Onderwerpen: Dieren

  • Om de biodiversiteit te beschermen hebben we een Antarctische dierentuin nodig

    Om de biodiversiteit te beschermen hebben we een Antarctische dierentuin nodig

    De zachte koralen, zeespinnen en andere fauna die zich hebben aangepast aan ijskoude temperaturen, lopen het risico uit te sterven als het zeewater verder opwarmt. Tijd om een Antarctische dierentuin op te zetten om het ecosysteem te behouden, aldus bioloog Lloyd Peck.

    Stel je een Antarctische dierentuin voor. Getooid met winterjassen, mutsen en handschoenen betreden bezoekers het van airconditioning voorziene vogelhuis en worden getrakteerd op het schorre geschreeuw van keizerspinguïns. Op rotswanden in de buurt van zee-ijs zijn adeliepinguïns op een komische manier steentjes aan het verzamelen terwijl sneeuwstormvogels over ze heen vliegen. Op de afdeling zeezoogdieren gaan Weddellzeehonden, gevlekte blubberige wezens, langzaam kopje onder in kristalhelder water. Een dreumes in skioverall drukt haar handjes tegen het dikke glas, een paar onzichtbare centimeters verwijderd van het Zuidpoolgebied.

    Deze schepsels behoren tot zo’n andere wereld dat je als bezoeker wordt gedwongen je kijk op het leven te herzien

    Ook al zijn pinguïns en zeehonden hier de grootste dieren, het zijn de bewoners van de zeebodem, de benthische fauna, die de meeste indruk maken. Deze schepsels behoren tot zo’n andere wereld dat je als bezoeker wordt gedwongen je kijk op het leven te herzien. Er zijn zeeanemonen zo groot als een emmer, twaalfarmige zeesterren die zo groot worden als deksels van vuilnisbakken en zogeheten zeespinnen – geen familie van de op aarde levende spinachtigen – met lichamen zo klein dat hun voortplantingsorganen en spijsverteringskanaal tot in hun poten reiken. En dan zijn er de vissen, waaronder zestien soorten Antarctische ‘ijsvissen’ die in water van 2 graden onder nul leven en hun organen ijsvrij houden door hun lichaam vol antivriesproteïnen te pompen.

    Als bezoekers de hoofdzaal van deze gekoelde dierentuin verlaten, lopen ze onder een replica door van het skelet van een spitssnuitdolfijn, een soort waarmee de mens voor het eerst kennismaakte toen er in 1846 een schedel van aanspoelde op de kust van Nieuw-Zeeland. Er is hier geen ruimte voor zulke omvangrijke walvisachtigen, maar deze replica licht een tipje op van de sluier van de Zuidelijke Oceaan, die zo onmetelijk en zo weinig verkend is dat scholen van tien meter lange zoogdieren zich er moeiteloos kunnen schuilhouden.

    Wonderen 

    Helaas, zo’n centrum vol Antarctische wonderen bestaat niet. Het is een visioen van Lloyd Peck, een Britse bioloog bij de British Antarctic Survey die al drie decennia onderzoek doet naar het leven in Antarctica en de omringende Zuidelijke Oceaan. Nu delen van het continent snel opwarmen, ziet hij dat dat leven er in gevaar verkeert. Dieren die voor het broeden afhankelijk zijn van zee-ijs, zoals keizers- en adeliepinguïns en Weddellzeehonden, trekken zich terug in zuidelijke richting, het geleidelijk verdwijnende ijs achterna. De tere zachte koralen, zeespinnen en andere benthische fauna die zich hebben aangepast aan ijskoude temperaturen, lopen het risico uit te sterven als het warmere water grotere metabolische eisen stelt.

    Door Pecks ogen bekeken lijkt het visioen van een Antarctische dierentuin geen luchtkasteel maar pure noodzaak

    Door Pecks ogen bekeken lijkt het visioen van een Antarctische dierentuin geen luchtkasteel maar pure noodzaak. Maar hoewel milieuorganisaties en overheidsinstellingen geld besteden aan het beschermen van enkele charismatische soorten, blijft de dreigende ineenstorting van een uniek ecosysteem grotendeels buiten beeld. Een dierentuin kan een kwakkelend ecosysteem in leven helpen houden en, als de menselijke CO2-emissies een halt wordt toegeroepen, bijdragen aan het herstel van Antarctica. ‘We hebben zaadbanken voor de landbouw en we hebben elders dierentuinen om de afnemende biodiversiteit op peil te houden,’ zegt Peck. ‘Maar voor Antarctica ontbreekt zoiets.’

    Antarctisch dier

    Pas halverwege de negentiende eeuw beschreven wetenschappers voor het eerst een Antarctisch dier. Een van de eerste was een vlokreeft, een lid van een schaaldierenfamilie waartoe ook de strandvlooien ter grootte van een tic tac behoren die op het strand onder je voeten uiteenstuiven. Maar deze, de Glyptonotus antarcticus, wordt zo groot als je hand, een gigantisme dat je vaak aantreft bij schepsels op dit continent. Hun uitzonderlijke formaat is vermoedelijk het gevolg van het hogere zuurstofniveau van koud water, waardoor dieren meer metabolische brandstof krijgen om te groeien.

    ANP 348812670
    Reuze Antarctische zeespin (Decolopoda australis). Deze spin wordt tot wel 30 cm in diameter groot en heeft tussen de tien en twaalf poten. – © ANP

    Aan de manier waarop het continent is ontstaan dankt Antarctica zijn kustlijnen met een heel divers leven. Nadat de circumpolaire stroom het continent zo’n dertig miljoen jaar geleden had losgemaakt van Zuid-Amerika, vormde deze snelle en krachtige stroom in de Zuidelijke Oceaan een barrière voor vrijwel alle zeedieren, behalve de allersterkste. De circumpolaire stroom scheidde Antarctica ook van het warmere water van naburige oceanen, wat tot een geleidelijke afname van de temperatuur leidde. Zeventig miljoen jaar geleden bereikte de oppervlaktetemperatuur van de Zuidelijke Oceaan een tropische 21 graden; nu komt ze zelden boven de 1 graad uit.

    Er leven naar schatting zo’n twintigduizend soorten in het diepe water dat het Antarctische continent omringt

    Afkoeling was de algemene trend. Maar terwijl de aarde om haar as schommelde, waren er ook periodes van opwarming. Naargelang koude en gematigdere temperaturen elkaar afwisselden, werden zeebodems door zee-ijs en gletsjers bedekt en weer blootgelegd. Dit regelmatige sluiten en openen van habitats, zo stelt één theorie, werkte als een ‘biodiversiteitspomp’ die de benthische fauna creëerde die in beschutte hoekjes kan uitgroeien tot een onderwaterregenwoud van sponzen, zachte koralen en reusachtige zeeanemonen.

    Er leven naar schatting zo’n twintigduizend soorten in het diepe water dat het Antarctische continent omringt, een mate van diversiteit die vergelijkbaar is met andere mariene omgevingen, tropische koraalriffen uitgezonderd – en daarover is maar weinig bekend. ‘Voor maar achtduizend soorten hebben we namen,’ zegt Melody Clark, moleculair bioloog bij de British Antarctic Survey. En een naam is nog maar het beginpunt van de meeste wetenschappelijke studies; van deze achtduizend soorten, aldus Clark, kennen we alleen de levenscyclus en de ecologische relaties van een handjevol van de meest voorkomende soorten die het dichtst in de buurt van onderzoekscentra leven. Het overgrote merendeel is dus nog onbekend.

    Aanpassingen aan kou

    Clark is met name geïnteresseerd in moleculaire aanpassingen aan kou, een verschijnsel waarvan ijsvissen een schoolvoorbeeld zijn. Anders dan alle andere gewervelde dieren hebben ijsvissen geen rode bloedcellen of hemoglobine, de eiwitten in onze bloedsomloop die voor het transport van zuurstof zorgen. Hun bloedvaten zijn een derde groter dan die van even grote vissen uit gematigder regionen, zodat de zuurstof uit hun omgeving vrijelijk door hun lichaam kan circuleren. 

    ‘Ze zijn in biologisch opzicht unieker dan olifanten, leeuwen, tijgers, arenden, ouistiti’s en alle andere dieren die ons lief zijn,’ zegt Clark. ‘IJsvissen leven anders.’

    Die andere manier van leven kan nu verloren gaan. Sinds 1950 is de lucht die rond Antarctica circuleert met 3 graden opgewarmd, vijf keer zo snel als het mondiale gemiddelde. Naar verwachting zal de temperatuur van het oppervlaktewater van de Zuidelijke Oceaan de komende vijftig jaar met 1 graad stijgen. Voor dieren die zijn aangepast aan water waarvan de temperatuur onveranderlijk onder nul is, kan zo’n kleine verhoging reusachtige gevolgen hebben. Warmer water bevat minder zuurstof; de helderbloedige ijsvissen zijn evolutionair gezien misschien ten dode opgeschreven, zegt Clark.

    Volgens sommige schattingen zal het aantal landdieren op het continent met twee derde afnemen als Antarctica opwarmt en het zee-ijs terugtrekt

    Hun precaire situatie is niet uniek. Volgens sommige schattingen zal het aantal landdieren op het continent met twee derde afnemen als Antarctica opwarmt en het zee-ijs terugtrekt; de prognose voor zeedieren is al even rampzalig. Uit experimenten van Peck en Clark zelf blijkt dat zelfs de geringste opwarming ertoe leidt dat mosdiertjes en borstelwormen, de belangrijkste kolonisatoren van zeebodems langs de kust, metabolische veranderingen ondergaan waardoor ze niet langer genoeg voedingsstoffen binnenkrijgen tijdens de vier maanden lange poolnacht, waarin de planktonpopulatie waarmee ze zich gewoonlijk voeden van nature afneemt.

    Aanpassingsvermogen aan kou

    Maar waarom zouden we proberen al die soorten te redden? Wat is de waarde van een soort? Wie ligt er wakker van als een ijsvis waarvan je nog nooit hebt gehoord in de krochten van de diepe tijd verdwijnt? Eén veelgehoord argument is dat deze dieren met hun aanpassingsvermogen aan kou ons veel kunnen leren over weefselbehoud, of over enzymen die industriële processen bij lage temperaturen mogelijk zouden maken. Vanuit een minder utilitair oogpunt beschouwd zijn deze schepsels de evolutionaire producten van een natuurlijk experiment dat waarschijnlijk nooit meer herhaald zal worden. Omdat het continent door de circumpolaire stroom van de rest van de wereld is gescheiden, biedt Antarctica plaats aan een groot aantal endemische soorten waarvan je ruwweg de helft nergens anders op aarde aantreft.

    Als een endemische soort in Antarctica verloren gaat, gaat hij overal verloren. Een stukje erfgoed van de aarde verdwijnt dan. Er zijn geen populaties waardoor het misschien gereproduceerd zal worden – voorlopig niet, tenminste.

    En dan kunnen we over vijfhonderd jaar misschien een ecosysteem herbouwen’

    Maar zolang er vloeibare stikstof voorhanden is, kan genetische data eindeloos worden bewaard. Voordat er faciliteiten voor levende dieren worden gebouwd, zou zowel Clark als Peck graag een ‘bevroren dierentuin’ zien voor genetisch materiaal dat afkomstig is van de fauna van het continent. Dit zou niet alleen een basis leggen voor het bestuderen van de biologische grondslag van de aanpassing aan kou, maar het ook mogelijk maken, als we Pecks toekomstvisie voor de lange termijn mogen geloven, om soorten zelfs na hun uitsterving te herintroduceren. ‘Als het dan weer afkoelt, heb je tenminste de informatie om te herscheppen wat er was,’ zegt hij. ‘En dan kunnen we over vijfhonderd jaar misschien een ecosysteem herbouwen.’

    Het opslaan van DNA is veel eenvoudiger dan het huisvesten van pinguïns, zeehonden en de duizenden schepsels waarvan we bijna niets afweten, maar toch zou het een enorme toer zijn. Om genoeg van hun diversiteit te conserveren zouden van alle twintigduizend Antarctische soorten minstens twintig tot vijftig individuen moeten worden verzameld. En die twintigduizend soorten staan alleen voor dieren die groot genoeg zijn om met het blote oog te worden waargenomen.

    Raderdiertje

    Ook de microscopisch kleine wezens van Antarctica zijn uniek en in extreme mate aangepast aan de kou; niet alleen de gewervelde dieren van Antarctica zijn bijzonder, ook het beerdiertje, het raderdiertje en de draadworm verschillen sterk van hun verwanten uit gematigder regionen. En dan zijn er nog de bacteriën die bijvoorbeeld leven op plekken waar het vaste gesteente kaal is als gevolg van bergwinden en de temperaturen tijdens de donkere winters zakken tot 55 graden onder nul. Ook die zouden gesampled moeten worden.

    Hoe omvangrijk en ingewikkeld zo’n onderneming ook zou zijn, onvoorstelbaar is die niet, vooral niet omdat de kosten van DNA-sequencing elk jaar dalen. ‘Als er geld beschikbaar was, zouden we zoiets vrij makkelijk voor elkaar kunnen krijgen,’ zegt Clark. ‘Er is gewoon nog nooit een initiatief toe genomen.’

    Met nog meer financiële middelen zouden er voor de Antarctische fauna ook projecten voor voortplanting in gevangenschap kunnen worden ontwikkeld; misschien niet op de enorme schaal die Pecks visioen van een gesloten ecosysteem impliceert – al zou dat er uiteindelijk wel uit kunnen voortvloeien – maar voldoende om te zorgen dat een handvol Antarctische endemische wezens de flessenhals van de klimaatverandering doorkomt. Maar om dat te laten gebeuren moet er nu wel een begin worden gemaakt.

    ‘We weten minder van het beheer van die soorten dan bij enige andere diersoort,’ zegt Peck. Van de meeste soorten reusachtige zeespinnen weten wetenschappers niet eens wat ze eten, laat staan dat ze in staat zijn ze tot paren aan te sporen of in leven te houden in gevangenschap. ‘Ook al zouden we hier nu serieus mee beginnen, dan nog zal het waarschijnlijk drie decennia duren voordat we echt goede faciliteiten hebben,’ vervolgt Peck. ‘We hebben misschien nog hooguit vijf decennia voordat we in het Zuidpoolgebied significante aantallen soorten beginnen te verliezen. Als we zo’n vorm van natuurbehoud niet op poten zetten, zullen we onvermijdelijk soorten kwijtraken.’

    Maar als er geen koude gebieden zijn, wat moet je dan?

    Zoals een stad zich niet alleen laat definiëren door de mensen die er wonen, zo is Antarctica meer dan zijn fauna alleen. Het is een oord van rust en onmetelijke leegte. Miljoenen jaren lang zijn enorme brokken ijs door wind en golven tot een eindeloze variëteit van flonkerende blauwe vormen gebeeldhouwd. Naast het gekraak en geknal daarvan is het uitademen van een walvis het enige andere geluid. Het is onmogelijk zo’n ruimte te simuleren.

    Of hij nu levende dieren of hun DNA-sequenties bevat, een Antarctische dierentuin is een manier om een ecosysteem voor de ondergang te behoeden. Het is beslist een deprimerend vooruitzicht: een continent dat is gereduceerd tot een paar in gevangenschap levende bubbels. Een herinnering aan een wereld die verloren is gegaan. Maar toch, zou een herinnering niet beter zijn dan helemaal niets? In een ideale wereld zou de ergste klimaatverandering worden voorkomen en zou de unieke fauna van Antarctica er zonder kleerscheuren afkomen, maar nu is het tijd om ons op het ergste voor te bereiden.

    ‘Ik vraag vaak aan mijn studenten: als er iets opwarmt, wat verdwijnt er dan?’ zegt Peck. ‘Dat zijn de koude gebieden. Er zullen hete gebieden zijn voor hete dingen. Er zullen warme gebieden zijn voor warme dingen. Maar als er geen koude gebieden zijn, wat moet je dan?’

  • Hond van president Biden moet Witte Huis verlaten

    Hond van president Biden moet Witte Huis verlaten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bijna vijftig doden bij raketaanval Rusland op Oekraïne

    » Europese Politieke Gemeenschap voor derde keer bijeen

    De hond zou elf mensen gebeten hebben

    De hond van de Amerikaanse president Joe Biden, Commander, is uit het Witte Huis gezet. Aanleiding is volgens The New York Times een reeks bijtincidenten waar de twee jaar oude Duitse herder bij betrokken was. Wat er met de hond gaat gebeuren is niet duidelijk.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Vorige week beet Commander een hooggeplaatste bewaker, die ter plekke behandeld moest worden. Dat was de elfde keer dat de hond een bewaker beet op in het Witte Huis of in het huis van de familie in Delaware. Volgens Amerikaanse media ligt het daadwerkelijke aantal echter hoger en is één keer iemand in het ziekenhuis behandeld vanwege een aanval van de hond.

    Eerder zei het Witte Huis dat de aanvallen kwamen door stress bij de hond. ‘Het is stressvol voor ons allemaal. Dus je kunt je voorstellen hoe het is voor een huisdier,’ zei een woordvoerder. Na eerdere bijtincidenten werd de hond getraind, maar kennelijk zonder resultaat.

    Lees ook:

  • Zesde massa-extinctie dreigt, waarschuwen wetenschappers

    Zesde massa-extinctie dreigt, waarschuwen wetenschappers

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Moord op sikh-leider in Canada: Trudeau wijst naar India en zet diplomaat uit

    » Oekraïens graan: Kyiv dient klacht in bij WTO tegen Polen, Slowakije en Hongarije

    Hele groepen diersoorten dreigen te verdwijnen

    In een studie die maandag in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS is gepubliceerd, waarschuwen wetenschappers voor een zesde massa-extinctie. Volgens de onderzoekers verdwijnen groepen diersoorten vijfendertig keer sneller dan gemiddeld als gevolg van menselijke activiteiten, bericht The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Er bestaat al veel onderzoek het verdwijnen van soorten, maar dit onderzoek is uniek omdat het kijkt naar het uitsterven van hele geslachten. De onderzoekers maakten gebruik van de lijsten van uitgestorven soorten die zijn opgesteld door de International Union for Conservation of Nature. Ze concludeerden dat van de ongeveer 5400 geslachten (die 34.600 soorten omvatten) er 73 zijn uitgestorven in de afgelopen vijfhonderd jaar – de meeste in de afgelopen twee eeuwen. Volgens het onderzoek had het uitsterven van deze 73 geslachten 18.000 jaar moeten duren, geen 500.

    Als gevolg van de vernietiging van habitats, de klimaatcrisis en de illegale handel in wilde dieren, zullen de verliezen de komende jaren naar verwachting toenemen. In het ergste geval – dat alle momenteel bedreigde groepen soorten tegen het einde van de eeuw verdwenen zijn – zou het tempo 354 keer hoger liggen dan het gemiddelde van de afgelopen miljoen jaar.

    Lees ook:

  • Getraumatiseerd of speels? Wetenschappers onderzoeken waarom orka’s boten aanvallen

    Getraumatiseerd of speels? Wetenschappers onderzoeken waarom orka’s boten aanvallen

    Al twee jaar worden zeilers voor de kust van Andalusië, Galicië en Portugal geteisterd door orka’s die deel uitmaken van dezelfde clan en de omgeving onveilig maken. ‘Het is niet bekend waarom ze het doen en ook niet of ze er ooit mee zullen stoppen.’

    Als dit een misdaadroman was, zou er een mysterie in voorkomen. En verschillende scenario’s. En een bende met een leider, een bijnaam en een geschiedenis. En aan de andere kant uiteraard twee rechercheurs die de zaak proberen op te lossen, de daders willen opsporen en hen op de hielen zitten.

    Maar dit is geen roman. Dit is de dierenwereld. Eenvoudig en complex tegelijk. Dit is het raadsel van de orka’s in de Straat van Gibraltar. Waarom begonnen ze op een mooie dag in juli 2020 met het vernielen van zeilboten die hun pad kruisten? Nergens anders op de wereld gebeurt dit. De internationale wetenschappelijke gemeenschap is verbijsterd.

    In de eerste helft van dit jaar zijn er al meer dan vijfhonderd incidenten geregistreerd voor de kust van Andalusië, Galicië en Portugal. 20 procent daarvan eindigde met schade aan de boten die door orka’s waren gestalkt. Zeelieden die er last van hebben noemen het ‘aanvallen’. Voor wetenschappers en walvisexperts zijn het ‘interacties’. Zij geloven niet dat er opzet in het spel is, hoewel de schade duidelijk is: sommige zeilboten zijn zelfs gekapseisd nadat ze stuurloos werden door een gebroken roer.

    Andrea Fantini is een topzeiler. Het overkwam hem op zijn eigen jacht, toen hij voor de kust van Tanger zeilde. Uit zijn getuigenis, na aankomst in Mallorca, spreekt nog steeds de schrik: ‘We zeilden rond de wereld, het was onze eerste etappe, van Bretagne naar Tanger. Vanaf de Atlantische Oceaan voeren we de Straat van Gibraltar binnen. We wisten van het orkaprobleem, maar je denkt nooit dat het jou zal overkomen. Het was ochtend, het weer was goed, we zeilden rustig. Plotseling zagen we de eerste orka naderen, toen een tweede en toen een derde. En zo ging het door tot het er zeven waren. Ze begonnen op de twee roeren in te beuken, en ze bleven maar beuken… We wisten niet wat we moesten doen.’

    Op allerlei manieren probeerden Fantini en zijn crew de orka’s weg te jagen, door de motoren te starten, achteruit te varen, lawaai te maken. Maar niets hield ze tegen. ‘Het duurde maar even, maar het voelde lang…. Ze vraten het halve roer op. Letterlijk.’ Uiteindelijk vertrok de groep orka’s, waarbij ze de boot gehavend maar bruikbaar achterlieten.

    Zijn zeilboot, de Mirai (Japans voor ‘toekomst’), is om veiligheidsredenen uitgerust met een vaste onderwatercamera die op de kiel is gericht. Nadat hij de video had gedownload, zag Andrea wat nog niemand ooit had gezien: een aanval van orka’s op een zeilboot in de Straat van Gibraltar, gezien vanuit het water. Deze beelden, die voor het eerst werden gepubliceerd in Gaceta Náutica, laten duidelijk zien hoe drie orka’s gecoördineerd de twee roeren van de boot aanvallen en een ervan beschadigen. De romp raken ze niet aan.

    Voorteken

    Voorvallen als deze doen zich herhaaldelijk voor langs de Spaanse en Portugese Atlantische kust. De kwestie heeft internationaal zozeer de aandacht getrokken dat de Spaanse regering nu zelf actie heeft ondernomen. Er is onlangs een project van start gegaan om de actiefste orka’s te monitoren en hun routes en hun gewoonten in kaart te brengen. Op deze manier wil de regering voorkomen dat zeilschepen hun pad kruisen. Op dit moment weet niemand zeker waarom deze groep orka’s doet wat ze doet.

    Sinds 1996 bestudeert Renaud de Stephanis deze intelligente en mythische dieren. Hun aanwezigheid bij het Iberisch schiereiland werd al door de Romeinen genoemd en in de oudheid waren ze zelfs onderdeel van de smeekbedes van de inwoners van Zuid-Spanje. Die lazen hun verschijning als een goed voorteken voor de komst van tonijn, het favoriete voedsel van de orka.

    De Stephanis heeft een doctoraat in mariene wetenschappen en is coördinator van CIRCE, een organisatie die zich inzet voor het behoud en de studie van walvisachtigen, genoemd naar een van de godinnen uit de Ilias van Homerus. En om de literaire vergelijking voort te zetten: deze wetenschapper is nu ook detective. De inspecteur die het mysterie van de orka’s moet oplossen.

    Ze kennen deze groep orka’s zo goed dat ze de dieren behalve een technische naam ook een echte naam hebben gegeven

    Zijn organisatie werkt sinds enkele maanden samen met de Spaanse regering en is belast met het opsporen en taggen van de problematische exemplaren die schepen aanvallen. Zo gauw hij wordt opgeroepen reist hij van Madrid naar Andalusië, waar hij zijn uitvalsbasis heeft. Van daaruit gaat hij met zijn vijftien medewerkers de zee op. Ze lokaliseren de orka’s en taggen er een paar. Niet allemaal: ze kiezen de orka’s die onderling de meeste interactie hebben: de actiefste, de sociaalste. De dieren die zich veel verplaatsen en hun gewoonten overbrengen op de rest.

    Na zorgvuldig te hebben bestudeerd welk dier hun de meeste informatie zou kunnen opleveren, brengen ze een titanium apparaatje aan dat meer dan 4000 euro kost en dat is toegestaan volgens het protocol van de Internationale Walvisvaartcommissie. Met een luchtdrukgeweer schieten ze een pijltje van vijf centimeter af en bevestigen zo het volgapparaat aan de rugvin; ze proberen de impact tot een minimum te beperken. Het apparaat kan anderhalve maand zenden.

    De afgelopen weken zijn de bewegingen van twee van deze dieren gevolgd. De komende maanden worden er nog vier gevolgd. Het volgsysteem zendt uit gedurende de twaalf uur dat een bepaalde satelliet over het gebied vliegt. Daarna schakelt het uit en is het inactief. Aan de ontvangende kant downloaden Renaud en zijn team elke drie uur gegevens van de server. ‘Gisteren waren ze in een nieuw gebied voor de kust van Barbate. Zolang er voedsel is, verplaatsen ze zich niet veel,’ legt hij uit. ‘We bestuderen het gedrag van de orka’s in de Straat van Gibraltar al vele jaren, we kennen ze heel goed.’ Hij zegt het met een aanstekelijk soort enthousiasme. En hij ontkracht de ontstane mythes rond de dieren: ‘Er worden zoveel dingen over gezegd, over waarom ze het doen. Maar er is nog weinig echt duidelijk. En het is ook niet bekend of ze er ooit weer mee zullen stoppen.’

    Ze kennen deze groep orka’s zo goed, vertelt hij, dat ze de dieren behalve een technische naam ook een echte naam hebben gegeven. Alsof het oude bekenden zijn. Voor de mannetjes kiezen ze vaak namen van voetballers, waaronder legendes uit de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw: Camacho, Raúl, Morales, Joaquín… Iniesta kreeg zijn naam omdat hij vlak voor het WK in Zuid-Afrika een vin brak – naar de held die Spanje de wereldbeker bezorgde.

    Gladiatoren

    Maar dit zijn over het algemeen niet de orka’s die de meeste problemen veroorzaken. De interacties met boten staan onder leiding van twee volwassen vrouwtjes die online op grote schaal ‘de gladiatoren’ worden genoemd, naar de taxonomische naam die de Iberische orka in de achttiende eeuw kreeg: orca gladiator.

    Hoewel de hele populatie Iberische orka’s wordt beschuldigd van deze praktijken, laat in werkelijkheid slechts een minderheid van de dieren dit ongewone gedrag zien. ‘De Iberische orka is een populatie of subpopulatie met verschillende clans,’ vertelt De Stephanis. De clan die in de Straat van Gibraltar de aanvallen uitvoert, beweegt zich langs de hele Spaanse en zelfs Franse Atlantische kust. ‘In totaal bestaat de clan uit drieënzestig individuen, verdeeld over acht families.’ Slechts twee van deze families vertonen het controversiële gedragspatroon dat de zeilgemeenschap heeft gealarmeerd.

    Er zijn inmiddels websites, apps en Telegram-groepen waar schippers alarm kunnen slaan en waarmee ze elkaar kunnen helpen door in realtime de gebieden te vermelden waar de aanvallen plaatsvinden. Een van deze groepen telt al meer dan tweeduizend geregistreerde zeilers. 

    Opvallend is dat 90 procent van de getroffen boten zeilboten zijn, met een lengte van 9 tot 35 meter. Dat komt wellicht doordat hun snelheid voor de orka’s is bij te houden. ‘De twee orkafamilies hebben onderling veel contact. Ze zijn nauw aan elkaar verwant, maar toch verschillend – en ze nemen niet allemaal deel aan de interacties met boten,’ zegt de expert. ‘In totaal zijn er zo’n vijftien die voor problemen zorgen.’

    Daarvan is de eerste die dit gedrag begon te vertonen geïdentificeerd als een volwassen vrouwtje. Zij is de voorloper, de leider van de groep. Deze orka wordt Gladis blanca genoemd vanwege de kleur van haar vin. Haar verblijfplaats is nog onbekend. Ze wordt geschat op ouder dan twintig jaar. De meeste van haar volgers zijn jong.

    Het kan geen wraak worden genoemd – ‘dat zijn dingen die journalisten beweren’ –, maar eerder een reactie uit angst

    Het is de wetenschappers niet duidelijk waarom de orka’s dit doen. Er zijn verschillende hypotheses, die allemaal onderzocht worden. Alfredo López, directeur van de organisatie GTOA (Grupo Trabajo Orca Atlántica), is een bioloog uit Galicië en gespecialiseerd in de interactie van walvisachtigen met mensen. Voor hem is de meest plausibele verklaring dat het gaat om een reactie op een traumatische gebeurtenis die een van de orka’s mogelijk heeft meegemaakt met een zeilboot.

    Hij zegt dat het geen wraak kan worden genoemd – ‘dat zijn dingen die journalisten beweren’ –, maar eerder een reactie uit angst, een vorm van afweer tegen iets wat het vrouwtje dat de actie leidt heeft meegemaakt. Dit noemen biologen een ‘aversieve gebeurtenis’. ‘Het kan om een getraumatiseerd dier gaan dat op deze manier reageert om te voorkomen dat wat haar is overkomen opnieuw gebeurt.’ Misschien was het een ‘incident met een vislijn of met een haak’, zegt hij. Maar daarvoor zijn geen concrete aanwijzingen gevonden.

    Wat het ook is, hij gelooft dat dit vreemde gedrag ‘heel belangrijk’ is voor de orka die de groep aanvoert, omdat ze het zelfs blijft doen wanneer ze kalveren heeft. Vervolgens zouden de andere vrouwtjes haar imiteren, ‘omdat ze aannemen dat het een belangrijke actie is voor de clan, iets nuttigs, iets fundamenteels’, zegt López, al moeten we er volgens hem voor waken orka’s menselijke motivaties toe te schrijven. 

    Hij geeft aan dat dit slechts een hypothese is. Het zou ook een spel of gewoon nieuwsgierigheid kunnen zijn. Hoewel degenen die het is overkomen het zien als een aanval, als een gevaarlijke situatie die eindigt met een hulpoproep aan de kustwacht, weigert hij het een aanval te noemen. ‘We noemen het een interactie en geen aanval, omdat we de bedoelingen van het dier niet kunnen beoordelen. Ze hebben geen agressieve houding.’ Ze hebben niet de intentie om de bemanning pijn te doen, zegt hij, ‘maar om de een of andere reden willen ze de boot tegenhouden, dat is alles… En in veel gevallen slagen ze daarin.’

    López wijst erop dat walvisachtigen geen wrok koesteren en herinnert zich zijn ervaringen met dolfijnen in Galicische riviermondingen die gewond waren geraakt door harpoenen. ‘Toen we ze benaderden om ze te behandelen, reageerden ze niet negatief op ons. Het zijn geen haatdragende dieren.’ Eén ding is duidelijk: hoewel er voorvallen zijn geweest in andere delen van de wereld, heeft er niet één plaatsgevonden ‘met een soortgelijke intensiteit of hardnekkigheid’.

    De Stephanis is sceptischer over de thesis van de traumatische gebeurtenis en trekt voorlopig geen conclusies. ‘Het zou ook kunnen dat ze het gewoon uit nieuwsgierigheid doen, als een spel. Dat ze experimenteren en imiteren en meer niet.’

    Imiteren

    Wat een spel is voor de orka’s, is een onthutsende en angstaanjagende ervaring voor veel van de zeilers die hun acties ondergaan. Ook voor de meest ervarenen onder hen. ‘We zullen waarschijnlijk nooit zeker weten waarom ze het doen,’ zegt De Stephanis, die de vaardigheden van het dier roemt maar de wijdverspreide mythe dat ze zeer intelligent zijn bagatelliseert. ‘Ik denk niet dat ze in staat zijn om te beseffen dat ze een schip tegenhouden. Maar ze zijn wel in staat om gewoonten en kennis op elkaar over te brengen, om te imiteren wat andere orka’s doen. En in dit geval hebben ze geleerd om een roer te breken.’ In zekere zin, oppert hij, is het alsof je een kind in een supermarkt achterlaat. Het zal alles aanraken, ermee spelen en experimenteren.

    Op grond van de volgacties van De Stephanis en zijn assistenten worden de routes van de orka’s in de Straat van Gibraltar vastgelegd. Het is bijvoorbeeld bekend dat ze zich relatief weinig verplaatsen als ze genoeg voedsel in de buurt hebben, dat ze in dat geval langere tijd in gebieden van slechts 30 vierkante kilometer kunnen verblijven.

    Met deze informatie is het aan de autoriteiten om te beslissen wat te doen. Hoe ze zeilers kunnen beschermen tegen dit fenomeen dat uniek is in de wereld en zich in de eerste helft van dit jaar vaker heeft voorgedaan dan ooit tevoren. Wellicht door in de gebieden waar ze voorkomen een vaarverbod in te stellen. 

    Een van de grote uitdagingen is de manier waarop informatie kan worden verstrekt. Het is onwenselijk om de locatie van de orka’s in realtime door te geven vanwege nieuwsgierige toeschouwers en toeristen die massaal naar het gebied zouden kunnen trekken. Zolang het onderzoek loopt, blijft dat probleem bestaan. En daarmee ook het mysterie: de zwarte (en witte) legende van de orka’s in de Straat van Gibraltar.

    Lees ook:

  • Onrust in Berlijn om mogelijke loslopende leeuwin

    Onrust in Berlijn om mogelijke loslopende leeuwin

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Twintig jaar geëist tegen Russische oppositieleider Navalny

    » Google ontwikkelt AI-tool die zelf nieuwsverhalen schrijft

    De leeuwin zou een wild zwijn hebben doodgebeten

    In en rond Berlijn is een grootschalige zoekactie op touw gezet naar een vermoedelijk ontsnapte leeuwin. Dat schrijft Frankfürter Allgemeine Zeitung. De Duitse politie zoekt met onder meer drones, pantservoertuigen en helikopters naar het roofdier, dat in de buurt van de hoofdstad rondloopt en mogelijk gevaarlijk is voor mensen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De leeuwin werd woensdagnacht gefilmd door een voorbijganger en er zijn berichten dat het dier een wild zwijn heeft doodgebeten, wat erop kan duiden dat het dier hongerig is. Autoriteiten pogen de leeuwin op diervriendelijke manier te vangen en naar een opvang in een ander land te brengen. Bewoners wordt intussen gevraagd binnen te blijven en hun huisdieren niet uit te laten.

    Het houden van leeuwen is niet geheel illegaal in Duitsland, waardoor vermoedens bestaan dat het dier mogelijk is ontsnapt uit particulier gevangenschap. In Brandenburg, de deelstaat die grenst aan Berlijn, mogen mensen bijvoorbeeld leeuwenwelpjes houden. Circussen en dierentuinen hebben al aangegeven geen leeuwin te missen. Autoriteiten gaan er voorlopig vanuit dat de leeuwin zich niet in de stad Berlijn bevindt, maar daarbuiten.

    Lees ook:

  • IJsland schort de walvisjacht op vanwege dierenwelzijn

    IJsland schort de walvisjacht op vanwege dierenwelzijn

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » China: minstens 31 mensen gedood door een explosie in een restaurant

    » VS geven groen licht aan kweekvlees voor de consumentenmarkt

    Mogelijk betekent dit de gehele afschaffing van de walvisvaart

    De IJslandse regering kondigde dinsdag aan dat de walvisjacht wordt opgeschort tot ten minste eind augustus. Minister van Voedsel Svandís Svavarsdóttir nam de beslissing na de publicatie van een rapport van het voedselagentschap van het land, waarin wordt gesteld dat de walvisjacht niet in overeenstemming is met de wetten voor dierenwelzijn, bericht Vísir.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hvalur, het laatste actieve walvisvaartbedrijf van het land, ‘heeft lang volgehouden dat walvissen onmiddellijk sterven nadat ze zijn geharpoeneerd’, aldus Reykjavik Grapevine. Maar het rapport onthult dat walvissen ‘er gemiddeld 11,5 minuut over doen om te sterven, waarbij sommige meer dan twee uur tegenstribbelen’.

    Het is onwaarschijnlijk dat de walvisvangst na 31 augustus wordt hervat. De vangsten zijn de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald door een afname van de vraag naar walvisvlees. Het bedrijf Hvalur heeft al aangekondigd dat dit seizoen het laatste zal zijn vanwege de afnemende winstgevendheid van de walvisvisserij.

    Lees ook:

  • Hoe de wilde koeien van Cedar Island al zwemmend een orkaan overleefden

    Hoe de wilde koeien van Cedar Island al zwemmend een orkaan overleefden

    Toen een vloedgolf tientallen wilde paarden en koeien wegvaagde van de kust van North Carolina, had niemand verwacht dat er overlevers zouden zijn. Tot er hoefafdrukken in het zand verschenen. ‘Koeien zijn stoïcijnen; ze verbijten zich.’

    De wilde paarden hebben allemaal een naam. Ze heten bijvoorbeeld Ronald, Becky of Clyde. Het klinkt wat gewoontjes, zelfs voor een paard, en toch is elke naam een soort ereteken. Want al jarenlang vernoemen de bewoners van Cedar Island in North Carolina ieder veulen dat in de plaatselijke kudde mustangs geboren wordt, naar de oudste nog levende persoon die zijn naam nog niet aan een paard gegeven heeft. Op die manier is elke eilandfamilie van oudsher verbonden met de kudde.  

    Cedar Island, gelegen in een deel van North Carolina dat bekendstaat als Down East, is wat tegenwoordig in de Verenigde Staten doorgaat als afgelegen. Hoewel het in vogelvlucht maar 65 kilometer verwijderd ligt van Cape Hatteras, met zijn toeristen, hypotheekmakelaars en restaurants met namen als Dirty Dick’s Crab House, blijft Cedar Island een plaats met slechts een handvol mensen en bedrijven, waar het onzeker is of je op zondagavond in een restaurant terecht kunt – of zelfs maar een bord hush puppies [gefrituurde maisdeegballetjes] kunt scoren. Bij aankomst merk je niet eens dat Cedar Island een eiland is. Als je de hoge Monroe Gaskill Memorial Bridge oprijdt, die het eiland met het vasteland verbindt, kun je gemakkelijk denken dat je een van de vele rustige, meanderende rivieren in de regio oversteekt. In feite is het de Thorofare, een smal zoutwaterkanaal dat de Pamlico Sound in het noorden en de Core Sound in het zuiden met elkaar verbindt. De Pamlico is een van de grootste lagunes aan de Amerikaanse kust, de Core is smal en compact. Cedar Island ligt ertussenin, en samen worden ze omsloten door de Outer Banks.

    Onder het kolkende geweld van orkaan Dorian veranderde Cedar Island compleet

    Ik schreef net dat Cedar Island twee lagunes scheidt, en op de kaart klopt dat ook. Maar in werkelijkheid is het gebied minder afgebakend. Delen van het kleine eiland staan soms onder water, afhankelijk van de wind, het getij en het seizoen, met name tijdens het orkaanseizoen.

    Het amfibische karakter van Cedar Island was nog nooit zo duidelijk als op de ochtend van 6 september 2019. Onder het kolkende geweld van orkaan Dorian veranderde het gebied compleet. De Pamlico en Core Sound voegden zich samen tot één woeste watermassa, die Cedar Island deed slinken tot een fractie van zijn oppervlakte. Het eiland was niet langer gescheiden van het vasteland door de dunne blauwe lijn van de Thorofare, maar door bijna tien kilometer oceaan.

    Mustangs

    De meeste van de pakweg tweehonderdvijftig mensen die op het eiland woonden zaten veilig in hun huizen die gebouwd waren op een strook niet al te hoge grond, maar precies hoog genoeg om de gesel van de orkanen te doorstaan. De wilde paarden daarentegen – negenenveertig in totaal – hadden een probleem.

    Er waren ook enkele koeien. Die hadden geen naam.

    Er bestaat niet zoiets als een echte wilde koe. Hoewel de runderen op Cedar Island min of meer vrij rondlopen, heten ze in vaktermen ‘verwilderd’ – het zijn de afstammelingen van ontsnapte gedomesticeerde dieren. De mustangs op het eiland zijn ook verwilderd, en bezoekers komen vaak naar Cedar Island in de hoop de zogenaamde ‘bankerpaarden’ te zien. Maar bijna niemand komt speciaal naar het eiland om de ‘zeekoeien’ te fotograferen. 

    Door heel Amerika is de mustang – met zijn wapperende manen en roffelende hoeven – de aardse belichaming van schoonheid en vrijheid

    Toch zijn de koeien opvallende verschijningen. Hun kleur varieert, maar de meeste hebben een blonde vacht die past bij het witte zand en de schittering van de zon op de noordelijke kaap van Cedar Island, waar zowel koeien als paarden rondzwerven. Toeristen zijn blij als ze de koeien zien maar toch niet zo blij als met de paarden. Hier en door heel Amerika is de mustang – met zijn wapperende manen en roffelende hoeven – de aardse belichaming van schoonheid en vrijheid. Voor de koeien geldt dat niet.

    Voor de bewoners van Cedar Island maken de koeien deel uit van wat hun thuis zo eigen maakt, vormen ze een dierbaar en vertrouwd onderdeel van de gemeenschap en haar geschiedenis. In feite zijn de koeien al veel langer op het eiland dan de mustangs, die drie decennia geleden werden overgeplaatst uit de bekendere Shackleford Banks-kudde. Maar de relatie die mensen op het eiland hebben met paarden is anders dan die met koeien, zoals bijna overal ter wereld geldt.

    ‘Vroeger was dit paardenland,’ zegt Priscilla Styron, die al dertig jaar op Cedar Island of in de omgeving woont en op de veerbootterminal werkt. ‘Iedereen reed paard, er waren Pony Pennings [een jaarlijks event], we deden van alles. Iedereen was altijd aan het paardrijden.’ Wat de koeien betreft was het niet zo lang geleden voor eilanders nog normaal om er een van het strand te halen, om ze thuis vet te mesten en te slachten. 

    Toen orkaan Dorian Cedar Island naderde, maakte niemand zich druk om de dieren. Een eilandbewoner, die zichzelf een ‘eenvoudige boerenjongen’ noemt en zijn naam niet vermeld wil zien, lacht om het idee dat wilde dieren zich zouden laten bijeendrijven en van het eiland voeren tot de storm voorbij is. Niet dat iemand dacht dat het nodig was, aldus Priscilla Styron. ‘Meestal beschermen ze zichzelf, je hoeft je er geen zorgen om te maken,’ zegt ze. ‘Ze hebben betere zintuigen dan wij.’ Cedar Island had nog nooit meer dan een of twee exemplaren van zijn wilde kudden verloren in een storm – en Down East heeft meer dan genoeg dieren.

    Een Cedar Island-koe heeft een redelijke kans om haar tienerleeftijd te halen, en soms zelfs haar dertigste verjaardag

    In 2019 liepen er misschien vijfentwintig koeien op het eiland – niemand wist het zeker, want niemand hield de telling bij, zelfs niet de bewoners die op hun runderbuurtjes gesteld waren. Voor ten minste enkele koeien was Dorian niets nieuws. Weinig koeien in Amerika leven langer dan zes jaar; de meeste worden veel jonger geslacht. Maar een Cedar Island-koe heeft een redelijke kans om haar tienerleeftijd te halen, en soms zelfs haar dertigste verjaardag. Een koe die in 2019 twintig jaar oud was, kon minstens tien orkanen hebben meegemaakt: Dennis, Floyd, Isabel, Alex, Ophelia, Arthur, Matthew, Florence en twee Irenes. De kudde kon rekenen op de ervaring van de ouderen.

    Complex sociaal gedrag

    Biologen hebben pas onlangs ontdekt dat koeien complex sociaal gedrag vertonen, en dat ze diepgaand inzicht hebben, wat we niet zouden verwachten van dieren die we typeren als slonzig, zachtaardig en sloom. Een wilde kudde organiseert bijvoorbeeld crèches en deelt de kalveren in leeftijdsgroepen in. Meestal staat zo’n crèche onder toezicht van één volwassen koe terwijl de rest gaat grazen. Dat werkt alleen als de oppassers begrijpen dat het hun taak is te zorgen voor de kalveren die niet van hen zijn, zelfs als ze daardoor genoegen moeten nemen met minderwaardig voer terwijl de anderen van groenere weiden genieten. En de kalveren moeten snappen dat ze onder toezicht staan, ook al is hun moeder uit het zicht.

    Niemand legde vast hoe de koeien reageerden toen Dorian naderde, maar evolutiebioloog Mónica Padilla de la Torre kan ons een goed beeld geven. ‘Ze zijn meestal niet bang voor storm. Ze houden van storm,’ vertelt Padilla. ‘Ze houden van koelte en schaduw, en ze zijn blij als het regent.’

    Toen orkanen nog niet werden opgespoord door satellieten en weerradars, waren koeien nuttige voorspellers

    Nog voor de orkaan aan de zuidelijke horizon opdoemde, begon de kudde zich waarschijnlijk al te verplaatsen – met die gebruikelijke traagheid van vee, dat maanwandelgangetje – naar een schuilplek. Toen orkanen nog niet werden opgespoord door satellieten en weerradars, waren koeien nuttige voorspellers. De migratie, vertelt Padilla, werd geïnitieerd door de leiders van de kudde. Bij vee wordt de pikorde vastgesteld na een gewelddadig treffen, en als dat eenmaal geregeld is, ontstaat er een goedaardige dictatuur. De leiders krijgen de beste plaatsen om te eten en de beste schaduw om in te liggen, en ze nemen belangrijke beslissingen, zoals wanneer het met een storm op komst tijd is om zich terug te trekken naar hoger gelegen gebied. 

    Voor het vee van Cedar Island was hoger gelegen gebied een berm van met kreupelhout bedekte duinen tussen het strand en het moerasland in. Daar graasden de koeien en kauwden en herkauwden ze, letterlijk. Het ruwe voer passeert een spijsverteringsorgaan, de pens, dat mensen niet hebben. Ze leken helemaal niet in paniek maar vormden een bucolisch tafereel, afgeleid van het Griekse woord boukolos, dat ‘koeherder’ betekent.

    Een goede waarnemer, zegt Padilla, kon subtiele verschillen tussen de dieren hebben opgemerkt: moeders die waakzaam of onbezorgd waren, kalveren die speels of lui waren, overduidelijke eenlingen of paren die elkaar likten of verzorgden. Padilla heeft eens maandenlang de communicatie van koeien bestudeerd – ik vond haar woordspeling ‘koe-municatie’ verrassend sterk – door de in het wild lopende dieren die ze observeerde met bijnamen als Dark Face en Black Udder [Zwarte Uier], te onthouden. (Ze besefte toen nog niet dat die laatste een perfecte verwijzing is naar de klassieke Britse tv-komedie Blackadder. Wat is dat toch met koeien en woordspelingen?) Op Cedar Island, vertelt Padilla, was het niet zomaar een kudde die geconfronteerd met een storm. Het was een groep individuen, elk met persoonlijke relaties, inclusief wat Padilla zonder meer vriendschappen noemt. 

    Orkaan Dorian

    Dorian arriveerde in het diepe duister van de eerste uren van 6 september. Drie dagen eerder had hij de Bahama’s geteisterd met windsnelheden van bijna 300 kilometer per uur, waarmee de orkaan het record verbrak voor de windsnelheid van een Atlantische cycloon die ooit aan land werd gemeten. Sommige waarnemers stelden zelfs voor hem als een categorie zes te classificeren op de vijfpuntsschaal van orkaankracht. Tegen de tijd dat hij North Carolina bereikte was hij wat afgezwakt, maar het was nog steeds een orkaan. Pikzwarte wolken pakten zich samen voor de maan en de sterren. De lichtjes van Cedar Island flikkerden met moeite door de regen heen. De orkaan raasde langs de kust op weg naar Cape Hatteras. Voor hij daar aan land ging, zweepte hij de Pamlico en Core Sound op tot een schuimende, spuitende massa, brullend blies hij zandplaten richting de duinen. Het struikgewas waaronder de koeien waarschijnlijk hun toevlucht hadden gezocht en dat door de voortdurende landinwaartse bries al steeds gebogen staat, kromp nog meer ineen onder het gebeuk van de storm. Dorian bereikte op Cedar Island een windstoot van 117 kilometer per uur – de sterkste die in de staat gemeten werd.

    Toen het oog van orkaan Dorian griezelig kalm over het eiland was getrokken en de windsnelheid daalde tot slechts een stevige bries, leek er weinig meer te vrezen. De achterste helft van de storm moest nog komen, maar de bewoners van Cedar Island, mens of geen mens, hadden erger gezien. Zelfs in het laagseizoen heeft de kust van North Carolina te maken met orkanen. Als je beelden ziet van een strandhuis dat instort in de beukende branding, is de kans groot dat het is opgenomen op de Outer Banks. Wie rondrijdt in Down East ziet veel huizen op drie meter hoge palen; in sommige woningen kom je alleen met een lift op de eerste verdieping. Op kaarten is te zien dat een groot gebied van de Outer Banks, waaronder het grootste deel van Cedar Island en enorme delen van het vasteland, als de zeespiegel met iets meer dan dertig centimeter stijgt, onder water staat. Toch maken de bewoners geen aanstalten om te vertrekken. De klappen opvangen, daar zijn ze hier geoefend in.

    Maar in dit geval gebeurde er iets ongewoons toen het centrum van de storm naar het noorden trok. Rond half zes ’s ochtends kreeg Sherman Goodwin, eigenaar van Island’s Choice, de enige winkel annex tankstation op Cedar Island, een telefoontje van een vriend die vlak bij de winkel woonde. Er was in het gebied een stormvloed aan het opkomen, zei de vriend. Een kwartier later, toen Goodwin door het schemerige ochtendlicht naar zijn winkel reed, was het water zo erg gestegen dat het over de motorkap van zijn Chevy-truck sloeg, die door de offroad-ophanging en de terreinbanden ook nog eens extra hoog is. ‘Het leek een vloedgolf die binnenstroomde,’ zei Goodwin. ‘Het ging heel snel.’

    Om te begrijpen wat er die ochtend op Cedar Island gebeurde, moet je je voorstellen dat je over het oppervlak van hete soep blaast

    Tegen de tijd dat Sherman en zijn vrouw Velvet – ‘Mijn moeder vond die film National Velvet zo leuk’ – hun winkel bereikten, moesten ze in het gebouw schuilen. Velvet zag in de storm een kikker langs een raam voorbij vliegen. Een schildpad spoelde aan tot bovenaan de trap bij de ingang. ‘Het scheelde niet veel of hij kwam de winkel binnen,’ zegt Sherman. Op een foto is te zien hoe de benzinepompen onderliepen tot aan de prijstikkers.

    Om te begrijpen wat er die ochtend op Cedar Island gebeurde, moet je je voorstellen dat je over het oppervlak van hete soep blaast. De vloeistof gaat rimpelen en klotst tegen de andere kant van de kom. Dat effect had Dorian ook op de Pamlico Sound, maar hier ging het om een constante, krachtige wind die uren aanhield.

    De orkaan stuwde het water naar de kust van het vasteland, dat in de woorden van Chris Sherwood, oceanograaf bij de U.S. Geological Survey (USGS), ‘absoluut perfect’ is om water binnen te krijgen dat door de wind is aangedreven. De rivieren Bay, Neuse, Pamlico en Pungo stromen in de Pamlico Sound door brede mondingen die het water net zo gemakkelijk binnenlaten als uitstoten. Een groot deel van de overige kustlijn is een enorme spons van moerassen. Wat zich in deze verzameling waterbekkens ophoopt, is in feite een berg van water die door de wind op zijn plaats wordt gehouden.

    Mensen die de geluiden van North Carolina kennen, weten welke trucs de felle wind kan uithalen. Kusthistoricus David Stick legde eens uit dat tijdens een orkaan achthonderd meter zeebodem in de luwte van de Outer Banks bloot kan komen te liggen als het zeewater naar het westen wordt gestuwd. Wanneer dat gebeurt, kan er een bizar fenomeen optreden: van de landzijde kan nog een stormvloed komen die de eilanden voor de kust treft in wat een overstroming aan ‘Sound’-kant wordt genoemd. Wetenschappers kennen het als een seiche [haling].

    De lawine van zeewater was gelijk aan ongeveer een derde van het gemiddelde debiet van de Amazonerivier

    Toen het oog van Dorian de Pamlico Sound passeerde, begon de seiche die door de storm was veroorzaakt weer in te storten. Vervolgens begon de wind die vanuit de zuidelijke helft van de orkaan blies, dus in de tegengestelde richting, het water terug te drijven in de richting waar het vandaan kwam. In zekere zin daalde de seiche ook; het oceaangetij trok zich in de vroege ochtenduren terug, terwijl de orkaan, die nog steeds druk zette op de Atlantische Oceaan, het water naar het oosten dwong en een depressie achterliet. Deze krachten werkten samen om de seiche, die drie meter hoger was dan het waterpeil van de oceaan, uit de Pamlico Sound in oostelijke richting naar de Atlantische Oceaan te sturen.

    Vloedgolf

    De lawine van zeewater was gigantisch, gelijk aan ongeveer een derde van het gemiddelde debiet van de Amazonerivier, verreweg de grootste rivier ter wereld. De Amazone echter stroomt in zee via een enorme riviermond. De vloedgolf van Dorian probeerde de open Atlantische Oceaan te bereiken langs de ‘dijk’ die de Outer Banks-eilanden vormen, gescheiden van elkaar door slechts enkele nauwe kanaaltjes. Aan de zuidkant van de Pamlico Sound bevond zich een extra obstakel: Cedar Island.

    Het water ging niet om het eiland heen. Het overspoelde het.

    De vloedgolf verdween bijna net zo snel als hij was gekomen en trok verder naar de Outer Banks, waar hij zich op het eiland Ocracoke stortte als een muur van water die hoger was dan ze er ooit hadden gezien. Zodra Dorian was gepasseerd, begon het overstromingswater zich terug te trekken. Op Cedar Island bleef in de gebouwen een dikke, vettige smurrie achter en de wegen lagen vol puin, maar er werden geen ernstige gewonden gemeld. Meer dan een derde van de gebouwen op Ocracoke was beschadigd, maar voor zover bekend waren er geen doden gevallen.

    ‘Moeder Natuur heeft ze aan ons gegeven en dus kan Moeder Natuur ze ook weer van ons afnemen’

    Zodra de oceaan voldoende gekalmeerd was en de eilandbewoners weer konden uitvaren, kwam het eerste nieuws naar buiten over verliezen uit de kuddes paarden en rundvee van Cedar. ‘Toen zagen ze er veel,’ zegt Styron. ‘Ik bedoel: drijvend.’ Dat Cedar Islanders hun hart niet op de tong dragen over zulke dingen, blijkt duidelijk uit de reactie van een anonieme bron als ik vraag wat de mensen erbij voelden dat veel dieren waren omgekomen. Na een ongemakkelijke pauze zegt hij: ‘Dat kun je wel raden, toch?’ En hij voegt eraan toe: ‘Moeder Natuur heeft ze aan ons gegeven en dus kan Moeder Natuur ze ook weer van ons afnemen.’ 

    Als er al getuigen waren van wat er was gebeurd met de wilde kuddes van Cedar Island, dan hebben ze zich niet gemeld. Maar hoogstwaarschijnlijk heeft niemand iets gezien, want de vloedgolf kwam zonder waarschuwing in de duisternis, en de paarden en koeien liepen vaak ver bij de huizen vandaan. De dieren zullen niet diep geslapen hebben die vroege ochtend – wilde dieren zijn ’s nachts waakzamer dan mensen die veilig in hun huizen zitten. Toch waren ze misschien minder alert geworden, omdat ze voelden dat ze de zoveelste orkaan hadden overleefd.

    Dan komt plotseling de zee het land op. Bijna drie meter hoog water bedekt de stranden. Het zet de moerassen onder, waar de koeien zich tegoed doen aan zeehaver en zeegras, en het stroomt over de laagste duinen. Uit het onderzoek van Padilla weten we hoe het schouwspel moet hebben geklonken: hoog, staccato geloei – de alarmkreet van een koe – schalt door de vochtige lucht, het gekrijs van de kalveren wedijvert met het brullen van de wind en de branding. In het water dat met duizelingwekkende snelheid stijgt, zoeken moederkoeien in allerijl naar hun jongen, terwijl rundermaatjes vechten om niet van elkaar gescheiden te worden.

    Achtentwintig paarden zijn weggevaagd. Niemand weet precies hoeveel koeien er zijn meegesleurd – vier van hen lukt het aan land te blijven, en plaatselijke bewoners schatten later dat tussen vijftien en twintig dieren door de vloed zijn meegenomen. Waarschijnlijk tilde het water hun hoeven van de grond, het ene dier na het andere, eerst de veulens en kalfjes, daarna de volwassenen. Tot ze allemaal in de storm waren verdwenen.

    Ander kaliber

    De eilanden die gezamenlijk bekendstaan als de Core Banks, gelegen ten zuidoosten van Cedar Island, zijn ongeveer 60 kilometer lang en in de meeste gevallen nog geen anderhalve kilometer breed. Op de kaart zien ze eruit als een skeletachtige vinger die treurig naar de Noord-Atlantische Oceaan wijst. Zoals de meeste wadeilanden zijn ze laag – ongeveer 2,5 meter boven zeeniveau, met de hoogste duinen tot 7,5 meter – en samen vormen ze de Cape Lookout National Seashore, een beschermd natuurgebied. Orkanen houden altijd flink huis op wadeilanden, maar op de ochtend van 7 september 2019, de dag nadat orkaan Dorian toesloeg, werd duidelijk dat deze storm van een ander kaliber was.

    Voor de orkaan over het gebied trok, waren North en South Core Banks van elkaar gescheiden door één passage, de Ophelia Inlet. Na de storm ontstonden er 99 extra kanalen, die de wadeilanden in 101 stukken verdeelden. Het waren niet gewoon inhammen, maar echte doorgangen. De seiche die over Cedar Island spoelde, botste tegen de wadeilanden en boorde zich er dwars doorheen. ‘In de geschiedenis van het park hadden we aan de Sound-kant nog nooit zoiets gezien als na orkaan Dorian,’ vertelt Jeff West, beheerder van Cape Lookout National Seashore. ‘Ik kreeg vaak het verwijt dat ik twintig procent van het park had laten verdwijnen.’

    West zat op de eerste onderhoudsboot die van Cedar Island naar de Outer Banks voer. Hij meerde aan bij een Park Service-plek enkele kilometers noordwaarts op de Outer Banks en reed in een terreinwagen het strand af. Na vijftig meter kwam hij bij de eerste doorgang. Toen hij tot aan zijn nek in het water stond, vond hij het eerste karkas. Hij nam niet de tijd om vast te stellen of het een paard of een koe was. ‘Soms vinden grote vissen ze lekker,’ vertelt hij.

    Uiteindelijk vindt het personeel van Cape Lookout bijna vijfentwintig dode paarden en koeien, en ook herten en zeevogels. De meeste lagen langs de openzeezijde van de South Core Banks, waarschijnlijk door Ophelia Inlet binnengedreven, voordat ze op het strand aanspoelden. De karkassen die het verst weg lagen werden gevonden bij de vuurtoren van Cape Lookout, bijna vijftig kilometer verwijderd van de plek waar de dieren in zee terechtkwamen.

    Op Cedar Island waren ook zwemmende koeien gespot

    Werkers van Cape Lookout begroeven de lichamen die niet door het tij waren meegevoerd.  

    De meeste media-aandacht ging naar de schade die was aangericht op het eiland Ocracoke. In het eerste bericht over de verloren kuddes van Cedar Island werd alleen gesproken over de verdronken paarden; de koeien kwamen pas in latere artikelen aan de beurt. In de nieuwsstroom dook een futiel berichtje op dat algauw werd vergeten toen de Democraten in het Congres een afzettingsprocedure tegen Donald Trump overhandigden.  

    De vraag is of koeien kunnen zwemmen. Dat kunnen ze. Wie kent niet de beelden van cowboys in het Wilde Westen die met hun kudde een diepe rivier oversteken, om ze naar groene weides of naar de markt te brengen? Op Cedar Island waren ook zwemmende koeien gespot. Een vaste bezoeker beschrijft ‘schattige kalfjes’ die in de rij staan om de oversteek te maken naar Hog Island, net ten zuidoosten van Cedar Island in de Core Sound. ‘Ik had zoiets van: Niet doen! Het is wel een halve kilometer, dat kunnen jullie niet,’ zegt hij. Maar voor de kalveren bleek het een makkie.

    Een smal kanaal oversteken bij kalme zee is één ding, zwemmen tijdens een orkaan is totaal iets anders. Je moest wel erg optimistisch zijn om te geloven dat er dieren van Cedar Island waren die het hadden overleefd. ‘Door hoe de wind waaide was het volgens mij extreem zwaar om je hoofd boven water te houden. Je moest zwemmen terwijl de golven over je heen sloegen,’ zegt Pam Flynn, een gepensioneerde kleuterleidster die sinds 1972 in Down East woont en heeft gezocht naar overlevende dieren. ‘Het moet een marteling zijn geweest, die laatste momenten vol angst en pijn. Hartverscheurend.’

    Pootafdrukken

    Een maand ging voorbij. Als snel slibden de geulen weer dicht door de wind en de golven, maar wat vroeger de zuidelijke punt van de North Core Banks was, bleef twee jaar lang een apart eiland: Middle Core Banks. Op een dag begin oktober stapten leden van het team natuurbeheer van Cape Lookout in hun terreinwagen voor een routineklus op de Middle Core Banks. Bijna dagelijks speurden ze het strand af naar nesten van zeeschildpadden en vogels die gered moesten worden van een populair Amerikaans tijdverdrijf: strandrijden. Dit keer zagen ze iets heel anders: de sporen van een of ander groot dier. Ze waren te groot om van een hert te zijn, en ze hadden twee tenen in plaats van een hoef, dus ze konden niet van een paard zijn. Het kon niet anders of het waren de pootafdrukken van een koe. Een koe van Cedar Island.

    ‘Ik kon het eerst niet geloven,’ zegt West. Als het hulpteam hem foto’s van de pootafdrukken stuurt, wil West niets liever dan deze overlevende koe met eigen ogen zien.

    West bracht zijn jeugd door op een ranch vlak bij Temple, Texas, waar hij leerde om koeiensporen te volgen. Die ervaring zou hem nu van pas komen. In de dagen nadat de hoefafdrukken waren ontdekt, bleek de koe hen steeds te vlug af te zijn, want nog niemand van de National Park Service had haar gezien. Vaak zijn de koeien van Cedar Island ’s nachts actief en verplaatsen ze zich zo snel als schimmen. En hoewel Middle en North Core Banks op sommige plekken zo smal zijn dat je in drie minuten van de Sound-kant naar de Atlantische kant loopt, bestaan ze vooral uit een labyrint van meertjes, moerassen en struikgewas waar het stikt van de vliegen. Bovendien hadden de reddingswerkers ook op de kleine, aangrenzende eilandjes hoefafdrukken gezien; ondanks haar recente zeeavontuur bleek de koe nog steeds korte oversteken te maken. ‘Totaal niet bang om te zwemmen,’ zegt West met bewondering in zijn stem.

    Uiteindelijk vond hij het dier per toeval. West was uitgevaren naar Long Point op North Core Banks, waar enkele rustieke houten hutten stonden die het parkbeheer toen alles nog normaal was verhuurde aan toeristen. De stormvloed had twee stevige bouwwerken verwoest die de door Dorian geteisterde hutten van elektriciteit en gezuiverd water voorzagen. En daar staat hij op z’n dooie gemak te grazen, een duinkleurige koe in de duinen. Zijn vacht lijkt op goudkleurig zand dat over wit zand heen is geblazen. Hij is stevig gespierd en een beetje aan de zware kant: een doodgewone koe.

    ‘We waren ongelooflijk blij toen we de koeien zagen’

    ‘Krijg nou wat, als dat geen koe is!’ West herinnert zich dat hij het hardop zei. ‘Ik kon mijn eigen ogen niet geloven.’ De koe schrok toen ze West zag en ging ervandoor. 

    West wist dat hij de koe moest weghalen. Dat was niet alleen het beste voor het beest zelf, maar ook voor de wilde fauna en flora in het natuurgebied. Het personeel van Cape Lookout had het echter te druk met het opnemen en herstellen van de schade die Dorian had aangericht en kon zich niet om een eigenzinnig rund bekommeren. Het nieuwtje over de overlever verspreidde zich als een lopend vuurtje zodra bezoekers weer naar de Core Banks gingen en de sporen zagen. Onder hen bevonden zich Pam Flynn en haar vriend Mike Carroll. ‘We bleven steeds weer teruggaan,’ zegt Flynn. Ten slotte hadden ze geluk. ‘We waren ongelooflijk blij toen we de koeien zagen.’

    Overlevers

    Inderdaad: niet koe maar koeien, want het waren er drie. De klassieke bleekblonde, die West had gezien, een andere met grote, lichtbruine vlekken als een oude wereldkaart, en een bleek, jongvolwassen exemplaar, waarschijnlijk het kalf van de eerste koe. Op de een of andere manier hadden ze het overleefd en elkaar gevonden, en samen vormden ze een minikudde. ‘Ik begon weer te geloven dat er ook goede dingen in het leven zijn, een sprankeltje hoop,’ zegt Flynn. ‘Een teken dat het goedkomt, zo van: Het is oké, we komen hier doorheen en gaan verder.’

    Op 12 november bracht de Charlotte Observer het verhaal van de overlevende koeien, en vervolgens brak er een mediacircus los op Cedar Island. Een onfortuinlijke plaatselijke figuur, die in de pers onjuist aangeduid werd als de eigenaar of verzorger (de koeien hebben geen van beiden), kreeg te maken met opdringerige verslaggevers aan de deur die hem achterna zaten op zijn eigen terrein. Vooral op televisie werd de geschiedenis van de overlevers gepresenteerd als een bizar goednieuwsverhaal. The Virginian-Pilot bestempelde hen als ‘de koeien die een natie in vervoering brachten’. 

    ‘Ik begon weer te geloven dat er ook goede dingen in het leven zijn’

    Het was het verrassingselement dat het verhaal zo aantrekkelijk maakte: in onze ogen zijn koeien domme, stuntelige, licht komische bruten, geen heldhaftige vechters. De media strooiden natuurlijk met woordspelingen, die het vitalistische verhaal een kinderachtig tintje gaven. Orkaan Dorian kwam ‘als een veedief in de nacht’ aan land en had ze ‘getemd’. Ze noemden het overleven van de koeien ‘een loeisterk verhaal’. The News&Observer uit Raleigh tweette: ‘Zeven kilometer “loeien” met de riemen die je hebt? Wie had gedacht dat koeien zo goed konden zwemmen?’

    Om in te schatten hoe ver de koeien tijdens hun beproeving hadden gezwommen, gingen de journalisten uit van de kortste afstand tussen Cedar Island en de Core Banks en voor hun metingen gebruikten ze digitale hulpmiddelen zoals Google Maps. De meesten schatten de zwemafstand op zes kilometer; NBC gaf de voorkeur aan het precieze getal 5,46 kilometer. Maar toen Alfredo Aretxabaleta, een oceanograaf die bij de USGS werkt, een van deze rechtlijnige metingen zag, leek die hem onjuist. ‘Tijdens een storm denk ik niet dat dit de route is die ze zouden nemen,’ zegt Aretxabaleta. Hij vermoedt dat hun reis langer was – veel langer.

    Aretxabaleta bestudeert de weg die objecten op drift afleggen, met behulp van computermodellen van wind, getijden en stromingen. Hij gooit soms traceerbare apparatuur in zee om te zien waar die heen drijft; zijn wetenschap wordt gekscherend ‘driftologie’ genoemd, maar helpt ons te begrijpen hoe klimaatverandering kusterosie kan beïnvloeden, waar olielozingen en andere soorten verontreiniging kunnen stromen, en waar we maritiem zoek- en reddingswerk moeten uitvoeren. ‘In zekere zin,’ zegt Aretxabaleta, ‘kan dit voorval met de koeien ons ook van nut  zijn bij zoek- en reddingsacties.’

    Toevallig groeide Aretxabaleta op in Spaans Baskenland, op een boerderij waar de koeien af en toe een duik namen in een irrigatievijver. (Zijn conclusie: ‘Het zijn geen goede zwemmers.’) Na orkaan Dorian begon Aretxabaleta in zijn vrije tijd de route te reconstrueren die de overlevende koeien van Cedar Island waarschijnlijk hadden afgelegd. Wat daaruit tevoorschijn kwam, strookte totaal niet met de theorie dat de koeien via de kortste route de Core Sound waren overgestoken. 

    Elke koe vecht niet zozeer om te zwemmen, maar om te blijven drijven

    Volgens Aretxabaleta’s model is de zee, als in de grijze nevel van het eerste licht de koeien worden meegesleurd, een chaos van kolkend, schuimend en opspattend water. Met hun ogen slechts een paar centimeter boven water, verliezen de koeien al snel het land uit het oog tussen golven van wel drie meter hoog; voor een koe is het bijna onmogelijk om de rest van de deinende kudde in de gaten te houden. Elke koe vecht niet zozeer om te zwemmen, maar om te blijven drijven. De stromingen en getijden zijn de baas, versterkt door de kracht van de storm.

    De dieren worden eerst met hoge snelheid naar het zuidoosten gestuwd langs de kust van Cedar Island en vervolgens naar het midden van de Core Sound, waar ze geleidelijk dichter naar de krachtige uitstroom bij Ophelia Inlet worden gezogen. Maar als het tij verandert van eb naar vloed, trekt Ophelia de dieren niet langer naar zich toe, maar duwt ze van zich af. Nu de oceaan weer de Sound in stroomt, wordt de kudde terug naar het noorden gedreven. Eindelijk keert het tij weer en heeft Core Sound vele tientallen nieuwe kanalen gevormd waardoor het water terug naar de Atlantische Oceaan wordt gestuwd. Net als in een badkuip met gaten, zijn het de grootste gaten die de sterkste zuigkracht hebben. Alle nog levende dieren worden weer naar Ophelia Inlet getrokken.

    Het vooruitzicht om door een kanaal te moeten zwemmen, kan angstaanjagend zijn. Surfers graven soms doorgangen tussen de zee en het zoetwater dat zich achter de duinen heeft verzameld; de stroming die in zulke kanalen ontstaat, bootst een rivierversnelling na, met golven die hoog genoeg zijn om op te surfen. De Core Sound is niet veel rustiger dan dat. Nadat het vee van Cedar Island wordt weggespoeld, zakt de wind zeven uur lang niet onder stormkracht en blijven de schuimkoppige golven veel langer hangen. De Core Sound heeft ondiepe plekken zoals zandbanken, en Aretxabaleta hield daar rekening mee in zijn simulaties. Toch is het volgens hem onwaarschijnlijk dat de koeien gedurende hun reis ook maar een ogenblik houvast hebben gevonden op de bodem.

    Zijn model verklaart hoe de koeien en paarden die dood werden gevonden op South Core Banks daar terechtkwamen, vervolgens de Ophelia Inlet werden ingezogen, om daarna aan de zuidkant in de open Atlantische Oceaan te verdwijnen. Volgens zijn schatting zwom geen van de overlevende koeien vier mijl in een rechte lijn. Aretxabaleta denkt dat de afstanden die de koeien levend of dood aflegden variëren van 45 tot bijna 65 kilometer. Zelfs de kortste afstand is aanzienlijk groter dan de afstand over het Engelse Kanaal. Dat is meer dan tien keer wat zwemmers afleggen in een Ironman-triatlon. Volgens de berekening van Aretxabaleta is de absoluut kortste periode die een koe in het water zou hebben gelegen 7,5 uur; de langste is 25 uur.

    Geluk of wijsheid?

    ‘Waren het mensen geweest, dan was het ongelooflijk. Ik bedoel, zoals Robinson Crusoë,’ zegt hij. ‘Het feit dat die drie koeien het hebben overleefd, is haast een wonder te noemen.’

    Maar stel dat we geen genoegen nemen met wonderen, laat staan een ‘loei van een wonder’ als dit! Stel dat we weigeren te geloven dat de koeien het puur toevallig hebben overleefd, dan nog kunnen we andere factoren in overweging nemen, die allemaal te maken hebben met hoe mensen rundvee behandelen.

    De eerste mogelijkheid is dat de koeien van Cedar Island hun beproeving konden doorstaan doordat ze een ras apart waren, niet figuurlijk maar letterlijk. Bloedgroep- en DNA-tests laten zien dat de wilde paarden die op Cedar Island leven waarschijnlijk afstammen van Spaanse koloniale paarden, die in 1521 met Juan Ponce de León in de Verenigde Staten aan land kwamen. Ook de koeien kunnen Spaans koloniaal bloed hebben; maar dat weet niemand, omdat hun genetische samenstelling nog moet worden bestudeerd. Zeker is dat er sinds 1584 runderen zijn achtergelaten of schipbreuk hebben geleden langs de kust van North Carolina. De Cedar Island-runderen zouden een afstamming van meer dan vier eeuwen kunnen hebben.

    Rundvee van Spaanse afkomst is berucht om zijn taaiheid

    Spaans koloniaal rundvee is anders dan de commerciële rassen die vandaag de dag de overhand hebben. ‘Ze leven lang, het zijn goede moeders en ze eten dingen die andere runderen niet eten,’ zegt Jeannette Beranger, senior programmamanager bij de Livestock Conservancy in Pittsboro, North Carolina. ‘En ze zijn slim. De lokale bewoners zeggen altijd: “Pas op dat ze je lunch niet stelen!”’

    Ze zijn ook berucht om hun taaiheid. In de tijd vóór de Burgeroorlog stond het pineywoods-rundvee van Spaanse afkomst er bijvoorbeeld om bekend dat het hitte kon verdragen, bestand was tegen ziekten en kon leven in een omgeving die te onherbergzaam was voor commerciële rassen. Het ruige karakter van de pineywoods-koeien leidde tot een heel andere relatie tussen hen en hun eigenaars dan we tegenwoordig zien in de industriële landbouw. Sommige veeboeren hadden zo veel respect voor hun vee dat ze niet toestonden dat er honden werden gebruikt die de dieren opjagen tijdens het bijeendrijven. Anderen vonden het verkeerd en onwaardig om de koeien binnen een omheining op te sluiten. Pas in de jaren 1950, met commercieel voer en gemotoriseerd materieel dat gebruikt werd om de weiden vrij te maken en te maaien, begonnen de pineywoods-kuddes te verdwijnen, hoewel een klein aantal boeren in het diepe zuiden ze nog steeds fokt.

    Phillip Sponenberg, een veterinair wetenschapper die al vijftig jaar zoekt naar de zuiverste afstammelingen van Spaans vee in de Verenigde Staten, bespeurt aanwijzingen dat de koeien van Cedar Island althans een spoortje van die afkomst dragen. ‘Sommige zijn hoofdzakelijk wit maar hebben wel donkere oren, ogen, neuzen en hoeven. Dat is een vrij uniek kleurenpatroon dat in Noord-Amerika vaak een Spaanse oorsprong heeft,’ zegt hij. Sommige Cedar Island-runderen hebben ook gedraaide hoorns als die van een Spaanse koloniale koe.

    Het feit dat er überhaupt koeien zijn die de vloedgolf van Dorian hebben overleefd, is een duidelijk bewijs dat het hier niet om gewoon rundvee gaat

    Verschillende deskundigen die ik sprak, zeggen dat het feit dat er überhaupt koeien zijn die de vloedgolf van Dorian hebben overleefd, een duidelijk bewijs is dat het hier niet om gewoon rundvee gaat. De meesten waren het erover eens dat geen enkel modern ras zo’n ramp zou hebben doorstaan. Hieruit blijkt hoe we koeien hebben gedegradeerd en er zwakke en hulpbehoevende dieren van hebben gemaakt. We voelen ons er comfortabel bij en kunnen de onprettige gedachte mijden dat deze dieren, die we zo graag eten, de orkaan konden overleven doordat ze dezelfde mentale energiebronnen hebben als wij in extreme omstandigheden. Niet alleen een aangeboren overlevingsinstinct dus, maar een sterke wil om te leven – sterk genoeg om een urenlange strijd op leven en dood vol te houden.

    Ik onderbreek hier mijn verhaal om te zeggen dat ik rundvlees eet. Mijn cornflakes eet ik met koemelk en in mijn kleerkast heb ik lederen schoenen en riemen. Toch stel ik net als veel andere mensen vragen bij het fokken en slachten van koeien. Het zijn ethische dilemma’s die ingewikkeld en zijn soms ronduit bizar. Maar ik had nooit gedacht dat ik nog eens bij de psychologie van de koe zou uitkomen. Ik wilde gewoon weten waarom de ene koe zwemmend een orkaan kon overleven en de andere niet.

    Koeienpsychologie

    Opmerkelijk genoeg voor een dier dat duizenden jaren voor het begin van de beschaving werd gedomesticeerd, stamt de wetenschappelijke bestudering van koeien, los van hun rol als vee, vooral van recente datum. Toen Mónica Padilla de la Torre meer dan tien jaar geleden het bestaande onderzoek naar communicatie tussen koeien bestudeerde, ontdekte ze tot haar verbazing dat er nog bijna niets over dit onderwerp was onderzocht. Daarom begon ze vanaf nul en ging ze de koeien door een verrekijker observeren, als een Dian Fossey van de weilanden. “Ik denk dat we de morele verantwoordelijkheid hebben om deze dieren, waar we al zo lang mee leven, te leren kennen,” zegt ze.

    Voor een artikel in 2017 las Lori Marino, een biopsycholoog, elke studie die ze kon vinden over koeienpsychologie. Opnieuw viel de vondst tegen. ‘Er valt nog veel te leren over deze dieren,’ zegt Marino. ‘Er bestaat weerstand om hun cognitieve, sociale en emotionele complexiteit werkelijk onder ogen te zien.’

    Het probleem is natuurlijk dat die complexiteit onze relatie met de soort kan verstoren. Onze houding ten opzichte van koeien komt volgens Marino voort uit de heersende ideologie die hen afschildert als saaie wezens die hun leventje wel goed vinden zo, ook al bestaat dat leventje uit overbevolkte stallen, onbehandelde kreupelheid, brandwonden door een gloeiend heet ijzer en kalveren die bij ze worden weggehaald – praktijken die van alledag zijn in de moderne bio-industrie.

    Koeien zijn stoïcijnen; ze verbijten zich

    In Marino’s analyse van het beschikbare onderzoek stelde zij echter vast dat koeien ‘een zeer gevoelige tastzin hebben’ en dat ze op dezelfde manier reageren op letsel of mogelijke pijn als honden, katten en mensen: ze vermijden deze door te hinken, kreunen en tandenknarsen, en vertonen als ze pijn hebben een hoger gehalte aan stresshormonen in hun bloed. Maar hevige pijn en stress zijn bij koeien wellicht moeilijker te herkennen, doordat ze zich als prooidieren evolutionair zo hebben aangepast dat ze geen enkel teken van zwakheid tonen dat roofdieren zou kunnen aantrekken. Koeien zijn stoïcijnen; ze verbijten zich.

    Hoewel er weinig bekend is over koeienpsychologie, vond ik wat ik las toch verrassend. Het raakte me om te horen dat koeien elkaar gemakkelijk herkennen en dat ze in staat zijn koeien van welk ras dan ook te onderscheiden van andere diersoorten. Koeien kunnen met gemak door fysieke doolhoven navigeren en de weg in zich opslaan, en daarin zijn ze beter dan kippen, ratten en zelfs katten, zodat de onderzoekers in de studie concludeerden dat ‘de opgave te eenvoudig was’. Toen de koeien werden getest in complexere doolhoven, slaagde een op de vijf in de moeilijkste uitdagingen. Toen ze zes weken later opnieuw werden getest, wisten ze nog precies de weg door het doolhof te vinden.

    Dit is relevante informatie om de vraag te kunnen beantwoorden waarom koeien een orkaan konden overleven door te zwemmen. Want je weg door een doolhof vinden, vergt niet alleen intelligentie maar ook motivatie. Weliswaar wist slechts een op de vijf koeien het ingewikkeldere doolhof door te komen, maar de reden daarvoor kan zijn dat koeien een hekel hebben aan alleen zijn en bang zijn op plekken waar roofdieren zich goed kunnen schuilhouden, zoals een doolhof. Tijdens de test bleek dat sommige koeien, ondanks dat ze aan het eind wat lekkers als beloning kregen, toch tegenstand boden, opgaven of bang werden, terwijl andere moediger en nieuwsgieriger waren. Volgens de onderzoekers ‘kan dit betekenen dat ook persoonlijkheid een rol speelt’. 

    Wilskracht

    Dat ze waarschijnlijk een sterke persoonlijke wil hebben, blijkt ook uit voorbeelden van koeien die uit een slachthuis wisten te ontsnappen. Een van de opmerkelijkste gevallen is een koe van bijna 500 kilogram die in 2002 uit een fabriek in Cincinnati losbrak. Het crèmekleurige rund sprong over een hek van een meter hoog, werd gezien in een nabijgelegen zijstraat, vervolgens op een grote parkeerplaats, waarna ze zich uiteindelijk tussen de bomen in een stadspark wist te verbergen. Elf dagen lang kon ze de dierenbescherming ontwijken en was ze de verdovingspijlen, de vallen en zelfs thermische beelden van een politiehelikopter te slim af, totdat ze uiteindelijk werd gevangen.

    De dieren die we opeten zijn naamloos, maar ontsnapte koeien die het nieuws halen worden vaak beloond met een naam. Daarna is het onwaarschijnlijk dat ze weer in de industriële productie belanden. In dit geval werd de koe Cincinnati Freedom genoemd, en ze verbleef de rest van haar dagen in een opvangcentrum waar ze weinig contact had met mensen maar wel een band ontwikkelde met drie andere koeien die uit het slachthuis waren ontsnapt. Toen ‘Cinci’ in 2008 stervende was, vielen haar maatjes de auto van een behandelend dierenarts aan.

    We hebben altijd gedacht, vanuit onze heersende ideologie, om Marino’s term te gebruiken, dat de manier waarop koeien de wereld om hen heen ervaren uitsluitend aangeboren of instinctief is. Volgens deze benadering zou de overleving van de koeien, toen ze van Cedar Island werden meegesleurd in de woeste oceaan, uitsluitend zijn bepaald door geluk en fysieke kracht.

    Is het denkbaar dat drie van hen zo’n buitengewone mentale kracht bezaten dat ze hun lichaam tot het uiterste konden laten drijven, alleen om te overleven?

    Als elke koe een eigen persoonlijkheid heeft, misschien niet zo complex als de onze maar daarom niet minder uniek, dan moeten we die zienswijze wellicht bijstellen. Nadat de storm de kudde had meegesleurd, raakten sommige koeien misschien al snel in paniek en bezweken ze doordat ze water binnenkregen of uitgeput raakten. Andere, die door de sterke stroming van de seiche steeds verder van land werden meegesleurd, zouden geleidelijk hun vechtlust hebben verloren. Maar is het denkbaar dat drie van hen zo’n buitengewone mentale kracht bezaten dat ze hun lichaam tot het uiterste konden laten drijven, alleen om te overleven?

    ‘Hier is de term “wilskracht” op zijn plaats,’ zegt Marino. ‘Zonder twijfel.’

    Niemand zal ooit zeker weten wat de koeien precies hebben doorgemaakt. Hebben de twee die later samen aan land werden gezien, ook samen gezwommen? We zullen er nooit achter komen. Maar we mogen er wel van uitgaan dat de koeien in het water ten minste hebben geprobeerd bij elkaar te blijven. Studies tonen aan dat de stress bij koeien alleen al doordat ze een andere koe zien vermindert. Waarschijnlijk waren ze minder bang voor het stormgeweld doordat ze samen waren en maakte dat alleen al het verschil.

    We kunnen ons de drie koeien voorstellen terwijl ze wanhopig hun ogen dichtknijpen tegen de schuimende golven en de wind. De kou die in hun ledematen trekt, de pijn die hun spieren geleidelijk aan uitput, de dorst en honger na uren op zee, het gekmakende gejank van de wind. Dan eindelijk weer land zien, of misschien eerst ruiken. Het gebrul van de angstaanjagende zee-inhammen horen en vechten om er niet in meegezogen te worden.

    Hun hoeven die het zand raken.

    Krabbelen om voet aan de grond te krijgen.

    Het land op gestuwd worden, terwijl het water onder hun poten doorraast. Teruggesleurd worden, de woeste oceaan in.

    Eindelijk kunnen ze vrij rondlopen, buitengewoon opgelucht dat ze nog in leven zijn. 

    Wat daarna gebeurde, kunnen we illustreren aan de hand van een ander overlevingsverhaal van een dier. Toen orkaan Fran in 1996 toesloeg, trof een vloedgolf de kantoren van een autobergingsbedrijf uit New Bern, North Carolina, en steeg het water tot bijna een halve meter. Binnen zat waakhond Petey, die 25 centimeter groot was. Toen het water zich had teruggetrokken, vond de eigenaar van Petey zijn hond levend maar compleet uitgeput terug. Toen hij zag dat Petey tot aan zijn nek doorweekt was met modderig, olieachtig water, vermoedde hij dat zijn huisdier wel acht uur lang in het gebouw had gewatertrappeld om te overleven. Zoals elk dier dat een zware beproeving heeft doorstaan, sliep Petey vervolgens een paar dagen achter elkaar.

    ‘Mavericks’

    Hoewel het tegenwoordig niet meer zo vaak gebruikt wordt, hebben we een woord voor koeien die net als mustangs vrij rondlopen: mavericks [buitenbeentjes]. Die naam hebben ze te danken aan een zekere Samuel A. Maverick uit Texas. Rond het jaar 1850 verdwenen zijn dieren, die niet opgemerkt waren, in het omliggende land. Er bestaat een versie van het verhaal waarin de koeien door een orkaan uiteengejaagd werden.

    Het is dan ook niet zo gek dat op 21 november 2019 zes cowhands – compleet met lasso’s, beenkappen en sporen – de taak kregen om de drie ‘mavericks’ op North Core Banks te gaan zoeken. Een van de mannen droeg een geweer geladen met verdovingspijlen, en Jeff West reed met een Park Service-terreinwagen naast de cowhands te paard. Het plan was altijd geweest om de koeien terug te halen, zei West. Desondanks werd er hevig gediscussieerd.

    ‘Sommige mensen vonden dat we ze moesten afmaken. Einde probleem,’ zegt West. ‘Anderen vonden het zonde van het belastinggeld – dat hoorde ik vaak. Weer anderen zeiden dat we ze met rust moesten laten. Gewoon daar op de Banks laten rondlopen.’

    ‘Ze verdienen een leven. Maak van onze schatjes geen vlees, na alles wat ze moesten doorstaan!’

    Velen waren van mening dat de koeien het alleen hadden overleefd om bij een eigenaar terecht te komen die ze zou vetmesten voor de slacht. Op de Facebookpagina van de Cape Lookout National Seashore kwam het thema naar voren dat de koeien het verdienden om in leven te blijven; door hun doop in de vloed waren ze hun plaats in het systeem der dingen ontstegen. ‘Als ze dan toch weggehaald moeten worden, breng ze dan naar een reservaat. Ze verdienen een leven. Maak van onze schatjes geen vlees, na alles wat ze moesten doorstaan!’ schreef Misty Romano. Don Riggs uit Asbury, New Jersey, schreef: ‘Meen je dat nou? Sla dan ook de boerderij over en breng ze meteen naar het slachthuis!’ Judy Cook uit Oak Island, North Carolina, vond de koeien gewoon ‘net zo cool als de paarden’.

    De huidige opvatting over koeien is niet eenduidig. Velen van ons, zo niet de meesten, lijken in staat om ergens in hun hoofd het idee te koesteren dat koeien ook gevoelige wezens zijn die onze compassie verdienen. Even goed zijn we in staat om de gedachte te onderdrukken dat we koeien doden voor ons profijt, nadat we ze onder wrede omstandigheden hebben laten lijden. Jessica Due, senior directeur redding en dierenwelzijn bij Farm Sanctuary, een organisatie die zich inzet voor het stopzetten van de agrarische exploitatie van vee, vertelt een verhaal dat illustreert hoe dit kan uitpakken. Het opvangcentrum is meer dan eens door dezelfde man gebeld om een dier uit het slachthuis te komen redden. De man in kwestie is de eigenaar van het slachthuis. Hij belt in het zeldzame geval dat een koe tijdens de verwerking aan het bevallen is. Daar trekt hij de grens; hij wil absoluut niet dat deze moederkoeien gedood worden. Los daarvan ziet hij bijna dagelijks koeien geslacht worden.

    Maar juist nu er meer onderzoek gedaan wordt ter ondersteuning van het idee dat koeien meer zijn dan we altijd dachten, liggen ze ook onder vuur als milieuvervuilers. Runderen zouden 9 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen veroorzaken, onder andere door hun beruchte winden en boeren die veel methaan bevatten. Koeien die door een orkaan heen zwemmen: het zou een hedendaagse prent van Hokusai kunnen zijn. Daarom kijken progressieven en veganisten uit naar een toekomst met veel minder koeien – om de planeet te redden, om de dieren te beschermen tegen onze wreedheid, of allebei. Maar in de rundvleesindustrie willen de meesten er nog niet aan dat koeien echt gevoel hebben. In de tienduizend jaar van de relatie mens-koe hebben de koeien nog nooit zo weinig medestanders gehad als nu. 

    Klimaatvriendelijke veeboerderij

    Stephen Broadwell, de leider van de cowhands die bijna drie maanden na orkaan Dorian nog steeds over North Core Banks draven, is een van die medestanders. Broadwell draagt vaak een cowboyhoed en zijn huid is verweerd door de zon, maar hier houdt het stereotype zo’n beetje op. Hij  groeide op tussen de maïs, tabak en sojabonen, in het gebied waar het Piemond Plateau in North Carolina en de kustvlakte in elkaar overgaan. Hij droomde ervan om ranger te worden. ‘Zo gaat dat, ik denk dat het in je zit,’ zegt hij. Op zijn dertiende nam hij een vakantiebaantje op een boerderij van 80.000 hectare in het zuiden van Colorado, en toen was het besloten: hij werd cowboy.

    Hij studeerde vroegtijdig af aan de middelbare school, behaalde zijn diploma als dierenartsassistent en kon meteen aan de slag bij 3R Ranch Outfitters aan de voet van de Wet Mountains, ten zuidwesten van Pueblo. Daar kwam hij in aanraking met veehouderij die natuurlijke systemen probeert na te bootsen. ‘De buren zagen die ranch als een soort van magisch paradijs, maar het ging simpelweg om een wijze van bedrijfsvoering waarmee al jaren eerder begonnen was. Dat maakte me enthousiast.’

    Het bedrijf dat hij tegenwoordig runt, Ranch Solutions, kan het best worden omschreven als een holistisch adviesbureau voor veehouderijen. Broadwell doet alles op je land wat nodig is, ook een nieuw huis bouwen en je eerste koeien weiden. Maar hij heeft één regel: als je meer vee wil houden dan goed is voor je land, dan doet hij niet mee. Hij laat foto’s zien waarop zijn team door het weelderige, kniehoge gras van het terrein van een klant rijdt. Het is een veld dat al was begraasd, maar waar het vee werd weggehaald voordat het helemaal kaalgevreten was. Het grasland werd bemest met stalmest en voorzien van begroeiing die zorgt voor meer stikstof in de bodem tijdens de winter, waardoor het grasland meer koolstof kan opslaan. Broadwell gelooft dat een veeboerderij een ecosysteem kan vormen. 

    We moeten minder koeien houden en ze laten grazen op een manier die het natuurlijke systeem nabootst

    De bewering dat je met holistisch management zo ver kunt gaan, wordt fel betwist, maar recent onderzoek wijst uit dat vee inderdaad kan leven en sterven zonder bij te dragen aan klimaatverandering. (Hierbij moet worden opgemerkt dat er sprake is van een belangrijke ‘pot-verwijt-de-ketelfactor’, aangezien de CO2-voetafdruk van de gemiddelde Amerikaanse mens twee keer zo groot is als die van de gemiddelde Amerikaanse koe.) Maar we moeten wel minder koeien houden en ze laten grazen op een manier die het natuurlijke systeem nabootst. We moeten ze bovendien weghouden van land dat beter geschikt is voor voedselgewassen.

    Ons vee zou in de toekomst wel eens kunnen lijken op de Cedar Island-kudde. Deze koeien zijn in staat hitte te overleven die moderne rassen zou doen uitdrogen, op land waar onze gewassen niet kunnen groeien. Ze hebben zich aangepast om te eten wat bijna geen ander dier kan. ‘Zelfs een geitenbok eet het niet,’ zegt  Broadwell. Hier zijn de koeien ziekteresistent, drinken ze brak water en moeten ze zichzelf verdedigen tegen roofdieren. Ze hebben over het algemeen weinig nodig, laat staan koolstofrijke lekkernijen. Het is het soort koeien waar we in het verleden respect voor hadden, en misschien komt dat ooit terug.’

    ‘Ik groeide op met verhalen van mijn oudere familieleden over hoe ze koeien door de rivierbedding moesten drijven’ – steile kliffen en ravijnen. ‘Dat ze meer op herten dan op koeien leken,’ zegt Jeff West, terugdenkend aan zijn jeugd in Texas. ‘We hielden koeien in het militair reservaat van North Fort Hood, en we bemoeiden ons maar één keer per jaar met ze: als we ze gingen ophalen. Sommige koeien waren behoorlijk stoer. Maar niet zoals deze hier op Cedar Island. Ik ben nog nooit zulke koeien tegengekomen.’

    Reddingsactie

    Toen Ranch Solutions en West voor de reddingsactie op North Core Banks aankwamen, waren ze van plan om de overlevende koeien uit het moerasgras te halen, dat in een enorme laag modder groeit die op sommige plaatsen zo dik is dat een paard er tot aan de buik in kan wegzakken. Dan was er nog de chaparral [taaie begroeiing]. ‘Dicht is een slecht woord om het te beschrijven,’ zegt West. ‘Niemand komt erdoorheen, zo weerbarstig is het.’ Het kostte veel tijd om de koeien te lokaliseren en ze vervolgens naar open gebied te drijven, zodat ze een voor een met een pijl konden worden verdoofd. Twee van de drie waren door de verdoving gewillig genoeg om naar de trailer te worden geleid die met de veerboot naar het eiland was gebracht.

    De derde koe, de eerste die na de orkaan gezien werd – alleen – was absoluut niet gewillig. Ze ontsnapte naar de noordkant en slaagde erin zich te verstoppen in bijzonder dichtbegroeid en moeilijk begaanbaar gebied. Het team kon nog net zien waar ze verdween en slaagde erin haar met een tweede pijl te raken. Daarna wachtten ze, want nu zou ze wel in slaap gaan vallen. Maar dat gebeurde niet. Uiteindelijk probeerden de cowhands haar te benaderen.

    ‘En weer ging ze ervandoor,’ zegt West.

    Net achter de kust ligt het vakantieterrein van Long Point, waar West de koe een paar weken na de storm voor het eerst had gezien. De gebouwen staan nog steeds leeg. De wind giert en suist langs de verweerde houten muren. Met de hordeuren die piepen in hun roestige scharnieren en het hoefgetrappel van de paarden in het zand, is dit het perfecte decor voor een schietpartij in een spaghettiwestern. Een van de ruiters ziet een vrije vuurlijn. De knal van zijn geweer weerkaatst tussen de chalets en lost op in het gebrul van de kolkende branding.

    Het lukt de koe opnieuw om weg te komen, ook al heeft ze drie shots aan verdovend middel in haar lijf en sijpelt het bloed van haar bleke vacht. Ze rent van het terrein af. Het strand op. Na bijna anderhalve kilometer kan ze niet meer. Dus wandelt ze verder. ‘Als een O.J. Simpson, maar dan in slow motion,’ zegt West. ‘Ik en alle andere cowboys in een trage achtervolging, stapvoets achter die koe aan, tot ze stopt.’

    Als ze dan eindelijk stilstaat, staart ze hen aan. ‘Zo van: kom maar op,’ zegt West. De mannen omsingelen haar, maar ze slaagt er nog een laatste keer in om weg te komen. Dan gooien ze touwen om haar heen en dwingen haar naar de grond.

    Daarna gaat het gemakkelijker. De zon staat al aan de horizon als ze een dekzeil onder haar buik trekken en haar het strand afslepen. Ingesloten tussen de wanden van de trailer komt ze bij naast haar twee overlevende koeienmaatjes. Het verse hooi en water dat hun wordt aangeboden, weigeren ze alle drie.

    Hereniging

    De volgende ochtend neemt Ranch Solutions de koeien mee in de ferry over de Core Sound en rijdt dan via de noordelijke kaap van Cedar Island naar het strand. Broadwell heeft de eer de deur van de aanhanger open te gooien. Met voorzichtige passen lopen de koeien naar de uitgang. Dan breken ze los uit hun cel. Ze rennen – galopperen – het zand op, met hun kop in de lucht en gespitste oren. Want ze voelen dat ze thuis zijn – en vrij. 

    Op Cedar Island bracht de terugkeer van de koeien een vertrouwd gevoel met zich mee. Toen ik een winkelier vroeg hoe de eilandbewoners nu met de dieren omgaan, aarzelde ze geen moment: ‘Hevig beschermend,’ zei ze. Niemand die ik sprak op Cedar Island kende iemand die getuige was van de hereniging van de drie koeien met de overgebleven kudde – de vier dieren die niet door de storm waren meegesleurd. Maar volgens Padilla hebben ze waarschijnlijk elkaars snuit besnuffeld, zachtjes geloeid en een beetje gestoeid. Dat kan ook van verdriet geweest zijn.

    ‘Alles wijst erop dat er besef van verlies is en leedgevoel, criteria die aan mijn opvatting van rouw voldoen’

    Mensen die dit onderwerp hebben onderzocht, zoals Barbara J. King, emeritus hoogleraar antropologie aan het College of William and Mary en auteur van How Animals Grieve, denken dat de klap het hardst aankwam toen de overlevende dieren thuiskwamen en de kudde gedecimeerd aantroffen. Het zou best kunnen dat ze het gebied hebben afgezocht naar vermiste kuddegenoten en luid hebben geloeid in een poging contact te maken. King, die haar woorden zorgvuldig kiest, zegt: ‘Alles wijst erop dat er besef van verlies is en leedgevoel, criteria die aan mijn opvatting van rouw voldoen.’

    Maar eenmaal thuis bleek er sprake te zijn van een andere soort verrassing. De koe die zo hard had gevochten om niet door de mannen te worden gevangen, bleek drachtig te zijn. Zou dat een rol hebben gespeeld bij haar overleving? Als een koe wil vechten voor haar leven, kan ze dan ook vechten voor het leven van haar ongeboren kalf? ‘Biologisch gezien zou dat geen gekke aanname zijn,’ zegt Padilla. ‘Ze wil dat het kalf in leven blijft.’

    Twee maanden nadat ze was teruggebracht naar Cedar Island, beviel de drachtige koe van een gezond kalf, zo blond als de duinen. Alsof het wilde laten zien wat het in de baarmoeder had meegemaakt, werd het geboren met één bruin en één blauw oog. Het kalf kreeg geen naam, maar de moeder wel: Dori. Dat is geen verwijzing naar het personage in Finding Nemo dat zingt over hoe we in moeilijke tijden moeten blijven zwemmen, zwemmen, zwemmen; ze werd vernoemd naar orkaan Dorian.

    Lees ook:

  • Onderzoek: mens is in staat om gebarentaal van apen te lezen

    Onderzoek: mens is in staat om gebarentaal van apen te lezen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tijd dringt voor reddingsacties in Turkije en Syrië, dodental blijft oplopen

    » Biden benadrukt resultaten in State of the Union-toespraak

    Gebarentaal van chimpansees is begrijpelijk voor mensen

    De mens blijkt behoorlijk vaardig te zijn in het ‘lezen’ van het repertoire van gebaren dat veel apen gebruiken: in ruim 50 procent van de gevallen waren mensen in staat de betekenis van de gebaren correct te interpreteren. Dit blijkt uit een onderzoek waarbij meer dan 5500 deelnemers werden ondervraagd, bericht Vice. Het resultaat doet vermoeden dat onze eigen voorouders op soortgelijke wijze communiceerden, voordat onze moderne complexe taal ontstond. 

    Bewegingen van chimpansees en bonobo’s laten zich vertalen in boodschappen als ‘raak me aan’, ‘spring op mijn rug’ of ‘laten we vriendelijk doen’. Het zette primatologen Kirsty Graham en Catherine Hobaiter van de Universiteit van St Andrews in Schotland aan het denken over de rol die deze gebarentaal kan spelen bij het ontrafelen van de oorsprong van de menselijke taal.

    Om deze vraag te onderzoeken, vroeg het duo aan 5656 mensen om een online spel te spelen dat testte of deelnemers de gebaren van niet-menselijke apen in een reeks video’s konden interpreteren. De korte quiz test ‘de hypothese dat taalcompetente volwassen mensen nog steeds toegang hebben tot “familietypische” mensapengebaren’, aldus een studie die onlangs is gepubliceerd in het tijdschrift PLoS Biology.

    Lees ook:

  • Schapen zijn de favoriete grasmaaiers van de zonne-industrie

    Schapen zijn de favoriete grasmaaiers van de zonne-industrie

    Onkruid verwijderen in velden met zonnepanelen is knap ingewikkeld. Schapen blijken hiervoor perfect: volgzaam, vraatzuchtig en precies de juiste hoogte. Zo ontstond een welkome impuls voor Amerikaanse schaapherders en hun kuddes.

    Ondanks de hitte haalt een maaiploeg in een veld met zonnepanelen in Texas zonder te klagen het gras weg. De panelen bedekken ruim 600 hectare van een zonnepark in Deport, een stad dicht bij de grens met Oklahoma. De baas van de ploeg, Ely Valdez, zorgt ervoor dat er geen prairiegras over de panelen heen groeit. Beter gezegd, zijn schapen doen het meeste werk.

    Het noodzakelijke verwijderen van de plaatselijke flora onder en rondom zonnepanelen heeft voor een onverwachte toename in werkgelegenheid gezorgd. Valdez profiteert daarvan, net als de vele andere herders die, verspreid over heel de VS, op de nieuwe fotovoltaïsche velden werken. De herder is eeuwen nadat hij door zijn rol in de Bijbel bekendheid verwierf weer in trek. Schapen, de verrassende drijfveer achter duurzame energie, genereren jaarlijks miljoenen dollars aan inkomsten door zonneboerderijen in het hele land op te schonen.

    ‘Deze ontwikkeling verandert onze levens,’ zegt Valdez, die vijfenveertig jaar oud is. Hij verwacht dat de kuddes onder zijn toezicht binnenkort jaarlijks honderdduizenden dollars aan inkomsten zullen genereren. De toenemende vraag naar zonne-energie is voor Valdez een enorme meevaller geweest. Zo heeft hij zijn huis in San Antonio kunnen afbetalen. 

    Tienduizenden hectaren

    In 2018 was het nog vijfduizend, maar volgens schattingen van mensen in de sector zijn er in de VS inmiddels tienduizenden hectaren aan zonnevelden waarop schapen worden ingezet. Kudde-eigenaren vragen tot wel vijfhonderd dollar per hectare per jaar.

    Voor deze klus in de zonne-industrie zijn er verschillende methoden uitgeprobeerd, maar een aantal veelbelovende kanshebbers voldeed niet aan de vele eisen. Zo zijn motormaaiers maar beperkt bruikbaar en kunnen ze niet gemakkelijk onder de panelen manoeuvreren, waardoor er kans is op beschadigingen.

    Schapen zijn volgzaam, vraatzuchtig en hebben precies de juiste hoogte

    Grazende dieren waren dus favoriet, maar om logistieke redenen bleek niet elk dier even geschikt. Koeien en paarden zijn te groot om onder de panelen te passen. Geiten eten graag elk schadelijk onkruid, maar kauwen ook op bedrading en klimmen op apparatuur.

    Schapen zijn daarentegen volgzaam, vraatzuchtig en hebben precies de juiste hoogte. Zo wonnen ze het gemakkelijk van de andere dieren.

    Optimistisch

    Valdez is verantwoordelijk voor de zeventienhonderd schapen die het zonnepark van Lightsource BP in Deport bevolken. Hij krijgt een deel van het geld dat aan de eigenaar van de kudde wordt betaald. Waar de schapen aan het werk zijn, overstemt geblaat het gestage gezoem van de machines die zonlicht omzetten in elektriciteit.

    Zijn eigen kudde van tweeduizend schapen is onderdeel van drie zonne-energieprojecten in de buurt van zijn huis en wordt beheerd door zijn vrouw, drie kinderen en tien werknemers. Net als de herders van vroeger leert hij het vak aan zijn kinderen. 

    Valdez, die voorheen een betonbedrijf bezat, startte zeven jaar geleden zijn herdersbedrijf. Hij was geïntrigeerd geraakt door een artikel over Europese zonnevelden en zag per toeval in een zonneveld tegenover zijn huis een gefrustreerde technicus de strijd aanbinden met planten. Hij sloot een deal van dertigduizend dollar in ruil voor zijn zevenentwintig ooien en zei de betonhandel vaarwel.

    Sommige herders zijn nu zo optimistisch dat ze leningen aangaan om hun kuddes uit te breiden

    Het inhuren van schapen voor landschapsonderhoud gebeurt al tientallen jaren. Zo had het Witte Huis tijdens de Eerste Wereldoorlog een kudde schapen om het onkruid in toom te houden. Maar vóór het begin van de zonne-industrie hadden veel schapenhouders het moeilijk. Door import uit Australië en Nieuw-Zeeland – landen die samen met China ook wereldwijd de wolmarkt domineren – is de vraag naar lams- en schapenvlees van eigen bodem gedaald.

    Sommige herders zijn nu zo optimistisch dat ze leningen aangaan om hun kuddes uit te breiden. Na Valdez en anderen in de zonne-industrie te hebben gesproken, gaf JR Howard, die al lang in het herdersvak zit, ongeveer 500.000 dollar uit. Met het geld, waarvan een deel geleend is, kocht hij genoeg schapen om een contract af te kunnen sluiten bij Lightsource BP. Vorig jaar is hij met zijn familie bijna 650 kilometer verderop gaan wonen om het werk te kunnen doen. 

    Het herdersleven

    Het herdersleven, althans op zonneparken, is niet alleen maar idyllische rust. Howard (42) is de hele dag bezig met het verplaatsen van schapen en schapenhekken naar overwoekerde velden, het vervoeren van watertanks en soms het aanvoeren van extra voer.

    Howard heeft meerdere waakhonden, waaronder Snowflake en Spark. Het zijn akbash: een eeuwenoud ras dat door Turkse herders wordt gebruikt en sterk en groot genoeg is om coyotes en andere roofdieren op afstand te houden. Het grootste deel van de tijd zijn ze bezig met het volgen van de schapen.

    Veel zonneherders besparen kosten door gebruik te maken van schapenrassen die niet geschoren hoeven te worden. Lightsource BP gebruikt zogenaamde dorper-schapen, waarvan veel een opvallende zwarte kop hebben, en katahdin, een ras dat in Maine enkele decennia geleden voor het eerst werd gefokt vanwege zijn vlees. Sommige van de dieren worden graag geaaid tijdens het grazen. 

    Geschikte technologie

    Zonne-energiebedrijven bieden hun vierpotige werknemers verschillende voordelen, zoals waterpompen en omheinde weiden waar ze comfortabel kunnen slapen. ‘Schapen zijn voor dit werk echt de geschikte technologie,’ aldus Michael Baute, vicepresident regeneratieve energie en koolstof-afvang en -opslag bij zonne-energieontwikkelaar Silicon Ranch Corp., dat gevestigd is in Nashville in Tennessee.

    Volgens Baute, die al lange tijd als boer werkzaam is, is het een uitdaging om genoeg schapen te vinden. Hij werkt als tussenpersoon voor herders en zonne-energieontwikkelaars en is dus eigenlijk een soort schapenmakelaar. Hij kwam in 2018 per toeval deze baan tegen, nadat hij een kudde had ingehuurd om het gras te verwijderen op een zonnepark van twintig hectare van Silicon Ranch.

    De kuddes grazen nu op ruim 5000 hectare van de zonneparken van het bedrijf

    De zonne-energieontwikkelaar, gesteund door oliegigant Shell PLC, was zo tevreden over het resultaat dat hij het jonge schapenmakelaarsbedrijf van Baute kocht. De kuddes grazen nu op ruim 5000 hectare van de zonneparken van het bedrijf, voornamelijk in het zuidoosten.

    Ook wat herders betreft is de vraag groter dan het aanbod. De American Solar Grazing Association en scholen die verbonden zijn aan North Carolina State University en Cornell University bieden onderzoek en scholing in de techniek, maar cursussen voor beginners zijn moeilijk te vinden.

    Christy King, projectmanager bij Solv Energy, het bedrijf dat het zonne-energieproject voor Lightsource BP beheert, is dol op de nieuwe lammetjes in Harolds kuddes. Eerder dit jaar kreeg ze toestemming om er een mee naar huis te nemen. Ze noemde het Cordina, naar een collega, en gaf haar flesvoeding. King liep met Cordina aan de lijn en het lammetje sliep bij haar in bed. 

    Cordina, die uiteindelijk groter en minder schattig werd, is nu een werkend schaap. King zegt dat ze Cordina af en toe tegen het lijf loopt op het zonnepark, dat genoeg energie opwekt om ongeveer veertigduizend huizen van stroom te voorzien. King, die oorspronkelijk als technicus is opgeleid, heeft pas onlangs de fijne kneepjes van het schapenhoeden geleerd. ‘Ik heb nooit geweten dat je dit voor je werk kon doen,’ zegt ze. 

  • Hoe Nederland een uniek lustoord is voor bestuivende insecten

    Hoe Nederland een uniek lustoord is voor bestuivende insecten

    Nederland is een van de weinige landen die een uitgewerkte strategie heeft om honingbijen, wilde bijen, zweefvliegen, kevers, vlinders en andere soorten te ondersteunen.

    In de zomer is Utrecht op verschillende plaatsen een waar kleurenfestijn: wilde bloemen in talloze tinten oranje, rood, geel en paars staan dan te bloeien in de zon. Deze veldjes wilde bloemen zijn er niet alleen voor het oog: ze zijn onderdeel van een heel scala aan Nederlandse initiatieven ten behoeve van bestuivende insecten, die allemaal onderdeel zijn van een ambitieus overheidsprogramma om honingbijen, wilde bijen, zweefvliegen, kevers, vlinders en andere soorten te ondersteunen.

    Nederland is een van de weinige landen met een uitgewerkte strategie om de afname van bestuivers te stuiten. Deze Nationale Bijenstrategie, gelanceerd in 2018, omvat doorlopende programma’s en formuleert heldere en meetbare maatstaven voor succes. Deze strategie blijkt nu al een voorbeeld voor andere landen die hun bestuivers willen beschermen.

    ‘Het Nederlandse landschap staat te zwaar onder druk’

    In Nederland begon het belang van bestuivers de afgelopen tien jaar door te dringen, nadat de bijenpopulaties vanaf halverwege de jaren veertig steeds verder waren afgenomen. Wilde natuur en landelijke gebieden waren veranderd in landbouwgrond en stedelijk gebied, waarbij ook steeds meer bestrijdingsmiddelen werden gebruikt, zodat nu meer dan de helft van de bijna 360 bijensoorten bedreigd is. ‘Het Nederlandse landschap staat te zwaar onder druk,’ zegt Marten Schoonman van het Naturalis Biodiversiteitscentrum in Leiden.

    Al ruim tien jaar geleden begon Nederland, de op een na grootste exporteur van landbouwproducten ter wereld, met beschermingsmaatregelen. In 2013 lanceerde de overheid het Actieprogramma Bijengezondheid, dat zich richtte op honingbijen. In 2016 richtte Nederland samen met dertien andere landen Promote Pollinators op, een samenwerkingsverband van landen (inmiddels zijn het er dertig) die kennis delen over de bescherming en het behoud van bestuivers.

    Lustoord

    Maar met de Nationale Bijenstrategie onderscheidt Nederland zich van alle andere landen. Vanaf de start in 2018 zijn er rond de zeventig initiatieven geweest die Nederland tot een lustoord voor bestuivende insecten moeten maken, onder andere door meer nestelplekken te creëren en het voedselaanbod voor bestuivers te vergroten. ‘Er is in het verleden veel biodiversiteit vernietigd,’ zegt Nicky Kruizinga, projectleider van de strategie. ‘We hebben een grote achterstand in te halen.’

    De Nationale Bijenstrategie omvat op dit moment 120 initiatieven, zowel in binnensteden als in landbouwgebieden. De programma’s worden opgezet en uitgevoerd door de deelnemers zelf, waarbij het gaat om non-profit-organisaties, collectieven, gemeentes en provincies. Zij volgen de algemene richtlijnen waar het gaat om het bieden van voedsel en nestelmogelijkheden aan bestuivers. 

    Geerpark Vlijmen Insecten hotel
    Insectenhotel Geerpark in Vlijmen.  © Wikimedia CC

    ‘Er wordt veel energie gestoken in de strategie, en dat is een grote verandering in vergelijking met tien jaar geleden,’ zegt David Kleijn, hoogleraar plantenecologie en natuurbehoud aan de Universiteit van Wageningen, die betrokken was bij het formuleren van de doelen. ‘Door de Nationale Bijen-strategie is er aandacht gekomen voor bestuivers; mensen zijn zich ervan bewust geworden hoe die in aantal teruglopen en zijn gemotiveerd geraakt om daar iets aan te doen. Nu zijn er meer dan honderd initiatieven. In die zin is de strategie een groot succes.’

    Positieve populatieontwikkeling

    Het bredere doel van de Nationale Bijenstrategie is dat ‘een aantal bijensoorten in 2023 en 2030 een stabiele of positieve populatieontwikkeling laat zien’. Dit doel is verder ontleed in meetbare targets voor die jaren. Het doel voor 2023 is om het aantal soorten dat een neergaande trend vertoont met 30 procent te verkleinen en het aantal soorten dat een stijgende trend vertoont met 30 procent te vergroten, ten opzichte van een nulmeting uit 2012. In 2030 blijft het brede doel hetzelfde als in 2023, maar de target gaat omhoog naar 50 procent vergeleken met de nulmeting uit 2012.

    Kleijn: ‘Een van de frustrerendste dingen bij het evalueren van een strategie is wanneer er geen concrete doelen zijn gesteld. In dit geval zijn de doelen meetbaar, zodat onderzoekers kunnen nagaan of ze worden bereikt.’

    Tot de meer dan negentig deelnemers aan de strategie behoren zeven van de twaalf provincies en een aantal gemeenten, die verschillende maatregelen hebben genomen: het aanleggen van veldjes met wilde bloemen, het plaatsen van insectenhotels en van groene daken, en het instellen van een verbod op het gebruik van pesticiden in openbaar groen.

    Lokaal

    Andere deelnemers zijn heel lokaal, zoals De Fruitmotor, een coöperatie die cider maakt van ‘lelijke’ appels die niet te verkopen zijn omdat ze misvormd zijn of plekken hebben. ‘Wat de coöperatie verdient, wordt geïnvesteerd in het zaaien en planten van stuifmeel en nectar producerende planten, om zo een bestuivervriendelijke zone te creëren rond de Betuwe,’ zegt Henri Holster, oprichter van De Fruitmotor. ‘Deze planten bloeien op verschillende momenten in het jaar, van vroeg in het voorjaar tot laat in het najaar, en leveren daarmee een constante voedselvoorziening voor bijen en andere insecten.’

    ‘Alle deelnemers werken toe naar hetzelfde doel: meer voedsel en beschutting voor bestuivers’

    Zelfs initiatieven van individuele particulieren kunnen deelnemen aan de Nationale Bijenstrategie, zoals de Honey Highway, een onderneming van bijenliefhebber Deborah Post die met gemeenten samenwerkt om wilde bloemen langs snelwegen, spoorlijnen en waterwegen te zaaien. Zo worden stukken land waar geen biodiversiteit meer was, bestuiverrijke zones. 

    Nationale Bijenstrategie Tekening Theory of Change
    Infographic Nationale Bijenstrategie

    ‘Alle deelnemers werken toe naar hetzelfde doel: meer voedsel en beschutting voor bestuivers,’ zegt projectleider Kruizinga. In 2018 en 2019 organiseerde de Nationale Bijenstrategie een grote bijeenkomst waar deelnemers elkaar konden ontmoeten en van elkaar konden leren. ‘Wat echt goed werkt, is dat onze partners op verschillende niveaus zijn gaan samenwerken, waardoor er heel veel kennis wordt gedeeld.’

    Diversiteit en rijkdom

    De Nationale Bijenstrategie stelt zich ten doel om zo veel mogelijk deelnemers en bestuivervriendelijke initiatieven te activeren. Naturalis, waar Schoonman werkt, is als kennispartner van de strategie betrokken bij de uitrol ervan. ‘Mensen bewust maken van de diversiteit en rijkdom van bestuiversoorten speelt een belangrijke rol in het behoud van die soorten. Daarom is de bijentelling zo belangrijk.’ Hij heeft het over de jaarlijkse telling door mensen in het land, die Naturalis organiseert.

    Dit jaar vond de vijfde editie van de bijentelling plaats. In een weekend in april telden bijna vierduizend vrijwilligers uit het hele land een halfuur lang bijen in hun tuin. Bovenaan de lijst met waargenomen soorten stond ook dit jaar weer de honingbij. De gehoornde metselbij bleek nog steeds een van de meest voorkomende wilde bijensoorten in tuinen te zijn, terwijl die tien jaar geleden nog vrij zeldzaam was in Nederland. 

    De bijentelling helpt om trends in de bestuiverpopulaties bij te houden, maar kent haar beperkingen. Zo kan het programma zich niet bezighouden met onderwerpen als het gebruik van pesticiden of industriële vervuiling. ‘Hoe krijgen we boeren zover dat ze minder of geen bestrijdingsmiddelen gebruiken, zodat bestuivende insecten daar niet door worden aangetast?’ vraag Kruizinga zich af. Het veranderen van denkpatronen en gedrag kost tijd, zeker als er commerciële belangen meespelen. ‘Boeren zijn gewend op economisch voordelige of tijdbesparende wijze te werken,’ zegt hoogleraar Kleijn. Volgens hem kunnen boeren met subsidies worden gestimuleerd om moeilijke maar belangrijke maatregelen te nemen. Maar daarvoor is wel een omvangrijk budget nodig.

    ‘Er is absoluut een verschuiving gaande naar bestuivervriendelijke landschappen en landbouw in harmonie met de natuur’ 

    Ondertussen maakt ook de EU werk van de aanpak van pesticiden. In 2013 werd het gebruik van drie neonicotinoïden – bestrijdingsmiddelen waarvan bekend is dat ze uiterst schadelijk zijn voor bestuivende insecten – op bloeiende gewassen al verboden. In 2018 werd dat verbod uitgebreid naar gebruik op alle gewassen. En in juni van dit jaar nam de Europese Commissie voorstellen aan om voor 2030 het gebruik van pesticiden in de hele EU met 50 procent te verminderen. Maar er is nog steeds veel werk te doen om die doelen te behalen.

    Een andere beperking van de Nationale Bijenstrategie is dat die voornamelijk van de deelnemers afhankelijk is voor het creëren van bestuivervriendelijke landschappen. ‘Je kunt je afvragen of dat genoeg is om werkelijk iets te veranderen,’ zegt Kleijn. Maar Kruizinga blijft optimistisch over het effect van de Strategie: ‘Er is absoluut een verschuiving gaande naar bestuivervriendelijke landschappen en landbouw in harmonie met de natuur.’ 

  • Eerste wilde bizon geboren in VK sinds duizenden jaren

    Eerste wilde bizon geboren in VK sinds duizenden jaren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Lula en Bolsonaro richten zich op argwanende kiezer: evangelicals en vrouwen

    » Duitsers verminderen gasverbruik dankzij warm weer

    Kalf kwam als verrassing voor natuuropzichters

    ‘Een baanbrekend herbebossingsproject had een vroege verrassing: een wankelende babybizon’, schrijft The Guardian. In september is de eerste wilde bizon in het Verenigd Koninkrijk geboren sinds duizenden jaren. In juli werden er drie bizons in Kent vrijgelaten, allemaal vrouwtjes, ‘maar één had een geheime passagier aan boord’. Bizons verbergen hun zwangerschap om te voorkomen dat roofdieren het op zwangere dieren of hun jongen gemunt hebben.

    Het vrouwelijke kalf werd na een paar dagen ontdekt toen de natuuropzichters de moeder, die een afgelegen plek had gevonden om te bevallen, niet meer konden vinden. ‘Het kalf is met sprongen vooruit gegaan – letterlijk,’ zei Tom Gibbs, een bizonwachter, tegen de Britse krant. Hij voegde eraan toe dat ze graag rondjes om de volwassenen heen rent.

    Het project is een samenwerking tussen de Kent Wildlife Trust en Wildwood Trust. Ze hadden wel gehoopt dat de nieuwe kudde zich te zijner tijd zou voortplanten, maar de nieuwe baby is een bonus. Eind oktober wordt er een stier uit Duitsland verwacht om zich bij de drie vrouwelijke bizons te voegen.

    Lees ook:

  • Meer dan 200 walvissen zijn gestrand in Australië

    Meer dan 200 walvissen zijn gestrand in Australië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Equatoriaal-Guinea schaft de doodstraf af

    » VS: verplaatste migranten starten rechtszaak tegen gouverneur Florida

    Grienden zijn berucht om massale strandingen

    Ongeveer 230 walvisachtigen werden dinsdag aan de westkust van Tasmanië gevonden, aldus de Tasmania Parks and Wildlife Service in een persbericht van ABC. Volgens deskundigen betreft het grienden. Ten minste de helft van hen wordt geacht in leven te zijn, aldus de overheidsorganisatie, die deze deskundigen erheen stuurde om de situatie te beoordelen.

    In 2020 werd Tasmanië getroffen door een massale stranding van ongeveer 470 walvisachtigen op zandbanken voor de westkust, de grootste ’die ooit in het land is geregistreerd’. Grienden zijn berucht om hun massale strandingen, maar de oorzaak hiervan is niet bekend.

    Lees ook:

  • Iedere veertien dagen zwanger: het wondere seksleven van dwergzeepaardjes

    Iedere veertien dagen zwanger: het wondere seksleven van dwergzeepaardjes

    Ondanks hun geringe grootte – tussen de 14 en 27 millimeter – blijken dwergzeepaardjes in Indonesië een rijk liefdesleven te leiden. ‘Grotere soorten gaan monogame verbintenissen aan, maar hebben deze dwergzeepaardjes soms seksuele rituelen die ingewikkelder in elkaar steken?’

    Op een afgelegen rif bij het Indonesische eiland Sulawesi wedijveren minuscule mannelijke zeepaardjes met elkaar. Hun dagelijkse gevechten spelen zich af op een roze koraalsoort twaalf meter onder de oppervlakte van de oceaan en ik heb ze maandenlang in de gaten gehouden. Vaak was ik bij mijn duiksessies langs hun thuiskoraal zo geboeid door hun rituelen (en zo druk met het registreren van wat ik zag) dat ik vergat dat zo’n zeepaardje amper groter is dan een rijstkorrel. Hun formaat lijkt niet van belang als je ziet hoe dwergzeepaardjes elkaar proberen te wurgen.

    Wie nooit heeft stilgestaan bij de relaties tussen vissen – en zeepaardjes worden beschouwd als vissen – verwacht waarschijnlijk ongevoelig gedrag en een koude emotieloze blik – vooral wanneer je de omvang van die vissen in millimeters uitdrukt. In de vele maanden dat ik het paargedrag van dwergzeepaardjes observeerde, heb ik echter gemerkt dat deze beestjes ondanks hun geringe grootte een rijk, dramatisch leven leiden dat je eerder zou verwachten in een soap dan in een wetenschappelijk artikel. Ook ga je door de gecompliceerde levens van deze minieme wezens twijfelen aan het menselijke referentiekader dat we gebruiken om na te denken over familie, verwantschap en seksualiteit.

    Dwergzeepaardjes zijn nog steeds minder bekend dan hun grotere zeepaardneven en -nichten

    In 1969 stuitte een onderzoeker in het Nouméa Aquarium in Nieuw-Caledonië voor het eerst op de dwergzeepaardjessoort die bekendstaat als het zeepaardje van Bargibant. Het werd niet op de koraalriffen van het eiland aangetroffen, maar op een enorme, paarse zeewaaier, de Muricella, die voor de collectie van het aquarium was meegenomen. Toen hij van dichtbij nog eens goed naar het koraal keek, ontdekte de onderzoeker een paar zeepaardjes van 25 millimeter die zich aan de oppervlakte vastklemden. Hun kleur en oppervlaktestructuur bootsten bijna volmaakt de gesloten poliepen van het koraal na, waardoor ze niet eerder waren opgemerkt.

    Dwergzeepaardjes zijn nog steeds minder bekend dan hun grotere zeepaardneven en -nichten. Er zijn tot nu toe maar acht soorten ontdekt (zeven sinds het jaar 2000) waarbij de kleinste soort 14 millimeter meet en de grootste 27 millimeter. Rond 2005 begon ik hun sociale leven en voortplantingsgedrag te bestuderen voor mijn proefschrift – bepaalde aspecten van hun organisme brachten me op het idee dat ze misschien niet alleen qua omvang verschilden van hun neven en nichten. Dit was de eerste studie naar het specifieke organisme en het gedrag van dwergzeepaardjes – tot dan toe waren de soorten slechts benoemd –, en ze voerde me naar allerlei afgelegen plaatsen in de Koraaldriehoek. Tijdens dit veldwerk begon ik het ingewikkelde leven van deze minuscule vissen te begrijpen.

    Zeewaaiers

    Voor mijn proefschrift bestudeerde ik het dwergzeepaardje van Bargibant en nog een soort die op zeewaaiers leeft, het dwergzeepaardje van Denise, dat voor het eerst is beschreven in 2003 en kleiner en slanker is de Bargibant. Beide zijn te vinden in de wateren van de Koraaldriehoek, die een groot deel van Zuidoost-Azië omspant, en hun leefgebied strekt zich uit naar de Stille Oceaan. Al duikend op allerlei plekken ontdekte ik dat de Bargibant alleen leeft op Muricella-zeewaaiersoorten, terwijl de Denise leeft op tien verschillende soorten zeewaaiers, sommige zo groot als de voorruit van een auto. Ik ontdekte ook dat dwergzeepaardjes zich hun hele volwassen leven vastklampen aan de oppervlakte van één enkele zeewaaier.

    7175657996 2802e768ec o
    – © Wikipedia

    Deze minuscule vissen leven en vermenigvuldigen zich op de oppervlakten van hun zeewaaiers. Ik was met name geïnteresseerd in hun voortplanting. Zeepaardjes staan bekend om hun monogame relaties en de manier waarop mannetjes eitjes uitbroeden in een speciaal daarvoor bedoelde buidel aan de onderkant van hun lijf. Via dagelijkse paringsrituelen kunnen vaste koppels mannetjes en vrouwtjes hun voortplantingscycli op elkaar afstemmen. Door te communiceren via hun ingewikkelde dansjes weet een vrouwtje wanneer ze een stel eitjes gereed moet hebben om gelijk op te gaan met het mannetje, dat zijn broedbuidel in gereedheid brengt. Hij bevrucht de eitjes zodra ze zijn buidel binnenkomen, en deze eigenaardigheid in hun voortplantingscyclus heeft geleid tot een ander opmerkelijk feit: doordat de eitjes de buidel van het mannetje onbevrucht binnenkomen en hij ze pas daarna bevrucht, weet hij zeker dat alle nakomelingen van hem zijn. Dit is uiterst zeldzaam in het dierenrijk. Als gevolg daarvan hebben de mannetjes langzaam maar zeker beter leren omkijken naar de ontwikkeling van hun nageslacht dan wellicht enig ander mannetje in het dierenrijk. Dit was het gedrag dat ik verwachtte te zien, maar dan op piepkleine schaal.

    Hadden deze dwergzeepaardjes soms seksuele rituelen die ingewikkelder in elkaar staken?

    Tot de eenentwintigste eeuw waren dwergzeepaardjes nooit het onderwerp van enig specifiek onderzoek geweest en dat had verschillende redenen: hun relatief recente ontdekking, het feit dat ze extreem moeilijk in gevangenschap te houden zijn, maar ook hun uitmuntende camouflage, hun zeldzaamheid en hun geringe grootte. Het zijn moeilijk te spotten wezentjes. Gelukkig leefden de dwergzeepaardjes die ik bestudeerde in kleine, afzonderlijke groepen aan de oppervlakte van een enkele zeewaaier, dus als ik eenmaal een groep had gevonden, kon ik ze naar believen bezoeken. Ze leiden een relatief besloten leven dankzij hun extreme camouflage, die ze in staat stelt volmaakt te versmelten met hun helder gekleurde koraalbehuizingen maar ze tot een makkelijke prooi zou maken als ze naar elders verhuisden.

    Terwijl ik keek naar een groep van drie dwergzeepaardjes die een zeewaaier deelden, vroeg ik me af of er er nog meer verschillen waren tussen grotere en kleinere zeepaardjes. Ik begon na te denken over hun seksualiteit. Grotere soorten gaan vaste monogame verbintenissen aan, maar hadden deze dwergzeepaardjes soms seksuele rituelen die ingewikkelder in elkaar staken?

    Honderden duiken

    Tijdens honderden duiken in de weidse Koraaldriehoek legde ik ieder detail van het sociale leven en de voortplanting van groepen Denise-dwergzeepaardjes vast en ik bezocht bepaalde groepen weken- en in sommige gevallen maandenlang. Bij één zo’n duik, terwijl ik onder water zweefde op een afgelegen plek bij Sulawesi, ontdekte ik een hoogst intrigerend groepje dat zich vastklampte aan een felroze zeewaaier, een Annella, onder een overhangende rots. Het was een groepje van vier dat, zo ontdekte ik door enorme uitvergrotingen te maken van hun onderkant, bestond uit drie mannetjes en één vrouwtje.

    De maanden erna verdiepte ik me steeds meer in het leven van het viertal. Vol ontzag voor de taferelen die ik aanschouwd had, trakteerde ik de lokale duikers iedere dag op verhalen over mannetjes die elkaar wurgden. Met alleen hun staart om iets vast te pakken en overwicht te tonen (door elkaar te verstikken) zijn de mannetjes behoorlijk beperkt in hun mogelijkheden om hun worstelingen uit te voeren. Als ze hun staart niet gebruiken, kunnen ze ook ‘nekworstelen’ en proberen ze elkaar om te gooien, min of meer zoals giraffes doen. Ik legde mijn waarnemingen heel precies vast, waarbij ik elk individueel dier aanduidde met een cijfercombinatie, totdat een van de duikgidsen zei dat ze genoeg had van dat formele gedoe. Ze doopte ze om tot Tom, Dick, Harry en Josephine. Plotseling was iedereen begaan met hun heftige wederwaardigheden.

    Als ik nauwkeurig keek, kon ik mannetjes die hadden gebaard herkennen aan hun zwangerschapsstrepen

    De groep leende zich uitstekend om te begrijpen hoe de voortplanting bij dwergzeepaardjes in z’n werk gaat. Er waren drie mannetjes en maar één vrouwtje in de groep die ik in de gaten hield, dus wanneer er een paar werd gevormd, bleven er twee mannetjes over zonder partner. Het viel niet mee deze paringen goed te bekijken: onderwaterclose-ups bleken hiervoor van essentieel belang. Het lukte me om foto’s te maken van Josephine terwijl haar lichaam zich vulde met eitjes en ook van haar verminderde omvang na de overheveling van haar vrachtje aan een van de mannetjes. Al zijn ze nog geen 2 centimeter, ze zwellen op als ballonnetjes terwijl binnenin een flink stel kleintjes groeit. Als ik nauwkeurig keek, kon ik mannetjes die hadden gebaard herkennen aan hun zwangerschapsstrepen.

    48797294206 8da883face o
    – © Wikipedia

    Naarmate de weken verstreken merkte ik dat Josephine om de zeven dagen een stel eitjes produceerde. Dit kwam overeen met wat ik zag bij de twee grootste mannetjes, Tom en Dick, die iedere veertien dagen om de beurt zwanger werden. Als een van de mannetjes had gebaard, werd hij onmiddellijk weer zwanger en halverwege deze veertiendaagse zwangerschap baarde het andere mannetje en werd op zijn beurt weer zwanger. Kennelijk was Josephine door haar leven in zo’n kleine groep in zo’n vruchtbare biotoop in staat meer eitjes te produceren dan haar grotere neven en nichten. Op de zeewaaier voltrokken paringsrituelen en -dansen zich groepsgewijs en dankzij deze gedragingen kon Josephine haar cycli synchroniseren met die van twee mannetjes. Het derde mannetje, Harry, werd nooit zwanger. Hij was maar 1,4 centimeter lang – veel kleiner dan de andere twee. Misschien leerde hij zo de kneepjes van het vak en wachtte hij gewoon af tot een van de anderen het loodje legde en er een plek voor hem vrijkwam.

    Collectieve minachting

    Mijn tijd met Tom, Dick, Harry en Josephine en tientallen andere wezentjes heeft mijn kijk op het leven diep beïnvloed en mijn ideeën over schaal (en seksualiteit) doen kantelen. We zijn geneigd tot collectieve minachting voor sommige van de allerkleinste wezens op aarde. Ze worden vaak aangeduid als ongedierte en hun leven wordt als minder waardevol beschouwd dan dat van grotere, charismatischere soorten. Maar er is leven ver buiten onze menselijke kaders en zintuiglijke vermogens. Koraalriffen zitten vol met zulke kleine, goed gecamoufleerde wezens. Niet alleen zijn er grote aantallen van deze minisoorten die nog moeten worden ontdekt, maar vermoedelijk kan elk ervan bogen op z’n eigen fascinerende verhalen en gedragingen. In onze haast om soorten te bestuderen die onze aandacht en zorg verdienen, vergeten we vaak de exemplaren aan de rand van onze zintuigelijke horizon.

    De tijd dat ik van dichtbij de paringsrituelen en het seksleven van zeepaardjes filmde, heeft me doen inzien hoe moeilijk en hoe noodzakelijk het is om ons ook in te leven in de kleinere bewoners van onze planeet. Op ditzelfde moment zijn minuscule mannelijke zeepaardjes, amper groter dan een rijstkorrel, op een felroze koraalrif in een verre uithoek van de Stille Oceaan, bezig elkaar te wurgen in de strijd om zwanger te worden.

  • Wordt de octopus het volgende slachtoffer van de bioindustrie?

    Wordt de octopus het volgende slachtoffer van de bioindustrie?

    De octopus is een schepsel met vele geheimen. Hij is intelligent, koppig – en totaal anders dan mensen. Maar het ziet ernaar uit dat het weekdier binnenkort hetzelfde doel zal dienen als zovele dieren voor hem: dat van grondstof voor de industriële massaproductie van vlees.

    Choco Frito is de Portugese versie van fish and chips. Het ligt in vette stapels op het bord van Lucas Martins. Rechts de reepjes gesneden aardappelen, links stukjes gesneden en gefrituurde inktvis. Een uur geleden hield Lucas op de bodem van de zee zijn korte, brede vingers naast de altijd kronkelende tentakels van een octopus, in de hoop hem aan te kunnen raken, maar het dier gunde hem dit plezier niet. In plaats daarvan maakte het een sprong, stootte een wolk inkt uit en zwom met de melkachtig witte huid weg als een speer.

    Wat wij inktvis noemen, verwijst naar verschillende soorten koppotigen: op het bord van Lucas ligt een sepia (in stukken gesneden), onder water kwam hij een octopus tegen (in één stuk). Dat het woord voor het ene dier vrouwelijk is en voor het andere mannelijk, is even irrelevant als de hond en het poesje, het is gewoon zo. Een sepia lijkt een beetje op een vliegende, of liever: zwevende schotel, met tien tentakels rond zijn mond, als een baard. Een octopus heeft een zakvormig lichaam, onderaan een mond die bek of soms snavel wordt genoemd, en acht tentakels die in alle richtingen uitwaaieren. ‘Ik vind het gaaf om de octopussen daar beneden te zien,’ zegt Lucas Martins. ‘Maar ik heb ze ook graag op mijn bord.’

    Dit is een verhaal over tegenstrijdigheden, onwetendheid en heimelijkheden. En het is een toenadering tot een dier waarop al zoveel werd geprojecteerd: de dood, monsterlijkheid, list en lust. Velen beschouwen de octopus als een wezen dat het dichtst in de buurt van een buitenaardse verschijning komt, of althans bij ons idee ervan. Omdat het totaal anders is dan wij.

    Dit verhaal gaat over de mens die denkt voldoende te hebben begrepen van onderwaterwezens om er een calculeerbaar product voor een kapitalistisch industrieel systeem van te maken.

    Industriële kweek

    De octopus ‘voldoet aan veel van de vereisten om in aanmerking te komen voor industriële kweek’, schreef het wetenschappelijke tijdschrift Aquaculture in 2004: ‘gemakkelijke aanpassing aan de omstandigheden in gevangenschap, hoge groeisnelheid, aanvaarding van laagwaardig natuurlijk voedsel, hoge reproductiesnelheid en hoge marktprijs’. Het was slechts een kwestie van tijd.

    Evolutionair biologisch gezien kunnen mens en octopus nauwelijks verder uit elkaar staan. Onze wegen gingen ongeveer zeshonderd miljoen jaar geleden uiteen, toen al het leven zich nog in zee afspeelde en geen enkel organisme nog voet op land had gezet.

    Onze meest recente gemeenschappelijke voorouder is een wormachtig wezen dat enerzijds uitgroeide tot gewervelde dieren, zoogdieren en bovengemiddeld intelligente mensen. Aan de andere kant ontstonden ongewervelden zoals mosselen, slakken en bovengemiddeld intelligente koppotigen. Ons bloed is rood omdat het ijzer bevat als zuurstofdragend molecuul; hun bloed is blauwgroen omdat ze koper gebruiken om zuurstof te transporteren. Dat we geboren worden, leven en sterven hebben we gemeen, evenals onze ogen, vreemd vertrouwd in dit vreemde lichaam. Afgezien daarvan is alles anders, alsof de evolutie twee keer de geest kreeg, maar wel twee keer totaal anders. Vandaar de vergelijking met een buitenaards wezen, afkomstig van de Britse zoöloog Martin Wells. Onze wens de octopus te begrijpen is een uitdaging voor onze eigen intelligentie.

    In de oudheid werden octopussen vereerd als symbolen van de liefde

    Is het altijd goed om alles te begrijpen? In ieder geval bewijzen we de octopussen er geen dienst mee. Tot op zekere hoogte verhinderen zij ons dat begrip dan ook: we weten nog steeds niet wat er in hun hoofden omgaat, omdat zij de elektroden waarmee we hun hersengolven proberen te meten, er binnen een mum van tijd aftrekken met een van hun acht armen.

    Met elk stukje informatie dat wij over hen krijgen, verliezen ze iets van hun geheimen. In de oudheid werden octopussen vereerd als symbolen van de liefde; in talloze verhalen zijn ze angstaanjagende, onaantastbare monsters; Victor Hugo beschrijft ze als ‘beesten van as’; in Japan heeft kunstenaar Katsushika Hokusai ze in een houtsnede vereeuwigd als de belichaming van wellust. Maar inmiddels weten we te veel om ze zomaar te gebruiken voor onze projecties.

    ‘[Dieren] zijn objecten van onze steeds uitbreidende kennis. Wat we over hen weten is een indicatie van onze macht en dus een indicatie van wat ons van hen scheidt. Hoe meer we weten, hoe verder weg ze zijn‘, aldus de Britse schrijver John Berger. ‘In de eerste fasen van de industriële revolutie werden dieren (…) gebruikt als machines. Tegenwoordig, in de zogenaamde postindustriële samenlevingen, worden ze behandeld als grondstoffen.’

    Octopuskwekerij

    Mensen vangen en eten al heel lang octopussen. Maar nu bouwt het Spaanse bedrijf Nueva Pescanova – een van de grootste visserijbedrijven ter wereld, met een vloot van meer dan zestig vaartuigen en een gecombineerd aquacultuurgebied van ongeveer zevenduizend hectare – ’s werelds eerste octopuskwekerij op Gran Canaria.

    De octopus wordt een industrieel product, zoals een chocoladereep. Om preciezer te zijn geldt dat voor de Octopus vulgaris, de gewone octopus. Dat is de kosmopoliet onder de octopussen, want hij leeft in alle oceanen van de wereld.

    De octopus is in staat tot buitengewone denkprestaties, niet alleen met zijn hersenen, maar met zijn hele lichaam. Drie vijfde van zijn neuronen bevinden zich in zijn armen, die zich onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen: de octopus leeft dus buiten de gangbaar geachte scheiding tussen lichaam en geest.

    De octopus heeft negen hersens en drie harten, zijn hele lichaam is geest

    Dit is een uitdaging voor het filosofische geest-lichaamprobleem, dat, eenvoudig gezegd, betrekking heeft op de vraag waar de geest zich in het lichaam bevindt. In de hersenen? In het hart? De octopus heeft negen hersens en drie harten, zijn hele lichaam is geest – of zijn hele geest is lichaam.

    Met zijn tentakels kan hij proeven en, in zekere zin, ook zien. In zijn huid zitten fotoreceptoren die hem helpen de kleuren van zijn omgeving aan te nemen, ook al is hij zelf kleurenblind.

    Hij kan deksels van potjes draaien en zich vijf maanden lang herinneren hoe hij dat deed. Hij kan mensen uit elkaar houden, zelfs als ze hetzelfde uniform dragen, en hij kan taken oplossen zoals een hendel overhalen om eten te krijgen. Maar bovenal heeft hij een persoonlijkheid. In het experiment met de hendel trokken twee octopussen zachtjes, maar de derde trok zo hard dat de hendel brak. Hij rukte ook de lamp los die boven de bak hing en belaagde de onderzoeksleider met waterstralen.

    Persoonlijkheid is een sterke indicator van hoge intelligentie, net zoals het vermogen om plannen te maken: meerdere octopussen zijn in het wild waargenomen met de schalen van een kokosnoot om als pantser te gebruiken in geval van gevaar. Een octopus wordt echter maar ongeveer twee jaar oud – dus wat is het nut van al deze vaardigheden als hij nauwelijks tijd heeft om ze te gebruiken? De meest sluitende verklaring: de octopus bestaat alleen uit zachte weefsels, wat hem tot een gemakkelijke prooi maakt. De drang om zich zo goed mogelijk voor aanvallers te kunnen verbergen en eraan te ontsnappen, schiep intelligentie als overlevingsstrategie. Er is nog zoveel dat we niet begrijpen, en daarom stelt zeebioloog Jean Boal terecht de vraag: ‘Zijn we eigenlijk wel slim genoeg om uit te vinden hoe slim ze zijn?’

    Vijftig procent overlevingskans

    Kan zo’n schepsel in een kwekerij leven? Aangezien de kwekerij in afwachting van de milieu-effectbeoordeling nog niet in aanbouw is, nodigt het bedrijf Nueva Pescanova SZ-Magazin uit in zijn onderzoekcentrum in Galicië.

    In Galicië, in het noordwestelijkste puntje van Spanje, is men gewend de zee te benutten. De batea’s, houten platforms waaronder oesters en mosselen aan grove touwen groeien, rijgen zich in de baaien aaneen.

    In hotels wordt op affiches reclame gemaakt voor het ‘Festa do Marisco’, met grote krabben die koffiedrinken uit kleine kopjes. En in de ochtenduren, wanneer bij laagwater de zeebodem komt bloot te liggen, gaan honderden in neopreen geklede figuren op zoek naar mosselen.

    Aan de oostkust van het schiereiland O Grove staat het Biomarine Centrum Pescanova, een doos van beton en glas, met daar bovenop een museum en eronder een onderzoekscentrum. Met een virtualrealitybril kun je van boven in de ruimtes eronder kijken en zo de tarbotten, de algenkwekerij en de waterzuiveringsinstallatie zien. Alleen van de tank met de octopussen zijn geen beelden. Hun kweek is een van de meest waardevolle geheimen van de visindustrie.

    Een paralarva staart ons aan – een octopus van minder dan 24 uur oud, een paar millimeter groot

    David Chavarrías Lázaro, directeur van het centrum, en Tesa Díaz-Faes Santiago, hoofd van de communicatieafdeling van Nueva Pescanova, leiden ons de trap af naar dit geheim – fotograferen is verboden. Op het mondkapje van de communicatiedeskundige prijkt een zwaaiende Rodolfo Langostino, een breed grijnzende langoustine met witte handschoenen en een blauwe sjaal; de mascotte van het bedrijf. We trekken fladderende witte plastic jassen en blauwe schoenovertrekken aan en beneden in het lab wacht een laborante ons al op bij de microscoop, waarvan het beeld zichtbaar is op een plat scherm erboven. Een paralarva staart ons aan – een octopus van minder dan 24 uur oud, een paar millimeter groot. Zijn lichaam is doorzichtig, en zijn pulserende organen steken er donker bij af.

    Als hij zich in open zee zou bevinden, zou hij nu ongeveer twee maanden min of meer willoos in het water ronddobberen om zich dan naar de bodem te laten zinken waar zijn levens- en voedselbehoeften volledig veranderen. En dat herhaal zich als hij tot een grote octopus is uitgegroeid. ‘Het zijn eigenlijk drie verschillende dieren,’ zegt Chavarrías.

    Dat een paralarva volwassen wordt, is in het wild al uiterst onwaarschijnlijk, omdat hij vanaf het begin alleen is. Een vrouwelijke octopus legt enkele honderdduizenden eieren per keer en steekt al haar energie in de verzorging ervan. Het nieuwe begin is haar einde: als haar kroost uitkomt, sterft de moeder.

    Weerloos blootgesteld aan de gevaren van de oceaan, overleeft slechts een fractie van de kleintjes de eerste weken. Lange tijd overleefde er in het laboratorium geen een. De paralarva die we nu op het scherm zien heeft vijftig procent overlevingskans, zegt David Chavarrías. ‘Maar dat kunnen we van generatie op generatie optimaliseren.’ Bedrijven en onderzoeksinstellingen over de hele wereld zijn al tientallen jaren in een race verwikkeld om als eerste een octopus in gevangenschap groot te brengen. Nueva Pescanova is het gelukt.

    Geen regelgeving

    Er is nu nog geen wet die dat kan verhinderen. Er bestaat zelfs geen regelgeving die voorschrijft hoe octopussen moeten worden gehouden of gedood – de EU-richtlijn inzake de bescherming van boerderijdieren sluit ongewervelde dieren uitdrukkelijk uit. Chavarrías legt uit dat Nueva Pescanova momenteel onderzoekt of het beter is de dieren eerst bewusteloos te maken met geleidelijke elektrische schokken of met kooldioxide om ze daarna te doden; hoe wil hij niet zeggen. Verschillende dierenbeschermingsorganisaties willen de bouw van de kwekerij tegenhouden, maar zonder rechtsgrond is dat moeilijk.

    Dierenrechtenorganisatie Peta deed in een open brief aan de minister van Landbouw van de Canarische Eilanden een oproep om de kwekerij te stoppen en verzamelde meer dan 25.000 handtekeningen. In Las Palmas demonstreerden dierenbeschermingsgroepen voor het stadhuis. Ze hadden borden met in grote letters ‘Stop de octopuskwekerijen’, één activist was verkleed als rode octopus.

    Een andere manier om de kwekerij toch te verhinderen is de milieu-effectbeoordeling. Honderdtien onderzoekers, dierenwelzijns- en milieuorganisaties ontrafelden die in mei 2022. Een van hun belangrijkste punten van kritiek: tot dusver onbekende ziekteverwekkers zouden zich vanuit de kwekerij kunnen verspreiden en Nueva Pescanova heeft geen adequate veiligheidsmechanismen om dat te voorkomen. Zij riepen de regering van de Canarische Eilanden op de milieuvergunning voor de kwekerij te verwerpen. Het is onwaarschijnlijk dat dit zal gebeuren – Nueva Pescanova heeft 65 miljoen euro geïnvesteerd in de bouw van de kwekerij en belooft honderdvijftig nieuwe banen op het eiland.

    En vanwaar al die ophef? De handel in octopus is een miljardenbusiness.

    Octopussen, inktvissen en sepia’s behoren tot de meest waardevolle zeedieren ter wereld

    Alleen al de diepgevroren octopus, die de Europese Unie vorig jaar uit Marokko importeerde, had een waarde van ongeveer 2,4 miljard euro. Wat de omzet is die Nueva Pescanova maakt en verwacht te maken wil het bedrijf niet zeggen. Maar octopussen, inktvissen en sepia’s behoren tot de meest waardevolle zeedieren ter wereld. Ze zijn populair in Hawaïaanse tako-pokébowls, in Spaanse tapas, als Japanse takoyaki-balletjes en in de Portugese versie van fish and chips.

    Van de 20,5 kilo vis die elk mens wereldwijd gemiddeld per jaar eet, is 0,5 kilo octopus, en die hoeveelheid neemt toe. Sinds de jaren vijftig zijn de vangsten wereldwijd verviervoudigd, maar van 2017 tot 2018 stortten daalde deze weer van 433.000 ton tot 322.000. In Europese wateren is de vangst niet gereguleerd; wereldwijd worden veel bestanden als overbevist beschouwd. En dat terwijl de octopus een van de weinige diersoorten is die goed kan omgaan met de veranderingen die de mens onder water heeft teweeggebracht.

    Nueva Pescanova verkoopt ook octopus uit de wateren voor de kust van Mauritanië, Marokko en Galicië; het bedrijf wil niet bekendmaken hoeveel, noch met welke vangst- en dodingsmethoden. David Chavarrías zegt er alleen dit over: ‘De wildbestanden in deze gebieden zijn volledig vernietigd.’ De kwekerij zal het probleem op een zeer duurzame manier oplossen, zegt hij. Met de geplande octopuskwekerij vraagt Nueva Pescanova EU-middelen aan in het kader van het programma Next Generation, dat tot doel heeft milieuvriendelijke technologieën na de pandemie te bevorderen. ‘Aquacultuur is een manier om de druk op de wildvisserij effectief te verminderen,’ zegt Tesa Díaz-Faes.

    Uit een studie die in 2019 in het tijdschrift Conservation Biology is gepubliceerd, blijkt echter het tegenovergestelde: aquacultuur zou de wilde visvangst niet vervangen, maar aanvullen. Ze kan zelfs bijdragen tot een stijging van de vraag, omdat de betreffende soorten ruimer beschikbaar en goedkoper worden. Meer dan de helft van de vis die vandaag wordt gegeten, komt al uit kwekerijen.

    Lourditas

    Maar het kweken van octopus blijkt uiterst moeilijk te zijn. In 2017 kondigde het Japanse bedrijf Nissui aan dat het met succes octopuseieren had uitgebroed en dat het in 2020 ’s werelds eerste gekweekte octopus op de markt zou brengen. Vervolgens gebeurde er niets. Tot Nueva Pescanova in 2019 met een soortgelijke aankondiging naar buiten kwam: de eerste gekweekte octopus zou in 2023 op de markt moeten komen. In samenwerking met het Spaans Nationaal Oceanografisch Instituut – Nueva Pescanova financiert het onderzoek en koopt de daaruit voortvloeiende octrooien – heeft het bedrijf voor het eerst octopussen in gevangenschap grootgebracht. Hoe precies, onthullen ze niet. Ze noemden het moederdier Lourditas, naar het mirakel van Lourdes, omdat ze het een mirakel vinden dat het hen is gelukt.

    De minioctopus die ze hier nu laten zien, behoort al tot de vijfde generatie. In zwarte tanks in de grote hal wordt de generatie ouders gehouden; de kleur wordt verondersteld hen te kalmeren. Ongeveer twintig mannetjes liggen in één pool – ze geven de voorkeur aan het begrip pool, zegt Chavarrías – met ongeveer hetzelfde aantal vrouwtjes in het bassin ernaast. Het mannelijk bassin is helemaal kaal, in het vrouwelijk bassin liggen twee korte buizen waaruit bleke tentakels steken. De octopussen liggen in hoopjes op elkaar, hun armen in kleine spiralen gedraaid, hun lichaamskleur melkwit. Slechts een van de mannetjes heeft een roestrode kleur gekregen en zwemt naar de rand van het bassin waar wij staan. Twee keer stoot hij met zijn zakachtige lichaam tegen de rand, dan vormt hij kleine stekeltjes op zijn huid en loopt langzaam achteruit met zijn tentakels, zonder zijn ogen van ons af te wenden. De anderen blijven op de bodem.

    De kwekerij zal er wat anders uitzien, leggen de in plastic gehulde communicatiemanager en de centrumdirecteur uit. Vanwege de goede waterkwaliteit en de milde temperaturen zal de kwekerij op Gran Canaria worden gebouwd, en er zal drieduizend ton octopus per jaar worden geproduceerd.

    ‘Het is een mythe dat octopussen zo intelligent zijn’

    In grote bassins zullen meerdere kooien drijven, zonder speelgoed, zegt Tesa Díaz-Faes. ‘Dat is er in de natuur ook niet.’ Antibiotica of herbicides zullen niet worden gebruikt. Momenteel wordt met biomarkers in de octopussen onderzocht of er sprake is van stress. Met behulp van kunstmatige intelligentie worden alle belangrijke parameters voortdurend gecontroleerd en aangepast en er wordt samengewerkt met Microsoft.

    Zes tot tien milligram zuurstof per liter, 27 tot 37 gram zoutgehalte, een pH-waarde van 7 tot 8,5, een temperatuur van 12 tot 21 graden Celsius. Die cijfers moeten hen vertellen of de octopussen gelukkig zijn.

    ‘Het is een mythe dat octopussen zo intelligent zijn,’ zegt Díaz-Faes. Het feit dat zij bijvoorbeeld een pot met schroefdop kunnen openen, is geen teken van intelligentie, zegt ze, maar eerder het resultaat van hun zenuwstelsel waardoor zij onophoudelijk al hun armen bewegen.

    In de experimenten deden de octopussen het echter op verschillende manieren, met slechts één arm of met meerdere: een duidelijk teken van doelgerichte actie.

    ‘De conclusie dat de intelligentie van octopussen een mythe is, vereist dat je meer dan tachtig jaar onderzoek terzijde schuift,’ zegt de Australische gedragsbioloog Alex Schnell als ze hoort van Díaz-Faes’ uitspraken.

    Vermogen om te voelen

    Schnell is expert op het gebied van koppotigen en doet al vijftien jaar onderzoek. ‘Honderden experimenten hebben objectief aangetoond dat octopussen intelligent zijn en gevoel hebben,’ zegt zij. Schnell heeft vorig jaar, samen met onderzoekers van de London School of Economics and Political Science, in een uitgebreide metastudie aangetoond dat octopussen gevoel hebben. ‘Wij zijn ervan overtuigd dat het kweken van octopussen met een hoog welzijnsniveau onmogelijk is’, concludeerde het team van deskundigen in hun rapport, en het stelde voor dat de Britse regering de invoer van gekweekte octopus preventief zou verbieden.

    Lange tijd werd octopussen het vermogen om te voelen ontzegd, omdat zij als ongewervelde dieren niet onder de regelgeving inzake dierenwelzijn vielen; daarom mochten ze in onderzoeksfaciliteiten zonder verdoving worden geopereerd. Inmiddels zijn ze ‘op eretitel’ in veel verordeningen opgenomen als ‘gewervelde dieren’, onder meer in de EU-richtlijnen betreffende bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt.

    Van een wezen dat zo anders is dan mensen, is het moeilijk om gevoelens te interpreteren. Nog maar twee jaar geleden kwamen onderzoekers erachter hoe zij emoties bij muizen kunnen aflezen uit hun gezichtsuitdrukkingen, maar dergelijke studies zijn er niet voor octopussen. Men kan proberen hun gedrag te interpreteren – zoals het gegeven dat de octopussen in Nueva Pescanova elkaar niet verscheuren. Het klinkt paradoxaal, maar dat is een slecht teken. Omdat octopussen solitaire dieren zijn, blijven de meeste zelfs tijdens het paren op veilige afstand. ‘We weten dat ze niet graag in een groep zijn, dan bijten ze of eten ze elkaar zelfs op,’ zegt labtechnicus Alix Harvey. Ze is verzorger van de onderzoeksaquaria van het Citadel Hill Laboratory in Plymouth, Zuid-Engeland, het hoofdkwartier van de Britse Marine Biological Association. Er zijn maar weinig mensen die zoveel ervaring hebben met koppotigen in gevangenschap als zij, en het feit dat de octopussen elkaar niet aanvallen in de groepshuisvesting in Nueva Pescanova, noemt ze zeer verontrustend. Ze liggen onder elkaar omdat dit de enige manier voor hen is om zich ergens onder te begraven, legt ze uit. ‘Octopussen kunnen depressief worden,’ zegt ze. Hun witte lichaamskleur is daar een aanwijzing voor; die krijgen ze alleen als ze gestrest, boos of ongelukkig zijn.

    Octopussen ontsnappen als het goed met ze gaat. Als ze niet ontsnappen, betekent het dat ze niet in orde zijn

    ‘Als het ze niet goed zou gaan, zouden ze voortdurend proberen te ontsnappen,’ had David Chavarrías gezegd bij het open bassin in de onderzoeksruimte. Maar het bassin is nooit afgedekt geweest.

    Door te vluchten zouden ze echter geheid hun dood tegemoet treden: octopussen kunnen korte tijd overleven op het land, maar ze drogen zeer snel uit. Meestal weerhoudt dat hen er niet van hun geluk toch te beproeven. Wetenschappers over de hele wereld kunnen de meest hilarische verhalen vertellen over hoe octopussen uit hun aquarium ontsnappen, hoe ze ’s nachts stiekem andere tanks binnensluipen om op vis te jagen, hoe ze hele laboratoria onder water zetten door de afvoer te blokkeren, of hoe ze kortsluiting veroorzaken met een waterstraal. ‘We verzwaarden de deksels van onze aquaria met betonblokken, maar die konden ze omhoogtillen,’ zegt Alix Harvey. ‘We hebben kleine exemplaren gehad die via de afvoer uitbraken en andere ontsnapte uit de ene emmer en klom een andere in.’ Octopussen ontsnappen als het goed met ze gaat. Als ze niet ontsnappen, betekent het dat ze niet in orde zijn.

    Nog een argument tegen de kwekerij: octopussen zijn – net als veel andere vissen die in kwekerijen worden gekweekt – carnivoren. Dit betekent dat er vis voor ze moet worden gevangen: aquaculturen maken de zee extra leeg. Van de wereldwijd gevangen of gekweekte vis is 88 procent bestemd voor menselijke consumptie, de rest wordt grotendeels gebruikt als voer in kwekerijen.

    David Chavarrías is zich van dit probleem bewust en legt uit dat de octopussen worden gevoed met visafval en algen. Hun FIFO (‘fish-in, fish-out’-ratio) laat zien hoe effectief ze dit voedsel omzetten in lichaamsgewicht. Het is 2,5:1 en moet worden teruggebracht tot 2:1, aldus Chavarrías. Dat betekent dat de octopussen 2 kilo voedsel omzetten in zo‘n 1 kilo lichaamsgewicht.

    Alex Schnell gaat eerder uit van een verhouding van 3:1. Voor labtechnicus Alix Harvey is het voedsel alleen al reden genoeg om tegen kwekerijen te zijn. ‘In het beste geval moeten octopussen levend voedsel krijgen,’ zegt ze. Uiteindelijk kunnen ze gewend raken aan dood voedsel, maar algen en visafval is weer een ander verhaal.

    ‘(…) de enige werkelijkheid in de leegte bestaat uit hun eigen lusteloosheid of hyperactiviteit’, schreef John Berger over dieren in gevangenschap. ‘Ze hebben niets om hun energie op te richten – behalve, even, het voer dat ze krijgen en, zo heel af en toe, de partner die men hun toewijst.’

    Octopus’s Garden

    Maar hoe leeft een octopus in vrijheid, van wie zwemt hij weg, wat verkent hij en hoe reageert hij op mensen? Om dat te ontdekken, ontmoet ik Lucas Martins in Sesimbra, zo’n veertig kilometer ten zuiden van Lissabon. Lucas duikt hier al jaren en hij zegt dat hij op deze plek altijd octopussen tegenkomt. We trekken dikke wetsuits aan, neopreen schoenen en neopreen mutsen, de Atlantische Oceaan is koud. Een motorboot brengt ons het water op, dan doen we zuurstofflessen en loodgordels om, zetten vinnen en brillen op en laten ons achterover in het water vallen.

    In de Oscarwinnende film My Octopus Teacher laat natuurfilmmaker Craig Foster het grootste deel van zijn uitrusting achterwege om dichter bij de octopus te komen, maar ik ben noch getraind voor de kou, noch voor apneuduiken. Luid borrelend zakken we naar de zeebodem, waar we op zoek gaan naar het dier dat zich beter kan camoufleren dan bijna elk ander dier.

    ‘We would sing and dance around / Because we know we can’t be found‘  [‘We zouden in de rondte zingen en dansen, want we weten toch dat we niet gevonden worden’] zingt Ringo Starr in het Beatles-nummer Octopus’s Garden. En inderdaad, eerst lijkt het erop dat de octopussen niet gevonden kunnen worden. Een half uur lang kijken we tevergeefs in elk gat en onder elke rots. Dan stopt Lucas voor iets dat in mijn ogen op een steen lijkt. Bij nader inzien herken ook ik de octopus, die perfect de kleur van de zandbodem heeft aangenomen. Als we dichterbij komen, realiseert het dier zich dat zijn camouflage niet werkt. Hij zweeft omhoog, verandert in bleekwit alsof hij zijn zandkleurige vacht heeft laten vallen, en schiet weg. Ik had mijn opwinding willen uiten, maar ik heb een ademautomaat in mijn mond en bevind me zo’n 15 meter onder het wateroppervlak. Dus Lucas en ik geven elkaar alleen het oké-teken: duim en wijsvinger gesloten in een cirkel.

    We komen een tweede, derde en vierde octopus tegen die dag. Ze persen zich in spleten, nemen de kleur aan van de rode algen die hier in het water dobberen, trekken zich met hun tentakels aan rotsen op, vormen kleine stekels over het hele oppervlak van hun lichaam om onmiddellijk daarna te veranderen in een diepe tint blauw.

    Hun hele wezen is ontworpen voor camouflage

    Hun hele wezen is ontworpen voor camouflage – camerabeelden met hoge resolutie lieten zelfs zien dat ze met hun inktwolken fantoombeelden van zichzelf creëren om hun aanvallers te verwarren.

    Met hun ogen, die zo vertrouwd menselijk lijken, taxeren ze Lucas en mij tijdens onze duiken. Maar Lucas’ hand aanraken, dat willen ze niet. Ik denk aan Alix Harvey, die mij vertelde dat ze er als kind van droomde een hechte vriendschap te sluiten met een wild dier, zoals waarschijnlijk veel kinderen. Zij gelooft dat we die droom nooit helemaal ontgroeien. Het is deze droom die filmmaker Craig Foster werkelijkheid heeft laten worden, of op z’n minst de illusie ervan. Hij hield van de octopus, maar hield die ook van hem?

    Het doet er niet toe. Een dier hoeft zijn genegenheid niet te tonen om respect te verdienen. Een octopus hoeft zijn tentakels niet uit te steken als wij hem onze hand reiken. Hij kan ook een wolk inkt uitstoten en wegzwemmen, zoals de meeste octopussen op een bepaald moment na onze ontmoeting doen.

    ‘Oh what joy for every girl and boy / Knowing they’re happy and they’re safe’ [‘Oh, wat een vreugde is het voor alle meisjes en jongens om te weten dat ze gelukkig zijn en veilig‘] zingt Ringo Starr tegen het einde van Octopus’s Garden. Hij schreef het in 1968 in Sardinië, waar een schipper hem had verteld hoe octopussen stenen en schelpen verzamelen om tuintjes aan te leggen voor hun holen. The Beatles lagen overhoop in die tijd en Starr droomde zichzelf naar deze fantastisch klinkende plek. Hij kon niet weten dat die tuintjes vierenvijftig jaar later zouden veranderen in kooien.

  • Wetenschappers: kameleons kleuren feller in omgeving zonder natuurlijke vijanden

    Wetenschappers: kameleons kleuren feller in omgeving zonder natuurlijke vijanden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VN-onderzoek: Israëlische leger doodde Al Jazeera-journalist Shireen Abu Akleh

    » Pakistan heeft vermoedelijk brein achter aanslagen Mumbai gearresteerd

    Fellere kleuren zijn voorbeeld van snelle evolutie

    Kameleons kleuren feller als ze zich in een omgeving bevinden zonder natuurlijke vijanden. Dat blijkt uit een studie die Science Advances publiceerde en waarvan Daily Maverick melding maakt. De soort die werd onderzocht is de Oost-Afrikaanse driehoornkameleon (Triocerus j. Xantholophus), die in de jaren zeventig per ongeluk op Hawaï terechtkwam.

    De studie laat zien dat de Hawaiiaanse kameleons veel feller gekleurde sociale signalen afgeven dan hun soortgenoten in de oorspronkelijke leefgebieden in Kenia. De oorzaak is de afwezigheid van roofvogels en slangen, die het op kameleons gemunt hebben. De studie noemt dit een voorbeeld van snelle evolutie.

    In het dierenrijk kunnen felle kleuren de aandacht trekken van roofdieren met scherpe ogen

    In het dierenrijk kunnen felle kleuren de aandacht trekken van roofdieren met scherpe ogen. Dat vermindert de overlevingskans en reproductieve geschiktheid. Wanneer vervolgens het voortbestaan van de soort wordt bedreigd, werkt natuurlijke selectie als een rem. De kameleons worden in hun zichtbare delen minder fel gekleurd, terwijl de felle kleuren alleen nog te zien zijn op lichaamsdelen die minder zichtbaar zijn voor roofdieren.

    Omgekeerd zorgen felle kleuren ervoor dat de conditie van de soort beter wordt. Hoe helderder en kleurrijker de mannetjes, hoe aantrekkelijker ze worden voor de vrouwtjes en hoe gemakkelijker ze kunnen winnen van hun rivalen.

    Lees ook: