Onderwerpen: Dieren

  • Mexico zet zich in voor de overleving van de axolotl

    Mexico zet zich in voor de overleving van de axolotl

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Mexico klaagt Google aan om de naamswijziging van de Golf van Mexico

    » Onderzoek: met het huidige tempo heeft Rusland Oekraïne pas in 2256 veroverd

    De watersalamander komt nauwelijks meer in Mexico voor

    De axolotl, een huiselijke watersalamander met een cartooneske glimlach en het vermogen om verloren lichaamsdelen te regenereren, is een wereldwijd fenomeen geworden. Hij verscheen als personage in Minecraft, Fortnite en Pokémon en zijn imago wordt gebruikt om bier, T-shirts en videogames te verkopen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De axolotl is echter nauwelijks meer te vinden in zijn natuurlijke habitat in Xochimilco, Mexico. Bij het laatste grote onderzoek naar axolotls in Xochimilco in 2014 waren er slechts vijfendertig axolotls per vierkante kilometer. In 1998 waren dat er nog zesduizend. Wetenschappers en activisten bundelen hun krachten om de axolotl van uitsterving te redden, schrijft The Wall Street Journal.

    De Nationale Autonome Universiteit van Mexico organiseert zelfs de campagne ‘Adopteer de axolotl’. Voor 30 dollar kun je een maand lang virtueel een axolotl adopteren en krijg je een adoptiecertificaat en live updates over zijn gezondheid. Mexico heeft zelfs een Nationale Axolotl-dag en het dier prijkt op het Mexicaanse 50-pesobiljet.

  • Wild zwijn met varkenspest doodgeschoten in Duitsland

    Wild zwijn met varkenspest doodgeschoten in Duitsland

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nieuw onderzoek wijst uit dat narwallen ‘spelen’ met hun slagtanden

    » Zuid-Soedan: oppositie zegt vredesakkoord op na arrestatie van vicepresident

    Het dier maakte waarschijnlijk een oversteek vanuit Polen

    Twee weken geleden is in de Duitse regio Märkisch-Oderland een wild zwijn doodgeschoten. Het zwijn was gediagnosticeerd met Afrikaanse varkenspest (AVP). De autoriteiten van de regio hebben er bewust voor gekozen om deze informatie achter te houden, zo meldt Der Tagesspiegel.

    Het wild zwijn was het enige geval in maanden waarbij Afrikaanse varkenspest is vastgesteld, legt de woordvoerder van de regionale autoriteiten uit. Daarom hadden ze besloten om de informatie niet te verspreiden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Het aantal gevallen Afrikaanse varkenspest in Polen is hoog’, voegt de woordvoerder toe. Wilde zwijnen maken rond deze tijd een oversteek over de rivier de Oder. Deze rivier slaat een verbinding tussen Polen en Duitsland. Op die manier belanden de besmette zwijnen in Duitsland. Het regionaal bestuur dringt aan op het plaatsen van hekken.

  • Hoe overleven de oudste ecosystemen op aarde

    Hoe overleven de oudste ecosystemen op aarde

    Ecosystemen zijn complexe structuren die bestaan uit planten en en dieren. Sommige ecosystemen op onze aarde bestaan al meer dan miljoenen jaren en zien er nog steeds ongeveer hetzelfde uit, ondanks de vele veranderingen die ze moesten doorstaan. Klimaatjournalist en auteur Ferris Jabr vertelt ons wat we kunnen leren van deze veerkrachtige biotopen.

    Ik was nog geen tien minuten in het Hoh-regenwoud in de staat Washington of ik begreep al waarom het bij velen zo geliefd is. Als een van de grootste gematigde regenwouden ter wereld zag dit oerbos er niet alleen anders uit dan zijn jongere buren, het voelde ook anders. De lucht leek er stil te hangen. Het licht had een chlorofylachtige tint. En ik werd omgeven door de geur van natte aarde en weelderige vegetatie.

    Al snel bevond ik me tussen betoverde bomen en geheimzinnige holtes in alle mogelijke tinten groen en zo rijkelijk bedekt met mos dat ik geen stukje kale bast kon ontdekken. Ik kwam eeuwenoude esdoorns tegen die zich hadden verwrongen tot levende gewelven, en douglassparren die zo breed en hoog waren dat het me moeite kostte om ze goed op de foto te krijgen. In het Hoh-regenwoud valt elk jaar 3,5 tot 4 meter regen en houtkap is er al lange tijd verboden, waardoor er bomen staan die meer dan 60 meter hoog en al eeuwenoud zijn. Sommige delen van het bos ademen zo’n oeratmosfeer dat je je in de Juratijd waant.

    De oudste ecosystemen op aarde

    Als het aankomt op biologische records kijken we meestal naar individuen: de grootste boom in een bos, het oudste organisme op aarde. Na een bezoek aan het Hoh-regenwoud begon ik me echter af te vragen hoe het zit met gemeenschappen: wat zijn de oudste ecosystemen op aarde en wat kunnen we daarvan leren?

    Net als het Hoh-regenwoud bestaan sommige oerbossen al eeuwenlang. Maar het blijkt dat bepaalde ecosystemen en biomen op onze planeet al honderdduizenden tot tientallen miljoenen jaren bestaan en op de een of andere manier hun karakteristieke eigenschappen hebben behouden, ondanks dat ze grote veranderingen hebben ondergaan. 

    Om een parallel te trekken met een beroemd gedachte-experiment: als elk onderdeel van een schip geleidelijk wordt vervangen door een replica die er voldoende op lijkt, behoudt het schip zijn essentiële vorm, ook al is het niet langer identiek aan de vorige versie. Op dezelfde manier zijn de meeste cellen in ons lichaam al vele malen gestorven en vervangen sinds onze geboorte, maar toch blijft onze algemene anatomie herkenbaar. Sommige steden hebben duizenden jaren lang een duidelijke topografie, infrastructuur en cultuur behouden, ook al zijn er steeds nieuwe gebouwen en inwoners bij gekomen. De veranderingen die ecosystemen in de loop van opeenvolgende geologische tijdperken ondergaan zijn nog ingrijpender, maar de principes zijn vergelijkbaar. 

    Wat het voor zo’n groot levend systeem precies betekent om zo oud te zijn, en wat zo’n verbazingwekkend lange levensduur mogelijk maakt, blijven open vragen, deels omdat ze onze opvattingen over wat het is om te leven uitdagen. Vanuit het geologische perspectief van de diepe tijd zou je sommige ecosystemen bijna als organismen kunnen zien: ze schuiven over het aardoppervlak als reusachtige amoeben, breiden zich uit en trekken zich terug als reactie op fluctuaties in het milieu, maar ze blijven bestaan als samenhangende entiteiten.

    Verbonden en verbeten

    Wetenschappers zijn het nog niet eens over een precieze definitie van leven, maar velen formuleren het ongeveer zo: leven is een systeem dat zichzelf actief in stand houdt. De wetten van de thermodynamica schrijven voor dat alles in het universum onvermijdelijk uit elkaar valt en oplost in een homogene brij. Levende systemen gebruiken beschikbare energie om tijdelijk aan deze uitkomst te ontsnappen en hun opzienbarend georganiseerde structuren in stand te houden. Meer nog dan genetica of voortplanting is het dit vermogen tot zelfbehoud dat alle levensvormen – van protist tot prairie – met elkaar gemeen hebben.

    In die zin zijn ecosystemen springlevend. De terugkoppelingen tussen ecosystemen en de organismen daarbinnen en hun wederzijdse evolutie over grote tijdspannen culmineren in een groeiend vermogen om extreem oud te worden, een vermogen dat de mogelijkheden van het individu ver overschrijdt. Hoewel ecosystemen geen organismen zijn, vertonen ze toch groei, veerkracht en zelfregulering. De systemen die het best in staat zijn om te herstellen van grote verstoringen en die erin slagen de processen, relaties en infrastructuur die ze definiëren in stand te houden, zullen zich het langst handhaven. Ecosystemen overleven en evolueren niet door differentiële reproductie, maar door differentiële persistentie.

    ‘Sommige van deze oeroude ecosystemen worden naar de rand van de afgrond geduwd’

    De hardnekkigheid waarmee de langstlevende ecosystemen op aarde voortbestaan duidt op een essentieel kenmerk van leven op elke schaal: onderlinge verbondenheid. Per definitie zijn alle levende wezens systemen die bestaan uit kleinere onderling verbonden onderdelen. Deze systemen zijn op hun beurt onlosmakelijk verbonden met de grotere netwerken die ze omringen. Elke individuele boom is een universum van mineralen, water en cellen waarin uitgestrekte gemeenschappen van microben en schimmels leven. Tegelijkertijd is een boom een vitaal onderdeel van het grotere bos, het landschap en zelfs van de weersystemen waarvan hij afhankelijk is. 

    In het Antropoceen zijn veel van deze fundamentele relaties nu echter aan het wankelen gebracht. Sommige van deze oeroude ecosystemen worden naar de rand van de afgrond geduwd; ze worden zo grondig aangetast dat ze zouden kunnen bezwijken.

    Aan de poorten van het klimaatinferno

    Ondanks de veerkrachtige ecosystemen zijn de vooruitzichten somber, stelt José Luis Lezama in het Mexicaanse politieke tijdschrift Nexos, vooral omdat de huidige klimaatverandering sneller verloopt dan in het verleden. In zijn artikel A las puertas del infierno climático schetst hij een angstaanjagend beeld van een wereld die afstevent op een klimaatinferno. Met de stijging van de zeespiegel, de meer dan 20.000 ton bommen die op Gaza zijn gegooid, de voortdurende winning van olie, en de koolstofemissies van de militaire sector – verantwoordelijk voor 5,5 procent van de wereldwijde uitstoot – is de kritische grens van 1,5 graden opwarming vorig jaar al overschreden. In de huidige maatschappij ziet Lezama twee gescheiden werelden: de ene, geïnformeerd en bezorgd over de klimaatcrisis, maar machteloos om actie te ondernemen, en de andere, bestaande uit de economische elite die profiteert van het huidige economische systeem en met cosmetische ingrepen, zoals klimaatconferenties en greenwashing, de nadelige gevolgen denkt te kunnen afwenden. Ondertussen gaan de niet-geprivilegieerden door toedoen van een maatschappelijk systeem dat hen in armoede houdt een onzeker en uitzichtloos bestaan tegemoet. Hij beschrijft het handelen van de rijkste 1 procent als een ‘compulsieve houding’ die op de lange termijn tot zelfdestructie leidt.

    Verscholen op de bodem van de oceaan

    Een van de oudste ecosystemen van onze planeet is een uitgestrekte weide die momenteel ongeveer zo groot is als Manhattan. Je zult er echter nooit bijen of vlinders zien fladderen en je kunt er ook geen dutje doen in het groen. De weide in kwestie groeit op de zeebodem tussen de Spaanse eilanden Ibiza en Formentera. Net als alle andere weiden bestaat ze voornamelijk uit planten, in dit geval zeegrassen: een groep planten die vroeger op het land voorkwam, bijna 100 miljoen jaar geleden terugkeerde naar de zee en nu groeit in beschutte wateren rond elk continent behalve Antarctica. 

    In 2010 zwommen marien ecoloog Sophie Arnaud-Haond en haar collega’s door een onderwaterweide en verzamelden op tientallen verschillende locaties monsters van Neptunusgras (Posidonia oceanica). Net als alle andere zeegrassen kan Neptunusgras zich vermenigvuldigen door zichzelf te klonen. De wetenschappers troffen verspreid over de weide talloze klonen aan, sommige wel 14,5 kilometer uit elkaar. Gezien de trage jaarlijkse groei van Neptunusgras zouden deze klonen zich gedurende 80.000 à 200.000 jaar over het gebied moeten hebben verspreid om zo’n grote weide te kunnen vormen. Ze denken dat de weide, al naargelang het mondiale klimaat veranderde en de zeespiegel steeg en daalde, herhaaldelijk van plaats veranderde. Nu en dan moeten er grote delen van de weide zijn afgestorven vanwege ongeschikte omstandigheden. Maar bij elke klimatologische omwenteling zullen er voldoende klonen hebben overleefd, zodat hun geslachtslijn tot op de dag van vandaag voortbestaat. 

    Elders in de oceaan zijn er nog grotere en oudere ecosystemen, niet gevormd door één enkele klonale soort, maar door symbiotische kolonies van kleine gelatineachtige dieren, fotosynthetisch plankton en microben. We noemen ze koraalriffen. Het Australische Groot Barrièrerif, dat 344.400 vierkante kilometer beslaat en vanuit de ruimte zichtbaar is, is niet alleen het grootste koraalrif ter wereld, het wordt ook vaak beschouwd als de grootste levende structuur op aarde. Zijn leeftijd is al net zo indrukwekkend; men denkt dat het Groot Barrièrerif zo’n 500.000 tot 600.000 jaar geleden is ontstaan. 

    ‘De veerkracht van een levensgemeenschap die zich kan hergroeperen en herstellen is iets magisch’

    Wetenschappers hebben aangetoond dat koraalriffen in Papoea-Nieuw-Guinea een vergelijkbare levensduur hebben. Tijdens bijzonder stabiele perioden in de loop van de geschiedenis van de aarde zijn er rifsystemen geweest die waarschijnlijk meerdere miljoenen jaren standhielden.

    Om riffen te vormen moeten koralen zich eerst vasthechten aan een rotsachtig oppervlak. Wanneer een rif getroffen wordt door een ramp, zoals een orkaan, kunnen de verkalkte resten van dode koralen de fundering vormen waarop overlevende koralen zich vestigen. ‘Riffen zijn fascinerend,’ zegt Gregory Webb, een paleontoloog die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de ontwikkeling van riffen in de loop van de geologische tijd. ‘De veerkracht van een levensgemeenschap die zich kan hergroeperen en herstellen, zelfs wanneer ze met ernstige verstoringen wordt geconfronteerd, is iets magisch.’

    In 2018 publiceerden marien geoloog Jody Webster en zijn collega’s een baanbrekend onderzoek waarin ze de afgelopen 30.000 jaar van de evolutie van het Groot Barrièrerif reconstrueerden, een tijdsspanne waarin zich aanzienlijke klimaatschommelingen voordeden. Wanneer de zeespiegel daalde, kwam een groot deel van het rif bloot te liggen, dat vervolgens afstierf. En omgekeerd: wanneer de zeespiegel steeg en de golven aanzwollen, verdronken grote delen van het rif in troebel water. Als reactie hierop migreerde het Groot Barrièrerif herhaaldelijk en geleidelijk zeewaarts of juist landwaarts, waardoor het in de loop der tijd zijn continuïteit waarborgde.

    Eeuwenoud regenwoud

    De oudste nog bestaande ecosystemen bevinden zich echter op het land. Sommige tropische regenwouden bestaan waarschijnlijk al tientallen miljoenen jaren in dezelfde globale regio met dezelfde essentiële kenmerken. Dat heeft deels te maken met de geografie. In sommige opzichten is de tropische zone (rond de evenaar) al lange tijd een van de klimatologisch stabielere delen van de planeet, zelfs in de tijd dat continenten zich binnen en buiten de grenzen ervan bewogen.

    Op basis van gedetailleerde analyses van klimaatgegevens en fossielen plaatsen paleobioloog Carlos Jaramillo en zijn collega’s de oorsprong van het moderne tropische regenwoud – gedefinieerd als een woud waar het altijd warm en vochtig is, waar de diersoorten op verschillende niveaus levens, het bladerdak aaneengesloten is en waar het wemelt van de bloeiende planten, lianen en epifyten – aan het begin van het Cenozoïcum, kort na de inslag van de asteroïde die bijdroeg aan de ondergang van de niet-vliegende dinosauriërs, zo’n 66 miljoen jaar geleden. Ruwweg 60 miljoen jaar geleden, toen de continenten relatief dezelfde configuratie hadden als nu, bezaten de regenwouden in Noord- en Zuid-Amerika dezelfde structurele basiskenmerken als nu en leefden er dezelfde plantenfamilies als die er nu voorkomen. Op basis van dit soort bewijs beweren aardwetenschapper Mark Maslin en zijn collega’s dat het Amazoneregenwoud ‘relatief intact is gebleven’, dat het al ten minste 55 miljoen jaar een ‘blijvend kenmerk van Zuid-Amerika is’.

    Wetenschappers hebben in Australië vergelijkbare ontdekkingen gedaan wat betreft de lange levensduur van regenwouden. ‘Veel plantenfamilies die nu veel voorkomen in de overgebleven regenwouden en die hun basis vormen en zorgen voor het grootste deel van hun soortenrijkdom, hebben al 40 miljoen jaar een stabiele geschiedenis op het Australische continent,’ zegt Darren Crayn, botanicus en directeur van het Australian Tropical Herbarium. Hij en zijn collega’s schrijven in een onderzoek: ‘Het uithoudingsvermogen, de overlevingskansen en de hardnekkigheid van deze regenwoudbewoners vormen een van de grootste biologische en evolutionaire succesverhalen op aarde.’

    Het is moeilijk om te bepalen waar deze amorfe, oeroude entiteiten beginnen of ophouden. Hoe bepalen we precies wanneer een ecosysteem – met al zijn complexiteit en vervangbaarheid – is geboren of gestorven?

    Zelfvoorzienend

    De oudste ecosystemen op aarde verschillen ongetwijfeld van hun vroegere versies. De grenzen, topografie en soortensamenstelling ervan zijn in de loop van de millennia veranderd. Hoewel het fossielenbestand onvolledig is, had het Groot Barrièrerif 400.000 jaar geleden vrijwel zeker een ander biodiversiteitsprofiel, met soorten die nu niet meer bestaan. De Amazone, de rivier die zo bepalend is voor het huidige Amazonewoud, ontstond pas zo’n 11 miljoen jaar geleden. Als we echter honderdduizenden of miljoenen jaren terug in de tijd konden reizen, zouden deze ecosystemen ons niettemin griezelig vertrouwd voorkomen omdat ze hun essentiële kenmerken – de relaties en kaders die ze definiëren – verbazend lange tijd hebben behouden.

    Om zo’n lange levensduur beter te begrijpen, moeten we uitzoeken wat eraan ten grondslag ligt. Zeegrasvelden, koraalriffen en regenwouden hebben een aantal belangrijke eigenschappen gemeen. Ze bevinden zich allemaal in de tropen, waar het klimaat over het algemeen minder wisselvallig is dan op hogere breedtegraden. Ze zijn allemaal ontstaan uit organismen die zelf ook zeer veerkrachtig zijn en zich goed kunnen aanpassen. Tot op zekere hoogte creëren of versterken ze de omstandigheden die ze nodig hebben om te overleven. Door golven af te remmen, sedimenten vast te houden, fotosynthese uit te voeren, water te filteren en van zuurstof te voorzien en koolstof op te slaan maken zowel zeegrasvelden als koraalriffen hun omgeving rustiger, helderder, minder zuur, voedselrijker en over het algemeen leefbaarder. Koralen produceren ook meer van de rotsachtige ondergrond die ze nodig hebben om te groeien.

    Evenzo produceren regenwouden veel van de regen waarvan ze afhankelijk zijn door de watercyclus drastisch te versnellen. Wolkvorming is afhankelijk van twee essentiële ingrediënten: waterdamp en deeltjes waarop die damp kan condenseren. Regenwouden leveren beide door enorme hoeveelheden waterdamp de atmosfeer in te blazen, samen met talloze kleine deeltjes, zoals stuifmeelkorrels, schimmelsporen, microben, fragmenten van insectenschalen en verschillende organische verbindingen. Het resultaat is een zichzelf versterkende feedback loop: hoe meer het regent, hoe harder het bos groeit; hoe harder het bos groeit, hoe meer het regent. Wetenschappers hebben berekend dat het Amazonewoud ongeveer de helft van de regen produceert die elk jaar op zijn bladerdak valt. 

    Het vermogen van ecosystemen om zichzelf te reguleren en in stand te houden – om een zekere mate van zeggenschap te hebben over hun voortbestaan en evolutie – doet denken aan meer op zichzelf staande levende organismen. Al meer dan een eeuw leggen wetenschappers dergelijke verbanden en debatteren erover. 

    In het begin van de twintigste eeuw poneerde de Amerikaanse ecoloog Frederic Clements de stelling dat bossen en andere botanische levensgemeenschappen een reeks afzonderlijke ontwikkelingsfasen doormaken die vergelijkbaar zijn met die van individuele organismen. Eugene Odum, een andere Amerikaanse ecoloog uit de twintigste eeuw, dacht dat ecosystemen, net als organismen, homeostase vertoonden, het vermogen om bepaalde chemische en fysische omstandigheden in stand te houden die essentieel zijn voor hun overleven. Meer recentelijk heeft een groep wetenschappers, waaronder enkele die koraalriffen bestuderen, betoogd dat elk complex meercellig organisme samen met zijn symbiotische microben moet worden beschouwd als een levensgemeenschap, holobiont genoemd, en dat de ware ecologische eenheid van natuurlijke selectie de collectieve genetische informatie van deze levensgemeenschap is, het hologenoom. Met andere woorden, een koraal en zijn symbiotische partners zijn zo van elkaar afhankelijk dat we ze als een samenhangende evoluerende entiteit moeten beschouwen. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van het koraalrifecosysteem. Ideeën als deze zijn nog zeer omstreden. 

    Overal waar leven ontstaat, verandert het zijn omgeving ingrijpend

    De extreme levensduur van ecosystemen illustreert het belang van de relaties tussen dergelijke grootschalige systemen en de organismen waaruit ze bestaan. Ecosystemen mogen dan geen individueel genoom hebben en zich niet evolueren volgens de Darwinistische evolutietheorie, toch zijn ze in staat om te groeien, te overleven en te evolueren omdat ze ontegenzeggelijk verweven zijn met de groei, overleving en evolutie van de organismen waaruit ze bestaan.

    Overal waar leven ontstaat, verandert het zijn omgeving ingrijpend. Deze veranderingen beïnvloeden onvermijdelijk elk daaropvolgend evolutionair proces binnen die omgeving. Met voldoende tijd en onder de juiste omstandigheden kan deze co-evolutie er voor zorgen dat het bewuste ecosysteem honderdduizenden tot miljoenen jaren kan voortbestaan.

    Uitbreiding inheems bosgebied

    Terwijl de herintroductie van wolven in Nederland op een drama is uitgelopen, blijkt uit een studie van de Universiteit van Leeds dat het terugbrengen van wolven in de Schootse Hooglanden de populatie edelherten, die jonge bomen opeten, terug zou kunnen brengen tot een niveau waarbij het bos zich op natuurlijke wijze zou kunnen herstellen.

    Wanneer het bos zich weer uitbreidt, zou het per jaar 1 miljoen ton koolstof kunnen opnemen. De populatie wolven zou zich volgens het onderzoek, dat werd gepubliceerd in tijdschrift Ecological Solutions and Evidence, kunnen uitbreiden tot 167 exemplaren, wat neerkomt op een jaarlijkse opname van 6080 ton CO2 per wolf. Daarmee zou de economische waarde per dier op 186.000 euro worden geschat, volgens de huidige koolstofprijs.
    Volgens Dominick Spracklen, die het onderzoek leidde, kunnen de klimaat- en biodiversiteitscrises niet los van elkaar worden aangepakt. ‘We moeten kijken naar de potentiële rol van natuurlijke processen om aangetaste ecosystemen te herstellen.’
    Wolven zijn 250 jaar geleden uitgeroeid in Schotland, voornamelijk door de jacht. Net zoals in Nederland werd de wolf als een bedreiging gezien voor het vee. In 1427 werd zelfs een wet aangenomen die stelde dat er jaarlijkse drie wolvenjachten moesten plaatsvinden. Hierdoor hadden edelherten geen natuurlijke vijanden meer, en hoewel er pogingen zijn gedaan om de populatie onder controle te houden, is deze inmiddels uitgegroeid tot naar schatting 400.000.
    Schotland heeft nog maar 4 procent inheems bos, en is daarmee een van de minst beboste gebieden in Europa. De onderzoekers verwachten de nodige weerstand tegen de voorstellen die voortkomen uit de studie, vooral van hertenliefhebbers, jagers en boeren die zich zorgen maken over hun vee.

    Uitsterven?

    Toch zijn zelfs levende systemen die zo oud en veerkrachtig zijn als regenwouden en riffen niet onaantastbaar of onsterfelijk. De meeste perioden van klimatologische onrust die de ecosystemen op aarde tot nu toe hebben overleefd, verliepen langzaam in vergelijking met het hoge tempo waarop de mens tegenwoordig de lucht, het land en de zee vervuilt en transformeert. Tegen het einde van de eeuw kunnen warmwaterkoraalriffen bijna volledig vernietigd zijn door de opwarming van de aarde, gereduceerd tot enkele refugia hier en daar. En de zichzelf versterkende regencyclus in het Amazonegebied staat op het punt te breken.

    Maar zelfs als je geconfronteerd wordt met deze trieste mogelijke uitkomsten, biedt het een soort troost om naar ecologie te kijken door de lens van de diepe tijd en te zien hoe opmerkelijk standvastig de oudste levensgemeenschappen op aarde zijn. De kracht van de mensheid is buitensporig groot, maar niet oneindig. Het leven is geneigd om zich te handhaven en te herstellen, waarbij het in de loop van duizenden tot miljoenen jaren steeds nieuwe vormen ontdekt.

    Aan het einde van mijn wandeling kwam ik, na langs een met reuzenvarens begroeide rivieroever te zijn geslenterd, bij een bos in een bos. Een van de reuzen van het Hoh-regenwoud was omgevallen, waarschijnlijk tientallen jaren eerder. Zijn kolossale gebarsten lichaam was de basis geworden voor nieuw leven. Dit graf was tegelijkertijd een kwekerij: de rottende stam was begroeid met mos en er waren varens en jonge boompjes in opgeschoten. De geweldige wortelkluit, zeker drie meter hoog, vormde nu een sokkel voor een groepje jonge douglassparren. Door te ontkiemen op de resten van een ouder familielid hadden ze zich hoog boven het schaduwrijke struikgewas verheven. Nu schitterden ze in het gouden zonlicht als de jongste leden van een volhardende levensgemeenschap.

  • Australië: 157 zwarte zwaardwalvissen gestrand op Tasmanië

    Australië: 157 zwarte zwaardwalvissen gestrand op Tasmanië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël beschuldigt Hamas ervan het lichaam van moeder Bibas achter te houden

    » Bolivia: ex-president Evo Morales wil opnieuw meedoen aan presidentsverkiezingen

    Het is lastig de dieren terug in het water te brengen

    Der Spiegel meldt dat er 157 zwarte zwaardwalvissen zijn aangespoeld op de kust van Arthur River op het Australische eiland Tasmanië. Volgens Tasmania Parks and Wildlife Services, een regeringsorgaan dat verantwoordelijk is voor natuurbescherming, lagen de dieren al vierentwintig tot achtenveertig uur op het strand voordat mensen ze ontdekten. Vanwege het gewicht van de vissen is het lastig om ze terug in het water te brengen. Arthur River is ook nog eens lastig te bereiken vanwege bosbranden en de organisatie kampt met een gebrek aan hulpverleners en apparatuur.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Van de 157 zwarte zwaardwalvissen waren er nog negentig in leven. Voor het eerst in vijftig jaar spoelen zwarte zwaardwalvissen aan in dit gebied van Tasmanië. Zwarte zwaardwalvissen horen bij de dolfijnensoort en bij de onderfamilie zwartvissen. Waarom de zwartvissen zijn aangespoeld, is nog niet bekend.

  • Italië: musea bieden gratis hondenoppas aan om bezoekersaantal te verhogen

    Italië: musea bieden gratis hondenoppas aan om bezoekersaantal te verhogen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Thailand erkent als eerste land in Zuidoost-Azië het homohuwelijk

    » Duitsland: ministerie van Defensie stopt met het actieve gebruik van X

    Een op de drie Italianen bezoekt weleens een museum

    Italiaanse musea bieden sinds kort gratis hondenoppas aan om het aantal bezoekers te verhogen en hondenbezitters de gelegenheid te bieden om musea te bezoeken. Dat meldt het Britse dagblad The Times. Mensen kunnen hun hond achterlaten bij getrainde hondengeleiders, die de harige viervoeters bij de ingang ophalen. De honden worden uitgelaten en krijgen eten en drinken terwijl hun baasjes ongestoord de museumstukken kunnen bewonderen.

    Het is de bedoeling dat vijftien geselecteerde culturele instellingen de service in heel Italië gaan invoeren. Musea in Rome waren de eerste die met de oppasservice begonnen. In de komende vijftien maanden willen de Galleria degli Uffizi in Florence en het Nationaal Archeologisch Museum in Napels dezelfde service gaan aanbieden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Dankzij dit project kunnen hondeneigenaren genieten van een cultureel uitstapje zonder lang van hun hond gescheiden te zijn. De honden zullen ook minder gestrest zijn dan wanneer hun baasje ze thuis had gelaten,’ aldus Dino Gasperini, hoofd van de organisatie Bauadvisor, die de hondenoppas regelt.

    Deskundigen verwelkomen het initiatief. Ze zeggen dat het een goede manier is om mensen aan te moedigen culturele instellingen te bezoeken. In Italië bezoekt ongeveer een derde van de bevolking weleens een museum of tentoonstelling, volgens gegevens voor 2023 van het Italiaanse bureau van statistiek.

  • Hebben wetenschappers de uitgestorven quagga weer tot leven gebracht?

    Hebben wetenschappers de uitgestorven quagga weer tot leven gebracht?

    Een bijna veertig jaar durende zoektocht om de quagga terug te brengen wordt een succes genoemd, maar niet iedereen is onder de indruk.

    Als het eruitziet als een quagga, galoppeert als een quagga en blaft als een quagga, dan is het waarschijnlijk een quagga. Of niet? Wetenschappers en natuurbeschermers in Zuid-Afrika zeggen dat ze een zebra-achtig zoogdier uit de dood hebben teruggehaald; daarmee zou de quagga een belangrijke overwinning hebben behaald op de bekendere wolharige mammoet en de dodo in de wereldwijde race om uitgestorven dieren weer tot leven te wekken.

    Maar niet iedereen viert feest. Tegenstanders van de bijna veertig jaar durende zoektocht menen dat die slechts een oppervlakkige namaakversie van het origineel heeft opgeleverd. ‘In feite maken ze gewoon een zebra met minder strepen,’ zegt Douglas McCauley, hoogleraar ecologie en evolutie aan de Universiteit van Californië in Santa Barbara.

    Quagga’s waren ooit een inheemse diersoort in zuidelijk Afrika, maar door de fanatieke jacht werd hun populatie gedecimeerd; de laatst bekende quagga stierf in 1883 in de dierentuin in Amsterdam. In tegenstelling tot zebra’s hadden quagga’s alleen strepen op hun hoofd, hun nek en soms op hun rug. Hun achterwerk was over het algemeen streeploos en bruin, terwijl hun buik en poten wit waren. De naam quagga, waarbij je de g’s uitspreekt zoals in het Nederlands, is een onomatopee van het schelle, blaffende geluid dat het dier maakte.

    Selectief fokken

    In het begin van de jaren tachtig werd de quagga het eerste uitgestorven dier waarvan het DNA in kaart werd gebracht, wat de weg vrijmaakte voor andere moderne methoden om uitsterving tegen te gaan. Sommige wetenschappers dachten dat de quagga, een ondersoort van het meest voorkomende type zebra, teruggebracht kon worden door selectief te fokken. Terwijl klonen een exacte replica van een individueel dier oplevert, levert selectief fokken een hele populatie op, met een natuurlijkere genetische variatie. Alleen een ondersoort kan op deze manier worden gefokt.

    The Quagga Project, een non-profitorganisatie die in 1987 werd opgericht, heeft zebra’s met lichtere, dunnere of bruinere strepen met elkaar laten paren, wat resulteerde in minder strepen op het achtereinde, de poten en buik van de nakomelingen.

    Het was werk van de lange adem. Reinhold Rau, een Duitse taxidermist die in de jaren vijftig naar Zuid-Afrika emigreerde en de drijvende kracht was achter The Quagga Project, stierf in 2006. Veel van de wetenschappers uit de begintijd van het project zijn inmiddels met pensioen. Het duurt ongeveer twee jaar om te evalueren of een veulen patronen heeft die het fokprogramma vooruithelpen. Hengsten moeten ongeveer elke vijf jaar worden overgeplaatst om inteelt tegen te gaan en soms planten ze zich pas na twee of drie jaar voort met de merries in hun nieuwe kudde.

    ‘Ze zijn zo goed gelukt!’

    Toch hadden de wetenschappers in 2005 een dier geproduceerd dat sprekend leek op de uitgestorven quagga. De organisatie zegt dat ongeveer 10 procent van de honderdvijftig dieren die ze nu bezit, gemakkelijk zou passen in een kudde quagga’s uit de negentiende eeuw. ‘Ongeveer elke vijf jaar kunnen we even kijken of we vooruitgang hebben geboekt,’ zegt March Turnbull, de projectcoördinator van The Quagga Project, terwijl hij vanuit een safariwagen een kudde quagga’s observeert bij Vergelegen, een wijnboerderij in de buurt van Kaapstad. Het landgoed Vergelegen herbergt momenteel tien van de zogenaamde Rau-quagga’s, waaronder vier die er geboren zijn. Turnbull kijkt vol ontzag naar de afwezige strepen op de billen en de achterpoten van sommige dieren. ‘Ze zijn zo goed gelukt!’ zegt de man die ongeveer vijf jaar geleden als vrijwilliger voor het project begon; daarvoor had hij als journalist al verslag gedaan van het quaggaproject.

    Critici zeggen dat de Rau-quagga’s er misschien uitzien als uitgestorven quagga’s, maar waarschijnlijk kenmerken en adaptaties van de oorspronkelijke dieren missen.

    Turnbull zegt dat Rau iets wilde rechtzetten: iets wat hij zag als een verschrikkelijk onrecht dat de quagga was aangedaan. Als kind in Duitsland had Rau in de dierentuin van Berlijn een dier gezien dat deel uitmaakte van een door de nazi’s gefinancierd project om de oeros, een reusachtig wild rund dat in de zeventiende eeuw was uitgestorven, terug te brengen door middel van fokken. De zoöloog die dat project leidde, stelde dat de quagga ook gefokt kon worden – een idee dat Rau bijbleef.

    Egotripperij 

    Toen Rau in 1969 een opgezet quaggaveulen repareerde, merkte hij dat de huid niet goed was schoongemaakt en dat er nog wat opgedroogd weefsel aan vastzat. Hij bewaarde een monster ervan tot begin jaren tachtig, toen hij het samen met andere monsters uit een museum in Europa naar genetici van de Universiteit van Californië in Berkeley stuurde. Uit hun DNA-analyse bleek dat de quagga nauw verwant was aan de steppezebra en daarom een kandidaat was voor reproductie. Andere pogingen om uitgestorven diersoorten nieuw leven in te blazen betreffen onder meer een nieuw project in Europa met de oeros, en wetenschappers in de VS proberen een ondersoort van de in de negentiende eeuw uitgestorven galapagosschildpad weer tot leven te brengen.

    Zelfs tegenstanders van The Quagga Project zeggen dat dergelijke fokpogingen praktischer zijn dan de tot nu toe waarschijnlijk opvallendste poging om een uitgestorven dier tot leven te wekken: de wolharige mammoet. Wetenschappers in de VS gebruiken genoomtechnieken om de genen van een Aziatische olifant aan te passen om hem koudebestendiger te maken, onder andere door hem een ruige vacht, kleine oren en een gewelfde schedel te geven. Ze zeggen dat ze bezig zijn een ‘koudebestendige olifant met alle essentiële biologische eigenschappen van de wolharige mammoet’ te creëren.

    ‘Zelfs als ze erin zouden slagen, is de voor de hand liggende vraag: wat ga je er vervolgens mee doen?’ zegt Stuart Pimm, professor aan de afdeling conservatie-ecologie van de Universiteit van Pretoria in Zuid-Afrika. ‘Als je een wolharige mammoet zou hebben, zou je die in een kooi zetten. Dit is gewoon een enorm staaltje egotripperij.’

    ‘Als je naar deze dieren kijkt, zijn die een symbool van hoop’

    Een deel van de kritiek op The Quagga Project kan volgend jaar worden weggenomen. Dan is moleculair bioloog Annelin Molotsi van plan om het DNA van de gekweekte quagga’s in kaart te brengen. ‘Daarmee zullen, denk ik, veel vragen worden beantwoord,’ aldus Molotsi.

    Zelfs als de gensequenties laten zien dat de Rau-quagga’s niet helemaal overeenkomen met de echte quagga’s, dan nog zou het model voor het fokken van quagga’s gebruikt kunnen worden voor het herstel van populaties van ernstig bedreigde dieren, niet alleen van dieren die al uitgestorven zijn, zegt Peter Heywood, emeritus hoogleraar biologie aan de Brown-universiteit in Rhode Island, die een boek schreef over de quagga. ‘Als je naar deze dieren kijkt, zijn die een symbool van hoop, ook als ze niet helemaal overeenkomen met hun uitgestorven voorgangers.’ 

  • Twee bedreigde slakkensoorten opnieuw uitgezet in hun habitat op Madeira

    Twee bedreigde slakkensoorten opnieuw uitgezet in hun habitat op Madeira

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïne en Rusland wisselen opnieuw gevangenen uit

    » Azerbeidzjan: ‘Poetin moet aansprakelijkheid voor vliegtuigcrash erkennen’

    Lange tijd werd gedacht dat ze voorgoed waren verdwenen

    Zo’n dertienhonderd slakken van twee bedreigde soorten zijn opnieuw uitgezet op de Portugese archipel Madeira, hun oorspronkelijke leefgebied. Om de twee inheemse slakkensoorten terug te brengen naar de Ilhas Desertas [Verlaten Eilanden] – die onderdeel zijn van de Portugese Madeira-archipel – waren de gecombineerde inspanningen van drie dierentuinen en drie Europese landen nodig.

    Wetenschappers hebben lang gedacht dat deze kleine weekdieren, ongeveer zo groot als een erwt, voorgoed verdwenen waren en ten prooi waren gevallen aan erosie, muizen en droogte. Tijdens een reeks expedities tussen 2012 en 2017 herontdekten experts van Madeira’s Instituut voor Natuurbehoud en Bossen (ICNF) echter ‘minuscule populaties van twee slakkensoorten, elk bestaande uit minder dan tweehonderd overlevenden’, meldt The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Er werd toen een reddingsproject opgezet en de weekdieren werden naar de dierentuin van Beauval in Frankrijk en naar de dierentuinen van Bristol en Chester in het Verenigd Koninkrijk gestuurd, waar natuurbeschermingsteams ‘een nieuw thuis voor ze bouwden in mini-aquaria, als onderdeel van een kweekprogramma om hun aantal snel te vermeerderen’, legt het Britse dagblad uit.

    Elk van de opnieuw uitgezette slakken is individueel gemerkt zodat ze kunnen worden gevolgd en gemonitord. Als het programma succesvol is, zullen er nog veel meer slakken bijkomen. Dinarte Teixeira, bioloog bij de ICNF, is optimistisch. ‘Deze slakken zijn ongelooflijk kostbaar. De Ilhas Desertas zijn de enige plek ter wereld waar ze voorkomen en we doen er alles aan om hun toekomst veilig te stellen,’ zegt ze. ‘Honderd jaar lang dachten we dat ze voor altijd verdwenen waren, maar nu is er weer hoop.’

  • Helft populatie zeekoeten in Alaska uitgeroeid door opwarmende oceaan

    Helft populatie zeekoeten in Alaska uitgeroeid door opwarmende oceaan

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Twee Russische olietankers vergaan voor de kust van de Krim

    » Brazilië: president Lula is ontslagen uit het ziekenhuis

    Warmer water zorgt voor domino-effect

    ‘Het eerste bewijs vormden de gevederde lichamen die aanspoelden op de stranden van Alaska’, zo opent The New York Times een artikel over de snel gesloken populatie zeekoeten in deze uithoek van de Verenigde Staten. Uit nieuw onderzoek dat donderdag is gepubliceerd in Science blijkt dat ongeveer de helft van de zeekoeten in Alaska, zo’n vier miljoen vogels, is gestorven als gevolg van de opwarmende oceaan.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Als de boosdoener wijzen de onderzoekers een massa warm water aan die recordtemperaturen heeft bereikt en die bekendstaat als de Blob. Zeekoeten waren het slachtoffer van een domino-effect van oceaanveranderingen die verband houden met het warme water. Het beïnvloedde het complete zeeleven, van plankton tot bultrugwalvissen. Desastreus voor de zeekoeten was dat het opwarmende water leidde tot een drastische daling van de populatie vis waarvan ze afhankelijk zijn voor hun voedsel.

  • De egel is nu bijna met uitsterven bedreigd

    De egel is nu bijna met uitsterven bedreigd

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Iran executeert Iraans-Duitse dissident Jamshid Sharmahd

    » Pentagon: Noord-Korea heeft 10.000 soldaten naar Rusland gestuurd

    De egelpopulatie is in het VK met 75 procent afgenomen

    In West-Europa neemt de populatie egels af: ze worden door stadsuitbreiding uit hun leefgebied verdreven, op wegen neergemaaid door auto‘s en worden het slachtoffer van pesticiden en de achteruitgang van insecten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Erinaceus europaeus is van de categorie ’niet bedreigd‘ naar ’bijna met uitsterven bedreigd‘ gegaan. Dit blijkt uit de bijgewerkte Rode Lijst van de International Union for Conservation of Nature (IUCN), die maandag werd gepubliceerd in Cali tijdens de COP16 over biodiversiteit.

    De populatie is afgenomen in meer dan de helft van de landen waar de soort voorkomt. Het gaat voornamelijk om de volgende landen: het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, België en Duitsland. In 2022 onthulde een onderzoek volgens The Daily Telegraph dat de egelpopulaties in het Verenigd Koninkrijk sinds 2000 met 75 procent waren afgenomen.

  • ‘Pandafabrieken’ – het controversiële fokprogramma van de reuzenpanda

    ‘Pandafabrieken’ – het controversiële fokprogramma van de reuzenpanda

    In de jaren 1990 begon China panda’s naar buitenlandse dierentuinen te sturen om ze te laten fokken, in de hoop dat toekomstige generaties in de natuur konden worden losgelaten. Bijna drie decennia later zijn er meer panda’s uit het wild gehaald dan er zijn vrijgelaten.

    Twee stevige panda’s, een mannetje en een vrouwtje, zijn dinsdag 15 oktober vanuit China aangekomen in Smithsonian’s National Zoo in Washington. Als alles volgens plan verloopt, zullen ze uiteindelijk jongen krijgen.

    Door uitwisselingen zoals deze zijn reuzenpanda’s wereldwijd het gezicht van natuurbescherming geworden.

    Het pandaprogramma is opgezet met als doel het redden van een geliefde, bedreigde diersoort. Dierentuinen zouden tot 1,1 miljoen dollar per jaar per paar betalen, wat China zou helpen om de habitat van de panda’s te behouden. Door zorgvuldig opgestelde fokadviezen te volgen, zouden dierentuinen de genetische diversiteit van de soort helpen verbeteren.

    En op een dag zou China panda’s in het wild uitzetten.

    Maar uit een onderzoek van The New York Times, gebaseerd op meer dan 10.000 pagina’s aan documenten, is gebleken dat de Chinese autoriteiten en Amerikaanse dierentuinen het programma wat al te rooskleurig hebben voorgesteld. Het kost het programma namelijk veel moeite om de doelstellingen te behalen, en in veel gevallen slaagt het daar niet in. De documenten, foto’s en video’s – waarvan vele afkomstig zijn uit de archieven van de Smithsonian Institution – bieden een gedetailleerde, onverbloemde geschiedenis van het programma.

    Ze laten zien dat dierentuinen pandawelpjes vanaf het begin zagen als een manier om bezoekers te trekken, prestige te verwerven en merchandise te verkopen.

    Daarin zijn ze geslaagd.

    Schaduwzijde

    Vandaag de dag heeft China meer panda’s uit het wild gehaald dan vrijgelaten, ontdekte The New York Times. Het is nog nooit voorgekomen dat welpjes die in Amerikaanse of Europese dierentuinen zijn geboren, werden vrijgelaten, en hetzelfde geldt voor hun nakomelingen. Het aantal wilde panda’s blijft een mysterie omdat de telling door de Chinese overheid over het algemeen wordt gezien als onbetrouwbaar en politiek gekleurd.

    In de tijd dat het programma loopt, zijn er individuele panda’s gewond geraakt.

    Omdat panda’s in gevangenschap erg wispelturig zijn als het om paren gaat, zijn wetenschappers overgegaan op kunstmatig fokken. Daarbij is ten minste één panda doodgegaan, is de endeldarm van een andere panda verbrand en moesten weer andere panda’s braken of liepen ze verwondingen op. Sommige dieren waren bij pijnlijke procedures niet geheel onder narcose. Panda’s in China waren af en aan bij bewustzijn terwijl ze werden verdoofd en geïnsemineerd, wel zes keer in vijf dagen, veel vaker dan experts aanbevelen.

    Het fokken in Amerikaanse dierentuinen heeft weinig bijgedragen aan de genetische diversiteit, zeggen deskundigen, omdat China meestal dieren naar het buitenland stuurt waarvan de genen al goed vertegenwoordigd zijn in de populatie.

    Toch is er in Amerikaanse dierentuinen grote vraag naar panda’s en China levert ze gretig. Dierentuinen krijgen aandacht en bezoekers; Chinese fokkers krijgen voor elk welpje een geldbonus, zo blijkt uit gegevens. Rond de eeuwwisseling leefden er 126 panda’s in gevangenschap. Tegenwoordig zijn het er meer dan 700.

    ‘Ik realiseerde me: O mijn God, het is mijn taak om het welzijn en behoud van panda’s om te zetten in financieel gewin’ 

    Kati Loeffler, een dierenarts, werkte tijdens de beginjaren van het programma in een pandafokcentrum in de Chinese stad Chengdu. ‘Ik herinner me dat ik daar stond te midden van het luide getjirp van de cicaden in het bamboe,’ zegt ze. ‘Ik realiseerde me: O mijn God, het is mijn taak om het welzijn en behoud van panda’s om te zetten in financieel gewin.’ 

    Loeffler, die gedurende een deel van haar tijd in Chengdu als wetenschapper verbonden was aan de National Zoo in Washington, zegt dat er in het centrum overmatig en slordig gebruik werd gemaakt van narcose. Ze vertelt dat ze op een gegeven moment tegen het protocol inging en op een onderzoekstafel sprong om een dier in haar armen te nemen terwijl het verdoofd werd.

    Kimberly Terrell, die tot 2017 directeur natuurbehoud was bij de dierentuin van Memphis, zegt: ‘Er stond altijd druk op en de bedoeling was altijd dat welpen geld zouden opleveren.’ Ze merkt op dat de beheerders van de dierentuin er elk jaar op aandrongen om hun ouder wordende vrouwtjespanda te insemineren, ondanks de bezorgdheid van de dierenverzorgers dat dit waarschijnlijk niet succesvol zou zijn. Het is nooit gelukt.

    ‘De mensen die dagelijks met deze dieren werken, die hen het beste begrijpen, hadden behoorlijk veel bezwaren tegen deze procedures,’ vertelt ze. De dierentuin beweert dat het fokken in lijn met alle eisen van het programma gebeurde. (Terrell, nu een wetenschapper aan Tulane University in Louisiana, heeft overigens in 2018 een schikking getroffen in een rechtszaak tegen de dierentuin over discriminatie op grond van geslacht).

    Riskante methoden

    The New York Times verzamelde belangrijke documenten en audiovisueel materiaal uit de archieven van de Smithsonian Institution en vulde deze aan met materiaal dat werd verkregen via verzoeken tot inzage. De collectie, die zich uitstrekt over vier decennia, bevat medische dossiers, veldnotities van wetenschappers en foto’s en video’s die cruciaal bewijs leveren van fokprocedures, bijwerkingen en de omstandigheden waarin panda’s werden gehouden.

    Hieruit blijkt dat de meest riskante methoden in de beginjaren van het programma werden toegepast, maar dat het agressieve fokken nog jaren doorging in de National Zoo en andere instellingen. Een panda in Japan stierf tijdens het verzamelen van sperma in 2010. Chinese fokcentra scheidden tot voor kort welpen van hun moeders om de vrouwtjes weer loops te maken.

    Afgelopen zomer zijn er panda’s aangekomen in San Diego en begin volgend jaar zullen er waarschijnlijk meer in San Francisco arriveren. Er zijn panda’s in een broeierig safaripark in Indonesië en in een speciaal verblijf met airconditioning in Qatar. Er zijn zo veel panda’s in gevangenschap in China dat er verschillende nieuwe toeristische attracties worden gebouwd.

    Deze toename van het aantal panda’s heeft geleid tot discussies onder dierentuinmedewerkers en wetenschappers over de vraag of het ethisch verantwoord is om dieren intensief te fokken als ze geen reëel vooruitzicht hebben om in het wild te worden vrijgelaten. Maar deze discussies worden grotendeels binnenskamers gevoerd omdat onderzoekers en dierenverzorgers zeggen dat kritiek op het programma hun mogelijkheden om in het veld te werken zou kunnen schaden.

    Met panda’s nemen beheerders van dierentuinen keer op keer risico’s, alleen maar om meer jongen te fokken

    Diergeneeskunde brengt altijd risico’s met zich mee, vooral in het geval van wilde dieren. Als het leven van een dier in gevaar is, wegen de voordelen van ingrijpen zwaarder dan de risico’s. En als een diersoort op het punt van uitsterven staat, doen natuurbeschermers soms een laatste wanhopige poging om het dier te redden.

    Maar met panda’s nemen beheerders van dierentuinen keer op keer risico’s, alleen maar om meer jongen te fokken, terwijl ze de nare details voor het publiek verborgen houden.

    Centraal in dit verhaal staat de National Zoo in Washington, die deel uitmaakt van de Smithsonian Institution. Panda’s horen bij het imago van de dierentuin sinds 1972, toen president Richard Nixon een paar muskusossen ruilde voor twee panda’s na zijn historische reis naar China.

    Maar de Smithsonian Institution heeft – soms in samenwerking met het Chinese propaganda-apparaat – de realiteit van het kunstmatig fokken verbloemd, zo blijkt uit documenten.

    Amerikaanse dierentuinen zeggen dat het houden en fokken van panda’s de wetenschappelijke kennis over de soort heeft vergroot. ‘Kritische interventie, waaronder fokken voor behoud, is noodzakelijk geweest voor het voortbestaan van reuzenpanda’s,’ aldus de San Diego Zoo in een verklaring.

    Topprioriteit

    Annalisa Meyer, een woordvoerder van de National Zoo, erkent dat de inspanningen om panda’s in het wild uit te zetten ‘nog steeds in ontwikkeling zijn’ en ze zegt dat het succes van het programma niet kan worden afgemeten aan het aantal dieren dat wordt vrijgelaten. Ze zegt dat panda’s in dierentuinen een ‘garantie tegen uitsterving’ zijn en dat de veiligheid van de dieren een topprioriteit is.

    Ook komen geld en aandacht uit het Westen op een moment dat China natuurreservaten uitbreidt en strengere houtkapregels invoert.

    Panda’s in dierentuinen laten zien dat mensen over de hele wereld van deze dieren houden en ze willen beschermen, zegt Melissa Songer, die als natuurbeschermingsbioloog aan de Smithsonian Institution verbonden is.

    Panda’s in gevangenschap paren maar moeizaam. Vrouwtjes zijn hooguit drie dagen per jaar vruchtbaar. Mannetjes kunnen agressieve of onbekwame partners zijn.

    Door de panda’s te willen redden, maken we ze het misschien juist moeilijker om zich voort te planten

    Maar door de panda’s te willen redden, maken we ze het misschien juist moeilijker om zich voort te planten. Dierentuinen blijken al lang te weten dat het houden van panda’s in gevangenschap de kans op paren verkleint. Reuzenpanda’s in dierentuinen vertonen vaak ‘ander gedrag dan ze normaal vertonen, waardoor de voortplanting mislukt’, schreef de National Zoo in een vroeg onderzoeksvoorstel.

    Heather Bacon, een dierenarts verbonden aan de Universiteit van Central Lancashire, in het noordwesten van Engeland, zegt dat het paren onder onze voorwaarden gebeurt. ‘Wij kiezen hoe ze zich voortplanten. Als ze niet willen paren, dwingen we ze,’ aldus Bacon, directeur van de Bear Care Group, die nauw samenwerkt met dierenverzorgers. ‘En de rechtvaardiging daarvoor is altijd zogenaamd het behoud van de soort. Is dat een legitieme rechtvaardiging?’

    ‘Want het enige wat we doen,’ voegt ze eraan toe, ‘is meer panda’s produceren die in gevangenschap leven en steeds weer hetzelfde moeten meemaken.’

    Misstanden

    Het pandaprogramma was bedoeld om misstanden op te lossen.

    In de jaren 1980 stuurde China panda’s voor korte periodes naar buitenlandse dierentuinen, waar ze op fietsen reden en karretjes duwden, als kermisattracties. Velen waren in het wild gevangen. Er moest een rechtszaak aan te pas komen voordat Amerikaanse toezichthouders ingrepen.

    Na jaren onderhandelen sloten Amerikaanse dierentuinen en de Chinese overheid een overeenkomst en de Amerikaanse Fish and Wildlife Service vaardigde in 1998 een reglement uit. Dierentuinen mochten panda’s telkens voor tien jaar huren, waarbij het geld naar natuurbehoud zou gaan.

    00pandas 09 zhgp original @@ 1200@x2
    Bezoekers staan in de rij om panda’s te zien in de dierentuin van Beijing. – © The New York Times

    Amerikaanse en Chinese wetenschappers spraken ook af om samen het fokken van panda’s te bestuderen. De populatie in gevangenschap vertoonde tekenen van inteelt. Pogingen tot kunstmatige inseminatie hadden gefaald.

    Eind jaren 1990 en begin jaren 2000 vlogen wetenschappers van de National Zoo, de San Diego Zoo en andere instellingen naar de Chinese provincie Sichuan. Archieffoto’s en verslagen onthullen details van deze reizen, die zelden zijn besproken, maar die de basis legden voor het fokken van panda’s over de hele wereld.

    Onderzoekers schoten op panda’s met verdovingspijltjes om ze te verdoven en legden ze vervolgens op brancards of planken. Ineengedoken tegen de kou in Spartaanse betonnen ruimten verzamelden de wetenschappers sperma van de mannetjes door een geëlektriseerde sonde in de anus in te brengen.

    Ze noemden zichzelf het ‘spermateam’.

    ‘Het mannetje Ping Ping had maandenlang bloederige, dunne ontlasting en geen eetlust.’

    Deze techniek, elektro-ejaculatie genoemd, wordt vaak gebruikt bij het fokken in gevangenschap. Maar de wetenschappers drogeerden sommige dieren met zuivere ketamine, een krachtig kalmerend middel dat dierenartsen meestal gebruiken in combinatie met andere medicijnen. Ketamine alleen kan een dier angstig maken en pijn bezorgen, en verdooft het soms niet goed genoeg, zoals een dierenarts van de National Zoo destijds in een presentatie toegaf.

    Sommige panda’s waren light, jargon voor onvoldoende verdoofd, en leken tegen te stribbelen.

    ‘Het dier was light tijdens de hele procedure,’ schreef JoGayle Howard, een wetenschapper verbonden aan de National Zoo, in een dagboek dat ze bijhield tijdens haar reis in 1999. ‘Het dier kwam op een gegeven moment bijna van de tafel af (ik gebruikte deze keer alleen ketamine in plaats van ketamine en xylazine).’

    ‘Geweldig spermamonster met hoge score,’ voegde ze eraan toe.

    Tijdens een afname schreef Howard dat Chinese wetenschappers het voltage hadden verviervoudigd tot een gevaarlijke 12 volt.

    ‘Ze gebruikten gevaarlijk hoge voltages en te veel stimuli op het mannetje Ping Ping nadat we vertrokken waren,’ schreef ze. ‘Hij had maandenlang bloederige, dunne ontlasting en geen eetlust.’

    Experts zeggen dat elektro-ejaculatie voorzichtig moet worden gedaan, met een minimaal voltage. ‘Je kunt behoorlijk veel schade aanrichten,’ zegt Thomas Hildebrandt, een expert op het gebied van kunstmatig fokken aan het Leibniz Instituut voor Dierentuin- en Wildlife Onderzoek in Berlijn.

    De Chengdu Research Base of Giant Panda Breeding, die vandaag de dag een derde van alle panda’s in gevangenschap houdt, ontkent ooit een overmatig voltage te hebben gebruikt of dieren op een andere manier schade te hebben berokkend. ‘Geen van onze reuzenpanda’s hebben gezondheidsschade opgelopen of zijn overleden tijdens een operatie als gevolg van het gebruik van ketamine,’ aldus het centrum in een verklaring.

    Hildebrandt zegt dat kunstmatige inseminatie één keer per cyclus moet worden toegepast, nadat is vastgesteld op welk moment een vrouwtje het vruchtbaarst is. Maar Chinese wetenschappers insemineerden vrouwelijke panda’s herhaaldelijk. Bij één experiment insemineerden ze zeven vrouwtjes, verdoofd met alleen ketamine, stuk voor stuk zes keer in vijf dagen, wat betekende dat de panda’s tussen de behandelingen door nauwelijks tijd hadden om bij kennis te komen.

    Beperkte kennis

    Uit aantekeningen in het archief van de Smithsonian Institution blijkt dat Amerikaanse wetenschappers per ongeluk de baarmoeder van één panda hebben beschadigd tijdens een onderzoek. Op foto’s zijn panda’s te zien die overgeven. ‘Moeizame verdoving,’ schreven wetenschappers over een vrouwelijke panda met de naam Lei Lei in een fokcentrum in Wolong, in het westen van China. ‘Kokhalzen en braken. Niet volledig nuchter – voedsel en water. Procedure ingekort.’ 

    Veel van de wetenschappers uit die tijd zijn inmiddels met pensioen of overleden en de National Zoo zegt geen gegevens te hebben van panda’s in China die gewond waren geraakt. De wetenschappers hadden destijds beperkte kennis over de voortplanting van panda’s. Woordvoerder Meyer merkt op dat deze vroege onderzoeksperiode heeft bijgedragen aan een betere verzorging en een ‘babyboom’ onder panda’s.

    De aantekeningen maken duidelijk dat de wetenschappers de dieren geen kwaad wilden doen. Ze geloofden dat ze de soort aan het redden waren. Bij pogingen tot natuurbehoud is het welzijn van de soort vaak belangrijker dan dat van individuele dieren.

    Howard werd een held op het gebied van natuurbehoud en is vereeuwigd in een museum in Chengdu.

    Maar deze wetenschappers hebben een waanzinnige drang om panda’s te fokken in gang gezet die tot op de dag van vandaag voortduurt.

    Al decennia lang geeft de Chinese dierentuinvereniging bonussen van 1400 dollar aan fokcentra en dierentuinen voor elk welpje dat zes maanden oud wordt. Degenen die ‘speciale prestaties’ leveren, kunnen tot 7050 dollar verdienen.

    De fokcentra scheidden de welpen ook voortijdig van hun moeders.

    Het budget van het centrum in Chengdu bevatte vorig jaar streefcijfers voor zwangerschappen en welpen. Dat is een stimulans om zo snel mogelijk dieren te fokken.

    In 2017 bezocht Lung Yuan Chih, toen onderzoeker aan de Tsinghua Universiteit in Beijing, drie Chinese fokcentra voor haar proefschrift. Alle drie de centra voerden meerdere elektro-ejaculaties of bevruchtingen uit bij elke panda die geselecteerd was om te fokken, aldus Lung, die nu directeur is van het Taiwan Human-Animal Studies Institute.

    Een gezonde soort heeft een grote verscheidenheid aan genen, waardoor de kans groter is dat de soort zich aanpast aan ziektes of veranderingen in de habitat. Daarom hielpen Amerikaanse wetenschappers bij het opstellen van gedetailleerde aanbevelingen over welke panda’s zich moesten voortplanten. Deze aanbevelingen werden vaak genegeerd, zo blijkt uit gegevens. In plaats daarvan richtten de Chinese centra zich vooral op dieren die geen problemen opleverden tijdens het fokproces.

    De fokcentra scheidden de welpen ook voortijdig van hun moeders.

    In het wild blijven welpen achttien maanden tot twee jaar bij hun moeder. In die tijd is het onwaarschijnlijk dat de vrouwtjes oestrus, of loopsheid, ontwikkelen. Om de moeders weer vruchtbaar te maken, haalden dierenverzorgers de welpen al veel eerder weg.

    ‘Soms hadden de moeders helemaal geen rustpauze,’ aldus een Chinese voormalige pandaverzorger die op voorwaarde van anonimiteit zijn verhaal doet uit angst voor represailles. ‘Ze bevielen elk jaar.’

    Halverwege de jaren 2000 werden welpen kort na de geboorte naar crèches gebracht. Later werden vele ondergebracht bij ‘stiefmoeders’, oftewel andere pandavrouwtjes die als zoogsters fungeerden.

    Zes welpen

    Panda’s krijgen één of twee welpen per keer. Chinese pandaliefhebbers die webcambeelden in de gaten hielden, documenteerden in 2017 een vrouwtje in het centrum in Chengdu dat zes welpen onder haar hoede had.

    James Ayala, een Amerikaanse gedragsonderzoeker die daar werkt, zegt dat het centrum de welpen zo veel mogelijk bij hun moeders houdt. Stiefmoeders worden alleen ingezet als moeders hun welpen afwijzen, zegt hij. ‘Nu weten we dat het ontzettend, echt ontzettend belangrijk is om ze bij de moeder te houden,’ stelt hij.

    Hildebrandt, deskundige op het gebied van kunstmatig fokken, zegt dat hij met het centrum heeft samengewerkt en dat de praktijken aan het verbeteren zijn.

    Een verslaggever van The New York Times bezocht Chengdu in september 2024. Het centrum gaf Ayala toestemming om met de journalist te spreken, maar weigerde om bestuurders, wetenschappers of pandaverzorgers aan het woord te laten.

    Tijdens het interview kwamen personeelsleden en plaatselijke propaganda-ambtenaren herhaaldelijk tussenbeide om te melden dat bepaalde onderwerpen niet door de beugel konden. Dit waren onder andere het uitzetten van panda’s in het wild en kunstmatige inseminatie.

    In een recent artikel getiteld Elektrocutie van reuzenpanda’s! Dat kan toch niet waar zijn? zegt de dierentuin dat kunstmatig fokken ongevaarlijk is.

    ‘Als we echt geïnteresseerd zouden zijn in het behoud van de panda, dan zouden we de panda’s in het wild helpen en ze niet daar weghalen’

    Als ze oud genoeg zijn, kunnen Chinese panda’s per paar worden gehuurd.

    Volgens de regels van het verhuurprogramma mogen dierentuinen geen winst maken met panda’s. Maar uit documenten blijkt dat, toen de details van het programma nog werden uitgewerkt, geld al het middelpunt van de discussie vormde.

    In 1993 kwamen vertegenwoordigers van dierentuinen uit de Verenigde Staten en Europa bijeen in de National Zoo in Washington om een strategie uit te stippelen. De aantekeningen van die bijeenkomst staan vol typefouten, maar ze laten zien dat dierentuinbeheerders niet alleen geïnteresseerd waren in het tentoonstellen van een zeldzame diersoort; ze wilden welpen en noemden de overeenkomsten ‘fokleningen’.

    ‘Oude mannetjes,’ zei een wetenschapper van de National Zoo tijdens deze vergadering, ‘brengen niet zoveel geld op als een fokpaar.’

    Sommige aanwezigen erkenden dat het verschepen van panda’s over de hele wereld weinig bijdraagt aan hun bescherming. ‘Als we echt geïnteresseerd zouden zijn in het behoud van de panda,’ staat er in de aantekeningen, ‘dan zouden we de panda’s in situ [in het wild] helpen en ze niet daar weghalen.’

    Vandaag de dag moeten Amerikaanse dierentuinen afrekeningen van hun pandagerelateerde inkomsten indienen bij de Fish and Wildlife Service om te bewijzen dat ze geen winst maken. Panda’s zijn duur. Naast de huur die aan China betaald wordt, moeten dierentuinen ook geavanceerde verblijven bouwen en massa’s bamboe kopen.

    Maar panda’s trekken grote donateurs aan.

    In 1999, voordat zijn laatste panda’s arriveerden, lanceerde de National Zoo een fondsenwervingscampagne van 13 miljoen dollar, waaronder 10,5 miljoen dollar voor wat de dierentuin een ‘educatief centrum’ noemde.

    Investering

    Een intern document uit die periode adviseerde werknemers om vragen van een journalist over de geplande cadeauwinkel, het restaurant, de ruimte voor speciale evenementen en de kantoren voor fondsenwerving te ontwijken. Het gebouw is de ‘investering van de dierentuin in de toekomst van wilde dieren op aarde’, aldus het document. ‘Dus daarom willen we het educatieve centrum bouwen!’

    De dierentuin, een non-profitinstelling, vraagt geen entreegeld. Maar uit documenten blijkt dat de dierentuin panda’s zag als een manier om ‘sterke samenwerkingen aan te gaan met bedrijven in de omgeving’.

    De dierentuin regelde pandasponsordeals met Fujifilm en Animal Planet, werkte samen met lokale hotels om arrangementen samen te stellen waar donaties aan verbonden waren en liet pandamuismatten, golfballen en borrelglaasjes maken voor de cadeauwinkels.

    Binnen een paar maanden na de aankomst van de panda’s Mei Xiang en Tian Tian waren er al een miljoen bezoekers door de poorten gekomen.

    Maar de panda’s hadden het moeilijk.

    Twee derde van de panda’s deed dingen als ‘ijsberen, met de kop schudden, in rondjes draaien en stereotiep kooiklimmen’

    Wetenschappers hebben steevast ‘stereotypieën’ bij panda’s waargenomen, oftewel gedrag dat geassocieerd wordt met gevangenschap. Wetenschappers van de San Diego Zoo bestudeerden 47 panda’s in gevangenschap over de hele wereld, en in documenten die aan toezichthoudende instanties zijn overhandigd, verklaarden ze dat bijna twee derde van de panda’s dingen deed als ‘ijsberen, met de kop schudden, in rondjes draaien en stereotiep kooiklimmen’.

    De omstandigheden in China tijdens die eerste jaren kunnen de dingen nog erger hebben gemaakt. Een wetenschapper uit San Diego schreef aan een pandaverzorger in de National Zoo dat panda’s vaak problemen hadden die voortkwamen uit wat hij hun ‘gevangenisverblijf’ in ‘duidelijk ondermaatse omstandigheden’ noemde.

    Voor Mei Xiang en Tian Tian was het weer een uitdaging. Panda’s houden van een koel bergklimaat en in april 2001 kwijnde het paar weg in de hitte van Washington. ‘Hijgen,’ stond er steeds weer in de klinische aantekeningen. De dierentuin nam zijn toevlucht tot ijsblokken, besproeiing en airconditioning. Een woordvoerder zegt dat de dierentuin een temperatuur- en weerprotocol volgt.

    Mei Xiang had een onregelmatige stoelgang nadat ze te veel eten had gekregen tijdens rondleidingen achter de schermen, schreef een verzorger. Toen de dierentuin een feestje gaf om haar miljoenste bezoeker te vieren, sliep ze erdoorheen.

    Moeizaam fokproces

    Als partners pasten Mei Xiang en Tian Tian niet zo goed bij elkaar.

    ‘Tian Tian viel Mei Xiang aan,’ schreef een dierenarts in 2002 na een vroege paringspoging. Latere paringspogingen mislukten.

    Dus greep het personeel in. Mei Xiang beviel in 2005 na een enkele ronde van kunstmatige inseminatie.

    Latere bevruchtingen bleken moeilijk te realiseren. Wetenschappers begonnen meerdere procedures in Mei Xiangs korte vruchtbare periode te proppen.

    Volgens het federale beleid mogen dierentuinen in Amerika geen panda’s fokken met als enige doel jongen te verkrijgen. Uit notities van de dierentuinen uit die periode blijkt dat het personeel er herhaaldelijk aan werd herinnerd dat het fokken om wetenschap draaide en niet om welpen.

    demo panda 3 1 1
    Chengdu Onderzoeksbasis voor het fokken van reuzenpanda’s Sichuan, China 2024 – © The New York Times

    Beheerders hielden de inspanningen bij. 

    ‘Helaas was dit het vierde jaar op rij dat Mei Xiang niet zwanger kon worden,’ meldde de directeur in 2010 aan de adviesraad van de dierentuin.

    Het jaar daarop was bijzonder moeilijk. Mei Xiang braakte na haar eerste inseminatie. Toen het personeel haar verdoofde voor de tweede, ongeveer 24 uur later, kwam niet de volledige lading van de pijl vrij. Mei Xiang werd die dag vier keer geprikt, wat leidde tot een moeilijk herstel.

    Meyer, de woordvoerder van de National Zoo, zegt dat het fokken nauwlettend in de gaten werd gehouden en voldeed aan het protocol.

    In 2011 kondigde de dierentuin aan dat als Mei Xiang het jaar daarop geen jong zou voortbrengen, ze misschien zou worden teruggestuurd naar China. 

    ‘De totale verkoop van merchandise is spectaculair gestegen’

    Mei Xiang produceerde uiteindelijk vier overlevende welpen na minstens 21 rondes van kunstmatige inseminatie. Er werden slechts weinig details openbaar gemaakt en de Smithsonian Institution heeft geweigerd om bepaalde informatie vrij te geven.

    Jaren later, in 2022, maakte The Smithsonian Channel een film over Mei Xiangs laatste welp, The Miracle Panda, in samenwerking met een bedrijf dat deel uitmaakt van China’s propaganda-apparaat. In de film wordt het kunstmatig fokken voorgesteld als snel, effectief en minimaal ingrijpend.

    De woordvoerder van de dierentuin zegt dat filmmakers die toegang tot China willen, verplicht zijn om met bepaalde productiemaatschappijen te werken. De film is door de Smithsonian Institution beoordeeld op ‘wetenschappelijke nauwkeurigheid’, vertelt ze.

    Vrijwel direct na elke geboorte stroomde het geld binnen.

    ‘De totale verkoop van merchandise is spectaculair gestegen,’ staat te lezen in een document uit 2006 van de fondsenwervingspartner van de dierentuin.

    ‘Hiermee worden veel activiteiten in de dierentuin, onderzoek en educatieve programma’s betaald,’ krabbelde een medewerker op een blocnote.

    De bezoekersaantallen schoten omhoog en in 2010 waren negen van de tien best verkopende artikelen gerelateerd aan de panda.

    Deskundigen zeggen dat China zijn genetisch waardevolste dieren meestal in eigen land houdt. Op een gegeven moment, zo blijkt uit de gegevens, hadden Tian Tian en Mei Xiang als koppel ‘de laagste waardering’.

    De dierentuin zegt dat hun welpen gezond en genetisch belangrijk zijn. ‘Ze maken deel uit van het fokprogramma in China,’ zegt Pierre Comizzoli, een voortplantingsexpert van de National Zoo die veel van de inseminaties leidde. ‘Dus dit is extreem belangrijk.’

    Privéjet

    Op een gegeven moment hebben experts echter overwogen om een privéjet te gebruiken om sperma van een panda in San Diego te laten overvliegen dat genetisch gezien een ‘veel betere’ match was.

    ‘Wetenschappelijk gezien zijn deze dieren niet belangrijk voor de populatie,’ zegt Mads Frost Bertelsen, de zoölogisch manager van de dierentuin van Kopenhagen, over de panda’s die overzee zijn gestuurd. Zijn dierentuin heeft panda’s, maar heeft nog geen gebruik gemaakt van kunstmatige inseminatie. ‘De enige reden om het nu wel te doen zou van financiële aard zijn. We zouden meer inkomsten krijgen als we jongen hadden.’

    Een van de dingen waar het pandaprogramma het meest op hoopte, was dat dieren die in gevangenschap waren gefokt op een dag zouden worden vrijgelaten om de populatie in het wild aan te vullen, zoals de dieren op de Ark van Noach.

    Tien panda’s zijn met succes vrijgelaten, een aantal dat wordt rondgebazuind door het nationale bosbouwbureau van China. Maar er zijn er bijna net zoveel gestorven tijdens het proces, ontdekte The New York Times bij een analyse van nieuwsberichten. Twee panda’s stierven in het wild door een aanval of infectie en zes andere panda’s stierven tijdens een programma voorafgaand aan de vrijlating.

    The New York Times telde meer dan een dozijn wilde panda’s die de rest van hun leven in gevangenschap bleven

    Sinds 1995 zijn er meer panda’s uit het wild gehaald dan vrijgelaten, ontdekte The New York Times. Bosbouwers zeiden dat ze panda’s verzamelden die gewond waren geraakt of achtergelaten waren. Maar eenmaal in gevangenschap werden veel panda’s toegevoegd aan het fokprogramma, blijkt uit de gegevens.

    The New York Times telde meer dan een dozijn wilde panda’s die de rest van hun leven in gevangenschap bleven, en nog eens een dozijn die daar vandaag de dag nog steeds verblijven. In 2018 probeerde China dit aan te pakken door verplicht te stellen dat gevangen dieren worden vrijgelaten zodra ze zijn hersteld.

    Het bosbouwbureau heeft onze vragenlijst niet beantwoord, maar zegt dat The New York Times ‘de realiteit van de bescherming en het beheer van reuzenpanda’s in China verdraait’. Het bureau heeft niet gereageerd op een verzoek om meer informatie.

    Panda’s die het grootste deel van hun leven in overzeese dierentuinen doorbrengen, worden nooit vrijgelaten. Dat geldt ook voor hun in het buitenland geboren welpen.

    Toen Mei Xiangs eerste welp in 2010 naar China ging, bereidde de National Zoo zich voor op vragen. ‘Wat zou de toekomst van Mei en Tian zijn als ze terug zouden gaan?’ zo staat te lezen in een document van de communicatieafdeling.

    ‘Waar zouden ze heen gaan en wat zou er met ze gebeuren?’ gaat het document verder. ‘ANTWOORD NODIG.’

    Vorig jaar kregen ze hun antwoord toen het koppel terugkeerde naar China met hun nakomeling Xiao Qi Ji.

    De ouders gingen naar een ‘rusthuis’ in een pandacentrum in Sichuan. Terwijl de panda’s uit het zicht waren, deden er geruchten de ronde over hun behandeling.

    Het centrum verzekerde pandafans dat ze het goed maken.

    ‘De online geruchten over het verbergen en mishandelen van drie reuzenpanda’s door het pandacentrum zijn niet waar,’ meldde het centrum in mei op het sociale medium Weibo. ‘Houd je strikt aan de waarheid, verwerp geruchten, respecteer feiten en maak onderscheid tussen goed en kwaad!’

  • Spanje: Duitse vrouw overleden bij haaienaanval voor Canarische Eilanden

    Spanje: Duitse vrouw overleden bij haaienaanval voor Canarische Eilanden

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Noord-Korea vuurt opnieuw meerdere ballistische raketten af

    » Harris pleegt telefoontje met Trump na tweede vermeende moordpoging

    Het is de eerste dodelijke haaiaanval rond de Canarische Eilanden

    Een 30-jarige Duitse vrouw is maandagavond aan haar verwondingen overleden nadat ze door een haai was gebeten terwijl ze op een catamaran voer voor de kust van de Canarische Eilanden. Het slachtoffer, dat bij de aanval een been verloor, stierf aan een hartstilstand ‘in de helikopter van de Spaanse luchtmacht die haar evacueerde naar een ziekenhuis in Las Palmas’, de hoofdstad van Gran Canaria, meldde El Periódico de Canarias dinsdag.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het ongeval vond plaats op zo’n 500 kilometer van de Spaanse archipel. Volgens gegevens die verzameld zijn door het Florida Museum of Natural History is dit de zesde haaienaanval die ooit in het gebied van de Canarische Eilanden is geregistreerd, en de eerste dodelijke.

  • Colombia heeft handen vol aan nijlpaarden van Pablo Escobar

    Colombia heeft handen vol aan nijlpaarden van Pablo Escobar

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Franse dokters schrijven patiënten museumbezoek voor

    » Het Verenigd Koninkrijk wordt het eerste Europese land dat kweekvlees goedkeurt

    De dieren zijn ontsnapt uit de dierentuin van de drugsbaron

    ’Je zou misschien niet verwachten dat je wilde nijlpaarden, het enorme, semi-aquatische zoogdier uit Afrika ten zuiden van de Sahara, tegenkomt in de rivieren en vijvers, moerassen, meren, bossen en wegen van het Colombiaanse platteland’, schrijft Joshua Hammer in een reportage voor Smithsonian Magazine. Toch zitten ze er. En dat is allemaal te danken aan één beruchte drugsbaron uit Medellín: Pablo Escobar.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Tientallen jaren geleden spendeerde Escobar een deel van zijn enorme fortuin aan het verzamelen van exotische dieren, waaronder olifanten, giraffen, zebra’s, struisvogels en kangoeroes, op zijn hacienda buiten Doradal, een stad ongeveer vijftien kilometer ten westen van de Magdalena, de langste rivier van Colombia. Nadat Escobar in 1993 in Medellín was doodgeschoten door de Colombiaanse politie, plunderden lokale bewoners het landgoed van Escobar op zoek naar geld en wapens. Daarna zonk de hacienda in verval. In 1998 nam de regering bezit van het landgoed en uiteindelijk werden de meeste dieren overgebracht naar binnenlandse dierentuinen. Maar verschillende nijlpaarden – volgens de meeste bronnen drie vrouwtjes en één mannetje – werden te gevaarlijk geacht om te verplaatsen. En zo begonnen de huidige problemen in Colombia.

    Want de dieren hebben zich flink voortgeplant. Niemand weet precies hoeveel nijlpaarden er in het Magdelenabasin leven, maar volgens de autoriteiten zijn het er ongeveer tweehonderd. Dit zouden er 1400 kunnen worden in 2040 als er niets wordt gedaan, aldus David Echeverri López, hoofd van het Biodiversiteitsmanagementbureau van Cornare, een regionaal milieuagentschap, in Smithsonian Magazine. En hoewel de dieren er komisch uitzien, zijn ze mogelijk gevaarlijk voor mensen. Gelukkig zijn de incidenten met nijlpaarden tot nog toe beperkt gebleven in Colombia. Er zijn berichten dat boeren zijn aangevallen en gewassen vernield, maar er zijn nog geen doden gevallen (in Afrika sterven er jaarlijks vijfhonderd mensen door toedoen van een nijlpaard).

    Ook het ecosysteem in Colombia heeft te lijden onder de dieren. Zo vrezen Colombiaanse wetenschappers dat de poep van nijlpaarden (de dieren produceren zo’n 10 kilogram per dag) rivieren en meren kan vervuilen. En de concurrentie om voedsel en ruimte zou otters, Caribische lamantijnen, capibara’s en schildpadden kunnen verdringen. Dus is de Colombiaanse overheid een programma gestart om de dieren te steriliseren, te verhuizen naar andere landen en mogelijk zelfs afschieten. Maar of dat helpt is nog maar de vraag. ‘Zelfs onder de beste omstandigheden zullen Colombianen waarschijnlijk moeten leven met een nijlpaardenpopulatie’, aldus Smithsonian Magazine

  • Klimaatverandering raakt Keniaanse veehoeders. ‘Nu willen mensen kamelen in plaats van koeien’

    Klimaatverandering raakt Keniaanse veehoeders. ‘Nu willen mensen kamelen in plaats van koeien’

    Traditionele herders in de Hoorn van Afrika zijn door het klimaat veel van hun koeien kwijtgeraakt en proberen nu een ‘melkproducerend dier’ uit dat beter bestand is tegen klimaatverandering: de kameel.

    Zeven dagen lang zijn de kamelen schommelend door het noorden van Kenia getrokken, begeleid door politievrijwilligers, om uiteindelijk op hun bestemming aan te belanden. Een dorp kun je het niet noemen – het is eerder een stoffige open plek in het struikgewas. Maar wel een plek waar iets groots te gebeuren staat; de mensen hebben er kilometers voor gelopen. Algauw arriveert de gouverneur in zijn SUV, terwijl de vrouwen dansen en de ceremoniemeester zijn handen ten hemel heft. De menigte dromt om de omheining heen waarbinnen de kamelen staan, en een man zegt dat hij hier ‘de toekomst’ ziet. Want de kamelen komen de plaats innemen van de koeien. Volgens de gouverneur van Samburu County gedraagt het klimaat zich ‘abnormaal’. Iedereen kan zien dat er minder regen valt, zegt hij, dat is zo duidelijk als wat. ‘Je hebt er geen wetenschappelijke meetapparatuur voor nodig.’ Hier en in veel andere delen van Afrika is de koe eeuwenlang het belangrijkste dier geweest. Koeien vormden de basis van economieën, diëten en tradities. Maar nu is het graasbare land steeds verder aan het inkrimpen. Waterbronnen drogen op. De droogte in de Hoorn van Afrika die drie jaar had geduurd tot ze vorig jaar eindigde, heeft 80 procent van de koeien in dit deel van Kenia gedood en daarmee het levensonderhoud van ontzettend veel mensen vernietigd. In deze regio, waar de reserves het kleinst zijn, worden miljoenen mensen gedwongen om zich aan te passen aan de klimaatverandering – inclusief degenen die nu een nummer uit een hoed trekken: een voor elk van de zevenenzeventig kamelen die net zijn aangekomen in Samburu County.

    Zeshonderd dollar

    ‘Nummer?’ vraagt dorpshoofd James Lelemusi aan degene die vooraan staat. De regionale overheid heeft de kamelen gekocht van handelaren in de buurt van de grens met Somalië, voor zeshonderd dollar per dier. Tot nu toe zijn vierduizend kamelen, als onderdeel van dit programma, verdeeld over de laaglanden van de provincie. Dit versnelt de  verschuiving die al tientallen jaren gaande is in meerdere delen van Afrika die afhankelijk zijn van vee. Een handvol gemeenschappen, met name in Kenia en Ethiopië, bevindt zich volgens academische studies in verschillende stadia van de transitie. De wereldwijde kamelenpopulatie is de afgelopen twintig jaar verdubbeld. Volgens het VN-agentschap voor landbouw en investeringen is dat deels te danken aan het feit dat de kameel zich gemakkelijk kan aanpassen aan klimaatverandering. In tijden van ontbering produceren kamelen meer melk dan koeien. Vaak hoor je dit gezegde: in een droogteperiode sterft de koe het eerst en de kameel het laatst. ‘Als er geen klimaatverandering was, zouden we niet de moeite nemen om deze kamelen te kopen,’ zegt Jonathan Lati Lelelit, de gouverneur van Samburu, een provincie op ongeveer vierhonderd kilometer ten noorden van Nairobi. 

    ‘We kunnen het weinige geld dat we hebben aan zo veel andere dingen besteden. Maar we hebben geen keus.’ De autoriteiten hebben de deelnemers, degenen die zich rond de kamelen verdringen, geselecteerd onder de voorwaarde dat ze het dier zullen benutten voor de melk en niet voor het vlees. Zij zijn ook degenen die volgens de plaatselijke autoriteiten de grootste nood hebben. De deelnemers vertellen dat ze bijna al hun vee hebben verloren en kilometers moeten lopen om water te vinden. En dat er soms gewelddadige confrontaties plaatsvinden met een naburige stam als ze van hun grondgebied afwijken op zoek naar graasgebieden voor hun noodlijdende veestapel. Maar bijna iedereen vindt dat de situatie van Dishon Leleina wel de benardste van allemaal is.  Voor de droogte was Leleina, 42 jaar, naar de maatstaven van deze regio een rijk man. Hij had twee vrouwen en tien kinderen en hij had al zolang als hij zich kon herinneren een grote veestapel. Op al zijn trouwdagen offerde hij een stier door hem met een messteek in de nek te doden. Maar toen het ene na het andere regenseizoen mislukte, kelderde zijn veestapel binnen de kortste keren als nooit tevoren. Van zijn honderdvijftig koeien werden er enkele tientallen geroofd door de naburige Pokot-stam. En meer dan honderd koeien kwijnden weg – hun romp werd graatmager, terwijl ze op andere plekken juist opzwollen. Sommige koeien gingen ’s nachts slapen en werden nooit meer wakker. Andere redden het tot bij de waterbron en dronken zo gulzig dat ze dood neerstortten. Meer dan eens, zoals toen hij zijn beste melkkoe had verloren, brulde Leleina het woedend uit naar de hemel. Tegen de tijd dat de regens vorig jaar terugkwamen, had hij nog maar zeven koeien over. ‘Voor de droogte had ik een bepaalde status,’ zegt hij, ‘nu heb ik een andere.’ Zijn dagelijkse routine is echter niet veranderd: hij gaat waar zijn dieren gaan en loopt vaak kilometers per dag met ze op. Maar nu eet hij nog maar één keer per dag – net als veel andere veehoeders. Hij heeft veel gewicht verloren en is al verschillende keren flauwgevallen. Zelfs op de dag van de kamelenuitdeling, die tot laat in de middag duurt, zie je bijna niemand eten of drinken. Als de trekking begint, dringt Leleina zich in de menigte naar voren. Een organisator houdt op een vel papier bij wie welke kameel mee naar huis mag nemen. Er zijn grote en kleine kamelen. Sommige exemplaren zijn gespierd maar de meeste zijn mager. 

    De dunne poten van een windhond, het gewelfde middendeel van een paard en de nek van een jonge giraffe

    Zodra de deelnemers een nummer hebben getrokken – 73, 6, 27 – stuiven ze weg om hun dier in de kudde te vinden. Dan is Leleina aan de beurt. Hij grabbelt in de hoed. ‘Nummer 17,’ zegt hij en loopt naar de kamelen toe met het papier in zijn hand. Met zijn houten staf port hij enkele dieren op, want ze staan zo opeengepakt dat het nummer dat op hun nek geschilderd is, verborgen blijft. Leleina knijpt zijn ogen dicht tegen de zon, loopt de andere kant op en prikt weer enkele dieren in de flank. Dan ziet hij haar: een magere kameel met een gemiddelde bouw en een dikke pluk haar op de bult. Hij geeft haar een klopje. Het zal snel donker worden en Leleina moet zijn nieuwe kameel nog naar huis begeleiden – enkele kilometers door stoffige rode aarde en struikgewas. Maar zelfs op deze onherbergzame plek vindt kameel nummer zeventien nog een hapje. Ze schiet naar een acaciaboom toe en stopt haar bek vol bloemen, waarbij ze haar tong tussen dorens van wel twee centimeter lang moet steken. Van de kameel wordt weleens gezegd dat die ontworpen is door een team omdat het dier zo’n mengelmoes aan kenmerken bezit: de dunne poten van een windhond, het gewelfde middendeel van een paard, de nek van een jonge giraffe. Bijna geen enkel zoogdier is zo geschikt om met extreme omstandigheden om te gaan als de kameel. Een koe kan een of twee dagen zonder water; een kameel twee weken.

    climate camels HLFALVUV3RG77L5JLAJOOJREEI
    De autoriteiten delen kamelen uit op voorwaarde dat het dier wordt gebruikt voor de melk en niet voor het vlees. – © Malin Fezehai

    Zelfs als kamelen 30 procent van hun lichaamsgewicht verliezen, kunnen ze nóg in leven blijven, een record onder grote dieren. Hun lichaamstemperatuur fluctueert mee met de weersomstandigheden. Bij het plassen sijpelt hun urine langs hun poten, waardoor ze koel blijven. Als ze gaan liggen, vouwen hun leerachtige knieën zich op tot voetstukken die een groot deel van hun romp net boven de grond houden, zodat er koele lucht onderdoor kan. Een ‘wondersoort’ werden ze in een onlangs gepubliceerd artikel genoemd. En toch was er in een groot deel van Afrika eeuwenlang geen behoefte aan hun eigenschappen. Ze verbleven gedurende al die tijd voornamelijk in de droogste buitenste ring van het continent, terwijl koeien, waarvan er in Afrika tien keer zoveel zijn als kamelen, in de weelderige riviervlakten en in de hooglanden heer en meester waren. Kenia, waar het landschap in een uur rijden van groen naar roodachtig en weer naar groen kan veranderen, is lange tijd een tussengebied geweest: sommige stammen hielden kamelen en andere stammen hadden koeien. Hierdoor kunnen de stammen met hun buren vergelijken wat de gevolgen zijn voor beide diersoorten en hun opbrengst. Zo is Samburu County – een gebied dat bijna de helft van Nederland beslaat en waar de Samburu-stam woont – een experiment geworden over hoe vee en mensen reageren in een opwarmend klimaat.

    Experiment

    Het experiment begon ongeveer een halve eeuw geleden, volgens Louise Sperling, een wetenschapper die in de jaren tachtig veldwerk verrichtte in Samburu. De Samburu behoorden tot de ‘meest gespecialiseerde en succesvolste veehouders in Oost-Afrika’, schreef ze. Maar de Samburu vermengden zich steeds meer met leden van een nabijgelegen stam, de Rendille, die kamelen hielden. In de daaropvolgende decennia merkten de Samburu veranderingen op in de gebruikelijke weerpatronen. Er waren minder regenseizoenen en het weer werd onvoorspelbaarder. De droogteperiodes namen toe. De overstap naar kamelen verliep geleidelijk. Koeien waren nog steeds in de meerderheid en bepaalden nog altijd de Samburu-identiteit: ze werden gebruikt als bruidsschat of bij feesten. Maar toen werd de Hoorn van Afrika getroffen door de langste reeks mislukte regenseizoenen. De droogte begon in 2020 en hield drie jaar aan. Een internationaal team van wetenschappers zei dat een droogte van deze ernst honderd keer waarschijnlijker was geworden door de klimaatverandering. In Samburu verspreidde de geur van rottende karkassen zich over het gebied, dat ruim driehonderdduizend inwoners telt. De ondervoeding nam een hoge vlucht, ook onder kinderen en ouderen. De Keniaanse overheid en het Wereldvoedselprogramma moesten te hulp schieten.

    ‘Ik voorzie meer kamelen dan koeien in de toekomst’

    En toch was de nood niet overal even hoog. Noompon Lenkamaldanyani, een alleenstaande moeder van vier kinderen, verloor achttien van haar twintig koeien en kwam melk tekort, maar haar buren met kamelen bleken bereid te zijn om haar te helpen. Lekojde Loidongo zegt dat hij en zijn familie ‘niet veel geleden hebben’, omdat al hun tweeëntwintig kamelen melk bleven produceren. Zelfs Leleina, de nieuwe eigenaar van kameel zeventien, zegt dat het hem opviel hoe verschillend het de twee diersoorten verging. Hij bezat drie kamelen voor de droogte toesloeg. Alle drie bleven ze in leven. Hij heeft er spijt van dat hij niet eerder actie heeft ondernomen. Zijn vader, die in 2021 overleed, hield al lang kamelen. ‘Ik voorzie meer kamelen dan koeien in de toekomst,’ zegt Leleina. Het is een opvatting die door anderen wordt gedeeld. Dankzij dit besef is er weinig verzet tegen het kamelenprogramma van de overheid, dat acht jaar geleden van start ging. Sommigen kopen hun eigen kamelen door vee te verhandelen op markten. Veehoeders – dat zijn degenen die met hun kuddes rondtrekken – worden vaak beschreven als een van de kwetsbaarste groepen ter wereld waar het gaat om klimaatverandering; hun lot hangt af van de dieren die ze besluiten te houden. In een wetenschappelijk artikel uit 2022, gepubliceerd in Nature Food, wordt een enorme strook land in het noorden van Afrika en ten zuiden van de Sahara geanalyseerd. Hierin wordt gewezen op de toegenomen hittestress en de verminderde beschikbaarheid van water in sommige gebieden. Een van de conclusies is dat de melkproductie baat zou hebben bij een groter aandeel kamelen en geiten, omdat die klimaatbestendiger zijn dan koeien.

    Kamelenmelk is redelijk vergelijkbaar met koemelk, maar bevat minder vet en meer mineralen, aldus Anne Mottet, hoofdspecialist vee van het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling. Velen zeggen dat kamelenmelk zouter smaakt. ‘We volgen gewoon de droogtetrends,’ zegt Lepason Lenanguram, een andere nieuwe eigenaar van een kameel in Samburu. ‘De cultuur verandert en nu willen mensen kamelen.’ De gouverneur van Samburu zegt dat hij er ‘helemaal’ van overtuigd is dat de overstap naar de kameel de juiste zet is. Hij merkt op dat Samburu, waarvan grote gebieden geen stromend water hebben en ver verwijderd zijn van het elektriciteitsnet, relatief weinig heeft bijgedragen aan de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Verreweg de grootste bron van uitstoot in landelijke gebieden zoals Samburu is methaan, een bijproduct van het complexe verteringsproces van de koe. Kamelen stoten veel minder methaan uit. Het programma geeft slechts één kameel per persoon weg. Maar het kan toch voor gemoedsrust zorgen, zegt de woordvoerder van de gouverneur, Jeff Lekupe. Hij is ook aanwezig bij de uitdeling van de kamelen. Maar zelfs met één kameel heeft een gezin meer kans om melk te hebben tijdens een droogteperiode. Los nog van het ‘rimpeleffect’, zegt hij. Want de kameel baart en zorgt ervoor dat de kamelenpopulatie groeit. ‘Zo zal er de volgende keer minder behoefte zijn aan het Wereldvoedselprogramma,’ zegt Lekupe.

    Nieuwe start

    Voor Leleina symboliseert zijn kameel, een vrouwtje, een nieuwe start, al begon het niet goed. Als ze bij haar nieuwe thuis aankomt – een cirkelvormig terrein, omringd door takken en doornen, anderhalve kilometer van de dichtstbijzijnde onverharde weg – maakt kameel zeventien meteen ruzie met een van de drie andere kamelen. Ze vechten, bijten en maken geluiden naar elkaar. Ze houden elkaar met hun nekken in de houdgreep, en stoppen pas met vechten wanneer Leleina de poten van de andere kameel vastbindt zodat die niet meer kan bewegen. Die nacht legt Leleina een matje op de grond buiten zijn hut – hij is te nerveus om te gaan slapen. Want hij heeft verhalen gehoord over kamelen die ervandoor gingen – iets wat met een koe zelden gebeurde – of dat ze zich niet op hun gemak voelden in hun nieuwe omgeving. Zo was er een kameel van de buurman ontsnapt en verscheurd door een leeuw. Dus houdt Leleina urenlang zijn ogen op kameel zeventien gericht terwijl ze onophoudelijk brult. Maar als uiteindelijk de zon opkomt, is kameel zeventien er nog. ‘Misschien dacht ze aan de plek waar ze vandaan kwam,’ zegt Leleina. ’s Ochtends voelt hij zich er geruster op en laat de nieuwste aanwinst van zijn kudde haar gang gaan, want ze moet eten. De negenjarige dochter van Leleina krijgt de taak om haar te volgen. Als de kameel een tijdje buiten is geweest, besluit Leleina om zijn dochter en de kameel te vergezellen. Dus gaat hij op weg in de richting van een berg met rode rotsen, zoekt zich een weg door het taaie struikgewas, waar hier en daar botten ligt, tot hij steeds dichter bij een gebied komt waarvan hij weet dat er gebladerte is dat de kamelen eten en waar geen roofdieren komen. Vijf minuten lang hoort hij niets. Tien minuten. Dan roept hij de naam van zijn dochter. ‘Nashenjo!’ Binnen een kring van bomen ziet hij niet alleen kameel zeventien maar ook een stuk of zes andere kamelen. 

    Ze strekken hun nekken naar de takken uit. Een paar kamelen zijn van hem en een paar andere van de buurman. Het is verhoudingsgewijs een grote groep kamelen op een plek die ooit bijna volledig aan koeien toebehoorde, en het aantal kamelen zal alleen maar toenemen. Een dag eerder, precies op het moment van de uitdeling, was de kameel van een buurvrouw gaan bevallen. De buren van Leleina waren bij de kameel gehurkt en hadden het gezonde veulen er aan de poten uitgetrokken. Leleina gaat aan de voet van een boom zitten en kijkt toe hoe de dieren eten. Kameel zeventien is nog steeds mager, ze heeft tijd nodig om bij te komen. Logisch na een reis van zeven dagen aan één stuk, met slechts drie haltes voor water. Nummer zeventien is een overlever.  

  • Het wordt tijd dat we van de rat gaan houden

    Het wordt tijd dat we van de rat gaan houden

    Er gaan steeds meer stemmen op dat we ratten zouden moeten koesteren, in plaats van ze te verafschuwen. Ze hebben namelijk ongelooflijke kwaliteiten: ze beschikken over empathie, kunnen mensenlevens redden en hebben een vergelijkbaar gevoel voor ritme als wij.

    In de animatiefilm Ratatouille, uit 2007, wordt een rat, onze held Remy, door zijn vader meegenomen naar de etalage van een Parijse rattenvanger, voor een belangrijke levensles. Naast planken vol dodelijk gif hangen dode ratten aan geïmproviseerde galgjes. Dit is wat er gebeurt, zo luidt de waarschuwing aan de jonge Remy, als ratten zich te dicht in de buurt van de mens wagen. De wereld van de rat is een wereld die aan de vijand toebehoort.

    De inspiratie voor de winkel die in deze film figureert, is Maison Aurouze, naar verluidt de oudste rattenvanger van Parijs. De zaak is opgericht in 1872 en bestaat nog steeds. Achter de glimmend gepoetste glazen ruiten is een verzameling opgezette ratten te zien, die met verschillende vormen van tegenslag te maken hebben gekregen. Elke rat die deze scène ziet, kan er maar beter een voorbeeld aan nemen, wat dit is een vijandschap voor de eeuwigheid. Nergens zijn de linies zo scherp afgetekend als in Parijs – samen met New York en Londen een van de grootste rattopolen in de westerse wereld.

    De Fransen hebben er zelfs een woord voor: dératisation, ‘ontratten’ oftewel ‘van ratten ontdoen’. In ruwweg de afgelopen honderd jaar zijn de Parijzenaren verwikkeld geweest in een verwoede oorlog tegen hun knagende medeburgers. In de zomer van 1920, toen Parijs werd overspoeld door een rattenpopulatie die zich flink had uitgebreid in de loopgraven van het westelijke front en samen met de soldaten was teruggekeerd, zwoer het stadsbestuur af te rekenen met deze ‘grijze invasie’ die, om de woorden te gebruiken van een journalist uit die tijd, ‘net zo moeilijk te verslaan was als de Duitsers’. 

    Er werden burgerwachten opgericht die met honden, knuppels en geweren in de straten van Parijs patrouilleerden

    Er werden burgerwachten opgericht die met honden, knuppels en geweren in de straten van Parijs patrouilleerden. In de loop van een jaar werden er zo’n half miljoen ratten over de kling gejaagd, wat uiteindelijk echter maar weinig uithaalde. Nu, een eeuw later, is Parijs nog altijd vergeven van de knaagdieren. Je ziet ze over de keurig bijgehouden paden van de Tuilerieën scharrelen, en langs de oevers van de Seine. In een review met één ster op Tripadvisor staat eenvoudigweg: ‘Ratten.’ Kennelijk zijn ze inmiddels met zovelen dat er zich in het keurige 17e arrondissement moderne burgerwachten hebben gevormd die weer met knuppels over straat gaan om met de ratten af te rekenen.

    Desondanks ligt er een wapenstilstand in het verschiet, die gevolgen kan hebben voor ons allemaal. Het stadsbestuur van Parijs overweegt een nieuwe aanpak voor de knaagdierenbestrijding, een aanpak die in steeds meer stadsagglomeraties navolging vindt. De oorlog tegen de rat heeft lang in een impasse verkeerd. Wordt het niet tijd om de witte vlag te hijsen en een nieuw tijdperk van vreedzame co-existentie in te luiden?

    Vreedzaam samenleven

    In juni 2023 liet de Franse wethouder van gezondheid weten dat er een commissie in het leven was geroepen om te onderzoeken of een vorm van vreedzaam samenleven met de stadsratten mogelijk zou zijn. Dit was een duidelijke breuk met het eerdere beleid van dératisation. Het besluit zou het begin kunnen inluiden van een nieuwe verstandhouding tussen de Parijzenaars en hun ratten. Het idee is echter niet overal even goed ontvangen. Terwijl sommige proratactivisten de straat op zijn gegaan met op hun spandoeken leuzen als ‘ratten zijn niet de vijand’, hebben enkele rattenvangers vorig jaar hun onvrede geuit door tijdens stakingen in verband met pensioenhervormingen lijkjes van dode ratten naar het gemeentehuis te gooien om, in de woorden van een vakbondsman, de raadsleden te confronteren met ‘de harde realiteit van hun missie’.

    GettyImages 1251804057
    © Getty Images

    Ondertussen heeft een groep wetenschappers verbonden aan het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Parijs een project opgezet om eindelijk het geheime leven van de beroemde inwoners van de stad in kaart te brengen. Ze hebben drie hoofddoelen geformuleerd: de biologische en ecologische kenmerken van de Parijse ratten decoderen en met behulp van genetische tests de dynamiek van de populatie in kaart brengen; een beter inzicht krijgen in de ziekten die ratten overbrengen en in het risico dat deze ziekten overspringen op mensen; de vooroordelen over ratten wegnemen. De naam die ze dit project hebben gegeven past uitstekend bij een dier dat maar al te vaak krijgt aangewreven de ondergang van de mensheid dichterbij te brengen: Project Armageddon. 

    Het idee van vreedzaam samenleven komt in principe neer op leven en laten leven, zoals dat ook gaat met vossen of eekhoorns in de stad. Christiane Denys, een paleontoloog en knaagdierenexpert die is betrokken bij Project Armageddon, zegt te hopen met dit project de mythes over ratten te ontkrachten en mensen te laten zien hoe we beter zouden kunnen samenleven. Ze moet niets hebben van de huidige pogingen om met behulp van gif de rattenpopulatie uit te roeien of terug te dringen. Ze wijst erop dat wetenschappers al een handvol genetische mutaties bij ratten hebben aangetroffen die duidelijk maken dat ze een resistentie hebben opgebouwd tegen antistollingsmiddelen (het gif dat meestal wordt gebruikt bij rattenbestrijding). ‘Ratten maken deel uit van een ecosysteem en als je met één element van dat ecosysteem rommelt, kun je een ander element om zeep helpen,’ waarschuwt ze.

    Ratten symboliseren het slechte in de mens – of in ieder geval houden we onszelf dat voor

    Ratten symboliseren het slechte in de mens – of in ieder geval houden we onszelf dat voor. Ze zijn roofzuchtig, oversekst en destructief, en ze brengen ziekten over. Het woord ‘rat’ wordt als scheldwoord gebruikt; in het Engels is het ook nog een werkwoord, dat ‘verlinken’ betekent. Als moreel minder hoogstaande mensen in een hoek worden gedreven, keren ze zich tegen elkaar, als ratten in een zak. De victoriaanse schrijver en rattenchroniqueur James Rodwell nodigt zijn lezers uit om het woord heel langzaam hardop uit te spreken, en in elke letter de afkeer te proeven: R-A-T.

    Tijdens de heksenprocessen in de zestiende en de zeventiende eeuw werden ratten gezien als verwant aan de ­duivel. De culturele referenties van vandaag de dag zijn evenmin erg lovend. De valse rat in Disneys Lady en de vagebond is een vettig monster met scherpe tanden, gele ogen en een zwiepende staart die als een adder de kamer van de kleine binnen glibbert. Beatrix Potter, die zelf een tamme rat als huisdier had, Sammy geheten, plaatste ratten niet bepaald in een positief daglicht met haar boek The Tale of Samuel Whiskers. Samen met zijn vrouw Anna Maria probeert rat Samuel een kitten te ontvoeren en op te eten in een jamrol.

    Zelfs de beroemde sir David Attenborough heeft zijn angst voor deze dieren toegegeven. ‘Ik heb echt een gruwelijke afkeer van ratten,’ heeft hij gezegd. ‘En dan bedoel ik niet dat ze me tegenstaan, zoals maden, om maar iets te noemen. Ik bedoel dat als ik een rat in de kamer zie, ik mijn uiterste best moet doen om niet op de dichtstbijzijnde tafel te springen.’

    Onze samenleving is al heel lang geobsedeerd met het idee van een ratteninvasie. In 1813 probeerde de uit Yorkshire afkomstige journalist Charles Fothergill de voortplanting van ratten in kaart te brengen. Hij berekende dat één paar ratten, als ze ongemoeid worden gelaten, in de drie jaar dat ze leven zou zorgen voor zo’n drie miljoen nakomelingen. Fothergill kwam tot de conclusie dat ‘het hele aardoppervlak binnen een paar jaar zou zijn gereduceerd tot een afschuwelijk dor en kaal terrein, vol drommen uitgehongerde grijze ratten waartegenover de mens machteloos zou staan’.

    Dit soort knullige berekeningen zijn de voedingsbodem voor het aloude gezegde dat je ‘nooit meer dan anderhalve meter bent verwijderd van een rat’ of dat er één rat is op elke inwoner van Engeland. In werkelijkheid weet niemand hoeveel het er echt zijn. Veel van de verhalen die op internet rondzwerven, zijn in het leven geroepen door de ongediertebestrijdings­industrie zelf, die er duidelijk belang bij heeft om de dreiging flink aan te dikken. Het geschatte aantal ratten in Engeland varieert van 10,5 miljoen tot meer dan 200 miljoen.

    Overbevolking

    In 1947, toen men zich door de babyboom van na de Tweede Wereldoorlog in brede kring zorgen maakte over overbevolking, begon de Amerikaanse onderzoekspsycholoog John B. Calhoun met zijn groepsexperimenten met ratten. Calhouns buurman gaf hem toestemming om in een ongebruikt stuk bos achter zijn huis in Maryland een soort ren te bouwen, die hij ‘rattenstad’ noemde.

    Daar zouden, naar Calhouns idee, vijfduizend ratten kunnen leven, en bij wijze van aftrap van het experiment zette hij er vijf zwangere vrouwtjes neer. Bruine ratten werpen gemiddeld zo’n zes jongen, en maximaal veertien. Gezien het feit dat ze vrijwel meteen na de geboorte weer zwanger kunnen worden en dat ze tegelijkertijd drachtig kunnen zijn én borstvoeding kunnen geven, ging hij ervan uit dat het binnen afzienbare tijd zou krioelen van de ratten daar in het bos. Maar ondanks de constante aanvoer van voedsel tijdens de twee jaar dat het experiment duurde, kwam de populatie nooit boven de tweehonderd uit en bleef uiteindelijk rond de honderd­vijftig schommelen.

    Een paar jaar later, toen Calhoun werkte bij het National Institute of Mental Health (onderdeel van de landelijke gezondheidsdienst), herhaalde hij het experiment, maar dit keer in binnenruimten. Ook nu plaatste hij ratten in grote hokken en voorzag ze van voedsel, water en nestmateriaal. Calhoun noemde deze experimentele wereld een ‘ratten-Utopia’. Maar deze wereld onderscheidde zich op één punt van die in het bos: er was veel minder ruimte.

    Ratvrij Alberta

    ‘De enige goede rat is een dode rat’ staat te lezen op een poster uit 1975 uit de Canadese provincie Alberta (4,3 miljoen inwoners, 700.000 m2), die erin slaagde zo goed als ratvrij te worden, aldus een artikel uit Foreign Policy dat 360 in editie 169 publiceerde. Sinds 1950 geldt er een streng en succesvol beleid van uitzetting en vernietiging. Nergens anders ter wereld wordt dit succes geëvenaard; de enige andere ratvrije gebieden zijn geïsoleerde eilanden zoals het afgelegen Zuid-Georgia.

    Pogingen zijn er genoeg. Zo loofde de Franse regering in Hanoi eind 19e eeuw een beloning uit voor elke dode rat – totdat men doorkreeg dat de bevolking ratten fokte om het geld op te strijken. In Nieuw-Zeeland wordt ingespeeld op de liefde voor de natuur en de inheemse diersoorten.
    In Canada werkt vooral oorlogsretoriek goed om de bevolking te mobiliseren. Ook zijn er twee hotlines, kinderen leren sporen herkennen en wie stiekem een rat als huisdier neemt, riskeert een boete van zo’n 4000 dollar. Het programma kost momenteel zo’n 380.000 dollar per jaar, terwijl het de boeren in Alberta vele miljoenen bespaart. Naar schatting richten muizen en ratten jaarlijks voor bijna 20 miljard dollar schade aan en vernietigen ze bijna een vijfde van de mondiale voedselvoorraad. Ook verspreiden ze verschillende ziekten, aldus het Amerikaanse tijdschrift in dit minder ratvriendelijke artikel.

    De knaagdieren plantten zich in hoog tempo voort en al snel puilden de hokken uit. Toen gebeurde er iets merkwaardigs: de rattensamenleving begaf het. Dominante mannetjes vormden agressieve groepen die de vrouwtjes en de jonkies belaagden. Sommige ratten werden hyperseksueel en probeerde met alles en iedereen te paren. Moeders lieten hun kinderen in de steek of vielen ze zelfs aan, en de kindersterfte liep op tot maar liefst 96 procent. Kannibalisme vierde hoogtij. Wat er overbleef van de rattenutopie was een groep doodsbange, onderworpen knaagdieren die in het midden van het hok bij elkaar kropen in de hoop zo veilig te zijn, terwijl de woestere exemplaren van de kolonie langs de randen paradeerden. De kolonie bezweek en kwam er niet meer bovenop.

    Calhouns onderzoek werd gepubliceerd in 1962, een tijd van snelle bevolkingsgroei in de  steden. Calhoun noemde zijn bevindingen, het feit dat de ratten vervielen tot verdorvenheid en destructief gedrag, een ‘behavioural sink’ (een gedragsmatige beerput). Dit gruwelverhaal raakte bij veel mensen een gevoelige snaar.

    Het is een van de meest volkrijke en succesvolle zoogdieren op aarde

    In het Verenigd Koninkrijk leven twee soorten ratten: de bruine rat (Rattus norvegicus) en de zwarte rat (Rattus rattus). Hoewel er bewijzen zijn dat er zwarte ratten voorkwamen in Britannia, dus ten tijde van de Romeinen, is hun aanwezigheid nu beperkt tot enkele clusters. Ze zijn geleidelijk verdrongen door de grotere bruine rat. Beide soorten zijn invasief (de bruine rat komt oorspronkelijk uit China en de zwarte rat komt van het Indiase subcontinent). Ze zijn de mens overal gevolgd. Inmiddels komt de rat voor op elk continent, met uitzondering van Antarctica, en is het een van de meest volkrijke en succesvolle zoogdieren op aarde. Ook is het welhaast de meest destructieve soort – maar die titel komt ons toe, de mens. Het zou weinig realistisch zijn om te ontkennen dat ratten een plaag zijn en dat ze, in bepaalde omstandigheden, een bedreiging vormen. Sterker nog, er is nauwelijks een dier denkbaar dat effectiever de pest kan overbrengen dan de rat: gespierd, fel, met snijtanden die sterker zijn dan staal en met een lichaam dat zich door de kleinste openingen kan wurmen om voedselbronnen binnenshuis te bereiken.

    Ratten stelen, samen met andere knaagdieren, een vijfde van de wereldwijde graanoogst en ze zijn in staat hele populaties van dieren of zeevogels uit te roeien. Ook zijn ze een vat vol pathogenen die meer dan zeventig ziekten kunnen veroorzaken. Van ratten is vastgesteld dat ze drager zijn van builenpest, cholera, tyfus, leptospirose, koepokken en hanta­virusinfecties. Een onderzoek uit 2014 van Columbia University wees uit dat de gemiddelde subway-rat in New York achttien virussen bij zich droeg die nog niet waren ontdekt bij de mens – naast talloze al bekende pathogenen.

    GettyImages 479184466
    Een rat is tijdens een trainingssessie in Siem Reap in Cambodja op zoek naar landmijnen. – © Getty Images

    Anderzijds hebben wetenschappers onlangs geprobeerd de rat vrij te pleiten van de aantijging dat ze op eigen houtje plagen zouden verspreiden. In een onderzoek uit 2018 naar de mortaliteitscijfers van de pest, ofwel de Zwarte Dood, kwamen onderzoekers uit Noorwegen en Italië tot de conclusie dat door mensen meegedragen vlooien en luizen vermoedelijk verantwoordelijk zijn geweest voor het ontstaan van die veertiende-eeuwse epidemie waarbij de halve bevolking van Europa de dood vond. En in een ander onderzoek, in 2015 gepubliceerd in het prestigieuze blad Proceedings of the National Academy of Sciences, wordt gesteld dat de Zwarte Dood mogelijk afkomstig was van gerbils uit Azië.

    De associatie met de pest en de wens om koste wat kost de voedselproductie te maximaliseren, vormden de drijfveer achter de rattenoorlogen van de twintigste eeuw. In 1908 werd de eerste ‘rattenvernietigingswet’ gepresenteerd in het Lagerhuis. Een decennium later, na een intensieve lobby van een groep rijke landeigenaren die bekendstonden als de Vermin Repression Society (ongediertebestrijdingsclub) nam de Britse regering in 1919 de zogeheten Rats and Mice (Destruction) Act aan, waarmee elke burger de plicht kreeg knaagdieren te bestrijden en op te treden tegen elke vorm van overlast op land of eigendom dat in hun bezit was, op straffe van vijf pond. Volgens Alfred E. Moore, de voorzitter van de Vermin Repression Society, had ieder van ons ‘de heilige plicht om zijn of haar rol te vervullen in de wereldwijde oorlog tegen deze levende symbolen van verwoesting, ontaarding en ziekte’.

    Uitroeiingsmethoden

    Moore bepleitte verschillende uitroeiingsmethoden: heggen uitroken met krachtige zwaveldioxide, rattenholen vol teer laten lopen en de exemplaren die dan nog wisten te ontsnappen doodslaan met een stok. Later werden de Boy Scouts en de Women’s Land Army ingezet om elke rat te doden die ze maar konden ­vinden op boerderijen in het hele land, onder meer door Cymag (een inmiddels verboden cyanidegas) in de holen te spuiten. De slogan die de overheid ­gebruikte luidde: ‘Dood de rat! Hij doet het werk van Hitler.’

    Maar de ratten hadden het voordeel van elk guerrilla­leger: de mogelijkheid om nachtelijke invallen te doen en zich terug te trekken in geheime holen, een gedeeld inlichtingennetwerk en een ongekend effectieve spionagedienst, in combinatie met een onuitputtelijk vermogen om zich aan te passen en te overleven.

    De afgelopen jaren heb ik zelf geëxperimenteerd met een vorm van vreedzame samenleving op kleine schaal. Tijdens de lockdown had ik een stel tamme ratten als huisdier genomen, Molly en Ermintrude. Tamme ratten zijn afkomstig uit Japan en worden al sinds de victoriaanse tijd gefokt in Engeland. Het is dezelfde soort als de bruine rat, maar dan met een vlekkerige vacht en meestal met grotere oren. Er bestaat zelfs een National Fancy Rat Society, een tammerattenvereniging, die shows organiseert door het hele land, een variant op de hondenshows.

    Als je ze kietelt, brengen ze zelfs ultrasoon gegiechel voort dat het menselijk oor niet kan waarnemen

    Ooit was ik als de dood voor ratten, maar mijn eigen ratjes hebben me laten zien hoe lief en speels ze zijn, en wat een sterke onderlinge banden ze hebben. Als je ze kietelt, brengen ze zelfs ultrasoon gegiechel voort dat het menselijk oor niet kan waarnemen. Uit onderzoek is gebleken dat ratten in staat zijn tot empathie en altruïsme, dat ze spijt kunnen hebben, dat ze over een indrukwekkend geheugen beschikken en dat ze zich ook bewust zijn van het verstrijken van de tijd.

    Uit recent onderzoek aan de Universiteit van Tokio is gebleken dat ratten het leuk vinden om te dansen, waarmee ze naast de mens de enige soort zijn die blijk geeft van een aangeboren liefde voor muziek. Ze bewegen instinctief op het ritme van de muziek. Tijdens het experiment, waarbij ratten fragmenten van een minuut te horen kregen van Lady Gaga, Queen en Mozarts Sonate voor twee piano’s in D majeur, afgespeeld op verschillende snelheden, bleken ze een voorliefde te hebben voor een ritme van 132 beats per minuut – net als wij.

    GettyImages 1240888186 1 2
    © Getty Images

    Ratten rouwen ook en het komt ook voor dat ze hun doden begraven. Toen Molly overleed, trok Ermintrude een stukje stof deels over het levenloze lichaam van haar zus en bleef naast haar liggen tot we het lichaam weghaalden.

    Heel langzaam komt de mensheid over haar ingebakken weerzin heen en lijkt ze meer bereid om de rat met andere ogen te bekijken. In het Apopo-project in Tanzania worden ratten getraind om landmijnen op te sporen (wat ze goed kunnen dankzij hun uitzonderlijke reukzin). Vervolgens worden ze in conflictgebieden over de hele wereld ingezet.

    Landmijnen opgeruimd

    Inmiddels hebben de ratten al meer dan 160.000 landmijnen en andere explosieven opgeruimd in landen als Cambodja, Angola en Mozambique. Op vergelijkbare wijze worden ratten ingezet om te screenen op tuberculose, door te snuffelen naar bestanddelen die worden voortgebracht door de bacterie die de ziekte veroorzaakt, en die ratten veel sneller en nauwkeuriger kunnen opsporen dan de mens.

    Bij het Apopo-project worden inmiddels ook ratten getraind om overlevenden te vinden in de puinhopen van ingestorte gebouwen. De ratten hebben een rugzakje met een camera, een zender-ontvangertje en een geolocatie-apparaatje. Als ze bij hun beoogde menselijke doel zijn gekomen, trekken ze aan een schakelaartje om hun nek om hun trainers een seintje te geven.

    Al zijn de knaagdieren nog zo kundig, de trainers van het project maken zich wel zorgen hoe mensen, zelfs als ze in doodsnood verkeren, zullen reageren op een rat die hen komt redden.

    De Canadese volksgezondheidsonderzoeker Chelsea Himsworth stelt in een onlangs gepubliceerd artikel dat ratgerelateerde kwesties moeten worden gezien in het licht van falend overheidsbeleid. In plaats van tijd te verdoen met het uitroeien van ratten, zouden gemeenten zich moeten inzetten voor verbetering van de vuilophaaldiensten, strengere regels om zwerfvuil tegen te gaan, het bevorderen van gemeenschapszin en het terugdringen van asociaal gedrag. ‘Dat wil niet zeggen dat we ratten moeten koesteren, en het wil ook niet zeggen dat we ze met rust moeten laten’, schrijft ze. ‘Waar het om gaat, is dat we de aandacht verleggen naar het managen van het ecosysteem waar ratten deel van uitmaken, in plaats van ons alleen maar te richten op de ratten zelf.’

    Het idee om te kiezen voor de wat vriendelijkere aanpak begint terrein te winnen. In een intrigerend antropologisch onderzoek dat is uitgevoerd in Amsterdam, werd gepleit voor het recht van ratten om in een stad te verblijven. Het onderzoek was een reactie op een sterke stijging van het aantal ratten dat in en om de Nederlandse hoofdstad werd gesignaleerd. Op basis van een groot aantal interviews over de dagelijkse omgang van de mens met de rat, stelden de onderzoekers voor om de Amsterdamse knaagdieren te beschouwen als ‘inwoners’ van de stad, en niet langer als indringers. Een andere groep wetenschappers in de Nederlandse hoofdstad maakt zich sterk voor een ‘rattenstad’-project, waarbij in parken speciale voedergebieden voor knaagdieren worden aangelegd, zodat mensen vertrouwd kunnen raken met het dier.

    Uit de handel

    Ook toenemende zorgen over de gevolgen van indirecte schade aan bredere ecosystemen dwingt de autoriteiten tot handelen. In 2022 werd in de Canadese provincie British Columbia een permanent verbod ingevoerd op de verkoop en het gebruik van tweedegeneratie-antistollingsmiddelen, waarbij slechts een heel select aantal ‘essentiële’ sectoren, zoals de gezondheidszorg en de voedingsmiddelenindustrie, nog toestemming kreeg om die middelen te gebruiken. In Nederland heeft de overheid rattengif op basis van antistollingsmiddelen uit de handel genomen voor algemeen gebruik, en naar verwachting zullen andere landen volgen. Tegen het einde van 2024 zal het in het Verenigd Koninkrijk verboden zijn om buiten twee soorten tweedegeneratierattengif op basis van antistollingsmiddelen te gebruiken: bromadiolon en difenacoum. Zodoende kunnen die middelen in de praktijk niet meer algemeen worden gebruikt.

    Uit veel studies is gebleken dat rattengif in sterke mate wordt opgenomen in de bredere voedselketen, wat gevolgen heeft voor vele diersoorten, van kerkuilen tot egels. Actievoerders hopen dat strengere regelgeving eindelijk een einde zal maken aan de grote hoeveelheden gifstoffen die in het milieu terechtkomen en die steeds meer schade berokkenen aan de natuur.

    Maar dat wil nog niet zeggen dat de ratten opgelucht kunnen ademhalen. Rentokil heeft een nieuw laboratorium opgezet in Sussex, dat nogal onheilspellend is gewijd aan ‘innovatie’. Hier experimenteert het bedrijf met de nieuwste wetenschappelijke methoden om ratten te vangen. In januari 2023 kondigde Rentokil aan dat het samen met Vodafone nieuwe beveiligingstechnologie had ontwikkeld, met gezichtsherkenningssoftware, om ongedierte op te sporen en de gegevens in real time terug te koppelen naar een centraal commandocentrum, waar vervolgens wordt besloten hoe de rat in kwestie het beste kan worden gedood.

    Wie zal zeggen wat het voor domino-effecten zou hebben als we de rat uit de voedselketen zouden halen? 

    Er wordt ook onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om met bepaalde vormen van genetische manipulatie ratten onvruchtbaar te maken (een techniek die al is toegepast op muggen). In 2017 kondigden onderzoekers van het Roslin Institute in Edinburgh aan dat ze onderzoek deden naar de mogelijkheid om genetisch gemanipuleerde ratten uit te zetten met een ‘x-shredder’-code geïmplanteerd in hun DNA, waardoor ze alleen nog het Y-chromosoom kunnen doorgeven en geen vrouwelijke nakomelingen meer kunnen krijgen.

    In november 2022 borduurden onderzoekers van de Universiteit van Adelaide hierop voort toen ze de bevindingen deelden van hun onderzoek waarbij ze vrouwelijke laboratoriummuizen onvruchtbaar maakten. Met behulp van computermodellen hadden de onderzoekers berekend dat ze een eilandpopulatie van 200.000 muizen binnen twintig jaar zouden kunnen uitvagen door er 250 muizen tussen te plaatsen die genetisch waren gemanipuleerd met de zogeheten t-CRISPR-technologie, die ingrijpt op het vruchtbaarheidsgen van de vrouwtjes.

    Vooralsnog zijn dergelijke technologieën niet in de praktijk gebracht, maar op termijn zouden ze de mens in staat kunnen stellen de rat geheel en al te verdelgen. Het roept echter ook een mijnenveld aan ethische vragen op. Ratten kunnen destructieve gevolgen voor de omgeving hebben, maar ze vormen ook een essentiële bron van voedsel voor andere dieren. Wie zal zeggen wat het voor domino-effecten zou hebben als we de rat uit de voedselketen zouden halen? 

    En dan is er nog de vraag waar dit allemaal toe leidt. Stel dat uiteindelijk, na het succesvol inzetten van technologie om muggen te bestrijden, de rat zou worden uitgeroeid. Zouden dan vervolgens andere minder gewenste diersoorten, zoals de stadsvos of de zwarte kraai, aan de beurt komen? Misschien is het vooral de vraag, in deze tijden van uitsterving en een door de mens veroorzaakte biodiversiteitscrisis, wie wij zijn om te bepalen welk dier al dan niet samen met ons op deze aarde mag leven?  

  • Onderzoek: verkeerslawaai belemmert groei van babyvogels

    Onderzoek: verkeerslawaai belemmert groei van babyvogels

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Amerikaanse troepen beginnen met bouw van hulppier in Gaza

    » Meer dan 150 doden door extreme regenval Tanzania

    Geluidsoverlast door verkeer heeft invloed op gezondheid, groei en voortplanting

    Uit onderzoek is gebleken dat geluidsoverlast door verkeer de groei van babyvogels belemmert, zelfs als ze nog in het ei zitten. Dat meldt The Guardian. Pasgeboren vogels en jongen die worden blootgesteld aan lawaai van stadsverkeer ervaren op de lange termijn negatieve effecten op hun gezondheid, groei en voortplanting, zo blijkt uit de studie.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Geluid heeft een veel sterkere en directere impact op de ontwikkeling van vogels dan we voorheen wisten’, zegt dr. Mylene Mariette, expert op het gebied van vogelcommunicatie aan de Deakin University in Australië en co-auteur van de studie, gepubliceerd in het tijdschrift Science. ‘Het zou verstandig zijn om meer te werken aan het terugdringen van de geluidsoverlast.’

    Uit een groeiend aantal onderzoeken blijkt dat geluidsoverlast vogels stress bezorgt en de communicatie voor hen bemoeilijkt. Maar of vogels al op jonge leeftijd last hebben van lawaai en hoe lawaai hun omgeving en ouderlijke zorg verstoort, was nog onduidelijk. Zo ontdekten de onderzoekers dat zebravinken 20 procent minder kans hebben om uit eieren te komen als ze worden blootgesteld aan geluidsoverlast.