Mannen willen een mooie vrouw en vrouwen een rijke man. Volgens evolutiepsychologen komt die trend voort uit aangeboren biologische impulsen. Maar met de toegenomen gendergelijkheid zijn partnerkeuzes ook veranderd.
Al tijdens hun eerste afspraakje zitten Mia en Josh te praten alsof ze elkaar al jaren kennen. Josh vindt het leuk dat Mia zo gevat is; Mia vindt Josh warm en goedlachs. Er bloeit iets moois tussen hen op, al worden ze zo nu en dan toch allebei bekropen door twijfel. Josh is de belangrijkste verzorger van een kind uit een eerder huwelijk en zijn financiële vooruitzichten zijn niet al te gunstig. Mia kan daar niet mee zitten, want Josh’ karakter maakt dat meer dan goed. Maar toch, hij is niet het type waar ze normaal gesproken op valt – het type dat veel jonger is dan zij, en ook nog eens sportief en aantrekkelijk. Josh droomt ondertussen van een vrouw die niet alleen geld heeft, maar ook nog eens ambities, status en een goede opleiding, en die het liefst ook nog gepromoveerd is (als het even kan in twee verschillende vakgebieden). Dat Mia alleen een academische graad heeft, is wel een struikelblok. Het is tenslotte de norm dat het vooral mannen zijn die ‘een goed huwelijk’ sluiten. Dit scenario klinkt misschien wat merkwaardig, en dat is ook de bedoeling: Ik heb een anekdote verzonnen over hoe de heteroseksuele dating scene er over honderd jaar uit zou kunnen zien. Momenteel lijkt het verlangen naar een jonge, aantrekkelijke partner van de andere sekse meer te spelen bij mannen dan bij vrouwen. En vrouwen zullen status en geld vaak laten prevaleren boven leeftijd en uiterlijk. Waarom? Veel evolutiepsychologen schrijven deze trend toe aan de macht van aangeboren biologische impulsen. Zij betogen dat vrouwen een oerverlangen hebben naar rijke mannen die voor hun kinderen kunnen zorgen tijdens de zwangerschap en de lange periode waarin de kinderen moeten worden grootgebracht. Mannen maken zich ondertussen vooral druk over de vruchtbaarheid van vrouwen, en daarvoor zijn uiterlijk en schoonheid goede indicatoren. In het verre verleden was dit gedrag adaptief en daarom heeft de evolutie het geselecteerd en voorgoed in onze genen gecodeerd. Natuurlijk, het moderne paringsritueel ziet er heel anders uit dan bij onze voorouders. ‘Desondanks worden de seksuele strategieën van onze voorouders ook nu nog met evenveel verve ingezet,’ schrijft psycholoog David M. Buss in The Evolution of Desire (2003).
Partnervoorkeuren
‘Ook in onze moderne wereld houden we vast aan onze geëvolueerde theorie over partnerkeuze omdat het de enige theorie is die wij kennen.’ (Er is maar weinig historisch of intercultureel onderzoek gedaan naar de partnervoorkeuren van LGBT’ers; zulke vragen zijn zonder meer belangrijk, maar helaas beschikken we over onvoldoende gegevens om daar goed onderzoek naar te doen.) De afgelopen vijftig jaar heeft er echter een aardverschuiving plaatsgevonden op het gebied van genderrollen. [In Nederland kregen vrouwen pas in 1994 wettelijk recht op gelijke beloning voor gelijk werk, en verkrachting binnen het huwelijk werd pas in 1991 strafbaar.] Je zou toch verwachten dat deze veranderende opvattingen over relaties hun weerslag hebben op de partnerkeuzes van heteroseksuele mannen en vrouwen? Of zijn we nog altijd willoos overgeleverd aan onze biologische bestemming, zoals evolutiepsychologen beweren?
De resultaten van het onderzoek zijn duidelijk: mannen en vrouwen groeien steeds meer naar elkaar toe in hun partnerkeuzes. Die ontwikkeling is duidelijk gelinkt aan de toegenomen gelijkheid tussen de seksen, waarbij vrouwen steeds meer toegang krijgen tot bepaalde middelen en mogelijkheden in het bedrijfsleven, de politiek en het onderwijs. In samenlevingen waar minder gelijkheid is tussen de seksen, zoals Turkije, geven vrouwen aan de financiële vooruitzichten van een partner maar liefst twee keer zo belangrijk te vinden als in landen met een grote gendergelijkheid, zoals Finland. Net zoals bij Josh en Mia zullen Finse mannen nu eerder dan Finse vrouwen hun partnerkeuze baseren op de opleiding die de ander heeft gehad.Natuurlijk varieert binnen elke maatschappij de mate van seksisme, en het algehele niveau van gendergelijkheid binnen een land laat zich niet altijd vertalen naar gendergelijke verhoudingen tussen individuen. Maar als de voorkeuren bij de partnerkeuze biologisch zijn bepaald, dan zou individueel seksisme daar geen invloed op moeten hebben. Uit onderzoek in negen landen blijkt echter het tegenovergestelde. Hoe minder positief een man staat ten opzichte van gendergelijkheid, hoe meer waarde hij hecht aan kwaliteiten als jeugdigheid en aantrekkelijkheid bij vrouwen; en hoe minder positief een vrouw staat ten opzichte van gendergelijkheid, hoe meer waarde zij hecht aan geld en status bij mannen.
Deze gegevens wijzen op enkele zwakke plekken in het verhaal van de evolutionair psycholoog
Deze gegevens wijzen op enkele zwakke plekken in het verhaal van de evolutionair psycholoog. Als genen bepalen wat we belangrijk vinden bij de partnerkeuze, hoe kan het dan dat onze naar verluidt ingebakken instincten, evenredig aan de mate van gendergelijkheid op maatschappelijk en individueel niveau, aan kracht inboeten? Toegegeven, ook evolutionair psychologen onderkennen dat culturele factoren en lokale gebruiken van invloed kunnen zijn op de manieren waarop mensen een partner kiezen. Maar gendergelijkheid wordt niet tot die factoren gerekend, aangezien zelfs in betrekkelijk gendergelijke samenlevingen de kloof tussen de voorkeuren bij mannen en vrouwen weliswaar kleiner wordt, maar niet geheel verdwijnt. Maar het ontstaan van een kleinere kloof ondersteunt onze aanname juist: het verschil wordt slechts kleiner in de mate waarin de gendergelijkheid groter wordt. Om het verschil helemaal te doen verdwijnen zou er sprake moeten zijn van een volledige gendergelijkheid. Maar daarvan is tot op heden geen sprake.
Verenigd Koninkrijk | website | aeon.co/magazine Deze site, met als motto ‘lees dieper’, werd opgericht in september 2012 en publiceert dagelijks een essay, waarbij de relativering van het snelle dagelijks leven vooropstaat.
Van de kandidaten die het in de Amerikaanse midterm-verkiezingen opnamen tegen oudgedienden, was bijna de helft vrouw – een absoluut record.
Zoals de 29-jarige Alexandria Ocasio-Cortez, die voor New York in het Huis van Afgevaardigden werd gekozen. Zal deze inhaalslag aanhouden? In Europa en elders worden regeringen met gelijke vertegenwoordiging onontkoombaar. Hoewel mannen veruit de meerderheid op sleutelposities behouden, lijkt een nieuwe generatie politici te zijn opgestaan.
De nieuwkomers in het Amerikaanse Congres poseren op Capitol Hill in Washington, met op de voorste rij van links naar rechts: Angie Craig, Kim Schrier, Alexandria Ocasio-Cortez, Debbie Mucarsel-Powell, Abby Finkenauer en Sharice Davids. Maar waar laat je
Met elf vrouwen in het nieuwe kabinet is Spanje koploper in een wereldwijde trend. Benoem je als regeringsleider geen vrouwen, dan kun je tegenwoordig rekenen op afkeuring.
Een actief beleid voor meer gendergelijkheid bij de overheid, dus evenveel mannen als vrouwen aan het hoofd van een ministerie of op andere kabinetsposten, leek lange tijd voorbehouden aan vrouwvriendelijke Scandinavische landen en zeer vooruitstrevende landen als Canada en Costa Rica. Dat is nu verleden tijd.
De onlangs gekozen president van Mexico, Andrés Manuel López Obrador, die in december zal aantreden, heeft laten weten dat vrouwen acht posities zullen bekleden binnen zijn zestienkoppige regering – en daar valt ook de machtige positie onder van minister van Binnenlandse Zaken.
En de nieuwe premier van Spanje, Pedro Sánchez, heeft onlangs als eerste wereldleider op bijna tweederde van de kabinetsposten vrouwen benoemd. Geen enkel ander land ter wereld heeft een hoger percentage door vrouwen geleide ministeries. Dertig jaar geleden had Spanje helemaal geen vrouwelijke kabinetsleden.
In de Verenigde Staten bekleden vrouwen maar net 20 procent van alle posities binnen de regering en in het Verenigd Koninkrijk ligt dat percentage op 28. Wereldwijd is het gemiddelde 18,3 procent.
Als politicologen die onderzoek hebben gedaan naar de vertegenwoordiging van vrouwen in verschillende kabinetten, hebben wij de indruk dat de snelle opkomst van het aantal vrouwen dat in Spanje aan de macht komt, staat voor een trend die wereldwijd valt waar te nemen: zodra vrouwen eenmaal zijn doorgedrongen tot de hoogste regeringsniveaus, neemt hun aantal vrijwel altijd toe. Dit noemen we ‘de betonnen vloer’ van de politieke vertegenwoordiging van vrouwen. Wil een democratische regering tegenwoordig draagvlak hebben – met andere woorden: wil de bevolking vertrouwen hebben in de beslissingen van die regering – dan moeten er vrouwen in die regering zitten.
Spaanse doorbraak
Het is niet zo dat bij elke nieuwe regering het aantal vrouwen automatisch stijgt. Maar als je kijkt naar de samenstelling van nieuw geformeerde regeringen – dus kabinetten die vlak na een verkiezing zijn samengesteld – in Spanje, Frankrijk, Australië, de Verenigde Staten, Canada, Chili en het Verenigd Koninkrijk in de periode 1929-2016, dan zien we dat het percentage vrouwen in die landen cumulatief toeneemt, dwars door de tijd en de politieke scheidslijnen heen.
Na veertig jaar dictatuur onder generaal Francisco Franco werd Spanje in 1977 weer een democratie. Maar het zou nog ruim tien jaar duren voordat er ook vrouwen werden benoemd in de nieuw geformeerde democratische regering van Spanje. Spanjes historische doorbraak kwam in 2004, toen de socialistische premier José Luis Rodríguez Zapatero, die zichzelf als feminist bestempelt, het eerste gendergelijke kabinet van het land benoemde: acht vrouwen en acht mannen. Momenteel worden elf van de zeventien ministersposten in Spanje bekleed door vrouw. Dat geldt – voor het eerst in de geschiedenis van Spanje – ook voor de post van minister van Financiën.
De recente geschiedenis van Frankrijk laat een vergelijkbaar beeld zien. In 2007 benoemde president Nicolas Sarkozy zeven vrouwen in zijn vijftienkoppige kabinet. Zijn voorganger, de socialist François Hollande, had zeventien vrouwen in zijn 34-koppige kabinet. Toen president Emmanuel Macron in 2016 campagne voerde, beloofde hij een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen. Momenteel telt zijn kabinet elf mannen en elf vrouwen.
Ons onderzoek heeft uitgewezen dat leiders die hun macht gebruiken om het aantal vrouwen in hun kabinet te vergroten, daar nooit voor worden afgestraft door het electoraat en er zelfs wereldwijd voor worden geroemd. Nog maar een paar jaar geleden kreeg de Canadese premier Justin Trudeau vanuit de hele wereld lof toegezwaaid omdat hij een gendergelijk kabinet had samengesteld. De reden? We leven in 2015, zei hij tegen journalisten.
Leiders die beduidend minder vrouwen benoemen dan hun voorgangers, riskeren daarentegen veel kritiek van zowel de media als hun politieke tegenstanders. Het kan hun kiezers kosten.Toen de Australische premier Tony Abbott in 2013 maar één vrouw in zijn kabinet benoemde, moest hij dat ‘beschamende’ besluit verdedigen tegenover zijn kiezers, de oppositie en de media. Het kabinet van zijn voorganger telde drie vrouwelijke leden. Malcolm Turnbull nam twee jaar later Abbotts positie over en benoemde al snel vijf vrouwen in zijn team.
Een nieuwe generatie van vrouwelijke leiders.
Elk gendergelijk kabinet lijkt de verwachting te wekken dat er in een volgend kabinet minstens evenveel vrouwen zullen zitten. We hebben een aantal voorbeelden gevonden van leiders die minder vrouwen benoemden dan hun voorganger. Maar meestal zijn de verschillen marginaal.
De in 1990 gekozen president Patricio Aylwin, die de eerste Chileense regering na de dictatuur vormde, benoemde op slechts 5 procent van alle regeringsposten een vrouw. De eerste vrouwelijke president van Chili, de socialist Michelle Bachelet, vormde in 2006 een gendergelijke regering; vier jaar later benoemde haar conservatieve opvolger, Sebastián Piñera, zeven vrouwen in zijn 23-koppige kabinet.
Hoewel zijn regering niet gendergelijk was, waren vrouwen er beduidend meer in vertegenwoordigd dan in de regeringen van vóór Bachelet. Dit is een duidelijk bewijs dat het principe van de ‘betonnen vloer’ ervoor zorgt dat vrouwen deel uitmaken van de regering. In tegenstelling tot het ‘glazen plafond’ – de subtiele, onzichtbare barrière die voorkomt dat vrouwen op machtige posities komen – wordt de betonnen vloer duidelijk erkend door alle leiders die wij hebben bestudeerd.
Een vergelijkbare standaard is van toepassing op andere vormen van politieke vertegenwoordiging in enkele landen die wij hebben bestudeerd. In Canada en de Verenigde Staten is een exclusief wit kabinet nauwelijks meer denkbaar. President Lyndon Johnson benoemde in 1966 als eerste een Afro-Amerikaan in zijn kabinet: Robert C. Weaver, minister van Volkshuisvesting en Stedelijke Ontwikkeling. Lincoln MacCauley Alexander werd in 1979 de allereerste zwarte minister van Canada.
De enige zwarte parlementariër in Spanje, Rita Bosaho, is pas in 2015 gekozen. In Spanje heeft nog nooit iemand uit een etnische minderheidsgroep een kabinetspost bekleed
Ondertussen zijn de regeringen in Duitsland en Spanje – landen met een steeds gevarieerdere bevolkingssamenstelling – nog altijd vrijwel exclusief wit. De enige zwarte parlementariër in Spanje, Rita Bosaho, is pas in 2015 gekozen. In Spanje heeft nog nooit iemand uit een etnische minderheidsgroep een kabinetspost bekleed.
In de zeven landen waarnaar wij hebben gekeken, was gender ons enige criterium bij het bestuderen van de verdeling van de posten. In die landen is al een kwart eeuw geen exclusief mannelijke regering meer geweest. Vrouwen maken de helft uit van de wereldbevolking. Dat gegeven wordt nu meer en meer zichtbaar binnen democratische regeringen – en dat is een duidelijk onomkeerbaar proces.
Het Britse broertje van de Australische website The Conversation, een onafhankelijke site voor nieuws en opinie, bezien vanuit overwegend academisch oogpunt. De site werd in 2011 opgericht door een groep journalisten en verwierf in korte tijd groot aanzien.
In de Verenigde Staten hebben vrouwelijke kandidaten de midterms gewonnen. Maar nu? Nu moeten ze zich staande zien te houden op een glazen klif in een mannenarena.
Een recordaantal vrouwen heeft zich kandidaat gesteld – en een recordaantal heeft gewonnen. Sommigen zijn erin geslaagd zittende politici uit het zadel te wippen en voorheen Republikeinse staten binnen te halen. Mikie Sherrill, een moeder van vier kinderen die tijdens de campagne sprak over haar tijd als gevechtspiloot, heeft gewonnen in New Jersey. Elaine Luria en Abigail Spanberger hebben allebei gewonnen in Virginia.
Lauren Underwood heeft gewonnen in Illinois. In de strijd om het gouverneurschap van Kansas heeft Laura Kelly het gewonnen van Kris Kobach – een van de belangrijkste mensen achter de plannen om het bepaalde groepen lastiger te maken hun stem uit te brengen. Dit jaar heeft ook een significant aantal gekleurde vrouwen zich verkiesbaar gesteld, en al heeft Stacey Abrams niet gewonnen in Georgia, vele anderen hebben wel gewonnen.
Allemaal hebben ze gewonnen dankzij de energie van vrouwelijke kiezers, die veelal hun afschuw uitten over president Trump en het chauvinistische gekonkel van het door mannen gedomineerde Witte Huis en Congres. Deze vrouwen zien de winst als een pleister op de nu al twee jaar etterende wond van een president die zich heeft opgewerkt via vrouwenhaat en racisme, en die nu zijn presidentschap gebruikt om die onverdraagzaamheid aan te scherpen.
Het ging er grof aan toe tijdens deze tussentijdse verkiezingen. De Democraten zijn er niet in geslaagd de Senaat over te nemen en vele veelbelovende kandidaten hebben het onderspit gedolven, maar de vrouwen hebben het er opmerkelijk goed van afgebracht. Begin dit jaar zullen er meer dan honderd vrouwen in het Huis van Afgevaardigden zitten; dat is nog nooit eerder voorgekomen. Hun opmars, tegen de stroom in, is opwindend en opmerkelijk, en het is zeer bemoedigend om te zien dat zovelen ‘als eersten’ een zetel in de Senaat hebben bemachtigd binnen onze democratie, die nooit echt een representatieve afspiegeling is geweest van alle groepen in onze samenleving.
Rotzooi opruimen
Tegelijkertijd maak ik me zorgen. De vrouwen zijn er nu, maar zij dragen een taak op hun schouders die ze maar al te vaak dragen: ze moeten de rotzooi van anderen opruimen.
De verkiezingsuitslag was niet één grote feministische roze wolk. Claire McCaskill en Heidi Heitkamp hebben hun zetel in de Senaat verloren.
Enkele vooraanstaande mannelijke kandidaten die grote steun genoten onder vrouwen hebben ook verloren, zoals Andrew Gillum en Beto O’Rourke. En er zijn natuurlijk ook Republikeinse vrouwen als overwinnaar uit de strijd gekomen. Marsha Blackburn, die zich verzette tegen abortusrechten en uiteindelijk verviel in zorgwekkend racisme, wist Tennessee binnen te halen. Kristi Noem ging aan kop in de race in South Dakota.
Tegenover alle kiezers die naar de stembus zijn gegaan om de boodschap af te geven dat president Trump bepaald niet het beste van Amerika vertegenwoordigt, staan vele Trump-aanhangers die de boodschap wilden afgeven dat de president wél staat voor hun Amerika. Deze kiezers zijn boos dat hun land meer mensen van buitenaf toelaat en verlangen terug naar een verleden waarin witte mannen het monopolie op de macht hadden en alle anderen hun plaats kenden.
De progressieve vrouwen die zich nu in de strijd hebben geworpen, hebben hun recht opgeëist om ook het land te vertegenwoordigen. Velen deden dat vanuit een nieuw soort vertrouwen, waarin ze gek genoeg worden gesterkt door Trump. Het feit dat hij de presidentsverkiezingen heeft gewonnen, laat zien dat iedereen het kan. De vrouwen lapten campagneconventies aan hun laars.
Ze praatten over hun gezin. Ze gaven borstvoeding in politieke reclame-uitingen. Ze waren openlijk competitief. Maar wanneer ze straks hun zetel innemen, zullen ze worden geconfronteerd met nieuwe verwachtingen, zowel van onze president, die lak heeft aan bestaande regels, als van hun mannelijke collega’s.
De verwachting is dat de Democratische vrouwen die nu zijn gekozen een werkelijke verandering teweeg zullen brengen en dat ze zullen doen wat ze hebben beloofd
In het zakenleven wordt door onderzoekers wel gesproken van de ‘glazen klif’: het verschijnsel dat vrouwen in tijden van crisis op hoge posities belanden, wat het lastig maakt successen te boeken. Als die vrouwen er vervolgens niet in slagen een schip vlot te trekken dat iemand anders aan de grond heeft laten lopen, worden zij verantwoordelijk gehouden voor de mislukking.
Het is zonder meer een positieve ontwikkeling dat er dit jaar zo veel vrouwen aan de verkiezingsstrijd hebben deelgenomen, dat zo veel vrouwen hebben meegewerkt aan de campagnes en dat zo veel vrouwen zich als vrijwilliger hebben ingezet. De verhalen over wie er hebben verloren, en waarom, zullen vrijwel zeker raken aan het thema identiteit. Men zal zich afvragen of de kandidaten zich niet te veel hebben ‘blindgestaard’ op identiteit, door zo te benadrukken dat ze geen witte mannen zijn en daardoor andere levens, ervaringen en prioriteiten hebben.
Een dergelijke simplistische visie lijkt gedoemd alle andere, genuanceerdere analyses naar de achtergrond te dringen, die gaan over de vraag hoe seksisme en racisme onze waarneming, onze voorkeuren en ons gedrag beïnvloeden. En daarmee gaat ze voorbij aan een verbluffende realiteit: de ‘Democratische golf’ in Amerika is te danken aan vrouwen.
Deze verkiezingen zijn misschien niet gunstig geweest voor de vrouwen die hebben verloren, maar de komende jaren zullen ook niet makkelijk worden voor de vrouwen die hebben gewonnen. De gedachte is dat we meer vrouwelijke leiders nodig hebben, niet alleen omdat een democratie eerlijker is als ze daadwerkelijk een afspiegeling is van de samenleving, maar ook omdat vrouwen misschien gewoon beter zijn in de dingen waarin onze huidige leiders tekortschieten – communicatie, samenwerking, het vermogen je Twittervingers in bedwang te houden en de politiek weer enige integriteit te verlenen.
De verwachting is dat de Democratische vrouwen die nu zijn gekozen een werkelijke verandering teweeg zullen brengen en dat ze zullen doen wat ze hebben beloofd: de strijd aanbinden met president Trump, zich sterk maken voor hun achterban, zorgen dat ons landelijke beleid een afspiegeling wordt van de samenleving. Het probleem is dat ze niet echt de middelen in handen hebben gekregen om dat te doen. De Republikeinen houden de meerderheid in de Senaat. Ze hebben een leider in het Witte Huis die heeft gezegd gewoon zijn eigen zin te zullen doordrijven.
Uit onderzoek is gebleken dat zowel in de politiek als in de zakenwereld vrouwen worden gestraft zodra de indruk ontstaat dat ze de publiciteit zoeken of zichzelf op de kaart willen zetten. Daarmee wordt vrouwelijke politici een cruciale manier ontnomen om te onderhandelen en zich sterk te maken voor bepaalde kwesties.
Ook zullen er meer ogen zijn gericht op vrouwelijke bestuurders, nu de minderheden aan de vergadertafel duidelijker zichtbaarder zijn. De vrouwen die nu zijn gekozen wacht dan ook de monumentale taak de huidige rotzooi op te ruimen die voor het grootste deel is veroorzaakt door mannen, zonder dat hun werk beloond zal worden.
Fragiele vooruitgang
Maar het echte verhaal bij deze verkiezingen draait niet om de vraag wat vrouwen al dan niet hebben gedaan, of wat wij al dan niet zullen gaan doen; dit is gewoon een volgende fase in het langdurige proces van vooruitgang en achteruitgang dat de strijd om burgerrechten en vrouwenrechten kenmerkt sinds het stichten van de Verenigde Staten.
Het rampzalige, autoritaire presidentschap van Donald Trump is mogelijk geworden doordat vóór hem een zwarte man het ambt bekleedde en Trump vervolgens ook nog eens werd uitgedaagd door een vrouw. Zijn presidentschap heeft op zijn beurt vele vrouwen ertoe aangezet zich verkiesbaar te stellen. En Trumps presidentschap is zo’n drama dat veel van die vrouwen ook daadwerkelijk zijn gekozen. Dergelijke overwinningen staan niet op zichzelf en zijn zelden absoluut.
Wanneer onze vrouwelijke bestuurders eenmaal zijn ingezworen, zullen ze ons soms teleurstellen, net zoals mannen dat doen. En ze zullen soms verbazingwekkend moedig zijn, net als mannen. Velen zullen harder werken dan hun collega’s zonder daarvoor erkenning te verwachten – iets wat je niet vaak ziet bij mannen. De realiteit is dat vrouwen, zelfs na al deze overwinningen, nog altijd minder dan een kwart van het Huis van Afgevaardigden uitmaken.
In het nieuwe Congres zullen we meer vrouwen en meer gekleurde mensen zien tussen de witte mannen, en dan zullen we constateren dat er vooruitgang is, zij het fragiel. Maar als we goed naar die gezichten kijken, zullen we zien dat onze afgevaardigden nog altijd geen afspiegeling zijn van alles waar Amerika voor staat.
Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402
De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.
Volgens deze journalist heeft Libanon niet veel meer te bieden dan de schoonheid van haar vrouwen. De missverkiezing is daarom een nationale gebeurtenis, die de mooie tijden uit de jaren zeventig laat herleven, terwijl het land lijdt aan ordeloze lelijkheid.
Libanon en Irak lijken op elkaar wat hun confessionalisme betreft en hun politieke leven dat in duigen ligt. Maar ze verschillen op een wezenlijk punt. In Irak moeten vrouwen hun schoonheid verbergen en lopen degenen die dat weigeren het risico te worden vermoord, zoals de afgelopen maanden vier keer is gebeurd.
In Libanon geldt het tegenovergestelde. Daar is het tonen van hun schoonheid zelfs een soort nationale sport voor vrouwen. Hoogtepunt daarvan was de verkiezing van de Libanese schoonheidskoningin op 30 september jongstleden. Zowel ministers en parlementariërs als vertegenwoordigers van de president van de republiek en de premier waren daarbij aanwezig.
De nationale en internationale pers besteedden er volop aandacht aan. De Libanese televisiezender MTV spaarde kosten noch moeite om alles uitgebreid in beeld te brengen en het evenement een cachet van mondiale importantie te verlenen. Deze zelfde zender deed een beroep op de Amerikaanse universiteit in Beiroet om intensieve opleidingstrajecten te organiseren die het dertigtal kandidaten moesten voorbereiden op metingen van hun ‘intelligentie’. Voorkomen moest worden dat de kandidaten al te domme en onnozele antwoorden gaven, zoals in het verleden nogal eens was gebeurd.
Heimwee
Maya Reaidy kwam als winnares uit de bus. Zodra haar overwinning bekend werd, hebben de twee belangrijkste christelijke partijen in het land, de Libanese Krachten en de Vrije Patriottische Stroming – die de macht over de stad Batroun, waaruit de winnares afkomstig is, onder elkaar betwisten – haar voor zich opgeëist.
Opvallend is de eensgezindheid die er rond haar persoon bestaat, zowel onder de juryleden als onder de duizenden genodigden en op de sociale media, een eensgezindheid die een breuk betekent met wat er tijdens eerdere verkiezingen gebeurde en die in strijd is met de mentaliteit van de Libanezen, die niets liever doen dan met elkaar van mening verschillen. Dit jaar had iedereen alleen maar oog voor Maya Reaidy. Iedereen bewonderde eendrachtig haar schoonheid.
Dat komt misschien doordat ze niet alleen maar mooi is, maar ook nog op Georgina Rizk lijkt, de Libanese schoonheidskoningin van 1970, die het jaar daarop tot Miss World werd uitgeroepen. De huidige winnares steekt niet onder stoelen of banken dat ze ‘die eervolle titel opnieuw in de wacht wil slepen’, oftewel dat ze tot Miss World hoopt te worden gekroond, net als haar voorgangster 47 jaar geleden.
Kortom, we zijn getuigen van een heftige heimwee naar de jaren zeventig. Het toenmalige Libanon was welvarend. Het was een toeristische trekpleister, het was vermaard om zijn ziekenhuizen, zijn universiteiten, zijn onderzoekscentra, zijn cafés en zijn theaters. Beiroet, met zijn kranten en zijn uitgeverijen, was de Arabische hoofdstad van de vrijheid van meningsuiting.
Ook toen werd de schoonheid van de vrouwen al als een van de charmes van Beiroet beschouwd. Bovendien waren de missverkiezingen een symbool van onafhankelijkheid, omdat de eerste plaatsvond in 1943, het jaar dat de Libanezen zich aan het Franse mandaat ontworstelden.
Maar in de jaren zeventig besteedde men er niet al te veel aandacht aan. De staat en de bevolking waren elders met hun gedachten. Georgina Rizk werd pas echt bekend toen ze tot Miss World werd verkozen. Maar over het algemeen werd een missverkiezing als een futiliteit beschouwd, omdat de Libanezen wel wat belangrijkers aan hun hoofd hadden. Ze wilden radicale veranderingen doorvoeren die de levensvreugde zouden bevorderen.
Nu is de situatie anders. Libanon is al zijn rijkdom verloren. De bronnenf zijn opgedroogd, de rivieren zwaar vervuild, de elektriciteitsvoorziening is in handen van bendes, de wegen zijn onbegaanbaar en de straten hebben geen trottoirs. De lucht is vervuild door kachels op stookolie, door de stank van zich almaar ophopend vuilnis en door het oorverdovende lawaai van holle polemiek.
De stranden zijn smerig en vergeven van de bacteriën, de boulevards zijn aan het oog onttrokken en ontoegankelijk geworden voor de gewone man, ten gerieve van enkele zakenmensen en andere machtige lieden, die allemaal bescherming genieten van de partijen die aan de macht zijn, terwijl de bergen worden aangevreten door andere, al even louche ondernemers.
Libanon vandaag de dag is synoniem met leugenachtigheid, hypocrisie, vuilspuiterij en ingewortelde corruptie. Er wordt naar hartenlust geplunderd, er wordt een klimaat van argwaan gecultiveerd, er wordt ingespeeld op de ergste onderbuikgevoelens, men geeft zich over aan grove taal en verwerpelijk gedrag. Lelijkheid kan een nietsontziend vernietigingswapen zijn. In elk geval voor de Libanese ziel.
Zonnestraal
Te midden van al deze ordeloze lelijkheid, is de verkiezing van een schoonheidskoningin als een zonnestraal. De schoonheid van de Libanese vrouwen is de laatste en enige bron van rijkdom. De nieuwe Miss Libanon is de quasi-officiële vertegenwoordiger van het land. Deze verantwoordelijkheid tegenover het vaderland, die op de schouders van vrouwen drukt, manifesteert zich steeds krachtiger in hun gedrag en hun denken naarmate de levensomstandigheden verslechteren. Uit welke sociale klasse ze ook afkomstig is, een Libanese moet mooi zijn. Dat is verankerd in het collectief bewustzijn.
Je ziet het aan de gezichtsuitdrukking van de vrouwen die je tegenkomt, waaruit maar één verlangen spreekt: dat je hun zegt hoe mooi ze zijn. Die kwelling gaat door tot op hoge leeftijd, met alle plastische chirurgie, drankjes en injecties van dien, die hier wat weghalen en daar wat toevoegen. Dat alles in de wetenschap dat hun ‘schoonheid’ zich volgens dezelfde criteria laat meten als die van de schoonheidskoningin: uiterlijk gaat boven intelligentie.
Zo manifesteert de geschiedenis van het land zich eens te meer in het lichaam van vrouwen. Niet in de vorm van moord, verwonding, steniging, verminking, brandmerking of achterstelling. Al ontbreekt het daar niet aan. Maar vooral doordat vrouwen worden verplicht om mooi te zijn, nog altijd.
Auteur: Dalal Al-Bizri
Al-Araby Al-Jadid
VK | dagblad | oplage onbekend
Deze ‘Nieuwe Arabische’ uit 2014 wordt gefinancierd door Qatar en gerund door het voormalige Arabisch-Israëlische parlementslid Azmi Bishara, die de nieuwe adviseur van de emir werd. De verschillende allianties die Bishara aanging, leverden hem de bijnaam Raspoetin van Doha op.
In het Iraakse dorp Al Bu Nahid worden vrouwen en mannen gelijk behandeld, zijn roken en frisdrank in de ban en religieuze twisten verboden.
De provincie Diwaniya in Zuid-Irak is een van de meest verpauperde streken in het land. De meeste mensen werken er op het land, waardoor ze hard werden getroffen door een droogte in april. Zoals bijna overal in Irak worden de straten van de stad Diwaniya gekenmerkt door afval, verstikkende uitlaatgassen en eindeloos getoeter van auto’s.
Maar in het het dorp Al Bu Nahid, net buiten de stad, zijn bewoners bezig een nieuw idee uit te werken over hoe Irak eruit zou kunnen zien. In een land waar ruim 30 procent van de Iraakse mannen lijdt aan ernstig overgewicht, heeft het dorp frisdrank in de ban gedaan en is er jaarlijks een hardloopfestival met duizenden deelnemers. In een land waar olie de economie en politiek stuurt, viert het dorp op 5 juni Wereldmilieudag en ontplooit het milieuvriendelijke initiatieven. In een land waar de benzineprijs 0,63 dollar per liter bedraagt, hebben fietsen in het dorp de voorkeur gekregen boven de auto als vervoermiddel.
Joggen
Deze initiatieven zijn grotendeels het geesteskind van Kadim Hassoun, een ingenieur die een aantal projecten in het dorp begon, nadat hij in Europa en het Midden-Oosten in aanraking was gekomen met ideeën over gezondheid, sociale betrokkenheid en milieu. Na een verblijf van achttien jaar in Dubai keerde Hassoen in 2014 terug naar Irak en probeerde daar, tot ongeloof van zijn dorpsgenoten, aan fitness te blijven doen. ‘Iedereen zag mij als een excentriekeling, maar ik deed er nog een schepje bovenop,’ vertelt hij. Uitgedost in trainingspak en hardloopschoenen jogde hij stug voort op het platteland. ‘Na een maand voegden twee mensen zich bij me, na twee maanden liepen er vijf mee, en eerlijk waar, na zes maanden had ik de meeste dorpsgenoten mee – vooral de tieners en twintigers.’
Naarmate het leger lopers aanzwol, kwamen zij uiteindelijk op het idee een ‘hardlopersfestival’ op te zetten. Elk jaar doen mensen van buiten het dorp, bijvoorbeeld uit de stad Diwaniya, nu mee aan het evenement. Volgens Hassoen zijn er vaak wel drieduizend deelnemers.
Het onverwachte succes van het festival, dat ook de aandacht van de media trok, dreef Hassoen ertoe meer projecten te creëren ter bestrijding van de sociale kwalen die zijn dorp in het bijzonder, en Irak in het algemeen, volgens hem teisteren. Verbodsborden voor toeteren en roken – alomtegenwoordige verschijnselen in Irak – hangen overal in het dorp. Hassoun wil graag benadrukken dat er geen sprake is van autoritaire handhaving. Wel is het zo dat wie de regels overtreedt, het gevaar loopt te worden uitgekotst door de overige dorpelingen, die de veranderingen van harte hebben ondersteund.
De regels (zie onder).
Een klein, vervallen gebouw, ergens bij de rivier, doet dienst als Huis voor de Cultuur. Binnen staan boeken, fictie en non-fictie, over een breed scala aan onderwerpen, en is er schilder- en knutselmateriaal. ‘Ik heb het Huis voor de Cultuur opgericht en ben vervolgens een bibliotheek begonnen – ik heb boeken uit binnen- en buitenland toegestuurd gekregen, zelfs uit Groot-Brittannië, de VS en Zweden,’ zegt Hassoun. ‘Ook hebben de meeste bibliotheken in Bagdad mij boeken gedoneerd.’
Tijdens een rondleiding in het Huis voor de Cultuur toont Hassoun kunstwerken die gemaakt zijn door kinderen uit de buurt. Kort geleden kwam er een kunstenaar uit Bagdad kinderen helpen een schilderij te maken waarin de rol van Unicef wordt geëerd. Portretten van mecenassen van Al Bu Nahid sieren de muren, waaronder dat van de Brits-Iraakse schrijfster Emily Porter, die enkele initiatieven van het dorp financieel heeft gesteund.
‘Ik heb grote waardering voor de nieuwe dingen die in ons dorp gaande zijn,’ zegt Ali Ghanem, een van de 750 inwoners. ‘Kadim heeft echt zijn best gedaan de situatie te verbeteren. We beseften dat sport goed voor ons was, dus hebben we het kampioenschap 200 meter hardlopen opgezet. Ook zijn frisdrank en roken uitgebannen. We wisten dat er iets goeds was aan ons dorp, en nu zien we het met eigen ogen – we zijn getuige van concrete veranderingen.’
‘Wij hebben tegen de mannen gezegd: nee, er is geen verschil tussen jou en haar. Maar dit heeft allemaal tijd nodig’
Als het gaat om de ontwikkeling van zijn ideale gemeenschap, ziet Hassoun twee grote knelpunten: sektarisme en de marginalisering van vrouwen. ‘In het Midden-Oosten komen de grootste problemen en conflicten door religie, omdat de grootste problemen steeds door de bril van religie worden bekeken. Dat doorbreken was een hoofdstreven in dit dorp.’
Sommige mensen zeggen dat Hassoun zich tegen religie keert. ‘Nee, zeg ik dan, ik probeer je religie juist te beschermen. Houd het geloof er alsjeblieft buiten. Ik zeg: als je over religie wilt praten, oké, ga dan eerst naar het Huis voor de Cultuur, neem een boek over de religie mee naar huis en lees het. En kom er dan hier over praten.’
Wat vrouwen betreft was de strijd nog moeilijker, gezien de mentaliteit op het Zuid-Iraakse platteland. Hassoun heeft twee dagen per week het cultuurcentrum voor vrouwen gereserveerd, mannen zijn dan niet welkom. Vrouwen kunnen een groot aantal lezingen bijwonen en sociale, medische en psychologische problemen bespreken met ngo’s.
In veel opzichten is de scheiding tussen de seksen hier minder strikt dan elders in Irak. Hassoun wijst naar het gemeentehuis, een groot, met riet bedekt gebouw aan de ingang van het dorp, en vertelt dat de vrouwen van Al Bu Nahid daar welkom zijn, iets wat in andere dorpen niet vanzelfsprekend is. ‘Wij hebben tegen de mannen gezegd: nee, er is geen verschil tussen jou en haar. Maar dit heeft allemaal tijd nodig.’
Andere dorpen hebben lering getrokken uit het succes van Al Bu Nahid. Nu IS is verslagen, lijkt Irak eindelijk het sektarische geweld en de sfeer van angst en repressie te boven te komen. Nu oorlog en geweld op de achtergrond raken, beginnen Irakezen meer aandacht te krijgen voor de sociale en economische kwalen die hun land plagen. Voor Hassoun is Al Bu Nahid een mogelijke blauwdruk voor hoe Irak zichzelf zou kunnen rehabiliteren, met een opener, gezonder gemeenschapsleven. ‘Het is niet makkelijk,’ zegt hij. ‘Maar ik probeer tenminste wat.’
Auteur: Alex MacDonald
Vertaler: Carl Stellweg
CONTEXT: De regels
Aan de ingang van het dorp stipuleren twee uithangborden – een in het Engels, een in het Arabisch – een aantal (losjes gehandhaafde) regels:
1. Niet roken
2. Geen ruzie om godsdienst
3. Geen getoeter
4. Geen politieke discussies
5. Eerbiediging van verkeersregels
6. Geen bomenkap, want het milieu is onze verantwoordelijkheid
De website Middle East Eye werd in 2014 opgericht en wil de voornaamste nieuwsbron zijn voor het Midden-Oosten. Hoofdredacteur is David Hearst, voormalig buitenlandredacteur van The Guardian. Volgens critici heeft de site banden met de Moslimbroeders.
Wetenschappers komen steeds meer te weten over dromen. Waarom zijn ze bijvoorbeeld zo vreemd? En dromen mannen en vrouwen anders? New Scientist zet de laatste inzichten op een rij.
Dromen zijn zo vreemd en voor ons zo betekenisvol dat we vaak de behoefte hebben ze aan anderen te vertellen, soms op het langdradige af. Maar als je weet wat er in het brein gebeurt tijdens het dromen, begint het veel zinniger te worden, en kan het interessantere gespreksstof opleveren dan wanneer je simpelweg je hart uitstort over de avonturen die je hersenen ’s nachts meemaken. Je vrienden zullen je dankbaar zijn. Dromen zijn veel belangrijker dan je zou denken – en we lijken er steeds minder te krijgen. Laten we het dus eens hebben over een paar algemene vragen over de nachtelijke hallucinaties die we dromen noemen.
1. Waarom zijn dromen zo vreemd?
Er is een goede reden waarom dromen zo grillig en eigenaardig zijn. Herinneringen aan ingrijpende gebeurtenissen in het leven – de zogenaamde episodische herinneringen – worden opgeslagen in het deel van de hersenen dat de hippocampus heet, en tijdens de Rapid Eye Movement (REM)-slaap worden signalen uit de hippocampus stopgezet. Dat betekent dat we, als we dromen, geen toegang hebben tot specifieke herinneringen aan dingen die in het verleden hebben plaatsgevonden.
Maar we hebben wel toegang tot algemene herinneringen aan mensen en plekken die de ruggengraat van onze dromen vormen. Tegelijkertijd wordt activiteit in hersengebieden die van doen hebben met emotionele processen geprikkeld, waardoor een overdreven emotioneel verhaal wordt gevormd dat die herinneringen aan elkaar rijgt.
Heb wat geduld en laat me een van mijn recente dromen als voorbeeld gebruiken. Ik droomde dat het huis waarin ik ben opgegroeid omringd was door water; ik moest proberen het raam uit te vliegen om te ontsnappen, maar ik was vergeten hoe ik moest vliegen. Het overweldigende gevoel was emotie – angst en vrees over het stijgende water en mijn onmacht om te vliegen.
Een ander deel van de hersenen, de dorsolaterale, prefrontale cortex die ons vermogen tot zowel logisch redeneren als het nemen van beslissingen regelt, is ook stilgelegd. Ik vraag me dus niet af waarom het water zo snel stijgt en ook niet waarom ik terug ben in mijn ouderlijk huis, en zelfs niet waarom naar de vrijheid vliegen een optie is.
Dit verschil in hersenactiviteit vergeleken met die in wakende toestand, helpt de vraag te beantwoorden waarom we het gevoel hebben dat we zo weinig controle hebben over onze dromen – we zijn toeschouwers, voor de gezelligheid meegegaan – en waarom we pas als we wakker worden vreemd opkijken van al die eigenaardige dingen. In mijn dromen haal ik vaak onderwater adem, alsof dat volslagen normaal is.
2. Dromen we alleen in de REM-slaap?
De studie van dromen – die eeuwenlang meer een oefening in vindingrijke verklaringen was dan iets wat bij benadering ook maar wetenschap mag worden genoemd – begon pas echt in 1953, toen Eugene Aserinsky en Nathaniel Kleitman van de Universiteit van Chicago elektroden plaatsten op het hoofd van vrijwilligers en ze tijdens verschillende slaapstadia wakker maakten. Ze ontdekten de REM-slaap en het verband met dromen.
Recente experimenten hebben aangetoond dat we tijdens onze hele slaapperiode dromen, en niet alleen in de REM-slaap. Maar we vergeten de meeste. Dromen die voorkomen in diepe slaap zijn meestal onemotioneel, niet levendig, handelen over eenvoudige dingen en zijn moeilijk te herinneren. Kortom: saai. In de REM-slaap komen de klassieke dromen voor, die met de bizarre nevenschikkingen, fysiek onmogelijke kunststukjes, schokkende, ontroerende en onbegrijpelijke ervaringen. Als de REM-slaap onderbroken wordt, vergeten we die ervaringen.
Trouwens, veel mensen hebben zich afgevraagd of onze ogen in de REM-slaap bewegen om naar droombeelden te ‘kijken’. Sommige tekenen wijzen erop dat dit inderdaad zo is.
3. Waarom is het moeilijk om je dromen te onthouden?
Sommige mensen houden vol dat ze nooit dromen, maar zij hebben het mis. Dat weten we door experimenten waarin mensen tijdens de nacht in verschillende stadia wakker gemaakt worden. Iedereen droomt, maar niet iedereen herinnert zich die dromen. Dat kan verband houden met hersenactiviteit – diegenen die zich vaker dromen herinneren hebben, slapend en wakend, een grotere activiteit in twee delen van de hersenen die betrokken zijn bij het stimuleren van beelden en het opslaan van herinneringen dan mensen die zich hun dromen niet herinneren.
Paul McCartney droomde de melodie van Yesterday en Dmitri Mendeleev de structuur van het periodiek systeem
Het heeft ook te maken met hoe je slaapt. Tijdens de REM-slaap doen we moeite om nieuwe herinneringen te vormen, zegt Robert Stickgold van de sectie slaapmedicijnen aan Harvard Medical School. Als we tijdens of vlak na een droom wakker worden, kunnen we die ‘vastgrijpen’ voor hij wegglipt – met andere woorden, we kunnen hem coderen in onze langeretermijnopslag. Dus als je ’s nachts wakker wordt, herinner je je fragmenten van dromen. Maar als je wakker wordt door de wekker en je REM-slaap wordt onderbroken, dan kun je die herinnering hoogstwaarschijnlijk niet vasthouden. Zelfs als je midden in een droom was en niet in een diepe, droomvrije sluimerstaat, verstoort die plotselinge omschakeling – van slapen en dromen naar wakker worden en de wekker uitzetten – het herinneringsproces.
4. Waar dienen dromen voor?
Daar zijn veel theorieën over. Een daarvan is dat dromen een evolutionaire functie kunnen hebben, om ons op de proef te stellen in scenario’s die van belang zijn om te overleven. Dit kan verklaren waarom mensen vaak zeggen dat ze in hun dromen achterna gezeten of aangevallen worden. Omgekeerd kunnen ze juist de harde schok van een emotioneel trauma verzachten. Aan de andere kant hebben veel mensen verklaard dat dromen creatief denken kunnen stimuleren, zoals Paul McCartney die de melodie van Yesterday droomde (toen hij wakker werd, improviseerde hij er tekst bij om de melodie maar niet te vergeten) en Dmitri Mendeleev die de structuur van het periodiek systeem droomde. Dit idee wordt experimenteel ondersteund met studies die aantonen dat mensen beter scoren in creativiteitstests na een dutje waarin ze in een REM-slaap verkeerden.
5. Hebben mijn dromen een betekenis?
Sigmund Freud beweerde dat ‘de interpretatie van dromen de koninklijke weg is naar de kennis van de onbewuste activiteiten van de geest’. Hij dacht dat het onbewuste zich bezighield met ‘afwijkende’ gedachten, en dat dromen in de eerste plaats een middel waren om wensen te vervullen. Maar dat die ideeën binnen de wetenschap nu uit de gratie zijn, betekent niet dat droominterpretatie onmogelijk is. Waar je over droomt evenals de emotionele sfeer van de droom weerspiegelen waarschijnlijk wat je hersenen belangrijk vinden. Onderzoek toont aan dat als je de hele dag Tetris speelt, je hersenen beslissen dat je over Tetris moet dromen. Als je ergens ongerust over bent, zal je brein je vast een droom geven met ongerustheid als dominante emotie. Een grote hoeveelheid onderzoek dat ontwaakervaringen en droominhoud registreert, wijst uit dat je ervaringen overdag in overeenstemming kunnen worden gebracht met de inhoud van je dromen – maar ook veel andere, ogenschijnlijk los van elkaar staande belevingen, kunnen zich in je dromen wurmen.
Proberen om je dromen te analyseren en interpreteren zou therapeutisch kunnen werken of inzicht kunnen geven, zegt Mark Blagrove van Swansea University in Groot-Brittannië, maar hij waarschuwt dat zulks volgens sommigen niet méér inzicht geeft dan het lezen van je horoscoop of nadenken over je dagdromen. Er zouden experimenten voor nodig zijn om te testen of uit dromen belangrijke, persoonlijke informatie valt op te maken. En zelfs dan betekent het nog niet dat dromen bedoeld zijn om die informatie over te brengen. Als de evolutie ons dromen heeft gegeven als boodschappen over onszelf, had ze het beter moeten aanpakken door te zorgen dat ze gemakkelijker te onthouden zijn.
Sommige droomanalyses duiden erop dat vrouwen evenveel over mannen als over vrouwen dromen, terwijl mannen meer over andere mannen dromen
6. Dromen mannen en vrouwen anders?
Sommige droomanalyses duiden erop dat vrouwen evenveel over mannen als over vrouwen dromen, terwijl mannen meer over andere mannen dromen. Michael Schredl, van het Central Institute of Mental Health in Mannheim, Duitsland, heeft gedocumenteerde droomverslagen die aantonen dat mannen dikwijls dromen van vechten met andere mannen, terwijl vrouwen vaker dromen over vriendelijke interactie met mensen. Een paar jaar geleden schreven Christina Wong en collega’s van de University of Ottawa, Canada, een computerprogramma om te proberen onderscheid te maken tussen de dromen van mannen en vrouwen. Het programma kon in zo’n 75 procent van de gevallen correct het geslacht van de dromer aanwijzen. Het lijkt dat er genderverschillen in dromen bestaan, maar voorlopig is het nog te vroeg om te zeggen waarom.
New Scientist
Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 125.000
Een van de beste en meest toegankelijke wetenschapstijdschriften ter wereld. Stimulerend, met veel aandacht voor het milieu en industriële vernieuwing. Onderdeel van Reed Elsevier.
In het door hyperinflatie geteisterde Venezuela kunnen vrouwen nauwelijks nog verzorgingsproducten kopen, laat staan make-up. ‘Dit is ondermijnend voor het zelfbeeld.’
Met een wantrouwende blik loopt Maria een filiaal van de Farmatodo binnen, een in Caracas gevestigde drogisterijketen, waar sinds een aantal weken de schappen geen prijskaartjes meer hebben voor de uitgestalde producten. Als Maria naar de eerste gang loopt, waar de bodylotions staan, wacht haar een dubbele verrassing: de prijzen zijn weer zichtbaar en er zijn een paar nullen bijgekomen. Ze zucht en spert haar ogen open alsof ze zojuist een spook heeft gezien. ‘Heb je gezien hoeveel dit kost?’ roept ze.
Door de hyperinflatie is het aanschaffen van schoonheidsproducten een enorme klus geworden, een wens die vaak niet in vervulling gaat. In een land waar op elke straathoek een kapper of een parfumerie te vinden was, en een groot deel van het salaris opging aan ‘er goed uitzien’, is dat nu een uitzondering geworden.
Ayerim Valera is altijd een bescheiden, goedverzorgde en charmante vrouw geweest. Vroeger spendeerde ze een aanzienlijk deel van haar maandloon – zo’n 80 procent – aan schoonheidsproducten en make-up. Altijd zag ze er tiptop uit. Nu is alles anders. Haar huidige salaris van 13 miljoen bolívar [15 euro op de zwarte markt, 221 tegen de officiële koers], meer dan tien keer het minimummaandloon, is niet toereikend om de maandlasten te betalen, eten te kopen en de kosten te dekken van haar zeven maanden oude baby, hoewel haar vriend financieel bijdraagt. Niet haar jonge moederschap maar de hyperinflatie gooide roet in het eten. ‘Ik verdiende meer dan genoeg om alles te bekostigen. Kleding, schoenen, haarverf, nagellak, make-up. Nu koop ik alleen nog basisproducten voor mijn persoonlijke hygiëne, dat is zo’n 10 procent van wat ik vroeger kocht, aan al het andere geef ik al heel lang geen cent meer uit,’ klaagt Valera.
70 procent van het minimumloon
Ediana Verdú is vijfentwintig jaar. Ze is oorarts en heeft twee banen. ‘Ik behandel kinderen met gehoorafwijkingen en geef ook les aan de universiteit.’ Haar inkomsten bedragen rond de 3 miljoen bolívar. Dat lijkt veel, maar ze kan de producten die ze de afgelopen jaren gewend was te kopen niet meer aanschaffen. ‘Thuis zijn we met veel vrouwen en we kregen altijd te horen dat we vrouwelijk, goedverzorgd en schoon moesten zijn. Nu is alles anders.’
Voor deze arts zijn speciale crèmes, bodysprays, make-upartikelen en parfums verleden tijd. Haar salaris gaat op aan wat volgens haar het belangrijkste is voor haarzelf en haar gezin, zoals zeep, maandverband en een eenvoudige lichaamscrėme.
Negen van de tien Venezolanen vindt voedsel het allerbelangrijkste, blijkt uit een onderzoek van enquêtebureau Datos, dat in maart werd gepresenteerd. Volgens het rapport korten de Venezolanen als eerste op kleding, uitgaan, en uit eten gaan. Voedsel is belangrijker geworden, want in 2016 gaf nog 85 procent van de Venezolanen aan niet op voedsel te willen besparen, gevolgd door gezondheid (34 procent) en toiletartikelen (23 procent).
De prijzen in de winkels worden voortdurend bijgesteld en kunnen in een paar dagen tijd verdriedubbelen. Bij ketens als Farmatodo en Locatel telde je in de laatste week van april tussen de 300.000 en 500.000 bolívar neer voor de goedkoopste bodylotions. De wat specialere crèmes begonnen bij 700.000 bolívar en liepen op naar een miljoen of meer [37 euro volgens de officiële koers, 1,16 euro op de zwarte markt].
Maandverband – althans de nieuwe merken, de traditionele merken zijn niet meer te verkrijgen – kost tussen de 200.000 en 500.000 bolívar. Voor scheermesjes met drie mesjes betaal je 700.000 bolívar of meer. En de prijs van make-up hangt af van het merk. Voor vertrouwde en voordelige merken zoals Valmy en Mon Rève betaal je 70 procent van het minimumloon.
Het Centro de Documentación y Análisis Social van de Federación de Maestros (Cendas-FVM) heeft berekend dat de prijzen voor de producten voor persoonlijke hygiëne – en daar vallen crèmes en make-up niet onder – in de maand april gemiddeld 30,2 procent hoger zijn dan een maand eerder. Alles bij elkaar opgeteld zijn de prijzen in het eerste kwartaal van het jaar met 310,9 procent gestegen.
Lisbeth Amundaray is coördinator dienstverlening bij de banco Bancaribe. Haar maandsalaris is 1.7770.000 bolívar. Daarbovenop komen de voedselbonnen, waar ze wettelijk recht op heeft, en andere, extra toelagen. Soms verdient ze meer dan 3 miljoen bolívar– althans voordat president Maduro aankondigde de salarissen aan te gaan passen. De vele nullen van haar salaris stellen niet veel meer voor. En de voorraadkast ermee vullen is al helemaal een illusie. ‘Vroeger besteedde ik ongeveer de helft van mijn salaris aan dingen voor mezelf. Tegenwoordig doe ik dat niet meer, ik moet het doen met basisproducten zoals zeep en shampoo en schaf alleen iets aan wat ik dringend nodig heb.’
Andreina de Ponte, als psycholoog verbonden aan de Universidad Católica Andrés Bello, is van mening dat de huidige situatie ondermijnend is voor het zelfbeeld. En hoewel beide seksen het vervelend vinden dat bepaalde producten lastig te verkrijgen zijn, blijkt dit vooral zijn weerslag te hebben op vrouwen. Zij kunnen niet alleen bepaalde producten niet meer gebruiken, maar moeten ook hun levensstijl en dagelijkse routine aanpassen. ‘Uiterlijk is belangrijk en als je niet tevreden bent met hoe je eruitziet en bepaalde producten niet te koop zijn of te duur, maakt dat je op de lange duur onzeker. Het gaat om je goed voelen, en dat heeft niet alleen te maken met je make-up, maar ook met je persoonlijke hygiëne.’
De Ponte voegt eraan toe dat vrouwen in Venezuela de sociale druk voelen om er ‘tiptop uit te zien: netjes, opgemaakt, gestylde haren, de juiste kleren, altijd stralen’. Maar er is meer aan de hand, zegt de psycholoog. ‘Deze situatie heeft verderstrekkende gevolgen. Als je geen producten kunt kopen voor je persoonlijke hygiëne heeft dat gevolgen voor je lichamelijke gezondheid. Geen maandverband kunnen kopen bijvoorbeeld kan infecties veroorzaken. Uiteraard heeft deze crisissituatie effect op iemands zelfvertrouwen, maar nog ernstiger is het als de persoonlijke hygiëne in het geding is, want dat heeft negatieve gevolgen voor je fysieke, emotionele en psychische gesteldheid.’
Ze was zelfs genoodzaakt om bepaalde producten te mengen met water, waardoor de werking afneemt
Carmen werkt zes jaar als kapster. Van haar baan kon ze goed leven. Nu is alles anders. ‘Mijn salaris fluctueert. Per maand komst er tussen de vijf en tien miljoen bolívar binnen, afhankelijk van het aantal klanten.’ Wat ze verdient moet ze uitsmeren over de huur van de zaak en de inkoop van producten die ze nodig heeft voor haar klanten. Wat overblijft gaat op aan eten.
De vijfendertigjarige kapster doet haar best om te werken zoals ze gewend was, maar dat wordt onmogelijk vanwege de steeds nijpender situatie. Aparte producten voor verschillende haartypen en conditioner en haarserum gebruikt ze niet meer. Ze was zelfs genoodzaakt om ‘bepaalde producten te mengen met water, waardoor de werking afneemt.’ Zo probeert ze een product dat vroeger niet veel kostte en nu peperduur is maximaal te benutten. De kapster is zelfs van leverancier gewisseld: ze schaft haar spullen niet meer aan bij een professionele kappersdetailhandel maar koopt ampullen, haarcrème, shampoo en conditioner voor een lagere prijs in bij particuliere handelaren. ‘Twee weken geleden betaalde ik 600.000 bolívar voor een haarmasker dat nu een miljoen kost. Voor hydraterende producten die twee jaar geleden nog 6000 kostten, tel je nu 1 of 2 miljoen neer. Het haar laten ontkrullen kost nu minimaal 750.00 bolívar.’
De materiaalkosten beïnvloeden haar tarieven. Een neerwaartse spiraal van prijsstijgingen en inflatie die de markt ingrijpend verandert. ‘Vroeger kapte ik veertig vrouwen per week. Nu haal ik de vijftien niet eens.’
Een van de belangrijkste newsportals in Venezuela, die de laatste jaren de rol van de beknotte traditionele pers hebben overgenomen. Ook voor deze portals is het moeilijk kritisch te berichten. Ze worden vaak gehackt of geblokkeerd door de overheid.
CONTEXT: Inflatie van 13.799 %
De inflatie in Venezuela bedroeg in april op jaarbasis 13.799 procent volgens cijfers gepubliceerd door de Nationale Vergadering in Caracas, het parlement waarin de oppositie weliswaar een meerderheid heeft, maar die van alle macht is ontdaan. In een interview met de Miami Herald schat de Amerikaanse hoogleraar Steve Hanke, verbonden aan de Johns Hopkins-universiteit in Baltimore en specialist in hyperinflatie, die inflatie echter aanmerkelijk hoger: op 17.968 procent.
De centrale bank van Venezuela heeft sinds december 2015 geen enkele statistiek meer gepubliceerd. Het Internationaal Monetair Fonds stelt het inflatiepercentage in Venezuela voor het hele jaar 2018 voorlopig op 13.800 procent.
CONTEXT: VS verbieden handel in Venezolaanse aandelen
Na de omstreden herverkiezing van de socialistische president Nicolás Maduro, op 20 mei van dit jaar, ondertekende de Amerikaanse president Donald Trump een verordening waarin het Amerikaanse burgers wordt verboden te handelen in aandelen waarbij de Venezolaanse staatsschuld in het geding is, of in aandelen van een onderneming die in handen is van de Venezolaanse staat.
Zijn minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, kondigde daarnaast aan dat de Verenigde Staten ‘snel economische en diplomatieke maatregelen zullen nemen’ om bij te dragen aan het herstel van de democratie in Venezuela. Maar hij gaf geen nadere bijzonderheden.
Nagorno-Karabach in de Kaukasus is een machorepubliek. Maar doordat veel mannen zijn weggevallen door de oorlog met Azerbeidzjan, bekleden vrouwen er de machtige posities. ‘In de afgelopen tien jaar is het aantal vrouwen in leidinggevende posities met 300 procent toegenomen.’
Keuze uit het archief
Afgelopen week laaide het conflict tussen Azerbeidzjan en de Armeense inwoners van de regio Nagorno-Karabach weer op. Na een kortdurende aanval op de Armeense enclave riep de Azerbeidzjaanse president woensdag de overwinning uit. Volgens president Aliyev is de soevereiniteit van Azerbeidzjan weer hersteld en was de ‘antiterreuroperatie’ in de regio een succes.
Dit conflict sleept zich al voort sinds 1991, het jaar waarin de Sovjet-Unie uiteenviel en de voormalige autonome oblast Nagorno-Karabach zichzelf uitriep tot republiek. Toch brengt het gewapende conflict ook voordelen met zich mee. Zo blijkt uit dit artikel van Der Spiegel uit 2018 dat het in Nagorno-Karabach nu de vrouwen zijn die de lakens uitdelen en hoge posities bekleden, zij het omdat de mannen zijn gesneuveld, oorlogsinvalide geworden of naar Rusland vertrokken waar wel werk voor hen was. In dit artikel vertelt een aantal vrouwen over het leven in de regio, hun hoge functies en hoe de traditionele rolpatronen naar buiten toe nog altijd gehandhaafd worden, maar achter de schermen niet langer fungeren.
In een kelder in de Kaukasus staat een vrouw. Ze is begin veertig, met een spijkerbroek en loshangend zwart haar. Ze wijst op de hoek waar ze als kind met haar familie schuilde. Ze laat de trap zien waar een granaat een gat sloeg in het lichaam van haar broer. Wijst op de kist waar ze de Kalasjnikov uithaalde, iedere keer dat haar vader naar het front vertrok.
De vrouw in de kelder die oorspronkelijk voorraadkamer was, daarna schuilkelder, en die nu een pijnlijke herinnering is, is Armine Alexanjan, de nummer twee op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een vrouw met macht, trots en gescheiden.
Een historische beschikking van het lot maakte dat ze op een positie kwam die haar anders nooit was toegevallen. Niet hier, in deze machorepubliek, waar de mannen onder de wapens zijn, de grenzen bewaken en bevelen snauwen. Waar nog geen twee generaties geleden vrouwen hun gezicht bedekten, en waar ondanks zeventig jaar van Sovjetheerschappij de traditionele rolverdeling nauwelijks is verbeterd. Waar de geestelijke tot de dag van vandaag bij een huwelijksplechtigheid aan de bruidegom vraagt: ‘Spreekt u ook namens haar?’ en aan de bruid: ‘Zult u hem gehoorzamen?’ De afvallige republiek Nagorno-Karabach, volkenrechtelijk onderdeel van Azerbeidzjan, is gebrandmerkt door oorlog en armoede en streng patriarchaal. Desondanks zijn het de vrouwen die hier de laatste twee decennia aan de macht komen. Ze hebben leidinggevende posities ingenomen op ministeries en aan de universiteit, in het hooggerechtshof, bij politie-eenheden. Ze vullen de leemtes die zijn ontstaan doordat mannen zijn gesneuveld, oorlogsinvalide geworden of naar Rusland vertrokken omdat daar werk voor hen was.
‘In de afgelopen tien jaar is het aantal vrouwen in leidinggevende posities met 300 procent toegenomen’
Van de 150.000 inwoners van dit gebied tussen de Zwarte Zee en de Kaspische Zee − kleiner nog dan de provincie Noord-Brabant − zijn 45.000 mannen onder de wapenen geroepen, actief of als reservist. Overal hangen aanplakbiljetten met propaganda, op gebouwen zitten borden met ‘Pas op, de vijand luistert mee’, op de basisschool leren kinderen hoe ze met wapens moeten omgaan, op tv is de ene militaire parade na de andere te zien. Allemaal gericht tegen buurland Azerbeidzjan, dat de grote vijand werd toen Nagorno-Karabach in 1991 de onafhankelijkheid uitriep en er een oorlog uitbrak die nog steeds nasmeult. In totaal zijn er 40.000 doden gevallen en zijn meer dan een miljoen mensen ontheemd geraakt.
Nagorno-Karabach werd daardoor een laboratorium waar de resultaten van deze proef zichtbaar zijn: wat gebeurt er als je vrouwen gewoon hun gang laat gaan en hen toegang geeft tot machtsposities? Geen van hen heeft dit lot zelf gekozen. Het zijn geen uitgesproken feministes, met het #MeToo-debat of gendervraagstukken willen ze net zomin iets te maken hebben als de Duitse puinruimsters vlak na de Tweede Wereldoorlog.
Maar wat doen de vrouwen met deze unieke kans? Kunnen andere vrouwen iets van hen leren?
Alexanjan leidt ons uit de kelder naar boven, naar het huis van haar ouders. In de keuken zit haar moeder met andere dames van een jaar of zeventig te kaarten: gouden tanden, zuurstokkleurige ochtendjassen ondanks de middag, wenkbrauwen zwart als die van Charles Aznavour. Er is moerbei-jam, en ingelegde augurken, ze praten over hun mannen die ze door ontrouw of oorlog zijn kwijtgeraakt. Ze hebben allemaal wel iemand verloren, maar verbitterd zijn ze niet. Tranen vloeien, de heerlijke Ararat-brandewijn eveneens, en al snel wordt duidelijk dat deze vrouwen heel wat vrolijker vertellers zijn dan de mannen. De enige man in het gezelschap, de vader van Alexanjan, heeft zich allang uit de voeten gemaakt, naar zijn koeien voor het huis.
In Stepanakert, de hoofdstad, bevindt het bureau van Alexanjan zich op de eerste verdieping van het ministerie van Buitenlandse Zaken, een klein huis tussen verwaarloosde prefab bouwsels. Boven haar bureau hangt een foto van een ezel.
‘Wilskrachtig en stijfkoppig,’ zegt Alexanjan, net als zijzelf. Die karaktereigenschappen moeten haar helpen in de strijd voor haar levensdoel: zelfbeschikkingsrecht en internationale erkenning. Want Nagorno-Karabach wordt internationaal niet erkend, zelfs niet door zijn beschermheer Armenië. Het is als het ware een Armeense enclave op Azerbeidzjaans grondgebied.
Alexanjan is de vertegenwoordigster van deze de-factostaat, geen geringe opgave, maar ze doet het met een ijzeren discipline, ondanks tegenslagen en isolement. Als er iemand is die kan uitleggen hoe vrouwen zich handhaven in een samenleving waar het adagium luidt ‘Vrouwen werken wel hard, maar mannen hebben meer hersens’, dan is zij het wel. Ze zegt dat dat hun lukt door diplomatieke vaardigheden, die zij ‘paradiplomatie’ noemt.
Vrouwen in Nagorno-Karabach zijn succesvol doordat ze behoedzaam zijn en tactisch. Zoals de plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken aan bezoekers van haar moeilijke land uiteenzet, is zij het die achter de schermen aan de touwtjes trekt, maar voor de buitenwereld laat ze de minister, haar baas, voorgaan, zodat hij de lauweren kan oogsten. Mannen, weet Alexjan, en weten alle andere vrouwen hier, moeten met zachtzinnigheid worden overtuigd, ze moeten niet het gevoel krijgen dat ze worden ingehaald of aan de kant geschoven. Daarom is het belangrijk dat naar buiten toe de oude rolpatronen gehandhaafd blijven. Dat zie je in Stepanakert [de hoofdstad] terug op straat: daar zijn vrouwen verlengstukken van hun man, ze doffen zich met kniehoge laarzen onder korte rokjes op, als de zusjes Kardashian, en paraderen aan hun arm van hun man, die een hoekige bontmuts draagt.
Als aanhangsel is Alexjan niet erg geslaagd, daar is ze te zelfbewust voor. Haar man was jaloers, ze heeft hem eruit gegooid en sindsdien voedt ze de kinderen alleen op. Veel vrouwen in Nagorno-Karabach hebben een eigen carrière en leiden een onafhankelijk leven. Maar dat wrijven ze hun mannen niet onder de neus. Zo heerst er, al is het dan niet in het land, in elk geval vrede tussen de geslachten en binnen de families.
Ministerie als gezin
Narine Agabaljan is een van die vrouwen. Broekpak, praktisch, kort haar, vijftig. Ze was de eerste minister van Cultuur van Nagorno-Karabach, en had een staf die voor 80 procent uit vrouwen bestond. Nu is ze minister van Onderwijs. Haar gezicht staat ernstig als ze ons ontvangt in een ijskoud kantoor met een vlag van Nagorno-Karabach. Ze zegt van zichzelf dat ze door de oorlog sterk geworden is. Toen ze 23 was stond ze als soldaat in de loopgraven, haar man sneuvelde aan het front, twee maanden later kwam haar zoon ter wereld. Ze noemde hem Edmon, naar zijn vader. Als ze een man was geweest, zou ze toen zijn begonnen met drinken.
Maar Narine Agabaljan vocht zich terug in het leven. Als tv-journaliste deed ze verslag van de vijandige linies, van de verliezen, over pogroms, maar daar had ze snel genoeg van. Ze zocht nieuwe wegen, ging de politiek in, werd minister van Cultuur, besteedde geld aan de renovatie van moskeeën in plaats van aan wapens. Tot nu toe doet ze het heel goed zonder man. Wat is het verschil tussen haar en haar mannelijke collega-ministers?
‘Twee dingen,’ zegt de minister, nog steeds zonder te glimlachen. ‘In de eerste plaats: flexibel blijven, niet vastzitten aan je positie en behoud van je macht.’ In de tweede plaats stuurt ze haar ministerie aan als een gezin. Dat wil zeggen: ‘Luisteren, laten uitspreken. Geen ellebogenwerk, niet pronken met je heldendaden, iedere dag compromissen sluiten.’
Over betuttelingen en handtastelijkheden van mannelijke collega’s hoor je hier niets. ‘We kennen hier geen geweld tegen vrouwen,’ zegt de minister van Onderwijs. Ze kan geen land ter wereld bedenken waar vrouwen veiliger zijn. Waarom, vanwege alle soldaten, de veiligheidsmensen? ‘Omdat we met zo weinigen zijn,’ zegt de minister, en bijna alle vrouwen die je in Nagorno-Karabach tegenkomt zeggen hetzelfde. Omdat iedereen iedereen kent en geen man zich een schandaal kan veroorloven.
Nog geen twee kilometer van het ministerie verwijderd doceert rekenwonder Manusch Minasjan, donker pagekopje, warme stem. Minasjan is de eerste vrouwelijke rector van de staatsuniversiteit. Getallen heeft ze altijd als een uitdaging gezien, niet als mannending. Ze heeft statistiek gestudeerd, was hoofd van de belastingdienst. Ze zegt: ‘Ons land biedt vrouwen enorme kansen.’ Ze leidt ons door lange gangen, doet deuren open. ‘Kijk maar, de collegezalen zitten vol met meisjes.’ Ze zoekt naar de cijfers, controleert de statistieken met een rekenmachine. ‘Van alle arbeidsgeschikte vrouwen werkt bijna 90 procent. In de afgelopen tien jaar is het aantal vrouwen in leidinggevende posities bij ons met 300 procent toegenomen. In de publieke sector is het ongeveer 60 procent. Wat vindt u daarvan?’
Zijn vrouwen betere leidinggevenden, gaan ze anders om met macht? Ze antwoordt dat ze daar vaak over heeft lopen denken. ‘Vrouwen zijn flexibeler en betrouwbaarder. Maar vooral: ze zijn beter opgeleid.’ Omdat meisjes niet in dienst hoefden hebben ze zich op hun studie geconcentreerd, waardoor ze zijn gekwalificeerd voor betere banen. ‘En ze zijn slim genoeg,’ zegt ook Minasjan, ‘om dat hun man niet de hele tijd in te wrijven.’
Vrouwen zijn flexibeler en betrouwbaarder. Maar vooral: ze zijn beter opgeleid’
Zijn vrouwen pacifistischer dan mannen? Welnee, antwoordt de rectrix, alsof dat een schande zou zijn. Ze vertelt dat de minister van Defensie onlangs de universiteit bezocht. De studentes vroegen hem waarom er geen dienstplicht voor vrouwen bestond. Tot grote ergernis van de studentes had de minister gezegd dat vrouwen in de keuken hoorden. ‘Persoonlijk vind ik,’ aldus de rectrix, ‘dat ze als ze dat willen in het leger moeten kunnen gaan.’ Bijna alle vrouwen in Nagorno-Karabach zeggen dat ze in een noodsituatie hun land ook gewapenderhand zullen verdedigen.
Hoezeer de langdurige oorlog ook kansen biedt voor vrouwen, aan de andere kant is het een catastrofe die hele families uiteenrijt. Dat blijkt als je buiten de hoofdstad komt. Hoe verder je naar het noorden komt, des te vaker zie je de met planken versterkte, mansdiepe loopgraven, of ze zijn dichtgegooid en een paar meter verder weer opnieuw uitgegraven. Het is een gevecht om iedere meter die je de vijand hebt afgedwongen, het lijkt op het vooruit en achteruit in een schaakspel dat geen winnaar kent.
In Talysch, een grensplaats onder aan een groene heuvelrij, staan de vijandelijke troepen tegenover elkaar, jonge mannen met vage baardjes en met hun bloedgroep op de borst van hun uniform geborduurd. Talysch ligt in puin, alle huizen zijn kapot, bomkraters in de tuinen. Bijna iedere nacht, vertellen ze, dondert aan de overkant de artillerie. Het is een mannendorp, ze sjouwen puin weg, bouwen de oude feestzaal weer op en drinken wodka uit limonadeflesjes. Hun vrouwen wonen een uur verderop in witte containers met gietijzeren allesbranders en sturen hun kinderen naar een provisorisch gebouwde school waar ze vijf uur per week les krijgen in wapenkunde.
Maar er zijn ook plaatsen waar, als een kasplantje, de hoop groeit, waar mensen wonen die niet zo verstrikt zitten in het eeuwige conflict tussen christenen en moslims in de Kaukasus. Mensen zoals Nana, 27, donkere krullen, pientere blik, nieuwsgierig naar alles wat nieuw is. Nana heeft politicologie gestudeerd en het is haar baan om de onderwijsinstellingen in Nagorno-Karabach te moderniseren, buitenlandse docenten aan te trekken en uitwisselingsprogramma’s te organiseren. Ze heeft in Armenië gestudeerd, had daar een carrière voor zich, maar is teruggekomen ‘omdat ze haar hier dringender nodig hadden’.
Als Nana het spreekwoord hoort dat iedereen hier kent: ‘Vrouwen zijn de ruggengraat, daarboven zit het hoofd, dat is mannelijk’, wordt ze woedend. Zeker, op feestdagen loopt ook Nana met de vlag van Nagorno-Karabach door de straten en staat ze in de houding als met onderscheidingen overladen veteranen rode anjers op oorlogsgraven leggen. Maar ze weet dat haar vaderland geen toekomst heeft als het in het verleden blijft steken. Ze loopt met ons door de hoofdstraat van Stepanakert, waar inderdaad soldaten flaneren met een meisje aan hun arm. ‘Hier ergens,’ zegt ze terwijl ze op de gevels wijst, ‘wil ik binnenkort werken. In het kantoor van de Verenigde Naties, dat er nog niet is, als politiek adviseur, als bemiddelaar tussen de verschillende werelden.’
Nana is ervan overtuigd dat ze ooit een vrij leven zal leiden, onafhankelijk van oorlogen en mannen. Kinderen? Natuurlijk wil ze kinderen. Bijna alle vrouwen hebben kinderen, en als ze die niet hebben zien ze dat als een groot ongeluk. Ze hebben kinderen omdat het land nieuwe generaties nodig heeft, om te kunnen voortbestaan en voor komende oorlogen. Maar vooral omdat ze dol zijn op kinderen.
Met Nana groeit een nieuwe generatie op, die een hele stap verder is dan vrouwen als de minister van Onderwijs en de onderminister van Buitenlandse Zaken. Hun idee van een vreedzaam Nagorno-Karabach gaat veel verder dan een oplossing voor het conflict met Azerbeidzjan. Deze vrouwen hebben de oorlog van de jaren negentig niet meegemaakt, de vierdaagse oorlog van april 2016 was voor hen slechts een korte, nare droom. Ze denken minder in termen van daders en slachtoffers en maken nauwelijks onderscheid tussen mannen en vrouwen.
Net als de jongeren in Bardak, een garage in Stepanakert, tegenwoordig een club, waar ’s avonds in het halfduister de jonge inwoners van Nagorno-Karabach flirten, roken, wodka drinken, dansen op Another Brick in the Wall van Pink Floyd en er niet aan denken een leven te gaan leiden als soldaat, om te lijden en te sterven uit haat. Maar zover is het nog lang niet, dit land is een gebarricadeerd eiland, met Armenië verbonden door een corridor waar tweemaal daags busjes met mensen en goederen doorheen hobbelen.
Niet ver hiervandaan staan zes vrouwen op een met sneeuw bedekte helling. Niemand heeft het over politiek. Het vrouwenteam spoort de vijand op en maakt hem onschadelijk. Deze vijand heeft zich niet in loopgraven verschanst, maar ligt al op de grond, een paar centimeter diep in de bevroren aarde. Deze vrouwen maken mijnen onschadelijk. In opdracht van de Amerikaanse hulporganisatie Halo ruimen ze het vuilnis op dat de oorlog heeft achtergelaten. Het is mannenwerk, en ze doen het heel goed.
Ze is vunzig, onbeschaamd, grappig en mateloos populair. Cardi B (25) is sinds haar zomerhit ‘Bodak Yellow’ uitgegroeid tot dé vrouwelijke rapper van dit moment.
‘Denken jullie echt dat prinses Diana is vermoord?’ We zitten in een kantoorruimte op de hoek bij Kensington Palace, en de huwelijksaankondiging van prins Harry houdt Cardi B bezig. Ze zit al de hele fotoshoot met een gloeilamp te spelen, maar zelfs die vergeet ze nu even. ‘Ik wil prins Harry ontmoeten!’ roept ze. Terwijl ze alle complottheorieën aanhoort, zet ze grote ogen op en herhaalt haar vraag, waarna ze een gebaar maakt alsof ze een rits tussen haar lippen dichttrekt. ‘We willen niet dat ons iets overkomt!’ zegt ze op gespeelde fluistertoon, waarna ze begint te hinniken van de lach.
Haar belangstelling wekt nauwelijks verbazing. Cardi is ook uit het niets, en met duizelingwekkende vaart, doorgestoten tot de hoogste regionen van de rap, met het nummer dat afgelopen zomer werkelijk overal was te horen: ‘Bodak Yellow’. Cardi B komt uit een milieu waarin altijd met de nodige scepsis naar haar is gekeken, maar door de ongekend grote steun van het publiek belandde haar nummer in Amerika boven aan de hitlijsten. In de aanloop naar haar muziekcarrière heeft ze zich rollen aangemeten die doorgaans worden verguisd: stripper, Instagramberoemdheid, lekker stuk in de realityshow Love & Hip Hop. Wat de 25-jarige Belcalis Almanzar zo geniaal maakt, is dat ze er telkens opnieuw in weet te slagen de rollen om te keren.
Met haar humor, die varieert van grove ontkrachtingen tot schalkse snieren, veegt Cardi B de vloer aan met haar tegenstanders
De mensen die op haar neerkijken trekken uiteindelijk aan het kortste eind, en met haar humor, die varieert van grove ontkrachtingen tot schalkse snieren, veegt Cardi B de vloer aan met haar tegenstanders op een manier die de plagerige vrouw uit de Bronx, met haar Trinidadiaanse en Dominicaanse wortels, een grote schare fans heeft opgeleverd. Tot die fans behoren Janet Jackson, die in september op het podium danste op ‘Bodak Yellow’; Millie Bobby Brown, de ster van Stranger Things, die in oktober in de Tonight Show met Jimmy Fallon in de stijl van Cardi B rapte; en Timothée Chalamet, de ster van Call Me By Your Name, die haar onlangs noemde in zijn dankwoord bij de uitreiking van de Gotham Awards.
‘Het is pure, onvervalste aanbidding,’ zegt Radio 1-dj Clara Amfo – fan van Cardi B sinds haar Instagramtijd in 2015 – over de zinderende sfeer bij de Engelse debuutshow van de rapper, in april, in Koko in Londen. ‘Ik stond ervan te kijken hoeveel fans ze heeft, en hoe bezeten die zijn: 95 procent vrouwen, die helemaal weg van haar zijn. Het is het soort succes waar platenmaatschappijen en producers slechts van kunnen dromen, en dat ze proberen af te dwingen met groots opgezette marketingcampagnes. Terwijl zij het heeft weten klaar te spelen door domweg zichzelf te zijn op Instagram.’
En bedenk wel: dit was nog voordat ‘Bodak Yellow’ uitkwam. Cardi had twee mixtapes uitgebracht en een prestigieuze deal getekend met Atlantic Records, maar het nummer waarmee ze in één keer doorbrak – en waarmee ze in september Taylor Swift van de troon stootte en zo de eerste vrouwelijke solorapper op nummer 1 werd sinds Lauryn Hill in 1998 – en dat haar maar liefst twee Grammy-nominaties opleverde, was niet eens het nummer waarmee de platenmaatschappij een hit hoopte te scoren. (Dat was ‘Lick’, waarop ook Offset is te horen, die deel uitmaakt van het raptrio Migos uit Atlanta en met wie ze inmiddels verloofd is.)
Het meedogenloze, eigenzinnige ‘Bodak Yellow’ toont Cardi B op haar sterkst. Het is een demonstratie van haar feilloze timing, die haar overpeinzingen in de selfiecamera jarenlang tot social media-goud maakte – zelf zegt Cardi dat ze diep van binnen comédienne is – maar het nummer laat bovenal zien hoe onopgesmukt en innemend eerlijk ze is, op alle mogelijke terreinen. ‘Ik ben echt een vrije geest,’ zegt ze. ‘Iedereen heeft iemand zoals ik vanbinnen, zo’n wilde meid die het gewoon wil uitschreeuwen. Of je nou arts, advocaat of docent bent, het komt er gewoon uit. Ik zorg er toch maar mooi voor dat je een minuut of twee, drie jezelf kunt zijn, of niet dan?’
Of het nou gaat om het seksistische scheldwoord ‘thot’, dat ze vervolgens als een soort geuzennaam gebruikte op Gangsta Bitch Music Vol 1, haar debuutmixtape uit 2016, of om ‘ratchet-ass bird bitch’, waarmee ze hetzelfde deed op een Instagramvideo in 2015, Cardi B is als geen ander in staat om alles wat ze naar haar hoofd krijgt geslingerd als een boemerang terug te kaatsen. Die gave is geworteld in het feit dat ze domweg weigert zich te schamen voor haar persoonlijkheid of voor het pad dat ze heeft bewandeld. ‘Zouden mensen ook zo met hun mening hebben klaargestaan als ik vroeger caissière was geweest?’ vraagt ze. Het stoort haar hoe vaak ze het etiket ‘ex-stripper’ opgeplakt krijgt. ‘Men wil kennelijk dat ik me er diep voor schaam dat ik in het verleden heb gedanst. Maar daar zal ik me echt nooit voor schamen. Ik heb er goed aan verdiend, het was een mooie tijd en ik heb er veel van geleerd – het heeft me geleerd hoe mensen in elkaar zitten, hoe mannen in elkaar zitten, hoe honger, hartstocht en ambitie werken.’
In Cardi’s nummers zijn mannen vooral zwak: dom, makkelijk manipuleerbaar. In haar nummer ‘Trick’ uit 2016 kaatst ze alle beledigingen terug, recht in het gezicht van de eigenaren van de clubs; Cardi doet lullig tegen een klant maar haalt evengoed zijn portemonnee leeg. Dat heeft ze geleerd van de Russische meisjes in de clubs waar ze werkte. ‘Die waren zo gemeen tegen de mannen!’ zegt ze, met iets van ontzag in haar stem. ‘Dat heeft mij geholpen om me een alter ego aan te meten.’
Stripper
Ze haalt haar schouders op. ‘Een man vindt het nooit leuk om te moeten erkennen dat hij gebruikt kan worden, dat het ons om zijn geld te doen is,’ zegt ze. ‘Maar zij mogen wel laten merken dat ze ons gebruiken? Dat blijkt uit wat ze zeggen, wat ze doen.’ Ze leunt iets naar voren om haar woorden kracht bij te zetten. ‘Ze vertellen altijd wat ze allemaal met een vrouw willen doen – ze willen haar neuken, ze willen gepijpt worden, en daarna kun je doodvallen. Nou, vrouwen willen eigenlijk niet veel anders: koop een mooie tas voor me en ga dan maar weer lekker je eigen ding doen.’ Ze bedoelt niet letterlijk dat vrouwen zich zo zouden moeten opstellen, zegt ze. ‘Ik wil vrouwen er niet toe aanzetten bepaalde dingen te doen – ik wil gewoon dat ze die macht voelen, dat ze voelen dat ze het zouden kúnnen doen. Veel vrouwen doen het niet, omdat ze geen idee hebben hoe, terwijl ze het wel zouden willen.’ Ze valt even stil en trekt een wenkbrauw op. ‘Want niemand geeft graag zijn eigen geld uit.’ Dan volgt weer die aanstekelijke, hese lach.
In Cardi’s geval heeft haar baan als stripper haar gered uit een relatie met iemand die ze steeds maar niet echt gewelddadig wil noemen; liever heeft ze het over dwingend. ‘Ik werd gecommandeerd en ik moest dingen doen die ik niet wilde, omdat ik bij een man inwoonde, in het huis van zijn moeder, een appartement met twee pitbulls en bedwantsen, en zelf had ik geen geld. Ik woonde ergens waar ik niet eens huur kon betalen, en dat kreeg ik voortdurend in mijn gezicht geslingerd.’ Verveeld en doelloos als ze was, gaf Cardi de schamele 200 dollar die ze verdiende uit aan joints, die ze elke avond rookte – een gewoonte waar ze mee stopte toen ze in de stripclub ging werken, waar ze op haar eenentwintigste meer dan 30.000 dollar verdiende. Toen begon ze serieuze toekomstplannen te maken.
Cardi zegt dat ze altijd met de toekomst bezig is geweest, dankzij collega-danseressen die zeiden dat ze moest zorgen dat ze niet op haar eenendertigste nog in de club zou werken, terwijl de vaste klanten op haar uitgekeken zouden raken. Het plan is wel een aantal keer grondig bijgesteld: ze wilde aanvankelijk een ton sparen om op haar vijfentwintigste een huis te kunnen kopen en dat te verhuren.
De inkomsten van Instagram, zo vermoedde ze, zouden na een tijdje opdrogen. Cardi had een schare trouwe volgers, te danken aan de selfie-video’s waarin ze reflecteerde op relaties, haar publiek trakteerde op heerlijk schunnige sekstips, grappen maakte die indruisten tegen de onnozelheid die het medium eigen is, en haar volgers zo af en toe trakteerde op een scherpe socio-economische analyse. Ze probeerde die roem uit te buiten door tegen betaling op te treden in nachtclubs. ‘En ineens dacht ik: als ik dan toch zo populair ben en zo veel fans heb, kan ik daar misschien wel mijn voordeel mee doen bij mijn muziek.’
Aanvankelijk was ook dat een kortetermijnplan van een social media-persoonlijkheid zonder kennis van de muziekindustrie. ‘Mijn idee was om een x aantal keer bekeken te worden op YouTube en daar dan geld mee te verdienen, zoiets.’ Toen duidelijk werd dat ze talent had als rapper – en dat veel mensen haar goed vonden – moest ze haar plannen opnieuw bijstellen, en voor het eerst legde ze zich toe op iets voor de langere termijn. ‘Ik wil kunst maken met een hoofdletter K, echte kunst, ik wil het niet alleen doen om snel binnen te lopen.’
Voordat ze Taylor Swift van de eerste plaats verdrong, had Cardi daar al op geanticipeerd door haar liefde voor de zangeres uit te spreken
Die benadering brengt natuurlijk ook risico’s met zich mee, en ondanks het feit dat ze af en toe zit te schateren, is Cardi B een ingetogen, rustig iemand. In het echt blijven de schunnige grappen goeddeels achterwege en is ze ook niet steeds bezig de grenzen op te zoeken, zoals op Instagram. In oktober zei ze in een interview met Rolling Stone dat ze zich ‘gevangen en afgestompt’ voelde. En nu – nadat ze om vijf uur ’s ochtends is opgestaan om de studio in te gaan – geeft ze toe dat ze een zekere druk voelt terwijl ze met hart en ziel werkt aan haar debuutalbum dat dit jaar moet uitkomen. ‘Toen ik eraan begon, leek het allemaal even leuk. Nu heb ik het gevoel dat ik me veel meer moet focussen. Ik heb het gevoel dat ik het allemaal te zwaar maak.’
Ze laat haar adem ontsnappen. ‘Men wil dat ik de strijd aanbind met de echt grote namen.’ Verrassend genoeg ligt het competitieve element van de muziekwereld haar niet echt. ‘Als ik muziek maak, heb ik niet het gevoel dat ik concurreer met anderen. Nou ja, ergens is het natuurlijk wel zo, maar zo wil ik er niet mee bezig zijn.’ Ze voelt zich er duidelijk ongemakkelijk bij. ‘Ik begrijp niet waarom ze vrouwen dat aandoen – al helemaal niet vrouwen in de hiphop.’
Voordat ze Taylor Swift van de eerste plaats verdrong, had Cardi daar al op geanticipeerd door haar liefde voor de zangeres uit te spreken. En haar bijdrage, samen met Nicki Minaj, aan het nummer ‘MotorSport’ van Migos drukte effectief alle geruchten de kop in dat er sprake zou zijn van ruzie tussen die twee – een idee dat overigens meer werd gevoed door de fans en de media dan door de zangeressen zelf.
Gevoelens
Daarnaast zijn er Cardi’s sterke teksten, ook na ‘Bodak Yellow’ – een glorieuze zegetocht die duidelijk maakt dat ze niet bang hoeft te zijn dat ze niet zou kunnen presteren onder druk. Ze is erop gebrand om met haar album aan de wereld te laten zien dat ze ook kan rappen over gevoelens, niet alleen over strijd. ‘Cardi heeft ook een meisjesachtige kant – het is echt niet alleen gabbergabbergabbergabbergabber!’
‘Een deel van haar aantrekkingskracht is dat ze ook zo je buurmeisje had kunnen zijn,’ zegt Amfo. ‘Er is niets verhevens of pretentieus aan de dingen waar zij voor staat.’ Naast de schunnige pijpgrappen en de ranzigheid die ze zeker niet schuwt, is Cardi’s Instagramaccount opvallend gewoon: ze filmt zichzelf net zo lief zonder make-up in bed als volledig opgedoft in een taxi. Momenteel hangt ze erg aan de buurt waar ze is opgegroeid, als een manier om iets van de druk weg te nemen: ‘Om de een of andere reden keer ik steeds maar weer terug naar de Bronx.’ Ze mag dan door het volk zijn uitgeroepen tot de prinses van de hiphop – of de Mariah Carey van de stripclub, zoals ze het zelf heeft verwoord – maar Cardi B zal niet licht vergeten waar ze vandaan komt.
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.
Het werk van Gerard Fieret, de excentrieke Nederlandse ‘fotograficus’ die in de jaren zestig de grenzen van de fotografie verlegde, is ontdekt in Spanje. El País over het universum van een zonderlinge kunstenaar.
Hij stierf straatarm, omringd door duiven. Tussen de smerige troep in een bouwval van een huis stonden tientallen dozen en plastic containers met zijn werk. Aangevreten door het vocht en de muizen, maar het was springlevend. Bijna vijftig jaar lang voedden chaos en passie het werk van Gerard Petrus Fieret (Den Haag, 1924-2009). Zwart-witfoto’s die door hun grensverleggende karakter en originaliteit tot de opvallendste behoren in het Europa van de jaren zestig en zeventig, en die het medium fotografie oprekten. In weerwil van dit alles is de fotograaf – en dichter – nog steeds een onbekende buiten zijn geboorteland. De tentoonstellingshal Le Bal in Parijs organiseert nu zijn eerste expositie in Frankrijk.
Buitenissigheid
Vanaf het moment dat Hripsimé Visser, conservator fotografie van het Stedelijk Museum in Amsterdam, aan het eind van de jaren zeventig de foto’s van Fieret zag, was ze gefascineerd door hun buitenissigheid. ‘Ze pasten helemaal in de tijdgeest met hun verwerping van conventies en hun omarming van alles wat onkies, rauw, spontaan en authentiek was’, schrijft ze in het boek dat ter gelegenheid van de tentoonstelling is uitgegeven door Xavier Barral Editions. De fotograaf leidde een antiautoritair leven en maakte antiautoritaire foto’s. In zijn kunst hield hij zich bezig met het marginale, dat wat niet tot een gevestigde orde behoort, zowel in visueel als in technisch opzicht. ‘Waar ik naar op zoek ben in de fotografie is anarchie: mijn foto’s zijn binnen de context van een conservatieve maatschappij agressief. De intensiteit van het leven, de passie – een gezonde passie voor het leven – daar gaan ze over,’ zei Fieret.
Hoewel elk onderdeel van zijn dagelijks leven voor de productieve fotograaf het onderwerp kon zijn voor een foto, bestond het universum van Fieret voornamelijk uit vrouwen. Hij nodigde op straat meisjes uit om de hoofdrol te spelen in hun ontmoetingen, die voor altijd op papier zijn vastgelegd. Zijn zachte, onscherpe naakten lijken op geen andere, en vaak is het de grote betrokkenheid en interactie, die je intuïtief voelt tussen de fotograaf en zijn model, die zijn werk zo vitaal maakt. ‘Zijn werk gaat over tederheid. Die naakten worden nooit pornografisch. Ik vind het een prachtig liedje van verlangen,’ zegt fotograaf Willem Diepraam in Foto en copyright by G.P. Fieret, een documentaire die Frank van den Engel in de laatste twee jaar voor de dood van de fotograaf maakte. Fieret bekende tegenover Frans van Burkom, schrijver van een monografie over hem, dat hij nooit ‘een echt erotische relatie met een vrouw heeft gehad’. In de documentaire zegt de fotograaf dat hij ‘tien vrouwen in huis heeft gehad’, maar dat vanwege zijn onrustige karakter ‘het totale pakket veel te georganiseerd was voor mij. Ik wilde vrij zijn’.
Fotografie en dierenliefde waren waarschijnlijk zijn enige duurzame passies. Zijn leven werd vanaf zijn tweede jaar getekend door verlating, toen zijn vader het huis uitging en zijn moeder met de zorg voor drie kinderen achterliet. Een jaar later deed zijn moeder, die tbc had, hem in een kindertehuis. Volgens eigen zeggen werd hij in een van die katholieke internaten seksueel misbruikt. In de oorlog werd hij vanwege zijn gemengd joodse afkomst naar verschillende werkkampen gestuurd. Later ging hij naar de Haagse Kunstacademie. Hij wilde schilder worden en maakte houtskoolportretten, terwijl hij een handeltje dreef in Aziatische en Afrikaanse antiquiteiten. Hij schreef ook gedichten en publiceerde meer dan tien boeken.
‘Je zou kunnen zeggen, de poëzie is in mijn context een machtige rivier, uit haar ontsproten twee krachtige armen, het tekenen en de fotografie. Op den duur evolueerden de drie mediums in gelijkwaardigheid… Uiteindelijk versmolten de drie; foto werd poëzie, poëzie werd foto (metafysiek) en het tekenen werd een schrijfwijze, het tekenen, het dichten werd een zien en foto tot een enjambement in de gangen van het labyrint’, schreef Fieret.
Halverwege de jaren zestig begon hij zich volledig aan de fotografie te wijden. Zijn werk trok algauw aandacht en werd opgenomen in de collectie van verschillende Nederlandse musea. Er waren geen kunsthandelaren die zeiden wat hij moest maken, zodat hij altijd deed wat hij zelf wilde. Het toeval en het experiment bepaalden zijn werk. Er was geen keurslijf dat zijn verbeelding aan banden legde. Soms gebruikte hij bedorven ontwikkelaar zodat zijn foto’s geel werden. Of hij haalde de afdrukken te vroeg uit de fixeer en legde ze onder zijn bed, waardoor ze een solarisatie-effect kregen. Elk beeld was uniek en onherhaalbaar. Hij was wars van het intrinsieke vermogen tot serialiteit van de fotografie.
Soms maakte hij meerdere afdrukken van een negatief, die allemaal verschillend waren. Hij noemde zich liever geen fotograaf, maar ‘fotograficus’ (een foto-grafisch kunstenaar). ‘Een grafisch kunstenaar behoudt de controle over de technische middelen en buit die voor zijn doel uit, terwijl een fotograaf afhankelijk is van de techniek om zo duidelijk en waarachtig mogelijk te communiceren wat hij wil vastleggen. Dat verschil is de kern van de aversie die het fotografisch establishment in hem opriep,’ stelt conservator [fotomuseum Den Haag] Wim van Sinderen. ‘Ik ben niet zo’n Hasselblad-type,’ zei Fieret. Hij ging voor een goedkope Praktica-spiegelreflex.
Zijn argwanende en vijandige houding ten opzichte van de gevestigde fotografie drukte hem in een steeds groter isolement. De stempels met zijn naam en adres en zijn buitensporig vette handtekening, die vaak een opvallende plaats op zijn foto’s uit de jaren tachtig innamen, vormden weliswaar formeel onderdeel van het werk, maar verrieden ook een paranoïde trekje dat zich met grote regelmaat manifesteerde in het leven van de kunstenaar, die ervan overtuigd was dat iedereen zijn werk wilde stelen.
Zijn psychische problemen verergerden steeds meer. Gaandeweg veranderde hij in een zonderling die in Den Haag bekendstond als de man die altijd duiven voerde, op straat panfluit speelde en tekeningen maakte op bierviltjes. Maar met het verminderen van zijn productiviteit groeide zijn roem onder Amerikaanse galeriehouders, en zijn werk is momenteel opgenomen in de collectie van het MoMA.
Vijf jaar voor zijn dood wijdde het toen pas opgerichte Fotomuseum in Den Haag een retrospectief aan hem.
Hij maakte van de camera een experimenteel instrument waarmee hij zijn eigen identiteit smeedde. ‘Dit is descartiaans. Ik neem de camera ter hand, dus mijn derde oog, observeer en herken mij in de werkelijkheid, “dus ik ben”’, schreef Fieret.
De Turkse presidentsvrouw Ermine Erdogan prees de Ottomaanse harems als ‘leerscholen voor vrouwen’. Het kwam haar ook in eigen land op veel kritiek te staan.
Emine Erdogan, de first lady van Turkije, deed vorige maand van zich spreken. Op een evenement in Ankara prees zij de zogenaamde valide sultans – ofwel de wettige moeders van sultans – als ‘pioniers van hun generatie, voorbeelden voor onze moeders’.
Ook bestreed ze het westerse beeld van de harem als een plek waar ambitieuze vrouwen het wapen van hun seksualiteit inzetten om zich een weg omhoog te banen. ‘Voor leden van de Ottomaanse familie was de harem een school,’ zei ze, ‘een centrum van onderwijs, waar vrouwen werden voorbereid op het leven en op georganiseerde vrijwilligersactiviteiten.’
Afrodisiaca uit het Ottomaanse tijdperk hebben een krachtige comeback gemaakt en zijn reguliere handel geworden
Zoals Erdogans toespraak liet zien roept het begrip ‘harem’ vragen op bij het hedendaags publiek. In zijn oorspronkelijke betekenis (‘verboden’ of ‘heilig’) was het woord van toepassing op vrouwelijke familieleden. In samenlevingen waar mannen en vrouwen gescheiden zijn, hebben vrouwen hun eigen verblijf: de harem. In Ottomaanse paleizen was dit de plek waar alle slavinnen, concubines, eunuchen en vrouwelijke familieleden van de sultan woonden. Welk soort onderwijs de harembewoners kregen hing af van de heerser en van de periode in kwestie, maar de voornaamste rol van de jonge vrouwen die als slavinnen werden binnengebracht was toch om de sultan te behagen en mannelijke baby’s op de wereld te zetten. Dit bood hun de kans om op een dag valide sultan te worden, ofwel de vrouw die het hof bestierde.
Erdogans geestdriftige aanprijzing van de harem als school leidde zowel in binnen- als buitenland tot stevige reacties. De laatste werden door neo-Ottomaanse groepen – conservatieven, islamisten, maar ook commentatoren die op de hand zijn van Erdogans Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) – afgedaan als oriëntalisme. Maar uit discussies op de Turkse sociale media blijkt dat het populaire beeld van haremconcubines bij Turkse burgers zowel afschuw als fascinatie opwekt.
Ondank de scherpe afkeuring van de regeringspartij AKP, zijn series als Muhteşem Yüzyıl (De schitterende eeuw) – over het leven van prominente sultans en hun geliefden – zeer populair in Turkije. Ze hebben zelfs een niche gecreëerd voor neo-Ottomaanse producten. Geurtjes vernoemd naar machtige vrouwen aan het Ottomaanse hof, alsmede badjassen, badkameraccessoires, sieraden en zelfs haarverf met een Ottomaans thema gaan als warme broodjes over de toonbank.
Afrodisiaca uit het Ottomaanse tijdperk hebben een krachtige comeback gemaakt en zijn reguliere handel geworden. Ook kun je als consument zelf een paleiservaring opdoen, afgestemd op je voorkeur en wat je te besteden hebt. Zo biedt het chique hotel Les Ottomans aan de Bosporus kamers die zijn ingericht naar de smaken van tien verschillende sultans en de unieke sfeer van hun tijd. De Amerikaanse Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump was er reeds te gast.
Het linkse kamp
Niet iedereen was ingenomen met het positieve beeld dat mevrouw Erdogan van de harem schetste. Met name vrouwen uit het linkse kamp namen haar onder vuur. ‘Graag wijs ik mevrouw Erdogan erop dat de harem die zij een school noemt, leerlingen of concubines telde die met geweld naar het paleis werden gebracht,’ aldus Yasemin Cankurtaran, vicevoorzitter van de Republikeinse Volkspartij. ‘Het waren minderjarigen die tot geestelijke en lichamelijke slavernij werden gedwongen… Ik begrijp niet hoe een presidentsvrouw een deel van onze cultuur kan aanprijzen dat van Byzantijnse oorsprong is. Je verstand staat erbij stil.’ Een groepering met de naam Communistische Vrouwen was nog feller. Deze verklaarde de first lady de oorlog en riep het publiek op de familie Erdogan van haar monarchie- en haremwanen te verlossen.
‘Seksuele intriges maakten wel degelijk deel uit van het haremleven,’ zegt een cultuurhistorica die anoniem wenst te blijven uit angst haar baan te verliezen. ‘Iedereen had een specifieke taak, waarbij leeftijd, seksuele identiteit en de specifieke rol die je werd toebedeeld cruciaal waren,’ verklaart ze. ‘Zo speelden lesbische relaties tussen concubines en homoseksuele neigingen van sommige sultans of zonen van sultans een belangrijke rol in het overlevingsysteem van de harem, samen met de verhalen van de eunuchen. Het was een plek waar je tamelijk jong terechtkwam en van je hele identiteit werd beroofd. Dus moest je die zelf, binnen de muren van de harem, opnieuw uitvinden. Seksualiteit was de kern van deze identiteit.’
Waar journalisten van regeringsgezinde media hun best deden de educatieve waarde van de harem aan te tonen, vroegen anderen zich af of je de harem een school kon noemen, simpelweg omdat de bewoners bepaalde beroepen werd geleerd. Historicus Ozlem Kumrular tweette een plaatje van een schilderij met naakte vrouwen rond een zwembad, en schreef: ‘Dit haremtafereel is geschilderd door de laatste kalief, Abdülmecid. Raar maar waar.’ Opmerkelijk is dat Kumrulars tweet honderden keren werd geretweet, maar dat niemand uit het kamp van Ermine Erdogan inging op de betekenis van het schilderij. De meeste retweets waren voorzien van satirisch commentaar, zoals: ‘Zou [Sultan] Abdülmecid de harem beter hebben gekend dan mevrouw Erdogan? Ik vraag me af wat voor klas dit was.’
Een andere persoon tweette een foto van twee schoolgebouwen met als bijschrift: ‘Masteropleiding Kamasutra’ en ‘Academie van Flirten en Hofmakerij, Paleisintriges en Vergiftiging’. Bij weer een tweet, van een schilderij van een koninklijk hof met dansende vrouwen, luidde de tekst: ‘Dus de harem was een school. Vandaar dat we analfabeet zijn gebleven.’ Sefer Selvi, vooraanstaand cartoonist voor de krant Evrensel Daily, tekende mevrouw Erdogan met een bord waarop stond: ‘Hé meiden, laten we naar de Harem gaan.’
Vrouwelijke slavernij
Veel reageerders en commentatoren bekritiseerden de familie Erdogan ook om het feit dat ze heeft geprofiteerd van westers, seculier onderwijs – de kinderen van Erdogan zijn alle vier westers opgeleid –, terwijl ze in eigen land een ander onderwijssysteem propageert. Vandaar dat de meest voorkomende en meest afgezaagde vraag op sociale media was of Erdogan een harem wilde vestigen in het presidentiële paleis van meer dan duizend kamers.
In sommige landen zou een simpele opmerking over een historische periode geen beroering hoeven wekken, maar in Turkije zijn de maatschappelijke verhoudingen vertroebeld door de pogingen van de islamisten om de plaats en de rol van de vrouw in het publieke domein opnieuw te definiëren. Daarbij gaat het niet langer om het dragen van een hoofddoek, maar om de wens vrouwenrechten terug te draaien en om het verheerlijken van vrouwelijke slavernij.
Website die is opgericht door Jamal Daniel en zijn basis heeft in Washington DC. Nieuws en analyses uit het Midden-Oosten in zowel eigenhandige als vertaalde artikelen. Werkt samen met de grootste nieuwsorganisaties in het Midden-Oosten.
Veel Japanse vrouwen stoppen met werken omdat er te weinig crèches zijn. Een van hen schreef een woedende blog.
‘Mijn zoon is op geen enkele crèche geaccepteerd. Dood aan Japan!!!’ Onder deze titel verscheen onlangs een bericht op een anonieme blog. De tekst, een aanklacht tegen het tekort aan plaatsen op crèches en het gebrek aan bereidwilligheid bij de autoriteiten om hier iets aan te doen, is sindsdien het gesprek van de dag. De moeder die het bericht schreef, laat haar woede de vrije loop: ‘Leven we soms niet in een samenleving waarin “elke burger mee mag doen” [een verwijzing naar een verkiezingsleuze van de conservatieve premier Shinzo Abe]? Ik heb geen andere keus dan mijn baan op te zeggen.’
Toen onlangs een vrouwelijk lid van de oppositie Abe in het parlement vragen stelde over deze kwestie, antwoordde de premier dat hij niet kon nagaan of het verhaal waar was, omdat de schrijfster van de blog ervoor had gekozen anoniem te blijven. De parlementariër werd uitgejouwd door haar collega’s van de regeringspartijen, en een van hen daagde haar uit met de woorden: ‘Wie is die schrijfster dan? Laat ze haar gezicht maar eens zien!’
Deze woordenwisseling ontlokte heftige reacties bij ouders [vooral moeders] die met dezelfde problemen rondom de kinderopvang te kampen hebben. Voor het parlementsgebouw werd gedemonstreerd en er werd een petitie aangeboden met 28.000 handtekeningen, waarin geëist werd dat de kinderopvang in het land structureel wordt verbeterd. De liberaal-democratische regering en de coalitiepartijen, door dit alles overvallen, lijken nu eindelijk te zijn begonnen na te denken over nieuwe maatregelen om de wachtlijsten van kinderdagverblijven te verkorten.
Toch is hun antwoord volstrekt onvoldoende. Een woordvoerder van de liberaal-democratische partij gaf toe dat de ‘aanvankelijke reactie (van de fractieleden) ongepast was’, maar er is meer aan de hand. De affaire toont aan hoe weinig benul de autoriteiten hebben van de omvang van het probleem. De ellenlange wachtlijsten voor een plekje op de crèche brengen veel huishoudens ernstig in de problemen. Moeders die graag willen blijven werken, en gezinnen die om de eindjes aan elkaar te knopen afhankelijk zijn van twee inkomens, kunnen geen kant op. De storm aan bijval die de blog opwekte en het massale protest dat erop volgde, duiden erop dat er over de laksheid van de regering op dit punt een diepe onvrede bestaat. Het valt te hopen dat de regering dit ter harte neemt.
De inkomensongelijkheid tussen de seksen wordt nog steeds alsmaar groter. Dit ligt deels aan het feit dat veel vrouwen geen vast contract hebben
Premier Abe is dol op leuzen als ‘vrouwen kunnen actief deelnemen’ of ‘we leven in een maatschappij waarin alle vrouwen zich kunnen ontplooien’. Maar hebben zij in het huidige systeem die mogelijkheid echt? Het gebrek aan kinderopvangplaatsen is niet de enige factor die vrouwen belet om ‘actief deel te nemen’ aan het arbeidsproces.
Eerder deze maand deed het comité van de VN voor de Bestrijding van Vrouwendiscriminatie de Japanse regering een aanbeveling. Het stuk stelt dat ‘de vorige aanbevelingen (uit 2009) onvoldoende zijn toegepast’. Opnieuw maant het comité Tokio om juridische maatregelen te nemen om vrouwendiscriminatie op de werkvloer te verbieden en te voorkomen. Een andere aanbeveling is om het aantal vrouwen in leidinggevende posities, zoals in het parlement of in de directie van bedrijven, te vergroten.
Japan heeft in 1985 het verdrag over de uitbanning van alle vormen van vrouwendiscriminatie geratificeerd (het verdrag werd al in 1980 opgesteld). In 1999 werd een wet aangenomen die stelt dat onze samenleving gebaseerd is op gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Weliswaar is het aantal werkende vrouwen sindsdien sterk toegenomen, maar de inkomensongelijkheid tussen de seksen wordt nog steeds alsmaar groter [een verschil van 28 procent, oftewel het op twee na hoogste van alle OESO-landen]. Dit ligt deels aan het feit dat veel vrouwen geen vast contract hebben.
Ook doen mannen onvoldoende mee bij de opvoeding van de kinderen en bij de zorg voor ouderen die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Het idee dat mannen en vrouwen andere taken te vervullen hebben, blijft de norm in onze samenleving. In het laatste rapport van het World Economic Forum over sekseongelijkheid bungelt Japan nog altijd onder aan de lijst, op de 101e plaats. Als politici leuzen debiteren zoals dat ‘vrouwen actief mee kunnen doen’, moeten ze om te beginnen de realiteit onder ogen gaan zien.
CONTEXT: De bevolking krimpt snel
Japan heeft te maken met een sterke demografische terugloop. Dat komt door de toenemende vergrijzing van de bevolking, in combinatie met een erg laag geboortecijfer (gemiddeld 1,42 kinderen per vrouw). Als deze tendens zich voortzet, ‘is de Japanse bevolking aan het eind van deze eeuw nog maar half zo groot’, schrijft de Nihon Keiz ai Shimbun. Het lage geboortecijfer is een van de meest urgente sociale kwesties van het land. In 2007 is er een ministerie opgezet dat zich speciaal met dit probleem moest gaan bezighouden. Doel is om het geboortecijfer op te krikken tot minstens 1,8, en ervoor te zorgen dat de bevolking zich over vijftig jaar stabiliseert rond de 100 miljoen mensen (momenteel zijn het er 127 miljoen). De laatste regeringen hebben echter nauwelijks vergaande maatregelen genomen.
In 2013 was de regering-Abe van plan om aan alle Japanse vrouwen in de vruchtbare leeftijd een ‘levensloopplan’ uit te delen, om ze bewust te maken van hun afnemende vruchtbaarheid in de loop van hun leven. Dit idee kreeg zo veel kritiek dat er snel weer van af werd gezien. Sinds het parlementaire debat over de blog ‘Dood aan Japan!!!’ (zie artikel hierboven) heeft de regering snel een aanbevelingscommissie in het leven geroepen die binnen enkele weken met een rapport over het gezin moet komen. De ambitie is om het aantal kinderen dat geen plek op een crèche kan vinden terug te brengen tot nul: een enorme uitdaging, aangezien het naar schatting om 850.000 kinderen gaat.
De ‘Krant van de Rijzende Zon’, pleitbezorger van het Japanse pacifisme na de Tweede Wereldoorlog. 3000 journalisten, verdeeld over 300 nationale kantoren en 30 in het buitenland.
Voorspellen, waarom zou je? En dan weer naspellen? Niet echt de taak van de journalistiek – die moet juist beschrijven wat er speelt. Toch kan de actualiteit enorme gevolgen hebben voor de nabije toekomst en kunnen we het niet laten ook daar een gooi naar te doen. Als was het maar ter bezwering.
Bij dezen.
Donald Trump haalt het Witte Huis niet en het vluchtelingenprobleem wordt de toetssteen voor de Europese samenwerking.
Het nieuwe jaar begint voor Europa niet best, nu ook in Duitsland openlijk wordt betwijfeld of Merkels moedige mantra ‘Wir schaffen das’ wel zal standhouden. Aan Nederland valt de twijfelachtige eer te beurt als wisselend voorzitter het wankelende Europese project in het eerste halfjaar te stabiliseren. Daarbij zal veel afhangen van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten, zowel met betrekking tot de burgeroorlog in Syrië als ten aanzien van het vermogen van Islamitische Staat om als stokebrand te blijven optreden.
Ook dat heeft zijn weerslag op Nederland, waar de dreiging van terreur paradoxaal genoeg voor meer politieke stabiliteit zorgt. De efemere successen van de PVV in de peilingen bieden voor de andere partijen nauwelijks aantrekkelijke vooruitzichten op het smeden van een nieuwe regeringscoalitie, zodat de huidige combinatie de voorziene periode tot maart 2017 wel zal moeten uitzitten.
De Amerikanen beginnen over drie weken in Iowa en New Hampshire aan de prelude op de presidentsverkiezingen van 8 november. Kenners voorspellen dat voor het eerst in de Amerikaanse geschiedenis een vrouw het land zal gaan leiden.
Mag ook wel eens, na 240 jaar.
(Wie wordt na 204 jaar koninkrijk de eerste vrouwelijke minister-president van Nederland?)
De wereldeconomie zal dit jaar volgens het orgaan dat het weten kan, de Financial Times, geen grote schokken ondergaan. De olieprijs stijgt enigszins, de groei van de Chinese economie stabiliseert zich op een wat lager niveau en de dollar blijft de toonaangevende munt.
Volgens dezelfde bron, kennelijk ook op een geheel ander vlak welingelicht, maken de Belgen een goede kans op het winnen van het Europees kampioenschap voetbal in Frankrijk, met een supertrio dat volgens de Londense cijferaars op dit moment al zo’n 200 miljoen euro op de transfermarkt doet. Een troost voor Nederland. Om het broederschap met onze buren meteen aan te trekken, verwelkomen wij van harte onze Vlaamse lezers die zich vanaf deze week op de Vlaamse editie van 360 kunnen abonneren.
Net nu heel Europa op zijn kop staat vanwege de aanrandingen in Keulen, is in Portugal een nieuwe wet aangenomen die seksuele intimidatie strafbaar stelt. Overtreders kunnen in het uiterste geval een gevangenisstraf van drie jaar krijgen. Is zo’n wet noodzakelijk?
Nee
Het is net alsof er nog maar twee soorten mensen bestaan in dit land. Aan de ene kant degenen die vinden dat op een opmerking als ‘god, wat ben jij lekker’ een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou moeten staan. En aan de andere kant de machomannen die menen vrouwen voortdurend te mogen lastigvallen met obsceniteiten, als een soort natuurrecht. Zo karikaturiseren tenminste de tegenstanders elkaar in het debat rondom de zogenaamde ‘wet van de complimentjes’. De hele discussie is een opeenvolging van vergissingen en simplificaties.
Ik persoonlijk krijg niet de indruk dat mijn rechten als vrouw, evenmin als de strijd voor gelijkheid tussen de seksen in het algemeen, gediend zijn bij de recente wijziging van artikel 170 van het Wetboek van Strafrecht. Of hooguit misschien een heel klein beetje. Allereerst moet worden opgemerkt dat een complimentje, in de zin van een ‘opmerking bedoeld om iemand fysiek te prijzen’, niet echt binnen de door de wet gehanteerde formulering valt. Het gewraakte wetsartikel beschouwt als ‘seksueel opdringerig’ en daarom strafbaar een ‘voorstel van seksuele aard’. Alleen in een zeer losse interpretatie van de wet is dat van toepassing op complimentjes, zoals gerenommeerde juristen als Clara Sottomayor al hebben opgemerkt.
Het idee dat je een vrouw kunt bezitten ligt aan de wortel van allerlei vormen van gevaarlijk gedrag en geweld tegen vrouwen
De wet maakt het wel makkelijker om gevallen van seksuele intimidatie voor de rechter te brengen. Situaties van herhaaldelijke seksuele opdringerigheid. Maar feitelijk omvatte de vroegere formulering van het wetsartikel dit al: strafbaar waren het uitvoeren van exhibitionistische handelingen of het dwingen tot seksueel contact. Zulke praktijken konden dus al aangepakt worden: aan een juridisch kader ontbrak het niet.
Er wordt gezegd dat de nadruk op complimentjes vooral bedoeld is om – vaak kwetsbare – minderjarigen te beschermen tegen onbeschofte opmerkingen waar ze bang van worden. Ik heb zo mijn twijfels of het zal helpen. Zou een jongere die op straat seksistisch en agressief bejegend wordt, nou echt de agressor durven confronteren, de politie erbij halen en hem laten arresteren? Ik vraag het me af.
Dat er iets moet veranderen lijdt geen twijfel. Een vrouw moet niet als object worden gezien, op straat, in de reclame, op het werk, op dagen dat ze zin heeft om een iets dieper decolleté te dragen. Het wordt hoog tijd dat mannen ophouden met het maken van seksistische opmerkingen en inzien dat ze vrouwen niet kunnen overheersen of bezitten. Het idee dat je een vrouw kunt bezitten ligt aan de wortel van allerlei vormen van gevaarlijk gedrag en geweld tegen vrouwen. Maar de wet maakt het al mogelijk om zulke excessen aan te pakken.
Auteur: Inês Cardoso
Vertaler: Valentijn van Dijk
Inês Cardoso is opinieredacteur bij Jornal de Notícias in Lissabon.
De oudste en een van de meest gelezen kranten van Portugal. Heeft vier regionale edities: Noord, Zuid, Midden en de regio Minho (met daarin Lissabon). De toon is overwegend rechts.
Ik denk niet dat veel mensen zich beledigd zullen voelen, of beperkt in hun persoonlijke vrijheid, als iemand ze op een vleiende manier complimenteert. Maar bij deze wet gaat het om iets heel anders: seksuele intimidatie. Banale opmerkingen als ‘volgens mij moet jij eens even flink geneukt worden’ zijn namelijk niets anders dan dat: een vorm van seksuele intimidatie. En ga nou niet beginnen over de vrijheid van meningsuiting, want dat is een kulargument.
Ik besteed een groot deel van mijn tijd aan het schrijven over situaties die vrouwen als ongemakkelijk ervaren. Alledaagse vormen van seksuele intimidatie worden vaak afgedaan met: ‘Er zijn wel ergere dingen op de wereld.’ Ja, die zijn er inderdaad, maar toch mag je zulk gedrag niet bagatelliseren. Hoe zou jij het vinden als je dertienjarige dochter te horen kreeg dat ze ‘een lekker pijpbekkie’ heeft? Vind je dan ook dat zoiets niet bestraft hoeft te worden? Als je moeder, zus, vrouw of vriendin op straat ‘ik neuk je helemaal gek’ naar haar hoofd krijgt, vind je dan nog dat daar niet tegen opgetreden hoeft te worden? En als ze op hun werk door hun baas bij hun kont gepakt worden, of promotie kunnen maken als daar seksuele diensten tegenover staan, hoe zou je dat vinden?
Bij Master Chef Júnior zei een vrouw dat ze een jochie van dertien jaar zo zou aanranden als ze de kans kreeg
Dit soort dingen gebeuren. Dagelijks, en vaak zelfs bij meisjes die nog niet eens goed begrijpen waar die mannen het eigenlijk over hebben. Zulke opmerkingen zijn funest voor de spontaniteit waarmee vrouwen zich kunnen gedragen en deelnemen aan het openbare leven. Ze bedreigen onze persoonlijke vrijheid, maken ons minder zelfredzaam en beïnvloeden zeker ook onze houding tegenover mannen in het algemeen.
Toen het nieuws bekend werd, hoorde ik opmerkingen als: ‘Daar heb je die hysterische feministen weer.’ Maar de wet beperkt zich helemaal niet tot het vrouwelijk geslacht: het slachtoffer kan een vrouw, man, jongen of meisje zijn. Bij het Braziliaanse kookprogramma Master Chef Júnior zei een vrouw onlangs dat ze een jochie van dertien jaar ‘een schatje’ vond en hem zo zou aanranden als ze de kans kreeg. Dit is niet iets om luchthartig over te doen, en het is dan ook goed dat de nieuwe Portugese wet extra streng is als het om minderjarigen gaat. De meeste mensen zullen dat wel met me eens zijn, maar als het om volwassenen gaat rijst de vraag waar precies de grens ligt. Een goede stelregel in alle aspecten van het leven lijkt mij: ‘Mijn vrijheid eindigt waar die van anderen begint.’ Dat gaat dus ook op voor seksuele intimidatie. Overigens hangt de effectiviteit van de wet af van het feit hoe individuele rechters deze zullen interpreteren. Maar in ieder geval is nu een eerste stap gezet: de maatschappij moet duidelijk aangeven waar de grenzen liggen.
Auteur: Paula Cosme Pinto
Vertaler: Valentijn van Dijk
Paula Cosme Pinto schrijft al meer dan tien jaar voor Expresso, onder meer over feminisme. Ze publiceerde verschillende boeken, waaronder Os Segredos da Maleta Vermelha.
Het eerste weekblad voor de moderne Portugees kwam uit in 1973. Het wist direct lezers aan zich te binden door zijn kwaliteit, onafhankelijkheid en het originele, grote formaat.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.