Onderwerpen: Democratie

  • Ruzie om controversiële dam in Nijl | Gewonden bij betoging in Libanon

    Ruzie om controversiële dam in Nijl | Gewonden bij betoging in Libanon

    Ethiopië en Egypte ruziën om controversiële dam

    Ethiopië heeft Egypte laten weten dat het is begonnen met de volgende fase van het vullen van de controversiële Grand Ethiopian Renaissance Dam (GERD) in de belangrijkste zijrivier van de Nijl. De aankondiging komt enkele dagen voordat de Veiligheidsraad zal vergaderen over deze kwestie. Egypte wijst het ‘eenzijdige initiatief’ af en noemt de stap ‘een schending van internationale wetten en normen’, schrijft Al-Jazeera.

    De GERD, die na voltooiing het grootste hydro-elektrische project van Afrika zal zijn, zorgt al bijna tien jaar voor een diplomatieke impasse tussen Ethiopië en de stroomafwaarts gelegen landen Egypte en Soedan, die vrezen voor hun drinkwatervoorziening.

    Lees ook:


    Gewonden bij betoging in Libanon

    De oproerpolitie heeft dinsdag traangas afgevuurd op betogers buiten de residentie in Beiroet van interim-minister van Binnenlandse Zaken Mohamed Fahmi, waarbij een onbekend aantal betogers gewond raakte, de meesten door het inademen van traangas, aldus lokale media.

    Familieleden van de slachtoffers van de explosie van 4 augustus 2020 in de haven van Beiroet, waarbij meer dan 200 mensen omkwamen, ‘demonstreerden door symbolische houten doodskisten in hun armen te dragen’, meldt L‘Orient-Le Jour. En door ‘een sterke vastberadenheid te tonen om recht te doen geschieden’. De demonstranten beschuldigen de minister ervan het onderzoek naar de explosie in de haven, die ongeveer een jaar geleden plaatsvond, te hebben geblokkeerd.

    Lees ook:


    Gevangenisstraf voor tennisster

    Aanklagers is Spanje eisen een gevangenisstraf van vier jaar voor voormalig tennisster Arantxa Sánchez Vicario en haar ex-man Josep Santacana. Ze worden ervan beschuldigd geld te hebben weggesluisd om te voorkomen dat ze een grote schuld moesten betalen. De voormalige winnares van Roland Garros, zou ‘in opdracht’ van haar echtgenoot hebben gehandeld om te voorkomen dat een schuld moest worden voldaan aan de Banque de Luxembourg, die sinds 2010 een bedrag van miljoenen euro’s claimde. Na jaren van vergeefse aanmaningen, stapte de bank naar de rechter, bericht El País.

    De aanklagers eisen ook dat het tweetal 6,1 miljoen euro schadevergoeding aan de bank betaalt.

  • De echte reden waarom Remain verloren heeft

    De echte reden waarom Remain verloren heeft

    Nu het Verenigd Koninkrijk de EU heeft verlaten, maakt gevierd columnist Fintan O’Toole de balans op. Hoe kon het dat een stel witte mannen van middelbare leeftijd meer stemmen trok dan een jong en divers team?

    Aan de vooravond van de laatste campagnedag voor het brexitreferendum van juni 2016 bracht BBC het Grote Debat, live vanuit de Wembley Arena. De twee campagnes hadden elk drie sprekers afgevaardigd. De ene kant had een trio parlementsleden uit de gevestigde partijen: allemaal boven de vijftig, geen van drieën vertegenwoordigde een kiesdistrict buiten het zuiden en midden van Engeland. Hun tegenstanders schoven geen parlementsleden naar voren, maar kozen voor een jonger, diverser team dat veel meer overeenkomst vertoonde met het hedendaagse Groot-Brittannië.

    Als je niet beter wist en je had begrepen dat er in het land ontevredenheid over de status quo heerste, had je uit dit rijtje sprekers makkelijk kunnen afleiden wie over twee dagen de meeste stemmen zou krijgen. Natuurlijk zouden de middelbare establishment-types verliezen.

    Alleen: dat gebeurde niet. De drie witte, middelbare parlementsleden waren Gisela Stuart, Andrea Leadsom en Boris Johnson. Hun tegenstanders waren Ruth Davidson, Sadiq Khan en Frances O’Grady.

    Je kunt je goed voorstellen hoe ingenomen de Remain-campagne moet zijn geweest met de samenstelling van haar trio: een Schotse die ook lesbienne, ex-militair en lid van de Conservatieve Partij is, een Londenaar uit de arbeidersklasse met Brits-Pakistaanse wortels en de eerste vrouw ooit in de top van de Britse vakbondsbeweging. Het plaatje dat zij samen lieten zien had nauwelijks inclusiever kunnen zijn of beter afgestemd op de complexe werkelijkheid van Groot-Brittannië in 2016.

    Remainers werden bezield door veel verschillende dingen. Leavers werden gedefinieerd door één groot ding

    Het was natuurlijk ook tamelijk zinloos. Complexiteit en variatie leidden Remain in 2016 niet naar de overwinning. Ook in de strijd om een zeer harde brexit te voorkomen bleken deze kwaliteiten niet alleen ineffectief, maar zelfs duidelijk contraproductief.

    In normale tijden lijkt het duidelijk dat een brede alliantie in een democratie altijd beter is dan een smalle beweging. Het probleem voor Remain was dat het geen normale tijden waren. Wanneer nationale identiteit het overheersende onderwerp wordt, verstoort dat de vertrouwde melodie. Het wordt veel gemakkelijker om op één noot te blijven hameren dan om een orkest met te veel instrumenten te willen dirigeren.

    Je kunt bijna niet anders dan met het oude (en ja, clichématige) Griekse beeld komen van de vos die veel dingen weet en de egel die één belangrijk ding weet. Remainers werden bezield door veel verschillende dingen. Leavers werden gedefinieerd door één groot ding.

    Weggaan uit de Europese Unie was eruit zijn. Blijven was erin zijn. Maar wáárin precies? Er waren veel te veel antwoorden op die vraag en de meeste botsten met elkaar.

    Wat voor staatsvorm, wat voor plek, wat voor imaginaire gemeenschap konden Nicola Sturgeon en Keir Starmer, Gerry Adams en Dominic Grieve, Caroline Lucas en David Cameron met zijn allen bedenken? Die was er niet, omdat die er niet kon zijn. De Remainers hadden over vrijwel alles behalve over de wenselijkheid om niet uit de EU te vertrekken, diepgaand verschillende opvattingen van wat het Verenigd Koninkrijk zou moeten zijn en ze verschilden zelfs hevig van mening over de vraag of dat Verenigd Koninkrijk überhaupt zou moeten bestaan.

    Het is ook heel moeilijk om een overtuigend idee van het hedendaagse Groot-Brittannië te belichamen. Is Ruth Davidson het soort Tory met wie de meeste Engelse conservatieven zich kunnen identificeren? Roept de arbeidersklasse-achtergrond van Sadiq Khan een gevoel van solidariteit op onder kiezers uit de arbeidersklasse in de Midlands? Hoeveel politiek gewicht legt de vakbeweging van Frances O’Grady werkelijk nog in de schaal?

    In elk land is het lastig om een collectieve identiteit te definiëren, maar het is nog veel moeilijker in een multinationaal koninkrijk met verschuivende en onzekere opvattingen over zijn eigen verleden, zijn plaats in de wereld, de relaties tussen de verschillende delen waaruit het bestaat, sociale politiek en houding tegenover migratie en globalisering.

    Collectieve identiteit

    De grote ironie van brexit is dat die voor Remainers wel degelijk een soort collectieve identiteit genereerde. Maar alleen als reactie op de nederlaag. Remain verloor omdat zijn enige echte verbindende factor een gevoel van verlies was. Het moest eerst verslagen worden voordat het een collectief zelf kon vinden. Dat was per definitie te laat.

    Natuurlijk is het zo dat Leavers het niet met elkaar eens waren over wat de brexit echt betekende. Maar het cruciale verschil is dat zij dat ook niet hoefden te zijn. Want het enige belangrijke dat nationalistische bewegingen weten is niet wie ‘wij’ zijn. Het is wie we níet zijn. Leavers hadden een diepgeworteld besef van hun Ander: hun afkeer van en wantrouwen tegen de EU. Voor Remainers waren alleen de Leavers de Ander. Als, zoals W.B. Yeats beweerde, er ‘meer substantie zit in onze vijandschappen dan in onze liefde’, dan hadden de Leavers het grote voordeel dat de substantie van hun vijandschappen in eeuwen was gevormd en niet in enkele jaren.

    Voor een Ier, zoals ik, was het heel grappig om te zien dat de brexiteers Engeland (en het was heel erg Engeland) neerzetten als een onderdrukte natie, een gekoloniseerd land dat nu de kans kreeg om zijn imperialistische overheersers omver te werpen. (De afbeelding op de deur van Nigel Farages kantoor in het Europees Parlement was geen portret van hemzelf, maar van de negentiende-eeuwse Ierse nationalist Charles Stewart Parnell.)

    Ik weet nog dat ik hardop moest lachen toen Johnson bij zijn laatste woord in dat Grote Debat zei dat ‘donderdag de onafhankelijkheidsdag van ons land kan worden’, een bewering die Farage dan ook herhaalde toen de uitslag van het referendum binnenkwam. Dit beeld van Engeland als Kenia of Ierland of India aan het eind van het Britse koloniale rijk leek mij een te overdreven vertoon van slachtofferschap om de kiezers te kunnen aanspreken.

    Ik had het mis. Blijkbaar was het idee van brexit als de opstand van een geknechte natie voor veel kiezers wel heel reëel. En is dat eenmaal het geval, dan zit je in een heel andere wedstrijd. Want als Ier weet je ook dat nationale opstanden een groot voordeel hebben. Ze presenteren het idee van vrijheid als doel op zich – ze hoeven niet te zeggen wat je dan vrij zult zijn om te doen.

    Eerst worden we onafhankelijk. Daarna besluiten we wat we met onze vrijheid gaan doen

    Is eenmaal het geloof gewekt dat we ons op een weg naar onafhankelijkheid bevinden, dan ontstaat er een volgorde in tijd. Eerst worden we onafhankelijk. Daarna besluiten we wat we met onze vrijheid gaan doen. Er kunnen verschillende beloften worden gedaan over de dingen die we willen doen als we ons van onze onderdrukker hebben bevrijd, maar die bestaan in een andere tijdzone, de tijd die pas duidelijk wordt nadat we onze ketenen hebben verbroken.

    Remainers, verward door de absurditeit die besloten lag in het idee van een tot slaaf gemaakt Groot-Brittannië, hebben dit nooit helemaal begrepen. Zij hielden vast aan twee aannames die niet langer opgingen toen het de Leavers eenmaal gelukt was het idee van de brexit als nationalistische revolutie te scheppen. De ene was dat het toch zeker van het grootste belang moest zijn dat de brexiteers hun beloftes verbraken. De andere was dat het iets uitmaakte dat ook de brexiteers geen eensluitend idee hadden over de vorm die Groot-Brittannië moest krijgen.

    Dus toen de brexiteers heel snel de beruchte belofte op de zijkant van de bus – 350 miljoen pond per week voor de National Health Service – lieten vallen, verwachtten de Remainers woede bij de kiezers die zo cynisch waren misleid. Die kwam niet, omdat de belofte over het leven erna ging, de tijd aan de andere kant van het grote bepalende moment van onafhankelijkheid. Die had zich toch altijd al in een andere categorie van de werkelijkheid bevonden.

    Hetzelfde geldt trouwens voor alle dreigementen van de Remain-kant, zelfs als die goed onderbouwd waren, in tegenstelling tot het Project Fear-visioen van een onmiddellijk enkeltje naar de hel. Ook die bestonden voor de Leavers alleen in dat vage Land van Ooit van de toekomst, een ander land, een land waar ze de dingen anders doen.

    De brexiteers beloofde herwonnen soevereiniteit, gouden tijden, zonnige verten

    Het brexitproject werd ook niet werkelijk verzwakt door de dingen waardoor het in een ander politiek discours tot mislukken gedoemd zou zijn geweest. De diepe interne verdeeldheid over de vraag of het VK binnen, of tenminste nauw verbonden met de Europese interne markt moest blijven, wekte de schijn dat het Leave-kamp onder de druk van zijn eigen tegenstellingen zou imploderen. Het leek niet zo gek om dit te geloven terwijl de onhandigheid van Theresa May verlamming werd, die overging in anarchie.

    Maar in feite vormde zelfs deze wanorde een soort kracht voor de Leave-kant. Dankzij de totale onzekerheid over wat vertrekken in werkelijkheid zou betekenen, kon de brexit blijven wat hij was: een gebaar, een idee, een eenmalige bevrijdingsactie. Daardoor kon hij op het niveau blijven waar hij het meest onkwetsbaar was, niet gehinderd door nuchtere details: herwonnen soevereiniteit, gouden tijden, zonnige verten.

    Vaagheid

    Denk daarentegen eens aan de vraag waarom de SNP in 2014 het referendum over de Schotse onafhankelijkheid verloor. De partij leverde de details: 900 pagina’s waarin beschreven stond hoe een onafhankelijk Schotland eruit zou zien. Dit was een makkelijke schietschijf en unionisten konden alle zwakke plekken zien waarop ze hun pijlen konden richten. Juist de vaagheid van de brexit redde hem van zijn ondergang. Remainers wisten tot aan het eindspel toe nooit wat de deal zou worden. Ze joegen op een schaduw.

    Wat hadden de Remainers anders kunnen doen? Nou, zoals we in Ierland zeggen: je zou niet hier beginnen. Als er een echt groot debat kwam over de vraag hoe de volkeren van het VK zichzelf zien, dan zou je niet beginnen met David Camerons gladde belofte van een referendum over Europa om zijn interne strubbelingen te sussen. Je zou niet beginnen met een arrogante aanname dat identiteitskwesties wel de kop ingedrukt konden worden met dreigende waarschuwingen over handel.

    Je zou begonnen zijn met de erkenning dat na het Akkoord van Belfast in 1998 en de instelling van de decentrale regeringen in Wales in Schotland het jaar daarop, het gevoel ergens bij te horen binnen het VK zwaar verstoord was. Je zou je vooral ook hebben beziggehouden met de groeiende tekenen sinds de eeuwwisseling van een opkomend maar ongevormd Engels nationalisme en erover nagedacht hebben hoe dat vorm kon krijgen, niet alleen maar als ‘niet zij’, maar als een positief ‘wij’.

    Leave bood een soort antwoord – al was het een heel slecht antwoord. Remain snapte de vraag nauwelijks

    De Leavers hadden het over identiteit, ook al was dat voornamelijk op een reactionaire en vaak absurde manier. Remainers wezen dat soort gepraat meestal minachtend af als verwerpelijk. Maar een identiteitscrisis verdwijnt niet als je haar negeert. Leave bood een soort antwoord – al was het een heel slecht antwoord. Remain snapte de vraag nauwelijks.

    Kijkend vanaf de andere kant van de vijver heb ik de indruk dat de werkelijke reden waarom Remain verloor was dat de Remainers nooit hun best hebben gedaan om een tegenargument te bieden tegen de echte motivatie voor Leave: de soevereine macht weghalen bij de onverkozen bureaucraten in Brussel en teruggeven aan het verkozen parlement in Westminster. Er kwam geen erkenning dat er soevereiniteit verloren was gegaan in ruil voor de voordelen van het EU-lidmaatschap, zo geformuleerd dat dat werd gepresenteerd als voordelige ruil voor de gemiddelde burger van het VK. In plaats daarvan was het tegenargument (en nogmaals, dit is hoe het er vanuit de verte uitzag) dat de enige mogelijke motivaties om Leave te steunen vooroordelen tegen Oost-Europeanen en een romantische nostalgie naar het Empire zouden zijn en beide verdacht te maken. Niet echt een argument waar je mee wint.

    Openingsbeeld: Drie pro-brexitdemonstranten voor het Britse parlement op 29 maart 2019, de dag dat het VK de EU in eerste instantie zou verlaten. De deadline werd uiteindelijk uitgesteld naar 31 januari 2020 om 11 uur ’s avonds.

    Over de auteur

    Fintan O’Toole (Dublin, 1958) is auteur en politiek commentator voor onder andere The Irish Times, waarvoor hij sinds 1988 scherpe columns schrijft. Voor zijn bijdragen over brexit ontving hij de European Press Prize. O’Toole is ook toneelcriticus en schrijft regelmatig voor The New York Review of Books.

    fintan zw 1
  • Nooit eerder vertoonde protesten in Cuba | Kortere werkweek is een succes

    Nooit eerder vertoonde protesten in Cuba | Kortere werkweek is een succes

    Cubanen uiten woede in niet eerder vertoonde protesten

    Het Caribische eiland ‘had sinds 1994 geen demonstraties van deze omvang meer gekend’, schrijft de onafhankelijke site Cubanet. Van Havana tot Santiago zijn zondag duizenden Cubanen de straat opgegaan om te protesteren tegen de regering, terwijl het eiland de ergste economische crisis in dertig jaar doormaakt, die nog verergerd is door de coronapandemie.

    Volgens Miami Herald heeft de datajournalistieksite Inventario vijfentwintig rally’s geteld in verschillende steden op het eiland. De demonstraties, waarvan de beelden op grote schaal werden verspreid op sociale netwerken, begonnen spontaan op zondagochtend, een zeldzame gebeurtenis in dit land waar de enige toegestane bijeenkomsten die van de regerende communistische partij zijn.

    Deze volkswoede komt na maanden van tekorten aan medicijnen en voedsel, meldt Diario de Cuba. CNN wijst erop dat de toch al haperende economie van Cuba hard is getroffen doordat het toerisme en de invoer van goederen tijdens de pandemie sterk zijn gedaald. De protesten van zondag komen op een moment dat Cuba te maken heeft met een ongekend aantal nieuwe infecties en sterfgevallen in verband met covid-19, aldus Havana Times.

    ‘De mensen zijn het zat. De situatie is de laatste weken verergerd door stroomuitval’

    ‘De mensen zijn het zat’, vertelde Nidialys Acosta, een ondernemer met een klein bezorgbedrijfje, aan The Washington Post. ‘De situatie is de laatste weken verergerd door stroomuitval. Op het platteland kan het wel zes uur duren‘, zegt ze.

    ‘De energievoorziening lijkt de gemoederen bij sommige verhit te hebben‘, erkende de Cubaanse president Miguel Díaz-Canel zondag tegenover verslaggevers, en gaf de VS en hun sancties de schuld van de crisis. ‘Als u wilt dat de mensen het beter krijgen, moet u eerst het embargo opheffen, dat al sinds 1962 van kracht is’, zei hij. ‘Er is een Cubaans-Amerikaanse maffia die heel goed betaalt op sociale media (…). Zij hebben de situatie in Cuba als voorwendsel gebruikt en overal in het land tot demonstraties opgeroepen‘, verklaarde hij, terwijl hij zijn aanhangers aanmoedigde de straat op te gaan.

    Lees ook:

    Aan het eind van de dag waren meerdere groepen demonstranten in verschillende delen van de hoofdstad bijeengekomen om zich voor te bereiden op de protestmars. Adonis Milán, theaterdirecteur in Havana, vertelde The New York Times dat er oproerpolitie op straat was en dat verschillende artiesten waren gearresteerd nadat ze hadden gevraagd om op nationale televisie te mogen spreken. ‘Ik wist te ontsnappen’, legde hij uit. Zondagavond riep Washington Cuba op om geen geweld te gebruikten tegen de demonstranten.

    Volgens The Washington Post ‘benadrukken deze protesten de risico’s die de Cubaanse regering heeft genomen door het land van 11 miljoen mensen in 2019 breder open te stellen voor het internet, toen het toegang kreeg tot 3G, en sociale media zo toegankelijker werden‘. Dissidenten hebben met name het internet gebruikt om hun anti-regimeboodschap te verspreiden, vooral na de arrestatie vorig jaar van Denis Solís, een Havaanse rapper en criticus van de regering. Mobiel internet werd zondagmiddag in een groot deel van het land afgesloten toen de protesten aan kracht wonnen.


    Zuid-Afrika in de greep van geweld na opsluiting Zuma

    Vijf dagen na de gevangenneming van de voormalige Zuid-Afrikaanse president zijn verschillende regio’s in Zuid-Afrika nog steeds het toneel van geweld. Wegen zijn afgesloten, er vinden plunderingen plaats en er zijn schermutselingen met de politie geweest. De Zuid-Afrikaanse pers vraagt zich af of aanhangers van Jacob Zuma proberen de regering te dwingen hun leider vrij te laten.

    Het Zuid-Afrikaanse Constitutionele Hof boog zich op maandag 12 juli opnieuw over de zaak-Zuma. Twee weken geleden veroordeelde het de voormalige president tot vijftien maanden gevangenisstraf wegens minachting van het Hof – Zuma weigerde vragen te beantwoorden in het kader van een onderzoek naar een uitgebreid systeem van corruptie dat werd opgezet toen hij aan de macht was, van 2009 tot 2018. Het hoogste Zuid-Afrikaanse rechtscollege moet dat vonnis nu herzien en zich uitspreken over de aanvaardbaarheid van een veroordeling die meer op vorm dan op inhoud is gebaseerd.

    De opsluiting van een voormalige president – een primeur in de geschiedenis van Zuid-Afrika – is niet alleen een politieke aardbeving. Het is ook al sinds enkele dagen het startpunt van een uitbarsting van geweld.

    Maandagmorgen werden 219 mensen gearresteerd, en ook zijn er volgens officiële cijfers zes doden gevalen

    De woede-uitbarstingen begonnen in KwaZulu-Natal, de thuisregio van Jacob Zuma, en verspreidden zich vervolgens naar Johannesburg, de economische hoofdstad, meldde Daily Maverick. Wegen, waaronder de belangrijkste verbindingsweg tussen de twee provincies, zijn afgesneden, er zijn schermutselingen met de politie geweest en er is geplunderd. Maandagmorgen werden 219 mensen gearresteerd, en ook zijn er volgens officiële cijfers zes doden gevalen, meldt News 24.

    Zoals het Zuid-Afrikaanse dagblad opmerkt, vinden deze rellen ook plaats tegen een achtergrond van economische crisis, die door de coronaepidemie voor veel Zuid-Afrikanen steeds moeilijker te dragen is geworden. Op zondag 11 juli kondigde president Cyril Ramaphosa aan dat de beperkingen die waren ingesteld om de ziekte te bestrijden, met twee weken werden verlengd. Tijdens zijn toespraak waarschuwde hij ook dat gewelddadigheden niet zouden worden getolereerd.

    Is dit een symptoom van sociaal-economische malaise of een politieke confrontatie?

    Is dit een symptoom van sociaal-economische malaise of een politieke confrontatie? ‘Decennialang is geweld een politiek instrument geweest in Zuid-Afrika. Tijdens de apartheid gebruikte de regering geweld, en na de komst van de democratie bleef geweld gebruikt worden. Stakingen waren gewelddadig, maar dat gold ook voor interne rivaliteiten binnen politieke partijen‘, aldus Daily Maverick in een ander artikel.

    De rivaliserende leiders van het ANC, Jacob Zuma en Cyril Ramaphosa, zijn al maanden in een bittere strijd verwikkeld. De aanhangers van de eerste groep hebben verschillende malen tevergeefs geprobeerd de macht van de tweede groep over te nemen. Na zijn veroordeling probeerde de voormalige president een nieuwe rol te spelen in deze interne strijd door zijn zoon naar voren te schuiven, zijn militanten te mobiliseren, en tot het laatste moment te wachten om uiteindelijk in te stemmen met zijn gevangenneming.

    ‘Jacob Zuma’s aanhangers willen de mensen misschien doen geloven dat zij in staat zijn het land tot de grond toe af te branden en dat de enige manier om hen te stoppen de vrijlating van [hun leider] is‘, meent Daily Maverick. ‘Maar zelfs als het geweld hevig is, is het onwaarschijnlijk dat het zijn doel bereikt. Integendeel, het zal Zuma binnen het ANC verder verzwakken en de hoop op gratie of een terugkeer in de politiek nog verder doen vervliegen.’

    Kortere werkweek is een succes

    Proeven met een kortere werkweek in IJsland zijn een succes geworden. De productiviteit bleef gehandhaafd en het welzijn werd verbeterd. Door dit resultaat heeft de meerderheid van de IJslandse werknemers nu of in de toekomst recht op een kortere werkweek, bericht EuroNews.

    Voor de proeven werd het aantal werkuren tussen 2015 en 2019 verlaagd van 40 naar 35 of 36 uur. Het leidde tot verminderde niveaus van stress en burn-out, en een verhoogd of gelijkblijvend productiviteitsniveau. Bij de proeven, die werden geleid door de overheid en de BSRB, een belangrijke vakbondsfederatie, waren ongeveer 2500 mensen betrokken, 1 procent van de IJslandse beroepsbevolking. Volgens het eindrapport was de proef ‘een overweldigend succes’, omdat het welzijn van de werknemers een impuls kreeg, er een betere balans tussen werk en privéleven ontstond, en er sprake was van ‘een betere coöperatieve sfeer op de werkvloer’. De werknemers ontvingen voor de minder gewerkte uren hetzelfde inkomen als voorheen.

  • Toeschouwerloze Spelen in Tokio | Spanje opgeschrikt door dodelijk homogeweld

    Toeschouwerloze Spelen in Tokio | Spanje opgeschrikt door dodelijk homogeweld

    Noodtoestand in Tokio zorgt voor toeschouwerloze Spelen

    Geconfronteerd met de oplopende coronabesmettingen in Tokio, heeft de Japanse premier opnieuw de noodtoestand afgekondigd in de hoofdstad. De evenementen van de Olympische Spelen in en rond Tokio zullen daarom zonder toeschouwers plaatsvinden.

    Met nog maar twee weken te gaan voor de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Tokio op 23 juli, heeft zich weer een ommekeer voorgedaan. Tegen de achtergrond van de opleving van de coronaepidemie in de hoofdstad als gevolg van de ontwikkeling van de Delta-variant is door de Japanse regering op 8 juli voor de vierde keer de noodtoestand afgekondigd in Tokio, meldt het dagblad Nikkei Shimbun. De maatregel treedt in werking op 12 juli en blijft van kracht tot 22 augustus.

    De noodtoestand betekent met name een beperking van de verkoop van alcohol en dwingt bars en restaurants te sluiten om 20.00 uur. Voor openbare evenementen gaat een maximum van vijfduizend toeschouwers, of 50 procent van de capaciteit van een locatie tellen.

    ‘Het is uiterst betreurenswaardig dat de Spelen op zeer beperkte schaal zullen plaatsvinden’

    Regeringswoordvoerder Katsunobu Kato gaf op donderdag 8 juli al toe dat hij met het Internationaal Olympisch Comité (IOC) overlegt over een ‘toeschouwerloze Spelen’, aldus Nikkei Shimbun. Kort daarna werd op donderdagavond het officiële besluit genomen om alle evenementen in de prefectuur Tokio en de drie aangrenzende prefecturen (Chiba, Saitama, Kanagawa) zonder toeschouwers te laten plaatsvinden, meldt The Japan Times.

    ‘Het is uiterst betreurenswaardig dat de Spelen op zeer beperkte schaal zullen plaatsvinden in het licht van de verspreiding van nieuwe coronabesmettingen’, zei Seiko Hashimoto, voorzitter van het organisatiecomité. ‘Ik betreur het ten zeerste voor de tickethouders en de lokale bewoners die uitkeken naar de Spelen.’

    De minister voor de Olympische Spelen, Tamayo Marukawa, zei echter dat op sommige locaties buiten Tokio nog steeds fans zullen worden toegelaten, tot 50 procent van de capaciteit. Het gaat onder meer om Fukushima, waar honkbal en softbal zullen worden gespeeld, Miyagi, waar sommige voetbalwedstrijden zullen worden gehouden, en Shizuoka, waar het wielrennen zal plaatsvinden, bericht The Guardian.

    De situatie binnen het organisatiecomité lijkt steeds chaotischer te worden. De Japanse krant Asahi publiceerde een artikel over de zorgen binnen het comité voor de bekendmaking van het definitieve besluit.

    Lees ook:

    ‘Als de Japanse autoriteiten kiezen voor de optie van nul toeschouwers, zal dat de 90 miljard yen (70 miljoen euro) aan ticketinkomsten waarop het comité hoopte, in rook doen opgaan’, aldus krant. ‘Japanse ambtenaren zullen het gat moeten dichten met overheidsgeld.’

    ‘Ik weet niet of we deze Spelen wel kunnen houden. De zorgen wordt alleen maar groter’

    Ook de onderhandelingen over de eet- en drinkkraampjes rond de stadions lijken ingewikkeld te verlopen. ‘Ik weet niet of we deze Spelen wel kunnen houden. Het lijkt haast onwerkelijk. De zorgen worden alleen maar groter’, bekende een commissielid aan Asahi.

    Kritiek op de regering, die de noodtoestand eind juni in allerijl heeft opgeheven ondanks het risico van een nieuwe uitbraak, zaait zelfs binnen de regerende Liberaal-Democratische Partij verdeeldheid. ‘De premier was te optimistisch, we hadden ons moeten voorbereiden op het ergste scenario’, zei een lid van de partij, geciteerd door het nieuwsagentschap Jiji Tsushin. Bij de laatste verkiezingen voor de districtsraad van Tokio, begin juli, behaalde de partij de op een na slechtste score in haar geschiedenis.

    Lees ook:


    Biden verdedigt definitieve terugtrekking uit Afghanistan

    De Amerikaanse president Joe Biden heeft donderdag ‘met hand en tand’ zijn besluit verdedigd om de Amerikaanse militaire inzet in Afghanistan te beëindigen, schrijft The Wall Street Journal, ‘ondanks de snelle opmars van de taliban, tekenen van spanning in het Afghaanse leger en grimmige prognoses van Amerikaanse militaire en inlichtingenfunctionarissen’.

    Biden gaf deze verklaring ‘enkele dagen’ na terugtrekking van de Amerikaanse troepen van luchtmachtbasis Bagram, het centrum van de Amerikaanse operaties sinds het begin van de oorlog twee decennia geleden, schrijft The New York Times. De Democratische president zei dat het vertrek van de troepen ‘tegen 31 augustus voltooid’ zou zijn. En hij verzekerde dat de overname van het land door de taliban ‘niet onvermijdelijk’ was.

    Het staatshoofd betoogde dat de Amerikanen ‘de doelen hebben bereikt’ die zij zich twintig jaar geleden hadden gesteld, namelijk het bestrijden van de terroristische dreiging. Biden zei dat hij niet verklaarde dat de missie was volbracht – een verwijzing naar een toespraak in 2003 van toenmalig president George W. Bush, die de VS als overwinnaar in Irak beschouwde, ook al duurde het tot 2011 voordat de troepen het land verlieten. ‘De missie is echter volbracht in die zin dat we Osama bin Laden te pakken hebben gekregen en het terrorisme niet langer uit dat deel van de wereld komt’, aldus de Amerikaanse president.

    ‘Het is hoogst onwaarschijnlijk dat er één regering in Afghanistan zal zijn die het hele land zal controleren’

    Hij stelde dat het nu aan de Afghanen zelf is om over zijn eigen toekomst te beslissen. ‘Het is het recht en de verantwoordelijkheid van het Afghaanse volk om te beslissen over zijn toekomst en hoe het zijn land wil besturen’, zei hij, en hij verzekerde dat hij ‘vertrouwen had in de capaciteiten van het Afghaanse leger’. Maar hij erkende dat ‘het hoogst onwaarschijnlijk is dat er één regering in Afghanistan zal zijn die het hele land zal controleren’.

    ‘Ik zal niet nog een generatie Amerikanen naar de oorlog in Afghanistan sturen zonder hoop op een ander resultaat’, voegde Biden eraan toe. Er zijn al meer dan tweeduizend Amerikanen omgekomen in de oorlog, aldus The Wall Street Journal.

    Vanaf maart 2006 zijn er vijfentwintig Nederlandse militairen omgekomen in tijdens de missies in Afghanistan. Eind juni keerden de laatste Nederlandse militairen terug.

    Burgeroorlog

    In de afgelopen weken hebben de taliban tientallen districten heroverd en ‘controleren zij ongeveer een derde van het land’, aldus The Wall Street Journal. ‘In een recente evaluatie van de Amerikaanse inlichtingendiensten wordt geconcludeerd dat Kaboel binnen zes maanden na de volledige terugtrekking van de Amerikaanse troepen deze zomer in handen van de taliban zou kunnen vallen’, aldus de krant. Bovendien heeft generaal Scott Miller, de hoogste Amerikaanse bevelhebber in Afghanistan, ‘gewaarschuwd voor het risico van een burgeroorlog’ na het vertrek.

    Terwijl de taliban oprukken, ‘neemt de kritiek toe over wat sommigen zien als een te haastig vertrek’, aldus CNN. Maar volgens The New York Times lijkt de aankondiging van het Amerikaanse vertrek niet echt iets teweeg te brengen in de Verenigde Staten. Het land concentreert zich vooral op zijn eigen problemen. ‘Er is vrijwel geen debat tussen Democraten en Republikeinen over de vraag of terugtrekking verstandig is. En peilingen tonen aan dat een groot aantal Amerikanen van beide partijen terugtrekking uit Afghanistan steunen,’ aldus de krant.

    Lees ook:


    Doodgeslagen homoseksuele man brengt Spanje in beroering

    Op maandag 5 juli werden in veel Spaanse steden demonstraties gehouden ter nagedachtenis aan Samuel Luiz, een vierentwintigjarige homoseksuele man uit Galicië die zaterdag in A Coruña werd doodgeslagen. Volgens de Spaanse pers nemen de aanvallen op de lhbt-gemeenschap in het land toe.

    ‘Applaus, ontroering en de slogan ‘Justicia para Samuel’ (‘Gerechtigheid voor Samuel’): op maandag verzamelden duizenden mensen zich in A Coruña, Galicië, in het noordwesten van Spanje, en in andere steden van het land om Samuel Luiz, die door homogeweld om het leven kwam, te eren’, zo meldt El País.

    Lhbt-organisaties hadden opgeroepen tot de demonstratie, terwijl de dood van de 24-jarige Galiciër – ‘het slachtoffer van een aanval met homofobe inslag, waarvan het precieze motief nog wordt onderzocht’ – in het hele land voor opschudding zorgt. Dinsdagavond zijn drie mannen opgepakt voor de moord op Luiz, meldt The Guardian.

    Op maandag sprak het plaatselijke dagblad La Voz de Galicia met Lina, ‘een van Samuels beste vrienden’, die getuige was van de tragedie. Zij en Samuel verlieten zaterdag kort voor drie uur ’s nachts een nachtclub in A Coruña om een sigaret te roken en een videogesprek te voeren.

    ‘Of je stopt met opnemen, of ik vermoord je, flikker’

    Volgens Lina liep er een stel langs. De jongeman, die ten onrechte dacht dat hij gefilmd werd, vroeg hen daarmee te stoppen. Ondanks diens uitleg ging hij op Samuel af en bedreigde hem: ‘Of je stopt met opnemen, of ik vermoord je, flikker.’

    Woedend sloeg hij hem verschillende keren voordat hij vluchtte. ‘Samuel was enigszins versuft door het pak slaag dat hij had gekregen en vroeg Lina om terug de nachtclub in te gaan om haar mobiele telefoon te halen. Toen zij terugkeerde op straat, was haar vriend niet meer waar zij hem had achtergelaten’, aldus La Voz de Galicia.

    Ondertussen, een paar meter verder, ‘werd Samuel omsingeld door een groep van een tiental mensen’, volgens verschillende getuigen. ‘Ze schopten en sloegen hem overal en noemde hem een vieze flikker’, vervolgt het dagblad. De jongeman was bewusteloos en lag op de grond.

    De dood van Samuel Luiz vond plaats aan het einde van de Pride Week in Spanje, een belangrijke viering voor de Spaanse lhbt-gemeenschap

    De dood van Samuel Luiz vond plaats aan het einde van de Pride Week in Spanje, een belangrijke viering voor de Spaanse lhbt-gemeenschap, en ‘na een jaar vol symbolische gebeurtenissen, zoals de recente goedkeuring van de transgenderwet’, aldus InfoLibre.

    Volgens de linkse website ‘blijkt uit officiële gegevens dat het geweld tegen de lhbt-gemeenschap toeneemt’.

    In het meest recente rapport uit 2019 telde het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken 278 haatmisdrijven op basis van seksuele geaardheid en genderidentiteit, tegenover 182 geregistreerde gevallen een jaar eerder.

    ‘Deze cijfers betreffen echter alleen gemelde misdrijven, en laten alle misdrijven die de autoriteiten nooit bereiken buiten beschouwing’, concludeert de website.

    Lees ook:

  • Haïtiaanse president Jovenel Moïse vermoord

    Haïtiaanse president Jovenel Moïse vermoord

    Vijfde golf rolt over Spanje

    Geconfronteerd met een toename van het aantal coronabesmettingen, vooral onder jongeren, draaien de Spaanse autonome regio’s de duimschroeven aan om de heropleving van de epidemie te beteugelen. In Catalonië sluiten uitgaansgelegenheden vanaf vrijdag 9 juli weer voor veertien dagen hun deuren.

    Op maandag 5 juli verklaarde de hoofdepidemioloog van het Spaanse ministerie van Volksgezondheid, Fernando Simón, dat het aantal besmettingen onder jongeren 600 gevallen per 100.000 bedraagt – driemaal het nationale gemiddelde van alle leeftijdsgroepen bij elkaar. Als oorzaak wordt vooral gewezen naar de uitbraak tijdens examenreizen op de Balearen van afgelopen maand.

    Als reactie hierop beginnen de autonome regio’s, die verantwoordelijk zijn voor de volksgezondheid, maatregelen te nemen om de opmars van de epidemie af te remmen. In Catalonië zullen uitgaansgelegenheden (zoals nachtclubs, bars en karaokebars) vanaf vrijdag 9 juli gedurende minstens twee weken gesloten zijn.

    Klap voor de sector

    Dit besluit ‘is ontvangen als een klap voor de sector’, die hun activiteiten na een sluiting van anderhalf jaar nog maar nauwelijks had hervat, zo schrijft het conservatieve dagblad ABC. Dit zal echter geen gevolgen hebben voor de festivals die voor die twee weken zijn gepland, aldus El Periódico de Catalunya.

    Ook moet iedereen die buitenevenementen met meer dan vijfhonderd mensen bijwoont, een negatieve antigeen- of PCR-test van minder dan twaalf uur oud kunnen overleggen of gevaccineerd zijn. De Catalaanse autonome regering raadt aan om ook in de buitenlucht een mond-neusmaskers te dragen.

    Andere autonome regio’s, zoals Castilië en León, overwegen de avondklok opnieuw in te stellen. Intussen is al meer dan 40 procent van de Spaanse bevolking volledig gevaccineerd.

    ‘Buitenlandse toeristen verkassen naar plaatsen waar het aantal besmettingen minder alarmerend is dan aan de Spaanse kust’

    In Barcelona spreekt de liberaal-conservatieve La Vanguardia zich in een redactioneel met de titel ‘De vijfde golf’ bezorgd uit over het Spaanse toerisme in het licht van deze toename van het aantal gevallen: ‘Een groot deel van de reserveringen die voor deze zomer waren gemaakt zijn geannuleerd. Buitenlandse toeristen blijven liever thuis of verkassen naar plaatsen waar het aantal besmettingen minder alarmerend is dan aan de Spaanse kust.’

    Commentator Mariano Guindal erkent dat de situatie ‘niet zo belabberd is als tijdens de vorige vier golven’, vooral wat betreft het aantal ziekenhuisopnames en sterfgevallen.

    Maar gezien de situatie in de rest van Europa was Spanje gewaarschuwd, stelt hij. ‘Het Verenigd Koninkrijk, dat een van de landen met de hoogste vaccinatiegraad was, is plotseling weer het toneel van de grootste uitbraak van de nieuwe Delta-variant geworden. Ons buurland Portugal, dat als eerste de gevolgen ondervond van het uitblijven van tijdige maatregelen, zag zich genoodzaakt de avondklok weer in te stellen.’


    Haïtiaanse president Jovenel Moïse vermoord

    Jovenel Moïse, president van Haïti sinds 2017, werd in de nacht van 6 op 7 juli in zijn privéwoning vermoord, maakte de vertrekkende premier Claude Joseph op 7 juli in een verklaring bekend, weergegeven door de Haïtiaanse site Alterpress.

    ‘Omstreeks één uur ’s nachts (…) heeft een groep niet-geïdentificeerde personen, van wie sommigen Spaans spraken, de privéwoning van de president van de Republiek bestormd en daarbij het staatshoofd dodelijk verwond’, aldus de premier.

    ‘Haïti ging al gebukt onder bendegeweld en protesten tegen [Moïses] steeds autoritairder bewind’

    De politie doodde vier verdachten en arresteerde uren later nog twee anderen, ‘te midden van groeiende chaos in een land dat al gebukt gaat onder bendegeweld en protesten tegen [Moïses] steeds autoritairder bewind’, schrijf Associated Press.

    Drie politieagenten die door de vermoedelijke schutters werden gegijzeld, werden woensdag vrijgelaten nadat de politie een huis had omsingeld waar enkele van de verdachten zich schuilhielden, zei Léon Charles, hoofd van de nationale politie van Haïti, aldus het persbureau.

    De website van Haïti Press Network meldt dat ‘de gewonde first lady Martine Moïse momenteel wordt behandeld in een ziekenhuis (…)’.

    Controversiële president

    Het presidentschap van Jovenel Moïse wordt al enkele maanden betwist vanwege zijn autoritaire methoden, met name door een heterogene groep tegenstanders die een ‘voorlopige overgangspresident’ hebben aangesteld. Onlangs kondigde hij aan nieuwe parlementsverkiezingen uit te schrijven. Op maandag 5 juli had hij een nieuwe premier benoemd, Ariel Henry.

    Het land wordt al maandenlang geteisterd door extreem geweld van bewapende bendes, met name in sommige wijken van Port-au-Prince, de hoofdstad. Dit ongecontroleerde geweld heeft de kritiek op het staatshoofd, die al bijna twee jaar het doelwit is van spontane of door de oppositie georganiseerde demonstraties, aangewakkerd.

    ‘Alle maatregelen worden genomen om de continuïteit van de staat te waarborgen en de natie te beschermen’, vervolgde de aftredende regeringsleider in zijn verklaring.

    Lees ook:


    Donald Trump klaagt Twitter, Facebook en Google aan

    De voormalige president van de VS, die na de gebeurtenissen op Capitol Hill op 6 januari 2021 van de sociale netwerken werd geweerd, slaat terug en beschuldigt Facebook, Twitter en Google van censuur. Hij zegt dat hij ‘triljoenen’ aan schadevergoeding wil.

    NPR ziet het als ‘de nieuwste escalatie in de langlopende vete tussen Trump en de sociale netwerken waar hij voor en tijdens zijn presidentschap gretig gebruik van maakte’. Woensdag kondigde het voormalige staatshoofd vanuit zijn golfbaan in Bedminster, New Jersey, aan dat hij Facebook, Twitter en Google aanklaagde, omdat zij hem en de Republikeinen zouden censureren.

    ‘Wij eisen een einde aan de schaduwverboden, een einde aan het monddood maken en een einde aan de zwarte lijsten, verbanningen en het cancelen,’ zei de man die door de drie techbedrijven werd geschorst voor berichten die voor, tijdens en na de aanslag van 6 januari op het Capitool in Washington werden geplaatst.

    Volgens CNN doet Trump een ‘laatste wanhoopspoging’ om terug te komen op sociale media

    Donald Trump zegt dat hij een schadevergoeding wil die potentieel kan oplopen tot ‘triljoenen dollars’, al ‘lijkt dit onwaarschijnlijk’, vat The Verge samen.

    Volgens CNN doet Trump een ‘laatste wanhoopspoging’ om terug te komen op sociale media. De zakenman ‘heeft een lange geschiedenis van het nemen van gerechtelijke stappen als tactiek om angst aan te jagen zonder daadwerkelijk door te gaan met de rechtszaak.’ Als hij deze keer zou doorzetten, is zijn aanklacht ‘waarschijnlijk bij voorbaat al gedoemd’, aldus CNN

    Zoals Yahoo! opmerkt, beweert Trumps juridische team in de drie aanklachten dat de techreuzen hem door het Eerste Amendement gewaarborgde vrijheid van meningsuiting hebben geschonden. Maar ‘het amendement beschermt tegen overheidscensuur, niet tegen censuur door bedrijven’, verduidelijkt de site. ‘Juristen hebben onmiddellijk kritiek geuit op de aanklachten en voorspeld dat hij weinig kans van slagen heeft in de rechtbank’, bevestigt The Washington Post.

    Sectie 230

    Ook in het geding is Sectie 230, een wet uit de jaren negentig die webbedrijven extra bescherming biedt. Toen Donald Trump in het Witte Huis zat, probeerde hij deze tevergeefs te hervormen door middel van een presidentieel decreet.

    De wet ligt echter zowel van links als van rechts onder vuur, waarbij de Democraten zeggen dat zij de verspreiding van desinformatie mogelijk maakt en de Republikeinen dat zij maatregelen tegen censuur verhindert. In het laatste geval, merkt CNN op, hebben verschillende studies aangetoond dat ‘partijdige stemmen, vooral aan de rechterzijde, op grote schaal gebruikmaken van het platform’.

    ‘Dat Trump zich voordoet als verdediger van de vrijheid van meningsuiting is nogal gedurfd gezien zijn verleden’

    The Atlantic spaart de voormalige president niet. ‘Dat hij zich voordoet als verdediger van de vrijheid van meningsuiting is nogal gedurfd’, schrijft het tijdschrift, dat eraan herinnert dat Trump journalisten heeft aangeklaagd voor hun uitlatingen, heeft opgeroepen tot wetgeving om gemakkelijker iemand te kunnen aanklagen voor smaad en heeft geprobeerd de procureur-generaal in te schakelen om achter zijn critici aan te gaan.

    De aanklachten zijn zonder twijfel een publiciteitsstunt, schrijft The Atlantic. Hij probeert ‘de aandacht af te leiden van de echte juridische problemen die hij heeft, met de denkbeeldige problemen die hij wil’. Hoewel zijn ban van Twitter en Facebook al dateert van januari, is het niet toevallig dat de aankondiging een week na de aanklacht tegen de Trump Organization in een rechtbank in New York kwam, aldus The Atlantic.

    The Washington Post meldt dat de aanklachten, die zijn ingediend in een federale rechtbank in Miami, waarschijnlijk weerklank zullen vinden bij Trump-aanhangers die ervan overtuigd zijn dat de platforms niet genoeg conservatieve stemmen laten horen. Terloops merkt The Wall Street Journal op dat ‘kort na de persconferentie’ de Republikeinse Partij en het Trump-comité de rechtszaken naar voren brachten in hun oproepen om donaties.

  • Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Hoe moeten we betekenis geven aan de inmiddels al meer dan 4 miljoen wereldwijde coronadoden? Niall Ferguson zet die vraag in historisch perspectief. Welke rampspoed is ons in het verleden overkomen, hoe gingen we daar toen mee om, en – belangrijker nog – hoe kunnen we toekomstig onheil voorkomen?

    Deze gevallen wachtmeester, de Dood, is nauwgezet in zijn aanhoudingen. 

    – Hamlet 

    We zijn allemaal gedoemd 

    ‘We zijn gedoemd.’ Deze zin, uitgesproken door de Caledonische Cassandra van de Britse televisieserie Dad’s Army, soldaat James Frazer, was een van de terugkerende grappen uit mijn jeugd. De truc was om het te zeggen op het minst passende moment: als de melk op was of je de laatste bus naar huis had gemist. Er is een prachtige scène in een van de afleveringen (‘Uninvited Guests’) als Frazer – gespeeld door de geweldige John Laurie – de andere leden van zijn Home Guard-eenheid een bloedstollend verhaal vertelt over een vloek. Als jongeman was hij voor anker gegaan bij een eilandje in de buurt van Samoa, waar – volgens zijn vriend Jethro – de ruïne van een tempel lag, met daarin een afgodsbeeld dat versierd was met een gigantische robijn, ‘zo groot als een eendenei’. Het tweetal ging op weg om de robijn te stelen en hakte zich een weg door het dichtbegroeide bos. Maar net toen Jethro de edelsteen pakte, verscheen er ineens een medicijnman, die Jethro vervloekte met de woorden: ‘Dood! de robijn zal u de dood brengen! dooood.’ 

    Soldaat Pike: Is de vloek uitgekomen, meneer Frazer? 

    Soldaat Frazer: Ja, jongen, hij is uitgekomen. Hij is gestorven… vorig jaar; hij was zesentachtig.

    Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar

    We zijn allemaal gedoemd, hoewel niet noodzakelijkerwijs vervloekt. Ik zal rond 2056 sterven, op z’n laatst. Mijn resterende levensverwachting op de leeftijd van zesenvijftig jaar en twee maanden is volgens het Amerikaanse ministerie van Sociale Zaken 26,2 jaar: daardoor kom ik uit op tweeëntachtig, vier jaar minder dan Frazers vervloekte vriend. Bemoedigender is het feit dat het Britse Office of National Statistics een man van mijn leeftijd twee jaar extra geeft, met een kans van 1 op 4 om de tweeënnegentig te halen. Om te zien of ik die getallen kon verbeteren, bezocht ik de site van Living to 100 Life Expectancy Calculator, die zijn schatting baseert op een gedetailleerde vragenlijst over je leefgewoonten en je familiegeschiedenis. Living to 100 vertelde me dat ik de eeuw waarschijnlijk niet zal halen, maar dat ik een gerede kans had om nog zesendertig jaar te leven. Het zou natuurlijk heel anders liggen als ik in januari 2020 covid-19 zou krijgen, een ziekte die destijds in mijn leeftijdsgroep een sterftekans met zich meebracht van 6 procent, en misschien iets hoger als we mijn milde astma meetellen. 

    De auteur

    De Schots-Amerikaanse historicus Niall Ferguson is momenteel verbonden aan de Stanford-universiteit. Hij leverde bijdragen aan The Daily Telegraph, Financial Times en Newsweek, en schrijft tegenwoordig een column voor Bloomberg Opinion. Fergusons bekendste boek is Het belang van geld (The Ascent of Money), waarover hij ook een documentaireserie maakte voor Channel 4 en PBS. Hij is getrouwd met de voormalige VVD-politicus Ayaan Hirsi Ali.

    Op zesenvijftigjarige leeftijd sterven zou beslist een teleurstelling zijn, maar het zou een goed resultaat zijn als je het afmeet aan de meerderheid van de 107 miljard mensen die ooit geleefd hebben. In het Verenigd Koninkrijk, waar ik geboren ben, bereikte de levensverwachting vanaf de geboorte de zesenvijftig pas in 1920. Het gemiddelde lag gedurende de periode van 1543 tot 1863 net onder de veertig. En de Britten stonden bekend om hun lange levensduur. Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar, en tot 1960 onder de vijftig jaar. De gemiddelde levensverwachting in India was in 1911 slechts tweeëndertig jaar. De Russische levensverwachting bereikte in 1920 het dieptepunt van twintig jaar. De afgelopen eeuw liet een constant stijgende trend zien – de levensverwachting bij geboorte verdubbelde ruwweg tussen 1913 en 2006 –, maar met talloze terugvallen. De levensverwachting in Somalië is vandaag de dag zesenvijftig jaar: mijn leeftijd. Die is daar deels nog steeds zo laag omdat de kindersterfte er zo hoog is. Ongeveer 12,2 procent van de in Somalië geboren kinderen sterft voordat ze de leeftijd van vijf jaar bereiken; 2,5 procent sterft tussen vijf en veertien jaar. 

    Als ik probeer om mijn eigen ervaring met mens-zijn in perspectief te zetten, denk ik aan de Engelse dichter John Donne (1572-1631), die negenenvijftig jaar oud is geworden. In een periode van zestien jaar schonk Anne Donne haar echtgenoot twaalf kinderen. Drie van hen – Francis, Nicholas en Mary – stierven voor hun tiende. Anne zelf stierf bij de bevalling van haar twaalfde kind, dat dood geboren werd. Nadat Lucy, zijn favoriete dochter, gestorven was en hijzelf haar bijna in het graf gevolgd was, schreef Donne zijn Devotions upon Emergent Occasions (1624), dat de mooiste van alle aansporingen bevat om mee te leven met de doden: ‘De dood van ieder mens doet afbreuk aan mij, omdat ik betrokken ben bij de Mensheid; Vraag daarom nooit voor wie de doodsklok luidt; die luidt voor u.’ 

    Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie

    De Napolitaanse kunstenaar Salvator Rosa (1615-1673) schilderde misschien wel het meest ontroerende memento mori, met de eenvoudige titel L’umana fragilità (‘De menselijke breekbaarheid’). Het was geïnspireerd op een uitbraak van de builenpest, die zijn geboortestad Napels in 1655 trof: die kostte het leven aan zijn jonge zoon Rosalvo en eiste ook dat van Salvators broer, zijn zus, haar echtgenoot en vijf van hun kinderen. Met een gruwelijke grijns reikt een gevleugeld skelet vanuit het donker langs Rosa’s minnares, Lucrezia, om haar zoontje mee te nemen, dat net zijn eerste poging doet om te schrijven. De stemming van de diepbedroefde kunstenaar wordt op een onsterfelijke manier vastgelegd in de acht Latijnse woorden die de baby, geleid door de skeletfiguur, op het canvas heeft geschreven: 

    Conceptio culpa 

    Nasci pena 

    Labor vita 

    Necesse mori 

    ‘Verwekking is zonde, geboorte is pijn, leven is hard werken, dood is onvermijdelijk.’ Ik herinner me nog steeds dat ik als door de bliksem getroffen was toen ik die woorden las bij mijn eerste bezoek aan het Fitzwilliam Museum in Cambridge. Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie. Volgens de overleveringen was Rosa een opgewekt mens, die ook schreef en optrad in satirische toneelstukken en de commedia dell’arte. Rond de tijd dat zijn zoon stierf, schreef hij echter aan een vriend: ‘Deze keer heeft de hemel me op zo’n manier getroffen dat ik besef dat alle menselijke weermiddelen zinloos zijn en de minste pijn die ik voel is nog dat ik je zeg dat ik huil terwijl ik schrijf.’ Hijzelf stierf op achtenvijftigjarige leeftijd aan buikwaterzucht. 

    Bijna onzichtbare gebeurtenis

    In de middeleeuwen en de vroegmoderne wereld was de dood alomtegenwoordig, op een manier die we ons nauwelijks kunnen voorstellen. Zoals Philippe Ariès betoogde in L’Homme devant la mort (‘Het uur van onze dood’) werd de dood ‘getemd’ door er, net als het huwelijk en zelfs de geboorte, een sociale overgangsrite van te maken, die gedeeld werd met de familie en de gemeenschap en gevolgd werd door riten van begrafenis en rouw, die een bekende vorm van troost boden aan de nabestaanden. Vanaf de zeventiende eeuw veranderde die houding echter. Terwijl het aantal sterfgevallen verbijsterende vormen aannam, begonnen de westerse samenlevingen – ondanks het feit dat de doodsoorzaken steeds beter begrepen werden – een zekere afstand te scheppen tussen de levenden en de doden. De victorianen gingen zeer ver in het sentimentaliseren en romantiseren van de dood: ze creëerden in de literatuur ‘mooie doden’, die steeds minder te maken hadden met de werkelijkheid. De twintigste eeuw ging over op de ontkenning van ‘het einde van het leven’. Sterven werd een steeds eenzamer, antisociale, bijna onzichtbare gebeurtenis. Er kwam iets op wat Aries ‘een absoluut nieuw type sterven’ noemde, wat inhield dat zieltogende mensen werden afgevoerd naar ziekenhuizen en hospices, om ervoor te zorgen dat het moment waarop ze hun laatste adem uitbliezen discreet verborgen bleef achter de schermen. Amerikanen mijden het woord ‘sterven’. Mensen ‘gaan over’. Evelyn Waugh schreef een wrede satire over de Amerikaanse omgang met de dood in The Love One (1948), geïnspireerd op een weinig verheffend verblijf in Hollywood. 

    De Britse omgang met de dood is echter slechts weinig beter. In Monty Pythons The Meaning of Life is de dood een enorm faux pas. De Man met de Zeis – John Cleese, gehuld in een zwarte mantel – komt aan in een pittoresk Engels buitenhuis waar drie echtparen druk bezig zijn met een etentje. 

    Magere Hein: Ik ben de dood. 

    Debbie: Nou ja, wat een toeval! We hadden het vijf minuten geleden net over de dood… 

    Magere Hein: Stilte! Ik ben gekomen voor jullie. 

    Angela: Bedoelt u… om – 

    Magere Hein: Om jullie mee te nemen. Dat is mijn bedoeling. Ik ben de dood. 

    Geoffrey: Tja, dat werpt toch wel een beetje een schaduw over de avond.

    Debbie: Mag ik u iets vragen? 

    Magere Hein: Wat? 

    Debbie: Hoe kan het dat we allemaal op hetzelfde moment sterven?

    Magere Hein (na een lange stilte, wijzend naar een schaal op tafel): De zalmmousse. 

    Geoffrey: Schat, je hebt toch geen zalm uit blik gebruikt? 

    Angela: Ik schaam me rot.

    Het komende eschaton

    Ieder jaar sterven er over de hele wereld ongeveer 59 miljoen mensen – ruwweg de gehele wereldbevolking in de tijd dat koning David regeerde over de Israëlieten. Met andere woorden, er sterven elke dag ruwweg 160.000 mensen: het equivalent van één Oxford, of drie Palo Alto’s. Ongeveer 60 procent van degenen die sterven zijn vijfenzestig jaar of ouder. In de eerste helft van 2020 stierven er wereldwijd ruwweg 510.000 mensen aan de nieuwe ziekte covid-19 [inmiddels is het dodental de 4 miljoen gepasseerd]. Elk sterfgeval is een tragedie, zoals we zullen zien. Maar zelfs als geen van die mensen toch al niet gestorven zou zijn – wat onwaarschijnlijk is, gegeven het leeftijdsprofiel van de overledenen –, dan vertegenwoordigt dat aantal slechts een bescheiden (1,8 procent) toename in het totale aantal verwachte sterfgevallen voor de eerste helft van 2020. In 2018 stierven 2,84 miljoen Amerikanen, dus stierven er ongeveer 236.000 per maand, en 7800 per dag. Driekwart van het aantal gestorvenen was vijfenzestig jaar of ouder. Verreweg de meeste doodsoorzaken waren hartaandoeningen en kanker: samen goed voor 44 procent van het totaal. In de eerste helft van 2020 waren er volgens cijfers van de Centers for Disease Control and Prevention 130.122 Amerikaanse overlijdensgevallen aangemerkt als ‘betrekking hebbend op covid-19’. De totale (bovennormale) oversterfte van alle oorzaken lag echter dicht bij 170.000. Als geen van deze mensen toch al niet overleden zou zijn – opnieuw: onwaarschijnlijk –, dan vertegenwoordigde dat aantal een toename van 11 procent in de sterfgevallen voor die periode, boven de uitgangswaarde die afgeleid was van recente gemiddelden. 

    We zijn dus allemaal gedoemd, zelfs als de medische wetenschappers in staat zijn om de levensverwachting nog verder te verlengen – zoals sommigen voorspellen: tot meer dan een eeuw. Ondanks de voortgaande zoektocht naar oplossingen voor het probleem dat leven een terminale aandoening is, blijft onsterfelijkheid een droom – of, zoals Jorge Luis Borges suggereerde in ‘De onsterfelijke’: een nachtmerrie. Maar zijn we collectief gedoemd, als soort? Het antwoord is: ja. 

    Onze moeder, een natuurkundige, werd het nooit moe om mijn zus en mij eraan te herinneren dat het leven een kosmisch toeval is; een visie die ook gedeeld wordt door bekendere fysici als Murray Gell-Mann. Ons universum begon 13,7 miljard jaar geleden met wat fysici de Big Bang noemen. Op onze planeet ontwikkelden zich met de hulp van ultraviolette stralen en bliksem de chemische bouwstenen van het leven, die 3,5 tot 4 miljard jaar geleden leidden tot de eerste levende cel. Ongeveer 2 miljard jaar geleden zorgde seksuele reproductie door eenvoudige veelcellige organismen voor golven van evolutionaire innovatie. 

    Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven

    Ongeveer 6 miljoen jaar geleden leidde een genetische mutatie bij chimpansees tot de eerste mensachtige mensapen. Homo sapiens is extreem recent verschenen, 200.000 tot 100.000 jaar geleden: deze soort domineerde andere mensentypen ongeveer 30.000 jaar geleden en had zich rond 13.000 jaar geleden over het grootste deel van de planeet verspreid. Er moesten veel dingen precies goed gaan voor ons om tot dat punt te komen. Maar de ‘Goudhaartje’-condities waarbij wij floreren kunnen niet oneindig voortduren. Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven. 

    Met andere woorden, om Nick Bostrom en Milan M. Ćirković te citeren: ‘Het uitsterven van intelligente soorten is al voorgevallen op de Aarde, wat inhoudt dat het naïef zou zijn om te denken dat het niet nog eens zou kunnen gebeuren.’ Zelfs als we het lot van de dinosaurussen en de dodo’s weten te vermijden, zal de toenemende lichtstraling van de zon over ongeveer 3,5 miljard jaar de biosfeer van de Aarde zo goed als gesteriliseerd hebben, maar het einde van het complexe leven op de Aarde staat al veel eerder op het programma, misschien over 0,9 tot 1,5 miljard jaar, omdat de leefomstandigheden dan onverdraaglijk zullen zijn geworden voor alles wat op ons lijkt. ‘Dat is het standaardlot voor leven op onze planeet.’ Het is denkbaar dat we in staat zullen zijn om een andere bewoonbare planeet te vinden als we het probleem van intergalactisch reizen oplossen, wat het reizen over haast onvoorstelbaar grote afstanden inhoudt. Zelfs dan zullen we uiteindelijk in tijdnood komen, omdat de laatste sterren ruwweg over 100 biljoen jaar zullen uitdoven, waarna alle materie uiteen zal vallen tot haar basisbestanddelen. 

    Lees ook:

    De gedachte dat we, als soort, nog ongeveer 1 miljard jaar overhebben op de Aarde zou geruststellend moeten zijn. En toch lijken sommigen ernaar te verlangen dat de doemdag al veel eerder komt dan dat. De ‘eindtijd’ of eschaton (van het Griekse eschatos) komt voor in de meeste grote wereldreligies, inclusief de oudste, het zoroastrisme. De Zand-i Wahman Yasn (een middeleeuwse zoroastrische apocalyptische tekst) voorziet niet alleen in misoogsten en algeheel moreel verval, maar ook in ‘een donkere wolk die de hele lucht tot nacht maakt’ en een regen van ‘verderfelijke schepsels’. Hoewel de hindoe-eschatologie aanneemt dat er vaste tijdscycli zijn, wordt van de huidige cyclus, Kali Yuga, verwacht dat die gewelddadig eindigt als Kalki, de laatste incarnatie van Vishnu, op een wit paard aan het hoofd van een leger afdaalt om ‘rechtvaardigheid tot stand te brengen op aarde’. Ook in het boeddhisme zijn er apocalyptische scènes. Gautama Boeddha voorspelde dat zijn profetieën na 5000 jaar vergeten zouden zijn, wat leidt tot de morele degeneratie van de mens. Een bodhisattva genaamd Maitreya zal dan verschijnen en de leerstellingen van de dharma herontdekken, waarna de wereld vernietigd wordt door de dodelijke straling van zeven zonnen. De Scandinavische mythologie heeft haar Ragnarök (schemering der goden), waarin een vernietigend grote winter (Fimbulvetr) de wereld in duisternis en wanhoop zal storten. De goden zullen tot de dood strijden met de krachten van de chaos, vuurreuzen en andere magische schepsels (jötunn). Uiteindelijk zal de oceaan de hele wereld overspoelen. (Wagner-liefhebbers kunnen hier een versie van zien in zijn Götterdämmerung.) 

    In elk van deze religies is vernietiging de prelude van wedergeboorte. De abrahamitische religies daarentegen hebben een lineaire kosmologie: het einde der dagen is echt Het Einde. Het jodendom voorspelt een Tijdperk van de Messias, met de terugkeer naar Israël vanuit de verbanning van de Joodse Diaspora, de komst van de Messias en de wederopstanding uit de dood. Het christendom – het geloof dat gevestigd is door volgers van de man die zei deze Messias te zijn – biedt een veel rijkere versie van het eschaton. Voorafgaand aan de Tweede Komst van Christus (parousia) zal er, zoals Jezus zelf aan zijn volgelingen vertelde, een tijd komen van ‘grote beproevingen’ (Mattheüs 24:15-22), ‘verschrikkingen’ (Marcus 13:19) of ‘dagen van wraak’ (Lucas 21:10-33 geeft van alle evangeliën de meeste details). De Openbaring van Johannes biedt wellicht de meest treffende visioenen van de doemdag: van een oorlog in de hemel tussen Michaël en zijn engelen tegen Satan, een tussenperiode waarin Satan wordt neergeworpen en duizend jaar wordt vastgebonden, waarna Christus een millennium lang regeert met wederopgestane martelaren aan zijn zijde, totdat de Hoer van Babylon verschijnt, dronken van het bloed van de heiligen, rijdend op een scharlakenrood beest, en er een grote strijd wordt uitgevochten op de heuvels van de Armageddon. Daarna wordt Satan losgelaten, om vervolgens in een meer van brandende zwavel te worden gegooid. Uiteindelijk worden de doden beoordeeld door Christus en worden de onwaardigen in het vlammende meer geworpen. De beschrijving van de vier ruiters van de Apocalyps is verbijsterend: 

    En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie! En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen. En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie! 

    En een ander paard, dat rood was, trok uit, en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven. En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand. 

    En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe. 

    En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie! 

    En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde. (Openbaringen 6:1-8) 

    De Dag der Wrake wordt aangekondigd door een geweldige aardbeving, een zonsverduistering en een bloedmaan. De sterren vallen op de aarde en de bergen en eilanden worden ‘van hun plaats verschoven’. 

    Een slim onderdeel van de christelijke eschaton was de onzekerheid waarin Christus zijn discipelen achterliet over de tijdsbepaling ervan: ‘Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader.’ (Mattheüs 24:36) 

    De vernietiging van Jeruzalem in het jaar 70 door toedoen van de Romeinse legerleider (en later keizer) Titus werd door de vroege christenen geïnterpreteerd als vervulling van Jezus’ profetie dat de Tweede Tempel zou worden verwoest, maar de daaropvolgende spectaculaire gebeurtenissen die Christus had voorspeld bleven uit. Tegen de tijd van Augustinus van Hippo leek het verstandig om het millennium af te zwakken, zoals hij deed in De Stad van God (De Civitate Dei, uit het jaar 426), waarin hij het verwees naar het gebied van het onkenbare en (impliciet) de verre toekomst. 

    Misschien biedt het verval van het christelijke millennium een verklaring voor het revolutionaire effect van Mohammeds nieuwe religie, toen die in de zevende eeuw tevoorschijn kwam uit de Arabische woestijn. In een aantal opzichten heeft de islam gewoon de meest opwindende delen van de Openbaringen afgestoft. In Mekka leerde Mohammed zijn volgelingen dat de Dag des Oordeels voorafgegaan zou worden door de verschijning van de eenogige al-Masih ad-Dajjāl (de valse messias), met een entourage van 70.000 joden uit Isfahan. Isa (Jezus) zal dan afdalen om te triomferen over de valse messias. In de soennitisch doctrine houdt de ashrāṭ al-sā‘a – het einde der tijden – onder meer in dat er een grote zwarte rookwolk (dukhān) de aarde bedekt, dat er een aantal verzakkingen plaatsvinden in de aarde en dat Ya‘jūj en Ma‘jūj (Gog en Magog) verschijnen om de aarde te verwoesten en de gelovigen af te slachten. Nadat Allah zich heeft ontdaan van Gog en Magog, komt de zon op in het westen en verrijst de Dābbat al-Ard (het Beest van de Aarde) uit de grond; nadat de hemelse trompet geklonken heeft, verrijzen ook de doden (al-Qiyāmah) voor het laatste oordeel (Yawm al-Hisāb). Maar toen deze profetie niet vervuld werd, keerde Mohammed zich ongeduldig af van de verlossing en naar het imperialisme. Allah, zo betoogde hij in Medina, wilde dat de moslims zijn eer bewaarden door de ongelovigen te straffen; dat ze overgingen van het afwachten van de Dag des Oordeels tot de uitvoering ervan door middel van de jihad. De eschatologie van de sjiieten is in brede zin gelijk aan die van de soennieten, maar met de terugkeer van de twaalfde imam, Mohammed al-Mahdi, die wordt verwacht na een periode van afnemende moraal en eerbaarheid. 

    Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was

    Voor christenen waren de islamitische veroveringen in het Nabije Oosten en Noord-Afrika niet meer dan de grootste van een aantal gruwelijke dreigingen: Vikingen, Magyaren en Mongolen bedreigden het christendom ook. Deze en andere rampen werden door sommigen geïnterpreteerd als aanduidingen van de eindtijd: de christelijke eschatologie is nooit volledig op de achtergrond geraakt. Joachim van Fiore (1135-1202) verdeelde de geschiedenis in drie tijdvakken, waarvan het derde het laatste was. Op eenzelfde manier waren er in de nasleep van de Zwarte Dood in de jaren veertig van de veertiende eeuw – in termen van sterfgevallen de grootste ramp die de christenen ooit getroffen heeft – mensen die concludeerden dat het einde nabij was. In 1356 schreef een franciscaner monnik genaamd Johannes van Roquetaillade zijn Vademecum in tribulationibus, waarin hij een tijd vol problemen in Europa voorspelde, die gekenmerkt zou worden door sociale onrust, stormen, overstromingen en nog meer plagen. Vergelijkbare quasi-revolutionaire visioenen inspireerden de taborieten in Bohemen in 1420 tot hun plunderingen en de franciscaan Johann Hilten in 1485 tot zijn profetieën over de nadagen van het pausdom. Na Maarten Luthers baanbrekende aanval op de kerkelijke hiërarchie gaf het millenianisme onderling sterk verschillende sekten als de anabaptisten, de diggers en de levellers het vertrouwen om de gevestigde autoriteiten te trotseren. Hoewel de navolging van het millennium in de achttiende eeuw afnam, herleefde de belangstelling ervoor weer in de negentiende en de twintigste eeuw, toen sommige volgelingen van de zogenaamde profeet William Miller, later bekend geworden als de zevendedagsadventisten, een nieuwe kerk oprichtten met een sterke millennialistische doctrine, die het einde van de wereld voorzag in 1844. (De millerieten noemden het feit dat de mensheid dat jaar overleefde ‘De Grote Teleurstelling’.) Jehova’s getuigen en leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (mormonen) hebben allebei hun eigen kenmerkende opvattingen over de komst van het eschaton. Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was. Een aantal van hen – met name Jim Jones, David Koresh en Marshall Applewhite – wisten plaatselijke apocalypsen te bereiken in de vorm van massazelfmoorden. 

    Kort gezegd: het einde van de wereld is opmerkelijk vaak teruggekomen in de vastgelegde geschiedenis.

    Doemdagen

    Je zou denken dat de vooruitgang van de wetenschap de mensheid uiteindelijk zou bevrijden van religieuze en pseudoreligieuze eschatologie. Dat is niet noodzakelijk zo. Zoals de socioloog James Hughes zei, zijn maar weinig mensen ‘immuun voor millenniumvooroordelen, positief of negatief, fatalistisch of messianistisch’. Iets meer dan een eeuw geleden, toen de eerste echt geïndustrialiseerde oorlog in zijn laatste fase zat – een oorlog die gevoerd werd met tanks, vliegtuigen, onderzeeërs en gifgas – waren er verschijningen van de maagd Maria in het Portugese dorp Fatima, was er een veldslag bij Armageddon (Megiddo, in wat toen Palestina was), werd er een joodse thuisbasis uitgeroepen in het Heilige Land, was er een Duits offensief dat Aartsengel Michaël heette en brak er een pandemie uit die dodelijker was dan de oorlog zelf. Een van de vele voorboden van een komende apocalyps was de opkomst van Vladimir Iljitsj Lenin, die een golf van antikerkelijk geweld en beeldenstormen ontketende in het hele Russische Rijk. Zoals The New York Times op 21 juni 1919 meldde werd Lenin door Russische boeren alom gezien als ‘niemand anders dan de antichrist die in de Schrift is voorspeld’. 

    Voor de in Keulen geboren politiek theoreticus Eric Voegelin was de realiteit dat het communisme, net als het nazisme dat hij in 1938 moest ontvluchten, gebaseerd was op een onjuiste interpretatie van het christendom. Voegelin definieerde ‘gnosis’ als ‘een ogenschijnlijk direct, onmiddellijk begrip of visioen van de waarheid zonder de noodzaak voor kritische reflectie; de speciale gave van een spirituele en cognitieve elite’. Gnostiek, betoogde hij, was een ‘manier van denken die aanspraak maakt op een absoluut cognitief meesterschap van de werkelijkheid’. Toen dat de vorm aannam van een politieke religie, verborg het een gevaarlijke en misleidende ambitie om ‘de eschaton in zich te herbergen’ – met andere woorden: om een hemel op aarde te creëren. Voegelins moderne gnostiek probeerde ‘de maatschappij weer te vergoddelijken (…) door massalere vormen van participatie in de goddelijkheid te vervangen door geloof in de christelijke zin’. (Voegelin speculeerde dat deze verschuiving naar ‘massale deelname’ een antwoord kon zijn op de vrijwel onmogelijke taak om een authentiek christelijk geloof in stand te houden.) Veel recenter schreef de historicus Richard Landes in dezelfde geest, toen hij dezelfde aandrang ontdekte in een breder gebied van historische en moderne millenniumbewegingen, tot en met het salafi-jihadisme en radicale milieubewegingen.

    In plaats van de eschaton te verdringen, leek de wetenschap die dichterbij te brengen. Toen J. Robert Oppenheimer getuige was van de eerste kernexplosie in White Sands, New Mexico, deed hij de beroemde uitspraak dat hij dacht aan Krishna’s woorden uit de Bhagavad Gita (het ‘Lied van God’ uit de hindoecultuur): ‘Ik ben de dood geworden, de vernietiger van werelden.’ Aan het prille begin van de Koude Oorlog verzon de kunstenares Martyl Langsdorf, wier echtgenoot een van de sleutelfiguren van het Manhattan Project was, het beeld van een Doomsday Clock. Het verscheen voor het eerst in het Bulletin of the Atomic Scientists als illustratie van de angst van vele fysici – onder wie sommigen die betrokken waren geweest bij de schepping van de atoombom – dat een ‘uit technologie voortkomende catastrofe’ weleens heel nabij zou kunnen zijn. Middernacht op de Doomsday Clock betekende het nucleaire armageddon. Vele jaren lang was het de hoofdredacteur van het Bulletin, Eugene Rabinowitch, die besloot waar de wijzers van de klok stonden. Na zijn dood nam een commissie het over: die kwam tweemaal per jaar bijeen om de klok bij te stellen. Tijdens de Koude Oorlog kwam de Doomsday Clock het dichtst bij middernacht: in de jaren 1953-1959 werden de wijzers op twee minuten voor twaalf gezet. De wetenschappers dachten ook dat de jaren 1984-1987 vol gevaren waren: toen was het vier jaar lang drie minuten voor twaalf. De populaire literatuur weerspiegelde die angsten. On the Beach (1957) van Nevil Shute speelt in het jaar 1963 en de inwoners van Melbourne wachten hulpeloos op een dodelijke wolk radioactieve fall-out in de nasleep van de Derde Wereldoorlog, die – niet zo plausibel – op gang gebracht werd door een nucleaire aanval van Albanië op Italië. De keus is die tussen zwaar drinken en een door de overheid verschafte zelfmoordpil. In de graphic novel When the Wind Blows (1982) van Raymond Briggs bouwt een ouder echtpaar, Jim en Hilda Bloggs, plichtsgetrouw een atoomschuilkelder, waarbij ze doen alsof de Derde Wereldoorlog net zo goed te overleven is als eerder de Tweede Wereldoorlog. 

    Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor

    Toch is het nog maar de vraag hoe betrouwbaar de Doomsday Clock is. Vandaag de dag zijn historici het erover eens dat het gevaarlijkste moment in de Koude Oorlog de Cubaanse raketcrisis geweest is. Maar de Doomsday Clock stond in 1962 op zeven minuten voor middernacht en ging in het daaropvolgende jaar terug naar 23.48 uur. Dat veranderde niet toen president Lyndon B. Johnson de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam opschaalde. Opmerkelijk genoeg besloten de atoomwetenschappers in januari 2018 dat we weer twee minuten voor Armageddon zaten. Twee jaar later zetten ze de klok vooruit op 100 seconden voor middernacht, op grond van de overweging dat ‘de mensheid nog steeds te maken heeft met twee gelijktijdige existentiële gevaren: nucleaire oorlogsvoering en klimaatverandering. Die dreiging wordt vermenigvuldigd door een in cyberspace gevoerde informatieoorlog, die het voor de samenleving moeilijk maakt om te reageren. De internationale veiligheidssituatie is hachelijk, niet alleen omdat deze dreigingen bestaan, maar omdat de wereldleiders hebben toegestaan dat de internationale politieke infrastructuur om die te beheersen is uitgehold.’ Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor. 

    De nachtmerrie van een atoomoorlog was niet het enige apocalyptische visioen dat de wereld tijdens de Koude Oorlog kwelde. Van de jaren zestig tot de jaren tachtig leidde de angst voor wereldwijde overbevolking tot een opeenvolging van meestal ondoordachte en vaak ronduit schadelijke pogingen om de voortplanting in de zogeheten Derde Wereld te ‘beheersen’. Stephen Enke van de rand Corporation betoogde dat arme mensen betalen om in te stemmen met sterilisatie of het inbrengen van een spiraaltje 250 keer zo effectief zou zijn om ontwikkeling te bevorderen als andere vormen van hulp. Paul Ehrlichs boek The Population Bomb (1968), geschreven in opdracht van de Sierra Club, voorspelde dat er in de jaren zeventig massasterfte zou optreden, met verwoestende hongersnoden die honderden miljoenen mensen zouden doden. Lyndon Johnson werd erdoor overtuigd, net zoals de meerderheid van de leden van het Congres, waardoor het budget voor geboorteregeling van het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling verhoogd werd met een factor twintig. Als president van de Wereldbank verklaarde Robert McNamara, de voormalige Amerikaanse minister van Defensie, in 1969 dat de bank geen gezondheidszorg zou financieren ‘tenzij die strikt gerelateerd was aan geboortebeperking, aangezien gezondheidszorg doorgaans bijdroeg aan de afname van sterftecijfers, en daarmee aan de bevolkingsexplosie’. Sommige Amerikaanse instellingen – waaronder de Ford Foundation en de door Rockefeller opgezette Population Council – speelden met het idee van onvrijwillige massasterilisatie van hele bevolkingsgroepen. Deze consequenties illustreren eens te meer dat mensen die overtuigd zijn van een denkbeeldige naderende apocalyps veel schade kunnen toebrengen. Het aanmoedigen, zo niet afdwingen, van het gebruik van spiraaltjes bij Indiase vrouwen en sterilisaties bij Indiase mannen heeft veel leed veroorzaakt. Op het hoogtepunt van de Indiase noodtoestand in het midden van de jaren zeventig liet de regering van Indira Gandhi meer dan 8 miljoen sterilisaties uitvoeren. Bijna 200.000 mensen stierven door mislukte operaties. De Verenigde Naties ondersteunden ook het door de Chinese Communistische Partij zelfs nog wreder uitgevoerde ‘éénkindbeleid’. Achteraf gezien was de oplossing voor het probleem van de bevolkingstoename niet massasterilisatie, maar de Groene Revolutie in de land bouwtechnologie, waarvan agronomen als Norman Borlaug de pioniers waren. De huidige millennialisten zijn de profeten van de catastrofale klimaatverandering. ‘Rond 2030,’ schreef de Zweedse milieuactiviste Greta Thunberg, ‘zullen we in een positie verkeren waarin een onomkeerbare kettingreactie wordt ingezet, zonder dat mensen daar invloed op kunnen uitoefenen, die zal leiden tot het einde van onze beschaving, zoals wij die kennen.’ ‘De wereld zal over twaalf jaar eindigen, als wij niets doen aan de klimaatverandering,’ voorspelde het Amerikaanse Democratische Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez in 2019. 

    Thunbergs verschijning als de verpersoonlijking van radicaal milieuactivisme doet denken aan eerdere vormen van eschatologie, zeker vanwege de ernst van de offers die ze eist. ‘We hebben geen “koolstofarme economie” nodig,’ verklaarde ze in januari 2020 bij het World Economic Forum. ‘We hebben niet “minder uitstoot” nodig. Onze uitstoot moet stoppen als we een kans willen hebben om onder het doel van 1,5 graad te blijven (…) Elk plan of beleid van jullie dat geen radicale uitstootbeperking bij de bron inhoudt, met ingang van vandaag, is volkomen onvoldoende.’ De nieuwe groene revolutie – of de ‘Green New Deal’ – die wordt voorgesteld door Ocasio-Cortez, Thunberg en anderen impliceert een drastische reductie van alle CO2-uitstoot, waarbij nauwelijks rekening wordt gehouden met de economische en sociale kosten. We komen later op dit onderwerp terug; op dit moment volstaat het om te zeggen dat waarschuwingen voor het komende einde van de wereld het risico lopen (net als het roepen van ‘de wolf!’ in het sprookje) door herhaling minder geloofwaardig te worden. 

    Al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen

    Het onontkoombare feit blijft bestaan: profeten van het millennium, gnosti sche navolgers van de eschaton, wetenschappers die waarschuwen voor rampen en auteurs die zich die voorstellen: al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen. In de theaterkomedie Beyond the Fringe (1961) speelt Peter Cook de rol van Broeder Enim, een profeet die zijn volgelingen naar een bergtop leidt om de apocalyps af te wachten. 

    Jonathan Miller: Hoe zal het zijn, dat einde waarover u gesproken hebt, Broeder Enim? 

    Allen: Ja, hoe zal het zijn? 

    Peter Cook: Tja, het zal zijn alsof er een machtige scheuring in de lucht is, weet je, en de bergen zullen wegzinken, weet je, en de valleien zullen omhoogkomen, weet je, en groot zal het lawaai zijn dat daardoor veroorzaakt wordt. 

    Miller: Zal de voorhang van de tempel in tweeën gereten worden?

    Cook: De voorhang van de tempel zal in tweeën gereten worden, ongeveer twee minuten voordat we het teken zullen zien dat zich openbaart als een vliegende beestenkop in de lucht. 

    Alan Bennett: En zal er een machtige wind waaien, Broeder Enim?

    Cook: Jazeker zal er een machtige wind waaien, als we het woord van God mogen geloven… 

    Dudley Moore: En zal die wind zo machtig zijn dat de bergen erdoor platgelegd worden? 

    Cook: Nee, zo machtig zal die nu ook weer niet zijn; daarom hebben we nu juist deze berg beklommen, stomme eikel… 

    Miller: En wanneer komt dat einde, waarover u gesproken hebt?

    Allemaal: Ja, wanneer zal het zijn, wanneer zal het zijn? 

    Cook: Over ongeveer dertig seconden, volgens de oude perkamentrollen uit de piramiden… en mijn Ingersoll-horloge.

    De profeet en zijn volgelingen zetten zich schrap voor het einde van de wereld en tellen af: 

    Cook: Vijf, vier, drie, twee, één – nul! 

    Allemaal: (Zingend.) Nu is het Einde! De Wereld Vergaat! 

    Stilte. 

    Cook: Het was omgerekend naar deze tijdzone, toch? 

    Miller: Ja. 

    Cook: Nou ja, het is niet echt de vlammenzee waar ik op gerekend had. Geeft niet, jongens: morgen dezelfde tijd… Ooit moeten we het een keer goed hebben. 

    De statistieken van een calamiteit

    Waar we echt bang voor moeten zijn, is een grote ramp die ons niet allemaal doodt, maar wel een groot aantal van ons. Het probleem is dat we moeite hebben om ons zowel de potentiële schaal als de waarschijnlijkheid van rampen voor te stellen. ‘Een enkele dode is een tragedie; een miljoen doden is een statistiek.’ Dat aforisme wordt meestal toegeschreven aan Stalin. Die toeschrijving kan worden teruggebracht op een column uit 1947 in The Washington Post, waarin Leonard Lyons schreef: 

    ‘In de dagen dat Stalin de commissaris van Munitie was, werd er een vergadering gehouden met de hoogste commissarissen in rang. Het belangrijkste gespreksonderwerp was de hongersnood die toen heerste in de Oekraïne. Een van de functionarissen stond op en hield een toespraak over deze tragedie – de tragedie dat er miljoenen mensen stierven van de honger. Hij begon sterftecijfers op te sommen (…) Stalin onderbrak hem en zei: ‘Als slechts één man sterft van de honger, is dat een tragedie. Als miljoenen sterven, is het slechts statistiek.’ 

    Lyons vermeldde geen bron, maar ofwel hij of Stalin heeft de zinsnede vrijwel zeker geleend van Kurt Tucholsky, die deze op zijn beurt toeschreef aan een Franse diplomaat. ‘Oorlog? Dat vind ik niet zo verschrikkelijk. De dood van één mens, dat is een catastrofe. Honderdduizend doden, dat is een statistiek.’ We zien ook een versie van deze mentaliteit in onze tijd, merkte Eliezer Yudkowsky op: ‘Mensen die er niet over zouden peinzen om een kind pijn te doen, horen over een existentieel risico en zeggen: “Tja, misschien verdient de mensheid het niet echt om te overleven.” (…) De uitdaging die existentiële risico’s stellen is zodanig, en de catastrofes zijn zo enorm, dat mensen in een andere denkmodus schieten. Dan is het sterven van mensen ineens niet langer slecht en vereisen gedetailleerde voorspellingen ineens geen expertise meer.’

    We moeten op z’n minst proberen de statistieken begrijpelijk te maken. Rekening houdend met het grote gebrek aan historische bronnen kunnen we zeggen dat er in de gehele vastgelegde geschiedenis waarschijnlijk zeven grote pandemieën zijn geweest met een groter sterftecijfer dan 1 procent van de geschatte wereldbevolking. Daarvan hebben er vier meer dan 3 procent gedood en twee – de Pest van Justinianus en de Zwarte Dood – meer dan 30 procent, hoewel het dodental van de laatstgenoemde ziekte heel goed veel lager kan zijn geweest. Ook de beschikbare gegevens over de sterfgevallen als gevolg van oorlogshandelingen wijzen op slechts een klein aantal extreem dodelijke conflicten. Gegevens van de fysicus L.F. Richardson en de sociale wetenschapper Jack Levy wijzen – net als andere, meer recente studies – op zeven grootschalige oorlogen die meer dan 0,1 procent van de geschatte wereldbevolking doodden in de dagen dat ze uitbraken. In absolute termen waren de twee wereldoorlogen de dodelijkste conflicten in de geschiedenis. In Richardsons analyse van alle ‘dodelijke conflicten’ tussen 1820 en 1950 waren de wereldoorlogen de enige oorlogen van zwaarte: de enige met dodentallen van tientallen miljoenen. Ze waren goed voor drie vijfde deel van alle doden in zijn steekproef, waartoe behalve oorlog een moord en andere vormen van doodslag behoorden. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog kwam respectievelijk 3 procent van de wereldbevolking van 1914 en 1939 om het leven; ook al vonden er verhoudingsgewijs misschien vernietigender conflicten plaats in eerdere perioden, vooral de oorlogen uit het tijdperk van de Drie Koninkrijken in het China van de derde eeuw, tussen de Han- en Jin-dynastieën. 

    Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen

    In relatieve termen – dat wil zeggen: naar proportie van gedode strijdkrachten – behoort de Oorlog van de Drievoudige Alliantie (1864-1870) tot de dodelijkste uit de moderne geschiedenis. Toch is dit conflict vrijwel onbekend buiten de drie landen die erin vochten: Argentinië, Brazilië en Uruguay, die samen optrokken tegen Paraguay. Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen. Het is zelfs zo dat de meeste mensen die hun leven verloren tijdens de Oorlog van de Drievoudige Alliantie stierven aan een ziekte, niet door vijandige acties. Volgens schattingen van Pasquale Cirillo en Nassim Taleb ‘heeft geen enkel gewapend conflict ooit meer dan 19 procent van de wereldbevolking gedood’. De conquistadores vermoordden in verhouding minder inwoners van Midden- en Zuid-Amerika dan de ziekten die ze met zich mee brachten uit Europa, waartegen de inheemse volkeren geen weerstand hadden.

    Soortgelijke exercities kunnen worden uitgevoerd voor zowel burgeroorlogen als genocides en democides – massamoorden op bevolkingsgroepen, in tegenstelling tot sterfgevallen als gevolg van oorlog tussen landen. Het totaal aantal slachtoffers van het stalinisme in de Sovjet-Unie kan hoger liggen dan 20 miljoen; een behoorlijke ‘statistiek’. Sterftecijfers van meer dan 10 procent zijn ook geschat voor Pol Pots schrikbewind in Cambodja, evenals voor de burgeroorlogen in Mexico (1910-1920) en Equatoriaal Guinee (1972-1979). In Richardsons lijst met conflicten van zwaarte 6 zijn zes van de zeven daarvan burgeroorlogen: de Taiping-opstand (1851-1864), de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), de Russische Burgeroorlog (1918-1920), de Chinese Burgeroorlog (1927-1936), de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en het totaal van de slachtpartijen die gepaard gingen met de onafhankelijkheid en opdeling van India (1946-1948). We zijn geneigd om aan te nemen dat geen enkele eeuw zo bloederig was als de twintigste. Toch wordt gezegd dat het exemplarische geweld dat gebezigd werd door de dertiende-eeuwse Mongoolse leider Dzjengis Khan de bevolkingen van Centraal-Azië en China gereduceerd heeft met meer dan 37 miljoen; een aantal dat, als het correct is, gelijkstaat met ongeveer 10 procent van de wereldbevolking op dat moment. Timurlengs laatveertiende-eeuwse veroveringen in Centraal-Azië en Noord-India waren al net zo berucht bloederig, met een geschat dodental van meer dan 10 miljoen. De Mantsjoe-verovering van China in de zeventiende eeuw kan het leven gekost hebben aan niet minder dan 25 miljoen mensen. Naast de Taiping-opstand veroorzaakten diverse andere Chinese opstanden in de periode voor 1900 een menselijk lijden op een schaal die gelijkstaat of zelfs hoger is dan wat de inwoners is aangedaan door burgeroorlogen in de twintigste eeuw. Van de achtste-eeuwse An Lushan-opstand wordt aangenomen dat die het leven kostte aan meer dan 30 miljoen mensen. Net zo vernietigend voor de provincies die erdoor getroffen werden, waren de vrijwel gelijktijdige opstanden van Nien en Miao, en de moslimopstanden in Yunnan en in het noordwesten van China. In deze gevallen moeten de dodentallen worden afgeleid van provinciale en plaatselijke volkstellingen die verricht zijn voor en na de opstanden. De bevolkingsafnamen lijken dodentallen in te houden die variëren van 40 tot 90 procent, maar ook in dit geval is het aannemelijk dat ziekten en hongersnoden net zoveel doden veroorzaakten als georganiseerd geweld, en waarschijnlijk veel meer. Ten slotte is er een reden om aan te nemen dat de sterftecijfers als gevolg van de West-Europese verovering en kolonisatie van het Amerikaanse continent en van Afrika in sommige perioden net zo hoog zijn geweest als die in de twintigste eeuw. 

    Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen

    Zoals zojuist al is opgemerkt, viel de overgrote meerderheid van de slachtoffers van de Europese verovering van Noord- en Zuid-Amerika ten prooi aan ziekten, niet aan geweld. Dus wie in dit verband spreekt van ‘genocide’ tast de waarde van historische terminologie net zozeer aan als degenen die de negentiende-eeuwse hongersnoden in India ‘victoriaanse holocausts’ noemen. Niettemin vertonen de gedwongen slavernij van het Congolese volk door de Belgische kroon na 1886 en de onderdrukking van de Herero-opstand door de Duitse koloniale autoriteiten in 1904 gelijkenissen met twintigste-eeuwse georganiseerde gewelddaden. Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen. De geschatte sterftecijfers in de Herero-oorlog zijn nog hoger: meer dan 1 op 3. Wat dit conflict, in verhouding, tot het bloedigste in de hele twintigste eeuw maakt. Het absolute aantal doden was echter 76.000, terwijl in de Congo tussen 1886 en 1908 naar schatting 7 miljoen doden vielen. Hoewel het gebruikelijk is om gegevens te normaliseren door percentages te be rekenen, moeten we altijd bedenken dat, anders dan bij Stalin, 1 miljoen doden altijd 1 miljoen tragedies inhouden – 1 miljoen premature en pijnlijke sterfgevallen –, of de noemer nu wordt uitgedrukt in tientallen miljoenen of in miljarden, en of die nu worden uitgevoerd door twee oorlogvoerende supermachten of door 1 miljoen moordenaars. De wereldoorlogen waren goed voor ongeveer 36 miljoen doden (ongeveer 60 procent van alle ‘dodelijke conflicten’ in Richardsons onderzoeksperiode van 130 jaar). Richardson was verbaasd te merken dat de daaropvolgende categorie uit de gebeurtenissen bestond met een magnitude van 0 (conflicten waarbij één tot drie personen stierven), die verantwoordelijk waren voor 9,7 miljoen doden. Het restant van de 315 onderzochte oorlogen, gecombineerd met alle duizenden conflicten van gemiddelde grootte, was goed voor minder dan een kwart van de slachtoffers van alle dodelijke conflicten. We moeten ook rekening houden met het feit dat juist dankzij de gestegen levensverwachting een sterfgeval in de twintigste eeuw – vooral in de rijke landen van Europa en Noord-Amerika – bijna altijd een groter verlies inhield, in termen van levenskwaliteit, dan een sterfgeval in eerdere tijdvakken. 

    Veel van de grootste economische rampen in de geschiedenis vielen, niet toevallig, samen met de grote pandemieën en conflicten die hier besproken zijn. Maar niet allemaal. De Grote Depressie, die over het algemeen wordt gedateerd vanaf de Wall Street-crash van oktober 1929, was het gevolg van structurele wanverhoudingen in de wereldeconomie, een rigide systeem van vaste wisselkoersen, protectionisme en fouten op het gebied van monetair en fiscaal beleid. De econoom Robert Barro heeft de beste lijst opgesteld die voorhanden is met de economische rampen van de twintigste eeuw, gerangschikt op hun effect op het reële bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking en op de financiële consequenties. Van de 60 dalingen van 15 procent of meer in reëel bnp per hoofd van de bevolking waren er 38 toe te schrijven aan oorlogen en de nasleep daarvan, 16 waren het gevolg van de Grote Depressie. Van de 35 landen in zijn steekproef vonden de grootste dalingen (elk van 64 procent) plaats in Griekenland (van 1939 tot 1945) en Duitsland (van 1944 tot 1946). De ervaringen met de Tweede Wereldoorlog waren niet veel beter in de Filipijnen en Zuid-Korea: beide landen kenden een vermindering van het bnp per hoofd van de bevolking van 59 procent. Omdat het Verenigd Koninkrijk bijzonder lange historische overzichten heeft, is het mogelijk om moderne economische indicatoren van economische ontberingen vast te stellen in op z’n minst de laatste drie eeuwen, en voor Engeland zelfs tot in de late dertiende eeuw. Volgens de Bank of England blijkt het slechtste jaar in de Engelse geschiedenis 1629 te zijn geweest (toen de economie met 25 procent inkromp), met 1349 (een krimp van 23 procent) als goede tweede. (De reden voor de ernst van de krimp in 1629 ligt niet direct voor de hand: de oorlog met Spanje verliep slecht, maar de grootste militaire operaties vonden dat jaar plaats in het Caribische gebied. Het jaar is in de politieke geschiedenis vooral bekend als het begin van de elf jaar durende ‘Persoonlijke Heerschappij’ van Karel I, zonder parlement.) Het laatste jaar met een krimp van meer dan 10 procent was in 1709, toen de economische activiteiten in heel Europa ernstig werden beperkt door de ‘Grote Vorst’, de koudste winter in 500 jaar. Deze vorstperiode werd toegeschreven aan de uitzonderlijk lage zonnevlekactiviteit die bekendstaat als het Maunder Minimum, in combinatie met vulkaanuitbarstingen in de twee voorafgaande jaren van de Fuji in Japan, op het eiland Santorini en van de Vesuvius. Het ergste jaar van de twintigste eeuw was 1921 (min 10 procent), een periode van hoge naoorlogse deflatie en grote werkloosheid. Toch kan geen enkele periode van vijf jaar opwegen tegen de late jaren veertig van de veertiende eeuw, een periode waarin de Zwarte Dood het bevolkingsaantal met meer dan 40 procent reduceerde. Halverwege 2020 leek dat jaar de ergste krimp in de Britse geschiedenis te laten zien sinds 1709: eind juni voorspelde het Internationale Monetaire Fonds een teruggang van 10,2 procent in het bnp.

    Onvolledige gegevens

    Er zijn echter grenzen aan wat we kunnen afleiden van economische gegevens. Tijdens het schrijven van een dissertatie over de Duitse hyperinflatie van 1923, en opnieuw bij het bestuderen van de financiële gevolgen van de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog, heb ik geleerd dat de tijden van de meest intense crises ook de tijden zijn waarin economische statistieken niet meer worden bijgehouden of alleen foutief worden bijgehouden. De Wereldbank heeft een omvangrijke verzameling gegevens met daarin het bnp per hoofd van de bevolking van bijna alle landen in de wereld sinds 1960. Maar als je kijkt naar de landen die in de afgelopen zestig jaar het meest te lijden hebben gehad van economische en politieke ontwrichting – Afghanistan, Cambodja, Eritrea, Irak, Jemen, Libanon, Somalië, Syrië en Venezuela –, dan zijn er in alle gevallen, weinig verrassend, gaten in de gegevens die samenvallen met de perioden van maximale ontwrichting. Wie kan precies zeggen hoe ernstig hun economische rampen geweest zijn? Het enige wat we weten is dat diezelfde landen bijna allemaal gevonden kunnen worden aan de top van de Fragile States Index, die ooit een ranglijst van ‘mislukte’ landen was. Een andere uitdaging is de (op het eerste gezicht paradoxale) constatering dat de periode 1914-1950, een tijdvak waarin twee wereldoorlogen, een depressie en een ineenstorting van de globalisering vielen, ook een periode was waarin de ontwikkeling van de mensheid – in brede zin gemeten in termen van levensverwachting, opleiding, het percentage van het nationaal inkomen dat besteed wordt aan sociale projecten en het niveau van democratie – over een breed front significant is vooruitgegaan.

    Rampen zijn kortom moeilijker te kwantificeren dan je zou verwachten, zelfs in de moderne tijd van statistieken. Dodentallen zijn vaak onnauwkeurig. Om de betekenis van een ramp te begrijpen, moeten we niet alleen het absolute aantal lijken weten, maar ook de oversterfte: het aantal sterfgevallen dat anders niet zou zijn voorgekomen, in verhouding tot basisgegevens die worden berekend als een gemiddelde van recente jaren. Bij een poging om de schaal van een ramp vast te stellen, kan de keuze van een referentiepopulatie een groot verschil maken. Wat in 1943 een catastrofale hongersnood was voor sommige delen van Bengalen, lijkt al met al kleiner als het dodental wordt uitgedrukt als een percentage van de gehele Indiase bevolking, en staat in geen verhouding tot de wereldbevolking in de context van de ergste oorlog die de wereld ooit trof. Mijn doel is om de lezer in staat te stellen de verschillende soorten rampspoed te vergelijken, niet om te beweren dat alle rampen op een bepaalde manier hetzelfde zijn. Tot september 2020 had covid-19 naar schatting 0,0114 procent van de wereldbevolking gedood, waarmee het plaats 26 inneemt op de lijst van de meest rampzalige pandemieën uit de geschiedenis. De Spaanse griep van 1918-1919 was ruwweg 150 keer dodelijker. Maar voor de steden met de meeste besmettingen was covid-19 in de maanden dat ze het zwaarst getroffen werden net zo erg als de Spaanse griep, zo niet erger. In termen van oversterfte was april 2020 in de stad New York bijna 50 procent meer dan oktober 1918, en drieënhalf keer meer dan september 2001, de maand van de aanslag op het World Trade Center. In de eerste helft van 2020 werd de bevolking van Londen net zo hard getroffen door covid-19 als door de Duitse raketaanvallen in de tweede helft van 1944, waardoor de regering in beide gevallen met een vergelijkbare uitdaging geconfronteerd werd: hoe konden de mensen beschermd worden tegen een dodelijke dreiging zonder de stad te verlammen? Dit is niet bedoeld om Al-Qaida of de nazi’s te vergelijken met het virus SARS-CoV-2, maar puur om te laten zien dat een ramp, in de zin van oversterfte, diverse vormen kan aannemen en toch vergelijkbare uitdagingen kan stellen. 

    Ieder prematuur sterfgeval is, zoals Stalin misschien inderdaad gezegd heeft, op een bepaalde manier een tragedie; hoe jonger het slachtoffer, des te pijnlijker het sterfgeval, en des te groter de tragedie. Maar sommige rampen zijn op een authentiekere manier tragisch dan andere.

    Dit artikel is een voorpublicatie uit Rampspoed (Doom) van Niall Ferguson, dat onlangs is verschenen bij uitgeverij Hollands Diep in een vertaling van Ed van Eeden en Jaap Verschoor.

  • Baanbrekende transwet in Spanje | Noorwegen verbiedt geretoucheerde foto’s

    Baanbrekende transwet in Spanje | Noorwegen verbiedt geretoucheerde foto’s

    Verbod op aangepaste foto’s

    Strijdend tegen onrealistische schoonheidsnormen heeft Noorwegen een nieuwe wet aangenomen die influencers en adverteerders verplicht om aan te geven of foto’s zijn geretoucheerd. Voortaan moeten advertenties waarbij de vorm, grootte of huid van een lichaam is geretoucheerd, of met filters is gefotografeerd, worden voorzien van een gestandaardiseerd label van het Noorse ministerie van Kinderen en Gezinszaken. Voorbeelden zijn vergrote lippen, aangepaste tailles en overdreven spierbundels, maar het is niet duidelijk of de wet ook geldt voor ingrepen in belichting of kleurverzadiging, schrijft Vice.

    De wet is het gevolg van een aanhoudend publiek debat in Noorwegen rond ‘kroppspress’, letterlijk: ‘lichaamsdruk’

    De wet geldt ook voor afbeeldingen van influencers en beroemdheden als ze ‘een betaling of ander voordeel ontvangen’ voor berichten op sociale media. Elke overtreding wordt bestraft met oplopende boetes en in extreme gevallen zelfs met gevangenisstraf.

    De wet is het gevolg van een aanhoudend publiek debat in Noorwegen rond ‘kroppspress’, letterlijk: ‘lichaamsdruk’, oftewel een ‘opgelegde schoonheidsnorm’. Volgens het ministerie van Kinderen en Gezinszaken blijkt die een factor te zijn die bijdraagt aan een negatief zelfbeeld bij jonge mensen.


    Toerismesector lijdt verlies van 4 biljoen dollar

    De ineenstorting van het internationale toerisme door corona zal voor de jaren 2020 en 2021 mogelijk leiden tot een wereldwijd verlies van meer dan 4 biljoen dollar, volgens een rapport dat UNCTAD deze week presenteerde samen met de Wereldtoerismeorganisatie van de VN. Herstel van het toerisme zal grotendeels afhangen van de wereldwijde vaccinatiegraad, schrijft Journal de Montreal.

    Lees ook:


    Baanbrekende wet in Spanje

    De Spaanse regering heeft een wetsvoorstel goedgekeurd dat burgers boven de 14 jaar het recht geeft om hun geslacht bij de burgerlijke stand te wijzigen zonder dat daarvoor bewijzen, getuigenissen of medische verklaringen nodig zijn.

    ‘We willen hiermee het gebrek aan erkenning voor de rechten van de LHBTI-gemeenschap rechtzetten’

    Het wetsvoorstel is goedgekeurd na maandenlange onderhandelingen en zal nu een reeks toetsen ondergaan voordat het aan het parlement wordt voorgelegd om erover te stemmen. In het voorstel is een mechanisme opgenomen om misbruik van het systeem te voorkomen. Degenen die hun geslacht bij de burgerlijke stand wijzigen, kunnen dit slechts één keer doen. Voor een eventuele volgende wijziging is rechterlijke toestemming nodig.

    ‘We willen hiermee stigmatisering en het gebrek aan erkenning voor de rechten van de LHBTI-gemeenschap proberen recht te zetten’, aldus regeringswoordvoerder María Jesús Montero tegen Euractiv. De wet, die door de LHBTIQ+-gemeenschap overwegend positief is ontvangen, verbiedt ook conversietherapie of andere pogingen om seksuele geaardheid, expressie en identiteit te beïnvloeden of te wijzigen.


    Canada wil af van benzineauto

    Alle nieuwe lichte voertuigen die vanaf 2035 in Canada worden verkocht, zullen emissievrij moeten zijn, zo maakte de federale minister van Transport Omar Alghabra deze week bekend. Vanaf dat jaar mogen er geen nieuwe personenauto’s of lichte vrachtwagens met verbrandingsmotor meer worden verkocht. meldt La Presse. De regering sluit zich hiermee aan bij de staat Quebec, die afgelopen herfst al de verkoop van voertuigen op benzine of diesel na 2035 verbood. De landelijke doelstelling was aanvankelijk vastgesteld voor 2040 en wordt dus met vijf jaar verkort, concludeert de Canadese krant.

    CO2-neutraal

    Voor 2025 en 2030 zullen tussentijdse doelstellingen worden vastgesteld, zodat de verkoop van nieuwe voertuigen met verbrandingsmotor geleidelijk afneemt, voordat ze volledig verboden worden. Ottawa zegt zijn ‘partners’ te willen raadplegen, met name de Verenigde Staten, waarmee het zijn regelgeving wil ‘harmoniseren’.

    Door de verkoop van nieuwe benzine- en dieselvoertuigen te verbieden, kan Canada in 2050 CO2-neutraal zijn, aldus Jonathan Wilkinson, minister van Milieu en Klimaatverandering.


    Britten hebben veel spaargeld

    Doordat lockdowns de mogelijkheden om geld uit te geven beperkten, bereikte het spaargeld dat Britse huishoudens begin dit jaar hadden opgebouwd het op één na hoogste niveau ooit, bericht The Guardian. Dit blijkt uit cijfers van het Office for National Statistics. Volgens het Britse statistiekbureau stegen de spaargelden in de eerste drie maanden van dit jaar sterk toen de derde nationale lockdown werd afgekondigd.

    De spaarquote, het percentage van het totale beschikbare inkomen dat huishoudens gebruiken om te sparen, steeg sinds eind december van 16,1 procent naar 19,9 procent en bereikte daarmee het op één na hoogste niveau sinds 1963. Het vorige record van 25,9 procent werd gevestigd in het tweede kwartaal van 2020 tijdens de eerste lockdown, die de Britse economie in een recessie stortte. In het decennium vóór de pandemie lag de spaarquote op een gemiddelde van 8,5 procent.

    Economen verwachten een hausse in de uitgaven als de beperkingen worden versoepeld.


    Nieuwe ontslagregeling in Italië

    Het kabinet van de Italiaanse premier Mario Draghi keurt een nieuw decreet goed dat het ontslag van werknemers regelt. De regering heeft overeenstemming bereikt met vakbonden en werkgeversorganisaties over een systeem dat in werking treedt wanneer het aan corona gekoppelde verbod op ontslagen afloopt. Aanvankelijk leek de regering van plan het ontslagverbod te willen verlengen voor kwetsbare sectoren, zoals de textiel. De vakbonden wilden juist verlenging van het algemene verbod tot aan oktober, uit angst voor massale ontslagen.

    Volgens de overeenkomst zullen bedrijven pas werknemers mogen ontslaan als alle beschikbare CIG-gelden, de Italiaanse inkomenssteun tijdens corona, zijn opgebruikt.


    Derde coronagolf in Zuid-Afrika

    Zuid-Afrika is verantwoordelijk voor bijna 40 procent van alle sterfgevallen door corona op het continent en telt tot dusver 60.038 officieel geregistreerde dodelijke slachtoffers. Het land wordt geteisterd door een derde golf, die is ontstaan door de snelle verspreiding van de Deltavariant schrijft Al-Jazeera. De provincie Gauteng, met Johannesburg – het financiële centrum van het land – en de administratieve hoofdstad Pretoria, is met ruim 60 procent van de nieuwe gevallen het epicentrum.

    In een televisietoespraak kondigde president Cyril Ramaphosa een reeks nieuwe beperkingen aan, waaronder een verbod op de verkoop van alcohol en bijeenkomsten, evenals uitbreiding van de avondklok van 21.00 uur tot 04.00 uur.

    Lees ook:

  • De waarheid over de Oekraïens-Russische oorlog.  Eerbetoon aan een verloren soldaat

    De waarheid over de Oekraïens-Russische oorlog. Eerbetoon aan een verloren soldaat

    Als de Oekraïense soldaat met wie hij vriendschap heeft gesloten in de strijd sneuvelt, stelt oorlogsjournalist Nolan Peterson zichzelf als missie de waarheid te vertellen over de strijd aan de Russische grens. Want maar weinigen lijken te beseffen wat zich hier afspeelt: een van de grootste humanitaire crises op het continent.

    Als érgens blijkt uit wat voor hout een soldaat is gesneden, is het wel in een loopgravenoorlog. Er valt niet te ontsnappen aan het gevaar. Je kunt net zo makkelijk aan je einde komen op weg naar de wc als in een kogelregen terwijl je je positie verdedigt. Je weet nooit wanneer het granaatvuur zal losbarsten of wanneer een sluitschutter je in het vizier heeft. Je overlevingskans is meestal een kwestie van geluk – het gaat er vooral om dat je niet op het verkeerde moment op de verkeerde plek bent. Het is belangrijker om onder een gelukkig gesternte te zijn geboren dan om goed te kunnen schieten, wordt wel gezegd.

    Na zeven jaar onophoudelijke strijd in Donbas, het zwaar geteisterde oosten van Oekraïne, hebben sommige Oekraïense soldaten geleerd te lachen om het gevaar, geleerd om de oorlog als een spel te zien. Andere soldaten zijn naar binnen gekeerd en somber, zien voortdurend voor zich hoe ze aan hun einde zullen komen. En dan zijn er ook nog de uitzonderlijke jongens die de oorlog zien voor wat hij is – een regelrechte tragedie – en toch de strijd niet opgeven.

    ‘Je zou beter als oude man naar het front kunnen gaan’

    In de zomer van 2015 ben ik embedded bij het Oekraïense leger, in het dorpje Pisky, aan de frontlinie. Daar sluit ik vriendschap met een jonge soldaat, Daniel Kasjanenko, een van die uitzonderlijke mensen. Daniel is dan pas negentien, maar beschikt over een griezelig goed vermogen om de oorlog in een breder perspectief te plaatsen. Hij begrijpt welke tol zijn jonge ziel betaalt voor deze oorlog, en hij begrijpt ook dat de oorlog niet zwart-wit is. ‘Ik denk niet dat het allemaal slechte mensen zijn,’ zegt hij over zijn vijanden.

    Maar toch, als het moet, haalt Daniel de trekker over. De dingen die hij in de oorlog heeft gedaan en gezien, blijven hem achtervolgen. Hij zegt tegen me dat de oorlog hem ‘kapot heeft gemaakt’ en zijn ‘kijk op het leven’ voorgoed heeft verpest. Je zou beter als oude man naar het front kunnen gaan, vertrouwt hij me toe.

    Als ik weer vertrek van de frontlinie, beloven Daniel en ik contact te houden. We hebben het erover dat hij misschien ooit naar de VS zou kunnen komen; zijn grote droom. Maar een paar dagen nadat ik ben teruggekeerd naar Kiev, krijg ik een wat warrig bericht van Daniel. Hij is gewond geraakt door een mortiergranaat, schrijft hij, en hij heeft wat in de Oekraïense ziekenboeg een ‘hersenkneuzing’ wordt genoemd, waarmee vermoedelijk een hersenschudding wordt bedoeld, of, waarschijnlijker, traumatisch hersenletsel. Hoe dan ook, Daniels commandant geeft hem een paar weken verlof om hem terug te laten gaan naar zijn woonplaats Zaporizja, op nog geen drie uur rijden van het front.

    Daniel schrijft dat hij onderweg naar huis zonder geld is komen te zitten en vraagt of ik hem kan helpen een buskaartje te kopen. Hij heeft niet veel geld nodig en ik ben blij hem te kunnen helpen, dus ik maak wat over. Dat is het minste wat ik kan doen, in de omstandigheden.

    Daniel blijft een paar weken thuis, bij zijn ouders, Marina en Konstantin. Het is een zware tijd voor Daniels ouders, die hun zoon keer op keer proberen te overtuigen dat hij niet terug hoeft naar het front.

    En ze hebben gelijk, dat hoeft ook niet.

    Plicht

    Toen Rusland in de zomer van 2014 Oekraïne binnenviel, ging Daniel namelijk, als zoveel andere jonge mannen en vrouwen, uit eigen beweging naar het front. Hij sloot zich aan bij de ongeorganiseerde militie die de Russische inval probeerde af te slaan. De vrijwilligers leerden aan het front hoe ze moesten vechten, zonder enige formele opleiding. Er werd grappend gesproken over de ‘natuurlijke selectie’-opleiding. Daniel was pas negentien toen hij ten strijde trok. Hij belandde rechtstreeks vanuit zijn ouderlijk huis in het artillerievuur en tussen de sluipschutters. Hij werd soldaat voor hij ooit de kans had gekregen een man te worden. 

    Marina vertelt me later dat ze naar haar slapende zoon keek toen hij vanwege die hersenschudding met verlof was. In de paar maanden dat hij weg was geweest, was hij een ander mens geworden, zegt ze. ‘Hij ging als een jongen naar het front en hij keerde terug als een wijze, oude man.’

    Op de dag dat hij terug naar het front ging, smeekte Marina haar zoon om thuis te blijven. ‘Je bent nog veel te jong,’ zei ze. 

    ‘Mam, ik kan niet anders,’ antwoordde Daniel. ‘Ik moet terug naar mijn vrienden. Het is mijn plicht.’

    En hij ging. Twee weken later werd Daniel bij de strijd in Pisky gedood door een mortiergranaat. Hij was nog maar negentien.

    Na Daniels dood zoek ik contact met zijn ouders, en samen met mijn vrouw ga ik naar Zaporizja om hen te ontmoeten. Ik vraag Marina of ze het goed vindt dat ik haar verhaal gebruik om mensen iets duidelijk te maken over de oorlog in Oekraïne, over de strijd waarvoor haar zoon zijn leven heeft gegeven.

    ‘Doe wat je kunt om te voorkomen dat onze jongens sterven,’ zegt ze. ‘De hele wereld moet de waarheid horen over de oorlog in Oekraïne.’

    Dit is die waarheid.

    Het leek alsof het allemaal een geheim was. En zo lijkt het nog altijd

    De oorlog in Oekraïne is geen burgeroorlog. Dat is het nooit geweest. Het was, en is, een Russische inval.

    Ik heb zeven jaar in Oekraïne gewoond om verslag te doen van de oorlog. In die tijd heb ik, met eigen ogen, een oorlog gezien die heftiger is dan enige andere oorlog die heb meegemaakt in Irak en Afghanistan, zowel als special operations-piloot (wat ik vroeger was) als aan de grond, als oorlogscorrespondent.

    Zo zag ik in september 2014 vanaf een heuveltop een tankgevecht in de kustplaats Marioepol. Ja, een tankgevecht. In Europa. In deze tijd. Het was alsof ik naar een Hollywoodfilm keek. Alleen was dat niet zo. Dit gebeurde echt.

    De volgende dag bezocht ik het slagveld. Het was 5 september 2014, de dag waarop het eerste staakt-het-vuren werd getekend. Wat ik zag was een grote ravage van kapotgeschoten tanks en pantservoertuigen. En talloze dode soldaten, deels verkoolde, kapotgeschoten lichamen verspreid over het terrein, verstard in de bewegingen van het moment van sterven, als de gipsen beelden van overledenen in Pompeii.

    Ik had nooit eerder een dergelijke oorlog gezien. Maar wat misschien nog wel schokkender was: het leek alsof het allemaal een geheim was. En zo lijkt het nog altijd.

    Ook nu nog liggen de Oekraïense troepen ingegraven langs een kleine 400 kilometer frontlinie in de regio Donbas, in het oosten van het land. Daar blijft het Oekraïense leger verwikkeld in een statische loopgravenoorlog tegen de gecombineerde strijdkrachten van pro-Russische separatisten, buitenlandse huurlingen en Russische soldaten. En met de Russische troepenopbouw van tienduizenden manschappen aan de grens met Oekraïne [in april 2021] lijkt de mogelijkheid van een veelomvattender oorlog ineens wel erg reëel. 

    Overal in Oekraïne werd het straatbeeld bepaald door pijlen op gebouwen die de weg wezen naar de dichtstbijzijnde schuilkelder

    Tot nog toe heeft de oorlog zo’n veertienduizend Oekraïense levens geëist – meer dan de helft van de slachtoffers is gevallen nádat in februari 2015 de Minsk II-wapenstilstand werd gesloten. En met 1,7 miljoen mensen die nog altijd niet kunnen terugkeren naar huis, is dit niet alleen de enige landoorlog die momenteel nog in Europa woedt, maar tevens een van de grootste humanitaire crises op het continent.

    Onder het mom van een separatistische opstand annexeerden Russische speciale eenheden en veiligheidsdiensten in het voorjaar van 2014 de Donbas-regio. Even daarvoor, in februari, hadden Oekraïense demonstranten de sluipschutters getrotseerd op het centrale plein van Kiev, tijdens een opstand om Viktor Janoekovitsj, de pro-Russische president, tot aftreden te dwingen. In de kern ging die revolutie erom dat het land zich afkeerde van Rusland en een meer pro-Europese, prowesterse, prodemocratische koers zou gaan varen.

    Maar met een doelbewuste campagne van gemilitariseerde propaganda wist Rusland de annexatie van de Krim en het daaropvolgende conflict in Donbas af te schilderen als een opstand die was georganiseerd en geleid door onbetrouwbare, Russisch sprekende Oekraïners die van mening waren dat de nieuwe regering in Kiev onrechtmatig was.

    Voor Kiev zag het er niet goed uit in de zomer van 2014. Gecombineerde Russisch-separatistische troepen rukten op en er waren zorgen dat Oekraïne in tweeën zou worden gedeeld, of dat Rusland zou overgaan tot een grootschalige inval. Het Oekraïense leger was danig verzwakt na vele decennia van corruptie, en slechts in staat zesduizend gevechtsklare manschappen op de been te brengen. Overheden adviseerden de inwoners van Kiev om bij een Russische aanval de metrostations als schuilkelder te gebruiken. Overal in Oekraïne werd het straatbeeld bepaald door pijlen die op gebouwen waren gespoten en die de weg wezen naar de dichtstbijzijnde schuilkelder.

    In die eerste maanden van de oorlog vormden gewone Oekraïners, op de hielen gezeten door het reguliere leger van Oekraïne, de gelederen van de ongeregelde gevechtseenheden. Ondertussen waren hele legioenen vrijwilligers bezig om spullen in te zamelen en die naar de troepen aan de frontlinie te brengen – waarbij ze vaak een groot risico liepen. De oorlogsinspanningen werden gedragen door de bevolking, waarmee weer eens duidelijk werd dat Oekraïners in tijden van crisis eerder geneigd zijn zelf in actie te komen dan te wachten tot de regering iets doet. 

    In juli 2014 hadden de ongeregelde troepen van Oekraïne (de Bad News Bears van de oorlog, zoals ik ze ben gaan noemen) weer 23 van de 36 districten in handen die onder gecombineerd Russisch-separatistisch bewind hadden gestaan. Met de oprukkende troepen zag het er – heel even – naar uit dat Kiev al het terrein zou kunnen herwinnen dat het had moeten prijsgeven aan de troepen die voor de Russen streden. Maar toen, in augustus, stuurde Rusland zelf duizenden manschappen en ongekende hoeveelheden wapens en militair materieel naar het conflictgebied.

    Veel Oekraïners vreesden dat er een grootscheepse Russische invasie ophanden was; een aanval op de havenstad Marioepol leek onafwendbaar. Dankzij de wapenstilstand van september 2014 leek te zijn voorkomen dat de oorlog zou escaleren tot een rampzalig niveau. Die wapenstilstand werd echter al snel geschonden, maar door de Minsk II-wapenstilstand in februari 2015 concentreerde het conflict zich uiteindelijk rond het huidige grensgebied.

    Maar daarmee is er nog geen einde gekomen aan de oorlog.

    Persoonlijk

    De patstelling in de loopgraven in het oosten van Oekraïne is uitgegroeid tot een broze impasse, waarbij de twee grootste landlegers van Europa – gerekend naar manschappen – dagelijks beschietingen uitvoeren. Het is een langeafstandsstrijd die voornamelijk wordt uitgevochten met indirecte vuurwapens zoals mortieren en artillerie. In de meeste gevallen zien de soldaten nauwelijks op wie ze schieten – afgezien van de sluipschutters, die ik altijd al het meest angstaanjagende aspect van deze oorlog heb gevonden. In tegenstelling tot de willekeurige, lukrake dreiging van artillerievuur is het op een bepaalde manier persoonlijk om door een sluitschutter onder vuur te worden genomen – hij kijkt echt naar jou, door een vizier, en probeert je te doden. 

    Er zijn plekken waar het niemandsland enkele kilometers breed is. Op andere plekken zitten de Oekraïners en hun vijanden zo dicht op elkaar dat ze elkaar verwensingen kunnen toeschreeuwen. Zo heb ik in 2015 in Sjirokino kunnen zien hoe dronken soldaten van het Russische kamp ’s nachts naar de Oekraïense linies kropen en de Oekraïners uitdaagden voor gewapende gevechten, van man tot man, tot de dood erop volgde. Een soort gladiatorengevechten. 

    Het is al met al een bizar conflict waarin moderne technologie – zoals drones en elektronische oorlogsvoering – samengaat met fysieke omstandigheden die doen denken aan de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, zij het op veel kleinere schaal. Als de Oekraïners niet in die loopgraven zitten, leven ze in de kelders van verlaten huizen. Het is domweg te gevaarlijk om veel tijd bovengronds door te brengen, met de onophoudelijke granaatbeschietingen en overal sluipschutters.

    In je achterhoofd leeft voortdurend de gedachte dat je elk moment dood kunt gaan. Die constante achtergrondruis van gevaar is iets heel anders dan wat ik heb meegemaakt toen ik was uitgezonden naar Irak en Afghanistan. Daar hadden we betrekkelijk veilige plekken om tussen onze verschillende missies door even op adem te komen.

    In Marioepol is een restaurant, uitgebaat door een veteraan, dat pizza’s bezorgt aan het front

    Maar ondanks alle ontberingen hebben de Oekraïense troepen geleerd zich aan te passen. Oorlog voeren is een manier van leven geworden. Hetzelfde geldt voor de Oekraïense burgers die zijn achtergebleven in het oorlogsgebied. Ik sta er altijd van te kijken dat in tijden van oorlog het dagelijks leven zo goed en zo kwaad als het gaat voortgang vindt. Kinderen gaan gewoon naar school, al zijn er dagelijks beschietingen. Winkels zijn gewoon open. Familieleden komen nog altijd samen voor de avondmaaltijd. Zo is er in Marioepol een restaurant, uitgebaat door een veteraan, dat pizza’s bezorgt aan het front.

    Een van de indringendste voorbeelden van het gewone leven in tijden van oorlog heb ik gezien in Lobacheve, een plaats aan de frontlinie. De stad wordt in tweeën gedeeld door een rivier – de Oekraïners hebben de ene kant van de stad in handen, de Russische separatisten de andere. Maar er is maar één school. Dus hebben de strijdende partijen besloten tot een kortstondig staakt-het-vuren, twee keer per dag, zodat de kinderen het pontje over de rivier kunnen nemen, van en naar school.

    In 2016 was ik getuige van zo’n bizarre, kortstondige time-out van de oorlog. Het had iets surrealistisch om de Oekraïense soldaten op hun dooie gemak aan de oever een sigaretje te zien roken, terwijl ze hun vijanden op de andere oever zagen staan. Maar zodra het moment voorbij was namen de sluitschutters weer hun positie in, zochten de soldaten dekking en was het weer oorlog. ‘Oorlog is een duistere komedie,’ zei Andriy, een Oekraïense soldaat die dag tegen me, terwijl we een veilig heenkomen zochten.

    De twee partijen moeten duidelijk weinig van elkaar hebben, al hebben veel Oekraïners familie in Rusland, en omgekeerd. Sterker nog, enkele oudere Oekraïense soldaten hebben in de Sovjettijd in het Rode Leger gediend, samen met de Russen. Ik heb zelfs Oekraïense soldaten gezien die Facebookberichten aan hun vijanden stuurden, die ze nog kenden uit hun jeugd, of van hun studie.

    ‘Het is lastig vechten tegen een vijand die dezelfde taal spreekt en hetzelfde geloof heeft,’ zegt Oleksandr Derevyanko, een 54-jarige Oekraïense soldaat en veteraan uit het Sovjetleger. ‘Maar we moeten dit gevecht wel leveren – er zit niets anders op. Rusland heeft ons aangevallen en we moeten ons vaderland verdedigen.’

    Derevyanko vocht in de jaren tachtig als Sovjetsoldaat in Afghanistan. ‘In Afghanistan heb ik geleerd dat het niet zo moeilijk is om een oorlog te beginnen, maar wél om een oorlog te beëindigen,’ zegt de oude soldaat. Ik ben zelf ook Afghanistan-veteraan en ik had het niet beter kunnen zeggen.

    De oorlog in Oekraïne is momenteel niets minder dan een zwaard van Damocles dat boven Oost-Europa hangt – elk moment kan de vlam in de pan slaan en kan het vuur om zich heen grijpen. Als de zon vanavond onder is, zullen de lichtspoorkogels de hemel uiteenrijten. Het artillerievuur zal donderen. En de soldaten en burgers, die allemaal oorlogsmoe zijn, zullen wegduiken in schuilkelders en loopgraven, en proberen hun angst de baas te blijven – net als de afgelopen zeven jaar.

    De oorlog gaat maar door. Wanneer zal er ooit een einde aan komen? 

    De oorlog in Oekraïne is een frontlinie ter verdediging van de geest, en de belofte, van de democratie

    Het is makkelijk om te denken dat de geschiedenis uiteindelijk altijd wel weer ten goede zal keren – dat het tijdperk van de wereldoorlogen achter ons ligt. Dat het nooit weer zal gebeuren. In Oekraïne voelt dat heel anders.

    Vergeet niet dat Oekraïne nog maar twee generaties terug het dodelijkste strijdtoneel was in een van de dodelijkste oorlogen in de geschiedenis van de mensheid. Sommige van de soldaten die in die oorlog hebben gevochten, en de burgers die het hebben overleefd, zijn momenteel nog in leven. Dus laat niemand denken dat een dergelijke oorlog nu niet meer mogelijk is, of dat de ontwikkelingen in de tijd waarin we nu leven op de een of andere manier immuun zijn voor de onophoudelijke cycli van oorlog en vrede die de geschiedenis typeren.

    De Amerikaanse oorlogscorrespondent Martha Gellhorn schreef ooit: ‘Tenzij ze tot de directe slachtoffers behoren, gedraagt de meerderheid van de mensheid zich alsof oorlog een kwestie is van overmacht, iets wat niet voorkomen had kunnen worden; of ze doen alsof een oorlog elders niet hun probleem is. Het zou een wrede kosmische grap zijn als we onze eigen ondergang bewerkstelligen door het wegkwijnen van de verbeelding.’

    De oorlog in Oekraïne is namelijk veel meer dan alleen een frontlinie tegen de Russische militaire agressie. Het is ook een frontlinie ter verdediging van de geest, en de belofte, van de democratie.

    Amerikaanse steun, in welke vorm ook – diplomatieke maatregelen of wapens – geeft een signaal aan de Oekraïense soldaten en burgers: dat ze niet zijn vergeten, en dat de democratische wereldorde, waar ze zo graag deel van willen uitmaken, nog altijd de strijd waard is. Vandaag de dag lijkt dat een boodschap die de hele wereld zou moeten horen.

    Met de geschiedenis als leidraad lijkt één ding duidelijk: als de oorlog in Oekraïne escaleert tot een veel groter en dodelijker conflict, zullen de gevechten niet beperkt blijven tot Oekraïners en Russen.

  • Julinummer | Kan dit nog?

    Julinummer | Kan dit nog?

    »  Lees dit nummer online

    Moed

    Redactioneel

    Twee van de in deze editie gepubliceerde artikelen zijn geschreven door journalisten die zich niet de mond laten snoeren door het dictatoriale bewind in hun land. Dat is, zacht uitgedrukt, bewonderenswaardig. Wereldwijd zijn er vorig jaar tientallen journalisten vermoord vanwege hun werk. De afweging of waarheidsvinding desnoods met de dood bekocht moet worden, is waarschijnlijk een vraag die deze helden zich niet hebben gesteld. Er stroomt ander bloed door hun aderen, iets moet de oorzaak zijn van hun onberedeneerbare burgermoed.

    Omgaan met de macht in de geglobaliseerde wereld vergt een grote dosis zelfbeheersing en sluwheid. Zowel van de kritische massa die de macht dient te controleren als van de dictators die ten koste van alles en iedereen die macht willen behouden. Een eigenaardige ambitie, maar ze bestaat en neemt helaas niet af, ook niet als telkens weer duidelijk wordt dat tirannie als staatsvorm geen lang en zeker geen leuk leven beschoren is. Uiteindelijk wordt elke ooit aanbeden machtswellusteling van zijn voetstuk getrokken. Om die dreiging zo lang mogelijk af te wenden is het voor zich winnen van de pers en de vernietiging van de onafhankelijke berichtgeving een van de grootste prioriteiten. Alsof het in de instructies staat voordat men de koepel betreedt.

    Zo moeilijk is dat niet: je trekt vergunningen in, strooit gul met het stempel ‘opruiend’ en haalt als het moet een vliegtuig onder valse voorwendselen uit de lucht, omdat er iemand in zit wiens stem je niet bevalt. 

    Opposanten uit de weg ruimen, daar draaien de machthebbers hun hand niet voor om

    Opposanten uit de weg ruimen, daar draaien de machthebbers hun hand niet voor om. Sinds de opkomst van sociale media is de gebruiksaanwijzing aangevuld met verregaande surveillance en de inzet van trollenlegers en onlinebots.

    Blijven ageren, dat is de kunst. Maar tegen welke prijs?

    Daarom mag er voor elke broeder, zuster en x die ondanks de gruwelijke repressie blijft (of bleef) publiceren over het optreden van zijn of haar regime tegen onafhankelijke media een hufterproof monument worden opgericht. Als het goed is komen er nog een hoop sokkels vrij. Vroeg of laat leggen dictators hopelijk het loodje. Want als we historicus en sinoloog Frank Dikötter mogen geloven, presenteren ze zich graag als almachtig, maar zijn het eigenlijk zwakke figuren – anders zouden ze wel zijn verkozen door een meerderheid.

    Katrien Gottlieb

    gottlieb@360international.nl

    Cover197 LR 2 1 1

  • Twitterblokkade in Nigeria brengt bloeiende start-upsector in de problemen

    Twitterblokkade in Nigeria brengt bloeiende start-upsector in de problemen

    De Nigeriaanse start-upsector is de veelbelovendste in heel Afrika, maar door de impasse tussen de overheid en een van ’s werelds grootste sociale netwerken zijn ondernemers bang dat investeerders afhaken.

    Het grootste evenement in de Afrikaanse start-upwereld in 2020 was de overname van Paystack, een elektronisch betalingssysteem dat in 2015 in Lagos werd gelanceerd door het Amerikaanse bedrijf Stripe. De transactie werd geschat op 200 miljoen dollar en was een mijlpaal voor de groeiende digitale gemeenschap van Nigeria.

    Lokale en buitenlandse investeerders jagen sindsdien op andere Paystacks. Ze zijn bang om de boot te missen. De breedbandpenetratie is gegroeid van minder dan 20 procent vijf jaar geleden tot meer dan 40 procent sinds mei 2020, en de sector informatie- en communicatietechnologie (ICT) is de snelst groeiende van het land: 6,31 procent in het eerste kwartaal van 2021. Dit alles, plus het feit dat 81 procent van de volwassen Nigerianen een mobiele telefoon bezit, zet investeerders aan tot het uitschrijven van cheques van miljoenen dollars. Digitale bedrijven hebben nog nooit zoveel aantrekkingskracht gehad en nog nooit zoveel tolerantie genoten in het dichtstbevolkte land van Afrika.

    Regelgevingsrisico’s

    Maar deze explosie van energie en innovatie stuit op een bekende vijand: de overheid. [Op 4 juni] blokkeerden de federale autoriteiten Twitter – een van ’s werelds grootste sociale netwerken – omdat het bedrijf een tweet verwijderde van het account van president Muhammadu Buhari, in de veronderstelling dat deze een dreiging met geweld inhield. [De Nigeriaanse president, die als soldaat vocht in Biafra tijdens de oorlog eind jaren zestig, richtte zich tot de Biafra-separatisten: ‘Veel van degenen die zich tegenwoordig slecht gedragen, zijn te jong om zich bewust te zijn van de vernietiging en het verlies van mensenlevens die plaatsvonden tijdens de burgeroorlog in Nigeria. Degenen onder ons die (…) de oorlog hebben meegemaakt, zullen hen behandelen in een taal die wij begrijpen’, twitterde hij.] Het gevolg van de blokkade is dat de media hun accounts moeten verwijderen en gewone burgers het netwerk niet langer mogen gebruiken op straffe van arrestatie.

    De blokkade van Twitter is de zoveelste grote schok voor de digitale sector: slechts zes maanden geleden beval de centrale bank van Nigeria banken om cryptocurrencytransacties niet langer toe te staan. Plotseling verloor Nigeria daarmee de belangstelling van digitale investeerders. ‘Het punt is dat regelgevingsrisico’s al een tijdje onze grootste zorg zijn’, zegt Tokunboh Ishmael, voormalig voorzitter van de raad van bestuur van de Africa Venture Capital Association. Alitheia Capital, de investeringsmaatschappij waarvan ze medeoprichter is, heeft Nigeriaanse start-ups helpen financieren. En het ‘reguleringsrisico speelde een grote rol in onze risicoberekening’, aldus Ishmaek. Start-ups zullen investeerders daarom een hoger investeringsrendement moeten bieden dan in meer stabiele markten, stelt ze.

    Nu Twitter is geblokkeerd, zullen digitale bedrijven niet alleen moeite hebben om fondsen te werven, sommigen zullen moeite hebben om überhaupt te blijven bestaan. Met zijn 2 miljoen gebruikers is Twitter een belangrijk platform voor bedrijven in Nigeria. Eloho Omame is de oprichter en CEO van Endeavour Nigeria [een bedrijf dat start-ups helpt groeien] en was onlangs een van de medeoprichters van FirstCheck Africa, een durfkapitaalinvesteerder die een beginkapitaal van 25.000 dollar [21.000 euro] biedt aan ‘vrouwelijke start-ups’. Twitter ‘was een essentieel contactpunt’ met de dertien start-ups die het bedrijf financiert, geeft ze aan.

    Een regering die vijandig staat tegenover nieuwe technologieën, maakt een land geen erg geloofwaardige bestemming voor toekomstgerichte investeringen

    FirstCheck Africa heeft een platform nodig om zichzelf op de markt te brengen en vrouwen aan te trekken die de toekomstige grote Afrikaanse succesverhalen kunnen zijn. ‘Een verre van onbeduidend deel van onze investeringskanalen is afhankelijk van bereikbaarheid op Twitter en een groot deel van onze werving gebeurt via Twitter. De blokkade maakte daar een einde aan. Een even effectief alternatief is er niet,’ aldus Omame.

    Twitter was een klantenservice geworden voor nieuwe start-ups die licht en flexibel wilden zijn. Het succes van Piggyvest, een spaar-app die in een jaar tijd groeide van 0 naar 450 gebruikers, is deels te verklaren door het feit dat het vrijwel niets aan marketing uitgaf, maar op Twitter vertrouwde om clientèle te vinden. De digitale bank Fairmoney heeft via e-mail een telefoonnummer, e-mailadres en Facebook-pagina verspreid voor de toekomstige klantenservice. Het online wisselkantoor Rise Vest stelde voor om het contact via Instagram voort te zetten. Henry Mascot, de oprichter van Curacel, een bedrijf dat fraudedetectieoplossingen verkoopt aan verzekeringsmaatschappijen, zegt dat hij een team buiten Nigeria moest werven om hun Twitter-feed te beheren. En dat brengt kosten met zich mee.

    Impact

    Volgens Mascot is het te vroeg om de impact van de Twitter-blokkade te kunnen bepalen. De investeerders die Curacel hielpen om in maart 450.000 dollar [380.000 euro] op te halen, zijn voor de lange termijn aan de start-up verbonden, maar Mascot maakt zich zorgen over de boodschap die het besluit van de autoriteiten naar investeerders als geheel stuurt. 

    Tayo Oviosu is van zijn kant optimistisch. Volgens hem zullen investeerders de opschorting van Twitter als een op zichzelf staand geval zien en niet weerhouden om de Nigeriaanse markt te betreden. Victor Basta van Magister Advisor, die miljoenencontracten in Afrika begeleidde, vindt de schorsing een negatieve ontwikkeling, maar verwacht niet dat deze gevolgen zal hebben voor de fondsenwerving. ‘We hebben verschillende contracten lopen met Nigeriaanse bedrijven, en we zien geen enkele terugslag’, zei hij.

    Zowel ondernemers als investeerders erkennen echter dat deze herhaalde willekeurige beslissingen een verkeerd signaal afgeven aan mensen die overwegen hun kapitaal te investeren in Nigeriaanse start-ups. ‘Een regering die voortdurend vijandig staat tegenover nieuwe technologieën, zendt de boodschap uit dat haar economie geen erg geloofwaardige bestemming is voor toekomstgerichte investeringen van tijd en geld’, zegt Eloho Omame. ‘We moeten met de rest van de wereld strijden om talent en kapitaal, en hierdoor staan ​​we nog zwakker.’

  • Maak kennis met de nieuwe president van Iran

    Maak kennis met de nieuwe president van Iran

    Ebrahim Raisi is gekozen tot nieuwe president van Iran, terwijl Amnesty International een onderzoek tegen hem wil instellen wegens misdaden tegen de menselijkheid. De Iraanse journalist Golnaz Esfandiari zette zijn opvattingen op een rijtje.

    De ultraconservatieve geestelijke Ebrahim Raisi is uitgeroepen tot vermoedelijke winnaar van de Iraanse presidentsverkiezing van 18 juni jongstleden, een verkiezing die werd ontsierd door de uitsluiting van prominente gematigde kandidaten om Raisi in het zadel te helpen. Gevreesd wordt dat Raisi’s machtsovername meer sociale en politieke restricties betekent voor de Iraanse bevolking, die toch al met allerlei ingrijpende beperkingen wordt geconfronteerd, zoals strenge censuur, zowel online als offline.

    Door Raisi’s presidentschap zal de toon van Iran jegens het Westen vermoedelijk nog verharden. Maar omdat het land snakt naar verlichting van de sancties, zal Raisi volgens analisten vermoedelijk instemmen met het nucleair akkoord van 2015. Voorwaarde daarvoor is wel dat de gesprekken die daarover momenteel in Wenen worden gevoerd tot een overeenkomst leiden die de goedkeuring kan wegdragen van Opperste Leider Ayatollah Ali Khamenei, want die heeft nog altijd het laatste woord in Iran.

    Hier volgt een aantal recente uitspraken van Raisi over buitenlands bestuur, internetcensuur en andere kwesties.

    Over het nucleair akkoord van 2015

    ‘Wij zullen ons houden aan het [nucleair akkoord] als een overeenkomst die is goedgekeurd door de Opperste Leider, evenals aan iedere andere overeenkomst waaraan regeringen zich dienen te houden.’

    Over de sancties van de VS

    ‘Wij zullen ons met volle kracht inzetten voor de opheffing van onterechte sancties. Maar de economie mag niet aan voorwaarden gebonden zijn, en mensenlevens mogen niet afhankelijk zijn van internationale gebeurtenissen.’

    ‘Als we problemen waarmee ons land wordt geconfronteerd te lijf gaan met bestaande oplossingen zoals de verzetseconomie en het neutraliseren van sancties, zal onze economie geen klappen krijgen.’

    ‘Deze sancties zouden in ieder land problemen veroorzaken. Zelfs degenen die ze hebben opgelegd hebben toegegeven dat het maximaal onder druk zetten van ons land niet heeft gewerkt en tot mislukken gedoemd was omdat ons land vastberaden is en onze jongeren actief zijn op velerlei gebied. Zo wilden ze onze olie-export belemmeren, maar die ging gewoon door.’

    Rationaliteit en voorzichtigheid vereisen dat we onze nationale belangen voorrang geven

    Over de banden van Iran met de wereld

    ‘Wij zullen openstaan voor de wereld, voor alle landen die banden willen onderhouden met de islamitische republiek. Het onderhouden van banden met de naburige landen beschouwen wij als een prioriteit.’

    ‘Wij moeten op een rationele manier banden met de wereld onderhouden. Rationaliteit en voorzichtigheid vereisen dat we onze nationale belangen voorrang geven. Nationale belangen komen voor ons op de eerste plaats. Wij vinden ten stelligste dat de strenge sancties moeten worden opgeheven en zullen alles in het werk stellen om dat te bereiken.’

    Over internetcensuur

    Raisi, die als hoofd van de rechterlijke macht een belangrijke rol in de online en offline censuur heeft gespeeld, heeft geprobeerd zorgen over internetfiltering te bagatelliseren, ook al meldt factcheckingsite Factnameh dat de rechterlijke macht onder Raisi de mogelijkheid heeft onderzicht om nog meer restricties door te voeren, waaronder het blokkeren van het ook in Iran populaire Instagram.

    Raisi: ‘[De cyberspace] moet als kans worden gezien, niet als een bedreiging. Contacten en verbinding worden erdoor vergemakkelijkt. Wanneer we over ‘filtering’ spreken, is het alsof er een weg is geopend en wij die willen sluiten. Een open weg moet niet worden gesloten. Veel mensen verdienen hun brood in de cyberspace. Maar de regels moeten natuurlijk worden gerespecteerd. De mensenrechten moeten worden gerespecteerd, en de privacy mag niet worden geschonden. In onze ogen moet de cyberspace worden uitgebreid.’

    Een soldaat van Khamenei

    Anders dan de vrouw van Raisi’s gematigde rivaal Abdolnaser Hemmati, speelde Raisi’s vrouw Jamileh Alamolhoda geen prominente rol tijdens zijn campagne. Op verkiezingsdag ging Raisi in zijn eentje stemmen. Van zijn vrouw, wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Shahid Beheshti-universiteit, verschenen geen foto’s in de Iraanse media.

    Raisi’s vrouw, wier vader Ahmad Alamolhoda de leider is van het ultraconservatieve Vrijdaggebed in Mashad, heeft gezegd dat het grote voordeel van haar man is dat hij zichzelf als ‘een soldaat’ van de Opperste Leider Ayatollah Ali Khamenei beschouwt en dat zijn kijk op vrouwenzaken overeenkomt met die van Khamenei, die zich heeft uitgesproken tegen geslachtsgelijkheid. ‘Zijn standpunt daarover is dat van de Opperste Leider,’ aldus Jamileh Alamolhoda. ‘Hij gelooft dat vrouwen de leiding moeten nemen als het gaat om ontwikkeling en vooruitgang op vrouwengebied.’

    Raisi ‘zal geen muren bouwen tussen mannen en vrouwen’

    Een van Raisi’s twee dochters, Reyhaneh Sadat Raisi, werd tijdens een interview op de staatstelevisie gevraagd naar misvattingen die onder Iraniërs over haar vader leefden. Ze zei dat er tijdens de presidentsverkiezing van 2017, waarbij haar vader werd verslagen door de zittende president Hassan Rohani, valse informatie over hem werd verspreid. ‘In 2017 deden verschillende mensen een poging om zijn imago te schaden, door te zeggen dat hij een muur zou bouwen tussen mannen en vrouwen. In werkelijkheid zal hij helemaal geen muren bouwen tussen mannen en vrouwen. Hij zal bruggen bouwen om mannen en vrouwen vooruit te helpen,’ aldus Reyhaneh Sadat Raisi.

    Amnesty: er moet een onderzoek tegen Raisi worden ingesteld wegens misdaden tegen de menselijkheid

    Raisi heeft nooit met een woord gerept over zijn rol bij de massaexecuties van politiek gevangenen in de jaren tachtig, toen hij naar verluidt lid was van de zogeheten ‘doodscommissie’ die duizenden gevangenen korte tijd ondervroeg over hun religieuze en politieke overtuiging, alvorens ze de dood in te jagen.

    Dit zegt Amnesty’s internationaal secretaris-generaal Agnes Callamard over Raisi’s betrokkenheid bij de executies en andere mensenrechtenschendingen:

    ‘Dat Ebrahim Raisi tot president is benoemd in plaats van dat er een onderzoek tegen hem wordt ingesteld wegens misdaden tegen de menselijkheid zoals moord, gedwongen verdwijning en marteling, is een pijnlijke herinnering aan het feit dat straffeloosheid hoogtij viert in Iran. In 2018 heeft onze organisatie met bewijsstukken gestaafd dat Ebrahim Raisi lid was van de “doodscommissie”, die in 1988 in het geheim duizenden politieke dissidenten uit de Evin- en de Gohardasht-gevangenis in de buurt van Teheran wederrechtelijk heeft laten executeren.

    Als hoofd van de Iraanse rechterlijke macht heeft Ebrahim Raisi de leiding gehad over een almaar toenemende schending van de mensenrechten, waardoor honderden vreedzame dissidenten, mensenrechtenactivisten en leden van vervolgde minderheidsgroepen willekeurig in hechtenis zijn genomen. Onder zijn toezicht heeft de rechterlijke macht ook vrijheid van strafvervolging verleend aan ambtenaren en leden van veiligheidsdiensten die verantwoordelijk waren voor het onrechtmatig doden van honderden mannen, vrouwen en kinderen, het arresteren van duizenden betogers en minstens enkele honderden gevallen van gedwongen verdwijning, marteling en andere mishandeling gedurende en in de nasleep van de betogingen die in november 2019 overal in Iran plaatsvonden.’

  • Hooggerechtshof VS redt Obamacare voor derde keer | Politieke crisis in Noord-Ierland

    Hooggerechtshof VS redt Obamacare voor derde keer | Politieke crisis in Noord-Ierland

    Hooggerechtshof VS redt Obamacare voor derde keer

    Het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten heeft donderdag geweigerd de gezondheidswet van president Barack Obama te schrappen. Democraten moeten zich nu concentreren op het vergroten van het bereik van Obamacare, aangezien bijna 30 miljoen Amerikanen nog altijd geen ziektekostenverzekering hebben. 

    ‘Het tijdperk van existentiële gevechten rond Obamacare is voorbij’, verzekert The New York TimesDe uitspraak van het Hooggerechtshof, met 7 tegen 2, ‘maakt deze gezondheidszorgwet tot een belangrijke erfenis van het Obama-tijdperk – de grootste uitbreiding van de gezondheidsdekking in decennia – na jaren van felle en politiek pijnlijke strijd’, aldus de krant.

    Deze beslissing is ‘een mooi bewijs dat de meeste conservatieve rechters nog altijd hun gezond verstand kunnen gebruiken’

    Fox News wijst er met genoegen op dat de conservatieve rechter Amy Coney Barrett, die een paar weken voor de presidentsverkiezingen door Donald Trump werd voorgedragen en in wie de Democraten de doodgraver van de Obamacare zagen, ‘deel uitmaakt van de meerderheid die stemde voor de wet’, net als Brett Kavanaugh, die ook benoemd werd door Trump.

    In feite is deze beslissing met 7 stemmen tegen 2 ‘een mooi bewijs dat de meeste conservatieve rechters nog altijd hun gezond verstand kunnen gebruiken, zelfs in gevallen waarin de Republikeinse basis is gaan dwarsliggen’, analyseert Bloomberg.

    In het redactioneel verwelkomt de San Francisco Chronicle de handhaving van een wet die, sinds de goedkeuring ervan in 2010, 31 miljoen mensen in staat heeft gesteld om ziektekostenverzekering te krijgen. Het dagblad vindt het echter ‘ontmoedigend’ dat zo’n ‘absurde’ aanval op een dergelijke wet ‘voor de hoogste rechtbank van het land moest verschijnen’.

    Maar voor Barack Obama, de architect van de wet, overheerst de tevredenheid na een beslissing die ‘herbevestigt wat we al lang weten: de Affordable Care Act [Obamacare] is here to stay’. Nu is het noodzakelijk ‘om deze te versterken en uit te breiden’, verklaarde hij, geciteerd door Axios.

    ‘Openbare optie’

    President Joe Biden was ook van mening dat het na deze grote overwinning voor alle Amerikanen die profiteren van Obamacare, tijd was ‘om verder te gaan (…) met het ontwikkelen van deze historische wet’.

    De consensus in de Amerikaanse pers is dat na tien jaar mislukte pogingen – Donald Trump beloofde Obamacare eigenhandig te begraven, zonder succes – het bestaan ​​van de wet niet langer ter discussie zal worden gesteld. De strijd zal zich nu concentreren op de verbeteringen die de Democraten willen aanbrengen, aangezien bijna 30 miljoen Amerikanen nog steeds geen ziektekostenverzekering hebben.

    Maar de Democraten zelf ‘blijven verdeeld over de belangrijkste voorstellen’, merkt The New York Times op. Joe Biden zou voorstander zijn van het creëren van een ‘openbare optie’: ‘een verzekering die wordt aangeboden door de federale overheid, als alternatief voor particuliere verzekeringen’, schrijft The Washington Post. ‘Deze zou ​​voor alle Amerikanen toegankelijk zijn, zelfs voor degenen met een werkgeversverzekering. Amerikanen met een laag inkomen zouden automatisch profiteren.’

    De linkervleugel van de partij wil verder gaan, door een echte universele dekking tot stand te brengen, dat wil zeggen de particuliere verzekeringen af ​​te schaffen en deze te vervangen door openbare verzekeringen voor iedereen.

    Welke weg je ook kiest, Biden heeft geen tijd te verliezen, merkt Politico op, want ‘met hun zeer krappe meerderheid in het Congres hebben de Democraten maar een klein kansje om hun verzekeringsplan erdoor te krijgen vóór de tussentijdse verkiezingen van 2022’.


    Nieuwe politieke crisis in Noord-Ierland  

    Edwin Poots, leider van de Democratic Unionist Party of Northern Ireland (DUP), kondigde donderdag zijn ontslag aan na een termijn van eenentwintig dagen. De heer Poots heeft de woede van de regionale leiders van de pro-Engelse partij gewekt, vooral vanwege zijn rol in de post-Brexit-discussies. Zijn vertrek zou ‘een nieuwe politieke crisis kunnen veroorzaken’ in de provincie, vreest The Guardian

    DUP en Sinn Féin (Republikeinen, voor de hereniging met Ierland) waren het eens geworden over een tweekoppige samenstelling van de uitvoerende macht – in overeenstemming met de Goedevrijdagakkoorden van 1998 –, en met name over de benoeming van de Unionist Paul Givan, een 39-jarige fundamentalistische protestant, als premier. Door het vertrek van de heer Poots is deze benoeming weer onzeker, aangezien dit zou kunnen leiden tot het houden van nieuwe verkiezingen.

    [Openingsbeeld: DUP-leider Edwin Poots tijdens de benoeming van Paul Givan als eerste minister, in het parlementsgebouw in Belfast.]


    Nieuwe ronde Israëlische luchtaanvallen in Gaza

    Voor de tweede keer deze week voerde de IDF luchtaanvallen uit op Hamas-posities in Gaza, als reactie op het sturen van brandgevaarlijke ballonnen naar de Joodse staat. De IDF zei dat het ‘doorgaat met het vernietigen van de militaire structuren van Hamas’ en dat het de Palestijnse gewapende groep ‘verantwoordelijk houdt voor wat er in de Gazastrook gebeurt’, aldus Al-Jazeera.


    Noord-Korea bereidt zich voor op ‘dialoog en confrontatie met Washington’  

    De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un zei donderdag dat Noord-Korea zich zowel moet voorbereiden op een dialoog als op een confrontatie met de Verenigde Staten, meldt Reuters. Voor het eerst sinds Biden president is richt Kim zich indirect tot de Verenigde Staten. De nieuwe Amerikaanse gezant voor Noord-Korea, Sung Kim, zal dit weekend in Zuid-Korea arriveren voor het eerste bezoek sinds zijn benoeming.

  • De regering en de betogers in Colombia lijken elkaar nauwelijks te verstaan

    De regering en de betogers in Colombia lijken elkaar nauwelijks te verstaan

    Er lijkt geen oplossing in zicht voor Colombia. Het wantrouwen van de betogers in de politiek is groot en de communicatiekanalen zitten potdicht. De regering weigert op haar beurt het gesprek aan te gaan met ‘terroristen’.

    Voortdurend hoor je mensen zeggen hoe verbaasd ze zijn dat de protesten in Colombia al zo lang duren en zo heftig zijn. De staking duurt nu een maand en de regering lijkt geen duidelijk plan te hebben om tegemoet te komen aan de eisen van de betogers, waardoor die geen reden zien om te stoppen met protesteren. Het lijkt wel of de regering en de betogers een andere taal spreken en elkaar niet meer begrijpen. De regering spreekt de taal van law-and-order, heeft het over terrorisme en het in gevaar brengen van de veiligheid, de betogers hebben het over armoede, werkgelegenheid en onderwijs. Ze lijken elkaar nauwelijks te horen. 

    In een land waar het deel van de bevolking dat in armoede leeft met 6,8 procent is gegroeid, waar bijna 30 miljoen Colombianen moeten leven van nog geen 330.000 peso per maand [ca. 75 euro], waar vrouwen sneller arm worden dan mannen, en waar jongeren steeds moeilijker toegang krijgen tot de arbeidsmarkt en het onderwijs, is de onverschillige houding van de regering steeds lastiger te begrijpen. Natuurlijk zijn er aan beide kanten mensen die erbij gebaat zijn meer chaos te creëren. Maar blijven volhouden dat die paar relschoppers het probleem vormen en zo de legitieme eisen negeren van een wanhopige, in armoede levende bevolking, zal alleen maar meer frustratie veroorzaken en meer mensen de straat op jagen. 

    De jongeren hebben het gevoel nergens bij te horen, een gevoel dat versterkt wordt als er geen kans is op werk en onderwijs

    In de arme wijken van de grote steden zijn de demonstraties massaler en soms ook gewelddadiger geworden. Als gevolg van de pandemie is de situatie verslechterd. Vaak zijn er illegale groepen actief (guerrillagroeperingen, partijen die zich bezighouden met het kruimelwerk in de drugshandel of met andere vormen van criminaliteit) die kansen zien om deze jongeren te rekruteren. Het gaat om wijken waarnaar ontheemde gezinnen, die huis en haard hebben verlaten, uitwijken op zoek naar bescherming in de anonimiteit van de grote stad. De jongeren daar hebben het gevoel nergens bij te horen, een gevoel dat versterkt wordt als er geen kans is op werk en onderwijs. 

    Alsof dat nog niet genoeg is, staat hun verhouding met de politie constant onder hoogspanning: achtervolgingen, onwettige aanhoudingen en machtsmisbruik zijn aan de orde van de dag. Het probleem is nog erger geworden doordat de ordetroepen tijdens de pandemie extra bevoegdheden kregen om de naleving van de maatregelen omtrent bioveiligheid te waarborgen. Terwijl de jongeren en hun families thuiszaten en steeds armer werden, was de politie op straat heer en meester van de publieke ruimte. Toen de economische situatie onhoudbaar werd, botsten de gefrustreerde jongeren en de politie op een manier die in het recente verleden zijn weerga niet kent.

    Lees ook:

    Er is nog een bijkomend probleem. Onder de Colombiaanse bevolking groeit het wantrouwen in de instituties en politieke partijen. In 2004 was 57,7 procent van de bevolking tevreden over de instituties, inmiddels is dat nog maar 18,2 procent, aldus het Observatorio de la Democracia (Democratieobservatorium). Daar komt bij dat het vertrouwen in de media en maatschappelijke organisaties is afgenomen, wat weer met zich meebrengt dat het Comité del Paro (Stakingscomité) de stem van de demonstranten niet lijkt te vertolken. Er is nog geen oplossing gevonden voor het feit dat de stakers zich niet vertegenwoordigd voelen. Vandaar dat veel Colombianen alleen via protestdemonstraties hun eisen kenbaar kunnen maken. 

    Ze hebben er geen vertrouwen meer in dat hun volksvertegenwoordiging adequaat zal reageren. Als gevolg hiervan zitten de communicatiekanalen tussen de regering en de demonstranten potdicht. Alle partijen benadrukken dat onderhandelen de enige oplossing is voor deze staking, die nu dus al een maand duurt. Maar onderhandelaars aanwijzen blijkt een hels karwei. Intussen heeft de regering haar kaarten gezet op hardhandige ordehandhaving: ze criminaliseert de demonstraties, legt disproportioneel veel nadruk op de materiële schade en beweert slachtoffer te zijn van electorale belangen. En dus zijn de betogers de enigen die iets kunnen doen en hun stem kunnen laten horen. 

    Als je daarbij optelt dat de regering zelf deel is van het probleem, en dat ze het grove politiegeweld niet veroordeelt, kun je slechts concluderen dat ze zelf bijdraagt aan het voortduren en almaar massaler worden van de staking. De bijzonder zwakke regering van Iván Duque, wiens eigen partij niet eens de belastinghervorming steunt die de directe aanleiding was voor de protestdemonstraties, vormt het grootse obstakel om uit deze impasse te komen. Ze is niet in staat om op te roepen tot een dialoog over de noodzakelijke maatregelen die genomen moeten worden. Het gevolg is weinig perspectief en veel repressie.

    De aanleiding van de protesten

    De rechtse regering van Iván Duque wil onder meer de mogelijkheden tot belastingaftrek terugschroeven, de inkomstenbelasting voor sommige groepen verhogen en de btw-vrijstellingen voor een aantal goederen en diensten afschaffen. Met de hervormingen hoopte de regering 5 miljard euro te besparen, om de staatsfinanciën te stabiliseren. Dat maakte ze eind april bekend.

    Het plan bevatte ook een soort basisinkomen voor de allerarmsten. Sinds het uitbreken van de pandemie kregen drie miljoen Colombianen dankzij de Ingreso Solidario maandelijks zo’n 40 euro. Na de hervormingen zouden zelfs 4,7 miljoen inwoners in aanmerking komen voor deze steun.

    Toch bleek uit peilingen dat 82 procent van de Colombianen niet zou stemmen op congresleden die voorstander waren van belastingverhogingen. Er klonk vooral kritiek vanuit de middenklasse, die vreesde erop achteruit te gaan, omdat de hervorming lagere inkomens eerder zou belasten. Na hevige protesten zegde Duque toe zijn plan te herzien.

    Maar die repressie vergroot de kans op politiegeweld en zal door de internationale reactie op de mensenrechtenschendingen in Colombia steeds meer ter discussie komen te staan. Een besluit zonder precedent illustreert dit: eerst weigerde de regering het verzoek van de Comisión Interamericana de Derechos Humanos (Inter-Amerikaanse Mensenrechtencommissie) om de situatie in het land ter plekke te bekijken, later stemde ze er alsnog mee in. Het schrijnende van dit alles is dat elke dag die verstrijkt een gemiste kans is om noodmaatregelen te nemen, om de radeloos makende economische situatie van al die arme gezinnen enigszins te verbeteren. 

    De ordetroepen zijn marionetten van de regering geworden

    Elke dag die verstrijkt zal de manier waarop de regering meent te moeten handelen het vertrouwen in de beschadigde instituties verder ondermijnen. De ordetroepen, die erop moeten toezien dat de rechten van de burgers niet worden geschonden, zijn marionetten van de regering geworden en kunnen niet langer functioneren als handhavers. De politiek heeft alleen oog voor haar electorale belangen in de verkiezingen in 2022. Linkse politici, die altijd een leidende rol hebben bij sociale protesten, zijn voorzichtig; ze willen niet beschuldigd worden van medeplichtigheid aan de excessen. Rechtse politici wachten rustig het moment af waarop ze een betoog kunnen afsteken waarin ze verwijzen naar Castro en Chávez, en pleiten voor hard optreden. En het politieke midden heeft dit moment uitgekozen voor een crisis. 

    De overige maatschappelijke sectoren blijven zich verschansen in soortgelijke veroordelingen, die niet of nauwelijks bijdragen aan een oplossing. Verontwaardiging helpt ons niet om iets voor elkaar te krijgen; daarmee plaatsen we ons in deze netelige situatie alleen maar op een voetstuk van morele superioriteit. Oproepen tot eenheid en terugkeren naar hoe het was, zoals docent Andrés Parra suggereert in een onlangs verschenen artikel, zal geen soelaas bieden als er geen oplossing komt voor de armoede en werkloosheid die als gevolg van de pandemie zijn toegenomen. Met andere woorden, zoals Parra zelf stelt: het probleem is juist de situatie van vóór de pandemie. 

    Openingsbeeld: Duizenden mensen wonen de inhuldiging bij van een monument dat in de volksmond Puerto Resistencia wordt genoemd; het epicentrum van protesten tegen politiegeweld en de regering van Ivan Duque, in Cali, Colombia. – © EFE / Ernesto Guzman

  • De VS geven 500 miljoen vaccins weg  | Rechtbank noemt Navalny’s organisatie ‘extremistisch’

    De VS geven 500 miljoen vaccins weg | Rechtbank noemt Navalny’s organisatie ‘extremistisch’

    Russische justitie bestempelt Navalny’s organisatie als ‘extremistisch’  

    Woensdag 9 juni oordeelde een Russische rechtbank dat organisaties die banden hebben met de gevangengenomen tegenstander Aleksej Navalny ‘extremistisch’ zijn, wat betekent dat ze niet mogen meedoen aan de parlementsverkiezingen in september. De beslissing van de Moskouse rechtbank ‘werd onmiddellijk van kracht en verbiedt degenen die betrokken zijn bij het Navalny Anti-Corruption Fund (FBK) en zijn regionale kantoren in heel Rusland om zich verkiesbaar te stellen’, aldus de Russische afdeling van Radio Free Europe

    Screen Shot 2021 06 10 at 9.22.52 AM 1
    ‘Ik ga het niet eens hebben over het juridische besluit van het lachertje dat in Rusland “de rechtbank” wordt genoemd.’

    ‘We zullen verdergaan, we zullen evolueren, we zullen ons aanpassen. Maar we zullen niet terugdeinzen voor onze doelstellingen en onze ideeën’, reageerde de oppositieleider op zijn Instagram-account. Navalny, 45, zit een gevangenisstraf van twee en een half jaar uit voor een fraudezaak die hij als politiek beschouwt.

    [Beeld: De Russische rechtbank, door Navalny een ‘lachertje’ genoemd, heeft geoordeeld. – © EPA/YURI KOCHETKOV]

    Lees ook:


    De Verenigde Staten beloven 500 miljoen vaccins voor arme landen  

    Joe Biden zal van zijn Europese tournee profiteren om de aankoop door de Verenigde Staten van 500 miljoen doses Pfizer covid-19-vaccins aan te kondigen, voor distributie naar arme landen. ‘Dit jaar zullen er 200 miljoen doses worden gedistribueerd en de resterende 300 miljoen in de eerste zes maanden van volgend jaar’, aldus The Washington Post.

    Een VN-rapport dat donderdag werd gepubliceerd, schat het aantal kinderen dat door de crisis zal moeten gaan werken op 9 miljoen

    De doses zullen worden verdeeld door Covax, het programma van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De covid-19-pandemie heeft wereldwijd meer dan 3,7 miljoen levens geëist en de economische kwetsbaarheid van veel landen verergerd. Een VN-rapport dat donderdag werd gepubliceerd, schat het aantal kinderen dat door de crisis zal moeten gaan werken op 9 miljoen – bovenop de 160 miljoen kinderen die al werkten vóór de pandemie.


    Aung San Suu Kyi aangeklaagd voor corruptie  

    De militaire junta die in Myanmar aan de macht is sinds de coup van 1 februari, heeft de voormalige Myanmarese oppositieleidster Aung San Suu Kyi aangeklaagd voor corruptie, bericht Bloomberg De beschuldiging werd openbaar gemaakt door het ministerie van Informatie, dat beweert dat het voormalige hoofd van de burgerregering ‘zich schuldig heeft gemaakt aan corruptie en misbruik heeft gemaakt van haar ambt’. 

    Lees ook:

    Volgens de Myanmarese staatskrant ontving de vijfenzeventigjarige Aung San Suu Kyi ‘600.000 dollar en enkele kilo’s goud’ aan steekpenningen. Op deze aanklachten staat vijftien jaar gevangenisstraf. 

    Op 14 juni begint een eerste proces tegen de voormalig leider op grond van andere aanklachten, waaronder het aanzetten tot openbare ordeverstoring en schending van een wet op staatsgeheimen.


    Peugeot aangeklaagd voor ‘dieselgate

    In de nasleep van de aanklacht tegen Renault was het de beurt aan Peugeot om te worden ingehaald door het ‘dieselgate’-schandaal, meldt ReutersDe Franse fabrikant wordt ervan beschuldigd zijn klanten te hebben misleid over de emissieniveaus van vervuilende producten door dieselvoertuigen die tussen 2009 en 2015 zijn verkocht. De Franse justitie heeft ook aangekondigd dat Citroën en Fiat-Chrysler (FCA), de andere merken van de Stellantis-groep, begin dit jaar geboren uit de fusie tussen Peugeot en FCA, zullen volgen.

    ‘Onze dochterondernemingen zijn er vast van overtuigd dat hun emissiebeheersingssystemen voldeden aan alle vereisten die destijds van toepassing waren en blijven hieraan voldoen, en ze kijken uit naar de mogelijkheid om dit aan te tonen’, aldus de groep.


    Biden biedt uitstel voor TikTok

    Joe Biden heeft twee uitvoeringsbesluiten van zijn voorganger vernietigd die TikTok- en WeChat-platforms en andere toepassingen in de Verenigde Staten verboden. In plaats van deze decreten heeft ‘president Biden een nieuwe verordening ondertekend waarin hij het ministerie van Handel vraagt ​​om een ​​onderzoek te starten naar toepassingen met betrekking tot “buitenlandse concurrenten” die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid’, aldus TechCrunch. 

    Biden geeft de regering vier maanden de tijd om een gedetailleerd rapport te bezorgen en aanbevelingen te doen. De platformen TikTok en WeChat waren de stokpaardjes van Donald Trump geworden, die hun moederbedrijven ervan beschuldigde vertrouwelijke gegevens over Amerikaanse gebruikers te verzamelen en deze met de Chinese autoriteiten te delen. De beschuldigingen werden door betrokkenen stelselmatig weerlegd.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/tiktok-is-geen-club-voor-mensen-met-een-lelijk-gezicht/
  • Anticorruptieonderzoekers in Indonesië worden tegengewerkt

    Anticorruptieonderzoekers in Indonesië worden tegengewerkt

    De afgelopen maanden heeft de Indonesische regering een ‘nationale gevoeligheidstest’ afgenomen bij leden van de Commissie voor de Uitroeiing van Corruptie, opgericht in 2003. Het resultaat: 75 van de meest vooraanstaande onderzoekers faalden en werden ontslagen. De lokale pers ziet de test als een dekmantel.

    Met corruptie is het in Indonesië niet best gesteld. De Commissie voor de Uitroeiing van Corruptie (KPK), opgericht in 2003, in de eerste jaren van de democratisering van het land, wordt nog steeds aangevallen door de autoriteiten, die proberen haar te destabiliseren en te neutraliseren.

    In maart en april van dit jaar moesten KPK-leden een ‘nationale gevoeligheidstest’ ondergaan. 75 van hen faalden. Ze werden ongeschikt verklaard voor de status van ambtenaar en afgezet.

    Volgens The Jakarta Post werd deze burgerkennistest ‘onmiddellijk bekritiseerd vanwege zijn bizarre inhoud’ en zijn irrelevantie. De vragenlijst, opgesteld door de Ambtenarendienst in samenwerking met verschillende inlichtingen- en militaire diensten, bevatte 68 vragen of stellingen waarover de deelnemers ‘hun standpunt moesten uiten’, aldus het dagblad.

    Koran Tempo citeert enkele van de soms bizarre vragen of verklaringen die de anticorruptieonderzoekers moesten beantwoorden: ‘Alle Chinezen zijn hetzelfde. Godslasteraars moeten ter dood worden veroordeeld. De rechten van homoseksuelen moeten worden gerespecteerd. Homoseksuelen verdienen lijfstraffen. Alle Japanners zijn wreed.’

    Ook moesten de deelnemers een betoog schrijven over de relevantie van een specifiek regeringsbesluit – de ontbinding van de twee islamitische organisaties Hizb ut-Tahrir en het Front Pembela Islam (Front ter verdediging van de Islam, FPI) – en over de rechtvaardigheid van het lot van de leider van de FPI, Rizieq Shihab, die in december 2020 door de Indonesische politie werd gearresteerd.

    Een traumatische beproeving voor vrouwen

    Volgens Koran Tempo werden ook mondelinge vragen gesteld, wat een bijzonder traumatische ervaring voor vrouwen was. Een KPK-medewerker, Tata Khoiriyah, diende een klacht in bij de Nationale Commissie voor Vrouwen (Komnas Perempuan) wegens seksuele intimidatie. Ze vertelde de Daily dat ze tijdens de test werd gevraagd of ze een partner had of niet, hoeveel vriendjes ze had en wat ze ermee deed: ‘Een vriendin vertelde me zelfs dat ze tijdens de test werd gevraagd wat ze van seksuele vrijheid vond en of ze graag naar pornofilms keek.’

    Sinds 2019 is de Commissie voor de Uitroeiing van Corruptie ‘verwikkeld in een soort burgeroorlog om haar voortbestaan’, aldus The Jakarta Post, die ook verwijst naar een recente campagne van cyberaanvallen tegen anticorruptieactivisten.

    Volgens het dagblad zijn veel critici het erover eens dat het afnemen van de ‘burgerschapsvragenlijst’ een ‘flagrante poging’ was om het werk van de commissie te ondermijnen door te proberen de ‘meest kritische en prominente’ onderzoekers te verdrijven.

    Medewerkers die kritisch zijn en niet gewaardeerd worden door het management, kunnen makkelijk ontslagen worden

    Koran Tempo specificeert dat onder degenen die de KPK moesten verlaten, onderzoekers zijn die corruptiezaken hebben behandeld waarbij de voormalige minister van Maritieme Zaken en Visserij Edhy Prabowo, de voormalige minister van Sociale Zaken Juliari Batubara en de voormalige secretaris van het Hooggerechtshof Nurhadi betrokken waren.

    ‘Alle onderzoeken naar deze grote corruptiezaken zullen worden lastiggevallen’, aldus het dagblad, dat in een redactioneel commentaar zijn bezorgdheid voor de toekomst toevertrouwt:

    ‘Deze manoeuvre om de ervaren medewerkers van de KPK kwijt te raken zou herhaald kunnen worden. Moeldoko, stafchef van president Joko Widodo, gaf toe dat de nationale gevoeligheidstest ook was toegepast bij andere instanties en ministeries. Medewerkers die kritisch zijn en niet gewaardeerd worden door het management, kunnen makkelijk ontslagen worden met dit soort absurde vragenlijsten.’

    Volgens Koran Tempo kunnen degenen die de macht proberen uit te dagen op deze manier dus worden uitgesloten. En dit ‘doet denken aan de “specifieke onderzoeksmethoden” die in het verleden werden toegepast door de Nieuwe Orde [de dictatuur van generaal Soeharto, 1966-1998].’