Onderwerpen: EU

  • Polen en Hongarije willen terug naar oude nationalistische waarden

    Polen en Hongarije willen terug naar oude nationalistische waarden

    Na de val van het communisme hebben Polen en Hongarije hun economie weliswaar hervormd naar westers ideaal, maar de open liberale samenleving keren ze de rug toe. ‘Orbán heeft weinig op met het westerse mensenrechtendiscours.’

    In de zomer van 1992 bracht een 29-jarige Hongaar met politieke ambities voor het eerst een bezoek aan de VS. Zes weken lang toerde hij met een coterie van jonge Europeanen door het land op kosten van het German Marshall Fund, een Amerikaanse denktank voor trans-Atlantische samenwerking. 

    Viktor Orbán was al lange tijd gefascineerd door Amerika, maar toen het gezelschap door het centrum van Los Angeles liep, dat nog aan het bijkomen was van de Rodney King-rellen twee maanden eerder, leek hij niet erg betrokken en onder de indruk. Een Nederlandse journalist die ook aan de reis deelnam herinnert zich dat de Oost-Europeanen in de groep hun daggeld liever aan ‘een walkman en andere elektronica’ besteedden dan aan eten of dure hotels. De vrije markt en geavanceerde technologie spraken Orbán duidelijk meer aan dan de Amerikaanse strijd voor gelijkheid, gerechtigheid en de rechten van mensen van kleur.

    Dat het lot van westerse minderheden Orbán koud liet werd nog duidelijker tijdens een rondleiding door het reservaat van de Umatilla-indianen in Oregon. Orbán en een van zijn reisgenoten, de Poolse journaliste Malgorzata Bochenek, luisterden naar de klachten over economisch onrecht. Hij reageerde met vragen over landverdeling. Waarom ontwikkelden de inheemse stammen geen strategie om hun gemeenschappelijke grond te gelde te maken? Dat hadden kleine Hongaarse pachtboeren zoals zijn ouders tenslotte ook met de collectieve landbouwbedrijven gedaan na het eind van het communisme. Orbán begon een businessplan voor het reservaat te ontvouwen, maar toen de Umatilla met wie hij sprak niet enthousiast genoeg reageerden, verloor hij algauw zijn belangstelling.

    Het bezoek aan de VS sterkte hem in zijn voornemen om premier van Hongarije te worden

    Wat Orbán het meest fascineerde tijdens de rest van de trip was de hogere politiek. De rondreis eindigde in juli in New York City, waar hij de Democratische Nationale Conventie bijwoonde en Bill Clinton genomineerd zag worden op de klanken van Don’t Stop van Fleetwood Mac. Deze opwindende gebeurtenis maakte veel indruk op Orbán. Het bezoek aan de VS sterkte hem in zijn voornemen om premier van Hongarije te worden.

    De aard van de aantrekkingskracht die het Westen op jonge Oost-Europeanen uitoefende was in die tijd aan het veranderen. In 1989, toen Orbán in Oxford studeerde met een beurs van de Soros Foundation, stonden de westerse waarden van de Koude Oorlog – gedereguleerd kapitalisme, sociale stabiliteit en nationale tradities – nog fier overeind. Dat waren de waarden die hij mee terug wilde nemen naar zijn vaderland. Drie jaar later, tijdens zijn rondreis door de VS, was er een kentering merkbaar. Hoewel de vrije markt nog oppermachtig was, waren de Europese en Noord-Amerikaanse cultuur introspectiever geworden. Orbán stond achter de clintonistische benadering van economie en bestuur, maar hij had weinig op met het westerse mensenrechtendiscours, de discussies over gender en ras of de erfenis van kolonialisme en de holocaust.

    Orbáns enthousiasme voor de Amerikaanse economie en zijn onverschilligheid jegens Amerikaanse culturele aangelegenheden waren een voorbode van de richting die Hongarije en Polen de volgende decennia uiteindelijk zouden inslaan. In de jaren negentig gingen de twee landen de rest van Oost-Europa voor in een economische shocktherapie, met verdergaande markthervormingen dan hun westerse adviseurs eisten. Maar in cultureel opzicht kozen Polen en Hongarije een conservatievere koers. Het gevolg is dat beide landen zichzelf als in- en in-Europees zijn blijven zien, ook al zijn ze steeds meer afstand gaan nemen van het liberalisme van de EU.

    Jezelf modelleren naar een extern ideaal wekte onvermijdelijk gevoelens van schaamte en wrok op wanneer het volmaakte origineel onbereikbaar bleek

    Tien jaar nadat ze samen met Orbán het Umatilla-reservaat in Oregon had bezocht, werd Malgorzata Bochenek adviseur van de Poolse president Lech Kaczynski, samen met zijn broer Jaroslaw de oprichter van de conservatief-nationalistische partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) die nu de steun van bijna 45 procent van het Poolse electoraat geniet. Orbáns partij Fidesz bezet een supermeerderheid van twee derde van de zetels in het Hongaarse parlement. Beide partijen voeren een overeenkomstig beleid: het aanstellen van regeringsgezinde rechters en journalisten bij rechtbanken en media; het verdrijven van linkse en liberale ngo’s, academici en universiteiten; het schenden van het EU-handvest van de grondrechten door het beperken of verbieden van abortus en het niet wettelijk erkennen van transgenders; en het negeren van pogingen van Europese instituties om hen voor deze provocaties aansprakelijk te stellen.

    Tegelijkertijd staan vier op de vijf burgers van Polen en Hongarije achter het EU-lidmaatschap van hun land. Het is de anti-liberalen in Boedapest en Warschau te doen om autonomie binnen Europa, niet om onafhankelijkheid daarbuiten.

    Hoe komt het dat de revolutionairen van 1989 in de jaren tien en twintig van deze eeuw zo teruggrijpen op oude nationalistische waarden? Er is een aantal antwoorden op deze vraag, variërend van geleidelijke vervreemding, of een gedwongen terugkeer naar het eigenbelang als gevolg van een externe shock, tot de puberale opstand van leerlingen tegen hun voormalige leraren.

    In hun boek Falend licht uit 2019 pleiten de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev en de Amerikaanse hoogleraar rechten Stephen Holmes voor de opstandhypothese. Zij betogen dat de overgang van het communisme naar de kapitalistische democratie werd gedreven door ‘liberalistische na-aperij’. De Oost-Europeanen namen de gewoonten, normen en instituties van de westerse wereld over om deelgenoot te worden van de welvaart en vrijheid daarvan. Het probleem, volgens Krastev en Holmes, was dat onderwerping aan dit ‘imitatiegebod’ tot ‘inherente spanningen’ leidde en ‘emotioneel belastend’ was. Jezelf modelleren naar een extern ideaal wekte onvermijdelijk gevoelens van schaamte en wrok op wanneer het volmaakte origineel onbereikbaar bleek. Onder invloed van dit vernederende minderwaardigheidscomplex grepen Orbán en Kaczynski de economische en migratiecrises uit de periode 2008-2015 aan om het westerse liberalisme te verwerpen en met een illiberaal alternatief te komen.

    Groot-Hongarije

    Krastev en Holmes zien de emigratie uit centraal Oost-Europa als een bepalende factor voor de aantrekkelijkheid van nationalistische politiek. De decennialange braindrain, zo betogen ze, heeft tot een demografische paniek geleid die volgens hen de angst voor de komst van immigranten uit het Midden-Oosten en Afrika aanwakkert. Vooral in Hongarije is de anti-immigratiepolitiek inderdaad hand in hand gegaan met pogingen de bevolkingsafname als gevolg van lage geboortecijfers en emigratie te remmen. Orbán heeft een ambitieus en populair gezinsbeleid ontwikkeld met maatregelen als nationalisatie van ivf-klinieken en genereuze leningen en belastingvrijstellingen voor jonggehuwden en grote gezinnen. Ook heeft hij burgerrechten verleend aan meer dan een miljoen in Slowakije, Roemenië, Kroatië, Servië en Oekraïne woonachtige etnische Hongaren en daarmee een diasporisch, door Fidesz geleid maatschappelijk middenveld gecreëerd in wat Hongaarse nationalisten als een ‘Groot -Hongarije’ beschouwen.

    Maar andere landen hebben miljoenen burgers zien emigreren zonder tot illiberalisme te vervallen. Letland is tussen 1989 en 2017 27 procent van zijn bevolking kwijtgeraakt, Litouwen 22,5 procent, Kroatië 22 procent en Bulgarije 21 procent. Maar deze staten aan de Oostzee en in de oostelijke Balkan zijn niet in dezelfde mate veranderd als Polen en Hongarije. Hoewel ook daar een oude nationalistische tendens bestaat, is die niet dominant geworden in de nationale politiek. In Bulgarije is een EU-gezinde protestbeweging afgelopen lente als tweede geëindigd bij de parlementsverkiezingen en de vertrekkende premier van het land, Boyko Borisov, heeft benadrukt dat hij wil dat de ‘Euro-Atlantische oriëntatie van het land duidelijk zichtbaar is’. In Roemenië, waar een vijfde van de bevolking sinds 1990 is vertrokken, zijn geen sterke mannen dominant maar fanatieke corruptiebestrijders en protesterende EU-aanhangers. Polen en Hongarije daarentegen, waar het illiberalisme het verst gevorderd is, kennen de laagste netto emigratiepercentages in de regio.

    Migratie doet de hang naar oude nationalistische waarden herleven, maar is geen afdoende verklaring voor de bredere crisis van het liberalisme. Anti-immigratiebeleid wordt in de meeste Europese landen gevoerd. Maar ondanks een algemeen anti-immigratiesentiment is het alleen in het VK, Polen en Hongarije dat nationalistische regeringen uit de Europese Unie zijn gestapt dan wel de waarden daarvan hebben afgezworen, en alleen in Boedapest en Warschau liggen het liberale maatschappelijk middenveld en de rechtsstaat onder vuur. Kaczynski en Orbán nemen niet vanwege hun chauvinisme een bijzondere plaats in onder de Europese nationalisten, maar vanwege hun autoritaire optreden tegen opponenten in eigen land en tegen Europese en internationale instituties.

    In 2002 was Orbán verbitterd en ervan overtuigd dat post-communisten in de Hongaarse samenleving hadden samengespannen om zijn ambtstermijn voortijdig te beëindigen

    De regeringspartijen in Polen en Hongarije voeren een breuk met het verleden door die in hun eigen ogen radicaler is dan de schijntransitie van 1989. Het antiliberale nationalisme in Oost-Europa is meer dan een uitbarsting van onbeheersbare hartstochten. Net als in 1989 wordt gedacht dat er sprake is van een historische opdracht en dat het eind van het communisme alleen maar het begin van de weg naar nationale bevrijding was. Het feit dat deze ideeën werden gevormd tijdens het transitiedecennium duidt er ook op dat de illiberale democratie een gericht project is en niet alleen reactief, met duidelijke eigen ideologische doelstellingen.

    De opstand tegen het liberalisme begon in de late jaren negentig en het begin van deze eeuw, toen steeds meer rechts georiënteerde Polen en Hongaren op een radicalere breuk met het verleden begonnen aan te dringen. Tijdens Orbáns eerste premierschap, van 1998 tot 2002, toen Fidesz samen met de conservatieve Partij van Kleine Landbouwers (FKgP) regeerde, werden holocaustontkenning en racisme jegens de Roma aangemoedigd en steun uitgesproken voor de extreemrechtse regering van Jörg Haider in het naburige Oostenrijk. Maar omdat de Hongaarse economie gestaag groeide en het land in 1999 lid werd van de NAVO, werd het rechtse beleid van het kabinet al snel vergeten in de westerse hoofdsteden.

    In 2002, toen hij de verkiezingen nipt verloor van de socialisten, was Orbán verbitterd en ervan overtuigd dat post-communisten in de Hongaarse samenleving hadden samengespannen om zijn ambtstermijn voortijdig te beëindigen. Toen Hongarije in 2004 lid werd van de EU, vloeiden er enorme sommen Europees geld naar een groep liberale politici rond de centrumlinkse premier Ferenc Gyurcsány, een econoom die in de jaren tachtig leiding gaf aan de communistische jeugdbeweging KISZ. Tijdens de transitie van communisme naar democratie hadden Gyurcsány en zijn oude kameraden een klein fortuin verdiend met pop-up-adviesbureaus die luisterden naar namen als Eurocorp International Finance Inc. Rond 2004 waren ze vaste gasten in Davos. Hoewel zo’n door opportunisme gedreven economische gedaanteverwisseling schering en inslag was in Midden- en Oost-Europa, maakten deze associaties het makkelijker voor Orbán om het Sovjetcommunisme en het Europese liberalisme af te schilderen als opeenvolgende vormen van buitenlandse overheersing.

    Net als in Hongarije zorgde de rol van Poolse post-communisten bij de versoepeling van de politieke transitie naar een liberale democratie uiteindelijk voor een radicalisering van rechts. In 1997 begonnen conservatieve denkers voor het eerst om een ‘vierde Poolse republiek’ te roepen ter vervanging van de derde herhaling van zetten die was gevolgd op het communisme. Vier jaar later stichtten Lech en Jaroslaw Kaczynski PiS, met de belofte de Poolse samenleving radicaal te zuiveren en politiek te vernieuwen. Doel van de Kaczynski’s was om de uitvoerende en wetgevende macht met volle kracht in te zetten voor een definitieve afrekening met de ‘besmetting’ van het staatssocialisme. Vele jaren lang had het Poolse constitutionele hof pogingen gedwarsboomd om staatsinstituties en het maatschappelijk middenveld te zuiveren van iedereen met communistische banden, een proces dat ‘lustratie’ werd genoemd. Deze bescherming werd gesteund door EU-wetten ter bewaking van de persoonlijke waardigheid en levenssfeer.

    Wat op het spel staat is niet de westerse identiteit, maar wie er geschikt is om in een gezuiverde Poolse natiestaat te worden opgenomen

    Maar toen PiS in 2005 voor het eerst aan de macht kwam, werd de lustratie geïntensiveerd. Er kwam een wetsvoorstel dat ervoor zou hebben gezorgd dat 350.000 ambtenaren, journalisten, academici, leraren en directeuren van staatsbedrijven vroegere communistische banden hadden moeten erkennen, hoe oppervlakkig ook, op straffe van baanverlies. Massaal verzet van de progressieve Poolse elite tegen deze zeer ingrijpende zuivering zorgde er mede voor dat de Kaczynski’s in 2007 het veld moesten ruimen voor het liberale pro-Europese Burgerplatform van Donald Tusk.

    Deze eerste mislukte poging om de Poolse samenleving grootscheeps te zuiveren vormt de achtergrond van de hernieuwde aanval die PiS sinds 2015 op het Poolse rechtssysteem onderneemt en die meer internationale aandacht heeft getrokken dan de eerdere. Maar de illiberale agenda van PiS was niet, zoals Krastev en Holmes doen voorkomen, een reactie op het imiteren van het Westen. Het is juist het verlangen van de Poolse antiliberalen naar een grondiger uitbanning van het communistische verleden, zonder acht te slaan op de beschermende EU-wetten, dat hen ertoe heeft gebracht de rechtbanken en de progressieve burgerbeweging van het land onder vuur te nemen. Net als in Hongarije heeft precies datgene wat de transitie van communisme naar een liberale democratie zo vreedzaam heeft doen verlopen, het onderhandelingsproces, een kliek rechtsnationalistische opstandelingen gekweekt die de mythe verspreidt dat er in 1989 geen zuivere machtsoverdracht heeft plaatsgevonden, maar een massale rehabilitatie van de elite. Wat op het spel staat is niet de westerse identiteit – iets waaraan de Polen nooit hebben getwijfeld – maar wie er geschikt is om in een gezuiverde Poolse natiestaat te worden opgenomen.

    Uiteindelijk heeft het Poolse en Hongaarse verzet tegen EU-normen en individuele burgerrechten niet tot een overeenkomstig verlangen naar economische soevereiniteit geleid, zoals bij de Brexiteers. De Brusselse geldkraan is simpelweg te aanlokkelijk. Ook al heeft Orbán liberale instituties ontmanteld, toch heeft hij enorme sommen EU-geld weten aan te trekken om het bedje te spreiden voor een loyale oligarchie van Fidesz-getrouwe tycoons en agrarische ondernemers. Ook conservatieve nationalisten in Polen hebben materiële steun binnen geharkt van een politieke en economische unie waarvan ze de invloed steevast laken.

    Deze ongevoeligheid voor politiek gedrag is het gevolg van de manier waarop de EU geld aan haar leden verstrekt, namelijk in grote tranches die over een groot aantal jaren zijn verspreid volgens een van tevoren opgesteld bestedings- en investeringsplan; actuele politieke wrijvingen tussen nationale regeringen en Brussel zijn niet van invloed op deze langjarige financiële verplichtingen. Tussen 2007 en 2020 hebben Oost-Europese lidstaten 395 miljard euro ontvangen, waarvan de helft naar Hongarije en Polen is gegaan.

    Hoe moeilijk het is geworden om het illiberalisme binnen de EU te beteugelen bleek eind 2020. Terwijl EU-leiders een ongeëvenaard begrotings- en stimuleringspakket van 1,8 biljoen euro voorbereidden als reactie op de pandemie, lieten Boedapest en Warschau de onderhandelingen bijna ontsporen. Omdat ze bezwaar hadden tegen een mechanisme dat financiering automatisch aan wettelijke toetsing onderwierp, dreigden Polen en Hongarije de hele EU-begroting voor de komende zes jaar te vetoën.

    Als lidstaten betoogden Polen en Hongarije dat ze het volste recht hadden op hun aandeel in het financieringsplan; illiberale regeringen bleken de wettelijke en verdragsrechtelijke taal vloeiend te spreken. Uiteindelijk werd op het laatste moment de lont uit het kruitvat gehaald door middel van een ‘interpretatieve verklaring’ waarin werd gegarandeerd dat het wettelijke sanctiemechanisme moest worden goedgekeurd door het Europese Hof van Justitie voordat het kon worden toegepast. Of het daarvan zal komen is maar de vraag.

    Voorlopig zal de financiering aan betrekkelijk weinig regels zijn gebonden. De strijd tussen liberalen en illiberalen in Oost-Europa zal zich op zijn belangrijkste slagveld blijven voltrekken: de politieke, wettelijke en culturele instituties. Zoals de landelijke vrouwenstaking tegen het wettelijke verbod op abortus in oktober 2020 heeft aangetoond, is dit een noodzakelijk en belangrijk gevecht. Maar wat niet ter discussie staat, is het economische model van de regio. De liberalen en illiberalen zijn het erover eens dat na het eind van het communisme het kapitalisme de enige manier is om hun maatschappij verder te ontwikkelen.

    Bescherming en veiligheid

    Waar Krastev en Holmes het Poolse en Hongaarse verzet tegen het westerse liberalisme als een psychologische reactie beschouwen, komt de befaamde Duitse historicus Philipp Ther met een andere verklaring. Volgens hem is het nieuwe nationalisme niet zozeer een reactie op het imiteren van het Westen, als wel op de blootstelling van hele samenlevingen aan de grillen van de wereldmarkt. In zijn boek Das Andere Ende der Geschichte schrijft hij dat nationalistisch rechts een ‘coherent wereldbeeld heeft, dat kan worden gekenschetst als een pakket beloften dat bescherming en veiligheid biedt’.

    Ther stelt dat de snelle transitie van staatssocialisme naar vrijemarktkapitalisme een behoefte aan zelfbescherming heeft aangewakkerd. In 1993 en 1994 bleek tijdens verkiezingen in verschillende landen dat de bevolking in grote onzekerheid verkeerde. Poolse en Hongaarse kiezers kozen centrumlinkse kabinetten met flink wat ex-communisten erin, maar dat bood weinig bescherming. De Poolse privatisering vertraagde maar stopte nooit. In Hongarije drukte de nieuwe regering algauw een strenger bezuinigingspakket door. Een andere koers werd gevolgd in Slowakije, waar premier Vladimír Mečiar niet alleen brak met het neoliberalisme van zijn Tsjechische collega Vaclav Klaus, maar bovendien de verenigde Tsjecho-Slowaakse staat ontbond. Tijdens Mečiars bewind in de jaren negentig was Slowakije in alle opzichten een voorloper van het huidige illiberalisme, waarin populisme, nationalisme en beschermende welvaart werden gecombineerd om een steeds autocratischer bewind te verbloemen. Als gevolg van Mečiars eigenmachtige optreden werd Slowakije in 1999 ongeschikt geacht voor het NAVO-lidmaatschap; het land sloot zich vijf jaar later bij de organisatie aan dan zijn Midden-Europese buurlanden.

    De Oost-Europese transitie naar de vrije markt in de jaren negentig werd bemoeilijkt door de plaatselijke zwakte van de bij het liberalisme favoriete bewerkstelligen van een kapitalistische overgang, de onroerend goed bezittende bourgeoisie. De sociologen Iván Szelényi, Gil Eyal en Eleanor Townsley beschrijven deze uitdaging als ‘het creëren van kapitalisme zonder kapitalisten’. West-Europese geldschieters gaven aanvankelijk voorrang aan marktexpansie boven democratisering: van 1990 tot 1996 ging maar 1 procent van het internationale EU-hulpprogramma voor voormalige socialistische staten naar de financiering van politieke partijen, onafhankelijke media en andere burgerorganisaties. Maar waar de markten opbloeiden, bleef de middenklasse anemisch.

    Dertig jaar later zijn de voordelen van de vrije economie ongelijk verdeeld; de inkomenskloof tussen stad en platteland is in Oost-Europa groter dan waar ook op het continent. Maar het vrijemarktdenken is inmiddels alomtegenwoordig in de regio. In zijn beroemde toespraak van juli 2014, waarin hij de noodzaak van een ‘illiberale democratie’ voor Hongarije uiteenzette, voorspelde Orbán dat ‘samenlevingen die op liberale organisatieprincipes zijn gebaseerd de komende jaren hun concurrentiepositie in de wereld niet zullen kunnen handhaven en waarschijnlijk met een terugval zullen worden geconfronteerd’ en kondigde hij aan dat ‘we zoeken naar een organisatievorm die ons concurrerend zal maken in deze grote wereldrace’.

    Toch zou het verkeerd zijn deze overstap op wereldwijd kapitalisme geheel aan verwestersing toe te schrijven. In hun boek 1989: A Global History of Eastern Europe laten James Mark, Bogdan Iacob, Tobias Rupprecht en Ljubica Spaskovska er geen twijfel over bestaan dat het belang van de Oost-Europese elites bij het kapitalisme voorafging aan hun democratische gezindheid. Hervormingsgezinde bureaucraten tijdens de laatste jaren van het socialisme hadden hun blik vooral op Oost-Azië gericht. De successen van Deng Xiaopings China waren een voorbeeld voor de latere economische hervormingen van Gorbatsjov. In de jaren tachtig waren de marktgeoriënteerde hervormingen in Polen en Hongarije deels naar het voorbeeld van Zuid-Korea gemodelleerd, waar het autoritaire kapitalisme voor grote economische groei had gezorgd.

    Oost-Europa beschouwde niet alleen andere regio’s als zijn einddoel. De Oost-Europese transitie in de jaren negentig groeide uit tot een ‘nieuw wereldwijd scenario’ voor Afrikaanse, Latijns-Amerikaanse en Aziatische landen. Van Mexico tot Zuid-Afrika, overal waren de Oost-Europese democratisering en economische liberalisering een lichtend voorbeeld voor zowel de regerende elite als de oppositie. Oost-Europeanen kwamen na verloop van tijd in een positie waarin ze hun eigen ervaring konden gebruiken om anderen te adviseren. In 2003 maakte de architect van de Poolse liberale hervormingen, Leszek Balcerowicz, een rondgang door Washington DC om te vertellen hoe de VS de Iraakse economie moesten oppeppen. Tijdens de Arabische Lente bezocht Lech Walesa Tunesië ‘om hun te vertellen hoe wij het hebben gedaan’, in de woorden van de toenmalige Poolse minister van Buitenlandse Zaken Radoslaw Sikorski, die zelf naar Benghazi vloog om de Libiërs van advies te dienen die Gaddafi hadden verdreven.

    Gemeenschappelijke Europese erfenis

    Het feit dat Oost-Europeanen uiteindelijk als ambassadeurs van het Westen optraden versterkte het idee dat 1989 een te lang uitgebleven terugkeer was naar een natuurlijk cultureel thuis. Maar die ommekeer was al lang voor het eind van het communisme in gang gezet. In de jaren zeventig en tachtig namen de Tsjecho-Slowaakse, Poolse en Hongaarse en elites en dissidenten steeds meer afstand van het anti-imperialisme en de socialistische solidariteit met de Derde Wereld, en legden ze steeds meer nadruk op hun ‘gemeenschappelijke Europese erfenis’.

    Deze focus op hoge Europese cultuur had duidelijk een zowel anti-Afrikaanse als anti-islamitische bijklank. In 1985 verklaarde de Hongaarse minister van Cultuur dat ‘Europa een culturele erfenis’ bezat, ‘een specifieke intellectuele hoedanigheid, namelijk het Europese karakter’. Tijdens een bezoek aan Boedapest twee jaar later kreeg de Spaanse koning Juan Carlos de vestingwallen te zien die de Habsburgse troepen in 1686 op de Ottomanen hadden veroverd, een communistische lofzang op de strijd van het christelijke Europa tegen de islam. Naar aanleiding van de gewelddadigheden van de moedjahedien verklaarde de Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu dat de islamitische wereld ‘miljarden fanatiekelingen telt. Een langdurige oorlog kan het gevolg zijn.’

    Ondertussen vielen Roemeense ballingen Ceaușescu zelf aan als een buitenlandse heerser die hun land een ‘tropisch despotisme’ had opgedrongen. De dissident Ion Vianu schreef in 1987 dat ‘het huidige Roemenië meer op een Afrikaans dan een Europees land lijkt’. Hij hekelde ‘de desorganisatie van het openbare leven, het onvermogen van de regering om het niveau van het oude continent te bereiken; de staat van de wegen, de smerigheid van de straten, de lege winkels, de wijdverbreide corruptie; de willekeur van de politie’. Dit alles, schreef hij, deed hem aan Haïti denken. ‘Roemenen met westerse idealen zijn een soort zwijgende meerderheid in het huidige Roemenië.’

    Voordat er een eind kwam aan het communisme had bij veel Oost-Europeanen al een nieuw gevoel van culturele verwantschap postgevat. Deze toenemende identificatie van hun respectievelijke banden met Europa en het christendom verklaart waarom de anti-immigratieretoriek over een ‘Fort Europa’ dat migranten uit Afrika en het Midden-Oosten buiten moet houden, het afgelopen decennium zo’n vruchtbare bodem heeft gevonden in de regio.

    Gesloten samenlevingen

    Om die reden stond het jaar 1989 uiteindelijk voor een moment waarop Oost-Europa zich afsloot voor oude invloeden en zich openstelde voor nieuwe ideeën. De socialistische planeconomie en de internationale solidariteit met ontwikkelingslanden werden vaarwel gezegd, terwijl identificering met een smallere Europese beschaving gepaard ging met integratie in de geliberaliseerde wereldeconomie. Momenteel is deze combinatie van open en gesloten kenmerken nog altijd zichtbaar in Oost-Europa. Hongarije is het duidelijkste voorbeeld van deze hybride benadering: onder Orbán heeft het land het liberale idee van een open samenleving verworpen, maar onderhoudt het desondanks nauwe banden met de transnationale Europese auto-industrie en, via de EU en NAVO, met de militaire netwerken van het atlanticisme.

    Orbán heeft de vragen over zijn internationale loyaliteit gecompliceerd door nauwe banden met Moskou en Beijing te onderhouden. Rusland voorziet Hongarije van energie, terwijl Chinese staatskapitalisten een regionale hub van het land hebben gemaakt voor de pogingen van Huawei om de 5G-technologie over Europa uit te rollen. Ook is Boedapest het eindstation van de nieuwe Balkanspoorweg die van de Griekse havenstad Piraeus door Belgrado loopt, onderdeel van het Chinese Belt & Road Initiative, een wereldwijd infrastructureel project ter bevordering van de handel. De aanleg van deze vrachtspoorlijn kost 2 procent van het Hongaarse bnp, het grootste investeringsproject in de Hongaarse geschiedenis.

    Halverwege maart 2020, toen het coronavirus zich door Europa verspreidde, sloot Hongarije zijn grenzen voor niet-ingezetenen. Tijdens de Hongaarse lockdown waren de enige buitenlanders in het land driehonderd Zuid-Koreaanse ingenieurs die de versnelde opening moesten afronden van de tweede fabriek in het land die accu’s voor elektrische voertuigen produceert.

    Koreaanse conglomeraten zijn recentelijk in Hongarije en Polen neergestreken als hoofdleveranciers van accu’s voor de Europese auto-industrie. Omdat VW, Audi, BMW, Mercedes-Benz en Renault zaten te springen om accu’s, lichtte ook de Poolse regering de hand met de quarantaineplicht zodat specialisten van het Koreaanse chemiebedrijf LG Chem konden doorgaan met de bouw van een enorme fabriek in de buurt van Wroclaw, een 2,8 miljard euro kostend project dat wordt gesteund door de Europese Investeringsbank. 35 jaar nadat Oost-Europese economen Seoel als een voorbeeld van autoritair kapitalisme bestempelden, lopen de industriële reuzen van Zuid-Korea de regio onder de voet.

    Sinds het begin van de pandemie waarschuwen liberale commentatoren geregeld voor het gevaar dat nationalisme en conflicten tussen grootmachten tot een ineenstorting van de internationale politieke en economische orde zullen leiden. Maar waarschijnlijker dan zo’n dramatische deglobalisering is dat we overal op de wereld nationalistische leiders zullen zien die politiek gesloten samenlevingen bouwen op de grondvesten van een open economie: een globalisering zonder globalisten.

    ANP 359374329 kopie 3 e1628082175797
    Voormalig president Bill Clinton en de Hongaarse premier Viktor Orban beantwoorden vragen tijdens een fotosessie voorafgaand aan hun Oval Office-ontmoeting in het Witte Huis in 1998. © Paul J. Richards / AFP
  • EU-leiders veroordelen Orbáns antihomowet | Zijn de Chinese coronavaccins wel effectief?

    EU-leiders veroordelen Orbáns antihomowet | Zijn de Chinese coronavaccins wel effectief?

    Hongaarse antihomowet leidt tot verhit debat in Brussel

    De recente Hongaarse wet die het ‘promoten’ van homoseksualiteit onder minderjarigen verbiedt, heeft donderdag tijdens de EU-top in Brussel de gemoederen verhit. Zeventien landen deden een plechtige oproep om de Europese waarden te respecteren, waarbij Mark Rutte zelfs voorstelde dat Hongarije de EU zou verlaten.

    ‘De Hongaarse antihomowet lijkt het geduld van de Europese leiders te hebben opgebruikt’, constateert El País. Tijdens de top die donderdag in Brussel van start ging, kreeg de Hongaarse premier Viktor Orbán te maken met een ‘ongebruikelijk gemeenschappelijk front van zeventien landen die hem beschuldigen van het overtreden van de Europese regels tegen discriminatie en het stigmatiseren van homoseksuelen’.

    Het Hongaarse parlement heeft vorige week een wet heeft aangenomen die het afbeelden van homoseksuelen in educatief materiaal, televisieprogramma’s, en films en series gericht op jongeren verbiedt. De wet is volgens de Hongaarse regering bedoeld om ‘kinderen te beschermen’, schrijft The Guardian.

    In een brief spreken zeventien EU-landen zich uit tegen ‘elke vorm van discriminatie op grond van seksuele geaardheid’

    In hun brief aan de EU-leiders spraken de zeventien ondertekenende landen – die een breed spectrum van politieke kleuren bestrijken, van progressief links in Spanje tot conservatief rechts in Oostenrijks – zich uit tegen ‘elke vorm van discriminatie op grond van seksuele geaardheid’ en benadrukten dat ‘respect en verdraagzaamheid de kern vormen van het Europese project’, bericht RFE-RL.

    Al voor het begin van de besprekingen liepen de spanningen hoog op: bij hun aankomst in Brussel namen de meeste EU-leiders een standpunt in over het onderwerp en beloofden zij verhitte debatten.

    ‘Homoseksualiteit als een gevaar voor jongeren zien, is vergeten dat homoseksueel zijn geen keuze is’

    De Luxemburgse premier Xavier Bettel, de enige openlijk homoseksuele EU-leider, heeft ‘geput uit zijn eigen ervaring’ om de Hongaarse wet te bekritiseren, meldt L’Essentiel. ‘Het moeilijkste was om mezelf te accepteren, toen ik besefte dat ik verliefd was op een persoon van hetzelfde geslacht’, zei hij vlak voor het begin van de top. ‘Op nationaal niveau homoseksualiteit in een kwaad daglicht stellen, het als niet-normaal beschouwen. Het als een gevaar voor jongeren zien, is vergeten dat homoseksueel zijn geen keuze is, in tegenstelling tot intolerantie tonen’, voegde hij eraan toe.

    Volgens Spaanse bronnen heeft ook premier Pedro Sánchez zich krachtig uitgesproken tegen ‘het vereenzelvigen van homoseksualiteit met pedofilie en pornografie’, waarvan volgens velen sprake is in de onlangs goedgekeurde Hongaarse wet, aldus El País.

    Financial Times stelt dat ‘de spanningen hoog opliepen’ tijdens de debatten. ‘Orbán verdedigde zijn wet door te zeggen dat deze bedoeld was om jongeren te beschermen en seksuele voorlichting voor te behouden aan ouders, niet aan scholen’.

    Mark Rutte

    Dit verweer overtuigde de Nederlandse premier Mark Rutte niet, die zei dat Hongarije met deze wet ‘niets meer in de EU te zoeken had’. Hij suggereerde zelfs dat Orbán in de voetsporen van het Verenigd Koninkrijk moet treden en ‘gebruik moet maken van artikel 50 van het Europees Verdrag’ om de EU te verlaten, ‘als hij de regels en waarden van de EU niet wil respecteren’, aldus CNN.

    Het zal niemand verbazen dat Orbán standvastig bleef en heeft verzekerd dat hij ‘de wet niet zal intrekken’, schrijft La Stampa. De Europese Commissie is echter niet van plan het hierbij te laten en heeft Hongarije om ‘uitleg’ gevraagd, aldus El Confidencial.

    Lees ook:


    Hoe effectief zijn de Chinese coronavaccins?

    Meer dan negentig landen gebruiken Chinese vaccins om de pandemie te bestrijden. Nu verschillende van hen worden geconfronteerd met nieuwe uitbraken van het coronavirus, rijst de vraag of de vaccins van Sinovac en Sinopharm wel goed werken. De cijfers uit de praktijk lijken de twijfels te bevestigen die ontstonden tijdens klinische proeven, meldt The New York Times.

    De Wereldgezondheidsorganisatie schreef dat de doeltreffendheid van het Sinovac-vaccin bij het voorkomen van symptomatische infecties in klinische proeven 51 procent bedroeg in Brazilië, 67 procent in Chili, 65 procent in Indonesië en 84 procent in Turkije. Voor het vaccin van Sinopharm bedroeg de werkzaamheid 78 procent in de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Egypte en Jordanië. Ter vergelijking: de vaccins van Pfizer/Biontech en Moderna hadden een werkzaamheidsgraad van meer dan 90 procent.

    Om de doeltreffendheid van de Chinese vaccins in de praktijk te beoordelen, heeft The New York Times onder meer gekeken naar Mongolië, Bahrein en de Seychellen, die ‘althans ten dele’ op deze vaccins hebben vertrouwd in hun vaccinatiecampagne.

    ‘In plaats van bijna volledig coronavrij te zijn, kampen Mongolië, Bahrein en de Seychellen nu met een uitbraak van besmettingen’

    Tussen 50 en 68 procent van de mensen in de drie landen is al volledig gevaccineerd, volgens gegevens van Our World in Data. ‘Maar in plaats van bijna volledig coronavrij te zijn’, schrijft de krant, ‘kampen de drie landen nu met een uitbraak van besmettingen’.

    Volgens gegevens van The New York Times behoorden deze landen op 22 juni tot de vijftien landen ter wereld met het hoogste incidentiecijfer (het aantal infecties per 100.000 mensen).

    ‘Als de vaccins goed genoeg zijn, zouden we dit patroon niet moeten zien’, verklaart viroloog Jin Dongyan van de Universiteit van Hongkong tegen de krant.

    Minder doeltreffend

    De site Quartz is het daarmee eens: ‘Nieuwe golven van coronagevallen op plaatsen waar veel mensen zijn ingeënt met vaccins van Sinopharm of Sinovac doen vrezen dat deze vaccins in werkelijkheid minder doeltreffend zijn dan de autoriteiten hadden gehoopt’.

    The New York Times meldt ook dat meer dan 350 Indonesisch gezondheidswerkers, die volledig zijn ingeënt met Sinovac, de ziekte hebben opgelopen. Ook vergelijkt de krant de situatie op de Seychellen met die in Israël – landen met een vergelijkbaar hoge vaccinatiegraad. De archipel in de Indische Oceaan, die hoofdzakelijk het vaccin van Sinopharm gebruikt, heeft een dagelijks aantal bevestigde coronagevallen van 716 per miljoen, vergeleken met 4,95 gevallen per miljoen in Israël, dat Pfizer gebruikt.

    ‘Sinopharm heeft een minimaal effect gehad op het verminderen van de overdracht’

    Kan de aard van de vaccins zelf dit verschil verklaren? Quartz legt uit hoe Chinese vaccins verschillen van Amerikaanse vaccins. ‘Moderna en Pfizer (…) zetten messenger-RNA (mRNA) in, genetisch materiaal dat cellen instructies geeft om zich tegen het coronavirus te verdedigen. Sinopharm en Sinovac maken daarentegen gebruik van een geneutraliseerde versie van het coronavirus om immuniteit op te wekken.’

    De aard van de coronavirusvarianten speelt waarschijnlijk ook een rol. De deltavariant (ook wel bekend als de Indiase variant) vermindert de doeltreffendheid van de vaccins van AstraZeneca en Pfizer, zoals het tijdschrift Nature een paar dagen geleden vaststelde. Wellicht is dat effect nog belangrijker bij de Sinovac- en Sinopharm-vaccins.

    Volgens Australisch immunoloog Nikolai Petrovsky is het in ieder geval ‘redelijk om op basis van het verzamelde bewijsmateriaal aan te nemen dat het Sinopharm-vaccin een minimaal effect heeft gehad op het verminderen van de overdracht [van de ziekte]’, vertelde hij aan The New York Times.

    Hij voegde eraan toe dat er een groot risico bestaat dat mensen die een van de Chinese vaccins hebben gekregen, weinig of geen symptomen hebben en toch het virus op anderen kunnen overdragen.

    Lees ook:


    Tientallen doden na aanval van het Ethiopisch leger in Tigray

    Op dinsdag 22 juni heeft een luchtaanval van het Ethiopische leger tientallen mensen gedood in de stad Togoga, in Tigray, de noordelijke regio van het land dat in conflict is met Addis Abeba.

    ‘Ten minste 64 mensen werden gedood en 180 raakten gewond in een luchtaanval [op 22 juni] die gericht was op een markt in de door oorlog verscheurde regio Tigray’, meldde The Guardian op donderdag. De aanval komt op een moment dat ‘de gevechten tussen het TPLF (Tigray People’s Liberation Front), dat de regio controleert, en regeringstroepen verhevigen.’ Bovendien vond de aanval een dag na controversiële parlementsverkiezingen plaats, waarbij ‘miljoenen Ethiopiërs niet hebben kunnen stemmen’, waaronder de bevolking van Tigray.

    Dit is ‘de dodelijkste aanval’ sinds het conflict acht maanden geleden begon, aldus CNN. Het conflict heeft hongersnood veroorzaakt en ervoor gezorgd dat miljoenen mensen op de vlucht zijn geslagen.

    Uiterst zorgwekkend

    Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken verklaarde ‘zeer bezorgd’ te zijn over de berichten over de situatie ter plaatse en ‘veroordeelde krachtig’ deze daad van de Ethiopische regering. Ook de VN en de Europese Unie hebben de aanslag veroordeeld, voegt de Amerikaanse nieuwssite eraan toe. Brussel beschouwt deze aanslag als ‘uiterst zorgwekkend’.

    CNN meldt op basis van ‘medische bronnen’ dat ambulances die de gewonden kwamen redden, werden tegengehouden door legerofficieren die ‘hen ervan beschuldigden de Tigrinya-strijdkrachten te willen helpen’.

    De woordvoerder van het Ethiopische leger, geïnterviewd door persbureau AFP en geciteerd door The Guardian, zei dat alleen militair personeel het doelwit was van de luchtaanval en dat de gewonden of doden strijders ‘in burgerkleding’ waren. ‘De Ethiopische luchtmacht maakt gebruik van de nieuwste technologie en voerde de aanval dus uit met precisie en succes’, verklaarde kolonel Getnet Adane van het Ethiopische leger.

    Lees ook:

  • EU-sancties tegen Belarus | Zweedse regering valt over huurplafond

    EU-sancties tegen Belarus | Zweedse regering valt over huurplafond

    Ongekende economische sancties tegen Belarus

    Het gebeurt niet elke dag dat de lidstaten van de Europese Unie eensgezind stemmen. Maar maandag in Luxemburg besloten de ministers van Buitenlandse Zaken van de 27 EU-landen unaniem om het regime van Aleksander Loekasjenka aan te pakken. De maatregelen zijn zeldzaam volgens de internationale pers.

    ‘Een regen van sancties daalt neer op dictator Loekasjenka’, kopt het Belgische dagblad Le Soir. De EU heeft met name de activa bevroren van zeven bedrijven die worden gerund door familieleden van Aleksander Loekasjenka. De zoon van de president, Dmitri, en de vrouw van zijn oudste zoon Viktor, Lilia Loekasjenka, zijn op de zwarte lijst van de EU gezet.

    Kalium

    De ministers bevestigden vervolgens unaniem de reeks maatregelen die gevolgen hebben voor zeven sectoren van de Belarussische economie. Deze sancties omvatten ‘financiële diensten en verzekeringen, een embargo op petrochemische producten en de handel in kalium en tabak’, aldus L’Echo. Ook is een verbod ingesteld op nieuwe bankleningen aan de staat, de centrale bank, en overige banken en organisaties die voor het merendeel in handen van de staat zijn.

    ‘De export van kalium, een belangrijk ingrediënt voor het bemesten van landbouwgrond, is een onmisbare bron van inkomsten voor Belarus’, schrijft The New York Times . Het staatsbedrijf Belaruskali beweert 20 procent van de wereldvoorraad te produceren.

    Volgens L’Echo vereisten de financiële sancties een overeenkomst met Oostenrijk, aangezien Belarussische activa zijn ondergebracht bij Oostenrijkse banken.

    ‘We moeten nu het regime en de staatsoligopolies die verbonden zijn met Loekasjenka aanpakken’

    ‘Het instellen van economische sancties, een maatregel die zelden door Europa wordt genomen, is lang verworpen door de 27 staten, die de voorkeur gaven aan individuele beperkende maatregelen’, merkt Le Soir op. ‘Economische sancties werden tot dusver uitgesloten omdat ze “een negatieve impact op de bevolking” zouden kunnen hebben. Een ander argument was dat Loekasjenka alleen maar verder in de armen van Poetin zal worden geduwd als de Belarussische economie op de knieën wordt gedwongen. Daarnaast maakte elk van de 27 EU-landen de rekening op door een inschatting te maken van wat ze te verliezen hadden door hun zakelijke belangen met Minsk op te geven’, is de analyse van het Belgische dagblad.

    Volgens een Europese diplomaat die met Le Soir sprak, was de kaping van de Ryanair-vlucht doorslaggevend. ‘We moeten nu het regime en de staatsoligopolies die verbonden zijn met Loekasjenka aanpakken, en tegelijk zo min mogelijk de Europese belangen en die van de Belarussische bevolking aantasten’, zei hij.

    Verandering

    Deze economische sancties ‘markeren een stap voorwaarts in de strijd tegen het autoritaire regime van Loekasjenka’, merkt Financial Times op. De EU had al sancties opgelegd aan 88 leden van het regime, waaronder president Aleksander Loekasjenka zelf en zijn zoon. Maar deze individuele sancties hebben vooral geleid tot verdere repressie. Met de nieuwe economische sancties hopen de EU-leiders nu het regime tot verandering te dwingen.

    Om de strafmaatregelen nog meer gewicht te geven, hebben de EU-landen maandag in samenwerking met de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada ook nog eens sancties opgelegd aan tientallen personen en bedrijven die nauw samenhangen met de macht in Minsk.

    Lees ook:


    Andrew ‘Basisinkomen’ Yang toch niet de nieuwe burgemeester van New York

    De uitslag is nog niet definitief, maar gisteren waren in New York de Democratische voorverkiezingen voor de burgemeesterspost van New York. In een stad met meer dan zes keer zoveel Democraten als Republikeinen, is een overwinning in die voorverkiezing bijna een garantie voor het burgemeesterschap.

    Als pleitbezorger van optimisme en een universeel basisinkomen, viel ondernemer Andrew Yang al op als kandidaat tijdens de presidentsverkiezingen van 2020. Hij heeft zich kandidaat gesteld als burgemeester van New York met dezelfde ideeën, schrijft The Wall Street Journal.

    Toen Andrew Yang zich in de strijd om de Democratische voorverkiezingen stortte voorafgaand aan de presidentsverkiezingen van november 2020, na enkele jaren steun voor zijn project voor een basisinkomen te hebben vergaard, logenstrafte hij alle peilingen en hield hij het langer vol dan veel anderen, zo schrijft The Wall Street Journal. Hij gooide uiteindelijk de handdoek in de ring na de voorverkiezingen in New Hampshire in februari 2020.

    Zijn campagne draaide om één project: een maandelijkse uitkering van 1000 dollar aan alle Amerikanen tussen de 18 en 64 jaar

    Zijn campagne draaide om één project: een maandelijkse uitkering van 1000 dollar, ongeveer 820 euro, aan alle Amerikanen tussen de 18 en 64 jaar. Dankzij zijn energie en de interesse die hij destijds opwekte, was Andrew Yang een van de favorieten in de race om het burgemeesterschap van New York, maar zijn voorsprong werd al in de laatste peilingen kleiner. De voorlopige uitslag van dinsdagnacht wijst erop dat zijn rivaal Eric Adams hem voorbij is gestreefd en een grote kans maakt de Democratische kandidaat voor het burgermeesterschap van New York te worden, bericht The New York Times.

    Yangs kandidaatstelling voor het burgemeesterschap heeft de verkiezingscampagne door elkaar geschud en op slag werd hij het doelwit van tegenstanders, die hem bekritiseren omdat hij niet de nodige ervaring zou hebben om New York te leiden, vooral in deze periode van heropening na de pandemie.

    Andrew Yang, 46, is een van de dertien Democratische kandidaten die hopen de zittende burgemeester Bill de Blasio, ook een Democraat, op te volgen. Deze laatste zal aan het einde van dit jaar aftreden, aangezien hij het maximum aantal toegestane mandaten, twee periodes van vier jaar, heeft bereikt.

    Toen Yang in januari zijn kandidatuur aankondigde, waren het management en de politiek van de stad hem volkomen vreemd, in tegenstelling tot sommige van zijn tegenstanders, zoals het huidige Hoofd Financiën van New York Scott Stringer, voormalig directeur Stadssanering Kathryn Garcia en Eric Adams, de huidige stadsdeelvoorzitter van Brooklyn.

    Yang genoot echter al grote bekendheid, gevoed door zijn presidentiële kandidatuur, twee boeken die hij publiceerde en zijn optredens op CNN als politiek commentator. Hij had een campagnebudget van meerdere miljoenen dollars en de steun van ten minste drie politieke actiecomités om zijn campagne te financieren.

    Hij bracht bondgenoten uit alle lagen van de bevolking samen, zoals Ritchie Torres en Grace Meng, beide Democratische afgevaardigden in het Huis van Afgevaardigden in Washington, en verschillende leiders van de ultraorthodoxe joodse gemeenschap in de stad, die hem veel stemmen zouden opleveren.

    ‘Ik wil deze baan omdat ik denk dat ik de politiek in New York kan helpen verbeteren’, zei Yang, die in Hell’s Kitchen in het westen van Manhattan woont met zijn vrouw, Evelyn, en hun twee jonge zoons, Christopher en Damian.

    Basisinkomen in het klein

    De belangrijkste strekking van zijn campagne was het opzetten van een breed programma voor directe financiële hulp, een soort verkleinde versie van het universele basisinkomen, waar hij zijn presidentiële campagne omheen had gebouwd. Met dit programma zou 6 procent van de meest behoeftige New Yorkers, zo’n 500.000 mensen, gemiddeld zo’n 2000 dollar per jaar krijgen, ofwel ongeveer 140 euro per maand.

    In eerste instantie dacht hij deze kosten, die op 1 miljard dollar per jaar worden geschat, te financieren via de stadskas en gulle donoren. Maar in mei zei hij uitsluitend gemeentelijke financiering te overwegen.

    Hij wilde zijn project financieren door een einde te maken aan de vrijstelling van onroerendgoedbelasting die bepaalde gebouwen is vergund, zoals Madison Square Garden, de beroemde sporttempel en evenementenhal, en door andere inefficiënties op te sporen in het stadsbudget van ruim 98 miljard dollar. Een deel van het geld zou kunnen komen van bestaande sociale programma’s, die met de nieuwe aanpak hun nut zouden verliezen.

    ‘We hoeven daartoe slechts de effecten van die programma’s vast te stellen. Maar het zal niet gemakkelijk zijn om mensen te vertellen dat we bepaalde sociale programma’s niet meer nodig hebben omdat we een systeem van directe financiële hulp gaan invoeren.’

    Misstappen

    In de straten van New York staan mensen in de rij om met hem op de foto te gaan. Sommigen bedanken hem voor zijn kandidatuur want ze willen dat dingen veranderen. Maar zijn gebrek aan ervaring in gemeentelijk management heeft ertoe geleid dat hij verschillende misstappen maakte in enkele belangrijke kwesties.

    Zo stelde hij vorige maand voor dat de stad New York het openbaar vervoer weer in handen neemt, dat momenteel wordt beheerd door de staat New York, maar zijn voorstellen bleven vaag. Tijdens een openbare bijeenkomst sprak hij zich ook uit voor de oprichting van opvangcentra voor slachtoffers van huiselijk geweld. Dergelijke plekken bestaan echter al.

    Meer recentelijk, toen hij zijn plannen voor de hervorming van de politie verdedigde tijdens een persconferentie, raakte hij in verwarring toen een journalist hem om zijn mening vroeg over de intrekking van artikel 50-a. Die wet, enkele decennia oud, verhinderde het grote publiek om toegang te krijgen tot tuchtrechtelijke dossiers van de politie. Intrekking van die wet is een van de grootste strafrechtelijke hervormingen van het afgelopen jaar.

    ‘Andrew Yang is even pragmatisch, vooruitstrevend en bezorgd over deze kwesties als elke andere kandidaat voor deze functie, en New Yorkers die naar hem luisteren, malen er niet om of hij de juiste naam van bepaalde wetten kan opdreunen’, zo verdedigde woordvoerder Jake Sporn zijn campagne.

    Voorbeeld voor Aziatische Amerikanen

    Als we zijn aanhangers mogen geloven, is het vooral dankzij zijn energie dat hij zoveel kiezers voor zich heeft gewonnen. John Liu, Democraat en Senaatslid voor New York, steunt de kandidatuur van Andrew Yang. Yang is een inspiratie geweest voor veel Aziatische Amerikanen, vooral in New York, sinds zijn kandidatuur voor de presidentsverkiezingen, zegt hij.

    ‘Hij belichaamt onze hoop, onze droom’

    ‘Hij belichaamt onze hoop, onze droom’, verklaarde Liu, de eerste politicus van Aziatische afkomst die een zetel in de gemeenteraad verwierf en vervolgens in 2009 Hoofd Financiën van New York werd. ‘Hij biedt nationale zichtbaarheid aan Aziatische Amerikanen’, aldus Liu.

    Hij zei onder de indruk te zijn van de voorstellen van Andrew Yang, vooral die over onderwijs en de politie. Gevraagd naar het gebrek aan politieke ervaring van Yang, benadrukte hij diens praktijkervaring, die zeker zo belangrijk is. ‘Andrew Yang heeft veel ideeën om deze stad vooruit te helpen na de moeilijke en ongekende tijden die we net hebben doorgemaakt’, aldus Liu.

    Dinsdagnacht verklaarde Yang naar aanleiding van de voorlopige uitslag, dat hij geen kans meer maakt op de Democratische kandidatuur en gaf hij zijn verlies toe, meldt The New York Times. De huidige stadsdeelvoorzitter van Brooklyn, Eric Adams, gaat met 84 procent van de stemmen geteld aan de leiding met 31,7 procent. Yang zelf blijft steken op 11,7 procent en ziet zich ook voorbijgestreefd door Maya Wiley en Kathryn Garcia, die beide nog kans maken om de eerste vrouwelijke burgermeester van New York te worden.

    ‘We geloven nog steeds dat we kunnen helpen, maar niet als burgemeester en first lady’, zei Yang, die had gehoopt de eerste Aziatische Amerikaanse burgemeester van de stad te worden, dinsdagnacht, geflankeerd door zijn vrouw Eve.


    Motie van wantrouwen werpt Zweedse regering omver

    Het Zweedse parlement heeft een motie van wantrouwen tegen premier Stefan Löfven aangenomen, zo meldt BBC. In totaal stemden 181 van de 349 parlementsleden voor de motie, met 51 onthoudingen. Het is de eerste keer in de Zweedse geschiedenis dat een premier met een dergelijke stemming wordt afgezet.

    De regering van Löfven moest opstappen nadat een geschil over huurbescherming ertoe leidde dat de Linkse Partij haar steun aan de coalitie introk. Dit betekende een ineenstorting van de minderheidscoalitie van de sociaaldemocraten en de Groene Partij.

    De sociaaldemocratische leider heeft nu een week om af te treden of vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Als Löfven besluit af te treden, moet de voorzitter van het parlement met alle partijen gaan onderhandelen om een nieuwe regering te vormen. Een mogelijk nieuwgevormde regering zal aanblijven tot de algemene verkiezingen, die in september volgend jaar zullen plaatsvinden.

    De Linkse Partij riep vorige week op tot de motie van wantrouwen na een ruzie over voorstellen om een huurplafond voor nieuwbouw op te heffen. Hoewel de partij van Löfven die maatregel niet steunt, heeft zij ermee ingestemd de plannen te overwegen om oppositiepartijen gunstig te stemmen.

    Het al dan niet afschaffen van huurplafonds is al lang een heet hangijzer in Zweden

    De vertrouwensstemming werd voorgesteld door de extreemrechtse Zweedse Democraten en werd gesteund door twee centrumrechtse oppositiepartijen.

    Het al dan niet afschaffen van huurplafonds is al lang een heet hangijzer in Zweden, dat kampt met woningnood. Maar tot vorige week hadden maar weinig politieke waarnemers voorspeld dat de kwestie de huidige regering ten val zou kunnen brengen.

    De ironie is dat de centrumlinkse premier van Zweden, Stefan Löfven, zelf voorstander is van de bestaande huurbeperkingen. Zijn coalitie stemde alleen in met het idee om te onderzoeken of de beperking in geval van nieuwbouw zou kunnen worden afgeschaft, om twee kleine centrumrechtse oppositiepartijen tegemoet te komen en zo de fragiele minderheidsregering overeind te houden.

    Maar daardoor verloor Löfven uiteindelijk de steun van een oude bondgenoot, de Linkse Partij. Die trok vorige week zijn steun aan de regering in, wat de weg vrijmaakte voor de motie van wantrouwen.

    Een tweede ironische wending is dat het huisvestingsdebat nu wel eens veel verder in de onderste regionen van de politieke agenda zou kunnen belanden. Nieuwe verkiezingen of een nieuwe regering zullen namelijk meer gefocust zijn op wat de centrumrechtse tegenstanders van Löfven als dringender kwesties beschouwen, zoals economisch herstel van het land na de pandemie, het toenemende aantal geweldsmisdrijven en immigratie.

    Lees ook:

  • Gedwongen ‘bekentenis’ van Protasevitsj op Belarussische tv | Schoolboycot in Myanmar

    Gedwongen ‘bekentenis’ van Protasevitsj op Belarussische tv | Schoolboycot in Myanmar

    Belarus geeft gedwongen ‘bekentenis’ van oppositieleider Protasevitsj vrij

    De Belarussische staatstelevisie heeft donderdag een nieuw interview met Roman Protasevitsj uitgezonden, waarin de oppositieleider toegeeft dat hij president Aleksander Loekasjenka omver wil werpen. Volgens familieleden en de oppositie is de ‘bekentenis’ onder bedreiging verkregen.

    De arrestatie van Protasevitsj op 23 mei leidde tot een golf van internationale verontwaardiging. Zijn vliegtuig van Athene naar Vilnius werd door de Belarussische autoriteiten onderschept en onder het voorwendsel van een bommelding gedwongen in Minsk te landen.

    De 26-jarige journalist, die bij aankomst samen met zijn Russische partner Sofia Sapega werd gearresteerd, werd onmiddellijk gevangengezet op beschuldiging van het organiseren van massale rellen tegen president Loekasjenka na diens controversiële herverkiezing voor een zesde termijn in 2020. Hij riskeert nu tot vijftien jaar gevangenisstraf.

    Derde keer

    Voor de ‘derde keer’ sinds zijn arrestatie verscheen Protasevitsj donderdag vanuit zijn gevangenis op de staatstelevisie met een regelrechte ‘bekentenis’, aldus BBC.

    ‘Protasevitsj gaf toe dat hij Aleksander Loekasjenka omver wilde werpen’ en ‘zeer kritisch’ was over de Belarussische president, maar zei dat hij ‘begon te begrijpen dat hij [Loekasjenka] het juiste deed’, en hem zelfs ‘respecteerde’, aldus de Britse nieuwszender.

    AP meldt dat Roman Protasevitsj aan het eind van het negentig minuten durende interview zei dat hij ‘volledig en openlijk samenwerkte’ met de Belarussische autoriteiten en dat zijn enige doel was om ‘een rustig, normaal leven te leiden met een gezin en kinderen’.

    ‘Alles wat Protasevitsj zegt, zal onder dwang tot stand zijn gekomen – al is het maar psychologische’

    ‘Toen bedekte hij zijn gezicht met zijn handen en begon te huilen’, voegt het Amerikaanse persbureau eraan toe.

    De Belarussische oppositie heeft gezegd dat deze ‘bekentenis’, net als de andere ‘bekentenissen’ die sinds de arrestatie van het echtpaar zijn gefilmd, ‘onder dwang’ is verkregen, aldus Al-Jazeera. Nog voordat het derde interview op donderdag werd uitgezonden, verklaarde de Belarussische mensenrechtenorganisatie Viasna: ‘Alles wat Protasevitsj zegt, zal onder dwang tot stand zijn gekomen – al is het maar psychologische dwang.’

    De ouders van Protasevitjs zeiden dat het verhoor van donderdag door de autoriteiten was bedoeld om ‘de gijzeling van hun zoon en zijn vriendin te rechtvaardigen’.

    In een interview met Radio Free Europe/RL zei Natalja Protasevitsj, de moeder van de oppositieleider, dat ze ‘handboeien om zijn handen had gezien’ en verbaasd was dat de kwaliteit van de video zo slecht was wanneer het gezicht van haar zoon in beeld kwam. ‘Ik vraag me af of dit met opzet is gedaan, om de blauwe plekken in zijn gezicht en de wurgsporen in zijn nek te verbergen, die vorige week op een andere video te zien waren.’

    Lees ook:


    Transparantie voor multinationals: naar een EU-belastingpact

    Europa heeft een eerste stap gezet op het gebied van een gemeenschappelijk belastingbeleid. Op dinsdag 1 juni hebben de Europese Raad en leden van het Europees Parlement een principeakkoord bereikt over de invoering van een nieuwe wet. Deze zal multinationals met een jaaromzet van meer dan 750 miljoen euro verplichten transparanter te zijn over hun activiteiten.

    In detail zullen zij hun winsten, aantal werknemers en betaalde belastingen per land moeten aangeven – niet alleen in elke lidstaat, maar ook in elk land of rechtsgebied dat door Brussel als een belastingparadijs wordt beschouwd.

    ‘Deze transparantiemaatregel’, zo schrijft El País schrijft in een commentaar, ‘zal het voor de nationale autoriteiten gemakkelijker maken om de meest onrechtmatige fiscale constructies van sommige grote bedrijven uit te roeien of op zijn minst te beperken.’

    ‘Voorstanders zien de wet als een belangrijke stap in het voorkomen van winstverschuiving binnen de EU’

    Het voorstel is in 2016 door de Europese Commissie ingebracht als reactie op diverse internationale belastingschandalen, zoals de Panama Papers.

    Tijdens deze vijf jaar van bittere onderhandelingen en blokkades hebben verschillende lidstaten, waaronder Ierland, zich tegen deze verordening verzet. Aangezien Brussel het voorstel echter ‘als een mededingingskwestie en niet als een belastingkwestie had aangemerkt, behoefde het niet met unanimiteit te worden aangenomen. Er was alleen een gekwalificeerde meerderheid nodig [ten minste 55 procent van de lidstaten, die ten minste 65 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen], waardoor Ierland kon worden overruled’, aldus The Irish Times.

    ‘Voorstanders zien de wet als een belangrijke stap in het voorkomen van winstverschuiving binnen de EU, waarbij bedrijven gebruikmaken van dochterondernemingen die elkaar diensten in rekening brengen om winsten naar landen met een gunstigere belastingwetgeving te verplaatsen’, aldus de krant.

    Mazen in de wet

    De tekst moet nu formeel worden goedgekeurd door het Europees Parlement in een plenaire zitting en door de Europese Raad, zo meldt de Duitse zakenkrant Handelsblatt. Maar er zijn wat ‘mazen in de [voorgestelde] wet’. Zo hoeven bedrijven zich er niet aan te houden als zij kunnen aantonen dat het publiceren van de informatie ernstige financiële gevolgen zou kunnen hebben.

    Internationaal gaan steeds meer stemmen op om ‘agressieve belastingplanning door multinationals’ te bestrijden, aldus The Irish Times.

    Met name in de Verenigde Staten dringt de regering van president Joe Biden aan op een internationale overeenkomst over het belasten van grote techbedrijven. Zij stelt voor om wereldwijd een minimumtarief voor multinationals van ten minste 15 procent in te voeren.

    Lees ook:

    ‘De EU moet zich bij dit initiatief aansluiten en meewerken aan een belastingstelsel dat investeringsstimulansen combineert met de garantie dat elke onderneming verantwoording aflegt aan de belastingautoriteiten’, aldus El País.

    De belangrijkste Europese partners (Frankrijk, Duitsland en Italië) zullen de kwestie bespreken op de G7-top van ministers van Financiën, die op vrijdag 4 en zaterdag 5 juni plaatsvindt in het Verenigd Koninkrijk.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/14452-2/

    Myanmarese schoolboycot uit protest tegen staatsgreep

    De klaslokalen van Myanmarese scholen waren vrijwel leeg toen het nieuwe lesjaar op 1 juni begon. Als teken van verzet tegen de militaire junta hebben leraren, studenten en ouders besloten het onderwijssysteem te boycotten.

    ‘Kinderen komen naar school zonder uniform’ en in kleine aantallen, zei een getuige tegen het weekblad Nikkei Asian Review op 1 juni, de eerste schooldag in Myanmar. Als teken van protest verkiezen deze schoolkinderen zich pas om te kleden zodra ze in de klaslokalen aankomen. Tegelijkertijd wordt op grote schaal een boycot van het begin van het schooljaar georganiseerd. Volgens een lid van de Bond van Leraren, geciteerd door de Myanmarese website Myanmar Now, heeft 90 procent van de leerlingen geweigerd zich in te schrijven in het door de junta geleide onderwijssysteem.

    De boycot is een ‘verlengstuk van de hevige strijd’ en ‘het jongste teken van verzet’ tegen de militaire staatsgreep van 1 februari, aldus Nikkei Asian Review. Het leger nam toen de macht in het land over en wierp de wettige regering en het pas verkozen parlement omver. De afgelopen vier maanden heeft een grote meerderheid van de bevolking zich tegen het militaire bewind gekeerd. Zij eisen de vrijlating van de afgezette regeringsleider Aung San Suu Kyi.

    ‘Ik wil niet dat mijn dochter naar school gaat onder deze junta’

    Activist Ei Ei Nyein zei tegen Frontier Myanmar dat ze haar dochter niet naar de lagere school zal sturen. Ze zal pas naar school gaan ‘zodra de gekozen regering is hersteld. Ons verzet tegen de junta zal waarschijnlijk tijd kosten, maar dat maakt niet uit! Ik wil niet dat mijn dochter naar school gaat onder deze junta. Ik zal haar zelf leren wat belangrijk is voor haar toekomst.’

    Een 22-jarige masterstudent bevestigt tegen Nikkei Asian Review dat zijn universiteit verlaten is. ‘Geen van mijn studiegenoten is naar de campus gekomen. De staatsgreep is onaanvaardbaar. Het militaire bewind betekent voor ons jonge studenten het einde van al onze dromen.’ De jongeman volgt nu een cursus Engels via het internet en staat op het punt een beurs aan te vragen om in het buitenland te studeren.

    ‘Er is geen garantie dat schoolkinderen en studenten niet worden gearresteerd of gedood’

    Ouders en leerlingen maken zich ook zorgen over de veiligheidssituatie in de scholen. Sommige scholen zijn gevorderd door het leger. Deze situatie is door UNICEF omschreven als een ‘schending van de rechten van het kind’. ‘Er is geen garantie dat schoolkinderen en studenten niet worden gearresteerd of gedood, of dat jonge meisjes niet worden lastiggevallen door soldaten’, voegt Ei Ei Nyein in Frontier Myanmar eraan toe.

    Het tijdschrift sprak met het echtpaar Soe Soe en Toe Toe Lwin, dat hun elfjarige dochter, Aye Myat Thu, verloor toen zij op 27 maart door veiligheidstroepen in het hoofd werd geschoten terwijl zij in de tuin aan het spelen was. ‘We willen onze andere geliefde kinderen niet verliezen,‘ verklaarden de ouders.

    Meer dan achthonderd mensen zijn sinds het begin van de staatsgreep door de militaire junta gedood. Onder hen zijn ten minste drie leraren en vijf studenten, volgens de Vereniging voor bijstand aan politiek gevangenen, meldt Frontier Myanmar.

    Volgens de lerarenbond, die door Nikkei Asian Review werd geciteerd, zijn bijna 150.000 leraren door de junta geschorst ‘omdat zij weigerden onder militair gezag te werken’. Dit is een derde van het totale aantal leraren.

    Een leraar die actief is in de protestbeweging vertelde het Japanse tijdschrift over de redenen van zijn boycot: ‘Ik wil jongeren geen slavenopleiding geven, zoals het leger dat voorstaat. Ik wil ze rechtvaardigheid, gelijkheid en de ware geschiedenis van ons land bijbrengen. Ik zal me niet onderwerpen aan deze dictatuur. We zullen vechten tot we hebben gewonnen.’

    Lees ook:

  • Cummings doet vernietigend verslag van Johnsons corona-aanpak | Jacob Zuma voor de rechter

    Cummings doet vernietigend verslag van Johnsons corona-aanpak | Jacob Zuma voor de rechter

    Boris Johnsons voormalige rechterhand hekelt zijn aanpak van de coronacrisis

    De aanval is ‘vernietigend’, schrijft Financial Times: Dominic Cummings, de vroegere rechterhand van Boris Johnson, deed op woensdag 26 mei een boekje open over het chaotische beheer van de coronaepidemie in het Verenigd Koninkrijk en beschuldigde de premier ervan ‘ongeschikt’ te zijn om het land te leiden.

    Tijdens een bijna zeven uur durende hoorzitting voor een parlementaire commissie, vertelde de voormalig adviseur over de ‘chaos, besluiteloosheid en bedrog’ die naar zijn zeggen ‘in het hart van de regering’ heersten toen de coronacrisis uitbrak. Hij zei dat de Britse aanpak van de pandemie duizenden onnodige sterfgevallen heeft veroorzaakt in het land, dat met bijna 128.000 aan covid-19 gerelateerde sterfgevallen het hoogste dodental van Europa heeft.

    Johnson was ‘als een supermarktkarretje dat van de ene kant van het gangpad naar de andere wordt geslingerd’

    ‘Op een moment dat de mensen ons het meest nodig hadden, faalde de regering. Tienduizenden mensen stierven terwijl ze niet hoefden te sterven’, verklaarde Cummings.

    Dominic Cummings, de strateeg achter de brexitcampagne in 2016 en de verpletterende verkiezingsoverwinning van Boris Johnson in 2019, ‘gaf een vernietigend verslag van het optreden van de regering’, schrijft The Guardian. De minister-president zou de ernst van de ziekte herhaaldelijk hebben gebagatelliseerd en het een ‘scare story’ (‘paniekverhaal’) hebben genoemd.

    Groepsimmuniteit

    In maart 2020 streefden de ministers eerst een plan A na, ‘waarbij “groepsimmuniteit” een bijproduct was van een strategie om de verspreiding van het virus te beheersen, in plaats van deze in de kiem te smoren’, schrijft Financial Times. Greg Clark, voorzitter van het wetenschappelijk comité, zei toen dat er geen ‘ingewikkelde modellen’ nodig waren om te begrijpen dat Plan A tot 400.000 doden zou kunnen leiden. Plan B, een landelijke lockdown, werd uiteindelijk op 23 maart ingevoerd – ‘te laat’, aldus de zakenkrant.

    Cummings beschreef tegenover de parlementsleden een door de media geobsedeerde Boris Johnson die voortdurend van aanpak veranderde. ‘Als een supermarktkarretje dat van de ene kant van het gangpad naar de andere wordt geslingerd.’

    Hij beweerde zelfs dat ambtenaren Boris Johnson opzettelijk buiten de ‘Cobra’-vergaderingen, het spoedoverleg van de regering, hielden uit vrees dat hij de aanpak van de crisis zou belemmeren.

    ‘Veel ambtenaren in Downing Street 10 waren van mening dat het niet zou bijdragen aan een serieuze aanpak als de minister-president tijdens Cobra-vergaderingen zou zeggen: “Maakt u zich geen zorgen, ik laat Chris Whitty [medisch hoofdadviseur van de regering] mij live op televisie inenten met het coronavirus, zodat iedereen begrijpt dat er niets is om u zorgen over te maken”.’

    Lees ook:

    De voormalig adviseur, die in november 2020 uit Downing Street werd ‘verdreven’ nadat hij de regels tijdens de tweede lockdown had geschonden door naar County Durham te reizen, zei eerder al dat hij Boris Johnson had horen zeggen dat hij liever zag dat ‘de lichamen zich opstapelden’ dan dat hij de tweede reeks beperkingen zou opleggen – iets wat de premier afgelopen woensdag in het Lagerhuis ontkende.

    Cummings beweerde ook dat minister van Volksgezondheid Matt Hancock bij ‘talrijke’ gelegenheden had gelogen.

    Gevraagd naar de kwestie tijdens het wekelijkse vragenuurtje in het Parlement, ontkende Boris Johnson de kritiek. ‘We hebben hard gewerkt om het aantal slachtoffers te verminderen’, zei hij. Volgend voorjaar gaat een openbaar onderzoek van start dat, volgens de premier, lessen zal trekken uit de aanpak van de crisis.

    De Britten zijn nu meer bezig met de succesvolle vaccinatiecampagne

    Hoewel Cummings door velen wordt gezien ‘als verbitterd na de behandeling die hij van zijn voormalige baas heeft gekregen’, vormen zijn opmerkingen een van de eerste openbare verslagen van een sleutelfiguur uit Downing Street 10 over wat daar tijdens het hoogtepunt van de pandemie is gebeurd, schrijft The Guardian.

    Kunnen deze onthullingen de regering van Boris Johnson schaden? Cummings blijft een ‘impopulaire figuur’ in het land, aldus Financial Times. En Johnsons adviseurs, geciteerd door de krant, zeggen dat de Britten nu vooral bezig zijn met de succesvolle vaccinatiecampagne.

    The Telegraph schrijft ‘bedroefd’ te zijn over Cummings’ ‘aanval’ op de minister-president. ‘Het was een tragisch moment, de definitieve ontmanteling van een historisch partnerschap waarmee het referendum [over brexit] werd gewonnen, we tegen de wil van het establishment uit de EU traden, werden gered van [ex-Labour leider] Jeremy Corbyn en de Britse politiek voor een generatie lang opnieuw werd vormgegeven.


    Komt voormalig president Jacob Zuma eindelijk voor de rechter wegens corruptie?

    Na een aanloop van twintig jaar wordt op woensdag 26 mei het proces geopend tegen voormalig president Jacob Zuma. Zoals gewoonlijk zal niets gaan zoals gepland.

    Het openbaar ministerie herhaalt het al maanden: het is ‘er klaar voor’, schrijft de Zuid-Afrikaanse krant Times, de vervolging te starten van voormalig president Jacob Zuma. Na een tiental uitstelrondes zal het proces tegen de voormalig president, die ook van fraude wordt beschuldigd, op woensdag 26 mei worden geopend. Maar op 79-jarige leeftijd is Jacob Zuma begonnen aan wat lijkt op een ‘laatste wanhoopspoging’, aldus City Press. Na verscheidene vruchteloze beroepen eist de voormalig president dat de aanklager van de zaak wordt gehaald.

    ‘Als ik eenmaal heb besloten niet mee te werken, zal niemand mij op andere gedachten brengen’

    Tijdens de laatste hoorzitting op 17 mei benadrukte de verdediging dat Zuma er ook ‘klaar voor’ was om voor het gerecht te verschijnen en dat zijn beroep niet mocht worden gezien als de zoveelste poging om het proces te vertragen, aldus de Zuid-Afrikaanse website News24. Bij het verlaten van de rechtbank beloofde het voormalige staatshoofd zijn aanhangers echter dat hij de hoorzittingen zou boycotten als zijn verzoek zou worden afgewezen.

    ‘Als ik eenmaal heb besloten niet mee te werken, zal niemand mij op andere gedachten brengen’, voegde Jacob Zuma eraan toe, die nu al weigert voor een onderzoekscommissie naar corruptie te verschijnen ondanks een bevel van het Constitutionele Hof. In zijn laatste verzoekschrift, waarvan de details werden onthuld door City Press en News24, beschuldigt hij aanklager Billy Downer ervan medeplichtig te zijn aan een politieke samenzwering waarbij ‘buitenlandse inlichtingendiensten’ zouden zijn betrokken.

    Wapendeal

    Centraal in de zaak staat een groot bewapeningsprogramma dat de jonge Zuid-Afrikaanse democratie eind jaren negentig lanceerde. Onder de tientallen overheidscontracten die deel uitmaakten van het pakket dat bekendstaat als de ‘Arms Deal’, kreeg de Franse wapenfabrikant Thales in 1999 via een plaatselijk bedrijf een contract ter waarde van 1,3 miljard rand (bijna 200 miljoen) voor de uitrusting van korvetten (kleine oorlogsschepen).

    Naast Thales is een zakenman betrokken die naar verluidt dicht bij Jacob Zuma staat. Shabir Shaik deed zich voor als de financieel adviseur van de man die weldra de vicepresident van Zuid-Afrika zou worden. De aanklager beschuldigt Zuma ervan direct of indirect meer dan 4 miljoen rand van Shabir Shaik te hebben ontvangen in ruil voor diens politieke steun. Volgens de aanklager was het ook via deze deal dat Thales het contract voor de uitrusting van de korvetten zou hebben gekregen. De Zuid-Afrikaanse dochteronderneming van de Franse wapengigant wordt beschuldigd van corruptie, fraude en witwassen. 

    Al eind jaren negentig werd Thales ervan beschuldigd een overeenkomst te hebben gesloten om Zuma 500.000 rand per jaar te betalen in ruil voor zijn bescherming tegen mogelijke gerechtelijke procedures en zijn steun voor bedrijfsuitbreidingen in Zuid-Afrika.

    Shabir Shaik werd in 2005 veroordeeld voor omkoping van Zuma. In het verzoekschrift dat hij op het punt staat aan de rechtbank voor te leggen, geciteerd door City Press, legt de voormalige president uit dat ondanks de 783 betalingen die de zakenman aan hem heeft gedaan, hij nog steeds gelooft dat Shabir Shaik ‘niets meer [van hem] verwachtte dan de mogelijkheid om vrij zaken te doen’.


    Nieuwe antitrustrechtszaak tegen Amazon in de VS

    Amazon wordt door de Amerikaanse justitie aangeklaagd wegens misbruik van zijn markmacht. De onlineretailgigant wordt door een aanklager van de stad Washington beschuldigd van het kunstmatig opdrijven van online prijzen. Dit is ‘de eerste antitrustzaak van de overheid tegen Amazon in de Verenigde Staten’, aldus The New York Times, die de aanklacht ziet als een teken van ‘de prille maar groeiende belangstelling voor beschuldigingen dat Amazons agressieve praktijken kleine bedrijven hebben uitgeknepen, innovatie de nek om hebben gedraaid en het bedrijf een monopolie hebben gegeven over de handel in het digitale tijdperk’.

    De advocaat van het District of Columbia (het federale district van de stad Washington), Karl Racine, die van mening is dat het commerciële beleid van het concern ‘de consument schade berokkent’, beschuldigde het bedrijf van Jeff Bezos op dinsdag 25 mei van het verhinderen van ‘verkopers op zijn online winkelplatform om elders betere aanbiedingen te doen, wat resulteert in hogere prijzen voor de consument’, meldt The Wall Street Journal

    ‘Precies het tegenovergestelde is het geval’, protesteerde een woordvoerster van Amazon. ‘Verkopers bepalen hun eigen prijzen voor de producten die ze in onze winkel aanbieden.’

    De techreuzen ‘staan onder verscherpt toezicht’

    De reikwijdte van de rechtszaak zou echter beperkt kunnen zijn, volgens BBC. De aanklacht is alleen gebaseerd op ‘regelgeving in het District of Columbia’, en als Amazon wordt veroordeeld, zou dat alleen in de federale hoofdstad zijn. Voorlopig, bevestigt The New York Times, heeft Karl Racine ‘geen aansluiting gezocht bij andere staten’, in tegenstelling tot de ‘tientallen aanklagers’ die eind 2020 een gezamenlijke klacht indienden tegen Facebook en Google.

    Naast Amazon worden ook ‘andere grote technologieconcerns steeds meer bekritiseerd’, schrijft Die Zeit. De techreuzen ‘staan onder verscherpt toezicht’, des te meer sinds de pandemie hun posities heeft geconsolideerd, zo bevestigt BBC.

    Lees ook:

    De juridische problemen blijven zich opstapelen voor Amazon, dat zijn winst in het eerste kwartaal verdrievoudigde ten opzichte van dezelfde periode in 2020 tot 8,1 miljard dollar. ‘De e-commercegigant wordt [sinds november] al door de Europese Commissie beschuldigd van misbruik van zijn machtspositie’, schrijft BBC. Brussel is van mening dat het bedrijf ‘gegevens over externe verkopers op zijn platform heeft gebruikt om de verkoop van eigen producten te stimuleren’.

    Ook in Duitsland houdt de mededingingsautoriteit Amazon in de gaten, aldus Die Zeit. ‘Een week geleden is het Bundeskartellamt een procedure tegen het bedrijf gestart.’ Amazon loopt het risico om als ‘preventieve maatregel’ een verbod te kunnen krijgen op bepaalde concurrentiebeperkende activiteiten.

  • Maatregelen tegen Belarus | Boekhandels verwoest in Gaza

    Maatregelen tegen Belarus | Boekhandels verwoest in Gaza

    Maatregelen tegen Belarus

    De leiders van de Europese Unie (EU) hebben besloten het luchtruim van Belarus te mijden en een nieuwe reeks sancties in te voeren tegen het regime van Aleksander Loekasjenka, die ervan beschuldigd wordt een Europees vliegtuig naar Minsk te hebben omgeleid om de dissidente blogger en journalist Roman Protasevitsj te kunnen arresteren. De EU eist zijn onmiddellijke vrijlating.

    Volgens Financial Times hebben de EU-leiders overeenstemming bereikt over ‘doelgerichte’ economische maatregelen tegen bedrijven en oligarchen die ervan worden beschuldigd het regime van president Loekasjenka gedurende 27 jaar te hebben gefinancierd. Ook roepen ze Europese luchtvaartmaatschappijen op om het Belarussische luchtruim te mijden, aldus de woordvoerder van de Europese Raadsvoorzitter Charles Michel.

    Het incident van zondag wordt dat door velen bestempeld als ‘kaping’ en ‘staatsterrorisme’

    Belarus is ‘geïsoleerd’ nu verschillende landen hebben besloten vluchten naar het land te verbieden, schrijft The New York Times. Deze maatregelen zijn ‘een zware slag’ voor het regime van Aleksander Loekasjenka, ‘de autoritaire president van Belarus, die al onderworpen was aan EU-sancties voor het schenden van mensenrechten tijdens de brute onderdrukking van protesten vorig jaar’ tegen zijn betwiste herverkiezing, aldus de krant.

    Volgens Politico Europe wekt de verklaring van de Europese leiders ‘de indruk van een snelle en krachtige reactie op het incident van zondag, dat door velen wordt bestempeld als “kaping” en “staatsterrorisme”’.

    Ook de VS veroordelen de ‘schandalige’ gebeurtenis en roepen op tot de vrijlating van Roman Protasevitsj: ‘De Verenigde Staten veroordelen met klem de omleiding van het vliegtuig en de arrestatie’, zo citeert The Hill de Amerikaanse president Joe Biden.

    De vader van Roman Protasevitsj vreest dat zijn zoon is gemarteld

    De Amerikaanse Nationale Veiligheidsadviseur Jake Sullivan sprak volgens The Hill met Svetlana Tichanovskaja, de Belarussische oppositieleider die nu in ballingschap in Litouwen is, en veroordeelde het incident met de Ryanair-vlucht. In een verklaring maakt Sullivan duidelijk ‘dat de Verenigde Staten, in coördinatie met de EU en andere bondgenoten en partners, het regime van Loekasjenka ter verantwoording zullen roepen’.

    De New York Times betwijfelt alleen of het allemaal zal helpen: ‘Er zijn geen aanwijzingen dat de toegenomen druk op Loekasjenka zijn vastberadenheid zal ondermijnen, vooral omdat de Russische president Vladimir Poetin hem onwankelbare steun geeft’. Volgens de krant wijst de ‘bekentenis’ van Roman Protasevitsj erop dat Loekasjenka zich onaantastbaar voelt: ‘Een pro-Loekasjenka Telegram-account toonde maandagavond laat een video van 29 seconden van Protasevitsj. Hij zit met de armen over elkaar aan een houten bureau en zegt tegen de camera dat hij zich in het centrale detentiecentrum nr. 1 van Minsk bevindt en “met maximale correctheid” wordt behandeld. Het doet denken aan andere biechtvideo’s die critici van Loekasjenka in de gevangenis moesten opnemen.’ In een interview met BBC zegt de vader van Roman Protasevitsj dat hij vreest dat zijn zoon is gemarteld.


    Israëlische luchtaanvallen verwoestten boekhandels in Gaza

    De grootste boekhandel in Gaza, de populaire Samir Mansour Boekshop, werd vorige week verwoest door een Israëlische luchtaanval, schrijft de literaire site Lithub. De winkel, die werd opgericht in 2008, had een voorraad van duizenden boeken, waaronder de grootste collectie Engelse literatuur in Gaza, en maakte ook deel uit van een uitgeverij die zich richt op Palestijnse schrijvers. Volgens het Israëlische leger was de aanval bedoeld was om tunnels van Hamas te vernietigen.

    ‘De liefde, creativiteit en talent die in deze magische plek zijn gestopt, zijn verdwenen‘

    ‘De Samir Mansour Bookshop, bestaande uit twee verdiepingen, werd 21 jaar geleden gebouwd en deed dienst als buurthuis en boekwinkel voor de lokale gemeenschap en voor Palestijnse schoolkinderen’, schrijven Mahvish Rukhsana en Clive Stafford Smith, twee mensenrechtenadvocaten. ‘Tienduizenden boeken zijn vernietigd. De liefde, creativiteit en talent die in deze magische plek zijn gestopt, zijn verdwenen. Als gevolg van de volledige belegering van de Gazastrook zijn bouwmaterialen extreem schaars en onbetaalbaar.‘ De twee advocaten zijn daarom op GoFundMe met een inzamelingsactie begonnen in de hoop de winkel weer op te kunnen bouwen. Op 25 mei was ruim 131.000 dollar van de beoogde 250.000 dollar opgehaald.

    ‘De boeken liggen misschien onder het puin, maar dat houdt ons niet tegen’, zo liet schrijver Nada Abu Mideen weten aan The National. ‘We zullen blijven schrijven om de wereld te laten zien dat we verdienen te leven.’

    Overigens was de Samir Mansour Bookshop niet de enige boekwinkel die deze week in Gaza werd vernietigd. In de Al-Thalatinystraat, die in de volksmond beter bekend staat als de Al-Maktabatstraat, ofwel ‘de straat met de boekwinkels’, werden andere winkels geheel of gedeeltelijk verwoest, zo meldt TRTWorld. Ook de Iqraa-bibliotheek zou zijn verwoest. In deze video van Middle East Eye vecht boekhandelaar Shaban Aslim tegen zijn tranen terwijl hij voor het puin van zijn boekhandel wordt geïnterviewd. Ook voor zijn winkel is een GoFundMe-actie gestart.


    Rusland bindt de strijd aan met buitenlandse techbedrijven

    De Russische federale communicatiewaakhond Roskomnadzor heeft gedreigd diensten van Google in Rusland te vertragen als het bedrijf niet binnen 24 uur voldoet aan verzoeken om bepaalde inhoud te verwijderen, zo schrijft The Moscow Times.

    Volgens de krant zegt Roskomnadzor dat Google er niet in is geslaagd 20 tot 30 procent van de links te verwijderen die verwijzen naar inhoud die verboden is in Rusland. Het zou gaan om inhoud die drugsgebruik promoot en kinderpornografie bevat en om berichten die minderjarigen zouden aanmoedigen om ongeoorloofde protesten bij te wonen.

    ‘Google voldoet niet volledig aan zijn verplichting om links naar internetsites met informatie die in ons land verboden is, uit de zoekresultaten in Rusland te verwijderen’, zo citeerde TASS, het door de staat gerunde persbureau, Roskomnadzor in een verklaring. Roskomnadzor zegt dat Google er niet in is geslaagd om zo’n 5.000 afzonderlijke links te verwijderen, waarvan er 3.500 verband zouden houden met ‘extremisme’.

    Navalny

    Rusland is momenteel bezig om de organisaties van Kremlincriticus Aleksej Navalny te bestempelen als ‘extremistisch’. Met dat label, dat momenteel wordt gebruikt tegen bijvoorbeeld Al-Qaida en IS, wordt het mogelijk de activiteiten van Navalny-getrouwen te verbieden.

    Het ultimatum van Roskomnadzor kwam enkele uren nadat Google zijn allereerste rechtszaak tegen Rusland had aangespannen vanwege eerdere eisen om content van YouTube te verwijderen. De Amerikaanse technologiegigant verweert zich tegen verzoeken die Roskomnadzor in januari indiende om twaalf video’s te verwijderen omdat ze minderjarigen zouden oproepen om deel te nemen aan ongeautoriseerde bijeenkomsten. Het bedrijf heeft daarom een rechtszaak aangespannen tegen Roskomnadzor bij het Arbitragehof van Moskou en een eerste hoorzitting is gepland voor 14 juli. Voorheen trad Google alleen op als verdachte of als derde partij in rechtszaken die tegen haar werden aangespannen door de Russische autoriteiten, meldde de zakenkrant Kommersant.

    Lees ook:

    Rusland begon eerder dit jaar met een spraakmakende campagne tegen een groot aantal socialemediareuzen vanwege de grote toename van berichten ter ondersteuning van Kremlincriticus Aleksej Navalny die na zijn terugkeer in Rusland in de gevangenis belandde. Roskomnadzor verzocht zowel buitenlandse als Russische technologiebedrijven, waaronder Facebook, VKontakte, TikTok, YouTube en Twitter om tienduizenden berichten, video’s en foto’s te verwijderen. Het is een van de vele terreinen waarop Rusland en Google de afgelopen maanden met elkaar botsen.

    Roskomnadzor is bereid Twitter te verbieden als het niet voldoet aan het verzoek om bepaalde content te verwijderen

    In een aparte verklaring zegt Roskomnadzor ook dat het een brief naar Google heeft gestuurd waarin wordt geëist dat het bedrijf een YouTube-video deblokkeert van het door de staat gerunde Sputnik France. Daarnaast ligt YouTube, eigendom van Google, onder vuur vanwege het blokkeren van het conservatieve, pro-Kremlin Tsargrad TV en het verwijderen van video’s van RT, het voormalige Russia Today, dat eveneens door het Kremlin wordt gestuurd. Volgens Google bevatten de video‘s desinformatie over het coronavirus.

    De Russische mededingingsautoriteiten zijn bezig met een onderzoek naar Google wegens vermeend misbruik van zijn marktdominantie. Door middel van wetten die vereisen dat Russische apps vooraf worden geïnstalleerd op alle smartphones die in Rusland worden verkocht, probeert Rusland de dominantie van buitenlandse bedrijven op de Russische softwaremarkt te verminderen.

    Toezichthouder Roskomnadzor is al bezig met een gedwongen vertraging van Twitter en zei eerder bereid te zijn het socialemediaplatform te verbieden als het niet voldoet aan het Russische verzoek om bepaalde content te verwijderen. Vorige week is ook een wetsvoorstel ingediend dat grote technologiebedrijven wil dwingen om kantoren in Rusland te openen. Doen ze dat niet dan wordt het Russische bedrijven verboden om bij hen te adverteren.

  • EU tegen VK: ‘Respecteer de rechten van onze burgers’ | ‘Marokko straft Spanje’

    EU tegen VK: ‘Respecteer de rechten van onze burgers’ | ‘Marokko straft Spanje’

    EU gaat VK streng toespreken: ‘Respecteer de rechten van onze burgers’

    Ondanks dat de brexitsoap tot een einde is gekomen, blijven de betrekkingen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk gespannen. De 27 lidstaten en Londen liggen met elkaar in de clinch over een zeer delicate kwestie: de behandeling van EU-burgers op Brits grondgebied, schrijft The Guardian.

    Lees ook:

    ‘Nadat enkele schandalen aan het licht zijn gekomen, zullen de EU-leiders met Boris Johnson spreken om ervoor te zorgen dat de rechten van hun burgers worden geëerbiedigd’, aldus de progressieve krant, die uitlegt dat ‘burgers van EU-landen vertellen dat zij zijn vastgezet nadat hun aan de grens de toegang tot het Verenigd Koninkrijk was geweigerd’.

    ‘Ik zat in een echte gevangenis met prikkeldraad en tralies voor de ramen’

    Een van die gevallen wordt beschreven in dagblad La Repubblica. Marta Lomartire, een Italiaanse die op 17 april de Britse grens over ging om in Londen als au pair te werken voor haar neef, beschrijft dat ze werd beschouwd als een illegale migrant omdat ze geen visum had. Ze werd overgebracht naar een gevangenis in de buurt van luchthaven Heathrow, waar ‘alles van me werd afgepakt, zelfs mijn mobiele telefoon. Ik zat in een echte gevangenis met prikkeldraad en tralies voor de ramen. Er zat ook een meisje uit Toscane dat al vijf dagen werd vastgehouden’, vertelt zij aan de Italiaanse krant.

    In een ander artikel, dat enkele dagen geleden is gepubliceerd, maakte The Guardian melding van van ten minste twaalf Europeanen die 48 uur op luchthaven Gatwick werden vastgehouden alvorens te worden uitgezet.

    Naar aanleiding van deze controverses heeft de Londense regering haar regels versoepeld voor EU-burgers met een gepland werkgesprek op Brits grondgebied. Zij worden niet langer vastgehouden en mogen zich verplaatsen, maar moeten aangeven waar ze tijdens hun verblijf zullen overnachten.

    Dit is niet genoeg voor de Europese Unie, die, volgens La Repubblica, bij monde van de Europese Raad, het Verenigd Koninkrijk binnenkort officieel gaat verzoeken ‘de rechten van de burgers van de EU te eerbiedigen’.


    Belarussische journalisten opgepakt, Loekasjenka breidt repressie uit

    De financiële opsporingsdienst van de KGB – de Belarussische veiligheidsdienst – heeft op dinsdag 18 mei een inval gedaan bij de redactiekantoren van ’s lands grootste onafhankelijke nieuwsportaal, Tut.by. De toegang tot de site werd geblokkeerd en de agenten arresteerden leidinggevenden en journalisten, waaronder redactrice Maria Zolotova. De huizen van sommigen van hen werden doorzocht.

    Officieel wordt de directie beschuldigd van belastingfraude. Maar Tut.by was bij uitstek het medium dat ruim aandacht besteedde aan de protesten van 2020 tegen president Aleksander Loekasjenka – aan de macht sinds 1994 – en de repressie die daarop volgde.

    ‘Dit is geen terugkeer naar het pre-internettijdperk, het is een sprong terug naar de middeleeuwen’

    Oppositieleider Viktor Babarika, die tot zijn arrestatie in juni de belangrijkste tegenstander van president Aleksander Loekasjenka zou zijn bij de Belarussische presidentsverkiezingen van augustus 2020, heeft onmiddellijk zijn steun betuigd. Vanuit de rechtbank waar hij momenteel terechtstaat voor het witwassen van geld, vertelde hij dinsdag aan de Belarussische website Nacha Niva: ‘[Dit] is een klap voor het recht van ieder mens om een mening te vormen, voor het recht van ieder mens om te denken. Dit is geen terugkeer naar het pre-internettijdperk, het is een sprong terug naar de middeleeuwen.’

    Dit is niet de eerste aanval op Tut.by. ‘De website heeft een aanzienlijke rol gespeeld bij het belichten van de huidige politieke crisis’, aldus politicoloog Arseni Sivitski op de website Salidarnast. ‘Aangezien de regering de strijd om de publieke opinie volledig heeft verloren (…) is repressie het enige wat nu nog werkt. Eerst werden de politiek en het maatschappelijk middenveld gezuiverd; nu zijn de media aan de beurt.’

    Repressieve wet

    Het regime breidt de repressie nog verder uit. Op maandag 17 mei, de dag voor de politie-inval bij de kantoren van Tut.by, ondertekende Loekasjenka een wet die de politie officieel de macht geeft om ‘vuurwapens en militair materieel te gebruiken om massale acties uiteen te drijven’.

    Lees ook:

    Deze wet ‘is een voortzetting van het beleid om de macht te beschermen tegen de woede van het volk’, schrijft het Russische dagblad Nezavissimaya Gazeta. De politie heeft ook het recht burgers te verbieden foto’s, video’s en geluidsopnames te maken tijdens politieacties. Agenten dragen altijd maskers en blijven anoniem.

    Burgers kunnen zelfs gevangenisstraffen krijgen voor het veroorzaken van ‘moreel leed’ bij politieagenten, een vrijbrief om mensen die online onwelgevallige berichten publiceren te straffen, schrijft de Russische krant.

    ‘We zijn getuige van de voltooiing van de wettelijke formalisering van staatsterreur in Belarus’, zegt de Belaussische politicoloog Pavel Usov tegen Nezavissimaya Gazeta. ‘Het doel van het beleid van Loekasjenka is (…) om van kritische stemmen misdadigers te maken. Collectieve terreur en dictatuur zijn de beste manier om het systeem te stabiliseren. Hoe meer volgzame handhavers er zijn, hoe langer het regime stand zal houden.’


    6000 migranten komen aan in Ceuta: ‘Marokko straft Spanje’

    Op maandag 17 mei bereikten bijna zesduizend migranten – jonge mannen, vrouwen en kinderen – vanaf de Marokkaanse stranden de Spaanse enclave Ceuta, gelegen in het noorden van Marokko. Eén persoon is verdronken, volgens de Spaanse autoriteiten.

    Met deze ‘migrantengolf’, die plaatsvond onder toeziend oog van de Marokkaanse grensbewaking – die aanvankelijk niet ingrepen – ‘straft Marokko Spanje’, kopt de Madrileense nieuwssite El Confidencial. Dit ‘record’ – veel hoger dan de 130 personen die eind april de kust van Ceuta bereikten – draagt bij tot de diplomatieke spanningen tussen de twee landen aan weerszijden van de Straat van Gibraltar.

    Lees ook:

    ‘De aanleiding voor het openen van de grenzen – hoewel Marokko ze tot 10 juni gesloten houdt vanwege de pandemie – is de ziekenhuisopname van Brahim Ghali, leider van Polisario [een onafhankelijkheidsbeweging in de Westelijke Sahara], in een ziekenhuis in Logroño’, schrijft het linkse dagblad Público.

    ‘De Marokkaanse autocratie gebruikt duizenden wanhopige mensen als drukmiddel’

    Rabat oefent al maanden druk uit op Madrid om de soevereiniteit van Marokko over de Westelijke Sahara openlijk te erkennen, ten nadele van het Sahrawi-volk, zoals de Verenigde Staten van Donald Trump op 10 december deden, overigens als enige westerse mogendheid.

    Op dinsdag 18 mei verklaarde de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken, Fernando Grande-Marlaska, tegen de middag dat 2700 van de 6000 migranten reeds naar Marokko waren teruggestuurd. Ter plaatse, in Ceuta, is het Spaanse leger ingezet om de plaatselijke politie te ondersteunen.

    ‘De Marokkaanse autocratie laat al jaren zien dat zij er geen morele problemen mee heeft te spelen met de hoop van duizenden mensen die de onzekerheid van hun land ontvluchten, en hen als drukmiddel te gebruiken’, schrijft het conservatieve dagblad El Mundo.

    De krant wijst erop dat in 2020 bijna 23.000 illegale migranten – voor het merendeel Marokkanen – aan land zijn gegaan op de Canarische Eilanden, gelegen tegenover de Atlantische kust van Noord-Afrika, waardoor dit gebied de belangrijkste toegangspoort voor illegale immigratie naar de EU is geworden.

    Lees ook:

    El Mundo roept de Spaanse regering op de controle van Marokko over de migratie ‘met diplomatie en vastberadenheid’ af te dwingen. Ook Público roept de regering op tot actie: ‘Zal Spanje voortaan luisteren naar het maatschappelijk middenveld, naar het Sahrawi-volk, naar de tientallen humanitaire organisaties die al decennia waarschuwen voor systematische schendingen van het internationale recht door Marokko?’

  • Het gevecht om de Peruaanse kiezer | 21 miljoen voor CEO AstraZeneca

    Het gevecht om de Peruaanse kiezer | 21 miljoen voor CEO AstraZeneca

    21 miljoen voor CEO AstraZeneca

    Pascal Soriot, de CEO van AstraZeneca, zal in 2021 18 miljoen pond (bijna 21 miljoen euro) gaan verdienen. De aandeelhoudersvergadering van de Anglo-Zweedse farmaceut keurde deze week het beloningsbeleid voor het topmanagement goed, ook al was dat zeker niet eensgezind. Het groene licht kwam dankzij het ‘ja’ van 60,19 procent van de uitgebrachte stemmen, terwijl een ‘aanzienlijk deel’ protesteerde, zoals AstraZeneca zelf erkende, schrijft Corriere della Sera.

    Sinds zijn aantreden in 2012 heeft Soriot in totaal 100 miljoen pond aan salaris ontvangen

    Investeerders met 39,8 procent van de aandelen, waaronder activistische beleggers en grote fondsbeheerders zoals Aviva Investors en Standard Life Aberdeen, stemden tegen. Door het nieuwe beloningsbeleid komt Soriot nu in aanmerking voor een bonus van tweeënhalf keer zijn basissalaris; voorheen was dat vastgesteld op twee keer. Sinds zijn aantreden in oktober 2012 heeft Soriot in totaal 100 miljoen pond aan salaris van AstraZeneca ontvangen.

    Het leiderschap van Soriot, een dierenarts die eerder voor Aventis en Roche werkte, is zonder twijfel goed geweest voor de multinational. In minder dan tien jaar is de aandelenkoers verdrievoudigd, waardoor de groep vandaag op 100 miljard pond wordt gewaardeerd.

    Lees ook:


    Spaanse koeriers voortaan in loondienst

    Het Spaanse kabinet heeft dinsdag een controversiële wet geratificeerd die voorschrijft dat online bezorgplatforms hun koeriers voortaan als werknemers moeten classificeren in plaats van als onafhankelijke contractanten, bericht Politico vanuit Brussel. Onder leiding van de Spaanse minister van Arbeid, Yolanda Díaz, begonnen de onderhandelingen daarover afgelopen herfst.

    ‘Koeriers zullen nu alle relevante arbeidsbescherming genieten’

    Uiteindelijk zijn vakbonden en bedrijfsverenigingen tot een akkoord gekomen en is de regering tevreden. ‘Koeriers worden nu beschouwd als werknemers in loondienst en zullen alle relevante bescherming genieten’, aldus Díaz.

    Desondanks vindt de UGT, een grote Spaanse vakbond die deelnam aan de onderhandelingen, de nieuwe wet veel te zacht. Bedrijven hebben nog drie maanden om aan de nieuwe regels te voldoen en de UGT vreest dat er in de tussentijd banen zullen sneuvelen.

    Ook bedrijven zijn ontevreden. Zo wijst Uber Eats op onderzoek dat voorspelt dat meer dan 75 procent van de dertigduizend Spaanse koeriers hun inkomen zullen verliezen en dat restaurants 250 miljoen euro aan extra inkomsten kwijt zullen zijn.

    Lees ook:


    2,7 miljard euro minder dan verwacht

    De federale regering van Duitsland heeft haar raming van de belastinginkomsten voor 2021 naar beneden bijgesteld. De federale, provinciale en lokale autoriteiten verwachten ongeveer 2,7 miljard euro minder te ontvangen dan in november werd gedacht. Corona heeft een enorm gat in de staatskas geslagen maar de regering verwacht dat het ergste binnenkort voorbij zal zijn, aldus het Duitse tijdschrift Focus.


    NRA is niet failliet

    De National Rifle Association (NRA) is niet failliet, zo heeft een federale rechter dinsdag geoordeeld. Die beslissing is een grote klap voor de oudste organisatie voor wapenrechten in de VS. De NRA vroeg op 15 januari faillissement aan om te kunnen verhuizen van New York naar Texas. Volgens rechter Harlin Hale was die faillissementsaanvraag een poging te kwader trouw van de NRA om een grote civiele rechtszaak te ontlopen die de New Yorkse procureur-generaal Letitia James vorig jaar heeft aangespannen met als oogmerk de organisatie in zijn geheel te ontbinden, schrijft Mother Jones.

    ‘De faillissementsaanvraag van de NRA is ingediend in een poging om een oneerlijk procesvoordeel te verkrijgen’, aldus de rechter

    ‘De rechtbank oordeelt, op basis van alle omstandigheden, dat de faillissementsaanvraag van de NRA is ingediend in een poging om een oneerlijk procesvoordeel te verkrijgen in de handhavingsactie van de procureur-generaal’, aldus de rechter. De beslissing komt na wekenlange hoorzittingen met huidige en voormalige NRA-medewerkers. Hun getuigenissen zouden corruptie van de NRA aan het licht hebben gebracht.


    Ahmadinejad is weer presidentskandidaat Iran

    De voormalige ultraconservatieve Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad stelt zich kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 18 juni. Volgens de Iraanse staatstelevisie heeft hij woensdag de vereiste registratieformulieren ingevuld, bericht Radio Free Europe/RFL.

    Met de nucleaire programma tijdens zijn twee vorige ambtstermijnen tussen 2005 en 2013, dreef de 64-jarige ex-burgemeester van Teheran zijn land herhaaldelijk tot confrontaties met het Westen. Zijn omstreden herverkiezing in 2009 leidde tot de grootste massaprotesten sinds de Islamitische Revolutie van 1979. In 2017 werd hij uitgesloten van de verkiezingen.

    Ahmadinejads politiek kenmerkt zich door dreigementen tegen Israël, Holocaustontkenning en beweringen dat er Iran geen homoseksuelen zijn

    Zijn politiek kenmerkt zich door dreigementen tegen Israël, ontkenning van de Holocaust en beweringen dat er Iran geen homoseksuelen zijn, en droeg bij aan de marginalisering van Iran op het internationale toneel. In eigen land kreeg hij steun van het platteland door te strooien met geld en met programma’s voor woningbouw, maar zelfs enkele van zijn meest conservatieve bondgenoten lieten hem tegen het einde van zijn presidentschap in de steek.


    Historische villa te koop

    Een historische villa op Capri, die sinds 1996 in bezit is van de Italiaanse acteur Christian De Sica en zijn vrouw, staat te koop. Het complex werd tussen 1900 en 1903 ontworpen door de Amerikaanse schilder Elihu Vedder, en kunstenaars als de Engelse schrijver D.H. Lawrence, Cy Twombly en Joseph Beuys brachten er tijd door, schrijft het Italiaanse nieuwsplatform ANSA.

    De villa van 250 vierkante meter biedt uitzicht over Capri, de baai van Napels en de Golf van Salerno, telt twee verdiepingen, en is omgeven door een tuin met citrus- en olijfbomen. Prijs van vele miljoenen op aanvraag bij makelaar Lionard Luxury Real Estate uit Florence.


    Gevecht om de Peruaanse kiezer

    Uit de laatste opiniepeilingen in Peru blijkt dat de afstand tussen de socialistische koploper Pedro Castillo en de conservatieve Keiko Fujimori snel kleiner wordt in aanloop naar de presidentsverkiezingen van 6 juni, bericht Mercopress.

    Veel investeerders en bedrijven vrezen voor een scherpe bocht naar links met Castillo, een onderwijzer afkomstig van het Peruaanse platteland. Fujimori, dochter van oud-president Alberto Fujimori die een gevangenisstraf van zevenenhalf jaar uitzit wegens corruptie en mensenrechtenschendingen, wakkert die vrees aan. Ze noemt Castillo een linkse extremist die de recente economische vooruitgang van het Andesland in gevaar zal brengen met zijn programma voor nationalisaties door de overheid.

  • Wie weet een nieuwe naam voor Armeense cognac?

    Wie weet een nieuwe naam voor Armeense cognac?

    Een groep Armeense experts staat voor een bijzondere uitdaging: Armeense brandewijn onder een nieuwe naam bekend maken, promoten en op de markt brengen.

    De ‘cognac’ die Armenië al 130 jaar produceert, zal van naam moeten veranderen. Dat staat in de samenwerkingsovereenkomst met de Europese Unie, die op 1 maart in werking is getreden. De overeenkomst tussen de EU en Armenië houdt in dat beide partijen ‘ernaar streven om hun samenwerking op alle mogelijke gebieden te versterken en te verdiepen’.

    Maar de overeenkomst zou de verkoop van Armeense cognac schade kunnen toebrengen. De drank, die in het Russische rijk en vervolgens in de Sovjet-Unie werd beschouwd als ‘visitekaartje’ van Armenië, is ‘een onmisbare souvenir om mee te nemen van je reis naar dit land’, schrijft de Russische krant Argoumenty i Fakty.

    Overgangsperiode

    Volgens de voorwaarden van de overeenkomst met de EU en op dringend verzoek van Frankrijk, moet Yerevan geleidelijk de naam ‘cognac’ laten gaan. Armenië zal de drank tot 2032 onder deze naam kunnen exporteren, maar alleen op post-Sovjet-grondgebied.

    Dan profiteert Armenië van een overgangsperiode van tien jaar, tot 2043, om de resterende voorraden te verkopen. Als het land deze voorwaarde niet respecteert, moet het voorkomen voor internationale commerciële arbitrage.

    Er is een groep Armeense specialisten samengesteld die tegen 2026 ‘een nieuwe naam voor de drank [moet] vinden en nadenken over herpositionering van het merk, een lang en duur proces’, maar essentieel om het ‘marktaandeel te behouden’, legt de site News Armenia uit.

    ‘Armenië kan en zal haar unieke product behouden, en de Armeense regering hoeft alleen maar uit te zoeken hoe ze de expertise en ervaring die in de loop van de eeuwen is opgedaan effectief kan inzetten’, adviseert de Russische marktspecialist Spirits Sergei Lichtchiouk, geciteerd door de site Sputnik Armenia.

    Druivenrassen uit de Araratvallei

    De productie van cognac in Armenië begon in 1887 op initiatief van Nersès Taïrian, een rijke zakenman. De wijnbrandewijn werd gedistilleerd ‘volgens klassieke Franse methode’ en met distillaten en vaten die uit Frankrijk werden geïmporteerd, schrijft Armedia.

    Om Armeense cognac te maken, worden endemische druivensoorten uit de Araratvallei gebruikt, die met name voorkomen in de dorpen Voskéat, Garandmak, Tchilar, Mskhali, Kangoun, Banants, Kakhet, Mekhali.

    Na de Russische revolutie van 1917 werd de productie genationaliseerd. De Yerevan Ararat-distilleerderij, genoemd naar de heilige berg van de Armeniërs, gelegen in Anatolië (het huidige Turkije), verhuisde naar Yerevan. De kelders vormen nu de oplslagplaats van tientallen miljoenen liter sterke drank.

    Het eerste Europese verzoek om de naam van Armeense cognac te wijzigen dateert uit 1959, aldus de Armeense site. Voor de export wordt de drank op de markt gebracht onder de namen Naïri, brandy Ararat en Dvin brandy Ararat.

    De productie van de Yerevan-distilleerderij was niet alleen ‘lekker en van hoge kwaliteit’, maar ook ‘betaalbaar’

    De productie van de Yerevan-distilleerderij was niet alleen ‘lekker en van hoge kwaliteit’, maar ook ‘betaalbaar’, volgens de Armeense krant Novoye Vremia.

    ‘In de Sovjet-tijd was Armeense cognac bestemd voor de buitenlandse markt’, schrijft de Russische website Life.ru. In 1975 exporteerde de Sovjet-Unie 359.850 liter van deze drank. In 1998 werd de distilleerderij overgenomen door de Franse groep Pernod Ricard, ‘een van de zeldzame keren in de geschiedenis van onafhankelijk Armenië dat privatisering gunstig is geweest voor het bedrijf en het land’, merkt Argoumenty i Fakty op.

    Het merk heeft veel geïnvesteerd om de productie te ‘moderniseren’, maar ‘zonder zich te mengen in de traditionele technologie die de afgelopen decennia door Armeense meesters is ontwikkeld’, waaronder de beroemde Markar Sedrakian.

    Om niemand te beledigen, exporteert Pernod Ricard ‘cognac’, geschreven in het cyrillisch, naar ex-Sovjetlanden, en ‘brandy’ naar Europa. ‘Er was geen andere mogelijkheid‘, aldus Novoïé Vremia. De krant haalt een teleurgestelde Armeense cognacliefhebber aan, die voorstelde ‘een Armeens dorp Cognac te noemen en de Fransen hartelijk te groeten vanuit het Armeense Cognac’.

    Hoe het ook mag heten, Armeense cognac wordt in groten getale geëxporteerd (gemiddeld 10 miljoen liter per jaar) en blijft prijzen winnen op prestigieuze internationale beurzen, zoals op 17 maart de gouden medaille voor Ararat Naïri (een blend uit 1967 en houder van dertig internationale medailles) in de vierde London Spirits Competition, ‘tegen de Franse, Amerikaanse, Spaanse en Ierse concurrenten’. De Armeense plaats Verelq is er trots op.

  • Algerije zucht onder hoge voedselprijzen | Biden: Rusland achter cyberaanval

    Algerije zucht onder hoge voedselprijzen | Biden: Rusland achter cyberaanval

    Algerije zucht onder hoge voedselprijzen

    Half april, aan het begin van de Ramadan, luidde Mustapha Zebdi, voorzitter van de Algerijnse Vereniging voor Consumentenbescherming (Apoce), al de noodklok over de stijgende voedselprijzen in Algerije. ‘In veel opzichten is deze Ramadan een van de moeilijkste in tijden. We bevinden ons nog steeds in een pandemie en in een moeilijke sociaal-economische situatie met een onstabiele markt.’ Zebdi had een vooruitziende blik, zo blijkt uit een bijdrage van columnist Kenza Adil, in TSA, een online nieuwsmedium uit Algerije. ‘We zien een nieuw scenario. Gewoonlijk stijgen de prijzen van groenten en fruit in Algerije aan het begin van de Ramadan en keren ze na de eerste week terug naar normaal niveau. Maar gedurende deze Ramadan heeft de opwaartse trend zich alleen maar voortgezet.’

    Op de markten in hoofdstad Algiers die Adil vorige week bezocht waren de prijzen allesbehalve gedaald. Sterker nog, schrijft Adil, de prijzen grenzen soms aan het onfatsoenlijke. Fruit is onbetaalbaar. Vers aangevoerde kersen worden verkocht voor bedragen tussen de 2.500 en 5.000 Algerijnse dinar (15 tot 30 euro) per kilo. Een kilo lokaal geteelde appels kost 900 dinar (5,50 euro), perziken gaan voor 750 dinar (4,60 euro) en nectarines voor 850 dinar(5,20 euro).

    ‘Mensen met een bescheiden beurs moeten verhongeren’

    De mensen die Adil op de markten spreekt, zijn vol ongeloof: ‘Ondanks alle beloftes van de overheid over prijsbeheersing, zijn de prijzen nog nooit zo absurd hoog geweest,’ zegt een zestigjarige. ‘Kijk nou. Alles is er, maar alleen de rijken kunnen hun manden vullen en mensen met een bescheiden beurs moeten verhongeren. Er is geen genade voor ons, zelfs niet tijdens de heilige maand! Ik kan alleen nog op God vertrouwen, dat is alles!’

    Op alle markten is het verhaal hetzelfde: er is een grote keuze uit groenten en fruit, maar die is onbetaalbaar voor grote lagen van de bevolking. Volgens een verkoper zijn het vooral buitenlanders die zijn producten kopen. ‘Die hebben meer koopkracht.’

    Lees ook:

    Het leed is te lezen in de ogen van de mensen die over de markt dwalen, schrijft Adil. Veel mensen kopen nu slechts zeer kleine hoeveelheden. ‘Vroeger was alleen het vlees te duur. Nu kunnen we onze mand niet eens met groenten vullen,’ zegt een man tegen hem. ‘En wat fruit betreft, zelfs het zogenaamde seizoenfruit is een luxe geworden.’ Een vrouw mengt zich in het gesprek: ‘Over welk fruit heb je het? De bananen die uit Ecuador komen, kosten evenveel als een kilo mispels die hier worden geproduceerd. Dit gaat nergens meer over!’

    ‘Sinds enkele maanden zijn de prijzen van alle consumentenproducten onderhevig aan aanzienlijke inflatie’, schrijft Adil. ‘Met ongekende prijsstijgingen bracht Ramadan de genadeslag toe aan de middelste lagen van de bevolking. Bij gebrek aan controle, gaven handelaren zich over aan hectische speculatie en ze legden hun dictaat op. Zullen deze idiote prijzen nu kalmeren na Ied al-Fitr [het Suikerfeest]?’ Algerijnen zullen na vandaag, als de Ramadan eindigt, antwoord krijgen op die vraag.


    Biden beschuldigt Rusland van cyberaanval

    De Amerikaanse president Joe Biden beschuldigt hackers, ‘gevestigd in Rusland’, van de recente cyberaanval op Amerikaanse pijpleidingen. ‘Op dit moment hebben onze inlichtingendiensten geen bewijs van Russische betrokkenheid’, zei de Amerikaanse president, maar ‘er zijn aanwijzingen dat actoren en eisers van ransomware zich in Rusland bevinden’.

    De federale politie zei eerder in een verklaring dat het Darkside-netwerk verantwoordelijk was voor de aanval vorige week op de netwerken van Colonial Pipeline, een van de grootste Amerikaanse beheerders van pijpleidingen, die bijna de hele oostkust van benzine en diesel voorziet, aldus CNN. Door veel experts wordt de criminele groep Darkside ervan verdacht onder een hoedje te spelen met Moskou.

    Om de infrastructuur te beschermen heeft Colonial Pipeline afgelopen vrijdag alle operaties stopgezet, waardoor de olievoorziening in het noordoosten van het land in gevaar komt. De situatie blijft ‘wisselvallig’, liet het bedrijf maandag weten. Het netwerk zal ‘gefaseerd’ worden heropend, met als doel de meeste activiteiten tegen het einde van de week weer te kunnen hervatten.

    Lees ook:


    Win-winsituatie als Groot-Brittanië de oorlog met Frankrijk verliest

    Columnist Ed Cumming betoogt op humoristische wijze in The Guardian dat Londen hoe dan ook verslagen tevoorschijn zal komen uit de visserij-oorlog met Parijs. Hij vindt dat aanbevelenswaardig.

    ‘Als deze week iets heeft aangetoond’, schrijft Cumming, ‘is het dat oorlog met Frankrijk een van de weinige dingen is die de steun van alle partijen geniet. Brexiteers zijn blij omdat ze vooral hunkeren naar gewapende conflicten met de arrogant frogs [‘frogs’ is de Britse scheldnaam voor Fransen]. Remainers zijn blij omdat ze altijd zeggen dat Brexiteers hunkeren naar een gewapend conflict met de arrogant frogs, en ze hunkeren naar gelijk, ook al strijden ze voor een verloren zaak.

    ‘In moeilijke tijden moeten we dankbaar zijn voor deze vluchtige momenten van eensgezindheid’

    Behalve dan geld krijgen van de overheid om niet te werken, was het de afgelopen jaren moeilijk om een ander idee te vinden dat door iedereen met zoveel enthousiasme wordt omarmd. In moeilijke tijden moeten we dankbaar zijn voor deze vluchtige momenten van eensgezindheid.

    Ik heb net zoveel zin in het conflict als ieder ander, tenzij je op het Isle of Wight woont, maar ik ben bang dat onze bewindvoerders niet goed hebben nagedacht over de implicaties. Want er zal maar één winnaar zijn: Frankrijk. Ondanks al het gepraat over overgave door de Fransen, kunnen er geen duidelijkere lessen uit de geschiedenis worden getrokken. Telkens als wij Frankrijk versloegen, in de Napoleontische of Zevenjarige Oorlogen, deden we dat met Duitse hulp. Als we het alleen probeerden te doen, moesten we naar huis rennen met onze bulldogstaartjes tussen de benen; tijdens de Honderdjarige Oorlog, de oorlog van 1778, de Normandische verovering. Ik weet niet zeker of mevrouw Merkel daar op zit te wachten.

    Hoop

    Er zullen enkele vroege momenten van hoop zijn. Onder leiding van Dominic Raab in volledige uitrusting met scheenbeschermers, zal de SAS [de Britse commandotroepen] met parachutes uit hun vliegtuigen springen en onze voorouderlijke drankmagazijnen aan de overkant van het Kanaal in beslag nemen. De burgers van Calais zullen onder dwang les burgers Anglais krijgen die ze in de jaren 90 zo grof hadden durven weigeren [Burger King sloot in 1997 negenendertig restaurants in Frankrijk wegens gebrek aan belangstelling].

    Maar het zal niet lang duren. Na verloop van tijd zal het Vreemdelingenlegioen door Oxford Street marcheren, terwijl hun generaals Mr. Bean-dvd’s en Oasis-albums plunderen uit het rokende wrak van winkelketen HMV. Rowan Atkinson zal uiteindelijk in de stijl van Saddam uit zijn bunker worden gehaald, en worden gedwongen om twintig uur per dag Mr. Bean-sketches op te voeren. De koningin zal worden verbannen naar Balmoral in de nieuwe onafhankelijke vazalstaat Schotland, en worden vervangen door marionet Arsène Wenger als overgangsleider. Als Macron uiteindelijk zijn nieuwe onderkomen aan Downing Street binnenstapt, zal hij meewarig zijn hoofd schudden over de verdorven extravagantie van het aanwezige behang, die laatste ademtocht van de huidige kwaadaardige en corrupte regering.

    Mijn familie is komen aanwaaien in 1066 en ik ben in tweestrijd. Ben ik blij dat we de oorlog met Frankrijk zullen verliezen? Het is moeilijk te zeggen. Volgens hun gewoonte zullen onze nieuwe leiders elke open plek van elk plukje gras ontdoen en het vervangen door dat rare roze grind waar ze zo geobsedeerd door zijn. Eton behoudt zijn naam, maar zal een nieuwe rol krijgen als Ecole Technocratique Nationale.

    Omdat onze vakantiesteden niet langer in staat zullen zijn zich te profileren in patriottische oppositie met hun Franse tegenhangers, zullen ze verlaten worden, met desastreuze gevolgen voor de huizenprijzen. Marmite- en baked beans-fabrieken zullen worden opgeblazen. In plaats van een Byzantijnse dans van samenzwering en interviews, zal de nieuwe serie van Line of Duty een zes uur durende versie worden van geile studenten die door agenten in elkaar worden geslagen. Nu Daft Punk is opgeheven, zal er geen hoofdact voor Glastonbury zijn. Koffie wordt ondrinkbaar en, vreemd genoeg, thee ook.

    ‘Overal zal wijn zijn, behalve in McDonald’s, waar bier zal zijn’

    Maar het zal niet allemaal zo beroerd zijn. Frankrijk wordt soms omschreven als een paradijs dat wordt bevolkt door mensen die denken dat ze in de hel leven, het tegenovergestelde van Surrey, dus. Er zullen voordelen zijn: een gekookt ontbijt wordt verboden, en worden vervangen door een ontbijt op kamertemperatuur en lunch wordt verplicht. Pret a Manger wordt in beslag genomen door de staat, tijdelijk worden omgedoopt tot Ready to Eat en vervolgens met de grond gelijk gemaakt om anderen een kans te geven. Gekonfijte eend uit blik hoeft niet meer in de kofferbak van gezinsauto’s te worden gesmokkeld, maar zal in elke kiosk verkrijgbaar zijn.

    Overal zal wijn zijn, behalve in McDonald’s, waar bier zal zijn. De prijs van Greggs worstenbroodjes zal door de staat worden gelimiteerd. Het zal geld kosten om op de snelwegen te rijden, maar ze zullen allemaal in uitstekende staat zijn.

    In plaats van onze politici te berispen voor buitenechtelijke escapades, worden we gedwongen ze te bejubelen en in plaats daarvan zullen we iedereen uitschelden die de fout maakte met hun geliefde te trouwen. Het zal onmogelijk zijn om een baan te krijgen, maar ook om ontslagen te worden. Iedereen zal minder werken, maar op onverklaarbare wijze productiever zijn. Iedereen gaat op 62-jarige leeftijd met pensioen, behalve machinisten die al op 52-jarige leeftijd met pensioen gaan. Alle ouders krijgen toegang tot goedkope kinderopvang. We zullen een volkslied hebben met een herkenbaar deuntje.

    Als we de oorlog met Frankrijk verliezen, is Engeland de winnaar.’

    Lees ook:

  • Algorithm Hill moet het Indonesische Silicon Valley worden | Duitsland wil vaccinpatenten beschermen

    Algorithm Hill moet het Indonesische Silicon Valley worden | Duitsland wil vaccinpatenten beschermen

    Is het Indonesische Silicon Valley gedoemd te mislukken?

    ‘In de digitale wereld wordt God Algoritme genoemd. Zijn almacht wordt uitgedrukt in wiskundige reeksen die ons gedrag kunnen voorspellen. Misschien is dat de reden waarom de Indonesische politicus van de Democratische Partij Budiman Sudjatmiko en zijn partner, zakenman Danny Handoko, besloten een technologisch onderzoekscentrum te bouwen in Sukabumi, West-Java, dat zij Bukit Algoritma [‘Algoritmeheuvel’] noemden’, schrijft weekblad Tempo.

    Bijna 1,8 biljoen Indonesische roepiah (meer dan 100 miljoen euro) is geïnvesteerd in de eerste fase van de ontwikkeling van Algorithm Hill, een onderzoekscentrum voor neurowetenschappen, nanotechnologie, kwantumtechnologie, zonneceltechnologie, landbouw, gezondheidszorg, luchtvaart- en ruimtevaarttechnologie. De twee projectontwikkelaars, die onlangs een partnerschap zijn aangegaan met het staatsbouwbedrijf PT Amarta Karya, zijn schijnbaar niet te stoppen.

    ‘Zelfs niet door de coronapandemie’, schrijft The Jakarta Post, ‘die juist de verschuiving van consumenten naar digitale platforms heeft versneld, onder meer in de gezondheids- en onderwijssector, als gevolg van mobiliteitsbeperkingen. Hierdoor groeide de bruto handelswaarde (GMV) van de online-economie [in Indonesië] met 11 procent, en verdubbelden de investeringen in de sector tot 2,8 miljard dollar in de eerste helft van 2020, volgens het “E-Conomy SEA 2020 Report” van Google, Temasek en Bain & Company.’

    Handicaps

    Maar het terrein van 888 hectare, gelegen in een bergachtig gebied op meer dan twee uur van Jakarta, aan het eind van een hobbelige weg, omgeven door palmolieplantages, heeft een slechte internetverbinding, vooral via mobiele breedband. Deze en andere handicaps kunnen gemakkelijk worden overwonnen, zegt Budiman Sudjatmiko tegen The Jakarta Post. Hij geeft aan in gesprek te zijn met een Amerikaanse investeerder die het project van kapitaal wil voorzien.

    ‘Zou dit megalomane project een truc zijn van de projectontwikkelaars om te profiteren van belastingvoordelen?’

    ‘Zou dit megalomane project een truc zijn van de projectontwikkelaars om te profiteren van belastingvoordelen?’ vraagt Tempo zich af. Bij een recente presidentiële verordening zijn buitenlandse investeringen in startende ondernemingen binnen speciale economische zones namelijk vrijgesteld van belastingen.

    The Jakarta Post is zeer sceptisch over het vermogen van Algorithm Hill om Indonesische en buitenlandse wetenschappers aan te trekken: ‘Vooral omdat het aantal wetenschappers per hoofd van de bevolking in het land constant is gebleven op ongeveer 215 per 1 miljoen, volgens de gegevens van 2017 en 2018 van de UNESCO.’

    Tempo schrijft dat Silicon Valley ook niet van de ene dag op de andere tot stand is gekomen, maar zich in de jaren dertig begon te ontwikkelen dankzij een professor van de Stanford-universiteit, Frederick Terman, die twee van zijn studenten, William Hewlett en Dave Packard, aanmoedigde een bedrijf in het gebied op te richten.

    ‘Het voordeel van Silicon Valley is het bestaan van een ecosysteem: de campus van de Stanford-universiteit, bedrijven die voortdurend miljoenen dollars injecteren in startende bedrijven, een netwerk van onderling verbonden technologiebedrijven en een reeks wetten die mobiliteit en concurrentie aanmoedigen’, analyseert Tempo.

    ‘Onze politici vallen al snel voor mooie woorden over technologie en IT’

    Voor Algorithm Hill gaat dit niet op, aldus het weekblad: ‘Onze politici vallen al snel voor mooie woorden over technologie en IT. Zij hebben hun mond vol van Indonesiës digitale transformatie, maar niet het geduld om de kiem te leggen voor langetermijninvesteringen in een ecosysteem van onderzoek en onderwijs.’


    Congolese president geeft het leger de macht in het oosten van het land

    Het was een campagnebelofte van de president van de Democratische Republiek Congo (DRC), Félix Tshisekedi: een einde maken aan de onveiligheid. Terwijl de staat machteloos is geworden, zullen de provincies Noord-Kivu en Ituri vanaf 6 mei gedurende dertig dagen volledig aan het leger worden toevertrouwd. In dit wetteloze gebied rust alle hoop op deze nieuwe radicale oplossing.

    ‘Félix Tshisekedi is klaar om te vechten’, jubelt het Congolese dagblad La Prospérité. ‘Dertig dagen om vrede te brengen in het Oosten!’, kopt site AfricaNews.

    Een staat van beleg van een maand, afgekondigd door de Congolese president Félix Tshisekedi, gaat op 6 mei van kracht in Noord-Kivu en Ituri, twee regio’s die worden omschreven als ‘broeinesten van gewapende groepen die er al jaren de scepter zwaaien’, aldus de Burkinese krant Le Pays. Het was in de regio Noord-Kivu dat de Italiaanse ambassadeur in de DRC op 22 februari 2021 werd vermoord.

    Lees ook:

    ‘Het doel is snel een einde te maken aan de onveiligheid die de plaatselijke bevolking dagelijks decimeert’

    Concreet houdt het besluit van de Congolese president in dat de civiele autoriteiten in Noord-Kivu en Ituri volledig worden vervangen door het leger, gesteund door de Congolese Nationale Politie (PNC). Deze neemt de controle over op alle administratieve niveaus. Voor de gelegenheid werden op bevel van president Félix Tshisekedi twee militaire gouverneurs aan het hoofd van deze regio’s benoemd. Het doel is ‘snel een einde te maken aan de onveiligheid die de plaatselijke bevolking dagelijks decimeert’, aldus Radio Okapi.

    De volledige overdracht van de regio aan het leger is voorgesteld als een proportioneel antwoord op de macht van de ongeveer honderd gewapende groepen die de regio teisteren. Onder hen bevinden zich de Geallieerde Democratische Strijdkrachten, Oegandese rebellen die banden hebben met de Islamitische Staat (IS); de Democratische Strijdkrachten voor de Bevrijding van Rwanda, die hun toevlucht hebben gezocht in de bossen van Kivu; maar ook andere milities, aangetrokken door de rijkdommen van de mijnen.


    Duitsland verzet zich tegen het vrijgeven van patenten op coronavaccins

    Angela Merkel heeft donderdag (6 mei) het aanbod van de VS om de patenten op coronavaccins op te heffen, afgewezen. Een standpunt dat niet veel goeds voorspelt voor de besprekingen over dit onderwerp binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

    Lees ook:

    Voor de Duitse regering zijn ‘de productiecapaciteit en de kwaliteitscontrole de belangrijkste belemmeringen voor een bredere toegang tot vaccins – niet de intellectuele eigendomsrechten’, schrijft Deutsche Welle.

    ‘De bescherming van intellectueel eigendom is een bron van innovatie en moet dat ook blijven’, aldus de Duitse regeringswoordvoerder.

    Meningsverschil

    Dit ‘meningsverschil’ tussen Duitsland en de Verenigde Staten – dat zich woensdag voorstander verklaarde van het vrijgeven van patenten, nadat het zich daar eerder fel tegen had verzet – is ‘het eerste grote geschil tussen de twee economische grootmachten, en dreigt de besprekingen in de WTO te blokkeren en de betrekkingen binnen de G7 te verzuren’, analyseert The Guardian, die verder schrijft dat een WTO-besluit over het eventueel opheffen van patenten unaniem moet worden genomen.

    Dit weerhield de directeur-generaal van de WTO, Ngozi Okonjo-Iweala, er niet van om de aankondiging van de VS ‘van harte’ te verwelkomen, aldus Reuters.

    ‘We moeten dringend actie ondernemen tegen covid-19, omdat de wereld toekijkt en er mensen sterven’

    ‘We moeten dringend actie ondernemen tegen covid-19, omdat de wereld toekijkt en er mensen sterven’, zei Okonjo-Iweala, voordat ze India en Zuid-Afrika – de initiatiefnemers van het verzoek om vrijstelling van vaccinpatenten – opriep om ‘zo snel mogelijk’ een herziene versie van hun voorstel in te dienen, ‘zodat de onderhandelingen kunnen beginnen’.

    Europese ambtenaren en diplomaten hebben gewaarschuwd dat ‘dergelijke besprekingen maanden in beslag zullen nemen en slechts zullen resulteren in het gedeeltelijk vrijgeven van de patenten, omdat de Europese Unie en de Verenigde Staten waarschijnlijk niet zullen instemmen met het afstaan van de revolutionaire mRNA-technologie [die onder andere gebruikt wordt in de vaccins van BioNtech/Pfizer en Moderna] aan China’, aldus Bloomberg.

  • Hoe wordt toerisme nieuw leven ingeblazen?

    Hoe wordt toerisme nieuw leven ingeblazen?

    Nu de zomer nadert, zijn veel landen zich aan het beraden op een manier om zo veel mogelijk toeristen te kunnen verwelkomen. De strategie per land loopt daarbij nogal uiteen.

    Europa werkt aan een vaccinatiepaspoort, Mexico stelt zijn stranden wijd open alsof de pandemie nooit heeft bestaan, Turkije rekent op huwelijkstoerisme… Nu vaccinatiecampagnes die over de hele wereld in een stroomversnelling raken, Amerikanen hun vakantie voorbereiden en luchtvaartmaatschappijen hun luchtwassers uit de kast halen, zal het zomerseizoen van 2021 er heel anders uitzien dan dat van 2020, dat grotendeels werd geannuleerd door de pandemie. Maar het zal ook niet zijn zoals het voor corona was. 

    Europa: het nieuwe paspoort

    Het vooruitzicht om de zomervakantie op ‘het oude continent’ door te brengen krijgt voor steeds meer toeristen vorm, met name Amerikanen. De Europese Unie voert tegen juni een ‘digitaal groen certificaat’ in, een soort vaccinatiepaspoort. Op de Amerikaanse zender CBS zinspeelde Emmanuel Macron op een geleidelijke opheffing van de beperkingen aan de grenzen, ondanks de nog steeds zorgwekkende gezondheidstoestand, en riep hij Amerikanen op naar Europa te komen.

    Een paar dagen eerder stelde The Washington Post echter een probleem aan de orde. Nu ‘veel landen ongeduldig wachten op de terugkeer van Amerikaanse toeristen en hun dollars’, schreef het Amerikaanse dagblad, ‘kunnen er nogal verontrustende verschillen tussen reizigers en inwoners optreden’. De introductie van het Europese vaccinatiepaspoort houdt in dat geïmmuniseerde mensen een streepje voor hebben.

    Terwijl vaccinatiecampagnes in Europa te maken hebben met ‘vertragingen en beperkingen bij de levering van AstraZeneca’, hebben de Verenigde Staten ongeveer een derde van de bevolking ingeënt – een gang van zaken die bij Europeanen tot grote frustratie zou kunnen leiden. 

    The Washington Post verwijst naar de situatie in Spanje afgelopen winter. Terwijl Europese toeristen konden profiteren van de heropening van bars en restaurants, was het Spanjaarden zelf niet toegestaan om tussen regio’s te reizen.

    Mexico: niks aan de hand

    Sinds het uitbreken van de pandemie heeft Mexico de radicale keuze gemaakt om een ​​sleutelsector van zijn economie, het toerisme, te sparen: de grenzen bleven open en reizen tussen de dertig deelstaten waren toegestaan. Tijdens Kerstmis en Pasen gingen beelden van Mexicaanse en buitenlandse toeristen op de stranden van Acapulco of Cancún de wereld over. Opvallend was ook dat maar weinigen zich aan de al schaarse regels hielden: afstand houden en een gezichtsmasker dragen.

    Volgens dagblad El Financiero zijn de inkomsten van buitenlandse toeristen (75 procent Amerikaans) in 2020 desondanks met 13,5 miljard dollar gedaald ten opzichte van het voorgaande jaar. In termen van sterftecijfers is Mexico het op een na meest getroffen land ter wereld, na Jemen.

    Turkije: huwelijkstoerisme

    Ook Turkije probeert het toeristenseizoen te redden. Het land verwelkomde in 2020 15 miljoen bezoekers, een daling van 69 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Om reizigers aan te trekken, is het land op alles voorbereid, tot strikte herfinanciëring (van 29 april tot 17 mei).

    Er is echter een nieuwe sector in opkomst: huwelijkstoerisme. Terwijl in veel landen ceremonies om gezondheidsredenen worden geannuleerd of via videoverbinding plaatsvonden, bieden Turkse reisbureaus bruiloftsfeesten aan langs de kust, meldt online media Haber7. De stad Bodrum, met zijn chique restaurants, zou bijvoorbeeld zeilexcursies aanbieden. 

    De doelgroep bestaat uit Russen, maar ook Britten. Volgens de krant Aksam  leidde de bruiloft van voormalig Manchester United-speler Rio Ferdinand in september tot een storm van kritiek, waarna deze zomer tot 1500 Britse stellen zich aan de Turkse kust lieten huwen, met zo’n 150.000 toeristen in hun kielzog.

    In Kroatië word je geïsoleerd van de lokale bevolking

    In Kroatië, een land waar 17 procent van het bnp afhankelijk is van toerisme, werken de staat, reisbureaus en hotels actief samen om de sector te redden. Dubrovnik, de parel van het Kroatische toerisme, sloot graag aan in het rijtje van Europese bestemmingen en kondigde de vorming van reisbubbels aan. Maar het lijkt erop dat die vooral om de reiziger heen worden gebouwd.

    ‘De toeristen die van de cruiseschepen afstappen, worden geïsoleerd van de lokale bevolking: ze zullen in groepen de stad bezoeken, haar wallen, de musea, de locaties van de Game of Thrones-set, de nationale parken. Voor degenen die met het vliegtuig naar Dubrovnik zijn gekomen, overwegen we de aanleg van luchtbruggen, met vervoer naar hotels en boten voor het bezoek van de eilanden of de kust. Het pakket is inclusief snelle en regelmatige tests in hotels’, aldus Mato Frankovic, burgemeester van de stad, geciteerd door de krant Novosti

    Omdat de PCR-test voor inwoners van bepaalde landen verplicht is, hebben organisaties en hotels de kosten bij de prijs voor het verblijf inbegrepen, legt de krant Slobodna Dalmacija uit.

    Sinds 31 maart geeft Kroatië toegang tot zijn grondgebied aan toeristen die Russische of Chinese coronavaccins hebben ontvangen. Deze zijn vrijgesteld van PCR-tests en quarantaine. De maatregel is met name gericht op Hongarije en Servië, waar de bevolking massaal vaccins heeft ontvangen die nog niet zijn goedgekeurd door het Europees Geneesmiddelenbureau. Volgens de regionale site Seebiz vormt dit echter geen probleem: ‘De landen van de Europese Unie hebben het recht om individueel de geldigheid van Chinese en Russische vaccins te bepalen.’

    Particuliere Grieken reizen om toeristen te verwelkomen

    Nu het orthodoxe Pasen nadert, besloot de regering op 21 april om de interregionale reizen per 2 mei op te schorten. Voor het tweede jaar op rij ‘zetten we de rem op het vieren van Pasen in het dorp van herkomst’, aldus dagblad Ta Nea. Normaal gesproken keren ongeveer 2 miljoen Grieken (op een bevolking van 10 miljoen) terug naar de eilanden en dorpen van hun familie voor de belangrijkste vakantie van het jaar.

    Zoals I Kathimerini uitlegt, ‘zou het risico van versoepeling van de beperkingen tijdens deze vierdaagse vakantie kunnen leiden tot een nieuwe piek in de epidemie, en het plan om het zomerse toeristenseizoen te openen in gevaar brengen.’

    De autoriteiten zijn sterk afhankelijk van de inkomsten uit toerisme en hebben de invoer van een digitaal vaccinatiepaspoort op Europese schaal aangemoedigd om een ​​herhaling van de catastrofe van 2020, met een omzetdaling van 75 procent, te voorkomen. Maar de afgelopen weken kan een dramatische stijging van het aantal besmettingen in de regio Attica, waaronder de hoofdstad Athene, en op het eiland Kreta, het seizoen alsnog in gevaar brengen.

    Hoewel het succesvolle vaccinatieprogramma een reden is om optimistisch te zijn, is deze laatste etappe beladen met obstakels, waaronder de vermoeidheid van de bevolking, vooral jonge mensen – wat blijkt uit het groeiende aantal overvolle feesten buiten de stadscentra. ‘Nu mikt de regering in Griekenland op 8 mei, de eerste zaterdag na Pasen, als de waarschijnlijke datum om reizen en de opening van restaurants toe te staan.’

  • VS willen patenten op coronavaccins vrijgeven | Schotland loopt warm voor onafhankelijkheid

    VS willen patenten op coronavaccins vrijgeven | Schotland loopt warm voor onafhankelijkheid

    VS willen patenten op coronavaccins vrijgeven

    In een besluit dat door The New York Times als ‘buitengewoon’ wordt omschreven, kondigden de Verenigde Staten woensdag aan dat zij de tijdelijke opschorting van patenten op coronavaccins steunden, een maatregel die erop gericht is arme landen te helpen die wanhopig gebrek hebben aan kostbare doses.

    Een standpunt dat klinkt als een ‘oorlogsverklaring aan Big Pharma’, vat The Daily Beast samen.

    ‘Dit is een wereldwijde gezondheidscrisis en de buitengewone omstandigheden van de covid-19-pandemie vragen om buitengewone maatregelen’, aldus Katherine Tai, de Amerikaanse gezant voor de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die eraan toevoegde dat Washington al ‘actief’ deelneemt aan onderhandelingen in de WTO om de patenten te kunnen opheffen, bericht NYT. Dit zal echter tijd kunnen kosten, aangezien veel landen, waaronder Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en ook Nederland, zich hiertegen verzetten.

    ‘Joe Biden koos voor medemenselijkheid’, kopt CNN. ‘Gezegd moet worden dat hij zich in een bijzonder lastig parket bevond omdat hij tijdens de presidentscampagne had beloofd vaccinatietechnologie met andere landen te delen. Hij werd er ook van beschuldigd niet genoeg te doen om arme landen te helpen snel vaccins te verkrijgen’, aldus de nieuwszender. ‘Uiteindelijk zullen de Amerikanen baat hebben bij een grotere beschikbaarheid van vaccins, want niemand is veilig voor corona zolang niet iedereen is gevaccineerd.’

    Monumentaal besluit

    Op Twitter noemde Tedros Adhanom Ghebreyesus, baas van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), het besluit van Joe Biden ‘monumentaal’.

    De aankondiging van de Democratische regering heeft daarentegen de woede van de farmaceutische industrie gewekt. Stephen Ubl, de voorzitter van de Amerikaanse Pharmaceutical Manufacturers Association (PhRMA), zei dat het besluit ‘de reeds overbelaste toeleveringsketens verder zou kunnen verzwakken en de verspreiding van namaakvaccins zou kunnen aanmoedigen’.

    ‘Deze patentroof zal slecht aflopen voor de Verenigde Staten en voor de wereld’

    ‘Het produceren van coronavaccins is een ingewikkeld wetenschappelijk proces waar moeilijk te verkrijgen grondstoffen aan te pas komen, beweren deskundigen uit de industrie’, schrijft The Wall Street Journal. ‘Fabrieken moeten worden gebouwd of aangepast met speciale, dure apparatuur, en werknemers moeten over enige productiekennis beschikken.’

    In een redactioneel commentaar meent het conservatieve dagblad dat Joe Biden een ‘diefstal’ heeft gepleegd die op lange termijn medische gevolgen zal hebben. ‘Deze patentroof zal slecht aflopen voor de Verenigde Staten en voor de wereld’, schrijft WSJ. ‘Investeerders zullen veel minder geneigd zijn te investeren in nieuw geneesmiddelenonderzoek als hun eigen regering in staat blijkt hen onder politieke druk te verraden.’


    Waarom Schotland warmloopt voor Nicola Sturgeon

    Het is moeilijk om Nicola Sturgeon te bereiken tijdens haar campagne in aanloop van de Schotse parlementsverkiezingen die vandaag (6 mei) plaatsvinden. ‘Eerst moet je je door straten vol bewonderaars en selfiejagers heen worstelen’, schrijft The Observer. ‘Sommigen barsten zelfs in tranen uit in haar aanwezigheid.’ Na zeven jaar als premier te hebben gediend en veertien als partijleider, blijft Sturgeon ongelooflijk populair bij de kiezers. Niets schijnt haar imago te kunnen schaden.

    ‘Meelevend maar berekenend, grootmoedig maar bereid om een rake klap uit te delen, Nicola Sturgeon is altijd een complexe politieke figuur geweest’, aldus Financial Times. Ze groeide op in een Schots arbeidersmilieu in Irvine, een havenstad ten zuidwesten van Glasgow. In 1987, ‘toen ze nog een verlegen zestienjarig schoolmeisje was’, werd ze lid van de Schotse Nationale Partij (SNP). Ze zag onafhankelijkheid al snel als het enige antwoord op ‘het rechtse beleid van Margaret Thatcher, terwijl het Schotse electoraat eerder links was georiënteerd’, aldus het financiële dagblad. ‘Die overtuiging heeft haar nooit verlaten.’

    Haar wens om een einde te maken aan de meer dan driehonderd jaar durende unie met Engeland lijkt bovendien binnen handbereik. Eind 2020 was in meer dan twintig opeenvolgende opiniepeilingen de uitkomt van referenda voor onafhankelijkheid ‘ja’. Sturgeon rekent er dan ook op dat ze na 6 mei opnieuw een regering kan gaan vormen.

    ‘Ze hebben vooral geprobeerd de beter bedeelde Schotten trouw te laten blijven aan de SNP’

    Er is echter ook veel kritiek op de staat van dienst van de voormalig advocaat. ‘Sinds ze in 2007 de partij is gaan leiden, hebben de nationalisten gesproken over het creëren van een eerlijker, progressiever Schotland, maar in werkelijkheid hebben ze vooral geprobeerd om de beter bedeelde Schotten – degenen die het meest waarschijnlijk zullen stemmen bij verkiezingen – ervan te overtuigen trouw te blijven aan de SNP’, schrijft het dagblad The Scotsman.

    De pro-onafhankelijkheidspartij heeft universiteiten gratis gemaakt en zich ingezet voor de rechten van vrouwen, somt The Spectator op. Maar tegelijkertijd ‘heeft de regering-Sturgeon tussen 2015 en 2019 47 miljoen pond [ongeveer 54 miljoen euro] bezuinigd op verslavingszorg’, terwijl het land een ernstige drugscrisis doormaakt. En de ongelijkheid tussen rijk en arm op scholen blijft ‘beschamend’. ‘Waarom houden de Schotten dan nog steeds zo veel van hun premier?’ vraagt het conservatieve weekblad zich af.

    De kunst van het inleven

    De premier, die lange tijd als ‘kil’ werd beschouwd, heeft zich in de loop der tijd ‘de kunst van het communiceren met en inleven in de bevolking eigen gemaakt’. Bijvoorbeeld tijdens de pandemie: ‘Met Sturgeons kalme en weloverwogen aanpak van de coronacrisis, in tegenstelling tot Boris Johnsons warrige arrogantie, heeft ze velen voor zich ingenomen’, analyseert The Spectator. ‘Ze straalt vertrouwen uit en de kiezers hebben ook vertrouwen in haar.’

    Het maakt daarbij niet uit dat het Schotse sterftecijfer hoger is dan in Noord-Ierland, of dat het huidige succes van de vaccinatiecampagne het werk is van de centrale regering in Londen, schrijft The Economist. De Schotten die door het Londense weekblad werden geïnterviewd, zijn onvermurwbaar. ‘Zelfs de man die boos is dat zijn pub nog steeds is gesloten wegens de coronamaatregelen’ vindt dat de regeringsleider goed werk heeft verricht en een herbenoeming verdient. ‘Wanneer verkiezingen in referenda veranderen over de toekomst van een land’, schrijft The Economist, ‘vergeten de kiezers voor het gemak even de rest.’


    Israëlische oppositieleider mag regering gaan vormen

    Nadat Benjamin Netanyahu, leider van de grootste partij, er niet in geslaagd is een meerderheid in de Knesset rond zich te verzamelen, wendde president Reuven Rivlin zich woensdag als verwacht tot Yair Lapid, de leider van de middenpartij Yesh Atid. De partij werd tweede bij de parlementsverkiezingen in maart en wil een ‘regering van nationale eenheid’ vormen – waarin rechts, midden en links samenkomen – om Netanyahu uit de macht te zetten, bericht The Times of Israel.

    Yair Lapid heeft waarschijnlijk de steun nodig van Naftali Bennett, leider van de radicaal-rechtse partij Yamina. Deze voormalige minister van Netanyahu, die liever had deelgenomen aan een ‘rechtse regering’, zei woensdagavond dat hij ‘geen moeite zou sparen’ om tot een coalitieregering te komen en nieuwe verkiezingen te voorkomen.

    Volgens The Jerusalem Post denken Lapid en Bennett dat ze ‘binnen een week’ een regering kunnen vormen, maar ‘vrezen ze dat als ze geen haast maken, hun inspanningen kunnen worden ondermijnd door Netanyahu (…) die momenteel probeert de vorming van een nieuwe regering te saboteren’, aldus het Israëlische dagblad.

    Lees ook:


    Tweeduizend vluchtelingen overleden door illegale pushbacks

    EU-landen hebben illegale operaties gebruikt om tijdens de pandemie minstens veertigduizend asielzoekers over de grenzen van Europa terug te dringen, zogenoemde pushbacks. Deze methodes kunnen in verband worden gebracht met de dood van meer dan tweeduizend mensen, blijkt uit onderzoek van The Guardian.

    De illegale praktijken die gepaard gaan met de pushbacks variëren van mishandeling tot onmenselijke behandeling tijdens detentie of transport.

    Het onderzoek van The Guardian is gebaseerd op verslagen van VN-agentschappen, gecombineerd met een database van incidenten die door ngo’s zijn verzameld. Volgens de hulporganisaties is sinds het begin van de coronapandemie de regelmaat en wreedheid van de pushbacks toegenomen.

    Lees ook de volgende artikelen over het Europese vluchtelingenbeleid:

  • Hulporganisaties op de Middellandse Zee onder vuur

    Hulporganisaties op de Middellandse Zee onder vuur

    Reddingsacties van ngo‘s op de Middellandse Zee zouden volgens de Europese en Italiaanse grensautoriteiten mensensmokkel faciliteren. Maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat de autoriteiten samenwerken met Libische smokkelaars, terwijl de hulporganisaties en migranten zelf worden aangeklaagd.

    Lees hier deel 1 van dit artikel.

    In 2014 breekt een nieuwe etappe aan in het werk van DNAA, het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap dat zich de laatste jaren toelegde op het aanpakken van mensensmokkelaars op de Middellandse Zee, en zijn directeur Franco Roberti. Italië heeft Mare Nostrum, een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die meer dan 150.000 mensen redde, na een jaar opgeheven vanwege budgettaire beperkingen en een gebrek aan Europese samenwerking.

    In haar kielzog heeft de EU twee nieuwe operaties opgezet, een via Frontex en de ander onder militaire vlag, Operatie Sophia genaamd. Deze operaties zijn niet gefocust op het redden van mensenlevens, maar op grensbeveiliging en mensensmokkelaars uit Libië. Vanaf 2015 werden vertegenwoordigers van Frontex en Operatie Sophia toegevoegd aan de bijeenkomsten van DNAA, waarbij Italiaanse aanklagers erop toezagen dat beiden zich aan de nieuwe onderzoeksstrategie hielden.

    Die strategie betekende dat iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, als medeplichtige aan mensensmokkel moest worden beschouwd en onderworpen moest worden aan de Italiaanse jurisdictie. Zo konden ze de Libische smokkelaars aanpakken zoals ze eerder de Italiaanse maffia hadden aangepakt.

    Belangrijk voor het onderzoek zijn foto‘s van reddingsacties, zoals de luchtfoto die door de Italiaanse kustwacht aan Dieudonne, een Kameroense bootvluchteling die werd verhoord door de kustwacht, werd getoond, waarmee de politie op een andere manier kon identificeren wie de boten bestuurde en wie hielp bij het navigeren.

    Ngo’s in het vizier

    Bij gebrek aan reddingsschepen van de overheid begon een vloot van schepen van hulporganisaties aan een groot aantal reddingsacties in de internationale wateren voor de kust van Libië. Deze schepen, die werden gecoördineerd door het Italiaanse reddingscentrum van de kustwacht in Rome, maakten het moeilijk voor aanklagers en politie om bewijsmateriaal te verzamelen. Volgens de notulen van een vergadering van DNAA, die Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino van The Intercept hebben ingezien, gaven sommige ngo‘s, waaronder MOAS, routinematig foto‘s aan de Italiaanse politie en Frontex. Anderen weigerden met het argument dat het leveren van bewijs voor onderzoek naar de mensen die ze hadden gered, hun doeltreffendheid en neutraliteit zou ondermijnen.

    In de jaren na Mare Nostrum was de ngo-vloot verantwoordelijk voor meer dan een derde van alle reddingen in het centrale Middellandse Zeegebied, volgens schattingen van Operatie Sophia. Omdat de ngo‘s geen informatie van geredde migranten verzamelden voor de politie, werd ‘informatie die essentieel is om het begrip van het bedrijfsmodel van smokkel te vergroten’, niet verkregen, aldus een uitgelekt rapport.

    Een admiraal van de kustwacht onderstreepte hoe belangrijk het is om ondervragingen te doen vlak na een reddingsactie

    Tijdens een volgende bijeenkomst herhaalden zes aanklagers hun bezorgdheid. Reddingsacties van hulporganisaties betekenden dat de politie migranten op zee niet kon ondervragen, zeiden ze, en daarom moesten gevallen worden geseponeerd door gebrek aan bewijs. Een admiraal van de kustwacht onderstreepte hoe belangrijk het is om ondervragingen te doen vlak na een reddingsactie, omdat dan ‘een moment van empathie is bereikt’. ‘Het is niet mogelijk om deze taak uit te voeren als de reddingsinterventie wordt uitgevoerd door schepen van ngo’s’, aldus de admiraal tegen de groep.

    Ngo’s veroorzaakten dus problemen voor de DNAA-strategie. Tijdens de bijeenkomsten bespraken Italiaanse aanklagers en vertegenwoordigers van de kustwacht, de marine en het ministerie van Binnenlandse Zaken wat ze konden doen om dehulporganisaties in toom te houden. Tegelijkertijd richtten verschillende aanklagers afzonderlijk hun vizier op de ngo’s zelf.

    Zo beschuldigde Frontex in een intern rapport, dat later volledig werd gepubliceerd door The Intercept, een vaartuig van een ngo ervan migranten rechtstreeks van Libische smokkelaars te hebben overgenomen, op grond van informatie van ‘Italiaanse autoriteiten’. Die claim werd weersproken met videobewijs en door de bemanning van het schip.

    ’Vrienden van mensenhandelaars’ en ‘taxiservice voor migranten’ werden gangbare beledigingen

    Maanden later maakte Carmelo Zuccaro, de officier van justitie van Catanië, bekend dat hij onderzoek deed naar reddingsorganisaties. ‘Samen met Frontex en de marine proberen we toezicht te houden op al deze ngo’s die hebben laten zien over grote financiële middelen te beschikken’, zei Zuccaro tegen de Italiaanse krant La Repubblica. Zijn uitspraak ging viraal in Italiaanse en Europese media. ‘Vrienden van mensenhandelaars’ en ‘taxiservice voor migranten’ werden gangbare beledigingen van humanitaire ngo’s door anti-immigratiepolitici en extreemrechts in Italië.

    Zuccaro zou uiteindelijk zijn beweringen terugdraaien en een parlementaire commissie vertellen dat hij op dat moment met een hypothese werkte maar geen bewijs had om zijn uitspraak te staven.

    In een interview met de  Duitse krant Die Welt in februari 2017 onthield de directeur van Frontex, Fabrice Leggeri, zich van expliciete kritiek op het werk van reddingsorganisaties, maar hij zei wel dat ze het politieonderzoek in de Middellandse Zee belemmerden. Omdat hulporganisaties een groter percentage reddingen verrichtten, aldus Leggeri, ‘wordt het voor de Europese veiligheidsautoriteiten steeds moeilijker om door ondervraging van migranten meer te weten te komen over de smokkelnetwerken‘.

    ‘Die lastercampagne ging heel, heel ver’, zegt voormalig minister van Buitenlandse Zaken Emma Bonino. Verwijzend naar Marco Minniti, destijds de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, voegt ze eraan toe: ‘Ik probeerde Minniti ertoe aan te zetten niet zo geobsedeerd te zijn door de mensen die hierheen kwamen, maar om een integratiebeleid voor Italië in te voeren. Maar hij concentreerde zich uitsluitend op Libië, op het smokkelen en op het criminaliseren van ngo’s met behulp van officieren van justitie.’

    Volgens Bonino vormde de actie tegen ngo’s deel van een groter plan om het Europese beleid in het centrale Middellandse Zeegebied te veranderen. De eerste stap was de verschuiving van humanitaire redding naar grensbeveiliging en smokkel. De tweede stap ‘was de ngo’s aan te klagen of hen te arresteren. Het was een smerige campagne tegen hen. Met na zoveel jaren als resultaat dat er geen veroordelingen, geen straffen, geen processen zijn.’

    ‘Ze begonnen die zogenaamde kustwacht te ondersteunen, maar dat waren dezelfde mensenhandelaars in een ander jasje’

    Een derde stap behelsde het opzetten van een nieuwe kustwacht in Libië om te doen wat de Europeanen volgens het internationaal recht niet konden: mensen op zee onderscheppen en terugbrengen naar Libië, van waaruit ze net waren gevlucht.

    Aanvankelijk waren de leiders bij Frontex voorzichtig. ‘Als Frontex kijken we met bezorgdheid naar Libië; er is daar geen stabiele staat’, zei Leggeri in het interview van 2017. ‘We helpen nu 60 officieren op te leiden voor een mogelijke toekomstige Libische kustwacht. Maar dit is op zijn best een begin.’ Maar Bonino ziet dat anders. ‘Ze begonnen die zogenaamde kustwacht te ondersteunen,’ zegt ze. ‘Maar dat waren dezelfde mensenhandelaars in een ander jasje.’

    Dezelfde uniformen, dezelfde schepen

    Dieudonne, een Kameroense migrant die veilig is aangekomen in Italië, werd nooit opgeroepen als getuige door de rechtbank. Hij hoopt dat geen van zijn lotgenoten in de gevangenis is beland, maar zegt graag te getuigen tegen mensenhandelaars mocht hij worden gebeld. ’Ik heb de politie de contactgegevens van mensenhandelaars gegeven, ik heb ze namen gegeven’, aan boord van het kustwachtschip, zo vertelt hij The Intercept.

    De smokkeloperaties in Libië gebeurden in het zicht, maar de Italiaanse politie moest in internationale wateren blijven. Uitgelekte documenten van Operatie Sophia beschrijven jarenlange inspanningen van Europese ambtenaren om de Libische politie ertoe te bewegen smokkelaars te arresteren. Achter gesloten deuren gaven Italiaanse en EU-topfunctionarissen toe dat diezelfde smokkelaars waren verweven met de nieuwe Libische kustwacht die Europa aan het opzetten was en dat samenwerking met hen mogelijk in strijd zou zijn met het internationaal recht.

    Al in 2015 merkten meerdere functionarissen op de antimaffiabijeenkomsten van DNAA op dat sommige smokkelaars verontrustend dicht bij leden van de Libische regering stonden. ‘Milities gebruiken dezelfde uniformen en dezelfde schepen als de Libische kustwacht die door de Italiaanse marine wordt getraind’, zei schout bij nacht Enrico Credendino, verantwoordelijk voor Operatie Sophia, in 2017. Het hoofd van de Libische kustwacht en de Libische minister van Defensie, beide bondgenoten van de Italiaanse regering, onderhouden ‘nauwe relaties met enkele militiebazen’, aldus Credendino.

    Een van de Libische kustwachtofficieren werd veroordeeld voor zijn rol als toplid van een machtige smokkelmilitie

    Een van de Libische kustwachtofficieren die aan beide kanten opereerde, was Abd al-Rahman Milad, ook wel bekend als Bija. In 2019 onthulde de Italiaanse krant Avvenire dat Bija, met de Italiaanse grenspolitie en inlichtingenfunctionarissen in mei 2017 deelnam aan een bijeenkomst op Sicilië die was gericht op het tegengaan van migratie vanuit Libië. Een maand later werd hij door de VN-Veiligheidsraad veroordeeld voor zijn rol als toplid van een machtige smokkelmilitie in de kustplaats Az Zawiyah, en, zoals de VN het omschreef, voor ‘het met vuurwapens tot zinken brengen van migrantenboten.’

    Volgens gelekte documenten van Operatie Sophia zijn kustwachtofficieren die onder Bija’s bevel stonden, getraind door de EU tussen 2016 en 2018.

    Terwijl de Italiaanse regering vermeende smokkelaars in Italië vervolgde, werkten ze ook samen met mensen waarvan ze wisten dat het smokkelaars waren in Libië. Minniti, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken van Italië, rechtvaardigde de deals van zijn regering met Libië, want het vooruitzicht van massale migratie vanuit Afrika bezorgde hem ‘angst voor het welzijn van de Italiaanse democratie’.

    In een van de antimaffiabijeenkomsten van 2017 schetste Vittorio Pisani van het ministerie van Binnenlandse Zaken een plan dat voorzag in de directe coördinatie van de nieuwe Libische kustwacht. Ze zouden ‘een operatiekamer in Libië creëren voor de uitwisseling van informatie met het ministerie van Binnenlandse Zaken’, aldus Pisani, ‘voornamelijk over de positie van ngo-schepen en hun reddingsoperaties. Zodoende kon de Libische kustwacht aan de slag in zijn nationale wateren.’

    ‘We hadden de medewerking van Libische instellingen nodig. Maar ze deden niets, omdat ze geld aannamen van de mensenhandelaars’

    En daarmee werd de derde stap van het plan in gang gezet. Aan het einde van de bijeenkomst stelde Roberti voor om vertegenwoordigers van de Libische politie uit te nodigen voor hun volgende bijeenkomst. In een interview met The Intercept bevestigde hij dat Libische vertegenwoordigers ten minste twee antimaffiabijeenkomsten bijwoonden en dat hij zelf Bija ontmoette tijdens een bijeenkomst in Libië, een maand nadat het rapport van de VN-Veiligheidsraad was gepubliceerd. Een jaar later werd Bija bestraft door de commissie van de Veiligheidsraad voor Libië, met bevriezing van zijn tegoeden en een verbod op internationale reizen.

    ‘We hadden de medewerking van Libische instellingen nodig. Maar ze deden niets, omdat ze geld aannamen van de mensenhandelaars’, zegt Roberti in het Napolitaanse café. ‘Zijzelf waren de mensenhandelaars.’

    Een veilige plek

    Roberti ging in 2017 met pensioen bij DNAA. Hij zei dat de organisatie onder zijn leiding een basis creëerde voor de omgang met migratie in heel Europa. Maar hij erkent dat zijn uitbreiding van DNAA naar migratiekwesties gemengde resultaten heeft opgeleverd. Hij zegt dat de antimaffiastrategie haperde – net als zijn reis naar Duitsland in de jaren negentig met Giovanni Falcone om internationale maffiapraktijken aan te pakken – vanwege een gebrek aan samenwerking met de ngo’s, met andere Europese regeringen en met Libië.

    ‘Op Europees niveau werkt de samenwerking niet’, aldus Roberti. En wat betreft Libië voegt hij eraan toe: ‘We hebben het geprobeerd. En ik denk dat de afspraken die de regering maakte, juist waren. Maar uiteindelijk werd het een mislukking.’

    Uitgebreid

    DNAA heeft zijn activiteiten sindsdien uitgebreid. Tussen 2017 en 2019 keurde de Italiaanse regering twee wetsvoorstellen goed die het antimaffia-agentschap belast met vrijwel alle illegale immigratiekwesties. Sinds 2017 zijn vijf Siciliaanse aanklagers, die allemaal ten minste één coördinatievergadering bijwoonden, vijftien afzonderlijke gerechtelijke procedures begonnen tegen medewerkers van hulporganisaties. Tot dusver zijn er geen veroordelingen. Drie zaken zijn door de rechtbank verworpen en de rest loopt nog.

    Eerder deze maand kwam het nieuws naar buiten dat Siciliaanse aanklagers journalisten en mensenrechtenadvocaten hebben afgeluisterd voor een van deze onderzoeken. Ze luisterden wettelijk beschermde gesprekken af met bronnen en cliënten. Het Italiaanse ministerie van Justitie heeft een onderzoek ingesteld naar het incident, dat volgens Italiaanse juridische experts neerkomt op crimineel handelen. De officier van justitie die de telefoontaps goedkeurde, woonde tenminste één coördinatievergadering van DNAA bij, waar onderzoeken tegen ngo’s uitvoerig werden besproken.

    Sinds DNAA zijn bereik heeft vergroot, zijn de belangrijkste spelers van eerdere coördinatievergaderingen gestegen in de pikorde van Italiaanse en Europese instellingen. Een officier van justitie, Federico Cafiero de Raho, leidt nu het antimaffia-agentschap. Salvi, de voormalige officier van justitie van Catanië, is nu procureur-generaal van Italië. Pisani, de voormalige medewerker van het ministerie van Binnenlandse Zaken, is plaatsvervangend hoofd van de Italiaanse inlichtingendiensten. En Roberti is lid van het Europees Parlement.

    Cafiero de Raho staat achter de onderzoeken en arrestaties die het antimaffia-agentschap door de jaren heen heeft verricht. Hij noemde de coördinatievergaderingen een essentieel instrument voor aanklagers en politie in moeilijke tijden.

    Gevraagd naar zijn specifieke opmerkingen tijdens de bijeenkomsten, met name zijn verklaringen dat humanitaire hulporganisaties gereguleerd moesten worden en zijn herhaalde erkenning dat leden van de nieuwe Libische kustwacht betrokken waren bij smokkelactiviteiten, zegt Cafiero de Raho dat zijn opmerkingen in de juiste context moeten worden geplaatst, namelijk het ontwikkelen door Italië en de EU van een kustwacht in een deel van Libië dat grotendeels werd geregeerd door lokale milities.

    Zijn uiteindelijke doel is wat hij in de coördinatievergaderingen van DNAA de ‘buitengerechtelijke oplossing’ noemde: proberen om het bestaan van misdaden tegen de menselijkheid in Libië te bewijzen, zodat ‘de VN troepen naar Libië kan sturen om migrantenkampen te ontmantelen die zijn opgezet door mensenhandelaars… en de controle over dat gebied te heroveren.’

    De overgrote meerderheid van de vertrekkende schepen wordt onderschept door de Libische kustwacht en teruggebracht naar Libië

    Een woordvoerder van de afdeling buitenlands beleid van de EU, die Operatie Sophia leidde, weigerde rechtstreeks te reageren op het bewijs dat de leiders van de Europese militaire operatie wisten dat delen van de nieuwe Libische kustwacht ook betrokken waren bij smokkelactiviteiten, maar merkte wel op dat Bija zelf niet is opgeleid door de EU. Een woordvoerder van Frontex zegt dat zijn organisatie ‘niet is betrokken bij de selectie van te trainen officieren’.

    In 2019 veranderde de Europese migratiestrategie opnieuw. Nu wordt de overgrote meerderheid van de vertrekkende schepen onderschept door de Libische kustwacht en teruggebracht naar Libië. In maart 2019 haalde Operatie Sophia al haar schepen terug uit het reddingsgebied en richt zich sindsdien op luchtpatrouilles om de Libische kustwacht aan te sturen en te coördineren. Mensenrechtenadvocaten in Europa hebben daarop zes juridische procedures tegen Italië en de EU aangespannen: in strijd met het internationaal recht zouden ze de terugkeer van migranten naar gevaarlijke omstandigheden faciliteren.

    Gedurende vier jaar van coördinatievergaderingen hebben Italië en de EU inderdaad privé toegegeven dat het onwettig is om mensen naar Libië terug te sturen. ‘Fundamentele schendingen van de mensenrechten in Libië maken het onmogelijk om migranten terug te drijven naar de Libische kust’, zei Pisani in 2015. Twee jaar later ontwierp hij het begin van een plan dat precies dat zou doen.

    Het resultaat van louter toeval

    Dieudonne weet dat hij geluk heeft gehad. De scheidslijn tussen verdachte en slachtoffer is geheel afhankelijk van de eerste indrukken van politieagenten in de minuten of uren na een reddingsactie. Volgens politierapporten die in rechtszaken werden gebruikt, waren fysieke kenmerken, zoals ‘een lichtere huidskleur’, of gedrag aan boord van het schip, zoals het nauwkeurig in de gaten houden van politiebewegingen ‘met opmerkelijke belangstelling’, voldoende om argwaan te wekken.

    In een uitspraak uit 2019 waarin zeven vermeende smokkelaars werden vrijgesproken na drie jaar voorarrest, schreven rechters dat ‘de selectie van de verdachten aan de ene kant en de getuigen aan de andere kant, met als enige uitzondering de stuurman, nagenoeg het resultaat is van louter toeval’.

    Meewerken met Libische smokkelaars heeft andere migranten in Italië lange gevangenisstraffen gekost. In september 2019 werd een 22-jarige Guinees, bijgenaamd Suarez, gearresteerd bij aankomst in Italië. Vier getuigen vertelden de politie dat hij had samengewerkt met gevangenisbewakers in Az Zawiyah, in het detentiecentrum voor immigranten dat wordt beheerd door de beruchte Bija.

    ‘Suarez was ook een gevangene die gedwongen meewerkte’, zei een van de getuigen tegen de rechtbank. Degenen die zich geen betaling van losgeld kunnen veroorloven, helpen vaak met maaltijden uitdelen of toezicht houden, verklaarde een ander. ‘Je zou er moeten zijn om de situatie te begrijpen’, aldus de eerste getuige. Suarez werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf, die onlangs in hoger beroep is teruggebracht tot twaalf jaar.

    Verrassend kalmte

    Dieudonne herinnert zich zijn reis op zee levendig, met verrassende kalmte. Toen de boot water begon te maken, probeerde hij te helpen. ‘Je moet helpen waar dat nodig is.’ In zijn kantoor in Bari buigt hij zich voorover en maakt schepbewegingen met zijn armen, alsof hij water uit een boot haalt.

    ‘Zouden ze mij ook moeten veroordelen?’ vraagt hij zich af. Hij vindt het ironisch dat het de Libiërs waren die Bija uiteindelijk in oktober arresteerden op beschuldiging van mensenhandel. De Italianen en Europeanen, zegt hij lachend, hadden het te druk samen te werken met de corrupte kustwacht. Overigens werd Bija vorige maand vrijgelaten uit de gevangenis nadat een Libische rechtbank hem van alle aanklachten heeft vrijgesproken. Hij is gepromoveerd bij de kustwacht en weer aan het werk gezet.

    Dieudonne denkt vaak aan de mensen die hij identificeerde aan boord van het kustwachtschip midden op zee. ‘Ik heb de politie de waarheid verteld. Maar als dat leidt tot de veroordeling van een onschuldig persoon, dan is dat verkeerd’, zegt hij. ‘Omdat ik weet dat die persoon niets fout heeft gedaan. Integendeel, hij heeft ons leven gered door dat vlot te besturen.’

    Dit artikel werd samengesteld door IJsbrand van Veelen.

  • Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Een Italiaanse antimaffia-instantie coördineert de Italiaanse en Europese aanpak van smokkelaars die mensen vanuit Libië naar Europa proberen te krijgen. De aanpak lijkt succesvol en bedient de wensen van de publieke opinie, maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat het voornamelijk migranten zijn die worden opgepakt en veroordeeld. Smokkelbendes blijven grotendeels buiten schot.

    ‘Afana Dieudonne noemt zichzelf geen held, want hij heeft dingen gedaan waar hij niet trots op is. Zoals iedereen in zijn situatie zou doen om te overleven, zegt hij. Dieudonne reisde van Kameroen naar Tunesië per vliegtuig, vandaar met de auto en te voet door de woestijn naar Libië, en belandde vervolgens in een rubberboot op de Middellandse Zee.’ Zo beginnen Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino hun verhaal voor The Intercept. Het verhaal van Afana Dieudonne kenmerkt de huidige aanpak van het migrantendrama.

    Mensensmokkelaars in Libië die het onderduikadres beheerden waar Dieudonne verbleef, vroegen om zijn hulp. Hij sprak een beetje Engels en wilde geen problemen, dus hij hielp hen, beducht omdat ze vaak stoned waren en altijd gewapend. Soms vroegen ze hem voedsel en water onder de andere migranten te verdelen. Andere keren verklikte hij degenen die hun bevelen niet opvolgden. Soms dwongen de mensenhandelaars hem tot geweld tegen zijn lotgenoten. Zij of ik, redeneerde hij.

    Op 30 september 2014 duwden de smokkelaars Dieudonne en 91 anderen in een rubberboot de zee op. In de pikdonkere nacht zagen ze de lichten van de Libische kust uit het zicht verdwijnen. Na een dag op zee begon de overvolle rubberboot water te maken. De opvarenden werden gered door een schip van een hulporganisatie en overgebracht naar een schip van de Italiaanse kustwacht. Dieudonne werd eruit gepikt voor ondervraging.

    Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist

    De eerste vragen die hem werden gesteld waren kort en routineus: naam, leeftijd, nationaliteit. En toen veranderde de ondervraging van toon: de agenten wilden weten hoe de mensenhandel in Libië werkte, zodat ze de betrokkenen konden arresteren. Ze wilden weten wie de rubberboot had bestuurd en wie had genavigeerd.

    Hij vertelde alles en wees ook de ‘kapitein’ aan, tussen aanhalingstekens, want er was geen echte kapitein. De echte mensensmokkelaars blijven in Libië, aldus Dieudonne, en degenen die handelen als ‘de “kapiteins” doen dat niet uit vrije wil’.

    Het antimaffia-agentschap

    Om migratie in het centrale Middellandse Zeegebied aan te pakken waren de inspanningen van de Italiaanse regering en de Europese Unie jarenlang gefixeerd op de achterblijvers in Libië. Die worden afwisselend facilitators, smokkelaars, mensenhandelaars of militieleden genoemd. Ze voorzien in hun levensonderhoud door anderen te helpen op illegale wijze Europa binnen te komen. Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist.

    De Europese poging om deze smokkelnetwerken te ontmantelen wordt aangestuurd door een opmerkelijk instituut: de Direzione nazionale antimafia e antiterrorismo (DNAA): het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap. Deze kleine politie-afdeling uit Rome verwierf in de jaren negentig en begin 2000 aanzien door grote delen van de maffia in Sicilië en elders in Italië te ontmantelen.

    Uit niet eerder gepubliceerde interne documenten blijkt dat DNAA een belangrijke rol speelde bij het toezicht op de zuidelijke zeegrenzen van Europa, in nauwe samenwerking met het EU-grensagentschap Frontex en Europese militaire missies die voor de Libische kust opereren.

    Illegale migratie naar Europa kreeg dezelfde aanpak als de maffia

    Onder leiding van de ervaren maffiajager Franco Roberti ontwikkelde DNAA een strategie die uniek was, in ieder geval nieuw voor de instanties die de grenzen moeten bewaken. Illegale migratie naar Europa zou dezelfde aanpak als de maffia krijgen. Hierdoor kregen de Italiaanse en Europese politie, kustwacht en marine, die volgens het internationaal recht verplicht zijn om gestrande vluchtelingen op zee te redden, de mogelijkheid om op zijn minst een aantal arrestaties en veroordelingen te verrichten.

    Het idee was om laaggeplaatste handlangers te arresteren en hen met dwang en de belofte van strafvermindering ertoe te brengen hun opdrachtgevers prijs te geven. Zo zouden onderzoekers de mensen een stap hoger op de ladder kunnen identificeren, om uiteindelijk de smokkelbendes in Libië te ontmantelen. Bij elke boot die in Italië arriveerde, verrichtte de politie een handvol arrestaties. Iedereen die tijdens de overtocht een actieve rol had gespeeld, van het sturen tot het vasthouden van een kompas tot het uitdelen van water of het repareren van een lek, kon worden gearresteerd op grond van de nieuwe wettelijke richtlijnen die werden opgesteld door Roberti’s antimaffia-eenheid.

    Aanklachten varieerden van smokkel tot transnationale criminele samenzwering en zelfs moord, als opvarenden benedendeks waren gestikt of waren verdronken. Het aantal mensen dat sinds 2013 is gearresteerd wordt in de duizenden geschat.

    Voor de politie, aanklagers en betrokken politici waren deze arrestaties een belangrijk binnenlands politiek succes want de publieke opinie in Italië had zich tegen migratie gekeerd, en nu haalden politiefoto’s van vermeende smokkelaars regelmatig de voorpagina‘s.

    De meeste ‘succesvolle’ vervolgingen betroffen veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald

    The Intercept vroeg documenten op via de Italiaanse Wet openbaarheid van bestuur. Uit notulen van niet-openbare gesprekken tussen leidinggevenden blijkt dat de meeste ‘succesvolle’ vervolgingen alleen betrokkenen op laag niveau betroffen, veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald. Smokkelbazen zelf werden zelden veroordeeld. Uit de documenten blijkt dat veel rechtszaken zijn gebaseerd op overhaaste onderzoeken en ondervragingen waarbij sprake was van dwang.

    In de jaren die volgden ging DNAA tot het uiterste om de stroom van arrestaties voort te zetten. Volgens interne documenten coördineerde het bureau een reeks strafrechtelijke onderzoeken naar de civiele hulporganisaties die levens redden in de Middellandse Zee en ervan worden beschuldigd het werk van de politie te belemmeren. DNAA zag ook toe op pogingen om een nieuwe kustwacht in Libië op te richten en op te leiden, wetende dat sommige kustwachtofficieren samenwerken met de smokkelnetwerken die de Italiaanse en Europese diensten juist proberen te bestrijden.

    Sinds de oprichting heeft het antimaffia-agentschap ongekende onderzoeksinstrumenten gebruikt en fungeerde het als een brug tussen politici en de rechtbanken. De documenten onthullen tot in de kleinste details hoe het agentschap met Italiaanse en Europese functionarissen, gebruikmaakte van allerlei bevoegdheden om vermeende smokkelaars aan te pakken, terwijl ze wisten dat het in de meeste gevallen ging om wanhopige mensen die op de vlucht waren voor armoede en geweld en die beperkte middelen hadden om zichzelf in de rechtbank te verdedigen.

    Tragedie en kansen

    DNAA werd begin jaren negentig opgericht na een decennium van escalerend maffiageweld. Tegen die tijd waren honderden aanklagers, politici, journalisten en politieagenten neergeschoten, opgeblazen of ontvoerd, en nog veel meer werden afgeperst door georganiseerde misdaadfamilies die actief waren in Italië en ver daarbuiten.

    In Palermo, de Siciliaanse hoofdstad, was officier van justitie Giovanni Falcone een rijzende ster in de Italiaanse rechterlijke macht. Falcone had ongekend succes behaald met een aanpak van de georganiseerde misdaad die gebaseerd was op het volgen van geldstromen, het in beslag nemen van activa en het centraliseren van bewijsmateriaal dat door openbare aanklagers op het eiland was verzameld. Maar toen de maffia uitbreidde naar de rest van Europa, bleek Falcone‘s werk ontoereikend.

    In september 1990 reisde een maffiacommando vanuit Duitsland naar Sicilië om een 37-jarige rechter neer te schieten. Weken later, bij een politiecontrole in Napels, bleek dat de Siciliaanse chauffeur van de vrachtwagen vol wapens, explosieven en drugs, ingezetene van Duitsland was. Een maand na diens arrestatie reisde Falcone naar Duitsland om een infrastructuur voor informatie-uitwisseling met de autoriteiten op te zetten. Hij bracht een jongere collega uit Napels mee, Franco Roberti.

    Het was een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken

    ‘We stonden tegenover een ondoordringbare muur’, aldus een bittere Roberti, die drie decennia later met The Intercept sprak in Napels. Inmiddels 73 jaar oud en met de hese stem van een levenslange roker, beschrijft Roberti het Italiaanse maffiaprobleem in directe bewoordingen. Hij betreurt het gebrek aan internationale samenwerking dat volgens hem tot op de dag van vandaag voortduurt. ‘Ze beweerden dat ze geen onderzoek hoefden te doen,’ aldus Roberti, ‘omdat het aan ons was om Italiaanse maffiosi in Duitsland te traceren.’

    Toen de aanklagers met lege handen terugreisden naar Italië, vertelde Falcone hem dat we ‘een gecentraliseerd nationaal orgaan nodig hadden dat rechtstreeks met buitenlandse gerechtelijke autoriteiten kon spreken en onderzoeken in Italië kon coördineren’.

    ‘Zo ontstond het idee van het antimaffia-agentschap’, aldus Roberti. De twee begonnen met het opzetten van wat de eerste nationale antimaffiastrijdmacht van Italië zou worden.

    Destijds was er veel weerstand tegen het project. Critici voerden aan dat Falcone en Roberti ‘superaanklagers’ creëerden met buitensporige macht over de rechtbanken, terwijl ze ondertussen onderhevig waren aan politieke druk van de regering in Rome. Het was, zo luidde de kritiek, een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken; handig om de maffia te veroordelen, maar gevaarlijk voor de Italiaanse democratie.

    Toch werd het project in januari 1992 goedgekeurd door het Italiaanse parlement. Maar Falcone zou er nooit leiding aan geven want enkele maanden later werd hij gedood door een maffiabom, samen met zijn vrouw en de drie agenten die hen begeleidden. Door die aanslag verstomde alle kritiek op het plan van Falcone.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen’

    DNAA werd een van de belangrijkste instellingen van Italië, als nationale autoriteit voor alles wat betrekking heeft op de georganiseerde misdaad en als de instantie die verantwoordelijk is voor het gedeeltelijk bevrijden van het land uit de eeuwenlange greep van de maffia. In de decennia na de dood van Falcone deed DNAA wat velen in Italië voor onmogelijk hielden, door grote delen van de vijf belangrijkste Italiaanse misdaadfamilies te ontmantelen en het aantal moorden door de maffia bijna te halveren.

    Maar tegen de tijd dat Roberti er de leiding kreeg in 2013, was het alweer jaren geleden dat de laatste spraakmakende maffiavervolging had plaatsgevonden. Tegelijkertijd kreeg Italië te maken met een ongekend aantal migranten dat per boot arriveerde. Zo kwam Roberti op het idee om DNAA te laten optreden tegen wat hij zag als een ander soort maffia. Hij richtte zijn blik op Libië.

    ‘We moesten beter gecoördineerd handelen om mensensmokkel te bestrijden en dus nodigde ik iedereen aan tafel met als belangrijkste doel om levens te redden, schepen in beslag te nemen en smokkelaars te pakken’, aldus Roberti. ‘En dat hebben we gedaan.’

    Gewelddadigheden

    Afana Dieudonne bereikte de Libische havenstad Zuara in augustus 2014. Hij hoefde alleen nog de Middellandse Zee over en hij zou in Europa zijn. De smokkelaars die hij voor die stap betaalde, namen hem al zijn bezittingen af en stopten hem in een verlaten gebouw dat diende als onderduikadres om zijn beurt af te wachten.

    Dieudonne vertelt zijn verhaal in een klein kantoor in Bari, de Italiaanse havenstad waar hij nu een coöperatie runt die nieuwkomers helpt toegang te krijgen tot lokaal onderwijs. Hij is vurig en charismatisch. Telkens als hij iets betoogt, tikt hij met zijn knokkels op tafel. Hij stond drong er bij The Intercept op aan dat ze zijn echte naam zouden publiceren. Anderen die de reis recenter maakten en in afwachting zijn van beslissingen over hun verblijfsvergunning of vluchtelingenstatus, waren minder bereid om openlijk te spreken.

    Dieudonne herinnert zich zijn onderduik in Zuara als een aaneenschakeling van gewelddadigheden. De smokkelaars kwamen één keer per dag met eten en vroegen dan wie hun bevelen niet hadden opgevolgd. De aanwezigen in het gebouw wisten dat ze niet snel zouden worden ontdekt door politie of rivaliserende smokkelaars, maar ze wisten ook dat ze niet vrij waren om te vertrekken.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen‘, herinnert Dieudonne zich verontwaardigd. Hij was getuige van martelingen, schietpartijen en verkrachtingen. ‘De eerste keer dat je het ziet, doet het je pijn. De tweede keer doet het je minder pijn. De derde keer’, zegt hij schouderophalend, ‘wordt het normaal. Het is de enige manier om te overleven.’

    ‘Daarom moet ik erom lachen dat mensen die een boot bestuurden worden aangehouden en dan als mensensmokkelaar worden behandeld’, zei Dieudonne. Migranten die naar Italië reisden, meldden dat ze onder bedreiging van een vuurwapen hebben moeten sturen. ‘Dat doe je alleen om niet ter plekke te sterven.’

    Mare Nostrum

    Twee jaar na de val van de regering van Moammar Qadhafi was een groot deel van de noordwestkust van Libië veranderd in een pleisterplaats voor smokkelaars die overtochten naar Europa organiseerden in grote houten vissersboten. Die overvolle schepen, ondermaats bestuurd door amateurs, kapseisden onvermijdelijk, met honderden doden als resultaat. In oktober 2013 eisten twee schipbreuken voor de kust van het Italiaanse eiland Lampedusa meer dan vierhonderd levens, wat tot publieke verontwaardiging leidde in heel Europa. Als reactie hierop lanceerde de Italiaanse staat twee plannen, het ene openbaar en het andere privé.

    ‘Het was een grote schok toen de tragedie bij Lampedusa plaatsvond’, herinnert de Italiaanse senator Emma Bonino zich, destijds de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken. De premier ‘belegde een spoedvergadering en we besloten om onmiddellijk met een reddingsprogramma te beginnen’, zei Bonino. ‘Iemand wilde het programma “veilige zeeën” noemen, maar ik zei nee, niet veilig, want er zullen zeker nog andere tragedies volgen. Laten we het Mare Nostrum noemen.’

    Mare Nostrum, ‘onze zee‘ in het Latijn, werd de naam voor een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die een jaar duurde en die meer dan 150.000 mensen redde. De operatie bracht Italiaanse schepen, vliegtuigen en onderzeeërs dichter dan ooit bij de Libische kust. Franco Roberti, net twee maanden hoofd van DNAA, zag mogelijkheden om het juridische bereik van het land uit te breiden en een dodelijke slag toe te brengen aan smokkelbendes in Libië.

    Vijf dagen na de start van Mare Nostrum lanceerde Roberti zijn plan: een reeks coördinatievergaderingen tussen de hoogste echelons van de Italiaanse politie, marine, kustwacht en justitie. Onder leiding van Roberti zouden deze bijeenkomsten vier jaar duren en uiteindelijk vertegenwoordigers van Frontex, Europol, een militaire operatie van de EU en zelfs Libië omvatten.

    Iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, moest als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd

    De notulen van vijf van deze bijeenkomsten, die door Roberti werden gepresenteerd aan een commissie van het Italiaanse parlement en die in handen zijn van The Intercept, bieden een ongekend kijkje achter de schermen van de gebeurtenissen aan de zuidelijke grenzen van Europa sinds het drama van Lampedusa.

    Tijdens de eerste bijeenkomst, gehouden in oktober 2013, vertelde Roberti de deelnemers dat de antimaffiabureaus in de Siciliaanse stad Catanië een innovatieve manier hadden ontwikkeld om migrantensmokkel aan te pakken. Door Libische smokkelaars aan te pakken zoals ze de Italiaanse maffia hadden aangepakt, konden aanklagers jurisdictie claimen over internationale wateren tot ver buiten de Italiaanse grenzen. Dat, aldus Roberti, betekende dat ze legaal aan boord konden gaan van schepen op volle zee om ze te onderzoeken en er beslag op te leggen en dat gevonden bewijsmateriaal in de rechtbank kon worden gebruikt.

    De Italiaanse autoriteiten weten al sinds lange tijd dat ze volgens de internationale maritieme wetgeving verplicht zijn om mensen die Libië ontvluchten op overvolle boten te redden en in veiligheid te brengen. Toen het aantal mensen dat de oversteek probeerde te maken steeg, raakten veel Italiaanse officieren van justitie en kustwachters ervan overtuigd dat smokkelaars op deze reddingsacties vertrouwden om hun bedrijfsmodel te laten werken. Daarom luidde de antimaffiaredenering: iedereen die als bemanningslid optreedt of een noodoproep doet op een boot met migranten, moet als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd en onderworpen worden aan de Italiaanse jurisdictie.

    Europese leiders zochten koortsachtig naar een oplossing voor wat zij zagen als een dreigende migratiecrisis. Italiaanse functionarissen dachten dat ze het antwoord hadden en rechtvaardigden hun beslissingen publiekelijk om toekomstige verdrinkingen te voorkomen.

    Maar volgens de notulen van de antimaffiavergadering in 2013 was deze nieuwe strategie zeker een week ouder dan de schipbreuken bij Lampedusa. Siciliaanse aanklagers hadden het plan al opgesteld om de migratie over de Middellandse Zee aan te pakken, maar misten de instrumenten en de publieke steun om het in daden om te zetten. Na de tragedie van Lampedusa en de oprichting van Mare Nostrum, hadden ze plotseling allebei.

    Scafisti

    Dieudonne en 91 anderen werden gered in de internationale wateren voor de kust van Libië door een Europese ngo genaamd MOAS (Migrant Offshore Aid Station). Ze brachten twee dagen door aan boord van het schip van MOAS voordat ze werden overgebracht naar een schip van de Italiaans kustwacht, de Nave Dattilo, om naar Europa te worden gebracht.

    Aan boord van de Dattilo vroegen kustwachters aan Dieudonne waarom hij Kameroen had verlaten. Ze lieten hem een foto zien van de rubberboot die vanuit de lucht was genomen. ‘Ze vroegen me wie er stuurde, wie welke rol had en zo’, zegt hij. ‘Toen vroegen ze me of ik kon vertellen hoe mensenhandel in Libië werkt, dan zouden ze me verblijfsdocumenten geven.’

    Aanvankelijk wilde hij niet niet graag meewerken. Hij wilde geen lotgenoten beschuldigen, maar was ook bang dat hij verdachte zou kunnen worden. Per slot van rekening had hij de stuurman een paar keer geholpen tijdens de reis. ‘Ik dacht dat ze me pijn zouden doen als ik niet meewerkte‘, zegt hij. ‘Niet zozeer lichamelijk, maar ze zouden me als oneerlijk kunnen beschouwen, als iemand die deel uitmaakt van de mensenhandel.’

    Dieudonne kan niet begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika

    Tot op de dag van vandaag zegt hij dat hij niet kan begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika. Hij somt gebeurtenissen van alleen al het afgelopen jaar op: dienstplicht, hongersnood, corruptie, gewapende milities, aanvallen op scholen. ‘En je probeert dan iemand te veroordelen omdat hij erin is geslaagd daaraan te ontkomen?’

    Het kustwachtschip legde aan in Vibo Valentia, een stad in Calabrië. Tijdens het ontschepen vertelde een plaatselijke politieagent aan een journalist dat ze vijf mensen hadden gearresteerd. De journalist vroeg hoe de politie de verdachte had geïdentificeerd. ‘Er is veel gedaan door de kustwacht’, antwoordde de agent. ‘De migranten zijn twee dagen geleden opgepikt en de vermeende smokkelaars zijn bekend. En we hebben getuigenverklaringen en video’s.’

    Gevallen als deze, waarbij arrestaties worden verricht op basis van foto- of videobewijs en verklaringen van getuigen zoals Dieudonne, komen vaak voor, aldus Gigi Modica, een rechter in Sicilië die veel immigratie- en asielzaken heeft gedaan. ‘Het is meestal hetzelfde verhaal. Ze pakken drie of vier mensen op, niet meer. Ze stellen hen twee vragen: wie bestuurde de boot en wie hield het kompas vast’, aldus Modica. ‘Dat is alles. Zo krijgen ze namen en de rest maakt ze niets uit.’

    Als een van de eerste rechters in Italië sprak Modica mensen vrij die beschuldigd waren van het besturen van rubberboten, in het Italiaans bekend als scafisti, op grond van het feit dat ze daartoe gedwongen werden. Dergelijke ‘noodtoestand’-uitspraken komen sindsdien steeds vaker voor. Modica noemt de onregelmatigheden op die hij in soortgelijke gevallen heeft gezien: systemisch racisme, getuigenverklaringen waarvan migranten later zeiden dat ze die niet hadden afgelegd, ondervragingen zonder aanwezigheid van een vertaler of advocaat, en in sommige gevallen aanmoediging door de politie om afstand te doen van het recht om asiel aan te vragen.

    ‘Heel vaak zijn deze vermeende scafisti gewone mensen die door smokkelaars in Libië gedwongen werden een boot te besturen’, aldus Modica.

    Getuigen worden enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk

    Documenten van meer dan een dozijn processen die door The Intercept zijn ingezien, laten zien dat vervolgingen grotendeels zijn gebaseerd op getuigenissen van migranten aan wie een verblijfsvergunning is beloofd in ruil voor medewerking. Getuigen worden al enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk.

    In veel gevallen worden identieke verklaringen, inclusief typefouten, toegeschreven aan verschillende getuigen en gekopieerd en geplakt in verschillende politierapporten. Sommige van deze rapporten zorgden voor decennialange straffen. In andere gevallen weerspraken of ontkenden getuigen de verklaringen van de politie tijdens een kruisverhoor in de rechtbank.

    De Italiaanse kustwacht besloot in sommige gevallen redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van schepen om arrestaties uit te voeren

    Al in 2015 bespraken de aanwezigen op de antimaffiabijeenkomsten het probleem van dergelijke vervolgingen. Tijdens een bijeenkomst in februari erkende Giovanni Salvi, toen de officier van justitie van Catanië, dat migrantenboten vaak in internationale wateren werden achtergelaten door smokkelaars. Toch zette de Italiaanse politie vaart achter vervolging van degenen die aan boord waren achtergebleven.

    Deze vervolgingen werden zo belangrijk geacht dat de Italiaanse kustwacht in sommige gevallen besloot redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van de ‘de komst van institutionele schepen die arrestaties kunnen uitvoeren’, zo vertelde een kustwachtcommandant tijdens de bijeenkomst.

    Gevraagd naar de opmerkingen van de commandant, ontkende de Italiaanse kustwacht ‘ooit’ een reddingsoperatie te hebben vertraagd. Het uitstellen van redding om welke reden dan ook is in strijd met het internationale en Italiaanse recht en zou volgens verschillende mensenrechtenadvocaten in Europa aanleiding kunnen zijn voor strafrechtelijke aansprakelijkheid.

    Lees hier deel 2 van dit artikel.