Tag: protest

  • ‘Vrouwen, leven, vrijheid’

    ‘Vrouwen, leven, vrijheid’

    Opening dossier – Protesten in Iran

    De moord op de 22-jarige Mahsa Amini leidde in de afgelopen weken tot massale demonstraties tegen het hardvochtige regime van ayatollah Ali Khamenei, dat het protest met geweld uit elkaar probeert te slaan. Wat moet er gebeuren om deze revolutie te laten slagen?

    ANP 456146374 1
    Een billboard in Teheran, opgehangen in opdracht van de Islamitische Revolutionaire Garde, met ongeveer vijftig gesluierde ‘Vrouwen van mijn land’, moest heel snel worden weggehaald nadat drie vrouwen bezwaar maakten tegen misbruik van hun afbeelding. Actrice Fatemeh Motamed- Arya, was de eerste die protesteerde. In een video (zonder hijab), zei ze: ‘Ik ben Mahsa’s moeder, ik ben Sarina’s moeder. Ik ben de moeder van alle kinderen die in dit land zijn vermoord. Ik ben de moeder van het hele land Iran, maar geen vrouw in het land van moordenaars.’ – © STR / AFP
  • Veelkleurige protestmars

    Veelkleurige protestmars

    Het werk van de Britse beeldhouwer Hew Locke, die opgroeide in Guyana, is vaak politiek geladen en legt etnische spanningen in de Britse samenleving bloot. In zijn spectaculaire nieuwe werk The Procession delen honderd figuren een complex verleden.

    Met wapperende spandoeken en roffelende trommels meandert een krioelende optocht van mannen, vrouwen en kinderen door het hart van Tate Britain. De spektakel-parade (The Procession) van Hew Locke in het Londense museum wordt bevolkt door soldaten, vluchtelingen en vissers, monteurs in overalls en dandy’s in smoking. Alles komt voorbij, iedereen ziet er anders uit, maar in deze ‘stroom van menselijkheid’, schrijft The Guardian, is iedereen gelijk. Wat hen met elkaar verbindt, is een politieke geschiedenis, iets waar Locke al zijn hele carrière mee bezig is. Bijna altijd bevatten zijn complexe, tot in detail bedachte en uitgewerkte sculpturen en installaties de sporen van koloniale onderdrukking.

    Hew Locke mengt schoonheid met beelden die juist ongemak opwekken; het maakt zijn werk sprookjesachtig mooi, maar tegelijkertijd vreemd, griezelig en surrealistisch

    De 62-jarige Guyanees-Britse kunstenaar had niet eerder zo grootschalig gewerkt. Aanvankelijk zou hij zestig aangeklede poppen aan het museum leveren, maar het werden er honderd, levensgroot.  

    c Tate Photography Joe Humprhys 16
    The Procession van Hew Locke in Tate Britain, Londen. – © Tate Photography/Joe Humphrys

    De spectaculaire figuren in de parade zijn gemaakt van onder meer gips, karton en papier-maché. Sommige gaan gekleed in schooluniformen en legeroverjassen, andere hebben buitenissige kostuums aan, gemaakt uit een internationale lappendeken van batik, tartan, sari-zijde, oude borduursels en moderne kunststoffen. Er zijn paarden met veelkleurige dekens en maskers in allerlei vormen. En op de spandoeken staan afbeeldingen die verwijzen naar onderdrukking en ongelijkheid. 

    Henry Tate

    De jongen aan het begin van de optocht slaat op een ouderwetse trommel, waarvan de huid is gemaakt van een obligatie van de Russische General Oil Corporation, een eeuw geleden gedrukt maar controversiëler dan ooit. Achteraan worden we herinnerd aan tot slaaf gemaakte mensen op de suikerrietplantages. Een niet onbelangrijk detail is dat kunstverzamelaar Henry Tate, de oprichter van het museum, zelf zijn fortuin heeft gemaakt met de verkoop van suiker.

    c Tate Photography Joe Humprhys
    The Procession van Hew Locke in Tate Britain, Londen. – © Tate Photography/Joe Humphrys

    Halverwege staat een spookachtige begrafenisstoet, waarin twee slaven op palen het dodenmasker van een Engelse generaal dragen, vergezeld van kleine figuren in zwarte crinolines, hoepelrokken waarop nog net de bleke wangen van koningin Victoria zichtbaar zijn. Het lijkt alsof de stoet beweegt. 

    Locke mengt schoonheid met beelden die juist ongemak opwekken. Het maakt zijn werk sprookjesachtig mooi, maar tegelijkertijd vreemd, griezelig en surrealistisch. Door de subtiele verschuiving van kleur verandert Locke de gemoedstoestand in de parade, die er op het eerste gezicht nogal vrolijk uitziet. De figuren achteraan lijken echter door stofwolken te zijn gelopen of gevlucht te zijn voor overstromingen. Hun kleren dragen de sporen van de beproevingen waaraan de miljoenen vluchtelingen heden ten dage worden blootgesteld. De mars wordt daar een protest, een massamigratie. Iedereen probeert ergens te komen of ergens van weg te gaan. 3b72dc22 aa01 48d7 a227 f44b292112cc

    Hew Locke TB Commission 47
    The Procession van Hew Locke in Tate Britain, Londen. – © Tate Photography/Joe Humphrys

    Hew Locke werd in 1959 geboren in Edinburgh. Hij woonde van 1966 tot 1980 in Georgetown (Guyana). Sindsdien woont en werkt hij in Cornwall en Londen.

    c Tate Photography Matt Greenwood
  • Sri Lankanen richten protestdorp op waar religies vreedzaam samenleven

    Sri Lankanen richten protestdorp op waar religies vreedzaam samenleven

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » China laat grootste en meest geavanceerde vliegdekschip te water

    » TikTok-account brengt openbare toiletten in New York in kaart

    Dorpelingen hebben één doel: de president naar huis sturen

    Terwijl Sri Lanka bezwijkt onder een ernstige economische crisis, zijn honderden mensen sinds april neergestreken in een geïmproviseerd dorp, Gota Go Gama (GGG), vlak bij het kantoor van president Gotabaya Rajapaksa in de hoofdstad Colombo. De Sri Lankanen die hier zijn samengekomen, hebben maar één doel, schrijft The Christian Science Monitor, namelijk de president naar huis sturen.

    In een land dat lang te kampen heeft gehad met etnische en religieuze conflicten, is GGG niet alleen een centrum van protest, maar laat het bovendien een glimp zien van hoe een verenigd Sri Lanka eruit zou kunnen zien. In het uitgestrekte tentendorp lijkt het onderlinge wantrouwen, dat generaties lang heerste bij Singalese boeddhisten, hindoeïstische Tamil en moslims, plaats te maken voor broederschap, tolerantie en uitwisseling van ideeën.

    ‘Gota Go Gama kreeg steun van over het hele eiland, op creatieve en unieke wijze’

    Shamara Wettimuny, historicus aan de Universiteit van Oxford, merkt op dat er moed voor nodig is van minderheidsgroepen om mee te doen aan het protest, gezien de jarenlange vervolging door een staat waarvan de meerderheid boeddhistisch is. ‘Gota Go Gama kreeg steun van over het hele eiland, op creatieve en unieke wijze,’ zegt Wettimuny. ‘Het effect van dergelijke ervaringen zal zich misschien niet van de ene dag op de andere in solidariteit vertalen, maar ik heb er vertrouwen in dat we op de lange termijn op een betere plek zullen zijn dan nu.’

    Lees ook:

  • In Johannesburg moet je betalen om te mogen protesteren

    In Johannesburg moet je betalen om te mogen protesteren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Meer overstromingen, droogtes, branden en recordtemperaturen in 2021

    » Situatie Pools-Belarussische grens is onmenselijk, aldus Amnesty International

    Betalen voor politie-inzet is ongrondwettelijk, aldus activisten

    Activisten in Johannesburg zeggen dat ze moeten betalen om te mogen protesteren, meldt Daily Maverick. De kosten kunnen oplopen tot omgerekend 900 euro. Volgens de activisten is een dergelijke vergoeding ongrondwettelijk. Deze week komen twee organisaties voor het Hooggerechtshof van Johannesburg, die deze vergoedingen willen aanvechten.

    Beide organisaties, Right2Know en Gauteng Housing Crisis Committee, gaan regelmatig de straat op in Johannesburg. ‘Een groot aantal mensen dat wij vertegenwoordigen is werkloos, leeft van een uitkering of een minimumloon,’ zegt Axodile Notywala, coördinator van de Right2Know in een beëdigde verklaring. ‘Het risico is reëel dat zij worden afgeschrikt om hun grondwettelijke recht op demonstratie uit te oefenen.’ De organisaties zeggen dat ze te horen hebben gekregen van de gemeente en de politie van Johannesburg, dat als ze niet betalen, er minder politie aanwezig zal zijn. ‘Daarmee wekt de politieleiding de indruk dat betalen een voorwaarde is geworden,’ aldus Notywala.

    De gemeente en de politie stellen dat de vergoeding niet in strijd is met de wet en dat de gemeente het recht heeft om een vergoeding te vragen voor diensten die politiële ondersteuning nodig hebben. Ze ontkennen dat de vergoedingen een voorwaarde zijn om te mogen protesteren.

    Lees ook:

  • Peru: Noodtoestand afgekondigd op snelwegen vanwege truckersprotest

    Peru: Noodtoestand afgekondigd op snelwegen vanwege truckersprotest

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Twee derde van de Britse jongeren mist lockdowns» 

    » Malinese leger en vermoedelijke Russische huurlingen doden 300 burgers in Mali

    Chauffeurs en boeren protesteren tegen brandstofprijzen

    De Peruaanse regering heeft donderdag de noodtoestand afgekondigd voor alle snelwegen, als reactie op een opstand van vrachtwagenchauffeurs en landarbeiders die een aantal wegen in het land blokkeren uit protest tegen de stijgende brandstofprijzen. Het decreet bepaalt dat de politie in staat zal zijn ‘met steun van de strijdkrachten de controle en de orde te handhaven‘, aldus de radio RPP.

    Het besluit komt na de dood van een demonstrant. Tijdens botsingen met de politie afgelopen woensdag met de politie bij een wegversperring in Ica, in het zuiden van het land, viel er één dode en raakte er vijftien mensen gewond.

    Lees ook:

  • Protest bij Indiase Apple-leverancier na massale voedselvergiftiging

    Protest bij Indiase Apple-leverancier na massale voedselvergiftiging

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Saoedi-Arabië begint offensief tegen Jemen

    » China vervangt zijn sterke man in de Oeigoerse regio Xinjiang

    Honderdvijftig medewerkers in het ziekenhuis opgenomen

    Tientallen vrouwen in het Indiase Chennai zijn weer vrijgelaten nadat ze waren opgepakt voor het blokkeren van een belangrijke snelweg. De blokkade was een protest vanwege een voedselvergiftiging bij Foxconn, waardoor honderdvijftig medewerkers in het ziekenhuis moesten worden opgenomen, bericht South China Morning Post.

    Foxconn is een toonaangevende fabrikant van elektronische componenten voor onder meer iPads en iPhones van Apple; Kindles van Amazon en PlayStations van Sony. Het is het tweede geval van onrust bij een Apple-leverancier binnen een jaar. Landen als India, en ook Mexico en Vietnam, worden steeds belangrijker voor contractfabrikanten die aan Amerikaanse merken leveren, vanwege de handelsoorlog tussen China en de VS.

    Lees ook:

  • ‘In Myanmar betalen we elke dag de prijs voor de vrijheid die we opeisen’

    ‘In Myanmar betalen we elke dag de prijs voor de vrijheid die we opeisen’

    Wat betekent vrijheid als je leeft onder een militaire dictatuur? Op die vraag probeert de jonge Myanmarese activistenleider Thinzar Shunlei Yi een antwoord te geven.

    Vrijheidslezingen

    In de programmareeks The Freedom Lecture nodigt debatcentrum De Balie in Amsterdam vier keer per jaar iemand uit die uit eigen ervaring weet wat het betekent om niet vrij te zijn. Het doel van de lezingen is om de verhalen van de sprekers te delen, hun boodschap uit te dragen en te leren van hun strijd. Zo ontving De Balie eerder al FEMEN-leider Inna Sjevtsjenko, de Oegandese lhbt-activist Frank Mugisha, de Russische journaliste Jevgenia Albats, internetactiviste Esra’a Al Shafei uit Bahrein en Patrisse Cullors & Janaya Khan van de Black Lives Matter-beweging.

    Hieronder volgt de lezing die mensenrechtenactivist Thinzar Shunlei Yi uit Myanmar uitsprak op 3 juli in De Balie.

    Altijd wanneer ik aan Vrijheid denk, vraag ik me altijd af of ik de werkelijke betekenis en kleur daarvan wel ken. Want die heb ik nog nooit meegemaakt. Maar ik heb er wel mijn hele leven lang voor geknokt, me afvragend of vrijheid ons een betere wereld kan brengen.

    Is vrijheid een toestand waarin we niet bang meer zijn, geen enkele vorm van discriminatie meer ervaren en bevrijd zijn van culturele normen en de beperking van onze vrijheid van meningsuiting?

    Is vrijheid iets wat je door iemand, een militair of jezelf, wordt gegund?

    Ik weet niet zeker of ik je de ware betekenis ervan kan uitleggen. Maar omdat ik dat wel graag wil proberen, maak ik hier van de gelegenheid gebruik om u te vertellen hoe vrijheid er volgens mij zou moeten uitzien.

    Ik denk dat vrijheid een aangeboren kwaliteit is. We hebben haar moeten afleren omdat ze nu wordt onderdrukt. Maar om onszelf te kunnen zijn, proberen we haar onszelf opnieuw aan te leren.

    Elk moment dat we onze stem verheffen om te eisen wat we willen, is een moment van vrijheid

    Vrijheid is van niemand anders dan van ons. Om het terug te winnen, protesteren we in Myanmar elke dag. En omdat we bezig zijn onze vrijheid terug te winnen, zijn we nu vrijer dan we eerst waren. Elk moment dat we een vrijere samenleving opeisen, elk moment dat we onze stem verheffen om te eisen wat we willen, is een moment van vrijheid.

    Daarom denk ik dat Myanmar nu vrijer is dan voor de staatsgreep van 1 februari. Mensen bevrijden zichzelf om dingen opnieuw te leren en een eind te maken aan de staatsgreep en het militaire regime. De coup heeft ons wakker geschud en ertoe aangezet ons tegen de onderdrukker te verzetten en onze vrijheid op te eisen. Deze strijd voeren we elke dag opnieuw. Zal het ons vandaag wel of niet lukken om vrij te blijven? Kunnen we onze mening vandaag vrij uiten of niet? Elke dag weer betalen we de prijs voor de vrijheid die we opeisen. Met levens. Met banen en geluk. Vrijheid wordt duur betaald, vind ik.

    Lees ook:

    Innerlijke bevrijding

    Niemand van ons heeft het recht de vrijheid die we hebben, van ons af te pakken of er misbruik van te maken. Vrijheid is voor mij innerlijke bevrijding. Om mezelf vrij te kunnen maken, moet ik eerst beseffen dat die macht in mij ligt en dat die macht me zonder mijn toestemming, nooit kan worden afgenomen. Vrijheid is het vermogen de macht zelf in handen te hebben.

    We lopen tegen veel problemen en vraagstukken aan. De meeste daarvan hebben diepe wortels en de oorzaak is een volledige ontkenning van de omstandigheden. Als mensen de situatie niet accepteren zoals die is, blijven ze zichzelf voorliegen, de zaken vanuit hun eigen perspectief bekijken en de waarheid vanuit hun eigen blikveld formuleren. Vrijheid komt wanneer je je bewust bent van jezelf en je doel als mens op deze aarde. Vrijheid komt wanneer je situaties kunt accepteren zoals ze zijn en de gang van zaken aanvaardt. Zo kun je jezelf bevrijden en jezelf toestaan met de stroom mee te zwemmen en aanwezig te zijn in het hier en nu. Vrijheid komt met dit diepe innerlijke bewustzijn en het besef van je eigen kracht. Waar, hoe en wie je ook bent, we hebben allemaal de innerlijke kracht om wat met jou of anderen gebeurt, te begrenzen of toe te staan.

    Als je wordt onderdrukt en je je daartegen verzet, ben je vrij.

    Op 26 juni is het 46 jaar geleden dat de eerste studentenleider Salai Tin Maung Oo door de dictator van Myanmar ter dood werd veroordeeld. Voor hij werd vermoord, sprak hij deze ondubbelzinnige en indrukwekkende woorden: ‘Ik zal nooit buigen voor een dictator. Mij kun je vermoorden, maar mijn geloof en waar ik voor sta, zul je nooit kunnen uitwissen.’ Dit is een pregnant voorbeeld van innerlijke kracht en dat tot je laatste adem verdedigen. Hij werd vermoord maar zijn overtuigingen en nalatenschap stralen nog steeds omdat zijn innerlijke kracht overeind bleef. Hij heeft niet verkwanseld waar hij heilig in geloofde en hij heeft geen compromissen gesloten.

    Zo ziet vrijheid eruit. Als je wordt onderdrukt en je je daartegen verzet, ben je vrij. Als je altijd achter je principes blijft staan en die onder alle omstandigheden blijft verdedigen, ben je vrij. Zelfs in levensbedreigende situaties, als je blijft opkomen voor de waarheid tegenover het gezag, ben je vrij. Vrijheid is gelukkig zijn zonder jezelf te hoeven inhouden en zonder je schuldig te voelen over wat je wel of niet in het verleden hebt gedaan. Vrijheid is de pure vreugde van in het moment te leven, bij je volle bewustzijn en zonder wroeging over waarom je nog steeds ademt.

    Laten we onszelf afvragen of we echt vrij zijn.

    Over de auteur

    Thinzar Shunlei Yi won de Women of the Future Southeast Asia Award in 2019 en werd uitgeroepen als ‘Emerging Young Leader’ door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Ze werkt met lokale politieke coalitie CDD als rechtscoördinator voor mensenrechten en democratie in Myanmar. Thinzar is momenteel bezig met de wereldwijde campagne genaamd #Sisters2Sisters voor solidariteit met vrouwen in Myanmar.

    26274552750 4ac229ab58 o 1 1
    © Flickr / CC
  • Cubaanse kunstenaars betuigen steun aan protest | Italiaanse kers van 33 gram

    Cubaanse kunstenaars betuigen steun aan protest | Italiaanse kers van 33 gram

    Cubaanse kunstenaars betuigen steun aan protest

    De volksopstand die op 11 juli op Cuba ontstond, was misschien niet voldoende om het regime van Castro, dat al meer dan zestig jaar aan de macht is, omver te werpen, maar lijkt in ieder geval de angst te hebben weggenomen bij de oppositie en de Cubaanse intelligentsia om zich uit te spreken.

    De demonstraties, van een omvang die sinds 1994 niet meer is vertoond, hebben de steun gekregen van bekende Cubaanse artiesten, zo meldt nieuwssite 14ymedio. Op het eiland, dat al vele jaren onder censuur en zelfcensuur gebukt gaat, houdt een handvol kunstenaars de vlam van het protest levend, soms met gevaar voor hun vrijheid.

    Onder de belangrijkste steunbetuigingen van de afgelopen dagen schaart de in Havana gevestigde nieuwssite die van persoonlijkheden van internationale allure ‘die voorheen banden hadden met het regime of zeer terughoudend waren met het uiten van hun politieke mening’. Componist en dirigent Leo Brouwer en jazzpianist Chucho Valdés hebben beiden berichten op Facebook geplaatst waarin zij hun steun betuigen aan de demonstranten.

    ‘Wij steunen de duizenden Cubanen die hun rechten opeisen. Er moet naar ons geluisterd worden’

    Net als de muziekgroep Los Van Van, die op haar pagina schrijft: ‘Wij steunen de duizenden Cubanen die hun rechten opeisen. Er moet naar ons geluisterd worden. Wij zeggen nee tegen geweld en repressie. Wij eisen vrede in onze straten.’

    Schreeuw

    Op de website La Joven Cuba, verbonden aan de Universiteit van Matanzas La Joven Cuba(Cuba), heeft de schrijver Leonardo Padura (Prinses van Asturias Prijs in 2015), zelf zijn politieke terughoudendheid doorbroken om ‘een schreeuw’ te laten horen die hij tot nu toe alleen heeft durven uiten door de filter van de avonturen van zijn personage Mario Conde, een melancholische politieagent, symbool van de ontgoocheling van een hele generatie.

    ‘Een schreeuw die het resultaat is van de wanhoop van een samenleving die niet alleen een langdurige economische crisis en een eenmalige gezondheidscrisis doormaakt, maar ook een vertrouwenscrisis en een verlies van vooruitzichten’, legt de auteur uit. Padura herinnert eraan dat de economische blokkade debet is aan de catastrofale situatie waarin het land verkeert en wijst op de gevaren van ‘elke vorm van buitenlandse interventie’. Hij roept op tot ‘veranderingen en sociale dialoog, want het uitblijven daarvan heeft, naast andere verwoestende factoren, de migratiedrang van zovele Cubanen veroorzaakt’.

    Voor Cubaanse ingezetenen zijn deze uitspraken riskant, schrijft Infobae, die de namen vermeldt van vijf kunstenaars die momenteel om politieke redenen gevangen zitten. Onder deze kritische en gevangengenomen stemmen bevindt zich Maykel Osorbo, een van de rappers die te horen is in het lied Patría y Vida (‘Vaderland en Leven’, een omkering van het motto van het Castro-regime, ‘Vaderland of Dood’), dat het strijdlied van de demonstraties is geworden.

    Geconfronteerd met deze golf van protest uit de kunstwereld organiseerde het Cubaanse ministerie van Cultuur de uitzending van een reeks korte video’s met kunstenaars die loyaal zijn aan het regime, bericht de website Cubanet, gevestigd in de Amerikaanse staat Florida. Het is een serie getuigenissen van vele kunstenaars, waaronder de schrijver Reynaldo González Zamora (Nationale Literatuurprijs) die de Cubanen oproept zich te ‘verenigen’.

    Deze campagne zal de Cubanen, die in groten getale de straat op zijn gegaan, de redenen van hun woede tegen het regime niet doen vergeten. In een land waar de laatste representanten van de revolutie van 1959 aan het verdwijnen zijn, ontstaat er onder een groeiend deel van de bevolking een dringende behoefte aan politieke verandering en een grotere vrijheid van meningsuiting, zoals Leonardo Padura schrijft: ‘Als Cubaan die in Cuba woont, werkt en kunst maakt, neem ik het recht om na te denken en een mening te hebben over het land waar ik woon, werk en kunst maak’.


    Italiaanse kers van 33 gram

    In Italië is ’s werelds grootste kers geteeld, zo liet landbouworganisatie Coldiretti aan de Italiaanse nieuwssite Ansa weten. De recordkers werd vorige week bij Guinness World Records aangemeld. De vrucht weegt iets meer dan 33 gram, is van het type Carmen en werd gekweekt op een boerderij in de provincie Turijn.

    Italië is de belangrijkste producent van kersen in de EU

    Dat het record werd gebroken is bijzonder, want 2021 was een slecht jaar voor Italiaans fruit. Een op de vier kersen ging verloren door het slechte weer. Met bijna 30.000 hectare, waarvan 62 procent in Puglia, gevolgd door Campania, Emilia-Romagna, Veneto en Lazio, is Italië is de belangrijkste producent van kersen in de EU.


    Miljardenschikking in opioïdenrechtszaken

    Amerikaanse staten onthulden woensdag een ‘historische’ schikking van 26 miljard dollar met vier farmaceutische bedrijven om duizenden rechtszaken in verband met de opioïdencrisis te beslechten, meldde The Wall Street Journal. De aankondiging ‘markeert een belangrijke stap die de weg vrij kan maken voor geld dat de staten al begin volgend jaar kunnen ontvangen‘, schrijft de krant, die gemeenschappen in het hele land ‘een financiële impuls zou moeten geven voor de aanpak van een epidemie van pijnstillerverslaving die nog niet is afgenomen’.

    Het betreft de drie grootste medicijndistributeurs van het land, McKesson Corp. AmerisourceBergen Corp. en Cardinal Health Inc., en medicijnenproducent Johnson & Johnson, tevens producent van het Janssen-vaccin.

  • Myanmar worstelt met Delta-variant en geweld | China blokkeert beursgang VS

    Myanmar worstelt met Delta-variant en geweld | China blokkeert beursgang VS

    Beijing belemmert buitenlandse beursgang Chinese bedrijven

    De procedure voor een buitenlandse beursgang op markten zoals de New York Stock Exchange en de Nasdaq, zal worden herzien, aldus de Chinese regering. Volgens analisten zal dat gevolgen hebben voor enkele van de grootste deals op de mondiale financiële markten en zal het de gestage stroom van beursgangen door Chinese technologie- en biotechbedrijven in New York en Hongkong belemmeren, schrijft South China Morning Post.

    De Amerikaanse kapitaalmarkt is de populairste bestemming voor Chinese bedrijven

    De Amerikaanse kapitaalmarkt staat voor Chinese bedrijven bovenaan de mondiale ranglijst als bestemming voor een beursgang. Het aantal in de VS genoteerde Chinese bedrijven is de afgelopen zeven maanden met 14 procent gestegen, ook al bevonden de diplomatieke betrekkingen tussen beide landen zich op een dieptepunt. Op 5 mei waren maar liefst 248 Chinese bedrijven aan Amerikaanse beurzen genoteerd, tegenover 217 op 2 oktober 2020. Met een derde van ’s werelds totale beursintroductie-opbrengsten in de eerste helft van 2021 waren Chinese bedrijven verantwoordelijk voor het grootste aandeel van alle landen.


    Myanmar worstelt met Delta-variant en onderdrukking


    Terwijl de Delta-variant zich over het land verspreidt, sterven veel coronapatiënten door gebrek aan toegang tot beademingsapparatuur. Het is bijna onmogelijk geworden om in Myanmar aan zuurstof te komen, vooral nu het leger is begonnen met het gewelddadig uiteenjagen van degenen die zuurstoftanks proberen te bemachtigen.

    Het maakte hem niet uit dat de junta een avondklok heeft opgelegd. Thuya Aung was vastbesloten om zuurstof te vinden voor zijn met covid-19 besmette vader, die bedlegerig was in hun huis in Yangon. ‘De tijd drong‘, vertelde hij aan South China Morning Post. ‘Daarom moest ik naar buiten, ook al riskeerde ik door de soldaten gearresteerd of neergeschoten te worden.’ Een riskante maar uiteindelijk vergeefse missie. Zijn moeder belde hem, zijn vader was net overleden.

    Op maandag 12 juli, zo schrijft de krant uit Hongkong, meldden de Myanmarese gezondheidsautoriteiten 5014 nieuwe infecties, ‘waarmee voor het eerst de grens van 5000 infecties per dag werd overschreden’. Een dag eerder, voegt The Irrawaddy toe, werden 82 doden gemeld, opnieuw ‘het hoogste aantal sinds de staatsgreep van 1 februari’. In totaal zijn sinds het begin van de pandemie officieel bijna vierduizend mensen gestorven aan corona. Maar ‘velen denken dat deze cijfers een zware onderschatting zijn’, merkt de onafhankelijke site op, ‘in een tijd waarin er drie varianten, waaronder Delta, in het hele land rondgaan’.

    Zuurstoftekort

    De Delta-variant legt een zware druk op de medische infrastructuur van het land, maar ook op de zuurstofvoorraden. Net als Thuya Aung hebben veel mensen moeite om zuurstoftanken te vinden, waarvan de prijs de pan uit rijst. The Irrawaddy meldt dat tot voor kort flessen van 40 liter werden verkocht voor 230.000 kyat (118 euro). ‘Nu gaan ze van de hand voor 350.000 kyat‘, oftewel 180 euro. Dit is een fortuin voor de meeste Birmezen. ‘Maar zelfs zij die het zich kunnen veroorloven, kunnen ze niet vinden’

    In Mandalay, zo meldt The Irrawaddy, hebben zich enorme rijen gevormd voor bedrijven die zuurstof produceren. Maar op zaterdag 10 juli kregen hun eigenaars de opdracht alleen te leveren aan ziekenhuizen en klinieken die door het ministerie van Volksgezondheid worden gecontroleerd. Het bevel voor het gehele land werd twee dagen later bevestigd door de woordvoerder van de junta, waardoor de mogelijkheden om het onontbeerlijke gas te verkrijgen nog verder werden beperkt.

    Volgens de nieuwswebsite Coconuts Yangon zijn de militairen op dinsdag 13 juli begonnen hun bevel kracht bij te zetten. In het Dagon-district van Yangon hebben soldaten schoten gelost om een menigte uiteen te drijven die hoopte zuurstof te krijgen. Naar verluidt joegen ze ook degenen weg die met een fles naar huis gingen. Er vielen geen gewonden, maar allen moesten hun zuurstoftanks achterlaten.

    Velen worden weggestuurd uit ziekenhuizen, die beweren dat ze niet genoeg bedden hebben

    Veel Myanmarezen sterven omdat ze geen beademingshulp kunnen krijgen. Zelfs in ziekenhuizen. Zo is ook het geval in Mandalay. ‘Gisteren zijn 23 mensen gestorven. We hebben vanmorgen ook negen mensen begraven’, zegt Ko Htwar Gyi, lid van een liefdadigheidsorganisatie in deze grote stad in het noorden van het land. Maar, zoals de vader van Thuya Aung, worden velen gewoon weggestuurd uit ziekenhuizen, die beweren dat ze niet genoeg bedden hebben, aldus South China Morning Post.

    Na de staatsgreep van 1 februari is een deel van het medisch personeel in staking gegaan om te protesteren tegen de afzetting van de gekozen regering van Aung San Suu Kyi. De protestbeweging gaat door en sommige van de stakers zitten nu achter de tralies of zijn slachtoffer geworden van gewelddadige represailles. Op 1 juli telde het Myanmar Doctors for Human Rights Network 240 aanvallen op gezondheidswerkers, waarvan zeventien met de dood tot gevolg.

    Lees ook:


    Demonstrant gedood in Cuba

    Een man werd maandag gedood in Cuba tijdens anti-regeringsprotesten, zo maakte het ministerie van Binnenlandse Zaken dinsdag 13 juli bekend. Een woordvoerder zei dat de 36-jarige was omgekomen terwijl hij deelnam aan de ‘onrust‘.

    ‘Dit is de eerste officieel bevestigde dode sinds het begin van de protesten tegen de communistische regering van het land op 11 juli’, schrijft de Spaanstalige website Cubanet, gevestigd in Florida.

    Lees ook:

  • Polen treedt op tegen ‘abortustoerisme’ | Griekse horeca voorzichtig open

    Polen treedt op tegen ‘abortustoerisme’ | Griekse horeca voorzichtig open

    Polen wil dat Tsjechië optreedt tegen ‘abortustoerisme‘

    De Poolse ambassade in Praag blijkt de Tsjechische regering te hebben verzocht om in te grijpen in plannen voor wetgeving die het voor vrouwen uit Polen gemakkelijker maakt om abortus in Tsjechië te laten uitvoeren, bericht Notes from Poland. De voorgestelde wetgeving heeft betrekking op de voorwaarden waaronder buitenlandse vrouwen abortussen zouden kunnen ondergaan in Tsjechië. Het voorstel zou met name betrekking hebben op vrouwen uit Polen, dat enkele van de strengste abortuswetten van Europa heeft.

    Legale abortus is nu vrijwel onmogelijk in Polen

    Door een uitspraak van het Poolse Constitutionele Hof in oktober is legale abortus in Polen nu vrijwel onmogelijk, ook al vonden er nog slechts zo’n duizend ingrepen per jaar plaats. Volgens schattingen van vrouwenrechtengroepen worden er daadwerkelijk tussen de tachtig- en honderdvijftigduizend abortussen per jaar uitgevoerd, hetzij illegaal in Polen, hetzij doordat vrouwen naar het buitenland reizen. 

    In een brief van twee pagina’s aan het Tsjechische ministerie van Volksgezondheid, waarschuwt de Poolse zaakgelastigde Antoni Wręga dat de plannen voor de nieuwe wet ‘de Tsjechisch-Poolse betrekkingen zou kunnen schaden’.


    Colombiaanse minister stapt op

    De Colombiaanse minister van Financiën Alberto Carrasquilla is deze week opgestapt nadat een voorstel voor belastinghervorming leidde tot meerdere dagen van protesten waarbij zeker vierentwintig doden vielen, bericht Deutsche Welle. Carrasquilla vertrok een dag nadat president Iván Duque het controversiële voorstel had ingetrokken.

    Het wetsvoorstel was half april ingediend in de hoop de overheidsuitgaven te kunnen financieren en de economie te vernieuwen. Volgens de regering zijn belastingverhogingen nodig omdat de pandemie grote gaten heeft geslagen in de Colombiaanse overheidsfinanciën. Colombia maakt de ergste recessie in een halve eeuw mee, met een daling van het bbp van 6,8 procent in 2020 ten opzichte van het jaar ervoor. Maar demonstranten vrezen dat de belastingwijzigingen, inclusief een verhoging van de inkomstenbelasting, hen nog armer zullen maken tijdens de pandemie.

    Ondanks de intrekking van het wetsvoorstel heeft het ‘Nationaal Stakingscomité’ opgeroepen tot een nieuwe massabijeenkomst, omdat de demonstranten ‘veel meer eisen dan alleen het schrappen van de belastinghervorming’.


    Onrust bij Renault Zuid-Korea

    Renault Samsung, de Zuid-Koreaanse vestiging van de Franse autofabrikant, heeft deze week zijn fabriek in de stad Busan tijdelijk gesloten na een staking die al drie dagen duurde. De staking is georganiseerd door vakbonden die onder meer loonsverhoging eisen.

    Het is al maanden onrustig bij de autofabrikant door vastgelopen loononderhandelingen, teruglopende verkopen en afnemende productie die is te wijten aan een tekort aan chipvoorraden en het ontbreken van nieuwe, aansprekende modellen, schrijft The Korea Herald.

    Van januari tot april dit jaar daalde de verkoop tot 31.412 voertuigen, een daling van 24 procent ten opzichte van vorig jaar. In een waarschuwingssignaal aan de vakbonden maakte CEO Dominique Signora zijn positie duidelijk. ‘We moeten dringend kosten besparen tijdens deze crisis, aangezien onze verkopen het laagst zijn in zestien jaar’.  Hij waarschuwde ook dat de autofabrikant nog enkele maanden last zal blijven hebben van het aanhoudende wereldwijde chiptekort. Signora suggereerde herstructurering van het bedrijf niet uit te sluiten.


    Omstreden Chinese universiteit in Boedapest

    Een controversieel Chinees universiteitsproject wekt bezorgdheid over de groeiende invloed van Beijing in Hongarije en over de nauwe banden van premier Viktor Orbán met China, aldus Radio Free Europe/RL. Eind april ondertekende Hongarije een overeenkomst met de Fudan-universiteit uit Shanghai voor bouw van een vestiging in Boedapest in 2024. Daarmee wordt dit de eerste Chinese universiteit in de EU en de eerste buitenlandse vestiging van deze prestigieuze universiteit. Goed voor het hoger onderwijs in Hongarije, vindt Orbán.

    Er zijn zorgen over gebrek aan transparantie naar aanleiding van een ondoorzichtige Chinese lening

    Maar er zijn zorgen over gebrek aan transparantie, na onthullingen dat de Hongaarse regering van plan is een enorme, ondoorzichtige Chinese lening aan te gaan om de campus te bouwen. Gergely Karácsony, burgemeester van Boedapest is een van de meest uitgesproken critici: ‘Totdat de regering alle details van het project volledig openbaar heeft gemaakt, hebben we niets om over te onderhandelen, hetgeen betekent dat we geen toestemming zullen geven voor de bouw van de Chinese universiteit.’


    Griekse horeca voorzichtig open

    Sinds maandag zijn terrassen van horecagelegenheden in Griekenland voor het eerst sinds november weer geopend, met tafels op afstand van elkaar. Staande klanten, muziek en activiteiten binnen zijn verboden. Maximaal zijn zes klanten per tafel toegestaan en de avondklok is verlaat van 21.00 tot 23.00 uur, meldt Ekathimerini.

    Overigens werd die avondklok de afgelopen weken al grotendeels genegeerd. Bars en cafés schonken alleen om af te halen, maar buiten vormden zich grote groepen op trottoirs en bij de ingangen van nabijgelegen appartementen.

    De versoepelingen zijn de eerste stappen op weg naar verdere opening met het oog op de komst van toeristen deze zomer. 


    Twitterban voor Indiase actrice

    Bollywoodactrice Kangana Ranaut, die bekend staat om haar vurige steun aan de Indiase premier Narendra Modi, is permanent van Twitter verbannen wegens haatzaaien en belediging. Ranaut plaatste maandag een tweet waarin ze Modi aanspoort gangstertactieken toe te passen om de West-Bengaalse Mamata Banerjee te ‘temmen’, bericht Al Jazeera.

    Ranaut noemde Banerjee op Twitter onder meer een ‘vrijgelaten monster’

    De regionale partij van Banerjee, zittend leider van de deelstaat, versloeg bij verkiezingen dit weekend de hindoenationalisten van Modi. Daardoor behield ze de leiding over West-Bengalen. Na de verkiezingen werd de partij van Banerjee beschuldigd van gewelddadige aanvallen op haar tegenstanders.

    Ranaut noemde Banerjee op Twitter onder meer een ‘vrijgelaten monster’.

  • De Iraakse jeugd eist verandering. ‘Niemand vertegenwoordigt ons’

    De Iraakse jeugd eist verandering. ‘Niemand vertegenwoordigt ons’

    De jonge betogers in het olierijke Irak zijn na de val van Saddam Hoessein opgegroeid met corruptie en parlementsleden die hun privileges misbruiken. Religieuze partijen domineren de politiek en veel burgers leven in grote armoede.

    Dossier De straat op

    Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl met name de jongere generatie met moeite het hoofd boven water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

    Dit artikel verscheen eerder op 14 november 2019 in nummer 169 van 360 Magazine.

    In het Al-Ummapark in het centrum van Bagdad, het ‘park van de natie’, discussieert een groepje mannen en twee vrouwen onder oude eucalyptusbomen over de beste manier om de eisen tot uitdrukking te brengen van de betogers die deze maand met duizenden de straat op gaan in de steden van Irak.

    ‘Legertrucks verbranden zal ons niet helpen, dat helpt alleen de regering om ons van vandalisme te beschuldigen,’ zegt een jongeman. ‘Als ik jou een raketwerper geef en je schiet dat gebouw in brand, in hoeverre zijn onze eisen daar dan bij gebaat?’

    Een andere man roept op tot omverwerping van de regering. Terwijl er zich een groepje luisteraars om hem heen verzamelt, roept iemand: ‘Wie heeft jou woordvoerder gemaakt?’

    Dit spoort de rest van de menigte ertoe aan los te barsten in de slogans ‘Niemand vertegenwoordigt ons!’ en ‘Weg met Iran!’, als protest tegen de regerende islamitische partijen in Irak en hun Iraanse helpers.

    ​Che Guevara-baretten

    Het karakter van de discussie is, net als de demonstraties die buiten het park plaatsvinden, chaotisch, onbesuisd en stuurloos. De meeste deelnemers zijn in de twintig, maar er staan ook twee oude communisten bij met Che Guevara-baretten.

    Uiteindelijk is de menigte het eens over een lijst eisen, die vanaf de trap van het Vrijheidsmonument van de stad wordt voorgelezen door een jongeman met een baard en een bril: ‘Aftreden van de regering, nieuwe verkiezingen, verandering van de kieswet en – het allerbelangrijkste – berechting van alle overheidsfunctionarissen.’

    De menigte juicht, mobieltjes worden in de lucht gestoken en er wordt opgeroepen tot een demonstratie op het Tahrirplein.

    De laatste protestgolf in Irak brak los op 1 oktober [2019] na een demonstratieoproep op Facebook. Directe aanleiding was het ontslag van een populaire generaal die zich had onderscheiden in de oorlog tegen Islamitische Staat, maar de betogingen werden ook gemotiveerd door een diepere onderstroom van woede jegens een corrupte religieuze oligarchie, een verrot bureaucratisch systeem en het onvermogen van de Iraakse premier Adel Abdul-Mahdi om na een jaar regeren ook maar één van zijn campagnebeloftes in te lossen.

    Ik heb bij de Hashd gevochten, ik ben zelfs in Syrië gaan vechten, maar wat krijg ik van deze regering?

    Voor een jonge generatie die is opgegroeid in de zestien jaar na de val van Saddam Hoessein zijn verkiezingen en representatieve democratie synoniem geworden met corruptie en parlementsleden die hun privileges misbruiken. Religieuze partijen, veelal gesteund door Iran, domineren het politieke landschap en hoewel het olierijke Irak honderden miljarden dollars per jaar binnenkrijgt, leven veel burgers in omstandigheden die vergelijkbaar zijn met die in een straatarm Afrikaans land: werkloosheid, een instortende gezondheidszorg en een gebrek aan publieke dienstverlening.

    Toen de betogingen op 5 oktober op stoom kwamen, balanceerde Bagdad op het randje. Een tiener in een geel T-shirt, een korte broek en teenslippers liep langzaam onder een viaduct door op een kilometer van het Tahrirplein terwijl een politieagent hem zwaaiend met zijn kalasjnikov probeerde weg te jagen. Dunne zwarte rookpluimen kronkelden hemelwaarts en een menigte tieners en jongemannen begon op te rukken in de richting van het plein.

    De politie, die toezicht hield, schoot in de lucht maar de menigte trok verder, zwaaiend met Iraakse en sjiitische vlaggen. Autobanden werden in brand gestoken, terwijl geweervuur onafgebroken begon te ratelen en het geluid van afgevuurde traangasgranaten allengs toenam; wit gas vermengde zich met de zwarte dampen van brandend rubber.

    Te midden van het bloedbad baanden tientallen driewielige tuktuks zich een weg door de menigte om gewonden af te voeren. Achter in een geel karretje zat een onderuitgezakte man, niet in staat om adem te halen.

    Een kleine, dunne jongeman met een getrimd rossig baardje maande de mannen om door te lopen. ‘Wat staan jullie daar nou te teuten?’ En tegen de mannen die gehurkt achter de balustrade van de brug zaten: ‘Wie niet verder wil, moet naar huis gaan.’

    De jongeman, die zich voorstelde als Jawdat, zei dat hij een voormalige strijder was van de paramilitaire groepering Hashd al-Shaabi, opgericht in 2014 om tegen IS te vechten. Hashd al-Shaabi wordt gesteund door Iran, onder andere met training. Jawdat zei dat zijn broer als officier was gesneuveld in de oorlog tegen IS. ‘Ik heb bij de Hashd gevochten, ik ben zelfs in Syrië gaan vechten, maar wat krijg ik van deze regering? Niks, terwijl die politici in de Groene Zone [in Bagdad] elke poging dwarsbomen om de staat te hervormen.’

    Ambulances raceten heen en weer met doden en gewonden; alleen bij de betoging op 5 oktober kwamen al twintig mensen om het leven. Tijdens de zes dagen durende betogingen verscheen premier Abdul-Mahdi elke avond op tv om met zachte stem te beloven dat hij zou zorgen voor banen en goedkope huisvesting en de corruptie zou uitroeien.

    Dreigtelefoontjes

    Maar intussen werden er jonge, ongewapende mannen gedood terwijl ze hun toevlucht zochten achter betonnen blokkades of met vlaggen stonden te zwaaien op straat. In minstens één geval namen scherpschutters die op daken waren geposteerd deel aan de moordpartij.

    Activisten en journalisten werden geïntimideerd en tientallen van hen ontvluchtten Bagdad na dreigtelefoontjes. Mediabedrijven en tv-stations werden gesloten. Agenten in burger zwierven door ziekenzalen en hielden gewonde demonstranten aan. ‘Toen er agenten het ziekenhuis binnenkwamen op zoek naar demonstranten, verbonden de artsen alleen mijn wond en zeiden dat ik moest maken dat ik wegkwam,’ zei een jongeman vanuit zijn bed met een wond die nog altijd bloedde nadat hij drie dagen eerder was neergeschoten in een straat in de buurt van het Tahrirplein.

    De omvang van de betogingen aan het begin van de maand was niet abnormaal, maar de felheid waarmee werd gereageerd was schokkend. Volgens veel Iraakse waarnemers was het geweld te wijten aan de schrik die het regime had bevangen. Anderen suggereerden dat het tekenend was voor de vrees van de pro-Iraanse milities in het land dat het protest in werkelijkheid tegen Teheran was gericht.

    ‘Iran duldt niet dat zijn positie hier wordt bedreigd en daarom was de reactie zo heftig,’ zei een functionaris van de Iraakse inlichtingendienst.

    Militieleden zijn geïnfiltreerd in de geheime diensten en hebben een belangrijke rol gespeeld bij het neerslaan van de betogingen. De milities zijn een mikpunt geworden van de woede van de betogers, omdat eruit blijkt dat Iran de lakens uitdeelt in Irak.

    Op een van de protestavonden ging een lange, gladgeschoren, ongewapende legerofficier voor een menigte jongemannen staan en smeekte dat ze zich verspreidden. ‘Ik kan jullie naar het Tahrirplein laten gaan,’ zei hij, wijzend op de opstijgende rookzuilen. ‘Maar ik zweer bij Allah dat de militie en de scherpschutters jullie zullen doden.’ De menigte reageerde met boze anti-Iraanse leuzen.

    Onlangs begon er een tweede golf betogingen. De menigte zwaaide met Iraakse vlaggen en scandeerde ‘Onze ziel, ons bloed offeren we op voor Irak’. In twee dagen kwamen er minstens 74 mensen om en vielen er honderden gewonden. Het dodental bedraagt sinds het begin van de maand [oktober 2019] inmiddels meer dan 250.

  • Latijns-Amerika snakt naar échte democratie

    Latijns-Amerika snakt naar échte democratie

    In vrijwel alle Latijns-Amerikaanse landen verzet de bevolking zich tegen ongelijke verdeling van welvaart en macht. Een op het oog kleine maatregel kan een massa op de been brengen.

    DOSSIER DE STRAAT OP

    Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl met name de jongere generatie met moeite het hoofd boven water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 171, december 2019.

    Latijns-Amerika is het zat. Zo zat dat het bloed van de demonstranten ervan door hun aderen kolkt en de straten in de steden ervan zinderen. Zat zijn ze het, omdat er al sinds het begin van deze eeuw institutioneel noch economisch iets aan de problemen is gedaan. Nul komma nul. Daarom gaan de mensen – met name in Uruguay, Bolivia, Chili, Ecuador en Haïti – weer de straat op om te laten zien hoe zat ze het nog steeds zijn, en om de discussie aan te zwengelen over de structurele problemen van de maatschappij, die door hun regeringen worden verdoezeld, uit de weg gegaan en gerelativeerd.

    In 2001 gingen in Argentinië miljoenen burgers de straat op om te protesteren tegen de economische en sociale crisis onder de leuze ‘Dat ze allemaal oprotten!’ In 2011 demonstreerden duizenden studenten in Chili voor meer toegang tot het hoger onderwijs. In 2013 kwam de Braziliaanse bevolking in opstand tegen de verhoging van de tarieven in het openbaar vervoer en de verspilling van miljoenen dollars aan de voorzieningen voor het wereldkampioenschap voetbal. Maar tot nog toe zijn de regeringsleiders erin geslaagd de diffuse macht van het protest te neutraliseren, door middel van beloften die uiteindelijk niet worden nagekomen of door hervormingen die niet meer dan pleisters op de wonden zijn, of anders door pure onderdrukking.

    De onvrede onder de bevolking uit zich op zichtbare wijze – demonstraties – en op onzichtbare wijze – in 2010 gaf 30 procent van de bevolking nog aan tevreden te zijn over de economie, terwijl dat cijfer in 2018 was gezakt naar 16 procent; over diezelfde periode zakte de tevredenheid over de democratie van 61 procent naar 48 procent. De paradox is: de landen die in 2018 het meest tevreden waren over hun economie, Chili en Ecuador (30 procent), zijn uitgerekend de landen waar de meeste demonstraties tegen de ongelijkheid werden gehouden – de grief was dat de economische ontwikkeling uitsluitend ten goede komt aan een klein deel van de bevolking.

    Woede

    In Haïti eisen demonstranten al maanden het aftreden van een president die geen bevredigende verklaring heeft kunnen geven voor de grote armoede in het land en die geen weerwoord heeft op de aantijgingen van corruptie. Honduras maakt een ernstige politieke crisis door, en ook daar eisen de demonstranten het aftreden van de president, die wordt verdacht van banden met de georganiseerde criminaliteit. Ecuador beleefde woelige dagen na een verhoging van de brandstofprijzen. De opstand, waarbij ten minste zeven doden vielen, brak uit nadat de regering een akkoord had gesloten met het Internationaal Monetair Fonds. In Bolivia is een politieke crisis uitgebroken omdat er werd getwijfeld aan de geldigheid van de verkiezingen.

    Al die conflicten komen voort uit de specifieke omstandigheden in de individuele landen, maar allemaal draaien ze om dezelfde onderliggende thema’s: ontevredenheid met en wantrouwen tegen de regering, concentratie van rijkdom bij een kleine minderheid, waardoor de structurele ongelijkheid en de sociale uitsluiting worden versterkt.

    Van begin deze eeuw tot 2015 is de regio er qua economische groei en kwaliteit van leven op vooruitgegaan. De indicatoren voor sociale inclusiviteit in de gezondheidszorg, het onderwijs en de infrastructuur zijn significant verbeterd, evenals de indicatoren voor werk en inkomen. Veel factoren hebben aan deze vooruitgang bijgedragen, en die verschillen van land tot land; maar fundamenteel hebben ze te maken met overheidsmaatregelen om de ongelijkheid terug te dringen en met een periode van economische groei die het gevolg was van een stijging van de grondstofprijzen op de internationale markt.

    De landen in Latijns-Amerika zijn weliswaar verschillend, maar wat ze gemeen hebben is dat in de afgelopen jaren de armoede in de hele regio is toegenomen. In een rapport van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika van de Verenigde Naties (CEPAL) uit 2019, getiteld Economische perspectieven van Latijns-Amerika, staat dat de armoede tussen 2015 en 2018 in de hele regio met 1,7 procentpunt is gestegen en de extreme armoede met 2,5 procentpunt. Dat wil zeggen dat drie op de tien personen in de regio onder de armoedegrens leven en een op de tien in extreme armoede.

    Na dagen van protesten en een golf van geweld in Chili heeft president Sebastián Piñera de maatregel ingetrokken die de aanleiding vormde voor het conflict: de prijsverhoging van een metrokaartje met 30 peso (ongeveer 4 eurocent). Hij dacht misschien dat daarmee de protesten zouden ophouden, zoals enkele weken eerder in Ecuador was gebeurd, toen president Lenín Moreno het decreet had ingetrokken waarmee de subsidie op fossiele brandstoffen werd afgeschaft. Maar dat gebeurde niet. Integendeel: de protesten namen toe. Op straat hadden de mensen een simpele leuze voor de politieke klasse die er blijkbaar niets van begreep: ‘Het zijn geen 30 peso, het zijn 30 jaar’.

    Die simpele leuze drukt uit hoezeer de bevolking de ongelijkheid zat is. Latijns-Amerika is de meest ongelijke regio ter wereld, niet alleen in termen van inkomen, maar ook in termen van toegang tot het recht. Het economisch herstel (met een terugval in 2015) bracht wel een verbetering van het armoedepercentage, maar zorgde niet voor structurele veranderingen. De mensen die de armoede zijn ontstegen vormen een kwetsbare opkomende middenklasse wier positie onzeker is en die, omdat ze niet kunnen sparen of zelfs tot over hun oren in de schulden zitten, constant het gevaar lopen opnieuw in armoede te vervallen.

    Volgens het eerder geciteerde rapport van de CEPAL uit 2019 bevindt 40 procent van de bevolking in de hele regio zich in deze situatie, met slecht betaald, laaggeschoold werk en weinig of helemaal geen sociaal vangnet. De vooruitgang stagneert, omdat alles structureel bij het oude blijft.

    Voor de ongelijkheid zijn weliswaar meerdere oorzaken aan te wijzen, maar de wortels ervan reiken diep in het productiesysteem van de hele regio. De productie in Latijns-Amerika kent weinig diversificatie en is zeer ongelijksoortig, met een concentratie van 50 procent van het laaggeschoold werk in de kwetsbare sectoren die onder de macro-economische groeicijfers blijven. Bovendien steunt de economie historisch op de winning van grondstoffen. Die afhankelijkheid heeft op alle fronten negatieve gevolgen: de concurrentiekracht ten opzichte van andere regio’s in de wereld is uitzonderlijk laag en er is geen enkel perspectief op duurzaamheid. Bovendien brengt de winning van grond-stoffen zowel de natuur als de samenleving onherstelbare schade toe.

    Maar het zijn niet alleen materiële factoren die de ongelijkheid veroorzaken. Het koloniale verleden heeft de regio met een culturele erfenis van privileges opgezadeld die een tweede natuur is geworden. In de collectieve verbeelding heeft zich het idee vastgezet dat sommige mensen rechten hebben en andere niet. Zo heeft een inheems meisje op het platteland veel meer kans op een leven in armoede, zonder toegang tot schoon drinkwater of goed onderwijs, dan een jongetje uit de grote stad. En het zijn niet alleen sociaal-economische factoren die de rechten van het individu bepalen, maar ook parameters als het geslacht, de etniciteit en de geografie. Gelijkheid in de zin van volledige aanspraak op alle mensenrechten, ongeacht de omstandigheden, is voor Latijns-Amerika een stip op een zeer verre horizon.

    Maar de cultuur van privileges betekent niet dat de ongelijkheid zomaar passief wordt geaccepteerd. Integendeel: dat is de soep waarin de sociale opstand gaar kookt. Ongelijkheid is om te beginnen al een hinderpaal voor sociale integratie. De scherpe scheiding tussen de maatschappelijke klassen komt op velerlei niveaus tot uiting: van de segregatie in de stad in het onderwijs en de huisvesting tot aan de levensverwachting toe.

    Naarmate de economie groeit, worden grote delen van de samenleving in de marge gedrukt, en dat roept spanningen op, vooral als de mensen zien dat de privileges berusten op overgeërfde posities, of op vriendjespolitiek of regelrechte corruptie. Dat ondergraaft de legitimiteit van de instituties en genereert onbehagen en maatschappelijke instabiliteit die uiteindelijk leiden tot massale protesten.

    Uitsluiting

    Als we kwesties onder de loep nemen, zoals de gezondheidszorg, de voedselvoorziening, de toegang tot schoon drinkwater, huisvesting en vast werk, zien we duidelijk de realiteit van het dagelijks leven achter de macro-economische variabelen. Zo is de toegang tot schoon drinkwater, een voorziening die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 2010 werd erkend als een van de rechten van de mens, lang niet altijd gegarandeerd.

    40% van de Latijns-Amerikanen loopt het risico om in armoede te vervallen door onzeker werk en gebrek aan een sociaal vangnet.

    In 2015 beschikte 65 procent van de Latijns-Amerikanen over een betrouwbare watervoorziening en was slechts 22 procent aangesloten op riolering. Vooral de plattelandsbevolking heeft van dit gebrek te lijden. Aan de andere kant leeft een kwart van de bevolking in de stedelijke gebieden in armoedige omstandigheden. En ten slotte zijn er, volgens een rapport van de Inter-nationale Arbeidsorganisatie, in de regio 140 miljoen mensen zonder vast werk. Dat is de helft van de werkzame bevolking.

    De statistieken over de hele regio laten de omvang van de uitsluiting zien, en de nationale en lokale cijfers brengen de ongelijkheid aan het licht. Beide tonen de realiteit van een regio die, ondanks alle vooruitgang, nog steeds moeite heeft de structuren te ontmantelen die verhinderen dat de hele bevolking in staat wordt gesteld haar volledige sociale, politieke, economische en culturele rechten uit te oefenen.

    Privéonderwijs

    In 2011 gingen in heel Chili studenten de straat op om te demonstreren voor openbaar en inclusief onderwijs. Die protesten brachten aan het licht hoe exclusief het hoger onderwijs is, hoe het alleen toegankelijk is voor een klein segment van de bevolking dat het kan betalen, terwijl de rest zich diep in de schulden moet steken om te kunnen studeren. Maar tegelijk barstte daarmee de discussie los over de maatschappelijke ongelijkheid en de toegang tot basisvoorzieningen als zorg en onderwijs. Binnen het huidige model, dat is gebaseerd op accumulatie van macht, rijkdom en prestige, leidt een systeem van privéonderwijs onherroepelijk tot een consolidatie van de ongelijkheid, die bovendien nog wordt gerechtvaardigd door een cultuur van privileges.

    In alle landen van Latijns-Amerika vind je privéscholen en privé-universiteiten, en wat openbaar onderwijs wordt genoemd is in feite staats-onderwijs. Veel onderwijsinstellingen van de staat hebben een hoog niveau en genieten veel aanzien, maar voor vele geldt dat ook niet, en de kwaliteitskloof in het onderwijs, tussen en binnen landen, is nog steeds erg groot. Daarom spreken we van staatsonderwijs in plaats van openbaar onderwijs, want een openbare voorziening dient voor iedereen dezelfde kwaliteit te hebben en op dezelfde wijze bij te dragen aan de waardigheid van de burger.

    De helft van de werkzame bevolking in Latijns-Amerika zit zonder vast werk

    Bernardo Toro, een Colombiaanse filosoof en lid van de Fundación Avina, een ngo die zich inzet voor duurzame ontwikkeling in Latijns-Amerika, zegt dat ‘wanneer het onderwijs van verschillende kwaliteit is, het niet leidt tot de ontplooiing maar tot de afbrokkeling van de maatschappij’.

    In Latijns-Amerika zal een proces van integratie pas mogelijk zijn als er wordt afgerekend met een situatie waarin sommigen beter onderwijs krijgen dan anderen. Dat impliceert dat de bijl aan de wortel van het systeem moet worden gezet om gelijke kansen voor iedereen te creëren, en dat betekent ingrijpen in alle sectoren van de samenleving: gezondheidszorg, vervoer, veiligheid en openbare ruimte. Om de ongelijkheid te verminderen moeten er meer openbare voorzieningen komen en dat vereist een transitie naar een nieuw model dat, in tegenstelling tot het huidige, zorg voorop stelt en alle lagen van de bevolking en alle nationale staten achter hetzelfde doel verenigt: het creëren van voorwaarden om iedereen een waardig leven te gunnen.

    Bezet de politiek

    De instelling van nieuwe democratische instituties en de versterking en uitbouw van hun sociale en politieke bevoegdheden zullen ervoor zorgen dat de machtsverhoudingen verschuiven en er meer ruimte komt voor participatie in alle geledingen van de democratie. Een voorbeeld is de consolidatie van politieke actiegroepen zoals Ocupar la Política [Bezet de Politiek] in Brazilië, Mexico en Colombia, die niet alleen politiek en beleidsmatig aan de knoppen willen draaien, maar ook bereid zijn actie te ondernemen voor de invulling en implementatie van hervormingen in het democratisch bestel. Die nieuwe actiegroepen bieden een platform voor andere stemmen en andere segmenten van de bevolking die traditioneel werden buitengesloten van de macht.  

  • Waarom protesten juist in rijke steden ontstaan

    Waarom protesten juist in rijke steden ontstaan

    Ze behoren tot de rijkste steden ter wereld – Parijs, Hongkong en Santiago – maar toch hadden ze de afgelopen jaren te kampen met massale demonstraties. ‘Economische groei zonder eerlijke verdeling en ecologische duurzaamheid is een recept voor wanorde, niet voor welzijn.’

    Dossier De straat op

    Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl met name de jongere generatie met moeite het hoofd boven water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 169 van 360 Magazine, november 2019.

    In drie van de rijkste steden ter wereld zijn dit jaar massale protesten uitgebroken en is een klimaat van maatschappelijke onrust ontstaan. Parijs kampt met golven demonstraties en rellen; deze begonnen in november 2018, kort nadat president Emmanuel Macron de accijns op brandstof had verhoogd. 

    Hongkong is in opstand sinds maart van dit jaar [2019], toen leider Carrie Lam met een wetsvoorstel kwam dat uitlevering van burgers aan China mogelijk moest maken. En Santiago explodeerde [in oktober 2019], nadat president Sebastián Piñera de prijs van een metrokaartje had verhoogd. Elk protest heeft zijn eigen lokale kenmerken, maar samen vertellen ze een breder verhaal: dit is wat er kan gebeuren wanneer gevoelens over oneerlijke verdeling samengaan met een wijdverbreid besef van gebrek aan sociale mobiliteit.

    Volgens de klassieke meetmethode van bnp per hoofd van de bevolking zijn deze drie steden toonbeelden van economisch succes. in Hongkong ligt het inkomen per hoofd van de bevolking rond de 36.000 euro, in Parijs ligt het boven de 54.000 euro en in Santiago, een van de rijkste steden van Latijns-Amerika, rond de 16.000 euro. In het Global Competitiveness Report van het World Economic Forum staat Hongkong op de derde plaats, Parijs op de vijftiende en Santiago op de drieëndertigste (verreweg het hoogst van heel Latijns-Amerika).

    Persoonlijke vrijheid

    Deze landen zijn volgens de gebruikelijke economische maatstaven dus redelijk rijk en concurrerend, maar toch zijn hun inwoners ontevreden over belangrijke aspecten van hun leven. Volgens het World Happiness Report van 2019 hebben de burgers van Hongkong, Frankrijk en Chili het gevoel dat hun leven op veel belangrijke punten is vastgelopen.

    Onderzoeksbureau Gallup stelt mensen over de hele wereld elk jaar de vraag: ‘Bent u tevreden of ontevreden over uw vrijheid om te kiezen wat u met uw leven wilt doen?’ Hongkong, dat qua bnp wereldwijd op de negende plaats staat, komt in het ervaren van persoonlijke vrijheid om een eigen levensloop te kiezen pas op de zesenzestigste plaats. Hetzelfde contrast is te zien in Frankrijk (vijfentwintigste in bnp per hoofd van de bevolking, maar negenenzestigste in persoonlijke keuzevrijheid) en Chili (respectievelijk achtenveertigste en achtennegentigste).

    Ironisch genoeg wordt Hongkong zowel door de Heritage Foundation als door de Canadese Simon Fraser-universiteit de stad met de meeste economische vrijheid ter wereld genoemd, en toch zijn de inwoners van Hongkong ongelukkig over hun vrijheid om zelf te bepalen wat ze met hun leven willen doen. In alle drie de landen zien jonge mensen die niet uit een rijke familie komen nauwelijks kansen om betaalbare huisvesting en een fatsoenlijke baan te vinden. 

    ‘Economische groei zonder eerlijke verdeling is een recept voor wanorde, niet voor welzijn’

    De gemiddelde prijs voor een woning in verhouding tot het gemiddelde salaris is in Hongkong het hoogst ter wereld. Binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de club van landen met hoge inkomens, heeft Chili de grootste inkomensongelijkheid. In Frankrijk hebben kinderen uit elitefamilies een enorme voorsprong in het leven.

    Door torenhoge huizenprijzen worden de meeste mensen uit centrale zakendistricten verdreven en zijn ze vaak afhankelijk van openbaar vervoer om naar hun werk te komen. Veel mensen zullen dus extra gevoelig zijn voor veranderingen in de vervoersprijzen, zoals de uitbarstingen van protest in Parijs en Santiago hebben laten zien.

    Hongkong, Frankrijk en Chili zijn bepaald niet de enige landen die te maken hebben met een crisis op het gebied van sociale mobiliteit en met woede over ongelijkheid. In de Verenigde Staten neemt het aantal zelfdodingen sterk toe en zijn er ook andere tekenen van maatschappelijke nood, zoals massaschietpartijen, in een tijd dat de ongelijkheid groter is dan ooit en het vertrouwen in de overheid praktisch is verdwenen. Als Amerika politiek en economisch op dezelfde voet doorgaat, kan het land zeker nog meer maatschappelijke uitbarstingen verwachten.

    Willen we dat afwenden, dan moeten we lering trekken uit de drie bovengenoemde recente voorbeelden. Geen van deze drie regeringen had de protesten zien aankomen. Ze waren het contact met wat er onder de bevolking leeft kwijtgeraakt en voorzagen daardoor niet dat een ogenschijnlijk bescheiden beleidsmaatregel (de uitleveringswet van Hongkong, de verhoging van de benzineaccijns in Frankrijk en duurdere metrokaartjes in Chili) zo’n maatschappelijke explosie zou veroorzaken.

    ‘In de VS is de ongelijkheid groter dan ooit en het vertrouwen in de overheid praktisch verdwenen’

    Misschien nog wel het belangrijkst, en het minst verrassend, is dat de traditionele economische methoden om welzijn te meten totaal niet meer voldoen voor het inschatten van de werkelijke gevoelens van de samenleving. Het bnp per hoofd van de bevolking meet een gemiddeld inkomen van een economie, maar zegt niets over de verdeling daarvan, over gevoelens van eerlijkheid of onrecht onder de mensen, over de financiële kwetsbaarheid die ze ervaren of over andere omstandigheden (zoals vertrouwen in de overheid) die belangrijk zijn voor de algehele kwaliteit van leven. 

    Rankings als die in de Global Competitive Index van het World Economic Forum of de Index of Economic Freedom van de Heritage Foundation, en de meeteenheid van de Economic Freedom of the World die de Simon Fraser-universiteit gebruikt, geven ook veel te weinig weer van de subjectieve gevoelens over een eerlijke verdeling, de vrijheid om eigen keuzes te maken, de oprechtheid van de overheid en de betrouwbaarheid van medeburgers zoals die wordt ervaren.

    Om over dat soort gevoelens meer te weten te komen, moet je het publiek rechtstreeks vragen naar de tevredenheid over hun leven, hun gevoel van persoonlijke vrijheid, hun vertrouwen in overheid en landgenoten en andere dimensies van het maatschappelijk leven die belangrijk zijn voor de kwaliteit van leven en daarmee voor de kans op het ontstaan van maatschappelijke onrust. 

    Het idee achter de duurzame ontwikkeling die wordt weerspiegeld in de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) die in 2015 door de Verenigde Naties zijn vastgesteld, is om niet alleen te kijken naar traditionele indicatoren zoals groei van het bnp en inkomen per hoofd van de bevolking, maar ook naar een reeks doelen zoals sociale rechtvaardigheid, vertrouwen en ecologische duurzaamheid. De SDG’s hebben bijvoorbeeld specifiek aandacht voor inkomensongelijkheid, maar ook voor bredere factoren van welzijn.

    warren wong bh4lqhcocxe unsplash
    © Unsplash

    Elke samenleving hoort de pols van zijn bevolking te nemen en aandacht te schenken aan de bronnen van maatschappelijk ongeluk en wantrouwen. Economische groei zonder eerlijke verdeling en ecologische duurzaamheid is een recept voor wanorde, niet voor welzijn. Zelfs schijnbaar redelijke maatregelen zoals het stoppen van brandstofsubsidies of het verhogen van de metroprijs om daarmee kosten te dekken, kunnen tot protesten leiden wanneer ze worden doorgevoerd in een tijd van onvoldoende vertrouwen in de maatschappij, grote ongelijkheid en een algeheel gevoel van oneerlijkheid.

  • Wereldwijde woede, vooral onder jongeren

    Wereldwijde woede, vooral onder jongeren

    In Chili was de verhoging van de metrotarieven de lont in het kruitvat. In Libanon was het een WhatsApp-belasting. De regering van Saoedi-Arabië ondernam actie tegen waterpijpen. En in India ging het over uien. Wat de aanleiding ook was, overal gingen gefrustreerde burgers massaal de straat op.

    Dossier De straat op

    Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl de jongere generatie met moeite het hoofd boven het water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 169 van 360 Magazine, november 2019.

    Overal ter wereld werden kleine geldkwesties de afgelopen maanden [najaar 2019] het brandpunt van volkswoede en gingen gefrustreerde burgers massaal de straat op. De onverwachte betogingen speelden in op de zinderende frustratie over een politieke elite die als onverbeterlijk corrupt of hopeloos onrechtvaardig werd beschouwd, of allebei. Ze volgden op massale demonstraties in Bolivia, Spanje, Irak en Rusland en daarvoor al in Tsjechië, Algerije, Soedan en Kazachstan.

    Op het eerste gezicht is het verband tussen de gestaag toenemende onrust en de talrijke demonstraties vooral tactisch van aard. Als gevolg van constante burgerlijke ongehoorzaamheid in Hongkong werd ook elders de confrontatie gezocht, om volstrekt andere economische of politieke eisen kracht bij te zetten. Toch bespeuren deskundigen een bepaald patroon: een ongewoon luidruchtig protest tegen elites in landen waar democratie een bron van teleurstelling is, waar schaamteloze corruptie heerst en waar een minuscule politieke klasse een luxeleventje leidt, terwijl de jongere generatie moeite heeft om rond te komen.

    iam se7en ceoefxevkha unsplash 2
    Activistische graffiti in New York. – © Unsplash

    ‘Het zijn de jongeren die er genoeg van hebben,’ zegt Ali Soufan, directeur van de Soufan Group, een consultancybureau voor beveiligingsinformatie. ‘Deze nieuwe generatie pikt het in hun ogen corrupte gedrag van de politieke en economisch elite in hun land niet langer. Ze eisen verandering.’

    Maar hoe dramatisch de recente uitbraak van massabetogingen ook lijkt, volgens wetenschappers is het slechts een voortzetting van een trend. Al decennialang gaan samenlevingen steeds vaker de straat op om voor ingrijpende politieke veranderingen te betogen.

    De laatste tijd is het tempo waarin de betogingen elkaar opvolgen sterk opgevoerd door een combinatie van factoren: een stagnerende wereldeconomie, een duizelingwekkende kloof tussen rijk en arm en een toenemende groep jongeren in tal van landen die overloopt van gefrustreerde ambitie. Daar komt bij dat de uitbreiding van de democratie wereldwijd tot stilstand is gekomen, zodat burgers met onwillige regeringen gefrustreerd raken en activisten geen andere mogelijkheid zien dan de straat op te gaan om verandering te eisen.

    Succespercentage

    Maar terwijl het aantal protestbewegingen groeit, keldert het succespercentage ervan. Nog maar twintig jaar geleden had 70 procent van de betogingen voor systematische politieke verandering resultaat, een percentage dat sinds de jaren vijftig gestaag was gestegen, aldus een studie van Erica Chenoweth, politicoloog aan de Harvard-universiteit. Halverwege het eerste decennium van deze eeuw keerde het tij. Succespercentages blijven nu hangen op 30 procent, een afname die Chenoweth ‘onthutsend’ noemt.

    Deze twee trends houden nauw verband met elkaar. Naarmate betogingen frequenter worden maar vaker mislukken, strekken ze zich uit over een langere periode en worden ze steeds feller, steeds zichtbaarder; daarbij zijn mensen steeds vaker geneigd opnieuw de straat op te gaan wanneer hun eisen niet worden ingewilligd. Het resultaat kan een wereld zijn waarin volksopstanden niet langer opvallen en onderdeel van het landschap worden.

    In landen waar verkiezingen bepalend zijn, zoals de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, heeft scepsis over het oude politieke bestel geleid tot stemmenwinst van populisten, nationalisten en tegenstanders van immigratie. En in landen waar de mensen geen stem hebben, wordt massaal gedemonstreerd.

    gettyimages 1180840714
    Leden van het Indian Youth Congress, de jongerenafdeling van de Indian National Congress Party, protesteren op 8 november in New Delhi tegen premier Narendra Modi. – © Indraneel Chowdhury / Getty

    De uiteenlopende blijken van onrust zijn binnen de Verenigde Naties niet onopgemerkt gebleven. Secretaris-generaal António Guterres heeft [half oktober] ter sprake gebracht tijdens een vergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Critici hebben het IMF ervan beschuldigd de economische problemen in landen als Ecuador nog verder aan te jagen door bezuinigingsmaatregelen op te leggen om de staatsschuld te verlichten.

    Volgens sommige deskundigen is de wereldwijde protestgolf te divers om hem onder één noemer te kunnen scharen. Toch hebben de protesten in sommige regio’s vaak overeenkomstige trekken.

    In het Midden-Oosten heeft het tumult tot onvermijdelijke vergelijkingen met de Arabische Lente van 2011 geleid. Maar volgens deskundigen zit er achter de recente protesten een nieuwe generatie die zich minder aantrekt van de oude sektarische of ideologische scheidslijnen. En in plaats van het hoofd van een dictator te eisen, zoals veel Arabieren in 2011 deden, hebben de Libanezen een hele politieke klasse aangeklaagd.

    Veel Arabieren zijn sinds de roerige Arabische Lente beducht voor volksprotesten en geloven hun autoritaire leiders als die waarschuwen dat iedere revolte hun land in net zo’n gewelddadige chaos kan storten als in Libië, Syrië of Jemen.

    Muur van angst

    Maar de recente protestgolven in Libanon, Egypte en Irak – en niet te vergeten de revoltes die aloude dictators in Algerije en Soedan dit jaar de kop hebben gekost – duiden erop dat de muur van angst begint af te brokkelen.

    Zelfs in Saoedi-Arabië, waar openbare betogingen vrijwel ondenkbaar zijn door de dreiging van overheidsrepressie, brak er op sociale media een ongebruikelijke opstand uit vanwege een belasting van 100 procent op rekeningen van restaurants met waterpijpen, oftewel hookahs. ‘Belasting op hookah-restaurants’ werd een trending topic in het koninkrijk. Volgens sommige commentatoren op Twitter druiste de belasting in tegen de wens van de koninklijke familie om het ultraconservatieve imago van Saoedi-Arabië te veranderen.

    De wereldwijde protestgolf is te divers om hem onder één noemer te kunnen scharen

    Al steken de protesten nu sneller de kop op en zijn ze wijdverbreider dan in eerdere decennia, ze zijn ook fragieler. De moeizame mobilisering die volksbewegingen ooit typeerde, was traag maar duurzaam. Via sociale media georganiseerde protesten kunnen sneller opvlammen maar zakken even snel weer in. Ook hebben autoritaire regeringen inmiddels geleerd sociale media in te zetten voor het verspreiden van propaganda, het op de been brengen van sympathisanten of het zaaien van verwarring, aldus Chenoweth.

    En zelfs als er een opwelling van protest is, komt er heel wat meer voor kijken om die te laten uitgroeien tot een massale verzetsbeweging. De huizenhoge uienprijzen in India leidden ertoe dat boeren de snelwegen blokkeerden en kortstondige betogingen hielden. Maar de frustratie heeft zich nog niet ontwikkeld tot massale betogingen, omdat niemand haar in de juiste banen weet te leiden: de Indiase oppositie is een chaos, de politiek wordt gedomineerd door scheidslijnen tussen kasten en religies, en de regering van de hindoenationalistische premier Narendra Modi grijpt voortdurend de dreiging van het naburige Pakistan aan om het publiek af te leiden.  

    Drukmiddel

    Volgens Harvard-politicoloog Erica Chenoweth neemt over de hele wereld het massale protest toe als drukmiddel om verandering mee te eisen of frustratie te ventileren. Ook is te zien dat de kans op succes afneemt. Volgens Chenoweth werd in 2000 nog 70 procent van de eisen ingewilligd; dat percentage is de laatste jaren gezakt naar de huidige 30 procent.

    Ecuador trok een door het IMF ontworpen bezuinigingspakket weer in. In Soedan kregen een miljoen demonstranten het militaire regime op de knieën. In Algerije stapte president Bouteflika op nadat miljoenen mensen zijn vertrek hadden geëist. Naast deze successen leidden protesten in Rusland, Brazilië en Tsjechië nog niet tot verandering.

  • ‘Ergste ecologische ramp ooit in Israël’ | Vleesloos menu belediging voor slager

    ‘Ergste ecologische ramp ooit in Israël’ | Vleesloos menu belediging voor slager

    ‘5-2’ moest in Myanmar geluk brengen voor demonstranten

    In Myanmar heeft de regerende junta op zondag 21 februari aangekondigd ‘niet terug te schrikken voor dodelijk geweld als demonstranten de confrontatie met de veiligheidstroepen aangaan’, aldus CNN. Dit was een reactie op de oproep aan Myanmarezen om maandag massaal te protesteren tegen de militaire coup. Ook hebben veel lokale bedrijven en internationale ketens in het hele land hun deuren gesloten uit protest, meldt de Bangkok Post.

    Enorme menigten van demonstranten stroomden naar verschillende steden in het land, meldt The Guardian. Ondanks wegversperringen rond de Amerikaanse ambassade in Yangon (de grootste stad van het land), verzamelden meer dan duizend demonstranten zich voor de instelling, terwijl twintig militaire vrachtwagens in de buurt van de locatie post vatten.

    Twee demonstranten werden zaterdag in Mandalay gedood nadat de politie het vuur opende om de menigte uiteen te drijven, en zondag werd er een begrafenis gehouden voor de jonge demonstrant die bezweek aan haar verwondingen nadat ze op 9 februari in het hoofd was geschoten.

    ‘In een land waar data worden geïnterpreteerd als gunstige tekens, heeft 22-2-2021 voor demonstranten een speciale betekenis’

    Toch schrokken demonstranten hier niet voor terug. Bij de massale opkomst speelde ook mee dat velen in de datum gisteren een krachtig symbool zagen: ‘In een land waar data worden geïnterpreteerd als gunstige tekens, heeft 22-2-2021 voor demonstranten een speciale betekenis, zoals 8 augustus 1988 dat eveneens had; de dag waarop eerdere antimilitaire demonstraties bloedig werden onderdrukt’, schrijft de Bangkok Post. Het evenement wordt al ‘5-2’ genoemd.

    Die staking werd gelanceerd door een groep genaamd Civil Disobedience Movement, die streeft naar een ‘Lenterevolutie’. ‘Het is niet precies bekend wie er achter deze staking zit, maar de oproep komt slechts twee dagen na de vorming van het Algemeen Stakingscomité, bestaande uit militante groeperingen die tot dusver in de voorhoede van de protesten hebben gestaan, waaronder studentenvakbonden, beroepsgroepen en politieke partijen, schrijft Frontier Myanmar. De Algemene stakingscommissie wil ‘de afschaffing van de grondwet van 2008’ en ‘het einde van de dictatuur’, aldus de Myanmarese krant.

    Al Jazeera publiceerde vandaag op haar site een tijdslijn van gebeurtenissen in Myanmar sinds 1 februari, de dag van de coup.


    Politie zou medeplichtig zijn aan moord op Malcolm X

    De dochters van Malcolm X eisen heropening van het onderzoek naar zijn moord. ‘Drie mannen werden schuldig bevonden in deze zaak, maar een neef van een undercoveragent genaamd Ray Wood presenteerde zaterdag nieuw bewijs’, aldus de politie van New York en de FBI volgens NBC News. In een handgeschreven brief beschuldigt de inmiddels overleden agent de politie van medeplichtigheid aan moord. 

    Ray Wood, die wilde dat zijn getuigenis pas na zijn dood openbaar zou worden, beweert ook dat de politie van New York en de FBI bepaalde aspecten van de zaak geheim hielden. 

    In februari 2020, na de uitzending van een documentaire op Netflix (Who Killed Malcolm X?), vroeg de aanklager van Manhattan, Cyrus Vance, zijn teams de zaak te herzien om te bepalen of het onderzoek al dan niet moest worden heropend.


    Fathi Bachagha overleeft opnieuw vermeende moordaanslag

    Een gepantserd voertuig opende zondag het vuur op het konvooi van Libische minister van Binnenlandse Zaken Fathi Bachagha’s toen hij terugkeerde naar zijn woonplaats in Janzour, ongeveer tien kilometer van Tripoli. Zijn bodyguards reageerden door terug te schieten. Een van zijn bewakers raakte gewond terwijl de anderen de aanvallers achtervolgden, een van hen doodden en twee anderen arresteerden.

    Veiligheidstroepen beweren echter dat het konvooi niet werd aangevallen, maar dat er sprake was van een ongeluk, schrijft Libya Observer. Volgens hen is de processie in botsing gekomen met een veiligheidswagen van het ‘stabiliteitsondersteuningsorgaan’; een veiligheidsapparaat dat in januari is opgericht door de regering van nationale eenheid, waarna bewakers van de minister het vuur zouden hebben geopend. 

    Als zwaargewicht in de lokale politiek heeft Fathi Bachagha zich toegelegd op de strijd tegen corruptie. De verwachting was dat hij interim-premier van het land zou worden, maar die post ging op 5 februari opnieuw naar Abdel Hamid Dbeibah, schrijft La Presse. Op 16 december 2019 raakte hij gewond nadat hij was beschoten tijdens een moordaanslag door onbekende schutters.


    Vleesloos menu op basisscholen zou belediging zijn voor de slager

    Het besluit van het ecologische stadhuis van Lyon om na de wintervakantie, op maandag 22 februari, vleesloze menu’s aan te bieden aan basisscholen, veroorzaakte onmiddellijk controverse, aangewakkerd door verschillende leden van de regering.

    De Franse minister van Binnenlandse Zaken, Gerald Darmanin, noemde het besluit in een Tweet ‘Schandalige ideologie’ en een ‘onaanvaardbare belediging voor Franse boeren en slagers’. Hij beschuldigt milieuactivisten van een ‘moralistisch en elitair beleid’, aangezien, zo zegt hij, ‘veel kinderen alleen in de kantine vlees kunnen eten’.

    Zonder vlees maar met eieren en vis, dat is een ‘evenwichtig’ menu dat ‘geen enkel kind uitsluit’

    De ecologische burgemeester van Lyon, Grégory Doucet, verdedigde zijn keuze, die volgens hem rekening houdt met gezondheidafwegigen. Zonder vlees maar met eieren en vis, dat is een ‘evenwichtig’ menu dat ‘geen enkel kind uitsluit’.

    ‘Volgens voedingsdeskundigen is het vegetarische dieet niet gevaarlijk voor de gezondheid van kinderen, zolang het menu maar voldoende eiwitten, ijzer en mineralen bevat’, schrijft ook de BBC.


    ‘De teer die de afgelopen dagen aan de Israëlische kust aanspoelde, is de ergste maritieme vervuiling in het land in decennia’, schrijft Haaretz. Het dagblad spreekt van tonnen stookolie die zichtbaar zijn over een lengte van 170 kilometer, oftewel 40 procent van de Israëlische kustlijn.

    Yediot Aharonot spreekt zelfs van de ergste ecologische ramp die het land ooit heeft gekend. De krant maakt zich zorgen over het zeeleven en in het bijzonder over schildpadden, krabben en zeesterren. ‘In sommige gevallen zal de schade onherstelbaar zijn, in andere zal het jaren duren’, aldus het Israëlische dagblad.

    Onder de eerste slachtoffers lijkt een kalf te zijn wiens lichaam op 18 februari op het strand van Nitzanim in het zuiden van Israël aanspoelde. The Times of Israel meldt dat de autopsie op de 10 meter lange walvisachtige uitwees dat deze aanzienlijke hoeveelheden stookolie had binnengekregen.

    ‘Alarmsignaal’

    Haaretz beschuldigt overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor milieubescherming van een gebrek aan voorbereiding, en hoopt dat deze olieramp zal dienen als een ‘alarmsignaal’ voor mogelijke toekomstige rampen.

    ‘Het strand dat je de komende zomer bezoekt zal ik niks lijken op het strand dat je kent’

    Autoriteiten proberen ondertussen de oorsprong van de olieramp te herleiden. Op zaterdag 20 februari zei minister van Milieubescherming Gila Gamliel, op basis van informatie van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, dat de bron van de olieramp 50 kilometer uit de Israëlische kust lag. ‘We hebben tien schepen geïdentificeerd die door dit gebied zijn gevaren en een of meer van hen zouden hiervoor verantwoordelijk kunnen zijn’, zei ze, geciteerd door Haaretz in weer een ander artikel.

    Het opruimen van de kust zal jaren duren. Yediot Aharonot waarschuwt haar lezers: ‘Het strand dat je de komende zomer bezoekt zal in niks lijken op het strand dat je kent.’