Tag: platteland

  • Pride op het platteland. ‘Ik was vastbesloten hier te blijven en mezelf te zijn’

    Pride op het platteland. ‘Ik was vastbesloten hier te blijven en mezelf te zijn’

    In kleine dorpen voelen veel lhtbiq+-personen de druk om te vertrekken. In Spanje is daar zelfs een woord voor: sexilo. Maar Manuel Calvillo, kapper en dragperformer uit Zahara de la Sierra, weigert zijn dorp in te ruilen voor de stad en zet zich juist in voor meer acceptatie binnen zijn eigen gemeenschap.

    Manuel Calvillo is alles in Zahara de la Sierra (Cádiz), een dorpje met 1300 inwoners dat zo op een ansichtkaart kan: kapper, aankleder van de beschermheilige van het dorp, organisator van duizend-en-één feesten, zanger als de mensen een beetje klappen en travestiet onder zijn alter ego La Peligro. Bovenal is Calvillo, inmiddels 58 jaar oud, een overlever die al decennia geleden inzag dat hij dat allemaal – en meer – moest zijn om als lhtbiq+-persoon gerespecteerd te worden in een klein dorp: ‘Je moet extra je best doen om je te bewijzen.’ Toen hij Fede Benítez, de dochter van vrienden, voor het eerst op hoge hakken in de deuropening van zijn kapsalon zag staan, nog jong en nog niet begonnen aan haar transitie, wist hij meteen dat hij ‘de morele plicht had om haar te steunen en te beschermen’.

    Voor veel lhtbiq+-personen ligt het exil – of ‘sexil’ – in hun geboortedorp zo voor de hand, dat meer dan 42 procent uiteindelijk naar een grote stad verhuist om meer zichzelf te kunnen zijn. Dat blijkt uit een nog lopend onderzoek naar sexilio dat het Spaanse ministerie van Gelijkheid uitvoert en waarvan de resultaten eind dit jaar worden gepresenteerd. Tegenover die harde realiteit winnen het verenigingsleven en Pride-vieringen van de gemeenschap in landelijke gebieden elk jaar terrein, zoals ook geldt voor Zahara, waar elk jaar de Zahara Pride plaatsvindt. Die feesten staan voor wat antropoloog Bernat Aragó in 2019 in zijn studie Escapar del poble’: Itineraris de sexili cap a la ciutat [Weg uit het dorp: Routes van sexil naar de stad] omschreef als het ‘recht op het dorp’: het recht om in je eigen gemeenschap je seksualiteit te beleven, zonder schaamte of angst.

    ‘Feesten als deze zijn belangrijk voor ons en ook voor de rest van het dorp, zodat iedereen er kennis mee maakt’

    Dat is precies waar Calvillo zich voor inzet in Zahara. Ondanks dat hij als jonge kapper in het Algeciras van de jaren tachtig ‘een overdosis aan vrijheid’ ervoer, besloot hij terug te keren. ‘Ik was “de nicht van het dorp”, maar was vastbesloten hier te blijven en mezelf te zijn, al was dat soms zwaar,’ zegt de stylist, waarna hij zijn ogen opmaakt, een paar hoge hakken aantrekt en in de cabrio stapt die hem tijdens de Pride-optocht door het dorp zal rijden. Het is het begin van een weekend vol activiteiten aan het eind van het Spaanse Pride-seizoen, dat elk jaar loopt van juni tot juli.

    Fede Benítez zit trots achterin de auto, die over de steile straten van Zahara omlaag rijdt. Ze glimlacht en zwaait, en kijkt Calvillo veelbetekenend aan. ‘We hebben elkaar altijd met één blik begrepen. Manolo is als een peetmoeder voor me,’ zegt de zestienjarige, die onlangs aan haar transitie is begonnen. Beiden zullen dit weekend optreden op het dorpsplein, Benítez onder haar dragnaam La Distraída. ‘Feesten als deze zijn belangrijk voor ons en ook voor de rest van het dorp, zodat iedereen er kennis mee maakt,’ zegt de kapper. Hijzelf heeft dat gemist tijdens zijn jeugd. ‘Ik had geen voorbeelden, behalve wat ik op tv zag. Ik keek naar de folclóricas [flamboyante vrouwelijke iconen van de Spaanse folklore] en had maar één homovriend, in El Bosque [een naburig dorp in de Sierra de Cádiz].’

    Domino-effect

    Calvillo’s verhaal sluit precies aan op wat Aragó signaleerde toen hij begon met de interviews voor zijn onderzoek: ‘Het is een structureel probleem binnen de gemeenschap: lhtbiq+-personen vertrekken uit de dorpen naar de grote steden en dat werkt als een domino-effect – als er niemand overblijft in de dorpen, zijn er ook geen rolmodellen meer.’ Bovendien hebben queerpersonen die naar grotere steden als Madrid, Barcelona, Sevilla of Valencia verhuizen niet altijd door dat hun identiteit daar een van de drijvende factoren voor is. Ook dat viel Aragó op, en wordt eveneens bevestigd door het onderzoek van het ministerie van Gelijkheid; mensen realiseren zich vaak pas achteraf, nadat ze de term hebben leren kennen, dat ze een sexiel hebben meegemaakt.

    Het fenomeen is zo complex dat er vaak sprake is van migratie in meerdere fasen – zogeheten ‘multi-etappes’, aldus het ministerie van Gelijkheid. Veel mensen die hun dorp verruilden voor de stad, komen uiteindelijk terecht in een tussenliggende, kleinere plaats. Volgens Aragó raken zij in deze tweede fase vaak teleurgesteld in het ‘roze kapitalisme’ van de grote stad: een leven binnen de queer gemeenschap dat sterk wordt bepaald door consumptie en uiterlijk vertoon, en daardoor moeilijk vol te houden is. Daarbij komt dat het platteland meestal niet de onveiligste omgeving is als het gaat om lhtbiq+-gerelateerd geweld. ‘In Catalonië worden de meeste aanvallen gepleegd in de stad. De exilanten vertelden me dat ze in het dorp misschien minder zichzelf konden zijn, maar zich er nooit fysiek onveilig voelden – niemand zou hen daar op straat in elkaar slaan, dat was onmogelijk omdat iedereen elkaar kende en er meteen zou worden ingegrepen,’ legt Aragó uit.

    ‘Vanaf het moment dat ik als klein meisje de hakken van mijn moeder aantrok, wist ik dat ik een vrouw was’

    Calvillo en Benítez hebben geen van beiden ooit een fysieke aanval meegemaakt, maar ervaren wel druk van het feit dat ze altijd opvallen. ‘Als ik jaren geleden ’s avonds alleen over het dorpsplein liep, voelde ik alle ogen op me rusten. Maar ik heb altijd het advies van mijn grootmoeder gevolgd, die haar tijd ver vooruit was en me enorm steunde: “Wees wie je wilt zijn en doe dat met stijl – wie zichzelf respecteert, dwingt respect af.”’ vertelt de kapper. ‘Fede was altijd al een lhtbiq+-persoon, dat wist ik zonder dat ze het hoefde te zeggen,’ vertelt hij verder. ‘Vanaf het moment dat ik als klein meisje de hakken van mijn moeder aantrok, wist ik dat ik een vrouw was,’ beaamt Fede, die aangeeft dat ze zich altijd ‘gesteund en gerespecteerd’ heeft gevoeld in haar dorp. 

    Calvillo heeft gemerkt hoe de sfeer in het dorp in de loop der jaren is veranderd. Ondanks eerdere tekortkomingen heeft hij Zahara altijd als gastvrij ervaren, en in juni 2024 eerde de gemeente hem zelfs door een straat naar hem te noemen.

    Vooruitgang

    Initiatieven als de oprichting van de Asociación LGTBIQ Delta de la Sierra de Cádiz in 2015, of de Pride van Zahara zelf, hebben bijgedragen aan de veranderingen. Het zijn geen op zichzelf staande acties. In zijn voorlopige conclusies signaleert het onderzoek in opdracht van het ministerie van Gelijkheid ‘een behoorlijk levendige lhbti+-beweging op het platteland, die zich vooral inzet voor prides en festivals die recht doen aan de unieke ervaringen van deze gemeenschappen’. In Zahara is die beweging inmiddels al bijna zes jaar actief, en veel bijzondere momenten maken intussen deel uit van het collectieve dorpsgeheugen. De gigantische regenboogvlag die elk jaar wordt ontvouwen aan de historische Torre del Homenaje [een wachttoren die boven het dorp uittorent en deel uitmaakt van de oude Moorse vesting op de rots] is waarschijnlijk de grootste van Andalusië.

    Het was tijdens de Pride van Zahara dat La Peligro, na meer dan veertig jaar van shows in discotheken en zaaltjes in en rond het dorp, voor het eerst optrad op het podium op het dorpsplein – voor al haar dorpsgenoten. ‘Het was een vreemde gewaarwording, alsof je je helemaal blootgeeft, maar het was ontzettend dankbaar om te doen,’ vertelt Calvillo. En ook La Distraída maakte voor het eerst haar opwachting tijdens dit bonte en activistische spektakel, nog maar dertien jaar oud. De editie van 2025 belooft opnieuw gedenkwaardig te worden. Als haar cijfers het toelaten en ze de opleiding tot schoonheidsspecialist kan volgen die ze graag wil, wordt dit de laatste Pride voor Benítez als vooraanstaande dorpsbewoonster en zal ze naar een grote stad vertrekken om zich verder te ontwikkelen. ‘Ik denk dat ik me daar vrijer zal voelen, minder bekeken. Maar ik blijf het dorp leuker vinden, ik hoor hier thuis,’ zegt ze trots.

  • Hoe telewerken het platteland een impuls geeft – maar niet overal

    Hoe telewerken het platteland een impuls geeft – maar niet overal

    Wereldwijd is het aantal mensen dat van de grote steden naar het platteland trekt door de nieuwe mogelijkheden om op afstand te werken enorm toegenomen. Maar opvallend genoeg pakt die ontwikkeling in de VS heel anders uit dan in Europa.

    Weg van de metropolen, weg van de stedelijke stress en weg van de hoge kosten van levensonderhoud. Verhuizen naar een gemoedelijke kleine stad of naar een rustige uithoek op het platteland: wereldwijd zijn er honderdduizenden die tijdens de pandemie hebben kunnen ervaren hoe prettig werken op afstand kan zijn, en die bereid zijn om die situatie voort te zetten.

    Sinds de pandemie werk en plaats loskoppelde, schrijft BBC, is het nu mogelijk om in gebieden te gaan wonen waar in het verleden geen banen waren voor bepaalde professionals. Voor sommige secundaire steden en kleinere gemeenschappen biedt dit een kans om de braindrain te stoppen, de vergrijzing van de bevolking tegen te gaan en de stadskas te spekken.

    ‘Maar voor andere gemeenten heeft deze nieuwe trend de huizenmarkten verstoord, de prijzen voor de arbeidersklasse verhoogd en grote stadsproblemen naar kleine steden gebracht die er totaal onvoorbereid op waren,’ aldus BBC.

    Onbetaalbare steden

    Dat laatste scenario doet zich vooral voor in de Amerikaanse regio die Intermountain West wordt genoemd en waar zich drie staten bevinden die tussen 2020 en 2021 de hoogste groeipercentages zagen: Idaho, Utah en Montana. Oxford Economics noemde onlangs de stad Boise in Idaho de meest onbetaalbare stad voor Amerikaanse huiseigenaren, vanwege een instroom van nieuwe externe werknemers uit dure kuststeden zoals Seattle en San Francisco. De gemiddelde huizenprijs in deze stad met 235.000 inwoners is nu 534.950 dollar (477.000 euro). Dat is tien keer hoger dan het gemiddelde inkomen.

    Een soortgelijk onderzoek van de Amerikaanse Florida Atlantic University, laat zien dat drie steden in het naburige Utah – Ogden, Provo en Salt Lake City – nu tot de top tien van meest overgewaardeerde huizenmarkten van Amerika behoren. Danya Rumore, onderzoeker aan de Universiteit van Utah, woont in Salt Lake City. ‘Vroeger noemden we het Small Lake City’, zegt ze, ‘maar het begint echt veel meer op een grote stad te lijken, en de dynamiek van de gemeenschap begint aanzienlijk te veranderen.’

    In de ogen van nieuwkomers hebben deze steden veel voordelen. Ze liggen dicht bij enorme natuurparken en ze bieden allerlei mogelijkheden voor recreatie. De kwaliteit van leven is er over het algemeen zeer goed. Maar de telewerkende nieuwkomers verdienen aanzienlijk meer dan de oorspronkelijke bewoners en in veel buurten is dan ook sprake van sterke gentrificatie, met alle gevolgen van dien, zegt Danya Rumore.

    Nieuwkomers drukken op de gemeenschap doordat ze de prijzen opdrijven

    Ook andere grotestadsproblemen zoals dakloosheid en luchtvervuiling dienen zich aan, volgens Rumore, terwijl de oververhitte huizenmarkt – een probleem dat wordt verergerd door kortetermijnverhuur – het voor bedrijven in de dienstverlenende sector moeilijk maakt om personeel te behouden, aangezien werknemers de oplopende huren niet kunnen betalen.

    Volgens Rumore kan deze ontwikkeling op twee manieren uitpakken. In het meer idealistische scenario sluiten de nieuwkomers zich aan bij de gemeenschap, en profiteert uiteindelijk iedereen van hun rijkdom en middelen. In het scenario waar ze zich zorgen over maakt en dat haar waarschijnlijker lijkt, drukken de nieuwkomers op de gemeenschap doordat ze de prijzen opdrijven en doordat hun koopkracht mensen die verbonden zijn aan lokale bedrijven opzij duwt.

    Hoop voor plattelandsgebieden

    Ook in Europa ontstaan op sommige plekken dergelijke negatieve effecten van telewerkende nieuwkomers, maar over het algemeen prevaleren de voordelen, meent BBC. ‘Deze trend van migratie uit de grote steden is mogelijk problematisch in de VS, maar aan de andere kant van de Atlantische Oceaan ziet het er heel anders uit. Met een gemiddelde leeftijd van tweeënveertig jaar is Europa het oudste continent ter wereld. Decennialang hebben lage geboortecijfers en massale migratie naar stedelijke centra zoals Londen, Parijs en Madrid ervoor gezorgd dat kleine steden en secundaire steden krimpen. Voor velen van hen biedt de pandemie een sprankje hoop.’

    Zo heeft een land als Ierland deze kans als geen ander met beide handen aangegrepen. Sinds maart 2021 is er een nieuw beleid voor plattelandsontwikkeling, dat volgens de minister van Plattelandsontwikkeling, Heather Humphreys, ‘het meest ambitieuze en transformationele beleid voor het platteland van Ierland in decennia is’.

    Het plan van de Ierse regering omvat 2,7 miljard euro om supersnel breedband in het hele land uit te rollen. Het idee is om uitstervende pubs om te vormen tot hubs voor werkenden, waardoor leeglopende, zieltogende dorpen een nieuw leven krijgen. Het initiatief biedt ook miljoenen euro’s financiële steun aan regionale overheden om leegstaande panden te veranderen in een netwerk van meer dan vierhonderd telewerkfaciliteiten. Daarnaast komen er belastingvoordelen voor particulieren en bedrijven die thuiswerken ondersteunen.

    Japan

    Japan heeft voor een vergelijkbare aanpak gekozen. Mensen die willen telewerken buiten de regio Tokyo, waar 30 procent van de bevolking van het land geconcentreerd is, kunnen zo‘n 1 miljoen yen (7730 euro) krijgen als ondersteuning. Het revitalisatieplan voor het platteland omvat ook tot 3 miljoen yen (23.200 euro) voor degenen die een digitaal bedrijf op het platteland opzetten.

    Blijven telewerkers op de plek waar ze naartoe zijn verhuisd als de pandemie achter de rug is? Dat is in Japan en elders nog de vraag, onderstreept BBC. Marcus Andersson, hoofd van adviesbureau Future Place Leadership in Stockholm, vindt dat telewerkers geen geïsoleerde werknemers moeten blijven en bepleit duurzame revitalisering van kleine steden en plattelandsgebieden.

    ‘Wat deze plaatsen moeten doen, is ontmoetingsruimten en netwerken creëren waar mensen kunnen communiceren, van elkaar kunnen leren en samen kunnen groeien’, betoogt hij. ‘Ze moeten dus eigenlijk een beetje worden wat de grote steden waren voor mensen, voor bedrijven en voor innovatie.’

    Lees ook:

  • Wie heeft Vitali Sjisjov vermoord? | Migranten brengen Spaanse platteland tot leven

    Wie heeft Vitali Sjisjov vermoord? | Migranten brengen Spaanse platteland tot leven

    Wie heeft oppositieleider Vitali Sjisjov vermoord?

    Vitali Sjisjov, voorman van de ngo Belarussisch Huis in Oekraïne, een organisatie die mensen ondersteunt die het regime van Aleksander Loekasjenka zijn ontvlucht, is op dinsdag 3 augustus opgehangen aangetroffen in een park in Kiev.

    In een interview met de Russische krant Moskovski Komsomolets zegt voormalig lid van de Belarussische geheime dienst Igor Makar dat de Belarussische KGB ‘een speciale operatie, genaamd Trest, heeft opgezet om tegenstanders van het regime van Aleksander Loekasjenka te ontvoeren en te liquideren’.

    ’De sporen van de moord op Sjisjov leiden naar Minsk’, concludeert de deskundige. Operatie Trest ‘wordt uitgevoerd in verschillende landen – Oekraïne, Polen, Litouwen, Letland, Estland en Rusland’, aldus Igor Makar, die eraan toevoegt dat ‘in westerse landen een hele infrastructuur van geheim agenten wordt opgezet’.

    Volgens Makar verleende Vitali Sjisjov ‘rechtsbijstand aan Belarussische politieke vluchtelingen, organiseerde hij demonstraties tegen Loekasjenka in Kiev en verenigde hij de Belarussische diaspora in Oekraïne. Dat is de reden dat hij publiekelijk werd vermoord.’

    ‘Sjisjov is niet de eerste Belarussische tegenstander die opgehangen is aangetroffen’

    De liberale Russische krant Novaja Gazeta deelt dit pacifistische beeld niet: ‘Hij ontmaskerde Loekasjenka’s agenten van de geheime dienst [in Oekraïne]’ en ‘in juni maakte hij een account aan op [het sociale netwerk] Telegram om informatie te verzamelen over Belarussische KGB-agenten die buiten Belarus werkten’.

    De Moskouse krant Kommersant brengt in herinnering dat Vitali Sjisjov ‘niet de eerste Belarussische tegenstander is die opgehangen is aangetroffen’: op 18 augustus 2020 werd Konstantin Sjisjmakov, museumdirecteur en lid van een plaatselijke verkiezingscommissie die weigerde het definitieve stemprotocol te ondertekenen, op dezelfde manier vermoord, op 22 augustus trof Nikita Kravtsov, een actief deelnemer aan de protesten na de verkiezingen tegen president Loekasjenka, hetzelfde lot. In 2010 werd Oleg Babenin, oprichter van Khartia-97, een mediakanaal van de oppositie, dood gevonden in zijn datsja, eveneens door ophanging.

    Voor Makar is het duidelijk: ‘De moorden hebben allemaal dezelfde signatuur, het zijn dezelfde mensen, dezelfde namen.’ Degenen die ‘tegen het regime van Loekasjenka strijden, moeten aan hun veiligheid denken’.

    Oekraïense radicalen

    De Russische onlinekrant Pravda.ru meent dat Minsk ‘weinig behoefte heeft aan een verdere verslechtering van de betrekkingen met het Westen’ en ‘een nieuwe reeks sancties’. De krant roept op tot het zoeken naar ‘de vermeende moordenaars van Sjisjov onder zijn medestanders – Oekraïense radicalen en de Oekraïense geheime dienst’.

    ‘Belarussische radicalen zijn in groten getale aanwezig in Oekraïne en het Belarussische Huis in Oekraïne, de vereniging die is opgericht en wordt voorgezeten door Sjisjov, is hun coördinatiepunt’, analyseert politicoloog Aleksej Dzermant. Volgens hem had Sjisjov ‘banden met het extreemrechtse Oekraïense Azov-bataljon’ (een paramilitaire eenheid) en was hij wellicht ‘slachtoffer van een afrekening, ook op financieel gebied, binnen deze organisatie’.

    ‘Kan Oekraïne nog steeds kan worden beschouwd als veilig gebied voor Belarussische vluchtelingen?’

    Het Russische dagblad Nezavissimaya Gazeta vraagt zich af of ‘de Oekraïense president Volodymyr Zelensky de situatie in zijn land onder controle heeft‘ en of ’Oekraïne nog steeds kan worden beschouwd als veilig gebied voor Belarussische politieke vluchtelingen’.

    Of Sjisjov het slachtoffer is van de Belarussische geheime dienst of van Oekraïense radicalen, zal onderzoek moeten uitwijzen. Maar het motief en de manier waarop Sjisjov aan zijn einde kwam lijken te wijzen in de richting van de KGB.

    Lees ook:


    Italië registreert 2040 gevallen van mensensmokkel

    Italië registreerde vorig jaar 2.040 gevallen van mensenhandel, volgens een rapport van Save the Children. In 105 gevallen ging het om kinderen en ongeveer 80 procent van de gevallen betrof vrouwen en meisjes. Volgens Save the Children worden momenteel ongeveer 190 vrouwen met 226 kinderen opgevangen binnen het Italiaanse beschermingssysteem, schrijft ANSA.

    ‘Dit zijn vaak kinderen van alleenstaande meisjes die zijn bedrogen, verkocht, ontvoerd en die op weg naar Europa zijn gemarteld en verkracht’, aldus Save the Children Italië. Volgens het rapport heeft de pandemie het moeilijker gemaakt om criminele bendes op te sporen die hun slachtoffers dwingen tot prostitutie, drugsmokkel of dwangarbeid.

    Lees ook:


    Migranten brengen het Spaanse platteland tot leven

    Dankzij een programma dat ontvolkte plattelandsgebieden in Spanje probeert nieuw leven in te blazen, leidt een gevlucht Colombiaans gezin met twee kinderen nu een rustig leven in een dorpje in de Noord-Spaanse provincie León. Het gezin verruilde de Colombiaanse stad Cali, met een bevolking van drie miljoen, voor het dorp Brañuelas, dat tweehonderd inwoners telt.

    Het project Nuevo Comienzo beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken

    Ze arriveerden in december 2019 in Spanje en vroegen asiel aan om te voorkomen dat ze terug moesten naar Colombia, waar de FARC hun land opeiste. Aanvankelijk liepen ze tegen een bureaucratische muur op, schrijft El País. Totdat ze hoorden van Nuevo Comienzo (‘Nieuw Begin’), een project van de provinciale overheid en verschillende instanties, dat beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken. Als de Colombianen naar het afgelegen dorp verhuisden, zouden ze werk krijgen, hulp bij huisvesting en zouden hun kinderen worden toegelaten tot het Spaanse schoolsysteem. In ruil daarvoor zou Brañuelas nieuwe inwoners krijgen en genoeg leerlingen om een nieuwe schoolklas te kunnen samenstellen.

    Burgemeester Carolina López van de sociaal-democratische PSOE hoopt dat de aanwas leidt tot beter vervoer en betere telefoon- en internetverbindingen. Astorga, de dichtstbijzijnde grote gemeente waar wordt gevaccineerd en waar medische zorg is, is slecht bereikbaar vanuit Brañuelas. Met de auto is het veertig minuten rijden, maar met het openbaar vervoer duurt het vanwege belabberde busverbindingen een hele dag.

    Andere leeglopende regio’s in Spanje, zoals Guadalajara, beginnen nu ook met soortgelijke programma’s.

  • Wereldnieuws: Groenland legt olie-exploratie aan banden & Meer

    Wereldnieuws: Groenland legt olie-exploratie aan banden & Meer

    Wielrennen voor vrouwen in Afghanistan

    Halverwege juni stonden zo’n vijftig vrouwen aan de start voor de Ronde van Bamiyan, ondanks dat er een zwaar taboe rust op het vrouwenfietsen in Afghanistan, schrijft Al Araby. Officieel werd in 1986 een Afghaans wielerteam voor vrouwen opgericht, maar het werd eigenlijk pas een sport in het post-talibantijdperk. De Amerikaanse Shannon Gilpin speelde daarbij een belangrijke rol.

    In 2009 was ze de eerste vrouw die mountainbikend door Afghanistan trok. Ze ontdekte dat een kleine
    groep vrouwen een eigen nationale wielerploeg had gevormd, met een slechte uitrusting maar met groot enthousiasme. Veel van die vrouwen hadden als vluchteling leren fietsen in Iran en Pakistan. Gilpins liefdadigheidsinstelling Mountain2Mountain zorgde voor beter materieel en betaalde het team om deel te kunnen nemen aan internationale toernooien.

    Door de opkomst van de taliban is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft

    Nu de taliban sinds het vertrek van de Amerikanen claimen dat ze 85 procent van het land in handen hebben en berichten over strenge beperkingen voor vrouwen weer aanzwellen, is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft.


    Vaccinatieplicht in Azerbeidzjan

    Inwoners van Azerbeidzjan zullen binnenkort een vaccinatiebewijs moeten kunnen overleggen om de meeste openbare gebouwen te mogen betreden, bericht Eurasianet. Deze maatregel werd eind juli aangekondigd en komt feitelijk neer op een nationale vaccinatieplicht. Vanaf 1 september moeten mensen vanaf achttien jaar een vaccinatiebewijs in een ‘covidpaspoort’ kunnen tonen om onder meer restaurants, cafés, winkelcentra en hotels te mogen betreden. In onderwijsinstellingen moeten leerlingen en studenten vanaf achttien kunnen bewijzen dat ze zijn ingeënt.

    Tot nu toe is 26 procent van de Azerbeidzjanen minstens één keer gevaccineerd. 80 procent van de werknemers van overheidsinstanties, medische en farmaceutische bedrijven en wetenschappelijke en onderwijs-instellingen zal vanaf 1 september een eerste inenting moeten hebben en een tweede in oktober. De vaccinatieplicht leidt nu al tot een zwarte markt in valse covidpaspoorten.


    Edelstenen, hoe groter hoe beter

    Een troon van amethist met een gewicht van één ton à 45.000 dollar: Crystalarium, een edelstenenwinkel in West-Hollywood, verkocht er recentelijk vier stuks van. Kristallen en mineralen zijn enorm populair geworden bij de meer vermogenden der aarde en het motto is: hoe groter hoe beter, zo signaleert The Los Angeles Times.

    De wereldwijde markt van (half)edelstenen wordt nu geschat op ruim 1 miljard dollar. Zangeres Adele houdt ze vast tijdens optredens om plankenkoorts te overwinnen en model Naomi Campbell reist er mee. Er is zelfs een Kim Kardashian-lijn van parfums met kristalthema in kristalvormige flessen. Het fenomeen werd verder aangejaagd door de pandemie: veel rijken zagen minder mogelijkheden voor opzichtige uitgaven en kozen ervoor om hun huizen te bezielen met de ‘genezende’ energie van stenen.


    Groenland legt olie-exploratie aan banden

    Naalakkersuisut, zoals de regering van Groenland wordt genoemd, stopt met nieuwe olie- en gasexploraties. In een verklaring die half juli werd uitgegeven, noemt de regering de ‘prijs voor oliewinning te hoog’, verwijzend naar zowel economische overwegingen als de strijd tegen klimaatverandering, schrijft CBS News. Het besluit is genomen ‘in het belang van onze natuur, van onze visserij, van onze toeristenindustrie en om de aandacht te richten op duurzamere mogelijkheden’. Aangenomen wordt dat Groenland over enorme hoeveelheden onontgonnen olievoorraden beschikt. Volgens onderzoek is het equivalent van miljarden vaten olie te vinden langs de westkust. Ook wordt gesproken van grote afzettingen onder de zeebodem aan de oostkust, aldus CBS.

    ‘We willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’

    Met het huidige besluit is exploratie overigens nog niet volledig van de baan, want twee kleine bedrijven beschikken nog over vier eerder gegunde exploratievergunningen, die Groenland zal moeten respecteren. Maar volgens Kalistat Lund, de Groenlandse minister van Landbouw, Zelfvoorziening, Energie en Milieu, neemt de regering klimaatverandering serieus. ‘In ons land zien we elke dag de gevolgen ervan en we willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’, zei Lund. ‘Naalakkersuisut werkt aan het aantrekken van nieuwe investeringen voor het grote potentieel aan waterkracht dat we niet zelf kunnen exploiteren. Het besluit om te stoppen met nieuwe exploraties naar olie draagt ertoe bij dat Groenland wordt gezien als een land waar duurzame investeringen serieus worden genomen.’

    Het kabinet werkt ook aan een conceptwetsvoorstel dat vooronderzoek, opsporing en winning van uranium verbiedt, schrijft CBS. De winning van uranium, dat voornamelijk wordt gebruikt voor de opwekking van kernenergie, gaat gepaard met de productie van radioactief afval. ‘Groenland leeft al eeuwenlang van aanwezige natuurlijke hulpbronnen en het verbod op uraniumwinning rust op de diepe overtuiging dat de economie rekening moet houden met de natuur en het milieu’, aldus Naalakkersuisut.


    Migranten brengen het Spaanse platteland tot leven

    Dankzij een programma dat ontvolkte plattelandsgebieden in Spanje probeert nieuw leven in te blazen, leidt een gevlucht Colombiaans gezin met twee kinderen nu een rustig leven in een dorpje in de Noord-Spaanse provincie León. Het gezin verruilde de Colombiaanse stad Cali, met een bevolking van drie miljoen, voor het dorp Brañuelas, dat tweehonderd inwoners telt.

    Het project Nuevo Comienzo beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken

    Ze arriveerden in december 2019 in Spanje en vroegen asiel aan om te voorkomen dat ze terug moesten naar Colombia, waar de FARC hun land opeiste. Aanvankelijk liepen ze tegen een bureaucratische muur op, schrijft El País. Totdat ze hoorden van Nuevo Comienzo (‘Nieuw Begin’), een project van de provinciale overheid en verschillende instanties, dat beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken. Als de Colombianen naar het afgelegen dorp verhuisden, zouden ze werk krijgen, hulp bij huisvesting en zouden hun kinderen worden toegelaten tot het Spaanse schoolsysteem. In ruil daarvoor zou Brañuelas nieuwe inwoners krijgen en genoeg leerlingen om een nieuwe schoolklas te kunnen samenstellen.

    Burgemeester Carolina López van de sociaal-democratische PSOE hoopt dat de aanwas leidt tot beter vervoer en betere telefoon- en internetverbindingen. Astorga, de dichtstbijzijnde grote gemeente waar wordt gevaccineerd en waar medische zorg is, is slecht bereikbaar vanuit Brañuelas. Met de auto is het veertig minuten rijden, maar met het openbaar vervoer duurt het vanwege belabberde busverbindingen een hele dag.

    Andere leeglopende regio’s in Spanje beginnen nu ook met soortgelijke programma’s.


    Marble Arch Mound

    Het is het zoveelste project van Nederlandse makelij dat niet geapprecieerd wordt in het buitenland. Parijs haalde de Domestikator van Joep van Lieshout weg en nu is er van alles aan te merken op de installatie van Het Rotterdamse architectenbureau MVRDV in het Londense Hyde Park. Zo veel dat de ‘heuvel’ Marble Arch Hill, ontworpen in opdracht van de Londense deelgemeente Westminster om het winkelend publiek weer terug Oxford Street in te krijgen, tijdelijk gesloten werd om kinderziekten te genezen.

    Volgens MVRDV past de kunstmatige heuvel, door de vileine Britse pers nu al met een drol vergeleken, in de Engelse traditie van de folly, de aristocratische gewoonte om even malle als nutteloze bouwwerken neer te zetten.

    marble arch mound has a serious message says mvrdv in defence of attraction dezeen 2364 col 4 1536x1152 kopie 1 1
    © Dezeen

  • Irene Nonay, van apotheker tot agro-influencer

    Irene Nonay, van apotheker tot agro-influencer

    Irene Nonay besloot enkele jaren geleden om de familieboerderij in Noord-Spanje over te nemen. Nu deelt ze haar dagelijks leven in de amandelvelden op sociale media. ‘Ik wil laten zien waar ons eten vandaan komt.‘ De derde in onze reeks inspirerende persoonlijkheden.

    Irene Nonay groeide op tussen de amandelbomen op de familieboerderij in Bardenas Reales, in de Noord-Spaanse regio Navarra, door de Spaanse onlinekrant El Español beschreven als ‘een van de mooiste plekken op het [Iberische] schiereiland’. Als kind vergezelde ze haar grootvader Arturo op het veld, en onthulde hij haar ‘de geheimen van de aarde’.

    Maar toen ze ouder werd besloot Nonay om farmacie te studeren in Pamplona, ​​​​een stad dicht bij huis. Ze wilde apotheker worden, was een Erasmusstudent, oefende het beoogde beroep enkele jaren uit, tot ze ‘op een dag, overweldigd door (…) de onzekere toekomst van de velden van haar grootouders’ besloot om boerin te worden, schrijft de Spaanse zakenkrant El Economista. ‘Sindsdien wijt ze zich met ziel en zaligheid aan het verbouwen van graan en broccoli en aan de twintig hectare amandelbomen die ze in de regio van Bardenas Reales cultiveert.’

    Hoewel het leven als apotheker meer zekerheid bood, heeft de 28-jarige Nonay een goede reden voor ‘haar keuze om boerin te worden’, vervolgt El Español. En die wil ze graag overbrengen op sociale media.

    ‘Ik zag dat het vaak niet bekend is welk pad een voedingsmiddel volgt totdat het in de schappen van de supermarkt ligt’

    ‘Ik zag veel onwetendheid in de samenleving. Ik zag dat het vaak niet bekend is welk pad een voedingsmiddel volgt totdat het in de schappen van de supermarkt ligt’, aldus Nonay. Daarnaast zag ze ‘dat veel mensen vanwege hun afstand tot de natuur niet de mogelijkheid hebben om te zien wat ik meemaak. Ik wil laten zien wat het inhoudt om in de eenentwintigste eeuw boer te zijn’. 

    Ook wil ze het idee bestrijden dat degenen die op het land werken dat doen omdat ze geen andere keuze hebben. Dat is volgens haar en andere zogeheten agro-influencers een achterhaald idee, dat desonanks nog altijd overheerst.

    Twitter in de velden

    Inmiddels heeft Nonay 5760 volgers op Twitter, op Instagram is dat aantal 2460. Haar posts laten ondanks de idyllische beelden ook zien dat het plattelandsleven niet zo idyllisch is als het lijkt, legt ze uit aan El Español. ‘We hebben weliswaar een goede kwaliteit van leven doordat we in de open lucht zijn en in contact met de natuur staan maar de dagen kunnen erg zwaar zijn’, verzekert Nonay. ‘Je moet je heel goed informeren en je echt bewust zijn van de hardheid van het leven op het platteland om hiervoor te kiezen.’

    De groep agro-influencers wordt in Spanje steeds groter, meldt El Economista. Er zijn tientallen jongeren die over hun leven op het platteland posten, en het aantal volgers neemt elke dag toe.

    ‘De posts zijn bijna altijd gekruid met een mengeling van zorgvuldige humor en fijne ironie die onfeilbaar is om een like te verdienen’, aldus de krant. Maar er is ook veel aandacht voor de onderwaardering van het werk dat duizenden professionals verrichten, waardoor anderen toegang hebben tot dagelijkse producten als een sinaasappel of een biefstuk. ‘Dit werk zichtbaar maken en er een reële waarde aan geven is het gezamenlijke doel dat, ondanks de fysieke afstand, al deze influencers op internet met elkaar verbindt. Op deze manier willen ze een nieuwe generatie boeren aantrekken en de ontvolking van het platteland bestrijden.’

    Lees ook de ander stukken uit onze reeks inspirerende persoonlijkheden:

  • Waarom China rijkere boeren nodig heeft

    Waarom China rijkere boeren nodig heeft

    China moet de gapende kloof tussen platteland en stad dichten, wil het land werkelijk welvarend worden en niet in een middle-income trap vallen, schrijft correspondent Goh Sui Noi.

    Sinds maart zijn de huizen van duizenden boeren in de Chinese provincie Shandong kort na kennisgeving door de overheid gesloopt. De reden: de bewoners krijgen nieuwe, moderne woningen.

    Klinkt mooi, maar wie weigerde de sloopovereenkomst te ondertekenen, werd ingerekend. De sloop voltrok zich bovendien nog vóór de verhuizing, de nieuwe woningen waren nog niet af, en mensen moesten in afwachting van de oplevering zelf maar tijdelijke woonruimte zien te vinden. Sommige ontheemden, die nergens terecht konden, bouwden provisorische onderkomens aan de rand van hun erf.

    De Shandong-affaire is een extreem voorbeeld van de wijze waarop China zijn moderniseringspolitiek van het platteland aanpakt. Onderdeel daarvan is de bouw van nieuwe, grotere gemeenschappen voor boeren, zodat publieke goederen efficiënter kunnen worden geleverd en er tegelijkertijd meer land vrijkomt voor landbouw en ander gebruik. Maar dit beleid kent ook nadelige effecten.

    GettyImages 494598816 1
    De Chinese overheid probeert het platteland radicaal te hervormen door huizen van boeren te slopen en er modernere woningen voor in de plaats neer te zetten. – © Zhang Peng / LightRocket / Getty

    Schulden

    Omdat de vergoeding voor de sloop van hun huis meestal laag is en de nieuwe woningen duur zijn, steken boeren zich vaak diep in de schulden om kleine appartementen te betrekken, waar ze hun landbouwgereedschap niet kwijt kunnen. Sommigen komen zo ver van hun boerderij te wonen dat ze het boeren helemaal eraan moeten geven en gedwongen zijn elders een baan te zoeken. Ouderen worden volledig afhankelijk van hun pensioentje of van het geld dat hun kinderen die in de steden werken overmaken.

    De ellende van de boeren in Shandong is kenmerkend voor de problemen op het platteland, die de Chinese overheid al tientallen jaren met weinig succes probeert op te lossen. In de afgelopen zeventien jaar zijn de sannong wenti – de drie plattelandskwesties: landbouwproductie, plattelandsontwikkeling en het boereninkomen – onderwerp geweest van het zogeheten Centraal Document nr. 1. Daarmee is het belang wel aangegeven. Dat plattelandsproblemen al zeventien jaar op rij de topprioriteit van de overheid zijn, toont aan hoe hardnekkig ze zijn en, zo stellen sommigen, hoezeer het regeringsbeleid tekortschiet.

    De afgelopen veertig jaar heeft China honderden miljoenen mensen uit de klauwen van de armoede bevrijd, ook boeren. De kloof tussen platteland en stad blijft echter groot. Dit jaar zal de Chinese overheid waarschijnlijk de overwinning uitroepen in haar strijd tegen absolute armoede. Daarnaast zal ze verkondigen dat het doel om een redelijk welvarende samenleving op te bouwen is verwezenlijkt.

    Waarnemers vinden echter nog steeds dat China de gapende kloof tussen platteland en stad doeltreffender moet dichten, wil de droom van een verjongd land uitkomen, en wil China niet in de middle-income trap vallen, dat wil zeggen een middeninkomensland blijven in plaats van werkelijk welvarend te worden.

    China’s transformatieproces van een geplande naar een markteconomie begon in 1978 op het platteland, toen nooddruftige boeren in een dorp heimelijk hun gezamenlijke landbouwgrond in kaveltjes verdeelden om hun eigen voedsel te kunnen verbouwen. Daarmee was het systeem van ‘huishoudelijke verantwoordelijkheid’ geboren, een hervorming van het platteland die boeren in staat stelde hun eigen lapje grond te bewerken en de producten die ze overhielden op particuliere markten te verkopen, nadat ze aan de overheidsquota hadden voldaan.

    De eerste groep Chinezen die ‘rijk’ werden waren boeren in de jaren tachtig. Dankzij de eerste hervormingen nam de armoede op het platteland duidelijk af, al bleven de inkomens er nog steeds lager dan in de steden.

    In de jaren negentig kwam er een kentering, toen versnelde economische hervormingen vooral gericht waren op industriële ontwikkeling en ondernemerschap. Stedelijke centra aan de kust vergaarden op die manier rijkdom. Er waren ook wel hervormingen op het platteland, maar die hielden geen gelijke tred met die in de steden. De ontwikkelingskloof leidde tot een grotere welvaartskloof. In 1990 bedroeg het jaarlijks beschikbaar inkomen per hoofd van de stedelijke bevolking iets meer dan het dubbele van het plattelandsinkomen: 1.510 tegen 686 yuan. In 2000 was die factor gestegen tot 2,78 en in 2010 was het stedelijk inkomen 3,23 keer zo hoog als het plattelandsinkomen.

    De kloof verkleinde in 2018 tot 2,68, met een stedelijk inkomen van 39.251 yuan tegen een plattelandsinkomen van 14.617 yuan. Maar dit was inclusief het overgemaakte geld door arbeidsmigranten in de steden, dat 90 procent van het totale beschikbare inkomen op het platteland vertegenwoordigde. Geschat wordt dat het inkomen op het platteland sinds 2014 is gedaald, de overmakingen van arbeidsmigranten niet meegerekend.

    Collectief bezit

    Er zijn tal van redenen te bedenken voor deze kloof: problemen rond landbezit, het hukou-systeem van persoonsregistratie dat de bewegingsvrijheid van plattelanders beperkt en het gebrek aan toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, pensioenen en andere sociale voorzieningen, ten opzichte van stadsbewoners.

    De vroege Chinese plattelandshervormingen leidden tot het systeem van huishoudelijke verantwoordelijkheid, waarbij vrijwel al het te bebouwen land aan individuele huishoudens werd toegewezen. Al dat land blijft echter collectief bezit: boeren hebben alleen gebruiksrechten. Naarmate de industrialisatie en verstedelijking versnelden en de druk op land toenam, begonnen lokale overheden boeren hun land af te nemen, omdat ze dat wilden herbestemmen voor woningbouw en bedrijven. Deze overheden maakten vervolgens winst uit de verkoop van landgebruiksrechten. Boeren kregen geringe of zelfs helemaal geen financiële compensatie, ontwikkelaars kregen gepeperde rekeningen toegestuurd.

    In 2015 waren zo’n 120 miljoen boeren hun land kwijtgeraakt

    In 2015 waren zo’n 120 miljoen boeren hun land kwijtgeraakt. Velen trokken noodgedwongen naar de steden om werk te zoeken, al waren er ook veel boeren die hun land niet verloren maar toch voor een leven in de stad kozen.

    Ondertussen konden de boeren met hun kleine lapjes grond hun opbrengst en dus hun inkomen moeilijk verhogen. Aan de andere kant lag er veel grond braak: de vroegere gebruikers waren naar de stad getrokken, waar ze laagbetaalde fabrieksarbeiders werden of in de informele sector terechtkwamen. Dit leverde doorgaans nog altijd meer op dan op het platteland blijven ploeteren.

    Dankzij veranderingen in de landwetten door de jaren heen konden boeren de grond van hun buren huren om hun boerderij uit te breiden. Ondertussen werd het platteland geconfronteerd met een leegloop van jongeren, waardoor vooral ouderen en jonge kinderen achterbleven.

    President Xi Jinping presenteerde in 2017 een plan om plattelandsgebieden nieuw leven in te blazen. Bedoeling was om de komst van grote, efficiëntere, moderne boerenbedrijven te stimuleren. In gebieden waar dergelijke hervormingen zijn doorgevoerd, krijgen boeren aandelen voor hun kavels. Lokale collectieven verhandelen deze grond namens hen.

    Boeren met grotere bedrijven hebben echter niet altijd genoeg aan een contract voor een dertigjarig gebruiksrecht op landbouwgrond. Voor perzikboeren zijn bomen bijvoorbeeld een investering die vijftig jaar loopt.

    Het valt nog te bezien hoe gunstig de hervormingen zullen uitpakken. Afgezien van de problemen met land heeft het hukou-systeem van persoonsregistratie Chinese boeren ook economisch belemmerd. Dit systeem, dat uiteindelijk verblijfsvergunningen regelt, verdeelt de Chinese bevolking in plattelands- en stadsbewoners; deskundigen zijn van mening dat het de plattelandsbevolking discrimineert.

    Het stelsel werd in 1958 ingevoerd om plattelandsbewoners te beletten naar de stad te verhuizen. Dankzij een versoepeling in de jaren tachtig konden boeren in stedelijke centra gaan werken, omdat de vraag naar arbeidskrachten daar toenam.

    Zonder permanente verblijfsvergunning kunnen dergelijke arbeidsmigranten echter nauwelijks aanspraak maken op de sociale uitkeringen waar andere stedelingen wel recht op hebben. Daardoor is het voor hen moeilijk en duur om toegang te krijgen tot huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs voor hun kinderen. Velen laten hun kinderen daarom achter bij grootouders in de dorpen.

    Alle veranderingen door de jaren heen ten spijt, staan arbeidsmigranten nog altijd bloot aan sociale discriminatie.

    In 2016 werd een nieuw beleid doorgevoerd om rond dit jaar honderd miljoen arbeidsmigranten een verblijfsvergunning in de stad te verlenen. Doel is de stadsbevolking een impuls te geven en de middenklasse te laten groeien, aangezien China de transitie wil maken van een exportgerichte naar een consumptiegerichte economie. Eerder dit jaar zijn er nog meer hukou-hervormingen beloofd.

    Middelbaar onderwijs

    Tot nu toe zijn vooral in kleine steden beperkingen opgeheven, in de hoop dat arbeidsmigranten daarnaartoe trekken. Maar veel arbeiders verhuizen liever naar of blijven graag wonen in de grote steden, waar banen zijn, en waar het niveau van voorzieningen als gezondheidszorg en onderwijs hoger is.

    Onderwijs is een andere reden waarom plattelandsbewoners het nog altijd slechter hebben dan hun landgenoten in de stad. Volgens de Amerikaanse ontwikkelingseconoom Scott Rozelle van de Stanford-universiteit, die de armoede en ongelijkheid in China onderzoekt, is slecht middelbaar onderwijs een probleem op het platteland: amper de helft van de kinderen gaat naar de middelbare school, tegen 90 procent in grote steden. Nog geen 5 procent van de studenten aan elite-universiteiten komt van het platteland. Ook het leren zelf moet je leren, en die vaardigheid bezitten veel plattelandsjongeren niet, zegt Rozelle. ‘Ze zullen niet kunnen profiteren van de economische kansen die nieuwe technologie in China inmiddels biedt.’

    Met name op arbeidsmigranten heeft dit een verwoestend effect, aangezien het aantal beter betaalde banen in de industriële sector afneemt naarmate fabrieken automatiseren of zich in het buitenland vestigen. Zelfs laagbetaalde banen in de dienstensector zijn niet voor hen weggelegd. En wie als professionele boer in een groot landbouwbedrijf wil werken of een eigen bedrijf wil beginnen, heeft eerst toegang tot beter onderwijs nodig om de benodigde vaardigheden op te doen.

    De overheid moet de kwaliteit en beschikbaarheid van plattelandsscholen verbeteren en de kinderen die daar wonen aanmoedigen om meer dan de verplichte negen jaar onderwijs te volgen, aldus analisten.

    Het volgende vijfjarenplan omvat waarschijnlijk nog meer hervormingen die tot doel hebben het inkomen en de koopkracht van huishoudens op het platteland en van arbeidsmigranten te verhogen.

    Volgens een rapport van de bank HSBC over het nieuwe vijfjarenplan wordt de landhervorming versneld om plattelandshuishoudens een groter deel van de winst uit herwaardering van land te gunnen. Dit als onderdeel van het streven om consumptieve bestedingen onder de 551 miljoen Chinezen op het platteland te verhogen.

    De verwachting is ook dat de hervorming van het hukou-systeem wordt versneld, om de 290 miljoen arbeidsmigranten toegang te geven tot stedelijke sociale voorzieningen. Dit zal waarschijnlijk leiden tot een vermindering van hun spaargeld uit voorzorg, het ‘appeltje voor de dorst’ dat het dubbele bedraagt van dat van gemiddelde stedelijke huishoudens, en hen aanmoedigen om meer uit te geven.

    Het is nog maar de vraag of deze hervormingen, die ook toegang tot beter onderwijs betreffen, ingrijpend genoeg zullen zijn om de welvaartskloof tussen platteland en stad te verkleinen. Net als de boeren die ze wil helpen, moet de overheid eerst zaaien, in de wetenschap dat er bij beleidsplanning, net als in de landbouw, vaak een kloof zit tussen wens en resultaat.

  • Hoe een plattelandsgeneratie wordt verslonden door de smartphone

    Hoe een plattelandsgeneratie wordt verslonden door de smartphone

    Op het Chinese platteland worden tussen de zestig en honderd miljoen kinderen min of meer aan hun lot overgelaten door hun ouders die naar de stad vertrekken, vaak ver weg, om de kost te verdienen. Ander vermaak dan gamen op een smartphone is er niet.

    Zodra de zomervakantie begint, gaat de middelbare scholier uit de oostelijke provincie Hebei – we zullen hem hier Yang noemen – in de ‘gamemodus’: de zon staat al hoog aan de horizon als hij nog met zijn mobieltje in bed ligt om ‘forten te verwoesten’. Rond het middaguur werkt hij in een paar happen zijn maaltijd naar binnen, om vervolgens snel weer te proberen ‘kip te eten’, een Chinese uitdrukking die waarschijnlijk afkomstig is van het Engelse winner winner chicken dinner en die de beloning is als je de game wint.

    Om twee of drie uur in de ochtend zit Yang nog hoog te paard en slaat hij woest om zich heen met zijn zwaard tijdens het spelen van Wangzhe Rongyao, een onlinegame die ook bekend is onder de naam King of Glory. Zelfs als hij van de slaap bijna met zijn neus op zijn mobieltje valt, wil Yang ‘blijven vechten tot de laatste druppel bloed’.

    School is niet te harden

    Omdat hij momenteel geen schoolverplichtingen heeft en zijn ouders ver weg werken, in Beijing, is Yang volledig vrij om te doen en laten wat hij wil en de jeremiades van zijn grootmoeder die voor hem moet zorgen te negeren. (‘Ik ben oud, echt te oud om hem nog de baas te kunnen!’) Zijn ouders hebben ook geprobeerd hem mee te laten gaan naar Beijing, maar omdat ze geen tijd hadden om bij hem te blijven, was het resultaat min of meer hetzelfde.

    ‘Wat kan ik anders doen dan gamen?’ zegt Yang, zonder zelfs maar op te kijken van het mobieltje waarmee hij in de weer is. Het valt inderdaad niet mee om een aantrekkelijker bezigheid te vinden in zijn dorp, waar geen plek is om te gaan zwemmen, waar geen enkele activiteit wordt georganiseerd, waar hij niet in bomen mag klimmen en waar ouderlijk toezicht ontbreekt.

    Onlinegames zijn langzaam maar zeker bezig het platteland te verslinden. Talloze pubers zijn nonstop aan het gamen en vinden zichzelf heel modern. Maar veel plattelandskinderen gaan langzaam maar zeker kapot aan de games op hun mobieltje. ‘Wat ik leuk vind, is de opwinding die je voelt, waardoor je hart sneller gaat kloppen’, zegt een middelbare scholiere in het dorp Guan Cun, in de provincie Guangdong. Alleen met gamen kan ze ‘uit haar dak gaan’, terwijl de realiteit in haar ogen eentonig en oninteressant is: ‘School is niet te harden. Je verveelt je er dood!’

    Vroeger spijbelden jongeren om in internetcafés te gaan gamen, maar tegenwoordig nemen de meeste 
leerlingen hun toevlucht tot hun smartphone, een veel praktischer oplossing.

    Antiverslavingssystemen verslaan

    Om obstakels te overwinnen en de onmetelijke wereld van deze games te ontdekken, dienen ze eerst de fijne kneepjes onder de knie te krijgen. Om te beginnen moeten ze de antiverslavingssystemen ‘verslaan’. Sommige games eisen bijvoorbeeld dat hun gebruikers zich identificeren en zien erop toe dat minderjarigen niet meer dan twee uur per dag kunnen spelen. Waarom zou je je op internet dan 
niet uitgeven voor een volwassene? 
Je geeft gewoon een nummer op van een identiteitskaart waarvan de houder ouder is dan achttien, compleet met voor- en achternaam. Dan ben je van alle gedonder af als je je moet registreren of identificeren. Yang is behoorlijk trots op zichzelf: al sinds de basisschool gebruikt hij dit soort 
procedures als hij sites bezoekt die eisen dat hij zich identificeert.

    Zodra de zomervakantie is begonnen, moet het hoofd van de basisschool in Guan Cun een enorm aantal jongeren wegjagen die van zijn wifi gebruik komen maken om te gamen. De school is een van de weinige plekken in het dorp die over wifi beschikken. In het begin dromden kinderen die niet op de school zaten samen voor de deur van zijn kantoor. Na diverse ‘offensieve en defensieve acties’ houden ze zich nu 
op bij de ingang van de school, waar de zinderende hitte van deze julimaand hen er niet van weerhoudt zich uit te leven op hun mobieltjes. De beschikbare wifispots in het dorp zijn plekken die ‘fel bevochten’ moeten worden. Het kunnen huizen van klasgenoten met een internetverbinding zijn, de minisupermarkt in het dorp of de omgeving van de lerarenkamer.

    De echte ‘strijd’ met de leraren begint in feite als de school weer begint. De meeste kinderen uit het dorp gaan intern als ze eenmaal op de middelbare school in de stad zitten, vanwege de afstand en om veiligheidsredenen. Vóór de vakantie woonde Yang dus in het districtsinternaat, waar mobieltjes verboden zijn op straffe van inbeslagname. De scholieren zullen hun lust om te spelen moeten onderdrukken, of het in elk geval stiekem moeten doen. Als er een onverwachte controle wordt gehouden door leraren of surveillanten, verstoppen ze hun mobieltje gauw in de toiletten, in hun schoenen of op een andere geschikte plek. ’s Avonds zorgen ze ervoor dat een van hen de wacht houdt en fluit als er een surveillant komt inspecteren. Omdat er in het internaat geen stopcontacten zijn om de mobieltjes op te laden, moeten ze naar de minisupermarkt om ‘elektriciteit te kopen’ voor 2 yuan [ca. 25 eurocent] per keer.

    Uit een onderzoek in een arm district in de Autonome Yi Prefectuur Chuxiong 
is gebleken dat kleine winkels die in de buurt van scholen gelegen zijn, niet alleen elektriciteit verkopen maar 
ook smartphones die de leerlingen op krediet kunnen aanschaffen om op te gamen. ‘Dat is een enorme business geworden, de meeste middelbare 
scholieren komen op die manier aan een mobieltje, zonder dat hun ouders en hun leraren het weten. De kinderen van tegenwoordig zijn gewiekst’, verzucht Sun Aiying, de moeder van Yang, een tikje schuldbewust.

    Alleen maar spelen

    In het begin wilde ze geen mobieltje voor haar zoon kopen, ‘maar iedereen heeft er een en hij zeurde me elke dag de oren van het hoofd. En het moest nota bene ook nog een smartphone zijn’, zegt ze. Omdat ze denkt dat haar zoon lijdt onder haar veelvuldige afwezigheid, heeft ze uiteindelijk toch maar een telefoon voor hem gekocht voor ongeveer 700 yuan [ca. 88 euro]. Dat heeft niet goed uitgepakt: vanaf dat moment zijn de schoolresultaten van haar zoon allengs slechter geworden en zijn haar man en zij op school 
ontboden omdat Yang met zijn smartphone had gespeeld. ‘Zijn grootouders mopperen op hem en slaan hem, maar het zal hem een zorg zijn, hij denkt alleen maar aan spelen.’

    Zelf komt ze hooguit om de drie à vier maanden naar het dorp. ‘Als ik terugkom, heb ik zelfs geen tijd om hem te vertroetelen’, laat staan dat ze zin heeft om hem de les te lezen. Ze heeft wel geprobeerd zijn mobieltje af te pakken, maar na een woede-uitbarsting van haar zoon, die bovendien weldra terug moest naar het internaat, heeft ze het hem toch maar weer teruggegeven. 
‘Ik ben altijd een beetje ongerust, en 
als hij geen telefoon heeft, kan ik hem niet bereiken als hij weer op school zit.’

    Liu Chengliang van de Universiteit 
van Huazhong heeft na onderzoek in zes districten en gemeenten van de provincies Guangxi en Yunnan geconstateerd dat het gebruikelijk is dat plattelandskinderen een mobiele 
telefoon hebben, omdat hun ouders 
ver weg werken en hun grootouders vanwege hun hoge leeftijd of hun slechte gezichtsvermogen niet in staat zijn goed voor hen te zorgen. Deze 
jongeren zijn vaak zo verslingerd aan Whangzhe Rongyao dat ze ‘er niet meer mee kunnen stoppen’.

    © HH
    © HH

    Elektronische oppas

    Volgens het Rapport over de verslaving van jongeren en adolescenten, 
opgesteld op basis van een gehouden online-enquête over de gezondheidsgevolgen van het gedrag van deze groep, blijkt dat kinderen die door hun in de stad werkende ouders op het platteland worden achtergelaten, veel meer tijd met gamen doorbrengen 
dan andere kinderen. De percentages zijn met name hoger bij kinderen die er vier à vijf uur per dag mee bezig zijn (18,8 tegen 8,8 procent) en kinderen 
die er meer dan zes uur aan besteden (18,8 tegen 8,2 procent).

    ‘Hoewel het veel ouders in het rurale milieu zorgen baart als ze hun kind met hun mobieltje zien spelen, zijn 
er ook heel wat die de smartphone als een “elektronische oppas” beschouwen. Door hun kind een mobieltje te geven, weten ze dat het lief zal spelen zonder lawaai te maken of God weet waar naartoe te rennen.’ Zhang Haibo, directeur van het Centrum voor Onderzoek naar het Mediagedrag van Kinderen van de China National Youth Palace Association (CNYPA), legt uit dat, anders dan in de steden, ouders op het platteland om diverse redenen, die vooral met hun opleidingsniveau te maken hebben, niet begrijpen hoe gevaarlijk een verslaving aan smartphones en games voor hun kind kan zijn. ‘Sommigen denken dat het geen enkel kwaad kan om ze te laten spelen; anderen menen dat het hooguit niet goed is voor hun ogen.’

    Vaak zijn het de scholen die de educatieve verplichtingen op zich moeten nemen die plattelandsouders laten versloffen. Maar ook zij staan machteloos tegenover de mobiele games. Een onderwijzer in Guan Cun vertrouwt ons toe dat de kinderen daar na schooltijd niet kunnen gaan zwemmen of in bomen klimmen, en dat er ook geen avondcursussen zijn, of een bibliotheek of een speelterrein. Wat moeten de leerlingen buiten schooltijd dan doen?

    Niveauverschil

    De laatste jaren is men zich steeds meer gaan interesseren voor educatieve zaken als vermindering van de schooldruk, vrij onderwijs en spelend leren. Maar volgens Liu Chengliang leven deze ideeën alleen nog bij de avant-garde, terwijl er op het platteland, vooral in de minst ontwikkelde regio’s, intensieve steun nodig zou 
zijn om die zaken te verwezenlijken: ‘Het platteland kan zich niet meten met de steden. In de steden worden talrijke pedagogische ideeën toegepast en genieten kinderen de bescherming van zowel de samenleving, hun familie als de school. In rurale gebieden zijn 
de omstandigheden volstrekt verschillend, vooral in de arme regio’s. Als er bijvoorbeeld voor toelating tot het middelbaar onderwijs minder belang wordt gehecht aan de behaalde cijfers op de basisschool, wie zal zich dan nog druk maken over de schoolresultaten van de kinderen en over het niveau 
van hun verworven kennis?’

    In een district dat naar nationale maatstaven gemeten arm is, heeft Chengliang onderzoek gedaan bij 3164 leerlingen uit groep zes van achttien basisscholen: 737 leerlingen in de hoofdstad en 2427 op vijftien dorpsscholen. In de stad had 88,6 procent van de leerlingen een gemiddelde kennis van het Chinees, tegen 54,3 
procent van de leerlingen van het 
platteland; voor wiskunde waren de percentages respectievelijk 71,6 procent en slechts 27,4 procent.

    ‘Behalve het afpakken van de mobieltjes van de leerlingen en hun een standje geven, zijn er weinig andere doeltreffende maatregelen die leraren kunnen nemen’, constateert Wu Qifa, leraar op een middelbare school in de provincie Hubei, in Centraal-China. ‘Bovendien kampen jonge plattelandskinderen vaak met een gebrek aan affectie, vooral door de afwezigheid van hun ouders, zodat ze heel makkelijk verslaafd raken aan games – zo erg zelfs dat veel leerlingen in het lager en middelbaar onderwijs langzamerhand alle belangstelling voor lezen verliezen.’

    Auteur: Sun Qingling

    Openingsbeeld: © HH

    Zhongguo Qingnian Bao
    China | dagblad | oplage 586.000

    Liberale’ staatskrant die i.s.m. de Communistische Jeugdliga wordt gemaakt. Veel aandacht voor veranderingen in de Chinese samenleving.

    CONTEXT: Een massaal fenomeen

    Volgens statistieken van de Chinese regering, overgenomen in een artikel in de South China Morning Post, leven meer dan negen miljoen minderjarige kinderen op het Chinese platteland zonder hun ouders, die ver van hun dorp werken. In de provincies Anhui, Henan en Sichuan, goed voor de meeste arbeidsmigranten, doet dit fenomeen zich het sterkst voor. Maar liefst 44 procent van de kinderen zou er zonder moeder of vader opgroeien, beduidend meer dan het nationale gemiddelde, dat op 35,6 procent ligt. ‘Het voortijdige verlies van de gezinsstructuur kan psychische stoornissen veroorzaken, zoals depressie, angstgevoelens of zelfmoordneigingen’, aldus een door de krant geciteerd rapport van de ngo Shang Xue Lu Shang en de Beijing Normal-universiteit.