Onderwerpen: Boeken

  • De beste non-fictie van augustus

    De beste non-fictie van augustus

    Susan Sontag schrijft in Over vrouwen over de neiging van vrouwen zich kleiner en afhankelijker te maken, ook als ze slim, ambitieus en zelfverzekerd zijn & meer boekentips in deze top 5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    Eindtijd – Peter Turchin

    Turchin laat zien hoe politieke gemeenschappen uiteenvallen wanneer het evenwicht tussen de heersende elites en de meerderheid van de bevolking te ver doorslaat in het voordeel van de elites. Dan zijn politieke instabiliteit en een gewelddadige breuk met het verleden onvermijdelijk.


    Over vrouwen – Susan Sontag

    Susan Sontag schrijft in Over vrouwen over de neiging van vrouwen zich kleiner en afhankelijker te maken, ook als ze slim, ambitieus en zelfverzekerd zijn. De filosoof gaat in op schoonheid en waarom veroudering voor vrouwen erger is dan voor mannen, macht en klasse. Ze roept op intellect en complexiteit te verdedigen tegen versimpeling. 


    De pretoriaanse garde – Guy de la Bédoyère

    Guy de la Bédoyère vertelt de geschiedenis van de in 27 v.Chr. op­gerichte keizerlijke lijfwacht in Rome. Door de eeuwen heen bleken de leden niet alleen beschermers en handhavers, maar ook politieke spelers. Keizers aan wie ze loyaal waren, maakten ze groot, en keizers die hun niet bevielen, brachten ze meedogenloos ten val.


    Kleine trauma’s – Meg Arroll

    Emotionele onbekwaamheid, uitdagende familierelaties, giftige positiviteit of ­gaslighting: het zijn allemaal voorbeelden van ‘trauma’s met een kleine t’, die vaak ­leiden tot bijvoorbeeld angstklachten, perfectionisme, troosteten en slaapproblemen. Maar het leven hoeft niet zo te voelen, schrijft Meg Arroll in Kleine trauma.


    Orde van grootte – Vaclav Smil

    Grootte is de belangrijkste variabele van het universum. Vaclav Smil brengt een gigantisch onderwerp terug tot beheersbare proporties. Het is niet overdreven om te zeggen dat deze tour de force de manier waarop je naar alles om je heen kijkt blijvend ­verandert.

  • Kurt Tucholsky’s bedrieglijk licht vakantieboek

    Kurt Tucholsky’s bedrieglijk licht vakantieboek

    Het in 1931 verschenen Gripsholm, een kasteelroman van de Duitse schrijver Kurt Tucholsky lijkt op het eerste gezicht een luchtig boek, maar schijn bedriegt. De illusieloze roman was een inspiratiebron voor Annie M.G. Schmidt en Simon Carmiggelt.

    Kurt Tucholsky (1890-1935) was al beroemd als satiricus, journalist en schrijver van vlijmscherpe korte verhalen toen hij in 1931 Gripsholm, een kasteelroman schreef, ‘een quasizorgeloos vakantieboek, waarin vriendschap, verliefdheid, geflirt in een driehoeksverhouding, goed eten en drinken en wandelingen in de natuur’ de overhand hebben, aldus de Nederlandse uitgever, Van Oorschot. Opvallend, want in deze jaren schreef de van oorsprong Duitse auteur verder alleen nog ‘hartverscheurende brieven’ aan intimi. Vier jaar later stierf hij aan een overdosis slaappillen. Vanwaar deze luchtige uitzondering?

    Tucholsky brak al jong door als publicist, maar werd in de eerste jaren van de Eerste Wereldoorlog ingezet als soldaat aan het oostfront, een ervaring die hem voorgoed overtuigde van het pacifisme en antimilitarisme. Na de oorlog schreef hij in hoog tempo onder allerlei pseudoniemen artikelen waarin hij onder meer zijn landgenoten vergeefs probeerde te waarschuwen voor een aankomende oorlog. In 1924 verhuisde hij naar Parijs en later naar Zweden, waar hij uiteindelijk stierf.

    Uit zijn brieven is op te maken dat hij die laatste jaren van zijn leven vol zelfverwijt was. Zo schreef hij over zichzelf: ‘Had een goudklomp in zijn hand, maar bukte zich om centjes op te rapen’, aldus The New York Review of Books. Andere citaten uit deze tijd: ‘Een satiricus is een gedesillusioneerde idealist’ en ‘Ik heb succes, maar geen enkele invloed’. NYRB noemt Gripsholm dan ook ‘een bedrieglijk lichte roman’, waarin ‘constant onheil op de loer ligt’. The Times Literary Supplement bespeurt tijdens het lezen ‘een treurig gevoel van verlangen, beroofd van enige hoop’. Tucholsky lijkt niet langer de illusie te hebben gehad anderen te overtuigen; volgens LA Review of Books is dit boek om die reden persoonlijker van aard.

    Toch, schrijft NYRB, was zijn invloed op tijdgenoten en latere schrijvers niet gering – in Nederland vormde Tucholsky een inspiratiebron voor onder anderen Annie M.G. Schmidt en Simon Carmiggelt – zij het niet op politiek vlak. Martyn Goff van The Daily Telegraph noemt als een van de ‘buitengewone kenmerken van dit boek’ de moderniteit: ‘het zou recent geschreven kunnen zijn’. Ook modern in deze roman was zijn personage Lydia, ‘een vrouw die zich vaak wispelturig en belachelijk gedroeg, maar tegelijkertijd nuchter, warm en zeer onafhankelijk was,’ aldus The New York Times.

    Gripsholm, een kasteelroman is 6 juli verschenen in een vertaling van Ard Posthuma.

    Door Laura Weeda

  • De beste non-fictie van juli

    De beste non-fictie van juli

    Hoe kijk je tegen de oorlog in Oekraïne aan wanneer je eigen broer in de Donbas gesneuveld is? Historica Olesya Khromeychuk schrijft erover in haar nieuwste boek & meer boekentips in deze top 5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    Bloedbadnatie – Paul Auster

    Bloedbadnatie gaat over een epidemie die niet wordt veroorzaakt door een ziekte, maar door wapens. Paul Auster onderzoekt hoe Amerika’s liefde voor wapens ontstond bij de eerste Engelse kolonisten, en hoe die geschiedenis van geweld doorleeft tot de dag van vandaag.

    » Bestel het boek in de webshop van Athenaeum Boekhandel.


    Vreemden voor onszelf – Rachel Aviv

    Rachel Aviv volgt mensen met stoornissen die tegen de grenzen van psychiatrische verklaringen aanlopen. Hun diagnose geeft hun ervaring een naam, maar drukt ook een stempel op hun identiteit en positie in de maatschappij. Aviv opent nieuwe vensters in ons denken over psychische stoornissen.

    » Bestel het boek in de webshop van Athenaeum Boekhandel.


    De mens als dier – Markus Gabriel

    De mensheid staat op de rand van de afgrond. Om onze dreigende zelf­vernietiging te voorkomen, moeten we ons beeld van de wereld en van onszelf radicaal herzien. Daarom pleit Markus Gabriel voor een Nieuwe Verlichting, waarin de mens als dier centraal staat.

    » Bestel het boek in de webshop van Athenaeum Boekhandel.


    De dood van een soldaat verteld door zijn zus – Olesya Khromeychuk

    In 2017 sneuvelt de broer van Olesya Khromeychuk in de Donbas. Olesya woont dan al jaren in Londen. Terwijl ze probeert het verlies een plek te geven, tracht ze de Russische invasie in Oekraïne te verwerken: als historica van de oorlog en als vrouw, burger en zus.

    » Bestel het boek in de webshop van Athenaeum Boekhandel.


    Islam – Ahmet T. Kuru

    De islamitische wereld kende invloedrijke denkers en wetenschappers in haar vroege geschiedenis, in een tijd dat Europa werd gedomineerd door religieuze orthodoxie en militaire heerschappij. Van de 9de tot de 12de eeuw waren moslimlanden filosofisch en sociaaleconomisch veel ontwikkelder dan het Westen.

    » Bestel het boek in de webshop van Athenaeum Boekhandel.

    Lezers van 360 Magazine krijgen 10 procent korting op alle niet-Nederlandstalige boeken en tijdschriften in de webshop van Athenaeum met de code 360MAG

  • Polemiek tegen de consultancy-industrie

    Polemiek tegen de consultancy-industrie

    De Britse economen Mariana Mazzucato en Rosie Collington richten hun pijlen in het boek The Big Con op de consultancybranche. Door een gebrek aan toezicht op de sector worden de economie en de democratie ondermijnd.

    In het boek The Big Con nemen de Britse wetenschappers Mariana Mazzucato en Rosie Collington consultancybedrijven als Deloitte en EY onder vuur. ‘Deze twee stoere vrouwelijke economen en experts in innovatief denken leveren verlammende kritiek op de adviesbranche’, concludeert Hugo Gaarden op de Deense nieuwssite Økonomisk Ugebrev. Volgens Gaarden brengen ze ‘scherp aan het licht’ hoe de toezicht op de branche vaak ontbreekt, waardoor ‘de economie en de democratie worden ondermijnd’.

    Diane Coyle van Financial Times benadrukt dat de auteurs ‘perfect’ laten zien hoe snel er een vicieuze cirkel ontstaat. ‘Probeer de klok maar eens terug te draaien. Heeft een grote firma of ministerie eenmaal diensten uitbesteed, dan kost het veel te veel tijd en geld om die weer in eigen beheer te nemen. Dan wordt maar weer een nieuw contract met een consultancybedrijf afgesloten.’

    Hettie O’Brien schrijft in The Guardian dat de anekdotes en de interviews met consultants in het boek het meest tot de verbeelding spreken: ‘Vergaderingen waarin het wemelt van de Deloitte-mensen die elkaar met zombie-achtige mailtjes bestoken. Of junior-adviseurs die vaak veel beter in de gaten hebben wat er binnen de organisatie speelt dan hun leidinggevenden. En dan blijken adviezen bovendien te bestaan uit bedrieglijk simplistische powerpoints.’

    Greg Rosalsky van de Amerikaanse NPR is ‘opgelucht’ dat Mazzucato en Collington ook aanbevelingen doen: ‘Maximale transparantie bij contracten met de consultancybedrijven, extra alert zijn op belangenverstrengeling en diepgaand investeren in de eigen medewerkers binnen de organisatie. Dat zouden overheden ter harte moeten nemen.’

    The Big Con, door Ed Lof en Joost Polmann vertaald als De consultancy-industrie, is op 17 mei verschenen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam

    Door Diederik Samwel

  • De beste non-fictie van juni

    De beste non-fictie van juni

    Ouders willen het beste voor hun kind(eren), maar goed is goed genoeg, stelt filosoof Alain de Botton. In zijn nieuwste boek geeft hij levenslessen aan opvoeders & meer boekentips in deze top 5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    De dochter van Cleopatra – Jane Draycott

    Cleopatra Selene II, dochter van Cleo­patra en Marcus Antonius, kwam ter wereld als een Egyptische prinses. Na de Slag bij Actium in 31 v. Chr. werd ze als gevangene naar Rome gebracht. In de eerste moderne biografie van Cleopatra Selene reconstrueert Jane Draycott haar levensverhaal.


    De koninkrijken van Midden-Europa – Martyn Rady

    Midden-Europa was een bakermat voor de Reformatie, fungeerde als slagveld in de twee wereldoorlogen en het hedendaags nationalisme vond er zijn oorsprong. In deze nieuwe geschiedenis neemt Martyn Rady ons mee naar een regio met een turbulent verleden.


    Over vrijheid – John Stuart Mill

    Een vurig pleidooi uit 1859 voor de vrijheid om naar eigen inzicht te denken, te spreken en te leven. Maar vrijheid moet ook samengaan met morele verantwoordelijkheid; dat is de grondslag voor een betere samenleving. John Stuart Mills Over vrijheid is een grondtekst van het moderne liberale denken.


    Had ik maar… – Robert L. Leahy

    We kunnen ons vrijwel allemaal situaties herinneren waarvan we wilden dat ze anders waren verlopen, dat we andere keuzes hadden gemaakt. Spijt is naast liefde de bekendste menselijke emotie. Gevoelens van spijt en schuld horen er niet alleen bij, we hebben ze zelfs nodig, schrijft Leahy.


    Goed genoeg ouderschap – Alain de Botton

    Een fijn idee: de ideale opvoeding bestaat niet. Op zijn kenmerkende lichtvoetige wijze geeft Alain de Botton levenslessen aan ouders, waaronder hoe je ‘nee’ moet zeggen, en hoe je onder de oppervlakte van ‘slecht’ gedrag moet kijken om de kern van wat er aan de hand is te vinden.

  • De beste non-fictie van mei

    De beste non-fictie van mei

    Wie heeft eigenlijk bepaald wat normaal is en wat niet? Sarah Chaney vertelt het verhaal over hoe vanaf de jaren dertig de gedachte van wat ‘normaal’ was ontstond & meer boekentips in deze top 5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    New York in brand – Jill Lepore

    In dit meesterlijk geschreven boek reconstrueert Jill Lepore een meedogenloze, zwarte periode uit zowel het Nederlandse als het Amerikaanse slavernijverleden. Ze laat zien hoe de witte onderdrukking diepgeworteld raakte in het Amerikaanse politieke leven van toen en nu.


    Schurken en heiligen – John Dickson

    Dickson geeft een onverbloemde kijk op tweeduizend jaar christelijke geschiedenis. Hij gaat in op de donkere kanten van het christendom: van de kruistochten en de inquisitie tot racisme en misbruik in de kerk. Maar hij belicht ook de momenten waarop de kerk wél in overeenstemming was met de leer van Jezus.


    Ben ik normaal? – Sarah Chaney

    Wie heeft eigenlijk bepaald wat normaal is en wat niet? Vóór de negentiende eeuw werd het woord ‘normaal’ zelden geassocieerd met het menselijk lichaam en gedrag. Chaney vertelt het verrassende verhaal over hoe vanaf de jaren dertig de gedachte van wat ‘normaal’ was ontstond en ons heeft gevormd.


    De eendimensionale mens – Herbert Marcuse

    Massamedia scheppen een individu vol ‘valse verlangens’ naar goederen en bezit. Consumentisme legt het kritisch bewustzijn lam, niemand droomt nog van een nieuwe wereld, wel van een nieuwe koelkast. Marcuse roept op tot bevrijding van dergelijke aangeprate verlangens.


    Beter denken – Marcus Du Sautoy

    Aan de hand van fascinerende verhalen, raadsels en puzzels biedt Beter denken vele ingenieuze strategieën om dagelijkse problemen op te lossen. Daarmee is dit boek de ultieme shortcut naar de kunst van de shortcut.

  • Magisch-realistische satire over Sri Lanka

    Magisch-realistische satire over Sri Lanka

    Begin maart verscheen de Nederlandse vertaling van The Seven Moons of Maali Almeida van de Sri Lankaanse schrijver Shehan Karunatilaka. De buitenlandse pers legt uit waarom dit Booker Prize-winnende boek het lezen waard is.

    Sri Lanka, midden jaren tachtig. De jonge, heimelijk homoseksuele oorlogsfotograaf Maali Almeida komt zichzelf tegen in het hiernamaals. Hij heeft geen flauw idee hoe hij aan zijn einde is gekomen. Hebben ze hem vermoord in de burgeroorlog? Net als in het dagelijks leven in Colombo stuit Almeida op een muur van bureaucratie. Dan krijgt hij met terugwerkende kracht zeven manen de tijd om zijn geliefden te vinden en aan de hand van zijn foto’s een nationaal schandaal te onthullen.

    Zo begint The Seven Moons of Maali Almeida van Shehan Karunatilaka. De Sri Lankaanse auteur won er vorig jaar de Booker Prize mee en trad daarmee in de voetsporen van de in Sri Lanka geboren Canadees Michael Ondaatje, die de prijs in 1992 won met The English Patient.

    Ranjan Hulugalle schrijft in Lanka Business Online dat de lezer in deze roman ‘geen flatteus beeld’ krijgt van Sri Lanka. ‘Of het nu gaat om de cultuur, de bloedige politieke strijd van de Tamiltijgers of de complexe beleving van seksualiteit. Dat geeft aanvankelijk een ongemakkelijk gevoel, maar wie doorleest ontdekt dat die ongepolijste waarheid tot verrassende inzichten leidt.’

    ‘Het boek zit vol levendige en schokkende vergelijkingen en absurde situaties’

    Recensent Tomiwa Owolade van The Guardian vergelijkt ‘deze magisch-realistische roman’ met het werk van Salman Rushdie en Gabriel García Márquez, en tegelijkertijd met het surrealisme van Nikolaj Gogol en Michail Boelgakov. ‘Het boek zit vol levendige en schokkende vergelijkingen en absurde situaties, maar de auteur vermengt het met zo veel soms sardonische humor en consideratie dat je als lezer voortdurend alert blijft.’

    Volgens Helen Elliott van The Sydney Morning Herald houdt Karunatilaka’s roman het midden tussen een ‘moordmysterie en politieke, sociaal-maatschappelijke satire’. Ook Elliott ontwaart een duidelijke parallel met een beroemde schrijver: Kurt Vonnegut. ‘Die wist door de werkelijkheid te overdrijven chaos te creëren om zo zijn punt te maken. Karunatilaka doet hetzelfde.’

    Ron Charles begrijpt wel dat de meeste uitgevers hun vingers aanvankelijk niet wilden branden aan een ‘manuscript met zo’n absurd gegeven en zo veel complexe context’, schrijft hij in The Washington Post. Maar Karunatilaka lost dat op met een ‘satirische begrippenlijst’ aan het begin van zijn verhaal: ‘Tamiltijgers: bereid burgers af te slachten voor het goede doel.’ Of: ‘Indian Peace Keeping Force, gestuurd door onze buren om de vrede te bewaren. Branden desnoods een paar dorpen plat om hun missie te volbrengen.’

    Shehan Karunatilaka’s roman is door Robert Neugarten in het Nederlands vertaald als De zeven manen van Maali Almeida en begin maart verschenen bij Spectrum Boeken.

    Diederik Samwel

  • De beste non-fictie van april

    De beste non-fictie van april

    Wat kunnen we leren van andere vormen van intelligentie en identiteit, zoals dieren, planten en natuurlijke systemen? James Bridle zoekt het uit in zijn nieuwe boek & meer boekentips in deze top 5 non-fictie, aangeraden door 360  en Athenaeum Boekhandel.

    De onderwerping – Philip Blom

    Deze universele geschiedenis van de mens en zijn omgeving vertelt het verhaal van de onderwerping van de natuur, waarvan de negatieve gevolgen steeds duidelijker zichtbaar worden. Alleen als de mensheid zich kan ontdoen van het waanidee dat ze boven de natuur staat, heeft ze een kans van overleven.


    De vergeten dagboeken – Nina Siegal

    Toen Nina Siegal, opgegroeid in de VS, naar Nederland verhuisde, begon haar zoektocht naar het verleden van haar familie. Aan de hand van de dagboeken van drie Joden, twee nazisympathisanten, een verzetsstrijder en een fabrieksarbeider brengt ze de Tweede Wereldoorlog dichterbij dan ooit.


    Europa – Timothy Garton Ash

    Een persoonlijke geschiedenis van een periode van ongekende vooruitgang, en een heldere getuigenis van wat er is misgegaan: van de financiële crisis van 2008 tot de oorlog in Oekraïne. Alles wat we hebben bereikt, staat nu op het spel. Garton Ash roept ons op om wat we hebben bereikt te verdedigen.


    Manieren van zijn – James Bridle

    Wat kunnen we leren van andere vormen van intelligentie en identiteit, zoals dieren, planten en natuurlijke systemen? Vooral nu we ermee worden geconfronteerd hoe wij met onze nieuwe technologieën het uitsterven van andere intelligenties dreigen te veroorzaken, en daarmee uiteindelijk ook het onze.


    De droom van Odysseus – José Enrique Ruiz-Domènec

    Dit ambitieuze boek neemt ons mee op een culturele reis over de Middellandse Zee. Van de Trojaanse Oorlog tot de dood van Socrates, van Rome tot Karel de Grote, van Marco Polo tot De goddelijke komedie, en van vluchtelingen die op bootjes de oversteek wagen tot het steeds verder oprukkende toerisme.

  • Jáchym Topol is back

    Jáchym Topol is back

    Eind vorig jaar bracht Uitgeverij Voetnoot twee verhalen van de Tsjechische schrijver Jáchym Topol opnieuw uit. Een Tsjechische en Engelse recensent leggen uit waarom Topols verhalen het lezen waard zijn.

    Na zijn gymnasiumopleiding mocht Jáchym Topol, in 1962 geboren in Praag, niet naar de universiteit vanwege de dissidente activiteiten van zijn vader Josef Topol, die toneelschrijver en dichter was en vertaler van onder andere Shakespeare. Topol jr. had verschillende baantjes, zoals bouwvakker en kolenbezorger, en zat verschillende malen in de gevangenis. Maar al snel belandde hij in de schrijverswereld en groeide hij uit tot een van de grootste namen van de Tsjechische literatuur.

    The Guardian dicht de auteur veel humor toe, ‘zo stroperig zwart dat je er bijna in stikt’ 

    Uitgeverij Voetnoot bracht twee van zijn verhalen opnieuw uit: Supermarkt van sovjethelden en Een trip naar het station, in een vertaling van Edgar de Bruin. Het laatstgenoemde is volgens literatuursite Czechlit, ondanks de jonge leeftijd waarop Topol het schreef, ‘een soevereine, stilistisch buitengewone tekst, die tot het meest geslaagde werk van de auteur behoort’. Het bevat bovendien belangrijke kenmerken uit zijn oeuvre: ‘De nerveuze sfeer van het Praag uit die tijd, een nerveuze held, een nerveus verhaal en nerveuze taal: deze ingrediënten sieren het vroege proza van Jáchym Topol.’

    In het eerste verhaal zijn de helden vier mannen van middelbare leeftijd: twee schrijvers, een journalist en een uitgever, die door Polen en Slowakije reizen, op zoek naar Andrzej Stasiuk (een beroemde Poolse auteur die onder andere veel reisliteratuur schreef) en naar de ‘sporen van de heldendaden van de mannen en vrouwen van het leger van generaal Svoboda’. Topol maakte enkele jaren daarvoor dezelfde reis met drie maten. Hoewel de auteur het genre zelf omschreef als een ‘poging tot een kroniek’, hebben we hier volgens Czechlit eerder te maken met een uitzinnige reportage. The Guardian dicht de auteur veel humor toe, ‘zo stroperig zwart dat je er bijna in stikt’. 

    Jáchym Topol, Supermarkt van sovjethelden/Een trip naar het station, verscheen in een vertaling van Edgar de Bruin bij uitgeverij Voetnoot.

    Door Laura Weeda

  • Disney haalt twee strips over Dagobert Duck uit de verkoop vanwege vermeend racisme

    Disney haalt twee strips over Dagobert Duck uit de verkoop vanwege vermeend racisme

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » China rolt de rode loper uit voor Loekasjenka

    » Griekenland: minstens 32 doden bij treinongeluk

    De strips zouden een karikatuur van een Afrikaan bevatten

    Na de boeken van Roald Dahl en die over James Bond zijn nu stripboeken aan de beurt. Disney haalt de strips De rijkste eend ter wereld en De droom van zijn leven uit de verkoop omdat ze racistische sporen zouden bevatten, schrijft de Spaanse krant ABC. In de twee strips komt ene Bombie de Zombie voor, een zwart personage dat door voodoo betoverd is en Dagobert Duck probeert te dwarsbomen tijdens zijn zoektocht naar goud. De zombie zou een karikatuur zijn van een Afrikaan.

    ‘Als onderdeel van zijn voortdurende inzet voor diversiteit en inclusie is The Walt Disney Company bezig met een herziening van haar bibliotheek met verhalen. Als gevolg daarvan zullen sommige verhalen die niet in overeenstemming zijn met de waarden van het bedrijf niet langer gepubliceerd worden. Dit betreft twee van uw klassieke verhalen, De rijkste eend ter wereld en De droom van zijn leven. Deze verhalen zullen niet meer voorkomen in herdrukken of nieuwe verhalenbundels’, schreef Disney aan de illustrator Don Rosa.

    Onder druk van massale kritiek deelde de uitgever aan Don Rosa mee dat hij het besluit zal heroverwegen

    De tekenaar deed zijn beklag in een post op de Facebookpagina van zijn fanclub. Hij vraagt zich af of dit het begin is van een grote schoonmaak en hoeveel verhalen van Dagobert Duck er nog meer aan moeten geloven. Onder druk van massale kritiek van fans deelde de uitgever aan Don Rosa mee dat hij het besluit zal heroverwegen.

    Uit de reactie van de tekenaar blijkt overigens dat hij de uitgever zelf niets kwalijk neemt. ‘De uitgevers ergeren zich waarschijnlijk net zo erg aan het gedrag van Disney als ieder ander, aangezien dit hen in een slecht daglicht stelt, ook al kunnen zij er niks aan doen’, schrijft hij op diezelfde Facebookpagina.

    Lees ook:

  • Sinds de inval in Oekraïne grijpen de Russen massaal naar George Orwells 1984

    Sinds de inval in Oekraïne grijpen de Russen massaal naar George Orwells 1984

    Russische lezers zoeken na al het het bloedvergieten in Oekraïne naar parallellen en antwoorden in klassiekers over oorlogen of autoritaire regimes uit het verleden, zoals die van Lev Tolstoj of Thomas Mann. ‘Waar de geschiedenis zich lijkt te herhalen, kijken mensen naar het verleden voor antwoorden.’

    1984 van George Orwell gaat niet alleen over bespied worden. De Russische president Vladimir Poetin noemt zijn oorlog tegen Oekraïne officieel een ‘speciale militaire operatie voor de verdediging van de Volksrepublieken Donetsk en Loehansk’ en herhaalde meerdere keren dat de confrontatie ‘vanzelfsprekend onvermijdelijk was’. ‘De enige vraag was wanneer, (…) maar liever vandaag dan morgen,’ zei hij in december. Zijn kruistocht tegen Kyiv – dat hij ervan beschuldigt de reïncarnatie van het nazisme te zijn – en het onderdrukken van zijn eigen bevolking hebben geleid tot een explosieve verkoop van boeken die de Russen schrijnende parallellen bieden, zoals 1984. ‘De vijand van het moment was altijd de personificatie van het absolute kwaad, en daaruit volgde dat elk vroeger of toekomstig verdrag met die mogendheid ondenkbaar was’,* benadrukt Orwell in het derde hoofdstuk van zijn beroemde dystopie die een waarschuwing is tegen repressie en nieuwspraak, en die al driekwart eeuw in elke boekhandel te vinden is.

    In een samenleving die ontwricht is door het bloedvergieten over de grens, waren in 2022 zelfhulpboeken populair, naast boeken die de parallel trekken met totalitaire regimes uit de vorige eeuw en werken over oorlogstrauma. Volgens LitRes, de grootste digitale boekhandel van Rusland, waren 1984 en het zelfhulpboek Teder met jezelf: een boek over hoe je jezelf kunt waarderen en beschermen van Olga Primatsjenko het populairst. De verkoop van beide titels steeg met respectievelijk 45 procent en 83 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Overigens verkocht Orwell al beter omdat zijn roman al in 2021 in trek raakte na de arrestatie van activist Alexej Navalny en de daaropvolgende vervolging van demonstranten en media.

    Iedereen vrij

    In de straat die is vernoemd naar de dichter Nikolai Nekrasov in Sint-Petersburg bevinden zich verschillende onafhankelijke boekhandels. Vse Svobodny [Iedereen vrij] is er één van. Op het raam staat in plakband de tekst ‘Vrede voor de wereld’, een oude Sovjetslogan. ‘In het verleden verkochten antropologie, filosofie en kunst het best. Afgelopen jaar waren dat vooral politiek, geschiedenis en biografieën over specifieke periodes, zoals het fascisme in de jaren dertig en veertig,’ zegt Ljobov Beliatskaja, mede-eigenaar van de boekhandel. ‘Bijna alles wat op een of andere manier verband houdt met oorlog doet het goed. Niet alleen non-fictie, maar ook literaire werken,’ voegt ze eraan toe. Als antimilitaristische schrijvers noemt ze onder andere twee door het nationaalsocialisme onderdrukte en verbannen Duitsers – Heinrich Mann en Thomas Mann – en Lev Tolstoj, een van de meesters van de Russische literatuur.

    ‘Ze proberen de betekenis van woorden te vervangen en dat lukt ze, omdat mensen niet bijster goed zijn opgeleid’

    ‘Tolstojs essays over de Russisch-Japanse oorlog aan het begin van de twintigste eeuw worden enorm goed verkocht,’ zegt de boekhandelaar. De oligarch Oleg Deripaska, die aan het begin van het offensief op sociale media voor vrede pleitte, gebruikte een fragment uit het essay Heroverweeg: ‘Weer oorlog. Weer leed dat niemand nodig heeft, absoluut niet nodig. Opnieuw fraude, opnieuw de universele verdoving en verminking van de mens.’ Zo begint het essay van de schrijver van Oorlog en Vrede.

    ‘Er verscheen dit jaar een nieuwe vertaling [in het Russisch] van 1984, maar die is eerlijk gezegd niet heel goed. De roman verkocht altijd erg goed, zoals alle dystopieën,’ aldus Beliatskaja. Een boekhandelaar in het nabijgelegen Na Nekrasova denkt er hetzelfde over. Hij is gespecialiseerd in oude uitgaven. ‘Orwell verkocht in 2000 evenveel als in 2020 – de dystopie is altijd erg populair geweest,’ zegt hij zonder zijn naam te noemen. ‘Ik geef geen commentaar op de politiek,’ verontschuldigt hij zich. Hij zegt dat de boekverkoop ‘met 40 procent daalde aan het begin van de militaire operatie’. ‘Mensen waren bezorgd en de toekomst was ongewis, maar de verkoop heeft zich hersteld tot het niveau van vorig jaar,’ voegt hij eraan toe, terwijl hij aan de toonbank staat tussen oude boeken over de tsarentijd en Sovjettreinen.

    Varlaam is een twintigjarige Rus die 1984 vorig jaar ontdekte. ‘Ik kon niet geloven wat ik las en had twee emoties: verbazing en angst,’ zegt hij. De jongeman identificeert zich met de proles in het boek, de laagste klasse die wordt gecontroleerd door de gedachtenpolitie, ook al geniet hij in Rusland nog een zekere vrijheid zolang hij zich niet met politiek bemoeit. ‘Ik probeer me los te koppelen van alles en me te concentreren op mezelf,’ verklaart hij.

    Ontsnapping

    Hem ontgaat de parallel niet tussen de nieuwspraak in 1984 en het eufemistische taalgebruik van het Kremlin. Dat noemt het offensief een ‘speciale operatie’, en in verklaringen over de oorlog ontmenselijkt het zijn tegenstanders door ze ‘geëlimineerden’ en ‘onderdrukten’ te noemen. ‘Ze proberen de betekenis van woorden te vervangen en dat lukt ze, omdat mensen niet bijster goed zijn opgeleid,’ zegt Varlaam. De jongeman leest nu de The Witcher-serie van Andrzej Sapkowski en moet aan Oekraïne denken tijdens de passages waarin de Poolse schrijver op grove wijze verhaalt over de verschrikkingen en het kwaad dat zijn koningen in hun oorlogen aanrichtten.

    Als 1984 het boek is waarin Russen naar een antwoord zoeken op autoritair gedrag, dan biedt het zelfhulpboek Teder met jezelf een uitweg voor duizenden anderen die willen ontsnappen aan de werkelijkheid. ‘Ik denk dat het heel relevant is in deze tijd, want als de wereld om je heen instort, moet je voor jezelf kunnen zorgen,’ zegt Yevguenia, een jonge vrouw die het boek las. ‘Als individu kun je de internationale politiek helaas niet veranderen, en met een dictator valt niet te discussiëren. Maar je kunt wel je eigen leven verbeteren,’ meent ze.

    ‘Boeken die vroeger weinig aandacht kregen, zijn nu bestsellers geworden’

    Naast fictie zijn Russen ook geïnteresseerd in persoonlijke verhalen van mensen die de opkomst van het totalitarisme bijna een eeuw geleden hebben meegemaakt. ‘Boeken die vroeger weinig aandacht kregen, zijn nu bestsellers geworden. Zoals Het verhaal van een Duitser van Sebastian Haffner, zegt de mede-eigenaar van Vse Svobodny.

    ‘Mensen worden aangetrokken door historische parallellen. Als soortgelijke politieke processen plaatsvinden, kunnen we daar dan invloed op uitoefenen? Of juist niet? Waar de geschiedenis zich lijkt te herhalen, kijken mensen naar het verleden voor antwoorden,’ aldus Beliatskaja.

    ‘Het verhaal dat ik nu ga vertellen, gaat over een merkwaardig duel. Een duel tussen twee ongelijke rivalen: een ongelooflijk machtige en meedogenloze staat en een onbekende, kleine burger’, aldus het voorwoord van Haffner. De journalist wist op het laatste moment naar het Verenigd Koninkrijk te vluchten. Zijn boek, geschreven in 1939, werd pas in 2000 gepubliceerd, een jaar na zijn dood.

    De roman overleefde de ijzeren censuur van de autoriteiten, wat zeker niet voor alle boeken geldt. Het boek Alles is f*cked: een boek over hoop van Mark Manson is op een van de bladzijden verminkt: anderhalve alinea waarin nazi-Duitsland wordt vergeleken met de USSR is zwart gemaakt. Een voetnoot verklaart dat ‘dit gedeelte is verwijderd in overeenstemming met de wet op de bestendiging van de overwinning van het Sovjetvolk in de Grote Patriottische Oorlog’.

    De censuur reikt nog verder. ‘De wet tegen lhbti-publicaties had een Streisand-effect [een verbod dat een tegenovergesteld effect heeft],’ aldus Beliatskaja, Ze wijst erop dat de verkoop in winkels is gestegen: ‘Wat verboden is, wordt juist interessanter’.

    Aan het einde van een van de schappen kom je ineens de zogenaamd gevaarlijke inhoud tegen

    Bij boekhandel Porjadok Slov [Syntaxis] hangt een bord op de deur dat minderjarigen de toegang verbiedt. Niets wijst erop dat je hier inhoud speciaal voor volwassenen vindt – niets is anders dan in een openbare bibliotheek. Maar aan het einde van een van de schappen kom je ineens de zogenaamd gevaarlijke inhoud tegen. Het gaat om verschillende boeken over het recente Rusland van journalist Michail Zygar, die vorig jaar tot ‘buitenlands agent’ werd verklaard. Een nieuwe wet verplicht auteurs die op de zwarte lijst staan niet alleen om zich als zodanig te identificeren op alle sociale netwerken, maar vanaf nu zijn ze ook verplicht om een groot ‘18+’-teken op het omslag van al hun boeken te zetten. ‘Ze verkopen erg goed,’ zeggen ze in een van de boekhandels die nog steeds de werken van ‘buitenlandse agenten’ durven te verspreiden.

    In de boekhandels aan de glamoureuze Nevski Prospekt is nauwelijks iets van deze vogelvrije auteurs te vinden. Daar staan kalenders met een Sovjetthema en boeken over Poetin, Stalin en de Oekraïense oorlog vanuit een ultrapatriottisch standpunt. De Terugkeer van Novorrosija, is zo’n titel, met een uitvergrote ‘Z’ op het omslag, als steun voor het offensief. DenaZificatie van Oekraïne is een ander boek met ook al een grote ‘Z’ op de voorpagina. En vlakbij, op een andere plank, ligt een verzameling teksten van Nobelprijswinnaar Aleksandr Solzjenitsyn. Met Oekraïne zal het extreem pijnlijk zijn is de titel, een rechtstreeks citaat uit een fragment van De Goelag Archipel, waarin de schrijver betoogt dat een deel van Oekraïne weliswaar misschien pro-Russisch is, maar dat Oekraïne zijn eigen lot moet bepalen zonder inmenging van Moskou.

    Solzjenitsyn, die vóór zijn dood steun uitsprak voor Poetin, is in het Rusland van vandaag nog prominent aanwezig. Deze week nog deed een afgevaardigde van de Doema een oproep om De Goelag Archipel uit scholen te verwijderen omdat het volgens hem ‘de tand des tijds niet heeft doorstaan en niet overeenstemt met de werkelijkheid’.

    * Vertaling: Tinke Davids, De Arbeiderspers

    Lees ook:

  • In Latijns-Amerika is horror onderdeel van het dagelijks leven

    In Latijns-Amerika is horror onderdeel van het dagelijks leven

    Latijns-Amerikaanse schrijvers als Mónica Ojeda en Samantha Schweblin zijn belangrijke namen in een nieuw soort gothic literatuur. Hun ‘gruwelijke, fantastische, speculatieve fictie’ verbeeldt de terreur waar veel vrouwen van Mexico tot Argentinië dagelijks mee te maken hebben.

    ‘Ik ben een auteur van korte verhalen, dus ik ga het ook kort houden.’ Met deze woorden sprak de Argentijnse schrijver Samantha Schweblin afgelopen woensdag tegenover een New Yorks publiek haar dank uit bij de uitreiking van de National Book Award, een van de meest prestigieuze literaire prijzen van de Verenigde Staten. Ze deelt haar prijs in de categorie vertaalde literatuur met Megan McDowell, die zorg droeg voor de Engelse vertaling van de winnende verhalenbundel Siete casas vacías (Seven Empty Houses, in het Nederlands vertaald als Zeven lege huizen).

    Het is al de derde prijs waarmee de schrijver zich dit jaar profileert. Bovendien is ze de eerste Argentijnse die de National Book Award wint sinds Cortázar dat in 1967 deed met Rayuela: een hinkelspel. Schweblin was echter niet de enige genomineerde Latijns-Amerikaanse schrijver: finaliste in dezelfde categorie was Mónica Ojeda uit Ecuador met haar roman Mandíbula (in het Engels vertaald als Jawbone). Al verschilt Schweblins stijl van die van Ojeda, Siete casas vacías en Mandíbula hebben veel gemeen: beide boeken ademen een ongewone sfeer waarin de horror flirt met het bovennatuurlijke maar ook deel uitmaakt van het verontrustende, gewelddadige dagelijkse leven van de personages. 

    GettyImages 846140432
    Voor de Calabiuza-parade tijdens de viering van de Dag van de Doden in San Salvador, El Salvador, schminken kinderen een doodshoofd op hun gezicht. Op deze feestdag worden precolumbiaanse tradities gecombineerd met de katholieke versie van Allerheiligen. – © Jan Sochor / Getty Images

    Schweblin en Ojeda zijn twee van de bekendere namen in een reeks Latijns-Amerikaanse schrijvers van wat Alejandra Amatto, onderzoeker aan de Universidad Nacional Autónoma de México (UNAM) en coördinator van het Seminar over Fantastische Literatuur aan dezelfde instelling, typeert als niet-realistische literatuur. In het rijtje Latijns-Amerikaanse schrijvers met succes bij zowel de kritiek als het publiek en met speciale belangstelling voor ‘gruwelijke, fantastische, speculatieve fictie’ horen ook Mariana Enríquez, Liliana Colanza, María Fernanda Ampuero, Giovanna Rivero, Cecilia Eudave en Fernanda Trías thuis.

    Dagelijkse horror 

    ‘Sinds 2016 is niet alleen de belangstelling bij het lezerspubliek gegroeid, ook uitgeverijen publiceren en verspreiden inmiddels gretig het werk van diverse Latijns-Amerikaanse schrijvers,’ laat Alejandra Amatto aan elDiario.es weten. ‘In de eerste twee decennia van de eenentwintigste eeuw vond een herijking van niet-realistische genres plaats die boven tafel brengen wat de ware dagelijkse vormen van terreur zijn voor ons als Latijns-Amerikaanse vrouwen,’ aldus de academica.

    Het gaat niet aan om zulke uiteenlopende schrijvers uit verschillende windstreken te reduceren tot een bepaalde generatie of een uitgeeffenomeen, maar Mónica Ojeda (Guayaquil, 1988) is het met Amatto en andere door elDario.es geïnterviewde schrijvers eens dat de laatste jaren een groter onthaal ten deel viel aan literatuur ‘waarin wordt gewerkt met angst’. ‘Ik denk dat het te maken heeft met het feit dat we leven in een wereld die steeds angstaanjagender wordt en dat we die benaderen vanuit nieuwe invalshoeken, bijvoorbeeld vanuit de angst voor raciaal of seksueel geweld,’ licht ze telefonisch toe. Voor Ojeda zit het bijzondere van de Latijns-Amerikaanse schrijvers in het feit dat ze ‘de angst via de geografie belichten’. ‘Omdat onze geografie vanuit het globale noorden altijd als een perifere en marginale plek is gezien, brengen we de lezers iets nieuws waar ze tevoren geen weet van hadden. Angst is geografisch, historisch en maatschappelijk bepaald, daarom levert de beschrijving ervan overal een andere filosofie van de angst op,’ benadrukt ze.

    Angst is geografisch, historisch en maatschappelijk bepaald

    Deze geografische component van de angst krijgt zorgvuldig gestalte in uiteenlopende thematische interesses: Enríquez schrijft over vormen van staatsterreur die te maken hebben met de dictatuur in Chili, Argentinië en Uruguay, Colanzi behandelt de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen en de landonteigening die veel inheemse groeperingen treft in landen als Bolivia, en auteurs als Ojeda of Ampuero richten zich op patriarchale vormen van geweld in de intiemere, familiaire context, die niettemin verbonden is met de realiteit van Ecuador. ‘Het is niet alleen een thematisch maar ook een structureel perspectief, dat kan worden beschouwd vanuit de context van het genre en van de Latijns-Amerikaanse geografie, maar de reikwijdte is universeel: schrijvers als Enríquez zijn in meer dan vijftig landen vertaald,’ aldus Amatto. 

    Ojeda wijst er ook op dat veel van haar tijdgenoten ‘schrijven over angst en terreur maar niet per se vanuit het genre’. Amatto is het met haar eens en beaamt dat deze Latijns-Amerikaanse schrijvers uit de niet-realistische hoek de mechanismen van het kwaad doorgronden zonder de klassieke parameters van het genre te hoeven volgen, en zich bovendien laten inspireren door nationale en regionale esthetische tradities – de fantastische literatuur van Argentinië, de gothic van de Andes of de ‘zonderlinge’ literatuur van Uruguay – met thematische en esthetische overlappingen.

    GettyImages 1179293733
    © Jan Sochor/Getty Images

    ‘Deze schrijvers werken niet vanuit afgebakende genres en de kritiek moet altijd waken om niet alles over één kam te scheren; zo kunnen we in het geval van Mariana Enríquez denken aan fantastische, angstaanjagende teksten, en in dat van Lilianza Colanzi zie je een mix van Andes-elementen en sciencefiction,’ specificeert de onderzoekster van de UNAM.

    Herontdekt

    Elena Garro, Amparo Ávila, Inés Arredondo, Armonía Sommers en Silvina Ocampo zijn enkele van de Latijns-Amerikaanse schrijvers die zich in de twintigste eeuw bezighielden met horror en fantastische en speculatieve thema’s en nu worden herontdekt door nieuwe generaties schrijvers en vrouwelijke academici. ‘Het genre was vanaf het begin moeilijk in kaart te brengen en werd als minderwaardig beschouwd omdat daarin vanzelfsprekend de dominante maatschappelijke thema’s en codes worden gemeden of juist uit diverse hoeken en percepties worden bevraagd,’ zegt Lola Ancira (Querétaro, 1987), een van de schrijvers die in het Latijns-Amerikaanse panorama uitblinkt met boeken als Despojos of El vals de los monstruos. ‘Ik juich alles wat er rondom door vrouwen geschreven genrefictie gebeurt enorm toe, want die werd decennialang niet erkend of serieus genomen.’

    De Mexicaanse Laura Baeza (1988, Campeche), die in haar verhalenbundel Una grieta en la noche Mexico-Stad gebruikt als spookachtig decor, denkt dat het succes van de Latijns-Amerikaanse schrijvers met hun niet-realistische werk ‘verder gaat dan een historische rechtzetting of een uitgeeffenomeen, maar te maken heeft met hun kwaliteit. ‘Overigens,’ zegt ze, ‘juich ik het toe dat velen bij onafhankelijke uitgeverijen publiceren. Ook de migratie verbindt ons. Er is nog geen aanduiding voor de schrijvers van Midden-Amerika tot aan de grens met de Verenigde Staten, en we moeten het ook hebben over Guatemala, over Belize, over de grens vanuit het specifieke oogpunt van de terreur.’

    ‘Ik heb het mechanisme van het geweld van kinds af aan bestudeerd’

    ‘Wij zijn de erfgenamen van een Latijns-Amerikaanse literatuur waarin het fantastische genre heel belangrijk was en groeiden op in een tijd waarin zich de democratisering van de film en de popcultuur voltrok, met alle gruwelverhalen van dien,’ verklaart María Fernanda Ampuero (Guayaquil, 1976), die in de verhalenbundels Pelea de gallos en Sacrificios humanos huiselijk geweld en vrouwenmoorden aankaart met een stijl die zowel bloederig als poëtisch kan zijn. ‘Ik heb het mechanisme van het geweld van kinds af aan bestudeerd, sinds onheuglijke tijden is er die maatschappelijke bezorgdheid die niet te maken heeft met een satanische idee-fixe maar met wat ons in het echte leven overkomt, en ik gebruik dat mechanisme, dat ik goed ken, om over onze tijd te spreken.’

    Ojeda schrijft naar eigen zeggen niet om maatschappelijke thema’s aan te kaarten, want voor haar ‘is de literatuur geen middel maar een doel op zich’, wat niet betekent dat zij of andere schrijvers als zij hun ogen sluiten voor bepaalde misstanden in Latijns-Amerika, zoals de vrouwenmoorden, de verdwijningen en andere gewelddaden die in het bijzonder vrouwen treffen. ‘Ik voel dat ik veel gemeen heb met schrijvers die de angst, het geweld en de pijn voelbaar willen maken. Ik weet niet of je kunt spreken van een generatie, maar ik zie wel overeenkomsten qua interesses, al vind ik het vooral boeiend om de verschillen en het eigene van iedere blik binnen een collectief te herkennen,’ aldus Ojeda. ‘Het lijkt me niet goed om de eigenaardigheden van bepaalde schrijvers te verdoezelen om ze maar te laten passen in een bepaald frame.’

    Verwantschap

    Baeza zegt zich juist onderdeel te voelen van ‘een generatie die zich voedt met andere generaties’. Eerder heeft ze de roman Niebla ardiente gepubliceerd met de gruwelijke vrouwenmoorden in Mexico als uitgangspunt, maar de bundel Una grieta en la noche is haar eerste horrorboek. In een land waar iedere dag tien vrouwen worden vermoord blijft Baeza schrijven over femicide, want ‘dat is waarmee ik iedere dag wakker word’. ‘Maar,’ zegt ze, ‘ik moest daarvoor wel de werkelijkheid vervormen, en die vrijheid heb ik binnen dit genre en het korte verhaal, dat voor mij een onuitputtelijk laboratorium is.’

    ‘Ik voel verwantschap met een heleboel andere Latijns-Amerikaanse schrijvers wat hun zoektocht betreft, maar niet qua resultaat. Ieder van ons volgt een eigen weg, de een schrijft realistisch, de ander schept een complete kosmogonie,’ benadrukt María Fernanda Ampuero. Los van het strikt literaire voelt ze zich als vrouw met andere Latijns-Amerikaanse schrijfsters verbonden in de aanklacht: ‘Wij zijn bang, wij maken ons grote zorgen om het geweld tegen vrouwen en meisjes, tegen het ecosysteem, tegen de inheemse gemeenschappen die de strijd aangaan met grote ondernemingen, en dat komt vanzelfsprekend in de literatuur terecht.’

    La creacion de las aves Remedios Varo 2
    In La creación de las aves combineert de Mexicaanse surrealistische schilder Remedios Varo een hoge dosis surrealisme, symboliek en fantasie. Een vreemd wezen, een kruising tussen uil en mens, gebruikt wetenschap en magie om verschillende vogels te creëren. – © Museo de Arte Moderno de México

    Er is weliswaar een lange rij van in de jaren zestig, zeventig of begin tachtig geboren schrijvers die volledig door de kritiek en de lezers zijn omarmd, maar er zijn ook schrijvers die nu doorbreken en aandachtig naar de vorige lichting kijken. Alicia Mares (1996) en Andrea Chapela (1990), beiden uit Mexico, publiceerden onlangs in Spanje hun verhalenbundels Cocodrilario (uitgegeven door Horror Vacui) en Ansibles, perfiladores y máquinas de ingenio (uitgegeven door Almada). Mares gebruikt lijfelijke, brute horror die direct is terug te voeren op bijvoorbeeld Ojeda’s stijl, terwijl Chapela in verschillende van haar verhalen een apocalyptisch en hypertechnologisch Mexico oproept.

    ‘Al spelen mijn verhalen in Tlaxcala, Tijuana of Veracruz, wat ik beschrijf is een terreur die zich afspeelt in een intiem bestek, binnen de vier muren van een huis, in een gemeenschap,’ vertelt Mares, terwijl ze als haar grote voorbeelden onder andere de verhalenbundel Las voladoras van Mónica Ojeda noemt en meer schrijvers uit de Andes, zoals Giovanna Rivero. Mares maakt deel uit van een generatie die veel van haar literaire voorbeelden heeft leren kennen via sociale media, wat voor Amatto het succes verklaart van deze schrijvers, die met hun volgers in gesprek zijn en in real time berichten delen, een manier om literatuur buiten academische en specialistische kringen te verspreiden.

    Eigen stijlmiddelen

    Lola Ancira komt nog met namen als Viridiana Carrillo, Magdalena López en Yesenia Cabrera, ‘die het genre ieder voor zich benaderen vanuit eigen perspectieven en met eigen stijlmiddelen’. ‘De nauwste band die ik voel met andere schrijvers van mijn generatie betreft het onheilspellende en lichamelijke: linksom of rechtsom komt de vrouwelijke lichamelijkheid in ons werk aan bod,’ meent ze. ‘En ook het vraagstuk van het afwijkende moederschap. Thema’s die tot voor kort te intiem en onbeduidend werden gevonden, terwijl juist het intieme eigenlijk het publieke verandert.’

    De canon wordt breder en ruimt plaats in voor nieuwe verhalen, horizonten en problemen

    Het is een feit: de canon wordt breder en ruimt plaats in voor nieuwe verhalen, horizonten en problemen. Schweblin wilde het in haar dankwoord dan misschien kort houden, maar zowel zij als vele andere Latijns-Amerikaanse schrijvers hebben nog een lange weg te gaan. ‘Wat ik belangrijk vind is dat we elkaars werk lezen, ik leer van degenen die er waren, die er zijn, en die net komen kijken,’ aldus Laura Baeza. En Ojeda acht de speculatieve, horror-gerelateerde literatuur niet alleen waardevol om ‘je eigen tijd goed te lezen, maar ook om te anticiperen op de toekomst’. ‘Interessant voor Latijns-Amerika is dat vele schrijvers zich via deze genres afwenden van de richtsnoeren van het globale noorden en naar binnen kijken, naar wat hen omringt: ze distantiëren zich van de canon die is geschreven door witte mannen en gaan nadenken over hoe het bij henzelf toegaat – speculatieve fictie op een andere plek, dat is het echt interessante,’ concludeert ze.

  • De beste non-fictie van februari

    De beste non-fictie van februari

    Is het mogelijk om alleen gelukkig te zijn? Dat onderzoekt Daniel Schreiber in zijn nieuwe boek; Martha C. Nussbaum schrijft een pleidooi voor gerechtigheid voor dieren & meer boekentips in deze top 5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    Alleen – Daniel Schreiber 

    Nog nooit hebben zo veel mensen alleen geleefd, en niet eerder werd het zo duidelijk hoe wreed zelfverkozen vrijheid kan omslaan in eenzaamheid. Is het mogelijk om alleen gelukkig te zijn? Hoe kan het dat in onze individualistische samenleving zo veel mensen zich schamen om alleen te leven? 


    De adel en de nazi’s – Stephan Malinowski 

    De Duitse keizersfamilie Hohenzollern raakte al haar landerijen, kastelen en kunst kwijt in de Tweede Wereldoorlog. Met rechtszaken, intimidatie en manipulatie proberen ze nog steeds hun verloren eigendommen terug te krijgen. Alles draait om de vraag: waren de Hohenzollerns goed of fout?


    Reserve – Prins Harry

    Bij de dood van prinses Diana vroegen veel mensen zich af hoe de levens van William en Harry zich zouden ontwikkelen. Dat is nu te lezen in het niets-ontziende Reserve een grensverleggend boek vol inzichten, onthullingen en zwaarbevochten wijsheid over hoe liefde het uiteindelijk wint van verdriet. 


    Gerechtigheid voor dieren – Martha C. Nussbaum 

    Of het nu gaat over de gruwelijke mishandeling in de vleesindustrie, de jacht, de vernietiging van de natuurlijke omgeving of de verwaarlozing van huisdieren: de positie van dieren vraagt dringend om een wereldwijd ethisch reveil, om een bewustzijnsverandering van internationale proporties. 


    De butler van de wereld – Oliver Bullough 

    Van miljoenen aan steekpenningen van Russische oligarchen tot het cultiveren van Gibraltar als offshore-gokparadijs: hoe heeft Groot-Brittannië ooit kunnen uitgroeien van internationale supermacht tot de bediende van ’s werelds rijkste en meest corrupte mannen?

  • Salman Rushdie zal nieuwe roman niet promoten

    Salman Rushdie zal nieuwe roman niet promoten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » The Times: EU en VK bereiken akkoord over kwestie Noord-Ierland

    » Brits-Columbia decriminaliseert harddrugs voor persoonlijk gebruik

    Rushdie was vorig jaar het slachtoffer van een aanslag

    Het herstel van Salman Rushdie na de aanslag van vijf maanden geleden vordert, maar hij zal zijn nieuwe roman niet promoten, zo heeft zijn agent bevestigd. Dat meldde The Guardian gisteren. Rushdie schreef Victory City voordat hij werd aangevallen in het Chautauqua Institution in de staat New York, waardoor hij het zicht in één oog verloor en één hand nu niet meer kan gebruiken. Het wordt zijn eerste boek dat sindsdien is gepubliceerd. De publicatie van de roman staat gepland op 9 februari.

    Victory City wordt gepresenteerd als een verkorte vertaling van een fictieve Sanskrietsaga in versvorm, die lang in een pot in de grond begraven was en nu opnieuw verteld wordt door een ‘nederige’ verteller. Het verhaal speelt zich af in een magische versie van veertiende-eeuwse India.

    De hoofdfiguur wil een koninkrijk creëren waar vrouwen ‘noch gesluierd noch verborgen zijn’

    De roman omspant tweehonderdvijftig jaar, waarin de ‘dichteres, wonderdoenster en profetes’ haar goddelijke doel probeert te vervullen: vrouwen zeggenschap geven in een patriarchale wereld en een koninkrijk creëren waar vrouwen ‘noch gesluierd noch verborgen zijn’.

    Lees ook:

  • De beste non-fictie van januari

    De beste non-fictie van januari

    Patou Mathis ontmantelt de seksistische vooroordelen die lange tijd het beeld van prehistorische vrouwen hebben bepaald; hoe we het beste nieuwe vriendschappen kunnen aangaan & meer boekentips in deze top 5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    Verleiding en verraad – Elizabeth Hardwick

    Elizabeth Hardwick reconstrueert met een messcherpe pen het leven en werk van de Brontë-zusters, Virginia Woolf, George Eliot en Sylvia Plath, het lot van literaire echtgenotes als Zelda Fitzgerald en Jane Carlyle en van vrouwelijke hoofdpersonen als Ibsens Nora Helmer en Hedda Gabler.


    Marx, Wagner, Nietzsche – Herfried Münkler

    Münkler brengt de toonaangevende denkers Marx, Wagner en Nietzsche bij elkaar, wijst op hun overeenkomsten en verschillen en roept daarmee een heel tijdperk op dat vele aardverschuivingen kende: politiek, economisch en maatschappelijk, maar ook esthetisch en psychisch.


    Verstild voorjaar – Rachel Carson

    Carson schreef in 1962 een kritiek op de destructieve controlezucht van de mens. Technologische vooruitgang heeft ons de beschikking gegeven over chemicaliën die ongedierte bestrijden. Maar de verwoesting en schade die zulke middelen veroorzaken is enorm. Het boek zorgde voor een verbod op DDT.


    Volwassen vriendschap – Marisa Franco

    In Volwassen vriendschap beantwoordt Marisa Franco de belangrijke vraag hoe we nieuwe vriendschappen kunnen aangaan en bestaande verder kunnen verdiepen. Hierin stelt ze onze kennis over hechting als sleutel voor het opbouwen van blijvende vriendschappen en relaties centraal.


    De onzichtbaarheid van de vrouw – Marylène Patou Mathis

    Er blijkt geen bewijs te zijn voor een ‘natuurlijke’ hiërarchie tussen de seksen. Patou Mathis ontmantelt de seksistische vooroordelen die lange tijd het beeld van prehistorische vrouwen hebben bepaald, en werpt nieuw licht op de plaats van deze vrouwen in de geschiedenis.