Tag: voedsel

  • Thailand zucht onder stijgende voedselprijzen

    Thailand zucht onder stijgende voedselprijzen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Meer dan 10 miljard coronavaccins wereldwijd toegediend

    » Indringers maakten grote winst door fout op NFT-veilingsite

    Inflatie in Thailand

    Thailand zucht onder inflatie. Armere huishoudens zitten na twee jaar pandemie zonder geld en kleine bedrijven zagen hun winsten verdampen. Ondertussen hebben stijgende olieprijzen de kosten verhoogd in de toeleveringsketens, productielijnen en transportnetwerken voor belangrijke goederen zoals diervoeder. Sinds begin dit jaar steeg de prijs van varkensvlees ook nog eens met 40 procent door een uitbraak van varkensgriep. Daardoor kopen armere gezinnen meer kip, hetgeen de prijzen van pluimvee en eieren opdrijft, schrijf Al Jazeera.

    Met het Chinese nieuwjaar in aantocht op 1 februari, een periode waarin normaal gesproken fors geld wordt uitgeven waardoor de economie opleeft, houden gezinnen nu de hand op de knip.

    Lees ook:

  • Traditionele gewassen bieden uitkomst bij bestrijding ondervoeding

    Traditionele gewassen bieden uitkomst bij bestrijding ondervoeding

    Eric Amonsou, hoofddocent aan de Technische Universiteit van Durban, Zuid-Afrika, is vurig pleitbezorger van inheemse Afrikaanse gewassen. ‘Ze verliezen bij bewerking niet al hun goede eigenschappen.’

    Voedingswetenschap is nou niet meteen de meest sexy kant van de kookkunst, maar vernieuwend is ze wel. Met het oog op de toestand van de aarde, een gezonde darmflora en niet in de laatste plaats ons eetplezier is Eric Amonsou, hoofddocent aan de Technische Universiteit van Durban, Zuid-Afrika, vurig pleitbezorger van inheemse Afrikaanse gewassen.

    Mieren. Een flashback. Ik zit in een restaurant in Gdansk, ‘orthodox Pools’; ‘We hebben alle buitenlandse producten, inclusief specerijen, uit de keuken verbannen,’ legt de hoofdkelner uit. Op mijn bord ligt een gerecht van het degustatiemenu van die dag: hapjes, gemaakt van drie paddenstoelen uit het nabijgelegen bos. Een bruine ringboleet, een berkenboleet en een fluweelboleet. De paddenstoelen, die zijn gerookt boven een houtvuur, zijn bereid in eendenvet en afgetopt met een drupje dennenolie. Ik kijk naar de kleine zwarte dingen die ook op mijn bord liggen. En ja, ze zijn duidelijk herkenbaar. Mieren. Die, zoals me is verteld en zoals ik zelf kan proeven, een ongelooflijk intense smaak hebben. ‘Fruitig, met een mooi zuurtje.’ Dat kan ik beamen. 

    Het is mijn eerste kennismaking met mieren. Waarschijnlijk hebben we allemaal weleens per ongeluk een mier binnengekregen. Tijdens een picknick, of in de keuken. Maar niet moedwillig verzameld en bereid door een beroemde jonge chef, puur vanwege de smaak. En ja, ik ben me ervan bewust dat ‘de consumptie van eetbare insecten voor een derde van de wereldbevolking, met name in Latijns-Amerika, Afrika en Azië, zeer gebruikelijk is’, om een publicatie uit de database van ’s werelds grootste medische bibliotheek, de Amerikaanse National Library of Medicine, aan te halen. In de loop der jaren heb ik van veel vrienden gehoord dat vliegende mieren, gebakken of geroosterd boven vuur, roomzacht zijn en in één woord verrukkelijk. En is het ook eigenlijk niet vreemd, als je erover nadenkt, dat waar wij gruwen van insecten terwijl oesters ons het water in de mond doen lopen, mosselen buitengewoon populair zijn, krabben een luxe en iedereen houdt van met knoflook doordrenkte slakken? Vertrouwd. En bekend maakt bemind. Ik zal u de akelige beschrijvingen die ik hier zou kunnen geven besparen om uw voorliefde – en de mijne – niet om zeep te helpen. 

    Fine dining

    Terug naar de mieren. Het concept van mieren voorgeschoteld krijgen als onderdeel van een fine-diningervaring komt niet als verrassing. Als je een fan bent van chef-kok René Redzepi, weet je dat hij met zijn restaurant Noma in Kopenhagen de Scandinavische keuken op de kaart heeft gezet. Noma werd in 2010 voor het eerst uitgeroepen tot het beste restaurant ter wereld en prijkte onlangs – als Noma 2.0, op een nieuwe locatie en met een aangepast concept – voor de vijfde keer boven aan de prestigieuze ranglijst voor internationale gastronomie. In 2008 was Redzepi medeoprichter van het Nordic Food Lab, dat inmiddels is opgegaan in de afdeling Voedingswetenschap van de Universiteit van Kopenhagen. Misschien heb je, net als ik, de documentaire gezien die het lab heeft gemaakt. Bugs: will eating insects save our planet? [Hier een link van de trailer.] Daarin wordt de wereld van insecteneters verkend, met als uiteindelijke doel die insecten om te toveren tot verrukkelijke gerechten. Want al is een van de drijfveren het redden van de planeet, het moet natuurlijk wel leuk blijven. 

    Dankzij deze documentaire had ik al kennisgemaakt met het concept van insectengerechten voordat ik de Poolse – ongetwijfeld lokaal en seizoensgebonden – mieren kreeg voorgeschoteld. Toen ik ze proefde dacht ik: Yes! Superlekker! Ik zag potjes voor me met gedroogde mieren in kruidenrekken, tussen de potjes peterselie, salie en rozemarijn. Tussen de knoflookvlokken. De dure zeezoutmolens. Dat was in 2016. Ik wacht nog steeds. Maar ze gaan komen, dat weet ik zeker.

    ‘De manier waarop we ons vlees produceren (…) is een tijdbom’

    Ik kreeg deze mierenflashback tijdens mijn interview met voedingswetenschapper Amonsou, aan de vooravond van zijn inauguratie als hoogleraar aan de faculteit Toegepaste Wetenschappen van de Technische Universiteit van Durban. ‘Insecten zijn echt supervoedsel. Rijk aan proteïne. De insectenkweek heeft een aanzienlijk kleinere koolstofvoetafdruk dan traditionele sectoren: er is weinig land voor nodig en het energie- en waterverbruik is laag. Bij mijn bezoek aan de Universiteit van Venda in Thohoyandou, in de provincie Limpopo, zag ik op een markt mopaniewurmen en andere insecten te koop,’ vertelt Amansou. ‘In Europa vindt op dit moment veel onderzoek plaats naar insecten als voedsel. Er wordt van alles ontwikkeld. Proteïnepoeders voor sportvoeding en meel, gemaakt van sprinkhanen, bijvoorbeeld.’ Hij is de eerste om toe te geven dat het een hele toer is om de geesten rijp te maken voor het eten van insecten, als je er niet mee bekend bent. In delen van Benin, waar Amonsou vandaan komt, is insecten eten doodnormaal. ‘Maar ik ben er zelf niet mee opgegroeid,’ zegt hij. ‘Ook hier in Zuid-Afrika is er veel ruimte voor onderzoek en ontwikkeling. Insecten kunnen op een milieuvriendelijke manier worden gekweekt in kooien. Ik heb mogelijke Franse samenwerkingspartners ontmoet. Maar ik geloof niet dat er vanuit de regering iets wordt ondernomen om onderzoek te faciliteren en nieuwe voedingsmogelijkheden te promoten.’

    Voedingswetenschap is op het eerste gezicht misschien niet de ‘sexy’ kant van de kookkunst. Maar het is wel een vakgebied waar baanbrekende ontwikkelingen plaatsvinden. Dat moet ook wel als je naar de cijfers kijkt. De huidige wereldbevolking telt 7,9 miljard mensen. In 2030 zal die gegroeid zijn naar 8,5 miljard, in 2050 naar 9,9 miljard. Klimaatverandering, vervuiling, verwoesting. Ik hoef het je niet te vertellen. Je hoeft het nieuws maar aan te zetten of naar de afgelopen klimaattop in Glasgow te kijken. ‘Er zijn meerdere oplossingen die onderzocht kunnen en moeten worden,’ zegt Amansou. ‘De manier waarop we ons vlees produceren, dat vol zit met antilichamen en pesticiden, om naar maar te zwijgen over de ecologische voetafdruk van de veehouderij. Het is een tijdbom.’ Hij is groot voorstander van het kweken van vlees in laboratoria, maar het kweken van insecten heeft wat hem betreft de voorkeur. ‘Het heeft een enorm potentieel.’ 

    Persoonlijke passie

    En dan is er nog zijn persoonlijke passie. ‘Ik geloof heilig dat traditionele gewassen uitkomst kunnen bieden bij de bestrijding van ondervoeding, honger en armoede. Bij het halen van duurzaamheidsdoelen, de bescherming van het milieu. Bij de bevordering van een goede gezondheid.’ In zekere zin spreekt hij, vanuit het nuchtere perspectief van de wetenschapper, dezelfde taal als de Slow Food-beweging (gezond, duurzaam, eerlijk voedsel, lokale voeding en tradities, belangstelling voor de impact van onze voedselkeuzes op de planeet). En dezelfde taal als veel topchefs en foodies in Afrika en de rest van de wereld, die kiezen voor vers, lokaal, seizoensgebonden, smaakvol voedsel. Voor foerageren. Die goede producten en oude tradities en gewassen hoog in het vaandel hebben. 

    In zijn lab lossen zijn team en hij problemen op. Unilever klopte bijvoorbeeld aan met klachten over een soep. De boosdoener, een zetmeelcomponent, werd geïdentificeerd, het recept werd aangepast. Iedereen blij. Maar Amansou’s grootste passie, wist ik van een lezing die ik een paar jaar terug van hem had bijgewoond, is ‘de verbazingwekkende kracht van inheemse Afrikaanse gewassen’ voor een samenleving die met meerdere uitdagingen wordt geconfronteerd, waaronder klimaatverandering, voedselonzekerheid en levensstijlziekten als obesitas, hartziekten en diabetes. ‘Ze bevatten een schat aan voedingstoffen en gezondheidsbevorderende elementen,’ stelt hij. ‘De innovatieve ontwikkelingen leiden tot nieuwe werkgelegenheid en veel commercieel levensvatbare producten. Op dit moment worden er gigantische hoeveelheden van vijf hoofdgewassen geproduceerd. Niet alleen in dit land, maar wereldwijd. Rijst, aardappelen, maïs, tarwe en sojabonen.’ 

    ‘Je kunt beter van aardappel overstappen op taro, veel gezonder’

    Wat we in plaats daarvan zouden moeten verbouwen? Peulvruchten (waaronder de jugoboon, ook wel een compleet voedingsmiddel genoemd: een droogtebestendige proteïnebom), granen, wortels, knollen, bladgroenten. Klimaatbestendige gewassen die zowel in een natte als een droge omgeving goed gedijen, en een goede bron zijn van micronutriënten: vitamines en mineralen als zink en ijzer. Gezondere gewassen dus dan de basisvoeding; ze bevatten antioxidanten en ondersteunen darmbacteriën.’ En ze verliezen bij bewerking niet al hun goede eigenschappen. ‘Neem nou tarwebloem. Dat bevat geen vezels, na bewerking blijft er niets gezonds over. Het is een enorm probleem, vooral in de ontwikkelingslanden.’

    Amansou komt als gezegd uit Benin, het Frans sprekende land dat tussen Togo en Nigeria ligt ingeklemd, aan de Golf van Guinee. In een artikel van de BBC wordt het een van de stabielste democratieën van het continent genoemd. Het is ook een van ‘s werelds armste landen. Hij groeide op in Savè, een stad in het binnenland. Zijn vader spoorde hem aan om bètavakken en Engels te volgen, volgens vrienden de garantie voor succes. Na zijn eindexamen en een spoedcursus Engels, werd Amansou aangenomen op de hoog aangeschreven Universiteit van Ibadan, in buurland Nigeria, voor een studie Landbouwtechniek. Aan het National Landbouwkundig Instituut van Benin, waar hij een stageplek en daarna een onderzoeksplek bemachtigde, werd zijn interesse voor de voedingswetenschap gewekt. Een internationale samenwerking op het gebied van inheemse zwartoogbonen, een van de oudste voedingsbronnen, leverde hem een beurs op voor de Universiteit van Ghana, waar hij een researchmaster in de voedingswetenschap behaalde. Daarna promoveerde hij aan de Universiteit van Pretoria. Daar, en vervolgens aan de Universiteit van KwaZulu-Natal, verrichte hij postdoctoraal onderzoek. In 2013 werd hij aangenomen bij de Technische Universiteit van Durban, waar hij de onderzoeksafdeling Voedingswetenschap en Technologie opzette.

    Taroknol

    Op dit moment richt zijn onderzoek zich op de taroknol. Zeg nou zelf: wanneer heeft u voor het laatst taro gegeten? Ik in geen tijden, en toen ik er voor dit artikel naar op zoek ging, was het een hele onderneming om er een paar te vinden. Eenmaal geroosterd zijn ze ongelofelijk lekker, al zien ze er vrij onooglijk uit. Of geschild en gekookt, bestrooid met wat zout en besprenkeld met olijfolie. Smakelijk, sappig, zetmeelrijk voedsel dat, aldus de professor, ook nog eens supergezond is. (Klik hier voor de taro in de Ark of Taste, de internationale Slow Food-catalogus met bedreigd ‘erfgoed’-voedsel.) De taroknol is een veel veelzijdiger groente dan ik me ooit had kunnen voorstellen. Een voormalige masterstudent die met Amansou heeft samengewerkt, gebruikt taro, dankzij de aanwezige nanokristallen, voor het maken van ‘plastic’ eetbare verpakkingen. Hij heeft octrooien aangevraagd voor twee gezondheidsdrankjes: een met taro en een met rode biet. En binnenkort is er een ontbijtgraan op basis van tarogel verkrijgbaar op de campus. Dit is allemaal te danken aan wetenschappelijk onderzoek. 

    ‘Je kunt beter van aardappel overstappen op taro, veel gezonder,’ zegt Amansou. De plantaardige gom (ik krijg het woord ‘slijm’ niet over mijn lippen, al moet ik misschien niet moeilijk doen als je bedenkt hoe goed het voor de darmen is) in de taroknol overleeft behandelingen zoals koken of bakken, waardoor het zetmeel langzaam wordt omgezet en er geen insulinepiek is. 

    Genoeg over taro. Als je vragen hebt, kun je ze Amansou zelf stellen op zijn blog over gezondheidsvoorlichting, Nutrifid. Wanneer ik de ‘Universiteit van Kopenhagen’ google om te kijken waar hun de afdeling Voedingswetenschap vandaag de dag mee bezig is, stuit ik op een heerlijke studie naar meelwormen en sprinkhanen – door de EU goedgekeurde kweekinsecten. Hoofddocent Michael Bom Frøst, schrijft, ik citeer: ‘We moeten onze eetgewoontes drastisch aanpassen, willen we onze impact op het klimaat in 2030 met 70 procent verminderen, zoals de regering heeft beloofd. Maar we kunnen mensen niet klimaatvriendelijker laten eten als ze het voedsel niet zien zitten. Onze afdeling zet zich in voor de ontwikkeling van toekomstige voedingsmiddelen, voedsel dat zowel klimaatvriendelijk als lekker is.’ En daartoe worden Deense kinderen vertrouwd gemaakt met alternatieven. Het experiment laat zien, zo wordt me verteld, dat sommige insecten een grotere afschuwfactor hebben dan andere. Dat meelwormen misschien wel de beste keuze zijn voor een eiwitrijk dieet in de toekomst. Oké.

    Een van de uitdagingen, zegt Amansou, is genoeg geld binnen te halen om innovaties uit het onderzoek van zijn lab levensvatbaar te maken. Zelf heeft hij bijvoorbeeld ook moeite om aan taro te komen. 

    ‘Particuliere investeerders zullen de producten pas steunen als we genoeg grondstoffen hebben. We hebben echt overheidsbemoeienis nodig om het verbouwen van traditionele gewassen aantrekkelijker te maken, en een inclusief bedrijfsmodel om de beste soorten te produceren.’ Ik denk weer aan die mieren. De Poolse mieren. Ik vraag me af of Amansou zou overwegen om hierna onderzoek te doen naar lokale mieren. Misschien is dat iets om op tafel te leggen.

  • Een wodkaatje van CO2 – en andere manieren om koolstof te benutten

    Een wodkaatje van CO2 – en andere manieren om koolstof te benutten

    CO2 is de belangrijkste boosdoener voor de opwarming van de aarde, maar zou het helpen als producten konden worden gemaakt van CO2 zelf? Die vraag is niet zo gek; CO2 werd al gebruikt om dranken te carboniseren, tomaten te bemesten en cosmetica te maken. Inmiddels produceert een groeiende carbontechindustrie van alles, uiteenlopend van sokken en beton tot wodka.

    Voor de site Reasons to be cheerful maakte Michaela Haas een rondje langs geavanceerde bedrijven in de snelgroeiende carbontechindustrie die koolstofdioxide opvangen voordat het in de atmosfeer ontsnapt. Die afgevangen CO2 gebruiken ze vervolgens om er van alles en nog wat mee te maken.

    Voedsel 

    Landbouw is wereldwijd verantwoordelijk voor 24 procent van de broeikasgassen, dus andere manieren van voedselproductie zouden een grote stap kunnen betekenen. En dat is precies wat de Fin Pasi Vainikka probeert met zijn food-tech startup Solar Foods, gevestigd in de buurt van Helsinki: voedselproductie loskoppelen van agricultuur.

    Hier op aarde zou het eiwitpoeder kunnen helpen in de strijd tegen klimaatverandering

    ‘Wij maken eten van lucht!’ zegt hij. ‘We hebben geen landbouwgrond nodig, hoeven geen bossen te kappen en hebben zelfs nauwelijks water nodig.’ Solar Foods produceert eiwitpoeder van microben, die zijn bedrijf uit de bodem en mariene ecosystemen in de Finse wildernis haalt. In een fermentatieapparaat zoals ook in brouwerijen wordt gebruikt, voegt het bedrijf vervolgens water, waterstof, vitamines en CO2 uit de atmosfeer toe om de microben te laten groeien tot Solein, een geelachtig eiwit dat kan worden gedroogd en hetzij in een shake, hetzij als meel, hetzij in pilvorm kan worden ingenomen.

    Samen met de European Space Agency ontwikkelt Solar dit voedselconcept voor een missie naar Mars. Hier op aarde zou het eiwitpoeder kunnen helpen in de strijd tegen klimaatverandering. 

    Tapijt

    Op het eerste gezicht ziet tapijt van het bedrijf Interface eruit als elke andere vloerbedekking die je op luchthavens en in kantoorgebouwen tegenkomt: grijze, vezelige vierkanten. Maar dit grijze tapijt is feitelijk een koolstofopslag. De ‘Climate Takeback’-technologie, ontwikkeld door het bedrijf dat in Atlanta is gevestigd, resulteert in koolstofnegatieve vloeren. De onderkant van het tapijt is gemaakt van latex dat bestaat uit CO2 afkomstig van de rook uit schoorstenen, gecombineerd met gerecycled vinyl en bioafval. Het oppervlak bestaat uit gerecycled nylon. Volgens Interface haalt het bekleden van een vergaderruimte met dit product het equivalent van zo’n 5,5 kilo koolstof uit de atmosfeer. ‘Stop met koolstof als de vijand te zien’, zegt het bedrijf, ‘en gebruik het als een hulpbron of bouwsteen om betere producten te ontwikkelen.’

    Beton

    Volgens Marcius Extavour, CEO van non-profit Carbon XPrize, is cement verantwoordelijk voor zeven procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Zijn Canadese bedrijf CarbonCure in Halifax, Nova Scotia, gebruikt gerecycleerde, vloeibare CO2 die wordt opgevangen uit fabrieksuitlaatgassen, en injecteert deze in vers beton. ‘Eenmaal geïnjecteerd, ondergaat de CO2 een chemische reactie waardoor het wordt omgezet in een mineraal dat permanent wordt ingebed’, aldus de ingenieurs van CarbonCure.

    Het proces vermindert niet alleen de uitstoot met vijf tot acht procent in vergelijking met conventionele betonmengsels maar het maakt het beton ook sterker. CarbonCure zegt meer dan 120.000 ton CO2 te hebben afgevangen en heeft onlangs de Carbon XPrize gewonnen. Dat is een wereldwijde wedstrijd die deelnemers uitdaagt baanbrekende technologieën te ontwikkelen om koolstofdioxide om te zetten in bruikbare producten. Het bedrijf deelt de prijs met CarbonBuilt, een bedrijf uit Los Angeles dat technologie inzet die is ontwikkeld door het Institute for Carbon Management aan de UCLA, om de CO2-uitstoot in beton met bijna 50 procent te verminderen. ‘De wereldwijde voorraad aan gebouwen zal naar verwachting in 2060 verdubbelen’, aldus Extavour, ‘dus het is van vitaal belang dat oplossingen zoals die van CarbonCure snel kunnen opschalen.’

    Matrassen, sokken en panty’s

    Fossiele brandstoffen zitten in de vorm van kunststoffen in vrijwel elk gefabriceerd product. Maar afgevangen koolstofdioxide kan in plaats daarvan als bouwsteen voor veel van deze producten worden gebruikt. In samenwerking met de Tech University Aachen (RTWH) heeft het Duitse bedrijf Covestro met succes CO2 en andere gasmengsels die vrijkomen bij de productie van staal, omgezet in polyolen, een organisch composiet dat gewoonlijk wordt gewonnen uit niet-hernieuwbare bronnen. Covestro gebruikt deze polyolen om een op koolstof gebaseerd materiaal te maken, cardyon genaamd, voor de productie van schuim voor isolatie, matrassen, interieurs van voertuigen, deurpanelen en bekleding van autostoelen.

    ‘Het is niet alleen een klimaatveranderend gas, maar ook een hulpbron’

    Het materiaal is gebruikt voor ’s werelds eerste ondervloer van koolstofdioxide in een onlangs geopende hockeyfaciliteit in het Duitse Krefeld. Niet ver daarvandaan, in Leverkusen, pronkt Covestro-chemicus Liv Adler met oranje sokken die gemaakt zijn van op CO2 gebaseerde draad. ‘Het is niet alleen een klimaatveranderend gas, maar ook een hulpbron’, zegt ze. Adler is coördinator van Carbon4Pur, een EU-initiatief om industriële afvalgassen om te zetten in waardevolle hulpbronnen. Haar sokken zijn nog niet klaar voor massaproductie, maar een grote fabrikant van panty’s maakt al prototypes van de vezel, in de hoop de elasticiteit te verbeteren en deze uiteindelijk in de productie te integreren.

    Diamanten

    ‘Diamonds are not the planet’s best friend’, schrijft Michaela Haas. Mijnbouw vereist een enorme hoeveelheid hulpbronnen, energie en vervuiling. Maar een diamant is in wezen een gewone kristallijne koolstof. Dit jaar zijn twee bedrijven begonnen met de productie van diamanten gemaakt van koolstof die is afgevangen: Aether in de VS en Sky Diamond in het VK. ‘Alles wat nodig is om een Sky-diamant te maken, komt uit de lucht’, zegt Dale Vince, die tevens eigenaar is van ’s werelds groenste voetbalclub.

    ‘Het enige dat we terug in de wereld brengen, is lucht die schoner is dan hoe we haar eruit haalden’

    ‘De koolstof wordt uit de atmosfeer gehaald, wind en zon leveren al onze energie en het water dat we gebruiken is opgevangen regen. Het enige dat we terug in de wereld brengen, is lucht die schoner is dan hoe we haar eruit haalden.’ 

    De diamanten zijn fysiek en chemisch ‘identiek aan gedolven diamanten, behalve dan dat ze niet van diep uit de aarde komen’, aldus Aether. Wat normaal gesproken miljoenen of zelfs miljarden jaren duurt, wordt in een paar weken bereikt door extreem hoge temperaturen en druk van hernieuwbare energiebronnen op CO2 los te laten. Ryan Shearman, CEO van Aether, verkoopt zijn sieraden als ‘bling without a sting’ en beweert dat een diamant van één karaat ongeveer 20 ton CO2 uit de atmosfeer haalt, wat meer zou compenseren dan wat de gemiddelde Amerikaan in een jaar produceert, hoewel zijn bewering moeilijk valt te verifiëren. ‘Dit past perfect bij onze boodschap dat groen leven niet betekent dat je dingen moet opgeven’, zegt Dale Vince. ‘Of het nu gaat om hamburgers, auto’s, voetbal of zelfs diamanten, belangrijk is dat we ze op een andere manier produceren.’

    Wodka

    Air Company, een jonge New Yorkse startup, biedt de kans om emissievrij aan de drank te gaan. Hun wodka bestaat uit slechts twee ingrediënten: CO2 en water. En zon, aldus de website.

    Meestal wordt alcohol gedistilleerd na het vergisten van fruit of graan. Bij de productie van een fles wodka gemaakt van tarwe wordt ongeveer zes kilo aan klimaatgassen uitgestoten die worden gegenereerd bij het telen, oogsten en transporteren van de granen. De wodka van Air Company absorbeert daarentegen evenveel CO2 als acht bomen, zegt medeoprichter Gregory Constantine. Vanwege het bedrijfsgeheim weigert hij het recept te geven, maar het productieproces gebruikt in wezen zonne-energie om CO2 om te zetten in pure ethanol, vergelijkbaar met de manier waarop planten fotosynthese gebruiken om CO2 in voedsel om te zetten.

    ‘Onze wodka is zelfs zuiverder dan conventionele wodka omdat het geen verontreiniging of bijproducten van granen bevat’

    ‘Onze wodka is zelfs zuiverder dan conventionele wodka omdat het geen verontreiniging of bijproducten van granen bevat’, aldus medeoprichter Stafford Sheehan. Hij studeerde scheikunde aan Yale en daar slaagde hij er voor het eerst in om CO2 om te zetten in alcohol. Het patent van Air Company heeft prijzen gewonnen van NASA en de Verenigde Naties.

    Marktpotentieel

    Je zal heel veel van deze CO2-negatieve wodka moeten drinken om je CO2-uitstoot van vliegreizen te compenseren. Om een retourvlucht van Los Angeles naar New York te compenseren, in totaal zo’n 8000 kilometer, zijn dat meer dan vierduizend flessen. Anders gezegd: de meeste van deze producten verbruiken niet genoeg CO2 om de klimaatcrisis wezenlijk aan te pakken. Maar het is een begin en nieuwe technologie begint altijd klein. 

    De nonprofitdenktank Carbon180 schat het jaarlijkse marktpotentieel voor carbontech op meer dan 1 biljoen dollar in de VS en bijna 6 biljoen dollar wereldwijd. Net als Klaus Lackner en andere pioniers op het gebied van koolstofafvang, denkt Carbon180 dat brandstofproductie met 85 procent uiteindelijk het grootste segment van de carbontechmarkt zal uitmaken, gevolgd door bouwmaterialen en kunststoffen. ‘Carbontech biedt marktwaarde voor CO2 die anders de klimaatverandering zou verergeren’, aldus Carbon180.

  • Zo krijgen we honger de wereld uit: minder vlees, meer afwisseling

    Zo krijgen we honger de wereld uit: minder vlees, meer afwisseling

    De wereldvoedselproductie is voldoende voor 12 miljard mensen, 3 miljard meer dan er nu op de wereld zijn. Desondanks lijdt bijna 10 procent honger. Hoe kunnen we onze voedselvoorziening in de toekomst veiligstellen?

    De keuze van redacteur Diederik Samwel

    ‘Erg bijzonder vond ik het door Silvia Liebrich geschreven stuk “Zo krijgen we honger de wereld uit: minder vlees, meer afwisseling” van Süddeutsche Zeitung. Naast alle deprimerende journalistiek die misstanden bloot legt – onmisbaar uiteraard! – voor de afwisseling een artikel met een positieve, oplossingsgerichte strekking.’

    Rundvlees uit Zuid-Amerika, appels uit Nieuw-Zeeland, rijst uit Azië. Als je boodschappen doet in een supermarkt neem je als vanzelfsprekend artikelen uit de hele wereld mee naar huis. En heb je de indruk dat voedsel altijd en overal beschikbaar is. Dat dat niet zo hoeft te zijn, merkt de consument maar zelden. Zo’n moment was er bijvoorbeeld wel aan het begin van de pandemie, toen bloem en gist opeens niet meer op hun gebruikelijke plek in het schap lagen. Maar eigenlijk is graan op geen enkel moment echt schaars geweest, de noodsituatie was, in ieder geval in Duitsland, alleen het gevolg van irrationele hamsterwoede. Wat je in de rijke westerse landen makkelijk kunt verdringen, kan in armere landen, waar de voedselketen in de regel een stuk kwetsbaarder is, catastrofale gevolgen hebben.

    Levensmiddelen zijn hernieuwbare grondstoffen, waarvan de productie en eerlijke verdeling de komende decennia een grote uitdaging wordt. Het goede nieuws: de huidige wereldvoedselproductie is voldoende voor 12 miljard mensen, dus 3 miljard meer dan er nu op de wereld zijn. Het slechte nieuws is dat desondanks bijna 10 procent honger lijdt.

    Hoe kunnen we een groeiende wereldbevolking te eten geven zonder ecosystemen, watervoorraden en het klimaat geweld aan te doen? En wat betekent dat voor de voedselvoorziening in de toekomst? Een overzicht van de mogelijkheden.

    Verspilling is funest

    Veel voedsel is al bedorven voordat het bij de consument aankomt. ‘Al met al komt zo’n 40 procent van het voedsel dat op de wereld wordt geproduceerd nooit op een bord terecht,’ aldus een recent bericht van het WWF. Dat betekent dat wereldwijd elk jaar 2,5 miljard ton voedsel verloren gaat. 1,2 miljard ton daarvan verdwijnt al in de landbouw, de rest bij het transport, de verwerking, in de handel en thuis. Die verspilling is ook slecht voor het klimaat: ruim 10 procent van de globale uitstoot van broeikasgassen komt op het conto van de voedselverspilling. 

    De politiek ziet het probleem wel, maar daarmee is het nog niet verdwenen. De hele voedselketen moet op zijn verantwoordelijkheden worden aangesproken, eist het WWF. ‘Alleen met elkaar, van de akker tot op het bord, kunnen we het doel bereiken om vóór 2030 wereldwijd de hoeveelheid voedsel die verloren gaat, te halveren.’ Deze taak is onderdeel van de 17 duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties, de zogeheten Sustainable Development Goals (SDG’s). Maar de weg daarnaartoe is lang. Daarvoor moeten ook de consumenten hun gedrag wezenlijk veranderen, want nog steeds belandt 40 procent van het voedsel bij mensen thuis in de vuilnisbak. 

    Lees ook:

    Milieubeschermers eisen dan ook een informatieoffensief om de bevolking, bijvoorbeeld via het onderwijs, te informeren en hun bij te brengen wat de gevolgen van onze voedingsgewoonten zijn. Daarnaast is het nodig door middel van systematische registratie, via publiekrechtelijke organisaties bijvoorbeeld, vast te leggen waar in de voedselketen voedsel bederft en hoe dat kan worden voorkomen. Een groot probleem in arme landen is ook dat veel voedsel al bederft terwijl het onderweg is van de akker naar de afnemer, bijvoorbeeld omdat het niet permanent wordt gekoeld.

    Op wereldniveau krimpt het landbouwareaal. Hiervoor zijn veel oorzaken aan te wijzen. Voor steden en dorpen is ruimte nodig, verder brengt de klimaatcrisis in veel regio’s de oogsten in gevaar en is water in sommige gebieden zo schaars dat er haast niets meer groeit. Daar komt bij dat er steeds meer gewassen worden verbouwd die niet als voedsel dienen, maar tot brandstof, bouwmateriaal of grondstof voor bijvoorbeeld aardolievrije kunststoffen worden verwerkt. Alleen al in Duitsland is volgens een opgave van het Duitse ministerie van Economische Zaken het areaal voor industrie- en energiegewassen in de afgelopen 20 jaar meer dan verdrievoudigd tot 2,67 miljoen hectare, een trend die over de hele wereld zichtbaar is. Ter vergelijking: het totale landbouwareaal in de Bondsrepubliek is nog geen 17 miljoen hectare. Experts gaan ervan uit dat de concurrentiestrijd tussen voedselgewassen en gewassen voor ander gebruik heviger zal worden. Dat vereist regelgeving. Weliswaar vragen internationale organisaties als de Verenigde Naties nadrukkelijk om voorrang te geven aan de voedselproductie, maar hoe dat moet worden gerealiseerd, is nog volkomen onduidelijk.

    Eén vleeseter veroorzaakt net zo veel broeikasgassen als twee veganisten

    Kunstvlees uit het laboratorium gold tot voor kort als duur speelgoed voor dappere startups. Maar intussen zijn sommige projecten al zo ver dat de eerste porties voor betaalbare bedragen worden opgediend. Zo serveert een restaurant in Singapore sinds kort voor omgerekend 14 euro een soort ravioli met gekweekt kippenvlees. Ter vergelijking: in 2013 kostte het produceren van een in-vitroburger nog een kwart miljoen euro. Niet zonder reden wordt in die branche voor miljarden geïnvesteerd. Geen enkel ander voedingsmiddel belast het ecosysteem en het klimaat zozeer als vlees. Dus zijn er alternatieven nodig. Kweekvlees is één mogelijkheid, maar ook insecten kunnen in de toekomst een belangrijke leverancier van eiwitten worden.

    Lees ook:

    Vaststaat dat de vleesproductie op de wereld beslissend zal zijn voor hoeveel mensen er kunnen worden gevoed. Volgens het Duitse ministerie van Milieu veroorzaakt één vleeseter net zo veel broeikasgassen als twee veganisten. Hoe enorm de invloed van de veeteelt is, blijkt uit het onderzoek van Joseph Poore en Thomas Nemecek, dat in 2018 in Science werd gepubliceerd. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat vlees- en melkproducten slechts 18 procent uitmaken van de hoeveelheid calorieën die een mens tot zich neemt. Maar daarvoor wordt wel 83 procent van het beschikbare landbouwareaal gebruikt. Anders gezegd: als iedereen veganist was, zou het landbouwareaal met 75 procent omlaag kunnen.

    Verscheidenheid

    Meer opbrengst op hetzelfde areaal is de grote droom van de agro-industrie. Met de ‘groene revolutie’ na de Tweede Wereldoorlog is dat gelukt. Door nieuwe teeltmethoden en massaal gebruik van kunstmest en pesticiden schoten de opbrengsten omhoog. Een toename die later ook door het gebruik van gentechniek niet kon worden geëvenaard. Sinds het invoeren daarvan woedt er een bittere strijd, onder meer over de vraag of de groeiende wereldbevolking meer gediend is met ecologische landbouw of met gentechniek. Het combineren daarvan kost vooral de aanhangers van biologische landbouw moeite. Maar er zijn uitzonderingen, zoals de Zwitserse agronoom en ecopionier Urs Niggli. ‘Geen enkele afzonderlijke plant, geen enkel individueel zaadje kan ervoor zorgen dat we de wereld in de toekomst duurzamer kunnen voeden,’ citeerde tijdschrift Geo hem recentelijk.

    Meer verscheidenheid op de akker, in het onderzoek en in het denken. Dat is wat ook andere landbouwdeskundigen willen. Rijst, tarwe en maïs zijn voor de voedselvoorziening van de mens onontbeerlijk. Samen voorzien ze in bijna de helft van de menselijke behoefte aan calorieën. De grote agroconcerns concentreren zich daarom al decennialang op het verder ontwikkelen van deze drie granen. Andere, vooral regionaal belangrijke gewassen als maniok, gierst en bakbananen krijgen nauwelijks aandacht. Howard-Yana Shapiro, een Amerikaanse onderzoeker, vindt dat verkeerd. Voor zijn werkgever Mars Inc., van de chocobars, heeft hij een paar jaar geleden het DNA van de cacaoplant ontsleuteld. Maar daar had hij een voorwaarde aan verbonden: geen patent en geen gebruiksvergoeding. Het resultaat van zijn werk moest gratis ter beschikking komen van onderzoekers op de hele wereld.

    Vervolgens ging hij aan de slag om het erfelijke materiaal van honderd Afrikaanse voedingsgewassen te ontsleutelen om de teelt ervan te kunnen verbeteren. Het is het alternatief voor het businessmodel van de agro-industrie, die haar onderzoeksresultaten achter slot en grendel houdt. Maar zulke prille aanzetten tot opensource-onderzoek kunnen een revolutie teweegbrengen in de teelt van landbouwgewassen en tevens de toekomstige voedselvoorziening veiligstellen. 

    Lees ook:

  • Een voedselsysteem dat beter is voor boer, burger én planeet. Maar hoe?

    Een voedselsysteem dat beter is voor boer, burger én planeet. Maar hoe?

    Bijna iedereen is het erover eens: ons voedselsysteem moet op de schop. Maar hoe zorgen we ervoor dat we én gezonder eten, én beter omgaan met de planeet, én betere arbeidsomstandigheden creëren in de voedselindustrie? Deze activisten doen een poging.

    Een altaar is een heilige plek, maar je kunt er overal een inrichten, met wat je maar wil of toevallig voorhanden is. Zo kwam vorig jaar op 5 december een groepje mensen bijeen op een plein in het centrum van Springdale in Arkansas om daar op de betonnen treden van een trap een wake te houden met chrysanten en kaarsen van Onze Lieve Vrouw van Guadalupe, en handgeschreven witte kaarten met de namen van werknemers in pluimveeslachterijen die waren overleden aan corona. Onder elke naam stond ‘¡Presente!’ (Aanwezig!), wat zowel op de doden als de levenden kan slaan: in Latijns-Amerika wordt ermee gewezen op de aanwezigheid van de doden, met name slachtoffers van onderdrukking. Er lagen witte veiligheidshelmen bij, en aan de leuning hingen blauwe schorten: onderdelen van het bedrijfstenue dat deze werknemers droegen toen de coronapandemie al volop woedde en zij nog steeds schouder aan schouder 175 kippen of kalkoenen per minuut stonden te slachten – in deze stad die leeft van de pluimveeslachterijen en door Arkansas dan ook is uitgeroepen tot pluimveehoofdstad van de wereld.

    De arbeidersorganisatie Venceremos (Wij Zullen Zegevieren), die deze wake organiseerde, had maandenlang geijverd voor beschermingsmiddelen en gespreide diensten om het risico op coronabesmetting te verkleinen. (Volgens de Centers for Disease Control and Prevention waren eind mei in het hele land al meer dan 16.000 werknemers in de vleesverwerkende industrie besmet geraakt.) ‘Je zat in de orkaan en probeerde te overleven,’ zegt de voorzitter van Venceremos, de van oorsprong Mexicaanse Magaly Licolli (38). ‘En ineens begin je de doden te tellen.’ De mensen die ze daar herdachten, waren gestorven doordat ze werkzaam waren in de ‘vitale beroepen’, zoals de overheid dat nu noemt. Vitaal en dus waardevol, zou je denken, maar in plaats van waardering en een hogere beloning, bracht die kwalificering slechts dwang met zich mee.

    Toch heeft de term ‘vitale beroepen’, met die ondertoon van heroïek, sommige Amerikanen voor het eerst de ogen geopend voor de lang genegeerde levens van de boeren, de werknemers in slachterijen en de vakkenvullers zonder wie wij geen eten op tafel zouden krijgen. ‘Corona heeft een breder publiek erop attent gemaakt dat we een voedselsysteem hébben,’ zegt Navina Khanna (40), de directeur van de HEAL Food Alliance, die in Oakland woont. (HEAL staat voor Health, Environment, Agriculture and Labor.)

    Dat komt mede doordat het bedrijfsleven in de begindagen van de coronacrisis inspeelde op de angst voor lege schappen en waarschuwde dat een lockdown de voedselvoorziening in gevaar zou brengen. (In de brute optelsom van de kapitalistische productie zijn arbeiders minder waard dan de kippen die ze slachten.) Tyson Foods in Springdale, de grootste vleesverwerker van de VS (met in 2020 een omzet van 43,2 miljard dollar, 800 miljoen meer dan in het coronavrije jaar ervoor) plaatste in april een paginagrote advertentie in de grote kranten. ‘Het is onze verantwoordelijkheid om het land van voedsel te voorzien,’ schreef bestuursvoorzitter John Tyson daarin. ‘Dat is van even vitaal belang als medische zorg.’

    Gericht op winst

    Op zichzelf was dat voor zo’n industriegigant een radicale omslag. Sociale hervormers wijzen al jaren op de gevaren van een voedselsysteem dat louter gericht is op winst. Als je voedsel alleen maar ziet als handelswaar en niet als basisbehoefte, accepteer je in feite dat er altijd mensen zullen zijn die er geen geld voor hebben en dus honger moeten lijden. Volgens Feeding America, een landelijk netwerk van voedselbanken dat opereert vanuit Chicago, waren er het afgelopen jaar zo’n vijftig miljoen burgers, ofwel één op de zes Amerikanen, die gebrek aan voedsel hadden. Kijk maar naar de met 60 procent gestegen afname van producten bij voedselbanken in het hele land, waar soms kilometerslange rijen staan, en de scherpe stijging in het aantal winkeldiefstallen van zulke basisbenodigdheden als brood.

    Maar ook vóór de pandemie waren er al 35 miljoen mensen die niet genoeg eten konden kopen, en toen waren er maar weinig bedrijven die vonden dat ze het volk moesten voeden. En het was ook niet vanwege lege supermarkten dat mensen in 2020 bij de voedselbank aanklopten. Toen de president in april gelastte dat de vleesverwerkende industrie moest blijven draaien, zogenaamd om ‘de Amerikaanse burger van voldoende eiwit te blijven voorzien’, bleek de productie zo hoog dat de grote bedrijven voor honderdduizenden tonnen (en miljarden dollars) aan vlees naar het buitenland konden exporteren.

    Het is geen toeval dat naarmate Amerikaanse consumenten steeds verder vervreemd zijn geraakt van de herkomst van hun voedsel en de grotendeels onzichtbare arbeid die nodig is voor de productie ervan, datzelfde voedsel ook is uitgegroeid tot een soort nationale obsessie, zoals die tot uiting komt in alle kookprogramma’s op tv, de verafgoding van topkoks en #foodporn op Instagram. Het is makkelijk om dit af te doen als het hedonisme van een beschaving in zijn nadagen, waarvan de decadentie des te meer opvalt doordat de lockdowns een kloof hebben geschapen tussen mensen die zich niet kunnen afzonderen omdat ze tomaten moeten plukken of vakken vullen, en zij die zich de luxe kunnen veroorloven om thuis te blijven en al hun boodschappen te laten bezorgen.

    De obsessie met eten is een teken van een verlangen om weer in contact te komen met onze oorsprong

    Maar die obsessie met eten is ook een teken van angst en van een verlangen – al is het nog zo confuus – om weer in contact te komen met onze oorsprong. Dat biedt kansen aan voorvechters van verandering in de wereld van de voedselproductie, zoals Licolli en Khanna: zij kunnen zich richten tot een publiek dat nu ook (zij het aan de late kant) oog begint te krijgen voor de grote problemen van onze tijd: de kloof tussen arm en rijk, raciale ongelijkheid en de afbraak van het milieu. Problemen die ons al vóór corona parten speelden en waar we zonder systeemverandering ook nog wel mee zullen kampen als de pandemie alweer verleden tijd is.

    De gebreken van ons moderne voedselsysteem dateren al van de eerste suikerplantages op het Portugese eiland Madeira in de vijftiende eeuw, en de eerste mondiale ondernemingen die voortkwamen uit de zeventiende-eeuwse specerijenhandel. Europeanen konden zich toen verrijken dankzij de inzet van goedkope en vaak gedwongen arbeid uit andere landen: een bedrijfsmodel dat voor velen te winstgevend was om te weerstaan, ondanks de humanitaire tol die het eiste.

    Aan het eind van de achttiende eeuw hekelden Britse tegenstanders van de slavernij het leed dat in elk kopje thee en elk lepeltje suiker school, geproduceerd als die waren door Afrikaanse slaven in wat toen West-Indië heette. De boekhandelaar William Fox publiceerde in 1791 het pamflet ‘Een Pleidooi aan het Volk van Groot-Brittannië, over waarom het van Fatsoen getuigt om geen Suiker en Rum uit West-Indië te nuttigen’, waarvan aan weerszijden van de Atlantische Oceaan meer dan honderdduizend exemplaren in omloop waren: het was het meestverkochte pamflet van zijn tijd. ‘Met elk pond suiker consumeren wij in feite ook één ons mensenvlees,’ schreef Fox.

    Fair Trade

    De Engelse quaker Sophia Sturge ging in Birmingham van deur tot deur om mensen over te halen suiker uit West-Indië te boycotten, en sommige winkeliers gingen er prat op geen uit slavernij voortkomende producten te verkopen. Dat groeide uit tot een heuse beweging onder de noemer ‘Free Produce’, ‘slaafvrije producten’, die ook in Amerika voet aan de grond kreeg. Veel quakers hadden daar suikerriet al in de ban gedaan ten faveure van ahornsiroop en wilden geen katoen dat afkomstig was van de plantages in de Zuidelijke staten. (Het hedendaagse equivalent van Free Produce is het in de jaren tachtig ingevoerde Fair Trade-keurmerk, gestoeld op de gedachte dat het ethisch is om zo veel voor een product te betalen dat kleine boeren en producenten er iets aan kunnen verdienen – al blijft er discussie over de vraag wie daarop moet toezien en wie er werkelijk beter van wordt.)

    Tegenwoordig zijn alle onderdelen van de voedselvoorzieningsketen mikpunt van activisme: hoe voedsel wordt geproduceerd (milieuvervuilende landbouwpraktijken, onveilige arbeidsomstandigheden, de uitbuiting van illegalen en dwangarbeid van gedetineerden, dierenmishandeling), wie het kan produceren en hoe het wordt verkocht (raciale ongelijkheid bij het krijgen van leningen en investeringen, het schaalvoordeel van grote bedrijven, de verdringing van minderheidsculturen of de verspreiding van valse stereotypen daarover) en bij wie het belandt (armoede en honger, buurten waar geen vers en gezond voedsel te krijgen is, moralistische praatjes over de besteding van voedselbonnen).

    Sommige van die problemen worden wel opgepakt door topkoks, die in onze obsessieve eetcultuur enig respect afdwingen, maar hun pleidooi is vaak eerder juichend dan kritisch van aard (zoals in hun aansporing om vooral te eten wat het seizoen te bieden heeft en wat vers van de boer komt) en resulteert doorgaans niet in aanbevelingen voor nieuw beleid. Al zou dit onder invloed van de pandemie kunnen veranderen: de uit Spanje afkomstige José Andrés, die restaurants bezit in Las Vegas, Miami en Washington en die in het verleden voedselhulp heeft georganiseerd voor miljoenen slachtoffers van orkanen en ziekte, haalde onlangs uit naar de Amerikaanse overheid omdat het zou ontbreken aan de ‘politieke wil’ om een eind te maken aan de honger.

    ‘En niemand die vraagt: waaróm staan we eigenlijk in de rij?’

    Maar ook buiten de schijnwerpers wordt veel belangrijk werk verricht met buurtactivisme, zoals de moestuinen die Karen Washington (66) aanlegt in de Bronx. Ze begon in 1988 met één braakliggend, met vuilnis bezaaid perceel tegenover haar huis. Ze had geen grootse plannen, ze was al blij dat ze dat onooglijke lapje grond wist om te toveren tot de oase die ze de Garden of Happiness noemde, en dat ze haar buren op verse groente kon trakteren. Maar al snel sloeg ze de handen ineen met andere stadstuiniers om zich te verweren tegen de pogingen van de gemeente om hun tuintjes weg te halen en gebouwen neer te zetten op deze voorheen verwaarloosde stukjes grond, die inmiddels groeiden en bloeiden. (Natuurbeschermingsorganisaties schoten uiteindelijk te hulp door een aantal van die percelen op te kopen.) Ze heeft mettertijd al veel tuinen helpen opzetten en beleidsvoorstellen voor ambtenaren geschreven, maar de kern van haar werk is nog steeds wat ze in en voor haar eigen buurt doet. Tijdens de pandemie ging ze de huizen af om te kijken of ouderen wel genoeg te eten hadden, en een groot deel van de oogst uit haar moestuin gaat naar voedselbanken en gaarkeukens. ‘Als we koken, maken we altijd wat extra,’ zegt ze.

    Maar ze weet ook dat dit alleen maar een lapmiddel is. ‘We zijn al zo lang afhankelijk van de bedeling,’ zegt ze. ‘Er wordt voedsel uitgedeeld en we gaan in de rij staan. En niemand die vraagt: waaróm staan we eigenlijk in de rij?’

    Voedselactivisme bestrijkt zo veel terreinen dat het een versnipperd geheel is, een bonte lappendeken van uiteenlopende achterbannen, van geïmmigreerde bessenplukkers in de staat Washington die in de zomer stikken in de rook van de bosbranden, tot zwarte stadsboeren in Atlanta die kampen met de erfenis van racistische grondonteigening en New Yorkse ondernemers met kraampjes voor taco’s of halal hapjes die aan het begin van de pandemie hun omzet met 80 procent zagen dalen, maar niet voor overheidssteun in aanmerking kwamen omdat ze in de marges van de officiële economie werken, met veel contante betalingen en een minimum aan papierwerk. Na jarenlang soms wel veertien uur per dag te hebben gewerkt, zaten veel van deze ondernemers ineens aan de grond en waren ze aangewezen op de voedselbank. Carina Kaufman-Gutierrez (30), adjunct-directeur van het Street Vendor Project van het Urban Justice Center in Manhattan, dat met een team van zes medewerkers opkomt voor de belangen van zo’n twintigduizend straatverkopers, vindt het beschamend ‘dat de mensen die nu in de rij staan om eten te krijgen, de mensen zijn die al hun leven lang anderen van voedsel voorzien’.

    ‘We hadden al die tijd ook kunnen ijveren voor wetten op monopolievorming en een gelijk speelveld’

    Maar al sinds de jaren tachtig bestookt de voedselbeweging het grote publiek niet zozeer met oproepen om in opstand te komen, als wel met het vagelijk jubelende mantra om gezonder te eten door inkopen te doen op de boerenmarkt en biologisch en onbewerkt voedsel te kopen dat niet in massa geproduceerd is. En dat is ook wel goed voor het milieu en voor kleinere bedrijven, maar het lijkt soms alsof dat alleen maar mooi meegenomen is en het per saldo vooral gaat om het individueel welzijn. Alsof je mensen alleen zover kunt krijgen dat ze in het belang van arbeiders of de planeet ‘met hun vork stemmen’ door een beroep te doen op hun eigenbelang. De neiging om het gedrag van individuele consumenten te beïnvloeden in de hoop zo tot geleidelijke verandering te komen, staat in feite op gespannen voet met de noodzaak van directe politieke actie. ‘Dat geloof dat je de boel via de individuele keuzes van mensen kunt veranderen, is een manier om de markt zelf niet ter discussie te stellen,’ zegt de agro-ecoloog Eric Holt-Giménez (67), voormalig directeur van de in Oakland gevestigde denktank Food First. ‘We hebben de neiging vooral te kijken naar de romantische kant, de kleine boer die biologische groenten verbouwt, terwijl we al die tijd ook hadden kunnen ijveren voor wetten op monopolievorming en een gelijk speelveld.’

    De moeilijkste opgave voor elke activist is misschien wel hoe je mensen tot inzicht kunt brengen. De uit Nigeria afkomstige schrijver en kok Tunde Wey (37) uit New Orleans heeft daar zijn missie van gemaakt. Hij verbindt zich niet aan een restaurant, maar vergast de wereld op bijzondere pop-ups: bijvoorbeeld een kraampje waar witte klanten dertig dollar betalen voor een gerecht dat zwarte klanten maar twaalf dollar kost, als een afspiegeling van het gemiddelde inkomensverschil tussen zwarte en witte inwoners van New Orleans. Of een diner in een kerk waar het menu in het teken staat van de gentrificatie en je voor een halve kip 50.000 dollar betaalt – wederom als je wit bent, want zwarte gasten eten er gratis. Het is niet alleen maar provocatie en ook geen surrealistische grap, het zijn eerder gedachte-experimenten over de reële gevolgen van ongelijkheid. Zijn projecten ‘blijven achter bij de omvang van het probleem, dat kan niet anders’, zegt Wey. Hij wantrouwt mensen die zijn werk klakkeloos omarmen, want hij weet ‘hoe moeilijk het is om te veranderen’. Het echte werk ‘moet vanbinnen gebeuren’, zegt hij. ‘Ook bij mijzelf.’

    Land- en tuinbouw-cao

    ‘Het vraagt meer van je om voor anderen te zorgen,’ zegt de directeur van Community to Community Development in de westelijke staat Washington, Rosalinda Guillén (69). Als dochter van een geïmmigreerde landarbeider werkte ze als kind in de jaren zestig zelf ook in de aardbeienpluk. Dertig jaar later probeerde ze een vakbond op te zetten onder de werknemers van Chateau Ste. Michelle, de grootste wijnmaker in de staat. Ze organiseerde demonstraties, liet van zich horen op aandeelhoudersvergaderingen (speciaal met dat doel hadden de activisten aandelen in het bedrijf gekocht), en wat misschien nog wel het belangrijkste was: ze trok de aandacht van de buitenwereld. De countryzanger Willie Nelson zegde uit solidariteit een voorgenomen concert bij het wijnhuis af, dokwerkers in Europa weigerden de wijn uit te laden en stewardessen wilden die niet meer aan passagiers serveren. Guillén heeft jarenlang bij het bedrijf actie moeten voeren, ze werd bedreigd door beveiligers, haar banden werden lek gestoken en er werd suiker in haar tank gegooid. Maar uiteindelijk kregen de arbeiders hun cao, de eerste voor land- en tuinbouwwerknemers in de staat Washington.

    Raj Patel, een 48-jarige docent op het gebied van voedselsystemen aan de Universiteit van Texas in Austin, wijst erop dat internationale activisten de afgelopen decennia een bredere kijk hebben omarmd op wat ze voedselsoevereiniteit noemen. Dat begrip is gemunt door La Via Campesina, een internationale organisatie van boeren en landarbeiders die ontstaan is tijdens een conferentie in België in 1993. Voedselsoevereiniteit omvat meer dan alleen een betrouwbare voedselvoorziening voor iedereen en gaat ook over het erkennen van het belang van de culturele context, rentmeesterschap en het grondrecht op zelfbeschikking. ‘Eet je een biologische banaan omdat je vindt dat je lichaam een tempel is, of omdat landarbeiders degenen zijn die het meest onder pesticiden te lijden hebben?’ vraagt Patel.

    (Er is ook een akelige historische link tussen de beweging voor biologisch eten en blank etnisch nationalisme: beide putten uit een vergelijkbaar jargon van zuiverheid en wazige en geïdealiseerde denkbeelden over een bloedband met de aarde die niet mag worden bezoedeld met industriële bestrijdingsmiddelen of ‘Fremdstoffe’ – zoals de naziwetenschapper Werner Kollath het noemde, die in de Tweede Wereldoorlog niet alleen voorstander was van de slogan Lasst unsere Nahrung so natürlich wie möglich (‘laat onze voeding zo natuurlijk mogelijk zijn’), maar ook van gedwongen sterilisatie en eugenetica. Een van de extreemrechtse opstandelingen die begin januari na de rellen bij het Capitool in Washington werden opgepakt, schijnt in de gevangenis biologisch voedsel te hebben geëist omdat hij vreesde anders ziek te worden.)

    Armere minderheden hadden in Amerika tientallen jaren lang niet eens de mogelijkheid om voor gezond eten te kiezen

    Tijdens de Amerikaanse Gilded Age, de economische bloeitijd na de Burgeroorlog, leidde de snelle industrialisatie en de ophoping van rijkdom in de handen van een kleine groep tot de opkomst van een nieuwe arbeidersklasse in de VS. Die arbeiders waren veelal verse immigranten die onder aan de pikorde stonden en daarom geen kans maakten op goedbetaald werk. Zij zagen zich dus genoodzaakt de allerlaagste baantjes te accepteren, hoe vies en gevaarlijk de werkomstandigheden ook waren. Toen Upton Sinclair in zijn baanbrekende roman The Jungle (1906) het werk in slachthuizen en vleesverwerkingsfabrieken beschreef, was dat een sensatie – zij het om de verkeerde redenen, zo besefte hij al snel: de lezers gruwden eerder van de gedachte dat ze besmet vlees op hun bord konden krijgen dan van het harde arbeidersbestaan. ‘Ik mikte op het hart van het publiek, en raakte het bij toeval in de maag,’ schreef hij daar later over.

    Maar misschien dat de groeiende onzekerheid op de banenmarkt in alle sectoren, voor zowel arbeiders als kantoorpersoneel, en de miljoenen mensen die ten gevolge van corona nu zonder werk zitten, dit debat toch weer leven kunnen inblazen. ‘De gedachte dat men zich een uitweg uit de problemen kan kopen zit diep verankerd in het individualistische, kapitalistische denken,’ zegt Khanna, ‘in tegenstelling tot het besef dat we allemaal genaaid worden.’

    Critici van links tot rechts beschuldigen de voedselbeweging wel van elitarisme. Het vergt een zekere mate van betrekkelijke maatschappelijke voorsprong en welvaart om te kunnen eten op een manier die doorgaans als gezond wordt beschouwd. Etiketten zoals ‘biologisch’ dreigen daardoor alleen maar symbolen van status en deugdzaamheid te worden, terwijl mensen die op voedselbonnen zijn aangewezen geregeld wordt verweten dat ze met overheidsgeld ‘verkeerd’ voedsel kopen. De in voedsel gespecialiseerde schrijver en universitair docent S. Margot Finn uit Michigan stelde in 2019 in een artikel dat onder invloed van overwegend rijke en witte activisten de prioriteiten van de voedselbeweging te veel zijn doorgeslagen naar buurtmoestuinen, stadsboeren, groenteabonnementen en de beschikbaarheid van vers voedsel, in plaats van zich bijvoorbeeld te beijveren voor betaalbare gezondheidszorg voor iedereen of een hoger minimumloon. Het getuigt volgens haar van ‘een schrale morele verbeelding van wat de moeite waard is als het om eten gaat’. (Je kunt natuurlijk ook voor al deze zaken tegelijk strijden.)

    De pandemie heeft het thema van gratis schoolmaaltijden weer op de agenda gezet

    Maar voor de welgestelden mag gezond eten dan misschien vooral een kwestie van levensstijl zijn, armere minderheden hadden in Amerika tientallen jaren lang niet eens de mogelijkheid om voor gezond eten te kiezen. En de beschikbaarheid van gezond voedsel speelt vandaag de dag nog steeds een grote rol in het activisme van mensen van kleur. In 1969 begon de Black Panther Party met de verstrekking van een gratis ontbijt aan schoolkinderen, eerst in Oakland en daarna in het hele land: minstens twee keer per week kregen ze worst, spek of eieren met toast of maispap, melk, jus of warme chocolademelk en vers fruit. De Black Panthers beschouwden voedselonzekerheid als een vorm van onderdrukking en waren van mening dat gebrek aan goede voeding geen incidenteel probleem was, maar onderdeel van een systeem waarmee men zwarte mensen onder de duim hield. Het gratis ontbijt werd nooit als een oplossing voor de rassenongelijkheid beschouwd: het was een van de overlevingsprogramma’s van de Panthers (‘survival pending revolution’ was hun leus: overleven tot de revolutie). Zo wilden ze de zwarte burgers op de been houden tot ze in de positie verkeerden ‘om zich aan de laars van hun onderdrukker te ontworstelen’, zoals Huey P. Newton, een van de oprichters van de Panthers, in 1972 schreef.

    De federale overheid had in 1966 ook al een kleine pilot opgezet van haar eigen gratis ontbijtprogramma, maar dat werd pas landelijk uitgerold in 1975, toen de Panthers door de FBI praktisch waren ontmanteld en hun maatschappelijke hulpprogramma’s waren verdwenen. De pandemie heeft het thema van gratis schoolmaaltijden weer op de agenda gezet. In veel steden waar de scholen dichtgingen, bleven de schoolkantines open en werden daar maaltijden bereid en uitgedeeld voor ’s ochtends, ’s middags en soms ook ’s avonds, niet alleen voor kinderen maar ook voor andere mensen in nood. De toenmalige minister van landbouw Sonny Perdue versoepelde de federale wetgeving die sommige scholen in staat stelt gratis maaltijden te verstrekken zonder naar een inkomensbewijs te vragen. ‘Kinderen kunnen zich niet op de les concentreren als ze honger hebben,’ zei Perdue, waarmee hij een gedachte verwoordde die meer dan een halve eeuw geleden ook al in de partijkrant van de Black Panthers had gestaan: ‘Hoe kunnen onze kinderen iets leren als hun maag meestentijds leeg is?’ Vanuit diezelfde gedachte hebben veel vrijwilligersorganisaties tijdens de Black Lives Matter-betogingen van vorig jaar maaltijden verstrekt aan demonstranten. Dat was behalve voedselhulp ook een statement: wij staan achter jullie.

    Gezond voedsel

    Je mensen te eten geven als die niet altijd zeker zijn van voldoende voedsel, kan ook een daad van verzet zijn – de erkenning dat het ook een vorm van geweld is om mensen zulke basisbenodigdheden te onthouden. Dara Cooper (43) woont in Atlanta en is directeur van de National Black Food and Justice Alliance (NBFJA). Toen ze in de jaren tachtig opgroeide in de South Side van Chicago, zag ze dat haar moeder keihard werkte en toch maar met moeite genoeg eten op tafel kreeg. De groente in hun supermarkt zag er altijd oud, verlept en gehavend uit, heel anders dan de fleurige groente- en fruitafdelingen vol verse waren in de winkels van de rijkere en wittere buurten van de stad.

    Buurten waar niet of nauwelijks winkels met vers en gezond voedsel voorhanden waren, werden vroeger wel een voedselwoestijn genoemd: bijna alsof het een willekeurig en natuurlijk verschijnsel was, in plaats van het gevolg van bewust beleid. Buurten die als ‘risicovolle’ investering werden beschouwd, zoals bijna alle buurten waar vooral minderheden woonden, moesten het immers vaak zonder essentiële diensten stellen en kwamen niet in aanmerking voor leningen van de in de jaren dertig opgerichte hypotheekverstrekker van de overheid, de Home Owners’ Loan Corporation. Door de Fair Housing Act van 1968 is deze discriminatie nu weliswaar officieel verboden, maar de ongelijkheid blijft hardnekkig. Activisten spreken tegenwoordig van voedselapartheid, een term die opgeld deed toen de lokale bewonersorganisatie Community Coalition of South Los Angeles campagne voerde om de wildgroei van fastfoodzaken in wijken met lage inkomens af te remmen.

    Dara Cooper hielp in 2011 een afgedankte stadsbus om te bouwen tot een rijdende groentewinkel, Fresh Moves, waarmee verse groenten worden verkocht in wijken met te weinig goede winkels. Zo willen ze tegelijkertijd aandacht vragen voor het probleem en meteen ook demonstreren hoe je het kunt oplossen. Het probleem is niet alleen de afwezigheid van winkels met een goed assortiment, maar ook wie er in zo’n winkel de leiding heeft. Als grootwinkelbedrijven een filiaal in een zwarte wijk openen, zie je bij het management vaak nog vooroordelen die tot wrijving met klanten leiden, en weinig bereidheid om personeel uit de buurt te werven. Net als de moestuinen van Karen Washington in de Bronx was Fresh Moves bedoeld als een zaak van en voor de buurt, en het liep meteen storm. ‘We stonden naast een ijscowagen, en bij ons stond een langere rij,’ zegt Cooper.

    Tijdens de pandemie kreeg de NBFJA een recordaantal telefoontjes van mensen die om tips vroegen voor het opzetten van een eigen moestuin

    Sommige zwarte activisten vinden het vooral aantrekkelijk om hun eigen groente te verbouwen – zowel om in hun eigen behoeften te kunnen voorzien, als om zich af te zetten tegen een verleden waarin zwarte mensen op het platteland geen eigen grond mochten hebben, maar tot slavernij werden gedwongen. Tijdens de pandemie kreeg de NBFJA een recordaantal telefoontjes van mensen die om tips vroegen voor het opzetten van een eigen moestuin. Soul Fire Farm, een non-profitorganisatie buiten New York, organiseert workshops waarin praktijklessen in traditionele Afrikaanse landbouwmethoden gecombineerd worden met een kritische beschouwing van het voedselsysteem door de bril van ras en klasse. En wat betreft de groenteabonnementen van gemeenschapslandbouw, waarbij je als consument aandelen koopt in de jaaroogst van een boerderij en je dividend krijgt uitbetaald in de vorm van een aantal dozen verse groente per jaar: wie dat wegzet als een speeltje van linkse witte mensen, gaat voorbij aan het baanbrekende werk van Booker T. Whatley, een landbouwdocent aan de Tuskegee University in Alabama, die de lezers van zijn Handbook on How to Make $100,000 Farming 25 Acres in 1987 al adviseerde om zich van vaste inkomsten te verzekeren door een club op te zetten waarbij de leden vooruitbetalen voor een jaar lang groente.

    Jamila Norman (41), een milieukundig ingenieur die zich op de stadslandbouw heeft toegelegd wegens het gebrek aan winkels met gezond voedsel in haar eigen wijk in Atlanta, vindt het belangrijk om de grond waarop ze gewassen verbouwt in eigendom te hebben en rendabel te maken, ‘om een landbouwbedrijf neer te zetten als een levensvatbaar bedrijfsmodel voor mensen van kleur, zodat ze zien dat die weg voor hen vrij ligt’. Volgens cijfers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw is het totale aantal boerderijen de afgelopen eeuw met 68 procent gedaald van bijna 6,5 miljoen in 1920 tot iets meer dan 2 miljoen in 2017. Maar het aantal boerderijen van zwarte boeren is gedaald van ongeveer 925.000 naar 35.000, een veel scherpere daling van wel 96 procent. Dat komt neer op de onteigening van miljoenen hectares, deels door discriminatie bij het verstrekken van leningen door zowel banken als de overheid. (In 1998 erkende het ministerie in een rapport dat er sprake was van ‘langdurige vooroordelen tegen en discriminatie van boeren uit etnische minderheden’.) Met de Patchwork City Farms, door Norman oorspronkelijk begonnen op een stuk grond dat ze pachtte van een openbare school, maar inmiddels gevestigd op een eigen perceel niet ver van haar huis, wil ze het ‘verhaal’ van de zwarte boer ‘heroveren’. Het doel is een toekomst waarin, zo zegt ze, ‘ik helemaal niet bijzonder meer ben omdat iedereen dan aan landbouw doet’.

    Het gevaar bestaat dat de bevolking na afloop van deze pandemie volledig is uitgeput en vooral terug wil naar ‘het oude normaal’

    De pandemie heeft veel voedselactivisten genoodzaakt om van belangenbehartiging over te stappen op noodhulp (de ‘overlevingsprogramma’s’ van Huey P. Newton) teneinde te kunnen voorzien in de eerste behoeften van mensen: voedsel voor wie honger lijdt, financiële steun voor kleine bedrijven op de rand van het faillissement, en bescherming van de levens van werknemers in ‘vitale’ beroepen. Het gevaar bestaat dat de bevolking na afloop van deze pandemie volledig is uitgeput en vooral terug wil naar ‘het oude normaal’. Maar ‘ons normaal is dodelijk’, zegt Guillén. En ook Holt-Giménez ziet het somber in: ‘Miljardairs, grote bedrijven en grote ketens komen beter uit de pandemie,’ zegt hij. ‘Het levert kansen op – en kijk wie die kansen benutten.’ Tegen het probleem van het schaalvoordeel valt praktisch niet op te boksen, zoals Wey ook laat zien. Norman wil haar kinderen van rond de twintig niet als knecht op haar boerderij inzetten. ‘Ik moet dit werk zelf kunnen doen,’ zegt ze, ‘dit rendabel houden zonder mensen uit te buiten.’ Maar grote landbouwbedrijven kunnen makkelijk lagere prijzen vragen door arbeidskrachten te behandelen als wegwerpartikelen en ze ‘in tijden van crisis zelfs op te offeren’, zegt Guillén. ‘De gedachte blijft toch: hoe dicht kun je de wettelijke grens van slavernij naderen?’

    Maar de huidige crisis zal niet meteen verdwenen zijn met het virus, die zoönotische infectie die van dier op mens is overgesprongen en dus duidelijk een nevenproduct is van onze inbreuken op de habitat van dieren en het existentiële gevaar van onze niet-aflatende belasting van het milieu. Met het stijgende tempo waarin de klimaatverandering om zich heen grijpt, en de schijnbare onuitroeibaarheid van raciale onrechtvaardigheid en de eeuwenoude verdeling van rijkdom en macht, zowel in Amerika als op mondiaal niveau (om nog maar te zwijgen over de bunkermentaliteit van diegenen die al zo lang aan de knoppen zitten dat ze het delen van macht meteen ervaren als de totale ondergang), is voedsel zowel een symbool als de letterlijke belichaming geworden van alle problemen om ons heen. Activisme kan de vorm aannemen van een betoging, van een boycot, van een campagne om een miljoen deuren af te gaan, of zelfs van een handvol zaad: een stukje toekomst dat je in de aarde steekt. Het kan bestaan uit een koor van stemmen en een groeiend bewustzijn dat wat wij eten niet alleen een afspiegeling is van onze (vaak laaghartige) keuzes als samenleving, maar die keuzes ook vormt; en dat het in onze macht ligt om iets aan die keuzes, en aan de manier waarop we leven, te veranderen.

  • Dossier: Wat eten we morgen

    Dossier: Wat eten we morgen

    De productie is het probleem niet. Van wat er wereldwijd verbouwd wordt kan de hele wereldbevolking worden gevoed, en er is zelfs genoeg voor een extra drie miljard mensen. Het gaat om alles wat er tussen de akker en het bord in gebeurt.

    Met medewerking van Huib Stam.

    » Minder vlees, meer afwisseling

    » Activisten leggen voedselsysteem bloot

    » In Singapore bestel je kip gekweekt in het laboratorium

    » De toekomst van de landbouw op een steeds warmere planeet

    200 nummers geleden

    Tweehonderd nummers en tien jaar geleden, verscheen op 26 november 2011, het eerste magazine (in print) van 360. Diezelfde dag lanceerde NASA het onbemande ruimtevaartuig Curiosity om eventuele bewoonbaarheid van Mars te onderzoeken. Het verwachtingsvolle toekomstdenken van die missie stond behoorlijk haaks op het dossier waarmee 360 opende. Dat besteedde onder de titel ‘Aan tafel’ aandacht aan de Chinese voedselpraktijken.

    In China, waar eten een grote traditionele waarde heeft, volgde het ene voedselschandaal op het andere. Afgewerkte olie werd vermengd en opnieuw gebruikt en oesters zaten vol zware metalen. Was dat georganiseerde misdaad of een teken van een falende moraal?’ vroeg 360 zich af in het dossier met artikelen uit de Chinese media over het thema. In de partijkrant Renmin Wang, schreef Chen Jiaxing dat de ideologische waarden ten opzichte van voedsel-veiligheid de mens niet langer leiden naar beschaving, waardigheid en moderniteit. Zijn we nu, tien jaar later, beter af? De mondiale productie en voorziening van voedsel blijft een bron van zorg. Was corona nu wel of niet afkomstig van een Chinese markt met levende dieren, bedoeld voor consumptie?

    En hoe zit het met onze ecologische voetafdruk? De wereldwijde productie van voedsel is verantwoordelijk voor een derde van de klimaatverandering. Nu maar hopen dat het grootschalig gesjoemel een schandaal blijft van tien jaar geleden.

  • Catalaanse ex-premier gearresteerd in Italië | Dubbel zoveel CO2 door vlees

    Catalaanse ex-premier gearresteerd in Italië | Dubbel zoveel CO2 door vlees

    Catalaanse separatist Carles Puigdemont gearresteerd in Italië

    Voorstander van onafhankelijkheid en voormalig regeringsleider van Catalonië, Carles Puigdemont, is op donderdag 23 september op Sardinië gearresteerd door de Italiaanse politie, meldt El Mundo. De Catalaanse leider werd gearresteerd in Alghero. Er liep een internationaal arrestatiebevel tegen de ex-premier.

    Puigdemont is aangeklaagd voor ‘opruiing’ en ‘verduistering van publieke middelen’

    ‘Gerechtelijke bronnen verklaren dat de rechtbank zal moeten beslissen of de Italiaanse autoriteiten ermee instemmen hem aan Spanje uit te leveren’, schrijft de Spaanse krant. Hij verblijft sinds de mislukte afscheidingspoging in 2017 in ballingschap in België om aan vervolging door de Spaanse justitie te ontkomen. Carles Puigdemont is aangeklaagd voor ‘opruiing’ en ‘verduistering van publieke middelen’.


    Dubbel zoveel CO2 door vlees

    De wereldwijde voedselproductie veroorzaakt een derde van alle door menselijke activiteit uitgestoten gassen die de planeet opwarmen, aldus een groot nieuw onderzoek. Vleesproductie zorgt voor zeker twee keer zoveel emissies als de productie van plantaardig voedsel. Het volledige systeem van voedselproductie, inclusief het gebruik van machines, kunstmest en transport, zorgt jaarlijks voor 17,3 miljard ton broeikasgas. Dat is ruim het dubbele van de totale uitstoot van de VS en vertegenwoordigt 35 procent van de wereldwijde uitstoot, schrijft The Guardian.

    Een kilo tarwe veroorzaakt 2,5 kilo broeikasgas, een kilo rundvlees 70 kilo

    ‘Dit is hoger dan we hadden verwacht’, aldus Atul Jain, van de Universiteit van Illinois en coauteur van het artikel, dat maandag werd gepubliceerd in Nature Food.

    Het verschil in uitstoot tussen vlees- en plantaardige productie is groot: de productie van bijvoorbeeld een kilo tarwe veroorzaakt 2,5 kilo broeikasgas, een kilo rundvlees 70 kilo. Volgens de onderzoekers moeten samenlevingen zich rekenschap geven van dit significante verschil bij de aanpak van de klimaatcrisis.


    Australië steunde de CIA in Chili

    Australië was in de jaren zeventig betrokken bij spionageoperaties in Chili, ter ondersteuning van de Amerikaanse CIA, die samenspande tegen de democratisch gekozen regering van de socialistische president Salvador Allende, die 48 jaar geleden door het leger werd afgezet, bericht MercoPress. De Australische geheime dienst runde een ‘station’ in Santiago van 1971 tot 1973 op verzoek van de CIA, zo blijkt uit documenten die zijn vrijgegeven door het National Security Archive (NSA), in Washington.

    ‘Vijftig jaar na dato vinden we nog steeds aanwijzingen van gezamenlijke geheime inspanningen om de democratisch gekozen regering van president Salvador Allende te destabiliseren’, aldus Peter Kornbluh van NSA.

  • Chinezen kopen massaal ‘Patriottische producten’| Afvalmaffiosi gearresteerd

    Chinezen kopen massaal ‘Patriottische producten’| Afvalmaffiosi gearresteerd

    Puerto Rico krijgt herstelgeld

    De regering van Puerto Rico heeft deze week 912 miljoen dollar toegezegd gekregen van de Amerikaanse overheid, schrijft ABC News. Dat bedrag is bedoeld voor verbetering van de onderwijssituatie op het eiland. Puerto Rico worstelt nog steeds met herstel na de orkanen Irma en Maria in 2017 en een reeks aardbevingen eind 2019 die tientallen scholen verwoestten of beschadigden. 


    Fraude in Moldavië

    Op verzoek van justitie heeft het parlement van Moldavië deze week de immuniteit van twee parlementsleden opgeheven. Een van hen is Petru Jardan, plaatsvervangend leider van de Shor-partij. De ander, Denis Ulanov, behoort tot dezelfde partij die is vernoemd naar de voortvluchtige oligarch Ilan Shor, meldt Balkan Insight. Shor zou het meesterbrein zijn achter de verduistering van zeker een miljard dollar uit het Moldavische banksysteem via een reeks schimmige transacties tussen 2012 en 2014. Door de diefstal ging Moldavië bijna failliet.

    De twee partijgenoten van Shor, die nu dus hun parlementaire onschendbaarheid kwijt zijn, worden eveneens verdacht van frauduleus handelen. Ulanov zou hand- en spandiensten hebben verleend tijdens het Moldavische bankschandaal en Jardan wordt verdacht van fraude in verband met de verlening van een concessie voor de internationale luchthaven van Chisinau in 2013. De regering droeg in dat jaar het beheer van de luchthaven voor 49 jaar over aan Avia Invest, een bedrijf dat Ilan Shor amper een maand voor de concessieverlening oprichtte.


    Ieren kweken eigen voedsel

    Bibliotheken in Ierland helpen mee om mensen te leren hun eigen voedsel te verbouwen. De stap is onderdeel van een nieuw initiatief om gezond eten aan te moedigen, schrijft RTÉ uit Dublin. De campagne, waarin de organisaties Healthy Ireland en Libraries Ireland samenwerken en die ‘Grow It Yourself’ (Kweek het Zelf) is genoemd, stelt 50.000 voedselkweeksets gratis beschikbaar. Met elk pakket kunnen rode bieten, wortelen, sla, erwten en tomaten worden geteeld en handleidingen voor het kweken ervan worden bijgeleverd. In het pakket zitten ook ansichtkaarten en cadeaukaartjes voor het geval mensen pakketten willen delen.

    Deelnemers krijgen e-mails en filmpjes met tips en suggesties om het initiatief verder te verspreiden. De organisatoren hopen dat zo’n half miljoen mensen zullen profiteren van het zelf kweken. De tijd is er rijp voor volgens Michael Kell, de oprichter van Grow it Yourself, want door de pandemie is al een recordaantal mensen bezig met het verbouwen van eigen voedsel. 


    Afvalmaffiosi gearresteerd

    De Guardia di Finanza, de financiële opsporingsdienst van Italië, heeft beslag laten leggen op goederen met een waarde van zo’n 10 miljoen euro. Het betreft volgens een opsomming van Nepalese dagblad Il Mattino 44 commerciële panden en woonhuizen, 13 hectare grond en 900.000 euro op lopende rekeningen in bezit van de broers Antonio, Nicola en Salvatore Vassallo, afvalondernemers in Caserta, ten noorden van Napels. In eerste aanleg zijn de drie broers veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor het veroorzaken van ernstige milieuschade middels de ‘maffia-methode’, lees: het dumpen van gevaarlijk afval op illegale stortplaatsen. Ze deden dit in opdracht van de Casalesi-clan, een machtig onderdeel van de Camorra. 

    De drie gearresteerden zijn broers van Gaetano Vassallo, ooit een van de belangrijkste organisatoren van het verhandelen en illegaal lozen van giftig afval, leidend tot ernstige bodemverontreiniging en vergiftiging van het water in de omgeving van Napels. Gaetano Vassallo is inmiddels spijtoptant en werkt samen met de Italiaanse justitie.


    Zomers van zes maanden

    Als de opwarming van de aarde in het huidige tempo doorgaat duren de zomers op het noordelijk halfrond in 2100 bijna zes maanden, zo blijkt uit een studie die is gepubliceerd in het tijdschrift Geophysical Research Letters, weergegeven door NBC News. ‘Dit is de biologische klok voor elk levend wezen’, aldus de hoofdauteur van de studie, Yuping Guan van de Chinese Academie voor Wetenschappen. ‘Men spreekt over een temperatuurstijging van 2 of 3 graden, maar verandering van de seizoenen is veel makkelijker voor te stellen.’ 

    Guan en zijn collega’s onderzochten de dagelijkse klimaatgegevens van 1952 tot 2011 en ontdekten dat de zomers in die periode groeiden van gemiddeld 78 tot 95 dagen. De lengte van de winters kromp van 76 naar 73 dagen, de lenteseizoenen van 124 naar 115 dagen en de herfst van 87 naar 82 dagen. De veranderingen kunnen ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid, de landbouw en het milieu, waarschuwt Guan.


    Patriottische producten

    De hevige woordenwisseling die plaatsvond tussen Amerikaanse en Chinese topfunctionarissen tijdens de Alaska-top van vorige week heeft in China geleid tot de massale verkoop van T-shirts, hoodies, mokken, paraplu’s, tasjes, aanstekers, telefoonhoesjes en broeken met daarop patriottische teksten, schrijft AsiaOne.

    Vooral twee citaten van Yang Jiechi, chef buitenlands beleid van China, blijken populair te zijn: ‘De VS zijn niet gerechtigd tot een neerbuigende toon tegen China. Chinezen accepteren dat niet.’ En: ‘Bemoei je niet met de interne politiek van China.’ Kopers zeggen tot aanschaf van de ‘patriottische producten’ te zijn overgegaan vanwege de ‘onbeleefde en onredelijke houding’ van de VS.


    Lerarenstaking in Marokko

    Deze week zijn leraren met een tijdelijk contract in Marokko drie dagen in staking gegaan uit protest tegen de manier waarop veiligheidstroepen optraden tegen collega’s die een week eerder demonstreerden in Rabat. Daarbij werden verschillende betogers gearresteerd, schrijft Middle East Monitor. Op sociale media worden video’s van het hardhandige optreden verspreid. De Marokkaanse autoriteiten verdedigen het optreden omdat de demonstratie was verboden. 

    ‘Nieuwe aanvallen zullen het protest de komende dagen verder doen escaleren’, liet de nationale organisatie van tijdelijke leerkrachten weten. De leraren strijden al jaren voor vaste contracten binnen het Marokkaanse onderwijssysteem. Marokko telt naar schatting zo’n 100.000 leerkrachten met een tijdelijk contract.

  • Een kommetje van een half miljoen | Roken in Milaan verboden

    Een kommetje van een half miljoen | Roken in Milaan verboden

    Groeiende Koreaanse online voedselmarkt

    Door de coronapandemie is de onlinemarkt voor voedselbezorging in Zuid-Korea vorig jaar met bijna 80 procent gegroeid ten opzichte van 2019, zo blijkt uit cijfers van Statistics Korea, die Korea Herald publiceerde. De Koreaanse onlinemarkt voor voedselbestellingen bedroeg in 2020 17,4 biljoen won, € 12,88 miljard, een stijging van 78,6 procent ten opzichte van het jaar daarvoor.


    Singapore klimt uit het dal

    DBS, de grootste bank van Singapore, deed onderzoek naar geanonimiseerde klantaccounts en uit dinsdag gepubliceerde resultaten blijkt dat de stadstaat langzaam uit de door corona veroorzaakte recessie komt, schrijft South China Morning Post. Vorig jaar daalde de Singaporese economie met 5,4 procent, de ergste recessie sinds het eiland onafhankelijk werd in 1965. 

    Uit het onderzoek van DBS blijkt dat in de tweede helft van vorig jaar sprake was van inkomensverbetering en van een opleving van consumptieve bestedingen, vergeleken met april en mei 2020, toen in Singapore een lockdown gold.

    In mei noteerde ongeveer een kwart van de 1,2 miljoen DBS-klanten op hun salarisrekening een loonsverlaging van meer dan 10 procent, maar in december gold dat nog slechts voor een vijfde. Volgens Irivin Seah, econoom bij DBS, bereikte de arbeidsmarkt in oktober vorig jaar een dieptepunt met een werkloosheidspercentage van 4,8 procent. In december verbeterde dat tot 4,4 procent. In diezelfde periode verbeterde de verhouding tussen vacatures en werklozen voor het eerst sinds het vierde kwartaal van 2018.


    Kommetje van een half miljoen

    Een blauw en wit kommetje van porselein dat voor slechts $35 werd gekocht op een rommelmarkt in het Amerikaanse Connecticut, gaat een fortuin opleveren. Het wordt over twee weken geveild door Sotheby’s New York. Geschatte opbrengst: tussen de $300.000 en $500.000.

    Het kommetje uit de Chinese Mingdynastie heeft een doorsnede van slechts 16 centimeter, stamt uit het vijftiende-eeuwse Yongle-tijdperk en is uiterst zeldzaam, aldus ArtNews. Er zijn wereldwijd slechts zes vergelijkbare stukken bekend en die bevinden zich allemaal in de collecties van musea als het Victoria & Albert Museum, het British Museum, het National Palace Museum in Taipei en het National Museum of Iran. 

    Regina Krahl, specialist in keramiek uit het Verre Oosten, noemt de kom in de veilingcatalogus ‘in alle opzichten een typisch Yongle-product, gemaakt voor het hof, met een opvallende, onovertroffen combinatie van schitterend materiaal en schilderkunst met een licht exotisch ontwerp, kenmerkend voor keizerlijk porselein uit deze periode’.


    AstraZeneca stapt uit Moderna

    Met een aandelenpakket van 7,7 procent was het Brits-Zweedse farmaceutische bedrijf AstraZeneca de op een na grootste investeerder in het Amerikaanse biotechbedrijf Moderna. Maar volgens de Britse krant The Times heeft AstraZeneca dat belang nu verkocht voor meer dan een miljard dollar. Volgens de krant zetten de twee bedrijven hun samenwerking op andere gebieden gewoon voort. 

    Aangenomen wordt dat AstraZeneca met de verkoop zijn financiële positie wil versterken vanwege zijn beoogde grootste acquisitie ooit

    De waarde van Moderna-aandelen is in korte tijd fors gestegen vanwege de doorbraak in de ontwikkeling van het vaccin tegen corona. In tegenstelling tot het coronavaccin dat AstraZeneca in samenwerking met de Universiteit van Oxford produceert, verkoopt Moderna zijn vaccin tijdens de pandemie met winstoogmerk en het bedrijf verwacht in 2021 een omzet van $18,4 miljard te behalen door de verkoop van het vaccin. 

    Aangenomen wordt dat AstraZeneca met de verkoop zijn financiële positie wil versterken vanwege zijn beoogde grootste acquisitie ooit: de overname van Alexion, gespecialiseerd in zeldzame ziekten, voor $39 miljard. 


    Britten kopen Grieks vastgoed

    Volgens een recente studie van het Britse Astons, dat adviseert over investeringen in combinatie met verblijfsvergunningen, is Griekenland het meest populaire land voor Britten met een vermogen van meer dan £1 miljoen, €1,16 miljoen, meldt Ekathimerini. Van deze vermogende investeerders zegt 79 procent niet te zijn getroffen door brexit. Voor 68 procent is verbetering van de levenskwaliteit de primaire motivatie om te investeren in buitenlands onroerend goed.

    Een Griekse verblijfsvergunning garandeert visumvrij reizen naar alle Schengenlanden

    De populariteit van Griekenland berust volgens Astons op verschillende factoren. Investeren in Griekse vastgoed is betaalbaarder en veelbelovender dan in het VK. Bovendien kan met een relatief lage minimuminvestering van zo’n €250.000 binnen twee maanden al een verblijfsvergunning voor Griekenland worden geregeld. Bijkomend post-brexitvoordeel voor Britten: een Griekse verblijfsvergunning garandeert visumvrij reizen naar alle Schengenlanden. 

    Spanje en Antigua en Barbuda staan met 11 procent van de stemmen tweede op de wensenlijst van investeerders, gevolgd door Ierland met 8 procent en Italië, Portugal, Malta en Zwitserland met 6 procent.


    Rookverbod in Milaan

    Roken in parken en op veel andere openbare plekken in Milaan is voortaan verboden, schrijft de Romeinse nieuwssite ANSA. Op grond van nieuwe normen voor de luchtkwaliteit die in november werden goedgekeurd, is het ook verboden te roken bij onder meer bushaltes, in stadions, andere sportfaciliteiten en op begraafplaatsen. Roken is op deze plekken overigens nog wel toegestaan als rokers zich op minstens 10 meter afstand bevinden van anderen. Op 1 januari 2025 zal het verbod worden uitgebreid naar alle openbare ruimtes. 

    Van de geïndustrialiseerde steden in Noord-Italië heeft Milaan het meest te lijden van slechte luchtkwaliteit. Daarom worden er ook regelmatig autovrije zondagen afgekondigd.


    Peru staat eenmalig euthanasie toe

    Het Hooggerechtshof van Peru verleent de 43-jarige Ana Estrada toestemming om haar leven te beëindigen en heeft medische autoriteiten opgedragen daartoe een protocol op te stellen, meldt MercoPress. Het Hof zegt dat degene die Estrada helpt te sterven, niet de wettelijke gevangenisstraf van drie jaar zal krijgen. Overigens geldt het besluit alleen in deze zaak.

    Estrada, psychologe en activiste voor een waardige dood, lijdt al meer dan dertig jaar aan een ongeneeslijke ziekte waardoor bijna al haar spieren zijn verlamd. Ze kon haar beroep uitoefenen tot vier jaar geleden, sindsdien dwong de ziekte haar het grootste deel van de dag in bed te blijven.

  • Van escargots tot Big Mac

    Van escargots tot Big Mac

    Jarenlang vervulde de Franse keuken een modelfunctie. De haute cuisine is zelfs uitgeroepen tot immaterieel cultureel erfgoed. Nu wordt voorspeld dat in 2030 bijna de helft van de Franse bevolking obees zal zijn. En dat komt niet door de beroemde botersauzen.

    ‘Zeg me wat je eet, en ik zeg je wie je bent.’ Zo verwoordde de eerste foodie, de gastronoom Jean Anthelme Brillat-Savarin, het in 1825. En hij had als geen ander 
verstand van groene puy-linzen en kaviaar, 
langoustines à la nage, poulette du perche en poitrine de grive.Jaren en jaren heeft de Franse keuken – en dan niet alleen in restaurants – een modelfunctie vervuld: veel basisingrediënten (eieren, boter, brood, aardappelen), weinig bewerkt voedsel of fastfood, veel vis, fruit, plantaardige oliën en (vanzelfsprekend) volle zuivelproducten, gestructureerde, gezellige maaltijden met de hele familie. Franse vrouwen worden tenslotte niet dik.

    Hoe kan het dan dat er onlangs een onderzoek 
is verschenen waarin wordt geopperd dat dertig miljoen Fransen – bijna de helft van de bevolking – in 2030 obees zou kunnen zijn? En hoe kan het dan dat er, tijdens de lunch op een 
zonnige dag aan het begin van de herfst, een lange rij staat voor de McDonald’s op de Boulevard des Italiens in het centrum van Parijs? Met 1440 vestigingen is Frankrijk het op een na grootste afzetgebied van de fastfoodketen.

    ‘Ik begrijp niet hoe je dat kunt vragen’, zegt 
Stéphane Loiseau, een 29-jarige accountmanager die zijn bestelling – een ‘CBO’ (chicken, bacon, onion) met frites – intikt op het touchscreen. ‘Het is zo’n cliché. Het is goedkoop, het gaat snel, ze gebruiken best goede ingrediënten. Waarom zouden Fransen anders zijn dan de rest van de wereld?’

    Kruistocht tegen junkfood

    Nathalie Girardot, verkoopster in een nabijgelegen juwelierszaak, schiet ook meteen in de 
verdediging. ‘Wist je dat ze alleen maar Franse ingrediënten gebruiken?’ zegt ze, terwijl ze naar haar dienblad wijst. ‘Kijk maar: Charolais-rundvlees, Fourme d’Ambert-kaas eroverheen. En een echte vinaigrette. Frankrijk is dol op McDonald’s. Dat is nooit anders geweest.’

    Dat is niet helemaal waar. Volgend jaar is het twintig jaar geleden dat een pijprokende schapenboer met een snor, José Bové, veel aandacht trok met het ontmantelen van een in aanbouw zijnde McDonald’s in Millau, in het zuiden van Frankrijk. Hij deed dat samen met een aantal andere kleine boeren en ex-hippies, en zette 
zo een landelijke kruistocht in gang tegen la 
malbouffe – junkfood.

    Maar inmiddels is Frankrijk dol op burgers: uit onderzoek dat eerder dit jaar is gepubliceerd door consultancybureau Gira Conseil, blijkt dat de 66 miljoen inwoners van het land in 2017 samen 1,46 miljoen burgers aten – bijna 10 
procent meer dan het jaar ervoor. Wat misschien nog wel opmerkelijker is, is dat inmiddels in 85 procent van de Franse restaurants burgers op het menu staan. Niet dat je die altijd ‘malbouffe’ zou noemen. Bij L’Artisan du Burger in de Rue 
du Faubourg Poissonnière staan burgers op het menu met rucola, citroenrasp, reblochon, compote van rode ui en gerooktespecerijensaus, voor 12 euro (of meer, als je hem op een broodje met inktvisinkt wil, of met een topping van zwartekomijnzaad).

    © Pexels
    © Pexels

    Bernard Boutboul, de algemeen directeur van 
Gira Conseil, beschrijft de onstuitbare opkomst van de burger in Frankrijk als ‘een euforie, een gekte’, die inmiddels de vorm dreigt aan te nemen van ‘hysterie’, waardoor in veel restaurant de klassiekers van 
de Franse bistro, zoals eendenborst en boeuf bourguignon, van hun plek worden verdrongen door modieuze burgers.

    Toch kan de overgrote meerderheid – 70 procent – van de burgers die in Frankrijk worden geconsumeerd, bepaald niet worden geschaard onder de term ‘fastfood’. Ze worden genuttigd aan een tafeltje, vaak met een glas wijn, in een ‘echt’ restaurant. Wat nog niet wil zeggen dat het thuisland van de haute cuisine niet zou zijn gezwicht voor fastfood: dat is namelijk wel het geval. De Franse eetgewoonten 
zijn aan het veranderen.

    Door de toenemende tijdsdruk (geen lunchpauzes meer van twee uur; volgens een onderzoek neemt de gemiddelde Franse werknemer nu 31 minuten pauze) en de opkomst van thuisbezorgdiensten als Deliveroo en Uber Eats maakt de fastfoodsector in Frankrijk een exponentiële groei door. Afgelopen jaar hebben de 32.000 fastfoodrestaurants een omzet gedraaid van zo’n 51 miljard euro – 6 procent meer dan in 2016, 13 procent meer dan vier jaar geleden en bijna drie keer zoveel als in 2005. En bovenal maakt de fastfoodsector inmiddels 60 procent uit van het Franse restaurantwezen.

    66 miljoen inwoners aten in 2017 samen 1,46 miljoen burgers

    Fastfood ‘wil nog niet meteen zeggen dat je ook slecht eet’, zegt Josiane Bouvier, een aardrijkskundelerares die we aanspreken bij de uitgang van Nous, een organisch afhaalrestaurant aan de Rue de Châteaudun. In haar handen heeft 
ze een weinig Frans klinkende ‘hotbox’ van gegrilde kip, mint-yoghurtsaus, seizoenssalade en bruine rijst. ‘Ik denk dat veel Fransen, ook de Fransen die naar een fastfoodketen gaan, zich heel erg bewust zijn van de kwaliteit van de ingrediënten, en van de vraag of het eten echt
    ter plekke wordt bereid’, zegt ze. ‘Maar goed, dan moet je het je wel kunnen veroorloven om 9, 10 of 11 euro neer te tellen voor je lunch.’

    En dat is de crux: in Frankrijk is kwalitatief goed eten niet langer goedkoop – noch in restaurants, noch thuis. De voedselproducenten en de distributiebedrijven zijn groot en machtig. De Franse eetgewoonten zijn niet langer een voorbeeld, aldus het voedselagentschap Anses: er komt steeds meer bewerkt voedsel aan te pas, er zit 
te veel zout in en te weinig vezels. Frankrijk mag dan nog zo’n bijzondere band hebben met eten, het land is bepaald niet 
ongevoelig voor la malbouffe. In het parlement is onlangs de zorg uitgesproken dat mogelijk dertig miljoen Fransen, vooral in de lagere inkomensgroepen, in 2030 obees of te dik zullen zijn, tenzij de grote voedselproducenten de gehaltes aan zout, suiker, vetten en andere additieven terugbrengen, en kinderen leren hoe ze gezonder moeten eten.

    ‘Franse gezinnen besteden minder geld en 
minder tijd aan eten dan ooit tevoren’, aldus het Kamerlid Loïc Prud’homme. ‘We moeten weer baas worden over eigen bord.’ Een ander Kamerlid, Michèle Crouzet, dat campagne heeft gevoerd voor minder zout in het eten, neemt al helemaal geen blad voor de mond. ‘Het is niet 
zo dat Fransen doodgaan aan een overdaad aan eten’, zegt ze, ‘maar het eten dat we nuttigen, zal ons beetje bij beetje fataal worden.’

    Auteur: John Henley

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • Eetlezen doe je in een fantasyboek

    Eetlezen doe je in een fantasyboek

    Al vanaf de tijd van Tolkien wemelt het in de fantasyliteratuur van de smakelijke voedselbeschrijvingen. Schrijfster Anne Ewbank zocht uit waar die voorliefde voor botertaart en stoofpotjes vandaan komt.

    Als jonge tiener verslond ik het ene fantasyboek na het andere. Op een dag bleef mijn oog hangen bij de beschrijving van iets wat er werd gegeten. In Diana Wynne Jones’ A Tale of Time City eten de tijdreizende protagonisten een versnapering, een botertaartje. Het is geel ijs op een stokje, ijskoud vanbuiten en gesmolten vanbinnen, en wordt omschreven als ‘boterig en romig … met een vleugje koffie en twintig andere nog lekkerdere smaken’. Een botertaartje bestaat niet echt, alleen in het verhaal van Jones en in de fantasie van de lezers. Maar het klonk verrukkelijk.

    In die tijd was internet nog betrekkelijk nieuw, dus ik kon geen tientallen recepten opdiepen die fans van Jones’ verhalen hadden bedacht. Maar ook toen ik van jeugdfantasy was overgestapt naar de volwassenenfantasy, viel me op dat auteurs uitgebreide beschrijvingen gaven van wat er werd gegeten. Dat wekte niet alleen mijn eetlust, maar ook mijn nieuwsgierigheid op: waarom schrijven fantasy-auteurs zo vaak over eten?

    Terwijl ik me fanatiek door de fantasycanon heen las, besefte ik dat het geweldige botertaartje een uitschieter was. Helden en heldinnen eten over het algemeen bekende kost, ook als ze kunnen toveren en draken berijden. Pagina’s lang doen personages die mazzel hebben zich tegoed aan taart en bier. Andere personages krijgen alleen stoofpotten, die vreemd genoeg steeds weer terugkomen. In haar satirische reisgids van de fantasyliteratuur, The Tough Guide to Fantasyland, maakt Jones de grap dat ‘de stoofpot het belangrijkste voedsel is in Fantasyland, dus u bent gewaarschuwd. Binnenkort snakt u misschien naar een omelet, een steak of witte bonen in tomatensaus, maar dat is allemaal niet voorhanden.’

    chilled cold colorful ice cream 1051098

    Eten in fantasy gaat terug naar de vroegste mythen en legenden, waarin het wemelt van symbolisch, vaak gevaarlijk voedsel. De Griekse godin Persephone at zes granaatappelpitjes in de onderwereld, waardoor ze zes maanden per jaar bij Hades, de god van de dood, moest doorbrengen. In Europese verhalen en gedichten komt het veelvuldig voor dat mythische feeën of elven voedsel gebruiken om mensen te verleiden. In het gedicht La Belle Dame Sans Merci, in 1819 geschreven door de romantische dichter John Keats, wordt een ridder verliefd op een fee, die hem ‘zoet smakende wortels en wilde honing en hemelse dauw’ te eten geeft. Maar op een dag wordt de ridder wakker en ontdekt hij dat ze hem heeft verlaten en wordt hij half gek van wat hij is kwijtgeraakt. In 1859 schreef Christina Rossetti Goblin Market, over angstaanjagende, bovenaardse wezens die vruchten verkopen waar mensen, als ze er eenmaal van gegeten hebben, alleen maar meer van willen hebben.

    De trope van gevaarlijk feeënvoedsel bestaat nog steeds in de moderne fantasy, vertelt dr. Robert Maslen. Maslen is hoofddocent aan de University of Glasgow, waar hij een van ’s werelds eerste masterstudies in de fantasyliteratuur heeft opgezet. Hij geeft twee moderne voorbeelden: de film Pan’s Labyrinth en Ellen Kushners roman Thomas the Rymer. Als voedsel niet zonder gevolgen is, is dat een teken ‘dat we ons in een wereld bevinden waar heel andere regels gelden’.


    De vader van het moderne fantasyverhaal, J.R.R. Tolkien, werd in deze traditie gevormd. Als kind las hij de sprookjesboeken van Andrew Lang, een reeks die uit twaalf delen bestond en waren gerangschikt op kleur, van rood naar blauw en van roze naar bruin.

    Tolkiens dwergen roepen om frambozenjam, appeltaart, zoete pasteitjes, kaas, vleespasteitjes, salade, koek, bier, koffie, eieren, koude kip en augurken

    Tolkiens neiging om voortdurend over het belang van voedsel te schrijven werd ook beïnvloed door zijn schokkende ervaringen in de Eerste Wereldoorlog. Hij was officier en was ervan overtuigd dat hij zou sneuvelen. In de ban van de ring is Tolkiens visie van het ideale dorp, een plek waar wordt gefeest en paddenstoelen in overvloed aanwezig zijn en die zo op het oog niet wordt geteisterd door oorlogen. In het eerste hoofdstuk van De hobbit wordt de weinig avontuurlijke Bilbo Baggins ondersteboven gelopen door de tovenaar Gandalf en een bende hongerige dwergen, die zijn provisiekast plunderen. ‘En misschien een klein beetje rode wijn voor mij,’ vraagt Gandalf. De dwergen roepen om frambozenjam, appeltaart, zoete pasteitjes, kaas, vleespasteitjes, salade, koek, bier, koffie, eieren, koude kip en augurken. Ook al keert Bilbo zijn huis mismoedig ondersteboven om de dwergen te voeden, het is een teken van overvloed dat hij al dat eten in huis heeft.

    Een andere beroemde fantasyschrijver, Brian Jacques, was net zo gevormd door de oorlog, in zijn geval door de Tweede Wereldoorlog. Jacques is het bekendst geworden om zijn jeugdfantasyboeken, de Redwall-reeks. In al die eenentwintig boeken strijden geantromorfiseerde dieren tegen het kwaad en richten overdadige feestmalen aan. Een pagina’s lang durend banket behelst twaalf verschillende salades, acht soorten brood, tien drankjes, ‘verse room, zoete room, slagroom, lichte room, custardroom’, en een reusachtige vis. In interviews heeft Jacques gezegd dat de fictieve maaltijden in zijn boeken stammen uit de eetfantasieën van zijn jeugd toen in Engeland het eten op de bon was. Lezers uit de begin jaren genoten van zijn boeken om dezelfde reden.

    Als toonaangevend fantasyauteur bereidde Tolkien met zijn aandacht voor eten de weg voor andere fantasyschrijvers. De in Midden-aarde altijd aanwezige kookkunsten en Tolkiens manier van etenswaren beschrijven werden ook standaard omdat die zo geschikt waren voor het creëren van een aparte wereld: eten helpt heel goed bij het neerzetten van een plaats van handeling.

    Zowel Tolkien als Jacques werkten hun werelden verder uit met geschiedenis, liedjes en verschillende talen en dialecten. Voor Maslen is voedsel een andere manier om een fantasie werkelijkheid te laten lijken. ‘Veel fantasy is gesitueerd in andere werelden,’ zegt hij. ‘Stel dat je een fantasyverhaal schrijft dat zich afspeelt in een andere wereld, dan wil je die zo volledig, geloofwaardig en voelbaar voor alle zintuigen maken als maar mogelijk is.’ Liedjes appelleren aan het oor, landkaarten aan het oog en voedselbeschrijvingen aan de maag van de lezer.

    Maslen gelooft dat voedsel een van de onderscheidende kenmerken van fantasyliteratuur is. Of het nu een botertaartje of een stoofpot is, voedsel dient als anker voor de verschrikkingen en de hoogoplopende spanning. ‘Fantasyschrijvers’, zegt hij, ‘zijn erop uit om niet alleen afgrijzen en angst op te roepen, maar ook verwondering, verrassing, plezier en verbazing.’ Als lezers worden geconfronteerd met het angstwekkende en het vreemde, ‘verankert voedsel die ervaringen in iets wat ze goed kennen.’ Zelfs George R.R. Martins Game of Thrones, dat erom bekendstaat te breken met veel fantasystijlfiguren en tradities, houdt nog steeds vast aan de verplichte breed uitgewerkte voedselbeschrijvingen (vooral van soep).


    Maslen geeft een voorbeeld uit In de ban van de ring, waarin Frodo en Sam samen eten op de grens van Mordor, ‘precies op de rand van de ergste plek ter wereld’. Zelfs vlak voor hun wereldreddende missie verzamelt Sam laurierbladeren en salie om konijnenstoofpot te maken. Midden in een prachtig, overwoekerd landschap is er een kort moment van verwondering bij de aanblik van wat Malsen omschrijft als ‘het extreemste voorbeeld van het onbekende en het afschuwwekkende’.

    In onzekere tijden is het bereiden van troosteten vlak voor een ramp zeker herkenbaar. Als er zo veel betekenis wordt meegegeven aan fantasyeten is het geen verrassing dat er boeken en blogs in overvloed zijn die zijn gewijd aan het nauwkeurig namaken van lembasbrood en ketelkoek. Dit weekend ga ik ze allemaal doornemen. Ik weet zeker dat er ergens wel een recept voor botertaartjes is te vinden dat net zo wonderbaarlijk lekker is als ik me vijftien jaar geleden had voorgesteld.

    Auteur: Anne Ewbank
    Vertaler: Paul Bruijn

    Gastro Obscuro
    Vs | www.atlasobscura.com/gastro

    Onderdeel van Atlas Obscura, waarop de mooiste plekken en restaurants wereldwijd worden gedeeld.

  • 7. Het gerecht van de sterkste

    7. Het gerecht van de sterkste

    Over de oorsprong van hummus en falafel wordt eindeloos getwist tussen Israël en zijn buurlanden. Maar gelukkig kunnen de mezze ook verbinden.

    Nadat hij in 1187 Jeruzalem 
had terugveroverd op de kruisvaarders besloot Saladin, de toenmalige sultan van Egypte en de Levant, een gerecht te creëren om deze heuglijke gebeurtenis te vieren. Hij gelastte – zo wil althans de legende – de bereiding van een koude puree van gekookte kikkererwten, aangemaakt met olijfolie, citroensap en sesamzaadpasta. Iedereen met enige kennis van de keuken van het Midden-Oosten zal deze ingrediënten onmiddellijk 
herkennen als de bestanddelen van 
de veelgeliefde hummus.

    Volgens een andere versie van de legende liet Saladin het gerecht bereiden toen hij eenmaal aan de macht was gekomen als sultan van Egypte. Beide versies worden overal in het Midden-Oosten bestreden door weer andere varianten, een bewijs te meer hoe belangrijk hummus is voor de 
regionale cultuur. Maar niet alleen hummus maar het hele begrip ‘mezze’, de Midden-Oosterse vorm van voorgerechten, is altijd onderwerp geweest van conflicten en controverses, zowel in het verleden als vandaag de dag.

    In 2008 dreigde het Verbond van Libanese Industriëlen (ALI) wettelijke actie te ondernemen tegen het vermarkten door Israël van wat zij als typisch Libanese gerechten beschouwden, zoals hummus en falafel. Omdat het Israëlische merk Sabra goed was voor 60 
procent van de hummusverkoop op de Amerikaanse markt, vreesde de ALI dat het kikkerwerwtengerecht eerder als Israëlisch dan als Libanees zou worden beschouwd.

    De kans om erachter te komen waar 
in de Levant de eerste hummus werd gemaakt is uiteraard klein

    Sabra en zijn concurrent Tribe Hummus zijn ook het doelwit geweest van een campagne van de Palestijnse beweging voor Boycot, Desinvestering en Sancties (BDS) vanwege hun banden met het Israëlische militaire apparaat. Toch moet de ALI-actie eerder in de engere context van het Libanees-Israëlische conflict worden bezien, omdat ze de nadruk legt op de specifiek Libanese oorsprong van hummus in plaats van op de Arabische in het algemeen. De kans om erachter te komen waar 
in de Levant de eerste hummus werd gemaakt is uiteraard klein.

    Hoewel het dreigement van de ALI uiteindelijk weinig uithaalde, bleef Libanon ernaar streven wereldkampioen hummus te worden. In 2010 vestigde het dorp Al-Fanar, vlak buiten Beiroet, het wereldrecord hummusproductie met een schaal van 11,5 ton, waaraan 8 ton gekookte kikkererwten, 2 ton sesamzaadpasta, 2 ton citroensap en 70 kilo olijfolie te pas waren gekomen, en versloeg daarmee de vorige wereldrecordhouder, het Arabisch-Israëlische dorp Abu Gosh. De strijd om het wereldrecord hummusproductie raakte bekend als de ‘hummusoorlogen’. ‘Die recordpogingen zijn een beetje belachelijk, maar de brandingstrategie is bloedserieus,’ zegt Elias Muhanna, hoofddocent Literatuurwetenschap aan Brown University in Rhode Island.

    ‘Mezze zijn een manier van leven,’ zegt de Libanees-Syrische eetschrijver en kok Anissa Helou. In een van haar artikelen citeert Helou Ayla Algar, een Turkse kookboekenschrijver die de oorsprong van de mezze herleidt tot het oude Perzië en de naam tot het Perzische werkwoord maza, dat ‘proeven’ en ‘genieten’ betekent. Tegenwoordig zijn de mezze een belangrijk onderdeel van de mediterrane keuken, van Libanon, Syrië en Turkije tot aan Griekenland 
en de Balkan.

    Libanese chefs bereiden een reuzenkom met hummus in een poging een Israëlisch record te breken. – © Hussein Malla / HH
    Libanese chefs bereiden een reuzenkom met hummus in een poging een Israëlisch record te breken. – © Hussein Malla / HH

    In 2010 onderzochten de Israëlische kunstenaar Oreet Ashery en de Palestijnse kunstenaar Larissa Sansour een andere mezzegerelateerde kwestie in een project genaamd Falafel Road. 
‘Falafel is een voorbeeld geworden van een zich toegeëigend of gestolen nationaal symbool,’ zegt Ashery. ‘Het is waar dat de “oorsprong” van de falafel omstreden is in de regio, maar dat is in dit geval irrelevant, omdat Israëls trotse aanspraak op de falafel als een van zijn belangrijkste nationale gerechten niet zozeer een kwestie is van grensoverschrijdende culturele invloed als wel van koloniale diefstal.’

    Duidelijk is in elk geval dat over de oorsprong van de falafel altijd is getwist. Volgens sommigen is het gerecht eeuwen geleden bedacht door koptisch-christelijke Egyptenaren als alternatief voor vlees, waarvan ze zich tijdens bepaalde vastenperioden onthielden. Een andere versie wil dat falafel al in de tijden van de Egyptische farao’s werd bereid als voedsel voor de lagere klassen.

    In Egypte wordt falafel van tuinbonen gemaakt en taamiyya genoemd, en heeft het een opvallende groene kleur door de toevoeging van peterselie en koriander. Elke Egyptenaar zal je vertellen dat taamiyya lekkerder is dan falafel. Dat is ironisch, omdat je de inwoners van Caïro tegenwoordig 
kunt horen klagen over de opmars 
van falafel, taboulé en andere niet zo Egyptische mezze in hun cafés en 
restaurants.

    Maar uiteindelijk blijven de mezze ondanks al deze meningsverschillen ook mensen met elkaar verbinden. Een goed voorbeeld is de manier waarop Syrische vluchtelingen hun kibbeh-
tradities [Syrische mezze] voortzetten in hun nieuwe vaderland – tot Canada aan toe, waar Syrische vrouwen in Toronto een cateringbedrijf hebben opgezet. In Libanon hebben vrouwelijke vluchtelingen en Libanese koks over de kibbeh-bereiding gesproken 
in een gemeenschapscentrum op de grens van twee elkaar uiterst vijandig gezinde wijken van Tripoli.

    Kloven overbruggen

    En er zijn nog meer manieren waarop mezze worden gebruikt om kloven te overbruggen en mensen samen te brengen in plaats van hen te verdelen. In 2015 deed een Joods-Israëlische restaurateur zo’n poging door een hummuscafé te openen ten noorden van Tel Aviv, waar Joden en Arabieren die samen kwamen eten korting kregen.
    In 2011, voordat Syrië ten prooi viel aan een burgeroorlog, troffen inwoners van Damascus tijdens de ramadan mandjes met hummus, bonen en dadels aan op hun drempel. Onder in de mandjes lagen briefjes die opriepen het regime ten val te brengen en uitleg gaven 
over de democratische beginselen.

    Mezze verbinden een regio die zich uitstrekt van de uiterste westkust van Noord-Afrika tot aan de Arabische Zee, en van de Balkan tot aan Jemen. Ze maken geen eind aan meningsverschillen of twistgesprekken – ze houden die vaak zelfs in leven. Maar daar is voedsel uiteindelijk toch voor?

    Auteurs: Isaac Oomen en Khalid Mezaine

    Mashallah News
    Libanon | mashallahnews.com

    Website in drie talen die wordt geleid door een groep journalisten, bloggers en grafici uit diverse landen. De site wil een beeld geven van het culturele leven in brede zin van Marokko tot Iran.

  • 3. Zuurdesembrood in Singapore

    3. Zuurdesembrood in Singapore

    Overal ter wereld verruilen mensen hun vertrouwde granen voor hippere of gezondere varianten. Iedereen probeert te eten wat meer welgestelde mensen eten. Behalve de heel rijken, die juist een voorkeur hebben voor het graan van de armen.

    Als je eten alleen maar beschouwt als iets om in leven te blijven, of als een bron van plezier, zal een uitstapje naar de boerenmarkt in Pacific Palisades je de ogen openen. Voor het in sportief lycra geklede winkelpubliek in deze dure wijk van Los Angeles is eten een uiterst gecompliceerde bezigheid. Julie, een vrouw met een vilthoed, zegt dat ze wit meel probeert te vermijden, omdat ze daar een opgeblazen gevoel van krijgt – al maakt ze een uitzondering voor tortilla’s. Een moeder van een vierjarige eet vijf keer per week rijst, maar is daar niet ‘trots op’. Een derde vrouw, Suzanne Tatoy, heeft zich in eten 
verdiept en geeft de voorkeur aan bruine rijst, quinoa, amarant en gierst.

    Advertenties voor eten zijn even vreemd als invloedrijk. Van de jaren zeventig tot de jaren negentig aten Amerikanen steeds meer tarwe, deels omdat ze cholesterol probeerden te vermijden. Toen kwam er een reeks populaire koolhydraatarme diëten, van Dr. Atkins tot Paleo. Door een toename van coeliakie en zelfgediagnosticeerde glutenintolerantie is tarwe in een kwaad daglicht komen te staan. Tussen 1997 en 2015 is de meelconsumptie in Amerika gedaald van 67 tot 60 kilo 
per hoofd van de bevolking.

    Toch laten de voedseladepten in Pacific Palisades zich niet alleen beïnvloeden door wetenschap – of pseudowetenschap. Ze laten zich ook leiden door mode, die heeft bepaald dat sommige granen uit zijn en andere in. In die zin zijn ze volgers van een enorme wereldwijde trend. In veel landen laten mensen vertrouwde granen staan 
voor nieuwe, om redenen die te maken hebben met landbouwtechnologie, werk, gezondheid en maatschappelijke ambities. Deze verandering is min of meer circulair. Iedereen probeert meer granen te eten die meer welgestelde mensen eten, behalve de heel rijken, die een voorkeur hebben voor het eten van armen. Het verhaal begint in de velden van West-Afrika.

    Rijst in Afrika

    Aboud Kobena verbouwt sinds 1991 rijst in Tiassalé in Ivoorkust. Hij heeft veel klachten. De pomp die water uit een nabijgelegen rivier haalt om zijn 35 hectare grond te bevloeien is weer eens kapot. De machines die hij heeft aangeschaft om sneller te kunnen oogsten zijn een slechte reclame voor de Chinese techniek gebleken. Arbeid is duur, zegt hij, en ‘de mensen zijn lui geworden’. Het ergste is dat de prijs die zijn gewas opbrengt veel lager is dan tien jaar geleden. Het probleem is, zegt Kobena, dat iedereen nu rijst verbouwt.

    Tussen 2000 en 2014 is de rijstproductie in West-Afrika gestegen van 7,1 miljoen tot 16,8 miljoen ton. In Ivoorkust, dat vooral bekendstaat als cacaoproducent, is de rijstoogst in die tijd verdrievoudigd. Nieuwe hybride zaadsoorten die speciaal voor Afrika zijn ontwikkeld, zoals Nerica en Wita, hebben de 
productie opgestuwd en boeren in staat gesteld rijst te verbouwen op droge gronden waar vroeger voornamelijk de graansoort sorghum groeide.

    Rijst is al lange tijd populair in sommige West-Afrikaanse landen, zoals Senegal. Het wordt in een groot deel van de regio het hoofdvoedsel. Thomas Reardon, voedseldeskundige aan de Michigan State University, zegt dat de urbanisatie de vraag doet toenemen. Werknemers in steden leerden rijst lekker vinden in cafés en koken het nu ook thuis. Bovendien is rijst makkelijker te bereiden dan gierst of sorghum – een uitkomst voor de vermoeide 
stedelijke werknemers.

    © Getty
    © Getty

    De Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN schat dat de rijstconsumptie per hoofd van de bevolking in sub-Saharaans Afrika sneller stijgt dan in enige andere regio. Dat zal vermoedelijk zo blijven, omdat het inwonertal van Afrikaanse steden in hoog tempo toeneemt, met gemiddeld 3 procent per jaar. Volop kansen dus voor Afrikaanse boeren. En de Afrikaanse vraag is ook een zegen voor rijstproducerende landen in Azië. Die kunnen wel wat nieuwe klanten gebruiken, want de vraag thuis is niet meer wat hij geweest is.

    Rijst is zo belangrijk voor het leven in Azië dat veel mensen in plaats van ‘Hoe gaat het?’ vragen: ‘Heb je al rijst gegeten?’ Zo’n 90 procent van de mondiale rijstproductie wordt in Azië geconsumeerd, waarvan alleen al 60 procent 
in China, India en Indonesië. In elk groot land behalve Pakistan eten 
Aziaten meer rijst dan het wereldwijde gemiddelde.

    Van begin jaren zestig tot begin jaren negentig nam de rijstconsumptie per hoofd van de bevolking geleidelijk toe, van gemiddeld 85 tot 103 kilo per jaar. Naarmate Azië zich verder aan de armoede ontworstelde begonnen mensen meer te eten, en rijst was beschikbaar en betaalbaar. In de armste Aziatische landen, zoals Bangladesh en Cambodja, blijft een volle rijstkom een teken van overvloed (in Bangladesh komt 70 procent van de calorieën van rijst) en de mensen blijven er steeds meer van eten. Maar in Azië als geheel stagneert de rijstconsumptie nu min of meer. In welvarender landen raakt rijst uit de mode. 
Cijfers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw duiden erop dat de rijstconsumptie in China, Indonesië en Zuid-Korea sinds 2000 is afgenomen en in Singapore geheel is ingestort. 
Rijkere Aziaten halen hun calorieën steeds meer uit groente, fruit, vlees, 
vis en zuivelproducten. En net als in 
Amerika stappen veel mensen over 
op een andere graansoort.

    Het is onwaarschijnlijk dat mensen in Azië elkaar zullen gaan begroeten met de vraag of ze al bagels hebben gegeten

    Waar de stalletjes in de straten van Zuidoost-Azië nog steeds rijst serveren, worden de chique winkelcentra steeds meer gedomineerd door tarwe. Tal van bakkerijen verkopen traditioneel Europees gebak en brood, naast typisch 
Aziatische specialiteiten. BreadTalk, een snel groeiende keten in Singapore, verdient kapitalen met floss buns, zoete witte kadetjes die besmeerd zijn met boter en ei, en door gedroogd en geplukt varkensvlees zijn gerold.

    Joseph Lee, de eigenaar van The Bread Table, een andere bakkerij in Singapore, schrijft de toenemende vraag toe aan toerisme en migratie. ‘Hoe meer mensen begonnen te reizen, des te vaker ze Europees brood wilden eten als ze weer thuiskwamen,’ zegt hij. 
‘Nu vragen sommige mensen om zuurdesem.’ In 2013 opende Lee de eerste van een keten op Europese leest geschoeide bakkerijen.

    De tarweconsumptie stijgt snel in landen als Thailand en Vietnam. Zuidoost-Aziatische landen zullen in de periode 2016-2017 23,4 miljoen ton tarwe consumeren, schat het Amerikaanse ministerie van Landbouw, tegen 16,5 miljoen in 2012-2013. Dat zal bijna allemaal geïmporteerd worden. Naar verwachting zal in Zuid-Azië 
de consumptie in diezelfde periode groeien van 121 miljoen naar 139 miljoen ton. India, dat tot voor kort een grote netto-exporteur van tarwe was, is een netto-importeur geworden. Een deel van de tarwe is voor diervoeder, maar het meeste is gewoon om door mensen te worden gegeten.

    Deze trend zal nog lang doorzetten, verwacht de Rabobank. Zuidoost-Aziaten eten nog steeds maar 26 kilo tarwe per jaar, veel minder dan het mondiale gemiddelde van 78 kilo. Ze lijken zich niets aan te trekken van prijsverhogingen: toen het graan tussen 2009 en 2013 duurder werd bleef de tarweconsumptie onverminderd groeien, al nam het gebruik voor diervoeder af. Toch zal rijst voor veel Aziatische culturen het belangrijkst blijven. Het is onwaarschijnlijk dat mensen elkaar zullen gaan begroeten met de vraag of ze al bagels hebben gegeten.

    Oergranen

    Terwijl West-Afrikanen hun bord met rijst vullen en Zuidoost-Aziaten aan ciabatta’s knabbelen, onthouden Amerikanen zich steeds meer van beide. ‘Op een gegeven moment is het welletjes,’ zegt Craydon Chong, analist bij de Rabobank. En tarwe heeft nieuwe concurrenten, vooral in de rijkste wijken van Amerika. Of preciezer gezegd: nieuwe oeroude concurrenten.

    Café Gratitude is een vegetarisch fijnproeversrestaurant in Venice Beach, een wijk in Los Angeles die zelfs naar de maatstaven van die metropool bijzonder gezondheidsbewust is. Elk item op de menukaart is daar een bevestiging van, dus word je geacht een gerecht dat ‘Glorious’ heet te bestellen door te verklaren: ‘Ik ben glorieus.’ 
Er zijn ook pizza’s beschikbaar, maar dan gemaakt van eenkoren en kamut. Tot de bijgerechten behoren bruine rijst en quinoa.

    Eenkoren en kamut zijn allebei tarwesoorten. Volgens de voorstanders hebben ze een lange stamboom en 
zijn ze ontsnapt aan het geknoei van moderne plantenkwekers. Quinoa is iets anders: het zaad van een plant 
die voornamelijk in Midden- en Zuid-Amerika groeit. Zulke graansoorten worden, naast diverse andere, op de markt gebracht als ‘oergranen’. 
Ze heten gezonder en authentieker 
te zijn dan gewone rijst en tarwe. 
Ze zijn in elk geval duurder.

    Een paar kilometer ten noorden van Venice Beach, op de boerenmarkt van Santa Monica, verkoopt Larry Kandarian biologische zwarte gerst voor 9 dollar per pond en Ethiopische blauwe farro (een andere tarwesoort) voor 7 dollar. De hang naar ‘deugdzame’ granen beperkt zich niet tot Californische voedseladepten. In 2015 introduceerde General Mills, een grote Amerikaanse voedselproducent, een ontbijtgraanproduct dat Cheerios + ancient grains heet en kamut, havervlokken, quinoa en spelt bevat. Pastamerk Ronzoni heeft een pasta met 
amarant, gierst, sorghum en teff ontwikkeld. Datassential, een marktonderzoeksbureau dat 
restaurantmenu’s afspeurt, meldt dat 9 procent van de gewone 
restaurants en 16 procent van de duurdere in 2016 quinoa aanbood. Sorghum, dat Amerikanen lange tijd aan hun vee hebben gevoerd, sluipt ook de menukaart binnen, evenals gierst, dat gewoonlijk als vogelzaad wordt gebruikt.

    Het is nog te vroeg om te zeggen of oergranen meer dan een bevlieging zijn. Hoewel de mondiale quinoaproductie is gestegen van 58 duizend ton in 2008 tot 193 duizend in 2014, stelt het nog steeds niet veel voor vergeleken bij rijst, tarwe of maïs. De belangrijkste graansoorten profiteren van hechte netwerken van landbouwonderzoeksinstituten die zich inspannen 
om de opbrengst te vergroten 
en ziektes te onderdrukken. 
Ze worden vaak gesubsidieerd.

    Toch zijn het de consumenten en niet de overheden die uiteindelijk achter veranderingen in eetgewoonten zitten. En bijna overal lijken consumenten een voorkeur voor nieuwigheden te hebben ontwikkeld. Zelfs in arme Afrikaanse en Aziatische landen wint verpakt voedsel aan populariteit, zegt Thomas Reardon. Hij is met name verrast door de opkomst van tarwenoedels in Afrika. Indomie, een Indonesisch bedrijf, begon halverwege de jaren negentig noedels te produceren in Nigeria. Het heeft inmiddels diverse concurrenten in dat land, en elders in West-Afrika neemt de vraag toe. De heerschappij van de rijst zou weleens van korte duur kunnen blijken.

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

  • 2. Kleine vegetarische planeet in China

    2. Kleine vegetarische planeet in China

    Chinese vegetariërs leven nog vaak in een isolement. Daar wil de website De vegetarische planeet iets aan doen.

    Vegetariër worden is geen beslissing die je gemakkelijk neemt. Liu Huixin, hoogleraar aan de faculteit voor Economie en Management van de Qinghua Universiteit in Beijing, heeft er tien maanden over gedaan om de sprong te wagen, vanaf het moment dat ze in aanraking kwam met het boeddhisme. ‘Nadat ik meer dan dertig jaar vlees had gegeten, was het voor mij niet gemakkelijk 
om van de ene op de andere dag te 
veranderen,’ vertelt ze.

    Drieënhalf jaar vegetarisch eten heeft haar alleen maar in haar overtuiging gesterkt, maar ze geeft toe dat ze in 
het dagelijks leven menigmaal in de verleiding komt, vooral voor de tv, op internet en in haar vriendenkring. 
‘Ik heb de indruk dat de grote media vlees te allen tijde op de eerste plaats stellen,’ constateert ze.

    Liu Huixin is niet de enige die daar last van heeft. Volgens een reportage uit 2014 van de Chinese radiozender PRI (Public Radio International) maakten vegetariërs op dat moment, met ruim 50 miljoen personen, 4 à 5 procent van de Chinese bevolking uit. Zelfs als die schatting op dit moment niet meer helemaal klopt, zijn het er beduidend minder dan de bijna 10 procent vegetariërs in Europa en de Verenigde Staten. Maar het aantal vegetariërs in China neemt voortdurend toe, als gevolg 
van de hang naar een gezonder leven.

    ‘We willen een ander beeld van vegetariërs geven, want het hoeven niet per se godsdienstfanatici, asocialen of bizarre mensen te zijn’

    Zhang Si is ook zo iemand. Zij heeft besloten nog verder te gaan door een vegetarische site te beginnen. Anders dan Liu Huixin, die om religieuze redenen besloot vegetariër te worden, heeft Zhang Si zich in 2012 tot het vegetarisme bekeerd uit ecologische overwegingen en uit compassie met dieren. 
In maart 2013, toen ze in New York 
studeerde, heeft ze op WeChat, een Chinese sociale media-app, de site 
De vegetarische planeet gelanceerd, waarop ze artikelen over vegetarisme publiceert die door haarzelf zijn geschreven of, op bestelling, door anderen.

    Liu Huixin is een vaste bezoeker van 
de site. ‘De artikelen zijn erg nuttig. 
Ze hebben me doen inzien dat er op de wereld veel andere mensen zijn zoals ik en dat ik niet een geïsoleerd geval ben.’ Dat isolement lijkt het lot van veel vegetariërs, en het is dat gevoel van eenzaamheid dat Zhang Si heeft willen doorbreken door vegetariërs in staat te stellen zich te verenigen en zo een immense ‘planeet’ te vormen.

    Veel vegetariërs of flexitariërs zijn op zoek naar recepten of adviezen over de keuze van producten en de voedingswaarde daarvan, en de artikelen op 
De vegetarische planeet beantwoorden voor een groot deel aan die behoefte.

    Chefs presenteren hun gerechten tijdens een vegetarische kookwedstrijd in Hangzhou. –  © Xinhua News Agency
    Chefs presenteren hun gerechten tijdens een vegetarische kookwedstrijd in Hangzhou. – © Xinhua News Agency

    ‘We willen ervoor zorgen dat vegetarisch eten een manier van leven wordt die voor iedereen mogelijk is. We willen een ander beeld van vegetariërs geven, want het hoeven niet per se godsdienstfanatici, asocialen of bizarre mensen te zijn,’ aldus Zhang Si.

    Liu Huixin heeft veel waardering voor de content van de minisite. Volgens haar geven de gepubliceerde artikelen de indruk dat vegetarisme erg in is. 
‘Als je het vegetariër-zijn weet te 
presenteren als iets wat helemaal van deze tijd is, zullen veel meer mensen het willen proberen,’ zegt ze.

    De vegetarische planeet wordt voor 80 procent van artikelen voorzien door vier redacteuren, de resterende 20 procent is afkomstig van bezoekers van over de hele wereld. Op dit moment telt de site 230.000 vaste bezoekers, onder wie een flink aantal niet-vegetariërs. De artikelen worden gemiddeld twintigduizend keer gelezen.
    Dankzij deze gunstige cijfers heeft Zhang Si De vegetarische planeet een nieuwe impuls kunnen geven. Ze 
biedt haar bezoekers nu ook online voedingsproducten aan. Momenteel werken al meer dan honderd merken samen met de site, of zijn dat op korte termijn van plan.

    Auteur: Wang Yi

    Lanxiong Tiyu
    China | lanxiongsports.com

    Deze website werd twee jaar geleden opgericht door twee Chinese journalisten, op basis van een blog op het Chinese sociale netwerk WeChat. De site is de grootste leverancier van sportnieuws in China.

  • 1. Eigen keuken eerst

    1. Eigen keuken eerst

    In Italië, maar ook in andere landen, worden buitenlandse restaurants geweerd omdat ze een bedreiging zouden zijn voor de lokale keuken. Verderfelijk nationalisme, vinden ze bij Eater.com.

    Veel succes als je een kebabtent in de historische wijk van Florence zoekt, een bord gebakken rijst in Verona of een hamburger in de chique Italiaanse badplaats Forte dei Marmi. Sinds 2009 hebben gemeentebesturen in heel Italië het openen van ‘buitenlandse’ of ‘etnische’ eethuizen verboden, met diverse verklaringen.

    Vorig jaar was het gemeentebestuur van Florence bang dat de Italiaanse cultuur zou verwateren door het om zich heen grijpen van buitenlands voedsel. ‘Onze traditionele trattoria’s en historische eethuisjes worden 
verdreven door massaal geproduceerd voedsel,’ zei burgemeester Dario 
Nardella van Florence tegen een Italiaanse krant. In Noord-Italië zei de 
burgemeester van Verona tegen 
The Telegraph dat het beperken van het meeste ‘buitenlandse’ of diepgevroren voedsel ertoe zou leiden dat er ‘geen zaken meer worden geopend die eten verkopen dat is bereid op een manier die een inbreuk zou kunnen zijn op het decorum van onze stad’. Naar verluidt overweegt ook Venetië een van deze zogeheten UNESCO-wetten, die historische steden beschermen tegen invloeden van buitenaf.

    Je kunt deze wetten moeilijk als iets anders beschouwen dan een nieuwe vorm van nationalisme. Italië is niet het enige land dat voedsel met een 
buitenlands vleugje weert. In 2011 
verbood Frankrijk ketchup tijdens de schoollunch (behalve bij de friet, die maar eenmaal per week mocht worden geserveerd). Toen sommige mensen 
er lucht van kregen dat Denemarken halalgehaktballen serveerde in ziekenhuizen en op scholen, waren ze laaiend: de Deense Volkspartij, die immigratie wil beperken en gedwongen assimilatie van immigranten voorstaat, was van mening dat zulke praktijken ‘discriminerend waren voor de Deense cultuur’.

    ‘Geen xenofobie’

    Italiaanse politici proberen hun bedoelingen op een andere manier te rechtvaardigen. ‘Deze maatregel heeft niets met xenofobie te maken – hij is alleen bedoeld om onze cultuur te beschermen en op waarde te schatten,’ zei Umberto Buratti, burgemeester van Forte dei Marmi, in 2011 over zijn verbod op ‘buitenlands’ voedsel. ‘We zouden ook nee zeggen tegen Amerikaanse hamburgerketens.’

    Maar als je iets hebt gelezen over Brexit, of over het inreisverbod voor moslims of een van de vele andere overheidsmaatregelen, moet het verhaal je bekend voorkomen. Globalisering is eng! Industrialisering vernietigt al onze banen! Immigranten – met name moslims – overspoelen ons als een tsunami en zullen onze cultuur voor eens en voor altijd verdrinken!

    Hoewel sommige landen (hallo VS!) immigratie in haar geheel willen beperken, vinden wetgevers elders het politiek aanvaardbaarder om verklaringen te verzinnen als ‘we willen niet dat onze nationale cultuur wordt ondermijnd of “gedisneyficeerd”’. Natuurlijk zijn er mensen die zich echt zorgen maken dat hun culturele erfenis wordt weggespoeld. Volgens Fabio Parasecoli, directeur Voedselstudie-initiatieven aan de New School in New York en auteur van talrijke boeken over de Italiaanse eetcultuur, hebben sommige 
Italianen het idee dat ‘toeristen niet naar Italië komen om Chinese restaurants of McDonald’s te zien’ en vinden ze het belangrijk ‘de sfeer te behouden die belangrijk is voor het toerisme, dat een van de belangrijkste bronnen van inkomsten is voor steden en dorpen’.

    Maar zoals gezegd, je kunt deze wetten en de vaak tegen immigratie gekante politieke partijen die erachter zitten moeilijk als iets anders beschouwen dan een nieuwe vorm van nationalisme.

    Snelle hap maakt furore in Zuid-Afrika. (Zie tekst beneden)
    Snelle hap maakt furore in Zuid-Afrika. (Zie tekst beneden)

    In 2007 wees een onderzoek van het Pew Research Center uit dat 94 procent van de Italianen ‘immigratie als een groot probleem’ beschouwde en dat 73 procent vond dat immigranten een negatieve invloed op het land hadden. Om nog even wat zout in de wonden 
te wrijven: Italië werd uitzonderlijk zwaar getroffen door de recessie en het IMF heeft onlangs voorspeld dat de Italiaanse economie zich niet vóór 2020 zal herstellen tot het niveau van 2007.

    In veel gevallen hebben de verboden zeer wezenlijke gevolgen voor een 
deel van de middenstand in Italië. 
‘De meerderheid van de eethuisjes en buurtwinkeltjes is inderdaad in handen van niet-etnische Italianen,’ zegt Gregoria Manzin, hoogleraar 
Italianistiek aan de Australische La Trobe-universiteit.

    Italië hecht volgens Manzin zeer aan zijn eetcultuur omdat ‘Italianen Italianen zijn door wat ze eten en hoe ze het eten’. Toch heeft de consumptie van niet-lokaal voedsel ook economische gevolgen. De landbouw-, voedings- en horecasector in het land is goed voor 8,7 procent van het bnp. De economie hapert, het geboortecijfer daalt en de immigranten – en hun niet-Italiaanse eten – stromen in steeds groteren getale binnen.

    Parasecoli kan wel enig begrip opbrengen voor dit standpunt en zegt dat er ‘een sterk gevoel heerst overspoeld te worden’ door immigranten die vaak naar Italië komen voordat ze doorreizen naar andere Europese landen, al zijn er ‘tegelijkertijd hele sectoren die functioneren dankzij immigranten’. Hij zegt dat Italië bezig is ‘een land van oude mensen te worden’ en dat veel scholen alleen maar genoeg leerlingen hebben om open te kunnen blijven dankzij immigranten.

    Het is een explosieve combinatie: een land met sterke tradities dat bang is voor verandering en een bevolking die huiverig is om mensen van buiten te halen om hun land draaiende te houden.

    Eten is niet alleen een manier om mensen samen te brengen, het is ook een manier om ze uit elkaar te houden

    Slow Food International, dat het licht zag tijdens het protest tegen de vestiging van een McDonald’s in de buurt van de Spaanse Trappen in Rome, ziet een groot verschil tussen het beschermen van het traditionele voedsel en het beperken van buitenlandse invloeden. ‘Wij zetten ons in voor korte aanvoerketens en niet voor een ideologische ban op andere culturen,’ aldus secretaris-generaal Paolo Di Croce in een e-mail. Als voorbeeld noemt hij de eigenaar van een Chinees restaurant in Turijn die een moestuin heeft waar hij Chinese groenten verbouwt om traditionele recepten met verse ingrediënten te kunnen bereiden. ‘Die kok behoort absoluut tot het Slow Food-netwerk, en wij steunen hem,’ zegt hij.

    Het is belangrijk op te merken dat het verbannen van ‘buitenlands’ voedsel veel moeilijker zou zijn in een immigratieland als de Verenigde Staten of zelfs Engeland, waar immigranten van oudsher een duidelijk (en volgens sommigen weldadig) stempel drukken op de nationale keuken. ‘Zo’n ban is alleen mogelijk wanneer men zich sterk bewust is van de waarde van een nationale of regionale keuken,’ zegt Heather Benbow, hoogleraar aan de Universiteit van Melbourne, die onderzoek heeft gedaan naar voedsel, diversiteit en xenofobie in Australië en Europa.

    ‘Niet-Europese en immigratielanden als de Verenigde Staten, Canada en Australië hebben de keukens van de immigranten verwelkomd als een wenselijk en zelfs wezenlijk onderdeel van het stedelijk leven,’ zegt ze. Toch kunnen zelfs landen waar buitenlands voedsel wordt geaccepteerd en gewaardeerd hun eigen onderstromen van culinaire xenofobie hebben: zoals de angst voor Chinees voedsel dat barstensvol [smaakversterker] ve-tsin zit, of als je gewoon wéét dat je een voedselvergiftiging hebt opgelopen in dat Thaise restaurant waar je gegeten 
hebt, zonder ook maar een moment 
de salade in dat tentje met eigen 
moestuin te verdenken.

    Eten is niet alleen een manier om mensen samen te brengen, het is ook een manier om ze uit elkaar te houden. ‘Eten kan al bestaande interculturele spanningen versterken en er een uitlaatklep voor bieden,’ zegt Benbow. 
We beoordelen mensen vaak op wat 
ze eten en niets is makkelijker dan iemand aanvallen op zijn eetcultuur – of hij nou een McDonald’s-liefhebber is of een veganist. Voeg daar nog bij dat restaurants toegankelijker zijn voor het publiek dan andere door immigranten gedreven bedrijven in etnische enclaves, en je hebt een gemakkelijk doelwit voor vandalisme, haat en xenofobie – zelfs in een immigratieland als de Verenigde Staten.

    Vorig jaar werd een kiprestaurant in New Jersey overspoeld door recensies op de culinaire site Yelp, waarin de eigenaars (onder andere) voor ‘terroristen’ werden uitgemaakt nadat hun zoon ervan werd verdacht betrokken te zijn bij bomaanslagen in Manhattan en New Jersey. De bestuursvoorzitter van yoghurtfabrikant Chobani kreeg doodsbedreigingen nadat hij maatregelen had getroffen om meer vluchtelingen in dienst te nemen. Bloeiende restaurants en kruidenierswinkels van immigranten worden publieke symbolen van het succes dat voor iedereen bereikbaar is, maar vaak ook het doelwit van geweld. Alleen al het afgelopen jaar is een Midden-Oosters restaurant in Oakland met uitwerpselen besmeurd, werd een Indiaas restaurant in Denver beklad met de woorden ‘Heil Trump’ en werd een restaurant in 
Galveston dat eigendom is van een moslimimmigrant uit Pakistan tweemaal binnen een week met spek 
bekogeld zodat het moest sluiten.

    Mensen doen er graag hoogdravend over hoe eten tot onderlinge acceptatie kan leiden. Maar voor het oplossen van immigratieproblemen en het beëindigen van xenofobie komt wel wat meer kijken dan een gemengde eettafel en een gezonde eetlust. Zoals Benbow zegt: ‘Sommige etnische keukens kunnen echt populair zijn zonder dat de meerderheid van de bevolking meer cultureel begrip kan opbrengen voor migranten.’

    Disneyficatie

    Menig politicus die voedsel in de ban wil doen omdat het een ‘slechte invloed’ op de plaatselijke cultuur zou hebben, heeft de opkomst van kebabzaken vergeleken met ‘Disneyficatie’. Maar hun definitie van dit woord doet me geloven dat ze nog nooit in een Disneypark zijn geweest. Door het wegnemen van de invloed van immigranten op de cultuur van je eigen land wordt dat land heus niet authentieker; daarmee omzeil je alleen alles wat ingewikkeld is, zodat een bezoek aan die geweldige plekken van de UNESCO-erfgoedlijst weinig verschilt van het dwalen door een door Disney ingericht Italiaans themapark. Het is niet veel anders dan zeggen dat het enige échte Italiaanse eten pizza is en dat de enige échte Italianen degenen zijn die ofwel bij de maffia zitten ofwel praten als Mario. De enige verklaring voor een voedselverbod is dat je er niet op kunt vertrouwen dat toeristen om de Italiaanse cultuur geven zonder hun toevlucht te nemen tot stereotypen.

    Spaghetti met tomatensaus is net 
zo goed een culinaire bastaard als de kebab die door een tentje in Verona wordt geserveerd. In 1844 werd het gerecht voor het eerst in een kookboek opgenomen. De tomaat komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en bereikte pas in de zestiende eeuw Italië. Spaghetti arriveerde in de middeleeuwen op Sicilië dankzij moslims. Zulke dingen hoor je nooit wanneer mensen het over voedselverboden hebben.

    De burgemeester van Forte dei Marmi gelooft dat de Italiaanse cultuur alleen ‘beschermd en op waarde geschat kan worden’ door een ban op buitenlands voedsel. Maar wie het Italiaanse eten tot de vorm van 2017 wil bevriezen heeft geen respect voor de keuken. Geen enkele cultuur heeft maar één geschiedenis of maar één soort voedsel, en pogingen om Italië, Frankrijk, Denemarken of welk land dan ook in een glazen vitrine te stoppen zullen niet kunnen voorkomen dat die landen zich ontwikkelen. Je ontkent er alleen maar de invloeden mee waardoor die landen groot geworden zijn.

    Auteur: Tove Danovich

    SNELLE HAP MAAKT FURORE IN AFRIKA

    Is dit het een nieuw signaal van de toenemende welvaart in Zuid-Afrika? ‘Vergeet de Duitse auto’s en de dure horloges maar: de toenemende consumptie van fastfood zou wel eens de meest betrouwbare aanwijzing kunnen zijn voor de toenemende welvaart van de middenklasse in Zuid-Afrika,’ schrijft het Zuid-Afrikaanse weekblad Mail & Guardian. De Burger Kings, vestigingen van Domino’s Pizza en Starbucks nemen de laatste jaren hand over hand toe. De consumptie stijgt, door toedoen van de zwarte middenklasse die in tien jaar tijd in omvang is verdubbeld. Andere factoren die het succes van de snelle hap stimuleren: de onverzadigbare trek van Zuid-Afrikanen in vlees, hun voorkeur voor eten buiten de deur en ten slotte het stijgende aantal vrouwen met een baan.

    ‘Dat laatste betekent twee inkomens per gezin dat dus meer te besteden heeft. Maar het betekent ook dat degene die traditionaal zorgt voor de maaltijden daar nu minder tijd voor heeft’, aldus het blad.

    ‘Iedereen koopt tegenwoordig zo veel mogelijk kant-en-klaarmaaltijden, vooral van de bekende merken. En dat betekent dat zelfs mensen die minder te besteden hebben hun weinige geld nog aan fastfood uitgeven.’

    BIJ OPENINGSBEELD:

    De verwachting dat in de komende dertig jaar de wereldbevolking met tweeënhalf miljard zielen zal toenemen ‘zal voorstellingsvermogen en compromissen op het bord vereisen om dagelijks tien miljard mensen te kunnen voeden’, schrijft New Scientist. Het zal ‘een groene revolutie 2.0’ vergen volgens het Britse wetenschappelijke tijdschrift, dat een aantal extreme oplossingen opsomt voor de gastronomie van overmorgen. 
Er bestaan wat dat betreft 
verschillende stromingen, die elk onze eetlust op de proef zullen stellen. De synthetische productie van eieren en koemelk zonder dat er een dier aan te pas komt, bijvoorbeeld. Of termieten en rupsen, die immers rijk zijn aan eiwitten. Of groenten en kruiden die dankzij genetische manipulatie worden opgekweekt uit 
de darmbacterie E. coli…

    Eater
    VS | eater.com

    Dankzij de twee bloggers Lockhart Steele en Ben Leventhal is Eater groot en voornaam geworden als het over gastronomie gaat.