediviërs

    ‘Islam is rechtvaardigheid. We zouden een tweede Zwitserland kunnen zijn, ware het niet dat alles hier een kwestie van gunsten is. Als je ziek wordt, klop je op de deur van de president en betalen ze je behandeling in het buitenland. Dat is ook de reden dat niemand in opstand komt. Iedereen hier lost zijn problemen zo op. We zijn geen burgers: we zijn bedelaars.’ Maar waarom begint hij dan niet met de Malediven, vraag ik hem. ‘We zijn moslims. We zijn één gemeenschap. En Syrië heeft simpelweg prioriteit. Als we met vijfhonderdduizend doden eerder aan onszelf zouden denken dan aan Syrië, zou dat raar zijn.’

    Zijn rolmodel, na Mohammed, is Malcolm X.

    En toch zou op de Malediven genoeg voor hem te doen zijn. Alleen moslims kunnen hier burgers zijn, op school is de islam het belangrijkste vak en vijf keer per dag sluiten de winkels voor het gebed, al blijven de werknemers dan binnen zitten koffiedrinken. Ze gaan niet naar de moskee. Het is net als met alcohol: het is verboden, maar wordt verkocht in de bar van het Island Hotel, naast het vliegveld. Als je maar betaalt. Zelfs de minister van Islamitische Zaken is gefilmd in gezelschap van twee prostituees.

    Toeristen krijgen hier echter helemaal niets van mee. Ook niet de toeristen die voor een verblijf in een guesthouse kiezen, een recent idee van Mohamed Nasheed, die Gayoom in 2008 heeft opgevolgd bij de eerste democratische verkiezingen in de geschiedenis van de Malediven. Anders dan de resorts bevinden de guesthouses zich op de bewoonde eilanden. En dus leveren ze niet alleen wat salaris op, maar doorbreken ze ook het culturele isolement: in de guesthouses ben je in theorie onder de Malediviërs.

    Het eerste is geopend in Maafushi, twee uur met de veerboot vanaf Male. Vier Napolitanen dwalen verloren over dat wat op de bordjes wordt aangeduid als Bikini Beach, het strand voor buitenlanders. Ze zijn hier sinds gisteren, twee gescheiden ondernemers, een met zijn twee twintigjarige zoons. Ze hadden geen idee dat de Malediven islamitisch waren. En het is ook een schuilplaats van IS, zeg ik. ‘Jezus,’ roept Andrea met grote ogen uit. Dan zegt hij tegen zijn vriend: ‘Gast, hoor je dat? IS zit hier. Naar vrouwen kunnen we fluiten.’

    In feite is er helemaal niets in Maafushi. In 2012 is Nasheed met een staatsgreep afgezet, en de huidige regering tracht de guesthouses alleen maar tegen te werken: ze betalen dezelfde belastingen als de resorts, waar een tweepersoonskamer echter geen honderd, maar duizend dollar per nacht kost, en er wordt helemaal niets in de eilanden geïnvesteerd. Naast het strand heeft Maafushi alleen maar een paar cafés. ’s Avonds is het enige vertier de krabbenrace, zegt Andrea. ‘Je betaalt voor de naam en dat is het. Alleen om te zeggen dat je op de Malediven bent geweest.’ Een van de twee jongens dwaalt bij zonsondergang met ontbloot bovenlijf door de minimarket, hij checkt elk flesje vruchtensap in een wanhopige zoektocht naar een biertje. Hij heeft nog niet ontdekt dat er wel degelijk bier is: er ligt een boot voor de kust waar alcohol wordt verkocht. Maar in Maafushi verkoopt niemand het, en dus wordt de Koran geëerbiedigd. We staan voor de moskee. De mannen werpen hem een boze blik toe. Hij snapt wat ik denk. ‘Het is warm,’ zegt hij. ‘Mijn huid is helemaal zout, mijn T-shirt plakt eraan vast.’ Er komt een vrouw in een niqaab voorbij, ze wendt zich gegeneerd af. ‘Doorlopen, gedrocht dat je bent,’ zegt hij. ‘Wie wil jou nou?’ Hij kijkt naar haar man. ‘Hou ’r maar lekker.’

    ‘Als je uit een rijke familie komt, ga je in het buitenland studeren. Anders ga je naar Syrië’

    Heel veel vrouwen dragen een niqaab. Helemaal bedekt. Helemaal in het zwart. ‘Maar deze extreme soort islam is geen traditie, het is innovatie,’ zegt Mariyath Mohamed, dertig jaar, journaliste. ‘Net als in Gaza. Net als in Bagdad. Dertig jaar geleden droeg niemand een hoofddoek.’ De islam hier is geënt op het boeddhisme. Het nationale museum mag dan in 2012 bestormd zijn en de beelden die er stonden kapotgeslagen, je hoeft maar een van de oudere moskeeën binnen te gaan om te zien dat het ooit tempels waren. De gebedsrichting naar Mekka werd pas later diagonaal op de vloer aangegeven.

    Maar toen kwam Gayoom. En hij niet alleen. ‘Een paar jaar later kwamen ook alle seculiere Arabieren hier die na 1967, na de zesdaagse oorlog en de nederlaag van Nasser in Saoedi-Arabië waren gaan studeren. Voor Gayoom, voor zijn ideologische monopolie, vormden zij een gevaar. En dus werden ze allemaal in de gevangenis gegooid. Ze werden gemarteld. Gedood. En tot helden gemaakt. Voor velen vertegenwoordigden ze niet alleen de islam, maar ook het verzet tegen een regime.’ En toen, zegt ze, kwam de tsunami. En nu ‘is de volgende tsunami Syrië’.

    Maar voor de regering bestaat het fundamentalisme niet. Bij het nieuws van de eerste twee Malediviërs die waren gedood in Syrië, in 2014, wees president Yameen elke verantwoordelijkheid af. ‘We hebben onze landgenoten in het buitenland altijd verzocht zich netjes te gedragen,’ verklaarde hij.

    ‘De regering gaat de confrontatie min of meer uit de weg, en in wezen onderschrijft ze bepaalde denkbeelden. Zoals iedereen,’ zegt Nazeer. Hij is 23 en een van de bekendste dissidenten. Hij is zich aan het specialiseren in mensenrechten. Maar hij is ook de neef van Ali. Ze zijn erg close, maar toch probeert hij hem niet tegen te houden. ‘Ik kan geen oordeel vellen over zijn keuze. Voor mij is het simpelweg een verloren strijd,’ zegt hij.

    Het is dus niet een verkeerde oorlog op zich: voor Nazeer is het alleen een verkeerde oorlog omdat die gedoemd is tot een nederlaag te leiden. Hij zoekt een promotieplaats in Europa. ‘Hier kun je niet studeren. Letterlijk: de toeristen hebben een heel eiland voor zich, en wij hebben niet eens een rustig hoekje om ons op een boek te concentreren. En dan gaan ze af en toe ook nog pal voor je huis van boord en fotograferen je ellende onder het mom dat het folklore is. Maar kijk eens waar we zijn,’ zegt hij. We zijn op het strand van Male. Het is een kunstmatig strand – ook nog eens vervuild door afval van het ziekenhuis. ‘We hebben zelfs geen zee meer. Wat hebben we voor alternatieven? Als je uit een rijke familie komt, ga je in het buitenland studeren. Anders ga je naar Syrië.’

    Kinaan is klaar om te vertrekken. Om de onderdrukten te helpen, preciseert hij. Niet om ongelovigen uit te roeien. ‘Een van de gangs heet Bosnië. Wie weet hoeveel er ooit Aleppo zullen heten.’

    Auteur: Francesca Borri
    Vertaler: Yon Boeke

    Openingsbeeld: Toeristen op het eiland Villingili in de Malediven in 2009. – © Tommaso Bonaventura / Contrasto

    schermafbeelding 2017 04 05 om 12 09 10 pm

    Francesca Borri

    Francesca Borri (1980) studeerde journalistiek in Florence en Pisa en werkte vervolgens in het Midden-Oosten en de Balkan. Haar eerste boek, uit 2008, ging over het conflict in Kosovo, in 2010 gevolgd door een publicatie over het Israëlisch-Palestijnse conflict. In 2012 richtte zij zich op de Syrische Burgeroorlog en versloeg vooral de strijd om Aleppo. Haar boek daarover, Onze vrouw in Aleppo, verscheen in Nederlandse vertaling bij De Geus. Borri schrijft voor onder meer de Italiaanse tijdschriften Il Fatto Quotidiano, Internazionale en voor de Engelstalige website over het Midden-Oosten, Al-Monitor.

    Internazionale
    Italië | weekblad | oplage 125.000

    Geïnspireerd door het Franse weekblad Courrier International startte hoofdredacteur Giovanni di Mauro in 1993 het Italiaanse equivalent, Internazionale. Het weekblad – de grote broer van 360 – kiest de beste verhalen uit de wereldpers en maakt artikelen toegankelijk die anders ontoegankelijk zouden zijn gebleven voor een lezerspubliek dat overwegend weinig andere talen dan het Italiaans spreekt. Internazionale besteedt veel aandacht aan fotografie en deinst niet terug voor lange longreads. Voorts heeft het blad zijn eigen buitenlandse columnisten, gerenommeerde namen als Nathalie Nougayrède, Paul Mason en Bernard Guetta. Allemaal journalisten die hun pen onafgebroken inzetten voor een gezonde parlementaire democratie.

    Elk jaar organiseert Internazionale een festival in Ferrara aan de spoorlijn van Bologna naar Venetië, waar giornalisti di tutto il mondo drie dagen lang de wereldproblematiek bespreken.

    schermafbeelding 2017 04 05 om 12 11 27 pm
  • Waarom de banlieue de Franse staat haat

    Waarom de banlieue de Franse staat haat

    De rellen van de laatste weken in de Franse banlieues hebben hun wortels in de Franse koloniale geschiedenis, betoogt Andrew Hussey in zijn boek De Franse intifada.

    Op 27 maart 2007 was ik laat in de middag na een werkdag in Parijs-Oost met de metro onderweg naar huis. Op het Gare du Nord stapte ik uit om van trein te wisselen. Als in trance liep ik, opgaand in de muziek op mijn koptelefoon, werktuiglijk naar de winkelgalerij die de verbinding vormt tussen de boven- en benedenverdieping van het station. Normaliter kocht ik hier een krant en koffie en pakte ik daarna een trein naar mijn at in zuid.

    Maar het was geen gewone avond. Toen ik de trap naar de uitgang op liep, drong de geur van rook mijn neus binnen en hoorde ik geschreeuw. In de gangen was het meer dringen dan gewoonlijk en waren de mensen iets gespannener en slechter gehumeurd dan doorgaans tijdens het spitsuur. Toen ik het hoofdplein van de galerij naderde, prikte rook in mijn ogen en neusgaten en werd het geschreeuw luider. Ik zag gewapende politieagenten en honden. Niettemin had ik niet het idee dat er echt iets mis was. Het enige wat me zorgen baarde, was hoe ik door de inmiddels tot stilstand gekomen stroom forenzen naar de trein kon komen die me naar huis zou brengen.

    Ik wurmde me door de menigte, stapte het plein op en zat plots gevangen in een lege ruimte tussen twee gevechtslinies – aan de ene kant politiemensen in zwart-blauwe uitrusting die met wapenstokken op hun doorzichtige, harde schilden sloegen, aan de andere kant een ordeloze verzameling kinderen en jongeren, voornamelijk zwart of Arabisch, jongens en meiden in hiphopkleding die zongen, lachten en met dingen gooiden. Je kon uit hun accent en manier van doen opmaken dat het geen Parijzenaars waren; het waren kinderen uit de banlieues – de arme voorsteden ten noorden van Parijs die via treinen met Gare du Nord als eindbestemming waren verbonden met de stad. Een Afrikaans uitziende jongen slingerde met een kreet een ijzeren staaf de lucht in, die tegen een fotocabine en een drankautomaat knalde. Een paar meter verderop werd brandgesticht bij een loket.

    Vrolijk

    De sfeer was vreemd genoeg vrolijk. Achter het staal en glas van de eindhalte van de Eurostar escorteerden soldaten met machinegeweren net gearriveerde passagiers uit Londen naar Parijs, de schitterende hoofdstad van Europa, waar het nu zo te zien oorlog was. Ze sloegen het tafereel met afschuw gade. Jongeren sprongen over metropoortjes, rookten stickies, schreeuwden, liepen waar ze wilden en negeerden de normaal geldende regels rond de toegang naar het station. Het was een vermakelijk gezicht, maar riep tegelijkertijd angst op, want deze jongeren konden je nu zomaar iets aandoen als ze er zin in hadden. Regels en wetten – ze trokken zich nergens iets van aan.

    In de dagen daarna las ik de kranten erop na. De meeste reporters en ooggetuigen waren het eens over de chronologie. Om halfvijf ’s middags was een Congolese jongeman, een bekende van de politie, opgepakt toen hij zonder kaartje het station probeerde binnen te komen. Bij de arrestatie ging het niet zachtzinnig toe, en toen de politieagenten op de jongen begonnen in te slaan, kwamen voorbijgangers tussenbeide om het op te nemen voor de underdog. De agenten grepen naar hun geweren en knuppels, en algauw ontstond een niet meer een-twee-drie in te tomen rel.

    De rellen op Gare du Nord in maart 2007. Gare du Nord, dat het grensgebied vormt met de banlieues, veranderde ‘binnen een paar minuten na de arrestatie van een zwartrijder in een wetteloos stukje Frans grondgebied’. – © Reuters / Charles Platiau
    De rellen op Gare du Nord in maart 2007. Gare du Nord, dat het grensgebied vormt met de banlieues, veranderde ‘binnen een paar minuten na de arrestatie van een zwartrijder in een wetteloos stukje Frans grondgebied’. – © Reuters / Charles Platiau

    Maar hoe had dit kunnen gebeuren? Wat maakte het Gare du Nord tot een zodanig explosief kruitvat dat het binnen een paar minuten na de arrestatie van een zwartrijder was veranderd in een wetteloos stukje Frans grondgebied? Op dit punt liepen de interpretaties uiteen. In Le Parisien, de krant die verslag doet van het dagelijks leven in de stad, werden de gebeurtenissen omschreven als ‘une émeute populaire’ (een volksoproer). De toon was er een van gematigde instemming. Le Parisien is niet bepaald links te noemen, maar staat altijd, zo wil een diep gekoesterde Parijse mythe, aan de kant van het ‘volk’. Dit woordgebruik plaatste de gebeurtenissen in het Gare du Nord in een lange traditie van volksopstanden in de stad – ze behoren, te beginnen bij de tijd van La Fronde en zo door tot de Franse Revolutie en de Commune, tot de onlosmakelijke elementen van de geschiedenis van Parijs. Een paar andere kranten, waaronder de rechtse Le Figaro, schreven erover met een huivering van afkeer en meldden dat de oproerkraaiers ‘A bas l’état, les flics et les patrons’ (Weg met de staat, de wouten en de bazen) hadden gescandeerd, waarmee ze de rel een plek gaven in de rebelse folklore van de stad.

    Maar het probleem met deze berichtgeving was dat er weinig van klopte. De jongeren die ik zag gaven geen moer om de staat of de ‘bazen’. De meesten van hen hadden sowieso geen werk. En ze hadden weliswaar een grondige hekel aan de politie, maar zouden nooit een ouderwets scheldwoord als flics hebben gebruikt, dat behoort tot het Parijse equivalent van de generatie van de Krays. Politieagenten waren voor de relschoppers keufs of schmitts. Het gescandeer dat ik hoorde ging voornamelijk in het Frans: ‘Nik les schmitts’ (Rot op, juten), en soms in het Engels: ‘Fuck the police!’ Maar er was nog een slogan, die werd gescandeerd in gewoon Arabisch en het hardst leek aan te komen: ‘Na’al abouk la France!’ (Fuck Frankrijk!). Deze slogan – het is eigenlijk meer een vloek – staat volledig los van Franse tradities van opstandigheid.

    Frankrijk herbergt vandaag de dag de grootste moslimbevolking in Europa. Daartoe behoren ruim vijf miljoen mensen uit Noord-Afrika, het Midden-Oosten en de zogeheten ‘zwarte landen aan de Atlantische Oceaan’, het langgerekte gebied in West-Afrika dat zich uitstrekt van Mali tot Senegal. Bij een korte wandeling in de overbevolkte wijk Barbès in het noorden van Parijs, waar bijna al deze nationaliteiten vertegenwoordigd zijn, krijg je een goed beeld van de diversiteit van deze bewoners en kun je aardig wat opsteken over het Franse koloniale verleden.

    Het Gare du Nord in het hart van deze wijk is grensterrein. Het vormt de scheidslijn tussen de miserabele omstandigheden in de banlieues, de voorsteden rond Parijs, en de relatieve overvloed in het centrale deel van de stad. Dit is de plek waar jonge banlieusards naartoe gaan om rond te hangen, de andere sekse te ontmoeten, te winkelen, te roken, zich te laten zien en te flirten – de dingen die jonge mensen graag doen. Parijs is zowel dichtbij als veraf; je bent er in een wip, maar als het gaat om banen, huisvesting, een leven opbouwen, is het voor deze jonge mensen net zo ontoegankelijk en ver weg als Amerika. En dus koesteren ze dit kleine stukje van de stad dat hun toebehoort.

    In het Gare du Nord kunnen de gemoederen daarom snel hoog oplopen. De sfeer is er over het algemeen gespannen maar stabiel: iedereen houdt zich bij het zijne, van het politie tot de dealers. Maar wanneer de politie hard optreedt, kan dat lijken op het zoveelste vertoon van koloniale macht. De strijdkreet ‘Na’al abouk la France!’ is zodoende ook een kreet van pijn en woede. Er komen oude emoties van verlies, schaamte en angst in tot uitdrukking. En daarom is het zo’n krachtige vloek.

    De relschoppers in de banlieues afficheren zich vaak als soldaten in de “lange oorlog” tegen Frankrijk en Europa

    De relschoppers in het Gare du Nord en in de banlieues afficheren zich daarnaast ook vaak als soldaten in de ‘lange oorlog’ tegen Frankrijk en Europa. Een begrip als ‘beschaving’, dat ze zien als een Europese uitvinding, is voor hen iets om zich tegen af te zetten. De zogenoemde ‘Franse intifada’, de guerrillaoorlog met de politie aan de randen en in het hart van Franse steden, is slechts de nieuwste en meest dramatische vorm van confrontatie met de vijand.

    Het geweld begon op 27 oktober 2005 na de dood door elektrocutie van twee jongemannen die waren weggevlucht in een transformatorhuisje om te ontsnappen aan de politie. Bijna een week lang ontstonden daarna elke avond rellen, waarbij duizenden auto’s in brand werden gestoken. Vervolgens sloeg de onrust over naar andere Franse plaatsen. President Jacques Chirac kondigde de noodtoestand af, die op 8 november om middernacht inging. De regering en de politie kregen hierdoor speciale bevoegdheden om mensen op te pakken en het recht om een avondklok in te stellen en huiszoekingen te doen. Maar dit maakte de situatie er niet beter op. Op 11 november viel in een deel van Amiens de stroom uit toen een elektriciteitscentrale werd belaagd – wat tot schrik van de politie een vaak gebruikte en doeltreffende tactiek werd. Verder werden kerken bestookt met brandbommen.

    Uiteindelijk was het na twee weken gedaan met de rellen. Maar het was voor de politie allesbehalve een makkelijke overwinning – integendeel zelfs. Het geweld werd deels gevoed door het agressieve optreden van de politie en door de onverzettelijke houding van Nicolas Sarkozy, op dat moment minister van Binnenlandse Zaken, die een beleid van zero tolerance afkondigde en zei dat hij het ‘racaille’ (tuig) van de straat zou vegen. Deze harde woorden deden de verontwaardiging in de banlieues alleen maar toenemen – het was onmiskenbaar oorlogstaal. Toen de Franse regering eind november aan het bijkomen was van de onthutsende gebeurtenissen, kon de rekening opgemaakt worden: de rellen in Frankrijk hadden duidelijk gemaakt dat de jongeren van de banlieues met succes de strijd konden aanbinden met de autoriteiten wanneer ze maar wilden.

    De gebeurtenissen in 2005 hebben onvermijdelijk geleid tot een bijna eindeloze stroom artikelen, boeken en debatten in Frankrijk. Hoewel menigeen zich te buiten ging aan luidruchtige retoriek, waren er een paar belangrijke punten waarop rechts en links het met elkaar eens waren. Ten eerste waren beide kampen van mening dat de ernst van de crisis was overdreven door de Engelstalige media, die weinig wisten van Frankrijk en de rellen hadden aangegrepen om de aandacht af te leiden van hun eigen problemen met immigratie en immigranten in hun eigen landen. Uiteraard is dit iets wat de perfide Britten en Amerikanen altijd al hebben gedaan.

    Ten tweede was er de breed gedeelde consensus dat de rellen weinig of niets te maken hadden met de islam en de historische aanwezigheid van Frankrijk in delen van de islamitische wereld. Linkse intellectuelen sloofden zich in Le Monde en Libération uit om aan te tonen dat de rellen op geen enkele wijze terug te voeren waren op de woede die ook een voedingsbodem was geweest voor radicaliserende islamisten. Volgens deze journalisten waren de rellen te wijten aan een ‘fracture sociale’ en een gebrek aan ‘justice sociale’. Zelfs de Franse inlichtingendienst, de Renseignements Généraux, droeg haar steentje bij. Ze kwam met een rapport waarin de rellen werden omschreven als een ‘volksopstand’ en de rol van islamistische groepen en de allochtone afkomst van de relschoppers werden gebagatelliseerd. Aldus werden de rellen van 2005 ontdaan van hun bijzondere lading en weggezet als een zoveelste uitbarsting van traditioneel Frans protest.

    Er is in het hedendaagse Frankrijk echter sprake van een hoogst reëel conflict tussen de tegengestelde beginselen laïcité en communautarisme, dat tot uiting kwam in de rellen. Het begrip laïcité is moeilijk te vertalen; de strekking ervan is simpel gezegd dat het volgens de Franse wet verboden is om onderscheid te maken tussen individuen op grond van hun godsdienst. De Franse notie laïcité is, anders dan het Engels-Amerikaanse model van de seculiere staat, waarin staatsbemoeienis met religieuze aangelegenheden uit den boze is, te beschouwen als een dam tegen elke vorm van religieuze inmenging in staatsaangelegenheden. Dit dateert van de revolutie van 1789 en wordt traditioneel gezien als een manier om de katholieke kerk kort te houden. De Dreyfus-affaire, die in 1905 leidde tot de officiële scheiding tussen kerk en staat, dient nog altijd als schoolvoorbeeld waarom de katholieke kerk op deze wijze in toom gehouden dient te worden. Laïcité garandeert als specifiek antireligieus concept, zo wordt gesteld, de morele eenheid van de Franse natie – de ‘République indivisible’.

    In de voorbije jaren is tegenover deze kernwaarde van de Franse Republiek iets anders komen te staan: communautarisme, waarin de behoeften van de ‘gemeenschap’ worden afgezet tegen de behoeften van de ‘maatschappij’. Opnieuw is er voor het losse Engels-Amerikaanse model, waarin ‘verschillen’ op grond van seksualiteit, godsdienst of handicaps worden getolereerd of zelfs op prijs worden gesteld, geen plaats in Frankrijk, waar ‘verschillend zijn’ wordt gezien als een vorm van sektarisme en een bedreiging voor de Republiek. Het acuutste probleem voor de recente generaties moslimimmigranten in Frankrijk is dat de met nadruk beleden universaliteit van de republikeinse waarden, en met name laïcité, algauw doet denken aan de ‘beschavingsmissie’ in de koloniale tijd. Met andere woorden, als moslims ‘Frans’ willen zijn, moeten ze eerst leren burgers van de Republiek te zijn en pas op de tweede plaats moslims; dit is voor velen niet te doen, en vandaar de zorgen of de moslims in Frankrijk musulmans de France zijn of musulmans en France.

    Heftige emoties

    Maar in dit conflict gaat het niet alleen om politiek of godsdienst. Het gaat daarin ook om heel heftige emoties. De meeste mensen zijn banger voor aftakeling dan voor de dood. Dit is vertrouwd terrein voor psychiaters die patiënten behandelen voor stoornissen als schizofrenie en depressies. Een deel van het proces van geestelijk verval dat kenmerkend is voor deze aandoeningen is een gevoel van gedeeltelijke of algehele vervreemding. Wanneer mensen niet meer het idee hebben een eigen identiteit te bezitten en er van hun ik-gevoel nog maar zo weinig over is dat ze in hun beleving niet meer bestaan, kunnen ze letterlijk vreemden voor zichzelf worden.

    Dit is wat er in de koloniale tijd gebeurde in de door Frankrijk veroverde gebieden en wat er nu gebeurt in de banlieues. En daarom is het voor immigranten uit voormalige Franse kolonies bijna onmogelijk om zich echt ‘thuis’ te voelen in Frankrijk. Ondanks al hun moderniteit lijken deze stadswijken qua ontwerp nog het meest op immense gevangenenkampen. De banlieue staat in de meest letterlijke zin voor ‘anders-zijn’ – het anders-zijn van uitsluiting, van de onderdrukten, van angstige en geminachte mensen, die fysiek en cultureel worden weggehouden van de mainstream van de Franse ‘beschaving’.

    Dit is de stelling die de politicoloog Gilles Kepel poneert in zijn boek Quatre-vingt-treize (2012), een titel die verwijst naar Victor Hugo’s grootse roman over het schrikbewind in 1793 en naar de beruchte Parijse wijk Seine Saint-Denis, die vanwege de postcode bekendstaat als ‘Drieënnegentig’. In dit boek onderwerpt Kepel de recente geschiedenis van dit stadsdeel aan een diepgaand onderzoek, en zijn conclusie is dat de diverse varianten van de islam elkaar weliswaar bestrijden, maar dat ze verenigd zijn in hun vijandigheid tegenover de seculiere Franse staat.

    Kepel is er daarnaast van overtuigd dat de Franse Republiek moet vrezen voor bedreigingen van ‘buiten’, waarmee hij zowel de banlieues als de voormalige Franse gebieden in de moslimwereld bedoelt. In tegenstelling tot veel van zijn vakgenoten denkt hij dat de recente veranderingen in de Franse maatschappij nauw verband houden met gebeurtenissen in de Arabische wereld, die in het Westen amper begrepen worden. ‘Veel Franse politieke commentatoren zijn blind,’ vertelde hij me in zijn krappe werkkamer vlak bij boulevard Saint-Germain. ‘Ze weigeren verder te kijken dan Frankrijk. En dus snappen ze niet dat wat hier gebeurt te maken heeft met onze relatie met de Arabische wereld en ons verleden daar.’

    Kepel beklemtoont dat de huidige spanningen in Frankrijk niet los te zien zijn van de zogenoemde ‘Arabische Lente’ – de golf van opstanden die in 2011 de moslimwereld overspoelde. Ofwel preciezer gezegd: de Arabische Lente heeft ertoe geleid dat de algemeen aanvaarde waarheden over Noord-Afrika, waarvan de wereld tot nu toe een door Franse ogen bepaald beeld had, flink op de schop zijn gegaan.


    De voorstad Aulnay sur Bois in november 2005, tijdens de zevende nacht van de rellen in de banlieues in 2005. – © Reuters / Victor Tonelli
    De voorstad Aulnay sur Bois in november 2005, tijdens de zevende nacht van de rellen in de banlieues in 2005. – © Reuters / Victor Tonelli

    Op 14 januari 2011 ontvluchtte president Zine Ben Ali eindelijk zijn paleis om in ballingschap te gaan in Saoedi-Arabië. In Parijs heerste die dag op straat net zo’n feeststemming als in de steden in Tunesië. Dit kwam doordat het ondenkbare was gebeurd: Ben Ali was sinds 1987 aan de macht geweest, en het leek een uitgemaakte zaak dat hij nog lang aan het roer zou blijven – wat gezien zijn goede gezondheid en eigenwaan heel lang had kunnen zijn – maar binnen een paar weken was hij weg.
    De katalysator voor de woedende demonstraties die hadden geleid tot zijn vertrek was de zelfdoding van Mohammed Bouazizi, een zesentwintigjarige straatverkoper in de tot dan toe onbekende Tunesische plaats Sidi Bouzid. Op 17 december 2010 zette ‘Besboos’, zoals hij plaatselijk bekendstond, om acht uur ’s morgens zoals gebruikelijk zijn kar met fruit neer in het centrum van Sidi Bouzid. Rond tien uur kreeg hij het aan de stok met politieagenten die zeiden dat hij geen vergunning had en daarom niet mocht staan waar hij stond.

    Het werkelijke probleem was dat Mohammed de lokale politie niet genoeg smeergeld had betaald, hoewel hij zich door geld te lenen al voor tweehonderd dollar in de schulden had gestoken om beambten om te kopen. Maar Mohammed was die dag niet in de stemming om met zich te laten sollen en hield voet bij stuk toen een agente van middelbare leeftijd hem beledigde, zijn overleden vader vervloekte en zijn kar in beslag probeerde te nemen. Toen de agente zijn weegschaal pakte, zijn duurste apparaat dat hij, wilde hij zakendoen, absoluut niet kon missen, werd het hem te veel. Hij raakte buiten zichzelf van woede en rende, niet meer in staat zijn tranen te bedwingen, naar het kantoor van de lokale gouverneur om zijn beklag te doen over het hem aangedane onrecht. De gouverneur weigerde vlakaf hem te ontvangen.

    Mohammed verliet heftig gefrustreerd het kantoor van de gouverneur en overgoot zichzelf buiten met een blik benzine. Tot afschuw van de groep mensen die om hen heen was komen staan, stak hij de benzine vervolgens in brand. De vlammen sloegen van zijn lichaam terwijl hij in stille pijn rondwankelde. Dit was om halftwaalf, ongeveer een uur na aanvang van de ruzie over zijn kar.

    Mohammed overleed een paar dagen later in een ziekenhuis. Zijn dood staat nu te boek als de vonk die het vuur van de Tunesische revolutie deed ontbranden. Toen hij op sterven lag, stonden de gewone mensen van Sidi Bouzid op tegen de lagere ambtenaren die hen tot dan toe in toom hadden gehouden. Toen de opstand aan kracht won, staakte het leger zijn pogingen om er paal en perk aan te stellen en beseften honderdduizenden Tunesiërs dat dit hun eerste kans was om in verzet te komen tegen de autoriteiten. De rellen verspreidden zich over het land, en een paar spannende weken later maakte president Ben Ali, voor wie de haat van zijn volk niet meer te trotseren viel, zich uit de voeten.

    Het was het sprookjesachtige karakter van de revolutie dat op de dag van Ben Ali’s vertrek in de straten van Parijs werd gevierd. In Frankrijk wonen ruim zevenhonderdduizend Tunesiërs, grotendeels geconcentreerd in de regio Parijs. Tijdens de revolte in Tunesië stonden overal waar je in Parijs kwam in winkels, afhaalrestaurants en cafés draagbare tv’s waaruit op volle geluidssterkte een polyglot, polyfoon gebabbel op- rees van Al-Jazeera, Al-Arabiya en Franstalige kanalen uit de Maghreb. Iedereen was opgewonden en wilde praten, vooral de Tunesiërs zelf.

    Het verbluffendste aan deze gebeurtenissen – althans voor mensen die Tunesië niet kenden – was dat ze in gang waren gezet in een land dat het Westen beschouwde als een gematigde, stabiele en onopvallende speler in de politiek van de regio. Tot dat moment was Tunesië in de ogen van de buitenwereld een goedkope vakantiebestemming geweest, een land met een gedienstige houding jegens het Westen. De Tunesiërs wisten dat dit beeld op zijn best niet meer dan wensdenken was, en op zijn slechtst een bewuste leugen.

    De pesterijen waarmee Bouazizi te maken had, waren in Tunesië een alledaags fenomeen. Ze waren rechtstreeks terug te voeren tot de mensen op hoge, machtige posities, die deze intimidatie op laag niveau niet alleen toestonden, maar zelfs actief aanmoedigden. Toen Mohammed Bouazizi zichzelf in brand stak, wekte dat zo veel verontwaardiging bij de Tunesiërs dat ze alles op het spel zetten voor de vrijheid. Het recht kreeg met de vlucht van Ben Ali eindelijk zijn beloop. ‘Toen Ben Ali wegging, was dat een prachtig moment,’ kreeg ik te horen van een jonge vrouw die in Tunis de straat op was gegaan om tegen hem te protesteren. ‘Ik wist niet dat mensen zo blij konden zijn.’

    Verrast

    In de regeringsburelen van Frankrijk heerste die dag, anders dan onder de Tunesische bevolking in Parijs, geen jubelstemming. De val van Ben Ali was wel het laatste wat de Franse regering had gewild. Vanaf het moment dat hij in 1987 aan de macht kwam, hadden de opeenvolgende Franse leiders zich achter zijn regime geschaard, daartoe aangezet door zijn verwijzingen naar Algerije en de mogelijke dreiging van islamistisch terrorisme in Tunesië. De Fransen hadden Ben Ali op zijn woord geloofd en zich blind gehouden voor de wanpraktijken waarvan hij zich bediende om in Tunesië de ‘stabiliteit’ te handhaven. Daarnaast hadden ze in de veronderstelling verkeerd dat zijn positie onaantastbaar was.

    ‘We werden verrast,’ zei Henri Guaino, speciaal adviseur van Nicolas Sarkozy op het terrein van mediterrane aangelegenheden. ‘Niemand had door wat er gaande was. Het ging allemaal heel snel, een reeks gebeurtenissen waardoor de boel razendsnel uit de hand liep.’ Verder gaf hij toe: ‘Ik was niet waakzaam genoeg geweest ten aanzien van de ontwikkeling van het regime en de Tunesische publieke opinie.’ Dit was wel heel zwak uitgedrukt. Sinds eind jaren tachtig waren de opeenvolgende Franse regeringen verstrikt geraakt in compromitterende en inconsistente relaties met Tunesië. Franse diplomaten hadden al in 1990 melding gemaakt van het brute karakter van Ben Ali’s regime, maar de autoriteiten in Parijs hadden de andere kant op gekeken.

    Michèle Alliot-Marie, de Franse minister van Buitenlandse Zaken, zette zich op 11 januari 2011 schandelijk te kijk toen ze ten overstaan van de Nationale Assemblee in Parijs meedeelde dat de opstand in Tunesië ‘een complexe situatie’ was, en dat het niet aan de Franse regering was om ‘het regime de les te lezen’. Een arrogantere en zelfgenoegzamere verklaring was moeilijk voorstelbaar op het moment dat het Tunesische volk vocht voor zijn vrijheid. Maar het werd allemaal nog erger: Alliot-Marie bood Ben Ali’s regime vervolgens het ‘wereldbefaamde savoir-faire’ van het Franse leger aan en zei bereid te zijn dit ‘savoir-faire’ over te laten brengen naar Tunis. Alle Assembleeleden, het maakte niet uit van welke partij, reageerden vol ongeloof. Bedoelde de Franse minister daadwerkelijk dat Franse soldaten of politiemensen ingezet zouden worden om de mensenmenigten in Tunis onder vuur te nemen?

    Sarkozy nam in het openbaar onmiddellijk afstand van haar – zijn adviseur deelde mee dat Alliot-Marie haar ‘eigen persoonlijke analyse van de situatie’ had gegeven. Links reageerde trager, deels omdat veel linkse politici, onder wie de burgemeester van Parijs, zelf problemen hadden met Tunesië. In de regio en in de banlieues van Frankrijk wekte de toespraak echter woede. In Algerije stelde het dagblad Liberté dat Michèle Alliot-Marie in haar arrogantie ‘kennelijk niet bang is om de herinneringen op te rakelen van mensen die in het verleden al kennis hebben gemaakt met het militaire “savoir-faire” van Frankrijk. Deze herinneringen zijn feiten: ten aanzien van Algerije kunnen we terugdenken aan 11 december 1960 in Algiers, in de wijk Belcourt, en aan 17 oktober in Parijs in 1961 – om slechts twee voorbeelden te noemen.’ Tunesische bloggers – bloggen was inmiddels de voornaamste vorm van communicatie in het land – waren furieus en sarcastisch. ‘Merci la France!’ luidde de reactie in een campagne op Facebook.

    De controverse liep in de volgende paar dagen nog hoger op toen aan het licht kwam dat Alliot-Marie, die hechte vriendschappelijke banden onderhield met Ben Ali, de kerst van 2010 had doorgebracht in een luxeresort in Tabarka, en dat ze daarheen was gereisd in een privévliegtuig van een goede vriend van Ben Ali, die tevens een crimineel was. Daarna werd bekend dat ze recent een appartement had gekocht in het vakantiecomplex te Gammarth niet ver van Tunis. En ondertussen ging Tunesië op in vlammen.

    Deze Franse dubbelhartigheid wekte bij de Tunesiërs amper verbazing. In de voorbije paar jaar hadden ze moeten aanzien hoe Ben Ali en zijn familie en vrienden schatrijk waren geworden door de natie te plunderen. Tunesië was geen rijk Arabisch land – het heeft bijvoorbeeld geen inkomsten uit olie. Maar dit weerhield Ben Ali en zijn kompanen er niet van om zich de nationale hulpbronnen toe te eigenen en het geld te spenderen in Frankrijk.

    Ben Ali reisde vaak naar Parijs, zijn “echte hoofdstad”, waar hij leefde in overdaad en niet alleen de Franse elite paaide, maar ook de meer dubieuze figuren binnen de Trabelsiclan

    Toen ik op een middag in de herfst van 2012 in Tunis uit het vliegtuig stapte, waren er vrijwel geen andere westerlingen te bekennen. Ik zag meteen dat alles was veranderd na mijn laatste bezoek in 2011. Ik had Tunis vanaf 2005 vrij vaak bezocht, maar sinds de revolutie was ik er niet meer geweest. De stad had nu een heel ander aanzien.

    Tijdens de korte rit van het vliegveld naar de stad zagen de buitenwijken er smeriger en vervallener uit dan tevoren. De meest in het oog lopende verandering in de stad was de afwezigheid van de enorme portretten van Ben Ali, die tot de revolutie langs elke hoofdstraat in en rond de stad hadden gestaan. Toen we het stadscentrum in reden, was er overal graffiti te zien, vaak in diverse talen, niet alleen het Arabisch; in de graffiti in het Engels, Frans en Spaans werd opgeroepen tot meer revolutie en de oorlog verklaard aan het Westen en iedereen die de islam haatte.

    Een paar dagen eerder was de Amerikaanse ambassade in Tunis belaagd en de American School in brand gestoken door een salafistische menigte die naar verluidt demonstreerde tegen de provocerende anti-islamitische film The Innocence of Muslims. Slechts een paar dagen hiervoor was de Amerikaanse ambassadeur in Libië vermoord door een jihadistische militie. De Amerikanen hadden in Tunesië al hun personeel en burgers weggehaald om de Tunesiërs duidelijk te maken dat ze niet gediend waren van agressie. De sfeer werd nog onbestendiger door de publicatie in Frankrijk van afbeeldingen van de Profeet in het satirische tijdschrift Charlie Hebdo. Toen de salafisten daarna met doodsbedreigingen kwamen, achtte de aanzienlijke populatie Fransen in Tunesië het verstandiger om niet meer de straat op te gaan en thuis te blijven.

    Bij mijn vorige bezoeken aan Tunis was het er steeds makkelijk werken geweest, vond ik; het was er veilig en alles was goed geregeld. Maar ondanks de schoonheid en ogenschijnlijke orde had het leven in Tunesië altijd een geheime en sinistere kant. Je had er niet te maken met het soort geweld en extremisme waardoor Algerije werd geteisterd, en de armoede was er minder schrijnend dan in Marokko. Desalniettemin deed Tunesië me denken aan mijn tijd in Roemenië begin jaren negentig, waar gewone mensen zelfs na de val van Ceausescu nog zo bang waren dat ze liever niet zeiden wat ze werkelijk dachten. De Roemenen noemden dit ‘zelfcensuur’ en zeiden dat het veel effectiever was dan de Securitate, de geheime politie. Bijna iedereen die ik voor de revolutie ontmoette in Tunesië, had zich deze gewoonte eigengemaakt. Het was een land waar je met niemand echt contact kon krijgen. De geheime politie was overal, luisterde overal mee en hield alles in de gaten. Maar feitelijk was hun werk overbodig, want de mensen durfden sowieso geen kritiek te leveren op de regering.

    Toen de journalist Christopher Hitchens in 2007 hier was om een stuk voor Vanity Fair te schrijven, noteerde hij dat zijn vriend Edward Said hem had verteld dat Tunesië het ‘aangenaamste land van Afrika’ was. Hij werd niet teleurgesteld: de elegantie van de avenue Habib Bourguiba, de verkeersslagader in Tunis, sprak hem zeer aan, en datzelfde gold voor de olijfgaarden en de adembenemende pracht van het eiland Djerba (waar in 2002 overigens negentien toeristen waren omgekomen bij een aanslag van Al-Qaida). Tunesië was in Hitchens’ ogen een ‘mild’ land, en hoewel hij vraagtekens had bij de twintig jaar dat Ben Ali aan de macht was, de alomtegenwoordigheid van diens portret en de onwil van de mensen om over politiek te praten, was het voor hem bemoedigend dat je er anticonceptiemiddelen kon krijgen, dat jonge men- sen elkaars hand vasthielden, dat er andere duidelijk zichtbare tekenen van ‘westerse waarden’ te bespeuren waren, en dat er onverschilligheid heerste ten aanzien van de puriteinse waarden van het islamisme. Dit was wat iedereen zag wanneer je voor het eerst in Tunesië was. Onder de oppervlakte telde de Tunesische werkelijkheid echter tal van wrange facetten die de psyche van de natie niet onberoerd lieten.

    Net als in Algerije en Marokko behoorden voetbalwedstrijden tot de schaarse gelegenheden waar je een glimp kon opvangen van de innerlijke woede van de Tunesiërs. In september 2008 zag ik hoe een groep van niet meer dan honderd fans van Espérance Sportive Tunis – de grootste club van het land – het in de achterafstraten rond place de Carthage en place de Barcelone opnam tegen de oproerpolitie. Wat vooral indruk op mij maakte, was dat de ‘hooligans’ behendig en goedgeorganiseerd te werk gingen – ze vormden een beweeglijke, voortdurende veranderende formatie, maar bleven desondanks een solide geheel. Ze sloegen ruiten stuk en trokken al schreeuwend door de stegen en straatjes. Ze hadden de situatie volledig onder controle en vonden het zo te zien prachtig om het gevecht aan te gaan met de voetsoldaten van het regime. Later sprak ik in bar Celestina, een met rook gevuld dranklokaal nabij het metrostation, met een aantal van hen. Ze maakten meteen al duidelijk dat ze niet vochten met fans van andere clubs, alleen met de politie, die de gewapende vleugel van de regering vormde. Niemand had het over Ben Ali, maar hij was uiteraard de grote vijand.

    En de andere grote vijand waren de Fransen. Tunesië was ten tijde van Ben Ali onofficieel Frankrijks meest begunstigde natie in de Maghreb. De banden tussen Ben Ali en een reeks Franse presidenten, van Mitterrand tot Chirac en Sarkozy, waren altijd stevig. Ben Ali reisde vaak naar Parijs, zijn ‘echte hoofdstad’, waar hij leefde in overdaad en niet alleen de Franse elite paaide, maar ook de meer dubieuze figuren binnen de Trabelsiclan. Ben Ali’s tweede vrouw Leila was lid van de Trabelsifamilie, een maffia-achtige organisatie met onderkomens in de duurste quartiers van Parijs en Nice die in Tunesië feitelijk de dienst uitmaakte als was het hun persoonlijke bezit. De Tunesiërs wisten dat de val van Ben Ali niet alleen was toe te schrijven aan de ideologische steriliteit van zijn regering, maar ook aan het feit dat op korte termijn aan het licht zou komen dat hij het land samen met de Trabelsi’s flink had geplunderd. Dat was de reden waarom hij zo snel Tunesië ontvluchtte.

    De rebellie duurde slechts vier weken. Maar het veranderde alles in Tunesië en de rest van de Arabische wereld: gewone mensen van Marokko tot Jemen raakten zo begeesterd dat ze hun angst opzijzetten en zich tegen hun leiders keerden. De meeste Tunesiërs, niet alleen de salafisten, voelen zich nu tweemaal verraden door Frankrijk, het land dat de politieke en culturele identiteit van Tunesië ruim een eeuw lang heeft gedomineerd en vormgegeven. Of ze nu wilden of niet, ze waren opgegroeid in de overtuiging dat Frankrijk hun moederland was, en dat de Fransen het beste met hen voorhadden. Nu was echter in de onstuimige tijd van de revolutie gebleken dat Frankrijk een cynische en corrupte vijand was.


    Op 14 oktober 2008 was er ’s avonds in het Stade de France een vriendschappelijke voetbalwedstrijd tussen Frankrijk en Tunesië. Sinds de rellen in Clichy-sous-Bois in 2005 waren wedstrijden tegen Noord-Afrikaanse teams aldoor een potentiële aanleiding geweest voor trammelant in Parijs. Niettemin werd Tunesië voor een minder instabiel en gevaarlijk land gehouden dan Marokko of Algerije en werden Tunesiërs in Parijs niet beschouwd als gangsters of islamitische radicalen. Maar om mogelijke spanningen weg te nemen hadden de autoriteiten besloten dat de elftallen voor aanvang door elkaar in de rij zouden gaan staan, en dat de ‘Marseillaise’ gezongen zou worden door Laam, een jonge r&b-zangeres van Frans-Tunesische komaf.

    Zodra Laam de microfoon oppakte, begon het gefluit, en algauw klonk het zo hard dat het van links naar rechts door het stadion galmde. De jonge vrouw keek om zich heen voor hulp, maar die bleef uit. Ze probeerde er ondanks de orkaan van herrie toch nog iets van terecht te brengen, maar het was hopeloos. Toen ze eindelijk klaar was, lachten de Tunesische fans en gaven ze elkaar high fives alsof ze met 3-0 voorstonden.

    ‘Waar kwam dat vandaan, die muur van haat?’ vroeg ik een Tunesische gozer naast me in de bar waar ik de wedstrijd bekeek. Hij glimlachte sullig en sloeg zijn laatste restje bier achterover: ‘Made in France!’

    Dit is een voorpublicatie uit De Franse intifada van Andrew Hussey, dat onlangs verscheen bij De Arbeiderspers.
    Vertaler: Jan Braks

    ISBN: 9789029510455
    Prijs: € 22,99

    schermafbeelding 2017 03 09 om 10 54 29
  • De knip in 2017

    De knip in 2017

    Dit is alweer het laatste nummer in 2016. Over twee weken stuurt deze wereld voor miljoenen euro’s vuurwerk de lucht in, en is het gesuis en geknal van munitie één keer dit jaar een feestelijk geluid.

    De terugblikken worden nu koortsachtig geschreven, de lijstjes samengesteld en de foto’s geselecteerd. Het was wat je noemt een bumpy ride. Maar volgens het toonaangevende blad The Economist gaan we er in 2017 allemaal iets op vooruit. Dat ‘iets’ is dan voor de een iets meer van iets, en voor de ander iets meer van niets. Politieke onvrede, of onvrede met de politiek, vertaald in populistische oneliners, schijnt helemaal niet goed te zijn voor de economische groei, en toenemende onzekerheid leidt volgens het IMF tot een mondiale hand op de knip. Als je al een knip hebt.

    Over een knip gesproken: van alle bekenden en onbekenden die de afgelopen maanden hun laatste adem uitbliezen, bracht de dood van Fidel Castro, zo eloquent beschreven door Alma Guillermopriet, bij mij een knip-gerelateerde herinnering terug.

    Met verse dollars kon ze naar de “alles-1-dollar-winkel” in “el chopi”, de net geopende shopping mall even verderop. Ze had al een plastic schaal, twee paar pantoffeltjes, drie kaarsen, een haarknip en een flesje mierzoete parfum

    Tijdens de período especial – een eufemisme voor de diepe crisis waarin Cuba in de jaren negentig was beland – logeerde ik bij de familie Cruz in Havana. Hun naar Mexico – waar ik destijds woonde – uitgeweken zoon Ricky had een enorme sporttas met cadeaus meegegeven. Ze trokken het plastic geval letterlijk uit elkaar. De babykleertjes vlogen in het rond. Veel te grote gymschoenen – maar wat hinderde dat nou, een paar proppen watten aan de voor- en achterkant en hup, trots de straat op. Moeder Gloria wachtte op haar knip, die steeds leeg heen en vol weer terug werd gestuurd. Met verse dollars kon ze naar de ‘alles-1-dollar-winkel’ in ‘el chopi’, de net geopende shopping mall even verderop. Ze had al een plastic schaal, twee paar pantoffeltjes, drie kaarsen, een haarknip en een flesje mierzoete parfum. Alles van zeer slechte kwaliteit. Wat maakte het uit, het kostte maar 1 dollar en het ging erom die dollars uit te kunnen geven. Want van kopen word je gelukkig, ook al is het maar even. Ricky stuurde meestal wel een knip mee, maar deze keer? Gloria stortte zich als laatste op de tas en trok met een felle ruk de bodem eruit. ‘De money, nada!’ riep ze woedend, de schommelstoel in de hoogste versnelling.

    Voor haar en iedereen die naar een knip verlangt, hopen we dat The Economist het goed heeft, en dat de hernieuwde diplomatie met de VS in Cuba tot een lichte welvaartsstijging zal lijden.

    Een gelukkiger 2017 alvast.

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • 2017 in cijfers

    2017 in cijfers

    The Economist doet het elk jaar. De Intelligence Unit van het vermaarde blad voorspelt nu ook weer hoe de wereld er volgend jaar economisch voor zal staan. Het is geen fake news, al zou je dat misschien denken met Jemen als snelst groeiende economie. 

    Grootste groeiers het komende jaar.
    Grootste groeiers het komende jaar.

    Van de belangrijkste wereldeconomieën komt alleen India, dankzij marktvriendelijke hervormingen, voor op de lijst van grootste groeiers in 2017. Aan kop gaat Jemen, op de knieën gebracht door een regionale oorlog-in-volmacht, maar met goede kansen op een groeispurt als er in 2017 een vredesovereenkomst wordt bereikt. Myanmar profiteert van zijn politieke en economische openstelling, na de overeenkomst tussen de militaire en burgerlijke machthebbers, terwijl de politieke stabiliteit in Ivoorkust buitenlandse investeringen zal aantrekken. Mongolië krijgt een duwtje in de rug door de prijsstijging van zijn delfstoffen, evenals Laos, dat nog een extra zetje krijgt door de investeringen in de infrastructuur.

    Djibouti profiteert eveneens van verbeterde infrastructuur, vooral in de haven en de beide luchthavens. Nieuwe investeringsprojecten, ditmaal in de oliesector, helpen Ghana. Eenzelfde mengeling van investeringen en stijgende exporten zullen de Cambodjaanse economie stimuleren. Waterkrachtprojecten brengen aanzienlijke groei teweeg in Bhutan, hoewel dit niet de dubbele cijfers zullen zijn die de regering had beloofd.

    Vooruitzichten voor 2017, tenzij anders vermeld. BBP in dollars, berekend naar de vooruitzichten voor de wisselkoers van de dollar in 2017 (tussen haakjes het BBP per inwoner, berekend naar koopkrachtpariteit of kkp). Inflatie: jaar- op-jaargemiddelden. Alle cijfers zijn afgerond.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 11 54 28

    Overeenstemming over marktgerichte economische hervormingen houden de centrum-rechtse coalitie in stand. De politiek zal zich richten op het verbeteren van de overheidsfinanciën, het aanwakkeren van de concurrentiekracht en de antiterreurbestrijding na enkele aanslagen en jaren van vergeefse inspanningen van de veiligheidsdiensten. De spanning tussen Franstaligen en Vlamingen duurt voort, maar het land blijft bijeen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 11 55 23

    Premier Boiko Borisov zal moeite hebben zijn minderheidsregering overeind te houden, met partijen van centrum-links tot nationalistisch rechts, hij is dus gebaat bij een zwakke oppositie. De regering zal een pragmatisch programma voorstaan, gericht op versnelde groei en grotere doelmatigheid van de openbare diensten. De regering zal behoedzaam zijn op strengere belastingmaatregelen, nadat Borisovs vorige regering struikelde over protesten tegen bezuinigingen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 11 56 27
    schermafbeelding 2016 12 14 om 11 56 39
    schermafbeelding 2016 12 14 om 11 59 36

    De minderheidsregering van de rechts-liberale partij Venstre (34 van de 179 parlementszetels) zal 2017 wellicht niet overleven, terwijl de rechts-populistische Dansk Folkeparti kan profiteren van de onvrede onder kiezers over de aanpak van het immigratievraagstuk. De sociaal-democraten (nu 43 zetels) zullen vermoedelijk echter aan het langste eind trekken bij vervroegde verkiezingen, maar dan zullen ze wel de DF van zich af moeten schudden. De nieuwe regering zal zich vooral moeten richten op het dichten van het gat in de begroting. De economische groei zal flauw zijn.

    Let op: Het snijden in de uitkeringen aan asielzoekers moet de schatkist in 2020 een bedrag van 148 miljoen dollar opleveren, dat gebruikt zal worden om de belastingen te verlagen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 02 46

    Angela Merkel treedt aan voor haar vierde termijn als bondskanselier na de verkiezingen, die uiterlijk in oktober worden gehouden, ondanks schade aan haar reputatie door een weinig populaire immigratiepolitiek. Ze zal opnieuw een Grosse Koalition leiden, maar met een kleinere meerderheid in de Bondsdag. Haar voornaamste taak zal zijn de EU in stand te houden, ondanks het vertrek van Groot-Brittannië, en ze zal tevens stevige voorwaarden moeten stellen aan het Britse vertrek, al was het maar om navolging af te schrikken. Aan het thuisfront zal het linkse deel van haar coalitie structurele, marktvriendelijke hervormingen afwijzen. De economische groei ligt boven het gemiddelde in de EU, maar beneden het peil van 2016.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 02 24
    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 02 44

    Estland begint het jaar onder een nieuwe regering, na de nederlaag van haar voorganger bij een vertrouwensstemming in het parlement. De nieuwkomers, vermoedelijk onder aanvoering van de Centrumpartij van Juri Ratas, zullen een beleid voeren dat uitgaat van een open economie en op het Westen gericht zal zijn. De Russische sancties tegen landbouwproducten uit de EU zullen de economie nadelig beïnvloeden, maar de economische groei is alleszins redelijk.

    Let op: Estland neemt in de tweede helft van 2017 het voorzitterschap van de EU op zich, als plaatsvervanger van het Verenigd Koninkrijk, dat aanvankelijk deze functie toebedeeld had gekregen (maar dat was vóór de Brexit…)

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 05 18
    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 05 57

    De extreemrechtse Finse Partij heeft de anti-Europese retoriek wat gematigd sinds ze in 2015 toetrad tot de regering, maar de daaropvolgende onvrede van haar kiezers zou wel eens een splitsing in de partij kunnen veroorzaken, waardoor de regering ten val kan worden gebracht. Gemeenteraadsverkiezingen in april 2017 zullen een graadmeter zijn voor de stemming onder de bevolking. De trage Europese groei en de Russische sancties zullen de economie afkoelen, hoewel deze een bescheiden groei blijft vertonen.

    Het Front National zal het niet verder brengen dan de tweede ronde
    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 06 34

    De rechtse oppositie, verenigd in Les Républicains, zal onder leiding van de nieuwe president François Fillon na de verkiezingen in april/mei een regering gaan vormen. De regerende Parti Socialiste is buitengewoon impopulair, zeker na de ruk naar rechts halverwege de huidige regeringsperiode, die de linkervleugel deed klapwieken. Het extreem-rechtse Front National, dat door terreuraanslagen, Brexit en immigratievraagstukken de wind in de zeilen heeft, zal het niet verder brengen dan de tweede ronde van de verkiezingen. De Brexit zal de economische groei ook in Frankrijk muilkorven.

    Let op: De voormalige minister van Economische Zaken, Emmanuel Macron, doet mee aan de presidentsverkiezingen als leider van zijn jonge beweging En Marche! Maar hij maakt geen schijn van kans.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 08 22

    De coalitie van Syriza met de rechts-populistische Onafhankelijke Grieken heeft een flinterdunne meerderheid in het parlement, en de weinig populaire hervormingen die de EU eist in ruil voor financiële steun kunnen dit verbond uiteendrijven, hetgeen nieuwe verkiezingen zou betekenen. De centrum-rechtse partij Nieuwe Democratie zou daarvan de vruchten kunnen plukken. Ondanks de snelle bezuinigingen, blijft zelfs een lauw herstel ver uit het zicht, en zou Griekenland wellicht zelfs de eurozone misschien moeten verlaten nog voordat het vertrek van Groot-Brittannië uit de EU is bezegeld.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 07 45

    De coalitieregering die wordt geleid door de conservatie partij Fidesz is bezig aan haar tweede termijn, zal haar politiek voortzetten die in toenemende mate naar rechts is opgeschoven om de concurrentie van de extreem-rechtse rivaal Jobbik de baas te blijven. Dat zal zowel de Europese instellingen als de internationale zakenwereld tergen, hoewel vastberaden pogingen om het gat in de begroting te dichten en de staatsschuld te delgen de kritiek zal verzachten. Economische groei zal toenemen als de regering de belastingen verlaagt en de uitgaven opvoert, voorafgaand aan de volgende verkiezingen die in april 2018 worden gehouden. De groei zal het Europese gemiddelde te boven gaan, maar Hongarije blijft nog steeds achter bij de jaren 2014-2015.

    Let op: Hongarije is in juni gastheer van EuroHand 2017, een bijeenkomst gewijd aan onderzoek naar handtherapieën en handchirurgie.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 10 03

    De coalitie onder leiding van Fine Gael is een wankele minderheidsregering, waarin weerspiegeld wordt dat de bevolking genoeg heeft van de bezuinigingspolitiek die economisch herstel opleverde na de financiële crisis. De oppositiepartij Fianna Fáil zal haar handen aftrekken van het stilzwijgende non-agressiepact (dat de regering in staat stelde te overleven) zodra de peilingen een duidelijke meerderheid voor de partij aangeven, dus verkiezingen zijn in 2017 een mogelijkheid. De Brexit zal de relatie met Noord-Ierland, onderdeel van Verenigd Koninkrijk, ingewikkeld maken en zal wellicht doorwegen in de economie. De economische groei, ondersteund door het creatieve Ierse belastingregime voor buitenlandse bedrijven, zal wat inzakken na de torenhoge groei van de laatste jaren.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 12 44
    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 13 40

    Het aftreden van premier Matteo Renzi na het verloren referendum over de herziening van de grondwet leidt tot algemene verkiezingen in 2017. Die politieke onzekerheid, gepaard met de zwakheid van het Italiaanse financiële systeem, met name het bankensysteem, en de gevolgen van de Brexit, zal de economische groei vrijwel doen verdampen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 14 11

    Andrej Plenkovic van de Kroatische Democratische Unie werd premier van een centrum-rechtse coalitieregering na de verkiezingen van eind 2016. Met de sterke aandacht voor de economie en met weinig neiging om een rechts-nationalistische koers te varen, lijkt deze regering stabieler dan haar voorgangster. Het consumentenvertrouwen zal een bescheiden groei sterken, maar de economie zal onder de piek uit de jaren 2007-2008 blijven.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 15 05
    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 16 00

    De centrum-rechtse coalitie, geleid door premier Maris Kucinskis, zal blijven varen op de sterk pro-Europese, fiscaal conservatieve koers. De betrekkingen met Rusland blijven gespannen sinds de Russische annexatie van de Krim. Het terugdringen van de economische afhankelijkheid van Rusland en het aanhalen van de banden met de NAVO blijven de hoofddoelen. De binnenlandse consumptie zal impulsen krijgen van hervormingen van het pensioenstelsel en de onofficiële economie.

    Let op: De etnisch Russische Harmonie Centrumpartij blijft de grootste fractie in het parlement, maar ze blijft de macht ontzegd door de etnisch Letse meerderheid.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 18 18

    Bij de verkiezingen van oktober 2016 kwam de Litouwse Partij voor Boeren en Groenen verrassend als grootste uit de bus. Ongeacht de uitkomst van de onderhandelingen over een nieuwe coalitieregering, zal de steun voor een open economie en pro-westerse buitenlandse politiek overheersen. Net als in alle andere EU-lidstaten langs de Russische grens zullen defensie en diversificatie van gasleveranciers prioriteiten blijven. De economische groei zal door toenemende investeringen worden ondersteund.

    De PVV zal het goed doen maar zal geen bereidwillige partners kunnen vinden
    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 19 10

    Verkiezingen in maart 2017 zullen een wijziging van de regering te zien geven met populistische partijen op de linker- en rechterflank die stemmen wegtrekken bij de partijen van de huidige ‘grote coalitie’ van het centrum. De extreem-rechtse PVV zal het goed doen maar zal geen bereidwillige partners kunnen vinden, zodat de onderhandelingen over de vorming van een nieuwe regering lang zullen duren, met een zwakke en gefragmenteerde regering als verwachte uitkomst. Het economisch herstel is stevig verankerd en zal een periode van politieke onzekerheid wel overleven.

    Let op. Het FITC Amsterdam, in februari, betreft de toekomst van innovatie, ontwerp en ‘all the cool shit in between’ (volgens het officiële programma).

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 22 42

    De centrum-rechtse minderheidsregering, met Conservatieven en de Fremskrittspartiet, een anti-immigratiepartij die voor het eerst regeringsmacht heeft, is licht favoriet om als winnaar uit de bus te komen bij de verkiezingen aan het eind van 2017. De regering is verzwakt door economische problemen en interne ruzies over immigratie, maar de centrum-linkse oppositie doet het niet veel beter in de peilingen. Lage prijzen voor olie en gas, die twee derde van de Noorse export uitmaken, zullen de economie remmen, maar de lage internationale rentestand helpt weer. De groei zal langzaam maar zeker zijn.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 25 07
    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 27 09

    Opgejaagd door de Russische annexatie van de Krim en de onbesliste krachtmeting met door Rusland gesteunde separatisten in het oosten van het land, worstelt de regering van Oekraïne met bestuurlijke en economische hervormingen, maar het herstel vanuit een diepe recessie zal in 2017 zichtbaar worden. Economische stabiliteit zal de steun voor de benarde regering schragen en enige vaart brengen in de economische hervormingen, hoewel het uitroken van oligarchieën nog wel een generatie zal duren. Vervroegde verkiezingen zijn niet uitgesloten als de regering zal proberen de economische vooruitgang te borgen.

    Let op: Oekraïne organiseert in 2017 het Eurovisie Songfestival, nadat dit jaar de zangeres Jamala het evenement won met een liedje waarin zij weeklaagde over de Russische agressie op de Krim.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 28 17

    De coalitieregering van de centrum-rechtse ÖVP en de centrum-linkse SPÖ zit haar termijn vermoedelijk wel uit, maar kiezers die ongeduldig worden door politiek geharrewar, stijgende werkloosheid en immigrantenstromen zouden naar de extreem-rechtse FPÖ kunnen uitwijken. Verkiezingen staan voor 2018 op de agenda, maar worden wellicht vervroegd, waarbij een door de FPÖ geleide coalitie garen zou kunnen spinnen. De economie zal achterblijven bij de Duitse, waaraan zij gekluisterd is.

    Let op: Oostenrijk organiseert in maart de Speciale Olympische Winterspelen voor drieduizend geestelijk gehandicapte atleten uit 110 landen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 38 21

    De regering, geleid door de partij Recht en Rechtvaardigheid, met formeel premier Beata Szydlo aan het hoofd, maar als werkelijke machthebber partijvoorzitter Jaroslaw Kaczynski, zal gaandeweg het liberale vernis wegkrabben dat over de politiek was gesmeerd in de jaren na de ineenstorting van het communisme. Er wordt gemorreld aan de rechtspraak, aan de veiligheidsdiensten en aan de media. De regering dreigt in een hooglopend conflict te geraken met haar Europese partners en een groot deel van het eigen electoraat. De conflicten die daaruit voortvloeien en de aanhoudende economische malaise maken mogelijk een voortijdig einde aan de huidige regering, maar nog niet in 2017.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 39 51

    De regering van de socialistische partij (PS) van premier António Costa krijgt steun van drie nog linksere partijen in het parlement, maar zal moeite hebben haar belofte gestand te doen om de bezuinigingsmaatregelen terug te draaien, die tijdens de crisis werden genomen. Dat ligt vooral aan het langzame herstel van de economische groei en aan de begrotingsvoorschriften van de EU. Niettemin blijft de PS meer in trek dan de centrum-rechtse oppositie. Bovendien is de steun voor de regering vanuit de linkse partijen in het parlement wederzijds, zodat er weinig kans is op voortijdige verkiezingen. De economie groeit langzaam.

    Let op: Ondanks de roep om een einde aan de bezuinigingen zal de regering de pensioenleeftijd in januari verhogen tgmet een maand, tot 66 jaar en drie maanden.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 41 46

    Het zakenkabinet dat in 2015 tot stand kwam nadat de gekozen regering door felle demonstraties ten val was gebracht, zal worden vervangen na de algemene verkiezingen die op 16 december worden gehouden, waarschijnlijk door een brede maar zwakke coalitie, die een afspiegeling is van de wijdverbreide politieke onvrede onder de kiezers. De bureaucratie binnen het staatsapparaat heeft de proporties van een ongezonde zwelling aangenomen en de begroting vertoont een gapend gat. Maar de consumptiedrang maakt dat de economie van het land komend jaar vooralsnog sterker groeit dan in de rest van de EU.

    Het regime van Vladimir Poetin gaat zijn achttiende jaar in en vertoont weinig tekenen van verzwakking
    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 43 05

    Het autoritaire, antiwesterse regime van Vladimir Poetin gaat zijn achttiende jaar in en vertoont weinig tekenen van verzwakking. De onvrede onder de bevolking smeult en het geringe economische herstel in 2017 na twee jaar van krimp zal weinigen ervan overtuigen dat er weer goede tijden zijn aangebroken. Maar de controle van het staatsapparaat, de zorgvuldige balans in de verdeling van de macht onder de elite en Poetins persoonlijke populariteit zorgen ervoor dat het huidige bewind zal standhouden. De levensstandaard gaat omlaag nu de bronnen worden gebruikt om het regime overeind te houden. De economische sancties van de EU als antwoord op de Russische agressie in Oekraïne zullen vanaf januari 2017 worden uitgebreid, terwijl de sancties van Russische zijde blijven gehandhaafd.

    Let op: Het Reservefonds, een van beide potten geld voor slechte tijden, raakt in 2017 leeg, waardoor er nog verder in de uitgaven moet worden gesneden.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 44 51

    De Sloveense economie puft voort, en in 2017 kan de regering voor het eerst sinds enige tijd weer genieten van fiscale vrijheid, nadat zij sinds half 2016 onder curatele stond van de EU vanwege een buitensporig begrotingstekort. Maar er heerst onenigheid tussen de partijen van de centrum-linkse coalitie en het is niet onmogelijk dat de regering daaraan ten onder gaat, ondanks haar parlementaire meerderheid. Het programma tot privatisering van staatsbedrijven, hoewel bescheiden van omvang, is de steen des aanstoots en zal in het beste geval slechts langzaam vorderen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 49 35

    Een onpraktische links-rechtscoalitie, aangevoerd door de centrum-linkse Smer-SD, houdt de blik gericht op de verbetering van het onderwijs en de gezondheidszorg en de bestrijding van de corruptie, hoewel vooruitgang op die gebieden langzaam is, vooral wat het laatste betreft. De economie zal overgaan van de afhankelijkheid van de buitenlandse vraag naar een wat steviger model van binnenlandse consumptie, maar de moeilijke demografie en externe factoren, waaronder de Brexit, drukken de economische groei.

    Let op: Als premier Robert Fico na afloop van het Slowaakse voorzitterschap van de Europese Unie in januari aftreedt, zou het ontstane machtsvacuüm de val van de regering kunnen betekenen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 50 38

    Mariano Rajoy, leider van de centrum-rechtse Volkspartij, kon aan het eind van het jaar eindelijk worden beëdigd als leider van een minderheidsregering, nadat de socialisten, de grootste oppositiepartij, hadden besloten zich van stemming te onthouden tijdens het voorafgaande debat. Rajoy, die een zakenkabinet had geleid sinds de verkiezingen van december 2015 een politieke patstelling hadden veroorzaakt, zal waarschijnlijk zijn termijn niet uitdienen, en ook de kansen op een samenhangend regeringsprogramma zijn gering. Niettemin zal de economie profijt kunnen trekken van hervormingen die al waren ingevoerd en die de politieke turbulentie wel kunnen doorstaan.

    Let op: Spanje zou door de EU hard op de vingers getikt kunnen worden als het er niet in slaagt voor 2018 het begrotingstekort terug te brengen tot 3 procent.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 53 32
    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 53 59

    Een brede coalitie van centrumpartijen is sinds 2013 aan de macht, en de deelnemende partijen zullen bij verkiezingen in oktober 2017 strijden om de hegemonie. ANO, de kleinste van de twee voornaamste coalitiegenoten, geleid door de zakenman Andrej Babis, lijkt in de peilingen de meeste kans te maken de volgende regering te leiden, met een marktgerichte en fiscaal conservatieve agenda. Het herstel van de economie, aanhangwagen van de robuuste Duitse markt, zal doorzetten, geholpen door een auto-industrie in de hoogste versnelling.

    1 schermafbeelding 2016 12 14 om 12 54 45

    De mislukte staatsgreep in 2016 consolideerde op het oog de publieke steun voor de gematigd islamitische Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling van president Recep Tayyip Erdogan en bood deze laatste een uitgelezen kans op een zuivering onder de tegenstanders van zijn regime. Erdogan zal zijn inspanningen verdubbelen om de greep van de staat op het openbare leven te verstevigen. Als hij daar geen akkoord over kan bereiken met de oppositie, zal hij wellicht geporteerd zijn voor vervroegde verkiezingen.

    Let op: In de nasleep van de couppoging werd ongeveer een derde van ’s lands hoge officieren weggezuiverd. Dat maakt het niet gemakkelijker om een toch al complex militair-strategisch beleid voor binnen- en buitenland te voeren.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 56 02

    De eerstkomende jaren zullen worden gekleurd door de pogingen om na de Brexit een nieuwe relatie met Europa tot stand te brengen. De stemming ging niet over de voorwaarden van de uittreding, maar Londen hoopt op een overeenkomst waarbij de Britten deels vrije toegang houden tot de Europese markt terwijl het vrije verkeer van personen wordt ingeperkt. De economie moet worden gestimuleerd zodra de effecten van de uittreding voelbaar worden. Daartoe zullen belastingmaatregelen moeten worden genomen, want de mogelijkheden van de centrale bank zijn vrijwel uitgeput.

    Let op: Elk compromis over de voorwaarden voor de Britse uittreding zal door de bevolking moeten worden goedgekeurd, hetzij in een nieuw referendum, hetzij door vervroegde verkiezingen. De harde kern van ‘uittreders’ zal zich hoe dan ook bedrogen voelen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 57 47

    De minderheidsregering van de sociaal-democratische SAP en de Groenen is kwetsbaar, afhankelijk als zij is van de gedoogsteun van oppositiepartij Alliance. Maar vervroegde verkiezingen zijn niet waarschijnlijk, omdat die een kans zouden bieden aan de ultrarechtse SD, en dat wil geen van de gematigde partijen. De angst bij de kiezer voor immigratiestromen – de wortel van de populariteit van de SD – blijft een grote rol spelen, ondanks recente restricties in het beleid en hogere uitgaven voor de immigratiediensten. De Brexit zal de Zweedse export hinderen, maar de binnenlandse consumptie jaagt de economie aan.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 12 59 22

    De coalitieregering van vier partijen is er op grond van een referendum uit 2014 aan gehouden per 1 januari 2017 restricties aan te brengen in het immigratiebeleid, en dat zou het land in conflict kunnen brengen met de afspraken met de EU over de vrijheid van personenverkeer. Eind 2016 nam het Lagerhuis een als ‘licht’ bestempelde maatregel aan die problemen met Brussel zou moeten voorkomen. De gezamenlijke benadering van alle Zwitserse partijen van de economie betekent dat er op dat vlak niet veel drama te verwachten is. Hervormingen zullen vooral gericht zijn op het bewaren van het begrotingsevenwicht.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 32 30

    De Liberaal-Nationale coalitie kreeg bij de verkiezingen medio 2016 een tweede termijn, met een meerderheid van slechts één zetel in het Lagerhuis. De problemen zullen zich dus voordoen in het Hogerhuis, waar de regering de steun moet verwerven van de nogal stijfkoppige onafhankelijken. De verkiezingen dit jaar werden noodzakelijk toen beide huizen het niet eens konden worden over een reeks wetsvoorstellen – en gezien de versplintering in het parlement kan een herhaling niet worden uitgesloten. Maar de economie heeft niet veel last van de politiek: de investeringen in de mijnindustrie werpen hun vruchten af en de consument blijft uitgeven.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 35 38
    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 36 35

    De regering van de Awami Liga heeft op wetgevend gebied vrij spel, nu de grootste oppositiepartij, de Nationalistische Partij van Bangladesh, de jongste verkiezingen heeft geboycot. De politieke oppositie heeft echter de straat opgezocht met stakingen en betogingen, en dat heeft het enthousiasme voor het zakendoen getemperd. Desondanks groeit de economie sterk, doordat de regering private investeringen aanmoedigt en de consumptie profijt trekt van de vooruitgang in het licht van de Sustainable Development Goals van de VN.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 37 34

    In de overgangsfase van een model waarin werd geïnvesteerd voor de export naar een model dat zich richt op binnenlandse consumptie loopt de economische groei vertraging op – maar noch de economische, noch de politieke hervormingen houden gelijke tred met deze omvorming. Dus blijven er problemen: deflatoire bubbels in de vastgoedsector moeten worden vermeden en een deel van het arbeidspotentieel moet naar elders verhuizen en/of worden omgeschoold. En dan resteert nog de opgave om enig pluralisme in zowel het politieke als het sociale landschap te injecteren. Maar al die hervormingen worden overschaduwd door het primaat van de Communistische Partij. Ten aanzien van het buitenland geldt dat de Chinese territoriale en economische invloed nog meer voelbaar zal worden nu de regering haar spierballen toont.

    Let op: Partijvoorzitter Xi Jinping bouwt een gecentraliseerde en gepersonaliseerde machtsstructuur. Een herschikking van het Politburo geeft enige aanwijzing van hoe het verder zal gaan.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 38 52
    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 39 43

    De economie profiteert van een periode van aanhoudende achterstallige groei. De regering van Rodrigo Duterte, halverwege 2016 gekozen met een sterk mandaat, zal trouw blijven aan de politiek die zijn vruchten afwerpt, daarbij inbegrepen de verbetering van de infrastructuur en het aantrekken van buitenlandse investeerders. Het snoeiharde optreden van de president tegen de misdaad, dat hij al beproefde tijdens zijn burgemeesterschap van de stad Davao, zal zijn beperkte doel wel bereiken, maar het tast de staatsinstellingen en de rechtsgang aan en kan economisch herstel in de weg zitten.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 40 42

    Het kiesstelsel veroorzaakt een ondervertegenwoordiging van de voorstanders van democratie en onafhankelijkheid in de Wetgevende Raad, het parlement van de voormalige Kroonkolonie. Maar deze groep kiezers groeit en de voorzitter van de Raad, Leung Chun-ying, die door Beijing werd aangesteld, is impopulair. De regering in Beijing heeft evenwel de meeste troeven in handen: er is weinig uitzicht op politieke hervormingen. Protesten op kleine schaal kunnen desondanks zorgen voor kleinschalige verstoringen van de economie, die zich herstelt van een zwak 2016. De afremmende economie op ‘het vasteland’ en de moeizame groei van de wereldhandel zullen een rol gaan spelen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 41 45

    India kent een duurzame economische expansie, die alleen wordt overschaduwd door het besef dat het nog beter zou gaan als er meer werd geïnvesteerd en de infrastructuur op peil zou zijn. Deel van het probleem is dat de regering, gedomineerd door de Bharatiya Janata Partij van premier Narendra Modi, niet beschikt over een meerderheid in het Hogerhuis, en zo de macht ontbeert om haar economische programma door te voeren. Hervormingen gaan desondanks door – in 2017 wordt een omzetbelasting ingevoerd en wordt de faillissementswet aangescherpt – maar de aandacht van de regering zal in het tweede deel van haar termijn vooral uitgaan naar haar herverkiezing.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 42 59

    Na een wat hobbelig begin is het bewind van president Joko Widodo bezig aan een breed programma van marktgerichte hervormingen, zoals een eenvoudiger wetgeving rond grote infrastructurele projecten en snellere toekenning van vergunningen voor het zakenleven. Niettemin worden grote investeringen nog altijd gegijzeld door de bureaucratie en zijn ze daarmee onderhevig aan vertragingen. Dat lijkt niet te veranderen, zoals ook het mandaat van de president om de wijdverbreide corruptie aan te pakken een dode letter lijkt te blijven. Toch zal de economie worden aangewakkerd door de grote investeringen in de infrastructuur, de steun voor de productie van goederen na de snelle daling van de grondstofprijzen, en het aantrekken van buitenlands kapitaal.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 44 38

    De regering beschikt over tweederdemeerderheden in beide kamers van het parlement en zal wellicht veel tijd besteden aan het tot stand komen van een minder pacifistische grondwet, hoewel er geen garantie is dat als een dergelijke wet in het parlement wordt goedgekeurd, deze ook de instemming van de bevolking zal krijgen in een verplicht referendum. Ondanks de sterke positie van de coalitieregering onder premier Shinzo Abe zullen economische hervormingen aan drijvende kracht inboeten. Het pakket aan fiscale, monetaire en structurele hervormingen dat bekend staat als Abenomics blijft op tafel, maar de bedoelde oppepper voor de groei wordt het niet.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 45 38

    Nursultan Nazarbajev, leider van Kazachstan sinds de tijden van de Sovjet-Unie, is een garantie voor stabiliteit door een combinatie van hardheid en vriendjespolitiek. Maar door het ontbreken van een geloofwaardige oppositie en een duidelijke regeling voor de opvolging is die stabiliteit verankerd in de persoon van een 76-jarige, zonder garantie voor de periode na hem. Een scherpe daling van de inkomsten uit olie en een verzwakte munt hebben de binnenlandse vraag doen afnemen, en plannen voor hervormingen, inclusief privatisering, zullen in de lade blijven liggen ter wille van de bescherming van de werkgelegenheid en de inkomens.

    Let op: Werkgevers moeten vanaf juli bijdragen aan een verplichte ziektekostenverzekering voor iedereen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 46 51

    De termijn van de regerende coalitie Barisan Nasional (BN) duurt nog tot 2018, maar mogelijk worden halverwege 2017 al verkiezingen uitgeschreven. Premier Najib Razak staat onder druk om af te treden wegens malversaties in een staatsbedrijf. Zijn vicepremier Ahmad Zahid Hamidi zou het stokje kunnen overnemen als BN aan de macht blijft. De oppositie is zwak en de regering zal doorgaan met hervormingen die zijn bedoeld om Maleisië de status van een land met een hoog gemiddeld inkomen te geven. De lage olieprijzen kunnen dat proces vertragen. De economie groeit, maar langzamer dan in de voorbije jaren.

    Let op: De hoofdstad Kuala Lumpur is in augustus toneel van de South East Asian Games, die samenvallen met de zestigste verjaardag van de onafhankelijkheid van Maleisië.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 48 24
    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 48 52

    De centrum-rechtse National Party is al drie termijnen aan het regeren onder leiding van de immens populaire John Key. In november 2017 zijn er opnieuw verkiezingen, maar dan zal de partij het zonder Key moeten doen. Die kondigde begin december 2016 onverwacht zijn aftreden aan wegens familieomstandigheden. Hij blijft vooralsnog wel lid van het parlement. De politiek zal vooralsnog gericht blijven op het bereiken van een fiscaal evenwicht, verbetering van de buitenlandse handel en het scheppen van banen voor degenen die nu van een uitkering leven. Aan de daling van de prijzen voor melk- en vleesproducten zal een einde komen, maar de prijzen zullen beneden het peil van de periode 2013-2014 blijven.

    Let op: De lage rente heeft geleid tot een bubbel in de huizenverkoop, die de regering probeert te beteugelen om te voorkomen dat het politieke klimaat erdoor wordt aangetast.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 50 04

    Het politieke systeem kwam voor een vuurproef te staan toen president Islam Kerimov in september van dit jaar overleed aan een hersenbloeding. Premier Shavkat Mirziyoyev, die tot tijdelijk president werd benoemd, zal eind december op zijn sloffen de presidentsverkiezingen winnen, aangezien dat een staatsaangelegenheid is die niet helemaal voldoet aan de internationale standaard. Van het nieuwe bewind zijn geen grote politieke veranderingen te verwachten. De vooruitzichten op economische groei zijn bleekjes: de regionale crisis drukt de buitenlandse vraag en het betalingsverkeer, en de goederenprijzen op de wereldmarkt zijn laag.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 52 19

    De Pakistaanse Moslim Liga heeft een comfortabele meerderheid in het Lagerhuis, maar vindt een agressieve oppositie tegenover zich en is kwetsbaar voor beschuldigingen dat de regering bepaalde delen van het land voortrekt. Hoewel de regering werkt aan de verbetering van de infrastructuur en een goede handelsrelatie met China heeft opgebouwd, is zij minder succesvol bij het beveiligen van afgelegen gebieden. Het leger, dat toch al zeer zichtbaar is in het openbare leven, zal zijn invloed uitbreiden.

    Let op: Terreuracties in stedelijke gebieden zullen mogelijk toenemen naarmate er vooruitgang wordt geboekt in de onderhandelingen met gematigde groepen van de taliban.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 53 34

    De People’s Action Party wist bij de verkiezingen van 2015 een einde te maken aan een lange neergang en zal doorgaan met maatregelen om haar herwonnen populariteit te verankeren met investeringen in sociale huisvesting, gezondheidszorg en openbaar vervoer. Ook de reputatie van de stadstaat als internationaal handelscentrum zal worden versterkt, met de uitbreiding van de havenfaciliteiten als prioriteit. In de coulissen wordt gewerkt aan de opvolging van premier Lee Hsien Loong, wiens gezondheid te wensen overlaat. De economie herstelt zich van een lichte aarzeling, veroorzaakt door een vermindering van de wereldhandel.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 54 51

    De regering van nationale eenheid, waarin de rivaliserende Verenigde Nationale Partij en de Sri Lanka Vrijheidspartij samenwerken, boekt aarzelend vooruitgang met een hervormingsprogramma dat werd opgesteld na de overwinning in de burgeroorlog met de Tamil-separatisten, en dat tot stand kwam onder auspiciën van het IMF. De uitdaging is de eenheid binnen de regering te bewaren tijdens het schrijven en laten goedkeuren van een nieuwe grondwet. De economie zal profiteren van een ‘vredesdividend’, en de maatregelen om de levensstandaard op te krikken zullen een aanzienlijke groei teweeg kunnen brengen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 57 42

    De regering van de Democratische Partij van de Vooruitgang was het resultaat van de verkiezingen in 2016, waarbij de partij zowel het presidentschap als de meerderheid in het parlement in de wacht sleepte. Dat stelt haar in staat een ingewikkelde politieke agenda uit te voeren. In het binnenland gaat het om het stimuleren van strategische takken van de industrie en het verhogen van de levensstandaard van vooral jongeren. De gespannen relatie met China geeft evenwel weinig uitzicht op een zakelijke samenwerking met de ‘overburen’. De economische groei zal niet spectaculair zijn, maar wel beter dan in 2016.

    Let op: Het Wereldcongres over Informatica en Technologie wordt in september 2017 gehouden in de hoofdstad Taipei.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 13 59 13

    Het leger zal de troonopvolging van kroonprins Vajiralongkorn zorgvuldig regisseren. Plannen van de legertop om het bewind weer in handen te geven van een gekozen regering zullen worden vertraagd omdat de militairen vooral zijn gespitst op stabiliteit. Het plan voor de economische ontwikkeling op de lange termijn, dat is ontwikkeld door een door het leger aangesteld burgerlijk bestuur, zal de economische politiek bepalen met een gematigde doch constante groei als doel.

    Let op: Het soms bizarre gedrag van kroonprins Maha Vajiralongkorn heeft twijfels doen rijzen of hij wel in staat is in zijn vaders voetsporen te treden. Maar de legerleiding maakt zich meer zorgen over zijn sympathie voor de beweging van de Rode Hemden, die bij de staatsgreep in 2014 door het leger buitenspel werd gezet.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 01 54

    De eenpartijstaat heeft weinig te duchten van buitenaf, maar gevestigde belangen en ideologische meningsverschillen zijn bronnen van instabiliteit. Burgers uiten hun onvrede ook steeds openlijker, zeker als het gaat over de activiteiten van China in de Zuid-Chinese Zee. De regering zal voorzichtig moeten schipperen om enerzijds de burgers tevreden te stellen met een krachtig antwoord en anderzijds de commerciële banden met China niet te beschadigen. Al even voorzichtig moet het bewind vakbonden toestaan om te voldoen aan de bepalingen van het handelsverdrag TTP, maar het wil de arbeider ook niet een al te krachtige stem geven. De economie draait inmiddels op volle toeren.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 02 45

    Zuid-Korea bevindt zich aan het eind van 2016 in een politieke crisis rond president Park Geun-hye, het eerste vrouwelijke staatshoofd, die wordt beschuldigd (ook door haar eigen partij Saenuri) van corruptie en vriendjespolitiek. Park heeft voorgesteld in april af te treden, drie maanden voor het aflopen van haar termijn, maar de publieke reactie op de onthullingen is zo groot dat ook haar eigen partij op andere maatregelen zint. Het land werd economisch getroffen door het teruglopen van de wereldhandel, en er zijn fiscale maatregelen in voorbereiding om de binnenlandse vraag te stimuleren.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 05 44
    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 06 40

    Premier Justin Trudeau en de regering van de Liberal Party zullen hun comfortabele parlementaire meerderheid gebruiken om institutionele en economische hervormingen door te voeren, die bedoeld zijn om de middenklasse en de oorspronkelijke bevolkingsgroepen te ondersteunen en de infrastructuur op het gebied van transport en huisvesting te verbeteren – dat laatste mede om de dreigende vastgoedbubbel door te prikken. De kosten van dit alles zullen doorschemeren in een oplopend begrotingstekort. Ten aanzien van het buitenland wordt het scheppen van een goede verstandhouding met de nieuwe Amerikaanse president een belangrijk punt.

    Let op: De Liberalen willen het kiessysteem ten behoeve van de verkiezingen in 2019 veranderen, maar de voorstellen daartoe zullen in mei 2017 al moeten worden goedgekeurd door het parlement.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 08 14

    President Enrique Peña Nieto zal hard moeten werken om de structurele hervormingen door te voeren – op het gebied van energie, onderwijs en telecommunicatie – die eerder in zijn ambtstermijn werden goedgekeurd, maar de steun voor zijn regering is zwak. Peña Nieto’s politieke problemen worden gecompliceerd door de ondermaatse economische groei, een toename van de armoede en fiscale beperkingen, die voortvloeien uit de lage inkomsten uit de olie. De eeuwige strijd tegen institutionele corruptie en bedreiging van de openbare veiligheid verdwijnt ook niet: het aantal moorden stijgt, evenals het wijdverspreide martelen van gevangenen door de politie en het doden van mensen door veiligheidstroepen als onderdeel van de strijd tegen de drugskartels. En dan is er nog de teleurstelling bij de bevolking over een presidentschap dat zo veelbelovend leek.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 09 19

    Inkomensongelijkheid en de benarde situatie van de middenklasse overheersten de verkiezingscampagne, maar de Amerikanen – met inbegrip van degenen op de laagste sport van de ladder – hebben de laatste tijd een verrassend forse stijging van hun inkomen mogen verwelkomen. Werkgevers hebben in 2017 twee miljoen banen in de aanbieding, naast de veertien miljoen die sinds 2011 werden geschapen, waardoor voor veel buitengeslotenen de weg naar het arbeidsleven is heropend. Dat geeft de burger moed, maar ondernemingen die niet veel hebben geïnvesteerd zullen wachten op een teken van de nieuwe president en het Congres. Eén mogelijk punt van overeenstemming tussen beide partijen: uitgaven voor nieuwe infrastructuur om de verouderde en versleten wegen, bruggen en havens te verbeteren. Dit zou de ingezakte productiviteit een forse zet geven.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 10 40

    Economische verstoringen die zijn nagelaten door de regering van Cristina Fernández de Kirchner zorgen voor zware tijden en stellen het geduld van de kiezers op de proef, maar president Mauricio Macri zet door met enige steun van het parlement, dat door de oppositie wordt beheerst. De regering zal het tempo van de hervormingen bijstellen om de kiezers aan boord te houden, en een nieuw systeem van gezondheidszorg voor iedereen kan daarbij helpen. De ineengezakte economie zal weer gaan groeien.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 12 48

    Halverwege zijn derde termijn geniet de linkse president Evo Morales een aanzienlijke vrijheid van beleid dankzij een zwakke en verdeelde oppositie; sociale bewegingen, die teleurgesteld zijn in de resultaten van dat beleid, gaan echter de straat op om te protesteren. De export van aardgas heeft bijgedragen aan een sterke economische groei, en stijgende gasprijzen zullen deze in 2017 een nieuwe prikkel geven. De regering heeft ook de internationale reserves van het land weer aangevuld, en dat komt goed van pas, omdat het gapende gat in de lopende begroting niet vanzelf krimpt.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 13 57

    Michel Temer, beëdigd als president ter vervanging van Dilma Rousseff, die in 2016 werd afgezet, zal de resterende tijd uitdienen van de presidentiële termijn, die nog tot 2018 loopt. Met een op de markt gerichte politieke agenda tracht hij verstoringen die onder het bewind van Rousseff zijn opgetreden te corrigeren en de economie naar een duurzame groei te leiden. Na een heftige terugval in 2016 zal die economie weer bescheiden gaan groeien, nu het vertrouwen van bedrijfsleven en consument terugkeert.

    Let op: Het onderzoek naar het schandaal rond financiële onregelmatigheden bij staatsoliemaatschappij Petrobras zou ook Michel Temer nog kunnen raken.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 15 09

    President Michelle Bachelet scoort slecht in de publieke opinie, maar aangezien de oppositie in het ongerede is geraakt, kan haar coalitiepartij Nueva Mayoría bij de verkiezingen in november 2017 een derde termijn in de wacht slepen. Voormalig president Ricardo Lagos is dan waarschijnlijk de kandidaat. De haperende economie, deels het resultaat van de lage prijzen voor de goederen die Chili exporteert, zal de ruimte voor politieke prioriteiten – zoals de verbetering van de pensioenen en de gezondheidszorg – beperken, maar mevrouw Bachelet zwoegt verder.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 16 29

    Er hing nog enige onzekerheid in de lucht over het akkoord met de FARC, maar na extra onderhandelingen lijkt de vijftigjarige guerrillaoorlog in Colombia nu toch echt voorbij. President Juan Manuel Santos kan zich dus weer aan andere taken wijden. De economie zal op de langere termijn profijt trekken van het akkoord, maar in 2017 zal ze nog te lijden hebben van de geringere inkomsten als gevolg van de prijsdaling van de meeste exportgoederen.

    Let op: De gelovigen bidden voor een pauselijk bezoek. Paus Franciscus heeft een bezoek aan Colombia toegezegd, maar pas als het akkoord met de FARC is getekend.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 17 46

    De evolutie van de revolutie zal zich na de dood van Fidel heel voorzichtig gaan bewegen in de richting van een overdracht van de macht door de Generatie ’59. De eerste vicepresident, Miguel Díaz-Canel, lijkt de meest waarschijnlijke opvolger van Raúl Castro, maar pas in 2018. Liberaliserende hervormingen zullen geleidelijk terrein winnen, en de private sector zal een grotere bijdrage gaan leveren aan de economie. In 2017 zullen de zakelijke belangstelling en de toeristen uit de VS de klap verzachten van het inzakken van het toerisme uit Venezuela.

    Let op: In de Cubaanse hoofdstad zal het bekendste exportproduct van het eiland, de sigaar, in februari worden gevierd tijdens het Festival del Habana.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 20 17

    De regering van de Alianza PAIS heeft het voordeel van een verdeelde oppositie en zal bij de verkiezingen in februari een volgende regeringsperiode veiligstellen. Rafael Correa, president sinds 2007, kan alleen aan het hoofd van de regering blijven als de grondwettelijke belemmering daarvoor wordt opgeheven, maar hij blijft hoe dan ook machtig en invloedrijk. Betogingen zijn onvermijdelijk, nu de regering de buikriem moet aansnoeren omdat de economie opnieuw zal krimpen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 21 26
    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 30 48

    President Horacio Cartes staat tegenover een agressieve oppositie, niet in de laatste plaats gevoerd door een dissidente vleugel van zijn eigen partij, de Partido Colorado; er is weinig kans dat hij vorderingen kan maken met zijn eigen agenda, die voorziet in administratieve hervormingen en investeringen in de infrastructuur. Samen met de grootste oppositiepartij zullen de dissidenten er alles aan doen om Cartes’ pogingen te blokkeren de grondwet, die niet in een tweede ambtstermijn voorziet, te wijzigen, in welk geval hij machteloos de verkiezingen van 2018 zal ingaan. De economie zal aantrekken, nu ook Brazilië en Argentinië hun problemen op dat vlak achter zich hebben gelaten.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 31 34

    De centrum-rechtse regering van de Peruanos Por el Kambio onder president Pedro Pablo Kuczynski heeft geen parlementaire meerderheid en moet, om wetten erdoor te krijgen, gokken op de verdraagzaamheid van een vijandige oppositie. Maar een brede consensus schraagt wel het liberale economische beleid dat heeft geleid tot een periode van sterke groei. Het einde van de hoge prijzen voor goederen geeft problemen, maar een druk programma van investeringen in de infrastructuur zal de groei in 2017 ondersteunen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 32 35

    President Tabaré Vázquez wacht een taaie oppositie van uiterst linkse groepen uit zijn eigen partij, het Frente Amplio, die de voordelen van een duidelijke parlementaire meerderheid tenietdoen, en hij zal moeite hebben om vooruitgang te boeken met hervormingen van het onderwijs en de belastingen. Daarentegen zullen belasting- en prijsverhogingen het zorgwekkende gat in de begroting moeten opvullen. Het langzame herstel in Argentinië en Brazilië zal helpen om de groei iets te laten uitstijgen boven die van 2016.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 33 55

    Het presidentschap van Nicolás Maduro zal waarschijnlijk pas in 2018 zijn officiële einde bereiken, maar de vorm waarin het ter ziele gaat, ordelijk of gewelddadig, zal duidelijk worden wanneer de chaotische neergang van het land in 2017 in een versnelling komt. Consumptie en investeringen bevinden zich in een vrije val, in een economie die berust op goedgeefsheid uit de publieke sector en worstelt met olieprijzen die ver beneden de productiekosten liggen. Maar zelfs met een wisseling van leiderschap is enig economisch herstel op zijn vroegst pas mogelijk in 2018.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 36 26

    President Abdelaziz Bouteflika, aan het roer sinds 1999, heeft maar één bedreiging te vrezen voor zijn greep op de macht: zijn eigen gezondheid. Het wedijveren over de opvolging houdt de politieke elite bezig totdat het menens wordt. De dreiging van het militante islamisme van binnen en buiten de poreuze grenzen is een ander risico. De krachten die het regime steunen zullen de parlementaire verkiezingen in mei winnen, en spelen gewillig mee.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 37 25

    José Eduardo dos Santos, president sinds 1979, leidt zijn partij, de MPLA, naar de verkiezingen in augustus 2017, maar heeft beloofd dat hij in 2018 aftreedt. Zelfs als hij dat doet, zal hij nog steeds de macht blijven uitoefenen. Als de lage olieprijzen zorgen voor een inperking van de staatsuitgaven, die nodig zijn om de middenklasse tevreden te houden, zullen de protesten toenemen. Ze zullen schade toebrengen in het niet zo florissante zakenleven, maar weinig problemen veroorzaken voor het regime.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 40 39

    Nu president Paul Biya zich op de leeftijd van 85 jaar voorbereidt op zijn aftreden na de verkiezingen van 2018, richt hij zich op zijn opvolging. De macht blijft in handen van de Rassemblement Démocratique du Peuple Camerounais, die de voornaamste instituties in handen heeft. De regering zal geld lenen voor investeringen in de infrastructuur en de landbouw, om de lage olieprijs te compenseren en zo de groei in de economie te houden.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 41 56

    Kiezend voor een autoritair bestuur boven een pluralistische samenleving, heerst de regering van president Abdel-Fattah al-Sisi over toenemende ontevredenheid van het volk en een matte economie. Lage olieprijzen zullen de goedgeefsheid van de financiële supporters in de Golf op de proef stellen en de regering dwingen om eens wat verder te kijken. Het gebrek aan een georganiseerde oppositie, uit islamistische dan wel liberale hoek, helpt het regime om zijn greep op de macht te behouden.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 42 57

    De droogte van 2016 heeft de landbouw hard geraakt en een einde gemaakt aan een economische groeispurt die twaalf jaar heeft geduurd, maar nu de sector zich herstelt is een opleving is in de maak. De focus van de regering op problemen in de infrastructuur en het inrichten van industriecentra zal op den duur zorgen voor een duurzame groei, maar niet geheel volgens de ambitieuze voorspellingen. De heersende partij, het Ethiopisch Democratisch Revolutionaire Volksfront, zal haar greep op de macht behouden, voortdurend bestookt door tegenstanders uit gemarginaliseerde etnische groepen.

    Let op: Ethiopië begint op 1 januari 2017 aan het tweejarige niet-permanente lidmaatschap van de Veiligheidsraad van de VN.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 44 16
    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 44 54

    President Hassan Rohani wint bij verkiezingen in mei een tweede termijn, geholpen door de economische en politieke fall-out van het nucleaire akkoord. Als de sancties worden opgeheven en de olieprijzen nog altijd laag blijven, zal de regering op zoek gaan naar buitenlandse investeerders en expertise om de industriële productie zo snel mogelijk op te voeren. De economie zal daarop (en op de wat hogere olieprijzen) reageren met een sterke groei.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 46 11

    De regering van premier Haider al-Abadi werkt met de Koerden samen in de bestrijding van IS, maar bakkeleit met diezelfde Koerden over de controle op de export van olie uit Koerdisch gebied. De regering, gedomineerd door sjiieten, zal haar portie problemen krijgen met sektarische clusters door het hele land, maar de status-quo zal wel standhouden tot de verkiezingen in 2018. De kwetsbare economie zal groeien onder een programma waarin ook het IMF participeert.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 14 47 17
    schermafbeelding 2016 12 14 om 15 02 20

    De rechtse coalitieregering van premier Benjamin Netanyahu is onhandelbaar en instabiel, maar zal het jaar 2017 wel uitzitten, niet in het minst omdat de oppositie innerlijk verdeeld is. Het Palestijns-Israëlische conflict wordt overschaduwd door de andere problemen in de regio, en Israël zal van die kans gebruikmaken om zijn allianties te herschikken, zoals met Saoedi-Arabië in de rivaliteit met de gezamenlijke regionale rivaal Iran. De economische groei loopt in de pas met het tekort op de begroting.

    Koning Abdullah staat bescheiden politieke hervormingen toe, voor zover die zijn machtspositie niet aantasten
    schermafbeelding 2016 12 14 om 15 03 30

    Koning Abdullah staat bescheiden politieke hervormingen toe, voor zover die zijn machtspositie niet aantasten, die wordt geschraagd door een effectief veiligheidsapparaat. De staat krijgt geldelijke steun van bondgenoten in het Westen en de Golf. De overheid probeert het ondernemingsklimaat te verbeteren en de arbeidsmarkt te vergroten voor een arbeidspotentieel dat door de vluchtelingenstroom fors is gezwollen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 15 05 13

    De verkiezingen in augustus worden gehouden aan de hand van nieuwe regels die de kans op gewelddadige ontsporingen moeten verkleinen. President Uhuru Kenyatta streeft naar een tweede ambtstermijn, gesteund door een nieuwe partij, de Jubilee Party, en bindt de strijd aan met de Coalitie voor Hervormingen en Democratie van oud-premier Raila Odinga. De verkiezingscampagne zal overheersen, maar een sterk stelsel van recente hervormingen zal de economie opstuwen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 15 06 05

    Politieke afspraken die bedoeld zijn om evenwicht te brengen tussen de diverse politieke stromingen worden op hun deugdelijkheid beproefd bij machtsverschuivingen in de regio en het conflict in Syrië. De verkiezingen, sinds 2013 steeds weer uitgesteld en nu voorzien voor de maand mei, zullen opnieuw een instabiele coalitie opleveren, verdeeld langs sektarische lijnen (als het dus allemaal doorgaat). De centrale bank blijft de voornaamste factor in het economisch beleid, hoewel maatregelen die de instemming van het parlement behoeven liggen te verstoffen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 15 07 38

    De strijd om de macht tussen de regering van nationale eenheid in Tripoli, erkend door de VN, en een zelfverklaard parallel bestuur met strategische steunpunten in het oosten van het land, vertoont nog geen tekenen van een eindstadium. De greep van beide partijen op delen van de levensbelangrijke olie-infrastructuur onthoudt elk van hen een stabiele bron van inkomsten, en het land een stevige economische basis. Als uitputting beide kanten ertoe dwingt in 2017 een overeenkomst uit te onderhandelen, kan de aandacht zich richten op het vestigen van enigerlei autoriteit over het opgedeelde nationale grondgebied en het onderdrukken van de activiteiten van IS

    schermafbeelding 2016 12 14 om 15 08 47

    De regering van Abdelilah Benkirane zal politieke hervormingen doorvoeren die mogelijk zijn gemaakt door de opgepoetste grondwet van 2011, maar koning Mohammed IV blijft de feitelijke machthebber. Het economisch beleid richt zich op investeringen in de industriële exportsector, en de landbouw zal zich herstellen van een periode van grote droogte in 2016.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 15 12 58
    schermafbeelding 2016 12 14 om 15 13 14

    De oliesector heeft te kampen met onvriendelijke wetgeving en verstoringen in de belangrijke Nigerdelta door separatistische groepen, terwijl het gevoel van instabiliteit wordt aangewakkerd door langlopende spanningen over etnische en religieuze kwesties, nog afgezien van de activiteiten van de islamitische opstandelingen van Boko Haram in het noorden van het land. De economie zal uit de recessie van 2016 kruipen zodra de olieprijzen omhoog gaan, en het ondernemingsklimaat zal licht verbeteren.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 15 14 43

    Koning Salman bin Abdul-Aziz al-Saoed zal het nemen van besluiten in steeds grotere mate overlaten aan zijn zoon, Mohammad bin Salman al-Saoed, de tweede kroonprins. Deze lijkt brede hervormingen te willen doorvoeren die erop gericht zijn de economische groei op lange termijn zeker te stellen en het land minder afhankelijk te maken van de olie-export, terwijl onderwijl ook de macht van de koninklijke familie wordt gegarandeerd. Oplopende maar nog altijd lage olieprijzen zullen hun invloed hebben op de financiële huishouding.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 15 15 02

    Het wrede conflict in Syrië, een onhandelbare worsteling tussen strijdkrachten die trouw zijn aan president Bashar al-Assad en tientallen groepen opstandelingen die hem weg willen hebben, zal voortduren; krachten van buitenaf hebben slechts beperkte mogelijkheden om een einde te maken aan de strijd. Nog veel meer vluchtelingen zullen een gevaarlijke zoektocht naar veiligheid elders ondernemen.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 15 16 31

    Met een doelloze politiek en nog altijd in de greep van de 92-jarige Robert Mugabe, wacht de bevolking van Zimbabwe tot de natuur haar loopt neemt. Maar zelfs dan, met geen enkel duidelijk plan voor een overgang, lijkt stabiliteit nog niet in zicht. De economie zal zich in 2017 enigszins herstellen van de recessie die door droogte werd veroorzaakt en vervolgens terugkeren naar de ondermaatse prestaties van voordien.

    schermafbeelding 2016 12 14 om 15 18 11

    Het lang dominante African National Congress likt zijn wonden na de slechte resultaten bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2016 en kan een forse uitdaging van de oppositie tegemoet zien bij de algemene verkiezingen van 2019. Onderwijl moeten de autoriteiten de discipline in het fiscale en begrotingsbeleid strikt handhaven om de inflatie binnen de perken te houden en de status van het land op het gebied van buitenlandse investeringen op de internationale markt te beschermen.

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Instituut van de Britse journalistiek. Opgericht in 1843 door een Schotse hoedenfabrikant tegen ‘de onnozelheid’ die de vooruitgang in de weg stond. Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief. Voor 85 procent buiten het koninkrijk verkocht en voor de helft eigendom van de Financial Times.

    Illustratie bovenaan: © Bas van Vuurde

  • De textielindustrie in Lesotho ligt aan het infuus

    De textielindustrie in Lesotho ligt aan het infuus

    Het kleine Lesotho exporteert jaarlijks voor 227 miljoen euro kleding naar de Verenigde Staten zonder invoerrechten te hoeven betalen. Maar zodra er een eind komt aan dit handelsakkoord, zal de sector instorten.

    Meestal verdwijnt het loon van Mamoleboheng Mopooane als sneeuw voor de zon. Het gaat op aan schoolgeld voor haar kinderen, aan boodschappen, aan huur en aan het steunen van werkloze familieleden. Mamoleboheng Mopooane is naaister in een fabriek die spijkerbroeken maakt voor een groot Amerikaans merk. Ze verdient maar negentig euro per maand. ‘Deze fabrieken hebben geen toekomst,’ zegt ze. En toch weet ze dat diezelfde fabrieken haar leven hebben veranderd. Ze kan nu haar kinderen onderhouden zonder steun van een man. Haar twee kinderen zullen de eerste in de familie zijn die de middelbare school afmaken.

    Voor Mamoleboheng Mopooane en zo’n 32.000 andere arbeiders in Lesotho – een bergachtig dwergstaatje in zuidelijk Afrika – keerde het fortuin toen er zestien jaar geleden een handelsovereenkomst werd getekend met een immense fabriek op dertienduizend kilometer van de plek waar ze haar dagen doorbrengt.

    De African Growth and Opportunities Act (AGOA), een overeenkomst ter bevordering van de economische groei in Afrika, werd in mei 2001 getekend door de toenmalige Amerikaanse president Bill Clinton. Sindsdien kunnen tientallen landen in Sub-Saharaans Afrika een reusachtige variëteit aan producten – olie, auto’s, textiel – naar de Verenigde Staten exporteren zonder invoerrechten te betalen.

    Een textielarbeidster aan het werk in een fabriek in Maseru, Lesotho. – © Pieter Bauermeister / Getty
    Een textielarbeidster aan het werk in een fabriek in Maseru, Lesotho. – © Pieter Bauermeister / Getty

    Lesotho is een van de landen die het meest profiteren van de AGOA. De Lesothaanse kledingsector – een van de belangrijkste van het continent – is de grootste private werkgever van het land geworden. De twintig fabrieken in de hoofdstad Maseru exporteren elk jaar voor 227 miljoen euro aan producten die zijn bestemd voor grote merken als Levi’s, Walmart en Old Navy. En in een land waar het van oudsher de mannen zijn die in het gezinsinkomen voorzien door in de Zuid-Afrikaanse mijnen te werken, bestaat 85 procent van de textielwerknemers nu uit vrouwen.

    Maar de situatie in Lesotho laat tegelijkertijd zien hoe kwetsbaar en precair de industriële vooruitgang is die door de AGOA in gang is gezet. Vijftien jaar na de ondertekening van het verdrag zijn de aandelen van de Lesothaanse kledingindustrie nog altijd volledig in buitenlandse handen – voornamelijk van Taiwanese investeerders – en is de bedrijfstak nog altijd sterk afhankelijk van zijn voorkeurspositie op de Amerikaanse markt.

    Overigens kan men niet oneindig op de AGOA blijven rekenen. De overeenkomst, die elk jaar wordt vernieuwd, zal in 2025 aflopen en vermoedelijk niet worden verlengd. Bovendien kunnen landen die niet aan de bestuursnormen en andere criteria (zoals mensen- en werknemersrechten) van de Verenigde Staten voldoen, van de overeenkomst worden uitgesloten. Dat is gebeurd met Swaziland en Madagaskar, die hun opkomende textielindustrie op deze manier te gronde hebben zien gaan. En door de mislukte staatsgreep in Lesotho in 2014 en de politieke repercussies die daaruit zijn voortgevloeid dreigt voor Lesotho volgend jaar hetzelfde lot.

    ‘Aan de ene kant hebben de Verenigde Staten veel moeite gedaan om de democratie in dit land te versterken, wat op hoge prijs wordt gesteld, maar aan de andere kant, als ze ons land uitsluiten van de AGOA, dreigen ze een relatie die van fundamenteel belang is tot nul te reduceren,’ zegt Joshua Setipa, minister van Handel van Lesotho, die net terug is uit Washington om daar te lobbyen bij Congresleden. Zijn redenering is simpel: in een land waar meer dan de helft van de bevolking onder de armoedegrens leeft en het officiële werkloosheidspercentage rond de 30 procent schommelt, is de politieke stabiliteit afhankelijk van de economische stabiliteit. En de economische stabiliteit berust op de AGOA.

    In 2004 was bijna de helft van de Lesothanen op de officiële arbeidsmarkt werkzaam in de kledingindustrie

    Ook elders op het Afrikaanse continent heeft de overeenkomst een gunstig effect. Sinds de ondertekening ervan is de export van Sub-Saharaanse niet-olielanden naar de Verenigde Staten tussen 2001 en 2014 gestegen van 1,3 naar 3,7 miljard euro. Een groot deel van deze groei kan worden toegeschreven aan Zuid-Afrika, dat met behulp van de AGOA een bloeiende auto-industrie heeft kunnen opbouwen die goed is voor 62.000 nieuwe banen. Vorig jaar heeft Zuid-Afrika op basis van de voorwaarden van het akkoord voor zo’n 1,5 miljard dollar aan goederen geëxporteerd. Hoewel Zuid-Afrika het land is waar de AGOA het meeste geld heeft opgeleverd, zijn het over het algemeen de minder ontwikkelde economieën die het meest van het akkoord hebben geprofiteerd.

    Vóór de ondertekening van het handelsakkoord stelde de export van Lesotho weinig voor, op goedkope arbeidskrachten na. Volgens de cijfers van de Wereldbank bedroeg het geld dat naar het buitenland werd gestuurd in 2013 nog altijd bijna een vijfde van het Lesothaanse bbp. Bovendien wordt ongeveer 90 procent van de consumptiegoederen uit Zuid-Afrika geïmporteerd. 


    Toch heeft de geografische ligging van Lesotho het land een ruime voorsprong gegeven bij de ontwikkeling van zijn textielindustrie. In de jaren tachtig van de vorige eeuw begonnen Taiwanese bedrijven met een vertegenwoordiging in Zuid-Afrika zich in Lesotho te vestigen om de sancties te ontlopen die werden opgelegd aan het apartheidsregime.

    Sinds 2000 kunnen alle textielproducten die in Lesotho worden geproduceerd zonder invoerrechten de Verenigde Staten binnenkomen, waardoor ze zo’n 15 procent goedkoper zijn dan de kleding uit Oost-Azië. Nieuwe Taiwanese ondernemingen waren er als de kippen bij en de industrie is tot grote bloei gekomen. In 2004 was bijna de helft van de Lesothanen op de officiële arbeidsmarkt werkzaam in de kledingindustrie.

    Maar volgens zakenman en diplomaat Nkopane Monyane is het fundament altijd wankel gebleven. ‘Lesotho heeft nooit industrie gehad, alleen maar industriëlen.’ Volgens hem zijn de Aziatische textielondernemingen nooit echt lokaal geworteld geraakt. Voor het leiden van de naaiateliers laten ze liever mensen uit Taiwan en China overkomen.

    Geen springplank

    Maar het grootste probleem is waarschijnlijk dat de meeste landen die van de AGOA hebben geprofiteerd – Lesotho niet uitgezonderd – van de overeenkomst geen springplank hebben weten te maken. Meer dan een decennium later bevinden Mamoleboheng Mopooane en haar collega’s zich nog altijd in dezelfde positie, helemaal onder aan de mondiale kledingproductieketen. En Lesotho hoeft de voordelen van de AGOA maar te verliezen of hun banen zullen naar een concurrerender land verdwijnen.

    Ondertussen wacht Joshua Setipa, de minister van Handel, nog altijd op het moment dat de Verenigde Staten hun beslissing bekendmaken. Volgens hem heeft het land de negen jaren die nog resten voor het aflopen van de AGOA hard nodig om zich voor te bereiden op het fatale verlies van zijn status van bevoorrechte handelspartner.

    Elke dag vraagt Mamoleboheng Mopooane zich af of de politieke leiders van haar land haar enige en unieke kans hebben verpest om haar familie voor armoede te behoeden. ‘Die politieke problemen hebben niets met ons te maken,’ zegt ze spijtig. ‘Eén ding is zeker: als we worden uitgesloten van de AGOA, ziet het er slecht voor ons uit.’

    Auteur: Ryan Lenora Brown
    Vertaler: Peter Bergsma

    The Christian Science Monitor
    Verenigde Staten | csmonitor.com

    Na meer dan een eeuw is deze krant uit Boston in 2009 gestopt met de printversie en verdergegaan op internet. Heeft nog wel een wekelijkse printeditie. Niet religieus, dankt zijn naam aan de financier: de Christian Science Church.