Tag: populisme

  • We horen steeds weer over ‘legitieme zorgen’ over immigratie. De waarheid is dat die er niet zijn

    We horen steeds weer over ‘legitieme zorgen’ over immigratie. De waarheid is dat die er niet zijn

    ‘Immigranten zijn niet de schuld van een samenleving die is ontworpen om de rijksten te bevoordelen en het is tijd dat Labour het publiek dat gaat vertellen’, schrijft Maya Goodfellow, academicus en auteur van Hostile Environment: How Immigrants Became Scapegoats.

    Immigratie is de reden waarom de lonen laag zijn, of waarom je geen fatsoenlijke baan kunt krijgen. Het is de reden waarom je je ongemakkelijk voelt in je eigen buurt en waarom zo velen vinden dat er te veel veranderd is in een te korte tijd. Mensen die met kleine bootjes arriveren zullen waarschijnlijk niet de ‘Britse waarden’ begrijpen en moslims moeten beter integreren – ‘zij’ zijn niet zoals jij.

    Deze uitspraken vormen de aloude politieke orthodoxie over immigratie. Het is een doctrine die hardnekkig stand houdt, en die frontaal moet worden aangepakt – vooral als politici zo verontwaardigd zijn over het recente geweld als ze zeggen.

    Politieke sfeer

    De meeste mainstream politici zijn het erover eens dat dit de acties zijn van een extreme groep racisten. Maar wat ze over het hoofd zien, is de bredere politieke sfeer waarin zo’n gewelddadige, racistische politiek kon ontstaan. Westminster moet zichzelf eens goed onder de loep nemen: wat veel politici nu veroordelen, hebben ze zelf in de hand gewerkt.

    Het politieke ‘centrum’ reageert meestal op extreemrechts door de methoden van extreemrechts aan de kaak te stellen en zich te distantiëren van de grove, racistische retoriek – maar geven uiteindelijk toe aan de onderliggende argumenten. In de dagen na de algemene verkiezingen adviseerde Tony Blair Keir Starmer dat hij, om extreemrechts af te weren, de positieve aspecten van immigratie moet benadrukken, maar er ook voor moet zorgen dat deze ‘onder controle’ blijft. Hoe respectabel en verstandig zulk advies ook mag lijken voor sommigen binnen onze politieke klasse, het sentiment dat ‘controle’ over immigratie een manier is om sociaal conservatieve kiezers te paaien is een van de oorzaken van de corrosiviteit.

    Waarom? Omdat het impliceert dat de angst voor immigratie een legitieme bezorgdheid is en dat het terugdringen van immigratie de juiste methode is om die angst weg te nemen. Dit sentiment zou wel eens bepalend kunnen zijn voor wat er nu gaat komen. Een conservatieve commentator heeft al gesuggereerd dat het terugdringen van immigratie op zijn minst deel zou moeten uitmaken van de reactie op het geweld. In een ongemakkelijk tv-interview met het onafhankelijke parlementslid Zarah Sultana (inmiddels geschorst uit Labour omdat ze stemde voor het schrappen van de uitkeringslimiet voor twee kinderen) over de rellen, hield Ed Balls vol dat, ‘als je er niet in slaagt immigratie goed te beheersen en te beheren, er dingen misgaan’.

    Anti-immigratiegevoelens zijn geen natuurlijke, onvermijdelijke reactie op verandering

    Zijn zorgen over immigratie ‘legitiem’? Aantoonbaar niet. Mensen die naar het Verenigd Koninkrijk komen zijn niet verantwoordelijk voor een economie die is ontworpen om de rijksten te bevoordelen en de armsten uit te buiten – immigratie is geen belangrijke oorzakelijke factor van lage lonen en het is niet de reden waarom er baanonzekerheid is. Anti-immigratiegevoelens zijn ook geen natuurlijke, onvermijdelijke reactie op verandering. Uit een onderzoek bleek dat in gebieden met een lage immigratiegraad het percentage ‘leave voters’ – een stem die op zijn minst gedeeltelijk werd gemotiveerd door bezwaren tegen immigranten – een van de hoogste was. Nee: het zijn de mainstream politici en bepaalde media die deze gevoelens oproepen. Ze karakteriseren bepaalde groepen mensen, meestal degenen die niet wit zijn (of niet helemaal wit), als een culturele bedreiging – vaak gericht op moslims, ongeacht waar ze geboren zijn.

    De ‘legitieme zorgen’ zijn in dit geval illegitiem. Dit erkennen betekent niet dat je moet verwerpen wat mensen zeggen. Het aanspreken van mensen met deze opvattingen hoeft ook niet te betekenen dat je hun zorgen legitimeert. De keuze is niet simpelweg negeren of accepteren. Politiek gaat over het overtuigen van mensen van een alternatief; de gedachte dat dit niet mogelijk is, is gevaarlijk.

    De regering zou het narratief kunnen veranderen door de geschiedenis van het Britse rijk en migratie verplicht op te nemen in het curriculum, en door racisme actief aan te pakken in de media, bij oppositiepartijen en binnen haar eigen gelederen. Maar de regering zou dit moment ook kunnen gebruiken om de materiële omstandigheden van mensen te verbeteren door het beleid van de ‘vijandige omgeving’ af te schaffen en te zorgen voor veilige reisroutes (een van de enige haalbare oplossingen om te voorkomen dat mensen het Kanaal moeten oversteken). Het zou ook visa goedkoper kunnen maken, voor betere huisvesting kunnen zorgen, de complexe procedures van het ministerie van Binnenlandse Zaken kunnen vereenvoudigen, en een einde kunnen maken aan tijdelijke, uitbuitende visa. Zo krijgen mensen de kans om onder fatsoenlijke voorwaarden hier te komen en te blijven, indien ze dat willen.

    Alternatief

    Deze doortastendheid moet verder gaan dan alleen immigratie. De regering moet de rijksten belasten, investeren in openbare diensten en doen wat nodig is voor een rechtvaardige overgang van fossiele brandstoffen. Dit is niet alleen belangrijk om het leven van mensen te verbeteren, maar ook een noodzakelijke reactie op de recente gebeurtenissen. Het zou een vergissing zijn om de extreemrechtse rellen te karakteriseren als een wanhoopskreet van de armen: dat gaat voorbij aan het feit dat het hier om racisme gaat en aan de vele mensen uit de arbeidersklasse die zich actief verzetten tegen dit soort politiek, waaronder veel minderheden. Maar door het land eerlijker te maken, zodat het makkelijker en beter is om in te leven, kunnen mensen een toekomst creëren waarin ze kunnen investeren – een alternatief voor de xenofobe, naar binnen gerichte allure van rechts.

    Dit zou echter een aanzienlijke koerswijziging vereisen. De Labourregering maakt zich op voor bezuinigingen en een van de strijdpunten van de partij tijdens de verkiezingen was dat de ultravijandige Tories te liberaal waren op het gebied van immigratie. Maar ze zouden een voorbeeld moeten nemen aan de levendige antiracistische demonstraties, die een positievere visie uitdragen van het soort land dat we kunnen zijn.

    De redenen voor het recente geweld zijn talrijk en complex – het kan niet alleen aan het immigratiedebat worden toegeschreven. Maar er moet een einde komen aan de anti-immigrantenretoriek: of het nu gaat om het sussen van ‘legitieme zorgen’, de belofte om ‘de boten tegen te houden’ of de meer acceptabele politieke beloften om ‘de controle op immigratie’ op te voeren. Al deze factoren hebben bijgedragen aan de huidige situatie. Als politici het extreemrechtse geweld willen begrijpen, moeten ze hier beginnen.

  • Polen kan weer lachen en dat is goed voor heel Europa

    Polen kan weer lachen en dat is goed voor heel Europa

    De rechts-populistische partij PiS verloor de Poolse parlementsverkiezingen en dat is volgens columnist Timothy Garton Ash niet alleen voor het land zelf veelbelovend. ‘Maar’, schrijft hij ook, ‘het is nog te vroeg om te juichen. Er liggen nog zware taken in het verschiet.’

    Was je op zondagavond 15 oktober in Polen geweest, dan had je een zeldzaam moment van politieke vreugde meegemaakt. Jonge kiezers stonden tot in de kleine uurtjes in de rij om de xenofobe, nationalistische populisten vaarwel te zeggen die hun land het verleden in hebben gesleurd. Om te bewijzen dat zelfs oneerlijke verkiezingen tegen alle verwachtingen in gewonnen kunnen worden. En om Polen een moderne Europese toekomst te geven. Mensen die om negen uur ’s avonds, toen de stembussen werden gesloten, nog in de rij stonden, mochten blijven wachten om toch te stemmen. Sommige rijen waren erg lang, dus brachten omwonenden warme drankjes om mensen die in de kou stonden te steunen. Een jongeman in Wroclaw, die maandag rond een uur ’s nachts werd geïnterviewd, zei vol te houden omdat dit de belangrijkste verkiezingen sinds 1989 waren.

    Op de dag van de verkiezingen liep ik naar een stembureau in Warschau met dezelfde oude vrienden die ik had vergezeld tijdens die historische stemming op 4 juni 1989. Tevreden kozen ze elk één naam uit de lange lijst van parlementskandidaten. En met evenveel plezier weigerden ze zelfs het stembiljet maar aan te nemen voor een referendum dat tegelijkertijd werd gehouden. Het was een referendum, dat – met belachelijk bevooroordeelde vragen over zaken als een vermeend ‘gedwongen herhuisvestingsmechanisme’ voor illegale immigranten, zogenaamd ‘opgelegd door de Europese bureaucratie’ – in feite pure verkiezingspropaganda was voor de regerende Recht en Rechtvaardigheid Partij (PiS). Mijn vrienden en ik wachtten vol spanning af wat er te gebeuren stond.

    Anna vertelde me dat waar ze in 1989 vooral hoop had gevoeld, dat nu vooral angst was. Haar dochter, in 1989 net zeven, maakte zich zorgen over wat de regerende partij, als ze nog een termijn zouden winnen, nog meer zou verzinnen om jonge geesten te vergiftigen en het onderwijs van haar zevenjarige dochter verder te ruïneren. Maar toen, vanaf de eerste exitpolls om 21.00 uur, veranderde angst in opluchting en daarna in vreugde.

    Genoeg

    Ondanks het feit dat de verkiezingen van 1989 maar half vrij waren, openden ze de deur naar democratie in Polen. En ondanks het feit dat de verkiezingen van 15 oktober in meerdere opzichten oneerlijk waren – niet in de laatste plaats vanwege de grove, leugenachtige propaganda die door alle door de staat gecontroleerde media werd verspreid – zouden ze het afglijden van Polen naar het soort electoraal autoritarisme van Viktor Orbán in Hongarije moeten stoppen.

    De recordopkomst van bijna 74 procent – volgens de laatste telling – was 10 procent hoger dan in 1989. De eerste schattingen wijzen erop dat kiezers onder de 29 jaar in groteren getale zijn komen opdagen dan kiezers boven de 60 jaar. Het lijkt erop dat jonge Polen eindelijk begrepen dat hun toekomst op het spel stond. Wat er verder ook gebeurt, dit was een groots democratisch moment. De mensen hebben gesproken en ze hebben gezegd dat ze een andere regering willen.

    De mensen hebben gesproken en ze hebben gezegd dat ze een andere regering willen

    Tenzij de huidige prognoses [op het moment van schrijven op maandagmiddag 16 oktober] er heel erg naast zitten, zullen de democratische oppositiepartijen een duidelijke parlementaire meerderheid hebben ten opzichte van PiS en haar potentiële partner, de woeste Konfederacja-partij, die een aanzienlijk aantal stemmen van jongeren dreigde te krijgen.

    Waarom heeft de oppositie gewonnen? Er is meer tijd nodig om dat volledig te begrijpen, en er hangt sowieso altijd een mysterieuze mist rond hoe en waarom miljoenen individuele mensen uiteindelijk beslissen om op het ene te stemmen in plaats van op het andere. Niettemin is te zien dat veel kiezers gewoon genoeg hadden van het corrupte, kleingeestige, achterlijke, obscurantistische bewind van de partij onder leiding van de 74-jarige Jaroslaw Kaczynski, die een soort wandelende bloemlezing van rancune is.

    Sommigen waren gealarmeerd door waarschuwingen van de oppositie dat de anti-Brusselse koers van de PiS weleens zou kunnen leiden tot een Polexit. Naast de toegenomen opkomst van jongeren stemden er bij deze verkiezingen voor het eerst meer vrouwen dan mannen. Een deel van hun motivatie lijkt te zijn ingegeven door de aanblik van een reactionaire, patriarchale partij die een van de strengste antiabortuswetten in Europa heeft opgelegd. Meer dan 600.000 Polen in het buitenland registreerden zich om te kunnen stemmen, ook al zal hun invloed op de werkelijke uitslag (onterecht) marginaal zijn.

    De van wrok vervulde Kaczynski heeft misschien nog een paar vuile trucjes achter de hand

    Donald Tusk, de leider van de grootste oppositiepartij, de Burgercoalitie, met als kern Burgerplatform dat hij begin jaren 2000 mede oprichtte, verdient alle lof. Ik moet bekennen dat ik sceptisch was toen de 66-jarige voormalige voorzitter van de Europese Raad besloot terug te keren naar de frontlinie van de Poolse politiek. Het voelde een beetje alsof Tony Blair het leiderschap van de Britse Labourpartij weer op zich zou nemen – en net als in het geval van Blair zijn er veel mensen die Tusk niet kunnen uitstaan. Maar hij vocht zich een weg door een spervuur van giftige scheldpartijen, waarbij hij er belachelijk genoeg zelfs van werd beschuldigd een Duitse kandidaat te zijn. Deze overwinning is in belangrijke mate de zijne.

    Ik reisde rechtstreeks naar Warschau vanuit Istanboel, waar mijn liberaal-democratische vrienden in een diepe depressie verkeren nadat een verenigde oppositie er eerder dit jaar niet in slaagde bij de verkiezingen president Recep Tayyip Erdogan te verslaan. In het voorjaar van 2022 zag ik hoe een verenigde oppositie in Hongarije het onderspit dolf tegen Orban. Ook in Polen drongen mijn vrienden en ik er bij de oppositie op aan om zich te verenigen – wat niet lukte. Toch zou uiteindelijk kunnen blijken dat het feit dat er drie verschillende oppositielijsten waren om uit te kiezen – de Burgercoalitie van Tusk, de Derde Weg (een combinatie van twee partijen die in grote lijnen aanvaardbaar zijn voor liberale rooms-katholieke kiezers) en Nieuw Links – uiteindelijk tot maximalisatie van oppositiestemmen heeft geleid.

    Het is nog vroeg. De van wrok vervulde Kaczynski heeft misschien nog een paar vuile trucjes achter de hand. President Andrzej Duda zal hem vrijwel zeker als eerste de kans geven om een regering te vormen, dus het kan nog maanden duren voordat de macht eindelijk in andere handen komt. En een oppositiecoalitie van zeer diverse partijen aan de macht zou weleens kwetsbaar kunnen zijn (denk aan Duitsland).

    DePiSisatie

    En dan is er nog de enorme uitdaging om de sluipende staatsgreep van PiS terug te draaien. Ik heb net een nieuw Pools woord geleerd: depisyzacja, ofwel dePiSisatie, naar analogie met decommunisatie [het afschaffen van overblijfselen uit het communisme]. Maar de PiS uit de Poolse staat halen zal een zware taak zijn. Het betekent de onafhankelijkheid van de rechtbanken herstellen, staatsmedia omvormen tot echte publieke media, de diepe politieke penetratie van de ambtenarij en staatsbedrijven ongedaan maken, de kiesdistricten herindelen zodat ze demografische veranderingen weerspiegelen, en nog veel meer. En dat allemaal terwijl Duda nog steeds uitgebreide vetorechten heeft. Herstel van EU-financiering zal helpen, maar niemand kent de werkelijke toestand van de Poolse overheidsfinanciën. En naast de deur woedt ook nog een oorlog in Oekraïne.

    PiS blijft de partij die het grootste deel van de stemmen kreeg. In de grote steden ging bijna de helft van de stemmen naar de oppositiepartijen en minder dan een kwart naar PiS, maar op het platteland was het andersom. Burgerplatform moet laten zien dat het heeft geleerd van zijn fouten in de jaren 2000 en de zorgen van het armere, conservatievere, rooms-katholieke, landelijke en kleinstedelijke Polen respecteren. En de oppositie moet de verleiding weerstaan om simpelweg wraak te nemen – een verleiding die prachtig wordt verbeeld in Andrzej Wajda’s verfilming van de klassieke negentiende-eeuwse Poolse komedie Zemsta [Wraak], waarin twee Polen die een kasteel delen elkaar proberen af te maken.

    Maar laten we ons geen zorgen maken over de dag van morgen. Het viel me vanochtend op dat de presentatoren op de onafhankelijke tv-zender TVN, die de oppositie steunt, nauwelijks konden stoppen met glimlachen – en eerlijk gezegd kan ik dat ook niet. De populistische nachtmerrie van Polen is bijna voorbij en heel Europa zal ervan profiteren.

  • Novembernummer | Pop-up-populisme

    Novembernummer | Pop-up-populisme

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Europa’s immigratiebeleid staat in schril contrast met mensenrechten

    » Wat stofdeeltjes ons vertellen over de wereld

    » Mexico krijgt voor het eerst een vrouw als president. ‘Je moet er eierstokken voor hebben’

    Bye Bye

    Bye Bye Bibi, schreven we in april 2018 op onze cover. Ondertitel: De val van Benjamin Netanyahu. Een artikel uit Newsweek bepleitte dat zijn positie, na bloedige aanvallen op de Gazastrook en de ene na de andere corruptiezaak, niet langer houdbaar was, en dat vertrek meer een kwestie was van wanneer dan van of. Aan de andere kant zou hij destijds, als er verkiezingen werden gehouden, waarschijnlijk winnen. Die voorspelling kwam uit en de of-vraag wordt helaas weer steeds groter. Het artikel is hoe dan ook de moeite waard om (online) na te lezen in het kader van de nieuwe fase in de oorlog.

    Bye Bye Rutte is het inmiddels wel, en dat betekent een nieuwe bestuurder voor Nederland. Wordt het ‘klimaatpaus’ Timmermans, die de ommezwaai van veel Europese landen op het gebied van klimaat in gesprek met The Guardian ‘verbijsterend’ noemt? Volgens de Britse krant bevindt het Nederlandse vertrouwen in de politiek zich op een historisch dieptepunt, wat overigens lijkt te gelden voor heel Europa, waar de ene na de andere rechtsextremistische regering wordt gevormd.

    Vrijwel alle Europese landen doen bovendien mee aan het fanatiek beteugelen van migratie

    Vrijwel alle Europese landen doen bovendien mee aan het fanatiek beteugelen van migratie, zoals te lezen is in ons dossier. Tegelijkertijd lijkt er bewustzijn te bestaan, ook bij die extreemrechtsen, dat aan bepaalde Europese waarden moet worden voldaan. Zo wordt Italiaans premier Georgia Meloni na een jaar aan de macht niet graag herinnerd aan haar profascistische uitspraken en stelt zelfs Wilders zich in de aanloop naar de verkiezingen milder op. Een houding die perfect aansluit op Europa’s beeld van zichzelf als ‘kosmopolitische voorvechters van diversiteit, openheid en inclusie, terwijl het de wereld met keiharde grenzen buiten de deur houdt’.

    Ruim 80 procent van de heroïne komt uit Afghanistan, waar de papaverteelt nu verboden is

    Minder hoog op de agenda staat drugsbeleid. Ten onrechte. Ruim 80 procent van de heroïne komt uit Afghanistan, waar de papaverteelt nu verboden is. Wat betekent dat voor de toekomstige toelevering? Overigens werd de opiumhandel aanvankelijk niet verboden omdat de taliban voor het in beslag nemen van eerdere oogsten woningen van boeren zouden moeten binnenvallen, wat in strijd is met de overtuiging dat een huis heilig is. Hoe iets schijnbaar kleins zo’n grote invloed kan hebben…

    Dat geldt ook voor die piepkleine rondvliegende deeltjes waar zelden iemand aandacht aan besteedt, behalve om ze te verwijderen: stof. Jay Owens beschrijft in haar recente boek hoe de geschiedenis van onze obsessie met het eeuwige afstoffen samenhangt met gender- en klassenonderscheid en raciale ongelijkheid. Een sterk staaltje journalistiek.

    Overigens moet u de rubriek Afrika in dit nummer missen, maar dat compenseren we volgende maand met een longread over de ijzingwekkende Keniaanse sekteleider Paul Nthenge Mackenzie. Gelukkig is hij inmiddels wel bye bye.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    Schermafbeelding 2023 11 02 om 09.41.33 1
  • Wereldwijd groeit de weerstand tegen immigratie – en daarmee het populisme

    Wereldwijd groeit de weerstand tegen immigratie – en daarmee het populisme

    De val van het Nederlandse kabinet is het zoveelste voorbeeld van wereldwijde ontevredenheid over immigratie, schrijft The Wall Street Journal. Nu immigratie naar een recordhoogte stijgt, worden rechts-populistische partijen in een groot deel van de wereld populairder.

    Een recordaantal immigranten vertrekt naar welvarende landen. Dat leidt wereldwijd tot steeds meer protest, waardoor populistische partijen almaar populairder worden. Regeringen worden onder druk gezet om hun beleid aan te scherpen en de migratiegolf in te dammen.

    In veel landen, waaronder Canada en delen van Europa en Azië, worden migranten aangemoedigd om te komen, zodat ze tekorten aan arbeidskrachten kunnen verlichten en demografische dalingen kunnen compenseren. Maar die grote toestroom zorgt er, in combinatie met de toename van illegale immigratie naar de Verenigde Staten en Europa, tevens voor dat steeds meer kiezers ontevreden worden. Sinds het einde van de coronapandemie is de migratiestroom toegenomen, waardoor samenlevingen veranderen. Veel mensen geven immigranten de schuld van een toename in criminaliteit en hogere woonprijzen.

    Afgelopen vrijdag viel het Nederlandse kabinet. De verschillende partijen konden het niet eens worden over nieuwe maatregelen om de immigratie, die tot een recordhoogte is gestegen, te beperken. In Italië en Finland zijn onlangs anti-immigratiepartijen aan de macht gekomen en in Zweden gedogen ze sinds kort minderheidsregeringen. De extreemrechtse FPÖ [Vrijheidspartij] in Oostenrijk staat momenteel bovenaan in de landelijke peilingen.

    80 procent meer

    Vorig jaar verhuisden er ongeveer vijf miljoen meer mensen naar welvarende landen dan dat er mensen vertrokken. Volgens dataonderzoek van Wall Street Journal is dat 80 procent meer dan vóór de pandemie. De stijging wordt veroorzaakt door versoepeling van de reisbeperkingen die tijdens corona golden, toename van tekorten aan arbeidskrachten in rijke landen en grotere economische problemen in ontwikkelingslanden.

    Opiniepeilingen tonen aan dat de weerstand tegen immigratie in welvarende landen toeneemt – ook in landen die bekendstaan als het meest gastvrij voor nieuwkomers.

    Ruwweg de helft van de Canadezen is het niet eens met nieuwe plannen van de regering, die ongeveer een half miljoen immigranten per jaar wil gaan binnenlaten. Ze vinden dat te veel voor een land met veertig miljoen inwoners. Volgens een peiling van Léger, een onderzoeksbureau uit Montreal, is driekwart van de mensen bang dat het plan een buitensporige vraag naar huisvesting, gezondheidsdiensten en sociale diensten als gevolg heeft.

    In het Verenigd Koninkrijk zijn de regels versoepeld: het doel is om afgestudeerden uit het buitenland aan te trekken om een tekort aan vakkennis op te lossen. Volgens een enquête van onderzoeksbureau Public First vindt de helft van de mensen in het Verenigd Koninkrijk dat er te veel legale migratie plaatsvindt.

    Een groot deel van de bevolking in de Verenigde Staten is al langere tijd tegen immigratie. Die weerstand is het afgelopen jaar toegenomen: volgens Gallup polls ligt de tevredenheid van Amerikanen over immigratie rond de 28 procent, waar dat vorig jaar nog 34 procent was. Het is het laagste cijfer in tien jaar tijd.

    Finland is bezig langs de Russische grens een technologisch geavanceerd hek van tweehonderd kilometer te bouwen

    In Frankrijk vonden dagenlang gewelddadige protesten plaats, omdat de politie er onlangs een tiener van Noord-Afrikaanse afkomst doodschoot. Toch suggereren recente peilingen dat Marine Le Pen, de extreemrechtse leider van Front National, de volgende presidentsverkiezingen van het land zou kunnen winnen. Le Pen is ook voorstander van strengere immigratiewetten.

    Kiezers maken zich over het algemeen vooral zorgen om illegale immigratie, die vaak invloed heeft op lonen en sociale voorzieningen. Illegale immigratie via de Middellandse Zee naar Europa en vanuit Mexico naar de Verenigde Staten heeft de afgelopen maanden een recordhoogte bereikt.

    Maar mensen maken zich ook zorgen over de komst van laag- en zelfs hoogopgeleide legale migranten. De angst bestaat dat de prijzen voor wonen en andere kosten stijgen door hun komst, terwijl er al sprake is van hoge inflatie.

    Europese landen bouwen voort op maatregelen die al vóór de coronapandemie in gang zijn gezet: er worden honderden kilometers aan nieuwe land- en zeebarrières gebouwd om illegale migratie zo veel mogelijk te verhinderen. Finland is bezig langs de Russische grens een technologisch geavanceerd hek van tweehonderd kilometer te bouwen. Kyriakos Mitsotakis, de Griekse premier, beloofde in maart dat er langs de Turkse grens een stalen hek van zo’n honderdvijftig kilometer zou komen om illegale oversteek te voorkomen.

    Vooral in Europa ‘is er absoluut een discrepantie tussen het soort mensen dat onze arbeidsmarkten nodig heeft en het soort mensen dat binnenkomt’, zegt Roland Freudenstein, vicevoorzitter van de onafhankelijke denktank Globsec in Brussel. Veel mensen verhuizen naar Europa vanwege de sociale voorzieningen die worden aangeboden in landen als Zweden en Duitsland, aldus Freudenstein. In de Verenigde Staten ligt dat volgens hem anders: daar komen immigranten meer voor het werk, deels omdat er minder sociale voorzieningen zijn.

    Vacatures

    Het aantal immigranten naar de Verenigde Staten en Europa steeg in 2015 en 2016 enorm. De weerstand daartegen is een van de redenen dat Groot-Brittannië uit de Europese Unie stapte en Donald Trump president kon worden. ‘We zien nu een vergelijkbare ontwikkeling, die nog verder reikende gevolgen zou kunnen hebben,’ zegt Freudenstein.

    Ook in Nederland staan rechtse partijen bovenaan in de peilingen. De conservatieve partij van Mark Rutte heeft onlangs geprobeerd om de stroom asielzoekers naar het land te beperken, maar twee van de coalitiepartners weigerden hierin mee te gaan. Het leidde ertoe dat Rutte, de langstzittende regeringsleider in de Nederlandse geschiedenis, zichzelf gedwongen zag zijn ontslag aan te bieden aan de koning.

    De regering heeft voorspeld dat het aantal asielaanvragen dit jaar kan oplopen tot meer dan zeventigduizend, meer dan het vorige recordaantal uit 2015 [de voorlopige cijfers van de eerste zes maanden van 2023 ligger lagen dan verwacht: 20.122 asielaanvragen]. Met achttien miljoen inwoners is het een dichtbevolkt land en de huisvesting komt hierdoor onder druk te staan. Conservatievere kiezers roepen daarom op tot strengere controles.

    In veel landen is er nog steeds veel steun voor meer migratie, vooral onder bedrijfsleiders die bang zijn dat ze bepaalde functies niet kunnen bezetten zonder talent uit het buitenland. Japan stond lang bekend om zijn anti-immigratiebeleid, maar heeft vorige maand de regels voor buitenlandse werknemers versoepeld. Ook in Duitsland, Spanje en Zuid-Korea worden meer buitenlandse werknemers toegelaten of wordt de wetgeving versoepeld.

    Maar de groeiende weerstand onder de bevolking maakt het voor regeringen steeds moeilijker om een dergelijk beleid door te voeren. Toch is het volgens sommige leiders de enige manier om vacatures op te vullen, nu mensen in rijkere landen ouder worden en met pensioen gaan.

    In Duitsland haalt de anti-immigrantenpartij Alternative für Deutschland (AfD) in de peilingen rond de 20 procent van de stemmen. Dat is twee keer zoveel als bij de nationale verkiezingen van 2021. Het zou betekenen dat de AfD na de christendemocraten de populairste partij van het land is, populairder nog dan de sociaaldemocraten van bondskanselier Olaf Scholz. Uit de peilingen blijkt dat het immigratiebeleid voor de achterban van de AfD de belangrijkste reden is om de partij te steunen.

    Slechts zo’n honderdduizend van de ongeveer miljoen Oekraïners in Duitsland hebben een baan

    Duitsland heeft de afgelopen jaren miljoenen vluchtelingen uit Afghanistan, Syrië en Oekraïne opgenomen. Toch klagen bedrijven nog steeds dat ze meer hoogopgeleide migranten nodig hebben, omdat vluchtelingen moeilijk op te leiden en te integreren zijn. Slechts zo’n honderdduizend van de ongeveer miljoen Oekraïners in Duitsland hebben een baan.

    In Frankrijk heeft de regering van president Emmanuel Macron onlangs plannen opgeschort die het mogelijk maakten voor immigranten zonder papieren om in sectoren met een tekort aan arbeidskrachten te gaan werken. De plannen moeten worden uitgesteld vanwege een geschil met Italië over de illegale oversteek van de Frans-Italiaanse grens.

    Volgens een peiling die na het begin van de rellen door Odoxa-Backbone Consulting voor de krant Le Figaro werd afgenomen, wil ongeveer 60 procent van de Fransen dat de immigratiewetgeving wordt aangescherpt. Le Pen zei in februari dat een groot aantal immigranten ‘ervoor zorgt dat [banen] in eigen land worden “uitbesteed”’. Oftewel: werknemers van Franse afkomst moeten het afleggen tegen werknemers met een buitenlandse afkomst. ‘Als we een fabriek kunnen offshoren, doen we dat. En als dat niet kan, omdat je een restaurant of constructiewerk niet aan het buitenland kan uitbesteden, halen we meer immigranten binnen.’

    Ron DeSantis, gouverneur van Florida en Republikeinse presidentskandidaat, nam in mei een nieuwe wet aan die ongedocumenteerde immigranten in die staat nog verder criminaliseert. Belangrijke figuren uit de agrarische sector en de bouwsector zeggen dat de wet de tekorten aan arbeidskrachten daar zal vergroten.

    Australië en Nieuw-Zeeland haalden al lange tijd veel hoogopgeleide immigranten binnen, maar nu krijgen buitenlanders de schuld van de stijgende woonprijzen. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat de gemiddelde huur- en koopprijzen met ongeveer 1 procent stijgen als het equivalent van 1 procent van de bevolking van een stad daarnaartoe immigreert. Volgens recente opiniepeilingen is ongeveer 60 procent van de Australiërs voorstander van een migratiestop, zodat de woonprijzen kunnen dalen.

    Record

    In het Verenigd Koninkrijk zeggen ministers dat ze het aantal immigranten willen verminderen, hoewel dat aantal het afgelopen jaar door hun eigen beleid tot een recordhoogte is gestegen. Suella Braverman, de Britse minister van Binnenlandse Zaken, zei in mei dat we niet moeten vergeten hoe we zelf dingen kunnen doen. ‘Er is geen goede reden waarom we niet genoeg vrachtwagenchauffeurs, slagers of fruitplukkers zouden kunnen opleiden.’

    Vorig jaar verhuisden ongeveer zeshonderdduizend meer mensen naar het Verenigd Koninkrijk dan er het land verlieten – een record. Het is onwaarschijnlijk dat dit zo door zal gaan, want dat zou het aandeel van immigranten in de bevolking in tien jaar tijd met 5 procent verhogen, tot ongeveer 20 procent. Dat stelt Alan Manning, professor aan de London School of Economics en voormalig voorzitter van het U.K. Migration Advisory Committee [Adviescomité Migratie Verenigd Koninkrijk], dat de Britse regering adviseert over immigratiebeleid. ‘Alle infrastructuur zou dan moeten mee ontwikkelen, omdat er anders opstoppingen ontstaan,’ zegt hij.

    Experts zeggen dat de weerstand tegen immigranten onderdeel is van een zich herhalende cyclus. Bedrijven zetten zich voortdurend in voor soepeler immigratiewetten, omdat dat hun arbeidskosten verlaagt en hun winst verhoogt. Op rechts krijgen ze steun van neoliberale politici en op links van leiders die integratie nastreven. Daardoor wordt er een immigratiebeleid doorgevoerd dat soepeler is dan de gemiddelde kiezer wil.

    Het gevolg daarvan is volgens Manning dat het populisme een enorme boost krijgt. Populistische politici smoren vervolgens de immigratie in de kiem, waardoor de angsten van de kiezers afnemen en de cyclus opnieuw begint.

    Manning ontving honderden reacties van geïnteresseerde partijen toen hij als voorzitter van het U.K. Migration Advisory Committee informatie inwon. Bijna allemaal wilden ze dat er meer immigranten zouden worden binnengelaten. ‘Maar volgens opiniepeilingen wilden de meeste mensen juist minder immigratie,’ aldus Manning.

    Lees ook:

  • ‘Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten’. De arrogantie van de elite

    ‘Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten’. De arrogantie van de elite

    Jarenlang keek de progressieve elite stiekem neer op de mensen onder aan de maatschappelijke ladder. Die mensen zijn nu afgehaakt en stemmen overal ter wereld op de populisten. Eigen schuld, dikke bult, zegt Elisabeth Raether.

    Keuze uit het archief

    Vijf jaar geleden, september 2016, publiceerden wij een dossier genaamd: ‘Hé elite, kijk eens in de spiegel!’ In dit artikel daaruit fileert een jonge Duitse journaliste vlijmscherp de kronkels in de gedachten van wat meestal de linkse elite wordt genoemd. Hun stelregel lijkt te zijn: zolang je zelf alles volgens de – door hen zelf bepaalde – regels doet, is het geen probleem om op anderen neer te kijken.

    Na maanden van voorverkiezingsstrijd heeft onze verontwaardiging over Donald Trump iets overbodigs gekregen: hij zegt iets onbeschofts en wij grijpen geschrokken naar onze parelketting, als burgerdames die iemand aan tafel uit een vingerkommetje zien drinken. Maar de verrassing is er nu wel af. En vooral: Trump kwam niet uit het niets. Waarschuwingssignalen genoeg. We hebben lang gedacht dat het voldoende was iemand als hij met scherpzinnige spot en minachting op zijn plaats te zetten.

    Maar of het nu satirische stukjes of afkeurende hoofdartikelen waren, of dat we hem gewoon voor gek zetten om zijn haar: niets hielp. Eigenlijk hebben we steeds gedacht dat alleen dat kapsel al genoeg was om erger te voorkomen. Maar Trump en andere autoritaire leiders kregen steeds meer succes en werden steeds zelfbewuster.

    Het zou aan ons kunnen liggen. Want uit alle aanwijzingen, die we niet alleen over het hoofd hebben gezien maar bewust hebben genegeerd, blijkt dat wij − ook als Europeanen − een onaangename waarheid onder ogen moeten zien: wij leven in een klassenmaatschappij, waar de ene groep leidt en de andere volgt. En als we om Trump en Melania lachen, ontmaskeren we niet hén, maar onszelf.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden

    Wie zijn wij? Wij zijn de leiders. Wij zijn de nieuwe liberale elite. Wij zijn degenen die met tranen in de ogen luisteren naar Michelle Obama’s toespraak op de democratische conventie. Wij zijn het soort mensen dat niet bang is om een moderne en toch elegante outfit te dragen die vermoedelijk is ontworpen door een jonge designer uit New York wiens naam de meeste Amerikanen niet eens kunnen uitspreken. Wij zijn de mensen die überhaupt niet zo snel bang zijn, niet voor de onbegrijpelijke soevereiniteit waarmee de First Lady spreekt, noch voor de mengeling van macht en morele volmaaktheid die ze belichaamt als ze zegt: ‘Ik word iedere dag wakker in een huis dat is gebouwd door slaven.’ Michelle Obama is mooi, rijk, intelligent, elegant en heel, heel machtig. Maar ze is ook zwart, zodat ze zonder een zweempje schaamte mag genieten van al haar voorrechten, de schaamte die lange tijd de prijs is geweest van leven in de bovenlaag van de samenleving.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is, wat hoort en wat niet hoort, en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden. We zoeken het gezelschap van ‘ons soort mensen’. Maar net als een regime dat door revolutie aan de macht is gekomen, staan we boven alle verwijten, want wij, althans de generaties voor ons, hebben voor die plaats moeten vechten.

    We hebben de tolerantie bij wijze van spreken uitgevonden, en we definiëren dus ook wat dat is

     Het resultaat is de onaantastbare macht van het juiste, onze macht dus. En inderdaad, we hebben veel goeds teweeggebracht wat we de wereld nalaten: vrijheid en rechten voor vrouwen, migranten, gehandicapten, homoseksuelen. Maar de klassen hebben we niet afgeschaft. We hebben ons in de top van de klassenmaatschappij genesteld, en hebben nu het gevoel dat alle remmen los zijn.

    Van onderaf zou dat er wel eens heel anders uit kunnen zien.

    Michelle en Melania

    Hillary Clinton heeft dochter Chelsea ‘perfect’ opgevoed, zei Michelle Obama in haar toespraak. Dat zal niet iedere Amerikaanse moeder van haar kinderen durven zeggen; in ieder geval niet de moeders van de dikzakken en de spijbelaars, gedetineerden, tienermoeders en drugsverslaafden. Maar die moeders kunnen de First Lady niet verwijten dat ze arrogant is, tenzij hun voorouders op zijn minst ook slaven waren.

    Na Michelle Obama was er een toespraak van een jonge transvrouw, Sarah McBride. Dankzij zorgvuldige medische ingrepen ziet ze er zo fantastisch uit als iedere vijfentwintigjarige zich zou wensen. McBride was stagiaire in het Witte Huis en werkt nu bij een ngo. Haar verhaal gaat er niet alleen over dat álle mensen gelijk zijn, ze vertelt ook over haar echtgenoot, een transman, die op zijn achtentwintigste aan kanker overleed en zich tot zijn dood heeft ingezet voor LBGTQA-mensen in de VS.

    Er zijn niet veel vijfentwintigjarigen die op de conventie mogen spreken, en nog minder die zo hoogstaand en onzelfzuchtig overkomen. Maar hoe zit het met die anderen? Die niet zwart of hoogbegaafd, niet stijlvol of transgender, geen stralende jonge weduwe en wellicht niet eens vrouw zijn? Wat is hun heldenverhaal?

    Op de conventie van de Republikeinen, kort daarvoor, stond Melania Trump op het podium. Ook zij is aan haar gezicht geopereerd, maar om andere redenen. Smalle ogen, volle lippen, geföhnd haar. Ze leest van de autocue, waar ze zich kennelijk erg voor moet concentreren. Ze heeft een zwaar Balkanaccent en een monotone stem. Haar gelaatsuitdrukking past niet bij wat ze zegt: ze praat over liefde, het gezin en kindness, maar ze kijkt als een roofdier, cool, sexy, alsof ze bezig is iemand te verleiden, alsof ze alleen maar zo kan kijken.

    Veel van wat bij een toespraak mis kan gaan, gaat ook mis. Dat is al duidelijk vóórdat iemand ontdekt dat hele passages ervan zijn overgeschreven uit een toespraak van Michelle Obama in 2008. Een paar dagen later onthult een tijdschrift in New York dat het designdiploma dat Melania Trump zou hebben in het postcommunistische Slovenië van de jaren tachtig helemaal niet bestond. Vanaf dat moment kent het leedvermaak geen grenzen meer. Als ze dan al een universitair diploma verzint, waarom dan niet een bestaand? Melania, een vrouw net zo nep als haar borsten.

    Maar hoe zit het met de fakeborsten van de jonge transvrouw? Waarom zijn sommige borsten progressief en andere reactionair? Als iemand zijn biologische geslacht niet wil accepteren, mag hij zich laten opereren tot zelfs zijn moeder hem niet meer herkent. En als iemand er mooier of jonger uit wil zien dan hij is, dan zou dat niet mogen? Hoe moet je dat uitleggen aan iemand buiten de liberale kliek?

    Je kunt ook anders naar het optreden van Melania Trump kijken. Een verkiezingsteam had het niet beter in scène kunnen zetten: de hoon waar Trumps vrouw tegenaan loopt, is dezelfde die bij zijn kiezers tomeloze woede-uitbarstingen veroorzaakt. Zij worden opnieuw bevestigd in hun wrok. Zwarte mannen en vrouwen in de VS zijn slachtoffer van politiegeweld, arm, en moeten zich tegen ontelbare vooroordelen verdedigen. Maar er is nog een groep die buitengesloten wordt. Want ook over mensen die de vooruitgang niet zo snel kunnen bijbenen, mogen we − ook in tijden van sekseneutrale taal − allerlei denigrerende dingen zeggen; de mensen die onzeker zijn, geen talenten hebben, bang zijn: de witte mannen. Hun verlangens, hun behoeften, hun angsten, hun levensverhalen: één grote grap. Je kunt ze white trash noemen, of arbeiders, werklozen, ongeschoolden. Hoe dan ook, populair zijn ze niet, wereldwijs evenmin en zelfspot kennen ze niet. Zij zijn degenen die gekwetst zijn.

    Het kan op het eerste gezicht misplaatst lijken dat juist degenen die zijn afgehaakt zich identificeren met het echtpaar Trump, dat tenslotte fabelachtig rijk is. Melania Trump post selfies vanuit haar gouden woonkamer en heeft een assistente die boodschappen voor haar doet. De tegenstrijdigheid dat uitgerekend miljardairs de uitgeslotenen weten te bereiken, verdwijnt snel: want ze zijn niet alleen economisch uitgesloten, maar vooral cultureel.

    Lees ook:

    De leidster van het Front National, Marine Le Pen, had een bevoorrechte jeugd in een rijke voorstad van Parijs, maar mensen die zich aan de kant gezet voelen, zijn dol op haar. Terwijl de welgestelden een lompe vrouw met prefascistische opvattingen zien, koesteren de gepijnigde zielen zich in haar warmte. Want zij voelen hoe de liberale elite op hen neerkijkt. Le Pen heeft jarenlang haar uiterste best gedaan om toegelaten te worden in de Parijse televisiestudio’s waar haar vader een ongewenste gast was. Nu vecht ze voor het presidentschap met een hartstocht alsof het niet om politiek, maar om het vereffenen van een rekening gaat.

    Dat is het heldenverhaal van de veronachtzaamden: jullie zogenaamd tolerante veelverdieners hebben ons jarenlang genegeerd. We mochten optreden in realityshows op tv, zodat jullie je, met je eeuwige ironie, konden amuseren. Maar nu is het ernst. Nu willen we de macht, en die zullen we krijgen ook. Jullie vonden het toch altijd zo erg dat we niet gingen stemmen? Nou, dat is precies wat we gaan doen.

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen. Hoewel, bijvoorbeeld: niet alle tegenstanders van genetische modificatie kunnen je vertellen waarom ze daar zo tegen zijn, want het is ook gewoon een gevoel. Je wilt nou eenmaal graag dat wat je eet op een of andere manier waarde heeft en puur is.

    Ook kunnen niet alle pleitbezorgers van de EU uitleggen wat daar nou zo goed aan is, want het gaat uiteraard ook om onze identiteit, een vaag gevoel dat zich zo moeilijk laat beschrijven. Het is in ieder geval makkelijker om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet waar van die uitstekende, maar ongelooflijk goedkope wijnen op de kaart staan.

    Lees ook:

    Wereldwijde woede, vooral onder jongeren

    Iedereen heeft altijd meer begrip voor zijn eigen domheid dan voor die van de ander. Maar wie bepaalt wat dom is? Wie beslist wat de juiste problemen zijn en wat de verkeerde? Afgezien daarvan: Wat kan er nou dom aan zijn om iemand in het Witte Huis of het Elysée te kiezen waarmee je je kunt identificeren?

    Superioriteit

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Op het moment dat ze zo woedend werden, waren de uitgeslotenen allang van het politieke toneel verdwenen. De Franse socioloog Didier Eribon zegt dat de communistische arbeidersklasse vroeger ook al homofoob en racistisch was, maar dat ze nu vooral op het Front National stemmen omdat de socialistische regeringspartij niets meer met hen te maken wil hebben. De PS onder François Hollande wil het ‘nieuwe links’ zijn, vertegenwoordigd door vlerken als premier Manuel Valls en minister van economische zaken Emmanuel Macron, die geen idee hebben van de strijd die de afhakers tegen ‘die daar boven’ voeren. Onverholen hautain zei Valls laatst over degenen die tegen een geliberaliseerde arbeidsmarkt demonstreerden: Dat is het oude links. De Franse socialisten, de Duitse SPD, de Democraten in de VS, allemaal hebben ze hun groezelige komaf achter zich gelaten en zich geconcentreerd op de veel deftiger culturele vraagstukken.

    Dat de achterblijvers pas door autoritaire leiders en racisten weer een stem hebben gekregen, is een drama. Want natuurlijk hebben ook arbeiders en werklozen transgenderkinderen en homoseksuele zonen en dochters voor wie ze het allerbeste willen, en natuurlijk zullen vooral degenen die geïsoleerd zijn geraakt het meest te lijden hebben van de gevolgen van klimaatveranderingen. Maar wij hebben onze internationale attitude tot ons handelsmerk gemaakt. We hebben geen enkele mogelijkheid voorbij laten gaan om onze superioriteit te demonstreren: wij zijn zo veel intelligenter, humoristischer en hebben zo’n heldere kijk op de zaken. Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten. Het mag dan slechts een ondertoon zijn, die onze arrogantie verraadt, we moeten er wel naar gaan luisteren. Bij de afhakers is de boodschap namelijk al lang aangekomen, en voor de autoritaire leiders was het vervolgens gemakkelijk om het nadenken over vrijheid en het verantwoordelijkheidsgevoel af te serveren als een luxe die maar weinigen zich kunnen permitteren. Zij beweren dat tolerantie de ideologie van de macht is. Dat mag onjuist en manipulatief zijn, het laat wel zien wat onze grootste zwakte is.

  • Oktobernummer | 200 keer het beste uit de internationale pers

    Oktobernummer | 200 keer het beste uit de internationale pers

    »  Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Dossier: Wat eten we morgen

    » ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    » Griekse muur van 40 kilometer gewapend beton in aanbouw

    » Alleen een sterke staat kan pact tussen politiek en misdaad verbreken

    Tien jaar

    Redactioneel

    ‘Voor u ligt een nieuw venster op de wereld. Die wijde, veranderlijke wereld, waarover we alles willen weten’, stond hier 200 edities en 23 readers geleden op 25 november 2011. Dat die ‘we’, aangestoken door ons eigen enthousiasme, en masse een abonnement op 360 ging afsluiten, was een door dopamine gestuurde aanname vol bravoure en ambitie. Maar laten we wel wezen, er was toch niets tegen in te brengen, een magazine dat speurt naar het beste wat de internationale media te bieden heeft, het kaf van het koren scheidt op basis van kwaliteit en relevantie en de lacunes in het internationale nieuws dicht, als dat zich vooral richt op landen waar verkiezingen, conflicten of rampen de voorpagina’s bepalen?

    Dat ‘wereldse’ voornemen zijn wij trouw gebleven. Zoals een schare ‘we’ 360 trouw is gebleven. Daar zijn we zeer dankbaar voor.

    Met evenveel animo blijven wij verder zoeken naar originele stemmen en nieuwe perspectieven

    Tien jaar kan een eeuwigheid lijken voor pasgeborenen terwijl ouderen bij een decennium wellicht niet langer stilstaan dan bij een trilling in de vleugels van een vlinder. Onweerlegbaar is dat er in de tien tussenliggende jaren ontzettend veel is gebeurd, ook al gaan wezenlijke veranderingen tergend langzaam. De eerste nummers gingen toen al over de verschuivende wereldorde, zowel multilateraal als particulier, aan het genderfront (Hij/zij, ed. 4, 2012). We publiceerden meerdere malen in verschillende edities over wat nog steeds de grote kwesties van deze tijd zijn: de verkramping van de macht, ongelijkheid, immigratie, racisme en de alarmerende conditie van natuur en klimaat. We zagen onderwerpen elders opduiken voordat deze in Nederland of Europa op de agenda kwamen, doordat bijvoorbeeld het Pakistaanse dagblad The Express Tribune schreef over de mislukkende internationale missie en de binnenlandse taliban in de miljoenenstad Karachi en de voormalig leider van de taliban interviewde (De terugkeer van de taliban, ed. 33, 2013). En we lieten veel verschillende stemmen aan het woord over de opkomst van het populisme (Wraak op de elite, ed. 106, 2016) en het wel en wee van de #MeToo-discussie (o.a. ed. 128, 2017).

    Maar we vonden ook talloze opzienbarende reportages en andere onterecht onopgemerkt gebleven inzichten die vrolijk stemden en boven alles bewezen dat er overal ter wereld met knisperende intelligentie en creativiteit geschreven wordt. Met evenveel animo blijven wij verder zoeken naar originele stemmen en nieuwe perspectieven in de internationale pers, voor iedereen die over zijn eigen grenzen wil kijken.

    Katrien Gottlieb

    gottlieb@360international.nl

    INT 21200 1 LR 1
  • Gletsjer in Alaska beweegt 100 keer sneller dan normaal | Hongerstaking voor Jemen

    Gletsjer in Alaska beweegt 100 keer sneller dan normaal | Hongerstaking voor Jemen

    Onderzoek naar het beleid van Bolsonaro

    De Braziliaanse Senaat startte deze week een onderzoek naar president Jair Bolsonaro’s aanpak van de bestrijding van het coronavirus. Senator Rodrigo Pacheco geeft aan dat de commissie zal gaan kijken naar de federale reactie op de gezondheidscrisis en welke middelen vanuit de overheid over de staten werden verdeeld.

    ‘De oprichting van deze parlementaire onderzoekscommissie betekent een tegenslag voor de regering van Bolsonaro, die haar nu probeert te ondermijnen’, schrijft Jornal do Brasil. Wel kan Bolsonaro de uitkomst volgens de krant mogelijk verzachten ‘door verklaringen van deelstaat- en gemeentelijke overheden te beïnvloeden’. De commissie krijgt een periode om de onderzoeksprocedures af te ronden en een eindrapport op te stellen dat in verband met mogelijke overtredingen zal worden doorgestuurd naar de officier van justitie, meldt Folha de Sao Paulo.

    Lees ook:

    Deutsche Welle noemt de commissie ‘een politiek hoofdpijndossier voor Bolsonaro, die nu al te maken heeft met dalende populariteit in een land met een van de hoogste covid-19-sterftecijfers ter wereld’. Het dodental dat in Brazilië in verband wordt gebracht met het coronavirus is meer dan 350.000, na de VS het hoogste aantal ter wereld.

    Het land heeft de situatie de afgelopen weken bovendien zien verslechteren, met dagelijkse sterfgevallen die soms oplopen tot vierduizend. De P.1-variant in het land lijkt ook jongeren meer te treffen.

    ‘Ik zou graag willen dat de mensen die een colbert en stropdas dragen met hun bedienden thuis praten’

    Ondertussen houdt Bolsonaro vol te doen ‘wat de mensen willen’. Zo zei hij in reactie op een rapport over de oprukkende honger tijdens de pandemie, dat hij wacht tot de bevolking ‘een signaal’ geeft om ‘actie te ondernemen’, meldt Correio Braziliense. De aanleiding was een onderzoek van de Food for Justice-beweging, waaruit blijkt dat zes op de tien Braziliaanse huishoudens vorig jaar tussen augustus en december kampten met voedseltekort; in totaal ging het om 125 miljoen Brazilianen.

    De president heeft ook zijn woede getoond over het voorgestelde onderzoek en zowel wetgevers als rechters onder vuur genomen. Woensdag [13 april] zei hij dat het land een ‘kruitvat’ is en dat er ‘ernstige problemen’ zullen ontstaan ​​als gevolg van maatregelen om het virus te beteugelen.

    ‘Ik zou graag willen dat de mensen die een colbert en stropdas dragen, die beslissen, de periferie bezoeken, met de bevolking praten, met hun bedienden thuis praten, in plaats van ze verhinderen te werken’, aldus de Braziliaanse president.


    Amerikaanse activisten in hongerstaking voor Jemen

    Activisten dringen er bij de Amerikaanse president Joe Biden op aan om de steun aan de door Saoedi-Arabië geleide coalitie in Jemen, waar miljoenen mensen honger lijden, stop te zetten.

    Iman Saleh, coördinator van de activistengroep Yemeni Liberation Movement, heeft al zeventien dagen niets gegeten. De 26-jarige Jemenitische Amerikaan en haar jongere zus, Muna, kwamen eind vorige maand vanuit de Amerikaanse staat Michigan naar Washington om de aandacht te vestigen op de humanitaire crisis in Jemen, waar al zes jaar een oorlog woedt.

    In hongerstaking gaan was een symbolische keuze, aldus Saleh tegen Al Jazeera, aangezien miljoenen Jemenieten te midden van het voortdurende conflict onder dreiging van wijdverbreide hongersnood leven.

    ‘We hebben het idee dat de wereld niet luistert naar wat er in Jemen gebeurt’, aldus Saleh. Aanvankelijk namen zes activisten deel aan de hongerstaking, nu zijn alleen zij en haar zus over. Ze leven van drinkwater en water met elektrolyten.

    ‘We willen door de wereld te laten zien wat het lichaam doormaakt als het verhongert (…) niet alleen aandacht en bewustzijn vestigen op wat er in Jemen gebeurt, maar mensen bovendien helpen de omstandigheden waar Jemenieten al jaren mee te maken hebben beter te begrijpen.’

    Druk op Biden

    De hongerstaking wordt gesteund door tientallen grassrootsorganisaties en krijgt veel steun van de internationale gemeenschap. ‘Beroemdheden als Mark Ruffalo en Noname en publieke figuren zoals Ilhan Omar, Rashida Tlaib en Marianne Williamson hebben hun steun aan de campagne van de stakers betuigd via Twitter’, schrijft Samidoun. Terwijl de hongerstaking voortduurt, neemt volgens de activistische site de druk op de regering-Biden om snel te reageren toe.

    https://twitter.com/LiberateYemen/status/1379231343414976512?ref_src=twsrc%5Etfw%7Ctwcamp%5Etweetembed%7Ctwterm%5E1379231343414976512%7Ctwgr%5E%7Ctwcon%5Es1_&ref_url=https%3A%2F%2Fsamidoun.net%2F2021%2F04%2Fyemeni-liberation-movement-hunger-strike-for-yemen-actions-this-week%2F
    Een video waarin YLM een overzicht geeft van de eerste week van de hongerstaking, de missie en de situatie in Jemen.


    The Washington Post publiceerde een ingezonden brief van Saleh, waarin ze eraan herinnert dat Biden in februari aankondigde een einde te zullen maken aan ‘alle Amerikaanse steun voor offensieve operaties in de oorlog in Jemen’. Noch Biden, noch het Congres hebben echter concrete stappen ondernomen om de steun te beëindigen, aldus Middle East Eye.

    Saleh in The Post: ‘Voor de regering vereist dit slechts een pennenstreek en een reeks opdrachten aan het Amerikaanse leger. Wij geloven niet dat deze acties een einde zouden maken aan de oorlog in Jemen, maar het zou zeker een effectieve stap zijn om een onvoorstelbare hoeveelheid leed ter plaatse te verlichten.’

    Weinig details vrijgegeven

    De oorlog in Jemen brak eind 2014 uit toen de Houthi-rebellen er grote delen van het land in beslag namen, waaronder de hoofdstad Sanaa. Het conflict escaleerde in maart 2015, toen Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten een door de VS gesteunde militaire coalitie samenstelden in een poging de regering van de door Riyad gesteunde president Abd-Rabbu Mansour Hadi te herstellen.

    Amerikaanse wetgevers hebben een beroep gedaan op de regering om duidelijkheid te krijgen over haar plan, schrijft MEE, maar er zijn weinig details vrijgegeven.


    De Muldrow-gletsjer in Alaska beweegt 100 keer sneller dan normaal

    In wat bekend staat als een glaciale golf, verschoof de meer dan 60 kilometer lange Muldrow-gletsjer de afgelopen maanden maar liefst 30 meter per dag. Pieken duren over het algemeen slechts enkele maanden en worden vaak pas gedetecteerd als ze al voorbij zijn. Maar de Muldrow-gletsjer bevindt zich in het Denali National Park and Preserve waar regelmatig vliegtuigen overheen vliegen, zodat de verschuiving al in vroeg stadium is opgemerkt.

    De Muldrow-gletsjer, die meestal langzaam beweegt en relatief gaaf is, vertoonde plotseling vele scheuren over bijna de gehele lengte van de gletsjer.

    De laatste keer dat de Muldrow-gletsjer een hoge vlucht nam, was in 1956-57

    Wetenschappers zijn er nog niet in geslaagd de afwijkingen genoeg te bestuderen om volledig begrip te krijgen van waarom ze plaatsvinden en te peilen wat de mogelijke rol hierop is van klimaatverandering, die snel smeltende gletsjers in Alaska en elders kan beïnvloeden.

    De laatste keer dat de Muldrow-gletsjer een hoge vlucht nam, was in 1956-57, toen hij in een paar maanden tijd meer dan 6 kilometer vooruitbewoog en een nu met aarde en vegetatie bedekt gebied van ijs achterliet, schrijft Alaska Public.

    Dave Schirokauer, teamleider van het Denali National Park Science and Resources, vloog onlangs de gletsjer op, en meldde dat de golf het oppervlak van de gletsjer heeft gekarnd, wat in juni naar verwachting zal resulteren in een grote hoeveelheid water.

  • Premier Draghi: Super Mario of wolf in schaapskleren?

    Premier Draghi: Super Mario of wolf in schaapskleren?

    De kersverse premier Draghi kreeg gisteren (17 februari) het vertrouwen van de Italiaanse Senaat, vandaag krijgt hij naar alle waarschijnlijkheid ook het Parlement achter zich. Terwijl een groot deel van de Italiaanse pers de komst van de voormalige voorzitter van de ECB met enthousiasme begroet, is niet iedereen blij met een liberale technocraat als hoofd van de regering.

    Woensdagochtend (17 februari) gaf de nieuwe Italiaanse premier Mario Draghi een toespraak waarin hij zijn program voor het land uiteenzette. Dezelfde dag stemde het Senaat met een overweldigende meerderheid (262 voor en 40 tegen) voor zijn regering van nationale eenheid.

    Vandaag, donderdag, wacht een tweede stemming in de Kamer van Afgevaardigden, die Draghi ook naar verwachting glansrijk zal winnen, aangezien hij een brede coalitie van partijen van over het hele politieke spectrum achter zich heeft. Niets lijkt Super Mario nog in de weg te staan om het land voortvarend te leiden, constateert de Italiaanse pers, die haast unaniem verheugd is met de daadkrachtige toon van de oud-ECB-voorzitter in zijn eerste toespraak als premier.

    ‘De woorden die premier Mario Draghi in de Senaat heeft uitgesproken, luiden het afscheid in van een tijdperk dat door de pandemie, met zijn noodlottige uitwerking, al ten grave was gedragen’, schrijft Corriere de della Serra in een hoofdredactioneel commentaar.

    ‘Dat was een tijdperk van anti-europrotesten, van vage ideeën over het vertrek van Italië uit de Europese Unie, van strijd tegen Frankrijk en Duitsland, van dromen over een gelukzalige “degrowth” [een wereld waarin productie en consumptie worden teruggebracht] en van klimaatontkenners. Gemakkelijke en denkbeeldige antwoorden op complexe problemen die niet konden worden opgelost met Italiaans navelgestaar.’

    ‘Laten we hopen dat Draghi “een land zal nalaten dat de dromen van onze kinderen waarmaakt”’

    Ook zakenkrant Il Sole 24 Ore is verheugd over de nieuwe wind na jaren van politiek gesteggel en een in zichzelf gekeerd Italië. ‘Een passage [uit de toespraak] die het verdient te worden onderstreept is (…) wanneer Draghi verwijst naar de trots om Italiaan en pro-Europeaan te zijn, omdat de keuze voor de euro “onomkeerbaar” is, maar ook omdat “wij een grote economische en culturele macht zijn”.’

    Dat vergeten we volgens de krant maar al te vaak, maar Draghi benadrukt dit juist. ‘We moeten trotser, rechtvaardiger en genereuzer zijn ten opzichte van ons land’, en erkennen ‘dat vele anderen ons benijden omdat we vaak vooroplopen in de wereld, om de grote rijkdom van ons sociaal kapitaal, om de vele vrijwilligers in het land’.

    Het dagblad voorspelt dan ook een succesvolle regeringsperiode van Draghi. ‘De voorwaarden voor succes zijn aanwezig, te beginnen met een internationaal netwerk, van de Verenigde Staten tot Duitsland. (…) Laten we hopen dat hij weet hoe hij Italië door deze moeilijke tijd moet loodsen om de jongeren, onze kinderen, zoals hij gisteren zei, “een land na te laten dat in staat is hun dromen waar te maken”.’

    Het katholieke dagblad Avvenire (Toekomst) is vooral blij dat de nieuwe premier in zijn Senaatstoespraak naar de toekomst kijkt. ‘Mario Draghi had het gisteren in de Senaat niet over miljarden euro’s. Want, veel meer dan de financiële, is de echte schuld die vandaag moet worden ingelost, die tussen generaties. De verantwoordelijkheid van het heden is te weten hoe vaardigheden, energie en middelen te verenigen en te beheren om een betere samenleving en een betere planeet te garanderen aan hen die vandaag jong zijn of nog op de wereld moeten komen. Het is deze “schuld aan de toekomst” die de minister-president als centraal punt in zijn regeringsprogramma poneerde. Een schuld die tegelijkertijd sociaal, ecologisch en van menselijke aard is.’

    Terugkeer van de elite

    ‘Is dit de terugkeer van de elite?’ vraagt Franse krant L’Opinion zich af nu de oud-ECB-voorzitter en ‘het archetype van de gehate Europese technocraat’ aan het roer van Italië staat. Draghi geniet zelfs de steun van populistische partijen als Lega, van Matteo Salvini, en de Vijfsterrenbeweging, van Luigi Di Maio – de twee vicepremiers van het vorige kabinet.

    ‘De omslag ligt niet in het onvermogen van de populisten om te regeren’, schrijft L’Opinion. ‘Het is eerder de wijdverspreide aanvaarding van het idee dat een briljante vertegenwoordiger van de geglobaliseerde macht samen met hen kan regeren. (…) Draghi is meer politiek dan men zou denken, geholpen door de 200 miljard euro van de Europese Unie, zou hij de democratische crisis kunnen tegengaan door het respect voor andermans mening in ere te herstellen.’

    ‘Heel Europa heeft er belang bij dat Draghi met succes transformeert van verrader tot redder’

    De regering-Draghi zou, volgens L’Opinion, vanwege zijn standpunten zelfs een voorbeeld voor de rest van Europa zijn. ‘Tegen de technocratie, waarvoor maar al te vaak geen alternatief is. Tegen de populistische partijen zelf, die hun tegenstanders snel als vijanden van het volk bestempelen, met een gevaarlijke polarisatie als gevolg. Heel Europa heeft er dus belang bij dat Draghi met succes transformeert van verrader tot redder.’

    Establishment

    Het linkse dagblad Il Fatto Quotidiano heeft minder vertrouwen in de mooie beloften uit Draghi’s toespraak. Met hem als premier koos president Sergio Matarella ‘niet alleen voor “de beroemdste Italiaan ter wereld”, wiens gênante koor al dagen slaafs zijn lof zingt. Nee, hij koos ook een symbool van het internationale establishment dat de wereld de afgelopen decennia heeft geregeerd en gemaakt tot wat zij is.’

    Van 1991 tot 2001 was Draghi al de hoogste ambtenaar van het Italiaanse ministerie van Financiën. ‘Tien noodlottige jaren’, oordeelt Il Fatto Quotidiano, waarin ‘Draghi leiding gaf aan het privatiseringsproces van Italiaanse overheidsbedrijven, dat in plaats van het verminderen van het begrotingstekort en het verbeteren van de dienstverlening, heeft geleid tot de oprichting van particuliere monopolies met nauwe politieke banden.’

    ‘Het probleem is dat een niet-gekozen regering de handen vrij heeft om een “sociaal bloedbad” aan te richten’

    Het dagblad is ook weinig positief over Draghi’s voorzitterschap van de ECB: ‘[In die periode] ondertekende hij in 2011 de beroemde geheime brief waarin hij de Italiaanse regering dringend verzocht om de lonen en arbeidsvoorwaarden aan te passen aan de behoeften van de bedrijven, en de overheidssector uit te kleden (met een oproep tot lagere lonen).’

    Dat Draghi nu de Italiaanse economie gaat stimuleren met sociale maatregelen, noemt Il Fatto Quotidiano ‘de mythe van een keynesiaanse Draghi’. ‘Maar niemand gelooft deze vrome illusie: het werkelijke bedrag dat van het Europees herstelplan naar Italië zal gaan, is veel lager dan wordt beweerd, en zijn agenda gaat meer over het behoud van werkgelegenheid. Het probleem is dat een niet-gekozen regering, die dus niets te maken heeft met het streven naar democratische consensus, de handen vrij heeft om een “sociaal bloedbad” aan te richten’, analyseert de krant.

    ‘Een buitengewone tijd (…) vereist de omverwerping van een failliet systeem. Draghi zal dat niet voor elkaar krijgen.’

    De aanstelling van Draghi is tekenend voor het verval van de nationale politiek in Europa

    Volgens filosoof Lorenzo Marsili ligt er een gevaar in het zogenaamde apolitiek profiel van Draghi, waarmee de ‘normaliteit’ in de Italiaanse politiek zou terugkeren, schrijft The Guardian. ‘Maar wat is dat “normaal” waar Italië zo naar verlangt? In het grootste deel van Europa is dat een beeld van langzaam verval, waar business-as-usual leidt tot groeiende ongelijkheid, aantasting van democratie en milieu en een dramatisch verlies van elke greep op de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw’, aldus Marsili.

    De aanstelling van Draghi is tekenend voor het verval van de nationale politiek in Europa, aldus Marsili. ‘Geen enkele van de verzwakte Europese natiestaten is in staat om op eigen kracht een transformerend beleid te voeren: om multinationals aan banden te leggen, de economie CO2-neutraal te maken of de exorbitante rijkdom van een kleine elite aan te pakken, die tijdens de pandemie alleen maar verder uit de hand is gelopen.’

    Maar als Draghi, zoals hij ook in zijn toespraak benadrukte, zorgt voor een Europese oplossing, ziet Marsili potentie voor échte verandering, schrijft hij in The Guardian. ‘De man van “whatever it takes”, de “redder” van de euro, weet beter dan de meesten dat alleen een echte economische en politieke unie de Europese staten in staat kan stellen hun collectieve soevereiniteit over hun lot terug te krijgen’, stelt Marsili.

    Toch lijkt dat de Italiaanse filosoof onwaarschijnlijk: ‘Een buitengewone tijd […] vereist de omverwerping van een failliet systeem. Draghi zal daar niet in slagen. En het risico van een hernieuwde nationalistische reactie is reëel.’

    Draghi’s politiek programma

    Het Italiaanse weekblad Internazionale vatte de belangrijkste punten uit de toespraak van Draghi van 17 februari samen:

    Europa en de euro. ‘De euro is onomkeerbaar (…). Zonder Europa is er minder Italië.’

    Het vaccinatieplan. ‘Onze eerste uitdaging is om het vaccin snel en efficiënt te distribueren.’

    Hervorming van de gezondheidszorg. ‘Het is noodzakelijk om het netwerk van basisdiensten te versterken en uit te breiden […]. Ziekenhuizen zullen worden belast met acute, postacute en revalidatiezorg. Via zorg op afstand moet het huis de belangrijkste plaats van zorg worden.’

    Scholen. ‘Snel terugkeren naar een normaal lesrooster; de in 2020 verloren lesuren inhalen; investeren in de opleiding van onderwijzend personeel. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan technische opleidingen.’

    Gelijkheid man en vrouw. ‘De genderkloof in de arbeidsparticipatie in Italië behoort nog steeds tot de hoogste in Europa (…) De regering zal zich concentreren op een socialezekerheidsstelsel dat vrouwen in staat stelt evenveel energie aan hun carrière te besteden als hun mannelijke collega’s, zodat de keuze tussen gezin of werk niet hoeft te worden gemaakt.’

    Next Generation EU. ‘We zullen ongeveer 210 miljard euro beschikbaar hebben over een periode van zes jaar. De strategische doelstellingen zijn: de productie van energie uit hernieuwbare bronnen, lucht- en waterverontreiniging terugdringen, een snel spoorwegnet, energiedistributienetwerken voor elektrische voertuigen, de productie en distributie van waterstof, digitalisering, breedband- en 5G-communicatienetwerken.’

    Klimaatcrisis. ‘Er is behoefte aan structureel beleid dat innovatie vergemakkelijkt, toegang van groene bedrijven die kunnen groeien door toegang tot kapitaal en krediet, en een expansief monetair en fiscaal beleid dat investeringen vergemakkelijkt en vraag creëert voor de nieuwe duurzame activiteiten.’

    Toerisme. ‘Sommige groeimodellen zullen moeten veranderen. Ondernemingen en werknemers in de toeristische sector moeten worden geholpen om de door de pandemie veroorzaakte ramp te boven te komen, maar we moeten culturele steden, plaatsen en tradities behouden, dat wil zeggen, niet verkwanselen.’

    Immigratie. ‘Een andere uitdaging wordt de onderhandeling over het nieuwe asiel- en migratiepact, waarin wij zullen streven naar een evenwicht tussen de verantwoordelijkheid van de landen van eerste binnenkomst en daadwerkelijke solidariteit. Van cruciaal belang zal ook de uitwerking zijn van een Europees terugkeerbeleid voor degenen die geen recht hebben op internationale bescherming, naast de volledige eerbiediging van de rechten van de vluchtelingen.’

  • Bestaat er een remedie tegen de allesoverheersende angst?

    Bestaat er een remedie tegen de allesoverheersende angst?

    Kenmerkend voor dit tijdsgewricht van opkomend populisme, klimaatverandering en politieke crisis is een allesoverheersende en verlammende angst. Wat zijn de gevolgen, en doen we ertegen? vraagt de Britse essayist Gavin Jacobson zich af.

    ‘Wij zien ons tijdsgewricht als een tijd van problemen, een eeuw van angst. De grond onder onze beschaving, onder onze zekerheid, verkruimelt onder onze voeten, en vertrouwde ideeën en instituties verdwijnen voor we ze kunnen vastgrijpen, als schaduwen in de invallende schemering.’

    Deze overpeinzing, geïnspireerd op het lange gedicht The Age of Anxiety van de Engels-Amerikaanse dichter W.H. Auden, komt uit het boek van de Amerikaanse historicus Arthur Schlesinger Jr., The Vital Center: The Politics of Freedom (1949). Hij schreef het in de gespannen periode vlak na de Tweede Wereldoorlog, waarin een nucleaire apocalyps voorstelbaar was, toen mensen zich zorgen maakten over de loop van de menselijke geschiedenis en politiek engagement moeilijk te vinden was en nog moeilijker vast te houden. Maar de passage had ook gemakkelijk in onze tijd geschreven kunnen zijn. Sinds de financiële crash van 2008 heerst er in Europa en de Verenigde Staten een ‘Sense of an ending’ (om de titel van het boek van literatuurcriticus Frank Kermode te lenen): een eindtijdgevoel. Liberale opvattingen hebben moeten wijken voor radicale twijfel. Populistische bewegingen staan op tegen de politieke en economische orde die de afgelopen vijftig jaar hebben geheerst. Electoraten staan voor een ongewisse toekomst.

    De grond onder de beschaving zal niet zozeer onder onze voeten verkruimelen, als wel wegzakken onder smeltende ijskappen en stijgende zeespiegels, terwijl de bekende indicatoren voor vooruitgang – levensverwachting, gelijkheid, geluk en vertrouwen in politieke instituties – in veel delen van de wereld afnemen. Krantenkoppen geven de stemming weer: ‘Geluk neemt af in de VS, volgens VN-rapport’ (The Guardian, maart 2017), ‘Vertrouwen daalt sterk in Amerika’, (The Atlantic, januari 2018), ‘Levensverwachting in Amerika twee achtereenvolgende jaren gedaald, (The Economist in januari 2018), ‘Neemt de ongelijkheid toe of af?’ (eveneens The Economist, maart 2018), allemaal ondersteund door de publicatie van het World Inequality Report Executive Summary, 2018 door Thomas Piketty et al. Ook de Wereldbank heeft gemeld dat er weliswaar minder mensen op de wereld in extreme armoede leven, maar dat de afname van de armoede is vertraagd.

    Naast dit verhaal van vermindering en verval zijn er ook meer positieve opvattingen, zoals die van psycholoog Steven Pinker, over een vreedzame en verlichte koers van de mensheid. Maar tot nu toe blijken de optimisten minder overtuigend: ze zijn er niet in geslaagd het tij van het doemdenken te keren.

    Lees ook:

    Lui lijfeigenschap

    We hoeven niet verbaasd te zijn over deze alarmistische verhalen. Al in de jaren negentig van de vorige eeuw luidde een hele verzameling van intellectuelen en commentatoren de alarmbel over toekomstige stormen (al werd dat geluid gedempt door een onstuitbare Amerikaanse hegemonie). Sommigen, zoals politiek wetenschapper John Mearsheimer, vreesden voor de terugkeer van nationale rivaliteiten die lang onderdrukt waren geweest door de bipolaire wereldorde van de Koude Oorlog. Anderen, onder wie historicus Paul Kennedy, grepen terug op malthusiaanse schrikbeelden zoals ‘demografische onevenwichtigheden over de hele wereld’.

    De vroegere nationale veiligheidsadviseur van Jimmy Carter, Zbigniew Brzezinski, voorzag ook een groot aantal gevaren voor de wereld en waarschuwde dat ‘mondiale verandering niet meer in de hand te houden is’, terwijl de mensheid afstevende op ‘politieke wanorde en filosofische verwarring’. Filosoof John Gray, politiek adviseur Edward Luttwak en miljardair George Soros wezen – vanuit verschillende invalshoeken en in verschillende toonaarden – op de schadelijke effecten van de vrije markt. Journalist Robert Kaplan fulmineerde tegen de kermis der ijdelheden van het rechtse Amerikaanse kapitalisme en voorspelde ‘The Coming Anarchy’, zoals hij het noemde (The Atlantic, maart 1994), een Mad Max-achtige wereld van welig tierende criminaliteit en ecologische afbraak.

    De meest verontrustende, maar minst begrepen waarschuwing kwam echter van Francis Fukuyama. Zijn essay The End of History?, dat hij in 1989 publiceerde in National Interest (en in 1992 uitwerkte tot een boek waarin het vraagteken nadrukkelijk was verdwenen), werd de oertekst van het post-Koude Oorlog-tijdperk. Fukuyama’s stelling – dat de liberale democratie het eindstation is van onze ideologische evolutie – wordt vaak gelezen als een verdediging van ongebreideld kapitalisme en van de Anglo-Amerikaanse interventies in het Midden-Oosten.

    Toch valt er weinig verlossing te verwachten van Fukuyama’s liberale eindstadium. Hij dacht zelfs dat de posthistorische toekomst gevaar liep een ‘leven van meesterloze slavernij’ te worden, een wereld van bederf en culturele verlamming, ontdaan van elke onzekerheid en gecompliceerdheid.

    ‘De laatste mens’ zou gereduceerd zijn tot homo economicus, die zich alleen liet leiden door de rituelen van consumptie, en ontdaan was van de bezielende deugden en heroïsche drijfveren die de geschiedenis hebben voortgestuwd. Hij waarschuwde dat mensen ofwel deze toestand zouden aanvaarden, ofwel, en dat was eerder te verwachten, in opstand zouden komen tegen de sleur van hun eigen bestaan: ‘Ik voel zelf en zie in anderen om me heen een sterke nostalgie naar de tijd dat de geschiedenis nog bestond (…) Misschien zal juist het vooruitzicht van eeuwige verveling aan het eind van de geschiedenis dienen om de geschiedenis weer op gang te brengen.’

    De idee dat angst, meer dan hoop of zekerheid, mensen tot daden aanzet, is vooral door klimaatdeskundigen en -activisten omarmd

    Het moderne Amerika vertoonde al tekenen van dit luie lijfeigenschap, klaagde Fukuyama, en andere landen, waaronder ook Groot-Brittannië volgden snel. Het verval van ideologieën ter linker- en rechterzijde dat was ingezet in de jaren zeventig, had in de jaren negentig zijn dieptepunt bereikt. De gevestigde politiek was niet meer zo geïnteresseerd in vragen over de verdeling van macht en hulpbronnen of over de strijd voor gelijkheid (deze kwamen bij partijen in de marge terecht) – zij richtte zich op het besturen en op technocratische aanpassingen vanuit het midden. Met zeldzaam retorische precisie schreef Slavoj Zizek in The Ticklish Subject: The absent centre of political ontology (1999) dat ‘het conflict van mondiale ideologische opvattingen, belichaamd in verschillende partijen die om de macht strijden, plaats heeft gemaakt voor de samenwerking van verlichte technocraten (economen, pr-specialisten…) en liberale multiculturalisten; via het proces van onderhandeling over belangen wordt een compromis bereikt vermomd als een min of meer algehele consensus.’ Tony Blairs idee over het Radicale Midden was volgens Zizek een volmaakte illustratie van deze verschuiving.

    Wankele moraliteit

    Met het verdwijnen van de politieke antagonismen, de grote verhalen van de geschiedenis en de labels ‘links’ en ‘rechts’, verdampte ook het fiere manifest van deugden en waarden dat burgers inspireerde. De samenleving leek al snel haar Sittlichkeit te hebben verloren, de morele en spirituele orde die dient als brandpunt voor eenheid en betrokkenheid. Zoals Frank Furedi betoogt in How Fear Works, Culture of Fear in the 21st century, is de dominante rol van de angst in ons leven nauw verbonden met deze ‘motivationele crisis die voortkomt uit de wankele staat van het moreel gezag’. Het gebrek aan positieve morele idealen, zoals moed, plicht, hoop, ideologie, liefde en solidariteit, heeft een ‘op angst gebaseerde, negatieve opvatting van gezag’ opgeleverd. (Het was natuurlijk dit gat dat de presidentscampagne van Barack Obama in 2008 blootlegde.)

    Furedi’s klaagzang volgt een vertrouwd pad. In een eerder boek, Culture of Fear: Risk taking and the morality of low expectation (1997), had hij al betoogd dat samenlevingen ‘die nog niet zo lang geleden hun triomf over de Sovjet-Unie vierden, nu te kampen hadden met een allesoverheersend gevoel van maatschappelijke malaise’. Overal zag hij ‘een groeiende aandacht voor risico’, terwijl veiligheid ‘de belangrijkste deugd van de samenleving’ werd, die elk facet van het leven kleurde, van de manier waarop we omgaan met nieuwe technologieën tot de manier waarop we omgaan met elkaar. In dit nieuwe boek keert Furedi terug naar dit thema en er klinkt een enigszins geërgerde toon in door, alsof het hem irriteert hoe angstig en verzwakt samenlevingen zijn geworden. Maar de verwarde en fragiele morele wereld die hij schetst (de wereld die Fukuyama heeft voorspeld), verklaart waarom een gevoel van angst ‘overal is’, opgewekt door de apocalyptische dreigingen, zoals klimaatverandering en kernoorlog, of door zorgen over schulden, eetpatronen, ouderschap en pedofilie.

    Furedi geeft een diagnose en een historische verklaring voor de bronnen van deze angst. Hij laat zien hoe angst in de klassieke wereld en tot aan het interbellum werd gezien als een morele kwestie die was gebaseerd op ideeën over goed en kwaad en werd bestreden met deugden zoals moed, en hoe vanaf de jaren twintig de intellectuele dominantie van de psychologie niet alleen leidde tot ‘het ont-moraliseren van angst’, maar ook ‘bijdroeg aan de vorming van een discours dat angst afschilderde als een onbeheersbare, autonome en verlammende kracht.’ De inaugurele rede van president Franklin D. Roosevelt in 1933 waarin hij zei: ‘het enige dat we te vrezen hebben (…) is de angst zelf’, koos bewust voor deze interpretatie door angst te beschrijven als ‘de onberedeneerde en ongerechtvaardigde doodsangst die mensen verlamde.’

    Sterker, angst is altijd opgevat als bron van politieke vitaliteit of, zoals John Locke het stelde ‘de belangrijkste, zo niet de enige prikkel voor de menselijke bedrijvigheid’. Vandaag echter gaat het bij de politiek van de angst niet zozeer om het leggen van een negatief moreel fundament waarop mensen in vrede samenleven, als wel over een groeiende afhankelijkheid van nationale verleiders die ons veiligheid beloven. Donald Trumps beweringen in januari 2017 dat ‘safety will be restored’ en dat ‘we will make America safe again’, zijn een voorbeeld van de manier waarop veiligheid de fundamentele waarde van het politieke leven blijft. Maar de oorspronkelijke idee dat angst, meer dan hoop of zekerheid, mensen tot daden aanzet, is in bepaalde regionen omarmd, vooral misschien wel door klimaatdeskundigen en -activisten. Het dramatische artikel van David Wallace-Wells in New York Magazine over ‘The Uninhabitable Earth’ (juli 2017), waarin hij beschrijft hoe het er aan het eind van deze eeuw met de planeet voor kan staan – hongersnoden, economische ineenstorting, besmettelijke ziekten en torenhoge temperaturen – is typerend voor het doemdenken van het klimaatactivisme, bedoeld om mensen uit angst milieubewust en veranderingsgezind te laten worden.

    Een belangrijk debat onder klimaatdeskundigen gaat niet zozeer over wetenschap, als wel over retorische stijl, en wordt gevoerd tussen mensen als Wallace-Wells en Guy McPherson (die in The New York Times een ‘apocalyptisch ecoloog’ werd genoemd) en mensen als Michael Mann die betogen dat er ‘een gevaar in zit om de wetenschap al te veel nadruk te geven op een manier die het probleem [van de klimaatverandering] voorstelt als onoplosbaar en een gevoel van noodlottigheid, onvermijdelijkheid en hopeloosheid voedt.’ Furedi is het daarmee eens en beschouwt het ecologische catastrofisme en andere verhalen over het einde van de wereld als bewijs dat ‘het uit de Verlichting stammende, optimistische geloof in het vermogen van de mensheid om het onbekende te bedwingen, heeft plaatsgemaakt voor een overtuiging dat de mensheid niet bij machte is af te rekenen met de gevaren die haar bedreigen.’

    © Jeff Sheldon
    © Jeff Sheldon

    Hoeveel van onze angsten worden gewekt door de media? Niet zo veel als vaak wordt gedacht, volgens Furedi. Het verband tussen de media en angst is niet nieuw. In de negentiende eeuw hielden commentatoren de massa-oplages van kranten en tabloids verantwoordelijk voor uitbarstingen van collectieve angst en hysterie. Mensen die de media ervan beschuldigen dat ze morele paniek zaaien met hun griezelverhalen, gebruiken daarvoor vaak dezelfde alarmistische retoriek die ze in anderen veroordelen, en zo maken ze van de media nóg een kwaadaardige kracht waar je bang voor moet zijn. Furedi twijfelt er niet aan dat media en sociale media inspelen op de angsten van mensen omdat ze daarmee hun aandacht kunnen trekken. Maar volgens hem is het al te simpel om met een beschuldigende vinger naar de media te wijzen.

    Om te beginnen zijn er ook nog directe ervaringen, persoonlijke omstandigheden en specifieke sociale verhoudingen die beïnvloeden hoe en wat we vrezen. ‘Sociale en culturele variabelen,’ zegt Furedi, ‘leiden tot een gedifferentieerde reactie op de dreigingen die de media ons voorspiegelen.’ Onderzoeken wijzen erop dat leeftijd, geslacht, sociale klasse en onderwijsniveau bepalend zijn voor de reactie van mensen op dreigingen als klimaatverandering en misdaad. Volgens Furedi creëren de media niet zozeer angst, maar kunnen ze een al bestaande fatalistische stemming wel versterken – en er munt uit slaan. De centrale rol van de media, schrijft Furedi, zit hem in het ‘normaliseren van een taal en een systeem van symbolen en betekenis voor het interpreteren van wat de samenleving ervaart’. Hij geeft als voorbeeld de toename van de angst voor pedofilie, waarbij de media die angst niet hebben veroorzaakt, maar wel ‘een belangrijke rol hebben gespeeld in het scheppen van de symbolen en beelden die door onze verbeelding spoken’.

    Furedi wijst ook op de belangrijke wisselwerking tussen tekst en beeld; gevoelens van dreigend gevaar en wanhoop worden volgens hem veroorzaakt door retorische hulpmiddelen en metaforen zoals tikkende tijdbommen en dozen van Pandora. Deze drukken waarschuwingen uit over een onzekere toekomst, en ‘moedigen de samenleving niet alleen aan om bang te zijn, maar om het ergste te vrezen’. Vooral de tijdbommetafoor is een illustratie van onze voorliefde voor het denken in worstcasescenario’s, net als de ‘Doomsday Clock’ die in het jaar dat Audens gedicht uitkwam begon te tikken. Zo ontstaat niet alleen de suggestie van een dreigende ontploffing, maar ook van de tijd die onverbiddelijk voort tikt naar een explosieve toekomst. Het leven lijkt een race om iets te doen voor het te laat is. Zo laat Sky News tijdens zijn uitzendingen bijvoorbeeld een ‘Brexit Deadline’-klok in beeld zien (nog 53 dagen, 5 uur, 34 minuten en 24 seconden op het moment dat ik dit schrijf), en New Yorkers kunnen omhoog kijken naar de National Debt Clock in Manhattan, om de (slechte) gezondheidstoestand van de economie van hun land te zien. Furedi noemt deze tijdwaarneming een ‘Manhattan-teleologie van het noodlot’ – een goede beschrijving voor de manier waarop wij over de relatie tussen het heden en de toekomst denken.

    Het gezag van de wetenschap wordt verpakt in het zelfgenoegzame idioom van goed en kwaad

    De cultuur van de angst wordt levend gehouden door een soort terugkerend vingerwijzen, waarbij degenen die de waarschuwingen van deskundigen in de wind slaan, gehekeld worden om hun zorgeloosheid of zelfs immoraliteit. Het gezag van de wetenschap wordt verpakt in het zelfgenoegzame idioom van goed en kwaad, en zo spreekt de samenleving mensen bestraffend toe omdat ze roken, zonnebaden, drinken, poedermelk gebruiken, ongezond eten en niet bewegen. Het gaat er Furedi niet om mee te zingen met het afgezaagde refrein van ‘te ver doorgedreven gezondheid en veiligheid’. Voor hem is het wezenlijke punt dat deze morele superioriteit erop gericht is om angst aan te jagen, anderen moreel te veroordelen, door gewone of dagelijkse ervaringen van het leven – zoals tegenwoordig ook het gebruik van plastic en wegwerp-koffiebekers – te veranderen in praktijken die voortdurend kritisch bekeken worden vanwege de risico’s die ze vormen voor mens en planeet.

    In deze opvatting van angst als een soort negatieve waarheid waaraan de politiek haar bestaansrecht ontleent, en in zijn beroep op deugden als ‘moed, verbeeldingskracht en idealisme’, om weer een meer positieve kijk op het leven te krijgen, komt het sociologische werk van Furedi overeen met Martha Nussbaums beknoptere filosofische verhandeling. Net als Furedi keert Nussbaum terug naar bekend terrein – de afgelopen jaren heeft zij zich vooral beziggehouden met emoties en met een poging om een nieuw stoïcisme te formuleren dat de kloof tussen gedachte en gevoel moet overbruggen – met een hernieuwd doelbewustzijn. Haar boek The Monarchy of fear: A philosopher looks at our political crisis kwam tot stand na de verkiezing van Trump, toen Nussbaum besefte dat ‘angst het probleem was, een wazige en veelvormige angst waarvan de samenleving doortrokken was.’

    Puttend uit de theorieën van de oude wijsgeren, met name filosoof-dichter Lucretius, zegt Nussbaum in essentie dat angst ook de wieg en medeplichtige is van die andere giftige emoties – woede, haat en jaloezie – waarvan we ooit dachten dat ze verdwenen waren uit de politieke organen van het Westen. ‘Angst,’ schrijft ze, ‘kaapt vaak het gevoel van verontwaardiging en protest en maakt daarvan een giftig verlangen naar genoegdoening. En angst voedt de uit walging ontstane aversie tegen sterfelijkheid en inlijving, door strategieën te produceren die uitsluiten en onderwerpen.’ Angst ligt ook aan de wortel van afgunst: ‘de angst om niet te hebben wat je erg nodig hebt.’

    Kraamkamers van hoop

    Zoals altijd schrijft Nussbaum in een koele, afstandelijke stijl, gehoorzaam aan haar eigen opdracht een stap terug te doen en ‘diep adem te halen (…) en dit moment van afstand te gebruiken om erachter te komen waar angst en aanverwante emoties vandaan komen en waar ze ons naartoe leiden.’ Ze gebruikt Martin Luther King en Nelson Mandela als leiders in morele actie, heroïsche voorbeelden van broederschap die hun kwelgeesten veroordeelden zonder in haat te vervallen. Nussbaum negeert niet de specifieke thema’s van dit politieke moment, maar ze toont hier een zekere dofheid; haar proza en zelfs haar ideeën lijken niet te passen bij de urgentie van deze tijd.

    Nussbaums punt over de socialiserende ‘ervaringen van kunst’, bijvoorbeeld, ‘wanneer mensen samenkomen om te zingen of dansen, of een toneelstuk op te voeren, of zelfs om mee te zingen met de cd van Hamilton’, mag dan op een enigszins naïeve manier aardig zijn, maar is nauwelijks serieus – zeker omdat Nussbaum niet echt uitlegt hoe kunst de kloof kan overbruggen tussen mensen die, tenminste in de VS, elkaar geregeld wegzetten als ‘fascist’ aan de ene kant, of ‘cultuurmarxist’ aan de andere. Wel wijst ze terecht op protestorganisaties en brede volksbewegingen zoals Black Lives Matter – als de kraamkamers van een meer hoopvolle politiek, waarin ideeën over het algemeen welzijn misschien in ere hersteld en versterkt kunnen worden, en waar gevoelens van individuele hulpeloosheid opgaan in collectieve macht. En ze is bereid afstand te nemen van haar poëtische visie op een politiek gebaseerd op liefde, hoop en vertrouwen, om een theorie te ontvouwen over rechtvaardigheid voor de liberaal-democratische staat gebaseerd op de kansen die alle burgers moeten krijgen – leven, fysieke gezondheid, ergens bij horen, spelen, controle over je omgeving, enzovoort – wil een land zich zelfs maar minimaal rechtvaardig kunnen beschouwen.

    Radicaler is misschien haar voorstel voor een driejarige nationale dienstplicht, waarbij jonge mensen uitgezonden worden door heel Amerika om nuttig werk te gaan doen – zorg voor ouderen, kinderopvang, infrastructurele projecten – om zo een gevoel voor solidariteit en het algemeen belang te krijgen (Fukuyama stelt dit trouwens ook voor in zijn nieuwe boek Identity: Contemporary identity politics and the demand for recognition). Nussbaums redenering dat ‘we in een tijd van een terugtredende overheid eenvoudigweg niet meer de mankracht hebben om veel essentiële diensten te verlenen’, doet misschien denken aan David Camerons Big Society-programma, maar het idee van een nationale dienstplicht past in een lange traditie van maatschappijfilosofie, van Locke en Rousseau met hun meer militair gerichte theorieën en William James met zijn ‘morele equivalent van oorlog’, tot John F. Kennedy en zijn Peace Corps.

    De vraag die Nussbaum echter ontwijkt is hoe te voorkomen is dat die gevoelens van solidariteit weer verdwijnen, zodra iemand klaar is met zijn dienstplicht en terugkeert naar het onpersoonlijke domein van de kapitalistische economie. Hoe voorkom je dat burgers weer eenlingen worden door het individualisme en het nuttigheidsdenken die horen bij de liberale staat? Uiteindelijk komen Nussbaums voorstellen om een tegenwicht te bieden aan de politiek van de angst neer op een filosofie van goede bedoelingen, en bevestigen ze alleen wat de meeste redelijk denkende mensen geacht worden te geloven – dat liefde beter is dan angst, dat een politiek van hoop beter klinkt dan een politiek die gebaseerd is op haat en dat Martin Luther King een voor de hand liggend rolmodel is. In die zin past het boek in een opkomende trend (getypeerd door bestsellergoeroes als Yuval Noah Harari) die pleiten voor ‘jezelf kennen’ en voor vormen van zelfonderzoek die meer lijken op strategieën om het in je eentje te redden dan op een politiek van solidariteit en collectieve strijd. Het doet ook denken aan de post-politieke tijdgeest van de jaren negentig en aan de ‘sentimentaliteit van het gebaar’ zoals journalist Alexander Cockburn het noemde, die zijn hoogtepunt bereikte tijdens het presidentschap van Bill Clinton en nu uit de politiek verdwenen lijkt.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/wat-er-te-doen-valt-%e2%80%a8tegen-angstzaaien/

    Eind jaren negentig viel Arthur Schlesinger in het blad Slate Clinton aan, omdat die zijn term ‘het vitale midden’ had misbruikt:

    ‘Toen ik het boek dat ik in 1949 schreef, The Vital Center noemde, was het “midden” waar ik op doelde de liberale democratie, afgezet tegen de internationale doodsvijanden daarvan – fascisme op rechts, communisme op links. Ik gebruikte die term in een mondiale context. President Clinton gebruikt hem in een binnenlandse context. Wat bedoelt hij ermee? Zijn bewonderaars [van de Democratic Leadership Council] hopen waarschijnlijk dat hij ‘de middenweg’ bedoelt, die voor hen dichter bij Ronald Reagan ligt dan bij Franklin D. Roosevelt. Zoals ik elders al heb gezegd is ‘de middenweg’ naar mijn idee bepaald niet het “vitale midden”. Het is het dode midden.’

    Nu, eenentwintig jaar later, lijkt dat dode midden nog steeds niet tot leven te komen. Nussbaums boek, met al zijn indrukwekkende filosofische vakmanschap en vriendelijke ethiek, vertegenwoordigt een soort zombie-liberalisme, zonder enige frisse of zelfs uitvoerbare politieke gedachte die rekening houdt met de ongelijkheden en materiële problemen – loonstagnatie, onbetaalbare woningen, onzekere banen, en bezuinigingen op publieke diensten, bijvoorbeeld – waar de 99 procent mee te kampen heeft. En hoe absurd, oneerlijk of stuitend kreten als ‘Bouw een muur’, ‘Weg met Obamacare!’, ‘350 miljoen dollar per week’ ‘Take back control’ ook zijn, ze zijn… iets, en electoraal wint iets het altijd van niets.

    Waarom zouden mensen überhaupt iets om de liberale democratie geven, waarom zouden deugden zoals liefde en normen van fatsoen en gelijkheid heilig zijn?

    Ook heeft Nussbaum geen poging gedaan om onder ogen te zien dat het de afgelopen paar jaar liberalen zijn geweest, en ook rechtse demagogen, die de politiek van de angst hebben aangewend, al was het maar omdat angst, net als terreur ‘een gemakkelijke begrijpelijkheid bezit’, zoals politiek denker Corey Robin uiteenzette in Fear: The history of a political idea (2004), en er ‘geen diepe filosofie, of verheven denkwerk voor nodig is om het kwade ervan vast te stellen: iedereen weet wat het is en dat het slecht is’. Maar als, zoals in de recente stroom boeken wordt betoogd, de democratie haar einde nadert, is het niet voldoende om te geloven dat we, met een beetje emotioneel lapwerk hier en daar, misschien kunnen terugkeren naar een paradijselijke tijd van vóór het populisme alles omvergooide. Liberalen zullen de moeilijkere vragen onder ogen moeten zien: waarom mensen überhaupt iets om de liberale democratie zouden geven, waarom deugden zoals liefde en normen van fatsoen en gelijkheid heilig zouden zijn en waarom we, in de woorden van John Milton, de voorkeur zouden geven aan ‘Moeilijke vrijheid boven het gemakkelijk juk/Van slaafse praal’.

  • Einde van een tijdperk

    Einde van een tijdperk

    De plotse opkomst van een vijfde partij, de extreemrechtse Vox, heeft in Spanje gezorgd voor een politieke omwenteling, waardoor het nogal ingewikkeld wordt de autonome deelstaat Andalusië 
te besturen.

    Vox zorgt niet alleen voor nog meer verdeeldheid onder de rechtse stemmers, maar raakt het hele politieke krachtenveld in Spanje, dat voortaan uit vijf partijen zal bestaan. Een eenvoudige rekensom leert dat de politieke steun waar Susana Díaz (de socialistische president van Andalusië) 
traditiegetrouw van verzekerd was tot het verleden behoort. En als je deze verkiezingsuitslag afzet tegen de landelijke politiek is het niet aannemelijk dat de nieuwe politieke partijen – centrum-liberaal Ciudadanos en Adelante Andalucía (de Andalusische pendant van de ‘staatsprotestpartij’ Podemos) – de handen ineen zullen slaan, zodat Díaz nog een termijn kan volmaken in het presidentieel paleis San Telmo.

    Nadat de socialisten 36 jaar onafgebroken in Andalusië hebben geregeerd, wordt in de dichtstbevolkte regio van Spanje (8,4 miljoen inwoners), waar de socialisten van oudsher de meeste stemmen krijgen, het einde van een tijdperk ingeluid. Al kwamen de socialisten als winnaars uit de bus, deze desastreuze verkiezingsuitslag valt niet weg te moffelen: de 
partij van Díaz zakt van 47 naar 33 zetels. Omdat de socialisten al sinds de Transición (de vreedzame overgang van dictatuur naar democratie rond 1975) in Andalusië regeren, kunnen ze deze ondergang alleen zichzelf aanrekenen. De Andalusiërs hebben hun politieke beleid de rug toegekeerd.

    Aardverschuiving

    Bovendien blijkt uit de opkomst – de op twee na laagste sinds er regionale verkiezingen gehouden worden in Andalusië – dat het linkse electoraat 
lastig te mobiliseren is en dat het aantal rechtse stemmers duidelijk stijgt. Wat deze verkiezingen vooral laten zien is een belangrijke toename van het aantal conservatieve stemmers, en dat zal in heel Spanje zijn weerslag hebben. Andalusië, en dus heel Spanje, verschilt niet langer van de omringende landen. Met maar liefst 12 zetels en bijna 11 procent van de stemmen treedt de extreemrechtse Vox toe tot de democratische instituties.

    Waar de partij precies voor staat is nog onduidelijk, maar ze haakt aan bij het extreme nationalisme in Spanje en opkomende extreemrechtse politieke bewegingen in Europa als Rassemblement National van Marine Le Pen – die niet wist hoe snel ze de partijleider van Vox moest feliciteren – Matteo Salvini in Italië en Alternative für Deutschland. Vox is geen lokale partij, ze heeft nationale ambities. Haar toetreding tot het regionale parlement van Andalusië zal een stempel 
drukken op een jaar waarin regionale verkiezingen, gemeenteverkiezingen, Europese 
verkiezingen en wellicht landelijke verkiezingen worden gehouden.

    De vraag is of de partij alleen stemmen trekt van het door de politieke crisis 
in Catalonië aangewakkerde extreme nationalisme, of dat ook de rest van 
de kiezers die hun buik vol hebben van het Catalaanse procés gevoelig zullen zijn voor Vox. Het zou het meest 
radicale politieke antwoord zijn op de crisis in Catalonië. De conservatieve Partido Popular blijft de tweede partij en heeft de voorsprong waar Ciudadanos op mikte kunnen afremmen. Maar Ciudadanos zit de Partido Popular op de hielen, want de verkiezingen waren een behoorlijke aderlating voor de conservatieven, terwijl Ciudadanos 
als de derde grote partij uit de bus is gekomen (van 9 naar 21 zetels), en daarmee versterkt hun leider Albert Rivera zijn landelijke premierambities. De partij behoudt zijn positie in het centrum van rechts.

    Vox is geen lokale partij, ze heeft nationale ambities

    Adelante Andalucía heeft de ambities van haar politieke kopstukken en de hooggespannen verwachtingen niet waar kunnen maken. De stembusuitkomst was teleurstellend en de partij zal geen rol van betekenis kunnen 
spelen in de coalitieonderhandelingen.

    Met deze verkiezingsuitslag in Andalusië zal het lastiger zijn voor premier Pedro Sánchez om zijn politieke plannen uit te voeren. Bovendien zal zijn positie verzwakken doordat de socialisten zo veel stemmen hebben verloren. Daar komt bij dat er een duidelijke 
ruk naar rechts of zelfs extreemrechts te zien is. De conservatieve partijen 
zouden Vox niet moeten beschouwen als een nieuwe politieke partij in het politieke spectrum, maar als een 
ideologie die weinig respect heeft voor de rechtsstaat en haar instituties. Het slechtst denkbare scenario is dat het succes van Vox anderen op de gedachte brengt hetzelfde pad te volgen. Dat 
zou het ergste gevolg zijn van de 
aardverschuiving die zich in Andalusië heeft voorgedaan.

    Auteur: Alejandro Ruesga

    El País
    Spanje | dagblad | 
oplage 397.000

    Opgericht in 1976, is 
van doorslaggevende betekenis geweest voor de overgang van dictatuur naar democratie. 
Prachtige tabloidkrant 
met voortreffelijke journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • Brussels lof uit populistische hoek

    Brussels lof uit populistische hoek

    Het Vlaams Belang krijgt steun van Steve Bannon en Marine Le Pen in de strijd tegen het migratiepact. Hoe meer onvrede 
in Europa, hoe groter de voedingsbodem voor anti-Europees sentiment.

    Het beeld van de jonge Franse president Emmanuel Macron die in zijn Élysée-paleis wordt belegerd door oproerkraaiers in gele hesjes, is een bron van vreugde voor alle demagogen en autoritaire regimes die de wereld rijk is. Van de Amerikaanse president Donald Trump tot zijn Turkse evenknie Recep Tayyip Erdogan en van de islamistische 
republiek Iran tot Matteo Salvini, de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken en leider van de extreemrechtse partij Lega Nord, allemaal betuigen 
ze hun steun aan de gele hesjes en hopen ze dat die een duidelijk stempel zullen drukken op de Europese verkiezingen van mei 2019.

    Terwijl een kleine duizend gele hesjes op zaterdag 8 december demonstreerden in Brussel had Steve Bannon, de voormalige ‘éminence noire’ van Donald Trump, daar een ontmoeting met zijn geestverwant Marine Le Pen, voorzitter van Rassemblement 
National, en met de fascistische partij Vlaams Belang, om gezamenlijk te 
protesteren tegen het VN-migratiepact. Dit ‘pact met de duivel’, om Marine Le Pen te citeren, zou een eerste stap zijn naar ‘de grote vervanging’ van witten door Afrikanen en Arabieren, een staaltje nepnieuws dat bij een deel van de gele hesjes op veel bijval kan rekenen.

    “Parijs staat 
in brand. Londen is in crisis. Het mondiale migratieakkoord van Marrakesh is al dood voordat het getekend is”

    Voor Bannon, die ervan droomt de 
conservatieve trumpiaanse revolutie naar het Europese continent te exporteren, zijn de gele hesjes het equivalent van de Amerikaanse witte middenklasse die Trump aan de macht heeft gebracht: ‘Zowel in de kleine dorpen op het Franse platteland als in de straten van Parijs zijn de gele hesjes, de deplorabelen van Frankrijk, precies hetzelfde soort mensen als degenen die op Donald Trump of voor de Brexit hebben gestemd. Ze willen de controle over hun land terug en geloven in de natiestaat.’ Het ontbreken van diversiteit binnen de gelehesjesbeweging strookt met dit politieke oogmerk.

    Marine Le Pen heeft het ook perfect begrepen: ‘Op het moment dat zich in mijn land zeer verontrustende gebeurtenissen voltrekken, op het moment dat arme werknemers en gepensioneerden in opstand komen voor hun koopkracht en hun waardigheid, is 
het volstrekt ongepast om een nieuwe immigratiegolf te riskeren. Het is volstrekt ongepast om geld dat is bestemd voor sociale zorg in ons eigen land, klakkeloos overal ter wereld te blijven uitdelen terwijl onze landgenoten geen middelen meer hebben om zich te verzorgen, zich te verplaatsen, zich te huisvesten of zelfs maar te eten.’ Bannon voegt eraan toe: ‘Parijs staat 
in brand. Londen is in crisis. Het mondiale migratieakkoord van Marrakesh is al dood voordat het getekend is.’

    Verdeeld Europa

    Toegegeven, dit pact is juridisch niet bindend en bevestigt dat staten ‘het soevereine recht’ hebben om hun eigen migratiebeleid te voeren. Maar wat maakt dat uit! Deze tekst, die de bestaande principes en mensenrechten nog eens op een rijtje zet en 23 doelstellingen formuleert om landen te helpen bij hun migratiebeleid, biedt een ideale mogelijkheid om een verbindend 
antwoord te bieden op de angst voor identiteitsverlies, de afkeer van immigratie en de vrees voor sociale achteruitgang. Het is niet toevallig dat landen die worden geleid door populisten – of waar die in de meerderheid zijn – hebben besloten het pact niet te tekenen: ze willen de wereld het gezicht van een diep verdeeld Europa tonen.

    Tom Van Grieken van Vlaams Belang zit tussen Steve Bannon en Marine Le Pen in het Vlaamse parlement, 8 december in Brussel. – © HH
    Tom Van Grieken van Vlaams Belang zit tussen Steve Bannon en Marine Le Pen in het Vlaamse parlement, 8 december in Brussel. – © HH

    In België is de regering van de Frans-talige liberaal Charles Michel verscheurd geraakt, toen in de nacht van zaterdag 8 op zondag 9 december de N-VA, de rechts-radicale Vlaamse onafhankelijkheidspartij, uit de regering stapte omdat ze weigerde zich met 
het pact te associëren. Zeker, de partij van Bart De Wever, de grootste van Vlaanderen, zal de regering-Michel blijven steunen, maar alleen waar het economisch beleid betreft, om niet vooruit te lopen op de parlementsverkiezingen in mei 2019.

    Een vorm van ‘semioppositie’ die de N-VA in staat zal stellen de politieke ruimte te bezetten waarop het Vlaams Belang juist had geaasd. De confrontatie tussen nationalistische identiteitspolitici en eurofielen is begonnen. Ze zal hevig zijn, en de eersten staan inmiddels op voorsprong.

    Auteur: Jean Quatremer

    Libération
    Frankrijk | dagblad | oplage 151.000

    ‘Libé’ werd in 1973 opgericht door o.a. Jean-Paul Sartre, als protestkrant tegen het kapitalisme, consumentisme en de traditionele instituties. De krant hoort inmiddels bij de grote, serieuze Franse dagbladen.

  • 1. De claim op het ‘echte volk’

    1. De claim op het ‘echte volk’

    De Duitse professor Jan Werner-Müller wil het populisme precies omschrijven, zonder ‘vage anti-establishment sentimenten’. Sleutel in zijn analyse is de pretentie van populisten dat zij het ‘echte’ volk vertegenwoordigen. Ze geloven in regeren bij meerderheid, maar niet in verscheidenheid.

    Tegenwoordig lijkt de diepere betekenis van alle verkiezingen in Europa (en misschien zelfs in de wereld) zich tot één enkele 
vraag te beperken: heeft het populisme gewonnen of verloren? Tot de Nederlandse verkiezingen van maart 2017 werd het publieke debat gedomineerd door het beeld van een onstuitbare golf – of tsunami, zoals Nigel Farage het noemde – van populisme. En vooral na de grote zeges van Macron hoor je nu vaak dat we misschien al in het ‘post-populistische tijdperk’ zijn beland. 
Die diagnoses zijn allebei fout en verdienen het etiket dat het populisme zelf vaak krijgt opgeplakt: simplistisch.

    Bij het beeld van een onhoudbare golf gaat men er klakkeloos van uit dat zowel de Brexit als het presidentschap van Trump een triomf voor het populisme betekende. En natuurlijk, Farage en Trump zijn populisten, al zijn ze 
dat niet omdat ze, zoals het cliché wil, ‘afgeven op de elite’. Niet iedereen met kritiek op de elite is automatisch een populist. Een kritische houding tegenover de elite kun je net zo goed opvatten als teken van democratische betrokkenheid van de burger. Populisten in de oppositie hebben allicht kritiek op de regering. Maar belangrijker is dat ze ook beweren dat zij en zij alleen opkomen voor wat populisten vaak ‘echte mensen’ of ‘de zwijgende meerderheid’ noemen.

    Daarmee zeggen ze eigenlijk dat alle andere partijen in wezen geen recht van spreken hebben. Het gaat 
de populisten nooit om een verschil 
van mening over het beleid of zelfs over normen en waarden, het soort meningsverschil dat in een democratie natuurlijk heel normaal is (en in het beste geval ook productief). Nee, populisten spelen in ieder politiek conflict meteen op de man en maken er een morele kwestie van: de anderen zijn volgens hen simpelweg ‘slecht’ en 
‘corrupt’. Die spannen zich niet in voor ‘het volk’ maar alleen voor zichzelf (voor de gevestigde orde) of voor multinationals of voor de EU of noem maar op. 
In dat opzicht was de campagneretoriek van Trump een extreem geval, maar 
niet echt een uitzondering.

    ‘Echte mensen’

    Minder in het oog springend is de 
suggestie van populisten dat mensen die het niet eens zijn met hun opvatting van wat ‘het volk’ is, en die hen dus niet steunen, eigenlijk niet tot dat volk behoren. Denk aan Farage, die op de avond van het beslissende referendum riep dat de Brexit een ‘victory for real people’ was. Daarmee impliceerde hij dat de 48 procent die tegen een Brexit hadden gestemd geen ‘echte mensen’ zijn, ofwel: niet echt tot het Britse volk behoren. Of denk aan Trump, die op een verkiezingsbijeenkomst vorig jaar zei: ‘Het gaat erom dat we de mensen verenigen – want die andere mensen doen er niet toe.’ De populist bepaalt dus 
wie de echte mensen zijn.

    Vage ‘anti-establishment sentimenten’ vormen dus geen lakmoesproef voor 
wat populisme is: kritiek op de elite kan terecht of onterecht zijn, maar is niet per se antidemocratisch. Waar het om gaat, is het antipluralisme van de populisten. Ze doen altijd aan uitsluiting op twee niveaus. Op het niveau van de partijpolitiek presenteren ze zichzelf als de enige legitieme spreekbuis van het volk, om zo alle politieke rivalen op zijn minst moreel uit te sluiten. En iets subtieler wordt op het niveau van de mensen zelf, zo je wilt, iedereen buitengesloten die hun symbolische fictie van ‘de echte mensen’ niet onderschrijft (en dus niet achter de populisten staat). Anders gezegd: populisme maakt per definitie aanspraak op het morele alleenrecht om de wil te vertolken van de zogenaamde echte mensen – en vervalt daardoor per definitie tot een radicaal wij-zij-denken.

    Merk daarbij op dat populisten ook zonder te regeren grote schade kunnen toebrengen aan de politieke cultuur. Populistische partijen die slecht presteren bij de stembus worden immers met een evidente paradox geconfronteerd: hoe kan hun partij aanspraak maken op een rol als enige echte spreekbuis van het volk, als ze geen overweldigende meerderheid bij de stembus halen? Niet alle populisten kiezen voor de makkelijkste uitweg 
uit dit dilemma, maar velen wel: zij suggereren dat ze niet zozeer een 
zwijgende meerderheid vertegenwoordigen, als wel een meerderheid die het zwijgen is opgelegd. Als die meerderheid zich kon uiten, zouden de populisten per definitie aan de macht zijn, maar iets of iemand heeft deze meerderheid de mond gesnoerd. Anders gezegd: populisten suggereren op meer of minder subtiele wijze dat ze de verkiezingen helemaal niet echt verloren hebben, maar dat het hele proces door verdorven elites achter de schermen is gemanipuleerd. Denk weer aan Trump: toen hij in het midden liet of hij een verkiezingszege van Hillary Clinton zou accepteren, plaatste hij impliciet vraagtekens bij de deugdelijkheid van het Amerikaanse kiesstelsel. Veel van zijn kiezers begrepen die boodschap heel goed. Uit een peiling bleek dat zeventig procent van zijn aanhang dacht dat het doorgestoken kaart zou zijn als Clinton de verkiezingen won.

    Het is dus een misvatting om te denken dat populisten ons de grote objectieve waarheid over onze samenleving onthullen

    Nu mag iedereen kritiek hebben op het Amerikaanse kiesstelsel, daar is duidelijk genoeg reden toe. Ook zulke kritiek kan een teken zijn van oprechte 
democratische betrokkenheid. Wat niet democratisch is, is de houding van populisten die in feite neerkomt op de bewering: ‘Omdat wij niet gewonnen hebben, moet het systeem wel fout 
en verrot zijn.’ Zo zullen populisten 
het vertrouwen van burgers in hun instituties systematisch ondermijnen, en daarmee het politieke klimaat 
verzieken, ook zonder zelf ooit aan de macht te komen.

    Ik wil niet beweren dat alle populisten hun gebrek aan electoraal succes afdoen met een beroep op complot-theorieën. Maar ze zullen op zijn minst geneigd zijn onderscheid te maken tussen de empirisch vastgestelde en de morele uitslag van verkiezingen. (Denk aan de Hongaarse rechtse populist Viktor Orbán, die na zijn verkiezingsnederlaag in 2002 zei dat ‘het land niet in de oppositie kan zitten’; of aan Andrés Manuel López Obrador, die na zijn nederlaag bij de Mexicaanse presidentsverkiezingen van 2006 zei dat ‘de zege van rechts moreel onbestaanbaar’ was en hijzelf de enige ‘legitieme president van Mexico’.) Zo blijven populisten zich beroepen op een onbestemde groep ‘echte mensen’ die een andere keuze zouden hebben gemaakt. De extreemrechtse populist Norbert Hofer zei na zijn nederlaag bij de Oostenrijkse presidentsverkiezingen van 2016 bijvoorbeeld dat de winnaar, de groene politicus Alexander Van der Bellen, ‘gezählt, aber nicht gewählt’ was: hij insinueerde dus dat zijn tegenstander weliswaar de meeste stemmen had gekregen, maar toch niet echt gekozen was (alsof een ‘echte keus’ op een of andere wijze tot stand kan komen bij acclamatie of zoiets, en niet in het stemhokje). In veel gevallen zullen populisten de cijfers afzetten tegen sentimenten, zonder oog voor het feit dat juist die cijfers, een correcte telling van het aantal stemmen, het enige is waar democratie uit bestaat.

    Door in te zien dat populisme een 
specifieke vorm van antipluralisme is, voorkomen we misschien dat we 
kritiekloos het beeld blijven herhalen van ‘het volk’ dat overal in opstand komt tegen ‘de gevestigde orde’. Dat is geen onschuldige, laat staan neutrale beschrijving van de politieke ontwikkelingen. Het is in feite populistisch jargon. Met zo’n omschrijving accepteer je impliciet dat de populisten 
werkelijk ‘het volk’ vertegenwoordigen. Maar types als Farage of Geert Wilders slagen er in de verste verte niet in om zelfs maar een kwart van het electoraat aan te spreken.

    populism no c

    Toch vallen politici en journalisten vreemd genoeg vaak van het ene uiterste in het andere als het om populisten gaat: van de opvatting dat het allemaal demagogen zijn die per definitie onzin uitkramen, naar de gedachte dat 
populisten in feite de ‘echte zorgen’ van de mensen vertolken. De populist een monopolie geven op de vertolking van wat mensen bezighoudt, getuigt van een diepgaand gebrek aan inzicht in hoe democratische vertegenwoordiging werkt. Die vertegenwoordiging moet niet gezien worden als een mechanische afspiegeling van objectief bestaande belangen en identiteiten. Die belangen en identiteiten krijgen dynamisch vorm naarmate politici 
(en het maatschappelijk middenveld, vrienden, buren, enz.) bepaalde stappen zetten en burgers daarop reageren. Het is dus niet dat alles wat populisten zeggen per se verzonnen is, maar het is een vergissing om te denken dat alleen zij weten wat er echt in de maatschappij leeft. Zo is Trump er zonder twijfel in geslaagd een aantal Amerikanen het gevoel te geven dat ze deel uitmaken van zoiets als een blanke identiteits-
beweging. Maar het zelfbeeld van 
burgers kan ook weer veranderen.

    Het is dus een misvatting om te denken dat populisten ons de grote objectieve waarheid over onze samenleving onthullen. Toch gaan veel 
niet-populisten daarvan uit. Denk maar aan hoe sommige socialisten 
en sociaaldemocraten in Europa 
tegenwoordig lijken te denken: ‘De arbeidersklasse heeft het gewoon niet op buitenlanders. Het succes van de rechtse populisten toont dat wel aan. Niks aan te doen.’

    Er bestaat nog een andere denkfout met betrekking tot de verkiezingswinst van populisten. Je moet er niet van uitgaan dat alle kiezers die op een populistische partij stemmen zelf 
ook populist zijn, dat wil zeggen: de antipluralistische ideeën van hun populistische leider delen.
    Een kiezer kan het bijvoorbeeld volstrekt oneens zijn met de kritiek van Marine Le Pen dat andere partijen immoreel zijn en hun land verraden, maar toch op het Front National stemmen vanwege het landbouwbeleid dat die partij voorstaat. Oké, dat is wat vergezocht, maar het punt blijft dat we er niet klakkeloos van uit mogen gaan dat iedereen die op een populistische politicus of partij stemt, per se ook het hele antipluralistische programma daarvan onderschrijft. Dat is een elementair empirisch feit, maar het heeft ook gevolgen voor de politieke strategie. Denk maar aan de desastreuze uitwerking van 
Hillary Clintons opmerking over ‘deplorables’. Ze had beter alleen genadeloze kritiek kunnen leveren op haar tegenstander, zonder te generaliseren over de kiezers die hij aanspreekt.

    Maar zit er niet toch iets in, in dat idee van een populistische golf, al is die nu even op zijn retour? Nee, dat beeld was altijd al zeer misleidend. Nigel Farage heeft de Brexit immers niet in zijn eentje tot stand gebracht. Hij had hulp nodig van Conservatieven uit het 
establishment, zoals Boris Johnson en Michael Gove (die nu allebei in May’s kabinet zitten). Het was Gove die in 
het voorjaar van 2016, als reactie op 
de vele sombere voorspellingen van deskundigen over een eventuele Brexit, zei dat het Britse volk de buik vol had van deskundigen. Het grappige was 
dat Gove zelf juist lange tijd als een intellectueel binnen de Tory-gelederen gold. Het was dus niet zomaar iemand die de mensen vertelde dat deskundigheid werd overschat – er was een 
deskundige voor nodig om die conclusie te trekken.

    Trump is natuurlijk geen president geworden dankzij een brede volksbeweging van boze blanke arbeiders. 
Hij vertegenwoordigde een gevestigde partij en had de zegen nodig van 
Republikeinse zwaargewichten als Rudy Giuliani, Chris Christie en Newt Gingrich. Die laatste zei tegen een verslaggever van CNN op het Republikeins partijcongres in de zomer van 2016 dat hij de misdaadcijfers niet vertrouwde, maar geloofde in de beleving van mensen. Hij flikte dus hetzelfde kunstje als Gove in Engeland, want wat je ook van Gingrich mag vinden, onder Amerikaanse conservatieven gaat hij voor een soort intellectueel door. Dus net als in het Verenigd Koninkrijk was er een deskundige nodig om de waarde van deskundigheid in twijfel te trekken.

    Polarisatie

    Wat zich op 8 november 2016 voltrok was geen op zichzelf staande 
triomf voor het populisme, maar een bevestiging van de polarisatie van de Amerikaanse politiek: 90 procent van de Republikeinse kiezers had op Trump gestemd. Ook al bleek uit peilingen dat veel Republikeinse kiezers grote bedenkingen bij deze kandidaat hadden, het was voor hen duidelijk ondenkbaar om op een Democraat te stemmen. De manier waarop Hillary Clinton door veel Republikeinen werd gedemoniseerd, had daar natuurlijk ook iets mee te maken – en die 
demonisering dateerde al van ver voor Trump. Die was al begonnen in de jaren negentig, toen Bill Clinton door rechts steevast werd aangeduid als ‘jullie president’, alsof hij niet het hele volk vertegenwoordigde. Feit is dat tot op de dag van vandaag geen enkele rechtse populist in West-Europa 
of Noord-Amerika aan de macht is 
gekomen zonder hulp van de gevestigde conservatieve elite.

    Na de verkiezingen in Frankrijk en Nederland waren commentatoren er als de kippen bij om te spreken van 
een post-populistische beweging. 
Het veronderstelde ‘nieuwe normaal’, van de ene populistische verkiezingszege na de andere, wordt alweer
 achterhaald genoemd. Maar dan wordt er onvoldoende onderscheid gemaakt tussen enerzijds het populisme als een moreel monopolie op 
de vertegenwoordiging van het echte volk, en anderzijds specifieke programmapunten die aan rechts populisme kunnen raken – zoals een strenger immigratiebeleid – maar op zichzelf niet populistisch zijn. Met andere woorden: antipluralisme en inhoudelijke programmapunten zijn twee 
verschillende zaken.

    Wilders, een echte populist, deed het in Nederland minder goed dan verwacht. Maar zijn officiële ‘mainstream’ rivaal, de rechts-liberale premier Rutte, sloeg veel Wilders-achtige taal uit, door onder meer tegen immigranten te zeggen dat ze maar moesten vertrekken als ze niet ‘normaal’ wilden doen. Rutte is geen populist geworden, 
hij pretendeert niet de enige echte 
vertegenwoordiger van het eigenlijke Nederlandse volk te zijn. Maar hij doet iets ongebruikelijks en volgens mij onaanvaardbaars: het is niet aan de Nederlandse premier om te bepalen wat in de Nederlandse cultuur 
‘normaal’ is (met de bijbehorende implicatie dat je enerzijds een ‘echt’ Nederlands volk hebt en anderzijds mensen die zich ‘abnormaal’ gedragen). Als gevolg van zulke opportunistische concessies aan populisten schuift de hele politieke cultuur naar rechts op, zonder behoorlijke democratische machtiging van de burger. Misschien zitten we dus niet zozeer in een post-populistische tijd, maar zijn de populisten eigenlijk aan het winnen, ook al verliezen ze nominaal. In plaats van officieel met de populisten samen te werken, kopiëren de conservatieven immers gewoon hun ideeën. Diezelfde dynamiek kon je in het voorjaar van 2017 zien in de campagne voor de 
parlementsverkiezingen van Theresa May, die erop gokte dat ze UKIP kon vermorzelen door Farage na te doen.

    Een kloof tussen populistische kiezers in de regio en kosmopolitische en liberale kiezers in de steden is helemaal niet 
zo onvermijdelijk als men vaak denkt

    Naast samenwerking en imitatie hebben conservatieven nog een derde manier om rechts populisme te 
vergoelijken. Denk maar aan hoe de Europese Volkspartij (EVP), de mainstream partijfamilie van overwegend christendemocraten en gematigde conservatieven in het Europarlement, Viktor Orbán beschermen tegen kritiek (van onder meer de Europese Commissie). Orbán was de pionier van het populisme in Europa. Hij had zijn inmiddels in veel opzichten autoritaire bewind nooit kunnen opbouwen zonder de rugdekking van de EVP. En wederom, het is niet dat de leden van de EVP zelf populisten zijn geworden, verre van dat. Maar met hun strategische keuzes, vooral ingegeven door hun wens om de grootste partij in het Europarlement te blijven, hebben de conservatieven de opkomst van rechts populisme mogelijk gemaakt.

    In dat verband is het ook de moeite waard even terug te kijken naar een recente verkiezingsstrijd waarin veel conservatieven zich vooraf tegen samenwerking met de populisten hebben uitgesproken. Het hele beeld van een niet te stuiten golf van populisme was eigenlijk al ontkracht door dit ene tegenvoorbeeld: Oostenrijk, waar alom een zege voor Norbert Hofer was voorspeld. Veel conservatieve 
politici spraken zich expliciet tegen hem uit. Dat betrof vooral burgemeesters en andere provinciale politieke grootheden, die bij kiezers in de regio het vertrouwen genoten dat groene bobo’s uit Wenen duidelijk misten. Een kloof tussen populistische kiezers in de regio en kosmopolitische en liberale kiezers in de steden is helemaal niet 
zo onvermijdelijk als men vaak denkt.

    De stabiliteit van democratieën in Europa heeft, zoals de politicoloog Daniel Ziblatt betoogt, altijd sterk afgehangen van het gedrag van de conservatieve elites. In het interbellum kozen die voor samenwerking met autoritaire en zelfs fascistische partijen, wat op veel plekken tot de dood van de democratie leidde. Na de oorlog besloten ze zich aan de regels van het democratische spel te houden, ook al was dat niet altijd bevorderlijk voor wat zij als conservatieve kernwaarden beschouwden. We leven in een heel andere samen-leving dan in de naoorlogse periode en de populisten van nu zijn geen fascisten, maar het is nog steeds zo dat het lot van een democratie even sterk afhangt van de keuzes van de gevestigde orde als van opstandige outsiders. Larry Bartels, een vooraanstaand 
Amerikaans politicoloog, wijst erop dat er ook weinig empirisch bewijs is voor een toename (laat staan een ‘tsunami’) van rechts populistische sentimenten. Wat uit onderzoek wel blijkt, is dat zowel politieke avonturiers als gevestigde partijen in de loop der tijd steeds weer voor de keuze hebben gestaan 
om dergelijke sentimenten te bezweren, dan wel te mobiliseren en uit te buiten. Het is van belang om ons niet uitsluitend op de populisten zelf te fixeren (waarbij we hun kracht regelmatig onder- dan wel overschatten). We moeten juist de elites ter verantwoording roepen die met populisten samenwerken of hun ideeën overnemen of hun gedrag in feite vergoelijken en ze zo uit de wind houden.

    Brexit volgens Banksy, 2017.
    Brexit volgens Banksy, 2017.

    Wat kan er tegen populisten zelf worden gedaan? Wat de laatste jaren 
in ieder geval duidelijk is geworden, 
is wat er niet werkt. Een volledig isolement bijvoorbeeld, en zeker het soort morele uitsluiting waarnaar populisten zelf vaak grijpen (in de trant van: ‘wij goede demoraten willen niet samen met populisten op tv’ of ‘als er in het parlement een populist aan het woord komt, loop ik naar buiten,’, enz.). Dat is dom, zowel in strategisch als – minder in het oog springend – in moreel opzicht. Het is als strategie tot mislukken gedoemd omdat het alleen maar bevestigt wat populisten hun aanhang steeds voorhouden: dat de corrupte elite nooit naar hen luistert of bepaalde zaken niet ter discussie durft te stellen. (En niet in de laatste plaats dat deze elites tegen de populisten samenspannen om hun onverdiende voorrechten te beschermen: ‘Eén tegen allen, allen tegen één’.)

    Ook vanuit democratisch oogpunt kleeft er een groot bezwaar aan deze aanpak: zeker als de populisten al in het parlement zitten en je sluit hun partij uit van het debat, dan sluit je 
ook al hun kiezers daarvan uit. En zoals hierboven gezegd: je mag er niet van uitgaan dat alle kiezers van populistische partijen overtuigde antipluralisten zijn die de regels van het democratische spel afwijzen.

    En dan is er het andere uiterste: in plaats van de populisten uit te sluiten of te negeren, ga je achter ze aan hollen. Maar hoe hard je ook holt, je haalt ze natuurlijk nooit in. Wat je als zogenaamde ‘politicus van het midden’ ook over immigratie zegt, het zal toch nooit genoeg zijn voor partijen als Alternative für Deutschland of de Deense Volkspartij. Maar ook hier is het probleem niet alleen strategisch van aard, ook hier speelt een normatieve kwestie mee. Het imiteren van populisten vloeit immers vaak voort 
uit de hierboven genoemde misvatting over democratische vertegenwoordiging. Dan gaat men er simpelweg van uit dat de populisten eindelijk de ware politieke voorkeuren van veel burgers blootleggen, in plaats van te beseffen dat politieke vertegenwoordiging een dynamisch proces is. Denk weer aan Trump: veel Europeanen zullen op 
8 november 2016 met enig leedvermaak hebben vastgesteld dat hun lang gekoesterde vermoeden over de VS nu officieel was bevestigd: het is een land met 63 miljoen racisten! Maar zoals enkele sociale wetenschappers al snel zeiden: er zijn genoeg racisten in de VS, maar racisme kan de zege van Trump niet volledig verklaren. Sommige 
kiezers hebben op Trump gestemd nadat ze dat eerder twee keer op Obama hadden gedaan.

    Er is geen andere keuze dan met 
populisten de strijd aan te gaan. Maar praten met populisten wil nog niet zeggen dat je moet praten áls een populist. Je hoeft hun beschrijving van politieke, economische en sociale problemen niet over te nemen om in debat met hen overeind te blijven. Tegelijkertijd is het belangrijk om in te zien dat een hele reeks standpunten waar links grote moeite mee heeft, binnen een democratie niettemin toelaatbaar zijn – en dat je zulke standpunten moet bestrijden met feiten en de best mogelijke argumenten, niet met het polariserende verwijt van ‘populisme’. Anderzijds, wanneer populisten zichzelf nadrukkelijk als populist manifesteren – dat wil zeggen: als ze het recht van spreken van hun tegenstander of van bepaalde burgers in twijfel proberen te trekken of vraagtekens plaatsen bij de regels van het democratische spel – 
dan is het van groot belang dat andere politici daar een grens trekken. Denk weer even terug aan die eerste keer dat de ‘gevestigde orde’ niet voor de ‘golf’ van het populisme bezweek: Oostenrijk. De winnende kandidaat wist in zijn campagne veel kiezers te mobiliseren door duidelijk te maken dat zij niet alle programmapunten van de Groenen hoefden te onderschrijven om op hem te stemmen; ze moesten het er alleen mee eens zijn dat de extreemrechtse kandidaat een reële bedreiging voor de Oostenrijkse democratie vormde. Nog belangrijker was dat kiezers door zijn campagne werden gestimuleerd om uit hun vertrouwde kringetje te stappen, om in dialoog te gaan met mensen uit andere milieus met wie ze anders niet snel in contact kwamen – en vooral 
om dan niet al na vijf minuten met 
verwijten van ‘racisme’ en ‘fascisme’ 
te smijten.

    Ook dit is misschien alleen vrome hoop van de theoretici. Uit sociologisch onderzoek blijkt vaak dat de zogenaamde contacthypothese te mooi is om waar te zijn: contact met mensen die sterk van ons verschillen is op 
zichzelf nog niet genoeg om tolerantie en respect voor pluralisme te kweken. Maar alles wat kan helpen om de 
populistische fantasie van een volledig verenigd en homogeen volk te ontkrachten, is meegenomen. In tegenstelling tot wat links soms gelooft, is niet alles wat populisten zeggen per se leugenachtig of demagogisch, maar hun zelfgeschapen imago berust uiteindelijk wél op een leugen: dat er 
één ondeelbaar volk is waarvan alleen zij de wil vertolken. Om ze te bestrijden, is het nodig die cruciale claim 
te doorzien en te ontkrachten.

    Auteur: Jan-Werner Müller
    Vertaler: Frank Lekens

    ‘Understanding the populist turn’.
    Grote Zaal Frascati, 2 juni 15.00

    Project Syndicate
    Tsjechische Republiek | project-syndicate.org

    Het in 1994 opgerichte non-profit contentdistributiemodel voorziet lezers uit alle windstreken van originele, boeiende en tot nadenken stemmende commentaren van schrijvers en denkers die de economie, politiek, wetenschap en cultuur van de wereld vormgeven.

  • Dossier: Europa onder de loep

    Dossier: Europa onder de loep

    Wie door een en dezelfde bril kijkt wordt vroeg of laat bijziend. Of is het nu al, volgens professor 
Jan Werner-Müller die voor- en tegenstanders van het populisme een te simplistische diagnose verwijt.

    Hij is een van de sprekers op het tweede Forum on European Culture in De Balie in Amsterdam, waar internationale denkers en kunstenaars drie dagen lang praten over en zoeken 
naar nieuwe antwoorden op het democratisch tekort in Europa. Gezaagd zal er blijven worden 
aan de stoelpoten van de democratie, dus is het zaak de dunne laag van de beschaving genoeg veerkracht te geven om mee te bewegen en tegelijkertijd tegenwicht te bieden. Op de volgende pagina’s stellen wij u voor aan een aantal genodigden dat met multifocale glazen naar de winst 
en verliesrekening van Europa zal kijken.   

    1. De claim op het ‘echte volk’

    2. Santiago Sierra Middelpunt 
van controverse

    3. Het ideologische vacuüm biedt een kans

    4. Een wereld voorbij ras

    5. Het backfire-effect

    6. ‘We moeten tot de verbeelding van de nieuwe meerderheid spreken’

    Beeld: Between Bridges, een installatie van fotograaf Wolfgang Tillmans die te zien was tijdens fotobeurs Photo London in 2016. – © Jeff Spicer / Getty Images

  • Steeds meer Latijns-Amerikaanse politici prediken het evangelie

    Steeds meer Latijns-Amerikaanse politici prediken het evangelie

    Met drie presidentskandidaten, tientallen gouverneurs, honderden congresleden en miljoenen volgelingen krijgt de evangelische beweging steeds meer politieke invloed in Latijns-Amerika.

    Onlangs waren de ogen van heel de wereld gericht op de begrafenis van Billy Graham, een van de invloedrijkste predikers van de twintigste eeuw. In het Capitool in Washington bewezen de meest vooraanstaande figuren van het land hem de laatste eer, terwijl op sociale media mensen van de statuur van Bill Clinton, George W. Bush en Barack Obama ‘de predikant van de Verenigde Staten’ hun laatste groet brachten.

    Het massaevenement waarmee zijn afscheid gepaard ging, vormt het bewijs dat het meer dan zeventig jaar lang prediken van het woord van God in 185 landen zijn vruchten heeft afgeworpen. Niet alleen neemt het aantal volgelingen van de evangelische beweging nog steeds toe, maar ook op andere terreinen worden de evangelisten belangrijker en invloedrijker, met name in de politiek.

    Latijns-Amerika is een van hun belangrijkste bolwerken. In deze regio is het katholicisme zijn vijfhonderd jaar oude geloofsmonopolie in slechts drie decennia kwijtgeraakt. Twintig procent van de Latijns-Amerikanen is evangelist, de grens tussen wat van God is en wat van de keizer vervaagt steeds meer. Tot de beweging behoren presidenten als Jimmy Morales (Guatemala) en presidentskandidaten als Fabricio Alvarado (Costa Rica), Jair Bolsonaro (Brazilië) en zelfs Javier Bertucci (Venezuela). En hoewel alle ogen op deze grote namen zijn gericht, ligt de werkelijke macht van de evangelische beweging vooral bij de burgemeesters, ministers, afgevaardigden, congresleden, adviseurs en andere hoge overheidsfunctionarissen.

    Door het groeiende aantal evangelisten in Latijns-Amerika is de religieuze beweging een belangrijke politieke speler geworden. In Peru, Ecuador, Colombia, Venezuela, Argentinië en Panama is meer dan vijftien procent van de bevolking evangelist, in Brazilië, Costa Rica en Puerto Rico twintig procent en in landen van Midden-Amerika zoals Guatemala, Honduras en Nicaragua zelfs veertig procent.

    Al vormen ze in geen enkel Latijns-Amerikaans land een meerderheid, vanwege het gemak waarmee evangelisten hun populariteit weten om te zetten in stemmen zijn ze van grote politieke waarde. Zoals Javier Corrales, politicoloog en docent aan het Amherst College (Massachusetts), uitlegt: ‘Evangelisten zijn uiterst gedisciplineerd en gehoorzaam, ze gaan regelmatig naar de kerk (ze luisteren dus naar politieke boodschappen), ze roeren zich in de traditionele media en op sociale media én ze zijn enorm bedreven in het mobiliseren van mensen.’

    Daarom jagen presidentskandidaten op hun stem. In Brazilië, een land met 42 miljoen evangelisten, speelde de alliantie (én breuk) van oud-president Dilma Rousseff met de evangelische kerk Iglesia Universal del Reino de Dios een cruciale rol bij haar overwinning en daaropvolgende afzetting. En in Chili bewees het feit dat Sebastián Piñera vier predikanten als campagneadviseurs had dat hij dit deel van het electoraal aan zich wilde binden tijdens de presidentsverkiezingen van 2017.

    Conservatieve allianties

    Toch beperkt de invloed van de evangelisten zich niet tot hun electorale potentieel. Ze veranderen de politiek in Latijns-Amerika met een agenda die meer wegheeft van een moreel dan van een politiek project.

    In Costa Rica belandde evangelist, presentator en zanger Fabricio Alvarado Muñoz bovenaan in de peilingen toen het Inter-Amerikaans hof voor de Mensenrechten (CIDH) zich uitsprak vóór het homohuwelijk. Alvarado beloofde vervolgens om het CIDH niet langer te erkennen, en op deze manier het gezin en het leven te beschermen. Dat leverde hem nog eens een flinke sprong in de peilingen op. Zijn beoogde vicepresident, Francisco Prendas, moest onlangs [na felle reacties uit de LHTB-beweging] zijn excuses aanbieden omdat hij had gezegd dat hij nooit een homoseksueel op een hoge post zou benoemen aangezien hij de meerderheid van de bevolking niet voor het hoofd wilde stoten. [Nadat hij de eerste ronde had gewonnen, werd Fabricio Alvarado op 1 april verslagen door zijn rivaal en naamgenoot Carlos Alvarado Quesada. Maar intussen wordt het politieke debat nog steeds gedomineerd door het homohuwelijk.]

    Het grote aantal evangelische partijen, presidentskandidaten en stemgerechtigden geeft een nieuwe impuls aan de conservatieve beginselen van andere politieke en religieuze groeperingen in Latijns-Amerika. Onderwerpen als abortus, gelijke rechten voor man en vrouw binnen het huwelijk en de slecht gemunte term ‘genderideologie’ hebben evangelisten en katholieken verenigd in een gezamenlijke strijd.
    Met leuzen als ‘handen af van onze kinderen’ stroomden duizenden gelovigen, die zulke vrijheden zien als een bedreiging, de straten op van Colombia, Paraguay, Ecuador, Peru, Mexico en Chili. De enorme druk die hiermee werd uitgeoefend vertaalde zich vrijwel meteen in maatregelen op overheidsniveau: in Paraguay is een docentenhandboek ter preventie van vrouwenmishandeling op school geschrapt. Hun enorme invloed betaalt zich politiek uit. Bijvoorbeeld in Colombia, waar het Nee-kamp triomfen vierde tijdens het referendum [over vrede met guerrillabeweging FARC].


    De relatie tussen politiek en geloof wordt steeds nauwer. Terwijl conservatieve partijen weer opleven en nieuwe kiezers winnen voor hun politieke programma’s, winnen de evangelisten electoraal terrein door parlementaire fracties te vormen en allianties te smeden met conservatieve partijen, aldus Andrew Chesnut, hoofd Catholic Studies aan de Virginia Commonwealth University [in de VS].

    Het meest in het oog springende voorbeeld van zo’n alliantie is de omstreden kandidatuur van Jair Bolsonaro voor het presidentschap van Brazilië. Bolsonaro is oud-militair en hoewel hij publiekelijk nooit heeft verklaard evangelist te zijn, wordt zijn politieke boodschap, die aanschuurt tegen rechtsextremisme, gesteund door de christelijke Partido Social Cristiano. Met uitspraken als: ‘Gays zijn het gevolg van drugsgebruik’, ‘Je verdient het niet eens verkracht te worden’, en ‘De vergissing van de dictatuur was dat er gemarteld werd in plaats van gedood’, wist Bolsonaro de tweede plek te veroveren in de peilingen, achter president Lula, die vleugellam is vanwege corruptieschandalen.

    In Brazilië, het grootste land van Latijns-Amerika, is de opmars van de evangelisten het meest zichtbaar. Ze kunnen er intussen bogen op negentig congresleden, het burgemeesterschap van Rio de Janeiro (de meest kosmopolitische en multiculturele stad van het land) en rond de veertienduizend nieuwe kerken per jaar. En hun economische positie is gigantisch. Volgens het Amerikaanse tijdschrift Forbes overstijgt het opgetelde vermogen van de vijf rijkste Latijns-Amerikaanse predikers de 1,5 miljard dollar.

    De steeds sterkere aanwezigheid van het geloof in de politiek vormt een grote uitdaging voor de democratieën in Latijns-Amerika. ‘Het is niet altijd zo, maar áls ze invloed willen uitoefenen op de manier waarop we ons gedragen kunnen ze met hun extreme opvattingen over zonde en moraal de vijand worden van de vrije gedachte, de privacy en de vrije wil,’ aldus politicoloog Corrales. ‘We moeten hun macht niet onderschatten en niet vergeten dat de evangelisten achter de verbijsterende overwinning van Donald Trump zaten.’

    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Openingsbeeld: Een evangelische kerk in Porto Vehlo, Brazilië. – © Mario Tama/Getty

    Semana
    Colombia | weekblad | oplage 180.000

    Alberto Camargo was tweemaal president van Colombia. Tussendoor richtte hij dit tijdschrift op. Het ging in 1961 ter ziele maar werd opnieuw gelanceerd. Semana geldt als een van de beste bladen uit Latijns-Amerika. Onafhankelijk en altijd goed geïnformeerd.

  • 2. Waarom het Oost-Europese populisme 
anders is

    2. Waarom het Oost-Europese populisme 
anders is

    Alleen in de postcommunistische landen van Oost-Europa verslaan de populisten bij verkiezingen geregeld de traditionele partijen, stelt deze Poolse socioloog vast.

    In zeven van de vijftien Oost-Europese landen zijn populistische partijen aan de macht, in twee maken zij deel uit van de regeringscoalitie en in drie vormen ze de belangrijkste oppositie. Haalden in 2000 de populistische partijen nog maar in twee landen 20 procent van de stemmen, nu is dat in tien landen gebeurd. In Polen haalden ze in 2000 slechts 0,1 procent van de stemmen, maar nu hebben ze de meerderheid in het parlement en regeert de Partij voor Recht en Rechtvaardigheid (PiS). In Hongarije kon Fidesz, de partij van premier Viktor Orbán, op sommige momenten rekenen op een steun van meer dan 70 procent.

    Maar behalve naar de naakte cijfers moeten we ook kijken naar de sociale en politieke factoren die er de oorzaak van zijn dat het populisme in Oost-Europa zoveel sterker is geworden. Om te beginnen bestaat in deze regio niet de traditie van de scheiding der machten, die de westerse democratie lange tijd heeft weten te behouden. Anders dan Jaroslaw Kaczynski, voorzitter van de PiS en de facto leider van Polen, kan zelfs Donald Trump niet de beslissingen van de rechter negeren of de veiligheidsdiensten tegen de oppositie inzetten.

    Nog een belangrijk verschil is dat mensen in Oost-Europa meer naar materialisme neigen dan West-Europeanen, die de zorgen om hun fysieke welzijn veelal achter zich hebben gelaten en zich verbonden hebben met wat [de Amerikaanse politicoloog] Ronald Ingelhart ‘postmaterialistische waarden’ noemt.

    Kwetsbaarder

    Het effect is onder andere dat de Oost-Europese samenlevingen kwetsbaarder zijn voor aanvallen op abstracte liberale instituties zoals vrijheid van meningsuiting en een onafhankelijke rechtspraak.

    Dat hoeft ons niet al te zeer te verbazen. Per slot van rekening is het liberalisme een westers importproduct. Als je de fenomenen Trump en Brexit even buiten beschouwing laat, is de cultuur van het sociale en politieke liberalisme diep geworteld in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. In Oost-Europa is het maatschappelijk middenveld niet alleen zwakker, het richt zich ook sterker op terreinen als liefdadigheid, religie en ontspanning dan op politieke vraagstukken. Daar komt bij dat in het buitengewoon diverse politieke landschap van de postcommunistische staten links zeer zwak is, zo niet 
geheel ontbreekt in het politieke leven.

    De demarcatielijn ligt dus niet tussen links en rechts, maar tussen goed en kwaad. Daarmee komt Oost-Europa veel dichter bij de tweedeling ‘vriend 
of vijand’ die is geformuleerd door de Duitse antiliberale politiek filosoof en rechtsgeleerde Carl Schmidt. Elk kamp ziet zichzelf als de enige ware vertegenwoordiger van de natie, en vindt dan ook dat elke oppositie onwettig is en niet alleen in verkiezingen verslagen, maar ook monddood gemaakt moet worden.

    Aanhangers van de regerende, rechtsnationalistische partij Fidesz luisteren naar een speech van premier Orban. – © Getty
    Aanhangers van de regerende, rechtsnationalistische partij Fidesz luisteren naar een speech van premier Orban. – © Getty

    En er is nog een onderscheid tussen de populisten in het Oosten en hun neven in het Westen. De eersten kunnen niet alleen rekenen op de steun van de arbeidersklasse, maar ook op die van de middenklasse. Volgens een onderzoek van de Universiteit van Warschau heeft politieke overtuiging niet te maken met wie wel of niet heeft geprofiteerd van de postcommunistische economische transformatie in het land. Onder het electoraat van de regeringspartij bevinden zich veel mensen die zich tevreden voelen over hun bestaan en bepaald niet achtergesteld zijn.

    Die kiezers voelen zich aangetrokken tot het populistische gedachtengoed omdat dat hun een raamwerk biedt waarin ze hun positieve en negatieve ervaringen een plaats kunnen geven. Hebben ze zo eenmaal een doel gevonden, dan voelen de kiezers zich sterk verbonden met de partij. In plaats van zich vanuit hun persoonlijke ervaring een mening te vormen over de rechtspraak, vluchtelingen of de oppositie, luisteren ze naar hun leider en voegen ze zich in hun mening naar diens politieke keuze.

    De arbeidersklasse wordt vooral gedreven door het verlangen om bij een gemeenschap te horen

    Het succes van de PiS valt dus niet te verklaren vanuit de economische frustratie van de kiezers. De arbeidersklasse wordt vooral gedreven door het verlangen om bij een gemeenschap te horen. Hun tegenhangers uit de middenklasse zoeken hun bevrediging niet in materiële rijkdom, maar in het uitsluiten van degenen die als minderwaardig worden gezien – of het nu gaat om vluchtelingen, de verderfelijke elite of rechters die alleen de belangen van die elite dienen. Orbán en Kaczynski weten maar al te goed munt te slaan uit dat verlangen.

    Je kunt je afvragen of het uiteindelijk niet het populisme zal zijn dat de werkelijke culturele – en vervolgens politieke – grenzen van de Europese Unie zal bepalen. Als de Poolse of Hongaarse politiek dichter bij die van Rusland blijkt te liggen dan bij die van Frankrijk of Oostenrijk, betekent dat dan dat de grenzen van de EU te ver zijn opgerekt? Kan het zijn dat hun plek aan de zijde van Rusland is, en niet aan die van West-Europa? Zijn de grenzen van de EU dan op de lange termijn niet meer te handhaven? Dit zijn netelige vragen, en alleen de Oost-Europeanen kunnen ze beantwoorden.

    Auteur: Slawomir Sierakowski
    Vertaler: Annemie de Vries

    Project Syndicate
    Tsjechië | project-syndicate.org

    Website die commentaren verzamelt. Tot de medewerkers behoren prominenten uit politiek, wetenschap en zakenleven.