De oud-premier van Pakistan, Imran Khan, is donderdag gewond geraakt bij een aanslag. Khan leidde een protestmars in de stad Wazirabad toen zijn voertuig werd beschoten. Eén persoon kwam om het leven bij de aanval, vijf anderen raakten gewond, schrijft deBBC.
De zeventigjarige Khan wilde met de protestmars, waarmee hij vervroegde verkiezingen eiste, tot de hoofdstad Islamabad lopen. Hij zou in een stabiele toestand in het ziekenhuis liggen. De dader is opgepakt, hij zou bekend hebben dat hij probeerde de oud-premier te vermoorden. De regering heeft de aanslag veroordeeld.
Khan eist nieuwe verkiezingen nadat hij vorige maand uit zijn ambt werd gezet. Hij werd veroordeeld nadat hij niet transparant was geweest over de verkoop van relatiegeschenken. Volgens Khan, die voor zijn politieke carrière een succesvol cricketer was, was er sprake van een politiek gemotiveerde zaak. Hij mag zich voorlopig niet meer verkiesbaar stellen voor een publieke functie en mag ook niet meedoen aan de verkiezingen waar hij zelf actie voor voert.
Pakistan wordt geconfronteerd met de zwaarste regens in dertig jaar, zei de premier maandag; een ramp die de kwetsbare economie van het land zal verwoesten, de voedselvoorziening zal aantasten en de export zal schaden. ‘Overal is een oceaan van overstromingswater,’ zei premier Shehbaz Sharif. Minister van klimaat Sherry Rehman verklaarde dat een derde van het land onder water staat, aldus The Wall Street Journal.
In de door de overstromingen getroffen districten wonen volgens het rampenbestrijdingsbureau van het land 33 miljoen mensen, zo’n 15 procent van de bevolking. Het dodental is dinsdag gestegen tot 1136. Bijna 1 miljoen huizen zijn sinds midden juni vernield of beschadigd door de stortregens, waarbij de zuidelijke provincie Sindh het zwaarst is getroffen.
Sajid Mir staat op FBI-lijst van meest gezochte terroristen
Pakistan heeft het vermoedelijke brein achter de terroristische aanslagen van 2008 in de Indiase stad Mumbai gearresteerd. De man, Sajid Mir, staat op de FBI-lijst van meest gezochte terroristen. Hij wordt al meer dan tien jaar gezocht door zowel de Verenigde Staten als India.
’Pakistan dacht jarenlang dat hij onvindbaar of zelfs dood was’
Hammad Azhar, een voormalig minister in de Pakistaanse regering en een Pakistaanse ambtenaar hebben onafhankelijk van elkaar aan Nikkei Asian Review zijn arrestatie bevestigd. Volgens de ambtenaar is de man, van wie Pakistan ‘jarenlang dacht dat hij onvindbaar of zelfs dood was’, nu eindelijk opgepakt. Ook een FBI-medewerker, die anoniem wenst te blijven, heeft de krant gezegd dat Mir ‘in leven is, in hechtenis zit en veroordeeld is’ in Pakistan.
Sajid Mir heeft banden met de Pakistaanse terroristische organisatie Lashkar-e-Taiba, die hoogstwaarschijnlijk achter de aanslagen van november 2008 zat. Een groep van tien gewapende mannen voerde toen aanvallen uit op meerdere doelen, waaronder het Taj Mahal Hotel in Mumbai. Ongeveer honderdzeventig mensen werden gedood, voornamelijk Indiërs, naast zes Amerikanen en toeristen uit andere landen.
Jonge, hoogopgeleide Pakistaanse vrouwen schudden met een nieuwe feministische beweging de sociale orde op in het islamitische, door mannen gedomineerde Pakistan.
In de afgelopen vijf jaar is in heel Pakistan een nieuwe, assertieve feministische beweging ontstaan. Een jongere generatie vrouwen gaat de confrontatie aan met het diepgewortelde patriarchaat. De beweging eist radicale hervormingen om de rechten van andere gemarginaliseerde gemeenschappen en genderminderheden te beschermen.
Wat begon als een jaarlijkse mars op Internationale Vrouwendag (8 maart), werd een doorlopende campagne voor sociale, politieke, economische en justitiële hervormingen. In deze nieuwe opleving van de Pakistaanse vrouwenrechtenbeweging klinken de stemmen van vrouwen steeds luider; door middel van demonstraties in grote steden zoals Karachi, Lahore en Islamabad probeert ze aandacht te trekken voor de vrouwenzaak. Naast het ophangen van posters en plakkaten zet de beweging breed in op digitale platforms, waarmee ze op grote schaal actievoert; maar ze richt zich ook op podiumkunsten, poëzie en liederen om te pleiten voor een ruimer begrip van vrouwelijkheid.
De Pakistaanse Aurat-mars, of vrouwenmars, werd in 2018 voor het eerst georganiseerd in de handelsstad Karachi; de deelnemers wilden hiermee aandacht vragen voor de problemen waarmee Pakistaanse vrouwen worden geconfronteerd. De mars kwam tot stand nadat feministische collectieven en vrouwenrechtenorganisaties, waaronder het Women Democratic Front en het Women’s Action Forum, een niet-hiërarchische stuurgroep hadden opgericht die niet gelieerd is aan sociale of politieke organisaties. De stuurgroep opereert onder de noemer Hum Aurtein [Wij vrouwen].
De beweging combineert online- en offline-actie en mobiliseert vrouwen van verschillende achtergronden via campagnes op sociale media. De fondsen worden grotendeels via crowdfunding gegenereerd. De afdelingen in de verschillende steden publiceren elk jaar een verklaring van eisen op sociale media, die de voortgang van dat jaar thematisch weergeeft.
Opnieuw verbeeld
Aanvankelijk waren de eisen van de beweging: een einde aan het dagelijkse geweld tegen vrouwen, non-binaire personen en religieuze minderheden; economische rechtvaardigheid door het invoeren van arbeidswetten en het erkennen van huishoudelijk werk als onbetaalde arbeid; reproductieve rechten voor vrouwen, non-binaire personen en alle seksuele identiteiten; en milieurecht, inclusief betere toegang tot water en land en een einde aan uitbuiting door bedrijven.
De beweging stelt dit jaar als eis dat het Pakistaanse rechtssysteem radicaal en structureel wordt omgevormd. Zo wil ze de ‘oppervlakkige’, cijfermatige genderquota opheffen om huisvesting, gezondheidszorg en economische en psychosociale steun voor slachtoffers van geweld te kunnen garanderen, evenals meer financiering voor welzijnsinstellingen die zich richten op overlevenden van geweld.
Het thema van het manifest van de Aurat-mars 2022 is Asal Insaaf, oftewel ‘Het rechtssysteem opnieuw verbeeld’. In plaats van kortetermijnoplossingen zoals de doodstraf en chemische castratie [als straffen voor seksueel geweld] roept het manifest op tot hervormingen van het systeem die patriarchaal geweld moeten voorkomen. ‘Het afgelopen jaar werden we, net als de jaren daarvoor, blootgesteld aan allerlei vormen van geweld: dat van de pandemie, geweld dat werd veroorzaakt door het beleid en de nalatigheid van de overheid, en geweld thuis en op straat,’ aldus het manifest van de organisatie van de Aurat-mars in Lahore.
De jongere generatie streeft naar een alternatieve, feministische toekomst
Het manifest benadrukt dat er een ‘cultuur van zorg’ moet worden gecreëerd die verder reikt dan zorg voor het individu. Een cultuur waarin gemeenschappen elkaar steunen in plaats van de slachtoffers de schuld te geven. Toen zij het manifest opstelden, raadpleegden de organisatoren de gemeenschappen om wie het ging: gezinnen die te maken hadden met verdwijningen, mensen die als huishoudelijke hulp werken, overlevenden van seksueel geweld en religieuze minderheden.
De jongere generatie streeft naar een alternatieve, feministische toekomst. ‘Dit gedachte-experiment is nodig omdat we na vijf jaar tot de conclusie zijn gekomen dat vrouwen, transpersonen, genderfluïde en non-binaire personen er geen vertrouwen in hebben dat het bestaande rechtssysteem kan zorgen voor emancipatie,’ staat er.
In het Global Gender Gap Report 2021 van het World Economic Forum staat Pakistan op plaats 153 van de 156 landen. Het houdt alleen het door oorlog verscheurde Irak, Jemen en Afghanistan achter zich. Volgens de mensenrechtencommissie van het land en het Pakistan Journal of Medical Sciences heeft 90 procent van de vrouwen te maken gehad met een vorm van huiselijk geweld door hun echtgenoot of familie, terwijl 47 procent van de getrouwde vrouwen te maken heeft gehad met seksueel misbruik, veelal verkrachting. Volgens de Thomson Reuters Foundation is Pakistan het op vijf na gevaarlijkste land ter wereld voor vrouwen. Pakistaanse vrouwen zijn 22 procent minder geletterd dan mannen, maken slechts 22 procent van de beroepsbevolking uit en ontvangen slechts 18 procent van ’s lands arbeidsinkomsten. Slechts 5 procent van de hogere leidinggevende functies in de economie wordt door vrouwen bekleed.
Volgens Afiya Shehrbano Zia, een feministische wetenschapper die schreef over vrouwelijke seksualiteit en lichaamspolitiek in Pakistan, zijn de twee belangrijkste bijdragen van de Aurat-mars aan de vrouwenbewegingen in Pakistan het opstaan van jonge leiders en het doorbreken van de stilte rondom seksualiteit. ‘Deze bijdragen kwamen op een moedige, creatieve en vrijwillige manier tot stand, in plaats van politiek gemotiveerd of projectmatig,’ zegt ze.
‘De mars vertegenwoordigt alle ideologieën van het feminisme’
Andere academici trokken een soortgelijke conclusie. Volgens hen beschouwen Pakistaanse feministen de Aurat-mars als een middel om de aandacht te vestigen op vrouwenkwesties. De mars brengt het onderwerp van vrouwenonderdrukking in het publieke domein en laat stemmen klinken uit verschillende sectoren van de samenleving: stad en platteland, arbeiders, huisvrouwen, jongeren en ouderen, kunstenaars, denkers, enzovoort. ‘De mars vertegenwoordigt alle ideologieën van het feminisme: liberalen die persoonlijke vrijheden, welzijn en wettelijke voorzieningen eisen, radicale feministen die de ketenen van het patriarchaat willen verbreken, en socialistische feministen die bevrijding van het kapitalisme en het patriarchaat nastreven,’ schrijven de wetenschappers Syeda Mujeeba Batool en Aisha Anees Malik.
Naarmate de Aurat-mars aan populariteit en invloed won, groeide ook het verzet tegen de beweging, die als westers, anti-islamitisch en antinationaal wordt bestempeld. De organisatoren en deelnemers hebben aanhoudend te maken met een verdraaiing van feiten, beschuldigingen van godslastering en bedreigingen van de kant van het establishment en orthodoxe elementen in de samenleving.
Sommige tegenstanders beweren dat de demonstranten elitair zijn. Ze zouden de initiatieven uit lokale gemeenschappen afwijzen en westerse waarden propageren. Anderen zien de actievoerders als een door het buitenland gefinancierde bedreiging voor de culturele waarden van Pakistan. De eerste twee Aurat-marsen leidden tot harde kritiek, en online werden de deelnemers aan de schandpaal genageld omdat de slogans op hun affiches niet overeenkwamen met de Pakistaanse culturele en godsdienstige waarden. Sommige tegendemonstranten bij de Haya-mars in maart 2020 [de Bescheidenheidsmars, georganiseerd door islamitische vrouwenorganisaties] gooiden stenen naar deelnemers van de Aurat-mars. Sommige organisatoren werden bedreigd met geweld, verkrachting en de dood.
Een aantal slogans werd op grote schaal overgenomen en vormt nu het mikpunt van kritiek. De opvallendste zijn: Mera jism meri marzi [Mijn lichaam, mijn keuze], Khana khud garm karo [Warm zelf je eten op], Mein awaara, mein baddchalan [Ik treuzel, ik ben niet ijverig], ‘gescheiden en gelukkig’ en ‘alles wat jij kunt doen, doe ik al bloedend’.
Dag van de Hidjab
De Pakistaanse minister van Religieuze Zaken en Minderheden, Noorul Haq Qadri, schreef in februari een brief aan premier Imran Khan, waarin hij hem vroeg de Aurat-mars in het hele land te verbieden. Hij stelde voor om 8 maart uit te roepen tot Internationale Dag van de Hidjab. Eerder had de religieuze groepering Jamiat Ulema-e-Islam-Fazl openlijk gedreigd de mars met wapenstokken tegen te houden. De hooggerechtshoven in Islamabad en Lahore verwierpen vorig jaar petities om de mars te verbieden en zeiden dat het recht om vreedzaam bijeen te komen in de grondwet gewaarborgd is.
Velen zeggen dat het patriarchale verzet bewijst dat de inspanningen van Pakistaanse vrouwen om hun zeggenschap terug te krijgen de opgeblazen, vrouwonvriendelijke mannelijke ego’s doen leeglopen. Journalist Durdana Najam schrijft dat wat Pakistan zag tijdens de Aurat-mars van 2019, anders was dan andere vrouwenmarsen: de mars was gedurfd en radicaal, en vooral de slogans brachten velen in verwarring. ‘Voor Pakistan was het onverteerbaar en schokkend om te zien hoe de vrouwen grenzen doorbraken en de schotten tussen hen en hun mannelijke tegenhangers neerhaalden.’
Hoewel de Pakistaanse samenleving over het algemeen de Aurat-mars de hemel in prees, zegt Afiya Shehrbano Zia dat de mars ook kritisch werd bekeken, ook door andere feministische wetenschappers. Volgens haar kreeg de eerste Aurat-mars in 2018 kritiek omdat die niets te maken wilde hebben met de overheid, vanwege de ambivalente houding ten opzichte van religie en omdat ze zich richtte op sociale media in plaats van op serieuze politieke participatie. Wetenschappers Rubina Saigol en Nida Usman Chaudhary benadrukten deze kritiek in hun studie uit 2020, waarin zij wezen op spanningen tussen het uiten van zorgen en het stellen van politieke doelen, generatieverschillen en bediscussiëren van seksuele geaardheid.
Griekenland grijpt alles aan om zich te ‘beschermen’ tegen de verwachte stroom Afghaanse vluchtelingen. De minister van Immigratie heeft verklaard dat het land een situatie als in 2015 niet nog eens aankan.
Nu Afghanistan in handen van de taliban is gevallen, is Griekenland niet van plan gelaten af te wachten tot de eerste golf Afghanen de kust overspoelt. Niet zoals in 2015 met de stroom Syriërs, of in 2020, toen honderden migranten Europa probeerden binnen te komen via de rivier de Maritsa omdat Turkije zich had laten ontvallen dat het zijn grenzen ging openstellen. Deze keer haalt Griekenland alles uit de kast om zich te ‘beschermen’ tegen de verwachte vloedgolf van Afghaanse vluchtelingen. Minister van Immigratie Notis Mitarakis heeft verklaard dat Griekenland een situatie als in 2015 niet nog eens aankan, en ook ‘niet accepteert de toegangspoort te zijn voor vluchtelingenstromen naar de Europese Unie’.
Daartoe heeft de conservatieve regering van Néa Dimokratía (Nieuwe Democratie) een heel arsenaal klaarstaan. Langs een deel van de landgrens met Turkije is een omstreden 40 kilometer lange muur gebouwd van gewapend beton. De grensbewaking is versterkt met nieuwe drones, nachtzichtcamera’s, radar en geluidskanonnen, en deze akoestische voorzieningen hebben een grote reikwijdte.
‘We kunnen niet gelaten de mogelijke consequenties’ van de herovering van Afghanistan door de taliban afwachten, zegt Michalis Chrysochoidis, tot kort geleden de Griekse minister van Burgerbescherming. ‘We zullen onze grenzen verdedigen en beveiligen.’
Op 30 augustus jl. hebben de Amerikaanse en westerse troepen Afghanistan definitief verlaten. Honderdduizenden Afghanen zijn achtergebleven en vrezen onder het talibanbewind voor hun leven, of voor de repressie van een islamitisch-fundamentalistisch regime dat geen enkel land tot nu toe als legitieme regering heeft erkend. De komende weken en zelfs maanden zouden naar schatting duizenden Afghanen het land via Iran of Pakistan willen proberen te verlaten. Op dit moment heeft de Pakistaanse grens elke 24 uur te maken met een toestroom van 20.000 Afghanen.
Sommige deskundigen wijzen erop dat de omvang van de migratie van Afghanistan naar Europa niet te vergelijken is met die uit Syrië destijds. De afstanden zijn zeer groot en migranten moeten veel grenzen over om de EU te bereiken. Uiteindelijk zal dat maar een klein aantal Afghanen lukken. Maar uit angst voor een déjà vu hebben de Europese hoofdsteden toch middelen vrijgemaakt voor buurlanden van Afghanistan.
Anticiperen
‘Het is belangrijk dat de EU landen in de buurt van Afghanistan ondersteunt en voorkomt dat er migratiestromen naar Europa ontstaan,’ verklaarde de Griekse premier Kyriakos Mitsotakis op 23 augustus. ‘Europa kan de gevolgen van de huidige situatie niet alleen oplossen. We moeten anticiperen op grote illegale migratiestromen en ons daartegen beschermen,’ aldus de Franse president Emmanuel Macron. Zoals de Financial Times meldde, hebben de Europese ministers van Binnenlandse Zaken na een eerste vergadering op maandag 600 miljoen euro uitgetrokken voor Afghaanse buurlanden als Pakistan, Iran, Oezbekistan en Turkmenistan.
De snelle terugkeer naar de macht van de taliban en de humanitaire crisis die mogelijk overslaat naar de poorten van ‘het oude continent’, hebben het gebrek aan een consistent migratiebeleid op EU-niveau opnieuw duidelijk gemaakt.
Europa moet nog steeds een systeem opzetten voor de herverdeling van de asielzoekers die de grens over komen, maar de opstelling van Europa in het migratievraagstuk is nu anders dan zes jaar geleden. De beroemde uitspraak van bondskanselier Angela Merkel ‘Wir schaffen das!’ – waarna ze duizenden mensen Duitsland binnenliet die het land via de Balkanroute hadden bereikt –, is verleden tijd. De fenomenen die nu in Brussel worden besproken zijn ‘massale migratiestromen van illegalen’ en ‘illegale migratie’. In de negen alinea’s van de verklaring die de 27 Europese ministers van Binnenlandse Zaken hebben ondertekend, komt de term ‘veiligheid’ 7 keer voor en ‘illegaal’ 5 keer.
Het doel is nu niet meer om vluchtelingen op te nemen, maar om buurlanden te helpen de stroom in te dammen
Omdat men de massale instroom van mensen in Europa wil beperken, is het doel nu niet meer om vluchtelingen op te nemen, maar om buurlanden te helpen de stroom in te dammen in ruil voor financiële compensatie.
Ondanks het feit dat het verschuiven van het probleem naar andere landen een ‘wapen’ kan worden om Brussel onder druk te zetten (zoals eerder gebeurde bij de Maritsa, en recenter in Spanje, toen op één dag duizenden migranten Ceuta binnenkwamen nadat Marokko de grensbewaking had versoepeld), kijkt Europa opnieuw naar Ankara als mogelijke oplossing voor een potentieel humanitair drama.
Na de groei van populistische en extreemrechtse partijen in Europa in 2016 realiseerden Europese regeringen zich dat aan het opnemen van grote aantallen vluchtelingen een politiek prijskaartje hing dat ze niet bereid waren te betalen. Uiteindelijk ondertekenden ze een pact met Turkije dat het in ruil voor 6 miljard euro de mensenstroom over de Egeïsche Zee naar Griekenland zou tegenhouden. De 27 lidstaten van de EU lijken nu opnieuw bereid te zijn Turkije financieel te compenseren voor het veiligstellen van hun grenzen.
‘Het eerste land waar vluchtelingen uit Afghanistan aankomen, is Turkije. Daarom moet de Europese Unie de gezamenlijke verklaring van 2016 uitbreiden en Turkije ondersteunen,’ stelde Notis Mitarakis. Hij benadrukte bovendien dat het Vluchtelingenverdrag van Genève naar mensen verwijst die ‘naar een buurland verhuizen, niet naar een ander continent’.
Loekasjenka zou de deuren hebben opengezet voor illegale immigratie
Maar ook in Turkije is het geen pais en vree. President Recep Tayyip Erdoğan klaagt dat Turkije de afgelopen maanden te maken kreeg met meerdere gewelddadige binnenlandse protesten tegen de aanhoudende aanwezigheid van de miljoenen Syrische vluchtelingen die zich nog steeds in het land bevinden. Erdoğan, die ook opdracht heeft gegeven een muur te bouwen langs de grens tussen Turkije en Iran, heeft de Europese landen gevraagd de verwachte golf Afghaanse migranten die eerst Turkije aandoen, onderdak te bieden. ‘Europa kan het probleem niet van zich afschuiven door zijn grenzen potdicht te timmeren om de veiligheid en het welzijn van zijn eigen burgers te beschermen.’ Hij voegde daaraan toe: ‘Turkije heeft noch de verantwoordelijkheid, noch de verplichting om het vluchtelingendepot van Europa te zijn.’
Voor migranten uit het Midden-Oosten die naar Europa wilden, was Griekenland tot nu toe de voorkeursroute, zowel via de grens met Turkije als over de Egeïsche Zee. Maar de laatste maanden is Europa getuige geweest van de opkomst van een alternatieve route door Belarus. Tot nu toe zijn dit jaar meer dan drieduizend migranten (voornamelijk Irakezen) daar de grens met de EU overgestoken. Naar verluidt worden ze aangemoedigd door het bewind van Aleksander Loekasjenka, dat de deuren zou hebben opengezet voor illegale immigratie als reactie op de Europese sancties. In verband met deze toename van de vluchtelingenstroom, heeft Litouwen hulp gevraagd aan Frontex, het Europees Grens- en kustwachtagentschap. Van de EU heeft het toestemming gekregen om een hek te bouwen langs zijn grens met Belarus.
Naast Litouwen en Griekenland gaan ook andere EU-landen maatregelen treffen om zich tegen de migratiestromen te beschermen. Bulgarije heeft verzekerd dat het de grenzen met Griekenland en Turkije gaat versterken en Polen heeft de bouw van een muur langs de grens met Belarus aangekondigd. Ook Cyprus heeft een officieel verzoek om bijstand ingediend bij Frontex om de komst van migranten tegen te houden, vooral uit Turkije.
In 2004 werd Akbar Agha veroordeeld tot zestien jaar gevangenisstraf wegens de ontvoering van drie VN-medewerkers in Afghanistan. In 2009 kreeg hij gratie van president Hamid Karzai. Een interview met de voormalig leider van een ultraorthodoxe talibanmilitie.
Terugkeer van de taliban
Ik mei 2013 publiceerden wij een dossier over de terugkeer van de taliban. De intro luidde: ‘Op 11 mei worden in Pakistan algemene verkiezingen gehouden, en volgend jaar trekt de internationale troepenmacht zich terug uit het buurland Afghanistan. Het militair ingrijpen daar had tot doel een einde te maken aan de heerschappij van de taliban. Maar die missie is niet geslaagd: de taliban zijn overal, in Afghanistan én in Pakistan. Pakistaanse media belichten de overeenkomsten tussen de groepen en schetsen een beeld van het optreden van de “binnenlandse” taliban in de miljoenenstad Karachi.’
Nog altijd zijn de taliban overal. Dit interview toont aan hoe moeilijk onderhandeling met deze terreurorganisatie is.
Akbar Agha, geboren op de plek waar de talibanbeweging is ontstaan, is de neef van Mullah Muhammad Syed Tayyab Agha, de vroegere chef-staf van de ongrijpbare opperbevelhebber van de taliban, Mullah Omar, en op dit moment [in 2013] de belangrijkste vredesonderhandelaar van de militie. In 2004 vormde Akbar Agha de afgescheiden talibanfactie Jaish al-Muslimeen [Moslimleger], die vele aanvallen uitvoerde op NAVO-voorraden.
Akbar Agha denkt dat de Amerikanen tijdens de vredesbesprekingen alleen willen onderhandelen ‘met hun laars in de nek van de taliban’. ‘Er kunnen alleen onderhandelingen beginnen als alle internationale troepen zich terugtrekken uit Afghanistan,’ zegt hij in een exclusief interview met [Pakistaanse televisiezender] ExpressNews. Hij voegt eraan toe dat de invoering van de strikte versie van de sharia, zoals de taliban die voorstaan, ‘niet onderhandelbaar’ is. Akbar Agha draait vaak verklaringen voor de media af uit naam van de taliban.
Onlangs hadden talibanonderhandelaars een ontmoeting met Afghaanse gesprekspartners in Doha, de hoofdstad van Qatar, als onderdeel van het beginnende vredes- en verzoeningsproces dat is goedgekeurd door president Karzai – vanzelfsprekend met de zegen van de VS. Officieel ontkennen de taliban ieder contact met afgezanten van Karzai, die in hun ogen ‘een marionet van Amerika’ is. Maar de woordvoerder van de Afghaanse regering, Aimal Faizi, houdt staande dat talibanvertegenwoordigers bereid zijn besprekingen te voeren met de regering-Karzai, aangezien ze vorig jaar december naar Parijs reisden op officiële Afghaanse paspoorten om deel te nemen aan een conferentie die georganiseerd was door een Franse denktank.
Onder voogdij
Agha Akbar verwerpt die bewering. Hij zegt dat de talibanvertegenwoordigers bij die gelegenheid op dezelfde pas-poorten reisden die ze vóór de omverwerping van hun regime eind 2001 gebruikten. Hij voegt eraan toe dat de taliban geen Pakistaanse paspoorten willen gebruiken, omdat het in Afghanistan de indruk zou versterken dat zij onder voogdij van Pakistan staan.
Akbar Agha citeert de vaak herhaalde uitspraak van talibanwoordvoerder Zabihullah Mujahid dat men alleen wil praten met de VS. ‘We hebben Pakistan of Afghanistan nooit uitgenodigd om te praten. De Afghaanse taliban zijn een realiteit en we hebben er geen behoefte aan om met Pakistan rond de tafel te gaan zitten. We zullen vredesbesprekingen houden met de VS.’ ‘De Afghaanse regering kan in een later stadium aanschuiven,’ voegt hij eraan toe.
De invloedrijke Pakistaanse politiek-religieuze leider Maulana Fazlur Rehman reisde vorige maand naar de hoofdstad van Qatar om de besprekingen met de taliban vooruit te helpen, hoewel van beide zijden de ontmoeting in Doha officieel wordt ontkend. Akbar Agha heeft ook nog een goede raad voor Islamabad. ‘Pakistan moet zich niet bemoeien met de besprekingen, want de taliban worden ervan beschuldigd dat ze gesteund worden door dat land.’
Hij maakt duidelijk dat de taliban alleen zullen onderhandelen nadat de Amerikanen vertrouwen hebben opgebouwd door de gevangenen in Guantánamo vrij te laten en te garanderen dat er geen rechtszaken tegen hen worden aangespannen.
Onlangs heeft Pakistan op verzoek van de Afghaanse High Peace Council diverse kaderleden van de taliban vrijgelaten, als onderdeel van pogingen om het ontluikende vredesproces op gang te helpen. Maar Akbar Agha beweert dat het Pakistans plicht als islamitische staat is om de talibangevangenen vrij te laten en dat het een onislamitische streek was van Islamabad ‘om deze mensen, die een jihad voeren, te arresteren en ze in ruil voor geld over te dragen aan de VS’.
Hij beschuldigt Pakistan ervan de taliban te bedriegen en zegt dat Islamabad alle talibangevangenen onvoorwaardelijk vrij moet laten, Afghanistan als een broederland moet beschouwen en oprecht moet proberen de problemen op te lossen.
Hoewel hij TTP-aanslagen tegen de Pakistaanse regering door de vingers ziet, veroordeelt hij aanslagen ‘gericht tegen onschuldige burgers’
Akbar Agha vergoelijkt ook indirect de bloedige acties van de Tehrik-i-taliban Pakistan (TTP). De Pakistaanse taliban nemen alleen wraak op hun regering om hun Afghaanse naamgenoten te steunen, zei hij, en de Afghaanse taliban zullen hun altijd hulp bieden. Maar hoewel hij TTP-aanslagen tegen de Pakistaanse regering door de vingers ziet, veroordeelt hij aanslagen ‘gericht tegen onschuldige burgers’.
Hij zegt dat de Afghaanse taliban verontwaardigd zijn dat de Pakistaanse regering TTP-militanten arresteert en dwingt in te stemmen met bepaalde standpunten op verzoek van de Amerikanen. Akbar Agha voegt er echter aan toe dat de Afghaanse taliban het Pakistaanse volk niet de schuld geven van de politiek van hun regering.
Nu de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Afghanistan nadert, duiken de Pakistaanse taliban, die jarenlang vrijwel afwezig waren, weer op met een nieuwe strategie en nieuwe lokale allianties, aldus nieuwssite Gandhara.
Verdeeld, verzwakt door de dood van een aantal van zijn leiders en verdreven uit voormalige machtsbases, werd de gewapende groep Tehrik-e Taliban Pakistan (TTP) eigenlijk als afgeschreven beschouwd. Maar TTP, ook wel bekend als de Pakistaanse taliban, is het afgelopen jaar weer opgekrabbeld, heeft ruziënde facties verenigd en een golf van dodelijke aanslagen gepleegd in de tribale regio’s van het land.
Om de wederopstanding te onderstrepen, voerde TTP vorige maand een dodelijke autobomaanslag uit bij een zwaar bewaakt luxehotel in de zuidwestelijke Pakistaanse stad Quetta, ver buiten zijn machtsbasis in het noordwesten.
‘TTP richt zich nu voornamelijk op Pakistaanse instanties en hun vertegenwoordigers’
Deze TTP is niet langer dezelfde militante groep die van 2007 tot 2014 grote schade aanrichtte in Pakistan, toen een groot legeroffensief de groep over de grens naar Afghanistan dreef. Onder leiding van Noor Wali Mehsud, meer een religieus figuur dan een strijder, die sinds 2018 de leiding heeft, heeft TTP haar nauwe banden met Al-Qaida weliswaar behouden, maar de organisatie is gedecentraliseerd en het aantal willekeurige aanvallen op burgers is verminderd, volgens waarnemers.
Lokaal jihadisme
‘TTP richt zich nu voornamelijk op Pakistaanse instanties en hun vertegenwoordigers’ en niet meer op soft targets, volgens Abdul Basit, Pakistaanse veiligheids- en antiterrorisme-specialist, verwijzend naar vroegere aanvallen op burgers. ‘In die zin is TTP overgegaan van een mondiaal naar een lokaal jihadistisch discours.’
Er zijn aanwijzingen dat TTP een nieuw front heeft geopend tegen Chinese belangen in Pakistan. Peking oefent aanzienlijke politieke invloed uit in het land en geeft miljarden uit aan infrastructurele projecten. De aanval van TTP op het Serena Hotel in Quetta, de hoofdstad van de onrustige provincie Balochistan, toont de groeiende operationele kracht van de militante groep, zeggen waarnemers.
Het was de eerste aanval in Pakistan sinds jaren waarin een met explosieven beladen auto, of wat militaire experts noemen ‘zelfmoordvoertuigen op basis van geïmproviseerde explosieven’ (SVBIED’s), werd gebruikt. Het was ook de eerste aanval van TTP in een grootstedelijk centrum sinds de wederopstanding. ‘Dit toont aan dat TTP het vermogen heeft om SVBIED’s te organiseren en zwaarbewaakte doelen te raken’, aldus Basit.
Er is wijdverbreide wrok ontstaan bij de inwoners van Balochistan, die vinden dat hun thuisprovincie wordt uitgebuit door de staat
Daarnaast is de bomaanslag, die vijf mensen doodde en een dozijn anderen verwondde, ook significant omdat hij in Balochistan plaatsvond. Balochistan ligt niet alleen buiten het traditionele gebied van TTP, maar het is ook een uitgestrekte regio die door zijn rijkdom aan hulpbronnen de afgelopen jaren een grotere betekenis heeft gekregen.
Het is de locatie van een nieuwe haven in de stad Gwadar, een Chinees paradepaardje en onderdeel van de China-Pakistan Economic Corridor (CPEC) die in totaal 65 miljard dollar omvat. Het project, dat voorziet in een haven, een luchthaven, een snelweg en een ziekenhuis, is bedoeld om de Chinese provincie Xinjiang te verbinden met de Arabische Zee.
Etnische Baloch-separatisten hebben zich al regelmatig gericht tegen de Chinese activiteiten in Balochistan, dat het toneel was van een separatistische opstand waarop brute repressie van de staat volgde, die sinds 2004 duizenden mensen het leven heeft gekost. Zo is er wijdverbreide wrok ontstaan bij de inwoners, die vinden dat hun thuisprovincie wordt uitgebuit door de staat.
Alliantie
Volgens waarnemers suggereert de aanval van TTP op het Serena Hotel, waar de Chinese ambassadeur in Pakistan verbleef maar op dat moment niet aanwezig was, dat de groep zich heeft aangesloten bij de lokale strijd tegen Chinese belangen. De sterke toename van het aantal aanvallen op Pakistaanse veiligheidstroepen in Balochistan in de afgelopen maanden wijst ook op een dergelijke alliantie.
Separatisten in Balochistan, waarvan velen seculier zijn, gingen al eerder in het verleden vormen van samenwerking aan met extremistische islamistische groeperingen, zoals Al-Qaida, de belangrijkste bondgenoot van TTP, maar ook met Islamitische Staat (IS) en Lashkar-e Jhangvi, een sektarische soennitische militante moslimgroepering.
Er zijn tot 6.500 Pakistaanse militanten in Afghanistan aanwezig, de meesten van hen zijn leden van TTP
Volgens deskundigen heeft TTP zijn financiële middelen inmiddels aanzienlijk vergroot door afpersing, smokkel en door belastingen te heffen bij de lokale bevolking en bedrijven. Onder de nieuwe leiding is TTP ook in toenemende mate gedecentraliseerd, waarbij gezag is overgedragen aan lokale commandanten. Elke commandant leidt een eenheid die ongeveer 25 tot 30 strijders telt. Voorheen werden slechts enkele commandanten voor bepaalde zones aangesteld.
Ondertussen is TTP ook actief in Afghanistan: volgens een rapport van de VN dat juli vorig jaar werd gepubliceerd, zijn er tot 6.500 Pakistaanse militanten in Afghanistan aanwezig, de meesten van hen zijn leden van TTP.
In Pakistan bestaat dan ook de vrees dat in Afghanistan, als een vredesakkoord uitblijft, een burgeroorlog zal uitbreken na de aangekondigde internationale militaire terugtrekking in september. Een dergelijke situatie zou TTP dusdanig kunnen versterken, dat aanvallen op Pakistaans grondgebied kunnen worden opgevoerd.
Het excuus van Martin Bashir
Martin Bashir, de voormalige BBC-verslaggever die wordt beschuldigd van het vervalsen van documenten om in 1995 een exclusief interview met prinses Diana te krijgen, legde dit weekeinde verantwoording af in The Sunday Times over de zaak die een schandaal in Groot-Brittannië veroorzaakte en de reputatie van de BBC ernstig heeft aangetast.
‘Met zijn reputatie aan stukken’ spreekt Bashir als ‘een gebroken man’, zo is te lezen in het artikel in The Sunday Times waarin met de verslaggever wordt teruggeblikt op zijn interview met prinses Diana in 1995. Aanleiding voor die terugblik is de publicatie van het zogenoemde rapport-Dyson, de conclusie van een onderzoek naar de gang van zaken onder leiding van John Dyson, een voormalig rechter van het Britse Hooggerechtshof. Uit het rapport blijkt dat Bashir valse bankafschriften gebruikte om Charles Spencer, de broer van Diana, ervan te overtuigen dat ze werd bespioneerd. Zo wist Bashir het vertrouwen van de prinses te winnen. Prins William gelooft dat deze valse informatie ‘de angst en eenzaamheid’ aanwakkerde bij zijn moeder, die twee jaar later stierf.
‘Het interview met Diana veranderde Bashir van een onbekende in een van de beroemdste journalisten van het land’
‘Het spijt me zeer’, zegt Bashir, ‘Ik heb Diana nooit kwaad willen doen.’ Maar hij zegt ook dat hij niet ‘verantwoordelijk kan worden gehouden voor de vele dingen die er in haar leven gaande waren noch voor de complexe kwesties rond allerlei beslissingen’. Volgens hem is de suggestie dat hij daar persoonlijk verantwoordelijk voor ‘onredelijk en oneerlijk’.
De belangrijkste verdediging van Bashir, zo merkt The Sunday Times op, is dat hij wijst op het feit dat hij bevriend raakte met Diana en dat ze erg blij was met het BBC-interview. De krant citeert echter ook een voormalige collega dat meent dat Bashir de waarheid ‘ongemakkelijk’ vindt.
‘Het interview met Diana veranderde Bashir van een onbekende in een van de beroemdste journalisten van het land’, aldus The Sunday Times. Hij ging aan het werk voor ITV en vervolgens voor ABC en NBC in de Verenigde Staten, en keerde in 2016 terug bij de BBC waar hij vorige week ontslag nam. De 58-jarige Bashir zegt te kampen met verschillende gezondheidsproblemen.
Een nieuwe etalage voor hedendaagse kunst in Parijs
Parijs heeft een nieuw museum, de Bourse de Commerce, en dat zorgt voor verdere verrijking van het toch al diverse culturele aanbod, schrijft de Spaanse krantEl País. Geografisch gezien ligt het museum op een steenworp afstand van het Louvre, en zo dicht bij het Centre Pompidou dat het kleurrijke dak van de instelling door de ramen te zien is.
De Bourse de Commerce wordt de eerste privé-instelling in de Franse hoofdstad die zich uitsluitend toelegt op hedendaagse kunst uit de collectie van één individu, multimiljonair François Pinault. Deze etalage voor de Pinault-collectie is sinds zaterdag eindelijk open na jaren van voorbereiding, verbouwing naar ontwerp van de Japanse architect Tadao Ando en een uitgestelde inauguratie vanwege de coronapandemie.
Pinault is oprichter van het Kering-imperium, waarin merken als Yves Saint Laurent, Gucci en Balenciaga zijn ondergebracht
Pinault, oprichter van het Kering-imperium, waarin merken als Yves Saint Laurent, Gucci en Balenciaga zijn ondergebracht, ziet nu zijn droom in vervulling gaan: zijn immense bezit te kunnen exposeren in de hoofdstad van kunst en luxe, bestaande uit zo’n 10.000 werken van meer dan 380 kunstenaars ‘uit alle continenten en van verschillende generaties’. Pinault gaat zo de concurrentie aan met andere rijke mecenassen, zoals Bernard Arnault met zijn Louis Vuitton Foundation.
Volgens Pinault, die 84 jaar geleden geboren werd op het platteland van Bretagne, is kunst ‘een school voor nederigheid, want ze leert ons dat we nooit klaar zijn met de schoonheid van de wereld, en dat ons vluchtige leven alles te winnen heeft door de wereld te omarmen in plaats van te domineren.’ Nederigheid is echter niet wat in het oog springt bij deze buitengewone collectie waarvan de waarde door het Franse tijdschrift Challenges wordt geschat op 1,5 miljard euro.
Ouverture, de eerste tentoonstelling in de Bourse de Commerce, een voormalige graanhal van meer dan 10.000 vierkante meter in het eerste arrondissement van Parijs, toont ongeveer 200 werken van 32 kunstenaars die zijn gekozen door Pinault zelf. De selectie beoogt meer te zijn dan louter een blik op de collectie: het gaat hem om thema’s te tonen die hem na aan het hart liggen en die weerspiegeld worden in zijn acquisities. Zo zijn voor het eerst in Europa alle stukken te zien die hij bezit van de ‘radicale en compromisloze’ Amerikaanse kunstenaar David Hammons.
Nadat TikTok in oktober 2020 voor tien dagen werd verboden in Pakistan, werd onlangs een tweede verbod aangekondigd. De Pakistaanse Telecommunicatie Autoriteit (PTA) beval alle internetproviders om verkeer naar het platform te blokkeren in overeenstemming met een uitspraak van het Hooggerechtshof van Peshawar in Khyber Pakhtunkhwa, waarin TikTok-inhoud werd beschreven als ‘obsceen, immoreel en in strijd met de traditie’.
De uitspraak was een reactie op een gezamenlijke petitie die was ingediend door veertig inwoners van Peshawar, schrijft Global Voices.
De PTA tweette: ‘Dit is de tweede keer dat TikTok wordt geblokkeerd in het Zuid-Aziatische land. Afgelopen oktober blokkeerde de PTA het zonder een gerechtelijk bevel, omdat het er niet in was geslaagd onwettige inhoud te verwijderen.’
Volgens analisten is de belangrijkste drijfveer achter het verbod inderaad censuur en schending van de ‘islamitische levenscode’ en niet vijandigheid jegens China, dat volgens Al Jaazeera een nauwe bondgenoot van Pakistan is.
H2 2020 Transparantierapport
Na de laatste blokkering bracht TikTok een verklaring uit waarin staat dat het een combinatie van technologie en moderatie gebruikt om inhoud te detecteren en te beoordelen die in strijd is met de servicevoorwaarden en communityrichtlijnen.
Het bedrijf noemt zijn H2 2020 Transparantierapport, waarin voorbeelden worden getoond van inhoud die is verwijderd volgens de wetten van Pakistan. Het videoplatform erkende echter ook dat het is toegewijd aan het waarborgen van de rechten van zijn gebruikers om zich creatief uit te drukken op het platform, zolang dit in overeenstemming is met het bedrijfsbeleid.
TikTok is erg populair in Pakistan en de influencers van het land hebben dan ook volop kritiek geuit op het verbod. ‘Als de staat iets moet verbieden, dan is het terrorisme zijn’, ‘Alle jongeren zouden Psiphon VPN moeten installeren, het is gratis’, luiden bijvoorbeeld enkele reacties.
De ban van Pakistan volgde het voorbeeld van India, dat vorig jaar zomer het platform afsloot, schrijft Times of India. In oktober 2020 heeft Pakistan nieuwe regels aangenomen voor socialemediaplatforms die inhoud verbieden die ‘lasterlijk, obsceen, godslasterlijk en pornografisch’ is. Platforms die niet voldoen, kunnen een boete krijgen van maximaal Rs 500 miljoen (ca. 2,6 miljoen euro).
Slowaakse premier uit de macht gezet vanwege Spoetnik-schandaal
Nadat hij door zowel de oppositie als zijn eigen bondgenoten werd bekritiseerd vanwege de geheime bestelling van twee miljoen doses van het Russische Spoetnik-vaccin, dat nog moet worden goedgekeurd door de Europese Unie, moest Igor Matovic ermee instemmen zijn post te verlaten zonder dat werd voldaan aan de voorwaarden die hij enkele dagen voor zijn vetrek had geëist.
De centrumrechtse leider wordt vervangen door Eduard Heger, net als hij lid van OL’aNO, en minister van Financiën. Matovic zal die laatste post gaan bekleden.
‘Een premier treedt af, waardoor nieuwe verkiezingen worden voorkomen’, analyseert de Oostenrijkse krant Der Standard. Twee partijen in deze coalitie dreigden zich terug te trekken als de heer Matovic op zijn plaats bleef. ‘De afgelopen tien dagen hebben zes ministers ontslag genomen om hem te dwingen het op te geven’, licht Politico Europe toe.
In ruil voor zijn vertrek eiste de premier eerst nog dat Richard Sulik, zijn aftredende minister van Economie en oprichter van de liberale partij Vrijheid en Solidariteit, geen deel zou uitmaken van de nieuwe regering. Zondag liet hij deze voorwaarde achterwege en beriep hij zich, volgens Politico, op een religieus vocabulaire:
‘Aan de vooravond van de Goede Week, die we vieren als een symbool van lijden, opoffering en vergeving, heb ik besloten een gebaar te maken naar de mensen die om mijn ontslag hebben gevraagd’, zei hij vanuit de regeringszetel in Bratislava.
Igor Matovic heeft ‘herhaaldelijk naar originele antwoorden op de pandemie gezocht’
Bloomberg merkt op dat Igor Matovic ‘herhaaldelijk naar originele antwoorden op de pandemie [heeft] gezocht’. Zo probeerde hij alle volwassenen in het land met 5,5 miljoen inwoners te testen. ‘Zijn persoonlijkheid heeft, sinds hij in februari 2020 aan de macht kwam in het kader van een anticorruptieprogramma, vaak voor problemen gezorgd.’
De vaccinatieaffaire zou dan ook vooral de aanleiding voor de crisis zijn geweest. ‘De essentie van het probleem ligt vanaf het begin in Matovics stijl van besturen, het niet nakomen van afspraken en het voortdurend uitlokken van conflicten. (…) Zijn regering viel omdat een meerderheid in het parlement voor het aannemen van wetten niet nodig achtte’, aldus een column op de Pravda–site.
Een deel van de lokale pers beschuldigt Matovic ervan tijd te hebben verspild in een land waar de covid 9500 mensen heeft gedood. ‘Hij danste op de rand van de afgrond waarin zijn regering wegzakte’, meent dagblad KMO. ‘De regerende coalitie zegt lessen te hebben getrokken uit de crisis. De komende tijd zal blijken of dit het geval is.’
De crisis heeft een verwoestend effect op de Slowaken had, meent Dennik N. ‘We hebben maart verloren in de coalitieruzie. Het resultaat is vermoeienis, walging en publieke twijfel. Er zijn duizenden extra mensen die steeds minder in politiek geloven’, betreurt de Slowaakse krant.
Het is nu aan Eduard Heger om het voortouw te nemen; een voormalige zakenman die pas vijf jaar geleden de politiek inging, door Dennik N omschreven als ‘charismatisch’ en een vrome christen. Maar HLAS-SD, de sociaaldemocratische partij, spreekt van ‘een absolute farce’ en ziet in Heger een potentiële marionet.
Poolse auteur beledigt de president
Jakub Żulczyk, een populaire fictieauteur wiens roman Blinded by the Lights (Ślepnąc od światłość) is bewerkt tot een populaire tv-show met dezelfde naam, wordt aangeklaagd voor het beledigen van de Poolse president in een post op Facebook. Hij kan een gevangenisstraf van maximaal drie jaar tegemoet gaan, meldt de Poolse Wyborcza.
Żulczyk reageerde in een ander Facebook-bericht, waarin hij onder andere opmerkt: ‘Wat interessant is, is dat zowel ik als mijn advocaat Krzysztof Nowiński, die mij in deze zaak vertegenwoordigt, de beschuldigingen niet via officiële kanalen hebben vernomen, maar via het overheidsvriendelijke wPolityce–portaal. Dat is hoe de dingen hier in Polen gaan. (…) Een ander grappig aspect van deze hele zaak is dat ik misschien wel de eerste schrijver in heel lange tijd in dit land ben die terecht zal staan voor wat hij schreef.’
‘Joe Biden is de 46e president van de Verenigde Staten, Andrzej Duda is een idioot’
De zaak voert terug tot 7 november vorig jaar, toen de Poolse president Andrzej Duda in plaats van een felicitatie aan Joe Biden met zijn overwinning, zijn inmiddels beroemde woorden tweette: ‘Felicitaties aan @JoeBiden voor een succesvolle presidentiële campagne. In afwachting van de benoeming door het Kiescollege, is Polen vastbesloten om een hoog niveau en hoogwaardig strategisch partnerschap tussen PL en VS in stand te houden voor een nog sterkere alliantie.’
Żulczyks reactie luidde: ‘Andrzej Duda, de president van Polen, schreef op Twitter dat hij wacht op de benoeming van Joe Biden, verkozen president van de Verenigde Staten, door het Kiescollege. Toegegeven, de Amerikaanse politiek en de zaken in dit land zijn tegenwoordig slechts een hobby van me, maar ik heb nog nooit gehoord van zoiets als een “nominatie door het Kiescollege” in het Amerikaanse verkiezingsproces. Biden won de verkiezingen. Hij kreeg 290 electorale stemmen. Uiteindelijk, na een hertelling in Georgia, zal hij waarschijnlijk 306 krijgen. Om de race te winnen had hij er 270 nodig. (…) Alles wat vanaf deze dag volgt (…) is slechts een formele procedure. Joe Biden is de 46e president van de Verenigde Staten, Andrzej Duda is een idioot.’
Algoritmen
De site Dobreprogramy.pl meldt nog dat ‘Google deze gevolgen [dat Żulczyk op zijn woorden zou worden gepakt] wel had verwacht, dus direct nadat de uitdrukking aan populariteit won, de controversiële uitdrukking in de zoekmachine [tegenging] na het invoeren van “Andrzej Duda”. (…) De algoritmen detecteerden simpelweg het “verkeerde” woord en blokkeerden het voor weergave in verband met populaire presidentgerelateerde vragen.’
De zoekmachine meldde zelf dat ‘Google geen verzoek heeft ontvangen om deze te verwijderen met betrekking tot de controversiële hints. Het is gewoon een kwestie van regels.’
Hoe dan ook is de auteur nu aangeklaagd. Zelf heeft hij aangegeven dat zijn verklaring een kritische beoordeling was van het handelen van de president. Maar in de ogen van de aanklager is de gebruikte term beledigend, aldus Wyborcza. ‘Het is onaanvaardbaar om het te beschouwen als een vorm van inhoudelijke kritiek die wordt gerechtvaardigd door het recht op vrijheid van meningsuiting’, aldus de aanklager.
Eind december brandde vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië af. Nog steeds is er geen opvang voor zo’n 2.500 vluchtelingen die zijn gestrand op weg naar de EU. En dat terwijl op twintig kilometer afstand kamp Bira ligt, dat leeg is en heel goed tijdelijk kan worden gebruikt.
De roestige stapelbedden zijn bedekt met een paar centimeter sneeuw; over de weinige spullen die het vuur hebben doorstaan vliegt een zwerm vogels. Op 23 december werd het vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië door een brand in de as gelegd. In het kamp zaten duizenden mensen die de afgelopen maanden door Kroatië, Slovenië en Italië de toegang [tot de Europese Unie] waren geweigerd. De tentstokken staan nog overeind en zijn ondanks de dikke mist te onderscheiden. Een sneeuwstorm woedt door de resten van het kamp.
De voornamelijk uit Pakistan en Afghanistan afkomstige vluchtelingen staan in de rij voor een maaltijd, de enige van de dag, verzorgd door het lokale Rode Kruis en een groep Turkse vrijwilligers. Ze hullen zich in het enige wat ze hebben: dekens en sjaals. Sommige dragen geen ander schoeisel dan slippers. ‘Het vriest een paar graden en volgende week wordt het nog kouder, maar het lijkt niemand wat te kunnen schelen,’ zegt de 26-jarige Ashfaq Ahmed uit Kasjmir. Vandaag lukte het hem niet om een van de voedselpakketten – met honing, yoghurt en tonijn – te bemachtigen die de vrijwilligers uitdelen.
Ongeschikt
Ook al kwam het invallen van de winter en de sneeuwval hier in Bosnië niet als een verrassing, toch lukte het voor het derde jaar op rij niet om duizenden migranten onderdak te bieden. De officiële vluchtelingenkampen zitten overvol. Op dezelfde dag dat de brand het kamp in Lipa in de as legde, kondigde de Internationale Organisatie voor Migranten (IOM) aan het te zullen sluiten. Het was ongeschikt bevonden om mensen in te huisvesten, aangezien er geen water, geen kookgelegenheid en geen elektriciteit was.
Toch werden de migranten niet naar andere opvanglocaties verplaatst en wie op eigen houtje wilde vertrekken, werd teruggestuurd door de politie. Uit de nabijgelegen stad Bihać werden de vluchtelingen angstvallig door de autoriteiten geweerd. In 2020 reisden ongeveer 16.000 personen door Bosnië; meer dan 10.000 bleven daar steken. Deels kwam dat door de coronacrisis en de sluiting van de grenzen, deels doordat buurlanden hen niet toelieten. Slechts 6300 van de gestrande vluchtelingen kregen een plek in een officieel vluchtelingenkamp.
‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld’
Na de brand in Lipa verslechterde de situatie nog verder. Voor zo’n zevenhonderd mensen zette het leger in allerijl verwarmde tenten op naast het oude kamp, maar voor 350 anderen was er geen plek. Zij moesten zich behelpen met zelfgemaakte constructies in Lipa of hun heil zoeken in houten hutten verspreid over het bos. Behalve deze groep leven nog eens 2500 mensen buiten de officiële opvanglocaties in de regio Una Sana, in verlaten huizen en in sloppenwijken. De vluchtelingen in Lipa probeerden na de brand te redden wat ze konden: de stapelbedden dekten ze af met plastic zeil. Zelfs de containers met wc’s en douches zijn nu als slaapplaats in gebruik.
‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld. Zonder water, zonder elektriciteit, zonder verwarming, zonder een stap te kunnen zetten,’ zegt de Pakistaan Mohamed Yasser uit Gujarat. Hij heeft een gelige wollen deken omgeslagen als bescherming tegen de vrieskou en de ijskoude wind, maar de huid van zijn gezicht heeft zichtbaar te lijden.
Yasser is nu anderhalf jaar in Bosnië en al meermaals probeerde hij om via bospaadjes Kroatië te bereiken. Keer op keer werd hij staande gehouden door de politie, mishandeld, beroofd en vervolgens teruggestuurd. Hoe het de komende dagen verder moet weet hij niet, in ieder geval durft niemand in deze sneeuwstorm zijn geluk op de bospaadjes te beproeven. ‘Begin januari zijn we vier dagen in hongerstaking gegaan, maar dat haalde niets uit. We hebben hier zieken, maar er is niet eens een dokter en in de stad laten ze ons niet toe,’ gaat Yasser verder. Hij laat me de enige waterbron van het kamp zien, een leiding die uit de grond steekt en waar water van twijfelachtige kwaliteit uit komt.
Op een bordje staat dat het geen drinkwater is. ‘Toch drinken we het, want we hebben geen keus,’ legt hij uit. Er komt een jongen aangelopen die twee plastic flessen vult.
Onder het plastic zeil hebben Yasser en de anderen een vuur gemaakt met hout dat ze van de vrijwilligers hebben gekregen. Ze hangen een waterketel boven de vlammen voor thee, maar al snel vult de lucht zich met een donkere, scherpe rook die het ademen onmogelijk maakt. ‘Mijn familie in Pakistan heeft veel geld geïnvesteerd om me naar Europa te krijgen. Ik ben de enige die de reis heeft gemaakt, dus ik kan niet terug. Maar ik had nooit verwacht om in deze situatie terecht te komen,’ vertelt hij terwijl hij zijn handen en voeten warmt bij het vuur.
‘De vluchtelingen hebben overal behoefte aan: dekens, slaapzakken, eten. Door de kou is de situatie erg moeilijk geworden,’ zegt ook Melek Sevda Mustafić, een vrijwilliger van de Bosnische organisatie Mfs-Emmaus.
Geen alternatief
Het kamp Lipa ligt op twintig kilometer van de stad Bihać, op het enige stuk grond dat de gemeente afgelopen april tijdens de eerste coronagolf ter beschikking stelde. Net als het kamp in Vučjak, dat in december 2019 werd gesloten, werd ook Lipa niet geschikt geacht om zoveel mensen te huisvesten. Op 23 december, de dag dat het had moeten sluiten, was er nog geen alternatief voorhanden.
‘Er is in Bosnië te weinig opvangcapaciteit. De afgelopen maanden is er op internationaal niveau onderhandeld om nieuwe centra te openen, maar daar is niets uitgekomen. En het absurde is dat op twintig kilometer van Lipa het kamp Bira ligt, dat heel goed kan worden gebruikt om deze situatie het hoofd te bieden, in ieder geval tijdelijk. Het kamp kan plek bieden aan meer dan duizend mensen, alleen wil de gemeente Bihać het niet opnieuw openen [nadat het in september was gesloten] omdat ze geen vluchtelingen in de stad willen,’ vertelt Nicola Bay, president van de Danish Refugee Council (DRC). ‘Dus zitten hier mensen buiten in de kou terwijl goede opvangcentra dicht zijn en het de komende weken wel tien graden onder nul kan worden.’
Door de pandemie zitten er meer migranten klem in het land dan anders. ‘Er lag een voorstel om een opvangcentrum te openen in Tuzla, maar dat hebben de Bosnische autoriteiten geblokkeerd. De centra in Sarajevo zitten overvol en één ervan is op 8 januari afgebrand. Al is er geld van de Europese Unie, er ontbreekt een langetermijnstrategie. De crisis verergert door het invallen van de winter, maar nog steeds ontbreekt de wil om iets aan de situatie te doen. Als er jaar na jaar zo’n achtduizend mensen in Bosnië verblijven, dan is dat geen plotselinge migratiecrisis, maar een probleem dat je met een rationele aanpak prima kunt oplossen,’ vindt Bay.
Het land is al jarenlang een belangrijke schakel van de Balkanroute (waarlangs sinds 2018 zo’n 65.000 mensen passeerden). Toch sloten de lokale autoriteiten kampen in plaats van nieuwe te openen. Op 6 januari zei de woordvoerder van de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Josep Borrell tegen de Bosnische autoriteiten dat zij ‘hun verantwoordelijkheid moeten nemen’. Zijn woordvoerder Peter Stano liet weten dat ‘wij de afgelopen twee jaar 90 miljoen euro hebben geschonken voor centra, apparatuur, medische en sociale bijstand’ en dat het nu dus ‘hoog tijd is om in actie te komen en niet langer met mensenlevens te spelen’.
‘Zestig procent gaf aan zeer gewelddadig behandeld te zijn, soms zelfs verkracht, door mannen in zwarte uniformen die samenwerken met de politie’
In werkelijkheid ligt de zaak gecompliceerder. Het weigerachtige beleid van de landen van de Europese Unie langs de Balkanroute heeft grote gevolgen voor het douanebeleid van niet-EU-landen zoals Bosnië. ‘Alleen al onze organisatie heeft 15.000 afwijzingen geregistreerd door de Kroatische politie. Zestig procent van deze mensen gaf aan zeer gewelddadig behandeld te zijn, soms zelfs verkracht, door mannen in zwarte uniformen die samenwerken met de politie,’ vervolgt Bay. ‘En Kroatië is alleen het meest afschrikwekkende voorbeeld, in heel Europa worden mensen teruggestuurd: een schending van het internationaal recht.’
Coronacrisis
De coronacrisis bracht voor de vluchtelingen in Bosnië een verdere verslechtering van hun levensomstandigheden met zich mee. ‘Door het sluiten van de grenzen en de eerste lockdown konden veel minder mensen de route volgen,’ legt Sylvia Maraone van Ipsia-Acri-Caritas uit, een organisatie die hulp biedt in de kampen in de regio. ‘Tijdens de eerste lockdown hadden veel mensen die zoals het heet de game speelden (poogden de grens over te steken) daar succes mee, omdat er minder controle was. Toen in de zomer de grenzen weer opengingen waren er meer vluchtelingen, maar werden zij ook vaker teruggestuurd aan de Italiaanse, Sloveense en Kroatische grens. Voor Bosnië betekende dat extra moeilijkheden aan het begin van de tweede lockdown in de herfst’, vervolgt Maraone. Volgens haar is er in de Bosnische vluchtelingenkampen geen covid-19-uitbraak geweest, maar het ontbrak aan elke vorm van medische controle.
‘En Kroatië is alleen het meest afschrikwekkende voorbeeld, in heel Europa worden mensen teruggestuurd: een schending van het internationaal recht’
‘Kroatische politie’, blijft de achttienjarige Afghaan Zabiullah Khan herhalen, terwijl hij de verwondingen laat zien die de knuppels van de Kroatische politie op zijn kuiten achterlieten. Bij Triëst werd hij teruggestuurd naar Slovenië, van daar naar Kroatië, waar hij eveneens werd weggestuurd, om te eindigen in het kamp in Lipa.
De dolende vluchtelingen hebben nachtmerries over de Kroaten. Hun wreedheid staat voor hen symbool voor de Europese grens, een wreedheid waarvan ze de tekenen op hun huid dragen. Langs de langste landsgrens van de EU patrouilleren agenten met pistolen, knuppels, nachtkijkers, thermoscanners en drones. En ondanks alle aanklachten van vluchtelingen, ngo’s, vrijwilligers en officials van de Verenigde Naties in de loop van de afgelopen vier jaar, toont Brussel zich ongevoelig voor het systematisch geweld van de Kroatische politie, wat de Europese Unie tot handlanger maakt.
Op 20 november maakte de Europese ombudsman Emily O’Reilly bekend een onderzoek in te zullen stellen naar mogelijke medeplichtigheid van de Europese Commissie bij de schending van de rechten van migranten en vluchtelingen in Kroatië. Het onderzoek werd geopend na een rapport van Amnesty International en andere organisaties die langs de route actief zijn.
De ombudsman wil weten hoe het geld besteed is dat Zagreb van Brussel ontving om de migrantenstromen in goede banen te leiden. Ook wil zij weten of de Kroatische mensenrechtenschendingen wel goed worden geregistreerd. Brussel dient voor 31 januari te antwoorden, onderwijl wijst de regering in Zagreb elke verantwoordelijkheid van de hand.
De douane van Triëst en Gorizia stuurde tussen januari en half november 1240 migranten en asielzoekers terug, 420 procent meer dan het jaar daarvoor
In werkelijkheid worden vluchtelingen vaak meerdere keren achtereen teruggestuurd, te beginnen bij de Italiaanse grens. Volgens een onderzoek door het tijdschrift Altraeconomia stuurde de douane van Triëst en Gorizia tussen januari en half november 1240 migranten en asielzoekers terug, 420 procent meer dan het jaar daarvoor. Veel van hen werden vervolgens ook Slovenië en Kroatië uitgezet, om te eindigen in Bosnië. Het onderzoek is voortgezet door het Italiaanse netwerk RiVolti ai Balcani, dat klachten optekent van migranten langs de route.
‘Toen we eenmaal met veel moeite waren aangekomen in Italië, identificeerden ze ons, namen zelfs digitale vingerafdrukken, maar stuurden ons toen meteen weer terug naar Slovenië,’ vertelt Khan, die er nog een interessant detail aan toevoegt. ‘De tolk zei dat je vijf- à zeshonderd euro moet betalen om in Italië te mogen blijven, maar dat geld hebben we niet.’ Vanuit Slovenië werd Khan naar Kroatië gebracht, waar ze hem alles afnamen: ‘Ze pakten mijn geld af, mijn schoenen, kleren, riem, rugzak en sloegen me. Daarna werd ik hiernaartoe gebracht. Nu sneeuwt het, het is koud, we hebben geen geld, geen eten, geen kleren. Iedereen is ons vergeten.’
De hoogste rechtbank van Maleisië heeft nieuwsportaal Malaysiakini veroordeeld, in een rechtszaak die wordt gezien als lakmoesproef voor de mediavrijheid in het land, meldt het Aziatische nieuwsplatform AsiaOne. Vorig jaar spande de Maleisische procureur-generaal een zaak aan tegen Malaysiakini en hoofdredacteur Steven Gan wegens minachting van het Hof. Dit vanwege vijf commentaren die door lezers op de website waren gepost. Volgens de procureur-generaal ondermijnen deze teksten het vertrouwen van het publiek in de rechterlijke macht, en de rechtbank geeft hem daarin dus gelijk. De rechter legde het nieuwsportaal een boete op van 500.000 ringgit [ruim 100.000 euro].
Maleisië is een land met sterk gereguleerde media, die meestal in handen zijn van door de staat gecontroleerde groepen. Als platform voor de oppositie en criticus van het establishment is Malaysiakini een uitzondering.
Aanslag op vrouwelijke ontwikkelingswerkers
Zeker vier vrouwelijke ontwikkelingswerkers zijn omgekomen bij een gerichte aanslag in het Pakistaanse district Noord-Waziristan, meldt Al Jazeera. Volgens een politiewoordvoerder wisten de aanvallers te ontkomen. ‘Het is hier vergeven van militanten, de dreiging is overal,’ zei de woordvoerder op de vraag van Al Jazeera of er in het gebied een specifieke dreiging is tegen ontwikkelingswerkers.
Noord-Waziristan was ooit in handen van de Pakistaanse Taliban (TTP), een organisatie van gewapende groepen die in 2007 werd opgericht met als doel de Pakistaanse regering omver te werpen en een streng religieus bestuur te installeren. Bewegingsvrijheid van vrouwen werd ernstig beperkt en de meeste ontwikkelingsactiviteiten door niet-gouvernementele organisaties werden verboden.
In 2014 slaagde het Pakistaanse leger erin de leiders van de groep te verjagen. Sinds vorig jaar keren ontheemden weer terug naar het gebied en neemt het aantal gerichte aanslagen toe.
Uitbreiding vliegveld Parijs is van de baan
Frankrijk schrapt het plan om luchthaven Roissy-Charles de Gaulle bij Parijs uit te breiden, zo heeft minister van Ecologische Transitie Barbara Pompili laten weten, aldus de Europese tak van de politieke nieuwswebsite Politico. ‘De regering heeft luchthavenexploitant Aéroports de Paris gevraagd het project te staken en met voorstellen te komen voor een ander project, dat in overeenstemming is met de doelstellingen om klimaatverandering te bestrijden en het milieu te beschermen,’ aldus Pompili.
In plaats van het vergroten van de capaciteit moet uitstootvermindering het doel worden. ‘We zullen altijd vliegtuigen nodig hebben, maar we moeten naar een redelijker gebruik van de luchtvaart, om een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in de sector te bereiken.’
Het plan voorzag in de bouw van een vierde terminal bij de grootste lucht-haven van het land, die jaarlijks een extra stroom van 35 tot 40 miljoen passagiers moest verwerken. De bouwkosten zouden 7 tot 9 miljard euro bedragen.
Iconisch dier op postzegel
Deze zomer zal de Amerikaanse post een nieuwe postzegel introduceren. Dat is op zich niets bijzonders; wel bijzonder is dat het ontwerp voor het eerst is gemaakt door een Tlingit-/Athabaskische kunstenaar, schrijft kunstblog Colossal.
Rico Lanáat’ Worl koos voor een grafisch afgebeelde raaf, in de inheemse cultuur van Alaska een iconisch dier dat is ontsnapt uit de duisternis. Het motief is gebaseerd op ‘Raven and the Box of Daylight’, een traditioneel verhaal van de Tlingit, een inheems volk in het zuidoosten van Alaska. Worl: ‘Het verbeeldt een uitzinnig moment van adrenaline. De raaf is nog half menselijk terwijl hij de sterren steelt. We kennen het allemaal, het moment tussen falen en volbrengen.’
British Museum gaat eigen geschiedenis onderzoeken
Het British Museum (BM) heeft Isobel MacDonald aangesteld als speciaal conservator. Zij wordt verantwoordelijk voor onderzoek naar de geschiedenis van de ruim 260 jaar oude collectie, bericht The Art Newspaper. Haar aanstelling is geen overbodige luxe, want het BM ziet zich geconfronteerd met een toenemend aantal claims over betwiste objecten in de collectie. Zo eist Griekenland al sinds de negentiende eeuw de teruggave van de zogenoemde Elgin Marbles, marmeren objecten afkomstig van de Akropolis in Athene, die in 1816 in bezit van het BM kwamen.
Veel betwiste objecten in de collectie zijn het resultaat van koloniale operaties door het Britse Rijk, zoals die in het Ethiopische Maqdala (1868), het Asante-koninkrijk in Ghana (1874) en Benin City in Nigeria (1896). Ook inheemse gemeenschappen uit Australië, Nieuw-Zeeland en Noord-Amerika eisen voorwerpen op die in de koloniale tijd zijn meegenomen. Recentelijk liet Paaseiland (Rapa Nui) weten een grote Moai-sculptuur terug te willen die in 1868 werd geroofd.
Tel daarbij op dat enkele van de eerste donateurs van het museum, zoals oprichter Hans Sloane, blijken te hebben geprofiteerd van de slavenhandel, en het is duidelijk dat het BM een charmeoffensief nodig heeft.
Een woordvoerder zegt, zo citeert The Art Newspaper, dat ‘het niet de bedoeling van deze nieuwe functie is om de specifieke geschiedenis van betwiste objecten te onderzoeken’, maar noemt het ‘waarschijnlijk dat kwesties zoals de rol van de slavenhandel en het imperium relevant zijn voor een deel van het onderzoek’.
Het BM is in zekere zin ‘een verzameling verzamelingen’; het vergaarde veelal niet zelf en rechtstreeks, maar verkreeg veel objecten uit andere collecties. Dat maakt de problematiek rond de teruggave ingewikkeld. Het onderzoek van MacDonald moet nu inzicht gaan verschaffen in het ontstaan van de collectie; het zal ongetwijfeld nauwlettend worden gevolgd door eisers wereldwijd.
Extremist wil simpelheid
Over de hele wereld hebben extremisten met zwart-witte denkbeelden moeite met complexe mentale taken. Dat blijkt uit een onderzoek door de Universiteit van Cambridge, gebaseerd op eerdere studies, onder ruim 330 deelnemers in de VS tussen de 22 en 63 jaar, schrijft The Guardian. De onderzoekers wilden weten of cognitieve dispositie (het verschil tussen waarneming en verwerking van informatie) bepalend is voor de vorming van ideologische wereldbeelden, zoals politieke, nationalistische en dogmatische overtuigingen, los van factoren als leeftijd, ras en geslacht.
De deelnemers kregen neutrale, niet-emotionele opdrachten, zoals het onthouden van visuele vormen. Computermodellen haalden uit die gegevens informatie over de waarnemingscapaciteit en het leervermogen van de deelnemers.
‘Individuen of hersenen die moeite hebben met het plannen en verwerken van complexe acties, lijken eerder aangetrokken tot extreme of autoritaire ideologieën die de wereld vereenvoudigen,’ menen de onderzoekers. Mensen die neigen tot extremisme lijken moeite te hebben met het reguleren van hun emoties, zijn impulsief en hebben de neiging om emotie oproepende ervaringen op te zoeken. Tot dogmatisme neigende deelnemers die relatief afwerend zijn tegen geloofwaardig bewijs, blijken problemen te hebben met het verwerken van informatie op perceptieniveau.
De studie, die naar zestien verschillende ideologische oriëntaties keek, kan veelbetekenend zijn bij het identificeren van mensen die het kwetsbaarst zijn voor politieke of religieuze radicalisering.
Wat zegt de buitenlandse pers over de nieuwsblokkade van Facebook in Australië
‘In de confrontatie tussen nieuwsmedia en sociale media in Australië, sta ik aan de kant van Rupert Murdoch. Tenzij ik voor Mark Zuckerberg ben. De keuze is vreselijk.
Steun ik de verschrompelde mediatycoon en zijn pogingen macht te ontfutselen aan techreuzen die gehakt hebben gemaakt van de nieuwseconomie? Of sta ik achter de koning van Facebook en het internetprincipe dat het delen van hyperlinks gratis moet zijn, ook al is de creatie van Zuckerberg de belangrijkste verspreider van leugens en haatzaaierij en dreigt hij ons allemaal te overspoelen?’
‘De nieuwsblokkade onderstreept de gevaren voor derden die ervan afhankelijk zijn: Facebook is bereid is om van de ene op de andere dag de stekker eruit te trekken, zonder waarschuwing. Sommige organisaties denken al na over hoe ze terug kunnen keren naar de basis en hoe ze de manier waarop ze hun werk verspreiden kunnen diversifiëren. De gok van Facebook is dat Australië niet zonder het bedrijf zal kunnen leven. Stel je voor wat de gevolgen zijn als we bewijzen dat we dat wel kunnen.’
‘De gevolgen zijn vooral vreselijk voor de vele kleine Australische uitgevers die hun bedrijfsmodellen hadden opgebouwd rond inhoud die mensen graag delen op sociale media. Ze zijn terecht boos zijn op de regering, veronderstellend dat ze zijn opgeofferd voor de belangen van grotere gevestigde uitgevers.
Maar het grootste deel van hun woede moet Facebook gelden, dat hun toewijding jarenlang heeft toegejuicht, maar hen nu plotseling vertelt dat ze niet zo belangrijk zijn, om zo eerlijke en gelijkwaardige onderhandelingen uit de weg te kunnen gaan.’
‘Overheden houden er niet van om gepest te worden, en nog belangrijker, ze houden er niet van om in het openbaar gepest te worden. Meesters in de duistere kunsten van overheidsrelaties weten dat druk en dreiging over het algemeen achter gesloten deuren moeten plaatsvinden. Wanneer je de broek van een regering naar beneden trekt voor het oog van de wereld, laat je haar weinig keus dan zich in te graven. De impasse tussen Australië en Facebook kan de katalysator zijn voor echte wereldwijde hervormingen.’
Facebook sluit deal met Australië
Facebook maakte maandag bekend dat het het delen en bekijken van nieuwslinks in Australië zou herstellen nadat het meer tijd had gekregen om te onderhandelen over het wetsvoorstel dat de techreus zou verplichten te betalen voor nieuwsinhoud die op het sociale netwerk verschijnt, bericht The New York Times.
Frits Veerman probeerde de Nederlandse autoriteiten herhaaldelijk te waarschuwen voor de verdachte activiteiten van zijn collega Abdul Khan. Hij werd genegeerd en uiteindelijk ontslagen. In een onlangs verschenen rapport komt de ware toedracht boven tafel.
Begin jaren zeventig deelde de Nederlandse technicus Frits Veerman een groot bureau in een lab in Amsterdam met een charmante Pakistaanse wetenschapper genaamd Abdul. Op een dag zei Veerman dat hij graag Pakistan zou willen bezoeken. Hij vroeg of hij een paar nachten bij het gezin van zijn collega mocht logeren. Abdul – wiens volledige naam Abdul Qadeer Khan luidt – antwoordde dat de Pakistaanse regering zijn reis zou betalen. Op dat moment begon Veerman te vermoeden dat Khan eropuit was Nederlandse nucleaire geheimen te stelen.
Alles wees erop. Veermans was fotograaf en hij had ooit dagen achtereen met Khan doorgebracht om ultracentrifuges te maken, de apparaten die werden gebruikt ter verrijking van uranium. Hij had tekeningen van centrifuges en geheime rapporten in Khan’s woonkamer zien liggen. En Khan vertrouwde hem ooit toe dat zijn grote gouden ring zijn ‘zakcentje [was] voor als ik ooit snel ergens heen moet’.
Hoe voelde Veerman zich toen hij begreep hoe het zat? ‘Bang,’ antwoordt hij. Hij is nu in de zeventig, met kort donker haar en een bril zonder montuur, en eet pasta op het terras van een restaurant in Antwerpen, België, waar we elkaar ontmoeten. Als je zijn beroep zou moeten raden, zou je zeggen: gepensioneerd technicus. Hij is een Nederlander uit de provincie, wiens leven vanwege nucleaire spionage ontspoorde.
Als er toen of later naar hem was geluisterd, was de wereld misschien een nachtmerrie bespaard gebleven
Veerman probeerde Khan in 1973 voor het eerst aan te geven bij de Nederlandse autoriteiten. Hij kwam niet verder dan een secretaresse. Als er toen of later naar hem was geluisterd, was de wereld misschien een nachtmerrie bespaard gebleven. Maar Khan mocht in 1975 Nederland verlaten en Europese leveranciers blijven bezoeken. Ook de Amerikaanse Central Intelligence Agency hield hem niet tegen. Khan bouwde uiteindelijk de Pakistaanse atoombom en verkocht de technologie aan Iran, Noord-Korea en Libië.
In januari dit jaar verplaatste het Bulletin of Atomic Scientists de Doomsday Clock naar 100 seconden voor middernacht, de laatste stand sinds de oprichting in 1947. De klok symboliseert het risico dat de mens uitsterft. Het Bulletin citeerde bedreigingen, waaronder ‘een hernieuwde nucleaire wapenwedloop … de verspreiding van kernwapens en … verlaging van de barrières voor een nucleaire oorlog’, waarbij mogelijk Khans klanten Noord-Korea en Iran betrokken zouden zijn.
Nadat Veerman de klok luidde, raakte hij zijn baan kwijt. Door een rapport van het Huis voor Klokkenluiders, de nieuwe Nederlandse autoriteit op dit gebied, werd hij begin juli eindelijk van blaam gezuiverd. Het rapport verklaart bovendien waarom hij en niet Khan werd gestraft.
‘Boeven en misdadigers’
Khan is nu 84 en leeft onder onofficieel huisarrest in Pakistan, waar zijn relatie met de autoriteiten al lange tijd wisselvallig is. Tijdens zijn beperkte bewegingsvrijheid wordt hij begeleid door veiligheidsfunctionarissen, eventuele bezoekers aan zijn woning worden vooraf gescreend.
Hij werd in 1936 geboren in Bhopal, Brits-Indië, als zoon van een islamitische hoofdonderwijzer. Als kind zag hij hoe treinen tijdens de opdeling van India in 1947 lijken vervoerden van moslims die tijdens sektarische gevechten waren omgekomen, schrijven Douglas Frantz en Catherine Collins in hun boek The Nuclear Jihadist. Khan verliet India in 1952, na het afronden van de middelbare school. Tijdens zijn eigen treinreis stal een Indiase politieagent zijn gouden pen. ‘Hindoes zijn boeven en misdadigers’, schreef de jonge Khan aan een vriend. ‘Ze dromen ervan Pakistan te vernietigen en een verenigd India te creëren.’
De Nederlanders hadden geen atoombommen en de verrijking was bedoeld voor vreedzame kernenergie
In 1961 ging hij studeren in Berlijn, in 1963 stapte hij over naar de Nederlandse technische universiteit in Delft om metallurgie te studeren. Terugkijkend zei hij: ‘Van alles wat ik weet en heb geleerd, dank ik het meeste aan Delft.’ Na Delft promoveerde hij in Leuven, België. In 1971 verloor Pakistan een oorlog met India en werd de nieuwe staat Bangladesh uit het Pakistaanse grondgebied gehouwen. Khan huilde, volgens Frantz en Collins. Een jaar later trad hij als metallurgisch wetenschapper toe tot FDO, het lab van het industriële bedrijf VMF.
FDO ontwierp ultracentrifuges om uranium te verrijken. De Nederlanders hadden geen atoombommen en de verrijking was bedoeld voor vreedzame kernenergie. Maar als het uranium verder werd verrijkt, was het heel geschikt om bommen van te maken.
De FDO gaf aan dat Khan niet aan ultracentrifuges zou werken en merkte op dat de familie van zijn vrouw Nederlands was. De Nederlandse inlichtingendienst, toen nog Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) geheten, verdacht hem daarom niet van geheim werk. En zo werden Khan en Veerman – destijds technisch fotograaf – in 1972 kantoorgenoten. FDO was gevestigd in een oud pakhuis van de VOC. Veerman was onlangs uit de kelder opgedoken, waar hij vier jaar in zijn eentje had gewerkt om de details van de ultracentrifuge, die uit zes cilinders bovenop elkaar bestond, verder te perfectioneren. Het was een hele kunst om ze te laten draaien, vertelt hij liefdevol.
Veerman werd in 1944 geboren in Huizen, een dorp waar iedereen elkaar al eeuwen kent. Hij woont er nog steeds: vanuit zijn tuin heeft hij uitzicht op zijn ouderlijk huis. Zijn moeder, een Duitse, verhuisde voor de oorlog naar Nederland. Door de bezetting van Hitler schaamde ze zich voor haar nationaliteit. 5 mei ‘was geen gelukkig moment in de familie Veerman’, herinnert hij zich. Zijn grootmoeder van vaderskant noemde hem ‘een rotmof’.
Joris van Wijk, een tv-producent die aan een serie rond Veerman werkt, zegt hierover: ‘Nederland was na de oorlog een onvriendelijke plek voor kinderen met een Duitse moeder. Frits zal het moeilijk hebben gehad. Het moet de ontwikkeling van zijn sociale vaardigheden hebben beïnvloed. Hij woonde tot in de dertig bij zijn ouders.’
Op bezoek aan de familie van zijn moeder hoorde Veerman verhalen over familieleden die vastzaten in Oost-Duitsland, en ontmoette hij anderen met een twijfelachtig oorlogsverleden. Eerder dan de meeste Nederlanders leerde hij dat er vreselijke dingen waren gebeurd. Dat maakte hem extra voorzichtig toen hij in aanraking kwam met nucleaire geheimen.
Hij had altijd een talent voor wetenschap gehad. Als arbeidersjongen bezocht hij technische scholen. FDO was zijn droombaan, de universiteit die hij nooit had gehad, ‘een speeltuin voor hobbyisten van hoog technisch niveau’, zegt hij. Hij bouwde zijn eigen telescoop op het werk. Hij leerde graag van afgestudeerde collega’s. Maar die verwachtten meestal dat hij koffie zou zetten.
Oer-Hollands
Khan was anders. Abdul, zoals Veerman hem nog steeds noemt, was vriendelijk, knap, goedlachs en hij sprak goed Nederlands. Een Pakistaan was in de jaren zeventig in Nederland een exotisch wezen. Veerman bracht Khan kaas uit Huizen. Op rustige middagen speelden ze tennis op de banen van de FDO, aan de rivier. Ze bezochten elkaar thuis: Khan woonde in een oer-Hollands bakstenen rijtjeshuis, vlak bij Schiphol.
FDO maakte ultracentrifuges voor Urenco, een bedrijf met een fabriek in Almelo, waarvan de vermeende saaiheid dankzij komiek Herman Finkers beroemd werd: ‘Een stoplicht springt op rood, een ander weer op groen. In Almelo is altijd wat te doen.’ Khan had er zeker wat te doen.
Toen Veermans vermoedens over Khan steeds meer vorm aannamen, wist hij aanvankelijk niet wat hij moest doen. Khan was zijn meerdere. De baas van Veerman kende Khan al sinds Delft. Uiteindelijk ging Veerman naar een telefooncel in de Czaar Peterstraat in Amsterdam en belde de directeur van Ultra-Centrifuge Nederland, die toezicht hield op de Nederlandse ultracentrifuges. Zijn secretaresse antwoordde. Omdat ze Veerman niet wilde doorverbinden met de directeur, vertelde hij haar zijn vermoedens. Ze zei dat ze het zou doorgeven. Later, toen hij niets meer hoorde, belde hij opnieuw, en weer zonder succes.
Terugkijkend mijmert hij: ‘Ik had daarheen moeten gaan en aan moeten bellen om het aan de directie te vertellen. Dan was het allemaal anders afgelopen. Maar ik was toen niet zo brutaal.’ Hij uitte zijn zorgen tegenover hooggeplaatsten bij FDO, maar ook die toonden weinig interesse.
Ondertussen was Khan bij Urenco gaan werken, waar hij ondanks een gebrek aan de juiste veiligheidsmachtiging ongestoord door de fabriek kon dwalen. Niemand leek het erg te vinden. Het was Koude Oorlog en Nederlanders keken uit naar snuffelende Sovjets, niet naar Pakistanen.
Maar ook op het Indisch subcontinent was al van alles gaande. In mei 1974 testte India haar eerste kernwapen. Khan schreef Pakistaanse functionarissen en bood aan om te helpen bij de bouw van de ‘islamitische bom’. In september besloot toenmalig premier Zulfikar Ali Bhutto de gok te wagen. De Pakistaanse ambassade in Den Haag nam contact op met Khan. Zijn werkgevers vroegen hem om Duitse documenten waarin een nieuwe centrifuge werd beschreven in het Nederlands te vertalen. Hij werkte voor de ‘brain box’ in Almelo, waar de meest gevoelige informatie van de fabriek werd bewaard. Hij was goed op weg.
Maar inmiddels werd hij ook door anderen verdacht. Een Pakistaanse diplomaat die onderdelen bij leveranciers van Urenco bestelde, viel het op dat sommige bestellingen dezelfde specificaties hadden als die van Urenco. In oktober 1975 volgden Nederlandse BVD-agenten Khan op een nucleaire beurs in Basel, waar hij verkopers uithoorde over kernwapens.
De eerste monumentale fout
Dat is het moment waarop Khan kon worden gestopt. De BVD maakte plannen om hem toen hij op een ochtend op zijn werk kwam te arresteren, schrijven Frantz en Collins. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken ging akkoord. Maar Ruud Lubbers, toenmalig minister van Economie, was tegen: een schandaal kon de hightechsector schade toebrengen.
De Nederlanders informeerden de CIA over Khan, zoals Lubbers in 2005 aan de Japanse tv vertelde. De Amerikanen waren tegen de nucleaire ambities van hun Pakistaanse bondgenoten. Desalniettemin heeft de CIA de BVD ervan weerhouden Khan te arresteren. De Amerikanen wilden hem in de gaten houden om de nucleaire aankopen van Pakistan en de geheime nucleaire leveranciers van Europa te volgen.
Deze beslissing in 1975 was ‘de eerste monumentale fout’, zegt Robert Einhorn, die in de regeringen van Clinton en Obama op de non-proliferatieafdeling werkte.
De Amerikanen verzochten de Nederlanders ‘om hen volledig te informeren, maar geen actie te ondernemen’, herinnert Lubbers zich, lachend. Hij vond het ‘een beetje raar’, zegt hij, maar hij dacht: ‘Oké, het is hun zaak.’ De wereld beschermen tegen nucleaire proliferatie voelde niet als een Nederlandse verantwoordelijkheid. Nederland was er enkel opuit om zaken te doen. De CIA hield Khan tientallen jaren in de gaten.
Op 15 december 1975 vloog hij met zijn vrouw, dochters en blauwdrukken van centrifuges naar Pakistan
De FDO vertelde Khan niet dat hij werd verdacht. Onder het mom van promotie kreeg hij een nieuwe baan. Zijn bezoekjes aan Almelo werden stopgezet. Misschien dat hij zich toen realiseerde dat er iets niet in de haak was. Op 15 december 1975 vloog hij met zijn vrouw, dochters en blauwdrukken van centrifuges naar Pakistan, op verlof. Kort daarna nam hij vanuit Pakistan ontslag bij de FDO.
Lekkere kip
Op 15 januari 1976 stuurde Khan Veerman een handgeschreven brief in het Nederlands vanuit Karachi. Het begin luidde als volgt:
Beste Frits, Het is nu bijna een maand geleden dat we uit Nederland vertrokken en langzamerhand begin ik de lekkere kip te missen. Elke middag denk ik: laat ik Frits eens vragen of hij zin heeft om kip te eten!
In de brief werd hem vervolgens gevraagd om Khans vrouw Henny (die vermoedelijk terug in Nederland was om de bezittingen van de familie op te halen) op zaterdagochtend te helpen de inhoud van zijn kluisje bij de FDO in een kartonnen doos te stoppen. Veerman deed dit niet. Hij wist dat het kluisje vol zat met tekeningen en onderdelen van ultracentrifuges. In zijn brief werd hij ook verzocht een Pakistaans visum aan te vragen. Het leek erop dat Khan zijn hulp nodig had bij het voltooien van het Pakistaanse Project 706: de bom in handen krijgen. Tv-producent Van Wijk: ‘Ik denk dat Khan Frits’ genialiteit erkende.’
In september 1976 organiseerde de FDO een vergadering over Khan. Veerman vertelde zijn collega’s dat hij vermoedde dat Khan een spion was. De FDO lijkt geen onderzoek te hebben gestart of maatregelen te hebben genomen, volgens het Huis voor Klokkenluiders.
Later vertelde Veerman BVD-agenten over de acties van Khan. Maar ook daar kregen zijn verhalen geen gehoor. Binnen de FDO was men blij toen een leidinggevende van een bezoek aan ex-werknemer Khan in Pakistan terugkeerde met opdrachten. Pakistaanse technici begonnen FDO te bezoeken voor wat Veerman ‘een cursus ultracentrifuge bouwen’ noemt.
Straf
Klokkenluiders worden vaak gestraft. Het rapport van de Nederlandse autoriteit is vanwege de tijd die is verstreken terughoudend, maar noemt het ‘aannemelijk’ dat dit ook in Veermans geval zo was. Kort nadat hij zich had uitgesproken, degradeerde de FDO hem tot kopieerwerk. Toen hij Khan schreef, om zich hierover te beklagen en kaas te sturen, toonde Khan zich meelevend. In 1977 schreef Khan opnieuw:
Beste Frits, Strikt vertrouwelijk, ik verzoek je om hulp. Ik heb de volgende informatie dringend nodig voor ons onderzoeksprogramma: 1. Etsen van assen (a) Potentieel hoeveel volt? 2. Lagere absorber Kun je zorgen voor een hele CNOR lagere absorber? Wil je alstjeblieft mijn hartelijke groeten overbrengen aan Frencken en proberen [er een] voor mij te bemachtigen. [Etcetera]
Khan voegde hieraan toe dat er ‘veel fotowerk’ voor Veerman in Pakistan was, en beloofde: ‘Je zult zeker een goede tijd hebben en er geen spijt van krijgen (. . .) Schrijf alsjeblieft niet je eigen adres op de envelop als je mij schrijft. In plaats van mijn naam zet je gewoon “mevrouw Khan” of gewoon Henny erop, en dan het huisadres.’
Veerman reageerde niet op de brief. Hij liet hem aan zijn bazen zien, die hem verzochten de brief te vernietigen. Hij bewaarde hem in zijn kluis. In 1978, op de dag dat Veerman terugkwam van zijn huwelijksreis, overhandigde een postbode hem een telegram van de FDO met de mededeling dat hij ontslagen was. De opgegeven reden luidde dat het fotografiewerk was opgedroogd.
Waarom werd Veerman echt ontslagen? Een voormalig Nederlandse veiligheidsonderzoeker, die de zaak-Khan al sinds 1979 behandelt, vertelde de klokkenluidersinstantie dat Veerman ‘geofferd’ was omdat hij niet ophield met praten. De beveiliging van de FDO was laks geweest, Nederland en de hightechsector waren in verlegenheid gebracht, de betrokkenen wilden niet dat het verhaal de media of andere landen bereikte en de junior medewerker moest zijn mond houden. Dit is wat Veerman altijd al vermoedde.
Geen enkel ander Nederlands technologiebedrijf wilde hem nog aannemen. Is Veerman bitter? De vraag lijkt hem te verbazen. Hij heeft geen groot emotioneel vocabulaire. ‘Het is niet zo dat ik er de hele dag om huil. Er is mij een groot onrecht aangedaan, maar ik denk er niet veel over na. Als zoiets gebeurt, moet je een afweging maken en doorgaan.’
Nu het klokkenluidersrapport er is, is Veerman van plan compensatie van de Nederlandse staat te eisen en van de huidige incarnatie van FDO’s voormalige holdingmaatschappij, VMF-Stork (FDO sloot in 1992). Het huidige Stork, dat nu uit een heel andere groep werkmaatschappijen bestaat, zegt ‘volledig te hebben meegewerkt aan het onderzoek [van het Huis voor Klokkenluiders], ook al is deze zaak van heel lang geleden. . . Het huidige Stork kan niet worden beschouwd als de werkgever van de heer Veerman, zo bevestigt het rapport van de Autoriteit.’
‘Het grootste geluk van mijn leven’
Veerman bleef ondertussen lucratieve aanbiedingen ontvangen. ‘Ik had 500.000 gulden van Abdul kunnen krijgen als ik had gewild’, mijmert hij. Hij vertelt dat diplomaten uit Iran, Irak en andere landen in het Midden-Oosten hem thuis hebben gebeld en hem een visum voor bezoekers hebben aangeboden. Uiteindelijk verzocht hij om een geheim telefoonnummer.
Zijn leven nam een andere wending. Toen hij een werkloosheidsuitkering aanvroeg, trof hij bij de plaatselijke socialezekerheidsdiensten een puinhoop aan. Hij vroeg naar de manager, die hem uiteindelijk een baan aanbood tegen een twee keer zo laag salaris als hij bij de FDO verdiende. Toch zegt hij: ‘Het was het grootste geluk van mijn leven dat ik daar ben beland.’ Hij bleef er tot zijn pensionering – weliswaar niet ‘de schitterende carrière waarvan ik had gedroomd’, maar hij genoot van het werk.
In zijn eerste weken daar werd hij nog regelmatig bezocht door BVD-agenten. ‘Waar gaat dit over?’ vroeg zijn baas. ‘Nucleaire bommen,’ zei Veerman dan. Agenten bezochten ook zijn huis en ondervroegen hem ooit in zijn slaapkamer terwijl het gezin zijn verjaardag vierde. De BVD suggereerde dat hij vervolgd kon worden als Khans medeplichtige. (Veermans verzoek om inzage in zijn BVD-dossier is afgewezen.)
Ondertussen vloog Khan regelmatig naar Brussel en reed daarna naar nabijgelegen landen om leveranciers en wetenschappers te bezoeken. De BVD ondernam geen actie, zelfs niet toen de Nederlandse zakenman Nico Zondag in 1977 meldde dat Pakistan producten zocht om een atoombom te bouwen. Een Nederlandse ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken schreef in 1984 in een memo dat de export naar Pakistan doorging, ‘inclusief essentiële bomcomponenten die om welke reden dan ook niet konden worden geblokkeerd’.
Toen hij zei dat hij zich zou blijven uitspreken, snauwde een directeur van de FDO dat hij door zijn uitspraken was ontslagen
Khan zei in 1987 dat Europeanen enthousiaste verkopers waren: ‘Mensen achtervolgden ons met cijfers en details van apparatuur die ze hadden verkocht aan Almelo en Capenhurst [de Britse afdeling van een andere Urenco-fabriek]. Ze smeekten ons letterlijk om hun uitrusting te kopen.’ Er waren in die tijd weinig beperkingen op dergelijke export. Als een item problemen zou kunnen opleveren, was het de kunst de bestemming te verbergen door het door een onschadelijk derde land te leiden.
In 1983 werd Veerman opgeroepen voor een bijeenkomst in de Bijlmergevangenis. Daar, zo vertelde hij later aan de klokkenluidersautoriteit, bevolen regeringsfunctionarissen hem te zwijgen over Khan ‘omdat de internationale betrekkingen en reputatie van Nederland in gevaar waren, evenals de belangen van de Nederlandse industrie’. Toen hij zei dat hij zich zou blijven uitspreken, snauwde een directeur van de FDO dat hij vanwege zijn uitspraken was ontslagen – waarmee de dekmantel van het bedrijf was ontmaskerd.
Veerman stapte vanaf de vergadering rechtstreeks naar een Nederlandse krant, maar trok zich daarna terug in zijn baan bij de sociale zekerheid en decennialang was er in het openbaar nauwelijks iets over hem te horen. Hij werd op een internationale watchlist geplaatst en jarenlang door de autoriteiten ondervraagd wanneer hij naar het buitenland reisde. Tijdens een familievakantie in Italië werd zijn auto aangehouden door gewapende politie.
In 1983 veroordeelde Nederland Khan tot vier jaar gevangenisstraf wegens het zoeken naar geheime informatie. Het belangrijkste bewijs waren zijn brieven aan Veerman. Khan was beledigd en klaagde volgens zijn biograaf Zahid Malik dat twee van de rechters Joods waren. Later werd zijn vonnis vernietigd omdat hij de dagvaarding niet had gekregen. De Nederlanders staakten daarna de vervolging van de ernstigste misdaad die op hun grondgebied was gepleegd sinds de Tweede Wereldoorlog. Het ministerie van Justitie gaf later toe dat het juridische dossier van Khan was verdwenen.
Lubbers, die in 1982 premier werd, wilde dat Khan gearresteerd werd, maar kreeg te horen dat hij het ‘aan de [inlichtingen]diensten moest overlaten’. Terugkijkend zei hij tegen de Argos-radioshow: ‘Washington wist ongetwijfeld alles, hoorde alles. Er is een open lijn tussen Den Haag en Washington (…) Het was erg dom.’ Khan mocht herhaaldelijk naar Nederland terugkeren, onder meer voor een bezoek aan zijn stervende schoonvader in 1992.
Ze beseften ook te laat dat Khan een nucleaire supermarkt geopend had en starterkits aanbood aan veel landen
De voormalig directeur van de centrale inlichtingendienst van de CIA, George Tenet, pochte eens: ‘We waren in [Khan’s] woning, in zijn huis, in zijn kamers.’ Toch misten de Amerikanen veel, deels omdat ze verwachtten dat Pakistan een bom zou wilde die gemaakt was met plutonium in plaats van uranium. Ze beseften ook te laat dat Khan een nucleaire supermarkt geopend had en starterkits aanbood aan veel landen, waaronder Syrië en Saoedi-Arabië. Tientallen jaren na zijn vertrek uit Nederland kocht hij nog steeds Nederlandse kennis door. Hij werd rijk. In 1998 werd hij bovendien gevierd als ‘Mohsin-e-Pakistan’ (Redder van Pakistan), nadat het land op een testlocatie zes atoombommen had laten ontploffen.
Het bewijs van de verkoop kwam naar voren in 2003, toen de Amerikaanse marine een schip onderschepte dat nucleaire technologie vervoerde van een van zijn fabrieken naar Libië. Later overhandigden de Libiërs de Amerikanen twee plastic zakken (met de namen van een kleermaker in Islamabad en een stomerij erop) met bomontwerpen. In 2004 bekende Khan live op televisie dat hij de technologie had overgedragen aan Libië, Iran en Noord-Korea. Tegen die tijd konden de VS zijn straf niet eisen, aangezien Pakistan een bondgenoot was in de ‘oorlog tegen terreur’.
Ondertussen gaf de Nederlandse regering in 2004 toe dat er Iraanse centrifuges waren gezien die gebruikmaakten van ‘Urenco-technologie uit de jaren zeventig’. De centrifuges van Pakistan waren vergelijkbaar. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken zei tegen Financial Times: ‘Nederland hecht veel belang aan het non-proliferatieverdrag en het voorkomen van proliferatie. Nederland heeft niet actief bijgedragen aan ongewenste verspreiding van kennis.’
Uit de gratie
Khan trok zijn bekentenis later in. Enkele jaren kreeg een Amerikaanse documentairemaker Veerman zover om zijn oude vriend te bellen. Khan, die het vervelend vindt om als een gewone spion te worden neergezet, zei tegen hem: ‘Frits, jij bent de grootste leugenaar die er is.’ Khan is nu uit de gratie bij de Pakistaanse regering. Personeel van de veiligheidstroepen, dat in het naastgelegen huis is geïnstalleerd, verhindert hem om zijn familieleden, vrienden en advocaten te ontmoeten, klaagde hij vorige maand tijdens zijn beroep tegen het Pakistaanse Hooggerechtshof.
Hoe ziet Veerman hem nu? Veerman denkt na en zegt dan: ‘Hij heeft zijn land geweldige diensten bewezen. Volgens mij werkte hij als spion. Dat betekent niet dat ik vijandig tegenover hem sta. Toen we samen tijd doorbrachten, vond ik hem een aardige man.’
Over zijn eigen land oordeelt Veerman harder: ‘Als Iran er ooit in slaagt Israël te vernietigen, kunnen ze op de wapens “Made in Holland” zetten.’
Gulaban (25), een Pakistaanse moeder van drie kinderen, klimt in een 60 ton zware truck voor een rijles. Ze behoort tot een groep van dertig vrouwen die door een mijnbedrijf worden opgeleid tot vrachtwagenchauffeur.
Het bedrijf heeft dringend behoefte aan personeel voor het vervoer van kolen uit de Tharwoestijn. Gulaban, afkomstig uit de hindoegemeenschap in het overwegend islamitische land, werd geselecteerd omdat ze al auto kon rijden. Ze kan als chauffeur zo’n 380 euro per maand verdienen. ‘In het begin was ik een beetje nerveus,’ vertelde ze aan persbureau Reuters, ‘maar nu vind ik het rijden met deze bak al heel normaal.’
Sadiq Khan is vorige week gekozen tot burgemeester van Londen Het is voor het eerst sinds 2008 dat Labour in plaats van de Conservatieven de stad leidt.
Wie is hij? En, belangrijker nog, wat wil hij?
Onlangs stapte Sadiq Khan de ring binnen op de Earlsfield Amateur Boxing Club in Wandsworth in Zuid-Londen. Hij begon te sparren met een van de vaste bezoekers: duiken, ontwijken, stoten uitdelen. Als jongetje leerde Khan boksen, ook uit zelfverdediging; twee van zijn broers zijn coach op de door vrijwilligers gerunde academie bij Tooting, het kiesdistrict dat hij sinds 2005 vertegenwoordigt. ‘Boksen is niet hetzelfde als vechten,’ legde Khan uit toen ik hem twee dagen daarvoor interviewde. ‘Dat is een klassieke vergissing – boksen is een sport. De vaardigheden die je leert zijn levensvaardigheden: grootmoedigheid, wat je moet eten, hoe je in conditie blijft, hoe je voor elkaar moet zorgen. Het eerste wat je bij boksen leert is de verdediging – je moet jezelf verdedigen… In mijn familie hebben we allemaal gebokst en dat geeft je zelfvertrouwen als je op straat in de problemen komt.’
Een winnaar
Khan beweegt zich met een soepelheid die je zelden aantreft bij parlementsleden. Als gelovig moslim drinkt hij niet en in 2014 deed hij mee aan de marathon van Londen. Tijdens onze coolingdown komen we langs een weg waar zijn vader met bus 44 reed. Niet ver hiervandaan is de sociale huurwoning waar Khan opgroeide. Hij betwijfelt of buschauffeurs tegenwoordig in die wijk kunnen wonen en vindt het triest dat de veryupping het gemeenschapsgevoel in Londen heeft verstoord.
Geen enkele Europese politicus heeft een groter persoonlijk mandaat dan de burgemeester van Londen. De leider van de stad gaat over een begroting van 16 miljard pond en het beleid wat betreft huisvesting, stadsplanning en vervoer. Khan is, zoals collega’s vaak zeggen, een ‘winnaar’.
Bij de algemene verkiezingen van 2010 verdedigde hij zijn Tooting-zetel tegen een agressieve en ruim gefinancierde tegencampagne van zijn conservatieve uitdager. In datzelfde jaar leidde hij de campagne van Ed Miliband om partijleider van Labour te worden en was hij de strateeg achter de overwinning op David, de oudere broer van Ed Miliband. Toen deze hem bij de lokale verkiezingen van 2014 de post van schaduwminister voor Londen had toebedeeld, behaalde Khan voor Labour het beste resultaat sinds 1972. Bij de algemene verkiezingen van vorig jaar won de Labourpartij op een in andere opzichten sombere avond zeven zetels in Londen, het beste resultaat sinds 2001.
Toen Khan in mei vorig jaar aankondigde dat hij de Labourkandidaat wilde worden voor het burgemeesterschap van Londen, verwachtten velen dat hij dat niet zou halen. Daar was Khan het absoluut niet mee eens. De linksere koers die de partij was ingeslagen, was gunstig voor hem. Khan was tegen de oorlog in Irak geweest, een heikel punt voor actievoerders, en had er hard voor gewerkt om de steun van de vakbonden te krijgen. Zijn voordracht – steun zelfs – van Jeremy Corbyn als leider van Labour en zijn verzet tegen de hervor- mingen op het gebied van de uitkeringen vergrootten zijn kansen bij het ‘selecto- raat’ van de partij. Toen op 11 september 2015 de uitslag van de selectieprocedure bekend werd gemaakt, waren velen verbijsterd door zijn verpletterende overwinning. ‘Ik heb nooit gedacht dat het een nek-aan-nekrace zou worden,’ vertelde hij vlak na die bekendmaking. Niemand die ik heb gesproken betwij- felde Khans politieke kwaliteiten, maar sommigen zetten wel vraagtekens bij zijn integriteit. Nadat hij Corbyn had voorgedragen als partijleider, werd Khan beschimpt vanwege zijn harde verwijten aan het adres van de nieuwe leider in een interview in de Mail on Sunday. Khan waarschuwde dat Corbyns ontmoetingen met leden van Hamas en Hezbollah het anti-joodse imago van Labour versterkten, verweet hem dat hij niet meezong bij het volkslied (‘Dat was heel dom van hem. Je probeert immers premier te worden.’) en verklaarde dat hij ‘nauw zou samenwerken met een Tory-regering als dat in het belang van Londen zou zijn’.
Een dergelijke kritiek, suggereren tegenstanders, zou nooit geuit zijn tijdens de selectieprocedure voor de burgemeesterkandidatuur.
De Tory’s hebben onlangs veel zwaarder geschut in stelling gebracht: dat Khan een vriend is van islamitische extremisten. In februari meldde de S_unday Times_ dat Khan vier bijeenkomsten van de groepering Stop Political Terror had bijgewoond, die werd gesteund door Anwar al-Awlaki, de omgekomen geestelijke van Al-Qaida. De London Evening Standard merkte op dat Khans ex-zwager, Makbool Javaid, bijeenkomsten had bijgewoond die in de jaren negentig waren georganiseerd door de extremistische groepering Al-Muhajiroun (de twee hebben al tien jaar geen contact meer met elkaar). Daarna meldde MailOnline dat Khan in 2008 een toespraak had gehouden op het Global Peace and Unity-festival waar de ‘zwarte jihad-vlag wapperde’.
‘Ik ben altijd heel duidelijk geweest in mijn opvattingen met betrekking tot mensen die beweren hetzelfde geloof aan te hangen als ik maar er afschuwelijke opvattingen op na houden’
Khans verklaring was: ‘Vaak heb je geen idee wie er voor jou spreekt en wie er na jou spreekt. Niemand zou toch in alle ernst kunnen denken dat ik instem met de ideeën die werden geuit door andere mensen die op diezelfde bijeenkomst spraken: zo werkte dat niet. Ik ben altijd heel duidelijk geweest in mijn opvattingen met betrekking tot mensen die beweren hetzelfde geloof aan te hangen als ik maar er afschuwelijke opvattingen op na houden.’ Khan is door extremisten met de dood bedreigd vanwege zijn betrokkenheid bij democratische politiek en omdat hij onlangs voor het homohuwelijk had gestemd.
Vrienden zeggen dat hij ondanks de politieke en fysieke risico’s die het uiten van zijn mening met zich meebrengt, nooit heeft overwogen zijn mond te houden. Als voormalig mensenrechtenadvocaat en voorvechter van de burgerrechten, was dat een automatische keuze.
In een toespraak voor de parlementaire pers in november, een week na de aanslagen in Parijs, verweet Khan opeenvolgende regeringen dat ze de segregatie in de Britse samenleving hadden toegestaan en de omstandigheden waarin extremisme kon gedijen ongemoeid hadden gelaten. Hij waarschuwde: ‘We hebben het recht van mensen om te leven volgens hun eigen cultuur beschermd, maar hebben dat ten koste laten gaan van het kweken van het gevoel dat ze deel uitmaken van een grotere gemeenschap. Te veel Britse moslims groeien op zonder iemand te kennen met een andere achtergrond.’
Arbeidsethos
Sadiq Aman Khan werd geboren op 8 oktober 1970 in het St George’s Hospital in Tooting. Zijn ouders waren kort daarvoor geëmigreerd van Pakistan naar Londen. Khan was het vijfde van acht kinderen. Zijn nu overleden vader, Amanullah, was meer dan vijfentwintig jaar buschauffeur; zijn moeder, Sehrun, naaister. Khan schrijft zijn arbeidsethos toe aan zijn opvoeding. ‘Mijn vader zat alle uren die God hem toestond op de bus. Mijn moeder bracht niet alleen acht kinderen groot, maar naaide thuis ook nog kleren terwijl ze ons opvoedde, kookte. Mijn vader en moeder waren altijd aan het werk, dus ook ik ging zo snel mogelijk werken. Ik had een krantenwijk, een baantje op zaterdag – enkele zomers heb ik als bouwvakker gewerkt.’
De kinderen groeiden op in het Henry Prince-complex van sociale huurwoningen, waar Khan en zijn zeven broertjes en zusjes bij elkaar gepropt zaten in een vierkamerwoning. Pas op zijn drieëntwintigste reisde hij naar het buitenland en tot zijn vierentwintigste sliep hij in een stapelbed. Het gezin werd dagelijks geconfronteerd met racisme. Buspassagiers scholden zijn bebaarde vader uit voor ‘Paki Santa’ en vielen hem lastig. Dergelijke beledigingen dwongen Khan soms zijn bokstechnieken te gebruiken. ‘We rolden vechtend over de grond,’ vertelde hij Mail on Sunday over zo’n confrontatie. ‘Daarna heeft hij nooit meer “Paki” tegen me gezegd.’
Khan en zijn broers kregen ook met racisme te maken op de voetbaltribune. ‘Ik bij Wimbledon, mijn broers bij Chelsea,’ vertelde hij me. Maar nu was het wel beter geworden in Londen. ‘Mijn dochters zijn zestien en veertien en zijn eigenlijk in dezelfde buurt opgegroeid als ik. Tegen hen is nooit “Paki” gezegd, zij zijn nooit het slachtoffer geworden van openlijke racistische beledigingen. Dat laat zien dat het beter is geworden.’
Op school zei een docent tegen Khan, die een zwaar B-pakket had met biologie, scheikunde en wiskunde: ‘Jij gaat altijd de discussie aan. Waarom word je geen advocaat in plaats van tandarts?’ Die opmerking, en de tv-serie LA LAW, inspireerden hem om de advocatuur in te gaan. In 1994 werd hij advocaat-stagiaire bij Christian Fisher onder de hoede van de bekende mensenrechtenadvocate Louise Christian. Drie jaar later werd hij partner op dat kantoor – uitzonderlijk snel voor iemand van zijn leeftijd en achtergrond.
Als mensenrechtenadvocaat trad hij op voor wat hij onlangs beschreef als ‘onverkwikkelijke types’, zoals Louis Farrakhan, de leider van de Nation of Islam, en Babar Ahmad, die in 2013 in de VS bekende schuldig te zijn aan ‘het verschaffen van materiële ondersteuning aan het terrorisme’. Ahmad, tegen wiens uitzetting Khan en andere parlementariërs zich hadden verzet, was een jeugdvriend. Khans tegenstanders hebben geprobeerd dat uit te buiten. ‘We kwamen nooit bij elkaar over de vloer – we ontmoetten elkaar in de moskee,’ vertelde Khan me. ‘Als je mensen spreekt in de moskee, praat je niet over politiek en zo. Wel weet ik dat er veel ophef was rondom zijn arrestatie, want hij was het slachtoffer van wangedrag van de politie. Hij diende een schadeclaim in en kreeg een vergoeding toegewezen – hem was ernstig letsel toegebracht.’
Dwars
In 2005 werd Khan gekozen als parlementslid voor Tooting, waar hij zijn hele leven heeft gewoond. Zes maanden na zijn intrede in het parlement lag hij dwars bij Tony Blairs poging om het wettelijk mogelijk te maken dat iemand die van terrorisme werd verdacht negentig dagen kon worden vastgehouden zonder dat er een rechter aan te pas kwam. Dat was de eerste botsing van vele met de toenmalige premier.
In 2006 ondertekende hij een open brief waarin ervoor werd gewaarschuwd dat de buitenlandse politiek van de regering ‘munitie leverde voor extremisten’. Op de tiende herdenkingsdag van de bomaanslag die op 7 juli 2005 in Londen plaatsvond, vertelde hij dat Blair ‘de vier islamitische parlementsleden had opgeroepen om naar Downingstreet 10 te komen en ons daar vertelde dat het onze verantwoordelijkheid was. “Dat is het niet,” zei ik. “Waarom hebt u ons opgeroepen? Ik geef u toch ook niet de schuld van de Ku Klux Klan? Waarom doet u dat dan wel bij ons voor de vier daders van de bomaanslagen van 7/7?”’
In 2008 werd Khan benoemd tot minister van Binnenlands Bestuur, en werd de tweede moslim als bewindsman. Het jaar daarop werd hij minister van Transport: de eerste moslim die deel uitmaakte van het kernkabinet en lid werd van de Privy Council (de geheime adviesraad van de koningin). ‘Het paleis belde me op en vroeg: “Op wat voor Bijbel wilt u de eed afleggen?” Ik antwoordde: “De Koran”, waarop zij zeiden: “Die hebben we niet.” Toen heb ik er zelf maar een meegenomen.’
De verkiezing van een Britse moslim als burgemeester zou een gebeurtenis van internationaal belang zijn, en symbool staan voor het kosmopolitisme van Londen. ‘Ik ben het zat om te verliezen. Ik geloof niet in heldhaftig falen,’ zei hij. ‘Ik heb de juiste politiek, ik heb de juiste principes. Nu hebben we alleen nog de macht nodig om Londen te verbeteren.’
New Statesman
Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 23.900
Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.