Onderwerpen: Arbeid

  • Akkoord bereikt in Hollywood: staking scriptschrijvers waarschijnlijk voorbij

    Akkoord bereikt in Hollywood: staking scriptschrijvers waarschijnlijk voorbij

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Middelbare scholiere in Saoedi-Arabië krijgt 18 jaar vanwege tweets

    » Minder spoor en meer snelwegen in Europa ondanks klimaatdoelen

    Er komen nieuwe regels voor het gebruik van AI

    De Writers Guild of America (WGA) en de grote Hollywoodstudio’s hebben een voorlopig akkoord bereikt, zo maakte de WGA bekend op X (voorheen Twitter). De deal moet een einde maken aan de de scriptschrijversstaking, ‘die al 146 dagen duurt, duizenden mensen werkloos heeft gemaakt en een diepe ongerustheid aan het licht heeft gebracht die wordt veroorzaakt door de technologische ontwikkelingen’, zo schrijft The Los Angeles Times. Voordat er een definitief akkoord is moeten de 11.500 leden van de vakbond er nog mee instemmen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In Hollywood zijn de schrijvers sinds 2 mei aan het staken voor een betere bescherming tegen de manier waarop streaming en andere verschuivingen in de industrie hun broodwinning hebben bedreigd. In het voorgestelde driejarige contract worden de salarissen en royalty’s voor programma’s die op streamingplatforms verschijnen verhoogd en zijn er nieuwe regels voorzien voor het gebruik van kunstmatige intelligentie.

    ‘We kunnen met trots zeggen dat het akkoord uitzonderlijk is,’ zei de vakbond zondagavond in een verklaring naar de leden. De studio’s zullen nu moeten onderhandelen met de acteurs, die sinds 14 juli staken, wil de filmindustrie echt weer op gang komen. Het conflict heeft de lokale economie al vijf miljard dollar gekost.

    Lees ook:

  • Mijnbouwsector komt moeilijk aan personeel voor de energietransitie

    Mijnbouwsector komt moeilijk aan personeel voor de energietransitie

    Veel internationale mijnbouwbedrijven hebben grote moeite jonge werknemers binnen te halen. De sector heeft een imago van zwaar werk, seksisme, milieuschade en uitbuiting, maar is essentieel voor de energietransitie. ‘Er is geen verse aanvoer terwijl we wel ervaring verliezen.’

    Lily Dickson snelde over de campus van de Universiteit van Leeds toen een actievoerende student haar een folder in handen drukte. Daarin werd opgeroepen tot een verbod op het werven van personeel onder studenten voor bedrijven in de mijnbouw en de olie- en gaswinning. De 24-jarige promovenda in de geologie was verbouwereerd. Ze kwam net terug uit Finland, waar ze met het mijnbouwbedrijf Mawson Gold uit Vancouver naar nieuwe vindplaatsen van kobalt in Europa had gezocht. 

    Het was geen loze oproep en ook geen op zichzelf staand incident. Vorig jaar hebben al vier Britse universiteiten mijnbouwbedrijven verboden nog personeel te werven of deel te nemen aan carrièrebeurzen op hun campus. Het hoort bij de algemene trend dat studenten en jonge werkenden zich afkeren van een sector die in hun ogen schadelijk is voor de aarde.

    Bedrijven die gespecialiseerd zijn in het delven van koper, lithium en andere metalen die onmisbaar worden geacht voor de productie van groene energie, hebben naar eigen zeggen grote moeite met het werven van genoeg jong personeel om de energietransitie aan te kunnen. De meeste mijnbouwbedrijven in de VS, Australië en Europa zeggen dat hun groeiplannen gevaar lopen als deze trend zich voortzet. Er dreigen vooral tekorten aan hooggeschoolde krachten als ingenieurs, geologen en data-analisten. ‘Veranderende maatschappelijke verwachtingen zetten ons als werkgever onder druk om beter te leren uitleggen wie we zijn en waar we voor staan’, zo is te lezen in het laatste jaarverslag van Rio Tinto. 

    De mijnbouwsector bungelt onder aan de lijst van carrièrekeuzes voor jongeren

    Ondanks de rol die ze spelen in de energietransitie kampen mijnbouwbedrijven met het imago van een ‘vuile’ industrie, vanwege mijnrampen in het verleden en beschuldigingen van uitbuiting en seksueel geweld. De sector bungelt onder aan de lijst van carrièrekeuzes voor jongeren. In een mondiale enquête van adviesbureau McKinsey zei 70 procent van de respondenten in de leeftijdscategorie van vijftien tot dertig dat ze waarschijnlijk of zelfs zeer zeker niet in de mijnbouw willen werken. Volgens het Amerikaanse Centrum voor Onderwijsstatistiek lag het aantal geologen en aardwetenschappers dat in 2020 in de VS is afgestudeerd bijna 25 procent lager dan in 2015, terwijl het totaal aantal afgestudeerde studenten in het land in die periode met 8 procent gestegen is. En het aantal inschrijvingen voor dergelijke studies daalde ook in Canada en Australië, landen waar de mijnbouw een economische factor van belang is. Volgens McKinsey daalde het aantal studenten dat een studie in de mijnbouwkunde voltooide in Australië tussen 2014 en 2020 met 63 procent. En in Canada lag het aantal inschrijvingen voor mijnbouwkunde in 2020 volgens de Mining Industry Human Resources Council tien procent lager dan in 2016.

    Steenkool is groen

    Als je in het streven naar groene brandstoffen geen alternatief kunt vinden voor fossiele brandstoffen, kun je die laatste natuurlijk nog altijd gewoon als ‘groen’ aanmerken. Dat is althans het opmerkelijke standpunt van Indonesië, schrijft Courrier International.

    De Indonesische Hoge Autoriteit voor Financiële Diensten, die verantwoordelijk is voor de classificatie van economische activiteiten aan de hand van hun impact op het milieu, is van plan om de bouw van nieuwe kolengestookte elektriciteitscentrales voor de verwerking van mineralen zoals aluminium en nikkel, groen te verklaren. Dat Indonesië de vijfde grootste producent en grootste exporteur van steenkool ter wereld is, speelt daarbij ongetwijfeld een doorslaggevende rol.

    Dat leidt tot zorgen over een kenniskloof in de toekomst, als de bedrijven aangewezen zullen zijn op afzettingen met een lagere dichtheid aan metalen. ‘Er zijn al vaker mensen uit het vak gestapt, maar nu is er geen verse aanvoer terwijl we door de pensioenuitstroom wel ervaring verliezen,’ zegt Alex Gorman, mijnbouwkundig analist bij Peel Hunt. Volgens Rohitesh Dhawan, hoofd van de brancheorganisatie International Council on Mining and Metals, is meer dan de helft van het arbeidsbestand in de Amerikaanse mijnbouw boven de 45. ‘De gemiddelde werknemer in onze branche is tegenwoordig aan de oude kant, meer richting pensioen,’ zegt hij. En nu het moeilijker wordt om nieuwe mensen te werven, zit zijn branche daardoor ‘aan twee kanten klem’.

    Belemmering

    Volgens een onderzoek van McKinsey zegt 86 procent van de leidinggevenden in de sector steeds meer moeite te hebben om de benodigde mensen te vinden en vast te houden. En bijna drie kwart van die topmensen meent dat dit gebrek aan nieuw talent een belemmering vormt voor het behalen van beoogde productiecijfers en strategische doelen. Rio Tinto heeft al gewaarschuwd dat het tot vertragingen of tegenvallende prestaties kan leiden.

    Volgens het Amerikaanse Bureau voor Arbeidsstatistiek was het percentage openstaande vacatures voor de mijnbouw en de houtkap in de VS in maart 5,1 procent, een stuk hoger dan de 3,6 procent van vijf jaar geleden. In Canada is het vacaturepercentage in de mijnbouw al sinds 2015 gestaag aan het stijgen, met een voorlopig hoogtepunt van 4 procent voor werk in de mijnen en steengroeven en iets meer dan 6 procent voor ondersteunende taken in de mijnbouw. En volgens het Australische Bureau voor de Statistiek is het aantal vacatures in de mijnbouw ook in Australië gestegen van 2500 in mei 2016 (het laagste niveau sinds 2009) tot 10.600 in februari van dit jaar.

    Het beeld bestaat dat mijnbouwbedrijven in het verleden geen verantwoordelijkheid namen voor mijnrampen

    Het lukt de branche ook moeilijk om vrouwen aan te trekken. De mijnbouw is een van de weinige sectoren waar nog bijna alleen mannen werken en de werkomgeving vaak onveilig voor vrouwen wordt genoemd. Volgens een rapport van Rio Tinto uit 2022 op basis van een enquête onder tienduizend werknemers had 28 procent van de vrouwen die in de mijnbouw werkzaam zijn weleens te maken met seksuele intimidatie en hadden in de vijf jaar daarvoor 21 vrouwen melding gedaan van aanranding of verkrachting of een poging daartoe. ‘Het kan intimiderend zijn om de enige vrouw op de werkvloer te zijn,’ zegt Alex Gorman, die eerder in haar carrière ook gewerkt heeft voor koperwinningsprojecten in Botswana. ‘En als je een gezin hebt, is het moeilijk om als geoloog op locatie te moeten werken.’ 

    Een onderzoek van accountantsbureau EY wees vorig jaar uit dat 12 procent van het wereldwijde personeelsbestand in de mijnbouw en metaalindustrie uit vrouwen bestaat, een disbalans die alleen wordt overtroffen door de bouw. Ook het gebrek aan vrouwen op leidinggevende posities blijkt een struikelblok te zijn bij het aantrekken van meer divers jong personeel. 

    Daarnaast worden mijnbouwbedrijven beticht van het uitbuiten van lokale arbeidskrachten. ‘Men neemt over het algemeen te weinig verantwoordelijkheid, met name met betrekking tot de uitbuiting van landen in Sub-Sahara-Afrika,’ zegt Haydon Mort, de CEO van Geologize Ltd., een communicatiebedrijf dat mijnbouwbedrijven helpt hun imago te bewaken. Dat de bedrijven nu moeite hebben om personeel te werven, komt doordat het beeld bestaat dat ze in het verleden geen verantwoordelijkheid namen voor mijnrampen, en die slechte reputatie wordt volgens experts versterkt door verwijten van uitbuiting van lokale arbeidskrachten. De bedrijven zetten wel stappen tegen die beeldvorming en het gebrek aan nieuw personeel. Zo werven ze inmiddels ook onder studenten bedrijfskunde en datawetenschappen. En ze zoeken hun personeel vaker in de regio’s waar hun mijnen zich bevinden en potentiële werknemers het bedrijf vaak al kennen.

    Ze hoopt dat verjonging van het personeelsbestand ertoe leidt dat mijnbouwbedrijven veranderen en meer gaan doen aan sociaal verantwoord ondernemen en beperking van de milieuschade

    Rio Tinto noteerde vorig jaar een stijging van 30 procent in het aantal afgestudeerden dat zich inschreef voor een opleidingstraject bij het bedrijf. ‘Dit was met 256 afgestudeerden de grootste lichting die we ooit hebben gehad,’ aldus een woordvoerder, die erbij zegt dat het bedrijf dit jaar de driehonderd hoopt te halen. BHP verwacht 3500 nieuwe mensen te werven met een nieuw programma van leerling- en stageplaatsen die niet alleen bedoeld zijn voor mensen met een universitaire opleiding. En ook non-profitorganisaties proberen bij te dragen aan de mobilisatie van talent voor wat zij zien als een snelgroeiende industrie. De vrijwilligersorganisatie Women in Mining U.K. helpt scholen bijvoorbeeld met het ontwikkelen van lespakketten over milieukunde en geologie voor met name de basisschool. ‘Iedereen krijgt al een beetje geologie op school als er wordt verteld over vulkanen, en dat kan verder worden uitgebouwd,’ zegt directeur Stacy Hope. Ze streeft ook naar de instelling van stageplaatsen en beurzen voor jonge vrouwen met interesse in dit vakgebied. Ze hoopt dat verjonging van het personeelsbestand er ook toe leidt dat mijnbouwbedrijven veranderen en meer gaan doen aan sociaal verantwoord ondernemen en beperking van de milieuschade.

    Authentiek

    Codelco, een Chileens staatsbedrijf in de kopermijnbouw, heeft al succes met het werven van personeel in de regio. In een recente enquête kwam het uit de bus als het bedrijf waar Chileense studenten na hun studie het liefst zouden werken, ondanks de sancties die het onlangs door de milieuwaakhond kreeg opgelegd. Andere bedrijven in de top-10 waren Nestlé en Walmart, aldus Merco, het onderzoeksbureau dat deze ranglijst opstelt. En ook het Egyptische goudmijnbouwbedrijf Centamin werkt nu meer met lokale arbeidskrachten dan met Europese en Australische expats. Door binnen Afrika te werven kunnen ze volgens directeur Martin Horgan mensen aantrekken uit landen als Congo, Ghana en Zimbabwe, waar meer recente ervaring met mijnbouw is dan in bijvoorbeeld Europa.

    Haydon Mort van Geologize zegt dat ook sociale media zoals Instagram een goed middel zijn om jongere mensen te bereiken. Hij voegt eraan toe dat de industrie wel verantwoordelijkheid moet nemen voor bestaande problemen zoals de milieuschade. ‘Je moet authentiek zijn,’ zegt hij. ‘Transparant zijn over de gevolgen die je activiteiten zullen hebben voor het milieu en voor de gemeenschap.’

    ‘Dingen zoals het zoeken naar een Europese vindplaats voor kobalt, dat is iets waar de maatschappij echt baat bij kan hebben’

    Maar niet iedereen onderschrijft de opvatting dat de mijnbouw van cruciaal belang is voor de energietransitie. ‘Een beetje mijnbouw is wel nodig, maar de huidige door winstbejag gedreven industrie is verantwoordelijk voor grootschalige ecologische verwoesting en talloze gevallen van inbreuken op de mensenrechten,’ zegt Jamie Kelsey Fry, een woordvoerder van het Britse Extinction Rebellion.

    Lily Dickson was een van de acht vrouwen op de in totaal vijfentwintig studenten die aan haar universiteit vorig jaar de master in geologie behaalden. De meeste van haar jaargenoten werken inmiddels al in de sector. Zij wil eerst nog promoveren, maar is daarna ook wel van plan om in de mijnbouw te gaan werken. De sector biedt haar de kans om te reizen, in de buitenlucht te werken en onderzoek naar duurzaamheid te doen, en het werk sluit aan bij haar fascinatie voor hoe de wereld werkt. ‘Als je eenmaal inziet dat de mijnbouw van cruciaal belang is, is het zaak om daarbij betrokken te raken,’ zegt Dickson. ‘Het is spannend werk. Dingen zoals het zoeken naar een Europese vindplaats voor kobalt, dat is iets waar de maatschappij echt baat bij kan hebben.’

    Lees ook:

  • Jonge Zuid-Koreanen hebben het gehad met de overwerkcultuur

    Jonge Zuid-Koreanen hebben het gehad met de overwerkcultuur

    Overwerken is voor jonge Zuid-Koreanen normaal en een manier om hun financiële toekomst te waarborgen. Maar toen de overheid voorstelde om de werkweek uit te breiden naar 69 uur, kwamen zij in verzet. ‘Gezond en gelukkig leven kan pas als je de baas bent over je eigen leven.’

    ‘Het was voor mij normaal geworden dat ik werkte tijdens vakanties en in het weekend,’ vertelt Lee Sang-hyuk (35). Hij was in dienst bij een groot farmaceutisch bedrijf in de buurt van Seoul, waar overwerken aan de orde van de dag was. ‘Gaandeweg realiseerde ik me dat mijn kwaliteit van leven en mijn gezondheid er door de overuren op achteruitgingen. Ik had nooit energie en verwaarloosde mijn persoonlijke relaties.’

    Hij kreeg rugpijn van alle uren die hij achter zijn bureau doorbracht en werd angstig en lusteloos, vertelt hij. ‘De paar keren dat ik met mijn vrienden kon afspreken, kon ik daar niet eens van genieten, omdat ik alleen maar aan mijn werk kon denken. Ik dacht dat het aan mij lag.’

    Uiteindelijk deed Lee wat ooit als ondenkbaar gold in de Zuid-Koreaanse cultuur, waarin lange werkdagen de norm zijn: hij nam ontslag.

    En hij is niet de enige. Het verhaal van Lee is tekenend voor een grotere ontwikkeling in Zuid-Korea: een generatie van vastberaden jongeren die in opstand komt tegen de verstikkende greep van de strenge werkcultuur. Millennials en Gen Z’ers, die in Zuid-Korea samen de ‘MZ-generatie’ worden genoemd, vormen de voorhoede van een mogelijke omwenteling van de nationale werkcultuur.

    Van 40 naar 69 uur

    De druppel die de emmer deed overlopen diende zich aan in maart. Toen stelde de regering voor om de regels omtrent arbeidsuren te herzien en een werkweek van maximaal 69 uur toe te staan. Onder de huidige wet geldt voor bedrijven een werkweek van 40 uur, met maximaal 12 overuren, al zijn er uitzonderingen.

    Het plan zou bedrijven flexibiliteit bieden door ze in staat te stellen gemiddelde arbeidsuren over langere perioden te berekenen

    Het plan werd gepresenteerd als een ‘oplossing voor de uitdagingen op de arbeidsmarkt’. Het zou bedrijven flexibiliteit bieden door ze in staat te stellen gemiddelde arbeidsuren over langere perioden te berekenen. Voordat hij president werd zei Yoon Suk-yeol, een conservatief van wie bekend is dat hij het bedrijfsleven een warm hart toedraagt, dat mensen indien nodig ook 120 uur per week mochten werken.

    Ook werd het plan aan de man gebracht als een manier om werkende vrouwen te ondersteunen. Vrouwen zouden meer overuren kunnen maken, die ze in de toekomst konden inwisselen voor vrije dagen. Die tijd zouden ze bijvoorbeeld kunnen besteden aan gezins- en zorgtaken (Zuid-Korea heeft het laagste geboortecijfer ter wereld).

    Maar jongeren, vakbonden en politici van de oppositie kwamen tegen het plan in opstand, waarna de regering zich gedwongen zag haar beslissing te heroverwegen. Een woordvoerder van de Democratische Partij, de belangrijkste oppositiepartij, noemde de regering van Yoon ‘schaamteloos’ en zei dat het land steeds meer begon te lijken op de ‘arbeidshel uit het verleden’. Jonge werknemers demonstreerden tegen een ‘onverantwoord en onmenselijk beleid dat niet aansluit bij de realiteit’. Ook op sociale media kreeg het voorstel veel kritiek.

    Zuid-Korea behoort tot de landen met de langste werkdagen in de geïndustrialiseerde wereld

    De regering leek snel terug te krabbelen en Kim Eun-hye, de perschef van Yoon, beloofde om in de toekomst beter te luisteren naar de mening van werknemers, vooral die van de MZ-generatie. Er is evenwel nog geen vervangend beleid voorgesteld en de angst bestaat dat het voorstel later dit jaar in een andere vorm zal terugkeren.

    Zuid-Korea behoort tot de landen met de langste werkdagen in de geïndustrialiseerde wereld. Dit wordt vaak gezien als een erfenis van de opmerkelijke economische groei die het land heeft doorgemaakt. In het verleden bleven mensen vaak tot hun pensioen bij één bedrijf werken, omdat dat werkzekerheid en inkomensgarantie bood. In ruil hiervoor werd doorgaans van hen verwacht dat ze lange dagen maakten en zich toegewijd toonden aan het bedrijf.

    ‘Dat idee is nog springlevend,’ zegt Lee over de generatie van zijn ouders, die nog altijd gelooft dat je jezelf moet opofferen voor je familie en je land. ‘In het begin zeiden mijn ouders dat ik me erdoorheen moest slepen, dat dat goed zou zijn voor mijn carrière. Maar toen ik er uiteindelijk voor koos om te vertrekken, steunden ze me en vonden ze dat ik een moedige keuze had gemaakt.’

    Dood door overwerk

    Te lange werkdagen zijn in Zuid-Korea meermaals in verband gebracht met een verhoogd risico op zelfmoord. Dit is de belangrijkste doodsoorzaak onder mensen tussen de 10 en 39 jaar.

    ‘Jongeren hebben ondervonden hoe schadelijk lange werkdagen kunnen zijn,’ zegt Kim Ji-hyun, hoofd beleid van de Youth Community Union, een activistische groep die pleit voor betere werkomstandigheden voor jongvolwassenen. ‘Ze realiseren zich dat ze als werknemers niet altijd meedelen in de winsten van het bedrijf, hoe hard ze ook werken.’

    Jongeren zijn steeds terughoudender om zich voor langere tijd aan één bedrijf te binden, vooral nu de kosten van het levensonderhoud stijgen. Uit een onderzoek van informatieportaal JobKorea bleek dat 55 procent van de werknemers van de MZ-generatie geen managementfunctie nastreeft, en dat 47 procent zich zegt voor te bereiden op de overstap naar een ander bedrijf.

    Ze werkte soms tot vier uur ’s nachts en had het gevoel dat ze continu moest bewijzen dat ze haar best deed

    ‘Ze hebben misschien gezien hoe familieleden, kennissen of vrienden in hun eentje moeten zien te overleven, zelfs als ze ziek zijn geworden door te veel over te werken. Het is meer dan logisch dat ze ertegen protesteren. Ze weten dat het verkeerd is,’ zegt Kim.

    Lee Myung-ha (36) werkte voor een overheidsinstantie en moest vaak dag en nacht beschikbaar zijn om internationale zaken te regelen. Ze werkte soms tot vier uur ’s nachts en had het gevoel dat ze continu moest bewijzen dat ze haar best deed. ‘Ik was mezelf niet meer,’ zegt ze. Als jongste lid van haar team werd ze ook geacht aanvullende, tijdrovende taken op zich te nemen, zoals het organiseren van verjaardagsfeestjes en de aankoop van kantoorartikelen. Ze vertelt dat ze nooit voor deze extra taken betaald kreeg.

    Misbruik

    Uit een onderzoek van Gapjil 119, een maatschappelijke organisatie die campagne voert tegen machtsmisbruik en een slechte behandeling van werknemers, blijkt dat 59 procent van de deelnemers niet voor hun overuren betaald krijgt. ‘Behalve over grensoverschrijdend gedrag op het werk gaan de meeste vragen die we krijgen over lonen en werktijden,’ zegt Oh Jin-ho, uitvoerend directeur van Gapjil 119.

    Hij benadrukt dat er geen wettelijke verplichting is om gewerkte uren nauwkeurig bij te houden. Dat geldt in het bijzonder voor werknemers die een contract hebben in een ‘dekkend loonsysteem’, waarbij overuren worden verrekend in het salaris. Dit systeem biedt volgens hem veel ruimte voor misbruik: werkgevers vragen hun werknemers om extra uren te draaien, en die kunnen dat moeilijk weigeren. ‘En hoewel het onder de Koreaanse arbeidswetgeving verplicht is om voor overuren anderhalf keer het normale loon te betalen, gebeurt dat in de praktijk vaak niet,’ vertelt Oh.

    Volgens hem staat het uitbreiden van de werkweek naar 69 uur gelijk aan het wettelijk bevorderen van dood door overwerk. Officieel eist die doodsoorzaak zo’n vijfhonderd levens per jaar, maar waarschijnlijk ligt het werkelijke cijfer hoger.

    Bijna de helft van de ondervraagden uit de MZ-generatie zou geen baan aannemen waarvoor ze meer uren moeten werken dan ze willen

    Politici debatteren nog over wetgeving die moet voorkomen dat bedrijven misbruik maken van het dekkend loonsysteem. Ondertussen roepen actievoerders op tot de afschaffing ervan. Uit een recent onderzoek van het Zuid-Koreaanse ministerie van Arbeid blijkt dat jongeren het liefst 42 uur per week willen werken. Bijna de helft van de ondervraagden uit de MZ-generatie zou geen baan aannemen waarvoor ze meer uren moeten werken dan ze willen, zelfs als ze voor de extra uren worden betaald.

    Een ambtenaar van het ministerie van Arbeid zegt dat de regering de bezorgdheid van de burgers erkent en verschillende sectoren om feedback heeft gevraagd. ‘We zullen ook een landelijk onderzoek uitvoeren en klankbordgroepen formeren, en we zijn van plan om later dit jaar een uitgebreid, herzien plan aan te kondigen voor het urensysteem,’ aldus de ambtenaar.

    Lee Myung-ha werkt nu dertig uur per week als manager in een wijnwinkel in Seoul. Sinds het opzeggen van haar kantoorbaan haalt ze plezier uit nieuwe dingen. ‘Ik kan nu makkelijker op vakantie, ik heb tijd om met mijn vrienden af te spreken en nieuwe dingen te leren,’ zegt ze. Ze geeft wel toe dat dit alleen kan omdat ze geld bespaart door nog bij haar ouders te wonen.

    ‘De eerste stap is dat de werktijden worden teruggedraaid, zodat werknemers voldoende rust krijgen’

    Lee Sang-hyuk, die nu een apotheek runt in Bucheon, vlak bij Seoul, zegt dat een evenwichtig leven van essentieel belang is. Hij gelooft dat Zuid-Korea een efficiëntere werkcultuur nodig heeft om op de wereldmarkt te kunnen blijven concurreren. ‘De eerste stap is dat de werktijden worden teruggedraaid, zodat werknemers voldoende rust krijgen,’ zegt hij. ‘Gezond en gelukkig leven kan pas als je de baas bent over je eigen leven.’

  • ‘Om onze afhankelijkheid van China te verminderen moeten we weer de fabriek in’

    ‘Om onze afhankelijkheid van China te verminderen moeten we weer de fabriek in’

    Als westerse landen minder afhankelijk van China willen worden, dan moeten ze de productie in eigen huis nieuw leven inblazen, schrijft de Zweedse veiligheidsexpert Elisabeth Braw. Maar waar gaan ze de arbeiders vandaan halen? Omscholing kan een oplossing bieden.

    Nu jonge experts zo warm lopen voor deglobalisering en voor haar jongere zusje de-risking [risicomijding door banken], trekken zelfs politiek leiders die vrijhandel voorstaan de conclusie dat westerse landen hun productieafhankelijkheid van China moeten verminderen. Hoe? Door productie in eigen huis nieuw leven in te blazen, of deze te verplaatsen naar bevriende landen. Maar wie gaat er werken in al die fabrieken die er dan in het Westen zullen verrijzen?

    Als het de westerse landen ernst is met friendshoring [handel drijven met en/of produceren in ‘bevriende’ of ‘vertrouwde’ landen om politieke risico’s te vermijden], zullen we weer veel meer met onze handen moeten gaan werken – zij het geholpen door robots. En ja, daar moeten ook academici aan te pas komen. 

    Vorige week presenteerde Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, haar voorstel voor een nieuwe economische veiligheidsstrategie ten behoeve van de Europese Unie. Het zou gaan om ‘een oefening in nieuw economisch denken’. Nationale leiders moeten zich nu buigen over de strategie die als uitgangspunt heeft dat ‘een economische macht als de EU meer aandacht dient te schenken aan de veiligheidsrisico’s in haar handels- en investeringsbeleid. Uitvoering van de strategie betekent dat de EU zich op het internationale toneel meer zal gedragen als de Verenigde Staten en Japan.’

    Wat is er tegen een strategie die de EU minder afhankelijk maakt van China en in één moeite door gekwalificeerde banen creëert?

    Dit betekent minder afhankelijkheid van China en meer productiebanen en raderen in de eigen toeleveringsketen. Klinkt goed. Wat is er tegen een strategie die de EU minder afhankelijk maakt van China en in één moeite door gekwalificeerde banen creëert, zoals de Amerikanen dat doen met hun anti-inflatiewet (Inflation Reduction Act)?

    Er zal een veel grotere behoefte ontstaan aan productiemedewerkers, én aan arbeiders van het soort dat onze economie nu al draaiende houdt, zoals machinisten, vrachtwagenchauffeurs – en zelfs mijnwerkers, als de EU ook de afhankelijkheid van door China bewerkte zeldzame mineralen wil verminderen.

    Het is alleen maar goed om dergelijke banen te creëren, banen die de binnenlandse productie stimuleren, maar… zo gemakkelijk gaat dat niet. Dat blijkt wel uit ontwikkelingen in de VS, dat Europa al een stap voor was op het gebied van globalisering, en nu een hele grote stap voor is wat betreft deglobalisering. Er zijn simpelweg niet genoeg arbeiders voor de banen die het Westen hoopt te creëren omwille van de nationale veiligheid en welvaartsgroei.

    Strategische rivalen

    In de Amerikaanse mijnbouwsector bijvoorbeeld is er ‘schaarste aan ingenieurs die arbeidslocaties opzetten, mijnwerkers die ruwe metalen winnen en vrachtwagenchauffeurs die ze verplaatsen voor verwerking – een extra kopzorg voor producenten die sowieso al moeite hebben om materialen te leveren voor elektrische auto’s, zonnepanelen en windparken,’ aldus The Wall Street Journal.

    Om te begrijpen wat de toekomst voor ons in petto heeft, is het nuttig de situatie in Duitsland te bekijken: dat land heeft al 100.000 onvervulde vacatures in de transportsector, en een tekort van nog eens 100.000 werknemers in productie- en installatiediensten – en dan hebben we het nog niet eens over vacatures in de gezondheidszorg, de horeca en het onderwijs.

    De belangrijkste reden dat westerse landen moeite hebben om al die beoogde nieuwe fabrieken van personeel te voorzien, is dat ze ooit de globalisering enthousiast omarmden

    Ondertussen is Tesla – dat onlangs een nieuwe fabriek in Brandenburg heeft gebouwd – bezig met de werving van 12.000 arbeiders om daar elektrische auto’s te bouwen. Aangezien er geen 12.000 arbeiders voor de auto-industrie beschikbaar zijn, leidt het bedrijf van Elon Musk nu leerlingen op en werft het mensen die ervaring hebben op andere terreinen en schoolt die om. Vorige week heeft bondskanselier Olaf Scholz een deal gesloten waarbij Intel een halfgeleiderfabriek in Maagdenburg zal opzetten. Waar het fabriekspersoneel vandaan moet komen is vooralsnog volkomen onduidelijk. 

    De belangrijkste reden dat westerse landen moeite hebben om al die beoogde nieuwe fabrieken van personeel te voorzien, is dat ze ooit de globalisering enthousiast omarmden. Andere landen zouden goederen produceren en zijzelf gingen zich richten op de diensteneconomie. Dat pakte erg goed uit, totdat duidelijk werd dat dergelijke landen strategische rivalen konden worden. En zo kwam het dat het Westen nu weer handarbeiders nodig heeft – zowel in fabrieken als voor het vervoeren van goederen over lange toeleveringsketens.

    Hard werken

    Ondertussen hebben westerse landen hun bevolking opgeleid voor een hoogwaardige diensteneconomie. In 1993 telde Duitsland bijvoorbeeld 1.775.661 universiteitsstudenten; dat aantal was in 2021 met liefst 66 procent gestegen. Westerse landen zitten nu dus opgescheept met te veel academisch geschoolde burgers die niet staan te trappelen om met hun handen te werken, en met te weinig mensen die bijvoorbeeld een vrachtwagen kunnen besturen of vuilnis willen ophalen – taken die zelfs in de hoogtijdagen van de globalisering noodzakelijk waren.

    Nu deze landen het fabriekswerk weer in ere willen herstellen, worden ze niet alleen geconfronteerd met een algeheel tekort aan handarbeiders, maar ook met een dreigend tekort aan werknemers in de groeiende productiesector. De Europese ontkoppeling van Russische energie is om deze reden in zwaar weer terechtgekomen: 900 Noorse booreilandwerkers – van wie er al te weinig zijn – hebben gedreigd in staking te gaan.

    Mensen die op school steeds te horen hebben gekregen dat de weg naar een comfortabel middenklassebestaan en sociale status via de universiteit leidt, zullen zich waarschijnlijk niet laten omscholen voor handarbeid. Want zoals de academisch geschoolden die het hebben geprobeerd kunnen beamen: dat is hard werken. Toen enkele leden van de Baader-Meinhof-groep [een terroristische organisatie in de Bondsrepubliek Duitsland] zich in de fabriek voegden bij de West-Duitse arbeiders – namens wie de groep beweerde haar gewapende revolutie te voeren – gaven ze er al na een paar dagen de brui aan.

    Maar er is veel gebeurd sinds zo’n vijfendertig jaar geleden de moderne globalisering in het Westen aanving. De banen die in deze landen eind jaren tachtig begonnen te verdwijnen behelsden grotendeels fysiek werk. De banen waaraan nu behoefte is, zijn in hoge mate technisch en vereisen veel expertise. Breng maar eens een bezoek aan een Duitse autofabriek, dan wordt dat meteen duidelijk.

    Scholen en universiteiten doen er goed aan studenten te helpen werkervaring op te doen in de productiesector

    Het is helemaal niet zo gek te stellen dat veel toekomstige productiebanen meer vaardigheden met zich meebrengen dan een hoop kantoorbanen waarvoor je een universitair diploma nodig hebt. Het is geen verrassing dat Tesla samenwerkt met lokale universiteiten om arbeiders op te leiden voor de fabriek in Brandenburg, of dat de staat Arizona – die halfgeleiderbedrijven wil aantrekken om de productie uit China over te nemen – niet alleen de krachten heeft gebundeld met bedrijven, maar ook met Arizona State University, waar een uitgebreid programma is ontwikkeld om mensen op te leiden voor de goedbetaalde banen die er nu aankomen.

    Arbeiders hadden altijd al meer vaardigheden dan universitair geschoolden hun toedichtten, en naarmate de productie technologisch gezien steeds verfijnder wordt, zullen die vaardigheden alleen maar toenemen. Zonder arbeiders die de machines kunnen bedienen om de geavanceerde goederen te produceren die nu te riskant zijn om in China te laten maken, kunnen we bij voorbaat afscheid nemen van het idee van friendshoring. We zouden er dan ook goed aan doen onze opvattingen over handmatig werk bij te stellen.

    Scholen en universiteiten doen er dus goed aan studenten te helpen werkervaring op te doen in de productiesector. En degenen die zo verstandig zijn de waarde en vaardigheden van productiewerk in te zien, zouden moeten overwegen zichzelf op dat gebied verdienstelijk te maken. Simpel gesteld: de fabrieksarbeider is terug van weggeweest – krachtiger dan ooit. Wat zou Karl Marx hebben gedacht van deze wending in het globaliseringsverhaal?

  • Wat is een ‘goede baan’ nog waard?

    Wat is een ‘goede baan’ nog waard?

    Het mantra ‘als je maar hard werkt, krijg je vanzelf een goede baan’ gaat gezien de onzekerheid op de arbeidsmarkt niet meer op. Volgens deze Britse schrijver moeten we ons daarom minder focussen op werk. ‘Misschien kunnen we onze kinderen helpen hun eigen weg naar “succes” te zoeken.’

    Toen ik een kind was in de relatief zorgeloze jaren negentig van de vorige eeuw, kreeg ik het nodige voor mijn kiezen: vriendschapsproblemen, huiswerk, ruzietjes met broers en zussen en wanstaltige mode . Maar één ding stond als een paal boven water: hoe je het beste uit je leven kon halen.

    Dat werd je in die predigitale dagen bijgebracht door een paar betrouwbare volwassenen: docenten, familieleden en ouders. En die zeiden maar zelden iets anders dan: ‘Volg een goede opleiding, kies een goede baan en beklim de ladder.’ Over het algemeen gold de regel dat als je tussen je kinderjaren en de volwassenheid door de vereiste hoepels sprong, succes en geluk je deel zouden worden.

    Vandaag de dag is het allemaal minder overzichtelijk. De weg naar beoogd succes is bezaaid met valkuilen, en hoe je financiële stabiliteit en potentieel geluk bereikt is minder duidelijk dan voorheen. Huizenprijzen rijzen de pan uit en voor starters is het moeilijker dan ooit om de onroerendgoedmarkt te betreden. De huidige financiële crisis heeft de baanonzekerheid verhoogd en gezien de stijgende pensioenleeftijd is een comfortabel pensioen allerminst gegarandeerd.

    Dus wat staat ons te doen, als ouders? Het lijkt verkeerd om te doen alsof de wereld niet is veranderd, of om onze kinderen aan te moedigen iets na te streven wat in de praktijk misschien onhaalbaar is. Maar als de doelen en dromen die het vuur van hun ambitie moeten aanjagen ontbreken, waar halen ze dan de motivatie vandaan die nodig is om vooruit te komen?

    Roze bril

    Kortgeleden begon mijn dertienjarige dochter zich af te vragen waarom ze naar school moet om vakken te leren die haar toch niet interesseren. Hoe kan ik haar uitleggen dat ze elke dag naar school moet terwijl ze twee jaar geleden nog thuis moest blijven voor haar eigen veiligheid? Hoe kan ik haar duidelijk maken dat ze zonder opleiding misschien geen ‘goede’ baan krijgt, terwijl ik er na mijn eigen ervaringen niet langer zeker van ben hoe een ‘goede baan’ eruit zou moeten zien? Is dat een baan die een hoger inkomen oplevert? Of persoonlijke voldoening? Zullen, met AI aan de horizon, banen waarin ze mogelijk geïnteresseerd is over vijf jaar überhaupt nog wel bestaan? En bovendien, hoe kan ze zelfs maar naar de toekomst kijken als we in allerijl op een klimaatramp afstevenen en er vlak bij huis een oorlog woedt?

    In mijn eigen kinderjaren was mijn enige echte nieuwskennis afkomstig van het brave Britse jeugdjournaal. Het was zó beperkt, dat toen een klasgenootje me vertelde dat haar vader tijdens de Golfoorlog als piloot naar Bagdad was vertrokken, ik er gewoon van uitging dat vaders daar nu eenmaal soms naartoe gingen. Hoewel mijn kinderen over het algemeen geen nieuws lezen of zien, sijpelt er toch op de een of andere manier iets door. (‘Ik haat die bullebak!’ merkte mijn zoon kortgeleden op terwijl hij naar een scherm in een afhaalrestaurant keek. Ik wilde hem net de les lezen, totdat ik me omdraaide en zag dat hij het over Kim Jong-un had.)

    Maar misschien moet ik die roze bril waardoor ik naar mijn eigen kinderjaren kijk eens afzetten. Ja, er werd me een gevoel van stabiliteit gegeven, maar aan het advies dat voor iedereen zou gelden, had ik steeds minder naarmate ik ouder werd. Na acht jaar lesgeven kreeg ik een totale burn-out en begon een nieuw leven in Frankrijk. Dit hielp me mijn idee van ‘succes ’opnieuw te definiëren.

    Ik leerde dat een baan nooit boven je geestelijke gezondheid gaat; dat geld, hoe aantrekkelijk ook, niet alle problemen oplost. Naar Frankrijk verhuizen, waar de onroerendgoedprijzen lager zijn, gaf me financiële ademruimte, en ik was in staat een carrière als freelancer op te bouwen. Dat heeft verbluffend goed uitgepakt: ik doe nu wat ik leuk vind, bepaal mijn eigen werktijden en lijd nooit meer aan de ‘zondagavondstress’ die de laatste uren van mijn weekend placht te vergallen.

    Een goede opleiding is nog altijd van het allergrootste belang, maar dat geldt ook voor relaties, vrije tijd, sport en begrip voor de wereld om je heen

    Mijn vijf kinderen zijn allemaal hier geboren, ze hebben nooit meegemaakt dat hun ouders bij het krieken van de dag verdwenen en tot diep in de nacht proefwerken nakeken. In plaats daarvan zien ze hun vader maar zelden zonder penseel en hun moeder er lustig op los typen op de computer in haar werkkamer thuis (wat ze niet als ‘werk’ beschouwen omdat ik voor een scherm zit). Ik laat liever zien wat een evenwichtig en gelukkig leven is dan dat ik mijn kinderen van stabiele, onwrikbare toekomstadviezen voorzie die waarschijnlijk toch niet langer opgaan.

    Daar komt nog bij dat niet alle veranderingen per definitie slecht zijn: banen worden flexibeler en jongere generaties zetten vraagtekens bij het idee dat werk voor alles gaat. Belangrijk is ook dat hoewel er misschien meer beren op de weg naar rijkdom zijn, het niet langer taboe is om over geestelijk welzijn te praten en dat voorrang te geven. (Toen ik op mijn vierentwintigste in de ziektewet ging met een depressie, bood mijn arts aan iets anders op het formulier te zetten zodat ik niet gestigmatiseerd zou raken.)

    Misschien ben ik nu in staat een beter toekomstbeeld voor te spiegelen dan het smalle weggetje naar een ‘goed leven’ dat me in mijn eigen kinderjaren werd voorgespiegeld. Misschien kan ik mijn kinderen leren dat ze niet vanuit een teruggetrokken bestaan naar financieel succes moeten streven, maar moeten bedenken wat het betekent om voldaan en tevreden te zijn en volledig je draai te vinden. Een goede opleiding is nog altijd van het allergrootste belang, maar dat geldt ook voor relaties, vrije tijd, sport en begrip voor de wereld om je heen.

    Welke weg je precies moet volgen is niet langer duidelijk, maar wellicht zijn de valkuilen minder diep dan gedacht. Misschien leiden er meer wegen naar Rome, die bij een ander soort leven passen, met andere doelen en andere maatstaven. En misschien kunnen we onze kinderen helpen hun eigen weg naar ‘succes’ te zoeken, een weg die niet alleen naar een mooie carrière leidt maar ook naar voldoening, veiligheid, geestelijk welzijn en een prettig leven.

  • Waarom Chinese afgestudeerden weer bij hun ouders gaan wonen

    Waarom Chinese afgestudeerden weer bij hun ouders gaan wonen

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar China, waar de werkloosheid onder jonge Chinezen ongekend hoog is. Bij gebrek aan banen keren veel jongeren na het behalen van een universitair diploma terug naar hun ouders.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Hoe is het gesteld met de jeugdwerkloosheid in China?

    ‘Terwijl de op een na grootste economie ter wereld drie jaar van coronabeperkingen te boven komt, dragen jonge werkloze afgestudeerden zoals Wang de last van een lauw herstel’, schrijft Financial Times. Wang is onlangs afgestudeerd in commerciële economie in de Chinese stad Zhengzhou, de hoofdstad van een provincie van 100 miljoen mensen en de standplaats van de grootste iPhone-fabriek ter wereld.

    Net als voor veel andere Chinese jongeren liggen de baankansen voor Wang niet voor het grijpen. De werkloosheid onder jongeren tussen 16 en 24 jaar was in juni 21,3 procent. De vacatures die er wel zijn, zijn voor slechtbetaalde klusjes met een werklast van wel zeventig uur per week. ‘De banencrisis die China’s afgestudeerden treft, is verrassend omdat dit cohort het hoogst opgeleide ooit is’, schrijft de zakenkrant. 

    Sommige jongeren kiezen er daarom voor om de steden te verlaten en terug te keren naar hun ouders op het platteland. ‘Ze hebben geen werk, in plaats daarvan doen ze klusjes voor hun ouders of houden hen gezelschap in ruil voor zakgeld en gratis woonruimte’, schrijft het in Shanghai gevestigde medium Sixth Tone over de zogenoemde ‘fulltimekinderen’, een fenomeen dat zich verspreidt onder jonge Chinezen. 

    Volgens South China Morning Post heeft de komst van dit fenomeen twee oorzaken. ‘Sommigen zeggen dat ze genoeg hebben van een ultracompetitieve werkwereld, lange werkdagen en de hoge kosten van levensonderhoud in de grote steden. Maar voor velen is de meest voor de hand liggende reden dat ze ondanks hun zoektocht geen baan hebben kunnen vinden.’ 

    lwzee hYyBM1YLRuc unsplash
    Sommige afgestudeerde jongeren die geen baan kunnen vinden, keren terug naar hun ouders op het platteland. – © Unsplash

    China heeft ook te maken met een vergrijzende bevolking. In 2035 zal een derde van de inwoners van het land, 400 miljoen mensen, ouder zijn dan 60 jaar. Inwonende kinderen kunnen een deel van de zorg voor deze groep opvangen. 

    De verwachting is dat de komende tien jaar de jeugdwerkloosheid hoog blijft in China, met een stijging op korte termijn, aldus Financial Times. De regering maant jonge mensen ertoe om ook laagbetaalde banen te accepteren. De overheid lanceerde onlangs een campagne om afgestudeerden ervan te overtuigen ‘eerst een baan te vinden en dan pas een carrière te kiezen’. 

    ‘Dergelijke berichten bevestigen echter alleen maar wat veel jonge afgestudeerden al vermoeden: ondanks het betalen voor diploma’s die aan openbare universiteiten ruwweg 30.000 renminbi [4000 dollar] per jaar kunnen kosten – ongeveer een vijfde van het gemiddelde gezinsinkomen voor een gezin van drie – hebben diploma’s van alle universiteiten behalve de beste te weinig waarde op de arbeidsmarkt’, schrijft de zakenkrant.

    Waarom zijn er zo veel jongeren zonder baan?

    Volgens China-onderzoeker George Magnus liggen verschillende mismatches ten grondslag aan de hoge werkloosheid onder jongeren. ‘Er is een discrepantie tussen de vaardigheden die veel afgestudeerden verwerven en de vaardigheden die werkgevers vragen’, schrijft hij in Financial Times. Ook hebben hoogopgeleide afgestudeerden onrealistische verwachtingen van het salaris en de werkzaamheden van hun eerste baan. Dat de overheid beleid heeft gevoerd om snelgroeiende sectoren waar veel jonge mensen werken, zoals e-commerce, onderwijsplatforms, gaming en financiële dienstverlening, in te dammen, is ook een factor.

    ANP 473885898
    Een recent afgestudeerde vrouw voert een gesprek met een potentiële werkgever op een banenmarkt in Suzhou, in het oosten van China. – © ChinaImages / Sipa USA

    Het helpt niet mee dat door de strenge lockdowns in China de dienstensector, zoals de horeca, zwaar te lijden heeft gehad. Laat dat nou net een van de sectoren zijn waar normaal gesproken veel jongeren werken, schrijft Financial Times op basis van een rapport van Goldman Sachs over de Chinese arbeidsmarkt. Door de pandemie zijn jongeren ook langer in de collegebanken blijven zitten, wat heeft geleid tot een enorme toestroom van pas afgestudeerden naar de arbeidsmarkt in de jaren daarna, aldus The Economist

    Sommige analisten beweren dat de onderliggende oorzaken dieper liggen. Michael Pettis, een senior medewerker van het Carnegie China Center, zegt dat het investeringsmodel van Beijing gericht blijft op productie en investeringen in plaats van op de binnenlandse consumptie die uiteindelijk nodig is om banen te creëren. ‘Als je je concurrentiepositie in de maakindustrie baseert op lage lonen, zit je als het ware vast als de lage lonen een probleem worden door de zwakke binnenlandse vraag,’ zei Pettis tegen Financial Times.

    Een van de eigenaardigheden van de Chinese arbeidsmarkt is dat lager opgeleide jongeren minder vaak werkloos zijn, schrijft The Economist. Jongeren met een beroepsopleiding of alleen een middelbareschooldiploma hebben meer praktische vaardigheden en een grotere behoefte aan een baan.

    In de afgelopen drie decennia, toen de Chinese economie met sprongen groeide, gingen meer mensen naar de universiteit omdat ze het zagen als een weg naar een veelbelovende carrière, schrijft The New York Times. Volgens het Nationaal Bureau voor de Statistiek van China steeg het aantal studenten dat zich inschreef voor hogescholen en universiteiten van 754.000 in 1992 naar 10,1 miljoen in 2022. Nu blijkt dat er niet voor al die hoogopgeleiden een passende baan beschikbaar is. 

    ANP 473951608
    Chinese jongeren zoeken naar werk op een banenmarkt in Yichang, in het midden van China. – © CFOTO / Sipa USA

    Ook is het vertrouwen in de economie in de particuliere sector in het algemeen, die goed is voor 80 procent van de werkgelegenheid in de steden in China, nog steeds laag. Dit drijft veel jongeren naar een baan bij de overheid of bij staatsbedrijven, die actief werven onder jongeren om de jeugdwerkloosheid omlaag te brengen, aldus The Economist.

    Wat zijn de gevolgen van de hoge jeugdwerkloosheid?

    ‘Het grootste probleem voor werkloze jongeren is het risico van wat economen “hysterese” noemen. Dit is het gevaar dat hoe langer ze buiten de formele arbeidsmarkt blijven, hoe moeilijker het wordt om er ooit weer in terug te keren, omdat hun vaardigheden en ervaring afnemen’, schrijft China-onderzoeker Magnus. 

    Daarnaast zijn jongeren belangrijk voor de binnenlandse consumptie in China. In sommige stedelijke gebieden zijn ze verantwoordelijk voor een vijfde van de aankopen. Als hun uitgaven afnemen, heeft dat grote gevolgen voor de Chinese economie.

    ‘Als [de jeugdwerkloosheid] verkeerd wordt aangepakt, zal dat leiden tot verdere sociale problemen en zelfs de aanleiding worden voor politieke problemen’, aldus Financial Times. Maar vooralsnog trekken Chinese twintigers liever weer bij hun ouders in, dan dat ze de straat op gaan om politieke verandering te eisen. 

    Lees ook:

  • In de ‘sweatshops’ van Facebook beoordelen moderatoren de gruwelijkste beelden

    In de ‘sweatshops’ van Facebook beoordelen moderatoren de gruwelijkste beelden

    Wereldwijd zijn er tienduizenden contentmoderatoren voor sociale media werkzaam. Ze worden slecht betaald en door de extreme beelden die ze te zien krijgen, is het werk psychisch zwaar. Daniel Motaung is een van hen. Hij liep een posttraumatische stresstoornis op terwijl hij in Kenia werkte voor Facebook.

    ‘We zijn net mijnwerkers die zonder veiligheidsuitrusting een instortende schacht worden ingestuurd,’ zegt Mukisa Akello [de namen in dit artikel zijn aangepast]. Hij heeft een van de meest bedenkelijke banen in de technologie-industrie: contentmoderator. Wereldwijd zijn er tienduizenden contentmoderatoren werkzaam. Ze houden socialemediaplatforms vrij van geweld, haat en opruiing. Daarvoor moeten ze elke dag honderden berichten doorspitten, de ene extreme post na het andere. Ze zien executies, zelfmoorden, kindermisbruik, oorlogsmisdaden, seksueel geweld en dierenmishandeling voorbijkomen. De berichten zijn zo onmenselijk en wreed, zo moeilijk te verdragen, dat het werk zijn sporen nalaat. Het is een kantoorbaan met fysieke gevolgen.

    Daniel Motaung stapt in 2019 op het vliegtuig van Zuid-Afrika naar Kenia. Hij wil aan een nieuwe levensfase beginnen – als contentmoderator. Op papier klinkt de baan goed. Daniel denkt dat het gewoon administratief werk op de computer zal zijn, een klassieke kantoorbaan. Tijdens zijn studie heeft hij geleerd hoe hij met databases en onlinedocumenten moet werken. Eindelijk zal hij op eigen benen staan en ontsnappen aan de armoede in zijn geboortedorp. 

    Na een paar dagen training begint zijn eerste werkdag. Hij zit in Nairobi, in een kantoor met airconditioning. Wat hij nog niet weet: deze dag zal zijn leven veranderen. De video die hij ziet is binnen een oogwenk weer voorbij, maar zal hem tot in zijn diepste dromen blijven achtervolgen. Het is een video van een executie. Een man wordt voor de camera onthoofd. Het is een korte video, maar genoeg om Daniel Motaung een posttraumatische stressstoornis te bezorgen. Tot op de dag van vandaag, vijf jaar later, worstelt hij met de gevolgen. Hij wordt geplaagd door nachtmerries, flashbacks en rusteloosheid. De zes maanden die David als contentmoderator doorbracht, hebben hem gebroken. Hij woont weer in zijn dorp op het Zuid-Afrikaanse platteland, werkloos en psychisch ziek.

    In stilte

    Contentmoderatoren zoals Daniel hebben jarenlang in stilte gewerkt. Bijna niemand wist van het bestaan van dit werk af, laat staan van de precaire omstandigheden waaronder het plaatsvindt. Time Magazine noemt de Keniaanse kantoren waar de contentmoderatoren werken de Afrikaanse sweatshops van Facebook. Je vindt deze sweatshops over de hele wereld: in de Filippijnen, Venezuela, India, de Verenigde Staten en vele andere landen. Een standaardwerkdag wordt gekenmerkt door toezicht, tijdsdruk en uitbuiting. Jarenlang zijn de arbeidsomstandigheden stilgehouden, maar sinds kort komen er steeds meer contentmoderatoren in opstand tegen hun werkgevers. 

    Daniel Motaung is een van de eersten die zich, net als zijn collega’s, hard begon te maken voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden. Het is een strijd van David tegen Goliath: de bedrijven waar ze tegenover staan zijn haast onoverwinnelijk. Ze behoren tot de rijkste bedrijven ter wereld. Denk aan Meta, Bytedance, Google en Twitter. Iedereen kent de producten die ze leveren en de socialemediaplatforms zoals Instagram, Facebook en TikTok. Maar niemand kent de gezichten van de contentmoderatoren die de platforms op de achtergrond draaiend houden. Als ze in opstand komen, worden ze bestraft of ontslagen. Zo werd Daniel Motaung ontslagen toen hij een vakbond wilde oprichten.

    ANP 472623323
    Nathan Nkunzimana is een van de bijna tweehonderd voormalig contentmoderatoren voor Facebook die het het bedrijf en een lokale onderaannemer aanklagen in een rechtszaak in Kenia die gevolgen zou kunnen hebben voor het werk wereldwijd. – © Khalil Senosi / AP Photo

    De techbedrijven proberen het werk zo onzichtbaar mogelijk te maken. Ze besteden het uit aan derden. Daniel en zijn collega’s modereren weliswaar voor een aantal van de grootste platforms, maar officieel werken ze voor onbekende outsourcingbedrijven. Dat de banen worden uitbesteed is een van de redenen dat de sector zo ondoorzichtig is. Het is onmogelijk om bij te houden hoeveel moderatoren er wereldwijd werkzaam zijn. Techbedrijven willen niks te maken hebben met het stressvolle werk en de slechte werkomstandigheden; ze willen hun imago behouden en de reputatie van hun merk niet aantasten.

    Doordat het werk wordt uitbesteed, dragen de bedrijven geen verantwoordelijkheid meer voor de contentmoderatie. De contentmoderatoren moeten strikte geheimhoudingsovereenkomsten ondertekenen, zodat er zo weinig mogelijk naar buiten komt over deze praktijken en het precaire werk. De overeenkomsten zijn overdreven streng en verbieden zelfs dat moderatoren met hun collega’s over hun werkomstandigheden praten. Zo wordt een cultuur van angst en geheimhouding gecreëerd.

    Het belang van het werk kan niet worden onderschat: zonder moderatoren zouden er geen socialemediaplatforms zijn

    Ook in Duitsland zijn er contentmoderatoren. Op 9 maart van dit jaar sta ik in de lobby van de vakbond Verdi in Berlijn. Ik werk met mijn organisatie SUPERRR Lab al weken naar deze dag toe. Straks staan er vijftig contentmoderatoren van verschillende bedrijven in de entreehal. Ze komen in het vakbondsgebouw bijeen om ’s werelds eerste bijeenkomst van contentmoderatoren, de ‘Content Moderator Summit’, bij te wonen. Het was niet gemakkelijk om ze te vinden: de outsourcingbedrijven waarvoor ze werken gebruiken voor de functie niet het begrip contentmoderator, maar hanteren termen als ‘systeemanalist’ of ‘medewerker klantenservice’. Een woordkeuze die verhult waar het werkelijk om gaat. 

    Onze partner Foxglove, een Britse non-profitorganisatie in Londen, benaderde de moderatoren via LinkedIn. Er is veel belangstelling voor de bijeenkomst; veel van de aanwezigen willen zich met collega’s van andere bedrijven organiseren en samen strijden voor betere arbeidsomstandigheden. Terwijl ik in de lobby sta, probeer ik me voor te stellen om wat voor mensen het gaat. Hoe zien ze eruit? Waar komen ze vandaan? Wat is hun professionele achtergrond? Voordat ik me een beeld heb kunnen vormen, komen de eersten al binnen. Ze zijn tussen de vijfentwintig en veertig jaar oud, spreken Engels en lijken op mij. Velen hebben een universitair diploma, sommigen zijn aan het promoveren. Ze komen niet overeen met het beeld van een uitgebuite ‘klikwerker’. Ze zijn niet wanhopig en lusteloos, maar dapper en strijdlustig.

    De contentmoderatoren vertellen over de extreme psychologische tol die hun werk eist. Ze zien per dag tussen de tweehonderd en duizend berichten, waarvan sommige extreem gewelddadig zijn. Het werk is ingedeeld in drie shifts: sommige mensen werken overdag, sommige ’s nachts. De kantoren zijn steriel en de werkplek wordt bewaakt. Het systeem waarmee ze werken registreert elke klik, elke beweging die de cursor maakt en houdt bij hoelang de moderatoren erover doen om een bericht te beoordelen. Idealiter duurt dat slechts een paar seconden. Alleen de snelste en efficiëntste moderatoren mogen zelf kiezen welke diensten ze werken. Nacht- en weekenddiensten worden beter betaald. 

    Het vaste loon bedraagt 14,40 euro per uur, iets boven het minimumloon. Het is een mager bedrag voor een veeleisende baan die veel culturele, politieke en taalkundige kennis vereist. Het belang van het werk kan niet worden onderschat: zonder moderatoren zouden er geen socialemediaplatforms zijn. Veel van de moderatoren die ik ontmoet zijn migrant. In Duitsland wordt niet alleen de Duitstalige markt gemodereerd, ook buitenlandse markten komen aan bod, waaronder berichten in het Arabisch, Perzisch en Turks. Eén moderator vertelt me dat ze naar Duitsland is gekomen om te studeren. Dit werk begon als een parttimebaan, maar sinds ze is afgestudeerd doet ze het fulltime. Ze wil ermee stoppen, maar haar verblijfsvergunning hangt ervan af. Zulke verhalen hoor ik veel.

    De werkgever biedt geen goede, psychologische ondersteuning door externe deskundigen aan, maar iets wat ‘welzijnsbegeleiding’ wordt genoemd. De moderatoren vinden het nutteloos en zelfs bespottelijk. De sessies zijn er volgens hen alleen maar voor de vorm. De moderatoren zijn getraumatiseerd door wat ze dagelijks zien, maar krijgen van hun coaches enkel het advies om ademhalingsoefeningen te doen of een wandeling te maken. Bovendien vertrouwen de moderatoren hun coaches niet: ze zijn bang dat ze bespioneerd worden en dat vertrouwelijke informatie wordt doorgespeeld naar hun werkgever. Toegang tot deskundige psychologische begeleiding en minder tijdsdruk zijn noodzakelijke maatregelen om het werk dragelijk te maken, zo zeggen veel van de mensen die ik spreek.

    ‘Beterschap’

    Om verandering te bewerkstelligen hebben de moderatoren een manifest opgesteld met acht eisen voor betere arbeidsomstandigheden. Naast psychologische begeleiding en een gepast salaris eisen ze dat er een einde komt aan de cultuur van intimidatie en outsourcing. Techbedrijven moeten zelf verantwoordelijkheid nemen voor het werk en zorgen voor betere omstandigheden. Binnen een paar dagen ondertekenen meer dan driehonderd moderatoren in Duitsland het manifest. Half juni wordt het gepresenteerd bij een bijeenkomst van deskundigen in de digitale commissie van de Bondsdag. 

    Het is de eerste keer dat moderatoren ten overstaan van de leden van de Duitse Bondsdag over hun werkomstandigheden spreken. De anders nogal zakelijke en droge sfeer in de commissie wordt opgeschud door de emotionele betogen van de moderatoren. De hele vergaderzaal luistert geboeid naar de verhalen van de twee gespreksleiders, Daniel Motaung uit Zuid-Afrika en Cengiz Haksöz uit Duitsland. Haksöz begint zijn betoog met een citaat uit de Dreigroschenoper van Bertolt Brecht: ‘De mensen in het donker worden niet gezien.’ Hij vertelt dat zijn collega’s elkaar aan het eind van de werkdag geen ‘fijne avond’, maar ‘beterschap’ wensen. Ze hebben hun vrije avond nodig om bij te komen van de stress en spanning van het werk.

    De parlementsleden zijn erg geïnteresseerd en stellen veel vragen. Eén onderwerp komt steeds weer terug: kunstmatige intelligentie. Ze vragen of kunstmatige intelligentie in de toekomst het werk van moderatoren zal kunnen vervangen. Het is een vraag die techbedrijven graag krijgen: zo kunnen ze speculeren over de toekomst, in plaats van zich te bekommeren om de omstandigheden waaronder tienduizenden mensen nu werken. 

    Vooralsnog is kunstmatige intelligentie nog lang niet ontwikkeld genoeg om de complexe taak van een contentmoderator over te nemen. Het is ingewikkeld werk: de beoordeling van veel van de berichten moet genuanceerd gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan satire of aan politiek commentaar. Geautomatiseerde systemen staan erom bekend dat ze videocontent en andere talen dan Engels slecht kunnen beoordelen. Ze zijn dus nog niet geschikt als alternatief voor menselijke moderatoren. Haksöz zegt dat de focus moet liggen op de ondersteuning van mensen nu, in plaats op van speculatie over hun toekomstige vervanging. Aan het einde van de vergadering verzekert Tabea Rößner, de voorzitter van de commissie, dat ze aan de slag gaan om de omstandigheden te verbeteren.

    Als ze zich publiekelijk uitspreken over hun arbeidsomstandigheden, zetten ze hun baan op het spel

    Haksöz ondervindt onmiddellijk gevolgen van zijn dappere optreden. Slechts een paar dagen na de hoorzitting wordt hij ontslagen door zijn werkgever. Hij mag het bedrijfsgebouw niet meer in. Zo wordt de angstcultuur weer eens bevestigd. Met het ontslag geeft de bedrijfsleiding een duidelijk signaal af aan de werknemers: als ze zich publiekelijk uitspreken over hun arbeidsomstandigheden, zetten ze hun baan op het spel. De werkgever van Haksöz zegt dat hij zijn ‘arbeidsvoorwaarden’ heeft geschonden met zijn uitspraken in de Bondsdag en de media. Maar als burger in een democratie heeft Haksöz het goed recht om over zijn ervaringen te vertellen. 

    Nu moet hij zijn zaak voor de arbeidsrechter brengen om zijn taken als commissielid voor de komende verkiezingen voor de ondernemingsraad weer te kunnen hervatten. Vakbond Verdi stelt het optreden van de werkgever gelijk aan union busting: daarvan is sprake wanneer werkgevers voorkomen of bemoeilijken dat hun werknemers actief zijn in de vakbond. Haksöz bereidt zich voor op de verkiezingen. Ondertussen zegt zijn werkgever bij de arbeidsrechtbank af te zullen dwingen dat hij ontslagen wordt. Samengevat: er worden nog meer intimidatietechnieken ingezet om de vakbondsactiviteiten van de moderatoren te verhinderen.

    Een functionerende ondernemingsraad is een eerste, kleine stap in de richting van betere werkomstandigheden. Maar er moet nog veel meer veranderen om de arbeidsomstandigheden wereldwijd te verbeteren. Zo moet er striktere regelgeving komen voor techbedrijven. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitbuiting en dus ook voor de schade. Begin juni deed een arbeidsrechtbank in Nairobi een voorlopige uitspraak waarin precies dat werd vastgelegd. Volgens de rechtbank is Meta de belangrijkste werkgever van de contentmoderatoren van Facebook in Kenia. Als je resultaten wil boeken, is het belangrijk om het probleem vanuit verschillende oogpunten te bekijken. Wat kan er gedaan worden op nationaal, Europees en mondiaal niveau? In Duitsland is in januari de Lieferkettensorgfaltspflichtengesetz van kracht geworden. Deze wet stelt bedrijven die producten leveren verantwoordelijk voor het naleven van mensenrechten in hun wereldwijde toeleveringsketens. Met een vergelijkbare regeling voor digitale diensten zoals contentmoderatie zou het mogelijk worden om het probleem van uitbuiting bij de wortel aan te pakken.

    Tot dat moment zullen moderatoren elke dag blijven afdalen in de mijnschacht van de sociale media om onze gezondheid en democratie te beschermen. Maar ze doen het niet langer in het donker. Ze worden steeds vaker gezien. 

    Lees ook:

  • Moet de werkweek worden ingekort naar vier dagen?

    Moet de werkweek worden ingekort naar vier dagen?

    In Duitsland heeft een recent onderzoek naar de vierdaagse werkweek de discussie over een betere werk-privébalans geopend. Twee redacteuren van Süddeutsche Zeitung gaan met elkaar in debat. ‘De vraag is niet of de meeste sectoren de vierdaagse werkweek moeten invoeren, maar eerder hoe dat moet gebeuren.’

    Ja: ‘De vierdaagse werkweek zou bepaalde beroepen weer aantrekkelijk kunnen maken’

    Er was een tijd dat het als positief werd gezien als je veel werkte. Gelukkig zijn die tijden voorbij. De meeste mensen vinden overwerk en overbelasting niet langer benijdenswaardig. Volgens een onderzoek van de Hans Böckler-stichting is nu ongeveer 81 procent van de werknemers voorstander van een vierdaagse werkweek. En gelijk hebben ze: het is tijd om de vijfdaagse werkweek af te schaffen, zonder loonverlies. Want de staat zal zijn huidige welvaartsniveau niet kunnen handhaven met een personeelsbestand dat op zijn laatste benen loopt.

    Duitsers zijn uitgeput, zo blijkt uit een onderzoek van het DAK [het Duitse ziekenfonds]. Het aantal ziektedagen als gevolg van psychische problemen is tussen 2010 en 2020 met 56 procent gestegen en een op de twee werknemers zegt bijna een burn-out te hebben.

    Zelfvernietiging door werk is nooit haalbaar of redelijk geweest, maar het wordt al heel lang getolereerd. En toch kan niemand met fatsoen zijn kinderen willen toevertrouwen aan leraren die lijden aan oorsuizingen, of zijn gezondheid aan artsen die niet eens meer tijd hebben om een lunchpauze te nemen.

    De vijfdaagse werkweek werkte misschien toen vrouwen nog thuis bleven om voor de kinderen en het huis te zorgen en een enkel loon genoeg was om de huur te betalen, kleren te kopen en de kachel aan te steken. Maar de manieren waarop we samenleven, de kosten van levensonderhoud en de arbeidsmarkt zijn veranderd sinds de jaren 1950. Op de werkvloer heeft een digitale omslag plaatsgevonden en werknemers zijn daardoor vaak efficiënter geworden. De werktijden zijn echter hetzelfde gebleven.

    De vierdaagse werkweek zou bepaalde beroepen, vooral fysiek werk, weer aantrekkelijker kunnen maken – voor jonge mensen, die zich niet dood willen werken, maar ook voor oudere werknemers, die zich beginnen te realiseren dat ze zichzelf iets te veel hebben belast. Het tekort aan geschoolde vakmensen in Duitsland is niet te wijten aan de arbeidstijdverkorting, maar aan demografische veranderingen, dalende lonen en de situatie in het onderwijs. Integendeel, de omschakeling naar vier dagen zou kunnen helpen om dit tekort te bestrijden.

    Veel werknemers en steeds meer bedrijven lijken klaar voor een revolutie op de werkvloer

    Tenminste, dat blijkt uit een IJslandse studie onder 2500 werknemers in verschillende sectoren. Ze werken nu 35 of 36 uur per week, in plaats van 40, verdeeld over vier dagen. In 2021, na een looptijd van zeven jaar, concludeerde het onderzoek dat hun productiviteit niet was gedaald en voor sommigen zelfs was gestegen. De respondenten zeiden ook dat ze gelukkiger en gezonder waren.

    Sinds enige tijd zijn dit soort bemoedigende getuigenissen talrijker geworden, ook in Duitsland. Ondernemers die de kortere werkweek hebben ingevoerd, slagen er eindelijk weer in om mensen te werven. De omschakeling naar een vierdaagse werkweek zonder loonverlies helpt ook om personeel terug te winnen, bijvoorbeeld in de gezondheidssector, die onder druk staat. Vrouwen die minder zijn gaan werken om zich aan hun kinderen te wijden, zullen onder deze omstandigheden eerder geneigd zijn om hun beslissing te heroverwegen. Dat blijkt althans uit een enquête van [de vakbond] IG Metall.

    In de meeste sectoren is de werktijd sowieso een arbitraire constructie. Er is geen bewijs dat acht uur per dag werken, vijf dagen per week, het enige mogelijke model voor productiviteit is. In 1900 duurden werkweken zes dagen, en een werkdag tien uur, en dit stramien, dat toen onverwoestbaar moet hebben geleken, is ook verlaten. Vandaag staat een nieuwe omwenteling voor de deur: veel werknemers en steeds meer bedrijven lijken klaar voor een revolutie op de werkvloer. Maar de verandering hoeft niet zo radicaal te zijn: IG Metall eist slechts een 32-urige werkweek in plaats van een 35-urige.

    De vraag is dus niet of de meeste sectoren de vierdaagse werkweek moeten invoeren, maar eerder hoe dat moet gebeuren. Elk beroep is natuurlijk te specifiek om snel algemene regels op te stellen. Daarom moeten bedrijven in eerste instantie individueel beslissen of ze dit nieuwe werkpatroon al dan niet aanbieden.

    In een tijd waarin er een tekort is aan geschoolde vakmensen, zouden werknemers het zich eindelijk kunnen veroorloven om meer vrije tijd te eisen. Deze trend zal nog sterker worden met de komst van veel jonge mensen van generatie Z [geboren tussen 1997 en 2010] op de arbeidsmarkt. Als ze dat tegen die tijd nog niet hebben gedaan, zal de vierdaagse werkweek de norm worden voor deze vrijheidslievende generatie, die heeft gezien hoe hun ouders en grootouders hun leven rond werk organiseerden en die snakt naar verandering. Werkgevers doen er goed aan zich hierop voor te bereiden.

    Paulina Würminghausen


    Nee: ‘Juist het grote aantal vrouwen dat deeltijd werkt is het echte probleem’

    Als we een vraag stellen, is dat meestal om een antwoord te krijgen. Maar er zijn ook vragen waarvan het antwoord zo voor de hand lijkt te liggen dat ze niet anders dan puur retorisch kunnen zijn. Bijvoorbeeld: zouden Duitsers vier in plaats van vijf dagen willen werken zonder salarisverlies? Dat is wat de Hans Böckler-stichting – die dicht bij de vakbonden staat – wilde weten, en het blijkt dat bijna 75 procent van de ondervraagden bevestigend antwoordde. Zonder de empirische nauwkeurigheid van de onderzoekers in twijfel te willen trekken, denk ik dat soortgelijke resultaten zeker zouden zijn verkregen door mensen te vragen of ze elke dag chocolade-ijs met slagroom zouden willen kunnen eten zonder een grammetje aan te komen.

    Natuurlijk zou het fantastisch zijn om minder te hoeven werken en evenveel te verdienen, om genoeg geld te hebben om te kunnen blijven reizen en de kinderen mee uit te nemen, maar dan met nog meer vrije tijd. Om jezelf toe te wijden aan je gezin, om eindelijk de tijd te hebben om nieuwe dingen te leren, of gewoon om beter bestand te zijn tegen de chaos van alledag. Maar is dit scenario echt realistisch? En zou de samenleving als geheel er wel bij varen?

    Geen probleem, zeggen de voorstanders van verandering: als je minder werkt, ben je gezonder, dus doe je uiteindelijk evenveel werk in minder tijd. Maar het idee dat omschakelen naar een vierdaagse werkweek zonder loonverlies de economie vrijwel niets zou kosten, is van hetzelfde soort als de theorie dat lagere belastingen niet zouden leiden tot een verlaging maar tot een verhoging van de belastinginkomsten – een hypothese die alom wordt betwist.

    Het is op zijn minst gewaagd om te veronderstellen dat de Duitse economie een verborgen productiviteitsreserve van 20 procent heeft. Er zijn zeker sectoren en beroepen waarin werknemers, gestimuleerd door dit nieuwe ritme, in staat zouden zijn om in vier dagen evenveel werk te verzetten als in vijf dagen. Maar als artsen, verpleegkundigen, buschauffeurs, kappers, caissières, vuilnismannen, winkelbedienden en zelfs politieagenten allemaal hun werkuren zouden inkorten, zouden er nieuwe mensen moeten worden aangeworven om dit te compenseren. Tegelijkertijd kampen steeds meer sectoren en regio’s met een tekort aan arbeidskrachten. Je hoeft alleen maar te kijken naar wat er op scholen gebeurt om de echte gevolgen van een algemene arbeidstijdverkorting te begrijpen: het hoge percentage deeltijdwerk is een van de oorzaken van het dramatische lerarentekort.

    Veel bedrijven hebben nu al een tekort aan werknemers

    De behoefte aan arbeidskrachten is een van de dringendste uitdagingen geworden voor de Duitse samenleving. Veel bedrijven hebben nu niet alleen een tekort aan specialisten, maar ook aan werknemers voor meer basale taken. En de demografische veranderingen zullen de situatie alleen maar verergeren. Om zelfs maar een deel van de vacatures te vervullen, zouden we meer immigranten nodig hebben of vrouwen die voltijds werken. Aan de andere kant zullen de voorstanders van de vierdaagse werkweek me moeten uitleggen hoe een algemene arbeidstijdverkorting het probleem kan helpen oplossen.

    Bovendien is Duitsland geen geïsoleerd eiland. De Duitse economie heeft nog veel te doen als het gaat om concurrentievermogen, van energieprijzen tot bureaucratie en belastingen voor bedrijven. En aangezien de invoering van een vierdaagse werkweek in de hele particuliere sector een zekere prijs zou hebben, zou deze de economie alleen maar een beetje meer verzwakken ten opzichte van de concurrentie. Des te erger als de uitkomst tegenvalt.

    In tegenstelling tot de vijfdaagse werkweek vormt het feit dat een groot aantal Duitse vrouwen in deeltijd werkt een echt probleem. Het zou wenselijk zijn – zowel voor hen als voor de economie in het algemeen – dat zo veel mogelijk van hen meer uren gaan werken. Maar ik zie niet in waarom een vrouw die ervoor gekozen heeft om slechts 20 uur per week te werken, plotseling bereid zou zijn om 32 uur te werken, alleen omdat dat het nieuwe ‘voltijd’ is?

    In Duitsland zijn onderhandelingen over lonen en werktijden de verantwoordelijkheid van de sociale partners. Als ze een overeenkomst kunnen bereiken, per filiaal dan wel per bedrijf, over de overgang naar een vierdaagse werkweek zonder loonverlies, prima! Maar het is niet aan de staat om dit model op te leggen. Veel werknemers zouden juist baat hebben bij meer flexibiliteit in hun werktijden. Met soms korte, soms lange dagen – en soms vierdaagse weken.

    Henrike Roßbach

  • Deze Venezolanen trainen AI voor een hongerloon. ‘Het is slavenarbeid’

    Deze Venezolanen trainen AI voor een hongerloon. ‘Het is slavenarbeid’

    Achter de miljardenindustrie van kunstmatige intelligentie gaan honderden Venezolanen schuil die algoritmes trainen voor een schamele vergoeding. Door de diepe economische crisis in het land is dit een van de weinige manieren om te overleven. Experts spreken van ‘kolonialisme door AI’.

    De economische crisis in Venezuela dwong Oskarina Fuentes zeven jaar geleden om aan de slag te gaan als onzichtbare werker in de wereld van kunstmatige intelligentie (AI). Haar rol is het taggen van data, met als doel de prestaties van internetrobots te verbeteren. Daarvoor krijgt ze een minimale vergoeding waarvan ze moet zien te overleven. ‘Het gaat om meer dan alleen zoekopdrachten,’ zegt de drieëntertigjarige vrouw. Ze legt zich toe op het verzamelen van data van bedrijven en mensen, het selecteren van het beste antwoord op zoekopdrachten, het modereren van inhoud zodat sommige gruwelijke content niet online kan circuleren – een oneindige hoeveelheid werk waarmee ze enkele dollarcenten toevoegt aan haar Appen-account.

    Appen is een Australisch virtueel platform dat data verzamelt voor techreuzen als Microsoft, Amazon en Google om hun AI-systemen te verbeteren. Medewerkers uit meer dan honderdzeventig landen registreren zich op het platform en kiezen er welke taken ze zullen uitvoeren.

    Door het ‘labelen’ of ‘annoteren’, zoals Oskarina Fuentes doet, krijgen rekenmodellen informatie op basis waarvan ze beslissingen kunnen nemen, uiteenlopend van het verbeteren van zoekopdrachten op het web tot het mogelijk maken van complexere algoritmen, zoals die van een zelfrijdende auto. ‘Het systeem leert van het werk dat deze werkers doen,’ zegt Alberto Delgado, een AI-expert aan de Universidad Nacional van Colombia.

    Achter de schermen van deze miljardenindustrie schommelt de betaling aan Fuentes tussen de 200 en 300 dollar per maand, wat dicht in de buurt komt van het minimumloon in Colombia (209 dollar), het land waarnaar ze in 2019 migreerde met haar moeder. De diepe economische crisis die Venezuela al tien jaar teistert, heeft velen gedwongen op zoek te gaan naar alternatieve methoden om te overleven. En platforms voor het ‘labelen van data’, waarvoor geen speciale kwalificatie is vereist, bieden mogelijkheden om de honger te stillen.

    Slavenarbeid

    Fuentes, die afgestudeerd is als ingenieur in de olie-industrie, lijdt aan diabetes en heeft een slechte gezondheid. Daardoor kan ze haar beroep niet uitoefenen en kan ze ook geen andere baan vinden. Honderden Venezolanen met wie ze op het sociale netwerk Telegram praat over hun ervaringen op Appen vonden evenmin een alternatief voor hun levensonderhoud.

    Het platform Appen, dat volgens een Australisch mediakanaal zo’n 500 miljoen dollar waard is, belooft dat de beloning van zijn werknemers ‘het minimumloon in de regio overstijgt’. Na meer dan vijf jaar hyperinflatie is dat in Venezuela niet zo moeilijk.

    ‘Met veel moeite kan ik ongeveer 200 dollar per maand bij elkaar schrapen,’ zegt een werknemer die haar naam liever niet bekend wil maken uit angst voor represailles van het bedrijf. Haar inkomsten komen van haar werk bij Appen en vergelijkbare sites zoals Toloka, Hive Micro, Testable Minds en Paidera. Het geld dat ze verdient is nauwelijks genoeg om zichzelf, haar man en twee kinderen te kunnen voeden. Een ander inkomen is er niet. ‘Het is slavenarbeid die slecht wordt betaald,’ zegt de vrouw, die zich in de Venezolaanse stad Cabimas vastklampt aan dit virtuele werk.

    Rodrigo Sircello, die werkt vanuit Maracaibo, zegt dat hij en zijn partner zich in 2016 hebben ingeschreven na de belofte van een goed inkomen. ‘Mijn vrouw kreeg voortdurend e-mails van Appen (…) In hun advertenties stond dat het ging om werken op afstand en dat je veel geld kon verdienen,’ zegt de zevenenvijftigjarige.

    Nu, in 2023, hebben hij en zijn gezin moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Er is geen werk. ‘Sinds het begin van dit jaar lukt het nauwelijks om een minimumbedrag van 10 dollar per week te halen,’ zegt Sircello, die het geld van zijn maandelijkse pensioen dat hij heeft opgebouwd als bibliothecaris gebruikt om de internetverbinding te betalen die hij nodig heeft voor Appen. Hoeveel jaar ze ook ingeschreven staan bij het platform, de medewerkers hebben geen vast dienstverband bij het bedrijf en kunnen ook niet rekenen op gegarandeerde opdrachten of andere garanties. Bovendien valt het werk vaak niet samen met de tijdzone in het gebied waar ze zich bevinden; als de nood hoog is, geven Venezolanen zich op om te werken op welk tijdstip dan ook.

    ‘Ik voel me geen slaaf van Appen of van AI. We zijn slaven van het Latijns-Amerikaanse systeem’ 

    ‘Ik heb slaapproblemen,’ benadrukt de werknemer uit Cabimas, die haar computer ‘vierentwintig uur per dag aan heeft staan’, voor het geval ze in de vroege ochtenduren een melding krijgt over een opdracht. Als er problemen zijn op het platform, zegt ze, doet Appen er lang over om te reageren op klachten, áls er al wordt gereageerd. ‘Ze beantwoorden mijn tickets niet,’ zegt de vrouw. Voortdurende stroomuitval bemoeilijkt haar werk. Op vragen over hoe het zijn werknemers behandelt, antwoordde Appen in een e-mail aan El País dat het bedrijf ‘veel waarde hecht aan zijn werknemers, omdat zij het weefsel vormen van de samenlevingen waarin ze actief zijn’. Appen beantwoordde geen specifieke vragen over de omstandigheden van Venezolaanse werknemers.

    Het verhaal van Fuentes kwam in april 2022 aan het licht door een reeks artikelen van het tijdschrift van het Massachusetts Institute of Technology (MIT), waarin wordt gesproken over ‘kolonialisme door AI’. Aan de hand van verschillende gevallen brengt het tijdschrift de macht in beeld die grote bedrijven in deze industrie hebben over medewerkers in ontwikkelingslanden, die in precaire omstandigheden verkeren. Deze gevallen versterken ‘het idee dat AI een nieuwe koloniale wereldorde creëert’, aldus het tijdschrift.

    Naar aanleiding van de artikelen werd de naam van Fuentes vervolgens wereldwijd aangehaald in de media, op een manier waar ze het niet helemaal mee eens is. ‘Ik voel me geen slaaf van Appen of van AI,’ zegt de jonge vrouw. ‘We zijn slaven van het Latijns-Amerikaanse systeem,’ verduidelijkt ze. Fuentes is van mening dat het leven in een lage-inkomensregio de oorzaak is van het gebrek aan garanties.

    Eerder dit jaar meldde tijdschrift Time vergelijkbare gevallen bij het bedrijf OpenIA. Dat besteedt werk uit aan mensen in Kenia, profiterend van de zwakke economie van het Afrikaanse land. Medewerkers filteren ongewenste teksten uit ChatGPT tegen een betaling van twee dollar per uur.

    Gedragscode

    Oskarina Fuentes, liefhebber van anime en dieren, benadrukt dat ze haar ervaringen graag kenbaar maakt zodat Appen naar zijn medewerkers gaat luisteren, ‘ervaren, hardwerkende mensen’. ‘We willen erkenning voor onze inspanningen en meer kansen krijgen,’ zegt de jonge vrouw vanuit haar woonplaats in een stad in Antioquia in Colombia. AI-expert Alberto Delgado zegt dat de problemen van de medewerkers komen door het gebrek aan controle in deze branche. ‘AI treft mensen. Daarom moeten we ethische principes en regulering toepassen,’ aldus de universiteitsdocent.

    Vorige maand kondigden de Europese Unie en de Verenigde Staten vooruitgang aan wat betreft een ontwerp van een gemeenschappelijke ‘gedragscode’ voor AI, die in de toekomst op vrijwillige basis zou kunnen worden toegepast. UNESCO stelt in een handleiding uit 2021 met aanbevelingen over dit onderwerp dat er aandacht moet komen voor landen met lagere middeninkomens ‘die kwetsbaarder zijn voor mogelijk misbruik door een dominante marktpositie’.

    Maar ook zonder actieve regelgeving of garanties willen Fuentes en haar collega’s in Venezuela dat ‘Appen blijft functioneren’, zodat ze hun rekeningen kunnen betalen. Ze vragen om ‘meer opdrachten’, wachten vierentwintig uur naast hun computers, gedreven door angst veroorzaakt door de ineenstorting van hun geboorteland.

    Lees ook:

  • In Zimbabwe verruilen jonge hoogopgeleiden het kantoor voor de boerderij

    In Zimbabwe verruilen jonge hoogopgeleiden het kantoor voor de boerderij

    Een nieuwe generatie goed opgeleide jongeren in Zimbabwe ziet in goed beheerde landbouwprojecten een lucratief bestaan. Bovendien is het ‘werk waar je snel van gaat houden’.

    Toen de negentwintigjarige Tavuya Manungo terugkeerde naar zijn geboorteplaats in Shamva, in Noordoost-Zimbabwe, had hij een masterdiploma in financiën en investeringen op zak, maar hij was niet van zins het bedrijfsleven in te gaan. Hij had zijn twee jaar jongere broer Mako bij zich, die bedrijfskunde had gestudeerd. Ze wilden gaan boeren en stonden te popelen om aan de slag te gaan. Inmiddels runnen ze samen een boerderij, die Tavuya ‘onze levensader’ noemt, met 1200 hectare grond in een gebied dat bekendstaat om zijn nikkelmijnen alsook om de allereerste mijnstaking van Afrika (in 1927).

    ‘Goed beheerde landbouwprojecten, of ze nu klein of groot zijn, zijn lucratiever dan de meeste beschikbare banen. Bovendien is het werk waar je snel van gaat houden,’ zegt Mako. ‘Het geeft veel voldoening.’ De broers behoren tot een nieuwe generatie goed opgeleide jongeren, van wie velen afgestudeerd zijn in bedrijfskunde, rechten, financiën of technologie, die hun nette pak verruilen voor een overall.

    Op Masimbiland Farm, vernoemd naar een nabijgelegen berg, verbouwen de broers 15 hectare sinaasappels, 90 hectare maïs en 3,5 hectare chilipepers. Ze hebben meer dan dertigduizend legkippen en een kwekerij waar ze mango- en citrusplanten telen; vorig jaar produceerden ze daar een miljoen zaailingen. Tavuya is verantwoordelijk voor de administratie en de financiën, Mako doet de bedrijfsvoering.

    De broers huren dagelijks ruim veertig fruitplukkers in, onder wie ook vrouwen

    In 2015 wonnen de twee broers de nationale Youngest Brahman Breeders-award voor hun Brahman-runderen. Ondertussen hebben ze tweehonderd koeien van dit topvleesras. De broers huren dagelijks ruim veertig fruitplukkers in, onder wie ook vrouwen; alleenstaande moeders uit omliggende dorpen krijgen voorrang. ‘Zonder de mensen op het veld zijn we niets,’ zegt Mako. ‘Zij maken het allemaal mogelijk.’

    Accountant

    Een andere jonge Zimbabwaan die zijn kantoor voor het land heeft ingeruild, is de zeventwintigjarige Hilary Chikambi. Hij zegde zijn baan als accountant op. ‘Voor mij was het een gok, want ik heb vrijwel geen ervaring met boeren,’ vertelt hij. ‘Ik heb als kind gezien hoe mijn ouders kippen hielden, en zo heb ik een vriend weten te overtuigen om samen met mij te investeren in dit project. Ik ben blij dat kippen fokken in Zimbabwe in de lift zit, want je hoeft relatief weinig te investeren, terwijl de winstmarges groot zijn en je snel resultaat boekt.’

    Toen hij net was begonnen werd zijn kippenschuur door zware regenval verwoest, waarbij vrijwel al zijn pluimvee omkwam. Vervolgens viel de koeling uit, waardoor hij het vlees moest weggeven voordat het zou bederven. Nu, vier jaar en vele lessen later, verkoopt Chikambi’s bedrijf bijna tweeduizend kippen per maand aan supermarkten, restaurants en privépersonen.

    Beginnersfouten

    Nadat hij opnieuw kippen had verloren, deze keer door gebrekkige ziektebestrijding en door wat hij ‘beginnersfouten’ noemt, investeerde hij in de opleiding van zijn personeel. Om de kosten van kippenvoer te drukken wil hij in de toekomst zelf mais gaan verbouwen.

    ‘Jongeren moeten weten dat je met boeren een goede boterham kunt verdienen,’ zegt Chikambi. ‘En zeg nou zelf, er is geen beroep op aarde waarin de hand van God zo zichtbaar is. Je plant in goed vertrouwen iets in de grond, werkt hard, en voor je het weet groeit er iets dat je kunt oogsten.’

    In 2021 behaalde Zimbabwe volgens de statistieken van het Amerikaanse ministerie van Landbouw de op twee na grootste maisoogst ooit. En hoewel de productie van het grotendeels van regen afhankelijke gewas in 2022 lager uitviel, is de diversiteit aan landbouwgewassen in Zimbabwe gegroeid.

    Het land exporteerde in 2022 voor het eerst industriële hennep naar Zwitserland en is nu, in het kielzog van de tabaksindustrie, bezig een serieuze cannabisindustrie op te bouwen. Zimbabwe blijft de op vier na grootste tabaksproducent ter wereld en exporteert ook katoen, macadamianoten, citrusvruchten, suiker, peulvruchten en snijbloemen.

    Lees ook:

  • Mensenrechtenschendingen op theeplantages gelinkt aan Starbuck en Unilever

    Mensenrechtenschendingen op theeplantages gelinkt aan Starbuck en Unilever

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Chinese laboratoria verkopen ingrediënten fentanyl voor miljoenen in cryptovaluta

    » New Yorkse bodem zinkt door het gewicht van wolkenkrabbers

    De rechten van zo’n 13 miljoen arbeiders worden geschonden

    De wereldwijde thee-industrie worstelt niet alleen met de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne maar ook met een ander probleem: schendingen van mensenrechten op de plantages, aldus de New Yorkse nieuwswebsite Quartz. Volgens het Britse Business & Human Rights Resource Centre (BHRRC) zijn ongeveer 13 miljoen arbeiders op theeplantages in India, Sri Lanka, Bangladesh, Kenia, Oeganda en nog drieënveertig andere landen het slachtoffer van rechtenschendingen. De beschuldigingen omvatten schending van de vrijheid van vereniging, van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, loonbetalingen en aantasting van de levensstandaard.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De productiekosten van thee zijn de afgelopen jaren gestegen, maar de prijzen zijn min of meer gelijk gebleven. ‘Beheerders van plantages proberen kosten te besparen in een steeds minder winstgevende sector. Daardoor is er sprake van een groeiende trend om gebruik te maken van tijdelijke contracten, koppelbazen en andere onzekere arbeidsomstandigheden,’ aldus het BHRRC-rapport. ‘Werknemers zijn daardoor kwetsbaarder voor allerlei vormen van misbruik, waaronder seksuele uitbuiting en schendingen van gezondheid en veiligheid. Het is moeilijker voor werknemers om zich bij een vakbond aan te sluiten.’

    Bedrijven als Starbucks, Unilever, Marks & Spencer, Twinings, en het in Nederland gevestigde Ekaterra betrekken hun thee van plantages waar zevenenveertig van de zeventig gesignaleerde mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden. Deze bedrijven tonen volgens het rapport ‘weinig betrokkenheid bij de leveranciers om de effecten voor werknemers te verzachten’.

    Lees ook:

  • Chili verkort werkweek naar veertig uur

    Chili verkort werkweek naar veertig uur

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zwitserse Nationale Raad spreekt zich uit tegen reddingsplan voor Credit Suisse

    » Demonstranten verstoren lezing van Macron tijdens staatsbezoek aan Nederland

    Werkweek van 45 uur wordt ingekort

    Het Chileense parlement heeft dinsdag een wet goedgekeurd die de arbeidstijd verkort van vijfenveertig naar veertig uur per week, bericht El País. De aanpassing wordt in de komende vijf jaar geleidelijk ingevoerd.

    Chili voegt zich bij Ecuador en Venezuela, de enige andere Latijns-Amerikaanse landen met een veertigurige werkweek. In Argentinië, Bolivia, Colombia, Costa Rica, Mexico, Nicaragua, Panama, Paraguay en Peru duurt de werkweek nog achtenveertig uur, en in Brazilië vierenveertig uur.

    ‘Tijdens de bespreking van het wetsvoorstel heeft de regering toegegeven op verschillende punten die verband houden met arbeidsflexibiliteit’, aldus El Pais. In het bijzonder zal de nieuwe wet ‘in overleg met werknemers de invoering van vierdaagse ploegendiensten (tien uur per dag) met drie vrije dagen’ mogelijk maken. Over de verkorting van de werkweek is zes jaar gediscussieerd met vakbonden en werkgeversorganisaties.

    Lees ook:

  • VS: werknemers van Starbucks leggen het werk neer

    VS: werknemers van Starbucks leggen het werk neer

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Succesvolle Chinese app helpt vrouwen al shoppend op weg naar het perfecte leven

    » Costa Rica: moordcijfer stijgt schrikbarend door bendegeweld

    Koffieketen zou de oprichting van vakbonden tegenwerken

    In aanloop naar de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Starbucks legden medewerkers van ruim honderd winkels in de VS vorige week het werk neer om te protesteren bij het hoofdkantoor in Seattle. Dit als reactie op de agressieve antivakbondshouding van het bedrijf. De koffieketen wordt ervan beschuldigd tientallen werknemers te hebben ontslagen als vergelding voor het opzetten van een vakbond. Starbucks zou al sinds begin 2022 dwarsliggen, schrijft The Guardian.

    Voorts zijn er beschuldigingen van intimidatie, winkelsluitingen, het inhouden van extra’s en het bewust vertragen van onderhandelingen over een eerste vakbondscontract. Starbucks ontkent schending van het arbeidsrecht en wijst de overige beschuldigingen af. Voorzitter en voormalig CEO Howard Schultz moet eind maart getuigen voor een commissie van de Amerikaanse Senaat over de houding ten aanzien van vakbonden.

    ‘Starbucks zou ons recht op organisatie moeten respecteren‘

    ‘Barista’s van Starbucks zoals ik zijn degenen die de winkels draaiende houden,’ zegt Sarah Pappin van een vestiging in Seattle tegen de Britse krant. ‘Wij kennen de bestellingen van onze vaste klanten, wij maken de lattes, wij ruimen de rommel op en wij zijn vaak het lichtpuntje van de dag voor onze klanten. Wij vormen het hart en de ziel van Starbucks.’

    En, voegt ze eraan toe, ‘in plaats van een voormalige CEO op het schild te hijsen die erop is gebrand om ons het zwijgen op te leggen, zou Starbucks ons recht op organisatie moeten respecteren en ons tegemoet moeten komen aan de onderhandelingstafel.’ De werknemers willen dat de aandeelhouders een resolutie aannemen die bepaalt dat een onafhankelijke derde partij de houding van Starbucks ten aanzien van de rechten van werknemers gaat beoordelen.

    Lees ook:

  • Britse verpleegkundigen schorten staking op en gaan om tafel met regering

    Britse verpleegkundigen schorten staking op en gaan om tafel met regering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Mexicaanse ex-minister voor Veiligheid veroordeeld voor drugshandel in VS

    » Biden in Warschau: ‘Steun VS aan Oekraïne zal niet stokken’

    Spoedeisende hulp en intensive care blijven toch open

    De Britse regering en de vakbond van verpleegkundigen kondigden dinsdag aan dat ze vandaag gaan starten met ‘intensieve gesprekken’ over lonen en voorwaarden voor gezondheidswerkers. Dit betekent dat de geplande stakingen van verpleegkundigen voorlopig van de baan zijn. De aankondiging geeft hoop op ‘een einde aan het geschil en de verstoring van de openbare gezondheidszorg’, meldt The Guardian.

    De historische staking van verpleegkundigen begon in december. De regering had de protestactie tot nu toe genegeerd, maar het vooruitzicht dat de spoedeisende hulp, de intensive care en de oncologie zich voor het eerst bij de staking zouden aansluiten door achtenveertig uur lang te staken op 1 en 2 maart, was voor minister van Volksgezondheid Steve Barclay aanleiding om de onderhandelingen te openen.

    Sinds eind 2022 leggen verschillende beroepsgroepen, waaronder spoorwegambtenaren en leraren, in de Britse publieke sector het werk neer. Geconfronteerd met de hoogste inflatie in veertig jaar in het VK eisen werknemers een hoger loon. De conservatieve regering van Rishi Sunak vreest echter dat de inflatie nog verder oploopt als de lonen in de publieke sector stijgen en wilde tot nu toe niets weten van substantiële salarisverhogingen.

    Lees ook:

  • VK: leraren sluiten zich aan bij staking

    VK: leraren sluiten zich aan bij staking

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Chinese bevolking is in 2022 voor het eerst in 60 jaar gedaald

    » Polen wijzigt wet om te voldoen aan Europese normen over onafhankelijke rechtspraak

    Staking treft 23.400 scholen

    Na de spoorwegarbeiders, verpleegkundigen, ambulancechauffeurs en ambtenaren hebben ook de leraren in Engeland en Wales zich aangesloten bij de sectoren die besloten hebben hun werk neer te leggen. Het is een beslissing die waarschijnlijk ‘miljoenen leerlingen’ in het Verenigd Koninkrijk zal treffen, aldus The Times. De grootste lerarenvakbond van het land, de National Education Union (NEU) kondigde Britse maandag aan dat zijn leden bereid zijn hun werk neer te leggen om een beter loon te eisen, waardoor de conservatieve regering van Rishi Sunak verder onder druk kwam te staan. Er zijn zeven stakingsdagen in februari en maart bekendgemaakt.

    ‘Aangezien de NEU een van de grootste vakbonden van het land is, zal de actie van haar leden waarschijnlijk een wijdverspreide verstoring veroorzaken’, aldus The Guardian. Volgens The Times zou de staking 23.400 scholen in Engeland en Wales kunnen treffen. De actie van de leraren zou een ‘negatief effect op de economie’ van het land kunnen hebben, doordat ’veel ouders gedwongen worden thuis te blijven om voor hun kinderen te zorgen’, aldus de krant.

    De staking werd aangekondigd op dezelfde dag dat het Britse parlement een wetsvoorstel behandelde om in bepaalde overheidssectoren een minimumservice te garanderen. Financial Times meldt dat het wetsvoorstel, dat bekendstaat als de ‘antistakingswet’, tot grote verontwaardiging heeft geleid, met name bij de vakbonden. Deze vrezen dat het plan van de regering ‘een ontmoedigend effect’ zal hebben op de stakingsbeweging, aldus het financiële dagblad.

    Lees ook: