Onderwerpen: Gelijkheid

  • Hoe Facebook zich ondanks plechtige beloften nog altijd leent voor politici die het publiek willen misleiden

    Hoe Facebook zich ondanks plechtige beloften nog altijd leent voor politici die het publiek willen misleiden

    Na de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 beloofde Facebook plechtig om misbruik voor politieke doeleinden aan te pakken. Desondanks zijn politici nog steeds in staat om via Facebook het publiek te misleiden of tegenstanders lastig te vallen, ook als het bedrijf ervan weet.

    Julia Carrie Wong, correspondent van The Guardian in San Francisco, beschrijft hoe The Guardian inzage kreeg in uitgebreide interne documentatie die laat zien hoe Facebook is omgegaan met politiek manipulatief gedrag in meer dan dertig gevallen in vijfentwintig landen. Dergelijk ‘niet-authentiek’ gedrag, zoals Facebook het zelf noemt en dat volgens de regels van het bedrijf ontoelaatbaar is, werd ontdekt én gemeld door personeel van Facebook, maar het bedrijf liet het na er iets mee te doen.

    Uit het onderzoek door The Guardian blijkt dat Facebook misbruik van zijn platform toeliet in arme, kleine, niet-westerse landen, omdat het bedrijf prioriteit geeft aan misstanden die aandacht van de media trekken in rijke landen. Meer specifiek: Facebook handelde snel als het ging om politieke manipulatie in landen als de VS, Taiwan, Zuid-Korea en Polen, maar kwam langzaam of helemaal niet in actie als het gevallen betrof in Afghanistan, Irak, Mongolië, Mexico en een groot deel van Latijns-Amerika.

    Fiasco

    Na het historische fiasco van de Amerikaanse verkiezingen van 2016, toen Russische agenten niet-authentieke Facebook-accounts gebruikten om Amerikaanse kiezers te misleiden en tegen elkaar op te zetten, deed Facebook een plechtige belofte om door de staat gesteunde politieke manipulatie via het platform te bestrijden. Maar sindsdien heeft het bedrijf herhaaldelijk nagelaten om tijdig actie te ondernemen op momenten dat het werd geconfronteerd met bewijs van ongebreidelde manipulatie en misbruik door politieke leiders van over de hele wereld.

    ‘Er wordt veel schade aangericht via Facebook, waarop het bedrijf niet reageert omdat deze schade niet wordt beschouwd als een pr-risico’, aldus Sophie Zhang, voormalig datawetenschapper bij het bedrijf. Zhang werkte bij de zogenoemde ‘integriteitsafdeling’ van Facebook, die ongebruikelijk gedrag moet bestrijden. ‘De schade die wordt aangericht door manipulatie raakt niet Facebook, maar de rest van de wereld’, meent Zhang.

    Facebook ontsloeg Zhang in september 2020 wegens ‘ondermaatse prestaties’. Op haar laatste dag publiceerde ze een afscheidsmemo van bijna zevenduizend woorden waarin ze beschreef hoe ze ‘meerdere flagrante pogingen van buitenlandse nationale regeringen had ontdekt om het platform op grote schaal te misbruiken ter misleiding van hun burgers’. Ze beschuldigt Facebook ervan die misstanden niet te hebben aangepakt. ‘Ik weet inmiddels dat ik bloed aan mijn handen heb’, schreef Zhang. Delen van haar memo werden vorig jaar september als eerste gepubliceerd door BuzzFeed News

    Ontoelaatbare activiteiten

    Zhang treedt nu opnieuw naar voren in de hoop dat haar onthullingen Facebook zullen dwingen rekenschap af te leggen over de invloed die het bedrijf uitoefent op de wereld. ‘We hebben gezien dat verschillende presidenten ontoelaatbare activiteiten kennelijk zo waardevol vinden voor hun autocratische ambities, dat ze niet eens de moeite nemen om ze te verhullen’, zei Zhang tegen The Guardian.

    ‘Er is voor Facebook geen sterke prikkel om dit aan te pakken, behalve de angst dat iemand een boekje opendoet en veel ophef veroorzaakt. En dat is precies wat ik nu doen. Want de hele kwestie “niet-authentieke activiteit” speelt niet echt bij het bedrijf, en je kunt iets alleen maar verbeteren als je erkent dat het bestaat.’ 

    ‘Ik heb geprobeerd dit probleem binnen Facebook op te lossen (…) Ik sprak tot in detail met mijn manager, de manager van mijn manager, verschillende teams en iedereen tot aan een vicepresident van het bedrijf toe. Ik heb herhaaldelijk geprobeerd om mensen dingen recht te laten zetten (…) Ik bood aan om gratis aan te blijven nadat ze me hadden ontslagen, maar ze zeiden nee. Ik hoopte met mijn vertrekmemo mensen te kunnen overtuigen om dingen te veranderen, maar dat is niet gelukt.’

    Liz Bourgeois, woordvoerder van Facebook, zegt in een reactie: ‘We zijn het fundamenteel niet eens met de karakterisering van mevrouw Zhang aangaande onze prioriteiten en inspanningen om misbruik op ons platform uit te bannen. We gaan agressief achter misbruik over de hele wereld en hebben gespecialiseerde teams die dit werk voor ons verrichten. Als gevolg hiervan hebben we meer dan honderd netwerken met gecoördineerd niet-authentiek gedrag verwijderd.’ 

    ‘Ongeveer de helft van die netwerken’, vervolgt de zegsvrouw, ‘betrof binnenlandse netwerken die actief waren over de hele wereld, in onder meer Latijns-Amerika, het Midden-Oosten, Noord-Afrika, en in de Aziatisch-Pacifische regio. Het is onze prioriteit om “gecoördineerd niet-authentiek” gedrag te bestrijden. We pakken ook de problemen rond spam en nepinteracties aan. We onderzoeken elk probleem voordat we actie ondernemen of er openbare uitspraken over doen.’  

    Het succesvol bespelen van het algoritme kan het verschil betekenen tussen een miljoenenpubliek of onzichtbaarheid

    Met 2,8 miljard gebruikers speelt Facebook een dominante rol in het politieke discours van bijna elk land ter wereld. Maar de algoritmes en functies van het platform kunnen worden gemanipuleerd om het politieke debat te sturen of te verstoren. Dit kan bijvoorbeeld met nepinteracties zoals likes, opmerkingen, deelacties en reacties die worden geplaatst door ‘niet-authentieke’ of gecompromitteerde Facebook-accounts. 

    Daarmee kan de publieke perceptie van de populariteit van een politieke leider worden gestuurd. Daarnaast kunnen nepinteracties van invloed zijn op het o zo belangrijke algoritme dat de berichtenstroom van Facebook, de newsfeed, bepaalt. Het succesvol bespelen van dat algoritme kan het verschil betekenen tussen een miljoenenpubliek of onzichtbaarheid.

    Zhang werd in januari 2018 door Facebook ingehuurd en toegevoegd aan een team dat zich bezighoudt met het uitroeien van nepinteracties. Ze ontdekte dat de overgrote meerderheid van nepactiviteit zich voordeed in berichten van individuen, bedrijven of merken, maar ook in wat Facebook ‘maatschappelijke’, dat wil zeggen: politieke, accounts noemt.

    Honduras

    Het meest schaamteloze voorbeeld is dat van Juan Orlando Hernández, de president van Honduras. In augustus 2018 betroffen maar liefst 90 procent van alle nepinteracties de president van het Midden-Amerikaanse land. Zhang ontdekte in die maand bewijs dat personeel van Hernández rechtstreeks betrokken was bij een campagne om de status van zijn Facebookaccount op te krikken met honderdduizenden neplikes.

    Een van de beheerders van de officiële Facebook-pagina van Hernández beheerde ook honderden andere pagina’s die leken op gewone gebruikersprofielen. De stafmedewerker gebruikte deze namaakpagina’s om berichten van Hernández te voorzien van likes, als een digitaal equivalent van het optrommelen van een ingehuurde menigte voor een toespraak.

    Deze methode om nepbetrokkenheid te verwerven, die Zhang ‘Pages-misbruik’ noemt, is mogelijk door een maas in het beleid van Facebook. Het bedrijf vereist dat gebruikersaccounts authentiek zijn en verbiedt gebruikers meer dan één account te hebben, maar dat geldt niet voor Facebook Pages, de profielen voor bedrijven, organisaties of publieke figuren. Met Facebook Pages kunnen veel handelingen worden verricht die ook met gewone accounts mogelijk zijn, zoals liken, delen en reageren.

    Deze mogelijkheid bleef open door een gebrek aan handhaving, en het lijkt erop dat de optie momenteel wordt gebruikt door de regerende partij van Azerbeidzjan om miljoenen intimiderende opmerkingen te verspreiden op de Facebook-pagina’s van onafhankelijke nieuwskanalen en Azerbeidzjaanse oppositiepolitici.

    Niet-authentiek gedrag

    Dergelijk misbruik van Facebook Pages lijkt op wat het Russische Internet Research Agency deed tijdens de Amerikaanse verkiezingen van 2016, toen het Facebook-accounts aanmaakte die zogenaamd van Amerikaanse burgers waren. Deze accounts werden gebruikt om individuen te manipuleren en politieke debatten te beïnvloeden. Facebook noemt dit ‘gecoördineerd niet-authentiek gedrag‘ (‘coordinated inauthentic behavior’ – CIB) en heeft een eliteteam van onderzoekers, zogenaamde ‘dreigingsontregelaars’, belast met de opdracht om dergelijk gedrag op te sporen en te verwijderen. In maandelijkse rapporten bericht Facebook nu over CIB-campagnes die worden ontdekt, en volgens het bedrijf worden nepaccounts en namaak-Pages verwijderd.

    Maar de ‘dreigingsontregelaars’ en tal van Facebook-managers en leidinggevenden deden aanvankelijk geen onderzoek naar misbruik in Honduras en Azerbeidzjan, ondanks bewijzen dat het misbruik in beide gevallen verband hield met de nationale regering. ‘Ik denk niet dat Honduras hier erg speelt voor de mensen’, zei een manager tegen Zhang.

    Onder de bedrijfsleiders die Zhang over haar bevindingen informeerde, bevonden zich Guy Rosen, vicepresident van de integriteitsafdeling; Katie Harbath, de voormalige directeur openbaar beleid voor verkiezingen wereldwijd; Samidh Chakrabarti, het toenmalige hoofd van de afdeling burgerlijke integriteit en David Agranovich, de leider van het wereldwijde team van ‘dreigingsontregelaars’.

    Beide gevallen waren bijzonder zorgwekkend vanwege de aard van de betrokken politieke leiders. Hernández werd in 2017 herkozen in een verkiezingsstrijd die wijd en zijd als frauduleus werd aangemerkt. Zijn regering wordt gekenmerkt door beschuldigingen van ongebreidelde corruptie en schendingen van de mensenrechten. Azerbeidzjan is een autoritair land zonder persvrijheid of vrije verkiezingen.

    Op vragen aan de persvoorlichter, advocaat en minister van Transparantie van Hernández werd niet gereageerd. De YAP, de regerende partij van Azerbeidzjan, ontkende na publicatie van dit artikel op 6 maart via zijn Pages intimiderende opmerkingen te hebben gepost op de Facebook-pagina van nieuwskanaal Azad Soz.

    ‘We moeten van bovenaf beginnen (toplanden, gebieden met topprioriteit, invloedrijke zaken, enz.) en vandaar naar beneden werken’

    Facebook had er bijna een jaar voor nodig om het Honduras-netwerk uit te schakelen en veertien maanden om de Azerbeidzjaanse campagne te verwijderen. In beide gevallen heeft Facebook vervolgens het misbruik doodleuk laten terugkeren. Facebook zegt dat het handmatige en geautomatiseerde detectiemethoden gebruikt om eerdere gevallen van CIB-handhaving in de gaten te houden en dat het ‘continu’ accounts en pagina‘s verwijdert die zijn verbonden aan eerder verwijderde netwerken. De langdurige vertragingen zouden grotendeels het gevolg zijn van het prioriteitssysteem van Facebook om het politieke discours en verkiezingen te beschermen.

    ‘We hebben letterlijk honderden of duizenden soorten van misbruik (dat betekent in ieder geval werkzekerheid op onze integriteitsafdeling, hè!?),’ liet Rosen aan Zhang weten in een chat van april 2019, nadat ze had geklaagd over het gebrek aan actie tegen Honduras. ‘Daarom moeten we van bovenaf beginnen (toplanden, gebieden met topprioriteit, invloedrijke zaken, enz.) en vandaar naar beneden werken.’

    Zhang vertelde Rosen in december 2019 dat haar was meegedeeld dat de afdeling ‘dreigingsontregeling’ alleen prioriteit zou geven aan het onderzoeken van verdachte CIB-netwerken in ‘de VS / West-Europa en buitenlandse tegenstanders zoals Rusland / Iran / enz.’ Rosen onderschreef dat: ‘Ik denk dat dat de juiste priorisering is.’

    Zhang voegde tientallen uitbreidingen toe het taakbeheersysteem van Facebook om het dreigingsinformatieteam te waarschuwen voor netwerken van nepaccounts of Pages die het politieke discours verstoorden in onder meer Albanië, Mexico, Argentinië, Italië, de Filippijnen, Afghanistan, Zuid-Korea, Bolivia, Ecuador, Irak, Tunesië, Turkije, Taiwan, Paraguay, El Salvador, India, de Dominicaanse Republiek, Indonesië, Oekraïne, Polen en Mongolië.

    Die netwerken voldeden vaak niet aan de prioriteitencriteria van Facebook wat betreft CIB-verwijderingen. Anders gezegd: Facebook liet ze begaan. En dat terwijl hun activiteiten niet in overeenstemming waren met het beleid van het bedrijf. Ze hadden moeten worden verwijderd.

    In sommige gevallen die Zhang ontdekte, waaronder die in Zuid-Korea, Taiwan, Oekraïne, Italië en Polen, ondernam Facebook snel actie, resulterend in onderzoeken door het dreigingsinformatieteam en, in de meeste gevallen, leidend tot het verwijderen van niet-authentieke accounts.

    Donald Trump

    In andere gevallen stelde Facebook het ondernemen van actie maandenlang uit. Toen Zhang in oktober 2019 een netwerk van nepaccounts ontdekte die nepinteractie creëerden voor politici in de Filippijnen, liet Facebook die langzaam uitdoven. Maar toen een klein onderdeel van datzelfde netwerk in februari 2020 een onbeduidende hoeveelheid nepbetrokkenheid begon te creëren op de Page van Donald Trump, ging het bedrijf snel over tot actie om deze te verwijderen. In een aantal andere gevallen ondernam Facebook helemaal geen actie.

    Een onderzoeker van het team van dreigingsontregelaars vond bewijs dat een Albanees netwerk, dat massaal niet-authentieke commentaren produceerde, in verband kon worden gebracht met personen in de regering, maar liet de zaak vervolgens gaan.

    Een Boliviaans netwerk van nepaccounts ter ondersteuning van een presidentskandidaat in de aanloop naar de betwiste algemene verkiezingen van oktober 2019, werd volledig genegeerd. Honderden niet-authentieke accounts die deze presidentskandidaat ondersteunden bleven actief na de laatste werkdag van Zhang in september 2020. Netwerken in Tunesië en Mongolië werden evenmin onderzocht, ondanks dat er verkiezingen waren in Tunesië en Mongolië in een constitutionele crisis verkeerde.

    “We hebben deze persoon betrapt op het beroven van een bank. Dat mag echt niet, hoor”

    Te midden van massale protesten en een politieke crisis in Irak in 2019, vroeg de Irak-specialist van Facebook om prioriteit te geven aan twee netwerken die Zhang vond. Een onderzoeker was het ermee eens dat de accounts moesten worden verwijderd, maar niemand voerde ooit een handhavingsactie uit, en op haar laatste werkdag ontdekte Zhang dat ongeveer zeventienhonderd nepaccounts die een politieke figuur in het land te steunen nog altijd actief waren.

    Uiteindelijk is Facebook zeer terughoudend als het erom gaat machtige politici te straffen. En als het bedrijf wel handelt zijn de gevolgen vaak te mild, zo stelt Zhang. ‘Stel, je hebt met succes een bank beroofd. Je straf is dat je gereedschap voor bankovervallen in beslag wordt genomen en er komt een openbare mededeling in de krant waarin staat: “We hebben deze persoon betrapt op het beroven van een bank. Dat mag echt niet, hoor.” Dat is in wezen wat er bij Facebook gebeurt. Het gevolg daarvan is, dat meerdere regeringsleiders hebben besloten dat dit een acceptabel risico is. In deze analogie is het geld al uitgegeven. Het kan niet meer worden opgeëist.’

    Op haar laatste werkdag bekeek ze de lijst met openstaande taken die ze had ingediend over nog actieve netwerken van niet-authentieke accounts en liet ze notities achter voor mensen waarvan ze hoopte dat die haar werk na haar vertrek zouden oppakken. Er waren nog steeds tweehonderd verdachte accounts die een politicus in Bolivia steunden, legde ze vast; honderd in Ecuador, vijfhonderd in Brazilië, zevenhonderd in Oekraïne, zeventienhonderd in Irak, vierduizend in India en meer dan tienduizend in Mexico.

  • Bedreiging persvrijheid in Tunesië | Idriss Déby krijgt een zesde termijn

    Bedreiging persvrijheid in Tunesië | Idriss Déby krijgt een zesde termijn

    Tsjadische president Idriss Déby Itno wordt herkozen voor een zesde termijn

    De Tsjadische Idriss Déby Itno werd bij de presidentsverkiezingen van 11 april herkozen voor een zesde termijn met 79,32 procent van de uitgebrachte stemmen, volgens de voorlopige officiële resultaten die maandag door het nationale verkiezingsorgaan Alwihdainfo.com bekend werden gemaakt. De voormalige en laatste premier van Déby, Albert Pahimi Padacké, werd tweede met 10,32 procent van de uitgebrachte stemmen. De opkomst bij deze verkiezing was 64,81 procent, zoals eveneens is te lezen op de site.

    Eerdere verkiezingen werden door oppositiepartijen bestempeld als een farce. Ook dit keer kwam zijn herverkiezing niet als een verrassing, aangezien zijn rivalen bij de verkiezingen niet veel politiek gewicht in de schaal konden brengen, schrijft o.a. het Zuid-Afrikaanse Mail&Guardian. Het Afrikaanse land wordt al sinds Déby in 1990 met een staatsgreep aan de macht kwam met ijzeren vuist geleid.


    In Tunesië zijn journalisten in oorlog met hun nieuwe CEO

    De benoeming van Kamel Ben Younes tot hoofd van het officiële Tunesische persbureau, Tunis Afrique Presse (TAP), heeft een ernstige crisis veroorzaakt. Afgelopen dinsdag schakelde de nieuwe baas zelfs de politie in om zijn kantoor te bereiken, waar journalisten de ingang blokkeerden, meldt de site van Business News

    Dit is ongehoord in de geschiedenis van het persbureau. De journalisten demonstreerden tegen zijn recente benoeming door de regering. Een aantal van hen werd door de politie met geweld aangepakt.

    De kersverse CEO van TAP, die zich al lange tijd dicht bij de macht bevindt van voormalig president Zine El-Abidine Ben Ali, wordt er door zijn werknemers van beschuldigd in dienst te zijn van de islamistische beweging Ennahda.

    Volgens de Tunesische site Kapitalis maakt Kamel Ben Younes deel uit van de RCD, de partij van ex-dictator Ben Ali; ‘De crème de la crème van wetteloze benalisten, opportunisten die klaarstaan ​​om hun vaders en moeders op de politieke markt te verkopen.’

    Bedreiging voor de persvrijheid

    ‘Waarom is het zo erg dat Kamel Ben Younes aan het hoofd van TAP wordt geplaatst?’ vraagt ​​de site Webdo.tn zich af. Mounir Souissi, journalist en lid het persbureau, legt het uit: ‘De TAP is de locomotief van de publieke media. Hichem Mechichi (het hoofd van de regering) weet dit en wil hier op deze manier invloed kunnen uitoefenen.’

    De krachtige interventie van de politie bij het gebouw van TAP lokte sterke reacties uit binnen de beroepsgroep, in het bijzonder bij de Internationale Federatie van Journalisten, die van mening is dat wat er is gebeurd niet alleen ‘een bedreiging is voor de gevestigde journalisten, maar [ook] voor de persvrijheid in Tunesië’.

    Kamel Ben Younes vertrok uiteindelijk zonder zijn kantoor te hebben bereikt. De journalisten blijven om de beurten sit-ins houden om de regering te dwingen haar besluit te herzien.


    In Ghana worden homoseksuelen achtervolgd als nooit tevoren

    Afgelopen zondag kwam in Ghana een ​​interreligieuze groep christelijke hoogwaardigheidsbekleders – priesters, pastors, dominees, bisschoppen – bijeen tijdens een nationale gebedsbijeenkomst in Accra. Het centrale thema en de titel van hun gebeden luidde: ‘Homoseksualiteit: een verfoeilijke zonde voor God.’

    Het evenement werd georganiseerd met de steun van Ghanese media en bracht vertegenwoordigers van de islam, traditionele religies, het maatschappelijk middenveld en het parlement samen. Deze invloedrijke figuren spraken ook over de criminalisering van de LGBTQI+ gemeenschap en ‘de heropvoeding, hulp en ondersteuning’ van deze ‘verloren zielen’.

    ‘Onnatuurlijke relaties’

    De golf van homofobie begon eind januari, toen LGBT+ Rights Ghana een ontmoetingsruimte in Accra opende. Het was de eerste in zijn soort en de ruimte bleef er niet lang, want het nieuws werd snel opgepakt door de lokale media.

    De eerste ronde van protest behelste een campagne waarin de regering werd opgeroepen het centrum te sluiten en de verantwoordelijken te arresteren. Leden van de regering haastten zich om zich bij het homofobe discours aan te sluiten.

    In de zeldzame interviews met homo’s vroegen journalisten hen of ze niet zelf verantwoordelijk waren voor het geweld waarmee ze te maken hadden

    Tegelijkertijd geven Ghanese media parlementsleden alle ruimte om hun homofobe opvattingen te uiten. In de zeldzame interviews met homo’s vroegen journalisten hen of ze niet zelf verantwoordelijk waren voor het geweld waarmee ze te maken hadden, door gelijke rechten te eisen.

    Op 24 februari zorgden al deze gebeurtenissen tezamen ervoor dat de politie het kantoor van de vereniging sloot, waarvan het team vervolgens onderdook. Sinds de sluiting is volgens activisten het aantal verbale en fysieke aanvallen op homoseksuelen toegenomen, vooral op het afgelegen platteland. 

    Homoseksualiteit, een ‘westers kwaad’

    Eind februari liet president Nana Akufo-Addo uit het niets weten dat hij legalisering van het homohuwelijk nooit zou toestaan. Begin maart hebben acht afgevaardigden van de regering een nieuwe versie van een eerder ingediend wetsvoorstel voorgesteld, waarin expliciet wordt opgeroepen tot strafbaarstelling van homoseksualiteit en verplichte ‘seksuele heroriëntatietherapie’ voor degenen die ervan worden ‘verdacht’.

    Veel homofoben beweren dat homoseksualiteit een product van westerse import is. Maar, zoals in veel voormalige koloniën, zijn de homofobe wetten van Ghana een residu van de Europese overheersing. De Commissie voor christelijk huwelijk en gezinsleven (CCMFL), die pleit voor het heteroseksuele gezinsmodel, werd in 1966 opgericht met financiering van een Britse organisatie, Christian Aid. Meer recentelijk hebben organisaties zoals de National Coalition for Appropriate Sexual Rights and Family Values ​​het discours van Amerikaanse evangelisten herhaald, onder meer met de officiële steun van het World Congress of Families, een organisatie gevestigd in de Verenigde Staten.

    Schaduwgevecht

    LGBT+ Rights Ghana heeft een geldinzamelingsactie gelanceerd om een ​​permanent pand te verwerven voor de huisvesting van een nieuw sociaal centrum. De vereniging heeft tot nu toe meer dan 40.200 dollar opgehaald.

    Andere verenigingen oefenen druk uit op afgevaardigden om te voorkomen dat nieuwe wetgeving wordt aangenomen die homoseksualiteit expliciet strafbaar stelt. Vanwege het risico op vervolging organiseren de meeste activisten zich ondergronds.

  • Hier, in Finland, woont het gelukkigste volk ter wereld

    Hier, in Finland, woont het gelukkigste volk ter wereld

    De Finnen zijn het meest tevreden volk ter wereld. Hoe krijgen ze dat jaar na jaar weer voor elkaar? We nemen een kijkje in het noorden, waar ze alles beter doen dan in de rest van de wereld – tot postzegels ontwerpen aan toe.

    Onze zoektocht naar het geluk eindigt waar hij nooit had moeten eindigen: in een cliché. Aan een Fins meer in een zacht avondzonnetje, op een eenzame bank onder de dennenbomen, terwijl ik zojuist uit de hitte van de sauna ben ontsnapt en de damp van me afslaat, ben ik volmaakt gelukkig. Hier woont het gelukkigste volk ter wereld, in Finland, aan de noordrand van Europa. Dat heeft de Verenigde Naties in zijn World Happiness Report (WHR) voor de derde keer achtereenvolgende keer bevestigd.

    Ons bezoek aan dit 5,5 miljoen zielen tellende volk begon een goede week geleden op een plaats waar die dag de hemel dichtbij is: als de zon doorbreekt, ligt er over het vliegveld van Helsinki een schittering, zo stralend en pijnlijk helder als je verder alleen op de Tibetaanse hoogvlakte ziet. De Oodi, de nieuwe centrale bibliotheek van Helsinki, ziet eruit als een geschenk uit een andere wereld. Aan de rand van het dak van de Oodi, nog dichter bij de hemel, staat Antti Nousjoki, de architect, en wijst naar de mensen die in de stralen van de herfstzon zitten te lezen. ‘Zo’n balkon als dit is voor ons Finnen belangrijk,’ zegt hij, ‘ook al kunnen we het maar een paar dagen per jaar gebruiken. Alle andere dagen zitten we binnen, kijken naar buiten op het balkon en dromen.’

    Het land deed zichzelf voor zijn honderdste verjaardag een bibliotheek cadeau die is uitgeroepen tot de beste van de wereld. De spiegelglad gepoetste onderzijde van de Oodi wordt wel vergeleken met een houten scheepsromp, de bovenkant lijkt op een in glas gevat pak opgewaaide sneeuw. Op de lichte bovenverdieping liggen hier en daar mensen op hun buik te lezen, andere zijn met hun boek in een van de witte ‘Ball Chairs’ gekropen. Op de als de boeg van een schip hoog oprijzende, uitstekende punt van het dak poseren twee blonde tienermeisjes in artistiek gescheurde spijkerbroeken voor een selfie. Antii Nousjoki wijst uit het raam naar de overkant van het grote plein: ‘Kijk, het parlementsgebouw, de tempel van de democratie. We hebben de Oodi zo gebouwd dat we ons op ooghoogte met het parlement bevinden.’

    b 730 c2938d19 f8fa 499d a72e 2bb8b148de67 1

    De Oodi vormt het hart van de hoofdstad en heeft het kwakkelende winkelgebied afgelost als Helsinki’s zenuwcentrum. ‘Er wordt hier weer meer gewoond dan gewinkeld,’ zegt de architect. Het verhaal van de Oodi is ook het verhaal van een land en zijn bibliotheken.

    Het is zinnig om op deze plek onze zoektocht naar het geluk van de Finnen te beginnen. In Finland is al jaren een speciale bibliotheekwet van kracht. In 2016 werden de bibliotheken bijna 50 miljoen keer bezocht en leenden ze 68 miljoen boeken uit. Ter vergelijking: de gemiddelde Nederlander gaat 3,7 keer per jaar naar een bibliotheek (2019). 

    De Oodi heeft 100 miljoen euro gekost. Dat is veel geld. Maar iedere inwoner van Helsinki voelt zich mede-eigenaar. De Oodi is het nieuwe forum en de nieuwe woonkamer van de stedelijke samenleving. Bibliotheken waren, vermoedelijk vanwege het slechte weer, altijd al ontmoetingsplekken, waar je je vrienden tegenkomt en ook advies kunt vragen. ‘Als je het vraagt zouden de bibliotheekmedewerksters je zelfs helpen je belastingaangifte in te vullen,’ zegt Antii Nousjoki.

    De bovenverdieping is gereserveerd voor de boeken, maar in een Finse bibliotheek kun je al heel lang ook boormachines en ander gereedschap lenen. Als je het binnenste van de Oodi betreedt, kun je onder de stalen brugconstructie musici met een elektrische gitaar of een viool tegenkomen, die onderweg zijn naar een van de muziekstudio’s. Naast de naaimachines staan 3D-printers en op de traptreden voor de fotoprinters zit een groepje flyers te maken voor een concert. stadsatelier, staat er op een bord. Achterin bevindt zich een complete professionele keuken. ‘Mijn schoonvader heeft zijn verjaardag hier gevierd,’ zegt Antii Nousjoki. ‘Weet u, wij Finnen betalen graag belasting, omdat we weten wat we ervoor terugkrijgen, en ook omdat we een egalitaire samenleving zijn.’

    De Oodi staat voor het nieuwe Helsinki, het Finland dat niet meer de rafelrand van Europa is, maar in veel opzichten een voortrekker en een voorbeeld. De Oodi, zegt Nousjoki, ‘is de uitdrukking van dat nieuwe zelfbewustzijn’.

    Ze moeten nog wel een beetje wennen aan hun nieuwe zelfbewustzijn. Toen in het World Happiness Report van de VN de Finnen in 2018 voor het eerst werden uitgeroepen tot het gelukkigste volk ter wereld, reageerden ze tamelijk verbaasd. Wij? Gelukkig?  Serieus?

    Nogal een contrast met de Denen, die de jaren ervoor een abonnement op de eerste plaats leken te hebben en op hun status als zondagskinderen graag luchtig reageerden met: wie anders? Denemarken was ook de bakermat van de hygge, een hype die met zijn openhaardengezelligheid een reactie was op het verlangen naar kleinburgerlijkheid in een steeds chaotischer wereld.

    Ook op dat vlak voeren de Finnen nu de troepen aan: ze hebben de wereld kalsarikännit geschonken, de ‘uit Finland afkomstige ontspanningstechniek’ (Wikipedia) die gewoon betekent: ‘thuis dronken worden in je ondergoed’. Het World Happiness Report was niet de eerste wereldranglijst waar Finland de afgelopen jaren bovenaan eindigde. En zoals wel vaker verdeelde het de tobberige Finnen in een deel dat de onderzoeksmethode ter discussie stelde en een deel dat de blijde boodschap omhelsde maar die meteen bedolf onder een waslijst van de grootste misstanden in het land. 

    ‘Wij Finnen denken altijd dat als we ons ergens op verheugen, er vast en zeker iets misgaat. Dus verheugen we ons maar liever nergens op’

    Op een paar minuten lopen van de Oodi spreken we Nasima Razmyar in haar kamer op het stadhuis met uitzicht op de haven. Op haar bureau ligt het laatste nummer van een vrouwentijdschrift waar ze op de cover prijkt. Als locoburgemeester van Helsinki is sociaaldemocrate Nasima Razmyar verantwoordelijk voor sport en cultuur. Ze vertelt over internationale conferenties waar haar delegatie plastic mapjes uitdeelt waarop in een hoekje is geprint: Gelukkigste land ter wereld. ‘Maar in zulke kleine lettertjes dat je het amper kunt lezen.’

    Finnen maken zich graag onzichtbaar. Dat komt ook door de geschiedenis van Finland, denkt ze: al die bezettingen, de oorlogen, de bloedige burgeroorlog van 1918. ‘Wij Finnen denken altijd dat als we ons ergens op verheugen, er vast en zeker iets misgaat. Dus verheugen we ons maar liever nergens op.’

    Razmyar praat met veel gebaren en een aanstekelijke lach, je merkt meteen dat ze een ander temperament heeft dan de meeste Finnen. Razmyars familie komt uit Afghanistan, haar vader was vroeger ambassadeur in Moskou. In 1993 is het gezin naar Finland gevlucht, Nasima was toen acht. ‘Koud was het in het vluchtelingenkamp ergens in het noorden van Lapland, koud en donker.’ Ze moesten met niets beginnen. ‘Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat we arm waren of dat het me aan iets ontbrak. Misschien is het mooiste aan Finland wel dat iedereen hier gelijke kansen heeft, wie of wat je ook bent.’

     ‘Wij Finnen betalen graag belasting, omdat we weten wat we ervoor terugkrijgen’

    Nog niet zo lang geleden was Finland een van de armste landen van de wereld. ‘Weet u, wij hebben geen historie van macht en rijkdom, zoals Denemarken en Zweden,’ zegt Razmyar. Dat Finland bovenaan zoveel ranglijstjes staat, heeft alles te maken met het uitstekende, door de gelijkheidsgedachte bepaalde onderwijssysteem. En met de bibliotheken. 

    Razmyar heeft haar halve jeugd in de plaatselijke bibliotheek doorgebracht. ‘Ik hield van de geur daar en van de vrouwen, bij wie je altijd welkom was.’ Als tienjarige werd haar door een van die vrouwen haar venster op de wereld overhandigd: ‘Ik stond met grote ogen te kijken toen ik mijn eerste bibliotheekkaart kreeg. Echt, mag ik alles lenen? Voor niets?’ Zo ontwikkelde het vluchtelingenmeisje zich tot Finlands eerste parlementslid van Afghaanse afkomst en vervolgens tot locoburgemeester die verantwoordelijk is voor alle bibliotheken in de hoofdstad. 

    Dat de Denen gelukkig waren verbaasde destijds niemand. Het kostte de Finnen daarentegen lange tijd moeite om los te komen van hun reputatie als, nou ja, Finnen, uit het zwart-witte land in het noorden. Alsof het allemaal figuranten zijn in een Aki Kurismäkifilm, waar stoïcijnse gestalten de eeuwige winter en de somberte van hun ziel berustend en laconiek aanvaarden met behulp van hectoliters Koskenkorva-wodka en een merkwaardig gevoel voor humor. In dit cliché-Finland plegen mensen zelfmoord en zwijgt de rest in twee talen, zoals Bertolt Brecht ooit opmerkte, het Fins en het Zweeds namelijk, de twee landstalen. 

    Alcoholgebruik en depressiviteit vormen nog wel een probleem, maar niet meer in dezelfde mate als voorheen

    In werkelijkheid zijn Finnen praatgrage mensen; tenminste als ze iets te melden hebben. En in werkelijkheid is het aantal zelfmoorden drastisch afgenomen, met 13 zelfmoorden per 100.000 inwoners ligt het ongeveer op het niveau van Nederland (12,5). Alcoholgebruik en depressiviteit vormen nog wel een probleem, maar niet meer in dezelfde mate als voorheen.

    Inmiddels hebben de VN de Finnen voor de derde keer achtereen uitgeroepen tot het gelukkigste volk ter wereld, waarbij het verschil met de landen na hen, de andere noordse landen voorop, groter is geworden. En dat terwijl Finland het armste land van Noord-Europa is. Het rijkste is Noorwegen, dat gemeten naar nationaal product per hoofd wereldwijd op de zesde plaats staat. Finland staat 21e. Steeds meer Finnen beginnen te wennen aan de gedachte dat ze hun geluk niet meer kunnen ontkennen.

    Meest tevreden 

    Het is vrij zeker dat geluk niet het juiste woord is. Waarschijnlijk zijn de Finnen gewoon het meest tevreden volk op aarde. ‘Goede landen produceren geen geluk,’ zegt Heikki Aittokoski, journalist en schrijver van Het eiland van het geluk; een reis naar een perfecte samenleving (niet in het Nederlands vertaald), Hij is kortgeleden de wereld rondgereisd op zoek naar het recept voor de perfecte samenleving. ‘Maar ze zorgen ervoor dat alle factoren verdwijnen die iemand ongelukkig kunnen maken. En daarin zijn de noordse landen en Finland verdomd goed.’

    Aittokoski woont in Espoo, de tweede stad van Finland, die bijna aan Helsinki vastgegroeid zit. En toch is het maar twintig minuten met de auto of we staan midden in een groot bos, aan de oever van een eenzaam ven. ‘Ik kom hier bijna elke dag om hard te lopen en te zwemmen,’ zegt Aittokoski.

    Voor de meeste Finnen, zegt hij, is dicht bij de natuur zijn de bepalende factor voor hun welbevinden. Goed functionerende democratische instituties, een ruimhartige welvaartsstaat, nauwelijks corruptie, gelijke kansen voor iedereen, seksengelijkheid, een hoog opleidingsniveau, sociale cohesie, en een grote vrijheid bij belangrijke levensbeslissingen. De noordse landen bezitten volgens het WHR al deze ingrediënten voor een gelukkig leven. Wat de Finnen van hun buren onderscheidt, is dat zij de afgelopen honderd jaar als enigen overheerst zijn geweest. Anders dan de Denen, Noren en Zweden hebben ze nooit een eigen aristocratie gehad, het gelijkheidsdenken is daardoor buitengewoon sterk ontwikkeld. En ze hebben altijd lagere verwachtingen gehad dan de anderen, zegt Heikki Aittokoski. ‘Wij zijn met weinig tevreden.’

    In café Engel, tegenover de Dom, hebben we afgesproken met psycholoog en filosoof Frank Martela (38). Hij is een van de auteurs van het laatste WHR-rapport. ‘De Finnen hebben een melancholiek zelfbeeld, misschien vinden ze het daarom ook moeilijk in hun eigen geluk te geloven,’ zegt hij. ‘Kijk maar naar de muziek die hier populair is: tango, heavy metal. Heel anders dan de Zweden met hun feelgoodpop.’ In 2019 had Finland 70 heavy metalbands per 100.000 inwoners, meer dan vier keer zoveel als Duitsland, ook dat is een wereldrecord.

    ‘Natuurlijk luister ik er ook naar, het is louterende muziek. Als je je beroerd voelt, schreeuw je je pijn gewoon weg. In ons land is generaties mannen bijgebracht dat ze nooit hun gevoelens mogen laten zien.’ Nee, zegt Martela, vreugdeuitbarstingen zul je in Finland niet gauw meemaken. En nog altijd is klinische depressie hier een groter probleem dan in veel andere landen. Paradoxaal genoeg geldt ook: ‘Als geluk betekent dat je stilletjes tevreden bent met je leven, is er op de wereld geen betere plek dan Finland.’

    Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder dat er een onderzoeksrapport verschijnt dat aantoont dat de Finnen in alles beter zijn dan iedereen

    Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder dat er een onderzoeksrapport verschijnt dat aantoont dat de Finnen in alles beter zijn dan iedereen. Zij hebben de schoonste lucht en het schoonste water. Zij wonen op het veiligste platteland ter wereld, hebben de laagste analfabetismecijfers, scholen en universiteiten zijn gratis en behoren tot de beste ter wereld. Nergens in Europa, zo heeft de Europese Commissie vastgesteld, gaat het beter met de digitalisering. Zelfs de verkiezing van de mooiste postzegel ter wereld is afgelopen jaar gewonnen door een Finse deelneemster.

    Alle pogingen om het Finse geluk te verklaren, beginnen en eindigen met deze vergelijking: samenlevingen waarin men elkaar en de instituties vertrouwt, zijn het gelukkigst. Als je de enquêtes mag geloven, hebben burgers in Europa nergens meer vertrouwen in elkaar, de politiek, de politie en de media dan in Finland. ‘Wij Finnen vinden onszelf betrouwbaar en we vertrouwen op anderen,’ zegt Frank Martela. ‘En op dit moment hebben we ons vertrouwen in Sanna Marin gesteld.’ 

    22006952 0 image a 118 1575896035716

    Sanna Marin, de jongste vrouwelijke premier van de wereld. Een jonge, linkse sociaaldemocrate, die duidelijke taal spreekt en op transparante wijze regeert. Een politica wier moeder samenwoont met een vrouw. Een 34-jarige regeringsleider die foto’s van zichzelf op Instagram plaatst terwijl ze haar baby voedt en die aan het hoofd staat van een coalitie waar alle vijf de partijleiders jonge vrouwen zijn. In Finland kijken ze overigens meer op van de buitenlandse verbazing over Marins vrouwenregering dan van die regering zelf.

    De nieuwe regering werd in elk geval vlak na haar aantreden overvallen door de coronapandemie en heeft die tot dusverre koel en efficiënt onder controle weten te houden. Finland heeft wereldwijd het minste aantal doden door covid-19; op het moment dat we dit schrijven 63 per miljoen inwoners, terwijl het er in Duitsland bijna twee keer zoveel zijn en in Zweden meer dan negen keer zoveel. Tegelijkertijd heeft de economie veel minder te lijden dan in de rest van Europa. Toen de Zweedse premier begin oktober aan Sanna Marin vroeg hem op de EU-top in Brussel te vertegenwoordigen, verscheen de Zweedse krant Expressen met het dringende verzoek aan de Finse premier meteen maar de hele Zweedse regering een tijd over te nemen. ‘Onder leiding van de Finnen gaat alles gewoon beter.’

    En zo heeft Finland vorig jaar Zweden afgelost als coolste land van het noorden. De veel bewonderde en benijde Zweden die Finland zeshonderd jaar overheerst hebben tot de Russen de macht overnamen. ‘Het moment dat we merkten dat we de Zweden verslagen hadden, was het moment dat wij de gelukkigste mensen ter wereld werden,’ zegt Stan Saanila. Saanila maakt samen met André Wickström het satirische programma Dit hier voor de publieke zender YLE. ‘O, die Zweden,’ zegt collega Wickström instemmend, ‘zij leggen de lat voor de Europeanen wel erg hoog.’ Saanila: ‘Ze zijn zo goed gekleed, en ze ruiken altijd zo lekker.’

    Saanila en Wickström zitten in de kantine van YLE in het noorden van Helsinki. Het gesprek is af en toe onverstaanbaar door de heavymetalmuziek en de classic rock die uit de speakers komt. Maar Saanila’s gelach overstemt elk gitaarloopje. Ze behoren allebei tot de Zweedse minderheid, maar beschouwen zichzelf als echte Finnen. De verhouding tot de voormalige Zweedse overheersers is altijd ingewikkeld geweest. Finland was lang straatarm en tot kort na de Tweede Wereldoorlog nog een agrarisch land. In de jaren vijftig en zestig zijn meer dan een miljoen Finnen naar Zweden getrokken om werk te zoeken. 

    Saanila: ‘De Zweden hadden sinaasappels en bananen en chocolade. En wij een waslijst aan herstelbetalingen aan de Sovjet-Unie. Ik bedoel: zij hadden een eigen automerk! Volvo!’

    Wickström: ‘En wij reden nog steeds in een Moskowitz. Of een Wartburg. Of een Lada.’

    Saanila: ‘Wanneer dat is veranderd? Vorige week woensdag geloof ik,’

    Mijlpalen in de collectieve herinnering van een land dat geleerd heeft trots op zichzelf te zijn. In 2006 bijvoorbeeld: ‘Hard Rock Hallelujah!’ Lordi won het Eurovisie Songfestival, het was een echt huzarenstukje om met een als figuren uit een griezelfilm uitgedoste metalband het meest authentieke optreden neer te zetten. 

    Nog belangrijker, tien jaar eerder, in 1995, de finale van het wereldkampioenschap ijshockey, Finland-Zweden: 4-1. Finland won. In Stockholm. ‘We waren verbijsterd,’ herinnert André Wickström zich, ‘hoe bestond het?’ Sommige Finnen kijken nog elk jaar naar de herhaling van die wedstrijd en kennen het originele commentaar woord voor woord uit het hoofd. 

    Er zijn meer van die mijlpalen. Nokia werd een wereldconcern en is dat ondanks de crash in de mobiele telefonie gebleven, nu als producent van netwerken. Helsinki werd Culturele hoofdstad van Europa. En ondanks het gebrek aan zelfvertrouwen ontwikkelde zich iets wat ons tot nu toe vreemd was: optimisme. 

    Saanila: ‘De ban was gebroken…’

    Wickström: ‘…en er ging een wereld aan mogelijkheden open.’

    Saanila: ‘Onlangs vond een politica van de Centrumpartij dat het tijd werd dat Finland een eigen ruimtevaartprogramma kreeg.’

    Ze proesten het uit.

    Vrouwen en mannen

    Burgemeester Nasima Razmyar zei: ‘Achter het Finse succesverhaal staan vrouwen.’ En achter de vrouwen staan mannen als die van Razmyar, die het helemaal niet raar vinden om voor de baby te zorgen en die elke dag naar haar werkkamer te brengen, zodat ze hem de borst kan geven voeden. Maar achter de Finse vrouwen staat vooral de verzorgingsstaat met bijbehorende instellingen. Zoals de organisatie van Tiina Ivakko, met wie we vanwege het coronavirus in een park hebben afgesproken.

    Ivakko struikelt bijna over haar woorden: ‘Ik vertel het graag. Want het is belangrijk.’ Ivakko geeft leiding aan een kinderopvangcentrum in de wijk Kalasatama, dat 24 uur per dag, zeven dagen per week open is. Twintig leidsters passen er op alles bij elkaar vijfenzeventig kinderen, waarvan de jongste tien maanden is. Het zijn vooral alleenstaande moeders en vaders die hun kinderen naar Ivakko brengen. Vaak werken ze ’s nachts of in het weekend, in een restaurant of ziekenhuis bijvoorbeeld. Soms zijn ze drie dagen achterelkaar aan het werk, zoals de stewardess die naar New York vliegt. Elke week kunnen de klanten hun rooster doorgeven om hun uren bij Ivakko te kopen. De staat heeft bepaald dat een Fin nooit meer dan € 289 per maand hoeft te betalen.

    Alleen al in Helsinki zijn er zes van deze 24-uurs kinderopvangcentra. Haar medewerksters zijn telkens weer verbaasd als buitenlandse bezoekers verbaasd zijn over hun organisatie. ‘Voor ons is het vanzelfsprekend, al meer dan dertig jaar. In Finland werkten de vrouwen altijd al.’

    De grootmoeder van Ivakko werkte, haar moeder ook, ze gaf haar hele leven leiding aan een van de openbare speelplaatsen waar schoolkinderen tussen de middag ook eten krijgen. ‘Aha,’ zegt Ivakko, ‘heb je dat in Duitsland ook al niet?’ In Finland, zegt ze, was de gelijkstelling van de geslachten gewoon noodzaak. Het was een arm land met maar weinig mensen, het kon zich niet veroorloven vrouwen thuis te laten zitten. 

    Ten slotte zegt Ivakko: ‘Zo, en voor u nu gaat denken dat dit het paradijs op aarde is, vertel ik u dat mijn dochter van 22, die op het ogenblik vorkheftruckchauffeur is in een fabriek, meer verdient dan onze leidsters.’ Afgelopen zomer heeft Ivakko een vacature geplaatst, er kwam niet één sollicitant. ‘Onze beroepen worden niet op waarde geschat, dus soms gaat er in Finland iets goed mis.’

    Donkere wolken aan de hemel zijn er dus ook. Een land lijkt tegenwoordig niet zo gelukkig te kunnen zijn, dat het geen rechtspopulisten voortbrengt. In Finland is dat de Finse Partij, voorheen de Ware Finnen, die het ressentiment tegen buitenlanders en de ‘stedelijke elites’ aanwakkert. De nieuwe premier heeft het vaak over de tekortkomingen bij de gelijkberechtiging. In 2017 verdienden Finse vrouwen gemiddeld 17,3 procent minder dan hun mannelijke collega’s, de kloof is groter dan gemiddeld in Europa. Het aantal aangiftes wegens huiselijk geweld nam in 2019 toe. En ondanks het voorbeeldige kinderopvangsysteem willen Finse vrouwen niet meer kinderen krijgen: het geboortecijfer ligt met 1,35 veel lager dan in de andere noordse landen.

    De redenen daarvoor zijn ook voor de Finnen een raadsel. Ligt het aan het vooruitzicht hun kinderen naar scholen te moeten sturen waarvan de reputatie achteruitgaat? In de meest recente Pisa-studie staan de Finnen niet meer op de eerste plaats, zoals in de eerste Pisa-studie begin eenentwintigste eeuw, ook nemen de verschillen tussen arme en rijke kinderen toe, waarover in het hele land veel te doen is. ‘Tenslotte zit gelijkheid in ons DNA, privéscholen hebben we hier dan ook niet,’ zegt Marjaana Ajanto, die lesgeeft op een gymnasium in Espoo. ‘Neem bijvoorbeeld Sanna Marin. Ze is superslim, maar ze was een gewoon meisje uit Tampere. In Finland kan iedereen alles worden, ook premier.’

    Als de pandemie een stresstest is voor de constitutie van de samenleving en haar instituties, dan slaagt niet alleen de Finse staat, maar slagen ook de Finse scholen met vlag en wimpel

    Maar de Finnen zitten bij de Pisa-scores nog steeds in de topgroep. En ze zijn de enigen die ook bij tevredenheid over hun leven heel hoog scoren. Als de pandemie een stresstest is voor de constitutie van de samenleving en haar instituties, dan slaagt niet alleen de Finse staat, maar slagen ook de Finse scholen met vlag en wimpel.

    ‘Dat houdt absoluut verband met het feit dat wij dol zijn op nieuwe technologieën,’ zegt Marjaana Ajanto. ‘Sinds Nokia is dat onderdeel van ons succesverhaal.’ In de Digital Economy and Society Index 2020 van de Europese Commissie is Finland de ‘digitale leider’ onder de 27 Europese landen. Finland, zegt het persbericht, slaagt er buitengewoon goed in ‘innovatief denken te combineren met maatschappelijke verantwoordelijkheid’. Voordat Ajanto lerares werd, werkte ze aan online platforms voor de Finse omroep en bij Microsoft. Nu geeft ze Engels, marketing en technologie. Ze heeft een missie, zegt ze: ‘Ik wil dat alle meisjes goed op de hoogte zijn van de nieuwe technologieën.’

    Ook op haar school zijn bezoekers vanwege corona niet toegestaan, dus spreken we af in het centrum van Helsinki. Net als de andere geïnterviewden voldoet ook Ajanto helemaal niet aan het cliché van de koele Finse. Op een bepaald moment springt ze op van haar caféstoel en loopt naar buiten. Ze doet het interview liever in looppas. Tijdens een geïmproviseerde stadsrondleiding showt ze ons tegelijkertijd het chique openluchtzwembad in de haven en de ‘Wilma’-app op haar telefoon.

    ‘Wilma’ is al meer dan tien jaar het digitale communicatieplatform voor leerlingen, leraren en ouders. ‘Kijk, er komt net een berichtje binnen van een meisje dat haar wiskundeboek kwijt is,’ roept ze. ‘Wilma’ was een van de redenen dat de Finse scholen snel konden overschakelen naar onderwijs-op-afstand. Leerlingen die geen laptop hadden, kregen er een van school.

    Elke morgen om half negen legt Marjaana Ajanto via een videoapp contact met haar leerlingen. Ze heeft een tijd in Berlijn gewoond. ‘Ik weet nog dat ik in Berlijn vaak dacht: Pardon? Alweer geen internet? Wat een onzin, zit ik soms in Afrika?’ Finland is een dunbevolkt land en al twintig jaar geleden begonnen met digitaal onderwijs op afstand. ‘Tenslotte heeft iedereen recht op onderwijs, toch?’ zegt ze.

    We zijn met de trein onderweg naar de laatste pleisterplaats op onze reis naar het geluk. Buiten wisselen meren, dennen, sparren en berken elkaar af. Finland telt 187.888 meren, driekwart van het grondoppervlak is bos. Tampere, twee uur van Helsinki, is de geboorteplaats van de premier, een arbeidersstad die zichzelf met universiteiten en high tech opnieuw aan het uitvinden is. Uiteraard is de stad omgeven door water en bossen. 

    Sauna’s

    Er zijn hier meer dan vijftig openbare sauna’s. De oudste is de Rajaportti in de wijk Pispala. Een arbeiderssauna in een houten gebouwtje aan een doorgaande weg. Binnen zijn aparte ruimtes voor mannen en vrouwen, hier in de voortuin zitten ze door elkaar, gewikkeld in roze en lindengroene handdoeken. Mannen met tattoos, een moeder met haar dochter. Steeds weer is het sissende geluid te horen van een blikje bier dat wordt opengemaakt. De entree bedraagt doordeweeks zes, en vandaag, op zaterdagavond, tien euro. 

    Matti Kemi, rapper, jeugdwerker en saunagids, verwacht ons. Met zijn zelfgemaakte vilten hoed ziet hij eruit als een Tiroler boer. De Rajaportti is meer dan honderd jaar oud. ‘Het hart van onze saunacultuur,’ volgens Kemi. Het scheelde niet veel of de kleine sauna was in de jaren tachtig afgebroken, maar mensen uit de buurt hebben een vereniging opgericht om hem te behouden.  

    Oorspronkelijk paste de sauna eigenlijk niet in ons verhaal. Te cliché. Tot bijna ieder interview eindigde met de vraag: ‘U gaat toch ook wel naar een sauna?’ Er zijn vijfeneenhalf miljoen Finnen, en samen hebben ze meer dan drie miljoen sauna’s. ‘Toen Finse soldaten werden uitgezonden naar Afghanistan was een sauna het eerste wat ze daar neerzetten,’ had gelukonderzoeker Martela verteld. Dat klopt, zegt Kemi. ‘Een Fin mist in het buitenland zijn sauna nog meer dan zijn vrouw en kinderen.’

    Anders dan een paar jaar geleden hebben niet meer alle nieuwe huizen een eigen sauna. In plaats daarvan viert de openbare sauna een comeback. Zoals Engelsen in de pub, zo spreken Finnen in de sauna met hun vrienden af. De Rajaportti-sauna zelf is een klein, donker hol, waar zes, zeven mannen op een kluitje zitten. Afstand houden? Ze verzekeren elkaar dat het coronavirus deze hitte niet overleeft.

    De Duitser in het gezelschap bijna ook niet. Zweet druipt uit baarden, van neusvleugels en over drakentattoos. Sommige van deze mannen slaan geen dag over, zomer en winter. Aan de wand naast de houtkachel hangt, in het donker nauwelijks te onderscheiden, een plaquette: Onni Niemi, de beste saunabezoeker van Finland 1995. ‘Onni is 9000 keer in de Rajaportti geweest,’ vertelt Kemi.

    Matti Kemi (33) is eigenlijk musicus. Hij toerde als dj met een band, soul, funk, hiphop. Tegenwoordig werkt hij met jongeren. In workshops die door de stad worden gefinancierd, leert hij hun rappen. Twee jaar geleden heeft hij met een vriend een fietstocht van een maand door het hele land gemaakt om oude sauna’s te bezoeken en met saunasjamanen te praten. Over die reis hebben ze in Matti’s studio een podcast gemaakt voor de publieke omroep, en sindsdien werken ze hier in Tampere ook als saunagids.

    De volgende dag, een zondag, zien we elkaar weer, op een landtong in het Näsijärvi-meer. Eenzaam op een kale rots staat daar een langgerekt, geel, houten gebouw, schilderachtig omlijst door een handjevol dennen. De Rauhaniemi-sauna, ook bijna honderd jaar oud. We zitten op een bankje, halfnaakt, terwijl Matti Kemi vertelt, en we kijken toe hoe andere saunagangers in het ijskoude water van het meer springen. Over zijn opa’s, die zich allebei hebben doodgedronken. Over de jongens aan wie hij lesgeeft en die zo totaal anders zijn, ze roken niet, drinken veel minder, zijn opener en veel meer in elkaar geïnteresseerd.

    ‘Ik ken miljonairs die naar een openbare sauna gaan om hun eenzaamheid te vergeten’

    Gezondheid speelt tegenwoordig een belangrijke rol, ook daarom is ijszwemen niet meer alleen iets voor oudere mensen. Net als de openbare sauna is het opnieuw populair geworden. In sommige sauna’s is het tegenwoordig zo druk dat mensen in de rij moeten staan tot er een plaatsje vrijkomt. ‘De mensen zijn eenzaam geworden,’ zegt Matti Kemi. ‘Ik ken hier in Tampere miljonairs die naar een openbare sauna gaan om hun eenzaamheid te vergeten. Hier ervaar je een gevoel van saamhorigheid.’

    Matti Kemi zet zijn vilthoedje recht. ‘Naakt zijn we toch allemaal hetzelfde,’ zegt hij, dan zwijgen we allebei, terwijl in de koele herfstlucht de damp van ons afslaat en we het geluk diep tot in ons binnenste voelen doordringen. 

  • De Turkse variant op ‘I can’t breath’ | Aan eindexamen in Kenia doen veel zwangere meisjes mee

    De Turkse variant op ‘I can’t breath’ | Aan eindexamen in Kenia doen veel zwangere meisjes mee

    Electorale tegenslag voor Arauz in Ecuador  

    Ecuador koos zondag een nieuwe president. Guillermo Lasso, voormalig bankier en conservatieve kandidaat, won 52,52 procent van de stemmen uit 92,53 procent van de getelde stemmen, meldt El Comercio. Zijn tegenstander, de socialist Andrés Arauz, econoom en voormalig minister onder Rafael Correa, won in de tweede ronde 47,48 procent van de kiezers. 

    In zijn woorden werd de dag gekenmerkt door ‘een electorale tegenslag’, maar geen ‘politieke of morele nederlaag’. Zijn tegenstander Lasso gaf als commentaar: ‘Op 24 mei zullen we de verantwoordelijkheid nemen voor de uitdaging om het lot van ons vaderland te veranderen en voor heel Ecuador de kansen en welvaart te bereiken waarnaar we streven.’ 

    Het land kampt met een ernstige economische crisis.


    Een ongebruikelijk moment van transparantie?

    In wat Daily Beast een ‘ongebruikelijk moment van transparantie’ noemt, gaf China toe dat zijn vaccins een beperkte effectiviteit hebben: voor Sinovac is dat ongeveer 50 procent, voor Sinopharm 79,43 procent en 65 procent voor CanSino. Ter vergelijking: Pfizer en Moderna claimen dat de efficiëntie van hun product hoger ligt dan 93 procent. 

    Zaterdag zei directeur van het Chinese Centrum voor Ziekten Gao Fu op een medische conferentie dat de vaccins ‘geen erg hoge beschermingsgraad hebben’, alvorens te suggereren dat ze mogelijk moeten worden gecombineerd met andere vaccins. 

    Zondag kwam hij tegen de Chinese Global Times terug op deze woorden. De krant, die zich dicht bij de macht bevindt, publiceerde een interview met Fu waarin hij ‘de interpretatie weerlegt’ van zijn verklaring door buitenlandse media, en spreekt van een ‘compleet misverstand’. 

    Volgens South China Morning Post is China van plan om tegen het einde van het jaar 3 miljard doses van het vaccin te hebben geproduceerd.


    Aan eindexamen in Kenia doen veel zwangere meisjes mee

    Sinds het begin van de pandemie, toen de meeste scholen werden gesloten, is het aantal tienerzwangerschappen in Kenia naar verluidt ontploft. Volgens Daily Nation maken de eindexamens op de middelbare scholen, die op dit moment plaatsvinden, het mogelijk ‘de ernst van de crisis te onderzoeken’. Volgens het Keniaanse dagblad doen tientallen jonge meisjes dit jaar de KSCE-tests (het equivalent van het eindexamen) als moeder.

    Tien studenten leggen hun examens af in een ziekenhuiskamer in Kericho County, zes in Homa Bay, acht in West Pokot, vier in Nandi County… Officieel is het moeilijk om de algemene omvang van het fenomeen te overzien. Overheidsstatistieken ontbreken, maar ‘enquêtes in de provincies geven aan dat duizenden schoolmeisjes binnenkort moeder zullen zijn’, schat Daily Nation. ‘Een van de kandidaten uit Londiani, (…) is net bevallen van een tweeling. Ze doet haar examen in het ziekenhuis’, bevestigt bijvoorbeeld ook een ambtenaar uit de provincie Rift Valley in het westen van Kenia.

    Lees ook:

    De Standaard bezocht scholen om erachter te komen of deze zwangerschappen invloed hadden op de examens, en tekende enkele verhalen op van de meisjes. Op een school in Kakamega County vertelt bijvoorbeeld Joan (niet de echte naam): ‘Ik raakte maart vorig jaar zwanger, toen scholen sloten vanwege de pandemie. Ik was alleen thuis en mijn vriend, een student op een nabijgelegen school, was veel bij ons. Maar toen ik hem vertelde dat ik twee maanden zwanger was, gaf hij geen gehoor meer en werd hij overgeplaatst naar een andere school, ver hier vandaan.’

    Nadat ze haar zwangerschap aan haar naasten had aangekondigd werd ze weggestuurd van huis. In de slaapzaal waar ze nu woont en studeert verblijven tien andere jonge moeders met hun kinderen.

    Verband met covid-19

    Volgens Standard zou het aantal schoolmeisjes dat zwanger werd tijdens de pandemie verdrievoudigd zijn ten opzichte van 2019. In juni 2020 zei het in 2010 opgerichte Afrikaanse Instituut voor Ontwikkelingsbeleid (Afidep) echter in de overtuiging te zijn dat veel van de circulerende cijfers ‘overdreven’ waren. Volgens het instituut zouden de aantallen juist afnemen: in alle landen ter wereld is het aantal tienerzwangerschappen tussen januari en mei gedaald van 175.488 in 2019 tot 151.433 in 2020.

    Lees ook:

    Maar in een artikel uit de Keniaanse krant van voor de pandemie stelt de auteur dat bijna een kwart van de Keniaanse vrouwen op haar achttiende al is bevallen. Op twintigjarige leeftijd is dat bijna de helft.


    Ook Turkse studenten krijgen geen adem meer

    Protesten bij een van de bekendste instellingen van Turkije, de Boğaziçi-univeristeit, gaan hun vierde maand in. Ze zijn veroorzaakt door de benoeming van een nieuwe, niet-gekozen rector Melih Bulu.

    Bulu, die op 1 januari aantrad, heeft banden met de regerende Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) en werd benoemd door president Erdogan, dankzij een wetsdecreet uit 2016 dat de president machtigde om rechtstreeks rectoren aan universiteiten te benoemen, schrijft de Turkse krant Hurriyet

    Studenten van de Boğaziçi-universiteit hebben al sinds de eerste dag van de protesten tegen Bulu’s benoeming te maken met politiegeweld. Op 7 februari maakte het Boğaziçi Solidariteitsplatform bekend dat ten minste 560 studenten werden vastgehouden (en hoewel ze allemaal zijn vrijgelaten, is hun vervolging nog aan de gang), 25 werden veroordeeld tot huisarrest en 11 werden gearresteerd op beschuldiging van ‘het publiek uitlokken tot haat en vijandigheid’, ‘weerstand bieden aan het gezag’, ‘overtreding van de demonstratiewet’ en ‘verzet om publieke plicht na te komen’.

    Volgens de Turkse site van Deutsche Welle werden eind maart ten minste vijf studenten vastgehouden wegens het dragen van LGBT-vlaggen. Anderen kregen reisbeperkingen en gerechtelijke controles opgelegd, waarbij ze zich regelmatig bij het dichtstbijzijnde politiebureau moeten melden. 

    Lees ook: Demonstranten in Turkije gearresteerd na aanval Erdogan op LGBT-beweging

    Bulu blijft volhouden dat hij de rechten en vrijheden van LGBT-individuen verdedigt, en voegt daaraan toe dat hij er al lange tijd van droomde deze positie te bekleden en dat hij van Boğaziçi een van de honderd beste universiteiten ter wereld wil maken, aldus nieuwssite Bianet.

    Op 3 februari zei hij tegen verslaggevers van Haaretz: ‘We zullen de Boğaziçi-universiteit naar een hoger niveau tillen.’

    Tot dusverre voldoen zijn beslissingen niet aan zijn ambities, aldus de Turkse krant. In april stapte Bulu uit de Commissie voor de preventie van seksuele intimidatie en stuurde hij zijn coördinator Cemre Baytok met onbetaald verlof. In maart kondigde hij nieuwe kandidaten aan voor de belangrijkste posities van de universiteit, met inbegrip van de vicerectoren, enkel mannelijke, waarvan een aantal verantwoordelijk is voor meer dan één positie, schrijft Bianet.

    Volgens Human Rights Watch werden tientallen studenten tuchtrechtelijk onderzocht op grond van ‘het beledigen van campusbeveiligingspersoneel’ en ‘het organiseren van ongeautoriseerde protesten op de campus’, wat zou kunnen resulteren in tijdelijke of permanente schorsing van de universiteit, schrijft Evrensel

    Een groep studenten en academici in Turkije en in het buitenland heeft sinds januari solidariteit betuigd met de studenten van de Boğaziçi-universiteit. Sommigen per brief, andere hebben zich aangesloten bij de protesten. Faculteitsleden die zich tegen de aanstellingen keerden, stonden de afgelopen twee maanden uit protest buiten het rectoraatsgebouw, met hun rug naar het gebouw gekeerd.

    Uit rapporten blijkt dat de politie traangas en rubberen kogels heeft gebruikt in demonstraties, evenals buitensporig geweld, waarbij studenten op de grond werden gegooid en bij de keel gegrepen.

    Het bewijs dat op Twitter rondgaat van het politiegeweld herinnert velen aan de dood van George Floyd door toedoen van Amerikaanse politieagenten, waardoor de Turkse vertaling van ‘Ik kan niet ademen’, de woorden die Floyd uitsprak voor zijn dood, trending zijn in Turkije. Voorzien van hashtag #NefesAlamiyorum worden foto’s gedeeld die getuigen van de onverdraagzaamheid van de overheid ten opzichte van de studentendemonstraties.

    https://twitter.com/Serrrkany/status/1378031170710089738?ref_src=twsrc%5Etfw%7Ctwcamp%5Etweetembed%7Ctwterm%5E1378031170710089738%7Ctwgr%5E%7Ctwcon%5Es1_&ref_url=https%3A%2F%2Fglobalvoices.org%2F2021%2F04%2F08%2Fturkish-university-students-cant-breathe-under-police-brutality%2F

  • ‘Dit zijn dorpen met vrouwen zonder baarmoeder’

    ‘Dit zijn dorpen met vrouwen zonder baarmoeder’

    In de droge Beed-regio in India is zo moeilijk aan werk te komen, dat vrouwen massaal hun baarmoeder laten verwijderen om aan de eisen van hun werkgevers te voldoen.

    ‘U zult in deze dorpen nauwelijks vrouwen met een baarmoeder vinden. Dit zijn dorpen met vrouwen zonder baarmoeder’, zegt Manda Ugale met sombere blik in de ogen. Ze zit in haar kleine huisje in Hajipur, in het door droogte geteisterde Beed-district van de Marathwada-regio van Maharashtra [het gebied ten Oosten van Mumbai landinwaarts]. Het kost haar duidelijk moeite om over het onderwerp te praten.

    In Vanjarwadi, waar ze vandaan komt, is het voor vrouwen ‘de norm’ om de baarmoeder te laten verwijderen nadat ze twee of drie kinderen hebben gekregen. Vijftig procent van hen heeft een zogeheten hysterectomie gehad.

    De meerderheid van deze vrouwen trekken tijdens het suikerrietseizoen naar het suikergebied van westelijk Maharashtra; naarmate de droogte toeneemt, neemt het aantal migranten ook toe. ‘De mukadam (aannemer) heeft graag vrouwen zonder baarmoeder in zijn groep rietkappers’, vertelt SatyaBhama, een andere van de vrouwelijke werknemers.

    Echtparen uit de regio trekken tussen oktober en maart beide naar het gebied, en krijgen van de aannemer gezamenlijk één contract. Daarin staat onder andere dat als de man of de vrouw een dag pauze wil nemen van het intensieve werk, het paar elke keer een boete van 500 Indiase roepie [ca. € 5,60] aan de werkgever moet betalen.

    ‘We hebben een doel waaraan moet worden voldaan, en daarbij kunnen we vrouwen die menstrueren niet gebruiken’

    Ook menstruaties belemmeren het werk en brengen dus boetes met zich mee. Volgens werkgevers willen vrouwen tijdens de menstruatie meestal een of twee dagen pauze, zodat het werk wordt onderbroken.

    ‘Na een hysterectomie is er geen kans op menstruatie. En dus worden er tijdens het kappen geen pauzes meer genomen. We kunnen het ons niet veroorloven om zelfs maar een roepie te verliezen’, zegt SatyaBhama.

    ‘We hebben een doel te behalen binnen een beperkt tijdsbestek, en daarbij kunnen we vrouwen die tijdens het kappen van suikerriet menstrueren niet gebruiken’, aldus Dada Patil, een werkgever. Patil houdt vol dat hij en andere werkgevers de vrouwen niet dwingen een operatie te ondergaan; de keuze wordt gemaakt door hun families.

    Maar volgens de vrouwen betalen werkgevers een voorschot voor een operatie, waarna het geld wordt ingehouden op hun loon.

    Ernstige impact

    Achyut Borgaonkar van Tathapi, een organisatie die hier onderzoek naar heeft gedaan, weet te vertellen: ‘In deze kringen wordt menstruatie als een probleem beschouwd en een operatie gezien als de enige manier om ervan af te komen. Maar die heeft een ernstige impact op de gezondheid van de vrouwen. Ze raken hormonaal uit balans, krijgen geestelijke gezondheidsklachten, komen aan et cetera. We zien dat zelfs jonge meisjes van vijfentwintig deze operatie ondergaan.’

    Bandu Ugale, echtgenoot van Satyabhama en zelf ook rietkapper, rekent het voor. ‘Een paar krijgt ongeveer 250 Indiase roepie [€ 2,80] na het kappen van een ton suikerriet. Op een dag kappen we ongeveer drie tot vier ton suikerriet en in een heel seizoen van vier tot vijf maanden kappen we samen ongeveer 300 ton suikerriet. Wat we tijdens het seizoen verdienen, is ons jaarlijkse inkomen, want als we terugkomen van het riet kappen hebben we geen werk’, zegt Ugale. ‘We kunnen ons dus geen dag pauze veroorloven. We moeten werken, zelfs als we gezondheidsproblemen hebben. Er is geen rust. Voor menstruatie is geen tijd’, aldus Ugale.

    Vilabai, een oudere vrouw, noemt het leven van een ‘rietkappersvrouw’ een hel. Ze laat doorschemeren dat er herhaaldelijk sprake is van seksuele uitbuiting van vrouwen door werkgevers en hun mannen.

    ‘Rietkappers moeten in suikerrietvelden of in een tent bij de suikermolens leven [een suikermolen is een grote pers met draaiende rollen waartussen vers gekapt suikerriet wordt gebroken om er het sap uit te persen]. Er zijn geen badkamers of toiletten. Onder deze omstandigheden is het voor een vrouw al helemaal geen doen als ze menstrueert’, vertelt ze.

    Ook vertellen de vrouwen dat artsen al een hysterectomieoperatie voorschrijven als ze zelfs maar klagen over buikpijn of afscheiding.

  • ‘Een Sikh is bescheiden en oprecht, goudeerlijk en heeft een goede ziel’

    ‘Een Sikh is bescheiden en oprecht, goudeerlijk en heeft een goede ziel’

    Nisharat Kaur Matharu werd als baby achtergelaten op een vuilnisbelt. Nu is 97 en vastbesloten anderen zo lang als ze kan te helpen. Volgens haar dochter is dit exact volgens de Sikh-traditie, die gebiedt altijd behulpzaam te zijn en jezelf weg te cijferen – vooral als vrouw tegenover je man.

    In haar kleine, zonovergoten Londense keukentje leeft de 97-jarige Nisharat Kaur Matharu naar haar levensmotto: doe iets voor je medemens zolang je in staat bent om de handen uit de mouwen te steken. Dus zitten haar handen nu onder het meel van het deeg dat ze aan het kneden is in haar kraakschone en keurig geordende werkruimte, waar een sterke geur hangt van versgebakken chapatti’s.

    In deze keuken maakt ze sinds 2017 elke week honderden maaltijden voor daklozen: romige linzenschotels, Indiase rijstepap met noten en kardemom, knapperig gebak met komijnzaad. Maaltijden die worden uitgedeeld door Hope for Southall Street Homeless, een buurtinitiatief met een nachtopvang en een inloopcentrum in West-Londen, waar Nisharat al woont sinds ze in 1976 als 54-jarige moeder met vijf kinderen in Groot-Brittannië aankwam.

    Daklozen in Londen

    Het aantal mensen dat in Groot-Brittannië op straat slaapt, groeit snel. In Londen explodeerde het de laatste jaren. Ook in de betere buurten liggen mensen in slaapzakken op straat.

    Veel mensen belanden op straat omdat ze de huur niet meer kunnen betalen. Hulporganisaties luiden de noodklok: ze kunnen de vraag naar opvang niet aan.

    Bron: Streets of London

    Ze had toen al heel wat grote veranderingen in haar leven achter de rug. Met een brede glimlach maakt dochter Kulwant (67) zich op om het levensverhaal van haar moeder te vertellen – maar eerst vraagt ze haar om een masala chai. ‘De echte Indiase chai (thee), mama.’

    Op haar achtste kon ze al een driegangenmaaltijd maken en bakte ze perfecte chapatti’s

    ‘Mijn moeder is geboren in de Punjab en ze verloor haar moeder toen ze zes maanden oud was,’ vertelt ze. Ze zitten naast elkaar in Nisharats smetteloze witte woonkamer, waar in de hoek een industriële naaimachine staat. ‘Mijn grootvader is vrij snel daarna hertrouwd, wederom een gearrangeerd huwelijk, en toen hij met die vrouw zijn eerste kind kreeg, wilde de stiefmoeder niets meer van haar weten.’

    Toen Nisharat twee jaar oud was, werd ze bij het huis van haar familie in Moga buiten aan haar lot overgelaten. Na een paar uur trof een tante van vaderskant haar daar aan op een vuilnishoop, verbrand en rammelend van de honger. Zij nam haar mee naar Nisharats grootouders van vaderskant, die haar aan het werk zetten als huisbediende: ze moest koken, schoonmaken en ander huishoudelijk werk doen. Terwijl zij haar vingers openhaalde bij het snijden van uien, knoflook en pepers, zag ze leeftijdgenootjes naar school of naar het park gaan en vroeg zich af waarom zij dat niet mocht. Maar op haar achtste kon ze al een driegangenmaaltijd maken en bakte ze perfecte chapatti’s.

    De twee vrouwen praten door elkaar: Nisharat zit vaak in het Punjabi precies hetzelfde te vertellen wat Kulwant, moeder van drie kinderen en lerares, in het Engels beschrijft. In haar witte salwar kameez, het lange grijze haar keurig in een knotje, torent Kulwant met haar één meter tachtig een eind boven haar moeder uit. Ze zijn niet alleen moeder en dochter, maar hartsvriendinnen.

    ‘Doe wat je man zegt en geef hem geen grote mond’

    Nisharat was veertien toen een vriend van de familie haar koppelde aan een jongen van zestien uit een Indiase familie die in Oost-Afrika woonde. Ze maakte geen bezwaar tegen dat huwelijk, zegt ze, en kan zich er niet veel van herinneren, alleen dat haar vader tegen haar zei: ‘Doe wat je man zegt en geef hem geen grote mond. Doe nooit iets wat een smet op zijn baard kan geven.’ (Ofwel: toon altijd respect.) Ze dept met een tissue een paar tranen weg bij de herinnering.

    Een paar jaar later ging ze met haar man mee naar Oost-Afrika. Hij werkte daar als elektricien en zij werd geacht voor zijn familie te zorgen, met name voor zijn vader, die een polioverlamming had. Het leven was er zwaar. Ze woonde daar veertig jaar, bracht er vijf kinderen groot en deed altijd braaf wat haar werd opgedragen. En toen haar oudste kind al zesentwintig was en haar jongste tien, kreeg ze te horen dat ze naar Engeland zouden verhuizen. Haar man had een Brits paspoort omdat zijn vader nog in het Britse leger had gediend, maar hij zou dat kwijtraken als hij in Afrika bleef. Nisharat wilde daar niet weg, maar ze schikte zich, zoals ze zich altijd had geschikt in de beslissingen die hij nam.

    Sikh in Londen

    De aanwezigheid van het sikhisme in Engeland dateert van 1850, toen de laatste heerser van het Sikh-rijk naar het koninkrijk kwam. In 1911 werd in Londen de eerste Sikh-plaats van aanbidding, een Gurdwara, geopend. Tegenwoordig zijn er zo’n 450.000 Sikh in Groot-Brittannië, waarvan het meerendeel in gemeenschappen in Londen woont.

    In Engeland kwamen ze terecht in het huis waar ze nu nog steeds woont, in de Londense wijk Southall, waar inmiddels de grootste sikh-gemeenschap van Londen leeft, alsmede grote aantallen moslims en hindoes. Nisharat kon er maar moeilijk wennen: aan de taal, de cultuur, de eenzaamheid van een stad waar mensen niet zomaar even aanwippen, en het koken op gas in plaats van kolen.

    ‘Mijn moeder heeft veel te verstouwen gehad,’ zegt Kulwant, die steeds feller gaat praten. ‘Ze had het moeilijk, als vrouw van het Indiase platteland die naar Afrika moest, zonder daar de cultuur te kennen of de taal te spreken. Ze had daar niet alleen de zorg voor mij en haar vier andere kinderen, maar ook voor mijn ooms en tantes. Het oude Indiase liedje: alles komt op de schouders van de moeder neer,’ zegt ze met een meewarige blik.

    Strenge eisen

    En in Londen werd het er niet makkelijker op. Kulwant verheft haar stem als ze vertelt dat haar vader veel te veel dronk en zijn neus ophaalde voor het eten dat haar moeder had bereid als de chapatti’s niet helemaal aan zijn strenge eisen voldeden. ‘Mijn moeder zei er nooit wat van, ze ging gewoon door met koken. Ze at nooit samen met hem, altijd pas nadat hij gegeten had, en dan zat ze op de vloer.’

    Nisharat onderbreekt haar dochter om het verhaal aan te vullen, ze vertelt dat ze nooit iets durfde te zeggen als haar man dronken was. ‘Ik zei daar weleens iets van, maar mijn broers en zussen niet, en ik snap ook wel waarom,’ gaat Kulwant verder. ‘Ik weet nog dat mijn vader een keer stomdronken was en iets naar mijn moeders hoofd gooide. Ik sprong op om hem tegen te houden, het was een grote, zware man. Toen heeft hij me geslagen, want Indiase vrouwen moesten destijds hun mond houden. Hij heeft toen twee jaar lang geen woord meer tegen me gezegd. En ik was altijd zijn oogappel geweest, dus dat hakte er wel in.’

    Nisharat valt haar in het Punjabi in de rede om haar kant van het verhaal te vertellen: ‘Ik vond het vreselijk dat hij zoveel dronk. Ik begreep niet waarom hij zich zo gedroeg. Als hij dronken was, werd hij heel boos en agressief.’

    ‘We waren banger voor mijn moeder dan voor mijn vader, maar zij sloeg ons nooit’

    Ondanks de ernst van het onderwerp blijft het gesprek heel opgewekt en gemoedelijk, ze moeten geregeld lachen. Nisharat vertelt dat zij zich tegenwoordig spiegelt aan haar dochter. ‘Ze is een kopie van mij,’ zegt ze. ‘Ik wou dat ik alle dingen had gedaan die zij nu doet: ze helpt arme kinderen in India. Ze heeft daar een school opgezet en vindt het heerlijk om anderen te helpen. Ik ben trots op haar. Ze heeft een zware tijd gehad, ze heeft kanker gehad en is gescheiden, maar ze is altijd sterk gebleven en wil iets terugdoen voor de maatschappij. Het is echt een zegen.’

    ‘Maak nog eens zo’n lekker bakje masala chai, mama,’ zegt Kulwant dan. Met een glimlach staat Nisharat op en loopt naar de keuken. Dan buigt Kulwant zich naar voren en zegt op vertrouwelijke toon: ‘Het zit gewoon in haar om voor anderen te zorgen. Over haar eigen problemen zet ze zich heen, dat kunnen niet veel mensen. Zo moet een sikh zijn. Ze is bescheiden en oprecht, goudeerlijk en heeft een goede ziel. Ze zal nooit ergens over opscheppen, maar ze heeft alles voor anderen over. Ze gaat met iedereen om als met familie, ze is vol liefde voor iedereen.’

    ‘Mijn moeder is recht door zee. Ze is hoe ze is. Ik kan me niet heugen dat ze ooit anders geweest is. We waren banger voor mijn moeder dan voor mijn vader, maar zij sloeg ons nooit. En wat ze ook heel goed kon, was ons dingen uitleggen, terwijl ze dat zelf in haar leven altijd heeft moeten missen.’

    Popcorn en chai latte

    Voordat de coronapandemie uitbrak, spraken ze elke maand af om een ochtend te wandelen en naar de film te gaan, met popcorn en een chai latte. ‘Nu met de lockdown, dat is eigenlijk wel bijzonder, nu zijn we niet meer zo gebonden aan de alledaagse sleur van het werk. Dus kom ik vaker bij mijn moeder langs en dan koken we voor de daklozen,’ vertelt ze. Lachend bespreken ze dan de Indiase tv-series waar haar moeder graag naar kijkt. Ze hebben het gezellig samen. ‘Waar ik vooral van hou, is dat ze zo lief en rustig is, en iedereen onvoorwaardelijke liefde geeft.’

    Nisharat komt met de thee uit de keuken. Ze neemt plaats op de bank en pakt haar breiwerkje weer op – een mosterdgele trui. ‘Voor wie is die?’ vraagt Kulwant. Voor jou natuurlijk, voor wie anders, zegt haar moeder. Kulwant lacht: ‘Wist ik wel.’

    ‘Toen ik kanker had en in scheiding lag, kon ik alleen bij mijn moeder terecht,’ zegt Kulwant. ‘Ik kan haar niet missen. Ze is alles voor me.’ Nisharat kijkt haar aan en zegt in het Punjabi: ‘Mijn dochter is alles voor mij. Ze is een sterke vrouw, ik kijk tegen haar op.’

    Team

    Het koken voor daklozen heeft hen nader tot elkaar gebracht, zeggen ze allebei. ‘Dat is het hoogtepunt van onze week, we zijn een team,’ zegt Kulwant, en ze voegt eraan toe: ‘Die daklozen hebben allerlei verschillende achtergronden, maar er zitten veel Punjabi bij [Punjab is de bakermat van het sikhisme], en als we met het eten langskomen worden we door hen lachend ontvangen. Ze zeggen altijd dat het ze doet denken aan hoe hun moeders voor hen kookten in India.’

    Nisharat staat in de keuken weer chapatti’s te vullen en Kulwant beschrijft hoe ze te werk gaat. ‘Ze kookt aardappelen, laat ze afkoelen, snijdt ze dan in kleine blokjes en brengt ze op smaak met uien, pepers, een theelepeltje komijnzaad, wat gember, verse koriander en een snufje zout. Dan maak je chapatti-deeg, dat rol je uit tot een ronde pannenkoek, je legt dat mengsel in het midden en vouwt de chapatti op. Die leg je in de koekenpan en bak je aan twee kanten in een beetje boter tot ze bruin zijn, en ze zijn heerlijk, zeker met masala chai erbij.’

    Nisharat glimlacht. ‘Seva brengt meva,’ zegt ze, wat zoveel wil zeggen als ‘ontbaatzuchtige dienstbaarheid is een goede zaak’. ‘Ik bid tot Waheguru [de sikh-benaming voor God], en het is Zijn zegen die het eten smaak geeft.’

  • Het coronavirus is een ramp voor de positie van vrouwen wereldwijd

    Het coronavirus is een ramp voor de positie van vrouwen wereldwijd

    Op basis van de huidige ontwikkelingen zullen vrouwen wereldwijd nog 135,6 jaar moeten wachten – in 2020 leek dat nog 99,5 jaar – om gelijkheid met mannen te bereiken. Maar volgens sommigen kan de crisis ook een kans zijn om de situatie te verbeteren.

    Wanneer mensen opgewekt proberen te zijn over sociale afstand en thuiswerken, en opmerken dat William Shakespeare en Isaac Newton een aantal van hun beste werk schreven terwijl Engeland werd geteisterd door de pest, moeten we één ding niet over het hoofd zien, schrijft Helen Lewis voor The Atlantic: geen van beiden had verantwoordelijkheden voor de kinderopvang. Shakespeare bracht het grootste deel van zijn carrière door in Londen, waar de theaters waren, terwijl zijn familie in Stratford-upon-Avon woonde. Tijdens de plaag van 1606 had de toneelschrijver het geluk gespaard te blijven van de epidemie – zijn hospita stierf op het hoogtepunt van de uitbraak – en zijn vrouw en twee volwassen dochters verbleven veilig op het platteland van Warwickshire.

    Newton is nooit getrouwd en heeft geen kinderen gekregen. Hij bevond zich tijdens de Grote Plaag van 1665-1666 op het landgoed van zijn familie in het oosten van Engeland, en bracht het grootste deel van zijn volwassen leven door als fellow aan de universiteit van Cambridge, waar zijn maaltijden en huishouding door de universiteit werden verzorgd.

    Over de hele wereld betalen vrouwen de prijs voor de sociale en economische gevolgen van de coronapandemie, volgens een rapport van het World Economic Forum (WEF), gepubliceerd in Al-Jazeera. Steeds meer vrouwen zijn werkloos, hetzij vanwege de pandemie zelf, hetzij vanwege de maatregelen die de verspreiding moeten stoppen, doordat in de meest getroffen sectoren (voedselindustrie, handel, detailhandel en amusement) de beroepsbevolking overwegend uit vrouwen bestaat.

    De pandemie vertraagt ​​gendergelijkheid met één generatie. Op basis van de huidige ontwikkelingen zullen vrouwen wereldwijd nog 135,6 jaar moeten wachten – in 2020 leek dat nog 99,5 jaar – om gelijkheid te bereiken met mannen, aldus de WEF, die met name heeft gekeken naar ‘economische kansen, niveau van onderwijs, gezondheid (…) en politiek empowerment’.

    Eerder publiceerde South China Morning Post een artikel waarin aan de orde komt hoe de pandemie vooral vrouwen financieel benadeelt. ‘Zonder ambitieus overheidsbeleid zal het moeilijk zijn de trend te keren’, voorspelt ook SCMP

    Sommige economieën richten zich in eerste instantie op de terugkeer naar het werk van mannen

    Volgens een recent rapport van de Verenigde Naties zal de coronacrisis het armoedepercentage onder vrouwen naar verwachting aanzienlijk doen toenemen en de kloof tussen mannen en vrouwen die onder de armoedegrens leven, vergroten. Volgend jaar zullen naar verwachting nog eens 47 miljoen vrouwen en meisjes in extreme armoede vervallen (dat wil zeggen: 1,90 dollar of minder per dag te besteden hebben), wat het totaal op 435 miljoen brengt. Volgens hetzelfde rapport zullen we waarschijnlijk pas in 2030 zijn terruggekeerd naar het niveau van voor de pandemie.

    Sara Davies, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Griffith Universiteit in Australië, gespecialiseerd in vrouwenkwesties en mondiaal gezondheidsbeheer, verwacht dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen dit jaar voor het eerst zal toenemen. Slechts een klein deel van de vrouwen profiteert van de mogelijkheid op afstand te werken, aangezien sommige economieën zich in eerste instantie richten op de terugkeer naar het werk van mannen.

    Volgens de academicus zijn vrouwen ook onevenredig zwaar getroffen vanwege het gebrek aan werkgelegenheid in de informele economie, die een substantieel deel van de beroepsbevolking in de regio Azië-Pacific vertegenwoordigt. Volgens een schatting van de Internationale Arbeidsorganisatie werken wereldwijd bijna 510 miljoen vrouwen, of 40 procent van het totaal aantal vrouwen met een baan, in sectoren die ernstig zijn getroffen door de pandemie, terwijl dat percentage bij mannen 36,6 procent bedraagt.

    Grimmig globaal beeld

    Een recente studie van de Amerikaanse non-profitorganisatie Women in Informal Employment: Globalizing and Organizing (Wiego) schetst ‘een grimmig mondiaal beeld, met werknemers die verklaren tijdens de lockdowns uitgesloten te zijn van de arbeidsmarkt, zonder enig inkomen’.

    ‘In plaatsen als Ahmedabad in India ontdekten we dat in sommige sectoren bijna 100 procent van de ondervraagden in een steekproef volledig werkloos was, vooral huishoudelijk personeel, straatverkopers en vuilnismannen’, zegt Wiego’s internationale coördinator Sally Roever.

    In Indonesië meldt ongeveer 56 procent van de huisvrouwen gestrest, angstig en slapeloos te zijn als gevolg van de pandemie, volgens een onderzoek van Populix, een aanbieder van consumenteninformatie, en Teman Bumil, een mobiele app voor moeders en zwangere vrouwen. Ongeveer 60 procent van de ondervraagden zei ook bezorgd te zijn over hun financiële situatie.

    Arbeidsmigranten en vooral huishoudelijk personeel, van wie de overgrote meerderheid vrouw is, zijn hard getroffen; volgens een schatting van de Verenigde Naties is dit jaar 72 procent hun baan kwijtgeraakt. Velen zijn er niet in geslaagd terug te keren naar hun land van herkomst. Zonder geld en zonder noemenswaardige sociale zekerheid, moesten ze hun toevlucht zoeken tot opvangcentra. 

    Dit is met name het geval een stad als Hongkong, waar veel arbeidsmigranten werken. Degenen die begin 2020 naar huis konden vertrekken, zaten daar vast. Omdat ze niet naar hun werk kunnen terugkeren, kunnen ze niet langer het inkomen ontvangen waarvan ze een gedeelte naar hun gezin stuurden.

    De crisis kan ook een kans kan zijn om de gendergelijkheid te verbeteren

    Hoewel de covid-crisis onevenredig zwaar op vrouwen weegt, wijzen sommige internationale bedrijfsleiders erop dat de crisis ook een kans kan zijn om de gendergelijkheid te verbeteren. Een van hen is Christine Burrows, Managing Director Business Strategy and Performance for Asia bij Manulife in Hongkong. Ze is van mening dat de opkomst van thuiswerken en het groeiende belang dat wordt gehecht aan digitale technologie, belangrijke huidige trends, ‘een ongelooflijke kans’ vormen om het aandeel vrouwelijke managers in de financiële dienstverlening te vergroten. Dit aandeel is in 2019 wereldwijd gestegen tot 22 procent.

    ‘De obstakels waarmee vrouwen in het beroepsleven worden geconfronteerd, zijn bekend: ze variëren van bepaalde subtiele vormen van vooringenomenheid tot systematische nadelen die hun professionele vooruitgang kunnen belemmeren’, aldus Burrows.

    ‘Dit is het moment om het probleem opnieuw te formuleren. Het is niet alleen een vrouwenkwestie, het is groter dan dat. Gezinsgericht beleid, zoals flexibele werktijden of betaald ouderschaps- en adoptieverlof, komt iedereen ten goede.’

    Behoefte aan openbaar beleid

    Lenovo Asia-Pacific is een van de bedrijven die opkomen voor vrouwenrechten door tijdens de pandemie flexibele werkregelingen in te stellen, zegt CFO Joey Wong. ‘Het lijkt er zelfs op dat de normalisering van thuiswerken nieuwe mogelijkheden biedt. Moeders die bijvoorbeeld niet elke dag op kantoor konden komen, kunnen nu in deeltijd werken.’

    Bedrijven zouden volgens Burrows maatregelen moeten nemen ten gunste van hun vrouwelijk personeel, bijvoorbeeld door hen te motiveren, waar mogelijk videoconferenties te organiseren en door werknemers te informeren dat ze ‘beoordeeld zullen worden op hun resultaten’ in plaats van op de tijd die ze achter hun computer doorbrengen.

    ‘Naast de kwestie van de werkgelegenheid moet meer aandacht worden besteed aan het probleem van huiselijk geweld’

    Het vinden van betaalbare kinderopvang blijft echter het ‘struikelblok voor veel vrouwen in hun carrière’. Wanneer de overheid of de werkgever een regeling voor kinderopvang biedt, ‘geeft dat een zekere rust’.

    Bij gebrek aan echte hulp van de overheid komen verenigingen uit het maatschappelijk middenveld tussenbeide. Maar volgens academicus Sara Davies is ‘het geen blijvende oplossing om het maatschappelijk middenveld te laten opdraaien voor omstandigheden die te wijten zijn aan falende overheid en een ondermijning van vrouwenrechten’.

    In heel Azië, waar de Verenigde Naties een toename van extreme armoede voorspellen als gevolg van de pandemie, moeten regeringen eerst ‘de gendergerelateerde verdeling van economische productie en arbeid in elk land beter begrijpen, en vervolgens een budget ontwikkelen dat rekening houdt met de specifieke financiële gevolgen van de epidemie voor mannen, vrouwen en non-binaire mensen’, aldus de hoogleraar internationale betrekkingen.

    Naast de kwestie van de werkgelegenheid moet volgens haar meer aandacht worden besteed aan het probleem van huiselijk geweld en de obstakels die vrouwen moeten overwinnen om tijdens de pandemie toegang te krijgen tot betaalbare of gesubsidieerde seksuele gezondheids- en kraamzorg. Bovendien is het erg belangrijk om scholen open te houden, vooral voor vrouwen die voor gehandicapte kinderen zorgen, benadrukt Sara Davies, omdat ‘de pandemie vooral mensen met een handicap en hun verzorgers treft. En dat zijn vooral vrouwen zijn.’

    Vrouwen in de Filippijnen leden het meest onder de quarantainemaatregelen van de overheid. Aimee Santos, plaatselijk hoofd van de afdeling gendergelijkheid van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties, zei afgelopen september dat de vrouwen die ze geïnterviewd had ‘een zware last op hun schouders voelen. Al het gewicht van huishoudelijke taken… Omdat ze onevenredig veel verantwoordelijk dragen van het welzijn van hun gezin.’

    ‘Een van de meest irritante gegevens is dat het Westen niet heeft geleerd van de geschiedenis’

    ‘De pandemie heeft de trends die er al waren, verergerd’, concludeert ook dr. Tara Thiagarajan, oprichter en hoofdwetenschapper van Sapien Labs, een Amerikaanse nonprofitorganisatie die zich toelegt op begrip van de menselijke geest en eerder dit jaar een rapport uitbracht over de impact van de pandemie op geestelijke gezondheid, waarover The New York Times berichtte.

    Het rapport werd gebaseerd op gegevens verzameld uit een online anonieme enquête in Australië, Groot-Brittannië, Canada, India, Nieuw-Zeeland, Singapore, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten.

    Een van de meest irritante gegevens, merkt Lewis op in The Atlantic, is het feit dat het Westen niet heeft geleerd van de geschiedenis: de ebolacrisis in drie Afrikaanse landen in 2014; zika in 2015–2016; en recente uitbraken van SARS, Mexicaanse griep en vogelgriep. Academici die deze episodes bestudeerden, ontdekten dat ze diepe, langdurige effecten hadden op gendergelijkheid.

    ‘De ebola-uitbraak in West-Afrika beïnvloedde het inkomen van iedereen,’ zegt Julia Smith, een onderzoeker op het gebied van gezondheidsbeleid aan de Simon Fraser University in The New York Times, maar ‘het inkomen van mannen keerde sneller terug naar het niveau van vóór de uitbraak dan het inkomen van vrouwen’.

    Deze verstorende effecten van een epidemie kunnen jaren aanhouden, volgens Clare Wenham, een assistent-professor in het mondiale gezondheidsbeleid aan de London School of Economics.

    Andere lessen uit de ebola-epidemie waren net zo grimmig. Schoolsluitingen hadden een negatieve invloed op de levenskansen van meisjes, omdat velen het onderwijs stopten. (Een stijging van het aantal tienerzwangerschappen versterkte deze trend.) Huiselijk en seksueel geweld nam toe. En meer vrouwen stierven tijdens de bevalling omdat middelen elders werden ingezet.

    Lees ook:

    ‘Er is een verstoring van de gezondheidsstelsels, alles gaat naar de uitbraak’, zegt Wenham, die tijdens de ebolacrisis als onderzoeker naar West-Afrika reisde. ‘Wat geen prioriteit heeft, wordt geschrapt. Dat kan effect hebben op de moedersterfte of de toegang tot anticonceptie.’

    De Verenigde Staten hebben op dit gebied al ontstellende statistieken in vergelijking met andere rijke landen, meldt onder andere Vox, en daar hebben zwarte vrouwen twee keer zoveel kans om tijdens de bevalling te overlijden als witte vrouwen.

    Vanzelfsprekend

    Voor Wenham was de meest opvallende statistiek afkomstig uit Sierra Leone, een van de landen die het zwaarst door ebola werden getroffen. Tijdens de uitbraak van 2013 tot 2016 stierven meer vrouwen aan obstetrische complicaties dan de besmettelijke ziekte zelf. Maar deze sterfgevallen trekken, net als de onopgemerkte zorgarbeid waarop de moderne economie draait, minder aandacht dan de onmiddellijke problemen die een epidemie veroorzaakt. Ze worden als vanzelfsprekend beschouwd.

    In haar boek Invisible Women merkt Caroline Criado Perez op dat ten tijde van de zika- en ebola-epidemieën 29 miljoen artikelen werden gepubliceerd in meer dan 15.000 peer-reviewed titels, waarvan minder dan 1 procent te maken had met de gendergerelateerde impact van de uitbraken. Wenham heeft tot dusverre geen genderanalyse gevonden naar aanleiding van de uitbraak van het coronavirus; zij en twee co-auteurs zijn het probleem nu aan het onderzoeken.

    ‘Hoe we nu handelen, zal van invloed zijn op de levens van miljoenen vrouwen en meisjes bij toekomstige uitbraken’

    Net als andere onderzoekers is ze gefrustreerd dat beleidsmakers nog steeds een sekseneutrale benadering van pandemieën hanteren.

    ‘Hoe grimmig het ook is om je nu voor te stellen, volgende epidemieën zijn onvermijdelijk, en de verleiding om te beweren dat gender een bijzaak is, een bijeffect van de echte crisis, moet worden weerstaan. Hoe we nu handelen, zal van invloed zijn op de levens van miljoenen vrouwen en meisjes bij toekomstige uitbraken’, aldus Lewis.

    Ook volgens haar bieden de inzichten een kans. ‘Dit zou de eerste uitbraak kunnen zijn waarbij sekseverschillen en -ongelijkheid worden geregistreerd, en waarbij onderzoekers en beleidsmakers er rekening mee houden. Te lang hebben politici aangenomen dat kinderopvang en ouderenzorg kunnen worden “opgevangen” door particuliere burgers – meestal vrouwen – die daarmee in feite een enorme subsidie ​​aan de betaalde economie verstrekken. Deze pandemie zou ons moeten herinneren aan de ware omvang van deze verstoorde gang van zaken.’

    Wenham pleit voor noodvoorzieningen voor kinderopvang, economische zekerheid voor eigenaren van kleine bedrijven en een financiële stimulans die rechtstreeks aan gezinnen wordt betaald. Maar veel hoop heeft ze niet, omdat ze uit ervaring weet dat regeringen op korte termijn denken en reactief zijn.

    ‘Alles wat is gebeurd, is voorspeld, toch?’ zegt ze. ‘Als academici wisten we collectief dat er een uitbraak zou komen uit China, die laat zien hoe globalisering ziekten verspreidt en financiële systemen lam legt, en toch stond er geen pot met geld klaar, was er geen bestuursplan (…) We wisten dit allemaal, en ze luisterden niet. Waarom zouden ze nu naar dit verhaal over vrouwen luisteren?’

  • Moeten fresco’s weg van de Italiaanse muren? | Ernstige crisis voor Bolsonaro

    Moeten fresco’s weg van de Italiaanse muren? | Ernstige crisis voor Bolsonaro

    Leger, marine en luchtmacht keren zich tegen Bolsonaro

    De commandanten van het leger, de marine en de luchtmacht traden op dinsdag 30 maart af vanwege een conflict met de Braziliaanse president, die de dag ervoor de minister van Defensie had ontslagen. Volgens Folha de S. Paulo is de crisis tussen de Braziliaanse uitvoerende macht en het leger de ergste sinds 1977, toen minister van Defensie Sylvio Frota werd ontslagen te midden van een militaire dictatuur. De gerenommeerde Braziliaanse krant spreekt van ‘een primeur’.

    Volgens het dagblad was het onbehagen over het onverwachte ontslag van Azevedo ‘te groot’. Deze laatste en zijn bondgenoten zijn van mening dat Bolsonaro ‘een rode lijn heeft overschreden’ door in het bijzonder voor te stellen een ‘staat van verdediging’ uit te roepen om te voorkomen dat in het hele land lockdowns worden afgekondigd.

    ‘Mijn leger’ zal dergelijke maatregelen niet toestaan, verklaarde de Braziliaanse president publiekelijk. Volgens Folha de S. Paulo is het verzet tegen de lockdowns waartoe de gouverneurs van de Braziliaanse staten besloten hebben om de verspreiding van het coronavirus te beteugelen, een ‘obsessie’ geworden voor de president, die de vaccinatiecampagne al tegen zijn wil heeft moeten omarmen.

    Lees ook:

    De beperkende maatregelen roepen nog meer weerstand op dan de oproep tot vaccinatie, en Bolsonaro vreest dat ze zijn herverkiezing in 2022 ‘nog moeilijker’ zullen maken, concludeert het dagblad.

    Bolsonaro roept de Braziliaanse bevolking op om te stoppen met ‘zeuren’ over covid-19

    Ondertussen is de toestand in ziekenhuizen vanwege de agressievere Braziliaanse P.1-variant penibel, meldt Wall Street Journal, die een videoreportage op de intensive care in de staat Rio Grande do Sul maakte. ‘Volgens gezondheidswerkers neemt het sterftecijfer toe en verslechtert de toestand van patiënten die de P.1-variant dragen zeer snel.’ 

    Volgens intensivecaremedewerkers is deze nieuwe golf van covid-19-gevallen het gevolg van een versoepeling van de maatregelen. Veel Brazilianen trotseren de maatregelen, legt de Wall Street Journal uit, daarin aangemoedigd door ‘een president die het virus blijft bagataliseren’. Bolsonaro roept de Braziliaanse bevolking op om te stoppen met ‘zeuren’ over covid-19.


    Beladen controverse in Napels

    Veel muren in de stad aan de voet van de Vesuvius worden gesierd door tekeningen ter ere van overledenen. ‘Het vieren van overleden dierbaren met portretten of kleine altaren op straat is een traditie die verband houdt met een zekere archaïsche religiositeit’, legt La Stampa uit. 

    ‘Maar steeds vaker zijn de gezichten op de muren van de stad die van de doden die verband houden met de georganiseerde misdaad; jonge jongens die stierven als gevolg van illegale acties. (…) Emanuele Errico, Luigi Caiafa, Emanuele Sibillo, Ugo Russo en vele anderen. Ze hadden allemaal problemen met de wet, ze hadden allemaal recht op hun fresco, maar dat recht wordt nu bedreigd.’ Sommige portretten zijn al gewist.

    Lees ook:

    In het centrumlinkse dagblad La Repubblica neemt een Napolitaanse advocaat de pen op (en hij is niet de enige) om de symbolische waarde van de ‘kunstwerken’ te verdedigen. ‘We zijn het er allemaal over eens dat de dood van tieners in het stadscentrum een ​​tragedie is, maar om deze reden moeten we de dingen niet vereenvoudigen. De staat tegenover zijn vijanden plaatsen is zwart-wit. Een vijftienjarige jongen die wordt vermoord, is nog steeds een slachtoffer, en je kunt zijn dood niet bezweren door de verantwoordelijkheid bij hem zelf te plaatsen en te zeggen: ‘Hij heeft erom gevraagd.’”

    Het verwijderen van het fresco van Ugo Russo (hieronder) is voorlopig opgeschort door de rechtbanken, maar de druk van de bewoners is vaak niet voldoende om de regering te dwingen terug te treden. Als vergelding werd bijvoorbeeld het portret van een Napolitaanse zanger beklad met een ‘verhulde bedreiging’, schrijft Corriere della Sera: ‘De doden moeten worden gerespecteerd, niet gewist.’ Belangrijk detail: dit fresco is gemaakt in samenwerking met het stadhuis van Napels, merkt het Milanese dagblad op.

    Corriere zet het dilemma helder uiteen: ‘Enerzijds kunnen we de wens om de symbolen van een levensstijl die is gebaseerd op het negeren van regels en wettigheid, uit te wissen, niet betwisten, maar we kunnen ook erkennen dat een verflaag niet voldoende is om het probleem op te lossen, waarvan deze fresco’s slechts het gevolg zijn.

    Gaan we getuige zijn van een slepende oorlog tussen twee teams, totdat een van de twee het terugvechten beu wordt? Het probleem is dat het om veel muren gaat, aangezien veel jonge mensen leven van (en sterven door) criminele handelingen. Een leger van schilders zou niet genoeg zijn om al deze gezichten van de muren van Napels en uit van ons geweten te roeien.’

    Lees ook:

    Het belangrijkste dagblad van de stad, Il Mattino, deelt deze mening niet. Het is verheugd met de beslissing die ‘gemakkelijke compromissen vermijdt en geen consessies doet op het gebied van legaliteit’. 

    Om haar standpunt te illustreren, gebruikt de Napolitaanse krant geen grote woorden, maar haalt ze een voorbeeld aan dat het belang moet illustreren van het terugwinnen van het stedelijk grondgebied voor de bevolking zelf: ‘Denk aan het fresco van Luigi Caiafa. Hoeveel ouders moesten hier elke ochtend langs lopen en liegen tegen hun kinderen die hen vragen wie deze persoon was? Dat gezicht werd vereeuwigd vlak voor hun huis.’

    Lees ook:


    Amazon-medewerkers krijgen mogelijk een eerste vakbond

    Dinsdag begon de telling van de stemmen die zullen bepalen of werknemers in Bessemer, Alabama, de allereerste vakbond zullen vormen binnen een Amazon-magazijn in de VS, meldt ABC News.

    Het initiatief voor een vakbond bij een van de grootste werkgevers in de natie heeft de aandacht getrokken van wetgevers en beleidsmakers, aangezien velen de stemming beschouwen als een keerpunt in de georganiseerde arbeidersbeweging, die de afgelopen decennia in de VS wegkwijnde.

    De vakbondsformatie in Alabama zou bovendien een ‘precedent’ kunnen scheppen en andere Amazon-arbeiders in het hele land kunnen inspireren om dit voorbeeld te volgen.

    Als het doorgaat, zullen de magazijnmedewerkers worden vertegenwoordigd door de Retail, Wholesale and Department Store Union (RWDSU). ‘Deze campagne is in veel opzichten al een overwinning geweest’, zegt RWDSU-voorzitter Stuart Appelbaum in een verklaring. ‘Ook al weten we niet hoe de stemming zal verlopen, we denken dat we de deur hebben geopend voor meer organisatie in het hele land; en we hebben laten zien hoe ver werkgevers zullen gaan om tegen te gaan dat hun werknemers een ​​vakbondsstem krijgen. Deze campagne is het belangrijkste voorbeeld geworden van waarom in dit land hervorming van het arbeidsrecht nodig is.’

    Lees ook:

    Vorige week bezocht senator Bernie Sanders Alabama om enkele van de arbeiders te ontmoeten die betrokken waren bij de vakbondsinspanningen. ‘Waar ik benieuwd naar ben is waarom de rijkste man ter wereld, Jeff Bezos, miljoenen uitgeeft om te voorkomen dat arbeiders een vakbond oprichten, zodat ze kunnen onderhandelen over betere lonen, secundaire arbeidsvoorwaarden en contracten’, tweette Sanders voorafgaand aan zijn bezoek, geciteerd door CNN.

    Zijn tweet wekte woede van Amazon-directeur Dave Clark, die op Sanders’ tweet reageerde door op te merken dat het minimumloon van Vermont [waarvan Sanders senator is] $11,75 per uur bedraagt in vergelijking met Amazons $15. ‘De senator mag zijn onzinnige interpretaties bewaren tot hij zijn achtertuin op orde heeft’, aldus Clark.

    Aan de andere kant van het spectrum heeft ook de Republikeinse senator Marco Rubio publiekelijk zijn steun voor de vakbond uitgesproken in een opiniestuk dat eerder deze maand door USA Today werd gepubliceerd.

    Op de dag dat er voor de vakbond werd gestemd, bracht president Joe Biden een video op Twitter uit waarin hij zijn steun uitsprak voor de vakbonden en arbeiders aanmoedigde om ‘je stem te laten horen’.

    ‘Onze werknemers kennen de waarheid – een startloon van $15 of hoger, ziektekostenverzekering vanaf dag één en een veilige en inclusieve werkplek’

    In reactie op een verzoek om commentaar meldde Amazon dinsdag aan ABC News dat ‘het RWDSU-lidmaatschap met 25 procent is gedaald tijdens de ambtsperiode van Stuart Appelbaum, maar dat is nog geen rechtvaardiging voor de heer Appelbaum om de feiten verkeerd voor te stellen’.

    Het bedrijf vervolgt: ‘Onze werknemers kennen de waarheid – een startloon van $15 of hoger, ziektekostenverzekering vanaf dag één en een veilige en inclusieve werkplek. We moedigden al onze werknemers aan om te stemmen, en hun stem zal in de komende dagen worden gehoord.’

  • Op dit Japanse evenement hebben toekomstige burgers een stem

    Op dit Japanse evenement hebben toekomstige burgers een stem

    De inwoners van het Japanse stadje Yahaba verdedigen in politieke debatten het standpunt van toekomstige burgers. En dat werkt, zegt de Britse filosoof Roman Krznaric. Er worden minder voorzichtige beslissingen genomen.

    In zijn afscheidsrede in 1796 riep George Washington de Amerikanen op om ‘de last die de onze is geweest niet gewetenloos aan het nageslacht door te geven’. Hij had het over de staatsschuld, maar vandaag kan zijn waarschuwing ook gelden voor vele andere problemen en risico’s die aan de burgers van morgen worden overgelaten: van klimaatveranderingen en de gevaren van kunstmatige intelligentie tot het institutionele racisme dat van de ene generatie op de andere wordt doorgegeven.

    George Washington had het zwakke punt van de democratie vastgesteld: het feit dat de miljarden mensen die na ons komen en door onze keuzes worden beïnvloed, niets te zeggen hebben

    Of hij zich er nu van bewust was of niet, George Washington had het zwakke punt van de democratie vastgesteld: het feit dat de vele miljarden mensen die na ons zullen komen en door onze keuzes worden beïnvloed, niets te zeggen hebben. Ze hebben geen rechten, en niemand vertegenwoordigt hen. Hun belangen kunnen niet concurreren met de dwingende noodzaak van presidentsverkiezingen of het hectische tempo van non-stopnieuws. En aangezien ze nog geen belichaamd bestaan ​​hebben, hebben ze niet de middelen om directe acties uit te voeren.

    Toch laten de burgers van morgen op zeer ingenieuze wijze hun stem horen.

    26161359964 05f9b5cf83 b 1

    Er is niets uitzonderlijks aan Yahaba, een Japans stadje met 27.000 inwoners, behalve het feit dat het een van de origineelste ervaringen uit de geschiedenis van de moderne democratie herbergt. Sinds 2015 nemen de inwoners er deel aan Future Design, een unieke vorm van participatieve democratie, waarbij ze worden uitgenodigd op openbare bijeenkomsten om te praten over projecten rond de toekomst van hun stad. Aanvankelijk verdedigen deelnemers hun eigen standpunt, maar dan, en daar wordt het interessant, trekken ze kleurrijke japonnen aan en stellen ze zich voor dat ze in 2060 leven.

    Het verbazingwekkende is dat de inwoners, wanneer ze zich in hun soortgenoten van 2060 verplaatsen, veel minder voorzichtige maatregelen eisen, of het nu gaat om gezondheid of om de strijd tegen klimaatverandering. Dankzij Future Design hebben de inwoners van Yahaba aanvaard dat hun waterrekening met 6 procent is gestegen om een ​​langetermijninvestering te kunnen maken in de infrastructuur, die nodig is voor een goed beheer van het water van de stad. Ze realiseerden zich dat het essentieel was voor hun kinderen en kleinkinderen.

    De ervaring is zo’n succes dat de burgemeester van Yahaba in april 2019 een Bureau voor Toekomstige Strategieën opzette, zodat Future Design bij alle besluitvorming kan worden ingezet. De methode sloeg in Japan al snel aan en wordt inmiddels ook gebruikt in grote steden als Kyoto, Matsumoto en Suita.

    Begin 2020 hebben inwoners van Uji, een stad ten zuiden van Kyoto, een burgervergadering opgericht naar het model van Future Design. Zelfs het Japanse ministerie van Financiën gebruikt ‘toekomstig design’ als een instrument om het kortetermijndenken, dat de implementatie van economische strategieën domineert, tegen te gaan.

    ‘Als we dit niet doen, is de continuïteit van ons bestaan ​​in gevaar’

    Voor een in Japan geboren beweging [die is gebaseerd op werk van de economische faculteit van Kochi-universiteit, in het zuiden van het eiland Shikoku], is de oorsprong van Future Design verrassend. ‘We werden geïnspireerd door de [Noord-Amerikaanse] Irokezen, die bij elke besluitvorming willen anticiperen op het welzijn van toekomstige zeven generaties’, zegt de grondlegger van de beweging, Tatsuyoshi Saijo, hoogleraar economie aan het Future Design Research Institute in Kochi.

    Al worden mensen duidelijk verleid door onmiddellijke beloningen, onze hersenen weten beter dan we denken hoe ze voor de langere termijn moeten plannen en toekomstige mogelijkheden moeten overwegen. ‘Projecteren in de toekomst is niet gemakkelijk voor ons brein’, zegt Saijo, ‘maar er is nu een hele reeks neurowetenschappelijke onderzoeken die onthullen dat onze hersenen wel degelijk in staat zijn deze grote sprong in het onbekende te maken.’

    Wereldwijde beweging

    Voor Saijo is Future Design essentieel om de klimaatcrisis aan te pakken. De uiteindelijke ambitie is dat deze methode gestalte krijgt in een nieuw ministerie van de Toekomst, in de praktijk wordt gebracht op internationale topconferenties zoals de G20 en door steden en dorpen over de hele wereld wordt overgenomen. ‘We moeten sociale structuren ontwerpen die ons vermogen activeren om onszelf in de toekomst te projecteren’, zegt hij. ‘Als we dat niet doen, is de continuïteit van ons bestaan ​​in gevaar.’

    Design in action in Yahaba Japan. Photo Credit Masaaki Takahashi and Ritsuji Yoshioka 1 1
    © Masaaki Takahashi en Ritsuji Yoshioka

    Future Design is slechts één voorbeeld van de snel groeiende wereldwijde beweging om een ​​einde te maken aan de kortzichtige visie die het politieke leven teistert. Zo kent Wales een afgevaardigde voor toekomstige generaties, wiens rol het is de impact van overheidsbeleid op het welzijn van de burgers over dertig jaar grondig te bestuderen. Er wordt momenteel actief campagne gevoerd om voor het hele Verenigd Koninkrijk een eigen afgevaardigde te benoemen.

    Overheden zullen zich altijd moeten concentreren op noodsituaties, zoals de coronacrisis, maar deze initiatieven laten zien dat het mogelijk is om de belangen van toekomstige generaties aan te pakken door middel van maatregelen die in het heden zijn geworteld. En ze raken aan een inzicht van Jonas Salk, de man die in 1955 het poliovaccin uitvond en zag hoe belangrijk het was om soms een stap terug te doen. ‘De belangrijkste vraag die gesteld moet worden’, schreef hij, ‘is de volgende: zijn wij goede voorouders?’



  • Afghaanse meisjes mogen weer zingen | Algerije kampt met een tekort aan tafelolie

    Afghaanse meisjes mogen weer zingen | Algerije kampt met een tekort aan tafelolie


    Algerije kampt met een tekort aan consumeerbare olie

    Terwijl de ramadan over minder dan een maand plaatsvindt, is in Algerije een essentieel ingrediënt bijna niet te vinden in de schappen van de supermarkt: tafelolie. Dit vergroot nog eens de bezorgdheid en onvrede in een land dat toch al door een grote economische crisis gaat, schrijft Tout sur l’Algérie.

    Dagblad El Watan maakte een ‘trip naar de minimarkten’ in het centrum van de hoofdstad: ‘Er waren amper een paar flessen van een of twee liter te koop. De andere assortimenten van het product, met name de blikken van vijf liter, zijn nergens te vinden.’ In het stadje Boumerdes, 45 kilometer ten oosten van Algiers, moest de politie zelfs ingrijpen om orde te scheppen in een chaotische rij.

    Handelaars vs. producenten

    Mustapha Zebdi, voorzitter van de vereniging voor de bescherming en begeleiding van consumenten, vertrouwt Tout sur l’Algerie toe: ‘Uit officiële bron heb ik vernomen dat er op nationaal grondgebied nog 134.000 ton aan grondstoffen zijn, wat overeenkomt met drie maanden productie en consumptie van eetbare olie.’

    Vanwaar dan al die lege schappen? Aan de basis van het probleem ligt een patstelling tussen handelaren en producenten, legt El Watan uit. De productiekosten zijn erg gestegen, waardoor de verkoopprijs voor de handelaren de afgelopen weken omhoogschoot. Maar ze kunnen deze niet doorrekenen aan kopers, omdat de prijzen door de overheid worden gecontroleerd. Daarom kopen ze het product liever helemaal niet. 

    Lees ook:

    Tot het prijsplafond voor tafelolie werd in 2011 besloten, na ‘sociale onrust’, aldus El Watan. De Algerijnse minister van Financiën Aymen Benabderrahmane blijft het beleid van zijn land op dit gebied verdedigen. Ook geeft hij aan dat de nationale munteenheid niet in een situatie van ineenstorting verkeert ‘zoals sommigen vermoeden’, meldt de krant Liberté Algerije.

    Maar zijn uitspraken stellen niet gerust. De waardevermindering van de Algerijnse dinar leidt tot een ‘duidelijke erosie’ van de koopkracht, volgens nieuwssite ObservAlgérie. De krant Reporters beaamt dit en stelt dat ‘het jaar 2020 pijnlijk zal zijn geweest voor kleine en middelgrote beurzen’ en dat ‘de versnelling van de erosie van de koopkracht en de verarming van de kansarme lagen geen twijfel leiden’.


    De zingende meisjes van Afghanistan

    Het Afghaanse ministerie van Onderwijs lijkt terug te komen op een besluit om een ​​landelijk zangverbod voor schoolmeisjes op te leggen.

    In een brief aan schoolbesturen vorige week, die naar de media werd gelekt, zei de onderwijsafdeling van Kaboel dat meisjes van twaalf jaar en ouder niet langer zouden kunnen zingen bij openbare evenementen, tenzij de evenementen alleen door vrouwen werden bijgewoond. In de brief stond ook dat meisjes niet konden worden opgeleid door een mannelijke muziekleraar.

    De reden voor het besluit was dat studenten zo konden focussen op hun studie. Maar de aankondiging veroorzaakte wijdverbreide verontwaardiging, waarbij velen de regering ervan beschuldigden sympathie te hebben voor de taliban en discriminatie op grond van geslacht te bevorderen, schrijft The Guardian.

    Uit protest namen vrouwen uit het hele land, waaronder veel prominente Afghaanse leiders, video’s op waarin ze zongen en plaatsten deze op sociale media met de hashtag #IAmMySong.

    ‘Met prachtige resultaten’, aldus de site FranceInter. Zoals dit nummer dat over Afghanistan gaat en op Twitter is gepost door de broer van dit jonge meisje genaamd Nila, die dertien jaar oud is en aan het einde van het nummer benoemt hoe onzinnig de nieuwe regel is en over vrijheid spreekt.

    https://twitter.com/MurtazaIbrahimi/status/1370769708924944385

    ‘De meisjes hebben dus gewonnen’, aldus de site. ‘Maar het is een ambivalente overwinning. De vraag is waarom de stad Kaboel zich op dit gebied waagde? Het antwoord is tragisch: omdat momenteel onderhandelingen met de taliban plaatsvinden onder auspiciën van de Verenigde Staten.’

    Het idee is om een ​​eenheidsregering te creëren tussen de taliban en de huidige autoriteiten. Weliswaar dus een tijdelijke regering, maar sommigen zien het de verkeerde kant opgaan en ‘zenden radicale signalen naar toekomstige leiders van het land’.

    Lees ook:

    Ondertussen worden veel meisjes ook door hun eigen familie bedreigd of gevraagd om met de campagne te stoppen. Maram Abdallah, achttien, een pianiste die op het punt staat af te studeren aan het Afghaanse Nationale Muziek Instituut, vertelt bijvoorbeeld aan The Guardian: ‘Ik ben opgegroeid in Egypte, waar mijn ouders naar de universiteit gingen en ik begon met pianospelen toen ik vijf jaar oud was, maar toen we terugkeerden naar Afghanistan mocht ik er van mijn vader niet mee doorgaan.’ Abdallah’s vader noemde druk vanuit de samenleving als reden voor zijn verbod.

    Ahmad Sarmast, de oprichter van muziekinstituut, die de #IAmMySong-campagne begon, noemt het decreet ‘niet alleen een schending van de muzikale rechten van Afghaanse meisjes en een ontneming van de genezende kracht van muziek, maar ook een schending van de Afghaanse grondwet, kinderbeschermingswetten en de internationale conventie voor kinderrechten’.


    Svetlana Tichanovskaja blaast het protest in Belarus nieuw leven in

    In een video die op 18 maart op YouTube is gepost, lanceert Svetlana Tichanovskaja een nieuw initiatief: de voormalige Belarussische presidentskandidaat van augustus 2020, nu in ballingschap, roept haar landgenoten op om deel te nemen aan een soort online referendum over de noodzaak om onderhandelingen te beginnen met president Aleksander Loekasjenka: ‘Ieder van jullie weet dat het land door een crisis gaat. Maar we kunnen het op een vreedzame manier regelen door middel van onderhandelingen onder leiding van internationale instanties.’

    De VN en de OVSE hebben hun akkoord al gegeven. Nog dezelfde dag spraken 500.000 mensen zich uit voor dergelijke onderhandelingen op het Belarussische platform Golos (Voice). Op 24 maart om 12.00 uur hadden meer dan 700.000 burgers zich uitgesproken voor het initiatief.

    De onafhankelijke Belarussische site Intex-press legt uit dat de stemming ‘de burgers een gevoel van steun en solidariteit moet geven’, en dat het niet is georganiseerd om straatacties te vervangen, maar om ‘te zien met hoevelen we zijn’. Voor Svetlana Tichanovskaja is het doel van deze stemming vooral om ‘zo snel mogelijk een einde te maken aan het geweld’ en om ‘degenen die de afgelopen maanden om politieke redenen zijn gearresteerd, vrij te laten’.

    Lees ook:

    De oppositie zet erop in dat tegen mei of al eerder Alexander Loekasjenka onder internationale en binnenlandse druk ‘verplicht zal zijn een dialoog aan te gaan’. Externe druk zal volgens Tichanovskaja de vorm aannemen van ‘nieuwe sancties, de vermindering van contracten met Belarussische overheidsbedrijven, het politieke isolement van Loekasjenka, de opschorting van westerse financiering voor verschillende programma’s en investeringsprojecten’.

    Het uiteindelijke doel van de oppositie is om voor het einde van het jaar nieuwe presidentsverkiezingen te houden. Als de Belarussische regering de dialoog weigert, overweegt het Tichanovskaja-team zes scenario’s, meldt de site, waaronder die van een ‘externe interventie’.

    Het Russische dagblad Nezavissimaïa Gazeta herinnert eraan dat de repressie sinds augustus 2020 niet is gestopt, en dat het protest deze winter aanzienlijk is afgenomen. De kou, het politiegeweld, de gerechtelijke procedures, maar ook de pandemie, ‘waarvan men zich de omvang alleen maar kan voorstellen, omdat de autoriteiten er niet over spreken en er geen beperkingen zijn opgelegd’, hebben het moreel beïnvloed.

    Het Tichanovskaja-initiatief werd op het juiste moment gelanceerd om de bevolking aan te moedigen actief deel te nemen aan de volgende protestactie, gepland op 25 maart. Deze ‘Vrijheidsdag’ is de verjaardag van de oprichting van de Volksrepubliek Belarus in 1918, die meestal alleen wordt gevierd door de nationalistische democratische oppositie. Voor Loekasjenka komt de nationale feestdag overeen met de dag van de afkondiging van de onafhankelijkheid van het land van de USSR op 25 augustus 1991.

    In het hele land kondigden de oppositie en lokale activisten massale protesten tegen de autoriteiten aan voor 25 maart. Zoals te verwachten was, kregen ze hiervoor geen toestemming. ‘De acties van 25 maart zullen dus illegaal zijn, wat een gewelddadig scenario voorspelt’, vreest het Russische dagblad.

  • Iconische boekwinkel in Parijs moet sluiten | Opnieuw burgers aangevallen in Niger

    Iconische boekwinkel in Parijs moet sluiten | Opnieuw burgers aangevallen in Niger

    Opnieuw burgers aangevallen in Niger

    De Nigerese regering maakte maandagavond bekend dat de inval van zondag door gewapende mannen tegen dorpen in de Tahoua-regio, niet ver van Mali, heeft geleid tot de dood van 137 mensen. Een week geleden vielen er ook al 66 doden bij aanslagen. 

    ‘Enkele tientallen mannen arriveerden op motorfietsen. Ze vielen nomadische kampen aan in de steden Intazayene, Woursanat en Bakorat’, schrijft de Nigerse krant News a Niamey. Omdat het woestijngebied erg geïsoleerd ligt, is er gebrekkige communicatie en duurde het een tijd totdat de berichten waren bevestigd, aldus de Nigerse krant.

    ‘Wat de tragedies van de afgelopen maanden gemeen hebben, is dat ze alleen burgers hebben getroffen die normaal gesproken worden gespaard in tijden van gewapende conflicten. Ze maken duidelijk (…) dat we te maken hebben met een grote verschuiving in de strategie van gewapende groepen’, merkt Info Agadez op.

    ‘Na een reeks aanvallen die voornamelijk gericht waren op de defensie- en veiligheidstroepen, lijken gewapende groepen te hebben besloten hun wapens nu tegen burgers te richten; en dit om redenen die de gewone man nog steeds niet kan bevatten, en die geen enkele specialist in conflicten heeft geprobeerd bloot te leggen en uit te leggen. Toegegeven, dat is een lastige taak, omdat geen van de laatste aanslagen is geclaimd’, vervolgt de krant uit Noord-Niger.

    ‘De uitdagingen zijn talrijk en urgent, te beginnen met de veiligheidscrisis’

    De terroristische operaties in het westen van het land vormen de grootste uitdaging voor het nieuwe staatshoofd, Mohamed Bazoum, wiens presidentiële overwinning zondag werd bevestigd door het Constitutionele Hof van Niger. Zijn tegenstander, Mahamane Ousmane, betwistte de resultaten van de stemming en claimde de overwinning met 50,3 procent van de stemmen.

    Het Burkinabese dagblad Le Country spoort aan om geen tijd meer te verliezen met deze tweestrijd en aan de slag te gaan, ‘want de uitdagingen zijn talrijk en urgent, te beginnen met de veiligheidscrisis, die een nachtmerrie wordt voor de autoriteiten en voor grote bezorgdheid zorgt.’


    Israëliërs zijn het stemmen beu

    Vandaag (23 maart) vinden in Israël de vierde parlementsverkiezingen plaats in minder dan twee jaar tijd. Volgens de laatste peilingen maken de beide kandidaten, Benyamin Netanyahu en Yaïr Lapid, nog ongeveer evenveel kans. 

    Afgelopen weekend wist ongeveer 40 procent van de Israëlische kiezers nog altijd niet goed wie ze zouden gaan stemmen – 20 procent van de Israëli’s was van plan op het allerlaatste moment te beslissen, schrijft Ynet, het populaire portaal van dagblad Yediot Aharonot. Het zou gaan om tien tot dertien onvoorspelbare zetels.

    Ook Israel Hayom heeft het over ‘het besluiteloosheid tot het einde’. De zwevende stemmen zouden de machtsverhoudingen tussen de twee grote blokken, pro- en anti-Benyamin Netanyahu, de vertrekkende premier, kunnen doen verschuiven. Volgens het gratis verspreide dagblad speelt bij de besluiteloosheid een gebrek aan informatie mee over de strategieën die de partijen zullen volgen bij de vorming van de nieuwe coalitie na de verkiezingen. De krant spoort aan om desondanks te gaan stemmen: ‘Alles ligt nog steeds in onze handen’. Bij de verkiezingen in maart 2020 was de opkomst 71,5 procent.

    Niemand zal spijt krijgen van de vertrekkende coalitie

    Ha’Aretz noemt als oorzaken voor deze mogelijke lage opkomst de pandemie, die het verkiezingsproces bemoeilijkt en de kiezers in gevaar kan brengen, maar ook een grote vermoeidheid met het Israëlisch kiesstelsel; veel Israëliërs hebben last van een ‘déjà-vu’ en zijn het stemmen beu.

    Yediot Aharonot heeft het in dit verband over ‘de vierde symfonie van Benyamin Netanyahu’, die nog meer dan de vorige drie het werk van de Israëlische premier zou zijn. ‘Hij is de componist, dirigent en uitvoerder.’ Maar, benadrukt de krant, het is belangrijk om niet te vergeten naar de muziek te luisteren. Wat de uitkomst van deze verkiezingen ook is, één ding is zeker: niemand zal spijt krijgen van de vertrekkende coalitie.


    VS, VK en EU verenigen zich om China te sanctioneren

    De Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Canada spraken zich op maandag 22 maart gezamenlijk uit tegen de massale internering van Oeigoerse moslims en namen parallelle sancties tegen Chinese functionarissen in de provincie Xinjiang, die worden beschuldigd van mensenrechtenschendingen. Beijing reageerde onmiddellijk door tien leden van het Europees Parlement op de zwarte lijst te zetten, meldt The South China Morning Post

    ‘Het bewijsmateriaal, onder meer afkomstig uit eigen documenten, satellietbeelden en ooggetuigenverklaringen van de Chinese regering, is overweldigend. China’s uitgebreide onderdrukkingsprogramma omvat onder meer strenge inperkingen van religieuze vrijheid, het gebruik van dwangarbeid, massale detentie in interneringskampen, gedwongen sterilisaties en de gezamenlijke vernietiging van het Oeigoerse erfgoed’, citeert SCMP.

    Volgens het Hongkongse dagblad zou dit kunnen leiden tot een dramatische escalatie van ‘spanningen met Beijing’ en maakt het duidelijk dat de nieuwe regering van Joe Biden ‘voornemers is van zijn allianties een krachtig instrument te maken om zich tegen China te verzetten’.

    De Rubicon over

    In de woorden van The Guardian zijn de EU en het VK ‘de Rubicon overgestoken’ door sancties op te leggen aan een kleine groep Chinese hoge functionarissen; ‘Dit zijn de eerste sancties die door Europeanen zijn genomen tegen Chinese functionarissen sinds de bloedige onderdrukking van het Tian’anmen-plein in 1989.’

    De Britse minister van Buitenlandse Zaken Dominic Raab benadrukt dat de sancties tegen de Chinese leiders het resultaat waren van een ‘intense’ diplomatieke inspanning tussen de betrokken westerse landen, omdat ‘het bewijs van wijdverbreide schendingen van de mensenrechten in Xinjiang niet kan worden genegeerd’.

    De VS kondigden de sancties aan slechts enkele dagen na een verhitte discussie tussen Amerikaanse en Chinese diplomaten tijdens een bijeenkomst in Anchorage (Alaska), schrijft CNN. Directeur van het ministerie van Financiën van het Office of Foreign Assets Control Andrea M. Gacki verklaarde dat ‘de Chinese autoriteiten consequenties [zullen] blijven ondervinden zolang er gruweldaden plaatsvinden in Xinjiang tegen Oeigoeren en andere etnische minderheden.’


    De geest uit Quartier Latin

    ‘De sluiting van de geliefde Gibert Jeune-boekwinkel in het Quartier Latin van Parijs, de thuisbasis van talloze schrijvers, filosofen, kunstenaars, revolutionairen en studenten, is de laatste in een reeks klappen voor de culturele levendigheid van de buurt, een langdurige achteruitgang die werd versneld door de pandemie’, schrijft The New York Times over de sluiting deze week van een iconische Parijse boekwinkel, die volgens het dagblad ‘de geest van het Quartier Latin het beste belichaamde’.

    Libération noemt de sluiting: ‘een teken van de tijd’. Het gebouw behoorde toe aan een ‘afstammeling van de historische familie’, en is nu verkocht aan de hoogste bieder. Om de nieuwe verhuurder te kunnen betalen, had de jaaromzet van de winkel met 2 miljoen moeten stijgen. ‘Onhoudbaar voor een kuip die te oud en te zwaar is en aan alle kanten lekt.’ 

    De winkel was onder andere zeer populair bij studenten, die er tweedehands boeken kochten. ‘Het verhaal van een wijk in Parijs die ooit zo vreugdevol was en lang werd geassocieerd met studie, ideeën, jeugd en kennis’ is ten einde’, schrijft ook Le Monde; ‘De Franse boekhandel wordt geconfronteerd met nieuwe lees- en koopgewoonten en een verstikkende vastgoedmarkt.’

  • We leven in het rijk van het onfatsoen. Een ode aan onvervalste onderzoeksjournalistiek

    We leven in het rijk van het onfatsoen. Een ode aan onvervalste onderzoeksjournalistiek

    De Mexicaanse auteur Jorge Volpi doet naar aanleiding van de vele rellen die in zijn land plaatsvonden op vrouwendag een aanklacht tegen de huichelachtige tijd waarin we leven.

    Rellen in Mexico-Stad

    Volgens de Mexicaanse autoriteiten hebben 62 politiemensen en 19 vrouwen verwondingen opgelopen toen het tot een confrontatie kwam tussen betogers en de politie bij demonstraties op Internationale Vrouwendag. Demonstranten gingen de agenten te lijf met hamers, schilden en zelfgemaakte vlammenwerpers.

    De vrouwen protesteerden tegen het seksueel geweld waarmee ze dagelijks te maken hebben. Volgens México Evalua, een onafhankelijk onderzoeksbureau, zijn in de tweede helft van 2020 5 miljoen vrouwen in het land slachtoffer geworden van seksueel geweld. Volgens gegevens van de Mexicaanse regering zelf zijn in 2020 939 vrouwen vermoord omdat ze vrouw waren. Tussen 2015 en 2020 steeg het aantal femicidegevallen met 130 procent.

    De woede van de demonstranten richtte zich vooral op president López Obrador. Hij zou te weinig doen tegen het misbruik. Onlangs sprak de president nog zijn steun uit voor een politicus die door een aantal vrouwen is beschuldigd van verkrachting.

    De ex-president die de oorlog begon tegen de drugshandel – de directe oorzaak van honderdduizenden doden en verdwijningen –, juicht de protesten tegen de vrouwenmoorden toe. De spreekbuis van de huidige president noemt de metalen afzetting rond het Palacio Nacional, ons regeringsgebouw, tegen de feministische protesten een ‘vredesmuur’. De verantwoordelijke om de covid-19-pandemie te bestrijden loopt zonder mondkapje en wetend dat hij besmettelijk is, door een openbaar park om vervolgens de media uit te foeteren die inbreuk maken op zijn privacy. Voormalige linkse activisten rechtvaardigen het politieoptreden tegen de feministische demonstranten. De voornaamste oppositiepartij, fel gekant tegen de legalisering van abortus, staat achter de protesten van de #8M-beweging op 8 maart. De president zwijgt in alle talen over het geweld tegen de vrouwen maar toont zich vol lof over het feit dat de barricade rond het regeringsgebouw het heeft gehouden. De partij die de corruptie heeft verheven tot landspolitiek wijst witheet op een Accountantsonderzoek dat diverse onregelmatigheden in het huidige regeringsbeleid blootlegt. Hoge vrouwelijke functionarissen en leiders van MORENA (Movimiento Regeneración Nacional), die zich als feminist voordoen, reppen met geen woord over de poging van hun partij om een politicus voor te dragen die herhaaldelijk van verkrachting is beschuldigd.

    Mensenrechtenactivisten die de overstap hebben gemaakt naar overheidsfunctionaris, dekken het misbruik bij de politie. Mensenrechtenactivisten houden hun mond over de demonstranten die een groep vrouwelijke politieagenten afranselden. Een president die zichzelf progressief noemt – en geen dag voorbij laat gaan om zijn rivalen als conservatief te bestempelen – stelt voor zowel de legalisatie van abortus als de kandidatuur van de politicus die van verkrachting is beschuldigd, afhankelijk te maken van de publieke opinie. De voormalige kandidaat voor het presidentschap, die de conservatieve partij verliet, komt op zijn schreden terug en ambieert een functie in een gebied waar hij nooit heeft gewoond. De partij die zichzelf afficheert als sociaal komt aanzetten met een politicus die openlijk klassenjustitie en machismo voorstaat. Een partij die van oudsher als links bekend staat verbindt zich met de twee partijen die ze haar hele geschiedenis lang heeft bestreden. Een journalist die de politieopstelling steunde haalt dagelijks uit naar de president. De kandidaat die de demilitarisatie van het land beloofde draagt alle macht over aan het leger. Tientallen journalisten en intellectuelen die zich hebben verrijkt aan de vorige regimes, beschuldigen de huidige regering van censuur. 

    Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort

    En er zouden nog veel en veel meer voorbeelden te geven zijn. Als iets het Mexico van nu kenmerkt, al zie je hetzelfde gebeuren in andere delen van de wereld, is het niet zozeer de leugen – of wat we alternatieven feiten zijn gaan noemen – als wel het gebrek aan congruentie. Het feit dat er geen peil te trekken is op onze publieke spelers. Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort: we luisteren naar de tot vervelens toe herhaalde uiteenzettingen in de krakende ochtendpraatjes van de president, naar de opgewonden verklaringen van partijleiders, naar de raadselachtige commentaren van journalisten, woordvoerders en influencers, en bovenal naar de weerzinwekkende bagger op de sociale media, en constateren algauw dat de verkondigers met al hun flux de bouche en poeha over het algemeen precies het tegenovergestelde hebben gedaan van wat ze beweren.

    We leven in het rijk van de incongruentie. En van het cynisme.

    Kloof

    Hoe bestaat het dat we dulden dat Felipe Calderón zegt niets te hebben geweten van de banden met de drugshandel van zijn rechterarm, Genaro García Luna? Of dat Andrés Manuel López Obrador de kandidatuur van Félix Salgado Macedonio [die wordt beschuldigd van verkrachtig] steunt? Of dat de aanhangers van PAN (Partido Acción Nacional) hebben ingestemd met alle slogans die op de gevel van het Paleis werden geprojecteerd, behalve de oproep tot legalisering van abortus? Of dat MORENA zijn politieke macht niet heeft ingezet om die decriminalisering erdoor te krijgen?

    Hoe bestaat het dat we dag in dag uit al deze politici, ondernemers, activisten, journalisten en intellectuelen dulden die het ene zeggen en precies het tegenovergestelde doen? Hoe komt het dat de kloof tussen de boodschapper en de boodschap zo diep is geworden?

    Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog

    Ons openbare leven is ineens veranderd in een obscene setting waarin slechte toneelspelers ageren, die tegenover hun gehoor de ene rol vertolken en, eenmaal veilig thuis, hun masker afrukken om iemand anders te zijn. Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog, zolang de vijand maar in een kwaad daglicht wordt gesteld.

    Al hebben ik en de mijnen veel ergere dingen gedaan dan jij en de jouwen – denk aan PRI (Partido Revolucionario Institucional) en PAN –, nu gooien we het je woedend en verontwaardigd in het gezicht. Of: nu we de macht hebben – MORENA – doen we zelf wat we bij de oppositie het meest bekritiseerden. Of: nu ik ultraconservatieve maatregelen tref – zoals het land extreem militariseren of de slachtoffers negeren –, beschuldig ik alle anderen van conservatisme. Of: nu ik weer in de oppositie zit, bekritiseer ik jou omdat je hetzelfde doet als ik voorheen. 

    Daarom klappen we zo als iemand eens consequent is, zoals Estefanía Veloz, een militante feministe van MORENA, die aankondigde haar partij de rug te zullen toekeren als die doorging met haar steun aan Salgado Macedonio… en inderdaad vertrok. Dat zulk gedrag ons verbaast toont wel aan hoezeer we gewend zijn geraakt aan het tegendeel: gegoochel met woorden om wat niet te rechtvaardigen is te rechtvaardigen.

    We leven in het rijk van het onfatsoen.

    Als aan iets behoefte is in dit bedroevende panorama, dan is het aan onvervalste onderzoeksjournalistiek. Die kan dienen als geheugensteun om de ongerijmdheid of incongruentie te ontmaskeren en ons er, als spiegels van Dorian Gray, aan te helpen herinneren wie er schuilgaan achter die mooie facies van degenen die zo fier en vol overtuiging de anderen beschuldigen van wat zij zelf zijn.  

  • Yuval Noah Harari: ‘De lessen die we van covid-19 hadden kunnen leren’

    Yuval Noah Harari: ‘De lessen die we van covid-19 hadden kunnen leren’

    Welke lessen voor de toekomst kunnen we trekken uit 2020? De Israëlische denker en historicus Yuval Noah Harari zet ze op een rijtje en komt tot een heldere conclusie: de enige reden waarom deze pandemie uit de hand is gelopen, is de politiek.

    Keuze uit het archief

    Na het rampjaar 2020 dacht de wereld dat 2021 het jaar zou worden dat we ‘samen corona onder controle zouden krijgen’ (dixit de Rijksoverheid). Er was immers een keur aan uitstekend werkende vaccins ontwikkeld. Niets bleek minder waar, er zijn nieuwe, besmettelijkere, varianten als delta en omikron opgekomen en het coronabeleid heeft geen een derde, vierde en zoveelste golf kunnen voorkomen.

    Had de politiek maar Yuval Noah Harari geluisterd. Lees zijn profetische woorden en oplossingen voor de coronacrisis.

    Door velen wordt de vreselijke tol die het coronavirus heeft geëist gezien als bewijs van de hulpeloosheid van de mens ten opzichte van de natuur. Maar in feite heeft 2020 aangetoond dat de mensheid verre van hulpeloos is. Epidemieën zijn niet langer onbedwingbare natuurkrachten. Dankzij de wetenschap zijn ze nu tot op zekere hoogte te controleren.

    Waarom zijn er dan zoveel sterfte- en ziektegevallen geweest? Vanwege slechte politieke beslissingen.

    Vroeger hadden mensen als ze met een plaag als de Zwarte Dood werden geconfronteerd, geen idee wat de oorzaak was of wat ertegen kon worden gedaan. Toen de griep van 1918 toesloeg, slaagden de beste wetenschappers ter wereld er niet in het dodelijke virus te identificeren, waren veel maatregelen die werden genomen nutteloos en liepen pogingen om een ​​effectief vaccin te ontwikkelen op niets uit.

    Met covid-19 was dat heel anders. De eerste alarmbellen over een mogelijke nieuwe epidemie klonken eind december 2019. Op 10 januari 2020 hadden wetenschappers niet alleen het verantwoordelijke virus geïsoleerd, maar ook het genoom ervan gesequenced en de informatie online gepubliceerd. Binnen enkele maanden werd duidelijk welke maatregelen de infectieketens konden vertragen en stoppen. Binnen minder dan een jaar waren er verschillende effectieve vaccins in massaproductie. In de oorlog tussen mens en ziekteverwekker is eerstgenoemde nog nooit zo machtig geweest.

    Het leven naar online verplaatst

    Naast de ongekende prestaties van de biotechnologie, heeft het coronajaar ook de kracht van informatietechnologie onderstreept. Vroeger kon de mensheid epidemieën zelden stoppen, omdat de infectieketens niet in realtime konden worden gevolgd en omdat de economische kosten van langdurige lockdowns te hoog waren. In 1918 kon je mensen die de gevreesde griep kregen in quarantaine plaatsen, maar je kon de presymptomatische of asymptomatische dragers niet traceren. En als je de hele bevolking van een land destijds zou hebben bevolen enkele weken binnen te blijven, zou dat hebben geleid tot economische ondergang, sociale instorting en massale hongersnood.

    In 2020 daarentegen maakte digitale surveillance het veel gemakkelijker om de verspreiding te volgen en te lokaliseren, wat quarantaine zowel selectiever als effectiever maakt. Belangrijker is nog dat automatisering en het internet langdurige lockdowns mogelijk maakten, althans in ontwikkelde landen. Hoewel de ervaring in sommige delen van de wereld deed denken aan plagen uit het verleden, heeft de digitale revolutie in een groot deel van de ontwikkelde wereld alles veranderd.

    Toeristen kunnen thuisblijven en zakenmensen kunnen zoomen, terwijl geautomatiseerde spookschepen en vrijwel onbemande treinen de wereldeconomie gaande houden

    Neem de landbouw. Duizenden jaren lang was de voedselproductie afhankelijk van menselijke arbeid, en ongeveer 90 procent van de mensen werkte in de landbouw. Tegenwoordig is dit in ontwikkelde landen niet langer het geval. In de VS werkt slechts ongeveer 1,5 procent van de mensen op boerderijen, en dat is niet alleen genoeg om iedereen in e igen land te voeden, maar ook om van de VS een belangrijke voedselexporteur te maken. Bijna al het werk op de boerderij wordt gedaan door machines, die immuun zijn voor ziekten. Lockdowns hebben dus maar een kleine impact op de landbouw.

    Stel u een tarweveld voor tijdens het hoogtepunt van de Zwarte Dood. Als je de landarbeiders zou vragen om in de oogsttijd thuis te blijven, komt er honger. Als je ze vraagt om te komen oogsten, kunnen ze elkaar besmetten. Wat te doen?

    forest simon ZzOtl6FSpLs unsplash 1 1
    © Unsplash

    Stelt u zich nu hetzelfde tarweveld voor in 2020. Een enkele maaidorser met GPS-besturing kan het hele veld veel efficiënter oogsten – en zonder kans op infectie. Terwijl in 1349 een gemiddelde boerenknecht ongeveer vijf bushel per dag oogstte [ca. 35 liter], vestigde een maaidorser in 2014 een recordoogst door dertigduizend bushels per dag te oogsten. Bijgevolg had covid-19 geen significante invloed op de wereldwijde productie van basisvoedsel zoals tarwe, maïs en rijst. 

    Om mensen te voeden, is het niet voldoende om graan te oogsten. Je moet het ook vervoeren, soms over duizenden kilometers. Gedurende het overgrote deel van de geschiedenis was handel een van de grootste boosdoeners in tijden van epidemieën. Dodelijke ziekteverwekkers trokken de wereld over op koopvaardijschepen en karavanen. De Zwarte Dood liftte bijvoorbeeld van Oost-Azië naar het Midden-Oosten langs de Zijderoute, en het waren Genuese koopvaardijschepen die de ziekte vervolgens naar Europa brachten. Het grote risico met de handel was dat elke wagen een bestuurder nodig had, tientallen zeelieden nodig waren om zelfs kleine zeeschepen te besturen, en overvolle schepen en herbergen broeinesten van ziekten waren.

    In 2020 kon de wereldhandel min of meer vlot doorlopen, doordat er maar heel weinig mensen bij betrokken waren. Een grotendeels geautomatiseerd hedendaags containerschip kan meer ton vervoeren dan de koopvaardijvloot van een heel vroegmodern koninkrijk. In 1582 had de Engelse koopvaardijvloot een totaal laadvermogen van 68.000 ton en waren er ongeveer 16.000 bemanningsleden nodig. Het containerschip OOCL Hong Kong, gedoopt in 2017, kan zo’n 200.000 ton vervoeren met een bemanning van slechts 22 personen. 

    Cruiseschepen met honderden toeristen en vliegtuigen vol passagiers hebben weliswaar een grote rol gespeeld in de verspreiding van covid-19. Maar toerisme en reizigers zijn niet essentieel voor de handel. Toeristen kunnen thuisblijven en zakenmensen kunnen zoomen, terwijl geautomatiseerde spookschepen en vrijwel onbemande treinen de wereldeconomie gaande houden. Terwijl het internationale toerisme in 2020 kelderde, daalde het volume van de wereldwijde maritieme handel met slechts 4 procent.

    Tegenwoordig bewonen velen van ons twee werelden: de fysieke en de virtuele

    Automatisering en digitalisering hebben een nog grotere impact gehad op de dienstverlening. In 1918 was het ondenkbaar dat kantoren, scholen, rechtbanken of kerken konden blijven functioneren als ze gesloten waren. Hoe kun je lesgeven als leerlingen en docenten thuis zitten? Nu weten we het antwoord. De overschakeling op online kende veel nadelen, niet in de laatste plaats de immense mentale tol die deze eiste. En het heeft ook tot voorheen onvoorstelbare problemen geleid, zoals advocaten die als kat voor de rechtbank verschenen. Maar het feit dat het überhaupt kan, is verbazingwekkend.

    In 1918 bewoonde de mensheid alleen de fysieke wereld, en toen het dodelijke griepvirus hierdoorheen trok, konden we nergens heen vluchten. Tegenwoordig bewonen velen van ons twee werelden: de fysieke en de virtuele. Toen het coronavirus door de fysieke wereld circuleerde, verlegden velen een groot deel van hun leven naar de virtuele wereld, waar ze veilig waren voor het virus.

    Mensen zijn natuurlijk nog steeds fysieke wezens en niet alles kan worden gedigitaliseerd. Het covid-jaar heeft de cruciale rol benadrukt die vaak slechtbetaalde beroepen spelen bij het in stand houden van de menselijke beschaving: verplegers, sanitairwerkers, vrachtwagenchauffeurs, kassiers, bezorgers. Er wordt vaak beweerd dat elke beschaving slechts drie maaltijden verwijderd is van barbarij. In 2020 vormden bezorgers de dunne rode lijn die de beschaving bij elkaar hield. Ze werden onze belangrijkste verbinding met de fysieke wereld. 

    Het internet houdt stand

    Wanneer we activiteiten online automatiseren, digitaliseren en verschuiven, stelt dat ons bloot aan nieuwe gevaren. Een van de meest opmerkelijke gegevens van het covid-jaar is dat het internet niet kapot ging. Als we plotseling de hoeveelheid verkeer op een fysieke brug vergroten, kunnen we verkeersopstoppingen verwachten, misschien dat hij zelfs instort. In 2020 verschoven scholen, kantoren en kerken bijna van de ene op de andere dag naar online, maar het internet hield stand.

    We staan ​​hier nauwelijks bij stil, maar dat moeten we wel doen. 2020 heeft ons geleerd dat het leven kan doorgaan, zelfs als een heel land fysiek op slot zit. 

    manuel peris unsplash 1 1
    © Unsplash

    Probeer je nu eens voor te stellen wat er gebeurt als onze digitale infrastructuur crasht.

    Informatietechnologie heeft ons veerkrachtiger gemaakt tegenover organische virussen, maar het heeft ons ook veel kwetsbaarder gemaakt voor malware en cyberoorlogvoering. Mensen vragen vaak: ‘Wat is de volgende pandemie?’ Een aanval op onze digitale infrastructuur is een vooraanstaande kandidaat. Het duurde enkele maanden voordat het coronavirus zich over de wereld verspreidde en miljoenen mensen besmette. Onze digitale infrastructuur kan in één dag instorten. En scholen en kantoren konden snel naar online verschuiven. Maar hoeveel tijd denkt u nodig te hebben om van e-mail terug te schakelen naar snailmail? 

    Wat telt?

    Het coronajaar heeft een nog belangrijkere beperking van onze wetenschappelijke en technologische kracht blootgelegd. Wetenschap kan de politiek niet vervangen. Bij beleidsbeslissingen moeten we rekening houden met veel belangen en waarden, en aangezien er geen wetenschappelijke manier is om te bepalen welke belangen en waarden het zwaarst wegen, is er geen wetenschappelijke manier om te beslissen wat we moeten doen.

    Bij de beslissing om een ​​lockdown af te kondigen, is het bijvoorbeeld niet voldoende om te vragen: ‘Hoeveel mensen zullen worden besmet met covid-19 als we geen lockdown opleggen?’ We moeten ook de vraag stellen: ‘Hoeveel mensen zullen in een depressie belanden als we wel een lockdown opleggen? Hoeveel mensen zullen te lijden hebben onder slechte voeding? Hoeveel van ons zullen school missen of hun baan verliezen? Hoevelen zullen worden mishandeld of vermoord door hun echtgenoten?’

    Zelfs als al onze gegevens nauwkeurig en betrouwbaar zijn, moeten we ons altijd afvragen: ‘Wat tellen we? Wie beslist wat er moet worden geteld? Hoe beoordelen we de cijfers ten opzichte van elkaar?’ Dit is meer een taak van de politiek dan van de wetenschap. Het zijn politici die de medische, economische en sociale afwegingen in evenwicht moeten brengen en met een alomvattend beleid moeten komen.

    Net zo creëren ingenieurs nieuwe digitale platforms die ons helpen te functioneren tijdens een lockdown, en nieuwe bewakingstools die ons helpen beschermen tegen virussen. Maar digitalisering en toezicht brengen onze privacy in gevaar en openen de weg voor de opkomst van ongekende totalitaire regimes. In 2020 is massasurveillance zowel legitiemer als gebruikelijker geworden. Het bestrijden van de epidemie is belangrijk, maar zijn we bereid onze vrijheid ervoor op te geven? Het is de taak van politici en niet van de ingenieurs om de juiste balans te vinden tussen nuttige bewaking en dystopische nachtmerries.

    Als de regering zegt dat het te ingewikkeld is om midden in een pandemie een ​​monitoringsysteem op te zetten om uitgaven te controleren, geloof het dan niet

    Drie basisregels kunnen ons een eind op weg helpen in de bescherming tegen digitale dictaturen, zelfs in tijden van een pandemie. Ten eerste, wanneer u gegevens over mensen verzamelt – vooral over wat er in hun eigen lichaam gebeurt – moeten deze gegevens worden gebruikt om deze mensen te helpen in plaats van hen te manipuleren, te controleren of te schaden. Mijn persoonlijke arts weet veel zeer persoonlijke dingen over mij. Dat vind ik prima, want ik vertrouw erop dat mijn arts deze gegevens in mijn voordeel gebruikt. Mijn arts mag deze gegevens niet aan een bedrijf of politieke partij verkopen. Zo zou het ook moeten zijn met elke vorm van een ‘pandemische toezichthoudende autoriteit’ die we eventueel instellen.

    Ten tweede moet toezicht altijd twee richtingen op bewegen. Als het toezicht alleen van boven naar beneden gaat, stevenen we af op een dictatuur. Dus wanneer het toezicht op individuen wordt vergroot, moet tegelijkertijd het toezicht op de overheid en grote bedrijven groter worden. 

    Screen Shot 2021 03 19 at 1.06.41 PM

    In de huidige crisis verdelen regeringen enorme bedragen. Het proces van toewijzing van middelen moet transparanter worden gemaakt. Als burger wil ik gemakkelijk kunnen inzien wie wat krijgt en wie beslist waar het geld naartoe gaat. Ik wil ervoor zorgen dat het geld naar bedrijven gaat die het echt nodig hebben, in plaats van naar een grote concern waarvan de eigenaren bevriend zijn met de een of andere minister. Als de regering zegt dat het te ingewikkeld is om midden in een pandemie een ​​dergelijk monitoringsysteem op te zetten, geloof het dan niet. Als het niet te ingewikkeld is om te monitoren wat jij doet, is het ook niet te ingewikkeld om te monitoren wat de overheid doet.

    Ten derde: sta nooit toe dat te veel gegevens op één plaats worden geconcentreerd. Niet tijdens de epidemie, en ook niet daarna. Een datamonopolie is een recept voor dictatuur. Dus als we biometrische gegevens over mensen verzamelen om de pandemie te stoppen, moet dit worden gedaan door een onafhankelijke gezondheidsautoriteit in plaats van door de politie. De resulterende gegevens moeten gescheiden worden gehouden van andere grote dataopslagplaatsen van ministeries en grote bedrijven. 

    Zeker, dit zal tot extra werk en inefficiëntie leiden. Maar inefficiëntie is een kenmerk, geen bug. U wilt de opkomst van digitale dictatuur voorkomen? Houd de dingen dan altijd een beetje inefficiënt.

    Verantwoordelijkheid

    De ongekende wetenschappelijke en technologische successen van 2020 hebben de coronacrisis niet kunnen oplossen. Ze veranderden de epidemie van een natuurramp in een politiek dilemma. Toen de Zwarte Dood miljoenen slachtoffers maakte, verwachtte niemand veel van de koningen en keizers. Ongeveer een derde van alle Engelsen stierf tijdens de eerste golf van de Zwarte Dood [en naar schattingen geldt dat gemiddelde voor alle landen van Europa], maar dit zorgde er niet voor dat koning Edward III van Engeland zijn troon verloor. Het lag duidelijk buiten de macht van heersers om de epidemie te stoppen, dus niemand gaf hen de schuld van een mislukking.

    Maar vandaag heeft de mensheid de wetenschappelijke instrumenten om covid-19 te stoppen. Verschillende landen, van Vietnam tot Australië, hebben bewezen dat de beschikbare instrumenten de epidemie zelfs zonder vaccin kunnen stoppen. Deze tools hebben echter een hoge economische en sociale prijs. We kunnen het virus verslaan, maar we weten niet zeker of we bereid zijn de kosten van de overwinning te betalen. De wetenschappelijke verworvenheden hebben dus een enorme verantwoordelijkheid op de schouders van politici gelegd.

    De nalatigheid en onverantwoordelijkheid van de regeringen van Trump en Bolsonaro hebben geleid tot honderdduizenden vermijdbare doden

    Helaas zijn te veel politici deze verantwoordelijkheid niet nagekomen. De populistische presidenten van de VS en Brazilië bijvoorbeeld bagatelliseerden het gevaar, weigerden gehoor te geven aan experts en voedden in plaats daarvan samenzweringstheorieën. Ze kwamen niet met een degelijk federaal actieplan en saboteerden pogingen van staats- en gemeentelijke autoriteiten om de epidemie een halt toe te roepen. De nalatigheid en onverantwoordelijkheid van de regeringen van Trump en Bolsonaro hebben geleid tot honderdduizenden vermijdbare doden.

    In het VK lijkt de regering aanvankelijk meer bezig te zijn geweest met de brexit dan met covid-19. Ondanks al haar isolationistische beleid, slaagde de regering-Johnson er niet in Groot-Brittannië te isoleren van het enige wat er echt toe deed: het virus. Mijn thuisland Israël heeft ook geleden onder politiek wanbeheer. Net als Taiwan, Nieuw-Zeeland en Cyprus is Israël in feite een ‘eilandland’, met gesloten grenzen en slechts één hoofdtoegangspoort – Ben Gurion Airport. Op het hoogtepunt van de pandemie heeft de regering van Netanyahu echter toegestaan ​​dat reizigers de luchthaven passeren zonder quarantaine of zelfs maar een behoorlijke screening, en nagelaten een eigen lockdownbeleid af te dwingen.

    Zowel Israël als het VK hebben vervolgens een voortrekkersrol gespeeld bij het uitrollen van de vaccins, maar hun eerdere verkeerde inschattingen hebben een grote tol geëist. In Groot-Brittannië heeft de pandemie het leven gekost aan 120.000 mensen, waarmee het op de zesde plaats in de wereld staat qua gemiddelde sterftecijfers. Ondertussen heeft Israël het zevende hoogste gemiddelde aantal bevestigde gevallen, en nam het om de ramp het hoofd te bieden zijn toevlucht tot een ‘vaccins for data’-deal met het Amerikaanse bedrijf Pfizer. Pfizer stemde ermee in om Israël te voorzien van voldoende vaccins voor de hele bevolking, in ruil voor enorme hoeveelheden waardevolle gegevens, wat bezorgdheid opwekte over privacy en datamonopolie. De transactie toonde maar weer eens aan dat de gegevens van burgers nu een van de meest waardevolle staatsbezittingen zijn. 

    Hoewel sommige landen veel beter presteerden, is de mensheid als geheel er tot dusver niet in geslaagd de pandemie in te dammen of een wereldwijd plan te bedenken om het virus te verslaan. De eerste maanden van 2020 waren alsof we een ongeluk in slow motion zagen gebeuren. Moderne communicatie maakte het voor mensen over de hele wereld mogelijk om in realtime de beelden te zien, eerst uit Wuhan, vervolgens uit Italië en daarna uit steeds meer landen – zonder dat daar wereldwijd leiderschap op volgde om te voorkomen dat een catastrofe de wereld zou overspoelen. De tools waren er, maar politieke wijsheid ontbrak maar al te vaak.

    Vaccinatienationalisme

    Een van de redenen voor de kloof tussen wetenschappelijk succes en politiek falen is dat wetenschappers wereldwijd samenwerkten, terwijl politici de neiging hadden om ruzie te maken. Terwijl ze onder veel stress en in grote onzekerheid werkten, deelden wetenschappers over de hele wereld vrijelijk informatie en vertrouwden ze op elkaars bevindingen en inzichten. Veel belangrijke onderzoeksprojecten werden uitgevoerd door internationale teams. Een grootschalig onderzoek dat de doeltreffendheid van lockdownmaatregelen aantoonde, werd bijvoorbeeld uitgevoerd door onderzoekers van negen instellingen: één in het VK, drie in China en vijf in de VS.

    Daarentegen zijn politici er niet in geslaagd een internationale alliantie tegen het virus te vormen en overeenstemming te bereiken over een mondiaal plan. De twee grootste grootmachten ter wereld, de VS en China, hebben elkaar beschuldigd van het achterhouden van essentiële informatie, het verspreiden van desinformatie en complottheorieën, en zelfs van het opzettelijk verspreiden van het virus. Talrijke andere landen hebben naar het schijnt gegevens over de voortgang van de pandemie vervalst of achtergehouden.

    ‘In deze noodsituatie is wereldwijde samenwerking geen altruïsme, maar essentieel voor het nationaal belang’

    Het gebrek aan wereldwijde samenwerking manifesteert zich niet alleen in deze informatieoorlogen, maar nog meer in conflicten over de schaarse medische apparatuur. Hoewel er zeker gevallen van samenwerking en vrijgevigheid zijn geweest, is er geen serieuze poging gedaan om alle beschikbare middelen te bundelen, de wereldwijde productie te stroomlijnen en een rechtvaardige distributie van voorraden te garanderen. In het bijzonder vaccinnationalisme creëert een nieuw soort wereldwijde ongelijkheid tussen landen die hun bevolking kunnen vaccineren, en landen die dat niet kunnen.

    Het is triest om te zien dat velen een simpel feit over deze pandemie niet begrijpen: zolang het virus zich overal blijft verspreiden, kan geen enkel land zich echt veilig voelen. Stel dat Israël of het VK erin slaagt het virus binnen zijn eigen grenzen uit te roeien, maar het blijft zich verspreiden onder honderden miljoenen mensen in India, Brazilië of Zuid-Afrika. Een nieuwe mutatie in een afgelegen Braziliaanse stad zou het vaccin ineffectief kunnen maken en kunnen resulteren in een nieuwe golf van infectie.

    In de huidige noodsituatie zal een beroep op louter altruïsme waarschijnlijk niet prevaleren boven nationale belangen. Maar in deze noodsituatie is wereldwijde samenwerking echter geen altruïsme, maar essentieel voor het nationaal belang.

    Antivirus voor de wereld

    Dscussies over wat er in 2020 is gebeurd, zullen jarenlang worden gevoerd. Maar mensen van alle politieke kampen zouden het eens moeten zijn over ten minste drie hoofdlessen.

    Ten eerste moeten we onze digitale infrastructuur beschermen. Die is onze redding geweest tijdens deze pandemie, maar kan omslaan in de bron van een nog veel grotere ramp.

    Ten tweede zou elk land meer moeten investeren in zijn volksgezondheidssysteem. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar politici en kiezers slagen er soms in de meest voor de hand liggende les te negeren.

    Ten derde moeten we een krachtig wereldwijd systeem opzetten om pandemieën te controleren en te voorkomen. In de eeuwenoude oorlog tussen mensen en ziekteverwekkers vormt het lichaam van ieder mens de frontlinie. Als die linie ergens op de planeet wordt doorbroken, brengt dat ons allemaal in gevaar. Zelfs de rijkste mensen in de meest ontwikkelde landen hebben er persoonlijk belang bij de armste mensen in de minst ontwikkelde landen te beschermen. Als een nieuw virus van een vleermuis naar een mens springt in een arm dorp in een afgelegen jungle, kan de ziekte binnen een paar dagen op Wall Street rond woekeren.

    Het geraamte van zo’n wereldwijd antivirussysteem bestaat al in de vorm van de Wereldgezondheidsorganisatie en verschillende andere instellingen. Maar de budgetten die dit systeem ondersteunen zijn beperkt, en het heeft nauwelijks politieke macht. We moeten dit systeem politieke invloed geven en veel meer geld, zodat het niet volledig afhankelijk zal zijn van de grillen van zelfzuchtige politici. 

    Als bovenstaande lessen worden geïmplementeerd, kan deze pandemie er juist toe leiden dat zulke ziektes minder vaak voorkomen

    Zoals eerder opgemerkt, vind ik niet dat experts die daar niet voor zijn gekozen de taak moeten krijgen cruciale beleidsbeslissingen te nemen. Die taak moet voorbehouden blijven aan politici. Maar een onafhankelijke wereldwijde gezondheidsautoriteit zou het ideale platform zijn om medische gegevens te verzamelen, mogelijke gevaren in de gaten te houden, alarm te slaan en onderzoek en ontwikkeling te sturen.

    Veel mensen zijn bang dat covid-19 het begin markeert van een golf van nieuwe pandemieën. Maar als de bovenstaande lessen worden geïmplementeerd, kan deze pandemie er juist toe leiden dat zulke ziektes minder vaak voorkomen. De mensheid kan het ontstaan van nieuwe ziektes niet voorkomen; dit is een natuurlijk evolutieproces dat al miljarden jaren aan de gang is en ook in de toekomst zal doorgaan. Maar vandaag de dag beschikt de mensheid over de kennis en instrumenten die nodig zijn om te voorkomen dat een nieuwe ziekteverwekker zich verspreidt en omslaat in een pandemie.

    Als covid-19 zich in 2021 desondanks blijft verspreiden en miljoenen slachtoffers maakt, of als een nog dodelijkere pandemie de mensheid treft in 2030, zal dit noch een oncontroleerbare natuurramp zijn, noch een straf van God. Het zal een menselijk falen zijn, en om precies te zijn een falen van de politiek.

    In #179, april 2020, publiceerden wij ‘Lakmoesproef van burgerschap’, Harari’s voorspellingen voor het jaar waarop hij hier terugblikt. U leest het hier.

  • Politieagent bekent aanslag op de rijkste man van India | Vrouwelijke president in Tanzania

    Politieagent bekent aanslag op de rijkste man van India | Vrouwelijke president in Tanzania

    Tanzania krijgt eerste vrouwelijke president 

    De Tanzaniaanse president John Magufuli, die afgelopen oktober werd herkozen voor een betwiste tweede termijn, stierf woensdag op 61-jarige leeftijd, officieel als gevolg van hartproblemen. Het staatshoofd was sinds eind februari niet meer in het openbaar verschenen, en verschillende figuren van de oppositie – waaronder de leider, Tundu Lissu, die in ballingschap in België leeft – suggereerden dat John Magufuli leed aan covid-19, wat niet is bevestigd. 

    In overeenstemming met de grondwet zal vicepresident Samia Suluhu Hassan de overleden president opvolgen. ‘Het zal de eerste vrouwelijke president van Tanzania zijn’, schrijft The Citizen.

    Wie is Samia Suluhu Hassan?

    De 61-jarige Hassan komt uit de semiautonome regio Zanzibar, die voor ongeveer 99 procent moslim is. Ze is sinds 2015 vicepresident. Hassan diende ook in de regering van Zanzibar in verschillende hoedanigheden.

    Volgens een Tanzaniaanse politiek analist verzetten fanatieke Magufuli-aanhangers en christelijke nationalisten zich tegen haar aantreden, schrijft The Africa Report. Tanzania heeft behalve geen vrouw ook nooit een president gehad die afkomstig is uit Zanzibar, een land waar de afgelopen jaren verschillende omstreden verkiezingen plaatsvonden.

    Volgens een recent rapport over politieke risico’s, geraadpleegd door The Africa Report, ‘zal de relatieve zwakte (in politieke termen) van Samia Suluhu Hassan ook bijdragen aan een vertraging van de besluitvorming. (…) Zo’n machtsoverdracht kan vele weken duren.’

    Maar andere rapporten stellen dat Hassan wordt gesteund door facties binnen de regerende partij die voormalig president Jakaya Kikwete (tot 2015) steunen, vooral die van moslimgemeenschappen.


    Turkse justitie eist verbod van de pro-Koerdische partij

    Bekir Sahin, hoofdofficier van justitie van het Hooggerechtshof van Turkije, heeft verzocht een proces te openen om de Democratische Volkspartij (HDP), de op twee na grootste politieke partij van het land, te verbieden, aldus Hürriyet. De aanklager beschuldigt de HDP ervan een ‘verlengstuk’ te zijn van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), een groep die door Ankara en zijn westerse bondgenoten als ‘terroristisch’ wordt beschreven. Het hooggerechtshof moet de aanklacht goedkeuren voordat de zaak tegen de HDP kan beginnen.

    De HDP spreekt van een ‘politieke putsch’ en de Verenigde Staten waarschuwen dat het verbod op de pro-Koerdische partij ‘de democratie in Turkije verder [zal] ondermijnen en miljoenen Turkse burgers hun gekozen vertegenwoordigers ontnemen’.

    Sahin beschuldigt HDP-leiders en -leden ervan te ‘handelen op een manier die de democratische en universele rechtsregels schendt, samen te spannen met de terroristische PKK en gelieerde groepen, en te pogen de integriteit van de staat te verstoren’, meldde het door de staat gerunde persbureau Anadolu.

    Verschillende van de voorgangers van de partij werden in de loop van de decennia verboden, maar algauw onder andere namen weer hersteld

    De HDP, die 55 zetels heeft in het 600 leden tellende parlement, ontkent alle banden met de Koerdische strijders, schrijft Al Jazeera.

    Verschillende van de voorgangers van de partij werden in de loop van de decennia verboden wegens vermeende banden met Koerdische strijders, maar algauw onder andere namen weer hersteld.

    De druk op de HDP is toegenomen sinds Turkije beweerde dat dertien gevangenen – waaronder Turkse militairen en politiepersoneel – werden gedood door PKK-strijders in Irak tijdens een mislukte Turkse militaire operatie vorige maand om hen te redden.

    Mensenrechtenactivist en parlementslid voor de HDP Ömer Faruk Gergerlioğlu, een uitgesproken criticus van de regering van president Recep Tayyip Erdoğan, zegt dat het proces tegen de partij politiek gemotiveerd is en bedoeld om hen het zwijgen op te leggen.


    Britse parlementariër noemt EU ‘oplichters’ 

    De voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen hekelde woensdag een gebrek aan ‘wederkerigheid’ in de export van vaccins tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk en heeft gedreigd de exportvoorwaarden voor vaccins tegen covid buiten de EU aan te scherpen en zelfs te blokkeren. Londen heeft 9 miljoen doses verkregen die in Europa zijn geproduceerd, maar er zijn nog geen doses die op Britse bodem zijn geproduceerd, naar de EU geëxporteerd.

    The Daily Telegraph citeert de eurosceptische parlementariër David Jones: ‘Dit is het soort gedrag dat je zou verwachten van oplichters, niet van een respectabele internationale organisatie als de EU.’

    De voormalige Duitse minister van Defensie, die in 2019 het bevel over de uitvoerende macht van de EU op zich nam, kreeg ook binnen de EU zware kritiek te verduren, onder andere van haar voorganger, Jean-Claude Juncker. Als reactie hierop zei dat ze de verantwoordelijkheid had om het succes van het massale vaccinatieprogramma van de EU te verzekeren.

    Ze stond achter haar standpunt en gaf aan dat dit aan het einde van haar termijn in 2024 zou moeten worden beoordeeld, aldus The Guardian.

    Eerder uitte Von der Leyen kritiek op een te vroege start van het VK. ‘Het klopt dat sommige landen iets voor Europa begonnen te vaccineren, maar zij namen hun toevlucht tot noodprocedures, die binnen 24 uur op de markt werden gebracht’. De commissie en de lidstaten kwamen overeen om geen concessies te doen aan de veiligheids- en werkzaamheidsvereisten die verbonden zijn aan de toelating van een vaccin.

    ‘Er moest tijd worden genomen om de gegevens te analyseren, wat, zelfs als het wordt geminimaliseerd, drie tot vier weken in beslag neemt. Dus ja, Europa is iets later begonnen, maar dat was de juiste beslissing. Ik herinner u eraan dat een vaccin de injectie van een actieve biologische stof in een gezond lichaam is. We hebben het hier over massale vaccinatie, het is een gigantische verantwoordelijkheid,’ aldus Von der Leyen


    Politieagent bekent aanslag op de rijkste man van India

    Onlangs werden explosieven gevonden in een auto die onder het huis geparkeerd stond van Mukesh Ambani, de rijkste man van India, die een sloppenwijk in Mumbai met de grond gelijk maakte ‘om een ​​megalomane toren [Antilia] te bouwen die kilometers in de omtrek zichtbaar was’, meldt Hindustan Times.

    Ambani, die dicht bij de rechtse nationalistische premier Narendra Modi staat, is de Indiase tycoon voor mobiele telefonie, internet en e-commerce. In 2016 lanceerde zijn familieconglomeraat, Reliance Industries, het merk Jio. Het is nog onbekend waarom de SUV met explosieven bij zijn huis geparkeerd stond.

    Hij plaatste een verontrustende zin op zijn WhatsApp-profiel: ‘Ik denk dat de tijd om afscheid te nemen van de wereld nadert’

    De hoofdverdachte is de zaak is het hoofd van de politie van Mumbai, Sachin Vaze (wiens auto op de openingsfoto wordt doorzocht). Deze politieagent was ‘een van de vele agenten die op 25 februari [de dag van het bombardement] ter plaatse kwamen’, en de volgende dag werd hij verantwoordelijk gesteld voor het onderzoek. Een paar dagen later bleek dat het betreffende voertuig ‘in november 2020 door hem was verhuurd aan een man genaamd Mansukh Hiran, gespecialiseerd in de verkoop van auto-onderdelen’.

    Deze ondernemer werd echter op 5 maart dood aangetroffen, verdronken in een rivier de Thane in de noordelijke buitenwijken van Mumbai. De politie spreekt van zelfmoord, maar de weduwe van Mansukh Hiran beweert dat haar man ‘politieagent Sachin Vaze goed kende en [dat] hij door laatstgenoemde werd vermoord’.

    Vaze werd gearresteerd en heeft inmiddels bekend. Hij plaatste een verontrustende zin op zijn WhatsApp-profiel: ‘Ik denk dat de tijd om afscheid te nemen van de wereld nadert.’

    De vragen die de Indiase krant zich stelt zijn: Was miljardair Ambani het doelwit van de autobom? En handelde Sachin Vaze namens een politieke partij?

    Het spook van uiterst rechts

    De politieagent haalde eerder de krantenkoppen in 2000. Hij werd vijf jaar geschorst vanwege een verdenking van moord op een verdachte in politiehechtenis. Vervolgens sloot hij zich aan bij de extreemrechtse partij Shiv Sena, die sinds november 2019 aan het hoofd staat van de regionale regering van Maharashtra, de Indiase staat waarvan Mumbai de hoofdstad is, in coalitie met de Congress Party (centrumlinks).

  • Pandemie raakt vooral jongeren, vrouwen en mensen van kleur | Podemos verlaat regering

    Pandemie raakt vooral jongeren, vrouwen en mensen van kleur | Podemos verlaat regering

    Hoofd Podemos vertrekt uit de regering

    Na de afgelopen jaren het politieke leven in Spanje op zijn kop te hebben gezet, sloeg Pablo Iglesias maandag de regeringsdeur dichtschrijft El País. Zijn plan is om te gaan deelnemen aan de regionale verkiezingen op 4 mei in Madrid. De leider van radicaal links en vicepresident van de Spaanse regering deelde dit mee aan de socialistische premier Pedro Sánchez.

    Iglesias, oprichter en nummer één van Podemos sinds de oprichting in 2014, gaf aan dat de huidige minister van Arbeid, Yolanda Díaz, hem zou vervangen als vicepresident van de regering en als kandidaat tijdens de volgende parlementsverkiezingen, gepland voor 2023.

    Zijn besluit komt iets meer dan een jaar na de vorming van de eerste coalitieregering in het land sinds het einde van de dictatuur van Franco. ‘Deze beslissing zal ingrijpende gevolgen hebben voor de politiek van Madrid en Spanje, niet alleen voor Podemos, maar voor alle partijen’, meent La Vanguardia.

    ‘Hij speelt hoog spel: Of hij wordt president van Madrid, of hij zal de politiek moeten verlaten’

    Volgens El Periódico vormt de beslissing van Iglesias een ‘risicovolle operatie die zal bijdragen aan een verdere polarisering van de Madrileense politiek, die al was aangewakkerd door de trumpistische standpunten van Isabel Díaz Ayuso. Ayuso, leider van de rechtse Volkspartij, verzocht vorige week samen met de liberale Ciudadanos-partij om vervroegde verkiezingen. Zij toonde zich dan ook ‘verheugd dat ze nu eindelijk in de topman van Podemos een geschikte kandidaat had gevonden om tegen te strijden’, aldus het Catalaanse ochtendblad, dat ‘een giftige verkiezingscampagne’ voorspelt ‘met populistische uitbarstingen aan beide kanten’.

    Volgens dagblad ABC is dit een ‘wanhopige poging om Podemos te redden van een ondergang’, aangezien de partij in de huidige formatie weinig voor elkaar heeft gekregen. Iglesias speelt hiermee hoog spel, aldus El Periódico; ‘Of hij wordt president van Madrid, of hij zal de politiek moeten verlaten’.


    Bolsonaro vervangt opnieuw de minister van Volksgezondheid

     De Braziliaanse president kondigde maandag aan dat hij generaal Eduardo Pazuello zou vervangen, die zojuist de bestelling van 138 miljoen doses had aangekondigd om een ​​nog te traag verlopende vaccinatiecampagne te versnellen. Zonder enige medische ervaring was hij aangesteld als interim-minister bij het ministerie van Volksgezondheid na het aftreden van oncoloog Nelson Teich midden mei, die net als zijn voorganger Luiz Henrique Mandetta kritiek leverde op de door Bolsonaro voorgestelde aanpak van de pandemie.

    ‘Het feit dat iemand sterren op zijn epauletten draagt, is geen garantie voor bekwaamheid (…). Generaals verliezen oorlogen. Pazuello verloor de zijne’, schrijft een columnist in O Globo,

    Pazuello wordt vervangen door Marcelo Queiroga, voorzitter van de Braziliaanse Vereniging voor Cardiologie. De benoeming van laatstgenoemde komt terwijl de epidemie in Brazilië blijft verslechteren. Ziekenhuizen zitten bijna aan hun maximale capaciteit en de afgelopen week werden dagelijks meer dan tweeduizend sterfgevallen geregistreerd.


    Mannelijke slachtoffers van seksueel geweld krijgen in Japan geen steun

    In 2017 werd in Japan de term ‘slachtoffer van verkrachting’ verbreedt tot mannen. Asahi Shimbun publiceerde een enquête onder mannen die seksueel geweld hebben ondergaan, om te kijken of zij zich inderdaad gesteund voelden.

    Hieruit kwam naar boven dat in een samenleving waar vrouwelijke slachtoffers al worstelen om toegang te krijgen tot de nodige hulp, het geweld dat mannen ondergaan taboe is, met als gevolg dat mannelijke slachtoffer vaak in isolement leven. ‘Omdat ik een man ben, wilden mensen nooit geloven dat ik slachtoffer was. Mijn hele leven heb ik deze vernedering alleen ondergaan’, zegt bijvoorbeeld een man van in de veertig, die op zijn dertiende herhaaldelijk werd verkracht door een studievriend.

    Een dertigtal psychiaters en psychotherapeuten weigerde hem te behandelen, met het argument dat ze weinig kennis hebben van mannelijke slachtoffers. Een van hen zei letterlijk: ‘Vergeet het maar. Ik zou je hebben behandeld als je een vrouw was, maar dat ben je niet.’

    Takehito Kurono, die groepstherapie organiseert voor mannelijke slachtoffers, onderstreept dat stereotypen over mannen het mannen vaak moeilijk maken om de ondersteuning te bieden die ze nodig hebben. ‘Volgens het cliché moeten ze sterk en zelfs ongevoelig zijn.’

    Overweldigd

    Momenteel is de ondersteuning die lokale autoriteiten bieden, vaak gericht voor vrouwen, al grotendeels ontoereikend, schrijft de krant. De 48 afdelingen van het land tellen nu minimaal één opvangcentrum voor slachtoffers van seksueel geweld. Of daar mannen terecht kunnen, verschilt per instelling. De centra zouden al ‘overweldigd’ zijn door het aantal vrouwelijke slachtoffers. ‘Om voor mannen te zorgen, zou je een speciale spreekkamer en een gespecialiseerde arts nodig hebben’, zegt een medewerker van een van de centra.

    ‘Betere steun voorkomt dat slachtoffers wegzinken in eenzaamheid. We hebben een grotere mobilisatie nodig vanuit de politiek’, verklaart Nobuki Yamaguchi, een psychotherapeut gespecialiseerd in de zorg voor mannen.


    Pandemie raakt vooral jongeren, vrouwen en mensen van kleur

    De vele meldingen tijdens de pandemie van jongeren met psychische klachten leidt tot een wereldwijde crisis die onmiddellijke aandacht vereist, volgens een nonprofitorganisatie die bijna vijftigduizend mensen in acht landen ondervroeg en een uitgebreid overzicht gaf van de impact van de pandemie op de geestelijke gezondheid, schrijft The New York Times.

    Meer dan een op de vier respondenten gaf aan te kampen met of het risico te lopen op klinische aandoeningen, en dat aantal steeg tot bijna een op de twee voor de leeftijd van achttien tot vierentwintig jaar, aldus het rapport, dat werd vrijgegeven door Sapien Labs, een Amerikaanse nonprofitorganisatie die zich toelegt op begrip van de menselijke geest.

    Het rapport, gebaseerd op gegevens verzameld uit een online, anonieme enquête waarvan de bevindingen maandag werden gepubliceerd, richtte zich op Australië, Groot-Brittannië, Canada, India, Nieuw-Zeeland, Singapore, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten. Veertig procent van de respondenten in de leeftijd van achttien tot vierentwintig jaar gaf aan zich verdrietig, somber of moedeloos te voelen en last te hebben van ongewenste, vreemde en obsessieve gedachten.

    Het rapport dringt er bij regeringen op aan zich te richten op beleid voor de gehele bevolking, in plaats van de huidige individuele benadering

    ‘De pandemie heeft de trends die er al waren, verergerd’, zegt dr. Tara Thiagarajan, oprichter en hoofdwetenschapper van Sapien Labs. ‘Vooral sociaal isolement heeft een grotere impact gehad op jonge mensen, en velen van hen over de rand geduwd.’

    Andere studies hebben aangetoond dat de pandemie een onevenredig grote invloed heeft gehad op de geestelijke gezondheid van jongeren, vrouwen en mensen van kleur.

    Preventie

    Geestelijke gezondheidsdeskundigen waarschuwden al eerder voor de langetermijneffecten van de pandemie, waaronder waarschijnlijk een economische recessie en de psychologische gevolgen van langdurig sociaal isolement.

    De auteurs van het rapport, dr. Thiagarajan en Jennifer Newson, drongen er bij regeringen op aan zich te concentreren op beleid op het gebied van geestelijke gezondheid voor de gehele bevolking, in plaats van op individuele benaderingen, die nu vaak de voorkeur genieten.

    ‘Hoewel in de geestelijke gezondheidszorg de focus lag op zelfzorg via apps, therapie en andere programma’s, kunnen sociaal en economisch beleid en institutionele cultuur een grote rol spelen bij het verzachten van onze huidige geestelijke gezondheidscrisis en de preventie van toekomstige crises’, aldus het rapport.