Tag: toekomst

  • ‘Stad zonder banen’ wordt boomtown

    ‘Stad zonder banen’ wordt boomtown

    In 2009 telde Elkhart, een stadje in Indiana waar vooral campers worden gemaakt, nog twintig procent werklozen. Nu is vrijwel iedereen aan het werk.

    De zelfbenoemde camperhoofdstad van de wereld geeft een kijkje in hoe de Amerikaanse economie eruit zal zien als die op stoom is.

    Jongeren gaan hier na de middelbare school niet studeren maar werken in de fabriek omdat die een geweldig salaris en uitstekende arbeidsvoorwaarden biedt. Reclameborden waarop personeel wordt gevraagd schieten als bermonkruid uit de grond. En arbeiders zijn zó goed bij kas dat autodealers vertellen dat nieuwe pick-ups bijna niet aan te slepen zijn.

    Maar dat brengt ook spanningen met zich mee. Werkgevers kunnen werknemers niet aan zich binden en de huizenprijzen schieten omhoog. Het tekort aan personeel noodzaakte een filiaal van Kentucky Fried Chicken om 150 dollar tekenbonus aan te bieden. Een filiaal van McDonald’s kon afgelopen herfst niet open met de lunch omdat de managers niet genoeg personeel konden vinden voor acht dollar per uur om de rijen wachtenden aan de deur te helpen.

    Wat ons te wachten staat

    Nergens in de VS heeft zich zo’n ommekeer op de arbeidsmarkt voorgedaan als in deze stedelijke regio met 110.000 arbeiders, een mix van blanke fabrieksarbeiders, Mexicaanse immigranten en Amish. ‘Het is net 1955,’ zegt Michael Hicks, econoom aan de Ball State University. ‘Ook als je minimaal geletterd bent, vind je hier zo een baan.’

    De economische omstandigheden in Elkhart zijn uniek: de voorspoed heeft te maken met Elkharts centrale rol in de wederopleving van de campermarkt, waar automatisering noch buitenlandse concurrentie een bedreiging vormt. Maar nu de VS de periode van tien jaren werkloosheid achter zich heeft gelaten, breekt in de regio een toekomst aan van tekorten op de arbeidsmarkt en vechten om personeel.

    Het werkloosheidscijfer in de regio Elkhart daalde van twintig procent in 2009, het slechtst in de VS, naar net iets boven de twee procent in januari, de helft van het nationale gemiddelde. Het plaatselijke werkloosheidscijfer is nog dichter bij nul: zo’n 9500 openstaande vacatures. Dagelijks forenzen 25.000 arbeiders naar Elkhart, dat zelf 50.000 inwoners telt. Een economisch ontwikkelingsbureau van de county is in heel Appalachia en zelfs tot in Porto Rico op zoek naar kandidaten voor de vacatures.

    De toename in banen is in Elkhart het grootst van alle 403 stedelijke gebieden die door Moody’s Analytics zijn onderzocht. Terwijl het nationale werkloosheidscijfer naar de vier procent aan het zakken is, zit de Elkhart-regio al vierendertig achtereenvolgende maanden op dat niveau of lager. De rest van de VS zal waarschijnlijk nooit die duizelingwekkende ontwikkeling kunnen evenaren, maar de regio laat wel zien wat ons te wachten staat.

    In het derde kwartaal van 2017 was het gemiddelde weekloon met 6,3 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder, meldt het Labor Department, terwijl nationaal sprake was van een daling van 0,6 procent. In de camperindustrie van Elkhart, waar twaalf procent van de lokale arbeiders werkt, steeg het gemiddelde jaarsalaris met zeventien procent naar 68.000 dollar. En het stijgt nog steeds.

    LCI, een bedrijf dat camperonderdelen maakt, heeft vier “dream managers” in dienst, adviseurs die arbeiders helpen bij het plannen van hun vakantie of bij het aanpakken van gezinsproblemen

    Sommige arbeidsvoorwaarden klinken meer naar Silicon Valley dan naar de Rust Belt. LCI, een bedrijf dat camperonderdelen maakt, heeft vier ‘dream managers’ in dienst, adviseurs die arbeiders helpen bij het plannen van hun vakantie of bij het aanpakken van gezinsproblemen. ‘We willen dat de mensen een hoger doel in hun leven hebben,’ vertelt een manager, John Ferguson, een vroegere dominee.

    Een ander bedrijf, dat planken maakt, adverteert met een gratis gezondheidscentrum om nieuwe krachten te lokken.

    De jacht op de arbeider heeft elders de inflatie opgestuwd. De prijzen van woningen in het middensegment zijn in de afgelopen twee jaar jaarlijks met 6,5 procent gestegen, aldus Gary Decker, de vroegere voorzitter van de makelaarsvereniging van Elkhart County, meer dan twee keer zo snel als in eerdere herstelperiodes.

    Jayco Factory 44 ziet eruit als een reusachtige timmermanswerkplaats, compleet met het geratel van nietpistolen en het gezoem van elektrische zagen. Het bedrijf, dat Entegra-kampeerauto’s produceert van 475.000 dollar per stuk, is onderdeel van Thor Industries Inc.

    Thor koopt het stalen chassis en arbeiders bij Jayco bouwen de camper verder af. Werknemers duwen met de hand vijftien meter lange campers over een railsysteem. De voertuigen worden verplaatst van werkeenheid naar werkeenheid, waar specialisten de verscheidene onderdelen met de hand monteren: kastjes, bedrading, wanden en daken. Om vijf uur ’s morgens komen Amish aan en om een uur ’s middags keren ze weer terug naar hun boerderij. Thor, de grootste werkgever van de regio, is al via allerlei onconventionele manieren op zoek naar personeel. Het bedrijf zoekt gegadigden in Youngstown, Ohio en andere steden in het Midwesten met hoge werkloosheid. Het neemt ook gedetineerden uit de countygevangenis in dienst in het kader van scholingsverlofprogramma’s.

    Met het oog op de toekomst nodigt het bedrijf brugklassers uit om zijn vestigingen te bezoeken, en stuurt het mooi afgewerkte campers op tournee langs basisscholen in de streek.


    Een camper in aanbouw in Elkhart. – © Ty Wright / Getty Images
    Een camper in aanbouw in Elkhart. – © Ty Wright / Getty Images

    De lonen in de camperindustrie zijn op een niveau waar andere sectoren niet tegenop kunnen: acht van de tien grootste werkgevers in Elkhart maken campers of camperonderdelen. Het personeel wordt betaald op basis van geproduceerde eenheden. Bij een volle werkweek betekent dat 90.000 dollar per jaar voor assembleurs in camperfabrieken en 100.000 dollar voor voormannen.

    Het werk is zwaar. In de personeelsadvertentie voor een baan als assembleur bij LCI staat dat het werk betekent dat je de hele dag moet lopen, bukken, knielen, voorover buigen, kruipen, hurken en klimmen, plus dat je voorwerpen van meer dan vijfentwintig kilo moet tillen.

    Oudere arbeiders zoeken wat minder eisende banen bij camperbedrijven die onderdelen maken en waar het basisloon vijftien tot twintig dollar per uur is.

    Lamont Blackwell, de manager van het plaatselijke filiaal van McDonald’s, vertelt dat hij vroeger voor meer geld bij LCI werkte. ‘Ik heb overwogen om terug te gaan, maar ik kan het niet meer aan,’ zegt hij. ‘Ik ben veertig en mijn lichaam laat het afweten.’

    Werknemers wisselen in deze arbeidsmarkt vaak van baan. Volgens lokale fabrikanten is het verloop in de camperindustrie grofweg honderd procent. Nieuwe werknemers worden bonussen van vijfhonderd tot duizend dollar geboden als ze negentig dagen blijven.

    De stedelijke regio Elkhart functioneert als een olie-economie – een Koeweit te midden van de maisvelden – aldus Enrico Moretti, econoom aan de Universiteit van Californië in Berkeley. De lonen in de camperindustrie zijn op een niveau waar maar weinig concurrenten tegenop kunnen, en daarom is er weinig verscheidenheid.

    Toen president Barack Obama met een stimuleringsplan van 800 miljard dollar kwam, reisde hij twee keer af naar Elkhart ter illustratie van hoe dramatisch de recessie was. “Bij ons was de situatie het slechtst van het hele land”

    Als er slechte tijden komen, zijn ze ook echt slecht. In 2009 liep de verkoop van campers met de helft terug en dat gold ook voor het aantal banen. De campershow van Elkhart werd voor het eerst in meer dan vijftig jaar afgezegd.

    De Britse krant The Independent noemde Elkhart ‘de stad zonder banen’. In het district Elkhart stonden op de scholen duizend kinderen minder ingeschreven, ongeveer zeven procent, omdat gezinnen de stad uit gingen op zoek naar werk, vooral de mensen uit Mexico, die in 1990 nog twee procent van de bevolking van Elkhart City uitmaakten en in 2010 al vierentwintig procent.

    Velen die in Elkhart bleven raakten hun huis kwijt. Meer dan een derde van de verkochte huizen in 2010 waren executieverkopen, vertelt Decker, de vastgoedmakelaar. Toen president Barack Obama met een stimuleringsplan van 800 miljard dollar kwam, reisde hij twee keer af naar Elkhart ter illustratie van hoe dramatisch de recessie was. ‘Bij ons was de situatie het slechtst van het hele land,’ zegt Jason Lippert, directeur bij LCI Industries.

    Langzaam krabbelde Elkharts economie weer op. Het stimuleringsplan sloeg aan, hoewel ook een aantal projecten mislukten. Drie bedrijven vestigden zich er, kregen van de overheid meer dan 50 miljoen dollar steun en produceerden slechts twee elektrische voertuigen voordat ze over de kop gingen.

    Vanaf 2012 begon de camperindustrie – en bij uitbreiding Elkhart – sterk te groeien, voornamelijk vanwege de verbeterende economie in de VS. De productie van campers en stacaravans verdrievoudigde ten opzicht van 2009 tot 500.000, aldus de Recreational Vehicle Industry Association.

    Herinneringen

    Shelley Moore, een stadsplanoloog, zegt dat de stad in een race tegen de klok is gewikkeld om een diversere en duurzamere economie op te bouwen. Dat streven wordt gefrustreerd door het succes van de camperindustrie.

    Een baan is nu zo makkelijk te krijgen dat niemand in de regio doorleert, wat een risico betekent bij een volgende crisis. Elkhart staat qua aantal inwoners met een afgeronde vervolgopleiding op de 335ste plaats van de 380 stedelijke gebieden, meldt het Brookings Institution.

    De inschrijvingen bij de vestiging van het Ivy Tech Community College in Elkhart zijn sinds de recessie met de helft afgenomen. ‘We moeten opboksen tegen een florerende economie,’ zegt Kyle Hannon, directeur van de plaatselijke campus. ‘Het is een beetje maf.’

    Maar zelfs in goede tijden bepalen herinneringen aan de laatste recessie – en angsten voor de volgende – zakelijke en persoonlijke beslissingen in Elkhart. Inwoners leggen spaarpotjes aan, onzeker of ze de economische opbloei wel kunnen vertrouwen. Dat is logisch, zegt Hicks, econoom aan de Ball State University. Bij de volgende recessie worden ze volgens hem hard getroffen.

    Weinig camperfabrikanten willen investeren in automatisering, vanwege de pieken en dalen in de bedrijfstak in het verleden. Zonder grote investeringen ‘zijn we heel flexibel’, legt Robert Martin uit, de algemeen directeur van Thor. ‘We kunnen inkrimpen als er slechte tijden aanbreken.’

    Er is bijna geen woning meer te huur in en om Elkhart, maar weinig bouwers zullen het wagen om huizen of appartementen neer te zetten die leeg komen te staan in een economie die zo sterk fluctueert.

    Matt Stump, assembleur bij Jayco, vertelt dat hij in januari naar Elkhart is teruggekeerd nadat hij vijftien jaar met zijn gezin in Peoria, Illinois, had gewoond, waar hij bij Caterpillar werkte. Hij kon in Elkhart geen huurhuis voor zijn gezin vinden, dus hij zit nu alleen in een B&B en in de weekenden rijdt hij naar huis, een rit van 4,5 uur.

    Auteur: Bob Davis
    Vertaler: Paul Bruijn

    The Wall Street Journal
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 2.277.000

    De bijbel voor zakenmensen. Maar bij het lezen is enig beleid nodig: naast reportages van hoge kwaliteit drukt de krant hoofdredactionele commentaren af die zó patriottisch zijn, dat ze hun geloofwaardigheid verliezen.

    Elkhart vs VS.
    Elkhart vs VS.
  • ‘We zijn niet tevredener dan in het Stenen Tijdperk’

    ‘We zijn niet tevredener dan in het Stenen Tijdperk’

    De Israëlische auteur Yuval Noah Harari kreeg na het immense succes van zijn boek Sapiens de status van een wijsgeer ‘die van alle markten thuis is’. Voor The Observer beantwoordde hij morele vragen van lezers en enkele bekende persoonlijkheden.

    In zijn ontbijtprogramma op de BBC-radio las presentator Chris Evans de eerste bladzijden voor van Sapiens, het boek van de Israëlische historicus Yuval Noah Harari. Als je bedenkt dat een radiopubliek op dat tijdstip in de ochtend meestal niet bepaald zit te wachten op intellectuele uitdagingen, was dat een ongebruikelijke actie. Maar, zei Evans; ‘Dit is de meest verbijsterende eerste bladzijde van een boek ooit.’

    Dj’s willen nogal eens schromelijk overdrijven, maar daar was deze keer geen sprake van. De ondertitel van het boek verwijst naar het beroemde werk van Stephen Hawking en luidt: A brief History of Human Kind (Een kleine geschiedenis van de mensheid). In helder, aanstekelijk proza geeft Harari op die eerste bladzijde een sterk ingedikte geschiedenis van het heelal, gevolgd door een samenvatting van wat hij eigenlijk wil zeggen in dit boek: hoe de cognitieve revolutie, de agrarische revolutie en de wetenschappelijke revolutie de mens en zijn medeorganismen hebben beïnvloed.

    Dit is zo’n boek waarvan je onontkoombaar het gevoel krijgt dat je slimmer bent geworden als je 
het uit hebt. In de kern wil het boek duidelijk maken hoe het kwam dat homo sapiens de meest succesvolle menselijke soort werd, die zelfs rivalen als de neanderthalers wist te verdringen: dat kwam door ons vermogen om te geloven in verzonnen verhalen en die met elkaar te delen. Religies, naties, geld, 
zegt Harari, zijn allemaal door mensen verzonnen verhalen, en die hebben grootschalige samenwerking en organisatie mogelijk gemaakt.

    Naar zijn beste vermogen

    Harari (41) is opgegroeid in een seculier Joods gezin in Haifa. Hij studeerde geschiedenis aan de universiteit van Jeruzalem en is gepromoveerd in Oxford. Hij is veganist, mediteert dagelijks twee uur en gaat vaak lang op retraite. Dat helpt hem, zegt hij zelf, 
om zich te concentreren op de dingen die er echt toe doen. Hij woont met zijn echtgenoot op een mosjav, een landbouwcoöperatie even buiten Jeruzalem. 
Zijn homoseksualiteit heeft hem geholpen om 
vraagtekens te plaatsen bij vaststaande meningen, zegt hij. ‘Je moet niets zomaar voor waar aannemen, ook al gelooft iedereen het.’

    Harari is een geboren verteller en heeft altijd wel een veelzeggende anekdote of gedenkwaardige gelijkenis paraat. Daardoor is het verleidelijk om hem niet zozeer te zien als een historicus, maar eerder als een wijsgeer die van alle markten thuis is. The Observer vroeg enkele bekende persoonlijkheden en lezers om vragen aan Harari te stellen, en een selectie daarvan vind je op deze pagina’s. Veel vragen waren moreel 
of ethisch van aard, en gingen eerder over wat er gedaan zou moeten worden dan over wat er gebeurd is. Maar kennelijk is Harari gewend aan die rol en vindt hij het prima om die vragen naar zijn beste vermogen te beantwoorden. Als historicus van het verre verleden en van de nabije toekomst heeft hij een eigen, geheel nieuwe discipline uitgevonden. 
Dat is een unieke prestatie van deze man met zijn indrukwekkend veelzijdige geest.

    Yuval Noah Harari, wiens nieuwe boek Homo Deus ook alweer de schappen uit vliegt.
    Yuval Noah Harari, wiens nieuwe boek Homo Deus ook alweer de schappen uit vliegt.

    Helen Czerski, arts:

    De globalisering gaat razendsnel. Zal er in de toekomst één wereldwijde cultuur zijn of zullen we sommige, opzettelijk kunstmatige tribale groepen handhaven?

    ‘Ik weet niet zeker of het opzettelijk zal zijn, maar 
ik denk wel dat we waarschijnlijk maar één stelsel zullen hebben en in die zin dus maar één beschaving. In zeker opzicht is dat nu al zo. Over de hele wereld 
is het politieke stelsel van de staat ruwweg hetzelfde. Over de hele wereld is het kapitalisme het overheersende economische model en over de hele wereld is de wetenschappelijke methode of wereldvisie de basis van waaruit mensen de natuur, ziekte, biologie, natuurkunde, enzovoort verklaren. Er zijn geen 
fundamentele beschavingsverschillen meer.’

    Lucy Prebble, toneelschrijver:

    Wat is de grootste misvatting van de mens over zichzelf?

    ‘Misschien is dat het idee dat we door meer macht 
te krijgen over de wereld, over het milieu, onszelf gelukkiger kunnen maken en tevredener met ons leven zullen zijn. Gezien over duizenden jaren 
hebben we inmiddels enorme macht over de wereld, en toch zijn mensen zo te zien tegenwoordig niet aantoonbaar tevredener dan in het Stenen Tijdperk.’

    Online gepost door TheWashingtonPlace:

    Kan het gebeuren dat de ecologische achteruitgang de 
technologische vooruitgang zal stoppen?

    ‘Ik denk juist het tegenovergestelde – dat de druk om technologische vooruitgang te boeken groter wordt, niet kleiner naarmate de ecologische crisis toeneemt. Ik denk dat de ecologische crisis in de eenentwintigste eeuw eenzelfde rol zal vervullen als de twee wereldoorlogen in de twintigste eeuw, wanneer het gaat 
om het versnellen van de technologische vooruitgang.

    Zolang alles goed gaat, zullen mensen heel terughoudend zijn om bij mensen te experimenteren 
met genetische manipulatie of om kunstmatige intelligentie de macht geven over wapensystemen. Maar als er een ernstige crisis optreedt, bijvoorbeeld veroorzaakt door ecologische achteruitgang, dan 
zullen mensen zich toch laten verleiden om allerlei risicovolle, veelbelovende technologieën uit te proberen, in de hoop het probleem op te lossen. Dan krijg 
je zoiets als het Manhattanproject [ontwikkeling van de atoomboom] in de Tweede Wereldoorlog.’

    Andrew Solomon, schrijver:

    Welke rol speelt moraliteit in een toekomstige wereld van kunstmatige intelligentie, kunstmatig leven en onsterfelijkheid? Zal een verlangen om het goede en juiste te doen nog steeds een groot deel van onze soort motiveren?

    ‘Ik denk dat moraliteit belangrijker is dan ooit. 
Naarmate we meer macht krijgen, wordt de vraag wat we daarmee doen steeds wezenlijker en het is 
nu bijna zover dat we echt goddelijke macht tot scheppen en vernietigen bezitten. De toekomst van het hele ecologische systeem en de toekomst van alles wat leeft ligt nu werkelijk in onze handen. Wat je daarmee doet is een ethische vraag, en ook een wetenschappelijke. Dus om een voorbeeld te geven: wat gebeurt er als verscheidene voetgangers voor een zelfrijdende auto springen en die moet beslissen of hij een stuk of vijf voetgangers zal doodrijden of zal uitwijken, zodat zijn eigenaar omkomt? De technici die zelfrijdende auto’s maken moeten een antwoord vinden op deze vraag. Dus ik zie geen reden om te denken dat AI of biotechniek de moraliteit minder relevant zullen maken dan die vroeger was.’

    Matt Haig, schrijver:

    Wij zijn het enige dier dat is geobsedeerd door vooruitgang. Moeten we proberen de toekomst niet langer te zien als een toekomst van onvermijdelijke technologische vooruitgang, maar een ander soort futurisme scheppen?

    ‘Je kunt de technologische vooruitgang niet zomaar stopzetten. Stel dat een land het onderzoek naar kunstmatige intelligentie stopt, dan zullen andere landen daar toch mee doorgaan. De echte vraag is: wat doen we met die technologie? Je kunt een en dezelfde technologie voor heel verschillende maatschappelijke en politieke doelen gebruiken. Als we naar de twintigste eeuw kijken, zien we dat we met dezelfde technologie van elektriciteit en treinen een communistische dictatuur of een liberale democratie konden creëren. Hetzelfde geldt voor kunstmatige intelligentie en biotechniek. Dus ik denk dat mensen zich niet zouden moeten richten op de vraag hoe je de technologische vooruitgang kunt stopzetten, want dat is onmogelijk. De vraag zou moeten zijn wat voor soort gebruik je moet maken van de nieuwe technologie. En we hebben nog steeds heel wat macht om die keuzes te beïnvloeden.’

    Sarah Shubinsky, lezeres:

    Zullen mensen altijd manieren vinden om elkaar te haten 
of neig je meer naar het idee dat de samenleving veel 
minder gewelddadig is dan vroeger en dat die trend zich zal voortzetten?

    ‘We leven nu in de meest vreedzame tijd uit de geschiedenis. Er is natuurlijk nog steeds geweld – ik woon in het Midden-Oosten, dus ik weet dat maar al te goed. Maar in vergelijking met vroeger tijden is er minder geweld dan ooit. Tegenwoordig sterven meer mensen aan te veel eten dan door menselijk geweld, en dat is werkelijk een fantastisch succes. Hoe het in de toekomst zal zijn kunnen we niet weten, maar er zijn ontwikkelingen die erop wijzen dat deze trend blijvend is. Om te beginnen is er de dreiging van een kernoorlog, die misschien wel de belangrijkste reden vormt voor het afnemen van oorlogen sinds 1945, en die dreiging bestaat nog steeds. En ten tweede is er de verandering in de aard van de economie: die is overgegaan van een op materie gebaseerde economie naar een op kennis gebaseerde economie.

    Nu is het belangrijkste economische bezit kennis, en het is heel moeilijk om kennis te veroveren door middel van geweld

    In het verleden waren de belangrijkste goederen van de economie materieel – dingen als graanvelden en goudmijnen en slaven. Dus oorlog had zin, want je kon jezelf verrijken door oorlog te voeren tegen je buren. Nu is het belangrijkste economische bezit kennis, en het is heel moeilijk om kennis te veroveren door middel van geweld. De meeste grote conflicten in de wereld van vandaag spelen zich nog steeds af in gebieden als het Midden-Oosten, waar de belangrijkste bron van welvaart materieel is – olie en gas.’

    Esther Rantzen, programmamaker:

    Je hebt gezegd dat onze voorkeur om abstracte concepten zoals godsdienst, nationaliteit, et cetera te creëren, de kwaliteit is die sapiens onderscheidde van andere mensensoorten. Die concepten vormen ook de inspiratie voor oorlogen die 
onze ondergang kunnen betekenen. Is dat dan een kracht of een zwakte?

    ‘Als je het over macht hebt: het is duidelijk dat dit vermogen homo sapiens tot het machtigste dier ter wereld heeft gemaakt en ons nu de controle over de hele planeet heeft gegeven. Ethisch gezien, of dat goed of slecht was, dat is een veel gecompliceerdere vraag. Onze macht hangt af van collectieve hersenspinsels en het probleem is dat we niet goed onderscheid kunnen maken tussen fictie en werkelijkheid. Mensen vinden het heel moeilijk om te zien wat echt is en wat alleen een fictief verhaal in hun eigen hoofd, en dat veroorzaakt veel rampen, oorlogen en problemen. De beste test om te onderzoeken of iets werkelijk of fictief is, is de test van het lijden. Een natie kan niet lijden, kan geen pijn of angst voelen, heeft geen bewustzijn. Zelfs als de natie een oorlog verliest, dan zijn het de soldaten en de burgers die lijden, maar de natie zelf zal niet lijden. Zo kan ook een naamloze vennootschap niet lijden, net zo min als de euro: als deze entiteiten hun waarde verliezen, lijden ze niet. Al die dingen zijn fictie.

    Als we dat onderscheid in gedachten houden, kan dat de manier waarop we met elkaar en met de andere 
dieren omgaan, verbeteren. Het is niet zo’n goed idee om het lijden van andere wezens te veroorzaken, alleen maar om verzonnen verhalen te dienen.’

    Andrew Anthony: Maar die verzinsels inspireren ons vaak 
tot grote daden. Zouden we even gemotiveerd raken door de naakte werkelijkheid?

    ‘We hebben inderdaad bepaalde verzonnen verhalen nodig voor grootschalige samenlevingen. Dat is waar. Maar we moeten die verhalen wel zo gebruiken dat zij óns dienen, in plaats van dat ze ons tot slaaf maken. Je kunt het vergelijken met een voetbalwedstrijd. De spelregels zijn fictief, door mensen bedacht, nergens in de natuur zijn die spelregels vastgesteld. Zolang je niet vergeet dat dit gewoon regels zijn die door mensen zijn bedacht om jouw doel te dienen, kun je het spel spelen. Zet je de regels geheel en al overboord, omdat ze verzonnen zijn, dan kun je geen voetbalwedstrijd spelen.

    Mijn aanbeveling is dus zeker niet dat mensen maar moeten ophouden met deze fictieve grootheden. Er kan geen grootschalige economie bestaan zonder geld. Maar je kunt geld op dezelfde manier gebruiken als voetbalspelregels en je blijven realiseren dat dit alleen maar door ons bedacht is. En zo is het ook met de natie. Er is in principe niets mis mee om loyale gevoelens tegenover de groep te koesteren. Maar vergeet je dat dit begrip door mensen is gecreëerd, dan kan het gebeuren dat je miljoenen mensen 
offert voor het belang van de natie, dus voor dat door mensen bedachte verhaal.’

    AA: Je betoogt dat het humanisme een product van het 
kapitalisme is. Is het niet los te zien van elkaar?

    ‘De twee zijn nauw met elkaar verbonden, maar ik geloof wel dat ze los van elkaar kunnen bestaan. Ze kunnen in de eenentwintigste eeuw zeker elk een eigen kant op gaan. Een van de grote gevaren waarmee we te maken hebben is juist dat kapitalisme gescheiden raakt van het humanisme, met name 
het liberale humanisme. Regeringen over de hele wereld hebben de afgelopen decennia hun politiek 
en economie geliberaliseerd, niet omdat ze overtuigd waren van de ethische argumenten van het humanisme, maar omdat ze dachten dat het humanisme goed zou zijn voor de kapitalistische economie.

    Nu bestaat het gevaar dat in de eenentwintigste eeuw het kapitalisme en het humanisme gescheiden worden, zodat er zeer goed werkende en geavanceerde economieën kunnen bestaan waarvoor het niet nodig is om het politieke systeem te liberaliseren of om te investeren in het onderwijs en het welzijn van de massa’s.’

    Philippa Perry, schrijver en psychotherapeut:

    Was de overgang van jager-verzamelaar naar agrariër een fout? En zo ja, hoe kunnen we er dan nu het beste van maken?

    ‘Dat hangt ervan af hoe je ernaar kijkt. Vanuit het perspectief van de middenklassen in de rijke 
samenlevingen van vandaag, was het zeker een heel goed idee. Vanuit het perspectief van iemand in Bangladesh die twaalf uur per dag in een sweatshop werkt, was het een heel slecht idee.

    Het is onmogelijk om de klok terug te draaien en acht miljard mensen weer te laten leven als jagers-verzamelaars. Dus de vraag is eigenlijk hoe we het beste kunnen maken van de situatie waarin we nu zitten, en hoe we kunnen voorkomen dat we de 
fouten van de agrarische revolutie opnieuw maken. Het gevaar bestaat dat in de nieuwe revolutie, die van kunstmatige intelligentie en biotechnologie, wederom alle macht en voordelen gemonopoliseerd worden door een kleine elite, zodat de meeste 
mensen uiteindelijk slechter af zijn dan voorheen.’

    Jacy Reese, Lezer:

    Je hebt gezegd dat het houden van dieren misschien wel de ergste misdaad in de geschiedenis is. Wat zou de maatschappij volgens jou kunnen doen om daar een eind aan te maken?

    ‘Onze beste kans ligt bij de zogenoemde cellulaire agricultuur, of schoon vlees, waarbij vlees wordt gekweekt uit cellen en niet uit dieren. Wil je een biefstuk, dan kweek je er gewoon een uit cellen – 
zo hoef je geen koe groot te brengen en die vervolgens te slachten voor de biefstuk. Dit klinkt misschien als sciencefiction, maar het is al een realiteit. Drie jaar geleden is de eerste hamburger gemaakt van cellen. Weliswaar kostte die tegen de 300.000 euro, maar zo gaat het altijd met nieuwe technologie. Nu, in 2017, is de prijs, voor zover ik weet, nog geen tien euro per hamburger. En met het juiste onderzoek en genoeg investeringen verwachten de ontwikkelaars dat ze er binnen tien jaar een kunnen maken die goedkoper is dan een hamburger van slachtvlees. Het duurt nog wel even voor je hem bij de supermarkt of bij McDonald’s zult vinden, maar 
ik denk dat het de enige mogelijke oplossing is. Als we vlees kunnen produceren uit cellen, heeft dat ook heel veel ecologische voordelen, want de enorme vervuiling die wordt veroorzaakt door intensieve veeteelt zal dan sterk worden verminderd.’

    Bettany Hughes, historicus:

    Betekent de term ‘de moderne geest’ iets voor jou en zo ja, wanneer is die moderne geest ontstaan en hoe ziet hij eruit?

    ‘We weten heel weinig over de geest. We begrijpen niet goed wat het is, wat de functies ervan zijn en hoe hij is ontstaan. Als miljoenen neuronen in de hersens elektrische ladingen opwekken in een bepaald patroon, hoe creëert dit dan een geestelijke ervaring, de subjectieve ervaring van liefde of woede of plezier? We hebben geen flauw idee. En omdat 
we maar zo weinig over de geest weten, kunnen 
we ook niet zeggen hoe en waarom hij is ontstaan. We nemen aan dat de mensen aan het eind van de steentijd die de grottekeningen in Lascaux en Altamira maakten, fundamenteel dezelfde geest hadden als wij nu. En we nemen ook aan dat neanderthalers een ander soort geest hadden, ook al waren hun 
hersens groter dan de onze. Maar het fijne ervan weten we op dit moment nog bij lange na niet.’

    Online gepost door guneydas:

    Is het anti-intellectualisme in het Westen in opkomst? 
En zo ja, is er een verband tussen de opkomst van het 
anti-intellectualisme en de neergang van het liberalisme?

    ‘Ik ben er niet zo zeker van dat het in opkomst is. 
Het is er natuurlijk, maar het is er altijd geweest en ik vraag me af of de situatie nu erger is dan in de jaren vijftig of dertig van de vorige eeuw, of in de negentiende eeuw of in de Middeleeuwen. Dus ja, het is zeker een zorg. En ik zou zeggen dat het niet zozeer anti-intellectualisme is als wel antiwetenschap. Want zelfs de meest fundamentalistische religieuze fanaten zijn intellectuelen. Zij hechten 
te veel belang aan het menselijk intellect. Een van 
de problemen met religieus fanatisme is dat het 
veel te veel belang hecht aan de scheppingen van 
het menselijk intellect en veel te weinig aan het empirische bewijs vanuit de wereld buiten ons.’

    AA: Denk je dat de radicale islam niets meer is dan een van 
de laatste oprispingen van het premoderne tijdperk?

    ‘In de eenentwintigste eeuw wordt de mensheid geconfronteerd met een aantal heel moeilijke problemen, of dat nu de opwarming van de aarde is, de ongelijkheid in de wereld of de opkomst van technologieën als biotechniek en kunstmatige intelligentie, die alles zullen veranderen. Op die uitdagingen 
hebben we antwoorden nodig en ik heb tot nu toe vanuit de islam niets relevants gehoord op dat gebied. Dus daarom denk ik niet dat de radicale islam de samenleving van de eenentwintigste eeuw zal vormgeven. Hij blijft misschien wel bestaan en kan nog steeds een hoop narigheid en geweld veroorzaken, maar ik zie niet dat hij het pad dat de mensheid volgt gaat scheppen of vormgeven.’

    Paul Barker, lezer:

    Wat raad je het individu aan dat een goed leven wil leiden 
en wil bijdragen aan het welzijn van degenen die nog niet geboren zijn en van degenen die er al zijn?

    ‘Leer jezelf beter kennen, en realiseer je vooral wat je echt wilt in het leven. De technologie heeft namelijk de neiging om mensen hun doelen in het leven te dicteren, en dan dient de technologie niet langer 
om onze doelen te realiseren, maar worden wij de slaaf van wat de technologie wil bereiken. Het is heel moeilijk om te weten wat je echt wilt in het leven. 
Ik zeg niet dat dit gemakkelijk te doen is.’

    AA: Als we de dood tot in het oneindige kunnen voorkomen, 
is het dan nog mogelijk om betekenis te geven, zonder 
‘de donkere achterkant die een spiegel nodig heeft als we iets willen zien’, zoals Saul Bellow het noemde?

    ‘Ja, dat denk ik wel. Je krijgt te maken met andere problemen, als je de ouderdom overwint, maar gebrek aan betekenis zal denk ik geen groot probleem zijn. De nieuwe ideologieën van de afgelopen drie eeuwen trokken zich al niets meer aan van de dood, of tenminste, ze zagen de dood niet als iets wat betekenis gaf. De meeste vroegere culturen, vooral traditionele godsdiensten, hadden de dood nodig om de betekenis van het leven te verklaren. Zoals in het christendom – zonder de dood heeft het leven geen betekenis. De hele betekenis van het leven komt voort uit wat er met je gebeurt als je doodgaat. Is er geen dood, geen hemel, geen hel, dat heeft het christendom geen betekenis. Maar de afgelopen drie eeuwen hebben 
we de opkomst gezien van veel moderne ideologieën zoals het socialisme, het liberalisme, het feminisme, het communisme, die de dood helemaal niet nodig hebben om het leven betekenis te geven.’

    Auteur: Andrew Anthony
    Vertaler: Annemie de Vries

    The Observer
    Verenigd Koninkrijk | zondagskrant | oplage 449.000

    Oudste kroonjuweel van de Britse kwaliteitspers. Uit dezelfde groep als The Guardian maar met liberale signatuur.

  • Wordt uw huis straks gebouwd door robots?

    Wordt uw huis straks gebouwd door robots?

    Ook in de Amerikaanse bouwwereld wordt volop onderzoek gedaan naar het gebruik van robots en digitale technieken, zoals 3D-printen. Maar de sector is veel voorzichtiger dan bijvoorbeeld de auto-industrie. ‘Een huis moet vijftig of honderd jaar staan. Daar hangen mensenlevens vanaf.’

    Stel je voor dat je met een druk op een knop een team van machines aan het werk kunt zetten. Op basis van een digitale bouwtekening zetten ze in een paar dagen op een leeg stuk grond een compleet huis neer. Ze zijn op tijd klaar, blijven binnen het budget en produceren geen afval.

    In de auto-industrie bestaat deze geautomatiseerde toekomst al; nu hopen ingenieurs dat in de bouw iets dergelijks mogelijk is. In deze analoge sector, die tot voor kort weinig ophad met digitalisering, werken kleine start-ups en onderzoeksgroepen aan een digitale revolutie. Voorbeelden zijn het 3D-geprinte huis van Apis Cor en de nieuwe multifunctionele robotarm van het MIT Media Lab.

    Een robotarm van MIT bouwt in Californië eigenhandig een ‘reusachtige gele bijenkorf’. © Stephen Keating
    Een robotarm van MIT bouwt in Californië eigenhandig een ‘reusachtige gele bijenkorf’. © Stephen Keating

    In juli 2016 verrees op een parkeerplaats in Californië binnen twee dagen een vijftien meter breed, vier meter hoog gewelfd gebouw. Een robotarm gemonteerd op zelfsturende tankachtige rupsbanden was dertienenhalf uur bezig laag na laag plasticschuim neer te leggen; het resultaat had iets van een reusachtige gele bijenkorf. Het MIT hoopt dat hun Digital Construction Platform (DCP), beschreven in het aprilnummer van het tijdschrift Science Robotics, het fundament zal leggen voor de gebouwen van de toekomst.

    ‘De omschakeling naar een digitale manier van werken betekende voor de ontwerpfase een enorme vooruitgang,’ vertelt auteur van het artikel Steven Keating. ‘Maar tot nu toe had dat op de bouwplaats nauwelijks gevolgen.’ De vierde industriële revolutie mag dan zijn aangebroken, in de bouw worden als vanouds blokken op elkaar gestapeld, vaak nog met de hand.

    De bouw is een reusachtige sector, gebruikt meer materialen dan elke andere en is goed voor elf procent van alle economische activiteit wereldwijd. Het is ook een hopeloos inefficiënte sector: in de Verenigde Staten produceert de bouw de helft van alle afval. Maar dankzij de precisie waarmee robots kunnen werken is daar misschien iets aan te doen.

    Hele muren printen

    Bouwplaatsen zijn, in tegenstelling tot de lopende band van een fabriek, voortdurend blootgesteld aan weer en wind. Verder worden aan gebouwen strengere veiligheidseisen gesteld dan aan andere consumentenproducten.

    Om die reden is het begrijpelijk dat de bouw nooit zo happig was op innovatie, vertelt Keating aan de telefoon: ‘Gebouwen moeten vijftig tot honderd jaar blijven staan, daar hangen mensenlevens vanaf.’

    Toch is volgens sommige onderzoeksgroepen een doorbraak niet ver weg. Dit jaar bouwde een robotarm van de start-up Apis Cor van sneldrogend beton de muren van het eerste in situ opgerichte 3D-geprinte huis. Het bouwen van de modelwoning kostte een maand en slechts 10.000 dollar, inclusief alle bedrading en afwerking. Het printen van de muren was volgens woordvoerder Konstantin Nefedev binnen een dag klaar.

    Het is evident waarom deze techniek zo aantrekkelijk is. Door hele muren te printen, kunnen aannemers exact voorspellen hoeveel tijd en materialen ze nodig zullen hebben. Zo besparen ze op de kosten. Dit is dan ook de gedachte achter het vergelijkbare Contour Crafting System van de University of Southern California: betaalbare huizen binnen het bereik van miljoenen mensen in ontwikkelingslanden brengen.

    Door de flexibiliteit van robotarmen zijn ingewikkeld gevormde componenten niet langer duurder; daardoor kunnen gebouwen meer rondingen krijgen

    Maar technologie is niet het hele verhaal. ‘Er bestaan allerlei barrières – zoals bijvoorbeeld de regelgeving in de bouw,’ aldus Nefedev. In Russische testfaciliteiten is aangetoond dat het beton van Apis Cor bestand is tegen meerdere cycli van vriezen en ontdooien. Desondanks vraagt Keating zich af of de zo om veiligheid bezorgde bouwsector zal opteren voor materialen die nog niet het gebruik hun duurzaamheid hebben bewezen.

    Keating ziet daarom meer in technieken die huidige methoden incorporeren, in plaats van ze te vervangen. ‘Alleen stap voor stap kunnen we deze sector veranderen. Wil je alles in één klap anders doen, dan valt dat maar moeilijk te integreren in bestaande bouwmethoden.’

    Het MIT koos er daarom niet voor te proberen een heel gebouw uit nieuwe materialen op te trekken. In plaats daarvan maakte het als proof of concept een mal, waarin gewoon alledaags beton kon worden gegoten. Een methode waarmee het aansluit bij ruim een halve eeuw bouwgeschiedenis.

    ‘Als je een essentiële stap weet te verbeteren als het gieten van beton – waar de hele structuur van een gebouw van afhangt – dan ga je uit van een systeem dat al volop gebruikt wordt in de bouw. Op die manier kun je echt beginnen met dingen bouwen en van daaruit opschalen,’ legt Keating uit.

    Door de flexibiliteit van robotarmen zijn ingewikkeld gevormde componenten niet langer duurder; daardoor kunnen gebouwen meer rondingen krijgen. ‘In de natuur zie je toch ook geen dieren of insecten met rechthoekige schelpen?’

    Keating wijst erop dat de demo maar één van de vele mogelijkheden van het Digital Construction Platform laat zien. ‘Let op: wij noemen dit geen 3D printer, maar een platform.’ Net als de menselijke hand kan de functie ervan met allerlei gereedschappen worden uitgebreid. Momenteel kan het worden ingezet voor het egaliseren van de bouwplaats, snijden, afwerken van oppervlakken en het aan elkaar lassen van rigide componenten.


    Ook professor Alexander Schreyer van de universiteit van Massachusetts denkt dat de efficiëntie dankzij 3D-printen omhoog kan. Toch zal er volgens hem nooit een uniforme oplossing voor alle problemen komen.

    ‘In de bouw is altijd een mix van technieken gebruikt,’ vertelt hij in een telefoongesprek. ‘In plaats van te zeggen: kom, ik ga een heel huis 3D-printen, denk ik dat een combinatie met andere methoden uiteindelijk het beste werkt.’

    Schreyer vertelt dat deze ontwikkeling al gaande is, in de vorm van geprefabriceerde onderdelen, die op de bouwplaats in elkaar gezet kunnen worden: ‘Net als bij een IKEA-meubel dat je zelf in elkaar zet: alles past perfect in elkaar.’

    Deze technieken zijn al volop beschikbaar, maar worden nog vrij weinig gebruikt. Dat wijst erop dat innovatie in de bouw niet alleen door technische en wettelijke barrières wordt geremd, maar ook door andere factoren.

    ‘Vrijwel iedereen woont in een huis met grofweg dezelfde functionaliteit en eendere esthetiek. Waarom moet elk huis dan in godsnaam van de grond af opnieuw worden ontworpen?’ vraagt Schreyer zich af.

    Economische overwegingen

    ‘In de auto-industrie worden veel dingen al en masse geproduceerd en tegelijkertijd voldoende aangepast aan specifieke wensen om mensen tevreden te houden. Het is onbegrijpelijk dat met huizen niet hetzelfde gebeurt,’ vervolgt hij. ‘Het zal wel iets met perceptie te maken hebben. Misschien denken mensen dat geprefabriceerde gebouwen minder stevig zijn, speculeert hij.

    Uiteindelijk zullen economische overwegingen de innovatie voortstuwen. Er gaan immense bedragen om in de bouw, maar de winstmarges bedragen meestal maar enkele procenten. Elke methode die voor meer winst zorgt, zal bedrijven bevoordelen die er gebruik van maken, maar Schreyer vermoed dat dit kantelpunt nog voor geen enkele techniek bereikt is.

    Onduidelijk is of de huizen van de toekomst gegoten, geprint of geprefabriceerd zullen worden. Maar alle experts zijn het erover eens dat verandering op til is, al zal die geleidelijk komen. ‘Ik denk dat de wereld steeds meer geautomatiseerd zal raken, inclusief de bouw, alleen zal het veel langzamer gaan dan mensen denken,’ aldus Keating.

    De bouw heeft dus iets weg van beton: hij vloeit al even langzaam en ongenaakbaar voort. ‘We bewegen allemaal in dezelfde richting,’ zegt Nefedev. ‘De technologie vordert gestaag – maar of het in kleine stapjes of in grote sprongen is, de tijd zal het leren.’

    Auteur: Charlie Wood
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Christian Science Monitor Verenigde Staten | csmonitor.com

    Na meer dan een eeuw is deze krant uit Boston in 2009 gestopt met de printversie en verdergegaan op internet. Heeft nog wel een wekelijkse printeditie. Niet religieus, dankt zijn naam aan de financier: de Christian Science Church.

  • Hoe klinkt straks uw auto, huis of robot?

    Hoe klinkt straks uw auto, huis of robot?

    Handige ondernemers weten het allang: een eigen ‘geluidsmerk’ is goud waard. Denk maar aan de brullende leeuw van MGM, of de ringtone van uw smartphone. Maar met de komst van elektrische auto’s en slimme apparaten beginnen de hoogtijdagen voor de geluidsbranche naar verwachting pas goed.

    Vanaf 2018 moeten elektrische auto’s van de federale overheid verplicht een hoorbaar geluid maken. Dit moet blinden – en alle andere mensen – helpen bij het opmerken van het groeiende aantal stille tweetonners die door onze straten rijden. De voorschriften van de overheid zijn heel precies, en geven nauwkeurig aan dat bij verandering van de snelheid ook het volume van het geluid moet veranderen. Maar binnen die beperkingen zag de automobielindustrie nieuwe kansen: in de voorschriften staat niet dat het geluid van een verbrandingsmotor geïmiteerd hoeft te worden. ‘Bij elektrische auto’s,’ legt Connor Moore uit, een 34-jarige auto-ontwerper uit San Francisco, ‘kun je het geluid helemaal opnieuw uitvinden.’

    Moore ontving me in zijn studio in het Mission District – één kamer in een gebouw vol met decorontwerpers, videomakers en artdirectors. Bij de ene muur liggen Moores twee skateboards en een basketbal, bij een andere staan een paar Gibson- en Epiphonegitaren en zelfs een ronroco, een soort Boliviaanse ukelele. Hij heeft een keurig, bijna Ryan Gosling-achtig knap uiterlijk en wordt razend enthousiast als hij begint te vertellen over het vanaf de basis samenstellen van een autogeluid. ‘Zoiets is nog nooit eerder gedaan.’

    Denk aan het geluid van een telefoon, dat ooit een echte bel met klepel was, en veranderde in een heel scala digitale ringtonen. Elektrische auto’s zullen eenzelfde overgang meemaken, en hun geluid zal ook merkgebonden zijn. Al voordat de auto in zicht komt, zullen we weten of het een Nissan Leaf is, een zelfrijdende Uberauto, of eentje van Google, Apple of Microsoft. Als we zo’n geluid op straat horen zal dat bij ons een bepaald gevoel oproepen. We voelen dat er een nieuwe auto aankomt, eentje die niet op fossiele brandstof rijdt (in ieder geval niet direct), een auto die fluistert in plaats van ronkt.

    Trouw en verwachting

    De paar tellen muziek die Connor Moore componeert worden in de reclamewereld een ‘geluidsmerk’ genoemd: muziek die herkenbaar is, een associatie oproept met het product en lekker in het gehoor ligt. Dit soort minimalistische reclame dateert al van MGM’s brullende leeuw, die wellicht het eerste voorbeeld van een geluidsmerk was. Andere bekende geluidsmerken zijn het drietonige melodietje van NBC of de maten uit Rhapsody in Blue van United Airlines. Die geconcentreerde melodietjes zijn bedoeld om een auditieve associatie op te roepen bij een product, en zo een pavlovachtig gevoel van trouw en verwachting te kweken.

    Voordat hij aan de componeren van dergelijke geluidsmerken begon, zat Moore, zoals iedereen, in een band.

    Tijdens zijn studie etnomusicologie aan de Universiteit van Kansas trad hij ook op als dj. Na zijn afstuderen kreeg hij bij toeval een opdracht om de muziek voor een project van Samsung te componeren, en dat werk was heel anders dan hij had verwacht. ‘Ik wist niet veel meer dan dat het om reclamejingles ging,’ vertelt hij, maar hij ontdekte dat ‘mensen geluidservaringen creëerden voor producten en merken.’ Moore kwam erachter dat hij het leuk vond om conceptueel over een product na te denken en dat idee dan om te zetten in muziek.

    De beperkte definitie van een geluidsmerk luidt ‘muziek gecomponeerd voor een specifiek product of bedrijf’, maar Moore is werkzaam op het ruimere terrein van de sound design, dat ook muziek voor videogames en films beslaat, en zelfs voor hotellobby’s. Soms overlappen deze terreinen elkaar ook weer, en de termen die ervoor gebruikt worden variëren van akoestische branding en muziekbranding tot sogo’s (sound logo’s) en mogo’s (muzieklogo’s).

    Veel van dit werk zat oorspronkelijk bij reclamebureaus als Audiobrain, Rumblefish, [het Nederlandse] MassiveMusic en Neuropop. De branche heeft zelfs een eigen beroepsorganisatie: de Audio Branding Academy, die ieder jaar een feestelijk spektakel organiseert waar de felbegeerde Audio Branding Award wordt uitgereikt. De taal die dit soort bedrijven spreekt is doorspekt met woorden als ‘audvertenties’. Ja, geen typefout: audvertenties. Volgens hen is geluid directer en emotioneler dan visuele beelden, omdat, zoals geluidsmerkenmaker Julian Treasure het formuleert, ‘mensen geen oorleden hebben’.


    Los van deze hijgerige verkooppraatjes is het effect van deze werkzaamheden van een bewonderenswaardige, zelfs mysterieuze schoonheid. De oude wereld van schelle wekkerradio’s en loeiende autoalarmen is voorbij. De persoonlijke geluiden op je smartphone vormen nog maar het begin. Er wordt om ons heen een geheel nieuwe wereld gecreëerd.

    Joel Beckerman (53) is een van de belangrijke theoretici achter het maken van geluidsmerken. ‘Geluid geeft een gevoel van vertrouwdheid,’ legt hij uit, ‘maar stimuleert ook positieve herinneringen.’

    Ook Beckerman begon ooit in een popband, maar na het onvermijdelijke einde daarvan bleef hij in de muziek en componeerde hij muziek voor reclamespotjes. Uiteindelijk liet hij de jingles voor wat ze waren en stortte hij zich met zijn bedrijf Man Made Music (in Burbank en New York) op geluidsmerken. Hij schreef de standaardtekst ‘The Sonic Boom’, waarin hij niet alleen pleit voor geluid als verkoopmiddel, maar ook stelt dat de nuances ervan tot ver buiten de opnamestudio voelbaar kunnen zijn. Fajita’s, zo schrijft hij, waren een bescheiden Mexicaans gerecht, tot restaurantketen Chili’s ze in zijn commercials liet opdienen onder een luid sissend geluid, alsof ze recht uit de keuken kwamen. Sindsdien zijn de verkopen geëxplodeerd. Voor autofabrikant BMW is het van belang dat alle modellen een consistent akoestisch karakter hebben. BMW-portieren sluiten met een geluid dat in overeenstemming is met de overige geluiden van de auto, zoals dat van de uitlaat of het zoemen van de raammotor. De meeste bestuurders van een BMW M5 zullen bijvoorbeeld niet weten dat het motorgeluid dat ze onder het rijden horen een echo is, die naar het interieur van de auto wordt geleid via de speakers van het geluidsysteem.

    Toen Amazon bezig was met het ontwerpen van de Fire Phone [die in de VS in juli 2014 op de markt kwam], vroeg het Moore om de specifieke geluiden te ontwikkelen. In zijn studio speelde hij een reeks prachtige volle akkoorden. Het waren beltonen, alarmgeluiden en allerlei meldingen, bij elkaar wel zo’n stuk of zestig. Het had iets symfonisch, een reeks arrangementen die thematisch verbonden waren. Het componeren van al die melodietjes was een heel karwei (het kostte ongeveer anderhalf jaar van Moores leven), en ik hoorde al de verschillende nuances. Zo hoor je in de basisbeltoon van de Fire Phone – puls/puls, pauze, puls/puls – het ritme van de oorspronkelijke beltoon van de vaste telefoon terug.

    Connor Moore, hier in zijn studio in San Francisco, componeert muziek voor merken, commercials, videogames en films, en zelfs voor hotellobby’s.
    Connor Moore, hier in zijn studio in San Francisco, componeert muziek voor merken, commercials, videogames en films, en zelfs voor hotellobby’s.

    Het koppelen van het juiste geluid aan een voorwerp of een handeling is nog steeds eerder kunst dan wetenschap, maar het is duidelijk wanneer het niet is gelukt, en resulteert in de schetterende melodietjes of rare piepjes die Beckerman ‘akoestische troep’ noemt. Hij vertelt altijd graag het verhaal van SunChips, dat een tijd verpakt zat in een krakende zak die meer herrie maakte dan de chips zelf. Het was zelfs zo erg dat er nog steeds een Facebook-pagina bestaat met de naam ‘Sorry, ik versta je niet door die SunChips-zak’. Toen een consumentenprogramma op tv aantoonde dat het verfrommelen van de zak honderd decibel produceerde (zes meer dan een metro), stopte fabrikant Frito-Lay met de productie ervan.

    Klassieke muziek in een slijterij zorgt bijvoorbeeld voor meer verkoop van duurdere wijnen, en zorgt dat bepaalde wijnen beter lijken te smaken

    De opmars van achtergrondgeluiden gaat de laatste jaren gepaard met een groeiende bezorgdheid over geluidshinder – veroorzaakt door het gejank van autoalarmen en het gedreun van vuilniswagens. Veertig jaar geleden al omschreef de Canadese componist R. Murray Schafer het omgevingsgeluid als het ‘toppunt van vulgariteit’, en voegde eraan toe dat ‘veel deskundigen hebben voorspeld dat er uiteindelijk een algehele doofheid zal ontstaan, tenzij het probleem snel onder controle gebracht kan worden.’ Met vooruitziende blik riep Schafer op tot het ‘stemmen van de wereld’.

    Aanvankelijk richtte de bezorgdheid over geluidshinder zich alleen op het probleem van de herrie op straat. Later kwamen de storende geluiden steeds dichterbij. Veel van de elektronische apparaten die we tegenwoordig gebruiken, hebben we altijd dicht bij ons: of we nu thuis, in onze auto, op kantoor of buiten aan het wandelen zijn.

    In de jaren tachtig en negentig was het geluid waarmee je Macintosh je begroette als je hem opstartte een irritant gepiep. Musicologisch was het een tritonus, een onaangename combinatie van noten die bekendstaat als een overmatige kwart. In de middeleeuwen werd het ‘het duivelsinterval’ genoemd, en vanwege de angsten en donkere gedachten die het bij iedere luisteraar teweeg zou brengen, had de katholieke kerk de uitvoering ervan verboden. Het zijn ook de openingsnoten die je hoort in het titelnummer op het album Black Sabbath.

    Het verhaal over hoe Apple die piepjes veranderde in een vriendelijker melodietje, weerspiegelt de ontwikkeling van het geluidsmerk. Verantwoordelijk voor deze omslag was Apple-technicus Jim Reekes, ook de bedenker van de geluiden die je hoort bij andere Apple-functies, zoals het gekwaak van een eend en de klik van de camera die je hoort bij een screenshot. Die tonen kwamen er niet zonder gedoe. Ten tijde van deze hercomposities was Apple door de Beatles voor de rechter gedaagd vanwege het gebruik van het woord ‘apple’. Uit wraak wilde Reekes een van zijn nieuwe geluiden ‘Let It Beep’ noemen. Maar hij wist dat Apples juristen daar bezwaar tegen zouden hebben, dus maakte hij er een verzonnen woord van dat er op het eerste gezicht Japans uitzag: sosumi. Dat vonden de advocaten goed. Pas later beseften ze dat het woord werd uitgesproken als ‘So sue me’ (Sleep me maar voor de rechter).

    De creatie van de Mac-tune zou je kunnen zien als het begin van de gouden eeuw van het subtiel gecomponeerde geluidssignaal: we staan op de drempel van het Utopia van Schafer. In de tijd dat Apple zich tot Reekes wendde, huurde Microsoft Brian Eno in voor de openingstune van het besturingssysteem. Het verschil is klassiek. Het geluid van Apple is elegant, optimistisch, veelbelovend. Het melodietje van Eno was een symfonie teruggebracht tot drie seconden, en klonk rusteloos, verhalend, betrokken. Sindsdien heeft Microsoft haar geluid veranderd in iets wat directer en toegankelijker is, met andere woorden in een geluidsmerk.


    De minimelodietjes die Reekes, Moore en Beckerman hebben geproduceerd, bewerken ons gehoor op subliminaal niveau. Beckerman werkt samen met een cognitieve specialist om geluiden te genereren die een ‘lage cognitieve lading’ hebben. Denk aan de geluiden die de paar laatste seconden aangeven dat het licht op de voetgangersoversteekplaats nog groen is. Let de volgende keer maar eens op: mensen versnellen zonder te kijken hun pas. Dat bedoelt Beckerman met lage cognitieve lading: slim gecomponeerde geluidssignalen die op onderbewust niveau en zonder visuele bevestiging met ons communiceren.

    Waar sommige geluiden een specifieke betekenis kunnen overbrengen, zijn de meeste subjectief. Toch kun je de connotaties die ze oproepen wel categoriseren. Beckerman heeft afspeellijsten gemaakt van composities die, naar zijn weten, iemands stemming kunnen veranderen van optimistisch naar creatief naar rustgevend. Pandora Media is bezig met een ambitieus Music Genome Project, dat alle muziek terugbrengt tot zo’n 450 kenmerken, en hoopt daarmee voor geluid hetzelfde te doen wat Linnaeus voor de flora en de fauna heeft gedaan. Intussen worden in talloze cognitieve onderzoeken verrassende verbanden aangetoond tussen geluid en werkelijkheid. Klassieke muziek in een slijterij zorgt bijvoorbeeld voor meer verkoop van duurdere wijnen, en zorgt dat bepaalde wijnen beter lijken te smaken.

    ‘Toen ik hiermee begon,’ zei Moore, ‘ging het om het aanraken van een product, dat dan een bijpassend geluid kreeg.’ In de toekomst zal het volgens hem steeds meer om puur geluid gaan. Moore krijgt steeds meer vragen om geluiden te maken voor robots – vooral voor sociale robots thuis. Naar alle waarschijnlijkheid zullen we met die robots op vergelijkbare wijze communiceren als bij de nieuwste snufjes die je ziet in auto’s.

    Het spreekt voor zich dat je in een rijdende auto het veiligst kunt communiceren door middel van geluid. Volgens Moore is het doel dat die communicatie op een onderbewust niveau gaat verlopen. Zo zal navigatieapparatuur zich straks wellicht niet meer rechtstreeks tot de bestuurder richten, maar ‘minipiepjes produceren aan de linkerkant van de wagen om links af te slaan en aan de rechterkant om rechts af te slaan. Zo krijgt de bestuurder informatie zonder dat hij naar een apparaat hoeft te kijken en zonder dat er “Naar rechts!” wordt geroepen.’

    Geluidslinguïstiek

    Beckerman vertelde iets dergelijks over het huis van de toekomst. ‘Technologie is zo verweven met ons leven dat we veel computers in huis hebben,’ zei hij, maar ‘we moeten de tirannie van het scherm als communicatiemiddel doorbreken. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik wil geen honderd schermen in mijn huis als ik mijn smartwoning ga inrichten.’

    ‘De toekomstige robots en apparaten in onze auto en ons huis zullen misschien nog wel gebruikmaken van taal,’ aldus Beckerman, ‘maar niet vaak. Als ons brein woorden hoort, moet het zijn bezigheid staken om te luisteren en te begrijpen. Dat moet je alleen maar willen als het om kritieke situaties gaat.’

    Vanuit een vergelijkbare gedachte heeft Moore een aantal eenvoudige boodschappen op muziek gezet: ‘Hallo.’ ‘Ik ben gestrest.’ ‘Ziet er goed uit.’ ‘Hartstikke goed.’ ‘Hoe laat is het?’ De betekenis wordt nu niet meer door woorden overgebracht, maar eerder door de muzikale intonatie. ‘Het zijn in wezen geluiden,’ zei Moore.

    Mensen die geluidsmerken ontwikkelen praten over onze interacties met apparaten alsof wat ze componeren niet zozeer muziek is, als wel geluidslinguïstiek. Als we in de nabije toekomst gaan communiceren met onze woning, auto en robot, zal de technologie verdergaan dan aanraken, en toegaan naar iets wat op een nieuwe taal lijkt. ‘Componeren zal dan een grote vlucht nemen,’ voorspelt Moore.

    Toch zal de communicatie voornamelijk een commercieel karakter hebben (en algauw tot vervelens toe). Die opkomende talen zullen worden geassocieerd met producten of bedrijven. Ze zullen aan een merk worden verbonden. Het zal niet lang duren of we kunnen een Amazon-dialect, Cartier-tongval of Walmart-accent herkennen.

    Auteur: Jack Hitt
    Vertaler: Paul Bruijn

    Openingsbeeld: Joel Beckerman (l.), een van de belangrijke theoretici achter het maken van geluidsmerken.

    The California Sunday Magazine
    Verenigde Staten | maandblad

    Meegestuurd maandblad gevuld met ‘internationale verhalen voor een nationaal publiek’.

  • De magische bril die alles gaat veranderen

    De magische bril die alles gaat veranderen

    Magic Leap in Florida gold jarenlang als de geheimzinnigste start-up van de planeet. Niemand wist wat eigenaar Rony Abovitz precies uitspookte, maar hij harkte wel 1,4 miljard dollar durfkapitaal binnen. In een zeldzaam interview licht Abovitz nu een tipje van de sluier op. Binnen anderhalf jaar wil hij een ‘mixed-reality’-bril op de markt brengen die je elke mogelijke virtuele illusie kan voorschotelen: van de nieuwe bank die je wilt bestellen tot pijlen op de weg die je naar je afspraak loodsen. ‘Gooi je pc, laptop en telefoon maar weg.’

    In de hightechwereld doet iedereen een moord om te worden uitgenodigd op een anoniem bedrijventerrein in het zuiden van Florida, in wat aan de buitenkant een onopvallend kantoorgebouw lijkt. Maar binnen is het een heel ander verhaal. Daar stap je letterlijk een andere werkelijkheid in. Door de gangen lopen humanoïde robots, in de ontvangsthal zitten groene reptielmonsters te chillen. De verlichting wordt bediend door elfjes die zo uit een tekenfilm komen. Het parkeerterrein bewaakt door 25 meter hoge vechtmachines. Zelfs de kantoorapparatuur is niet van deze wereld. De hd-tv aan de muur lijkt doodnormaal – tot hij ineens verdwijnt. Even later verschijnt hij weer, maar nu midden in de kamer. Raar maar waar: hij zweeft daar gewoon in de lucht. Loop er maar naartoe, bekijk hem van alle kanten: een enorme breedbeeld-tv, afgestemd op ESPN, die vrij in de ruimte zweeft.

    Die tv lijkt echt, maar is het niet. Al deze wonderlijke taferelen zijn illusies die je worden voorgetoverd door een ‘mixed reality’-headset, de met veel geheimzinnigheid omgeven uitvinding van start-up Magic Leap. En zoals elke goede goochelaar legt oprichter Rony Abovitz (45) liever niet uit hoe zijn trucs precies werken. Sinds de oprichting in 2011 heeft Magic Leap zijn product in het grootste geheim ontwikkeld. Slechts een klein aantal mensen heeft het in werking gezien, nog veel minder mensen weten hoe het werkt, en allemaal hebben ze zulke strenge geheimhoudingsclausules moeten tekenen dat ze bijna niet eens mochten toegeven dat het bedrijf bestond.

    Toch stroomden er massa’s geld naar Dania Beach, een klein stadje ten zuiden van Fort Lauderdale. Magic Leap heeft al bijna 1,4 miljard dollar aan durfkapitaal bijeengeharkt – afgelopen februari haalde het weer 794 miljoen op, een recordbedrag voor een bedrijf in deze fase. Bijna elke grote investeerder heeft er geld in zitten, waaronder Andreessen Horowitz, Kleiner Perkins, Google, JPMorgan, Fidelity en Alibaba, naast minder conventionele investeerders als Warner Bros. en Legendary Entertainment, verantwoordelijk voor films als Godzilla en Jurassic World. In de laatste financieringsronde werd de waarde van Magic Leap geschat op 4,5 miljard dollar. Als Abovitz nog steeds 22 procent van het bedrijf in handen heeft (wat hij ontkent) is hij nu miljardair.

    Die dollarlawine heeft in het vak vreemde geruchten losgemaakt: Magic Leaps zou iets doen met hologrammen, of met lasers, of had een machine ontworpen die de werkelijkheid kan vervormen maar zo groot is als een gebouw en dus nooit, maar dan ook nooit commercieel uitgebaat zou kunnen worden. Het gebrek aan harde informatie gaf nog meer voeding aan de geruchtenmachine. Per slot van rekening heeft Magic Leap nog steeds geen product op de markt gebracht. Het heeft nog nooit een openbare demonstratie van een product gegeven, nooit een product aangekondigd en nooit enige uitleg willen geven over de zelf ontworpen ‘lightfield’-technologie waar zijn product op gebaseerd is.

    ‘Je moet het zien als de volgende fase in de evolutie van de computer, waarbij de hele wereld je bureaublad wordt’

    Maar nu treedt het bedrijf dan toch uit de schaduw. In een zeldzaam interview zegt Abovitz dat Magic Leap een miljard dollar in de perfectionering van een prototype heeft gestoken en bezig is in Florida een productielijn op te tuigen, ter voorbereiding op de lancering van een consumentenversie van zijn technologie. Als die er eenmaal is – ergens binnen nu en anderhalf jaar – kan het een heel nieuw tijdperk inluiden, een totaal nieuwe generatie computerinterface voor de komende decennia. ‘We bouwen een nieuw soort contextuele computer,’ zegt Abovitz. ‘We maken echt iets totaal nieuws.’

    De innovatie van Magic Leap is meer dan alleen een geavanceerde nieuwe display – dit apparaat zet alles op zijn kop. Deze technologie kan grote gevolgen krijgen voor elke sector waar computers en beeldschermen worden gebruikt en veel sectoren waar dat niet het geval is. Het kan de doodssteek zijn voor de hele flatscreenmarkt (waar 120 miljard dollar in omgaat) en kan de wereldwijde markt voor consumentenelektronica (1 biljoen dollar) op zijn grondvesten doen schudden. De mogelijkheden gaan heel ver: gooi je pc, laptop en mobiele telefoon maar weg. Alle rekenkracht die je nodig hebt, zit straks in een bril die jou een display voorschotelt waar en wanneer je maar wil, zo groot of klein als je wil.

    Zo’n bril kan je álles voorschotelen. Kan je bijvoorbeeld met grote gele pijlen op de weg naar je volgende afspraak loodsen. Kan je laten zien hoe een nieuwe bank in je woonkamer zou staan – vanuit elke denkbare hoek, met elke denkbare lichtval, en allemaal zonder dat je de deur uit hoeft. Zelfs iemand met twee linkerhanden kan straks zelf zijn auto repareren met een interactief programma dat precies aangeeft welk onderdeel moet worden vervangen en waarschuwt als je iets fout doet. En Magic Leap moet aan al die interacties geld kunnen verdienen: niet alleen aan de verkoop van hardware en software maar ook, zou je denken, aan de enorme hoeveelheid data die het kan verzamelen, analyseren en doorverkopen. ‘Er is bijna geen sector te bedenken die hierdoor niet totaal zal veranderen,’ zegt Abovitz.

    Je hebt vast al eens een virtualrealityproduct uitgeprobeerd. Sony, Google, Samsung en Facebook hebben de afgelopen maanden allemaal VR-producten uitgebracht. Virtual reality is een vorm van computersimulatie die nu vooral wordt gebruikt voor videogames. Een headset schermt je daarbij af van de echte wereld en vervangt die door een virtual reality. Misschien heb je ook al eens gespeeld met augmented reality (AR): digitale beelden die op je fysieke omgeving geprojecteerd worden. AR is inmiddels mainstream dankzij een van de grootste digitale hypes van het jaar: het in juli gelanceerde Pokémon Go van spellenmaker Niantic. Een app voor je smartphone waarin tekenfilmmonsters in de echte wereld rondlopen, althans op het schermpje van je mobiel. Maar VR-games en Pokémon Go verbleken bij de mixed reality van Magic Leap. Virtual reality voert je mee naar een andere wereld, augmented reality laat een Pikachu in je woonkamer verschijnen. Bij Mixed reality blijf je waar je bent én komt die Pikachu ook echt tot leven.


    Hoe dat kan? Het kroonjuweel van Magic Leap is nu nog een grote headset, maar uiteindelijk moet hun technologie in een simpele bril passen. Eentje die je het zicht op de werkelijkheid niet ontneemt. In plaats daarvan projecteert de hardware, verwerkt in een stukje halfdoorzichtig glas, een beeld regelrecht op je netvlies. (Het beschadigt je ogen niet en je kunt gewoon om je heen kijken in plaats van dat je naar een schermpje moet staren.) De hardware verzamelt ook continu informatie: het apparaat scant de omgeving op obstakels, luistert naar stemmen en volgt de bewegingen van je ogen en handen. Daardoor zijn de mixedrealityobjecten zich bewust van hun omgeving en kunnen ze erop reageren. Met de technologie van Magic Leap kan een Pokémon dus wegduiken achter de bank of – als je in een smart home woont – het licht uitschakelen zodat je hem niet meer ziet.

    In een van de demo’s van Magic Leap zie je een ‘interactieve virtuele mens’ die levensgroot en verrassend realistisch is. Abovitz willen zulke virtuele personen (of dieren of wat je maar wil) gebruiken als digitale assistent – een soort opgevoerde versie van Siri [de personal assistent van Apple], met een menselijke gedaante die haar makkelijker te gebruiken en moeilijker te negeren maakt. Als je een collega iets wilt mededelen, kan de virtuele assistent je kamer uit lopen, via de MR-headset van die collega naast zijn of haar bureau verschijnen en de boodschap persoonlijk overbrengen. In de wereld van mixed reality is de output van computers niet gebonden aan één apparaatje op je bureau. Ieder willekeurig object, echt of virtueel, kan een drager worden en is zich bewust van zijn locatie, zijn doel en wat jij ermee wilt. ‘Je moet het zien als de volgende fase in de evolutie van de computer,’ zegt Abovitz, ‘waarbij de hele wereld je bureaublad wordt.’

    Dromen over een hightech toekomst

    Rony Abovitz’ leven staat al vanaf het begin in het teken van dromen over een hightech toekomst. De in 1971 in Cleveland geboren zoon van Israëlische immigranten was als kind al gefascineerd door computers en sciencefiction. ‘De mensen van mijn generatie zijn de kinderen van Steve Jobs en George Lucas,’ zegt hij. ‘Daar zijn wij mee opgegroeid en dat heeft ons een klap van de molenwiek gegeven. Mijn vriendjes en ik wilden allemaal Luke Skywalker zijn en de Death Star vernietigen en C-3PO bouwen.’ Toen hij elf was, verkaste het gezin naar het zuiden van Florida. Abovitz sloeg een klas over en ging al op zijn dertiende naar high school. Daarna werd hij toegelaten tot MIT, maar hij bleef liever dicht bij huis en ging aan de University of Miami studeren. In 1993 haalde hij er een bachelor in werktuigbouwkunde en twee jaar later een master in biomedische technologie. En toen begon hij weer aan Star Wars te denken.

    In 1997 richtte Abovitz zijn eerste bedrijf op, Z-KAT. ‘Na mijn afstuderen wilde ik de medische droid uit Star Wars bouwen, omdat ik dacht, echt letterlijk: een X-Wing Fighter kan ik niet bouwen, want dat kan ik niet uitleggen aan mijn ouders,’ zegt hij. Met een paar van zijn medeoprichters bouwde hij de robotica-afdeling van Z-KAT in 2004 uit tot een nieuw bedrijf, Mako Surgical. Dat maakt robotarmen voor gebruik bij chirurgische ingrepen. Er was grote vraag naar dat product: toen het bedrijf in 2008 naar de beurs ging, bracht dat 51 miljoen dollar op.

    Abovitz, inmiddels getrouwd en met een jonge dochter, werkte fulltime bij Mako en had daarnaast een project waarin hij zijn creativiteit kwijt kon: Hour Blue. Dat is een fictieve wereld, een buitenaardse planeet met allerlei fantasiefiguren zoals pratende robots en vliegende walvissen. In 2010 richtte hij Magic Leap Studios op om zijn fantasie uit te bouwen tot een reeks stripverhalen en films. ‘Ik was de enige werknemer en het bedrijf zat letterlijk in mijn eigen garage,’ zegt Abovitz. ‘Mijn moeder maakte een spandoek met de tekst Magic Leap Studios in letters in allerlei kleuren.’

    Van het geld dat hij met Mako had verdiend huurde hij Weta Workshop in, de specialeffectstudio uit Nieuw Zeeland die vooral beroemd is vanwege zijn werk aan de _Lord of the Rings_-trilogie. Samen ontwikkelden ze graphics voor zijn verhaalideeën en diepten ze de fantasiewereld verder uit. Ondertussen raakte Abovitz gefrustreerd dat de augmented en virtualrealitytechnologie die hij kende van SF-romans als William Gibsons Neuromancer en Vernor Vinge’s Rainbows End nog steeds niet bestond. Hij begon na te denken over hoe hij dat zelf kon maken.

    ‘Het was een uniek moment. Werkelijkheid en sciencefiction begonnen in elkaar over te lopen,’ zegt Richard Taylor, CEO van Weta Workshop en bestuurslid van Magic Leap. ‘De fictieve technologieën die we bedachten voor Hour Blue gingen gelijk op met de echte augmented reality-applicaties waar Rony mee bezig was.’

    In 2011 verlegde Magic Leap Studios de koers en veranderde de naam in Magic Leap Inc. Abovitz stelde een klein team samen om te helpen met de ontwikkeling van zijn ideeën over mixed reality. Al snel hadden ze een stel werkende prototypes. ‘Toen we voor het eerst één enkele pixel in de ruimte konden laten zweven en door de kamer laten bewegen, waren we door het dolle heen,’ zegt Abovitz. ‘Ander mensen hadden iets van: Wat is dat nou helemaal? Gewoon een stipje. Maar wij wisten beter. Vanaf toen wist ik dat dit iets zou worden.’

    Hij wist ook dat hij veel meer geld nodig had. Abovitz had het bedrijf aanvankelijk gefinancierd uit de opbrengst van de beursgang van Mako. Toen Mako in 2013 voor 1,7 miljard werd overgenomen door Stryker Corp., een fabrikant van medische apparatuur, stak hij ook een deel van die opbrengst in Magic Leap. Abovitz wil niet zeggen hoeveel geld hij erin heeft gestopt (alleen dat het ‘miljoenen’ zijn), maar hij wist dat het bij lange na niet genoeg was. Gelukkig verkocht deze technologie zichzelf. ‘Als we mensen vertelden waar we mee bezig waren, geloofden ze ons eerst niet,’ zegt Abovitz. ‘En dan vlogen ze naar Florida om te komen kijken en was het: O, het is jullie echt gelukt. Zo ging het bij iedereen die erin geïnvesteerd heeft: van “dat bestaat niet” tot “wij willen meedoen”.’ In februari 2014 maakte Magic Leap bekend dat het meer dan 50 miljoen dollar van particuliere investeerders had gekregen. Acht maanden later volgde een door Google aangevoerde tweede kapitaalronde van 542 miljoen dollar.

    Weer eens wat anders dan Pokémon: een virtueel olifantje in je handpalm.
    Weer eens wat anders dan Pokémon: een virtueel olifantje in je handpalm.

    Rony Abovitz doet niet denken aan een typische captain of industry – tenzij je aan Willy Wonka denkt. Hij straalt hetzelfde enthousiasme als Roald Dahls briljante snoepgoedmagnaat uit als hij je rondleidt op zijn nieuwe bedrijfsterrein in Plantation (waar ze naartoe verhuizen omdat deze locatie beter bij Abovitz’ visie past dan de kleurloze kantoren in Dania Beach, een kwartiertje verderop). Hij wijst enthousiast op machines die hij cool vindt, bewondert apparatuur en spoort je aan even de ladder op te klimmen om de geavanceerde luchtfilters van dichtbij te bekijken. Hij is vriendelijk en opgewekt, heel informeel in de omgang en in zijn kleding (meestal een sweatshirt en een spijkerbroek). Je hoort mensen net zo vaak zeggen dat hij heel aardig is als dat hij heel slim is. En hij gaat vaak helemaal op in zijn werk. Onlangs was hij op vrijdagmiddag nergens te bekennen terwijl hij een half uur later gasten moest rondleiden op het nieuwe hoofdkantoor. Hij is wel vaker te laat, maar nu dreigde een probleem: Abovitz komt uit een orthodox-joods gezin en wil vrijdag ook op tijd naar huis voor de sjabbes. Uiteindelijk werd hij door een van zijn managers gevonden op het parkeerterrein, waar hij de hele tijd in zijn auto had zitten bellen. Straal vergeten dat hij die afspraak had.

    Magic Leap heeft deze campus van bijna tweeënhalve hectare in oktober 2015 betrokken en voor het eind van dit jaar moeten alle 850 werknemers van de oude locatie verkast zijn. Het bedrijf heeft ook nog werknemers in negen kantoren elders ter wereld. Niet alleen in hightech-hotspots als Silicon Valley en Austin, maar ook in verre oorden als Tel Aviv en het Nieuw-Zeelandse Wellington. Op de nieuwe locatie zijn sommige afdelingen al operationeel, waaronder een machinewerkplaats en verschillende ontwerpteams. Abovitz wil de belangrijkste ontwikkelingsteams per se dicht bij elkaar houden vanwege zijn ‘flexibel hardware-model’. Daardoor heeft het bedrijf nu al ‘letterlijk honderden versies’ van het prototype van de headset kunnen produceren. ‘Een van de redenen waarom we zo snel prototypes kunnen produceren is omdat we de juiste mensen bij elkaar hebben,’ zegt Abovitz. Op de campus in Plantation worden ook echte productiefaciliteiten ingericht. ‘Dit deel van Magic Leap doet nog het meest aan een ruimteschip denken,’ zegt Abovitz bij de productielijn: een reeks lange, zelfstandige modulaire compartimenten, als duikboten in een haven. Die kunnen ieder naar behoefte worden ingeschakeld, om de productie van enkele duizenden stuks per jaar op te schroeven tot meer dan een miljoen.

    Abovitz wil met Magic Leap in Florida blijven. Een van de voordelen daarvan is dat het bedrijf zijn geheimen beter kan bewaken. In Californië zou dat bijna onmogelijk zijn, vanwege de cultuur van jobhoppen en de geoliede geruchtenmachine in Silicon Valley. Hij zou daar natuurlijk wel makkelijker aan mensen kunnen komen, maar ook hier oefent de technologie van Magic Leap al vanaf het begin grote aantrekkingskracht uit op mensen uit Silicon Valley en andere hotspots. ‘We trekken een waanzinnige hoeveelheid talent op het gebied van ontwerp en productie naar Florida,’ zegt Abovitz.

    Hij is natuurlijk niet de enige ondernemer die hier brood in ziet. Alleen al in de afgelopen twaalf maanden is er volgens Digi-Capital 2,3 miljard dollar geïnvesteerd in virtual en augmented reality door durfkapitalisten die elkaar met argusogen volgen. International Data Corp voorziet dat de wereldwijde opbrengst van de markt voor VR en AR zal groeien van 5,2 miljard dit jaar tot 162 miljard in 2020. Met zulke groeiprognoses willen alle grote spelers graag een graantje meepikken. Google heeft in 2013 al een uitstapje naar augmented reality gemaakt met Google Glass, een bril die je een virtueel computerscherm voor ogen toverde. Die is de bètafase nooit ontgroeid vanwege kritiek op de privacy- en veiligheidsaspecten. Maar uit Googles investering in Magic Leap blijkt dat het bedrijf zijn interesse niet verloren heeft. ‘Al vanaf de eerste gesprekken die we met Rony en zijn team hadden, wisten we dat we ze wilden helpen hun visie te verwezenlijken,’ zegt Don Harrison, plaatsvervangend directeur Corporate Development bij Google.

    Magic Leap-CEO Rony Abovitz.
    Magic Leap-CEO Rony Abovitz.

    Magic Leap heeft deze campus van bijna tweeënhalve hectare in oktober 2015 betrokken en voor het eind van dit jaar moeten alle 850 werknemers van de oude locatie verkast zijn. Het bedrijf heeft ook nog werknemers in negen kantoren elders ter wereld. Niet alleen in hightech-hotspots als Silicon Valley en Austin, maar ook in verre oorden als Tel Aviv en het Nieuw-Zeelandse Wellington. Op de nieuwe locatie zijn sommige afdelingen al operationeel, waaronder een machinewerkplaats en verschillende ontwerpteams. Abovitz wil de belangrijkste ontwikkelingsteams per se dicht bij elkaar houden vanwege zijn ‘flexibel hardware-model’. Daardoor heeft het bedrijf nu al ‘letterlijk honderden versies’ van het prototype van de headset kunnen produceren. ‘Een van de redenen waarom we zo snel prototypes kunnen produceren is omdat we de juiste mensen bij elkaar hebben,’ zegt Abovitz. Op de campus in Plantation worden ook echte productiefaciliteiten ingericht. ‘Dit deel van Magic Leap doet nog het meest aan een ruimteschip denken,’ zegt Abovitz bij de productielijn: een reeks lange, zelfstandige modulaire compartimenten, als duikboten in een haven. Die kunnen ieder naar behoefte worden ingeschakeld, om de productie van enkele duizenden stuks per jaar op te schroeven tot meer dan een miljoen.

    Abovitz wil met Magic Leap in Florida blijven. Een van de voordelen daarvan is dat het bedrijf zijn geheimen beter kan bewaken. In Californië zou dat bijna onmogelijk zijn, vanwege de cultuur van jobhoppen en de geoliede geruchtenmachine in Silicon Valley. Hij zou daar natuurlijk wel makkelijker aan mensen kunnen komen, maar ook hier oefent de technologie van Magic Leap al vanaf het begin grote aantrekkingskracht uit op mensen uit Silicon Valley en andere hotspots. ‘We trekken een waanzinnige hoeveelheid talent op het gebied van ontwerp en productie naar Florida,’ zegt Abovitz.

    Hij is natuurlijk niet de enige ondernemer die hier brood in ziet. Alleen al in de afgelopen twaalf maanden is er volgens Digi-Capital 2,3 miljard dollar geïnvesteerd in virtual en augmented reality door durfkapitalisten die elkaar met argusogen volgen. International Data Corp voorziet dat de wereldwijde opbrengst van de markt voor VR en AR zal groeien van 5,2 miljard dit jaar tot 162 miljard in 2020. Met zulke groeiprognoses willen alle grote spelers graag een graantje meepikken. Google heeft in 2013 al een uitstapje naar augmented reality gemaakt met Google Glass, een bril die je een virtueel computerscherm voor ogen toverde. Die is de bètafase nooit ontgroeid vanwege kritiek op de privacy- en veiligheidsaspecten. Maar uit Googles investering in Magic Leap blijkt dat het bedrijf zijn interesse niet verloren heeft. ‘Al vanaf de eerste gesprekken die we met Rony en zijn team hadden, wisten we dat we ze wilden helpen hun visie te verwezenlijken,’ zegt Don Harrison, plaatsvervangend directeur Corporate Development bij Google.

    Ook Apple werkt aan AR, maar het is nog niet duidelijk of het een eigen headset wil ontwikkelen of vooral de functionaliteit van de iPhone wil uitbreiden. Silicon Valley-start-ups als Meta (heeft al 73 miljoen aan kapitaal binnen) en Atheer (23 miljoen) werken aan een eigen headset en zouden logische kandidaten voor een overname zijn als ze succes hebben. Maar de grootste rivaal van Magic Leap is voorlopig Microsoft, dat in 2014 de augmented-realityheadset HoloLens aankondigde. Een preproductieversie, de HoloLens Development Edition, is in maart van dit jaar naar een onbekend aantal hardware- en software-ontwikkelaars gestuurd en in 2017 zou er een consumentenversie op de markt kunnen komen. ‘Microsoft heeft een grote voorsprong met zijn zakelijke relaties,’ zegt Brian Blau, analist bij onderzoeksbureau Gartner. ‘Ze zitten diep in de zakelijke markt en daar willen ze zich met de HoloLens op richten.’

    Dus wat is de planning van Magic Leap? Ze hebben nu een productielijn, wanneer willen ze de markt op gaan? ‘Vrij snel,’ zegt Abovitz vaag. Hij laat ook weinig los over wat de headset moet gaan kosten. ‘Geen luxe-item,’ zegt hij uiteindelijk. Maar als Microsoft zijn HoloLens volgend jaar op de markt brengt, kan Magic Leap niet te lang achterblijven, wil het niet meteen terrein verliezen aan zijn grootste rivaal. En de headset van Meta kun je nu al voorbestellen voor zo’n 1000 dollar: ga er dus maar vanuit dat de prijs van de kijkbril van Magic Leap ook ergens in die buurt zal liggen.

    Begindagen van de film

    Uiteindelijk ziet Magic Leap vooral kansen in zakelijke toepassingen, met name in de medische sector en de detailhandel (stel je voor dat je kleding bijvoorbeeld thuis virtueel kunt ‘passen’). Maar zoals bij veel technologie moet entertainment de weg banen. Veel van de content voor de headset van Magic Leap wordt door het bedrijf zelf ontwikkeld. Het heeft al verschillende bekende videogame-ontwerpers, striptekenaars en schrijvers in dienst genomen. Neal Stephenson, de schrijver van Snow Crash, een belangrijke roman over virtual reality uit 1992, is de belangrijkste ‘futurist’ van Magic Leap. Op een kantoor in Seattle werkt hij aan een geheime game. Verder wordt er content geleverd door Abovitz’ partner Weta Workshop, waarmee Magic Leap een 25 man groot lab in Nieuw Zeeland heeft opgezet. Hun eerste project, Dr. Grordbort’s Invaders, is een actiegame in het steampunkgenre. Als speler vecht je dan met een laserpistool tegen boze robots die je in je eigen huis aanvallen.

    In juni kondigde Magic Leap ook een strategisch partnerschap aan met ILMxLAB, de virtualrealityafdeling van Lucasfilm. Ze hebben samen een onderzoekslab geopend op het terrein van Lucasfilm in San Francisco. ‘Het voelt alsof we in de begindagen van de film zitten,’ zegt Vicki Dobbs Beck, hoofd van ILMxLAB. De samenwerking heeft al geleid tot verschillende mixed-realityervaringen in het Star Wars-universum. Een daarvan, met C-3PO en R2-D2, is al onthuld bij de bekendmaking van de samenwerking. De andere is een nog geheime sequentie die plaatsvindt tijdens de fameuze slag om Hoth in The Empire Strikes Back. En zo is Rony Abovitz weer terug bij af. De man die ondernemer werd omdat hij eigenlijk X-Wing Fighters wilde bouwen, mag dat nu echt gaan doen.

    Auteur: David M. Ewalt


    Technologiewebsite The Information zet vraagtekens bij Abovitz’ verhaal.

    Volgens een bericht op The Information van begin december gaat het niet zo goed met de ontwikkeling van de bril van Magic Leap. Het bedrijf zou kampen met technische problemen, en voorlopig nog achterlopen op concurrent Microsoft. Tevens werd onthuld dat een van de spectaculaire video’s die Magic Leap gebruikt om investeerders te lokken, nep is. Het filmpje werd geproduceerd door Weta Workshops, een bedrijf dat visuele effecten maakt voor de filmindustrie. Het grootste technische struikelblok voor Magic Leap is blijkbaar om de techniek die mixed reality mogelijk maakt, tot een handzaam formaat terug te brengen. Oprichter Rony Abovitz onderkende de problemen.

    Forbes
    Verenigde Staten | tweewekelijks tijdschrift | oplage 925.051

    Forbes Magazine is een Amerikaans zakenblad dat opgericht is door B.C. Forbes en momenteel wordt geleid door zijn kleinzoon, Steve Forbes. Het tijdschrift is vooral bekend door de jaarlijkse lijstjes: de rijkste mensen, de grootste bedrijven, de machtigste vrouwen en de Celebrity Top 100.

  • De coöperatie 2.0

    De coöperatie 2.0

    Coöperaties leken iets uit het verleden – denk aan Rabobank of onze woningbouwverenigingen. Maar de coöperatie is terug: overal ter wereld verenigen burgers zich in klusbedrijven, banken of woongemeenschappen. Volgens het Californische tijdschrift Pacific Standard is het hoog tijd dat ook deelbedrijven dit model ormarmen.

    1. De toekomst van ons werk: een gezonde deeleconomie
    De deeleconomie zoals die nu bestaat deugt niet, vindt Pacific Standard. Deelnemers hebben nauwelijks zeggenschap en de winst vloeit naar een kleine groep aandeelhouders. Door een coöperatievere manier van werken kunnen we zelf de touwtjes in handen nemen.

    2. Antikapitalist? Ik?
    De Oostenrijkse bankier Robert Moser kon zijn goedbetaalde baan niet langer verenigen met zijn principes. Hij nam ontslag en ging bij een coöperatieve bank werken.

    3. Een woongroep voor 1200 man
    Zürich loopt voorop als het gaat om coöperatieve woningen. De laatste aanwinst is een complex van 380 appartementen, compleet met meditatieruimte, filmzaal en wintertuin.

    4. Projectontwikkelaars buitenspel
    De initiatiefnemers van een nieuw coöperatief woonproject in Madrid hopen zich te wapenen tegen speculanten.

  • Mensen slapen minder maar beter

    Mensen slapen minder maar beter

    Uit onderzoek naar de nachtelijke gewoonten van talloze zoogdieren, blijkt dat de mens kort maar intens heeft leren slapen (rond een kampvuur) en daardoor in staat is cognitieve vermogens te ontwikkelen.

    Wij onderscheiden ons in de dierenwereld niet alleen door onze opponeerbare duim [de punt van de duim kan de punt van iedere andere vinger van dezelfde hand aanraken], maar we behoren ook tot de zoogdieren die het minst slapen, daarin slechts overtroffen door giraffen, olifanten en nog een paar andere dieren. De mens slaapt gemiddeld nauwelijks zeven uur per nacht. Tegenover de 11,5 uur slaap die een chimpansee nodig heeft, om maar een voorbeeld te noemen van een zoogdier dat evolutionair heel dicht bij ons staat. Toch is er, anders dan je misschien zou denken, geen reden tot bezorgdheid. Want we slapen weliswaar minder, maar beter. Anders gezegd: onze slaap is dieper en effectiever.

    Dat wordt gesuggereerd door een nieuw onderzoek uitgevoerd door twee Amerikaanse wetenschappers van Duke University (Durham, North Carolina), David Samson en Charlie Nunn, waarvan de resultaten zijn gepubliceerd in het antropologisch tijdschrift Evolutionary Anthropology.

    Onze slaap is dieper en effectiever

    Het onderzoek werd uitgevoerd in twee fasen. In de eerste fase hebben Samson en Nunn de wetenschappelijke literatuur afgestruind om een database op te stellen over de nachtelijke gewoonten van honderden zoogdieren, inclusief 21 primatensoorten. Van onder meer de orang-oetang, de West-Afrikaanse geelgroene meerkat, de baviaan en de lemuur tot de mens. Vervolgens zijn de verschillende soorten met behulp van allerlei statistische technieken ingedeeld op een stamboom. Hieruit bleek meteen dat wij vergeleken bij andere soorten veel minder tijd besteden aan slapen. De lampongaap en de dwergmuismaki slapen bijvoorbeeld maar liefst 14 tot 17 uur per etmaal.

    Kort, maar intens slapen bij het kampvuur heeft de cognitieve vermogens van de mens vergroot. © Getty
    Kort, maar intens slapen bij het kampvuur heeft de cognitieve vermogens van de mens vergroot. © Getty

    In de tweede fase van het onderzoek hebben de wetenschappers de slaapkwaliteit geanalyseerd. 
En wat vonden ze? Bij de mens duren de stadia van de lichte slaap korter en die van de diepe slaap langer. De zogenaamde remslaap (Rapid Eye Movement), oftewel de slaapfase die wordt gekenmerkt door dromen, en waarin we ons geheugen consolideren en overbodige informatie uitwissen, maakt bij de mens bovendien 25 procent van de totale slaaptijd uit. Bij veel van de onderzochte primaten beslaat deze fase amper 5 procent van de totale slaaptijd. (Overigens zijn sommige walvissoorten en dolfijnen in staat om te slapen met maar één helft van hun hersens, terwijl de andere hersenhelft wakker blijft.)

    ‘De mens is de enige soort waarbij de slaap weliswaar korter duurt maar kwalitatief beter is,’ zegt Samson, antropoloog en coauteur van het onderzoek, die ongeveer 2000 uur bezig is geweest met het observeren van slapende orang-oetangs.

    Verandering van gewoonte

    Maar waarom zijn wij op deze manier geëvolueerd? Volgens de professoren van Duke University moet deze ontwikkeling worden toegeschreven aan een verandering van gewoonten die dateert van ver vóór de enorme blootstelling van de mens aan het kunstlicht van smartphones en andere beeldschermen dat de wereld van vandaag kenmerkt. Dit was al eerder aangetoond door een onderzoek onder verschillende gemeenschappen van jagers-verzamelaars in Tanzania, Namibië en Bolivia, die zelfs nog korter bleken te slapen dan wij. ‘Als alleen de verlichting en andere aspecten van het moderne leven verantwoordelijk waren voor het feit dat wij minder slapen, zou je verwachten dat gemeenschappen die verstoken zijn van elektriciteit meer zouden slapen,’ vervolgt Samson. Dat blijkt echter niet zo te zijn.

    5964400251 8dd37a206a b

    Om te bepalen welke factor dan wél verantwoordelijk is geweest voor die verandering, zijn de onderzoekers teruggegaan in de tijd: om precies te zijn naar de periode waarin wij niet langer in bomen sliepen, zoals onze oudste voorouders waarschijnlijk deden, maar onze voeten op de grond zetten.

    De mogelijkheid om in grote groepen rondom een vuur in slaap te vallen en zo warm te blijven en roofdieren op afstand te houden, zou de eerste mensen in staat hebben gesteld zo veel mogelijk uit hun slaap te halen in zo kort mogelijke tijd. Waarin ze zich dus onderscheidden van hun voorouders. Dit zou dubbele winst hebben opgeleverd, zo lezen we in het onderzoeksverslag: ‘Door de gereduceerde rusttijd zou er meer tijd beschikbaar zijn gekomen voor activiteiten die te maken hadden met het overbrengen van behendigheid en kennis. En een betere slaapkwaliteit zou van cruciaal belang geweest kunnen zijn voor het consolideren van deze behendigheden, wat leidde tot een ontwikkeling van de cognitieve vermogens.’

    Dit zijn plausibele hypotheses. Maar er zijn ook een aantal zwakke punten, zo laat Akshat Rathi zien in onlinemagazine Quartz. Journalist Rathi bestudeerde het onderzoek van Duke en vond dat lemuren heel veel slapen, hoewel ze zo klein zijn dat ze veilig in boomholtes zouden kunnen dutten; en er zijn zoogdieren, zoals het vogelbekdier, die een nog langere remslaap hebben dan wij. ‘Niettemin,’ concludeert Rathi, ‘is het duidelijk dat minder uren slapen onze kansen om over de aarde te heersen heeft vergroot.’

    Rosita Rijtano

    Vertaler: Etta Maris

    La Repubblica
    Italië | oplage 650.000
    Sinds 1976 de krant voor de intellectuele en zakelijke elite van Italië, staat politiek dicht bij de Democratische Partij (PD). Uitte met name gedurende Berlusconi’s laatste ambtsperiode steeds meer kritiek op de regering. Qua oplage de concurrent van de Corriere della Sera.

  • Redactioneel

    Redactioneel

    Voorspellen, waarom zou je? En dan weer naspellen? Niet echt de taak van de journalistiek – die moet juist beschrijven wat er speelt. Toch kan de actualiteit enorme gevolgen hebben voor de nabije toekomst en kunnen we het niet laten ook daar een gooi naar te doen. Als was het maar ter bezwering.

    Bij dezen.

    Donald Trump haalt het Witte Huis niet en het vluchtelingenprobleem wordt de toetssteen voor de Europese samenwerking.

    Het nieuwe jaar begint voor Europa niet best, nu ook in Duitsland openlijk wordt betwijfeld of Merkels moedige 
mantra ‘Wir schaffen das’ wel zal standhouden. Aan Nederland
valt de twijfelachtige eer te beurt als wisselend voorzitter 
het wankelende Europese project in het eerste halfjaar te stabiliseren. Daarbij zal veel afhangen van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten, zowel met betrekking tot de burgeroorlog in Syrië als ten aanzien van het vermogen van Islamitische Staat om als stokebrand te blijven optreden.

    Ook dat heeft zijn weerslag op Nederland, waar de dreiging van terreur paradoxaal genoeg voor meer politieke stabiliteit zorgt. De efemere successen van de PVV in de peilingen bieden voor de andere partijen nauwelijks aantrekkelijke vooruitzichten op het smeden van een nieuwe regeringscoalitie, zodat de huidige combinatie de voorziene periode tot maart 2017 wel zal moeten uitzitten.

    De Amerikanen beginnen over drie weken in Iowa en New Hampshire aan de prelude op de presidentsverkiezingen 
van 8 november. Kenners voorspellen dat voor het eerst in 
de Amerikaanse geschiedenis een vrouw het land zal gaan leiden.

    Mag ook wel eens, na 240 jaar.

    (Wie wordt na 204 jaar koninkrijk de eerste vrouwelijke minister-president van Nederland?)

    De wereldeconomie zal dit jaar volgens het orgaan dat het weten kan, de Financial Times, geen grote schokken ondergaan. De olieprijs stijgt enigszins, de groei van de Chinese economie stabiliseert zich op een wat lager niveau en de dollar blijft de toonaangevende munt.

    Volgens dezelfde bron, kennelijk ook op een geheel ander 
vlak welingelicht, maken de Belgen een goede kans op het winnen van het Europees kampioenschap voetbal in Frankrijk, met een supertrio dat volgens de Londense cijferaars 
op dit moment al zo’n 200 miljoen euro op de transfermarkt doet. Een troost voor Nederland. Om het broederschap 
met onze buren meteen aan te trekken, verwelkomen wij 
van harte onze Vlaamse lezers die zich vanaf deze week op 
de Vlaamse editie van 360 kunnen abonneren.

    Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • Wat staat de wereld in   2016 te wachten?

    Wat staat de wereld in   2016 te wachten?

    Bij het begin van het nieuwe jaar gaan medewerkers van de Financial Times zich naar hartelust te buiten aan voorspellingen, van de olieprijs tot de volgende stappen van Vladimir Poetin. Opsteker voor de Lage Landen: volgens de Britten wordt België Europees kampioen voetbal.  

    Een nieuw jaar vangt aan en de Financial Times gaat zich opnieuw te buiten aan een voorspellingsritueel voor de komende twaalf maanden. Of het nu gaat om de presidentsverkiezingen in de VS of het EK voetbal van 2016, onze deskundigen en commentatoren nemen geen blad voor de mond en wagen zich aan een voorspelling.

    Prominente figuren in 2016 (volgens FT).
    Prominente figuren in 2016 (volgens FT).

    Zal Hillary Clinton de Amerikaanse presidentsverkiezingen winnen?

    Ja. Het zal een duizelingwekkende verkiezing worden, en de smerigste uit de geschiedenis. Hillary Clinton zal door haar Republikeinse tegenstander Ted Cruz door de mangel worden gehaald vanwege haar karakterfouten en haar zwakke opstelling tegenover de vijanden van Amerika. Voor een groot deel van de kiezers zal de naam Clinton synoniem blijven met alles wat er mis is – en corrupt – in het huidige Amerika. 
Maar verkiezingen worden nog altijd gewonnen in het centrum, of wat daarvan over is, en Cruz zal voor de 
gemiddelde kiezer veel te rechts zijn om het tot het Witte Huis te schoppen. 
Hoewel ze tot het laatste moment wakker zal liggen van de peilingen, 
zal Clinton met een overweldigende meerderheid van stemmen winnen. 
De Democraten zullen de Senaat terugveroveren. Maar Clinton zal haar termijn beginnen in een uiterst gepolariseerd Washington. Van wittebroodsweken zal geen sprake zijn.

    (Edward Luce)

    Zal het Verenigd Koninkrijk de EU verlaten na het verwachte referendum in 2016?

    Nee. Het VK zal lid van de Europese Unie willen blijven. Zonder enthousiasme, maar omdat het aangeboren gezond verstand van de Britse kiezers uiteindelijk zal zegevieren. Vergeet de technische discussies over de vraag of David Cameron veel zal weten uit te onderhandelen en of de bijdrage van het VK aan Brussel gecompenseerd zal worden door meer investeringen en handel. Denk liever aan de hoofdrolspelers aan beide kanten. Uiteindelijk zullen de kiezers een keuze moeten maken tussen de kalme logica van voormalig premier John Major en het populisme van Nigel Farage van UKIP. Ik zet mijn geld op Major. Als ik het mis heb, gaat Groot-Brittannië roerige tijden tegemoet.

    (Philip Stephens)

    Zal Bashar al-Assad over twaalf maanden nog aan de macht zijn?

    Ja. Assad zal in 2016 in naam president van Syrië blijven, al is hij inmiddels eerder de grootste krijgsheer dan de leider van het land. Militair weet hij zich gesteund door de Russische militaire interventie die tegen zijn opstandige vijanden is gericht. Politiek voorziet een Amerikaans-Russisch plan waarover de afgelopen weken overeenstemming is bereikt in een achttien maanden durende machtsoverdracht, waaraan echter tal van risico’s zijn verbonden. Zelfs als het vredesproces meer steun krijgt, zal Assad alles in het werk stellen om zijn machtscentrum in Damascus te behouden.

    (Roula Khalaf)

    Zal minstens een van de twintig grootste economieën ter wereld in 2016 om hulp aankloppen bij het IMF?

    Ja. Binnen de G20 zal geen enkel ontwikkeld lid gered hoeven te worden. De enige denkbare kandidaat is Italië, gezien de grote staatsschuld. Maar 
dat land wordt beschermd door de Europese Centrale Bank, onder andere door vergroting van de geldvoorraad. 
Tot de G20 behoren echter ook tien opkomende economieën. Sommige daarvan kampen met een sterke daling van de grondstoffenprijzen, met name Argentinië, Rusland en Saoedi-Arabië. Andere hebben een groot tekort op de lopende rekening (ook hier moeten we 
denken aan Saoedi-Arabië, evenals aan Brazilië en Zuid-Afrika). Zowel India als Zuid-Afrika heeft een behoorlijk begrotingstekort. Andere landen, zoals Brazilië, hebben een kleiner begrotingstekort maar een aanzienlijke staatsschuld. De meest instabiele landen zijn Argentinië, Zuid-Afrika en Brazilië. Onder hoogspanning hebben deze drie recentelijk hun minister van Financiën vervangen. Argentinië heeft een nieuwe regering die een nieuwe aanpak belooft. Het IMF staat in de startblokken. Zal het minstens een van deze landen te hulp moeten schieten? Daar lijkt het wel op.

    (Martin Wolf)

    Uiteindelijk zal Merkel ook binnen het CDU omstreden worden, wat haar positie onhoudbaar zal maken

    Zal Angela Merkel aan het eind van het jaar nog bondskanselier van Duitsland zijn?

    Nee. Hoewel 2015 eindigde met een staande ovatie voor Merkel tijden het partijcongres van haar CDU, zal aan haar langdurige bewind als bondskanselier in 2016 waarschijnlijk een einde komen. Die ovatie leek het definitieve bewijs dat haar baan geen gevaar loopt, ondanks het feit dat er in 2015 ongeveer een miljoen vluchtelingen in Duitsland arriveerden. Maar Merkel heeft inmiddels beloofd de vluchtelingenstroom in 2015 te beperken. Dat zal waarschijnlijk een loze belofte blijken omdat wanhopige migranten, geholpen 
door mensensmokkelaars, het land zullen blijven binnenstromen.

    De bewondering voor de moed en het morele leiderschap van de bondskanselier zal dan plaatsmaken voor onzekerheid en onvrede. Het breekpunt zal een opstand van plaatselijke overheden kunnen zijn, die zeggen de grote aantallen niet aan te kunnen. En dat zal er uiteindelijk toe kunnen leiden dat de bondskanselier ook binnen het CDU omstreden wordt, wat haar positie onhoudbaar zal maken.

    (Gideon Rachman)


    Wie wint het EK voetbal van 2016?

    België, het beste team ter wereld, volgens de meest recente FIFA-ranglijst. Die geheimzinnige coëfficiënt overschat de Belgische kwaliteiten, maar niet met een exorbitante marge. Door middel van een geavanceerd systeem van scouting en coaching – en een royaal nationaliseringsbeleid voor immigranten – heeft dit kleine land met een gammel politiek bestel een stortvloed van wereldspelers voortgebracht. 
België kan een aanvalstrio opstellen van Eden Hazard, Kevin de Bruyne en Romelu Lukaku, stuk voor stuk sterren van de Engelse Premier League, wier gezamenlijke marktwaarde ruim 200 miljoen euro bedraagt. Het Duitse elftal is geroutineerder, het Spaanse hechter, maar technisch komt België weinig tekort. Met Frankrijk als gastland hebben de Belgen ook nog eens een half thuisvoordeel.

    (Janan Ganesh)

    Zal de Braziliaanse president Dilma Rousseff worden aangeklaagd voordat de Olympische Spelen in Rio beginnen?

    Nee. Maar het zal weinig schelen. Voorlopig heeft Rousseff waarschijnlijk genoeg steun in het Congres om het proces te stoppen. Maar hoe meer tijd 
er verstrijkt, des te erger wordt de recessie waarin het land verkeert en des te zwakker de politieke steun die ze geniet. Zelfs als het Huis van Afgevaardigden ermee instemt, zal de aanklagingsprocedure vermoedelijk pas op 10 februari beginnen. Gezien het gecompliceerde verloop van die procedure zal het 180 dagen duren voordat Rousseff half augustus kan worden aangeklaagd. Dat zou na de officiële start van de Olympische spelen op 5 augustus zijn – oef! – maar nog op tijd voor de finale van het hoogspringen op 16 augustus.

    (John Paul Rathbone)

    china renminbi

    Zal China de renminbi volgend jaar aanzienlijk devalueren?

    Ja. China heeft goede redenen om de renminbi [‘geld van het volk’, de officiële munteenheid van het land] in 2016 stabiel te willen houden tegenover de dollar: een groot handelsoverschot, een enorme deviezenreserve en de wil om aan de wereld te laten zien dat de redback een waardige reservevaluta is. Toch is de kans groot dat de munt zal devalueren van de huidige 6,48 naar 7 renminbi per Amerikaanse dollar. De haperende Chinese economie zal volgend jaar waarschijnlijk twee renteverlagingen nodig hebben, terwijl de Amerikaanse dollar wordt gesteund door het aanhoudend krappe monetaire beleid van de Fed. Daardoor zou de kapitaalvlucht uit China hoog blijven, wat de koers van de munt negatief beïnvloedt. Het pad van de renminbi zal waarschijnlijk niet over rozen gaan. Dit zou voor de Chinese munt weleens het onzekerste jaar uit de geschiedenis kunnen worden.

    (James Kynge)

    Zal Jeremy Corbyn over een jaar nog leider zijn van de Britse Labour Party?

    Ja, en om verschillende redenen. 
De eerste is dat de meerderheid van de partij, zo niet van de parlementsleden, wil dat hij aanblijft. Hoewel Labour slecht scoort in de opiniepeilingen, lijkt de gewone stemmer blij met de koers van de partij. Daarnaast is er de aangeboren loyaliteit van Labour-parlementsleden. Anders dan de Tories heeft de partij nooit uitgeblonken in politieke moordaanslagen. En als Corbyn de onduidelijke regels voor de verkiezing van het partijleiderschap zal aangrijpen om de stemming in het voordeel van de zittende leider te laten uitpakken, wat inmiddels waarschijnlijk lijkt, zal iedere uitdager bij voorbaat kansloos zijn. 
De toenmalige vakbondsleider Ernest Bevin had in 1935 al zijn retorische kracht nodig om de partij in opstand te laten komen tegen het fascisme en om George Lansbury, de laatste pacifistische Labour-leider, gedwongen met pensioen te sturen. Nu wacht Labour nog steeds op een nieuwe Bevin. En de kans dat die volgend jaar zal opstaan is klein.

    (Jonathan Ford)

    Zal ‘Abenomics’ in 2016 mislukken?

    Nee. Het resultaat van Abenomics is wisselend, maar over het algemeen heeft het de Japanse economie meer goed dan kwaad gedaan. Dat zal in 2016 zo blijven. Toegegeven, het belangrijkste doel – het opdrijven van de inflatie tot 2 procent – is mislukt. Vanwege de instortende olieprijs schommelt de Japanse inflatie, zoals die gewoonlijk wordt gemeten, nog steeds rond de 0 procent. De regering van Shinzo 
Abe heeft het probleem verergerd 
door de premature verhoging van de consumptieve belasting, waarmee de mensen geld uit de zak werd geklopt op het moment dat ze het net wilden uitgeven. Maar de bredere reflatoire doelstellingen van Abenomics werken. Als de energieprijzen buiten beschouwing worden gelaten, bedraagt de inflatie ongeveer 1 procent. De staatsschuld neemt niet langer toe. Japanse bedrijven maken recordwinsten. Abes probleem is dat hij heeft aangekondigd de consumptieve belasting in 2017 opnieuw te zullen verhogen. Dan zou de boel weleens kunnen vastlopen.

    (David Pilling)

    Zullen Russische atleten meedoen aan de Olympische Spelen van 2016?

    Ja. Er is geen politieke wil om de Russen te straffen voor de herhaling van het massale dopinggebruik uit de Sovjetperiode. Vorige maand werd Rusland het eerste land uit de geschiedenis dat voor onbepaalde tijd uit de atletiekcompetitie werd gezet, totdat het kan bewijzen dat het clean is. Maar Moskou en het Westen hebben er alles voor over om de schade van een onafhankelijk rapport dat enkele van de kwalijkste praktijken uit de sportgeschiedenis onthulde, tot een minimum te beperken. Om mee te mogen doen in Rio zal Rusland alle officials die betrokken waren bij dopingprogramma’s moeten ontslaan, alle nog lopende tuchtzaken moeten oplossen, zijn dopingcultuur moeten onderzoeken en moeten laten zien dat het zijn leven heeft gebeterd. De Russen zeggen dat dit drie maanden zal duren.

    (Malcolm Moore)

    In 2016 zal het aandeel van diesels zo snel krimpen dat het de groei van de algehele automarkt zal overtreffen

    Zal de verkoop van dieselauto’s in Europa in 2016 dalen?

    Ja. Europese autokopers hebben toch 
al steeds minder met dieselmotoren, en de onthulling afgelopen herfst dat Volkswagen sjoemelsoftware had ge
ïnstalleerd in elf miljoen dieselauto’s zal het er niet beter op maken. Nadat het aandeel van nieuwe Europese dieselauto’s in 2010 een piek bereikte van 55 procent, heeft zich met name in Frankrijk een snelle daling voltrokken nadat de subsidies daar waren verlaagd en de scepsis over de impact op het milieu was toegenomen. VW is een 
bijzonder grote producent van dieselmotoren, en het aandeel van het bedrijf op de belangrijkste markten is na het schandaal met 20 procent gedaald. In 2016 zal het aandeel van diesels zo snel krimpen dat het de groei van de algehele automarkt zal overtreffen.

    (Brooke Masters)

    Zal de olieprijs eind 2016 boven de 50 dollar zitten?

    Ja. De oliemarkt was in 2015 meedogenloos voor iedereen die rekende op een snel herstel na de instorting van het jaar ervoor. De Amerikaanse schaliegasindustrie en de verhoogde productie van Irak en Saoedi-Arabië leidden ertoe dat de wereld omkwam in de ruwe olie. Het opheffen van de sancties tegen Iran kan volgend jaar nog meer olie naar de markt doen vloeien. Toch zien olieproducenten zich door de financiële tegenslagen wereldwijd gedwongen om projecten af te blazen en in boorprogramma’s te snijden, waardoor de toekomstige aanvoer zal afnemen. De gevolgen daarvan zullen niet uitblijven. Vijftig dollar voor een vat ruwe olie is te weinig om de industrie de investeringen te laten doen die de toenemende wereldvraag vereist. Als de wereldeconomie niet weer in een recessie raakt, zal dit waarschijnlijk het jaar worden waarin de olieprijs weer naar een aanvaardbaarder niveau stijgt.

    (Ed Crooks)


    Zal 2016 het jaar zijn waarin virtual reality eindelijk gemeengoed wordt?

    Nee. Maar het wordt wel het jaar waarin velen voor het eerst zullen kennismaken met wat op een dag misschien wel de grootste technologische verandering zal zijn. De eerste blik door een VR-headset – de bonkige stofbril waardoor 3D-versies van de werkelijkheid kunnen worden waargenomen – is voor de meesten onvergetelijk. Maar geweldige demo’s maken nog geen industrie. Hoewel de eerste VR-games op de markt beginnen te komen, is er nog te weinig content voor de apparaten. En de applicaties waardoor ze gemeengoed zullen worden – zoals een arts bezoeken of een vergadering houden in een virtuele ruimte – zijn nog steeds meer droom dan werkelijkheid. Toch zal de technologie de publieke verbeelding zeker aanspreken. De fysieke werkelijkheid zal nooit meer hetzelfde lijken.

    (Richard Waters)

    Vertaler: Peter Bergsma

    Financial Times
    VK | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • Dossier: Wat moet anders?

    Dossier: Wat moet anders?

    Een nieuw jaar in het vooruitzicht zet aan tot allerlei mijmeringen. Wat zouden we aan onszelf willen veranderen, en wat aan de wereld om ons heen? Op de volgende pagina’s de manifesten van vijf denkers over wat zij zouden doen als ze de macht hadden. Met sommige aanbevelingen kunnen we meteen beginnen.

    1. Umberto Eco: Verplicht al mijn boeken lezen

    2. Richard Dawkins: Geen hersenloos boek met regels meer

    3. Simon Schama: Dingen die ik dictatoriaal zou doorvoeren

    4. Erica Jong: Mijn koninkrijk zou niet godsdienstig zijn

    5. Arianna Huffington: Meer waarheid, meer openheid en meer wijsheid

    Prospect
    Ver. Koninkrijk | oplage 20.636

    Onderhoudend, informatief en openminded zijn de kernwaarden van dit stijlvol vormgegeven maandblad. Het biedt artikelen over politiek, kunst, media, filosofie, psychologie, wetenschap, geschiedenis en achtergronden bij het nieuws. Prospect wil wat in de samenleving leeft op verschillende manieren belichten, bijvoorbeeld aan de hand van rondetafelgesprekken en een-op-eendiscussies tussen twee auteurs met onderling afwijkende meningen. Het blad verwierf grote bekendheid met zijn ‘Top 100 Public Intellectuals’, gekozen door het publiek uit een door de redactie bepaalde longlist. Eerste winnaar: Noam Chomsky, in 2005. Ook houdt Prospect jaarlijkse Think Tank Awards, gesponsord door Shell. Er zijn vele categorieën: Publication of the Year, North American/European/UK American Think Tank of the Year en subcategorieën binnen het Verenigd Koninkrijk.
    Aan Prospect werken grote namen mee als Orhan Pamuk, Hilary Mantel, Francis Fukuyama en 
J.M. Coetzee.

  • 1. ‘Verplicht al mijn boeken lezen’

    1. ‘Verplicht al mijn boeken lezen’

    Umberto Eco zou het onderwijs verbeteren, ‘circulerende kennis’ verplicht stellen en alle mensen dwingen zijn boeken te lezen, zodat ze even intelligent worden als hij.

    Ik kan alleen maar een polemisch antwoord geven op de vraag wat ik zou doen als ik het voor het zeggen had in de wereld, want er bestaat geen enkele kans dat het ooit zover komt. Met het ouder worden heb ik een hekel gekregen aan de mensheid, dus als ik de absolute macht had, zou ik die mens‑heid voort laten gaan op haar weg naar zelfvernietiging – ze zou vernietigd worden en dan zou ik me prettiger voelen.

    Mensen zoals ik, wij zijn intellectuelen – we doen ons werk, we schrijven artikelen, we hebben manieren om te protesteren, maar we kunnen de wereld niet veranderen. Het enige wat we kunnen doen is onze steun uitspreken voor de politiek van het meegevoel. Angela Merkel heeft een positief gebaar gemaakt toen ze de Duitse bevolking opriep om Syrische vluchtelingen op te nemen. Ze heeft het beeld van de Duitsers overal ter wereld veranderd – zij worden niet langer gezien als de SS van Adolf Hitler. Dat kan een politicus doen.

    Er is geen kwaliteitscontrole, 
dat is een enorm 
probleem

    Jonge mensen moet geleerd worden om de informatie die ze via internet krijgen te filteren en er vraagtekens bij te plaatsen, in plaats van alles zomaar voor waar aan te nemen. Dat is een moeilijke taak. Ik gebruik Wikipedia en ik weet dat ik de informatie daarvan in 99 procent van de gevallen kan vertrouwen, maar op mijn eigen pagina hebben mensen beweerd dat ik de oudste van dertien kinderen ben en dat ik getrouwd ben met de dochter van mijn uitgever. Dat is allebei niet waar. Dus zelfs dat kan onderhevig zijn aan manipulatie. Een van mijn kleinzoons is vijftien jaar en zegt dat veel vrienden van hem 
geloven in de complottheorieën die ze op internet lezen. Er is geen kwaliteitscontrole, dat is een enorm probleem.

    Elke overheid zou moeten streven naar verbetering van het onderwijs. Voor de Eerste Wereldoorlog volgde maar zo’n 20 procent van de mensen in Italië een lagereschoolopleiding. Vandaag de dag zijn de universiteiten het probleem – het risico dat we de toelatingseisen verlagen om meer mensen toegang tot de universiteit te geven, maar daarmee ook de kwaliteit verminderen. Dat is onlangs in Italië gebeurd en het is een tragedie geworden. Nu zijn de eerste drie jaar van de universiteit te gemakkelijk – studenten hoeven geen boeken van meer dan honderd pagina’s te lezen. De machthebbers moeten begrijpen dat je uitdagingen nodig hebt om 
volwassen te worden. Toen ik aan de universiteit studeerde las ik duizenden pagina’s, en ik ben er niet aan onderdoor gegaan!

    Encyclios

    Het onderwijzen van talen is het enige wat ik op scholen verplicht zou stellen. Als het concept Europa bestaat, dan is het gebaseerd op de wederzijdse kennis van elkaars taal. In twee van de grootste Europese landen, Engeland en Frankrijk, schijnt de meerderheid van de bevolking alleen de eigen taal te spreken. Nog niet eens zo lang geleden kregen mensen in Engeland gedegen onderwijs in Latijn. Er bestaat een verhaal over een Engelse generaal die in de negentiende eeuw tijdens een opstand werd uitgezonden naar de Indiase provincie Sindh. Bij wijze van grap stuurde hij een telegram waarin stond ‘Peccavi’, wat in het Engels betekent ‘I have sinned’. Het mooie was niet dat hij grapjes kon maken in het Latijn, maar dat zijn collega’s in Londen het begrepen. Mijn kleinzoon heeft de afgelopen twee jaar Grieks geleerd; hij kan misschien nog niet Homerus in de originele taal lezen, maar hij heeft wel kennis opgedaan over de Griekse beschaving. Dat hoort bij wat vroeger encyclios werd genoemd, oftewel circulerende kennis, en daar komt het woord ‘encyclopedie’ vandaan.

    Mensen zijn religieuze dieren. Honden zijn niet religieus. Ze blaffen wel tegen de maan, maar dat is niet vanuit religieus gevoel. Mensen hebben de neiging naar de reden voor hun situatie te zoeken. Er bestaat een mooie zin, die is toegeschreven aan G.K. Chesterton: ‘Als mensen niet meer in God geloven, geloven ze niet nergens in, maar geloven ze in alles.’ De baas over de wereld kan de religie niet uitbannen. Je kunt atheïst zijn of niet-gelovige, maar je moet er‑kennen dat de overgrote meerderheid van de mensen een of andere religieuze overtuiging nodig heeft.

    Karl Marx noemde religie opium voor het volk – iets wat mensen rustig houdt. Maar het kan ook cocaïne voor het volk zijn. Religie heeft een dubbele functie – ze beantwoordt bepaalde fundamentele vragen en zet soms aan tot strijd tegen niet-gelovigen. Het is een eigenschap die bij mensen hoort, net zoals mensen de enige soort zijn die kan liefhebben.

    Tot slot, als ik de baas over de wereld was, zou ik mensen willen verplichten om al mijn boeken te lezen, zodat ze even intelligent worden als ik en niet geloven dat we een baas over de wereld nodig hebben.

    Auteur: Umberto Eco
    Vertaler: Annemie de Vries

    Umberto Eco is auteur, essayist, filosoof, literatuurrecensent en semioticus. 
Zijn meest recente boek Numero Zero verscheen in Nederland als Het nulnummer bij uitgeverij Prometheus.

  • Waarom persen we niet alle continenten op elkaar?

    Waarom persen we niet alle continenten op elkaar?

    De Amerikaanse filosoof en conceptueel kunstenaar Jonathon Keats (1971) bedacht een radicaal plan om de klimaatonderhandelingen uit het slop te trekken. Een nieuw supercontinent, Pangea Optima, moet landen en partijen letterlijk dichter bij elkaar brengen.

    Keuze uit ons archief

    Deze week was er een belangrijke doorbraak in Glasgow: China en Amerika liggen eindelijk op één lijn over hun klimaatbeleid. Dat die samenwerking wereldwijd hard nodig is, hield filosoof Jonathan Keats al lange tijd bezig. Hij bedacht een naar eigen zeggen ‘naïef’ plan om eenheid in de hand te werken.

    De eerste keer dat ik hoorde van Jonathon Keats’ nieuwe project, omschreven als ‘een poging om de klimaatverandering een halt toe te roepen door een supercontinent te creëren’, kwam het me voor als tamelijk vergezocht – en dan druk ik me nog voorzichtig uit. Toen Keats, de zelfbenoemde directeur van het Political Tectonis Lab, zijn idee toelichtte – een idee waar magnetrons en kernreactoren aan te pas komen, en een opeengeperste landmassa die luistert naar de naam Pangea Optima – wist ik het zeker: volslagen waanzin. Op het gebied van geo-engineering heb ik de meest onwaarschijnlijke ideeën gehoord – van een ‘bemestingsexperiment’ waarbij 100 ton ijzersulfaat in de Stille Oceaan wordt gedumpt (dat is daadwerkelijk gedaan) tot het idee om zonlicht weerkaatsende deeltjes de dampkring in te schieten (dat is nog niet gedaan). Maar dit slaat echt alles.

    Laatste strohalm

    En dat is nou precies waar het om gaat.

    Toen ik Keats, een experimenteel filosoof en conceptueel kunstenaar, vroeg wat het slechtst denkbare scenario zou zijn voor Pangea Optima, zei hij: ‘Het slechtst denkbare scenario zou zijn dat we ons daadwerkelijk genoodzaakt zouden zien ertoe over te gaan.’ Met andere woorden, het is een soort laatste-strohalmoplossing voor de klimaatverandering, die duidelijk maakt dat we de boel echt goed in het honderd hebben laten lopen – en dat keer op keer.

    Als ik met Keats over zijn project praat, kom ik tot de conclusie dat het is gebaseerd op prachtige ideeën over hoe de wereld in elkaar zou móéten zitten – en een nogal cynische kijk op hoe de wereld echt in elkaar zit.

    Alsof we niet met zijn allen op één planeet leven

    Pangea Optima is dus gebaseerd op het idee van Pangea Ultima, de landmassa die volgens de voorspellingen in de komende tweehonderdvijftig miljoen jaar gevormd zal worden als gevolg van natuurlijke tektonische processen. Hoe zou het ontstaan van Pangea Optima versneld kunnen worden?

    Door een combinatie van kerncentrales en magnetrons is het mogelijk om op bepaalde plekken op aarde de temperatuur te verhogen. Waar het op neerkomt is dat je ingrijpt in de platentektoniek door invloed uit te oefenen op de thermodynamiek die ten grondslag ligt aan de bewegingen van de tektonische platen. Tektonische platen bewegen zeer langzaam. Die snelheid kan wel degelijk beïnvloed worden door gebruik te maken van krachten (bij gebrek aan een betere formulering) die momenteel ín de aarde werkzaam zijn – en die te sturen. Ik denk dat we de tijd [van het tektonische proces] met dik vijftig miljoen jaar kunnen bekorten. Dan hebben we het nog altijd over tweehonderd miljoen jaar, maar het is niet niks om er zo’n vijftig miljoen af te halen.

    Maar als de klimaatverandering zich in het voorspelde tempo voltrekt, als alle landen doen alsof er niets aan de hand is en op de huidige voet doorgaan, zijn er over tweehonderd miljoen jaar helemaal geen mensen meer.

    Ja, en misschien zelfs al over tweehonderd jaar – of tweeduizend, of twintigduizend, het kan allemaal. Maar je hoeft niet als einddoel te hebben dat je je óp het supercontinent bevindt om het supercontinent te gebruiken als model om na te denken over je eigen positie ten opzichte van anderen. Op dit moment is er nauwelijks sprake van enig momentum waar het over klimaatactie gaat. Er liggen veel verschillende plannen, er zijn veel ideeën – en op sommige vlakken liggen die allemaal in elkaars verlengde, maar op andere vlakken botsen ze. Je zou het kunnen zien als een metafoor voor de continenten die allemaal hun eigen koers volgen en niet op een gestructureerde manier aankoersen op de vorming van een optimaal supercontinent. Het hele idee om de kant op te willen van een supercontinent, en van dat momentum, correspondeert in zekere zin met dat ontbrekende momentum. Alleen al het proces, de pogingen om iets van consensus te bereiken over de vraag wat dat supercontinent zou kunnen zijn, leidt tot een vorm van discussie over overeenkomsten en gedeelde belangen die volgens mij zeer inspirerend en productief kan zijn waar het gaat om de veel eenvoudiger manieren waarop we iets kunnen doen tegen de klimaatverandering.

    U beschrijft hoe, bij de vorming van Pangea Optima, de Verenigde Staten in geologisch opzicht – en in het ideale geval ook in politiek opzicht – op één lijn zullen komen met China en Rusland.

    Ja, het dichten van de Stille Zuidzee is in tektonische termen niet al te ingewikkeld. Hij is eerder dicht geweest. Ik heb geprobeerd over het supercontinent na te denken in termen van geopolitiek, in termen van tektoniek en ook in termen van milieu. Pangea was nou niet bepaald een prettige plek om te vertoeven voor wie niet het geluk had over een huis aan zee te beschikken, aangezien het grootste deel van dat supercontinent werd geteisterd door extreme droogte. Het denken over deze versie van Pangea draait dan ook deels om de vraag hoe je intern grote wateroppervlakken kunt verplaatsen teneinde die droogte tegen te gaan.

    Speelt de kwestie van socio-economische gelijkheid een rol bij het herpositioneren van de continenten, en zo ja, welke?
    O, zeker. Een van de factoren die een grote rol spelen bij het denken over welke vorm van klimaatactie ook is de positie van de zogeheten derdewereldlanden. Ze hebben nooit de beschikking gehad over kolen als brandstof, zoals de zogeheten eerstewereldlanden, en het is dan ook oneerlijk om die landen nu te straffen, of om van die landen even grote offers te vragen teneinde de klimaatverandering een halt toe te roepen. Dit is duidelijk een van de belangrijkste knelpunten binnen het klimaatdebat op dit moment – wat maar weer eens aantoont hoe ongelooflijk complex dit hele vraagstuk is in geopolitieke zin.

    Om te beginnen lijkt er sprake te zijn van een soort hemisferische kwestie die geregeld opspeelt, het noordelijke versus het zuidelijke halfrond. In geografische zin is er sprake van patronen van kolonisatie, die in de loop van de geschiedenis een gunstige dan wel een ongunstige uitwerking hebben gehad. Door continenten te verplaatsen op een manier die het vanzelfsprekende van dergelijke veronderstellingen ondermijnt, en die ook iets van het traditionele, longitudinale wij-zijdenken doorbreekt, lijkt het of we de problemen het hoofd zouden kunnen bieden die zich aandienen bij het continent Pangea Optima.

    Afrika en de oostkust van de Verenigde Staten zouden hetzelfde territorium kunnen delen

    We zouden – zelfs als we afzien van Pangea Optima – kunnen gaan nadenken over de mogelijkheid dat Afrika en de oostkust van de Verenigde Staten hetzelfde territorium zouden delen. Volgens mij zetten alleen al dergelijke verschuivingen op de kaart een verschuiving in gang in het denken, een verschuiving in de richting van erkenning van verschillen… Verschillen die we als vanzelfsprekend zijn gaan zien, maar die er in de toekomst niet per se meer hoeven te zijn, of die we niet langer als verschillen hoeven te zien.

    Maar Pangea Optima is míjn visioen – het is zeker niet zo dat iedereen dat visioen nu moet nastreven. Het kan domweg als uitgangspunt dienen. En wat van essentieel belang is, nog veel belangrijker dan de kaarten en de technologie, is het zogeheten supercontinentale-toekomst-bouwpakket. Dat pakket bevat onder meer een opblaaswereldbol en een Sharpie-stift en een doosje dat aan de Verenigde Naties kan worden gestuurd. Zo stellen we de mensen in staat hun eigen supercontinent te ontwerpen en te bedenken hoe ze de vorming van dat supercontinent voor zich zien. Door op die manier gebruik te maken van crowdsourcing, door te zoeken naar consensus, proberen we af te tasten hoe dat supercontinent er idealiter uit zou zien.

    pangea ultima

    Hoe bent u hier allemaal toe gekomen?

    We leven in een tijd waarin we geo-engineering steeds meer zien als een manier om de klimaatverandering een halt toe te roepen. Het uitgangspunt is dat de technologie verantwoordelijk is voor de problemen waarin we ons bevinden, en dat de technologie misschien ook wel krachtig genoeg zou kunnen zijn om die problemen weer het hoofd te bieden. Misschien klopt dat ook wel, al heb ik zo mijn twijfels. Ik denk wel dat het een discussie is die gevoerd moet worden.

    Het leek mij interessant om na te denken over de vraag of je geo-engineering op grote schaal zou kunnen inzetten, maar dan zonder technologisch oogmerk – eerder met de bedoeling bepaalde politieke doelen te bereiken. Dat wil zeggen: je niet in eerste instantie richten op het probleem dat ‘de aarde steeds verder opwarmt’, maar je richten op het onderliggende probleem, namelijk de manier waarop we met de aarde omgaan. Hoe de mens zijn eigen positie ziet in relatie tot de aarde. Het is alsof we de afstanden tussen ons als bepalend element beschouwen en niet het idee hebben dat we met zijn allen op één planeet leven. Het is bijna een conflictmodel, of in ieder geval een manier van denken waarin we onszelf afzetten tegen anderen, en dat lijkt niet echt bevorderlijk voor de vormen van grootschalige samenwerking die vereist zijn om de klimaatverandering het hoofd te bieden. De onderliggende gedachte van Pangea Optima is dan ook dat je het perspectief radicaal kunt verschuiven door – letterlijk – de plek te verschuiven waar je je bevindt – en waar je je bevindt ten opzichte van alle anderen.

    Het is, in wezen, een naïeve gedachte.

    Auteur: Eve Andrews
    Vertaler:

    Grist
    VS | grist.org

    Richt zich met serieuze achtergrondartikelen op 
de actualiteit rondom het milieu. Heeft ook een brutale en humoristische kant.

  • 7. Nú anticiperen op zelfdenkende technologie

    7. Nú anticiperen op zelfdenkende technologie

    Het tijdperk van de cyborgs en intelligente robots komt eraan. Alleen door daar nu goed op in te spelen, kunnen we de toekomst creëren die we zelf willen.

    Het tijdperk van zelfdenkende technologie is ophanden en twee enorme technologische trends komen daarin samen: onze zelfgemaakte omgevingen worden zo intelligent dat ze over bewustzijn lijken te beschikken, en wij mensen integreren zoveel technologie in onszelf dat we cyborgs worden, cybernetische organismen. Net als iedere andere revolutie in de geschiedenis van de mensheid – van de agrarische tot de industriële en de internetrevolutie – zal de opkomst van denkende technologie zowel voor- als nadelen hebben. Zijn we in staat om nu we de gevolgen van die zelfdenkende technologie nog kunnen sturen, diep en verstandig na te denken over de toekomst die we willen?

    Cyborgs

    Mensen worden cyborgs omdat er steeds meer technologie in onze biologische samenstelling wordt geïntegreerd. We produceren nu al microtechnologie die we op en in ons lichaam dragen. De komende decennia zullen we onze eigen fysieke en cognitieve vermogens opvoeren zoals we nu nieuwe hardware en software op computers installeren. Daardoor zal ons denkvermogen aan het geniale gaan grenzen en kunnen we onze hersenen straks direct aansluiten op informatienetwerken en systemen van kunstmatige intelligentie.


    Onze zelfgemaakte omgeving zal steeds meer kunstmatige intelligentie bevatten. Ten behoeve van het internet stoppen we chips en sensoren in voorwerpen, zodat ze op zelfdenkende wezens beginnen te lijken, bijvoorbeeld om de centrale verwarming, het licht en de muziek in huis met spraakcommando’s te bedienen. Als deze steeds intelligentere omgeving verbinding kan maken met de cyborgs die wij worden, zal ons bewustzijn steeds meer met de technologie verweven raken. En naarmate mens en machine nauwer met elkaar verbonden raken, zal de grens tussen de twee vervagen.

    Levensvragen

    Zelfdenkende technologie zal ons met grote levensvragen confronteren. Het is van alle tijden en culturen dat er enerzijds mystici zijn die zich verdiepen in de aard van het bewustzijn en de zin van het leven, en anderzijds technocraten die vooral willen werken aan technologie en een betere toekomst. Maar de leden van die twee groepen leven vaak langs elkaar heen en bezien elkaar met wantrouwen. Om de kwaliteit van het Tijdperk van Zelfdenkende Technologie te waarborgen, moeten ze meer naar elkaar toegroeien.

    Men kan een stad bijvoorbeeld beschouwen als een machine die ons voorziet van elektriciteit, water, onderdak, vervoer en inkomen. Of men kan de stad zien als een verzameling denkende wezens die zich geestelijk ontwikkelt en ons bewustzijn prikkelt. Beide zienswijzen zijn nodig. Zonder technocratisch management zou de stedelijke infrastructuur instorten. Zonder bloeiend geestesleven is de stad een dooie boel. En zoals een muzikant bij een geslaagd optreden het gevoel krijgt dat zijn bewustzijn versmelt met de muziek en met zijn instrument, zo kan men de toekomstige ‘uitvoeringspraktijk’ van een stad, of van een beschaving als geheel, beschouwen als een holistische synthese van bewustzijn en technologie die met elkaar versmelten.

    Er kunnen onbegrensde mogelijkheden voor zelfontplooiing ontstaan

    De geschiedenis leert ons dat beschavingen een soort ‘levensbeschouwelijke lijm’ nodig hebben om die beschaving bij elkaar te houden. Die lijm kan de vorm hebben van religieuze mythen of van een sage over oorsprong en lotsbestemming van de natie. Het concept van een wisselwerking tussen bewustzijn en technologie als pad naar een betere beschaving kan de levensbeschouwelijke lijm worden waarmee de talrijke culturen van de wereld harmonisch opgaan in een nieuwe wereldbeschaving.

    Grote gevaren

    Het pad naar een beschaving van zelfdenkende technologie kent grote gevaren. Waarschijnlijk komen de ontwikkelingen op een gegeven moment in een stroomversnelling: als kunstmatige intelligentie op basis van de feedback van wereldwijde sensornetwerken zijn eigen programmatuur kan herschrijven, zal die van minuut tot minuut intelligenter worden. Dan kan die intelligentie zo ver evolueren dat wij er onze greep op verliezen, en dat kan zowel positieve als verwoestende gevolgen hebben. Kunnen we nu, door het bedenken van verschillende scenario’s voor de toekomstige ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, verstandige beslissingen nemen 
over welk soort nieuwe software en vermogens we moeten ontwikkelen?

    De technologie voor het vergroten van onze cognitieve vermogens zal leiden tot een wereld vol genieën. Hun technologische, kunstmatig-biologische en zintuiglijke vermogens zullen zo groot zijn, dat één genie massavernietigingswapens kan produceren en gebruiken. Zo’n hypothetische figuur wordt wel een SIMAD genoemd: Single Individual Massively Destructive. We hebben inmiddels controlemechanismen, hoe onvolkomen ook, om de verspreiding van massavernietigingswapens onder naties en andere groeperingen tegen te gaan. Maar met welk controlemechanisme kun de dreiging van SIMAD’s worden ingedamd?


    En zodra we onze hersenen direct kunnen aansluiten op informatienetwerken en kunstmatige-intelligentiesystemen, rijst de vraag of ze ook gehackt en gemanipuleerd kunnen worden. Wat doen we met het gevaar van een perceptie- en informatieoorlog, en het risico van massale paranoia?

    Verder zal voortschrijdende automatisering veel werk overbodig maken. Zelfsturende auto’s maken taxi-, bus- en vrachtwagenchauffeurs overbodig. Zorgrobots kunnen veel taken van verpleegkundigen en andere zorgverleners overnemen. Kunstmatige intelligentie kan menselijke inbreng zelfs overbodig maken in de rechtspraak en het wetenschappelijk onderzoek. Zullen er door zelfdenkende technologie meer banen bij komen dan er verdwijnen? Of is massale structurele werkloosheid onafwendbaar 
en moeten we anders over economie en werk gaan denken?

    Vooruitdenken

    Als we vooruitdenken en verstandig plannen, kan de beschaving van zelfdenkende technologie nog beter worden dan we ons nu kunnen voorstellen. De kwaliteit van het maatschappelijk bestuur kan door collectieve informatiesystemen enorm worden verbeterd. Het kan eenvoudiger worden misdaad te voorkomen en op te sporen. Middelen en behoeften kunnen beter op elkaar worden afgestemd. Er kunnen onbegrensde mogelijkheden voor zelfontplooiing ontstaan. En ga zo maar door. Maar het is wel zaak om de mogelijkheden van 
het Tijdperk van Zelfdenkende Technologie nu goed te doordenken, zodat we de ontwikkeling 
van de beschaving waar we naartoe willen, zelf kunnen vormgeven.

    Auteur: Jerome Glenn

    Jerome Glenn is een van de bekendste futuristen 
ter wereld en ceo van The Millennium Project.

    (Foto boven David Vespoli / Flickr Creative Commons)

    The Millennium Project
    VS | millennium-project.org

    Onafhankelijke non-profitdenktank van futuristen, wetenschappers, beleidsmakers en zakenlui. Het ambitieuze doel is, kort gezegd, een betere wereld voor de gehele mensheid, het middel is het verschaffen en verkrijgen van informatie, zodat zowel regeringen als individuen betere beslissingen kunnen nemen ten aanzien van de planeet en van 
elkaar. Onderwerpen van onderzoek zijn schoon water, demografie, inkomstenongelijkheid, energie, voedsel, ethiek, onderwijs, georganiseerde misdaad, genderverhoudingen, oorlog en vrede. En meer. Het project is in 1996 opgericht als initiatief van enkele grote universiteiten en onderzoeksinstituten in Amerika, waaronder UNU en Smithsonian Institution, en men werkt inmiddels samen met meer dan zestig landen. Jaarlijks worden vaste rapporten uitgegeven – State of the Future, Futures Research Methodology – en daarnaast vele losse studies. De financiering komt van sponsors, waaronder universiteiten maar ook megaconcerns als Shell en Monsanto.

  • 8. Het restaurant 
dat alles van je weet

    8. Het restaurant 
dat alles van je weet

    Een hapje eten buiten de deur, daaraan zal niet zoveel veranderen, toch? Mis, aldus de Amerikaanse restaurantsite Eater.com.

    We schrijven 2040. De vernieuwende Generatie Y loopt tegen de vijftig, de milieuvriendelijke Generatie Z begint ook over haar hoogtepunt heen te raken, en nu stort de marketingwereld zich op de scholieren en studenten van ‘Generatie Alfa’ met al hun eigenaardigheden.

    Je staat voor een van de nieuwste fast-casual broodjes- en pastazaken in de stad, met een vriendin die wel vaker bij deze keten komt. Zij gaat je voor door de automatische deuren, en eenmaal binnen valt je op dat de zaak hypermodern is ingericht, met een aardse, ecologische touch: wanden die uit planten lijken te bestaan, panelen van bamboe, vloeren van kurk en verlichting op zonne-energie, met flikkerende ledlampjes in vrolijke kleuren. Prachtig hoor – alleen heb je dit schaamteloze geflirt met de milieubewuste Generatie Z al tig keer eerder gezien in dit soort zaken. Geruststellender is de kakofonie van geroezemoes en elektronische bliepjes die de ritmische klanken van de retro-hiphop overstemt.

    Smartpad

    Je vriendin haalt haar smartpad (zo’n ding dat vroeger een telefoon heette) uit haar broekzak en ontgrendelt het scherm. ‘Welkom, fijn dat je weer bij ons bent’, staat te lezen op het apparaat. Dat berichtje krijgt ze als deelnemer aan het vasteklantenprogramma van deze keten, een fenomeen dat steeds gebruikelijker wordt. Je kijkt om je heen of je ergens de zwarte beacon-paal ziet die de smartpad van je vriendin heeft gedetecteerd en haar nu die automatische berichtjes stuurt. ‘Je krijgt 10 spaarpunten! Nog 50 en je hebt recht op een gratis broodje.’

    Tijd om een plekje te zoeken. Onderweg naar het zitgedeelte achterin zie je rechts van je een paar 
zelfbedieningsautomaten staan. Onwillekeurig denk je terug aan 2015, toen fastfoodketens als McDonalds in reactie op de protestacties tegen het lage minimum‑
loon dit soort automaten introduceerden.

    Nu merk je dat die rare elektronische bliepjes die je net al hoorde, afkomstig zijn van die automaten, waar een paar haastige yuppentypes een snelle hap bestellen en afrekenen. Je ziet een jonge vrouw haar smartpad langs de automaat halen. ‘Dank je wel. Je betaling is geslaagd.’ Dan verschijnt het cijfer 34 op het scherm.

    Nu loopt de vrouw jullie voorbij, naar een groene, met mos begroeide muur met een stuk of vijftig luikjes erin. Zo’n luikjesmuur ken je van ketens als Eatsa, die een kwarteeuw geleden personeelloze restaurants openden geïnspireerd op de aloude Nederlandse automatiek. De vrouw gaat naar luikje 34, dat voorzien is van een touchscreen. Als ze ertegenaan tikt, gaat het open en haalt ze er een bruin papieren zakje uit.

    Het tafelblad, ook al een touchscreen, splitst zich in tweeën en je krijgt een menu te zien

    Intussen hebben jullie een tafeltje achterin gevonden. Je wilt al gaan zitten als je vriendin je tegenhoudt. ‘Bah, het is vies,’ zegt ze. En inderdaad, de tafel ligt vol kruimels. Je vriendin tikt op het tafelblad, dat ook al een touchscreen blijkt te zijn. Als de tafel uit zijn sluimerstand ontwaakt, tikt je vriendin op een knop met het woord ‘schoonmaken’. Meteen komt er iemand van het personeel opdraven, die volgens zijn naamplaatje Jaime heet. Jaime is gewapend met een doekje en een aluminium spuitbus. Je vraagt je af hoe lang hij hier nog zal werken, want 90 procent van de restaurants wordt tegenwoordig op afstand aangestuurd vanuit een ver computercentrum, waardoor er ter plaatse nog hooguit drie tot vijf mensen nodig zijn. Jaime heeft hier een van de weinige overgebleven minimumloonbaantjes, realiseer je je, en je denkt even terug aan je eigen eerste baantje in een fastfoodtent, toen je nog op de middelbare school zat.

    Dan valt je oog op Jaimes neongroene smartwatch. Het ding trilt en knippert terwijl hij de tafel schoonveegt. Als hij klaar is, kijkt hij naar het schermpje van zijn smartwatch, dat ‘tafel 7’ aangeeft. Voordat Jaime zich naar tafel 7 spoedt, waar dat ook wezen mag, bedank je hem voor de moeite.

    Allang geen toekomstmuziek meer: robotserveerster ‘Little Peach’ brengt de bestellingen rond in een restaurant in Yiwu, Zhejiang, China. Ze zegt:  ‘Here’re your meals, please enjoy’. – © Getty Images
    Allang geen toekomstmuziek meer: robotserveerster ‘Little Peach’ brengt de bestellingen rond in een restaurant in Yiwu, Zhejiang, China. Ze zegt: ‘Here’re your meals, please enjoy’. – © Getty Images

    ‘Waar heb je zin in?’ vraagt je vriendin, en ze legt haar smartpad op tafel. Weer komt de smarttable tot leven: ‘Welkom, fijn dat je weer bij ons bent! We bevelen je de volgende selectie aan, op basis van je vorige bezoek.’

    Om duidelijk te maken dat je vriendin ditmaal gezelschap heeft, tik je op jouw kant van het tafelblad. 
Nu splitst het scherm zich in tweeën en krijg je een menu te zien. Al swipend bekijk je het aanbod van biologische volkorenpasta’s en verse broodjes ‘in ambachtelijke stijl’ die duurzaam zijn bereid met lokale ingrediënten. Vroeger werd met ‘ambachtelijk’ nog bedoeld dat iets daadwerkelijk met de hand was gemaakt, bedenk je met een wrang lachje; nu betekent het dat het in elkaar is geflanst door robots die recepten van beroemde koks kopiëren – en die duur keukenpersoneel vervangen.
    Als je op verschillende gerechten tikt om de voedings‑
waarde en ingrediëntenlijstjes te bekijken, merk je dat praktisch alles is afgestemd op het vegetarische dieet van je gezelschap, dus swipe je door naar het complete menu. Na enig wikken en wegen zijn jullie zover om jullie keuze aan te geven.

    ‘Hoe wil je betalen?’ Je vriendin veegt met haar smartpad over het tafelblad. De menu’s verdwijnen en er komen nieuwe vensters voor in de plaats. Een nieuwslezer somt de hoofdpunten op uit het nieuws van de dag, maar dat kan je weinig boeien. Je vriendin ziet je verveeld kijken en swipet naar links. Op het scherm verschijnt een of ander dom quizje. Nu swipe je zelf naar links en krijg je een soort Zeeslagje voorgeschoteld.

    Dan ontdek je het oplaadpunt naast de tafel en besluit je meteen maar je smartpad op te laden. Je steekt de stekker van het ding in de universele oplader op zonne-
energie en stort je op het spel op het tafelblad.


    Na een minuut of vijf krijg je een melding dat je bestelling klaar is. Aan jouw kant van de tafel verschijnt nummer 21 in beeld. Je loopt naar de groene muur met de luikjes en zoekt naar nummer 21. Daar moeten je broodje en je drankje klaarstaan. Je tikt tegen het luikje, maar het gaat niet open. In plaats daarvan krijg je een berichtje te zien: ‘Download de app van ons vasteklantenprogramma en krijg 2 dollar korting bij je volgende bezoek.’ Je ziet af van de optie ‘Nee dank je’ en veegt met je smartpad langs het scherm, waarna het ding trillend de app downloadt. Nu gaat het luikje open en kun je je dienblad pakken. Je loopt terug naar je tafeltje, waar je vriendin al klaarzit met haar eigen dienblad. Het volgende uur zitten jullie gezellig te eten en spelletjes te doen, genietend van de lekker ouderwetse hiphop.

    ‘Zullen we gaan?’ vraagt je vriendin ten slotte, en ze logt de smarttable alvast uit. Jullie gaan met de dienbladen naar het recyclepunt bij de plantenwand en kieperen het grotendeels papieren afval in de recycle‑
bakken, die ook al op zonne-energie werken. Als je naar buiten loopt, voel je je smartpad trillen. ‘Was alles naar wens? Geef je bezoek een beoordeling.’ Het berichtje is verstuurd via de app die je net hebt gedownload. Je geeft vijf sterren, neemt afscheid van je vriendin en gaat naar huis, zonder je te realiseren dat dit hightechrestaurant al is voorbereid op je volgende bezoek – exact op de hoogte van je favoriete menu, tijdverdrijf en eetgezelschap.

    Auteur: Vince Dixon

    Eater.com is een Amerikaanse restaurantsite

  • 5. India bouwt stad van de toekomst

    5. India bouwt stad van de toekomst

    Binnenkort begint men in India aan de bouw van de nieuwe stad Amaravati. De futuristische metropool krijgt veel boulevards en open ruimte, 135 kilometer aan snel openbaar vervoer, en een minimale CO2-uitstoot. Volgens de krant Live Mint heeft het land op termijn honderd van dit soort steden nodig.

    Toen kort na de onafhankelijkheid van India de nieuwe stad Chandigarh werd gebouwd, noemde Jawaharlal Nehru dat project een uitdrukking van India’s geloof in de toekomst. Een dergelijke modernistische boodschap zou de huidige premier Narendra Modi ook moeten uitdragen als hij straks de eerste steen legt van Amaravati, de nieuwe hoofdstad van de deelstaat Andhra Pradesh. Steden zijn meer dan alleen een hoop stenen. Ze moeten moderniteit ademen. De ambitieuze bouwers van 
de nieuwe stad moeten lering trekken uit mislukte projecten, niet alleen in India maar wereldwijd, die wel een gigantische bouwput opleverden, maar de stedelijke Zeitgeist niet wisten te vangen.

    India kan wel eens aan de vooravond staan van een ongeëvenaarde golf van stedenbouw. Alle ogen zijn vooral gericht op Amaravati, vanwege de ambitie 
die de premier van de deelstaat, Chandrababu Naidu, daarmee toont: een ontwerp van stedenbouwkundigen uit Singapore, een oppervlakte die zes keer zo groot is als die van Madras, een gigantische infrastructuur, veel boulevards en open ruimte, 127 kilometer aan snelwegen en 135 kilometer aan snel openbaar vervoer, en een minimale CO2-uitstoot.

    Het masterplan van de nieuwe stad Amaravati.
    Het masterplan van de nieuwe stad Amaravati.

    Maar er staan nog andere projecten op stapel, 
van particuliere steden als Lavasa bij Pune tot de 
24 nieuwe steden die uiteindelijk misschien verrijzen in de industriële corridor tussen Delhi en Mumbai, en de Gujarat International Finance Tec-City, die het financiële centrum van de wereld wil worden.

    Dat zijn belangrijke initiatieven. Deze krant heeft al eerder gezegd dat India honderd nieuwe steden nodig heeft om plaats te bieden aan de groeiende bevolking, die duidelijk weg wil uit de dorpen. Daarnaast blijft hervorming van bestaande steden, op het vlak van bestuur, financiering, infrastructuur en werkgelegen‑heid, de moeite waard. Ook die steden verrezen veelal uit het niets, door de koloniale machten gebouwd als centra voor bestuur, militaire bezetting en de handel in grondstoffen voor de fabrieken van Manchester. Mettertijd werden het de woonplaatsen van een nieuwe klasse hoogopgeleiden, een groeiend leger arbeiders en de eerste Indiase zakenlieden – en 
daarmee broeinesten voor het vroege Indiase nationalisme. Maar het is geen geheim dat de meeste 
steden zuchten onder ruimtegebrek, slechte woningbouw, een verwaarloosde infrastructuur en financiële tekorten. In sommige steden zijn de economische schaalvoordelen van de stad al kleiner dan de schaalnadelen, en soms leidt dat tot spanningen tussen bevolkingsgroepen.


    Demografische achtergrond

    Het wordt dus tijd om nieuwe steden als Amaravati te bouwen. Waarom? Wel, kijk naar de demografische achtergrond. Het Indiase platteland zit in de 
versukkeling. Een van de meest interessante uitkomsten van de volkstelling van 2011 is dat de bevolking in de steden, voor het eerst sinds die telling wordt gehouden, sterker is gegroeid dan op het platteland. En 2500 woonkernen die in 2001 nog als dorp golden, zijn nu weliswaar als stad geclassificeerd, maar toch kan men deze demografische omslag niet wegwuiven als statistisch gezichtsbedrog. In vier deelstaten is de plattelands‑
bevolking in absolute cijfers gekrompen. En elders was de bevolkingsgroei op het platteland aan het eind van het decennium veel kleiner dan die in 
de steden. Dat gold ook voor deelstaten als Punjab en West-Bengalen. De groei van de plattelands-bevolking komt grotendeels op het conto van Uttar Pradesh en Bihar, twee deelstaten met enorme politieke invloed.

    De Indiërs stemmen met hun voeten. Men kan deze demografische verschuiving het best opvatten als het eind van het traditionele ideaal van Mahatma Gandhi van een land vol tevreden, utopische dorpjes. In plaats daarvan komt het modernistische, op de ideeën van [de sociale hervormer] B.R. Ambedkar geënte beeld van een volk dat voor het verstikkende dorpsleven een heenkomen zoekt in de vrijheid van de grote stad. Dat betekent dat nieuwe steden zoals Amaravati niet alleen moeten worden beoordeeld op hun fysieke infrastructuur, maar ook op hun vermogen om een cultuur te genereren die moderniteit, kosmopolitisme, economische kansen, ondernemerschap, creativiteit en culturele vrijheid stimuleert.

    Vertaler: Frank Lekens

    Live Mint
    India | oplage onbekend

    Engelstalige zakenkrant en de eerste krant van India. Richt zich op zakenlui, beleidsmakers en politici en heeft een liberale signatuur.