Waar andere Europese leiders zwijgen, spreekt de Spaanse premier zich uit tegenover Donald Trump. Maar volgens sommigen heeft hij zich verrekend.
Toen de Spaanse premier Pedro Sánchez waarschuwde dat de Verenigde Staten met hun ‘illegale’ aanval op Iran een spiraal van geweld dreigden te ontketenen, haalde hij tegelijk hard uit naar Donald Trump, iets wat geen enkele andere Europese leider aandurft. Volgens Sánchez moeten politici het leven van mensen verbeteren: ‘Het is volstrekt onaanvaardbaar dat leiders die daar niet in slagen een oorlog gebruiken om hun eigen tekortkomingen te verhullen en ondertussen de zakken vullen van een kleine minderheid – van diegenen die profiteren wanneer de wereld stopt met het bouwen van ziekenhuizen en begint met het maken van raketten.’
Zo’n sneer, een duidelijke verwijzing naar ongelijkheid en de macht van de rijken, hoor je zelden zo expliciet van een Europese leider. Sommigen proberen juist in te spelen op Trumps ijdelheid en persoonlijke belangen, bijvoorbeeld met staatsbezoeken, kostbare geschenken of zelfs golfpartijen. Anderen kiezen ervoor zijn ideologie deels over te nemen of hun meningsverschillen juist te bagatelliseren.
Maar Sánchez – de meest ervaren socialistische leider binnen de EU, en politiek linkser dan zijn Britse tegenhanger Keir Starmer – is de enige die openlijk de confrontatie met de Amerikaanse president aangaat. Omgekeerd is Sánchez voor Trumps MAGA-beweging uitgegroeid tot het ideale mikpunt: het prototype van de linkse Europese politicus die te soft zou zijn op thema’s als defensie, China en migratie. Na meer dan een jaar van opborrelende spanningen heeft de oorlog in het Midden-Oosten de strijd tussen Trump en Sánchez tot een kookpunt gebracht.
Sánchez is voor Trumps MAGA-beweging uitgegroeid tot het ideale mikpunt
De vraag is of de Spaanse leider, een zelfverklaard pacifist, te ver is gegaan: hij weigerde de VS toegang tot twee militaire bases in Spanje en haalde fel uit naar de Amerikaans-Israëlische aanvallen, die hij vergeleek met de ‘onrechtmatige’ invasie van Irak in 2003.
Trump dreigde op zijn beurt Spanje te straffen voor het blokkeren van die bases door de handel met het land stop te zetten. ‘We willen niets met Spanje te maken hebben,’ zei de Amerikaanse president, waarbij hij zinspeelde op een algeheel ‘embargo’ om de handel volledig stil te leggen.
Handel
Hoewel het tot nu toe bij harde woorden is gebleven, vragen analisten zich af of Sánchez binnenkort echt de gevolgen van Trumps woede zal ondervinden.
‘Het Iran-beleid is een misrekening voor Spanje,’ zegt Juan Luis Manfredi, docent buitenlandse politiek aan de Universiteit van Castilla-La Mancha. ‘De VS zullen wel andere havens of bases vinden voor hun operaties. Spanje wint hier niets mee en loopt het risico zich juist op een bijzonder gevoelig moment verder te profileren als politieke tegenstander.’
De Spaanse sectoren die het meest naar de VS exporteren zijn olijfolie, wijn, keramiek, elektrische apparatuur en machines. Toch is Spanje voor zijn uitvoer minder afhankelijk van de VS dan veel andere eurolanden: in 2025 ging slechts 4,6 procent van de export naar de VS, aldus de Spaanse centrale bank.
Volgens Manfredi ligt de kwetsbaarheid voor Spanje eerder bij de import van gas uit de VS. Spanje is een belangrijk Europees knooppunt voor vloeibaar aardgas (lng), waarvan de VS de afgelopen twaalf maanden goed waren voor 31 procent van de aanvoer – en in januari zelfs 44 procent, volgens de Spaanse netbeheerder Enagás. ‘Stijgende energieprijzen zouden uiteindelijk het huidige kabinet in de problemen kunnen brengen,’ aldus Manfredi.
Lange tijd pakten de ideologische verschillen tussen Trump en Sánchez voor beide kanten gunstig uit. Het opnemen tegen Trump viel goed bij Sánchez’ linkse achterban, maar ook bij Spanjaarden die hem na bijna acht jaar aan de macht minder genegen zijn.
Amanda Sloat, voormalig Europa-adviseur van oud-president Joe Biden en nu hoogleraar aan IE University in Spanje, zegt: ‘Sánchez is de Europese leider die het meest consequent en openlijk tegen Trump ingaat. Juist omdat veel andere Europese leiders bewust stil blijven, valt zijn kritiek extra op.’
‘Juist omdat veel andere Europese leiders bewust stil blijven, valt Sánchez’ kritiek extra op’
Dat is ook de MAGA-beweging niet ontgaan. Zo haalde Elon Musk, een van Sánchez’ felste critici, recent nog naar hem uit op X. Nadat de premier had voorgesteld sociale media te verbieden voor kinderen onder de zestien, schreef Musk: ‘Dirty Sánchez is een tiran en een verrader van het Spaanse volk.’
Ook de Heritage Foundation, een denktank die nauw verbonden is met de MAGA-beweging, bekritiseerde Spanje, omdat het spanningen tussen de VS en China deels wijt aan Amerikaans protectionisme. Vorig jaar, toen Sánchez zich voorbereidde op zijn derde bezoek in twee jaar aan de Chinese president Xi Jinping, waarschuwde de Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent dat nauwere samenwerking met China zou neerkomen op jezelf in de voet schieten.
Ook de Heritage Foundation stelt dat Spanjaarden in gevaar worden gebracht door wat zij een ‘onzorgvuldige’ nationale veiligheidsstrategie van Madrid noemt.
NAVO en Europa
De laatste openlijke botsing tussen Sánchez en Trump vond plaats in juni, toen de Spaanse premier weigerde in te stemmen met de nieuwe NAVO-norm om 5 procent van het bbp aan defensie te besteden. Trump verweet Spanje dat het ’gratis wil meeliften’ en dreigde het land ‘het dubbele’ te laten betalen via invoertarieven, al werd die dreiging uiteindelijk niet waargemaakt.
Door de verwevenheid van Europese productieketens is het lastig om specifiek Spaanse goederen met importheffingen te treffen zonder ook andere EU-landen te raken. Maar Trump beschikt over een breed scala aan middelen, waaronder een volledig embargo dat voor Spanje veel schadelijker zou kunnen uitpakken. Bessent ontweek onlangs op CNBC een vraag over zo’n embargo, maar zei wel: ‘De Spanjaarden brengen Amerikaanse levens in gevaar.’
Later verklaarde Karoline Leavitt, de woordvoerder van het Witte Huis, dat Spanje van koers was veranderd en had ingestemd met ‘samenwerking’ met het Amerikaanse leger. Spanje sprak dat met klem tegen: volgens minister van Buitenlandse Zaken José Manuel Albares was het standpunt ‘geen millimeter veranderd’.
In de tussentijd sprak de Franse president Emmanuel Macron in een telefoongesprek met Sánchez zijn steun uit voor Spanje.
‘We zullen niet medeplichtig zijn aan iets dat slecht is voor de wereld’
In Spanje verwijten critici de premier dat hij zijn buitenlandse beleid inzet om in eigen land politiek voordeel te behalen
Volgens Paco Camas, hoofd opinieonderzoek bij peilingbureau Ipsos in Spanje, brengt Sánchez’ verzet tegen Trump de conservatieve Partido Popular, de belangrijkste oppositiepartij, in een lastig parket, omdat haar kiezers de Amerikaanse president overwegend afwijzen. De rechts-populistische partij Vox is daarentegen eerder geneigd Trumps kant te kiezen. Volgens Camas is het conflict met Iran voor Sánchez bovendien een kans: ‘Het stelt hem in staat het initiatief te nemen, een eigen geluid te laten horen en zichtbaarder te zijn.’
Op het internationale toneel probeerde Sánchez de kritiek te pareren dat zijn standpunten onrealistisch zouden zijn. ‘Ik geloof helemaal niet dat onze houding naïef is,’ zei hij. ‘We zullen niet medeplichtig zijn aan iets dat slecht is voor de wereld en indruist tegen onze waarden en belangen, simpelweg uit angst voor mogelijke vergeldingsmaatregelen.’
De Amerikaanse president kondigde donderdag het ontslag aan van Kristi Noem, een sleutelfiguur in zijn beleid van massale deportaties van immigranten. De Republikeinse minister, die als ‘speciaal gezant’ voor Latijns-Amerika zal fungeren, wordt op 31 maart vervangen door de Republikeinse senator Markwayne Mullin, zo maakte Trump bekend op zijn sociale medium Truth Social.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Deze aankondiging lijkt Kristi Noem te hebben verrast, aangezien ze aan naaste medewerkers had verteld dat de president haar had gevraagd aan te blijven tot de tussentijdse verkiezingen, aldus een bericht in The Washington Post.
Volgens de Amerikaanse krant was Trump met name boos over het feit dat zijn minister tijdens gespannen hoorzittingen in het Congres deze week beweerde zijn goedkeuring te hebben gekregen voor een reclamecampagne van 220 miljoen dollar. Deze campagne zou bedoeld zijn om immigranten aan te moedigen terug te keren naar hun land van herkomst in plaats van te wachten op deportatie.
Door middel van een korte video gaf Donald Trump bevel tot een oorlog, zonder daarvoor toestemming te vragen aan het Congres. Volgens opinieschrijver en voormalig veteraan David French is dat ronduit gevaarlijk. ‘Het Iraanse regime verdient zijn ondergang, maar ik ben bang dat we niet meer dan de voorwaarden scheppen voor een nog groter bloedbad onder burgers, zonder dat we tegenstanders van het regime ook maar enig redelijk vooruitzicht op succes bieden.’
Acht minuten.
Zolang duurde het filmpje waarmee president Trump op sociale media zijn oorlog met Iran aankondigde. Hij ging niet naar het Congres. Hij vroeg niet om een resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Nee, hij zette misschien wel de meest monarchale stap die hij in zijn toch al monarchale tweede termijn heeft gezet: hij gaf simpelweg bevel tot een oorlog.
Ik doe voor niemand onder in mijn afkeer van het Iraanse regime. Ik zal geen traan laten om de dood van de hoogste leider ayatollah Khamenei, die zaterdag omkwam bij een luchtaanval. Mijn woede over het Iraanse bewind is persoonlijk. Toen ik in 2007 en 2008 in Irak in het leger diende, werden mannen die ik kende daar gedood of zwaar verwond door milities die door Iran werden gesteund, met wapens die door Iran waren geleverd.
Maar mijn persoonlijke afkeer gaat niet boven de grondwet, en dat zou voor iedereen moeten gelden. Zoals ik op zaterdag in een debat hierover met medecolumnisten al zei, ben ik bang dat veel mensen nu zullen zeggen: ‘Ach ja, in een ideale wereld had Trump dit eerst aan het Congres gevraagd, maar dat is een gepasseerd station.’ En zo moeten we deze oorlog juist níét benaderen.
Toestemming
Uiteindelijk komt het simpelweg hierop neer: Trump had het Congres om toestemming moeten vragen voor een aanval op Iran of hij had van een aanval moeten afzien. Zonder die toestemming verkleint hij de kans dat deze oorlog uiteindelijk een succes wordt en vergroot hij de kans dat we dezelfde fouten maken die wij, net als andere machtige landen, al vaker hebben gemaakt.
Door hierop te wijzen offer je het landsbelang niet op aan juridische proceduredwang, maar herinner je Amerikanen aan de goede redenen waarom de beslissingsbevoegdheid over oorlog en vrede zo geregeld is als in onze grondwet.
De grondwet van 1787 was vooral bedoeld om een republikeinse staatsvorm te vestigen. Daarvoor moesten de traditionele bevoegdheden van de vorst uiteengerafeld worden om ze onder te brengen bij verschillende takken van de overheid. Voor militaire aangelegenheden werd in de grondwet de bevoegdheid om een oorlog uit te roepen in andere handen gelegd dan het opperbevel over de strijdkrachten. Simpel gezegd mag Amerika eigenlijk alleen ten strijde trekken op last van het Congres, maar berust het opperbevel van de strijdkrachten in zo’n geval bij de president.
Het belangrijkste van deze grondwettelijke taakverdeling is dat vrede vooropstaat. Ons land kan alleen oorlog gaan voeren als de regering een meerderheid van het Congres ervan weet te overtuigen dat een oorlog in het landsbelang is. En dit geldt zowel voor een directe oorlogsverklaring als voor de daaraan nauw verwante toestemming voor de inzet van militair geweld, zoals bij Desert Storm in de eerste Golfoorlog, operatie Enduring Freedom in Afghanistan en operatie Iraqi Freedom in Irak.
Aan het einde van Desert Storm had de VS het Iraakse leger weggevaagd
Maar dit grondwettelijke kader doet nog veel meer: het dwingt een regering ook om haar beleid te verantwoorden. Als een president het Congres toestemming vraagt om oorlog te voeren, moet hij daarvoor niet alleen schetsen wat zijn redenen zijn, maar ook welke doelen hij zich stelt. Zo kunnen eventuele zwaktes in het pleidooi voor die oorlog worden aangewezen, en kan de slaagkans dan wel het risico op mislukking worden ingeschat.
Mij bekruipt bijvoorbeeld een akelig gevoel van déjà vu bij de suggestie dat het verzwakken van regeringstroepen door middel van luchtaanvallen zal leiden tot de omverwerping van het regime door ongewapende (of toch grotendeels ongewapende) burgerdemonstranten en de vorming van een nieuwe regering. Aan het einde van Desert Storm had de VS het Iraakse leger weggevaagd en veel meer slachtoffers gemaakt dan Israël en de VS dit weekend in Iran. Het Iraakse volk kwam in opstand en de hoop bestond dat de dictator zou worden afgezet en de democratie zou zegevieren. Maar Saddam Hoessein had nog steeds meer dan genoeg vuurkracht en genoeg trouwe aanhangers om de opstand neer te slaan, nog ruim tien jaar aan de macht te blijven en tienduizenden tegenstanders te vermoorden.
Het Iraanse regime verdient zijn ondergang, maar ik ben bang dat we niet meer dan de voorwaarden scheppen voor een nog groter bloedbad onder burgers, zonder dat we tegenstanders van het regime ook maar enig redelijk vooruitzicht op succes bieden.
En als het regime al bezwijkt, dan is er geen garantie dat het resultaat naar onze zin zal zijn. Van Irak tot Syrië en Libië hebben we al gezien dat burgeroorlog leidt tot chaos, extremisme, terrorisme en destabiliserende migratiegolven.
Afweging
In een openbaar debat in het Congres hadden deze punten allemaal afgewogen kunnen worden. De regering had ons kunnen voorbereiden op de consequenties, zoals verlies van mensenlevens en economische ontwrichting. In plaats daarvan zei Trump zaterdag in zijn summiere toespraak: ‘Dit kan moedige Amerikaanse helden het leven kosten, er kunnen slachtoffers vallen. Zo gaat dat vaak in een oorlog.’ Ja, dat kun je wel zeggen. Maar daar blijft het niet bij, verre van. Het Amerikaanse volk had meer informatie moeten krijgen. Daar had het recht op.
Er waren goede redenen om Iran aan te vallen.
Iran heeft een verdorven regime dat Amerika vijandig gezind is en militair agressief, zoals medecolumnist Bret Stephens betoogt. Het is al decennialang met de VS in conflict. Vanaf de gijzelingscrisis van 1979, toen Amerikaanse diplomaten en ambassademedewerkers 444 dagen door de Iraniërs werden gegijzeld, heeft Iran de Verenigde Staten talloze malen direct en indirect aangevallen.
Door Iran gesteunde terroristen pleegden in 1983 de bomaanslag op een kazerne in Libanon die 241 Amerikanen het leven kostte. Door Iran gesteunde terroristen waren verantwoordelijk voor de dood van 19 Amerikanen bij de bomaanslag op het wooncomplex Khobar Towers in Saoedi-Arabië in 1996. Door Iran gesteunde milities hebben in Irak honderden Amerikaanse militairen gedood.
Je mag wel stellen dat Iran al decennialang onvermoeibaar bezig is Amerikanen aan te vallen en te doden
Sinds de tweede Irakoorlog worden Amerikaanse troepen in Irak onophoudelijk door milities van Iran belaagd. Je mag wel stellen dat Iran al decennialang onvermoeibaar bezig is Amerikanen aan te vallen en te doden.
Daarnaast heeft Iran een van de meest agressieve en destabiliserende regimes ter wereld. Het steunt Hamas, Hezbollah en de Houthi’s, drie van de meest geduchte terroristische milities ter wereld, het vuurt raketten af op Israël en heeft Rusland drones geleverd voor zijn illegale invasie van Oekraïne.
En de eigen bevolking wordt hardhandig onderdrukt. Het regime drukt alle kritiek de kop in, ontneemt vrouwen de meest elementaire mensenrechten en deinst er niet voor terug om bij protesten de eigen burgers bij duizenden af te slachten.
Als je een lijstje wil maken van landen die vooral niet de beschikking moeten krijgen over een kernwapen, eindigt Iran heel hoog, zo niet bovenaan. Verhinderen dat Iran een kernwapen kan inzetten moet een van onze hoogste nationale veiligheidsprioriteiten zijn.
Maar er waren ook goede argumenten tegen een aanval.
Tegenargumenten
Zoals mijn collega Eric Schmitt eerder berichtte, is Trump door zijn stafchef, generaal Dan Caine, gewaarschuwd dat er een groot risico bestaat op slachtoffers en dat een campagne tegen Iran een zware wissel trekt op de voorraad precisiewapens, net nu die hard nodig zijn om China te weerhouden van eventuele manoeuvres tegen Taiwan.
Bovendien komt Iran nu misschien tot de overtuiging dat het zich niet meer hoeft in te houden, maar simpelweg zo veel mogelijk slachtoffers moet gaan maken onder de Amerikaanse strijdkrachten (en misschien zelfs onder Amerikaanse burgers). Het heeft al verschillende landen in de Golfregio aangevallen. Tot dusver hebben die aanvallen niet veel schade aangericht, maar het is te vroeg om daaruit op te maken dat Iran de VS of onze bondgenoten geen pijn kan doen.
En als we die verliezen lijden zonder dat we een eind maken aan een nucleair programma waarvan Trump bovendien eerder gezegd heeft dat het al ‘weggevaagd’ wás, zonder dat er uiteindelijk een nieuw regime komt (ook al is de hoogste leider nu dood) en zonder dat we demonstrerende burgers ook maar enige bescherming kunnen bieden, dan hebben we straks in feite een zinloze, dodelijke oorlog verloren.
Laat u door niemand wijsmaken dat moderne presidenten het Congres nu eenmaal overslaan. Dat we aan Trump eisen stellen die we aan niemand anders stellen. Het ministerie van Justitie liet president Bush in 2002 weten dat hij beschikte over ‘afdoende wettige en grondwettelijke gronden voor de inzet van geweld tegen Irak’, ook zonder expliciete toestemming van het Congres of een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Toch vroeg Bush eerst om die toestemming en die resolutie (die hij ook kreeg), net zoals zijn vader eerder had gedaan met operatie Desert Storm tegen Saddam Hoessein.
Er is geen nationale consensus over het besluit om Amerikaanse levens op het spel te zetten
Hoe je ook denkt over operatie Iraqi Freedom (ik stond er toen en sta er nog steeds achter), onze troepen trokken ten strijde in het besef dat een meerderheid van het Amerikaanse volk achter hen stond. Ze wisten dat politici aan beide kanten van het politieke spectrum voor die strijd hadden gestemd.
Nu zijn miljoenen Amerikanen verbijsterd door de gebeurtenissen. Er is geen nationale consensus over het besluit om Amerikaanse levens op het spel te zetten. Er is zelfs geen consensus onder de Republikeinen. Er is alleen een individuele consensus, van een grillige man die zo is losgezongen van de realiteit dat hij op Truth Social daadwerkelijk een artikel heeft doorgelinkt met de kop: ‘Iran probeerde in 2020 en 2024 de verkiezingen te verstoren om een zege van Trump te verhinderen, en kan nu weer oorlog met de VS verwachten’. Maken Trumps complottheorieën hem ook meer bereid om oorlog te voeren?
Na afloop van de Amerikaanse oorlog met Mexico schreef het kersverse Congreslid Abraham Lincoln in 1848: ‘Altijd hebben koningen hun volk meegesleept in en armer gemaakt door oorlogen, waarbij ze doorgaans, zij het niet altijd, pretendeerden dat die oorlogen in het belang van dat volk werden gevoerd. Dit vonden onze grondleggers de meest schadelijke van alle vormen van koninklijke onderdrukking, en ze besloten daarom de grondwet zo te formuleren dat niemand de macht kreeg om ons aan deze vorm van onderdrukking te onderwerpen.’ Dat waren toen wijze woorden en dat zijn ze nog steeds. Trump is geen koning, hoe hij daar zelf ook over moge denken. Maar door Amerika op eigen houtje een oorlog in te slepen, gedraagt hij zich wel zo.
David French schrijft over recht, cultuur, religie en gewapende conflicten. Hij is een veteraan van Operatie Iraqi Freedom en voormalig constitutioneel advocaat.
Hoewel inmenging door de overheid in een branche vaak ongewenst is, weten bepaalde bedrijven van Trumps beleid te profiteren.
Begin december kreeg Nvidia eindelijk toestemming om zijn meest geavanceerde halfgeleiderchips aan China te verkopen. Niet zonder voorwaarden: de Amerikaanse regering strijkt een kwart van de opbrengst op.
Deze gang van zaken spreekt boekdelen over de verhouding tussen overheid en bedrijfsleven onder Trump. Zijn regelmatige bemoeienis met de bedrijfsvoering – het opeisen van gewone of ‘gouden’ aandelen of een deel van de omzet, het aansporen van bedrijven om hun prijzen te verlagen of medicijnen via een overheidswebsite te verkopen – is een vorm van staatskapitalisme, waarbij de staat niet per se eigenaar is van bedrijven, maar zijn aanzienlijke invloed gebruikt om hun gedrag te sturen.
‘Wat er ook voor nodig is om in China te kunnen verkopen, wij vinden het best’
Staatskapitalisme is tweerichtingsverkeer. Door zich te conformeren aan Trumps agenda krijgen veel bedrijven een voorkeursbehandeling, bijvoorbeeld op het gebied van hun handel met China, de invoerheffingen, de regelgeving voor hun sector en de toestemming om fusies aan te gaan. Met andere woorden, staatskapitalisme dient niet alleen de belangen van de staat, maar ook die van een bevoorrechte groep kapitalisten.
Nvidia betaalt in feite voor een licentie die voorheen gratis was, maar heeft daar geen bezwaar tegen gemaakt. Het bedrijf krijgt immers toegang tot een lucratieve markt die anders gesloten zou blijven. Afgelopen augustus, kort nadat Trump voor het eerst een afdracht van 15 procent had bedongen, zei Nvidia-CEO Jensen Huang in een interview: ‘Wat er ook voor nodig is om in China te kunnen verkopen, wij vinden het best.’
Of deze innige relatie tussen de staat en een selectieve groep kapitalisten wel zo goed is voor de VS, is een andere vraag.
‘Tussenvorm’
Staatskapitalisme is geen socialisme dat alle productiemiddelen in handen van de staat legt, maar het is ook geen laissez-fairekapitalisme. Het is een soort tussenvorm die elders ter wereld in verschillende varianten al langer gemeengoed is. Het was ooit populair in Japan en West-Europa en blijft in wisselende mate een prominente rol spelen in China, Rusland en andere landen.
Het opkopen van aandelen of het vorderen van een productielijn waren stappen die de Amerikaanse overheid vroeger alleen zette in noodsituaties, zoals bij corona of de financiële crisis. Onder Trump is het dagelijkse praktijk geworden.
‘Ik vind dat we belangen in bedrijven moeten nemen,’ zei Trump onlangs tegen The Wall Street Journal. ‘Sommige mensen zullen zeggen dat dat niet erg Amerikaans klinkt. Ik vind het juist heel Amerikaans.’
‘Ik vind dat we belangen in bedrijven moeten nemen. Sommige mensen zullen zeggen dat dat niet erg Amerikaans klinkt. Ik vind het juist heel Amerikaans’
Binnenskamers moeten veel bedrijfsleiders niets hebben van zijn inmenging, zoals ze ook bezwaar hebben tegen zijn aanvallen op de centrale bank en op advocatenkantoren en mediabedrijven die hem tegenwerken. In het openbaar zwijgen ze meestal of steunen ze hem zelfs.
Daar zijn verschillende redenen voor, waar angst een van is. Instemming met de bredere agenda van de president is een andere. Na de regeldrang onder voormalig president Joe Biden zijn velen ingenomen met Trumps bedrijfsvriendelijke aanpak. Hij draait bedrijfsregelgeving en -toezicht terug, staat meer fusies toe en ondertekent wetten die de belasting voor bedrijven verlagen.
De meeste zakenmensen zien het liefst een terughoudende overheid die hen hun gang laat gaan. Maar dat zit er met Trump niet echt in. Dus proberen ze veelal met hem en zijn naaste adviseurs samen te werken aan wat voor hen van belang is. Zo beloofde Pfizer de prijzen van sommige geneesmiddelen voor Amerikaanse afnemers te verlagen, een aantal geneesmiddelen via de overheidswebsite TrumpRx te verkopen en in binnenlandse productie te investeren, allemaal in ruil voor een verlaging van invoertarieven. Pfizer-topman Albert Bourla betuigde op een bijeenkomst in het Witte Huis zijn dank aan Trump en beloofde dat deze ‘historische’ overeenkomst tegemoetkwam aan de door Trump geëiste verlaging van de medicijnkosten.
Silicon Valley
Dat de staat en het kapitalisme op één lijn zitten kwam het duidelijkst naar voren tijdens de jacht op kunstmatige intelligentie (AI). Silicon Valley en Trump zijn het erover eens dat de AI-wedloop van vitaal belang is voor de economische groei en de strategische voorsprong op China.
Silicon Valley heeft zich vanaf het prille begin achter Trump geschaard. Topmensen uit de sector woonden zijn inauguratie bij. De volgende dag kondigde de president in het Witte Huis een AI-infrastructuurproject aan ter waarde van 500 miljard dollar, Stargate genaamd, onder leiding van Open AI, Oracle en SoftBank.
Ondertussen heeft Trump de prioriteiten van de sector krachtig gesteund. Hij trok Bidens AI-richtlijnen op het gebied van nationale veiligheid en volksgezondheid in en drong aan op versterking van het energienet om aan de enorme elektriciteitsbehoefte van AI te voldoen. Begin december ondertekende hij nog een presidentieel besluit om staten te straffen die AI reguleren. Belangrijke technologische importproducten, zoals chips van Nvidia en iPhones van Apple, zijn tot nu toe grotendeels vrijgesteld van importheffingen.
De regering-Trump stimuleert de AI-sector niet alleen, maar is er ook zelf actief in
De regering-Trump stimuleert de AI-sector niet alleen, maar is er ook zelf actief in. Kort nadat Trump een belang van 10 procent in Intel eiste en kreeg, investeerde ook Nvidia in het bedrijf, dat een leverancier én een potentiële concurrent is.
En dat was nog maar een van de vele vestzak-broekzakdeals waarbij de scheidslijnen tussen concurrenten, afnemers en soms zelfs de overheid vervagen. Nvidia heeft ook geïnvesteerd in OpenAI, Anthropic en xAI, die allemaal Nvidia-chips gebruiken. Microsoft, dat de rekenkracht levert aan OpenAI en Anthropic, heeft in beide geïnvesteerd. SoftBank heeft geïnvesteerd in OpenAI, en OpenAI heeft een optie om aandelen te kopen van AMD, een concurrent van Nvidia.
‘Circulaire AI-deals zijn geen rechtstreekse acquisities, maar eerder partnerschappen en gezamenlijke investeringen,’ zegt Doha Mekki, die tijdens de eerste termijn van Trump en onder Biden werkzaam was bij de antitrustafdeling van het ministerie van Justitie. ‘Maar als je er een diagram van maakt, beginnen de combinaties verdacht veel op trusts te lijken.’
Als AI, zoals door velen wordt gevreesd, een zeepbel is, vormt het uiteenspatten daarvan een gevaar voor het kapitaal waarmee de datacenters en de economische groei van de VS gefinancierd worden. Sommigen in Silicon Valley zijn zich bewust van deze risico’s en vinden dat Washington de sector moet steunen, zoals in het verleden ook met de banken is gebeurd. OpenAI heeft aangedrongen op ‘federale subsidies, overeenkomsten over kostendeling, leningen of kredietgaranties’ om de capaciteit en de veerkracht van de sector te vergroten.
Landskampioen Nvidia
Geen enkel Amerikaans bedrijf voldoet beter aan het profiel van landskampioen dan Nvidia, dat een dominante marktpositie heeft op het gebied van grafische processors die worden gebruikt bij het trainen en interpreteren van AI-modellen.
De regering-Biden en aanvankelijk ook de regering-Trump verboden Nvidia om veel van zijn meest geavanceerde chips aan China te verkopen. Omdat AI-vaardigheid als cruciaal wordt beschouwd voor economische en militaire dominantie, was het verbod bedoeld om de opmars van belangrijke Chinese ontwikkelaars van AI-modellen zoals DeepSeek te vertragen.
Nvidia-topman Huang heeft daarover herhaaldelijk gesprekken gevoerd met Trump en anderen binnen de overheid en in het Congres. Hij hamerde erop dat verkoop van zijn chips aan China juist zou bijdragen aan behoud van de Amerikaanse voorsprong, omdat Chinese ontwikkelaars dan afhankelijk bleven van Amerikaanse technologie. Zonder Amerikaanse chips, zei hij eerder deze maand in het Center for Strategic and International Studies, ‘gaan ze hun eigen volledige technologielijn bouwen. En als ze die eenmaal hebben, gaan ze hem zo snel mogelijk exporteren.’
Vóór Trump had ook Biden al een industriebeleid geïntroduceerd waarbij bepaalde sectoren door de overheid werden gesubsidieerd. Hij tekende de door zowel Republikeinen als Democraten gesteunde CHIPS Act, in het kader waarvan miljarden dollars aan subsidie naar Intel en andere bedrijven werden doorgesluisd voor de bouw van faciliteiten die geavanceerde chips konden produceren, zoals die van Nvidia.
‘[China gaat zijn] eigen volledige technologielijn bouwen. En als ze die eenmaal hebben, gaan ze hem zo snel mogelijk exporteren’
Maar anders dan Biden vindt Trump dat die hulp Washington ook financieel ten goede moet komen. De regering heeft belangen genomen in bedrijven waarmee ze contracten en leningen heeft afgesloten voor het vergroten van de aanvoer van kritieke mineralen. Minister van Binnenlandse Zaken Doug Burgum zei tegen The Wall Street Journal dat die belangen in eerste instantie zullen worden beheerd door een staatsinvesteringsfonds.
Trump heeft de Intel-subsidie omgezet in aandelen. Ondanks de verwatering van het pakket van bestaande aandeelhouders steeg het aandeel Intel. Beleggers gokken erop dat de federale overheid Intel meer omzet zal bezorgen, zoals Beijing dat ook doet voor zijn landskampioenen.
Misschien was het pleidooi van Huang en Sacks voor chipverkoop aan China op zichzelf al genoeg om de regering te overtuigen. Maar het marktaandeel van 25 procent heeft vermoedelijk wel geholpen.
Het risico is natuurlijk dat de winst van het ministerie van Financiën op Intel en de verkoop van chips aan China de aandacht afleiden van de nationale veiligheid. Sinds Intel bijvoorbeeld zijn CHIPS-subsidies in aandelen heeft omgezet, is het bedrijf niet langer gehouden aan de voorwaarden die de regering-Biden aan die subsidies had verbonden, namelijk dat bepaalde types geavanceerde halfgeleiders alleen in de VS worden geproduceerd.
Vriendjespolitiek
Staatskapitalisme wordt geacht het land ten goede te komen. Machthebbers komen echter gemakkelijk in de verleiding de belangen van de staat gelijk te stellen aan hun eigen belangen, zodat staatskapitalisme steeds meer op vriendjespolitiek gaat lijken.
Skydance Media, een door David Ellison geleide filmstudio, stemde vorig jaar in met een fusie met Paramount Global. Trumps toezichthouders keurden de fusie pas goed nadat Paramount had geschikt in een rechtszaak die Trump had aangespannen tegen de CBS-nieuwsdivisie van Paramount over de montage van een interview met de Democratische presidentskandidaat Kamala Harris.
Paramount, dat nu onder leiding staat van diezelfde Ellison, heeft inmiddels een bod uitgebracht op Warner Bros. Discovery, dat al heeft toegezegd zijn studio’s en de streamingdienst HBO Max aan Netflix te verkopen. President Trump heeft gezegd dat Warners nieuwszender CNN een andere eigenaar moet krijgen, welk bedrijf Warner ook overneemt. Ellison heeft functionarissen van de regering-Trump verzekerd dat hij, als hij Warner zou kopen, ingrijpende veranderingen zou doorvoeren bij CNN, een zender die regelmatig Trumps woede wekt. Trumps schoonzoon Jared Kushner doet ook mee aan de bieding. De financiering komt grotendeels van Ellisons vader Larry Ellison, een Trump-aanhanger met een meerderheidsbelang in Oracle.
In andere landen die staatskapitalisme kennen zou de uitkomst al vaststaan. In Rusland, Hongarije, Turkije en India zijn de kritische media allemaal opgekocht en monddood gemaakt door eigenaren die warme banden hebben met het regime. In de VS staat het nog te bezien wie het laatste woord heeft: de markt of de staat.
Leden van zijn eigen partij zijn kritisch over het idee
De Amerikaanse president herhaalde dinsdag zijn oproep om het kiesstelsel in de Verenigde Staten te nationaliseren, ondanks dat leden van zijn eigen partij het idee bekritiseerden, meldt The New York Times.
De Republikein verklaarde dat hij vindt dat de federale overheid moet kunnen ingrijpen in verkiezingen die volgens hem zijn beïnvloed door corruptie. Daarmee bevestigde hij zijn standpunt dat de federale overheid de wetten van de staten moet overrulen door de controle over lokale verkiezingen over te nemen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De dag ervoor had Trump soortgelijke opmerkingen gemaakt tijdens een interview met de conservatieve podcaster Dan Bongino. In de Verenigde Staten worden verkiezingen georganiseerd door de staten, niet door de federale overheid.
‘De verkiezingsclausule van de Grondwet is glashelder,’ aldus verkiezingsrechtsexpert David Becker dinsdag op CBS News. ‘Dit is een van de thema’s die de grondleggers van de Verenigde Staten expliciet hebben vastgelegd om te voorkomen dat de uitvoerende macht haar gezag over verkiezingen zou uitoefenen.’
Trumps Vredesraad, de Board of Peace, is een omstreden initiatief dat voortkomt uit de plannen voor de wederopbouw van Gaza. Critici zien er een project in dat Palestijnse zelfbeschikking ondermijnt en politieke schijnoplossingen verkoopt. Anderen stellen juist dat Trumps onconventionele aanpak beweging kan afdwingen waar klassieke diplomatie vastloopt.
Ja: ‘Ambitieus én ridicuul – maar ondanks de kleine kans op succes kan de Vredesraad toch nuttig zijn’
De door president Donald Trump voorgestelde Vredesraad wil functioneren als een soort vervanging van de Verenigde Naties. ‘Dat klinkt ambitieus én ridicuul – maar kan ondanks de kleine kans op succes toch nuttig zijn’, schrijft Dan Perry, voormalig hoofdredacteur van The Associated Press in Europa, Afrika en het Midden-Oosten, voormalig voorzitter van de Foreign Press Association in Jeruzalem en auteur in The Forward, een Amerikaanse nieuwsorganisatie voor een Joods-Amerikaans publiek.
‘Realistisch gezien zou het voor elk land een vergissing zijn om zijn veiligheid in handen te leggen van een mechanisme dat persoonlijk door Trump wordt gecontroleerd. Een dergelijke structuur – met de macht in handen van één man – is onverenigbaar met democratische principes, transparantie en de rechtsstaat. Dit maakt dat de Board of Peace geen toekomst heeft als instrument voor wereldvrede.’ Perry benadrukt daarnaast dat de VN ook ernstige tekortkomingen hebben, ‘met name de anti-Israëlische vooringenomenheid van de VN, vooral in organen als de Mensenrechtenraad. Maar het feit dat de VN niet goed functioneren, betekent niet dat ze gemakkelijk te vervangen is.’
Het voorstel van Trump zou de tekortkomingen van de VN bovendien niet corrigeren, en geldt dus niet als legitiem alternatief. ‘Kijk maar naar het gedrag van Trump de afgelopen tijd.’ De agressie tegenover Groenland heeft het NAVO-bondgenootschap diep geschokt. ‘Een ineenstorting van de NAVO is waarschijnlijk het laatste wat je wilt als vrede je na aan het hart ligt. Deze Vredesraad is dus ridicuul, onwerkbaar en mogelijk ronduit gevaarlijk. Er is één reden waarom ik aarzel om het volledig te veroordelen: Gaza.’
‘De dwingende stijl van Trump kan voor beweging zorgen waar traditionele diplomatie vastloopt’
Wat betreft de rampzalige oorlog in Gaza heeft het ingrijpen van Trump volgens Perry goed uitgepakt. ‘Zijn hardhandige optreden dwong Netanyahu om in te stemmen met een staakt-het-vuren, waardoor tientallen gijzelaars en nog veel meer Gazanen werden gered.’
Trump geeft zich volgens Perry bovendien niet makkelijk gewonnen. ‘Als hij druk blijft uitoefenen, waardoor de greep van Hamas op Gaza verzwakt, dan kan de Vredesraad van groot belang zijn. Zelfs als de structuur ervan onverdedigbaar is.’
Perry erkent dat het Midden-Oosten de afgelopen decennia geen tekort heeft gehad aan mislukte vredesprocessen. ‘Maar er is wel een tekort aan actoren die bereid zijn om ondanks enorme obstakels de nodige veranderingen door te voeren. De stijl van Trump is dwingend, transactioneel en vaak roekeloos, maar kan voor beweging zorgen waar traditionele diplomatie vastloopt.’ En in Gaza is beweging van cruciaal belang.
‘Deze twee dingen kunnen dus naast elkaar bestaan: Trumps groteske Vredesraad ondermijnt de betekenis van diplomatie. En tegelijkertijd kan Trumps aanpak in dit specifieke geval heel nuttig zijn. Ondanks alle redenen om sceptisch te zijn, is het daarom de moeite waard af te wachten wat het oplevert.’
Dan Perry is voormalig Midden-Oostenredacteur in Caïro en Europa/Afrika-redacteur in Londen bij Associated Press. Hij was voorzitter van de Foreign Press Association in Jeruzalem en schreef twee boeken over Israël. Hij schrijft opiniestukken voor onder andere Newsweek en The Forward.
Nee: ‘De voorstellen zien er misschien indrukwekkend uit, maar inhoudelijk gezien zijn ze hol’
De verwoesting van Gaza vraagt om een serieuze wederopbouw. Woningen, ziekenhuizen, scholen, boerderijen, cultureel erfgoed en basisinfrastructuur liggen in puin. ‘De humanitaire nood is onmiskenbaar. Maar urgentie mag nooit een excuus worden voor valse hoop, spektakel en symboolpolitiek’, schrijft Sultan Barakat, hoogleraar openbaar beleid aan de Hamad Bin Khalifa University en honorair hoogleraar aan de University of York, in Al Jazeera.
‘Terwijl Donald Trump en verschillende wereldleiders in Davos bijeenkwamen om het handvest van de zogenaamde Board of Peace te ondertekenen en glanzende wederopbouwplannen te onthullen, gingen de moorden in Gaza gewoon door.’ Sinds het staakt-het-vuren op 10 oktober van kracht werd, zijn er 480 Palestijnen gedood. Vier van hen werden gedood op de dag dat het handvest werd ondertekend door negentien ministers en staatsvertegenwoordigers.
De plannen voor Gaza omvatten onder andere een havengebied, een vliegveld, luxe appartementen en wolkenkrabbers. ‘De voorstellen zien er misschien indrukwekkend uit en klinken hoopvol, maar inhoudelijk gezien zijn ze hol.’ Ze gaan volgens Barakat namelijk voorbij aan de echte oorzaken van het conflict. ‘De mooie praatjes van Trumps adviseur en schoonzoon Jared Kushner duiden Gaza niet aan als een getraumatiseerde samenleving, maar als kans om te investeren in luxe woningen, commerciële zones, datacentra en strandpromenades.’
‘Geen enkele skyline kan politieke uitsluiting compenseren’
Een opvallende tekortkoming van het ‘masterplan’ is dat de Palestijnen zelf systematisch worden uitgesloten van het vormgeven van hun toekomstvisie. ‘De vastgoedplannen worden onthuld in conferentiezalen voor de elite, maar niet besproken met de mensen wier wijken met de grond gelijk zijn gemaakt.’ Zonder Palestijnse inspraak heeft het plan volgens de auteur geen legitimiteit; ‘Een gebied dat militair belegerd, economisch afgesloten en politiek onderworpen blijft, zal nooit een duurzaam herstel bereiken.’
De plannen voor Gaza vallen samen met de oprichting van de Vredesraad. ‘De naam Board of Peace suggereert neutraliteit en collectief bestuur, maar in werkelijkheid ligt de macht en het initiatief bij Trump.’ De plannen berusten bovendien op een volgens Barakat valse aanname: dat economische groei politieke rechten kan vervangen. ‘Mensen verzetten zich niet alleen omdat ze arm zijn; ze verzetten zich omdat ze geen waardigheid, veiligheid, vrijheid van meningsuiting en zelfbeschikking hebben. Geen enkel masterplan kan deze realiteit omzeilen. Geen enkele skyline kan politieke uitsluiting compenseren.’
Dit betekent niet dat Gaza moet wachten op totale vrede alvorens te kunnen worden herbouwd, benadrukt Barakat. ‘Het herstel moet dringend worden voortgezet. Maar de structuren die de onderdrukking in stand houden moeten worden ontmanteld, in plaats van verankerd in beton en bestemmingsplannen.’
Zolang dat ontbreekt, dreigt de Board of Peace precies te worden wat hij lijkt: ‘een sterk staaltje zandkastelendiplomatie – indrukwekkend voor het wereldpubliek, geruststellend voor elites en gedoemd weg te spoelen bij de eerste serieuze golf van politieke realiteit.’
Sultan Barakat is hoogleraar openbaar beleid aan de Hamad Bin Khalifa University, erehoogleraar aan de University of York en lid van de Raoul Wallenberg Institute ICMD Expert Reference Group. Hij staat bekend als pionier op het gebied van onderzoek naar door oorlog verscheurde samenlevingen en hun herstel. Professor Barakat richtte het Centrum voor Conflict- en Humanitaire Studies op aan het Doha Institute for Graduate Studies.
Trumps ‘big beautiful bill’ heeft de vermogendste 10 procent financieel bijgestaan, terwijl gezinnen met lagere inkomens er gemiddeld door achteruitgaan. Hierdoor wordt het verschil tussen arm en rijk alleen maar groter.
In Greenwich, Connecticut, kun je bij juwelierszaak Shreve, Crump & Low voor 210.000 dollar een ‘Grand Sport Tourbillon’-horloge van Laurent Ferrier kopen. Ze hebben het druk. ‘We boffen hier in Greenwich,’ zegt mede-eigenaar Bradford Walker. De luxe Zwitserse horloges, diamanten, saffieren en smaragden waarin de winkel gespecialiseerd is, lopen allemaal goed. ‘De vraag is het afgelopen half jaar zelfs gestegen.’
In de gemeente Bridgeport, een half uurtje rijden verderop, is ook sprake van toegenomen vraag – maar naar heel andere dingen. Hier is het dringen bij de voedselbanken en de gaarkeukens nu steeds meer gezinnen met lage inkomens gebukt gaan onder de stijgende kosten van levensonderhoud. ‘Ik leef nu van de hand in de tand,’ zegt de in Jamaica geboren Roselyn Macdonald, die eieren komt halen bij de voedselbank in The Hollow, een arme immigrantenwijk in Bridgeport. Ze is werkloos en heeft moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.
Dit is echt een verhaal van twee werelden: twee stadjes op nog geen vijftig kilometer van elkaar die het tegenwoordig zo verschillend vergaat dat ze elk in een ander land lijken te liggen. Samen staan ze symbool voor de groeiende welvaartskloof in Amerika, waar de rijken steeds rijker worden terwijl de huishoudens met lagere inkomens kampen met een stagnerende of zelfs dalende levensstandaard. Door die groeiende ongelijkheid is het thema van de koopkracht met stip gestegen op de politieke agenda, en dat is een probleem voor de Republikeinse partij in de tussentijdse verkiezingen dit jaar en voor de slagkracht van Trump als president.
Er is bijna geen county in Amerika waar de inkomenskloof zo groot is als hier in Fairfield, waar de gemeenten Greenwich en Bridgeport liggen. In Greenwich, de thuisbasis van hedgefondsen als AQR, Viking Global Investors en Lone Pine Capital, bedroeg het gemiddelde bruto-inkomen per belastingbetaler in 2023 687.000 dollar. In Bridgeport amper meer dan een tiende daarvan: net 70.500 dollar. En dat verschil is de afgelopen jaren gegroeid. ‘De kloof neemt niet af, maar toe,’ zegt David Rabin, voorman van de lokale non-profitorganisatie Greenwich United Way.
De ’big beautiful bill‘
De belangrijkste wet die de Republikeinen er dit jaar doorheen hebben gekregen, de ‘big beautiful bill’ die Trump in juli tekende, heeft de situatie voor sommige huishoudens alleen maar verslechterd. Die wet verlaagt de belastingen voor de rijken, maar verlaagt ook het overheidsbudget voor Medicaid, het met belastinggeld betaalde programma van ziektekostenverzekeringen voor lage inkomens, en het zogenaamde SNAP-programma voor voedselbonnen. Volgens het Congressional Budget Office, een politiek neutrale overheidsinstantie, gaat de armste 10 procent van de huishoudens er door die wet zo’n 1600 dollar per jaar op achteruit, terwijl de welvarendste 10 procent 12.000 dollar rijker wordt.
Nationale cijfers bevestigen dat beeld. Uit de index voor het consumentenvertrouwen van de universiteit van Michigan blijkt dat mensen met een beleggingsportefeuille veel positiever denken over de economie dan mensen die geen aandelen bezitten: onder die laatsten is het vertrouwen gedaald tot het laagste punt sinds de universiteit dit in 1998 begon te peilen. En dat verschil is in Fairfield County goed zichtbaar. In Greenwich en andere rijke gemeenten zoals Darien en New Canaan ‘zijn de netto-inkomens en de vermogens van mensen gestegen naarmate de huizenprijzen en de beurskoersen omhoog schoten,’ aldus Mark Abraham van DataHaven, een non-profitorganisatie in Connecticut die openbare cijfers over maatschappelijke trends verzamelt. ‘Maar de grote meerderheid, mensen die aan het begin van hun werkende leven staan of nog geen eigen huis of aandelenportefeuille hebben, die hebben moeite om het hoofd boven water te houden,’ zegt Abraham.
Volgens Mendi Blue Paca, hoofd van de Fairfield County’s Communities Foundation, een stichting die goede doelen steunt, was er in deze regio zes jaar geleden amper nog sprake van dakloosheid, maar rijzen de cijfers sinds corona weer ‘de pan uit’. ‘De opvangcentra zitten tjokvol, de voedselbanken kunnen de vraag niet meer aan,’ zegt ze. ‘En het zijn niet alleen mensen onder de armoedegrens die daar eten komen halen, maar ook werkende armen die nu niet meer genoeg te eten hebben.’
‘De opvangcentra zitten tjokvol, de voedselbanken kunnen de vraag niet meer aan’
In Greenwich, met zijn villa’s aan het water, privéstranden en Lamborghini-dealers, spelen die problemen praktisch niet. De gemiddelde prijs van een woning, vorig jaar nog 3,1 miljoen dollar, was er in juli gestegen tot 3,5 miljoen. Het stadje profiteert van beurskoersen die dit jaar bijna recordhoogtes bereikten: de HFRI Fund-Weighted Composite Index, de barometer voor de mondiale hedgefondssector, steeg in november met 11 procent, bijna de hoogste stijging sinds 2016. ‘Er zijn hier veel mensen die veel geld verdienen,’ zegt Bruce McGuire, hoofd van de belangenvereniging Connecticut Hedge Fund Association. ‘De winkels en restaurants aan Greenwich Avenue boeren zo te zien allemaal heel goed.’
Niettemin groeien de problemen ook in Greenwich, waar 9 procent van de inwoners onder de federale armoedegrens zit. Gezinnen met lage en middeninkomens hebben volgens Rabin vaak grote moeite om de 151.000 dollar per jaar te verdienen die je er bij elkaar kwijt bent aan huur, voedsel en kinderopvang. ‘Bijna een derde van de inwoners is maar één loonstrookje van een financiële schipbreuk verwijderd,’ zegt hij. Hij wijst erop dat door de wet van Trump ongeveer een kwart van de 850 inwoners van Greenwich die voorheen voedselbonnen kregen, daar nu niet meer voor in aanmerking komt.
In Bridgeport hakt de wet er nog veel harder in. Een groot deel van de inwoners is daar afhankelijk van Medicaid en de voedselbonnen van SNAP, zegt Rhonda Neal, hoofd van hulporganisatie Bridgeport Rescue Mission: ‘Met bezuinigingen daarop tref je werkende armen, ouderen en kinderen.’ De groeiende behoefte aan hulp is goed zichtbaar in het Thomas Merton Family Center in Bridgeport, waar een lange rij alleenstaande mannen en echtparen staat te wachten op een bord pasta. ‘We zien hier elke dag weer nieuwe gezichten,’ zegt hoofdkok Kelemen. Vier jaar geleden lunchten er dagelijks zo’n 125 tot 150 mensen. ‘Dat zijn er nu 200 tot 250.’ Juan Cardona is een typische klant, een dakloze ex-gedetineerde die in een tent woont. ‘Het is zwaar in Bridgeport,’ zegt hij. ‘Maar het kan alleen maar beter worden.’
Klachten over ‘onbetaalbare boodschappenprijzen’ worden door Trump afgedaan als ‘boerenbedrog’. Maar hij hamert er ook op dat zijn regering zich inzet voor een daling van de prijzen. Op 17 december gaf hij in een toespraak in het Witte Huis zijn voorganger Joe Biden de schuld van de hoge kosten van levensonderhoud en stelde hij dat zijn regering momenteel bezig is de inflatie ‘de kop in te drukken’. In Bridgeport geloven ze er niks van. ‘Trump liegt dat het gedrukt staat,’ zegt Robert Walsh, een dakloze man die als coördinator van de voedselbank op het Thomas Merton Family Center werkt. ‘Hij zei dat hij als president vanaf de eerste dag de prijzen zou laten dalen. Maar ze zijn alleen maar enorm gestegen.’
De gelauwerde Amerikaanse schrijver George Packer wil vasthouden aan het idee dat Amerika en democratie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Van je land houden in het Amerika van Trump voelt alsof je in een rechtszaal zit waar een dierbare voor een afschuwelijke misdaad wordt berecht. Naarmate de berg met gruwelijk bewijsmateriaal zich dagelijks ophoopt, neemt schaamte de overhand en begin je je af te vragen hoe je in godsnaam nog iets om deze persoon kunt geven. Wordt het geen tijd om te accepteren dat je naaste reddeloos verloren is? Toch blijf je komen, blijf je naar je dierbare lachen en zwaaien, blijf je hopen dat er ontlastend materiaal aan het licht komt, probeer je te geloven dat je land in wezen wel fatsoenlijk is. Vaderlandsliefde is al net zo’n veelgelaagd en ingewikkeld fenomeen als familieliefde. Het is een gevoel dat volstrekt onwrikbaar en onvoorwaardelijk kan zijn, of juist kan meebewegen – of zelfs volledig wegsterven – met de golfbeweging van het morele karakter van je land. Het kan verbonden zijn aan een huis, een graf, een landschap, een bloedband, een gedeeld verleden, een etnische of religieuze identiteit, een groep geestverwanten of een bepaald gedachtegoed. Toen Alexis de Tocqueville in de jaren 1830 door de Verenigde Staten reisde, meende hij een verschil te zien tussen het patriottisme in Amerika en de vaderlandsliefde in het aan tradities vastgebakken, hiërarchische Europa, waar de mens ‘aan zijn geboorteplaats gebonden’ was door een ‘instinctief, belangeloos en ondefinieerbaar gevoel’.
In de jonge republiek zag Tocqueville eerder een ‘bezonnen patriottisme’, meer verstandelijk strevende burgerzin dan passie: ‘Het gaat gelijk op met de verspreiding van kennis, wordt gevoed door de wet, groeit door de uit- oefening van burgerrechten en wordt uiteindelijk verward met het individuele belang van de burger.’ Dit democratisch patriottisme berustte volgens Tocqueville op een geloof in gelijkheid, onvervreemdbare rechten en de instemming van het volk – kortom, op het gedachtegoed en de uitwerking van de Onafhankelijkheidsverklaring. Maar dat universele credo kan niet bestaan bij de gratie van abstracte begrippen alleen. Wil het iets te betekenen hebben, en überhaupt kunnen voortbestaan, dan vereist het de actieve deelname van burgers.
Abraham Lincoln
Ook Abraham Lincoln wees er in zijn befaamde toespraak bij Gettysburg op dat zelfbestuur alleen behouden blijft als vaderlandslievende burgers ervoor willen vechten. Zijn politieke rivaal in de Senaatsverkiezingen van 1858, Stephen A. Douglas, was een voorstander van slavernij die alleen de afstammelingen van Britse kolonisten tot het Amerikaanse volk wilde rekenen. In de verkiezingscampagne zette Lincoln hem te kijk als iemand die de Onafhankelijkheidsverklaring te schande maakte door de helft van de bevolking uit te sluiten: al die immigranten die hun band met de VS niet dankten aan hun afstamming, maar aan de stichting van die republiek zelf. ‘Zij mogen zich er met evenveel recht mee verbonden voelen als waren zij van hetzelfde bloed en hetzelfde vlees als de schrijvers van de Onafhankelijkheidsverklaring, en dat doen zij ook,’ zei Lincoln. ‘Dat is de stroomkabel die de harten van alle vaderlandslievende en vrijheidslievende mensen verbindt, en die vaderlandslievende harten zal blijven verbinden zolang er nog liefde voor de vrijheid in de hoofden van mensen op aarde leeft.’
De tekst van de Onafhankelijkheidsverklaring vormde de grondslag voor Lincolns vaderlandsliefde en de recht- vaardiging voor zijn politiek. Hij noemde Thomas Jefferson ‘de man die in de heksenketel van het streven naar de nationale onafhankelijkheid van één volk de koelbloedigheid, de vooruitziende blik en de bekwaamheid bezat om aan een louter revolutionair document een abstracte waarheid toe te voegen die van toepassing was op alle mensen van alle tijden, en die waarheid daarin zo te verankeren dat ze nu en voor altijd als verwijt en hinderpaal op het pad staat van elke nieuwe voorbode van tirannie en onderdrukking’. Het was op grond van die waarheid dat Lincoln de slavernij afschafte en de Burgeroorlog won.
Al sinds de stichting van de republiek laait geregeld de vraag op of patriottisme een kwestie is van democratisch idealisme of van Amerikaanse afkomst. De scheidslijn in dat debat valt niet altijd simpelweg samen met die tussen links en rechts. Een groot deel van de Democratische partij kenmerkte zich tot halverwege de vorige eeuw door een combinatie van economisch populisme en wit superioriteitsdenken. De belangrijkste conservatieve politicus van de afgelopen eeuw, Ronald Reagan, zwoer bij de staatsrechtelijke visie van Amerika’s grondleggers. Bijna tweehonderdvijftig jaar na de Onafhankelijkheidsverklaring zitten we nu weer midden in een strijd om wat het betekent Amerikaan te zijn. Een strijd die ditmaal des te moedelozer maakt omdat geen van beide kampen een definitie van vaderlandsliefde heeft die uitgaat van actief burgerschap. Onderzoeksbureau Gallup vraagt Amerikanen geregeld hoe trots ze op hun land zijn. De afgelopen 25 jaar zegt bijna altijd zo’n 90 procent van de Republikeinen dat ze ‘extreem’ of ‘heel erg’ trots zijn. In diezelfde periode is dat percentage bij de Democraten gezakt van ergens in de 80 tot onder de 40, waarbij het doorgaans iets hoger is onder een Democratische president en weer daalt onder een Republikeinse, om met de terugkeer van Trump dit jaar een absoluut dieptepunt te hebben bereikt. In juni telde Gallup nog maar 36 procent trotse Democraten, tegen 92 procent trotse Republikeinen: het grootste verschil sinds het bureau deze vraag in 2001 begon te stellen.
Dood spoor
Republikeinen blijven dus heel patriottisch terwijl hun partij de democratische instituties van het land uitholt en hun leider flirt met een presidentieel koningschap, alsof de liefde voor hun land volledig losstaat van de grondbeginselen ervan. Anderzijds vinden Democraten het moeilijk om trots te zijn op hun land als er geen Democratische president zit die het soort beleid voert dat zij voorstaan, alsof hun vaderlandsliefde niet dieper gaat dan hun politieke voorkeur.
De twee vormen van vaderlandsliefde die Tocqueville beschreef, zijn allebei op een dood spoor beland. De instinctieve vorm blijkt in het Trump-tijdperk open te staan voor autocratische reflexen, terwijl de bezonnen variant resulteert in cynisme, vervreemding en lijdzaamheid. Geen van beide vormen van patriottisme levert het soort burgers op dat volgens Amerikaanse democraten als Lincoln, Walt Whitman, John Dewey en Martin Luther King onmisbaar is voor het behoud van een vrij land.
Amerikaans patriottisme is een vluchtig goedje dat nooit eens wil uitharden tot een rustige, bescheiden liefde voor het eigen land. Het wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen ‘Iedereen is hier welkom’ en ‘Pas op voor de hond’. Haal de universele grondbeginselen van gelijkheid, vrijheid en zelfbestuur eruit en wat je overhoudt is gesnauw. De Republikeinse partij heeft Reagans ideaal van de stralende ‘city on a hill’ ingeruild voor het Blut und Boden-nationalisme van de oude vorstendommen en nieuwe dictaturen in Europa: Poetins Rusland, Orbáns Hongarije. Vlak voor de verkiezingen van vorig jaar sprak Stephen Miller, de belangrijkste ideoloog van Trump, een sentiment uit dat een regelrechte vertaling leek van het Duitse ‘Ausländer raus!’ toen hij op een politieke bijeenkomst in Madison Square Garden de menigte toeriep: ‘Amerika is alleen voor Amerikanen!’
De betekenis van dat ‘voor’ is onduidelijk, maar het belangrijkste woord in die zin is ‘alleen’. Het Amerika van Trump wordt gedefinieerd door wie erbij hoort en wie niet. Het draait om uitsluiting. Nu Trump weer aan de macht is, laat hij merken dat burgerschap alleen niet genoeg is om erbij te horen. De president en de zijnen bepalen wie de echte Amerikanen zijn. Als je afkomst of je opvattingen hen niet aanstaan, zullen ze proberen je grondwettelijke geboorterecht af te pakken en je te deporteren.
Voor vicepresident Vance wordt de Amerikaanse identiteit gedefinieerd door waar je voorouders in hun graf liggen te vergaan. Hij opperde die gedachte toen hij op de nationale conventie van de Republikeinse partij in 2024 een lofzang afstak op de begraafplaats in het oosten van Kentucky waar vijf generaties van de familie Vance liggen. Omdat de ouders van zijn vrouw uit India komen, laat hij noodgedwongen ook ruimte voor sommige immigranten, maar alleen als ze voldoen aan zijn dankbaarheidscriterium. Zohran Mamdani, destijds de Democratische kandidaat voor het burgemeesterschap van New York en inmiddels gekozen als burgemeester, doorstaat die toets volgens Vance niet omdat hij, na jarenlang blijkbaar geen aandacht aan Onafhankelijkheidsdag te hebben besteed, op 4 juli jongstleden met deze verklaring kwam: ‘Amerika is een prachtig, tegenstrijdig, onvoltooid land. Een land waar ik trots op ben en dat we voortdurend proberen te verbeteren.’ Een nietszeggende gemeenplaats, maar in de ogen van Vance was het pure ondankbaarheid. Een Oegandese immigrant die ‘het waagt om het land te beledigen’ waar zijn familie een veilig heenkomen vond, en dat nog wel op die ‘meest heilige dag? Wie denkt hij wel niet dat hij is?’
Voor Vance zijn niet alle burgers gelijk. Als je voorouders meevochten in Shiloh of Yorktown mag je de grondwet aan je laars lappen, het ministerie van Justitie inzetten als presidentiële politiedienst, gezellig buurten met racistische nationalisten en jezelf nog steeds een patriot noemen. Maar als je nog maar pas in het land bent, moet je dankbaar zijn en het niet wagen kritiek te leveren op de manieren waarop je land zijn idealen beschaamt. Vaderlandsliefde is het recht om op 4 juli met de vlag te zwaaien en je in de nationale kleuren te hijsen, terwijl je ondertussen het credo van je land met voeten treedt. Deze schrale, verpieterde vorm van patriottisme, die zo zijn eigen voorgeschiedenis heeft, laait vaak op als er grote aantallen nieuwe burgers in spe naar ons land komen, en gaat bijna altijd gepaard met een geur van racistische en religieuze onverdraagzaamheid. MAGA is een van de loten aan deze stam.
Omdat de nationalisten hun patriottisme niet op het Amerikaanse credo van gelijkheid willen stoelen, ligt daar een mogelijkheid voor de Democraten om vaderlandsliefde als essentieel kenmerk van hun identiteit te claimen. Maar al decennialang, minstens sinds de Vietnamoorlog, zijn veel liberale en linkse Amerikanen huiverig voor of zelfs sterk gekant tegen het gebruik van patriottische symbolen en emoties. En voor die afkeer is een hoge politieke prijs betaald.
De vlag
Ik ben in de jaren zestig en zeventig opgegroeid in een gezin waar de Amerikaanse vlag nooit uithing. Niet uit antiamerikanisme, maar omdat het een verkeerd signaal zou afgeven: het zou een steunverklaring zijn geweest aan de chauvinistische partij van Nixon en Reagan. De boodschap van de vlag zou toen zijn geweest: ‘hup Amerika, slikken of stikken’, en jammer dan van het racisme en al die oorlogen. Onze afkeer van de vlag had ontegenzeggelijk ook een snobistische kant. Met de vlag zwaaien was iets wat mensen uit lagere milieus deden, arbeiders die hun eigen auto repareerden. De universitair geschoolde types die in de Democratische partij in de jaren zeventig de boventoon begonnen te voeren, gingen prat op hun genuanceerde kijk op de Amerikaanse geschiedenis. Ze moesten niets hebben van het platte en dwingende patriottisme van de Republikeinse partij, die een soort nationale verafgoding van de natie eiste, blinde verheerlijking zonder oog voor de slavernij, de genocide op de oorspronkelijke bewoners, de segregatie, de internering van Japanners, de Vietnamoorlog. In het Republikeinse kamp werd vaderlandsliefde een negatieve kracht die bijna gelijk stond aan haat jegens landgenoten van de andere partij. Nationale symbolen zoals de vlag, het volkslied en de eed van trouw werden partijpolitieke wapens.
George Bush senior voerde in 1988 een campagne die weinig méér behelsde dan een vertoon van patriottisme, en misschien heeft dat Michael Dukakis wel de verkiezingswinst gekost. ‘De Republikeinen hebben zich de vlag en die symbolen toegeëigend,’ zegt Michael Kazin, die geschiedenis doceert aan Georgetown University en ettelijke boeken over links Amerika heeft geschreven. Tegelijkertijd raakte een invloedrijke gedachte uit de anti-oorlogsbeweging van de jaren zestig stevig verankerd in het linkse gedachtegoed: dat de VS een bijna uniek slecht land vormden, de bron van bijna alles wat er mis was in de wereld: racisme, het patriarchaat, homofobie, militarisme, kolonialisme en de verwoesting van het milieu. Het immens
populaire geschiedenisboek A People’s History of the United States van Howard Zinn uit 1980 heeft meerdere generaties linkse Amerikanen bijgebracht dat patriottisme een slechte zaak is. ‘Ik zal niet zeggen dat Nieuw Links de Democratische Partij heeft gekaapt,’ zegt Kazin, ‘maar een aantal van die ideeën zijn toch doorgesijpeld, en het Trumpkamp heeft gelijk dat de universiteiten naar links zijn opgeschoven.’
De American Studies Association – de vereniging voor amerikanistiek, de belangrijkste universitaire organisatie die zich bezighoudt met de Amerikaanse geschiedenis en identiteit – belandde in de greep van een groep die zo vijandig staat tegenover het eigen onderzoeksgebied dat de voorzitter in 1998 zelfs voorstelde het woord ‘American’ uit de naam van de vereniging te schrappen. In 2017 liet de nationale bestuursraad van de vereniging in een verklaring weten dat ‘amerikanistiek ons leert dat categorieën zoals “law and order”, patriottisme en “traditionele waarden” een reactionair discours in stand houden. We moeten belichten hoe de strijd voor zelfbeschikking, zelfbestuur en waardigheid door het gebruik van die woorden gecriminaliseerd en gestigmatiseerd wordt.’ En in 2019 stelde het dagelijks bestuur: ‘Wij streven naar modellen van solidariteit, duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid die alternatieven bieden voor het verdorven imperium dat slechts uit is op vernietiging.’
Voor de meeste Republikeinen staat de vlag nog wel voor een democratisch ideaal. Er zijn weinig Democraten die op Onafhankelijkheidsdag op sociale media een bericht zouden plaatsen zoals dat van toenmalig Congreslid Cori Bush in 2021: ‘Als ze zeggen dat 4 juli over Amerikaanse vrijheid gaat, bedenk dan wel: de vrijheid waar ze het over hebben is alleen voor witte mensen. Dit land is gestolen en zwarte mensen zijn er nog steeds niet vrij.’ Maar misschien lopen J.D. Vance en Cori Bush alleen maar op de troepen vooruit, zijn zij de spreekbuis van een jongere, meer sceptische generatie Amerikanen. Voor rechts, dat nu aan de macht is, is het loslaten van het Amerikaanse ideaal een vrijbrief voor het optuigen van een autoritair regime. En omdat links al decennia probeert te bewijzen dat dit ideaal een illusie is, kan het zich moeilijk tegen de ontmanteling ervan verzetten.
Wat vormt nu nog een goede grond voor patriottisme? De instellingen die door de grondleggers van onze natie werden opgericht, werken niet goed meer. Onze gekozen leiders zijn tot afschuwelijke diepten van eigenbelang, lafheid en corruptie gezonken. Bij de woorden van de Onafhankelijkheidsverklaring springen je de tranen in de ogen van ontroering, maar ook van ontgoocheling. ‘Het is niet makkelijk om nog voor de Amerikaanse idealen op te komen, omdat er veel cynisme heerst over hoe die idealen zijn misbruikt en gepolitiseerd,’ zegt Kazin. ‘Jongeren zijn lang niet meer zo verknocht aan de idealen zoals zij die zien, niet meer zo bereid om trots te zijn op hun land. Ze hebben een tik meegekregen van dat felle ideologische conflict.’ ‘Democratie, democratie, democratie!’ roepen liberaaldenkenden, de laatsten die nog in de instituties en in geleidelijke verandering geloven. Maar als het Hooggerechtshof de president boven de wet stelt, de president zijn ambt misbruikt voor afpersing, het Witte Huis iedereen voor de leeuwen gooit die met ongemakkelijke waarheden komt, Buitenlandse Zaken met dictators flirt en dissidenten en vluchtelingen de deur wijst, juristen van Justitie de rechter voorliegen, het Congres leugenaars tot rechter benoemt en geld besteedt aan een gemaskerde geheime politie, en de meeste Amerikanen dit niet lijken te zien of zich er niet druk om maken, wat heb je dan nog aan democratie? Dit is ons land en onze regering, dus zelfhaat is de eerlijkste reactie.
Maar ik wil blijven geloven dat mijn land in de kern een fatsoenlijk land is. Ik wil Amerika niet gelijkstellen aan één president en één partij, of aan beide partijen. Ik wil net als Walt Whitman het gevoel hebben dat Amerika en democratie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. En net als John Dewey geloven dat een democratie zelfstandige burgers van ons maakt die altijd kunnen kiezen voor het streven naar een beter land met meer zelfrespect.
Rituelen
Tocqueville schreef: ‘In de Verenigde Staten is men ervan overtuigd, en terecht, dat vaderlandsliefde een vorm van verering is die gesterkt wordt door rituelen.’ In een democratie vereist dat ritueel deelname aan het openbare leven. En nog moeilijker: het vergt een wereldbeeld waarin iedereen aan dat openbare leven mag deelnemen. We mogen de andere partij, de andere staten, de andere religies, de laatste nieuwkomers en de oudste inheemse stammen niet zomaar wegdenken. In zijn toespraak over de Amerikaanse identiteit zei Vance ook één ding dat waar is: ‘Maatschappelijke banden worden aangegaan door mensen die iets gemeen hebben.’ Een land, en zeker dit land dat zo kort van memorie en zo onbevattelijk divers van opmaak is, kan niet alleen bestaan bij de gratie van een geografische grens en een stel wetten. Het heeft ook een gedeelde taal en cultuur nodig, een manier van leven.
De intersectionele multiculturalisten van links vinden dat er niet zoiets als een gemeenschappelijke Amerikaanse cultuur bestaat, dat dit hele begrip een vorm van onderdrukking is: er zijn alleen verschillende groepen mensen die dominant of ondergeschikt zijn. Voor Vance en de nationalisten van rechts ontspringt de cultuur aan de Amerikaanse bodem en het Amerikaanse verleden, ‘een kenmerkende plaats en een kenmerkend volk’, waarmee ze een volk en een geloof bedoelen dat hier lang geleden naartoe is gekomen en een manier van leven met zich meebracht waarin iedereen moet meegaan. Maar beide zienswijzen slaan de plank mis, onpatriottisch mis.
De Amerikaanse cultuur heeft net zo’n sterke eigen identiteit als die van elk ander land, alleen stoelt deze cultuur op een gedachte. Die gedachte is de gelijkheid van alle mensen. Hun recht op leven, vrijheid en het nastreven van geluk. Een vorm van zelfbestuur die hun rechten waarborgt, inclusief het recht om een regering naar huis te sturen als die tiranniek wordt.
Overal ter wereld is de autocratie in opkomst en begint de glans van de democratie te verflauwen
Deze gedachte heeft een massacultuur voortgebracht die befaamd is om zijn rumoerigheid, informele toon, onschuld en onwetendheid, gulheid en gewelddadigheid, openhartigheid en onnozelheid – een cultuur van individualisten die weigeren te accepteren dat ook maar iemand boven hen verheven is, dat je niet hogerop zou kunnen klimmen, niet kunt proberen wat dan ook te worden. Het is de makkelijkste cultuur van de wereld om tot toe te treden, en als het de eerste generatie niet lukt, dan toch zeker de tweede wel. Een cultuur die anderen opneemt en verandert, en door hen veranderd wordt, en uitgesproken en toegankelijk genoeg is om een omgangstaal te bieden die iedereen begrijpt en waarin iedereen zich verstaanbaar kan maken. Een cultuur zonder ingewikkelde regels of geheime oude codes. Die andere culturen platwalst tot muziek, kleding, gerechten en teksten van een vulgariteit die de rest van de wereld afstoot en verleidt. Die sterker is dan welke religieuze of maatschappelijke hiërarchie dan ook.
Wat Amerikanen gemeen hebben, is een manier van leven gebaseerd op dit credo. Als je vindt dat dit credo er nog steeds toe doet, als je binding met dit land besloten ligt in het ideaal van die cultuur en de instituties die eruit voortkomen, dan kamp je nu met een gure tegenwind. Overal ter wereld is de autocratie in opkomst en begint de glans van de democratie te verflauwen, nu het grootste baken van democratie zichzelf begint te doven. In Amerika vinden de meeste van je landgenoten in beide kampen dat de democratie niet meer in hun voordeel werkt.
Je moet ze duidelijk maken dat alle voorgestelde olifantenpaadjes naar een grootse toekomst in feite leiden naar de hel. Dat het enige pad naar een beter leven te vinden is in de gezamenlijke inspanning van vrije en gelijkwaardige burgers. En je moet daarin blijven geloven, al zijn de anderen nog zo van de pot gerukt. De enige manier om een patriot te zijn is om samen te werken met die domkoppen, je Amerikaanse landgenoten, om zo een eind te maken aan de toenemende tirannie en ons een kans te geven onszelf te redden.
Francis Fukuyama analyseert de oorzaak van de stijging van populisme en het wantrouwen in de politiek. Het ligt volgens hem niet zozeer aan economische onzekerheid of maatschappelijke verandering, maar aan de manier waarop we in de eenentwintigste eeuw aan informatie komen
Al sinds 2016, toen Groot-Brittannië voor de Brexit stemde en Trump tot president werd gekozen, zijn sociologen, journalisten, opiniemakers en verder ook bijna iedereen verwoed op zoek naar een verklaring voor de mondiale opkomst van het populisme. Daarvoor is er een standaardlijstje met oorzaken:
Economische ongelijkheid als gevolg van de globalisering en neoliberaal beleid
Racisme, chauvinimse en religieuze onverdraagzaamheid onder bevolkingsgroepen die kampen met statusverlies
Maatschappelijke verschuivingen waardoor de bevolking steeds meer opgedeeld is naar woonplaats en opleiding, en een brede afkeer van de dominantie van elites en experts
De bijzondere talenten van specifieke demagogen zoals Donald Trump
Het onvermogen van de grote politieke partijen om groei, banen, veiligheid en infrastructuur te leveren
Afkeer van of woede over de culturele agenda van progressief links
Falend leiderschap bij progressief links
De aard van de mens, onze aandrift tot geweld, haat en uitsluiting
Internet en sociale media
Ik heb zelf ook bijgedragen aan de literatuur over dit thema, en net als iedereen heb ik nummer 9, internet en de sociale media, telkens als een van de oorzaken opgesomd. Maar na bijna tien jaar prakkeseren over deze kwesties ben ik tot de conclusie gekomen dat technologie in het algemeen, en internet in het bijzonder, de beste verklaring biedt voor waarom het populisme juist in deze tijd wereldwijd zo sterk in opkomst is, en waarom het de specifieke gedaante kreeg die het nu heeft.
Tot die slotsom ben ik gekomen door de andere factoren als hoofdverklaring een voor een weg te strepen. Het is evident dat alle bovengenoemde factoren een rol spelen in de wereldwijde opkomst van het populisme. Maar populisme is een veelkantig verschijnsel, waarbij sommige factoren vooral verantwoordelijk zijn voor specifieke aspecten of een verklaring kunnen bieden voor waarom populisme in het ene land meer aanslaat dan in het andere. Zo is racisme duidelijk een belangrijke factor in de VS, maar niet in Polen, een van de etnisch meest homogene landen ter wereld, waar de populistische PiS-partij toch ook acht jaar aan de macht is geweest.
Ik neem de zwakke kanten van verklaring 1 tot en met 8 even door.
Oorzaak nummer 1, de groeiende economische ongelijkheid, heeft kiezers uit de arbeidersklasse ongetwijfeld in de armen gedreven van populistische partijen en figuren als Trump. Maar ongeveer de helft van alle Amerikanen stemde op Trump in een tijd van relatief hoge werkgelegenheid en algemene groei. We zaten niet midden in een depressie zoals die van 1933, toen Franklin Roosevelt werd gekozen en het werkloosheidspercentage bijna 25% bedroeg. Zorgen over de inflatie leverden Trump in 2024 weliswaar veel stemmen op, maar in de jaren zeventig was de inflatie veel hoger en hardnekkiger.
Trump slaagde erin iets te doen wat vroeger was voorbehouden aan de Democraten: een multiraciale achterban van arbeiders mobiliseren
Oorzaak nummer 2, de gedachte dat het populisme drijft op racistische sentimenten onder chauvinistische witte burgers, is niet uit de lucht gegrepen. Landen als Polen en Hongarije hebben misschien niet zo’n verleden van raciale spanningen als de Verenigde Staten, maar je zou kunnen stellen dat de vrees voor immigratie en voor machtsverlies bij de dominante bevolkingsgroepen in die landen een sterke aanjager van populisme is geweest. Maar zelfs in Amerika is racisme slechts een deel van het verhaal. Trump krijgt wel steun van openlijk racistische groeperingen en figuren als de Proud Boys en Nick Fuentes, maar in 2020 en 2024 kreeg hij ook veel stemmen van niet-witte Amerikanen, zoals Afro-Amerikanen, Latino’s en kiezers van Aziatische afkomst. Trump slaagde erin iets te doen wat vroeger was voorbehouden aan de Democraten: een multiraciale achterban van arbeiders mobiliseren.
Oorzaak nummer 3, dat uiteenvallen van de Amerikaanse samenleving in een groep hoogopgeleide kenniswerkers in de grote steden die vooral Democratisch stemmen en een groep lager geschoolde kiezers op het platteland die overwegend Republikeins stemmen, is een verschijnsel dat je in veel andere landen ook ziet. Maar die tweedeling is eerder een gevolg van een dieper liggende maatschappelijke verschuiving dan een oorzaak daarvan. Amerikanen zijn niet naar het platteland verhuisd omdat ze conservatief zijn, het is omgekeerd: er is een verschil in de levensomstandigheden tussen stad en platteland dat tot die de politieke verschillen heeft geleid.
Oorzaak nummer 4, de bijzondere begaafdheid van Donald Trump, die is onmiskenbaar. Hoeveel navolgers hij ook heeft, zelden beschikken ze over zijn demagogische gaven. Maar een van Amerika’s twee grote politieke partijen is nu bijna volledig overgenomen door zijn MAGA-beweging, en zoiets lukt niet louter op de wilskracht van één persoon. Om trouw aan Trump te blijven hebben veel Republikeinen moeten afstappen van lang gekoesterde en voor hun partij voorheen gezichtsbepalende standpunten over zaken als vrijhandel en internationalisme. Dat zij bereid waren om zo’n ommezwaai te maken, vraagt om een verklaring.
Oorzaak nummer 5, het onvermogen van Democratische politici om ook maar iets te doen aan de problemen op het gebied van openbare orde, dakloosheid, drugsgebruik, infrastructuur en huisvesting, heeft voor veel gematigde kiezers en burgers zonder partijvoorkeur zonder meer een grote rol gespeeld. Het was ook een belangrijke factor in verkiezingen bij lagere overheden in Democratische regio’s waar op staats- en gemeenteniveau sprake was van slecht bestuur. Maar wanbeleid van linkse politici is niet iets van vandaag of gisteren (denk maar aan New York onder Abe Beame en David Dinkins). Je kunt zeggen dat het bewustzijn hierover vergroot is door de maatschappelijk gevolgen van de coronapandemie, maar het trumpisme dateert van lang voor 2020.
Oorzaak nummer 6 en 7 – een sterke afkeer van links beleid op het vlak van diversiteit, positieve discriminatie, de positie van lhbtq’ers, politieke correctheid en immigratie, plus zwak Democratisch leiderschap – hebben duidelijk met elkaar te maken. Het is een inschattingsfout van Democratische politici geweest dat ze het profiel van hun partij meer door deze culturele strijdpunten lieten bepalen dan door heldere standpunten over meer aansprekende economische kwesties. Maar het probleem met de cultuurstrijd als verklaring voor de opkomst van het populisme is dat die al veel langer speelt. Het feminisme en maatschappelijke problemen zoals drugsverslaving en de afbrokkeling van het gezin als hoeksteen van de samenleving dateren al van eind jaren zestig, en identiteitspolitiek was al in de jaren zeventig en tachtig in opkomst. De tegenreactie op deze maatschappelijke ontwikkelingen speelde een rol bij de verkiezing van presidenten zoals Nixon en Reagan. Maar ze lokten destijds niet het soort furieuze reacties uit dat we in dit decennium zien.
Oorzaak nummer 8, de aard van de mens, werd onlangs door Bill Galston aangevoerd in zijn nieuwe boek Anger, Fear, Domination: Dark Passions and the Power of Political Speech, en enthousiast onderstreept in een bespreking van dat boek door Jonathan Rauch. Felle polarisatie en partijstrijd zijn volgens Galston nooit weg te denken geweest uit de politiek. De beschaafde politieke omgangsvormen van liberale democratieën in de afgelopen decennia zijn in de loop van de geschiedenis nooit de norm geweest, maar eerder een afwijking die om verklaring vraagt.
De beschaafde politieke omgangsvormen van liberale democratieën in de afgelopen decennia zijn in de loop van de geschiedenis nooit de norm geweest
Het probleem met de aard van de mens als verklaring voor een maatschappelijk verschijnsel is alleen de vraag: waarom nu? De menselijke aard is in de loop der eeuwen vermoedelijk niet sterk veranderd. Die kan dus niet verklaren waarom het gedrag van mensen halverwege het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw ineens wel ten kwade keerde. Die constante menselijke aard zou dan moeten reageren op een ander verschijnsel dat kortstondiger en meer tijdgebonden is. In ieder geval betoogt een deskundige als Steven Pinker juist dat de mens in de loop der tijd steeds minder gewelddadig is geworden, en hij levert daar een flinke hoeveelheid empirisch bewijs voor. Je kunt moeilijk stellen dat het politieke extremisme van de afgelopen jaren in de Verenigde Staten erger is dan eerdere gevallen van maatschappelijke ontwrichting. Herinnert u zich de nazi’s nog?
Een bevredigende verklaring voor de opkomst van het populisme moet ook de timing kunnen verklaren: waarom het populisme in het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw in zoveel verschillende landen tegelijk opkwam. Wat mij vooral enorm verbaast, is dat de maatschappelijke en economische situatie in de Verenigde Staten en Europa de afgelopen tien jaar volgens alle objectieve maatstaven behoorlijk goed was. Het valt zelfs te betwijfelen of die ooit eerder in de geschiedenis zo goed is geweest. Ja, we kampten met grote financiële crises en uitzichtloze oorlogen, en ja, ook met inflatie en toenemende economische ongelijkheid, en ja, ook met outsourcing en het verlies van banen aan andere landen, en ja, ook met zwak leiderschap en snelle maatschappelijke veranderingen. Maar ook in de twintigste eeuw kampten ontwikkelde landen met al die problemen, in nog veel heviger vorm dan in de afgelopen jaren: hyperinflatie, torenhoge werkloosheid, massale migratie, maatschappelijke onrust, binnenlands en internationaal geweld. En toch zijn we er volgens de huidige populisten nooit zo slecht aan toe geweest als nu: het loopt helemaal uit de hand met de misdaad, migratie en inflatie, die onze samenleving onherkenbaar veranderen, tot je uiteindelijk het punt bereikt dat je, in de woorden van Trump, ‘geen land meer over hebt’. Hoe verklaar je een politieke beweging die zich baseert op beweringen die zo ver afstaan van de werkelijkheid?
Complotdenken
Zoals ik in een ander artikel onlangs schreef, verschilt de huidige populistische beweging van eerdere rechtse politieke stromingen doordat ze niet zozeer op een heldere economische of politieke ideologie berust, maar op complotdenken. De kern van het hedendaagse populisme is de overtuiging dat ons een valse voorstelling van de werkelijkheid wordt voorgespiegeld, gemanipuleerd door schimmige elites die achter de schermen aan de touwtjes trekken.
Complottheorieën hebben in de Verenigde Staten op rechts altijd een rol gespeeld in de politiek. Maar het complotdenken van tegenwoordig is te bizar voor woorden, zoals de QAnon-theorie dat de Democraten in Washington gebruikmaken van een geheim tunnelnetwerk en dat ze het bloed van jonge kinderen drinken. Hoger opgeleide burgers richten hun pijlen liever op Trumps handelsbeleid dan op zijn banden met Jeffrey Epstein, maar juist door die laatste wordt hij nu al maanden achtervolgd (waarbij er sprake was van een daadwerkelijk complot om die banden te verdoezelen).
Daardoor denk ik dat oorzaak nummer 9, de opkomst van internet en sociale media, boven alle andere factoren uitsteekt als de belangrijkste verklaring voor onze huidige problemen. Het internet heeft de plaats ingenomen van traditionele media, uitgevers, tv- en radiozenders, kranten, tijdschriften en alle andere kanalen die de burger voorheen van informatie voorzagen. Ten tijde van de privatisering van het internet in de jaren negentig werd die ontwikkeling nog toegejuicht: iedereen zou zijn eigen uitgever worden en online alles kunnen zeggen wat hij of zij wilde. En dat deden mensen dus ook, want alle oude filters op de kwaliteit van de doorgegeven informatie vielen weg. Dat was zowel een gevolg als een verdere aanjager van het in die tijd om zich heen grijpende verlies van vertrouwen in allerlei instanties.
De grote techplatforms hebben uit commerciële belangen een ecosysteem in het leven geroepen dat sensatiezucht en ophefmakende inhoud beloont
De verschuiving naar online informatievoorziening leverde een parallel universum op dat nog wel enig verband hield met de fysieke wereld, maar daar ook haaks op kon staan. Vroeger werd ‘de waarheid’ zo goed en zo kwaad als het ging gewaarborgd door instituties zoals wetenschappelijke tijdschriften, de traditionele media en hun journalistieke principes, de rechtspraak en juridische waarheidsvinding, en onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Maar nu ging het aantal likes en reposts op internet een steeds grotere rol spelen als maatstaf voor het waarheidsgehalte van beweringen. De grote techplatforms hebben uit commerciële belangen een ecosysteem in het leven geroepen dat sensatiezucht en ophefmakende inhoud beloont, met algoritmen die, ook weer in het kader van winstgevendheid, informatiebronnen aanbevelen die vroeger nooit serieus waren genomen. De snelheid waarmee memes en laagwaardige informatie rondgepompt kan worden is bovendien drastisch gestegen, evenals het aantal mensen dat zulke informatie nu kan bereiken. Vroeger bereikte een grote krant of ander tijdschrift misschien een miljoen lezers, meestal in een specifieke regio. Tegenwoordig kan één influencer honderden miljoenen volgers overal ter wereld bereiken.
Tot slot heeft het online berichtenverkeer, zoals Renee DiResta uitlegt in haar boek Invisible Rulers, een interne dynamiek die de opkomst van extremistische informatie en standpunten verklaart. Influencers worden door hun volgers gestimuleerd om voor sensationele content te gaan. Op internet wordt geld verdiend met aandacht, en aandacht trek je niet met nuchtere, bedachtzame, weloverwogen en informatieve bijdragen.
Niets illustreert de centrale rol van internet beter dan de groei van de antivax-beweging en de benoeming van Robert F. Kennedy Jr. als Trumps minister van Volksgezondheid. Wat Kennedy allemaal over de gevaren van vaccinatie zegt is niet alleen onwaar, het is regelrecht gevaarlijk, want het kan ouders ervan overtuigen om hun kinderen een levensreddende inenting te onthouden. Het verzet tegen vaccinatie past niet echt binnen een samenhangende conservatieve ideologie. In vroeger tijden zouden conservatieven de innovatie en de voordelen van vaccinaties juist hebben toegejuicht. Dankzij internet is er een enorm netwerk van vaccinsceptici ontstaan. Geen empirisch bewijs was opgewassen tegen het verlangen van veel mensen om te geloven dat ze schadelijke dingen krijgen opgedrongen door kwade machten in de Amerikaanse samenleving, en op internet konden ze volop bevestiging van die opvatting vinden.
DiResta geeft een voorbeeld van hoe het internet direct aan de verspreiding van zulke denkbeelden heeft bijgedragen. Er is geen enkele reden waarom yogamoeders zich specifiek aangetrokken zouden voelen tot QAnon en complottheorieën. Maar één prominente yogagoeroe spoorde zijn volgelingen wel aan om de waarheid bij Qanon te zoeken. Dat werd opgepikt door een algoritme van een internetplatform, dat concludeerde dat als deze yoga-influencer interesse had in QAnon, andere yogaliefhebbers dat ook wel zouden hebben. Dus begon het ook hun berichten met complottheorieën voor te schotelen. Zo werken algoritmen: zonder enig begrip van context of betekenis proberen ze simpelweg de aandachttrekkende kwaliteit van een platform te maximaliseren door mensen naar populaire content te loodsen.
Er is nog een ander internetverschijnsel dat het typische karakter van de hedendaagse politiek mede kan verklaren, en dat zijn videogames. Dit werd weer eens onderstreept door de zaak van Tyler Robinson, de jonge man die is aangehouden voor de moord op Charlie Kirk. Hij is blijkbaar geradicaliseerd op internet. Robinson was een actieve gamer die memes uit dat wereldje op zijn patroonhulzen had gegraveerd. Ook veel deelnemers aan de Capitoolbestorming van 6 januari waren gamers: ze hadden de ‘rode pil’ geslikt en zagen een complot van de mainstream om Donald Trump van zijn verkiezingszege te beroven. En de gamingwereld is enorm groot, met een geschatte wereldwijde omzet van 280 tot 300 miljard dollar.
De komst van het internet kan dus verklaren waarom het populisme juist nu zo sterk in opkomst is, en ook waarom complotdenken er zo’n grote rol in speelt. In de huidige Amerikaanse politiek voeren Republikeinen en Democraten niet meer alleen strijd om waarden en beleid, maar om de feiten, zoals de vraag wie in 2020 de verkiezingen heeft gewonnen, en of vaccins veilig zijn of niet. De twee kampen leven in volstrekt verschillende informatieruimtes. Beide kampen zijn ervan overtuigd dat ze vechten voor het voortbestaan van de Amerikaanse democratie, doordat ze zich allebei op heel andere feiten beroepen over wat voor die democratie de grootste bedreiging vormt.
Dat wil allemaal niet zeggen dat oorzaak nummer 1 tot en met 8 niet van belang zijn en ons geen inzicht kunnen verschaffen in onze huidige situatie. Maar in mijn ogen kan alleen de opkomst van internet verklaren hoe we verzeild zijn geraakt in een strijd om het voortbestaan van de liberale democratie, juist in een tijdperk waarin die democratie meer bereikt heeft dan ooit.
De laatste fysieke ontmoeting tussen een Amerikaanse en Russische president was in 2021
De Amerikaanse president Donald Trump heeft aangekondigd dat hij volgende week een persoonlijk overleg wil met de Russische president Vladimir Poetin. Kort daarna wil hij ook een driegesprek voeren met zowel Poetin als de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. Dat meldt The New York Times op basis van bronnen rond het Witte Huis.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Dit overleg met Poetin zou de eerste fysieke ontmoeting zijn tussen een Amerikaanse en een Russische president sinds Joe Biden en Poetin elkaar in 2021 in Genève spraken.
Op de vraag of alle partijen al hadden ingestemd met het beoogde overleg, antwoordde Trump woensdag: ‘De kans is groot dat ze dat zullen doen.’
De Amerikaanse gezant Steve Witkoff was deze week nog in Moskou om met Poetin te spreken. Volgens Trump is er in die gesprekken ‘vooruitgang geboekt’. Zelensky zei woensdagavond dat Rusland signalen afgeeft bereid te zijn tot een staakt-het-vuren. ‘Maar het is cruciaal dat ze de VS en Oekraïne niet misleiden.’
Door de snelheid waarmee de regering-Trump zich tegen haar vijanden op het oude continent heeft gekeerd, zijn de Europeanen gedwongen zich te buigen over allerlei toekomstscenario’s voor de NAVO. Een gigantische herijking is hoe dan ook onontkoombaar.
‘Samen sterker, samen veiliger, in de NAVO’: onder dit motto kwamen de leiders van 32 landen in juli 2024 bijeen in Washington D.C. om het 75-jarige bestaan van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie te vieren. Het initiatief daartoe was genomen door de belangrijkste lidstaat, de VS, vanwege de Russische agressie in Oekraïne. Zes maanden later volgde Donald Trump Joe Biden op in het Witte Huis en werd alles anders. Binnen enkele weken leek de NAVO op een schip in nood waarvan de kapitein de kluts kwijt was.
Een fraai schip, dat zeker. Maar de Amerikaanse bondgenoot is zo ongrijpbaar, zo vijandig geworden dat niemand zich durft voor te stellen hoe de volgende NAVO-top, op 24 en 25 juni in Den Haag, zal verlopen. Zal president Trump daar überhaupt komen opdagen? En als hij komt opdagen, zal dat dan zijn om het militaire bondgenootschap dat mede door zijn land is opgericht tot zinken te brengen? ‘Het is niet uitgesloten dat we van de ene op de andere dag iets zullen moeten doen wat we tot dusver voor onmogelijk hebben gehouden,’ zegt een Europese diplomaat in Brussel.
Nieuwe exercitie
Het ondenkbare denken, een NAVO zonder de Amerikanen, is een nieuwe en verontrustende exercitie waar de Europeanen niet langer omheen kunnen, in het enorme hoofdkwartier van de organisatie in de buurt van de Belgische hoofdstad. Sommigen hebben bittere herinneringen aan de topconferenties tijdens Trumps eerste ambtstermijn (2017-2021), toen de Amerikaanse president bondskanselier Angela Merkel kapittelde omdat Duitsland niet genoeg uitgaf aan defensie. Maar hij nam er tenminste aan deel. Soms noemde hij de NAVO ‘achterhaald’ of uitte hij zijn twijfels over Artikel 5, dat de collectieve verdediging garandeert van een lidstaat wanneer die wordt aangevallen, maar zijn entourage zette dat dan altijd wel weer recht.
De NAVO leek op een schip in nood waarvan de kapitein de kluts kwijt was
Donald Trump zegt op dit moment niet dat hij de NAVO zal verlaten. Naar verluidt heeft hij secretaris-generaal Mark Rutte tijdens diens bezoek aan het Witte Huis op 13 maart zelfs verzekerd van zijn trouw aan het bondgenootschap. Maar zijn beloftes gelooft niemand meer, na zijn imperialistische plannen met andere NAVO-lidstaten zoals Canada en Denemarken. Het ergst denkbare scenario is een chaotische Amerikaanse terugtrekking uit de NAVO, zonder dat de Europeanen het kostbare samenwerkingsmechanisme kunnen erven dat in de loop der jaren onder leiding van de VS is opgebouwd tussen de verschillende nationale strijdkrachten. Dit scenario is vooralsnog nergens op gestoeld, maar het valt niet uit te sluiten. Admiraal Giuseppe Dragone, voorzitter van het Militair Comité van de NAVO, zei op 12 maart tijdens het Defensie- en Strategieforum in Parijs dat hij erop vertrouwde dat de VS de controle zouden behouden over ‘de lucht, de ruimte en het kernwapenarsenaal’, waarmee hij de conventionele verdediging impliciet aan Europa overliet. Dit scenario wordt het aannemelijkst geacht, om niet te zeggen het gunstigst, door Europeanen die een autonome defensiemacht en een regionale veiligheidsstructuur voorstaan, op voorwaarde dat zo’n reorganisatie zich ordentelijk en binnen een realistische termijn voltrekt.
Herijking
Een ‘gigantische herijking’ van de NAVO is hoe dan ook onontkoombaar, zegt een NAVO-bron. Tot nu toe heeft niemand van de regering-Trump met zoveel woorden gezegd dat de nucleaire garantie voor de Europeanen zal worden ingetrokken, maar wel is al meerdere malen gezinspeeld op het terugtrekken van de momenteel honderdduizend man sterke Amerikaanse troepenmacht op het continent.
Donald Trump wil deze troepen niet alleen inzetten in de Indo-Pacifische regio om de Chinese invloed te bestrijden, maar ook aan zijn eigen grens met Mexico tegen illegale immigratie. Zijn prioriteiten zijn duidelijk: terwijl er wordt gesproken over een forse inkrimping van de Amerikaanse troepenmacht in Europa, kondigde de Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth onlangs in Japan een versterking van de Amerikaanse aanwezigheid aldaar aan, waar een ‘oorlogshoofdkwartier’ zal komen met ‘operationele verantwoordelijkheden’.
Een ander scenario is dat van de ‘lege huls’, waarbij het bondgenootschap nog altijd bestaat, maar door de VS van zijn wezenlijke inhoud is ontdaan, met name door het niet langer garanderen van de implementatie van Artikel 5. Camille Grand, een voormalige hoge NAVO-functionaris en momenteel onderzoeker bij de Europese Raad voor Buitenlandse Relaties, gelooft in deze hypothese van een ’terugtrekking de facto maar niet de jure, een soort Amerikaanse afsplitsing van het bondgenootschap zonder het formeel te verlaten’.
In hoeverre vindt Donald Trump de ondergang van Oekraïne acceptabel?
De Europeanen zullen bij deze ‘herijking’ van de NAVO, waarvan de contouren nog vaag maar onontkoombaar zijn, dus moeten inschatten wat voor gevolgen deze zal hebben voor militaire capaciteiten en bestuur, twee terreinen waarvoor de Amerikanen tot nu toe zelf de verantwoordelijkheid hebben genomen.
De herbewapening van Europa, met steun van de Europese Unie, heeft het vergroten van de militaire capaciteiten tot doel. Dat zal tijd kosten, vooral omdat Europa voor de wapens die het van de VS koopt nog lang na aanschaf afhankelijk blijft van diezelfde VS. Dat de Europeanen hun wapenarsenaal tot nu toe niet hebben uitgebreid, ‘komt nu juist omdat Washington hun al decennialang voorhoudt dat dit tot dubbele arsenalen en verspilling zou leiden’, aldus Ivo Daalder, voormalig Amerikaans ambassadeur bij de NAVO, in het tijdschrift Foreign Affairs. Alsof de duivel ermee speelt.
Rest nog één scenario, dat zo somber is dat we het nauwelijks onder ogen durven te zien: dat waarbij de situatie volledig wordt omgedraaid en de VS hun bondgenootschap met Europa inwisselen voor een akkoord met Rusland. Om die reden is de kwestie-Oekraïne voor de Europeanen zo belangrijk, en voor de Amerikanen slechts bijzaak. In hoeverre vindt Donald Trump de ondergang van Oekraïne acceptabel? Dat valt op dit moment nog niet te zeggen. Het is de meest beladen onbekende factor voor de toekomst van de NAVO, en voor die van Europa.
In een tijd van groeiende politieke polarisatie in de Verenigde Staten kiezen duizenden Amerikanen ervoor om hun thuisland te verlaten. Op zoek naar rust, stabiliteit en levenskwaliteit trekken velen van hen naar Portugal.
Tijdens de pandemie werd de situatie ondraaglijk. ‘Tijdens de verkiezingen van 2020 rukten Trumpaanhangers ons in het stemlokaal de mondkapjes van het gezicht,’ zegt Tatiana. ‘Ze schreeuwden tegen ons.’ Toen ze daarna het Capitool bestormden wisten ze: we moeten hier weg.
Sinds de herfst van 2021 leeft Tatiana met haar man Jason en hun twee zonen in Portugal, net als volgens voorzichtige schattingen 14.000 van hun landgenoten. Precieze cijfers zijn er niet, maar wel aanwijzingen dat het aantal de laatste tijd sterk stijgt. Bijna 23.000 leden telt de Facebookgroep ‘Americans in Portugal’, meer dan 52.000 zijn het er bij ‘Americans and Friends PT’, op dit moment komen daar 150 per week bij. Paul Stannard, oprichter van ‘Portugal Pathways’, dat welgestelde emigranten helpt om zich in Portugal te vestigen, schrijft in een bericht van zijn bedrijf dat de aanvragen sinds de laatste presidentsverkiezingen in de VS zijn verdrievoudigd. Portugal is nummer 1 zijn van de Europese bestemmingen.
‘Wij wilden onze kinderen een bredere blik op de wereld bieden’
Elysia Busick, die sinds 2017 met haar bedrijf Waypoint mensen uit Engelstalige gebieden helpt bij de emigratie naar Lissabon, zegt dat vroeger ruim de helft van haar klanten uit de VS kwam. ‘Momenteel is het 100 procent,’ zegt ze. De afgelopen maanden is het aantal aanvragen met ruim 60 procent gestegen.
Voor Amerikanen zijn er verschillende soorten visa mogelijk. Wie ten minste een half miljoen euro in Portugese effecten investeert, kan middels het ‘gouden visum’ een verblijfsvergunning aanvragen. Voor Amerikaanse staatsburgers met een ‘passief inkomen’ is er een visum dat D7 heet, voor de doelgroep van renteniers en pensionado’s. D8 is het visum voor ‘digitale nomaden’, mensen die overal ter wereld online kunnen werken.
Al langer droomden Jason, Tatiana en hun zonen over een ander land. ‘Wij wilden onze kinderen een bredere blik op de wereld bieden,’ zeggen ze. Maar pas toen de gebeurtenissen escaleerden tijdens de pandemie, besloten ze te gaan. Ze wogen af wat ze belangrijk vonden. Voor Tatiana was veiligheid een belangrijk punt. Jason wilde vooral gematigde temperaturen. Ook een betaalbare gezondheidszorg behoorde tot de prioriteiten. ‘Niet zoals in de VS,’ zegt Tatiana. Costa Rica kwam in aanmerking. Ook Ierland. ‘Maar steeds opnieuw kwam Portugal bovendrijven,’ vertelt Jason. En dus besloten ze te kiezen voor dat land aan de westelijke rand van Europa – zonder er ooit geweest te zijn, zonder zich een proeftijd te gunnen.
Tussen de Portugezen
Al in de Verenigde Staten organiseerde Tatiana op professionele basis internetgemeenschappen. Ook in Portugal beheert ze nu meerdere Whatsapp- en Facebookgroepen. Een daarvan heet ‘Gezinnen die in Portugal wonen of daarheen verhuizen’. Jason laat een diagram zien met een statistiek over het aantal leden: de lijn loopt al weken steil omhoog, tot intussen bijna 13.000.
Een in de advisering van emigranten gespecialiseerde dienstverlener die zich Expatsi noemt ontdekte de groep en huurde Tatiana in. Nu adviseert ze Amerikanen die weg willen over het Europese onderwijssysteem.
Met haar gezin woont ze nu op 95 vierkante meter op de eerste verdieping van een flatgebouw in het stadsdeel Alcântara in Lissabon. Hoog boven de wijk zweeft de oprit van de reusachtige ‘25 april’-brug. Hemelsbreed wonen ze maar 4 kilometer van de oude stad, en toch ver van het toeristische centrum.
‘Wij zijn de enige expats in dit gebouw,’ zegt Jason. De woning is veel kleiner dan het huis dat ze in de VS bewoonden, vertelt Tatiana. De makelaar wilde ze eerst in een dure buitenwijk aan zee onderbrengen, ‘maar we wilden niet tussen andere Amerikanen wonen, of in een gated community. Wij wilden ons tussen de Portugezen bevinden.’
De Portugezen zijn ‘extremely nice’, maar toch meer een ‘gesloten groep’
Maar de relatie met de Portugezen, dat is nog wel een dingetje. Veel Portugese vrienden hebben ze niet, zegt Jason. De autochtonen zijn vriendelijk en hulpvaardig, maar blijven het liefst onder elkaar. ‘De mensen hier kennen elkaar meestal al een leven lang,’ zegt Jason, ‘ze zitten niet te wachten op nieuwe vrienden.’
‘Toch mogen we de Portugezen graag. Het zijn de hulpvaardigste mensen die ik ooit ben tegengekomen,’ zegt Tatiana. Maar in chats van Amerikaanse expats in Portugal, bijvoorbeeld van een gemeenschap die in Setúbal ten zuiden van Lissabon woont of in de Facebookgroep Moving to Portugal,zoeken de nieuwe burgers van Portugal naast praktische adviezen, van de loodgieter tot de belastingadviseur, vooral naar sociale contacten – en vooral met landgenoten. Een man uit Arizona schrijft dat hij in de zomer Portugal wil verkennen en later met zijn vrouw erheen wil verhuizen. ‘Wij zijn geïnteresseerd in een plaats met een Amerikaanse expatgemeenschap.’ Een renteniersechtpaar kondigt op expatforum.com aan dat ze naar Frankrijk gaan verhuizen. Want Portugezen zijn ‘extremely nice’, maar toch meer een ‘gesloten groep’.
Is de taal een barrière? ‘Daar werken we aan,’ zegt Jason. Een beetje Spaans kenden ze al, ze komen immers uit Texas. Ze hebben cursussen gedaan, ook een die door de stad werd aangeboden. Nu zijn ze van plan zich in te schrijven voor een intensieve cursus aan een taalschool die andere expats aanbevelen; elke dag drie uur. Terwijl de oudste van hun zonen inmiddels in Italië studeert, maakt de jongere op dit moment zijn middelbare school af. En hij speelt rugby bij de lokale vereniging, een paar straten verderop. ‘Vloeken kan hij al perfect in het Portugees,’ zegt Tatiana, ‘daar is ie heel bedreven in.’
Cultuurclash
Na de jaren in Portugal kijken ze anders terug op hun leven in de Verenigde Staten. ‘Pas hier heb ik gemerkt hoeveel diepvriesvoedsel wij altijd gebruikten,’ zegt Jason. ‘We moesten leren om onze eigen dressing te maken,’ zegt Tatiana. Ook hadden ze veel meer ruimte in hun huis in Texas, bijvoorbeeld een aparte kamer voor hun kleren.
Maar dat missen ze niet. Van Jasons pensioen na een leven als ambulanceverpleegkundige en hun advieswerk voor expats kunnen ze goed leven in Portugal. ‘Ik vind het hier fijn,’ zegt Tatiana. Ze zien er zelfs een beetje tegenop om weer naar Amerika te reizen, wat ze deze zomer van plan zijn. Veel in de VS herinnert haar intussen aan haar kinderjaren, vertelt Tatiana, die haar eerste levensjaren in de voormalige Sovjet-Unie doorbracht. Zoals dat je moet oppassen tegen wie je wat zegt.
De politiek heeft ook de verhouding met hun ouders bemoeilijkt. Tatiana’s vader, die in Florida woont, is een schoolvoorbeeld van een Maga-aanhanger. Net als veel Amerikanen is hij ervan overtuigd dat de verkiezingen van 2020 van Trump gestolen werden. ‘Als we met hem praten, trekt hij onze bronnen in twijfel,’ zegt Tatiana. Hij heeft nu eenmaal ’andere feiten’. Ze gaan niet langer met hem in discussie.
Zou je niet juist in moeilijke tijden daar moeten blijven en vechten voor de vrijheid?
Zijn er ook Maga-mensen onder degenen die willen emigreren in de chatgroepen? ‘Soms ontstaan er interessante chats,’ zegt Jason, een soort dansen rond de hete brei, waarbij je probeert in te schatten waar de ander staat. ‘Je vraagt het niet rechtstreeks, maar doorzoekt het Facebookprofiel. Of je stelt indirecte vragen, bijvoorbeeld naar iemands favoriete supermarkt in de VS. Als dat Target is, is het meestal een Trumpfan. Die supermarktketen heeft haar diversiteits- en emancipatiebeleid afgeschaft toen Trump daartegen tekeer ging. Tegenstanders van Maga gaan daar vrijwel niet meer heen, volgens Tatiana. Ze klinkt niet als een activist maar als iemand die diep bezorgd is.
Maar is het dan een oplossing om het land te verlaten? Zou je niet juist in moeilijke tijden daar moeten blijven en vechten voor de vrijheid? ‘Ik denk dat je dat op twee manieren kunt benaderen,’ zegt Jason. ‘Ofwel je blijft en probeert de dingen te herstellen, wat een mooi idee is, als je dat kunt. Of je gaat ervandoor. ‘In de jaren dertig moest je in Duitsland ook zo’n keuze maken.’
Soms maken Tatiana en Jason zich zorgen dat Trump Portugal op de korrel neemt. Misschien wil hij op enig moment de Azoren bezetten, net als Groenland, vrezen ze. ‘En hopelijk gooit Portugal dan niet de Amerikanen het land uit,’ zegt Tatiana.
In september volgend jaar mogen ze het Portugese staatsburgerschap aanvragen. De procedure zal een paar jaar in beslag nemen. Maar dat is het plan, zeggen Tatiana en Jason. In Portugal blijven en Portugees worden.
Als kritiek of verzet door de autoriteiten wordt afgestraft, is de stap naar een autocratie al gezet. Ook al is het regime democratisch aan de macht gekomen.
Autocratische regeringen zijn tegenwoordig moeilijker te herkennen dan vroeger. De meeste autocraten van deze eeuw zijn gekozen. In plaats van oppositie met geweld de kop in te drukken, zoals Castro en Pinochet deden, maken zij de openbare instituties tot een wapen en gebruiken ze politie en justitie, de fiscus en andere instanties om tegenstanders af te straffen en de media en maatschappelijke organisaties te intimideren. Wij noemen dit ‘concurrerend autoritarisme’, een systeem waarin partijen het wel tegen elkaar opnemen in verkiezingen, maar de oppositie geen kans meer maakt vanwege systematisch machtsmisbruik door de zittende regering. Zo blijven autocraten aan de macht in Hongarije, India, Servië en Turkije, en zo deed Hugo Chávez het in Venezuela.
Bij het afglijden naar deze vorm van autoritarisme gaan de alarmbellen niet altijd af. Doordat regeringen gebruikmaken van op zichzelf wettige instrumenten zoals politiek gemotiveerde smaadprocessen, belastingcontroles en strafrechtelijke onderzoeken, hebben burgers niet meteen door dat ze zich aan een autoritair regime onderwerpen. Na ruim tien jaar onder Chávez dachten de meeste Venezolanen nog steeds dat ze in een democratie leefden.
Grens overschreden
Hoe kunnen wij dan bepalen of de VS de grens tussen democratie en autoritair regime hebben overschreden? Ons criterium is simpel: de prijs van verzet tegen de overheid. In een democratie wordt vreedzaam verzet tegen de zittende macht niet bestraft. Burgers kunnen met een gerust hart kritiek uiten, een oppositiekandidaat steunen of meedoen aan vreedzame betogingen, omdat ze weten dat de overheid hun dit niet betaald zal zetten. De hele gedachte van legitieme oppositie is een grondbeginsel van de democratie.
Maar onder een autoritair bewind kleeft er een prijs aan oppositie. Wie dan met de regering botst, wordt slachtoffer van een keur aan strafmaatregelen. Politici kunnen worden vervolgd voor onbenullige of onbewezen feiten, media krijgen te maken met vergezochte smaadzaken of strenge toezichthouders, bedrijven met belastinginspecties en het verlies van opdrachten of vergunningen, universiteiten met het dichtdraaien van de geldkraan of het wegvallen van belastingvrijstellingen, en journalisten, activisten en andere critici met intimidatie, bedreiging of zelfs fysieke mishandeling door regeringsaanhangers. Als burgers moeten oppassen omdat hun kritiek of verzet door de autoriteiten kan worden afgestraft, leven ze niet langer in een volwaardige democratie. Volgens dat criterium heeft Amerika de stap naar een autocratie al gezet. Met de inzet van overheidsinstanties tegen burgers en een hoos aan sancties tegen critici heeft de regering-Trump de tol van oppositie verhoogd. Zo worden politie en justitie nu selectief ingezet tegen critici, worden grote advocatenkantoren geboycot en gedwarsboomd en moeten ook donateurs van de Democratische Partij en andere progressieve organisaties het ontgelden. Daarnaast richt de regering, zoals zo veel autocratische regimes, haar pijlen op de media. Trump heeft rechtszaken aangespannen tegen ABC News, CBS News, Meta, uitgeverij Simon & Schuster en regionale krant The Des Moines Register. Bovendien is de mediatoezichthouder gepolitiseerd om vooral onafhankelijke media op de korrel te nemen. En opmerkelijk genoeg zijn deze aanvallen op de media en politieke tegenstanders sneller en harder uitgevoerd dan vergelijkbare maatregelen in de eerste jaren van het bewind van verkozen autocraten in Hongarije, India, Turkije en Venezuela.
Ook in zijn aanval op universiteiten volgt Trump het draaiboek van andere autocraten. Zoals Jonathan Friedman van non-profitorganisatie PEN America zegt: ‘Het is alsof op alle universiteiten bij de geringste misstap de geldkraan kan worden dichtgedraaid.’ Tot slot worden zelfs Republikeinse politici fysiek bedreigd als ze zich tegen Trump uitspreken. De Republikeinse senator Thom Tillis zegt dat hij door de FBI werd gewaarschuwd over ‘serieus te nemen doodsbedreigingen’ toen hij overwoog om tegen de benoeming van Pete Hegseth als minister van Defensie te stemmen. Voor veel Amerikaanse burgers en organisaties is de prijs van oppositie dus sterk gestegen. Het is nog niet zo erg als in een dictatuur zoals Rusland, waar critici simpelweg in de cel belanden of worden verbannen of vermoord, maar de VS zijn met verbluffende snelheid afgegleden naar een situatie waarin tegenstanders van de regering moeten vrezen voor strafvervolging, civiele rechtszaken, belastingcontroles en andere sancties.
Het is niet de eerste keer dat critici van de regering te maken krijgen met intimidatie, dreigementen en strafmaatregelen
Het is niet de eerste keer dat critici van de Amerikaanse regering te maken krijgen met intimidatie, dreigementen en strafmaatregelen. In de communistenjacht van vlak na de Eerste Wereldoorlog en tijdens het McCarthy-tijdperk werden kopstukken van de burgerrechtenbeweging en linkse activisten decennialang door de FBI op de huid gezeten, en ook Nixon zette de fiscus en andere instanties in tegen politieke tegenstanders. Dat was natuurlijk ondemocratisch, maar het ging niet zo ver als wat we nu zien. En Nixons pogingen om het staatsapparaat voor zijn politieke karretje te spannen leidden uiteindelijk tot zijn aftreden en tot een reeks hervormingen die zulk machtsmisbruik na 1974 aan banden legde.
Na Watergate kende Amerika de meest democratische halve eeuw van zijn bestaan. Met het aantreden van Trump kwam er niet alleen een abrupt einde aan dat tijdperk: het is ook de eerste keer – althans sinds de vervolging van de Jefferson-Democraten onder president Adams, eind achttiende eeuw – dat de regering niet alleen de rivaliserende politieke partij, maar een heel segment van de samenleving op de korrel neemt.
Want het autoritair offensief sorteert duidelijk effect. Burgers denken nu wel twee keer na voordat ze gebruikmaken van hun grondwettelijke recht op het voeren van oppositie. Veel politici en maatschappelijke organisaties die als waakhond en controleur van de zittende macht zouden moeten fungeren, doen er het zwijgen toe. De angst voor vergelding zet een rem op donaties aan de Democratische Partij en andere progressieve organisaties. En na Trumps aanval op prominente advocatenkantoren is het voor critici van de regering moeilijker om een advocaat te vinden, want de rijke en gerenommeerde kantoren die vroeger de strijd met de regering wel aandurfden, zijn nu huiverig om Trumps toorn over zich af te roepen. De Columbia-universiteit is gezwicht voor de eis om de vrije meningsuiting van studenten in te perken.
Zelfcensuur
Bij de media zie je verontrustende signalen van zelfcensuur. Paramount, het moederbedrijf van CBS, heeft het journalistieke programma 60 Minutes onder verscherpt toezicht gesteld. En ook Republikeinse politici verzaken hun taak als controleur van de macht. In de woorden van senator Lisa Murkowski: ‘We zijn allemaal bang. Dat is nogal een statement, maar we zitten in een situatie die voor mij ongekend is. En ik moet zeggen dat ik vaak bang ben om me uit te spreken, want het wordt echt afgestraft. En dat is niet goed.’
Wij Amerikanen leven dus onder een nieuw bewind. Nu is de vraag of we toelaten dat dit ook wortel schiet. De reactie van de samenleving houdt nog niet over – het blijft angstwekkend stil. Maatschappelijke kopstukken komen moeilijk tot collectief optreden. De overgrote meerderheid leeft liever in een democratie en zou graag een eind maken aan dit machtsmisbruik. Maar op individueel niveau hebben ze eerder reden om de regering-Trump tegemoet te komen dan er de strijd mee aan te binden.
Ze willen hun eigen organisatie immers beschermen tegen aanvallen van de overheid. Ze zien ook wel in dat iedereen beter af zou zijn als iemand vooropging in de strijd tegen Trump, maar slechts weinigen zijn bereid daarvoor zelf de tol te betalen. Met als gevolg dat enkele van de meest invloedrijke Amerikanen aan de zijlijn blijven staan en hopen dat iemand anders de kastanjes uit het vuur haalt. Een klein beetje meewerken uit zelfbehoud lijkt hen het beste. Maar dat is de fatale fout van het appeasement-denken: het geloof dat stilletjes meebuigen op ondergeschikte, ogenschijnlijk tijdelijke punten uiteindelijk minder schade op de lange termijn zal opleveren.
Individuele meegaandheid verzwakt de weerbaarheid van de Amerikaanse democratie als geheel
Meestal werkt het niet zo. En daden van individueel zelfbehoud hebben een hoge collectieve prijs. Meebuigen zal de regering waarschijnlijk alleen maar moed geven en stimuleren haar aanvallen te verhevigen. Autocraten bestendigen hun macht meestal niet alleen met geweld: ze worden geholpen door de meegaandheid en passiviteit van mensen die verzet hadden kunnen bieden.
Individuele meegaandheid verzwakt ook de weerbaarheid van de Amerikaanse democratie als geheel. Als één partijdonateur of één advocatenkantoor zich drukt, maakt dat misschien niet veel verschil, maar als ze zich collectief terugtrekken, ontbreekt het tegenstanders van de regering straks aan afdoende financiële en juridische middelen om zich te verweren. Alle nieuwsberichten die niet gepubliceerd worden, alle toespraken of preken die niet gehouden worden en alle persconferenties die niet gegeven worden, kunnen bij elkaar een aanzienlijk cumulatief effect hebben op de publieke opinie. Zolang de oppositie stommetje speelt, trekt de regering aan het langste eind.
Demoraliserend signaal
Het meebuigen van vooraanstaande burgers geeft een intens demoraliserend signaal af aan de samenleving. De boodschap die eruit spreekt, is dat de Amerikaanse democratie het verdedigen niet waard is, of dat verzet zinloos is. Als de meest bevoorrechte mensen en organisaties niet willen of kunnen opkomen voor de democratie, wat verwachten we dan van de gewone burger?
De tol van verzet is wel te dragen. En het afglijden naar autoritarisme is niet onomkeerbaar. In Brazilië, Polen, Slowakije, Zuid-Korea en elders hebben democratische krachten het tij van de democratische neergang weten te keren. De Amerikaanse rechtspraak is nog steeds onafhankelijk en zal ongetwijfeld een aantal van de meest onrechtmatige regeringsmaatregelen tegenhouden. Maar rechters – nu ook zelf doelwit van dreigementen, intimidatie en zelfs arrestatie – kunnen de democratie niet in hun eentje redden. Bredere maatschappelijke oppositie is geboden.
De meest uitgesproken oppositie komt momenteel niet van prominenten, maar van gewone burgers
Ons maatschappelijk middenveld heeft genoeg financiële en organisatorische slagkracht om Trumps autoritaire offensief te weerstaan. Het telt honderden miljardairs, tientallen advocatenkantoren met een jaaromzet van een miljard dollar, ruim zeventienhonderd universiteiten en hogescholen, een enorm netwerk van kerken, vakbonden, particuliere stichtingen en non-profitorganisaties en een goed georganiseerde en goed gefinancierde oppositiepartij. Maar dan moeten die wel samen optrekken. Als ze zich samen inzetten voor de collectieve verdediging van de democratische rechtsstaat, dragen ze ook samen de tol van hun verzet. De regering kan niet iedereen tegelijk aanvallen.
De meest uitgesproken oppositie komt momenteel niet van prominenten, maar van gewone burgers die zich roeren op bijeenkomsten van hun volksvertegenwoordigers. Onze leiders moeten hun voorbeeld volgen. De collectieve verdediging van de democratie heeft de meeste kans van slagen als prominente en bemiddelde mensen en organisaties, zij die het best bestand zijn tegen de klappen van de regering, ook meedoen aan de strijd.
Er zijn tekenen dat ze wakker worden. Harvard weigert te voldoen aan eisen die de academische vrijheid ondermijnen. Microsoft heeft gebroken met een advocatenkantoor dat aan de regering toegeeft en in plaats daarvan een kantoor in de arm genomen dat het er juist tegen opneemt. Als de invloedrijkste leden van een samenleving in verzet komen, geven zij anderen politieke rugdekking. En dat stimuleert gewone burgers ook weer om mee te vechten. Het afglijden van de VS naar autoritarisme is niet onomkeerbaar. Maar niemand heeft ooit een autocratie verslagen vanaf de zijlijn.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de G7-top in Canada. Wat is er besproken tijdens de bijeenkomst en welke resultaten zijn er geboekt?
Wie waren er aanwezig op de G7-top?
Op zondag kwam de Groep van Zeven (G7), bestaande uit Canada, Duitsland, Frankrijk, Italië, Japan, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, samen in Canada. De vertegenwoordigers van de Europese Unie en de Wereldbank, Ursula von der Leyen en Ajay Banga, waren ook aanwezig. De gesprekken van de G7 duurden van zondag 15 juni tot dinsdag 17 juni. De Canadese premier Mark Carney leidde de G7-top. Met zijn overwinning in de Canadese verkiezingen had hij beloofd de strijd aan te gaan met Amerikaanse president Donald Trump vanwege zijn hoge tarieven en zijn idee om van Canada de eenenvijftigste staat van Amerika te maken. Behalve de G7 had Mark Carney ook een reeks gastlanden uitgenodigd, namelijk Australië, Brazilië, India, Mexico, Oekraïne, Zuid-Afrika en Zuid-Korea, die zich op dinsdag bij de groep zouden voegen.
Kananaskis, een bergachtige regio in de Canadese provincie Alberta, werd gekozen als locatie voor de G7-top. De Canadese veiligheidsdiensten verwachtten veel protesten en kozen daarom voor deze plek, afgelegen van de bewoonde wereld, meldt Associated Press. In de steden Calgary en Banff werden plaatsen aangewezen waar demonstraties konden worden georganiseerd, die via een livestream door de G7-leden te volgen zijn tijdens hun vergaderingen.
Wat werd er besproken tijdens de G7-top?
Max Bergmann van het Center for Strategic and International Studies meldt dat ‘de G7 als doel heeft om voor globaal economisch bestuur te zorgen. De Europeanen zien de VS op dit moment als het land dat de oorzaak is van de meeste instabiliteit in de globale economie’. Spanningen over handelsverdragen waren een hoofdpunt tijdens de vergaderingen, aangezien bijna alle deelstaten lijden onder de tarieven van 10 procent die Trump heeft geheven, aldus AP.
Friedrich Merz, de Duitse kanselier, confronteerde Trump samen met de Franse president Emmanuel Macron en de Italiaanse premier Giorgia Meloni over de hoge tarieven voor Europese landen. Ook Ursula von der Leyen gaf maandag kort na haar aankomst een speech waarin ze vroeg om eerlijke en transparante handel tussen de EU en de VS, meldt Al Jazeera. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan had Carney de Mexicaanse president Claudia Sheinbaum uitgenodigd om dinsdag samen met Trump de Noord-Amerikaanse vrijhandelsovereenkomst tussen de drie landen opnieuw te bekijken. Het zou de eerste ontmoeting worden tussen de Mexicaanse president en Donald Trump.
Bijna alle leden van de Groep van Zeven zijn getroffen door Trumps nieuwe tarieven
De focus op handelsverdragen en tarieven verdween echter door de escalatie tussen Israël en Iran die op vrijdag begon met Israëlische aanvallen op Iraanse nucleaire faciliteiten. Op maandag, tijdens de G7-top, werd een tv-station van de Iraanse staat geraakt tijdens een uitzending. ‘De G7 is erg verdeeld’, meldt James Bay van Al Jazeera. ‘Aan de ene kant heb je president Trump, die geen verklaring voor de-escalatie wil ondertekenen. Dan zijn er de Europeanen, die het al hebben over de-escalatie sinds de huidige situatie begon op vrijdag.’ ‘Japan is helemaal anders dan de andere landen’, voegt Bay toe. ‘Het Aziatische land veroordeelt de Israëlische aanvallen zeer fel. Er zijn dus veel verschillende meningen onder de leden.’
Op maandagavond trok de Amerikaanse president Donald Trump zich abrupt terug uit de G7-top. Na het diner van maandagavond gaf Trump een korte toespraak over zijn vertrek. Hij zei: ‘Jullie zien waarschijnlijk hetzelfde als ik, en ik moet zo snel mogelijk terug.’ Hij verwees hiermee naar de aanvallen tussen Israël en Iran die steeds meer de gesprekken van de G7-top domineerden.
Tijdens de G7-top had Trump geweigerd een de-escalatieverklaring te ondertekenen. Er was verwarring over Trumps standpunt ten aanzien van het conflict. Volgens Emmanuel Macron had Trump een staakt-het-vuren geopperd tijdens de besprekingen en reisde hij terug naar Washington om dit te bewerkstelligen. De Amerikaanse president sprak Macron snel tegen op zijn sociale netwerk Truth Social. Hij deelde dat ‘Macron geen idee heeft waarom ik terugga naar Washington, maar dat het zeker niks te maken heeft met een staakt-het-vuren. Het is veel groter dan dat.’ Tijdens zijn vliegreis terug naar de VS stuurde Trump enkele dreigementen richting Iran waaronder een oproep aan de inwoners van Teheran om te evacueren. De de-escalatieverklaring is uiteindelijk toch door alle partijen ondertekend, aldus El País.
Na Trumps vertrek leken de wereldleiders kalmer dan de dag ervoor en de gesprekken ‘leken een stuk natuurlijker te verlopen’
De Spaanse krant voegt toe dat wereldleiders zoals de Oekraïense president Volodymyr Zelensky en de Mexicaanse president Claudia Sheinbaum, die pas aankwamen op dinsdag, door Trumps plotselinge vertrek niet de kans kregen om met de Amerikaanse president te onderhandelen. Volgens Denisse Rudich, hoofd van G7 Research Group London, was het vertrek van Trump misschien zo erg nog niet, meldt BBC. Zolang Trump aanwezig was, leek het erop alsof iedereen op zijn hoede was. Op dinsdag waren de wereldleiders ogenschijnlijk kalmer dan de dag ervoor en de gesprekken ‘leken een stuk natuurlijker te verlopen’, aldus Rudich.
Op dinsdag voegden de gastlanden zich bij de Groep van Zeven. De Oekraïense president Volodymyr Zelensky zou op dinsdagochtend komen, samen met de secretaris-generaal van de NAVO Mark Rutte, om de oorlog tussen Oekraïne en Rusland te bespreken met Trump, meldt AP. Maar door Trumps onverwachte vertrek kwam dit niet aan de orde. Na een gesprek met Zelensky kondigde Mark Carney aan dat Canada enkele miljarden zou schenken aan Oekraïne. Canada zou ook strengere sancties opleggen aan Russische individuen en bedrijven. Ondanks Zelensky’s bezoek kwam er geen gedeelde verklaring over het standpunt van de G7 ten opzichte van Oekraïne en Rusland. Volgens CBC kwam dit omdat de VS niet akkoord gingen met de bewoordingen van de andere zes leden. Premier Carney beweerde later tijdens een persconferentie echter dat alle zeven landen zich goed konden vinden in de verklaring.
De nieuwe Koreaanse president Lee Jae-myung, die als gast was uitgenodigd, hield gesprekken met de Australische premier Anthony Albanese en ook met de Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphosa. De leiders legden de nadruk op hun democratische waarden en besloten hun samenwerking op het gebied van veiligheid, handel en klimaat voort te zetten en uit te breiden. Ramaphosa nodigde Lee uit voor de G20-top in Johannesburg in november van dit jaar, aldus The Korea Times.
De Australische premier heeft zich voorgenomen om minder Trump-vriendelijke zaken achter gesloten deuren te bespreken
Volgens Tom McIlroy in The Guardian ziet de Australische premier Anthony Albanese, net als de EU-landen, het politieke beleid van Trump als een gevaar voor de globale stabiliteit. Albanese vindt het daarom belangrijk om zijn banden met andere landen zoals Canada, Zuid-Korea en Europese landen te versterken. De Australische premier heeft zich daarom voorgenomen om minder Trump-vriendelijke zaken met anderen te bespreken achter gesloten deuren. Vooral zijn ontmoeting met Mark Carney, die volgens AP beweert dat de VS sinds Trump niet meer de dominante rol spelen in de wereldpolitiek, was een groot succes. De twee premiers konden het goed met elkaar vinden.
De Indiase president Narendra Modi was ook door Mark Carney uitgenodigd voor de laatste dag van de G7-top. De twee leiders wilden de banden tussen Canada en India versterken gezien de verslechtering van de diplomatieke banden twee jaar geleden. De toenmalige Canadese premier Justin Trudeau beschuldigde India van het orkestreren van geweld op Canadese bodem naar aanleiding van de moord op een Canadese Sikh-leider, aldus CBC.
Ondanks het voortijdige vertrek van Trump vindt Rudich de bijeenkomst geslaagd. Carney had een duidelijke agenda voor de G7-top en de bijeenkomst is geëindigd met overeenkomsten over belangrijke punten zoals AI, migratie, mensensmokkel en handel in waardevolle mineralen, aldus de BBC. De Britse omroep meldt ook dat Carney een nieuwe handelsovereenkomst met Trump probeerde te bereiken die in een maand afgewerkt zou zijn. Behalve Canada streefden de andere aanwezigen ook naar het sluiten van nieuwe handelsovereenkomsten met Trump. De Japanse premier Shigeru Ishiba en EU-commissaris Ursula von der Leyen slaagden er niet in een definitieve afspraak met Trump te maken, maar hebben wel vooruitgang geboekt. Het lijkt erop dat enkel de Britse premier Keir Starmer een succesvolle overeenkomst kon sluiten met Trump. De Canadese premier Mark Carney hield zich ook bezig met het versterken van handelsakkoorden tussen Canada en de Europese landen, zodat beide partijen minder afhankelijk worden van de VS.
Door Trumps vertrek kon de G7 geen gedeelde verklaring afgeven over Oekraïne en een aantal andere zaken. In plaats daarvan legde de Canadese premier een persoonlijke verklaring af aan het einde van de G7-top, meldt Politico. De EU en het VK zouden doorgaan met hun sancties tegen Rusland. Diplomaten en afgevaardigden hebben gemeld dat, hoewel Trump een andere aanpak hanteert ten opzichte van Rusland, de VS wel hogere tarieven zullen heffen op Russische brandstoffen. Voor de meeste wereldleiders was de G7-top uiteindelijk toch een groter succes dan ze hadden verwacht. Friederich Mertz vertelde verslaggevers dat hij ‘voorzichtig optimistisch’ was over Washingtons houding tegenover Rusland.
Pierre Haski vraagt zich echter af of de G7-top nog wel nut heeft. Trump is er duidelijk niet van gediend om met kleinere, minder machtige landen te onderhandelen. Daarbij komt dat de huidige wereldorde veranderd is en de Groep van Zeven allang niet meer de grootste economieën op aarde zijn. Rusland is sinds de aanval op de Krim in 2014 niet meer lid van de groep en China, de tweede grootste economie in de wereld, was niet eens uitgenodigd. Haski meldt in Internazionale echter dat de huidige geopolitieke situatie misschien de kans biedt om een nieuwe alliantie aan te gaan die bestaat uit democratische landen die niet willen kiezen tussen de VS of China.
De nationale garde was ingezet om protesten neer te slaan
President Trump van de VS heeft de nationale garde opgeroepen om protesten tegen zijn immigratiebeleid te stoppen. De rechtmatigheid van deze keuze wordt sterk betwijfeld. In een aanklacht tegen de regering beschuldigt de staat Californië de president van ‘ongekende toe-eigening van de autoriteit en middelen van de staat’.
‘In de aanklacht werd ook beargumenteerd,’ zo schrijft The New York Times, ‘dat de regering-Trump met haar oproep aan de troepen om de beschermende taken van de politie uit te voeren – taken die de plaatselijke politie en de sheriffs het beste konden afhandelen – het tiende amendement heeft verbroken, dat de rechten van staten beschermt.’
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Op 6 juni verzamelde zich in Los Angeles in Californië een groep mensen om te protesteren tegen het feit dat de immigratie- en douanehandhaving (ICE) een kledingfabrikant was binnengevallen. Na politieoptreden groeiden deze protesten uit tot honderden betogers. Volgens wetgeving uit de negentiende eeuw is het niet toegestaan om de nationale garde in te zetten voor binnenlandse handhaving, behalve als sprake is van rebellie of een opstand.
Het bevel van de regering om federale troepen in te zetten, impliceerde dat hier sprake van was. Bovendien heeft de regering hiermee de autoriteit van de gouverneur van Californië omzeild. ‘Er ligt nog een grote kwestie centraal bij de nationale garde’, aldus The New York Times, namelijk ‘of het wettig was van [minister van defensie] Hegseth om [gouverneur] Newson hier niet bij te betrekken.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.