Een paar dagen na de opening van de Chinese ambassade in Tegucigalpa openden de Hondurese autoriteiten zondag hun ambassade in Beijing, ‘nadat in maart diplomatieke betrekkingen waren aangeknoopt tussen het Latijns-Amerikaanse land en de Aziatische reus, ten nadele van Taiwan’, schrijft El Heraldo. Honduras verbrak enkele maanden geleden de tachtigjarige diplomatieke betrekkingen met Taiwan. Slechts dertien landen hebben nog ambassades op het eiland.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
China beschouwt het democratisch en zelfbesturend Taiwan als een opstandige provincie die deel uitmaakt van zijn grondgebied. Op grond van het één-Chinabeleid staat Beijing niet toe dat een land waarmee het diplomatieke betrekkingen onderhoudt, ook diplomatieke betrekkingen onderhoudt met Taiwan.
Rishi Sunak kondigde de top aan tijdens bezoek aan de VS
Tijdens een bezoek aan Washington kondigde premier Rishi Sunak woensdag aan dat het Verenigd Koninkrijk tegen het einde van het jaar de eerste wereldwijde top over kunstmatige intelligentie gaat organiseren, schrijft Politico. ‘Rishi Sunak wil van het Verenigd Koninkrijk een belangrijke speler op dit gebied maken’, schrijft de website.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘AI heeft een ongelooflijk potentieel om ons leven ten goede te veranderen. Maar we moeten ervoor zorgen dat ze veilig wordt ontwikkeld en gebruikt’, aldus de Britse premier. Downing Street heeft niet gezegd welke landen of bedrijven de gesprekken zullen bijwonen, maar de woordvoerder van de premier zei tegen Politico dat Sunak probeert om ‘gelijkgestemde’ landen bij elkaar te brengen, waarbij hij opmerkte dat de premier de kwestie met alle G7-leden heeft besproken.
Uitgelekte documenten laten zien dat Russische agenten nepprotesten organiseerden in Europese steden, waaronder Den Haag, om Erdogan te beledigen en Oekraïne daarvan de schuld te geven. Op die manier wil Rusland verdeling zaaien in Europa, zo blijkt uit een onderzoek van verschillende Europese media.
Een koranverbranding voor de Turkse ambassade in Stockholm in januari zette de toch al gespannen betrekkingen tussen Turkije en Zweden op scherp en leidde uiteindelijk tot opschorting van het Zweedse NAVO-lidmaatschap. Het incident inspireerde Russische inlichtingendiensten; ze zagen een kans om het conflict tussen EU-landen en Turkije aan te wakkeren en ontwikkelden een plan om Erdogan in enkele grote Europese steden te beledigen. Dit blijkt uit uitgelekte documenten die werden verkregen door de journalistenorganisatie Dossier Center in Londen en gedeeld met een groep Europese media, waaronder de Zweedse krant Expressen. Tot het samenwerkingsverband behoren ook Danmarks Radio, Le Monde, Süddeutsche Zeitung, NRK, SVT, Delfi en WDR/NRD.
In de documenten wordt de achterliggende gedachte van het plan beschreven: ‘Vandaag de dag zijn er aanzienlijke spanningen tussen Turkije en EU-landen. Dat betreft niet alleen de moeizame diplomatieke betrekkingen tussen Turkije en Zweden en uitstel van het toetredingsproces van Scandinavische landen tot de NAVO. In heel Europa is er sprake van een algehele toename van islamofobe sentimenten.’ Om de bron te beschermen zal deze niet worden gepubliceerd. De documenten zijn oorspronkelijk afkomstig van een officier van een van de Russische inlichtingendiensten, wiens identiteit bij de redactie bekend is.
Het protest van Ankara
De verbranding van de koran in Zweden door de Zweeds-Deense rechtsextremist Rasmus Paludan sloeg over naar Nederland; de leider van de antimoslimbeweging Pegida scheurde tijdens een demonstratie pagina’s uit een koran. Dat was voor Ankara aanleiding om de Nederlandse ambassadeur te ontbieden en protest aan te tekenen.
De Russische documenten verwijzen naar dat incident en stellen voor dat demonstranten in Den Haag de Turkse vlag zullen vertrappen en portretten van de Turkse president in brand zullen steken. Ze beschrijven ook een uitgebreide graffiticampagne met ‘beledigingen aan het adres van Erdogan in alle grote Europese steden’. Daarnaast bevatten de documenten beknopte beschrijvingen van hoe de demonstraties kunnen worden georganiseerd: ‘Vijf mensen (lokale bewoners en migranten) met maskers vertrappen de Turkse vlag en verbranden een portret van Erdogan. Een van de deelnemers neemt dat op met een mobiele telefoon. De locatie is een iconische plek in Den Haag. De video wordt vervolgens naar Turkse media en organisaties gestuurd. De video wordt gepubliceerd op sociale netwerken, etc.’
Behalve Den Haag zijn beoogde plekken voor zulke acties Parijs, Brussel en Frankfurt. Uit een van de gelekte documenten van de Russische inlichtingendienst blijkt dat deze acties ook al zijn uitgevoerd; een actie in Parijs met ingehuurde ‘demonstranten’ is omschreven door de Russische inlichtingendienst. ‘Op 5 maart om acht uur ’s ochtends ontvouwden leden van de Oekraïense gemeenschap een groot en een klein anti-Turkijespandoek in het centrum van Parijs, op een bekende plek, namelijk bij de toegang tot Place Saint-Pierre. Bij het spandoek stonden twee activisten, die salueerden en naar de camera riepen: STOP ERDOGAN!’
Volgens plan werd de actie gepost op Facebook en op YouTube werden clips van de gebeurtenis geplaatst. Uit de documenten blijkt dat de actie niet al te lang duurde omdat voorbijgangers de politie belden: ‘Helaas werden de spandoeken al binnen 40 minuten van het hek gehaald’, aldus het document. Het doel van de Russische actie was vooral om Oekraïne de schuld in de schoenen te schuiven. Dat wordt expliciet beschreven: ‘Het belangrijkste doel van de actie: toon de ondankbaarheid en de provocerende reacties van Oekraïense zijde op de tragedie in Turkije (aardbeving). Benadruk het destructieve nazikarakter van pro-Oekraïense activisten en de Oekraïense samenleving onder het bewind van V. Zelensky in het algemeen.’
Dezelfde mensen duiken op bij de ene demonstratie na de andere en hun berichten op sociale media zijn terug te voeren op drie accounts
Uit een analyse van foto’s en socialemedia-accounts door het Deense Danmarks Radio en het Franse Le Monde blijkt dat de man die op 5 maart beweerde een pro-Oekraïense demonstrant te zijn, aan verschillende eerdere demonstraties heeft deelgenomen, maar dan in een heel andere hoedanigheid. Zo was er op 11 februari in Parijs een grote demonstratie over de pensioenhervorming in Frankrijk, waar de man een bord droeg tegen Oekraïne, de NAVO en de VS.
Tien van zulke acties zijn getraceerd in steden als Den Haag, Brussel, Parijs en Madrid. De aanpak is steeds hetzelfde: drie mannen gaan naar demonstraties die niets met de oorlog in Oekraïne te maken hebben en fotograferen zichzelf in de menigte terwijl ze borden omhooghouden met boodschappen als ‘NAVO, stop met het bombarderen van Donetsk’ en ‘Stuur geen wapens meer naar Oekraïne!’ Deze zelfde mensen duiken op bij de ene demonstratie na de andere en hun berichten op sociale media zijn terug te voeren op drie accounts.
Met behulp van informatie uit Russische databases van luchtvaartmaatschappijen heeft Dossier Center de man achter het meest actieve profiel kunnen traceren in Sint-Petersburg. Hij is Algerijns staatsburger en voormalig student aan de Elektrotechnische Universiteit van Sint-Petersburg. Eind december vorig jaar, vlak voordat de beïnvloedingsoperatie begon, werd hij lid van verschillende Franse Facebookgroepen. Daar plaatste hij advertenties die bijverdiensten beloofden van zo’n 80 tot 100 euro per dag voor het maken van foto’s.
Als de man achter het Facebook-profiel telefonisch wordt benaderd, ontkent hij elke betrokkenheid en beweert hij dat zijn account enige tijd geleden is gehackt. Kort na het telefoontje worden zijn socialemedia-accounts echter opgeheven, net als enkele andere accounts die eraan gelieerd zijn. Verschillende andere mensen die deelnamen aan de demonstraties zijn geïdentificeerd, maar geen van hen wilde antwoorden op onze vraag of ze werden betaald voor hun deelname.
Verdeeldheid
Expressen heeft geen acties in Zweden kunnen vinden die verband houden met het Russische plan, maar het is duidelijk dat gebeurtenissen in Zweden de operatie hebben geïnspireerd. ‘Deze campagne is geïnspireerd door de koranverbranding van Paludan in januari in Zweden,’ laat Valentyna Shapovalova weten aan Danmarks Radio. Zij doet onderzoek naar Russische desinformatie en propaganda aan de Universiteit van Kopenhagen.
Rasmus Paludan zegt tegen Danmarks Radio dat hij geen banden heeft met Rusland. ‘Ik ben niet direct of indirect door Rusland of Russische agenten beïnvloed om welke actie dan ook te ondernemen of om wat dan ook te uiten,’ zegt hij.
Voorafgaand aan publicatie gaf Expressen de Zweedse veiligheidsdienst (Säpo) inzage in de Russische documenten met het verzoek om commentaar. ‘Dit is interessante informatie die overeenkomt met wat we eerder hebben gezien van de Russische invloed op Zweden en andere westerse landen,’ zegt Gabriel Wernstedt, woordvoerder van de Zweedse veiligheidsdienst.
Verschillende westerse veiligheidsdiensten waren naar verluidt op de hoogte van het plan. Säpo wil geen commentaar geven op wat zij wist, maar zegt dat Russische beïnvloedingscampagnes Rusland in een gunstig daglicht willen stellen, en ‘een gebruikelijke manier om dat te doen is verdeeldheid zaaien in de samenleving’.
‘We weten dat Rusland op verschillende manieren agenten of proxies gebruikt voor destabilisatie’
‘Daarbij wordt gebruikgemaakt van strategieën die voor verdeeldheid zorgen. Ze creëren gemeenschappen of allianties om landen uit elkaar te drijven en het vertrouwen in het liberaal-democratische regeringsstelsel van het Westen op verschillende manieren te schaden,’ zegt Wernstedt. ‘Dat gebeurt vooral binnen het kader van bestaande internationale organisaties, zoals de EU en niet in de laatste plaats de NAVO – organisaties dus die Zweden beschouwen als onderdeel van het collectieve Westen. We maken al deel uit van de EU en we zijn op weg om lid te worden van de NAVO.’
Zulke acties van de Russische inlichtingendiensten zijn niet verrassend, vindt Indrek Kannik, directeur van het International Center for Defence and Security, die de documenten onderzocht op verzoek van het Estse Delfi. ‘Ze vormen een klassiek onderdeel van hun gedragspatroon. De Russen begrijpen dat ze geen vrienden kunnen worden met sommige landen, maar weten dat ze wel verdeeldheid tussen landen kunnen zaaien. Rusland doet dat om het Westen te verzwakken en uit elkaar te drijven.’
In eerdere onderzoeken heeft Expressen laten zien hoe de Russische regering plannen maakte om Zweedse milieuactivisten en zelfs een afdeling van de Universiteit van Stockholm te gebruiken om pleidooien tegen de NAVO te verspreiden. Het zijn pogingen waar Säpo goed van op de hoogte is. ‘We weten dat Rusland op verschillende manieren agenten of proxies gebruikt voor destabilisatie, maar ook om platforms op te zetten voor beïnvloedingsactiviteiten of sabotage,’ zegt Gabriel Wernstedt. ‘En ze maken gebruik van bedrijven die zich legaal gezien in een grijs gebied bevinden.’
Russische beïnvloedingsactiviteiten in Zweden zijn vaak gericht op de Russische diaspora. Volgens Wernstedt gaat het zowel om mensen van Russische afkomst als om mensen die uiteenlopende banden met Rusland hebben. ‘Maar er wordt ook op verschillende manieren invloed uitgeoefend op andere groepen in Zweden, niet in de laatste plaats op politici en ambtenaren die beslissingen nemen. Daarnaast wordt desinformatie verspreid om het imago van Rusland te verbeteren en Zweden zwart te maken.’
Op vragen van Expressen aan de Russische regering en het Russische ministerie van Defensie werd niet gereageerd.
Diplomatieke breuk ontstond na tweet Canadese minister
Saoedi-Arabië en Canada hebben aangekondigd dat ze hun diplomatieke betrekkingen hervatten, waarmee een einde komt aan een bitter geschil uit 2018 over mensenrechten. In afzonderlijke verklaringen zeggen de twee landen dat ze ‘het niveau van diplomatieke betrekkingen’ zullen herstellen dat vóór de ruzie van 2018 bestond, schrijft Al Jazeera.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De diplomatieke banden werden in 2018 verbroken nadat Saoedi-Arabië verschillende prominente vrouwelijke mensenrechtenactivisten arresteerde. De Canadese minister van Buitenlandse Zaken riep op Twitter op tot de vrijlating van de activisten. Dit schoot in het verkeerde keelgat van de Saoedi’s, die het Noord-Amerikaanse land beschuldigde van bemoeienis met binnenlandse aangelegenheden, waarop het Saoedi-Arabië de banden verbrak.
De aanleiding voor het opnieuw aanknopen van de diplomatieke betrekkingen waren gesprekken tussen de Canadese premier Justin Trudeau en de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman tijdens het Asia-Pacific Economic Cooperation (APEC) Forum in november. Canada noemde ‘wederzijds respect en gemeenschappelijke belangen’ als motivatie voor de hernieuwde banden.
Syrië is na elf jaar weer toegelaten tot de Arabische Liga
De Syrische president Bashar al-Assad is donderdag aangekomen in Saoedi-Arabië voor zijn eerste bezoek aan het land sinds het begin van de oorlog in Syrië, meldt Al-Jazeera. Het staatshoofd zal vrijdag de top van de Arabische Liga bijwonen, aangezien Syrië deze maand, na een schorsing van meer dan elf jaar, opnieuw is toegetreden tot het regionale samenwerkingsverbond, aldus de Qatarese tv-zender, die Al-Assads komst ziet als een ‘teken van zijn regionale rehabilitatie’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘De komst van de president naar Saoedi-Arabië, een regionaal zwaargewicht, is het nieuwste voorbeeld van een poging van de meerderheid van de Arabische staten om de banden te herstellen”, aldus Al-Jazeera, die echter opmerkt dat ‘het gastland tijdens de Syrische burgeroorlog ooit een belangrijke supporter was van gewapende oppositiegroepen die de heer Al-Assad omver wilden werpen’.
Met welke logica Arabische landen diplomatieke betrekkingen met Bashar al-Assad willen herstellen is moeilijk te volgen. Het Syrische regime – aan de macht gekomen via een staatsgreep – heeft inmiddels een half miljoen moorden op zijn geweten en zeven miljoen ontheemden.
De versnelde normalisering van de diplomatieke betrekkingen tussen een toenemend aantal Arabische regimes en dat van Bashar al-Assad heeft iets onbegrijpelijks: na het bezoek van de Syrische dictator aan de Omaanse hoofdstad Masqat en daarna aan Abu Dhabi afgelopen februari en maart, en na dat van de Egyptische minister van Buitenlandse zaken aan Damascus, eveneens afgelopen februari, ontving Riyad op 14 april jongstleden nieuwe afgevaardigden uit de regio om over de terugkeer van Syrië in de Arabische Liga te praten, na twaalf jaar schorsing. Ook al worden er door bepaalde analisten rationele verklaringen voor deze kentering aangedragen, er blijft reden voor verwarring. Laten we desondanks proberen hun logica te volgen.
Iraanse invloed
Deze toenadering wordt ingegeven door de wens om Iran uit Syrië te verjagen of in elk geval de Iraanse invloed op het land te verminderen, aldus enkele commentatoren uit de Emiraten en Saoedi-Arabië. Dit oogmerk lijkt hoogst onwaarschijnlijk. Daarvoor is Iran veel te goed ingebed in Syrië en is de relatie tussen de twee regimes veel te organisch en hecht. Assad is niet alleen niet bij machte om zijn banden met Teheran te verbreken of zelfs maar te verzwakken, hij wil dat ook helemaal niet. Waarom zou hij? Iran heeft zijn regime gered en het een bestaansreden gegeven: de strijd tegen het ‘Takfiri-terrorisme’ en het lidmaatschap van ‘Verzetsas’, twee elementen die stroken met de sociaal-culturele aard van Syrië. Het eerste element strookt met het beleid van de regimes van Mohammed bin Zayed van de Verenigde Arabische Emiraten en Mohammed bin Salman van Saoedi-Arabië (maar ook met dat van de Verenigde Staten, Rusland en andere landen), het tweede verschaft een ideologische dekmantel aan een regionaal bondgenootschap op confessionele basis dat organisch tegen bepaalde Arabische landen is gekant – met name Saoedi-Arabië – en waarvan het centrum zich in Teheran bevindt.
In Libanon, Irak, Jemen en Syrië gaat Teheran tot het uiterste om de dominantie te behouden
De Arabische Liga is veel minder belangrijk voor Syrië. Die wordt door Bashar al Assad alleen maar als een ‘spel’ gezien, net als de VN, zoals hij in 2011 zelf op de Amerikaanse televisiezender ABC verklaarde. De aanwezigheid van Syrië in deze twee organisaties is altijd mooi meegenomen, maar het gaat Assad er vooral om de absolute en permanente macht te behouden, en daarvoor staat Iran om geostrategische en culturele redenen garant. In Libanon, Irak, Jemen en Syrië zelf heeft Teheran bewezen tot het uiterste te gaan om de dominantie te behouden. Het gevolg is dat als de leiders van de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië, evenals die van Jordanië, Algerije en Egypte, werkelijk denken dat ze afstand moeten nemen van Teheran om hun betrekkingen met Damascus te normaliseren, ze zich deerlijk vergissen en als verliezers van het ‘spel’ uit de bus zullen komen.
Intrinsiek oorlogszuchtig regime
Zou deze toenadering misschien vooral worden ingegeven door de wens om de interne strijd in de regio te beteugelen? De Verenigde Arabische Emiraten normaliseren hun betrekkingen met Israël en Saoedi-Arabië heeft datzelfde gedaan met Iran en zendt positieve signalen uit naar Tel Aviv, terwijl beide landen meer afstand nemen van Jemen. Maar behalve dat daarmee een regime wordt geaccepteerd dat een half miljoen van zijn burgers heeft vermoord, zeven miljoen heeft ontheemd en een groot deel van zijn steden heeft verwoest, is de wezenlijke vraag de volgende: wil het Syrische regime de regio stabiliseren? De geschiedenis van de afgelopen halve eeuw – niet alleen in Syrië, maar ook in Libanon, Irak en Turkije – maakt zo’n hypothese weinig aannemelijk. Oorlogszuchtigheid is een van de duidelijkste karaktertrekken van het Syrische familieregime, met de bedoeling voor altijd aan de macht te blijven in een land dat vroeger een republiek was, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Golfstaten waar de dynastieën en naties zich in samenspraak hebben gevormd. Het regime van Assad is via een staatsgreep aan de macht gekomen, en er is in feite sprake van een permanentte staatsgreep tegen de Syrische staat en maatschappij. Een staatsgreep die meedogenloosheid tot een vorm van regeren heeft verheven. En de mislukte revolutie van twaalf jaar geleden heeft dit oorlogszuchtige karakter alleen nog maar bestendigd.
Gaat het dan om het bieden van hulp aan het Syrische volk dat sinds maart 2011 zoveel heeft geleden? Het lijkt er helaas op dat de voorstanders van normalisering niet de moeite hebben genomen ook maar een woord vuil te maken aan het onbekende lot dat meer dan 111 duizend Syriërs heeft getroffen; of aan het recht op een veilige terugkeer van bijna twee miljoen Syriërs die onder erbarmelijke omstandigheden in Libanon en Jordanië leven; of aan de toekomst van de 3,7 miljoen Syriërs in Turkije van wie de situatie allengs verslechtert; of aan het half miljoen Syriërs in Irak en Egypte. Daar komt bij dat het familieregime in Syrië niet alleen corrupt is, maar ook nog eens maffioos en misdadig, en dat van alle steun van de kant van regionale en internationale kapitaalverschaffers maar een miniem deel zal doordruppelen naar de verlichting van het menselijk leed in het land.
Uitruil
Laat de normalisering van de betrekkingen met dit ‘chemische’ regime zich misschien verklaren door een soort bewustwording van de gevolgen van de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het Midden-Oosten en van de risico’s die verbonden zijn met de opkomst van zich steeds uitbreidende regionale machtscentra die goede banden onderhouden met Rusland, China en de bondgenoten daarvan? Is vanuit dit perspectief bezien de normalisering van de betrekkingen met het moordzuchtige regime van Assad misschien een stok om de Amerikanen te slaan die hun Saoedische bondgenoten ten tijde van Barack Obama op een in Saoedische ogen respectloze manier hebben behandeld en die niet erg happig zijn op onderhandelingen met Mohammed bin Salman? Ook al kunnen we onze ogen niet sluiten voor de onmiskenbare politieke emoties en rancune, vooral wanneer die leven bij niet verkozen en onverantwoordelijke elites, toch lijkt de normalisering van de betrekkingen met Iran en zijn Syrische protegé op ‘het zoeken van verkoeling in het vuur bij extreme hitte’, om een oud Arabisch spreekwoord te citeren.
Of is er misschien sprake van een soort uitruil van Jemen tegen Syrië? Dat de Iraniërs hun vooruitgeschoven Houthi-post in Jemen inkrimpen en de Saoedi’s hun vooruitgeschoven post in Damascus normaliseren, waarmee de dominantie van Iran over Syrië (om van Irak en Libanon nog maar te zwijgen) in de hele Arabische wereld legitimiteit verkrijgt? Als dat het geval is, kan dat nauwelijks een rationele keuze worden genoemd.
Is het nieuwe Arabische bestel erop gericht iedere volksbeweging de kop in te drukken?
Het is in elk geval onvoorstelbaar dat de betrekkingen met het Syrische regime worden genormaliseerd omdat Bashar al-Assad de Arabische staten chanteert met het feit dat hij erin is geslaagd van Syrië een narcostaat te maken en op grote schaal Captagon-pillen naar de Golfstaten laat smokkelen. Te meer omdat het drugsimperium, dat wordt geleid door Bashars broer Maher, die onlangs nog in Saoedi-Arabië schijnt te zijn geweest, door het Syrische regime vermoedelijk niet alleen maar als een geldbron wordt beschouwd, maar ook als een oorlog die tot doel heeft de Saoedische maatschappij van binnenuit te vernietigen, zoals dat ook in Syrië zelf is gebeurd.
De normalisering van de betrekkingen van de Emiraten en Saoedi-Arabië met het regime van Assad mist dus rationeel gesproken iedere basis. Maar misschien kan er een enigszins ‘rationele’ verklaring worden gevonden door de zaak vanuit een irrationeel oogpunt te bezien. Die verklaring moet naar mijn mening worden gezocht in een extreem ideaal dat in toenemende mate door de Arabische ‘elites’ wordt gedeeld: een politiek zonder politiek, zonder rechten, zonder discussie, en zelfs zonder maatschappij, een dynamiek van ‘Dubaïsering’ van talrijke Arabische landen. Dit ideaal behelst een strikt materialistische moderniteit, een universum dat wordt bestierd door superrijke oligarchen en een half tot slaaf gemaakte meerderheid van de samenleving. Dat is de bedoeling van het Neom- en het ‘The Line’-project van Mohammed bin Salman, van Sissi City, de toekomstige bestuurlijke hoofdstad van het Egyptische regime, en van de door de narco-elite in Damascus gekoesterde droom van een nieuw te bouwen Marota City. Wie op elkaar lijkt verenigt zich, en deze elites mogen dan afkomstig zijn uit zeer uiteenlopende milieus, ze delen een modernistische en fascinerende utopie. Termen als rechtvaardigheid, menselijke waardigheid en zelfs sociale interactie komen niet voor in het woordenboek van deze roofzuchtige en misdadige aristocratieën. Vanuit dit perspectief is massamoord geen obstakel voor normalisering. Integendeel, het kan indien nodig een laatste toevlucht zijn.
Het ziet ernaar uit dat er een nieuw Arabisch bestel aan het ontstaan is, een bestel dat uitermate reactionair en meedogenloos is en gericht op het de kop indrukken van iedere volksbeweging. Er wachten ons moeilijke tijden…
De ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten van de Arabische Liga zijn overeengekomen Syrië weer toe te laten tot het samenwerkingsverband nadat het meer dan tien jaar geleden werd geschorst, aldus Al Jazeera. Die beslissing werd zondag gemaakt tijdens een besloten bijeenkomst in Cairo.
Het besluit werd genomen voorafgaand aan de top van de Arabische Liga in Saoedi-Arabië op 19 mei en nadat verschillende landen in de regio de afgelopen weken de banden met Syrië en president Bashar al-Assad hadden aangehaald. Het herstel van de banden met Damascus kwam in een stroomversnelling na de dodelijke aardbevingen van 6 februari in Turkije en Syrië, en de normalisering van de betrekkingen tussen Saoedi-Arabië en Iran, die tegengestelde partijen in het Syrische conflict hadden gesteund, analyseert het Qatarese nieuwsmedium.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Oppositiegroepen hebben de normalisering van de banden met Damascus bekritiseerd, maar het Arabische blok wijst erop dat dit de enige weg vooruit is. Er is een ‘door de Arabische wereld geleide politieke oplossing’ nodig voor het conflict, citeert Al Jazeera een Jordaanse topdiplomaat.
De Arabische Liga rechtvaardigt haar besluit ook door te benadrukken dat ‘de crisis moet worden opgelost die is veroorzaakt door de burgeroorlog in Syrië, waaronder de komst van vluchtelingen naar buurlanden en drugshandel in de regio’, merkt Middle East Eye op.
Supermachten willen dat de landen in Afrika en Azië een kant kiezen, maar daar kunnen ze niet zo makkelijk toe worden gedwongen. Moskou begrijpt dat, het Westen niet, aldus de Congolese politicus Jérémy Lissouba. ‘Ontwikkelingslanden pikken de paternalistische houden van het Westen niet meer.’
Al meer dan een jaar, sinds het begin van de oorlog in Oekraïne, bevindt de wereld zich tussen twee vuren. En tegen een achtergrond van hoge energie- en voedselprijzen, een verwoestende inflatie, sociale onrust en angst voor een nieuwe wereldwijde recessie, wedijveren het westerse en het Russische blok opnieuw om de steun van de ontwikkelingslanden.
Leiders als de Franse president Emmanuel Macron, de Duitse bondskanselier Olaf Scholz, de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov, de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Qin Gang, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken en de Amerikaanse vicepresident Kamala Harris zijn maar enkele van de namen die het afgelopen jaar een spraakmakend bezoek aan Afrika hebben gebracht, waarbij het centrale thema keer op keer samenwerking en handel was. Toch ademde elk bezoek een soort nieuwe Koude Oorlogssfeer, met Oekraïne als een van de belangrijkste symptomen.
Allemaal proberen deze supermachten op hun eigen manier – en gewapend met hun eigen propaganda – de landen in Afrika en Azië partij te laten kiezen. Maar anders dan in de vorige eeuw kunnen deze landen ditmaal niet meer zo makkelijk tot een keus worden gedwongen, en is dat ook niet nodig. Rusland begrijpt dat. Het Westen niet.
Het is geen geheim dat Afrika aarzelt om de Russische acties in Oekraïne openlijk te veroordelen, of deel te nemen aan westerse sancties tegen de Russische agressor of pogingen om die te isoleren. In plaats daarvan blijven deze landen hun jarenlange partner met open armen ontvangen en veroordelen ze weliswaar in brede kring de oorlog, maar niet Rusland zelf.
Faux pas
In Malawi bijvoorbeeld wordt de Russische levering van tienduizenden tonnen kunstmest, op een moment dat er een wereldwijd tekort is, door ploeterende boeren als een geschenk uit de hemel beschouwd en heeft de minister van Landbouw Rusland dankbaar ‘een echte vriend’ genoemd. En de door Moskou aangekondigde plannen om 260.000 ton kunstmest naar andere landen op het Afrikaanse continent te sturen zullen daar zeker soortgelijke gevoelens losmaken.
In mijn eigen land, Congo-Brazzaville, heeft de regering ondanks de oorlog in Oekraïne vijf grote samenwerkingscontracten met Rusland getekend, bijvoorbeeld voor de bouw van een nieuwe oliepijplijn en intensivering van de militaire samenwerking.
Dit charmeoffensief – prominent geleid door minister Lavrov, die sinds afgelopen januari op bezoek is geweest in Zuid-Afrika, Swaziland, Angola, Eritrea, Mali, Soedan en Mauritanië – bevordert overal op het continent de pro-Russische houding en staat in schril contrast met het jammerlijk mislukte recente Afrikaanse avontuur van Emmanuel Macron.
Macron bestond het zelfs om de Congolese president de les te lezen over persvrijheid
Misschien wel de meest toondove faux pas van zijn hele reis beging Macron door, hoewel hem dat tijdens een persconferentie in de Democratische Republiek Congo (DRC) herhaaldelijk werd verzocht, te weigeren de Rwandese steun voor M23-rebellen te veroordelen die zo veel schade aanrichten in de DRC, een situatie die sterke overeenkomsten vertoont met de semiheimelijke steun die Moskou de afgelopen jaren aan de separatisten in de Donbas-regio heeft verleend. Hij bestond het zelfs om de Congolese president de les te lezen over persvrijheid.
Ondanks de omstandige retoriek van de Franse president over ‘nieuwe relaties’ en ‘een nieuw begin’ was zijn uitbarsting de zoveelste bittere herinnering aan de langdurige paternalistische en oneigenlijke houding van Europa jegens Afrika, dezelfde houding die ervoor heeft gezorgd dat decennia van Europese en militaire invloed op het Afrikaanse continent geen noemenswaardig resultaat hebben opgeleverd en waardoor die invloed misschien zelfs wel daadwerkelijk is ondermijnd.
Afrikanen zijn zich hiervan bewust en pikken het niet langer, getuige het groeiende anti-Franse sentiment in westelijk Afrika. Rusland, China en anderen grijpen alleen maar de kansen die zich voordoen, al valt ook hun het nodige te verwijten.
Korreltje zout
Ondertussen, terwijl het Europese aandeel in de hulp aan Afrika aanzienlijk is afgenomen, krijgt de Europese Unie in Azië met soortgelijke problemen te maken. Met uitzondering van China is het EU-aandeel in de export naar Zuidoost-Aziatische landen de afgelopen twee decennia met een derde afgenomen en was in 2021 minder dan een tiende van de Maleisische, Singaporese, Zuid-Koreaanse en Taiwanese export voor West-Europa bestemd.
Ook hier is Rusland als de wiedeweerga in het gat gesprongen door China als zijn belangrijkste handelspartner te bestempelen en consequent olie en gas naar gretige Aziatische kopers te exporteren. En toen Rusland half maart zijn verdragen ter voorkoming van dubbele belasting opschortte in het geval van tal van ‘onvriendelijke landen’ overal op de wereld, werden de meeste Zuidoost-Aziatische landen van deze maatregel uitgezonderd.
Bovendien is Rusland het afgelopen decennium ook de grootste wapenleverancier in de regio geworden en heeft het recentelijk gezamenlijke marine-oefeningen gehouden met de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties. Indonesië, de Filippijnen en Maleisië hebben allemaal geweigerd Moskou sancties op te leggen, en Maleisië heeft eerder dit jaar een memorandum van overeenstemming met Rusland getekend ter verbetering van de agrarische handelsbetrekkingen.
We kunnen het deze landen niet kwalijk nemen dat ze samenwerken met internationale partners om hun dringendste maatschappelijke prioriteiten aan te pakken. Evenmin kunnen we ze kwalijk nemen dat ze het Europese discours over internationale waarden en verandering met een korreltje zout nemen wanneer deze veronderstelde verandering niet voortkomt uit de erkenning van huidige tekortkomingen, maar wordt ingegeven door opkomende mondiale trends.
Zolang de onderliggende veronderstellingen en overtuigingen niet veranderen blijven de relaties tussen de oude en de nieuwe wereld gespannen
Wat voor lessen vallen er te geven over territoriale integriteit en rechtvaardigheid wanneer de gebeurtenissen van 2011 in Libië, en de blijvende gevolgen daarvan, een open wond blijven in de Afrikaanse ziel? Of wanneer de houding van deze landen ten opzichte van de oorlog in Oekraïne bijna identiek is aan die van Europa ten opzichte van het conflict in het oosten van de Democratische Republiek Congo?
Wat voor lessen vallen er te trekken uit de procedures van Europese rechtbanken om Maleisische activa en eigendommen ter waarde van 15 miljard dollar in beslag te nemen op grond van een twijfelachtige arbitrage-uitspraak van een Spaanse arbiter die zelf strafrechtelijk vervolgd dreigt te worden? En wie zal daar werkelijk van profiteren als je bedenkt dat deze aanspraak op soeverein grondgebied, die voortvloeit uit een halverwege de negentiende eeuw gemaakte afspraak tussen een allang verdwenen sultanaat en een Brits bedrijf uit de koloniale tijd, wordt gefinancierd door onbekende externe investeerders?
Wat het antwoord op deze vragen ook is, het is duidelijk dat de relaties tussen de oude en de nieuwe wereld gespannen zullen blijven zolang de onderliggende veronderstellingen en overtuigingen niet veranderen.
Nieuwe leest
Wat we specifiek nodig hebben is een verandering in het denken, en een besef bij het Westen dat ontwikkelingslanden niet blind zijn voor de vele retorische en praktische contradicties die kenmerkend zijn voor de wereld zoals we haar kennen, of het nu gaat om een hulp- en handelssysteem dat de onbalans en de misstanden die het beweert aan te pakken alleen maar versterkt, of om een discours over internationale wetten en waarden waar overtredingen uit het verleden en de huidige hervormingsdrang niets van overlaten, of zelfs om onderhandelingen over klimaatfinanciering waarvan de urgentie staat of valt met westerse economische belangen.
De westerse wereld kan deze gang van zaken alleen omdraaien als ze haar relaties met de Afrikaanse en Aziatische landen werkelijk op een nieuwe leest schoeit en haar kijk op een respectvol partnerschap tussen landen met een gelijkwaardige legitimiteit grondig herziet.
Het gaat er niet om dat het moeite kost om op een overtuigende manier lippendienst aan idealen te bewijzen, en evenmin dat deze idealen op het altaar van het economisch pragmatisme moeten worden geofferd. Het gaat erom dat er voldoende verantwoordelijkheid wordt genomen voor de huidige stand van zaken, dat toekomstverwachtingen worden begrepen, dat er echte concessies worden gedaan en dat het discours gepaard gaat met dollars en daadkracht.
Alleen dan zal de westerse wereld ons ervan overtuigen dat de beloften van het VN-Handvest en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens niet alleen maar voorwendsels waren om te voorkomen dat de westerse hegemonie in haar bestaan werd bedreigd, maar in plaats daarvan een blijvend perspectief bieden op een betere wereld die het alleszins waard is om voor te vechten.
Jérémy Lissouba is parlementslid voor de belangrijkste oppositiepartij in de Republiek Congo. Hij is ook plaatsvervangend rechter in het Hooggerechtshof van het land en een alumnus van het 2018 Africa Leaders Program van de Obama Foundation.
Macron: ‘Een bondgenoot van de VS is iets anders dan een vazal’
De Franse president ‘houdt vast aan zijn controversiële woorden over Taiwan en herhaalt dat een bondgenoot zijn van de VS wat anders is dan een “vazal” zijn’, aldus The Guardian. Aan het eind van zijn staatsbezoek aan Nederland leek Emmanuel Macron de uitspraken te bevestigen die hij zondag in een interview deed, waarin hij stelde dat Europa onafhankelijker van de VS moet optreden.
Macron, die vorige week China bezocht, zei dat het Franse en Europese beleid inzake Taiwan ‘niet is veranderd’, ondanks de woede over zijn uitspraken met betrekking tot de strategische autonomie van Europa. ‘Frankrijk is voor de status quo in Taiwan’ en voor een ‘vreedzame oplossing van de situatie’, voegde hij eraan toe.
Macron had gewaarschuwd dat we ons niet moeten laten meeslepen door door een ‘Amerikaans ritme en een Chinese overreactie’
Het interview waarin hij deze uitspraken deed, gaf hij precies op het moment dat China militaire oefeningen hield voor de kust van Taiwan als reactie op een ontmoeting tussen de president van Taiwan, Tsai Ing-wen, en de voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, Kevin McCarthy, in Los Angeles. In het interview waarschuwde Macron dat we ons niet in een crisis over Taiwan moeten laten meeslepen door een ‘Amerikaans ritme en een Chinese overreactie’.
Zijn oproep tot meer economische en defensieve soevereiniteit voor Europa is op zich niet nieuw en werd pas bekritiseerd toen hij in het kader van deze soevereiniteit Europa opriep zich te distantiëren van de VS in de kwestie-Taiwan. Hij voegde eraan toe dat Europa ‘niet betrokken moet raken bij wanorde in de wereld en bij crises die niet de onze zijn’.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Zweden, dat al ruim een jaar hoopt lid te worden van de NAVO. In tegenstelling tot buurland Finland is dat nog steeds niet gebeurd. Waarom?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Waarom wil Zweden bij de NAVO?
Om te begrijpen waarom Zweden bij de NAVO wil, moeten we eerst kijken naar de geschiedenis en de missie van dit zogeheten Atlantisch Pact. De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) werd vier jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog opgericht als een militair bondgenootschap tussen de Verenigde Staten, Canada en destijds tien Europese landen. De organisatie werd in het leven geroepen als reactie op de groeiende invloed van de Sovjet-Unie in Oost-Europa en de vrees voor een mogelijke communistische invasie in West-Europa.
Het voornaamste doel van de NAVO was de gezamenlijke verdediging tegen een mogelijke Sovjetaanval en het bevorderen van stabiliteit en veiligheid in het Noord-Atlantische gebied. Het oprichtingsdocument van de organisatie, het Noord-Atlantisch Verdrag, stelde een systeem van collectieve defensie in, waarbij elk lid beloofde elk ander lid te verdedigen in geval van een aanval (het beroemde artikel 5: een aanval op één is een aanval op allen).
De oorlog in Oekraïne heeft de NAVO doen beseffen dat grote oorlogen in Europa niet langer tot het verleden behoren. Hoewel Oekraïne geen lid is van de NAVO, heeft het wel uitgebreide hulp gekregen van het militaire bondgenootschap, onder meer door middel van wapenleveringen. Andere Europese landen beseften na de inval van Rusland in februari 2022 dat ook hun veiligheid op het spel stond. De toenmalige Zweedse premier Magdalena Andersson benadrukte dat in een toespraak enkele maanden na de inval: ‘De situatie in onze regio is veranderd, en we moeten ons aan die veranderingen aanpassen. Toetreden tot de NAVO is de beste manier om onze veiligheid te waarborgen en onze waarden te verdedigen’, zo citeert het Zweedse SVT.
Zweden en Finland, buurlanden van Rusland, waren jarenlang neutraal. In mei 2022, enkele maanden na de Russische inval, deden ze echter een aanvraag om lid te worden van de NAVO. Finland is inmiddels welkom geheten als lid, Zweden zit nog altijd in de wachtkamer.
Het neutraliteitsbeleid van Zweden gaat terug tot het begin van de negentiende eeuw en was ruim tweehonderd jaar kenmerkend voor het buitenlandbeleid van het land. Een van de belangrijkste redenen voor de neutraliteit van Zweden was de geografische ligging. In een regio die historisch werd betwist door grootmachten als Rusland en Duitsland, kon Zweden haast niet anders dan zich neutraal opstellen om zijn onafhankelijkheid en veiligheid te waarborgen. Dit beleid werd verwoord door de voormalige Zweedse premier Tage Erlander in een artikel in TIME Magazine uit 1951 met de beroemde zin: ‘Wij zijn politiek neutraal, maar niet ideologisch.’
Dankzij de neutraliteitspolitiek is Zweden sinds het begin van de negentiende eeuw niet meer betrokken geweest bij een groot conflict en slaagde het land erin niet verwikkeld te raken in de twee wereldoorlogen. Zweden ontwikkelde zo een sterke pacifistische traditie en de overtuiging dat militaire allianties niet de beste manier zijn om vrede en veiligheid te garanderen.TIME Magazine interviewde de voormalig Zweedse premier Olof Palme hierover in 1973. Hij zei: ‘Neutraliteit heeft ons nooit veroordeeld tot stilzwijgen over mondiale kwesties.’
Dat Zweden zo lang neutraal was, betekent niet dat het een passieve speler was op het internationale toneel. Zo speelde het land een actieve rol bij internationale vredesmissies en had het land bijvoorbeeld een sleutelrol bij de bemiddeling in het conflict in Bosnië in de jaren negentig.
Door toenemende dreiging vanuit Rusland, kantelde de publieke opinie over de eeuwenoude neutraliteitspolitiek. Volgens een Zweedse opiniepeiling in januari was 63 procent van de Zweden voorstander van toetreding tot het blok, schrijftThe Local Sweden. In mei 2022 vroeg Zweden officieel het lidmaatschap van de NAVO aan. Toch is het land een jaar na dato nog geen lid geworden van het bondgenootschap.
Waarom laat het NAVO-lidmaatschap zo lang op zich wachten?
Om lid te worden van de NAVO is instemming van alle lidstaten nodig. Twee landen liggen tot dusver dwars: Hongarije en Turkije. Turkije is de belangrijkste dwarsligger: het land weigert de lidmaatschapsaanvraag te ratificeren omdat Zweden volgens Turkije ‘leden van terroristische groeperingen’ een veilige thuishaven biedt.
Het gaat om Koerden die volgens de Turkse president Recep Tayyip Erdogan betrokken waren bij de staatsgreep in 2016. Hieronder zijn leden van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en de Partij voor een Democratische Unie (PYD) uit Syrië, die volgens Ankara banden heeft met de PKK. Als Zweden lid wil worden van de NAVO, moet het van Turkije eerst meerdere mensen uitleveren, iets waar Zweden in vrijwel alle gevallen niet aan toegeeft.
Maar recentere ontwikkelingen hebben de betrekkingen tussen Zweden en Turkije nog verder op scherp gezet. Begin dit jaar verbrandde een islamofobe Zweedse-Deense politicus een koran voor de Turkse ambassade, enkele dagen nadat een beeltenis van Erdogan was opgehangen voor het stadhuis van Stockholm.
Vanwege de uitgebreide bescherming van de vrijheid van meningsuiting in Zweden kon hier weinig tegen gedaan worden, maar vanuit Turkije werd er woedend gereageerd. “Met dit tempo zal de aanvraag van het Zweedse NAVO-lidmaatschap nooit door Turkije worden goedgekeurd’, zei Numan Kurtulmus, vicevoorzitter van Erdogans Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling, tegen Turkse verslaggevers, zo citeert Daily Sabah.
Volgens Zweden speelt Rusland een rol in het aanwakkeren van anti-Erdogan-protesten in Zweden, om zo de toetreding van het land tot de NAVO te bemoeilijken. ‘Rusland probeert waar het maar kan de toetreding van Zweden probeert te verhinderen’, zei Gunilla Herolf, een onderzoeker aan het Zweedse Instituut voor Internationale Zaken, tegen Yahoo News.
Omdat de relatie tussen Turkije (lees: Erdogan) en Zweden er niet beter op is geworden, en een NAVO-lidmaatschap daardoor ook niet dichterbij komt, kijkt Zweden nu verwachtingsvol naar de verkiezingen in Turkije. Die worden op 14 mei gehouden, en Erdogan staat er niet goed voor. Mocht de oppositie winnen, dan kan dat goed nieuws betekenen voor Zweden, zegt Paul Levin, directeur van het Instituut voor Turkse Studies van de Universiteit van Stockholm. ‘De oppositie heeft aangegeven het Zweedse NAVO-lidmaatschap vrij snel te zullen ratificeren.’
En dan is er Hongarije. De argumenten waarom het land nog steeds niet heeft ingestemd met een NAVO-lidmaatschap voor Zweden lopen uiteen. Van andere prioriteiten in het parlement tot een vijandige houding van Zweden jegens Hongarije: het door premier Viktor Orbán geleide land is nog niet akkoord. Volgens Politico ligt het anders: Hongarije kijkt juist naar Turkije bij het nemen van beslissingen aangaande het buitenlandbeleid. Dit kwam naar voren bij de lidmaatschapsaanvraag van Finland. Ook daar lag Hongarije dwars, maar toen Turkije aangaf het lidmaatschap te steunen, ging Hongarije dezelfde dag nog akkoord.Wat Zweden betreft, ‘wordt het standpunt van Hongarije fundamenteel gevormd door de voorkeuren van Turkije’, zo zegt een anonieme Hongaarse ambtenaar tegen Politico. Als het standpunt van Ankara verandert, ‘verandert dit het Hongaarse standpunt’. Voor Zweden betekent het dat de verkiezingen in Turkije, die over iets meer dan een maand plaatsvinden, zijn toekomst bepalen.
Aanleiding is een bezoek van de Taiwanese president aan de VS
China is bezig aan een grootscheepse, driedaagse militaire oefening rondom Taiwan. Tientallen vliegtuigen en negen oorlogsschepen doen mee aan de actie, die bedoeld is om ‘de controle over zee en de lucht rondom Taiwan te testen’, schrijft South China Morning Post. Daarnaast worden er ‘precisieaanvallen op doelen op Taiwan en omringende wateren’ gesimuleerd, zo meldt het Chinese leger.
De operatie moet gezien worden als een waarschuwing ‘tegen de separatistische krachten voor de onafhankelijkheid van Taiwan’
Hoewel China regelmatig grote militaire oefeningen houdt in de regio om de kracht van het leger aan de wereld te tonen, zouden oefeningen van een dergelijke schaal in de buurt van Taiwan minder vaak voorkomen. Volgens een woordvoerder van het Chinese leger moet de operatie worden gezien als een waarschuwing ‘tegen de separatistische krachten voor de onafhankelijkheid van Taiwan die samenspannen met buitenlandse strijdkrachten’.
Directe aanleiding voor de militaire oefening is een bezoek dat de president van Taiwan Tsai Ing-wen afgelopen week bracht aan de Verenigde Staten, naar eigen zeggen als tussenstop op weg naar Belize en Guatemala, waar een officieel staatsbezoek werd gehouden. Ze had onder meer een ontmoeting met de voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, Kevin McCarthy. China kondigde eerder al sancties aan, omdat het Taiwan als afvallige provincie en onderdeel van China beschouwt en het bezoek gezien werd als provocatie.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week gaan we dieper in op de nieuwe geopolitieke rol van China. Het land profileert zich internationaal steeds meer als diplomatiek alternatief voor de Verenigde Staten.
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Hoe stelt China zich op in het Oekraïneconflict?
China heeft zich de laatste tijd veelvuldig geprofileerd als vredestichter en gepleit voor een vreedzame oplossing voor het Oekraïneconflict. Maar het vriendschappelijke bezoek van de Chinese president aan Moskou vorige maand en de presentatie van een vredesplan voor Oekraïne dat volgens velen op de hand van Rusland is, hebben ervoor gezorgd dat westerse landen zich zorgen maken over China’s houding.
Om de Chinese president ‘ervan te weerhouden de inval van Rusland in Oekraïne te steunen’ is Emmanuel Macron vandaag in China gearriveerd voor een driedaags staatsbezoek, schrijft The Guardian. ‘Parijs ziet China als een mogelijke “gamechanger” in de oorlog’, vervolgt de Britse krant. Het land zou een dialoog tussen de strijdende partijen tot stand kunnen brengen die tot vrede leidt. Anderzijds wordt gevreesd dat Beijing overweegt de steun aan Rusland op te voeren en wapens te leveren.
Op zijn beurt bracht Xi Jinping op 20 maart een bezoek aan de Russische president. Toen verzekerde hij Vladimir Poetin dat de ‘vriendschap tussen hun landen geen grenzen kent’, zoals The Wall Street Journalopmerkt. Al eerder, op 24 februari, presenteerde China een vredesplan van twaalf punten, waarin het zich uitspreekt voor onderhandelingen tussen Rusland en Oekraïne.
Maar ‘Xi Jinping [was] niet in Moskou om vrede te sluiten’, schrijft The Sunday Times. Het bezoek was volgens de Britse zondagskrant alleen bedoeld om ‘de indruk te wekken’ dat de Chinese president ‘een einde probeert te maken aan de oorlog in Oekraïne’. ‘Xi weet heel goed dat een einde aan de gevechten niet in zicht is, maar op die manier kan hij zich voordoen als een groot staatsman die geobsedeerd is door wereldvrede.’
The Observer, een andere grote zondagskrant uit de Britse hoofdstad, is het daarmee eens: ‘Beijing probeert zich het imago van een onpartijdige bemiddelaar aan te meten.’ Gideon Rachman schrijft hierover in Financial Times: ‘Voor Xi is het belangrijk om China te presenteren als een land dat zich vooral bezighoudt met commerciële overwegingen en het streven naar gedeelde welvaart benadrukt, in tegenstelling tot de Verenigde Staten, die door China worden afgeschilderd als een ideologische oorlogsstoker die de wereld verdeelt in vrienden en vijanden.’
Maar in het geval van het Oekraïense conflict heeft Xi Jinping ‘duidelijk partij gekozen’, aldus The Observer. Dat blijkt onder meer uit China’s weigering om de Russische invasie te veroordelen en uit het ‘zeer onevenwichtige’ vredesplan voor Oekraïne. Daarin spreekt China zich onder andere uit tegen de westerse sancties.
In zijn hart hoopt Xi Jinping ‘vooral de nederlaag van Poetin te voorkomen’, analyseert The Sunday Times. ‘Ondanks de ups en downs in hun relatie is de bromance tussen de twee leiders oprecht, bestendigd door hun grieven met de door de VS gedomineerde wereldorde.’ Voor hun gemeenschappelijk doel, het opbouwen van een ‘alternatief model van internationale betrekkingen’, is het beter dat het Russische regime overleeft. ‘Vooral omdat een vernedering [van Rusland], gekoppeld aan een bekrachtigde eenheid van het Westen, de positie van de VS zou versterken, die vervolgens hun volledige aandacht op China zouden richten.’
Tekenend voor die houding is dat Xi Jinping zich bij monde van een woordvoerder tijdens zijn bezoek aan Moskou uitsprak tegen het arrestatiebevel voor Vladimir Poetin van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag wegens oorlogsmisdaden. Volgens China moet het ICC de immuniteit respecteren die het internationaal recht aan staatshoofden toekent, bericht de Singaporese krant Lianhe Zaobao.
Wat wil China bereiken op het diplomatieke toneel?
Ook buiten de oorlog in Oekraïne probeert China zich te profileren als vredestichter. Zo bemiddelde het land met succes om tot een akkoord te komen tussen Iran en Saudi-Arabië, die lange tijd met elkaar in conflict waren. Op 10 maart kondigden de landen aan dat zij hun diplomatieke betrekkingen hervatten. ‘Soms kan geopolitieke rivaliteit [in dit geval tussen de VS en China] grootmachten ertoe aanzetten iets goeds te doen’, oordeelt Michael Schuman in The Atlantic.
‘De wereld mag meer van dergelijke initiatieven verwachten’, vervolgt de Amerikaanse journalist. ‘Het Iraans-Saoedische pact zou het begin kunnen zijn van een trend in het Chinese buitenlandse beleid, waarbij Beijing actievere diplomatie nastreeft in regio’s waar het beperkte macht heeft.’ Door een dergelijke rol aan te nemen probeert China voor landen buiten het Westen een alternatieve bondgenoot te zijn, in plaats van de VS. ‘De overeenkomst maakt deel uit van een intensievere campagne van Beijing om de Amerikaanse macht te ondermijnen en de wereldorde opnieuw vorm te geven.’
In die campagne worden de VS afgeschilderd als een door oorlog geobsedeerde natie en wordt de trans-Atlantische wereldorde weggezet als onrechtvaardig, instabiel en niet in staat om de urgente problemen van de wereld op te lossen, schrijft Schuman. In een in februari door de Chinese regering uitgebracht rapport worden de VS afgeschilderd als een dominante oorlogsstoker en wordt gewezen op ‘de gevaren van het Amerikaanse handelen voor de internationale vrede en stabiliteit en het welzijn van alle volkeren’.
China daarentegen is volgens zijn eigen propaganda een land van vrede dat betere oplossingen heeft voor onrecht in de wereld, ‘oplossingen die geworteld zijn in de Chinese wijsheid en geformuleerd zijn door Xi, de meesterfilosoof’, schetst Schuman. Die ideeën zijn vastgelegd in het Global Security Initiative dat Xi vorig jaar lanceerde, waarin het grote belang van staatssoevereiniteit wordt benadrukt en wordt opgeroepen tot niet-inmenging in binnenlandse aangelegenheden van landen en het beëindigen van ‘blokconflicten’, waarin landen gedwongen worden partij te kiezen.
Wat zijn de gevolgen van het actieve Chinese diplomatieke beleid?
China lijkt de rol als alternatief voor de VS voor landen buiten het Westen te willen voortzetten. The Wall Street Journalbericht bijvoorbeeld dat China later dit jaar een topontmoeting wil organiseren met leiders van een aantal Arabische landen en Iran. ‘Er lijkt een strategische leegte in [het Midden-Oosten] te zijn, en de Chinezen lijken te hebben bedacht hoe ze daar munt uit kunnen slaan,’ zei Mohammed Alyahya, een Saoedische fellow bij het Belfer Center for Science and International Affairs van Harvard, tegen The New York Times. ‘China wordt de spil van de machtspolitiek in het Midden-Oosten,’ aldus een andere analist in het New Yorkse dagblad.
Ook in Afrika speelt China niet alleen economisch maar ook politiek een steeds grotere rol. Zo heeft Beijing zijn invloed op defensie en veiligheid in heel Afrika uitgebreid, aldus South China Morning Post. Naast het leveren van diverse wapens heeft China een netwerk ontwikkeld van particuliere militaire beveiligingsbedrijven die Chinese investeringen in de bouw, infrastructuur en mijnbouw beschermen.
Diezelfde krant schreef vorig jaar nog dat China zich ook steeds meer laat gelden als vredestichter in de Hoorn van Afrika. Deze regio is al lange tijd het toneel van burgeroorlogen, islamistische opstanden en militaire staatsgrepen die Chinese investeringen bedreigen. Dit gebeurde het meest recent in Ethiopië, Eritrea en Somalië.
De rol van China roept ‘ernstige vragen op over het soort “vreedzame” nieuwe wereldorde dat Beijing nastreeft’, aldus Schuman in The Atlantic. ‘Met zijn nauwe banden met Rusland en Iran en zijn langdurige steun aan Noord-Korea is China een belangrijke beschermheer van de drie meest destabiliserende staten ter wereld. Afgezien van het akkoord tussen Iran en Saoedi-Arabië zijn er weinig aanwijzingen dat Beijing van plan is zijn invloed aan te wenden om de gevaarlijkste plannen van deze landen te beteugelen. Zolang dat niet het geval is, zal China’s nieuwe orde allesbehalve vreedzaam zijn.’
China is volgens Frankrijk een ‘gamechanger’ in de oorlog
De Franse president Emmanuel Macron komt vandaag aan in China voor een driedaags staatsbezoek. In de komende gesprekken met Xi Jinping zal hij proberen de Chinese president ‘ervan te weerhouden de inval van Rusland in Oekraïne te steunen en tegelijkertijd de Europese handelsbetrekkingen met Beijing te versterken’, schrijft The Guardian. ‘Parijs ziet China als een mogelijke “gamechanger” in de oorlog.’
Franse functionarissen weten dat China de Russische president Vladimir Poetin niet zal bekritiseren en de oorlog in Oekraïne niet zal veroordelen, maar Macron wil het standpunt van de EU over de gevaren van het conflict benadrukken. China wordt gezien als het enige land dat in dialoog is met alle partijen in het conflict en effectieve diplomatieke druk kan uitoefenen op Poetin.
China wordt gezien als het enige land dat effectieve diplomatieke druk kan uitoefenen op Poetin
Macron wil in de kwestie-Oekraïne voet bij stuk houden en tegelijkertijd een pragmatisch Frans standpunt innemen – omschreven als ‘een andere weg’ dan de directe confronterende toon die de VS vaak aanslaan, aldus de Britse krant.
Het bezoek van de Franse president, zijn eerste bezoek aan China sinds de coronapandemie, beslaat meer dan zes uur tijd met Xi. Een Franse functionaris zei tegen The Guardian dat mensenrechtenkwesties aan de orde zullen komen, waaronder de behandeling van Oeigoeren en andere minderheden.
Russische dreiging is de aanleiding voor de toetreding
De NAVO is weer een lidstaat rijker. In bijzijn van secretaris-generaal Jens Stoltenberg en de Finse buitenlandminister Pekka Haavisto verklaarde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Anthony Blinken dinsdag op het hoofdkwartier van de NAVO in Brussel dat Finland officieel lid is van de militaire verdragsorganisatie. Daarmee staat de teller nu op eenendertig lidstaten, schrijft Politico.
Finland diende vorig jaar samen met Zweden een verzoek tot lidmaatschap in bij de NAVO, nadat beide landen zich jarenlang afzijdig hadden gehouden van militaire conflicten. Onder druk van de oorlog in Oekraïne veranderden ze echter hun neutralistische beleid en zochten ze aansluiting bij het militaire blok.
‘Poetin wilde met zijn invasie de toetreding van nieuwe Europese lidstaten voorkomen, maar hij heeft precies het tegenovergestelde bereikt’
Blinken merkte bij de gelegenheid op dat het NAVO-lidmaatschap van Finland wellicht het enige is waarvoor we Poetin dankbaar kunnen zijn. Secretaris-generaal Jens Stoltenberg voegde daaraan toe: ‘Poetin wilde met zijn invasie de aanwezigheid van de NAVO rondom de grenzen van Rusland verminderen en de toetreding van nieuwe Europese lidstaten voorkomen, maar hij heeft precies het tegenovergestelde bereikt.’
De Finse president Sauli Niinistö verklaarde dat Finland er alles aan zal doen om ook Zweden tot de NAVO te laten toetreden: ‘Het lidmaatschap van Finland is niet compleet zonder het lidmaatschap van Zweden.’
Ook Rusland heeft van zich laten horen. Dmitri Peskov, de woordvoerder van het Kremlin, heeft laten weten dat Rusland de toetreding ziet als een inbreuk op zijn eigen veiligheid en nationale belangen en zich gedwongen ziet om tactische en strategische tegenmaatregelen te nemen om zichzelf te beschermen, aldus de Russischtalige BBC.
Hoewel Hongarije meerdere EU-sancties tegen Rusland heeft gesteund, verzet Orbán zich tegen nieuwe maatregelen om bij het Kremlin in de gunst te blijven. Russisch gas wordt er niet goedkoper door, maar de regering-Orbán lijkt wel op een andere manier te profiteren.
‘Ik heb nog nooit aan zo’n lange tafel gezeten,’ grapte Viktor Orbán na zijn ontmoeting met Vladimir Poetin op 1 februari 2022. De Hongaarse premier was in Moskou, naar eigen zeggen op een ‘vredesmissie’ om de spanningen tussen ‘het Westen en het Oosten’ te verminderen. (Op dat moment waren meer dan honderdduizend Russische troepen gestationeerd aan de grens met Oekraïne.) Orbán pleitte voor een dialoog en stelde het ‘Hongaarse model’ voor als een uitweg. ‘We zijn lid van de NAVO en de Europese Unie. Toch kunnen we uitstekende betrekkingen met Rusland onderhouden. Dat is mogelijk. Wat hebben we daarvoor nodig? Wederzijds respect,’ zo stelde hij.
Nog geen maand later, op 24 februari, staken Russische troepen de grens met Oekraïne over. De omvang van de aanval verraste de Hongaarse regering. ‘Zelfs in de vierentwintig uur voorafgaand aan de invasie van Oekraïne waren de Hongaarse inlichtingendiensten ervan overtuigd dat een grootschalige invasie ondenkbaar was,’ vertelt Szabolcs Panyi, onderzoeksjournalist bij Direkt36. ‘Ze waren er zeker van dat Rusland de Oekraïense hoofdstad niet zou aanvallen.’
Terwijl Russische soldaten raketten afvuurden op Kyiv en andere Oekraïense steden, verklaarde Orbán in een video dat hij de invasie veroordeelde. Hongarije zou aan Oekraïne alleen humanitaire hulp bieden – en geen militaire steun. ‘We moeten alles aanpassen,’ zei Orbán twee dagen later tegen verslaggevers, terwijl hij op bezoek was bij een grenspost waar Oekraïense vluchtelingen aankwamen. Hij vertelde dat er al EU-sancties tegen Rusland in de maak waren, die ook door Hongarije gesteund zouden worden. ‘We gaan niets verhinderen,’ verzekerde de premier. ‘Dit is niet het moment om het beter te weten, maar om eensgezind te zijn – het is oorlog.’
Volgens Panyi geloofden velen dat Orbán door de grootschalige invasie eindelijk gedwongen zou worden zijn controversiële pro-Kremlinbeleid op te geven en Oekraïne van Hongaarse steun te voorzien. Maar met de parlementsverkiezingen in het verschiet kozen Orbán en zijn rechtse Fidesz-partij voor een andere aanpak.
‘Luister, Viktor, weet je wel wat er nu allemaal in Marioepol gebeurt?’
Ze beloofden humanitaire hulp maar weigerden toe te laten dat wapens vanuit Hongaars grondgebied naar Oekraïne werden vervoerd. Die maatregel moest ‘de veiligheid van Hongarije en de Hongaarse gemeenschap in Transkarpatië’ (een regio in het westen van Oekraïne) garanderen. Orbán sloot vervolgens sancties tegen Russische olie en gas uit, met als argument dat de Hongaarse economie ‘simpelweg niet kan functioneren’ zonder. Hij zorgde ervoor dat Fidesz gepresenteerd werd als de ‘partij van de vrede’. ‘De regering is erin geslaagd de toon van het debat te bepalen. Ze heeft de oppositiepartijen in feite gedwongen ermee in te stemmen, door te zeggen dat zij Hongarije zouden meetrekken in de oorlog als ze aan de macht zouden komen,’ aldus Zsuzsanna Vegh, gastonderzoeker bij het German Marshall Fund van de Verenigde Staten en docent en onderzoeker aan de Europese Universiteit Viadrina.
Vanzelfsprekend wordt dit dubbelzinnige buitenlandse beleid niet goed ontvangen in Kyiv. Eind maart drong de Oekraïense president Volodymyr Zelensky er bij de Europese Raad op aan dat Hongarije een kant zou kiezen. ‘Je moet zelf beslissen bij wie je hoort. Jullie zijn een soevereine staat,’ zei hij. ‘Luister, Viktor, weet je wel wat er nu allemaal in Marioepol gebeurt?’
Fidesz sleepte op 3 april 54 procent van de stemmen binnen, waardoor Orbán voor een vierde keer tot premier werd verkozen en zich verzekerd wist van een tweederdemeerderheid in het parlement. In zijn overwinningstoespraak noemde Orbán onder andere de Oekraïense president en ‘Brusselse bureaucraten’ zijn tegenstanders.
‘Business as usual’
Na de verkiezingen gingen Orbán en zijn regering zich nog harder verzetten tegen sancties op Russische energie. De betrekkingen met het Kremlin werden steeds beter. ‘De regering-Orbán deed er alles aan om grote veranderingen in de relatie met Rusland te voorkomen,’ aldus Vegh. ‘De regering bleef de prioriteit geven aan economische verhoudingen en energierelaties en probeerde los daarvan ook zaken te doen zoals voorheen.’
Hongarije is voor 65 procent van zijn olie en 85 procent van zijn gas en nucleaire brandstof afhankelijk van Rusland. Opeenvolgende regeringen hebben weinig moeite gedaan om daarin verandering te brengen. Op de vraag hoe de energierelatie tussen Rusland en Hongarije de afgelopen elf maanden is veranderd, antwoordt energieanalist Nicholas Birman-Trickett dat die ‘relatief hetzelfde is gebleven’. Hongarije blijft vasthouden aan Russische energie-import, onder andere vanwege infrastructurele beperkingen. ‘En natuurlijk zet Orbán zijn relatie met het Kremlin graag in om concessies van de EU te eisen,’ aldus Birman-Trickett.
‘Orbán is altijd vrij transparant geweest over [het feit dat] zijn voorwaardelijke steun voor de sancties [tegen Rusland] afhankelijk was van de vraag of de Europese Unie ook iets voor hem zou doen,’ zegt politiek analist András Tóth-Czifra. Volgens Direkt36 hoopten Orbán en zijn regering bijvoorbeeld aanvankelijk dat de Europese Commissie miljarden euro’s aan coronaherstelfondsen (die wegens corruptie werden achtergehouden) zou vrijgeven als ‘beloning’ voor het steunen van de sancties.
‘De Hongaarse regering heeft zichzelf in hoge mate padafhankelijk gemaakt’
Toen dat niet gebeurde, begon de Hongaarse regering haar EU-vetorecht in te zetten. Dat was een probleem, aangezien belangrijke zaken in de EU unaniem moeten worden goedgekeurd. De situatie kwam afgelopen november op scherp te staan, toen Hongarije dreigde om een financieel steunpakket van achttien miljard euro voor Oekraïne te blokkeren. De patstelling werd opgeheven met een compromis: de EU verminderde de financiering.
‘Uiteindelijk is het positief geweest dat de Hongaarse regering het gemeenschappelijke Europese [steun]pakket niet gevetood heeft. In december waren er echter al aanwijzingen dat de zesentwintig resterende EU-lidstaten mogelijk een andere weg inslaan wanneer Hongarije dwarsligt,’ aldus Vegh. ‘Ik denk dus dat Hongarije dit niet nog een keer voor elkaar krijgt.’
Dat betekent echter niet dat Hongarije het niet zal proberen. Vorige week nog zei Orbán dat Hongarije zijn veto zou uitspreken over eventuele sancties tegen de Russische nucleaire sector. Dergelijke sancties noemde hij ‘volstrekt uit den boze’. Ook in Hongarije zelf slaat de antisanctieretoriek van het Fidesz-regime aan. Dat blijkt uit de aanloop naar een recente ‘nationale consultatie’ over de EU-sancties tegen Rusland. Uit de resultaten bleek dat 97 procent van de respondenten tegenstander was van sancties tegen Russische olie en gas. Critici benadrukken hierbij dat de respons laag was (17 procent van de kiesgerechtigden). Bovendien vinden ze dat de vragen misleidend waren: zo werd er gesproken van ‘Brusselse sancties’, maar er werd niet bij vermeld dat alle EU-lidstaten, waaronder Hongarije, elk sanctiepakket tot nu toe hebben goedgekeurd.
Over de kosten en baten van een nauwe band met Rusland zegt Vegh dat er wat buitenlands beleid betreft ‘vooral sprake is van kosten’. De betrekkingen met Oekraïne hebben een historisch dieptepunt bereikt en Hongarije is verder verwijderd geraakt van zijn westerse bondgenoten. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat Hongarije zijn beleid binnenkort zal wijzigen. ‘De Hongaarse regering heeft zichzelf in hoge mate padafhankelijk gemaakt,’ legt ze uit. ‘Het is niet onmogelijk, maar het zou ontzettend moeilijk voor Orbán zijn om nu nog terug te krabbelen.’
Angst en gunsten
Toen hij in februari 2022 met Orbán aan de lange tafel zat, beweerde Poetin dat Hongarije, dankzij het meest recente langetermijncontract met Gazprom, ‘Russisch gas koopt tegen een prijs die vijf keer zo laag is als de Europese marktprijs’. Tijdens de daaropvolgende persconferentie verklaarde Orbán dat het Russische gas de reden was dat Hongarije jarenlang de tarieven voor nutsvoorzieningen kon bevriezen. ‘Als we Russisch gas hebben, kunnen we de Hongaarse huishoudens goedkoop bevoorraden (…). Zonder Russisch gas kunnen we dat niet,’ aldus de premier.
Het prijsplafond is een van de ‘belangrijkste en meest symbolische beleidsmaatregelen’ van de regering-Orbán in de afgelopen tien jaar, aldus Tóth-Czifra. Dat plafond werd voor het eerst ingevoerd vóór de verkiezingen van 2014 en was tevens een belangrijk speerpunt in de herverkiezingscampagne van Orbán in 2022. Maar het verhaal over ‘goedkoop Russisch gas’ werd al snel ontkracht. Kort na de verkiezingen meldden de Hongaarse media (op basis van gegevens over de buitenlandse handel) dat de prijsformule van het ‘goedkope’ gas gekoppeld bleek te zijn aan de marktprijzen van de voorgaande maanden. In juli kondigde de Hongaarse regering een ‘energienoodtoestand’ af. Bovendien was er sprake van een flinke koerswijziging: er werden plannen aangekondigd om de prijsplafonds voor huishoudelijk gas- en elektriciteitsverbruik boven het nationale gemiddelde af te schaffen.
De economische situatie van Hongarije liep najaar 2022 uit de hand. In november waren de voedselprijzen op jaarbasis met 49 procent gestegen en tegen het einde van het jaar bedroeg de inflatie 25 procent. Volgens Tóth-Czifra was dit ook grotendeels te wijten aan het feit dat het regeringsbeleid een averechts effect had.
In december zag de regering van Orbán zich genoodzaakt om het prijsplafond voor brandstoffen op te heffen vanwege tekorten in het hele land. Ondertussen leidde een poging om de prijzen van basisvoedingsmiddelen aan banden te leggen ertoe dat handelaren vlak voor de feestdagen hun producten gingen rantsoeneren. ‘Eind vorig jaar, toen de gasprijzen in Europa al daalden, betaalde Hongarije aanzienlijk meer voor Russisch gas dan consumenten elders in Europa,’ aldus Tóth-Czifra.
‘Dat de Hongaarse regering deze gunsten aan Rusland wil verlenen, toont aan dat ze enigszins wanhopig is’
György Matolcsy, gouverneur van de Hongaarse centrale bank, heeft alarm geslagen over het economische beleid van de regering. Hij noemt de prijsplafonds een ‘gebrekkige crisisstrategie’ en een aanjager van de inflatie. Maar in plaats van het roer om te gooien, kiezen Orbán en zijn regering ervoor naar anderen te wijzen – de EU-sancties tegen Rusland, welteverstaan. Onlangs benadrukte Péter Szijjártó, de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken, in een interview dat de sancties hebben gefaald en dat ze meer schade hebben toegebracht aan de Europese economieën dan aan Rusland.
‘De Hongaarse regering is in feite gewoon bang dat de Russen de gastoevoer zullen stopzetten,’ zegt Panyi. Dat maakt hij onder andere op uit de ‘gunsten’ die Hongarije verleent om in de gratie van het Kremlin te blijven. Als voorbeeld draagt hij aan dat Hongarije door te lobbyen voor elkaar heeft gekregen dat Kirill, de patriarch van de Russisch-orthodoxe kerk, vrijgesteld wordt van sancties. Onlangs vertelden diplomatieke bronnen aan RFE/RL dat Hongarije bij de EU een verzoek heeft ingediend om negen mensen (te weten oligarchen en hun familieleden) van de sanctielijst tegen Rusland te verwijderen. ‘Dat de Hongaarse regering deze gunsten aan Rusland wil verlenen, toont wat mij betreft aan dat ze enigszins wanhopig is,’ aldus Panyi.
Het Hongaarse regime zal hier toch op de een of andere manier van profiteren. ‘Waar het hier echt om gaat, is dat er bij alle soorten zakendeals [met Rusland] beschuldigingen van corruptie zijn geweest – of het nu ging om olie of gas, nucleaire deals of zelfs de aankoop van metrostellen in Boedapest,’ aldus Panyi. Hij verwijst hiermee naar zijn eerdere rapportages. ‘Er loopt een duidelijk geldspoor vanuit de Russische staatskas naar de broekzakken van mensen in de inner circle van premier Orbán.’
Lees ook:
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.