Algemeen wordt aangenomen dat hoe meer opleiding je hebt, hoe meer geld je zult verdienen. Maar uit een nieuwe studie van het Centre on Education and the Workforce van Georgetown University blijkt dat een groeiend aantal mensen in de VS zonder bachelordiploma nu meer verdient dan degenen met zo’n diploma, meldt NPR.
Het soort baan en woonplaats kunnen meer van invloed zijn op het inkomen dan het soort diploma
Tussen 2017 en 2019 verdienden 16 procent van de werknemers met alleen middelbare school, 23 procent met een onafgemaakte universitaire opleiding en 28 procent van de houders van een associate degree (een tweejarige opleiding met een praktijkgerichte opzet), meer geld dan de helft van alle werknemers met een bachelordiploma. Het onderzoek suggereert dat studiekeuze, het soort baan waarin wordt opgeleid en woonplaats meer van invloed kunnen zijn op het inkomen dan het soort diploma, stelt de Amerikaanse publieke radio-omroep.
Volgens Tony Carnevale, een van de auteurs van het rapport, ondersteunen deze bevindingen het idee dat het advies om te gaan studeren niet altijd het beste is voor middelbare scholieren.
Het aantal langdurig werklozen in Italië blijft het hoogste in Europa met 1,19 miljoen mensen die al meer dan twaalf maanden op zoek zijn naar werk, bericht Corriere della Sera. Dit blijkt uit analyses van het Europese statistiekbureau Eurostat over werk in Europese regio‘s.
De totale langdurige werkloosheid in Italië daalde in 2019
Volgens Eurostat zijn er 695.000 langdurig werklozen in het zuiden van Italië en op de Italiaanse eilanden, tegenover 489.000 in heel Duitsland. De totale langdurige werkloosheid in Italië daalde in 2019 weliswaar van 1,44 miljoen naar 1,19 miljoen, maar bleef wel op het hoogste Europese niveau.
In heel Duitsland, dat meer dan 83 miljoen inwoners telt en bijna het dubbele aantal werkenden heeft vergeleken met Italië (40,5 miljoen tegenover 22,2 miljoen), ligt het aantal werklozen dat langer dan twaalf maanden op zoek is naar werk dicht bij dat van Zuid-Italië (489.000 om 460.000). Zuid-Italië telt echter slechts iets meer dan vier miljoen werknemers en heeft ongeveer 13,8 miljoen inwoners.
‘Eindeloze rijen bij benzinestations, lege schappen in supermarkten en failliete energieleveranciers: welkom in het VK van 2021’, kopte The Observer gisteren. Naast een gasscrisis, die de afgelopen weken is veroorzaakt door het economisch herstel in Azië en een algemene daling van de productie, zijn er nu ook zorgen over brandstof.
‘Door een tekort aan vrachtwagenchauffeurs, die gespecialiseerd zijn in gevaarlijke producten, zagen BP en Tesco zich vorige week gedwongen hun brandstofleveringen in te krimpen en een handvol tankstations te sluiten om de rest te kunnen bevoorraden’, aldus The Daily Telegraph. ‘Hierdoor raakten automobilisten in paniek.‘ Als gevolg daarvan stond op maandag 27 september bijna de helft van de achtduizend Britse tankstations droog.
Vanwege de aanscherping van de immigratieregels na brexit hebben tienduizenden chauffeurs uit de EU het land verlaten
Het gebrek aan vrachtwagenchauffeurs, dat ook heeft geleid tot voedseltekorten in de supermarkt, heeft de Britse regering ertoe gebracht haar immigratiebeleid te versoepelen. ‘De ministers zijn zaterdag gezwicht voor de druk van de transportsector en hebben aangekondigd dat ze vijfduizend tijdelijke visa zullen verlenen aan buitenlandse vrachtwagenchauffeurs‘, aldus Financial Times.
Vóór de coronapandemie waren tienduizenden chauffeurs afkomstig uit de Europese Unie. ‘Ongeveer 25.000 van hen hebben het Verenigd Koninkrijk in 2020 verlaten en zijn niet teruggekeerd‘, schrijft The Guardian, met name vanwege de aanscherping van de immigratieregels na brexit. Tegelijkertijd ‘is er een achterstand van 40.000 die wachten om hun vrachtwagenexamen te mogen afleggen‘.
‘De beleidskeuzes van Boris Johnson hebben de gevolgen van corona alleen maar verergerd’
‘De beleidskeuzes van Boris Johnson hebben de gevolgen van corona voor de infrastructuur van het land alleen maar verergerd. In het bijzonder, zo schrijft The Observer, ‘de obsessie van de uitvoerende macht met brexit‘, die wordt gesymboliseerd door de wens om koste wat het kost de controle over de grenzen met de Europese Unie terug te krijgen.
Het leger is gemobiliseerd en kan zo nodig worden ingezet om tankstations te bevoorraden, meldt Sky News. Volgens minister van Handel Kwasi Kwarteng is het ‘een verstandige voorzorgsmaatregel‘.
Veroordeling R. Kelly is ‘belangrijk keerpunt‘ voor de muziekindustrie
Op maandag 27 september heeft een jury in New York, aan het einde van een proces dat op 18 augustus was begonnen, een van de grote r&b-sterren van de afgelopen dertig jaar schuldig bevonden aan mensenhandel en afpersing, waarbij zwarte vrouwen en kinderen het slachtoffer werden, schrijft The Guardian. Hij riskeert levenslange gevangenisstraf. Zijn vonnis zal pas op 4 mei 2022 bekend worden.
The Washington Post ziet de beslissing van de twaalf juryleden als de ‘iconische uitkomst van het meest spraakmakende muziekindustrieproces van het #MeToo-tijdperk’. De 54-jarige zanger, wiens echte naam Robert Sylvester Kelly is, werd beschuldigd van meervoudig misbruik en mishandeling van tal van jonge vrouwen, waarvan de meesten Afro-Amerikaans.
‘Hij gebruikte de macht die hij kreeg door zijn beroemdheid om minderjarige meisjes te ronselen’
‘Ten eerste gebruikte hij de macht die hij kreeg door zijn beroemdheid om minderjarige meisjes te ronselen met het doel ze seksueel te misbruiken’, verklaarde Gloria Allred, de advocaat van een deel van de slachtoffers, geciteerd door CNN. ‘Vervolgens gebruikte hij zijn werknemers om hem te helpen bij het lokken, isoleren, intimideren, controleren, indoctrineren, straffen en vernederen van zijn slachtoffers.‘
‘Het vonnis van vandaag brandmerkt R. Kelly voor altijd als een roofdier, die zijn roem en fortuin gebruikte om te azen op kinderen, kwetsbaren en stemlozen‘, bevestigde officier van justitie Jacquelyn M. Kasulis. ‘Hij gebruikte zijn inner circle om minderjarige meisjes, jonge mannen en vrouwen tientallen jaren lang te verstrikken in een smerig web van seksueel misbruik, uitbuiting en vernedering.‘
Veel Spaanse jongeren zonder werk of studie
Spanje is nog steeds een van de Europese landen met het hoogste percentage mensen tussen 18 en 24 jaar dat geen werk heeft en geen onderwijs of opleiding volgt, bericht El País. De groep staat in Spanje bekend als ‘ninis’, naar de Spaanse uitdrukking ni estudia ni trabaja, oftewel ‘noch studerende, noch werkende’. Vorig jaar viel 19,9 procent van de jongeren in deze categorie, aldus het OESO-rapport ‘Onderwijs in een oogopslag 2021’, dat vorige week werd gepresenteerd. Alleen Italië registreerde met 24,8 procent een hoger aandeel van jongeren die niet werken of studeren. Op de derde plaats volgt Griekenland met 19,3 procent.
Sinds alles weer open is, besluiten steeds meer mensen hun baan op te zeggen. Is er een revolutie gaande op de arbeidsmarkt, of is het gewoon een nawee van de lockdown?
Deze zomer was het helemaal hot om je baan op te zeggen. Meer Amerikanen hebben ontslag genomen dan in enige andere periode sinds begin deze eeuw, aldus het Amerikaanse ministerie van Werkgelegenheid. Van elke honderd werknemers in hotels, restaurants, cafés en de detailhandel namen er zo’n vijf ontslag.
Laagbetaalden zijn niet de enigen die het voor gezien houden. In april hebben meer dan zevenhonderdduizend mensen in de categorie ‘professionele en zakelijke dienstverlening’ hun baan opgezegd – nooit eerder waren dat er zo veel binnen een maand. In alle sectoren van de arbeidsmarkt zeggen vier op de tien werknemers met de gedachte te spelen hun huidige baan vaarwel te zeggen.
Binnen de arbeidseconomie staat stoppen voor een optimistische kijk op de toekomst
Vanwaar die plotselinge golf van vrijwillige ontslagen? Een vrij algemene theorie is dat er momenteel een fundamentele verandering plaatsvindt in de structurele verhouding tussen werknemers en werkgevers, die ingrijpende gevolgen heeft voor de toekomst van de arbeidsmarkt. Op alle sporten van de inkomensladder hebben werknemers nieuwe redenen om tegen hun baas te zeggen dat hij de pot op kan. Het is niet ondenkbaar dat laagbetaalden die hebben geprofiteerd van gunstige regelingen tijdens de pandemie tot de ontdekking zijn gekomen dat ze niet genoeg verdienen nu ze weer aan het werk zijn gegaan. Ze laten niet meer met zich sollen, en restaurants en kledingzaken zien zich gedwongen hogere salarissen te betalen om het personeel te behouden.
Yolo
Ondertussen zeggen kantoorpersoneel en ambtenaren dat ze overwerkt zijn, of opgebrand, na het slopende coronajaar en stappen ze met nieuwe eisen naar de baas. Uit een recent onderzoek van Bloomberg-Morning Consult blijkt dat de helft van de werknemers onder de veertig zegt te overwegen op te stappen als ze van hun baas niet een paar dagen thuis mogen werken. En de cijfers laten zien dat dit niet altijd bluf is.
De mensen met hogere inkomens – van wie het hoornvlies is uitgedroogd door de ontelbare onlinevergaderingen en de onderrug gesloopt na maandenlang de bank als bureaustoel te hebben gebruikt – baden in het spaargeld dat ze in dit jaar van existentiële crisis niet hebben kunnen uitgeven. Ontslag nemen is voor hen de manier om de kwetsbaarheid van het leven het hoofd te bieden in deze tijden van kosmische angst. Kort gezegd: yolo.
Wordt ergens mee stoppen vaak geassocieerd met pessimisme, luiheid en een gebrek aan zelfvertrouwen, binnen de arbeidseconomie staat stoppen juist voor het tegenovergestelde: een optimistische kijk op de toekomst, enthousiasme om aan iets nieuws te beginnen, het vertrouwen dat je niet te pletter zult slaan als je de sprong in het diepe waagt, maar dat je een zachte landing zult maken op een plek waar het beter toeven is.
Veel mensen zien robots en arbeiders als aartsvijanden
De zomer van het vrijwillige ontslag zou de voorbode kunnen zijn van iets groters: een nieuwe gouden eeuw, niet alleen van de macht van werknemers, maar ook van technologische aanpassingen en groei van productiviteit. Denk aan de laatste keer dat je een restaurant hebt bezocht (een bedrijfstak waar de lonen snel stijgen). Als je ervaring ongeveer gelijk is aan die van mij, had je geen gezellig gesprekje met een serveerster maar moest je een QR-code scannen. Het restaurant zette de gebruikelijke maaltijd op tafel, maar met minder personeel. Als je dat extrapoleert naar de hele economie, kun je met beter betaalde werknemers in combinatie met software de klant efficiënter bedienen. Dit optimistische verhaal zou heel goed bewaarheid kunnen worden: de arbeidsproductiviteit stijgt momenteel harder dan in de afgelopen twintig jaar, en het einde van die ontwikkeling is nog niet in zicht.
Zoals economieschrijver Noah Smith uitlegt, zien veel mensen robots en arbeiders als aartsvijanden. Maar arbeidskracht en door technologie aangedreven productiviteitsgroei zouden ook hand in hand kunnen gaan. In een productieve cyclus zouden hogere lonen werkgevers ertoe kunnen zetten de duurste taken te automatiseren. Arbeidskracht zorgt voor een groei van de productiviteit, die de economie in het algemeen stimuleert, waardoor mensen meer geld uitgeven, wat weer werkgelegenheid creëert, zodat er voldoende banen zijn. In dit rooskleurige scenario bevinden we ons momenteel in het beginstadium van iets moois: een tijdperk van hogere lonen, een stijgende productiviteit en een steeds hogere levensstandaard voor iedereen.
Het zou niet de eerste keer zijn dat een ramp uitmondt in vooruitgang
Als deze keten staat voor een eerlijke en blijvende revolutie op het gebied van de rechten van arbeiders, zou dat niet de eerste keer zijn dat een ramp uitmondt in vooruitgang. Zoals ik vorig jaar al schreef, ‘kan een ingrijpende crisis blootleggen wat er scheef is en zo een nieuwe generatie leiders de kans bieden iets beters te bouwen’ – vaak op onverwachte manieren. De grote brand in Chicago in 1871 was deels de aanzet tot de uitvinding van de moderne wolkenkrabber, de blizzard aan de oostkust in 1888 resulteerde in het eerste Amerikaanse metronetwerk. ‘De coronapandemie eiste zeshonderdduizend levens en leidde tot een ingrijpende verschuiving in de arbeidsverhoudingen’ klinkt misschien niet als een erg voor de hand liggend causaal verband. Maar de wijze waarop wij op een ramp reageren kan de wereld veranderen op manieren die moeilijk zijn te voorspellen op het moment dat we de crisis zelf recht in de bek kijken.
Aan de andere kant is dit misschien geen revolutie maar een illusie.
In 2020 daalde het jaarlijkse aantal vrijwillige ontslagen met zo’n half miljoen, wat erop lijkt te wijzen dat veel mensen die normaal gesproken hun baan zouden hebben opgezegd, door de pandemie zijn blijven zitten op een plek waar ze niet gelukkig waren. Dat het aantal mensen dat ontslag neemt alsnog de hoogte in schiet, hoeft niet per se te betekenen dat er een ingrijpende verschuiving plaatsvindt. Het is eerder het beeld van de dichtgeknepen tuinslang: door de pandemie konden allerlei normale activiteiten geen doorgang vinden – ergens wat gaan drinken, een auto huren, een vervelende baan opzeggen – en nu ineens kan dat allemaal weer wél.
Het Witte Huis lijkt zich bewust van deze dynamiek. In een blog van The Council of Economic Advisers werd onlangs gewaarschuwd dat de economische cijfers deze zomer op hol kunnen slaan. Een aantal commentatoren waarschuwt dat we geen al te stellige conclusies moeten trekken over de toekomst. ‘Het is voor een groot deel gebakken lucht,’ zegt Adam Ozimek, de hoofdeconoom van freelanceplatform Upwork. ‘Volgens mij is het Witte Huis op dit moment een stuk realistischer dan de gemiddelde liberale expert.’
Voorspellingen
Voorspellingen doen is lastig, niet alleen omdat het moeilijk is de toekomst te zien, maar ook omdat het lastig is het heden te bevatten. De cijfers over het aantal mensen dat ontslag neemt kunnen een voorteken zijn van een toenemende macht van de arbeider, na decennia waarin de lonen stagneerden en het arbeidsrecht is uitgehold. Maar ze zouden ook een kortstondig statistisch toeval kunnen zijn binnen de over het geheel genomen grillige economie van deze zomer. Hoe die twee dingen met elkaar te verenigen – het fantastische potentieel van dit moment en het feit dat de verwachtingen heel goed gestoeld kunnen zijn op gebakken lucht? Misschien is het antwoord: gewoon blijven doen wat je doet.Beleidsmakers moeten doen alsof de arbeidsmarkt ruimte biedt, omdat dat het geval is. En werkgevers moeten op zoek gaan naar complementaire technologie en ondertussen hun personeel beter betalen, omdat ze dat kunnen.
MEER DAN ALLEEN WERK
In aanloop naar zijn boek The End of Burnout: Why Work Drains Us and How to Build Better Lives, dat in
januari verschijnt, publiceerde Jonathan Malesic onlangs een opinieartikel in The New York Times.
Na bijna twee jaar massale werkloosheid en thuiswerken keren miljoenen mensen nu terug naar het ritme van de veertigurige werkweek en de droom van opwaartse mobiliteit, schrijft Malesic, ook al leidden die vóór de pandemie tot wijdverbreide ontevredenheid en burn-outs. Veel mensen zien werk niet alleen als een manier om de kost te verdienen, maar als cruciaal voor zelfontplooiing.
De algemene gedachte is dat werk betekenis, zingeving en waardigheid verschaft en recht geeft op deelname aan de samenleving. Maar, aldus Malesic, je baan, of het ontbreken ervan, is niet bepalend voor je menselijke waarde. ‘We zouden moeten beginnen met het idee dat ieder van ons waardigheid heeft, of we nu werken of niet.’ De pandemie bewees dat: miljoenen verloren plotseling hun baan, maar niet hun waardigheid. Volgens Malesic is dit hét moment om te bedenken hoe we werk kunnen inpassen in ons leven: ‘De pandemie heeft ons eraan herinnerd dat we bestaan om meer te doen dan alleen maar werken.’ Zijn advies: zoek naar zingeving in dingen buiten je baan en pas je werk daarop aan, in plaats van andersom.
‘Sensationele wending’ in onderzoek naar moord op Haïtiaanse president
Het onderzoek naar de moord op de Haïtiaanse president Jovenel Moïse nam op dinsdag 14 september ‘een sensationele wending’, vatte de Latijns-Amerika-correspondent van The Guardian samen.
Die ochtend heeft de rechter die de zaak onderzoekt, verzocht premier Ariel Henry in staat van beschuldiging te stellen wegens telefoongesprekken die hij met een van de hoofdverdachten zou hebben gevoerd. Bed-Ford Claude, de openbaar aanklager in het proces eiste ook, ‘vanwege de ernst van de aan het licht gebrachte feiten’, dat Ariel Henry verboden zou worden het Haïtiaanse grondgebied te verlaten, meldt het Haïtiaanse dagblad Le Nouvelliste. Enkele uren later kondigde de regeringsleider het ontslag van de openbare aanklager aan wegens ‘ernstig administratief wangedrag’.
‘Volgens de Haïtiaanse wet kan een interim-premier niet worden gearresteerd’
De openbare aanklager had Ariel Henry vrijdag gevraagd om dinsdag voor het parket te verschijnen om uitleg te geven over de telefoongesprekken die hij zou hebben gevoerd met een van de gezochte personen, maar de regeringsleider ‘weigerde zijn uitnodiging’, aldus Radio Metropole.
De Haïtiaanse premier gaf dinsdag geen commentaar, maar afgelopen weekend beloofde hij via berichten op Twitter dat hij zich niet zou laten afleiden van zijn missie en drong hij erop aan dat ‘de echte schuldigen’ van de moord zouden worden gevonden, berecht en gestraft.
Les vrais coupables, les auteurs intellectuels et les commanditaires de l’assassinat odieux du président Jovenel Moïse seront identifiés, traduits en #justice et punis pour leur forfait.#Haïti
Juridische deskundigen zeiden dat het sepot van de aanklager geen invloed zou hebben op de beslissing van de rechter om al dan niet tegen Henry op te treden, bericht The Wall Street Journal. ‘Maar volgens de Haïtiaanse wet kan een interim-premier niet worden gearresteerd, zelfs niet als de rechter erkent dat er bewijzen tegen hem zijn en een arrestatiebevel uitvaardigt’, aldus Yves Emmanuel Adeclat, een prominente advocaat uit Port-au-Prince, geciteerd door de krant. ‘Hij voegde eraan toe dat alleen de president van Haïti de arrestatie van de premier kan toestaan, maar Haïti heeft geen president meer sinds de moord op de heer Moïse.’
Automatische cv-scans zien geschikte kandidaten over het hoofd
Volgens een onderzoek van Harvard Business School en Accenture zorgt automatisering bij personeelswerving ervoor dat zo’n 27 miljoen mensen in de VS niet aan een voltijdbaan komen, bericht Business Insider. Maar liefst 75 procent van de werkgevers vertrouwt inmiddels op toepassingen zoals het automatisch scannen van cv’s, maar bedrijven blijken daardoor vaak geschikte kandidaten af te wijzen.
Groepen die onevenredig zwaar worden getroffen, zijn onder meer mantelzorgers, veteranen, immigranten, gehandicapten, gedetineerden en mensen die hebben moeten verhuizen vanwege het werk van hun partner, aldus het rapport.
‘Buitensporig hoge belastingdruk’ in Zuid-Korea
Zuid-Korea heeft de afgelopen jaren een ‘buitensporig hoge belastingdruk’ gelegd op de hoogste inkomensgroep en dat zou mogelijk tot een uittocht van rijke Koreanen kunnen leiden. Dat zegt KERI, het Koreaanse Economische Research Instituut.
De inkomstenbelasting op jaarinkomens van meer dan 1 miljard won (circa 720.000 euro) is de afgelopen vijf jaar in twee stappen gestegen tot de huidige 45 procent, aldus KERI. In 2017, het jaar waarin president Moon Jae-in aantrad, steeg het percentage van 40 naar 42 procent. Vorig jaar werd dat verder verhoogd naar 45 procent, schrijft The Korea Herald.
KERI zegt dat het huidige percentage ver boven het gemiddelde van de OESO ligt, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, dat uitgaat van 35,9 procent voor de hoogste inkomens in de aangesloten landen. Het effectieve belastingtarief voor degenen die meer dan 500 miljoen won per jaar verdienen, ligt in Zuid-Korea sinds 2019 minstens drie keer hoger dan dat voor inkomens in andere belastingschijven.
Pedro Castillo definitief verkozen tot president van Peru
De Nationale Kiesjury heeft maandagavond, anderhalve maand na de tweede stemronde, de linkse kandidaat Pedro Castillo in een onlineceremonie uitgeroepen tot winnaar van de presidentsverkiezingen in Peru, meldt Gestión. Castillo, een 51-jarige vader van drie kinderen, ‘nam deel aan de verkiezingen namens Perú Libre, die zichzelf omschrijft als een links-marxistische partij’, aldus de krant.
Castillo behaalde 50,12 procent van de stemmen, tegen 49,87 procent voor zijn rivaal, de rechts-populistische kandidaat Keiko Fujimori. Zijn mandaat loopt tot 2026.
Luxehotels in Qatar slagen er niet in buitenlandse werknemers te beschermen, volgens het Business and Human Rights Resource Centre. In het jaarrapport dat deze week werd gepubliceerd, signaleert deze Britse ngo vormen van misbruik die ‘wijzen op dwangarbeid’, schrijft Al-Jazeera.
Volgens het rapport kunnen arbeidsmigranten niet van baan veranderen ‘uit angst voor represailles en intimidatie’
Volgens het rapport worden arbeidsmigranten door de hotels geconfronteerd met ‘buitensporige wervingskosten en discriminatie’ en kunnen ze niet van baan veranderen ‘uit angst voor represailles en intimidatie’. Vanwege het aankomende WK voetbal in november 2022, is Qatar bezig met de uitbreiding van de hotelindustrie met 26.000 extra hotelkamers. Arbeidsmigranten uit Oost-Azië, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië vormen de overgrote meerderheid van de beroepsbevolking die daarvoor wordt ingezet.
De Qatarese regering zegt in een reactie juist ‘een reeks belangrijke hervormingen’ te hebben doorgevoerd ‘om de arbeidsnormen te verbeteren en de rechten van alle werknemers te beschermen. Deze omvatten een nieuw minimumloon, het wegnemen van belemmeringen om te voorkomen dat werknemers van baan veranderen, strenger toezicht op werving, betere huisvesting en verbeterde gezondheids- en veiligheidsnormen.’
Haïti vormt nieuwe regering na moord op president
In Haïti zal dinsdag een nieuwe regering worden gevormd onder leiding van premier Ariel Henry, die door president Jovenel Moïse was aangesteld vlak voordat hij werd vermoord, meldt Radio Vision 2000 op maandag 19 juli. Het land zit voorlopig nog zonder president.
De interim-premier, Claude Joseph, kondigde aan dat hij zou aftreden om minister van Buitenlandse Zaken te blijven in de volgende regering. Volgens de Haïtiaanse radiozender zal de nieuwe regering dinsdag worden gepresenteerd door de nieuwe eerste minister. Ze zou ‘ook leden van de regering van Jovenel Moïse moeten omvatten, waaronder de minister van Justitie en de minister van Financiën’.
Drie belangrijke leiders ‘vochten over de manier waarop de presidentiële vacature moest worden ingevuld’
De dialoog om tot een politiek akkoord te komen, na de moord op ‘dictator Jovenel Moïse’, in de woorden van Haïti Progres, was ‘aangemoedigd door de Amerikaanse delegatie die naar Haïti was gekomen’. Drie belangrijke leiders ‘vochten over de manier waarop de presidentiële vacature moest worden ingevuld’, schrijft het weekblad: interim-premier Claude Joseph, voorgedragen premier Ariel Henry, en de voorzitter van de Senaat, Joseph Lambert.
Henry werd ‘terug in het zadel geholpen na een communiqué van de Kerngroep (een groep van ambassadeurs uit Brazilië, Canada, Frankrijk, Duitsland, Spanje, de Verenigde Staten en de Europese Unie, alsmede de speciale vertegenwoordiger van de Organisatie van Amerikaanse Staten en de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties)’, aldus Radio Metropole.
Aangezien de Haïtiaanse grondwet bepaalt dat bij overlijden van de president de Raad van Ministers, onder leiding van de eerste minister, de uitvoerende macht uitoefent tot een nieuwe president is verkozen, ‘zal Henry nu belast zijn met het leiden van het land naar de stembus’, schrijft El País. De presidents- en parlementsverkiezingen zijn gepland voor 26 september.
Cubanen uiten woede in niet eerder vertoonde protesten
Het Caribische eiland ‘had sinds 1994 geen demonstraties van deze omvang meer gekend’, schrijft de onafhankelijke site Cubanet. Van Havana tot Santiago zijn zondag duizenden Cubanen de straat opgegaan om te protesteren tegen de regering, terwijl het eiland de ergste economische crisis in dertig jaar doormaakt, die nog verergerd is door de coronapandemie.
Volgens Miami Herald heeft de datajournalistieksite Inventario vijfentwintig rally’s geteld in verschillende steden op het eiland. De demonstraties, waarvan de beelden op grote schaal werden verspreid op sociale netwerken, begonnen spontaan op zondagochtend, een zeldzame gebeurtenis in dit land waar de enige toegestane bijeenkomsten die van de regerende communistische partij zijn.
Deze volkswoede komt na maanden van tekorten aan medicijnen en voedsel, meldt Diario de Cuba. CNN wijst erop dat de toch al haperende economie van Cuba hard is getroffen doordat het toerisme en de invoer van goederen tijdens de pandemie sterk zijn gedaald. De protesten van zondag komen op een moment dat Cuba te maken heeft met een ongekend aantal nieuwe infecties en sterfgevallen in verband met covid-19, aldus Havana Times.
‘De mensen zijn het zat. De situatie is de laatste weken verergerd door stroomuitval’
‘De mensen zijn het zat’, vertelde Nidialys Acosta, een ondernemer met een klein bezorgbedrijfje, aan The Washington Post. ‘De situatie is de laatste weken verergerd door stroomuitval. Op het platteland kan het wel zes uur duren‘, zegt ze.
Hasta el momento se reporta la detención arbitraria de por lo menos 115 personas en el contexto de las protestas, entre ellas, se han detenido ayer y hoy, a periodistas independientes, que valientemente han informando sobre los acontecimientos en #Cuba. Exigimos su liberación. https://t.co/9rvlLNc989
— Erika Guevara Rosas (@ErikaGuevaraR) July 12, 2021
‘De energievoorziening lijkt de gemoederen bij sommige verhit te hebben‘, erkende de Cubaanse president Miguel Díaz-Canel zondag tegenover verslaggevers, en gaf de VS en hun sancties de schuld van de crisis. ‘Als u wilt dat de mensen het beter krijgen, moet u eerst het embargo opheffen, dat al sinds 1962 van kracht is’, zei hij. ‘Er is een Cubaans-Amerikaanse maffia die heel goed betaalt op sociale media (…). Zij hebben de situatie in Cuba als voorwendsel gebruikt en overal in het land tot demonstraties opgeroepen‘, verklaarde hij, terwijl hij zijn aanhangers aanmoedigde de straat op te gaan.
Aan het eind van de dag waren meerdere groepen demonstranten in verschillende delen van de hoofdstad bijeengekomen om zich voor te bereiden op de protestmars. Adonis Milán, theaterdirecteur in Havana, vertelde The New York Times dat er oproerpolitie op straat was en dat verschillende artiesten waren gearresteerd nadat ze hadden gevraagd om op nationale televisie te mogen spreken. ‘Ik wist te ontsnappen’, legde hij uit. Zondagavond riep Washington Cuba op om geen geweld te gebruikten tegen de demonstranten.
The United States stands with the Cuban people seeking freedom and respect for their human rights. Violence against peaceful protestors is abhorrent. We urge restraint and respect for the voice of the people. pic.twitter.com/XYoKAM42XM
— Secretary Antony Blinken (@SecBlinken) July 12, 2021
Volgens The Washington Post ‘benadrukken deze protesten de risico’s die de Cubaanse regering heeft genomen door het land van 11 miljoen mensen in 2019 breder open te stellen voor het internet, toen het toegang kreeg tot 3G, en sociale media zo toegankelijker werden‘. Dissidenten hebben met name het internet gebruikt om hun anti-regimeboodschap te verspreiden, vooral na de arrestatie vorig jaar van Denis Solís, een Havaanse rapper en criticus van de regering. Mobiel internet werd zondagmiddag in een groot deel van het land afgesloten toen de protesten aan kracht wonnen.
Zuid-Afrika in de greep van geweld na opsluiting Zuma
Vijf dagen na de gevangenneming van de voormalige Zuid-Afrikaanse president zijn verschillende regio’s in Zuid-Afrika nog steeds het toneel van geweld. Wegen zijn afgesloten, er vinden plunderingen plaats en er zijn schermutselingen met de politie geweest. De Zuid-Afrikaanse pers vraagt zich af of aanhangers van Jacob Zuma proberen de regering te dwingen hun leider vrij te laten.
Het Zuid-Afrikaanse Constitutionele Hof boog zich op maandag 12 juli opnieuw over de zaak-Zuma. Twee weken geleden veroordeelde het de voormalige president tot vijftien maanden gevangenisstraf wegens minachting van het Hof – Zuma weigerde vragen te beantwoorden in het kader van een onderzoek naar een uitgebreid systeem van corruptie dat werd opgezet toen hij aan de macht was, van 2009 tot 2018. Het hoogste Zuid-Afrikaanse rechtscollege moet dat vonnis nu herzien en zich uitspreken over de aanvaardbaarheid van een veroordeling die meer op vorm dan op inhoud is gebaseerd.
De opsluiting van een voormalige president – een primeur in de geschiedenis van Zuid-Afrika – is niet alleen een politieke aardbeving. Het is ook al sinds enkele dagen het startpunt van een uitbarsting van geweld.
Maandagmorgen werden 219 mensen gearresteerd, en ook zijn er volgens officiële cijfers zes doden gevalen
De woede-uitbarstingen begonnen in KwaZulu-Natal, de thuisregio van Jacob Zuma, en verspreidden zich vervolgens naar Johannesburg, de economische hoofdstad, meldde Daily Maverick. Wegen, waaronder de belangrijkste verbindingsweg tussen de twee provincies, zijn afgesneden, er zijn schermutselingen met de politie geweest en er is geplunderd. Maandagmorgen werden 219 mensen gearresteerd, en ook zijn er volgens officiële cijfers zes doden gevalen, meldt News 24.
Zoals het Zuid-Afrikaanse dagblad opmerkt, vinden deze rellen ook plaats tegen een achtergrond van economische crisis, die door de coronaepidemie voor veel Zuid-Afrikanen steeds moeilijker te dragen is geworden. Op zondag 11 juli kondigde president Cyril Ramaphosa aan dat de beperkingen die waren ingesteld om de ziekte te bestrijden, met twee weken werden verlengd. Tijdens zijn toespraak waarschuwde hij ook dat gewelddadigheden niet zouden worden getolereerd.
Is dit een symptoom van sociaal-economische malaise of een politieke confrontatie?
Is dit een symptoom van sociaal-economische malaise of een politieke confrontatie? ‘Decennialang is geweld een politiek instrument geweest in Zuid-Afrika. Tijdens de apartheid gebruikte de regering geweld, en na de komst van de democratie bleef geweld gebruikt worden. Stakingen waren gewelddadig, maar dat gold ook voor interne rivaliteiten binnen politieke partijen‘, aldus Daily Maverick in een ander artikel.
De rivaliserende leiders van het ANC, Jacob Zuma en Cyril Ramaphosa, zijn al maanden in een bittere strijd verwikkeld. De aanhangers van de eerste groep hebben verschillende malen tevergeefs geprobeerd de macht van de tweede groep over te nemen. Na zijn veroordeling probeerde de voormalige president een nieuwe rol te spelen in deze interne strijd door zijn zoon naar voren te schuiven, zijn militanten te mobiliseren, en tot het laatste moment te wachten om uiteindelijk in te stemmen met zijn gevangenneming.
‘Jacob Zuma’s aanhangers willen de mensen misschien doen geloven dat zij in staat zijn het land tot de grond toe af te branden en dat de enige manier om hen te stoppen de vrijlating van [hun leider] is‘, meent Daily Maverick. ‘Maar zelfs als het geweld hevig is, is het onwaarschijnlijk dat het zijn doel bereikt. Integendeel, het zal Zuma binnen het ANC verder verzwakken en de hoop op gratie of een terugkeer in de politiek nog verder doen vervliegen.’
Kortere werkweek is een succes
Proeven met een kortere werkweek in IJsland zijn een succes geworden. De productiviteit bleef gehandhaafd en het welzijn werd verbeterd. Door dit resultaat heeft de meerderheid van de IJslandse werknemers nu of in de toekomst recht op een kortere werkweek, bericht EuroNews.
Voor de proeven werd het aantal werkuren tussen 2015 en 2019 verlaagd van 40 naar 35 of 36 uur. Het leidde tot verminderde niveaus van stress en burn-out, en een verhoogd of gelijkblijvend productiviteitsniveau. Bij de proeven, die werden geleid door de overheid en de BSRB, een belangrijke vakbondsfederatie, waren ongeveer 2500 mensen betrokken, 1 procent van de IJslandse beroepsbevolking. Volgens het eindrapport was de proef ‘een overweldigend succes’, omdat het welzijn van de werknemers een impuls kreeg, er een betere balans tussen werk en privéleven ontstond, en er sprake was van ‘een betere coöperatieve sfeer op de werkvloer’. De werknemers ontvingen voor de minder gewerkte uren hetzelfde inkomen als voorheen.
Hoe moeten we betekenis geven aan de inmiddels al meer dan 4 miljoen wereldwijde coronadoden? Niall Ferguson zet die vraag in historisch perspectief. Welke rampspoed is ons in het verleden overkomen, hoe gingen we daar toen mee om, en – belangrijker nog – hoe kunnen we toekomstig onheil voorkomen?
Deze gevallen wachtmeester, de Dood, is nauwgezet in zijn aanhoudingen.
– Hamlet
We zijn allemaal gedoemd
‘We zijn gedoemd.’ Deze zin, uitgesproken door de Caledonische Cassandra van de Britse televisieserie Dad’s Army, soldaat James Frazer, was een van de terugkerende grappen uit mijn jeugd. De truc was om het te zeggen op het minst passende moment: als de melk op was of je de laatste bus naar huis had gemist. Er is een prachtige scène in een van de afleveringen (‘Uninvited Guests’) als Frazer – gespeeld door de geweldige John Laurie – de andere leden van zijn Home Guard-eenheid een bloedstollend verhaal vertelt over een vloek. Als jongeman was hij voor anker gegaan bij een eilandje in de buurt van Samoa, waar – volgens zijn vriend Jethro – de ruïne van een tempel lag, met daarin een afgodsbeeld dat versierd was met een gigantische robijn, ‘zo groot als een eendenei’. Het tweetal ging op weg om de robijn te stelen en hakte zich een weg door het dichtbegroeide bos. Maar net toen Jethro de edelsteen pakte, verscheen er ineens een medicijnman, die Jethro vervloekte met de woorden: ‘Dood! de robijn zal u de dood brengen! dooood.’
Soldaat Pike: Is de vloek uitgekomen, meneer Frazer?
Soldaat Frazer: Ja, jongen, hij is uitgekomen. Hij is gestorven… vorig jaar; hij was zesentachtig.
Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar
We zijn allemaal gedoemd, hoewel niet noodzakelijkerwijs vervloekt. Ik zal rond 2056 sterven, op z’n laatst. Mijn resterende levensverwachting op de leeftijd van zesenvijftig jaar en twee maanden is volgens het Amerikaanse ministerie van Sociale Zaken 26,2 jaar: daardoor kom ik uit op tweeëntachtig, vier jaar minder dan Frazers vervloekte vriend. Bemoedigender is het feit dat het Britse Office of National Statistics een man van mijn leeftijd twee jaar extra geeft, met een kans van 1 op 4 om de tweeënnegentig te halen. Om te zien of ik die getallen kon verbeteren, bezocht ik de site van Living to 100 Life Expectancy Calculator, die zijn schatting baseert op een gedetailleerde vragenlijst over je leefgewoonten en je familiegeschiedenis. Living to 100 vertelde me dat ik de eeuw waarschijnlijk niet zal halen, maar dat ik een gerede kans had om nog zesendertig jaar te leven. Het zou natuurlijk heel anders liggen als ik in januari 2020 covid-19 zou krijgen, een ziekte die destijds in mijn leeftijdsgroep een sterftekans met zich meebracht van 6 procent, en misschien iets hoger als we mijn milde astma meetellen.
De auteur
De Schots-Amerikaanse historicus Niall Ferguson is momenteel verbonden aan de Stanford-universiteit. Hij leverde bijdragen aan The Daily Telegraph, Financial Times en Newsweek, en schrijft tegenwoordig een column voor Bloomberg Opinion. Fergusons bekendste boek is Het belang van geld (The Ascent of Money), waarover hij ook een documentaireserie maakte voor Channel 4 en PBS. Hij is getrouwd met de voormalige VVD-politicus Ayaan Hirsi Ali.
Op zesenvijftigjarige leeftijd sterven zou beslist een teleurstelling zijn, maar het zou een goed resultaat zijn als je het afmeet aan de meerderheid van de 107 miljard mensen die ooit geleefd hebben. In het Verenigd Koninkrijk, waar ik geboren ben, bereikte de levensverwachting vanaf de geboorte de zesenvijftig pas in 1920. Het gemiddelde lag gedurende de periode van 1543 tot 1863 net onder de veertig. En de Britten stonden bekend om hun lange levensduur. Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar, en tot 1960 onder de vijftig jaar. De gemiddelde levensverwachting in India was in 1911 slechts tweeëndertig jaar. De Russische levensverwachting bereikte in 1920 het dieptepunt van twintig jaar. De afgelopen eeuw liet een constant stijgende trend zien – de levensverwachting bij geboorte verdubbelde ruwweg tussen 1913 en 2006 –, maar met talloze terugvallen. De levensverwachting in Somalië is vandaag de dag zesenvijftig jaar: mijn leeftijd. Die is daar deels nog steeds zo laag omdat de kindersterfte er zo hoog is. Ongeveer 12,2 procent van de in Somalië geboren kinderen sterft voordat ze de leeftijd van vijf jaar bereiken; 2,5 procent sterft tussen vijf en veertien jaar.
Als ik probeer om mijn eigen ervaring met mens-zijn in perspectief te zetten, denk ik aan de Engelse dichter John Donne (1572-1631), die negenenvijftig jaar oud is geworden. In een periode van zestien jaar schonk Anne Donne haar echtgenoot twaalf kinderen. Drie van hen – Francis, Nicholas en Mary – stierven voor hun tiende. Anne zelf stierf bij de bevalling van haar twaalfde kind, dat dood geboren werd. Nadat Lucy, zijn favoriete dochter, gestorven was en hijzelf haar bijna in het graf gevolgd was, schreef Donne zijn Devotions upon Emergent Occasions (1624), dat de mooiste van alle aansporingen bevat om mee te leven met de doden: ‘De dood van ieder mens doet afbreuk aan mij, omdat ik betrokken ben bij de Mensheid; Vraag daarom nooit voor wie de doodsklok luidt; die luidt voor u.’
Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie
De Napolitaanse kunstenaar Salvator Rosa (1615-1673) schilderde misschien wel het meest ontroerende memento mori, met de eenvoudige titel L’umana fragilità (‘De menselijke breekbaarheid’). Het was geïnspireerd op een uitbraak van de builenpest, die zijn geboortestad Napels in 1655 trof: die kostte het leven aan zijn jonge zoon Rosalvo en eiste ook dat van Salvators broer, zijn zus, haar echtgenoot en vijf van hun kinderen. Met een gruwelijke grijns reikt een gevleugeld skelet vanuit het donker langs Rosa’s minnares, Lucrezia, om haar zoontje mee te nemen, dat net zijn eerste poging doet om te schrijven. De stemming van de diepbedroefde kunstenaar wordt op een onsterfelijke manier vastgelegd in de acht Latijnse woorden die de baby, geleid door de skeletfiguur, op het canvas heeft geschreven:
Conceptio culpa
Nasci pena
Labor vita
Necesse mori
‘Verwekking is zonde, geboorte is pijn, leven is hard werken, dood is onvermijdelijk.’ Ik herinner me nog steeds dat ik als door de bliksem getroffen was toen ik die woorden las bij mijn eerste bezoek aan het Fitzwilliam Museum in Cambridge. Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie. Volgens de overleveringen was Rosa een opgewekt mens, die ook schreef en optrad in satirische toneelstukken en de commedia dell’arte. Rond de tijd dat zijn zoon stierf, schreef hij echter aan een vriend: ‘Deze keer heeft de hemel me op zo’n manier getroffen dat ik besef dat alle menselijke weermiddelen zinloos zijn en de minste pijn die ik voel is nog dat ik je zeg dat ik huil terwijl ik schrijf.’ Hijzelf stierf op achtenvijftigjarige leeftijd aan buikwaterzucht.
Bijna onzichtbare gebeurtenis
In de middeleeuwen en de vroegmoderne wereld was de dood alomtegenwoordig, op een manier die we ons nauwelijks kunnen voorstellen. Zoals Philippe Ariès betoogde in L’Homme devant la mort (‘Het uur van onze dood’) werd de dood ‘getemd’ door er, net als het huwelijk en zelfs de geboorte, een sociale overgangsrite van te maken, die gedeeld werd met de familie en de gemeenschap en gevolgd werd door riten van begrafenis en rouw, die een bekende vorm van troost boden aan de nabestaanden. Vanaf de zeventiende eeuw veranderde die houding echter. Terwijl het aantal sterfgevallen verbijsterende vormen aannam, begonnen de westerse samenlevingen – ondanks het feit dat de doodsoorzaken steeds beter begrepen werden – een zekere afstand te scheppen tussen de levenden en de doden. De victorianen gingen zeer ver in het sentimentaliseren en romantiseren van de dood: ze creëerden in de literatuur ‘mooie doden’, die steeds minder te maken hadden met de werkelijkheid. De twintigste eeuw ging over op de ontkenning van ‘het einde van het leven’. Sterven werd een steeds eenzamer, antisociale, bijna onzichtbare gebeurtenis. Er kwam iets op wat Aries ‘een absoluut nieuw type sterven’ noemde, wat inhield dat zieltogende mensen werden afgevoerd naar ziekenhuizen en hospices, om ervoor te zorgen dat het moment waarop ze hun laatste adem uitbliezen discreet verborgen bleef achter de schermen. Amerikanen mijden het woord ‘sterven’. Mensen ‘gaan over’. Evelyn Waugh schreef een wrede satire over de Amerikaanse omgang met de dood in The Love One (1948), geïnspireerd op een weinig verheffend verblijf in Hollywood.
De Britse omgang met de dood is echter slechts weinig beter. In Monty Pythons The Meaning of Life is de dood een enorm faux pas. De Man met de Zeis – John Cleese, gehuld in een zwarte mantel – komt aan in een pittoresk Engels buitenhuis waar drie echtparen druk bezig zijn met een etentje.
Magere Hein: Ik ben de dood.
Debbie: Nou ja, wat een toeval! We hadden het vijf minuten geleden net over de dood…
Magere Hein: Stilte! Ik ben gekomen voor jullie.
Angela: Bedoelt u… om –
Magere Hein: Om jullie mee te nemen. Dat is mijn bedoeling. Ik ben de dood.
Geoffrey: Tja, dat werpt toch wel een beetje een schaduw over de avond.
Debbie: Mag ik u iets vragen?
Magere Hein: Wat?
Debbie: Hoe kan het dat we allemaal op hetzelfde moment sterven?
Magere Hein (na een lange stilte, wijzend naar een schaal op tafel): De zalmmousse.
Geoffrey: Schat, je hebt toch geen zalm uit blik gebruikt?
Angela: Ik schaam me rot.
Het komende eschaton
Ieder jaar sterven er over de hele wereld ongeveer 59 miljoen mensen – ruwweg de gehele wereldbevolking in de tijd dat koning David regeerde over de Israëlieten. Met andere woorden, er sterven elke dag ruwweg 160.000 mensen: het equivalent van één Oxford, of drie Palo Alto’s. Ongeveer 60 procent van degenen die sterven zijn vijfenzestig jaar of ouder. In de eerste helft van 2020 stierven er wereldwijd ruwweg 510.000 mensen aan de nieuwe ziekte covid-19 [inmiddels is het dodental de 4 miljoen gepasseerd]. Elk sterfgeval is een tragedie, zoals we zullen zien. Maar zelfs als geen van die mensen toch al niet gestorven zou zijn – wat onwaarschijnlijk is, gegeven het leeftijdsprofiel van de overledenen –, dan vertegenwoordigt dat aantal slechts een bescheiden (1,8 procent) toename in het totale aantal verwachte sterfgevallen voor de eerste helft van 2020. In 2018 stierven 2,84 miljoen Amerikanen, dus stierven er ongeveer 236.000 per maand, en 7800 per dag. Driekwart van het aantal gestorvenen was vijfenzestig jaar of ouder. Verreweg de meeste doodsoorzaken waren hartaandoeningen en kanker: samen goed voor 44 procent van het totaal. In de eerste helft van 2020 waren er volgens cijfers van de Centers for Disease Control and Prevention 130.122 Amerikaanse overlijdensgevallen aangemerkt als ‘betrekking hebbend op covid-19’. De totale (bovennormale) oversterfte van alle oorzaken lag echter dicht bij 170.000. Als geen van deze mensen toch al niet overleden zou zijn – opnieuw: onwaarschijnlijk –, dan vertegenwoordigde dat aantal een toename van 11 procent in de sterfgevallen voor die periode, boven de uitgangswaarde die afgeleid was van recente gemiddelden.
We zijn dus allemaal gedoemd, zelfs als de medische wetenschappers in staat zijn om de levensverwachting nog verder te verlengen – zoals sommigen voorspellen: tot meer dan een eeuw. Ondanks de voortgaande zoektocht naar oplossingen voor het probleem dat leven een terminale aandoening is, blijft onsterfelijkheid een droom – of, zoals Jorge Luis Borges suggereerde in ‘De onsterfelijke’: een nachtmerrie. Maar zijn we collectief gedoemd, als soort? Het antwoord is: ja.
Onze moeder, een natuurkundige, werd het nooit moe om mijn zus en mij eraan te herinneren dat het leven een kosmisch toeval is; een visie die ook gedeeld wordt door bekendere fysici als Murray Gell-Mann. Ons universum begon 13,7 miljard jaar geleden met wat fysici de Big Bang noemen. Op onze planeet ontwikkelden zich met de hulp van ultraviolette stralen en bliksem de chemische bouwstenen van het leven, die 3,5 tot 4 miljard jaar geleden leidden tot de eerste levende cel. Ongeveer 2 miljard jaar geleden zorgde seksuele reproductie door eenvoudige veelcellige organismen voor golven van evolutionaire innovatie.
Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven
Ongeveer 6 miljoen jaar geleden leidde een genetische mutatie bij chimpansees tot de eerste mensachtige mensapen. Homo sapiens is extreem recent verschenen, 200.000 tot 100.000 jaar geleden: deze soort domineerde andere mensentypen ongeveer 30.000 jaar geleden en had zich rond 13.000 jaar geleden over het grootste deel van de planeet verspreid. Er moesten veel dingen precies goed gaan voor ons om tot dat punt te komen. Maar de ‘Goudhaartje’-condities waarbij wij floreren kunnen niet oneindig voortduren. Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven.
Met andere woorden, om Nick Bostrom en Milan M. Ćirković te citeren: ‘Het uitsterven van intelligente soorten is al voorgevallen op de Aarde, wat inhoudt dat het naïef zou zijn om te denken dat het niet nog eens zou kunnen gebeuren.’ Zelfs als we het lot van de dinosaurussen en de dodo’s weten te vermijden, zal de toenemende lichtstraling van de zon over ongeveer 3,5 miljard jaar de biosfeer van de Aarde zo goed als gesteriliseerd hebben, maar het einde van het complexe leven op de Aarde staat al veel eerder op het programma, misschien over 0,9 tot 1,5 miljard jaar, omdat de leefomstandigheden dan onverdraaglijk zullen zijn geworden voor alles wat op ons lijkt. ‘Dat is het standaardlot voor leven op onze planeet.’ Het is denkbaar dat we in staat zullen zijn om een andere bewoonbare planeet te vinden als we het probleem van intergalactisch reizen oplossen, wat het reizen over haast onvoorstelbaar grote afstanden inhoudt. Zelfs dan zullen we uiteindelijk in tijdnood komen, omdat de laatste sterren ruwweg over 100 biljoen jaar zullen uitdoven, waarna alle materie uiteen zal vallen tot haar basisbestanddelen.
De gedachte dat we, als soort, nog ongeveer 1 miljard jaar overhebben op de Aarde zou geruststellend moeten zijn. En toch lijken sommigen ernaar te verlangen dat de doemdag al veel eerder komt dan dat. De ‘eindtijd’ of eschaton (van het Griekse eschatos) komt voor in de meeste grote wereldreligies, inclusief de oudste, het zoroastrisme. De Zand-i Wahman Yasn (een middeleeuwse zoroastrische apocalyptische tekst) voorziet niet alleen in misoogsten en algeheel moreel verval, maar ook in ‘een donkere wolk die de hele lucht tot nacht maakt’ en een regen van ‘verderfelijke schepsels’. Hoewel de hindoe-eschatologie aanneemt dat er vaste tijdscycli zijn, wordt van de huidige cyclus, Kali Yuga, verwacht dat die gewelddadig eindigt als Kalki, de laatste incarnatie van Vishnu, op een wit paard aan het hoofd van een leger afdaalt om ‘rechtvaardigheid tot stand te brengen op aarde’. Ook in het boeddhisme zijn er apocalyptische scènes. Gautama Boeddha voorspelde dat zijn profetieën na 5000 jaar vergeten zouden zijn, wat leidt tot de morele degeneratie van de mens. Een bodhisattva genaamd Maitreya zal dan verschijnen en de leerstellingen van de dharma herontdekken, waarna de wereld vernietigd wordt door de dodelijke straling van zeven zonnen. De Scandinavische mythologie heeft haar Ragnarök (schemering der goden), waarin een vernietigend grote winter (Fimbulvetr) de wereld in duisternis en wanhoop zal storten. De goden zullen tot de dood strijden met de krachten van de chaos, vuurreuzen en andere magische schepsels (jötunn). Uiteindelijk zal de oceaan de hele wereld overspoelen. (Wagner-liefhebbers kunnen hier een versie van zien in zijn Götterdämmerung.)
In elk van deze religies is vernietiging de prelude van wedergeboorte. De abrahamitische religies daarentegen hebben een lineaire kosmologie: het einde der dagen is echt Het Einde. Het jodendom voorspelt een Tijdperk van de Messias, met de terugkeer naar Israël vanuit de verbanning van de Joodse Diaspora, de komst van de Messias en de wederopstanding uit de dood. Het christendom – het geloof dat gevestigd is door volgers van de man die zei deze Messias te zijn – biedt een veel rijkere versie van het eschaton. Voorafgaand aan de Tweede Komst van Christus (parousia) zal er, zoals Jezus zelf aan zijn volgelingen vertelde, een tijd komen van ‘grote beproevingen’ (Mattheüs 24:15-22), ‘verschrikkingen’ (Marcus 13:19) of ‘dagen van wraak’ (Lucas 21:10-33 geeft van alle evangeliën de meeste details). De Openbaring van Johannes biedt wellicht de meest treffende visioenen van de doemdag: van een oorlog in de hemel tussen Michaël en zijn engelen tegen Satan, een tussenperiode waarin Satan wordt neergeworpen en duizend jaar wordt vastgebonden, waarna Christus een millennium lang regeert met wederopgestane martelaren aan zijn zijde, totdat de Hoer van Babylon verschijnt, dronken van het bloed van de heiligen, rijdend op een scharlakenrood beest, en er een grote strijd wordt uitgevochten op de heuvels van de Armageddon. Daarna wordt Satan losgelaten, om vervolgens in een meer van brandende zwavel te worden gegooid. Uiteindelijk worden de doden beoordeeld door Christus en worden de onwaardigen in het vlammende meer geworpen. De beschrijving van de vier ruiters van de Apocalyps is verbijsterend:
En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie! En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen. En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie!
En een ander paard, dat rood was, trok uit, en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven. En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand.
En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe.
En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie!
En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde. (Openbaringen 6:1-8)
De Dag der Wrake wordt aangekondigd door een geweldige aardbeving, een zonsverduistering en een bloedmaan. De sterren vallen op de aarde en de bergen en eilanden worden ‘van hun plaats verschoven’.
Een slim onderdeel van de christelijke eschaton was de onzekerheid waarin Christus zijn discipelen achterliet over de tijdsbepaling ervan: ‘Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader.’ (Mattheüs 24:36)
De vernietiging van Jeruzalem in het jaar 70 door toedoen van de Romeinse legerleider (en later keizer) Titus werd door de vroege christenen geïnterpreteerd als vervulling van Jezus’ profetie dat de Tweede Tempel zou worden verwoest, maar de daaropvolgende spectaculaire gebeurtenissen die Christus had voorspeld bleven uit. Tegen de tijd van Augustinus van Hippo leek het verstandig om het millennium af te zwakken, zoals hij deed in De Stad van God (De Civitate Dei, uit het jaar 426), waarin hij het verwees naar het gebied van het onkenbare en (impliciet) de verre toekomst.
Misschien biedt het verval van het christelijke millennium een verklaring voor het revolutionaire effect van Mohammeds nieuwe religie, toen die in de zevende eeuw tevoorschijn kwam uit de Arabische woestijn. In een aantal opzichten heeft de islam gewoon de meest opwindende delen van de Openbaringen afgestoft. In Mekka leerde Mohammed zijn volgelingen dat de Dag des Oordeels voorafgegaan zou worden door de verschijning van de eenogige al-Masih ad-Dajjāl (de valse messias), met een entourage van 70.000 joden uit Isfahan. Isa (Jezus) zal dan afdalen om te triomferen over de valse messias. In de soennitisch doctrine houdt de ashrāṭ al-sā‘a – het einde der tijden – onder meer in dat er een grote zwarte rookwolk (dukhān) de aarde bedekt, dat er een aantal verzakkingen plaatsvinden in de aarde en dat Ya‘jūj en Ma‘jūj (Gog en Magog) verschijnen om de aarde te verwoesten en de gelovigen af te slachten. Nadat Allah zich heeft ontdaan van Gog en Magog, komt de zon op in het westen en verrijst de Dābbat al-Ard (het Beest van de Aarde) uit de grond; nadat de hemelse trompet geklonken heeft, verrijzen ook de doden (al-Qiyāmah) voor het laatste oordeel (Yawm al-Hisāb). Maar toen deze profetie niet vervuld werd, keerde Mohammed zich ongeduldig af van de verlossing en naar het imperialisme. Allah, zo betoogde hij in Medina, wilde dat de moslims zijn eer bewaarden door de ongelovigen te straffen; dat ze overgingen van het afwachten van de Dag des Oordeels tot de uitvoering ervan door middel van de jihad. De eschatologie van de sjiieten is in brede zin gelijk aan die van de soennieten, maar met de terugkeer van de twaalfde imam, Mohammed al-Mahdi, die wordt verwacht na een periode van afnemende moraal en eerbaarheid.
Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was
Voor christenen waren de islamitische veroveringen in het Nabije Oosten en Noord-Afrika niet meer dan de grootste van een aantal gruwelijke dreigingen: Vikingen, Magyaren en Mongolen bedreigden het christendom ook. Deze en andere rampen werden door sommigen geïnterpreteerd als aanduidingen van de eindtijd: de christelijke eschatologie is nooit volledig op de achtergrond geraakt. Joachim van Fiore (1135-1202) verdeelde de geschiedenis in drie tijdvakken, waarvan het derde het laatste was. Op eenzelfde manier waren er in de nasleep van de Zwarte Dood in de jaren veertig van de veertiende eeuw – in termen van sterfgevallen de grootste ramp die de christenen ooit getroffen heeft – mensen die concludeerden dat het einde nabij was. In 1356 schreef een franciscaner monnik genaamd Johannes van Roquetaillade zijn Vademecum in tribulationibus, waarin hij een tijd vol problemen in Europa voorspelde, die gekenmerkt zou worden door sociale onrust, stormen, overstromingen en nog meer plagen. Vergelijkbare quasi-revolutionaire visioenen inspireerden de taborieten in Bohemen in 1420 tot hun plunderingen en de franciscaan Johann Hilten in 1485 tot zijn profetieën over de nadagen van het pausdom. Na Maarten Luthers baanbrekende aanval op de kerkelijke hiërarchie gaf het millenianisme onderling sterk verschillende sekten als de anabaptisten, de diggers en de levellers het vertrouwen om de gevestigde autoriteiten te trotseren. Hoewel de navolging van het millennium in de achttiende eeuw afnam, herleefde de belangstelling ervoor weer in de negentiende en de twintigste eeuw, toen sommige volgelingen van de zogenaamde profeet William Miller, later bekend geworden als de zevendedagsadventisten, een nieuwe kerk oprichtten met een sterke millennialistische doctrine, die het einde van de wereld voorzag in 1844. (De millerieten noemden het feit dat de mensheid dat jaar overleefde ‘De Grote Teleurstelling’.) Jehova’s getuigen en leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (mormonen) hebben allebei hun eigen kenmerkende opvattingen over de komst van het eschaton. Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was. Een aantal van hen – met name Jim Jones, David Koresh en Marshall Applewhite – wisten plaatselijke apocalypsen te bereiken in de vorm van massazelfmoorden.
Kort gezegd: het einde van de wereld is opmerkelijk vaak teruggekomen in de vastgelegde geschiedenis.
Doemdagen
Je zou denken dat de vooruitgang van de wetenschap de mensheid uiteindelijk zou bevrijden van religieuze en pseudoreligieuze eschatologie. Dat is niet noodzakelijk zo. Zoals de socioloog James Hughes zei, zijn maar weinig mensen ‘immuun voor millenniumvooroordelen, positief of negatief, fatalistisch of messianistisch’. Iets meer dan een eeuw geleden, toen de eerste echt geïndustrialiseerde oorlog in zijn laatste fase zat – een oorlog die gevoerd werd met tanks, vliegtuigen, onderzeeërs en gifgas – waren er verschijningen van de maagd Maria in het Portugese dorp Fatima, was er een veldslag bij Armageddon (Megiddo, in wat toen Palestina was), werd er een joodse thuisbasis uitgeroepen in het Heilige Land, was er een Duits offensief dat Aartsengel Michaël heette en brak er een pandemie uit die dodelijker was dan de oorlog zelf. Een van de vele voorboden van een komende apocalyps was de opkomst van Vladimir Iljitsj Lenin, die een golf van antikerkelijk geweld en beeldenstormen ontketende in het hele Russische Rijk. Zoals The New York Times op 21 juni 1919 meldde werd Lenin door Russische boeren alom gezien als ‘niemand anders dan de antichrist die in de Schrift is voorspeld’.
Voor de in Keulen geboren politiek theoreticus Eric Voegelin was de realiteit dat het communisme, net als het nazisme dat hij in 1938 moest ontvluchten, gebaseerd was op een onjuiste interpretatie van het christendom. Voegelin definieerde ‘gnosis’ als ‘een ogenschijnlijk direct, onmiddellijk begrip of visioen van de waarheid zonder de noodzaak voor kritische reflectie; de speciale gave van een spirituele en cognitieve elite’. Gnostiek, betoogde hij, was een ‘manier van denken die aanspraak maakt op een absoluut cognitief meesterschap van de werkelijkheid’. Toen dat de vorm aannam van een politieke religie, verborg het een gevaarlijke en misleidende ambitie om ‘de eschaton in zich te herbergen’ – met andere woorden: om een hemel op aarde te creëren. Voegelins moderne gnostiek probeerde ‘de maatschappij weer te vergoddelijken (…) door massalere vormen van participatie in de goddelijkheid te vervangen door geloof in de christelijke zin’. (Voegelin speculeerde dat deze verschuiving naar ‘massale deelname’ een antwoord kon zijn op de vrijwel onmogelijke taak om een authentiek christelijk geloof in stand te houden.) Veel recenter schreef de historicus Richard Landes in dezelfde geest, toen hij dezelfde aandrang ontdekte in een breder gebied van historische en moderne millenniumbewegingen, tot en met het salafi-jihadisme en radicale milieubewegingen.
In plaats van de eschaton te verdringen, leek de wetenschap die dichterbij te brengen. Toen J. Robert Oppenheimer getuige was van de eerste kernexplosie in White Sands, New Mexico, deed hij de beroemde uitspraak dat hij dacht aan Krishna’s woorden uit de Bhagavad Gita (het ‘Lied van God’ uit de hindoecultuur): ‘Ik ben de dood geworden, de vernietiger van werelden.’ Aan het prille begin van de Koude Oorlog verzon de kunstenares Martyl Langsdorf, wier echtgenoot een van de sleutelfiguren van het Manhattan Project was, het beeld van een Doomsday Clock. Het verscheen voor het eerst in het Bulletin of the Atomic Scientists als illustratie van de angst van vele fysici – onder wie sommigen die betrokken waren geweest bij de schepping van de atoombom – dat een ‘uit technologie voortkomende catastrofe’ weleens heel nabij zou kunnen zijn. Middernacht op de Doomsday Clock betekende het nucleaire armageddon. Vele jaren lang was het de hoofdredacteur van het Bulletin, Eugene Rabinowitch, die besloot waar de wijzers van de klok stonden. Na zijn dood nam een commissie het over: die kwam tweemaal per jaar bijeen om de klok bij te stellen. Tijdens de Koude Oorlog kwam de Doomsday Clock het dichtst bij middernacht: in de jaren 1953-1959 werden de wijzers op twee minuten voor twaalf gezet. De wetenschappers dachten ook dat de jaren 1984-1987 vol gevaren waren: toen was het vier jaar lang drie minuten voor twaalf. De populaire literatuur weerspiegelde die angsten. On the Beach (1957) van Nevil Shute speelt in het jaar 1963 en de inwoners van Melbourne wachten hulpeloos op een dodelijke wolk radioactieve fall-out in de nasleep van de Derde Wereldoorlog, die – niet zo plausibel – op gang gebracht werd door een nucleaire aanval van Albanië op Italië. De keus is die tussen zwaar drinken en een door de overheid verschafte zelfmoordpil. In de graphic novel When the Wind Blows (1982) van Raymond Briggs bouwt een ouder echtpaar, Jim en Hilda Bloggs, plichtsgetrouw een atoomschuilkelder, waarbij ze doen alsof de Derde Wereldoorlog net zo goed te overleven is als eerder de Tweede Wereldoorlog.
Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor
Toch is het nog maar de vraag hoe betrouwbaar de Doomsday Clock is. Vandaag de dag zijn historici het erover eens dat het gevaarlijkste moment in de Koude Oorlog de Cubaanse raketcrisis geweest is. Maar de Doomsday Clock stond in 1962 op zeven minuten voor middernacht en ging in het daaropvolgende jaar terug naar 23.48 uur. Dat veranderde niet toen president Lyndon B. Johnson de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam opschaalde. Opmerkelijk genoeg besloten de atoomwetenschappers in januari 2018 dat we weer twee minuten voor Armageddon zaten. Twee jaar later zetten ze de klok vooruit op 100 seconden voor middernacht, op grond van de overweging dat ‘de mensheid nog steeds te maken heeft met twee gelijktijdige existentiële gevaren: nucleaire oorlogsvoering en klimaatverandering. Die dreiging wordt vermenigvuldigd door een in cyberspace gevoerde informatieoorlog, die het voor de samenleving moeilijk maakt om te reageren. De internationale veiligheidssituatie is hachelijk, niet alleen omdat deze dreigingen bestaan, maar omdat de wereldleiders hebben toegestaan dat de internationale politieke infrastructuur om die te beheersen is uitgehold.’ Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor.
De nachtmerrie van een atoomoorlog was niet het enige apocalyptische visioen dat de wereld tijdens de Koude Oorlog kwelde. Van de jaren zestig tot de jaren tachtig leidde de angst voor wereldwijde overbevolking tot een opeenvolging van meestal ondoordachte en vaak ronduit schadelijke pogingen om de voortplanting in de zogeheten Derde Wereld te ‘beheersen’. Stephen Enke van de rand Corporation betoogde dat arme mensen betalen om in te stemmen met sterilisatie of het inbrengen van een spiraaltje 250 keer zo effectief zou zijn om ontwikkeling te bevorderen als andere vormen van hulp. Paul Ehrlichs boek The Population Bomb (1968), geschreven in opdracht van de Sierra Club, voorspelde dat er in de jaren zeventig massasterfte zou optreden, met verwoestende hongersnoden die honderden miljoenen mensen zouden doden. Lyndon Johnson werd erdoor overtuigd, net zoals de meerderheid van de leden van het Congres, waardoor het budget voor geboorteregeling van het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling verhoogd werd met een factor twintig. Als president van de Wereldbank verklaarde Robert McNamara, de voormalige Amerikaanse minister van Defensie, in 1969 dat de bank geen gezondheidszorg zou financieren ‘tenzij die strikt gerelateerd was aan geboortebeperking, aangezien gezondheidszorg doorgaans bijdroeg aan de afname van sterftecijfers, en daarmee aan de bevolkingsexplosie’. Sommige Amerikaanse instellingen – waaronder de Ford Foundation en de door Rockefeller opgezette Population Council – speelden met het idee van onvrijwillige massasterilisatie van hele bevolkingsgroepen. Deze consequenties illustreren eens te meer dat mensen die overtuigd zijn van een denkbeeldige naderende apocalyps veel schade kunnen toebrengen. Het aanmoedigen, zo niet afdwingen, van het gebruik van spiraaltjes bij Indiase vrouwen en sterilisaties bij Indiase mannen heeft veel leed veroorzaakt. Op het hoogtepunt van de Indiase noodtoestand in het midden van de jaren zeventig liet de regering van Indira Gandhi meer dan 8 miljoen sterilisaties uitvoeren. Bijna 200.000 mensen stierven door mislukte operaties. De Verenigde Naties ondersteunden ook het door de Chinese Communistische Partij zelfs nog wreder uitgevoerde ‘éénkindbeleid’. Achteraf gezien was de oplossing voor het probleem van de bevolkingstoename niet massasterilisatie, maar de Groene Revolutie in de land bouwtechnologie, waarvan agronomen als Norman Borlaug de pioniers waren. De huidige millennialisten zijn de profeten van de catastrofale klimaatverandering. ‘Rond 2030,’ schreef de Zweedse milieuactiviste Greta Thunberg, ‘zullen we in een positie verkeren waarin een onomkeerbare kettingreactie wordt ingezet, zonder dat mensen daar invloed op kunnen uitoefenen, die zal leiden tot het einde van onze beschaving, zoals wij die kennen.’ ‘De wereld zal over twaalf jaar eindigen, als wij niets doen aan de klimaatverandering,’ voorspelde het Amerikaanse Democratische Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez in 2019.
Thunbergs verschijning als de verpersoonlijking van radicaal milieuactivisme doet denken aan eerdere vormen van eschatologie, zeker vanwege de ernst van de offers die ze eist. ‘We hebben geen “koolstofarme economie” nodig,’ verklaarde ze in januari 2020 bij het World Economic Forum. ‘We hebben niet “minder uitstoot” nodig. Onze uitstoot moet stoppen als we een kans willen hebben om onder het doel van 1,5 graad te blijven (…) Elk plan of beleid van jullie dat geen radicale uitstootbeperking bij de bron inhoudt, met ingang van vandaag, is volkomen onvoldoende.’ De nieuwe groene revolutie – of de ‘Green New Deal’ – die wordt voorgesteld door Ocasio-Cortez, Thunberg en anderen impliceert een drastische reductie van alle CO2-uitstoot, waarbij nauwelijks rekening wordt gehouden met de economische en sociale kosten. We komen later op dit onderwerp terug; op dit moment volstaat het om te zeggen dat waarschuwingen voor het komende einde van de wereld het risico lopen (net als het roepen van ‘de wolf!’ in het sprookje) door herhaling minder geloofwaardig te worden.
Al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen
Het onontkoombare feit blijft bestaan: profeten van het millennium, gnosti sche navolgers van de eschaton, wetenschappers die waarschuwen voor rampen en auteurs die zich die voorstellen: al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen. In de theaterkomedie Beyond the Fringe (1961) speelt Peter Cook de rol van Broeder Enim, een profeet die zijn volgelingen naar een bergtop leidt om de apocalyps af te wachten.
Jonathan Miller: Hoe zal het zijn, dat einde waarover u gesproken hebt, Broeder Enim?
Allen: Ja, hoe zal het zijn?
Peter Cook: Tja, het zal zijn alsof er een machtige scheuring in de lucht is, weet je, en de bergen zullen wegzinken, weet je, en de valleien zullen omhoogkomen, weet je, en groot zal het lawaai zijn dat daardoor veroorzaakt wordt.
Miller: Zal de voorhang van de tempel in tweeën gereten worden?
Cook: De voorhang van de tempel zal in tweeën gereten worden, ongeveer twee minuten voordat we het teken zullen zien dat zich openbaart als een vliegende beestenkop in de lucht.
Alan Bennett: En zal er een machtige wind waaien, Broeder Enim?
Cook: Jazeker zal er een machtige wind waaien, als we het woord van God mogen geloven…
Dudley Moore: En zal die wind zo machtig zijn dat de bergen erdoor platgelegd worden?
Cook: Nee, zo machtig zal die nu ook weer niet zijn; daarom hebben we nu juist deze berg beklommen, stomme eikel…
Miller: En wanneer komt dat einde, waarover u gesproken hebt?
Allemaal: Ja, wanneer zal het zijn, wanneer zal het zijn?
Cook: Over ongeveer dertig seconden, volgens de oude perkamentrollen uit de piramiden… en mijn Ingersoll-horloge.
De profeet en zijn volgelingen zetten zich schrap voor het einde van de wereld en tellen af:
Cook: Vijf, vier, drie, twee, één – nul!
Allemaal: (Zingend.) Nu is het Einde! De Wereld Vergaat!
Stilte.
Cook: Het was omgerekend naar deze tijdzone, toch?
Miller: Ja.
Cook: Nou ja, het is niet echt de vlammenzee waar ik op gerekend had. Geeft niet, jongens: morgen dezelfde tijd… Ooit moeten we het een keer goed hebben.
De statistieken van een calamiteit
Waar we echt bang voor moeten zijn, is een grote ramp die ons niet allemaal doodt, maar wel een groot aantal van ons. Het probleem is dat we moeite hebben om ons zowel de potentiële schaal als de waarschijnlijkheid van rampen voor te stellen. ‘Een enkele dode is een tragedie; een miljoen doden is een statistiek.’ Dat aforisme wordt meestal toegeschreven aan Stalin. Die toeschrijving kan worden teruggebracht op een column uit 1947 in The Washington Post, waarin Leonard Lyons schreef:
‘In de dagen dat Stalin de commissaris van Munitie was, werd er een vergadering gehouden met de hoogste commissarissen in rang. Het belangrijkste gespreksonderwerp was de hongersnood die toen heerste in de Oekraïne. Een van de functionarissen stond op en hield een toespraak over deze tragedie – de tragedie dat er miljoenen mensen stierven van de honger. Hij begon sterftecijfers op te sommen (…) Stalin onderbrak hem en zei: ‘Als slechts één man sterft van de honger, is dat een tragedie. Als miljoenen sterven, is het slechts statistiek.’
Lyons vermeldde geen bron, maar ofwel hij of Stalin heeft de zinsnede vrijwel zeker geleend van Kurt Tucholsky, die deze op zijn beurt toeschreef aan een Franse diplomaat. ‘Oorlog? Dat vind ik niet zo verschrikkelijk. De dood van één mens, dat is een catastrofe. Honderdduizend doden, dat is een statistiek.’ We zien ook een versie van deze mentaliteit in onze tijd, merkte Eliezer Yudkowsky op: ‘Mensen die er niet over zouden peinzen om een kind pijn te doen, horen over een existentieel risico en zeggen: “Tja, misschien verdient de mensheid het niet echt om te overleven.” (…) De uitdaging die existentiële risico’s stellen is zodanig, en de catastrofes zijn zo enorm, dat mensen in een andere denkmodus schieten. Dan is het sterven van mensen ineens niet langer slecht en vereisen gedetailleerde voorspellingen ineens geen expertise meer.’
We moeten op z’n minst proberen de statistieken begrijpelijk te maken. Rekening houdend met het grote gebrek aan historische bronnen kunnen we zeggen dat er in de gehele vastgelegde geschiedenis waarschijnlijk zeven grote pandemieën zijn geweest met een groter sterftecijfer dan 1 procent van de geschatte wereldbevolking. Daarvan hebben er vier meer dan 3 procent gedood en twee – de Pest van Justinianus en de Zwarte Dood – meer dan 30 procent, hoewel het dodental van de laatstgenoemde ziekte heel goed veel lager kan zijn geweest. Ook de beschikbare gegevens over de sterfgevallen als gevolg van oorlogshandelingen wijzen op slechts een klein aantal extreem dodelijke conflicten. Gegevens van de fysicus L.F. Richardson en de sociale wetenschapper Jack Levy wijzen – net als andere, meer recente studies – op zeven grootschalige oorlogen die meer dan 0,1 procent van de geschatte wereldbevolking doodden in de dagen dat ze uitbraken. In absolute termen waren de twee wereldoorlogen de dodelijkste conflicten in de geschiedenis. In Richardsons analyse van alle ‘dodelijke conflicten’ tussen 1820 en 1950 waren de wereldoorlogen de enige oorlogen van zwaarte: de enige met dodentallen van tientallen miljoenen. Ze waren goed voor drie vijfde deel van alle doden in zijn steekproef, waartoe behalve oorlog een moord en andere vormen van doodslag behoorden. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog kwam respectievelijk 3 procent van de wereldbevolking van 1914 en 1939 om het leven; ook al vonden er verhoudingsgewijs misschien vernietigender conflicten plaats in eerdere perioden, vooral de oorlogen uit het tijdperk van de Drie Koninkrijken in het China van de derde eeuw, tussen de Han- en Jin-dynastieën.
Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen
In relatieve termen – dat wil zeggen: naar proportie van gedode strijdkrachten – behoort de Oorlog van de Drievoudige Alliantie (1864-1870) tot de dodelijkste uit de moderne geschiedenis. Toch is dit conflict vrijwel onbekend buiten de drie landen die erin vochten: Argentinië, Brazilië en Uruguay, die samen optrokken tegen Paraguay. Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen. Het is zelfs zo dat de meeste mensen die hun leven verloren tijdens de Oorlog van de Drievoudige Alliantie stierven aan een ziekte, niet door vijandige acties. Volgens schattingen van Pasquale Cirillo en Nassim Taleb ‘heeft geen enkel gewapend conflict ooit meer dan 19 procent van de wereldbevolking gedood’. De conquistadores vermoordden in verhouding minder inwoners van Midden- en Zuid-Amerika dan de ziekten die ze met zich mee brachten uit Europa, waartegen de inheemse volkeren geen weerstand hadden.
Soortgelijke exercities kunnen worden uitgevoerd voor zowel burgeroorlogen als genocides en democides – massamoorden op bevolkingsgroepen, in tegenstelling tot sterfgevallen als gevolg van oorlog tussen landen. Het totaal aantal slachtoffers van het stalinisme in de Sovjet-Unie kan hoger liggen dan 20 miljoen; een behoorlijke ‘statistiek’. Sterftecijfers van meer dan 10 procent zijn ook geschat voor Pol Pots schrikbewind in Cambodja, evenals voor de burgeroorlogen in Mexico (1910-1920) en Equatoriaal Guinee (1972-1979). In Richardsons lijst met conflicten van zwaarte 6 zijn zes van de zeven daarvan burgeroorlogen: de Taiping-opstand (1851-1864), de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), de Russische Burgeroorlog (1918-1920), de Chinese Burgeroorlog (1927-1936), de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en het totaal van de slachtpartijen die gepaard gingen met de onafhankelijkheid en opdeling van India (1946-1948). We zijn geneigd om aan te nemen dat geen enkele eeuw zo bloederig was als de twintigste. Toch wordt gezegd dat het exemplarische geweld dat gebezigd werd door de dertiende-eeuwse Mongoolse leider Dzjengis Khan de bevolkingen van Centraal-Azië en China gereduceerd heeft met meer dan 37 miljoen; een aantal dat, als het correct is, gelijkstaat met ongeveer 10 procent van de wereldbevolking op dat moment. Timurlengs laatveertiende-eeuwse veroveringen in Centraal-Azië en Noord-India waren al net zo berucht bloederig, met een geschat dodental van meer dan 10 miljoen. De Mantsjoe-verovering van China in de zeventiende eeuw kan het leven gekost hebben aan niet minder dan 25 miljoen mensen. Naast de Taiping-opstand veroorzaakten diverse andere Chinese opstanden in de periode voor 1900 een menselijk lijden op een schaal die gelijkstaat of zelfs hoger is dan wat de inwoners is aangedaan door burgeroorlogen in de twintigste eeuw. Van de achtste-eeuwse An Lushan-opstand wordt aangenomen dat die het leven kostte aan meer dan 30 miljoen mensen. Net zo vernietigend voor de provincies die erdoor getroffen werden, waren de vrijwel gelijktijdige opstanden van Nien en Miao, en de moslimopstanden in Yunnan en in het noordwesten van China. In deze gevallen moeten de dodentallen worden afgeleid van provinciale en plaatselijke volkstellingen die verricht zijn voor en na de opstanden. De bevolkingsafnamen lijken dodentallen in te houden die variëren van 40 tot 90 procent, maar ook in dit geval is het aannemelijk dat ziekten en hongersnoden net zoveel doden veroorzaakten als georganiseerd geweld, en waarschijnlijk veel meer. Ten slotte is er een reden om aan te nemen dat de sterftecijfers als gevolg van de West-Europese verovering en kolonisatie van het Amerikaanse continent en van Afrika in sommige perioden net zo hoog zijn geweest als die in de twintigste eeuw.
Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen
Zoals zojuist al is opgemerkt, viel de overgrote meerderheid van de slachtoffers van de Europese verovering van Noord- en Zuid-Amerika ten prooi aan ziekten, niet aan geweld. Dus wie in dit verband spreekt van ‘genocide’ tast de waarde van historische terminologie net zozeer aan als degenen die de negentiende-eeuwse hongersnoden in India ‘victoriaanse holocausts’ noemen. Niettemin vertonen de gedwongen slavernij van het Congolese volk door de Belgische kroon na 1886 en de onderdrukking van de Herero-opstand door de Duitse koloniale autoriteiten in 1904 gelijkenissen met twintigste-eeuwse georganiseerde gewelddaden. Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen. De geschatte sterftecijfers in de Herero-oorlog zijn nog hoger: meer dan 1 op 3. Wat dit conflict, in verhouding, tot het bloedigste in de hele twintigste eeuw maakt. Het absolute aantal doden was echter 76.000, terwijl in de Congo tussen 1886 en 1908 naar schatting 7 miljoen doden vielen. Hoewel het gebruikelijk is om gegevens te normaliseren door percentages te be rekenen, moeten we altijd bedenken dat, anders dan bij Stalin, 1 miljoen doden altijd 1 miljoen tragedies inhouden – 1 miljoen premature en pijnlijke sterfgevallen –, of de noemer nu wordt uitgedrukt in tientallen miljoenen of in miljarden, en of die nu worden uitgevoerd door twee oorlogvoerende supermachten of door 1 miljoen moordenaars. De wereldoorlogen waren goed voor ongeveer 36 miljoen doden (ongeveer 60 procent van alle ‘dodelijke conflicten’ in Richardsons onderzoeksperiode van 130 jaar). Richardson was verbaasd te merken dat de daaropvolgende categorie uit de gebeurtenissen bestond met een magnitude van 0 (conflicten waarbij één tot drie personen stierven), die verantwoordelijk waren voor 9,7 miljoen doden. Het restant van de 315 onderzochte oorlogen, gecombineerd met alle duizenden conflicten van gemiddelde grootte, was goed voor minder dan een kwart van de slachtoffers van alle dodelijke conflicten. We moeten ook rekening houden met het feit dat juist dankzij de gestegen levensverwachting een sterfgeval in de twintigste eeuw – vooral in de rijke landen van Europa en Noord-Amerika – bijna altijd een groter verlies inhield, in termen van levenskwaliteit, dan een sterfgeval in eerdere tijdvakken.
Veel van de grootste economische rampen in de geschiedenis vielen, niet toevallig, samen met de grote pandemieën en conflicten die hier besproken zijn. Maar niet allemaal. De Grote Depressie, die over het algemeen wordt gedateerd vanaf de Wall Street-crash van oktober 1929, was het gevolg van structurele wanverhoudingen in de wereldeconomie, een rigide systeem van vaste wisselkoersen, protectionisme en fouten op het gebied van monetair en fiscaal beleid. De econoom Robert Barro heeft de beste lijst opgesteld die voorhanden is met de economische rampen van de twintigste eeuw, gerangschikt op hun effect op het reële bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking en op de financiële consequenties. Van de 60 dalingen van 15 procent of meer in reëel bnp per hoofd van de bevolking waren er 38 toe te schrijven aan oorlogen en de nasleep daarvan, 16 waren het gevolg van de Grote Depressie. Van de 35 landen in zijn steekproef vonden de grootste dalingen (elk van 64 procent) plaats in Griekenland (van 1939 tot 1945) en Duitsland (van 1944 tot 1946). De ervaringen met de Tweede Wereldoorlog waren niet veel beter in de Filipijnen en Zuid-Korea: beide landen kenden een vermindering van het bnp per hoofd van de bevolking van 59 procent. Omdat het Verenigd Koninkrijk bijzonder lange historische overzichten heeft, is het mogelijk om moderne economische indicatoren van economische ontberingen vast te stellen in op z’n minst de laatste drie eeuwen, en voor Engeland zelfs tot in de late dertiende eeuw. Volgens de Bank of England blijkt het slechtste jaar in de Engelse geschiedenis 1629 te zijn geweest (toen de economie met 25 procent inkromp), met 1349 (een krimp van 23 procent) als goede tweede. (De reden voor de ernst van de krimp in 1629 ligt niet direct voor de hand: de oorlog met Spanje verliep slecht, maar de grootste militaire operaties vonden dat jaar plaats in het Caribische gebied. Het jaar is in de politieke geschiedenis vooral bekend als het begin van de elf jaar durende ‘Persoonlijke Heerschappij’ van Karel I, zonder parlement.) Het laatste jaar met een krimp van meer dan 10 procent was in 1709, toen de economische activiteiten in heel Europa ernstig werden beperkt door de ‘Grote Vorst’, de koudste winter in 500 jaar. Deze vorstperiode werd toegeschreven aan de uitzonderlijk lage zonnevlekactiviteit die bekendstaat als het Maunder Minimum, in combinatie met vulkaanuitbarstingen in de twee voorafgaande jaren van de Fuji in Japan, op het eiland Santorini en van de Vesuvius. Het ergste jaar van de twintigste eeuw was 1921 (min 10 procent), een periode van hoge naoorlogse deflatie en grote werkloosheid. Toch kan geen enkele periode van vijf jaar opwegen tegen de late jaren veertig van de veertiende eeuw, een periode waarin de Zwarte Dood het bevolkingsaantal met meer dan 40 procent reduceerde. Halverwege 2020 leek dat jaar de ergste krimp in de Britse geschiedenis te laten zien sinds 1709: eind juni voorspelde het Internationale Monetaire Fonds een teruggang van 10,2 procent in het bnp.
Onvolledige gegevens
Er zijn echter grenzen aan wat we kunnen afleiden van economische gegevens. Tijdens het schrijven van een dissertatie over de Duitse hyperinflatie van 1923, en opnieuw bij het bestuderen van de financiële gevolgen van de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog, heb ik geleerd dat de tijden van de meest intense crises ook de tijden zijn waarin economische statistieken niet meer worden bijgehouden of alleen foutief worden bijgehouden. De Wereldbank heeft een omvangrijke verzameling gegevens met daarin het bnp per hoofd van de bevolking van bijna alle landen in de wereld sinds 1960. Maar als je kijkt naar de landen die in de afgelopen zestig jaar het meest te lijden hebben gehad van economische en politieke ontwrichting – Afghanistan, Cambodja, Eritrea, Irak, Jemen, Libanon, Somalië, Syrië en Venezuela –, dan zijn er in alle gevallen, weinig verrassend, gaten in de gegevens die samenvallen met de perioden van maximale ontwrichting. Wie kan precies zeggen hoe ernstig hun economische rampen geweest zijn? Het enige wat we weten is dat diezelfde landen bijna allemaal gevonden kunnen worden aan de top van de Fragile States Index, die ooit een ranglijst van ‘mislukte’ landen was. Een andere uitdaging is de (op het eerste gezicht paradoxale) constatering dat de periode 1914-1950, een tijdvak waarin twee wereldoorlogen, een depressie en een ineenstorting van de globalisering vielen, ook een periode was waarin de ontwikkeling van de mensheid – in brede zin gemeten in termen van levensverwachting, opleiding, het percentage van het nationaal inkomen dat besteed wordt aan sociale projecten en het niveau van democratie – over een breed front significant is vooruitgegaan.
Rampen zijn kortom moeilijker te kwantificeren dan je zou verwachten, zelfs in de moderne tijd van statistieken. Dodentallen zijn vaak onnauwkeurig. Om de betekenis van een ramp te begrijpen, moeten we niet alleen het absolute aantal lijken weten, maar ook de oversterfte: het aantal sterfgevallen dat anders niet zou zijn voorgekomen, in verhouding tot basisgegevens die worden berekend als een gemiddelde van recente jaren. Bij een poging om de schaal van een ramp vast te stellen, kan de keuze van een referentiepopulatie een groot verschil maken. Wat in 1943 een catastrofale hongersnood was voor sommige delen van Bengalen, lijkt al met al kleiner als het dodental wordt uitgedrukt als een percentage van de gehele Indiase bevolking, en staat in geen verhouding tot de wereldbevolking in de context van de ergste oorlog die de wereld ooit trof. Mijn doel is om de lezer in staat te stellen de verschillende soorten rampspoed te vergelijken, niet om te beweren dat alle rampen op een bepaalde manier hetzelfde zijn. Tot september 2020 had covid-19 naar schatting 0,0114 procent van de wereldbevolking gedood, waarmee het plaats 26 inneemt op de lijst van de meest rampzalige pandemieën uit de geschiedenis. De Spaanse griep van 1918-1919 was ruwweg 150 keer dodelijker. Maar voor de steden met de meeste besmettingen was covid-19 in de maanden dat ze het zwaarst getroffen werden net zo erg als de Spaanse griep, zo niet erger. In termen van oversterfte was april 2020 in de stad New York bijna 50 procent meer dan oktober 1918, en drieënhalf keer meer dan september 2001, de maand van de aanslag op het World Trade Center. In de eerste helft van 2020 werd de bevolking van Londen net zo hard getroffen door covid-19 als door de Duitse raketaanvallen in de tweede helft van 1944, waardoor de regering in beide gevallen met een vergelijkbare uitdaging geconfronteerd werd: hoe konden de mensen beschermd worden tegen een dodelijke dreiging zonder de stad te verlammen? Dit is niet bedoeld om Al-Qaida of de nazi’s te vergelijken met het virus SARS-CoV-2, maar puur om te laten zien dat een ramp, in de zin van oversterfte, diverse vormen kan aannemen en toch vergelijkbare uitdagingen kan stellen.
Ieder prematuur sterfgeval is, zoals Stalin misschien inderdaad gezegd heeft, op een bepaalde manier een tragedie; hoe jonger het slachtoffer, des te pijnlijker het sterfgeval, en des te groter de tragedie. Maar sommige rampen zijn op een authentiekere manier tragisch dan andere.
Dit artikel is een voorpublicatie uit Rampspoed (Doom) van Niall Ferguson, dat onlangs is verschenen bij uitgeverij Hollands Diep in een vertaling van Ed van Eeden en Jaap Verschoor.
Duizenden jonge vrouwen verlaten elk jaar Nigeria vanwege de belofte op een goede baan in Europa, waar ze vervolgens in de prostitutie worden gedwongen om hun schulden af te betalen. In 2016 bundelde een groepje vrouwen de krachten met rechercheurs en hulpverleners in Italië en brachten de mensenhandelaars voor het gerecht.
Dit artikel ontving de tweede prijs in de categorie Distinguished Reporting van de European Press Prize 2021.
Susan bevond zich net drie dagen op Italiaanse bodem toen ze op 23 juli 2015 met tientallen andere nieuwkomers werd afgevoerd naar een lawaaiig, overvol detentiecentrum in Rome, waar ze te horen kreeg dat ze teruggestuurd zou worden naar Nigeria. Sommige vrouwen schreeuwden van woede, anderen begonnen te huilen. Susan deed er het zwijgen toe. Teruggaan was geen optie.
Susan had zich dat voorjaar laten overhalen de reis naar Italië te maken door een Nigeriaanse vrouw, Ivie, die ze had ontmoet in haar dorp in Edo, een zuidelijke deelstaat van Nigeria. Ivie wilde de kosten van haar reis naar Europa wel voorschieten en stelde haar daar normaal werk in het vooruitzicht. In een traditionele juju-ceremonie bij een priester had Susan gezworen de vrouw terug te betalen en haar trouw te zijn. En eenmaal aangekomen in Italië wist Susan dat het vreselijke gevolgen zou hebben als ze haar schuld niet afloste.
Een advocaat van een hulporganisatie hielp Susan met het indienen van een asielaanvraag, zodat ze voorlopig in het land kon blijven, en na enkele weken detentie werd ze overgebracht naar een asielzoekerscentrum in Midden-Italië om de behandeling van haar aanvraag af te wachten. Korte tijd later werd ze daar opgehaald door Ivie, die haar meenam naar een appartement in Prato, buiten Florence. Daar woonden al vier andere Nigeriaanse vrouwen. Een van hen gaf Susan een paar hooggehakte schoenen en een kort rokje. ‘Kom mee,’ zei ze, ‘we moeten aan het werk.’
Susan dacht dat het een grapje was. Er was haar werk beloofd als babysitter of caissière in een Italiaanse supermarkt. ‘Ze hadden niet gezegd dat ik hier de prostitutie in moest,’ zegt Susan. Maar de andere vrouwen lachten niet. Toen ze tegensputterde, herinnerde Ivie haar eraan dat zij voor de reis had betaald, en of ze wel wist hoeveel geld ze haar schuldig was. Als ze dat niet terugbetaalde of iemand erover vertelde, zouden haar moeder en haar broers thuis gevaar lopen. ‘Ik moest huilen,’ zegt Susan. ‘De andere meiden zeiden: Het went wel. Maar ik zei: Ik zal hier nooit aan wennen.’
Susans overlevingsstrategie was om de mannen op zoek naar seks te ontlopen en zo weinig mogelijk te werken
Vrije dagen had ze niet. Susan werd geen moment alleen gelaten, maar voelde zich wel heel alleen. Ivie had een hiërarchie ingevoerd die verhinderde dat de meisjes een band met elkaar kregen. Hillary, een andere jonge vrouw uit Edo, had tot taak om de meisjes in de gaten te houden en aan het eind van de nacht hun geld op te halen. Susans overlevingsstrategie was om de mannen op zoek naar seks te ontlopen en zo weinig mogelijk te werken. In januari verdiende ze maar 420 euro. Uit woede over die lage opbrengst sloeg Ivie haar zo hard dat Susan bang was in één oog het zicht te verliezen.
Eind januari, vijf weken nadat Susan in Prato was aangekomen, werd ze op een dag naar een andere stad in het noorden van Italië gebracht. Ivie hield toezicht op afstand, ze belde haar vaak, en haar nieuwe madam wilde meer geld zien. ‘Ik kon zo niet doorgaan. Elke nacht daar in de regen, elke dag opnieuw,’ zegt Susan. En het ergste was nog wel dat haar familie in Nigeria niet eens geholpen was met het offer dat zij bracht. ‘Ik mocht geen geld naar huis sturen.’
Altijd een stap voor
Sinds 2015 zijn er ongeveer 21.000 Nigeriaanse vrouwen en meisjes in Italië aangekomen. De Internationale Organisatie voor Migratie van de VN meldde in 2017 dat 80 procent daarvan mogelijk slachtoffer was van vrouwenhandel, maar die cijfers zijn lastig te verifiëren. Italië is het toneel van een brute cyclus van uitbuiting waarbij voormalige slachtoffers van vrouwenhandel na jaren van gedwongen prostitutie zelf vrouwenhandelaars zijn geworden, de zogeheten madams. Ze halen soms zelf nieuwe vrouwen naar Italië om hun schuld aan vrouwenhandelaars af te betalen en zelf niet meer te hoeven tippelen, of zijn al zo lang uitgebuit dat ze in het uitbuiten van anderen de enige mogelijkheid op een beter leven zien.
De slachtoffers durven meestal niet naar buiten te treden en de vrouwenhandelaars blijven meestal buiten beeld. In het VN-Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, een cruciaal juridisch instrument in de strijd tegen mensenhandelaars en de bescherming van hun slachtoffers, staat dat slachtoffers van mensenhandel een tijdelijke of permanente verblijfsstatus moet worden aangeboden. Italië was een drijvende kracht achter dit verdrag, dat in december 2000 in Palermo werd ondertekend. Maar door de komst van steeds meer migranten waait er inmiddels een nieuwe politieke wind in het land.
In 2009 werd het in Italië strafbaar om zonder visum het land in te komen, en uit vrees om te worden opgepakt gaan illegale migranten nu ondergronds. Slachtoffers van mensenhandel worden bij immigratiecontroles zelden als zodanig herkend. En als ze er al worden uitgepikt als potentieel slachtoffer, dan kunnen de meeste vrouwen bij ondervraging nauwelijks informatie geven over hun reis. ‘Ze weten niet meer wat de naam is van de stad waarnaar ze werden overgebracht, dus wordt hun verhaal niet geloofwaardig geacht,’ zegt Carla Quinto, een advocaat die voor hulporganisatie Be Free werkt.
En als er wel geloof wordt gehecht aan hun verhaal, is het nog lastig om voor de drie hoofdelementen van mensenhandel – ronseling, verplaatsing en uitbuiting – voldoende bewijs te verzamelen: door moeizame internationale samenwerking met de politie uit de landen van herkomst, door het gebrek aan medeleven en steun bij veel medewerkers van politie en justitie in Italië, en doordat de Nigeriaanse misdaadgroeperingen die de smokkel organiseren zich soms door de lokale maffia laten beschermen. Het justitieel onderzoek is complex en vaak traag, terwijl de vrouwenhandelaars snel handelen, hun slachtoffers vaak laten verkassen en hun geregeld nieuwe telefoonnummers geven. ‘De misdaadorganisaties zijn ons altijd een stap voor,’ zegt Quinto.
Be Free
Maar in februari 2016 startte de in georganiseerde misdaad gespecialiseerde magistraat Angela Pietroiusti een onderzoek dat wars was van vooroordelen en waarbij de expertise van de anti-maffia-eenheden werd ingezet tegen de vrouwenhandel. In een bestek van één jaar legde ze een geraffineerd netwerk bloot van mensenhandelaars die Afrikaanse meisjes en jonge vrouwen ronselden en naar Europa brachten en die actief waren in Nigeria, Libië, Italië, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.
Doorslaggevend voor dit onderzoek waren de gedetailleerde aantekeningen en foto’s die één vrouw stiekem had verzameld, uit woede dat ze tot prostitutie werd gedwongen. Die vrouw was Susan.
Francesca De Masi brengt al sinds 2008 elke week een bezoek aan het detentiecentrum voor vrouwen in Ponte Galeria, in het zuidwesten van Rome. Zij moet onder de gedetineerden de slachtoffers van mensenhandel proberen te vinden, om hun advies en juridische hulp aan te bieden en te zorgen dat ze naar een opvanghuis kunnen. Elke woensdag installeert ze zich er met haar team van Be Free in de bibliotheek, een donkere ruimte met weinig boeken en veel muggen. Soms spreken ze zelf vrouwen aan in de gangen van het detentiecentrum, soms komen de vrouwen op eigen houtje naar de bibliotheek om een praatje te maken. De eerste minuten van elk gesprek zijn cruciaal. Vrouwelijke mensenhandelaars kunnen er samen met hun slachtoffer in detentie zitten. ‘We kunnen niet openlijk zeggen dat we van een organisatie tegen mensenhandel zijn,’ zegt De Masi.
Om de andere week is ook Quinto van de partij, de strafpleiter van Be Free, om vrouwen te helpen die aangifte willen doen tegen een mensenhandelaar. Quinto en De Masi zijn allebei fervente rokers en vertonen in hun omgang met elkaar de aanhankelijke, nietsontziende vertrouwelijkheid van twee zussen. Quinto praat alsof ze altijd haast heeft. ‘Soms geef ik haar onder tafel een schop,’ lacht De Masi. Dan weet Quinto dat ze even rustig aan moet doen. ‘Sommige vrouwen hebben wat tijd nodig om zich bloot te geven.’
Toen De Masi in juli 2015 hoorde over zesenzestig jonge Nigeriaanse vrouwen die al binnen enkele dagen nadat ze per boot in Zuid-Italië waren aangekomen naar dit detentiecentrum in Rome waren overgebracht, had ze haar autosleutels van tafel gegrist en was de deur uit gesneld. Het werd een dag zoals ze nog nooit had meegemaakt. De vrouwen waren doodsbang. Susan was een van hen, ze was uitgeput maar vastbesloten om zich niet het land te laten uitzetten. Ze zaten met veel te veel vrouwen in een veel te warme ruimte. Om zich verstaanbaar te maken boven het paniekerige rumoer, klommen De Masi en andere hulpverleners op een tafel en vroegen luid roepend om aandacht. Ze legden uit dat ze alle vrouwen afzonderlijk wilden spreken.
Toen Susan aan de beurt was, vroeg De Masi: ‘Wie heeft je hier gebracht?’
‘Niemand,’ zei Susan beslist. Ze had trouw gezworen aan Ivie, de vrouw die ze in Edo had ontmoet. Ze wist toen nog niet wat Ivie voor haar in petto had. Susan was er vooral op gebrand in Italië te blijven en haar beschermvrouw buiten schot te houden.
Nadat ze vergeefs had geprobeerd meer over Susan te weten te komen, hielpen De Masi en de immigratieadvocaat haar een asielaanvraag in te dienen. Dat behoedde Susan voor uitzetting, maar omdat ze niet wilde toegeven dat ze in Nigeria door mensenhandelaars was geronseld, moest ze in het detentiecentrum blijven tot ze een maand later voor de asielcommissie zou verschijnen. Daarna zou ze worden overgebracht naar een asielzoekerscentrum.
De Masi was bang dat ze in dat asielzoekerscentrum zou worden opgehaald door haar mensenhandelaar. Opvangcentra voor volwassen asielzoekers zijn trefpunten geworden voor mensenhandelaars en hun slachtoffers. Er zijn zelfs gevallen bekend van vermeende mensenhandelaars die er doodgemoedereerd binnenlopen om iemand op te halen.
De vrees van De Masi werd bewaarheid. Eenmaal in het opvangcentrum bemachtigde Susan een telefoon en nam contact op met Ivie. Na twee maanden haalde Ivie haar daar met de auto op. En toen verdween Susan van de radar.
In Prato belandde Susan in een nachtmerrie. Ivie was woedend dat ze zo weinig geld in het laatje bracht en brulde: ‘Je bent geen serieus meisje.’ Ze moest elke dag van vijf uur ’s middags tot drie uur ’s nachts de straat op, in de kou en de regen. Vrije dagen had ze niet. Koorts of ongesteldheid waren geen excuus, werken moest ze.
Uit woede dat ze zo was voorgelogen besloot Susan haar nieuwe leven in Italië vast te leggen. Ze begon met haar telefoon foto’s te maken van het appartement waar ze werd vastgehouden en ze maakte zelfs stiekem een paar foto’s van Ivie. Ze hield telefoonnummers bij en maakte aantekeningen over wat haar overkwam. Ze wist nog niet of ze er ooit iets mee zou kunnen, maar ze wilde bewijs verzamelen van wat ze te verduren had. Ivie had haar een notitieboekje gegeven waarin ze moest opschrijven hoeveel geld ze elke week aan Ivie gaf en wat ze haar nog schuldig was. Dat boekje was bedoeld als een bewijs van Susans schuldslavernij en om haar eraan te herinneren dat hoe meer klanten ze afwerkte en hoe meer geld ze verdiende, des te sneller ze zogenaamd haar vrijheid zou herwinnen. Maar Susan gebruikte het om haar ervaringen vast te leggen. Elke transactie die ze erin noteerde was een bewijs van wat ze te verduren had.
Er vandoor
Toen Susan in januari 2016 naar een andere stad in Noord-Italië was gebracht, bleef ze zoveel mogelijk details vastleggen. Aanvankelijk stond ze daar onder streng toezicht van een nieuwe madam, maar toen die na een week op reis ging naar Nigeria, kreeg ze te maken met een vrouw die minder strikt was. ‘Toen besloot ik er vandoor te gaan,’ zegt Susan.
Begin februari stopte ze op een ochtend haar telefoon en notitieboekje in een handtas en zei dat ze een afspraak met een klant in een naburig stadje had. In plaats daarvan liep ze naar het station met het plan om de trein naar Rome te nemen. Ze had de contactgegevens nog van de immigratieadvocaat die ze in juli 2015 had gesproken in het detentiecentrum in Ponte Galeria. Bij het station deed Susan haar best om niet op te vallen, doodsbang dat iemand haar zou herkennen. Maar ze had geen geld en moest bij vreemden bedelen om een kaartje te kunnen kopen.
Toen ze eindelijk in de trein zat, ging haar telefoon over. Zowel Ivie als de nieuwe madam probeerde haar te bereiken. Als ze hen bleef wegdrukken, zouden ze beseffen dat er iets niet in de haak was, wist Susan. Ze was vooral bang dat ze wraak zouden nemen op haar moeder. Ze moest een goed excuus bedenken. Toen ze uiteindelijk opnam, zei ze tegen Ivie dat ze niet kon praten omdat ze was opgepakt door de politie. Toen de madam belde, zei ze hetzelfde. Toen gooide ze haar simkaart weg en hoopte maar dat ze haar geloofden en haar en haar familie verder met rust zouden laten.
‘Susan is terug.’ De immigratieadvocaat hing aan de lijn met De Masi. Susan was in Rome aangekomen en had nog voor het vallen van de avond bij haar kantoor aangeklopt. ‘Ze kan nergens heen.’ Binnen een uur was De Masi op het kantoor van de advocaat. Er waren vijf maanden verstreken en ze zagen hier een heel andere Susan dan het stroeve en gesloten meisje dat De Masi in het detentiecentrum had gesproken. ‘Ze was woedend dat ze in gevaar was gebracht door iemand op wie ze had vertrouwd,’ zegt De Masi. Nu wilde Susan wel praten. Ze wilde gerechtigheid. ‘Ze was ziedend,’ zegt De Masi.
Ze nam Susan mee en bracht haar onder in een opvanghuis. In de weken daarna begon ze haar verklaring af te nemen. Susans informatie was gedetailleerd, betrouwbaar en goed gedocumenteerd. ‘Ze had een kopie van haar notitieboekje, foto’s, namen en persoonlijke informatie over haar vrouwenhandelaars,’ zegt De Masi. Aangifte doen kan slachtoffers van vrouwenhandel een beetje het gevoel geven dat ze hun leven weer in eigen hand hebben, aldus De Masi. Carla Quinto wijst erop dat het ook bescherming biedt: als een vrouw aangifte heeft gedaan, zal de politie sneller ingrijpen tegen een mensenhandelaar die haar bedreigt.
Van de zeventig zaken waar Be Free zich elk jaar over buigt, komt het in hooguit drie gevallen tot een rechtszaak, en dan nog bijna nooit voor mensenhandel of slavernij
Maar zelfs met het door Susan verzamelde bewijsmateriaal zou het nog moeilijk worden om haar uitbuiters te vervolgen, wisten De Masi en Quinto. Van de zeventig zaken waar Be Free zich elk jaar over buigt, komt het in hooguit drie gevallen tot een rechtszaak, en dan nog bijna nooit voor mensenhandel of slavernij. De aanklacht wordt meestal geseponeerd of afgezwakt tot uitbuiting of prostitutie, een veel lichter vergrijp. ‘De meeste verdachten worden uiteindelijk berecht voor lichtere vergrijpen die makkelijker te bewijzen zijn,’ legt Quinto uit.
Dat het zo moeilijk is om mensenhandelaars te vervolgen is een wereldwijd probleem. Volgens een schatting van de Internationale Arbeidsorganisatie telt de wereld momenteel zo’n veertig miljoen slachtoffers van moderne slavernij – meer dan de bevolking van Canada. Maar wereldwijd komen er jaarlijks nog geen twaalfduizend gevallen van mensenhandel voor de rechter, met nog geen tienduizend veroordelingen tot gevolg.
Een van de redenen waarom het zo moeilijk is om mensenhandelaars veroordeeld te krijgen, is dat het bij deze misdaad doorgaans om grote aantallen criminelen gaat die actief zijn in verschillende rechtsgebieden. Op elke fase van haar reis naar Europa was Susan vervoerd door weer een andere groep tussenpersonen die hun operaties telefonisch afstemden met Ivie, haar madam in Italië. In Libië had Susan twee weken opgesloten gezeten in een provisorische gevangenis vol mensen die zaten te wachten op de oversteek naar Europa. De madam belde regelmatig met de Nigeriaanse en Arabische mannen door wie ze daar werden bewaakt. Door de gebrekkige samenwerking met autoriteiten in Nigeria, Niger en Libië is het onmogelijk om onderzoek in te stellen, laat staan tot vervolging over te gaan van de tussenpersonen die bij de smokkel van Susan waren betrokken.
Vanaf 2014 is het aantal politieonderzoeken naar vrouwenhandel in Italië scherp gedaald, terwijl het aantal Nigeriaanse vrouwen en meisjes dat er zonder visum aankomt juist omhoog schoot. Volgens een rapport dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in juni 2020 publiceerde, zijn er in Italië in 2019 nog maar 135 onderzoeken naar iemand ingesteld wegens mensenhandel, tegen 314 in 2018 en 482 in 2017. In het rapport wordt gesteld dat de Italiaanse autoriteiten ‘niet voldeden aan de minimumeisen voor het uitbannen van mensenhandel’. Een van de problemen is het tekort aan West-Afrikaanse tolken die afgeluisterde telefoongesprekken kunnen vertalen. Maar hulpverleners die met de slachtoffers werken, denken dat er bij justitie ook weinig interesse bestaat voor de vervolging van mensenhandelaars, mede omdat de slachtoffers merendeels zwarte vrouwen zijn.
De Masi werkt al meer dan twintig jaar voor Be Free en denkt dat die hardvochtige houding van de autoriteiten tegen migranten niet alleen iets van de laatste tijd is. Toen na de Balkanoorlog de georganiseerde misdaad in het postcommunistische Oost-Europa in opkomst was, zagen De Masi en haar collega’s ook een toename van de handel in vrouwen. Juist de politie haalde toen vaak vrouwen van de straat en bracht ze naar het opvanghuis. Maar in 2009 kwam de rechtse regering van Berlusconi met strengere wetgeving tegen illegale migranten en begon de politie zich anders op te stellen tegen slachtoffers van vrouwenhandel. ‘Voor de politie had het geen prioriteit meer om slachtoffers hulp te bieden en naar een hulporganisatie of opvanghuis te brengen,’ zegt De Masi. ‘Alles was er toen op gericht om te controleren of de vrouwen een verblijfsvergunning hadden. De criminalisering van migratie werd hun prioriteit.’
Averechts
Hoe gevaarlijk het voor getuigen en hun familie ook is, in het Italiaanse systeem is het aan de slachtoffers zelf om aangifte te doen tegen de mensenhandelaar. Dat kan hun familie in het thuisland blootstellen aan vergelding. Italië en Nigeria hebben wel een overeenkomst gesloten waardoor de Italiaanse politie de Nigeriaanse autoriteiten kan inseinen, zodat zij bescherming kunnen bieden aan de familie van een slachtoffer dat aangifte heeft gedaan, maar in de praktijk komt daar weinig van terecht. Alle keren dat De Masi zo’n verzoek tot bescherming indiende, werd er door de betreffende Nigeriaanse instantie niets mee gedaan. Van Quinto’s cliënten zijn al verschillende familieleden belaagd, en van één vrouw is de moeder vermoord.
In maart 2016, ongeveer een maand nadat Susan naar Rome was gevlucht, stuurde Ivie een paar mannen langs bij het huis van haar moeder in Nigeria. Die sloegen haar in elkaar en gaven haar een boodschap voor Susan: ‘Ga terug naar je madam.’ Maar daarmee bereikten ze precies het tegenovergestelde. Toen Susan het van haar moeder hoorde, sterkte het haar alleen maar in haar voornemen. Ze zag aangifte als de enige manier om terug te slaan en haar familie te beschermen.
In mei van dat jaar werd er namens Susan aangifte gedaan tegen Ivie. De Masi en Quinto wisten dat de kans klein was dat Susan gerechtigheid zou krijgen. De uitkomst hangt volgens Quinto vaak af van de houding van de aanklager op wiens bureau de zaak toevallig belandt. Eerdere aangiftes waren al weggewuifd door politieagenten, onderzoeksrechters en openbaar aanklagers die de verhalen van de vrouwen niet serieus namen of de zaak lieten aanslepen omdat het zo moeilijk is genoeg bewijs te verzamelen voor een veroordeling. Maar ditmaal hadden ze geluk.
Haar dossier belandde op de burelen van de antimaffia-afdeling in Florence, niet ver van de plek waar Susan voor het eerst tot prostitutie was gedwongen. Omdat zaken met mensenhandel zo complex zijn, ressorteren ze in Italië onder de lokale antimaffia-afdelingen – speciale eenheden die het Openbaar Ministerie begin jaren negentig in het leven heeft geroepen om justitiële onderzoeken naar de georganiseerde misdaad in Italië te coördineren.
De vrouw die zich over haar dossier boog, was een ervaren aanklager, Angela Pietroiusti. Zij had vijf maanden eerder net een onderzoek naar vrouwenhandel in Toscane ingesteld en daarbij opdracht gegeven het appartement in Prato te observeren waar Ivie haar meisjes onderbracht. Ze legde een dossier aan door de activiteiten van de vrouwen in kaart te brengen, maar ze had inzicht nodig in de communicatie tussen de mensenhandelaars.
‘De informatie uit Susans aangifte strookte volledig met wat wij in ons onderzoek vaststelden,’ zegt Pietroiusti. ‘Ze was enorm betrouwbaar. Ze gaf ons het telefoonnummer van haar madam en de namen van de andere meisjes.’ Als een van de weinige aanklagers die zich met vrouwenhandel bezighouden, kon Pietroiusti de link leggen tussen Susans aangifte en het onderzoek dat ze al had opgestart. Dankzij Susans gedetailleerde informatie kreeg Pietroiusti in juni 2016 toestemming om telefoons af te luisteren.
‘Mensenhandelzaken zijn net zo complex als maffiazaken’
‘Mensenhandelzaken zijn net zo complex als maffiazaken,’ zegt Pietroiusti als ik haar spreek in haar werkkamer met uitzicht op Florence, waar ik in de verte de koepel van Brunelleschi en de Toscaanse heuvels kan zien. Pietroiusti is begin zestig en draagt een vrolijk blauw topje met glitters – een schril contrast met de metaaldetectors bij de ingang van het gebouw en de beveiligers bij haar deur, kille verwijzingen naar de gevaren van haar werk. Ze kent nog alle namen van de slachtoffers in de zaken waaraan ze gewerkt heeft, en die van hun uitbuiters.
Nadat de taps waren gezet, heeft Pietroiusti samen met de rechercheurs en vertalers honderden uren gestopt in het verzamelen van de bewijslast. Het was moeilijk om mensen te vinden die van het Igbo in het Italiaans konden vertalen. De Nigeriaanse gemeenschap in Italië is niet zo groot en de meeste nieuwe migranten willen zichzelf en hun verwanten geen problemen op de hals halen. ‘Maar we hebben er toch een paar gevonden,’ zegt Pietroiusti glimlachend.
Uit telefoontaps en observatie van de verdachten kwam naar voren dat Ivie deel uitmaakte van een internationaal netwerk. Samen met andere madams stuurde ze jonge, soms zelfs minderjarige vrouwen naar verschillende Europese landen. Uit het onderzoek bleek ook dat Ivie zelf eerst een paar jaar als sekswerker op straat had gewerkt voordat ze madam werd. Ze had een bloeiend bedrijf opgezet en haar dochter van vierentwintig geleerd om het voor haar te runnen, om dus vrouwen van haar eigen leeftijd en jonger uit te buiten. Bij het onderzoek kwamen zes tot tien verdachten in beeld, maar in januari 2017 werden slechts vier madams, onder wie de dochter van Ivie, in staat van beschuldiging gesteld wegens het van Nigeria naar Italië smokkelen van zeventien jonge vrouwen en meisjes.
Het had Pietroiusti een jaar gekost om genoeg bewijs te verzamelen voor een verzoek tot een arrestatiebevel, en het zou nog eens twee jaar duren voordat de rechter dat ondertekende. Toen de vier madams eenmaal werden opgepakt, waren er al drie jaar verstreken sinds Susans aangifte. Complexe zaken zoals mensenhandel laten rechters vaak liggen, verzucht Pietroiusti, omdat het zoveel tijd en moeite kost om ze te beoordelen. In Susans zaak ging het om duizenden pagina’s belgegevens en uitgeschreven gesprekken. ‘Ik ben ook niet vrij van zonden,’ zegt Pietroiusti. ‘Maar bij alle verzoeken die ik krijg, probeer ik voorrang te geven aan zaken waarbij de menselijke waardigheid in het geding is.’
De getuigen in dit soort zaken hebben behoefte aan zowel fysieke bescherming – ze wonen vaak in opvanghuizen op geheime adressen – als emotionele ondersteuning. Sommige slachtoffers zijn zo bang voor hun uitbuiters dat ze ontkennen dat ze zijn verhandeld en tot prostitutie gedwongen, zelfs als ze met hun neus op de bewijzen worden gedrukt. Hun verhoor vergt tact en een uitgekiende strategie. Om het voor hen minder traumatisch te maken legt Pietroiusti soms grote afstanden af om ze te kunnen spreken op hun geheime opvangadres, waar ze zich veiliger voelen. En ze heeft als vuistregel: alleen vragen stellen als dat strikt noodzakelijk is. ‘Hoe minder het op een verhoor lijkt hoe beter,’ zegt ze. ‘Het is zwaar voor ze.’ Volstrekte geheimhouding is ook geboden. ‘Je kunt ze nog zo op het hart drukken om er niet over te praten, het blijven meisjes – ze kunnen iets laten vallen tegen een vriendin, en dan gaat het rondzingen dat er een onderzoek loopt.’
Dat de slachtoffers illegaal in Italië zijn en de politie niet vertrouwen, maakt ze des te afhankelijker van hun uitbuiters
Behalve uit de getuigenverklaringen bleek ook uit de telefoontaps met hoeveel geweld de slachtoffers dagelijks te maken krijgen. Eén minderjarig meisje, Marianne, werd onder bedreiging van een vuurwapen verkracht door een klant – een man die zich had voorgedaan als rechercheur – en vervolgens gedwongen een abortus te ondergaan. Ze was in 2016 naar Italië gesmokkeld door dezelfde vrouw die Susan had gehaald. En haar madam was kwaad dat Marianne zo weinig verdiende: ‘Je bent niet naar Europa gekomen om te spelen!’ beet ze haar toe in een door de politie opgenomen telefoongesprek.
Toen Pietroiusti besefte dat Marianne minderjarig was, liet ze haar in augustus 2016 aanhouden door de politie en overbrengen naar een opvangcentrum voor minderjarigen, terwijl het onderzoek naar de andere vrouwen doorliep. Maar Marianne, bang en alleen, liep weg uit de opvang en ging terug naar haar madam, de enige volwassene die zij in Italië kende. Dat de slachtoffers illegaal in Italië zijn en de politie niet vertrouwen, maakt ze des te afhankelijker van hun uitbuiters.
Marianne werd een tweede keer aangehouden en weer naar een opvanghuis gebracht, maar sloeg ook nu weer op de vlucht. Hierna stuurde de madam haar naar Frankrijk, samen met een ander minderjarig meisje – ze had het over ‘de kleintjes’, zegt Pietroiusti. Toen er eenmaal een arrestatiebevel tegen de vier Nigeriaanse vrouwenhandelaars werd uitgevaardigd, waren die meisjes al spoorloos.
Zulke zaken gaan je niet in de koude kleren zitten, zegt Pietroiusti. ‘Je ligt er wakker van.’
De Masi keek ervan op toen ze hoorde dat Susans bewijsmateriaal uiteindelijk tot arrestaties had geleid. ‘Het was alweer zo lang geleden, ik dacht dat de zaak geseponeerd was,’ zegt ze. In juli zou een eerste hoorzitting plaatsvinden en Susan nam de trein naar Florence. Ze was nerveus maar vastberaden. Het was een opluchting om op het station te worden opgewacht door De Masi en Quinto.
Be Free huurde een appartement waar Quinto haar kon helpen zich op het getuigenverhoor voor te bereiden. De advocaat regelde het belangrijkste: dat de vrouw door wie Susan was uitgebuit haar niet te zien zou krijgen. De rechter zou de getuigen in de rechtszaal ondervragen, maar de verdachten zouden de zitting via een videoverbinding volgen vanuit een andere ruimte in de rechtbank. De getuigen zouden alleen op de rug worden gefilmd.
‘Jij verdient de prinsessenkamer,’ zei De Masi tegen Susan, en ze gaf haar de grootste kamer in het appartement, met een groot tweepersoonsbed en tv. Susan moest lachen, blij met de privacy en het comfort van het appartement. Ze had jaren in een opvangtehuis gezeten, waar ze haar kamer, de badkamer en de keuken met andere vrouwen moest delen. Voordat ze ging slapen, nam ze nog een paar selfies met De Masi en Quinto. ‘Het was leuk om daar met hen tweeën te zitten, ze zijn zo grappig,’ zegt Susan lachend, en dat doet me denken aan iets wat ik Quinto, met haar kortgeknipte grijszwarte haren en haar eeuwige spijkerbroek en gympen, vaak hoor zeggen: ‘Cliënten mogen mij wel omdat ik er niet uitzie als een advocaat.’
‘Ik moet succesvol zijn’
Op de ochtend van de hoorzitting droeg Susan een fleurig T-shirt met de tekst: ‘Ik moet succesvol zijn.’ Negen slachtoffers zouden op de zitting verklaringen afleggen. Om te voorkomen dat ze hun uitbuiters zouden tegenkomen, liet Pietroiusti hen de zitting afwachten in haar werkkamer. Toen de andere slachtoffers arriveerden, werd Susan in gedachten teruggevoerd naar haar eenzame, hopeloze tijd bij die meisjes in huis. Vooral bij het zien van Hillary raakte ze van slag. ‘Zij is slecht,’ zei ze tegen De Masi, terugdenkend aan hoe Hillary haar en de andere meisjes onder de duim hield. De Masi zei tegen Susan dat Hillary volgens haar net zo goed een slachtoffer was.
Hillary had als enige haar schuld van dertigduizend euro afbetaald. Haar madam had de laatste aflossing gevierd met een verzoek om nog tweeduizend euro, als ‘gift’, en het aanbod dat Hillary daarna zelf madam kon worden. Hillary’s vader, die in Nigeria woonde, had met Ivie samengespannen en zowel zijn dochter als andere meisjes voor haar geronseld. Uit het onderzoek kwam naar voren dat hij Hillary onder druk had gezet om overuren te maken, zodat ze haar schuld kon afbetalen en zelf madam kon worden – een stap die ze nooit heeft gezet.
Terwijl Susan zat te wachten tot ze aan de beurt was om een verklaring af te leggen, liep de spanning in de kamer op. Een van de slachtoffers kreeg enorme hoofdpijn. ‘Het is de juju!’ schreeuwde ze. Ze was ervan overtuigd dat ze gestraft werd omdat ze op het punt stond haar madam te verraden, aan wie ze in Nigeria trouw had gezworen. Het traditionele juju-ritueel is angstaanjagend en houdt de meisjes nog lang nadat ze uit hun land zijn vertrokken in de ban. ‘Het gebruik van deze oeroude, van generatie op generatie overgeleverde geloofssystemen is een vorm van psychische dwang die veel sterker is dan geweld,’ tekende The Guardian in 2017 op uit de mond van prinses Inyang Okokon, hoofd van de hulporganisatie PIAM Onlus.
De andere vrouwen begonnen ook bang te worden en De Masi haalde haar telefoon tevoorschijn. In 2018 had ze in de Nigeriaanse deelstaat Edo twee maanden onderzoek gedaan naar de strijd die in het land zelf tegen mensenhandel werd gevoerd. In het kader daarvan had Oba Ewuare II, de spirituele leider van het koninkrijk Benin, dat jaar een gewijde ceremonie uitgevoerd om alle vervloekingen waarmee de schuldslavernij was bezegeld te verbreken en de slachtoffers van hun eed te verlossen. De Masi had dat gefilmd en liet haar opname van de ceremonie aan de meisjes zien. ‘Toen kwam iedereen tot bedaren,’ zegt ze.
Susan beefde toen ze aan de beurt was om voor de rechter te verschijnen, maar ze was snel over haar zenuwen heen. ‘Ik begon de waarheid te vertellen, daar werd ik zo ontspannen van,’ zegt ze. Het was alsof er een last van haar afviel.
‘Het voelde alsof dit niet alleen gerechtigheid was voor Susan, maar voor alle vrouwen met wie we hadden gewerkt’
Het proces zou vijf maanden later plaatsvinden, op 13 december 2019. De verdachten hadden gekozen voor een snelrechtproces — een instrument om de rechtsgang te versnellen, waarbij de verdachte in geval van een veroordeling kans maakt op strafvermindering. Het hele proces zou maar één dag duren. De slachtoffers hoefden de zitting niet bij te wonen, maar De Masi en Quinto gingen wel kijken hoe de vrouwenhandelaars die zoveel leed hadden aangericht hier werden berecht. ‘Dat wilde ik echt voor geen goud missen,’ zegt De Masi.
Na de slotpleidooien werden ze door Angela Pietroiusti uitgenodigd om de uitspraak van de rechter in haar werkkamer af te wachten. Ze kletsten wat en staken de ene sigaret na de andere op.
Om zeven uur die avond ging Pietroiusti’s telefoon. De vier verdachten waren veroordeeld tot in totaal vijfenveertig jaar cel voor het verhandelen en in slavernij houden van tien meisjes. De Masi moest huilen toen ze het hoorde. ‘Het voelde alsof dit niet alleen gerechtigheid was voor Susan, maar voor alle vrouwen met wie we hadden gewerkt,’ zegt ze. De Masi en Quinto kochten een fles wijn om het in de trein terug naar Rome te vieren. Toen hun trein vertrok, belden ze Susan om te vertellen dat Ivie tot zestien jaar en acht maanden was veroordeeld. ‘O Jezus!’ gilde een dolblije Susan.
De rechter veroordeelde de vrouwenhandelaar ook tot het betalen van tachtigduizend euro compensatie aan Susan en tienduizend euro voor gemaakte kosten aan Be Free. Maar dat geld zullen ze waarschijnlijk nooit zien. Mensenhandelaars sluizen hun winsten meestal door naar hun thuisland (in de afgeluisterde gesprekken had Susans madam gepocht dat ze meerdere huizen in Nigeria bezat) en houden geen bezittingen aan in Italië.
Niet iedereen die een rol in Susans uitbuiting heeft gespeeld, is door justitie vervolgd. De madam in Noord-Italië waar ze naartoe was gestuurd, is nooit gevonden, evenmin als de smokkelaars met wie ze van Nigeria naar Italië is gereisd. Justitie gaat meestal achter de madams aan, maar Quinto wijst erop dat 90 procent van hen ooit zelf onder dwang in de prostitutie is beland. De mannen die in Libië, Europa en Nigeria aan de touwtjes trekken, blijven buiten schot.
Voor Susan was de veroordeling van Ivie meer dan ze had durven hopen. Maar haar eigen situatie werd er niet gemakkelijker op. In het najaar van 2018 is met het zogeheten Salvini-decreet – vernoemd naar de radicaal-rechtse politicus die toen vicepremier was – een serie maatregelen ingevoerd die het voor slachtoffers van mensenhandel zoals Susan moeilijker maakt om hun verblijfsstatus te verlengen en een nieuw leven op te bouwen.
Vier jaar nadat ze aan haar uitbuiters wist te ontsnappen en de aangifte deed die uiteindelijk een internationaal netwerk van vrouwenhandel heeft blootgelegd, verkeert ze zelf nog steeds in onzekerheid. Ze heeft geen werkvergunning. Ze zou graag weer naar school gaan, maar ze wil bovenal werk vinden om haar familie thuis te kunnen helpen. ‘Ik wil alles doen,’ zegt ze. ‘Als ik kon kiezen, zou ik het liefst oude vrouwen helpen.’ Ze is nu in afwachting van een beslissing van de Italiaanse asielcommissie, die moet beoordelen of haar verblijfsvergunning kan worden verlengd.
De Masi staat haar bij in haar strijd om in Italië te blijven en een nieuw leven op te bouwen. Als een van de kroongetuigen in een proces over vrouwenhandel zou ze bij een terugkeer naar Nigeria veel te veel gevaar lopen. ‘We moeten eigenlijk de rode loper uitrollen voor slachtoffers van mensenhandel,’ zegt De Masi. ‘Van de immigratiedienst tot het OM, overal zou voor hen de deur wijd open moeten staan. Maar het blijft allemaal zo moeilijk.’
In plaats van de wereld te verkennen, zaten Europese jongeren thuis. In plaats van verliefd te worden, hielden ze afstand. De pandemie heeft hun een heleboel dingen afgepakt die horen bij jong zijn. Hoe pakken ze de draad weer op? Zesentwintig getuigenissen.
Onze laatste zorgeloze zomer is algauw twee jaar geleden. Als je jong bent, lijkt dat wel een half leven. Die zomer hadden we nog nooit gehoord van besmettingsaantallen. We lagen op het gras, op het strand of bij het zwembad, samen op een badhanddoek en zo dicht bij elkaar als nu verboden is. We wisselden blikken met mensen die we nog niet kenden en die we leuk vonden. We trokken het ene biertje na het andere open, speelden volleybal, voetbalden, omhelsden elkaar na elk doelpunt en na een tijdje gingen we ergens anders heen, tot diep in de nacht. We waren nog niet gearriveerd, natuurlijk niet, we waren pas net op zoek.
Bij volwassen worden hoort dat je nog niet hoeft te weten wie je bent en wie je wilt worden, dat je de plek waar je thuishoort nog mag vinden. Maar wat als de zoektocht al voorbij is voor je de kans hebt om ergens aan te komen?
Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten
De pandemie heeft alles wat volwassen worden is, veranderd in het tegendeel: in plaats van dichter bij elkaar te komen, moesten we afstand houden. Grenzen respecteren in plaats van overschrijden, thuis blijven in plaats van de wereld in te trekken. De eerste zoen, voor het eerst alleen met vrienden op vakantie, de eerste stage: allemaal uitgesteld. Voor onbepaalde tijd. En dat kunnen we nooit allemaal inhalen: als je op je achttiende verjaardag thuis zat, kun je een jaar later niet met vrienden en vriendinnen gaan vieren dat je meerderjarig bent geworden. Als je tijdens de pandemie eindexamen hebt gedaan, kun je met je klasgenoten niet meer maanden later proosten op het begin van het nieuwe leven. En als je een studie bent begonnen, kun je waarschijnlijk niet gaan dansen op het introductiefeest.
In plaats van eindelijk rond te kijken in de wereld zaten wij, scholieren, studenten en mensen die voor het eerst gingen werken, weer bij onze ouders aan tafel te luisteren hoe zij zich moed inspraken door herinneringen op te halen aan de goede oude tijd. Terwijl wij jongeren nog amper herinneringen hadden. Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten.
Gedesillusioneerde jeugd
Het is een collectief gevoel, dat in heel Europa wordt ervaren. Dat blijkt uit een gezamenlijk enquête van Süddeutsche Zeitung, The Guardian, La Stampa, Le Monde en La Vanguardia. Honderden jongeren hebben in deze enquête verteld hoe het afgelopen jaar hen heeft veranderd, met name in Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Spanje. De enquête is niet representatief, maar geeft een beeld van een gedesillusioneerde jeugd. In de antwoorden, waarvan we hier een selectie laten zien, is sprake van een verloren jaar, van een leven in vliegtuigmodus. Veel jongeren hebben het afgelopen jaar de hoop verloren dat ze door de politiek worden gezien, en al helemaal dat ze serieus worden genomen.
‘Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes houden,’ zegt er een. ‘Dat we alleen thuis zitten, met de last van school of universiteit op onze schouders, maar zonder dat we als compensatie iets van een leven mogen hebben, daar horen we politici niet over.’ Een ander: ‘Ik ben zwaar teleurgesteld en verbijsterd hoe consequent allerlei beslissingen eerst te laat en dan verkeerd worden genomen.’ Nog iemand: ‘Mijn doel is zonder blijvende geestelijke schade uit deze crisis te komen.’
Psychische gezondheid
Een onderzoek van het academisch ziekenhuis van Hamburg-Eppendorf, waarvoor tussen half december 2020 en half januari 2021 meer dan duizend kinderen en jongeren zijn ondervraagd, laat zien dat bijna een derde van de jongeren ‘psychologisch opvalt’. In de loop van de pandemie is hun psychische gezondheid steeds verder achteruitgegaan: veelvoorkomende symptomen zijn depressie en psychosomatische gevolgen als maag- en hoofdpijn. Vergelijkbare resultaten geeft een onderzoek van de Donau-Universität Krems in Oostenrijk van dit voorjaar, dat bij meer dan de helft van de drieduizend ondervraagde jongeren symptomen van depressie heeft geconstateerd en bij de helft angststoornissen. Ongeveer 16 procent had regelmatig suïcidale gedachten, een enorme toename vergeleken met de laatst beschikbare cijfers.
Heeft de pandemie van ons, de jonge mensen die de hele tijd ‘weinig risico’ liepen, te veel gevergd? Is de samenleving, die solidariteit van ons eiste, misschien onvoldoende solidair met ons geweest? Tenslotte moesten scholen en universiteiten sluiten, terwijl veel bedrijven juist open mochten blijven. Tenslotte lijken kinderen en jongeren de laatsten te zijn die door een vaccinatie terug kunnen keren naar een vrij leven.
Antwoorden zijn er haast nog niet, wel voortdurend nieuwe vragen.
Inhaalprogramma om te leven
De belangrijkste vraag is misschien wel: hoe heeft de pandemie ons toekomstbeeld beïnvloed? Wat gaan we doen als alles eindelijk echt voorbij is? Blijven we thuis op de bank zitten, omdat we niet weten dat het ook anders kan? Berusten we, en laten we de politiek de politiek? Of gaan we de straat op om te vechten voor een betere toekomst, voor ons recht om mee te doen, mee te beslissen?
Ook daar is nu nog geen antwoord op te gegeven, maar één reactie heb ik al. Een reactie op het ‘inhaalprogramma’ waartoe de regering onlangs heeft besloten, om met miljarden euro’s de leerachterstanden van de afgelopen maanden in te halen. We hebben geen inhaalprogramma nodig om te leren. We hebben een inhaalprogramma nodig om te leven.
Een inhaalprogramma voor een jaar van gemiste kansen en gemiste vriendschappen. Drukke cafés en feestjes waar je over de hoofden kunt lopen, dat is wat we nodig hebben. We hebben een quotum nodig van dagen dat we mogen spijbelen, van school, van de universiteit, van ons werk, omdat we in plaats van leren en werken nu eerst eens naar het zwembad moeten. Allemaal tegelijk naar het strand, een bergwandeling maken, of gewoon de hele zomer op een picknickdeken liggen, heel dicht bij elkaar. We hebben niet alleen de middagen nodig, of de zomervakantie, maar ook de ochtenden om elkaar te zien en te lachen en eindelijk weer onze armen om elkaar heen te kunnen slaan. Als er één inhaalslag is die we moeten maken, dan echt alleen die ene: leren om weer zorgeloos te zijn.
Antje Fischbach, 23, studente osteopathie in München
‘Ik mis het ongedwongene. Ik mis het uitgaan, onder de mensen zijn, een beetje aangeschoten voor een club hangen met vrienden. Iets idioots doen en er achteraf samen om lachen. Als ik vroeger ontevreden was over mijn leven, veranderde ik iets. Dat kan nu niet. Dit jaar ben ik volwassener geworden, wat niet alleen positief bedoeld is. Ik vind het heel erg dat we voor de politiek geen enkele rol spelen. Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes organiseren. Maar dat we in ons eentje thuis zitten, met de last van school of universiteit, zonder enige compensatie waardoor we toch iets van een leven hebben, daar hoor je de politiek niet over. Je hebt het gevoel dat er niet naar je geluisterd wordt en dat je niet serieus wordt genomen. Daar word ik soms echt boos en wanhopig van. Vaak stel ik me voor hoe het is als het leven weer echt begint. Net zoiets als een fantastische vakantie, waar je je al maanden tevoren op verheugt. Maar dan nog beter. Alleen al iedere keer dat je je armen om iemand heen slaat, voelt het een beetje als zomer.
In geloof dat we onderschatten hoeveel kracht deze tijd ons later zal geven. Ik bedoel: nu deze shitpandemie ons niet klein heeft gekregen, kunnen we alles aan. Ooit zijn we er weer, onder de mensen, met harde muziek. Ik weet zeker dat we dan op een gegeven moment allemaal even stilstaat en denken: Fuck, ik heb het gered. Ook al wist ik soms niet of ik het wel aan kon. En nu sta ik hier. Tussen een massa mensen, aan de vooravond van een leven dat nog afwisselender en opwindender zal zijn dan hiervoor.’
Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen
Matthieu Baubry, 19, student vreemde talen in La Roche-sur-Yon, Frankrijk
‘Ik heb de indruk dat we hier nooit uit zullen komen. Het lijkt me een utopie dat we over tien jaar geen mondkapje meer dragen. Ik ben bang dat vandaag of morgen alles voorbij is. En ik ben niet eens boos: tenslotte is het niemands schuld. Ik leg me er gewoon steeds meer bij neer. Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen. Volgend jaar wil ik taal en literatuur gaan studeren om later journalist te worden, gespecialiseerd in videogames. Online wereldkampioenschappen kijken vind ik echt helemaal te gek. Bovendien is het internet een terrein met grote toekomstmogelijkheden, dan hoef ik me geen zorgen te maken of ik wel werk vind.
In elk geval heb ik van de zomer een baan. Ik ga in de bediening werken in een restaurant aan de westkust, aan het strand, bij Saint-Jean-de-Monts in de Vendée. Ik blijf gewoon bij mijn ouders in Challans wonen, maar dat gaat wel lukken omdat ik niet meer 24 uur per dag thuis ben. En als ik werk, staat er eindelijk weer geld op mijn rekening. Tijdens de tweede lockdown ben ik mijn baan in de supermarkt kwijtgeraakt, en ondanks dat ik een beurs had kon ik de huur niet meer betalen. Zonder mijn ouders stond ik op straat.’
Sandra Birner, 26, kinderverpleegkundige in München
‘Wat ik enorm mis, is dansen. Je laten gaan in de roes van het ritme en één zijn met de menigte om je heen. Mensen ontmoeten, ook partners, want ik ben single en heel open over mijn seksleven. Ik prijs me gelukkig dat ik als kinderverpleegkundige kan blijven werken, dat ik iets te doen heb en in mijn levensonderhoud kan voorzien. Toch is het moeilijk om zo vaak alleen te zijn, in een flatje van 24 vierkante meter, zonder balkon, zonder man, zonder medebewoners. Daardoor ben ik gaan roken. Op een vrije dag is roken voor mij de enige reden om op te staan. Afgelopen winter was ik zwaar depressief, ik moest bijna aan de medicijnen, ik at niet meer en deed niets meer. Waarom zou ik? Des te dankbaarder ben ik voor mijn vrienden, we steunen elkaar geweldig in deze moeilijke tijden. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit weer in een disco zal staan, of in een bar of een biertent en kan dansen en zoenen en lachen. Misschien moet ik een poes nemen, want als je voor corona geen partner had, vind je er nooit meer een.’
Dalila Regesta, 19, uit Imperia, Italië, student economie in Straatsburg, Frankrijk
‘Ik ben een van de weinigen die kan zeggen dat het afgelopen jaar positief is geweest. Tijdens de pandemie heb ik begrepen wat echt belangrijk voor me is. Dichtbij mijn vrienden en familie zijn bijvoorbeeld. En ik heb het afgelopen jaar daadwerkelijk weer oude vriendschappen kunnen oppakken. De sociale media hebben daarbij echt geholpen, omdat je over allerlei grenzen heen contacten kunt leggen, al is het maar in een video call of via een story op Instagram. Als ik naar de toekomst kijk, is mijn grote zorg dat er niet naar ons wordt geluisterd. Wij zijn digital natives, en vergeleken met de vorige generatie maken de sociale media voor ons van alles mogelijk. Maar dat betekent nog niet dat er aan de andere kant van het scherm automatisch iemand naar je luistert.’
Conor Spielberg, 23, journalist in Dublin, Ierland
‘Net als veel jonge mensen hier in Dublin woon ik bij mijn ouders, en het ergste is dat ik op mijn drieëntwintigste financieel nog steeds van hen afhankelijk ben. Ik schrijf recensies over stripverhalen, maar dat levert niet echt veel op. Ik kan gewoon geen ander werk vinden. Het afgelopen jaar heb ik in elk geval heel veel geschreven, maar voor een baan met het minimumloon zou ik een moord doen. Het moeilijkste aan de lockdown vond ik dat ik tegenover vrienden nu eenmaal veel opener ben dan tegenover mijn familie. Het is best vreemd dat ik in een camera kan kijken of in een headset kan zeggen: “Ik ben verdomd ongelukkig” en het tegelijk onvoorstelbaar vind om dat tegen iemand te zeggen die tegenover me zit. Het enige goede aan dit verschrikkelijke jaar is, dat we nu het duidelijke bewijs hebben wat er gebeurt als je de wetenschap negeert omwille van de winst. Hopelijk gaan we daardoor anders denken over klimaatverandering. Grote bedrijven en regeringen hebben dat probleem decennialang genegeerd, en ik ben echt verbijsterd dat er nog steeds mensen zijn die proberen te voorkomen dat we een oplossing vinden voor de klimaatcrisis.’
‘De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan’
Mariska Faassen, 17, scholier in Nederland
‘Het gaat er niet om dat ik wil feesten of met mijn vrienden rondhangen. Het gaat me er vooral om dat het niet eerlijk is: ieder bedrijf en ieder restaurant dat dicht ging, heeft geld gekregen van de staat. En nu mogen wij, de jongeren, in de toekomst een kapitaal aan belasting gaan betalen. Onze toekomst staat op het spel, en wij hebben er niets over te zeggen. Ik ben heus bereid mijn stem te laten horen, maar ik zou niet weten hoe. We leven in een democratie, maar beslissingen die extreem veel invloed op ons dagelijks leven hebben, worden zonder enige discussie met de burgers genomen. De burgers in ons land zijn de slachtoffers van de fouten van het kabinet, zoals bij het vaccinatieprogramma en de capaciteit van de ziekenhuizen. De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan.’
Sara-Besme Shabib, 21, scholier in München
‘Tot voor kort zat ik op het mbo, maar door corona heb ik de hoop mijn examen te halen opgegeven en ben ik ermee opgehouden. Terwijl het mijn grootste wens was om scheikunde te studeren. Maar in de huidige omstandigheden kan ik dat niet aan. Het hoogtepunt van de week is mijn uurtje therapie. Mijn therapeut zie ik vaker dan wie ook. Dat is een constante waaraan ik kracht ontleen, omdat ik er het huis voor uit moet. Bovendien is me duidelijk geworden dat ik mijn sociale contacten niet als vanzelfsprekend mag beschouwen, en ben ik dankbaar voor elke minuut die ik met mijn vrienden kan doorbrengen. Over de regering hoef ik het niet te hebben, neem ik aan? Economie voor, economie na, het komt me mijn oren uit. Ik krijg voortdurend het gevoel dat ik in het beeld moet passen dat de maatschappij van ons jongeren heeft. Maar veel jongeren zijn aan het eind van hun Latijn. Toch verwachten ze van leerlingen dat ze studeren, bijblijven en examen doen. En daarna liefst meteen solliciteren of met een opleiding of een studie beginnen. “Jullie zijn de toekomst,” laat me niet lachen. Niemand helpt ons. Ze zouden iedereen die nu van school komt gelijk een tegoedbon voor een burn-outkliniek bij moeten geven.’
Bang voor de toekomst
Volgens een enquête van de Bertelsmann Stiftung vreest 65 procent van de vijftien- tot dertigjarigen in Duitsland dat de politiek geen oog heeft voor hun zorgen over de pandemie. Krap de helft van de zevenduizend ondervraagden is bang voor de toekomst.
Benoît Frimon-Richard, 25, uit Égly, Frankrijk, studeert farmacie in Parijs
‘Voor de pandemie had ik eigenlijk besloten om naast mijn studie farmacie in Parijs ook een master in bestuurskunde te gaan doen om ooit bij een instantie in de gezondheidszorg te gaan werken. Maar toen de pandemie begon, ben ik teruggegaan naar mijn ouders in Égly, in de provincie, in het zuiden van het departement Essonne. Van daaruit studeer ik nu online en daarnaast werk ik parttime in een apotheek. Ook al maak ik grappen dat ik leef als een monnik: sinds ik terug ben op het platteland slaap ik beter, eet ik beter, drink ik helemaal geen alcohol meer en doe ik meer aan sport. Ik heb zelfs spieren gekregen! Ik verdien geld en geef praktisch niets uit omdat ik thuis woon. Ondertussen zijn mijn toekomstpannen radicaal veranderd en heb ik besloten dat ik liever in een apotheek op het platteland werk dan op een kantoor. In het contact met mensen voel ik me nuttiger. Mijn plan is al tamelijk concreet: over twee jaar neem ik vermoedelijk een apotheek over, in de gemeente Angervilliers met vijftienhonderd inwoners.’
Matthias Montesano, 21, barkeeper in Turijn, Italië
‘Ik ben barkeeper en heb lang helemaal niet kunnen werken. Thuis heb ik geprobeerd mijn cocktails te verbeteren en nieuwe technieken uit te proberen. Maar het viel niet mee om me te concentreren. Ik geloof dat de politiek in Italië al met al goed heeft gereageerd, ook al zijn er natuurlijk fouten gemaakt. Waarom waren bijvoorbeeld kerken wel open, terwijl musea en theaters dicht moesten blijven? Waarom was het ja tegen godsdienst en nee tegen cultuur? In allebei die sectoren kunnen ze toch dezelfde veiligheidsmaatregelen nemen? Dan zou het allemaal veel beter zijn gegaan. Het virus heeft ons natuurlijk ook volkomen onverwachts overvallen. Misschien moeten we het allemaal als een waarschuwingssignaal zien. We moeten onze levensstijl veranderen en onze extreme consumptiedrift afremmen. Nadenken over wat echt belangrijk is. Deze pandemie heeft ons te veel afgenomen om het allemaal gewoon achter ons te laten zonder het ook als een kans op verandering te zien. Ook wat betreft mijn familie: ik heb gemerkt dat je die in moeilijke momenten om je heen wilt hebben. In het gewone leven wil je dat nog wel eens vergeten.’
‘Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet’
Lucas Hoorn, 23, leerling-docent aardrijkskunde en sociale studies in Dresden
‘Tijdens de pandemie heb ik veel tijd voor allerlei beeldschermen doorgebracht. Ik heb er eigenlijk geen moeite mee om alleen te zijn, maar zoveel eenzaamheid doet pijn. Mijn medebewoners en -bewoonsters helpen geholpen, maar steeds vaker voel ik me vanbinnen leeg. Gewoon niets. Op een ander moment ben ik van binnen des te impulsiever, mijn internetbubble maakt dat ik steeds bozer word op wappies en coronaontkenners, maar ook op onze politieke leiders. In wezen ben ik heel dankbaar dat we in een echte democratie leven, en waardeer ik ons federalisme. Eigenlijk was ik er ook van overtuigd dat we hier in Duitsland ondanks allerlei democratische hindernissen snel en efficiënt kunnen handelen. Maar blijkbaar mankeert het ons aan daadkracht. Ik ben zwaar teleurgesteld dat beslissingen constant eerst te laat en daarna verkeerd genomen worden. Het gevoel in de steek gelaten te zijn, geeft dat heel goed weer. Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet.’
Niet systeemrelevant
Lena Iris Brendel, 25, student muziek in Stuttgart
‘Het afgelopen jaar zou mijn jaar zijn. Ik studeer muziek en zat in mijn buitenlandsemester, klaar om de wereld te veroveren. In plaats daarvan zat ik weer in mijn kinderkamer en moest ik ook nog toekijken hoe mijn beroep verdween. Opeens moest ik me afvragen: ‘Waarom zou ik nog oefenen? Zeven jaar keihard studeren, de allerbeste cijfers. Waarvoor? Opeens was ik bezig op internet te zoeken naar “beroepen voor zij-instromers”, “bedrijfseconomie online” en “met welke opleidingen verdien je het meest?” Wat me daarvan het meest op de zenuwen werkt? Vaak vraag ik andere mensen wat hun leven de moeite waard maakt. Het antwoord is nooit “De winst van mijn bedrijf” of “Het bruto binnenlands product”. Maar: festivals, concerten, film, theater. En wie maakt die hele zooi? Wij, die niet systeemrelevant zijn.
Wat wel heel mooi was: ik heb nog nooit in mijn leven zoveel tijd met mijn vader doorgebracht. Opeens waren we lotgenoten: thuiswerker en thuisstudent. Samen wandelen, samen koffiepauze. Voor het eerst in mijn leven had ik gelegenheid veel over mezelf te vertellen en hij was veel beter in staat begrip te hebben voor zijn gekke kunstenaarsdochter. Als ik ooit iets over deze tijd zou moeten vertellen, zou ik me alleen nog herinneren hoe fijn het was dat ik zo veel met mijn vader was.’
Alba Fernandez, 24, verpleger in Madrid, Spanje
‘Ik ben verpleegster in een ziekenhuis in Madrid. In de afgelopen veertien maanden heb ik het leed en de eenzaamheid van heel dichtbij meegemaakt. En het sterven. Het was afschuwelijk. Niemand is op zoiets voorbereid. Onze gezondheidszorg kon het niet aan, en wij konden van achter onze gezichtsbescherming amper met onze patiënten communiceren. We glimlachten dan en raakten ze aan, ook al was het met latexhandschoenen. Maar wij in de Spaanse ziekenzorg hebben elkaar geholpen, en veel levens gered.’
Phoebe Hanson, 19, uit Staffordshire, Engeland, studeert politiek in Lancaster
‘Mijn hele leven speelt zich af in en rond mijn studentenhuis. Mijn relatie, vrienden, werk, studie, vrije tijd, slaap. Ik voel me net als in een Big Brotherhuis, hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Mijn geestelijke gezondheid heeft eronder geleden. Ik was voor het eerst weg van mijn familie in Staffordshire, kon maandenlang niet naar ze toe. In die periode hebben mijn ouders ook nog corona gekregen en zijn ze ziek geworden. En ik kon niets doen. Dat was zwaar.
Door de pandemie heb ik me gerealiseerd hoe afhankelijk wij mensen ervan zijn dat we elkaar zien. Als ik nu een keer naar huis bel, eindigt dat inmiddels altijd met zwijgen, omdat er niets meer is waar we het over kunnen hebben. We zitten allemaal de hele dag thuis. De pandemie heeft me in elk geval laten zien met wie ik plichtmatig verbonden ben en met wie uit oprecht verlangen om dingen te delen. Mijn vriendschappen van school bijvoorbeeld zijn allemaal voorbij.
Echt teleurgesteld ben ik over de politiek en het onderwijssysteem. Eerst zouden de examens gewoon doorgaan, toen weer niet, toen weer wel. Totale chaos. Ik heb het gevoel dat die negenduizend pond collegegeld dit jaar gewoon weggegooid geld is. En na onze studie staan we voor de afgrond: mensen hebben ongelooflijk hoge verwachtingen van afgestudeerden: we moeten jaren ervaring meenemen, maar we kunnen ons in deze crisis absoluut niet permitteren onbetaald stage te lopen of tijdrovend vrijwilligerswerk te doen. Mijn carrière is nu voor mij dan ook het belangrijkste.’
Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde
Leonard Strickler, 24, werkzaam in Freiburg
‘Ik (…) merk in gesprekken met mensen van boven de veertig dat ze me vaak proberen op te vrolijken. Terwijl ik helemaal niet het gevoel heb dat ik opgevrolijkt hoef te worden. Ik heb het geluk dat ik al veel heb beleefd en daar met vrienden met veel plezier herinneringen aan kan ophalen. De hele zaak doet kinderen en jongeren duidelijk meer kwaad. Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde. In het weekend voetbal ik zelf een beetje met een paar vrienden, hoewel 80 procent van mijn sociale contacten de afgelopen maanden online verliep. Mijn gameconsole was een verbazingwekkend zinvolle investering van mijn zestienjarige ik. In plaats van mezelf tijdens een zoomconferentie achter mijn laptop op een fles wijn te trakteren, kon ik met vrienden op mijn Playstation spelen. Alcohol heb ik alleen ’s maandags gedronken wanneer ik met mijn pubquizmaten had afgesproken voor een online quiz. Dat was best geinig, maar er gaat niets boven afspreken in levende lijve. Pas toen dat echt niet meer kon, werd me duidelijk hoe belangrijk het kan zijn om af en toe naar het café te gaan.’
Michela Petrini, 21, student in Bra, Italië
‘Ik zou graag hoop uitstralen, maar eerlijk gezegd ben ik door de pandemie verbitterd geraakt. Inmiddels neem ik niets meer als vanzelfsprekend aan, ook vriendschappen niet. Tijdens de eerste lockdown namen maar weinig vrienden de moeite iets van zich te laten horen. Veel van die oppervlakkige contacten heb ik uiteindelijk beëindigd. Ik geloof dat de regering-Conte heeft gedaan wat mogelijk was; want met een crisis in de gezondheidszorg als deze heeft nog nooit iemand te maken gehad. Maar ik denk steeds vaker dat de regering-Draghi niet doet wat ze zou kunnen. Misschien verliezen wij jongeren nu de hoop, en dat mag eigenlijk niet gebeuren. We moeten vertrouwen hebben in ons land, al is het maar omdat er geen alternatief is. Nu moeten we op de zak van onze ouders teren en die zijn door de pandemie even aangeslagen als wij en hebben moeite om rond te komen.’
Claire-Lyse Thomann, 18, middelbare schoolstudent in Rennes, Frankrijk
‘Begin dit jaar heb ik mijn achttiende verjaardag gevierd. Ik dacht altijd dat ik dan eindelijk naar een nachtclub mocht! Mooi niet. Dat kan ik nooit meer inhalen. En ik ben bang voor de toekomst. Ik vraag me bijvoorbeeld steeds vaker af of het wel een goed idee is om kinderen op deze wereld te zetten. Ik heb het er met vriendinnen over gehad of we kinderen willen of niet. Ik was de enige die het niet wilde of die het in elk geval niet zeker wist. Wat hebben mijn kinderen eraan om in een tijd van klimaatverandering in de ene crisis na de andere te leven? Ik weet dat er als vrouw van je wordt verwacht dat je kinderen krijgt. Maar dat het kan, betekent nog niet dat het moet.’
Egoïsme
Chloé Lassel, 22, rechtenstudent in Versailles, Frankrijk
‘Toen ik alleen nog maar thuis zat, is me duidelijk geworden dat ik al een tijdje niet meer zo enthousiast ben over mijn studie rechten. In het weekend help ik altijd in een boekwinkel hier in de buurt. Die kant wil ik op. Ik wil iets anders, ik hou ervan onder de mensen te zijn, om klanten boeken aan te raden. Ook tijdens de pandemie kwamen er veel mensen in de boekwinkel, om iets te kopen en om een praatje te maken. Al wilden sommige geen mondkapje opdoen of hun handen desinfecteren. Als ik dat dan vriendelijk vroeg, begonnen ze te betogen dat ze jeuk kregen van het desinfectiemiddel, of dat ze last hadden van het mondkapje. We moeten ons afvragen hoe we met dat soort egoïsme willen omgaan. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje, en alleen komen we daar niet uit. De crisis heeft veel dingen zichtbaar gemaakt, ook dingen die we eigenlijk niet willen zien.’
Lara Oreiro, 24, student in A Coruña, Spanje
‘Jong zijn is nooit makkelijk geweest, ook tegenwoordig niet. Mijn generatie moet vechten tegen het stigma dat ze “altijd alles had”. Maar op het ogenblik hebben we weinig en verliezen we een heleboel. Dit zou het jaar zijn dat ik volwassen werd. Ik zou mijn studie afronden en gaan werken. Ik wilde groeien, persoonlijk en in mijn beroep. Die droom heb ik ondertussen laten varen. Veel jonge mensen hier in La Coruña zitten vol opgekropte woede. We lijden aan slapeloosheid en voelen ons machteloos en onrustig. We denken dat het ergste leed geleden is, maar we moeten onszelf niets wijsmaken. Het ergste moet nog komen, zodra we met de nawerkingen van de coronacrisis worden geconfronteerd. Wanneer we proberen een baan met een fatsoenlijk salaris te vinden om zelf een onafhankelijk bestaan op te bouwen. We zullen moeten vechten zoals al heel lang geen jong mens meer heeft hoeven vechten.’
Risico op depressie
64 procent van de 18- tot 34-jarigen in de Europese Unie loopt het risico een depressie te ontwikkelen. Dat blijkt uit een enquête uit het voorjaar van 2021 van Eurofound, een agentschap van de Europese Unie. In dezelfde periode in 2020 was dat 53 procent.
Ana Carrasco, 23, student communicatiewetenschappen in Sevilla, Spanje
‘Toen de lockdown begon, kreeg ik paniekaanvallen door het bombardement van cijfers over aantallen besmettingen en doden. Ik ben opgehouden met mijn onlinecursussen en heb de tv uitgezet. In plaats daarvan heb ik de radio aangezet, alleen om naar muziek te luisteren, en ben ik boeken gaan lezen, maar alleen als ze goed aflopen. Ik heb Trivial Pursuit gespeeld met mijn vader, liedjes gezongen met mijn zus en films gekeken met mijn moeder. We aten tussen de middag en ’s avonds altijd met zijn vieren en hebben elkaar op moeilijke momenten gesteund. Zo is het ons gelukt in balans te blijven. Nu ga ik beginnen aan een master journalistiek in Barcelona en heb ik weer zin om te studeren.’
Paula Mols, 23, student maatschappelijk werk in Münster
‘Omdat ik sinds het begin van de pandemie van mijn partner af ben, moest ik eerst uitzoeken wie ik was zonder hem. Dat heeft voor mij de pandemie, stom gezegd, draaglijker gemaakt. Toen ik weer klaar was om andere mensen te leren kennen, voelde het toch oneerlijk dat ik mijn singlebestaan niet kon uitleven. Kortgeleden heb ik via Tinder mijn nieuwe vriend leren kennen. Op onze eerste date gingen we samen wandelen. Wat moet je anders. Nu breng ik de meeste tijd met hem door en helpt hij me door deze moeilijke maanden heen.
Voor de pandemie vond ik politieke onderwerpen taai, maar inmiddels begrijp ik altijd wat er aan de hand is en blijf ik op de hoogte door de corona-update met Christian Drosten en de Tagesschau. Ik moet zeggen dat ik heel teleurgesteld ben over onze regering en het idee heb dat ze gefaald heeft. Het coronajaar heeft me zo uitgeput dat ik haast lethargisch ben. Het liefst zou ik naar bed gaan en slapen tot de pandemie eindelijk voorbij is!’
‘Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan’
Greta Carosso, 18, scholier in Bra, Italië
‘Vroeger had ik nooit veel haast om bepaalde ervaringen op te doen. Inmiddels is dat anders geworden en vind ik het belangrijk zodra een gelegenheid zich voordoet die te benutten. Voor mij is niets vanzelfsprekend meer. Een paar van mijn vrienden en ik zijn inmiddels onder behandeling bij een psycholoog. We zijn vanbinnen ontzettend kwaad en weten niet wat we daarmee aan moeten. Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan. Wij jongeren moeten nu gewoon weer energie vinden.’
Francesco Piacentini, 20, student in Ferrara, Italië
‘De laatste drie jaar van het gymnasium heb ik op een militaire school gezeten. Tijdens de pandemie was ik gedwongen al mijn tijd daar door te brengen. Toen heb ik gemerkt dat wat ik in het leven echt wil, niets met het leger te maken heeft. Ik wil liever proberen een onbezorgd en vreedzaam leven te leiden, een leven waarin ik anderen kan helpen. Op school heb ik nooit problemen gehad, maar nu ik op de universiteit zit, staat het water me aan de lippen. Eerlijk gezegd geloof ik dat de mensen de coronatijd het liefst zo snel mogelijk willen vergeten. Vooral de arbeidersklasse, die het zwaarst getroffen is. Daarom geloof ik ook dat er uiteindelijk niets verandert, en ik denk ook niet dat dat nodig is.’
Ruaidhrí Ó Conaill, 24, docent sport en Ierse taal in Cork, Ierland
‘Door mijn werk als leraar heb ik geleerd hoe groot de behoefte aan een reorganisatie van het Ierse onderwijssysteem is. Een voorbeeld: alles is gericht op één eindexamen in het laatste schooljaar, het Leaving Cert. Na de catastrofe van het afgelopen jaar toen het centrale eindexamen gewoon doorging, wat zelfs tot processen heeft geleid, is het echt de hoogste tijd om de leerlingen continuer te toetsen.
Een ander probleem: sommige scholieren werken sinds het begin van de pandemie alleen nog op hun smartphone, terwijl we tegelijkertijd proberen de smartphoneverslaving van deze generatie te bestrijden. Ook al wordt Ierland steeds liberaler, de regering heeft de laatste tijd het contact met de jonge mensen verloren. Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat zoveel jonge Ieren nog steeds weg willen. Wat me ook bezighoudt: met het oog op de klimaatverandering moeten we onze manier van leven aanpassen. Hoe we eten, reizen, wat voor kleren we dragen, bijna alles in ons leven moet anders. Kortom: het kapitalisme moet verdwijnen en worden vervangen door een meer bewuste, groenere en meer holistische levenswijze. Had u me tien jaar geleden verteld dat de wereld ten onder zou gaan, dan had ik u voor gek verklaard. Nu beaam ik het.’
Geen student, maar een robot
Victor Volmer, 20, student jazz in Berlijn
‘In september ben ik naar Berlijn gegaan, een compleet vreemde, grote stad, om aan mijn muziekstudie te beginnen. Ik wilde andere musici ontmoeten, in plaats daarvan zat ik opgesloten op mijn veel te dure kamertje en deed ik ongelooflijk mijn best om de virtuele lessen leuk te vinden. Muziek moet het tenslotte hebben van het samen spelen met anderen. Ik heb een tot nog toe onbekend potentieel aan agressie in mezelf ontdekt, wat ik verklaar uit mijn algehele ontevredenheid.
Ik geloof dat de grote uitdaging voor mij is de hedonist in mezelf uit te schakelen ten bate van de ander en tegelijk in de gaten te houden dat het met mij ook goed blijft gaan, vooral mentaal. Daarin een balans vinden is echt heel moeilijk. Jezelf niet helemaal isoleren, maar ook niet naar een feestje van een vriend of een vriendin gaan waar ook nog tien anderen zijn uitgenodigd. Mijn doel is in elk geval om zonder blijvend geestelijk letsel uit deze crisis te komen.’
Isabelle Koch, 22, uit Freiburg, studeert management in München
‘Het voelt alsof je het belangrijkste stuk van je leven gewoon overslaat. De hoorcolleges aan de technische universiteit in München, te midden van studiegenoten en vrienden, zijn veranderd in studie op afstand: in mijn eentje thuis achter mijn laptop. Ik heb mijn kamer in de woongroep, waar ik zoveel heb gefeest, opgezegd en woon weer bij mijn ouders in de buurt van Freiburg, op het platteland. Ik voel me geen student meer, maar een robot. Ik ben dankbaar dat we in deze crisis nog kunnen studeren. Toch heb ik het gevoel dat we door de regering zijn vergeten. Over studenten hebben ze het nooit. Voor de pandemie zou ik gezegd hebben dat het de grootste uitdaging voor mijn generatie is om tot een besluit te komen. Omdat voor ons bijna te veel mogelijkheden open liggen en we zo veel kansen hebben die we moeten benutten. Tijdens de pandemie is dat veranderd. Ons grootste probleem nu is het gebrek aan perspectief. Ik hoop dat dat snel verandert.’
Fotoreeks van Tommaso Ausili
De Itialaanse fotograaf Tommaso Ausili maakte een reeks portretten van jongeren tijdens de lockdown, die hier te bekijken is. ‘De psychologische gevolgen van de pandemie werden vooral opgemerkt bij adolescenten’, aldus de fotograaf op de pagina. ‘In deze levensfase beleeft de persoon een groeiproces, de ontwikkeling van zijn eigen persoonlijkheid en de ontdekking van zichzelf. Adolescenten streven naar een cognitieve en emotionele band met de sociale omgeving en omgeving. Een van de belangrijkste doelstellingen van adolescenten is het bereiken van autonomie, wat een innerlijke reis vereist langs zekerheid en verwarring, tevredenheid en onvrede. (…) De meeste adolescenten ervoeren gevoelens van angst en ontmoediging die hun dagelijkse levensstijl sterk beïnvloedden.’
Chili kampt al jaren met een grote droogte en een tekort aan water, wat in belangrijke mate aan de dorstige avocado-industrie te wijten is. Bovendien is door privatisering de drinkwaterrekening torenhoog. Toch zijn de bewoners van het dorpje Petorca blij met de kansen die de avocado hen biedt.
Avocadodroogte
In 2016 publiceerden wij een longread over de ‘oergezonde waterslurper’: de geliefde avocado. De bekendste soort superfood die er is, maar blijkbaar zijn voor de productie enorme hoeveelheden water nodig, waardoor de landen van herkomst, zoals Brazilië, Chili, Spanje, Zuid-Afrika en Peru, gevaar lopen.
Deze reportage over een Chileens dorpje maakt duidelijk hoe ingewikkeld het probleem is. Zo zijn de bewoners als de dood dat door slechte pers mensen stoppen met avocado’s eten.
Net buiten Petorca, een dorp in de gelijknamige provincie op ruim drie uur rijden ten noorden van de hoofdstad, ligt plantage La Chimba. Aan weerszijden van de ingang staan metershoge palmbomen. Achter hoge hekken groeien de avocado’s. Ook hier hebben ze een aanhoudend tekort aan water.
Hector Cavieres is opzichter, hij wijst naar boven en zegt: ‘Daar zijn we de bomen aan het snoeien. We hadden vijftig hectare maar we snoeien terug tot dertig hectare. Die bomen doen niks meer vanwege de droogte. Op deze manier kunnen ze een jaar overleven zonder water. Mocht het gaan regenen, dan gaan ze weer groeien.’
Chimbaplantage, Chincolco, Chili.
Iets hoger op de heuvel klinkt onafgebroken het geluid van kettingzagen. Het heeft iets treurigs, al die gekortwiekte gezonde bomen. Drie mannen zagen stug door. Als een van hen even stopt om het zweet van zijn voorhoofd te vegen, vertelt hij dat ze per omgezaagde boom betaald krijgen. ‘We tellen zelf de bomen, per rij staan er dertig. Voor een grote boom krijgen we meer dan voor een kleine.’ Op de vraag of hiermee een redelijk salaris te verdienen valt zegt hij een beetje aarzelend: ‘Jawel. Er wordt op heel veel plaatsen gesnoeid omdat er geen water is.’
Het afgelopen jaar heeft La Chimba 700.000 kilo avocado’s geoogst. ‘Alle mooie avocado’s zijn voor de export,’ vertelt Cavieres, ‘als ze niet de goede maat hebben, kunnen we ze niet exporteren. Weinig water en de droogte leveren een kleinere avocado op, die blijven in Chili. Dit jaar kunnen we maar ongeveer 10 procent van het aantal van vorig jaar exporteren, zo’n 80.000 kilo.’ Cavieres gaat weer aan het werk, op zijn crossmotor scheurt hij tussen de avocadobomen weg.
Zwaar werk
Tijdens de oogst van de avocado’s werken hier vijfentwintig mensen die zijn ingehuurd via een soort uitzendbureau. Met lange stokken waaraan een net en een soort schaar zitten, verdwijnen ze tussen de bomen. Stevige zakken hangen aan hun schouders, hier worden de losgeknipte avocado’s in verzameld. Wanneer de zak vol is sjouwen ze hem naar de weegschaal. Hoe voller, hoe beter.
Een meisje schrijft op een wit vel papier hoeveel kilo iemand geplukt heeft. Aan het einde van de dag telt ze alles op en wordt er uitbetaald.
De mannen, en een enkele vrouw, werken gestaag en veelal zwijgend door. Een van de mannen zegt: ‘Als je alleen lagere school hebt, kun je eigenlijk alleen in de landbouw werken en dan betaalt een avocadoplantage het best. Het ligt aan de grootte van de avocado wat we verdienen. Meestal rond de 24 euro per dag. Maar dan moet je goede en grote avocado’s hebben.’
Hij knikt: ‘Ja, het is zwaar werk.’ En weg is hij weer, tijd is hier geld.
Het is een slecht avocadojaar voor La Chimba. Ook hier verlangt men naar regen.
Een kilometer of twintig noordwaarts staat het bedrijf Agricola Santa Juana. Een grotere speler op de avocadomarkt. Met een heus ontvangstkantoor en een receptioniste. Ze belt haar meerdere maar die laat weten niets te willen zeggen. Buiten hangt een van de chefs over zijn autoportier en vertelt dat ze slechte ervaringen hebben met een Duits tijdschrift waarin werd opgeroepen de avocado niet meer te eten.
‘Als het niet gaat regenen moeten we ons water ergens anders vandaan halen, uit de zee bijvoorbeeld’
Manuel Montenegro (65) uit Chincolco ziet ook voordelen van de avocadoplantages in de regio. De werkgelegenheid bijvoorbeeld. ‘Verder is hier weinig werk. Er zijn alleen avocado’s, noten en cactussen.’
Zijn dochter woont even verderop, vertelt hij. Al twintig jaar, in een wijkje waar veel alleenstaande vrouwen met of zonder kinderen wonen. Werken bij een avocadoplantage gaf deze vrouwen financiële onafhankelijkheid. Manuel knikt: zeker, dat is belangrijk, met eigen geld hebben ze geen man meer nodig. De verdiensten van zijn dochter zijn ongeveer 420 euro per maand.
Dat het watertekort een probleem is voor de regio zal hij niet ontkennen. ‘Sí, claro, avocado’s hebben veel water nodig. Dat heeft absoluut consequenties. Als het niet gaat regenen moeten we ons water ergens anders vandaan halen, uit de zee bijvoorbeeld.’
Complex van factoren
Op de vraag of de grote avocadotelers ook schuld hebben aan het watertekort geeft watermanagementspecialist Ricardo Ferreira uit La Ligua een ontwijkend antwoord. De problematiek van de provincie Petorca is een complex van factoren, zegt hij. Zo is een groot aantal waterrechten toegekend aan landbouwbedrijven zonder de resultaten van eerdere studies over de hoeveelheid water in de bekkens mee te nemen. ‘Ook daarom is er nu een tekort aan water.’
Andere oorzaken zijn volgens hem het gebrek aan regen en het ontbreken van een bergketen in de provincie Petorca die het mogelijk zou maken om waterreserves vast te houden.
Over de privatisering van water zegt Ferreira: ‘De huidige waterwet stamt nog uit de tijd van de dictatuur. Water mag als product worden verhandeld. De overheid levert gratis waterrechten aan private partijen en dat maakt het voor de overheid moeilijk om de watervoorraden te beheren. Het is dus van groot belang dat de grondwet gewijzigd wordt en er een nieuwe waterwet komt, zodat de overheid op democratische wijze het beheer over het water krijgt. Want nu kunnen waterrechten ook gekocht, verkocht of geleased worden zonder dat er rekening wordt gehouden met plaatselijke prioriteiten, zoals de behoefte aan drinkwater.’
Er moeten verschillende acties ondernomen worden om het beheer van de watervoorraden te verbeteren en om nieuwe bevoorradingsbronnen te genereren.
Ontzilting van zeewater is een initiatief dat ongetwijfeld belangrijk is, denkt Ricardo Ferreira. Zeker voor menselijke consumptie. Voor de landbouw zou het nog beter onderzocht moeten worden, maar de uitvoeringskosten zijn zeer hoog.
Zout
Ook Paula Quiroz (70) denkt dat het gebruik van ontzout zeewater een oplossing voor het watertekort zou kunnen zijn. ‘Hemelsbreed zitten we hier op zestig kilometer van de oceaan. We zitten niet zo hoog in de bergen, dus het kan niet heel moeilijk zijn om het water hierheen te brengen. We zijn te afhankelijk van regen die er niet is.’
Wat te doen met al het zout? ‘Daar kunnen bakstenen van gemaakt worden,’ oppert Paula, ‘of we verkopen het aan landen waar het veel sneeuwt.’
Ze lacht om haar laatste opmerking maar ze meent het wel, want ook zij maakt zich zorgen. Het grondwater daalt, de landbouw slaat steeds diepere putten, soms wel tot honderdvijftig meter diep.
Paula daalt de houten trap af die vanuit haar keuken naar de tuin leidt. Ze stapt over het betonnen irrigatiekanaal waar een keer per week water doorheen stroomt vanuit een verderop gegraven put. Omdat Paula relatief dicht bij die put zit, krijgt zij nog water maar de mensen die verder weg wonen moeten het zonder stellen, ‘daar komt het water niet eens’.
De dorre takjes op de droge grond knisperen onder haar voeten bij iedere stap die ze zet. ‘Kijk,’ zegt ze en ze buigt zich voorover naar een zwarte tuinslang met hele kleine gaatjes. ‘Dankzij dit irrigatiesysteem kan ik nog een paar fruitboompjes houden.’ Sinds een maand heeft ze deze slang in haar tuin. Heel langzaam, druppel voor druppel, komt er water uit de gaatjes.
Tegenwoordig moeten we ook betalen aan de fabriek die het water reinigt, voor de elektriciteit die dat kost en voor de leidingen
Water is duur, en aan deze kant van het dorp is het nog duurder ‘dan beneden’, waar de bewoners water krijgen via een ander bedrijf. ‘Wij hebben een coöperatie voor het drinkwater,’ zegt Paula. ‘Vroeger was het goedkoop, toen betaalden we alleen het opgepompte water. Tegenwoordig moeten we ook betalen aan de fabriek die het water reinigt, voor de elektriciteit die dat kost en voor de leidingen.’
De dorpsbewoners willen zich aansluiten bij een zonnepanelenproject om de kosten omlaag te brengen. Deze projecten worden gesubsidieerd door de overheid.
Paula Quiroz: ‘Dankzij dit irrigatiesysteem kan ik nog een paar fruitboompjes houden.’
Van Paula’s tuin is nog maar een fractie beplant. Het grootste gedeelte ligt braak. Aan de randen groeien nog cactussen. Die krijgen haar afwaswater om te drinken. ‘Want ik wil echt niet dat mijn cactussen doodgaan.’
Het is rond een uur of drie als Paula in haar oude Peugeot stapt. Ze klemt haar handen strak om het stuur en rijdt met dertig kilometer per uur naar haar zussen beneden in het dorp voor het dagelijkse theeritueel.
Kleine groene oase
Jorge Castro (70) brengt regelmatig hooi en stro bij Maria Roderiquez (78), die boven op een berg woont. Jorge rijdt met zijn pick-up kilometers over een onverharde weg, steekt de droge rivierbedding over en vervolgens gaat het omhoog, de bergen in.
Maria staat al op de uitkijk. Een struise dame met een verweerde, gebruinde huid zoals alleen mensen kunnen hebben die buiten wonen, daar waar de zon veel schijnt en de wind vaak waait. Ze leunt op een stok. Aan verschillende bomen zijn honden vastgebonden. Ze blaffen hard tegen elkaar op tot Maria en Jorge uit hun zicht verdwijnen. Maria gaat maté maken, een traditionele Argentijnse thee met kruiden en vooral ook veel suiker. Als Maria geen maté drinkt, krijgt ze hoofdpijn, zegt ze. Geboren en getogen is ze op deze plek. Zeven kinderen heeft ze er grootgebracht, en ze is hier alle dagen, behalve die ene keer per maand dat ze ‘naar beneden’ gaat om olie, thee, suiker en rijst te halen.
Ze slurpt van haar maté en knikt: ‘Ja, er is heel veel veranderd. Ik heb geen groenten meer in de tuin, vijf jaar geleden had ik nog mooie grote aardappelen. Maar de waterput is helemaal opgedroogd.’ Ook heeft Maria bijna geen dieren meer vanwege de droogte. Die eten een baal hooi per dag. ‘Ik kan geen dertig hooibalen per maand kopen van tien euro per stuk.’
Toch prijst Maria zich gelukkig, zij kan het afvalwater opvangen uit de even verderop gelegen kopermijn. Daarmee heeft ze een kleine groene oase gecreëerd naast haar golfplatenhuisje, met druivenranken als afdak tegen de brandende zon.
Maria Roderiquez: ‘Ik heb geen groenten meer in de tuin, vijf jaar geleden had ik nog mooie grote aardappelen. Maar de waterput is helemaal opgedroogd.’
‘Als ik hier drinkwater voor moest gebruiken dan zou ik een hele hoge waterrekening hebben. Ik dank God voor het water uit de mijn.’
Nee, Maria gaat hier nooit meer weg. Onlangs zei een kleinkind tegen haar: ‘Oma, als u doodgaat dan kom ik hier wonen.’ Maria lacht: ‘Hij heeft erover nagedacht want hij wil een opvang voor gepensioneerde geiten beginnen.’
Ze kijkt op haar horloge, dat aan haar schort geknoopt zit. Het is kwart voor twaalf, ze wil gaan koken.
Brandbrief
Barbara Astudillo (31) opgegroeid in de provincie Petorca, is ecofeministe en onderzoeker bij Fundación Territorios Colectivos. Ze voert al jaren actie. ‘Want in het gebied waar ik zoveel van hou, worden de mensen- en milieurechten geschonden zodat men geen toegang heeft tot water.’
Astudillo is van mening dat Chili nu prioriteit moet geven aan klimaatveranderingswetten en vermindering van het water- en energieverbruik van grote industrieën. Ook zij vindt dat de grondwet moet worden aangepast, maar er is in Chili gebrek aan politieke wil om veranderingen teweeg te brengen.
‘Stop met de privatisering van water,’ zegt ze, ‘transformeer het naar een nationaal bezit waarbij de consumptie door burgers en de ecologische belangen vooropstaan. Maak de economie daaraan ondergeschikt.’
Chincolco, Chili.
Onlangs heeft ze een brandbrief gestuurd naar de speciaal rapporteur van de VN voor water en hygiëne Leo Heller. Daarin schrijft ze onder meer dat met name de gemeenten Cabildo, La Ligua en Petorca al jarenlang te lijden hebben onder het watergebruik van de agrobusiness, door de aanplant en het telen van citrusvruchten en avocado’s.
Er groeien nog wat cactussen maar zelfs die hangen er een beetje treurig bij
Dorpen zitten zonder watervoorziening als gevolg van accumulatie van grote hoeveelheden zoet water in boven- en ondergrondse kanalen voor deze agro-industriële bedrijven. Regelmatig zijn ze aangeklaagd door nationale en internationale organisaties zoals het bekende Chileense Modatima. De leiders van deze milieuactivistische organisatie worden niet zelden vervolgd en soms zelfs met de dood bedreigd.
Veel gezinnen worden tegenwoordig bevoorraad met een tankwagen, vijftig liter per persoon per dag. ‘Ja, natuurlijk is dat veel te weinig,’ zegt Barbara, ‘maar het is complex om met gebrek aan overheidsbeleid en investeringen de watercrisis in dit gebied te bestrijden.’
Onlangs heeft het geregend in de provincie Petorca, voor het eerst in zestien jaar.
‘Maar het water bereikte de rivieren van onze vallei niet,’ verzucht ze. ‘Het bleef achter in de bassins van de avocado- en citrusfruittelers. Betaald met het geld van alle Chilenen om de grote ondernemers van het land te subsidiëren. We moeten de wereld écht anders in gaan richten.’
Verloren paradijs
Aan de onverharde weg tussen Petorca en Chincolco staat achter een hek het huisje van Zoila Lemus (73). De hond blaft onophoudelijk, zoals eigenlijk overal. Zoila woont hier samen met haar dochter en haar twee kleindochters. Alle bomen in haar tuin zijn dood, zo ook alle groene planten. Er groeien nog wat cactussen maar zelfs die hangen er een beetje treurig bij.
Het huisje kijkt uit op gortdroge bergen. Aan het einde van de vorige eeuw waren deze bergen veel groener. Maar men kapte alle bomen om de huizen te verwarmen en om te koken. Niemand plantte ooit een boom terug.
Zoila’s woning staat aan de oever van een rivier waar al twintig jaar geen water meer door stroomt. Ze pakt een ingelijste foto van een kastje. ‘Kijk,’ zegt ze, ‘de rivier was vroeger prachtig, we konden er zelfs in zwemmen. Onze tuin stond vol bomen en rozen in allerlei kleuren. We verbouwden alles zelf: tarwe voor het brood, bonen, mais, linzen, aardappelen, uien, knoflook, courgettes. Gewoon om zelf te eten en om in te maken. Nu kan ik hier niks meer laten groeien. We wonen in een woestijn zonder water. Alle putten die we gegraven hebben zijn opgedroogd.’
Zoila Lemus: ‘De rivier was vroeger prachtig, we konden er zelfs in zwemmen. Onze tuin stond vol bomen en rozen in allerlei kleuren.’
Zoila en haar familie krijgen vijftig liter water per dag om te koken, te wassen en te douchen. ‘Je kunt je beter wassen met een bakje water. Haren wassen kost heel veel water, we gebruiken een sok om ons haar nat te maken.’
Tot voor kort kwam er een tankwagen om het water te brengen maar Zoila heeft sinds een maand een nieuwe waterput. Met een automatisch systeem dat niet goed werkt. ‘Soms hoor je water, soms hoor je niks. Maar het bedrijf dat de meter heeft geïnstalleerd geeft niet thuis.’
Maar heeft ze, als het systeem goed zou werken, dan wel genoeg water?
Zoila schudt haar hoofd: ‘Nee, er komt een liter water per seconde langs voor acht families.’
Ze legt uit hoe het met de waterrechten in Chili zit. Het gaat zoals gezegd om een wet die nog stamt uit de tijd van de dictator Pinochet. Je kon je toen inschrijven voor water: een boer met bijvoorbeeld drie hectare grond had recht op drie ‘delen’ water. ‘Maar,’ zegt Zoila, ‘dat ging over oppervlaktewater. Ook voor het ondergrondse water kon je rechten kopen maar dat wisten de boeren niet. Het recht op ondergronds water is stiekem verkocht aan grote bedrijven. Die eisen nu alles op en oppervlaktewater is er allang niet meer. De regering moet nu de rechten kopen van die bedrijven zodat ze het water kan verdelen. Al die bedrijven verdienen er nog meer aan. En ik heb geen “recht” op water. Dat is waarom de mensen de grondwet willen veranderen.’
Soms is er een project vanuit de overheid. Zo zouden Zoila en haar buren ook een waterleiding krijgen, er was bijna 35.000 euro voor beschikbaar. Verschillende aannemers en onderzoekers zijn langs geweest om te bestuderen hoe dat zou moeten. Al het geld is opgegaan aan onderzoek en er is verder niks gebeurd.
Buiten blaft de hond. ‘Pasqalle!’ roept Zoila, ‘de hond!’ De oudste kleindochter hoort het niet. Ze is doof. Ze kunnen het niet bewijzen maar Zoila is ervan overtuigd dat het komt omdat haar dochter, toen drie maanden zwanger, op de avocadoplantage liep op het moment dat er een vliegtuigje overvloog met pesticiden.
Ze trekt haar kleindochter even stevig tegen zich aan, de hond buiten is inmiddels stil.
Speculatieve non-fictie was lange tijd vooral gericht op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijf – en dus op het verdienen van geld. Mede door de pandemie kunnen we het populaire genre mogelijk aanwenden voor een betere toekomst.
De pandemie, die in veel opzichten vreemder is dan sciencefiction, heeft veel discussie uitgelokt over de rol van speculatieve fictie bij onze toekomstvoorstellingen. Waar sommigen in de mogelijkheden die zulke verhalen voorspiegelen antwoorden zien op onzekere tijden, vragen anderen zich af waar deze dystopische visioenen eindigen. Maar misschien is het net zo relevant om ons weer eens in de speculatieve non-fictie te verdiepen, een zich constant ontwikkelend genre dat we als ‘populair futurisme’ zouden kunnen betitelen.
Wat zijn de kenmerken van een ‘populair-futuristisch’ boek? Het schetst mogelijke toekomstperspectieven, belicht nieuwe belangwekkende trends en belooft manieren waarop zelfs niet-gespecialiseerde lezers deze inzichten op hun eigen leven en werk kunnen toepassen. Zo’n boek heeft waarschijnlijk een fascinerend omslag, in een stijl die dateert van het werk dat met recht en reden een pionier in dit genre kan worden genoemd en nog altijd toonaangevend is: Toekomstshock van Alvin Toffler. Dit boek, dat het concept ‘futurisme’ populair maakte in de mainstreamcultuur en in de zakenwereld en kortgeleden zijn vijftigste verjaardag vierde, verscheen in de meest veelkleurige versies, zodat het als een neonregenboog in het oog zou springen vanuit de schappen van de boekwinkels. Andere titels hebben een kinetische belettering die je vanaf de pagina tegemoet vibreert alsof ze zich met hoge snelheid verplaatst. De toon van de boeken houdt meestal het midden tussen start-uppitch en zelfhulpmantra en straalt het profetische zelfvertrouwen uit van de teruggekeerde tijdreiziger.
Wat er komen gaat
Hoewel hun inhoud mee verandert met de tijdgeest, blijft datgene wat ons in populair-futuristische boeken aantrekt hetzelfde: we willen allemaal weten wat er komen gaat. Ze boren de oeroude kracht van de toekomst aan om ons te boeien en bang te maken, op zo’n manier dat onze hedendaagse angsten erdoor worden gesust en aangewakkerd. Zoals alle populair-wetenschappelijke of zelfhulpteksten beloven ze signaal van ruis te scheiden en geven ze ons wat geruststellende (zij het illusoire) controle in een chaotische wereld. Ze laten zien wat de toekomst ons brengt, ook al oogt het heden nog als zo’n warboel.
Maar de belangrijkste belofte die ten grondslag ligt aan de canon waarvan Toekomstshock de eersteling is, is dat lezers zich met de juiste vooruitziende blik niet alleen kunnen voorbereiden op wat komen gaat, maar er ook van kunnen profiteren. Deze onschuldige vorm van handelen met voorkennis stelt de toekomst voor als een bulkgoed, als een oefening in tijdsbeoordeling waarbij kennis van nieuwe ontwikkelingen financieel voordeel oplevert. Het is geen toeval dat de auteurs van zulke boeken traditioneel een wit, mannelijk en kapitalistisch wereldbeeld hebben; velen van hen werken als in de toekomst gespecialiseerde consultants in het grijze gebied tussen zakenwereld, overheid, technologie, reclame en sciencefiction.
Deze zakelijke benadering is tot nu toe dominant in het populair futurisme, maar dat zou wel eens kunnen veranderen. Het afgelopen jaar is er een verbazingwekkend groot aantal nieuwkomers aangetreden, wat gek genoeg voor de hand ligt in een tijd waarin grote onzekerheid heerst over wat er morgen zal gebeuren, om over het komende decennium nog maar te zwijgen. Kan zo’n traditioneel zelfgenoegzaam genre nog enige troost bieden, laat staan deugdelijke inzichten?
De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld
Om die vraag te beantwoorden moeten we terug naar Toekomstshock. Hoewel de titel ons tegenwoordig nog maar vagelijk bekend voorkomt, werd het boek na zijn publicatie in juli 1970 algauw wereldberoemd. Het ging in miljoenen exemplaren over de toonbank, er werd een door Orson Welles ingesproken documentaire van gemaakt en de titel inspireerde Curtis Mayfield tot een song [Future Shock]. Het boek gaf mede aanzet tot een genre dat nog altijd bloeit en bezorgde Toffler een decennialange carrière als auteur, deskundige en consultant. Herlezing van Toekomstshock toont aan dat het boek niet alleen de kiem heeft gelegd voor de powerpointprofetieën van de TED Talk-cultuur en een hele bedrijfstak van toekomstconsultants heeft gecreëerd, maar ook onze toekomstvisie heeft vormgegeven.
Ook als fysiek object was het opvallend. Het was zo’n vijfhonderd pagina’s dik, het omvangrijke register niet meegerekend. Het was kleurrijk en, nou ja, futuristisch, tot het ronde maar robotachtige lettertype van de titel aan toe, dat was gebaseerd op het MICR-font [Magnetic Ink Character Recognition], ontworpen om door zowel mensen als machines te kunnen worden gelezen. Futurist Scott Smith herinnert zich dat hij als jongen de lijvige paperback op het nachtkastje van zijn ouders zag liggen en deze er zowel eng als verleidelijk vond uitzien; half grappend zegt hij dat hij er zijn beroepskeuze aan dankt.
Alvin Toffler, de auteur wiens naam in onuitwisbare letters op het omslag prijkt, was een journalist uit Brooklyn die in het begin van zijn carrière samen met zijn vrouw Heidi schreef over progressieve politiek en de arbeidersbeweging. Ze werkten samen aan een trilogie waarvan Toekomstshock het eerste deel was, maar Heidi werd pas in een later boek officieel erkend als auteur. Dat zelfs een toekomstgericht powerkoppel in dit opzicht verbazingwekkend ouderwets was, bewijst maar weer eens dat we allemaal bevattelijk zijn voor de blinde vlekken van onze tijd, net als Toekomstshock.
Het kernbetoog van het boek is wellicht herkenbaar, misschien omdat Toffler het zo overtuigend beargumenteerde dat het een cliché is geworden: de wereld veranderde in een exponentieel toenemend tempo, waardoor mensen in ‘shock’ raakten en worstelden om het hoofd boven water te houden. In elk geval in de westerse landen onderging de maatschappij een ingrijpende historische verandering toen de industriële revolutie plaatsmaakte voor de informatie-economie; die verandering werd op haar beurt versneld door nieuwe technologieën op het gebied van massacommunicatie. De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld. Het boek probeerde deze nieuwe toestand te doorgronden, de ‘bronnen en symptomen’ ervan bloot te leggen en mogelijke manieren te bedenken om de effecten te verzachten.
Hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek
De belangrijkste strategie om de toekomstshock te bestrijden, aldus Toffler, was om zich met extra kracht op de toekomst zelf te richten. Hij riep overheidsinstanties op om grootschalige toekomststudies te financieren, sciencefictionauteurs om meer methodische toekomstvoorspellingen in hun boeken op te nemen en Amerikaanse scholen om toekomstgerichte lessen te geven (als tegenwicht tegen geschiedenislessen). ‘Om zulke beelden in het leven te roepen en daarmee de impact van een toekomstshock te verzachten,’ schreef hij, ‘moeten we allereerst zorgen dat speculeren over de toekomst iets respectabels wordt.’
Dit was geen nieuwe uitdaging; ook H.G. Wells had zich moeite getroost te benadrukken dat de systematische poging om mogelijke toekomsten te projecteren op basis van hedendaagse gegevens een vorm van wetenschap zou kunnen zijn, en niet alleen maar waarzeggerij. Maar dankzij Tofflers boek werd het futurisme een mainstreamfenomeen, dat zich niet beperkte tot militair gebied (zoals de nucleaire scenario’s die de RAND Corporation als eerste uitwerkte), maar ook op de ‘zachte’ sectoren van het dagelijks leven toepasbaar was, van ‘politiek en speelplaatsen tot skydiven en seks’.
Maar behalve door zijn inhoud vond Toekomstshock ook veel weerklank door zijn stijl. Naar het voorbeeld van de Canadese mediatheoreticus Marshall McLuhan, wiens vermogen om grote ideeën in pakkende soundbites te presenteren onmiskenbaar een inspiratiebron was, maakte Toffler van het medium de boodschap. Zijn toon is evenzeer gealarmeerd als energiek, professoraal als ademloos. Hij spreekt van een ‘vuurstorm van verandering’, van het ‘zinderende schokeffect’ van nieuwe ideeën, van ‘pijlsnel groeiende’ populaties; zijn taalgebruik wedijvert met de voortstuwingssnelheid die hij beschrijft. Hij gebruikt pakkende termen als ‘ad-hoccratie’; hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek.
Zelfs wanneer Toffler de potentiële gevaren van versnelde verandering schildert, zoals ongelukken op boorplatforms of besluitvormingsalgoritmen, en de noodzaak van regelgeving benadrukt, gelooft hij dat oplossingen gelegen zijn in een grondige oriëntatie op toekomstige transformaties. ‘De kracht van de technologische ontwikkelingsdrang is te groot om door vooruitgangssceptici te worden gestopt,’ schrijft hij, en ondanks de soms waarschuwende toon definieert het boek op een bedwelmende manier de voorwaarden voor zijn eigen wereldbeeld. ‘Is dit allemaal overdreven?’ luidt zijn beroemde vraag. ‘Ik denk het niet.’
Optimaliseren
Zoals de krachtige stijl van Toekomstshock een bestseller heeft gemaakt, zo heeft het succes van het boek de weg gebaand voor een heel genre dat met de beslommeringen van elk navolgend tijdperk is mee veranderd. Eén subgenre van populair-wetenschappelijke boeken die snel na Toekomstshock verschenen, was sterk gericht op het voorspellen van consumentengedrag, te beginnen in 1982 met Megatrends van John Naisbitt en eindigend in 1991 met The Popcorn Report van de nestrix van de trendspotters: Faith Popcorn.
Met de eerste dot.com-boom werd technologie een algemener thema, ongetwijfeld geholpen door het zelfbeeld van Silicon Valley als de plek waar de toekomst haar beslag krijgt. Deze nieuwe fase van het genre gaf de prioriteit aan innovaties op hardware- en softwaregebied, en sommige titels begonnen de wildste technologische grenzen op te zoeken, zoals The Age of Spiritual Machines (1999) van Ray Kurzweil en Physics of the Future (2011) van Michio Kaku. Maar of hij nu zakelijk banaal of cybergnostisch is, de klassieke populair-futuristische canon vooronderstelt een publiek dat industrieën wil ontmantelen met behoud van de status quo. Zelfs futuristen als Kurzweil, een van de herkenbaarste hedendaagse auteurs en een erfgenaam van Toffler, presenteren ideeën die revolutionair lijken – de uniciteit, de mogelijkheid van onsterfelijkheid – in een taal die wordt beperkt door individualistisch ondernemersdenken. Alles is doordesemd van de logica van het optimaliseren van alles en iedereen, zelfs van onze ziel.
Gedurende het grootste deel van hun geschiedenis hebben deze boeken zich vooral op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijfsmatige futurisme gericht. Vaak onder invloed van de agenda van haar klanten, concentreert de toekomstbranche zich op het oplossen van de problemen waarvoor ze is ingehuurd. Omdat ze zijn voortgekomen uit organisatieadviesbureaus en oververhitte start-ups, zijn futuristen meer geïnteresseerd in, en kunnen ze zich gemakkelijker een voorstelling maken van ruimtekolonies en het eeuwige leven – voor sommigen een rechtstreekse weg naar winst – dan van een kwestie als het afschaffen van gevangenissen.
(Een nieuwe ster aan Tofflers toekomstversnellingsfirmament, maar zonder zijn weloverwogen zorgen te delen, is The Future Is Faster Than You Think van Peter Diamandis en Steven Kotler, waarin ademloos wordt beschreven hoe nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie ertoe zullen leiden dat de mensheid ‘een grotere omwenteling zal meemaken en meer rijkdom zal creëren dan in de afgelopen honderd jaar’. Wie met de omwenteling wordt geconfronteerd en naar wie de rijkdom gaat is niet moeilijk te raden. Problemen als klimaatverandering, stelt het boek, kunnen te lijf worden gegaan met zich steeds verder ontwikkelende gadgets, zoals goedkopere zonnepanelen en brandweerdrones.)
Kathedraaldenken
Maar terwijl de regels en de definitie van het ‘toekomstdenken’ veranderen en zich verspreiden via andere stemmen, geografieën en ideologische structuren, verandert het populair-futuristische boek mee – en treedt het soms uit Tofflers voetsporen, als het al niet een geheel nieuwe weg inslaat.
Vorig jaar verscheen After Shock, een officiële hommage aan Toekomstshock. De bundel bevat lovende maar zeker ook kritische woorden van de hand van meer dan honderd hedendaagse futuristen en denkers. Het boek How to Future: Leading and Sense-Making in an Age of Hyperchange van Scott Smith en Madeline Ashby staat voor een stap in een andere richting en beschrijft strategieën voor het begeleiden en creëren van verandering in verschillende contexten, die zich lang niet altijd beperken tot het commerciële en technologische domein. Het is een bewonderenswaardige poging om tot een ‘toekomsthandleiding’ voor verschillende doelgroepen en doelstellingen te komen, geïllustreerd met de toepassing van bijvoorbeeld scenarioplanning, een in de Koude Oorlog door militairen ontwikkelde methodologie, op terreinen als non-profitmanagement en gezondheidszorg. De casestudy’s en procesbeschrijvingen zijn verhelderend, al gaat de gedetailleerdheid soms te ver voor de niet-academische lezer die het in de naaste toekomst niet als handboek zal gebruiken.
Ook het veelgenoemde idee van ‘langetermijndenken’ duikt in diverse recente boeken op als een cruciaal middel om een andere existentiële dreiging te lijf te gaan: de klimaatcrisis. In De goede voorouder roept filosoof Roman Krznaric kalm op tot een heroriëntering op de toekomst, niet ten bate van onszelf (zoals typerend is voor het populair-futuristische boek), maar van onze verre nazaten. Hij gebruikt de term ‘kathedraaldenken’ voor reusachtige projecten die niet tijdens ons eigen leven zullen worden afgerond, maar waarmee nu wel hoognodig een begin moet worden gemaakt, vergelijkbaar met het werk van verschillende generaties aan de middeleeuwse kathedralen die hun achterkleinkinderen pas voltooid zouden zien.
Waar in boeken als Toekomstshock de toekomst wordt beschreven als een reusachtige golf die onontkoombaar en verpletterend op ons af raast, is de centrale metafoor in het boek van Krznaric (dat soms leest alsof je door een stil bos dwaalt) de eikel. Het gaat erom dat je bijvoorbeeld niet alleen maar bomen plant (al wordt herbebossing letterlijk een cruciaal langetermijnproject genoemd), maar ook het belang en het potentieel van het huidige moment benadrukt, hoe gebrekkig ook, om de toekomst te beïnvloeden.
Interactieve kaartspellen zijn misschien wel beter dan een boek in staat de vreemde, veranderlijke manieren te belichamen waarop de toekomst zich ontvouwt
Het meest inventief wordt dit thema misschien wel onderzocht in populair-futuristische projecten die de grenzen van het boek volledig overschrijden. Een daarvan is Afro-Rithms from the Future, een digitaal kaartspel dat spelers uitdaagt toekomstscenario’s te bedenken met een expliciete focus op zaken als sociale rechtvaardigheid en ongelijkheid. Tot het team dat het spel heeft ontwikkeld behoren futurist, acteur en kunstenaar Ahmed Best en Lonny Brooks, universitair hoofddocent Communicatie aan de California State University. Het spel maakt gebruik van afrofuturistische denkwijzen en kunstvormen om radicale visies op een rechtvaardiger wereld te stimuleren en groepsdiscussies uit te lokken over het veranderen van de huidige situatie om zover te komen. De kosmische, bontgekleurde kaarten zijn uitnodigend en in scherp contrast met het beeld van blauwe lasers dat maar al te vaak de standaardesthetiek van de ‘toekomst’ vormt. Interactieve kaartspellen en collectieve verhaalprojecten zijn misschien wel beter dan een lineair boek in staat de vreemde, veranderlijke, participatieve manieren te belichamen waarop de feitelijke toekomst zich ontvouwt.
Ook voordat de coronapandemie begin 2020 over de wereld begon te razen, hadden de catastrofale vooruitzichten voor de planeet – klimaatverandering, opkomend nationalisme, systemische ongelijkheid, technologie die meer problemen veroorzaakt dan oplost – iedere hoop op een stabiele toekomst al de bodem ingeslagen. Maar een heel klein lichtpuntje is misschien dat dit het jaar kan worden waarin we het duidelijkst beseffen dat we op een geheel nieuwe manier over de toekomst zullen moeten praten, als we die rechtvaardig en duurzaam willen maken voor iedereen. Net als in 1970 wordt de toekomst momenteel gevormd door ingewikkelde interacties van mensen, systemen, gemeenschappen en materiële en milieuomstandigheden – en door de verhalen waardoor die interacties worden beïnvloed.
Dit nieuwe hoofdstuk van populair futurisme toont zijn blijvende aantrekkingskracht als een vertrouwd dialect, ook al is de boodschap die het genre brengt nu van een andere urgentie. Misschien kan het nog altijd nieuwe toekomstperspectieven voor een gezondere wereld bieden, maar die moeten dan wel net zo levendig en onweerstaanbaar overkomen als Toekomstshock vijftig jaar geleden. Waar Toffler en zijn volgelingen de versnelde, door winstbejag gedreven toekomst duizelingwekkend maakten, probeert de volgende generatie denkers deze paradox op te heffen en tragere, meer op herstel en gemeenschapszin gerichte toekomsten te verzinnen, die even onweerstaanbaar zijn.
Russische justitie bestempelt Navalny’s organisatie als ‘extremistisch’
Woensdag 9 juni oordeelde een Russische rechtbank dat organisaties die banden hebben met de gevangengenomen tegenstander Aleksej Navalny ‘extremistisch’ zijn, wat betekent dat ze niet mogen meedoen aan de parlementsverkiezingen in september. De beslissing van de Moskouse rechtbank ‘werd onmiddellijk van kracht en verbiedt degenen die betrokken zijn bij het Navalny Anti-Corruption Fund (FBK) en zijn regionale kantoren in heel Rusland om zich verkiesbaar te stellen’, aldus de Russische afdeling van Radio Free Europe.
‘Ik ga het niet eens hebben over het juridische besluit van het lachertje dat in Rusland “de rechtbank” wordt genoemd.’
‘We zullen verdergaan, we zullen evolueren, we zullen ons aanpassen. Maar we zullen niet terugdeinzen voor onze doelstellingen en onze ideeën’, reageerde de oppositieleider op zijn Instagram-account. Navalny, 45, zit een gevangenisstraf van twee en een half jaar uit voor een fraudezaak die hij als politiek beschouwt.
De Verenigde Staten beloven 500 miljoen vaccins voor arme landen
Joe Biden zal van zijn Europese tournee profiteren om de aankoop door de Verenigde Staten van 500 miljoen doses Pfizer covid-19-vaccins aan te kondigen, voor distributie naar arme landen. ‘Dit jaar zullen er 200 miljoen doses worden gedistribueerd en de resterende 300 miljoen in de eerste zes maanden van volgend jaar’, aldus TheWashington Post.
Een VN-rapport dat donderdag werd gepubliceerd, schat het aantal kinderen dat door de crisis zal moeten gaan werken op 9 miljoen
De doses zullen worden verdeeld door Covax, het programma van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De covid-19-pandemie heeft wereldwijd meer dan 3,7 miljoen levens geëist en de economische kwetsbaarheid van veel landen verergerd. Een VN-rapport dat donderdag werd gepubliceerd, schat het aantal kinderen dat door de crisis zal moeten gaan werken op 9 miljoen – bovenop de 160 miljoen kinderen die al werkten vóór de pandemie.
Aung San Suu Kyi aangeklaagd voor corruptie
De militaire junta die in Myanmar aan de macht is sinds de coup van 1 februari, heeft de voormalige Myanmarese oppositieleidster Aung San Suu Kyi aangeklaagd voor corruptie, bericht Bloomberg. De beschuldiging werd openbaar gemaakt door het ministerie van Informatie, dat beweert dat het voormalige hoofd van de burgerregering ‘zich schuldig heeft gemaakt aan corruptie en misbruik heeft gemaakt van haar ambt’.
Volgens de Myanmarese staatskrant ontving de vijfenzeventigjarige Aung San Suu Kyi ‘600.000 dollar en enkele kilo’s goud’ aan steekpenningen. Op deze aanklachten staat vijftien jaar gevangenisstraf.
Op 14 juni begint een eerste proces tegen de voormalig leider op grond van andere aanklachten, waaronder het aanzetten tot openbare ordeverstoring en schending van een wet op staatsgeheimen.
Peugeot aangeklaagd voor ‘dieselgate’
In de nasleep van de aanklacht tegen Renault was het de beurt aan Peugeot om te worden ingehaald door het ‘dieselgate’-schandaal, meldt Reuters. De Franse fabrikant wordt ervan beschuldigd zijn klanten te hebben misleid over de emissieniveaus van vervuilende producten door dieselvoertuigen die tussen 2009 en 2015 zijn verkocht. De Franse justitie heeft ook aangekondigd dat Citroën en Fiat-Chrysler (FCA), de andere merken van de Stellantis-groep, begin dit jaar geboren uit de fusie tussen Peugeot en FCA, zullen volgen.
‘Onze dochterondernemingen zijn er vast van overtuigd dat hun emissiebeheersingssystemen voldeden aan alle vereisten die destijds van toepassing waren en blijven hieraan voldoen, en ze kijken uit naar de mogelijkheid om dit aan te tonen’, aldus de groep.
Biden biedt uitstel voor TikTok
Joe Biden heeft twee uitvoeringsbesluiten van zijn voorganger vernietigd die TikTok- en WeChat-platforms en andere toepassingen in de Verenigde Staten verboden. In plaats van deze decreten heeft ‘president Biden een nieuwe verordening ondertekend waarin hij het ministerie van Handel vraagt om een onderzoek te starten naar toepassingen met betrekking tot “buitenlandse concurrenten” die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid’, aldus TechCrunch.
Biden geeft de regering vier maanden de tijd om een gedetailleerd rapport te bezorgen en aanbevelingen te doen. De platformen TikTok en WeChat waren de stokpaardjes van Donald Trump geworden, die hun moederbedrijven ervan beschuldigde vertrouwelijke gegevens over Amerikaanse gebruikers te verzamelen en deze met de Chinese autoriteiten te delen. De beschuldigingen werden door betrokkenen stelselmatig weerlegd.
Parijs is handenvol geld kwijt aan de Eiffeltoren, schrijft de Spaans krant La Vanguardia. Niet alleen vanwege inkomstenderving door de gedwongen sluiting vanwege corona, maar ook door complicaties tijdens restauratiewerkzaamheden.
De Eiffeltoren was negen maanden gesloten voor het publiek vanwege de pandemie en zal vanaf 16 juli weer open gaan. Hoewel dit nieuws ongetwijfeld een opluchting is voor de exploiterende partijen, is het ook tijd om de penibele financiële situatie onder ogen te zien, meent La Vanguardia.
‘Elke nacht tijdens de pandemie lichtte de Eiffeltoren op’, schrijft de krant met veel gevoel voor drama, ‘en streek het lichtbaken van de machtige toren honderd kilometer in de rondte, ook zonder dat bezoekers konden worden verwelkomd. Het beroemdste monument in Parijs liet zien nog steeds levend te zijn, als teken van hoop dat de nachtmerrie ooit voorbij zou zijn.’
De twintig schilderbeurten hebben naar schatting 350 ton aan gewicht toegevoegd aan de toren
Maar ondanks die geruststellende zichtbaarheid is er inmiddels wel sprake van een ‘ramp’, volgens La Vanguardia. Alleen al voor 2021 wordt het tekort voor de SETE, het bedrijf dat de Eiffeltoren exploiteert, geschat op 70 miljoen euro. Dat bedrag kan worden opgeteld bij het tekort van 52 miljoen dat in 2020 werd genoteerd. De gemeente Parijs en de metropool Groot-Parijs, die respectievelijk 99 procent en 1 procent van SETE bezitten, zullen deze schuld moeten overnemen en stappen moeten zetten voor herkapitalisatie van het bedrijf.
Vóór de pandemie ontving de Eiffeltoren, die in 1889 werd ingehuldigd ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling, zo’n zeven miljoen bezoekers per jaar. Na de heropening zal een limiet van 10.000 mensen per dag worden ingesteld; die lag voor het corona-tijdperk op 25.000.
‘Het is een moeilijke periode, maar we maken ons geen zorgen voor de lange termijn’, zegt SETE-voorzitter Jean-François Martins geruststellend. Volgens hem zijn de banen van de 350 medewerkers van het bedrijf niet in gevaar.
Maar behalve de tekorten vanwege het wegvallen van de inkomsten, worstelen de beheerders van het monument nog met een ander groot probleem. ‘Het schilderwerk moest een paar maanden geleden worden stopgezet omdat er gevaarlijk grote hoeveelheden looddeeltjes vrijkwamen’, aldus La Vanguardia. ‘Er wordt nu nagedacht over hoe het werk kan worden voortgezet met inachtneming van de veiligheid van het publiek en het milieu.’
Deze laatste verfbeurt is de twintigste in de 132-jarige geschiedenis van de toren. Het is een terugkerende klus om corrosie van het metaal te voorkomen, de boel schoon te maken en eventuele scheuren of defecten in de structuur te onderzoeken. Het is een tijdrovende, complexe en dure klus, waarbij schilders een penseel nodig hebben om elk hoekje te kunnen bereiken.
Gevaarlijke hoeveelheden lood vormden altijd al een terugkerend probleem bij structureel onderhoud van het monument. Bij elke nieuwe verfbeurt moet een deel van de vorige laag worden verwijderd, niet alleen om de nieuwe verf beter te fixeren, maar ook om gewicht te elimineren. De twintig schilderbeurten hebben naar schatting 350 ton aan gewicht toegevoegd aan de toren.
De nieuwe cosmetische operatie voor de Grande Dame is bedoeld om haar er mooier uit te laten zien dan ooit, vooral met het oog op de Olympische Zomerspelen van 2024, waarvan Parijs de gastheer is. De Franse hoofdstad wordt geleid door een socialistische burgemeester, Anne Hidalgo, die regeert in coalitie met milieuactivisten en zich misschien kandidaat wil stellen voor het Elysee in 2022, aan het hoofd van een alliantie met dezelfde samenstelling.
Het ecologische bewustzijn was dan ook niet eerder zo groot en de criteria waren nog niet eerder zo scherp. Ze leiden tot vertraging van het schilderwerk en tot voortdurende technische beraadslagingen om de verspreiding van de gevaarlijke looddeeltjes tot een minimum te beperken.
Na de brand in de Notre Dame, waarbij honderden tonnen lood de lucht vervuilden, kan Parijs het zich niet veroorloven opnieuw betrokken te raken bij een ecologisch drama door nalatigheid of door gebrek aan vooruitziendheid. La Grande Dame zal haar geld wel krijgen om haar aantrekkingskracht te behouden, maar moet heel voorzichtig zijn met haar make-up, aldus La Vanguardia.
Werknemers van Apple willen thuis kunnen blijven werken
Apple-werknemers komen in verzet zich tegen een nieuw beleid dat hen verplicht om vanaf begin september weer drie dagen per week naar kantoor te komen. Medewerkers zeggen een flexibele aanpak te willen waarbij degenen die op afstand willen werken dat kunnen blijven doen, zo blijkt uit een interne brief die The Vergein handen kreeg.
‘We willen van de gelegenheid gebruik maken om de groeiende bezorgdheid onder onze collega’s te communiceren’, aldus de brief. ‘Apples beleid voor flexibel werken op afstand en de communicatie eromheen hebben een aantal van onze collega’s al gedwongen op te stappen. Velen van ons hebben het gevoel te moeten kiezen tussen óf de combinatie van gezin, welzijn en de mogelijkheid om ons werk optimaal te doen, óf om deel uit te maken van Apple.’
De brief komt slechts twee dagen nadat Tim Cook een bericht naar Apple-medewerkers had gestuurd waarin stond dat ze in de herfst op maandag, dinsdag en donderdag weer naar kantoor moeten terugkeren. De meeste medewerkers mogen dan twee keer per week op afstand werken en ze kunnen ook maximaal twee weken per jaar op afstand werken, na goedkeuring door hun manager.
Vergeleken met de vroegere bedrijfscultuur, die werknemers ontmoedigde om thuis te werken, is dit een versoepeling bij Apple. Maar het bedrijf is nog steeds conservatiever dan andere grote techbedrijven. Zowel Twitter als Facebook hebben hun werknemers laten weten dat ze voor altijd thuis kunnen werken, ook nadat de pandemie voorbij is.
Voor sommige Apple-medewerkers gaat het huidige beleid dan ook niet ver genoeg en laat het een duidelijke kloof zien tussen hoe de top van Apple en de overige medewerkers tegen werken op afstand aankijken.
‘Het afgelopen jaar voelden we ons niet alleen vaak niet gehoord, maar soms ook actief genegeerd’, staat in de brief. ‘Berichten als “we weten dat velen van jullie graag weer persoonlijk contact willen met je collega’s op kantoor”, zonder erkenning van de tegenstrijdige gevoelens die onder ons leven, voelen als een afwijzing…’
De brief, gericht aan Tim Cook, ontstond op Slack in een groep van ‘voorstanders van werken op afstand’, die ongeveer 2.800 leden telt. Zij zeggen dat het omarmen van werken op afstand van het grootste belang is voor de inspanningen van het bedrijf aangaande diversiteit en integratie. ’Om inclusiviteit en diversiteit echt te laten werken, moeten we erkennen hoe verschillend we allemaal zijn. Die verschillen gaan gepaard met verschillende behoeften en verschillende manieren om te kunnen gedijen.’
Honderd jaar Chanel No 5
Vorige maand vierde het legendarische parfum Chanel No 5 zijn honderdste verjaardag. Het parfum kwam tot stand na een ontmoeting tussen Gabrielle Chanel en een parfumeur uit Moskou van Frans-Russische afkomst, schrijft de Russische site gazeta.ru.
Op 5 mei 1921, tijdens de presentatie van haar nieuwe modecollectie in haar studio Rue Cambon, verspreidde modeontwerpster Gabrielle ‘Coco’ Chanel in de paskamers een bedwelmende geur, diep, fluweelachtig, bloemig en tegelijk van een koele frisheid. Zo ontdekte Parijs voor het eerst de geur van Chanel No 5. Het parfum had een grote toekomst voor zich, ook al zou het nog jaren duren voordat het beschikbaar zou zijn voor het grote publiek. De eerste serie bestond uit slechts honderd flesjes.
Geen rozengeur
De auteur van het parfum is Ernest Beaux, een parfumeur van Frans-Russische afkomst. Voor zijn ontmoeting met Chanel werkte hij voor parfumbedrijf Rallet, dat leverde aan het Russische keizerlijke hof. In 1912 bijvoorbeeld vierde hij grote successen met zijn Eau de Cologne Bouquet de Napoléon, ontworpen voor de honderdste verjaardag van de slag bij Borodino.
Beaux ontmoette Coco Chanel in 1920 aan de Franse Rivièra, waar zij verbleef met haar Russische geliefde Dimitri Pavlovich, neef van keizer Nicolaas II.
Chanel was op zoek naar de lancering van een geur ‘die naar vrouwen ruikt en niet naar rozen’. Ernest Beaux zegde toe haar wens te vervullen, ging aan de slag en presenteerde haar een reeks flessen genummerd van 1 tot 5 en van 20 tot 24. Coco koos de vijfde: ‘Ik lanceer mijn collectie op 5 mei, in de vijfde maand van het jaar. Laten we het parfum dit nummer geven, dat is een teken van geluk.’
De formule van het parfum, die tot op de dag van vandaag geheim wordt gehouden, bestaat uit tachtig natuurlijke en synthetische ingrediënten voor een boeket dat meiroos, ylang-ylang, jasmijn, vetiver, iris, vanille combineert met een royale hoeveelheid aldehyde, een chemische verbinding die er een wat ijzige geur van frisheid aan geeft.
Een minimalistische fles
Aan het begin van de 20e eeuw opereerden modehuizen en parfumeurs nog los van elkaar: couturiers hadden geen parfumlijn. Vrouwen uit de hogere klasse gebruikten vooral geuren met het aroma van een enkele bloem in plaats van complexe composities rond musk en jasmijn.
Toch is Chanel No 5 niet de eerste die brak met deze twee kenmerken. Modeontwerper Paul Poiret had al de geur Parfums de Rosine gelanceerd ter ere van zijn dochter, en parfumeur Aimé Guerlain schiep in 1889 de geur Jicky, een complexe bloemige compositie met tonen van lavendel en bergamot, samengevoegd met verschillende synthetische geuren, waaronder cumarine.
Aan de andere kant is de vierkante, sobere fles van Chanel No 5 wel echt een primeur na het tijdperk van de barokke flesjes ontworpen door Lalique en Baccarat. De distributie van de karakteristieke Chanel-flessen met No 5 begon in 1922. Tot 1924 werd No 5 exclusief in de Parijse boetiek verkocht aan enkele zorgvuldig geselecteerde klanten.
Geuren van het bevroren Kola-schiereiland
Door een klein marktonderzoekje wist Coco Chanel dat de geur gecreëerd door Ernest Beaux een revolutie zou betekenen in de wereld van de parfumerie. Om de creatie van het parfum te vieren, nodigde ze een paar vrienden uit in een restaurant in Grasse, de hoofdstad van de Franse en mondiale parfumerie. Tijdens de maaltijd sproeide ze wat van het parfum rond, en vroeg passerende vrouwen de geur te beschrijven. De reacties waren alleszins geruststellend.
Voor Ernest Beaux deed de geur van aldehyden aan Rusland denken, aan het Kola-schiereiland, om precies te zijn. In 1914, aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, werd hij naar het noordelijke front gestuurd. Tijdens de Russische burgeroorlog die na de revolutie ontstond, kwam hij terecht aan de kant van Franse interventietroepen als tolk. In die hoedanigheid werkte hij in 1919 bij ondervragingen van bolsjewieken in het krijgsgevangenenkamp van het Rode Leger op het Mudyug-eiland in de Witte Zee, in de buurt van Archangelsk.
Zoals Constantin Weriguine, lange tijd assistent van Ernest Beaux, in 1965 beschreef in zijn memoires Souvenirs et Parfums, wilde Beauxmet No 5 de geuren nabootsen van de rivieren en de bevroren meren van het Kola-schiereiland op een ijskoude dag.
Marilyn Monroe
In 1924 tekende Coco Chanel een overeenkomst met ondernemers Pierre en Paul Wertheimer, eigenaren van Bourjois, om de productie en distributie van No 5 aan hen te delegeren, en ze richtte Les Parfums Chanel op, waarin Chanel 10 procent van de aandelen zou behouden.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde ze de controle over het bedrijf over te nemen door een brief te schrijven aan de Duitse regering in Frankrijk, waarin ze suggereerde dat Les Parfums Chanel haar zou toekomen omdat de gebroeders Wertheimer joods waren. Maar de Wertheimers hadden weten te vluchten naar de Verenigde Staten en ze hadden een keurige Franse christen, Félix Amiot genaamd, aan het hoofd van het bedrijf benoemd.
In 1947 namen de broers Wertheimer het parfumhuis weer over. Ze sloten een overeenkomst met Coco Chanel, die 2 procent van de wereldwijde verkoop van parfums zou krijgen.
Ernest Beaux was artistiek directeur van Parfums Chanel van 1924 tot 1954. Het parfum dat hij creëerde, is nog steeds een tijdloze klassieker die tot de best verkochte parfums ter wereld behoort, mede dankzij een in het oog springende marketingstrategie.
De lijst van namen die in honderd jaar No 5 hebben gepromoot is indrukwekkend. Het eerste gezicht van het parfum was Coco Chanel zelf, die in 1937 verscheen in Harper’s Bazaar. Daarna volgden onder meer Catherine Deneuve, Carole Bouquet, Nicole Kidman en Lily-Rose Depp. Maar het was natuurlijk Marilyn Monroe die de meest onvergetelijke parfumreclame maakte toen ze in 1952 bekende dat ze in bed niets anders droeg dan Chanel No 5.
De Britse fotograaf Alastair Philip Wiper bootst in zijn werk de ‘onbedoelde schoonheid’ na die hij vindt in fabrieken, laboratoria en industriële ruimten. Van de oneindige uitgestrektheid van fabrieksvloeren tot de grote complexiteit van specifieke machines.
Zijn werk is een voortzetting van de fascinatie die Alastair Philip Wiper heeft met symmetrie en functionele perfectie die hij overal ter wereld zoekt en vindt. Hij laat gebruikelijke gebruiksvoorwerpen zien die in menig dagelijks leven een grote rol spelen, maar in zijn compositie een nieuwe betekenis krijgen in geometrie en patronen. Wil hij soms zeggen dat het menselijk vernuft zijn weerga niet kent?
‘We leven in een maatschappij die buitengewoon afhankelijk is van wetenschap en technologie, maar waarin bijna niemand iets weet over wetenschap en technologie’
In zijn boek Unintended Beauty citeert Wiper de overleden Amerikaanse astronoom Carl Sagan: ‘We leven in een maatschappij die buitengewoon afhankelijk is van wetenschap en technologie, maar waarin bijna niemand iets weet over wetenschap en technologie.’
In zijn beelden domineren juist de oneindige uitgestrektheid van een fabrieksvloer en de grote complexiteit van specifieke machines of een ingewikkeld netwerk van pijpen en buizen, schijnbaar complex maar met een duidelijke logica. En bovendien indrukwekkend om te zien, ook zonder logica.
• Duotentoonstelling: Forms of Industry in het Royal Institute of British Architects (RIBA), Londen, VK, 26 februari 2020 – 16 juli 2021
• Groepsexpositie: Vinyles Mania bij het Musée de l’imprimerie et de la communication graphique, Lyon, Frankrijk, 20 september 2020 – 20 juli 2021
• Solotentoonstelling: Pleasure Points in het fotofestival van Kopenhagen, Denemarken, 3 – 10 juni 2021
• Groepsexpositie: Material Tales in het Design Museum, Londen, VK, zomer 2021-22
• Solotentoonstelling: Unintended Beauty bij Kvadrat, Kopenhagen, Denemarken, oktober 2021
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.