Tag: zwitserland

  • Zwitserland: ‘aanzienlijke vooruitgang’ geboekt tijdens eerste gesprekken VS-Iran

    Zwitserland: ‘aanzienlijke vooruitgang’ geboekt tijdens eerste gesprekken VS-Iran

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bolivia: president Paz kondigt noodtoestand af om wegen vrij te maken

    » Colombia: extreemrechtse kandidaat De la Espriella wint presidentsverkiezingen

    Het heikelste agendapunt is de situatie in Libanon

    Pakistaanse en Qatarese bemiddelaars meldden maandag dat er ‘bemoedigende stappen vooruit’ waren gezet tijdens de eerste onderhandelingsronde in Zwitserland tussen de VS en Iran, gericht op het tot stand brengen van duurzame vrede in het Midden-Oosten. De Iraanse zijde prees de ‘aanzienlijke’ vooruitgang in de Libanese kwestie.

    De gesprekken, die plaatsvonden in Bürgenstock in de Zwitserse Alpen, begonnen zondag en duurden tot maandagavond, in het kader van het memorandum van overeenstemming dat donderdag tussen beide partijen werd ondertekend. De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Abbas Araghchi, lid van de door Teheran gestuurde delegatie, meldde dat er ‘aanzienlijke vooruitgang’ was geboekt bij het oplossen van de ‘oorlog in Libanon’, aldus Al Jazeera.

    ‘Iraanse olie- en petrochemische exporten zijn vrijgesteld [van sancties], de blokkade is opgeheven, sommige bevroren tegoeden zijn vrijgegeven en er is een omvangrijk wederopbouw- en ontwikkelingsplan voor Iran van start gegaan’, schreef hij op X.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hij benadrukte echter dat de eerste ‘echte test’ voor het succes van de onderhandelingen de ontwikkelingen in Libanon zouden zijn, waar Iran een definitief einde eist aan de vijandelijkheden tussen Israël en Hezbollah – een onderwerp dat uitgebreid aan bod kwam tijdens de gesprekken van zondag.

    Over de Straat van Hormuz, die Iran naar eigen zeggen zaterdag opnieuw had afgesloten uit protest tegen de aanhoudende confrontaties in Libanon, kwamen de partijen overeen een ‘communicatielijn’ in te stellen om ‘incidenten en communicatieproblemen’ te voorkomen en ‘een veilige doorgang voor commerciële schepen die door de straat varen’ te garanderen, meldt de BBC.

    De gesprekken verliepen echter niet zonder spanning en de discussie dreigde eerder op de dag bijna te ontsporen, aldus CNN. Iran verliet de onderhandelingen iets meer dan een uur na aanvang, ‘naar aanleiding van de dreigementen’ van Donald Trump, die Teheran als ‘beledigend’ beschouwde.

  • Alle Zwitsers kunnen ondergronds overleven

    Alle Zwitsers kunnen ondergronds overleven

    Zwitserland, met een bevolking van negen miljoen mensen, heeft meer atoombunkers per persoon dan enig ander land ter wereld: genoeg om iedereen een schuilplaats te bieden in geval van nood.

    Aanvankelijk dacht Zora Schelbert, operationeel directeur en gids van de atoomschuilkelder Sonnenberg in het Zwitserse Luzern, dat de mails die ze kreeg misschien een grap waren. Het was februari 2022 en Rusland had net de eerste bommen op Kyiv gegooid. ‘Mensen vroegen me wat voor maatregelen ze moesten nemen, waar ze heen moesten,’ zegt Schelbert. Al snel besefte ze dat mensen de historische vereniging waarvoor ze werkt, Unterirdisch Überleben (‘Overleven onder de grond’), verwarden met de lokale afdeling burgerbescherming.

    Tot fascinatie, verbijstering en afgunst van zijn Europese buren heeft Zwitserland, met een bevolking van bijna negen miljoen mensen, meer atoombunkers per hoofd van de bevolking dan enig ander land ter wereld: genoeg om alle inwoners in geval van crisis een schuilplaats te bieden. (Zweden en Finland staan op de tweede plaats, met genoeg schuilkelders voor de bevolking van alle grote steden.) Bezorgde burgers vroegen Schelbert waar hun een plek was toegewezen. Maar de Sonnenberg-bunker is tegenwoordig vooral een museum.

    Schuilkelders zijn een verplichting in Zwitserland sinds 1963

    De schuilkelder dateert van 1971 en moest oorspronkelijk plaats bieden aan twintigduizend mensen. Het was een van de grootste atoomschuilkelders ter wereld, totdat in 2002 de capaciteit werd verlaagd naar tweeduizend mensen, om de efficiëntie te vergroten en kosten te drukken. ‘Ik gaf natuurlijk wel serieus antwoord,’ zegt Schelbert, die iedereen naar de juiste instanties doorverwees. ‘Maar ja, mensen bleven maar mailen. En bellen.’

    Civiele bescherming

    Nu de Russische agressie aanhoudt terwijl de militaire en diplomatieke steun van de Verenigde Staten juist op losse schroeven staat, steken alle Europese landen weer meer geld in hun defensie. Ook civiele bescherming is daarbij een prioriteit: niet-militaire maatregelen voor de bescherming van de bevolking, zoals de bouw van schuilkelders tegen luchtaanvallen en kernwapens.

    Noorwegen heeft onlangs een bouwvoorschrift uit de Koude Oorlog afgestoft dat de aanleg van schuilkelders in nieuwe woningen verplicht stelt – een verplichting die in Zwitserland al sinds 1963 onafgebroken wordt gehandhaafd. Duitsland, dat in 2025 baanbrekende wetgeving aannam voor een miljardeninvestering in defensie, vraagt zich nu ook af of en hoe het bunkers voor burgers moet bouwen. Mede naar het voorbeeld van Duitse en Noorse overheidsinitiatieven kwam de EU bovendien met een officieel advies aan alle burgers om een noodpakket in huis te halen waarmee je het in ieder geval 72 uur kunt uitzingen.

    Het risico op oorlogen en andere door de mens veroorzaakte rampen voelt groter dan het sinds het einde van de Koude Oorlog ooit heeft gevoeld

    In Zwitserland is de groeiende aandacht voor burgerbescherming eerder een kwestie van een omslag in de publieke opinie dan een wijziging in het overheidsbeleid. Tot 2022 ‘vonden grote delen van de bevolking en zelfs sommige politici de schuilkelders overbodig’, zegt Daniel Jordi, hoofd Burgerbescherming bij de Zwitserse overheid. ‘En dat is absoluut veranderd.’ Silvia Berger, hoogleraar Zwitserse en hedendaagse geschiedenis aan de Universiteit van Bern en kenner van de culturele geschiedenis van bunkers, bevestigt dat de Russische inval in Oekraïne het denken over burgerbescherming sterk heeft veranderd; ‘We zitten midden in een transformatie’ van de publieke opinie ‘die nog niet is voltooid’.

    Het Zwitserse beleid om voor alle burgers genoeg schuilkelders aan te leggen werd in 1963 bij wet vastgelegd. Sindsdien moeten bouwers al hun nieuwbouw van een schuilkelder voorzien, of anders geld reserveren voor een door de overheid beheerde openbare schuilkelder in de buurt. Daardoor beschikt het land nu over 370.000 ondergrondse bunkers die geschikt zijn voor een verblijf van enkele uren tot twee weken.

    De bouw- en onderhoudskosten per persoon, die grotendeels voor rekening komen van projectontwikkelaars en huizenbezitters, zijn vergelijkbaar met de jaarpremie voor een Zwitserse zorgverzekering: circa 1400 Zwitserse franc [zo’n 1530 euro] voor kelders geschikt voor vijftig tot tweehonderd mensen, 3000 franc [zo’n 3275 euro] voor kleinere.

    In vredestijd gebruiken de meeste Zwitsers hun bunker als wijnkelder, opslagruimte of sauna

    Unterirdisch Überleben

    Het is een kwartier stevig wandelen van het station van Luzern naar de ingang van de Sonnenberg-bunker. Op een druilerige zondagochtend passeer ik daar toeristen met grote zoomlenzen bij het meer, ik loop over de kinderkopjes van het centrum en dan de berg op, tot ik bij een speeltuin ben waar de begroeiing welig tiert door de zware regenval van de afgelopen tijd. Een betonnen voetpad achter in het park, net voorbij de schommels, voert me naar twee zware grijze deuren in de rotshelling. Als je niet wist dat hier een atoombunker zat, zou je het makkelijk verslijten voor een meer alledaagse gemeentelijke voorziening, een waterzuiveringsinstallatie of zo.

    Met een twintigtal mensen zijn we hier voor een rondleiding door Sonnenberg van Unterirdisch Überleben. Afgezien van onze gids Zora Schelbert zijn er maar vijf vrouwen bij. Een vader die hier met zijn zoon van dertien is, grapt dat interesse in atoombunkers echt een mannending lijkt te zijn. Zijn zoon wilde per se komen kijken na de enthousiaste verhalen van zijn jongere broer, die hier een paar weken geleden met school op excursie is geweest. Ze wonen in een vooroorlogs huis in het centrum van Luzern en hebben dus geen eigen schuilkelder. De vader geeft toe dat hij geen idee heeft bij welke openbare schuilplaats ze zijn ingedeeld. ‘We zijn meer een muzikaal gezin,’ zegt hij ter rechtvaardiging.

    Wat we gaan bezichtigen is niet het schuilkeldergedeelte van de bunker, maar het voormalige commandocentrum: een ondergronds blok van zeven betonnen verdiepingen van waaruit de crisisteams de technische en logistieke operaties moesten aansturen voor het onderbrengen van twintigduizend mensen. De eigenlijke schuilkelder wordt namelijk gevormd door de vier rijbanen onder ons, waar nu auto’s overheen zoeven: de Sonnenbergtunnel, deel van een ondergrondse snelweg die in de jaren zeventig in Centraal-Zwitserland is aangelegd om de verkeersdruk te verlichten. Omdat destijds ook de nationale burgerbescherming werd opgetuigd, werden de twee tunnelbuizen zo versterkt dat ze tevens als schuilkelder konden dienen. Bij een kernaanval zou het verkeer dan worden stilgelegd, zodat de burgers de tunnel in konden en de uitgangen konden worden afgesloten met vier deuren van anderhalve meter dik beton die bestand moesten zijn tegen een kernexplosie tot op een kilometer afstand.

    In het commandocentrum boven de tunnel lag 450 ton aan voorraden opgeslagen, genoeg voor een complete stad: stapelbedden, droogtoiletten, water en andere levensbehoeften, en steekkarretjes om alles naar de tunnel te brengen. Het is een hele klus om zomaar een compleet stadje op te tuigen. De huidige schuilkelders kunnen gebruiksklaar zijn in vijf dagen, vaak nog sneller, maar Sonnenberg vereiste twee weken. Bij de enige oefening die er ooit is gedaan, in 1987, wisten de crisisteams hooguit een fractie van de benodigde infrastructuur op te zetten. Ook konden ze een van de vier 350 ton zware betonnen deuren niet dicht krijgen, en zolang een deur op een kier staat, zal hij waarschijnlijk weinig uithalen tegen een kernbom.

    Capaciteit schuilkelders varieert van één gezin tot 200 mensen

    De mislukte oefening voedde de twijfel over de haalbaarheid van een schuilkelder op deze schaal, zodat de overheid uiteindelijk besloot de capaciteit te verlagen. Met tweeduizend mensen is het nog steeds een uitzonderlijk grote opvangplek: de capaciteit van de meeste schuilkelders varieert van één gezin tot circa tweehonderd mensen.

    Commandocentrum

    De gemiddelde schuilkelder doet ook geen dienst als semipermanent museum, zoals Sonnenberg. Daar staat de oorspronkelijke uitrusting uitgestald om mensen op rondleiding een idee te geven hoe het leven in zo’n commandocentrum ten tijde van de Koude Oorlog eruit zou hebben gezien. Met de tl-verlichting, blootliggende leidingen en kraakschoon aangeveegde betonnen gangen heeft het iets van een brutalistische gevangenis.

    We dalen de verdiepingen af langs hellingbanen waarover steekkarretjes met benodigdheden naar de tunnels onderin konden worden gereden. In de keuken staat een batterij glanzende stalen vaten met koepelvormige deksels die omhoog staan als droogkappen in een kapsalon, en soeplepels ter grootte van een mensenhoofd. Een blik van vier liter heeft als weinig appetijtelijke opdruk Überlebensnahrung (‘overlevingsvoedsel’). De keuken en het blikvoer waren alleen bedoeld voor de bemanning van het commandocentrum.

    Je wordt tegenwoordig als burger nog steeds geacht om zelf onbederfelijk voedsel naar de schuilkelder mee te nemen

    Het commandocentrum was ook uitgerust met een ziekenboeg. In de pre-operatiekamer bevindt zich de enige douche van het hele complex. Er staan grote stapels grijze droogtoiletten (veredelde plastic emmers) van het soort dat in schuilkelders nog steeds wordt gebruikt, om de verspreiding van ziekten via ontlasting tegen te gaan, er zijn noodwatertanks en interne telefoonlijnen voor de communicatie tussen afdelingen en verdiepingen. Ramen zijn er niet. Bij de analoge wandklokken kun je aan een rood lampje zien of het buiten dag of nacht is. Je vraagt je onwillekeurig af of het alle moeite wel waard is. De Noorse zeventiger die hier met zijn dochter is, zegt in de operatiekamer dat een kernaanval volgens hem niet echt te overleven valt. ‘Als de Zwitsers twee weken onder de grond hebben gezeten, kunnen ze buiten daarna nog steeds niet overleven,’ redeneert hij. Hij voegt er ironisch aan toe dat ‘de beste bescherming voor de Zwitsers hun geld is’.

    Het is beslist geen toeval dat Zwitserland, het land met het op vijf na hoogste bbp per hoofd van de bevolking, en zijn eigen vaderland Noorwegen, met het op acht na hoogste bbp, van oudsher de beste programma’s voor burgerbescherming hebben.

    Neerslag kernbom

    Maar het nut van de bunkers hangt af van de aard en omvang van de crisis. De ergste neerslag van een kernbom is binnen enkele dagen of weken meestal wel verwaaid: binnen de bedoelde duur dus van een verblijf in de kelder, als het voorkomen van stralingsblootstelling nog levens kan redden. Maar een meltdown van een kernreactor zoals in Tsjernobyl kan het omringende gebied eeuwenlang onbewoonbaar maken.

    Ook de Oostenrijkers in de groep hebben hun twijfels over de overlevingskans in een worstcasescenario. Ze wijzen erop dat hoewel Wenen in de Koude Oorlog dichter bij het IJzeren Gordijn lag, op slechts een uur rijden van de Tsjechische en Hongaarse grens, dit soort bunkers daar niet is aangelegd. En het gezin is ook niet rouwig dat hun land het voorbeeld van Zwitserland niet heeft gevolgd. Ze zijn het erover eens dat ‘je je geld beter aan andere dingen kunt uitgeven’ en dat ‘diplomatie effectiever is’.

    De bunkers zijn nu eenmaal ‘onlosmakelijk verbonden’ met de Zwitserse identiteit

    Toch blijft Zwitserland sterk gehecht aan dit systeem van burgerbescherming voor iedereen, en dat heeft niet alleen met geld te maken. ‘De bunkers zijn nu eenmaal ‘onlosmakelijk verbonden met de Zwitserse identiteit’, aldus Guillaume Vergain, adjunct-hoofd van de dienst voor burgerbescherming en militaire zaken van het kanton Genève, die erop moet toezien dat de daar gebouwde schuilkelders groot en goed genoeg zijn. ‘Het zit in ons DNA.’

    Dat DNA stamt uit de Tweede Wereldoorlog, toen bunkers al een integraal onderdeel van de Zwitserse militaire strategie vormden. Toen het neutrale Zwitserland in de jaren veertig volledig door de asmogendheden was omringd, vertrouwde het op het zogenoemde Nationaal Réduit: een militaire verdedigingslinie in de Centrale Alpen, daterend van eind negentiende eeuw, die met levensmiddelen en munitie werd volgestopt tegen een eventuele inval van de nazi’s. Maar door de fundamentele verandering in de oorlogsvoering, met luchtaanvallen waarbij nu overal in Europa hoge aantallen burgerslachtoffers vielen, was er duidelijk ook behoefte aan een programma om burgers te beschermen, een soort ‘burgerréduit’.

    Kernwaarden

    Die noodzaak nam toe toen in de Koude Oorlog een kernwapenwedloop ontstond. Dat leidde volgens historicus Silvia Berger tot een nieuwe mentaliteit van ‘totale nationale verdediging’, waarbij het ook ging om de ideologische verdediging van ‘Zwitserse kernwaarden’ zoals federalisme, onafhankelijkheid, directe democratie en politieke neutraliteit, allemaal idealen die haaks stonden op het autoritaire Sovjetregime.

    En er zijn meer culturele factoren waardoor bunkers hier de logische keuze waren

    In de VS kon ondergronds gaan tijdens de Koude Oorlog als zwak of ‘onAmerikaans’ worden beschouwd, zegt Berger, terwijl in de Zwitserse militaire geschiedenis bergen en ondergrondse schuilplaatsen van oudsher vooral met ‘veiligheid’ worden geassocieerd.

    Maar om de beschikbaarheid van civiele bunkers te vergroten moest de overheid de bevolking meekrijgen in dit buitengewone project. In 1945 waren er maar voor circa 30 procent van de inwoners kelders beschikbaar. In de jaren vijftig en zestig werden er filmpjes en tekenfilms gemaakt waarin een marmot vredig tussen de alpenbloemen kuierde en ineens opschrok van een arend of een ander gevaar hoog in de lucht en snel zijn hol in dook. In een later filmpje uit de jaren zestig dat op de Sonnenberg-rondleiding wordt vertoond, zie je prachtige beelden van het berglandschap, dansende stelletjes in de disco, gelukkige gezinnen vreedzaam aan de maaltijd.

    De voice-over zegt dat oorlog en crisis misschien ‘ver weg’ lijken, iets wat je alleen ‘op tv’ ziet. Het invoeren van de wettelijke verplichting op de aanleg van schuilkelders in nieuwbouw stuitte in 1963 niet op veel protest. Maar met de opkomst van de vredesbeweging in de jaren zeventig en tachtig klonk toch steeds vaker de vraag of atoomschuilkelders wel nodig en überhaupt zinvol waren.

    Een terugkerend punt van kritiek is dat ze de inzet van kernwapens juist zouden stimuleren: als een kernoorlog te overleven valt, is er toch niets meer dat een land hoeft te weerhouden? Op het vlak van de burgerbescherming werd het accent verlegd van bescherming tegen oorlog naar voorbereiding op rampen. Net als Finland is Zwitserland nu een belangrijk exportland als het gaat om de bouw en kennis van bunkers. De verkoop van ontwerpen, bouwmaterialen en andere knowhow kan bedrijven vanuit geopolitieke overwegingen wel op kritiek komen te staan.

    Het debat blijft af en toe oplaaien, al naargelang het dreigingsbeeld dat de bevolking ervaart

    Net voordat de kernreactor in Fukushima in 2011 door een tsunami werd getroffen, was er in het Zwitserse parlement gedebatteerd over opheffing van de schuilkelderverplichting uit 1963. Na de Japanse ramp werd het beleid uiteindelijk toch gehandhaafd. Bij de huidige oorlogsgruwelen in Oekraïne en Gaza zie je een vergelijkbaar effect op de publieke opinie. Onze gids Schelbert wijst erop dat toeristen die Sonnenberg bezoeken vroeger vaker twijfelden aan de noodzaak van bunkers in een land dat zo vreedzaam en tegen internationale crises beschut lijkt als Zwitserland, maar dat ze de bunkers tegenwoordig eerder zien als ‘privilege’ of begerenswaardige luxe.

    Stapelbedden

    De nadruk ligt daarbij nu vooral op een Zwitserse ‘cultuur van paraatheid’. De bevolking wordt erop gewezen dat geld uitgeven aan schuilkelders in vredestijd weliswaar niet populair is, maar dat voortdurend onderhoud nodig is om voorbereid te zijn op een oorlog.

    Een kleine cel vol stapelbedden moet in Sonnenberg overbrengen hoezeer je in zo’n schuilkelder op elkaars lip zou zitten. Ik ga op een van de onderste bedden liggen: een groene spiraalbodem op metalen poten, een kussen en een dikke wollen deken. Het ligt net zo lekker als een hangmat, en beter dan een couchette in een slaaptrein. We moeten ons voorstellen dat deze hele cel vol ligt met gillende, huilende, doodsbange mensen die elk maar een vierkante meter ruimte hebben, zegt Schelbert. Ik doe mijn ogen dicht. Het lukt me niet.

    De nadruk ligt op een Zwitserse ‘cultuur van paraatheid’

    Ik kan hier onder de grond een sluimerend gevoel van absurditeit maar niet van me afschudden. Alles is tot in de puntjes geregeld, de techniek is indrukwekkend: de Zwitserse burgerbescherming heeft werkelijk overal aan gedacht. Maar een complete bevolking onder de grond onderbrengen, al is het maar voor een paar dagen, lijkt een beetje op een poging om de maan te koloniseren: je krijgt te maken met zo veel onbekende grootheden dat zelfs de meest doordachte en briljante plannen makkelijk in het honderd lopen.

    Als de Zwitserse bunkers iets demonstreren, is het dat impulsiviteit geen goede leidraad is in een crisis, en dat het beste burgerbeschermingsprogramma er een is waarin de bunkers nooit hoeven te worden gebruikt.

  • Zwitserland: minstens zes doden bij busbrand

    Zwitserland: minstens zes doden bij busbrand

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Senegal neemt wet aan die celstraf voor homoseksualiteit verdubbelt

    » Lula toch niet aanwezig bij de inauguratie van Chileense president Kast

    Naar verluidt stak een man zichzelf in brand

    Een regionale bus vloog dinsdag in brand in de gemeente Kerzers, in West-Zwitserland, waarbij minstens zes mensen om het leven kwamen en vijf gewond raakten, van wie drie ernstig. Onderzoekers neigen ernaar om uit te gaan van een opzettelijke daad, aldus Blick. Verschillende getuigen verklaarden dat iemand zichzelf met benzine had overgoten in de bus.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘We hebben informatie dat iemand verantwoordelijk wordt geacht voor de brand,’ bevestigde de politie. Tegelijkertijd benadrukte ze dat de precieze omstandigheden van de tragedie nog niet bekend waren. De brand vond plaats in de hoofdstraat van Kerzers en er raakten geen andere voertuigen beschadigd. Het aantal passagiers in de bus was woensdag nog onbekend.

  • Zwitserland: brand in een bar veroorzaakt 40 doden en 115 gewonden

    Zwitserland: brand in een bar veroorzaakt 40 doden en 115 gewonden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Xi Jinping: ‘Hereniging van China en Taiwan is onvermijdelijk’

    » VS: Zohran Mamdani beëdigd als nieuwe burgemeester van New York

    Vermoedelijk was vuurwerk of een kaars de oorzaak

    Zwitserland houdt vijf dagen van rouw na de ongekende brand die woensdagavond een drukbezochte bar in het skigebied Crans-Montana in het kanton Wallis verwoestte. ‘Bij de brand kwamen zo’n 40 mensen om het leven en raakten 115 mensen gewond onder degenen die Nieuwjaar vierden’, meldt The Guardian.

    De president van de Zwitserse Confederatie, Guy Parmelin, omschreef de brand als een van ‘de meest traumatische gebeurtenissen in de Zwitserse geschiedenis’, schrijft de Britse krant. ‘Dit is een tragedie van ongekende omvang,’ aldus Parmelin. Hij betuigde zijn respect aan de vele ‘jonge levens die abrupt zijn beëindigd en afgebroken’.

    De tragedie, die zich in de vroege ochtenduren van 2026 voltrok, heeft Wallis ‘tot in de kern, tot in de ziel, tot in het hart geschokt. En het hele land erbij’, schrijft de Zwitserse krant Blick in zijn redactioneel commentaar.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Donderdagavond verzamelden zich enkele honderden mensen om bloemen en kaarsen neer te leggen bij de plek van de tragedie ‘om de slachtoffers te eren’, meldt La Tribune de Genève. Iets eerder hadden ongeveer vierhonderd mensen een mis bijgewoond in de dorpskerk.

    De bar Constellation, die vooral door tieners, voornamelijk toeristen, werd bezocht, zat bomvol op oudejaarsavond. Volgens getuigen brak de brand – waarvan de oorzaak nog onbekend is – om 1:30 uur ‘s nachts uit en verspreidde hij zich razendsnel, waarop al snel meerdere explosies volgden.

    ‘Het openbaar ministerie van Wallis heeft een onderzoek ingesteld om de precieze omstandigheden van de tragedie te achterhalen’, meldt de lokale krant Le Nouvelliste. ‘In dit stadium van het strafrechtelijk onderzoek naar de brandstichting heeft procureur-generaal Béatrice Pilloud terrorisme uitgesloten’ en daarmee ook elke ‘aanslag van welke aard dan ook’. Vermoed wordt dat vuurwerk of een kaars de brand heeft veroorzaakt.

  • De coöp: Zwitserse bewoners vinden een middenweg tussen huren en kopen

    De coöp: Zwitserse bewoners vinden een middenweg tussen huren en kopen

    Zwitserse coöperaties beweren een ‘derde weg’ tussen kopen en huren te hebben gevonden. Coöperaties en non-profitorganisaties bieden goedkope appartementen om de huisvestingcrisis te bestrijden.

    Een paar straten afstand van de oever van het meer van Genève laat Claude Waelti aan een gast zijn appartement zien in een van de meest begeerde buurten van Lausanne, de Zwitserse stad met breed uitzicht op de Franse alpen aan de overkant van het meer. Er zijn twee slaapkamers, een kleine studeerkamer, een balkon op het zuiden – en het kost 1760 frank (ongeveer 1900 euro) per maand, ongeveer de helft van de normale huurprijs in de buurt.

    Zwitserland is notoir duur, maar door het hele land zijn betaalbare appartementen te vinden zoals die van Claude. Deze zogenoemde ‘coöperatieven’ worden gebouwd en beheerd door non-profitorganisaties en belichamen een soort ‘middenweg’ in de klassieke keuze tussen huren of kopen. Voorstanders verwachten dat dit model de wereldwijde kijk op betaalbare huisvesting kan veranderen, vooral in de grote steden.

    De details lijken misschien vreemd voor veel westerse mensen, waar het opbouwen van eigen vastgoedbezit ingebakken is in het systeem. Maar de centrale gedachte is simpel: Wat als er geen winstbejag of vermogensgroei bij huiseigenaarschap komt kijken?

    Aandelen in coöp

    In de Zwitserse, op lidmaatschap gebaseerde coöperatieve huizen kopen bewoners aandelen om toegang te krijgen tot het gebouw en om stemrecht te krijgen in de corporatie, onafhankelijk van het aantal aandelen dat ze bezitten. De coöp gebruikt dit geld om het gebouw te onderhouden, de huur onder de marktprijzen te houden en vaak voor gemeenschappelijke voorzieningen, zoals kinderopvang.

    Als een bewoner verhuist krijgt deze de nominale waarde van de gekochte aandelen terug. Er is geen vermogenswinst.

    Hoewel de meeste Zwitserse coöps zichzelf financieren, krijgen veel nieuwe coöps opstarthulp van de overheid, die grondgebied goedkoper kan aanbieden, lagere rentes vraagt voor leningen en soms aandelen koopt in ruil voor woonplekken voor bewoners met lage inkomens. De huur is zo berekend dat alleen de werkelijke kosten worden gedekt. Er wordt geen winst op gemaakt door een eigenaar of projectontwikkelaar.

    ‘Er is geen sprake van winstbejag,’ bevestigt Isabelle del Rizzo, secretarisgeneraal van Armoup, een coöperatieve huizenvereniging in het Franstalige gebied van Zwitserland. In tegenstelling tot in een gangbaar huurgebouw, waar een eigenaar je wooneenheid kan verkopen of opeisen, ‘weten mensen dat ze veilig zijn in hun appartement en dat niemand ze op straat zet’.

    ‘Hier weten mensen dat ze veilig zijn in hun appartement en dat niemand ze op straat zet’

    Coöps zijn anders dan andere goedkope opties in Europa, zoals sociale huurwoningen. Ze zijn bijvoorbeeld niet specifiek bestemd voor mensen met een laag inkomen. Waelti, die nu met pensioen is, was directeur bij een handelsfirma in grondstoffen. Er staan BMW’s en Mercedessen in de garage van zijn gebouw. Volgens Wüest Partner, een adviesbureau voor vastgoed, bedraagt de gemiddelde huur in deze buurt 3600 frank (3900 euro), het dubbele van wat hij betaalt.

    ‘We kunnen vakanties betalen en opleidingen voor onze kinderen,’ aldus de drieënzestigjarige Waelti, die sinds 1991 in zijn appartement woont – de huur was toen 1638 frank per maand – en nu voorzitter is van de coöp die het beheert. Nieuwe leden moeten 4500 frank aan aandelen kopen, wat ook als borg dient.

    Zwitserland is lang voorloper geweest op het gebied van coöp-huizen, aldus Alice Pittini, onderzoeker bij Housing Europe, een groep die publieke, coöperatieve en sociale huizenverenigingen vertegenwoordigt in heel Europa. Dat lijkt misschien een paradox, gezien Zwitserse kapitalistische inborst, maar ongeveer 8 procent van de woningen in Lausanne, een stad met ongeveer 140.000 inwoners, is een coöp. Waelti’s coöp, de grootste van de stad, bedraagt honderdéén appartementen met in totaal vijfduizend bewoners. Er staan duizend mensen op de wachtlijst.

    Deelethos

    Coöps zijn slechts een deel van de Zwitserse verzorgingsstaat, die weinig dakloosheid en goede bescherming voor huurders kent. (Het merendeel van de Zwitserse bevolking is huurder, deels omdat huizenprijzen zo hoog zijn.) Zelfs in Zürich, de financiële hoofdstad, is bijna een vijfde van de appartementen een coöp, en de gemeente wil dat dat in 2050 een derde wordt.

    En toch weten veel mensen weinig van de coöperaties, of ze hebben er een negatief beeld bij. Isabelle del Rizzo vertelt dat het imago van het model werd aangetast door de financiële crisis van 2008, toen een aantal ervan kopje onder ging. Ook zien veel mensen coöps als toevluchtsoorden voor ‘oude hippies en free love-volk’, aldus Del Rizzo. ‘Ik weet nog dat ik iemand uit de vastgoedwereld ontmoette en toen ik het onderwerp coöps in de mond nam, zei hij: “Nee bedankt, ik wil geen douche met iemand delen.”’

    Hoewel veel Zwitserse coöps vervuld zijn van een kibboetsachtige deelethos, zien andere zoals die van Waelti eruit als een doorsneeappartementencomplex, waar buren elkaar vaak helemaal niet kennen. Een van de nieuwere coöps in Lausanne, genaamd Le Bled, biedt veel mogelijkheden voor betrokkenheid bij de gemeenschap. Deze is opgericht door architecten en bevat een bioscoop, een muziekstudio, een bibliotheek, een wasserette en een houtwerkplaats. Kinderen dwalen vaak van appartement naar appartement en spelen samen tot de bel voor het avondeten klinkt. De elfjarige tweeling Hortense en Victoire Decosterd geven slaapfeestjes voor hun vrienden. Voor Halloween hebben ze een speurtocht georganiseerd.

    EUR Coop compressed
    Sociale bewonerscoöperatie in de ecowijk Plaines-du-Loup, Lausanne. Met 77 huur- en koopappartementen. – © Tribu-architecture.ch

    ‘In het weekend gaan ze om acht uur ’s ochtends het huis uit, zoeken ze hun vrienden op en komen ze om drie uur terug voor de lunch met nog drie andere meiden,’ vertelt hun stiefmoeder Rania Zambrano Ovalle.

    De vijfenvijftigjarige Ovalle zegt dat haar buren nog steeds een zekere afstand van elkaar bewaren, hoewel bewoners van Le Bled wel appgroepen hebben aangemaakt om elkaar bijvoorbeeld te helpen met boodschappen of kinderopvang. Ze koestert die broederschap. ‘De wereld kent niet alleen een woningcrisis, maar ook een eenzaamheidscrisis,’ zegt ze.

    Toch blijft het grootste voordeel aan de coöp volgens Zambrano Ovalle en haar man Jean-Gilles Decosterd de huur: 2400 frank (ongeveer 2600 euro) per maand voor hun lichte woning met drie slaapkamers. ‘We berekenden dat een commercieel appartement van dezelfde grootte ongeveer duizend frank duurder zou zijn,’ vertelt ze.

    Een voorwaarde: het stel moest ongeveer 25.000 frank (ongeveer 27.000 euro) aan aandelen kopen. Dat is meer dan een gebruikelijke borgsom, maar niets vergeleken met een aanbetaling voor een soortgelijk huis.

    ‘We berekenden dat een commercieel appartement van dezelfde grootte ongeveer duizend frank duurder zou zijn’

    Een gast zou Le Bled makkelijk kunnen verwarren voor een van de vele dure Zwitserse koopflats die vooral zijn bestemd voor rijkere bevolkingsgroepen. Het is in 2023 afgebouwd, heeft grote ramen en is afgewerkt met lariks, een dure, speciale houtsoort. Vanaf het dakterras is de besneeuwde top van de Mont Blanc aan de overkant van het Meer van Genève te zien.

    De coöp gedijt dankzij een mengeling van rijkere bewoners die hun units hebben gekocht en zo geld in het project pompten, en arbeiders wier appartementen worden gesubsidieerd door de gemeente, aldus Laurent Guidetti, een architect die hielp bij het ontwerp van het gebouw, en tevens een van de leiders van de coöp. Volgens hem wonen er muzikanten, docenten, elektriciens, ingenieurs, een wijnverkoper, een econoom, een journalist, een psycholoog, een schoonmaker en gepensioneerden.

    De gemeente Lausanne gaf de coöp een huurcontract van negentig jaar dat voordeliger was dan andere woonprojecten en kocht aandelen in de coöp voor huurders met een laag inkomen. Natacha Litzistorf, gemeenteraadslid in Lausanne en hoofd huisvesting, architectuur en milieu, zei dat coöperatieve huisvesting de extreme segregatie van arm en rijk kan tegengaan en de stad ‘met zichzelf kan leren leven’.

    ‘Als mensen elkaar tegenkomen en elkaar leren kennen, zijn ze minder bang voor elkaar en is er minder risico op geweld in de buurt,’ aldus Litzistorf.

    Ook om milieuredenen voelde de gemeente zich aangetrokken tot het project. Le Bled, waar tweehonderddertig mensen wonen, heeft een warmtepomp die warm water levert aan het hele gebouw. Een derde van de elektriciteit wordt opgewekt door zonnepanelen. Daktuinen krijgen hun water van gerecycled regenwater. Bewoners mogen geen wasmachine hebben in hun appartement en zijn aangewezen op de machines in de wasserette.

    Koopje

    De vierenvijftigjarige Guidetti maakt meubels in de houtwerkplaats in de kelder en experimenteert met een composterend toilet. Hij kocht zijn eigen appartement van 140 vierkante meter in 2023 voor 950.000 frank (ongeveer een miljoen euro) in plaats van maandelijkse huur te betalen. Het was een koopje voor een gloednieuw gebouw in deze buurt, waar de gemiddelde huizenprijs tussen de 1,9 en 2,3 miljoen frank (2 en 2,5 miljoen euro) ligt, aldus Wüest Partner. Als hij het verkoopt, kan dat alleen tegen de oorspronkelijke koopprijs plus inflatie. Dat de coöp werkt, is vooral te danken aan de sociale visie van Guidetti en zijn medeoprichters. ‘We hebben Le Bled gebouwd om de woningspeculatie tegen te gaan,’ zegt hij.

    Le Bled had nooit gebouwd kunnen worden zonder steun van de gemeente en zonder de goedkope leningen van overheidsbanken. Maar veel oudere Zwitserse wooncoöperaties kunnen nieuwe projecten inmiddels grotendeels uit eigen middelen financieren en zijn daardoor minder afhankelijk van de overheid.

    Waelti’s coöp, de Société Coopérative d’Habitation Lausanne, was opgericht in 1920 en heeft voldoende middelen achter de hand. Haar honderdeen gebouwen zijn naar schatting honderden miljoenen franks waard, die als onderpand kunnen dienen voor nieuwe projecten. Er worden twee nieuwe appartementencomplexen gebouwd. De coöp heeft geen uitbreidingsplicht, maar volgens Waelti is dat wel onderdeel van hun missie. ‘We willen ons kapitaal inzetten om meer te kopen,’ zei hij. ‘We hebben een verplichting tegenover de Zwitserse samenleving om meer woningen te realiseren die goedkoper zijn dan de marktprijs.’

  • Een bezoek aan de luxe vastenkliniek van de elite

    Een bezoek aan de luxe vastenkliniek van de elite

    Sjeiks en aristocraten, managers en politici en zelfs Hollywoodsterren: de vastenkliniek Buchinger Wilhelmi aan het Bodenmeer is een bedevaartsoord voor de rijken en superrijken.

    Zwarte chocolade. Een klein stukje. Dat is haar grootste wens, zegt een oudere dame met een aristocratische uitstraling. Met trage passen loopt ze over het terrein. Daar beneden golft het Bodenmeer zachtjes. De dame heeft wekenlang bijna niets gegeten en daar veel geld voor betaald.

    De Buchinger Wilhelmi-vastenkliniek is een opmerkelijke plek. De sfeer op het complex houdt op het eerste gezicht het midden tussen [de Duitse televisieseries] Bergdoktor en Traumschiff. Het is er stil als in een klooster: spreken vervalt bijna onvermijdelijk in gefluister. Het is er allesbehalve spartaans en luxueuzer dan in de meeste tophotels. Rijken en superrijken, mooie en niet meer zo mooie mensen zijn hier om aan te sterken. Ze mediteren en lezen, doen aan lichte sporten en lange wandelingen, lepelen bouillon en nippen thee.

    Soms lijkt het er zo gezond, gepolijst en schoon dat je verwacht dat iemand weldra de dubbelzinnigheid ervan blootlegt. Dit zou met een beetje fantasie ook het decor kunnen zijn van een misdaadserie op Netflix, waarin de heilzame façade van het therapeutische vasten instort en met elke volgende slok vruchtensap de afgrond van het afzien duidelijker zichtbaar wordt.

    Mal

    Leonard Wilhelmi belichaamt deze ideale wereld als geen ander. Hij is de vierde generatie die het familiebedrijf leidt, en als je hem ontmoet krijg je het gevoel dat de erfgenamen van de Buchinger Wilhelmi onthoudingsdynastie uit een mal komen. Zo perfect past hij in zijn rol. Hij groeide hier op en nam de kliniek over van zijn ouders. Hij kreeg het vasten mee met de moedermelk, zogezegd.

    Ooit maakte hij zijn huiswerk in de kliniek. Om de hoek, een paar honderd meter heuvelopwaarts, ging hij naar school. Zoals het toeval en de ongeschreven wet van het Duitse familieondernemerschap het wilden, was die school hét Duitse elite-internaat bij uitstek: kasteel Salem. Hij woonde er ook, ondanks de nabijheid van zijn ouderlijk huis.

    Zijn ouders stuurden hem tussendoor ook nog twee jaar naar een elite-internaat in Schotland. Hij studeerde bedrijfskunde in Sankt Gallen, aan de dichtstbijzijnde, internationaal goed aangeschreven universiteit. Maar als je naar hem luistert was hij nooit zo’n turbokapitalist, maar eerder iemand met geweten en hersens. ‘Ik vond managementconsultancy en investment banking niet creatief,’ zegt hij over zijn studententijd aan de andere kant van het Bodenmeer.

    Toch maakte hij carrière, bij een telecommunicatieconcern en ook bij een managementadviesbureau. Daarnaast richtte hij een sociale onderneming op voor gehandicapten die appelsap produceren. Maar hij nam altijd de tijd om zijn rust te nemen, zegt hij. ‘Ik had de neiging om eerder te vasten dan antibiotica te nemen.’ Hij liet zijn medestudenten kennismaken met vasten en overtuigde hen van het Tupperware-systeem dat de familie Wilhelmi toepast om hun ochtendmuesli efficiënt en gedisciplineerd te bereiden. Zelf eet hij meestal pas rond elf uur, omdat intervalvasten een lange pauze tussen avondeten en ontbijt vereist. Als je hem vraagt of hij nooit uit deze ideale wereld heeft willen breken, kijkt hij je met grote donkere ogen aan: hij heeft er nooit enige reden toe gehad.

    Wilhelmi vervult vele functies. Hij is tegelijkertijd abt van het vastenklooster, directeur, manager van het hotel en van de kliniek en familieondernemer. ’s Avonds geeft hij soms lezingen en de meeste gasten ontvangt hij persoonlijk.

    Deze kliniek is onderdeel van een internationale industrie die zorgt voor de rijkste mensen ter wereld, en vertrouwelijkheid is er het hoogste goed

    Het is een illustere omgeving. De namen van een gravin en verschillende andere aristocraten die belang lijken te hechten aan hun blauwe bloed en ook namen van buitenlandse politici zijn te vinden op de naambordjes die de plaats van de gasten aangeven in de eetzaal van de vastenkliniek. Deze schijnbare tegenstelling van ‘eetzaal’ en ‘vasten’ wordt in de stijl van de jaren vijftig opgelost. De welgestelde gasten worden teruggevoerd naar de tijd waarin de kliniek werd opgericht: wie toch iets wil eten omdat het vasten te inspannend is, krijgt bijvoorbeeld een carpaccio van rode biet of gegrilde savooiekool voorgeschoteld.

    Niet zelden bevinden zich beroemdheden onder de gasten: zelfs Hollywoodsterren komen naar Überlingen of naar de tweede Buchinger-kliniek in het Spaanse Marbella, die Wilhelmi’s grootouders in de jaren zeventig openden en die nu door zijn neef wordt geleid. Ook Saoedische sjeiks, gestreste managers of politici met lijfwachten vasten volgens de Buchinger-regels: Josef Ackermann herstelde hier van de stress die hij ervoer door het najagen van rendement en Eckart von Hirschhausen van de beproevingen van het talkshowcircuit.

    Vasten-kok Hubert Hohler, al sinds geruime tijd coryfee in zijn vakgebied en door menige superrijke vereerd als goeroe, is speciaal ingevlogen voor de luxe catering. Hij vertelt over zijn mountainbiketocht in gezelschap van een tv-dokter en vraagt zich dan plots af of hij daarmee niet een ijzeren wet van de kliniek overtreedt: niet spreken over de gasten. Want deze kliniek is onderdeel van een internationale industrie die zorgt voor de rijkste mensen ter wereld, en vertrouwelijkheid is er het hoogste goed.

    Als er televisieploegen komen om verslag te doen van de geheimen van het vasten, zijn er elke keer klachten, zegt Wilhelmi. Tegelijkertijd is publiciteit nodig. Je kunt er de klok op gelijk zetten dat artikelen over de kliniek aan het begin van het jaar verschijnen – wanneer mensen nog zo veel geloof hechten aan hun goede voornemens dat ze er ook geld aan willen spenderen – en kort voor de vastentijd voorafgaand aan Pasen. Een pr-adviseur die al lang in het vak zit, cultiveert het imago van de vastenclan.

    Jaarsalaris

    Afzien heeft zijn prijs. Het kortste vastenprogramma duurt volgens de brochure tien dagen en kost tussen de 3550 en 24.850 euro, afhankelijk van de kamer. Wie achtentwintig nachten wil blijven is minstens een kleine auto kwijt (9940 euro), maar kan ook aanzienlijk meer dan een gemiddeld jaarsalaris neertellen (69.580 euro). Die suite heeft dan wel een eigen sauna, een jacuzzi, een regendouche, een kleedkamer en natuurlijk uitzicht op het meer. Vasten, maar vorstelijk.

    Dit alles is voor Wilhelmi slechts ogenschijnlijk een tegenstelling. ‘In welke omgeving wordt een mens weer gezond?’ vraagt hij retorisch. In dit bijna kloosterachtige complex met reguliere zorg? Of in een gewoon ziekenhuis dat alleen maar diepvriesmaaltijden voorschotelt?

    De gezondheidswijsheden van Wilhelmi, zijn kok of zijn hoofdarts hebben steeds weer hetzelfde effect. Enerzijds voel je je schuldig dat je je lichaam mishandelt met stoffen die in de vastenwereld als gif worden beschouwd. En ook omdat het je niet vaak genoeg lukt om voor jezelf de strengheid en discipline op te brengen die deze kliniek uitstraalt. Aan de andere kant is hun overtuigde – zelfs autoritaire – benadering wel erg streng. Koffie met muesli is een zonde, zegt chef Hohler, alsof het een vanzelfsprekendheid is. En dan begint hij een voordracht over de vitaminen in muesli en het looizuur in koffie, terwijl de meeste mensen slechts geïnteresseerd zijn in de cafeïne.

    De familie Wilhelmi is nogal terughoudend als het over haar economische situatie gaat. Het aardse verstoort de schoonheid. Maar in de geconsolideerde jaarrekening in de Bundesanzeiger is de belangrijkste informatie te vinden, al is die niet heel recent. De kliniek kwam in 2021 samen met die in Marbella, die ongeveer een derde kleiner is dan die in Überlingen, uit op een winst van een kleine vijf miljoen euro, na een min van een kleine driehonderdduizend euro in het coronajaar 2020. De familie Wilhelmi haalde daarmee bijna het niveau van voor de pandemie in 2019, toen ze een winst boekten van ruim zes miljoen euro. Ze mikten vorig jaar op een winst van ongeveer zeven en een half miljoen euro. De omzet bereikte in 2021 met ruim vierenveertig miljoen euro bijna de waarde van voor de pandemie. Ze hoopten daar in 2022 overheen te gaan. De klinieken hebben samen zo’n vijfhonderdvijftig mensen in dienst.

    Opgeruimd

    Wilhelmi wil verder uitbreiden en zijn bijdrage leveren aan de dynastie. Zijn overgrootvader, de arts Otto Buchinger, richtte de kliniek op. Zijn grootouders breidden uit naar Marbella, vergrootten het kameraantal en ontwikkelden therapieën. Zijn ouders werkten aan de wetenschappelijke basis. Nu is het aan hem om een nalatenschap te scheppen: hij heeft een ‘vastenbox’ ontwikkeld waarmee klanten thuis kunnen vasten. ‘Zo blijven we het hele jaar door met elkaar in contact.’

    Het programma duurt vijf dagen en de box bevat onder meer verschillende soorten thee, soepen, olie en een meetlint. De inhoud is goed voor meer dan twee keer zo veel calorieën per dag als het strenge regime in Überlingen toestaat; daar komt het neer op 250 kilocalorieën per dag. Er zit een app bij die video’s bevat over meditatie en medische lezingen. De box kost 199 euro.

    Economisch gezien mogen ze de pandemie dan lang achter zich hebben gelaten, ze zien de naweeën ervan nog regelmatig bij hun patiënten. ‘Af en aan behandelen we long covid,’ zegt Wilhelmi. Hij is ervan overtuigd dat vasten daarbij helpt, wat hij verklaart aan de hand van ontstekingsparameters en de activiteit van de mitochondriën. Patiënten boeken ook vaker een psychotherapeut. Wilhelmi heeft speciaal daarvoor nieuwe specialisten aangesteld.

    Zijn relatie met andere medewerkers is opmerkelijk. De hoofdarts, chef Huber en de masseur werken al tientallen jaren in de kliniek. ‘Leo’, zoals ze hem noemen, kennen ze al sinds hij als klein kind tussen de vastende clientèle speelde. Is het niet vreemd dat die jongen nu hun baas is? O nee, geen probleem, zeggen ze. En hun vriendschappelijke omgang oogt inderdaad niet als een toneelstukje voor de pers, maar eerlijk en harmonieus. Dit is de opgeruimde wereld van het therapeutische vasten.

    Het is alsof de kliniek de deur wil openhouden naar alle milieus

    De kliniek in Überlingen heeft ongeveer twee keer zoveel medewerkers als kamers. De meeste medewerkers die je op het terrein ziet zijn jong en sportief, zoals je van een goed hotel mag verwachten. Jonge mensen uit de regio doen hier vakantiewerk. Deze medewerkers zorgen voor de grijzende gasten die hun baantjes trekken in het zwembad, fitnessoefeningen doen met uitzicht op het Bodenmeer of mediteren in de gebedsruimte.

    Dertig jaar geleden hadden gasten nog het gevoel dat ze in hun doen en laten werden beperkt als ze naar de kliniek kwamen, zegt Wilhelmi. Nu beschouwen ze een verblijf hier als een investering in zichzelf. Een psychische aandoening als burn-out behoort tot een van de vier diagnosegroepen waarin de kliniek haar gasten indeelt. Wilhelmi noemt ook het metabool syndroom, dus hart- en vaatziekten en ontstekingsziekten. Ziekten die moeilijk te genezen zijn, zoals multiple sclerose, Parkinson of kanker, vallen onder het kopje ‘veelbelovend’ – een gebied dat nog in ontwikkeling is. Met het vasten hopen ze een bijdrage te leveren aan de genezing.

    De methode die de Buchinger Wilhelmi-kliniek hanteert staat historisch gezien niet ver af van andere alternatieve geneeswijzen die in het zuidwesten van Duitsland populair zijn. Wilhelmi’s overgrootvader Otto Buchinger, die door een vastenkuur van zijn artritis genas, was eerst quaker en daarna streng katholiek en wilde de patiënten in zijn kliniek tot inkeer brengen. Wilhelmi zelf noemt hem een oerdwarsdenker uit een breder spiritueel milieu, waarin bijvoorbeeld ook Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, actief was.

    Wilhelmi neemt afstand van dat milieu, maar ook weer niet te veel. De esoterie die veel van deze bewegingen kenmerkt, past niet echt in de elitaire vastenkliniek van nu. Het is koorddansen, zegt hij. Hij noemt zijn aanpak complementaire in plaats van alternatieve geneeskunde en hij benadrukt dat wordt samengewerkt met zorgverzekeraars en dat de kliniek gecertificeerd is. Zijn streven naar wetenschappelijke erkenning blijkt ook uit zijn woordkeuze. Als hij bijvoorbeeld zegt ‘Vasten is de grootste niet-farmacologische interventie’, dan klinkt hij als een arts.

    Tegelijkertijd zegt hij ook dat sommige natuurlijke geneeswijzen wonderen doen. Er staan nog altijd dikke homeopathische boekwerken in de bibliotheek van de kliniek. De hoofdarts zegt niets met antroposofie te hebben, maar ze zweert bij Kneipp en natuurgeneeskunde en is sceptisch over de motieven van de farmaceutische industrie, die voor van alles geneesmiddelen probeert te maken en blij is met veel diabetici. Het is een beetje alsof de kliniek de deur wil openhouden naar alle milieus of, in zakelijke termen uitgedrukt, geen enkele klantengroep van zich wil vervreemden.

    En/en

    Het is een strategie van zo min mogelijk aanstoot geven, een voortdurend en/en. Daarin past ook de omgang van Wilhelmi met de traditie, die hij benadrukt waar hij maar kan. Zo staat er een standbeeld in de tuin: Otto Buchinger tijdens een van zijn geliefde wandelingen met zijn teckel. En bij de ingang en in het trappenhuis van de kliniek hangen familiefoto’s uit verschillende decennia, waarop alle mooie, gezonde familieleden van Wilhelmi te zien zijn. De meeste vrouwen zijn blond, de donkerharige mannen tonen Spaanse invloed. Ze zien eruit als de familie in een Spaanse telenovela [een uit Latijns-Amerika afkomstig televisiegenre].

    Aan de andere kant, zo zegt Wilhelmi, doen ze niets ‘enkel omdat Otto Buchinger het heeft gezegd’. En daarom streven ze, ondanks de associatie met natuurgeneeskunde en het Demeter-voedsel dat in overeenstemming met de maanstanden wordt gekweekt, naar wetenschappelijke erkenning. De kliniek werkt samen met wetenschappers van de Charité [een van de grootste universitaire ziekenhuizen van Europa in Berlijn] en publiceert studies in wetenschappelijke tijdschriften. Al die onderzoeken hebben één ding gemeen: ze zijn betaald door de Wilhelmi-familie. Aan onderzoek geven ze een bedrag uit van zeven cijfers per jaar, zegt Leonard Wilhelmi. De onderzoeksafdeling, opgebouwd door zijn moeder, telt zeven vaste medewerkers.

    Is dat eigenlijk niet gewoon een succesvolle marketingcampagne? Wilhelmi verwerpt dat. ‘Wij doen dit niet vanwege commerciële doeleinden.’ Ze willen ‘de pioniers van het vasten’ blijven en conclusies kunnen trekken als iets niet werkt, zegt hij. De kliniek is met zes- tot zevenduizend gasten per jaar het grootste onderzoekslaboratorium voor therapeutisch vasten ter wereld.

    Maar zouden ze ook onderzoeksresultaten publiceren waaruit blijkt dat vasten niet werkt? De erfgenaam van de vastendynastie geeft een ontwijkend antwoord. ‘Tot nu toe heeft het altijd gewerkt,’ zegt hij met vriendelijke glimlach. Hij gelooft hoe dan ook dat er duidelijk bewijs is: ‘We beschikken over een stroom aan wetenschappelijke documentatie. Het wordt steeds moeilijker om de werking van vasten te ontkennen.’

  • De Zwitserse grondstoffenbazen achter Trumps diepzeemijnbouw

    De Zwitserse grondstoffenbazen achter Trumps diepzeemijnbouw

    Machtige Zwitserse concerns beheersen voor een groot deel de handel in koper, kobalt en nikkel. Nu willen ze ook de bodemschatten op de diepzeebodem exploiteren.

    In de chaos van zijn grillige beleid, met elke dag nieuwe dreigementen, bekendmakingen en decreten, dreigde een voor de aarde belangrijke beschikking van Donald Trump uit het zicht te raken. Eind april gaf de president de betreffende instanties opdracht ervoor te zorgen dat door de VS gelicentieerde ondernemingen zo snel mogelijk strategisch belangrijke grondstoffen uit de zeebodem kunnen halen, zowel in Amerikaanse als in internationale wateren. Daar, duizenden meters onder het oppervlak, liggen op veel plaatsen enorme voorraden koper, kobalt, mangaan en nikkel. Diepzeemijnbouw is zeer omstreden en door internationale verdragen grotendeels verboden. Sommige deskundigen achten het wel mogelijk en zinvol, mits op terughoudende en voorzichtige wijze. Veel anderen waarschuwen echter voor de onvoorspelbare en dramatische gevolgen voor de oceanen en de mariene ecologie en wijzen diepzeemijnbouw categorisch af.

    Zoals bekend laat Donald Trump zich weinig gelegen liggen aan internationale regels en helemaal aan ecologische argumenten. Hij wil zakendoen. De onderneming die naar het zich laat aanzien het meest profiteert van zijn decreet is The Metals Company (TMC), een vanwege zijn manier van zakendoen omstreden Canadees bedrijf. Maar de grote profiteurs op de achtergrond zitten midden in Europa: in Zwitserland, en hun reputatie is niet minder dubieus.

    Zonder overheidsregulering of enig toezicht controleren en dirigeren zij de wereldwijde handel in bodemschatten. Met name die waar door digitalisering, energietransitie en klimaatbescherming steeds meer vraag naar is. Als je nu op een willekeurige plaats een straatenquête zou houden met de vraag wat de grootste Zwitserse concerns zijn, hoor je waarschijnlijk de namen van UBS, voedingsmiddelenmultinational Nestlé en van farma-giganten als Novartis, Sandoz en Roche. Vrijwel niemand zou Glencore, Trafigura of Mercuria noemen. Terwijl die een branche van in totaal zo’n duizend grondstoffenbedrijven domineren, die samen meer aan het Zwitserse bbp bijdragen dan het toerisme of de financiële sector.

    Grote bazen

    Ongeveer de helft van de grondstoffenbedrijven is gevestigd in het belastingparadijs Zug. De Zwitserse federale autoriteiten gaan ervan uit dat 60 procent van de wereldhandel in grondstoffen via dit kanton loopt, hoewel ze daar – met uitzondering van goud – bijna nooit fysiek terechtkomen. Deze concerns zijn ‘achter de schermen de grote bazen van de wereldeconomie’, schreef het Zwitserse economische tijdschrift Bilanz. In 2024 haalde alleen al marktleider Glencore een omzet van € 202,8 miljard, evenveel als Nestlé, Novartis en Roche bij elkaar. 

    De omvang op zich is echter niet het probleem, wel de dominante marktpositie en methodes die concerns als Glencore hanteren. Vanuit Zwitserland orkestreren en controleren de grondstofreuzen de gehele toeleveringsketen via een ondoorzichtig web van ontelbare, niet zelden in offshore belastingparadijzen gevestigde dochterondernemingen.

    Het begint al bij de mijnen, meestal gelegen in afgelegen streken van politiek instabiele landen in Latijns-Amerika of Afrika waar de rechtsstaat een sluitpost is. Zoals Espinar in de hooglanden van het grondstofrijke Peru, waar zonder enige consideratie met mens en natuur op grote schaal koper wordt gewonnen. De voornamelijk inheemse lokale bevolking wordt verjaagd. Degenen die blijven, hebben gevaarlijke concentraties zware metalen en andere giftige stoffen in hun bloed, veroorzaakt door verontreinigd drinkwater. Dat is vastgesteld door de nationale gezondheidsdienst maar heeft niets veranderd. Ook in andere landen zijn de werkwijzen en de toestanden bij de winning van grondstoffen rampzalig voor de mensenrechten en het milieu. Kerkelijke en andere ngo’s bekritiseren dat zonder resultaat al jaren.

    De Zwitserse grondstoffenreuzen hebben meer schepen op zee dan de complete Amerikaanse marine

    Niet alleen de mijnen zelf, ook het daaropvolgende transport en de verwerking van de grondstoffen zijn stevig in handen van de Glencores van deze wereld. Zij bezitten de wegen, de transportbedrijven, de spoorlijnen en de havens; de Zwitserse grondstoffenreuzen hebben meer schepen op zee dan de complete Amerikaanse marine. Zij zorgen voor de veredeling en het verhandelen van de grondstoffen. En bovendien zijn zij door hun enorme opslagcapaciteit in staat de felbegeerde goederen vast te houden en zo de prijzen op de wereldmarkt kunstmatig op te drijven. De rekening is voor de verwerkende industrie – en dus uiteindelijk voor de consument, aangezien energiecentrales, smartphones en elektronische apparaten onnodig duurder worden.

    Het is gezien hun macht en betekenis verbazingwekkend dat de grondstoffenreuzen zo goed onder de radar van de publieke waarneming weten te blijven. En dat willen ze maar al te graag zo houden. Als je de schitterende gebouwen van de Zwitserse banken en de financiële sector aan de Paradeplatz in Zürich ziet, verbaas je je hoe onopvallend het kantoor van de economische wereldmacht Glencore is: een kleurloos kantorencomplex aan Baarermattstraße 3 in de gemeente Baar in kanton Zug.

    Door een fusie met zijn Zwitsers-Britse concurrent Xstrata twaalf jaar geleden stond Glencore in één keer aan de top van de bedrijfstak. De oprichter van het concern was een man die zijn leven lang een reputatie van meedogenloosheid heeft genoten, waar hij zelf helemaal niet mee zat: Marc Rich. In 1934 in België geboren, werd hij later ook Spaans en Israëlisch staatsburger en begon hij in 1974 als zelfstandig oliehandelaar. In zaken had Rich geen morele of politieke scrupules, en dat kostte hem in 1983 de kop. De FBI vaardigde een wereldwijd opsporingsbevel tegen hem uit, officieel wegens belastingfraude. In werkelijkheid werd het Rich in de VS buitengewoon kwalijk genomen dat hij ongegeneerd doorging met zijn oliehandel met de Iraanse moellahs toen die in de Amerikaanse ambassade in Teheran tweeënvijftig Amerikaanse diplomaten en medewerkers 444 dagen lang gegijzeld hielden. Waarom Bill Clinton hem op de laatste dag van zijn ambtstermijn in 2001 verrassenderwijs gratie verleende en het arrestatiebevel introk, is sindsdien onderwerp van veel speculatie.

    Slinks

    Marc Rich, die voor fotografen bij voorkeur poseerde met een dikke sigaar en open overhemd, was in de jaren zeventig ook in de metaalhandel gestapt. Zijn belangrijkste man werd een vrijwel onbekende Duitser, in de Zürichse Tagesanzeiger ooit kort en krachtig ‘de machtigste manager van Zwitserland’ genoemd: Willy Strothotte. Geboren in 1944 in Borken, Westfalen, gold hij in de grondstoffenbusiness als de Metal Man en rechterhand van Rich. In de jaren negentig, toen Rich door zijn eigen managers was afgezet en zij het bedrijf hadden omgedoopt tot Glencore, werd Strothotte de baas van het concern. Ook bleef hij aandeelhouder. Tegenwoordig woont hij in Zwitserland waar hij van zijn miljarden geniet.

    Maar waarom vindt dit alles uitgerekend in Zwitserland plaats? Zolang de kas klopt, blijft men discreet. Politiek en instanties tonen geen noemenswaardige interesse in het reguleren of controleren van de activiteiten van de grondstoffengiganten. Daar hebben ook de herhaalde corruptieschandalen, zoals die bij Glencore, niets aan veranderd. In Congo had het concern met hulp van een dubieuze tussenpersoon en smeergeldbetalingen aan de clan van dictator Joseph Kabila op slinkse wijze exploratierechten weten te bemachtigen. Dat werd in 2017 door de Süddeutsche Zeitung en andere internationale media aan het licht gebracht in de Paradise Papers. Aan het onderzoek door Zwitserse en Amerikaanse autoriteiten wist Glencore in 2022 elegant een einde te maken door € 180 miljoen aan de Republiek Congo over te maken.

    In 2020 is in Zwitserland een poging gedaan de concerns in elk geval op het gebied van mensenrechten en milieunormen aan banden te leggen. Een referendum over de invoering van normen en voorschriften naar het voorbeeld van de EU-richtlijn inzake de toeleveringsketens, mislukte toen nipt. Het initiatief was afkomstig van negentig kerkelijke en maatschappelijke organisaties; inmiddels bereidt deze ‘coalitie voor verantwoord ondernemen’ een nieuwe poging voor.

    Deze coalitie stelt momenteel ook de zogenaamde Zwitserlandconnectie aan de kaak die zou profiteren van Donald Trumps plannen om grondstoffen uit de diepzeebodem te winnen. Want de in het begin genoemde Canadese onderneming TMC, die hiervoor al in de startblokken staat, is grotendeels in Zwitserse handen. Glencore en het in het kanton Fribourg gevestigde Allseas, dat is gespecialiseerd in voor dit doel ontworpen bijzondere vaartuigen, zijn grote investeerders en ‘strategische partners’ van TMC. Bovendien verzekerde Glencore zich al in 2012 contractueel van vijftig procent van de metalen die TMC ooit uit de bodem onder de Stille Oceaan wil gaan halen.

  • Zwitserland: regering blijft bij flexibele interpretatie van neutraliteit

    Zwitserland: regering blijft bij flexibele interpretatie van neutraliteit

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Aanklager ICC dient aanvraag in voor arrestatiebevel tegen Birmese juntaleider

    » Kamp-Trump maakt melding van bedreigingen tegen verschillende regeringsleden

    Mensen wilden het begrip steviger verankeren in de grondwet

    ‘Zwitserland past zijn neutraliteit flexibel toe en de Federale Raad wil niet van deze praktijk afwijken,’ vat Le Temps samen. Woensdag verwierp de Zwitserse regering een volksinitiatief uit soevereinistische kringen om de Zwitserse neutraliteit ‘steviger te verankeren in de grondwet van het land’.

    De initiatiefnemers, die dicht bij de nationalistische SVP [Schweizerische Volkspartei] staan, lanceerden de petitie in de context van de oorlog in Oekraïne, omdat ze zich verzetten tegen het feit dat Zwitserland de sancties van de Europese Unie tegen Rusland heeft overgenomen en dit als een ‘ernstige schending van de neutraliteit’ beschouwen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Op woensdag was de Federale Raad van mening dat ‘het vastleggen van een strakke interpretatie van het concept neutraliteit in de federale grondwet niet in het belang van Zwitserland is en de bewegingsruimte van Zwitserland op het gebied van buitenlands beleid zou beperken’. Volgens de zeven Bondsraadsleden heeft een flexibele toepassing van de Zwitserse neutraliteit het land tot nu toe goede diensten bewezen en blijft deze essentieel voor de bescherming van zijn belangen.

  • In Zwitserland is cocaïne snuiven een volkssport geworden

    In Zwitserland is cocaïne snuiven een volkssport geworden

    Europa neemt meer cocaïne in beslag dan ooit tevoren en toch zijn de autoriteiten niet bij machte om de bloeiende handel te stoppen. Volg de reis van het witte poeder vanuit Zuid-Amerika, via Antwerpen en Rotterdam naar een gebruiksruimte voor verslaafden in Zürich.

    Er wordt seks verkocht, op tv worden pornofilms vertoond en de dames van de bediening zijn halfnaakt. Sommige klanten zijn al niet meer in staat om seks te hebben; ze kwamen toch al niet daarvoor naar het bordeel, maar voor iets beters. Ze zijn hier voor crack, gekoppeld aan seksuele opwinding. Dit is de heetste rush die ze kennen, beter dan welk orgasme dan ook. En daarom blijven ze er een dag, twee, misschien zelfs drie dagen, tot ze helemaal uitgeput zijn van euforie, hun krediet op is, hun rekening zo’n vijf cijfers bedraagt en de week die voor hen ligt niet langer vooruit kan worden geschoven. Dan gaan ze er stilletjes vandoor. Ze gaan naar huis of terug naar kantoor, in afwachting van de volgende crack- of cocaïneorgie, over een paar weken. Of ze belanden in de verslavingstherapie, bij specialisten als Thilo Beck, waar ze klagen over hoe deprimerend het is om een normaal leven te leiden met normale seks.

    Seks verkoopt goed, cocaïne nog beter. Het verhaal dat verslavingsspecialist Beck ons vertelt over bordelen in Zürich en drugsgebruik, is een druppel op een gloeiende plaat van een gigantische cocaïnegolf die Europa momenteel overspoelt. Het stimulerende poeder is zuiverder, goedkoper en gemakkelijker verkrijgbaar dan ooit tevoren. In de straten van Zürich heeft de stof een zuiverheidsgraad tot 90 procent, terwijl vroeger 30 of 40 procent de norm was. En toch kost een gram nog steeds amper 100 Zwitserse frank (116 dollar), terwijl consumenten er vroeger 400 frank of zelfs meer voor betaalden. Als je deze gram in tien lijntjes verdeelt, kun je high worden voor 10 frank, wat goedkoper is dan menig drankje aan de bar. Cocaïne is veranderd van een luxedrug voor rijke, knappe en belangrijke mensen in een populaire drug die iedereen zich kan veroorloven en die overal verkrijgbaar is, volgens experts die de plaatsen delict en politieonderzoeksdossiers kennen.

    Van leerling tot gepensioneerde

    Je kunt coke op straat kopen, per post laten opsturen of bestellen via Telegram, Instagram of zelfs TikTok. Een koerier bezorgt het dan gratis – een soort Uber-dienst voor snuiven. En alle beroepen, klassen, geslachten en leeftijdsgroepen doen mee aan het snuiven en dealen – van bankiers en bakkers tot bouwvakkers. Van de meest verslaafde drugsgebruiker tot gestresste kantoormedewerkers, studenten en de gewone feestganger in het weekend. Van de professionele dealer tot de bedrijfsleider wiens mkb problemen heeft en de familieman die een renovatie van zijn huis moet financieren. Van tieners tot mensen van midden veertig en gepensioneerden.

    Volgens een onderzoek uit 2018 snuiven en roken de Zwitsers in totaal vijf ton cocaïne per jaar, ter waarde van ongeveer 500 miljoen frank [zo’n 515 miljoen euro]. En ook al ontbreken er precieze, nieuwe gegevens over de consumptie ervan, er zijn veel aanwijzingen dat het aantal gebruikers tegenwoordig nog groter is: de hoeveelheid cocaïneresten in het afvalwater van de grote steden van Zwitserland neemt toe; Zürich, Basel en Genève staan ergens bovenaan de top 10 van Europa wat betreft residugehaltes. De politie neemt steeds meer cocaïne in beslag en therapeuten moeten steeds meer gebruikers behandelen. En in de contact- en opvangcentra van Zürich hebben verslaafden die cocaïne koken met zuiveringszout of ammoniak en het vervolgens roken als crack of freebase, hun consumptie de afgelopen drie jaar met een kwart verhoogd.

    Uitgeholde ananassen

    Cocaïne is in opkomst. Ja, het is haast alsof de late negentiende eeuw weer is teruggekeerd. Cocaïne was een populair goedje, dat eerst werd aanbevolen aan morfineverslaafden en vervolgens aan verveelde dames uit de hogere klasse, voordat het de doorbraak van het drankje genaamd Coca-Cola ontketende. Het enige verschil is dat de stof nu illegaal is. En de handel is een eldorado voor de georganiseerde misdaad, op welk gebied Europa nu de VS heeft vervangen als marktleider. Op het oude continent is de vraag tegenwoordig groter, de prijs hoger en de smokkel gemakkelijker. Voor de Zuid-Amerikaanse kartels betekent dit meer winst met minder risico, dus verschepen ze hun goederen liever naar Europa.

    Kristian Vanderwaeren, een Belgische douanedirecteur, staat op wacht bij het grootste toegangspunt tot de Europese markt en weet niet of hij blij of bezorgd moet zijn. In 2023 onderschepten hij en zijn team 116 ton cocaïne in de haven van Antwerpen – een nieuw record, zoals elk jaar sinds 2014. Veel dat douanebeambten kunnen het verbranden van het materiaal niet bijhouden – het blijft soms dagenlang opgeslagen. ‘Helaas zijn wij de grootste importeur van cocaïne,’ zegt Vanderwaeren.

    Cocaïne wordt op talloze creatieve en bijna onvoorstelbare manieren Europa binnengesmokkeld. De drug komt aan in onderzeeërs, vastgemaakt aan scheepsrompen, verstopt in uitgeholde ananassen of geïmpregneerd in textiel.

    De meest voorkomende methode is echter nog steeds wat Vanderwaeren de rip-on/rip-off-variant noemt: een bende breekt een normale container open in de haven van vertrek in Zuid-Amerika, verstopt de cocaïne erin en stuurt het naar Europa zonder medeweten van de eigenlijke exporteur. Zodra de lading in de haven van bestemming is aangekomen, breken andere bendes de container open en stellen het materiaal veilig, hetzij in de haven of na inklaring buiten. Transporteurs nemen vervolgens de drugslading over en sturen deze op weg naar de landen van bestemming, waaronder Zwitserland.

    Dit is vaak zo eenvoudig als het klinkt. Elk jaar komen er 12 miljoen vrachtcontainers aan in Antwerpen, waaronder 350.000 uit Zuid-Amerika, veel daarvan met bederfelijke goederen die snel vervoerd moeten worden. Tot nu toe heeft de douane slechts 2 procent van de containers kunnen scannen en controleren op drugs. Dus als men veel verstuurt, kan men er nog steeds veel doorheen sluizen – er worden verliezen van 10 tot 15 procent ingecalculeerd, die gemakkelijk kunnen worden gecompenseerd met een marge van meer dan 1000 procent. Hieronder vallen ook steekpenningen van tienduizenden euro’s om havenmedewerkers of douanebeambten op het juiste moment de andere kant op te laten kijken, een specifieke container te laten aanwijzen of de digitale afhaalcode te laten onthullen. En als corruptie niet helpt, nemen lokale bendes graag hun toevlucht tot geweld en chantage om lokale werknemers tot medewerking te dwingen. ‘Als we niet uitkijken, hebben we binnen tien jaar een narcostaat in Antwerpen’, waarschuwt Vanderwaeren.

    Daarom is België nu aan het ‘upgraden’. Er komen honderd nieuwe banen bij in de haven en er worden veertien extra scanners aangeschaft. ‘Over een paar jaar,’ zegt Vanderwaeren, ‘wil ik alle containers uit risicolanden kunnen controleren.’

    Het plan en de recente successen hebben echter een keerzijde: hoe meer drugsdealers worden tegengewerkt, hoe harder ze terugvechten, tegen elkaar en tegen de staat. Aanvallen en schietpartijen nemen al jaren toe in België. Tijdens onderzoeken stuitte de politie op martelkamers die door lokale bendes werden gerund en de voormalige Belgische minister van Justitie moest zich wekenlang op een geheim adres schuilhouden uit angst te worden ontvoerd. Het is een spiraal van geweld, waarbij gewapende bendes tot het uiterste gaan. Ze hebben al verschillende keren geprobeerd om onder bedreiging van een vuurwapen in beslag genomen cocaïne die nog niet verbrand kon worden uit de haven te stelen.

    ‘Zover mogen we het niet laten komen.’ Aan de rand van Bern ontvangt het plaatsvervangend hoofd van de federale recherche gasten in een eenvoudige vergaderruimte op het hoofdkantoor van de federale politie. Zijn naam mag niet in de media verschijnen om zijn veiligheid te garanderen – de reden hiervoor staat in matrixvorm vermeld op een bord achter hem. Het toont de verschillende hiërarchieën in de drugshandel, met runners onderaan, kleine en grote distributeurs verder omhoog, dan importeurs en ten slotte, rood omlijnd, de georganiseerde misdaad. Dat is de tak die de ervaren politieman en zijn collega’s in het vizier hebben en waar partners uit Nederland en België hem dringend voor waarschuwen. ‘Je moet nu investeren in de strijd tegen de georganiseerde misdaad,’ vertellen ze hem. ‘Anders loopt het met jullie net zo af als met ons.’

    Het plan en de recente successen hebben echter een keerzijde: hoe meer drugsdealers worden tegengewerkt, hoe harder ze terugvechten, tegen elkaar en tegen de staat

    Niet dat de onderzoeker die tip nodig had. In zijn werk heeft hij snel oude, vermeende zekerheden moeten herzien: nee, als het gaat om internationale drugshandel is Zwitserland niet alleen een toevluchtsoord en een financieel centrum, het is ook volledig betrokken bij de operationele kant van de zaak en het is een van de meest aantrekkelijke markten in Europa.

    Dit werd duidelijk toen de Belgische drugsdealer Flor Bressers twee jaar geleden in Zürich werd gearresteerd. Terwijl hij op de vlucht was voor de autoriteiten, vond de zesendertigjarige, ook wel bekend als de ‘vingersnijder’, onderdak in Zürich en Rüschlikon bij zijn vriendin. Hij had een valse identiteit gebruikt en beheerde nog altijd zijn bedrijf. Onderzoekers beschuldigden hem van het importeren van tonnen cocaïne in Europa en het leveren van grote hoeveelheden ervan aan Zwitserland. Hij investeerde en gaf zijn winsten uit in het land; alleen al zijn vriendin gaf in twee jaar tijd 2,5 miljoen frank [ruim 2,6 miljoen euro] uit aan luxe goederen en appartementen.

    Bressers opereerde op een niveau waar de federale politie zich voornamelijk op richt – als tussenpersoon. Dit zijn de professionals in de georganiseerde misdaad die de cocaïnehandel organiseren in naam of voor rekening van grote criminele groepen en tegen betaling van provisie, in principe als een volkomen normale economische activiteit.

    De tijd dat een kartel of maffia de handel van teelt tot straatverkoop in handen had, is voorbij. Tegenwoordig functioneert de cocaïnehandel via een toeleveringsketen die gebaseerd is op een arbeidsverdeling met vele schakels: de producenten en lokale kopers in Zuid-Amerika, de kartels die de drugs per ton klaarmaken voor export en de tussenhandelaren die het transport organiseren. Deze huren op hun beurt bendes in die de Europese havens controleren, evenals transporteurs en kopers voor de grote steden. En ze hebben contact met advocaten, accountants en bankiers die helpen om de winsten wit te wassen. Iedereen die aan deze toeleveringsketen kan bijdragen, doet zaken. En de criminele groepen erachter, zoals de Italiaanse ‘Ndrangheta of de Albanese maffia, werken samen over families, etnische groepen en landsgrenzen heen – beter dan de politie.

    Dit werd drie jaar geleden duidelijk, toen Europese onderzoekers erin slaagden de versleutelde communicatiedienst Sky ECC, die werd gebruikt voor internationale drugshandel, te kraken. Ongeveer drieduizend gebruikersprofielen waren op korte of lange termijn actief in het Zwitserse mobiele netwerk en alleen al op basis van deze zaak lopen er momenteel meer dan veertig onderzoeken in Zwitserland. De herkomst van de verdachten lijkt op een eliminatieronde voor het Europees kampioenschap voetbal: Serviërs, Albanezen, Duitsers, Turken, Zwitsers, Nederlanders en nog veel meer – allemaal verenigd op hetzelfde chatplatform. De routes waarlangs cocaïne Zwitserland bereikt zijn net zo divers – vanuit de havens aan de Oostzee en de Middellandse Zee, vaak via koeriers of vrachtwagens. Het wordt ook vervoerd per passagiersvliegtuig, verstopt in luchtvracht of in de magen van slikkers die tot een kilo vervoeren in vingercondooms.

    Lichtschakelaar

    ‘Het is als een lichtschakelaar. Je rookt en wordt onmiddellijk euforisch, creatief en je raakt volledig gefocust.’ Het is een ijzige ochtend in december en het contact- en inloopcentrum op het Zeughausplein in Zürich ziet er een beetje uit als een slaperig festivalterrein: een cirkel van tenten en containers met toiletten, douches, recreatie- en gebruiksruimtes zijn allemaal met elkaar verbonden door houten loopbruggen. Frank (naam veranderd) komt uit een tent waar verslaafden ongestoord kleine hoeveelheden heroïne en cocaïne met elkaar kunnen ruilen. Frank vertelt hoe hij hier terecht is gekomen: eerst waren het gewoon joints, toen freebasing voor de kick en later, toen hij bij de bank werkte, heroïne, totdat het gewoon niet meer ging. Frank is nu vijfentwintig jaar verslaafd. Op dit moment heeft hij zijn verslaving tenminste enigszins onder controle, zegt hij, dankzij het heroïneprogramma en de contactcentra. Je kunt zien dat het niet altijd zo is geweest.

    Die ochtend is hij daar om te freebasen. Hij meldt zich bij de gebruiksruimte. Al snel wordt hij gebeld door een medewerker. Hij mag naar binnen en heeft nu 30 minuten om zijn cocaïne te koken en te roken aan een van de kleine tafeltjes. Frank kan zich niet voorstellen dat hij ooit van de drug zal afkomen. ‘Als het moment van de laatste inhalatie nadert, volgt meteen ook de gedachte aan de volgende. Het houdt nooit op,’ zegt hij.

    In zekere zin is Frank de laatste schakel in de toeleveringsketen van de internationale drugshandel, die zowel aan het begin als aan het eind veel mensen laat lijden, voor velen daartussenin een klein inkomen oplevert en in het midden voor enkelen buitensporige winsten oplevert. Frank staat ver af van deze profiteurs, zowel sociaal als fysiek. De cocaïne die hij in de straten van Zürich koopt, wordt daar niet gedistribueerd door criminele organisaties en er is ook geen Zürichse cocaïnekoning. Sterker nog, met enige overdrijving; dealen is een volkssport geworden. ‘De handel gaat dwars door de maatschappij heen,’ zegt Beat Rhyner, hoofd van Specialized Investigations bij de stadspolitie van Zürich.

    Het zijn vooral lokale criminelen die de drugs bestellen via tussenpersonen in Nederland of België. Zij ontvangen de drugs tegen vooruitbetaling en geven ze meteen door aan hun distributeurs in Zürich. Van daaruit sijpelt het handelswaar onmiddellijk naar beneden via ingewikkelde netwerken. Wat er op dit moment binnenkomt, wordt door Stefan Nebl, plaatsvervangend hoofd van de narcoticagroep van de stadspolitie, omschreven als een ‘episch overaanbod’. Een aanwijzing hiervoor is dat de politie vorig jaar dubbel zoveel cocaïne in beslag nam en 2 miljoen frank in contanten confisqueerde.

    Er zijn aanwijzingen dat nieuwe groepen crackcocaïne gaan gebruiken, zoals jonge mannen met een migratieachtergrond

    Maar hoeveel cocaïne de politie ook in beslag neemt in België, Bern of Zürich, op straat verandert er niets. Ondanks alle successen en records blijft het aanbod hoog en de prijzen stabiel, op een laag niveau. In het beste geval, wanneer een makelaar zoals Bressers wordt gearresteerd, hapert de machine even voordat hij op hetzelfde tempo doorgaat, zelfs in Zwitserland.

    ‘Er is vorig jaar iets gebeurd, maar we weten nog niet precies wat,’ zegt adjunct-directeur van de Zwitserse Verslavingsstichting Frank Zobel, een prominent expert op het gebied van de Zwitserse drugswereld. Wat Zwitserland in 2023 meemaakte met betrekking tot cocaïne en vooral crack was ongewoon, zegt hij. Dat sterke en snel verslavende crack in de mode is, is niets nieuws, voegt hij eraan toe. Maar plotseling is het gebruik openlijk zichtbaar geworden, en niet alleen in hotspots als Genève of Zürich, maar ook in kleinere steden als Chur, Solothurn, Brugg of Lugano. Het wordt vaak gebruikt door bekende verslaafden, zoals Frank in de wijk Kreis 4 in Zürich. Maar er zijn ook aanwijzingen dat nieuwe groepen crackcocaïne gaan gebruiken, zoals jonge mannen met een migratieachtergrond, zegt hij. ‘We weten nog steeds niet genoeg over wie deze mensen zijn,’ zegt Zobel, ‘maar bij mij gaan de alarmbellen al rinkelen.’

    De federale overheid heeft dit ook gemerkt. In november riep het Federale Bureau voor Volksgezondheid experts van kantons, steden en gespecialiseerde instanties bijeen voor een vergadering. ‘Het is een nieuwe situatie die we serieus moeten nemen,’ zegt Simona De Berardinis, hoofd van de Nationale Verslavingsstrategie. Toch is het bewezen verslavings- en drugbeleid van het land met zijn vier pijlers van preventie, therapie, schadebeperking en repressie nog steeds effectief, zegt ze. Ze zouden kunnen helpen om open drugscènes met hun ellende en geweld te voorkomen en de precaire situatie van gebruikers te verbeteren, voegt ze eraan toe. Nu is het zaak om de recent getroffen steden te ondersteunen door te laten zien hoe je deze pijlers in de praktijk toepast, zodat ook zij beschermde ruimten voor consumptie kunnen creëren. En we zullen de situatie in de zomer zeker in de gaten moeten houden, zegt ze. ‘We weten niet wat we kunnen verwachten.’

    Niemand weet het zeker, maar de voorspelling is dat er nog meer van het witte poeder zal komen. Europol verwacht dat de stroom cocaïne verder zal toenemen. En dat ondanks het feit dat de EU drugshandel al heeft aangemerkt als een van haar grootste bedreigingen voor de veiligheid en afgelopen najaar een breed opgezet actieplan tegen drugshandel heeft gelanceerd. ‘We lossen dit probleem op Europees niveau op of het gebeurt helemaal niet,’ aldus de Belgische douanedirecteur Vanderwaeren.

    De politie in Bern en Zürich zal haar Europese collega’s proberen te helpen en anders de zaken van kleine en grote handelaars in eigen land verstoren – tenminste voor zover de veiligheid en openbare orde worden gehandhaafd. ‘We oefenen overal druk uit, op straat, bij tussenpersonen en importeurs, zodat de situatie niet escaleert,’ zegt de Zürichse onderzoeker Rhyner. Rhyner en zijn collega’s hebben echter al lang niet meer de illusie dat ze met deze maatregelen de illegale drugshandel kunnen stoppen. Ze moeten nu genoegen nemen met het feit dat ze kunnen zeggen: ‘Als je vijf jaar lang dealt in Zürich, loop je een groot risico dat je wordt gearresteerd.’

    Het probleem is echter dat de volgende persoon dan alweer klaarstaat om het stokje over te nemen.

  • In Zwitserland hebben de meeste mensen hun hele leven lang een huurwoning

    In Zwitserland hebben de meeste mensen hun hele leven lang een huurwoning

    In veel grote steden is een koophuis voor jonge mensen vaak buiten bereik, maar de Zwitserse huizenmarkt spant de kroon. ‘Als je in een Zwitserse stad wilt wonen, is huren op dit moment de enige optie.’

    In menig ander land zou Philip Skiba, een goedbetaalde analist in de financiële sector, niet aarzelen om een huis te kopen. Maar in de stad waar hij woont, aan de rand van Zürich, gaan zelfs de lelijke huizen, zoals hij ze zelf noemt, voor miljoenen over de toonbank. Vorig jaar stond een eenvoudig, beige gestuct huis in zijn buurt te koop. De prijs? 7,5 miljoen Zwitserse frank, omgerekend zo’n 7,8 miljoen euro.

    ‘Mijn eerste gedachte was dat het belachelijk was, bijna een belediging,’ zegt Skiba (41), die een huurappartement deelt met zijn vriendin. Toen het huis enkele weken later werd verkocht, werd hij geconfronteerd met de realiteit van het Zwitserse huiseigenaarschap. Een eengezinswoning kopen in de buurt van Zürich is niet zomaar een luxe. ‘Het is meer dan luxe,’ zegt Skiba. ‘Twee kinderen, een huis, een tuin, twee auto’s – ik ken niemand die dat heeft.’

    De 9 miljoen inwoners van Zwitserland behoren tot de rijkste mensen ter wereld – toch zijn de meesten van hen huurders. In toenemende mate worden zelfs stedelijke professionals uitgesloten van de vastgoedmarkt. De gemiddelde prijs voor een studio in Zürich is volgens onderzoeksbureau Wüest Partner meer dan een miljoen euro. Per vierkante meter is Zürich ongeveer 80 procent duurder dan Parijs.

    Terwijl veel jonge mensen op plekken als Californië en New York geen uitzicht op een koophuis hebben, biedt Zwitserland een glimp van een maatschappij waar huizenbezit nagenoeg onmogelijk is. Ongeveer 36 procent van de Zwitsers heeft een eigen huis of appartement, het laagste percentage in het Westen en ver onder het gemiddelde in de Europese Unie (70 procent) en in de Verenigde Staten (67 procent). Hoewel veel jonge Zwitsers de voordelen van een leven lang huren zeggen te zien – minder gedoe en minder verplichtingen – geven ze tegelijkertijd toe dat ze boos zijn dat ze geen keuze hebben.

    Ouderwets

    ‘Ik denk dat de meeste mensen in Zwitserland nog altijd dromen van een eengezinswoning en een tuin,’ zegt Andreas Weber (36), die in Zürich werkt. ‘Maar het is gewoon niet meer mogelijk.’ Weber is directeur van Corefinanz, een hypotheekmakelaardij, maar ook hij is huurder: hij woont in een appartement dat met de trein een halfuur van het centrum van Zürich verwijderd is. ‘Ik ben nog niet zover,’ zegt hij over het kopen van een eigen huis. De gemiddelde leeftijd waarop mensen in Zwitserland hun eerste huis kopen is achtenveertig jaar, vijftien jaar ouder dan in buurland Frankrijk.

    In de Verenigde Staten en veel andere landen wordt woningbezit aangemoedigd door de overheid, en over het algemeen wordt het beschouwd als een rite de passage [verandering in de sociale status]. In Zwitserland bestaat de grond voor 70 procent uit bergen. Al generaties lang is de hoeveelheid bebouwbare grond beperkt en het onroerend goed duur. Een leven lang huren wordt daarom niet gezien als een persoonlijke mislukking of een tekortkoming van het systeem.

    ‘Ik ken veel mensen die nooit zouden willen kopen,’ zegt Alice Hollenstein, een psycholoog die gespecialiseerd is in stedelijke kwesties. ‘Ze hechten gewoon geen waarde aan huiseigenaarschap. Ze vinden het ouderwets.’

    Er wordt ook minder over geoordeeld. Zwitserse huurders zeggen geen preken te krijgen over het belang van het opbouwen van vermogen. ‘De meerderheid huurt en er ligt geen stigma op,’ zegt Christian Hilber, een inwoner van de Noord-Zwitserse stad Basel die zich aan het specialiseren is in vastgoed aan de London School of Economics. ‘Mensen zeggen eerder: “Heb jij een koopwoning? Waarom?”’

    Zwitserland is sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog overwegend een huurland en in sommige opzichten is dat goed geweest. In 2008, toen de Verenigde Staten door onverantwoorde leningen en wanbetalingen in een crisis terechtkwamen, waren er nauwelijks gevolgen voor de Zwitserse economie. De Zwitserse financiële autoriteiten eisen dat leners grondig gescreend worden. Subprime leningen [tegen minder voordelige condities] voor debiteuren met een minder gunstige kredietgeschiedenis komen in het woordenboek niet voor.

    De 9 miljoen inwoners van Zwitserland behoren tot de rijkste mensen ter wereld – toch zijn de meesten van hen huurders

    Toch botst een voorkeur voor huren hier met een grimmige financiële realiteit: uit nationale onderzoeken blijkt dat Zwitserse huiseigenaren de afgelopen decennia beter af waren als het aankomt op welvaart. Het gemiddelde vermogen van een Zwitserse huiseigenaar in de dertig is zes keer hoger dan dat van een huurder van dezelfde leeftijd. En de welvaartskloof wordt alleen maar groter met de leeftijd. Zwitserse huiseigenaren in de zeventig zijn elf keer zo rijk als huurders van hun leeftijd, volgens een studie van Ursina Kuhn van de Zwitserse Stichting voor Onderzoek in Sociale Wetenschappen in Lausanne.

    Het addertje onder het gras is dat je alleen huiseigenaar kunt worden ‘als je genoeg rijkdom hebt om meer rijkdom te vergaren’, zoals Kuhn het uitdrukt.

    Martin Hoesli, een professor aan de Universiteit van Genève die al tientallen jaren huizenbezit in Zwitserland bestudeert, zegt dat huizenbezit op de lange termijn gunstig is, maar dat veel Zwitsers zich in eerste instantie niet eens een aanbetaling kunnen veroorloven. Die bedraagt wettelijk minimaal 20 procent van de aankoopprijs. Als je daar de 4 procent overdrachtskosten aan toevoegt, komt de minimale aanbetaling voor een gemiddeld geprijsd huis (volgens Wüest Partner momenteel 1,3 miljoen euro) uit op zo’n 314.000 euro.

    Dat is een ontmoedigend bedrag voor This Schälchli (37), die eigenaar is van een koffiehuisje op een druk kruispunt in Zürich. Schälchli serveert meer dan tweehonderd kopjes koffie per dag, vertelt hij, maar met de inkomsten kan hij nauwelijks zijn huur van 1900 frank (1975 euro) betalen. Hij heeft een appartement met één slaapkamer, dat hij deelt met zijn vriendin en hun baby.

    ‘Aan het einde van de maand is mijn geld op,’ zegt Schälchli over zijn persoonlijke financiën. Hij durft niet te dromen van een eigen huis. ‘De hoeveelheid geld die je in een mensenleven uitgeeft aan huur – het is echt krankzinnig,’ zegt hij. ‘Maar er is op dit moment geen voor de hand liggende oplossing voor mij. Mijn familie heeft geen geld. Ik denk dat ik de rest van mijn leven zal huren.’

    Behoorlijk saai

    Tot voor kort dacht Hollenstein, de psycholoog, er hetzelfde over, maar om andere redenen. Huren heeft voordelen in Zwitserland: verhuurders mogen de huur niet zonder reden verhogen (denk aan een rentestijging of renovatie). Huren stelt mensen in staat om in populairdere gebieden te wonen. Hollenstein (41) huurt een prachtig appartement in het hart van Zürich. ‘Je hoeft niet voor het gebouw te zorgen,’ zegt ze. ‘Als de verwarming het niet doet, hoef je alleen maar iemand te bellen. Het is niet je bezit.’

    Maar vier jaar geleden veranderde ze van gedachten toen zij en haar partner hun eerste kind kregen en zich realiseerden dat ze een meer permanent onderkomen wilden. Ten oosten van Zürich, op 25 minuten met de trein, vonden ze een huis van 140 vierkante meter voor 2,1 miljoen frank (zo’n 2,2 miljoen euro). Ze zijn van plan om het te betrekken als ze klaar zijn met de renovatie. Het huis, zegt Hollenstein, ‘is mooi – en behoorlijk saai’.

    Ze moet nog steeds bijkomen van het feit dat ze tientallen jaren aan spaargeld in één investering heeft gestoken. ‘Op het moment dat we het huis kochten, dacht ik: Ik ben mijn vrijheid kwijt. Ik vond het doodeng,’ zegt ze.

    Ze schaamde zich een beetje toen ze haar vrienden, van wie de meesten huurders zijn, vertelde dat het haar gelukt was om een huis te kopen. ‘Hun reactie was niet “Wow, geweldig!”’ zegt Hollenstein. ‘Het was meer van: “Echt waar?”’

    Veel Zwitsers die zich een huis kunnen veroorloven zijn daarbij wel afhankelijk van voortdurende herfinanciering. Zwitserland is het land van luxe horloges, chique chocolaatjes – en levenslange hypotheken. Het is niet ongewoon dat leners hun leningen verlengen tot aan hun dood, wat voordelig is omdat hypotheekrente fiscaal aftrekbaar is. Het levert de Zwitserse banksector bovendien veel werk op.

    Voor een toerist die door dit betoverende Alpenland rijdt, is het niet moeilijk te begrijpen waarom de huizenprijzen zo astronomisch zijn. De eeuwenoude stenen steegjes in steden als Bern en Zürich zijn levende musea – intact en onaangetast door wereldoorlogen. De skyline van Zürich bestaat uit hoge, met sneeuw bedekte bergen. Het meer dat de stad omringt is zo ongerept dat mensen soms direct vanaf de trottoirs en promenades het water in duiken.

    Toen Andreas Fuhrer (43), een deeltjesfysicus die werkzaam is bij een bank op het gebied van risicobeheer, besloot een huis te zoeken in Bern, besefte hij dat hij voor de aanbetaling zijn familie om hulp zou moeten vragen. Hij en zijn partner, Siwat Chuencharoen (37), een pianoleraar, gingen op zoek naar een plek waar Siwat kon oefenen zonder dat de buren er last van zouden hebben. Ze bezochten vijftien huizen en deden op vijf een bod. Maar dat werd steeds weer overtroffen.

    ‘Het is deprimerend,’ zegt Fuhrer. ‘Je loopt het huis binnen en zegt: “Dit is onze droom,” en dan krijg je het niet.’

    Tina Turner huurde in de buurt een chateau tot aan haar dood eerder dit jaar

    Toen ze een huis vonden dat ze wilden kopen, gingen ze er helemaal voor. Het huis was bijna 200 vierkante meter en bevond zich net buiten de stadsgrenzen van Bern, aan de overkant van de spoorweg. Het werd aangeboden voor 1,25 miljoen frank (1,3 miljoen euro), maar na verschillende biedrondes kocht het stel het voor 1,52 miljoen frank. Naast de aanbetaling van 300.000 frank (zo’n 312.000 euro), waarbij de familie hielp, financierden ze de aankoop met drie aparte leningen met een looptijd van acht, tien en twaalf jaar. De schuld is zo gestructureerd dat het grootste deel van wat ze terugbetalen rente is, en niet de hoofdsom. Ze zijn van plan om de lasten tientallen jaren te blijven betalen.

    ‘Een huis kopen in dit land is niet voor iedereen weggelegd,’ zegt Siwat, die in 2010 als muziekstudent vanuit Thailand naar Zwitserland verhuisde. ‘Ook al verdien je vrij goed en heb je een goed leven, alles is hier duur.’

    Voor Skiba, de analist uit de financiële sector, is een koophuis nog ver weg. Hij betaalt 6000 frank (ruim 6200 euro) per maand voor zijn appartement op een heuvel boven de Goudkust met herenhuizen aan een meer die gezegend zijn met avondzon. Tina Turner huurde in de buurt een chateau tot aan haar dood eerder dit jaar.

    In het kantoor van Skiba werken zo’n dertig mensen. De meesten van hen verdienen een jaarsalaris van minstens 100.000 frank, zegt hij, maar slechts twee van hen bezitten een eigen huis. Hij zou zich een huis op het platteland buiten Zürich kunnen veroorloven. Zestig kilometer verderop staan huizen die verkocht worden voor 1,5 miljoen. Maar hij wil niet zo ver van zijn kantoor en vrienden in de stad wonen. ‘Ik denk dat het bij mensen hoort om graag een huis te willen bezitten,’ zegt hij. ‘Maar als je in een Zwitserse stad wilt wonen, is huren op dit moment de enige optie.’

  • Zwitserse dorpen worden weer leefbaar door vernieuwende architectuur

    Zwitserse dorpen worden weer leefbaar door vernieuwende architectuur

    Een Zwitsers architectenbureau wist met een paar subtiele ingrepen de openbare ruimte in het dorpje Monte voor ouderen en jongeren te verrijken. Die strategie moet nu als voorbeeld dienen voor krimpende en vergrijzende dorpen in heel Zwitserland.

    De eigenares van de dorpswinkel in Monte, in de Valle di Muggio (in het kanton Tessino), heeft de broodjes al klaargelegd. Ze kent de architecten Rina Rolli en Tiziano Schürch van architectenbureau Studioser goed, sinds die het dorp de laatste twee jaar hebben onderzocht en aanpassingen hebben aangebracht.

    De dorpswinkel diende al eerder als trefpunt; nu is hij ook architectonisch als zodanig te herkennen. De architecten hebben de straat voor de winkel geplaveid en er een bank geplaatst. Een kastje aan de buitenmuur fungeert als etalage. In de winkel, die ook als improvisatorisch café dient, zijn tafels neergezet en een paar kasten gebouwd. De architectonische ingrepen zijn vrijwel onzichtbaar, en toch hebben ze het dagelijks leven merkbaar verbeterd.

    Het project volgde op een studie die werd uitgevoerd in opdracht van drie gemeenten in Tessino en de Zwitserse Seniorenraad. Die studie moest uitzoeken hoe het leven van de vergrijzende bevolking in plattelandsgebieden kan worden verbeterd. Daar kwamen tien aanbevelingen uit voort, die variëren van sociale en technische tot bouwkundige maatregelen. De gemeente Castel San Pietro gaf bureau Studioser vervolgens de opdracht om op basis daarvan interventies te bedenken voor het dorpje Monte, dat twintig jaar eerder aan de gemeente was toegevoegd. In totaal hebben de architecten acht kleinere projecten uitgevoerd.

    Voor het voormalige gemeentehuis hebben ze een massieve stenen tafel van natuursteen gebouwd, waar metalen stoelen met filigraanwerk omheen staan. Hier kunnen de bewoners elkaar treffen. De opwaardering van de openbare ruimte compenseert de benauwde ruimtelijke verhoudingen in de oude stegen en huizen. De architectonische ingrepen zijn zowel praktisch als sfeerscheppend. Een leuning geeft houvast in de smalle stegen. Op een bankje kunnen mensen even op adem komen.

    Knikkerbaan

    Daarmee is het steile dorp met de smalle huizen echter nog niet geschikt voor rolstoelen. Toch maken de ingrepen het voor oude mensen mogelijk om langer in het dorp te blijven wonen. En ook de jongere bewoners profiteren ervan. De trapleuningen kunnen door kinderen worden gebruikt als knikkerbaan; de juiste knikkers kun je in de dorpswinkel kopen. ‘Ons doel was niet alleen maar om leuningen in het hele dorp te maken, maar om net als architect Lina Bo Bardi poëtische en naïeve opvattingen te verbinden met politieke en sociale behoeften,’ zegt Rina Rolli.

    De twee architecten spraken met veel van de circa honderd inwoners, die hun fotoalbums openden en herinneringen aan vroeger ophaalden. Tijdens deze informele gesprekken leerden de architecten het dorp beter kennen, zodat ze daar met hun werk bij konden aanknopen. ‘Onze architectuur maakt de geschiedenis van het dorp zichtbaar,’ zegt Tiziano Schürch. De geplande opwaarderingen lijken vaak bijna het werk van monumentenzorg. Een stenen huis waarin ooit kastanjes werden gedroogd, werd door de architecten slechts voorzien van een informatiebordje waarop alle deelprojecten gemarkeerd staan.

    De stille correcties – al zijn ze nog zo klein – geven antwoord op alledaagse behoeften

    De architecten verwijzen naar Hermann Czechs ‘stille architectuur’, die alleen spreekt als het haar gevraagd wordt. De stille correcties – al zijn ze nog zo klein – geven antwoord op alledaagse behoeften. Bij de ingang van het kerkhof werd een kleine bronwaterfontein geplaatst, die met het marmer, de stenen platen en het beton de materiële geschiedenis van de regio vertelt. Bij het voormalige washuis in het bos was ooit een vuurplaats. Naast de dorpsbron werd een boom geplant, die in een muurtje gevat is dat als zitgelegenheid dient.

    Schürch en Rolli zien architectuur als een maatschappelijk instrument. Ze betrekken de bewoners erbij en geven dan vorm aan kleine ingrepen die duidelijk door de hand van een architect zijn ontworpen – tot en met de verklarende folder. Hun visie op het geheel herinnert aan architect Luigi Snozzi, die vanaf 1977 het dorp Monte Carasso nieuw leven inblies en uitbreidde. Maar Studioser gaat met een andere maatstaf en in een andere taal te werk dan Snozzi. In Monte zie je geen bouwwerken van sierbeton, maar subtiele gestes voor dagelijks gebruik. ‘Andere plaatsen kunnen van Monte leren,’ zegt burgemeester Alessia Ponti. ‘De ingrepen zijn klein, maar belangrijk voor de bewoners.’ Castel San Pietro wil zijn dorpscentrum renoveren en Monte daarbij als voorbeeld nemen. Cruciaal daarbij is dat de inwoners meedenken. ‘Zonder betrokkenheid van de mensen maakt zelfs de beste oplossing weinig verschil.’

    Monte is een pittoresk dorp, de Valle di Muggio een idyllisch landschap. De architecten hoefden niet veel meer te doen dan deze sterke punten met kleine speldenprikjes nog beter tot hun recht te laten komen. In andere, grotere plaatsen zal hun poëtische aanpak op grenzen stuiten. Maar ook daar biedt hun strategie om een plek nauwkeurig te lezen en aan te passen mogelijkheden voor de openbare ruimte die vaak verwaarloosd wordt – juist voor gemeentes waar de bevolking wegtrekt en waar de financiële ruimte voor zulke ingrepen beperkt is.

    Architectonische thuiszorg

    Het project trekt ook buiten het dorp de aandacht. Het Duitse tijdschrift voor architectuur Bauwelt heeft het onderscheiden met een prijs voor beginnende architecten. Verleden jaar hebben de architecten met studenten een zomerschool georganiseerd die in de hele vallei kleine interventies heeft ontworpen en uitgevoerd. Monte heeft met Studioser een speelplaats gepland. De buurgemeente Breggia heeft de architecten opdracht gegeven een soortgelijke analyse van het dorp te maken.

    Anders dan het Bilbao-effect, dat met een spectaculair project een hele stad ingrijpend verandert, heeft het Monte-effect een subtiele uitwerking op het dorp. Het kan de vergrijzing en de leegloop in de dorpen niet stoppen; daarvoor zijn grotere economische factoren en de maatschappelijke realiteit verantwoordelijk. In Monte was het aantal inwoners al voor het project begon stabiel. Maar zorgvuldig onderhoud van het dorp kan het leven van degenen die er blijven wonen verrijken en misschien nieuwe mensen aantrekken. De aanpassingen zijn een soort architectonische thuiszorg, die met weinig kosten een beter leven in de oude omgeving mogelijk maakt.

    Meergeneratiewoningen

    In Japan wordt het traditionele gezinsmodel op de proef gesteld door sociologische experimenten zoals de Nagaya Tower in Kagoshima. De Spaanse krant El País wijdde een reportage aan deze ’toren van Babel’ waarin 43 mensen van 8 tot 93 jaar oud wonen. Dit gebouw voor een ‘familie zonder bloedbanden’, met gedeelde ruimtes en toegewijd personeel, zou volgens een van de bewoners geïnspireerd zijn door de nagaya, langgerekte huizen uit de Japanse Edoperiode, die meer dan honderdvijftig jaar geleden een collectieve levensstijl vormden. Van kinderen tot ouderen, van gezinnen tot alleenstaanden, iedereen woonde er samen in hetzelfde gebouw rondom de gemeenschappelijke put en had verschillende taken en bezigheden, zoals de was doen of het huishouden verzorgen.
    De gemeenschap in Kagoshima, die ook een opvangcentrum herbergt voor kinderen met een geestelijke beperking, is opgericht door een arts die zich zorgen maakte over het isolement van ouderen en mensen met een handicap, wezenlijke problemen in het land met de oudste bevolking ter wereld. Volgens het tijdschrift Frame loopt Japan voorop op het gebied van meergeneratiewoningen en kan het model ‘dienen als inspiratie voor andere locaties die minder vergevorderd zijn op dit gebied’.

    Inspiratie van elders

    ‘Het is nu CO2 in plaats van olie dat bepaalt wat mooi is of niet in de architectuur,’ zo vat architect Philippe Rahm zijn essay ‘De Antropoceen-stijl’ samen voor de Zwitserse krant Le Temps. Rahm nodigt ons uit om onze gewoontes wat betreft interieurdecoratie te heroverwegen, of beter gezegd: om de functionele aard ervan niet uit het oog te verliezen. Een tapijt voorkomt dat je koude voeten krijgt, een wandtapijt isoleert een muur, een spiegel reflecteert het licht: allemaal functies die met de opkomst van strakke, minimalistische interieurs in de twintigste eeuw vergeten lijken te zijn. Dit moderne interieur is weliswaar leefbaar gemaakt door airconditioning en verwarming – en dus door fossiele brandstoffen – maar dat is nu achterhaald door klimaatverandering.
    In plaats van het wachten op nieuwe technologieën om steden aan te passen aan de klimaatverandering zouden we misschien inspiratie kunnen putten uit de architectuur die zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld in de hitte van de Arabische wereld. Zoals de mashrabiya, de decoratieve houten roosters en raampjes met ademende materialen uit de traditionele Arabische architectuur. Of uit een villa in de Braziliaanse jungle. De Braziliaanse beeldhouwer João Machado ontwierp een tuin op meer dan duizend meter boven de zeespiegel, die meer dan vierhonderd plantensoorten van over de hele wereld herbergt, aldus The Guardian. Het huis is gebouwd met stenen uit de regio en gerecycled hout, en heeft een volledig begroeide gevel die de woning in de loop van de tijd ‘onzichtbaar’ zal maken.

    Onderdompeling in het groen

    Midden in een uitgestrekt groen gebied staat een indrukwekkend gebouw met gevels van glas, zuilen van boomstammen en panelen van ruw hout. ‘Het Bosbad’ is door het Nederlandse architectenbureau Gaaga ontworpen en gebouwd in park Bosrijk in Eindhoven. Volgens het Britse tijdschrift Dezeen is het ontwerp geïnspireerd op de Japanse praktijk van shinrin-yoku, oftewel ‘zichzelf onderdompelen in het bos’, een therapeutische handeling om lichaam en geest tot rust te brengen. Deze zen-benadering komt tot uiting in de constructie van het gebouw met duurzame en recyclebare materialen, bedoeld om de harmonie en de continuïteit met de natuurlijke omgeving te waarborgen. Het Bosbad heeft een open binnenstraat, van waaruit slingerende groene paden naar het omliggende bosrijke park leiden. Het perceel gaat daardoor perfect op in het omringende groen.

    Samen in een ‘mommune’

    Het delen van woonruimte kan ook in een ‘mommune’. Deze Engelstalige samentrekking van mom en commune verwijst naar alleenstaande moeders die besluiten samen te wonen om de dagelijkse taken en de opvoeding van hun kinderen te delen, schrijft The New York Times. Het fenomeen is niet nieuw, maar sinds de coronapandemie betreft het in de Verenigde Staten niet alleen meer vrouwen van kleur of van Latijns-Amerikaanse afkomst, maar ook witte vrouwen uit de middenklasse. ‘We willen dat onze kinderen veilig opgroeien en we willen de steun krijgen die we als mensen verdienen. De economische basis is woonruimte,’ zegt een van hen tegen de krant. ’Het is de meest logische stap, overal zie je de behoefte om te delen. Als de nood hoog is, is de bereidheid daartoe ook groot. Dat is wereldwijd zichtbaar,’ aldus The New York Times. Binnenkort worden ook in Parijs de eerste mommunes geopend.

  • AOW’ers in Zwitserland krijgen dertiende maand

    AOW’ers in Zwitserland krijgen dertiende maand

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Haïti: minstens 12 doden bij bendeaanval op twee gevangenissen

    » Pakistan: Shehbaz Sharif voor de tweede keer verkozen tot premier

    Zwitserland stemde per referendum voor extra maand AOW

    In een referendum stemde zondag meer dan 58 procent van de Zwitserse kiezers in met de betaling van een dertiende maand aan AOW’ers, aan het einde van het jaar krijgt deze groep nu een extra maandbedrag uitgekeerd. Niemand zag de omvang van het ‘ja van de Zwitsers’ voor een verhoging van de AOW (Assurance-vieillesse et survivants in het Frans en Alters- und Hinterlassenenversicherung in het Duits) aankomen, merkt Le Temps op in een hoofdredactioneel commentaar. ‘De autoriteiten waren er duidelijk niet in geslaagd om de mate van publieke ergernis over de overheidsuitgaven en de koopkrachtcrisis te peilen’, aldus het dagblad uit Genève.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Maandelijkse Zwitserse socialezekerheidsuitkeringen voor ouderen zijn gemaximeerd op 2450 Zwitserse frank (2570 euro) voor een alleenstaande en 3675 Zwitserse frank voor een getrouwd stel. De dertiende maand, die het socialezekerheidsstelsel 4 miljard Zwitserse frank per jaar extra zal kosten, wordt van kracht in 2026. Een ander voorstel voor een referendum, gericht op het geleidelijk verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 naar 66 jaar, werd met een overweldigende meerderheid van 74,72 procent van de stemmen verworpen.

  • Zwitserland houdt referendum over importverbod van foie gras

    Zwitserland houdt referendum over importverbod van foie gras

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Italiaanse Europarlementariërs blokkeren hervorming noodfonds eurozone

    » Rudy Giuliani laat zich failliet verklaren na boete in smaadzaak

    De productie van foie gras is al verboden in Zwitserland

    De Zwitserse dierenrechtengroep Alliance Animale Suisse kondigde donderdag aan dat het genoeg handtekeningen had verzameld om een referendum over een verbod van de import van foie gras af te dwingen. Volgens Le Temps zal de organisatie de gecertificeerde handtekeningen – er zijn er minstens 100.000 nodig om een volksinitiatief te kunnen lanceren – op 28 december overhandigen aan de Bondskanselarij in Bern.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Voor de productie van foie gras worden ganzen of eenden vetgemest door voedsel via een lange trechter in hun keel te pompen. Deze praktijk is in een aantal landen, waaronder Zwitserland en Nederland, al verboden, omdat zij als dierenmishandeling wordt beschouwd. Toch is de import van foie gras nog steeds toegestaan.

    Half september weigerde het Zwitserse parlement de invoer van deze culinaire delicatesse te verbieden, net als de federale regering. Volgens de volksvertegenwoordigers zou een verbod kunnen leiden tot winkeltoerisme naar Frankrijk, ten nadele van Zwitserse bedrijven.

    Lees ook:

  • Rechts-populisten consolideren macht in Zwitserland

    Rechts-populisten consolideren macht in Zwitserland

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hamas laat twee gegijzelde vrouwen vrij na Egyptisch-Qataarse diplomatie

    » Peronist Massa wint verrassend bij Argentijnse verkiezingen

    Migratie en klimaat waren de grootste thema‘s

    De rechts-populistische partij SVP heeft haar positie als grootste politieke partij van Zwitserland verstevigd. Dat meldt Swiss Info. De partij kreeg bijna 29 procent van de stemmen bij de parlementsverkiezingen van zondag. De tweede partij werd de socialistische partij, met 17 procent van de stemmen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De heersende thema’s bij de verkiezingen waren klimaatverandering, stijgende kosten voor de gezondheidszorg en migratie. De winst van de SVP toont aan dat het migratiebeleid van het neutrale Zwitserland, dat zich niet aan EU-voorschriften hoeft te houden, waarschijnlijk de komende jaren streng blijft.

    De parlementsverkiezingen in Zwitserland zijn een van de twee belangrijkste manieren waarop de 8,5 miljoen Zwitsers hun stem kunnen uiten. Een andere manier is door middel van regelmatige referenda – meestal vier keer per jaar – over een willekeurig aantal beleidsbeslissingen, die richtlijnen vaststellen die het parlement moet volgen bij het opstellen en aannemen van wetgeving.

    Lees ook:

  • Zwitserland beboet klimaatactivisten die luchtverkeer verstoorden

    Zwitserland beboet klimaatactivisten die luchtverkeer verstoorden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland sleept buitenlanders voor de rechter die voor Oekraïne zouden hebben gevochten

    » Canada en Saoedi-Arabië knopen de diplomatieke banden weer aan na breuk in 2018

    De activisten waren binnengedrongen bij een luchtvaartbeurs

    De klimaatactivisten die dinsdag op de luchthaven van Genève zijn gearresteerd nadat ze een luchtvaartbeurs waren binnengedrongen, zijn aangeklaagd voor een reeks overtredingen en beboet. Dat schrijft de Zwitserse krant Le Temps. Het gaat in totaal om 102 activisten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De actievoerders hadden de grootste beurs voor de zakenluchtvaart in Europa (de European Business Aviation Convention & Exhibition, EBACE) verstoord door over de hekken te klimmen of deze door te knippen en zich vast te ketenen aan privéjets. Naar eigen zeggen deden ze dat om de CO2-uitstoot van de zakenluchtvaart aan de kaak te stellen.

    De activisten, afkomstig uit zeventien landen en gelieerd aan Greenpeace, Stay Grounded, Extinction Rebellion, Scientist Rebellion en andere klimaatorganisaties, richtten schade aan en verhinderden dat de tentoonstelling doorgang kon vinden. De politie greep snel in, toch werd het commerciële luchtverkeer om veiligheidsredenen een uur lang onderbroken.

    Lees ook: