Tag: Politiek

  • Redactioneel

    Redactioneel

    Er hoort weliswaar geen oorkonde bij en ook geen wisseltrofee, maar iedere twee weken deelt 360 meerdere journalistieke prijzen uit; door geselecteerde artikelen uit alle hoeken en windstreken te laten reïncarneren op onze pagina’s. Dit nummer om te beginnen aan de Britse journalist Julian Borger voor zijn reconstructie die leest als een spannende thriller, over hoe de Bosnische generaal Ratko Mladic veertien jaar lang op vrije voeten kon blijven.

    Het tegenovergestelde van een fremdkörper dus om dit keer volop aandacht te besteden aan het werk van genomineerden voor de European Press Prize. De prijs is in het leven geroepen om de Europese kwaliteitsjournalistiek, gedrukt of online, een duw in de rug geven. Er valt van alles op de media aan te merken, en dat wordt ook genoeg gedaan, maar dat zij als onafhankelijk, controlerend en informerend orgaan van cruciaal belang is in het openbaar debat, mag niemand ontkennen. Alles wat ons verre van de echoput houdt, elk initiatief dat kwaliteit ondersteunt en helpt te garanderen, mag een duw 
in de rug krijgen.

    Redelijk nieuw, voor mij, en waarschijnlijk ook voor veel van de inzenders, is de toenemende behoefte aan ‘constructieve journalistiek’. Dat die behoefte er is, weet de redactie van 360 inmiddels als geen ander. Nee, geen 56 pagina’s kommer en kwel, arme lezer! roepen we vaak als het aanbod ons steeds verder het zwarte gat in trekt. Er gaat toch nog wel ergens iets goed?

    Blijkt de Deense journalist Cathrine Gyldensted al vijf jaar het gezicht van de ‘constructieve journalistiek’ te zijn. Pas sinds januari ook in Nederland: Gyldensted geeft les aan de hogeschool Windesheim in Zwolle.

    Haar claim is dat de media over het uitzonderlijke berichten, het afwijkende, en geen realistisch beeld geven van de wereld. Houd de feiten in de gaten, zegt zij, maar vertel de lezer vervolgens ook: wat nu?

    Gouden regel, maar of de berichtgeving over terroristische aanslagen of het vluchtelingenprobleem daar optimistischer van wordt, is nog zeer de vraag. Wat wel tot een goed humeur stemt is de nijver van sommige journalisten, de kwaliteit van de inzendingen en de toegevoegde waarde van de eindeloze interactieve mogelijkheden die nu voorhanden zijn, gehonoreerd in de categorie Innovatie.

    En, eerlijk is eerlijk, waar wij deze week ook heel blij van werden is de advertentie van Porsche op pagina 7 (zie beeld bovenaan).

    Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • Met dreadlocks in het parlement, mag dat?

    Met dreadlocks in het parlement, mag dat?

    De een in sweatshirt, een ander met een baby op de arm, een derde met dreadlocks: de afgevaardigden van het links-radicale Podemos maakten medio januari op opvallende wijze hun entree in het Spaanse parlement. Moet dit allemaal zomaar kunnen?

    JA

    De deuren van het Lagerhuis gingen open en de barbaren dromden naar binnen. Mannen zonder das, met wilde bossen haar, vrouwen zonder mantelpakje, zonder parelketting, en zelfs iemand met een baby. ‘Wat krijgen we nou?’ dachten de conservatieven van de Partido Popular, aan hun stoelen genageld, ‘een volksvertegenwoordiger met dreadlocks?’ Inderdaad, die was er. Zelfs premier Mariano Rajoy trok een zuinig gezicht. De afgevaardigden van Podemos hingen hun jassen over de rugleuning van hun stoelen, waardoor de vergaderzaal meer de sfeer van een collegezaal kreeg.

    Het is jammer dat de media deze opening van het parlementaire jaar een belediging van de goede democratische gewoonten vonden. De grote schare opiniemakers – voor informatie is in de kranten steeds minder plaats – gaf met geringschattende termen blijk van een flink superioriteitsgevoel en van angst voor de nabije toekomst. Lieve hemel, wat afschuwelijk, sommige afgevaardigden waren zelfs op de fiets naar het parlement gekomen.

    Democratische instituties zouden ons niet aan een circus moeten doen denken, maar ze moeten evenmin associaties opwekken met een begraafplaats. Welnu, ons parlement is al lang een begraafplaats geworden. Van alle voorbeelden die er te geven zijn, is er één echt frappant: in 2013 oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat onze hypotheekwet onrechtvaardig was en huizenkopers geen bescherming bood. Het schandaligst was nog wel dat Spanje een Europese richtlijn had genegeerd die al twintig jaar eerder was aangenomen. Al die jaren hebben de elkaar opvolgende parlementen niet de tijd gehad om de Spaanse wetten aan te passen aan de richtlijn, of zo’n aanpassing van de regering te eisen. Ze hadden het te druk met respectabel zijn in hun keurige pakken.

    Democratische instituties zouden ons niet aan een circus moeten doen denken, maar ze moeten evenmin associaties opwekken met een begraafplaats

    Omdat Spanje in de fout in bleef gaan met een wetswijziging die de banken nog steeds meer bescherming bood dan de huizenkopers, riep Straatsburg de staat opnieuw tot de orde. Al die tijd hebben de afgevaardigden elke verantwoordelijkheid afgewezen. Zoals op zoveel andere terreinen is de wetgever ook hier de handige loopjongen van de uitvoerende macht geworden. Regeringen zijn nooit bang geweest voor het Lagerhuis (om nog maar te zwijgen van de Senaat), dat in Spanje even passief heeft gefunctioneerd als in talloze presidentiële regimes.

    Maar als we moeten kiezen is een circus eigenlijk toch beter dan een begraafplaats. Al die zombies, die afgevaardigden die er twintig jaar over doen om een onrechtvaardige wet te herzien – en dat dan uiteindelijk alleen nog maar doen omdat een Europese rechterlijke instantie hun dat opdraagt.

    Auteur: Iñigo Sáenz de Ugarte
    Vertaler:

    El Diario
    Spanje | eldiario.es
    Digitaal dagblad met politiek en economisch nieuws, achtergronden en opinie. Oprichter is politiek commentator Ignacio Escolar, voorheen verbonden aan de eveneens Madrileense krant Publico, die zich specifiek op jongeren richt. Onafhankelijk en progressief.

    Spaanse koning Felipe VI, links, schudt de hand van Podemos-leider Pablo Iglesias. – © AP
    Spaanse koning Felipe VI, links, schudt de hand van Podemos-leider Pablo Iglesias. – © AP

    NEE

    Het parlement is aan zijn zittingstermijn begonnen met de verkiezing van de socialist Patxi López tot voorzitter. Het is voor het eerst dat de parlementsvoorzitter niet van dezelfde politieke kleur is als de meerderheid van de volksvertegenwoordiging, een gezonde zaak die de politieke pluraliteit ten goede komt. Maar dat unicum werd overschaduwd door de bijna belachelijk te noemen vertoning van Podemos bij zijn aantreden in het parlement.

    Eerst richtte leider Pablo Iglesias zijn pijlen op ‘de drie van de bunker’ – een ongelukkig gekozen verwijzing naar het einde van de Francotijd – en daarna kwam hij op de radio met een ongekend harde aanval op Pedro Sánchez en Alberto Rivera [leiders van de socialisten resp. de eveneens nieuwe partij Ciudadanos]. Vervolgens beklaagde hij zich bitter over zijn mislukte poging om vier groepen parlementariërs te vormen om zo tegemoet te komen aan de eisen van zijn bondgenoten in Catalonië, Valencia en Galicië.

    Podemos heeft die woede als alibi gebruikt om een zorgvuldig georkestreerde show op te voeren aan de Carrera de San Jerónimo. Een aantal parlementsleden arriveerde op de fiets en er kwam een fanfare spelen. En dan hebben we het nog niet over Pablo Iglesias zelf, die wild gebarend de eed aflegde, daarmee bewijzend dat hij het parlement verwart met een televisieshow en democratische vernieuwing met een tweederangs operette. Maar het hoogtepunt van de voorstelling was wel de afgevaardigde Carolina Bescansa, die met haar baby arriveerde. Volgens Podemos staat deze nooit eerder vertoonde situatie symbool voor het gebrek aan mogelijkheden voor vrouwen om werk en gezin te combineren.

    Podemos moet de gewoonten van het parlementaire stelsel accepteren, en intussen zou de prioriteit voor alle partijen moeten liggen bij het hervormen van het parlement, uit naam van een gezonde democratie

    In feite is deze manoeuvre om de politiek tot iets alledaags te maken pure demagogie. Niet alleen omdat het parlement een kinderopvang heeft, maar vooral omdat wanneer je mannen en vrouwen in staat wilt stellen om een werkzaam leven te combineren met een gezinsleven, je dat efficiënt moet aanpakken – en niet alleen met flauwekulacties moet komen om de voorpagina van de kranten te halen.

    Podemos moet de gewoonten van het parlementaire stelsel accepteren, en intussen zou de prioriteit voor alle partijen moeten liggen bij het hervormen van het parlement, uit naam van een gezonde democratie. Zowel de rechtse als de linkse regeringen hebben de wetgevende macht omgevormd tot een simpel verlengstuk van de uitvoerende macht, waardoor het parlementaire werk volledig is uitgehold, met als dieptepunt het excessieve absolutisme van Mariano Rajoy.

    In een land waarin de mensen geen of heel weinig vertrouwen meer in de politiek hebben, is het democratisch gezien dringend noodzakelijk om de autonomie van het parlement te herstellen. Het parlement moet wetten maken en zijn plaats heroveren in het centrum van het politieke debat. Maar daar schittert het nu door afwezigheid.

    Vertaler: Tess Visser

    El Mundo
    Spanje, dagblad, oplage 266.290
    Opgericht in 1989 met de missie serieuze onderzoeks- journalistiek te bedrijven, maar slaat soms door naar de sensationele kant. Kiest geen duidelijk standpunt in het
    politieke spectrum, wat soms verrassende inzichten oplevert.

  • Microinformatie, microkreten, micropolitiek

    Microinformatie, microkreten, micropolitiek

    De Spaanse schijver Jordi Soler vergelijkt de communicatie van politici in zijn land met de tuinmetaforen van meneer Chance in Jerzy Kosinski’s Being There: een verzameling oneliners die overal en eindeloos kunnen worden herhaald.

    In zijn roman Being There (1970) vertelt Jerzy Kosinski het verhaal van een man die buiten de samenleving opgroeide. Van jongs af aan woont hij met een rijke man en diens personeel in een huis waar hij nooit een voet buiten de deur zet. Straatgeluiden en wat hij toevallig op tv ziet geven hem een vermoeden van de wereld aan de andere kant van de tuinmuur. Omdat hij als tuinman werkt, weet hij alles van de verschillende groeistadia van bomen, van bloemen, struiken en de wereld die zij vormen. Geen wonder dus dat hij alleen tuintaal spreekt.

    Op een dag moet Chance het huis en de tuin verlaten, de enige werkelijkheid die hij kent. Dankzij Kosinski’s verhaalkunst vindt hij een nieuw onderkomen bij een erg invloedrijke man, een vriend van de president van de Verenigde Staten, die verbijsterd is door de manier waarop Chance zich uitdrukt. Hij spreekt uitsluitend in tuintermen.

    Metaforen

    Het personage praat zo omdat hij geen andere werkelijkheid kent, maar de mensen horen in zijn taalgebruik lumineuze allegorieën en wijze metaforen. Zo is de president vol bewondering als Chance hem vertelt hoe hij denkt over de economische crisis die de Verenigde Staten doormaakt: ‘Elke tuin maakt een bloeiperiode door. Je hebt het voorjaar en de zomer, maar ook de herfst en de winter, daarna komen het voorjaar en de zomer weer. Zolang je de wortels niet doorsnijdt is alles goed en zal alles goed blijven.’

    Zijn metaforische taal – die dat in feite niet is – maakt van Chance een gewilde adviseur met een briljante toekomst in de Amerikaanse politiek. [Hieronder is een fragment te bekijken. De hele film bekijkt u hier.]

    Meneer Chance is zo’n romanpersonage dat je de werkelijkheid vanuit een ander perspectief laat zien: zijn tuinmetaforen vormen een zeer klein, maar effectief arsenaal aan ideeën, te vergelijken met wat de Spaanse politici onlangs tijdens de verkiezingscampagne hebben laten horen. Wat een politicus in de eenentwintigste eeuw te zeggen heeft bestaat welbeschouwd uit niet meer dan een verzameling oneliners die dienst kunnen doen als krantenkoppen en eindeloos kunnen worden herhaald op de radio, op televisie en, vooral, op de sociale media; in Spanje zijn bijna 24 miljoen mensen online.


    Zoals kranten tegenwoordig geen eenheid meer zijn maar een samenraapsel van duizenden nieuwsberichten, zoals platen zijn verworden tot een kakofonie van losse nummers en speelfilms in stukken worden gehakt om er televisieseries van te maken, zo moet wat de politicus te zeggen heeft verpakt worden in een handzaam setje korte, welluidende oneliners die pakkend, licht en gestroomlijnd zijn zodat ze probleemloos door cyberspace kunnen vliegen. De lange toespraken van Fidel Castro voor een stadion vol bekeerlingen waar hij acht à tien uur lang aan een stuk door oreerde – zonder ook maar een slok water te drinken en dus zonder te plassen – behoren tot de twintigste eeuw.

    Als Twitter mijn enige informatiebron was geweest had ik gezworen dat Podemos de verkiezingen zou gaan winnen

    Maar wat is de houdbaarheidsdatum van een politicus die in een sporthal een uur lang de longen uit zijn lijf staat te schreeuwen in een wereld waarin we zonder dat we uit onze stoel hoeven te komen een piano kunnen kopen, nieuwe vrienden kunnen maken of (virtuele) seks kunnen hebben? De dag van de verkiezingen volgde ik Mariano Rajoy, Pedro Sánchez, Pablo Iglesias en Albert Rivera op Twitter. Als Twitter mijn enige informatiebron was geweest had ik gezworen dat Podemos de verkiezingen zou gaan winnen. 
De verspreiding van microinformatie, van microkreten, de uitputtende manier waarop deze partij micropolitiek bedrijft, de hyperactiviteit op de sociale media; dat is zonder enige twijfel de basis van hun succes.


    Het is uiteraard een mondiaal fenomeen. Overal op de wereld maken politici gebruik van de sociale media om permanent in contact te staan met hun volgers, om hen vierentwintig uur per dag te bestoken met een klein repertoire oneliners. Het is een wereld van verschil met hoe het een volgeling van een politicus in de vorige eeuw verging: zodra de bijeenkomst was afgelopen, hoorde hij niets meer van de kandidaat.

    Micropolitiek, dat handjevol oneliners van een verkiesbare politicus dat eindeloos rondzingt op de sociale media, heeft in Spanje een pervers trekje. In een land waar men niet gewend is om te debatteren, om rustig ideeën en opvattingen met elkaar te bespreken, waar iedereen maar dan ook iedereen zijn mening luidkeels en ongenuanceerd opdringt – of dit nu in het parlement is, in praatprogramma’s op tv of aan de bar in het café –, heeft micropolitiek veel meer gewicht dan in landen waar de kiezer de mogelijkheid heeft om dankzij een ruim aanbod aan debatten kennis te nemen van de ideeën, de stijl, de taal, de cultuur en het reactievermogen van een politicus met regeerambities die op zijn falie krijgt.

    Van een openbaar debat tussen kandidaten word je in Spanje niet veel wijzer en in de sporthallen vind je tegenwoordig alleen nog maar mensen die in staat zijn om in levenden lijve urenlang 
hysterische politieke retoriek aan te horen. De overgrote meerderheid – een meerderheid die almaar toeneemt omdat een nieuwe generatie kiezers zich aandient – moet het doen met dat half dozijn algemeenheden online die met elkaar het versimpelde, tot hapklare brokken teruggebrachte verkiezingsprogramma vormen. Zes stellige uitspraken, die de kandidaat persoonlijk naar de accounts van zijn volgers stuurt, moeten het voor de rest vaak vage 
verkiezingsprogramma maskeren.

    In een onbewaakt ogenblik

    Terug naar de roman van Jerzy Kosinski. Had meneer Chance niet in de jaren zestig van de vorige eeuw maar in onze tijd triomfen gevierd, dan had hij ongetwijfeld zijn kleine ideeënarsenaal op Twitter en Facebook rondgestrooid. Zijn tuinmetaforen hadden hem duizenden volgers opgeleverd. Met zijn populariteit op de sociale media en zijn aanzien zou hij, zonder verdere inhoud, een verkiezingscampagne hebben kunnen voeren en, in een onbewaakt ogenblik, de verkiezingen hebben gewonnen.

    Halverwege de roman merkt een vrouw het volgende op over meneer Chance: ‘Hij is geen huichelachtige idealist en geen routineuze technocraat.’ Oftewel, hij wentelt zich in een prettige politieke middelmatigheid en is kort van stof: aan die handvol ambigue metaforen kan hij zich geen buil vallen. Daar gaan de verkiezingscampagnes naartoe. De kandidaten hoeven niet langer in sporthallen de longen uit hun lijf te schreeuwen. Ze zijn alleen te zien in een gecontroleerde setting, in radio- en televisiestudio’s, in lange portretten in de pers terwijl hun spindokters op de sociale media vierentwintig uur per dag hun zeer kleine, maar effectieve repertoire aan ideeën herhalen. Micropolitiek baart micropolitici.

    Auteur: Jordi Soler
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Jordi Soler (1963) is auteur van twee dichtbundels en tien romans. Hij is een van de belangrijkste literaire stemmen van zijn generatie.

    Beeld bovenaan: Filmstill uit Being There.

    El País
    Spanje | oplage 397.000
    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • 3. Ruslands grootheidswaan

    3. Ruslands grootheidswaan

    Waarom blijven de Russen in overgrote meerderheid achter de politiek van Poetin staan, terwijl ze daarvoor zo moeten afzien?

    Eind 2015 vond er een historische gebeurtenis plaats in het kader van de wereldwijde strijd tegen IS: het Groothertogdom Luxemburg verdubbelde zijn militaire contingent in het Midden-Oosten – in plaats van één vechten er nu twee soldaten mee. Dit land met een bevolking die even groot is als het inwonertal van Jaroslavl of Machatsjkala blaast zijn partijtje mee in de wereldpolitiek. Het noemt zich een ‘groot’hertogdom. Het is net als wij. Ook wij blazen ons partijtje mee in de wereldpolitiek en ook wij noemen ons groot. Alleen ligt het gemiddelde inkomen in Rusland onder de 12.000 dollar terwijl het in Luxemburg meer dan 100.000 dollar is.

    Waar ik naartoe wil is dit: het is de moeite waard om te doorgronden waarom sinds twee jaar een overweldigende meerderheid – of beter gezegd een overweldigde meerderheid – van de Russen zo opgewekt en zelfs vol vuur instemt met onze buitenlandse politiek. Waarom ze zo staan te juichen bij de afbrokkelende stabiliteit, het instorten van de economie, de daling van de roebel en de inkomens, de inflatie met dubbele cijfers en de onmogelijkheid om op vakantie te gaan waarheen ze maar willen – voor zover ze dat kunnen – in ruil voor één, niet al te groot schiereiland dat voor Russen niet eens ontoegankelijk was.

    Geen gewoon land

    Het antwoord hierop moeten we misschien voor een deel zoeken in de twee historische, van generatie op generatie doorgegeven fundamentele angsten, die twee Russische fobieën waardoor we niet in staat zijn om ons land als ons huis te zien, ik bedoel als een plek die aangenaam is en toegesneden op onze behoeften, en niet als een soort wapen dat angst bij de anderen moet oproepen.

    Grote nationale angst nummer één is dat Rusland een ‘gewoon land’ wordt. Rusland wil per se een grootmacht zijn. Nationale angst nummer twee is de angst voor verandering. Daarom durven we onze leiders niet te vervangen, nog los van hoe wreed of absurd hun handelwijze ook is. Daardoor is er bij ons geen sprake van een geleidelijke ontwikkeling, van een geregelde afwisseling van stabiliteit en verandering. Bij ons verandert alles radicaal en in één klap. Van tijd tot tijd overkomt ons waar we zo bang voor zijn. Revoluties ontstaan vaak onverwacht, juist vanwege de panische angst voor verandering en niet omdat we die zo graag wilden.

    In zijn vijfentwintigjarige post-Sovjetbestaan is Rusland blijven hangen in een infantiele fase vol pubercomplexen

    Deze beide angsten verbinden volk en machthebbers, al leven ze in volledig gescheiden werelden. En zowel voor het volk als voor de machthebbers geldt dat een land alleen dan een grootmacht is als het in staat is een gebied van zijn buurman in te nemen of iemand op duizenden mijlen afstand te kapot te maken – wie en waarom is van secundair belang. Een gewoon land zijn, zelfs als dat het beste onderwijssysteem ter wereld, excellent wetenschappelijk onderzoek en een bijzondere cultuur heeft – om van goede wegen, kwalitatief goede ziekenhuizen en onderhouden verwarmingsbuizen nog maar te zwijgen –, dat vinden we gezeur en daar malen we niet om. Maar de toekomst van de wereld bepalen of, wat vaker voorkomt, de hele planeet tergen, dat is een andere zaak.

    Omdat we goed zijn in lijdzaamheid, ook al heeft dat op het leven van gewone mensen vaak een absurde en gewoonweg destructieve uitwerking, zijn we bereid om af te zien. Als je niet voor je huis wilt zorgen en je bent bang om van leider te wisselen, wordt lijdzaamheid automatisch een belangrijke eigenschap. Je moet het alledaagse ongerief en de machtswillekeur verdragen en je hoofd laten volstoppen met allerlei nieuwe mythische prestaties die onze grootsheid aan de wereld moeten tonen. En we beoordelen onze leiders gewoonlijk op hoe goed ze anderen hun tanden kunnen laten zien.

    Al hebben we formeel een systeem van verkiezingen, onze leiders zijn net als ouders. In die zin dat je ze niet voor het kiezen hebt. Het is overduidelijk dat in ons land en ook binnen gezinnen geen liefdevolle sfeer heerst, maar macht en lijdzaamheid op een eigenaardige manier worden verheerlijkt. ‘Wie zijn kinderen liefheeft, kastijdt ze’, ‘blijf elkaar verdragen, dan volgt de liefde wel’, zeggen ze bij ons. Ook dit komt voort uit onze beide grootste nationale angsten.

    Die lijdzame houding van de Russen zal dus voorlopig niet verdwijnen. Ondertussen gaat het wel fout met de economie, doordat niemand zich daarom bekommert. Of met de oorlog, die zich al te lang voortsleept en die bij gebrek aan duidelijke overwinningen tot algehele apathie leidt. Als de leiders niet af te zetten zijn en ze toch het land niet leiden, dan is het geen wonder dat er sprake is van nationale ontwrichting wanneer ze om normale, fysieke redenen of gewoon vanwege de totale ontwaarding van de roebel worden vervangen. We zijn dan echt verbijsterd: alles leek toch prima te gaan en opeens moeten we weer bij nul beginnen met de opbouw van de staat.

    Constant beledigd

    In 2016 herdenken we dat het vijfentwintig jaar geleden is dat de Sovjet-Unie uiteenviel en het Russische Gemenebest van Onafhankelijke Staten op de wereldkaart verscheen. Een kwart eeuw. Dat is de tijd die een mens nodig heeft om echt volwassen te worden. Maar in zijn vijfentwintigjarige post-Sovjetbestaan is Rusland blijven hangen in een infantiele fase vol pubercomplexen. Het heeft zich nog niet van de Sovjet-Unie weten te bevrijden, noch in mentaal, noch in economisch opzicht. We voelen ons constant beledigd en beledigen zelf ook.

    We hebben onze plaats in de wereld nog niet gevonden. We hebben onze economie niet opgebouwd. Onze inkomsten, zowel die 
van de miljardairs als die van de huisvrouwen, halen we nog steeds uit de verkoop aan het buitenland van olie en gas uit putten die ten tijde van de Sovjets zijn geslagen, en van wapens die in de Sovjetperiode zijn ontwikkeld. We blijven maar vinden dat ‘het land zijn boeren moet voeden’ en dat het ‘aan de overheid is om te beslissen’. Over het algemeen denken we in de eerste persoon meervoud, en zeggen we nooit ‘ik’.

    Een ‘normaal’ land zijn waarin de mensen en hun levens belangrijker worden gevonden dan de staat met zijn ‘belangen’, is niet iets om bang voor te zijn of je voor te schamen. Als een verandering door volk en regering worden gedragen, en als diezelfde regering niet bang is voor een wisseling van de wacht, als die verandering plaatsvindt op een logische en geleidelijke manier en niet als een laatste reanimatiepoging na een zoveelste ramp, dan is dat niet erg, maar juist goed. En voor wie echt niet zonder trots op zijn land kan leven: roven wat een ander toebehoort of schieten op wie ons aanvalt zal daarbij niet helpen.

    Auteur: Semen Novoprudski
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Gazeta.ru
    Rusland | gazeta.ru
    De Russische nieuwssite met een liberaal profiel onderscheidt zich door zijn snelle reactievermogen ten opzichte van de actualiteiten en zijn brede verslaggeving van zowel Russisch als internationaal nieuws. Met regelmaat publiceert het blad ook bijdragen van bekende opinieleiders. Heldere, moderne vormgeving.

  • Redactioneel

    Redactioneel

    Voorspellen, waarom zou je? En dan weer naspellen? Niet echt de taak van de journalistiek – die moet juist beschrijven wat er speelt. Toch kan de actualiteit enorme gevolgen hebben voor de nabije toekomst en kunnen we het niet laten ook daar een gooi naar te doen. Als was het maar ter bezwering.

    Bij dezen.

    Donald Trump haalt het Witte Huis niet en het vluchtelingenprobleem wordt de toetssteen voor de Europese samenwerking.

    Het nieuwe jaar begint voor Europa niet best, nu ook in Duitsland openlijk wordt betwijfeld of Merkels moedige 
mantra ‘Wir schaffen das’ wel zal standhouden. Aan Nederland
valt de twijfelachtige eer te beurt als wisselend voorzitter 
het wankelende Europese project in het eerste halfjaar te stabiliseren. Daarbij zal veel afhangen van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten, zowel met betrekking tot de burgeroorlog in Syrië als ten aanzien van het vermogen van Islamitische Staat om als stokebrand te blijven optreden.

    Ook dat heeft zijn weerslag op Nederland, waar de dreiging van terreur paradoxaal genoeg voor meer politieke stabiliteit zorgt. De efemere successen van de PVV in de peilingen bieden voor de andere partijen nauwelijks aantrekkelijke vooruitzichten op het smeden van een nieuwe regeringscoalitie, zodat de huidige combinatie de voorziene periode tot maart 2017 wel zal moeten uitzitten.

    De Amerikanen beginnen over drie weken in Iowa en New Hampshire aan de prelude op de presidentsverkiezingen 
van 8 november. Kenners voorspellen dat voor het eerst in 
de Amerikaanse geschiedenis een vrouw het land zal gaan leiden.

    Mag ook wel eens, na 240 jaar.

    (Wie wordt na 204 jaar koninkrijk de eerste vrouwelijke minister-president van Nederland?)

    De wereldeconomie zal dit jaar volgens het orgaan dat het weten kan, de Financial Times, geen grote schokken ondergaan. De olieprijs stijgt enigszins, de groei van de Chinese economie stabiliseert zich op een wat lager niveau en de dollar blijft de toonaangevende munt.

    Volgens dezelfde bron, kennelijk ook op een geheel ander 
vlak welingelicht, maken de Belgen een goede kans op het winnen van het Europees kampioenschap voetbal in Frankrijk, met een supertrio dat volgens de Londense cijferaars 
op dit moment al zo’n 200 miljoen euro op de transfermarkt doet. Een troost voor Nederland. Om het broederschap 
met onze buren meteen aan te trekken, verwelkomen wij 
van harte onze Vlaamse lezers die zich vanaf deze week op 
de Vlaamse editie van 360 kunnen abonneren.

    Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • Front National, sans gêne

    Front National, sans gêne

    Het Front National wist nergens een meerderheid te halen bij de regionale verkiezingen in Frankrijk, maar behaalde wel het hoogste aantal stemmen ooit. Ook steeds meer hoogopgeleiden sluiten zich aan bij de partij van Marine Le Pen en schamen zich daar niet meer voor.

    De tijd dat de Franse elite zich en bloc afzette tegen het Front National (FN) lijkt voorbij. Tal van hogere functionarissen, aangetrokken door de lonkende macht, hebben de stap gezet. Zelf noemen ze het ‘uit de kast komen’. Eerder deden ze geheimzinnig over hun voorkeur voor een partij die weigert zichzelf als extreem-rechts te bestempelen maar die door de meerderheid van de Franse elite als extremistisch, xenofoob, weerzinwekkend en strijdig met de republikeinse waarden wordt beschouwd.

    De eerste ronde van de regionale verkiezingen betekende een aardverschuiving. Die was al begonnen tijdens de Europese verkiezingen in 2014 en de departementale verkiezingen afgelopen maart. 
En nu eindigde het FN in zes regio’s als koploper en blijkt het aanhang te verwerven bij steeds meer lagen van de Franse samenleving, inclusief de elite.

    Uit de kast

    Zoals bij Philippe Lottiaux, die in 2013 ‘uit de kast kwam’. Hij was altijd al meer rechts dan links geweest, maar hij werd steeds rechtser uit bezorgdheid over de immigratie en de invloed van Europa op de Franse economie. ‘Ik kon niet meer lijdzaam blijven toezien,’ aldus deze hoogopgeleide man van 49. Hij werkte bij de gemeente Parijs, toen nog geleid door de socialistische burgemeester Bernard Delanoë, en hield zijn politieke voorkeur wijselijk voor zich. Maar in maart 2014 prijkte hij plotseling op de lijst van Rassemblement Bleu Marine (RBM), een coalitie van rechtse en extreem-rechtse partijen die was gevormd op initiatief van Marine Le Pen. ‘Toen ik de volgende maandag op kantoor kwam, keken sommigen me vreemd aan. Maar anderen gaven me heimelijk gelijk. Mijn superieuren gaven me te verstaan dat ik beter zo spoedig mogelijk ontslag kon nemen. Dat kwam me goed uit.’ Lottiaux zegde zijn baan bij de gemeente vaarwel om gemeentesecretaris van Levallois-Perret te worden in het departement Île de France.

    We krijgen bergen cv’s van mensen met een uitstekende opleiding

    Intussen is het FN een partij geworden die uitzicht biedt op een politieke carrière, aldus Remi Rayé, de parlementair medewerker van Marion Maréchal-Le Pen. ‘We krijgen bergen cv’s van mensen met een uitstekende opleiding en goede bestuurlijke banen. Er zitten zelfs een paar topmensen tussen.’

    Hervé de Lépinau, advocaat en gemeenteraadslid van Carpentras, herinnert zich nog dat Jean-Marie Le Pen zijn kleindochter lanceerde in de Vaucluse met het oog op de parlementsverkiezingen van 2012. Toen de 22-jarige Marion in Carpentras arriveerde, had het FN daar maar één gemeenteraadslid. In die tijd was het nog riskant om op te komen voor het FN, aldus De Lépinau: ‘Winkeliers raakten klanten kwijt, ambtenaren werden gedwarsboomd. Zelf heb ik als advocaat ook klanten verloren.’ Op initiatief van Marine Le Pen begon men zich in de Vaucluse actief op het werven van het hogere kader te richten. Zo kwam Philippe Lottiaux in beeld. Als politicus, bestuurder en kunstliefhebber was hij een ideale kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen van Avignon, waar hij in de eerste ronde 30 procent van de stemmen binnenhaalde en inmiddels raadslid van de oppositie is.

    Philippe Lottiaux. – © Front National
    Philippe Lottiaux. – © Front National

    Het FN verzoent zich dus steeds meer met de hogeropgeleiden waar oprichter Jean-Marie zo’n afkeer van had. Niet alleen Lottiaux en De Lépineau zijn daar voorbeelden van, ook mannen als Florian Philippot, de rechterhand van Marine Le Pen, of Philippe Martin, haar politiek adviseur die vroeger voor [oud-premier] Alain Juppé werkte.

    Als belangrijkste arbeiderspartij van Frankrijk heeft het FN al veel aanhang bij de middenklasse en de jongeren. 
Nu moet het het hogere kader zien aan te spreken. Ondanks enkele meningsverschillen tussen tante Marine en nichtje Marion over gezinsplanning 
en de eurozone, blijft de partij aandringen op het sluiten van de grenzen, het stopzetten van de immigratie en het uittreden uit de EU en de NAVO. Maar tegelijkertijd heeft het FN zijn imago weten te veranderen in dat van een genormaliseerde, verjongde, glimlachende, betrokken partij die op zoek 
is naar nieuw electoraat. De economische crisis en het gebrek aan hervormingsgezindheid van de traditionele politieke partijen helpen daarbij een handje. Op het Front National stemmen is geen reden meer voor gêne of schuldgevoelens.

    Auteur: Marion Van Renterghem
    Vertaler: Peter Bergsma

    Le Monde
    Frankrijk | oplage 345.000

    Links-liberaal dagblad. In 1944 opgericht nadat Duitse troepen Parijs verlieten. Journalisten die voor de krant werken zijn ook aandeelhouder.

    (Foto boven – © James Rhodes/Flickr Creative Commons)

  • Veel op het spel, veel te kiezen

    Veel op het spel, veel te kiezen

    Nooit eerder had Canada verkiezingen met kandidaten die elkaar zo weinig ontlopen – en die zo veel van elkaar verschillen.

    Er is heel wat ophef geweest over het feit dat de federale verkiezingscampagne van 2015 de langste uit de Canadese geschiedenis zal zijn sinds de negentiende eeuw, toen de stembiljetten nog met paarden werden vervoerd wat noopte tot verkiezingsperiodes van enkele maanden. Maar ook al is de technologie verbeterd, een elf weken durende campagne kan in de eenentwintigste eeuw nog altijd nuttig zijn.

    De federale verkiezingen van 2015 beloven een van de interessantste campagnes uit de Canadese geschiedenis te worden met de grootste consequenties. Dit land heeft nooit verkiezingen gehad waarbij de kandidaat-premiers zo goed bij elkaar pasten – of zo duidelijk verschilden qua persoonlijkheid. Maar zelden zijn er zulke scherpe tegenstellingen geweest in de visie van de grote partijen als nu. De stemming kan ook belangrijke gevolgen hebben voor de internationale rol en reputatie van Canada. Gezien wat er op het spel staat moeten de Canadezen alle tijd nemen die ze nodig hebben om op 19 oktober hun keus te bepalen.

    De eerste verklaringen die door de leiders sinds de aankondiging van de verkiezingen zijn afgelegd kunnen als miniatuurversies van hun campagneplannen worden beschouwd. De Liberale leider Justin Trudeau had het alleen maar over zijn blijvende belangstelling voor de middenklasse. ‘Als het de middenklasse goed gaat, gaat ’t het hele land goed,’ zei hij. Thomas Mulcair, de leider van de New Democratic Party (NDP) en de gedoodverfde koploper, spendeerde de meeste tijd aan een aanval op het fiscale beleid van de huidige regering en wees op een lange reeks tekorten en de wijdverbreide onzekerheid op de arbeidsmarkt. Ook deed hij hard zijn best om de hele tijd te blijven glimlachen.

    Premier Stephen Harper op zijn beurt benadrukte de prestaties van zijn regering op het gebied van belastingbesparingen en fiscale rechtvaardigheid binnen de landsgrenzen. Maar hij wijdde ook heel wat tijd aan kwesties buiten die grenzen. ‘Jihadterroristen hebben Canada en de Canadezen expliciet de oorlog verklaard,’ bracht hij stemmers in herinnering. Hij noemde herhaaldelijk de invasie in Oekraïne door de Russische president Poetin. En tijdens mediavragen na afloop sprak hij opnieuw zijn steun uit voor het TTIP-verdrag. Trudeau daarentegen had niets over buitenlands beleid te melden in zijn eerste verkiezingsuitspraken. Mulcair wilde weinig anders kwijt over buitenlandse zaken dan dat hij ervoor zou zorgen dat Canada’s ‘reputatie als land in het buitenland zal worden gerespecteerd’; maar een van zijn beleidsvoornemens is terugtrekking uit de internationale coalitie die tegen Islamitische Staat vecht.

    Vaste prik

    Harpers opzettelijke nadruk op buitenlands beleid is tekenend voor misschien wel het grootste verschil tussen de zittende premier en zijn rivalen. Het is vaste prik dat leiders bij de aanvaarding van hun ambt gefixeerd zijn op de problemen thuis en bij hun afscheid verwikkeld zijn in mondiale kwesties, en dat geldt in zekere zin ongetwijfeld ook voor de politieke loopbaan van Harper. Maar het is evenzeer waar dat het succes en de veiligheid van Canada sterk afhankelijk zijn van internationale omstandigheden, waar leiderschap en ervaring het zwaarste tellen. Dat is ongetwijfeld de grootste pre van Harper.

    Natuurlijk zijn er tal van nationale kwesties die eveneens inzicht geven in de grote politieke verschillen tussen de partijen, vooral op het gebied van gezinsbeleid. Mulcair heeft beloofd een nieuw grootscheeps kinderopvangprogramma te lanceren, waarbij op den duur een miljoen opvangplekken van vijftien dollar per dag moeten worden gecreëerd. Trudeau is voorstander van een gematigder oplossing, waarbij een bijdrage naar draagkracht wordt betaald.

    Op het bredere politieke vlak wil de NDP de regering in Ottawa een grotere rol geven in het dagelijks leven van de Canadezen, door middel van ingrijpende veranderingen op de arbeidsmarkt en in het fiscale beleid. De Conservatieven, die negen jaar de tijd hebben gehad om het binnenlandse beleid naar hun hand te zetten, blijven hameren op een kleinere en minder bemoeizieke overheid, belastingverlagingen en een beperktere overlap tussen federale en provinciale jurisdictie. En nadat hij het afgelopen jaar in de peilingen snel van koploper naar de derde plaats is gedegradeerd, presenteert Trudeau zich nu als een felle underdog die erop gebrand is het ideologische verschil tussen Harper en Mulcair met doelgerichte sociale beleidsvoornemens te vergroten. Door deze verschillen in aanpak kunnen de Canadezen straks een duidelijke keus maken waar het de omvang, de armslag en de doelstellingen van de federale regering betreft.

    Justin Trudeau (links), Thomas ‘Tom’ Mulcair en Stephen Harper (rechts) voor het tweede leidersdebat in Calgary, Alberta (17 september). – © Ben Nelm / Bloomberg via Getty Images
    Justin Trudeau (links), Thomas ‘Tom’ Mulcair en Stephen Harper (rechts) voor het tweede leidersdebat in Calgary, Alberta (17 september). – © Ben Nelm / Bloomberg via Getty Images

    lang onderschrift bij foto

    Canadezen moeten alle tijd nemen die ze nodig hebben om hun keus te bepalen

    Imago

    Behalve over beleid zal het bij deze verkiezingen ook gaan over de indruk die de stemmers hebben van de persoonlijkheid van de leiders. De ongedwongen charme van Trudeau is duidelijk zijn grootste voordeel. Mulcair doet verwoede pogingen om van zijn vroegere imago van boze populist af te komen, terwijl Harper zich erbij lijkt te hebben neergelegd dat hij door zijn kille en berekenende benadering van het landsbestuur veel Canadezen van zich heeft vervreemd. Oppositieleiders hebben deze antipathie aangegrepen om op de noodzaak van verandering te wijzen. Zij hebben nu alle tijd om de stemmers ervan te overtuigen dat hij of zij het meest geschikt is om die verandering in gang te zetten. (Al bedoelen ze wanneer ze het over verandering hebben vaak alleen maar dat ze ongedaan willen maken wat Harper al heeft gedaan. Zowel Mulcair als Trudeau belooft bijvoorbeeld de post weer aan huis te laten bezorgen en de leeftijd voor federale pensioenvoorzieningen terug te brengen van 67 naar 65. Beide beleidsherzieningen zouden een vorm van financiële dwaasheid zijn.)

    Hoezeer het vooruitzicht van een langdurige verkiezingscampagne ook een vervelend corvee lijkt voor de Canadezen die nu vooral van hun zomer willen genieten, de verkiezingen van 2015 zijn een belangrijke gebeurtenis die gepaste aandacht verdient. Gezien de grote verschillen in stijl en gedachtegoed van de partijleiders zal deze campagne niet alleen historisch van groot belang zijn, maar ook een enorme amusementswaarde hebben. We zullen al die elf weken hard nodig hebben.

    Canada is lid van het Britse Gemenebest, en het politieke stelsel lijkt als twee druppels water op dat van het Verenigd Koninkrijk. Het land is sinds 2012 verdeeld in 338 districten (daarvoor in 308), die in het Engelstalige deel ‘Ridings’ genoemd, in het Franstalige ‘Comtés’. Elk district kiest een afgevaardigde voor het Lagerhuis (House of Commons).

    Er is een Senaat of Hogerhuis van 105 leden, die op voordracht van de zittende premier voor het leven (althans tot de leeftijd van 75 jaar) worden benoemd door de Gouverneur-Generaal als vertegenwoordiger van het staatshoofd, de Britse vorstin. Bij gebrek aan adel bestaat de Senaat uit verdienstelijke Canadezen, die bovendien in de gunst staan bij de zittende premier. Er gaan al jaren stemmen op om ook de senatoren rechtstreeks te laten verkiezen. De Senaat kan wetten die door het Lagerhuis zijn aangenomen alsnog verwerpen (dat gebeurt gemiddeld één of twee keer per jaar), maar heeft niet de bevoegdheid het vertrouwen in de regering op te zeggen.

    Verkiezingen voor het Lagerhuis worden eens in de vijf jaar gehouden, maar kunnen worden vervroegd indien de regering in het Lagerhuis ten val wordt gebracht of op verzoek van de premier. Dit jaar werden de verkiezingen met enkele maanden vervroegd op verzoek van de Conservatieve premier Stephen Harper. De Gouverneur-Generaal kondigde op 4 augustus officieel die verkiezingen aan voor 19 oktober. Daardoor ontstond een verkiezingscampagne van elf weken, de langste in de parlementaire geschiedenis van het land.

  • György Konrád:
‘Orbán zegt ook goede dingen’

    György Konrád:
‘Orbán zegt ook goede dingen’

    De Hongaarse premier Viktor Orbán krijgt in het vluchtelingendebat steun uit onverwachte hoek. Ook schrijver György Konrád, het intellectuele geweten van de natie, spreekt zich uit voor het sluiten van de grenzen.

    Keuze uit het archief

    Vandaag worden de Hongaarse verkiezingen gehouden. Zal het oppositiekandidaat Péter Magyar lukken om Viktor Orbán na zestien jaar premierschap uit het zadel te wippen?
    Voor landen die democratische waarden hoog in het vaandel hebben, is het moeilijk te begrijpen dat Orbán, die de vrije pers aan banden legt en zich steeds verder als autocraat ontpopt, nog altijd zo populair is. Volgens de Hongaarse schrijver György Konrád komt dat vooral door zijn strenge grensbeleid en omdat Orbáns visie daarop realistischer zou zijn dan die van linkse politici.

    ‘Viktor Orbán voert een gevaarlijke, autoritaire politiek, hij holt de democratie uit, doet de scheiding der machten die fundamenteel is voor de rechtsstaat teniet. Maar dat wil niet zeggen dat hij af en toe niet ook goede dingen zegt. De Schengengrens moet beter beschermd worden tegen deze nieuwe tsunami.’ Verbazingwekkend genoeg is het de boven elke verdenking verheven György Konrád, éminence grise en kritisch geweten van de Hongaarse literatuur en tevens dissident, eerst onder de communisten en nu onder de nationaal-conservatieve regering in Boedapest, die een lans breekt voor de premier. 
We horen zijn bittere overwegingen aan in zijn bescheiden maar gezellige flatje in het heuvelachtige Boeda.

    Hoe zit dat: u steunt de harde, vaak xenofobe uitspraken van Orbán, die door heel Europa worden veroordeeld?

    ‘Ik zeg dat er reële problemen bestaan, en dat met name links al een tijdlang niet in staat is gebleken zich daarop te bezinnen en er conclusies uit te trekken.’

    Maar de vluchtelingen zijn voor het merendeel hoogopgeleide Syriërs, slachtoffers van een meedogenloze oorlog…

    ‘Dat is een realiteit, die echter het risico met zich meebrengt dat we overhaaste keuzes maken en verkeerde wegen inslaan. Mevrouw Merkel heeft klare taal gesproken – ook al is dat haar intern op kritiek van haar conservatieve Beierse bondgenoten komen te staan – en daar heeft ze haar redenen voor. Redenen van nationaal economisch belang, dat moge duidelijk zijn: de Duitse economie is zeer sterk, heeft toenemende behoefte aan gekwalificeerde mensen, zoals die migranten, en de Duitsers brengen al jaren minder kinderen voort. Dus zonder gekwalificeerde migranten zullen noch hun economie noch de financierbaarheid van hun welvaart, sociale zekerheid en pensioenstelsel in de toekomst gegarandeerd zijn.’

    Vindt u dat niet een enigszins beperkte visie, gezien de grote hoeveelheden mensen die het slagveld ontvluchten? Ook in andere Europese landen, zo blijkt uit veel studies, zullen de groei en de sociale zekerheid zonder migranten niet gegarandeerd zijn.

    ‘De situatie verschilt per geval. Wij Hongaren hebben geen gekwalificeerde Syrische artsen en ingenieurs nodig. Als onze economie groeit, kunnen we de vele etnische Hongaren uit de buurlanden terughalen.’

    Hongaarse soldaten bij de grens met Servië kregen van Orbán het bevel om ieder die de grens oversteekt, te arresteren. Hiermee wil hij een einde maken aan de stroom van tot nu toe ruim 160.000 vluchtelingen die het land binnenkwamen.
© Thomas Campean
    Hongaarse soldaten bij de grens met Servië kregen van Orbán het bevel om ieder die de grens oversteekt, te arresteren. Hiermee wil hij een einde maken aan de stroom van tot nu toe ruim 160.000 vluchtelingen die het land binnenkwamen.
© Thomas Campean

    ‘Wij Hongaren hebben geen gekwalificeerde Syrische artsen en ingenieurs nodig’

    Een braindrain uit landen waarvan 
de Hongaarse extremisten grondgebieden opeisen?

    ‘Ik eis geen grondgebieden op, ik beroep me op het Europese constitutionele recht op vrijheid van beweging binnen de Europese Gemeenschap. Maar in plaats van zich te bezinnen op de specifieke situatie in Hongarije weten Duitsland en Europa niet hoe snel ze Orbán moeten afschilderen als de 
bullebak van de buurt. Nogmaals, hij is een van mijn politieke tegenstanders, hij is een demagoog die van het liberaal-radicalisme is overgestapt naar het nationaal-populisme, maar dat wil nog niet zeggen dat hij alleen maar onzin verkondigt.’

    De stortvloed van mensen die de oorlogen ontvluchten is een realiteit. Hoe kunnen we die op andere manieren het hoofd bieden, naast het optrekken van muren?

    ‘Door na te denken over een strategie die zowel rekening houdt met het aanbod van gekwalificeerde migranten als met onze economische behoeften. Zeker, het dient gezegd dat de Muur van Orbán, die metalen versperring aan de Servische grens, een mislukking is gebleken: hoe je er ook over wilt oordelen, dat hek dient nergens toe, het heeft de tsunami niet kunnen tegenhouden. En toch, een andere oplossing vinden is niet zo eenvoudig. Er zitten meerdere aspecten aan de islamitische emigratie, die zowel een verrijking als een risico en een uitdaging is. En in het huidige gespannen klimaat belooft de groeiende teleurstelling van de migranten ten aanzien van Europa alleen maar negatieve reacties. Overigens staat Orbán zeker niet alleen in zijn verzoek om een harde lijn: luister maar eens naar de betogen van de populistische linkse Slowaakse premier Robert Fico, of naar de Tsjechische politici, om maar twee voorbeelden te noemen. Wie vlucht, ook als het voor de oorlog is, vlucht op zoek naar een betere economische toekomst.’

    Maar toch: roept de Muur geen duistere herinneringen op, juist bij jullie ex-vervolgden uit Oost-Europa?

    ‘Er bestaan nog steeds veel muren. Maar muren zoals ze zijn gebouwd in het zuiden van de VS, of aan de Israëlische grens, of tussen Spanje en Marokko, en ook de harde Australische politiek ten aanzien van migranten, zijn erop gericht illegaal binnendringen te verhinderen. Ook moreel gezien is dat heel iets anders dan de Berlijnse Muur die Oost-Duitse staatsburgers het recht ontzegde om ook maar één stap buiten de hermetische grenzen van het DDR-socialisme te zetten.’

  • Staatsvijand nummer één

    Staatsvijand nummer één

    Amos Yee is niet de enige Singaporese blogger die de strijd aanbindt met de regering. De 34-jarige Roy Ngerng, zelf ook politiek actief, geldt als een nog grotere bedreiging.

    Roy Ngerng Yi Ling (34), socioloog en politiek activist in Singapore, dreigt failliet te gaan doordat de premier van de stadstaat, Lee Hsien Loong, een proces wegens smaad tegen hem heeft aangespannen. Steen des aanstoots is het politieke blog dat Ngerng al geruime tijd bijhoudt en waarop hij in mei vorig jaar een stuk plaatste over het misbruik dat de regering zou maken van de verplichte pensioenpremies. 
Lee voelde zich daardoor beledigd en eiste verwijdering van het artikel, een openbaar excuus van Ngerng en een compensatie in geld.

    De beklaagde zwichtte voor die eisen en bood ter compensatie 5000 Singaporese dollar [3500 euro] aan. Dat vond de advocaat van Lee ‘een schijntje’. Hij spande een proces aan en de rechtbank veroordeelde Ngerng tot 29.000 dollar voor de proceskosten en een bedrag aan compensatie dat nog nader zal worden vastgesteld.

    Singapore is een land met zo ongeveer het hoogste bruto binnenlands product per inwoner ter wereld: 71.000 dollar. Maar de rijkdom is zeer onevenwichtig verdeeld, zegt Ngerng. ‘Er zijn bejaarden die nog steeds toiletten moeten schoonmaken of in etenskraampjes en koffiehuizen moeten werken om rond te komen, terwijl anderen zich over hun rug verrijken. Er klopt iets niet, en daarom ben ik gaan publiceren over de afschuwelijke waarheden in Singapore.’

    Ngerng besloot het rechtstreeks tegen de premier op te nemen door zich bij de verkiezingen op 11 september in diens eigen kiesdistrict kandidaat te stellen voor de Reform Party. [Verwacht werd dat Lee’s Popular Action Party (PAP) bij deze verkiezingen stevig zou verliezen. Maar dat pakte anders uit: de PAP won met 70 procent van de stemmen 83 van de 89 zetels in het parlement, waaronder alle zes zetels in Lee’s kiesdistrict. De Workers Party won de resterende zes en Ngerngs Reform Party kreeg geen enkele zetel.]

    Ashara Ashayagachat


  • Luister naar de stem van Rwanda

    Luister naar de stem van Rwanda

    Als het aan de Rwandezen ligt, wordt de grondwet gewijzigd zodat Paul Kagame, president sinds 2000, zijn machtspositie kan behouden. De Verenigde Staten hebben opgeroepen om de grondwet te respecteren. Maar Andrew M. Mwenda stelt dat pertinent tegen herverkiezing zijn, het einde van de politiek betekent.

    Vorige week deden de Verenigde Staten een oproep aan Rwanda om geen grondwetswijziging door te voeren die herverkiezing van 
de president mogelijk zou maken. Amerika volgt een verkeerd moreel kompas, gelooft dat zijn politieke waarden superieur zijn en als leidraad moeten dienen voor ‘inferieure’ landen. Toch heeft het een van de meest corrupte en slechtst functionerende politieke systemen ter wereld. Maar laten we het hebben over Rwanda.

    Bij alle redenen die pleiten tegen herverkiezing ontbreekt de stem van de bevolking van Rwanda, van degenen die het meest direct betrokken zijn bij de beslissing. In plaats daarvan wordt de meeste waarde gehecht aan de standpunten van de Amerikaanse regering, van de internationale democratische geestelijkheid, enzovoort. Kortom, de tegenstanders van de grondwetswijziging beweren dat Rwandezen zich de zeggenschap over hun land moeten overlaten aan theoretici, aan de wensen van Amerika en Europa 
en aan de achterban van Kagame in Afrika en elders. De geestelijkheid heeft trouwens altijd beweerd dat de stem van de burgers immer de basis van de democratie moet zijn. Ruim 
3,7 miljoen inwoners – meer dan 60 procent van de stemmers – tekenden een petitie waarin ze hun akkoord gaven voor een grondwetswijziging.

    Kagame wordt door veel Rwandezen gezien als de leider die stabiliteit en economische vooruitgang bracht. Critici zeggen dat hij zowel de oppositie als de media monddood heeft gemaakt. Dat zou betekenen (in feite een vooroordeel) dat Rwandezen geen macht hebben. En dat is onzin. Deze beweging is zelfstandig en van onderen af aan begonnen, tot verbazing van het Rwandese Patriottisch Front (RPF). De steun onder het volk bleek zo enorm dat de RPF probeerde hen te demobiliseren. In dat hele proces is er niemand – geen militair, minister, parlementslid, plaatselijke overheidsambtenaar, of wie dan ook – die kan beweren dat hij Kagame heeft ontmoet en door hem is aangemoedigd de grondwetswijziging te steunen.

    Ik kan dit vol vertrouwen zeggen omdat ik er zelf bij betrokken ben geweest. Toen deze beweging begon, stond Kagame er vijandig tegenover. Ik steunde hem bij het weerstaan van de druk om de grondwet te wijzigen en door tijd uit te trekken om met hem en andere sleutelfiguren in Rwanda te bespreken hoe een overgang bewerkstelligd kon worden. Maar de druk van onder af was enorm. Kagame besloot de publieke opinie op de proef te stellen en ging op tournee door het land. Hij werd overweldigd door de enorme mensenmassa’s die hem vroegen aan te blijven. Hij riep de RPF bijeen en bepleitte hartstochtelijk dat er veranderingen moesten komen. Hij houdt deze beleidslijn nog steeds aan zonder daar al te veel steun voor te krijgen.

    Viering van de onafhankelijkheid van Rwanda in 1962
    Viering van de onafhankelijkheid van Rwanda in 1962
    Het land heeft slechte ervaringen met politieke transities

    Transitie

    Het werd ons allemaal duidelijk dat de Rwandezen zich niet onredelijk opstelden. Het land heeft slechte ervaringen met politieke transities, die tot dusver allemaal gepaard gingen met genocide: in 1959, 1974 en 1994. Dus als Rwandezen hun grote angst en bezorgdheid uiten voor een mogelijke transitie, dan is dat te begrijpen. Als verantwoordelijk leider moet Kagame naar hen luisteren, hun standpunten serieus nemen, hun angsten verlichten en tegemoetkomen aan hun behoeften.

    Men zou er bij Kagame op kunnen aandringen die massahysterie niet te volgen maar leiding te geven. Het is waar dat hij de RPF zo onder druk kan zetten dat iedereen het met hem eens is. Velen zullen zich laten intimideren en toegeven. Maar zegt de democratische geestelijkheid echt dat dit de juiste manier is waarop Kagame dit probleem moet oplossen? Tal van verantwoordelijke mensen in Rwanda vinden dat er een betere manier is. Kagame zou de vragen vanuit de bevolking serieus moeten nemen met de bedoeling een compromis te sluiten. Rwanda kan zijn presidentschap verlengen, zodat het land duidelijk zichtbare bakens kan uitzetten die een basis vormen voor een stabiele transitie.


    Herzien

    Het argument dat elk land tegen herverkiezing moet zijn alsof het het evangelie zelf betreft, zou het einde van de politiek betekenen. Als de grondwet van een land wordt bepaald door een droge theorie gebaseerd op een of andere universele standaard, wat heeft politiek dan nog voor zin?

    De tegenstanders van herverkiezing zijn apolitiek. Ze onthouden burgers de macht om de grondwet van hun land te herzien op basis van hun eigen ervaringen, angsten en zorgen. Ze willen dat Rwanda geregeerd wordt volgens hún theorieën in plaats van volgens de wensen van de burgers.

    Door herverkiezing mogelijk te maken, zouden Rwandezen een grote vergissing kunnen begaan. Maar wat er ook gebeurt, het zijn de Rwandezen die de vruchten plukken of de gevolgen ondervinden. Daarom moeten zij degenen zijn die de keuze maken. Als het een vergissing blijkt te zijn, dan leren ze ervan. Sommige Afrikaanse landen hebben geëxperimenteerd met herverkiezing, en dat heeft geleid tot instabiliteit: zie Congo en Burkina Faso. Maar in Rwanda zal deze poging leiden tot optimisme en enthousiasme. Mijn advies aan de democratische geestelijkheid is: je kunt nooit méér van Rwanda houden dan de Rwandezen zelf. Dus laat de Rwandezen hun politiek zelf vormgeven.

    Andrew M. Mwenda

    Andrew M. Mwenda is een Oegandese journalist en oprichter van The Independent in Kampala.



    (Foto boven: Kigali, Rwanda – © oledoe/Flickr Creative Commons)