Het vijftal zou de misdaden in Syrië hebben gepleegd
Vijf leden van de Britse Special Air Service (SAS) zijn gearresteerd door de militaire politie op verdenking van het plegen van oorlogsmisdaden tijdens operaties in Syrië. Dat schrijft The Guardian. De SAS-leden werden opgepakt vanwege hun vermeende betrokkenheid bij de moord op een vermoedelijke jihadist in Syrië twee jaar geleden.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De beschuldigingen richten zich op het gebruik van buitensporig geweld tijdens het incident. De soldaten zelf zouden hebben gezegd dat ze de overledene als een legitieme bedreiging zagen. De SAS is actief betrokken bij geheime operaties tegen Islamitische Staat in Syrië en steunt daar Koerdische bondgenoten van het Westen.
De SAS opereert in het grootste geheim en voert risicovolle missies uit op locaties waar het Verenigd Koninkrijk officieel militaire aanwezigheid ontkent. De directeur van de speciale strijdkrachten, de hoogste officier van de SAS, legt alleen verantwoording af aan de minister van Defensie en de premier. Mogelijk moeten de militairen voor een krijgsraad verschijnen.
Een belangrijke VN-missie in het noorden van Syrië, die noodhulp voor miljoenen Syriërs verzorgde vanuit Turkije, wordt niet verlengd. Dat komt door een veto dat Rusland dinsdag heeft uitgesproken in de VN-Veiligheidsraad, schrijft Al Jazeera.De leveringen van onder meer drinkwater, voedsel en medicijnen worden stopgezet.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Delen van het noorden van Syrië zijn bezet door rebellen die vechten tegen het regime van Bashar al-Assad, een bondgenoot van Rusland. Volgens de Syrische regering schendt de noodhulp de Syrische soevereiniteit omdat deze niet via door de overheid gecontroleerde gebieden wordt verstrekt. De leveringen van hulpgoederen, die via de grensovergang bij Bab al-Hawa het land binnenkwamen, waren voor Syrië illegaal. Rusland steunt dit standpunt.
Desondanks ontvingen miljoenen mensen in het door de burgeroorlog en later door aardbevingen getroffen gebied de VN-noodhulp. Rusland wilde de grensovergang niet langer dan zes maanden openhouden, de VS en Frankrijk zetten in op een jaar. Een compromis van negen maanden werd weggestemd met een veto door Rusland. Wie de miljoenen mensen nu van noodhulp gaat voorzien, is onduidelijk.
In de regio zijn 2,7 miljoen mensen afhankelijk van humanitaire hulp
Syriërs die in het door de oppositie gecontroleerde noordwesten wonen, vrezen de gevolgen als de toestemming van de Verenigde Naties voor het overbrengen van hulp naar Syrië via de grensovergang bij Bab al-Hawa met Turkije verloopt, schrijft Al Jazeera. Maandag loopt de meest recente verlenging van zes maanden af die door de VN-Veiligheidsraad is goedgekeurd. In het verleden heeft Rusland gedreigd om zijn veto te gebruiken om verdere verlengingen te voorkomen, waardoor lokale bewoners zich steeds wanneer een verlengingsperiode ten einde loopt zorgen maken.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De grensovergang bij Bab al-Hawa is de enige toegangspoort voor humanitaire hulp van de VN naar het noordwesten van Syrië, na herhaalde Russische bezwaren die het aantal grensovergangen hebben teruggebracht van vier naar slechts één. De bewoners van de vluchtelingenkampen in de regio zijn volledig afhankelijk van humanitaire hulp via die grensovergang, aangezien de Syrische regering alle andere hulp tegenhoudt. Volgens het hoofd van de VN-delegatie in Noordwest-Syrië gaat het om zo’n 2,7 miljoen mensen. ‘Het sluiten van de grensovergang voor humanitaire hulp betekent voor de meeste kampbewoners de hongerdood,’ citeert Al Jazeera een van de bewoners.
De regio werd hard getroffen door aardbevingen in februari en is nog steeds doelwit van luchtaanvallen door het Syrische leger, met steun van Rusland. Volgens Moskou schaadt steun aan de door de oppositie gesteunde gebieden de soevereiniteit van Syrië.
Syrië is na elf jaar weer toegelaten tot de Arabische Liga
De Syrische president Bashar al-Assad is donderdag aangekomen in Saoedi-Arabië voor zijn eerste bezoek aan het land sinds het begin van de oorlog in Syrië, meldt Al-Jazeera. Het staatshoofd zal vrijdag de top van de Arabische Liga bijwonen, aangezien Syrië deze maand, na een schorsing van meer dan elf jaar, opnieuw is toegetreden tot het regionale samenwerkingsverbond, aldus de Qatarese tv-zender, die Al-Assads komst ziet als een ‘teken van zijn regionale rehabilitatie’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘De komst van de president naar Saoedi-Arabië, een regionaal zwaargewicht, is het nieuwste voorbeeld van een poging van de meerderheid van de Arabische staten om de banden te herstellen”, aldus Al-Jazeera, die echter opmerkt dat ‘het gastland tijdens de Syrische burgeroorlog ooit een belangrijke supporter was van gewapende oppositiegroepen die de heer Al-Assad omver wilden werpen’.
Met welke logica Arabische landen diplomatieke betrekkingen met Bashar al-Assad willen herstellen is moeilijk te volgen. Het Syrische regime – aan de macht gekomen via een staatsgreep – heeft inmiddels een half miljoen moorden op zijn geweten en zeven miljoen ontheemden.
De versnelde normalisering van de diplomatieke betrekkingen tussen een toenemend aantal Arabische regimes en dat van Bashar al-Assad heeft iets onbegrijpelijks: na het bezoek van de Syrische dictator aan de Omaanse hoofdstad Masqat en daarna aan Abu Dhabi afgelopen februari en maart, en na dat van de Egyptische minister van Buitenlandse zaken aan Damascus, eveneens afgelopen februari, ontving Riyad op 14 april jongstleden nieuwe afgevaardigden uit de regio om over de terugkeer van Syrië in de Arabische Liga te praten, na twaalf jaar schorsing. Ook al worden er door bepaalde analisten rationele verklaringen voor deze kentering aangedragen, er blijft reden voor verwarring. Laten we desondanks proberen hun logica te volgen.
Iraanse invloed
Deze toenadering wordt ingegeven door de wens om Iran uit Syrië te verjagen of in elk geval de Iraanse invloed op het land te verminderen, aldus enkele commentatoren uit de Emiraten en Saoedi-Arabië. Dit oogmerk lijkt hoogst onwaarschijnlijk. Daarvoor is Iran veel te goed ingebed in Syrië en is de relatie tussen de twee regimes veel te organisch en hecht. Assad is niet alleen niet bij machte om zijn banden met Teheran te verbreken of zelfs maar te verzwakken, hij wil dat ook helemaal niet. Waarom zou hij? Iran heeft zijn regime gered en het een bestaansreden gegeven: de strijd tegen het ‘Takfiri-terrorisme’ en het lidmaatschap van ‘Verzetsas’, twee elementen die stroken met de sociaal-culturele aard van Syrië. Het eerste element strookt met het beleid van de regimes van Mohammed bin Zayed van de Verenigde Arabische Emiraten en Mohammed bin Salman van Saoedi-Arabië (maar ook met dat van de Verenigde Staten, Rusland en andere landen), het tweede verschaft een ideologische dekmantel aan een regionaal bondgenootschap op confessionele basis dat organisch tegen bepaalde Arabische landen is gekant – met name Saoedi-Arabië – en waarvan het centrum zich in Teheran bevindt.
In Libanon, Irak, Jemen en Syrië gaat Teheran tot het uiterste om de dominantie te behouden
De Arabische Liga is veel minder belangrijk voor Syrië. Die wordt door Bashar al Assad alleen maar als een ‘spel’ gezien, net als de VN, zoals hij in 2011 zelf op de Amerikaanse televisiezender ABC verklaarde. De aanwezigheid van Syrië in deze twee organisaties is altijd mooi meegenomen, maar het gaat Assad er vooral om de absolute en permanente macht te behouden, en daarvoor staat Iran om geostrategische en culturele redenen garant. In Libanon, Irak, Jemen en Syrië zelf heeft Teheran bewezen tot het uiterste te gaan om de dominantie te behouden. Het gevolg is dat als de leiders van de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië, evenals die van Jordanië, Algerije en Egypte, werkelijk denken dat ze afstand moeten nemen van Teheran om hun betrekkingen met Damascus te normaliseren, ze zich deerlijk vergissen en als verliezers van het ‘spel’ uit de bus zullen komen.
Intrinsiek oorlogszuchtig regime
Zou deze toenadering misschien vooral worden ingegeven door de wens om de interne strijd in de regio te beteugelen? De Verenigde Arabische Emiraten normaliseren hun betrekkingen met Israël en Saoedi-Arabië heeft datzelfde gedaan met Iran en zendt positieve signalen uit naar Tel Aviv, terwijl beide landen meer afstand nemen van Jemen. Maar behalve dat daarmee een regime wordt geaccepteerd dat een half miljoen van zijn burgers heeft vermoord, zeven miljoen heeft ontheemd en een groot deel van zijn steden heeft verwoest, is de wezenlijke vraag de volgende: wil het Syrische regime de regio stabiliseren? De geschiedenis van de afgelopen halve eeuw – niet alleen in Syrië, maar ook in Libanon, Irak en Turkije – maakt zo’n hypothese weinig aannemelijk. Oorlogszuchtigheid is een van de duidelijkste karaktertrekken van het Syrische familieregime, met de bedoeling voor altijd aan de macht te blijven in een land dat vroeger een republiek was, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Golfstaten waar de dynastieën en naties zich in samenspraak hebben gevormd. Het regime van Assad is via een staatsgreep aan de macht gekomen, en er is in feite sprake van een permanentte staatsgreep tegen de Syrische staat en maatschappij. Een staatsgreep die meedogenloosheid tot een vorm van regeren heeft verheven. En de mislukte revolutie van twaalf jaar geleden heeft dit oorlogszuchtige karakter alleen nog maar bestendigd.
Gaat het dan om het bieden van hulp aan het Syrische volk dat sinds maart 2011 zoveel heeft geleden? Het lijkt er helaas op dat de voorstanders van normalisering niet de moeite hebben genomen ook maar een woord vuil te maken aan het onbekende lot dat meer dan 111 duizend Syriërs heeft getroffen; of aan het recht op een veilige terugkeer van bijna twee miljoen Syriërs die onder erbarmelijke omstandigheden in Libanon en Jordanië leven; of aan de toekomst van de 3,7 miljoen Syriërs in Turkije van wie de situatie allengs verslechtert; of aan het half miljoen Syriërs in Irak en Egypte. Daar komt bij dat het familieregime in Syrië niet alleen corrupt is, maar ook nog eens maffioos en misdadig, en dat van alle steun van de kant van regionale en internationale kapitaalverschaffers maar een miniem deel zal doordruppelen naar de verlichting van het menselijk leed in het land.
Uitruil
Laat de normalisering van de betrekkingen met dit ‘chemische’ regime zich misschien verklaren door een soort bewustwording van de gevolgen van de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het Midden-Oosten en van de risico’s die verbonden zijn met de opkomst van zich steeds uitbreidende regionale machtscentra die goede banden onderhouden met Rusland, China en de bondgenoten daarvan? Is vanuit dit perspectief bezien de normalisering van de betrekkingen met het moordzuchtige regime van Assad misschien een stok om de Amerikanen te slaan die hun Saoedische bondgenoten ten tijde van Barack Obama op een in Saoedische ogen respectloze manier hebben behandeld en die niet erg happig zijn op onderhandelingen met Mohammed bin Salman? Ook al kunnen we onze ogen niet sluiten voor de onmiskenbare politieke emoties en rancune, vooral wanneer die leven bij niet verkozen en onverantwoordelijke elites, toch lijkt de normalisering van de betrekkingen met Iran en zijn Syrische protegé op ‘het zoeken van verkoeling in het vuur bij extreme hitte’, om een oud Arabisch spreekwoord te citeren.
Of is er misschien sprake van een soort uitruil van Jemen tegen Syrië? Dat de Iraniërs hun vooruitgeschoven Houthi-post in Jemen inkrimpen en de Saoedi’s hun vooruitgeschoven post in Damascus normaliseren, waarmee de dominantie van Iran over Syrië (om van Irak en Libanon nog maar te zwijgen) in de hele Arabische wereld legitimiteit verkrijgt? Als dat het geval is, kan dat nauwelijks een rationele keuze worden genoemd.
Is het nieuwe Arabische bestel erop gericht iedere volksbeweging de kop in te drukken?
Het is in elk geval onvoorstelbaar dat de betrekkingen met het Syrische regime worden genormaliseerd omdat Bashar al-Assad de Arabische staten chanteert met het feit dat hij erin is geslaagd van Syrië een narcostaat te maken en op grote schaal Captagon-pillen naar de Golfstaten laat smokkelen. Te meer omdat het drugsimperium, dat wordt geleid door Bashars broer Maher, die onlangs nog in Saoedi-Arabië schijnt te zijn geweest, door het Syrische regime vermoedelijk niet alleen maar als een geldbron wordt beschouwd, maar ook als een oorlog die tot doel heeft de Saoedische maatschappij van binnenuit te vernietigen, zoals dat ook in Syrië zelf is gebeurd.
De normalisering van de betrekkingen van de Emiraten en Saoedi-Arabië met het regime van Assad mist dus rationeel gesproken iedere basis. Maar misschien kan er een enigszins ‘rationele’ verklaring worden gevonden door de zaak vanuit een irrationeel oogpunt te bezien. Die verklaring moet naar mijn mening worden gezocht in een extreem ideaal dat in toenemende mate door de Arabische ‘elites’ wordt gedeeld: een politiek zonder politiek, zonder rechten, zonder discussie, en zelfs zonder maatschappij, een dynamiek van ‘Dubaïsering’ van talrijke Arabische landen. Dit ideaal behelst een strikt materialistische moderniteit, een universum dat wordt bestierd door superrijke oligarchen en een half tot slaaf gemaakte meerderheid van de samenleving. Dat is de bedoeling van het Neom- en het ‘The Line’-project van Mohammed bin Salman, van Sissi City, de toekomstige bestuurlijke hoofdstad van het Egyptische regime, en van de door de narco-elite in Damascus gekoesterde droom van een nieuw te bouwen Marota City. Wie op elkaar lijkt verenigt zich, en deze elites mogen dan afkomstig zijn uit zeer uiteenlopende milieus, ze delen een modernistische en fascinerende utopie. Termen als rechtvaardigheid, menselijke waardigheid en zelfs sociale interactie komen niet voor in het woordenboek van deze roofzuchtige en misdadige aristocratieën. Vanuit dit perspectief is massamoord geen obstakel voor normalisering. Integendeel, het kan indien nodig een laatste toevlucht zijn.
Het ziet ernaar uit dat er een nieuw Arabisch bestel aan het ontstaan is, een bestel dat uitermate reactionair en meedogenloos is en gericht op het de kop indrukken van iedere volksbeweging. Er wachten ons moeilijke tijden…
De ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten van de Arabische Liga zijn overeengekomen Syrië weer toe te laten tot het samenwerkingsverband nadat het meer dan tien jaar geleden werd geschorst, aldus Al Jazeera. Die beslissing werd zondag gemaakt tijdens een besloten bijeenkomst in Cairo.
Het besluit werd genomen voorafgaand aan de top van de Arabische Liga in Saoedi-Arabië op 19 mei en nadat verschillende landen in de regio de afgelopen weken de banden met Syrië en president Bashar al-Assad hadden aangehaald. Het herstel van de banden met Damascus kwam in een stroomversnelling na de dodelijke aardbevingen van 6 februari in Turkije en Syrië, en de normalisering van de betrekkingen tussen Saoedi-Arabië en Iran, die tegengestelde partijen in het Syrische conflict hadden gesteund, analyseert het Qatarese nieuwsmedium.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Oppositiegroepen hebben de normalisering van de banden met Damascus bekritiseerd, maar het Arabische blok wijst erop dat dit de enige weg vooruit is. Er is een ‘door de Arabische wereld geleide politieke oplossing’ nodig voor het conflict, citeert Al Jazeera een Jordaanse topdiplomaat.
De Arabische Liga rechtvaardigt haar besluit ook door te benadrukken dat ‘de crisis moet worden opgelost die is veroorzaakt door de burgeroorlog in Syrië, waaronder de komst van vluchtelingen naar buurlanden en drugshandel in de regio’, merkt Middle East Eye op.
Op 6 februari werden Turkije en Syrië getroffen door zware aardbevingen. Nog steeds wonen miljoenen mensen in tenten en rouwen ze om hun doden. Süddeutsche Zeitung bezocht de gehavende stad Kahramanmaras.
Een bestuurder van een graafmachine vertelt hoe hij merkt dat zijn schop niet op betonpuin, kabels of kapotte schoolboeken is gestoten, maar op een lichaam. ‘Dan wordt die vochtig,’ zegt hij.
Hij graaft verder, voorzichtig nu. Vocht in deze stoffige berg, waarin alles is samengeperst van wat ooit iemands huis was. Vocht is een teken van leven, een leven dat voorbij is. ‘Je wordt er voortdurend aan herinnerd,’ zegt hij. Elk moment, elke keer als de schep van zijn machine de berg puin in gaat. Al wekenlang doet hij niets anders. Ligt er een lichaam? Is het een dood dier?
Wil hij dan niet wegkijken, om niet te hoeven zien wat de schep raakt? ‘Ik let op,’ zegt hij. ‘Vanzelfsprekend. Altijd.’
Verder
April in de Turkse stad Kahramanmaras, twee maanden na de aardbevingen. Ze noemen het nu de ramp van de eeuw en dat klinkt groot maar ook passend. Volgens de Turkse regering kwamen iets meer dan vijftigduizend mensen om. In Syrië zou het om ongeveer zevenduizend slachtoffers gaan. De Turkse oppositie wantrouwt de cijfers, nu ze heeft ontdekt dat sinds de bevingen bijna driehonderdduizend mobiele telefoons niet meer bereikbaar zijn.
Meer dan twee miljoen mensen leven in tenten, volgens president Erdogan. Dat cijfer klopt in ieder geval. Tijdens een urenlange tocht langs Koerdische dorpen tot aan de Middellandse Zee zie je overal verwoesting. Overal tenten. Een vluchtelingenkamp zo groot als half Duitsland, een vluchtelingenkamp op een begraafplaats. ‘We moeten verder.’ Reizend door de regio is er geen zinsnede die je vaker hoort.
In de kapotte straat, de straat van de graafmachine, ging een kapper weer open. Stofwolken buiten en binnen, en alsof het normaal is: de geur van eau de cologne. Stilte. Alleen het gezoem van een scheerapparaat. Als je langere tijd in het aardbevingsgebied bent, lijkt het normale absurd.
Je went aan de verwoesting, aan de scheefgezakte flatgebouwen, de opengereten gevels. Wat opvalt is het dagelijks leven. Pendelbussen rijden langs de ruïnes van Kahramanmaras, vol met mensen die van hun werk komen. Juweliers in Adiyaman zijn open en mensen kopen er gouden ringen. Met de ruïnes in hun blikveld.
Op de vraag hoe dat is, eerst de aardbevingen en dan de overstromingen, komt geen antwoord
Selma Sarikaya verliet haar woonplaats Adiyaman meteen na de bevingen. Haar familie woonde in de bergen, in een dorp niet ver weg. In Tut. Met haar man kocht Sarikaya een container, die ze op een stuk land bij de rivier in Tut zetten. Sarikaya, eind vijftig en al oma, creëerde een plek voor haar familie voor de eerste tijd. Of voor langer. Tegen haar broer in het dorp zei ze: Hier kunnen we bomen planten.
Deze avond, na het breken van het vasten – het is ramadan – staat die broer in het donker naast de rivier. Zijn naam is Mehmet Kurt. ‘Het leven moet doorgaan,’ zegt hij.
Het bericht kwam op 15 maart om half zeven ’s ochtends, anderhalve maand na de aardbevingen. Kort tevoren was een lawine van de berg boven Tut naar beneden gekomen. Een modderstroom.
Kurt reed weg uit het dorp, naar de container. Die was verdwenen onder een muur van water en modder. ‘Hij werd verpletterd,’ zegt Kurt. Hij doorzocht de heuvel, vertelt hij. Vond een van zijn nichtjes. Zijn zus Selma vond hij ook. Een nichtje en haar kind van nog geen twee jaar oud werden dagen later door reddingswerkers gevonden, enkele kilometers verderop. Van de container was bijna niets meer over. De vier bewoners waren dood.
Zo gaat het vaak in deze regio. Tussen leven en dood zitten slechts enkele meters, een paar seconden
De minister van Binnenlandse Zaken kwam over uit Ankara. De pers was er ook. In gele regenponcho’s liep de stoet door Tut. Ergens daartussen liep ook Mehmet Kurt, de broer. Op de vraag hoe dat is, eerst de aardbevingen en dan de overstromingen, komt geen antwoord maar een schouderophalen. ‘Wat moet ik zeggen?’
Hij wijst naar de modderige aarde in de duisternis. ‘Daar,’ zegt hij, wijzend naar vijf meter verderop. ‘Daar stond haar auto, er is niets mee gebeurd.’ De rivier liep op dat punt onder de weg door via een pijp. Die pijp was niet bestand tegen de plotselinge stroomvloed en brak. De uitbarsting raakte de container van Selma Sarikaya. De weg, zegt haar broer, had nooit zo aangelegd mogen worden. Misschien hadden ze pech. Aan de andere kant: de aanleg van de weg was illegaal.
Zo gaat het vaak in deze regio. Tussen leven en dood zitten slechts enkele meters, een paar seconden. Je ziet een onaangetast gebouw met daarnaast een hoop puin. Goed gebouwd, slecht gebouwd. Geluk, pech. Voor de een gaat het leven door, bijna zoals normaal; van de ander is de complete familie weggevaagd. De zus van Mehmet Kurt stierf en twee van haar dochters en een kleindochter. Acht mensen uit de container leven nog omdat ze eruit weg wisten te komen. Het gebeurde anderhalve maand na de bevingen en twee weken voor deze avond waarop Mehmut Kurt mensen bij hem thuis heeft uitgenodigd. ‘Thee?’
Nieuw in de wereld
Twee maanden is een lange tijd. De journalisten trokken verder – niet alleen de buitenlandse maar ook de Turkse. De mediakaravaan duikt weer op als Recep Tayyip Erdogan een iftarmaaltijd nuttigt met slachtoffers. Het breken van het vasten. De media zijn er bij wanneer hij mensen briefjes van tweehonderd lira, iets minder dan tien euro, toesteekt en zijn arm om hun schouder legt. In het aardbevingsgebied is het nu ook verkiezingstijd.
In het stof staan de wagens van het Turkse postkantoor, de wagens van de banken, met daarop ‘mobiel filiaal’. Je kan brieven versturen en geld opnemen tussen de ruïnes, en als je wilt kan je bidden in een mobiele moskee. Er zijn containerdorpen ontstaan met winkels en snackbars, want ja: het leven gaat overal door.
Twee maanden is een korte tijd, de mensen die er niet meer zijn hadden net nieuwjaar gevierd. Op de massabegraafplaats in Kahramanmaras zit een oudere man naast een graf. Hij heeft een luidspreker bij zich, luistert naar een gebed, kijkt naar de grond. Hij is alleen tussen honderden, nee, duizenden graven.
Is het echt gebeurd? Met zo’n blik lopen de overlevenden over straat. Het leven gaat door maar op hun gezicht staat nog steeds de schok te lezen. Nu, tijdens ramadan, staan ze ’s avonds in de rij, ook in het aardbevingsgebied komen ze bijeen om het vasten te breken. Het leger heeft veldkeukens opgezet voor slachtoffers en hulpverleners.
Hij arriveert in de middaghitte, als de machinisten van de graafmachines het voor gezien houden. Dan gaat hij op zoek
Een psycholoog van het ministerie voor Gezinszaken staat in de rij en zegt dat ze hier is om psychologische eerste hulp te verlenen, meer niet. Achter haar spreekt een imam over het leven na de bevingen. ‘Het is alsof je opnieuw geboren wordt,’ zegt hij. ‘Je familie is dood, je vrienden zijn dood. Je bent weer nieuw in de wereld.’
‘Ja,’ zegt iemand op een berg puin aan de rand van de stad, ‘we leven.’ Hij stelt zich voor als Mohammed. Hij is degene die kan vertellen waar alles wat op 6 februari is ingestort is gebleven. Het puin van Kahramanmaras ligt onder meer platgewalst in een veld naast een verkeersader, tussen fabrieken en autodealers.
Er is niemand, lijkt het, als je over draden klautert, balletschoenen, pruiken, schoolboeken en nog veel meer schoolboeken. Alles is door de graafmachines samengeperst tot een massa van een paar meter hoog. Het is een waanzinnig dode plek. Maar dan verschijnt er een mens in het puin: Mohammed.
Hij draagt een plastic zak over zijn schouder, met restjes koper erin. Hij gaat even zitten. Syrië, Idlib, de oorlog, op de vlucht, nieuw in Turkije, werken in textielfabrieken, werken op een heftruck. Zo somt hij het op. ‘Het leven,’ zegt hij. ‘Maar zonder geluk. Ze zeggen: je bent buitenlander. En je wilt hier niet voor altijd blijven.’
Hij overleefde de nacht van de aardbeving, net als zijn vrouw en zoon. Ook met zijn flat is bijna niets gebeurd. Maar de fabrieken zijn kapot. Er is geen werk meer, nergens. ‘Kijk mij dan,’ zegt hij. ‘Vierentwintig jaar oud en nu zit ik hier.’ Op de puinhopen van een aardbeving. Strikt genomen is hij een dief. Hij arriveert in de middaghitte, als de machinisten van de graafmachines het voor gezien houden. Dan gaat hij op zoek. Naar koper. Naar alles wat verkocht kan worden.
Acht jaar na zijn vlucht uit Syrië, twee maanden na de aardbevingen. Wat moet er van zo’n leven worden? Waar streeft Mohammed naar?
‘Gewoon rust,’ zegt hij. ‘Meer heb ik niet nodig.’
Het land was een bouwplaats. Nu is het een begraafplaats geworden. En dat is de verantwoordelijkheid van Erdogan en zijn regering, schrijft de Turkse journalist Aysegül Sert.
Aardbevingen vormden in de loop van de Turkse geschiedenis al vaker belangrijke keerpunten. In luttele seconden verwoestten ze de stilte. Mijn woonplaats Istanboel werd in 1999 getroffen. Er vielen meer dan zeventienduizend doden en nog veel meer gewonden. Ik wist altijd al dat je rekening moest houden met aardbevingen, dat ze te verwachten zijn in een land dat op de Anatolische Plaat ligt en aan twee grote breuklijnen grenst. Maar ik had er nog nooit een meegemaakt, of de nasleep ervan gezien. Wekenlang sliepen mensen buiten, in parken, aan de waterkant, op straat en in stadions. Sommigen konden niet terug naar hun huizen, omdat die verwoest waren. Anderen waren bang om terug te keren naar hun huizen die nog wel overeind stonden.
Die ramp, en de trage reddingsoperaties die erop volgden, zorgden ervoor dat de AKP – de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling – aan de macht kwam. De AKP beloofde een modern en transparant beleid en heeft sindsdien het land bestuurd. Ondanks haar beloften heeft de partij tientallen jaren verspild: ze hebben alleen het eigen regime in stand gehouden en zich gelaafd aan hun eigen ideologische prioriteiten. Op de huidige catastrofe hebben ze zich op geen enkele manier voorbereid.
Vragen
Turkije en Syrië werden op 6 februari getroffen door twee zware aardbevingen, waarbij meer dan vijftigduizend mensen omkwamen en meer dan honderdduizend gewonden vielen. Velen worden nog vermist. In Turkije zijn meer dan elfduizend woonhuizen en bedrijfsgebouwen ingestort.
De eerste aardbeving had een magnitude van 7,8 en trof de stad Gaziantep, die grenst aan Syrië, kort na vier uur ’s nachts, terwijl iedereen sliep. Er wonen zo’n half miljoen Syrische vluchtelingen, die opnieuw een afschuwelijk gevoel van ontheemding ondergingen. De provincie Kahramanmaraş, die 95 kilometer noordelijker ligt, werd negen uur later getroffen door een beving met een magnitude van 7,5. Verschillende Turkse steden zijn zwaar getroffen. In Griekenland, Cyprus en Libanon werden nog lang naschokken gevoeld.
Ongeveer 380.000 mensen hebben na de aardbeving hun toevlucht gezocht tot hotels, slaapzalen, gemeenschapscentra en andere faciliteiten. President Recep Tayyip Erdogan kondigde voor drie maanden de noodtoestand af in de provincies die het zwaarst door de ramp zijn getroffen, en stelde zeven dagen van nationale rouw in. Want dat is hoe we het in Turkije altijd doen: vandaag rouwen we erom, morgen zijn we het weer vergeten. Totdat de volgende tragedie zich aandient.
Maar de Turkse bevolking heeft allerlei vragen aan de regering. Wat is er gebeurd met de miljarden dollars die we sinds de ramp van 1999 aan ‘aardbevingsbelastingen’ hebben betaald? Waarom heeft men zich niet hoeven houden aan de bouwvoorschriften die bedoeld waren om gebouwen aardbevingsbestendig te maken? Waarom is er, ondanks de waarschuwingen van deskundigen en de beloften van politici, niet meer gedaan om al deze doden te voorkomen?
De ontevredenheid maakte de weg vrij voor de haast messiaanse belofte van de AKP: de creatie van een ‘Nieuw Turkije’
Toen de AKP zo’n twintig jaar geleden aan de macht kwam, was de partij nog vrij onbekend. Kiezers omarmden de AKP omdat ze genoeg hadden van het oude bestuurssysteem en de bijbehorende partijcoalities, het gebrek aan transparantie, het politiegeweld en de financiële ongelijkheid. Die ontevredenheid maakte de weg vrij voor de haast messiaanse belofte van de AKP: de creatie van een ‘Nieuw Turkije’.
Maar de regering heeft de versterking van het land geenszins een prioriteit gemaakt. In plaats daarvan heeft de partij de afgelopen jaren besteed aan nationalistische campagnes – door Koerden in Turkije (bijna 20 procent van het land is van Koerdische afkomst) en Syrië aan te vallen, en door buurland Griekenland te bedreigen. Ideologie kreeg de prioriteit: vrouwen zijn aangespoord ‘ten minste drie kinderen’ te baren en er wordt geprobeerd een ‘vrome generatie’ te kweken door veel religieuze scholen te openen. De regering onderdrukte afwijkende meningen door ambtenaren te ontslaan die zich niet konden vinden in de conservatieve standpunten van de partij.
Kortom, de regering heeft ernaar gestreefd secularisme en democratie de kop in te drukken en alles tot een symbool van haar eigen heerschappij te maken. Bij een grotendeels ongeschoolde en gemakkelijk manipuleerbare bevolking heeft ze er nationalisme ingehamerd, angst voor de ‘ander’ en een onvoorwaardelijk vertrouwen in een heldhaftige vaderfiguur.
Kapot
Dit ‘Nieuwe Turkije’ gebruikte infrastructuurprojecten om de breuk met het verleden te benadrukken. Hoe meer de regering bouwde, hoe machtiger en moderner ze leek. Ze nam geen voorbeeld aan Europa, maar aan de wolkenkrabbers van Qatar en Saoedi-Arabië. Bouwbedrijven en andere bedrijven die dicht bij de partij stonden kregen contracten en vergunningen aangeboden in ruil voor smeergeld en stemmen. Erdogan zei in een toespraak ter gelegenheid van de voltooiing van een nieuwe brug in 2021: ‘Buitenlanders die naar Turkije komen, kijken nu met afgunst naar onze wegen, bruggen en luchthavens.’ Als dat ooit al zo was, geldt dat nu in ieder geval niet meer.
Turkse burgers vroegen kort na de recente aardbevingen op sociale media aan rijke vastgoed- en bouwbedrijven of die hun grondverzetmachines en andere zware apparatuur naar de getroffen plekken konden brengen, zodat er nog levens konden worden gered. Zijn zij immers niet degenen die bouwvoorschriften negeerden om hun inkomsten te maximaliseren? Zijn zij het niet die wegen en huizen bouwden met goedkope materialen, die nu vergaan zijn tot puin en stof?
Ziekenhuizen zijn verwoest, waardoor patiënten en verzorgers in de kou zitten
Ik heb Turken in de nasleep van corruptieschandalen vaak dingen horen zeggen als ‘Oké, ja, ze stelen. Nou en? Elke regering heeft van ons gestolen; deze regering geeft tenminste iets terug aan het volk door bruggen, vliegvelden en wegen te bouwen.’ Maar nu zijn de bruggen kapot en de vliegvelden gesloten. De wegen zijn zozeer opengebarsten dat ze door een meteoriet lijken te zijn getroffen. Noodhulp kan de rampgebieden niet bereiken.
In de getroffen regio zijn een winkelcentrum en een historische moskee zijn ingestort. Ziekenhuizen zijn verwoest, waardoor patiënten en verzorgers in de kou zitten. Elektriciteit, brandstof, gas en stromend water zijn schaars. Het kasteel van Gaziantep, een monument dat de Hettitische, de Romeinse en Byzantijnse periode overleefd heeft, is zwaar beschadigd geraakt. Orthodoxe en Armeense kerken en synagogen – de weinige overgebleven herinneringen aan de multi-etnische geschiedenis die de regering heeft geprobeerd uit te roeien zijn naar verluidt vernield.
Maar het is moeilijk om erachter te komen wat er nu precies is ingestort en wat nog overeind staat, omdat de regering veel onafhankelijke media de afgelopen jaren het zwijgen heeft opgelegd. In de ochtend daags na de aardbeving werkte Twitter – waar mensen informatie uitwisselen over overlevenden en benodigdheden – in Turkije bijzonder traag. Waarschijnlijk zat de regering ook daar achter.
Maar op de verkiezingsdag moeten we besluiten onze macht niet langer te geven aan een partij die er misbruik van maakt
Mijn moeder is geboren in Erzincan, in het oosten van Turkije, meer dan tien jaar na de aardbeving van 1939. Daarbij kwamen dertigduizend mensen om – nog steeds staat de aardbeving bekend als de meest verwoestende in de nationale geschiedenis. Ik bezocht in 2017 haar afgelegen dorp in het prachtige hooggebergte. De mensen daar vertellen nog steeds verhalen over het trauma dat de aardbeving heeft veroorzaakt en dat mensen in elke uithoek van mijn vaderland nog steeds met zich meedragen. Wat er begin deze maand is gebeurd, zal minstens net zo lang worden herinnerd.
Onze republiek viert dit jaar in oktober zijn honderdste verjaardag. De presidents- en parlementsverkiezingen worden in mei gehouden. Natuurlijk heeft de regering deze aardbeving niet veroorzaakt; dat hebben breuklijnen diep in de aarde gedaan. Maar op de verkiezingsdag moeten we besluiten onze macht niet langer te geven aan een partij die er misbruik van maakt en die meer geeft om haar eigen voortbestaan dan om het welzijn van het volk. We moeten denken aan de blote handen van alle reddingswerkers en bewoners die mensen opgraven in het puin van onze steden. Turkije was een bouwplaats. Nu is het een begraafplaats geworden. Ons land verdient beter.
Het noordwesten van Syrië heeft na een burgeroorlog en een aardbeving dringend behoefte aan internationale hulp. Maar die steun is moeilijk te leveren. Het Syrische regime wil het getroffen gebied, dat in handen is van de rebellen, alleen maar meer laten lijden.
Er moest een van de zwaarste aardbevingen sinds een eeuw aan te pas komen, maar nu besteedt de wereld eindelijk weer aandacht aan Syrië: een land dat door twaalf jaar burgeroorlog in puin ligt, waar de politieke macht is verdeeld tussen de regering, milities en buitenlandse mogendheden en waar miljoenen binnenlandse ontheemden wonen.
De meeste beelden van de verwoesting zijn tot dusver afkomstig uit Turkije, waar op 6 februari vroeg in de ochtend een aardbeving met een kracht van 7,8 op de schaal van Richter plaatsvond, die gevolgd werd door nog een beving met een magnitude van 7,5. Er zijn inmiddels meer dan 41.000 doden vastgesteld in Turkije. Het totale dodental in Syrië bedraagt meer dan zesduizend.
Maar het leed in het noordwesten van het land, dat door rebellen is bezet en waartoe steden als Idlib behoren, is niet minder schrijnend. De aardbevingen volgen op jaren van meedogenloze bombardementen op de regio door Russische en Syrische regeringstroepen. Dit gebied, waar bijna drie miljoen ontheemden wonen, is al afgesneden van de internationale gemeenschap. Veel van de infrastructuur – waaronder ziekenhuizen, die vaak het doelwit van Russische vliegtuigen zijn – is geheel of gedeeltelijk verwoest door de oorlog. De aardbevingen hebben de situatie er nagenoeg ondraaglijk gemaakt.
Politiseren
Na de ramp van maandag heeft Syrië dus dringender dan ooit behoefte aan internationale hulp. Maar die is moeilijk te leveren. Hoewel Turkije al op uitgebreide steun kan rekenen, ligt hulpverlening aan Syrië door het voortdurende conflict en de internationale sancties tegen het Assad-regime logistiek en politiek gezien zeer ingewikkeld. En dat geldt in het bijzonder voor die kwetsbare gebieden in het noordwesten.
De Syrische en Russische regering zijn al begonnen de noodhulp te politiseren. Ze eisen dat de sancties tegen het regime worden opgeheven en zullen waarschijnlijk proberen hun macht over het noordwesten te heroveren. Het is daarom zaak dat de VS snel, en zelfs unilateraal, actie ondernemen. Niet alleen in de vorm van diplomatieke en militaire stappen, ook moeten ze Damascus en Moskou nauwgezet in de gaten houden.
De Syrische en Russische regeringen hielden zelfs al vóór de aardbeving streng toezicht op hulp die via de Turkse grens het land bereikte. De Syrische regering spreekt al langer de wens uit dat hulp aan gebieden die door de oppositie worden gecontroleerd, via Damascus loopt. Rusland gebruikt voortdurend zijn vetorecht om voorstellen van de Verenigde Naties voor meer hulp te blokkeren, evenals voorstellen om goederen te leveren via de Syrisch-Turkse hulpverleningsroute bij de Bab-al Hawa-grens.
Die route is nu door de aardbeving vernield. De humanitaire voorraden die al onderweg waren, waren na drie tot vijf dagen bedorven. Damascus krijgt enige noodhulp van Algerije, Iran, Irak en de Verenigde Arabische Emiraten, evenals van de Verenigde Naties. Maar door de moeilijke bereikbaarheid van het gebied en alle politieke obstakels waagt tot dusver bijna niemand zich aan de noordwestelijke regio.
De Syrische VN-ambassadeur heeft inmiddels hulp gevraagd aan andere landen en internationale hulporganisaties, maar pleit er tegelijkertijd voor om de hulp aan het noordwesten uitsluitend via de Syrische regering te laten lopen. Dat betekent dat de levens van mensen die het Syrische regime zijn ontvlucht en in rebellengebieden wonen mogelijk weer in handen zijn van Bashar al-Assad. Op sociale media roepen sommige pro Assad-accounts al op om hulp aan de rebellengebieden te weigeren.
Het Syrische regime schept er genoegen in de rebellengebieden nog meer te zien lijden
Gezien de omvang van de schade lijkt het niet meer dan logisch om internationale hulpinspanningen voor Syrië zoveel mogelijk te verwelkomen – ook als die hulp via Damascus loopt. Dit zou betekenen dat de regering van Assad via de noordgrens onbelemmerde toegang moet verlenen tot de oppositiegebieden. Maar het Syrische regime zal zich daar ongetwijfeld tegen verzetten en er genoegen in scheppen de rebellengebieden nog meer te zien lijden. Bovendien zal het de hulp aan Damascus afschilderen als teken van internationale steun voor het Assad-regime.
Charles Lister, onderzoeker bij het Middle East Institute in Washington, D.C., vindt het begrijpelijk dat Turkije zich nu op zijn eigen situatie concentreert. Maar volgens hem bestaan er andere grensovergangsgebieden die de Verenigde Staten – met toestemming van Turkije en gecoördineerd met de Koerden en andere lokale krachten – kunnen gebruiken om hulp te verlenen aan het noordwesten van Syrië. Eenheden van het Amerikaanse leger zijn bovendien al aanwezig in delen van het noordwesten en -oosten van Syrië en zouden hulpgoederen uit vliegtuigen kunnen afwerpen. Maar door het winterweer en een gebrek aan precisie bij het droppen is deze optie verre van ideaal. Het Amerikaanse leger zou ook zijn basis in het noordoosten van het land als knooppunt kunnen gebruiken voor het organiseren van humanitaire hulp. Hulporganisaties kunnen dan daarvandaan, in coördinatie met de Turken en de Koerden, de rebellengebieden bereiken.
Toenadering
De afgelopen maanden hebben de VAE en Jordanië toenadering gezocht tot Assad, die vorig jaar op bezoek was in Abu Dhabi. De Verenigde Staten verzetten zich tegen een dergelijke toenadering. Het land heeft sinds de aardbeving hulp toegezegd aan mensen aan weerszijden van de grens, maar geen toenadering gezocht tot de regering van Assad.
Over hoe de Amerikaanse regering Noordwest-Syrië zal bijstaan heeft ze nog weinig laten weten. President Joe Biden zei op 6 februari dat ‘ook humanitaire partners die door de VS gesteund worden reageren op de verwoestingen in Syrië’. Zijn verklaring werd nog eens herhaald door de woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
De Syriërs zijn al veel te lang verwaarloosd en vergeten
Samantha Power, administratief medewerker bij USAID [het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingshulp], tweette op 7 februari dat ze met Raed al-Saleh heeft overlegd over hoe dit Amerikaanse agentschap urgente hulp kan bieden aan de Syriërs. Al-Saleh is het hoofd van Syria Civil Defence, de humanitaire vrijwilligersgroep die ook bekendstaat als de Witte Helmen en actief is in het rebellengebied. De Witte Helmen verrichten al jaren heldhaftig werk door mensen uit het puin van gebombardeerde huizen, gebouwen en ziekenhuizen te redden. Al hun drieduizend vrijwilligers zoeken momenteel naar overlevenden, maar naar verluidt raakt hun brandstof op.
Logistiek gezien wordt het een nachtmerrie. Maar de Verenigde Staten en de internationale gemeenschap moeten aandringen op onmiddellijke noodhulp aan Syriërs in de oppositiegebieden. Daarna moeten er creatieve oplossingen komen om de vooruitzichten voor Syriërs op de lange termijn te verbeteren, zonder het regime vrij te pleiten.
Deze aardbeving leert ons dat het absoluut noodzakelijk is dat de internationale gemeenschap is voorbereid op mogelijke problemen in een kwetsbaar gebied als Noordwest-Syrië. En dat de diepe wonden van deze regio niet simpelweg kunnen worden dichtgeschroeid en vervolgens genegeerd, zoals Washingtons strategie lijkt te zijn geweest. De Syriërs zijn al veel te lang verwaarloosd en vergeten.
Twee zware aardbevingen hebben maandagavond opnieuw het noorden van Syrië en de zuidelijke Turkse provincie Hatay getroffen. Ze hadden een kracht van 6,4 en 5,8 op de schaal van Richter. De verwoestende aardbeving van 6 februari heeft in beide landen meer dan 47.000 mensen het leven gekost. Die had een magnitude van 7,8.
Volgens de Turkse minister van Binnenlandse Zaken, Süleyman Soylu, zijn er in Turkije minstens zes doden en meer dan tweehonderd gewonden gevallen. In Syrië zijn in Aleppo zes mensen gewond geraakt, die in paniek probeerden te vluchten, meldt het agentschap Sana. De Syrische reddingsgroep de Witte Helmen verklaart dat er meer dan honderddertig gewonden zijn gevallen in het noorden van het land.
‘De mensen zijn in paniek en getraumatiseerd’ door de gebeurtenissen van 6 februari
‘De naschokken zullen maanden duren, zelfs jaren. Maar ze nemen met de dag af,’ zei de Turkse geoloog Mehmet Kokum tegen Al Jazeera. Kokum voegde eraan toe dat er sinds 6 februari meer dan vijfduizend naschokken zijn geweest. In Syrië heeft de laatste beving, ‘hoewel hij korter en iets zwakker was [dan eerdere aardbevingen], de bevolking nog meer angst aangejaagd’, vertelde Abdulkafi Al-Hamdo, een oppositielid uit het noorden van het land, aan de Qatarese zender. ‘De mensen zijn in paniek en getraumatiseerd’ door de gebeurtenissen van 6 februari.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week gaan we dieper in op de vraag waarom de aardbeving in Turkije zo veel doden en schade tot gevolg kon hebben.
Dit artikel verscheen eerder als nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Welke impact heeft de aardbeving in Turkije gehad?
‘Ingestorte flatgebouwen, puin in de straten, gezinnen in tenten in een voetbalstadion’, zo beschrijftThe New York Timesde gevolgen van de aardbeving van 6 februari in de Zuid-Turkse stad Kahramanmaras. Maras, zoals de stad van 400.000 inwoners kortweg genoemd wordt, bevond zich haast op het epicentrum van de beving. ‘De stank van dode lichamen hangt in de straten’, aldusAl Jazeera.
Bijna duizend gebouwen zijn ingestort in Maras en meer dan zeshonderd doden zijn bevestigd. Er liggen echter nog veel dode lichamen begraven onder het puin. ‘De gebouwen die nog overeind staan in de stad zijn ook niet meer veilig om in te wonen, waardoor veel overlevenden de strenge winter in de open lucht moeten trotseren’, vervolgt het Qatarese nieuwsnetwerk. In heel Turkije zijn inmiddels meer dan 35.000 doden gemeld.
Bekijk op de site van CNN de voor- en nabeelden van de aardbeving om een idee te krijgen van de ernstige verwoestingen in het getroffen gebied.
‘In deze regio komen aardbevingen vaker voor, dus waarom was deze zo vernietigend?’, vraagtCNN zich af in een videoreportage. Met een kracht van 7,8 op de schaal van Richter was de recente aardbeving de sterkste in honderd jaar tijd. Daarna volgde een serie van naschokken, de grootste met een magnitude van 7,5 – bijna net zo krachtig als de aanvankelijke beving.
Doordat de aardbeving zo vroeg in de ochtend plaatsvond, lagen de meeste mensen thuis in hun bed te slapen. In het gehele rampgebied, dat zo groot is als heel Frankrijk, zijn duizenden woningen ingestort. Volgens schattingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zouden er in Turkije en Syrië zo’n 23 miljoen mensen geraakt zijn door de natuurramp.
In veel afgelegen gebieden is de hulp nog nauwelijks op gang gekomen, schrijft The New York Times in een reportage vanuit het dorp Kayabasi. ‘In Zuid-Turkije hebben overlevenden van de aardbeving nog steeds behoefte aan onderdak, dekens en toiletten. De nood lijkt vooral acuut op het platteland.’
Terwijl families rouwen om het verlies van hun dierbaren, groeit de woede onder getroffenen en wordt er gezocht naar schuldigen voor de omvangrijke ramp, schrijft CNNin een artikel over de nasleep.
Hoewel meteorologen rampen zoals orkanen of overstromingen kunnen voorspellen, kunnen seismologen dat bij aardbevingen nog niet. Er zijn wel apparaten die een aardbeving kunnen detecteren, maar die geven hooguit een minuut van tevoren een waarschuwing af en zijn duur in onderhoud, aldusThe Economist. Vaak geven ze mensen hooguit de tijd om hun woning uit te vluchten.
Na de verwoestende aardbeving van 1999, waarbij duizenden mensen omkwamen, zijn de regels voor gebouwen in aardbevingsgebieden aangescherpt. Toch zijn meer dan zesduizend gebouwen in Turkije ingestort, volgens het rampenagentschap van het land. Met zoveel schade is de vraag welke rol de infrastructuur van gebouwen kan hebben gespeeld in de tragedie.
‘Wat vooral opvalt is het type instortingen – wat wij de pannenkoekinstorting noemen. En dat is het type instorting dat wij ingenieurs niet graag zien,’ zei Mustafa Erdik, hoogleraar aardbevingstechniek aan de Bogazici-universiteit in Istanboel tegen CNN. ‘Dergelijke instortingen maken het werk van de zoek- en reddingsteams erg moeilijk.’ Hoewel Erdik gelooft dat veel van de ingestorte woningen voor 1999 gebouwd zijn, denkt hij dat er ook veel moderne gebouwen bijzaten die niet aan de regels voldeden.
Hoewel seismologen, geofysici en stedenbouwkundigen de afgelopen jaren en vooral de laatste maanden hebben gewaarschuwd voor het zeer hoge risico op aardbevingen, met name in de regio Kahramanmaraş, lijken er geen bijzondere maatregelen te zijn genomen. De autoriteiten hadden hier beter op in moeten spelen, aldus een deel van de Turkse pers.
In de wijk Saraykint in Antakya, een van de zwaarst getroffen steden, wezen bewoners op het slechte vakmanschap van een pas gebouwd luxe gebouw van veertien verdiepingen met ongeveer negentig appartementen, dat compleet is ingestort. ‘Het beton is net zand,’ zei een man tegenThe New York Times, toen hij bij het gebouw stond en naar de reddingswerkers keek. ‘Het is te snel gebouwd.’
De Turkse krantCumhuriyet sprak met overlevenden van de aardbeving in Kahramanmaras, die ook wijzen op het aantal nieuwe gebouwen dat is ingestort. ‘Ze zeiden ons dat deze plaats zou worden zoals Adana [de naburige grote stad, 200 kilometer verderop, die welvarender is], en dit is het resultaat.’ In de stad is 95 procent van de gebouwen ingestort of zeer zwaar beschadigd.
Een van de zwaarst getroffen wijken is Onikisoebat. Hier is men pas twee dagen na de aardbeving begonnen met de reddingsoperaties. ‘Waar is de regering? Waar is Recep Tayyip Erdogan, die kritiek had op [de slechte aanpak van] de aardbeving van 1999 [waarbij 17.000 mensen omkwamen in het gebied rond Istanboel en die de publieke verontwaardiging tegen de toenmalige regering aangewakkerde en bijdroeg aan Erdogans opkomst in 2002]? Zijn ze ons vergeten of wat?’ aldus een bewoner tegen de Turkse krant.
Ook hekelen de inwoners van Kahramanmaras het gebrek aan informatie. ‘Na de eerste aardbeving hadden de autoriteiten een oproep moeten doen aan de mensen om niet terug te keren naar hun huizen. Maar er werd niets gedaan. Sommige mensen keerden terug naar hun huizen en stierven bij de tweede aardbeving. Dat is te wijten aan onzorgvuldigheid en incompetentie van de autoriteiten.’
Afad, het Turkse orgaan dat verantwoordelijk is voor de coördinatie van de reactie op natuurrampen, is het doelwit van critici, die de vertraging en het gebrek aan organisatie van reddingsoperaties aan de kaak stellen. Een probleem van budgettaire prioriteiten, vindt het linkse dagbladBirgün, dat erop wijst dat de regering de begroting van de instelling in 2023 met 33 procent, oftewel 150 miljoen euro, heeft gekort en dat de totale begroting van Afad zeven keer lager is dan die van het ministerie van Religie.
‘Waren de miljarden aan belastinggeld die na 1999 in het kader van het aardbevingsrisico werden geïnd maar goed gebruikt’, schrijft het onlinemediumT24. ‘We kregen zogenaamde existentiële dreigingen voorgeschoteld, waartegen we bommen en vliegtuigen moesten kopen en produceren, waarvoor we huurlingen moesten betalen en gevechtsdrones fabriceren, terwijl de eigenlijke dreiging onder onze voeten lag.’
Cumhuriyet stelt de laksheid van de autoriteiten aan de kaak, die regelmatig ‘amnestie’ verlenen om het bouwen zonder vergunning te legaliseren. Zo zouden er alleen al in 2018 in de regio Gaziantep 76.605 en in de regio Hatay 71.738 gebouwen pas achteraf zijn goedgekeurd.
VolgensThe New York Timesprees Erdogan tijdens de campagne van 2019 de wetgeving die zijn politieke partij had doorgedrukt, waardoor eigenaren van gebouwen bouwovertredingen werden vergeven zonder dat ze hun gebouwen hoefden aan te passen.
De Turkse krant merkt op dat in de stad Malatya een enorm luxe wooncomplex, Asur Konutlari, dat slechts zes maanden geleden werd opgeleverd, is ingestort. ‘De website van de projectontwikkelaar adverteerde dat de gebouwen “conform de aardbevingsnormen met materialen van topkwaliteit” zijn gebouwd.’
Lees ook deze reportage van The New York Times met beelden van de instorting van Asur Konutlari.
Welke gevolgen zal deze kritiek hebben voor Erdogan?
De aardbeving kan een gamechanger zijn voor de politieke carrière van president Erdogan, schrijftCNN. Hoewel Erdogan de getroffen gebieden bezocht, slachtoffers troostte en beloofd heeft de duizenden ingestorte huizen weer op te bouwen, is de onvrede over zijn optreden groot, vooral in de regio’s die het hardst geraakt zijn.
Het handelen van de Turkse president in de wederopbouw zal bepalend zijn voor de presidentsverkiezingen van 14 mei. ‘Erdogan is zich daar waarschijnlijk van bewust’, aldus CNN. Vorige week woensdag erkende hij ‘tekortkomingen’ in de vroege reactie van de regering. De volgende dag herinnerde hij de Turken aan de inspanningen van de regering bij eerdere rampen, beloofde hij huizen in minder dan een jaar te herbouwen en beloofde hij slachtoffers te steunen met 10.000 lira (597 euro) per persoon.
Of deze beloften zijn kans op herverkiezing zullen redden is onduidelijk. De meeste door de aardbeving getroffen provincies in het zuiden van Turkije zijn sociaal conservatief en bolwerken van Erdogans islamistisch georiënteerde AK-partij, aldus Sinan Ulgen, een voormalige Turkse diplomaat en voorzitter van de in Istanboel gevestigde denktank EDAM. ‘De gemiddelde prestaties van de AK-partij in die provincies liggen boven het nationale gemiddelde’, zei hij tegen CNN.
Verlies van steun in de getroffen gebieden zou dus desastreus zijn voor Erdogan, die midden in de campagne zit voor een derde termijn als president. Voor de Turkse machthebbers hebben bevingen in het verleden een grote rol gespeeld. Zo is Erdogan zelf aan de macht gekomen na onvrede over de wederopbouw na de aardbeving van 1999. Ook de Turkse oppositie spreekt zich al uit over de vermeende tekortkomingen van de regering bij de aanpak van de tragedie.
Het regeringsgezinde dagbladSabah blijft in ieder geval achter de president staan: ‘Is het mogelijk om in één jaar tien nieuwe steden te bouwen? Het is moeilijk te geloven, maar ik vertrouw hem, ik weet zeker dat het kan. Turkije heeft in het verleden ook aardbevingen meegemaakt en het heeft zich daarvan hersteld. Erdogan en Turkije komen altijd sterker uit de crises die ze doormaken’, aldus de krant in het hoofdredactioneel commentaar. ‘Erdogan heeft ons niet teleurgesteld.’
Er worden nog mensen levend onder het puin vandaan gehaald
Het dodental van de aardbeving in Turkije en Syrië is tot boven de 15.000 gestegen, meldt Al Jazeera. Het merendeel van de dodelijke slachtoffers is gevallen in Turkije: zeker 12.400 mensen kwamen daar om het leven. Ruim 63.000 mensen zijn gewond geraakt bij de reeks bevingen van maandag.
Veel landen hebben reddingsteams richting Turkije en Syrië gestuurd. Hoewel het inmiddels ruim drie dagen geleden is dat de aardbevingen in de twee landen plaatsvonden, worden er nog steeds mensen levend onder het puin van ingestorte gebouwen vandaan gehaald. Naast reddingswerkzaamheden zendt een grote groep landen miljoenen dollars aan geld voor directe noodhulp en wederopbouw.
Sinds woensdag worden reddingswerkzaamheden in Turkije echter bemoeilijkt omdat het socialemediaplatform Twitter offline is gehaald in grote delen van het land. Waarom Twitter niet meer bereikbaar is, is onduidelijk, maar voor reddingswerkers is het medium een belangrijke bron, aangezien zowel familieleden van slachtoffers als slachtoffers zelf het kanaal gebruiken om om hulp te vragen, en reddingsacties via het platform gecoördineerd worden.
Het dodental van de aardbeving in het zuiden van Turkije blijft stijgen. Dinsdagavond meldde Turkije meer dan 5894 doden, en Syrië meer dan 1932. De beving van maandagnacht had een kracht van 7,8 op de schaal van Richter en werd gevolgd door een sterke naschok enkele uren later.
‘Naschokken, ijskoude temperaturen en beschadigde wegen belemmeren reddingspogingen om overlevenden te vinden’, aldus The Guardian, die erop wijst dat ‘de Turkse autoriteiten in tien provincies de noodtoestand hebben uitgeroepen en de Wereldgezondheidsorganisatie heeft gewaarschuwd dat het uiteindelijke dodental meer dan twintigduizend kan bedragen.’
‘De pogingen om overlevenden te vinden worden bemoeilijkt door de ijzige omstandigheden’
Mensen in afgelegen steden in het zuiden van Turkije beschreven hoe de hulpverleners in het grensgebied van meer dan duizend kilometer lang handen en middelen te kort komen. In Noord-Syrië, waar de rebellen aan de macht zijn, ontbreekt het vrijwillige reddingswerkers bijvoorbeeld aan brandstof en andere elementaire voorzieningen die nodig zijn om mensen die nog steeds vastzitten onder het puin te kunnen helpen.
‘Een onbekend aantal mensen zit nog steeds vast en de pogingen om overlevenden te vinden worden bemoeilijkt door de ijzige omstandigheden. Ook de slechte internetverbinding en beschadigde wegen tussen enkele van de zwaarst getroffen steden in het zuiden van Turkije hebben de reddingsteams gehinderd’, bericht de Britse krant.
Volgens de WHO zou het dodental kunnen verachtvoudigen
Het dodental in Turkije en Syrië blijft stijgen, meer dan vierentwintig uur na de verwoestende aardbeving. Volgens voorlopige cijfers van maandag 6 februari zijn meer dan 4300 mensen omgekomen door de aardbeving van 7,8 op de schaal van Richter die om 4:17 uur plaatselijke tijd bij de stad Gaziantep (Zuidoost-Turkije) plaatsvond, enkele uren later gevolgd door een sterke naschok.
In Turkije staat het dodental op 2921, volgens het staatsbureau voor rampenbestrijding (Afad). Het laatste dodental uit Syrië overstijgt de 1400 slachtoffers. De Wereldgezondheidsorganisatie verwacht dat het dodental kan verachtvoudigen, bericht de BBC.
‘Reddingswerkers zoeken bij ijzige temperaturen wanhopig in het puin naar overlevenden‘
‘In beide landen zijn duizenden gebouwen ingestort, en verschillende video’s tonen het moment waarop ze vielen, terwijl omstanders dekking zochten’, schrijft de BBC. ‘Gebouwen van wel twaalf verdiepingen hoog liggen nu plat, wegen zijn verwoest en er liggen enorme bergen puin zover het oog reikt.’
In Turkije en Syrië ‘zoeken reddingswerkers bij ijzige temperaturen wanhopig in het puin naar overlevenden‘, met ‘hoofdlampen en schijnwerpers om ’s nachts door te blijven werken’, aldus The New York Times.
De eerste reddingswerkers uit het buitenland zullen naar verwachting vandaag aankomen. Volgens de Turkse president Recep Tayyip Erdogan hebben vijfenveertig landen – naast de NAVO en de Europese Unie – hulp aangeboden, meldt de Turkse krant Hürriyet.
Vannacht werd Zuid-Turkije opgeschrikt door een aardbeving met een kracht van 7,8 op de schaal van Richter en een diepte van zo’n 17,9 km, bericht Al Jazeera. De beving vond plaats rond 1:15 Nederlandse tijd, op een punt vlakbij de Syrische grens. In Turkije zijn tot nu toe zo’n driehonderd mensen omgekomen, maar het dodenaantal zal hoogstwaarschijnlijk nog oplopen. De schokgolven van de aardbeving waren voelbaar in Noord-Syrië, Cyprus en Libanon.
De Turkse president Erdogan meldde op Twitter dat er ‘meteen opsporings- en reddingsteams gestuurd zijn’ naar het rampgebied. ‘We hopen dat we samen zo gauw mogelijk en met zo min mogelijk schade door deze ramp heen zullen komen’, zo schreef hij verder. De Turkse binnenlandminister, Süleyman Soylu, raadde mensen sterk af om beschadigde gebouwen binnen te gaan vanwege de risico’s, meldt de Turkse krant Hürriyet. ‘Onze prioriteit is mensen te bevrijden die vastzitten onder het puin van ingestorte gebouwen en ze in ziekenhuizen onder te brengen’, aldus de minister.
Het is de zwaarste aardbeving sinds die van 1999 in Noordwest-Turkije
In Syrië zijn volgens een gezondheidsfunctionaris van de regering al meer dan tweehonderd mensen omgekomen en ongeveer zeshonderd gewond geraak, bericht Al Jazeera. De meeste slachtoffers zijn gevallen in de provincies Hama, Aleppo en Latakia, waar talrijke gebouwen zijn ingestort.
De aardbeving kwam op een moment waarop het Midden-Oosten een sneeuwstorm meemaakt die naar verwachting tot dinsdag zal aanhouden. Turkije staat wat betreft het aantal grote breuklijnen wereldwijd op nummer één en wordt regelmatig opgeschud door een aardbeving. Het is de zwaarste aardbeving sinds die van 1999 in Noordwest-Turkije, waarbij zo’n achttienduizend mensen om het leven kwamen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.