Tag: Politiek

  • Twee miljoen Hongkongers zeggen nee tegen China

    Twee miljoen Hongkongers zeggen nee tegen China

    De menigte demonstranten had gelijk om een democratisch front te vormen tegen de koppigheid van Hongkongs bestuurder Carrie Lam en de macht van Beijing, vindt columnist An Tu.

    Keuze uit het archief

    Vandaag wordt het vijfentwintigste jubileum van de overdracht van Hongkong aan China gevierd, in het bijzijn van de Chinese president Xi Jinping. In Hongkong wordt vooral de verloren vrijheid betreurd. Na maanden van protesten in 2019 – tegen toenemende invloed van Beijing – sloeg de Chinese overheid terug met de invoering van een Nationale Veiligheidswet en de hervorming van het kiessysteem. Die werden gebruikt om tegenstanders te muilkorven, en de geleidelijke democratisering van Hongkong terug te draaien. Deze journalist van een van de belangrijkste kranten van Hongkong, dat ondanks de kritische houding nog altijd bestaat, zag de ontwikkelingen drie jaar geleden al aankomen. 

    De hele bevolking van Hongkong is te hoop gelopen, de scheidslijnen tussen de verschillende groepen zijn verdwenen en daardoor heeft de beweging resultaat geboekt. De reden voor deze volkswoede is op het eerste gezicht het wetsvoorstel dat uitlevering aan China mogelijk maakt. Dit zou een duidelijke aantasting zijn van de juridische onafhankelijkheid en de autonomie van Hongkong, die juist het hart vormen van het principe ‘één land, twee systemen’ (de basis van de verhouding tussen de vroegere Britse kolonie en Beijing).

    Maar belangrijker nog: de gebeurtenissen tonen de totale mislukking van de manier waarop de verhouding tussen de regering en de bevolking van Hongkong is georganiseerd. De autoriteiten en het ‘constructieve’ (lees: pro-Beijing-) kamp houden helemaal geen rekening met de stemmen van de oppositie die in de samenleving klinken, en in het Parlement (de LegCo, oftewel Legislative Council) worden de meningen van de prodemocratische, door de bevolking gekozen vertegenwoordigers niet gerespecteerd.

    De autoritaire houding van de ‘constructieve’ kliek en de brutale arrogantie van de leider weerspiegelen het falen van de parlementaire democratie in Hongkong, die al zo beknot is. (De parlementsleden moeten aan allerlei geografische en professionele criteria voldoen en dit complexe systeem is in het nadeel van de democraten. De leider wordt benoemd door Beijing.)

    Er is geen sprake meer van normale politieke omstandigheden, de conflicten tussen de bevolking en de regering zijn niet meer te sussen, en geen bemiddelaar kan nog een verzoening tussen de twee kanten bewerkstelligen.

    In Hongkong is de parlementaire democratie in feite geen ‘gewoon’ en ‘volwassen’ politiek systeem waarin een zekere mate van ‘onderhandelen’ mogelijk is tussen de bevolking en de regering; dat is alleen maar een illusie. Nu is het ware totalitaire en autocratische karakter van het regime aan het licht gekomen; er is alleen nog maar sprake van ‘regeringsgezag’, en dat betekent onvermijdelijk het einde van de ‘politiek’.

    Massale protesten in Hongkong. – © Getty
    Massale protesten in Hongkong. – © Getty

    Dat ‘einde van de politiek’ is reden voor teleurstelling en wanhoop. We hebben geen vertegenwoordigers meer die kunnen ‘onderhandelen’ met de totalitaire regering: de opinieleiders en de volksvertegenwoordigers hebben hun leidende rol totaal verloren (vooral sinds de Paraplurevolte van 2014, die uitliep op een bezetting van 79 dagen van het centrum van Hongkong om werkelijk algemeen kiesrecht af te dwingen). De bevolking moet dus rechtstreeks de strijd met de autoriteiten aangaan in een serieuze en wanhopige fysieke krachtmeting.

    Zo serieus was inderdaad de grote manifestatie van 9 juni, waarbij een miljoen mensen op de been kwamen. Er heerste een sfeer van stilzwijgende woede en wanhoop in die enorme stroom mensen. Onder die miljoen demonstranten dachten maar weinigen dat ze de herziening van de uitleveringswetgeving werkelijk konden verhinderen; de meesten demonstreerden eigenlijk zonder te weten of het iets zou uithalen.

    Ze kwamen niet zozeer om politieke druk op de regering uit te oefenen, maar vooral om gehoor te geven aan een diep gevoel van onmacht (tegenover de macht in Beijing), om uit hun isolement te breken en de angst te overwinnen dat ze weer verdeeld zouden raken en individueel zouden worden vervolgd door het totalitaire regime. Ook wilden ze de wereld laten zien dat de Hongkongers nog steeds in staat waren om zich te verzetten.

    En juist die ernst rond de acties heeft bij sommigen hun twijfels over het verzet weggenomen. Daarom zag je tijdens de bloedige confrontaties en gewelddadige botsingen op 12 juni jongeren in de frontlinie, in de rug gesteund door ouderen. Het gewelddadige optreden tegen dit collectieve verzet had af en toe het bloedige karakter van een slagveld, wat bijzonder schokkend was. De discussie ‘vreedzaam blijven’ tegenover ‘je met geweld verzetten’, die in de loop van de Paraplurevolte opkwam (in 2014), is nu door de harde werkelijkheid ingehaald.

    Dankzij deze opstand tegen de mogelijkheid dat burgers worden uitgeleverd aan China, hebben wij de juistheid kunnen constateren van het principe dat ‘soldaten zonder hoop verzekerd zijn van de overwinning’. Inderdaad, omdat de bevolking zich niet druk maakte over winnen of verliezen en niemand binnen de beweging de kans kreeg om individueel de vruchten van een eventuele overwinning te plukken, kon het verzet zich verspreiden en groeide er eensgezindheid over de oude scheidslijnen heen. De mensen zijn mee komen doen aan deze ‘laatste slag’, omdat ze hun woede wilden uiten. Zo is de beweging een strijd geworden voor waarden, ideeën en identiteit.

    De bevolking moet rechtstreeks de strijd met de autoriteiten aangaan in een serieuze en wanhopige fysieke krachtmeting

    In feite zijn er deze keer – duidelijker dan in 2014 – twee soorten verzet opgekomen en al is de ene kant het niet per se eens met de methoden van de andere, ze begrijpen en verdragen elkaar veel beter, en soms bewonderen ze elkaar zelfs. Het is gedaan met de absurde verspilling van energie aan interne discussies uit de tijd van de Paraplurevolte.

    Onder de noemer van het vreedzaam verzet hebben zich mensen uit alle geledingen van de samenleving verzameld, met sterk verschillende beweegredenen. Scholen, universiteiten, maar ook professionele, religieuze en maatschappelijke organisaties hebben via hun netwerken een ongekende mobilisatiekracht getoond en ouders hebben zelfs hun kinderen opgeroepen tot actie. In het buitenland is door veel verschillende kanalen aandacht aan de gebeurtenissen besteed, zodat de hele wereld ervan op de hoogte raakte.

    Ook was er grote steun vanuit de diaspora; de verschillende gemeenschappen in het buitenland vonden elkaar op basis van hun Hongkongse identiteit. Mensen hebben de gelegenheid aangegrepen om hun onderlinge band te versterken en een gemeenschap te vormen van mensen die in de eerste plaats Hongkonger zijn.

    De radicalere actievoerders hebben spontane organisaties ontwikkeld (zonder veel officiële status) die heel verschillende gezichten aannamen. Hun manier van actievoeren – direct, flexibel en gevarieerd – toonde hun onverzettelijke engagement, en al degenen die belang stellen in de problemen van Hongkong, werden getroffen door hun moed en vastberadenheid. Dankzij deze groepen is voor het oog van de hele wereld de bruutheid onthuld van dit regime, dat nu zijn fluwelen handschoenen heeft uitgetrokken.

    De combinatie van deze verschillende manieren van verzet heeft uiteindelijk geleid tot een nieuw moreel pact en vooral tot een nieuwe, hybride manier van actievoeren. Zo kon het gebeuren dat activisten de hele nacht leuzen scandeerden om hun protest uit te drukken, dat bewoners video’s gemaakt door bewakingscamera’s in hun wijk uitzonden om de bewegingen van de politie te laten zien, of hoe moeders vreedzaam bijeenkwamen als teken van protest tegen het geweld van de onderdrukking.

    De verschillende manieren van actievoeren hebben een nieuwe taakverdeling opgeleverd. In de zoektocht naar middelen om de gevestigde media te omzeilen, heeft het verzet de grote diversiteit van al die deelnemers benut en hun energie gebundeld. Nu is alleen de vraag of dit pact en deze nieuwe manier om zo veel verschillende mensen op de been te brengen, blijvend zullen zijn.

    © Afdeling Planning, regering van Hongkong

    © Afdeling Planning, regering van Hongkong

    Eén land, twee systemen

    Na de machtsoverdracht in 1997 beloofde moederschoot China de ex-kolonie als Speciale Administratieve Regio (SAR) vijftig jaar lang met rust te laten. Leider Deng Xiaoping stemde er bovendien mee in dat Hongkong zijn economische, politieke en juridische systemen, zijn burgerlijke vrijheden en een vrije pers zou behouden. Die autonomie kent Hongkong inderdaad, behalve bij echt belangrijke kwesties, dan heeft de Volksrepubliek het laatste woord. Dat de Communistische Partij zich steeds meer laat gelden, veroorzaakt al jaren veel protest. Hongkongers vinden dat hun autonomie steeds verder wordt uitgehold, terwijl die tot 2047 zou zijn gegarandeerd onder de formule ‘één land, twee systemen’.

  • Bestaat er een remedie tegen de allesoverheersende angst?

    Bestaat er een remedie tegen de allesoverheersende angst?

    Kenmerkend voor dit tijdsgewricht van opkomend populisme, klimaatverandering en politieke crisis is een allesoverheersende en verlammende angst. Wat zijn de gevolgen, en doen we ertegen? vraagt de Britse essayist Gavin Jacobson zich af.

    ‘Wij zien ons tijdsgewricht als een tijd van problemen, een eeuw van angst. De grond onder onze beschaving, onder onze zekerheid, verkruimelt onder onze voeten, en vertrouwde ideeën en instituties verdwijnen voor we ze kunnen vastgrijpen, als schaduwen in de invallende schemering.’

    Deze overpeinzing, geïnspireerd op het lange gedicht The Age of Anxiety van de Engels-Amerikaanse dichter W.H. Auden, komt uit het boek van de Amerikaanse historicus Arthur Schlesinger Jr., The Vital Center: The Politics of Freedom (1949). Hij schreef het in de gespannen periode vlak na de Tweede Wereldoorlog, waarin een nucleaire apocalyps voorstelbaar was, toen mensen zich zorgen maakten over de loop van de menselijke geschiedenis en politiek engagement moeilijk te vinden was en nog moeilijker vast te houden. Maar de passage had ook gemakkelijk in onze tijd geschreven kunnen zijn. Sinds de financiële crash van 2008 heerst er in Europa en de Verenigde Staten een ‘Sense of an ending’ (om de titel van het boek van literatuurcriticus Frank Kermode te lenen): een eindtijdgevoel. Liberale opvattingen hebben moeten wijken voor radicale twijfel. Populistische bewegingen staan op tegen de politieke en economische orde die de afgelopen vijftig jaar hebben geheerst. Electoraten staan voor een ongewisse toekomst.

    De grond onder de beschaving zal niet zozeer onder onze voeten verkruimelen, als wel wegzakken onder smeltende ijskappen en stijgende zeespiegels, terwijl de bekende indicatoren voor vooruitgang – levensverwachting, gelijkheid, geluk en vertrouwen in politieke instituties – in veel delen van de wereld afnemen. Krantenkoppen geven de stemming weer: ‘Geluk neemt af in de VS, volgens VN-rapport’ (The Guardian, maart 2017), ‘Vertrouwen daalt sterk in Amerika’, (The Atlantic, januari 2018), ‘Levensverwachting in Amerika twee achtereenvolgende jaren gedaald, (The Economist in januari 2018), ‘Neemt de ongelijkheid toe of af?’ (eveneens The Economist, maart 2018), allemaal ondersteund door de publicatie van het World Inequality Report Executive Summary, 2018 door Thomas Piketty et al. Ook de Wereldbank heeft gemeld dat er weliswaar minder mensen op de wereld in extreme armoede leven, maar dat de afname van de armoede is vertraagd.

    Naast dit verhaal van vermindering en verval zijn er ook meer positieve opvattingen, zoals die van psycholoog Steven Pinker, over een vreedzame en verlichte koers van de mensheid. Maar tot nu toe blijken de optimisten minder overtuigend: ze zijn er niet in geslaagd het tij van het doemdenken te keren.

    Lees ook:

    Lui lijfeigenschap

    We hoeven niet verbaasd te zijn over deze alarmistische verhalen. Al in de jaren negentig van de vorige eeuw luidde een hele verzameling van intellectuelen en commentatoren de alarmbel over toekomstige stormen (al werd dat geluid gedempt door een onstuitbare Amerikaanse hegemonie). Sommigen, zoals politiek wetenschapper John Mearsheimer, vreesden voor de terugkeer van nationale rivaliteiten die lang onderdrukt waren geweest door de bipolaire wereldorde van de Koude Oorlog. Anderen, onder wie historicus Paul Kennedy, grepen terug op malthusiaanse schrikbeelden zoals ‘demografische onevenwichtigheden over de hele wereld’.

    De vroegere nationale veiligheidsadviseur van Jimmy Carter, Zbigniew Brzezinski, voorzag ook een groot aantal gevaren voor de wereld en waarschuwde dat ‘mondiale verandering niet meer in de hand te houden is’, terwijl de mensheid afstevende op ‘politieke wanorde en filosofische verwarring’. Filosoof John Gray, politiek adviseur Edward Luttwak en miljardair George Soros wezen – vanuit verschillende invalshoeken en in verschillende toonaarden – op de schadelijke effecten van de vrije markt. Journalist Robert Kaplan fulmineerde tegen de kermis der ijdelheden van het rechtse Amerikaanse kapitalisme en voorspelde ‘The Coming Anarchy’, zoals hij het noemde (The Atlantic, maart 1994), een Mad Max-achtige wereld van welig tierende criminaliteit en ecologische afbraak.

    De meest verontrustende, maar minst begrepen waarschuwing kwam echter van Francis Fukuyama. Zijn essay The End of History?, dat hij in 1989 publiceerde in National Interest (en in 1992 uitwerkte tot een boek waarin het vraagteken nadrukkelijk was verdwenen), werd de oertekst van het post-Koude Oorlog-tijdperk. Fukuyama’s stelling – dat de liberale democratie het eindstation is van onze ideologische evolutie – wordt vaak gelezen als een verdediging van ongebreideld kapitalisme en van de Anglo-Amerikaanse interventies in het Midden-Oosten.

    Toch valt er weinig verlossing te verwachten van Fukuyama’s liberale eindstadium. Hij dacht zelfs dat de posthistorische toekomst gevaar liep een ‘leven van meesterloze slavernij’ te worden, een wereld van bederf en culturele verlamming, ontdaan van elke onzekerheid en gecompliceerdheid.

    ‘De laatste mens’ zou gereduceerd zijn tot homo economicus, die zich alleen liet leiden door de rituelen van consumptie, en ontdaan was van de bezielende deugden en heroïsche drijfveren die de geschiedenis hebben voortgestuwd. Hij waarschuwde dat mensen ofwel deze toestand zouden aanvaarden, ofwel, en dat was eerder te verwachten, in opstand zouden komen tegen de sleur van hun eigen bestaan: ‘Ik voel zelf en zie in anderen om me heen een sterke nostalgie naar de tijd dat de geschiedenis nog bestond (…) Misschien zal juist het vooruitzicht van eeuwige verveling aan het eind van de geschiedenis dienen om de geschiedenis weer op gang te brengen.’

    De idee dat angst, meer dan hoop of zekerheid, mensen tot daden aanzet, is vooral door klimaatdeskundigen en -activisten omarmd

    Het moderne Amerika vertoonde al tekenen van dit luie lijfeigenschap, klaagde Fukuyama, en andere landen, waaronder ook Groot-Brittannië volgden snel. Het verval van ideologieën ter linker- en rechterzijde dat was ingezet in de jaren zeventig, had in de jaren negentig zijn dieptepunt bereikt. De gevestigde politiek was niet meer zo geïnteresseerd in vragen over de verdeling van macht en hulpbronnen of over de strijd voor gelijkheid (deze kwamen bij partijen in de marge terecht) – zij richtte zich op het besturen en op technocratische aanpassingen vanuit het midden. Met zeldzaam retorische precisie schreef Slavoj Zizek in The Ticklish Subject: The absent centre of political ontology (1999) dat ‘het conflict van mondiale ideologische opvattingen, belichaamd in verschillende partijen die om de macht strijden, plaats heeft gemaakt voor de samenwerking van verlichte technocraten (economen, pr-specialisten…) en liberale multiculturalisten; via het proces van onderhandeling over belangen wordt een compromis bereikt vermomd als een min of meer algehele consensus.’ Tony Blairs idee over het Radicale Midden was volgens Zizek een volmaakte illustratie van deze verschuiving.

    Wankele moraliteit

    Met het verdwijnen van de politieke antagonismen, de grote verhalen van de geschiedenis en de labels ‘links’ en ‘rechts’, verdampte ook het fiere manifest van deugden en waarden dat burgers inspireerde. De samenleving leek al snel haar Sittlichkeit te hebben verloren, de morele en spirituele orde die dient als brandpunt voor eenheid en betrokkenheid. Zoals Frank Furedi betoogt in How Fear Works, Culture of Fear in the 21st century, is de dominante rol van de angst in ons leven nauw verbonden met deze ‘motivationele crisis die voortkomt uit de wankele staat van het moreel gezag’. Het gebrek aan positieve morele idealen, zoals moed, plicht, hoop, ideologie, liefde en solidariteit, heeft een ‘op angst gebaseerde, negatieve opvatting van gezag’ opgeleverd. (Het was natuurlijk dit gat dat de presidentscampagne van Barack Obama in 2008 blootlegde.)

    Furedi’s klaagzang volgt een vertrouwd pad. In een eerder boek, Culture of Fear: Risk taking and the morality of low expectation (1997), had hij al betoogd dat samenlevingen ‘die nog niet zo lang geleden hun triomf over de Sovjet-Unie vierden, nu te kampen hadden met een allesoverheersend gevoel van maatschappelijke malaise’. Overal zag hij ‘een groeiende aandacht voor risico’, terwijl veiligheid ‘de belangrijkste deugd van de samenleving’ werd, die elk facet van het leven kleurde, van de manier waarop we omgaan met nieuwe technologieën tot de manier waarop we omgaan met elkaar. In dit nieuwe boek keert Furedi terug naar dit thema en er klinkt een enigszins geërgerde toon in door, alsof het hem irriteert hoe angstig en verzwakt samenlevingen zijn geworden. Maar de verwarde en fragiele morele wereld die hij schetst (de wereld die Fukuyama heeft voorspeld), verklaart waarom een gevoel van angst ‘overal is’, opgewekt door de apocalyptische dreigingen, zoals klimaatverandering en kernoorlog, of door zorgen over schulden, eetpatronen, ouderschap en pedofilie.

    Furedi geeft een diagnose en een historische verklaring voor de bronnen van deze angst. Hij laat zien hoe angst in de klassieke wereld en tot aan het interbellum werd gezien als een morele kwestie die was gebaseerd op ideeën over goed en kwaad en werd bestreden met deugden zoals moed, en hoe vanaf de jaren twintig de intellectuele dominantie van de psychologie niet alleen leidde tot ‘het ont-moraliseren van angst’, maar ook ‘bijdroeg aan de vorming van een discours dat angst afschilderde als een onbeheersbare, autonome en verlammende kracht.’ De inaugurele rede van president Franklin D. Roosevelt in 1933 waarin hij zei: ‘het enige dat we te vrezen hebben (…) is de angst zelf’, koos bewust voor deze interpretatie door angst te beschrijven als ‘de onberedeneerde en ongerechtvaardigde doodsangst die mensen verlamde.’

    Sterker, angst is altijd opgevat als bron van politieke vitaliteit of, zoals John Locke het stelde ‘de belangrijkste, zo niet de enige prikkel voor de menselijke bedrijvigheid’. Vandaag echter gaat het bij de politiek van de angst niet zozeer om het leggen van een negatief moreel fundament waarop mensen in vrede samenleven, als wel over een groeiende afhankelijkheid van nationale verleiders die ons veiligheid beloven. Donald Trumps beweringen in januari 2017 dat ‘safety will be restored’ en dat ‘we will make America safe again’, zijn een voorbeeld van de manier waarop veiligheid de fundamentele waarde van het politieke leven blijft. Maar de oorspronkelijke idee dat angst, meer dan hoop of zekerheid, mensen tot daden aanzet, is in bepaalde regionen omarmd, vooral misschien wel door klimaatdeskundigen en -activisten. Het dramatische artikel van David Wallace-Wells in New York Magazine over ‘The Uninhabitable Earth’ (juli 2017), waarin hij beschrijft hoe het er aan het eind van deze eeuw met de planeet voor kan staan – hongersnoden, economische ineenstorting, besmettelijke ziekten en torenhoge temperaturen – is typerend voor het doemdenken van het klimaatactivisme, bedoeld om mensen uit angst milieubewust en veranderingsgezind te laten worden.

    Een belangrijk debat onder klimaatdeskundigen gaat niet zozeer over wetenschap, als wel over retorische stijl, en wordt gevoerd tussen mensen als Wallace-Wells en Guy McPherson (die in The New York Times een ‘apocalyptisch ecoloog’ werd genoemd) en mensen als Michael Mann die betogen dat er ‘een gevaar in zit om de wetenschap al te veel nadruk te geven op een manier die het probleem [van de klimaatverandering] voorstelt als onoplosbaar en een gevoel van noodlottigheid, onvermijdelijkheid en hopeloosheid voedt.’ Furedi is het daarmee eens en beschouwt het ecologische catastrofisme en andere verhalen over het einde van de wereld als bewijs dat ‘het uit de Verlichting stammende, optimistische geloof in het vermogen van de mensheid om het onbekende te bedwingen, heeft plaatsgemaakt voor een overtuiging dat de mensheid niet bij machte is af te rekenen met de gevaren die haar bedreigen.’

    © Jeff Sheldon
    © Jeff Sheldon

    Hoeveel van onze angsten worden gewekt door de media? Niet zo veel als vaak wordt gedacht, volgens Furedi. Het verband tussen de media en angst is niet nieuw. In de negentiende eeuw hielden commentatoren de massa-oplages van kranten en tabloids verantwoordelijk voor uitbarstingen van collectieve angst en hysterie. Mensen die de media ervan beschuldigen dat ze morele paniek zaaien met hun griezelverhalen, gebruiken daarvoor vaak dezelfde alarmistische retoriek die ze in anderen veroordelen, en zo maken ze van de media nóg een kwaadaardige kracht waar je bang voor moet zijn. Furedi twijfelt er niet aan dat media en sociale media inspelen op de angsten van mensen omdat ze daarmee hun aandacht kunnen trekken. Maar volgens hem is het al te simpel om met een beschuldigende vinger naar de media te wijzen.

    Om te beginnen zijn er ook nog directe ervaringen, persoonlijke omstandigheden en specifieke sociale verhoudingen die beïnvloeden hoe en wat we vrezen. ‘Sociale en culturele variabelen,’ zegt Furedi, ‘leiden tot een gedifferentieerde reactie op de dreigingen die de media ons voorspiegelen.’ Onderzoeken wijzen erop dat leeftijd, geslacht, sociale klasse en onderwijsniveau bepalend zijn voor de reactie van mensen op dreigingen als klimaatverandering en misdaad. Volgens Furedi creëren de media niet zozeer angst, maar kunnen ze een al bestaande fatalistische stemming wel versterken – en er munt uit slaan. De centrale rol van de media, schrijft Furedi, zit hem in het ‘normaliseren van een taal en een systeem van symbolen en betekenis voor het interpreteren van wat de samenleving ervaart’. Hij geeft als voorbeeld de toename van de angst voor pedofilie, waarbij de media die angst niet hebben veroorzaakt, maar wel ‘een belangrijke rol hebben gespeeld in het scheppen van de symbolen en beelden die door onze verbeelding spoken’.

    Furedi wijst ook op de belangrijke wisselwerking tussen tekst en beeld; gevoelens van dreigend gevaar en wanhoop worden volgens hem veroorzaakt door retorische hulpmiddelen en metaforen zoals tikkende tijdbommen en dozen van Pandora. Deze drukken waarschuwingen uit over een onzekere toekomst, en ‘moedigen de samenleving niet alleen aan om bang te zijn, maar om het ergste te vrezen’. Vooral de tijdbommetafoor is een illustratie van onze voorliefde voor het denken in worstcasescenario’s, net als de ‘Doomsday Clock’ die in het jaar dat Audens gedicht uitkwam begon te tikken. Zo ontstaat niet alleen de suggestie van een dreigende ontploffing, maar ook van de tijd die onverbiddelijk voort tikt naar een explosieve toekomst. Het leven lijkt een race om iets te doen voor het te laat is. Zo laat Sky News tijdens zijn uitzendingen bijvoorbeeld een ‘Brexit Deadline’-klok in beeld zien (nog 53 dagen, 5 uur, 34 minuten en 24 seconden op het moment dat ik dit schrijf), en New Yorkers kunnen omhoog kijken naar de National Debt Clock in Manhattan, om de (slechte) gezondheidstoestand van de economie van hun land te zien. Furedi noemt deze tijdwaarneming een ‘Manhattan-teleologie van het noodlot’ – een goede beschrijving voor de manier waarop wij over de relatie tussen het heden en de toekomst denken.

    Het gezag van de wetenschap wordt verpakt in het zelfgenoegzame idioom van goed en kwaad

    De cultuur van de angst wordt levend gehouden door een soort terugkerend vingerwijzen, waarbij degenen die de waarschuwingen van deskundigen in de wind slaan, gehekeld worden om hun zorgeloosheid of zelfs immoraliteit. Het gezag van de wetenschap wordt verpakt in het zelfgenoegzame idioom van goed en kwaad, en zo spreekt de samenleving mensen bestraffend toe omdat ze roken, zonnebaden, drinken, poedermelk gebruiken, ongezond eten en niet bewegen. Het gaat er Furedi niet om mee te zingen met het afgezaagde refrein van ‘te ver doorgedreven gezondheid en veiligheid’. Voor hem is het wezenlijke punt dat deze morele superioriteit erop gericht is om angst aan te jagen, anderen moreel te veroordelen, door gewone of dagelijkse ervaringen van het leven – zoals tegenwoordig ook het gebruik van plastic en wegwerp-koffiebekers – te veranderen in praktijken die voortdurend kritisch bekeken worden vanwege de risico’s die ze vormen voor mens en planeet.

    In deze opvatting van angst als een soort negatieve waarheid waaraan de politiek haar bestaansrecht ontleent, en in zijn beroep op deugden als ‘moed, verbeeldingskracht en idealisme’, om weer een meer positieve kijk op het leven te krijgen, komt het sociologische werk van Furedi overeen met Martha Nussbaums beknoptere filosofische verhandeling. Net als Furedi keert Nussbaum terug naar bekend terrein – de afgelopen jaren heeft zij zich vooral beziggehouden met emoties en met een poging om een nieuw stoïcisme te formuleren dat de kloof tussen gedachte en gevoel moet overbruggen – met een hernieuwd doelbewustzijn. Haar boek The Monarchy of fear: A philosopher looks at our political crisis kwam tot stand na de verkiezing van Trump, toen Nussbaum besefte dat ‘angst het probleem was, een wazige en veelvormige angst waarvan de samenleving doortrokken was.’

    Puttend uit de theorieën van de oude wijsgeren, met name filosoof-dichter Lucretius, zegt Nussbaum in essentie dat angst ook de wieg en medeplichtige is van die andere giftige emoties – woede, haat en jaloezie – waarvan we ooit dachten dat ze verdwenen waren uit de politieke organen van het Westen. ‘Angst,’ schrijft ze, ‘kaapt vaak het gevoel van verontwaardiging en protest en maakt daarvan een giftig verlangen naar genoegdoening. En angst voedt de uit walging ontstane aversie tegen sterfelijkheid en inlijving, door strategieën te produceren die uitsluiten en onderwerpen.’ Angst ligt ook aan de wortel van afgunst: ‘de angst om niet te hebben wat je erg nodig hebt.’

    Kraamkamers van hoop

    Zoals altijd schrijft Nussbaum in een koele, afstandelijke stijl, gehoorzaam aan haar eigen opdracht een stap terug te doen en ‘diep adem te halen (…) en dit moment van afstand te gebruiken om erachter te komen waar angst en aanverwante emoties vandaan komen en waar ze ons naartoe leiden.’ Ze gebruikt Martin Luther King en Nelson Mandela als leiders in morele actie, heroïsche voorbeelden van broederschap die hun kwelgeesten veroordeelden zonder in haat te vervallen. Nussbaum negeert niet de specifieke thema’s van dit politieke moment, maar ze toont hier een zekere dofheid; haar proza en zelfs haar ideeën lijken niet te passen bij de urgentie van deze tijd.

    Nussbaums punt over de socialiserende ‘ervaringen van kunst’, bijvoorbeeld, ‘wanneer mensen samenkomen om te zingen of dansen, of een toneelstuk op te voeren, of zelfs om mee te zingen met de cd van Hamilton’, mag dan op een enigszins naïeve manier aardig zijn, maar is nauwelijks serieus – zeker omdat Nussbaum niet echt uitlegt hoe kunst de kloof kan overbruggen tussen mensen die, tenminste in de VS, elkaar geregeld wegzetten als ‘fascist’ aan de ene kant, of ‘cultuurmarxist’ aan de andere. Wel wijst ze terecht op protestorganisaties en brede volksbewegingen zoals Black Lives Matter – als de kraamkamers van een meer hoopvolle politiek, waarin ideeën over het algemeen welzijn misschien in ere hersteld en versterkt kunnen worden, en waar gevoelens van individuele hulpeloosheid opgaan in collectieve macht. En ze is bereid afstand te nemen van haar poëtische visie op een politiek gebaseerd op liefde, hoop en vertrouwen, om een theorie te ontvouwen over rechtvaardigheid voor de liberaal-democratische staat gebaseerd op de kansen die alle burgers moeten krijgen – leven, fysieke gezondheid, ergens bij horen, spelen, controle over je omgeving, enzovoort – wil een land zich zelfs maar minimaal rechtvaardig kunnen beschouwen.

    Radicaler is misschien haar voorstel voor een driejarige nationale dienstplicht, waarbij jonge mensen uitgezonden worden door heel Amerika om nuttig werk te gaan doen – zorg voor ouderen, kinderopvang, infrastructurele projecten – om zo een gevoel voor solidariteit en het algemeen belang te krijgen (Fukuyama stelt dit trouwens ook voor in zijn nieuwe boek Identity: Contemporary identity politics and the demand for recognition). Nussbaums redenering dat ‘we in een tijd van een terugtredende overheid eenvoudigweg niet meer de mankracht hebben om veel essentiële diensten te verlenen’, doet misschien denken aan David Camerons Big Society-programma, maar het idee van een nationale dienstplicht past in een lange traditie van maatschappijfilosofie, van Locke en Rousseau met hun meer militair gerichte theorieën en William James met zijn ‘morele equivalent van oorlog’, tot John F. Kennedy en zijn Peace Corps.

    De vraag die Nussbaum echter ontwijkt is hoe te voorkomen is dat die gevoelens van solidariteit weer verdwijnen, zodra iemand klaar is met zijn dienstplicht en terugkeert naar het onpersoonlijke domein van de kapitalistische economie. Hoe voorkom je dat burgers weer eenlingen worden door het individualisme en het nuttigheidsdenken die horen bij de liberale staat? Uiteindelijk komen Nussbaums voorstellen om een tegenwicht te bieden aan de politiek van de angst neer op een filosofie van goede bedoelingen, en bevestigen ze alleen wat de meeste redelijk denkende mensen geacht worden te geloven – dat liefde beter is dan angst, dat een politiek van hoop beter klinkt dan een politiek die gebaseerd is op haat en dat Martin Luther King een voor de hand liggend rolmodel is. In die zin past het boek in een opkomende trend (getypeerd door bestsellergoeroes als Yuval Noah Harari) die pleiten voor ‘jezelf kennen’ en voor vormen van zelfonderzoek die meer lijken op strategieën om het in je eentje te redden dan op een politiek van solidariteit en collectieve strijd. Het doet ook denken aan de post-politieke tijdgeest van de jaren negentig en aan de ‘sentimentaliteit van het gebaar’ zoals journalist Alexander Cockburn het noemde, die zijn hoogtepunt bereikte tijdens het presidentschap van Bill Clinton en nu uit de politiek verdwenen lijkt.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/wat-er-te-doen-valt-%e2%80%a8tegen-angstzaaien/

    Eind jaren negentig viel Arthur Schlesinger in het blad Slate Clinton aan, omdat die zijn term ‘het vitale midden’ had misbruikt:

    ‘Toen ik het boek dat ik in 1949 schreef, The Vital Center noemde, was het “midden” waar ik op doelde de liberale democratie, afgezet tegen de internationale doodsvijanden daarvan – fascisme op rechts, communisme op links. Ik gebruikte die term in een mondiale context. President Clinton gebruikt hem in een binnenlandse context. Wat bedoelt hij ermee? Zijn bewonderaars [van de Democratic Leadership Council] hopen waarschijnlijk dat hij ‘de middenweg’ bedoelt, die voor hen dichter bij Ronald Reagan ligt dan bij Franklin D. Roosevelt. Zoals ik elders al heb gezegd is ‘de middenweg’ naar mijn idee bepaald niet het “vitale midden”. Het is het dode midden.’

    Nu, eenentwintig jaar later, lijkt dat dode midden nog steeds niet tot leven te komen. Nussbaums boek, met al zijn indrukwekkende filosofische vakmanschap en vriendelijke ethiek, vertegenwoordigt een soort zombie-liberalisme, zonder enige frisse of zelfs uitvoerbare politieke gedachte die rekening houdt met de ongelijkheden en materiële problemen – loonstagnatie, onbetaalbare woningen, onzekere banen, en bezuinigingen op publieke diensten, bijvoorbeeld – waar de 99 procent mee te kampen heeft. En hoe absurd, oneerlijk of stuitend kreten als ‘Bouw een muur’, ‘Weg met Obamacare!’, ‘350 miljoen dollar per week’ ‘Take back control’ ook zijn, ze zijn… iets, en electoraal wint iets het altijd van niets.

    Waarom zouden mensen überhaupt iets om de liberale democratie geven, waarom zouden deugden zoals liefde en normen van fatsoen en gelijkheid heilig zijn?

    Ook heeft Nussbaum geen poging gedaan om onder ogen te zien dat het de afgelopen paar jaar liberalen zijn geweest, en ook rechtse demagogen, die de politiek van de angst hebben aangewend, al was het maar omdat angst, net als terreur ‘een gemakkelijke begrijpelijkheid bezit’, zoals politiek denker Corey Robin uiteenzette in Fear: The history of a political idea (2004), en er ‘geen diepe filosofie, of verheven denkwerk voor nodig is om het kwade ervan vast te stellen: iedereen weet wat het is en dat het slecht is’. Maar als, zoals in de recente stroom boeken wordt betoogd, de democratie haar einde nadert, is het niet voldoende om te geloven dat we, met een beetje emotioneel lapwerk hier en daar, misschien kunnen terugkeren naar een paradijselijke tijd van vóór het populisme alles omvergooide. Liberalen zullen de moeilijkere vragen onder ogen moeten zien: waarom mensen überhaupt iets om de liberale democratie zouden geven, waarom deugden zoals liefde en normen van fatsoen en gelijkheid heilig zouden zijn en waarom we, in de woorden van John Milton, de voorkeur zouden geven aan ‘Moeilijke vrijheid boven het gemakkelijk juk/Van slaafse praal’.

  • Samaritaan Stormzy

    Samaritaan Stormzy

    Van Paul McCartney moest hij zijn kop dicht houden en luisteren. De ‘goat’ – greatest of all time – leerde de Britse rapper drie akkoorden, bruikbaar bij elk willekeurig nummer. Fenomenaal. Maar Stormzy heeft veel meer in zijn mars.

    De meeste mensen die in Stormzy’s lommerrijke straat wonen, hebben geen idee dat de rapper daar ook een huis heeft. Er staat een hek omheen en hij is nogal op zichzelf. Een van de kamers wordt geheel in beslag genomen door een speciaal voor Stormzy gemaakte pokertafel. En wat nog wel het meest in het oog springt, is de glazen vitrinekast vol prijzen: van de zes Mobo’s tot de prestigieuze Ivor Novello die hij kreeg voor zijn debuutalbum, Gang Signs & Prayer. De twee Brit Awards die hij in februari in ontvangst heeft genomen, waaronder die voor beste mannelijke soloartiest, staan waarschijnlijk ergens anders.

    We nemen plaats in de lounge en zijn vriendin Maya Jama, de tv-presentatrice, laat ons alleen. Ik zie pizzadozen en ik hoor piepjes van de magnetron – hier wonen duidelijk jonge mensen. Hij is vijfentwintig, zij vierentwintig. Stormzy’s stem galmt door een kale kamer die nog ingericht moet worden en terwijl hij het geluid van MTV op de reusachtige televisie dimt, zie ik in de gauwigheid een boek over dieren, een boek over Alex Ferguson en de Bijbel.

    Stormzy [1993] is een indrukwekkende verschijning, met zijn 1 meter 96. Vandaag draagt hij streetwear, met een petje, dat hij steeds op- en afzet, en een sigaret achter zijn oor. Hij is een geweldenaar die kan terugkijken op een hectisch jaar, dat voor de helft in het teken stond van muziek en voor de helft in het teken van filantropie. Op een bepaald moment vertelt hij heel gedreven over zijn plannen om jonge zwarte Britten te helpen, terwijl op MTV twee danseressen met hun billen schudden, aan weerszijden van zijn hoofd. Het is surrealistisch, en het is de enige keer dat ik even ben afgeleid van ons gesprek.

    Want wauw, zodra Stormzy – wiens echte naam Michael Omari luidt – begint te praten, vergeet hij bijna adem te halen. De woorden vliegen je om de oren. Hij is een rapper, dus zo gek is dat natuurlijk ook weer niet. Terwijl zijn zinnen over elkaar buitelen, buigt hij steeds naar voren, is hij met zijn volle aandacht bij het gesprek. Het is intens, als een 
Mastermind-finale, maar dan eentje waarbij hij zichzelf net zoveel vragen stelt als ik.

    We beginnen met een vrolijk onderwerp: Paul McCartney. Afgelopen zomer waren we allebei aanwezig bij een gig van de Beatle in de Abbey Road Studios. ‘Sick,’ zegt hij (voor niet-ingewijden: dat betekent ‘te gek’). Toen ik Paul McCartney een dag na het optreden sprak, zei hij dat hij Stormzy piano had leren spelen. Dus ik vraag de leerling hoe de ontmoeting met de meester hem is bevallen.

    OG

    ‘Ik vond het wel wat, hoor, om advies te krijgen van een van de echt groten – ik kan nog heel wat leren van een OG [original gangster] zoals hij,’ zegt Stormzy. ‘Ik weet heel goed dat je als rapper een bepaald stigma hebt, dus heb ik gezegd dat ik songwriter ben. “Kunt u me iets leren?” Hij liep naar de piano en het enige wat ik dacht was: Kop dicht en luisteren. Wat hij me leerde was fenomenaal. Hij zei: “Gebruik deze drie akkoorden, voor willekeurig welk nummer.” En ik had iets van “Krijg 
nou wat!”’

    We kijken elkaar glimlachend aan. Het was me de gig wel. Stormzy noemt McCartney ‘goat’ – greatest of all time. Terwijl McCartney de gelederen aanvoert binnen de popmuziek is Stormzy nu al goat binnen zijn eigen domein: grime, de snelle, Britse rapstijl. Hij heeft er een vermogen mee verdiend. Maar hij ontleent zijn status niet alleen aan zijn muziek, aan het feit dat hij rap een nieuw aanzien heeft weten te geven door met behulp van r&b en gospel de grenzen van het genre open te breken; hij heeft met name veel respect vergaard doordat hij zich de laatste tijd op het pad van de filantropie begeeft.

    Om te beginnen heeft hij laten weten dat hij zwarte studenten gaat steunen om een studie aan Cambridge te voltooien. Ten tweede heeft hij #Merky Books opgezet, een imprint van Penguin, om op zoek te gaan naar nieuw schrijftalent, voornamelijk jong en zwart. Zijn autobiografische Rise Up zal de eerste titel van Merky zijn. Stormzy’s belangstelling voor de uitgeefwereld is ingegeven door het feit dat hij in zijn jeugd geen zwarte schrijvers kende, behalve Malorie Blackman en Benjamin Zephaniah.

    Een paar jaar geleden ontmoette hij Jude Yawson, van wie hij online enkele essays had gelezen. Yawson, die uit hetzelfde deel van Zuid-Londen komt als Stormzy, maakte een verpletterende indruk op hem. Maar op de vraag of hij zijn passie als werk beschouwde, antwoordde Yawson dat dat voor mensen zoals hij niet gebruikelijk was. ‘Het was alsof de bliksem insloeg,’ zegt Stormzy. Hij vroeg Yawson mee te schrijven aan Rise Up. ‘Waarom zou je geen schrijver kunnen zijn die wordt uitgegeven? Waarom zou dat zo raar zijn? Overal in Engeland worden heel veel jonge zwarten geconfronteerd met een structurele, psychologische valse noot – ik noem het een valse noot omdat het een valstrik is.’

    Wie heeft die valstrik dan gezet, wil ik weten. ‘De wereld. Door alles wat er over ons wordt uitgestort, krijgen zwarte jongeren het idee dat er geen einddoel is. Velen weten niet dat je premier kan worden, of ingenieur. Dat is mensen echt niet duidelijk, want ze zien geen zwarten op die posities. Maar er is zonder meer een verandering gaande. Daar spelen acteurs duidelijk een rol bij – John Boyega, Daniel Kaluuya, Letitia Wright. Die vonk is ongekend krachtig, als je kijkt naar wat dat betekent voor de gemeenschap. Misschien realiseren mensen zich nog niet helemaal hoe sterk dat doorwerkt.’

    Alles grijpt in elkaar. Stormzy en Corbyn; Stormzy en May. Stormzy bij Labour Live

    Bestaat het gevaar dat mensen zullen proberen hem te imiteren? ‘Entertainment is maar één ding. We kunnen ook ingenieur worden, of arts – er is een 
heel spectrum. Dat moeten we allemaal uitdragen. We moeten het beeld zien te keren.’ Kunnen er dan ook #Merky-scholen komen? ‘Zeker weten.’ #Merky-ruimtevaart? ‘Ja! Het kan allemaal. Het lijkt me geweldig als mensen #Merky als platform gaan gebruiken. Echt sick.

    Waar ik trots op ben, ook qua muziek, zijn de dingen die ik voor vrienden of familie heb gedaan, dus stel je voor dat over drie jaar, na de Stormzy-beurzen, zo’n jongere doorpakt en een Nobelprijs voor de vrede krijgt. Dat is sicker dan alle shit die andere mensen doen.’ Hij lacht breed, met stralend witte tanden, eentje zilver. Hij is enthousiast, opgetogen. Het werkt aanstekelijk. Heeft hij zelf een rolmodel gehad? Hij denkt even na, zegt dingen als: ‘Nee, gek genoeg, nee.’ Hij glimlacht, laat vele antwoorden door zijn drukke hoofd gaan.

    Hij trommelt met zijn vingers op tafel. ‘Op een gekke manier – en ik ben huiverig om het 
te zeggen omdat het zo’n cliché is – voelt het alsof 
dit zo heeft moeten zijn. Het klinkt heel kumbaya en vrede op aarde en alles, maar ik weet gewoon wat voor muziek ik wil maken. Maar dan ben je heel erg met jezelf bezig. Dus ja, de volgende stap is dat je moet begrijpen waar je vandaan komt. En dat is lastiger voor mijn zwarte broeders en zusters. Dus dan gaat het erom dat ik iets doe met mijn succes, hè? 
Als het publiek iemand op een podium plaatst, dan…’

    Hij verontschuldigt zich. Zijn gedachten schieten een andere kant op, wat geregeld gebeurt – naar iets wat zijdelings met het onderwerp te maken heeft. Hij maakt zich heel druk over hoe hij overkomt. ‘Jezus man,’ zegt hij luidkeels lachend, ‘ik klink alsof ik de weldoener van het jaar wil worden. Maar als ik iemand zag met tien miljoen, dacht ik altijd al – wat ga je met dat geld dóén? Serieus, man.’

    Grime

    Grime is ontstaan in de arme delen van Londen en 
de teksten gaan over het harde bestaan op straat en over gefnuikte levens – een wereld die de rappers van binnenuit kennen. Het zijn het soort gewelddadige teksten die leiden tot makkelijke verontwaardiging over steekincidenten, zonder dat er voldoende maatregelen worden genomen om de problemen aan te pakken waaraan die lyrics zijn ontsproten. In Rise Up schrijft Yawson over een leraar die zijn leerlingen vertelt wat ze moeten doen als er iemand wordt neergestoken. ‘Ik heb moeite met de mentaliteit die wij allemaal hadden,’ schrijft hij. ‘We namen genoegen met minder.’ Stormzy heeft de keren dat hij werd neergestoken afgedaan als niet meer dan een ‘momentopname’ in zijn verhaal.

    Ja, beaam ik, er moet iets worden gedaan aan de opvatting dat het normaal zou zijn om een mes bij 
je te hebben. Stormzy knikt, en begint weer over de valse noot. Hij is het ‘honderd procent’ met me eens, zegt hij, maar hij moet erkennen dat hij zelf pas inzag dat er ook een andere manier van leven was toen hij buiten zijn gemeenschap trad om een projectmanagementopleiding te gaan volgen in de 
Midlands.

    ‘Het was in Tipton,’ zegt hij onverwacht. ‘Daar waren we naartoe gegaan om het werk te doen van de mensen die we moesten managen, lassers, en er zaten zeventien witte kinderen in het lokaal. Op een dag zetten we onze veiligheidshelm af. Ik had een litteken op mijn hoofd, en iemand zegt: “Wat is er gebeurd?” Waarop ik zeg: “O, ik ben gestoken.” Ik zal het nooit vergeten. 
Ik liet het zien: “Ik ben hier gestoken, en daar, en daar…”’ Hij wijst drie verschillende plekken op zijn lijf aan. ‘Ze keken me vol afgrijzen aan – en op dat moment begon het me te dagen. Het 
is gestoord, waar ik vandaan kom. Natuurlijk is het schokkend dat ik ben gestoken. Natuurlijk zou dat niet normaal mogen zijn.’

    Hij pakt zijn iPhone en zegt dat er elk moment een vriend kan bellen om te vertellen dat er iemand dood is. ‘We leven in een verwrongen beeld van de realiteit, en dat is niet onze schuld. 
Het is niet onze schuld,’ zegt hij, met nog meer vuur dan anders. In Rise Up schrijft hij dat de overheid het laat afweten. Hoezo? ‘Tja, hoezo?’ antwoordt hij laconiek, met opgetrokken wenkbrauwen. ‘Geloof me, voor ons is die shit allemaal moeilijker. We moeten van alles en nog wat ontmantelen. Het is echt wel een strijd. Wat moet gebeuren, moet gebeuren.’

    Stormzy kreeg bekendheid in alle lagen van de bevolking toen hij rapte: ‘Theresa May, waar blijft het geld voor Grenfell?’ Dat veroorzaakte zo veel ophef dat de premier zich gedwongen zag zichzelf te verdedigen – wat duidelijk maakt hoeveel invloed Stormzy heeft. Was hij blij dat May reageerde? ‘Het liet me koud,’ zegt hij, op een toon die deels somber is en deels gelaten. ‘Het gaat om de resultaten, hè?’

    Een paar jaar eerder had Stormzy gezegd dat hij een bewonderaar was van Jeremy Corbyn, wat leidde tot de tenenkrommende #Grime4Corbyn hashtag en een handvol ongemakkelijke fotomomenten. Maar in Rise Up zegt Akua Agyemfra, de manager van de band: ‘Waarom zou Stormzy het gezicht moeten worden van een politieke beweging?’ Dat brengt mij er weer toe hem te vragen waarom hij dat níét zou willen. Wat volgt zijn met zorg gekozen woorden.

    ‘Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de Heer. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk.’ Een citaat uit Jeremia 29:11 hangt naast de wc van Michael Omari  (Stormzy). – © HH
    ‘Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de Heer. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk.’ Een citaat uit Jeremia 29:11 hangt naast de wc van Michael Omari (Stormzy). – © HH

    ‘Weet je wat het is met al dat gedoe?’ begint hij. Corbyn, May enzovoort? ‘Yeah. Weet je, black culture is een heel ernstige zaak, dus ik moet verstandig zijn, want mijn woorden kunnen invloed hebben. Wat ik zeg en hoe 
dat wordt gebruikt – daar heb ik geen invloed op. Alles grijpt in elkaar. Stormzy en Corbyn; Stormzy en May. Stormzy bij Labour Live. Weet je wat er is gebeurd? Ik ben heus niet zo stoer dat ik niet zou durven toegeven dat ik op het gebied van politiek misschien soms wat naïef ben.’

    Is hij nu voorzichtiger? ‘Reken maar.’ Maar in Rise Up schrijft hij dat hij het als zijn verantwoordelijkheid ziet om zich uit te spreken. Met welk doel? Zou hij zich, bijvoorbeeld, moeten uitspreken over de brexit? Daar geeft hij niet direct antwoord op. In plaats daarvan zegt hij, heel stellig: ‘Als ik heel eerlijk ben, zijn er veel dingen die me geen fuck interesseren.’ Dan dwaalt hij af, volgen zijn gedachten een zijspoor, om even later weer bij het onderwerp zelf uit te komen, af te dwalen, weer terug te keren.

    Politiek krachtenveld

    ‘Goed,’ zegt hij plompverloren, alsof het een toverwoord is om zijn onstuimige hoofd tot rust te brengen. ‘Ik kijk er op verschillende manieren tegen aan. Maar ik begrijp inmiddels ook wel dat als je op het podium staat, je er niet aan ontkomt te worden meegetrokken in een politiek krachtenveld. Je kunt niet ‘Corbyn’ scanderen en dan verbaasd zijn dat je met hem in verband wordt gebracht. Dat is naïef, Stormz. Maar goed, aan de andere kant, als ik eerlijk ben – en het klinkt misschien kinderachtig – kan het me niets schelen hoe mensen het interpreteren.

    Dus als ik zeg: ‘Yo, waar blijft het geld voor Grenfell?’, dan kan het me niet schelen wat jullie daar allemaal van maken, zoals “Stormzy vs. May” of zo. Het zal allemaal wel. Jullie doen maar. Het gaat mij om dat ene, en dat mogen mensen naïef vinden, maar nu geldt meer dan ooit dat ik het net zozeer mijn taak vind om me bepaalde dingen aan te trekken, als om me er geen reet van aan te trekken.’

    We zitten nu al meer dan een uur te praten, over de meest uiteenlopende zaken, zoals de vraag of hij gestopt is met Twitter vanwege de negatieve pers die Jama kreeg door zijn oude tweets (‘Nee, ik heb mijn account gedeactiveerd om me op mijn muziek te richten’), en over die andere belangrijke aanwezigheid in zijn leven: God. ‘God is me genadig geweest,’ zegt hij. Voelt hij zich uitverkoren? ‘Nee. We zijn allemaal uitverkoren.’

    Ondertussen zegt hij over zijn nieuwe album, de opvolger van Gang Signs & Prayer, dat gepland staat voor 2019, dat het een ‘krankzinnige mengeling van van alles en nog wat’ wordt. Naarmate de uren wegtikken en het buiten begint te schemeren, geeft de rapper, die in zichzelf gelooft zonder zelfingenomen te zijn, zich iets meer bloot. Hij wordt introspectief. Ineens lijkt hij misschien niet echt angstig, maar dan toch op zijn minst bezorgd. Het is het enige moment waarop hij lijkt samen te vallen met zijn absurd jonge leeftijd – iemand die meedoet aan een dictee en als de dood is om in de fout te gaan.

    Een zware last

    Stormzy haalt zijn vingers door zijn haar. Petje op, petje af. Het enige licht lijkt afkomstig van MTV, dat nog altijd aanstaat. ‘Al die dingen waarmee ik in verband word gebracht,’ begint hij, terwijl de wereld om ons heen steeds kleiner lijkt te worden. ‘Het is een dubbel gevoel, want ik weet dat ik een bepaalde rol op me heb genomen, en ik ben er klaar voor. Maar ik moet me ook nog heel erg ontwikkelen als mens.

    Ik heb mijn tekortkomingen. En al werk ik daaraan, vijf, zes van de zeven dagen per week, er zijn ook dagen waarop je als mens ook 
niet alles kunt. Op sommige dagen denk ik fuck 
de media. Maar op andere dagen heb ik iets van: “Stormz, we leven in een rare wereld, en de mensen hebben podia nodig.” Ik weet dat dit mijn zegen en mijn kracht is, maar het is een zware last.’ Er staat een taxi voor, dus ik ga nog snel even naar de wc, waar hij een ingelijste cd heeft hangen van zijn rap op een single van Little Mix, plus een citaat uit Jeremia 29:11: ‘Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de Heer. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk.’

    We huggen zo’n beetje als ik wegga, en ik moet lachen dat deze zo uitgesproken, indrukwekkende man, kan worden gekenschetst door een bezoekje aan zijn wc, waar hij een muziekaward naast een Bijbelcitaat over hoop heeft hangen. Vlak voor ik de deur uit loop, stelt hij nog een retorische vraag: ‘Weet je wat het is?’ Ik zwijg en hij gaat verder. ‘Ik weet wat me te doen staat, maar tegelijkertijd weet je dat je een mens bent, en kwetsbaar. Ik moet gewoon nog een heleboel uitzoeken, denk ik.’

    Auteur: Jonathan Dean

    The Sunday Times
    Verenigd Koninkrijk | zondagskrant | 
oplage 1.300.000

    In 1864 opgericht en* in 1981 opgekocht door mediamagnaat Rupert Murdoch,* die o.a. ook The Times bezit. Staat bekend om zijn goede research, bijlagen en bijdragen van populaire auteurs. Schotland en Ierland kennen een eigen editie.

  • Gewonnen

    Gewonnen

    Van de kandidaten die het in de Amerikaanse midterm-verkiezingen opnamen tegen oudgedienden, was bijna de helft vrouw – een absoluut record.

    Zoals de 29-jarige Alexandria Ocasio-Cortez, die voor New York in het Huis van Afgevaardigden werd gekozen. Zal deze inhaalslag aanhouden? In Europa en elders worden regeringen met gelijke vertegenwoordiging onontkoombaar. Hoewel mannen veruit de meerderheid op sleutelposities behouden, lijkt een nieuwe generatie politici te zijn opgestaan.  

    1.Triomferen over Trump

    2. Señora de minister

    3. Triomf van een eigenzinnige vrouw

    4. Goede hoop in Afrika

    5. ‘Jullie zullen er spijt van krijgen, hoeren’

    6. Vrouwen aan de schijnmacht

    7. Context bij het dossier

    De nieuwkomers in het Amerikaanse Congres poseren op Capitol Hill in Washington, met op de voorste rij van links naar rechts: Angie Craig, Kim Schrier, Alexandria Ocasio-Cortez, Debbie Mucarsel-Powell, Abby Finkenauer en Sharice Davids. Maar waar laat je
    De nieuwkomers in het Amerikaanse Congres poseren op Capitol Hill in Washington, met op de voorste rij van links naar rechts: Angie Craig, Kim Schrier, Alexandria Ocasio-Cortez, Debbie Mucarsel-Powell, Abby Finkenauer en Sharice Davids. Maar waar laat je
  • 1. Triomferen over Trump

    1. Triomferen over Trump

    In de Verenigde Staten hebben vrouwelijke kandidaten de midterms gewonnen. Maar nu? Nu moeten ze zich staande zien te houden op een glazen klif in een mannenarena.

    Een recordaantal vrouwen heeft zich kandidaat gesteld – en een recordaantal heeft gewonnen. Sommigen zijn erin geslaagd zittende politici uit het zadel te wippen en voorheen Republikeinse staten binnen te halen. Mikie Sherrill, een moeder van vier kinderen die tijdens de campagne sprak over haar tijd als gevechtspiloot, heeft gewonnen in New Jersey. Elaine Luria en Abigail Spanberger hebben allebei gewonnen in Virginia.

    Lauren Underwood heeft gewonnen in Illinois. In de strijd om het gouverneurschap van Kansas heeft Laura Kelly het gewonnen van Kris Kobach – een van de belangrijkste mensen achter de plannen om het bepaalde groepen lastiger te maken hun stem uit te brengen. Dit jaar heeft ook een significant aantal gekleurde vrouwen zich verkiesbaar gesteld, en al heeft Stacey Abrams niet gewonnen in Georgia, vele anderen hebben wel gewonnen.

    Allemaal hebben ze gewonnen dankzij de energie van vrouwelijke kiezers, die veelal hun afschuw uitten over president Trump en het chauvinistische gekonkel van het door mannen gedomineerde Witte Huis en Congres. Deze vrouwen zien de winst als een pleister op de nu al twee jaar etterende wond van een president die zich heeft opgewerkt via vrouwenhaat en racisme, en die nu zijn presidentschap gebruikt om die onverdraagzaamheid aan te scherpen.

    Het ging er grof aan toe tijdens deze tussentijdse verkiezingen. De Democraten zijn er niet in geslaagd de Senaat over te nemen en vele veelbelovende kandidaten hebben het onderspit gedolven, maar de vrouwen hebben het er opmerkelijk goed van afgebracht. Begin dit jaar zullen er meer dan honderd vrouwen in het Huis van Afgevaardigden zitten; dat is nog nooit eerder voorgekomen. Hun opmars, tegen de stroom in, is opwindend en opmerkelijk, en het is zeer bemoedigend om te zien dat zovelen ‘als eersten’ een zetel in de Senaat hebben bemachtigd binnen onze democratie, die nooit echt een representatieve afspiegeling is geweest van alle groepen in onze samenleving.

    Rotzooi opruimen

    Tegelijkertijd maak ik me zorgen. De vrouwen zijn er nu, maar zij dragen een taak op hun schouders die ze maar al te vaak dragen: ze moeten de rotzooi van anderen opruimen.

    De verkiezingsuitslag was niet één grote feministische roze wolk. Claire McCaskill en Heidi Heitkamp hebben hun zetel in de Senaat verloren.

    Enkele vooraanstaande mannelijke kandidaten die grote steun genoten onder vrouwen hebben ook verloren, zoals Andrew Gillum en Beto O’Rourke. En er zijn natuurlijk ook Republikeinse vrouwen als overwinnaar uit de strijd gekomen. Marsha Blackburn, die zich verzette tegen abortusrechten en uiteindelijk verviel in zorgwekkend racisme, wist Tennessee binnen te halen. Kristi Noem ging aan kop in de race in South Dakota.

    Tegenover alle kiezers die naar de stembus zijn gegaan om de boodschap af te geven dat president Trump bepaald niet het beste van Amerika vertegenwoordigt, staan vele Trump-aanhangers die de boodschap wilden afgeven dat de president wél staat voor hun Amerika. Deze kiezers zijn boos dat hun land meer mensen van buitenaf toelaat en verlangen terug naar een verleden waarin witte mannen het monopolie op de macht hadden en alle anderen hun plaats kenden.

    De progressieve vrouwen die zich nu in de strijd hebben geworpen, hebben hun recht opgeëist om ook het land te vertegenwoordigen. Velen deden dat vanuit een nieuw soort vertrouwen, waarin ze gek genoeg worden gesterkt door Trump. Het feit dat hij de presidentsverkiezingen heeft gewonnen, laat zien dat iedereen het kan. De vrouwen lapten campagneconventies aan hun laars.

    Ze praatten over hun gezin. Ze gaven borstvoeding in politieke reclame-uitingen. Ze waren openlijk competitief. Maar wanneer ze straks hun zetel innemen, zullen ze worden geconfronteerd met nieuwe verwachtingen, zowel van onze president, die lak heeft aan bestaande regels, als van hun mannelijke collega’s.

    De verwachting is dat de Democratische vrouwen die nu zijn gekozen een werkelijke verandering teweeg zullen brengen en dat ze zullen doen wat ze hebben beloofd

    In het zakenleven wordt door onderzoekers wel gesproken van de ‘glazen klif’: het verschijnsel dat vrouwen in tijden van crisis op hoge posities belanden, wat het lastig maakt successen te boeken. Als die vrouwen er vervolgens niet in slagen een schip vlot te trekken dat iemand anders aan de grond heeft laten lopen, worden zij verantwoordelijk gehouden voor de mislukking.

    Het is zonder meer een positieve ontwikkeling dat er dit jaar zo veel vrouwen aan de verkiezingsstrijd hebben deelgenomen, dat zo veel vrouwen hebben meegewerkt aan de campagnes en dat zo veel vrouwen zich als vrijwilliger hebben ingezet. De verhalen over wie er hebben verloren, en waarom, zullen vrijwel zeker raken aan het thema identiteit. Men zal zich afvragen of de kandidaten zich niet te veel hebben ‘blindgestaard’ op identiteit, door zo te benadrukken dat ze geen witte mannen zijn en daardoor andere levens, ervaringen en prioriteiten hebben.

    Een dergelijke simplistische visie lijkt gedoemd alle andere, genuanceerdere analyses naar de achtergrond te dringen, die gaan over de vraag hoe seksisme en racisme onze waarneming, onze voorkeuren en ons gedrag beïnvloeden. En daarmee gaat ze voorbij aan een verbluffende realiteit: de ‘Democratische golf’ in Amerika is te danken aan vrouwen.

    Deze verkiezingen zijn misschien niet gunstig geweest voor de vrouwen die hebben verloren, maar de komende jaren zullen ook niet makkelijk worden voor de vrouwen die hebben gewonnen. De gedachte is dat we meer vrouwelijke leiders nodig hebben, niet alleen omdat een democratie eerlijker is als ze daadwerkelijk een afspiegeling is van de samenleving, maar ook omdat vrouwen misschien gewoon beter zijn in de dingen waarin onze huidige leiders tekortschieten – communicatie, samenwerking, het vermogen je Twittervingers in bedwang te houden en de politiek weer enige integriteit te verlenen.

    De verwachting is dat de Democratische vrouwen die nu zijn gekozen een werkelijke verandering teweeg zullen brengen en dat ze zullen doen wat ze hebben beloofd: de strijd aanbinden met president Trump, zich sterk maken voor hun achterban, zorgen dat ons landelijke beleid een afspiegeling wordt van de samenleving. Het probleem is dat ze niet echt de middelen in handen hebben gekregen om dat te doen. De Republikeinen houden de meerderheid in de Senaat. Ze hebben een leider in het Witte Huis die heeft gezegd gewoon zijn eigen zin te zullen doordrijven.

    Alexandria Ocasio-Cortez staat verslaggevers te woord op het Capitool in Washington, waar de nieuwe congresleden op 14 november jl. werden gefotografeerd. – © HH
    Alexandria Ocasio-Cortez staat verslaggevers te woord op het Capitool in Washington, waar de nieuwe congresleden op 14 november jl. werden gefotografeerd. – © HH

    Uit onderzoek is gebleken dat zowel in de politiek als in de zakenwereld vrouwen worden gestraft zodra de indruk ontstaat dat ze de publiciteit zoeken of zichzelf op de kaart willen zetten. Daarmee wordt vrouwelijke politici een cruciale manier ontnomen om te onderhandelen en zich sterk te maken voor bepaalde kwesties.

    Ook zullen er meer ogen zijn gericht op vrouwelijke bestuurders, nu de minderheden aan de vergadertafel duidelijker zichtbaarder zijn. De vrouwen die nu zijn gekozen wacht dan ook de monumentale taak de huidige rotzooi op te ruimen die voor het grootste deel is veroorzaakt door mannen, zonder dat hun werk beloond zal worden.

    Fragiele vooruitgang

    Maar het echte verhaal bij deze verkiezingen draait niet om de vraag wat vrouwen al dan niet hebben gedaan, of wat wij al dan niet zullen gaan doen; dit is gewoon een volgende fase in het langdurige proces van vooruitgang en achteruitgang dat de strijd om burgerrechten en vrouwenrechten kenmerkt sinds het stichten van de Verenigde Staten.

    Het rampzalige, autoritaire presidentschap van Donald Trump is mogelijk geworden doordat vóór hem een zwarte man het ambt bekleedde en Trump vervolgens ook nog eens werd uitgedaagd door een vrouw. Zijn presidentschap heeft op zijn beurt vele vrouwen ertoe aangezet zich verkiesbaar te stellen. En Trumps presidentschap is zo’n drama dat veel van die vrouwen ook daadwerkelijk zijn gekozen. Dergelijke overwinningen staan niet op zichzelf en zijn zelden absoluut.

    Wanneer onze vrouwelijke bestuurders eenmaal zijn ingezworen, zullen ze ons soms teleurstellen, net zoals mannen dat doen. En ze zullen soms verbazingwekkend moedig zijn, net als mannen. Velen zullen harder werken dan hun collega’s zonder daarvoor erkenning te verwachten – iets wat je niet vaak ziet bij mannen. De realiteit is dat vrouwen, zelfs na al deze overwinningen, nog altijd minder dan een kwart van het Huis van Afgevaardigden uitmaken.

    In het nieuwe Congres zullen we meer vrouwen en meer gekleurde mensen zien tussen de witte mannen, en dan zullen we constateren dat er vooruitgang is, zij het fragiel. Maar als we goed naar die gezichten kijken, zullen we zien dat onze afgevaardigden nog altijd geen afspiegeling zijn van alles waar Amerika voor staat.

    Auteur: Jill Filipovic

    The New York Times

    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402
    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • 4. Goede hoop in Afrika

    4. Goede hoop in Afrika

    Ethiopië heeft zijn eerste vrouwelijke president, en een kabinet dat voor de helft bestaat uit vrouwen. Salonfeminisme? Misschien. Maar goed voorbeeld doet goed volgen.

    Abiy Ahmed, de premier van Ethiopië, heeft de gewoonte om met grootse politieke gebaren deining te veroorzaken op het hele Afrikaanse continent. In korte tijd heeft hij duizenden politieke gevangenen vrijgelaten, vrede gesloten met Eritrea en democratische verkiezingen beloofd in een van de meest autocratische landen in Afrika.

    Zijn meest recente actie zal wellicht de grootste schokgolven veroorzaken: hij gaf de helft van de ministersposten aan vrouwen. Hiermee sluit Ethiopië aan bij Rwanda, dat ook evenveel vrouwen als mannen in zijn kabinet heeft. [Ethiopië heeft bovendien sinds 25 oktober zijn eerste vrouwelijke president, Sahle-Work Zewde, die werd gekozen op voorspraak van de premier.]


    Cynici zien de benoemingen als een handige truc om buitenlandse geldschieters te paaien en een besmeurd blazoen op te vijzelen. Daar zit misschien wat in. Maar laten we niet vergeten dat goed voorbeeld goed doet volgen en dat er daadwerkelijk iets kan veranderen. 
Vooralsnog zijn Ethiopië en Rwanda helaas uitzonderingen. Nu de Liberiaanse president Ellen Johnson Sirleaf is afgetreden, telt het Afrikaanse continent naast Zewde alleen nog mannelijke regeringsleiders.

    Maar met Rwanda en Ethiopië als lichtende voorbeelden stijgt de druk op andere landen om vooral niet achter te blijven. Atiku Abubakar, presidentskandidaat voor de volgende verkiezingen in Nigeria, beloofde 40 procent van de posten in zijn kabinet aan vrouwen en jongeren af te staan, zo meldde de Nigeriaanse pers. Het woord ‘afstaan’ – gekozen door de verslaggever en niet noodzakelijk door de presidentskandidaat – is hierbij veelzeggend. Het tekent de hardnekkige tegenzin om de macht, die ‘rechtmatig’ aan mannen toebehoort, over te dragen. 


    Seksuele uitbuiting

    Maar Afrika doet er beter aan dat idee te omarmen. Dat geldt zowel voor politici als voor de kiezer. Vrouwen zijn onevenredig vaak slachtoffer van veel van het onrecht dat op het Afrikaanse continent heerst – of het nu gaat om seksuele uitbuiting, beperkte toegang tot onderwijs en gezondheidszorg, of banenschaarste. Ondanks de geboekte vooruitgang is het aantal ondervoede meisjes dat niet naar school gaat nog altijd groter dan het aantal jongens.

    Recente gebeurtenissen in Liberia en Zuid-Afrika onderstrepen niet alleen dat vrouwen kwetsbaar zijn voor seksueel geweld, maar vooral ook dat ze hiertegen in het geweer komen. In Liberia gingen zowel vrouwen als mannen de straat op uit woede over de onthullingen dat meisjes van een door de Amerikaanse liefdadigheidsinstelling More Than Just Me gerunde school herhaaldelijk door de medeoprichter van de organisatie waren verkracht. In Zuid-Afrika trad Cheryl Zondi uit de anonimiteit om in de eerste live uitgezonden verkrachtingszaak te getuigen tegen de evangelische priester die haar vanaf haar veertiende had misbruikt.

    Terwijl ze met haar getuigenis op veel steun kon rekenen en de donkere krochten van de Zuid-Afrikaanse verkrachtingscultuur aan het licht blootstelde, toonde het proces ook aan waarom vrouwen huiverig zijn om hun mond open te doen. Zondi werd op een agressieve manier ondervraagd en voor leugenaar uitgemaakt, en ze werd gedwongen onnodige, pijnlijke details van haar verkrachting te onthullen.

    Sahle-Work Zewde is de eerste vrouwelijke president van Ethiopië. – © HH
    Sahle-Work Zewde is de eerste vrouwelijke president van Ethiopië. – © HH

    Vrouwelijke strijders

    Gelukkig kan Afrika bogen op een lange traditie van sterke vrouwen. Voordat de Arabieren en Europese kolonisten Afrika onder de voet liepen en patriarchale religies als de islam en het christendom over het continent uitrolden, waren veel Afrikaanse samenlevingen matriarchaal. De Ashanti, in wat nu Ghana is, kennen een matrilineaire afstamming en overerving gaat meestal via de vrouwelijke lijn.

    Onder Afrikaanse vrijheidshelden bevinden zich veel vrouwen, hoewel ze maar al te vaak uit de geschiedenis zijn weggeschreven. In de voormalige Britse kolonie Rhodesië, het huidige Zimbabwe, voerde spiritueel leider Nehanda Charwe (1840-1898) het verzet aan tegen de British South Africa Company (BSAC). In Kenia speelden vrouwen een prominente rol in het verzet tegen de koloniale macht, hoewel er nauwelijks straatnamen naar vrouwelijke vrijheidsstrijders zijn vernoemd.

    Ook in het huidige Afrika is er geen gebrek aan inspirerende vrouwen. Zonder de onvermoeibare inzet van Thuli Madonsela, de voormalige ombudsvrouw van Zuid-Afrika, was oud-president Jacob Zuma ongetwijfeld nooit voor het gerecht gesleept. Ook onder de grote Afrikaanse schrijvers bevinden zich talrijke vrouwen, waaronder de Nigeriaanse Chimamanda Ngozi Adichie. En belangrijker nog: op het hele continent zijn het de vrouwen die de boel bijeenhouden, die het meeste zware werk verrichten en een centrale rol spelen binnen het gezin.

    
Uit talloze studies blijkt dat de samenleving als geheel – vrouwen én mannen – baat heeft bij geschoolde, sterke vrouwen. Dat een presidentskandidaat in Nigeria zich geroepen voelt om vrouwen meer macht te geven, is een positief teken. Maar hoe eerder vrouwen zelf die macht beginnen op te eisen, hoe beter.

    Auteur: David Pilling

    Financial Times
    VK | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld, met internationale economisch en financieel nieuws.

  • Salvini’s 
perfecte storm

    Salvini’s 
perfecte storm

    De Italiaanse regering bevindt zich in woelige wateren. De Europese Commissie heeft haar 
begrotingsvoorstel afgekeurd, maar het volk zegt no tegen wijziging ervan. Wat is nu de juiste koers?

    In een schitterende film van Wolfgang Petersen van bijna twintig jaar geleden, The Perfect Storm, niet toevallig een titel die dezer dagen vaak wordt aangehaald, krijgt een stel vissers, gewend om op ruige zee te varen, na een exceptionele vangst te maken met een banaal mankement: de ijs-machine die onmisbaar is voor het koelen van de vis in het ruim gaat kapot.

    Dan moeten ze kiezen tussen een zekere koers die hen veilig en wel, maar met een bedorven lading, terug naar de haven zal brengen, en een 
kortere maar gevaarlijkere route, met kans op zeer zwaar weer. Ze kiezen voor de tweede optie en lijden schipbreuk.

    Hun ervaring als zeelieden die bekend zijn met de grilligheden van 
de zee, de liefde voor hun op de wal achtergebleven familie en ook de 
simpele drang tot zelfbehoud had hen moeten doen besluiten de veiligere route te nemen. Maar hun honger naar inkomsten uit de enorme lading vis 
in hun ruim jaagt hen de dood in.

    Metafoor

    Een dergelijke metafoor is – zonder overdrijving – precies van toepassing op het lot van Italië, nadat de Europese Commissie onlangs via een noodprocedure heeft besloten het Italiaanse begrotingsvoorstel af te keuren. Om dat in te zien, hoeven we geen doemdenkers te zijn (of antidoemdenkers, wat in het onderhavige geval bijna 
hetzelfde is). We dienen wel goede 
zeelieden te zijn en de juiste koers te vinden, in de woelige wateren waarin we ons bevinden.

    Het is de eerste keer dat een regering het hoofd moet zien te bieden aan weerstand van de autoriteiten in Brussel. De laatste die daarmee te maken kreeg – zonder evenwel dit punt te bereiken – was Matteo Renzi in 2015; en ook zijn verzet tegen het onflexibele ‘Europa van de cijfers achter de komma’ was tevergeefs. 
Toen de toenmalige [Italiaanse] 
premier echter werd geconfronteerd met de mogelijke consequenties van zijn pogingen te tornen aan de onbuigzaamheid van zijn gesprekspartners, wijzigde hij van koers en kwam hij tot een akkoord, al moest hij zijn eigen doelen daarvoor deels bijstellen.

    Europa zal wel drie keer nadenken voor het Italië failliet zou laten gaan

    Matteo Salvini en Luigi Di Maio – en mét hen premier Giuseppe Conte en minister van Economische Zaken 
Giovanni Tria, die weliswaar trachten ruimte voor dialoog met de EU te vinden, maar daarin worden belemmerd door het Italiaanse ‘nee’ ten aanzien van elke aanpassing van het begrotingsvoorstel – lijken even onverzettelijk als de vissers uit de film van Petersen.

    Ze hebben hun ruim vol 
vissen, pardon, stemmen, en menen het nog verder te kunnen vullen door zich hard op te stellen tegenover een Europa waarvan, volgens de peilingen, de impopulariteit in de publieke opinie tot grote hoogte is gestegen. Ze houden daarom vast aan de uitgezette koers. Voor hoelang? En bovenal: waar zal 
dat ons brengen?

    Laten we eens trachten ons dat voor stellen, op basis van de luttele betrouwbare gegevens in deze ongewisse situatie. Het is weliswaar niet 
de eerste keer dat we rekening moeten houden met een inbreukprocedure, maar het is wel de eerste keer, sinds het begrotingspact in 2012 van kracht is geworden, dat de regering geen gevolg geeft aan de richtlijnen van de Commissie en de regels openlijk trotseert.

    Als Italië er vóór half november geen blijk van geeft dat het de begroting heroverweegt, zullen de Europese autoriteiten ons sancties opleggen die, net als de recente afkeuring, wellicht sneller komen dan verwacht. De boete kan dan wel oplopen tot 10 miljard euro, oftewel 0,5 procent van het bbp.

    De Italiaanse vicepremier Matteo Salvini is fel gekant tegen compromissen met de Europese Commissie – © Getty Images
    De Italiaanse vicepremier Matteo Salvini is fel gekant tegen compromissen met de Europese Commissie – © Getty Images

    Salvini en zijn ‘me ne frego’ (‘kan me geen bal schelen’) kennende, zou Italië ook kunnen weigeren die boete te betalen, en dan zou de Commissie als antwoord beslag kunnen leggen op de waarde ervan, namelijk door het bedrag in mindering te brengen op de structuurfondsen die ze verplicht is Italië toe te kennen.

    Salvini – maar 
ook Di Maio, want op dit punt doen ze inmiddels niet voor elkaar onder – zou dan kunnen weigeren de contributie aan de EU te betalen die Italië, net als de andere 27 leden, verplicht is elk jaar te storten. En vervolgens zou, als de situatie volkomen escaleert, een 
vertrek uit Europa en uit de eenheidsmunt een concrete mogelijkheid 
worden.

    Soliditeit

    Maar de antidoemdenkers geloven 
niet in dat vooruitzicht. Ze zeggen, net als Salvini en Di Maio, dat Italië gezond is omdat de grote hoeveelheid particuliere spaargelden van de Italianen het land soliditeit verleent. Dat zou ook blijken uit de spread [het renteverschil met veilige Duitse leningen] die wel stijgt, maar niet al te veel. Ze zeggen ook dat Europa, voordat het een land als Italië failliet zou laten gaan, wel drie keer zou nadenken, omdat het samen met ons te gronde zou kunnen gaan. En dat in het ergste geval [ECB-voorzitter] Mario Draghi, of zelfs 
Vladimir Poetin, ons wel te hulp zal schieten.

    Maar Draghi kan dat zeker niet; en hij beëindigt met ingang van januari ook het programma dat voorziet in het gedwongen opkopen van staatsobligaties. En wat Poetin betreft, waarom zou hij ons in hemelsnaam te hulp moeten schieten, gezien het feit dat de crisis in Italië – eindelijk, vanuit zijn optiek – de stabiliteit van heel Europa zal aantasten. Intussen heeft de aangekondigde apocalyps, met een spread die schommelt rond de 300 punten, ons al 5 miljard extra gekost: de op de staatsschuld te betalen rente. En dat zijn geen voorspellingen; dat 
is helaas de realiteit.

    Auteur: Marcello Sorgi

    La Stampa
    Italië | dagblad | 400.000

    De belangrijkste krant van de 
Fiat-groep, leunt tegen het 
establishment aan. De grote foto’s op de voorpagina hebben de krant diverse prijzen opgeleverd.

  • De sleutel voor de toekomst van Amerika ligt in Texas

    De sleutel voor de toekomst van Amerika ligt in Texas

    Op 6 november worden in de VS midterm-verkiezingen gehouden. De grote 
vraag is of de Democraten de Republikeinen hun meerderheid zullen ontnemen. In Texas, voedingsbodem van het rechtse tribalisme, woedt een titanenstrijd tussen de conservatief Ted Cruz en zijn opponent, voormalig punkrocker Beto O’Rourke, die bepalend zou kunnen zijn voor de toekomst van Amerika.

    Tijdens een zwoele nacht in Austin, tegen de achtergrond van de glinsterende wolkenkrabbers van het florerende centrum, zet Beto O’Rourke zijn vermetele 
plannen uiteen om Texas, en Amerika, een ander aanzien te geven. Voor hem staat een goeddeels jonge menigte, opeengepakt in een park, zinderend van nauwelijks verholen vreugde. Zelfs in de liberale bubbel van Austin hebben ze niet eerder zoiets meegemaakt: een Democraat die een serieuze kans maakt te worden gekozen als senator en daarmee Ted Cruz van zijn troon zou stoten – de Tea Party-fanaticus 
die zelfs door mede-Republikeinen de duivel in eigen persoon wordt genoemd. ‘We nemen het niet op tegen een politieke partij of een bepaald idee’, houdt O’Rourke zijn aanhang voor. 
Hij steekt als een vurige revolutionair een vuist in de lucht, terwijl hij 
ondertussen met de charmes van 
een podiumdier probeert het publiek voor zich te winnen.

    De boodschap is boven alles positief. 
De 45-jarige O’Rourke heeft Obama’s slogan uit 2008, ‘Hope and Change’ [Hoop en verandering] aangepast aan deze donkere tijden: ‘Hope over Fear’ [Geen angst maar hoop]. ‘We gaan de strijd aan voor elkaar en voor dit land dat me zo dierbaar is’, zegt hij, waarna oorverdovend gejoel klinkt.

    Vermetel is nog niet eens het juiste woord voor O’Rourkes campagne. ‘Explosief’ komt dichter in de buurt. Het is op zich al een wonder dat een voormalig punkrocker die zich heeft ontpopt tot politicus, en die een jaar geleden nauwelijks enige bekendheid genoot buiten El Paso, de grensplaats die hij binnen het Congres vertegenwoordigt, zich in Texas in de strijd werpt. Het is 25 jaar geleden dat de staat voor het laatst een Democratische senator had. Sinds 1998 heeft Texas alle federale posities laten 
bekleden door Republikeinen. Maar de laatste peilingen geven aan dat het een zeer spannende strijd zal worden. 
Het gerespecteerde Cook Political Report zei tot verbijstering van velen dat de verkiezingen een dubbeltje op zijn kant gaan worden. In de peiling van Real Clear Politics ligt Cruz met vier punten voor, maar ook daar wordt gesproken van een dubbeltje op zijn kant.

    Beto-effect

    De reikwijdte is nauwelijks te overzien. Als O’Rourke erin zou slagen Cruz 
naar huis te sturen, dan zouden de Democraten weer De reikwijdte is nauwelijks te overzien. Als O’Rourke erin zou slagen Cruz 
naar huis te sturen, dan zouden de Democraten weer de meerderheid krijgen in de Senaat, met alle gevolgen van dien voor het programma van Donald Trump – en wellicht zou het zelfs tot een impeachment kunnen leiden. Maar de weerslag zou nog veel groter zijn. Texas heeft het op een na hoogste inwoneraantal van de Verenigde Staten. Gezien de prognose dat het aantal inwoners van Texas in 2050 
zal zijn verdubbeld tot meer dan vijftig miljoen – even veel als Californië en New York bij elkaar – zal de nu al aanzienlijke invloed op de Amerikaanse cultuur en politiek dan helemaal immens zijn. Volgens Pulitzerprijswinnaar Lawrence Wright zal het geringste teken dat Texas een wezenlijke rol gaat spelen, een ware aardverschuiving in gang zetten. ‘Als dat eenmaal gebeurt, verandert de hele politieke situatie in het land. De Republikeinse presidentiële strategie komt dan zwaar onder vuur te liggen; zonder Texas kunnen ze het Witte Huis wel op hun buik schrijven.’

    Wrights boek God Save Texas kwam eerder dit jaar uit, toen er nog geen sprake was van het zogeheten Beto-effect. Het heeft haast iets griezeligs. Wright uitgangspunt – dat de sleutel van de toekomst van Amerika in handen ligt van Texas, dat niet alleen een belangrijke voedingsbodem is van het rechtse tribalisme dat Washington in de greep heeft, maar ook een mogelijke oplossing zou kunnen zijn – is precies waar het om draait in deze 
titanenstrijd om de zetel in de Senaat.

    ‘Cruz en O’Rourke vertegenwoordigen verschillende visies op de toekomst van Texas, en van Amerika’, zegt Wright. ‘Cruz heeft een kille visie, waarin mensen worden buitengesloten, en 
die niet in de pas loopt met de centralistischere politieke opvattingen die eigenlijk kenmerkend zijn voor Texas.’ Zelfs in zeer conservatieve gebieden, zoals de voorsteden van Dallas, duiken bordjes met ‘Beto for Texas’ op. Verrassend, gezien O’Rourkes achtergrond als bassist in een punkband en zijn onomwonden liberale opvattingen over kwesties als algemeen toegankelijke gezondheidszorg, wapenwetgeving, de hervorming van de immigratiewetten en het legaliseren van marihuana.
    Jongeren zeggen dat ze zich aangetrokken voelen tot de nieuwe manier van politiek die Beto hanteert (iedereen gebruikt zijn voornaam, die je uitspreekt als ‘Betto’). Men vindt het prettig dat hij wars is van focusgroepen en strategen, dat hij zegt wat hij denkt en dat hij weigert geld aan te nemen van grote bedrijven. De ‘Beto for Texas’-campagne is gedrukt in zwart-wit en niet in het blauw van de Democraten, om aan te geven dat men grenzen wil slechten.

    Sinds de tussentijdse verkiezingen van 2014 zijn er zo’n 1,6 miljoen extra kiezers geregistreerd, en die toename kan van cruciaal belang zijn voor O’Rourke. Een van zijn stokpaardjes is dat Texas een conservatieve noch een liberale staat is. Het is vooral een staat waar men niet naar de stembus gaat. In 2016 wist Trump Texas binnen te halen 
met negen punten voorsprong, maar zowel hij als Hillary Clinton werd 
afgestraft door het leger aan Texanen dat thuisbleef. Slechts 43 procent van de geregistreerde keizers nam de moeite te gaan stemmen – een van 
de laagste opkomstcijfers van het hele land – en het aantal jonge mensen 
dat ging stemmen was nog veel lager. Als O’Rourke niet alleen die poel van jongeren aan zich weet te binden, maar ook nog eens de mensen met een laag inkomen en de hispanics, die meer sympathie hebben voor de Democraten maar zelden naar de stembus gaan, dan lijkt de hersenschim van een paar maanden geleden ineens realiteit te kunnen worden.

    ‘Geen angst maar hoop.’ Op de foto met Beto O’Rourke. – © HH
    ‘Geen angst maar hoop.’ Op de foto met Beto O’Rourke. – © HH

    En dan zijn er ook nog vrouwen als 
Jennifer Harris (45). Zij is de trotse 
eigenaresse van een bumpersticker met de tekst: ‘Republicans for Beto’. Harris stemt al twintig jaar op de Republikeinen, maar nu gaat ze op O’Rourke stemmen. ‘Gematigde vrouwen zoals ik, die hebben gestudeerd, zijn het beu, al dat tribalisme en de negatief geladen politiek die Ted Cruz vertegenwoordigt.’ Harris heeft al langer problemen met haar gezondheid, en ze heeft er geen vertrouwen 
in dat onder de Republikeinen haar ziektekostenverzekering overeind zal blijven. Onder invloed van de Tea 
Party heeft Texas het grootste aantal onverzekerden van heel Amerika – zo’n 4,3 miljoen mensen, onder wie 623.000 kinderen.

    Harris heeft ook een zoontje van tien, en tot haar verbijstering heeft ze geconstateerd dat de Tea Party-Republikeinen met hun belastingverlagingen de investeringen in onderwijs 
op openbare scholen hebben terug-geschroefd tot zo’n 9000 dollar per kind per jaar. Dat is een kwart minder dan het landelijk gemiddelde, in een staat waar 10 procent van de Amerikaanse kinderen woont. De druppel voor Harris was het feit dat Ted Cruz de kandidatuur van Brett Kavanaugh voor het hooggerechtshof steunde, ondanks aantijgingen van seksueel wangedrag. ‘Republikeinse vrouwen zijn kwaad’, zegt Harris. ‘Wij zouden weleens de doorslag kunnen gaan geven bij deze verkiezingen.’

    De laatste keer dat in Texas de balans doorsloeg naar de andere kant, is 
dertig jaar geleden. De staat was vele decennia in handen geweest van de Democraten, maar in de jaren tachtig en negentig kwam er een ommekeer en werd het een Republikeins bolwerk. Toen Cruz in 2012 meeliftte op de Tea Party-golf en zo in de Senaat belandde, had hij enkel een interne strijd hoeven leveren – tussen rechts en ultrarechts – om uit te maken wie de Republikeinse kandidaat zou worden. Al met al won hij dat jaar de voorverkiezingen met 631.000 stemmen – in een staat met 27 miljoen inwoners.

    Positieve politiek

    Cruz, die maar twee jaar ouder is dan O’Rourke, maar overkomt alsof hij tot een veel stoffiger generatie behoort, volgt de traditionele campagneaanpak: veel geld steken in negatief getinte spotjes die de integriteit van zijn tegenstander in twijfel moeten trekken. Vorige maand waarschuwde hij nog dat zijn tegenstander van plan zou 
zijn in heel Texas het barbecueën te verbieden. Onlangs moest O’Rourke zijn excuses aanbieden voor een recensie van een Broadwayshow die hij in 1991 had geschreven, toen hij negentien was, en die iemand ergens had weten op te duiken. In die recensie schreef hij dat de actrices weinig andere kwaliteiten hadden dan 
‘gigantische borsten en strakke billen’.

    Maar over het algemeen genomen pakt het goed uit, O’Rourkes weigering om af te wijken van zijn positieve politiek. Uit het feit dat Cruz hulptroepen heeft ingeschakeld in de vorm van zijn aartsvijand Trump, blijkt wel dat hij ten einde raad is.

    Ondanks alle tekenen dat Cruz ’m knijpt, is het nog te vroeg om hem in politiek opzicht af te schrijven. Als we kijken naar het stemgedrag in Texas, wijst alles erop dat de Republikein de meeste kans maken om te winnen. Voor Texas was 2004 een historisch jaar: de minderheidsgroepen – latino’s, zwarten en Aziaten – overtroffen de witte meerderheid. Sindsdien is de latino-populatie alleen nog maar gegroeid, tot momenteel 40 procent van de Texaanse bevolking. Het aandeel witte, niet-hispanic Texanen, ook wel Anglos genoemd, is teruggedrongen tot 42 procent. De fundamentele geografische verschuiving betekent dat rechtse Republikeinen – overwegend witte mannen – steeds minder een afspiegeling vormen van de Texaanse bevolking. Op electoraal vlak sijpelen deze verhoudingen maar heel 
langzaam door. Het merendeel van 
de mensen die naar de stembus gaan, zijn nog altijd witte Texanen.

    Een paar uur ten zuiden van Austin ligt Gonzales, een plaatsje met zevenduizend inwoners, in een gebied van veehouders. Gonzales schreef geschiedenis als het stadje waar in 1835 het eerste schot van de Texaanse Onafhankelijkheidsoorlog werd gelost, nadat kolonisten hadden geweigerd Mexico een geleend kanon terug te geven.

    ‘We hebben het nu al moeilijk genoeg op het platteland, en die vent wil iedereen een uitkering geven. Alles wat we nog hebben, zou zo wegvloeien’

    Terwijl de kolonisten van Gonzales de strijd aanbonden met het Mexicaanse leger, hielden ze een zelfgemaakt spandoek in de lucht waarop het kanon was getekend, met als tekst: ‘Come and take it’ [Kom hem maar halen]. Die kreet is door de Tea Party overgenomen als symbool voor de onverschrokkenheid van de Texanen en hun liefde 
voor wapens. Ted Cruz droeg een Come and take it-speldje op zijn revers, toen hij de Senaat toesprak. Op het plein van Gonzales wappert nu een grote Come and take it-vlag.

    Een eindje uit het centrum van het stadje zitten vier cowboys in restaurant Cow Palace, moe van een lange ochtend in het zadel. WR Low (75) kauwt op zijn gefrituurde steak, die is overgoten met witte saus, en legt uit waarom er helemaal geen sprake is 
van een spannende strijd. ‘Het is een gelopen race. Niemand gaat op die vent stemmen’, zegt hij, doelend op O’Rourke. ‘Omdat het een mafketel is. Zijn programma slaat nergens op. Hij 
is tegen de politie en tegen het leger. Hij wil dat iedereen de grens oversteekt en hier zijn hand ophoudt.’

    Als ‘die vent’ wordt gekozen, denkt Low, dan komt de hele manier van leven van de cowboys in het gedrang. ‘We hebben het nu al moeilijk genoeg op het platteland, en die vent wil iedereen een uitkering geven. Alles wat we nog hebben, zou zo wegvloeien.’

    Gary Henderson (64) kijkt vanaf zijn ranch naar zijn koeien die in de beschutting van mesquitebomen 
en eiken staan. Volgens hem is het 
probleem met de Democraten dat ze denken dat het geld aan de bomen groeit. ‘Er moet ergens een grens zijn – zij geven belastingvoordelen aan 
miljonairs.’ Maar Trump heeft toch net een belastingvoordeel van 30 miljard dollar gegeven aan mensen die meer dan een miljoen per jaar verdienen? Dat is wel zo, maar dat was niet politiek gemotiveerd, zegt Henderson. 
Persoonlijk heeft hij nauwelijks baat gehad bij de belastingvoordelen van Trump. ‘Maar mijn belasting is in ieder geval niet omhooggegaan.’

    Toekomst

    Gonzales bestaat voor 40 procent uit hispanics, al zou je dat niet zeggen. 
De latino-gemeenschap is min of meer onzichtbaar, aangezien de meesten van hen een baan hebben in de vleesverwerkende industrie net buiten de stad, en degenen die wel in de stad wonen zich gedeisd houden.

    Sebastian Esquivel (21) is een van de koks van Milupita Taco House, een familiebedrijf . Hij heeft nog nooit 
van zijn leven gestemd en volgens hem heeft niet een van zijn ongeveer 
twintig familieleden in Gonzales – stuk voor stuk Amerikaanse staatsburgers – ooit de gang naar de stembus gemaakt. De namen Beto O’Rourke en Ted Cruz zeggen hem niets, en hij heeft ook geen idee bij welke partij ze horen. ‘Om heel eerlijk te zijn kan het me niets schelen’, zegt hij.

    Wat kan hem dan wel schelen? ‘Mijn familie, mijn eigen leven. Brood op de plank, geld om de rekeningen te betalen.’

    Dit is de uitdaging waar Beto O’Rourke zich voor geplaatst ziet. Hele gemeenschappen van gemarginaliseerde stemgerechtigden die buiten het 
politieke proces zijn geplaatst – stelselmatig, jaren en jaren. Er is meer voor nodig is dan één superster-kandidaat tijdens één verkiezingsronde om hen bij de politiek te betrekken. De toekomst van Texas, van Amerika, ligt in hun handen. Alleen weten zij dat zelf nog niet.

    Auteur: Ed Pilkington Pilkington

  • Dossier: Eén jaar Macron

    Dossier: Eén jaar Macron

    De Franse president staat er goed op.

    Hij wist zijn eerste jaar zonder grote kleerscheuren door te komen, bouwde als enige Europese leider een goede band op met Donald Trump en toonde zich een militaire leider door in te grijpen in Syrië. De vraag is nu: kan hij zijn succes doortrekken bij zijn confrontaties met de vakbonden in eigen land en bij de Europese verkiezingen van 2019?  

    1. Macrons 
Thatcher-moment is aangebroken

    2. Stilte voor de storm?

    3. Trumps beste vriend in Europa

    4. En Marche! komt 
naar je toe deze zomer

    5. De president als krijgsheer

    6. Drie vragen aan…

    7. Tijdslijn

    Beeld: Emmanuel Macron loopt na zijn inhuldiging in 2017 naar de Arc de Triomphe, om een krans te leggen bij het graf van de onbekende soldaat. – © Alain Jocard / AFP PHOTO

  • Frankrijk: 1968 of 1984?

    Frankrijk: 1968 of 1984?

    Het zal u niet ontgaan zijn: Emmanuel Macron is een jaar in functie. Ook 360 doet mee aan de kalenderjournalistiek en brengt u in dit nummer een kloek dossier vol stukken over 
de Franse president.

    Een van de interessantste daarvan komt uit de Spaanse krant El País. De auteur heeft de knipselmap erbij gepakt en duikelde daar een beroemde analyse op van de Franse journalist Pierre Viansson-Ponté (1920-1979). Die schreef in maart 1968 in een voorpaginastuk in Le Monde dat Frankrijk was ‘weggezonken in lethargie en verveling’. Het was een welvarend land, zonder oorlogen, zonder politieke spanningen, zonder sociale conflicten. De Franse studenten? Zij misten in tegenstelling tot hun leeftijdgenoten in andere landen bevlogenheid. Zes weken later brak Mei ’68 aan. Tien miljoen Franse studenten en arbeiders gingen de straat op, legden het land plat en wierpen bijna de regering omver.

    Zou zoiets nu weer kunnen gebeuren? vraagt de auteur van het El País -verhaal zich af. Dat we het niet doorhebben, maar dat er onder de oppervlakte een opstand sluimert? Volgens sommige linkse Franse politici en analisten zijn er tekenen 
die daarop wijzen. Kijk naar de ook in Frankrijk zeer populaire #MeToo-beweging, zeggen zij. En naar de spoorwegstakingen. Of neem de recente studentenprotesten tegen de veranderingen in het Franse baccalaureaat. Macrons linkse concurrent Mélenchon, nooit te beroerd om hem weg te zetten als een president voor de rijken, sprak onlangs zelfs hardop over een nieuw Mei ’68. ‘Tegen degenen die zeggen dat ik droom, zeg ik dat ik liever mijn droom heb dan de nachtmerries die ik om me heen zie.’

    Het kan zomaar zijn dat we helemaal geen linkse opstand krijgen, dat Macron zijn confrontatie met de vakbonden wint en daarmee zijn Margaret Thatcher-moment beleeft

    Maar anderen geven de linkse krachten weinig kans. Het zijn de verliezers van de verkiezingen die nu vergeefs revanche proberen te nemen, zo klinkt het. Ook de culturele omstandigheden lijken niet te vergelijken. Macron mag dan volgens velen autoritaire trekjes hebben, een vergelijking tussen deze tijd en het repressieve tijdperk-De Gaulle gaat volledig mank.

    Het kan ook dus zomaar zijn dat we helemaal geen linkse opstand krijgen, dat Macron zijn confrontatie met de vakbonden wint en daarmee zijn Margaret Thatcher-moment beleeft. Dan zijn we niet in 1968, maar in 1984.

    Macron zei er zelf ook wat over in een recent interview 
met La Nouvelle Revue française, dat hem ondervroeg over zijn literaire voorkeuren (Gide, Camus, Colette). Volgens Macron was Mei ’68 ‘een gebeurtenis uit een andere tijd. Het was eenmalig, het is voorbij’. Over 1984 liet hij zich niet uit.

    Han Ceelen
    ceelen@360international.nl

    Beeld: Een Parijse demonstrant ligt op de grond tijdens clashes met de politie in mei 1968. – © HH

  • 5. De Tsjechen zijn een geval apart

    5. De Tsjechen zijn een geval apart

    De landen van Midden-Europa proberen weliswaar hun gemeenschappelijke positie te verdedigen, maar vormen zeker geen ideologisch homogene groep.

    In een Hongaars dagblad poneerde historicus Márton Békés onlangs het idee dat Midden-Europa – natuurlijk met Hongarije aan het hoofd – Europa zou kunnen helpen om weer op het juiste pad te geraken, nu West-Europa de fundamentele waarden van zijn beschaving heeft verloren. Zijn collega Stefano Bottoni wees dit idee echter van de hand, en benadrukte zelfs dat waarden zoals religie, gezin en burgerlijke vrijheden tegenwoordig in de samenlevingen van Midden-Europa niet steviger verankerd zijn dan in het Westen.

    Het is goed om de herverkiezing in januari van Milos Zeman, de pro-Russische en eurosceptische president van Tsjechië, te bezien in de context van dit debat. Ook is het nodig dat deze discussie eindelijk breed wordt gevoerd, zoals dat al jaren gebeurt in Polen en Hongarije, waar ze een grote invloed heeft op de manier van denken van zowel de politici als de kiezers.

    In Slowakije is het debat uitgemond 
in een concrete conclusie: de meerderheid van de Slowaken is het erover eens dat ze zich liever verbinden aan wat het Westen hun te bieden heeft dan te proberen een alternatieve ideologie te vormen. Degenen die zich niet in die opstelling kunnen vinden, voelen zich aangetrokken tot de neonazi’s rond Marian Kotleba, de vroegere gouverneur van de regio Banská Bystrica (Centraal Slowakije) en leider van de Volkspartij Ons Slowakije.

    Migranten in een Tsjechisch detentiecentrum in september 2015. – © Getty Images
    Migranten in een Tsjechisch detentiecentrum in september 2015. – © Getty Images

    De Hongaarse premier werpt zich graag op als verdediger van de traditionele waarden, en heeft het over het gevaar dat de migranten met zich meebrengen, terwijl zijn eigen regering in het geheim asielverzoeken inwilligt. Ondanks de genegenheid 
die hij voelt voor Rusland en China heeft Victor Orbán de behoefte om een deur open te houden naar een Europa dat hij, samen met de Poolse conservatieven, wil veranderen in een Europa van sterke landen.

    Te midden van dat alles blijven de Tsjechen verbazingwekkend koersvast en nemen zij dus geen migranten op, ook niet in het geniep. Anders dan de Hongaren en de Polen, koesteren zij geen verlangen naar een nationale wederopstanding en luiden zij niet de noodklok in naam van zogenaamde verheven principes, net zomin als ze zich druk maken over de plek van hun land in Europa, zoals de Slowaken. Nee, de Tsjechen vertrouwen liever op ‘ervaren politici’, zoals Milos Zeman er een zou kunnen zijn, en op degenen die ‘in een team werken’, onder leiding van de populistische premier Andrej Babis.

    Deze afwezigheid van ideeën en het pragmatisme van de Tsjechen vormen een opvallend contrast met de debatten die in de omringende landen gaande zijn. Polen, bijvoorbeeld, begrijpen helemaal niets van het pragmatisme, dat voornamelijk voortkomt uit ervaringen in het verleden.

    Auteur: Martin Ehl
    Vertaler: Annemie de Vries

    Martin Ehl, een van de meest gerespecteerde kroniekschrijvers van de Tsjechische Republiek, is hoofd van de internationale sectie van het Tsjechische financieel-economische dagblad Hospodárské Noviny.Hij is gespecialiseerd in Midden-Europa, het Europese veiligheidsbeleid en trans-Atlantische verhoudingen. Voorheen werkte hij op het instituut voor internationale betrekkingen in Praag, en hij is auteur van een verzameling analyses en reportages onder de titel Het derde Decennium. Een essay over het leven, de politiek en de mensen tussen Brussel en Gazprom.

    Hospodárske Noviny
    Tsjechië | dagblad | oplage 68.000

    Deze kwaliteitskrant werd opgericht in 1957. Hij richt zich vooral op mensen uit de zakenwereld en biedt uitstekende politieke, economische en financiële berichtgeving. Er bestaat ook een Slowaakse versie van.

  • Timmermans

    Timmermans

    Een van onze best gelezen rubrieken is Lage Landen, met verhalen uit de buitenlandse pers over Nederland of Vlaanderen. Critici zullen dit wijten aan het Nederlandse calimerocomplex, maar in andere landen is het net zo. Blijkbaar vinden we het allemaal leuk om te weten wat ze over de grens van ‘ons’ vinden. Meestal gaat het in onze rubriek over innovatie of economie, want over Nederlandse politici wordt buiten 
verkiezingstijd zelden geschreven.

    Onlangs gebeurde dit bij uitzondering wel. Op de Brusselse website Politico verscheen een verhaal met de ronkende kop ‘De dovende ster van Frans Timmermans’. Auteur David 
M. Herszenhorn, voormalig verslaggever van The New York Times, zette de Nederlandse eurocommissaris neer als een politieke has-been en klusjesman van EU-voorzitter Juncker. Uiteraard werd het stuk met gejuich onthaald op weblog GeenStijl en onder de vele Timmermans-haters op Twitter. Maar wie het verhaal aandachtig leest, ziet dat het niet zozeer een afrekening is met Timmermans, als wel een verhaal over opgeklopte verwachtingen en Brusselse machtspolitiek.

    In anderhalve bladzijde schetst Kuper zo een treffend beeld van de banlieue en al het ongebruikte potentieel dat zich daar bevindt

    In dit soort goed geïnformeerde achtergrondstukken blinkt het in 2007 in de VS opgerichte Politico uit. De Brusselse tak ging in 2015 van start en gooide sindsdien heel wat stenen 
in het wat traag stromende water van de EU-verslaggeving. Waarmee nog eens werd aangetoond dat weinigen kunnen tippen aan het journalistieke vakmanschap van de Angelsaksische pers.

    Dat laatste blijkt ook uit de stukken van Simon Kuper. Deze deels in Nederland opgegroeide journalist schrijft al jaren juweeltjes van columns over sport en andere onderwerpen 
in de Financial Times. Kuper schrijft kraakhelder en goed gedocumenteerd, en kijkt net als Joris Luyendijk met een antropologische blik. In dit nummer vindt u een stuk van zijn hand over de vraag waarom er zoveel goede voetballers uit de regio Parijs komen. Talent wordt beter gescout, legt Kuper uit, ouders ruiken kansen en de overheid doet veel met sportveldjes. In anderhalve bladzijde schetst Kuper zo een treffend beeld van de banlieue en al het ongebruikte potentieel dat zich daar bevindt.

    Sociaaldemocraat en voetbalfan Timmermans zal het ongetwijfeld met plezier lezen.

    Auteur: Han Ceelen
    ceelen@360international.nl

    Beeld: Balthus, Thérèse droomt.

  • Overleeft het ANC 2018?

    Overleeft het ANC 2018?

    Het ANC viel eind vorig jaar bijna uiteen toen de partij een nieuwe leider moest kiezen. Begin 2019 wachten Zuid-Afrika algemene verkiezingen en daarbij zou het ANC haar meerderheid wel eens kunnen verliezen. Zo de partij voordien al niet alsnog uiteenspat.

    Cyril Ramaphosa, de nieuwe partijleider van de Zuid-Afrikaanse regeringspartij African National Congress (ANC) is verwikkeld in een race tegen de klok om vóór de parlementsverkiezingen van 2019 de eenheid en het vertrouwen binnen de oudste Afrikaanse bevrijdingsbeweging te herstellen. Dat zal nog een zware klus worden na het partijcongres in december vorig jaar, waarbij de partij bijna uiteenviel in twee kampen. Onder president Jacob Zuma werd het ANC geteisterd door corruptie, schandalen en falend bestuur, raakte het tot op het bot verdeeld en heeft het in de belangrijkste steden en kiesdistricten de steun van zijn traditionele achterban verloren. De partij loopt het risico de volgende verkiezingen te verliezen.

    Op het congres in december wisten ANC-leiders ternauwernood een breuk binnen de partij te voorkomen na de slopende strijd om het partijleiderschap tussen Cyril Ramaphosa en zijn tegenstander Nkosazana Dlamini-Zuma, de voormalige leider van de Afrikaanse Unie en de ex-vrouw van president Jacob Zuma.

    Zuma ontslaan

    Ramaphosa en het ANC staan dit jaar voor de moeilijke taak om de diepe kloof tussen de twee kampen te dichten. Het eerste obstakel op Ramaphosa’s weg is de kwestie of de voormalige ANC-leider en huidige president Jacob Zuma al op heel korte termijn uit het zadel gelicht moet worden – zoals Ramaphosa wil – of dat hij zijn regeerperiode tot 2019 mag uitzitten – zoals het kamp van Zuma wil.

    Ramaphosa weet dat hij Zuma zo snel mogelijk, het liefst nog voor de president in februari de jaarlijkse State of the Nation uitspreekt, moet ontslaan om het slinkende vertrouwen in het ANC te herstellen, zowel in binnen- als in buitenland. Hij moet ook snel de leiding nemen over de regering, zijn eigen kabinet samenstellen en zijn beleidsprioriteiten bekendmaken om het vertrouwen van de bevolking en investeerders in de aanloop van de verkiezingen op te krikken.

    Omdat het kamp-Zuma nog zo’n sterke greep heeft op het ANC, kan Ramaphosa de president niet meteen uit zijn ambt zetten, maar zal hij over een vertrekregeling moeten onderhandelen. Dat zal de nodige voeten in aarde hebben omdat Zuma en zijn verdedigers ongetwijfeld willen garanderen dat hij wordt gevrijwaard van strafvervolging. Ook is de kans groot dat Dlamini-Zuma en haar aanhang zullen eisen mee te regeren, dat wil zeggen dat zij een vinger in de pap willen hebben bij kabinetsbenoemingen en aanstellingen bij staatsbedrijven en de overheid. Ramaphosa zal dan misschien noodgedwongen incompetente volgelingen van Dlamini-Zuma op sleutelposities moeten benoemen om de eenheid binnen de partij te bewaren. Het zou zijn hervormingsplannen kunnen dwarsbomen.

    Cyril Ramaphosa (l.), de nieuwe leider van het ANC, en president Jacob Zuma op het partijcongres in december 2017. – © Waldo Swiegers / Getty Images
    Cyril Ramaphosa (l.), de nieuwe leider van het ANC, en president Jacob Zuma op het partijcongres in december 2017. – © Waldo Swiegers / Getty Images

    Als hij de afbrokkelende steun voor het ANC een halt wil toeroepen, zal Ramaphosa de wijdverspreide corruptie moeten aanpakken. Hierbij zal hij op hevig verzet van het kamp-Zuma stuiten. Het kan zelfs op een scheuring binnen de partij uitlopen, omdat het ANC nog voor minstens de helft uit Zuma-volgelingen bestaat. Het instellen van een anti-corruptiecommissie, waar voormalig ombudsvrouw Thuli Madonsela vorig jaar al op aandrong, zal de eerste prioriteit van het ANC zijn.

    President Zuma beloofde al eerder een onderzoekscommissie op te richten maar stelde dit voortdurend uit. Wat de commissie – als zij in 2018 wordt opgericht – gaat onderzoeken, zal grotendeels bepalen hoe verdeeld het ANC de verkiezingen ingaat. Om de eenheid te bewaren zal de partijleiding hoogstwaarschijnlijk aandringen op een zo breed mogelijke taakomschrijving om ook de corruptie in het blanke bedrijfsleven aan te kunnen pakken. Dit zou Zuma een ‘waardige’ uitweg bieden uit de talrijke corruptieonderzoeken die al tegen hem lopen.

    Het kamp-Dlamini-Zuma ziet het voorstel voor gratis onderwijs ongetwijfeld graag uitgevoerd vóór de verkiezingen, om stemmen onder de minderbedeelden binnen te slepen

    De noodlijdende economie uit het slop halen zou ook boven aan het lijstje van Ramaphosa moeten staan, wil hij het ANC in oude luister herstellen. Zuid-Afrika stortte in het eerste kwartaal van 2017 in een recessie: een aantal internationale ratingbureaus gaven het land de junkstatus. De werkloosheid ligt inmiddels rond de 30 procent.

    In 2018 zal Ramaphosa waarschijnlijk proberen een sociaal partnerschap tussen de regering, het bedrijfsleven en de vakbonden tot stand te brengen om overeenkomsten te sluiten die het vertrouwen van investeerders moeten stimuleren. Een blauwdruk hiervoor ligt al klaar: begin vorig jaar wist Ramaphosa de partijen zover te krijgen in te stemmen met het instellen van een minimumloon.

    Het zal vermoedelijk lastiger blijken de twee kampen binnen het ANC op één lijn te krijgen, aangezien Ramaphosa en Dlamini-Zuma over de belangrijkste beleidslijnen lijnrecht tegenover elkaar staan. Op het partijcongres botsten de twee groepen bijvoorbeeld over een voorstel om de grondwet zo aan te passen dat landonteigening zonder compensatie mogelijk wordt. Die onenigheid leidde bijna tot de voortijdige beëindiging van het congres. Het Ramaphosa-kamp was fel tegen, maar met de steun van de aanhang van Dlamini-Zuma werd het voorstel toch aangenomen. Hoewel Ramaphosa zich aan het einde van het congres alsnog achter de motie schaarde, vindt een groot deel van zijn aanhang dat de wetswijziging investeerders zal afschrikken, terwijl die juist hard nodig zijn om werkgelegenheid te scheppen.

    Nog maar een paar maanden geleden verwierp het ANC een oproep van de populisten van de Economische Vrijheidsstrijders (EFF) om de grondwet aan te passen voor landonteigening zonder compensatie. Om deze wetswijziging vóór de verkiezingen van 2019 door te voeren is een tweederdemeerderheid in het parlement vereist. Zelfs als de EFF samen met het ANC vóór de motie stemt om die meerderheid te verkrijgen, zal een stemming waarschijnlijk verdeeldheid onder de ANC-parlementariërs zaaien omdat veel parlementsleden uit het Ramaphosa-kamp nog steeds tegen de maatregel zijn. Dit betekent dat het ANC zelfs met de steun van de EFF de benodigde tweederdemeerderheid misschien niet eens zal halen.

    Strijdpunt

    Een ander strijdpunt tussen de twee kampen is het onderwijs. Een dag voor aanvang van het partijcongres kwam Jacob Zuma, in een poging de campagne van Dlamini-Zuma een nieuwe impuls te geven, met een voorstel voor gratis hoger onderwijs voor de minderbedeelden. Zuma’s voorstel werd op het congres unaniem omarmd en besloten werd de maatregel ‘zo snel mogelijk’ door te voeren.

    Nog geen jaar geleden had Zuma een commissie in het leven geroepen die de uitvoerbaarheid van een dergelijk voorstel moest onderzoeken. De commissie kwam tot de conclusie dat gratis onderwijs op dat moment financieel niet haalbaar was en adviseerde alternatieve modellen te onderzoeken. Ook het ministerie van Financiën heeft gezegd dat het voorstel niet realiseerbaar is, gezien het gebrek aan publieke middelen, dalende belastinginkomsten en de onlangs ingevoerde bezuinigingsmaatregelen in de publieke sector.

    Het kamp-Dlamini-Zuma ziet het voorstel voor gratis onderwijs ongetwijfeld graag uitgevoerd vóór de verkiezingen, om stemmen onder de minderbedeelden binnen te slepen. Of het een aanslag op de staatskas is of het vertrouwen van investeerders schaadt, is van ondergeschikt belang.

    Het lijkt erop dat Ramaphosa zijn plannen voor reorganisatie van het ANC en hervormingen om corruptie te bestrijden en het vertrouwen van investeerders te wekken, voorlopig in de ijskast moet zetten om de eenheid binnen het ANC te bewaren en ervoor te zorgen dat de partij als één geheel de verkiezingen ingaat.

    Auteur: William Gumede
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Al-Jazeera
    Qatar | aljazeera.com

    Onderdeel van het Qatarese medianetwerk dat vanuit Doha 250 miljoen huishoudens in 130 landen bedient.

  • Raúl Castro treedt terug – maar raakt niet uit zicht

    Raúl Castro treedt terug – maar raakt niet uit zicht

    In februari krijgt Cuba een nieuwe president, als opvolger van Raúl Castro. Maar dat betekent niet dat de Castro-clan alle macht opgeeft, denken analisten. Daarvoor zijn de verhoudingen met de VS sinds de verkiezing van Donald Trump te gespannen.

    Wie de Cubaanse leider Raúl Castro na de aanstaande presidentsverkiezingen ook zal opvolgen, hij zal een storm van uitdagingen het hoofd moeten bieden met als absoluut hoogtepunt orkaan Donald Trump. De zesentachtigjarige Castro heeft gezegd dat hij van plan is na de landelijke verkiezingen van februari 2018 terug te treden als hoofd van de Staatsraad en de Ministerraad. Wel verwacht men dat hij zal aanblijven als leider van de Cubaanse Communistische Partij van Cuba.

    Sinds Donald Trump in januari 2017 zijn intrede deed in het Witte Huis is de relatie tussen de Verenigde Staten en Cuba duidelijk bekoeld. Zo verharde Trump zijn taal tegen Castro en heeft hij gezegd korte metten te maken met de toenaderingspolitiek van zijn voorganger Obama.

    Zakendoen met staatsbedrijven die door Cubaanse militairen worden geleid, is voortaan verboden. De spanning tussen beide landen liep onrustbarend op toen het nieuws naar buiten kwam dat Amerikaanse diplomaten in Havana en medewerkers van de ambassade doelwit zouden zijn van aanvallen met geluidswapens of iets van dien aard. Beide regeringen hebben over en weer beschuldigingen geuit en de aanvankelijk terughoudende Cubaanse media deinzen er niet langer voor terug om Trump een ongelikte beer te noemen. Al hebben de Verenigde Staten de Castro-regering niet rechtstreeks beschuldigd, toch hamert regeringswoordvoerder Heather Nauert erop dat de Cubaanse regering op de hoogte moet zijn geweest van wat er is voorgevallen. Op zijn beurt heeft Cuba verklaard zich van geen kwaad bewust te ziijn. De hele episode lijkt een flashback van de Koude Oorlog.

    ‘De Communistische Partij heeft veel ervaring met het voeren van een sober beleid. In de jaren negentig wist ze de eenheid in Cuba te bewaren’

    Voor Domingo Amuchástegui, voormalig analist bij de Cubaanse inlichtingendienst en momenteel woonachtig in Miami, is het ‘ondenkbaar’ dat onder de huidige omstandigheden iemand terug zal treden.

    Het ‘Trump-effect’ is voelbaar in het politieke debat in Cuba, menen enkele analisten. Trumps nieuwe maatregelen, die het reizen naar Cuba en de handel met staatsbedrijven aan banden leggen, voeden de oude staat-van-beleg-mentaliteit op het eiland, zegt 
de Cuba Study Group, de Cubaans-Amerikaanse organisatie die de toenaderingspolitiek van oud-president Barack Obama steunde. Hoe groot de macht is van de conservatieven binnen de Cubaanse regering bleek al toen de regering de afgifte van nieuwe licenties voor werknemers in de private 
sector stopzette. ‘Raúl Castro zegt al langer dat de oude mentaliteit het voornaamste obstakel voor hervormingen is. Ook heeft hij gezegd dat de hervormingen zo snel gaan als de consensus dat toestaat. Die twee dingen wijzen er wel degelijk op dat er een groep is die het proces vertraagt,’ meent Carlos Alzugaray, oud-ambassadeur van Cuba bij de Europese Unie.

    Wie de nieuwe president van Cuba ook wordt, hij zal het hoofd moeten bieden aan ingewikkelde uitdagingen die van invloed zijn op zijn politieke speelruimte. De olievoorziening uit Venezuela is het afgelopen jaar opgedroogd omdat Cuba’s bondgenoot zelf kampt met een economische crisis. Orkaan Irma, die over de noordkust van het eiland trok, heeft een spoor van verwoestingen achtergelaten. De Cubanen morren over de traag verlopende herstelwerkzaamheden en er waren kleine, spontane protestacties in de hoofdstad en in een aantal provincies. Econoom Carmelo Mesa-Lago verwacht dat de Cubaanse economie dit jaar opnieuw met 0,3 procent zal krimpen – het afgelopen jaar werd afgesloten met een recessie. Volgens Mesa Lago zit Cuba in de zwaarste economische crisis sinds 1990, het jaar waarin de Sovjet-Unie uiteenviel.

    Moody’s Investors Service voorspelt dat als gevolg van orkaan Irma en de nieuwe maatregelen van de Trump-regering de Cubaanse economie met 0,5 procent zal krimpen. Manuel Cuesta Morúa, een tegenstander van het regime, die het voortouw nam om onafhankelijke kandidaten op de lokale verkiezingslijsten te krijgen, acht het niet uitgesloten dat Raúl Castro voorlopig aanblijft als hoofd van de regering vanwege ‘de kritieke situatie’ waarin Cuba plotseling terecht is gekomen door de nasleep van orkaan Irma en de verslechterde relatie met de Verenigde Staten. ‘Zo’n crisis kan beter door ervaren mensen worden aangepakt dan door nieuwkomers.’ Wel denkt Morúa dat Raúl Castro het regeren zal overlaten aan vicepresident Miguel Díaz-Canel, de zichtbaarste kandidaat tot nu toe. ‘Ik denk dat de Cubanen in institutionele zin voldoende zijn voorbereid om de toenemende problemen te trotseren en tegelijkertijd de politieke overgang door te zetten,’ zegt Richard Feinberg, docent politicologie aan de Universiteit van Californië in San Diego. ‘De Communistische Partij heeft veel ervaring met het voeren van een sober beleid. In de jaren negentig wist ze de eenheid in Cuba te bewaren.’

    De gebroeders Castro.
    De gebroeders Castro.

    ‘Het is weinig waarschijnlijk, zo niet onmogelijk dat er zich géén wisseling van de wacht zal voordoen in de hoge echelons van de regering,’ meent oud-ambassadeur Alzugaray. ‘Raúl Castro heeft duidelijk te kennen gegeven dat hij wil terugtreden en de institutionele basis wil leggen voor het Cuba na de Castro’s. Raúl Castro is bijna negentig en staat bekend als iemand die het fijn vindt tijd met zijn familie door te brengen. Hij zal nu niet terugkrabbelen,’ aldus de Cubaanse ex-diplomaat. ‘Hij heeft niet voor niets voorgesteld dat een president maar twee termijnen mag aanblijven. Op die regel zal hij niet de eerste uitzondering zijn.’

    Castro’s plannen dateren van 2013. Toen zei hij voor het eerst dat hij van plan was zich na vijf jaar uit de staatsraad terug te trekken. Op het zevende congres van de Communistische Partij van Cuba in 2016 heeft de president voorgesteld een leeftijdslimiet in te stellen voor leden van de regering en van de Communistische Partij, een voorstel dat door de aanwezige tachtigers die tot de ‘historische generatie’ behoren – de mannen die samen met Fidel en Raúl Castro deelnamen aan de omverwerping van de Baptista-dictatuur – lauwtjes werd ontvangen.

    ‘Vanaf het moment dat hij president werd (officieel in 2008) heeft Castro gepoogd de instituties te versterken, hetgeen de beste garantie op voortzetting van het regime zou zijn,’ aldus William LeoGrande, docent aan de American University. ‘Maar Castro heeft met geen woord gerept over het opgeven van zijn plek als eerste secretaris van de Communistische Partij van Cuba, en in die hoedanigheid heeft hij een grote vinger in de pap bij belangrijke beslissingen.’

    Ander debat

    Maar zelfs áls Castro uit de regering stapt, dan liggen de kaarten van het politieke debat nu anders, meent Arturo López Levy van de Universiteit van Texas in Río Grande en voormalig analist bij de Cubaanse inlichtingendienst. ‘Eerst ging het erover of vicepresident Díaz-Canel genoeg in huis had om te kunnen omgaan met een geglobaliseerde wereld en een pluriformere samenleving. Nu is het debat over de politieke hervormingen in Cuba uitgesteld of zelfs stopgezet,’ aldus López Levy. De regering heeft bijvoorbeeld het verzoek afgewezen van meer dan honderd onafhankelijke kandidaten om deel te mogen nemen aan de lokale verkiezingen van 26 november. In plaats van over progressievere kandidaten of andere politieke hervormingen gaat het huidige debat erover of Díaz-Canel en zijn team voldoende zijn klaargestoomd om een adequate strategie te ontwikkelen tegen Trump, en of ze de energie hebben om het tegen Washington op te kunnen nemen.

    Auteurs: Nora Gámez Torres en Mimi Whitefield
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    El Nuevo Herald
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 95.000

    In 1977 voor het eerst uitgebracht als bijlage van de Miami Herald, staat sinds 1986 op eigen benen. Dé Spaanstalige krant (de tweede en meest gelezen in de VS) van de latinogemeenschap in Miami.

  • ‘Franse Trump’ bindt de strijd aan met Macron

    ‘Franse Trump’ bindt de strijd aan met Macron

    Laurent Wauquiez is de nieuwe voorman van ‘fatsoenlijk rechts’ in Frankrijk. Hij is slechts twee jaar ouder dan Emmanuel Macron, maar in alles diens tegenpool. Door op te schuiven naar rechts poogt hij tevens Marine Le Pen de wind uit de zeilen te nemen.

    Laurent Wauquiez, oud-minister onder president Nicolas Sarkozy in 2011, is brutaal, jong en extreem ambitieus, Begin december werd hij gekozen tot voorzitter van Frankrijks grootste conservatieve partij. Als leider van Les Républicains (LR) zou de tweeënveertigjarige rechtse politicus bij uitstek geschikt zijn om president Emmanuel Macrons centristische partij La République en marche (LaREM) uit te dagen bij de verkiezingen voor het Europese Parlement in 2019 en bij de regionale verkiezingen in Frankrijk in het jaar daarop.

    Wauquiez, een conservatieve ‘bad boy’ (aldus Le Monde) die ooit weigerde als burgemeester van Le-Puy-en-Velay (Auvergne) een homohuwelijk te voltrekken, is van plan zijn ingedutte partij als wapen te gebruiken om Macron aan te vallen. Maar om het op te nemen tegen de president moet Wauquiez eerst LR in vorm zien te krijgen, want sinds de voormalige leider François Fillon in april ten onder ging in de strijd om het Elysée is de partij verdeeld en gedemoraliseerd.

    Maar streven naar eenheid is niet de strategie van de nieuwe partijleider. De man die twee keer minister is geweest en Donald Trump een ‘inspiratie’ noemde, probeert zijn partij een ruk naar rechts te geven door op alle gebieden, van economisch beleid tot de rol van de islam in Frankrijk, standpunten in te nemen die lijnrecht tegen het beleid van Macron ingaan. En wat maakt het daarbij uit of hij vaak de ultrarechtse Marine le Pen van het Front National naar de mond praat en gematigd-rechtse politici als de voormalige premier Alain Juppé tot razernij brengt?

    Wauquiez is eraan gewend vijanden te maken. In een interview met Politico uit de slungelige langeafstandsloper kritiek op Macron, ‘een overschatte president’ die ‘niets voor elkaar krijgt’ voor de Franse economie, en inzake de EU ‘tegen een muur oploopt’.

    Fabeltjes

    ‘Ik wil niet dat we in fabeltjes geloven,’ zegt Wauquiez, die tot dusver voorzitter was van de bestuursraad in de regio Auvergne-Rhône-Alpes in het oosten van Frankrijk. ‘Emmanuel Macron doet niet wat Gerhard Schröder deed 
in Duitsland. Hij doet niet wat David Cameron of Margaret Thatcher deden. De overheidsuitgaven gaan omhoog… En de hervorming van de arbeidswet is, als je naar de besluiten kijkt, maar een geringe hervorming. Ik wil niet dat bedrijven voor de gek gehouden worden of zich illusies gaan maken,’ voegt hij eraan toe. ‘We hebben in geen enkel opzicht te maken met een transformatie die voldoet aan wat Frankrijk nodig heeft.’

    Wauquiez vindt, evenals Fillon, dat de overheidsuitgaven in Frankrijk drastisch omlaag moeten. Hij beschrijft zijn eigen staat van dienst in Auvergne-Rhône-Alpes, een gebied dat hij als een soort ministaatje heeft geleid en waarin hij werkzoekenden steun weigerde en de regionale overheidsuitgaven met 5 procent verlaagde, als het tegenovergestelde van ‘het macronisme’. De president, meent hij, past wat kleinigheden aan en weigert het grote probleem aan te pakken: de overheidsuitgaven die 55 procent van het Franse bruto binnenlands product opslokken. ‘In zijn campagne beloofde hij het aantal ambtenaren terug te brengen tot honderdvijftigduizend,’ zegt Wauquiez. ‘Als hij dit tempo aanhoudt, duurt het twee eeuwen eer hij die belofte kan waarmaken. Ik wens hem een lang leven toe.’

    Als Wauquiez cynisch overkomt, dan 
is dat deels omdat hij zichzelf wil verkopen als Mr. Hyde tegenover Macron als Dr. Jekyll. Waar Macron gematigd is als het om de overheidsuitgaven gaat, kiest Wauquiez een positie ter rechterzijde van wijlen Margaret Thatcher. Waar Macron de integratie van de eurozone predikt, wil Wauquiez ‘een unie van natiestaten’. En waar Macron liberaal is inzake maatschappelijke problemen, is Wauquiez ultraconservatief.

    Macron verwoordt zijn “complexe gedachten” 
in ingewikkelde bijzinnen. Wauquiez cultiveert simpele botheid

    Het is ook een kwestie van stijl. Macron verwoordt zijn ‘complexe gedachten’ 
in ingewikkelde bijzinnen. Wauquiez cultiveert simpele botheid. De oneliners waarmee hij strooide toen hij de afschaffing van de Europese Commissie eiste, komen rechtstreeks uit het draaiboek van Trump. Ze zijn bedoeld om zoveel mogelijk woede op te wekken.

    Wat Wauquiez’ Trump-achtige optreden nog schaamtelozer maakt, is het feit dat hij van minstens even voorname afkomst is als Macron, zo niet voornamer. Ze zijn alle twee opgeleid aan de École nationale d’administration (ENA), een Frans instituut voor 
de elite, maar alleen Wauquiez werd toegelaten tot de ultraselectieve École Normale Supérieure. Wauquiez was het jongste parlementslid van zijn generatie. Voordat Macron president werd, was hij niet eerder in een publiek ambt verkozen.

    Het cruciale verschil is dat Wauquiez een partijman is die het familiebedrijf overneemt, terwijl Macron zijn eigen partij heeft opgericht.

    Door schokkende uitspraken te gebruiken als instrument om vooruit 
te komen, werkte Wauquiez zich omhoog tijdens een lange burgeroorlog die de conservatieve partij bijna verwoest heeft. Terwijl zijn ex-baas Nicolas Sarkozy in 2016 een verloren strijd voerde om de presidentiële nominatie op rechts, baande Wauquiez zich een weg naar een vooraanstaande positie. Op 10 december vorig jaar werd hij al in de eerste stemronde gekozen tot nieuwe leider van LR.

    Laurent Wauquiez bij een training van de spoorwegpolitie in november 2017. – © Nicolas Liponne / Getty
    Laurent Wauquiez bij een training van de spoorwegpolitie in november 2017. – © Nicolas Liponne / Getty

    Op weg naar de top heeft hij heel wat vijanden gemaakt. De huidige minister van Financiën Bruno Le Maire beschuldigde hem er in het verleden van dat hij ‘een schrikbewind’ voerde en hoge pieten binnen de partij noemden hem een ‘kille narcist’ die geen loyaliteit kende en net zo makkelijk weer afstand deed van eerder ingenomen standpunten. Tegen Politico zei Wauquiez ooit dat Michel Barnier, de EU-onderhandelaar over de Brexit, ‘niet alleen maar aardige dingen [over hem] te zeggen zou hebben’.

    Dat zou heel goed kunnen. In 2005 stemde Wauquiez voor het verdrag dat tot een Europese grondwet moest leiden, maar sindsdien heeft hij zich ontpopt tot een euroscepticus-light, en soms niet eens zó light. Nadat de Britten hadden gestemd voor een vertrek uit de EU stelde hij voor de Europese Commissie af te schaffen – een standpunt waarvan hij zich later distantieerde.

    Tegenwoordig heeft Wauquiez kritiek op wat hij de positieve houding van Parijs jegens de Brexit noemt: ‘Het lijkt of iedereen zegt: “Goed, Groot-Brittannië doet niet meer mee, prima”, zonder dat iemand erover nadenkt en zegt: “Kunnen we de EU misschien eens onder handen nemen waarbij we rekening houden met de Britse gevoelens? En tegen hen zeggen dat ze beter in de EU kunnen blijven?” We moeten de onderhandelingsmethoden, die Barnier heel bekwaam hanteert, herzien,’ voegde hij eraan toe. ‘Er komt nog een tijd na de Brexit, en daarom moeten we blijven praten. Misschien vinden we een oplossing waardoor ze weer lid kunnen worden, maar dan op een andere manier.’

    Zo vriendelijk als Wauquiez tegen Groot-Brittannië is, zo somber is hij over Macrons pogingen om de eurozone te herzien. Hij beschuldigt de president ervan dat hij een ‘technocratisch federalisme’ voorstelt waarin de voornaamste oorzaken van het euroscepticisme genegeerd worden, en meent dat Macrons plan ‘Frankrijk doet verdwijnen’ in de groep. ‘Ik denk dat we niet om het fundamentele vraagstuk van de architectuur van 
de lidstaten heen kunnen, en dat we moeten accepteren dat een grote lidstaat en een kleine lidstaat niet hetzelfde gewicht in de schaal leggen,’ meende hij. ‘Frankrijk of Duitsland zijn niet hetzelfde als Litouwen, hoe aardig we dat land ook vinden. Macron zegt dat we Europa gaan opbouwen zonder het volk [via referenda] te raadplegen. Dat is een vreselijke uitspraak voor een politiek leider en het getuigt duidelijk van minachting.’

    Marine Le Pen

    Dit soort beschuldigingen – die voorbijgaan aan het feit dat Macron aan de macht kwam na zijn eigen beweging vanaf de grond te hebben opgebouwd, en dat hij van plan is om volgend jaar in elk Europees land ‘democratische conventies’ te gaan houden – brengen 
Wauquiez dichter in de buurt van Marine Le Pen.

    Het Front National heeft Wauquiez lange tijd gezien als een potentiële bondgenoot, iemand die extreemrechts uit zijn isolement kan halen. Maar hij wees het voorstel van Le Pen af om de handen ineen te slaan en zei dat hij nooit een verbond met ultrarechts zou sluiten.

    Hij mikt er juist op stemmen van Le Pen te stelen door haar stoere praat over immigratie, de islam en terrorisme te imiteren – hij riep op om alle mensen die verdacht worden van banden met terroristen in de gevangenis te gooien – iets wat des te meer aantrekkingskracht heeft omdat hij, in tegenstelling tot Le Pen, ooit aan de macht zou kunnen komen.

    Als hij inderdaad ooit president wordt, zal hij allereerst en vooral de geloofwaardigheid van zijn land versterken, zegt Wauquiez, omdat het daar volgens hem nog steeds aan ontbreekt. ‘Frankrijk moet aan zichzelf gaan werken, want er komen geen Europese hervormingen als Frankrijk zichzelf niet verandert.’

    Macron, zijn Dr. Jekyll, zou het zelf niet beter kunnen verwoorden.

    Auteurs: Maïa de La Baume en Nicholas Vinocur
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Politico
    België | politico.eu

    Politiek, beleid en persoonlijkheden van de EU via video’s, columns, beeld en politieke fora.