Hondervijfentachtig lesbische, homoseksuele, biseksuele, queer, non-binaire en trans acteurs komen in SZ-Magazine uit voor hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit, ‘en eisen meer erkenning en diversiteit in theater, film en televisie’.
‘Tot nu toe konden we niet open zijn over ons privéleven zonder te vrezen voor professionele gevolgen’, schrijven de acteurs in het manifest #ActOut. Enkele bekende namen zijn Ulrich Matthes (Der Untergang), Godehard Giese (Transit) en Mark Waschke (Dark).
185 Schauspieler*innen outen sich im neuen SZ-Magazin als lesbisch, schwul, bi, queer, nicht-binär, trans*. Was sie mit #actout erreichen wollen – am Freitag im neuen Heft in der @SZ und jetzt digital unter https://t.co/GYWsgfjudBpic.twitter.com/Ej84a9W8EQ
‘Mij is altijd verteld dat ik niet publiekelijk uit de kast moet komen,’ zegt Tatort-actrice Karin Hanczewski tegen SZ-Magazin. ‘Er zijn bijvoorbeeld castingdirectors die zeggen: als je uit de kast komt, kan ik je geen rollen meer geven.’
Ook heerst er volgens Hanczewski angst onder lesbische actrices om overgeslagen te worden voor rollen waarbij ze een begeerlijke vrouw moeten spelen. ‘Dat is precies de grote angst voor lesbische actrices: dat ze niet meer als sexy gezien worden en daarom niet zullen worden gecast.’
De groep ageert hier nu tegen in hun manifest: ‘Alsof we bepaalde personages en relaties niet zouden kunnen spelen als we uitkomen voor onze seksuele oriëntatie en genderidentiteit. (…) Wij zijn acteurs. Wij hoeven niet samen te vallen met de personages die we spelen. We doen alsof – dat is de essentie van ons werk.’
De ondertekenaars van het manifest roepen de Duitse film-, televisie- en theaterwereld op eindelijk meer diversiteit te omarmen. ‘De [Duitse] maatschappij is er allang klaar voor. De kijkers zijn er klaar voor.’ Nu de industrie nog.
Bekentenis in Spaans corruptieschandaal raakt oud-premier Rajoy
Spanje is opgeschrikt door een nieuwe ontwikkeling in de al jaren voortslepende corruptiezaak rondom de rechtse Partido Popular. Volgens een bekentenis van de voormalig penningmeester van de PP, Luis Bárcenas, heeft toenmalig partijleider en oud-minister president Mariano Rajoy bewijs van illegale financiering van de partij vernietigd en was Rajoy op de hoogte van een zwarte boekhouding, bericht El País.
Bárcenas staat op 8 februari voor de rechter in een zaak over de illegale financiering van de partij van oud-premiers José María Aznar en Rajoy, die plaatsvond van 1990 tot 2009. In de verklaring die de oud-penningmeester naar de rechtbank heeft gestuurd, belooft hij met justitie samen te werken in de nog lopende onderzoeken, aldus El País.
Mogelijk leidt dit tot verdere aanklachten tegen de partijtop van de PP, waarvan al meerderen, waaronder Bárcenas zelf, veroordeeld zijn in corrupties- en fraudeschandalen met publieke aanbestedingen.
‘Dit is de erfenis van Rajoy. Bij hem moet jullie zijn’
Het Spaanse Openbaar Ministerie twijfelt alleen aan de woorden van Bárcenas, meldt het Spaanse dagblad El Mundo. Het OM is van mening dat zijn bekentenis rijkelijk laat is en eist bewijzen die zijn beweringen ondersteunen. De bekentenis van Bárcenas is ‘weinig geloofwaardig’ gezien hij al meerdere keren zijn verhaal heeft gewijzigd, aldus het OM.
Bárcenas stelt dat hij bandopnames heeft waarop een andere voormalig penningmeester, Álvaro Lapuerta, vertelt dat hij zwarte betalingen in contant geld deed aan PP-kopstukken, waaronder Rajoy, aldus El Mundo in een ander artikel.
De huidige partijleiding van de PP verklaart tegen El Mundoin een derde artikel, dat zij niets meer te maken hebben met de illegale praktijken uit het verleden. ‘Bárcenas heeft geen enkel lid van de huidige partijleiding genoemd omdat hij dat niet kan. We kennen hem niet, we weten niet wie die meneer is en we hebben niets met hem te maken. Dit is de erfenis van Rajoy. Bij hem moet jullie zijn.’
Myanmarezen protesteren online en offline tegen staatsgreep
Donderdag werden de Myanmarezen wakker zonder toegang tot Facebook. De nieuwe regering die na de staatsgreep van 1 februari door het leger is geïnstalleerd, had ’s nachts de belangrijkste internetproviders gevraagd het sociale netwerk te blokkeren. Facebook was een belangrijk kanaal voor verzet tegen de door het leger gepleegde coup, die weigerde de uitslag te erkennen van de verkiezingen die Aung San Suu Kyi in november 2020 een verpletterende overwinning opleverden, schrijft Courrier International.
Sinds maandag kleuren veel Myanmarezen hun Facebookprofielfoto zwart en rood als steunbetuiging aan de Nationale Liga voor Democratie (NLD) en haar gearresteerde leider.
Het protest tegen de militaire coup werd gecoördineerd via internet. Campagnes die opriepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid, aanvankelijk gelanceerd door gezondheidswerkers, hebben zich als een lopend vuurtje via sociale media verspreid, meldt Frontier Myanmar.
Democratiekliniek
‘Werknemers van honderd ziekenhuizen kwamen woensdag niet opdagen op het werk,’ aldus het nieuws- en zakenblad. Studenten geneeskunde in Yangon en Mandalay volgenden hun voorbeeld. Een Facebook-pagina die was gelanceerd om hun campagne te steunen, verzamelde in de loop van de dag meer dan 170.000 volgers.
‘Om de continuïteit van de zorg te waarborgen, hebben de gezondheidswerkers een “democratiekliniek” opgezet waar online consulten worden gegeven’, aldus Frontier.
Ook professoren, studenten en ingenieurs die voor de aan het leger gelieerde mobiele operator Mytel werken, weigerden woensdag naar hun werk te gaan. Donderdag circuleerden op Twitter beelden van ambtenaren van het ministerie van Landbouw die zich bij de beweging aansloten.
Het sluiten van Facebook betekent dat de militairen niet de duizenden video’s en beelden hoeven te zien van de lawaaiprotesten die de Myanmarezen sinds dinsdag elke avond om acht uur organiseren. Op balkons en voor hun huizen komen families en buren samen, terwijl ze op potten en pannen slaan. Een gezamenlijk gebaar om nee te zeggen tegen een terugkeer naar de dictatuur, aldus CI.
Moderna ontwikkelt een nieuwe versie van haar vaccin
Moderna kondigde maandag 25 januari aan uit voorzorg te werken aan een nieuwe vorm van het vaccin tegen covid-19 tegen de variant van Sars-CoV-2 die in Zuid-Afrika verscheen, meldt Financial Times.
Laboratoriumtests tonen aan dat het vaccin dat is ontwikkeld door de Amerikaanse start-up werkt tegen deze Zuid-Afrikaanse variant en ook tegen de variant die voor het eerst in het Verenigd Koninkrijk is ontdekt, aldus het bedrijf. Maar net als het vaccin van Pfizer-BioNTech, is dit product iets minder effectief tegen de variant uit Zuid-Afrika, schrijft TheNew York Times, die het nieuws een ‘verontrustend teken’noemt.
Moderne onderzoekers onderzochten bloedmonsters van acht mensen die twee doses van het vaccin hadden gekregen, en twee apen die waren gevaccineerd, legt het Amerikaanse dagblad uit. Hoewel de details van de studie ‘niet zijn gepubliceerd of peer-reviewed’, is een samenvatting van de bevindingen op de BioRxiv- website geplaatst. Volgens dit document waren de neutraliserende antilichamen even effectief tegen de Britse variant als tegen de oorspronkelijke vorm van het coronavirus. Geconfronteerd met de Zuid-Afrikaanse variant, werd de effectiviteit van deze antilichamen zes keer kleiner. Maar toch, zei het bedrijf, blijven deze antilichamen ‘boven beschermingsniveaus’.
Worstcasescenario
Stéphane Bancel, directeur van Moderna, vertelde Financial Times dat het gaat om de voorbereiding op ‘het worstcasescenario’, en dat hij ‘geen zorgen’ had over de effectiviteit van het vaccin de komende maanden. ‘Als er iets moet gebeuren in de zomer, zullen we iets doen, maar we zullen niet te laat komen.’ De autoriteiten eisen misschien niet dat een nieuwe versie van het vaccin een hele reeks klinische proeven bij mensen ondergaat, zei hij, omdat het dezelfde genetische technologie zou hebben als het oorspronkelijke vaccin.
Volgens TheWall Street Journal benadrukt ‘Moderna’s initiatief de mogelijkheid van een noodzakelijke wijziging’ in de toekomst ‘van de vaccins tegen covid-19 – en misschien van een toediening aan de bevolking in de vorm van herhaalde doses – om een evoluerend virus aan te vallen’.
Italiaanse premier Giuseppe Conte treedt af
De Italiaanse premier, Giuseppe Conte, moet vandag (26 januari) aftreden in de hoop een derde regering te vormen; een ontwikkeling waartegen hij ‘met hand en tand had gevochten, uit angst dat hij niet naar het Chigi-paleis zal kunnen terugkeren’, schrijftIl Messaggero. Conte hoopt na het besluit van Matteo Renzi om zijn partij terug te trekken uit de regerende coalitie op 13 januari van het staatshoofd mandaat te krijgen om te proberen een nieuwe meerderheid op te bouwen.
Nederlandse rellen internationaal in het nieuws
Maandagavond moest de oproerpolitie opnieuw optreden tegen groepen demonstranten in verschillende steden in Nederland, nadat zaterdagavond om 21.00 uur een avondklok van kracht was geworden om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, meldt The New York Times. Maandagavond 22.00 uur waren meer dan 70 mensen gearresteerd en in Haarlem en Rotterdam gebruikte de politie traangas om de menigte uiteen te drijven, aldus de politiechef. Na de botsingen die zondag de anti-restrictiedemonstraties in bepaalde Nederlandse steden hadden onderbroken, veroordeelde premier Mark Rutte het geweld ‘onaanvaardbaar’, en kondigde hij aan dat de overtreders zullen worden gestraft. ‘Dit heeft niets met protest te maken, dit is crimineel gedrag’, citeert The Guardian Rutte.
Het Spaanse Illa-effect
De Spaanse minister van Volksgezondheid Salvador Illa, die op dinsdag 26 januari zal aftreden, staat bovenaan de peilingen voor de belangrijkste verkiezing van het jaar in Spanje. De verkiezingscampagne begint op vrijdag 29 januari.
Eind jarig tachtig begon begon Illa, een inwoner van La Roca del Vallès, ten noorden van Barcelona, zoon van een textielarbeider en afgestudeerd in filosofie, op 54-jarige leeftijd zijn politieke carrière. Hij was een hoge ambtenaar voordat hij een leidinggevende werd van de PSC, schrijft El País.
In januari 2020 werkte Salvador Illa achter de schermen om de Catalaanse linkerzijde van de ERC ertoe te brengen de vorming van een linkse uitvoerende macht in Spanje te vergemakkelijken. Premier Pedro Sánchez bedankte hem door hem tot minister van Volksgezondheid te benoemen. Deze functie leverde hem in tijden van corona veel media-aandacht op, schrijft El País: ‘Hij ging van de stafchef van de vijfde politieke partij van Barcelona naar de populairste tweede minister.’
‘Die kalme en serene man die moeilijkheden overwon en de boot leidde tijdens de maanden van de pandemie’
La Vanguardia noemt Illa ‘die kalme en serene man die moeilijkheden overwon en de boot leidde tijdens de maanden van de pandemie’. Deze kwaliteiten zouden hem in staat moeten stellen de complexe betrekkingen die Catalonië onderhoudt met de centrale regering van Madrid, te kalmeren.
‘Hij wordt opgeroepen om de ernstigste constitutionele crisis van de afgelopen veertig jaar het hoofd te bieden’, zegt El País, daarmee verwijzend naar het proces van onafhankelijkheid van Catalonië.
Volgens de laatste peiling loopt de PSC (23,9%) dus voorop bij de verkiezingen voor het parlement van Catalonië, vóór de separatisten van ERC (20,6%) en JxCat (12,5%).
Salvador Illa moet als minister van Volksgezondheid worden vervangen door Carolina Darias. De heropleving van de pandemie doet echter twijfels rijzen over het houden van de Catalaanse verkiezingen. Deze werden door de Generalitat uitgesteld tot 30 mei, waarna het Hooggerechtshof tijdelijk besloot tot 14 februari.
Onrust op de Al-Fashaga-driehoek
Op de grens tussen Soedan en Ethiopië wordt de Al-Fashaga-driehoek op grond van verdragen die zijn gesloten onder Britse kolonisatie opgeëist door Soedan, maar de scheidslijn tussen de twee landen is nooit duidelijk gedefinieerd en het gebied is gecultiveerd door Ethiopische boeren, die al meer dan twintig jaar onder bescherming staan van milities.
‘De kwestie werd terzijde geschoven, en hoewel er Ethiopische landbouwactiviteit in dit gebied was, leek men te begrijpen dat dit niet betekende dat het Ethiopische grond was’, zegt William Davison, analist die gespecialiseerd is in Ethiopië voor de Internationale Crisis Group, geïnterviewd door Deutsche Welle.
Op 18 januari beschuldigde de Soedanese minister van Defensie Ethiopië ervan eveneens troepen aan de grens te verzamelen. Toch zijn experts van mening dat een gewapend conflict onwaarschijnlijk is.
Zo zegt Walid Al-Nour, een Soedanese politiek analist, tegen The East African: ‘De twee landen hebben de diplomatieke betrekkingen niet verbroken. De Soedanese ambassadeur is niet naar Addis geroepen en de Ethiopische ambassadeur niet naar Khartoem. Elk land heeft zijn interne problemen die verhinderen dat ze een oorlog aangaan die hen vanbinnen en vanbuiten zou raken.’
Ethiopië betrekt ook een een derde partij bij het conflict: Egypte. De drie landen zijn verwikkeld in een onenigheid over de Grote Renaissance Dam (GERD) in Ethiopië, die Egypte beschouwt als een bedreiging voor haar watervoorziening en, bij uitbreiding, landbouwcapaciteiten. De onderhandelingen, die enkele jaren geleden zijn begonnen, liggen nog steeds stil, en Ethiopië begon in juli begon met het vullen van de dam.
Tienduizenden boeren rijden met tractoren door Delhi
Vandaag (26 januari) worden duizenden tractoren verwacht in de straten van Delhi ter gelegenheid van de Dag van de Republiek, de nationale feestdag die de verjaardag viert van de grondwet van onafhankelijk India, die in 1950 van kracht werd. De traditionele militaire parade moet plaatsvinden in aanwezigheid van de hele regering van Modi in het centrum van de hoofdstad, en de boze boeren willen laten zien dat ze zich niet neerleggen tegen de hervorming van de landbouwtarieven.
Nadat ze twee maanden lang werden geblokkeerd bij de hoofdingangen van Delhi, ‘mochten ze nu de stad binnenkomen om drie afzonderlijke routes te volgen van in totaal ongeveer 100 kilometer, maar ze bleven in de perifere gebieden en begonnen hun circuit niet tot de officiële militaire parade voorbij was’, meldtThe Hindu.
De huidige situatie. Ondertussen meldt o.a. India Today dat de situatie ‘gespannen’ is.
Naast ‘de tienduizenden boeren uit Punjab, Haryana en westelijk Uttar Pradesh’ die dinsdag in de straten van Delhi worden verwacht, zijn andere groepen van plan om elders in het land te demonstreren in verband met de feestdag, ‘vooral in Kerala, Gujarat en Orissa’, evenals in Maharashtra, waar honderden tractoren de afgelopen drie dagen van het platteland naar Mumbai zijn samengekomen. Vanaf maandag werd een grote bijeenkomst gehouden in het hart van de economische hoofdstad van het land, ‘in solidariteit met de demonstranten in Delhi’, meldt de Hindustan Times.
In tegenstelling tot de nationaal regerende Hindu Nationalist Party (BJP) sloten politiek leiders uit de regio zich aan bij de duizenden boeren die zich bij het beroemde Victoria Terminus-station hadden verzameld om het ‘gebrek aan debat’ aan de kaak te stellen dat kenmerkend was voor de goedkeuring van de controversiële hervorming in september 2020. Ze hekelden ook ‘de voordelen die particuliere bedrijven uiteindelijk zullen ontlenen’ aan de maatregelen, die volgens hen onevenwichtig zijn.
De complete Chileense culturele sector steunt de protesten van de bevolking tegen het regeringsbeleid van president Sebastián Piñera en voor een gelijke verdeling van de welvaart in het land. De muziek van de vermoorde zanger Víctor Jara brengt het protest tot uiting.
Keuze uit het archief
Afgelopen maandag werd in Chili een aantal oud-soldaten van het Pinochet-regime vijftig jaar na dato veroordeeld voor de moord op de populaire zanger Víctor Jara. Ze werden schuldig bevonden aan het martelen en vermoorden van dit icoon van de Latijns-Amerikaanse populaire muziek in 1973. Als lid van de Chileense Communistische Partij was Víctor Jara fervent aanhanger van president Salvador Allende, die in 1970 de verkiezingen won en slachtoffer werd van een door de CIA gesteunde militaire staatsgreep op 11 september 1973. Dit artikel uit El País van vier jaar geleden laat zien hoe belangrijk Víctor Jara nog steeds is voor de Chileense bevolking, die in 2019 en masse de straat op ging. Jara’s muziek klonk tijdens elke demonstratie en voorzag de onvrede van de Chilenen met het regeringsbeleid van woorden. Zelfs vijftig jaar later is de nagedachtenis aan Jara nog altijd springlevend in Chili.
Toen de Chileense singer-songwriter Mon Laferte tijdens de uitreiking van de Latin Grammy’s op de rode loper haar jurk van haar schouders liet glijden was voor de hele wereld de protestboodschap op haar borst zichtbaar: ‘Chili martelt, moordt en verkracht’. Haar daad was slechts het topje van de ijsberg. De complete Chileense culturele sector steunt de demonstraties van de bevolking, die de ongelijke verdeling van de welvaart in het land niet langer pikt. Alle kunstdisciplines hebben zich verenigd, graffiti-artiesten die de muren in de stad beschilderen staan zij aan zij met ’s lands succesvolste schrijver Isabel Allende. Iedereen doet mee.
‘Nooit werd er in Chili naar aanleiding van sociale onrust zo veel nieuwe muziek gemaakt in zo’n korte tijd,’ zegt muziekjournalist en schrijver Marisol García.
‘In Chili zijn muziek en politiek en soms ook politiek activisme altijd al nauw met elkaar verweven, maar het leek alsof die traditie een beetje was ingezakt. De demonstraties begonnen op 18 oktober en vanaf die dag komen artiesten bijna dagelijks met nieuwe liedjes. Rappers, techno-dj’s, iedereen laat van zich horen,’ aldus García. Nog maar een paar dagen geleden was op een steenworp afstand van het epicentrum van de burgerprotesten te zien hoe kunstenaars zich manifesteren. Daar, op het Plaza Baquedano, pal voor haar thuisbasis het Teatro de la Universidad, gaf het Orquesta Sinfónica Nacional een concert. ‘Wij strijden voor dezelfde zaak als het Chileense volk en voor ons is muziek de manier om ons te uiten,’ vertelde violist Daniel Zelaya.
Een van de symbolen van deze protestmaand was het lied ‘El derecho de vivir en paz’ (Het recht op leven in vrede) van singer-songwriter Víctor Jara, die kort na de militaire staatsgreep in 1973 werd vermoord. Wat dit lied losmaakte, kun je vergelijken met de impact van de humoristische cartoons tijdens de dictatuur van Pinochet. Meer dan een miljoen mensen hadden zich verzameld voor een mars in Santiago de Chile. Ze gaven gehoor aan de oproep van het collectief Mil guitarristas para Víctor Jara [Duizend gitaristen voor Víctor Jara], dat zich voor de Biblioteca Nacional had verzameld om zijn liederen te spelen.
Dit lied werd ook uitgekozen door achttien Chileense musici uit alle delen van de wereld – Israël, Duitsland, New York – om op sociale media te verspreiden. Cellist Daygoro Serón, die in Oostenrijk woont en werkt, vroeg elke musicus om het stuk te spelen terwijl ze zichzelf filmden. Alle opnames werden in een enkele video gemonteerd, die was te zien op sociale media. ‘Het stemt hoopvol dat diverse maatschappelijke en politieke sectoren spontaan de handen ineen slaan om te strijden tegen ongelijkheid,’ vindt gitarist Emmanuel Sowicz, die in Londen woont en deelnam aan het initiatief.
‘President Piñera, vanuit alle delen van de wereld hebben schrijvers gezien dat Chili niet langer is wat het ooit was, er is geen weg meer terug,’ zegt Isabel Allende aan het begin van een video van het Chileense schrijfsterscollectief AUCH! die in de begindagen van de protesten circuleerde op sociale media. Een maand later zijn als gevolg van de protesten 23 burgers omgekomen en 2391 gewond geraakt, aldus het Instituto Nacional de Derechos Humanos [Nationaal Instituut voor Mensenrechten]. De overheid zegt dat 1974 agenten verwondingen opliepen. De uitspraak van de beroemde schrijver van Het huis met de geesten kreeg bijval van auteurs van over de hele wereld.
De Nicaraguaanse schrijver Gioconda Belli en de Peruaanse schrijver Santiago Roncagliolo riepen op tot ‘waardigheid, geen kogels’. Zowel in binnen- als buitenland heeft de literatuur haar stem laten horen. ‘Er zijn steunbetuigingen opgesteld, handtekeningen verzameld, opiniecolumns geschreven, de sociale media zijn ingezet, er zijn lezingen op openbare plekken georganiseerd en spontane bijeenkomsten opgeluisterd,’ somt de jonge romanschrijver Alejandra Costamagna op. Dit alles dient maar één doel: de roep om een rechtvaardige samenleving, een samenleving waar sociale verworvenheden geen handelswaar zijn maar rechten,’ zegt Costamagna, auteur van de bekroonde roman El sistema del tacto.
Solidariteit in de kunsten
Al laten de letteren flink van zich horen, misschien wordt het nieuwe Chili, waarvan de huidige protesten en demonstraties een uiting zijn, de laatste jaren wel het beste verbeeld door toneelschrijvers als Guillermo Calderón of Luis Barrales. Maar ook de filmwereld heeft zich deze dagen geroerd. De productiemaatschappij Fábula, van filmmaker Pablo Larraín, riep tijdens een bijeenkomst van vakgenoten op tot een ‘moment van bezinning’.
Tegelijkertijd documenteren verschillende collectieven, zoals Registro Callejero, wat er zich op straat afspeelt. Actrice en regisseuse Manuela Martelli, die met haar camera de straat op is gegaan om de demonstraties te filmen, zegt dat ‘in Chili het gevoel overheerst dat er sprake is van machtsmisbruik, dat er ongelijkheid is en dat Chili welvarender wordt maar dat niet iedereen daarvan profiteert’.
‘Vanuit alle delen van de wereld hebben schrijvers gezien dat Chili niet langer is wat het ooit was’
Ook de grotere musea manifesteren zich. Claudia Zaldívar, directrice van het Museo de la Solidaridad Salvador Allende, vertelt dat het museum zijn deuren sloot toen de noodtoestand werd uitgeroepen en het leger de straat op ging. ‘We hebben een bijeenkomst georganiseerd voor de buurtbewoners. Het museum staat in dienst van de gemeenschap en is een plek voor de dialoog,’ verduidelijkt Zaldívar.
De kunstvereniging Arte Contemporáneo Asociado – bestaand uit kunstenaars, theoretici en conservators – trok de publieke ruimte in. Op 25 oktober organiseerden ze een massale mars langs zes monumenten in Santiago de Chile die symbool staan voor de geschiedenis, de cultuur en de grote verhalen van Chili. Ze bedekten de monumenten met doeken als waren het lijkwades. Volgens kunstcriticus en bestuurslid Diego Parra ‘proberen kunstenaars vanuit hun eigen discipline, dat wil zeggen de verbeelding, een tegengeluid te laten horen’.
De menigte demonstranten had gelijk om een democratisch front te vormen tegen de koppigheid van Hongkongs bestuurder Carrie Lam en de macht van Beijing, vindt columnist An Tu.
Keuze uit het archief
Vandaag wordt het vijfentwintigste jubileum van de overdracht van Hongkong aan China gevierd, in het bijzijn van de Chinese president Xi Jinping. In Hongkong wordt vooral de verloren vrijheid betreurd. Na maanden van protesten in 2019 – tegen toenemende invloed van Beijing – sloeg de Chinese overheid terug met de invoering van een Nationale Veiligheidswet en de hervorming van het kiessysteem. Die werden gebruikt om tegenstanders te muilkorven, en de geleidelijke democratisering van Hongkong terug te draaien. Deze journalist van een van de belangrijkste kranten van Hongkong, dat ondanks de kritische houding nog altijd bestaat, zag de ontwikkelingen drie jaar geleden al aankomen.
De hele bevolking van Hongkong is te hoop gelopen, de scheidslijnen tussen de verschillende groepen zijn verdwenen en daardoor heeft de beweging resultaat geboekt. De reden voor deze volkswoede is op het eerste gezicht het wetsvoorstel dat uitlevering aan China mogelijk maakt. Dit zou een duidelijke aantasting zijn van de juridische onafhankelijkheid en de autonomie van Hongkong, die juist het hart vormen van het principe ‘één land, twee systemen’ (de basis van de verhouding tussen de vroegere Britse kolonie en Beijing).
Maar belangrijker nog: de gebeurtenissen tonen de totale mislukking van de manier waarop de verhouding tussen de regering en de bevolking van Hongkong is georganiseerd. De autoriteiten en het ‘constructieve’ (lees: pro-Beijing-) kamp houden helemaal geen rekening met de stemmen van de oppositie die in de samenleving klinken, en in het Parlement (de LegCo, oftewel Legislative Council) worden de meningen van de prodemocratische, door de bevolking gekozen vertegenwoordigers niet gerespecteerd.
De autoritaire houding van de ‘constructieve’ kliek en de brutale arrogantie van de leider weerspiegelen het falen van de parlementaire democratie in Hongkong, die al zo beknot is. (De parlementsleden moeten aan allerlei geografische en professionele criteria voldoen en dit complexe systeem is in het nadeel van de democraten. De leider wordt benoemd door Beijing.)
Er is geen sprake meer van normale politieke omstandigheden, de conflicten tussen de bevolking en de regering zijn niet meer te sussen, en geen bemiddelaar kan nog een verzoening tussen de twee kanten bewerkstelligen.
In Hongkong is de parlementaire democratie in feite geen ‘gewoon’ en ‘volwassen’ politiek systeem waarin een zekere mate van ‘onderhandelen’ mogelijk is tussen de bevolking en de regering; dat is alleen maar een illusie. Nu is het ware totalitaire en autocratische karakter van het regime aan het licht gekomen; er is alleen nog maar sprake van ‘regeringsgezag’, en dat betekent onvermijdelijk het einde van de ‘politiek’.
Dat ‘einde van de politiek’ is reden voor teleurstelling en wanhoop. We hebben geen vertegenwoordigers meer die kunnen ‘onderhandelen’ met de totalitaire regering: de opinieleiders en de volksvertegenwoordigers hebben hun leidende rol totaal verloren (vooral sinds de Paraplurevolte van 2014, die uitliep op een bezetting van 79 dagen van het centrum van Hongkong om werkelijk algemeen kiesrecht af te dwingen). De bevolking moet dus rechtstreeks de strijd met de autoriteiten aangaan in een serieuze en wanhopige fysieke krachtmeting.
Zo serieus was inderdaad de grote manifestatie van 9 juni, waarbij een miljoen mensen op de been kwamen. Er heerste een sfeer van stilzwijgende woede en wanhoop in die enorme stroom mensen. Onder die miljoen demonstranten dachten maar weinigen dat ze de herziening van de uitleveringswetgeving werkelijk konden verhinderen; de meesten demonstreerden eigenlijk zonder te weten of het iets zou uithalen.
Ze kwamen niet zozeer om politieke druk op de regering uit te oefenen, maar vooral om gehoor te geven aan een diep gevoel van onmacht (tegenover de macht in Beijing), om uit hun isolement te breken en de angst te overwinnen dat ze weer verdeeld zouden raken en individueel zouden worden vervolgd door het totalitaire regime. Ook wilden ze de wereld laten zien dat de Hongkongers nog steeds in staat waren om zich te verzetten.
En juist die ernst rond de acties heeft bij sommigen hun twijfels over het verzet weggenomen. Daarom zag je tijdens de bloedige confrontaties en gewelddadige botsingen op 12 juni jongeren in de frontlinie, in de rug gesteund door ouderen. Het gewelddadige optreden tegen dit collectieve verzet had af en toe het bloedige karakter van een slagveld, wat bijzonder schokkend was. De discussie ‘vreedzaam blijven’ tegenover ‘je met geweld verzetten’, die in de loop van de Paraplurevolte opkwam (in 2014), is nu door de harde werkelijkheid ingehaald.
Dankzij deze opstand tegen de mogelijkheid dat burgers worden uitgeleverd aan China, hebben wij de juistheid kunnen constateren van het principe dat ‘soldaten zonder hoop verzekerd zijn van de overwinning’. Inderdaad, omdat de bevolking zich niet druk maakte over winnen of verliezen en niemand binnen de beweging de kans kreeg om individueel de vruchten van een eventuele overwinning te plukken, kon het verzet zich verspreiden en groeide er eensgezindheid over de oude scheidslijnen heen. De mensen zijn mee komen doen aan deze ‘laatste slag’, omdat ze hun woede wilden uiten. Zo is de beweging een strijd geworden voor waarden, ideeën en identiteit.
De bevolking moet rechtstreeks de strijd met de autoriteiten aangaan in een serieuze en wanhopige fysieke krachtmeting
In feite zijn er deze keer – duidelijker dan in 2014 – twee soorten verzet opgekomen en al is de ene kant het niet per se eens met de methoden van de andere, ze begrijpen en verdragen elkaar veel beter, en soms bewonderen ze elkaar zelfs. Het is gedaan met de absurde verspilling van energie aan interne discussies uit de tijd van de Paraplurevolte.
Onder de noemer van het vreedzaam verzet hebben zich mensen uit alle geledingen van de samenleving verzameld, met sterk verschillende beweegredenen. Scholen, universiteiten, maar ook professionele, religieuze en maatschappelijke organisaties hebben via hun netwerken een ongekende mobilisatiekracht getoond en ouders hebben zelfs hun kinderen opgeroepen tot actie. In het buitenland is door veel verschillende kanalen aandacht aan de gebeurtenissen besteed, zodat de hele wereld ervan op de hoogte raakte.
Ook was er grote steun vanuit de diaspora; de verschillende gemeenschappen in het buitenland vonden elkaar op basis van hun Hongkongse identiteit. Mensen hebben de gelegenheid aangegrepen om hun onderlinge band te versterken en een gemeenschap te vormen van mensen die in de eerste plaats Hongkonger zijn.
De radicalere actievoerders hebben spontane organisaties ontwikkeld (zonder veel officiële status) die heel verschillende gezichten aannamen. Hun manier van actievoeren – direct, flexibel en gevarieerd – toonde hun onverzettelijke engagement, en al degenen die belang stellen in de problemen van Hongkong, werden getroffen door hun moed en vastberadenheid. Dankzij deze groepen is voor het oog van de hele wereld de bruutheid onthuld van dit regime, dat nu zijn fluwelen handschoenen heeft uitgetrokken.
De combinatie van deze verschillende manieren van verzet heeft uiteindelijk geleid tot een nieuw moreel pact en vooral tot een nieuwe, hybride manier van actievoeren. Zo kon het gebeuren dat activisten de hele nacht leuzen scandeerden om hun protest uit te drukken, dat bewoners video’s gemaakt door bewakingscamera’s in hun wijk uitzonden om de bewegingen van de politie te laten zien, of hoe moeders vreedzaam bijeenkwamen als teken van protest tegen het geweld van de onderdrukking.
De verschillende manieren van actievoeren hebben een nieuwe taakverdeling opgeleverd. In de zoektocht naar middelen om de gevestigde media te omzeilen, heeft het verzet de grote diversiteit van al die deelnemers benut en hun energie gebundeld. Nu is alleen de vraag of dit pact en deze nieuwe manier om zo veel verschillende mensen op de been te brengen, blijvend zullen zijn.
Na de machtsoverdracht in 1997 beloofde moederschoot China de ex-kolonie als Speciale Administratieve Regio (SAR) vijftig jaar lang met rust te laten. Leider Deng Xiaoping stemde er bovendien mee in dat Hongkong zijn economische, politieke en juridische systemen, zijn burgerlijke vrijheden en een vrije pers zou behouden. Die autonomie kent Hongkong inderdaad, behalve bij echt belangrijke kwesties, dan heeft de Volksrepubliek het laatste woord. Dat de Communistische Partij zich steeds meer laat gelden, veroorzaakt al jaren veel protest. Hongkongers vinden dat hun autonomie steeds verder wordt uitgehold, terwijl die tot 2047 zou zijn gegarandeerd onder de formule ‘één land, twee systemen’.
Een nieuwe wet in Hongarije verbiedt daklozen op straat te slapen, op straffe van een taakstraf of opsluiting. De VN is tegen en ook in Hongarije zelf is de wet niet onomstreden.
JA
Op zondag 14 oktober, de dag voordat de wet in werking trad die daklozen verbiedt om op straat te slapen, demonstreerde de liberale linkse intelligentsia er nog eenmaal tegen. Enkele honderden personen verzamelden zich voor het parlement in Boedapest om het Hongaarse volk hun grootmoedigheid te tonen. Maar bovenal verdedigden de demonstranten het onvervreemdbare recht van daklozen om op straat dood te vriezen. Oppositiemedia liepen te hoop tegen de criminalisering van een permanent verblijf in de publieke ruimte en de schaamteloze ‘jacht’ op daklozen.
De realiteit is echter anders. De regering wil in de eerste plaats proberen om mensen die geen permanent woonadres hebben weer te integreren in de maatschappij. Nu al bestaan er opvangcentra voor daklozen, waar zij medisch onderzocht kunnen worden, in een goed bed slapen en een douche nemen. Sommigen vinden zelfs werk en hebben op den duur de opvang niet meer nodig. Uiteraard gelden er in deze centra elementaire regels die de bewoners moeten respecteren. Dronkaards wordt de toegang geweigerd en consumptie van alcohol is strikt verboden.
Er zijn zo’n driehonderd individuen die de regels van de opvangcentra niet respecteren en dagelijks onze pleinen, straten en metrostations bevuilen. Ze urineren tegen de muren. We moeten met een boog om hen heen lopen en soms zelfs over hen heen stappen, wanneer ze weer eens dronken en agressief aanspraak maken op onze generositeit in plaats van zelf hun brood te verdienen. Onze kinderen moeten hen zien vechten, ze aarzelen niet om een van hun miserabele kameraden een knal te verkopen om hun territorium op het Jászai Mariplein bij de Donau te verdedigen.
De zevenduizend personen voor wie nu al wordt gezorgd, bewijzen dat de overheid hen niet vervolgt
Zij weigeren geschreven en ongeschreven wetten te respecteren die het maatschappelijk verkeer in goede banen leiden. De boze kunstenaars op het Kossuthplein demonstreren voor zwervers die het schamele inkomen dat zij met bedelarij weten te bemachtigen, onmiddellijk spenderen aan drank. De regering wil deze mensen vooral tegen zichzelf beschermen door hun weer een plek binnen het ‘systeem’ te geven. Ja, zelfs hun leven redden, door hun een warm onderdak te geven en ervoor te zorgen dat ze niet doodvriezen.
De zevenduizend personen voor wie nu al wordt gezorgd, bewijzen dat de overheid hen niet vervolgt. Integendeel, daklozen worden juist zo goed en humaan als maar mogelijk is beschermd tegen de funeste consequenties van het verlies van hun woning. Deze zevenduizend personen bewijzen de driehonderd die nog in de marge verblijven, dat er een andere oplossing mogelijk is dan in de kou op straat te creperen of aan alcoholisme te bezwijken. De linkse intelligentsia mogen zoveel protesteren als ze willen voor het recht van daklozen om dood te vriezen op het trottoir. Van nu af aan zal de regering deze ongelukkigen echter behoeden voor een zekere dood.
Bence Apáti is een Hongaarse balletdanser, die sinds 2000 als solist is verbonden aan de Hongaarse Staatsopera. Sinds kort is hij ook verslaggever, onder andere in een Hongaars tv-programma over politici en sterren.
Magyar Idök | Hongarije | magyaridok.hu
Opgericht in 2015, pro-Orbán en zelfbenoemde stem van conservatief Hongarije.
1. Bence Apáti; 2. Bálint Misetics.
NEE
15 oktober zal altijd herinnerd worden als de dag waarop Hongarije besloot om dakloosheid te verbieden in naam van een grondwetswijziging die van bedelarij een misdaad maakt. De nieuwe wet verbiedt het om op straat te verblijven, zonder verder de vraag te stellen of een dakloze anderen in de openbare ruimte tot last is of normoverschrijdend gedrag vertoont.
De praktische gevolgen van dit nationale verbod zijn nog onduidelijk. We kunnen ervan uitgaan dat veel politiemensen het met deze criminalisering oneens zijn en een oogje zullen dichtknijpen. Ook zij zullen begrijpen dat we beter ernstige en lang genegeerde sociale problemen kunnen oplossen dan ongelukkige slachtoffers van asociaal beleid straffen.
De Hongaarse staat zou zich moeten schamen voor de manier waarop hij sinds 2010 met deze problematiek is omgegaan. De laatste acht jaar heeft de regering onophoudelijk wetten, decreten en amendementen uitgevaardigd die onevenredig streng zijn voor daklozen. De staat was zeer fanatiek in de vervolging van bedelarij. Wat zou er gebeurd zijn als de machthebbers zich even serieus van de taak hadden gekwijt dit fenomeen te voorkomen als het te bestraffen?
Deze criminalisering van overheidswege is niet alleen onverantwoordelijk, maar ook diep immoreel en mensonwaardig. Bovendien vergt de handhaving van zo’n verbod enorm veel van de toch al overvraagde overheidsdiensten.
Als de Hongaarse staat de afgelopen acht jaar een werkelijk sociaal beleid had gevoerd dat er vooral op was gericht mensen onderdak te bieden, was het aantal mensen dat op straat moet leven veel lager geweest
Als de Hongaarse staat de afgelopen acht jaar een werkelijk sociaal beleid had gevoerd dat er vooral op was gericht mensen onderdak te bieden, in plaats van naar believen het strafrecht en de grondwet te wijzigen, zou het aantal mensen dat vandaag de dag in Hongarije op straat moet leven zonder twijfel veel lager zijn geweest. Alle partijen zouden tevreden zijn gesteld, in de eerste plaats de daklozen zelf. Veel van hen hadden zich in dat geval niet hoeven te verlagen tot bedelarij.
Ook alle mensen die simpelweg medelijden hebben met dak-lozen, zich onwillekeurig afvragen of de bedelaar die zij op hun weg naar huis tegenkwamen morgenochtend nog wel in leven is, zouden dolblij zijn geweest met deze geste tegenover hulp-behoevende mensen. Hetzelfde geldt voor ouders die geen goed antwoord klaar hebben op de simpele vraag van hun kind: ‘Waarom heeft die mevrouw die daar op straat ligt geen huis?’ Idem voor al diegenen die zich niet thuis kunnen voelen in een stad waar niet iedereen een thuis heeft. En zelfs zij die niets anders willen dan dat ‘die luie zwervers eindelijk eens oprotten’, waren op hun wenken bediend.
Bálint Misetics studeerde sociologie aan Bard College (New York) en Berkeley (Californië) en behaalde zijn master aan Oxford. Momenteel promoveert hij in Hongarije op politieke wetenschappen en de welvaartstaat.
Heti Világgazdaság | Hongarije | weekblad | oplage 110.000 Economisch weekblad dat wordt gezien als de Hongaarse The Economist.
In Moldavië kan je tien maanden per jaar een speld horen vallen. Pas in de zomer keren duizenden Moldaviërs terug naar hun familie, die ze vaak noodgedwongen hebben achtergelaten om elders geld te verdienen. Tijd om de barricaden op te gaan. ‘Așa sună democrația!’, roept de aanzwellende massa in de straten van Chisinau. ‘ Zo klinkt democratie’.
_ Dit is een bijdrage van AWE, een Nederlands non-profitmediacollectief, opgericht voor en door jonge Europeanen._
De democratie in Moldavië wordt ernstig bedreigd. Het armste land van Europa, met de minste toeristen, gaat gebukt onder grootschalige corruptie, chronische werkloosheid en – het belangrijkst – massale emigratie.
Moldavië is het snelst krimpende land ter wereld. Naar verwachting zal de bevolking in 2100 zijn gehalveerd, waarmee de toekomst van het land op het spel komt te staan. Jongeren zouden daarom prioriteit moeten krijgen, maar de meeste hervormingen worden gedwarsboomd door chronische corruptie en een haperende economie. De EU en Rusland lonken vanwege de betere carrièrekansen. Dus nu staan jonge Moldaviërs voor de keuze: weggaan of blijven?
Hoewel velen hebben gekozen voor een toekomst in het buitenland, voelen zij zich momenteel genoodzaakt weer terug naar huis te gaan, omdat de democratie zo onder vuur is komen te liggen. Ze sluiten zich – al dan niet tijdelijk – aan bij de strijd voor democratie. Hoe slecht de economie er ook voor staat, ze hebben hun land nog niet opgegeven.
40%
van de jonge Moldaviërs had in 2014 geen regulier onderwijs, opleiding of werk.
80%
van de Moldaviërs zegt nauwelijks of geen vertrouwen te hebben in de overheid en het rechtssysteem. Vooral politici, rechters, openbaar aanklagers en de politie worden als corrupt gezien.
73%
van de Moldaviërs geeft aan dat hun inkomen niet of nauwelijks toereikend is om in de eerste levensbehoeften te voorzien.
6%
van de jongeren neemt deel aan demonstraties, waaruit blijkt hoe weinig maatschappelijke betrokkenheid er is onder de jonge Moldaviërs.
Gestolen Stemming
In juni 2018 werd Andrei Nastase democratisch gekozen als burgemeester van de Moldavische hoofdstad Chisinau. Nastase is leider van de grootste oppositiepartij, Waardigheid en Waarheid. Het nationaal hof verklaarde zijn overwinning nietig. Nastase postte op de verkiezingsdag een livefilmpje op Facebook om mensen op te roepen toch vooral te gaan stemmen – niet per se voor hem. Het hof bestempelde het filmpje als een vorm van campagnevoeren, wat niet is toegestaan op de dag van de verkiezingen.
Het besluit van het hof leidde tot diverse golven van protest tegen wat in Moldavië bekend is komen te staan als de ‘Gestolen Stemming’.
Occupy Guguta
Occupy Guguta is een permanente protestbeweging die deze zomer opkwam in reactie op de Gestolen Stemming. De jonge leden van de beweging willen dat Moldavië een echte democratie wordt, die waakt over mensenrechten en zich inzet voor de bevolking. Het is een open beweging, zonder hiërarchie of officieel vastgelegde structuur. De naam is afgeleid van een koffietentje, Guguta, in het Stefan cel Mare-park in Chisinau. In 2009 leidde de onwettige privatisering ervan tot grote woede onder de bevolking, want het café was een geliefde plek voor veel inwoners van de stad. Guguta groeide uit tot een symbool van illegaal geprivatiseerde openbare plekken door het hele land. Tegenwoordig is het terras van Guguta de plek waar de beweging samenkomt.
Vitali, de pianist
Vitali (31) probeert vanuit Moskou, zijn thuisbasis, Moldavië nieuw leven in te blazen met behulp van alles wat hij in het buitenland heeft geleerd.
‘Moldavië is een klein land. De hele bevolking past op het Grote Nationale Assembleeplein [het centrale plein in Chisinau]. Als alle Moldaviërs daarnaartoe komen, zal de overheid wel moeten luisteren naar wat de bevolking heeft te zeggen’, aldus Vitali.
Als concertpianist zit Vitali geregeld in vliegtuigen en hotelkamers. Hij heeft net 1000 kilometer afgelegd van Moskou naar Chisinau om aanwezig te kunnen zijn bij een demonstratie, waar hij met duizenden anderen te hoop loopt tegen de Gestolen Stemming. Het is niet voor het eerst dat Vitali grote afstanden aflegt om zich sterk te maken voor veranderingen in zijn vaderland. Toen in juni dit jaar de lokale verkiezingen plaatsvonden, kwam hij helemaal terug vanuit Nieuw-Zeeland. ‘Ik ben het er niet mee eens dat één stem niets zou uitmaken. Ik wil dat mijn stem meetelt.’
We zitten in een gezellig restaurantje in het centrum van Chisinau. Het duurt niet lang of de piano in de hoek lokt Vitali. Hij neemt plaats op de kruk en legt zijn vingers op de toetsen. Even later klinkt er een melancholieke melodie.
In 2006 verliet Vitali zijn vaderland Moldavië om aan het conservatorium van Moskou te gaan studeren. Zijn enige kans om een pianist van wereldfaam te worden was om naar Moskou te gaan, vertelt hij. ‘Het is een van de beroemdste conservatoria ter wereld. Alle piano-opleidingen, ook die in Chisinau, hebben nauwe banden met de Russische opleidingen.’ Ook dat bevestigt dat er sterke culturele en economische banden zijn tussen Moldavië en ‘Moedertje Rusland’. In Vitali’s geval is het duidelijk een goede zet geweest om naar Moskou te verhuizen: sinds zijn afstuderen heeft hij opgetreden in uitverkochte concertzalen in vijftien verschillende landen.
‘Ik ben het er niet mee eens dat één stem niets zou uitmaken. Ik wil dat mijn stem meetelt’
Hoewel Vitali veel reist, keert hij geregeld terug naar het land waar hij is opgegroeid. Telkens wanneer hij in zijn vaderland komt, merkt hij dat de situatie is verslechterd. ‘Het onderwijs gaat in snel tempo achteruit’, zegt hij. ‘Om nog maar te zwijgen van het culturele leven.’ De grote armoede onder brede lagen van de bevolking betekent dat mensen geen kaartje kunnen kopen voor een klassiek concert. De andere kant van diezelfde medaille is dat musici geen fatsoenlijke boterham kunnen verdienen. Vitali is ervan overtuigd dat een gezonde economie en goed onderwijs van cruciaal belang zijn voor een bloeiende cultuur. Als zelfbenoemd lid van de gestaag groeiende diaspora van Moldaviërs die in het buitenland wonen en werken, levert Vitali een bijdrage aan het herstel van de culturele sector in zijn vaderland: ‘We doen ons best om iets terug te geven, om de Moldaviërs te laten delen in wat wij hebben geleerd, om betrokken te zijn.’
De Moldavische economie is voor een onthutsend groot deel afhankelijk van overboekingen uit het buitenland: elke maand maakt de diaspora 100 miljoen dollar over op rekeningen in Moldavië. In 2016 kwam dat neer op maar liefst een kwart van het Moldavische bnp. ‘Iedereen weet hoe groot de bijdrage is die wij leveren’, zegt Vitali. ‘Er komt jaarlijks een miljard uit de diaspora. Een gestolen miljard, feitelijk. En we blijven maar geld sturen, zelfs als we weten dat het geld vermoedelijk weer gestolen zal worden.’
Maar Vitali’s activisme gaat verder dan alleen het overmaken van geld. In 2011 hielp hij met de organisatie van een festival voor klassieke muziek, dat de symbolische naam Home had en bestond uit een performance gebaseerd op Prométhée ou le poème du feu, een radicaal meesterwerk van de Russische componist Alexander Skrjabin, begeleid door een volledig orkest bestaande uit buitenlandse musici die Vitali had uitgenodigd. En dit jaar gaf hij gratis pianolessen aan de Rachmaninov-muziekschool – de school waar hij zelf als kind op heeft gezeten. ‘Het was geweldig om er nu terug te keren als docent, om met de kinderen te werken en ze wat adviezen te kunnen geven’, zegt hij met een glimlach.
Op de vraag waarom hij zich achter dergelijke initiatieven schaart, geeft hij een simpel antwoord: ‘Uit liefde.’ Liefde voor zijn familie, maar ook voor zijn land. ‘Het feit dat ik ben teruggekomen voor de protesten, is geen politieke daad. Het gaat om maatschappelijke betrokkenheid. Ik wil een land dat functioneert’, zegt hij.
Ana, de activist
Ana (26) is onlangs teruggekeerd naar Moldavië en sindsdien uitgegroeid tot een gedreven activist. Nu staat ze voor de keuze: weggaan of blijven?
‘Mijn band met Moldavië is altijd sterk geweest’, zegt Ana, die haar vingers door haar korte, bruine pony haalt. Ze zit op een tweepersoonsbed in een kamer in het appartement van haar ouders in het centrum van Chisinau, met haar kinderdeken over haar benen. Na jaren in het buitenland te hebben gewoond, is ze teruggekeerd naar huis om te strijden voor de democratie in Moldavië. In ieder geval voorlopig. ‘Ik ben hier geboren, maar eind jaren negentig, net na de kleuterschool, ben ik met mijn ouders verhuisd naar Iasi, in het noorden van Roemenië.’ Ana ging elke week met haar ouders en haar jongere broer de grens over om haar grootouders in Moldavië op te zoeken.
Hoewel Ana is opgegroeid in Roemenië – dat nooit deel heeft uitgemaakt van de Sovjet-Unie – wordt haar identiteit nog altijd in sterke mate bepaald door de Russische cultuur, die in elke voormalige Sovjet-republiek nog zeer sterk voelbaar is. Haar ouders hebben het grootste deel van hun leven onder het Sovjetbewind geleefd, zoals de ouders van de meeste Moldaviërs van Ana’s generatie.
‘Het eerste wat mijn ouders deden toen ze in Roemenië waren, was de televisie aansluiten op de satelliet, zodat ze toegang hadden tot de Russische kanalen’, zegt Ana. Haar lach galmt door het appartement. Ze heeft haar hele puberteit naar Russische talkshows gekeken, over politiek en cultuur. Elk jaar zat het hele gezin met Oud en Nieuw voor de buis om naar Sovjetfilms te kijken. Zelfs het eten dat op tafel kwam, was doortrokken van politiek, want haar moeder maakte borsjtsj en boekweit – exotisch eten naar Roemeense maatstaven.
Toen de kinderen naar het buitenland emigreerden, keerden Ana’s ouders terug naar Moldavië. Haar vader woont momenteel in West-Oekraïne, de enige plek waar hij een baan kon vinden. Haar moeder heeft een baan bij het openbaarvervoerbedrijf, waar ze volgens Ana bitter weinig verdient.
Laten we onze aandacht richten op wat ons bindt, niet op wat ons verdeelt
Er zijn velen zoals Ana’s ouders: afgaande op cijfers van de Verenigde Naties leeft meer dan 14 procent van de Moldaviërs onder de armoedegrens (4,3 dollar per dag) en de werkloosheidscijfers zijn de afgelopen jaren de hoogte in geschoten, tot maar liefst 60 procent. Zodoende worden velen gedwongen hun heil in het buitenland te zoeken. ‘Toen ik op de middelbare school zat, zei mijn moeder altijd: “Wanneer vertrek je? Ga hier weg! Ga weg en maak iets van je leven”’, zegt Ana.
Uiteindelijk is dat precies wat Ana heeft gedaan. Op haar achttiende is ze van Roemenië naar Polen verhuisd om politieke wetenschappen te studeren, een mengeling van sociologie, filosofie en antropologie. Door te studeren ging ze meer van de wereld begrijpen en zo veranderde ook geleidelijk de manier waarop ze tegen haar eigen identiteit aankeek. ‘Als ik met mensen praatte, vroegen ze me altijd naar Moldavië. Ik wist nooit goed wat ik moest zeggen. Meestal zei ik maar gewoon dat de situatie zeer somber was en dat er maar weinig gebeurde’, zegt ze.
Langzaam maar zeker werd door de belangstelling van anderen haar eigen nieuwsgierigheid aangewakkerd. Ze begon het nieuws over Moldavië te volgen en ging geleidelijk inzien met hoeveel uiteenlopende problemen het land kampt. Wat was haar relatie met het land en hoe kon zij helpen?
Dit besef betekende een keerpunt. Langzamerhand groeide bij Ana het idee om terug te gaan naar haar vaderland. ‘Hoe meer ik me realiseerde hoe slecht het land eraan toe was’, zegt ze, ‘des te meer het me ging interesseren.’ Uiteindelijk deed ze zelfs een casestudy naar het maatschappelijk middenveld in Moldavië, als onderdeel van haar masterthesis.
Maar de passieve kant van onderzoek doen is niets voor haar. ‘Ik kan niet tegen onrechtvaardigheid.
Permanente protestbewegin
Als ik van mijn familie hoor hoe slecht het land eraan toe is, roept dat bij mij de vraag op: wat kunnen we daaraan doen?’ Nadat ze afgelopen juli haar master haalde, besloot Ana terug te keren naar haar familie, naar huis. Bij toeval raakte ze direct verzeild in de rumoerige politieke ontwikkelingen die de democratie van het land op haar grondvesten doen schudden. Nadat oppositieleider Andrei Nastase op 3 juni democratisch werd gekozen tot burgemeester van Chisinau, greep het nationale hof in en verklaarde het de uitslag nietig op grond van een onzinnige aanklacht.
In de daaropvolgende maanden ontstond een permanente protestbeweging, Occupy Guguta, die honderden mensen, onder wie Ana, verenigt in één doel: de roep om democratie. Als hartstochtelijk deelnemer aan de demonstraties en de maatschappelijke projecten van de beweging is Ana zeer met dit doel begaan: ‘Ik zie heel veel potentieel in deze beweging en de mensen die de beweging dragen, omdat er een nieuwe visie uit spreekt. In een stad als Chisinau kom je dat niet vaak tegen.’
Ana vindt dat Occupy Guguta een spilfunctie moet vervullen – een plek waar mensen hun problemen kunnen delen en oplossingen kunnen vinden. ‘Een sociale ambulance’, zegt ze. ‘We wonen tenslotte allemaal in Chisinau, we hebben dezelfde problemen. Het maakt niet uit of je Oekraïner of Bulgaar bent. De wegen zijn slecht, het onderwijssysteem stelt niets voor… Laten we onze aandacht richten op dat wat ons bindt, niet op dat wat ons verdeelt.’
Victor, de kunstenaar
Victor (38) is een in Chisinau woonachtige kunstenaar, die deel uitmaakt van Occupy Guguta.
In de herfst van 1987 krijgt een zevenjarige jongen op een lagere school in Macaresti, een pittoresk plaatsje in het oosten van Moldavië, een potlood van zijn tekenleraar. Een uur later heeft hij het Kremlin in Moskou getekend, versierd met ballonnen en vlaggen, en met het woord mir – ‘vrede’ in het Russisch – op de gevel.
Het is de eerste keer dat Victor een potlood op papier zet. Op dat moment wordt de kunstenaar tot wie hij zal uitgroeien geboren. Al vanaf zijn tiende smeekt Victor zijn ouders om hem naar de kunstacademie in de hoofdstad Chisinau te laten gaan. Zijn ouders stribbelen tegen, maar met behulp van zijn broers weet hij ze uiteindelijk over te halen.
Het brandende verlangen om te schilderen is niet de enige reden waarom Victor naar de stad wil: heimelijk hoopt hij ook te ontsnappen aan het leven van zware fysieke arbeid dat hem wacht op het platteland. ‘Ik zag mezelf niet tot in lengte van dagen op het land werken’, zegt hij.
Na zijn afstuderen aan de kunstacademie in Chisinau verhuist Victor naar Roemenië om zich verder te bekwamen in keramiek, schilderen en beeldhouwen. Eind jaren negentig keert hij terug naar zijn vaderland, voornamelijk gedreven door een verlangen zijn vrienden te zien. ‘Mijn besluit was niet echt ingegeven door vaderlandsliefde. Het was meer een kwestie van toeval’, zegt hij. ‘Ik denk dat ik me op de een of andere manier een vreemdeling voelde, en ik had het nodig me ergens thuis te voelen.’
‘Ondanks de protesten zal alles bij het oude blijven’
Maar thuis treft hij een land aan dat wordt geteisterd door corruptie, een land waar democratische waarden worden uitgehold. Wanneer hij hoort over de opkomst van Occupy Guguta hoeft hij niet lang na te denken en sluit hij zich aan. ‘Met veel van de mensen die bij de beweging zijn betrokken, was ik al bevriend. We deden veel dezelfde dingen en gingen naar dezelfde cafés. Op een bepaald moment voelden we dat het goed zou zijn om onze energie te bundelen. Door een paar dingen die gebeurden, was de maat vol. En toen was er ook nog de Gestolen Stemming. Dat was de druppel.’
De Gestolen Stemming was een keerpunt in het democratiseringsproces van Moldavië, sinds het land in 1991 onafhankelijk was geworden van de Sovjet-Unie. Het legde de corruptie en het quasi-autoritarisme bloot die het land sindsdien in de greep houden. ‘Dit land schreeuwt al langer om een beweging zoals die van ons’, zegt Victor.
VC: Hoe zou je de situatie in Moldavië omschrijven?
Victor: ‘Vernederend. Een onophoudelijke vernedering – de situatie wordt steeds nijpender.’
Wat verwacht je van de protesten?
‘Ik heb geen enkele verwachting. Ik geloof niet dat de protesten ook maar iets zullen veranderen.’
Waarom doe je het dan?
‘Het is belangrijk vanuit een langetermijnperspectief. Maar ondanks de protesten zal alles bij het oude blijven.’
Wat versta je onder een langetermijnperspectief?
‘Over drie of vier maanden, misschien na de volgende parlementsverkiezingen, zal er iets veranderen. Mogelijk verandert er ook niets tot aan de verkiezingen en zal de bevolking na de verkiezingen nog gefrustreerder zijn, nog teleurgestelder. Dan zullen de mensen het niet langer pikken en massaal de straat op gaan.’
En komt er weer een protestbeweging, bedoel je?
‘Na de verkiezingen, denk ik, en dan veel ingrijpender. Want onze beweging wordt nu nog ernstig beperkt door een gebrek aan middelen en invloed.’
Aliona, de patriot
Terwijl anderen het land verlieten, bleef Aliona (28) achter om zich in te zetten voor een betere toekomst.
‘Wat mij betreft is iedereen die het land verlaat een verrader’, zegt Aliona zachtjes. Ze veegt de vloer van een van de twee flexwerkruimtes die ze beheert in het centrum van Chisinau. Het licht dat door de ramen naar binnen valt, strijkt langs de afbladderende verf van de muren van het oude kantoorgebouw. Met een snelle beweging maakt ze de ruimte schoon. Haar stijlvolle outfit en haar retromoderne bobkapsel passen perfect in het sjofel-chique interieur. ‘Ik begrijp niet dat mensen vertrekken. Als je over bepaalde talenten beschikt, moet je die inzetten waar ze het hardst nodig zijn, vind ik.’
Voor Aliona is dat in Moldavië. Ze heeft zich nog nooit afgevraagd of ze er wel goed aan heeft gedaan om in haar vaderland te blijven. ‘Ik heb het naar mijn zin in Moldavië. Dit is de plek waar ik de meest waarachtige en authentieke versie van mezelf kan zijn, dit is de plek waar ik me begrepen voel’, zegt ze.
In tegenstelling tot andere mensen van haar leeftijd ziet Aliona Moldavië als een land van mogelijkheden – een land waar jonge mensen kunnen experimenteren zonder een al te hoge prijs te hoeven betalen voor hun vergissingen. Zij is daar het levende bewijs van: als medeoprichter en manager van twee flexwerkruimtes heeft zij haar droom van een eigen onderneming weten te verwezenlijken.
Maar haar vrienden hebben soms moeite te begrijpen waarom zij per se in het snelst krimpende land ter wereld wil blijven wonen. ‘“Waarom verdoe je je tijd?” vragen ze me. Maar voor mij dient het een hoger doel – om mijn ouders hier te kunnen zien’, zegt ze.
‘Als je over bepaalde talenten beschikt, moet je die inzetten waar ze het hardst nodig zijn’
Aliona is niet de prototypische patriot; op haar dertiende liep haar band met Moldavië een ernstige deuk op, toen haar beide ouders het land verlieten om elders te gaan werken. ‘Dat was een pijnlijk moment.’ Haar stem breekt. Destijds gingen Aliona’s ouders naar het buitenland om het geld terug te verdienen dat ze verschuldigd waren na een mislukte landbouwonderneming. ‘Mijn ouders hebben keihard gewerkt om hun zaak op te zetten. Ze zijn er niet rijk van geworden. Uiteindelijk moesten ze naar het buitenland om geld te verdienen voor schulden die ze niet op een andere manier konden aflossen’, zegt ze.
Aliona is niet het enige kind in Moldavië dat zonder ouders is opgegroeid. Meer dan 150.000 Moldavische kinderen leven alleen of worden opgevoed door oudere broers of zussen, of door hun grootouders. Sommige groeien op in eenoudergezinnen. De ouders in het buitenland zorgen voor hen door geld over te maken.
Dat Aliona zo toegewijd is aan Moldavië, wil niet zeggen dat ze haar ogen sluit voor de problemen van haar vaderland. Toen de uitslag van de lokale verkiezingen ongeldig werd verklaard, en daarmee dus ook de stem van de bevolking, had ze het gevoel dat ze geen lucht meer kreeg. ‘We konden alles verliezen’, zegt ze. ‘Hoop en democratie.’
Samen met een groot deel van haar vrienden sloot ze zich aan bij een protestbeweging, Occupy Guguta – vernoemd naar een populair café dat illegaal was geprivatiseerd.
Sindsdien heeft ze geholpen met het organiseren van bijeenkomsten, het schilderen van protestborden en het mobiliseren van de leden van de beweging op social media. ‘We willen de overheid laten weten dat we zien waar ze mee bezig is, dat we haar volgen en dat we haar niet zomaar haar gang laten gaan.’
Belofte
Onafhankelijkheidsdag
Nadat duizenden mensen in Chisinau hebben gedemonstreerd tegen hun corrupte regering, brengen Ana, Victor en Aliona de nacht door in de buurt van het standbeeld van Stefanus III de Grote, een middeleeuwse vorst die in Moldavië wordt vereerd als een nationale held. Samen met andere demonstranten van Occupy Guguta wachten ze op de dageraad van Onafhankelijkheidsdag – de dag waarop het land viert dat het in 1991 onafhankelijk werd van de Sovjet-Unie.
De dag breekt aan. Als de demonstranten weigeren het plein te verlaten, worden ze met geweld verwijderd door de oproerpolitie. Deze plaatst hekken om hen te scheiden van de Moldavische regeringsvertegenwoordigers die bloemen komen leggen bij het standbeeld. ‘Weg met de regering, weg met de maffia!’ scandeert de menigte. De stemmen worden langzaam overstemd door een naderend fanfarekorps van het leger. ‘Ineens werden we omringd door honderden agenten, drie rijen dik’, vertelt Victor later. ‘Alleen al het enorme aantal agenten was intimiderend.’
*Vermoorde onschuld *
Op hetzelfde moment ontruimen gewapende troepen het Occupy Guguta-bolwerk in het park, een paar honderd meter verderop, hoewel de beweging een demonstratievergunning heeft, geldig tot december. ‘Er werd gehuild, iedereen was woedend; het was heel intens’, zegt Aliona. Voor haar maakt het onwettige optreden van de politie duidelijk dat de strijd voor hervormingen nog lang niet voorbij is.
De overheid speelt de vermoorde onschuld. ‘Als mensen zich niet aan de wet houden, heeft de politie het recht om in te grijpen. Het optreden van de politie was legitiem’, zegt Andrian Candu, woordvoerder van het parlement.
Ondertussen laten oppositieleiders Maia Sandu en Andrei Nastase, die ook van het plein zijn verwijderd, weten dat ‘het verzet niet is gebroken’. ‘De vrijheid van Moldavië mag niet in handen liggen van dictators – die behoort toe aan de mensen die met hun bloed, zweet en tranen dit land hebben opgebouwd’, aldus Nastase.
Belofte
Zal die belofte ooit worden ingelost? De geschiedenis heeft keer op keer aangetoond dat wezenlijke democratische hervormingen tijd kosten en zelden van de ene op de andere dag worden bereikt. Hoewel de protesten van augustus in veel opzichten een succes waren, is Moldavië daarmee niet als bij toverslag van alle plagen verlost.
En terwijl jonge Moldaviërs nog steeds worstelen met de cruciale vraag of ze moeten blijven of vertrekken, maakt hun betrokkenheid duidelijk dat er nog altijd voldoende mensen zijn die bereid zijn hun stem te verheffen en te vechten voor verandering. Hun stem en strijd kunnen van doorslaggevend belang zijn bij de komende parlementsverkiezingen, in februari 2019.
Tekst : Victoria Colesnic
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer
Fotografie : Ramin Mazur
Are We Europe
Stichting Are We Europe (AWE) is opgericht als platform voor Europese storytelling. In Europa heerst toenemende onvrede en onzekerheid. Grenzen gaan dicht, en tegelijkertijd groeit er een generatie op die geen grenzen kent. AWE verzamelt en vertelt hun verhalen.
Door te volharden in haar antiwesterse beleid liet de Islamitische Republiek de Amerikaanse president weinig keus, betoogt het conservatieve Britse dagblad The Daily Telegraph.
Keuze uit het archief
Een week geleden pleegde Israël een aanval op meerdere nucleaire faciliteiten in Iran en ontketende zo een nieuw conflict in het Midden-Oosten. Volgens Israël was Iran nu heel dicht bij de productie van een atoombom, wat een grote bedreiging zou zijn voor Israël en het hele Midden-Oosten. De geplande onderhandelingen over een nucleaire deal tussen de VS en Iran werden geannuleerd.
Volgens dit artikel van The Daily Telegraph uit 2018 getuigt het van naïviteit om te denken dat Iran met onderhandelingen op andere gedachten kan worden gebracht. Het Iran van de ayatollahs heeft duidelijk genoeg laten zien waar het op uit is: islamitische heerschappij over het Midden-Oosten. Dat probeert het land te bereiken door militaire milities te steunen die het op Israël hebben gemunt.
Ongetwijfeld de meest veelzeggende opmerking tijdens de crisis over de Iraanse nucleaire ambities kwam van de president van dat land, Hassan Rouhani. Hij beweerde dat Teheran constructieve betrekkingen wenste met de rest van de wereld. Was het maar waar.
Toen de voormalige president van de VS, Barack Obama, drie jaar geleden zoveel persoonlijk politiek kapitaal investeerde in een nucleair akkoord, werd verondersteld dat Iran met de ondertekening hiervan inderdaad constructieve relaties voor ogen had.
In plaats van te volharden in het agressieve, antiwesterse beleid dat het handelsmerk van de Islamitische Republiek is geweest sinds de revolutie van 1979, kon Teheran dankzij deze deal van koers veranderen, en zich positiever opstellen tegenover de buitenwereld. Obama geloofde daar beslist in, wat misschien verklaart waarom hij de Iraniërs zo’n mooie overeenkomst gunde, een die tientallen jaren van bedrog over de Iraanse nucleaire activiteiten wat al te gemakkelijk toedekte.
Hij geloofde de Iraanse onderhandelaars onder leiding van minister van Buitenlandse Zaken Javad Zarif op hun woord toen die stelden dat het akkoord de basis kon leggen voor een nauwere betrokkenheid tussen beide landen, waardoor er een einde zou kunnen komen aan meer dan dertig jaar wederzijds vijandschap.
Alleen al het idee van een Iraanse behoefte aan constructieve dialoog doet inmiddels lachwekkend aan
Het tegendeel is gebeurd. De Iraniërs intensiveerden hun vijandschap jegens het Westen en zijn bondgenoten, en wel in zo hevige mate dat het idee alleen al van een Iraanse behoefte aan constructieve dialoog inmiddels lachwekkend aandoet.
Als Rouhani werkelijk belang had gesteld in betere relaties, zou hij nooit hebben ingestemd met de vijandige bejegening door Iraanse oorlogsschepen van de 5de Vloot van de VS terwijl deze bezig was met normale patrouilletaken in de Golf. Hij zou zijn gestopt met het steunen van de Houthi-rebellen in Jemen, die medeschuldig zijn aan een humanitaire ramp omdat zij een democratisch gekozen regering omver wilden werpen.
Bovendien zou Rouhani paal en perk hebben gesteld aan de massale wapenopbouw van de Revolutionaire Garde van Iran in Syrië en Libanon, waardoor er nu tienduizenden raketten staan die alle grote steden van Israël kunnen treffen.
Dit zijn geen acties van een land dat constructieve relaties met de buitenwereld beoogt. Ze tonen juist ondubbelzinnig aan dat Iran nog altijd een agressieve politiek nastreeft, een politiek die dienstig blijft aan het fundamentele streven van de ayatollahs om de onverzoenlijke beginselen van de Iraanse revolutie in de hele islamitische wereld te verspreiden.
Het is deze agressieve houding van de Iraanse heersende elite die heeft geleid tot de recente diplomatieke confrontatie tussen Washington en Teheran, precies zoals Trump in zijn toespraak uiteenzette.
Hoe kunnen Washington en de andere ondertekenaars van het Joint Comprehensive Plan of Action – zoals de overeenkomst officieel heet – enig vertrouwen hebben in de Iraniërs wanneer hun optreden doordesemd is van kwade bedoelingen? Een confrontatie tussen Washington en Iran zat er hoe dan ook aan te komen, of Trump de nucleaire overeenkomst nu wel of niet intact had gelaten.
Met name de militaire opbouw van Iran in het zuiden van Libanon en Syrië heeft Teheran op ramkoers gebracht met Israël.
Oorlogswolken
Inlichtingenexperts schatten de kans op een rechtstreekse militaire confrontatie tussen de Joodse staat en de ayatollahs, deze zomer, op fiftyfifty.
Naar verluidt wilde Obama vooral over het Iraanse nucleaire programma onderhandelen om de kans op oorlog tussen Iran en Israël te verkleinen. En toch tekenen de oorlogswolken zich drie jaar later onheilspellender af dan ooit: Israël maakt zich klaar om zijn grenzen te verdedigen, louter vanwege de provocerende acties die Iran heeft ondernomen sinds het nucleaire akkoord is gesloten.
Gezien de hechte band tussen Trump en de Israëlische premier Netanyahu weet Israël zich bovendien verzekerd van de steun van Washington als het verwikkeld raakt in een directe militaire confrontatie met Iran. Ik betwijfel of Obama met dit scenario rekening had gehouden, maar zijn regering ontbeerde dan ook ieder inzicht in de hardnekkigheid van Teherans streven om zijn invloed tot ver voorbij de Iraanse landsgrenzen uit te breiden.
De wens van Iran om een machtsbasis te vestigen in delen van de Arabische wereld werd onlangs weerspiegeld in de forse verkiezingswinst van Hezbollah, de door Iran gesteunde militie in Libanon. Teheran hoopte hetzelfde te bewerkstelligen in de Iraakse stembusstrijd, eerder deze maand. Het steunde Hadi al-Amiri, de sjiitische militieleider die jaren in ballingschap in Iran leefde. Het pakte anders uit: het blok van de geestelijke Moqtada al-Sadr, die zich verzet tegen zowel Amerikaanse als Iraanse inmenging, won de verkiezingen. Iran heeft voorafgaand aan de Iraakse verkiezingen echter publiekelijk laten weten in geen geval te zullen toestaan dat de alliantie van Al-Sadr gaat regeren.
De bewering van Rouhani dat Iran een constructievere relatie met de buitenwereld wil, kan als hol worden afgedaan. Te oordelen naar het recente gedrag van Teheran in het Midden-Oosten is regionale overheersing de werkelijke intentie van de ayatollahs. Als dat echt zo is, dan heeft het geen enkele zin om hen met wat voor overeenkomst dan ook ter wille te zijn, of die nu over nucleaire zaken gaat of over iets anders.
Als je verandering wilt, moet je een officiële organisatie op de been brengen die daar dagelijks aan werkt, aldus de Hongaarse activist Márton Gulyás.
Márton Gulyás bracht in april jongstleden een bezoek aan Bratislava om een Face to Face-conferentie bij te wonen en te praten over de mogelijkheid om het publieke protest in fatsoenlijke banen te leiden. In een interview met The Slovak Spectator vertelt hij waarin de Hongaarse protestbeweging momenteel tekortschiet en waarom ze niet heeft kunnen voorkomen dat Viktor Orbán de recente Hongaarse verkiezingen met een tweederdemeerderheid won.
Hoe zou een ‘fatsoenlijk publiek protest’ eruitzien?
Voor een ontwikkelde, beschaafde samenleving zijn alleen niet-gewelddadige betogingen acceptabel. Maar als een protestbeweging het zonder officiële vertegenwoordigers, een duidelijke agenda en een vastomlijnde achterban moet stellen, kunnen mensen die aan betogingen deelnemen verder nergens heen. Ook al gaan er in Boedapest op dit moment honderdduizenden mensen de straat op, er zit geen officiële organisatie achter de betogingen die dag in dag uit aan een agenda werkt. Dat is iets wat we moeten leren van andere protestbewegingen: als je voor verandering strijdt, moet je je focussen op een officiële organisatie, of desnoods op niet-officiële groeperingen, en zorgen dat die hun voordeel kunnen doen met de massale betogingen. Verandering bereik je alleen als je je daar elke dag voor inzet.
Hoe komt het dat er in Hongarije geen officiële protestbeweging is?
Om te beginnen krijgen alle oppositiepartijen de schuld van het verkiezingsresultaat. Ze hebben natuurlijk enorm gefaald en worden daarom gewantrouwd. Uit hun kringen zou nooit een goede vertegenwoordiger van het verzet kunnen komen. Aan de andere kant zijn er geen massabewegingen of grote vakbonden die door de mensen in mijn land worden gerespecteerd. De vraag is op dit moment wie de eerste beweging zal vormen die zal proberen de mensen te verenigen en hun een agenda te bezorgen waaraan ze dagelijks kunnen werken. Er zijn kleine bewegingen die dat doen, maar daar zijn slechts enkele tientallen mensen bij betrokken. Voor echte verandering hebben we een massabeweging van tienduizenden mensen nodig. Daar moeten we over nadenken, en we moeten leren van onze eerdere fouten: zonder politieke vertegenwoordiging kunnen we de problemen waarmee we op dit moment worden geconfronteerd niet oplossen.
En een burgerlijke, niet-politieke beweging?
Het zou ook een politieke beweging kunnen zijn. We zullen moeten vertrouwen op partijen. Het probleem is dat deze partijen met een enorm gebrek aan vertrouwen en authenticiteit kampen. Vakbonden, die ook politieke organisaties kunnen zijn, zijn niet toegerust voor dit soort werk. Het belangrijkste is dat mensen die nu furieus zijn, niet alleen in Hongarije maar ook in Slowakije, zich inzetten voor de vorming van een beweging of organisatie die de problemen aan de orde blijft stellen. Met alleen maar boze mensen op straat schiet je niks op.
In Slowakije zijn recentelijk enkele kleinere organisaties opgestaan die niet bij de ‘Beweging voor een fatsoenlijk Slowakije’ horen. Bestaat met zoveel bewegingen niet het risico dat de kern van het probleem ondergesneeuwd raakt en het hele verzet instort?
Ik ben niet zo goed bekend met de situatie in Slowakije, maar één ding is zeker: deze bewegingen of organisaties die voor verandering strijden moeten een duidelijke agenda en ideologie hebben. Mensen moeten niet bang zijn voor ideologische verschillen. Daar gaat politiek tenslotte over: op een vreedzame manier tegen andere ideologieën strijden. Maar als er te veel organisaties zijn, kan dat schadelijk zijn voor het grotere doel waarvoor ze strijden. Mijn advies zou zijn: heb een duidelijke agenda voor de specifieke politieke kwesties en zoek ruimte voor gemeenschappelijke doelen.
Sommige Slowaakse politici, onder wie de ex-premier, impliceerden dat deze protesten vanuit het buitenland georganiseerd konden zijn, met name door George Soros. Beschouwt u zulke retoriek als een veeg teken?
Allereerst moeten alle protestbewegingen volstrekt transparant zijn wat al hun inkomsten en uitgaven betreft. Ze mogen geen kosten verzwijgen die ze hebben gemaakt en ook niet waar hun geld vandaan komt, of het nou om kleine of grote donateurs gaat. Maar waar ik de Slowaakse samenleving voor wil waarschuwen is het volgende: sta niet toe dat politici de mensen die zich tegen hen verzetten en hen bekritiseren, afdoen als ‘soldaten van Soros’. Dat is in Hongarije gebeurd. Eerst waren het alleen maar een paar politici die burger-ngo’s, activisten, advocaten en anderen die voor verandering strijden ervan probeerden te beschuldigen dat ze naar de pijpen van Soros dansten.
En op dit moment doet de hele Hongaarse staat niets anders dan mensen zoals ik, op reclameborden, op televisie, radio en in kranten, ervan beschuldigen dat ze door Soros worden betaald of dat we op een oneerlijke manier tegen de regering vechten en dat we de werkelijke reden waarom we dat doen verzwijgen. Niets daarvan is waar. Ik heb verscheidene processen gewonnen waarin werd bepaald dat deze beweringen moesten worden herroepen. Je moet je focussen op politici die met deze beschuldigingen begonnen zijn en alles uit de kast halen om te voorkomen dat het uit de hand loopt.
Voorafgaand aan de parlementsverkiezingen in Hongarije heeft u alles in het werk gesteld om te voorkomen dat Fidesz met een tweederdemeerderheid zou winnen. Wat was de belangrijkste reden voor het mislukken van deze pogingen?
Het gebrek aan samenwerking tussen de oppositiepartijen. Die waren niet alleen arrogant, maar ook uitermate dom om de realiteit zo te negeren. We hadden minstens vier kandidaat-premiers om het tegen Orbán op te nemen. De verkiezingsuitslag was volstrekt in strijd met de realiteit van de Hongaarse samenleving. We hebben geprobeerd met de oppositie in gesprek te raken en haar duidelijk te maken dat ze in de afzonderlijke kiesdistricten moest samenwerken om de tweederdemeerderheid te voorkomen. Maar zelfs daar waren ze niet toe in staat.
Het is duidelijk dat Fidesz de partij met de grootste aanhang is, maar toch verbaasde het ons hoeveel stemmen ze op nationaal niveau behaalden: 49 procent, wat ongeëvenaard is. Maar ze kregen de tweederdemeerderheid door bedrog en geknoei met het kiesstelsel. De oppositiepartijen hadden dat kunnen voorkomen als ze rationeler en coöperatiever waren geweest. Dit is hun fout geweest. Nu zitten we in een volstrekt andere situatie. We hoeven niet meer na te denken over hoe ze over vier jaar moeten samenwerken, want dat is een gepasseerd station. We moeten van voren af aan beginnen om een nieuwe kijk op het land en de samenleving te ontwikkelen, die de kijk van Fidesz zal kunnen verslaan. We moeten een nieuwe meerderheid tegenover die van Orbán vormen.
Is er een reële kans op verandering?
Jazeker. Het beleid dat Orbán voorstaat is onhoudbaar. De welvaart van de EU-economie heeft hem flink geholpen. Maar als je onze welvaart vergelijkt met die van andere landen in de regio, zoals Slowakije, de Tsjechische Republiek of Roemenië, dan hebben we nog heel wat in te halen. Dit zal op een dag ophouden, er zullen nieuwe wereldcrises komen, want we leven nog steeds in een kapitalistisch systeem waarin dit soort dips zijn ingebakken. Als dat gebeurt zal Orbán zijn onaantastbare positie van dit moment verliezen. Maar dat zal niet genoeg zijn. Daarom moeten we er van nu af aan voor zorgen dat we tot de verbeelding van de nieuwe meerderheid spreken.
Met welke concrete stappen denkt u dat te bereiken?
Daar denk ik op dit moment over na. Ik moet een paar maanden uit de publiciteit blijven. Als we alleen maar op ons instinct afgaan zullen we onze fouten voortdurend herhalen. We moeten ons focussen op de intellectuele arbeid die we de afgelopen acht jaar hebben verwaarloosd. Het is tijd voor analyses en het ontwikkelen van een nieuwe strategie. Alleen dan kunnen we met ons land aan een nieuw hoofdstuk beginnen.
Gulyás debateert over het belang van artistieke en democratische vrijheid op 31 mei 20:30 in De Balie
Marton Gulyas, foto van B1 Blog
Wie is Márton Gulyás?
Een Hongaarse activist die door de regering aldaar als veiligheidsrisico wordt bestempeld. Na een betoging tegen een wetswijziging om de Central European University van George Soros aan te pakken werd hij drie dagen gevangengezet en tot een taakstraf van driehonderd dagen veroordeeld. Na zijn vrijlating richtte Gulyás de beweging ‘Land voor iedereen’ op, die het huidige Hongaarse kiesstelsel probeert te veranderen door de invoering van een nieuwe wet.
De enige Engelstalige krant in Slowakije. Wordt eens in de maand als bijlage gepubliceerd bij het dagblad Sme en biedt behalve cultuur lokaal en financieel nieuws.
Ze zijn jong, ongetrouwd en boos. De Ethiopische Qeerroo-beweging wist met stakingen en protestacties de premier van een van Afrika’s meest dictatoriale regimes ten val te brengen.
Tegenwoordig is Desalegne bankier. Maar ooit was hij een Qeerroo: een jonge, energieke, ongetrouwde man afkomstig uit Ethiopiës grootste etnische groep, de Oromo, en gebonden aan wat hij noemt ‘een verantwoordelijkheid om het volk te verdedigen’.
Twaalf jaar geleden hielp hij mee om massaprotesten te organiseren tegen een verkiezingsuitslag die volgens velen gemanipuleerd was door het regerende Ethiopian Ethiopisch Volksrevolutionair Democratisch Front (EPRDF). Hierdoor belandde hij in de gevangenis wegens terrorisme.
Sindsdien is hij getrouwd en heeft hij, zoals velen van zijn generatie, de politiek grotendeels gemeden. Tot 12 februari, toen hij samen met vele anderen in Adama en de regio Oromia meedeed aan een staking voor de vrijlating van oppositieleiders en de beëindiging van het autoritaire regime.
De boycot, die drie dagen duurde en een groot deel van Centraal-Ethiopië stillegde, resulteerde op 13 februari in de vrijlating van Bekele Gerba, een prominente Oromo-politicus die in Adama woont, en binnen 48 uur in het aftreden van Ethiopiës veel bekritiseerde premier, Haile Mariam Desalegne. De geschokte regering riep daarna op 15 februari voor de tweede keer in twee jaar de noodtoestand uit.
‘Alles lag plat,’ zegt Desalegne over de staking in Adama. ‘Bijna iedereen deed mee – zelfs ambtenaren.’ Voor hem en veel andere inwoners van Adama is er maar één verklaring waarom deze normaal zo rustige stad zich aansloot bij de opstand die zich sinds 2014 over delen van Ethiopië heeft verspreid: de Qeerroo.
Jonge vrijgezellen
Wie de Qeerroo precies zijn, en hoe ze hebben geholpen om een van Afrika’s sterkste en meest autocratische regeringen op de knieën te krijgen, is niet zo eenvoudig te begrijpen. In de traditionele Oromo-cultuur staat de term voor een jonge vrijgezel. Maar tegenwoordig staan de Qeerroo symbool voor zowel de Oromo-beweging – een strijd om meer politieke vrijheid en een grotere, etnische vertegenwoordiging in landelijke structuren – als voor een hele generatie Ethiopische jongeren die de laatste tijd assertiever is geworden.
‘Zij zijn de stem van het volk,’ verklaart Debela, een tweeëndertigjarige taxichauffeur in Adama. Hij zegt dat hij te oud is om een van hen te zijn, maar dat hij hun protest begrijpt. ‘Zij zijn de voorhoede van de Oromo-revolutie.’
De identiteit van de Oromo is veel sterker geworden sinds het EPRDF in 1994 een model van etnisch gebaseerd federalisme instelde. ‘In het verleden was het een schande om als Oromo te worden beschouwd,’ zegt Desalegne, wijzend op de etnische assimilatiepolitiek van de twee voorgaande Ethiopische regimes, keizerlijk en communistisch. ‘Maar nu zijn mensen er trots op om Oromo te zijn. Dat heeft de Qeerroo aangemoedigd.’
Naarmate de Oromo-beweging de afgelopen jaren een groter zelfvertrouwen kreeg, trok de rol van de Qeerroo in het organiseren van onrust steeds meer de aandacht van de staat. Begin dit jaar kondigde de politie plannen aan om hard op te treden tegen de Qeerroo, met het argument dat het een clandestiene groep was die het land wilde destabiliseren en controle wilde krijgen over lokale overheidskantoren. Ze werden zelfs beschuldigd van terrorisme. Hoewel veel mensen dat tegenspreken, twijfelen weinigen aan de huidige kracht van de Qeerroo als undergroundgroep.
Sinds de vorige noodtoestand in augustus 2017 werd opgeheven, organiseerden Qeerroo-netwerken stakingen en protestacties in verschillende delen van Oromia. Dit ondanks het feit dat de overheid vanaf eind vorig jaar het complete mobiele internet heeft platgelegd in alle regio’s behalve de hoofdstad.
Bekele Gerba, de oppositieleider, schrijft zijn vrijlating uit de gevangenis toe aan de Qeerroo. Zij stuurden ook honderden mensen naar zijn huis in Adama om hem geluk te wensen. Maar net als vele oudere activisten bekent hij dat hij maar weinig weet van hoe ze zich organiseren. ‘We weten niet wie de leiders zijn en we weten niet of ze een centraal commando hebben.’
Maar in een recent interview met The Guardian lichtten twee lokale leiders in Adama, Haile en Abiy (niet hun echte namen), hun methoden toe. Volgens de twee mannen, beiden achter in de twintig, heeft elk district van de stad één Qeerroo-leider met minstens twintig ondergeschikten die allemaal verantwoordelijk zijn voor het verspreiden van boodschappen en informatie over komende stakingen. Ze zeggen dat hun netwerken de afgelopen maanden beter georganiseerd zijn. Er is nu een hiërarchische commandostructuur en zelfs één enkele leider voor het hele Oromia. ‘Dat zorgt voor discipline en stelt ons in staat met één stem te spreken,’ zegt Abiy.
Hun taak is moeilijker geworden door de afwezigheid van internet. ‘Via sociale media kun je een boodschap in enkele seconden verspreiden,’ zegt Abiy. ‘Nu kan het wel twee weken duren omdat we van deur tot deur moeten gaan.’ In plaats van WhatsApp en Facebook te gebruiken, distribueren ze nu papieren flyers, vooral op universiteitscampussen.
‘De Qeerroo zijn als een voetbalteam. Jawal is misschien de doelman, die helpt en aanwijzingen geeft, maar wij zijn de aanvallers’
De rol van Oromo-activisten in de diaspora, vooral die in de VS, blijft eveneens van cruciaal belang, ondanks de stillegging van internet. Zecharias Zelalem, een in Canada wonende Ethiopische journalist, zegt dat de Qeerroo dankzij prominente socialemedia-activisten het politieke gewicht hebben gekregen waaraan het jeugdbewegingen in andere delen van het land nog steeds ontbreekt. Vooral het werk van Jawar Mohammed, de controversiële stichter van het in Minnesota gebaseerde Oromia Media Network (in Ethiopië verboden), heeft volgens hem de stem van de Qeerroo versterkt.
‘Jawar geeft ons politieke analyses en advies,’ legt Haile uit. ‘Hij kan toegang krijgen tot informatie, zelfs van binnen de regering, die hij deelt met de Qeerroo. Wij evalueren die informatie en beslissen dan of we er iets mee gaan doen.’
Hij en Abiy ontkennen allebei dat Jawar vanuit het buitenland de protesten zou leiden, een vermoeden dat in Ethiopië wijdverbreid is. ‘De Qeerroo zijn als een voetbalteam,’ reageert Haile. ‘Jawal is misschien de doelman, die helpt en aanwijzingen geeft, maar wij zijn de aanvallers.’
De herinstelling van de noodtoestand heeft kwaad bloed gezet bij veel Qeerroo in Adama en elders in Oromia. Die stap wordt algemeen beschouwd als een tactloze poging om het protest te stoppen.
Sommige analisten vrezen dat de leden van een nu nog voornamelijk vreedzame, politieke beweging door nog meer repressie hun toevlucht zullen nemen tot geweld en extremisme.
Veel mensen binnen de regering, en ook elders in het land, maken zich zorgen over een toename van etnisch gemotiveerde aanvallen op mensen en gebouwen, en speciaal op etnische Tigray die zo’n zes procent van de bevolking vormen, maar toch de politiek en het zakenleven zouden domineren.
Eind vorig jaar werden er staatstroepen naar universiteitscampussen gestuurd vanwege het escalerende etnische geweld waarbij meerdere doden vielen. Soortgelijke incidenten werden gemeld tijdens protesten in de afgelopen maand.
Jibril Ummar, een plaatselijke zakenman en activist, zegt dat hij en anderen hebben geprobeerd de protesten in Adama vreedzaam te laten verlopen. Ze kalmeerden de verhitte jongeren die gebouwen wilden vernielen en mensen die geen Oromo’s waren wilden aanvallen. ‘Het baart me zorgen,’ geeft hij toe. ‘Die jongens zijn nog niet volwassen. Als je emotioneel bent, breng je de strijd in gevaar.’
Ook Gerba zegt ongerust te zijn over geweld, inclusief dat van de etnische soort. ‘We weten met zekerheid dat Tigrays door het hele land het vaakst op de korrel worden genomen. Dat verontrust me zeer en daar moet iets aan gedaan worden.’
In de komende tijd zal de EPRDF beslissen wie de nieuwe premier wordt, en velen hopen dat het iemand uit de Oromo Volksdemocratische Organisatie (OPDO) zal zijn, de Oromo-vleugel van de heersende coalitie. Dat zou sommige Qeerroo gunstiger stemmen, op de korte termijn tenminste. Maar waarschijnlijk is dat op zich niet genoeg om de woede te temperen.
‘Als we getrouwd zijn, trekken we ons terug uit de Qeerroo,’ zegt Haile. ‘Maar als we onze vrijheid niet krijgen, zal dat nooit gebeuren.’
Auteur: Tom Gardner
Vertaler: Astrid Staartjes
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 146.766
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten. Online een van de grootste kranten ter wereld.
Tot voor kort stond de Cubaanse gemeenschap in Florida bekend als oerconservatief. Maar met Emma González, het gezicht van het antiwapenprotest, staat een generatie op met progressievere idealen.
In de nasleep van de afschuwelijke schietpartij van 14 februari op de Marjory Stoneman Douglas High School in Florida is een nieuwe beweging ontstaan die oproept tot aanscherping van de wapenwetgeving op automatische wapens, het sterkste protest sinds het Columbine-bloedbad in 1999. Emma González ontpopte zich tot het gezicht van de beweging met een gloedvolle toespraak voor het gerechtsgebouw van Broward, waar ze president Trump en andere politici de mantel uitveegde voor het aannemen van donaties van de National Rifle Association. González en haar schoolgenoten David Hoog en Cameron Kasky vertegenwoordigen een jeugdprotestbeweging die misschien eindelijk strengere wapenwetgeving zal kunnen afdwingen.
Emma, dochter van advocaat Jose González die Cuba in 1968 ontvluchtte, is de voorbode van een nieuwe generatie latinojongeren die de potentie hebben belangrijke politieke spelers te worden vanwege hun talent om verschillende groepen kiezers aan te spreken en een duidelijke boodschap voor verandering uit te dragen. Ze komt rond voor haar identiteit uit. ‘Ik ben achttien jaar oud, Cubaan en biseksueel’, zegt ze in de inleiding van haar essay dat onlangs in Harper’s Bazaar werd gepubliceerd. Hoewel het Spaanstalige televisiestation Univision wist te melden dat ze geen Spaans spreekt, steekt González haar Cubaanse identiteit niet onder stoelen of banken. En al meldde The Sun Sentinel dat haar gemillimeterde haar is ingegeven door praktische overwegingen – ‘Haar is gewoon een extra laag kleding [in dit warme klimaat],’ protesteerde ze –, maakt ze gezien haar inzet voor een veilige schoolomgeving voor LHBT’ers en het feit dat ze onlangs zelf uit de kast is gekomen geen geheim van haar seksuele geaardheid. Maar terwijl ze als adolescent met verschillende rollen jongleert, weet ze ondertussen haarscherp in te zoomen op het probleem dat de Amerikaanse politiek en de democratie bedreigt. ‘Het ergste is dat het merendeel van de Amerikaanse bevolking zich heeft neergelegd bij het zinloze onrecht dat overal om hen heen wordt aangericht’, schrijft ze in Harper’s Bazaar. ‘Het ergste is dat de meeste Amerikaanse politici zich eerder door geld laten leiden dan door de mensen die op hen hebben gestemd.’
Ana María Dopico, hoofddocent aan de New York University, zegt dat González doet denken aan de legendarische Cubaanse revolutionair José Martí. ‘Als kenner van José Martí, die als tiener al politiek gevangene was en later een bekend dichter en politieke ster werd, is het fascinerend om naar Emma González te kijken,’ zegt Dopico. ‘De openhartige manier waarop ze over zichzelf vertelt, de rouwklacht over haar gestorven vrienden, het opeisen van een leiderschapsrol voor de jeugd, het appelleren aan een betere toekomst, een nieuwe invulling geven aan het burgerschap, dit alles maakt deel uit van de Cubaanse en Amerikaanse politieke geschiedenis.’
Eind februari namen González, die op Twitter inmiddels meer volgers heeft dan de NRA, en Republikein Marco Rubio, senator voor Florida, deel aan de meest bekeken ‘town hall meeting’ op CNN. Tijdens deze discussiebijeenkomst tussen onder anderen overlevenden van de schietpartij en politici weigerde Rubio, zoon van Cubaanse immigranten, te zeggen of hij nog donaties zou aannemen van de NRA. Hij draaide om de hete brij heen en zei dat donaties van de organisatie niet ter zake deden maar dat het erom ging dat de kiezers ‘instemmen met mijn politieke agenda’ om het tweede amendement van de grondwet [het recht om wapens te dragen] te steunen.
Emma González zet een trend voort die al jaren te zien is in Florida. Terwijl de rechtse agenda van de oorspronkelijke ballingen uit het Fidel Castrotijdperk aan politiek belang heeft ingeboet, verschuiven de Cubaanse kiezers geleidelijk aan van de Republikeinen naar de Democraten. Rubio doet zijn best om beide groepen te bedienen. Uit exitpolls bleek dat hij bij zijn laatste verkiezing beter scoorde onder oudere kiezers en Cubaanse Amerikanen dan bij kiezers onder de veertig jaar en andere latino’s. Bij de presidentsverkiezingen van 2016 haalde Trump 54 procent van de Cubaans-Amerikaanse stemmen binnen. Anti-Castro-hardliners hebben Trump wellicht gesteund vanwege zijn voornemen een einde te maken aan Obama’s toenaderingsbeleid, maar het percentage van 54 procent verbleekt bij de 78 procent Cubaanse Amerikanen die George W. Bush in 2004 steunden. Die daling is te danken aan de jongere generatie Cubanen die in de VS zijn geboren.
De ruk naar links werd in gang gezet door de recessie van 2008, waarbij de oudere millennials hun loopbaanperspectieven zagen verslechteren en hun kansen op een koophuis snel zagen slinken
Emma González vertegenwoordigt niet alleen deze jongere Cubaanse-Amerikaanse generatie, die een andere kijk heeft op de betrekkingen met Cuba, maar ook de millennials en de opkomende generatie Z, die er progressievere idealen op nahouden. De ruk naar links werd in gang gezet door de recessie van 2008, waarbij de oudere millennials hun loopbaanperspectieven zagen verslechteren en hun kansen op een koophuis snel zagen slinken. En nu eist een protestbeweging, opgezet door tieners die hun leven niet zeker zijn in een omgeving die juist hun veiligheid zou moeten garanderen, strengere wapenwetgeving. Hoewel er overeenkomsten zijn tussen de beweging waarvan Emma het boegbeeld is en jongerenbewegingen elders in de wereld, bijvoorbeeld in Chili, heeft de zoveelste aanslag op Amerikaanse scholieren een politieke woede ontketend die herinnert aan het activisme dat mede tot de beëindiging van de Vietnamoorlog leidde. Destijds gingen studenten de straat op omdat ze niet als kanonnenvoer wilden dienen in een oorlog waar ze het nut niet van inzagen, nu gaan ze de straat op omdat ze niet in hun eigen onderwijsinstituten willen worden afgeslacht.
Na een jaar Trump zijn talloze groepen – vrouwen, moslims, latino-immigranten, Afro-Amerikanen – aangevallen en gekleineerd, niet alleen door het tactloze gedrag van de president maar ook door het politieke spel van de rechterflank van de Republikeinen. Emma vertegenwoordigt als scholier niet alleen jongeren, maar ook vrouwen, latino’s en de LHBT-gemeenschap. ‘Het is interessant dat ze ervoor heeft gekozen te zeggen dat ze tot verschillende gemeenschappen behoort,’ zegt Jorge Duany, hoofd van het Cuban Research Institute van de Florida International University. ‘Daarmee benadrukt ze de gedeelde belangen tussen de gemeenschappen.’ NYU-hoofddocente Dopico stelt dat González’ homoseksualiteit haar zowel met de Amerikaanse politiek van sociale rechtvaardigheid als met de Cubaanse en Cubaans-Amerikaanse strijd voor homorechten verbindt. ‘Ze behoort tot een generatie die zich vrijer voelt met betrekking tot hun identiteiten en loyaliteiten.’
Kan Emma González bepalend worden voor de latinopolitiek in Florida en een impuls geven aan een nieuwe intersectionele beweging onder Amerikaanse jongeren om de conservatieve politieke trends van de komende jaren een halt toe te roepen? Hoewel Emma in haar essay in Harper’s Bazaar beweert zo besluiteloos te zijn dat ze niet eens een lievelingskleur kan kiezen, is dat misschien niet eens een bezwaar. Door haar verschillende identiteiten te integreren heeft ze de kracht gevonden om een zaak te verdedigen die een stempel zou kunnen drukken op haar generatie.
Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.
Het Westen heeft hem verwelkomd, gevoed, opgeleid en gefinancierd, in de hoop een stuk van de Chinese markt te veroveren. Met de komst van keizer Xi realiseert het Westen zich, zij het een beetje laat, dat het een tijger aan de borst heeft gedrukt.
Sinds Xi Jinping te kennen heeft gegeven dat hij de grondwet wilde wijzigen om voor onbeperkte tijd ‘keizer Xi’ te kunnen blijven, is de Chinese bevolking verontwaardigd zonder dat openlijk te durven uiten. Men ziet zich gedwongen zijn woede in te slikken en te accepteren dat de officiële pers deze ‘restauratie’, het in ere herstellen van het keizerschap, van harte onderschrijft. De internationale media daarentegen nemen geen blad voor de mond om deze maatregel te bekritiseren. De felste kritiek is waarschijnlijk afkomstig van The Economist. Het Britse blad herinnert in een hoofdartikel allereerst aan alle moeite die de westerse landen zich de afgelopen tien jaar hebben getroost om China onderdeel te laten worden van het globale politieke en economische systeem. Door Beijing te helpen bij zijn hervormingsbeleid en zijn pogingen zich meer open te stellen voor de buitenwereld, zo vervolgt het artikel, is het Westen een verkeerde weg ingeslagen, omdat het daarmee een monster heeft gecreëerd dat zijn greep op de samenleving onophoudelijk verstevigt en westerse beschavingswaarden als economische vrijheid, openheid en respect voor de mensenrechten opnieuw ter discussie stelt.
Wolf tussen schapen
Het verwijt dat men, zoals The Economist het uitdrukt, ‘een wolf tussen de schapen heeft gezet’, dekt misschien niet helemaal de lading, maar het scheelt niet veel. Ook al gaat het om een westers gezichtspunt, helemaal ongegrond is het niet. Toen Deng Xiaoping in 1979 zijn hervormingsbeleid lanceerde en naar meer openheid streefde, begaf hij zich allereerst naar de Verenigde Staten om contact te leggen met de Amerikaanse leiders; op die manier wilde hij zijn land gemakkelijker laten integreren in het internationale economische systeem dat werd gedomineerd door het Westen om zo de technologie, het kapitaal, de managementmethodes en de toegang tot de gigantische buitenlandse markt te verwerven waar China zo dringend behoefte aan had. Dat het Westen, en met name de VS, zich bereid toonde China te helpen zich open te stellen voor de markteconomie, was allereerst bedoeld om tegenwicht te bieden aan de invloed van de Sovjet-Unie en zowel het Westen als het Oosten onder druk te zetten.
Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en het Oostblok begin jaren negentig hoopte het Westen, met de Verenigde Staten voorop, op een vreedzame ontwikkeling in China. Men rekende erop dat dankzij de nieuwe middenklasse, ontstaan als gevolg van de markthervormingen, China het communistische bestel zou inruilen voor een liberale markteconomie en politieke liberalisering. Om die reden ondersteunde het Westen krachtig de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WHO), waardoor de Chinese export een hoge vlucht heeft genomen. Als het westerse kamp de Chinese toetreding tot de WHO zou hebben belet, zou het land veel meer moeite hebben gehad om de ‘werkplaats’ van de wereld te worden.
Maar de grote westerse mogendheden hebben de snelheid van de ontwikkelingen in China onderschat, evenals de diepe politieke en sociale verankering van het autoritaire regime. De eerste jaren na zijn aansluiting bij de WHO (in 2001) respecteerde China als een gehoorzaam kind de internationale regels; het liet multinationals toe tot zijn binnenlandse markt zonder ze al te veel te dwarsbomen. Kortom, China was nog van zins een ‘goede leerling’ van het Westen te zijn en de voordelen van verwestersing en universele waarden te onderschrijven’.
Maar sinds China zich als redder van ontwikkelingslanden heeft ontpopt en van internationale financiële instellingen die waren getroffen door de bancaire tsunami van 2007, is de situatie drastisch veranderd. China is zijn plaats in de economische en politieke wereldorde gaan opeisen, wat het land met name meer stemrecht in het Internationaal Monetair Fonds heeft opgeleverd en de mogelijkheid om daarvoor mensen te nomineren. Sinds 2012, toen Xi Jinping aan de macht kwam, probeert China niet langer een plaats in de bestaande orde te bemachtigen, maar die orde juist omver te werpen en het evenwicht tussen de bestaande machten te veranderen, met de bedoeling daarvoor een andere grondslag te leggen.
De oprichting in 2001 van de Sjanghai-samenwerkingsorganisatie, die met name Rusland en diverse Centraal-Aziatische landen verenigt, was voor Beijing slechts een voorgerecht. Rond China gestructureerde projecten als de in 2013 gelanceerde implementatieplan OBOR (One Belt, One Road), dat moet voorzien in een nieuwe ‘zijderoute’, vormen de werkelijke uitdaging. Het beleid om zijn binnenlandse markt wijdopen te stellen voor buitenlandse bedrijven heeft het land snel laten varen; inmiddels worden aan die bedrijven steeds meer beperkingen opgelegd en moeten ze zich conformeren aan de regels van de Chinese overheid, op straffe van een boete of uitsluiting van de Chinese markt. Ook de beloofde openstelling van zijn financiële markten laat nog steeds op zich wachten; de greep van de regering en de Partij daarop is juist sterker dan ooit.
Politiek gezien staat het er nog slechter voor. Het op hervormingen en meer openheid gerichte beleid uit de jaren tachtig had de weg gebaand voor buitenlandse ideeën. In geletterde en universitaire kringen kon redelijk vrij worden gedebatteerd zonder dat men bang hoefde te zijn voor repercussies. Binnen de Partij konden hervormers en afwijkende stemmen zich nog laten horen. De oppositie en apolitieke verdedigers van de mensenrechten, die met name tegen de speculatieve praktijken en de corruptie van plaatselijke leiders streden, werden nog getolereerd; ook maatschappelijke organisaties konden in een grijs gebied hun activiteiten ontplooien zonder door de regering in de ban te worden gedaan.
The Economist betreurt dus terecht, zonder dat met zo veel woorden te zeggen, dat het Westen een wolf (in dit geval een tijger) tussen de schapen heeft gezet
De afgelopen vijf jaar, sinds Xi Jinping aan de macht is, kenmerken zich door een ernstige politieke teruggang: de sfeer van openheid en pluralisme is een halt toegeroepen; dissidenten hebben het zwaarder te verduren dan ooit; reformistische of progressieve stemmen binnen de Partij is het zwijgen opgelegd, want iedereen dient zich aan de richtlijnen te houden van het Centraal Comité, oftewel ‘keizer Xi’. Op de universiteiten kan niet langer vrijelijk over politieke kwesties worden gedebatteerd; universele waarden zoals mensenrechten, vrijheid en democratie zijn inmiddels taboe. Wie daar nog aan refereert dreigt ontheven te worden van zijn functie als docent en zelfs in de gevangenis te belanden.
Ondanks alle goede zorgen waarmee het China tientallen jaren heeft omringd blijkt het Westen uiteindelijk alleen maar een ‘kwaadaardige tijger’ te hebben gevoed die vrije concurrentie en politieke openheid de rug toekeert. Diezelfde tijger begint zich zelfs op te werpen als een alternatief voor de westerse waarden door overal op de wereld zijn ‘soft power’ uit te oefenen. The Economist betreurt dus terecht, zonder dat met zo veel woorden te zeggen, dat het Westen een wolf (in dit geval een tijger) tussen de schapen heeft gezet. Het probleem is dat die ‘kwaadaardige tijger’ springlevend is, en helemaal volwassen, met zijn scherpe klauwen en zijn puntige hoektanden die blinken dat het een aard heeft. Het Westen kan niet meer betreuren dat het hem heeft gevoed, en als het nog denkt hem tot economische en politieke liberalisering te kunnen verleiden, is dat een volstrekte illusie.
Krant uit Hongkong die in 1995 werd opgericht. Staat bekend om zijn anti-regeringskoers, maar ook om zijn sensationele verslaggeving.
CONTEXT I: Een nieuwe grootinquisiteur
Het Chinese parlement, in Beijing bijeen voor zijn jaarvergadering, heeft niet alleen elke wettelijke grens overschreden door het presidentiële mandaat te vernieuwen en Xi Jinping absolute macht te verschaffen, maar ook een verstrekkende reorganisatie van de regeringsorganen in gang gezet. Minder ministeries en meer concentratie van bevoegdheden, dat lijkt het belangrijkste argument voor deze reorganisatie te zijn. Vijftien ministeries en staatssecretariaten verdwijnen. Diverse daarvan zijn in een superministerie van Ecologie en Milieu ondergebracht en er is een ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen gecreëerd, dat de beslissing over het toewijzen van hulpbronnen voortaan in handen van lokale overheden zal leggen, aldus webzine The Diplomat. Ook wordt een nieuw anticorruptieorgaan in het leven geroepen dat meer macht zal krijgen dan politie en justitie.
CONTEXT II: Machtig anticorruptieorgaan
Het is vooral de oprichting van een ‘Nationale Toezichtscommissie’, belast met de strijd tegen corruptie, die de aandacht van commentatoren trekt en zelfs tot enkele kritische opmerkingen in juridische kringen leidt. De Toezichtscommissie, die rechtstreeks onder de regering ressorteert en hoger in hiërarchie is dan het opperste volksparket en volkstribunaal, zal worden geregeld bij een wet die werd bekrachtigd op 20 maart, de sluitingsdag van de parlementszitting. Ze zal de strijd tegen corruptie, die in 2012 door Xi Jinping in gang is gezet, naar een hoger plan tillen. Deze strijd, die tot dusver onder de verantwoordelijkheid van de Disciplinaire Commissie van de Communistische Partij viel, heeft sinds 2012 al tot het ontslag van tientallen hoge functionarissen geleid en tot sancties tegen honderdduizenden ambtenaren.
CONTEXT III: De openbare diensten als mikpunt
De interne disciplinaire Partijcampagne, die in de ernstigste gevallen tot gerechtelijke vervolging heeft geleid, was echter ‘beperkt’ tot Partijleden. De nieuwe commissie zal ook naar anderen een onderzoek kunnen instellen: ‘ambtenaren, leidinggevenden van staatsbedrijven, scholen en medische instellingen, plaatselijke bestuurders, kortom iedereen die een openbare functie vervult’, aldus het Singaporese dagblad Lianhe Zaobao. Bovendien zal de nieuwe wet de commissie de bevoegdheid verlenen mensen gevangen te zetten. ‘Mensen die ervan worden verdacht zich schuldig te hebben gemaakt aan ernstige misdrijven of nalatigheden in de uitoefening van hun beroep, en bij wie de mogelijkheid bestaat dat ze vluchten of zelfmoord plegen, kunnen voor de duur van maximaal zes maanden in hechtenis worden genomen.’
De instelling van deze nieuwe vorm van hechtenis hangende een onderzoek is een manier om een praktijk te wettigen die al bestond maar tot nu toe in een grijze zone verkeerde, schrijft de South China Morning Post.
CONTEXT IV: Ongerustheid over het recht der verdediging
Ook al is hun de afgelopen jaren door de steeds zwaardere repressie het zwijgen opgelegd, juristen die opkomen voor de mensenrechten blijven kritiek uiten op het detentiesysteem dat buiten ieder juridisch kader wordt gehanteerd. Het wetsontwerp inzake het toezicht voorziet in maatregelen die de rechten van verdachten garanderen, maar juristen zijn van mening dat deze maatregelen tekortschieten. Zo zou het wetsontwerp niet voorzien in het recht van verdediging in de aanwezigheid van een advocaat bij het verhoor van iemand naar wie een onderzoek wordt ingesteld.
CONTEXT V: Anoniem gedicht
anoniem gedicht
Ik ben tegen
Ik ben tegen de noordenwind
Ik ben tegen de smog
Ik ben tegen de bedekte en regenachtige ochtenden
Ik ben tegen de sombere en decadente schemer
Ik ben tegen de ontregelde jaargetijden
Ik ben tegen de door elkaar gegooide uren
Ik ben tegen de gordijnen voor de ramen, tegen de ijzeren deuren
En die hoge muren
Ik ben tegen de gecementeerde wegen waar geen bloem of boom kan groeien
Ik ben tegen de vijvers die zwanen gevangenhouden
En het prikkeldraad dat ze omgeeft
Tegen de schoenen die om de voeten knellen
En de uniforme kleur van hun leer
Ik ben tegen de mannen die hun vrouwen slaan
Ik ben tegen de ouders die hun kinderen mishandelen
Ik ben tegen de kille en plotselinge scheidingen
Ik ben tegen het verraad
Ik ben tegen de ondankbaarheid
Ik ben tegen het voldane gelach
Ik ben tegen de doordringende kreten
Ik ben tegen de machteloze snikken
Ik ben tegen de afstotelijke gezichten
En die vulgaire liederen die uit hun mond komen
Ik ben tegen de wind die die liederen verspreidt
Ik ben tegen het gras dat door de wind wordt platgedrukt
Ik ben ook tegen mezelf
Ik ben tegen mijn onbeholpenheid, mijn hebzucht en mijn lafheid
Maar ik ben niet tegen het schrijven van dit gedicht
Waarin ik zeg dat ik tegen ben
Ik ben tegen het geschreeuw van de wereld
Ik ben tegen de geveinsde kalmte
Ik ben tegen de grandiositeit
Ik ben tegen de onderdrukking ervan
Ik ben tegen de gecensureerde waarheid
Ik ben tegen de pure onnozelheid
Ik ben tegen de volgende dagen die zingen
Ik wil maar één ding: dat jullie samen met mij heel hard roepen
‘Ik ben tegen!’
Ondanks de censuur proberen Chinese internetgebruikers in het geweer te komen tegen de ‘zelfbenoeming’ van keizer Xi. Dit anonieme gedicht heeft veelvuldig gecirculeerd.
De Britse, nog altijd anonieme straatkunstenaar Banksy heeft na vijf jaar weer van zich laten horen.
Dit keer protesteert hij tegen de opsluiting van Zehra Dogan met een meer dan 21 meter lang fresco in Houston Street en Bowery, Manhattan. De Turkse kunstenares werd vorig jaar veroordeeld tot een celstraf van bijna drie jaar voor haar schilderij over Nusaybin, een door de overheid verwoest Turks dorp vlak bij de Syrische grens. Talloze turfjes tellen de dagen van haar gevangenschap en staan tegelijkertijd voor de tralies van haar cel.
Een workshop over astrologie aan het Indian Istitute of Science? Voor veel Indiase wetenschappers was daarmee de maat vol: ‘We moeten onze manier van denken actiever uitdragen.’
Een vooraanstaand Indiase pressiegroep roept onderzoekers uit dat land op om zich uit te spreken tegen pseudowetenschap. Volgens de groep heeft die de afgelopen jaren in India vaste voet aan de grond gekregen, onder andere dankzij steun van diensten van de Indiase overheid. De non-profitorganisatie Breakthrough Science Society (BSS) deed deze oproep nadat leden van een alumnivereniging van het Indian Institute of Science (IISc) onlangs aan deze prestigieuze instelling een workshop over astrologie wilden organiseren. Na felle reacties van wetenschappers werd de bijeenkomst geannuleerd. Volgens algemeen secretaris Soumitro Banerjee van de BSS zou het ‘schadelijk voor de Indiase wetenschap’ zijn als onderzoekers zich niet in kwesties als deze zouden uitspreken. ‘De Indiase wetenschappelijke gemeenschap moet proactief een wetenschappelijke manier van denken uitdragen’, aldus Banerjee, een natuurkundige van het Indian Institute of Science Education and Research in Calcutta.
Twee dagen voordat de alumnivereniging de workshop annuleerde, hadden tientallen wetenschappers een brief aan IISc-directeur Anurag Kumar ondertekend waarin zij bezwaar tegen de workshop maakten. De directeur en het IISc waren zelf niet bij de organisatie van de workshop betrokken.
‘Ik vind het erg lastig om te beslissen of wij er als wetenschappers alleen kritiek op moeten leveren of ook moeten meewerken aan een oplossing’
De president van de alumnivereniging, informaticus Muthya Ravindra, vertelt dat de door een van de leden georganiseerde bijeenkomst nog onderwerp van gesprek was, toen er ‘door miscommunicatie’ al wervende e-mails over uitgestuurd werden.
Hij zegt dat veel mensen ondanks aanhoudende wetenschappelijke kritiek toch blijven geloven in astrologie en op zoek gaan naar astrologisch advies in kranten, tijdschriften en op televisie. Hij weet niet in hoeverre wetenschappers aan voorlichting zouden moeten doen over de mogelijke gevaren van deze praktijken. ‘Ik vind het erg lastig om te beslissen of wij er als wetenschappers alleen kritiek op moeten leveren of ook moeten meewerken aan een oplossing,’ zegt hij. De regerende conservatieve Bharatiya Janata-partij (BJP) is er voorstander van om astrologie een plek aan de universiteit te geven. In 2001 besloot wetenschapsminister Murli Manohar Joshi van een door de BJP geleide coalitieregering om universiteiten toe te staan colleges astrologie in het curriculum op te nemen. Bij de organisatie van de door de IISc-alumnivereniging geplande astrologieworkshop speelde de Indiase regering en het ministerie van Wetenschap echter geen rol. Indiase wetenschappers maken zich al langer zorgen over de het anti-wetenschappelijke beleid van de regering van hun land; uit angst om hun baan te verliezen laten zij zich er alleen zelden publiekelijk over uit. De Breakthrough Science Society, die zevenduizend leden telt, organiseerde in augustus jl. een mars voor de wetenschap door zo’n veertig Indiase steden, uit protest tegen regeringssteun voor niet wetenschappelijk onderbouwde ideeën. Volgens Banerjee gaat het onder andere om plannen van de regering een nationaal onderzoeksprogramma op te zetten, gericht op de vermeende heilzame effecten van vijf runderproducten, panchgavya genaamd.
Weerlegbaarheid
Voorstanders van het onderzoek beschouwen zulke producten als een waardevol onderdeel van de enorme traditionele kennis van India, maar critici zien deze onbewezen theorieën als pseudowetenschap. Het bezingen van de heilzame werking van runderproducten is volgens hen deel van een bredere politieke agenda van hindoes, voor wie de koe een heilig dier is.
Ook vinden ze dat onderzoek naar thema’s als panchgavya op een neutrale manier moet worden uitgevoerd en geen instrument mag zijn om traditionele kennis te bevorderen. Computationeel bioloog Rahul Siddhartan van het Institute of Mathematical Sciences in Chennai vindt dat de regering moet accepteren dat onderzoek naar traditionele hypothesen over vermeende gezondheidseffecten deze hypothesen mogelijk onderuit kan halen. ‘Weerlegbaarheid is de essentie van de wetenschap,’ zegt hij.
Sinds 1869 heeft dit natuurwetenschappelijke tijdschrift een enorme prestige opgebouwd. Opgericht door amateurastronoom Norman Lockyer ontwikkelde Nature zich van een eenvoudige publicatie voor amateurwetenschappers tot een van de meest gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften.
Ook Italië kent zijn controversiële rappers. Bello Figo, van Ghanese komaf, jaagt met zijn provocaties rechts én links in de gordijnen. Portret van een fenomeen.
Afgelopen zondag overkwam me iets geks: ik zat te eten met mijn hele familie, toen er een item over Bello Figo op het journaal was. In tegenstelling tot wat er meestal gebeurt als het gaat over Italiaanse rappers die een klein beetje bekend zijn, hoefde ik dit keer aan niemand, zelfs niet aan mijn moeder, uit te leggen wie hij was, wat hij deed en waarom hij op de televisie was. Toen ik erover begon, zei ze: ‘Ja, ik weet wie hij is, ik heb over hem gehoord.’ Op dat moment drong pas echt goed tot me door wat de reikwijdte van zijn succes is.
Ongeveer een maand geleden werd Bello Figo als kanonnenvoer uitgenodigd door Dalla vostra parte, het praatprogramma van de zender Rete 4 waar de burger zijn verontwaardiging de vrije loop kan laten. Hij werd er geïntroduceerd als ‘de vluchteling die er prat op gaat dat hij geen huur betaalt’ en eindigde met een dab [dansbeweging], recht voor de neus van Alessandra Mussolini [kleindochter van de duce en Europarlementariër]. Vanaf dat moment is er veel veranderd, zowel voor Bello Figo als voor zijn rapnummer ‘Non pago affitto’ [‘Ik betaal geen huur’].
Tot voor kort was Bello Figo niet veel meer dan een internetfenomeen. Hij stond bekend als de grondlegger van de Lol Rap-scene, die rond 2012 explodeerde met rappers als Trucebaldazzi. Hij debuteerde met stupide hits als ‘Mi faccio una sega’ [‘Ik trek me af’], belandde vervolgens in een fase waarin hij viraal ging met volstrekt inwisselbare liedjes over onderwerpen die op dat moment hot waren, en leek ten slotte te zijn uitgegroeid tot een heuse rapper, een soort Italiaanse Riff Raff [Amerikaanse rapper].
In de periode die daarop volgde bracht hij zijn twee bekendste nummers uit, ‘Non pago affitto’ en ‘Referendum costituzionale’ [‘Constitutioneel referendum’]. Uiteraard zat daar (dat denk ik tenminste) geen enkel politiek motief achter – Bello Figo had waarschijnlijk gewoon besloten zich op actuele thema’s te storten, en dat bleek bijzonder goed uit te pakken. En toen kwam zijn televisieoptreden.
Nadat hij op tv was geweest, werd Bello Figo van de ene op de andere dag een soort popicoon: het aantal keren dat zijn video’s werden bekeken verdubbelde, en daarmee ook de verontwaardigde reacties van de mensen die hem verkeerd begrepen. Zoals wel vaker gebeurt met internetfenomenen, knapte de zeepbel en belandde de grap ook bij mensen die er niets van snapten. Het gebeurde allemaal in een flits.
In die flits werd Bello Figo van iemand die liedjes zong als ‘Pasta al tonno’ (over het eten van pasta met tonijn) opeens een ongemakkelijke figuur, een symbool van alles waartegen Italiaans rechts een diepe haat koestert, een voodoopop die het mikpunt werd van de censuur en intimidatie van fascisten en racisten van allerlei slag.
We hoeven alleen maar naar de afgelopen maanden te kijken: sinds december zijn er al drie concerten van Bello Figo geannuleerd, in Brescia, Mantua en Legnano – om ‘veiligheidsredenen’. In Mantua zijn zelfs tegen hem gerichte posters opgehangen, en nadat het evenement was geannuleerd, zei de burgemeester dat ‘de persoon in kwestie voor te veel spanningen zorgde’. Hetzelfde gebeurde in Brescia en Legnano: toen de gelegenheden waar hij zou optreden een Facebookevenement hadden aangemaakt, stroomden die pagina’s onmiddellijk vol met beledigende opmerkingen, racistische verwensingen en soms zelfs bedreigingen, totdat men zich omwille van de veiligheid gedwongen zag alles te annuleren.
‘Hij neemt willekeurige cafégesprekken met een racistische lading en maakt daar een soort kromme rap van’
Eind januari trad Bello Figo op in Turijn, en ook bij die gelegenheid wemelde het op de Facebookpagina van het evenement – waarop hij onder meer, lichtelijk overdreven, een ‘intellectueel’ werd genoemd – van opmerkingen als: ‘je zuigt’, ‘ik mag lijden dat de hele tent affikt’, ‘blaas die fokking zinloze avond toch af’. En dergelijke commentaren verschijnen ook dagelijks op de Facebookpagina van Bello Figo zelf.
Maar terwijl er dus mensen zijn die hem voortdurend beledigen, zijn er anderen die zijn muziek en zijn moves – al dan niet bewust – gebruiken op een manier die verre van denigrerend bedoeld is. Zo was er op 14 januari in Milaan een manifestatie van de extreem-rechtse groepering Forza Nuova. Een groep jongeren die daar toevallig ook was, begon voor de fascisten te dabben, terwijl ondertussen keihard ‘Non pago affitto’ werd gedraaid. Hoe valt dat te verklaren? En vooral: hoe komt het dat daar veel meer over is gesproken dan over de officiële, tegelijkertijd door de ANPI [de nationale vereniging van partizanen] georganiseerde tegendemonstratie? Is Bello Figo een politiek symbool geworden?
‘Ik denk niet dat Bello Figo de nieuwe held van het antifascisme is,’ zegt Pablo, een jongen die bij genoemde manifestatie aanwezig was. ‘Ik denk eerder dat de fascisten door hem geobsedeerd zijn omdat hij iets heel simpels doet: hij neemt willekeurige cafégesprekken met een racistische lading en maakt daar een soort kromme rap van. Daarmee is hij een obsessie geworden voor de mensen die de taal die hij nabouwt daadwerkelijk uitkramen.’
Volgens Pablo werkt dat weliswaar heel goed op internet, maar kun je het niet zien als een alternatief voor antifascistische demonstraties. ‘Sommige jongeren hebben op voornoemde manier geprotesteerd, anderen hebben een manifestatie gehouden op Piazza Fontana: het is een verschillende aanpak, de ene is niet beter dan de andere,’ zegt hij. Ook denkt hij niet dat een dergelijke vorm van protest algemeen ingang zal vinden en echte manifestaties zal vervangen, want dingen die je, zoals hij zegt, ‘uitdenkt achter je bureautafel, werken in de praktijk niet’.
Binnen Italiaans extreem-links is men zeer verdeeld over dit onderwerp – een verdeeldheid die waarschijnlijk al langer speelt en waarin Bello Figo als katalysator heeft gewerkt. ‘Binnen de beweging lopen de meningen nogal uiteen. Nadat we hem op de televisie hadden gezien, ontstond er een polemiek tussen degenen die hem steunden en hen die hem niet steunden,’ zegt Ivan, een extreem-linkse activist. ‘Degenen die Bello Figo bekritiseren, menen dat zijn karikaturale weergave van het racisme meer kwaad doet dan goed, omdat die ertoe bijdraagt dat een heleboel mensen die hem niet begrijpen zich afsluiten voor de problematiek, terwijl je met hen – in theorie – nog de dialoog zou kunnen aangaan. Maar ik denk niet dat er ook maar één persoon onder de 35 is die niet begrijpt dat Bello Figo ironisch is – of liever, ze zijn er wel, maar die zijn niet meer te redden.’
Aan de andere kant valt niet te ontkennen dat Bello Figo’s werkwijze effectief is. In het geval van de demonstratie in Milaan is het ‘institutionele’ antwoord ondergesneeuwd geraakt, omdat het zwak was, ouderwets, niet provocerend genoeg.
Politiek artiest
‘Bello Figo provoceert, is arrogant, neemt de boel in de zeik. Zo waren wij als beweging in de jaren zeventig ook, maar dat zijn we helemaal kwijtgeraakt,’ aldus Ivan. ‘Bovendien stelt hij zich ironisch op. Hij bewijst dat de taal die door Italiaans extreem-links wordt gebruikt belegen is, niet geschikt om met jongeren te communiceren.’
En dus is Bello Figo in zekere zin bezig om zijns ondanks een politiek artiest te worden, ook al is de belangrijkste politieke boodschap die hij tot nu toe in zijn liedjes heeft gelanceerd iets als: ‘Ik heb chickies op me pikkie / want ik lijk op Berlusconi’.
En hier komen we bij een ander aspect: hij pakt het slim aan, maar is zich mijns inziens niet echt bewust van de implicaties. Een paar dagen na zijn televisieoptreden, dat hem tot mainstreamartiest heeft gemaakt, verscheen er op Dinamopress – een website aan het extreem-linkse firmament – een artikel waarin werd uitgelegd hoe Bello Figo ‘twintig jaar retoriek over immigratie, zowel van rechts als van links’ zou hebben ‘vernietigd’. ‘Louter door de aanwezigheid van Bello Figo worden zijn gesprekspartners vernederd, wordt hun politieke inhoud omlaaggehaald’, schreef de auteur. ‘Maar dat is het hele punt: ze dragen geen politieke inhoud meer uit, alleen nog maar vorm. En in die vorm laten ze zich overvleugelen door een personage dat nog absurder is dan zijzelf.’
Ik spreek hierover met Ivan, die het er in grote lijnen mee eens is. ‘Hij is geen politicus in de klassieke zin van het woord, maar hij vertelt je over het leven. Tijdens de bewuste uitzending zei hij: “Ja, ik zing over deze mensen omdat het mijn vrienden zijn, die óók gewoon internet nodig hebben [een zin uit ‘Non pago affitto’ luidt: ‘We willen wifi, wifi’] om met hun families te communiceren.” Zo laat hij zien dat migranten mensen zijn zoals wij, met goede en slechte eigenschappen, mensen die iets te vertellen hebben.’
Zijn werkwijze maakt hem dus niet alleen tot een trol die zich richt tegen xenofoob-rechts, maar heeft ook nog een ander gevolg: hij ondermijnt de retoriek van links, de berichten over ‘arme migranten’ die voornamelijk als een retorisch trucje worden gezien. ‘Al met al gaat dat wat hij vertegenwoordigt inmiddels veel verder dan wat hij is en wat hij wíl vertegenwoordigen,’ concludeert Ivan.
Pablo wijst me tijdens ons gesprek op de kwestie rond ‘Guilty of Being White’, een nummer van de Amerikaanse punkband Minor Threat, dat een voorbeeld is van het tegenovergestelde van wat er met ‘Non pago affitto’ is gebeurd. Het gaat over iemand die deel uitmaakt van een minderheid en daar de gevolgen van ondervindt, waarbij het rassenprobleem wordt omgekeerd: het betreft namelijk de ervaringen van de blanke zanger van Minor Threat die op een overwegend zwarte school zat. Juist die omkering werd echter niet begrepen, en het lied is uitgegroeid tot een soort volkslied voor neonazi’s in Oost-Europa.
‘Zo werkt dat, iedereen neemt dingen en gebruikt die zoals het hem het beste uitkomt,’ zegt Pablo. Zo is het ook gegaan met Bello Figo: zijn liedje is provocerend en kwam op het juiste moment, en nu zijn er mensen die het tot protestsong bombarderen, wat het oorspronkelijk helemaal niet was. Het feit dat Bello Figo deze betekenis krijgt door de spontane actie van een groep jongeren, en niet door een bewuste poging van de kant van de beweging om hem in te lijven, is in mijn ogen symptomatisch voor de zwakte van het huidige links. Zoals het ook symptomatisch is dat de beweging geen duidelijk standpunt heeft ingenomen inzake alle bedreigingen die hij de afgelopen tijd over zich heen heeft gekregen. ‘Het feit dat Bello Figo deze dynamiek van verdeeldheid heeft gegenereerd is positief: wij vinden het belangrijk dat de maatschappij gedwongen wordt een kant te kiezen,’ zegt Ivan. ‘Dat hadden we als beweging moeten doen; we hebben de kans gemist om ons achter iets te scharen waarvoor heel veel mensen begrip zouden hebben gehad.’
Bij dit alles moeten we Bello Figo niet groter maken dan hij is: een provocateur, om te beginnen, wiens politieke aspiraties hem meer door de buitenwacht worden toegedicht dan dat hij die daadwerkelijk heeft. ‘Non pago affitto’ is kortom niet het nieuwe ‘Bella ciao’ [de beroemde partizanensong uit de Tweede Wereldoorlog]. Maar zelfs met zijn gebreken en beperkingen heeft hij een zeer duidelijk standpunt ingenomen – en daarin kunnen we niet anders dan hem steunen.
Vice is een van oorsprong Amerikaans mediabedrijf, dat in tal van landen een groot millennialpubliek trekt met onder meer een website en een tijdschrift. Sinds 2014 in Italië.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.