Onderwerpen: Diplomatie

  • Wordt Moldavië het volgende slachtoffer van Rusland?

    Wordt Moldavië het volgende slachtoffer van Rusland?

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Europa stevent af op einde van benzineauto in 2035

    » Nederland en Denemarken leveren definitief geen Leopard 2-tanks aan Oekraïne

    Rusland zou pro-Europese regering willen omverwerpen

    De president van Moldavië, Maia Sandu, heeft Rusland ervan beschuldigd dat het de nieuwe Moldavische pro-Europese regering met harde hand wil omverwerpen en zelf de macht in Moldavië wil overnemen. Dat het land dit van plan is, zou blijken uit een document van de Russische inlichtingendienst dat door de Oekraïense president Zelensky werd onderschept, bericht The Guardian.

    Door Moldavië in zijn macht te krijgen, kan Rusland de pro-Europese regering afzetten en een nieuwe regering instellen die naar de pijpen van Moskou danst. Zo kan het de integratie van Moldavië in de EU tegenhouden en het land inzetten in de oorlog tegen Oekraïne. Sinds de invasie van Oekraïne heeft Moldavië te kampen met een groot aantal vluchtelingen, stijgende inflatie, stroomuitval en instabiliteit in de regio Transnistrië, waar Russische separatisten het voor het zeggen hebben.

    Moldavië zit als gevolg van de Russische aanvallen op de Oekraïense stroomvoorziening geregeld zonder stroom

    Het plan van Rusland kwam boven water in dezelfde week waarin de Moldavische regering aftrad. De nieuwe regering zal de pro-Europese koers voortzetten, zo heeft de kersverse premier Dorin Recean laten weten. Een van de uitdagingen waar hij voor staat is de energiecrisis; sterke prijsstijgingen van stroom en gas leidden afgelopen jaar tot straatprotesten die de val van de vorige regering inluidden. De regering beschouwt deze protesten als een door het Kremlin gesponsorde campagne om het land te destabiliseren.

    De relaties tussen de twee landen zijn erg gespannen. Vorige week nog beschuldigde Moldavië Rusland ervan dat een Russische raket op weg naar Oekraïne het Moldavische luchtruim had geschonden. Daarnaast zit Moldavië als gevolg van de Russische aanvallen op de Oekraïense stroomvoorziening geregeld zonder stroom en het kost het land een hoop moeite om zijn gasvoorraden elders vandaan te halen.

    Lees ook:

  • Het Poolse leger is bezig aan een opmars

    Het Poolse leger is bezig aan een opmars

    Polen is hard op weg om het grootste leger van Europa op te bouwen. Het land heeft nu al meer tanks en houwitsers dan Duitsland. Maar leidt dat ook tot meer politieke invloed?

    Toen eind november een afgezwaaide raket neerkwam op een Pools grensplaatsje en twee mensen de dood vonden, maakten sommige Europese regeringsleiders zich net zoveel zorgen over de mogelijke reactie van de Poolse regering als over de mogelijkheid dat Rusland achter de aanval zat. Vanwege het diepgewortelde Poolse wantrouwen jegens al wat Russisch is en de hartgrondige afkeer van Moskou die de huidige rechtse Poolse regering koestert, leefde van Brussel tot Berlijn de vrees voor onbesuisde stappen van Warschau. 

    Maar niets van dit alles: Warschau bewaarde de kalmte en bracht weliswaar zijn troepen in verhoogde staat van paraatheid, maar hield zijn kruit droog tot de exacte toedracht was opgehelderd. (De conclusie is dat het een afgezwaaide Oekraïense luchtverdedigingsraket betrof, afgevuurd tijdens een Russische aanval.) Die kalmte berustte op een simpele realiteit waarvan het grootste deel van Europa zich niet bewust is: dat Polen misschien wel het beste leger van Europa heeft. En dat leger wordt alleen maar sterker.

    Een uitdijend leger

    Door zijn paranoia inzake Rusland heeft Polen zich altijd onttrokken aan de tijdgeest van bijna alle Europese landen: de gedachte dat conventionele oorlogvoering tot het verleden behoort. Polen is altijd blijven bouwen aan wat stilaan de grootste landmacht van de EU begint te worden. ‘Het Poolse leger moet zo sterk zijn dat het louter op basis van zijn kracht niet hoeft te vechten,’ zei premier Mateusz Morawiecki dit jaar aan de vooravond van de Poolse onafhankelijkheidsdag. Een standpunt dat de belangrijkste bondgenoot van het land als muziek in de oren klinkt.

    ‘Polen is onze belangrijkste partner op het Europese vasteland geworden,’ zegt een hoge Amerikaanse militair in Europa, die wijst op de cruciale rol van Polen bij de steun aan Oekraïne en de versterking van de NAVO-defensie in de Baltische staten. Duitsland, traditioneel de belangrijkste Amerikaanse bondgenoot in de regio, blijft van cruciaal belang als logistiek knooppunt, maar door het eindeloze Duitse gesoebat over of het weer een leger moet opbouwen en het gebrek aan een cultuur van strategisch denken is Berlijn een minder effectieve partner, zegt dezelfde militair. De Duitsers blijven maar debatteren over de precieze gevolgen van wat zij de Zeitenwende noemen, het door de Russische inval in Oekraïne geforceerde strategische keerpunt, terwijl Polen ondertussen al flink in zijn leger aan het investeren is.

    Warschau heeft gezegd de defensie-uitgaven te willen verhogen van 2,4 naar 5 procent van het bbp. Ondertussen betwijfelt Duitsland, dat vorig jaar circa 1,5 procent van zijn bbp aan defensie uitgaf, of het zich aan de NAVO-doelstelling van 2 procent moet blijven houden als de eerder dit jaar daarvoor gereserveerde pot van 100 miljard euro leeg raakt.

    De Poolse minister van Defensie heeft beloofd dat zijn land ‘de krachtigste landmacht in Europa’ zou krijgen

    De Poolse minister van Defensie Mariusz Błaszczak heeft in juli beloofd dat zijn land ‘de krachtigste landmacht in Europa’ zou krijgen. En het is goed op weg die belofte waar te maken. Polen heeft nu al meer tanks en houwitsers dan Duitsland en ligt op koers om straks ook een veel groter leger te hebben, met een beoogde 300.000 manschappen in 2035 – veel meer dan de huidige 170.000 van Duitsland. Op dit moment is het Poolse leger zo’n 150.000 man sterk, waarvan er 30.000 behoren tot een nieuwe, in 2017 opgezette territoriale verdedigingsmacht. Dat zijn reservisten die na een training van zestien dagen af en toe opfriscursussen krijgen. Het werd aanvankelijk een beetje afgedaan als een schertsleger, maar na het succes dat Oekraïne heeft geboekt met mobiele milities die zijn uitgerust met antitank- en luchtdoelraketten lijkt het idee nu zo gek nog niet. ‘Die twijfels zijn nu wel verdwenen,’ zei Błaszczak onlangs bij een beëdigingsceremonie voor nieuwe rekruten van dit krijgsonderdeel.

    En waar Duitsland moeite heeft om nieuwe militairen te werven, trekt Polen de aandacht met zijn rekruteringscampagnes. ‘De Polen staan veel positiever tegenover hun strijdkrachten dan de Duitsers, omdat ze voor hun vrijheid hebben moeten vechten,’ zegt Gustav Gressel, een Oostenrijkse oud-officier die nu beleidsadviseur is bij de Europese Raad voor Buitenlandse Betrekkingen. ‘In militaire kringen twijfelt niemand aan de kwaliteit van het Poolse leger.’

    Moeizame internationale verhoudingen

    Of die militaire kracht zich ook zal vertalen in politieke invloed in Europa is een ander verhaal. Voorlopig komt daar nog niet veel van, vooral omdat de middenpartijen die in Europa de toon aangeven niet zoveel vertrouwen hebben in de Poolse regering, die gedomineerd wordt door de nationalistische PiS, de partij voor Recht en Rechtvaardigheid. Het aanhoudende conflict over wat Brussel ziet als Poolse minachting voor de democratische rechtsstaat heeft de reputatie van het land in de hele EU geen goed gedaan. ‘Polen heeft minder invloed dan het toekomt, als gevolg van zijn interne conflicten,’ zegt Gressel, waarmee hij doelt op de onenigheid die zelfs binnen de PiS bestaat over de koers die het land moet varen en in hoeverre het Brussel tegemoet moet komen.

    Maar één punt waarop alle politieke kemphanen in Polen elkaar wel kunnen vinden, is de noodzaak om het leger te versterken. Wantrouwen jegens Rusland is de grootste drijfveer, maar Warschau vraagt zich ook af in hoeverre het kan bouwen op Washington. Anders dan in de andere EU-landen is de grootste angst hier echter niet dat Donald Trump weer president wordt, maar juist dat hij het niet wordt. Hoewel Amerika en Polen hun militaire samenwerking bij de hulp aan Oekraïne geïntensiveerd hebben, blijft Warschau wantrouwig tegenover Biden, die de Poolse regering in zijn verkiezingscampagne ‘totalitair’ heeft genoemd.

    Polen heeft in Amerika dit voorjaar een order van 4,9 miljard euro geplaatst voor 250 Abrams-tanks

    En al verwelkomt Washington de beloften over de verhoging van het Poolse defensiebudget, er heerst ook twijfel of Warschau ze echt zal nakomen, en teleurstelling dat het land enkele van zijn grootste aankopen in Zuid-Korea doet. Polen heeft in Amerika dit voorjaar een order van 4,9 miljard euro geplaatst voor 250 Abrams-tanks, ter vervanging van de 240 tanks uit de Sovjettijd die het aan Oekraïne heeft overgedaan. De Poolse luchtmacht, nu nog uitgerust met F-16’s, heeft in 2020 een order van 4,6 miljard dollar geplaatst voor 32 nieuwe JSF-toestellen. Maar de bulk van de recente defensie-uitgaven gaat naar Zuid-Korea, waar Polen een hele reeks tanks, vliegtuigen en ander wapentuig heeft besteld. 

    Het heeft daar nu tussen de tien en twaalf miljard dollar aan wapens besteld, zegt Mariusz Cielma, redacteur en analist bij een website over militaire technologie. Die orders omvatten honderdtachtig K2 Black Panther-tanks, tweehonderd K9 Thunder-houwitsers, 48 aanvalsvliegtuigen van het type FA-50 en 218 K239 Chunmoo-raketwerpers. En dat is alleen nog maar het tweedehandsmaterieel. Nieuw materieel wordt door Polen op nog grotere schaal ingeslagen. Bovenop alles wat meteen geleverd kan worden, moet Korea in de tweede helft van dit decennium ook nog eens in totaal duizend K2-tanks en zeshonderd K9-houwitsers leveren. ‘Er is geen ander westers land dat zijn leger zo sterk en zo snel wil uitbreiden. En als je die Poolse orders binnensleept, kun je daar nog decennia aan blijven verdienen, want dat materieel vergt onderhoud en reparaties,’ zegt Cielma.

    ‘We willen best wapens kopen in andere EU-landen, maar ze moeten ophouden met hun oorlog tegen Polen’

    De Koreanen zijn aantrekkelijke leveranciers omdat hun materieel over het algemeen goedkoper is dan de Amerikaanse en Europese alternatieven en ze snel kunnen leveren. Deze aankopen zijn natuurlijk een klap in het gezicht van de Franse president Macron en zijn droom van ‘strategische autonomie’, een Europa dat zichzelf kan verdedigen met wapens die het zelf (en dan vooral in Frankrijk) produceert.

    De Poolse leiders maken er geen geheim van dat de Europese kritiek op hun omstreden hervorming van de rechtspraak en andere kwesties ook een rol heeft gespeeld in het besluit om in Seoul te gaan shoppen. ‘We willen best wapens kopen in andere EU-landen, maar ze moeten ophouden met hun oorlog tegen Polen,’ zei Jarosław Kaczyński, de leider van de regeringspartij eerder deze maand. ‘We willen wel orders plaatsen en geld uitgeven, maar niet als we te horen krijgen dat Polen geen rechtsstaat is.’ Warschau heeft voor 1,7 miljoen euro aan Italiaanse Leonardo-helikopters besteld, maar volgens het contract moeten die in Polen worden geproduceerd. 

    Niemand twijfelt aan de ambitie van de Polen, maar sommigen vragen zich wel af hoe haalbaar die is en wat de politieke motieven erachter zijn. In 2035 wil het land ruim 110 miljard euro aan defensie hebben uitgegeven. ‘Oké, we hebben tanks en houwitsers nodig, maar hebben we er vanuit strategisch en operationeel oogpunt echt zoveel nodig? Het is niet duidelijk waarom het ministerie ineens al deze orders heeft aangekondigd,’ zegt generaal b.d. Stanisław Koziej, voormalig hoofd van het Nationale Veiligheidsbureau van de Poolse president. Gezien het belang van het thema veiligheid voor de Poolse kiezer denken velen dat de PiS deze defensie-uitgaven doet met het oog op de landelijke verkiezingen volgend jaar, omdat de partij het momenteel wat minder goed doet in de peilingen.

    Als er een andere regering komt, krijgt die te maken met een aantal lastige vragen over de mate waarin Polen die enorme militaire uitbreiding financieel kan dragen, zegt Koziej. De Poolse economie was de afgelopen jaren robuust, maar de hoogte van deze defensie-uitgaven is zonder weerga en zal zwaar op de begroting gaan drukken. ‘De militaire uitgaven en de algehele economische ontwikkeling van het land moeten met elkaar in evenwicht zijn,’ zegt Koziej. ‘Wat de plannen ook zijn, ze moeten een strategische analyse maken van de Poolse veiligheid na de oorlog in Oekraïne.’ 

    Ondertussen lijkt Duitsland de militaire uitbreiding van Polen toe te juichen, ondanks de moeizame onderlinge relatie en de beladen geschiedenis van de twee landen. Berlijn ziet Polen als een buffer tegen de Russische invloedssfeer. Hoe meer tanks en troepen in Polen, hoe veiliger Duitsland. ‘Ik krijg de indruk dat de Duitsers alweer een hangmat zien lonken,’ zegt Gressel, doelend op de reputatie van Berlijn om achterover te leunen terwijl de bondgenoten, met name de VS, op defensiegebied het zware werk opknappen.

  • Finse buitenlandminister wijst naar Rusland in Zweedse koranverbranding

    Finse buitenlandminister wijst naar Rusland in Zweedse koranverbranding

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kunsthaus Zürich is twee zeventiende-eeuwse schilderijen kwijt

    » Peruaans Congres verwerpt voorstel voor vervroegde verkiezingen

    Turkije houdt Zweedse toetreding tot NAVO tegen

    De Finse minister van Buitenlandse Zaken heeft laten doorschemeren dat Rusland betrokken kan zijn geweest bij het protest tegen Turkije vorige week, waarbij een koran verbrand is, meldde The Straits Times. Hierdoor dreigt de toetreding van Zweden tot de NAVO te ontsporen.

    Rasmus Paludan, een extreemrechtse activist met een dubbele Deense en Zweedse nationaliteit, verbrandde op 21 januari het heilige boek van de islam in het centrum van Stockholm. Voor de Turkse president Recep Tayyip Erdogan was dit reden de toetreding van Zweden tot de NAVO niet te steunen. Finland wil samen met Zweden lid worden van de NAVO.

    De mogelijke banden van Paludan met Rusland zijn ‘onderzocht en er zijn bepaalde connecties in zijn omgeving gevonden,’ zei de Finse buitenlandminister Pekka Haavisto zaterdag in een interview. Het voorval ‘doet de vraag rijzen of een of andere derde partij de gemoederen wil verhitten. Bijvoorbeeld Rusland, of een andere partij die tegen het NAVO-lidmaatschap is en dat wil tegenhouden. Dit is onvergeeflijk,’ aldus Haavisto.

    ‘Er zijn krachten binnen en buiten Zweden die het Zweedse lidmaatschap van de NAVO willen verhinderen’

    De Zweedse regering heeft zich niet publiekelijk uitgelaten over een eventuele band tussen Paludan en Rusland, maar premier Ulf Kristersson wees deze week op ‘krachten’ die het land mogelijk buiten het militaire bondgenootschap willen houden.

    Zweedse media hebben gemeld dat de vergunning van Paludan voor de demonstratie is betaald door Chang Frick, een journalist en activist die ook als freelancer heeft gewerkt voor Ruptly, een dochteronderneming van het Russische staatsmedium RT. Frick ontkent banden met de Russische staat.

    Lees ook:

  • Wie is de nieuwe Chinese buitenlandminister met  bijnaam ‘wolfskrijger’?

    Wie is de nieuwe Chinese buitenlandminister met bijnaam ‘wolfskrijger’?

    De nieuwe Chinese minister van Buitenlandse Zaken, Qin Gang, schold vroeger als woordvoerder op het ministerie journalisten uit, maar lijkt nu een mildere toon aan te slaan. Wat zegt zijn opkomst over de veranderde machtspolitiek in Beijing?

    Al vroeg in zijn diplomatieke carrière had Qin Gang een reputatie als harde onderhandelaar met sterke ondiplomatieke neigingen. Qin was berucht gedurende twee lange periodes als woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken in Beijing tussen 2005 en 2014, omdat hij journalisten uitschold op persconferenties. Hij vroeg een verslaggever of deze wel ‘volwassen’ was en raadde anderen aan om geen verslag te doen ‘op basis van waanideeën’. Zijn ontwikkeling sindsdien – van vertrouwenspersoon van de Chinese leider Xi Jinping tot ambassadeur in de VS en sinds december 2022 minister van Buitenlandse Zaken – zegt veel over de evolutie van het steeds assertievere buitenlandbeleid van het land.

    Qin kreeg op het ministerie van Buitenlandse Zaken de bijnaam ‘Warrior Gang’ [Krijger Gang], aldus Yun Sun, directeur van het China-programma bij de denktank Stimson Center in Washington DC. De strijdlustige houding van Qin is een vroeg voorbeeld van wat bekend is geworden als ‘wolf warrior’-diplomatie, zo genoemd naar een reeks actiefilms. Deng Xiaoping drong er in 1990 bij ambtenaren op aan om ‘onze kwaliteiten te verhullen en onze tijd af te wachten’ en op het vlak van internationale betrekkingen op de achtergrond te blijven. Maar die aanpak veranderde zo’n twintig jaar geleden met de groeiende economische macht van China.

    ‘De publieke opinie in China was lange tijd dat Chinese diplomaten te passief waren en dat ze China niet streng genoeg verdedigden,’ zegt Peter Martin, auteur van China’s Civilian Army: The Making of Wolf Warrior Diplomacy. Sommige burgers stuurden calciumtabletten naar het ministerie van Buitenlandse Zaken waarmee diplomaten hun ruggengraat konden versterken. ‘Dat begon te veranderen onder Hu Jintao [secretaris-generaal van 2002 tot 2012],’ aldus Martin. Toen Xi aan de macht kwam in 2012, eiste hij dat China als ’s werelds op een na grootste economie met respect zou worden behandeld. Hij zei tegen zijn diplomaten dat ze ‘vechtlust’ moesten tonen.

    Ondoorzichtig

    Qin is geboren in Tianjin, vlak bij Beijing, in 1966 – hetzelfde jaar waarin de Culturele Revolutie van Mao Zedong begon – en lijkt al vroeg een diplomatieke carrière te ambiëren. Hij studeert internationale politiek aan het Instituut voor Internationale Betrekkingen van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Op zijn tweeëntwintigste krijgt hij zijn eerste baan bij het bureau voor diplomatieke missies in Beijing, waar hij nieuwsartikelen selecteert. Hij belandt in 1992 bij het ministerie van Buitenlandse Zaken op de afdeling West-Europese zaken. Bovendien vervult hij drie posten op de Britse ambassade. Die ervaring vergeleek hij met het winnen van de loterij.

    Er is weinig bekend over zijn persoonlijke leven, behalve dat hij getrouwd is en een zoon heeft. Een dergelijk gebrek aan gegevens is niet ongewoon in het ondoorzichtige politieke systeem van China. De professionele carrière van Qin valt samen met de heropleving van het land als een belangrijke macht. Toen voorzitter Mao in 1976 stierf was hij tien. Hij trad in dienst bij het ministerie van Buitenlandse Zaken op het hoogtepunt van de ‘hervorming en openstelling’ van China. Het land streefde nauwere betrekkingen na met het Westen en werd lid van de Wereldhandelsorganisatie in 2001. Qin was woordvoerder in Beijing tijdens de mondiale financiële crisis in 2008. China herstelde daarvan sneller dan de VS en de toekomst van het door het Westen gedomineerde financiële systeem werd in twijfel getrokken.

    Onder Xi begon Qin op te klimmen naar hogere posten. Hij werd hoofd van de afdeling protocol in 2014. Hij vergezelde de leider op buitenlandse reizen en naar verluidt stak hij er veel energie in om te zorgen dat Xi voldoende respect kreeg. De opmars van Qin ging verder, terwijl de betrekkingen met de VS in de daaropvolgende jaren verslechterden. Hij werd onderminister van Buitenlandse Zaken in 2018 en in 2021 werd hij ambassadeur in Washington. Daar was hij zeventien maanden in functie voordat hij op 30 december 2022 werd benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken. Met zijn zesenvijftig jaar is hij een van de jongsten die de post ooit hebben bekleed.

    De eis dat diplomaten ‘vechtlust’ tonen, heeft China in het buitenland weinig vrienden opgeleverd

    Qin had een reputatie als wolfskrijger voordat hij begon in Washington, maar als ambassadeur was zijn aanpak terughoudender. Met Joe Biden in het Witte Huis hoopten beide landen de betrekkingen te kunnen stabiliseren en een dreigende openlijke confrontatie te voorkomen. ‘Hij was in Washington om het goed te maken en de banden te herstellen en niet om nog meer schade aan te richten,’ aldus Yun Sun.

    Toch was er een grens aan wat hij kon bereiken, aangezien de staat van de betrekkingen erbarmelijk was. De toegang van Qin tot hoge VS-functionarissen was naar verluidt beperkt: slechts enkelen kregen toestemming om hem te ontmoeten – het Witte Huis ontkent dit overigens. Dus concentreerde Qin zich op publieke diplomatie: hij zette foto’s op Twitter van ontmoetingen met Elon Musk, reed tijdens een bezoek aan boerderijen in Iowa op een tractor en gooide de eerste bal bij een honkbalwedstrijd van de St. Louis Cardinals.

    Toch ging Amerika tijdens zijn detachering negatiever naar China kijken. Volgens het Pew Research Center zei 82 procent van de ondervraagde Amerikanen in 2022 een ongunstige mening over China te hebben. De rest van de democratische wereld dacht er hetzelfde over. Deze ongunstige reputatie werd aangewakkerd door de hardhandige Chinese aanpak van territoriale en handelsgeschillen. De eis dat diplomaten ‘vechtlust’ tonen, heeft China in het buitenland weinig vrienden opgeleverd.

    Er zijn signalen dat de ergste excessen van de wolfskrijgerdiplomatie aan banden worden gelegd. Xi riep tijdens een studiebijeenkomst van het Politbureau in mei 2021 op tot inspanningen om een ‘betrouwbaar, beminnelijk en respectabel’ beeld van China te bevorderen. Begin januari werd Zhao Lijian, een andere beruchte wolfskrijger en woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, aan de kant gezet: hij is overgeplaatst naar een afdeling die zich bezighoudt met land- en zeegrenzen.

    ‘Ik denk dat vanaf de hoogste leiders wordt ingezien dat enkele van de meer extreme voorbeelden van de wolfskrijgerdiplomatie de internationale reputatie van China hebben geschaad en dat er behoefte is aan een tactische herijking,’ zegt Martin. We moeten niet verwachten dat diplomaten nu opeens een verzoenende toon aanslaan, maar China lijkt te proberen een evenwicht te vinden tussen krachtige verdediging van nationale belangen en toenadering tot handelspartners. Het land probeert de economische groei te herstellen na het zelfopgelegde isolement van het zerocovidbeleid.

    Charmeoffensief

    Ondanks zijn beruchtheid als ‘Warrior Gang’ past de meest recente benoeming van Qin bij deze nieuwe aanpak. Hij had in vorige functies bij Europese diplomaten ‘de reputatie van iemand die in staat was zich privé te gedragen als een wolfskrijger, door ambtenaren uit te schelden en zeer assertieve taal te gebruiken over de plek van China in de wereld,’ aldus Martin. ‘Maar hij is ook in staat tot een charmeoffensief. Hij richt zich tot mensen van denktanks en gaat diplomatieke recepties af… Xi heeft zo’n soort persoon nodig om het diplomatieke apparaat van China te leiden.’

    Volgens Yun Sun zou Qins recente ervaring in de VS ook kunnen helpen om de betrekkingen tussen de twee machten te stabiliseren. ‘Qins ambtstermijn als ambassadeur in Washington was duidelijk bedoeld om hem vertrouwd te maken met de belangrijkste mensen en kwesties in de relatie met de VS,’ zegt Sun. ‘Het laat ook zien dat Xi iemand voor buitenlandse betrekkingen wil die hij kent en vertrouwt.’

    Dit betekent echter niet dat er een einde komt aan Chinese diplomaten die hun buitenlandse collega’s in het openbaar terechtwijzen. Nu de economische vooruitzichten van China minder zeker lijken zal Xi niet aarzelen het nationalisme aan te wakkeren. Op die manier kan hij binnenlandse onvrede op externe vijanden afwentelen. Hij zal niet twijfelen aan zijn overtuiging dat de dagen van verstoppen en afwachten voorbij zijn en dat China weer een grootmacht is die als zodanig moet worden behandeld.

    ‘Er is een begrip dat ik vaker in Beijing heb gehoord,’ zegt Martin: ‘“Je kunt een olifant niet verbergen.” De internationale status van China heeft met andere woorden nu een punt bereikt waarop het ongepast en misschien wel onmogelijk is om diplomatieke betrekkingen op een laag pitje te zetten.’

    Qin verwoordde het kleurrijker toen hij in 2014 een vraag over stijgende defensiebudgetten beantwoordde met de opmerking dat China ‘niet zomaar een padvinder is met een rood kwastje aan het geweer’. Bovendien, vervolgde hij, ‘ook een padvinder wordt elk jaar groter’. Zowel het gevoel van Beijing over zijn status in de wereld als de positie van Qin zijn sindsdien alleen maar gegroeid. Mocht het buitenlandse beleid van China de komende maanden veranderen, dan zal dat eerder de stijl betreffen dan de inhoud.

    Een eerste test komt begin februari wanneer Antony Blinken, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, een ontmoeting heeft met Qin in Beijing. Chinese diplomaten mogen dan proberen om geen ruzie te zoeken, maar dat betekent nog niet dat ze zich deemoedig op zullen stellen.

    Lees ook:

  • China’s oorlog tegen Taiwan is al begonnen

    China’s oorlog tegen Taiwan is al begonnen

    Door de democratie te versterken en meer mensen actief bij het openbare leven te betrekken hopen verschillende organisaties in Taiwan China ervan te overtuigen dat een invasie te duur en te riskant is.

    In 2018 zorgde een tyfoon ervoor dat duizenden mensen strandden op Kansai International Airport, nabij Osaka in Japan. Onder hen waren enkele toeristen uit Taiwan. Normaal gesproken zou dit verhaal niet veel politieke betekenis hebben gehad. Maar een paar uur na het incident meldde een obscure Taiwanese nieuwssite dat Taiwanese diplomaten er niet in zouden zijn geslaagd hun burgers te redden. Een handvol bloggers begon erover te posten op sociale media en prees Chinese ambtenaren die bussen hadden gestuurd zodat hun burgers snel konden ontkomen. Sommige Taiwanese toeristen zouden zich als Chinezen hebben voorgedaan om aan boord te komen. Geruchten over het incident verspreidden zich. Foto’s en video’s, zogenaamd van de luchthaven, begonnen rond te gaan.

    Nationale afgang

    Het verhaal verscheen al snel in de Taiwanese media. Journalisten vielen de regering aan: waarom hadden Chinese diplomaten wél zo snel en effectief gehandeld? En waarom waren de Taiwanezen zo incompetent? Nieuwsorganisaties in Taiwan beschreven het incident als een nationale afgang, vooral voor een land waarvan de leiders beweerden geen steun van China nodig te hebben. ‘Om in de bus te geraken moest je doen alsof je Chinees was,’ werd er bijvoorbeeld gekopt, en: ‘Taiwanezen namen Chinese bus’. Op het hoogtepunt werden de boze berichten en de aanvallen via sociale media zo overweldigend dat een Taiwanese diplomaat, die de stortvloed aan commentaar en de schande van dit falen blijkbaar niet kon verdragen, zelfmoord pleegde.

    Latere onderzoeken brachten enkele opmerkelijke feiten aan het licht. Veel van de mensen die zo prominent en enthousiast over het incident hadden gepost, bestonden helemaal niet; hun foto’s waren samengesteld uit andere foto’s. De obscure website die het verhaal als eerste onder de aandacht bracht, bleek gelieerd te zijn aan de Chinese Communistische Partij. De video’s waren fake. De Japanse regering bevestigde dat er geen sprake was geweest van Chinese bussen, en dus ook niet van een falen aan Taiwanese kant. Maar de schijn van mislukking werd aangegrepen door journalisten en presentatoren, vooral om de regeringspartij aan te vallen. En dat was overduidelijk de bedoeling van de Chinese propagandisten. Die hadden de anonimiteit van sociale media, de snelle verspreiding van ‘nieuwssites’ van onduidelijke oorsprong en vooral het zeer partijgebonden karakter van de Taiwanese politiek aangegrepen om een van de favoriete verhalen van het Chinese regime te verkondigen: dat de Taiwanese democratie zwak is en de Chinese autocratie sterk. En dat Taiwanezen in geval van nood Chinees willen zijn.

    Niet alle Chinezen wensen verenigd te worden onder het leiderschap van de Communistische Partij

    Het incident was niet zozeer opmerkelijk omdat het volkomen nieuw of onverwacht was, maar omdat het een nieuwe zet leek te zijn in een langdurige campagne die aanwijsbaar teruggaat tot de stichting van het moderne Taiwan. In 1949 verplaatste generaal Chiang Kai-shek zijn nationalistische partij Kwomintang (KMT) naar het eiland en vestigde hij er de Republiek China. Sindsdien beschouwt de Volksrepubliek China Taiwan als haar ideologische vijand en als een irritante herinnering aan het feit dat niet alle Chinezen verenigd wensen te worden onder het leiderschap van de Communistische Partij.

    GettyImages 1242926201
    Gevechtsoefening van het Chinese leger in Zhangzhou, in de provincie Fujian. – © Annabelle Chih / Getty Images

    Soms was de Chinese druk op Taiwan van militaire aard, middels dreigementen of raketten. Maar de laatste jaren combineerde China die dreigementen en raketten met andere vormen van druk, door intensivering van de ‘cognitieve oorlogsvoering’, zoals Taiwanezen het noemen: niet alleen door propaganda, maar ook met pogingen om de geesten rijp te maken voor capitulatie. Deze gecombineerde militaire, economische, politieke en informatieve oorlogsvoering hoeft inmiddels niemand te verbazen, want we zagen die recentelijk ook in Oost-Europa. Vóór 2014 hoopte Rusland Oekraïne te veroveren zonder een schot te lossen, gewoon door de Oekraïners ervan te overtuigen dat hun staat te corrupt en incompetent is om te kunnen overleven. Nu streeft Beijing een verovering na zonder grootscheepse militaire operatie, in dit geval door de Taiwanezen ervan te overtuigen dat hun democratie rampzalig is, dat hun bondgenoten hen zullen verlaten en dat er niet zoiets bestaat als een ‘Taiwanese’ identiteit.

    Taiwanese regeringsfunctionarissen en andere leiders weten heel goed dat Oekraïne op verschillende manieren een precedent vormt. Hoewel Taiwan en Oekraïne geen geografische, culturele of historische banden hebben, zijn de twee landen nu verbonden door de kracht van de analogie. 

    Zoals westerse waarnemers niet inzagen hoe serieus de Oekraïners zich voorbereidden op een aanval, zo is ons ontgaan hoe Taiwan langzaam is veranderd

    Maar er is nog een overeenkomst. De Russische verhalen over Oekraïne waren zo krachtig dat veel mensen in Europa en Amerika ze geloofden. De Chinese propaganda over Taiwan is ook geducht, en de Chinese invloed op het eiland is zeer reëel, maar zaait ook verdeeldheid. De meeste mensen op het eiland spreken Mandarijn, de dominante taal in de Volksrepubliek, en velen zijn nog steeds door familie, zakenrelaties of culturele heimwee met het vasteland verbonden, hoezeer ze ook tegen de Communistische Partij zijn. Maar net zoals westerse waarnemers niet inzagen hoe serieus de Oekraïners zich – psychologisch en militair – voorbereidden op een aanval, zo is ons ontgaan hoe Taiwan langzaam is veranderd.

    Niet alle Taiwanezen hebben persoonlijke banden met het vasteland. Velen stammen af van families die zich lang vóór 1949 op het eiland vestigden en spreken een andere taal dan het Mandarijn. Veel Taiwanezen, ongeacht hun achtergrond, voelen dus niet méér heimwee naar het Chinese vasteland dan Oekraïners naar de Sovjet-Unie. De belangrijkste politieke tegenstander van de KMT, de Democratische Progressieve Partij (DPP), is doorgaans de politieke thuishaven voor degenen die zich alleen als Taiwanees identificeren. Maar of ze nu KMT- of DPP-aanhangers zijn of ze nu deelnemen aan venijnige onlinedebatten of levendige bijeenkomsten, de overgrote meerderheid is inmiddels tegen het oude ‘één land, twee systemen’-principe voor hereniging. Vooral sinds het neerslaan van de prodemocratische demonstraties in Hongkong beseffen miljoenen eilandbewoners dat de Chinese oorlog tegen hen niet iets toekomstigs is, maar dat die al volop aan de gang is.

    Doublethink Lab

    Het vreemde verhaal van de niet-bestaande bussen op de luchthaven van Kansai had één onvoorzien gevolg: het inspireerde de Taiwanese activisten Ttcat en Puma Shen tot de oprichting van Doublethink Lab, een onderzoeksgroep zonder winstoogmerk. Ttcat (zijn schuilnaam) is een schoolverlater die veel gamede, op de universiteit werd aangenomen voor de studie computerwetenschappen, weer stopte en vervolgens verzeild raakte in de wereld van de milieucampagnes. Dat cv vormde een uitstekende voorbereiding op wat hij nu doet: Chinese informatieoperaties opsporen en identificeren, en programma’s ontwerpen om het publiek daarover voor te lichten. Het betekent ook dat hij en Shen, die werkt als advocaat en criminoloog, zich kunnen inzetten voor Taiwan terwijl ze op afstand blijven van de Taiwanese regering. Niemand kan een activist met een achtergrond in computergames immers aanwrijven dat hij een politieke carrièreladder probeert te bestijgen.

    Het luchthavenverhaal had Ttcat gedwongen beter na te denken over manieren om zo’n geweldloze aanval te pareren. Het was immers niet simpelweg een verzinsel, maar een zeer goed voorbereide poging om een verhaal over Taiwanese zwakte het Taiwanese politieke debat binnen te smokkelen. Na die gebeurtenis stelden Shen en hij een team samen dat nu bijeenkomt op een werkplek zoals je je die wel kunt voorstellen: een paar donkere, smoezelige kamers, vol met piepjonge mensen die continu online zijn. 

    Een van hun onthullingen: opmerkelijk genoeg bestaan er nogal wat Chinese verhalen rond een willekeurige Oekraïense toerist die opdook in Hongkong tijdens de massale demonstraties in 2019. De foto van de man verschijnt keer op keer in Chinese en Taiwanese media, waarbij speciale aandacht wordt besteed aan zijn tatoeage, een extreemrechts symbool. Hij wordt afwisselend beschreven als een neonazi en een provocateur, die werd gestuurd – door de CIA? – om demonstranten in Hongkong te helpen. Het idee is om angst voor wanorde, chaos en extremisme op te wekken en die met zowel Hongkong als Oekraïne in verband te brengen. Chinezen die handelen in opdracht van de staat hebben ook samenzweringstheorieën verspreid over niet-bestaande biolabs in Oekraïne – het zijn dezelfde verhalen die Rusland en internationaal extreemrechts gebruiken om de Russische invasie in februari te verklaren en te rechtvaardigen.

    GettyImages 1455895576
    Militairen worden gedrild om gevechtsklaarheid te tonen op een militaire basis in Kaohsiung, in Taiwan. – © Annabelle Chih / Getty Images

    Doublethink is niet het enige team dat propagandacampagnes tegen Taiwan opspoort en analyseert. Een andere organisatie die daarop toeziet, de Information Operations Research Group (IORG) – die eveneens bestaat uit jonge mensen met een achtergrond in onlineactivisme – stelde een rapport op over Chinese media en influencers die tijdens de coronapandemie het debat op het eiland probeerden te beïnvloeden. In 2021 poneerden de Chinezen eerst de suggestie dat de VS Taiwan ervan weerhielden vaccins te bemachtigen, vervolgens dat de Taiwanezen wat vaccins betrof achterliepen op de rest van de wereld, en daarna dat de Taiwanezen hun vaccins heimelijk uit China haalden. Deze verhalen lijken nogal mager en weinig overtuigend in het licht van de desastreuze Chinese lockdowns van 2022, maar ze deden soms wel degelijk de ronde in Taiwan.

    Beide organisaties delen hun analyses van de Chinese tactieken niet alleen met hun regering: ze werken vooral ook aan het tegengaan van die tactieken. Ook willen ze het grotere verhaal leren begrijpen, bijvoorbeeld dat pro-Chinese media informatie (of die nu echt of nep is) op sociale media zo aan elkaar koppelt dat mensen gaan twijfelen of hun land wel bondgenoten heeft, of het wel in staat is zich afzijdig te houden van China en of het überhaupt wel een toekomst heeft. Yu zelf twijfelt overigens niet aan de toekomst van Taiwan. Zijn omschrijving van zichzelf op zijn website luidt: ‘Taiwanese hacker die werkt aan een nieuwe natie.’

    Minister van Digitale Zaken

    Het bekendste lid van deze amorfe wereld van onlineactivisten maakt inmiddels deel uit van de regering. Audrey Tang, de eerste Taiwanese minister van Digitale Zaken, promoot niet alleen deze wereld van digitaal activisme, maar is er ook een van de aanjagers van. Als wonderkind dat al op negentienjarige leeftijd als programmeur in Silicon Valley werkte, nam ze deel aan de Zonnebloemrevo-lutie van 2014, een jeugdbeweging die was georganiseerd rondom het verzet tegen een handelsovereenkomst met China. Ze beschrijft zichzelf als ‘conservatief anarchist’ en ‘post-gender’ en vertelde dat ze contact onderhield met het innovatieve digitale ministerie van Oekraïne. 

    Tangs filosofie leunt op asymmetrische oorlogsvoering: Taiwan kan volgens haar niet volgens dezelfde regels spelen als China

    Tangs filosofie leunt op asymmetrische oorlogsvoering: Taiwan kan volgens haar niet volgens dezelfde regels spelen als China. De gecentraliseerde, hardhandige en misdadige tactiek van de Chinese Communistische Partij kan alleen worden afgeslagen door iets compleet anders: gedecentraliseerde burgergroepen die opensourcesoftware gebruiken en zo transparant mogelijk blijven. In overeenstemming met die filosofie is het aantal werknemers op Tangs ministerie zeer klein. Veel van het werk dat de Chinese verhalen moet tegengaan wordt overgelaten aan groepen als Doublethink en IORG. In Taiwan, zegt ze, krijgt de sociale sector – coöperaties, ngo’s, sociale ondernemers – meer vertrouwen van het publiek dan politieke partijen of de particuliere sector. Daar gaat een geschiedenis aan vooraf: burgeractivisten drongen in de jaren tachtig aan op het einde van het eenpartijstelsel van de KMT en in 2014 op het inperken van de economische banden met China. Tang zegt dat een van de prominentste politieke discussieforums van het land, PTT, wordt beheerd door studenten van de Nationale Universiteit van Taiwan, die gebruikmaken van ‘alle vrije software, open source, collectief bestuur, enzovoort’. ‘Geen enkele politieke partij zal zeggen: o, laten we PTT sluiten. Als ze dat doen, krijgen ze geen stemmen meer,’ aldus Tang.

    Omdat activisten een grote rol hebben gespeeld bij het opbouwen van de moderne democratie van Taiwan, krijgen die volgens Tang nu meer dan de regering het vertrouwen om toe te zien op de complexe wereld van de Chinese desinformatie. In plaats van zich tot de overheid te wenden, kunnen Taiwanezen die twijfelen over iets wat ze hebben gehoord of gelezen zich bijvoorbeeld wenden tot Cofacts, een opensourcewebsite die gebruikers in staat stelt hun eigen factchecks toe te voegen aan het debat. 

    Aantoonbare resultaten

    Tang heeft nog steeds niet genoeg invloed binnen de regeringspartij om al deze ideeën uit te dragen, maar er zijn al wel aantoonbare resultaten. Tijdens de pandemie moedigde het digitale ministerie een soort grappenwedstrijd aan tussen mensen die het Moderna-vaccin kregen en mensen met het Pfizer-vaccin, als een manier om vaccinatie in het algemeen te bevorderen Onder haar leiding experimenteerde de regering ook met het gebruik van Polis, een onlinediscussieplatform, om betere openbare debatten te voeren. De toegang tot nationale debatten is beperkt tot Taiwanezen; de online-identiteit van de gebruikers is gekoppeld aan hun lidmaatschap van het nationale zorgstelsel. Hoewel sommige gesprekken die op Polis worden gevoerd vrij triviaal lijken – een nationaal debat over het gebruik van e-scooters bijvoorbeeld – zijn de doelstellingen dat zeker niet. 

    數位發展部揭牌暨部長布達典禮
    De Taiwanese president Tsai Ing-wen en andere hoogwaardigheidsbekleders, onder wie Audrey Tang, de minister van Digitale Zaken. – © Chien Chi-hung

    De visie van Tang is uiterst rationeel: betere gesprekken, betere democratie en meer transparantie zullen zelfs de subtielste Chinese informatiecampagne bestrijden. Maar niet elke tactiek van China is bedoeld om onopgemerkt te blijven. Toen Beijing na het bezoek van Nancy Pelosi oorlogsschepen, vliegtuigen en raketten richting het eiland stuurde, was de opzet niet alleen om een gevoel van onveiligheid te creëren, maar ook om angst te zaaien.

    Hoe kan deze angst worden bestreden? De bangeriken berispen of hen van lafheid beschuldigen is geen oplossing. Angst is een fysieke sensatie, en die kun je het best bestrijden met een fysieke activiteit, of tenminste een vorm van actie. In Taipei zag ik hoe dat eruit kan zien: een dertigtal kantoormedewerkers die op een regenachtige doordeweekse middag op de vloer van een vergaderzaal zaten te leren hoe ze zware bloedingen konden stelpen.

    Wu zegt dat het uitbreken van de oorlog in Oekraïne veel van zijn landgenoten ervan heeft overtuigd dat ze zich op precies zo’n situatie moeten voorbereiden

    De ehbo-trainers, de siliconen lede-maten en het verband werden allemaal geschonken door de Forward Alliance, een andere burgerorganisatie. Oprichter Enoch Wu verdiepte zich in de psychologie van het verzet, en in het bijzonder in de noodzaak van burgerbescherming. De Forward Alliance geeft overal op het eiland meerdere dagen per week trainingen in de procedure bij een noodsituatie of evacuatie, meestal in kerken en scholen. Als zich werkelijk een tyfoon, een aardbeving of een militaire aanval voordoet, heeft het eiland immers onmiddellijk mensen nodig met verstand van evacuatie en geneeskundige noodhulp. Wu zegt dat het uitbreken van de oorlog in Oekraïne veel van zijn landgenoten ervan heeft overtuigd dat ze zich op precies zo’n situatie moeten voorbereiden. 

    Sinds februari is de vraag naar noodhulptraining dan ook ‘in een stroomversnelling geraakt’, zegt hij, en niet alleen bij zijn organisatie. Een Taiwanese zakenman schonk in september meer dan 20 miljoen dollar aan een andere liefdadigheidsinstelling voor burgerbescherming, de Kuma Academy – mede opgericht door Puma Shen van Doublethink – die niet alleen lessen in noodhulp biedt, maar op den duur ook training wil geven in het gebruik van wapens. 

    Maar het doel van deze oefeningen is niet alleen om mensen te leren wapens te hanteren of een wond te verbinden. Ze zijn ook bedoeld om gevoelens van saamhorigheid en verbondenheid te kweken, door mensen van tevoren het vertrouwen te geven dat ze in geval van nood op hun medeburgers kunnen rekenen. Dit soort mentale voorbereidingen zijn bijzonder belangrijk in Taiwan, een land waar de politiek sterk gepolariseerd is, waar leden van het blauwe en het groene kamp elkaar beschuldigen van onverantwoordelijkheid of onredelijkheid – vergelijkbaar met de rood-blauwe tegenstelling in de Verenigde Staten. 

    Grote gok

    In de praktijk doen zowel de Taiwanese activisten die de burgerbescherming organiseren als degenen die proberen de Chinese verhalen te weerleggen natuurlijk een grote gok. Ze gokken erop dat democratie en transparantie het kunnen winnen van autocratie en geheimhouding, dat vertrouwen polarisatie kan overwinnen, dat de samenleving zich van onderaf kan organiseren om angst te overwinnen. Ze doen dat in een land dat op een complexe manier verbonden is met zijn ergste vijand – qua taal, gedeelde geschiedenis, familie en investeringen – en dat begrijpelijkerwijs bezorgd is over de betrouwbaarheid van verre bondgenoten.

    Hun strijd tegen China’s cognitieve oorlogsvoering is niet alleen een schaduwgevecht tegen bots op het internet. De Russen vielen Oekraïne deels binnen omdat ze er ten onrechte van uitgingen dat de Oekraïners niet zouden terugvechten. Als de Chinezen veronderstellen dat de Taiwanezen zullen terugvechten, denken ze misschien wel twee keer na. In die zin is er een nauw verband tussen het werk van de Taiwanese sociale activisten enerzijds – de groepen die Chinese desinformatie online opsporen, maar ook de groepen die pleiten voor een onafhankelijke rechterlijke macht of die campagne voeren voor de rechten van Hongkongers en etnische minderheden, of die transparantie van de overheid voorstaan – en het werk van het leger anderzijds, dat zijn verrekijker op de Straat van Taiwan gericht houdt. Door de democratie te versterken, de polarisatie af te zwakken en meer mensen actief bij het openbare leven te betrekken, hopen al deze verschillende partijen China ervan te overtuigen dat een invasie te duur en te riskant is. Hun overtuigingskracht is bepalend voor de toekomst van Taiwan. 577c3bbb 0383 4241 afef 3caa831e282d

  • ‘Deze vloedgolf van smaad is georkestreerd’

    ‘Deze vloedgolf van smaad is georkestreerd’

    Hoe de zoveelste diplomatieke crisis tussen Marokko en Algerije Abdeslam Ouaddou, voormalig aanvoerder van het Marokkaanse voetbalelftal, tot slachtoffer maakte van een grimmige lastercampagne.

    Het is een kerel wiens bescheidenheid en eenvoud door iedereen, zijn vijanden in-begrepen, worden geprezen. Een uitstekende voetballer die zijn berichten, brieven en e-mails altijd beëindigt met hoffelijke ‘sportieve groeten’. Abdeslam Ouaddou, voormalig aanvoerder van het Marokkaanse voetbalelftal, houdt zich totaal niet bezig met de politiek in zijn land. Hij heeft geen ideologische voorkeur en wanneer hij het over de koning heeft, bezigt hij het eer-biedige en gebruikelijke predicaat ‘Zijne Majesteit’.

    Nooit heeft hij onderwerpen aangeroerd als ernstige mensenrechtenschendingen door het Marokkaanse regime, de onderdrukking van de Sahrawi (het volk van de Westelijke Sahara), de wandaden tegen de mijnwerkers van Jerada, de activisten van Sidi Ifni, de leden van de protestbeweging Hirak in het noordelijke Rifgebied, die werden gemarteld en in de cel gegooid, de zware gevangenisstraffen voor journalisten, youtubers of doodgewone internetters, enkel omdat zij zogeheten gevoelige onderwerpen durfden aan te snijden.

    ‘We hebben niemand die ons vertegenwoordigt in het parlement’

    ‘Ik ben sportman, ik heb geen verstand van dat soort dingen,’ zegt hij, en daarmee is voor hem de kous af. Hij benadrukt dat hij zich als MRE (Marocain résidant à l’étranger, Marokkaan die in het buitenland woont) niet al te bewust is van wat er in zijn land gebeurt. ‘We hebben niemand die ons vertegenwoordigt in het parlement.’

    Als het om liefdadigheidsactiviteiten gaat, is het een ander verhaal. Toen Marokko in 2020 hard werd getroffen door corona, schonk Ouaddou 1 miljoen dirham (bijna 100.000 euro) aan een bijzonder fonds voor de beheersing van de pandemie. Hij is ook bepaald niet te beroerd om computers en tablets te schenken aan schoolkinderen in zijn douar (dorp) of andere gebieden in Marokko, om benefietwedstrijden ter plaatse te organiseren of om een gezin in financiële nood te helpen.

    Alles gegeven 

    Abdeslam was twee jaar oud toen zijn vader, die zich in 1970 in Frankrijk vestigde, hem in 1980 in het kader van de gezinshereniging liet overkomen. Zijn integratie in Frankrijk verliep naar verluidt voorspoedig. In een lokaal pupillenteam, werd hij opgemerkt door AS Nancy-Lorraine, dat hem inlijfde. Later speelde hij in Frankrijk onder meer voor Stade Rennais en Valenciennes FC. Ook in het buitenland bouwde hij een mooi cv op: hij kwam uit voor het Londense Fulham, voor Olympiakos Piraeus en voor andere grote clubs.

    Zijn carrière in Marokko begon in 1998 bij het Olympisch team dat deelnam aan de Spelen van Sydney, in de zomer van 2000. Daarna maakte hij zijn debuut voor het Marokkaanse elftal. ‘Tien jaar international, tachtig keer geselecteerd, een jaar lang aanvoerder: ik heb alles gegeven voor mijn team, voor mijn land,’ meldt hij telefonisch vanuit Nancy, zijn woonplaats in Frankrijk.

    Tijdens het toernooi om de Afrika Cup in 2004, in het Taïeb Mhiri-stadion in Sfax, Tunesië, scoorde de jonge Ouaddou in de 75ste minuut een doelpunt tegen Benin. Dat was een moment van groot geluk en trots. Een paar dagen later won zijn team in hetzelfde stadion afgetekend met 3-1 van Algerije. Marokko bereikte de finale, maar moest daarin buigen voor Tunesië: 1-2. 

    De eer was echter gered. Iedereen in Marokko besefte dat het nationale team een uitstekende prestatie had geleverd. Koning Mohammed VI nodigde staf en spelers uit in het koninklijk paleis in Agadir.

    In het vliegtuig naar Marokko viel het Ouaddou op dat de meeste van zijn teamgenoten een brief aan het schrijven waren

    Eén gebeurtenis uit die periode staat hem nog levendig bij. In het vliegtuig naar Marokko viel het Ouaddou op dat de meeste van zijn teamgenoten, ‘minstens 80 procent van de aanwezigen’, een brief aan het schrijven waren. Hij vroeg wat er aan de hand was en kreeg te horen dat de ontmoeting met de vorst een ideale gelegenheid was om een ‘verzoek’ in te dienen. Hij begreep er niets van. Desgevraagd legde een van zijn medespelers uit dat dit het moment was om het staatshoofd een gunst te vragen: onroerend goed, een licentie voor een taxi- of busbedrijf, een vergunning voor het een of ander, een voordeeltje.

    Deed hij mee aan deze bedelactie? ‘Nee!’ klinkt het stellig. ‘Ik had geen douceurtjes nodig. Ik verdiende goed bij mijn club (Stade Rennais) en van de Marokkaanse voetbalbond kon ik een bonus tegemoet zien voor mijn deelname aan de Afrika Cup. Ik vond toen, net als nu, dat er mensen waren die het harder nodig hadden dan ik.’

    Bovendien, benadrukt hij, was hij bereid om onbetaald voor Marokko te spelen. ‘De ontmoeting met Zijne Majesteit, die zei erg trots te zijn op de wijze waarop wij het land hadden vertegenwoordigd, was al een grote eer voor mij.’

    Belangeloze houding

    Deze in Marokko zeldzame belangeloze houding, zijn toewijding aan zijn team en zijn bescheidenheid konden hem in 2021 echter niet behoeden voor een agressieve campagne in de Marokkaanse pers en op sociale media. Hem werd verweten de kandidatuur van [de Algerijn] Kheireddine Zetchi voor hoofd van de Confédération Africaine de Football (CAF, de Afrikaanse voet-balbond) te hebben gesteund, in plaats van die van [zijn landgenoot] Fouzi Lekjaa. Hij werd gesommeerd zijn voorkeur voor de voorzitter van de Algerijnse voetbalbond boven de machtige baas van de Marokkaanse voetbalbond toe te lichten, maar weigerde tekst en uitleg te geven.

    En dat om één simpele reden: van Marokkaanse supporters wilde hij kritiek voor deze keuze naar eigen zeggen wel accepteren, maar de wekenlange belastering door een georganiseerde bende die ertoe opriep zijn Marokkaanse paspoort in te trekken en hem zijn Marokkaanse nationaliteit te ontnemen – dat ging hem veel te ver.

    Aan deze golven van haat heeft Ouaddou onprettige ‘herinneringen’ over-gehouden. Zo worden er online allerlei berichten gepost en opmerkingen geplaatst, vaak met kwaadaardige beelden en kwetsende woorden: ‘verrader’, ‘buitenlandse agent’, ‘klootzak’ en andere fraaie teksten – als hij al niet wordt vergeleken met een ‘aap’.

    8a32f734 7517 4270 b26c 6336f2d4c559Ik kon niet bevroeden dat onverdraagzaamheid en boosaardig racisme zo ingebakken, zo virulent zijn in mijn land’

    ‘Ik verkeer nog steeds in shock. Het is alsof mijn wereld is ingestort,’ klinkt het verbluft. ‘Ik kon niet bevroeden dat onverdraagzaamheid en boosaardig racisme zo ingebakken, zo virulent zijn in mijn land.’ En dan hij heeft nog niet eens gelezen wat er in het Arabisch over hem is geschreven.

    Net als zijn ouders is Ouaddou Berbertalig. Het Darija, een mix van Arabisch, Berbers, Frans en Spaans die de lingua franca is van veel Marokkanen, verstaat hij wel maar beheerst hij niet tot in de puntjes. Het Arabisch schrift kan hij al helemaal moeilijk ontcijferen. 

    Adressenlijst

    Om de lawine aan haat tot stilstand te brengen zocht Ouaddou in zijn adressenlijst de namen op van enkele Marokkaanse sportjournalisten, maar geen van hen reageerde. ‘Ze lieten me allemaal barsten. Niemand wilde me vragen stellen of was geïnteresseerd in mijn reactie of mijn kant van de zaak. Het was alsof ik van de ene op de andere dag niet meer voor hen bestond,’ verzucht hij.

    De honderden trollen op internet hebben maar één doel: hem vernederen

    Op sociale media probeert hij het gesprek aan te gaan met zijn criticasters, ook als ze hem hebben geschoffeerd. Tevergeefs: door het grote aantal tegenstanders ziet hij zich gedwongen de strijd te staken. De honderden trollen, de accounts van Moorish – een racistische en extreemrechtse clandestiene organisatie die zou zijn voort-gekomen uit de Marokkaanse geheime diensten – hebben maar één doel: hem vernederen.

    Maar vanwaar dan al dit tumult – vooral als je bedenkt dat de voormalige Algerijnse international Lakhdar Belloumi zichzelf zonder problemen kon uitroepen tot ‘ambassadeur van Marokko’ voor het WK van 2026?

    Antwoord: omdat Ouaddou in de zoveelste politieke en diplomatieke crisis tussen Marokko en Algerije beland raakte, over een eeuwigdurend conflict: dat van de Westelijke Sahara. Met deze keer als pikant extraatje het Marokkaanse besluit om de diplomatieke betrekkingen met Israël te normaliseren. Een soeverein besluit van het koninkrijk, dat door het buurland als een bedreiging wordt gezien, wegens – in de woorden van de Algerijnse regering – de ‘installatie’ van Israël voor haar deur. 

    Nog zo’n onderwerp dat, net als de mensenrechten, zijn pet te boven gaat, maar waarvan hij het belang wel degelijk inziet, gezien het enorme aantal bots onder zijn lasteraars. Het feit dat hij in de pers hevige kritiek te verduren kreeg van voormalige Marokkaanse internationals, bevestigt zijn bange vermoeden dat deze vloedgolf van smaad is georkestreerd.

    Deze oud-spelers, met wie hij ooit goed meende te kunnen opschieten, geeft hij lik op stuk. Noureddine Naybet? ‘Welk opleidingsniveau heeft deze meneer en wat doet hij tegenwoordig precies?’ Youssef Chippo? ‘Welke meerwaarde heeft hij gehad voor het Marokkaanse voetbal?’ Mustapha El Haddaoui? ‘Die is al vijftien jaar coach van het nationale beachvoetbalteam en voorzitter van de Marokkaanse Unie van Professionele Voetballers [UMFP]. Op welke resultaten mag hij zich laten voorstaan?’

    Wat Mohammed Sahil en anderen betreft: die zegt hij niet te kennen, maar hij neemt aan dat ze verplicht zijn hem aan te vallen om de ontvangen voordeeltjes te rechtvaardigen – dezelfde voordeeltjes die hij weigerde op te strijken na de wedstrijd tegen Tunesië in 2004.

    Ontslag

    Direct na zijn aankomst in Oujda kreeg Ouaddou te maken met spelers die staakten omdat ze hun loon niet uit-betaald kregen. Pijnlijker nog is dat hij beweert te zijn ‘geïntimideerd’ door de bestuurder van de regio Oriental, Mouaad Jamai, die hem naar verluidt tijdens een door de club georganiseerde lunch verweet dat hij de spelers steunde en ‘de club gijzelde’. 

    ‘De club gijzelen omdat spelers uit hun woning worden gezet vanwege een huurachterstand die ze buiten hun schuld niet meer konden ophoesten?’ vraagt hij ironisch. ‘Sommigen hadden niet eens genoeg te eten,’ zegt Ouaddou, die erop wijst dat ook hij en zijn staf niet werden betaald. Dit wordt bevestigd door de uitgebreide correspondentie tussen zijn Parijse advocaat, Alexis Rutman, en de directie van MCO.

    Zijn weigering om de plaatselijke bestuurder en de voorzitter van Mouloudia ter wille te zijn en te aanvaarden dat zijn contract van vier naar één jaar werd teruggebracht, leidde uiteindelijk tot zijn ontslag. Hij verliet de stad met een bittere smaak in zijn mond en nog een laatste leuke ‘herinnering’: een door de chauffeur van de spelersbus uitgelokt handgemeen, waardoor hij vijfentwintig dagen niet kon werken.

    ‘Waarom steun je de Algerijnen?’ ‘Ben je tegen de Marokkaanse Sahara?’

    Steunde Ouaddou daarom Zetchi in plaats van Lekjaa? De oud-international ontkent het ten stelligste. Bovendien, zo rechtvaardigt hij zichzelf, had hij ruim voor zijn aanstelling bij Mouloudia d’Oujda de Marokkaanse bond gevraagd of hij ergens stage mocht lopen om zo een trainersdiploma te kunnen behalen. Diverse keren schreef hij de bond aan, maar zonder resultaat.

    Daarop wendde hij zich tot de Algerijnse voetbalbond (FAF), via Djamel Belmadi, de coach van het Algerijnse nationale team. En zie, de deuren van de deze bond zwaaiden wél voor hem open. Dat viel niet goed bij een aantal bobo’s van het Marokkaanse voetbal. 

    De beschuldigingen op sociale media konden natuurlijk niet uitblijven: ‘Waarom steun je de Algerijnen?’ ‘Ben je tegen de Marokkaanse Sahara?’ 

    Maar, zo bezweert hij, hij wil echt een einde te maken aan deze zaak. Dat hij Zetchi steunde en niet Lekjaa, is niet uit ressentiment of wraak, maar puur uit sportieve overwegingen. Voor hem heeft de Algerijn een project in gedachten, een visie voor het Afrikaanse voetbal die hij volledig onderschrijft. Algerije won in 2019 de Afrika Cup met een nationaal team dat voor 70 procent bestond uit spelers uit de Algerijnse competitie; de Marokkaanse kampioen telde voor 98 procent spelers die in het buitenland actief waren. Van een jeugdopleiding die de kans op toekomstig succes van het Marokkaanse voetbal kon vergroten, was geen sprake. 

    Verduistering

    Daarnaast wijst Ouaddou erop dat Fouzi Lekjaa de secondant was van de Malagassiër Ahmad Ahmad, de voorzitter van de CAF die werd geschorst wegens ‘het aanvaarden en uitdelen van geschenken en andere voordelen’, ‘machtsmisbruik’ en ‘verduistering’. Die veroordeling maakte zijn herverkiezing onmogelijk.

    ‘Lekjaa heeft veel gedaan voor infrastructuur en stadions in Marokko, maar vergeten wordt dat hij voor Ahmad werkte, die een tekort van 10 miljoen euro in de schatkist van de CAF achterliet. Als we daarbij optellen dat er in Marokko duizend profspelers zijn uit de eerste en tweede divisie die geen sociale zekerheid hebben, dan geeft dat te denken,’ zo stelt een sportjournalist die anoniem wenst te blijven uit angst voor represailles. 

    En zoals Abdeslam Ouaddou hardop zegt, wekt dit enkel wrevel bij de Marokkaanse voetbalbond.

    En verder, zegt hij, terwijl hij zich excuseert omdat hij zijn vliegtuig moet halen: ‘Als Zijne Majesteit of de hoge autoriteiten van mijn land van mening zijn dat ik een verrader ben en dat ik het niet verdien om Marokkaan te zijn, dan ben ik bereid mijn paspoort bij het dichtstbijzijnde consulaat in te leveren’. 5ebda3b7 9ec1 4dd6 bb03 8006a0efa7b7

  • Duits consulaat-generaal in Istanboel tijdelijk dicht wegens terreurdreiging

    Duits consulaat-generaal in Istanboel tijdelijk dicht wegens terreurdreiging

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïne vreest nieuw Russisch offensief

    » Tyre Nichols begraven in Memphis, Tennessee

    Duitse onderdanen in Turkije gewaarschuwd

    Het Duitse consulaat-generaal in het centrum van de Turkse metropool Istanboel is deze week van woensdag tot en met vrijdag gesloten wegens een verhoogd risico op aanslagen, zo meldde Der Spiegel gisteravond. In een mededeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan Duitse onderdanen in Turkije staat dat na incidenten zoals de verbranding van een koran in Stockholm het risico van terroristische aanslagen is toegenomen – vooral in de wijk Beyoğlu in de binnenstad en rond het centrale plein Taksim.

    Het ministerie van Buitenlandse Zaken raadde aan bijzonder waakzaam te zijn en mensenmassa’s en de genoemde gebieden te vermijden. ‘Als u daar verblijft, beperk uw verblijf buitenshuis dan tot het hoogst noodzakelijke’, aldus het bericht. Ook het reis- en veiligheidsadvies op de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken is dienovereenkomstig aangepast.

    Ook Nederland en het Verenigd Koninkrijk hebben hun consulaat-generaal in Istanboel gesloten voor bezoekers. Zwitserland en Zweden sloten zowel hun ambassade in Ankara als hun consulaat-generaal in Istanboel. Er zouden concrete aanwijzingen bestaan voor een dreigende terreuraanslag. De VS waarschuwt zijn burgers al enkele weken voor een aanslag, en in Turkije zijn de veiligheidsmaatregelen aangescherpt.

    Lees ook:

  • Ivan Krastev: ‘Europa moet het eens worden over het einde van de oorlog’

    Ivan Krastev: ‘Europa moet het eens worden over het einde van de oorlog’

    ‘De Europese eenheid staat niet zozeer onder druk door Poetins dreigementen, als wel door de uiteenlopende opvattingen over hoe de oorlog moet eindigen’, schrijft Ivan Krastev. Volgens de Bulgaarse politicoloog moet Europa een gemeenschappelijk standpunt formuleren, wil het escalatie voorkomen.

    Europa doet dezer dagen denken aan de eerste weken van de pandemie: we hebben het gevoel dat het einde van de wereld nabij is. Alleen is de angst voor Russische kernwapens in de plaats gekomen van discussies over het virus. 

    De Europese media grossieren in grimmige koppen over energietekorten, storingen, stroomuitval. Analisten zijn het erover eens dat de inflatie en de stijgende kosten van levensonderhoud zomaar miljoenen betogers op de been zouden kunnen brengen. Het aantal migranten dat in 2022 naar de Europese Unie kwam, is al veel groter dan het aantal Syriërs dat in 2015 naar de EU uitweek. En de oorlogsmachine van het Kremlin zal deze aantallen verder doen oplopen naarmate de vernietiging van de Oekraïense infrastructuur de mensen daar berooft van elektriciteit en water.

    Ivan Krastev Foto Stephan Rohl Wikimedia
    Ivan Krastev – © Wikimedia

    Poetins winter lijkt echter geen einde te zullen maken aan de betrokkenheid van Europa bij Oekraïne. Geallieerde regeringen kunnen van samenstelling veranderen, maar de sancties blijven van kracht. Kijk maar naar Italië, waar de nieuwe extreemrechtse regering zich heeft gevoegd naar de Europese consensus.

    Niet Europa maar de VS is de zwakke schakel als het gaat om duurzame steun voor Kyiv

    De meeste Europeanen voelen diepe morele verontwaardiging over het brute Russische optreden. Door de recente Oekraïense militaire successen is er behalve verontwaardiging nu ook hoop. Nu de Oekraïners oprukken op het slagveld, neemt de steun voor hen alleen maar toe. Belangrijker is evenwel wat er aan de overzijde van de Atlantische Oceaan gebeurt. Toen premier Orbán van Hongarije, de naaste bondgenoot van Poetin in de EU, onlangs zei dat ‘de hoop op vrede Donald Trump heet’, raakte hij een snaar bij alle Europese bondgenoten van Poetin. Zij beseffen dat alleen een verandering in Amerikaans beleid het westerse standpunt op het gebied van Oekraïne kan wijzigen. Niet Europa maar de VS is de zwakke schakel als het gaat om duurzame steun voor Kyiv.

    Maar ook aan deze oorlog komt ooit een eind. En dan zullen de spanningen in Europa pas echt aan het licht komen.

    Drie kampen

    Hoe moet deze oorlog eigenlijk eindigen? Over die kwestie heerst verdeeldheid. Er zijn drie kampen: de realisten, de optimisten en de revisionisten. In vrijwel elk Europees land vind je politici en kiezers uit alle drie de categorieën, maar niet altijd in dezelfde verhouding: in West- en Zuid-Europa woedt er vooral een debat tussen realisten en optimisten. In Oekraïne en sommige Oost-Europese landen voeren optimisten en revisionisten de boventoon. Die verschillen zijn het best te verklaren door te kijken naar geografische en historische factoren. West-Europeanen zijn vooral bang voor een kernoorlog. Oost-Europeanen vrezen dat hun landen weer in de Russische invloedssfeer verzeild raken als Oekraïne de oorlog verliest.

    De zogeheten realisten vinden dat Europa ernaar moet streven dat Rusland niet wint, Oekraïne niet verliest en de oorlog zich niet uitbreidt. Gezien zijn uitspraken is de Franse president Macron een aanhanger van deze opvatting. Die komt erop neer dat Oekraïne hulp moet krijgen om een zo groot mogelijk deel van zijn grondgebied te bevrijden, maar dat een Oekraïense overwinning begrensd dient te zijn, omdat het risico dat Rusland tactische kernwapens inzet anders te groot wordt. In deze visie ligt het voor de hand dat Oekraïne niet moet proberen de Krim, die in 2014 door Rusland werd geannexeerd, te heroveren.

    Terecht beschouwen de realisten het huidige conflict als gevaarlijker dan de confrontatie tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten tijdens de Koude Oorlog. Beide krachten geloofden destijds dat de geschiedenis aan hun kant stond. Het Westen heeft nu te maken met een door apocalyptische visioenen geplaagde leider, een man geobsedeerd door het spookbeeld van een wereld zonder Rusland.

    Duurzame vrede

    Het tweede kamp bestaat uit optimisten. Oekraïne moet niet alleen de eindoverwinning behalen, de oorlog dient ook het einde van Vladimir Poetin te bezegelen. Zij stellen dat de militaire nederlaag van Rusland en de aanhoudende gevolgen van de sancties – die steeds verwoestender worden – duidelijke tekenen zijn dat de dagen van de Russische president geteld zijn. Zij steunen daarom president Volodymyr Zelensky in diens weigering om met Poetin te onderhandelen. De aanhangers van dit standpunt, onder wie de Duitse Groenen en de meeste Oost-Europeanen, stellen dat alleen ongelimiteerde steun aan Oekraïne een duurzame vrede kan bewerkstelligen. Rusland moet niet alleen worden tegengehouden, maar ook verslagen.

    GettyImages 1245439805 kopie
    De graven van een complete familie die omkwam bij een Russische beschieting boven het dorp Lyman in de regio Donetsk. – © Celestino Arce / NurPhoto via Getty Images

    Voor revisionisten is de oorlog in Oekraïne niet de oorlog van Poetin, maar die van de Russen. Voor hen is de enige garantie voor vrede en stabiliteit in Europa een onomkeerbare verzwakking van Rusland. Het zou zelfs wenselijk zijn als de Russische Federatie uiteenvalt. De revisionisten willen separatistische bewegingen steunen en de Russen ver van Europa houden, ongeacht politieke veranderingen in het land. Volgens hen moet de oorlog, die begon met Poetins bewering dat Oekraïne geen natie is, eindigen met de definitieve ontbinding van het Russische rijk. Haast nodeloos te vermelden dat deze strategie het meeste gehoor vindt in landen die hebben geleden onder het bewind van Moskou: Polen, de Baltische republieken en natuurlijk Oekraïne zelf.

    Het optimisme van de ‘magisch realisten’ dat de dagen van Poetin geteld zijn, lijkt voorbarig

    Critici van de realistische benadering wijzen er terecht op dat het realisme in 2015 al op de proef is gesteld nadat Rusland Oost-Oekraïne was binnengevallen. Dat heeft dus niet gewerkt. Het optimisme van de ‘magisch realisten’ dat de dagen van Poetin geteld zijn, lijkt voorbarig. Bovendien is de gewenste regimeverandering in de praktijk moeilijker te verwezenlijken: hoe kun je onderhandelen met een regime als je expliciete doel is dat het weg moet? De oproepen van revisionisten om Rusland te ontmantelen of te verminken hebben mogelijk als onbedoeld en ongewenst effect dat de Russen nu wél vinden dat ze een reden hebben om te vechten. Tot op heden heeft Poetin ze niet van die reden weten te overtuigen.

    Toen de Russische troepen zich aan de rand van Kyiv bevonden, waren de verschillen tussen realisten, optimisten en revisionisten relatief. Oekraïne mocht niet onder de voet worden gelopen, dat was het voornaamste. Poetin mocht niet winnen. De triomfen van het Oekraïense leger gedurende de afgelopen maanden hebben deze verschillen echter dichter bij de kern van het debat over Europa gebracht. De Europese eenheid staat niet zozeer onder druk door Poetins dreigementen, als wel door de uiteenlopende opvattingen over hoe de oorlog moet eindigen. Dit zal voelbaar zijn wanneer de publieke druk om te onderhandelen met Moskou toeneemt.

    De uiteenlopende narratieven en visies inzake het gewenste einde van de oorlog zijn zo emotioneel en moreel geladen dat elk vergelijk pijnlijk ingewikkeld zal zijn. Toch is zo’n gemeenschappelijk kader dringend gewenst. Anders zullen de angst van de Oekraïners dat zij door het Westen worden verraden en de angst van Poetin voor militaire vernedering tot maximale escalatie leiden.

    Lees ook:

  • Anne Applebaum: ‘Alleen een nederlaag in Oekraïne kan verandering brengen in Rusland’

    Anne Applebaum: ‘Alleen een nederlaag in Oekraïne kan verandering brengen in Rusland’

    Niet alleen het regime moet veranderen, er moet ook een einde komen aan de voor Rusland zo kenmerkende imperiale ambities van Poetins regime, schrijft journalist en historicus Anne Applebaum.

    Keuze uit het archief

    De Oekraïense president Volodymyr Zelensky is op dit moment bezig aan een rondreis door Europa. Het doel van deze tournee is om zijn Europese bondgenoten het plan te presenteren waarmee hij de oorlog van Rusland tegen Oekraïne wil winnen.
    De noodzaak van een Oekraïense overwinning wordt te meer duidelijk als je dit artikel van The Atlantic van historicus Anne Applebaum van begin 2023 leest. Volgens haar staat of valt het huidige autocratische Rusland onder Poetin met winst of verlies in de oorlog in Oekraïne. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de Russen zelf. ‘De toekomst van Rusland wordt niet gevormd door mystieke wetten van de geschiedenis, maar door hoe leiders en burgers de tragedie van deze schokkende, meedogenloze, onnodige oorlog verwerken en interpreteren.’

    Gedurende de kwart eeuw dat zij officieel bestond kende de Moscow School of Civic Education geen campus, geen syllabus en geen docenten. In plaats daarvan belegde de school seminars voor politici en journalisten, onder leiding van andere politici en journalisten, uit Rusland en de rest van de wereld. De instelling werkte vanuit het Moskouse appartement van de oprichters, Lena Nemirovskaja en Yuri Senokosov. Ze hadden elkaar in de jaren zeventig ontmoet, ten tijde van de Sovjet-Unie, toen ze aan een filosofietijdschrift waren verbonden en elkaar vonden in hun afschuw van de gewelddadige, arbitraire politiek die het grootste deel van hun leven had beheerst. Nemirovskaja’s vader had in de goelag gevangen-gezeten. Senokosov vertelde me ooit dat hij geen Russisch zwart brood kon eten, omdat de smaak hem deed denken aan de armoede en ellende uit zijn Sovjet-jeugd.

    Beiden waren ook van mening dat Rusland kon veranderen. Misschien niet heel veel, misschien niet heel ingrijpend, maar toch. Nemirovskaja bekende me ooit haar vurige streven om Rusland ‘een beetje beschaafder’ te maken door mensen in aanraking te brengen met nieuwe ideeën. Hun school, die feitelijk voortborduurde op de gesprekken die in hun keuken werden gevoerd, was opgezet om dat ene, niet-revolutionaire doel te bereiken.

    GettyImages 640457523
    Wereldberoemde pacifist en schrijver Lev Tolstoj aan zijn bureau. – © Sergei Mikhailovich Prokudin-Gorskii / Library of Congress / Corbis / VCG via Getty Images

    Lange tijd floreerde die school. Van 1992 tot 2021, zo schat Nemirovskaja, bezochten ruim dertigduizend mensen – parlementariërs, gemeenteraadsleden, zakenmensen, journalisten – in het hele land hun seminars over recht, verkiezingen en media. Sprekers waren Britse redacteuren, Poolse ministers en Amerikaanse gouverneurs; ze ontvingen financiële steun van een keur aan Europese, Amerikaanse en Russische stichtingen en filantropen. Ik heb aan een tiental seminars deelgenomen, meestal om over journalistiek te spreken.

    ‘Dissidente’ organisatie

    Ondertussen bleef de school wel een Russische organisatie, opgericht door Russen, voor Russen. De onderwerpen werden zo gekozen dat ze interessant waren voor Russen, en later voor de Georgiërs, Belarussen en Oekraïners die ook een aantal seminars bijwoonden. Ik herinner me een – voor mij – bijzonder saai seminar over federalisme in Scandinavië dat de deelnemers fascineerde omdat ze zich in hun sterk gecentraliseerde samenlevingen nooit een idee hadden kunnen vormen van de uiteenlopende relaties tussen regionale en nationale overheden die in theorie mogelijk waren.

    GettyImages 1155575030
    De Russische oppositieactivist Ilja Jasjin tijdens een demonstratie ter ondersteuning van de kandidaten van de Doema-verkiezingen in Moskou op 14 juli 2019. ©  Sefa Karacan/Anadolu Agency/Getty Images)

    Destijds leek dit project niet naïef, idealistisch of radicaal, laat staan opruiend. Gedurende de eerste tien jaar van Vladimir Poetins presidentschap waren democratische politieke activiteiten in Rusland onderhevig aan restricties maar niet illegaal; standpunten van de oppositie werden getolereerd zolang ze niet te veel steun kregen van de bevolking, en er waren veel initiatieven om discussies, trainingen en lezingen over democratie en de rechtsstaat te organiseren. Nooit was de gedachte bij Nemirovskaja opgekomen, zo vertelde ze me, dat ze een ‘dissidente’ organisatie had opgericht. Ze wilde juist precies het soort verandering stimuleren dat de Russische machthebbers in de jaren negentig propageerden. Langzaamaan werden deze politici echter weggewerkt of hun overtuigingen veranderden. Functionarissen van de FSB, de Russische geheime politie, verschenen op de seminars en stelden vragen. Er verschenen negatieve artikelen over de school. Uiteindelijk bestempelde de staat de school als ‘buitenlandse vertegenwoordiging’ en zo moest ze zich vanaf dat moment ook presenteren.

    Tienduizenden Russische journalisten, activisten, juristen en kunstenaars trokken weg en namen zodoende ook mee wat er nog over was aan onafhankelijke media

    In 2021 werd de school gesloten. Nemirovskaja en Senokosov verkochten hun appartement en verhuisden naar Riga, de hoofdstad van Letland, waar ze nog steeds seminars geven, nu voor ballingen. Gaandeweg verlieten veel van hun vrienden, collega’s en oud-studenten eveneens het land. In het voorjaar van 2022, na de invasie van Oekraïne, nam die uittocht sterk toe. Tienduizenden Russische journalisten, activisten, juristen en kunstenaars trokken weg en namen zodoende ook mee wat er nog over was aan onafhankelijke media, uitgeverijen, cultuur en kunst. Velen van hen hadden wellicht ooit dat seminar over lokaal bestuur bijgewoond aan de Moscow School of Civic Education.

    Einde verhaal, dachten velen binnen en buiten Rusland. Niet dus. Want dit soort verhalen kent nooit een einde.

    GettyImages 512647226
    In het midden de Russische oppositieleider Aleksej Navalny, zijn echtgenote Joelia Navalnaja (l) en zijn adjudant Leonid Volkov (r) bij een protestmars ter gelegenheid van de herdenking van de moord op oppositieleider Boris Nemtsov op 27 februari 2016 in Moskou. – © Mikhail Svetlov / Getty Images

    Grillig

    Ideeën verplaatsen zich door tijd en ruimte, en soms is hun traject grillig. Het idee dat een land anders zou moeten zijn – anders moet worden bestuurd, anders georganiseerd – kan uit oude boeken oprijzen, tijdens buitenlandse reizen worden opgedaan of gewoon aan de verbeelding van burgers ontspruiten. Op het hoogtepunt van het Russische Rijk, in de negentiende eeuw, ontstond onder het oog van enkele van de lompste toenmalige autocraten een veelheid aan hervormingsbewegingen: sociaaldemocraten, boerenhervormers, pleitbezorgers van grondwetten en parlementen. Zelfs leden van de Russische keizerlijke elite gingen anders denken dan in hun sociale klasse gebruikelijk was. Lev Tolstoj groeide uit tot een wereldberoemde pacifist. De vader van Vladimir Nabokov hield vurige toespraken in de jaren die voorafgingen aan de Russische Revolutie, bracht een liberale krant uit en zat in de gevangenis. Zijn zoon herinnerde zich later hoe, op de avonden dat zijn vader zijn politieke bijeenkomsten hield, ‘zich in de gang een berg overjassen en overschoenen opstapelde’, en gasten bleven tot diep in de nacht discussiëren.

    Toen al zat de staat mensen met afwijkende opvattingen dwars. Michail Zigar, Russisch schrijver en oprichter en hoofdredacteur van het onafhankelijke televisiestation TV Rain, schreef het boek The Empire Must Die, waarin hij onder meer vertelt over de onafhankelijke denkers die begin vorige eeuw uit Rusland werden verdreven. Het aantal politieke emigranten dat terugkeerde werd zo groot dat er een alternatief maatschappelijk middenveld ontstond, schrijft hij. 

    Anderen probeerden in de jaren na de ineenstorting van de Sovjet-Unie een alternatief Rusland te creëren. 

    Het merendeel had één grote blinde vlek: nooit zouden de meeste Russische liberalen inzien dat de Russische autocratie zijn oorsprong vond in hun imperiale ambities. Een van de redenen dat de Witten van de bolsjewieken verloren was dat ze in 1918-1920 hun krachten niet bundelden met het net onafhankelijke Polen of het potentieel onafhankelijke Oekraïne. In de jaren na de Russische Revolutie zegevierden democratische ideeën noch in de vertakkingen, noch in de stam, deels omdat de staat zo veel geweld moest gebruiken om Oekraïne, Georgië en de andere republieken binnen de Sovjet-Unie te houden.

    GettyImages 1238500657
    Politiek gevangene en criticus van het Kremlin Aleksej Navalny tijdens het proces op 15 februari 2022 in de strafkolonie Pokrov. – © Mikhail Svetlov / Getty Images

    Toch konden de tientallen jaren van angst en armoede die volgden op de Russische Revolutie geen einde maken aan de overtuiging dat een ander soort staat mogelijk was. Nieuwe generaties denkers doemden steeds weer op uit het Sovjet-duister. Sommigen stonden aan de basis van de moderne mensenrechtenbeweging. Anderen, zoals de oprichters en studenten van de Moscow School of Civic Education, probeerden in de jaren na de ineenstorting van de Sovjet-Unie een alternatief Rusland te creëren. 

    Ander soort Rusland

    Natuurlijk moesten ze het opnieuw afleggen tegen een dictator die een imperiale oorlog gebruikt om zijn vijanden uit te schakelen en angst te zaaien. Maar zelfs nu, nu de meeste Russen zwijgen, nu ze worden geïntimideerd door propaganda of beïnvloed door nationalistische slogans, hebben meer dan 17.000 Russen in hun eigen land geprotesteerd tegen het regime en tegen hun apathische landgenoten, hebben ze het Russische imperialisme uitgedaagd, en zijn ze om die reden gearresteerd of gevangengezet. Onder hen zijn enkele bekende politici die al lang geleden hun biezen hadden kunnen pakken, zoals Vladimir Kara-Moerza en Ilja Jasjin. De oppositiepoliticus Aleksej Navalny werd in januari 2021 in de cel gegooid; hij wordt geïsoleerd, maar heeft toch, op 21 september jongstleden tegen de rechtbank, de ‘criminele’ oorlog aan de kaak gesteld en Poetin ervan beschuldigd ‘honderdduizenden mensen met bloed te willen besmeuren’. Op 30 september publiceerde hij een uit zijn cel gesmokkeld essay, waarin hij een toekomstvisie op Rusland na Poetin ontvouwt en vervanging eist van het huidige presidentiële systeem – dat tot volledige autocratie is verworden – door een parlementaire republiek. In plaats van zich voor te doen als nieuwe redder van het imperium, propageert hij een totaal ander soort Rusland.

    Een grote groep verzet zich vanuit het buitenland tegen de oorlog

    Buiten de eigen landsgrenzen begint het honderdduizenden gewone Russen te dagen hoe nauw het imperium verweven is met autocratie. Sommige nieuwe ballingen hebben de politiek helemaal opgegeven, velen ontwijken enkel de dienstplicht. Maar een grote groep verzet zich vanuit het buitenland tegen de oorlog, via Russischtalige websites die verslag doen van de oorlog en informatie proberen te verzamelen voor Russen in Rusland. TV Rain, dat in maart door de overheid de das om werd gedaan, is weer online, vanuit Riga. Navalny’s team, en wat er is overgebleven van zijn grote nationale organisatie, maakt video’s die miljoenen kijkers trekken op YouTube, dat in Rusland nog steeds te zien is.

    GettyImages 1231428388
    Russische journalist en oprichter van Novaja Azeta, Dmitri Moeratov, herdacht de moord op Boris Nemtsov samen met tienduizenden andere Russen. – © Mihail Siergiejevicz / SOPA Images / LightRocket via Getty Images

    Een heel leger aan groeperingen en individuen wil een ander idee van Rusland levend houden, een ‘alternatieve burgermaatschappij’ buiten Rusland scheppen, vergelijkbaar met de door Zigar – nu zelf een balling – beschreven situatie van begin vorige eeuw. Garri Kasparov, de voormalig wereldkampioen schaken die zich tot de democratische politiek heeft bekend, die hielp bij het organiseren van straatdemonstraties in Moskou in de eerste jaren van dit millennium en die nu persona non grata is in het land dat hem ooit als held vierde – diezelfde Kasparov vertelde me laatst dat hij hoopt een soort ‘virtueel Zuid-Korea’ op te bouwen, een oppositie in ballingschap die een scherp contrast vormt met een vaderland dat steeds meer op Noord-Korea lijkt. Een van zijn projecten, het Free Russia Forum, brengt geregeld de diverse, soms met elkaar overhoop liggende delen van de Russische gemeenschap buiten Rusland samen.

    Verschillen

    In ten minste één opzicht verschillen al deze eenentwintigste-eeuwse ballingen van hun voorgangers uit de eeuw daarvóór: ze zitten in het buitenland, of in de gevangenis, vanwege een gruwelijke imperiale veroveringsoorlog. Velen verzetten zich niet alleen tegen het regime, maar ook tegen het imperium; voor het eerst verkondigt een aantal van hen dat niet alleen het regime moet veranderen, maar ook datgene wat de natie definieert. Kasparov is een van de velen die ons op het hart drukken dat alleen een militaire nederlaag politieke verandering teweeg kan brengen. Hij is tot de overtuiging gekomen dat democratie alleen mogelijk is ‘wanneer de Krim is bevrijd en de Oekraïense vlag boven Sebastopol wappert’.

    GettyImages 1245284833
    Activisten Jelena Loekjanova, Oleg Dunda, Aleksander Morozov, Garri Kasparov en Konstantin Eggert bij een openbare bijeenkomst van het Free Russia Forum in Vilnius, Litouwen. – © Oleg Nikishin / Getty Images

    Dat idee – dat er een ander Rusland mogelijk is, een Rusland dat een natiestaat is en geen imperium – legt in Oekraïne momenteel weinig gewicht in de schaal. Veel Oekraïners achten de Russische democratische oppositie even schuldig, even imperialistisch en net zo verantwoordelijk voor de oorlog als niet-dissidenten. Het is zeker waar dat niet alle mensen die ‘Russische liberalen’ zijn genoemd tegen het imperium of Poetin gekant waren. Sommige van hen zijn technocraten die voorstanders waren van een dictatuur à la Pinochet, of societyfiguren wier ‘liberalisme’ tot uitdrukking kwam in foto‘s van Europese vakantiebestemmingen op Instagram.

    Waarom laten niet de duizenden ballingen hun stem horen, in plaats van alleen het handjevol dat voor websites schrijft?

    De Oekraïense journaliste Olga Tokariuk betoogde onlangs op Twitter dat ‘zelfs Russische ‘’liberalen’’ geregeld lucht hebben gegeven aan imperialistische ideeën over buitenlands beleid en Oekraïne. Er is verdraagzaamheid tegenover oorlog en afkeer van democratie.’ Velen vragen zich af waar de massale protesten van Russen in Londen of de Georgische hoofdstad Tbilisi blijven. Waarom laten niet de duizenden ballingen hun stem horen, in plaats van alleen het handjevol dat voor websites schrijft?

    De stelling dat er geen ‘goede’ Russen zijn, is emotioneel maar ook politiek diep ingebed, en niet alleen bij Oekraïners. Tenslotte hebben Russische liberalen eerder gefaald. Ze faalden begin vorige eeuw, ze faalden begin deze eeuw en ze falen nu. Het is ze niet gelukt Poetin af te stoppen, ze konden deze catastrofe niet voorkomen. Sommigen begrepen – tot voor kort althans – niet hoe het Russische imperialisme de Russische autocratie heeft gevoed en gevormd, begrepen niet waarom het imperium moet sterven, zoals de titel van Zigars boek luidt. Je hoort de woede hierover doorklinken in recente toespraken van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky, die inmiddels een andere toon aanslaat. Aan de vooravond van de oorlog sprak Zelensky de Russen in het Russisch toe en riep hij hen op te voorkomen wat er ging gebeuren: ‘Willen Russen deze oorlog?’ vroeg hij retorisch. ‘Het antwoord is aan u, burgers van de Russische Federatie.’ Maar omdat ze niets deden, sloot Zelensky zich later aan bij degenen die Russen een visumverbod voor Europa willen opleggen, omdat Russen ‘maar in hun eigen wereld moeten leven totdat ze hun kijk op de zaken veranderen’.

    GettyImages 1244803809
    Leden van de militaire jeugdbeweging Joenarmija op een evenement waar 50.000 deelnemers quizvragen over het leger en de Russische geschiedenis beantwoorden. – © Getty Images

    Nadat Poetin in september zijn mobilisatie had aangekondigd, was Zelensky nog explicieter. Russen zouden hun land niet moeten verlaten om aan de dienstplicht te ontsnappen, maar ‘op straat moeten vechten voor hun vrijheid’, zo voegde hij hun toe. De Oekraïense filosoof Volodymyr Yermolenko zei over de Russen die onlangs hun land hebben verlaten, dat zij niet op de vlucht zijn voor oorlog, maar voor de dienstplicht: ‘Als deze honderdduizenden die mobilisatie ontvluchten in hun eigen land in opstand kwamen tegen de oorlog, was die oorlog snel voorbij. Lafaards.’ 

    Feitelijk valt daar weinig tegen in te brengen. 

    Iets onverwachts 

    Alleen dictators geloven dat de geschiedenis wetten voorschrijft die men moet gehoorzamen. Democraten weten dat de staat zich uiteindelijk aanpast aan de samenleving, en niet andersom – en de samenleving verandert per definitie altijd.

    GettyImages 1025590996
    De Russische activist en protegé van Boris Nemtsov Vladimir Kara-Murza en zijn vrouw Jevgenia betuigen eer aan wijlen senator John McCain. – © Tom Williams / CQ Roll Call

    De culturele last van het verleden weegt zwaar, en de ingesleten gegevenheden van de autocratie – vooral het leven in angst – zijn hardnekkig. Macht oefent ook een sterke aantrekkingskracht uit. Degenen die haar hebben, willen haar niet verliezen. Een toekomstig Russisch bewind kan nog repressiever uitpakken dan het huidige. Maar een ongeluk zit in een klein hoekje en er kan altijd iets onverwachts gebeuren. Landen ontwikkelen zich en brengen soms beter en soms slechter bestuur voort. Imperia gaan ten onder: het Russische Rijk bijvoorbeeld, de Sovjet-Unie daarna. Zo zal vroeg of laat het nieuwe Russische rijk van Poetin vallen. Vanuit zijn gevangeniscel wees Kara-Moerza erop dat de ruim 17.000 gedetineerde antioorlogsdemonstranten talrijk afsteken tegen de zeven mensen die werden gearresteerd op het Rode Plein in Moskou toen de Sovjet-Unie in 1968 Tsjechoslowakije binnenviel om te voorkomen dat dit land een andere koers ging varen. Vanuit haar ballingsoord in Riga bezwoer Nemirovskaja mij onlangs dat haar werk niet voor niets was geweest. Ze gelooft nog steeds dat de dertig jaar na de val van de Sovjet-Unie hun weerslag hebben gehad: wat er ook gebeurt, ‘we zullen nooit meer leven zoals toen’. Leonid Volkov, de leider van Navalny’s organisatie in ballingschap, vertelde me vorig jaar dat voorbereid zijn op verandering, wanneer dan ook, volgens hem het belangrijkste is wat hij en zijn collega’s kunnen doen.

    Voortbestaan

    Eerder stelde ik dat het voortbestaan van de Amerikaanse democratie niet gewaarborgd is; wat er met Amerika zal gebeuren, hangt af van wat Amerikanen in het hier en nu doen. Hetzelfde geldt voor Rusland. De toekomst van het land wordt niet gevormd door mystieke wetten van de geschiedenis, maar door hoe leiders en burgers de tragedie van deze schokkende, meedogenloze, onnodige oorlog verwerken en interpreteren. De beste manier waarop buitenstaanders Rusland kunnen helpen veranderen, is ervoor te zorgen dat Oekraïne zijn grondgebied herovert en het imperium verslaat. We kunnen ook die Russen blijven steunen, hoe weinig het er ook zijn, die begrijpen waarom een nederlaag de enige weg naar moderniteit is, waarom militair falen noodzakelijk is voor het ontstaan van een welvarender, open samenleving en waarom, nogmaals, het imperium moet sterven. Reken niet op geïdealiseerde ‘goede Russen’ – er komt geen redder die het land gaat repareren, nu niet en later ook niet. Russen die geloven dat de toekomst anders kan zijn, zullen blijven proberen hun land te veranderen, en op een dag zullen ze daarin slagen. In de tussentijd mag niemand Poetin ooit het recht geven te definiëren wat het betekent om Russisch te zijn. Die bevoegdheid heeft hij niet. 

    GettyImages 1435012084
    Mensenrechtenactiviste en Nobelprijswinnares Irina Scherbakova, Navalny-vertrouweling Leonid Volkov (l) en auteur van Poetinland Michaïl Sjisjkin discussiëren over de situatie van de Russische oppositie op de Boekenbeurs in Frankfurt, 2022. – ©  Thomas Lohnes / Getty Images 

     

  • Maduro steunt vredesonderhandelingen in Colombia

    Maduro steunt vredesonderhandelingen in Colombia

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Peru: ten minste 17 doden bij demonstraties

    » VK: historische ruimtemissie mislukt

    Colombia en Venezuela zoeken toenadering

    De Colombiaanse president Gustavo Petro heeft zaterdag een verrassingsbezoek gebracht aan Caracas, waar zijn Venezolaanse ambtgenoot Nicolás Maduro hem verzekerde van zijn steun bij zijn vredesonderhandelingen met gewapende groepen. De ontmoeting – de derde tussen de twee mannen – komt enkele dagen na ‘de faux pas van Petro, die op oudejaarsavond een wapenstilstand met het Nationaal Bevrijdingsleger (ELN) aankondigde, die onmiddellijk door de rebellen werd ontkend’, merkte El País op. Eind januari vindt in Mexico een nieuwe onderhandelingsronde plaats tussen de Colombiaanse regering en de opstandelingen.

    Tijdens hun drie uur durende ontmoeting in het presidentieel paleis van Miraflores bespraken Maduro en Petro ook de volgende stappen in de normalisering van de betrekkingen tussen hun twee landen. Zo zijn de controle van hun gemeenschappelijke grens en grensoverschrijdende investeringen aan bod gekomen.

    ‘We hadden een brede en zeer vruchtbare bijeenkomst’, schreef Maduro, zonder in details te treden, in een bericht op Twitter. ‘Venezuela zal als garantstellend land de Colombiaanse regering steunen in haar doelstelling om het bilaterale staakt-het-vuren en de totale vrede te handhaven’, aldus de gezamenlijke verklaring.

    Lees ook:

  • Canada treedt toe tot Amerikaanse anti-Chinese alliantie

    Canada treedt toe tot Amerikaanse anti-Chinese alliantie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Elon Musk neemt Twitter over en ontslaat bedrijfstop

    » Vladimir Poetin: ‘Wereld staat voor gevaarlijkste decennium sinds Tweede Wereldoorlog’

    Canada steunt VS in grotere rol Azië

    Canada kondigde donderdag aan dat het zou toetreden tot het Indo-Pacific Economic Framework (IPEF), ‘dat wordt gezien als de kern van een Amerikaanse strategie om de economische macht van China in de regio tegen te gaan’, meldt South China Morning Post. De noorderbuur van de VS maakt deze beslissing vijf maanden nadat de Amerikaanse president Joe Biden de alliantie van dertien landen lanceerde.

    De Canadese minister van Buitenlandse Zaken Melanie Joly kondigde het besluit aan op een gezamenlijke persconferentie met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken. Joly verklaarde dat Ottawa een ‘grotere rol’ wil spelen in de regio en ‘de betrokkenheid bij de Verenigde Staten’ in het gebied zou verdiepen.

    Momenteel zijn Australië, Brunei, Fiji, India, Indonesië, Japan, Maleisië, Nieuw-Zeeland, de Filippijnen, Singapore, Zuid-Korea, Thailand en Vietnam lid van het IPEF. De alliantie werd in mei door Biden geïntroduceerd, vijf jaar nadat de VS zich onder zijn voorganger Donald Trump hadden teruggetrokken uit het Trans-Pacific Partnership, een vrijhandelsovereenkomst die door twaalf landen in Azië en de Pacifische regio, Noord-Amerika en Zuid-Amerika was ondertekend.

    Lees ook:

  • Joe Biden en Rishi Sunak beloven Oekraïne te steunen in eerste gesprek

    Joe Biden en Rishi Sunak beloven Oekraïne te steunen in eerste gesprek

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Italië: Giorgia Meloni belooft EU niet te ‘saboteren’ in eerste toespraak parlement

    » Negen doden bij terroristische aanslag van Al-Shabaab in Somalië

    VS en VK willen ook samen tegenwicht bieden aan China

    De Amerikaanse president en de nieuwe Britse premier zijn in hun eerste telefoongesprek op dinsdag overeengekomen samen te werken om ‘Oekraïne te steunen’ en het hoofd te bieden aan China, aldus het Witte Huis in een door The Guardian overgenomen verklaring. De twee leiders, die de ‘speciale relatie’ tussen de VS en het VK opnieuw benadrukten, spraken slechts enkele uren na de toetreding van Sunak tot Downing Street.

    De Britse premier belooft de Oekraïense president Volodymyr Zelensky dat de Britse steun voor Oekraïne onder zijn premierschap onwrikbaar en ‘even sterk als ooit’ zal zijn, aldus een woordvoerder van Downing Street. Zelensky zei op zijn beurt dat hij gelooft dat ‘het Britse leiderschap bij het verdedigen van democratie en vrijheid‘ alleen maar sterker zal worden. ‘Oekraïne en Groot-Brittannië hebben de laatste tijd nieuwe hoogten in hun betrekkingen bereikt, maar niettemin hebben we nog potentieel om onze samenwerking te versterken,’ zei hij in een videotoespraak, en hij voegde eraan toe dat hij Sunak had uitgenodigd voor een bezoek aan Oekraïne.

    Volgens het Witte Huis zijn Biden en Sunak ook overeengekomen om ‘de dreigingen van China aan te pakken‘, dat land wordt door Washington beschouwd als zijn belangrijkste geopolitieke en economische rivaal op het wereldtoneel. Downing Street had eerder zijn eigen samenvatting van het gesprek vrijgegeven, waarin het verwees naar inspanningen om ‘de kwaadaardige invloed van China tegen te gaan’.

    Lees ook:

  • VK: Chinese diplomaat betrokken bij mishandeling demonstrant in Manchester

    VK: Chinese diplomaat betrokken bij mishandeling demonstrant in Manchester

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland erkent dat situatie troepen in Oekraïne ‘gespannen’ is

    » Overstromingen Nigeria: ten minste 603 doden, 1,4 miljoen mensen ontheemd

    Chinese consul sloeg demonstrant uit Hongkong

    De Britse regering heeft dinsdag de Chinese consul in Manchester beschuldigd van betrokkenheid bij het geweld van zondag tegen prodemocratische demonstranten uit Hongkong. Op videobeelden van het incident is te zien hoe de consul Zheng Xiyuan ‘spandoeken vernielt en een van de demonstranten bij de haren grijpt en hem meesleurt‘ naar het consulaat ‘om geslagen te worden’, schrijft The Guardian.

    In afwezigheid van de ambassadeur riep de Britse minister van Buitenlandse Zaken de Chinese charge d’affaires op voor een formeel gesprek. ‘Wij hebben de Chinese autoriteiten duidelijk gemaakt dat het recht op vreedzaam protest in het Verenigd Koninkrijk moet worden gerespecteerd,‘ aldus minister Zac Goldsmith.

    Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken betwiste de verklaring van de Britse autoriteiten door te stellen dat de man ‘illegaal de compound was binnengekomen’. Ze riep het VK op de bescherming van diplomatiek personeel en gebouwen te verbeteren, bericht The Guardian.

    Lees ook:

  • Australië erkent Jeruzalem niet langer als hoofdstad Israël

    Australië erkent Jeruzalem niet langer als hoofdstad Israël

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Twee leiders van Rohingya-kamp vermoord in Bangladesh

    » Brazilië: Lula en Bolsonaro noemen elkaar leugenaar in televisiedebat

    Israëlische premier verrast door besluit

    De Australische regering heeft besloten om West-Jeruzalem niet langer te erkennen als hoofdstad van de staat Israël. Canberra draait ‘het controversiële besluit’ dat in 2018 werd genomen door de vorige conservatieve regering van Scott Morrison, terug, schrijft The Sydney Morning Herald.

    ‘De kwestie van de definitieve status van Jeruzalem moet worden opgelost via vredesonderhandelingen tussen Israël en het Palestijnse volk,’ zei de Australische minister van Buitenlandse Zaken Penny Wong dinsdag in een verklaring. ‘Australië streeft naar een tweestatenoplossing waarbij Israël en een toekomstige Palestijnse staat in vrede en veiligheid naast elkaar bestaan binnen internationaal erkende grenzen.’

    De Israëlische premier Yair Lapid zei dat hij verrast was door de ‘overhaaste’ beslissing van de regering, die samenviel met de joodse feestdag Simchat thora en slechts enkele uren kwam nadat de regering had verklaard dat het standpunt van Australië over West-Jeruzalem niet was gewijzigd. ’Jeruzalem is de eeuwige en verenigde hoofdstad van Israël en niets zal dat ooit veranderen,’ aldus Lapid.

    Lees ook:

  • Biden dreigt Saoedi-Arabië met vergelding vanwege verlaging olieproductie

    Biden dreigt Saoedi-Arabië met vergelding vanwege verlaging olieproductie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Peru: president aangeklaagd voor corruptie

    » Venezuela: bijna honderd doden bij aardverschuivingen door regen

    Verlaging olieproductie spekt oorlogskas Rusland

    De Amerikaanse president heeft dinsdag beloofd dat er ‘consequenties’ zullen volgen voor Saoedi-Arabië omdat het samenwerkt met Rusland om de olieproductie te verminderen. ‘Deze opstelling wijst op een breuk in de relatie tussen twee oude bondgenoten en een omkering van zijn eigen inspanningen om het energierijke koninkrijk voor zich proberen te winnen’, schrijft The New York Times. ‘Er zullen gevolgen zijn voor wat ze hebben gedaan, met Rusland,’ zei Joe Biden in een interview met CNN, zonder te specificeren welke dat zouden zijn.

    ‘Gezien de recente gebeurtenissen en de besluiten van de OPEC is de president van mening dat we de bilaterale relatie met Saoedi-Arabië opnieuw moeten revalueren,’ zei John Kirby, woordvoerder van de Nationale Veiligheidsraad van het Witte Huis, eerder al tegen de pers. Joe Biden ‘is bereid om samen met het Congres na te denken over wat die relatie zou moeten zijn.’

    De OPEC+, het oliekartel onder leiding van Riyad, heeft onlangs besloten zijn productiequota te verlagen, wat de prijzen zou kunnen opdrijven en zo de oorlogskas van Moskou zou kunnen spekken. In een interview met Al Arabiya op dinsdag zei de Saoedische minister van Buitenlandse Zaken Faisal bin Farhan dat het OPEC+-besluit een ‘zuiver economische’ maatregel was die werd genomen met de unanieme instemming van de leden van de groep.

    Lees ook: