‘Van de 16e tot de 18e eeuw zag het merendeel van de West-Europese landen de internationale handel als een spel met nul als uitkomst,’ zo kijkt website Quartz terug. ‘Het mercantilisme, het geloof dat landen alleen welvarend konden zijn als ze meer exporteerden dan importeerden, terwijl de totale wereldhandel een vaste omvang had, overheerste in het economisch denken.’
Deze theorie, onderuitgehaald in 1776 door de Schotse econoom Adam Smith, is tot nieuw leven gewekt door Donald Trump, voegt de Amerikaanse website eraan toe – en vergelijkt citaten van beiden.
‘Indien het buitenland ons een product kan aanbieden voor een lagere prijs dan waarvoor wij het zelf kunnen produceren, kunnen we het veel beter in het buitenland kopen met een deel van onze nationale productie, op een wijze waarop wij daarvan enig voordeel kunnen hebben,’ schreef de Schotse filosoof-econoom in zijn standaardwerk The Wealth of Nations.
‘Als hij Trumps inauguratierede zou hebben kunnen horen, had Adam Smith zich in zijn graf omgedraaid,’ commentarieert Quartz. ‘We moeten onze grenzen beschermen tegen de verwoestingen van andere landen die onze producten maken, onze ondernemingen ondermijnen en onze banen vernietigen. De bescherming van eigen grenzen zal leiden tot een grotere economisch kracht en tot hogere welvaart,’ sprak Trump.
‘Maar in dit tijdperk van mondialisering met complexe bevoorradingsketens en onderlinge afhankelijkheid bestaat er geen economisch spel dat op nul uitkomt,’ stelt The Irish Times.
Volgens het onafhankelijke onderzoekscentrum van de Amerikaanse automobielindustrie, zal het opleggen van 35 procent importbelasting op auto’s, zoals Trump heeft aangekondigd, de verkoop ervan met 450.000 stuks per jaar doen afnemen en in de VS 31.000 banen kosten. Want de voertuigen die in Mexico worden geproduceerd, bestaan voor 40 procent uit onderdelen van Amerikaans fabricaat.
Het voornemen van Trump om de Amerikaanse industrie te dwingen haar productie naar Amerikaans grondgebied terug te halen, kan waarnemers ook niet overtuigen. In 2014 verschaften Amerikaanse bedrijven werk aan anderhalf miljoen mensen in Mexico en China, ‘dat wil zeggen nauwelijks één procent van het Amerikaanse arbeidspotentieel’, schrijft Jeffrey Sachs in The Boston Globe. Volgens deze econoom zou het repatriëren van Amerikaanse bedrijven op z’n hoogst 750.000 arbeidsplaatsen opleveren, want vanwege het salarisniveau in de VS is de automatisering er ver doorgevoerd.
De dreigende woorden van Trump lijken evenwel hun uitwerking niet te missen. De groep Ford heeft begin januari aangekondigd af te zien van de bouw van een fabriek in Mexico. Ford gaat daarentegen 700 miljoen dollar investeren en 700 banen scheppen in een van de vestigingen in de staat Michigan waar men elektrische en zelfrijdende auto’s wil gaan produceren.
‘Dat betekent één baan per miljoen geïnvesteerde dollars. In dat tempo komt Trump niet erg ver,’ schrijft Jeffrey Sachs ironisch.
In een Extended Stay-hotel in Miami vertelt een Cubaans echtpaar over hun odyssee van tien maanden door vier landen, op weg naar een nieuw leven in de Verenigde Staten.
De tranen stromen Regla Monte Rey (43) over de wangen, als ze terugdenkt aan de hachelijke tocht over de nachtelijke zee die zij en haar man met hun twee tienerzoons afgelopen zomer maakten naar een onbewoond eiland voor de kust van Puerto Rico. ‘Ik bad de hele tijd tot God, om ons te helpen, en ook tot alle orisha’s [Afro-Cubaanse religieuze geesten] die er maar zijn.’
Als wij Monte Rey, haar man German Correoso (59) en hun zoons Kevin (15) en Kendry (14) tegenkomen, zijn ze net aangekomen in Miami. Vandaar volgen we ze verder, tot ze zich uiteindelijk zullen vestigen in Lancaster, Pennsylvania. Hun verhaal is het verhaal van tienduizenden Cubaanse gezinnen die elk jaar van het communistisch bestuurde eiland vertrekken, om gebruik te maken van een zeer gulle immigratieregeling voor Cubanen in de Verenigde Staten op grond van de Cuban Adjustment Act uit 1966.
Er klinkt steeds meer kritiek op die wet, ook uit de hoek van Cubaanse ballingen die al veel langer in Miami wonen. Volgens hen maken economische migranten van het eiland er misbruik van. De afgelopen maanden is het aantal Cubanen dat naar de VS komt om een verblijfsvergunning aan te vragen explosief gestegen: mensen zijn bang dat die wet door de regering-Trump zal worden afgeschaft.
Volgens cijfers van de Amerikaanse douane hebben zich vorig jaar zo’n 54.000 Cubanen als migrant bij Amerikaanse grensposten gemeld. Dat is twee keer zoveel als in het jaar daarvoor. Daarnaast komen er jaarlijks nog zo’n 30.000 Cubanen via de officiële kanalen naar de VS, met een door de ambassade verstrekt visum voor gezinshereniging, via politiek asiel of dankzij het wereldwijde programma waarin visa worden verloot. In Cuba zelf veroorzaakt de wet ondertussen verscheurde families en een leegloop aan Cubaans talent, van artsen tot honkballers.
‘Ik mis mijn dochter en mijn kleinkinderen zo,’ zegt Monte Reys moeder, Caridad Guerrero (61), die tegenover het vroegere huis van Correoso en Monte Rey woont in Vieja Linda, een arbeiderswijk met straten vol gaten aan de zuidelijke rand van Havana. ‘Hun vertrek heeft mijn leven verwoest. Ik zou ze daar heel graag willen opzoeken, maar niet om er ook te gaan wonen. Ik ben gelukkig hier in Cuba.’
Verkeerde kant
Toen Correoso, Monte Rey en hun twee zoons in september vorig jaar Cuba verlieten en op weg gingen naar de Verenigde Staten, hadden ze geen vastomlijnd reisplan. De twee voormalige leerkrachten hadden het geld voor de reis bij elkaar gebracht met de verkoop van al hun bezittingen, waaronder hun huis en hun auto. Gewapend met hun paspoort, wat contant geld en een koppige vasthoudendheid, begonnen ze aan de eerste etappe van hun reis: per vliegtuig over de Caribische Zee – maar wel de verkeerde kant op. In plaats van naar het noorden te vliegen, naar Miami, dat nauwelijks 300 kilometer van Havana ligt, gingen ze 3000 kilometer naar het zuiden, naar Guyana, een tropisch landje aan de noordkust van Zuid-Amerika. Dat is een van de drie landen waarvoor Cubanen geen visum nodig hebben (de andere twee zijn Trinidad en Rusland). Meteen na aankomst in de hoofdstad Georgetown stapten ze in een bus voor een rit van veertien uur door de jungle, naar de grens met Brazilië, een kleine 400 kilometer verder naar het zuiden. Eenmaal over de grens namen ze een taxi naar de stad Boa Vista en vandaar weer een vliegtuig, nu naar de hoofdstad Brasilia.
Veel andere Cubanen ondernemen daarvandaan de gevaarlijke reis over de Amazone naar Colombia en dan door het ondoordringbare Darién-oerwoud naar Panama, maar Correoso en Monte Rey gingen liever op zoek naar andere mogelijkheden.
‘In Centraal-Amerika wemelde het van de Cubanen die hetzelfde wilden als wij,’ vertelt Correoso. ‘Maar dat werd steeds moeilijker toen eerst Nicaragua en daarna Costa Rica en Panama hun grenzen voor Cubanen sloten.’
Het gezin bemachtigde een tijdelijke werkvergunning in Brazilië. De ouders werkten als bordenwasser in restaurants, de twee jongens gingen naar school. Maar in Brazilië blijven was voor hen geen optie. ‘We maakten ons grote zorgen over de veiligheid daar. Die was heel anders dan we in Cuba gewend waren,’ vertelt Monte Rey. In de negen maanden die volgden probeerden ze de volgende etappe van hun reis te regelen en uiteindelijk kozen ze voor een andere populaire smokkelaarsroute. Met hulp van vrienden en familie in de Verenigde Staten kochten ze in juli vliegtickets naar de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince. Daarvandaan namen ze een klein vliegtuig naar de tweede stad van Haïti, Cap-Haïtien, aan de noordkust, waar ze smokkelaars troffen die hen ’s nachts te voet de grens met de Dominicaanse Republiek over brachten.
In hun krappe kamer, die bijna geheel in beslag wordt genomen door twee tweepersoonsbedden, zijn Correoso en Monte Rey een en al dankbaarheid voor de hulp die ze hebben gekregen, en vol ongeduld om verder te gaan met hun leven
‘We liepen en liepen, door de bergen en twee rivieren, terwijl we ons de hele tijd verborgen hielden. Twee gidsen hielpen ons, het was een donkere, maanloze nacht,’ vertelt Correoso.
Ze bleven twaalf dagen in de Dominicaanse Republiek, onderweg naar het badplaatsje La Romana aan de zuidoostkust. Daar zijn smokkelaars met yolas, smalle bootjes met buitenboordmotoren, die migranten een overtocht bieden over de gevaarlijke Mona Passage, een drukke scheepvaartroute die de Dominicaanse Republiek scheidt van het Amerikaanse grondgebied van Puerto Rico. De familie wist dat de VS een natuurgebied op het eiland beheren en dat zij als Cubanen daar welkom zouden zijn.
Ze vertrokken bij het invallen van de schemering, zestien mensen in een krappe open boot, in rijen naast elkaar, zonder de beschutting van een dek of hut. De Mona Passage is berucht om haar woelige zee en sterke stromingen. Terwijl de kust achter hen uit het zicht verdween, begonnen de golven aan de boot te rukken, zodat die heftig schommelde. ‘Dat waren de moeilijkste en gevaarlijkste acht uur die ik ooit heb doorgemaakt,’ vertelt Correoso. ‘De golven werden steeds hoger en op een gegeven moment dachten we dat we het niet zouden halen. Ik dacht dat de boot zou zinken. Mijn jongste zoon naast me klampte zich aan de bank vast, ik sloeg mijn armen om hem en zijn moeder heen; onze andere zoon lieten we op de bodem van de boot zitten, tussen onze benen.’
Bij het krieken van de dag landden ze op het eiland Mona, op 26 juli. Uitgeput en opgelucht bleven ze op het strand zitten tot de zon opkwam, voor ze op zoek gingen naar de Amerikaanse kustwacht. Uren later, nadat ze te eten hadden gekregen, zaten ze aan boord van een Amerikaanse helikopter die hen naar San Juan vloog. De volgende halte: Miami.
Wij ontmoeten Correoso, Monte Rey en de jongens drie weken na hun aankomst in Miami, in een hotel in de buurt van het vliegveld, waar ze zijn ondergebracht in het kader van een federaal programma voor Cubaanse migranten, dat onder leiding staat van kerkelijke hulporganisaties. Ze zijn in afwachting van een bericht over hun uiteindelijke verhuizing naar Lancaster in Pennsylvania, waar ze met hulp van de Church World Service, een protestantse hulporganisatie voor immigranten en vluchtelingen, een nieuwe plek hopen te vinden. Ze krijgen hulp bij het invullen van immigratieformulieren, waaronder een aanvraag voor een permanente verblijfsvergunning – de beroemde green card – en voor sociale voorzieningen, zoals een uitkering van drie maanden voor huisvesting en voeding. Het hotel zit vol Cubanen, sommigen zijn verbrand door de zon na hun reis over zee op een zelfgebouwd vlot naar de kust van Florida. In hun krappe kamer, die bijna geheel in beslag wordt genomen door twee tweepersoonsbedden, zijn Correoso en Monte Rey een en al dankbaarheid voor de hulp die ze hebben gekregen, en vol ongeduld om verder te gaan met hun leven.
‘Het was een geweldige verrassing om te merken hoeveel hulp Cubanen hier krijgen,’ zegt Monte Rey.
Waarom zijn ze aan dit riskante avontuur begonnen? ‘De levensomstandigheden in Cuba zijn niet gemakkelijk en het werd steeds moeilijker voor ons,’ vertelt Correoso.
Monte Rey gaf wiskunde en Correoso biologie, voordat ze een paar jaar geleden hun baan van 25 dollar per maand opgaven en op zoek gingen naar beter betaald werk. ‘We wilden iets gaan doen dat ons wat meer armslag zou geven. Dus stopten we met het onderwijs,’ vertelt Correoso. Hij vond eerst een baan als inspecteur bij het ministerie van Arbeid en Sociale Zekerheid, werkte daarna als directeur logistiek bij de cargoterminal op de luchthaven van Havana, en uiteindelijk als bestuurder van landbouwmarkten in zijn eigen provincie.
‘Een baan krijgen is niet zo moeilijk in Cuba; wat moeilijk is, is een baan krijgen die je iets oplevert. Soms voel je je een vreemdeling in je eigen land, omdat je allerlei dingen niet kunt doen die anderen zich wel kunnen veroorloven, zoals uit eten gaan in een goed restaurant of in een hotel logeren.’ Zijn vrouw voegt daaraan toe: ‘Zo is het in Cuba. Ik denk niet dat veel mensen nu om politieke redenen weggaan. Cubanen houden zich nauwelijks met politiek bezig.’ Toch zeggen ze allebei dat politiek wel een rol heeft gespeeld in hun besluit.
‘Misschien vluchten we voor een systeem waar we niet achter staan. Want als we één ding zeker weten, is het wel dat we geen communisten willen zijn, dat we het rare socialisme dat we daar hadden niet meer willen,’ zegt Correoso. Het tijdstip van hun vertrek had ook alles met politiek te maken, want de angst was groot dat de Cuban Adjustment Act binnenkort zou worden herroepen. ‘Veel Cubanen die naar de Verenigde Staten migreren, vrezen het ergste voor die wet,’ vertelt Monte Rey.
‘Iedereen beseft dat die weleens kan verdwijnen, want we hebben geen idee wat de regering-Trump gaat doen. We zien ook wel dat die wet niet eeuwig blijft bestaan.’
Duizend dingen doorgemaakt
De afgelopen twee jaar onder president Obama hebben er grote verschuivingen plaatsgevonden in het Amerikaanse Cubabeleid, zoals het herstel van de diplomatieke betrekkingen, maar volgens Correoso is er op straat in Cuba weinig veranderd. ‘Mensen verliezen de moed, ze zien hoe de tijd verstrijkt, er wordt niets opgelost en sommige problemen worden alleen maar nijpender.’ Nog steeds zijn er allerlei meningsverschillen tussen Cuba en de Verenigde Staten die onoverbrugbaar lijken,’ zegt hij, in een verwijzing naar het Amerikaanse economische embargo en de aanspraken van beide landen op hetzelfde grondgebied, zoals de Amerikaanse marinebasis in Guantánamo. ‘Wij gewone Cubanen zijn in dit conflict meegesleurd, we hebben het gevoel dat we in de val zitten.’
Eind augustus hebben ze nog een keer hun spullen ingepakt, voor de verhuizing naar hun nieuwe thuis in Pennsylvania. Als ze er aankomen, krijgen ze een envelop met geld, de huissleutel en een kaart waarop belangrijke plekken staan aangegeven, zoals de plaatselijke supermarkt.
‘Zo heerlijk,’ zegt Monte Rey. ‘Ik heb het zo gemist om zelf te kunnen koken. Het enige wat hier nu nog ontbreekt is een dominospel, om het nog Cubaanser te maken.’ Voor hun eerste maaltijd maakt Monte Rey rijst met bonen, Correoso roostert varkensvlees – traditioneel Cubaanse kost.
De jongens verheugen zich op hun nieuwe school – en op de winter. ‘Ik heb nog nooit sneeuw gezien. Het lijkt me fantastisch om sneeuw aan te raken,’ zegt Kendry. ‘Ik heb nog zo veel te leren,’ voegt hij eraan toe. ‘Later zal ik mijn kinderen vertellen over alles wat ik heb doorgemaakt. En op een dag ga ik naar Cuba en dan vertel ik iedereen daar, al mijn vrienden: ‘Ik heb duizend dingen doorgemaakt om te komen waar ik nu ben.’
Terug in Havana vertelt Monte Reys moeder, Caridad Guerrero, hoe leeg haar leven is nu ze weg zijn. Haar dochter heeft geheimgehouden dat ze wilden gaan emigreren en vertelde het haar pas toen ze al in Brazilië zaten, per telefoon. Guerrero kon tijdens dat telefoontje nauwelijks een woord uitbrengen tegen haar dochter. ‘Mijn keel werd dichtgeknepen en ik hing op,’ vertelt ze, in de schommelstoel op haar veranda.
Als bescherming van het huis heeft ze een kleine smeedijzeren presse-papier in de vorm van een pijl en boog bij de drempel van haar voordeur gezet. Het is een symbool van de Afro-Cubaanse god Ochosi. Het beeldje is van Monte Rey geweest en moet ook haar beschermen. Haar naam staat op het velletje papier dat eronder ligt. Moeder en dochter zijn allebei ingewijd als heiligen in de Santería-religie van Cuba.
In een glazen vitrine tegen een muur in de tuin staat de manshoge menselijke figuur van Sint Lazarus, die gezien wordt als een helende god [Babalú-Ayé, in de Cubaanse Yoruba-religie]. Buiten in het park spelen kinderen op kapotte, roestige schommels, terwijl anderen zich op straat van de heuvel omlaag storten op chivichanas, zelfgemaakte houten skateboards. Straatverkopers prijzen luidkeels hun waren aan. ‘Hay papas [Er zijn aardappelen],’ roept een man. Twee andere mannen zijn verdiept in een partijtje schaak in de schaduw van een palmboom, met het schaakbord wiebelend op hun knieën. Een gezin maakt een pan vers varkensvlees klaar op een houtvuur aan de kant van de weg.
Op de plaatselijke markt denkt men met genegenheid terug aan Correoso. ‘German is een goed mens,’ zegt Humberto Martinez (46). ‘Het leven is niet gemakkelijk en we wensen hem het beste toe.’ Gema Mora (33) herinnert zich haar vroegere buren nog goed. ‘Ze verdienen het om te zijn waar ze nu zijn,’ zegt ze. ‘Ze waren de beste kameraden die ik me kon wensen.’ Correoso en Monte Rey zijn de peetouders van haar vijfjarige dochter Leancy. Het meisje lacht als ze hun namen hoort. ‘Wanneer komt het vliegtuig mij ook ophalen?’ vraagt ze.
Guerrero denkt met weemoed terug aan de momenten dat ze van haar werk in een café thuiskwam en iets te eten klaarmaakte voor Kevin en Kendry als die uit school kwamen. Dan keken de jongens naar tekenfilms op tv tot hun ouders thuiskwamen. Na hun vertrek was ze dodelijk ongerust, want ze had al te veel verhalen gehoord van op zee verdwenen of te lang van elkaar gescheiden families. Twee keer is ze in het ziekenhuis beland als gevolg van stress en haar diabetes. Ze heeft een duidelijke mening over illegale emigratie. ‘Ik zou willen dat mensen niet op die manier vertrokken. Waarom nemen ze dat risico?’ vraagt ze in haar schommelstoel, met de hond van haar buren op schoot. ‘Het belangrijkste is dat ze leven.’ Over hun toekomst maakt ze zich niet al te veel zorgen. ‘Het zijn intelligente, goed opgeleide mensen. Ze zijn allebei leraar, dus ik denk dat ze hun draai wel zullen vinden.’
Ze hoopt dat ze ooit bij hen op bezoek kan gaan, maar beseft dat het niet makkelijk zal zijn om een visum te krijgen, vanwege het risico dat zij ook een beroep zal doen op de speciale regeling voor Cubanen. ‘Ik hoop dat ze ons ouderen ooit zullen laten komen en gaan, zodat iedereen die dat wil op familiebezoek kan gaan. Ik zou heel graag mijn kleinkinderen willen zien, dan kan ik op de dag dat ik doodga tenminste zeggen dat ik ze nog één keer heb gezien.’
Ook al beklaagt ze zich over haar lot, over het leven in Cuba heeft ze weinig klachten. ‘Het is hier niet zo slecht,’ zegt ze, en ze merkt op dat ze niet hoeft te betalen voor haar diabeteszorg. Van haar salaris van 16 dollar per maand blijft weinig over nadat ze de rekening voor water en elektra heeft betaald. Maar ze heeft niet veel nodig. ‘Als je in dit land niet te eten hebt, komt dat omdat je niet werkt. Er is hier werk genoeg voor mensen die hun best doen. Er zijn veel ergere plekken. Kijk naar wat er gebeurt in Brazilië en Venezuela,’ zegt ze, doelend op het geweld, de politieke onrust en beschuldigingen van corruptie in die landen.
Ondanks alles zeggen Correoso en Monte Rey dat Cuba altijd hun thuis zal blijven. ‘We houden erg veel van ons land en we zullen Cuba nooit vergeten. We hebben ook nooit gezegd dat we niet terug zullen komen,’ zegt Correoso. ‘We willen Cubanen blijven, we willen dat onze kinderen Cubanen zijn. We willen tot onze dood Cubaans blijven. Hij zwijgt even en schraapt zijn keel. ‘Als het ooit beter wordt in Cuba en er dingen veranderen, gaan we met alle plezier terug naar ons vaderland.’
Epiloog
Correoso en Monte Rey werken in Lancaster nu allebei parttime voor een onlinekledingwinkel. Beiden hebben een sollicitatie lopen voor een fulltimebaan. Ze hebben geen overheidsuitkering meer en betalen nu zelf hun huur. En ze hebben een auto gekocht, een tweedehands Mitsubishi. Afgelopen weekend was het in Lancaster twaalf graden onder nul. De jongens zijn nu vijftien en zestien en hebben voor het eerst in hun leven sneeuw gezien.
Met dank aan Ana Maria Rodriguez in Lancaster en Pablo Cozzaglio in Havana.
Nu Trump de protectionistische kaart trekt, profileert China zich als voorvechter van de open economie. Maar wil het land echt een voorbeeld worden, dan zal het eerst moeten hervormen, schrijft men in Hongkong.
Op 17 januari heeft Xi Jinping tijdens het Economische Wereldforum in Davos de economische globalisering vurig verdedigd. Natuurlijk was het enigszins ironisch om een communistische leider tijdens een kapitalistisch forum de vrijhandel te horen bezingen. Toch is deze man ook de leider van de tweede economie en de eerste handelsmacht van de wereld, en als zodanig is het niet meer dan logisch dat hij wil opkomen voor de economische globalisering en de voordelen van de vrijhandel prijst. Volgens voorspellingen van het IMF zal China in 2016 1,2 procentpunt hebben bijgedragen aan de mondiale economische groei, waar de VS blijft steken op 0,3 procentpunt en Europa op 0,2. De Chinese bijdrage stijgt ruimschoots uit boven die van de gezamenlijke ontwikkelde landen. De woorden van Xi Jinping klinken als muziek in de oren van de elite van de mondiale financiële wereld, als tegenwicht tegen een verontrustend isolationistische Donald Trump die zijn problemen op anderen afwentelt.
Tijdens zijn twee toespraken heeft Xi Jinping de naam van de Amerikaanse president niet één keer genoemd
Tijdens zijn twee toespraken heeft Xi Jinping de naam van de Amerikaanse president niet één keer genoemd. Maar toen hij verklaarde dat ‘protectionisme een doodlopende weg is’, dat ‘we ons aan onze beloften moeten houden en de regels moeten respecteren; we kunnen niet maar van alles accepteren of verwerpen naar het ons goeddunkt’, of toen hij naar aanleiding van het akkoord van Parijs zei dat ‘we daar niet te luchtig over mogen doen’, richtte hij zich duidelijk tot Donald Trump. ‘In China zal de deur altijd wijd open staan voor de hele wereld en nooit dichtgaan,’ vervolgde de Chinese leider.
Diezelfde dag publiceerde zijn regering decreten ten gunste van meer openheid. Ook buitenlandse ondernemingen kunnen voortaan een notering krijgen op de beurs voor A-aandelen (uitgedrukt in yuans), op de beurs voor kleine en middelgrote ondernemingen, op de GEM-beurs (Growth Enterprise Market) in Hongkong en op de New OTC-beurs, die zich vooral op opkomende mkb-bedrijven richt; om kapitaal op te halen kunnen ze ook obligaties uitgeven en leningen afsluiten bij niet-financiële instellingen. Ook zijn de regels voor de hoogte van buitenlandse investeringen in banken en bedrijven versoepeld en zijn de sectoren waar die zijn toegestaan uitgebreid met accountancy, boekhouding en architectuur, evenals met ratingbureaus. Daarmee wordt de kapitaalvlucht afgeremd en wordt aan de rest van de wereld getoond dat China zich echt wil openstellen.
Daar moet wel bij worden gezegd dat Xi Jinping zijn veelvuldig gebruikte ‘globalisering’ steevast vergezeld liet gaan van het adjectief ‘economische’. Want voor universalisme is China nooit warmgelopen. Wat de internationale politiek betreft, houdt het land strikt vast aan de soevereiniteit en waardigheid van individuele staten en aan het principe dat nooit mag worden ingegrepen in binnenlandse aangelegenheden.
Donald Trump wil zich ontdoen van het juk van de huidige wereldorde, maar ook Xi Jinping wil die niet ongemoeid laten. In Davos zei hij het te betreuren dat het mondiale governancesysteem nog altijd geen weerspiegeling is van de ingrijpende ontwikkelingen die het internationale economische krachtenveld de laatste decennia heeft doorgemaakt, en dus niet representatief genoeg is. De noodzaak om dit systeem te hervormen neemt met de dag toe, vervolgde hij: de internationale gemeenschap streeft ernaar dat landen met opkomende markten ook een stem krijgen en zich beter vertegenwoordigd zien.
De Chinese president heeft bovendien willen tonen dat China zijn verantwoordelijkheid als grootmacht neemt door aan te kondigen dat zijn land 200 miljoen yuan [ca. 27 miljoen euro] extra zal bijdragen aan de hulp aan Syrische vluchtelingen en zal deelnemen aan VN-programma’s op dit terrein.
Donald Trump predikt ‘America first’: koop Amerikaanse waar, neem Amerikanen in dienst. Xi Jinping spreekt van een ‘menselijke lotsgemeenschap’ en van ‘een wereld waarin het beter zal gaan naargelang het China beter gaat’ – ideeën waaruit een diametraal tegenovergesteld wereldbeeld spreekt. In de VS is een nieuwe, onvoorspelbare en huiveringwekkende president aangetreden; Europa dreigt uiteen te vallen door het opkomende populisme, dat het gevolg is van de enorme toestroom van vluchtelingen en de economische neergang. De oplossing die Xi Jinping aan de hele wereld voorstelt is een uitstekende gelegenheid om de Chinese ‘soft power’ te etaleren; toch zullen de Chinese leiders moeten begrijpen dat ze daarvoor niet alleen op hun economische en militaire macht kunnen steunen. Om het Chinese model en de Chinese oplossing aantrekkelijk te maken voor de planeet en vooral voor de wereldbevolking, zal het land eerst zijn eigen instituties moeten vernieuwen en zich toleranter en welwillender moeten opstellen tegenover de mensheid.
Ondanks een duidelijke affiniteit met de Chinese machthebbers, blijft Ming Paotrouw aan de gewoonte om in de commentaren af en toe zeer kritisch te zijn over Peking. Onderdeel van de grootste Chineestalige persgroep buiten China.
CONTEXT – Mexico: Woedend gegrom
De frontale aanvallen van Donald Trump op Mexico hebben al geleid tot het afzeggen van het bezoek van president Enrique Peña Nieto aan Washington, dat voor 31 januari op de agenda stond. Ze hebben ook snel geleid tot massale oproepen op de sociale media in Mexico om Amerikaanse producten te boycotten. Met hashtags als #AdiósStarbucks en #AdiósCocaCola, zo schrijft de krant Milenio, roepen de gebruikers van de sociale media op om ‘lokaal te consumeren’ en hebben het daarbij voorzien op de pareltjes van de Amerikaanse consumptiemaatschappij, die een sterke positie hebben op de Mexicaanse markt, ‘maar die voor het merendeel franchiseondernemingen in Mexicaanse handen zijn’, aldus de krant.
De regering van Peña Nieto probeert – nog schuchter, zo merken de media op – van deze stemming te profiteren om de Mexicaanse economie te ondersteunen. Begin februari, zo schrijft de krant Excélsior, kondigde de regering een ‘modernisering’ aan van de vermelding Hecho en Mexico (‘Geproduceerd in Mexico’) om nationale producten onder de aandacht te brengen. Zij bekrachtigde tevens het oprichten van een orgaan dat de uitvoer van Mexicaanse producten moet bevorderen, met name door het verlagen van de douanetarieven.
De Taiwanese elektronicareus Foxconn is van plan om samen met Apple een fabriek voor lcd-schermen te bouwen in de VS. Op voorwaarde dat ze subsidie krijgen.
Terry Gou, bestuursvoorzitter van Hon Hai Precision Industry, een Taiwanese elektronicareus die beter bekend is als Foxconn, lijkt bereid mee te gaan in het ‘made in America’ dat Donald Trump zo lief is. Op 22 januari verklaarde Gou dat hij 7 miljard dollar wil investeren in de bouw van een fabriek voor lcd-schermen in de Verenigde Staten en dat hij die investering samen zal doen met Apple, een van de grootste klanten van zijn bedrijf. Deze verklaring heeft voor nogal wat opschudding gezorgd, niet alleen in Taiwan, maar ook in de VS: de baas van een van de grootste industriële groepen van Azië wil naar de pijpen dansen van Trump.
Trumps houding tegenover buitenlandse investeerders is dualistisch. Iedereen die geld in de VS steekt en er banen creëert is een bondgenoot, iedereen die dat weigert, om welke reden dan ook, is een vijand. Al wordt hij nog zo bekritiseerd vanwege het protectionisme dat inherent is aan zijn credo ‘America first’, hij laat zich niet uit het veld slaan: buitenlandse ondernemingen kunnen het zich tenslotte niet permitteren doof te blijven voor de machtigste man van de grootste economie ter wereld. Het wekt dan ook geen verbazing dat zo veel bedrijven investeringsplannen in de VS hebben aangekondigd.
1 procent
Op het eerste gezicht zou je kunnen denken dat Gou zich bij de schare bazen voegt die de Amerikaanse president naar de mond willen praten. Maar in werkelijkheid droomt hij er al jaren van om fabrieken in de VS te bouwen. Dat is in een stroomversnelling geraakt toen Masayoshi Son, president-directeur van het mobieletelefoniebedrijf SoftBank Group en een vriend van Gou, afgelopen december een ontmoeting had met Trump. Tijdens dit gesprek bracht Son het idee van Gou naar voren voor een gezamenlijke investering in de VS.
Foxconn zou er belang bij hebben om meer in China te investeren, een land waaraan de groep zijn snelle opmars dankt, of om de productie vanuit China te verplaatsen naar landen waar de arbeidskracht goedkoper is. Maar de Verenigde Staten? Het is zelfs niet zeker of Gou zich heeft gerealiseerd hoeveel kosten zo’n initiatief met zich meebrengt. Hij sluit misschien niet uit dat de VS opnieuw de werkplaats van de wereld worden – een idee dat al enige tijd opgang doet.
Volgens een rapport dat op 11 januari werd gepubliceerd door de Boston Consulting Group, is het verschil in productiekosten tussen de VS en China niet meer dan 1 procent. Ook al gebruikt dit rapport cijfers die afkomstig zijn uit de Yangtze-delta, een regio waar de salarissen zijn toegenomen en waar ook Shanghai en het zuiden van de provincie Jiangsu onder vallen, het kleinere verschil tussen de twee landen is niet alleen te verklaren vanuit het inkomenspeil. Een andere reden voor deze ontwikkeling is de spectaculaire verandering die de Amerikaanse industriële sector ondergaat.
De voortschrijdende informatietechnologie heeft de productiviteit verbeterd, terwijl de schaliegasrevolutie de energieprijs heeft doen dalen. ‘Ook al reken je de indirecte kosten van transport, opslag en andere factoren mee, het is tegenwoordig goedkoper om artikelen in de VS zelf te produceren als ze daar worden geconsumeerd’, aldus het rapport.
Gou is ongetwijfeld op de hoogte van deze nieuwe tendensen in een industrie die volop in ontwikkeling is, en hij is waarschijnlijk niet zo naïef om zijn wereldbeeld te laten beïnvloeden door kleine, zich regelmatig voltrekkende veranderingen. ‘Wat wij in de Verenigde Staten verwachten te vinden, is goedkope grond en goedkope elektriciteit,’ heeft hij gezegd. ‘Ik hoop dat de Verenigde Staten ons die zullen leveren.’
In de VS moeten staten waarop industriëlen hun oog laten vallen voor nieuwe investeringen, vaak tegen elkaar opbieden. Carrier, een belangrijke Amerikaanse producent van airconditioners, zag af van de sluiting van een fabriek in Indiana nadat Trump het bedrijf tijdens de presidentscampagne had bekritiseerd omdat het een deel van de productiecapaciteit naar Mexico wilde verplaatsen. In ruil heeft Indiana Carrier 7 miljoen dollar belastingvoordeel geboden. Je zou denken dat het bedrijf een goede keus heeft gemaakt door te zwichten voor Trump.
Trump is een vastgoedmagnaat, hij is gewend om hotels en casino’s te runnen. In weerwil van het wijdverbreide idee dat zijn bedrijven altijd winst maken, is de casinopoot van Trump maar liefst vier keer failliet gegaan. Daarmee heeft hij dus voorlopig misgegokt.
‘Die plannen bestaan, maar het is geen belofte, het is een wens,’ verduidelijkte Gou volgens Reuters, toen hem naar de investering in de VS werd gevraagd. Het pokerspel is nog maar net begonnen.
Nikkei voert zijn berichtgeving over Azië op door wekelijks een publicatie aan deze regio te wijden. Dankzij zijn reportages, analyses en onderzoeksjournalistiek, met name op economisch gebied, is het blad een waardevolle bron voor het volgen van de actualiteit.
CONTEXT – Antiglobalisme: eerst links, nu rechts
‘Het protectionisme viert hoogtij in de grootste landen van de westerse wereld, in dezelfde landen waar de neoliberale ideologie werd geboren’, schrijft de Spaanse website Ctxt (die als links wordt beschouwd) in een lang artikel over de ‘antimondialisering, van de ondercommandant Marcos [in de jaren negentig leider van het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger in de Mexicaanse staat Chiapas] tot Donald Trump’. Journaliste Cristina Vallejo vraagt zich af hoe het is gekomen van het verzet tegen de ultraliberale mondialisering aan het eind van de jaren negentig, een beweging die duidelijk links en internationaal was, tot de huidige rechtse ‘demondialisering’ die door Trump wordt voorgestaan, een beweging waartoe ook de Brexit moet worden gerekend, evenals de dreiging van een terugvallen op ‘eigen volk eerst’ in Frankrijk en Italië.
Het kantelpunt zou de bankencrisis van 2008 zijn geweest en de langdurige recessie die daarvan het gevolg was
‘De onvrede die door de mondialisering wordt gewekt, komt tot uiting in landen waarvan men dacht dat deze de grote winnaars waren van de vrijheid op de wereldmarkt,’ merkt Vallejo op. ‘Welaan, ook in die landen zijn er verliezers.’
Het kantelpunt zou de bankencrisis van 2008 zijn geweest en de langdurige recessie die daarvan het gevolg was.
Vallejo herinnert er ook aan dat Latijns-Amerika voordien al landen met antimondialistische regeringen kende, vooral linkse, aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Volgens de politicologen die zij raadpleegde ging het daarbij om een weerzin tegen de ‘gelukkige mondialisering’ die werd aangeprezen door de multinationals. In het geval van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zou het eerder gaan om het heroveren van hun hegemonie door in eigen voordeel te gaan ‘heronderhandelen’ over de voorwaarden van mondialisering, aldus de Spaanse website.
Politici als Donald Trump, die tekeergaan tegen de macht van grote internationale bedrijven, lopen in veel opzichten achter. Multinationals waren al ruim voor de populistische revoltes van 2016 op hun retour.
Een van de vele dingen waar Donald Trump een hekel aan heeft zijn grote wereldconcerns. Hij verwijt ze een ‘bloedbad’ onder gewone Amerikanen aan te richten door banen en fabrieken naar het buitenland te verhuizen. Hij wil deze plunderende multinationals temmen. Lagere belastingen zullen hun geld naar Amerika laten terugvloeien, importheffingen zullen hun buitenlandse aanvoerketens belemmeren, en de handelsovereenkomsten waardoor ze zaken kunnen doen zullen herschreven worden. Om aan strafmaatregelen te ontkomen ‘hoeven jullie alleen maar hier te blijven’, zei hij tegen de Amerikaanse bazen.
Trumps agressief protectionistische toon is ongebruikelijk. Maar hij loopt in veel opzichten achter. Multinationals, de aanjagers van globalisering, waren al ruim voor de populistische revoltes van 2016 op hun retour. Hun financiële resultaten blijven achter, waardoor ze niet langer plaatselijke bedrijven uitkleden. Vele lijken niet meer in staat verder in hun kosten en belastingen te snijden en hun plaatselijke concurrenten te slim af te zijn. De impact op de wereldhandel zal groot zijn.
Multinationals, die een groot deel van hun zaken buiten hun thuisbasis doen, bieden wereldwijd werk aan slechts een op de vijftig mensen. Maar ze zijn wel belangrijk. Een paar duizend bedrijven bepalen wat miljarden mensen bekijken, dragen en eten. Multinationals als IBM, McDonald’s, Ford, H&M, Infosys, Lenovo en Honda zijn het ijkpunt voor managers. Zij coördineren de aanvoerketens die verantwoordelijk zijn voor 50 procent van de wereldhandel. Zij nemen wereldwijd een derde van de waarde van de effectenbeurzen voor hun rekening en bezitten het leeuwendeel van het intellectuele eigendom – van lingerieontwerpen tot virtual-realitysoftware en medicijnen tegen diabetes.
Hun grote bloei kwam begin jaren negentig, toen de markten van China en het voormalige Sovjetblok opengingen en Europa integreerde. De omvang en efficiency van multinationals viel in de smaak bij beleggers. Een Chinese fabriek kon gereedschap uit Duitsland gebruiken, belasting betalen in Luxemburg en verkopen aan Japan. Het was een gouden tijd.
Belangrijk voor de opkomst van multinationals was hun aanspraak dat ze goudmijnen bij uitstek waren. Die aanspraak ligt inmiddels in duigen. De winsten van multinationals zijn de afgelopen vijf jaar met 25 procent gedaald. Hun investeringsresultaat is in twee decennia niet zo laag geweest. Deze neergang is deels te verklaren door de sterke dollar en een lage olieprijs. Technologische toppers en consumentenbedrijven met sterke merken doen nog steeds goede zaken. Maar de pijn is te wijdverbreid en langdurig om als een dipje te kunnen worden afgedaan. Liefst 40 procent van alle multinationals heeft minder dan 10 procent rentabiliteit van het eigen vermogen, een ongekend slechte prestatie. De meeste industrieën groeien langzamer en zijn minder winstgevend dan de plaatselijke bedrijven die in hun achtertuin zijn blijven hangen. Wereldwijd is de winst waarvoor multinationals verantwoordelijk zijn, gedaald van 35 procent tien jaar geleden tot 30 procent nu. Voor veel bedrijven op het gebied van de maakindustrie, financiële dienstverlening, grondstoffenvoorziening, media en telecommunicatie is de globalisering een last geworden in plaats van een lust.
Dat komt doordat de winstgevendheid na dertig jaar onder druk staat. Bedrijven hebben hun belastingaanslagen tot het laagste punt teruggeschroefd; in China stijgt het loon van fabrieksarbeiders. Plaatselijke bedrijven zijn slimmer geworden; ze kunnen de innovaties van multinationals stelen, kopiëren of wegconcurreren zonder kostbare kantoren en fabrieken in het buitenland te hoeven bouwen. Van de Amerikaanse schalie-industrie tot de Braziliaanse banken, van de Chinese e-commerce tot de Indiase telecommunicatie, overal voeren plaatselijke bedrijven de boventoon, en niet de multinationals.
Trump is het jongste en strijdlustigste voorbeeld van een wereldwijd streven om een groter deel van de winst van multinationals af te romen
Het veranderende politieke landschap maakt het nog moeilijker voor de reuzen. Trump is het jongste en strijdlustigste voorbeeld van een wereldwijd streven om een groter deel van de winst van multinationals af te romen. China wil dat ze niet alleen hun aanvoerketens in het land vestigen, maar ook activiteiten waaraan meer hersenwerk te pas komt, zoals onderzoek en ontwikkeling. Van Duitsland tot Indonesië, overal worden de overname-, antitrust- en dataregels aangescherpt.
De komst van Trump zal het bloederige herstructureringsproces alleen maar versnellen. Veel bedrijven zijn simpelweg te groot: ze zullen hun imperium moeten afslanken. Andere proberen zich dieper te wortelen in de markten waarop ze opereren. General Electric en Siemens ‘lokaliseren’ aanvoerketens, productie, banen en belastingen tot regionale of nationale eenheden. Een andere strategie is om ‘ongrijpbaar’ te worden. Toppers uit Silicon Valley, zoals Uber en Google, breiden zich nog steeds in het buitenland uit. Fastfood- en hotelketens stappen over van hamburgers bakken en bedden opmaken op het verkopen van merkrechten.
Dat multinationals op hun retour zijn, zal politici het idee geven dat ze een grotere vinger in de pap krijgen. Maar niet elk land kan een groter deel van de productie, banen en belastingen van hetzelfde bedrijf in de wacht slepen. En een snelle aftakeling van de dominante vorm van zakendoen gedurende de afgelopen twintig jaar kan chaotische gevolgen hebben. Veel landen met een tekort op de handelsbalans (zoals het ‘globale’ Verenigd Koninkrijk) vertrouwen op de kapitaalstroom die multinationals binnenbrengen. Als de bedrijfswinsten dalen, zal de waarde van de effectenbeurzen vermoedelijk instorten.
Hogere prijzen
En de consumenten en stemmers? Die raken schermen aan, dragen kleren en slikken geneesmiddelen die worden geproduceerd door bedrijven die ze als immorele, afstandelijke uitbuiters beschouwen. De gouden tijd voor multinationals is ook een gouden tijd geweest voor consumentenkeuze en efficiency. Door hun neergang zal de wereld misschien eerlijker lijken. Maar de inkrimping van multinationals kan niet alle banen terugbrengen die mensen als Trump beloven. En het zal leiden tot hogere prijzen, minder concurrentie en vertragende innovatie. Mettertijd zouden miljoenen kleine bedrijven die zakendoen met het buitenland de grote bedrijven kunnen vervangen als overdragers van ideeën en kapitaal. Maar hun gewicht is gering. Misschien zullen de mensen, als ze terugkijken naar een tijd waarin multinationals de zakenwereld beheersten, betreuren dat die voorbij is.
Vertaler: Peter Bergsma
The Economist
Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180
Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief. Alle stukken worden anoniem gepubliceerd.
CONTEXT – VK: Op de terugtocht
Hoe staan de grote multinationale ondernemingen ervoor in dit tijdperk van herlevend protectionisme, vraagt The Economist zich af. Die zijn ‘op de terugtocht’, concludeert het Britse weekblad in een uitgebreid dossier waarin wordt teruggekeken op het soms overdonderende succes van multinationals als McDonald’s of KFC in de decennia rond de eeuwwisseling en hun verval van de laatste jaren.
CONTEXT – VS: 11.500 daling koopkracht
Het gemiddelde Amerikaanse gezin zou de komende vijf jaar een verlies aan koopkracht van 11.500 dollar tegemoet moeten zien als Washington vasthoudt aan een importbelasting van 35 procent op producten uit Mexico en van 45 procent op import uit China en Japan, waarmee Donald Trump heeft gedreigd. Dat zou overeenkomen met het opleggen van een consumentenbelasting van 18 procent aan de 10 procent armste Amerikanen (en van slechts 3 procent aan de 10 procent rijkste), volgens een onderzoek van de National Foundation for American Policy, geciteerd door The Economist.
De beroemde essayist Francis Fukuyama, die in 1989 ‘het einde van de geschiedenis’ aankondigde, buigt zich over het populistisch nationalisme dat overal in het Westen opgeld doet.
De onverwachte nederlaag die Donald Trump toebracht aan Hillary Clinton vormt een waterscheiding, niet alleen in de Amerikaanse politiek, maar in de hele wereldorde. Het lijkt erop dat we op de drempel staan van een nieuw, populistisch-nationalistisch tijdperk, waarin de dominante liberale orde die sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw is opgebouwd wordt aangevallen door opgewonden, boze democratische meerderheden. Er bestaat een levensgroot gevaar dat we afglijden naar een wereld van elkaar bevechtende en even boze nationalistische entiteiten, en als dat gebeurt, beleven we een omslag die net zo belangrijk is als de val van de muur in 1989.
De manier waarop Trump zijn overwinning heeft behaald, zegt veel over de sociale basis van de beweging die hij om zich heen heeft gevormd. Een blik op de stemverdeling leert dat de steun voor Clinton geografisch gezien geconcentreerd was in steden langs de kust, terwijl grote stukken van landelijk en kleinsteeds Amerika overduidelijk voor Trump hebben gestemd. Het verrassendst was de verschuiving in Pennsylvania, Michigan en Wisconsin, drie noordelijke industriële staten die hij aan zijn kant kreeg, terwijl ze bij vorige verkiezingen zo standvastig Democratisch waren dat Clinton niet eens de moeite nam om in die laatste staat campagne te voeren. Trump won dankzij de vakbondsarbeiders, slachtoffers van de de-industrialisatie, die hij met zijn ‘make America great again’ beloofde dat hij hun verdwenen fabrieksbanen zou terugbrengen.
Klassensysteem
Dit hebben we eerder gezien. Het is het verhaal van de Brexit, waar de kiezers die voor een vertrek stemden ook voornamelijk op het platteland en in kleine dorpen en steden buiten Londen woonden. Hetzelfde verhaal gaat op voor Frankrijk, waar kiezers uit de arbeidersklasse van wie de ouders en grootouders altijd op de communistische en socialistische partijen hebben gestemd, nu kiezen voor het Front National van Marine Le Pen.
Maar populistisch nationalisme is een veel breder verschijnsel. Vladimir Poetin blijft impopulair onder de beter opgeleide kiezers in grote steden als Sint-Petersburg en Moskou, maar geniet in de rest van het land enorme steun. Hetzelfde geldt voor de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, die zijn enthousiaste aanhangers vindt in de conservatieve lagere middenklasse van het land, en voor de Hongaarse premier Viktor Orban, die overal populair is, behalve in Budapest.
Sociale klasse, tegenwoordig bepaald door opleidingsniveau, lijkt in veel geïndustrialiseerde en opkomende economieën het allerbelangrijkste sociale indelingscriterium. Het klassensysteem wordt gevoed door de globalisering en de opmars van de technologie, die zich weer konden ontwikkelen dankzij de voornamelijk door de VS gecreëerde liberale wereldorde.
Als we het over een liberale wereldorde hebben, bedoelen we het gereguleerde systeem van internationale handel en investeringen dat de afgelopen jaren de basis heeft gevormd van een wereldwijde groei. Dankzij dit systeem kunnen in de week voor Kerstmis in China iPhones worden gemaakt en naar klanten in de VS en Europa verscheept. Hetzelfde systeem heeft miljoenen mensen ertoe aangezet om vanuit armere landen naar rijkere te trekken, waar meer kansen liggen voor henzelf en hun kinderen. Dit systeem heeft zijn belofte waargemaakt: tussen 1970 en de financiële crisis van 2008 in de Verenigde Staten, is de wereldwijde productie van goederen en diensten verviervoudigd, en zijn honderden miljoenen mensen de armoede ontstegen, niet alleen in China en Zuid-Amerika, maar ook in Afrika ten zuiden van de Sahara.
De echte vraag zou niet moeten zijn waarom het populisme in 2016 is opgekomen, maar waarom het zo lang heeft geduurd voor het de kop opstak
Maar zoals iedereen nu moet erkennen, hebben de voordelen van dat systeem niet de hele bevolking bereikt. De werkende klassen in de ontwikkelde wereld zagen hun banen verdwijnen als gevolg van de outsourcing en tot het uiterste doorgevoerde efficiëntie waarmee bedrijven de meedogenloze concurrentie op de wereldmarkt aangingen.
Dit langetermijnverhaal kwam in een sterke stroomversnelling terecht door de hypotheekcrisis in de VS en de eurocrisis die Europa een paar jaar later trof. In beide gevallen ging het om een door de elite ontworpen systeem – in het geval van de VS geliberaliseerde financiële markten, in Europa bijvoorbeeld het interne migratiesysteem van Schengen – die dramatisch ineenstortten als gevolg van een externe schok. Weer betaalden gewone, werkende mensen een veel hogere prijs voor deze mislukkingen dan de elites zelf. Sindsdien zou de echte vraag niet moeten zijn waarom het populisme in 2016 is opgekomen, maar waarom het zo lang heeft geduurd voor het de kop opstak.
In de VS was sprake van een politiek falen, in die zin dat het systeem de traditionele werkende klasse niet genoeg vertegenwoordigde. De Republikeinse partij werd gedomineerd door de Amerikaanse bedrijven en hun bondgenoten die flink hadden geprofiteerd van de globalisering, terwijl de Democratische partij was verworden tot identiteitspartij, een coalitie van vrouwen, Afro-Amerikanen, Hispanics, milieuactivisten en de LHBT-gemeenschap, die zich niet meer bezighield met economische vraagstukken.
Het onvermogen van Amerikaans links om de werkende klasse te vertegenwoordigen, wordt in heel Europa weerspiegeld. De Europese sociaaldemocratie heeft zich al een paar decennia geleden verzoend met de globalisering, in de vorm van het Britse centrisme of het soort neoliberaal reformisme dat de sociaaldemocraten van Gerhard Schröder in het eerste decennium van deze eeuw aanhingen.
Maar het bredere onvermogen van links was dat het dezelfde fout maakte als in de aanloop naar 1914 en de Eerste Wereldoorlog, toen, zoals de Brits-Tsjechische filosoof Ernest Gellner het zo mooi verwoordt, een brief die geadresseerd was aan ‘klasse’, per ongeluk werd bezorgd bij ‘natie’. Natie gaat bijna altijd boven klasse, omdat het kan putten uit een krachtige identiteitsbron, het verlangen naar verbinding met een natuurlijke culturele gemeenschap. Deze hang naar identiteit neemt nu de vorm aan van de Amerikaanse alt-rightbeweging, een voorheen nauwelijks serieus genomen verzameling groepen die allemaal een vorm van blank nationalisme aanhingen.
Maar behalve deze extremisten begonnen ook veel gewone Amerikaanse burgers zich af te vragen waarom er zo veel immigranten hun gemeenschap binnenkwamen, en wie de drijvende kracht was achter een politiek correct taalgebruik waarin je niet eens over het probleem kon klagen. Dit is de reden waarom Donald Trump ook veel stemmen kreeg van beter opgeleide en rijkere kiezers, die geen slachtoffer van de globalisering waren, maar toch het idee hadden dat hun land ze werd afgepakt. Onnodig te zeggen dat deze dynamiek ook ten grondslag lag aan de Brexit-stem.
Dus wat zullen de concrete gevolgen van Trumps overwinning zijn voor het internationale systeem? In tegenstelling tot wat zijn critici zeggen heeft Trump wel degelijk een consequent en doordacht standpunt: hij is nationalist op het gebied van economisch beleid en in relatie met het wereldwijde politieke systeem. Hij heeft duidelijk gemaakt dat hij bestaande handelsakkoorden als NAFTA en waarschijnlijk ook de WTO wil openbreken, en dat hij bereid is daaruit te stappen als hij niet krijgt wat hij wil. En hij heeft zijn bewondering geuit voor ‘sterke’ leiders zoals Poetin in Rusland, die met hun doortastendheid tenminste resultaten boeken. Veel minder vriendelijk is zijn opstelling tegenover traditionele VS-bondgenoten, zoals de leden van de NAVO of Japan en Zuid-Korea, die hij ervan heeft beschuldigd dat ze profiteren van de Amerikaanse militaire macht. Dit duidt erop dat ook voor de steun aan die landen opnieuw onderhandeld moet worden over de bestaande kostenverdeling.
De gevaren van deze standpunten, zowel voor de wereldeconomie als voor het mondiale veiligheidssysteem, kunnen niet genoeg benadrukt worden. De wereld van vandaag gonst van het economisch nationalisme. Een open handels- en investeringsstelsel is altijd in stand gehouden door de hegemonie van de VS. Als Amerika nu eenzijdig de voorwaarden van het contract verandert, zijn er in de rest van de wereld veel machtige spelers die de VS maar al te graag met gelijke munt willen terugbetalen, en zo ontstaat een neerwaartse economische spiraal die herinneringen oproept aan de jaren dertig van de vorige eeuw.
Het gevaar voor de internationale veiligheidssystemen is al even groot. Rusland en China zijn de afgelopen decennia opgekomen als belangrijke, autoritaire grootmachten die allebei territoriale ambities hebben. Vooral Trumps houding tegenover Rusland is verontrustend: hij heeft nooit een woord van kritiek op Poetin geuit en zelfs gesuggereerd dat diens annexatie van de Krim misschien wel gerechtvaardigd was. Gezien zijn onwetendheid over de meeste aspecten van buitenlands beleid, doen zijn uitspraken met betrekking tot Rusland vermoeden dat Poetin een of andere verborgen macht over hem heeft, misschien in de vorm van schulden aan Russische bronnen die zijn zakenimperium drijvende houden. Als Trump inderdaad een poging doet om ‘beter op te schieten’ met Rusland, zullen de eerste slachtoffers daarvan Oekraïne en Georgië zijn, twee landen die als wankele democratieën de steun van Amerika nodig hadden om hun onafhankelijkheid te behouden.
De invloed van Amerika heeft altijd meer afgehangen van zijn “soft power” dan van domme inzet van geweld
Breder gezien zal een presidentschap van Trump het eind aankondigen van het tijdperk waarin Amerika zelf een symbool van democratie vormde voor mensen die overal ter wereld onder corrupte, autoritaire regimes leven. De invloed van Amerika heeft altijd meer afgehangen van zijn ‘soft power’ dan van domme inzet van geweld, zoals de invasie in Irak. De Amerikaanse keuze bij de afgelopen verkiezingen betekent een wisseling van de wacht, van het liberale, internationalistische kamp naar het populistische, nationalistische kamp. Het is niet toevallig dat Trump krachtige steun kreeg van UKIP-voorman Nigel Farage, en dat een van de eersten die hem feliciteerden Marine le Pen van het Franse Front National was.
Het afgelopen jaar is er een nieuwe populistisch-nationalistische internationale opgestaan, waarin gelijkgestemde groepen elkaar over de grenzen heen informatie en steun bieden. Het Rusland van Poetin levert daar een enthousiaste bijdrage aan, niet omdat het iets geeft om de nationale identiteit van anderen, maar simpelweg om onrust te stoken. De informatieoorlog die Rusland heeft ontketend door het e-mailverkeer van het Democratic National Committee te hacken, heeft al een zeer schadelijk effect gehad op Amerikaanse instellingen, en het is te verwachten dat dit nog doorgaat.
Grote onzekerheden
Er blijven nog grote onzekerheden bestaan rond dit nieuwe Amerika. Trump mag dan in zijn hart een uiterst consequent nationalist zijn, hij is ook heel pragmatisch. Wat zal hij doen als hij ontdekt dat andere landen niet bereid zijn om opnieuw over bestaande handelsverdragen of bondgenootschappen te onderhandelen? Zal hij genoegen nemen met de beste deal die hij kan krijgen, of gewoon weglopen? Er is veel gepraat over het gevaar van Trumps vinger op de kernwapenknop, maar naar mijn idee is hij in de grond veel meer een isolationist dan iemand die graag overal ter wereld militair geweld wil gebruiken. Als hij te maken krijgt met de realiteit van de burgeroorlog in Syrië, kan het heel goed zijn dat hij een pagina uit het tactiekboekje van Obama opslaat en ook maar gewoon blijft wachten tot het voorbij is.
Hier komt de persoonlijkheidskwestie om de hoek kijken. Net als veel andere Amerikanen kan ik moeilijk een persoonlijkheid bedenken die minder geschikt is als leider van de vrije wereld dan Trump. Dit heeft maar gedeeltelijk te maken met zijn concrete politieke opvattingen, en veel meer met zijn ijdelheid en zijn overgevoeligheid voor wat hij ziet als een gebrek aan respect. Vorige week bestond hij het om op een podium met winnaars van de Medal of Honor – de Amerikaanse onderscheiding voor opvallende moed – te roepen dat hij óók heel moedig was: ‘financieel moedig’. Hij heeft aangekondigd dat hij van al zijn vijanden en critici genoegdoening zal eisen. Stel dat hij te maken krijgt met andere wereldleiders die hem niet genoeg respect betonen, zal hij dan reageren als een uitgedaagde maffiabaas, of als een pragmatisch zakenman?
De grootste uitdaging voor de liberale democratie komt nu niet zozeer van openlijk autoritaire grootmachten als China, maar van binnenuit. In de VS, Groot-Brittannië, Europa en veel andere landen komt het democratische deel van het politieke systeem in opstand tegen het liberale deel, en dreigt het zijn ontegenzeggelijke legitimiteit te gebruiken om korte metten te maken met de regels die tot nu toe gedrag beheersten en een vrije, open en tolerante wereld waarborgden. De liberale elites die het systeem hebben gecreëerd, moeten luisteren naar de boze stemmen aan de poorten en zich realiseren dat sociale gelijkheid en identiteit de meest urgente kwesties zijn die ze moeten aanpakken.
Hoe dan ook hebben we een paar zware jaren voor de boeg.
De massale schreeuw om herstel van blank Amerika is gehoord en beloond. Maar er is altijd hoop en kans op herbezinning. Lees het ongelofelijke verhaal van Derek Black, spreekbuis van het blankesuprematiebeginsel, die door discussies met medestudenten langzaam maar zeker aan zijn eigen logica begint te twijfelen.
Hun openbare bijeenkomst wordt verstoord door een demonstratie en een bommelding, dus besluiten de white nationalists op een geheime locatie te vergaderen. Ze glippen langs politieagenten en demonstranten een hotel binnen in het centrum van Memphis. Het is november 2008, een paar dagen nadat Amerika voor het eerst in de geschiedenis een zwarte president heeft gekozen. Tientallen vooraanstaande racisten van over de hele wereld willen hun strategie voor de komende jaren bepalen. ‘De aftrap van de strijd voor het herstel van een blank Amerika’, staat er op de agenda.
De ruimte is voor een groot deel gevuld met voormalig Ku Klux Klan-aanvoerders en prominente neonazi’s, maar een van de keynotesprekers is een student uit Florida, een jongen van nog maar net negentien. Derek Black heeft al een eigen radioprogramma. Hij is een white nationalist-website voor kinderen begonnen en is op lokaal niveau politiek actief in Florida. ‘Het lichtende voorbeeld van onze conferentie’, zo luidt zijn introductie. En dan neemt Derek plaats achter het spreekgestoelte. ‘Dé manier om iets te bereiken is via de politiek,’ zegt hij. ‘We kunnen infiltreren. We kunnen ons land terugveroveren.’
Zijn moeder, Chloe, is ooit getrouwd geweest met David Duke, een van de beruchtste en fanatiekste racisten van Amerika, en Duke is Dereks peetvader
Jaren voordat Donald Trump een verkiezingscampagne voert die deels is gebaseerd op een politiek van raciale ongelijkheid en verdeeldheid, is een groep openlijke white nationalists al bezig de weg voor hem te effenen en zijn opkomst mogelijk te maken, door het racistische gedachtengoed steeds meer weg te halen uit de hoek van het extremisme en onder te brengen bij rechtse, zeer conservatieve partijen. Veel van de aanwezigen in Memphis hebben een ontwikkeling doorgemaakt van Klan-lid naar aanhanger van het blankesuprematiebeginsel naar ‘raciaal-realist’, om hun eigen terminologie te gebruiken. Derek Black staat voor een volgende stap in die evolutie.
Hij doet nooit racistische uitspraken. Hij roept niet op tot geweld of tot het overtreden van de wet. Hij is verkozen binnen een Republikeinse commissie in Palm Beach County, Florida (waar Trump ook een huis heeft), zonder ooit de term ‘white nationalism’ in de mond te hebben genomen. In plaats daarvan spreekt hij over de ongekende schade die wordt aangericht door politieke correctheid, positieve discriminatie en een ongebreidelde instroom van hispanics.
Erfgenaam
Derek Black is niet alleen een spreekbuis van de rassenpolitiek, hij is er ook een voortbrengsel van. Zijn vader, Don Black, is de oprichter van Stormfront, het eerste en grootste internetforum van de white nationalists, met meer dan 300.000 leden – een aantal dat nog altijd groeit. Zijn moeder, Chloe, is ooit getrouwd geweest met David Duke, een van de beruchtste en fanatiekste racisten van Amerika, en Duke is Dereks peetvader. Derek is opgegroeid in de voorste gelederen van de beweging, en sommige white nationalists noemen hem dan ook ‘de erfgenaam’.
Hier, in Memphis, spreekt Derek over de toekomst van hun ideologie. ‘De Republikeinse partij moet ofwel ten val worden gebracht, ofwel worden overgenomen,’ zegt hij. ‘Ik ga ervan uit dat de Republikeinen hun rol als blanke partij zullen oppakken en waarmaken.’
Een paar toehoorders beginnen te klappen, vervolgens beginnen er een paar te fluiten, en het duurt niet lang of de hele zaal applaudisseert. ‘Dit is ons moment,’ zegt Derek, want in deze zaal heerst tenminste consensus. Men is ervan overtuigd dat het white nationalism een politieke revolutie in gang zal zetten. Ook is men ervan overtuigd, in ieder geval op dat moment, dat Derek die beweging mede zal aanvoeren. ‘Over vele jaren zullen we terugkijken op deze tijd,’ zegt hij. ‘De grote intellectuele beweging om de blanken te redden is vandaag in gang gezet.’
Hij krijgt te horen dat andere rassen gewantrouwd dienen te worden, evenals de Amerikaanse overheid, kraanwater en popmuziek
Acht jaar later zal de toekomst die ze op dat moment voor zich zien eindelijk gestalte krijgen, met de presidentsverkiezingen van 2016. Donald Trump retweet de blanke racisten. Hillary Clinton houdt toespraken over de toenemende haat onder blanken en citeert David Duke, die zelf een campagne is begonnen om een Senaatszetel in de wacht te slepen.
Het white nationalism heeft zich inmiddels op grove wijze een pad gebaand naar het centrum van de Amerikaanse politiek, maar een van de mensen die de ideologie als geen ander kent, is in geen velden of wegen meer te bekennen. Derek is net 27 geworden ten tijde van de campagnes voor de verkiezingen van 2016. In plaats van de beweging aan te voeren, doet hij verwoede pogingen zich ervan los te maken. En dan niet alleen van de landelijke beweging, maar ook van een leven waar hij zich niet langer een voorstelling bij kan maken.
Dat leven heeft zich, vanaf het allereerste begin, afgespeeld in de geïsoleerde wereld van blanke racisten, een wereld waarin geen seconde wordt getwijfeld aan de positie van de blanken binnen de Amerikaanse samenleving. Derek heeft met de paplepel ingegoten gekregen dat Amerika is bedoeld voor blanke Europeanen en dat alle anderen uiteindelijk zullen moeten vertrekken. Hij krijgt te horen dat andere rassen gewantrouwd dienen te worden, evenals de Amerikaanse overheid, kraanwater en popmuziek. Zijn ouders halen hem in groep drie van zijn school in Palm Beach, omdat ze zijn zwarte leraar ‘ain’t’ horen zeggen. Derek is dan een van de weinige blanke kinderen in een klas met voornamelijk hispanics en Haïtianen. Zijn ouders besluiten dat hij thuis beter af is.
‘Het is verschrikkelijk hoeveel blanke geesten worden verpest binnen het schoolsysteem’, schrijft Derek niet veel later op de Stormfront-site voor kinderen, die hij maakt wanneer hij tien is. ‘Ik word nu niet langer belaagd door groepen niet-blanken. Ik leer trots te zijn op mezelf, mijn familie en mijn volk.’
Omdat hij thuisonderwijs krijgt, kan racisme een speerpunt van zijn scholing worden. Thuisonderwijs betekent ook dat hij de vrijheid heeft om op pad te gaan met zijn vader, die elk jaar een paar weken afreist naar het Diepe Zuiden om te spreken op congressen van white nationalists. Don Black komt uit Alabama, waar hij zich in de jaren zeventig aansluit bij de White Youth Alliance, die wordt geleid door David Duke, die op dat moment nog is getrouwd met Chloe. Dat huwelijk loopt uiteindelijk stuk en jaren later komen Don en Chloe elkaar weer tegen. Ze trouwen en in 1989 wordt Derek geboren.
Ze nemen hun intrek in Chloe’s geboortehuis in West Palm Beach waar ze Derek samen met de twee dochtertjes van Chloe grootbrengen. Verderop in de straat wonen immigranten uit Guatemala en in een flat vlakbij komen gepensioneerde joden wonen. ‘Indringers,’ zegt Don soms, maar Chloe wil niet weg bij haar oude moeder in Florida, dus berust Don uiteindelijk in de langdurige uitstapjes naar het blankste deel van het Zuiden.
Tijdens die uitstapjes verblijven Don en Derek altijd bij Dons vrienden uit de white power-beweging, waar Derek hun vele verhalen hoort. Zoals het verhaal over zijn vader die, op zijn zestiende, in de borst wordt geschoten terwijl hij in Georgia campagne voert voor rassenscheiding. Of over de dag in 1981 waarop Don met acht andere extremisten plannen smeedt om aan boord te gaan van een boot, met tassen vol dynamiet, automatische wapens en een nazivlag. Hun plan, operatie Rode Hond geheten, is om het piepkleine Caribische eilandstaatje Dominica in te nemen. Maar Don wordt gesnapt, ingerekend en tot drie jaar cel veroordeeld. In de gevangenis leert hij een beetje programmeren en in 1995 maakt hij de Stormfront-website, met als motto: White Pride World Wide.
In de loop der jaren trekt zijn website allerhande extremisten aan: skinheads, burgerwachtbewegingen, terroristen en Holocaustontkenners. Volgens het Southern Poverty Law Center, dat haat in kaart brengt, is in de loop der jaren een handvol van de mensen die berichten op Stormfront plaatsen ook daadwerkelijk overgegaan tot het plegen van hate crimes, waaronder ook moorden.
Een van de mensen die geregeld berichten op het forum plaatst, pleegt in 1999 een aanslag op een crèche in Los Angeles, waarbij hij drie kinderen verwondt. Een ander vermoordt in 2000 zijn joodse buurman, in een plaats niet ver van Pittsburgh. ‘We trekken te veel psychopaten aan’, post Don. Hij besluit tot een gematigder toon, om Stormfront een breder draagvlak te geven.
Satanskind
Stormfront is inmiddels uitgegroeid tot een dagtaak, hoewel Don er weinig aan verdient en het gezin moet zien rond te komen van Chloe’s salaris als secretaresse. Zij gaat elke ochtend naar haar werk en Don neemt thuis plaats achter zijn overvolle bureau, vanwaar hij probeert alt-rightschrijvers en -wetenschappers [onlinegemeenschap die in korte tijd een leger volgers verzamelde dat zich achter Trump schaart] over te halen om op zijn website te publiceren. In 2008 besluit hij beledigingen, nazisymbolen en fysieke dreigementen van de website te weren, hoewel zijn eigen taalgebruik goeddeels onveranderd blijft. Hij heeft geen vrienden maar ‘kameraden’. Men is ‘tegen ons’ of ‘voor ons’, men is ofwel een ‘sympathisant’ ofwel een ‘vijand’. Derek versterkt de band met zijn vader door zijn belangrijkste ideologische bondgenoot te worden.
Derek leert programmeren en maakt de Stormfront-website voor kinderen. Hij wordt geïnterviewd over haatzaaien door Nickelodeon, diverse talkshows, HBO en USA Today. ‘Satanskind,’ noemt Don hem soms, met trots en liefde in zijn stem.
Maar Don leest ook verschrikkelijke mails die zijn zoon krijgt van onbekenden die aanstoot nemen aan de Stormfront-website voor kinderen. Don begint zich zorgen te maken over de dertienjarige die maar al te vertrouwd raakt met de wisselwerking tussen vooroordelen en haat. ‘Je zult branden in de hel’, staat er in een van de mails, uit 2002. ‘Ik zou willen dat je nu hier bij me was’, schrijft iemand anders. ‘Je zou de rest van je leven alleen nog maar door een slangetje kunnen eten, vuile ellendeling.’
Don zegt tegen Derek dat hij de berichten niet meer moet lezen. Later zal hij zich afvragen: ‘Heb ik hem dit opgedrongen? Doet hij het alleen voor mij?’ Hij vraagt Derek of hij wil stoppen met de kinderwebsite, maar Derek zegt dat hij geen last heeft van de mails. Het is de vijand. Wat doet het ertoe wat die vindt?
Hij was slimmer dan ik. Hij doorzag de dingen beter. Hij ging voluit’
Vanaf dat moment kijkt Don met andere ogen naar zijn zoon. Hij ziet niet langer een kind dat binnen de beweging ter wereld is gekomen, hij ziet een leider in de dop, hij ziet iemand met een gedrevenheid en een overtuiging die volkomen vanuit hemzelf komen. Don heeft meer dan veertig jaar gewacht op blanken die de rassenkwestie in Amerika weer op de kaart kunnen zetten, en langzaam begint bij hem het besef te dagen dat de puber die onder zijn eigen dak woont weleens als katalysator zou kunnen fungeren. ‘Al mijn kracht, maar dan zonder mijn zwakten,’ zal Don later zeggen over de Derek van toen. ‘Hij was slimmer dan ik. Hij doorzag de dingen beter. Hij ging voluit.’
Velen binnen de beweging worden gevoed door woede en angst, maar Derek staat heel erg open voor de mensen die hij ontmoet, ongeacht hun huidskleur. Hij beroept zich niet op emoties maar op logica en wetenschap om zijn kijk op de wereld te onderbouwen. Hij leest rapporten van conservatieve denktanks, over de biologische verschillen tussen de rassen, over verschillen in IQ en over het aantal misdrijven dat wordt gepleegd door zwarten, afgezet tegen het aantal dat wordt gepleegd door blanken. Derek begint een dagelijks radioprogramma waarin hij zijn ideeën uiteenzet, en Don telt 275 dollar per week neer voor zendtijd op een AM-zender in de buurt van Lake Worth. Op de radio draagt Derek eraan bij dat het idee van genocide op de blanken weerklank vindt – het idee dat blanken hun cultuur en tradities wordt afgenomen door een golf van niet-blanke immigranten. ‘Als wij het maar vaak genoeg blijven herhalen – “Genocide op het blanke ras! We raken de greep op ons land kwijt!” – zullen politici het uiteindelijk overnemen,’ zegt hij. Hij herhaalt het in interviews, in berichten op Stormfront en tijdens zijn speech op de conferentie in Memphis, waar hij meer dan ooit overtuigd is van zijn gelijk.
Derek maakt zijn middelbare school af, gaat studeren en stelt zich kandidaat voor een Republikeinse commissie. Hij weet het zittende lid te verslaan, met 60 procent van de stemmen. Hij besluit middeleeuwse Europese geschiedenis te gaan studeren en schrijft zich in op het New College of Florida, een opleiding die hoog staat aangeschreven en waar veel geschiedenisvakken worden aangeboden. ‘We willen dat je niet alleen geschiedenis studéért, maar ook geschiedenis schríjft,’ brengen Don en Chloe hem soms in herinnering.
New College behoort tot de vrijzinnigere opleidingen in de staat. ‘Ze doen niet moeilijk over wiet, ze doen niet moeilijk over homoseksualiteit,’ licht Don toe in zijn radioprogramma. Voor sommige white nationalists is het dan ook een onbegrijpelijke keuze. Don wordt een keer tijdens de uitzending door een van zijn vrienden gevraagd of het hem geen zorgen baart dat zijn zoon studeert in een ‘culturele smeltkroes’, waarop Don in lachen uitbarst. ‘Als íémand daardoor wordt beïnvloed, dan zijn het al die anderen,’ zegt hij. ‘Over niet al te lange tijd zal zowel de docenten als de studenten duidelijk worden wie ze in hun midden hebben.’
Aanvankelijk weet niemand iets van Derek, en dat wil hij graag zo houden. New College is in Sarasota, op drie uur rijden, en Derek is voor het eerst van zijn leven het huis uit. Hij woont een introductiemiddag bij over diversiteit en begrijpt dat hij er meteen uit zal liggen als hij laat blijken dat hij een racist is. Hij besluit het onderwerp white nationalism op de campus uit de weg te gaan, of er in ieder geval mee te wachten totdat hij een paar vrienden heeft gemaakt.
De meeste anderen in zijn studentenhuis komen net van de middelbare school, terwijl Derek, die eenentwintig is, al een auto heeft en oud genoeg is om legaal aan bier te komen. Precies die dingen die hem ooit tot een buitenbeentje maakten – het rode haar tot over zijn schouders, zijn cowboyhoed, zijn enthousiasme voor middeleeuwse re-enactment – maken dat hij uitstekend past op New College, waar vrijwel alle achthonderd studenten wel iets aparts hebben. Met Halloween maakt Derek zelf een harnas en gaat verkleed als ridder. Hij kijkt naar zombiefilms met de andere jongens uit zijn studentenhuis, onder wie een Peruviaanse immigrant en een orthodoxe jood.
Misschien zijn het indringers, zoals zijn vader zegt, maar Derek mag ze ook wel. Hij houdt zijn overtuigingen nog altijd voor zich, maar gaandeweg voert hij steeds meer een innerlijke strijd. Wanneer een medestudent vertelt dat hij op een website die Stormfront heet een stuk heeft gelezen over de racistische aspecten van The Lord of the Rings, doet Derek of zijn neus bloedt.
Ondertussen belt hij elke doordeweekse ochtend naar de radiozender om zijn bijdrage aan het programma te leveren. Hij zegt tegen zijn vrienden dat hij zijn ouders belt, en in zekere zin is dat ook zo. Elke ochtend zijn Derek en zijn vader te beluisteren, ingeleid door muziek: ‘I’m a White Boy’ van Merle Haggard. Derek herhaalt met grote regelmaat zijn opvatting dat blanken worden weggevaagd – ‘een genocide in ons eigen land’, noemt hij het. Hij houdt de luisteraars voor dat het probleem schuilt in een ‘golf van niet-blanke immigranten’. Hij noemt Obama een ‘anti-blanke radicaal’. Hij zegt dat blanke kiezers ‘met smart wachten op een politicus die gewoon durft te benoemen op welke manieren blanken allemaal in de verdrukking raken’. Hij zegt dat het om ‘de belangrijkste strijd van ons bestaan’ gaat.
Vervolgens hangt hij op en gaat terug naar het studentenhuis waar hij op zijn gitaar nummers van Taylor Swift speelt of met een van de boten van New College gaat zeilen op Sarasota Bay.
Na een semester gaat hij een tijdje in Duitsland studeren, omdat hij de taal wil leren. Hij houdt contact met New College via een messageboard voor studenten, ‘het forum’ genoemd. Hij krijgt automatisch updates via de mail.
Op een avond in april 2011 ziet Derek een bericht voor alle studenten, gepost om vier minuten voor twee ’s nachts. Het is geschreven door iemand die Derek niet kent – een ouderejaars die online onderzoek doet naar terroristische groeperingen en daarbij op een bekend gezicht is gestuit. ‘Kent iemand deze man?’ luidt het bericht. Onder de woorden een foto die geen enkele twijfel laat. Het rode haar. De cowboyhoed. ‘Derek Black: blanke suprematist, radiomaker… student aan New College???’ staat er. ‘Hoe gaan we hier als gemeenschap mee om?’
Tegen de tijd dat Derek het volgende semester weer op de campus komt, zijn er meer dan duizend reacties geplaatst. Het is de langste thread in de geschiedenis van een school waar Derek nu het liefst verre van blijft. Hij keert terug naar Sarasota, verzoekt om toestemming om buiten de campus onderdak te zoeken en huurt een kamer een paar kilometer verderop.
Overwinnen met argumenten
Een paar vrienden uit het vorige jaar mailen om te zeggen dat ze zich verraden voelen. Op de campus steken onbekenden van veilige afstand een middelvinger naar hem op. Derek probeert zich zo min mogelijk in het openbaar te vertonen; de andere studenten kijken hem voornamelijk vuil aan of laten hem links liggen, hoewel er op het forum nog altijd druk wordt gespeculeerd.
‘Misschien probeert hij zich los te maken van een leven waar hij niet voor heeft gekozen.’
‘Hij heeft ervoor gekozen zich in het openbaar als racist te profileren. Wij hebben ervoor gekozen hem in het openbaar als racist te bestempelen.’
‘Ik wil alleen maar dat hij een pijnlijke dood sterft, en zijn hele familie erbij. Is dat te veel gevraagd?’
‘Ik zou willen dat Derek Black eens een keer reageerde…’
In plaats van te reageren leest Derek de berichten op het forum en gebruikt die als motivatie om een congres voor white nationalists te beleggen in East Tennessee. ‘Overwinnen met argumenten: verbale tactieken voor iedereen die wit en normaal is’, schrijft hij in de uitnodiging. Hij heeft op diverse congressen gesproken, onder meer die ene keer in Memphis, maar pas nu voelt hij zich geroepen weer een bijeenkomst te organiseren, nu het gedachtengoed van de white nationalists steeds meer opgang maakt. Het idee van genocide op de blanken, dat hij altijd heeft omarmd, is niet meer weg te denken van rechtse radiozenders. David Duke probeert banden aan te knopen met ‘onze vrienden en bondgenoten binnen de Tea Party’. Donald Trump heeft de gemoederen binnen alt-right verhit door Obama’s geboorteakte in twijfel te trekken, en volgens een opiniepeiling gelooft slechts 38 procent van de Amerikanen ‘oprecht’ dat Obama is geboren in de Verenigde Staten.
‘Een cruciaal moment om onze beweging meer bekendheid te verlenen,’ zegt Derek op de radio. Hij zorgt voor honderdvijftig inschrijvingen en regelt toespraken van zijn vader, Duke en andere separatistische kopstukken. Een andere student van New College krijgt lucht van het congres en plaatst de details op het forum, waar geleidelijk een nieuwe houding lijkt te ontstaan.
‘We bereiken er niets mee om Derek buiten te sluiten’, schrijft een van de studenten.
‘Dit is onze kans om echt iets te veranderen, om invloed uit te oefenen op een van de leiders van de blanke suprematisten in Amerika. Ik overdrijf niet. De burgerrechten zouden zegevieren.’
‘Wie is slim genoeg om iets te bedenken dat hem van gedachten kan doen veranderen?’
Derek belt terug, en nu neemt zijn moeder op. Ze zegt dat ze niet met hem wil praten
Een van de mensen die Derek kent uit het eerste jaar heeft misschien een idee. Hij verdiept zich in Stormfront en luistert naar Dereks radioprogramma. Eind september stuurt hij Derek een sms’je. ‘Wat doe je vrijdagavond?’ schrijft hij.
Matthew Stevenson geeft wekelijks een sabbatsetentje bij hem thuis. Hij is ermee begonnen vlak nadat hij zich in 2010 heeft ingeschreven op New College. Hij is de enige orthodoxe jood op een opleiding waar vrijwel geen enkele joodse infrastructuur is, dus besluit hij elke vrijdagavond op zijn studentenkamer te koken voor een klein groepje vrienden. Matthew drinkt altijd uit een kiddoesjbeker en zegt de traditionele gebeden, maar zijn gasten zijn voornamelijk christenen, atheïsten, zwarten of hispanics – iedereen die ruimdenkend genoeg is om naar een paar joodse zegenspreuken te luisteren. In het najaar van 2011 nodigt Matthew ook Derek uit om te komen eten.
Matthew heeft er een paar weken over gedubd of het een goed idee is. Derek en hij zaten ooit vlak naast elkaar in het studentenhuis, maar ze hebben elkaar niet meer gesproken sinds Derek op het forum is ontmaskerd. Matthew, die vrijwel altijd een keppeltje draagt, heeft in zijn leven genoeg met antisemitisme te maken gehad om weet te hebben van de KKK, David Duke en Stormfront. Hij leest nog een paar berichten van Derek uit 2007 en 2008: ‘Joden zijn níét blank.’ ‘Joden proberen op slinkse wijze de macht over onze maatschappij in handen te krijgen.’ ‘Ze moeten weg.’
Matthew besluit dat hij de meeste kans maakt om Dereks denken te beïnvloeden wanneer hij hem opneemt in zijn kring, meer dan wanneer hij hem blijft negeren of de confrontatie aangaat. ‘Misschien kent hij nog helemaal geen joden,’ herinnert Matthew zijn overweging.
Het is de eerste keer dat Derek ergens voor wordt uitgenodigd sinds zijn terugkeer naar de campus, dus hij besluit te gaan. Eerder waren er weleens acht tot tien mensen bij het sabbatsmaal, maar dit keer komen er maar een paar. ‘Laten we niet anders tegen hem doen dan tegen wie ook,’ zegt Matthew tegen de aanwezigen.
Derek komt met een fles wijn. Niemand begint over de white nationalists of het forum, uit respect voor Matthew. Derek is stil en beleefd. De week daarop komt hij weer, en de week daarop ook. Na een paar maanden voelt niemand zich meer echt bedreigd en is de sabbatsgroep weer net zo groot als voorheen.
De zeldzame keren dat Derek aan tafel een onderwerp aansnijdt, gaat het over de eigenaardigheden van de Arabische grammatica, dieren die in zee leven of de middeleeuwse wortels van het christendom. Hij maakt een intelligente en nieuwsgierige indruk, en hij luistert voornamelijk. Hij luistert naar een Peruviaanse student die vertelt over zijn middelbare school, waar 90 procent hispanics op zaten. Hij vraagt Matthew hoe hij denkt over het conflict tussen Israël en Palestina. Ze zijn allebei nog enigszins op hun hoede: Derek vraagt zich af of Matthew hem dronken wil voeren en hem probeert te verleiden aanstootgevende dingen te zeggen die hij vervolgens op het forum kan plaatsen; Matthew vraagt zich af of Derek vriendschap probeert te sluiten met een jood om zich te verweren tegen aantijgingen van antisemitisme. Maar ze mogen elkaar ook, en ze gaan samen poolen in een kroeg niet ver van de campus.
Gaandeweg vragen mensen uit de sabbatsgroep Derek weleens naar zijn opvattingen, die hij in 2011 en 2012 incidenteel toelicht in een gesprek of een mail. Hij zegt dat hij voor abortus is. Hij zegt dat hij tegen de doodstraf is. Hij zegt dat hij niet gelooft in geweld of in de KKK of in het nazisme of zelfs maar in de blanke suprematie – wat iets heel anders is dan white nationalism, benadrukt hij. Hij schrijft in een e-mail dat hij zich alleen zorgen maakt dat de ‘golf van immigranten en de gedwongen integratie’ zullen resulteren in een genocide op de blanken. Hij zegt dat hij gelooft in de rechten van alle rassen, maar dat hij van mening is dat mensen beter af zijn in hun eigen land, apart van elkaar.
‘Je hebt het nooit benoemd, Derek’, schrijft een van zijn sabbatsvrienden. ‘Je hebt nooit gezegd: “Hé, jongens, dit is waar ik in geloof en dit is waar ik niet in geloof.” Het is niet aan degene die bang/geïntimideerd zou kunnen zijn om op de ander af te stappen om vast te stellen of diegene echt eng of intimiderend is.’
‘Ik geloof dat ik alleen waarde hecht aan de mening van mensen die ik ken’, schrijft Derek terug. Inmiddels rekent hij zijn sabbatsvrienden tot de mensen die hij kent en respecteert. ‘Jullie hebben natuurlijk gelijk dat ik mijn eigen rol bagatelliseer,’ schrijft hij.
Afgezwakt
Aan het begin van zijn laatste jaar aan New College besluit Derek eindelijk een reactie op het forum te plaatsen. Hij wil dat zijn vrienden op de campus zich niet langer ongemakkelijk voelen, ook al is hij van mening dat voor sommigen van hen hun thuisland elders is. Hij gaat naar een koffietentje en begint aan zijn bericht, zwakt met elke nieuwe versie zijn eigen ideologie wat meer af. Hij is niet langer van mening dat het eindstation van white nationalism een gedwongen deportatie van niet-blanken is, maar geleidelijke zelfdeportatie, waarbij niet-blanken uit eigen verkiezing zouden vertrekken. Hij gelooft niet in zelfdeportatie per direct, in ieder geval niet waar het zijn vrienden betreft, maar uiteindelijk, ooit, in theorie. ‘Mij is duidelijk gemaakt dat sommige mensen bang zijn geworden, of zijn geïntimideerd, of zich zelfs bedreigd voelen, door dingen die over mij zijn gezegd’, begint hij. ‘Ik wil graag openlijk op die zorgen ingaan, aangezien ze totaal onnodig zijn. Ik ben niet voor onderdrukking van mensen op grond van ras, geloof, overtuiging, gender, sociaal-economische positie en dergelijke.’
Het bericht, enkel bedoeld voor het College, wordt doorgespeeld aan het Southern Poverty Law Center (SPLC), dat een openbaar dossier bijhoudt over Derek en andere racistische kopstukken. De groep stuurt Derek een mail waarin ze hem om opheldering vragen. Heeft hij het white nationalism afgezworen? ‘Je opvattingen lijken heel anders dan veel mensen denken’, staat er in de mail.
Derek krijgt het bericht terwijl hij op vakantie is in Europa, met de Kerst. Hij logeert bij Duke, die zijn radioprogramma verzorgt vanuit een deel van Europa waar de wetgeving op het gebied van de vrijheid van meningsuiting zeer soepel is. ‘Dankzij de Tea Party worden enkele van onze opvattingen nu breed gedeeld,’ heeft hij een paar dagen eerder gezegd. Zelfs Derek vindt enkele van de dingen die Duke zegt overtrokken, of zelfs onrustbarend, maar de man is en blijft zijn peetvader. Derek schrijft terug, gezeten op de bank in Dukes woonkamer.
‘Alles wat ik [op het forum] heb gezegd is waar’, schrijft hij. ‘Ik geloof ook in white nationalism. Mijn bericht en mijn raciale ideologie bijten elkaar niet.’
Maar in werkelijkheid is Derek meer en meer in verwarring over wat hij nou precies vindt. Soms scrolt hij wat door de berichten op Stormfront, in de hoop zijn ideologische overtuiging te sterken, maar de threads over Obama’s geboorteakte of over DNA-tests die zijn staatsburgerschap moeten bevestigen, komen hem inmiddels voor als krankzinnig of paranoïde. Hij post geen berichten meer op Stormfront. Hij verzint excuses om onder zijn radioprogramma uit te komen, laat zijn vader elke ochtend in zijn eentje op zender gaan om uit te leggen waarom Derek niets van zich laat horen. Derek zou zich voorbereiden op een examen. Derek zal die linkse hoogleraren eens wat laten zien. In werkelijkheid gaat Derek echter vaak met zijn kajak naar het strand, om alleen te zijn en te kunnen nadenken.
Hij heeft zijn opvattingen altijd gebaseerd op feiten, maar de laatste tijd wordt zijn logica steeds vaker onderuitgehaald door e-mails van zijn vrienden. Ze sturen hem links naar onderzoeken die aantonen dat raciale verschillen in IQ voor een groot deel kunnen worden verklaard uit externe factoren als prenatale voeding en onderwijsmogelijkheden. Ze geven hem wetenschappelijke artikelen over de effecten van discriminatie op de bloeddruk, prestaties op het werk en geestelijke gezondheid. Hij leest artikelen over de bevoorrechte positie van blanken en over het feit dat minderheden niet evenredig zijn vertegenwoordigd in het journaal. Een vriend mailt: ‘De geNOcide op blanken is onvoorstelbaar, diep kwetsend, en een schande in het licht van de werkelijke, waargebeurde en aan den lijve ondervonden genocide op joden, Rwandezen, Armeniërs, et cetera.’
‘Ik haat niemand vanwege zijn of haar ras of religie’, laat Derek op het forum weten. ‘Ik geloof niet in blanke suprematie’, schrijft hij. ‘Ik vind niet dat mensen omwille van ras, religie of wat ook hun huis zouden moeten verlaten, uit elkaar gehaald moeten worden of hun vrijheid moeten inleveren.’
‘Derek,’ antwoordt een van zijn vrienden, ‘ik heb het gevoel dat je de spreekbuis bent van een beweging waar je nauwelijks achter staat. Je moet je toch echt in meer dan een vijftigste van een bepaalde overtuiging kunnen vinden om te kunnen zeggen dat je die overtuiging deelt.’
Tijdens zijn laatste jaar aan New College verdiept Derek zich in de joodse geschriften en het Duitse multiculturalisme, hoewel zijn onderzoek zich nog altijd voornamelijk richt op het middeleeuwse Europa. Hij komt tot de ontdekking dat West-Europa niet is begonnen als een grootse samenleving van mensen die genetisch superieur zijn, maar als een plek die in technologisch opzicht achterliep op de islamitische cultuur. Hij verdiept zich in het tijdperk van de achtste tot de twaalfde eeuw, in een poging de oorsprong van hedendaagse concepten als (het blanke) ras en huidskleur te achterhalen, maar het levert niets op. We hebben het min of meer zelf verzonnen, luidt zijn conclusie.
‘Breek ermee’, mailt een van zijn sabbatsvrienden een week na Dereks afstuderen in mei 2013. Hij dringt erop aan dat Derek in het openbaar het white nationalism afzweert. ‘Breek ermee voordat het nog meer onherstelbare schade toebrengt aan een deel van je toekomst.’
Derek blijft na zijn afstuderen in de buurt van de campus. Hij past op het huis van een hoogleraar. In die periode overweegt hij een verklaring uit te brengen. Hij gelooft niet langer in white nationalism en is van plan om afstand te doen van zijn verleden door een deel van zijn naam te veranderen en zijn opleiding elders voort te zetten. Zijn gevoel zegt hem dat hij er het beste stilletjes tussenuit kan knijpen, maar zijn uitingen zijn altijd openbaar geweest – hij laat een hele reeks radioprogramma’s, internetberichten en tv-optredens na, plus het jaarlijkse congres over raciale tactieken.
Hij heeft de knoop nog altijd niet doorgehakt wanneer hij later die zomer naar zijn ouders gaat. Zijn vader volgt de opkomst van white nationalism op de televisie en zijn ouders hebben het over ‘vijanden’ en ‘kameraden’ in de ‘oorlog die woedt’. Het klinkt Derek nu bespottelijk in de oren. Ze zijn de hele dag samen bezig raamkozijnen te maken, een van Dereks merkwaardige hobby’s die zijn ouders altijd hebben aangemoedigd. Zijn ouders hebben zijn gitaar betaald en meegedaan aan zijn middeleeuwse re-enactments. Ze hebben zijn studie betaald aan het college waar hij de sabbatsmaaltijden bijwoonde. Maar bovenal hebben ze hem geleerd om zelfstandig en kritisch na te denken, en om uit te komen voor zijn mening, ook wanneer dat op verzet stuit.
Die avond gaat hij de deur uit, naar de kroeg. Hij neemt zijn laptop mee en begint aan een verklaring.
‘Een groot deel van de gemeenschap waarin ik ben opgegroeid gelooft sterk in white nationalism, en leden van mijn familie, voor wie ik immens veel respect heb, al helemaal voor mijn vader, zijn sinds jaar en dag fervent aanhanger van die beweging. Ik was niet bereid het risico te nemen me van hen te vervreemden.
Na lang wikken en wegen ben ik tot de conclusie gekomen dat het voor iedereen beter is dat ik eerlijk toegeef dat ik me geleidelijk maar onmiskenbaar heb losgemaakt van het gedachtengoed van white nationalism. Ik kan me niet achter een beweging scharen die me verbiedt vrienden te zijn met wie ik wil, of die voorschrijft dat ik iemand in een bepaald licht moet zien vanwege zijn of haar ras, of moet wantrouwen wat hij of zij doet.
Niet alleen door wat ik heb gezegd, maar ook door wat ik heb gedaan, heb ik anderen geschaad – mensen met een andere huidskleur, joden, activisten die streven naar kansen en gelijkheid voor iedereen. Ik betreur de schade die ik heb berokkend.’
Hij schrijft nog een paar alinea’s en stelt vervolgens een mail op aan het SPLC, de instelling die zijn vader veertig jaar lang als zijn voornaamste vijand heeft beschouwd. ‘Onverkort publiceren’, luidt Dereks instructie. Vervolgens voegt hij de brief toe als bijlage en klikt op ‘verzenden’.
‘Je bent gehackt’
Don zit de volgende dag te googelen en ziet ineens een balkje met Dereks naam in beeld verschijnen. Don tikt al een jaar of tien een paar keer per week ‘Stormfront’ en ‘Derek Black’ in de zoekbalk om de opkomst van zijn zoon binnen de white nationalism-beweging te volgen. Wat nu in beeld verschijnt, is een bericht dat afkomstig is van het SPLC, door Don steevast het ‘Paleis van de Armoede’ genoemd. ‘Activistische zoon van vooraanstaand racistenleider keert white nationalism de rug toe’, staat er. Don leest de brief en stuit op termen als ‘structurele onderdrukking’, ‘geprivilegieerd’, ‘kansarm’ en ‘gemarginaliseerde groepen’ – het zalvende taalgebruik van de liberalen waar Don en Derek op de radio geregeld de draak mee hebben gestoken.
‘Je bent gehackt,’ herinnert Don zich dat hij tegen Derek zegt, zodra die de telefoon opneemt.
‘Nee, het is echt,’ zegt Derek, en hij hoort zijn vader de verbinding verbreken.
Een paar uur lang weet Don domweg niet wat hem overkomt. Misschien haalt Derek een geintje met hem uit. Misschien gelooft hij nog altijd in white nationalism maar verlangt hij naar een simpeler bestaan.
Derek belt terug, en nu neemt zijn moeder op. Ze zegt dat ze niet met hem wil praten. Ze geeft de telefoon aan Don, wiens stokkende stem is verstikt door tranen. Derek heeft hem nog nooit zo gehoord. ‘Ik kan nu niet praten,’ zegt hij en hangt weer op.
Later die nacht logt Don in op het messageboard van Stormfront. ‘Dit zal zich vast snel verspreiden, op internet en in de lokale media, dus wil ik hier beginnen’, schrijft hij, en hij plaatst een link naar Dereks brief. ‘Ik wil niet met hem praten. Hij zegt dat hij niet begrijpt dat wij ons verraden voelen enkel omdat hij zijn “persoonlijke overtuigingen” kenbaar heeft gemaakt aan onze aartsvijanden.’
‘Het is een griezelige gedachte dat ik heb geholpen om dit gedachtengoed te verspreiden, en dat het nu niet meer is weg te denken’
De eerste paar dagen hierna kan Don het niet opbrengen om nog meer berichten te plaatsten. ‘Ik was al licht depressief, maar op dat moment wilde ik gewoon de stekker eruit trekken,’ zegt hij later over deze tijd. ‘Wat heeft het allemaal nog voor zin? Ik was een dag of tien echt tot niets in staat. Het is het ergste wat me als volwassene is overkomen.’
Een week later logt hij weer in op Stormfront. ‘Na een verschrikkelijke week moet ik even stoom afblazen’, schrijft hij. ‘Ik weet alleen wat Derek me heeft verteld, en dat is niet te bevatten. Ik ben inmiddels van mening dat hij serieus in dat gelul gelooft. Derek heeft herhaald dat voor hem familiebanden losstaan van politiek. Ik heb gezegd dat dat natuurlijk niet geldt voor een familie waarin alles draait om politiek activisme.’
Al snel worden er honderden berichten geplaatst. Sommige mensen condoleren Don. Anderen zeggen dat Derek een verrader is, of dat Don zelf ook niet meer te vertrouwen is. Don reageert op een paar berichten, waarin hij soms voor Derek opkomt en soms afstand van hem neemt. Na een paar weken kan hij het niet langer opbrengen. ‘Ik sluit deze thread af’, schrijft Don uiteindelijk. Hij noemt het ‘een open wond’.
Een paar weken later komt Derek naar huis voor zijn vaders verjaardag, al hebben zijn moeder en zijn halfzussen hem gevraagd weg te blijven. ‘Ik denk dat ze me gaan verstoten’, heeft Derek een studievriend geschreven. Maar hij staat op het punt om naar elders te verhuizen om daar verder te gaan studeren, en hij wil in ieder geval even afscheid nemen.
Hij gaat naar het huis van zijn oma, waar de verjaardag wordt gevierd, en later zal hij vertellen hoe vreemd het was dat zijn halfzussen deden alsof ze hem helemaal niet kenden. Zijn moeder is beleefd maar afstandelijk. Don probeert Derek mee naar binnen te krijgen, maar de rest van de familie wil dat hij weggaat. ‘Ik was ongewenst op mijn eigen feestje,’ zegt Don later. ‘Als ik Derek wilde spreken, moesten we maar allebei vertrekken, kreeg ik te horen.’
Ze gaan samen een eindje rijden, eerst naar het strand en later naar een restaurant, waar ze aan een tafeltje bijna helemaal achterin gaan zitten. Derek heeft nog altijd hetzelfde droge gevoel voor humor. Hij heeft nog dezelfde scherpe kijk op politiek en geschiedenis. ‘Hij is nog precies dezelfde Derek,’ concludeert Don na een paar uur, tot zijn eigen verbazing. Zijn verdriet was zo intens geweest dat hij had verwacht dat het verlies ook echt zichtbaar zou zijn. In plaats daarvan vergeet hij soms een paar minuten lang dat Derek ‘nu aan de andere kant staat’.
Don vraagt Derek naar de theorieën die op het messageboard van Stormfront terecht zijn gekomen. Doet hij zich gewoon anders voor omdat hij een ongecompliceerder bestaan wil? Is dit zijn manier om zich af te zetten tegen zijn ouders?
Als Derek ontkennend antwoordt, begint Don over het idee waar hij zelf steeds meer in is gaan geloven – de theorie die David Duke heeft gepost in de eerste paar uur na de plaatsing van Dereks brief: het stockholmsyndroom. Derek is gegijzeld door linkse intellectuelen en is vervolgens sympathie voor hen gaan koesteren.
‘Dat is wel heel neerbuigend,’ herinnert Derek zich zijn eigen reactie. ‘Hoe kan ik aantonen dat dit echt mijn mening is?’
Hij probeert Don een paar uur lang te overtuigen, in het restaurant. Hij praat over de bevoorrechte positie van blanken en vertelt over de wetenschappelijke onderzoeken naar geïnstitutionaliseerd racisme. Hij noemt de grote islamitische samenlevingen die de wiskunde hebben ontwikkeld en die een maansverduistering voorspelden. Hij zegt dat hij zich inmiddels verantwoordelijk voelt voor de opmars van het white nationalism in de politiek. ‘Ik had het niet alleen maar bij het verkeerde eind,’ zegt hij. ‘Ik heb ook echt schade aangericht.’
‘Ik kan nauwelijks geloven dat ik uitgerekend met jou over rassenleer discussieer,’ zegt Don.
Het restaurant gaat dicht en nog altijd zijn ze niet veel dichter tot elkaar gekomen. Derek gaat bij zijn oma slapen. Hij wordt vroeg wakker en gaat in zijn eentje op weg.
Vanaf die dag doet Derek alle mogelijke moeite om zijn verleden achter zich te laten. Hij woont nog altijd ver van zijn ouders, ook nu hij zijn studie heeft afgerond, en hij leert Arabisch om zich te kunnen verdiepen in de geschiedenis van de vroegste islam. Hij heeft geen enkele white nationalist meer gesproken sinds hij de beweging de rug heeft toegekeerd, afgezien van een paar telefoontjes naar zijn ouders. In plaats daarvan besteedt hij zijn tijd aan het bijspijkeren van zijn kennis van de populaire cultuur, die hij heeft geleerd te verafschuwen: hij leest columns in linkse kranten, luistert naar rap en gaat naar de film. Hij is een bewonderaar van president Obama. Hij besluit de Amerikaanse overheid niet langer te wantrouwen. Hij begint kraanwater te drinken. Hij boekt goedkope vluchten naar Barcelona, Parijs, Dublin, Nicaragua en Marokko en dompelt zich onder in zo veel mogelijk verschillende culturen.
Hij is lid geworden van een nieuw internetforum, dit keer voor couchsurfers. Hij biedt onbekenden tijdelijk onderdak in zijn tweekamerappartement. Hij is steeds beter in staat om anderen te vertrouwen – om anderen tegemoet te treden zonder vooroordelen of vooringenomenheid – en hij voelt meer en meer afstand tot de Derek die hij ooit was.
Maar dan komt de verkiezingscampagne van 2016 op gang, en ineens vormt het white nationalism dat Derek zo graag achter zich wil laten de onvermijdelijke ondertoon van nationale debatten over vluchtelingen, immigratie, Black Lives Matter en de verkiezingen zelf. Eind augustus kijkt Derek thuis op de bank naar Hillary Clinton die een serieuze toespraak houdt over het opkomende racisme. Ze zegt dat de aanhangers van de blanke suprematie zichzelf hebben omgedoopt tot white nationalists. Ze verwijst naar Duke en het idee van ‘genocide op de blanken’, dat mede dankzij Derek opgang heeft gemaakt. Ze heeft het over Trump die een campagneleider in de arm heeft genomen die banden heeft met alt-right. ‘De Republikeinse partij is de facto overgenomen door een splintergroepering,’ zegt ze.
Het is het gedachtengoed dat Derek een groot deel van zijn leven heeft aangehangen, maar nu vreest hij voor de toekomst van zijn land, voelt hij zich medeverantwoordelijk. ‘Het is een griezelige gedachte dat ik heb geholpen om dit gedachtengoed te verspreiden, en dat het nu niet meer is weg te denken’, schrijft hij een van zijn sabbatsvrienden.
Hij vraagt zich ook af of hij zijn verleden ooit echt achter zich zal kunnen laten, aangezien er zo veel in de openbaarheid is gekomen. Studiegenoten herkennen hem nog altijd af en toe als die voormalige racist, hij staat nog altijd vermeld in het testament van een man met wie hij bevriend is geraakt via het white nationalism, hij is nog altijd de peetzoon van Duke, nog altijd de zoon van Chloe en Don.
Aan het eind van de zomer gaat hij voor het eerst in jaren weer naar Florida om hen op te zoeken. In een tijd van steeds fellere polemieken is hij benieuwd naar de mening van zijn vader. Binnen, op de bank, praten ze wat over Dereks studie en over Dons nieuwe Duitse herder. Maar na een poosje komt het gesprek toch weer uit op ideologische kwesties, het onderwerp dat altijd al hun voorkeur heeft gehad.
Don, die normaal gesproken niet stemt, zegt dat hij dit keer Trump zal steunen.
Derek zegt dat hij een online-enquête heeft ingevuld en dat zijn standpunten voor 97 procent overeenkomen met die van Hillary Clinton.
Don zegt dat het inperken van immigratie een goed begin is.
Derek zegt dat hij juist voor meer immigratie is, omdat hij zich heeft verdiept in de sociale en economische voordelen van diversiteit.
Don is van mening dat dat zal uitmonden in een ‘genocide op de blanken’.
Derek vindt ras sowieso een onzinnig concept.
Ze zitten tegenover elkaar, zoeken naar manieren om de kloof te overbruggen. De baai is één blok verderop. Aan de overkant is Mar-a-Lago, waar Trump regelmatig verblijft en van zijn vakantie geniet, en waar hij zelfs ooit een 25 meter hoge mast heeft laten plaatsen voor een gigantische Amerikaanse vlag.
‘Wie had ooit kunnen denken dat hij het tot gemeengoed zou maken?’ zegt Don. Op dit moment van ongekende verdeeldheid is deze verwondering het enige waarin ze elkaar vinden.
Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.
We leven in het feitenvrije tijdperk, zeggen deskundigen. Politici als Trump, Poetin en Nigel Farage liegen er lustig op los, zonder dat het hun aanhang veel lijkt te kunnen schelen. Is het werkelijk zo veel erger dan vroeger? Hoe kan dat dan? En wat is er zo aantrekkelijk aan een leider die spot met de waarheid?
Wie zijn toch de aanhangers van Donald Trump, die het Republikeinse establishment tot wanhoop drijven? Volgens The Washington Post vind je ze vaak in achtergebleven gebieden waar zich zelden een presidentskandidaat vertoont.
Lowell, Massachusetts – Dit oude industriestadje is vooral bekend om wat het ooit was, toen textiel fabrieken aan de oever van de Merrimackrivier werk boden aan duizenden immigranten uit Ierland, Rusland en Griekenland. Dat Lowell bestaat allang niet meer en nu vecht een nieuwe stad voor zijn bestaan. Ondanks de aanwezigheid van de University of Massachusetts- campus, heeft maar een op de vijf inwoners hier een universitaire opleiding. Het gemiddelde jaarinkomen per huishouden ligt rond de 49.500 dollar en dat blijft ver achter bij het gemiddelde van de staat en van het land. Negentien procent van de honderdduizend inwoners van de stad leeft in armoede.
Dit is het soort stad waar miljardair Donald Trump in zijn campagne voor het presidentschap graag zijn verkiezingsbijeenkomsten houdt, en waar zijn boodschap de meeste weerklank lijkt te vinden. De luidruchtige evenementen die het kenmerk en de drijvende kracht van Trumps campagne zijn geworden, zijn meestal niet zijn verkiezingsbijeenkomsten in staten als Iowa en New Hampshire, waar de verkiezingen vroeg plaatsvinden. Hij krijgt juist steeds meer een gezicht door de bijeenkomsten in steden waar zich zelden een presidentskandidaat vertoont. Het zijn vaak ook plaatsen die het moeilijk hebben: Mobile, Alabama, waar het werkloosheidscijfer hoger is dan gemiddeld in het hele land en in de staat zelf; Springfield, Illinois, waar de industrie nog niet over de recessie heen is; en Beaumont, Texas, dat zich zorgen maakt over de lage brandstofprijzen.
Hij krijgt staande ovaties voor zijn beloften dat hij banen uit het buitenland terug zal halen en een muur langs de zuidgrens zal bouwen
Deze stadjes – en veel andere die Trump tijdens zijn campagne heeft aangedaan – blijven op een aantal fronten achter bij de rest van het land en van hun eigen staat. Het gemiddelde inkomen per huishouden is lager, er is vaak minder eigen huizenbezit en er zijn minder inwoners met een universitair diploma. In de meeste van deze steden wonen veel minderheden, maar het publiek op Trumps bijeenkomsten is vrijwel geheel blank.
En bij dat publiek overheerst het gevoel dat het nog steeds niet goed genoeg gaat met de economie – en dat het misschien ook nooit beter zal worden dan het nu is, tenzij er een dramatische omslag plaatsvindt.
‘Ik zie hoeveel moeite mensen hebben om de basisbehoeften in het leven te betalen,’ zegt Alexis Arondson, 36, die geboren is in Lowell en voor [kabelgigant] Comcast werkt. Ze is van plan om zich als kiezer te registreren zodat ze op Trump kan stemmen. ‘Volgens mij is er de afgelopen jaren niets veranderd. Mensen zijn gewoon immuun geworden voor hoe het met de economie gaat. Iedereen heeft zich er maar bij neergelegd.’
Slimme underdog
In deze onbekende stadjes trekt Trump duizenden en duizenden bewonderaars die uren in de zinderende hitte of ijzige kou staan te wachten om hem te horen spreken. Hij doet zich voor als een soort underdog die met zijn boerenverstand het systeem heeft weten te verslaan, en hij wordt vaak het hardst toegejuicht wanneer hij tekeergaat tegen Democraten, het Republikeinse establishment, de media, graaiende bedrijven of elke andere instelling waardoor mensen zich in de steek gelaten voelen. Hij krijgt staande ovaties voor zijn beloften dat hij banen uit het buitenland terug zal halen en een muur langs de zuidgrens zal bouwen om illegale immigranten, terroristen en drugs buiten de deur te houden.
Volgens Trumps campagneleider Corey Lewandowski, die in Lowell is opgegroeid, heeft de campagne ‘heel, heel zorgvuldig’ de locaties voor verkiezingsbijeenkomsten uitgekozen. Er is speciaal gezocht naar plaatsen waar inwoners kansen hebben gemist en waar Trumps boodschap in goede aarde zou vallen. Lewandowski wees erop dat veel plekken die Trump aandoet, geen conservatieve bolwerken zijn waar Republikeinse presidentskandidaten het meestal goed doen. Trump kiest juist vaak steden met een ontevreden Democratische en Republikeinse arbeidersbevolking die het gevoel heeft niet te worden gehoord.
Zelf wijst Trump de suggestie dat hij zich op een bepaald type gemeenschap richt van de hand: ‘Nee, volgens mij gaan we overal heen.’
Trump stopt wel verwijzingen naar plaatselijke omstandigheden in zijn toespraken – in Michigan heeft hij het over auto’s, in Illinois over tractors, in Texas over olie – maar houdt grotendeels dezelfde speech, in welke staat hij ook is. Hij heeft voor deze verkiezingsbijeenkomsten kriskras door het land gereisd, maar de zorgen van het publiek zijn vrijwel overal gelijk.
Neem die 47-jarige man in Springfield die reuzenraden maakt en het gevoel heeft dat dat het laatste is wat nog in Amerika wordt gemaakt. Neem de 37-jarige spoorwegbeambte op een verkiezingsbijeenkomst in Worcester, Massachusetts, die zijn vakbond verwijt dat die hem onder druk heeft gezet om twee keer op Obama te stemmen. De 55-jarige voormalige restaurantbedrijfsleider uit West-Oklahoma die al langer dan een jaar geen werk meer heeft nu daar op steeds minder plekken olie wordt gewonnen en de steden leeglopen. En neem Kevin Steinke uit een voorstad van Grand Rapids, Michigan, die zegt dat hij niet weet hoe hij van zijn ongeregelde inkomen als consultant elke maand de zorgverzekeringspremies moet betalen.
‘Soms is zijn retoriek wel een beetje heftig, maar ik denk dat hij de spijker op zijn kop slaat en mensen raken gefrustreerd door het idee dat we niet vooruitkomen als land. Veel van ons hebben het gevoel dat we achteruit gaan,’ zegt Steinke, 53, die met zijn twee zoons naar een verkiezingsbijeenkomst van Trump in Grand Rapids is gekomen. ‘Hij zegt vaak wat mensen denken, en dat komt aan… We hebben in dit land een CEO nodig, geen opperpoliticus.’
Geen toekomst zonder Trump
Onder het publiek hier in Lowell is ook een 56-jarige kapper die zegt dat de economie volgens haar en haar klanten is vastgelopen. Er zijn twee broers van begin twintig in Lowell die zich aangetrokken voelen tot Trumps mentaliteit, in tegenstelling tot hun Democratische ouders, die zich zorgen maken om de veiligheid van hun zoons op de verkiezingsbijeenkomst. En er is een elfjarig meisje uit een voorstad van Boston met een zelfgemaakt T-shirt waarop staat: ‘Ik heb een toekomst gepland, maar zonder Trump is er geen toekomst.’
‘Ik hou van Trump omdat hij geen politicus is,’ zegt Heather Laine, 32, die al haar hele leven in Lowell woont, kleuteronderwijs geeft en ook op de bijeenkomst is. ‘Iedereen belooft altijd weer hetzelfde, behalve hij… Ik vind het goed dat hij altijd voor het oog van de natie zegt wat iedereen elke avond onder het eten thuis zegt.’
Laine zegt dat ze blij is met de diversiteit in Lowell, waar een kwart van de bevolking in het buitenland is geboren. Maar ze zegt ook dat sommige immigranten niet hard genoeg werken en te zwaar op de overheid leunen. ‘Ik ben er helemaal voor als mensen naar dit land willen komen en voor hun brood willen werken, maar dat willen ze niet. Ze willen alles voor niks krijgen,’ zegt Laine, die vertelt dat zij en haar man bij familie inwonen omdat ze zich geen eigen huis kunnen veroorloven. ‘De Amerikaanse droom, het lijkt wel of die niets meer voorstelt.’
Laine staat geregistreerd als Democraat, maar is van plan dat te veranderen en op Trump te gaan stemmen.
Backstage heeft Trump privéontmoetingen met supporters, plaatselijke leiders en politiemensen, met wie hij geanimeerd praat en bereidwillig op de foto gaat. Voor dat soort dingen heeft deze kandidaat alle tijd, want hij hoeft zich niet bezig te houden met het plezieren van rijke geldschieters. Tijdens deze meet-and-greets, waar geen pers wordt toegelaten, vertoont Trump volgens zijn medewerkers zijn talent voor kleinschalige politiek; hij gaat persoonlijke banden aan met stemmers in het hele land die zijn boodschap weer kunnen overbrengen aan hun vrienden, familieleden, collega’s en buren.
Toen Trump aankondigde dat hij in Lowell een verkiezingsbijeenkomst zou houden in het Tsongas Center – vernoemd naar een vroegere Democratische senator uit Lowell en voornamelijk gebruikt voor ijshockeywedstrijden – dachten sommige mensen in de stad dat het een grap was. Tientallen demonstranten zijn naar de bijeenkomst gekomen en staan buiten in de sneeuw met borden waarop boodschappen staan als ‘Jij, de KKK en Poetin willen Trump als president. Hoe voelt dat?’
‘Lowell is een smeltkroes van immigranten en wat Trump gelooft is volgens mij tegen immigranten,’ zegt Tooch Van (40), een immigrant uit Cambodja die als mentor op de gemeentelijke school in Lowell werkt en tegen Trumps verkiezingsbijeenkomst demonstreerde. ‘Ik begrijp er niets van.’
Trump houdt vol dat zijn publiek niet alleen maar uit nieuwsgierigen bestaat en dat zijn populariteit deel uitmaakt van een beweging die allerlei soorten kiezers bijeenbrengt, niet alleen de arbeiders.
‘Er is zo veel liefde in deze zalen – hier, in Dallas, overal waar ik kom’
‘Er is zo veel liefde in deze zalen – hier, in Dallas, overal waar ik kom,’ zegt Trump in Lowell, waar de sporthal volgepakt is met meer dan het maximale bezoekersaantal van 7800 mensen. ‘We zijn nu in Massachusetts, we gaan naar New Hampshire, we gaan naar Iowa, we gaan naar South Carolina, we gaan naar Nevada… We waren in Florida, waar het ongelooflijk was, in Texas, het is overal hetzelfde. Het is liefde. Het is liefde.’
Auteur: Jenna Johnson
Vertaler: Annemie de Vries
Jenna Johnson doet voor The Washington Post verslag van de presidentscampagnes 2016.
The Washington Post Verenigde Staten | oplage 700.000
Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.
Peter Wehner is een volbloed conservatief die voor drie Republikeinse regeringen werkte. Maar mocht Donald Trump het tot presidentskandidaat schoppen, dan zal hij niet op hem stemmen.
Keuze uit het archief
Afgelopen weekend werd beheerst door de moordaanslag op de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump, die hij op een haar na overleefde. De aanslag laat de grote verdeeldheid zien binnen de VS, waar sommige mensen met Trump weglopen en anderen hem tot op het bot verafschuwen.
In dit artikel van de NYT van begin 2016 zet de – nota bene – Republikein Peter Wehner de redenen uiteen waarom hij hoe dan ook nooit op Trump zal stemmen. Hoewel het artikel ruim acht jaar oud is, doet dat niets af aan zijn argumentatie. Ook dit jaar is de kans immers zeer aanwezig dat Trump in het Witte Huis zal komen, en het lijkt er niet op dat Trumps opvattingen en persoonlijkheid de afgelopen acht jaar zijn veranderd.
Te beginnen met Ronald Reagan heb ik sinds 1980 bij elke presidentsverkiezing Republikeins gestemd. Ik heb voor de regering van Reagan en voor die van George H.W. Bush gewerkt en ben in het Witte Huis speechschrijver en adviseur voor George W. Bush geweest. Ik heb ook meegewerkt aan Republikeinse verkiezingscampagnes. Ondanks – maar voor een groot deel ook dankzij – deze voorgeschiedenis zal ik niet op Donald Trump stemmen als hij de Republikeinse nominatie krijgt. Mochten Trump en mevrouw Clinton de Republikeinse en Democratische kandidatuur bemachtigen, dan stem ik liever op een redelijke, andere partij; is die mogelijkheid er niet, dan ga ik gewoonweg niet stemmen.
Hij zou de minst gekwalificeerde president uit de Amerikaanse geschiedenis zijn
Ik vermoed dat dit voor veel Republikeinen geldt. Er zijn veel redenen om niet op Trump te gaan stemmen als hij genomineerd wordt. Om te beginnen het feit dat hij de minst gekwalificeerde president uit de Amerikaanse geschiedenis zou zijn. Al onze vierenveertig presidenten tot nu toe hadden bestuurlijke of militaire ervaring opgedaan voor ze werden beëdigd. Vastgoedmagnaat en voormalig reality-tv-ster Trump heeft geen dag van zijn leven in een openbare functie of bij de strijdkrachten gediend. In de loop van zijn campagne heeft hij herhaaldelijk laten zien hoe groot zijn onwetendheid is als het gaat om basale zaken van nationaal belang – over de drie manieren waarop de Verenigde Staten kernbommen kan afvuren (vanaf land, vanuit zee, of vanuit de lucht), over het verschil tussen de Quds-strijdkrachten in Iran en de Koerden ten westen daarvan, en over de kernproeven van Noord-Korea.
Trump heeft geen zin om kennis te nemen van de meeste kwesties, laat staan om ze zich eigen te maken. Nooit eerder heeft een belangrijke presidentskandidaat zo veel minachting getoond voor kennis, zo’n gebrek aan interesse voor cijfers, en zo weinig gêne over zijn eigen achterlijkheid. Vandaar dat veel van de meest bejubelde uitspraken en beloften van Trump – om snel en ‘menselijk’ 11 miljoen immigranten het land uit te zetten, om Mexico te dwingen de muur die hij langs onze zuidgrens zal bouwen te betalen, om Islamitische Staat ‘heel snel’ te verslaan en vervolgens als extraatje de olie van die organisatie in beslag te nemen, om moslims de toegang tot de Verenigde Staten te weigeren – nativistische luchtkastelen en public relations-stunts zijn.
Wat Trump nog minder geschikt voor het ambt maakt, is zijn temperament. Hij is onberekenbaar, inconsequent en principeloos. Hij bezit een grofheid en wreedheid die zich manifesteerden in de manier waarop hij een gehandicapte Time-journalist nadeed, senator John McCain belachelijk maakte om zijn vroegere krijgsgevangenschap, een opmerking maakte over ‘bloed’ met de bedoeling een vrouwelijke journalist te vernederen en een van zijn tegenstanders vergeleek met een kinderverkrachter.
Het legendarische narcisme van de heer Trump zou grappig zijn als het in iemand die naar het hoogste ambt van het land streeft niet zo gevaarlijk was – zoals hij liet zien toen hij de wrede, anti-Amerikaanse president van Rusland, Vladimir Poetin, uitbundig prees, in antwoord op Poetins bewonderende uitspraken over hemzelf. ‘Het is altijd een grote eer,’ zei Trump vorige maand, ‘om zo’n mooi compliment te krijgen van een man die in zijn eigen land en daarbuiten zo hoog wordt geacht.’
Trumps giftige mix van onwetendheid, emotionele labiliteit, demagogie, kletspraat en wraakzucht zou meer teweegbrengen dan een mislukt presidentschap; die zou heel goed tot een nationale ramp kunnen leiden. Bij elke Amerikaan zou een rilling over de rug moeten lopen bij het vooruitzicht van Trump als opperbevelhebber.
Zijn nominatie zou de Republikeinse Partij en het conservatisme ernstiger bedreigen dan Hillary ooit zou kunnen
Voor Republikeinen is er nog een extra reden om niet op Trump te stemmen. Zijn nominatie zou de Republikeinse Partij en het conservatisme ernstiger bedreigen dan Hillary ooit zou kunnen. Want mevrouw Clinton kan de Republikeinse Partij misschien een nederlaag toebrengen, ze zou die partij nooit kunnen herdefiniëren. Trump kan dat wel, als hij de Republikeinse kandidaat wordt. Zijn deelname in de race om de nominatie in 2016 heeft al zeer schadelijke gevolgen gehad, maar die vallen nog in het niet bij wat er zou gebeuren als hij de Republikeinse vaandeldrager werd. De genomineerde is per slot van rekening de leider van de partij; hij geeft die vorm en betekenis. Onder aanvoering van Trump zal de Republikeinse Partij niet langer een conservatieve partij zijn; het zal een boze, racistische, populistische partij zijn. Trump zou een dramatische breuk vertegenwoordigen met de beste tradities van de partij en een fundamentele aanval daarop.
In de loop der jaren hebben we al de voorboden van het huidige trumpisme gezien, zowel qua onderwerpen als qua stijl – bijvoorbeeld tijdens de campagnes voor het presidentschap van Pat Buchanan in de jaren negentig, met de opkomst van Sarah Palin binnen de partij, en in de nietsontziende retoriek van mensen als [politiek commentator] Ann Coulter aan de rechtervleugel. De sentimenten die deze individuele leden drijven, hebben de partij beïnvloed en die invloed is de afgelopen jaren steeds verder gegroeid. Maar ze hebben nooit overheerst en ze zijn zeker nooit bepalend geweest. Daar zou verandering in komen met de nominatie van Trump.
Wordt Trump genomineerd, dan wordt de Grand Old Party de partij van de anti-rede. Ik zal nog verder gaan: ons regeringssysteem is bedoeld om juist het soort man als Trump te vermijden, het type leider dat onze stichters vreesden – een demagogische figuur die zichzelf niet ziet als onderdeel van ons constitutionele bestel, maar als alternatief daarvoor. Ik weet dat wij die in de politiek zitten wel vaker niet de genomineerde krijgen die we willen, maar dan scharen we ons toch achter de kandidaat die de nominatie van onze partij krijgt. Dat was in mijn ogen altijd zoals het hoorde.
Grens aan partijloyaliteit
Tot nu toe. Donald Trump heeft de politieke vanzelfsprekendheden veranderd omdat hij de morele vanzelfsprekendheden heeft veranderd. Voor deze levenslange Republikein is hij tenminste onaanvaardbaar. Er is een grens aan partijloyaliteit. Er zijn nog geen stemmen uitgebracht, voorverkiezingen zijn onvoorspelbaar en vaak overwint uiteindelijk de nuchterheid, dus Trump is niet de gedoodverfde Republikeinse genomineerde. Maar verbijsterend genoeg is dat op dit moment wel degelijk voorstelbaar. Als dit scenario uitkomt, komen veel Republikeinen terecht in een situatie die ze altijd ondenkbaar hebben geacht: dat ze weigeren de presidentskandidaat van hun eigen partij te steunen, omdat dat het beste is wat ze kunnen doen voor hun partij en voor hun land.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.