Tag: Syrië

  • Erdogan wil grondoffensief in Syrië beginnen

    Erdogan wil grondoffensief in Syrië beginnen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïne wil energie besparen met winter in aantocht

    » Bolsonaro probeert stemmen ongeldig te verklaren

    De Turkse president wil wraak nemen voor de aanslag in Istanboel

    De Turkse president Recep Tayyip Erdogan heeft gezegd dat hij zo snel mogelijk grondtroepen naar Syrië wil sturen, zo schrijft TRT World. De afgelopen dagen voerden Turkse vliegtuigen en drones al grootschalige aanvallen uit in het noorden van Syrië en Irak, gericht op Koerdische milities van de PKK en de YPG. Daar kwamen zeker 184 Koerdische militanten bij om het leven.

    Aanleiding voor de Turkse aanvallen is de bomaanslag eerder deze maand in Istanboel. Bij een ontploffing in het centrum van de stad kwamen zes mensen om het leven. Volgens autoriteiten was de Koerdische PKK hoofdschuldige, hoewel deze militante beweging zelf alle betrokkenheid ontkent. In de afgelopen jaren heeft Turkije vaker grondoorlogen gevoerd in Syrië, meestal gericht op Koerdische bewegingen.

    De PKK zegt geen burgers aan te vallen en benadrukt alleen aanslagen te plegen op politiebureaus en grensposten. Volgens de beweging zijn bij de bombardementen door Turkse vliegtuigen de afgelopen tijd kinderen en vrouwen in de grensregio omgekomen.

    Lees ook:

  • VS: Frans cementbedrijf Lafarge zwaar bestraft voor steun aan IS in Syrië

    VS: Frans cementbedrijf Lafarge zwaar bestraft voor steun aan IS in Syrië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland: hoofd cybersecurity ontslagen wegens vermeende banden met Rusland

    » Ethiopisch leger verovert verschillende steden in door oorlog verscheurd Tigray

    Lafarge krijgt boete van 778 miljoen dollar

    Het Franse cementbedrijf Lafarge moet 778 miljoen dollar betalen aan de VS voor het steunen van terroristische organisaties in Syrië, waaronder de Islamitische Staat, tussen 2013 en 2014, bericht France24. Het bedrijf pleitte dinsdag schuldig. In Frankrijk loopt er nog een aanklacht tegen Lafarge voor ‘medeplichtigheid aan misdaden tegen de menselijkheid’.

    Het Amerikaanse ministerie van Justitie beschuldigde het bedrijf ervan samen te werken met de Islamitische Staat tijdens de oorlog in Syrië. ‘Midden in een burgeroorlog maakte Lafarge de ondenkbare keuze om IS, een van de meest barbaarse terroristische organisaties ter wereld, geld toe te steken om cement te kunnen blijven verkopen’, zei federaal aanklager Breon Peace.

    De onderneming werd ervan verdacht in 2013 en 2014 via haar Syrische dochteronderneming Lafarge Cement Syria (LCS) miljoenen euro’s te hebben betaald aan terroristische groeperingen, waaronder de Islamitische Staat, en tussenpersonen, om de activiteit van een cementfabriek in de Syrische stad Jalabiya in stand te houden terwijl het land in oorlog was. Volgens het onderzoek van de Franse autoriteiten zouden alleen al de betalingen aan IS 4,8 tot 10 miljoen euro hebben bedragen.

    Lees ook:

  • Twaalf Syrische vluchtelingen, waaronder kinderen, overleden op Middellandse Zee

    Twaalf Syrische vluchtelingen, waaronder kinderen, overleden op Middellandse Zee

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Aandeelhouders Twitter stemmen massaal voor overnameplan Musk

    » Oekraïne: verhalen over Russische martelingen duiken op in bevrijde gebieden

    Veertien mensen hebben schipbreuk overleefd

    Zes Syrische vluchtelingen, waaronder drie kinderen, zijn dood aangetroffen op een boot die aankwam in de Siciliaanse haven Pozzallo, meldde de VN-vluchtelingenorganisatie (UNHCR). Ondertussen werden voor de Tunesische kust nog eens zes lichamen geborgen, wat het dodental van de schipbreuk vorige week op twaalf brengt. Volgens de UNHCR maakten de doden deel uit van een groep van zesentwintig mensen die al dagen op zee waren, bericht Al Jazeera.

    In de boot werden nog een vrouw en haar dochter aangetroffen. Zij werden naar een ziekenhuis op het naburige eiland Malta gevlogen. Meer dan twaalfhonderd mensen zijn dit jaar omgekomen of verdwenen toen zij probeerden de Middellandse Zee over te steken.

    Lees ook:

  • Jinwar, het Syrische ecodorp waar alleen vrouwen wonen

    Jinwar, het Syrische ecodorp waar alleen vrouwen wonen

    Dit feministische ecodorp houdt stand als zelfstandige commune zonder centrale leidersfiguur, ondanks de aanhoudende spanningen door Turkse invallen in Syrië. ’We zijn bereid de hele gemeenschap tot onze laatste druppel bloed te verdedigen.’

    ‘Hoe oud denk je dat mijn moeder is? Kijk eens hoe mooi ze is,’ zegt Ciya, een energiek jongetje dat kleurrijke armbanden zit te weven op een bed in de hoek van een grote kamer.

    ‘Ik ben 28 en heb veel meegemaakt,’ zegt Zeynep, afkomstig uit Gewer in het noorden van Koerdistan. Ze schenkt thee uit een dampende zilveren pot. ‘Ik was net vijftien toen ik werd uitgehuwelijkt aan een man die twintig jaar ouder was dan ik en die me in huis opsloot om als zijn huishoudelijke hulp te dienen,’ zegt ze, terwijl ze een schaal met snoepjes op een kleed neerzet. ‘Ik wist niet eens hoe baby’s geboren werden, tot ik op een dag ontdekte dat ik zwanger was. Ciya werd geboren en ik had geen kleren voor hem, noch voor mezelf. Ik wist niet wat ik moest doen behalve mijn kind slaan – dat had ik tenslotte geleerd van de afranselingen die mijn man me gaf. Ik was zelf nog maar een kind.’

    Even trekt een sluier van droefenis over het gezicht van Zeynep. ‘Toen ik naar Maxumur vluchtte, in het zuiden van Koerdistan, wilde ik zelfmoord plegen. Ik stond op het punt mijn kind af te staan voor adoptie, maar daar heb ik van afgezien, mede dankzij de steun van een paar vrienden die ik in die periode heb ontmoet,’ vertelt ze, terwijl ze liefdevol naar Ciya kijkt. ‘Hoe had ik een deel van mijn hart kunnen opgeven?’

    ‘Ik ga hier nooit meer weg. Elke vrouw verdient een tweede kans om gelukkig te zijn’

    Op een gegeven moment hoorde Zeynep over Jinwar, een ecodorp in het noordoosten van Syrië, waar vrouwen en kinderen in vrijheid een gemeenschap vormen. Het woord jinwar betekent ‘land van vrouwen’ in het Kurmançi, het belangrijkste dialect van het Koerdisch, en is geïnspireerd op jineolojî: ‘de wetenschap van vrouwen’, die pleit voor een samenleving zonder patriarchaat en die wordt uitgedragen door onder meer de Koerdische leider Abdullah Öcalan.

    ‘Ik heb mezelf hier hervonden en ik zie mezelf niet langer door de ogen van een man die mij alleen maar kan minachten,’ vertelt Zeynep. ‘Ik weet dat ik op eigen benen kan staan en ik heb veel hobby’s, zoals tuinieren en naaien. Ik ga hier nooit meer weg. Elke vrouw verdient een tweede kans om gelukkig te zijn.’

    Vrouwen aan het front

    Boven Jinwar, in het noordoostelijke kanton Hasaka, is de hemel bedekt met een deken van sterren. Het gedonder van zware wapens en artillerievuur verbreekt de stilte van de nacht. Slechts een paar kilometer verderop, in de Syrische gebieden die sinds 2019 door Erdogan zijn bezet, worden de stad Tel Tamer en dorpen in de buurt van de rivier de Khabur langs de internationale snelweg M-4 dagelijks aangevallen door het Turkse leger en Syrische milities die banden hebben met Turkije.

    Zilan Tal Tamr maakt deel uit van de YPJ, de Vrouwelijke Volksbeschermingseenheden, en is commandant van de militaire raad van Tel Tamer (onderdeel van de Syrische Democratische Strijdkrachten, een Koerdische militie). ‘De patriarchale context van de samenleving maakte het aanvankelijk moeilijk voor vrouwen om te strijden naast mannelijke collega’s,’ erkent ze. ‘Maar de gemeenschap heeft dat proces snel aanvaard, en nu zijn wij een van de belangrijkste onderdelen in de strijd tegen de bezetting. In het noordoosten van Syrië zijn we actief op alle maatschappelijke terreinen, niet alleen in het leger, en komen we op voor gendergelijkheid, een zaak die het hele revolutionaire proces ten goede komt.’

    De omgeving van Tel Tamer wordt bewoond door Syriërs, Assyrische christenen (een van de eerste volkeren die zich in de eerste eeuw tot het christendom bekeerden), Koerden en Arabieren die werden afgeslacht tijdens de opmars van Islamitische Staat in 2015. Het front ligt op een paar kilometer van de heuvel die over de stad uitkijkt. Tussen de huizen is een kerk te zien. Het is de enige die nog overeind staat, zegt Nabil Warda, woordvoerder van de Assyrische militie Wachters van Khabur. ‘Wij hebben onderdak verleend aan vijftig gezinnen die uit dorpen zijn gevlucht die door de Turken werden aangevallen in een poging de Syrisch-Assyrische aanwezigheid in het gebied te elimineren. We zijn bereid de hele gemeenschap tot onze laatste druppel bloed te verdedigen.’

    ‘Velen van hen in dit deel van het Midden-Oosten gehoorzamen niet meer aan de bevelen van hun vader of oom’

    Een koele avondbries strijkt over de korenvelden rond Jinwar. Vanuit een huis waar overal veelkleurige stoffen liggen te midden van naaimachines en textielrestjes, klinkt de luide stem van een vrouw. ‘Rustig aan met het pedaal! Zo ja, goed zo!’ zegt ze bemoedigend tegen een dorpsgenoot.

    Amara, een jonge vrouw uit de buurt, herinnert zich hoe ze op 8 maart 2017 de eerste steen van het dorp legden. Jinwar ging een jaar later open, op 25 november, de Internationale dag voor de uitbanning van geweld tegen vrouwen. Volgens de traditie zijn de huizen van klei, zodat ze in de zomer koel blijven en in de winter warm. Met de hulp van de buren bouwden de nieuwe bewoners dertig huizen, vertelt ze. ‘Tien jaar geleden speelden vrouwen een sleutelrol in de revolutie. Sindsdien gehoorzamen velen van hen in dit deel van het Midden-Oosten niet meer aan de bevelen van hun vader of oom. Ze vragen een scheiding aan en gaan studeren. Ook zijn er Mala Jîne – vrouwenhuizen – geopend om kwesties inzake gendergelijkheid te bespreken.

    Jinwar is bijna zelfvoorzienend: op de velden worden olijven en abrikozen geteeld, er wordt brood gebakken en er is een landbouwcoöperatie opgericht, laat Amara zien, terwijl ze langs de weg loopt die het groepje huizen verbindt met de school, de boerderij en de kliniek voor natuurgeneeskunde. Op de stoffige weg rijden drie jonge jongens op een goudkleurige fiets terwijl ze met elkaar aan het dollen zijn.

    ‘Nu ga ik niet meer naar Duitsland, want ik zou niet weten hoe ik Jinwar zou kunnen achterlaten’

    Een vrouw die Jîyan heet, zit in de koelte van haar tuin en vertelt dat zij van Afrin (in het noordwesten van Syrië) naar Shahba (in het zuiden) is gereisd om zich bij de bevrijdingsbeweging aan te sluiten. ‘Daarna besloot ik naar Jinwar te gaan. Ik wachtte op documenten van mijn broer om naar Duitsland te kunnen en ik was niet gewend aan het dorpsleven.’ Ze begon de aromatische tuinen te verzorgen en nam de dorpswinkel over. Op een dag werd ze aan de Iraakse grens aangehouden. ‘Ik was op weg naar een jineolojî-bijeenkomst in Europa. Pas onlangs ben ik vrijgelaten,’ zegt ze. ‘Nu ga ik niet meer naar Duitsland, want ik zou niet weten hoe ik Jinwar zou kunnen achterlaten.’

    In een ander gebouw is een theaterworkshop voor een toneelstuk over geweld door mannen. ‘Vrouwen hebben recht op vrijheid, maar in sommige gezinnen bestaat die niet! Als ze zich verenigen zijn vrouwen sterker dan mannen,’ reciteert een jonge vrouw voor een muur die is behangen met portretten van strijders die bij gevechten tegen Islamitische Staat en Turkije zijn gesneuveld.

    Vrede en zusterschap

    ‘In mijn familie in Aleppo was er geen verschil tussen mij en mijn broers. Maar alles veranderde toen ik op mijn achttiende met mijn neef moest trouwen,’ vertelt de 32-jarige Rojida, die voor haar eigen veiligheid een andere naam gebruikt. In haar huis zet ze een dienblad met een Turkse koffiepot op de vloer tussen de sofa’s. ‘Trouwen is hier een soort van verplichting, maar in het huis van de familie van mijn man kwam het erop neer dat ik mijn vrijheid kwijt was. Ik deed het huishouden en mocht niet praten.’ Ze nipt aan haar koffie. ‘Ik wilde ervandoor gaan, maar toen werd mijn dochter geboren. Ik bleef en probeerde te scheiden. Dat wilde hij niet, dus uiteindelijk zijn we gevlucht en vonden we onderdak op een onderduikadres. Daarna zijn we naar Jinwar gekomen,’ zegt ze. ‘Ik volg Engelse les met mijn dochter. We zitten hier goed.’

    Het is etenstijd. In het midden van een kleine kamer spreiden twee meisjes een tafelkleed uit en brengen borden vol dolma’s in vijgenbladeren. ‘In Jinwar leven we met Koerdische, Arabische en jezidi-vrouwen. De strijd van de Koerdische vrouwen, die de onderdrukking van hun zusters begrijpen, gaat over vrijheid voor alle vrouwen in de wereld. Daarom hopen we dat anderen het voorbeeld van Jinwar zullen volgen en vrouwen zullen helpen te ontkomen aan het geweld,’ aldus Amara.

    ‘Wij voeren hier een strijd die vergelijkbaar is met die van het Koerdische volk voor zijn vrijheid, die al ruim vijftig jaar duurt,’ zegt Rojda, gezeten naast Lucy, een klein hondje. ‘Als Jinwar het beginpunt is van waaruit steden van vrouwen kunnen ontstaan, dan kan het patriarchaat worden verslagen en kan het model worden uitgebreid naar andere plekken, zodat de aarde verandert in een planeet van vrede en zusterschap.’

    Lees ook:

  • ‘De trein was de weg naar vrijheid.’ Het vergeten spoor van Syrië en Libanon

    ‘De trein was de weg naar vrijheid.’ Het vergeten spoor van Syrië en Libanon

    In zijn bloeitijd telde het station van Rayak in Libanon 2500 werknemers. Het spoor, dat liep van Medina tot Istanboel, zorgde voor verbinding in een verdeelde regio.

    Rayak, Libanon. Tussen de rails van een spoorlijn naar nergens groeien acacia’s. Een eenzame trein, vijftig jaar geleden halsoverkop verlaten, staat verloren tussen de velden. De groene verf is bijna helemaal van de locomotief gebladderd. Kogelgaten en de op een wagonwand gekalkte tekst ‘Syrische Strijdkrachten’ zijn stille getuigen van een duister verleden.

    Het treinstation van Rayak, een stadje op 5 kilometer van de Syrische grens in de Libanese Bekavallei, heeft iets weg van een grandioos geraamte. In de Ottomaanse tijd groeide het depot hier uit tot de grootste revisiewerkplaats voor treinen in het Midden-Oosten. Hier werden de locomotieven gerepareerd die waren gesaboteerd door T.E. Lawrence (‘Lawrence of Arabia’) en zijn Arabische revolutionairen in hun strijd tegen het Ottomaanse Rijk. In de hoogtijdagen kon je in Rayak de trein nemen naar Beiroet, Istanboel, Damascus en Bagdad. Later werd het station een basis voor de inlichtingendienst van het Syrische leger.

    En zevenenveertig jaar lang was Asaad Namrud hier kind aan huis. In zijn bescheiden woning in Rayak, op een steenworp afstand van wat er nog over is van het oude station, staat de inmiddels vierennegentigjarige Namrud op een warme herfstochtend uien te snijden voor een stoofschotel. De enige decoratieve elementen in zijn woonkamer zijn een schilderij van een spoorlijn, een oude foto van zijn locomotief en zijn machinistenvergunning.

    Op 3 augustus 1895 vertrok de eerste trein

    In 1976, toen de burgeroorlog die Libanon vijftien jaar lang zou teisteren net een jaar oud was, reed Namrud met een trein van Beiroet naar de Syrische grens. ‘Ik bracht achthonderd geiten van Beiroet naar Rayak. Dat was mijn laatste rit,’ weet hij nog. Nadat hij in Rayak uit zijn cabine was gestapt, reed er nooit meer een stoomlocomotief tussen Beiroet en Damascus. Er was een eind gekomen aan het spoorverkeer.

    Het was het einde van een neergang die al eerder was ingezet. Op 3 augustus 1895 vertrok de eerste trein op dit traject, het begin van het spoorverkeer in de Levant. In 1911 kreeg de Noord-Libanese stad Tripoli een station en een verbinding met de Syrische steden Homs en Aleppo. In de eerste helft van de twintigste eeuw konden passagiers in Beiroet de trein nemen naar Damascus, Istanboel en Bagdad, en via een aansluiting op de Hidjaz-spoorlijn zelfs helemaal naar Mekka. Maar na de uitbraak van de burgeroorlog in de jaren zeventig werd het Libanese spoor niet meer onderhouden. En het verouderde Syrische spoor onderging na 2011 hetzelfde lot.

    De verroeste en in onbruik geraakte spoorwegen die Syrië en Libanon ooit doorkruisten, vertellen een verhaal van wat had kunnen zijn. Een verhaal van nostalgie en gemiste aansluitingen, maar ook van een onversaagd streven naar verbinding in een verdeelde regio.

    2 GettyImages 526689834
    De overblijfselen van een spoorweg worden van onkruid ontdaan in de buurt van Saida, Libanon. © Sam Tarling / Corbis via Getty Images.

    Laatste machinist

    Toen Namrud als tiener aankondigde dat hij van school ging om bij het spoor te werken, kreeg hij een oorvijg van zijn vader. Maar al snel liep hij op het station van Rayak mee met een Franse mecanicien. ‘Het was de tijd van generaal De Gaulle, de Fransen beheerden hier het spoor,’ zegt hij. Begin jaren veertig waren Libanon en Syrië nog Franse mandaatgebieden.

    Na vier jaar praktijktraining mocht Namrud zich eindelijk machinist noemen. Zijn eerste bestemming was Jordanië, destijds het Britse protectoraat Transjordanië. ‘Een tocht van twee dagen,’ vertelt hij. ‘Ik reed van Libanon naar Damascus en overnachtte daar. De volgende dag reed ik door naar Jordanië, en via Damascus weer terug naar de haven van Beiroet, waar de handelswaar, zoals porselein, werd uitgeladen.’

    ‘Elke tien minuten passeerde hier wel een passagiers- of goederentrein,’ herinnert Namrud zich. In de bergketen die het kustgebied scheidt van de Bekavallei konden de treinen ’s winters niet over de bergpas bij Dahr el-Baidar heen. Dan reden ze dus door de tunnel. ‘Twintig minuten onder de grond, met die grote berg boven ons hoofd. En aardedonker!’ Bij het stoken in zijn stoomlocomotief brandde hij dan zijn handen weleens.

    Het spoor was zijn lust en zijn leven. ‘Ik reed naar Daraa, Homs, Damascus, Turkije, Tripoli, Beiroet en naar de grens met Israël,’ zegt Namrud. Hij kan de afstanden tussen de stations nog zo opdreunen: ‘Rayak-Homs 85 kilometer, Rayak-Damascus 80 kilometer, Damascus-Jordanië 70 kilometer, Aleppo-Turkije 75 kilometer.’ Hij was soms een hele maand weg bij zijn vrouw en zijn zes kinderen. ‘Als ik Rayak weer naderde, trok ik aan de stoomfluit; die was te horen van de bergen tot de zee en dan wist mijn vrouw dat ik terug was.’

    ‘Rayak was nog mooier dan Londen, zo veel mensen als hier kwamen’

    In het begin van de twintigste eeuw werd de lijn Beiroet-Damascus aangesloten op de Hidjaz-spoorlijn van het Ottomaanse Rijk, die via het huidige Jordanië in zuidelijke richting helemaal door de woestijn tot Medina liep. De Taurus-lijn verbond Beiroet via Tripoli en Aleppo met Istanboel. De Orient Express bracht passagiers vanaf Istanboel verder Europa in. Franse, Poolse, Duitse, Amerikaanse en Zwitserse treinen doorkruisten de regio. In zijn bloeitijd telde het station van Rayak 2500 werknemers, zegt Elias Maalouf, schrijver van het boek Lebanon on Rail. Beiroet en Damascus stonden in verbinding met de wereld.

    Vanwege het economische en militaire belang van het spoorwegennet streden de koloniale mogendheden Frankrijk en Groot-Brittannië om de aanleg ervan. Maar volgens Maalouf was het Youssef Motran, een zakenman uit de buurt van Baalbek in het huidige Libanon, die van de Ottomanen in 1891 als eerste de rechten kreeg voor de aanleg van de lijn Beiroet-Damascus. Later verkocht hij die gunning door aan de Fransen.

    ‘Rayak was nog mooier dan Londen, zo veel mensen als hier kwamen,’ zegt Namrud. Voorzichtig opent hij een doos met oude foto’s. Op een foto uit 1973 staat hij met een blonde vrouw. ‘Dat was de dochter van de Londense spoorwegdirecteur, die had gevraagd of zij met mij op de locomotief mocht meerijden. Ik heb mijn assistent gezegd dat hij de stoel moest schoonmaken en heb haar mijn jasje gegeven.’ Dan bladert hij door de foto’s in Lebanon on Rail. Op een van de laatste pagina’s staart een jonge machinist stoïcijns in de camera. Die machinist was Fares Garabet.

    3 aleppo19 levantineheritage com
    Aleppo had sinds 1912 een station aan de Bagdad-spoorlijn, het zogenaamde Gare de Baghdad. Net als de spoorlijn werd het station gebouwd door Duitse ingenieurs. © Levantineheritage.com

    Opgeknipt

    De kleinzoon van Fares Garabet, die zelf ook Fares heet, is zes jaar geleden uit Damascus gevlucht en woont nu in Duitsland. Zijn grootvader was een Damascener van Armeense afkomst, die net als Namrud als tiener al bij de spoorwegen ging werken. Hij vervalste zijn identiteitskaart om twee jaar ouder te lijken en te worden toegelaten. Dat lukte. In de jaren dertig en veertig stond hij als machinist op treinen vanuit Rayak. En zijn zoon werd later ook machinist.

    Toen er een eind kwam aan het Franse mandaat en Libanon en Syrië hun onafhankelijkheid verkregen, werd de spoorwegmaatschappij (Damas-Hamah et Prolongements) opgeknipt bij de grens: het Syrische deel werd door de Syrische overheid onteigend, het Libanese deel door de Libanese overheid gekocht. Ook de treinen en de werknemers werden over de twee nieuwe maatschappijen verdeeld.

    ‘Mijn grootvader moest kiezen: in Libanon blijven of terug naar Syrië,’ zegt Garabet via Skype vanuit Duitsland. ‘Hij koos ervoor om in de jaren zeventig en tachtig in Damascus bij de Syrische spoorwegen te gaan werken en is later hoofd van het depot geworden.’ Maar hij had ook familie die in Libanon bleef. Een deel van de familie werd Libanees, een deel Syrisch. Fares senior is in 2017 overleden, in Syrië. In Libanon hebben ze nu alleen nog een tante, en de meeste familie in Syrië is naar Canada, Frankrijk, Duitsland of Australië getrokken. Garabet doet zijn best om de herinnering aan de ooit verenigde familie levend te houden. ‘In de zomer gingen we altijd naar het huis van mijn tante in Beiroet. Dat waren de mooiste dagen van mijn leven. Syrië was een gesloten land, Libanon was een en al openheid.’

    ‘Het geluid van de uitgeblazen stoom als je door de bergen reed was mooier dan de mooiste muziek’

    In 2000 kreeg zijn strijd voor het behoud van het Syrische spoorwegerfgoed gestalte. De toenmalige minister van Verkeer was toevallig een vriend van hem, en Garabet stelde hem voor in Damascus een spoorwegmuseum voor oude stoomtreinen op te zetten. Toen dat museum later werd verwezenlijkt, riep het oude herinneringen op. ‘Mijn vader liet me vroeger de kogelgaten zien in de treinen waarop mijn grootvader reed, die waren aangevallen door Syrische revolutionairen.’

    Zijn dierbaarste herinneringen heeft hij aan de ritten tussen Damascus en Serghaya, een rustig bergstadje dat de laatste halte vormt voor de grens met Libanon. Hij mocht bij zijn vader in de locomotief zitten als die de trein bestuurde. Dan reden ze de drie uur van Damascus naar Serghaya, bleven daar slapen en reden de volgende ochtend vroeg terug. ‘Mijn vader maakte me dan om vier uur ’s ochtends al wakker, als de trein nog ijskoud was.’ Als de locomotief eenmaal op stoom was gebracht, vertrokken ze om vijf uur met een trein vol arbeiders en kooplui en waren rond acht uur ’s ochtends terug in Damascus. ‘Dan zag ik de boeren op het land werken, ik hoorde de vogels zingen, de geur van de stoom uit de machine, het geluid van de stoomfluit… Dat was zo machtig mooi, dat zal ik van mijn leven niet vergeten.’

    Tripoli-Aleppo

    Wat Nassif el Murr zich van zijn dagen op het spoor vooral herinnert, zijn de klanken van de locomotief. ‘Het geluid van de uitgeblazen stoom als je door de bergen reed was mooier dan de mooiste muziek,’ zegt de drieënnegentigjarige oud-machinist in zijn huis in Tripoli. Zijn loopbaan bij het spoor begon in 1947. Toen een jaar later, na de stichting van de staat Israël oorlog uitbrak, werd de net zes jaar eerder aangelegde spoorlijn tussen Naqoura in Zuid-Libanon en Haifa in Palestina door Israëlische troepen gebombardeerd. Het was een voorbode van het grensgeweld dat de aspiraties van de spoorwegen zou verbrijzelen.

    Evengoed bleef El Murr ervan dromen om treinmachinist te worden. Het zou een hele tijd duren voor die droom uitkwam, eerst werkte hij twaalf jaar in het depot. Maar toen werd hij begin jaren zestig toch machinist, op de lijn Beiroet-Homs. Hij kent alle details van het traject nog uit zijn hoofd. ‘De trein naar Homs reed ’s nachts en die naar Beiroet overdag. Het kon wel vier uur duren en je mocht maximaal 30 tot 35 kilometer per uur.’

    Hij reed op een van de Duitse G8-locomotieven: op de Duitsers buitgemaakt materieel dat de geallieerden aan Libanon hadden geschonken, aldus Nabil Doumani, een treinliefhebber in Tripoli die vicevoorzitter is van een organisatie die de Libanese spoorwegen nieuw leven wil inblazen. Op het afgedankte station van Tripoli staan drie van deze reusachtige locomotieven nu niets te doen. Ze dienen nog slechts als antiek decor voor trouwfoto’s. El Murr kan het niet opbrengen daar nog te gaan kijken, het verval van het station gaat hem te zeer aan het hart. Zelf bestuurde hij zijn laatste trein in 1971, daarna kreeg hij een leidinggevende functie op de kantoren van het spoorbedrijf in Tripoli.

    ‘Toen het nog één maatschappij was, zag je Syrische werknemers in Libanon en Libanese in Syrië’

    Zijn periode op de trein naar Syrië herinnert hij zich als een woelige tijd. ‘Om de twee weken was er wel een staatsgreep. Onder het bewind van Amin al-Hafiz kwam ik tijdens zo’n coup een keer met de trein in Syrië vast te zitten,’ vertelt hij. Al-Hafiz was een Syrische president die in 1966 ten val werd gebracht. Vanaf de Syrische onafhankelijkheid tot het aantreden van Hafez al-Assad in 1971 vonden er geregeld militaire staatsgrepen plaats.

    Dat het spoorwegbedrijf was opgeknipt, maakte de grensovergang ook lastiger. ‘Toen het nog één maatschappij was, zag je Syrische werknemers in Libanon en Libanese in Syrië.’ Maar na de onafhankelijkheid moest El Murr zich 5 kilometer voorbij de Syrische grens laten aflossen door zijn Syrische collega. ‘Je had veiligheidsinspecties aan beide kanten van de grens, dat kostte allemaal tijd; de trein, de passagiers en de lading werden gecontroleerd.’

    4Turkish Railways Anatolia 1926
    Een Turkse brochure uit 1926-’27 (nog steeds in Arabisch-Turks schrift) markeert de annexatie van de Anatolische Spoorwegen door de Turkse Staatsspoorwegen. De omslag toonde een TCDD 3700-stoomlocomotief van İhap Hulusi Görey. Een iets latere brochure voor de Simplon Orient en Taurus Express gaf aan dat deze treinen 3 continenten met elkaar verbonden, 14 landen doorkruisten en een afstand van 11.630 kilometer aflegden.

    Lievelingsdeken

    Arda Kashkashian kan zich die grenscontroles niet herinneren. Ze was nog klein toen ze geregeld met de trein tussen Tripoli en Aleppo reisde. Omdat hun gezin in beide steden familie had, waren ze vaste passagiers op dit traject. Haar familie van Armeense afkomst vestigde zich meer dan een eeuw geleden in Aleppo. Na een van de vele Syrische staatsgrepen stopten de scholen daar eind jaren zestig met het geven van Franse en Engelse les. Toen besloot de familie naar Tripoli te verhuizen. ‘Libanon was opener en democratischer dan Syrië,’ zegt Kashkashian. De negenenvijftigjarige psycholoog woonde tot twee jaar geleden zelf ook nog in Tripoli. Toen is ze terugverhuisd naar Aleppo, nadat ze als gevolg van de financiële crisis in Libanon al haar spaargeld had verloren.

    Haar vader Jean had een tapijthandel in Aleppo en Tripoli, dus het gezin reisde vaak tussen beide steden op en neer. ‘Het was een heel lange rit, doodsaai voor mij, en ik was altijd misselijk,’ weet ze nog. ‘Ik was maar een kind.’ Maar ze moet giechelen als ze terugdenkt aan het incident met de deken. 

    Het gezin bracht de zomer altijd door in Hadath al-Jebbeh, een plaatsje in de Libanese bergen. Op een zomer voltrok zich een ramp: ze hadden Kashkashians lievelingsdeken in Aleppo laten liggen. ‘Ik heb twee of drie nachten niet geslapen, kon alleen maar huilen.’ Haar vader moest de machinist, Manuel, vragen om de deken uit Aleppo mee te nemen naar Tripoli. ‘Toen is mijn moeder naar Tripoli gegaan om die deken daar op te halen voor mij, zodat ik zou stoppen met huilen en weer kon slapen.’

    Haar familiegeschiedenis is ook verweven met het hoofdstation in Aleppo, Station Bagdad genoemd, omdat daar de treinen naar de verre Iraakse hoofdstad vertrokken. Toen Kashkashians vader zes jaar oud was, werd hij door zijn vader naar het station gestuurd om er aankomende reizigers naar hun kleine hotel te lokken. Jaren later werd Kashkashians vader directeur van het befaamde Baron Hotel, zegt ze. Een luxehotel voor sjieke buitenlandse reizigers in de periode dat Aleppo een bruisend handelscentrum was. Agatha Christie heeft er gelogeerd en schreef er een deel van Moord in de Oriënt-Expres. De beginscène van die klassieker speelt zich af op het station van Aleppo.

    ‘Libanon was toen de beste plek, dat was het Zwitserland van het Oosten’

    Met de stoomtrein door de sneeuw. Dat is een herinnering die Walid Kamari koestert. Tweeënveertig jaar lang reed zijn vader op de trein van Beiroet naar de Syrische grens. Vanaf dat punt reden Kamari’s ooms die trein door Syrië verder naar Turkije. Zijn grootouders zijn geboren in Turkije, zijn ouders in Aleppo en hijzelf in Libanon.

    Kamari weet nog dat hij als kind ‘wel meer dan tien keer’ bij zijn vader op de locomotief is meegereden. ‘Dan legde hij uit hoe alles werkte. Dat was machtig mooi, zeker in de winterse sneeuw,’ vertelt hij. Ze gingen ook vaak naar Aleppo om familie te bezoeken, en Kamari herinnert zich de grappen die ze dan uithaalden, en het eten dat van Aleppo naar Beiroet werd gestuurd. ‘Er zaten altijd veel passagiers in de trein. Syriërs gingen vaak naar de sneeuw in de Libanese bergen.’ Zijn laatste treinritje maakte hij in 1969, zegt hij. Hij was toen vijftien. Daarna rukte de auto op.

    De eerste keer dat Georges Said met de trein reisde, was te danken aan een staatsgreep in Syrië. Als jonge tiener in Aleppo was hij met andere jongeren ‘uitgenodigd’ om een festival bij te wonen dat in Damascus was georganiseerd door president Adib Shishakli. ‘Die wilde laten zien dat hij populair was,’ zegt Said. ‘De reis kostte ons dertig uur. We legden die 350 kilometer af, bleven daar drie dagen, sliepen er in een school, woonden dat festival bij en keerden met de trein terug naar Aleppo.’

    Enige tijd daarna vertrok zijn familie uit Syrië en belandde in Beiroet. ‘Libanon was toen de beste plek, dat was het Zwitserland van het Oosten.’ Ze reisden tussen Aleppo en Beiroet vaak met de automotrice, een dieseltrein. Tot ze in 1963 hun eerste auto kochten, een Opel. Dat was het laatste jaar dat hij nog naar Syrië ging. Said is inmiddels 84 en heeft een ijzerwarenwinkel in de wijk Mar Mikhaël in Beiroet. ‘Ik ben nooit meer in Syrië geweest. Ik ben van geen enkele politieke partij, maar het Syrische regime staat mij niet aan, ik heb graag een vrije regering,’ zegt hij. Zijn Syrische familie komt wel bij hem in Beiroet op bezoek, vertelt hij, maar andersom niet.

    Rayak

    Elias Maalouf werd geboren in Ecuador, maar had een ‘virtuele deur’ naar Libanon. Zijn ouders waren al vroeg in de Libanese burgeroorlog uit Rayak gevlucht en hadden de neiging hun kroost te overstelpen met nostalgie. ‘We werden door onze ouders gehersenspoeld om van Libanon te houden. We droomden maar van één ding, en dat was terugkeren naar Libanon, naar Rayak, de stad met het grootste treinstation en de grootste luchtmachtbasis in het universum,’ vertelt Maalouf bij hem thuis in Rayak. Als kind maakte hij zich vaak een voorstelling van de oude bioscopen, de souks en natuurlijk het station in de stad.

    In 1991, toen de burgeroorlog was afgelopen, keerde de familie naar Rayak terug. Er reden toen al vijftien jaar geen treinen meer. ‘We zagen er alleen stof, geiten en verdrietige oude mensen die droomden van vroeger.’ Maalouf was elf en vroeg zijn vader waar de oude bioscopen waren: dat waren nu aardappelloodsen. Van de oude souks en een ijsfabriek resteerden alleen wat sporen. Gevraagd naar het station was zijn vader onverbiddelijk: ‘Ik wil niet dat je daar ook maar gaat kijken.’

    Het Syrische leger, dat Libanon in 1976 op verzoek van de Libanese president Suleiman Franjieh was binnengetrokken, was na afloop van de burgeroorlog ‘blijven hangen’. Het station van Rayak en de aanpalende luchtmachtbasis werden het hoofdkwartier van hun inlichtingendienst, waar ‘ze mensen mishandelden’, aldus Maalouf. Naakte gevangenen werden in de roestige treinwagons gepropt, ‘of het nou zomer of winter was’, zegt hij. Hij heeft er tientallen getuigenverklaringen van voormalig spoorwegpersoneel en oud-inwoners over verzameld. ‘Het was in beide gevallen even akelig’, zegt hij.

    ‘Dat was net Disney World: grote, roestige, oude treinen, prachtige koloniale Franse gebouwen, honderden wagons’

    Na de moord op de Libanese premier Rafik Hariri in 2005 trok het Syrische leger zich terug uit Libanon en groeide de politieke verdeeldheid in het land. Maalouf rondde dat jaar zijn studie als documentairemaker af en besloot de terugtrekking van het Syrische leger uit Libanon te documenteren. ‘Rayak was de laatste stad in Libanon waaruit ze vertrokken,’ zegt hij. Dus sloop hij de revisiewerkplaats in. ‘Dat was net Disney World: grote, roestige, oude treinen, prachtige koloniale Franse gebouwen, honderden wagons.’ Ineens leken de nostalgische verhalen van zijn ouders over vroeger werkelijkheid te worden. ‘Ik realiseerde me toen dat mijn ouders wel degelijk de waarheid spraken als ze ons over het oude Rayak vertelden. Voor het eerst geloofde ik ze toen echt.’

    Hij zag drie Syrische soldaten die de wacht hielden bij een treinwagon, zegt hij. Daar kwam rook uit. Zodra ze wegliepen, rende Maalouf naar de wagons toe. ‘Ik zag dat ze prachtige oude archieven aan het verbranden waren en probeerde er wat van te redden.’ Maar hij brandde zijn handen en in een reflex ontglipte hem een pijnkreet. De soldaten, op zijn aanwezigheid geattendeerd, schoten in de lucht. Hij nam de benen en keek vanuit zijn schuilplek toe hoe ze terugliepen naar de wagon om er de wacht te houden tot alles volledig was verbrand. Hij had maar een handvol papieren weten te redden.

    5master pnp matpc 04600 04671u
    De grens tussen de Franse en Duitse spoorweg bij Aleppo tussen 1900 and 1910. © Eric and Edith, Photograph Collection

    Spoorwegerfgoed

    Dat was het begin van zijn nu al vijftien jaar durende inspanningen voor het behoud van het spoorwegerfgoed en de terugkeer van het treinverkeer in Libanon. Hij heeft er de organisatie Train/Train voor opgericht, die heeft geprobeerd in Rayak net zo’n treinmuseum op te zetten als in Damascus. Maar de Libanese autoriteiten hadden er geen oren naar.

    Hij legde contact met andere treinliefhebbers in Libanon en Syrië. ‘Eerst discussieerden we een tijdje over welke stad het mooiste station had: Rayak of Tripoli.’ Toen besloten ze de krachten te bundelen. ‘Ik raakte verliefd op alle treinstations in Libanon. Onze stem vond weerklank, overal ter wereld schreven kranten over onze missie. Iedereen las erover, behalve de Libanese politici,’ zegt Maalouf.

    Na een in het openbaar uitgevochten ruzie in 2012 met Ziad Nasr, hoofd van de Libanese toezichthouder op het spoor, werd Maalouf de toegang tot alle Libanese treinstations ontzegd. ‘Ik wilde verhinderen dat ze oude onderdelen van de trein als schroot zouden verkopen,’ vertelt hij. Gevraagd of het verbod ook te maken kan hebben met die keer dat hij een station was binnengeslopen en een locomotief een paar meter wist te verrijden, haalt Maalouf glimlachend zijn schouders op.

    ‘Eerst lachen ze je uit, dan bestrijden ze je, en dan win je,’ zegt hij, een uitspraak citerend die vaak ten onrechte aan Gandhi wordt toegeschreven. Toen hij voor het eerst over de terugkeer van treinverkeer in Libanon begon te praten, ‘moesten mensen lachen, ik was Sancho Panza. En toen begonnen ze me te bestrijden en werd ik Don Quichot.’ Na vijftien jaar activisme doet hij het inmiddels wat rustiger aan. Hij brengt zijn tijd nu vooral door met zijn gezin en op zijn wijngaard in Rayak. ‘Het gedeelte waarin ik win moet nog komen.’

    ‘Treinen zijn voor mij geen hobby, maar een passie’

    Nabil Doumani, de vicevoorzitter van Train/Train, rolt met zijn ogen als hij het station van Tripoli binnenloopt en bij een verroeste G8-locomotief een bruidspaar ziet poseren. Het station is niet omheind en er staan zes locomotieven, drie Franse en drie Duitse. ‘Dit zijn niet de oorspronkelijke locomotieven die hier stonden toen het in 1911 werd geopend,’ zegt Doumani. ‘Die staan waarschijnlijk in Syrië.’

    Doumani’s grootvader was een van de zakenlieden in Tripoli die de bouw van het station hielpen financieren. De enige keer dat hij zelf in Libanon een ritje met de trein maakte was halverwege de jaren zestig, toen zijn moeder de machinist van een vrachttrein van Tripoli naar het nabijgelegen Chekka vroeg of haar kinderen in de laatste wagon mochten meerijden. Dat had hij toen enorm leuk gevonden. ‘Treinen zijn voor mij geen hobby, maar een passie,’ zegt hij.

    Door het raam van het afgedankte depot zien we een stapel spoorstaven die buiten liggen te verkommeren. ‘Die rails, gloednieuwe rails, zijn in 2002 door de Libanese regering gekocht,’ roept hij uit. Er werd toen een poging ondernomen om weer een spoorverbinding tot stand te brengen tussen Syrië en Libanon, er werd geld uitgetrokken voor de aanleg van 35 kilometer spoor tussen Tripoli en de Syrische grens. Maar toen werd in 2005 Hariri vermoord ‘en kwam er een eind aan het hele project’.

    Stille dood

    Weer bleken politieke perikelen een spoorverbinding in de weg te staan. Maar het verval is aan Libanese kant ook te wijten aan slecht beleid. ‘Van 1961 tot het begin van de burgeroorlog heeft de Libanese overheid geen meter spoorlijn aan het netwerk toegevoegd. Ze beheerden alleen het spoor dat er al lag en lieten het een stille dood sterven,’ zegt Doumani.

    Eerst had je in de jaren zestig de ‘autorevolutie’: de trein werd als ouderwets ervaren. En zeker in Libanon hadden de autoriteiten een oogje op de economische waarde van het spoorwegvastgoed. ‘Het economische beleid bestaat in Libanon vooral uit investeren in grond en diensten. Als je grond vooral als handelswaar beschouwt, zul je er alles aan doen om er zo veel mogelijk winst uit te halen. Dat is ten koste gegaan van de openbare ruimte en het openbaar vervoer,’ zegt stedenbouwkundige Abir Saksouk. Toen de regering begin jaren zeventig aankondigde het spoorbedrijf te willen opdoeken, kwam de spoorwegvakbond (een van de machtigste in het land) in het geweer: heel Beiroet werd platgelegd door alle verkeersaders met treinen te blokkeren. ‘De regering begreep dat dit niet zou lukken, dus koos ze voor een sterfhuisconstructie. Medewerkers bij het spoor die met pensioen gingen, werden niet meer vervangen,’ zegt Elias Maalouf.

    Glunderend zegt Carlos Naffah tegen de camera dat hij met een historische locomotief uit 1948 van Sissach naar Genève rijdt. Het onderschrift bij dit filmpje op zijn Facebookpagina: ‘Samen zetten we Libanon weer op de rails’. Naffah omschrijft zichzelf als een ‘treinfanaat’. Het buurjongetje dat zijn groene speelgoedtrein met zes batterijen ooit kapotmaakte, heeft hij naar eigen zeggen nooit vergeven. In 1995 zat hij in de wijk Daura in Beiroet op school en zag daar een paar keer een groen-gele trein langsrollen. ‘Dat was een Poolse SU45, in 1971 in Libanon geïntroduceerd,’ zegt hij. Sinds het uitbreken van de burgeroorlog lag het spoorverkeer weliswaar stil, maar rond 1984 vond er wel sporadisch vrachtverkeer over het spoor plaats tussen Beiroet en Jounieh, Jieh en Zahrani. En na de oorlog reden er tussen 1994 en 1996 een paar treinen met cement van Chekka, net buiten Tripoli, naar Beiroet.

    ‘Tussen de Sovjet-Unie en Noorwegen waren de grenzen dicht, maar er reed nog wel een trein’

    Sinds 2018 is Naffah voorzitter van Train/Train. ‘Ik ben stapelverliefd op dit erfgoed. Ik zag hier een mogelijkheid om ons land weer te verbinden.’ Na tien jaar verwoestende oorlog in Syrië en met Libanon in de greep van een neerwaartse economische spiraal lijkt gepraat over treinen misschien wat wereldvreemd. Maar Naffahs droom van een nieuw leven voor het spoor omvat meer dan alleen vervoer. ‘Libanon heeft niet alleen economisch maar ook maatschappelijk zwaar te lijden,’ zegt hij. Hij ziet zijn land als een verzameling afzonderlijke gemeenschappen die niet met elkaar in contact staan. ‘De mensen in het zuiden zijn nog nooit in het noorden geweest, en de mensen aan de kust nog nooit in de Bekavallei.’ En ‘wat de mensen van Libanon met elkaar in verbinding kan brengen, en Libanon met de wereld daarbuiten,’ zegt hij, ‘dat is de trein.’

    Toch zal het lastig worden om Beiroet weer met Damascus te verbinden. Maar andere landen met een complexe geschiedenis zijn er ook in geslaagd hun onderlinge treinverkeer in stand te houden, zegt Naffah. ‘Tussen de Sovjet-Unie en Noorwegen waren de grenzen dicht, maar er reed nog wel een trein, met speciale veiligheidsmaatregelen. Het zou mogelijk moeten zijn om Damascus weer met Beiroet te verbinden, of Homs met Tripoli, ook al zijn er dan ingewikkelde veiligheidsmaatregelen voor nodig.’ En hij voegt eraan toe: ‘Treinen kunnen vrede brengen tussen steden, omdat mensen dan de kans krijgen om zich te verplaatsen, met elkaar in contact te treden.’ Elias Maalouf denkt er ook zo over. ‘Ik kan wel met de auto naar Byblos gaan, maar dat is niet hetzelfde als wanneer je met “de ander” samen rijdt, praat, werkt, grappen maakt, verliefd wordt,’ zegt hij.

    Als hij kon, zegt Walid Kamari, zou hij de trein naar Aleppo nemen. Fares Garabet zou in het voetspoor van zijn vader en grootvader van Damascus naar Rayak willen rijden. Oud-machinist Nassif el Murr zou een bezoek aan Beiroet willen brengen. 

    ‘Stel je voor dat je van hier zo naar Syrië of Irak kon gaan. Dan zou je in een half uur in Damascus kunnen zijn’

    En terwijl Georges Said, de winkelier in Mar Mikhaël, nog over zijn ideale bestemming nadenkt, loopt zijn buurvrouw Norma Irani de winkel in. Haar vader Fuad verkocht begin jaren veertig kaartjes voor de lijn Beiroet-Damascus, dus zij doet ook een duit in het zakje. ‘Het is heel belangrijk om een spoorweg te hebben. Stel je voor dat je van hier zo naar Syrië of Irak kon gaan. Dan zou je in een half uur in Damascus kunnen zijn,’ zegt ze.

    ‘Wat heb jij met Damascus? Ik heb alleen interesse in treinen binnen Libanon,’ zegt Said.

    ‘Het is maar een voorbeeld. Ik zou graag toeristische dingen gaan doen in Damascus, Homs of Aleppo. Ik nam vroeger altijd shanklish mee uit Syrië, heerlijk was dat,’ zegt Irani, verwijzend naar een in de Levant populaire soort oude kaas. 

    ‘Ga jij dan naar Syrië, ik blijf lekker in Zahle,’ zegt Said tot besluit van het gesprek. Zahle is een stad in de Bekavallei.

    Arda Kashkashian, de psycholoog die als kind vaak het traject Aleppo-Tripoli aflegde, zou dat nu weer eens willen doen en ‘zien wat het losmaakt’ in haar herinneringen. Maar ze voegt eraan toe: ‘Dit is een droom, en sommige dromen komen nooit uit.’

    ‘De hindernissen zijn te groot, maar het is van groot belang om je wel de mogelijkheid van een ander leven te kunnen voorstellen,’ zegt Abir Saksouk, de stedenbouwkundige. En die mogelijkheid leek heel even tastbaar te worden in augustus 2019, toen Train/Train met zijn nationale masterplan voor een Libanees spoorwegnet kwam. Dat voorzag in een verbinding met Syrië via Damascus en Homs. ‘De inwoners van Damascus kunnen dan binnen drie kwartier in Beiroet zijn om daar het weekend door te brengen, en mensen in Amman kunnen in anderhalf uur naar Beiroet voor een vergadering en nog dezelfde dag terug naar Amman,’ vertelt Carlos Naffah.

    6 master pnp matpc 06100 06178
    De trein uit Aleppo komt aan in Homs (tussen 1898 en 1946). © Eric and Edith, Photograph Collection

    Don Quichot

    Amper twee maanden later wekte een regeringsplan om belasting te heffen op WhatsAppgebruik zo veel woede dat het uitmondde in massale protesten tegen het falen van de Libanese politiek. De betogers wilden een nieuwe regering en het land gleed weg in de ergste financiële crisis in ruim een eeuw. Het is nu twee jaar later, de waarde van de nationale munt is gekelderd en de meeste mensen hebben nu zelfs gebrek aan basisbenodigdheden als stroom en medicijnen. Naffah zegt dat Train/Train al gesprekken heeft gevoerd met potentiële investeerders van bedrijven in Spanje, Frankrijk, Duitsland, Italië, China en Zwitserland. Toch zijn de vooruitzichten somber. ‘Er kan niet worden geïnvesteerd als deze chaos voortduurt,’ zegt hij, ‘het is tijd voor hervormingen, mensen die ter verantwoording kunnen worden geroepen.’

    Maar Naffah heeft iets van een Don Quichot. Hij geeft zijn droom niet op en blijft optimistisch. ‘Onze trein zal van Naqoura in het zuiden naar Aboudieh in het noorden rijden en alle steden langs de Middellandse Zee aandoen. Het wordt een van de mooiste treintrajecten ter wereld,’ zegt hij.

    Ook Asaad Namrud, de laatste machinist van de lijn Beiroet-Damascus, is na al die jaren nog even enthousiast over treinen. Gevraagd waar die liefde toch vandaan komt, heeft hij zijn antwoord meteen paraat: ‘Treinen zijn de weg naar vrijheid, ze rijden alleen maar vooruit.’

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Joel Coen gaat solo – en met succes

    Zelden was Macbeth zo onvermijdelijk

    FILM | Het is de eerste film die Joel Coen maakte zonder zijn jongere broer Ethan, maar veel van de gedeelde obsessies van het duo – zoals te zien in onder meer Inside Llewyn Davis en No Country for Old Men – zijn even overtuigend (en verontrustend) aanwezig, begint The Daily Telegraph een lyrische recensie van de nieuwste Macbeth-verfilming. ‘De sadistische humor van het lot, de ingewikkelde complotten die een verkeerde wending nemen, de processen van misdaad en straf: alles werkt mee om Lord Macbeth (gespeeld door Denzel Washington) tot de klassieke film-noirzondebok te maken, en zijn vrouw (Frances McDormand) tot het prototype van de femme fatale.’ Het is dan ook een klein (en oneerlijk) wonder dat het zo lang heeft geduurd voordat een van de gebroeders Coen Macbeth verfilmde, meent Berry Hertz van The Globe and Mail.

    Opvallend in deze verfilming van Shakespeares tragedie is het kale decor; de personages lijken geen kant op te kunnen in deze ‘zwart-witcinematografie, waarin harde lijnen en schaduwen worden benadrukt’, aldus The Guardian. Volgens Los Angeles Times vloeien de scènes in elkaar over met een snelheid en souplesse die haar eigen momentum opbouwt: ‘Zelden leken de nachtmerrieachtige gebeurtenissen onvermijdelijker.’

    Veel lof gaat ook uit naar de Weïrd Sisters, alle drie gespeeld door Kathryn Hunter, die ‘de horror van het stuk het meest overtuigend oproept’. ‘Angstaanjagend kronkelt ze haar ledematen als een Gollum [het monsterlijke wezen uit Tolkiens Lord of the Rings] die pilates beoefent en speelt ze de drie rollen alsof (…) drie wezens hetzelfde – haar – lichaam delen’, aldus Vanity Fair.

    Maar ook van Washington en McDormand, ‘twee acterende titanen’, die een ouder wordend stel spelen met een laatste kans om hun moorddadige ambitie na te streven, kun je je ogen niet afhouden, volgens ABC News. Joel Coen heeft van zijn Macbeths echte volwassenen gemaakt, die echte verantwoordelijkheden met zich mee dragen, aldus The New Republic. De National Newspaper Publishers Association roept de film nu al uit tot meesterwerk van het jaar: ‘Ieder jaar komt er een moment dat je weet dat je het beste werk hebt gezien. Dit is dat moment, dit is die film.’

    The Tragedy of Macbeth is nu te zien in de bioscoop en op Apple TV.

    Door Laura Weeda

    The Tragedy of MacBeth set 1000x563 1
    Still uit Macbeth

    Een liefdesbrief aan de bewoners van Yarmouk

    Voormalig kampbewoner maakt hoopvol en hartverscheurend portret

    FILM | Little Palestine, Diary of a Siege (Dagboek van een belegering), de aangrijpende documentaire van Abdallah Al-Khatib, blikt terug op een van de donkerste episodes van de oorlog in Syrië: de meedogenloze belegering, door pro-regeringstroepen, van het Palestijnse kamp Yarmouk in de buitenwijken van Damascus, waar de film is opgenomen.In het lexicon van onmenselijkheden van de mens jegens zijn medemens is een nieuwe term toegevoegd: Yarmouk’, citeert Courrier International de uitspraak van Chris Gunness, woordvoerder van UNRWA, het VN-agentschap voor vluchtelingen, in 2014. ‘Het regime hongerde de bevolking van het kamp uit en verbood internationale hulporganisaties de toegang. Wie door een controlepost durfde te ontsnappen, werd gearresteerd (…) en vaak doodgemarteld.’

    Met camera in de hand legde Al-Khatib gedurende enkele maanden fragmenten van een hels dagelijks leven vast, tussen bommen en hongersnood. Maar, zo stipt het pan-Arabische platform Middle East Monitor aan, de film getuigt niet alleen van ontberingen, angst en lijden, maar ook van de moed en humor van de kinderen en andere bewoners van de wijk. Middle East Eye noemt de documentaire tegelijkertijd ‘expansief en intiem’, ‘hartverscheurend en hoopvol’, ‘ingehouden en intens ontroerend’.

    ‘De opvallendste momenten in de film zijn de meest surrealistische: de moeder van de regisseur voedt een nukkig meisje dat later van de honger sterft, een mannenkoor zingt in een verwoeste straat voor een piano terwijl geweerschoten weergalmen vanuit het gebouw boven hen, een oude man zingt een Palestijns volksliedje in het Engels alvorens in tranen uit te barsten.’

    Ook al was hij zelf kampbewoner, Al-Khatib, die nu als vluchteling in Duitsland verblijft, is ‘niet in de val van subjectiviteit getrapt’, meent Al Jazeera. De regisseur probeert ellende te vermijden en benadrukt ‘de suprematie van leven boven dood’. ‘Ik heb zo veel mogelijk geprobeerd om de stem van alle mensen in het kamp te laten horen’, vertelt de regisseur in een interview met de Arabische site. (…) Ik wilde vooral de mensen van Yarmouk in hun waardigheid laten zien, zonder sympathie of medelijden op te wekken (…). Ik wil dat kijkers zich solidair voelen met wat ze doormaken vanwege het Syrische regime.’

    Ondanks de verwijzing in de titel naar de ‘Nakba’ in 1948, de oprichting van de staat Israël en de massale uittocht van Palestijnen, wil Al-Khatib niet de wraak- en geweldscultuur in stand houden maar situaties en personages tonen zonder enig geweld. Volgens het Amerikaanse tijdschrift Variety graaft de film dieper dan de historische feiten en wendingen van het conflict gaan, en vormt de regisseur ‘een liefdesbrief aan zijn medeburgers en hun menselijkheid in een diep onmenselijke situatie’.

    Little Palestine wordt binnenkort in de bioscoop verwacht.

    Door Laura Weeda

    MV5BZDI5M2Q1M2YtOThjNS00MWYwLWE1MmQtMTNhODhhNTVjMmUyXkEyXkFqcGdeQXVyNDA0MDAxNjI@. V1 1

    Gebutste tenor overwint zijn sombere kant

    Gepolijste terugkeer naar de eighties

    POPMUZIEK | Wat te doen als je ongeëvenaarde wereldhits als I Feel It Coming (2016, samen met Daft Punk) en Blinding Lights (2020) hebt gescoord en begin 2021 een show hebt gegeven in de rust van de Amerikaanse Super Bowl? Op je lauweren rusten of nog populairder proberen te worden? The Weeknd, de artiestennaam van de 31-jarige Canadees Abel Tesfaye, gaat voor optie twee. Zijn vijfde album Dawn FM werd in de eerste week van januari gelanceerd en bleek nog geen twee uur later wereldwijd de meest gedeelde tweet. 

    Maar of The Weeknd ook goede muziek maakt? David Smyth vindt van wel, schrijft hij in Evening Standard: ‘Op zijn eerste albums stonden genoeg pakkende tracks, maar net zo goed ballads die je meteen weer was vergeten. De nieuwe nummers bruisen van oppermachtig zelfvertrouwen. Al was het maar door de niet mis te verstane verwijzing naar Michael Jackson. Niet alleen qua stemgeluid, ook door de spoken words van producer Quincy Jones.’

    Ook Eric Bureau van Le Parisien moet terugdenken aan de jaren tachtig: ‘Dit album biedt een geslaagde herinterpretatie van new wave, pop en funk, inclusief de vintage keyboards van Depeche Mode en The Human League.’

    Felix Heinecker legt op muzieksite Plattentests uit dat de luisteraar via het fictieve radiostation Dawn FM door een donkere tunnel de reis naar het licht onderneemt en daarbij wordt begeleid door acteur Jim Carrey ‘als dj annex predikant’. ‘Dat lijkt mythisch, maar sommige songs zijn in hoogglans gelakt.’ Daarnaast hoort Heinecker hoe The Weeknd afstand neemt van het r&b-genre en opschuift richting italodisco: ‘Good old Giorgio Moroder zou maar wat trots zijn geweest.’

    Will Dukes toont zich in Rolling Stone opgelucht dat The Weeknd nu definitief de sombere kant van zijn persoonlijkheid onder controle lijkt te hebben. ‘Zijn eerste songs gingen over seks, drugs en de zoektocht naar identiteit, waarbij hij zong als een gebutste tenor. Soms brutaal en helder, dan weer half mompelend. Nu lijkt hij bevrijd van zijn angsten en klinkt hij betoverend en lucide.’

    Robert Moran van The Sydney Morning Herald is minder enthousiast. Hij vindt dat sommige tracks veelbelovend beginnen maar halverwege in elkaar zakken. ‘Laten we concluderen dat hij geen albumartiest is. Maar geen nood: plak de hoogtepunten aan elkaar en maak je eigen Weeknd-playlist.’

    Het album Dawn FM van The Weeknd is sinds begin dit jaar verkrijgbaar. Onder voorbehoud volgt komend najaar een Europese tournee.

    Door Diederik Samwel


    Monument voor illustere grootmoeder

    Groot politiek verhaal verpakt in familiesaga

    LITERATUUR | De Zwitserse schrijfster Zora del Buono publiceert met Die Marschallin een familieroman rond het levensverhaal van haar grootmoeder Zora, naar wie ze is vernoemd. Het speelt zich grotendeels af in het Italië van begin vorige eeuw, tegen de achtergrond van het opkomend fascisme. In de salon van haar villa in Bari ontvangt Zora hoge gasten onder wie ook Josip Broz, alias Tito, maarschalk van voormalig Joegoslavië. 

    ‘Letterlijk salonsocialisten, die onder het genot van wijn en spijzen het leven en de dood bespraken’, schrijft Elke Schmitter in Der Spiegel. ‘Del Buono schetst een burgerlijk en tegelijkertijd communistisch milieu, een typisch Italiaanse combinatie.’ Daarbij heeft de schrijfster volgens de recensent een voorkeur voor historische details en mikt ze niet op het epische: ‘Het verhaal zit vol kunstige anekdotes die organisch met elkaar zijn verweven.’

    Ook Manfred Papst van Neue Zürcher Zeitung is onder de indruk van de verhaalopbouw. Volgens hem is goed te merken dat de auteur tevens architect is: ‘Een goed doortimmerd geheel met een heldere structuur, ontworpen vanaf de tekentafel. De personages zijn weliswaar vitaal, maar door de nadruk op het beeldende taalgebruik en de vele details wordt het ook wat statisch. Daardoor krijg je geen film te zien, maar is het of je door een fotoboek bladert.’ 

    In Süddeutsche Zeitung spreekt Fritz Göttler van een ‘adembenemend verhaal’ waarin personages en perspectieven maar ook opeenvolgende sociale stromingen elkaar afwisselen. Zo slaagt ze erin een familiesaga te verbinden met de voortdurend veranderende tijdgeest en het grote politieke verhaal.’ En overal voert Zora de regie: ‘Als ze een man was geweest, was ze een majoor geworden, of een maarschalk, misschien zelfs president.’ 

    Maar juist waar het tijdsbeeld te veel nadruk krijgt, begint het te wringen, vindt Katrin Hillgruber van Der Tagesspiegel: ‘Als de auteur beroemdheden citaten in de mond legt in de talrijke dialogen, wordt het stijfjes en gekunsteld.’ 

    ‘De roman is meer dan het portret van een sterke vrouw,’ stelt Eva Menasse in Die Zeit. ‘Via verschillende stadia uit Zora’s leven krijgt de lezer het verhaal van de twintigste eeuw gepresenteerd. Maar dan vanuit een zuidelijke invalshoek.’

    Die Marschallin van Zora del Buono, door Michel Bolwerk vertaald als De maarschalk, is half januari verschenen bij Meulenhoff.

    Door Diederik Samwel

    9789029094597


  • Een op de twee Iraakse gezinnen heeft voedselhulp nodig door droogte

    Een op de twee Iraakse gezinnen heeft voedselhulp nodig door droogte

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Europese supermarkten, waaronder Albert Heijn en Lidl, boycotten Braziliaans vlees

    » Conflict om iconisch standbeeld op Wall Street

    12 miljoen mensen in Syrië en Irak lopen risico door de droogte

    Aanhoudende droogte en mislukte oogsten zorgen ervoor dat een op de twee gezinnen in Irak op dit moment voedselhulp nodig heeft. Dit is een van de cijfers die naar voren komen uit een nieuwe studie die donderdag is gepubliceerd door de Noorse Vluchtelingenraad, waarin wordt bevestigd dat de volksverhuizingen worden aangedreven door de klimaatproblemen in de regio.

    De Wereldbank heeft onlangs de alarmbel geluid dat bij een temperatuurstijging van slechts één graad Celsius en een daling van de neerslag met 10 procent, de zoetwatervoorraden in Irak tegen 2050 met 20 procent zouden kunnen dalen. Volgens de pan-Arabische website Al-Araby Al-Jadid lopen meer dan 12 miljoen mensen in Syrië en Irak door de droogte het risico hun toegang tot water, voedsel en elektriciteit te verliezen en te worden blootgesteld aan dodelijke, door water verspreide epidemieën.

    Lees ook:

  • Wereldbeeld: Kleine Amal

    Wereldbeeld: Kleine Amal

    Reuzenpop Amal, gemaakt door de Handspring Puppet Company, vertrekt uit de haven van Piraeus om verder naar Italië te reizen. De 3,5 meter lange ‘Little Amal’, wiens naam in het Arabisch hoop betekent, symboliseert een Syrisch vluchtelingenmeisje en is onderdeel van kunstinitiatief The Walk, dat te voet 8000 kilometer zal afleggen van Syrië tot aan het Verenigd Koninkrijk, langs zestig steden, om aandacht te vragen voor de 26 miljoen vluchtelingen wereldwijd, van wie meer dan de helft kinderen zijn.

    GettyImages 1235079685 1
    © Yman Oghanna / Getty Images
  • Aanslag in Damascus weerlegt het beeld van een veilig Syrië

    Aanslag in Damascus weerlegt het beeld van een veilig Syrië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Vreugdetranen in Myanmar na vrijlating van 5000 gevangenen

    » In de VS heb je geen bachelordiploma nodig voor een goed betaalde baan

    Zeker 14 doden en 3 gewonden bij bomaanslag op legerbus

    Op woensdag 20 oktober zijn in Damascus ten minste veertien mensen gedood en drie anderen gewond geraakt bij een bomaanslag op een legerbus. Het was de ‘bloedigste‘ aanslag die de Syrische hoofdstad ‘in jaren‘ heeft getroffen, aldus Al-Jazeera.

    Volgens het officiële Syrische persagentschap was de bus met soldaten het doelwit van een ‘terroristische aanval’, uitgevoerd door twee bommen die aan het voertuig waren bevestigd en die ontploften toen het rond 6:45 uur plaatselijke tijd op een druk kruispunt in het stadscentrum reed. Een derde explosief, dat van de bus viel, werd naar verluidt ontmanteld. De aanval werd niet onmiddellijk opgeëist.

    Kort na de aanval voerde het leger van Assad bombardementen uit in Ariha, in de provincie Idlib, in het noordwesten van het land, het laatste belangrijke bolwerk van de rebellen en jihadisten, waarbij volgens Syrian Observatory for Human Rights (SOHR) ten minste dertien doden vielen, merendeels burgers. Een ‘bloedbad’, volgens de Libanese website Al-Modon, die vijandig staat tegenover het Syrische regime.

    ‘Syrië is zeer ver verwijderd is van enige vorm van stabiliteit’

    De aanval die Damascus trof is ‘een zeldzame gebeurtenis’ sinds de regeringstroepen in 2018 de controle herwonnen over gebieden in de buitenwijken van Damascus die in handen waren van de rebellen.

    Volgens de website Enab Baladi van de Syrische oppositie was op 4 augustus in Damascus echter al een bus met Syrisch militair personeel het doelwit van een aanslag geweest. De aanslag werd opgeëist door de salafistische en jihadistische groepering Hurras al-Din.

    In 2020, zo vervolgt Enab Baladi, zijn de hoofdstad van Syrië en haar voorsteden het toneel geweest van verschillende aanslagen, ‘waaronder acht in Damascus (…) door middel van op afstand bediende bommen’.

    Voor Syrië-deskundige Joseph Daher, geciteerd door Al-Jazeera, toont deze aanslag aan dat Syrië ‘zeer ver verwijderd is van enige vorm van stabiliteit’. Nadat het regime van Bashar al-Assad dankzij Rusland en gewapende facties gelieerd aan Iran de controle over een groot deel van het Syrisch grondgebied heeft herwonnen, is het idee ontstaan dat Syrië na tien jaar oorlog weer stabiel is geworden. ‘Syrië bevindt zich nog steeds in een conflictsituatie’, aldus Daher.

    Lees ook:

  • Griekse grensmuur van 40 kilometer moet Afghaanse vluchtelingenstroom stoppen

    Griekse grensmuur van 40 kilometer moet Afghaanse vluchtelingenstroom stoppen

    Griekenland grijpt alles aan om zich te ‘beschermen’ tegen de verwachte stroom Afghaanse vluchtelingen. De minister van Immigratie heeft verklaard dat het land een situatie als in 2015 niet nog eens aankan.

    Nu Afghanistan in handen van de taliban is gevallen, is Griekenland niet van plan gelaten af te wachten tot de eerste golf Afghanen de kust overspoelt. Niet zoals in 2015 met de stroom Syriërs, of in 2020, toen honderden migranten Europa probeerden binnen te komen via de rivier de Maritsa omdat Turkije zich had laten ontvallen dat het zijn grenzen ging openstellen. Deze keer haalt Griekenland alles uit de kast om zich te ‘beschermen’ tegen de verwachte vloedgolf van Afghaanse vluchtelingen. Minister van Immigratie Notis Mitarakis heeft verklaard dat Griekenland een situatie als in 2015 niet nog eens aankan, en ook ‘niet accepteert de toegangspoort te zijn voor vluchtelingenstromen naar de Europese Unie’.

    Daartoe heeft de conservatieve regering van Néa Dimokratía (Nieuwe Democratie) een heel arsenaal klaarstaan. Langs een deel van de landgrens met Turkije is een omstreden 40 kilometer lange muur gebouwd van gewapend beton. De grensbewaking is versterkt met nieuwe drones, nachtzichtcamera’s, radar en geluidskanonnen, en deze akoestische voorzieningen hebben een grote reikwijdte.

    ‘We kunnen niet gelaten de mogelijke consequenties’ van de herovering van Afghanistan door de taliban afwachten, zegt Michalis Chrysochoidis, tot kort geleden de Griekse minister van Burgerbescherming. ‘We zullen onze grenzen verdedigen en beveiligen.’

    Op 30 augustus jl. hebben de Amerikaanse en westerse troepen Afghanistan definitief verlaten. Honderdduizenden Afghanen zijn achtergebleven en vrezen onder het talibanbewind voor hun leven, of voor de repressie van een islamitisch-fundamentalistisch regime dat geen enkel land tot nu toe als legitieme regering heeft erkend. De komende weken en zelfs maanden zouden naar schatting duizenden Afghanen het land via Iran of Pakistan willen proberen te verlaten. Op dit moment heeft de Pakistaanse grens elke 24 uur te maken met een toestroom van 20.000 Afghanen.

    Sommige deskundigen wijzen erop dat de omvang van de migratie van Afghanistan naar Europa niet te vergelijken is met die uit Syrië destijds. De afstanden zijn zeer groot en migranten moeten veel grenzen over om de EU te bereiken. Uiteindelijk zal dat maar een klein aantal Afghanen lukken. Maar uit angst voor een déjà vu hebben de Europese hoofdsteden toch middelen vrijgemaakt voor buurlanden van Afghanistan.

    Anticiperen

    ‘Het is belangrijk dat de EU landen in de buurt van Afghanistan ondersteunt en voorkomt dat er migratiestromen naar Europa ontstaan,’ verklaarde de Griekse premier Kyriakos Mitsotakis op 23 augustus. ‘Europa kan de gevolgen van de huidige situatie niet alleen oplossen. We moeten anticiperen op grote illegale migratiestromen en ons daartegen beschermen,’ aldus de Franse president Emmanuel Macron. Zoals de Financial Times meldde, hebben de Europese ministers van Binnenlandse Zaken na een eerste vergadering op maandag 600 miljoen euro uitgetrokken voor Afghaanse buurlanden als Pakistan, Iran, Oezbekistan en Turkmenistan.

    De snelle terugkeer naar de macht van de taliban en de humanitaire crisis die mogelijk overslaat naar de poorten van ‘het oude continent’, hebben het gebrek aan een consistent migratiebeleid op EU-niveau opnieuw duidelijk gemaakt.

    Europa moet nog steeds een systeem opzetten voor de herverdeling van de asielzoekers die de grens over komen, maar de opstelling van Europa in het migratievraagstuk is nu anders dan zes jaar geleden. De beroemde uitspraak van bondskanselier Angela Merkel ‘Wir schaffen das!’ – waarna ze duizenden mensen Duitsland binnenliet die het land via de Balkanroute hadden bereikt –, is verleden tijd. De fenomenen die nu in Brussel worden besproken zijn ‘massale migratiestromen van illegalen’ en ‘illegale migratie’. In de negen alinea’s van de verklaring die de 27 Europese ministers van Binnenlandse Zaken hebben ondertekend, komt de term ‘veiligheid’ 7 keer voor en ‘illegaal’ 5 keer.

    Het doel is nu niet meer om vluchtelingen op te nemen, maar om buurlanden te helpen de stroom in te dammen

    Omdat men de massale instroom van mensen in Europa wil beperken, is het doel nu niet meer om vluchtelingen op te nemen, maar om buurlanden te helpen de stroom in te dammen in ruil voor financiële compensatie.

    Ondanks het feit dat het verschuiven van het probleem naar andere landen een ‘wapen’ kan worden om Brussel onder druk te zetten (zoals eerder gebeurde bij de Maritsa, en recenter in Spanje, toen op één dag duizenden migranten Ceuta binnenkwamen nadat Marokko de grensbewaking had versoepeld), kijkt Europa opnieuw naar Ankara als mogelijke oplossing voor een potentieel humanitair drama.

    Na de groei van populistische en extreemrechtse partijen in Europa in 2016 realiseerden Europese regeringen zich dat aan het opnemen van grote aantallen vluchtelingen een politiek prijskaartje hing dat ze niet bereid waren te betalen. Uiteindelijk ondertekenden ze een pact met Turkije dat het in ruil voor 6 miljard euro de mensenstroom over de Egeïsche Zee naar Griekenland zou tegenhouden. De 27 lidstaten van de EU lijken nu opnieuw bereid te zijn Turkije financieel te compenseren voor het veiligstellen van hun grenzen.

    ‘Het eerste land waar vluchtelingen uit Afghanistan aankomen, is Turkije. Daarom moet de Europese Unie de gezamenlijke verklaring van 2016 uitbreiden en Turkije ondersteunen,’ stelde Notis Mitarakis. Hij benadrukte bovendien dat het Vluchtelingenverdrag van Genève naar mensen verwijst die ‘naar een buurland verhuizen, niet naar een ander continent’.

    Loekasjenka zou de deuren hebben opengezet voor illegale immigratie

    Maar ook in Turkije is het geen pais en vree. President Recep Tayyip Erdoğan klaagt dat Turkije de afgelopen maanden te maken kreeg met meerdere gewelddadige binnenlandse protesten tegen de aanhoudende aanwezigheid van de miljoenen Syrische vluchtelingen die zich nog steeds in het land bevinden. Erdoğan, die ook opdracht heeft gegeven een muur te bouwen langs de grens tussen Turkije en Iran, heeft de Europese landen gevraagd de verwachte golf Afghaanse migranten die eerst Turkije aandoen, onderdak te bieden. ‘Europa kan het probleem niet van zich afschuiven door zijn grenzen potdicht te timmeren om de veiligheid en het welzijn van zijn eigen burgers te beschermen.’ Hij voegde daaraan toe: ‘Turkije heeft noch de verantwoordelijkheid, noch de verplichting om het vluchtelingendepot van Europa te zijn.’

    Voor migranten uit het Midden-Oosten die naar Europa wilden, was Griekenland tot nu toe de voorkeursroute, zowel via de grens met Turkije als over de Egeïsche Zee. Maar de laatste maanden is Europa getuige geweest van de opkomst van een alternatieve route door Belarus. Tot nu toe zijn dit jaar meer dan drieduizend migranten (voornamelijk Irakezen) daar de grens met de EU overgestoken. Naar verluidt worden ze aangemoedigd door het bewind van Aleksander Loekasjenka, dat de deuren zou hebben opengezet voor illegale immigratie als reactie op de Europese sancties. In verband met deze toename van de vluchtelingenstroom, heeft Litouwen hulp gevraagd aan Frontex, het Europees Grens- en kustwachtagentschap. Van de EU heeft het toestemming gekregen om een hek te bouwen langs zijn grens met Belarus.

    Naast Litouwen en Griekenland gaan ook andere EU-landen maatregelen treffen om zich tegen de migratiestromen te beschermen. Bulgarije heeft verzekerd dat het de grenzen met Griekenland en Turkije gaat versterken en Polen heeft de bouw van een muur langs de grens met Belarus aangekondigd. Ook Cyprus heeft een officieel verzoek om bijstand ingediend bij Frontex om de komst van migranten tegen te houden, vooral uit Turkije.

  • Links wint Noorse verkiezingen | Syrische regime rukt op in regio Idlib

    Links wint Noorse verkiezingen | Syrische regime rukt op in regio Idlib

    Linkse oppositie wint de parlementsverkiezingen in Noorwegen

    De linkse oppositie won de parlementsverkiezingen die zondag en maandag in Noorwegen werden gehouden, ‘na een verkiezingscampagne die werd gedomineerd door vragen over de toekomst van de olie-industrie, een sleutelsector voor de grootste producent van West-Europa’, schrijft The Guardian.

    ‘De precieze samenstelling van de “rood-groene” coalitie is nog lang niet duidelijk’

    ‘Jonas Gahr Støre van de Arbeiderspartij is klaar om premier te worden, maar staat voor moeilijke keuzes bij het vinden van bondgenoten’, voegt de Britse krant toe. Want ‘de precieze samenstelling van de “rood-groene” coalitie die het Scandinavische land zal leiden, is nog lang niet duidelijk’.


    Syrische regime rukt op naar regio Idlib

    ‘Na Deraa is het de beurt aan Idlib’, schrijft het pan-Arabische dagblad Al-Araby Al-Jadid. Na de rebellen in Deraa na twee maanden van belegering en gevechten te hebben gedwongen zich over te geven, richten het Syrische regime en zijn bondgenoten zich op het laatste grote jihadistische en rebellenbolwerk in het noordwesten van het land.

    Sinds begin juni zijn de bombardementen op de aan Turkije grenzende regio Idlib geïntensiveerd, met name in het zuiden van de provincie. Op 7 september was de stad Idlib het doelwit van pro-Syrische strijdkrachten en de Russische luchtmacht. De aanval, waarbij vier burgers omkwamen, is volgens de Libanese krant L’Orient-Le Jour de dodelijkste in Idlib in ongeveer tien maanden.

    Lees ook:


    VAE investeren in technologie

    De Verenigde Arabische Emiraten (VAE) willen de komende negen jaar vijftig nieuwe economische initiatieven lanceren om de concurrentiepositie te vergroten, schrijft Al-Jazeera. Daartoe willen de Emiraten 550 miljard dirham (circa 27 miljard euro) aan directe buitenlandse investeringen aantrekken, aldus regeringsfunctionarissen.

    De projecten, waarvan sommige afgelopen weekend werden onthuld, omvatten grote investeringen in technologie. Zo zullen de VAE en de Emirates Development Bank 5 miljard dirham investeren in industriële technologie en andere technologische sectoren, aldus minister van Industrie en Geavanceerde Technologie Sultan al Jaber tijdens een persconferentie.

    ‘De VAE streven ernaar om de komende vijftig jaar een wereldspeler te worden in verschillende sectoren’

    Daarnaast wordt gedacht aan het beschikbaar stellen van nieuwe visa om geschoolde arbeiders van elders aan te trekken. ‘De VAE streven ernaar om de komende vijftig jaar een wereldspeler te worden in verschillende sectoren’, aldus staatssecretaris voor Geavanceerde Technologie Sarah al-Amiris.

    De ambities van de VAE kunnen worden gezien als het gevolg van de toenemende economische rivaliteit met buurland Saoedi-Arabië om het belangrijkste handels- en zakencentrum van de regio te worden, analyseert Al-Jazeera.

  • Koerden vrezen vertrek VS uit Syrië | Met menselijk haar de oceanen opruimen

    Koerden vrezen vertrek VS uit Syrië | Met menselijk haar de oceanen opruimen

    Koerden in Syrië hopen dat het Amerikaanse leger hen niet in de steek laat

    De Arabisch-Koerdische strijdkrachten die het noordoosten van Syrië in handen hebben, hebben de terugtrekking van de VS uit Afghanistan ‘met argusogen gadegeslagen’, meldt The Washington Post.

    In 2019 had voormalig president Trump besloten dat meer dan de helft van de Amerikaanse troepen die in Syrië zijn gestationeerd moesten vertrekken. Dit werd ervaren als ‘verraad aan de Koerden’ die streden tegen de jihadistische groepering Islamitische Staat (IS), aldus het Amerikaanse dagblad. De gedeeltelijke terugtrekking had ‘de kaart hertekend‘ van Noordoost-Syrië, waarvan delen in handen kwamen van een door Turkije gesteunde Syrische militie, en andere in handen van het Syrische leger, gesteund door Rusland en Iran. Een ‘pijnlijke herinnering die nog vers in het geheugen staat’ van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF).

    ‘In het noordoosten van Syrië denken weinig mensen dat de Amerikanen voor onbepaalde tijd zullen blijven’

    Maar in de afgelopen maanden heeft de regering-Biden ‘getracht’ de leiders van de Arabisch-Koerdische strijdkrachten gerust te stellen door het zenden van militairen. Ongeveer negenhonderd Amerikaanse troepen zijn nog steeds in het gebied om IS te bestrijden. ‘De [Amerikaanse] regering heeft verklaard dat het partnerschap sterk blijft en dat de Amerikaanse troepen niet op korte termijn zullen vertrekken’, schrijft The Washington Post.

    ‘Amerikaanse officieren kwamen naar ons toe en zeiden dat er geen verandering zou komen in Syrië‘, bevestigt SDF-leider Mazloum Abdi, geïnterviewd door de Amerikaanse krant.

    Over de toekomst van de Amerikaanse aanwezigheid is de Koerdische generaal ‘voorzichtig maar optimistisch’ en hoopt hij dat ‘Amerika zich aan zijn beloften zal houden’. In het noordoosten van Syrië ‘denken weinig mensen dat de Amerikaanse troepen voor onbepaalde tijd zullen blijven’, aldus de krant. Maar voor Abdi moeten de Amerikaanse troepen ’blijven tot er een oplossing voor de Syrische crisis is gevonden’.

    Voor de Amerikanen is aanwezigheid in de regio belangrijk voor het ‘machtsevenwicht’ in Syrië, waar naast het Syrische leger ook Russische, Turkse en Iraanse strijdkrachten aanwezig zijn.

    Lees ook:


    Chinese telefoonfabrikant Xiaomi groeit hard

    Amerikaanse sancties hebben de smartphoneactiviteiten van Huawei hard geraakt en ondertussen profiteert een ander Chinees bedrijf daarvan. Technologiebedrijf Xiaomi heeft het gat opgevuld dat door Huawei is achtergelaten op de markten van Europa tot Zuidoost-Azië en China. Het doet dit volgens een scenario dat ook door veel andere Chinese merken wordt gehanteerd, namelijk door producten aan te bieden met eigenschappen die vergelijkbaar zijn met die van concurrenten, maar dan wel tegen veel lagere prijzen, schrijft The Wall Street Journal.

    Er is geen enkel bedrijf dat wereldwijd meer telefoons heeft verkocht in de maand juni dan Xiaomi

    Volgens marktonderzoeker Counterpoint Research is er geen enkel bedrijf dat wereldwijd meer telefoons heeft verkocht in de maand juni dan het in Beijing gevestigde Xiaomi. Het bedrijf passeerde Samsung en Apple en werd voor het eerst het nummer één smartphonemerk ter wereld. De maand-op-maandomzet groeide met 26 procent en daarmee was Xiaomi ook het snelst groeiende merk van juni. In het tweede kwartaal van dit jaar was Xiaomi wereldwijd het tweede merk qua verkoop.

    Lees ook:


    Red een pelikaan met je paardenstaart

    Nadat je je haar hebt laten knippen bij Pitch, een kapsalon in het centrum van San Francisco, verzamelen de kappers de afgeknipte lokken en voeren die aan viltmachines die buiten staan. Deze veranderen het haar in strak geweven viltmatten die worden gebruikt om watervervuiling aan te pakken. Het is een idee van Phil McCrory, een haarstylist uit Huntsville, in Alabama, schrijft Reasons to be Cheerful. In 1989 zag hij beelden van de olieramp met de Exxon Valdez in Alaska. Hij wist hoe gemakkelijk olie zich aan haren hecht en vroeg zich af of je ook mensenhaar zou kunnen gebruiken om olie op te ruimen. Wetenschappers bevestigden zijn theorie: elke haar absorbeert drie tot negen keer zijn gewicht in olie. 

    Het idee van McCrory leidde tot een wereldwijde beweging. In 1998 ging hij een partnerschap aan met Matter of Trust, een non-profitorganisatie van Lisa Gautier uit San Francisco. Samen lanceerden ze het baanbrekende Clean Wave-programma om vezelmatten te produceren van mensenhaar uit kapsalons, dierenvacht uit salons voor huisdieren en zelfs pluisjes uit wasserettes.

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten. Elke kapsalon en dierentrimmer knipt ongeveer anderhalve kilo haar of vacht per dag, en dat levert een enorme hoeveelheid op aan natuurlijke vezels. De viltfabriek in San Francisco ontvangt nu dagelijks haar uit dertig landen.

    De haarmatten van Matter of Trust zijn inmiddels al met succes gebruikt bij grote olielozingen, zoals in Ecuador, waar Texaco tussen 1964 en 1992 meer dan 60 miljard liter giftig afvalwater dumpte, naast miljoenen liters ruwe olie. In 2010 leidde de lekkage van bijna 800 miljoen liter ruwe olie door BP in de Golf van Mexico tot een ongekende reactie: binnen vier dagen ontving Matter of Trust 340.000 kilo aan vezels. EPA, het milieuagentschap van de overheid, noemde het de grootste burgeractie die het ooit had gezien.

  • ‘Als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht’

    ‘Als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht’

    Abraham Lincoln zei het al: geef iemand macht en hij (/zij) laat zijn ware aard zien. Er zijn talloze voorbeelden van beloftevolle politici die zich, eenmaal aan de macht, ontpopten tot meedogenloze onderdrukkers.

    Lange tijd werd ervan uitgegaan dat macht corrumpeert, een theorie die onder meer was gebaseerd op het beroemde Stanford-gevangenis-experiment uit 1971. Een onderzoek van Smithsonian Institution kwam echter tot een andere conclusie: macht corrumpeert niet, maar versterkt al bestaande ethische tendensen. Of in de woorden van Abraham Lincoln: ‘Bijna iedereen kan tegenspoed doorstaan, maar als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht.’

    De volgende machthebbers doorstonden de test niet:

    Abiy Ahmed

    Abiy Ahmed werd op 2 april 2018 beëdigd tot de twaalfde premier van een zeer onrustig Ethiopië. In de protesten tegen politieke ongelijkheid, landonteigening en mensenrechtenschendingen waren honderden doden gevallen en werden duizenden mensen opgepakt. De meeste demonstranten waren Oromo en Amharen, de twee grootste etnische groepen in Ethiopië, die samen 60 procent van de bevolking vormen. Velen voelden zich oneerlijk behandeld door de machthebbers, die vooral behoorden tot de Tigrinya-groep, die minder dan 7 procent van de bevolking uitmaakt. Ahmeds voorganger Desalegne stapte op om hervormingen mogelijk te maken.

    Aanvankelijk maakte Abiy – Oromo-moeder en Amhara-vader – de verwachtingen waar. Hij liet tienduizenden dissidente Ethiopiërs vrij en ging in gesprek met gevluchte tegenstanders in het buitenland. Hij nodigde Isaias Afewerki, de president van Eritrea, uit om het grensconflict tussen de twee landen te beslechten – met succes. In oktober dat jaar presenteerde Abiy Ahmed zijn nieuwe kabinet, dat voor de helft uit vrouwen bestaat – die volgens Ahmed minder geneigd zijn tot corruptie dan mannen. Op Abiys voordracht heeft het land sinds 1 november 2018 ook voor het eerst een vrouw als opperrechter, Meaza Ashenafi.

    Abiy ontving in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede ‘voor zijn inspanningen om vrede en internationale samenwerking te bereiken’

    Deze inspanningen leverden Abiy in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede op: ‘voor zijn inspanningen om vrede en internationale samenwerking te bereiken, en in het bijzonder voor zijn beslissende initiatief om het grensconflict met buurland Eritrea op te lossen’.

    Maar sinds de oorlog in Tigray, en zijn vermeende rol daarin, heeft de reputatie van de Ethiopische premier een flinke deuk opgelopen. Abiy beweerde aanvankelijk dat de oorzaak van de oorlog de aanval van Tigray op militaire bases in de regio was. Maar zijn ‘overwinningstoespraak’ eind vorig jaar onthulde dat gedetailleerde voorbereidingen voor een oorlog al ruim twee jaar geleden begonnen.

    Aanleiding voor het conflict is de weigering van TPLF, de regerende partij van Tigray, om op te gaan in de partij van Abiy. Op de vraag waarom hij niet eerder tot actie overging, zou Abiy hebben gereageerd dat Ethiopië op dat moment niet over voldoende militaire capaciteit beschikte. Het federale leger was heimelijk versterkt, onder andere met dronecapaciteit, op zo’n wijze dat het buiten het zicht van de leiders van Tigray bleef.

    Vlak voor de oorlog werden de internet-, telefoon- en elektriciteitsleidingen naar Tigray door de overheid afgesloten, schrijft Netblocks. Sindsdien zijn alle wegen, inclusief het luchtruim, geblokkeerd. Ook de banken zijn gesloten. Tigrinya die buiten Tigray werken worden ontslagen. Journalisten mogen geen verslag uitbrengen vanuit Tigray, schrijft het Zuid-Afrikaanse Mail & Guardian. Er is enkel toestemming voor hulporganisaties om steun te bieden in gebieden die onder controle van de overheid vallen.

    Sinds het begin van de oorlog zijn de steden van Tigray onderworpen aan zware bombardementen en beschietingen. De regio wordt op verschillende fronten tegelijk aangevallen. Er wordt melding gedaan van wijdverbreide plunderingen van Eritrese en Amhara-militairen, waaronder die van bijzondere culturele en religieuze artefacten.

    Voor de Tigreeërs zelf komt het geweld niet als verrassing: ‘Abiy, met zijn geveinsde politiek van verzoening, liet ons in de steek.’

    De aanpak doet denken aan de door de regering veroorzaakte hongersnood in Ethiopië van 1984-1985. Door opzettelijke verarming en verwaarlozing en de daaropvolgende emigratie werden Tigrinya steeds meer als arme mensen beschouwd. In Eritrea werd Agame, de naam van het oostelijke Tigray-gebied, veranderd in een denigrerende term waarmee naar alle Tigrinya werd verwezen. In de Ethiopische regio Amhara werden Tigrinya aangeduid met termen als sprinkhanen, luizen, bedelaars, banda [verrader] en nog veel meer, en deze zijn nog altijd gangbaar.

    Lees ook:


    Asma al-Assad

    Asma al-Assad had mooie dromen voor de Syrische hoofdstad Damascus toen ze er vanuit Londen heen trok om bij haar man Bashar te zijn. Het zou een welvarende, culturele wereldhoofdstad worden. Maar terwijl niet veel later vele onschuldige burgers als gevolg van een oorlog tegen opstandige groepen omkwamen, leek zij vooral bezig met het uitbreiden van haar schoenencollectie.

    Lees ook ons uitgebreid portret van de First Lady van Syrië:


    Narendra Modi

    ‘Dit is een leider die ons land vooruit wil helpen’, zeiden veel Indiërs in 2014 over Narendra Modi, die dat jaar de verkiezingen won. Hij zou in tegenstelling tot tegenstander Rahul Ghandi niet uit zijn op eigenbelang. Zeven jaar later is duidelijk dat Modi wel degelijk zijn ‘eigen groepering’, de hindoebevolking, voortrekt. Met maatregelen als het abrupt afschaffen van een deel van de bankbiljetten in 2016 en een al even abrupte lockdown vorig jaar, benadeelt hij bovendien het overgrote armere deel van de bevolking.

    Lees ook dit artikel van schrijver en essayist Arundhati Roy:


    Aleksander Loekasjenka

    Aleksander Loekasjenka won de eerste democratische verkiezingen van Belarus in 1994 als ‘corruptiebestrijder’. Maar hij duldt geen tegenspraak. Na beschuldigingen van stembusfraude in 2020 ontstonden massale protesten, die ‘de laatste dictator van Europa’ met harde hand neersloeg. Meer dan 32.000 mensen zouden zijn gearresteerd.

    Lees ook dit uitgebreid portret van de ‘laatste dictator van Europa’:


    Evo Morales

    Evo Morales werd als kandidaat van de socialistische MAS-partij in 2006 de eerste Boliviaanse president van inheemse afkomst. Bij zijn aantreden beloofde hij: ‘We zullen een einde maken aan de koloniale staat en het neoliberale model. Vijfhonderd jaar van verzet door de inheemse volkeren van Amerika zijn voorbij.’

    De gedeeltelijke nationalisatie van olie en gas betaalde royale sociale programma’s die het armoedecijfer terugbrachten van 59 tot 35 procent. Het armste land van Zuid-Amerika werd het snelst groeiende land, met een gemiddelde toename van 5 procent per jaar gedurende meer dan tien jaar.

    In 2014 voerde Morales een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken

    Maar de voormalig leider van de vakbond van cocaboeren kreeg al snel autoritaire trekjes. Hij voerde in 2014 een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken. Een referendum in 2016 voor een vierde termijn, werd verworpen. Maar een jaar later oordeelde het constitutionele hof – bestaande uit door zijn partij aangestelde rechters – dat hij het toch nog eens kon proberen.

    De bij voorbaat controversiële verkiezingen van 2019 verliepen chaotisch, onder andere doordat de voorlopige telling van de stemmen abrupt werd onderbroken nadat de elektriciteit uitviel. Vierentwintig uur later, bij het hervatten van de telling, had Morales ineens de 10 procentpunt voorsprong die nodig was om zijn rivaal, Mesa, in de eerste ronde te verslaan, overschreden.

    Na de massale protesten die deze gang van zaken opleverde, gesteund door de grootste vakbond van het land, het leger en de politie, trad Morales af en vluchtte naar Mexico en later Argentinië.

    Een zelfbenoemde interim-regering onder leiding van Jeanine Áñez, een evangelisch christen die werd ingezworen met een bijbel zo groot als een koelkast, moest zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen organiseren. Morales’ vertrouweling Luis Arce en zijn MAS-partij wonnen die verkiezingen, waarop Morales terugkeerde naar Bolivia. Arce werd president.

    In maart werden Áñez en haar voormalige interim-ministers gearresteerd voor terrorisme en opruiing vanwege hun rol in de protesten van 2019. ‘Politieke vervolging,’ volgens de voormalig conservatieve interim-president, ‘in de stijl van een dictatuur.’

    En nu is er een campagne op touw gezet die Morales weer terug aan het hoofd van de regering moet krijgen, als opvolger van president Arce: ‘Evo vuelve’; ‘Evo keert terug’. Hij wil immers nog die vierde termijn uitdienen, waar hij recht op heeft. Want, zoals een commentator in de Boliviaanse krant Los Tiempos schrijft: ‘Volgens Morales en zijn volgelingen is Evo het magische antwoord op elk probleem.’

    Lees ook dit artikel over de Nicaraguaanse president Daniel Ortega:

  • Het geheime leger van Poetin: de Wagner-groep

    Het geheime leger van Poetin: de Wagner-groep

    Ontmoet Jevgeni Prigozjin, ‘de kok van Poetin’ en de man achter de schimmige Wagner-groep, het uitzendbureau voor huurlingen dat actief is over de hele wereld – van Oekraïne tot Syrië tot Mozambique. Wagner haalt de kastanjes uit het vuur voor Poetin in situaties waaraan het Kremlin zich de vingers niet wil branden.

    Keuze uit het archief

    Woensdag is Jevgeni Prigozjin omgekomen bij een vliegtuigongeluk tussen Moskou en Sint-Petersburg. De leider van Wagner was sinds zijn muiterij tegen de Russische legerleiding in juni zijn leven niet zeker. Veel experts denken dan ook dat Poetin en de Russische geheime dienst achter zijn dood zitten. In dit portret van de Wagner-groep uit 2021 lees je waar Wagner haar beruchte reputatie aan te danken heeft en hoe Prigozjin van cateraar tot legercommandant is opgeklommen.

    Ze trainen, vechten en sterven in het diepste geheim. Sinds 2012 duiken Russische huurlingen van de Wagner-groep, van Oekraïne tot de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), via Syrië, Libië en Mozambique, op in gebieden waar Rusland officieel geen soldaten naartoe heeft gestuurd om te vechten. Dat blijkt uit een onderzoek van de Franse krant Le Monde aan de hand van online gevonden materiaal.

    Op een van de beelden zien we ze staan: tussen de menigte tijdens een campagnebijeenkomst in de Centraal-Afrikaanse Republiek van president Faustin-Archange Touadéra, december vorig jaar. Bleke blonde mannen met zonnebrillen en mondkapjes én in legertenue met grote automatische geweren. Ze beschermen de president, die campagne voert voor een tweede termijn, en houden de menigte strak in de gaten.

    Enkele weken later wordt ook CAR-premier Firmin Ngrébada op film vastgelegd geflankeerd door een groep witte mannen in gevechtsoutfit, wederom zwaarbewapend. Op de opnames gepubliceerd door Le Monde is te zien dat twee soldaten onderling Russisch met elkaar praten. Dat is vreemd: officieel heeft Rusland geen enkele soldaat uitgezonden naar de CAR. Wél enkele gespierde militaire trainers die het Centraal-Afrikaanse leger moeten opleiden.

    ‘Waarom zijn er Russen, gekleed in gevechtstenue en zwaarbewapend, aanwezig in de Centraal-Afrikaanse Republiek om de machthebbers te beschermen?’ vraagt Le Monde zich af.

    Door de beelden te vergelijken met andere opnames van Russische huurlingen, stelt de krant vast dat het werknemers van de Wagner-groep zijn, een Russisch privéagentschap voor militaire contacten (PMC) met banden tot in het hart van het Kremlin. Van de organisatie is geen officieel spoor te vinden, maar sinds 2012 is ze in verschillende conflictgebieden actief.

    Codenaam ‘Wagner’

    Wagner is opgericht door Dmitri Oetkin, een voormalig officier bij de Russische militaire inlichtingendienst GROe – codenaam ‘Wagner’ –, die in 2013 samen met andere Russische ex-militairen onder de naam Slavonic Corps Limited aan de zijde van het leger van Bashar al-Assad vocht, in Syrië. Le Monde vond ook beelden van deze missie, die werden rondgestuurd binnen een openbare groep van instantmessagedienst Telegram. Uit onderzoek van Bellingcat blijkt eveneens dat de groep destijds actief was in Syrië.

    De huurlingen van Slavonic Corps Limited vertrekken eind 2013 weer uit Syrië wegens gebrek aan materieel en manschappen. Het bedrijf wordt opgedoekt, en in plaats daarvan duikt een nieuwe entiteit op die officieel niet op papier bestaat: de Wagner-groep.

    In 2014 verschijnen ze opnieuw, nu in de het oosten van de Donbassregio in Oekraïne, aldus Foreign Policy. Op beelden die Le Monde vond van begin 2015 is te zien dat de groep actief is op vijfentwintig kilometer van de Russische grens. In dit gebied voeren op dat moment – en nog steeds – pro-Russische separisten een strijd met het Oekraïense leger. Ze zijn weer uitgerust in gevechtstenue – de winterversie – zonder naamtags of insignes. En ze gebruiken militaire voertuigen die ook door het Russische leger worden gebruikt, zoals Le Monde aantoont.

    Lees ook:

    Tussen 2015 en 2016 verandert Wagner-groep van leider en omvang. De organisatie wordt overgenomen door een Russische oligarch en voormalig gangster die negen jaar in de gevangenis heeft gezeten: Jevgeni Prigozjin – die nauwe contacten heeft met Poetin.

    De kok van Poetin

    Met zijn cateringbedrijf Concord Catering verzorgt Prigozjin onder andere maaltijden voor het Russische leger, wat hem de bijnaam ‘de kok van Poetin’ heeft opgeleverd. Ook wordt hij er door de VS van beschuldigd achter het bedrijf Internet Research Agency (IRA) te zitten, dat met een trollenleger de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 zou hebben geprobeerd te beïnvloeden.

    In 2016 duiken huurlingen van Wagner weer op in Syrië, ditmaal in de buurt van Palmyra, zoals de ruïnes op de achtergrond van de foto’s in het bezit van Le Monde duidelijk maken. Maar de stad wordt ingenomen door IS en Wagner trekt zich, zij aan zij met het Russische leger, terug. ‘Waarom deze mengvorm van anonieme huurlingen en officiële Russische soldaten?’ aldus Le Monde. Het antwoord is simpel: door het inzetten van anonieme huurlingen, kan Moskou desgewenst alle verantwoordelijkheid ontkennen.

    In 2017 duikt er een gruwelijke video op die is opgenomen in de buurt van de al-Shaer-gasfabriek nabij Palmyra. De video toont hoe een Syrische man, die onder vrienden en familie bekend stond als Hamdi Bouta, op de grond ligt, omringd door Russisch sprekende mannen in militaire uniformen, aldus Foreign Policy. Ze slaan met een voorhamer op zijn ledematen alvorens hem te onthoofden, zijn lichaam in brand te steken en met zijn stoffelijk overschot te poseren. De daders zijn door het Russische onafhankelijke persagentschap Novaya Gazeta geïdentificeerd als huurlingen van Wagner.

    ‘De moord op Bouta is symptomatisch voor het vacuüm waarin de Wagner-groep opereert. Hoewel huurlingengroepen in Rusland verboden zijn, dienden ze als het speerpunt van de proxy-oorlogen van het Kremlin in het buitenland’, aldus Foreign Policy.

    Deze strategie komt nog duidelijker naar voren in Libië, waar sinds 2014 een burgeroorlog woedt. Rusland heeft de kant gekozen van Khalifa Haftar, oud-generaal van Qadhaf, die een schaduwregering aanvoert vanuit de noordoostelijke stad Benghazi. Officieel heeft het Kremlin geen enkele soldaat naar het Noord-Afrikaanse land gestuurd. Maar uit een rapport van de Verenigde Naties blijkt dat in de praktijk tussen de achthonderd en twaalfhonderd Russische huurlingen aan de zijde van Haftar strijden.

    Als Haftar in november 2018 op bezoek komt bij het Russische ministerie van Defensie is naast minister Sjojgoe ook Prigozjin aanwezig. Volgens een militair-diplomatieke bron verzorgde Prigozjin daar de lunch en nam hij deel aan een discussie over het culturele programma van de Libische delegatie, aldus The Bell.

    ANP 202823421 1 1 1
    Zakenman Jevgeni Prigozjin (links) serveert eten aan toenmalig Russisch premier Vladimir Poetin (nu president) tijdens een diner in het restaurant van Prigozjin buiten Moskou, november 2011. – © AP Photo / Misha Japaridze

    Poetins invloed in Afrika

    Tijdens een persconferentie begin 2020 ontkent Poetin dat de Russische huurlingen in Libië gestuurd zijn of betaald worden door het Kremlin. ‘Er zijn altijd veel huurlingen in conflictzones (…), erg verontrustend,’ voegt hij eraan toe. Toch vechten Russische huurlingen toevallig in verschillende conflicten in Afrika en het Midden-Oosten altijd aan de kant van de door Rusland gesteunde partij, merkt Le Monde op.

    Rusland wil zijn invloed in Afrika versterken door betrekkingen aan te knopen met bestaande heersers, militaire deals te sluiten en een nieuwe generatie van ‘leiders’ en ‘undercoveragenten’ op te leiden, zo blijkt uit uitgelekte documenten, schrijft The Guardian in 2019. Spil in het web van de Russische plannen: Jevgeni Prigozjin. Naast de inzet van huurlegers, is hij ook verantwoordelijk voor het opzetten van pro-Russische mediabedrijven.

    Een van de doelstellingen is om de VS en de voormalige koloniale mogendheden het VK en Frankrijk de regio uit te krijgen. Een ander doel is om ‘prowesterse’ opstanden af te wenden, aldus de documenten.

    In Soedan werden Wagner-huurlingen in 2017 voor het eerst gefilmd toen zij militairen trainden om gebouwen te bestormen, aldus The Guardian in een ander artikel. Huurlingen werden ook gesignaleerd in de buurt van de antiregeringsprotesten in 2019, die uiteindelijk leidden tot het afzetten van president Bashir, waarna Wagner weer vertrok uit het land.

    Sinds 2019 is Wagner ook actief in Mozambikaanse regio Cabo Delgado, bericht The Moscow Times. In die olie- en gasrijke regie strijdt de regering tegen islamistische rebellen die onlangs de stad Palma innamen.

    Lees ook:

    En sinds 2018 ontvangt de Centraal-Afrikaanse Republiek, dat ontwricht wordt door een intern conflict, militair materieel van Rusland en een honderdtal militaire opleiders. Officieel ondersteunt Rusland het Afrikaanse land zonder zelf mee te vechten. Tegelijkertijd huurt de Centraal-Afrikaanse regering het Russische privéagentschap Sewa Security Services in, dat ook in handen blijkt te zijn van Prigozjin, volgens onderzoek van Le Monde.

    De Centraal-Afrikaanse Republiek wordt in de uitgelekte documenten in handen van The Guardian beschreven als ‘strategisch belangrijk’ voor Rusland en een ‘bufferzone tussen het islamitische noorden en het christelijke zuiden’. Van daaruit zou Moskou zijn aanwezigheid ‘over het hele continent’ kunnen uitbreiden, en Russische bedrijven kunnen er lucratieve delfstoffendeals sluiten.

    In de CAR verschijnt nog een opmerkelijk figuur ten tonele: Dimitri Sytyi, een jonge polyglot die aan een Franse hogeschool heeft gestudeerd, en optreedt als vertaler. Zijn voormalige werkervaring? Clandestiene politieke manipulatiecampagnes voor IRA, het trollenleger van Prigozjin.

    Sytyi is ongetwijfeld niet alleen vertaler, aldus Le Monde. Hij wordt er door het Amerikaanse ministerie van Financiën van verdacht aan het hoofd te staan van mijnbouwbedrijf Lobaye Invest. Het bedrijf wordt vermoedelijk gebruikt om de huurlingen te financieren. Maar drie Russische journalisten die gezamenlijk onderzoek deden naar de geldstromen van het bedrijf, zijn in 2018 door anonieme schutters vermoord, vertelt Le Monde.  

    Mensenrechten

    Uit een recent rapport van onafhankelijke experts van de Verenigde Naties blijkt dat Russische huurlingen van de Wagner-groep mensenrechtenschendingen hebben begaan in de Centraal-Afrikaanse Republiek, bericht The Guardian.

    Volgens de VN-werkgroep werken de Russische huurlingen nauw samen met de vijftienduizend man sterke VN-vredesmissie (MINUSCA), die sinds 2014 in de CAR is gestationeerd. Er vonden regelmatig ontmoetingen plaats tussen VN-personeel en ‘Russische adviseurs’, evenals bezoeken van de Russen aan MINUSCA-bases en medische evacuaties van gewonde ‘Russische trainers’ naar bases van MINUSCA.

    Volgens de VN-deskundigen ontvingen ze meldingen van ‘ernstige schendingen van de mensenrechten en van het internationaal humanitair recht’ door Russische particuliere militairen die samen met het Centraal-Afrikaanse leger opereerden. In sommige gevallen waren VN-vredeshandhavers getuigen, voegen zij eraan toe.

    De vermeende schendingen omvatten massale standrechtelijke executies, willekeurige detentie, marteling tijdens verhoren en gedwongen verplaatsing van de bevolking. Ongeveer 240.000 burgers zijn hun huizen ontvlucht vanwege de gevechten de afgelopen weken, aldus The Guardian.

  • VS verlaten Afghanistan voor 11 september | Praten met spinnen via muziek

    VS verlaten Afghanistan voor 11 september | Praten met spinnen via muziek

    Biden belooft alle troepen terug te trekken uit Afghanistan voor 11 september

    President Joe Biden zal naar verwachting vandaag (woensdag 14 april) de definitieve terugtrekking van alle Amerikaanse troepen uit Afghanistan aankondigen vóór 11 september, precies twintig jaar na de aanslagen ‘die de VS de oorlog hebben ingesleurd’, meldt The Washington Post. Deze informatie werd dinsdag door een hoge ambtenaar van de regering-Biden naar de krant gelekt.

    ‘De langste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis’ duurt dus nog wat langer

    Het besluit betekent dat duizenden Amerikaanse troepen in het land zullen blijven ná de deadline van 1 mei die de regering-Trump vorig jaar met de taliban heeft afgesproken.

    ‘De langste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis duurt dus nog wat langer’, erkent New York Magazine, maar ‘zal medio september eindigen’:

    ‘In één opzicht betekent dit besluit een uitbreiding van de Amerikaanse betrokkenheid bij het conflict. (…) Aangezien de onderhandelingen [tussen de taliban en de Afghaanse regering, als onderdeel van het akkoord van vorig jaar] geen vruchten hebben afgeworpen – en aangezien de taliban hun territoriale controle hebben uitgebreid – heeft de Amerikaanse militaire en diplomatieke elite zich (opnieuw) uitgesproken tegen een tijdige terugtrekking. (…) De voornaamste betekenis van dit nieuws is dus niet dat de oorlog zal worden verlengd, maar eerder dat deze binnen het jaar zal eindigen.’

    Lees ook:

    De taliban hebben verklaard de aanvallen op VS- en NAVO-personeel te hervatten indien de buitenlandse troepen het land niet voor 1 mei verlaten. ‘Wij hebben de taliban in niet mis te verstane bewoordingen laten weten dat wij krachtig zullen reageren op eventuele aanvallen op Amerikaanse troepen, terwijl wij doorgaan met een ordelijke en veilige terugtrekking’, zegt een Amerikaanse functionaris tegen The Washington Post.

    Officieel zijn er tweeënhalfduizend Amerikaanse troepen gestationeerd in Afghanistan, ‘hoewel het aantal fluctueert en er momenteel ongeveer duizend meer zijn. Daarnaast zijn er ook tot zevenduizend buitenlandse strijdkrachten aanwezig, als onderdeel van de internationale coalitie, waarvan het merendeel NAVO-troepen zijn’ – waaronder zo’n honderdvijftig Nederlandse militairen.

    De oorlog heeft de VS miljarden dollars gekost, en het leven van meer dan tweeduizend Amerikaanse troepen. Ook minstens honderdduizend Afghaanse burgers vonden de dood. In totaal zijn er 25 Nederlandse militairen omgekomen.

    Lees ook:

    Volgens The Wall Street Journal zullen Amerikaanse troepen worden overgeplaatst naar Zuid- en Centraal-Azië, ‘zodat het Witte Huis van Biden kan beweren dat het een robuuste regionale militaire en inlichtingen verzamelende capaciteit behoudt om Afghanistan in de gaten te houden, en tegelijkertijd dat het conflict beëindigd wordt’.

    Turkije zal van 24 april tot en met 4 mei gastland zijn voor een vredestop voor Afghanistan, meldt persbureau Reuters. De bijeenkomst zal naast Turkije geleid worden door de Verenigde Naties en Qatar, waar de huidige vredesonderhandelingen plaatsvinden.

    Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken verklaart dat de Afghaanse regering en de opstandige talibangroep aanwezig zullen zijn. De taliban hebben echter verklaard dat zij zich nog niet aan deze data hebben verbonden.


    In Turkse en Koerdische gebieden in Syrië wacht men nog steeds op vaccins

    ‘Tot nu toe is er nog geen enkel coronavaccin aangekomen in de gebieden in Noordwest-Syrië die onder controle staan van gewapende pro-Turkse rebellengroeperingen’, schrijft de pan-Arabische site Raseef22. Het medisch personeel in de regio is hierover woedend op de Turkse overheid.

    ‘Mensen in Noordwest-Syrië zitten nog zonder vaccins, terwijl in Turkije medisch personeel sinds 13 januari is ingeënt’, aldus Raseef22.

    Volgens de website werd medio maart een eerste levering van het AstraZeneca-vaccin in deze regio verwacht, maar de zorgen over trombosegevallen onder gevaccineerden in verschillende landen hebben het proces stopgezet.

    Volgens Mahmoud Daher, directeur van het kantoor van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in Gaziantep, een stad in het zuidoosten van Turkije dicht bij de Syrische grens, zou het de komende weken wel eens sneller kunnen gaan: ‘Ongeveer 224.000 doses zullen via de WHO aan het noordwesten van Syrië worden geleverd, mogelijk in mei’, citeert de Syrische oppositiewebsite Enab Baladi

    ‘Onevenredig laag’ aantal voor Koerden

    Naar verwachting zullen ook in mei vaccins worden uitgedeeld in het Noordoosten van Syrië dat wordt beheerd door de Arabisch-Koerdische SDF, meldt de Irakees-Koerdische nieuwssite Rudaw. Volgens de directeur van het WHO-kantoor voor Syrië, Akjemal Magtymova, zou de regio in eerste instantie ongeveer honderdduizend doses moeten ontvangen, voor een bevolking van zo’n 2,5 miljoen mensen.

    Een ‘onevenredig laag’ aantal, aldus de Koerdische autoriteiten in Rojava. Zij beweren dat het inwoneraantal van de door hen gecontroleerde gebieden ligt op 5 miljoen mensen, waardoor ze recht zouden hebben op meer doses.

    In de noordoostelijke regio van Syrië, waar het aantal besmettingen de laatste dagen sterk is toegenomen, wordt reikhalzend uitgekeken naar de levering. Als reactie op de uitbraak hebben de plaatselijke autoriteiten een ‘totale lockdown’ ingesteld, die alle niet-essentiële reizen verbiedt vanaf de eerste dag van de Ramadan, dinsdag 13 april, tot donderdag 22 april, meldde Al-Monitor.


    Wat als we via muziek met spinnen zouden kunnen praten?

    ‘Wetenschappers van MIT hopen met spinnen te kunnen praten nadat ze muziek hebben gemaakt met hun web’, kopt The Telegraph op dinsdag 13 april. Het idee is niet zo vergezocht als het klinkt.

    De wetenschappers – waaronder ingenieur Markus Buehler, die de studie leidde – presenteerden hun onderzoek op maandag 12 april aan de American Chemical Society, op basis van initieel onderzoek dat in 2018 werd gepubliceerd in het Journal of the Royal Society Interface.

    Eerst ‘scanden ze een spinnenweb met een laser’ om een tweedimensionale doorsnede te krijgen, waarna ze algoritmes toepasten ‘om het web in 3D te reconstrueren’, aldus het Britse dagblad.

    Aan elke draad werden verschillende geluidsfrequenties toegekend, waardoor noten ontstonden die op basis van het 3D-model werden gecombineerd en zo een melodie genereerden. En, toegegeven, het resultaat is even duister, zelfs angstaanjagend, als het beeld dat sommige mensen hebben van spinnen. Dit is te zien in de video op YouTube-kanaal van Markus Buehler:

    Spinnen zijn sterk afhankelijk van de tastzin om de wereld rondom zich te interpreteren. Hun lichaam en poten zijn bedekt met kleine haartjes en spleetjes die verschillende soorten trillingen van elkaar kunnen onderscheiden.

    Een prooi die in een web blijft steken, maakt een heel ander trillingsgeluid dan een andere spin die nadert, of bijvoorbeeld het suizen van de wind. Elke draad van een web produceert een andere toon, schrijft Science Alert.

    Dankzij het 3D-model en de daaruit voortkomende geluiden wordt het gemakkelijker om de wereld waarin spinnen leven te begrijpen. Hoe het precies werkt legt deze video uit:

    Dit onderzoek stelt het team in staat ‘een algoritme te ontwikkelen om de soorten trillingen van een spinnenweb te identificeren’ en ze te vertalen en zo te kunnen associëren met specifieke situaties voor de spinnen: ‘gevangen prooi’, ‘web in aanbouw’, ‘een andere spin is zojuist mijn web binnengekomen met amoureuze bedoelingen’.

    Het doel is nu om dit soort trillingen na te bootsen, ‘om synthetische signalen te genereren die de taal van spinnen spreken’, aldus Markus Buehler tegen The Telegraph.