Chili is het eerste land ter wereld dat in zijn grondwet opneemt dat iemands mentale identiteit niet mag worden gemanipuleerd. De drijvende kracht achter dit initiatief is neurowetenschapper Rafael Yuste: ‘We moeten voorkomen dat zich herhaalt wat met sociale media is gebeurd.’
Eind augustus stelde Elon Musk ons de biggen Joyce, Dorothy en Gertrude voor. In het bijzin van een klein groepje toeschouwers tijdens een evenement in San Francisco, kwamen de eerste twee snel naar hem toegerend toen hij ze riep. Maar de laatste kwam iets later uit het hok dan verwacht en de Zuid-Afrikaanse goeroe moest zijn toevlucht nemen tot het afgezaagde ‘dat heb je met een live-uitzending’.
De presentatie werd wereldwijd uitgezonden alsof het om een raketlancering ging. Toen de varkentjes eindelijk voor de camera stonden, kon Musk opgelucht ademhalen en uitleggen waarom ze daar waren. Ze waren er niet als hoofdpersonen van een kindersprookje, eerder als die uit een sciencefictionverhaal. Het evenement werd georganiseerd door NeuraLink, het neurotechnologiebedrijf dat de baas van SpaceX en Tesla heeft opgericht. En Gertrude, de bijzonderste van de drie, was het testvarkentje.
Een paar maanden daarvoor was bij haar een chip geïmplanteerd die een deel van de hersensignalen registreerde die van en naar haar snuit gaan. Toen ze overal begon te snuffelen, begon halverwege de uitzending een apparaat te piepen. Musk noemde deze gadget een ‘brein-fitbit’. Hiermee maakte hij duidelijk dat hij op weg was een van zijn toekomstdromen waar te maken: het menselijke brein met een computer verbinden zonder dat er bedrading voor nodig is. In techjargon heet dat een ‘brain-computer interface’.
‘Op dat moment beseften we dat de situatie urgent werd,’ verklaart de Chileense senator Guido Girardi. Hij kwam meteen in actie.
Met neurotechnologie kunnen nu al emoties, gevoelens en zelfs het onderbewustzijn worden uitgelezen
En daardoor staat zijn land nu op het punt om als eerste ter wereld neurorechten te gaan erkennen en te reguleren. We hebben het hier over een baanbrekend wettelijk kader waarin wordt bepaald dat mentale integriteit niet manipuleerbaar is en waarin die wordt beschermd tegen de opmars van kunstmatige intelligentie en andere nieuwe technologieën. Dit wetsvoorstel wordt ook gevolgd door de Verenigde Naties en de techreuzen in Silicon Valley. Binnenkort wordt het geratificeerd door het Lagerhuis van het Zuid-Amerikaanse land nadat het in het Chileense Hogerhuis al unaniem was aangenomen.
De bescherming van deze ‘nieuwe mensenrechten’, zoals Girardi ze noemt, heeft de steun van het complete Chileense parlement en wordt vastgelegd in de hervorming van de grondwet en een speciale wet met vijf grondbeginselen: het recht op geestelijke privacy, persoonlijke identiteit, vrije wil, gelijke toegang tot technieken voor ‘mentale verbetering’ en bescherming tegen vooringenomenheid en discriminatie door algoritmen. Bovendien worden in deze wet de neurale gegevens van ieder mens gelijkgesteld aan een orgaan: zonder dat er een leven mee kan worden gered en zonder uitdrukkelijke toestemming, mogen ze niet worden verhandeld. Wie er munt uit wil slaan, riskeert zware strafrechtelijke sancties.
Menselijke maat
Girardi is arts van beroep en zegt dat hij zich op dit vlak heeft laten inspireren door de Spaanse orgaantransplantatiewet. Hij waarschuwt met klem dat het nodig is om in actie te komen voordat sensoren zoals die van Neuralink op industriële schaal worden gefabriceerd en voor gebruikers net zo gemakkelijk verkrijgbaar zijn als de nieuwste generatie smartphones. Sinds een paar maanden brengt het bedrijf Hyperfine bijvoorbeeld een draagbare MRI-scanner op de markt waarmee hersenbeschadiging bij kinderen kan worden gediagnosticeerd. Dat kan zijn nut bewijzen bij zorginstellingen met weinig apparatuur.
‘Democratische instituties en regelgeving lopen altijd achter wat betreft de bescherming van de menselijke maat, vooral in deze wereld die steeds verder versnelt. Bij dit soort processen is consensus nodig en dus verlopen ze altijd traag,’ aldus de woordvoerder van de sociaaldemocratische oppositiepartij PPD. ‘Maar technologische processen verlopen juist in een razend tempo en daarom moeten we dit er nu doorheen krijgen, later heeft het geen zin meer.’
En hij waarschuwt: ‘Met neurotechnologie kun je nu al emoties, gevoelens en zelfs het onderbewustzijn uitlezen. En op basis daarvan kunnen gedachten en levensverhalen worden bedacht en weer worden teruggestopt in de hersenen. En dan weet je niet of die echt van jou zijn of dat die met een ander belang zijn gecreëerd. Dat brengt een enorm groot risico voor je beslissingsbevoegdheid met zich mee.’
Tegen wie moeten we ons eigenlijk beschermen: de internetgiganten, de regering, hackers? Onszelf?
De afgelopen jaren hebben behalve Musk, ook tycoons als Mark Zuckerberg (Facebook/CTRL-Labs) en Bryan Johnson (Braintree/Kernel) plannen aangekondigd om de connectiviteit van het menselijk brein te verbeteren en zelfs te herstellen met behulp van neurotechnologie. En ook bij Microsoft, IBM en Google zitten ze niet stil. Het zijn projecten die van een afstandje bekeken iets weg hebben van het Wilde Westen. ‘Er is wel gezegd dat we in een tijd zitten die te vergelijken is met de goudkoorts, alleen is dit vele malen complexer. Hier zijn ideologische actoren aan het werk die alle macht willen vergaren,’ waarschuwt Girardi.
Zitten we misschien al middenin een Black Mirror-aflevering? Is de voortgang van de neurotechnologie dan echt zo eng als in de jaren vijftig de ontwikkeling van de kernenergie leek? En tegen wie moeten we ons eigenlijk beschermen: de internetgiganten, de regering, hackers? Of misschien wel tegen onszelf?
Een dystopische connotatie dringt zich op (letterlijk en figuurlijk): in China zijn in 2019 op scholen in de provincie Zhejiang hoofdbanden ingevoerd die de aandachtsspanne van leerlingen meten. De leraar krijgt een seintje in de kleuren van een stoplicht. De paradox is dat deze hoofdband — of eentje die erop lijkt — iemand met amputaties of die verlamd is levensreddende ondersteuning kan bieden. Wetenschappers van de Amerikaanse universiteiten Stanford, Brown en Harvard hebben dat onlangs aangetoond.
‘We moeten naar de toekomst kijken om mogelijk schadelijk gebruik vóór te zijn’
‘Neurotechnologie kan de mensheid op drie terreinen helpen: de wetenschap omdat die ons kan helpen begrijpen hoe de hersenen werken en ontdekken wat een menselijk wezen eigenlijk is, de gezondheidszorg om patiënten met neurologische en geestesziekten te ondersteunen, en de economie,’ aldus Rafael Yuste, neurowetenschapper en hoogleraar aan de universiteit van Columbia (VS). ‘Voor elke negatieve toepassing zijn er negen positieve. Wat we moeten doen is naar de toekomst kijken om mogelijk schadelijk gebruik vóór te zijn. We moeten voorkomen wat er met sociale media is gebeurd, waarbij de technologiewereld zomaar in het diepe is gesprongen. Tien jaar later moeten we met veel spijt toegeven dat de spelregels zijn veranderd.’
Yuste is de Spaanse onderzoeker die president Obama er in 2013 van overtuigde dat het een goed idee was om 6 miljard dollar te spenderen aan het in kaart brengen van de hersenen. Hij is ook een van de belangrijkste adviseurs van het Chileense project. Een paar jaar geleden heeft Girardi hem uitgenodigd voor Congreso Futuro, het forum dat in tien jaar tijd is uitgegroeid tot het belangrijkste wetenschappelijke en intellectuele evenement van Latijns-Amerika. Daar zijn ze samen ‘s nachts onder de sterrenhemel in de Atacama-woestijn tot de conclusie gekomen dat er wettelijke en ethische grenzen moesten worden gesteld aan het gebruik van apparatuur waarmee het brein kan worden uitgelezen en beschreven.
Zo begon Yuste, de geestelijk vader van het NeuroRights Initiative, die al een team van 25 deskundigen in neurowetenschappen, recht en ethiek (Morningside Group) om zich heen had verzameld, samen met Congreso Futuro met het leggen van de wetenschappelijke basis voor het wijzigen van de Chileense grondwet. Onlangs heeft Morningside hetzelfde voorstel voorgelegd aan de entourage van President Biden. ‘Hoewel we verontrustend waren door de acties van Trump, hebben we gemerkt dat de Amerikaanse regering hier belangstelling voor heeft,’ vertelt Yuste.
Zijn doel is enerzijds dat neurorechten worden opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en anderzijds dat neurotechnologen bereid zijn een eed af te leggen in de trant van Hippocrates. De Spaanse regering overweegt dit op te nemen in de Estrategia Nacional de Inteligencia Artificial (nationale strategie voor kunstmatige intelligentie) die ze momenteel aan het voorbereiden zijn.
Vreemde gedragingen
De Canadese filosoof Frederic Gilbert is bio-ethicus, geeft les aan de universiteit van Tasmanië (Australië) en bestudeert het beleid bij klinische en experimentele proeven op mensen, waaronder bij invasieve hersenchirurgie. Hij geeft toe ‘een beetje sceptisch’ te zijn over het inpassen van neurorechten in het VN-kader en vestigt liever de aandacht op de ‘schijn van controle’ die ze pretenderen. ‘Jij hebt natuurlijk een smartphone. Kun je één dag zonder? Merk je dat je hem steeds nodig denkt te hebben, ook als hij niet binnen handbereik is? En dan hebben we het hier niet over iets wat in je hoofd zit, maar je in je hand hebt.’
Bij bijna alle patiënten bij wie een apparaatje was geïmplanteerd, bleek diepe hersenstimulatie heilzaam. Maar af en toe waren er meldingen van vreemde gedragingen als hypomanie of hyperseksualiteit. The New Yorker meldde enkele weken geleden bovendien dat bij 65 procent van deze mensen hun huwelijk of relatie was stukgelopen en dat ongeveer evenveel mensen met hun opleiding wilden stoppen. Kunnen dit soort ontwikkelingen in de toekomst ook plaatsvinden bij gebruik van technologie die nu wordt ontwikkeld? ‘Dat is een reële mogelijkheid,’ zegt Gilbert. ‘Zelfs al werkt het duurste en meest geavanceerde apparaat van Elon Musk nog zo goed, dat betekent nog niet dat de patiënt er ook baat bij heeft.’
Het is bijna een kwart eeuw geleden dat de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) het gebruik van een apparaatje goedkeurde voor diepe hersenstimulatie tegen essentiële tremor en de ziekte van Parkinson in een vergevorderd stadium. Nu zijn er wereldwijd naar schatting minimaal 200.000 mensen met een of ander hersenimplantaat, bijvoorbeeld een Cochlear-implantaat voor mensen met hoorproblemen. Maar op de drempel van een nieuw tijdperk van bovenmenselijke kwaliteiten, moet je je afvragen wat de gevolgen zijn van het gebruik van neurotechnologie zonder doktersrecept.
‘Zoals tijdens corona een commissie besliste wie het eerst moest worden ingeënt, zou je kunnen beslissen wie het eerst aan de beurt is voor verbeterde cognitie’
Yuste pleit ervoor de toegang tot neurotechnologie niet alleen een persoonlijke keuze te laten zijn, maar ook voor te leggen aan een ethisch panel bestaande uit artsen en vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld. Of dat er in ieder geval een of ander filter wordt ingesteld. ‘Zou ik bereid zijn vrijwillig een implantaat te nemen zonder dat er sprake is van een geestesziekte?’ vraagt hij zich af. ‘In dat geval zou ik de aanbevelingen van zo’n panel voetstoots aannemen. Zoals tijdens de coronapandemie een commissie besliste wie het eerst moest worden ingeënt, zou je met dit systeem kunnen beslissen wie het eerst aan de beurt is voor verbeterde cognitie.’
Maar aan de andere kant van de Atlantische Oceaan toont Girardi zich bezorgder. ‘Zo zou een heuse kaste van ‘augmented’ menselijke wezens kunnen worden gegeneerd. Als je IQ 10 punten hoger is dan het gemiddelde, leef je langer, ben je gelukkiger, heb je minder last van ziektes, heb je meer geld, en ga zo maar door. Dat is wetenschappelijk aangetoond. Bij iemand met een IQ van 200 punten meer, wordt die kloof maatschappelijk gezien onoverbrugbaar,’ aldus Girardi. Als lid van het Hogerhuis is hij in zijn land ook de drijvende kracht achter de levensmiddelenwet en -etikettering waarop wordt gewaarschuwd voor een te hoog zout-, suiker- en verzadigd vetgehalte (te vergelijken met de Europese Nutri-Score).
‘Weet u of er multinationals zijn die uw project willen stilleggen of laten ontsporen? Hoe verdedigt u het wetgevingskader als het onder druk komt te staan?’ vroegen we hem.
’De voedingswaarde-etikettering erdoor krijgen bij frisdrankconsortia en andere grote bedrijven, was veel ingewikkelder. Ferrero zei dat ze ons bij de WTO zouden aanklagen en Nestlé bedreigt ons nu nog steeds. Maar we begrijpen dat ook dit niet gemakkelijk zal zijn’, luidde zijn antwoord.
Wat zijn de vijf neurorechten?
De groep wetenschappers onder leiding van Rafael Yuste dringt aan op het opnemen van vijf nieuwe rechten in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die in 1948 door de Verenigde Naties is opgesteld:
1. Het recht op geestelijke privacy. Hierin wordt bepaald dat informatie die wordt verzameld met neurotechnologische hulpmiddelen die interactie hebben met de hersenen (neurogegevens), even vertrouwelijk moet worden behandeld als informatie verkregen uit orgaantransplantaties.
2. Het recht op persoonlijke identiteit. Dit beoogt het besef van het ik — de essentie van elk individu — te beschermen tegen elk gebruik van chips, sensoren en andere neurotechnologische apparatuur die hersenactiviteiten kunnen wijzigen.
3. Het recht op vrije wil. Dit is nauw verwant aan het vorige punt en wil het vermogen van een mens om beslissingen te nemen — ‘agency’ genoemd in de psychologie — beschermen tegen hersenstimulatietechnieken met een massaal bereik.
4. Het recht op gelijke toegang tot technieken voor ‘mentale verbetering’. ‘We leven in een wereld waarin mobiele apparatuur onze cognitieve vermogens al heeft verbeterd. Je komt bijvoorbeeld in een stad waar je nog nooit bent geweest, zet je smartphone aan en met GPS weet je dan misschien zelfs nog beter de weg dan een stadsbewoner,’ licht Yuste toe. ‘Door de overstap van dit soort technologie van je hand naar je brein, zou een mensheid van twee snelheden kunnen ontstaan. Met dit recht kunnen we voorkomen dat ongelijkheid tussen personen die zich de toegang tot dit soort instrumenten al dan niet kunnen veroorloven, ontaart in een sociale kloof. Een ethisch panel van artsen en vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld zou kunnen beslissen wie zich wel en niet cognitief mag verbeteren.’
5. Het recht op bescherming tegen vooringenomenheid en discriminatie door algoritmen. Deze regel moet ervoor zorgen dat het gebruik van algoritmen in het menselijk brein niet leidt tot vooringenomenheid, zoals we bij het gebruik van sociale netwerken hebben gezien.
Over de misstanden in Canadese internaten voor Inuït-kinderen is de laatste jaren steeds meer bekend. Er werden verschillende massagraven gevonden. Toby Obed is een van de overlevenden. Een voorpublicatie uit het verhaal over zijn leven (en vele doden).
Over de auteur
In de reportages van de Poolse Joanna Gierak-Onoszko (1980) staan vaak mensenrechten en maatschappelijke kwesties centraal. Ze publiceert regelmatig in weekblad Polityka, dagblad Gazeta Wyborcza, het literaire non-fictietijdschrift Pismo en het reportageblad Non/fiction. Ze woonde een aantal jaar in Canada en schreef daar haar literaire debuut Het 27 keer sterven van Toby Obed (Dowody na Istnienie, 2019) over hoe werd omgegaan met de kinderen van de inheemse Canadese bevolking. Geschat wordt dat ongeveer 150.000 kinderen het slachtoffer zijn geworden van lichamelijk en psychisch geweld en seksueel misbruik.
Het boek belandde in 2020 op de shortlist van de prestigieuze Nike-prijs en won de publieksprijs.
Als Toby Obed eindelijk wakker wordt, is het al lente.
Hij ligt op zijn rug in ongesteven beddengoed en herkent het plafond en de muren om hem heen niet. Net was hij nog in een kalme kunstmatige slaap, maar nu zijn zijn neuronen witheet en proberen alle informatie tegelijk te verwerken.
Waar ben ik? Waarom doet het pijn? Zal het eindelijk overgaan?
Toby kijkt om zich heen, zoekt naar het uitzicht uit het raam, een aanknopingspunt. Maar zijn blik dwaalt steeds af naar het midden van het bed. Dat is de plek waar zijn armen en benen zich zouden moeten bevinden, maar de deken waarmee Toby is toegedekt ligt vlak.
Toby denkt dat hij hallucineert – dat gebeurt soms als je flink gedronken hebt. Hij wil in zijn ogen wrijven en heft zijn armen.
Maar onder zijn linker elleboog is niets meer.
Hij kijkt naar rechts. Wat er van zijn andere hand over is, zit in dik verband.
‘Wacht eens even! Waar zijn mijn benen? Wat hebben jullie verdomme met mijn armen gedaan?!’
Een vrouw in een wit schort buigt zich over het bed.
‘Wat ben ik blij dat je wakker bent! We wisten niet of dat nog zou gebeuren. Toby, we zijn in het ziekenhuis in St. John’s, in de hoofdstad van Newfoundland en Labrador. Het is al maart. Je bent net tweeëntwintig geworden. En ik kan je zeggen dat je echt iets te vieren hebt.’
Maar Toby is het oneens met dat het al maart is en ook met zijn nieuwe ingekorte lichaam. Hij kan zich niet herinneren dat iemand die veranderingen met hem heeft besproken.
Het laatste dat hij zich herinnert is een feest in Happy Valley-Goose Bay, ruim zestienhonderd kilometer ten noorden van het bed dat van nu af aan altijd veel te lang zal lijken.
* * *
Goose, zoals het stadje in de volksmond heet, ligt op het schiereiland Labrador – het deel van Canada dat in het oosten aan de Atlantische Oceaan en in het noorden aan het Noordpoolgebied grenst. Er wonen iets meer dan achtduizend mensen. Goose is het resultaat van het samenvoegen van twee plaatsen: Happy Valley en Goose Bay, maar de idyllische naam van het stadje is misleidend. Want de aanleiding van zijn bestaan is oorlog.
In de jaren veertig stond in de kranten dat er in de Labradorzee torens van Duitse U-boten waren gezien. Nu de VS aan de oorlog deelnam was het duidelijk dat er in deze regio zo snel mogelijk een sterke militaire basis moest komen voor de verdediging van het continent. Voor de bouw werden mannen uit dorpen in heel Labrador naar Goose gehaald. Ze werkten in verschillende ploegendiensten. De bevoorrading had berekend dat ze vier- tot vijfduizend pakjes sigaretten per dag nodig hadden.
De arbeiders kregen een fractie van het loon dat de mensen die in de binnenlanden werkten verdienden, maar ze morden niet. Ze klaagden maar over één ding: voor hun vertrek naar de bouw hadden ze hun huizen moeten afsluiten. En dat betekende dat ze voor vertrek hun honden hadden moeten afmaken.
In 1943 beschouwde men Goose als het grootste vliegveld ter wereld. Na de oorlog bleef het een belangrijk knooppunt van de lucht-, asfalt- en zeewegen van Labrador. In vredestijd hielden NAVO-eenheden hier oefeningen en de door het leger beheerde terreinen zouden moeten dienen als reservelandingsplaats voor ruimtevaartuigen van de NASA.
Maar Goose bleef voor altijd een reservestad. De oorlog ging eraan voorbij, er landde geen ruimteveer en in 2010 vertrokken de eenheden van de NAVO van de basis. Nu kom je hier voor satelliettelefoons – die zijn gratis te leen als je de omgeving gaat verkennen, wat het werk van de politie en de reddingsteams moet vereenvoudigen als een toerist verdwaalt. Tijdens lange tochten door Labrador kun je onderweg in Goose kariboeworstjes of gepaneerde kabeljauwtongetjes eten. Vroeger was het armeluisvoedsel, maar nu is het een chic hapje van 13 dollar per portie.
Dat is nu Labrador, het Grote Land. Hier hoor je de Aarde bewegen, zeggen ze.
Maar het stadje met de naam Happy Valley-Goose Bay bracht Toby Obed geen geluk. Hier stierf Toby voor de zesentwintigste keer.
Dat was vlak voor hij tweeëntwintig werd, achttien jaar na zijn eerste dood.
* * *
Als je in een piepkleine nederzetting van walvisjagers in het afgelegen Labrador woont, is een uitstapje naar Goose een hele afwisseling. Toby ging er zijn neef opzoeken. Ze hadden elkaar lang niet gezien en trokken een fles open. Toen kwam er een vriend: ‘Hoe is het? Laten we drinken.’
Ze dronken.
De rest zal door de verpleegster worden verteld.
‘De politie heeft je pas de volgende dag in de sneeuw gevonden. Ze waren ervan overtuigd dat je dood was.’
Toby kwam in het Miller Center terecht, een ziekenhuis voor oorlogsveteranen waar chirurgen, fysiotherapeuten, psychologen en prothesemakers verminkten terugslepen naar het leven. De artsen hielden Toby twee maanden lang in een kunstmatig coma om hem zo uit zijn diepe hypothermie te krijgen.
‘Dat is gelukt, maar we hebben je moeten amputeren’, zegt de verpleegster aan zijn bed.
‘Mens, ik weet niet waar je het over hebt. Geef me mijn benen terug! Geef me onmiddellijk mijn arm terug!’
‘Je bent een gelukskind, Toby. Ik leef erg met je mee.’
* * *
Sinds die nacht is er een kwarteeuw verstreken. In het voorjaar van 2018 is Toby Obed zevenenveertig, en zijn vijfhonderd Inuit uit het Dal van de Hoop zijn spiegel.
Voordat de Europeanen hier arriveerden (onder wie de Portugese ontdekkingsreiziger João Fernandes Lavrador) woonden er op dit grondgebied inheemse gemeenschappen, zoals de Inuit en de Innu. Beide groepen noemden elkaar eskimo’s, wat rauwvleeseters betekent. Dat begrip werd overgenomen door witte antropologen en archeologen voor wie de Eskimo’s een algemene, brede benaming voor de mensen van het Noorden was: van Labrador, het Canadese Poolgebied en Alaska tot aan Kamtsjatka.
In sommige Europese landen wordt het woord nog altijd gebruikt. In Canada daarentegen hoor je dat niet meer te zeggen, omdat het opgedrongen, discriminerend en beledigend is. De inwoners van de noordelijke provincies worden nu genoemd zoals ze zelf willen. In hun taal, ofwel het Inuktitut, betekent inuk mens, en inuit gemeenschap.
En zo ziet Toby Obed hen en zichzelf: niet als museumstukken, maar als mensen. Hij zoekt hun gezelschap op, want ze zijn voor hem tegelijk een spiegel en identiteitsbewijs, belangrijker dan zijn Canadese paspoort.
‘Ik vind het fijn als een buurman terloops opmerkt dat ik net zo’n gezicht trek als mijn moeder. Of dat ik net zo loop als mijn vader, dat we van een afstand niet van elkaar te onderscheiden zijn. Dan ben ik zo gelukkig! Want dat betekent dat zij hebben bestaan – en dat ik een overblijfsel van hen ben.’
Als Toby zijn moeder wil zien, raakt hij met zijn rechterhand zijn wang aan. Een gladde, strakke huid, zonder poriën, zonder ook maar een rimpel. Hoge, prominente jukbeenderen. Daarboven diepgelegen smalle ogen, verscholen onder dikke zwarte wenkbrauwen. Toby’s haar is als peper en zout. Zwart en helder wit, niets ertussenin. Dik en stug, tot aan zijn kleine driehoekige kin.
Had zijn moeder zulk draadachtig haar? Zulke kleine ogen, zo zwart dat je maar moeilijk de pupil van de iris kunt onderscheiden?
Dat weet Toby niet.
‘Ik heb geen enkele foto. Ik herinner me niet hoe ze eruitzag. Ik weet dus niet waar ik vandaan kom, en waarom.’
* * *
De naam Tobijah betekent in het Hebreeuws ‘Jahweh is goed’. Een woord van troost voor iemand die alles heeft verloren en geen hoop meer heeft. Volgens het Oude Testament wordt Tobias blind, en gemarteld smeekt hij God te mogen sterven. Maar God heeft andere plannen met hem. De Schrift leert dat het grote lijden van Tobias geen straf voor hem is, maar een welgemeende beproeving. De liefhebbende God zendt eerst kwellingen, maar voorziet op zijn tijd een beloning voor gehoorzaamheid en loyaliteit. Het is een didactisch verhaal – de dreunen van het lot moet je opvatten als tekenen van de barmhartige God.
Die profetische naam kreeg Toby van zijn moeder.
Ze had vijf kinderen. Kinderen die moeite hadden om het thuis uit te houden. Hun ouders besteedden niet al te veel aandacht aan hen. Ze dronken. Emily en Sonny, ofwel Zoontje, waren een jaar of tien ouder dan de rest. Zij zorgden voor de kleintjes: Sara, Elias en Tobias.
Hoe kwamen ze in zo’n afgelegen nederzetting voor walvisjacht aan zulke namen?
Vroeger heette die plek Arvertok, wat in de taal van de Inuit de Walvissenplek betekent. Er werd op walvissen gejaagd in de wintermaanden – de Inuit woonden dan in diep in de rauwe, ongastvrije grond verborgen huizen die maar deels boven het oppervlak uitstaken. Ze zochten daar beschutting tegen de snijdende wind, en in de lente, als het zeehonden- en walvissenseizoen was afgelopen, trokken ze dieper het land in. Ze namen tenten van zeehondenhuid mee en gingen jagen op vleesrijke kariboes. Ze raapten de karige vruchten die de toendra mondjesmaat verschafte en bereidden zich voor op het doorstaan van de volgende winter.
Suikerziekte, aderverkalking, kanker – dat waren ook geschenken die de witte kolonisten met zich meebrachten
Dat ritme werd verstoord door de bewoners van het Oude Continent, Duitse mennonieten uit Moravië, missionarissen met een protestantse arbeidsethiek. Ze waren hier gebracht door de imperatief hun rijkdom te vergroten en de kerkelijke schola te vullen. Ze begrepen de mensen die ongehaast de cyclus van de natuur volgden niet. Ze verlangden er vurig naar om in naam van de handel onder zware omstandigheden te zwoegen: in Europa was grote vraag naar echte, warme bontjassen. Daarmee werd een fortuin verdiend, dat nu in Canada ‘oud geld’ wordt genoemd. De Moravische kolonisten waren verrukt over de ondiepe wateren vol zeehonden en de dichte bossen vol vossen. In 1782 doopten ze de Walvissenplek om in het Duitse Hoffenthal, het Dal van de Hoop.
Ze brachten hetzelfde mee als de meeste anderen die van zichzelf zeiden dat ze nieuwe landen ontdekten: het woord Gods, gereedschap, wapens, groente en ziektes.
Suikerziekte, aderverkalking, kanker – dat waren ook geschenken die de witte kolonisten met zich meebrachten. Labrador is ze tot op de dag van vandaag niet te boven gekomen.
De mennonieten veroverden de gebieden met de hoorn en de trombone. Ze geloofden dat met Haydn en Bach als bondgenoten de Inuit verrukt zouden raken over de barokmissen en ze hun ziel zouden openstellen voor een hun onbekende God. Tot op de dag van vandaag kun je in het kleinste gehucht een blaasorkest vinden dat in de woestenij van de Canadese toendra Bachcantaten speelt.
De missionarissen deelden graag hun bladmuziek, maar ze zeiden dat het hun God niet beviel hoe er in de huishoudens met elkaar geslapen werd: zonder sacrament, met meerderen tegelijk, in het bijzijn van de kinderen. Volgens de lokale traditie was een levenspartner precies zoals het klinkt: een compagnon, iemand met wie het leven draaglijker was of überhaupt mogelijk. Het gezin was een onderneming om te overleven, maar de mensen wilden naar bed met degenen die ze aantrekkelijk vonden, niet per se met de mensen met wie ze samenwerkten om te overleven. Soms woonden er meerdere gezinnen onder één dak en waren genegenheid en seks binnen handbereik.
De missionarissen uit Moravië waren gekomen om hun mee te delen dat ze in zonde leefden en God beledigden, die zijn volk in de hitte door de woestijn had geleid. De bewoners van deze gebieden begrepen niet wat een zonde was en hadden nog nooit een woestijn gezien.
De Duitse kolonisten zijn er nu niet meer – ze hebben de oorlog met het handelsimperium Hudson’s Bay Company (HBC) om de vachten verloren en hebben het Grote Land verlaten. Van hen zijn grafstenen, resten van de houten gebouwen van de mennonitische missie en de gewoonte om Inuitkinderen Bijbelse namen te geven achtergebleven. Na verloop van tijd, toen de Britse monarchie dit deel van de wereld in haar macht kreeg, werd de naam veranderd – van Hoffenthal in Hopedale.
Er is hier niet veel meer veranderd dan dat.
* * *
In 1975 stond er opeens een politieagent in een rood uniform op de drempel en zei: ‘Kinderen, jeugdzorg is geweest, we moeten jullie meenemen.’
Toby’s ouders waren verrast, want ze kwamen onaangekondigd. Geen gelegenheid om in te pakken, geen gelegenheid om afscheid te nemen.
‘We gingen zoals we er toen bij liepen. Later hoorden we dat ouders dergelijke situaties eigenlijk geen keuze hadden. Op het niet meegeven van de kinderen stonden straffen, waaronder hechtenis en het intrekken van de uitkering, waarvan de meeste gezinnen in de omgeving leefden. Of we ons verzetten? Dat weet ik niet meer. Of we huilden? We huilden allemaal. Emily was dertien, Sonny vijftien, en ik pas vier. Toen, in 1975, in de deuropening bij de laarzen van de agent van de bereden politie, stierf ik voor het eerst.
We stapten in een klein vliegtuig dat op water kon landen. We vlogen een kilometer of tweehonderd naar het zuiden, naar North West River. Eerst brachten ze ons naar het ziekenhuis. Daar werd nagekeken of alles met ons in orde was. Routineonderzoek: of er geen actieve infecties waren, parasieten, ondervoeding. En of niemand ons kwaad had gedaan.
Natuurlijk werden we gescheiden, mijn broers en zussen waren van een andere leeftijdscategorie. Ik begreep het niet. ’s Ochtends had ik nog familie, en nu was ik ineens alleen, terwijl ik pas vier jaar oud was. Alles wat ik weet van het leven, heb ik daar geleerd, in het internaat, in het juniorenhuis in North West River. Dat waren verplichte lessen die ik niet wilde. Rekenen en grammatica deden er nog het minste toe, je moest vooral snel door zien te krijgen wie je vriend was en wie je beter kon mijden. Waar je heen moest en hoe, en achter welke deur je nooit mocht komen. Wat je mocht zeggen en waar je jarenlang over moest zwijgen. Ik was een kleuter toen ik begreep dat ik, net zoals ik onbewust en automatisch ademhaalde, onophoudelijk en instinctmatig in de gaten moest houden of ik veilig was. Ik controleerde constant of ik niet in gevaar was. In zulke omstandigheden loeit er constant een alarm in je hoofd.’
Toby Obed, een Canadees uit Labrador, zegt niet over zichzelf dat hij de Yale-school heeft afgerond die in North West River door de liefdadigheidsorganisatie Grenfell werd geleid.
Hij zegt: ‘Ik ben een overlever. Ik heb het overleefd, ik ben in leven gebleven.’
* * *
Toby vertelt over school alsof er een veer is losgesprongen, alsof er een la met mappen vol politiedocumentatie is opengeschoten. Hij praat en praat, kalm, systematisch, alsof hij verslag uitbrengt van iets wat een ander is overkomen. Hij gaat bijna twee uur lang door.
In Toby Obeds vroegschoolse herinneringen komen niet veel kaligrafie-oefeningen, lessen over scheepsbouw of zelfs het verplichte corvee in de koeienstal voor.
De volgende sleutelwoorden komen wel steeds terug:
zwiep, klets, pats (zo klapte de zweep);
taal, accent, slaag (voor het spreken van Inuktitut kreeg je ervan langs);
cel, duisternis, honger (een triade die elk kind zonder uitzondering verlamt).
Ik hoor van Toby dat in je broek plassen van angst helemaal geen beeldspraak is.
In zijn herinneringen komt een persoon in het bijzonder naar voren: een lerares, Miss Devil, Juffrouw Duivel.
‘Ze liet ons toekijken’, zegt Toby. ‘Ik wilde niet kijken, maar geen kind mocht zijn gezicht afwenden.’
‘Je bent vier, zes, tien jaar oud en je weet dat niemand, maar dan echt niemand zich voor je interesseert’
Toby vat zijn schooltijd als volgt samen: ‘De volwassenen van buiten wisten het. Ze deden er niets aan.’
Wat er binnen de houten wanden van Grenfell gebeurde was een verschrikking, maar werd mettertijd de norm. Maar je kon er echter niet aan wennen dat er niemand in de buurt was aan wie je erover zou kunnen vertellen. En die je niet zozeer om redding, om ingrijpen kon vragen, want daar hoopten de kinderen al niet meer op, maar om wat troost.
Toby wachtte op mededogen, dat jarenlang niet kwam. Ook had hij niet het gevoel iemand dierbaar te zijn.
‘Je bent vier, zes, tien jaar oud en je weet dat niemand, maar dan echt niemand zich voor je interesseert.’
Toen dachten de kinderen dat er van de door de liefdadigheidsorganisatie gerunde school geen bevrijding mogelijk was. Maar een zomer was het geld op en werd de instelling gesloten. Dat was in 1979 of 1980, de bronnen stemmen niet overeen.
Er zijn in Canada geen kindertehuizen. De oplossing waren pleeggezinnen, waar de kinderen rechtstreeks van de kostschool heen werden gestuurd. Uiteraard zonder rekening te houden met familiebanden.
De kinderen Obed maakten geen kans om samen te blijven. Wie wilde er nu voor een paar gebroken Inuit-kinderen zorgen?
Ze werden opnieuw gescheiden, deze keer voor jaren. De kinderen verloren elkaar volledig uit het oog. Die vakantie raakten ze echt alles kwijt, werden de laatste lijntjes verbroken. Toby zag zijn zus Sara pas zevendertig jaar later terug.
‘Ze maakten ons gezin helemaal kapot’, zegt Toby. ‘Ik was acht toen mijn leven opnieuw ten einde kwam.’
Dat was tijdens de Koude Oorlog. In de Canadese bossen werden legereenheden ondergebracht, Goose Bay werd uitgebreid, er werden militairen gestationeerd. Velen van hen hadden al een vrouw, maar nog geen kinderen. Ze konden zorgen voor de beschermelingen van de school in het dennenbos.
Toen Toby bij het eerste pleeggezin terechtkwam was hij acht jaar oud en dacht hij dat zijn lijdensweg ten einde was, dat hij nu een thuis zou krijgen. Maar in plaats daarvan verplaatsten ze hem van de ene verzorgers naar de andere.
‘De acht jaar die volgden heb ik bij twintig gezinnen gewoond. Gemiddeld eens in de vierenhalve maand verhuisde ik, of eerder – werd ik verhuisd. Wat ik wilde, wat ik ervan vond, vroegen ze niet. We werden behandeld als meubels, als obstakels, als zakken met vuilnis.
In elk huis was het weer anders, maar ik werd geloof ik overal geslagen’, herinnert Toby zich. ‘Ik was niet klein meer, ik hoefde niet meer gespaard te worden. Ik ging al naar de tweede klas, dus ze konden me flink op m’n sodemieter geven. Dat verdiende ik op zich ook: ik begreep niet wat er tegen me gezegd werd. Ik wist niet hoe ik ze tevreden moest stellen. Ik probeerde ernaar te gissen, ik probeerde me aan te passen, maar ik was machteloos.’
Uiteindelijk wende hij eraan. Het werd dus routine: eten, slapen, school, slaag. Nepmoeders en nepvaders sloegen met de riem en sloegen met de hand voor van alles en nog wat. Hoe je de klappen moest ontwijken, hoe je moest overleven leerde Toby van twintig gespierde, sportieve mannen die werden gesteund door twintig vooruitziende, toegewijde echtgenotes.
Toby’s lichaam was sterk, dat hielp hem erdoor. Zijn geest was hem ook goedgezind, de meeste huizen heeft hij kunnen vergeten. Toby weet dat ze ergens zijn, hij ze in zich draagt als wild vlees, als littekens, als kanker. Maar zijn hoofd heeft hem ervan afgesneden. In het dagelijks leven ziet hij ze niet, zijn de ziektehaarden niet vast te stellen. Maar Toby weet dat ze nog altijd schade aanrichten, net als gezwellen die bij onderzoek niet te zien zijn.
Van alle twintig gezinnen kan Toby er misschien vijf of zes voor de geest halen. Aan sommige heeft hij goede herinneringen. Hij gelooft dat ze hun best deden. Bijvoorbeeld enkele nepmoeders. Soms waren ze aardig, kookten ze, wilden ze Toby’s stijve dikke haar kammen.
Als achtjarige had Toby het overlevens-abc voor kinderen onder de knie: hij loog, stal en bedroog
‘Rot op, zei ik, laat me met rust. Niet jij, maar mijn echte moeder zou me nu over mijn hoofd moeten aaien. Maak dat je uit m’n buurt komt, zei ik. Ook sommige nepvaders deden hun best. Soms maakten ze tijd voor me vrij. Probeerden me uit te leggen dat ik zelf om problemen vroeg. Dat spijbelen en weglopen nergens goed voor waren. Maar ik had geen zin om te luisteren. Ik neem het ze niet kwalijk. Ik was geen kind om van te houden, want waarvoor ook?’
Als achtjarige had Toby het overlevens-abc voor kinderen onder de knie: hij loog, stal en bedroog. Hij vocht veel. De school in Goose waar hij toen op zat, was voor hem één grote boksring. Hij vocht vier, vijf keer per dag, dag in dag uit. En hij verloor nooit, hij was altijd degene die anderen tot bloedens toe sloeg. Hij hield niet op voor hij zeker wist dat ze pijn hadden. De kinderen op school zeiden dat Toby gevaarlijk was. Dat beviel hem wel. Vechten was die opening, die lichtflits, het moment waarop hij even sterk was en er iets van hem afhing. Hij werd dan overweldigd door geluk. Hij voelde geen pijn, het waren de anderen die leden. Ze leden, omdat hij zo beslist had.
Dat zorgde ervoor dat hij zich kon wapenen voor de middag en avond. Want na school moest hij natuurlijk terug naar zijn pleeggezin en was hij degene die ervan langs kreeg. Maar er waren meer straffen, alledaagse, gewone. Meestal moest hij gewoon zijn mond houden en naar zijn kamer gaan. Ze stuurden hem weg, hij kreeg geen eten. Dat is zogenaamd alleen vervelend, geen marteling.
‘Weet je, een of twee keer kun je het best zonder avondeten doen. Maar zelfs als duidelijk is dat je het ergste, vervelendste kind bent, wil je niet de hele tijd honger hebben. Met een kind kun je alles doen. Het is voldoende om hem niet genoeg te eten te geven.’
Jarenlang was hij ervan overtuigd dat hij slecht was, dat hij het niet verdiende om niet geslagen te worden, niet gestraft. Later drong tot hem door dat de militairen vaak moesten verhuizen. Er kwamen orders, en dan werden de in huis opgenomen kinderen en hun zaken achtergelaten. Maar niemand die dat aan de kinderen uitlegde. Die waren er dus van overtuigd dat ze steeds opnieuw werden verlaten, omdat ze net zo veel waard waren als knellende of afgedragen pantoffels.
Terugkeren naar zijn vader en moeder was geen optie. De jaren gingen voorbij, maar zijn ouders hielden niet op met drinken. De autoriteiten lieten de kinderen niet terug naar huis gaan, maar er werd ook niet veel gedaan om de ouders te steunen. De kinderen uit huis plaatsen: dat was een radicale en eenvoudige, en vrijwel de enige mogelijke therapie.
‘Toen, mijn hele jeugd en nog vele jaren daarna, was ik kwaad. Agressief. Ik voelde me gekwetst en verworpen. Waarom konden anderen bij hun moeder blijven maar ik niet? Waarom konden anderen een normaal leven hebben, alleen ik niet?’
Toen had Toby er nog geen idee van dat er in de omgeving meer dan duizend kinderen waren zoals hij.
Het Mexicaanse Hooggerechtshof heeft op dinsdag 7 september ‘een historisch precedent’ geschapen door de strafbaarstelling van abortus in de noordelijke deelstaat Coahuila ongrondwettelijk te verklaren, schrijft de Mexicaanse krant Excelsior.
‘Dit besluit zal gevolgen hebben voor het hele land, zodat vrouwen die hun zwangerschap vroegtijdig afbreken in geen enkele staat kunnen worden gestraft’, aldus de krant.
‘Wat de beslissing van het Hof niet doet, is abortus volledig legaliseren
‘Wat de beslissing van het Hof niet doet, is abortus legaliseren in de dertig staten die het verbieden, noch op federaal niveau, schrijft de krant Reforma. De rechters hebben alleen de antiabortuswet van Coahuila ongeldig verklaard, ‘zodat de antiabortuswetten van de andere 29 staten die vrijwillige abortus strafbaar stellen (…) van kracht blijven’. Momenteel zijn Oaxaca en Mexico-Stad de enige staten waar abortus binnen de eerste twaalf weken van de zwangerschap volledig is gedecriminaliseerd, aldus Reforma.
Maar deze uitspraak zal ‘alle rechters in het land ervan weerhouden vrouwen te vervolgen die beschuldigd worden van het misdrijf van vrijwillige abortus‘, en ‘als er tot vervolging wordt overgegaan, zal de federale rechterlijke macht in staat zijn die ongedaan te maken‘. Vrouwen die hun zwangerschap willen afbreken kunnen nu naar de rechter stappen ‘zodat een federale rechter de betrokken kliniek of het betrokken ziekenhuis kan bevelen de abortus uit te voeren’.
Groene sjaals
‘Coahuila zwaait met groene sjaals!‘ kopt El Financiero. Dinsdag gingen in Saltillo, de hoofdstad van de deelstaat, verschillende feministische groepen de straat op met groene sjaals – het symbool van de strijd voor toegang tot abortus – om het nieuws te vieren.
‘Dit is een nieuwe stap in de historische strijd voor gelijkheid, waardigheid en volledige uitoefening van de rechten van de vrouw‘, aldus voorzitter Arturo Zaldívar van het Hooggerechtshof. Tijdens de stemming benadrukte rechter Ana Margarita Ríos Farjat dat de federale grondwet abortus niet verbiedt en dat het strafbaar stellen ervan in strijd is met de mensenrechten ‘zoals de menselijke waardigheid, autonomie, vrije ontplooiing van de persoonlijkheid, rechtsgelijkheid, gezondheid en reproductieve vrijheid‘, aldus El Universal.
De rechter voegde hieraan toe dat naar schatting elk jaar tussen de 350.000 en een miljoen abortussen worden uitgevoerd in Mexico, waarvan een derde complicaties oplevert, doordat vrouwen moeilijk toegang hebben tot medische zorg, schrijft La Jornada.
De ultranationalistische monnik Ashin Wirathu, bekend om zijn anti-islamretoriek, is vrijgelaten en de aanklachten tegen hem zijn door het Myanmarese militaire regime ingetrokken. Wirathu had zich november vorig jaar aan de politie overgegeven na verscheidene maanden op de vlucht te zijn geweest, schrijft de website Myanmar Now. Hij werd vervolgd wegens opruiing, na toespraken waarin hij het voormalig de facto staatshoofd, Aung San Suu Kyi, had aangevallen.
Sindsdien is de politieke situatie radicaal veranderd doordat het leger de verkozen regering van Aung San Suu Kyi op 1 februari omver heeft geworpen.
Wirathu had zijn aanhangers opgeroepen om ‘het leger te koesteren alsof het Boeddha belichaamde’
In 2019 had Wirathu zijn aanhangers opgeroepen om ‘het leger te koesteren alsof het Boeddha belichaamde’. Nationalistische groeperingen hebben sinds de machtsovername door het leger om zijn vrijlating gevraagd.
Myanmar Now meldt dat het leger sinds 1 februari veel gevangenen heeft vrijgelaten, waaronder een andere boeddhistische extremist. Ook zijn gewone gevangenen vrijgelaten, alsmede personen die dicht bij het regime staan.
In 2013 stond Wirathu op de voorpagina van het tijdschrift Time met de kop ‘Het gezicht van boeddhistisch terrorisme’. Tien jaar eerder was hij veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf wegens het aanzetten tot antimoslimrellen in Kyaukse, in de regio Mandalay, schrijft Myanmar Now.
Singapore heeft besloten niet langer te streven naar ‘zero covid’ en zal moeten leren ‘leven met het virus’, aldus de premier van het land, Lee Hsien Loong. ‘Het is niet langer mogelijk om covid-19-gevallen tot nul te reduceren, ook al zouden we voor lange tijd op slot gaan. Daarom moeten we ons erop voorbereiden dat covid-19 endemisch wordt, zoals griep of waterpokken’, aldus Lee.
Singapore heeft een van de hoogste vaccinatiepercentages ter wereld
Zijn vaststelling komt ondanks het feit dat Singapore een van de hoogste vaccinatiepercentages ter wereld heeft, met 80 procent van de volwassenen die volledig zijn gevaccineerd. Daarmee staat Singapore op de tweede plaats na Malta met 82 procent, schrijft Gizmodo.
Singapore, met ongeveer 5,7 miljoen inwoners, behoorde tot het handvol landen die een strategie volgen om covid-19 volledig uit te bannen, in plaats van alleen het virus te onderdrukken. Andere ‘zero covid’-landen waren het afgelopen jaar Nieuw-Zeeland, Taiwan, China, Vietnam en Australië.
Schrijver en journalist Ricardo F. Colmenero is sceptisch over het initiatief van burgemeester Ada Colau. ‘Met een therapie van twee uur per week, tien of zestien weken lang, zal Barcelona niet alleen nieuwe mannen kweken, maar ook problemen als huiselijk geweld, voortijdig schoolverlaten, oorlog en de consumptie van vet vlees de wereld uit helpen.’
Vanuit het Centro de Masculinidades [Centrum voor Nieuwe Vormen van Mannelijkheid], een initiatief van burgemeester van Barcelona Ada Colau, zullen wij mannen na maar een paar weken therapie weer naar buiten stappen met hernieuwde instincten en gedragscodes die het mogelijk maken onze gewelddadige natuur te bedwingen. We moeten, aldus de burgemeester bij de presentatie van het centrum, af van het beeld dat mannen ‘hard en zelfs agressief’ moeten zijn omdat ‘man-zijn niet te verenigen is met gevoeligheid’.
Centrum voor Nieuwe Vormen van Mannelijkheid
Om lgbti-fobie tegen te gaan heeft burgemeester Ada Colau van Barcelona een centrum aangekondigd ter ‘bevordering van positieve, open, veelvormige en heterogene mannelijkheid.’
De burgemeester van Barcelona, Ada Colau, heeft aangekondigd dat zij in oktober het zogeheten Centrum voor Nieuwe Vormen van Mannelijkheid zal openen, een school of academie ter ‘bevordering en verspreiding’ van modellen voor ‘positieve, open, veelvormige en heterogene mannelijkheid, gekant tegen ongelijke of onrechtvaardige relaties’. In het centrum, dat wordt geopend naast het Estación de Francia, worden diverse initiatieven ontplooid. Zo zal er aandacht zijn voor mannen die hun persoonlijke relatie willen verbeteren om iedere vorm van geweld tegen te gaan. Ook worden er workshops gegeven die mannen een ander perspectief aanleren, aldus de burgemeester, en hen doen inzien ‘dat mannelijkheid wel degelijk kan samengaan met gevoeligheid’. Het centrum is onderdeel van de nieuwe activiteiten die het gemeentebestuur heeft ontplooid om de lhbti-fobie tegen te gaan.
‘Binnen sommige instellingen lijken uitingen van haat en discriminatie al bijna gewoon, maar in Barcelona is daar geen ruimte voor. Vandaag zetten we een nieuwe stap in ons voornemen om waar te maken waar wij als stad trots op zijn: onze diversiteit, en om duidelijk te maken dat hier geen enkele vorm van discriminatie of agressie wordt toegestaan,’ aldus Colau.
Laura Pérez, de locoburgemeester voor Burgerrechten, Algemeen Recht, Feminisme en Lhbti-Zaken, staat aan de basis van een grootschalig project dat machogedrag en lhbti-fobie een halt moet toeroepen en de agressie waaronder de gemeenschap te lijden heeft moet tegengaan. Het plan omvat vier speerpunten: educatie, cultuur, sociale omgeving en werkomgeving.
Wat de educatie over gelijke rechten betreft, heeft de gemeenteraad een programma opgezet voor leerlingen tussen de zes en zestien jaar om discriminatie en geweld in de klas te voorkomen. Tot nog toe werd het programma op negenduizend leerlingen toegepast, en het gemeentebestuur wil dit aantal verder uitbreiden.
Op cultureel vlak is het de bedoeling diversiteit via audiovisueel materiaal zichtbaar te maken. Ook zal er een werkgroep ‘historisch geheugen’ worden ingesteld, zal het genderperspectief in de cultuur worden aangemoedigd en is de gemeente een campagne begonnen tegen lhbti-fobie binnen gemeentelijke instellingen, zoals het gemeentehuis of de districtskantoren, en in het openbaar vervoer.
Het Centrum voor Nieuwe Vormen van Mannelijkheid richt zich op de sociale omgeving. Hier zullen volgens Pérez ‘op positieve en diverse wijze’ verschillende denkbeelden worden bestudeerd over wat het betekent om ‘mens te zijn’. Het centrum zal ook trainingen aanbieden aan ambtenaren van de gemeente en aan jongeren. Pérez heeft het bijvoorbeeld over een meerdaagse workshop waarin specialisten uitleggen hoe je jongens opvoedt zonder hen in een hokje van mannelijkheid te stoppen.
Wat de werkvloer betreft: er komt een handleiding ter verbetering van de kansen van transgenders, bedoeld voor beroepskeuzevoorlichters, evenals een handleiding om protocollen uit te werken voor gendertransitie op de werkplaats, bedoeld voor ondernemingen.
Alfonso L. Congostrina | El País
Het is dus niet langer voldoende als je als man voor de kinderen zorgt, de vloer veegt, de wasmachine aanzet of zonder te morren een stuk minder verdient dan je vrouw. De wereld heeft mannen nodig die een zwangere vrouw niet meteen vragen naar het geslacht van de baby, die het lef hebben de g-plek in hun anus te vinden, die verstandiger eten en niet als gekken rijden zodat ze de gezondheidszorg niet langer overbelasten.
Dit zijn maar een paar punten uit een door ons geraadpleegde syllabus van zo’n tweehonderd velletjes plus een heel uitgebreide bibliografie.
Met een therapie van twee uur per week, tien of zestien weken lang, zal Barcelona niet alleen nieuwe mannen kweken, maar ook problemen als huiselijk geweld, voortijdig schoolverlaten, oorlog en de consumptie van vet vlees de wereld uit helpen.
De syllabus, die is uitgewerkt door de Servicio de Atención a Hombres para la promoción de relaciones no violentas (SAH), gespecialiseerd in ‘de bevordering van niet-gewelddadige relaties’, en de Asociación Candela para la Investigación y la Acción Comunitaria, gespecialiseerd in ‘het onderzoek en de stimulering van maatschappelijke processen’, staat vol voorbeelden van de grote voordelen die de verandering met name voor mannen zal opleveren. Zo zou je nu geen mislukte zelfmoordpoging kunnen doen zonder dat je mannelijkheid in gevaar zou komen. ‘Bij mannen lukt zelfmoord vaker, al doen ze minder pogingen; want zouden ze een poging overleven, dan betekent dat een mislukking, wat indruist tegen de mannelijke identiteit,’ zo valt te leren in het Centrum voor Nieuwe Vormen van Mannelijkheid.
Amaral, bier en deodorant
Er zijn theoretische en praktische sessies. Bij die laatste worden kwalijke verborgen boodschappen in schijnbaar onschuldige films als Grease en Aladdin blootgelegd. En ook in een enkel lied van [de Spaanse band] Amaral en praktisch alle reclames voor bier en deodorant. Deze nieuwe man zal in ons verrijzen door opdrachten uit te voeren als zeven dagen lang een (kippen)ei als een menselijk wezen te verzorgen en behandelen, waarbij je het meeneemt naar je werk en partijtjes en het voorstelt aan je vriendin en ouders.
Aanvankelijk was het initiatief bedoeld voor ambtenaren en scholieren, maar inmiddels kan iedereen in het Centrum terecht. Niet alleen wie denkt problemen te hebben met zijn mannelijkheid, of juist denkt van niet, maar ook ouders die hun zoons willen inwijden in het masculiene model van Ada Colau.
‘Positieve, gezonde, geweldloze masculiene modellen moeten worden bevorderd,’ staat op de laatste pagina van de syllabus. En ook staat er dat ‘het in twijfel trekken van de traditionele mannelijke identiteit een individuele en collectieve verantwoordelijkheid’ is. De syllabus voorziet in vijf lessen of workshops: ‘Mannen, geslacht en vorming van mannelijkheid’, ‘Eigen verzorging: mannen, geslacht en gezondheid’, ‘Vriendschapsrelaties, romantische liefde en seksualiteit’, ‘Zorg voor anderen: medeverantwoordelijkheid en vaderschap’ en ‘De leerschool tot geweld: macht en patriarchaat’.
In de loop van de cursus wordt tot vervelens toe benadrukt dat wordt gewerkt met stereotypen en dat niet alle mannen hetzelfde zijn. Begeleiders gaan uit ‘van de overtuiging dat mensen kunnen veranderen, zodat ze een positieve en hoopvolle boodschap op de cursisten kunnen overbrengen’ en ‘hen kunnen benaderen als deel van de oplossing in plaats van als het probleem’. Wel moeten ze ‘steeds hameren op de noodzaak af te zien van bepaalde privileges en machtsquota’, die als vanzelfsprekend worden beschouwd.
‘Hebben we ons ooit afgevraagd hoe het komt dat de eerste vraag bij het nieuws van een zwangerschap bijna altijd is of het een jongen of meisje wordt? Op de een of andere irrationele manier moeten we iemands geslacht kennen om te weten aan welke gedragscodes we ons moeten houden’, aldus de stelling.
Meisje koppig, jongen vasthoudend
En dat allemaal omdat we, naar het schijnt, als een meisje druk is algauw zeggen dat ze nerveus is, maar bij een jongen dat hij ondernemend is. En dat een meisje dat niet toegeeft koppig is, maar een jongen vasthoudend, en dat een gevoelig meisje kwetsbaar is, maar een jongen verwijfd. En dat een brutaal meisje grof is, maar een jongen zelfverzekerd. En zo is een introvert meisje verlegen, terwijl een stillere jongen goed over de dingen nadenkt.
‘Een man ben je niet alleen als je voldoet aan het rolgedrag dat bij een man wordt verondersteld,’ zegt Laura Pérez, burgemeester voor Burgerrechten, Algemeen Recht, Feminisme en LHBTI van het gemeentebestuur van Barcelona.
‘Jongens,’ staat onder punt 1, ‘leren hun fysieke kracht gebruiken en vatten deze op als het vermogen om de baas te spelen en anderen te domineren, waarbij ze bepaalde privileges denken te hebben, met name ten opzichte van vrouwen en van mannen die niet voldoen aan de stereotiepe kenmerken van een man’.
‘De maatschappelijke vorming van de man voltrekt zich vanuit het besef dat ze geen vrouw zijn’
Deze mannetjesputterij, die de overhand heeft en moet worden uitgeroeid (want daar is het Centrum ook voor), is de oorzaak van het machogeweld, de criminaliteit, de ongelukken op de snelwegen en op de werkvloer, voortijdig schoolverlaten, geflikflooi op school en pesten. Maar ook van geldverspilling in de gezondheidszorg, verslavingsgedrag, het vaderschap op afstand, emotioneel analfabetisme, homofobie, misogynie, ongelijkheid op de werkvloer, ongewenste intimiteiten en seksuele frustratie.
‘De maatschappelijke vorming van de man voltrekt zich vanuit het besef dat ze geen vrouw zijn,’ aldus de uitleg. Van kinds af aan ‘is de beste manier voor een man om te bewijzen dat hij geen vrouw of homo is, zichzelf te profileren als een agressieve, sterke, harde, onafhankelijke, zelfgenoegzame, rokkenjagende macho’, zo leren we.
‘De man die overeenkomstig zijn geslacht handelt’, tast in zijn gedragingen de grenzen van zijn mannelijk kunnen af, of het nu is op het werk, als hij sport, seks heeft of alcohol gebruikt. En dus zou een puber meedoen aan een gevecht om maar niet als ‘mietje’ te worden gezien. Uitdrukkingen als ‘jezelf afmatten’, ‘pijn bestaat niet’, ‘geen ballen hebben’ versterken deze houding, die haaks staat op voorzichtigheid en die ontkenning van ziekte en verwondingen in de hand werkt.
Deze mannelijkheid is een risico voor iedereen. ‘We kunnen rustig spreken van een giftige kant van het overheersende manbeeld,’ aldus de syllabus. Zo consumeren mannen meer voedsel dat rijk is aan lipoïden en suikers, dierlijke vetten en cholesterol, en lopen ze als gevolg van het gebruik van steroïden en gevaarlijke drugs meer kans op stoornissen die te maken hebben met de omvang van de spiermassa, zoals vigorexia of spiervervorming.
Gebruik van het vrouwenlichaam
Ook seksualiteit is een belangrijk thema. Mannen, heet het, ontwikkelen een seksualiteit die ‘vaak dwingend is, toegespitst op het eigen genot en zelfbevrediging via het gebruik van het vrouwenlichaam, zonder begrip voor de seksuele partner, zonder ruimte voor wederzijds plezier of een emotionele band, en waarbij het initiatief altijd moet komen van de man, die ieder moment paraat moet zijn’.
Bovendien wordt zijn seksualiteit ‘afgemeten naar drie kwantitatieve parameters, te weten: de grootte van de penis, de duur van de erectie en de penetratie, en de hoeveelheid seksuele contacten. Als je niet voldoet, ondermijn je je eigen mannelijke identiteit.’ Vandaar dat tijdens een van de oefeningen wordt geprobeerd de mythe te ontmaskeren dat anale seks is voorbehouden aan homoseksuelen: ‘Ook voor heteroseksuele mannen kan anale prikkeling heel prettig zijn bij seks. Het genot zit in de variatie.’
Wat heeft dit alles in de praktijk tot gevolg? Dat wij mannen onbeschermde seksuele contacten onderhouden met het risico iemand ongewenst zwanger te maken of aandoeningen als hiv, die via seks worden overgebracht, op te lopen of over te brengen. Om maar te zwijgen van het feit dat ‘deze moraal, die is gebaseerd op macht over de ander, makkelijk kan leiden tot ongewenste intimiteiten, seksuele misdrijven of seksuele uitbuiting’.
Het grote probleem is dat er kennelijk geen profiel van de gewelddadige man bestaat. Niemand ontsnapt de dans
Ada Colaus nieuwe man moet de ‘emotionele castratie’ of het ‘emotionele analfabetisme’, waaraan velen van nu lijden, te boven komen. ‘Een van de weinige emoties die vanuit het traditionele manbeeld zijn toegestaan, is de woede (…) Er zijn voorbeelden te over van mannen die in verdrietige of onzekere situaties met de vuist op de muur slaan en zo hun toevlucht nemen tot woede en agressiviteit, in plaats van tot adequate emoties.’ Daarom vind je aan het eind van dit deel van de syllabus oefeningen waarmee cursisten leren relaxen. ‘Iedere man die is opgegroeid in een maatschappij als de onze, heeft het in zich eventueel geweld te gebruiken tegen anderen. Daarom moeten mannen, van welke leeftijd ook, leren zich te uiten en vreedzaam, via dialoog, conflicten op te lossen, om te voorkomen dat het geweld een kans krijgt,’ luidt de conclusie.
Het grote probleem is dat er kennelijk geen profiel van de gewelddadige man bestaat. Niemand ontsnapt de dans: ‘Dat wil zeggen, het gebruik van geweld hangt niet samen met je sociale klasse of ontwikkelingsniveau (…) Het verband tussen mannelijkheid en geweld’ is het gevolg van ‘de ongelijkheid tussen de seksen, het patriarchaat, de macht en privileges’.
Liefdesrelaties zijn een voedingsbodem voor machogeweld, deels door traditionele sprookjes en deodorantreclames, heet het: ‘Mannen leren hoofdzakelijk over seks via reclames waarin vrouwen worden voorgesteld als objecten of via een commercieel soort porno waarin een seksualiteit wordt getoond die is gebaseerd op het genot van de man en de onderwerping van de vrouw.’
De heropvoeding is geen sinecure, want de man is gedurende alle fasen van zijn leven geïndoctrineerd met slechte gewoontes: ‘In de puberteit leer je dat jongens begeren en kiezen, terwijl meisjes worden begeerd. Je leert dat “nee ja betekent”, dat anticonceptie de verantwoordelijkheid van meisjes is en dat iedere vrouwelijke seksuele neiging kan worden bespot. Je leert op straat onbekende vrouwen nafluiten, je leert dat de publieke ruimte en de ruimte om te spreken zijn voorbehouden aan mannen, je leert vrouwen als objecten zien. Ook wordt het gebruik van prostitutie en porno aangemoedigd en beloond.’
En lang daarvoor gebeuren er al andere dingen: ‘We kunnen op het schoolplein zien hoe de jongens de rok van hun klasgenootjes optillen, aan hun vlechten trekken, hun polsen breken, hen uitlachen als ze menstrueren en hun borsten groter worden. Ze raken eraan gewend het lichaam, de seksualiteit en het leven van vrouwen te domineren, en dat stopt niet en zal alleen maar erger worden.’
De ongelijkheid in de wereld was al groot voor de komst van het virus en is door de pandemie alleen maar groter geworden. Maar er dient zich een brede tegenbeweging aan van vrouwelijke en mannelijke ondernemers, politici, hoogleraren en activisten – met baanbrekende ideeën die het tij kunnen keren.
Daar is hij dan. De man die Einhorn uit handen heeft gegeven, zijn onderneming, die 15 tot 20 miljoen euro waard is. Waldemar Zeiler, met karakteristieke baard en muts. Eind dertig, oprichter. Hij verontschuldigt zich dat hij er zo moe uitziet, morgen vroeg om vijf uur moet hij weer aan de slag. Hij blijft wel bij Einhorn, zijn proeftuin, zoals hij het noemt. Maar vanaf nu is niemand de baas. De medewerkers bepalen zelf hoeveel ze verdienen en nemen vrij wanneer ze willen; Einhorn maakt tenslotte winst en het bedrijf groeit.
43 vrouwen kijken naar Zeiler: architecten, musici, artsen, menigeen is zelf een bedrijf gestart. Ze zijn voor deze videoconferentie uitgenodigd door Women’s Hub, een organisatie die vrouwen bij elkaar brengt. Ze praten over ideeën en visies met betrekking tot werk, bedrijf en maatschappij, en geven elkaar feedback. Voor de pandemie vonden de bijeenkomsten plaats in Hamburg, München en Rosenheim, ten zuidoosten van München. ‘We geloven in gemeenschappelijkheid,’ zegt Maren Jopen, een van de oprichters van Women’s Hub, ‘en we willen een internationale beweging worden.’ Dat klinkt optimistisch, maar de drie oprichters zijn nuchtere zakenvrouwen. De Financial Times Deutschland keurde Jopens eerste start-up een paginagroot artikel waardig; in 2017 stapte ze uit het bedrijf, ze wilde iets nieuws opzetten, net als Zeiler. Hij richt de ene onderneming na de andere op, een van de andere voorbeelden is Rocket Internet, een wereldwijde investeringsmaatschappij en start-upincubator. Zijn helden zijn Jack Welch en Milton Friedman, de knapste koppen van het kapitalisme.
‘Stel je voor dat jullie de macht hebben om de wereld te veranderen’
Nu zit hij hier en trekt zijn muts over zijn voorhoofd. Hij stelt een gedachte-experiment voor: John Rawls’ ‘sluier van onwetendheid’. Diens Theorie van rechtvaardigheid heeft het filosofische denken van de twintigste eeuw veranderd en baant zich nu een weg door de economie van de eenentwintigste eeuw. Zeiler heeft het experiment overgenomen van Maja Göpel, politiek econoom, hoogleraar en adviseur van de Duitse regering. ‘Doe je ogen dicht,’ zegt Zeiler, ‘en stel je voor dat jullie de macht hebben om de wereld te veranderen. Onder één voorwaarde: je weet niet hoe en als wat je in de nieuwe wereld terugkomt, qua geslacht, huidskleur, status, intelligentie, gezondheid en vermogen. Als Jeff Bezos, of als dagloner in India. Hoe zouden jullie die nieuwe wereld vormgeven?’
Tegenbeweging
Het is nu al een andere wereld. Nog meer mensen dan voorheen worden achtergesteld. En nog meer mensen overlijden daardoor: de Wereldbank voorspelt dat tegen het einde van dit jaar nog eens 150 miljoen mensen door armoede met de dood worden bedreigd. Maar er bestaat een vaak over het hoofd geziene tegenbeweging. Steeds meer mensen komen in opstand tegen de ongelijkheid. Dat was vóór de pandemie al zo, maar nu zijn het er nog meer. Ook voor de goede zaak zijn ongewone tijden aangebroken.
Ik heb een videogesprek met Erica Chenoweth, hoogleraar aan Harvard, die deze ontwikkeling als een van de eersten heeft ontdekt en onderzocht. Het gerenommeerde Foreign Policy Magazine heeft haar uitgeroepen tot een van de honderd belangrijkste politieke denkers ter wereld. ‘Het is duizelingwekkend hoe snel het aantal massabewegingen groeit,’ zegt ze. Tot nog toe lag het record op zestig per decennium. Alleen al in 2019 zijn er 39 ‘revolutionaire uitbarstingen’ geweest. Geweldloos, wat ze sterker maakt: door af te zien van geweld zijn ze succesvoller. Chenoweth is benieuwd naar de getallen van 2020. Waldemar Zeiler en Maren Jopen, met hun ideeën en hun alternatieven voor het oude systeem, zijn volgens haar echt mensen van onze tijd.
‘De pandemie,’ zegt Chenoweth, ‘heeft aan het licht gebracht waar mensen zich al decennia zorgen over maken: slechte gezondheidszorg, onzekere arbeidsplaatsen, economische ongelijkheid, structurele ongelijkheid door racisme en seksisme. Nu worden veel meer mensen door deze misstanden getroffen, doordat de epidemie niet alleen een noodsituatie in de gezondheidszorg heeft veroorzaakt, maar ook een economische crisis. Wereldwijd. Dat heeft een veel grotere gemeenschap de impuls gegeven zich te mobiliseren.’
‘Ik moet gaan, de democratie heeft me nodig,’ schreef Tang aan haar collega’s bij Apple
Uit onderzoek blijkt dat mensen door rampen veranderen: de gemeenschapszin wordt versterkt en rampen leggen de kiem voor grassroots movements, bewegingen of maatschappelijke initiatieven die aan de basis ontstaan. Er ontstaan nieuwe wegen, en de mensen die die wegen al bewandelen, worden belangrijk. Zoals Audrey Tang, het brein achter het pandemiewonder van Taiwan. Toen Duitsland eind november 2020 de miljoenste besmetting meldde en de gedeeltelijke lockdown verlengde, telde Taiwan, een land van 24 miljoen inwoners, 625 besmettingen. Zonder lockdown. Een wonder dat begon met de Zonnebloembeweging.
‘Ik moet gaan, de democratie heeft me nodig,’ schreef Tang, werkzaam bij Apple, in 2014 in een chatbericht aan haar collega’s in Silicon Valley. Even later zat ze in het vliegtuig naar Taipei. De democratie, dat waren de studenten van de Zonnebloembeweging, die in opstand waren gekomen tegen een wet en tegen Taiwans toenadering tot China. Ze hadden het parlement bezet en Tang schoot hen met haar eigen middelen te hulp.
Op achtjarige leeftijd leerde ze zichzelf programmeren, met niet meer dan potlood en papier. Toen ze elf was, verhuisden haar ouders naar Dudweiler, in het Saarland. De kinderen op de basisschool vond ze net kleine volwassenen. Twee woorden zijn haar bijgebleven: stiptheid en verantwoordelijkheid. In Taiwan leerden de leraren haar antwoorden te herhalen, in Duitsland hoe ze het antwoord moest vinden. Zo ging het toen en zo gaat het misschien nog steeds. Hoewel, die stiptheid… Ze lacht.
Toen ze bij de Zonnebloemstudenten kwam, bezorgde ze hun snel internet en verspreidde ze haar gedachtengoed door het hele land. Snel daarna gingen honderdduizenden mensen de straat op en gaf de regering toe. Twee jaar later kwam er een nieuwe regering, die ook revolutionaire krachten in haar kabinet opnam, onder wie Audrey Tang, destijds 35. Ze moest Taiwan het digitale tijdperk in brengen en de democratie versterken door digitalisering, maar haar ook beschermen tegen de gevaren van hackers, nepnieuws en maatschappelijke tweedeling.
Coronawonder
Het was het begin van een tijdperk van transparantie. Tang publiceerde op internet inhoudelijke gesprekken met haar medewerkers, burgers werden bij het beleid betrokken; leerlingen en leraren verrichten bijvoorbeeld metingen naar lucht- en waterkwaliteit. Taiwan werd de meest open samenleving in Azië en legde daarmee de basis voor zijn coronawonder.
Toen een Taiwanese vrouw de viruswaarschuwing van de Chinese klokkenluider Li Wenliang deelde, nam de regering die serieus. Nog geen 24 uur later, op 31 december 2019, stonden er artsen in beschermende kleding op het vliegveld. Toen Europa nog lag te slapen, organiseerde Taiwan een crisisstaf, fabriceerde miljoenen mondkapjes en hackers bouwden een app waarop je live kon zien bij welke apotheken die beschikbaar waren. Bovendien verplichtte Taiwan – democratisch gelegitimeerd – zijn burgers een app te downloaden om daarmee de strenge quarantaine te bewaken.
Taiwan kwam het jaar goed door, en Tang denkt al na over de tijd hierna. Ze citeert Leonard Cohen: ‘There’s a crack in everything, that’s how the light gets in.’ Corona mag dan barsten in de samenleving hebben geslagen, zegt ze, maar daardoor komt ook licht naar binnen. ‘De pandemie is een grote versterker. De nieuwe wereld is voorlopig niets anders dan de versterkte oude wereld.’ In sociale landen versterkt ze het sociale, in autocratieën het autoritaire. Op de hele wereld vindt er een wedloop plaats tussen de verschillende zienswijzen. Tang verwacht dat de ideeën van degenen die de pandemie het best te lijf gaan de nieuwe wereld zullen bepalen. ‘Voor sociale vernieuwers zijn het gouden tijden.’
De pandemie heeft autocraten en populisten als Trump, Poetin, Johnson en Bolsonaro verzwakt. Op zoek naar antwoorden kijkt de hele wereld naar Taiwan en kan daar, ook los van de coronapandemie, veel van leren.
De spannendste vernieuwing die Tang introduceerde, heeft betrekking op een van de grootste problemen van onze tijd: de tweedeling van de samenleving. Met haar sociale medium Join daagt ze Facebook en diens concurrenten uit en vernieuwt ze en passant de politiek.
In onze democratie stellen partijen een programma op en gaan daarmee naar de kiezers. Tangs beleid doet het tegenovergestelde: eerst luisteren ze naar de burgers, daarna wordt het programma opgesteld. Ze past in de politiek mechanism design toe, de speltheorie waarvoor in 2007 de Nobelprijs voor Economie werd verleend: leg eerst het doel vast, pas daarna de weg (het mechanisme) ernaartoe. Basketbal is een klassiek voorbeeld: vanuit de wens het spel sneller te maken volgde de regel dat een aanval ten hoogste 24 seconden mag duren. Of een voorbeeld uit de opvoeding: als je twee kinderen tevreden wilt stellen, mag de eerste de koek delen en de tweede het eerst een stuk kiezen.
‘Wij oude democratieën denken altijd dat wij de ware democratie hebben’
Tang heeft de theorie op onze wereld toegepast zoals alleen mensen dat kunnen die zichzelf op hun achtste met papier en potlood hebben leren programmeren. Met hulp van hackers ontwikkelde ze een sociaal medium dat zich van Twitter en Facebook onderscheidt. Die leggen de nadruk op berichten die ophef veroorzaken, dus is er altijd herrie. Haar Join daarentegen legt juist de nadruk op bijdragen die, dwars door alle bubbels heen, weerklank vinden. Zo raadpleegde Taiwan zijn burgers over de taxidienst Uber. De klassieke benadering zou zijn: ja of nee? Taiwan vroeg juist naar wensen en gevoelens. Een concurrent met goede service zou mooi zijn, zeiden de ondervraagden; en Uber moest zijn chauffeurs wel sociale verzekeringen bieden. Zowel Uber als de beroepsgroep verbeterden daardoor. Of het nu gaat over maritiem beleid of de diplomatieke verhouding met de Verenigde Staten, de helft van de inwoners van Taiwan, 12 miljoen mensen, doet via Join mee.
De nieuwe spelregels verspreiden zich op dit moment over de hele wereld. Tang heeft zich aangesloten bij de beweging RadicalxChange, die politiek, economie en samenleving wil veranderen door middel van mechanism design. Voorzitter is de kunstenares Jennifer Lyn Morone, in de raad van bestuur zitten onder anderen Danielle Allen, hoogleraar ethiek aan Harvard, Vitalik Buterin, uitvinder van de cryptomunt Ethereum en Glen Weyl, adviseur van Microsoft en docent aan Princeton.
Als Weyl voor het interview de camera van zijn computer aanzet, verschijnen achter hem, keurig op een rijtje op het netjes opgemaakte bed, acht poppen. Ze doen aan de Muppets denken: Einstein, Nietzsche, Darwin, Da Vinci, Marx, Kahlo, Curie en Lovelace, de eerste vrouwelijke programmeur. ‘Wij oude democratieën denken altijd dat wij de ware democratie hebben,’ zegt Weyl, ‘maar de plaatsen waar de democratie floreert zijn Taiwan of bijvoorbeeld Estland, ook een jonge democratie die aan een autoritair systeem grenst en gedwongen is na te denken hoe ze vitaal kan blijven.’
Met RadicalxChange heeft Weyl iets geheel nieuws geschapen, iets dat links noch rechts is. Het brengt het koude kapitalisme samen met de warmte van de verzorgingsstaat. Zo heeft hij een model ontwikkeld dat, met een marktmechanisme dat links het bloed in de aderen doet stollen, exact de wereld creëert waarvan zij altijd gedroomd hebben, een wereld met beperkt privébezit. Weyl adviseert partijen over de hele wereld, de Democraten in de Verenigde Staten en de CDU in Duitsland. Met de logica van mechanism design heeft hij een kiesstelsel ontwikkeld dat kiezers in staat stelt aan de stemmen een gewicht toe te kennen, waardoor het stemrecht van minderheden wordt versterkt. In de Amerikaanse staat Colorado is in 2019 al op deze manier gestemd, geheel in de zin van Audrey Tang. ‘Mechanism design is inclusie,’ zegt ze.
Independent Living-beweging
‘Even mijn aantekeningen erbij halen,’ zegt Judith Heumann, en ze rijdt met haar rolstoel bij haar pc vandaan. Ze wordt Judy genoemd. Voor de mensenrechten is ze even belangrijk als Martin Luther King of Louise Otto-Peters. Heumann is het brein achter de wereldberoemde Independent Living-beweging en buitengewoon adviseur van Barack Obama. In de Verenigde Staten kent iedereen haar, met haar bril en haar ondeugende gezicht; 73 is ze, haar nieuwe biografie Being Heumann ligt op haar schoot.
Toen ze anderhalf jaar was, kreeg ze polio. Niet veel later stelden de artsen voor om Judy in een tehuis te laten opnemen, zodat haar ouders van de zorg voor haar bevrijd waren. Toen ze vijf was, mocht ze niet naar school omdat haar rolstoel bij brand gevaar zou opleveren. Op haar negende mocht ze naar het speciaal onderwijs; ze kwam terecht bij allemaal kinderen met een beperking, de klassenvertegenwoordigster was 21. Haar ouders lieten het er niet bij zitten. ‘Van discriminatie wisten ze alles. Ze waren Duitsers, in 1936 gevlucht, hun ouders vermoord in de Holocaust. Ze konden niet blijven zwijgen,’ zegt ze nu. Uiteindelijk mocht Judy naar high school.
Als kind bracht ze haar zomers door in een vakantiekamp voor gehandicapte jongeren. Daar maakten ze plezier en deelden ze hun woede over hoe ze werden behandeld en wat hun werd ontzegd. ‘We begonnen ons voor te stellen hoe de wereld eruit kon zien,’ vertelt Heumann. Ze organiseerde haar eerste protestdemonstraties: voor invalideningangen bij scholen en plaatsen in studentenhuizen.
‘Als iets discriminatie is, noem het dan ook discriminatie’
Bij de medische keuring ter afsluiting van haar praktijkjaar vroeg een vrouwelijk lid van de examencommissie haar of ze kon laten zien hoe ze naar de wc ging. Ze werd afgewezen. De officiële reden: verlamming van de onderste ledematen. Heumann ging in beroep, keerde zich, vervuld van angst, openlijk tegen het systeem. Toen zag ze op de rechterstoel Constance Baker Motley, de eerste Afro-Amerikaanse federale rechter. Later werd Judy Heumann lerares op een basisschool. Haar eerste regel voor gerechtigheid is: ‘Als iets discriminatie is, noem het dan ook discriminatie.’
De tweede regel: eis wettelijke maatregelen en zorg dat ze worden toegepast. Toen Richard Nixon zijn veto uitsprak over een verordening die mensen met een handicap moest beschermen tegen discriminatie door de staat, gingen activisten voor zijn kantoor op Madison Avenue zitten en legden heel New York plat. Nixon tekende alsnog. En zo demonstreerden ze van de ene wet naar de andere, net zo lang tot ook zij in 1990 burgerrechten kregen. En de strijd houdt niet op, nog steeds hebben de Verenigde Staten het VN-verdrag uit 2006 niet geratificeerd dat mensen met een handicap volledige participatie garandeert. ‘Ik ben het zat steeds te moeten vragen,’ zegt Heumann. ‘Ik heb geen tijd om te wachten tot andere mensen hebben besloten dat ik volgens hen het recht heb naar school te gaan of in mijn rolstoel in de bioscoop te zitten. En om te vragen of we een deel van de samenleving mogen zijn.’
De wereld is voor mensen met een handicap nog altijd niet zoals die zou moeten zijn, maar wat Heumann heeft bereikt, is indrukwekkend. Het belangrijkste wat ze in al die jaren heeft geleerd: zorg voor samenwerking met andere bewegingen.
Toen Seattle ooit bussen zonder rolstoelbaan kocht en Heumann daar een klacht over indiende, kwamen latino’s en zwarte mensen haar te hulp. Op haar beurt hielp Heumann hen de begroting van Seattle aan te passen. In tien steden gingen strijders voor vrouwenrechten de straat op. Ook de Black Panthers, omdat Brad Lomax, een van hun leden, in een rolstoel zat. En net als de machtige burgerrechtenbeweging stuurden ook de Teamsters, de vakbond van vrachtwagenchauffeurs, vertegenwoordigers naar Washington.
Iedere beweging die in staat was 3,5 procent van de burgers op de been te krijgen, heeft het systeem wezenlijk veranderd
Er is een behoorlijke overlap tussen al deze groepen, leerde Judy Heumann al op zomerkamp. ‘De kans dat je ooit een handicap krijgt, is groot,’ zegt ze. Blind of doof, diabetes of Parkinson, een ongeluk bij het sporten of met de auto. Mensen met een beperking kunnen zwart zijn, Joods, dakloos of wat dan ook. Er zijn duizend redenen om samen te werken.’
Hoeveel macht samenwerkende groepen kunnen hebben, blijkt uit het onderzoek van Harvard-hoogleraar Erica Chenoweth, dat resulteerde in haar ‘3,5 procent-wet’: iedere beweging die de afgelopen jaren in staat was 3,5 procent van de burgers op de been te krijgen, heeft volgens die wet het systeem wezenlijk veranderd.
3,5 procent. Maar waarom is er dan nog zo veel ongelijkheid in de wereld? Omdat de mensen denken: Ik kan er toch niets aan veranderen. En omdat ze fouten maken. Ze tolereren bijvoorbeeld veel te vaak dat aan de randen van hun organisatie geweld wordt gebruikt. Toen in Taiwan de Zonnebloembeweging begon, sprak de regering van ‘gewelddadige anarchisten’. De studenten waren zo slim zich niet in de daderrol te laten dringen.
Een tweede grote fout: ‘Ze vertrouwen te veel op massademonstraties,’ zegt Chenoweth, en demonstreren er meestal maar een beetje op los. Zonder strategie: hoe houden we de mensen blijvend in beweging? Hoe zorgen we ervoor dat we effect hebben? In elk geval niet met demonstraties waarvoor de belangstelling algauw afneemt. Met een algemene staking of burgerlijke ongehoorzaamheid breng je de economie schade toe en dwing je eerder concessies af.
Zo werden de massabewegingen, ook al nam hun aantal de afgelopen jaren sterk toe, door de pandemie verzwakt. Slechts een op de drie was een succes, omdat ze gemiddeld maar 1,3 procent van de mensen bereikten. In de jaren negentig was dat gemiddeld 2,7 procent.
‘De pandemie heeft op de resetknop gedrukt,’ zegt Chenoweth, ‘en dat was hard nodig.’ Tijdens de onderbreking zijn veel bewegingen volwassener geworden, ze hebben overheidstaken op zich genomen, zoals als voedselvoorziening en hulpfondsen. Werken voor het algemeen belang is, naast passief verzet, Gandhi’s tweede zuil van verandering. Ze hebben alternatieven gevonden voor demonstraties, massale ziekmeldingen bijvoorbeeld (‘sick-ins’), passief verzet gepleegd, ze hebben zich ontwikkeld en coalities gevormd. Earth Day, de jaarlijkse dag voor het klimaat op 22 april, heeft honderden bewegingen bij elkaar gebracht. ‘Vele daarvan zijn veel sterker uit de crisis gekomen,’ zegt Chenoweth. En er zijn meer dan tien nieuwe bewegingen ontstaan, in de Verenigde Staten, Wit-Rusland, Polen, Israël, Thailand, tegen despoten en tegen racisme, voor vrouwenrechten en voor vrijheid, even veelzijdig en machtig als de ongelijkheid waartegen ze strijden.
Ibram X. Kendi’s boek How to Be an Antiracist drukt zijn stempel op het denken over racisme.
Toen hij drie jaar geleden aan zijn boek werkte, werd bij hem darmkanker geconstateerd. De kans dat hij vijf jaar later nog in leven zou zijn, was 12 procent. Hij was midden dertig, zijn dochter was één. Hij ging door met schrijven, tegen de kanker buiten zijn lichaam, zoals hij het noemt: racisme.
Ibram X. Kendi. Die naam heeft hij zelf gekozen, kendi betekent bij de Meru-volken in Kenia ‘geliefde’. Zijn middelste naam Henry zei hij vaarwel nadat hij had gehoord over prins Henry de Zeevaarder, de Portugese ontdekkingsreiziger uit de vijftiende eeuw, die in Afrikaanse slaven handelde. In plaats daarvan koos hij Xolani, Zoeloe voor ‘vrede’.
Het gaat goed met Kendi. Hij kreeg de prestigieuze Andrew W. Mellon-leerstoel aan de Universiteit van Boston toegekend, die eerder alleen werd bekleed door Nobelprijswinnaar Elie Wiesel. Twitter-oprichter Jack Dorsey schonk 10 miljoen dollar voor deze leerstoel, Selena Gomez stelde Kendi haar Twitteraccount ter beschikking en Time Magazine zette hem op de lijst van de 100 belangrijkste mensen ter wereld. Zijn boek How to Be an Antiracist, dat kort voor de opkomst van Black Live Matters verscheen, zal de komende jaren onze blik op racisme veranderen. Het boek is (nog) niet in het Nederlands vertaald.
Kendi heeft het interview vóór zijn werkdag gepropt, geen video, alleen zijn stem, 30 minuten.
Zijn concept van antiracisme: 1. Er zijn racisten en antiracisten, daartussen zit niets. Wie zegt dat hij geen racist is, is er al een. Racisme is status quo, ongelijkheid is status quo. En als er niets tegen de status quo wordt gedaan, wat gebeurt er dan? Dan blijft die bestaan. ‘Niets doen tegen racisme betekent racistisch zijn. Het staat het racisme toe te blijven bestaan.’ 2. Racisme is niet gebonden aan personen, maar aan daden en woorden. Ieder mens is soms racist, soms antiracist. Ook hijzelf.
Kendi heeft het concept van de antiracist niet zelf bedacht. In de jaren zeventig zei Angela Davis, de grande dame van de Black Power-beweging: ‘In een racistische maatschappij is het niet voldoende om niet-racistisch te zijn. We moeten antiracistisch zijn.’ Maar de wereld was daar nog niet klaar voor. ‘De afgelopen vijf jaar,’ zegt Kendi, ‘is het bewustzijn in de westerse wereld gegroeid. Steeds meer mensen beseffen dat ongelijkheid niet wordt veroorzaakt doordat mensen niet deugen, maar doordat de politiek niet deugt. Daarom zoeken steeds meer mensen naar een oplossing.’
Deze beweging, versterkt door het racisme van Trump, de dood van George Floyd, Black Lives Matter, heeft door de pandemie een nieuwe impuls gekregen, zegt Kendi: wetenschap werd belangrijk. ‘Hetzelfde hebben we ook bij alle andere grote problemen nodig. We hebben geleerden nodig die racistische ongelijkheid in real time onderzoeken. Die op basis van onderzoek politieke oplossingen ontwikkelen die onrechtvaardigheden kunnen verminderen en er een eind aan kunnen maken. Dat willen we in ons centrum voor antiracistisch onderzoek opzetten.’
Het boek, dat hij alleen kon voltooien omdat hij dacht dat het zijn ‘laatste bericht aan de wereld’ was, is dus nu nog maar het eerste begin van zijn werk. ‘Omdat ik wil dat mijn dochter opgroeit in een rechtvaardige wereld, waar de kleur van haar huid even irrelevant is als de kleur van haar bloes.’
Educate Girls
Men is op zoek naar oriëntatie. Waar zijn de ideeën? Waar is het wondermiddel waarmee grote veranderingen kunnen worden gerealiseerd? Eén vrouw weet zeker dat ze er een heeft gevonden, en toen ze op een TED-toekomstconferentie over haar idee vertelde, leek ze ook anderen te overtuigen. 1,7 miljoen mensen hebben naar haar presentatie gekeken, ook al was ze volkomen onbekend. Haar naam is Amel Karboul, ze is 47 en komt uit Tunesië.
Karboul begon haar presentatie als volgt: ‘Ik ben het product van een moedig besluit. Toen Tunesië in 1956 onafhankelijk werd, besloot onze eerste president, Habib Bourguiba, 20 procent van de begroting in het onderwijs te investeren. Ja, 20 procent, zelfs naar huidige maatstaven aan de bovenkant van het spectrum. Mensen protesteerden. Hoe moest het dan met de infrastructuur? En met elektriciteit, wegen en stromend water? Was dat niet belangrijk? Mijn argument zou zijn dat de belangrijkste infrastructuur die we hebben goed opgeleide mensen zijn.’
Zonder president Bourguiba was Karboul niet naar school gegaan. Bij mijn vijfde poging slaag ik er eindelijk in haar in Londen aan de lijn te krijgen. Ze spreekt Duits, heeft in Duitsland gestudeerd en onlangs nog haar zus in Stuttgart bezocht. Ze is van alle markten thuis, heeft voor de Boston Consulting Group gewerkt, leiding gegeven aan ngo’s, was tijdens de Arabische Lente minister in Tunesië en wijdt zich nu met voormalig Brits premier Gordon Brown aan de wellicht meest onderschatte crisis van onze tijd.
‘En als we niets doen, zal in 2030 de helft van de kinderen en jongeren op de wereld niet leren’
‘Bij de 250 miljoen kinderen die niet naar school gaan, moeten nog 330 miljoen kinderen worden opgeteld die wel naar school gaan, maar daar niets leren,’ zegt Karboul. ‘En als we niets doen, zal in 2030 de helft van de kinderen en jongeren op de wereld, de helft van 1,6 miljard mensen, niet leren.’ Deze getallen zullen na de pandemie nog angstaanjagender klinken. Karboul: ‘Wat betekent het als er de komende 4500 dagen een miljard Afrikanen op de arbeidsmarkt komen? Worden ze werkloos? Met alle risico’s van dien? Of worden ze de leiders van morgen?’ Net als Karboul zelf dus, die met drie achterstandshindernissen tegelijk werd geconfronteerd: geslacht, afkomst en huidskleur. Ze werd niet toevallig minister in Tunesië. En niet toevallig kwam Tunesië als enige land uit de Arabische Lente tevoorschijn als democratie, waarvoor het in 2015 de Nobelprijs voor de Vrede ontving.
Zo kan een gevaar dus in een kans veranderen, misschien wel in een wondermiddel. De Wereldbank heeft uitgerekend dat het opleiden van meisjes een positief effect heeft op negen van de zeventien ontwikkelingsdoelen van de VN. En klimaatonderzoekers hebben het opleiden van meisjes op de zesde plaats gezet van hun adviezen om het klimaat te redden. Hoger dan elektrische auto’s.
Amel Karboul heeft een concept ontwikkeld dat ervoor moet zorgen dat ieder kind naar school gaat. En dat het daar ook iets leert. Hoe? Elk onderwijsstelsel leert van het beste stelsel uit zijn klasse: Tunesië van Vietnam, Duitsland van Finland. En de financiering wordt gekoppeld aan resultaten. Het pilotproject om te zien of dit concept succesvol kan zijn, is de ngo Educate Girls, waarmee de Indiase Safeena Husain meisjes naar school krijgt.
Educate Girls bereikte 7300 kinderen in 140 dorpen, hun leerniveau ging tussen 2016 en 2019 met 79 procent meer omhoog dan dat van even oude kinderen op andere scholen. Kosten: 278.000 dollar. De financiering van dit idee is totaal anders dan gebruikelijk, maar is wel de kwintessens van Karbouls leven. ‘Ik ben in de allerarmste landen geweest, heb gezien hoe boeken in de kast stonden te verstoffen; ik zag scholen zonder ramen, maar met enorme wc’s, omdat daar wel geld voor was. Driekwart van wat we doen heeft geen enkel resultaat: geen banen voor kinderen die van school komen, kinderen die na jaren nog niet kunnen lezen. Ik word er gek van. Zo veel geld. Zou u 1000 euro uitgeven voor een vlucht naar New York, als de vliegtuigmaatschappij zegt dat drie van de vier vluchten niet aankomen?’
Deel 1 van haar idee: landen en ontwikkelingshulporganisaties betalen niets meer voor boeken en wc’s, maar betalen voor een kind dat kan lezen. En voor een schoolverlater die een baan heeft. Risico: geen. Boeken en toiletten worden betaald door private investeerders, ondernemingen en privépersonen. Als ze succes hebben, verdienen ze mee: 3 tot 15 procent. De gesubsidieerden kunnen met het geld doen wat ze nodig vinden. Geen toiletten en boeken meer waar niemand wat aan heeft.
‘Wij definiëren rechtvaardigheid in termen van prestatie en behoefte’
Voor deze financieringsdriehoek heeft Karboul een fonds opgericht. De VN geloven in het concept en hebben het uitverkoren tot trustfund. Ook investeerders geloven erin, Educate Girls heeft inmiddels toezeggingen voor 100 miljoen dollar: hoop voor 1,5 miljoen meisjes. In Sierra Leone, geteisterd door burgeroorlog en ebola, dongen drie keer zoveel investeerders mee als er nodig waren. Toch krijgen ze alleen geld als hun project er beter uitkomt dan klassieke ontwikkelingshulpprojecten. Wie aarzelen, zijn de mensen van de ontwikkelingshulp. Groot-Brittannië neemt het voortouw en betaalt samen met de regering aldaar 30 miljoen dollar voor een project in Ghana. Langzaam gaat het ook daar de goede kant op. ‘Covid heeft ons een flinke push gegeven,’ zegt Karboul: de politici in Europa weten nu wat een crisis in het onderwijs betekent.
Ideeën zijn alleen een aanbod. Dat geldt voor alle ideeën hier, waarin twee dingen samenkomen. Ze verminderen de ongelijkheid en ze zijn verankerd in de realiteit, ze zijn bewezen succesvol. Niet iedereen vindt ze goed. Ook het concept van Karboul krijgt kritiek: waarom moeten ook private investeerders eraan verdienen? Leidt dat er niet toe dat landen zich zullen terugtrekken? Is onderwijs geen publiek goed?
Belangrijke vragen. De vraag waarom investeerders eraan moeten verdienen, valt te beantwoorden: omdat zij de enigen zijn die risico lopen, en het dus rechtvaardig is – althans vanuit Duits perspectief. ‘Voor de meerderheid van de Duitsers betekent rechtvaardigheid niet dat iedereen gelijk is,’ zegt Marcel Fratscher, directeur van het DIW, een Duits Instituut voor economisch onderzoek, die een boek heeft gepubliceerd over de samenleving na corona, dat werd genomineerd voor de prijs voor het beste boek over economie. ‘Wij definiëren rechtvaardigheid in termen van prestatie en behoefte. Het is rechtvaardig dat iemand die meer presteert, meer bezit. En ook dat iemand die niets heeft, hulp krijgt.’ Fratscher kan veel over rechtvaardigheid vertellen, bijvoorbeeld dat samenlevingen die hun zwakkeren beschermen, beter uit de pandemie komen. En net als Erica Chenoweth gelooft hij dat de wereld een kans heeft om door de pandemie rechtvaardiger te worden. Het blijft daarbij alleen wel onduidelijk wat rechtvaardigheid precies is. Ieder mens verstaat er iets anders onder, ook Chenoweth, Zeiler, Karboul en Weyl. Alleen Tang en Heumann zijn het met elkaar eens: rechtvaardigheid is inclusie, participatie.
De strijd van Kristina Lunz
Kristina Lunz voert actie voor vrouwenrechten in het klein en denkt erover na in het groot.
Kristina Lunz komt uit een arbeidersgezin in Franken en was in haar familie de eerste die ging studeren – haar eerste overwinning op een onrechtvaardige samenleving. In Duitsland gaat maar 27 procent van de arbeiderskinderen studeren, tegen 79 procent van de kinderen van academici. In 2014, als student, voerde ze actie tegen de Bild Zeitung, waarin elke dag een foto van een topless meisje verscheen. Het was haar eerste gevecht tegen stereotypering en seksisme. In 2018 stopte Bild Zeitung ermee. Haar volgende succes behaalde ze toen ze met andere vrouwen de campagne ‘Nee is nee’ initieerde, die resulteerde in een wet voor vrouwenrechten.
Eenmaal afgestudeerd werd Lunz door Scilla Elworthy, een activiste die driemaal is genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede, gevraagd om een organisatie voor haar op te zetten. Lunz voelde zich gevleid en richtte het Centre for Feminist Foreign Policy op.
Feministische buitenlandse politiek? Jazeker. In Zweden, Canada en Frankrijk bestaat die al. En landen als Duitsland en Finland nemen het steeds serieuzer, alleen al omdat Lunz en haar team hen adviseren. Hetzelfde deed ze tot begin 2020 bij het opzetten van het feministische netwerk Unidas van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas.
‘Wij zijn niet de eersten die feministische analyses en buitenlandse politiek bij elkaar brengen, maar we horen wel tot de veel te weinigen naar wie geluisterd wordt,’ zegt Lunz. Juist nu is haar werk van belang. Vrouwen worden door de pandemie harder geraakt dan mannen: doordat ze als verpleegkundigen meer aan het virus worden blootgesteld, doordat er minder geld wordt besteed aan anticonceptie en gezinspolitiek nu het geld naar de strijd tegen corona gaat, doordat vrouwen door discriminatie armer, zwakker en aan meer gevaren blootgesteld zijn.
In juli schreef ze met haar team in een plan van 41 pagina’s hoe vrouwen tijdens de pandemie geholpen kunnen worden. Het ging over de bezetting van de gremia die hulpgelden verdelen, via humanitaire noodhulp tot en met het opzetten van nieuwe structuren. Ideeën die Zweden in praktijk bracht toen het, naast veel andere hulp, snel 2 miljoen euro ter beschikking stelde voor voorbehoedmiddelen in ontwikkelingslanden en voor vrouwenhuizen in Sierra Leone.
RadicalxChange
Glen Weyl, oprichter van RadicalxChange, heeft eens een ongewone uitspraak gedaan. Naast zijn politieke werk is hij adviseur van Microsoft en doet hij onderzoek. Zoals zovelen ergert hij zich aan de macht van de big tech-bedrijven en ook vindt hij het onterecht dat ze ons niet betalen voor onze data, zoals werknemers worden betaald voor hun werk. De wereld heeft een datavakbond nodig. Volgens dezelfde logica heeft een ‘future team’ van Microsoft,geleid door Weyl, een app ontwikkeld die 60 cent betaalt voor iedere afbeelding die een gebruiker ter beschikking stelt, zodat een bedrijf met kunstmatige intelligentie daarmee kan oefenen om beelden te herkennen. Weyl probeert het systeem van binnenuit te veranderen.
‘Onze CEO Satya Nadella,’ zegt Weyl in die ongewone verklaring, ‘spreekt steeds vaker van een referendum over het kapitalisme dat op dit moment plaatsvindt. Dat we geloven dat het kapitalisme niet zal overleven als het niet leert dat ondernemingen niet moeten afgaan op de waarde die ze intern creëren, maar op de waarde die ze creëren voor de ecosystemen om hen heen.’ Ook in het kapitalisme is de wedloop van de ideeën begonnen. Ook Waldemar Zeiler, oprichter van Einhorn, maakt deel uit van deze beweging.
Hoe zijn rechtvaardige wereld, geschapen achter de sluier van onwetendheid, eruitziet? ‘Eh, dat weet ik nog niet,’ zegt Zeiler tegen de vraagsteller bij Women’s Hub. Hij wil, zegt hij vervolgens, gewoon de economie veranderen, dat eeuwige ‘meer en meer en meer’.
Zeven jaar geleden was hij het zat. Voor zijn toenmalige start-up had hij 3 miljoen euro opgehaald, een bewijs van de grote verwachtingen die de investeerders ervan hadden. Het liet hem koud. Hij gooide het bijltje erbij neer en ging op wereldreis. Af en toe stuurde zijn kompaan Philip hem foto’s met businessideeën. Op een dag: lelijk verpakte condooms.
Condooms? Oké, dan moest het nieuwe dus in de onderneming zelf zitten: new work, het idee dat ondernemingen levende organismen zijn die het best in staat zijn informele hiërarchieën te vormen. De baas wordt afgeschaft. Wie vragen heeft, moet ze stellen aan degene die ergens het meest van afweet. En iedereen neemt vrij wanneer hij wil. De salarissen worden gezamenlijk vastgesteld.
‘Alles weggeven, 100 procent van de winst naar het bedrijf’
Terwijl Zeiler vertelt, verschijnen er vragen op het chatscherm: hoe zit het met het ego? En met het salaris? Het geld is niet zo moeilijk, zegt hij, niemand kan zich verrijken. Maar het ego… Daar wordt nog aan gewerkt. Workshops over geweldloze communicatie, bijeenkomsten waarbij iedereen kan zeggen wat haar of hem niet bevalt.
Of ze met al dat ‘inner work’ nog wel aan werken toekomen? Als je leest, zegt Zeiler, hoeveel mensen nog permanente stiptheidsacties lijken te voeren, dan is het geld goed besteed.
Veganistisch en duurzaam: hun condooms veroverden al snel de biomarkt. Ze maakten winst, de drogisterijketen DM nam ze in het assortiment op. Veel verandering, maar het echt revolutionaire idee moest nog komen. 50 procent van de winst ging in de onderneming, 50 procent naar Philip en hemzelf, maar op een dag zeiden ze: dit klopt niet. De vrouwen bij Einhorn hebben ook menstruatieproducten ontwikkeld en daarmee de omzet verdubbeld.
Ze bespraken het fenomeen van de ongelijkheid en gingen naar een conferentie op een oud landgoed, waar ze Armin Steuernagel ontmoetten, oprichter van de Stiftung Verantwortungseigentum [Stichting Eigendom schept verantwoordelijkheid]. Steuernagel stond daar in de paardenstal en Zeiler vond hem aanvankelijk maar extreem: alles weggeven, 100 procent van de winst naar het bedrijf. Maar mettertijd wilden zij dat ook. ‘Het voelde als een revolutie, een uitbarsting, een utopie, omdat het de hebzucht uitschakelde,’ zegt Zeiler. Het tegendeel van het oprichterskapitalisme van Silicon Valley, dat volledig gericht is op het uittreden van de oprichters als de onderneming is verkocht of naar de beurs gebracht.
Tot nu toe is er voor hun model geen geschikte rechtsvorm. Verschillende ministeries kijken ernaar. Maar Zeiler en zijn medestrijders hebben wel een signaal afgegeven; zeshonderd ondernemers en honderd medestanders, vrouwen en mannen, onder wie Marcel Fratscher, sloten zich bij de ideeën aan. En steeds meer mensen voegen zich bij de beweging, ook Maren Jopen, wier volgende bedrijf Jopenau net van start is gegaan, speelt met de gedachte. Meer en meer en meer, maar op een heel andere manier.
Lorenz Wagner is de afgelopen maanden op zoek geweest naar grote ideeën over gerechtigheid. Er geldt slechts één criterium: ze moeten zich al enigszins bewezen hebben. Een van die denkmodellen heeft Wagner zelf in de praktijk gebracht: als zijn twee kinderen allebei het laatste stukje van de taart willen, mag het ene het stuk delen en mag het andere kiezen welk stuk voor hem is.
Miljonairs eisen belasting
Op dit moment bezit 10 procent van de Duitsers tweederde van het nationale nettovermogen; de bovenste 1 procent heeft 35 procent in bezit. Daartegenover heeft 20 procent van de Duitsers, en volgens sommige studies zelfs 40 procent, geen reserves en mogelijk schulden.
Tijdens de coronacrisis steeg het vermogen van de rijken in Duitsland naar 20 biljoen dollar, een recordbedrag. Het aantal miljonairs groeide van 1,5 miljoen in 2019 naar 2,1 miljoen in 2021 en 2900 Duitsers bezitten nu meer dan 100 miljoen dollar.
Volgens experts blijft de vermogenskloof groeien als er niets verandert. Wie rijk is geboren, wordt nog rijker; degenen die arm beginnen, zullen hun achterstand nooit inhalen. De levensverwachting van rijken is acht tot tien jaar hoger dan die van armen. Bedroeg het salaris van een topmanager vroeger twintig of dertig keer het gemiddelde salaris, nu is dat tweehonderd, driehonderd of zelfs duizend keer.
‘Waarom betalen we zo veel meer aan mensen die voor ons geld zorgen dan aan mensen die voor onze kinderen zorgen?’, vroeg selfmade multimiljonair Ralph Suikat zich af. ‘Dat is qua prestaties niet te verklaren.’ Daarom plaatste hij in juli met collega-campagnevoerders – georganiseerd in de Movement Foundation, een fonds van tweehonderd vermogenden die gerechtigheid, ecologisch bewustzijn, democratie, vrede en ander moois willen bevorderen – de oproep #Taxmenow in Süddeutsche Zeitung en de Oostenrijkse Standard, waarin ze eisen dat de staat meer belastingen heft. De oproep werd door 36 vermogenden uit Duitsland en Oostenrijk ondertekend en ook andere Europese miljonairs sloten zich aan. ‘Corona vergroot de ongelijkheid en gezondheidsrisico’s en vermindert onderwijskansen voor armen, terwijl sommige rijke mensen en bedrijven tijdens de crisis nog rijker zijn geworden’, staat in de oproep. ‘Wij zijn welvarend en zetten ons in voor een hogere vermogensbelasting om meer kansen, participatie en toekomstige investeringen voor iedereen mogelijk te maken.’
De ondertekenaars pleiten onder meer voor herinvoering van de vermogens-belasting en strengere regels tegen belastingontduiking.
Twee Poolse tieners ontmoeten elkaar op de psychiatrische afdeling van het kinderziekenhuis en sluiten een innige vriendschap. In een lhbti-vijandige omgeving vinden ze steun bij elkaar. Een verhaal over het falende Poolse jeugdzorgbeleid, en hoe lhbti-jongeren tot wanhoop worden gedreven in een intolerant klimaat.
Janusz Schwertner ontving voor dit artikel de Distinguished Reporting Award van de European Press Prize 2021.
De erfenis van Wiktor
Janusz Schwertner vertelt het verhaal van Wiktor, een 14-jarige transgender jongen die, onder invloed van vervolging, transfobie, homofobie en de ineenstorting van de Poolse kinderpsychiatrie, zelfmoord pleegde. Het artikel veroorzaakte een storm in Polen. Het bracht een debat op gang over kinderpsychiatrie, verschrikkelijke statistieken over zelfmoord door kinderen in Polen en homofobie. Gedurende enkele weken werd het onderwerp door alle media in Polen opgepakt. Wiktor werd een van de symbolen van de slachtoffers van de anti-lhbti-campagne in Polen.
Deze reportage vormde de inspiratie voor het boek Littekens. Hoe de jeugdpsychiatrie onze kinderen vernielt.
De keuze van eindredacteur Joep Harmsen
‘Het verhaal van Wiktor is aangrijpend en Janusz Schwertner heeft het op een invoelende manier opgeschreven, waardoor het een van de stukken is dat mij dit jaar het meest heeft geraakt. Geen wonder dat Janusz Schwertner voor dit artikel de Distinguished Reporting Award van de European Press Prize 2021 ontving. Het is geen lichte kost of feel good, maar een weergave van de harde realiteit waarmee lhbti-jongeren in Polen, een land met “lhbti-vrije zones”, mee te maken hebben.’
Praten over (gedachten aan) zelfdoding of hulp op dit gebied? Bel 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113 of neem contact op via113.nl
17 april 2019
Warschau, metrohalte Centrum. Bewakingscamera’s volgen alle bewegingen van de metropassagiers.
Op de beelden is te zien hoe een jongen zorgvuldig de veters van zijn ene schoen strikt, dan die van de andere, om zich heen kijkt, tot hij een naderende metro ziet waarna hij rustig voor de aanstormende wagon springt.
De wielen van de metro verbrijzelen zijn halswervels, bekken, milt, onderkaak, verscheuren zijn longen.
Daarop verzamelt zich een menigte kijkers, komt er een ambulance die hem naar het ziekenhuis brengt, politie en andere hulpdiensten. Na twee uur is de situatie op het station weer onder controle. In het ziekenhuis vecht de jongen voor zijn leven.
Hij heet Wiktor.
14 mei 2019
Nog geen maand later registreren de bewakingscamera’s het vreemde gedrag van een andere jongen.
Kacper loopt op sokken door metrostation Wilanowska. Overeenkomstig hun instructies moeten de metrobestuurders uiterst voorzichtig zijn en alle stations in Warschau zeer langzaam binnenrijden. Ze weten dat de jongen Wiktor kende en dat hij ook voor de metro kan springen.
Uiteindelijk vinden politieagenten de wandelende jongen. Ze lopen op hem af en verlaten samen het metrostation.
‘Hoe hebben die twee elkaar leren kennen?’
‘In het Żwirki, enkele maanden eerder,’ zegt de moeder van Kacper. ‘Daar trokken ze erg met elkaar op. En toen ze eruit kwamen, waren ze al onafscheidelijk.’
Het Żwirki is het kinderziekenhuis bij de Żwirki i Wigurystraat in Warschau.
September 2017 – Wiktoria
Twee jaar eerder was Wiktor nog Wiktoria, ze is 13 jaar en is net begonnen op haar nieuwe school. Ze moet wel, na een reorganisatie op haar vroegere basisschool is er geen klas 7 en 8 meer [in Polen gaan kinderen vanaf zevende naar de basisschool die in totaal acht jaar duurt].
Wiktoria is het gevoelige type, ze is artistiek aangelegd. In de pauzes maakt ze geen snapchats en kliert ze niet met andere kinderen, maar leest ze boeken. Onder de les tekent ze manga’s. In haar vrije tijd monteert ze anime. Van jongs af aan hoort ze ‘Hoe is ‘t, mangamuts?’. Om de haverklap ziet ze spottende lachjes.
Tegen haar moeder zegt ze dat ze niet weer van school wil veranderen en het op de een of andere manier wel volhoudt. Maar tegen een vriendin zegt ze aan het eind van het schooljaar dat ze zelfmoord wil plegen.
September 2017 – Kacper
Kacper heeft dezelfde eigenschappen als Wiktor, die niet erg in zwang zijn in deze tijden: breekbaar en gevoelig. Dat vertelt zijn moeder Agnieszka tenminste later over hem.
Hij is ook dol op manga’s. Hij houdt niet van voetbal, maar van knutselen. Hij heeft lang haar, lange wimpers, blauwe ogen en beweegt zich anders dan de meeste jongens. Voor zijn klasgenoten is hij de ideale pispaal. Temeer daar de klassenleraar volstrekt het tegendeel is: krachtig, behendig, doelgericht. Hij houdt ervan om de zwakheden van zijn leerlingen belachelijk te maken. Hier is geen plaats voor een jongen die niet van sport houdt.
‘Waarom kan uw zoon zich niet gewoon aanpassen aan de anderen?’
Agnieszka weet nog nog goed het moment dat ze de verandering in zijn gedrag merkte. Ze was bang. Als ze vroeg hoe het ging op school, reageerde hij kortaf. Hij zei dat de kinderen van zijn klas hem uitlachten en hem treiterden. Wat er precies gebeurde vertelt hij haar pas enkele maanden later.
Zelf gaat ze in die tijd regelmatig langs bij de klassenleraar. Ze vraagt hem om een reactie. Hij is verbaast. Hij klaagt dat Kacper niet met de jongens wil voetballen. Een keer vraagt hij haar ronduit: ‘Waarom kan uw zoon zich niet gewoon aanpassen aan de anderen?’
Juni 2018 – Wiktoria
Het ziekenhuis in Józefów, bij Warschau. Op het beddengoed zijn nog de sporen te zien van de vorige patiënt. Het is helemaal bezweet, zichtbaar vies, maar het ergst zijn toch de opgedroogde bloedvlekken, waardoor je geen moment kunt vergeten waar je bent.
In dat bed moet je gaan liggen, in slaap vallen en weer wakker worden en op de een of andere manier je walging onderdrukken.
Daglicht, je bent net wakker, je kunt de wanden van je kamer bekijken. Ze zijn volgekliederd met de meest uiteenlopende viltstiften. Er zijn opschriften te lezen als: ‘Morgen maak ik er een eind aan’, ‘Fuck life’, maar ook tekeningen, meestal pikken en galgen. En overal bloedsporen: oud en uitgesmeerd tot op het plafond.
Uit enkele bedden steken stangen, waaraan je je gemakkelijk kunt verwonden. Ze zijn vuil, zitten vol ziektekiemen. Veel patiënten gebruiken ze om hun huid open te halen, op hun armen, hun benen, hun kuiten. Vandaar die met bloed bevlekte lakens en wanden.
Het komt voor dat er twee of drie kinderen per bed zijn
Eerst kom je langs de kamer van de verpleegsters. Het is net de receptie van een spoedafdeling. Ouders vullen formulieren in, kinderen geven hun spullen af. Wiktoria laat haar kettinkje, armbandje en horloge achter. Vandaar loopt ze via de gang naar haar kamer.
Maar zo gaat het niet altijd. De afdeling is meestal overbezet. Het komt voor dat er twee of drie kinderen per bed zijn. Dan worden de kinderen – die na een zelfmoordpoging worden opgevangen – op matrassen gelegd. De matrassen liggen op de gang, zijn oud, vuil, vol scheuren en gaten. Met grijs tape worden ze bij elkaar gehouden. Sommige zijn te kort, er zijn kinderen die met hun benen op de vloer liggen.
Als je verder loopt zie je afgekrabde muren, wrakke meubels en kasten met kapotte deurtjes. Het ruikt er muf. Kinderen dolen doelloos rond, vaak met verse snijwonden op hun armen of op andere plaatsen.
Aan het eind van de gang is de badkamer, die jongens en meisjes delen. Je komt er via een nis, waarin zich deurloze douchecabines bevinden. Die worden amper bedekt door loshangende douchegordijnen. Om naar het toilet te gaan, moet je langs de douchecabines. Zelfs als kinderen elkaar niet onder de douche willen bekijken, doen ze dat onwillekeurig toch. Als ze zich wilde wassen, wachtte Wiktoria altijd tot haar moeder kwam. Die lette erop dat als zij onder de douche stond er geen andere kinderen keken.
Zo ziet de afdeling jeugdpsychiatrie in Józefów bij Warschau eruit.
Wiktoria is hier voor het eerst. Julka – de vriendin aan wie zij haar zelfmoordgedachten toevertrouwde – vertelde het aan de klasselerares. Die stelde de moeder van Wiktoria op de hoogte, en de schoolpsycholoog adviseerde een gesprek met een psychiater. Zo kwam Wiktoria in Józefów terecht.
‘Ik herinner me de eerste nacht. Ik was zo overstuur dat ik haar daar moest achterlaten, dat ik begon te huilen toen ik bij de auto kwam,’ vertelt Justyna, haar moeder.
Juni 2018 – Kacper
De klas vindt Kacper maar een ‘nicht’, ‘mangagek’, ‘Japanse homo’. Op een keer omsingelen ze hem, slepen hem naar de toiletten en duwen zijn hoofd in de wc-pot. Een andere keer trekken ze zijn broek uit waar andere kinderen bij zijn. Iedere dag gaat hij door een hel.
Op een dag roepen de kinderen van zijn klas dat hij ‘bi’ is. Hij begrijpt het niet. Hij gaat naar zijn moeder en vraagt wat het betekent.
In de loop der tijd begrijpt hij het steeds beter en verzet hij zich steeds heviger. Hij haalt wit-roze kleren uit de kast. Hij speldt zijn lange pony op, doet roze diadeems om zijn nek. Op een keer neemt hij een regenboogvlag mee naar huis. Hij begint zich te identificeren met de lhbt-beweging. Of hij zelf homo is, weet hij niet.
Juni 2018 – Wiktoria
Na een directe confrontatie met het ziekenhuis in Józefów zijn ouders vaak bang dat dat de situatie van hun kind alleen maar zal verergeren. Maar ze brengen hun kinderen er naartoe omdat ze geen andere keus hebben.
Justyna haalt haar dochter na vier dagen op uit Józefów.
Vlak daarvoor had Wiktoria haar opgebiecht dat ze bang was voor een van de jongens. De jongen rende over de hele afdeling, beukte met zijn hoofd tegen de wand, liep luid te vloeken. Hij sloeg andere kinderen met zijn vuist op de rug, schopte ze, schold de patiënten en de verpleegsters uit. Niemand deed er iets aan. Wiktoria durfde niet alleen niet naar de badkamer te gaan, maar ook niet naar de gemeenschapsruimte.
‘De kinderen renden over de gangen, sloegen elkaar, spuugden naar elkaar’
‘De omstandigheden waren onmenselijk. Het leek wel een horrorfilm,’ zegt Justyna. ‘De artsen hadden geen tijd, dus van hen kreeg ik niets te horen. Er waren alleen verpleegsters die zich nergens aan stoorden. De kinderen renden over de gangen, sloegen elkaar, spuugden naar elkaar,’ herinnert ze zich.
Wiktoria had maar één gesprek met een psycholoog. Voor meer consultaties hadden de overwerkte artsen geen tijd. Ten slotte smeekte het meisje haar moeder haar mee te nemen naar huis. De arts vond het goed, hij beval psychotherapie aan buiten de afdeling.
September 2018 – Kacper
In het begin van de zevende klas maakt Kacper de eerste, voor anderen onzichtbare, sneetjes in zijn lichaam. Met een scheermesje snijdt hij zich in zijn liezen, de wonden maakt hij schoon met water. Hij trekt een broek aan, en gaat door met zijn leven.
Op school snijdt hij zichzelf in de pauze op de wc met een opengeschroefde puntenslijper. De leraren laten een ambulance komen. Met zijn moeder gaat hij voor de eerste keer naar de psychiatrische afdeling van het Żwirki.
Ze komen er om twaalf uur ’s middags aan en moeten acht uur wachten voor ze aan de beurt zijn. Daar verwondt Kacper zich opnieuw, nu in het toilet van het ziekenhuis. Agnieszka weet door te dringen tot de dienstdoende arts. Die spreidt machteloos zijn armen, hij heeft geen tijd voor een consult. Ze keren terug naar huis. Twee dagen later constateert een psychiater bij de jongen actieve zelfmoordgedachten, en dringt hij er bij hen op aan onmiddellijk naar Józefów te gaan.
‘Toen ik daar binnenkwam, bedacht ik dat je daar wel een film kon opnemen over psychiatrische inrichtingen in Belarus of Oekraïne in de jaren zestig van de vorige eeuw,’ zegt Agnieszka. Ze ziet er wat Justyna en Wiktor eerder zagen: uit elkaar vallende bedden, meubels, vieze lakens. Op veel plaatsen ziet ze wandluizen.
Haar aandacht wordt getrokken door een jongen. Zo op het oog een jaar of negen, hij rent door de gangen in een dwangbuis en een zachte helm op het hoofd. Hij schreeuwt en om de zoveel tijd miauwt hij als een kat. Hij beukt hard met zijn hoofd tegen de wand. De verpleegsters staan er onverschillig bij.
‘Kacper was daar anderhalve maand. Ik zal er de rest van mijn leven spijt van hebben’
‘Voor een moeder is het een dubbele shock. Je ziet die afschuwelijke plek, en tegelijkertijd denk je er aan dat je kind de hele tijd een eind aan zijn leven wil maken. Je slikt je speeksel weg, je houdt je tranen in,’ zegt Agnieszka. ‘Kacper was daar anderhalve maand. Ik zal er de rest van mijn leven spijt van hebben.’
Over wat ze daar gezien heeft kan ze uren vertellen. Een keer kwam ze op de afdeling toen een hele groep kinderen zich verwondde met scherpe voorwerpen. In de recreatieruimte houdt niemand hen in de gaten. Ze hebben allemaal bloed op hun armen. Ze gaat naar de verpleegsters. Ze krijgt te horen: ‘Je kunt ze niet allemaal in de gaten houden, mevrouw, zo zijn die etterjes nou eenmaal.’
In Józefów noemen ze kinderen ‘ettertjes’. Dreigementen zijn populair. Agnieszka herinnert zich een situatie: een meisje staat bij het loket van een verpleegster en huilt omdat ze haar moeder wil bellen. Ze negeren haar. Op een gegeven moment kan een van de verpleegsters zich niet beheersen en vraagt het meisje: ‘Wil je in de riemen?’
‘Wil je in de riemen?’ dat is het meest gehoorde dreigement op de kinderafdeling.
Een andere keer: op de afdeling is een verpleger in de weer. Een vreemde figuur op het eerste gezicht. Hij heeft zijn oog laten vallen op een 15-jarig meisje en geeft haar complimentjes. Waar de verpleegsters en andere kinderen bij zijn. Kacper weet nog dat ze steeds van hem hoorde dat ze mooi en knap is, ze werd overal voorgetrokken. Alle kinderen fluisterden dat die twee iets met elkaar zouden kunnen hebben.
Een andere keer, onder de douche – dezelfde waar Wiktor zich niet durfde te douchen tijdens zijn verblijf in Józefów – wordt een van de meisjes op brute wijze mishandeld. Twee andere patiëntes sloegen haar in elkaar . De politie kwam, de ambulance, eerder reageerde er niemand op tijd.
November 2018 – Wiktoria
In november zegt Wiktoria tegen haar moeder dat ze van geslacht wil veranderen. Haar moeder herinnert het zich als volgt:
‘Ze kwam gewoon naar me toe en zei het tegen me. Dat ze zich geen meisje voelde, maar een jongen. Ik drukte haar tegen me aan. Ik verzekerde haar dat het enige dat voor mij telde was dat ze gelukkig was. Maar ik maakte me de hele tijd grote zorgen. Niet over het besluit dat ze genomen had, maar over hoeveel ellende haar nog te wachten stond.’
De eerste fase van de metamorfose van meisje naar jongen vindt plaats op twee niveaus.
Eerst vroeg Wiktoria haar moeder om jongenskleren en ondergoed te kopen. Ze ging zelf naar de kapper en liet haar haar kort knippen. Ze liet het in een moeite door in een donkere kleur verven. Even later zag ze er al meteen uit als een jongen.
En daarna vroeg ze haar of ze haar bij de mannelijke vorm van haar voornaam wilde noemen. Zo werd ze Wiktor.
Over de geslachtscorrigerende operatie had ze zelf al eerder op internet gelezen. Lange tijd had ze daar al over nagedacht. In een meisjeslichaam voelde ze zich niet op haar gemak. Ze wist dat ze te jong was voor een operatie. Maar dat was niet erg. Ze kon wachten.
De vader van Wiktoria, die het gezin kort na haar geboorte had verlaten, schreef toen hij achter het besluit van zijn dochter kwam: ‘Is ze helemaal besodemieterd?’
November 2018 – Wiktor
Wiktor zit al in de achtste klas. Hij komt naar school in zijn nieuwe gedaante.
Voor de kinderen in zijn klas is hij nog steeds ‘die mangamuts’, maar nu ook een ‘flikker’ en een ‘nicht’. In de klassengroep op Facebook wordt hij vooral uitgelachen. Binnenkort zal de officier van justitie toegang proberen te krijgen tot die posts om bewijs te vinden voor aanhoudende intimidatie van de jongen. Voorlopig verlaat Wiktor zelf de groep, maar eerst vraagt hij zijn klasgenoten nog wanhopig of ze zelf zo behandeld zouden willen worden als ze hem behandelen.
Julka blijft lid van de groep. Op haar maakt de verandering van Wiktoria in Wiktor weinig indruk. Ze zegt hem dat hij zich niet druk moet maken, want de andere kinderen zijn dom en begrijpen niks. Maar Julka laat hem zien dat er steeds meer posts komen, en dat ze steeds erger worden. Hij trekt het zich steeds meer aan. Op school vraagt hij of ze hem willen aanspreken met ‘Wiktor’ maar de leraren blijven in het klassenboek consequent zijn oude naam oplezen. Hij heeft er genoeg van.
Op oudejaarsavond doet hij een zelfmoordpoging. Hij snijdt zijn polsen door. De ambulance komt. Zijn moeder rijdt mee naar het ziekenhuis in de Szaserówstraat om de wonden te laten hechten en daarna naar de psychiatrische afdeling van het Żwirki i Wigury-ziekenhuis.
Daar leert hij Kacper kennen.
November 2018 – Kacper
Kacper verlaat Józefów. Hij wordt ontslagen met de diagnose ‘afwijkende persoonlijkheidsopbouw’. Hij keert terug naar huis, maar na vijf dagen doet hij opnieuw een zelfmoordpoging. Hij neemt de hele voorraad antidepressiva in, vervolgens de maandelijkse voorraad diabetespillen die hij thuis vindt. De ambulance brengt hem naar het Żwirki i Wigury. Het ziet er slecht uit, maar het lukt wonderwel om hem te redden.
December 2018 – Wiktor
Wiktor is uitgeput door het onophoudelijke getreiter op school.
Hij komt terecht in het Żwirki en leert Kacper kennen, bezoekt enkele artsen. Hij is dol op een psychologe, en al gauw zitten ze op dezelfde golflengte. Maar op een dag roept die Justyna bij zich en vertelt haar dat haar zoon tijdens de gesprekken aangeeft dat hij zelfmoordplannen heeft. In die situatie – zo legt zij haar uit – moet Wiktor, voor de therapie begint, zo snel mogelijk naar het psychiatrisch centrum en enkele maanden worden geobserveerd.
De psychiater, dr. Andrzej Towalski, bevalt hem niet vanaf het begin. Bij de eerste keer stelt hij als diagnose ‘depressie’ en laat hem medicijnen slikken. Ze hebben een kort gesprek, en dat gaat oké.
Bij de tweede keer, wanneer Wiktor al sterk op een jongen lijkt, kijkt dr. Towalski naar hem als een zonderling. Hij zegt dat zij ‘sowieso geen geslachtsoperatie kan ondergaan omdat zij nog minderjarig is’. En dat het goed zou zijn als zij het eens zou proberen met een man, want dat is echt heel fijn. Ten slotte spreekt hij de hoop uit dat ze nog eens van gedachten verandert, want ze is zo’n mooi en gevoelig meisje.
Op de patiëntenkaart van Wiktor schrijft hij een nieuwe diagnose: ‘(Wiktoria) geeft de voorkeur aan meisjes’. Onder die diagnose zet hij een stempeltje. Hij schrijft een nieuwe dosis medicijnen voor.
December 2018-januari 2019 – Wiktor en Kacper
Na zijn overdosis medicijnen blijft Kacper in het Żwirki – daar waar zich na zijn vorige zelfmoordpoging acht uur lang niemand voor hem interesseerde. Nu komt hij in deze extreme toestand terecht op de psychiatrische afdeling.
Op oudejaarsavond sluit Wiktor zich bij hem aan, korte tijd nadat hij zijn polsen heeft doorgesneden. Dan leren ze elkaar kennen. Het is januari 2019, vier maanden voor het incident op het metrostation.
Januari 2019 – Wiktor
In het Żwirki trekt de arts die Wiktor begeleidt de diagnose van dr. Towalski in twijfel. Zij is van mening dat Wiktor geen depressie heeft. Hij heeft aanpassingsstoornissen en een afwijkende persoonlijkheidsopbouw.
Desondanks schrijft ze hem Seronil voor, een antidepressivum en nog wel in een verhoogde dosis. De moeder van Wiktor weet hier niets van, zij komt daar pas enkele weken later achter, wanneer haar zoon uit het ziekenhuis is ontslagen. Waarom kreeg hij een antidepressivum, als hij geen depressie had? Dat zal ze nooit te weten komen.
Ook Kacper slikt Seronil tijdens zijn verblijf in Józefów. En daarnaast nog het medicijn Ketrel. De arts laat hem beide medicijnen innemen. Vijf dagen nadat hij de afdeling heeft verlaten, doet de jongen een zelfmoordpoging. Wiktor – voordat het tot het incident bij de metro komt – krijgt ook Ketrel voorgeschreven in een privékliniek.
Beiden worden enkele weken volgestouwd met deze twee medicijnen.
Wanneer Seronil wordt verstrekt aan iemand die niet lijdt aan een depressie, verdubbelt het risico op zelfmoord
Ketrel is een krachtig medicijn dat uitsluitend wordt voorgeschreven aan volwassenen. Het wordt gebruikt bij schizofrenie en het genezen van bipolaire affectieve stoornissen. Wanneer dit middel op ongecontroleerde wijze wordt verstrekt aan kinderen – in strijd met het advies van het Europees Geneesmiddelenbureau – kan dit ernstige en levenslange gevolgen hebben. Als je dit slikt gedraag je je als een robot, krijg je concentratieproblemen zelfs bij het verrichten van de meest simpele handelingen.
De toepassing van Seronil mag alleen worden overwogen voor de behandeling van een depressie. Wiktor was niet gediagnosticeerd als depressief. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat wanneer het middel wordt verstrekt aan volwassenen die niet lijden aan een depressie, het risico op zelfmoord verdubbelt. En hoe zou dat dan voor kinderen zijn!
‘De arts vertelde me alleen dat hij beter zou slapen van die Ketrel,’ herinnert Justyna zich.
Ketrel en Seronil zijn medicijnen die standaard worden voorgeschreven in de psychiatrische ziekenhuizen en privéklinieken in Warschau. Wanneer ze worden verstrekt aan jonge patiënten die niet gediagnosticeerd of niet depressief zijn, is dat spelen met hun leven.
Januari 2019 – Wiktor
Op de afdeling heeft Wiktor het niet gemakkelijk. De verpleegsters willen hem niet bij zijn jongensnaam noemen. Ze leggen uit dat ze het te druk hebben om zich met zulke onzin bezig te houden. Hij heeft er opnieuw genoeg van.
Agnieszka, die in diezelfde tijd net als Justyna vaak naar de afdeling kwam, herinnert zich een voorval: ze komt de kamer van haar zoon uit en loopt over de gang, waar zoveel kinderen liggen dat ze erover kan struikelen. Een van hen is Wiktor. Plotseling hoor Agnieszka een gil: ‘Wiktoria, hier komen!’. Ze kijkt naar Wiktor en ziet dat de jongen overstuur raakt. Vervolgens kijkt ze verontwaardigd naar de verpleegster en wijst haar terecht: ‘Misschien moet je Wiktor zeggen en niet Wiktoria’. Waarop de verpleegster geïrriteerd roept: ‘Wiktor, Wiktoria, het is haar naar het hoofd gestegen.’
En in het voorbijgaan: ‘Het is een meisje, hoor, dat ettertje!’
Januari-maart 2019 – Wiktor en Kacper
Aan het begin van het jaar worden de jongens ontslagen van de afdeling. Er begint een nieuw hoofdstuk in hun leven – ze zijn samen.
Er is geen dag die ze niet samen doorbrengen. Wiktor is verliefd op Kacper, Kacper is nog te jong om dat helemaal te begrijpen. Voorlopig is Wiktor zijn beste vriend en dat is fijn.
Wiktor vertelt ook over zijn grootste droom: trouwen met Kacper
In de Warschause bioscoop Świt worden anime vertoond waar ze eindelijk samen naartoe kunnen. Ze gaan ook schaatsen, en met Justyna en Agnieszka gaan ze wandelen bij de Wisla. Meestal treffen ze elkaar bij Kacper thuis. Ze stoeien, ze kijken samen naar filmpjes. Op een keer vinden ze een pop van een tekenfilmfiguur, geven hem de naam Zenek en lachen dat hij hun zoon is. Ze zijn onafscheidelijk en liggen voortdurend in een deuk. Zoals kinderen dat doen.
Bij bezoeken aan de psycholoog noemt Wiktor Kacper zijn vriendje. Hij zegt dat hij voor hem zal proberen zich niet te verwonden. Hij vertelt ook over zijn grootste droom: trouwen met Kacper, ooit op een dag, ergens in het buitenland.
Februari 2019 – Wiktor
School is het ergste. Nadat hij uit het ziekenhuis is ontslagen, gaat hij er twee keer heen. Daarna hoeft hij daar dankzij zijn moeder nooit meer naar terug. Iedere keer dat hij daar vandaan komt heeft hij zelfmoordgedachten.
Justyna regelt voor hem privélessen. Bij de eerste les vraagt de aardrijkskundeleraar hem of hij hem moet aanspreken met zijn jongensnaam. Wiktor knikt ja, is dankbaar en aangenaam verrast, want het is de eerste keer dat iemand van buiten respect heeft voor zijn keus.
Op de afdeling ging het heel anders. Zelfs de psychologe noemde hem ‘Wiktoria’. En de artsen en verpleegsters ook. Maar de aardrijkskundeleraar is een uitzondering. Voor de overige leraren blijft hij een meisje.
Met Valentijn houdt hij het niet meer uit. Hij snijdt zich in zijn onderarm en gaat weer naar het Żwirki. Deze keer wordt hij niet opgenomen omdat er geen plaats is. Als hij aankomt is de afdeling voor 180 procent bezet.
Justyna is in paniek. Ze neemt Wiktor mee naar de psychologe met wie hij enkele maanden eerder zo’n goed contact had. Die vraagt verbaasd waarom ze opnieuw naar haar toe gekomen zijn. Ze legt opnieuw uit dat het voor therapie nog te vroeg is, Wiktor moet zo spoedig mogelijk ter observatie worden opgenomen in het ziekenhuis. Want hij is er nu zo aan toe dat zelfs de kleinste crisis, een ruzie met zijn moeder of met Kacper, als gevolg kan hebben dat er ongelukken gebeuren.
Er is echter geen enkele afdeling in Warschau die Wiktor wil opnemen.
Maart 2019 – Wiktor en Kacper
Op een dag, ’s avonds laat, brengt Kacper Wiktor weg naar de metro. Het duurt lang voor hij terugkeert, dus begint Agnieszka zich zorgen te maken. Ze belt hem, hij zegt haar alleen dat hij Wiktor helemaal thuis moet brengen. Dan verbreekt hij de verbinding. Wiktor doet hetzelfde. Er is geen enkel contact meer met hen.
Agnieszka en Justyna schrikken. Beide springen in hun auto en rijden naar de bushalte in de buurt van het huis van Wiktor. Daar vinden ze hen uiteindelijk. Kacper is op van de zenuwen en huilt. Hij zegt dat Wiktor voor de metro wilde springen.
‘Voor een moeder is het een nachtmerrie als je hoort dat je kind zelfmoord wil plegen. Dat is iedere keer een dreun,’ zegt Justyna.
Het is eind maart, en weer gaan ze naar Józefów. Justyna vertelt de artsen dat haar zoon voor de metro wilde springen. Maar opnieuw krijgen ze geen toestemming voor opname op de afdeling.
Volgens de arts ging Wiktor ‘op een constructieve’ wijze om met zijn zelfmoordgedachten
Ter motivering van hun besluit benadrukken de artsen dat er maar één zelfmoordgedachte is geweest en dat hij tijdens de consultatie had ontkend dat hij zich in de toekomst van het leven wilde beroven. Afgezien daarvan ging hij tot nu toe ‘op een constructieve’ wijze om met zijn zelfmoordgedachten, en de laatste zelfverminking dateerde van februari, bijna een maand geleden.
Met andere woorden, er was geen reden om hem ter observatie op te nemen.
Justyna verzoekt wanhopig om opname op de afdeling. Ze herinnert eraan dat de psychologe waar Wiktor heenging, therapie weigerde en juist aandrong op opname. De arts stelt voor in dat geval van psycholoog te veranderen omdat dit probleem ‘haar boven de pet gaat’.
Op de patiëntenkaart schrijft hij: ‘er is geen levensbedreigende situatie en geen gevaar voor de gezondheid’. Hij ondertekent, zet een stempeltje en bedankt voor het bezoek. Hij beveelt verdere psychotherapie aan.
Voor zover er een arts gevonden wordt die die wil geven.
Justyna heeft een slecht voorgevoel. Op korte termijn een afspraak maken voor een kind bij een psychotherapeut in een openbare zorginstelling in Polen is niet mogelijk. Maar ook bij een privékliniek is het praktisch onmogelijk.
Uiteindelijk komt ze terecht bij een privékliniek in Warschau. De arts onderzoekt Wiktor, waarna hij Justyna bij zich roept. Hij spreidt machteloos zijn armen en zegt dat Wiktor tijdens het gesprek zo gesloten was als een oester. Hij wilde niet praten, gaf op geen enkele vraag antwoord. In deze omstandigheden is hij genoodzaakt therapie te weigeren.
Tegen Justyna zegt Wiktor dat hij alleen naar de vorige psychologe wil, en naar geen enkele andere, want alleen in haar heeft hij vertrouwen.
April 2019 – Wiktor
Drie weken later maakt hij met een scheermes een snee in zijn keel. In het ziekenhuis stelt hij de artsen gerust. Hij zegt dat hij de situatie onder controle had.
Hij legt uit dat het geen zelfmoordpoging was, hij weet perfect waar de aders zitten, biologie is zijn lievelingsvak. Hij had het gedaan omdat hij ruzie had gehad met zijn vriendje, en later was hij verdrietig toen Kacper lange tijd niet reageerde op zijn berichtjes. Maar hij is alweer rustig, want hij weet dat Kacpers woede snel weer over zal zijn. Hij heeft er spijt van. ‘Ik heb al lang geen zelfmoordgedachten meer,’ zegt hij tegen de artsen.
Justyna herinnert zich de woorden van de psychologe: ‘Zelfs de kleinste ruzie kan als gevolg hebben dat er ongelukken gebeuren’.
Tot het incident met de doorgesneden keel, in het trappenhuis van het flatgebouw van Kacper, net nadat hij de woning had verlaten. Ze hadden inderdaad ergens ruzie over gehad. Alleen had Kacper die dag plotseling een ander probleem aan zijn hoofd: onverwacht sterft zijn tante, de zus van Agnieszka. Hij rijdt met zijn moeder naar het ziekenhuis. De artsen stellen het overlijden van zijn tante vast, terwijl chirurgen de grote wond in de hals van Wiktor hechten.
‘In het ziekenhuis werd Wiktor doorverwezen naar Józefów,’ zegt Justyna. ‘Eerst vroegen ze me nog: “Waarom zit hij daar niet al een tijd?”’
Ze komen er voor de derde en laatste keer terecht. Na een kort gesprek met Wiktor komen de artsen tot de conclusie dat de verminking veroorzaakt was door de ruzie met zijn vriend. Ze zien geen reden voor opname op de afdeling.
‘Ik was wanhopig,’ zegt Justyna. ‘Ik wist dat het verblijf in Józefów iets vreselijks was, maar het ging er gewoon om dat hij veilig was totdat we een nieuwe oplossing hadden bedacht. Ik maakte me zorgen om hem, ik was bang dat er iets ergs zou gebeuren.’
‘En toen stemden ze ermee in om hem op te nemen?’ vraag ik.
‘Nee. De dokter beweerde dat ik overgevoelig was en dat ik om meer tijd aan mezelf te besteden, op aerobics moest of naar een fitnessclub moest gaan. Om “me niet meer zo druk te maken om mijn dochter”.’
April 2019 – Justyna, de moeder van Wiktor
‘Hoe kun je de angst beschrijven die je voelt als je kind rondloopt met zelfmoordplannen?’ vraag ik Justyna.
‘Er is zoiets als je moederinstinct. Ik maakte me zorgen om hem, op elk uur van de dag, elke seconde.’
In april is ze zelfs bang om naar haar werk te gaan. In huis verstopt ze alle messen, pillen, scherpe voorwerpen. Om het half uur belt ze Wiktor. Over elk wissewasje, om te vragen of er nog melk in de koelkast staat, om gewoon maar even te kletsen. ’s Nachts staat ze op en gaat in zijn slaapkamer kijken. Ze controleert of hij slaapt, of hij ademhaalt. Ze kijkt naar zijn armen of hij zich niet gesneden heeft.
17 april 2019 – Wiktor en Kacper
Dit wordt geen gemakkelijke dag. Noch voor Wiktor, noch voor Kacper. Wiktor heeft een examen Engels ter afsluiting van de lagere school, en Kacper gaat met zijn moeder naar de begrafenis van zijn tante.
Het examen begint om 9 uur ‘s ochtends. Zijn moeder brengt Wiktor naar school. Meteen na het examen stuurt hij haar een sms. Hij schrijft dat hij misschien wel een tien heeft gehaald. Hij vergist zich, maar minimaal. Enige tijd later worden de resultaten bekendgemaakt. Wiktor haalt een 9,8 voor Engels.
Kacper is dan al met zijn moeder op weg naar de begrafenis. Plotseling krijgt de jongen tranen in zijn ogen. Hij kijkt naar zijn telefoon, op het scherm ziet hij een berichtje van Wiktor. Die schreef hem ‘dat hij ergens ging springen’. Hij probeert hem te bellen, maar de telefoon wordt niet opgenomen. Hij trekt zijn moeder aan haar arm, dat ze Wiktors moeder zo gauw mogelijk moet bellen.
Agnieszka belt Justyna, en Justyna belt de politie.
17 april 2019 – Wiktor.
Politieagenten gaan langs bij Justyna. Ze vragen om een foto van Wiktor en sturen een melding naar heel Warschau. Ze zijn overal in de stad op zoek, willen alle metrostations omsingelen. Ze verwachten dat ze hem daar kunnen vinden, voordat er ongelukken gebeuren.
Justyna belt Wiktor. Geen signaal.
Ze brengen haar naar de eindhalte Mlociny. Ze stellen haar voor op eigen gelegenheid naar het centrum te gaan en zelf ook te proberen haar zoon te vinden. Ze stemt ermee in, het is een goed idee. Ze huilt.
Ze zit in de metro. Plotseling klinkt er uit de luidsprekers een mededeling: ‘In verband met een ongeval bij halte Centrum rijdt de metro alleen tot halte Dworzec Gdański’. Ze beeft, stopt met ademen, sluit haar ogen.
Uit de overvolle metro stapt ze uit bij Stare Bielany. Ze rent naar het flatgebouw van Kacper. De politie komt daar ook net aan, om na te gaan of Wiktor niet van gedachte is veranderd en niet naar huis is gegaan. Voor het flatgebouw ziet ze politieagenten. Ze vertelt hun van de mededeling in de metro.
Het was Wiktor: ‘U hoeft zich over mij geen zorgen te maken. Tot ziens :)’
Ze bevestigen het: even daarvoor is een jonge vrouw voor de metro gesprongen. De ambulance heeft haar naar het ziekenhuis in de Szaserówstraat gebracht. Justyna moet daar onmiddellijk naar toe.
Kacper is op de begrafenis van zijn tante. Hij weet nog van niets. In de kerk kan hij zijn gedachten er niet bij houden, hij is op het ergste voorbereid.
Op de begrafenis komen veel mensen te laat. Veel mensen verontschuldigen zich, leggen uit dat er in Warschau een ongeluk was gebeurd, en dat de metro een tijd heeft stilgestaan. En dat ze daarom niet op tijd waren. Tijdens de mis ontvangt Agnieszka een sms. Ze hoort het niet, ze leest het bericht pas later. Het was Wiktor: ‘U hoeft zich over mij geen zorgen te maken. Tot ziens :)’
19 april 2019 – Wiktor
Wiktor is op 17 april voor de metro gesprongen.
Om 10.06 uur schreef hij nog een berichtje. Aan Kai, een internetvriendin die hij nooit heeft gezien, maar met wie hij erg bevriend was. Hij schreef: ‘Ik ga zelfmoord plegen. Sorry. Bedankt voor alles, maar ik kom er niet uit.’
Om 10.52 uur stuurde hij haar een foto van de metrorails. Even later springt hij.
Ondanks de ernstige verwondingen vecht hij twee dagen voor zijn leven.
De arts die hem onmiddellijk na het ongeval opereerde, beweerde dat het moeilijk te verklaren is hoe Wiktor erin geslaagd was zijn zelfmoordpoging te overleven. In het ziekenhuis werd hij aangesloten op de kunstmatige beademing, opereerden ze zijn milt, maakten ze zich op om hem aan de stabilisator te leggen. Justyna geloofde in een wonder. Tijdens een volgende operatie kreeg hij een ernstige bloeding. Hij overleed op 19 april, twee weken voor zijn vijftiende verjaardag.
April 2019 – Justyna, moeder van Wiktor
Aan het eind van de maand haalt Justyna een brief uit de brievenbus. Afzender: de districtsrechtbank. Ze opent de envelop en gelooft haar ogen niet: het is een besluit om haar in verband met de zelfmoordpoging van Wiktor onder toezicht te stellen. Een curator zal naar haar huis komen en nagaan of zij goed voor haar zoon zorgt.
Justyna leest de brief en huilt. Enkele maanden heeft ze er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat iemand zich het lot aantrekt van haar kind. En nu ze haar kind kwijt is, krijgt ze plotseling zo’n brief.
Ze gaat naar de rechtbank met de overlijdensakte van haar zoon. Al snel ontvangt ze het besluit om de procedure te seponeren.
In juni ontvangt ze weer een brief. Weer van de rechtbank. Deze keer veel gedetailleerder: met de specifieke gegevens van de curator en de data waarop deze voortaan naar haar huis zal komen om na te gaan hoe Justyna voor haar kind zorgt.
Ze heeft geen puf meer om het uit te gaan leggen: ze kunnen de klere krijgen.
Mei-december 2019 – Kacper
‘Ik durfde het niet tegen Kacper te zeggen,’ zegt Agnieszka. ‘Ik was bang dat hij hetzelfde zou kunnen doen. Zijn wandeling op het metrostation, een maand na Wiktors dood, dat was echt omdat hij hem miste.
Kacper is nog niet naar het graf van Wiktor geweest. Hij verdringt zijn dood en kapt het onderwerp af. Hoewel hij de laatste tijd soms over hem begint te praten. Agnieszka weet nog niet of dat een moment van zwakte is of juist het tegenovergestelde. Dan biecht Kacper aan zijn moeder op dat hij hem heel erg mist en de hele tijd aan hem denkt. Op een keer zegt hij dat Wiktor zelfmoord zijn schuld was.
Een andere keer zegt hij dat hij er een hekel aan heeft alleen thuis te blijven. Want dan haalt hij alle tekeningen van Wiktor uit zijn kast. Omdat hij alleen is kan hij zich niet inhouden. Hij bekijkt ze en huilt. Hij lijdt – zoals je lijdt wanneer je een teerbeminde verliest.
Juli 2019 – Dr. Towalski
In de zomer vindt het onderzoek naar de dood van Wiktor plaats. Bij de officier van justitie meldt dr. Towalski zich, dezelfde die eerder schreef dat ‘Wiktoria de voorkeur geeft aan meisjes’ en die van mening was dat zij voor haar geslachtsverandering het maar eens met een man moest proberen.
Hij verklaart dat zijn zelfmoord het resultaat is van de invoering op school van ‘genderideologie’.
In het najaar belt Justyna om een afspraak te maken met een psychiater. Ze heeft kalmeringsmiddelen nodig. In de hoorn hoort ze de vriendelijke stem van de receptioniste. Die legt haar uit dat de arts de praktijk heeft verlaten en dat alle patiënten zijn overgenomen door de nieuwe psychiater.
Ze stelt Justyna voor om een afspraak te maken in maart 2020.
Bij dr. Towalski.
Officier van justitie
Officier van justitie Jerzy Mierzewski rookte, toen we elkaar de laatste keer voor publicatie spraken, de ene na de andere sigaret. Als hij de ene uitdrukte, greep hij meteen naar een volgende, alsof hij bang was dat zijn longen het contact met de nicotine zouden verliezen.
Voor journalisten is hij een echte expert op het gebied van het kwaad. Hij sloot de gangsters uit Pruszków op, hij zat achter de moordenaars van de hoofdcommandant van de politie Marek Papala aan en hij bracht aan het licht dat er in Polen in opdracht van de Amerikanen gevangenissen waren waar mensen werden gemarteld. En nu leidt hij het onderzoek naar de dood van Wiktor.
‘Wij, volwassenen. Wij zijn niet in staat in een kind een klein mens te zien’
We ontmoeten elkaar in een Warschaus café. Er is geen plaats in de rokerszone. De officier maakt een gebaar met zijn hand en houdt het wel vol.
‘Ik kan me geen zaak herinneren die me menselijk gesproken meer heeft geraakt,’ zegt hij aan het begin. ‘Wij zijn verantwoordelijk voor wat er gebeurd is. Wij, volwassenen. Wij zijn niet in staat in een kind een klein mens te zien. We hebben geen zorgsysteem voor kinderen. We kunnen zelfs geen discussie over dat onderwerp beginnen! En zelfs de grootste inzet zou zinloos zijn als er in de ziekenhuizen geen plek is op de gang, en zelfs geen artsen.’
De procedure zal waarschijnlijk moeten worden geseponeerd. De bepalingen zijn ontoereikend om de artsen die Wiktor niet op de afdeling hebben opgenomen ter verantwoording te roepen. Ze hebben hem niet opgenomen omdat er geen plaats was. De officier van justitie zou de hele jeugdpsychiatrie in staat van beschuldiging moeten stellen of de hele Poolse overheid. En voor homofobie kun je niemand vervolgen.
‘Het ontbreekt ons aan tolerantie, respect voor andersheid en andere mensen, en dan die toenemende krachtcultus. Dat alles neemt op een gegeven moment angstaanjagende technologische trekken aan. En wel zodanig dat het een klein mens zelfs kan aanzetten tot de dood,’ aldus de officier van justitie.
En hij voegt eraan toe: ‘En wij zijn allemaal schuldig.’
Plaag
In 2019 verspreidde een van de Poolse kranten voor zijn lezers stickers met de tekst: ‘lhbt-vrije zone’. Agnieszka en Justyna zagen het met lede ogen aan. In de tijd dat Justyna in de rouw was, herhaalde aartsbisschop Marek Jedraszewski onophoudelijk zijn mantra over de regenboogplaag.
Wiktor leeft niet meer. Justyna is haar kind kwijt. Kacper is veertien en heeft de donkerste zijde van het leven al leren kennen – hij heeft liefde in tijden van de plaag meegemaakt.
Polen staat in Europa op de tweede plaats als het gaat om het aantal zelfmoorden onder kinderen. Duitsland staat iets hoger op de lijst – maar alleen omdat het land twee keer zo groot is.
Uit de gegevens blijkt dat bijna 70 procent van de lhbt-tieners in Polen rondloopt met zelfmoordgedachten.
‘We moeten de toestand in de jeugdpsychiatrie aan de kaak stellen,’ zei ombudsman Adam Bodnar.
Dr. Towalski weigerde een gesprek met Onet. De afdeling in Józefów reageerde niet op onze mail met vragen.
Praten over (gedachten aan) zelfdoding of hulp op dit gebied? Bel 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113 of neem contact op via113.nl
Halverwege juni stonden zo’n vijftig vrouwen aan de start voor de Ronde van Bamiyan, ondanks dat er een zwaar taboe rust op het vrouwenfietsen in Afghanistan, schrijft Al Araby. Officieel werd in 1986 een Afghaans wielerteam voor vrouwen opgericht, maar het werd eigenlijk pas een sport in het post-talibantijdperk. De Amerikaanse Shannon Gilpin speelde daarbij een belangrijke rol.
In 2009 was ze de eerste vrouw die mountainbikend door Afghanistan trok. Ze ontdekte dat een kleine groep vrouwen een eigen nationale wielerploeg had gevormd, met een slechte uitrusting maar met groot enthousiasme. Veel van die vrouwen hadden als vluchteling leren fietsen in Iran en Pakistan. Gilpins liefdadigheidsinstelling Mountain2Mountain zorgde voor beter materieel en betaalde het team om deel te kunnen nemen aan internationale toernooien.
Door de opkomst van de taliban is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft
Nu de taliban sinds het vertrek van de Amerikanen claimen dat ze 85 procent van het land in handen hebben en berichten over strenge beperkingen voor vrouwen weer aanzwellen, is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft.
Vaccinatieplicht in Azerbeidzjan
Inwoners van Azerbeidzjan zullen binnenkort een vaccinatiebewijs moeten kunnen overleggen om de meeste openbare gebouwen te mogen betreden, bericht Eurasianet. Deze maatregel werd eind juli aangekondigd en komt feitelijk neer op een nationale vaccinatieplicht. Vanaf 1 september moeten mensen vanaf achttien jaar een vaccinatiebewijs in een ‘covidpaspoort’ kunnen tonen om onder meer restaurants, cafés, winkelcentra en hotels te mogen betreden. In onderwijsinstellingen moeten leerlingen en studenten vanaf achttien kunnen bewijzen dat ze zijn ingeënt.
Tot nu toe is 26 procent van de Azerbeidzjanen minstens één keer gevaccineerd. 80 procent van de werknemers van overheidsinstanties, medische en farmaceutische bedrijven en wetenschappelijke en onderwijs-instellingen zal vanaf 1 september een eerste inenting moeten hebben en een tweede in oktober. De vaccinatieplicht leidt nu al tot een zwarte markt in valse covidpaspoorten.
Edelstenen, hoe groter hoe beter
Een troon van amethist met een gewicht van één ton à 45.000 dollar: Crystalarium, een edelstenenwinkel in West-Hollywood, verkocht er recentelijk vier stuks van. Kristallen en mineralen zijn enorm populair geworden bij de meer vermogenden der aarde en het motto is: hoe groter hoe beter, zo signaleert The Los Angeles Times.
De wereldwijde markt van (half)edelstenen wordt nu geschat op ruim 1 miljard dollar. Zangeres Adele houdt ze vast tijdens optredens om plankenkoorts te overwinnen en model Naomi Campbell reist er mee. Er is zelfs een Kim Kardashian-lijn van parfums met kristalthema in kristalvormige flessen. Het fenomeen werd verder aangejaagd door de pandemie: veel rijken zagen minder mogelijkheden voor opzichtige uitgaven en kozen ervoor om hun huizen te bezielen met de ‘genezende’ energie van stenen.
Groenland legt olie-exploratie aan banden
Naalakkersuisut, zoals de regering van Groenland wordt genoemd, stopt met nieuwe olie- en gasexploraties. In een verklaring die half juli werd uitgegeven, noemt de regering de ‘prijs voor oliewinning te hoog’, verwijzend naar zowel economische overwegingen als de strijd tegen klimaatverandering, schrijft CBS News. Het besluit is genomen ‘in het belang van onze natuur, van onze visserij, van onze toeristenindustrie en om de aandacht te richten op duurzamere mogelijkheden’. Aangenomen wordt dat Groenland over enorme hoeveelheden onontgonnen olievoorraden beschikt. Volgens onderzoek is het equivalent van miljarden vaten olie te vinden langs de westkust. Ook wordt gesproken van grote afzettingen onder de zeebodem aan de oostkust, aldus CBS.
‘We willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’
Met het huidige besluit is exploratie overigens nog niet volledig van de baan, want twee kleine bedrijven beschikken nog over vier eerder gegunde exploratievergunningen, die Groenland zal moeten respecteren. Maar volgens Kalistat Lund, de Groenlandse minister van Landbouw, Zelfvoorziening, Energie en Milieu, neemt de regering klimaatverandering serieus. ‘In ons land zien we elke dag de gevolgen ervan en we willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’, zei Lund. ‘Naalakkersuisut werkt aan het aantrekken van nieuwe investeringen voor het grote potentieel aan waterkracht dat we niet zelf kunnen exploiteren. Het besluit om te stoppen met nieuwe exploraties naar olie draagt ertoe bij dat Groenland wordt gezien als een land waar duurzame investeringen serieus worden genomen.’
Het kabinet werkt ook aan een conceptwetsvoorstel dat vooronderzoek, opsporing en winning van uranium verbiedt, schrijft CBS. De winning van uranium, dat voornamelijk wordt gebruikt voor de opwekking van kernenergie, gaat gepaard met de productie van radioactief afval. ‘Groenland leeft al eeuwenlang van aanwezige natuurlijke hulpbronnen en het verbod op uraniumwinning rust op de diepe overtuiging dat de economie rekening moet houden met de natuur en het milieu’, aldus Naalakkersuisut.
Migranten brengen het Spaanse platteland tot leven
Dankzij een programma dat ontvolkte plattelandsgebieden in Spanje probeert nieuw leven in te blazen, leidt een gevlucht Colombiaans gezin met twee kinderen nu een rustig leven in een dorpje in de Noord-Spaanse provincie León. Het gezin verruilde de Colombiaanse stad Cali, met een bevolking van drie miljoen, voor het dorp Brañuelas, dat tweehonderd inwoners telt.
Het project Nuevo Comienzo beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken
Ze arriveerden in december 2019 in Spanje en vroegen asiel aan om te voorkomen dat ze terug moesten naar Colombia, waar de FARC hun land opeiste. Aanvankelijk liepen ze tegen een bureaucratische muur op, schrijft El País. Totdat ze hoorden van Nuevo Comienzo (‘Nieuw Begin’), een project van de provinciale overheid en verschillende instanties, dat beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken. Als de Colombianen naar het afgelegen dorp verhuisden, zouden ze werk krijgen, hulp bij huisvesting en zouden hun kinderen worden toegelaten tot het Spaanse schoolsysteem. In ruil daarvoor zou Brañuelas nieuwe inwoners krijgen en genoeg leerlingen om een nieuwe schoolklas te kunnen samenstellen.
Burgemeester Carolina López van de sociaal-democratische PSOE hoopt dat de aanwas leidt tot beter vervoer en betere telefoon- en internetverbindingen. Astorga, de dichtstbijzijnde grote gemeente waar wordt gevaccineerd en waar medische zorg is, is slecht bereikbaar vanuit Brañuelas. Met de auto is het veertig minuten rijden, maar met het openbaar vervoer duurt het vanwege belabberde busverbindingen een hele dag.
Andere leeglopende regio’s in Spanje beginnen nu ook met soortgelijke programma’s.
Marble Arch Mound
Het is het zoveelste project van Nederlandse makelij dat niet geapprecieerd wordt in het buitenland. Parijs haalde de Domestikator van Joep van Lieshout weg en nu is er van alles aan te merken op de installatie van Het Rotterdamse architectenbureau MVRDV in het Londense Hyde Park. Zo veel dat de ‘heuvel’ Marble Arch Hill, ontworpen in opdracht van de Londense deelgemeente Westminster om het winkelend publiek weer terug Oxford Street in te krijgen, tijdelijk gesloten werd om kinderziekten te genezen.
Volgens MVRDV past de kunstmatige heuvel, door de vileine Britse pers nu al met een drol vergeleken, in de Engelse traditie van de folly, de aristocratische gewoonte om even malle als nutteloze bouwwerken neer te zetten.
Braziliaans kiestribunaal opent onderzoek naar Bolsonaro
Het Braziliaanse kiestribunaal heeft maandag besloten een onderzoek in te stellen naar president Jair Bolsonaro vanwege zijn ongefundeerde aanvallen op de legitimiteit van het elektronische stemsysteem, dat sinds 1996 wordt gebruikt. Het dagblad Folha de São Paulo sprak van ‘de meest energieke actie’ tegen de extreemrechtse leider ‘sinds hij de verkiezingen van 2022 in twijfel begon te trekken’.
Het kiestribunaal stemde er ook mee in het hoogste federale gerechtshof te vragen een onderzoek in te stellen naar het staatshoofd wegens het verspreiden van nepnieuws over de verkiezingen tijdens een live-uitzending op Facebook op 29 juli.
Aandelen van game-uitgever Activision Blizzard daalden afgelopen week met 9 procent vanwege een rechtszaak die tegen het bedrijf is aangespannen voor ongelijke beloning van mannen en vrouwen, discriminatie op grond van geslacht en seksuele intimidatie. Sinds de rechtszaak vorige week vrijdag werd aangekondigd, verloor Activision Blizzard maar liefst 6,5 miljard dollar van zijn marktwaarde, schrijft Business Insider.
Wielrennen voor vrouwen in Afghanistan
Halverwege juni stonden zo’n 50 vrouwen aan de start voor de Ronde van Bamiyan, ondanks dat er een zwaar taboe rust op het vrouwenfietsen in Afghanistan, schrijft Al Araby. Officieel werd in 1986 een Afghaans wielerteam voor vrouwen opgericht, maar het werd eigenlijk pas een sport in het post-talibantijdperk.
Veel vrouwen uit de nationale wielerploeg hadden als vluchteling leren fietsen in Iran en Pakistan
De Amerikaanse Shannon Gilpin speelde daarbij een belangrijke rol. In 2009 was ze de eerste vrouw die mountainbikend door Afghanistan trok. Ze ontdekte dat een kleine groep vrouwen een eigen nationale wielerploeg had gevormd, met een slechte uitrusting maar met groot enthousiasme. Veel van die vrouwen hadden als vluchteling leren fietsen in Iran en Pakistan. Gilpins liefdadigheidsinstelling Mountain2Mountain zorgde voor beter materieel en betaalde het team om deel te kunnen nemen aan internationale toernooien.
Nu de Taliban sinds het vertrek van de Amerikanen claimen dat ze 85 procent van het land in handen hebben en berichten over strenge beperkingen voor vrouwen weer aanzwellen, is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft.
Dankzij een op sociale media uitgevochten ruzie tussen een zeventienjarige transgender vrouw en haar ouders, staan de Chinese correctieve ‘scholen’ ineens in het middelpunt van de belangstelling.
In maart 2018, toen Huang Xiaodi zeventien werd, drong haar familie erop aan dat ze voor haar verjaardag naar huis zou komen, in Jiangyin, in de oostelijke provincie Jiangsu. Maar nog voordat Huang de taart kon aansnijden, werd ze door haar vader, haar zus en haar zwager naar buiten gedirigeerd. ‘We gingen zogenaamd winkelen,’ vertelt Huang over die bewuste avond. ‘Ik was verbaasd. Winkelen? Op dit uur?’ Toen ze na twintig minuten de snelweg op reden, begreep Huang dat er iets niet in de haak was. ‘Waar gaan we heen?’ wilde ze weten.
‘We gaan je van je ziekte afhelpen,’ antwoordde haar vader.
Uren later, toen ze werd opgewacht door een stevige, gespierde drillinstructeur, een veertiger gehuld in een camouflage-uniform, begreep Huang pas wat dat inhield. ‘Wat moet dit voorstellen?’ protesteerde ze. ‘Wie is die griezel?’
‘Hij gaat je genezen.’ Haar vader en haar zus grepen haar bij de armen, trokken haar uit de auto en sleepten haar langs het ijzeren hekwerk naar de man die ze snel zou leren kennen, en vrezen, als Oude Zhang.
Ze concludeerden dat er geen sprake was van een genderidentiteitsstoornis, en daarmee was de kous af
De maand ervoor was Huang, geboren als jongen, van huis gelopen nadat ze zich in een handgeschreven brief aan haar familie bekend had gemaakt als transgender. Een week later werd ze in de kraag gevat door de politie. Haar vader nam haar mee naar de psychosociale afdeling van het Southwest Hospital in Chongqing, waar een geslachtsoperatie ter sprake kwam. Een enorme stap. Tijdens een uitgebreid onderzoek vroegen twee psychologen of ze ontevreden was met zichzelf, of zichzelf haatte. ‘Nee,’ antwoordde Huang in alle eerlijkheid. Ze concludeerden dat er geen sprake was van een genderidentiteitsstoornis, en daarmee was de kous af. ‘Ik had geen idee wat het gevolg was van die diagnose,’ vertelt Huang. Wat volgde was een ernstig gesprek met haar vader. ‘Hij dacht dat er maar twee geslachten bestonden, dus als ik geen vrouw wilde worden, moest ik maar een “echte man” worden.’ Daarna werd er met geen woord meer over gesproken. Huang keerde terug naar huis en vond een baan in Suzhou, op een uur reizen van Jiangyin. En nu ineens werd ze in Chongqing, duizend kilometer verderop, een oud schoolgebouw binnengesleept.
Huang herinnert zich als de dag van gisteren dat ze door die smalle, donkere gang van de Chongqing Lishi Information Engineering School liepen, langs lokalen waar kinderen in de deuropening samendromden om te zien wie er binnen werd gebracht. Sommigen groetten hen. ‘Ze zagen er zielloos uit,’ vertelt Huang. Ze werd naar een slaapzaal aan het einde van de gang gebracht, waar ze met z’n negenen sliepen: allemaal kinderen in de leeftijd van negen tot achttien jaar, kaalgeschoren en in camouflage-uniforms. Kussens en dekens voor de stapelbedden lagen op een grote stapel in de hoek, en de ramen van de kleine, vochtige doucheruimte hadden tralies.
Heropvoedingskamp
Na te hebben betaald, vertrok haar familie zonder afscheid te nemen. Niet veel later verscheen Oude Zhang in de slaapzaal om met Huang te praten. In de daaropvolgende maanden bestond de ‘behandeling’ die zij en de anderen voor hun afwijkende gedrag moesten ondergaan, uit bootcampachtige trainingen en herhaalde afranselingen. Volgens openbare bronnen is de school, een privé-instelling, in 2007 opgericht voor ‘de opleiding en opvoeding van jongeren’. Een contract vermeldt dat de school ‘psychologische crisisinterventie, militaire training, arbeidstraining en onderricht in kinderlijke dankbaarheid’ aanbiedt. In heel China zijn er dergelijke instellingen, bedoeld om het gedrag van tieners te ‘reguleren’, of ze nu homoseksueel of transgender zijn, verslaafd aan videogames of gewoon ongehoorzaam en opstandig. Feitelijk zijn het heropvoedingskampen.
Hoewel homoseksualiteit in China in 1997 gedecriminaliseerd is en in 2001 van de lijst met geestesziekten geschrapt, staat ‘genderidentiteitsstoornis’ (GIS) nog altijd vermeld in het Chinese classificatiehandboek van psychische stoornissen. Het wordt omschreven als gedrag ‘dat langer dan een half jaar aanhoudt’ waarbij personen ‘zich kleden of deelnemen aan activiteiten van het andere geslacht en hardnekkig de eigen biologische kenmerken en sociale activiteiten afwijzen’. In de nieuwe versie van de Internationale Classificatie van Ziektes van de Wereldgezondheidsorganisatie, die per 2022 van kracht wordt, is GIS van de lijst met geestesziekten geschrapt, maar in China kom je zonder GIS-diagnose van een medisch instituut vooralsnog niet in aanmerking voor een geslachtsoperatie. ‘GIS is compleet achterhaald,’ zegt Xiaomi, directeur van de in Beijing gevestigde LHBTI-jongerenorganisatie China SOGIE Youth Network. ‘Het valt onder geestesziekten, waarmee gezegd wordt dat transgenders “abnormaal” zijn, wat leidt tot medische discriminatie.’
Toen Huangs lichaam in de pubertijd begon te veranderen, zag ze ‘een monster’ als ze in de spiegel keek
Huang – zoals ze om privacyredenen wil worden genoemd – werd in het voorjaar van 2001 geboren in Chongqing. Samen met haar oudere zus en broer groeide ze op bij haar grootouders, omdat haar ouders elders in China in fabrieken werkten, net als honderdduizenden andere arbeidsmigranten. Toen Huang de schoolgaande leeftijd had bereikt, verhuisde het hele gezin naar Jiangyin, waar haar ouders vast werk hadden gevonden. Huang, die in Chongqing veel was gepest, hoopte dat ze in Jiangyin een nieuwe start kon maken, maar het pesten ging gewoon door. ‘De andere kinderen vonden dat ik me als een meisje gedroeg,’ vertelt ze. ‘Ik speelde met andere meisjes “huisje” en serveerde gras als groente in kleien kommetjes.’ Op een keer liep Huang hand in hand met een ander jongetje, zoals de meisjes in de klas altijd deden. Ze werden meteen voor homo uitgemaakt en uitgejouwd omdat ze ‘met elkaar wilden trouwen’. Toen Huangs lichaam in de pubertijd begon te veranderen, zag ze ‘een monster’ als ze in de spiegel keek.
Na haar eerste jaar op de middelbare school hield Huang het voor gezien. Ze vond een baantje in een garage en ging op zichzelf wonen. Tijdens haar zoektocht op het internet naar mensen zoals zij stuitte ze op een artikel over yaoniang, oftewel drugsmeisjes: jongens die medicijnen slikken, voornamelijk hormonen, om er vrouwelijker uit te zien. Ze volgde hun voorbeeld, en geleidelijk aan werd haar stem hoger en ontwikkelde ze borsten. Eindelijk kon Huang zichzelf weer in de spiegel aankijken. Haar ouders, die door hun werk werden opgeslokt, hadden niets in de gaten. En toen kwam die noodlottige dag in februari 2018, toen Huang besloot van huis weg te lopen en de brief achterliet waarin ze bekende dat ze hormonen slikte. ‘Jullie zullen me nooit accepteren’, schreef ze, ‘en zelfs als dat wel zo was, dan alsnog moeten jullie opboksen tegen oordelen uit de omgeving.’
Huangs ouders gaven haar als vermist op en in heel Jiangyin begon een zoektocht naar een ‘vermiste zestienjarige jongen’. Op dag zeven werd Huang door de politie uit een taxi geplukt terwijl ze onderweg weg was naar Suzhou, honderd kilometer verderop. Een paar dagen later zat ze bij de psychologen in het ziekenhuis in Chonqing, waar ze het ernstige gesprek met haar vader voerde.
‘Waarom lopen jullie niet weg?’ vroeg Huang. Ze kreeg te horen dat er nog nooit iemand was ontsnapt
Oude Zhang legde Huang de regels uit: de leerlingen aten samen en mochten geen elektronica, sieraden of make-up in hun bezit hebben. ‘Het zou om een proefperiode van een week gaan,’ vertelt ze. Die eerste nacht moest Huang het bed delen met een van de jongens. Ze lag te rillen onder het dunne dekentje. De volgende ochtend werden ze om vijf uur gewekt. De leerlingen moesten eerst hun zaal op orde maken en werden vervolgens om zes uur in de eetzaal verwacht voor een ontbijt van pap, broodjes en ingelegde groenten. Eens per week, op maandag, stonden er eieren op het menu. Na het ontbijt liet Huangs zaalgenoot Liao Zihao zien waar de uniforms lagen. ‘Deze moeten je aantrekken,’ zei hij. ‘Anders krijgen we straf.’
Het ochtendprogramma bestond uit opdrukken, verspringen en vijf kilometer hardlopen. In de middag kregen ze wiskunde, Chinees en soms psychologie. Toen Huang die eerste nacht terugkeerde op de slaapzaal, vroeg ze de andere leerlingen waarom zij hier zaten. De redenen varieerden: vanwege te veel gamen, het zetten van een tatoeage, ’s nachts niet thuiskomen, vechten… ‘Waarom lopen jullie niet weg?’ vroeg Huang. Ze kreeg te horen dat er nog nooit iemand was ontsnapt.
Mishandeling
Een docent psychologie van een van de andere locaties bezocht de school in Chongqing voor een vijf dagen durende training. ‘Ze huren psychologiedocenten in om de kinderen te begeleiden, maar dat heeft niets om het lijf,’ vertelt Lesley, een gefingeerde naam. Ze voegt eraan toe dat de meeste ouders, zelfs als er bij hun kind een bipolaire stoornis is vastgesteld, er liever hun ogen voor sluiten. ‘Ze hebben het gevoel dat zo’n diagnose gezichtsverlies betekent,’ zegt Lesley, en sommige ‘scholen’ beweren dat ze het kunnen behandelen, inspelend op de angst van de ouders en hun gebrek aan kennis over de aandoening. ‘Ze bieden natuurlijk helemaal geen psychologische begeleiding, in plaats daarvan zetten ze de psychologen voor de klas, er zijn niet eens aparte gespreksruimtes. Ik zou zeggen dat veel van de sociale problemen in China hier alleen maar worden onderstreept.’
In 2017 onthulde een oud-leerling van een corrigerende instelling in Nanchang, in de zuidelijke provincie Jiangxi, in een serie berichten op Weibo (de Chinese Twitter) dat ‘lastige’ leerlingen regelmatig worden afgerost met linealen en snoeren en in raamloze ruimtes opgesloten worden met niets anders dan een smerige handdoek, een emmer water en een kommetje rijst. De beelden schokten het land. De in 2013 opgerichte school adverteerde juist met vakken als confuciaanse filosofie, klassieke Chinese literatuur en kalligrafie, die internet- en gameverslaafden zouden ‘transformeren’. Uit de stroom mediaberichten die op de onthulling volgde, bleek dat mishandeling in zulke instellingen schering en inslag was, waarna een slepende rechtszaak op gang kwam tussen een aantal oud-leerlingen en de school. In juli 2020, zo blijkt uit openbare rechtbankverslagen die beschikbaar zijn op China Judgments Online, werden vier docenten en de voltallige schoolleiding door een lokale rechtbank veroordeeld tot gevangenisstraffen variërend van elf maanden tot meer dan twee jaar voor de illegale opsluiting van leerlingen. Maar het kwaad was al geschied. Sommige leerlingen vertelden in interviews dat ze depressief of getraumatiseerd waren geraakt, anderen wilden niet spreken over hun ervaringen, en voor velen was de relatie met hun ouders, die hadden weggekeken, voorgoed om zeep geholpen.
‘Ik prentte mezelf in dat er hoop was zolang ik leefde, en dat ik moest zien te ontsnappen’
Een paar weken nadat Huang in Chongqing was aangekomen, werden de leerlingen in het holst van de nacht gewekt door Oude Zhang en consorten. De veertienjarige Chen Hongbang had met een gestolen sleutelbos het hek geprobeerd te openen maar was gesnapt. ‘Zo’n ernstig incident is in geen tijden voorgekomen,’ blafte Oude Zhang. ‘We zullen ervoor zorgen dat jullie dit nooit meer vergeten. Alle activiteiten worden afgelast. Maak je maar op voor de hel!’ Cheng werd in een hoek van de slaapzaal door twee leerlingen tegen de grond gedrukt en door Oude Zhang afgetuigd. ‘We hoorden het gegil,’ vertelt Huang. ‘Het leek wel alsof er een varken werd geslacht. We stonden als aan de grond genageld. Niemand dacht daarna nog aan ontsnappen.’ Nu begreep ze dat er niet zoiets als een proefperiode bestond en ze besloot keihard te werken om met goede cijfers een wit voetje te halen. Vijf maanden later, in augustus 2018, werd ze tweede tijdens een sporttoernooi, na honderdvijftig push-ups in drie minuten. Hiermee had ze een ster op haar schouder verdiend, een eer die slechts vijf leerlingen op de hele school was gegund. Ze kreeg bepaalde privileges, zoals ijs. Wanneer ze werd afgeranseld, gaf ze geen kik. ‘Ik prentte mezelf in dat er hoop was zolang ik leefde, en dat ik moest zien te ontsnappen.’
Die maand verraste Oude Zhang haar op een dag met het bericht dat haar ouders op bezoek waren. Ze namen haar mee voor een Chinese fondue in een restaurant, en Huang probeerde hen ervan te overtuigen dat ze omgeturnd was en geen dag langer wilde blijven. Haar ouders zeiden dat ze haar na het Chinese Nieuwjaar zouden ophalen. ‘Gedraag je,’ drukten ze haar op het hart, ‘en werk hard.’
Na het eten stopten ze bij een avondwinkel, waar Huang met bonzend hart een paar dozen met chocolaatjes op de toonbank legde. Dit was haar kans. Nieuwjaar was pas over een half jaar, daar ging ze niet op wachten. Terwijl haar ouders hun kleingeld opdiepten, glipte ze achter de schappen langs en zette het op een lopen. Er was geen straatverlichting, ze werd tijdens haar vlucht door de heuvelachtige omgeving alleen bijgelicht door de maan. Regelmatig moest ze naar de grond duiken voor passerende auto’s. Toen vlak bij haar een busje stilhield waar twee docenten uitstapten, dook ze weg in een steeg en vluchtte van daaruit een veld in. Ze haalde haar knie open aan een hekwerk met komkommers en viel op de grond. ‘Hij gaat ervandoor,’ hoorde ze een van de mannen roepen. ‘We moeten ons verspreiden!’ De lichtbundels van de zaklampen scheerden rakelings over haar heen. Huang zette zich over haar angst heen en baande zich een weg uit het komkommerveld. Ze moest al haar krachten verzamelen om door te gaan. ‘Blijf rennen!’ sprak ze zichzelf toe. ‘Je kunt het!’ Hinkend bereikte ze een nabijgelegen brug. Ongeveer twintig minuten later had ze haar achtervolgers afgeschud en stond ze uit te hijgen op een verlicht industrieterrein. ‘Het was me gelukt!’ vertelt ze.
‘Oude Zhang heeft extra geld van mijn tante afgetroggeld om me langer hier te kunnen houden’
Met de paar yuan die ze op zak had, kocht ze een buskaartje naar het Southwest Hospital, de kliniek waar ze met haar vader de twee psychologen had bezocht. In de dagen die volgden, sliep ze in de ziekenhuisgangen, dronk ze water in de wc-ruimtes en spitte ze de afvalbakken door op zoek naar eten. Een van de schoonmaaksters wilde de politie waarschuwen, maar Huang smeekte haar dat niet te doen, en uiteindelijk drukte de vrouw haar een biljet van 20 yuan (ca. 2,50 euro) in de hand om elders hulp te zoeken. Huang probeerde werk te vinden in de nabijgelegen cafés en restaurants, maar dat lukte niet zonder identiteitsbewijs. Na een tijdje begon ze zelf te overwegen om naar de politie te stappen, maar zag daar uiteindelijk van af, uit angst dat ze een lijntje hadden met de school.
Een paar dagen later glipte ze ’s avonds na sluitingstijd de ziekenhuiskantine binnen en deed zichzelf te goed aan vleesdumplings, varkenskoteletten en eieren. De dag erna ging ze op zoek naar een mobiele telefoon. Een winkelmedewerker had met haar te doen en belde de politie. Op het bureau kon ze haar vader bellen, die zei dat ze terug moest keren naar school, een douche moest nemen en iets moest eten. Hij zou haar over een paar dagen komen ophalen. Met hangende pootjes keerde ze terug.
Er bleek een en ander veranderd sinds haar ontsnapping. Bezoekende ouders mochten niet meer met hun kinderen het terrein verlaten. Na een paar dagen begreep Huang dat haar vader en moeder haar opnieuw voor de gek hadden gehouden. Haar zaalgenoot, Liao, zei dat hij van begin af aan had geweten hoe het zou gaan. ‘Je ouders komen je echt niet halen,’ zei hij. ‘Je kunt je maar beter braaf aan de regels houden.’ Liao liep naar het raam en barstte in huilen uit. ‘Ik had hier allang weg moeten zijn, maar Oude Zhang heeft extra geld van mijn tante afgetroggeld om me langer hier te kunnen houden.’
Poging twee
Huang zon op een tweede ontsnappingspoging, maar een paar maanden later stonden haar ouders onaangekondigd op de stoep. Ze waren eindelijk overstag gegaan. En zo bracht Huang het Chinese Nieuwjaar thuis door. Ze kwam met haar ouders overeen dat ze een opleiding in Chongqing zou volgen en na de vakantie laadden ze de auto vol. Maar al snel merkte Huang dat ze de andere kant op reden, in de richting van de provincie Henan. Alweer hadden ze haar voorgelogen. Deze keer namen ze haar mee naar een kamp vlak bij het Shaolinklooster, bekend om zijn vechtkunst en pittige lichaamstraining.
Vrijwel onmiddellijk begon Huang te broeden op een plan om te ontsnappen. Een paar dagen later klom ze met de hulp van een klasgenoot over de hoge ommuring en ging ervandoor. Ze liep honderden kilometers, sliep onder bruggen en at groente uit de omliggende velden: ui, kool, paksoi. Toen ze echt niet meer kon besloot ze om verder te liften: zo’n vijfhonderd kilometer naar Xuzhou, in noordwestelijk Jiangsu. Daar werd ze op een bouwplaats door een oude man ontdekt, die haar verhaal verbijsterd aanhoorde. ‘Mijn kind, hoe heb je dit allemaal volgehouden?’ zei hij. ‘Je kunt nauwelijks nog op je benen staan en je hebt helemaal ingevallen wangetjes!’ Hij belde haar vader, die haar de volgende ochtend kwam ophalen. ‘Ik zal je nergens meer toe dwingen,’ zei hij tegen haar. ‘Je kunt doen wat je wilt.’
Aangifte
Zhang Yunyi zat in 2019, niet lang nadat Huang was ontsnapt, op de school in Chongqing. Toen hij in juni vrijkwam, probeerde hij aangifte te doen bij de politie, maar die verwees hem door naar een politiebureau in de buurt van de school. ‘Daar durfde ik niet heen,’ vertelt Zhang. ‘Straks zouden ze me uitleveren. Oude Zhang heeft overal connecties.’ In plaats daarvan schreef hij naar de onderwijscommissie van de gemeente Chongqing. Hij ontving geen reactie. Vervolgens deed hij zich voor als ouder, belde de school en maakte een opname van het gesprek, waarin de receptionist opschepte hoe goed de leerlingen werden gedrild. Ook postte hij een paar filmpjes waarin hij zijn ervaringen deelde, maar die werden maar matig bekeken. Hij oogstte ongeloof en medeleven, meer leverde het niet op.
Er zijn geen officiële cijfers van het aantal correctieve instellingen in China. In 2016 schatte de staatsradio, China National Radio, dat minstens driehonderd organisaties zich online afficheerden als ‘afkickcentra’ voor ‘kinderen met verslavingen, die rebels zijn, niet naar school willen, vroege relaties aangaan en van huis weglopen’. Media- en onlineberichten over mishandeling in zulke centra halen doorgaans weinig uit. In augustus 2020 zag Zhang dat de school in Chongqing weer kinderen wierf via onlineadvertenties. ‘Het deprimeerde me,’ vertelt hij, ‘want het betekent dat anderen dezelfde lijdensweg moeten doorstaan.’
‘We zijn geen monsters,’ zegt ze. ‘We zijn meisjes bij wie een en ander moet worden rechtgezet’
Na de tweede ontsnapping nam Huangs vaders haar mee voor verder onderzoek, eerst in een plaatselijk ziekenhuis, daarna in het Shanghal Mental Health Centre, waar officieel de diagnose genderidentiteitsstoornis werd vastgesteld. ‘Ik was toen bijna zeventien en kreeg voor het eerst te horen wat een genderidentiteitsstoornis inhield,’ zegt Huang. ‘Als ik het eerder had geweten, had me dat een hoop ellende bespaard.’ Na de diagnose vond Huang troost in het idee dat ze in het verkeerde lichaam was geboren en ze wilde graag een geslachtsverandering ondergaan. Ze bleef benadrukken dat het geen keuze was om vrouw te worden; ‘het is een corrigerende operatie die ervoor zorgt dat ik word hoe ik had moeten zijn’. Ze vond het vreselijk dat de media tot in detail hadden beschreven dat ze zichzelf op jongere leeftijd met hormonen had ingespoten. ‘We zijn geen monsters,’ zegt ze. ‘We zijn meisjes bij wie een en ander moet worden rechtgezet. Door woorden te gebruiken als “drugsmeisjes” worden we afgeschilderd als perverselingen die vrouw willen worden door drugs te gebruiken.’
Sinds ze berichten over haar ervaringen post, is er meer begrip, merkt Huang. Na de diagnose, in januari 2020, keerde ze terug naar Suzhou om werk te zoeken. Ze werd meermaals afgewezen wanneer werkgevers op haar ID-bewijs ‘man’ zagen staan. Dit bevestigde voor Huang alleen maar dat ze zich moest laten opereren. Via een ngo kwam ze in contact met mensen die in het buitenland een geslachtsoperatie hadden ondergaan, en ze maakte voor oktober een afspraak bij een kliniek in Thailand. Nu moest ze alleen nog genoeg geld bij elkaar zien te krijgen en toestemming regelen van haar ouders.
Maar toen sloeg corona toe.
Huang begon in mei 2020 over haar ervaringen te schrijven op Weibo en ze lanceerde een crowdfundingcampagne voor de financiering van haar operatie. In een paar maanden tijd stroomde er meer dan 12.000 yuan (ca. 1560 euro) binnen, maar daarna droogden de donaties op, zodat ze de benodigde 100.000 yuan (13.000 euro) nog lang niet niet bij elkaar heeft.
Toen ik haar een jaar geleden opzocht, droeg Huang een donker T-shirt en een wijdvallende broek. Ze zag eruit als een vrouw en werd in het openbaar door mannen met dajie aangesproken; grote zus. Ze had eindelijk werk gevonden in een kiprestaurant, waar ze twaalf uur per dag achter de frituurpan stond. Ze had uitgerekend hoeveel ze van haar loon kon sparen: ze was 500 yuan kwijt aan huur, een paar yuan aan eten. Ze had in geen maanden nieuwe kleren gekocht en droeg een grijs T-shirt vol vetvlekken. Al met al kon ze niet meer dan een paar duizend yuan per maand opzijleggen. Maar ze was allang blij dat ze een baan had, en hoewel de eigenaar van haar verleden af wist, spoorde hij haar aan om ‘zichzelf te zijn’. Met haar familie was ze niet veel verder gekomen. Hoewel ze een ongemakkelijke consensus hadden bereikt en haar ouders haar niet meer probeerde te bekeren, voelde ze zich niet echt geaccepteerd.
Doodzwijgen
Ik benaderde haar moeder via WeChat maar kreeg geen reactie. Huang vertelde dat ze de laatste tijd weinig contact hadden en dat haar eigen berichten meestal ook niet werden beantwoord. ‘Het is een strategie,’ zegt ze. ‘Ze zwijgen me dood en weigeren de toestemmingspapieren voor de operatie te tekenen.’ Ze had hen niet kunnen overhalen om haar naar Thailand te begeleiden. In 2019 hadden haar ouders zich eenmalig laten interviewen door het Chinese nieuwsportaal The Paper, maar sindsdien hielden ze zich stil. In het artikel zegt haar moeder, die zich Liu Fang noemt, dat het allemaal erg verwarrend en stressvol is, en dat ze best zou kunnen accepteren als haar zoon zich als vrouw kleedt, maar dat het idee van de operatie haar tegenstaat, omdat Huang dan ‘niet meer terug kan’.
Op een dag in juli spuwde Liu haar gal in een WeChat-groep [WeChat is vergelijkbaar met een combinatie van Twitter, Facebook en WhatsApp]. Nadat Huang had geklaagd dat haar ouders haar niet accepteerden, schreef Liu: ‘Achter onze rug zit je ons altijd zwart te maken, je zegt dat wij hebben geprobeerd je om te turnen, je hebben laten opsluiten. Je hebt jezelf aangepraat dat wij jou haten. Maar wij hadden alleen maar het beste met je voor. (…) Vroeger was je altijd zo lief en gehoorzaam.’
‘Ik ben hier het slachtoffer,’ reageerde Huang. ‘Ik haat jullie helemaal niet, ik heb mijn ervaringen opgeschreven om de school aan te klagen en te zorgen dat er niet nog meer onschuldige slachtoffers vallen.’ Zonder haar dochter direct aan te spreken ratelde Liu verder over de sociale druk waar zij en haar man onder gebukt gingen. Sinds Huang online haar verhaal had gedaan, was het echtpaar in veel reacties met de grond gelijk gemaakt. Haar echtgenoot had Huang uit zijn WeChat gewist, maar zij chatte nog wel af en toe met haar kind. Maar ze begreep niet waarom Huang zich zo ‘blindstaarde’ op een operatie.
‘Maar je had toch gewoon een leuke jongen kunnen zijn?’
‘Waarom luister je naar wat andere mensen zeggen?” vroeg Huang haar op WeChat. ‘Waarom luister je niet naar je eigen hart?’
‘Maar je had toch gewoon een leuke jongen kunnen zijn?’ jammerde haar moeder. ‘Wat hebben we toch verkeerd gedaan?’
Voordat Huang kon antwoorden, ging Liu verder: ‘Had ik maar niet het verkeerde kind gebaard. Als ik nou maar gewoon een meisje had gebaard dan was er niks aan de hand geweest.’
‘Je hebt helemaal niks verkeerd gedaan,’ reageerde Huang. ‘En ik ook niet. We zijn allebei slachtoffer.’ Toen vroeg ze haar moeder of ze de papieren wilde ondertekenen voor de operatie. Liu antwoordde: ‘Ik heb het nu te druk op mijn werk.’
In maart 2020 postte Liu op WeChat een foto van Huang, genomen op de school in Chongqin. Ze staat met een kaalgeschoren hoofd in camouflage-uniform op de binnenplaats, haar blik gericht op de horizon, ergens ver voorbij het ijzeren hekwerk.
Liu had de foto ook geliket. ‘Mijn knappe jongen’, schreef ze eronder.
Strijdend tegen onrealistische schoonheidsnormen heeft Noorwegen een nieuwe wet aangenomen die influencers en adverteerders verplicht om aan te geven of foto’s zijn geretoucheerd. Voortaan moeten advertenties waarbij de vorm, grootte of huid van een lichaam is geretoucheerd, of met filters is gefotografeerd, worden voorzien van een gestandaardiseerd label van het Noorse ministerie van Kinderen en Gezinszaken. Voorbeelden zijn vergrote lippen, aangepaste tailles en overdreven spierbundels, maar het is niet duidelijk of de wet ook geldt voor ingrepen in belichting of kleurverzadiging, schrijft Vice.
De wet is het gevolg van een aanhoudend publiek debat in Noorwegen rond ‘kroppspress’, letterlijk: ‘lichaamsdruk’
De wet geldt ook voor afbeeldingen van influencers en beroemdheden als ze ‘een betaling of ander voordeel ontvangen’ voor berichten op sociale media. Elke overtreding wordt bestraft met oplopende boetes en in extreme gevallen zelfs met gevangenisstraf.
De wet is het gevolg van een aanhoudend publiek debat in Noorwegen rond ‘kroppspress’, letterlijk: ‘lichaamsdruk’, oftewel een ‘opgelegde schoonheidsnorm’. Volgens het ministerie van Kinderen en Gezinszaken blijkt die een factor te zijn die bijdraagt aan een negatief zelfbeeld bij jonge mensen.
Toerismesector lijdt verlies van 4 biljoen dollar
De ineenstorting van het internationale toerisme door corona zal voor de jaren 2020 en 2021 mogelijk leiden tot een wereldwijd verlies van meer dan 4 biljoen dollar, volgens een rapport dat UNCTAD deze week presenteerde samen met de Wereldtoerismeorganisatie van de VN. Herstel van het toerisme zal grotendeels afhangen van de wereldwijde vaccinatiegraad, schrijft Journal de Montreal.
De Spaanse regering heeft een wetsvoorstel goedgekeurd dat burgers boven de 14 jaar het recht geeft om hun geslacht bij de burgerlijke stand te wijzigen zonder dat daarvoor bewijzen, getuigenissen of medische verklaringen nodig zijn.
‘We willen hiermee het gebrek aan erkenning voor de rechten van de LHBTI-gemeenschap rechtzetten’
Het wetsvoorstel is goedgekeurd na maandenlange onderhandelingen en zal nu een reeks toetsen ondergaan voordat het aan het parlement wordt voorgelegd om erover te stemmen. In het voorstel is een mechanisme opgenomen om misbruik van het systeem te voorkomen. Degenen die hun geslacht bij de burgerlijke stand wijzigen, kunnen dit slechts één keer doen. Voor een eventuele volgende wijziging is rechterlijke toestemming nodig.
‘We willen hiermee stigmatisering en het gebrek aan erkenning voor de rechten van de LHBTI-gemeenschap proberen recht te zetten’, aldus regeringswoordvoerder María Jesús Montero tegen Euractiv. De wet, die door de LHBTIQ+-gemeenschap overwegend positief is ontvangen, verbiedt ook conversietherapie of andere pogingen om seksuele geaardheid, expressie en identiteit te beïnvloeden of te wijzigen.
Canada wil af van benzineauto
Alle nieuwe lichte voertuigen die vanaf 2035 in Canada worden verkocht, zullen emissievrij moeten zijn, zo maakte de federale minister van Transport Omar Alghabra deze week bekend. Vanaf dat jaar mogen er geen nieuwe personenauto’s of lichte vrachtwagens met verbrandingsmotor meer worden verkocht. meldt La Presse. De regering sluit zich hiermee aan bij de staat Quebec, die afgelopen herfst al de verkoop van voertuigen op benzine of diesel na 2035 verbood. De landelijke doelstelling was aanvankelijk vastgesteld voor 2040 en wordt dus met vijf jaar verkort, concludeert de Canadese krant.
CO2-neutraal
Voor 2025 en 2030 zullen tussentijdse doelstellingen worden vastgesteld, zodat de verkoop van nieuwe voertuigen met verbrandingsmotor geleidelijk afneemt, voordat ze volledig verboden worden. Ottawa zegt zijn ‘partners’ te willen raadplegen, met name de Verenigde Staten, waarmee het zijn regelgeving wil ‘harmoniseren’.
Door de verkoop van nieuwe benzine- en dieselvoertuigen te verbieden, kan Canada in 2050 CO2-neutraal zijn, aldus Jonathan Wilkinson, minister van Milieu en Klimaatverandering.
Britten hebben veel spaargeld
Doordat lockdowns de mogelijkheden om geld uit te geven beperkten, bereikte het spaargeld dat Britse huishoudens begin dit jaar hadden opgebouwd het op één na hoogste niveau ooit, bericht The Guardian. Dit blijkt uit cijfers van het Office for National Statistics. Volgens het Britse statistiekbureau stegen de spaargelden in de eerste drie maanden van dit jaar sterk toen de derde nationale lockdown werd afgekondigd.
De spaarquote, het percentage van het totale beschikbare inkomen dat huishoudens gebruiken om te sparen, steeg sinds eind december van 16,1 procent naar 19,9 procent en bereikte daarmee het op één na hoogste niveau sinds 1963. Het vorige record van 25,9 procent werd gevestigd in het tweede kwartaal van 2020 tijdens de eerste lockdown, die de Britse economie in een recessie stortte. In het decennium vóór de pandemie lag de spaarquote op een gemiddelde van 8,5 procent.
Economen verwachten een hausse in de uitgaven als de beperkingen worden versoepeld.
Nieuwe ontslagregeling in Italië
Het kabinet van de Italiaanse premier Mario Draghi keurt een nieuw decreet goed dat het ontslag van werknemers regelt. De regering heeft overeenstemming bereikt met vakbonden en werkgeversorganisaties over een systeem dat in werking treedt wanneer het aan corona gekoppelde verbod op ontslagen afloopt. Aanvankelijk leek de regering van plan het ontslagverbod te willen verlengen voor kwetsbare sectoren, zoals de textiel. De vakbonden wilden juist verlenging van het algemene verbod tot aan oktober, uit angst voor massale ontslagen.
Volgens de overeenkomst zullen bedrijven pas werknemers mogen ontslaan als alle beschikbare CIG-gelden, de Italiaanse inkomenssteun tijdens corona, zijn opgebruikt.
Derde coronagolf in Zuid-Afrika
Zuid-Afrika is verantwoordelijk voor bijna 40 procent van alle sterfgevallen door corona op het continent en telt tot dusver 60.038 officieel geregistreerde dodelijke slachtoffers. Het land wordt geteisterd door een derde golf, die is ontstaan door de snelle verspreiding van de Deltavariant schrijft Al-Jazeera. De provincie Gauteng, met Johannesburg – het financiële centrum van het land – en de administratieve hoofdstad Pretoria, is met ruim 60 procent van de nieuwe gevallen het epicentrum.
In een televisietoespraak kondigde president Cyril Ramaphosa een reeks nieuwe beperkingen aan, waaronder een verbod op de verkoop van alcohol en bijeenkomsten, evenals uitbreiding van de avondklok van 21.00 uur tot 04.00 uur.
In plaats van de wereld te verkennen, zaten Europese jongeren thuis. In plaats van verliefd te worden, hielden ze afstand. De pandemie heeft hun een heleboel dingen afgepakt die horen bij jong zijn. Hoe pakken ze de draad weer op? Zesentwintig getuigenissen.
Onze laatste zorgeloze zomer is algauw twee jaar geleden. Als je jong bent, lijkt dat wel een half leven. Die zomer hadden we nog nooit gehoord van besmettingsaantallen. We lagen op het gras, op het strand of bij het zwembad, samen op een badhanddoek en zo dicht bij elkaar als nu verboden is. We wisselden blikken met mensen die we nog niet kenden en die we leuk vonden. We trokken het ene biertje na het andere open, speelden volleybal, voetbalden, omhelsden elkaar na elk doelpunt en na een tijdje gingen we ergens anders heen, tot diep in de nacht. We waren nog niet gearriveerd, natuurlijk niet, we waren pas net op zoek.
Bij volwassen worden hoort dat je nog niet hoeft te weten wie je bent en wie je wilt worden, dat je de plek waar je thuishoort nog mag vinden. Maar wat als de zoektocht al voorbij is voor je de kans hebt om ergens aan te komen?
Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten
De pandemie heeft alles wat volwassen worden is, veranderd in het tegendeel: in plaats van dichter bij elkaar te komen, moesten we afstand houden. Grenzen respecteren in plaats van overschrijden, thuis blijven in plaats van de wereld in te trekken. De eerste zoen, voor het eerst alleen met vrienden op vakantie, de eerste stage: allemaal uitgesteld. Voor onbepaalde tijd. En dat kunnen we nooit allemaal inhalen: als je op je achttiende verjaardag thuis zat, kun je een jaar later niet met vrienden en vriendinnen gaan vieren dat je meerderjarig bent geworden. Als je tijdens de pandemie eindexamen hebt gedaan, kun je met je klasgenoten niet meer maanden later proosten op het begin van het nieuwe leven. En als je een studie bent begonnen, kun je waarschijnlijk niet gaan dansen op het introductiefeest.
In plaats van eindelijk rond te kijken in de wereld zaten wij, scholieren, studenten en mensen die voor het eerst gingen werken, weer bij onze ouders aan tafel te luisteren hoe zij zich moed inspraken door herinneringen op te halen aan de goede oude tijd. Terwijl wij jongeren nog amper herinneringen hadden. Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten.
Gedesillusioneerde jeugd
Het is een collectief gevoel, dat in heel Europa wordt ervaren. Dat blijkt uit een gezamenlijk enquête van Süddeutsche Zeitung, The Guardian, La Stampa, Le Monde en La Vanguardia. Honderden jongeren hebben in deze enquête verteld hoe het afgelopen jaar hen heeft veranderd, met name in Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Spanje. De enquête is niet representatief, maar geeft een beeld van een gedesillusioneerde jeugd. In de antwoorden, waarvan we hier een selectie laten zien, is sprake van een verloren jaar, van een leven in vliegtuigmodus. Veel jongeren hebben het afgelopen jaar de hoop verloren dat ze door de politiek worden gezien, en al helemaal dat ze serieus worden genomen.
‘Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes houden,’ zegt er een. ‘Dat we alleen thuis zitten, met de last van school of universiteit op onze schouders, maar zonder dat we als compensatie iets van een leven mogen hebben, daar horen we politici niet over.’ Een ander: ‘Ik ben zwaar teleurgesteld en verbijsterd hoe consequent allerlei beslissingen eerst te laat en dan verkeerd worden genomen.’ Nog iemand: ‘Mijn doel is zonder blijvende geestelijke schade uit deze crisis te komen.’
Psychische gezondheid
Een onderzoek van het academisch ziekenhuis van Hamburg-Eppendorf, waarvoor tussen half december 2020 en half januari 2021 meer dan duizend kinderen en jongeren zijn ondervraagd, laat zien dat bijna een derde van de jongeren ‘psychologisch opvalt’. In de loop van de pandemie is hun psychische gezondheid steeds verder achteruitgegaan: veelvoorkomende symptomen zijn depressie en psychosomatische gevolgen als maag- en hoofdpijn. Vergelijkbare resultaten geeft een onderzoek van de Donau-Universität Krems in Oostenrijk van dit voorjaar, dat bij meer dan de helft van de drieduizend ondervraagde jongeren symptomen van depressie heeft geconstateerd en bij de helft angststoornissen. Ongeveer 16 procent had regelmatig suïcidale gedachten, een enorme toename vergeleken met de laatst beschikbare cijfers.
Heeft de pandemie van ons, de jonge mensen die de hele tijd ‘weinig risico’ liepen, te veel gevergd? Is de samenleving, die solidariteit van ons eiste, misschien onvoldoende solidair met ons geweest? Tenslotte moesten scholen en universiteiten sluiten, terwijl veel bedrijven juist open mochten blijven. Tenslotte lijken kinderen en jongeren de laatsten te zijn die door een vaccinatie terug kunnen keren naar een vrij leven.
Antwoorden zijn er haast nog niet, wel voortdurend nieuwe vragen.
Inhaalprogramma om te leven
De belangrijkste vraag is misschien wel: hoe heeft de pandemie ons toekomstbeeld beïnvloed? Wat gaan we doen als alles eindelijk echt voorbij is? Blijven we thuis op de bank zitten, omdat we niet weten dat het ook anders kan? Berusten we, en laten we de politiek de politiek? Of gaan we de straat op om te vechten voor een betere toekomst, voor ons recht om mee te doen, mee te beslissen?
Ook daar is nu nog geen antwoord op te gegeven, maar één reactie heb ik al. Een reactie op het ‘inhaalprogramma’ waartoe de regering onlangs heeft besloten, om met miljarden euro’s de leerachterstanden van de afgelopen maanden in te halen. We hebben geen inhaalprogramma nodig om te leren. We hebben een inhaalprogramma nodig om te leven.
Een inhaalprogramma voor een jaar van gemiste kansen en gemiste vriendschappen. Drukke cafés en feestjes waar je over de hoofden kunt lopen, dat is wat we nodig hebben. We hebben een quotum nodig van dagen dat we mogen spijbelen, van school, van de universiteit, van ons werk, omdat we in plaats van leren en werken nu eerst eens naar het zwembad moeten. Allemaal tegelijk naar het strand, een bergwandeling maken, of gewoon de hele zomer op een picknickdeken liggen, heel dicht bij elkaar. We hebben niet alleen de middagen nodig, of de zomervakantie, maar ook de ochtenden om elkaar te zien en te lachen en eindelijk weer onze armen om elkaar heen te kunnen slaan. Als er één inhaalslag is die we moeten maken, dan echt alleen die ene: leren om weer zorgeloos te zijn.
Antje Fischbach, 23, studente osteopathie in München
‘Ik mis het ongedwongene. Ik mis het uitgaan, onder de mensen zijn, een beetje aangeschoten voor een club hangen met vrienden. Iets idioots doen en er achteraf samen om lachen. Als ik vroeger ontevreden was over mijn leven, veranderde ik iets. Dat kan nu niet. Dit jaar ben ik volwassener geworden, wat niet alleen positief bedoeld is. Ik vind het heel erg dat we voor de politiek geen enkele rol spelen. Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes organiseren. Maar dat we in ons eentje thuis zitten, met de last van school of universiteit, zonder enige compensatie waardoor we toch iets van een leven hebben, daar hoor je de politiek niet over. Je hebt het gevoel dat er niet naar je geluisterd wordt en dat je niet serieus wordt genomen. Daar word ik soms echt boos en wanhopig van. Vaak stel ik me voor hoe het is als het leven weer echt begint. Net zoiets als een fantastische vakantie, waar je je al maanden tevoren op verheugt. Maar dan nog beter. Alleen al iedere keer dat je je armen om iemand heen slaat, voelt het een beetje als zomer.
In geloof dat we onderschatten hoeveel kracht deze tijd ons later zal geven. Ik bedoel: nu deze shitpandemie ons niet klein heeft gekregen, kunnen we alles aan. Ooit zijn we er weer, onder de mensen, met harde muziek. Ik weet zeker dat we dan op een gegeven moment allemaal even stilstaat en denken: Fuck, ik heb het gered. Ook al wist ik soms niet of ik het wel aan kon. En nu sta ik hier. Tussen een massa mensen, aan de vooravond van een leven dat nog afwisselender en opwindender zal zijn dan hiervoor.’
Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen
Matthieu Baubry, 19, student vreemde talen in La Roche-sur-Yon, Frankrijk
‘Ik heb de indruk dat we hier nooit uit zullen komen. Het lijkt me een utopie dat we over tien jaar geen mondkapje meer dragen. Ik ben bang dat vandaag of morgen alles voorbij is. En ik ben niet eens boos: tenslotte is het niemands schuld. Ik leg me er gewoon steeds meer bij neer. Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen. Volgend jaar wil ik taal en literatuur gaan studeren om later journalist te worden, gespecialiseerd in videogames. Online wereldkampioenschappen kijken vind ik echt helemaal te gek. Bovendien is het internet een terrein met grote toekomstmogelijkheden, dan hoef ik me geen zorgen te maken of ik wel werk vind.
In elk geval heb ik van de zomer een baan. Ik ga in de bediening werken in een restaurant aan de westkust, aan het strand, bij Saint-Jean-de-Monts in de Vendée. Ik blijf gewoon bij mijn ouders in Challans wonen, maar dat gaat wel lukken omdat ik niet meer 24 uur per dag thuis ben. En als ik werk, staat er eindelijk weer geld op mijn rekening. Tijdens de tweede lockdown ben ik mijn baan in de supermarkt kwijtgeraakt, en ondanks dat ik een beurs had kon ik de huur niet meer betalen. Zonder mijn ouders stond ik op straat.’
Sandra Birner, 26, kinderverpleegkundige in München
‘Wat ik enorm mis, is dansen. Je laten gaan in de roes van het ritme en één zijn met de menigte om je heen. Mensen ontmoeten, ook partners, want ik ben single en heel open over mijn seksleven. Ik prijs me gelukkig dat ik als kinderverpleegkundige kan blijven werken, dat ik iets te doen heb en in mijn levensonderhoud kan voorzien. Toch is het moeilijk om zo vaak alleen te zijn, in een flatje van 24 vierkante meter, zonder balkon, zonder man, zonder medebewoners. Daardoor ben ik gaan roken. Op een vrije dag is roken voor mij de enige reden om op te staan. Afgelopen winter was ik zwaar depressief, ik moest bijna aan de medicijnen, ik at niet meer en deed niets meer. Waarom zou ik? Des te dankbaarder ben ik voor mijn vrienden, we steunen elkaar geweldig in deze moeilijke tijden. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit weer in een disco zal staan, of in een bar of een biertent en kan dansen en zoenen en lachen. Misschien moet ik een poes nemen, want als je voor corona geen partner had, vind je er nooit meer een.’
Dalila Regesta, 19, uit Imperia, Italië, student economie in Straatsburg, Frankrijk
‘Ik ben een van de weinigen die kan zeggen dat het afgelopen jaar positief is geweest. Tijdens de pandemie heb ik begrepen wat echt belangrijk voor me is. Dichtbij mijn vrienden en familie zijn bijvoorbeeld. En ik heb het afgelopen jaar daadwerkelijk weer oude vriendschappen kunnen oppakken. De sociale media hebben daarbij echt geholpen, omdat je over allerlei grenzen heen contacten kunt leggen, al is het maar in een video call of via een story op Instagram. Als ik naar de toekomst kijk, is mijn grote zorg dat er niet naar ons wordt geluisterd. Wij zijn digital natives, en vergeleken met de vorige generatie maken de sociale media voor ons van alles mogelijk. Maar dat betekent nog niet dat er aan de andere kant van het scherm automatisch iemand naar je luistert.’
Conor Spielberg, 23, journalist in Dublin, Ierland
‘Net als veel jonge mensen hier in Dublin woon ik bij mijn ouders, en het ergste is dat ik op mijn drieëntwintigste financieel nog steeds van hen afhankelijk ben. Ik schrijf recensies over stripverhalen, maar dat levert niet echt veel op. Ik kan gewoon geen ander werk vinden. Het afgelopen jaar heb ik in elk geval heel veel geschreven, maar voor een baan met het minimumloon zou ik een moord doen. Het moeilijkste aan de lockdown vond ik dat ik tegenover vrienden nu eenmaal veel opener ben dan tegenover mijn familie. Het is best vreemd dat ik in een camera kan kijken of in een headset kan zeggen: “Ik ben verdomd ongelukkig” en het tegelijk onvoorstelbaar vind om dat tegen iemand te zeggen die tegenover me zit. Het enige goede aan dit verschrikkelijke jaar is, dat we nu het duidelijke bewijs hebben wat er gebeurt als je de wetenschap negeert omwille van de winst. Hopelijk gaan we daardoor anders denken over klimaatverandering. Grote bedrijven en regeringen hebben dat probleem decennialang genegeerd, en ik ben echt verbijsterd dat er nog steeds mensen zijn die proberen te voorkomen dat we een oplossing vinden voor de klimaatcrisis.’
‘De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan’
Mariska Faassen, 17, scholier in Nederland
‘Het gaat er niet om dat ik wil feesten of met mijn vrienden rondhangen. Het gaat me er vooral om dat het niet eerlijk is: ieder bedrijf en ieder restaurant dat dicht ging, heeft geld gekregen van de staat. En nu mogen wij, de jongeren, in de toekomst een kapitaal aan belasting gaan betalen. Onze toekomst staat op het spel, en wij hebben er niets over te zeggen. Ik ben heus bereid mijn stem te laten horen, maar ik zou niet weten hoe. We leven in een democratie, maar beslissingen die extreem veel invloed op ons dagelijks leven hebben, worden zonder enige discussie met de burgers genomen. De burgers in ons land zijn de slachtoffers van de fouten van het kabinet, zoals bij het vaccinatieprogramma en de capaciteit van de ziekenhuizen. De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan.’
Sara-Besme Shabib, 21, scholier in München
‘Tot voor kort zat ik op het mbo, maar door corona heb ik de hoop mijn examen te halen opgegeven en ben ik ermee opgehouden. Terwijl het mijn grootste wens was om scheikunde te studeren. Maar in de huidige omstandigheden kan ik dat niet aan. Het hoogtepunt van de week is mijn uurtje therapie. Mijn therapeut zie ik vaker dan wie ook. Dat is een constante waaraan ik kracht ontleen, omdat ik er het huis voor uit moet. Bovendien is me duidelijk geworden dat ik mijn sociale contacten niet als vanzelfsprekend mag beschouwen, en ben ik dankbaar voor elke minuut die ik met mijn vrienden kan doorbrengen. Over de regering hoef ik het niet te hebben, neem ik aan? Economie voor, economie na, het komt me mijn oren uit. Ik krijg voortdurend het gevoel dat ik in het beeld moet passen dat de maatschappij van ons jongeren heeft. Maar veel jongeren zijn aan het eind van hun Latijn. Toch verwachten ze van leerlingen dat ze studeren, bijblijven en examen doen. En daarna liefst meteen solliciteren of met een opleiding of een studie beginnen. “Jullie zijn de toekomst,” laat me niet lachen. Niemand helpt ons. Ze zouden iedereen die nu van school komt gelijk een tegoedbon voor een burn-outkliniek bij moeten geven.’
Bang voor de toekomst
Volgens een enquête van de Bertelsmann Stiftung vreest 65 procent van de vijftien- tot dertigjarigen in Duitsland dat de politiek geen oog heeft voor hun zorgen over de pandemie. Krap de helft van de zevenduizend ondervraagden is bang voor de toekomst.
Benoît Frimon-Richard, 25, uit Égly, Frankrijk, studeert farmacie in Parijs
‘Voor de pandemie had ik eigenlijk besloten om naast mijn studie farmacie in Parijs ook een master in bestuurskunde te gaan doen om ooit bij een instantie in de gezondheidszorg te gaan werken. Maar toen de pandemie begon, ben ik teruggegaan naar mijn ouders in Égly, in de provincie, in het zuiden van het departement Essonne. Van daaruit studeer ik nu online en daarnaast werk ik parttime in een apotheek. Ook al maak ik grappen dat ik leef als een monnik: sinds ik terug ben op het platteland slaap ik beter, eet ik beter, drink ik helemaal geen alcohol meer en doe ik meer aan sport. Ik heb zelfs spieren gekregen! Ik verdien geld en geef praktisch niets uit omdat ik thuis woon. Ondertussen zijn mijn toekomstpannen radicaal veranderd en heb ik besloten dat ik liever in een apotheek op het platteland werk dan op een kantoor. In het contact met mensen voel ik me nuttiger. Mijn plan is al tamelijk concreet: over twee jaar neem ik vermoedelijk een apotheek over, in de gemeente Angervilliers met vijftienhonderd inwoners.’
Matthias Montesano, 21, barkeeper in Turijn, Italië
‘Ik ben barkeeper en heb lang helemaal niet kunnen werken. Thuis heb ik geprobeerd mijn cocktails te verbeteren en nieuwe technieken uit te proberen. Maar het viel niet mee om me te concentreren. Ik geloof dat de politiek in Italië al met al goed heeft gereageerd, ook al zijn er natuurlijk fouten gemaakt. Waarom waren bijvoorbeeld kerken wel open, terwijl musea en theaters dicht moesten blijven? Waarom was het ja tegen godsdienst en nee tegen cultuur? In allebei die sectoren kunnen ze toch dezelfde veiligheidsmaatregelen nemen? Dan zou het allemaal veel beter zijn gegaan. Het virus heeft ons natuurlijk ook volkomen onverwachts overvallen. Misschien moeten we het allemaal als een waarschuwingssignaal zien. We moeten onze levensstijl veranderen en onze extreme consumptiedrift afremmen. Nadenken over wat echt belangrijk is. Deze pandemie heeft ons te veel afgenomen om het allemaal gewoon achter ons te laten zonder het ook als een kans op verandering te zien. Ook wat betreft mijn familie: ik heb gemerkt dat je die in moeilijke momenten om je heen wilt hebben. In het gewone leven wil je dat nog wel eens vergeten.’
‘Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet’
Lucas Hoorn, 23, leerling-docent aardrijkskunde en sociale studies in Dresden
‘Tijdens de pandemie heb ik veel tijd voor allerlei beeldschermen doorgebracht. Ik heb er eigenlijk geen moeite mee om alleen te zijn, maar zoveel eenzaamheid doet pijn. Mijn medebewoners en -bewoonsters helpen geholpen, maar steeds vaker voel ik me vanbinnen leeg. Gewoon niets. Op een ander moment ben ik van binnen des te impulsiever, mijn internetbubble maakt dat ik steeds bozer word op wappies en coronaontkenners, maar ook op onze politieke leiders. In wezen ben ik heel dankbaar dat we in een echte democratie leven, en waardeer ik ons federalisme. Eigenlijk was ik er ook van overtuigd dat we hier in Duitsland ondanks allerlei democratische hindernissen snel en efficiënt kunnen handelen. Maar blijkbaar mankeert het ons aan daadkracht. Ik ben zwaar teleurgesteld dat beslissingen constant eerst te laat en daarna verkeerd genomen worden. Het gevoel in de steek gelaten te zijn, geeft dat heel goed weer. Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet.’
Niet systeemrelevant
Lena Iris Brendel, 25, student muziek in Stuttgart
‘Het afgelopen jaar zou mijn jaar zijn. Ik studeer muziek en zat in mijn buitenlandsemester, klaar om de wereld te veroveren. In plaats daarvan zat ik weer in mijn kinderkamer en moest ik ook nog toekijken hoe mijn beroep verdween. Opeens moest ik me afvragen: ‘Waarom zou ik nog oefenen? Zeven jaar keihard studeren, de allerbeste cijfers. Waarvoor? Opeens was ik bezig op internet te zoeken naar “beroepen voor zij-instromers”, “bedrijfseconomie online” en “met welke opleidingen verdien je het meest?” Wat me daarvan het meest op de zenuwen werkt? Vaak vraag ik andere mensen wat hun leven de moeite waard maakt. Het antwoord is nooit “De winst van mijn bedrijf” of “Het bruto binnenlands product”. Maar: festivals, concerten, film, theater. En wie maakt die hele zooi? Wij, die niet systeemrelevant zijn.
Wat wel heel mooi was: ik heb nog nooit in mijn leven zoveel tijd met mijn vader doorgebracht. Opeens waren we lotgenoten: thuiswerker en thuisstudent. Samen wandelen, samen koffiepauze. Voor het eerst in mijn leven had ik gelegenheid veel over mezelf te vertellen en hij was veel beter in staat begrip te hebben voor zijn gekke kunstenaarsdochter. Als ik ooit iets over deze tijd zou moeten vertellen, zou ik me alleen nog herinneren hoe fijn het was dat ik zo veel met mijn vader was.’
Alba Fernandez, 24, verpleger in Madrid, Spanje
‘Ik ben verpleegster in een ziekenhuis in Madrid. In de afgelopen veertien maanden heb ik het leed en de eenzaamheid van heel dichtbij meegemaakt. En het sterven. Het was afschuwelijk. Niemand is op zoiets voorbereid. Onze gezondheidszorg kon het niet aan, en wij konden van achter onze gezichtsbescherming amper met onze patiënten communiceren. We glimlachten dan en raakten ze aan, ook al was het met latexhandschoenen. Maar wij in de Spaanse ziekenzorg hebben elkaar geholpen, en veel levens gered.’
Phoebe Hanson, 19, uit Staffordshire, Engeland, studeert politiek in Lancaster
‘Mijn hele leven speelt zich af in en rond mijn studentenhuis. Mijn relatie, vrienden, werk, studie, vrije tijd, slaap. Ik voel me net als in een Big Brotherhuis, hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Mijn geestelijke gezondheid heeft eronder geleden. Ik was voor het eerst weg van mijn familie in Staffordshire, kon maandenlang niet naar ze toe. In die periode hebben mijn ouders ook nog corona gekregen en zijn ze ziek geworden. En ik kon niets doen. Dat was zwaar.
Door de pandemie heb ik me gerealiseerd hoe afhankelijk wij mensen ervan zijn dat we elkaar zien. Als ik nu een keer naar huis bel, eindigt dat inmiddels altijd met zwijgen, omdat er niets meer is waar we het over kunnen hebben. We zitten allemaal de hele dag thuis. De pandemie heeft me in elk geval laten zien met wie ik plichtmatig verbonden ben en met wie uit oprecht verlangen om dingen te delen. Mijn vriendschappen van school bijvoorbeeld zijn allemaal voorbij.
Echt teleurgesteld ben ik over de politiek en het onderwijssysteem. Eerst zouden de examens gewoon doorgaan, toen weer niet, toen weer wel. Totale chaos. Ik heb het gevoel dat die negenduizend pond collegegeld dit jaar gewoon weggegooid geld is. En na onze studie staan we voor de afgrond: mensen hebben ongelooflijk hoge verwachtingen van afgestudeerden: we moeten jaren ervaring meenemen, maar we kunnen ons in deze crisis absoluut niet permitteren onbetaald stage te lopen of tijdrovend vrijwilligerswerk te doen. Mijn carrière is nu voor mij dan ook het belangrijkste.’
Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde
Leonard Strickler, 24, werkzaam in Freiburg
‘Ik (…) merk in gesprekken met mensen van boven de veertig dat ze me vaak proberen op te vrolijken. Terwijl ik helemaal niet het gevoel heb dat ik opgevrolijkt hoef te worden. Ik heb het geluk dat ik al veel heb beleefd en daar met vrienden met veel plezier herinneringen aan kan ophalen. De hele zaak doet kinderen en jongeren duidelijk meer kwaad. Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde. In het weekend voetbal ik zelf een beetje met een paar vrienden, hoewel 80 procent van mijn sociale contacten de afgelopen maanden online verliep. Mijn gameconsole was een verbazingwekkend zinvolle investering van mijn zestienjarige ik. In plaats van mezelf tijdens een zoomconferentie achter mijn laptop op een fles wijn te trakteren, kon ik met vrienden op mijn Playstation spelen. Alcohol heb ik alleen ’s maandags gedronken wanneer ik met mijn pubquizmaten had afgesproken voor een online quiz. Dat was best geinig, maar er gaat niets boven afspreken in levende lijve. Pas toen dat echt niet meer kon, werd me duidelijk hoe belangrijk het kan zijn om af en toe naar het café te gaan.’
Michela Petrini, 21, student in Bra, Italië
‘Ik zou graag hoop uitstralen, maar eerlijk gezegd ben ik door de pandemie verbitterd geraakt. Inmiddels neem ik niets meer als vanzelfsprekend aan, ook vriendschappen niet. Tijdens de eerste lockdown namen maar weinig vrienden de moeite iets van zich te laten horen. Veel van die oppervlakkige contacten heb ik uiteindelijk beëindigd. Ik geloof dat de regering-Conte heeft gedaan wat mogelijk was; want met een crisis in de gezondheidszorg als deze heeft nog nooit iemand te maken gehad. Maar ik denk steeds vaker dat de regering-Draghi niet doet wat ze zou kunnen. Misschien verliezen wij jongeren nu de hoop, en dat mag eigenlijk niet gebeuren. We moeten vertrouwen hebben in ons land, al is het maar omdat er geen alternatief is. Nu moeten we op de zak van onze ouders teren en die zijn door de pandemie even aangeslagen als wij en hebben moeite om rond te komen.’
Claire-Lyse Thomann, 18, middelbare schoolstudent in Rennes, Frankrijk
‘Begin dit jaar heb ik mijn achttiende verjaardag gevierd. Ik dacht altijd dat ik dan eindelijk naar een nachtclub mocht! Mooi niet. Dat kan ik nooit meer inhalen. En ik ben bang voor de toekomst. Ik vraag me bijvoorbeeld steeds vaker af of het wel een goed idee is om kinderen op deze wereld te zetten. Ik heb het er met vriendinnen over gehad of we kinderen willen of niet. Ik was de enige die het niet wilde of die het in elk geval niet zeker wist. Wat hebben mijn kinderen eraan om in een tijd van klimaatverandering in de ene crisis na de andere te leven? Ik weet dat er als vrouw van je wordt verwacht dat je kinderen krijgt. Maar dat het kan, betekent nog niet dat het moet.’
Egoïsme
Chloé Lassel, 22, rechtenstudent in Versailles, Frankrijk
‘Toen ik alleen nog maar thuis zat, is me duidelijk geworden dat ik al een tijdje niet meer zo enthousiast ben over mijn studie rechten. In het weekend help ik altijd in een boekwinkel hier in de buurt. Die kant wil ik op. Ik wil iets anders, ik hou ervan onder de mensen te zijn, om klanten boeken aan te raden. Ook tijdens de pandemie kwamen er veel mensen in de boekwinkel, om iets te kopen en om een praatje te maken. Al wilden sommige geen mondkapje opdoen of hun handen desinfecteren. Als ik dat dan vriendelijk vroeg, begonnen ze te betogen dat ze jeuk kregen van het desinfectiemiddel, of dat ze last hadden van het mondkapje. We moeten ons afvragen hoe we met dat soort egoïsme willen omgaan. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje, en alleen komen we daar niet uit. De crisis heeft veel dingen zichtbaar gemaakt, ook dingen die we eigenlijk niet willen zien.’
Lara Oreiro, 24, student in A Coruña, Spanje
‘Jong zijn is nooit makkelijk geweest, ook tegenwoordig niet. Mijn generatie moet vechten tegen het stigma dat ze “altijd alles had”. Maar op het ogenblik hebben we weinig en verliezen we een heleboel. Dit zou het jaar zijn dat ik volwassen werd. Ik zou mijn studie afronden en gaan werken. Ik wilde groeien, persoonlijk en in mijn beroep. Die droom heb ik ondertussen laten varen. Veel jonge mensen hier in La Coruña zitten vol opgekropte woede. We lijden aan slapeloosheid en voelen ons machteloos en onrustig. We denken dat het ergste leed geleden is, maar we moeten onszelf niets wijsmaken. Het ergste moet nog komen, zodra we met de nawerkingen van de coronacrisis worden geconfronteerd. Wanneer we proberen een baan met een fatsoenlijk salaris te vinden om zelf een onafhankelijk bestaan op te bouwen. We zullen moeten vechten zoals al heel lang geen jong mens meer heeft hoeven vechten.’
Risico op depressie
64 procent van de 18- tot 34-jarigen in de Europese Unie loopt het risico een depressie te ontwikkelen. Dat blijkt uit een enquête uit het voorjaar van 2021 van Eurofound, een agentschap van de Europese Unie. In dezelfde periode in 2020 was dat 53 procent.
Ana Carrasco, 23, student communicatiewetenschappen in Sevilla, Spanje
‘Toen de lockdown begon, kreeg ik paniekaanvallen door het bombardement van cijfers over aantallen besmettingen en doden. Ik ben opgehouden met mijn onlinecursussen en heb de tv uitgezet. In plaats daarvan heb ik de radio aangezet, alleen om naar muziek te luisteren, en ben ik boeken gaan lezen, maar alleen als ze goed aflopen. Ik heb Trivial Pursuit gespeeld met mijn vader, liedjes gezongen met mijn zus en films gekeken met mijn moeder. We aten tussen de middag en ’s avonds altijd met zijn vieren en hebben elkaar op moeilijke momenten gesteund. Zo is het ons gelukt in balans te blijven. Nu ga ik beginnen aan een master journalistiek in Barcelona en heb ik weer zin om te studeren.’
Paula Mols, 23, student maatschappelijk werk in Münster
‘Omdat ik sinds het begin van de pandemie van mijn partner af ben, moest ik eerst uitzoeken wie ik was zonder hem. Dat heeft voor mij de pandemie, stom gezegd, draaglijker gemaakt. Toen ik weer klaar was om andere mensen te leren kennen, voelde het toch oneerlijk dat ik mijn singlebestaan niet kon uitleven. Kortgeleden heb ik via Tinder mijn nieuwe vriend leren kennen. Op onze eerste date gingen we samen wandelen. Wat moet je anders. Nu breng ik de meeste tijd met hem door en helpt hij me door deze moeilijke maanden heen.
Voor de pandemie vond ik politieke onderwerpen taai, maar inmiddels begrijp ik altijd wat er aan de hand is en blijf ik op de hoogte door de corona-update met Christian Drosten en de Tagesschau. Ik moet zeggen dat ik heel teleurgesteld ben over onze regering en het idee heb dat ze gefaald heeft. Het coronajaar heeft me zo uitgeput dat ik haast lethargisch ben. Het liefst zou ik naar bed gaan en slapen tot de pandemie eindelijk voorbij is!’
‘Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan’
Greta Carosso, 18, scholier in Bra, Italië
‘Vroeger had ik nooit veel haast om bepaalde ervaringen op te doen. Inmiddels is dat anders geworden en vind ik het belangrijk zodra een gelegenheid zich voordoet die te benutten. Voor mij is niets vanzelfsprekend meer. Een paar van mijn vrienden en ik zijn inmiddels onder behandeling bij een psycholoog. We zijn vanbinnen ontzettend kwaad en weten niet wat we daarmee aan moeten. Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan. Wij jongeren moeten nu gewoon weer energie vinden.’
Francesco Piacentini, 20, student in Ferrara, Italië
‘De laatste drie jaar van het gymnasium heb ik op een militaire school gezeten. Tijdens de pandemie was ik gedwongen al mijn tijd daar door te brengen. Toen heb ik gemerkt dat wat ik in het leven echt wil, niets met het leger te maken heeft. Ik wil liever proberen een onbezorgd en vreedzaam leven te leiden, een leven waarin ik anderen kan helpen. Op school heb ik nooit problemen gehad, maar nu ik op de universiteit zit, staat het water me aan de lippen. Eerlijk gezegd geloof ik dat de mensen de coronatijd het liefst zo snel mogelijk willen vergeten. Vooral de arbeidersklasse, die het zwaarst getroffen is. Daarom geloof ik ook dat er uiteindelijk niets verandert, en ik denk ook niet dat dat nodig is.’
Ruaidhrí Ó Conaill, 24, docent sport en Ierse taal in Cork, Ierland
‘Door mijn werk als leraar heb ik geleerd hoe groot de behoefte aan een reorganisatie van het Ierse onderwijssysteem is. Een voorbeeld: alles is gericht op één eindexamen in het laatste schooljaar, het Leaving Cert. Na de catastrofe van het afgelopen jaar toen het centrale eindexamen gewoon doorging, wat zelfs tot processen heeft geleid, is het echt de hoogste tijd om de leerlingen continuer te toetsen.
Een ander probleem: sommige scholieren werken sinds het begin van de pandemie alleen nog op hun smartphone, terwijl we tegelijkertijd proberen de smartphoneverslaving van deze generatie te bestrijden. Ook al wordt Ierland steeds liberaler, de regering heeft de laatste tijd het contact met de jonge mensen verloren. Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat zoveel jonge Ieren nog steeds weg willen. Wat me ook bezighoudt: met het oog op de klimaatverandering moeten we onze manier van leven aanpassen. Hoe we eten, reizen, wat voor kleren we dragen, bijna alles in ons leven moet anders. Kortom: het kapitalisme moet verdwijnen en worden vervangen door een meer bewuste, groenere en meer holistische levenswijze. Had u me tien jaar geleden verteld dat de wereld ten onder zou gaan, dan had ik u voor gek verklaard. Nu beaam ik het.’
Geen student, maar een robot
Victor Volmer, 20, student jazz in Berlijn
‘In september ben ik naar Berlijn gegaan, een compleet vreemde, grote stad, om aan mijn muziekstudie te beginnen. Ik wilde andere musici ontmoeten, in plaats daarvan zat ik opgesloten op mijn veel te dure kamertje en deed ik ongelooflijk mijn best om de virtuele lessen leuk te vinden. Muziek moet het tenslotte hebben van het samen spelen met anderen. Ik heb een tot nog toe onbekend potentieel aan agressie in mezelf ontdekt, wat ik verklaar uit mijn algehele ontevredenheid.
Ik geloof dat de grote uitdaging voor mij is de hedonist in mezelf uit te schakelen ten bate van de ander en tegelijk in de gaten te houden dat het met mij ook goed blijft gaan, vooral mentaal. Daarin een balans vinden is echt heel moeilijk. Jezelf niet helemaal isoleren, maar ook niet naar een feestje van een vriend of een vriendin gaan waar ook nog tien anderen zijn uitgenodigd. Mijn doel is in elk geval om zonder blijvend geestelijk letsel uit deze crisis te komen.’
Isabelle Koch, 22, uit Freiburg, studeert management in München
‘Het voelt alsof je het belangrijkste stuk van je leven gewoon overslaat. De hoorcolleges aan de technische universiteit in München, te midden van studiegenoten en vrienden, zijn veranderd in studie op afstand: in mijn eentje thuis achter mijn laptop. Ik heb mijn kamer in de woongroep, waar ik zoveel heb gefeest, opgezegd en woon weer bij mijn ouders in de buurt van Freiburg, op het platteland. Ik voel me geen student meer, maar een robot. Ik ben dankbaar dat we in deze crisis nog kunnen studeren. Toch heb ik het gevoel dat we door de regering zijn vergeten. Over studenten hebben ze het nooit. Voor de pandemie zou ik gezegd hebben dat het de grootste uitdaging voor mijn generatie is om tot een besluit te komen. Omdat voor ons bijna te veel mogelijkheden open liggen en we zo veel kansen hebben die we moeten benutten. Tijdens de pandemie is dat veranderd. Ons grootste probleem nu is het gebrek aan perspectief. Ik hoop dat dat snel verandert.’
Fotoreeks van Tommaso Ausili
De Itialaanse fotograaf Tommaso Ausili maakte een reeks portretten van jongeren tijdens de lockdown, die hier te bekijken is. ‘De psychologische gevolgen van de pandemie werden vooral opgemerkt bij adolescenten’, aldus de fotograaf op de pagina. ‘In deze levensfase beleeft de persoon een groeiproces, de ontwikkeling van zijn eigen persoonlijkheid en de ontdekking van zichzelf. Adolescenten streven naar een cognitieve en emotionele band met de sociale omgeving en omgeving. Een van de belangrijkste doelstellingen van adolescenten is het bereiken van autonomie, wat een innerlijke reis vereist langs zekerheid en verwarring, tevredenheid en onvrede. (…) De meeste adolescenten ervoeren gevoelens van angst en ontmoediging die hun dagelijkse levensstijl sterk beïnvloedden.’
Hongaarse antihomowet leidt tot verhit debat in Brussel
De recente Hongaarse wet die het ‘promoten’ van homoseksualiteit onder minderjarigen verbiedt, heeft donderdag tijdens de EU-top in Brussel de gemoederen verhit. Zeventien landen deden een plechtige oproep om de Europese waarden te respecteren, waarbij Mark Rutte zelfs voorstelde dat Hongarije de EU zou verlaten.
‘De Hongaarse antihomowet lijkt het geduld van de Europese leiders te hebben opgebruikt’, constateert El País. Tijdens de top die donderdag in Brussel van start ging, kreeg de Hongaarse premier Viktor Orbán te maken met een ‘ongebruikelijk gemeenschappelijk front van zeventien landen die hem beschuldigen van het overtreden van de Europese regels tegen discriminatie en het stigmatiseren van homoseksuelen’.
Het Hongaarse parlement heeft vorige week een wet heeft aangenomen die het afbeelden van homoseksuelen in educatief materiaal, televisieprogramma’s, en films en series gericht op jongeren verbiedt. De wet is volgens de Hongaarse regering bedoeld om ‘kinderen te beschermen’, schrijft The Guardian.
In een brief spreken zeventien EU-landen zich uit tegen ‘elke vorm van discriminatie op grond van seksuele geaardheid’
In hun brief aan de EU-leiders spraken de zeventien ondertekenende landen – die een breed spectrum van politieke kleuren bestrijken, van progressief links in Spanje tot conservatief rechts in Oostenrijks – zich uit tegen ‘elke vorm van discriminatie op grond van seksuele geaardheid’ en benadrukten dat ‘respect en verdraagzaamheid de kern vormen van het Europese project’, bericht RFE-RL.
Al voor het begin van de besprekingen liepen de spanningen hoog op: bij hun aankomst in Brussel namen de meeste EU-leiders een standpunt in over het onderwerp en beloofden zij verhitte debatten.
‘Homoseksualiteit als een gevaar voor jongeren zien, is vergeten dat homoseksueel zijn geen keuze is’
De Luxemburgse premier Xavier Bettel, de enige openlijk homoseksuele EU-leider, heeft ‘geput uit zijn eigen ervaring’ om de Hongaarse wet te bekritiseren, meldt L’Essentiel. ‘Het moeilijkste was om mezelf te accepteren, toen ik besefte dat ik verliefd was op een persoon van hetzelfde geslacht’, zei hij vlak voor het begin van de top. ‘Op nationaal niveau homoseksualiteit in een kwaad daglicht stellen, het als niet-normaal beschouwen. Het als een gevaar voor jongeren zien, is vergeten dat homoseksueel zijn geen keuze is, in tegenstelling tot intolerantie tonen’, voegde hij eraan toe.
Volgens Spaanse bronnen heeft ook premier Pedro Sánchez zich krachtig uitgesproken tegen ‘het vereenzelvigen van homoseksualiteit met pedofilie en pornografie’, waarvan volgens velen sprake is in de onlangs goedgekeurde Hongaarse wet, aldus El País.
Financial Times stelt dat ‘de spanningen hoog opliepen’ tijdens de debatten. ‘Orbán verdedigde zijn wet door te zeggen dat deze bedoeld was om jongeren te beschermen en seksuele voorlichting voor te behouden aan ouders, niet aan scholen’.
Mark Rutte
Dit verweer overtuigde de Nederlandse premier Mark Rutte niet, die zei dat Hongarije met deze wet ‘niets meer in de EU te zoeken had’. Hij suggereerde zelfs dat Orbán in de voetsporen van het Verenigd Koninkrijk moet treden en ‘gebruik moet maken van artikel 50 van het Europees Verdrag’ om de EU te verlaten, ‘als hij de regels en waarden van de EU niet wil respecteren’, aldus CNN.
Het zal niemand verbazen dat Orbán standvastig bleef en heeft verzekerd dat hij ‘de wet niet zal intrekken’, schrijft La Stampa. De Europese Commissie is echter niet van plan het hierbij te laten en heeft Hongarije om ‘uitleg’ gevraagd, aldus El Confidencial.
Meer dan negentig landen gebruiken Chinese vaccins om de pandemie te bestrijden. Nu verschillende van hen worden geconfronteerd met nieuwe uitbraken van het coronavirus, rijst de vraag of de vaccins van Sinovac en Sinopharm wel goed werken. De cijfers uit de praktijk lijken de twijfels te bevestigen die ontstonden tijdens klinische proeven, meldt The New York Times.
De Wereldgezondheidsorganisatie schreef dat de doeltreffendheid van het Sinovac-vaccin bij het voorkomen van symptomatische infecties in klinische proeven 51 procent bedroeg in Brazilië, 67 procent in Chili, 65 procent in Indonesië en 84 procent in Turkije. Voor het vaccin van Sinopharm bedroeg de werkzaamheid 78 procent in de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Egypte en Jordanië. Ter vergelijking: de vaccins van Pfizer/Biontech en Moderna hadden een werkzaamheidsgraad van meer dan 90 procent.
Om de doeltreffendheid van de Chinese vaccins in de praktijk te beoordelen, heeft The New York Times onder meer gekeken naar Mongolië, Bahrein en de Seychellen, die ‘althans ten dele’ op deze vaccins hebben vertrouwd in hun vaccinatiecampagne.
‘In plaats van bijna volledig coronavrij te zijn, kampen Mongolië, Bahrein en de Seychellen nu met een uitbraak van besmettingen’
Tussen 50 en 68 procent van de mensen in de drie landen is al volledig gevaccineerd, volgens gegevens van Our World in Data. ‘Maar in plaats van bijna volledig coronavrij te zijn’, schrijft de krant, ‘kampen de drie landen nu met een uitbraak van besmettingen’.
Volgens gegevens van The New York Times behoorden deze landen op 22 juni tot de vijftien landen ter wereld met het hoogste incidentiecijfer (het aantal infecties per 100.000 mensen).
‘Als de vaccins goed genoeg zijn, zouden we dit patroon niet moeten zien’, verklaart viroloog Jin Dongyan van de Universiteit van Hongkong tegen de krant.
Minder doeltreffend
De site Quartz is het daarmee eens: ‘Nieuwe golven van coronagevallen op plaatsen waar veel mensen zijn ingeënt met vaccins van Sinopharm of Sinovac doen vrezen dat deze vaccins in werkelijkheid minder doeltreffend zijn dan de autoriteiten hadden gehoopt’.
The New York Times meldt ook dat meer dan 350 Indonesisch gezondheidswerkers, die volledig zijn ingeënt met Sinovac, de ziekte hebben opgelopen. Ook vergelijkt de krant de situatie op de Seychellen met die in Israël – landen met een vergelijkbaar hoge vaccinatiegraad. De archipel in de Indische Oceaan, die hoofdzakelijk het vaccin van Sinopharm gebruikt, heeft een dagelijks aantal bevestigde coronagevallen van 716 per miljoen, vergeleken met 4,95 gevallen per miljoen in Israël, dat Pfizer gebruikt.
‘Sinopharm heeft een minimaal effect gehad op het verminderen van de overdracht’
Kan de aard van de vaccins zelf dit verschil verklaren? Quartz legt uit hoe Chinese vaccins verschillen van Amerikaanse vaccins. ‘Moderna en Pfizer (…) zetten messenger-RNA (mRNA) in, genetisch materiaal dat cellen instructies geeft om zich tegen het coronavirus te verdedigen. Sinopharm en Sinovac maken daarentegen gebruik van een geneutraliseerde versie van het coronavirus om immuniteit op te wekken.’
De aard van de coronavirusvarianten speelt waarschijnlijk ook een rol. De deltavariant (ook wel bekend als de Indiase variant) vermindert de doeltreffendheid van de vaccins van AstraZeneca en Pfizer, zoals het tijdschrift Nature een paar dagen geleden vaststelde. Wellicht is dat effect nog belangrijker bij de Sinovac- en Sinopharm-vaccins.
Volgens Australisch immunoloog Nikolai Petrovsky is het in ieder geval ‘redelijk om op basis van het verzamelde bewijsmateriaal aan te nemen dat het Sinopharm-vaccin een minimaal effect heeft gehad op het verminderen van de overdracht [van de ziekte]’, vertelde hij aan The New York Times.
Hij voegde eraan toe dat er een groot risico bestaat dat mensen die een van de Chinese vaccins hebben gekregen, weinig of geen symptomen hebben en toch het virus op anderen kunnen overdragen.
Tientallen doden na aanval van het Ethiopisch leger in Tigray
Op dinsdag 22 juni heeft een luchtaanval van het Ethiopische leger tientallen mensen gedood in de stad Togoga, in Tigray, de noordelijke regio van het land dat in conflict is met Addis Abeba.
‘Ten minste 64 mensen werden gedood en 180 raakten gewond in een luchtaanval [op 22 juni] die gericht was op een markt in de door oorlog verscheurde regio Tigray’, meldde The Guardian op donderdag. De aanval komt op een moment dat ‘de gevechten tussen het TPLF (Tigray People’s Liberation Front), dat de regio controleert, en regeringstroepen verhevigen.’ Bovendien vond de aanval een dag na controversiële parlementsverkiezingen plaats, waarbij ‘miljoenen Ethiopiërs niet hebben kunnen stemmen’, waaronder de bevolking van Tigray.
Dit is ‘de dodelijkste aanval’ sinds het conflict acht maanden geleden begon, aldus CNN. Het conflict heeft hongersnood veroorzaakt en ervoor gezorgd dat miljoenen mensen op de vlucht zijn geslagen.
Uiterst zorgwekkend
Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken verklaarde ‘zeer bezorgd’ te zijn over de berichten over de situatie ter plaatse en ‘veroordeelde krachtig’ deze daad van de Ethiopische regering. Ook de VN en de Europese Unie hebben de aanslag veroordeeld, voegt de Amerikaanse nieuwssite eraan toe. Brussel beschouwt deze aanslag als ‘uiterst zorgwekkend’.
CNN meldt op basis van ‘medische bronnen’ dat ambulances die de gewonden kwamen redden, werden tegengehouden door legerofficieren die ‘hen ervan beschuldigden de Tigrinya-strijdkrachten te willen helpen’.
De woordvoerder van het Ethiopische leger, geïnterviewd door persbureau AFP en geciteerd door The Guardian, zei dat alleen militair personeel het doelwit was van de luchtaanval en dat de gewonden of doden strijders ‘in burgerkleding’ waren. ‘De Ethiopische luchtmacht maakt gebruik van de nieuwste technologie en voerde de aanval dus uit met precisie en succes’, verklaarde kolonel Getnet Adane van het Ethiopische leger.
De eerste coronainfectie in de Verenigde Staten werd op 21 januari 2020 vastgesteld bij een inwoner van de staat Washington die kort daarvoor was teruggekeerd uit het Chinese Wuhan. Niet veel later concludeerden experts dat het virus mogelijk al weken eerder in de VS aanwezig was. Een op dinsdag (15 juni) gepubliceerde studie lijkt dat te bevestigen. Op basis van een analyse van bloedonderzoeken identificeerden wetenschappers zeven mensen in vijf staten die mogelijk al ruim voor de eerste officiële gevallen besmet waren.
‘Er waren infecties die niet werden gediagnosticeerd’
‘Dit is een interessante studie omdat hij de gedachte ondersteunt die velen al als waar aannamen, namelijk dat er infecties waren die niet werden gediagnosticeerd’, zegt immunoloog Scott Hensley tegen The New York Times. Het kleine aantal positieve testen maakte het echter moeilijk om er zeker van te zijn dat het om echte infecties gaat en niet om een methodologische fout. Als de bevindingen echter kloppen, onderstrepen ze de noodzaak voor landen om samen te werken en nieuw opkomende virussen zo snel mogelijk gezamenlijk te identificeren.
Amazon aangeklaagd voor racisme
Jeff Bezos wil dat Amazon het ‘meest klantgerichte bedrijf op aarde’ is. Maar een groeiend aantal werknemers zegt dat die instelling heeft bijgedragen aan het bestendigen van racisme bij het bedrijf en dat jarenlange pogingen om er iets aan te doen, zijn gedwarsboomd door de hr-afdeling en Bezos zelf, schrijft Vox.
De aanklagers spreken over expliciet racisme op het werk en over systemisch racisme
Pearl Thomas, een 64-jarige zwarte vrouw, klaagde het bedrijf vorige maand aan wegens discriminatie en wraakneming. Het is een van de vijf rechtszaken die inmiddels zijn aangespannen door huidige en voormalige Amazon-medewerkers wegens rassendiscriminatie. De aanklagers, allemaal vrouwen van kleur, spreken over expliciet racisme op het werk en over systemisch racisme, gezien de lagere promotiepercentages en het hogere aantal contractbeëindigingen van zogenaamde minderheden, bericht het Amerikaanse medianetwerk. De recente zaak van Pearl Thomas is saillant omdat ze werkt voor de hr-afdeling van het bedrijf. Haar directe baas, Beth Galetti, zou een van de grootste obstakels zijn bij het aanpakken van racisme.
Lees ook:
https://360magazine.nl/14452-2/
Toename vluchtelingen op Lampedusa
Op het zuidelijk gelegen Italiaanse eiland Lampedusa neemt het aantal vluchtelingen sinds enige tijd weer zienderogen toe. De zogenoemde hotspot van het eiland dreigt overbelast te raken, meldt de Napolese krantIl Mattino. Hotspots zijn in 2016 door de EU ingesteld als een preventieve grens met een dubbel doel: migranten aan de zuidelijke grenzen van Europa concentreren, en tegelijkertijd verhinderen dat te veel vluchtelingen asiel aanvragen.
‘Alleen al vanmorgen arriveerden er ongeveer 600 vluchtelingen’
Het aantal migranten in het opvangcentrum van Lampedusa is na de recente toestroom weer tot boven de duizend gestegen. De burgemeester van Lampedusa, Totò Martello, wil daarom een onderhoud met de Italiaanse premier Mario Draghi. ‘Alleen al vanmorgen arriveerden er ongeveer 600 vluchtelingen’, aldus Martello in Il Mattino. ‘Ik wil premier Draghi ontvangen om hem het fenomeen migratie te laten zien vanuit onze optiek als grensgebied.’ Martello wil een andere benadering dan die van een voortdurende noodsituatie: ‘als we daar niet aan werken zullen we geen enkele vooruitgang boeken’.
Zes maanden later dan gepland vanwege de pandemie, hebben IBM Europe en de Fraunhofer-Gesellschaft afgelopen dinsdag officieel de eerste kwantumcomputer op Duitse bodem in gebruik genomen. Het IBM Quantum System One-model in Ehningen bij Stuttgart wordt de krachtigste kwantumcomputer van Europa ‘in een industriële context’ genoemd. Dat betekent dat het met zijn 27 qubits niet een van de krachtigste systemen ter wereld is, maar dat het systeem stabiel genoeg is voor industrieel gebruik, schrijft Der Spiegel.
Het Quantum System One draait sinds november in Duitsland en wordt sinds februari gebruikt door de Fraunhofer-Gesellschaft. De voorzitter van Fraunhofer, Reimund Neugebauer, zei dat bedrijven en onderzoeksinstellingen ‘van elke omvang’ de kans moeten krijgen om met het systeem te werken. Hiervoor moeten ze echter wel €11.621 aan gebruikskosten per maand betalen. Neugebauer benadrukte dat de IBM-technologie is gecombineerd met Europese regels voor gegevensbescherming. Hij sprak van ‘volledige gegevenssoevereiniteit onder Europees recht’.
Uitslag Peru laat op zich wachten
Het kan nog drie weken duren voordat bekend wordt wie de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in Peru tussen de linkse Pedro Castillo en de conservatieve Keiko Fujimori heeft gewonnen. Dit komt door het grote aantal beroepsprocedures en verzoeken tot nietigverklaring, meldt MercoPress. Maandagavond (14 juni) stond Castillo iets voor met minder dan 50.000 stemmen van de 17,6 miljoen geldige stemmen: 50,14 procent om 49,86 procent.
Demonstraties en onrust nemen ondertussen toe, gezien het kleine verschil in stemmen. De voormalige Chileense president, VN-commissaris Michelle Bachelet, riep Peruanen op om ‘de regels van de democratie te accepteren’, en ‘de verkiezingsinstellingen en hun beslissingen te respecteren’.
De oprichter van Alibaba, Jack Ma, blijft in de luwte en concentreert zich op zijn hobby’s en op filantropie, meldt Al Jazeera. Dit zei Joseph Tsai, vicepresident en medeoprichter van het Chinese bedrijf, in een interview. Na Ma’s kritiek op de Chinese regelgeving vorig jaar, zette Beijing het bedrijf zwaar onder druk en Ma, de bekendste ondernemer van China, verdween sindsdien grotendeels uit het zicht.
Sancties van de Chinese overheid leidden onder meer tot het opschorten van de beursgang van 37 miljard dollar van het financiële onderdeel Ant Group en een gedwongen herstructurering van Ant. Alibaba kreeg in april ook een recordboete van 2,8 miljard dollar voor ‘concurrentiebeperkende praktijken‘.
Tijdens een persconferentie voor het EK verwijderde voetballer Cristiano Ronaldo twee flesjes Coca-Cola en zette er water voor in de plaats. Die geste leidde tot een een daling van de aandelenkoers van het bedrijf met 1,6 procent. Daarmee liep de marktwaarde van Coca-Cola terug van 242 miljard dollar naar 238 miljard dollar, een daling van 4 miljard dollar, schrijft The Guardian.
Speculatieve non-fictie was lange tijd vooral gericht op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijf – en dus op het verdienen van geld. Mede door de pandemie kunnen we het populaire genre mogelijk aanwenden voor een betere toekomst.
De pandemie, die in veel opzichten vreemder is dan sciencefiction, heeft veel discussie uitgelokt over de rol van speculatieve fictie bij onze toekomstvoorstellingen. Waar sommigen in de mogelijkheden die zulke verhalen voorspiegelen antwoorden zien op onzekere tijden, vragen anderen zich af waar deze dystopische visioenen eindigen. Maar misschien is het net zo relevant om ons weer eens in de speculatieve non-fictie te verdiepen, een zich constant ontwikkelend genre dat we als ‘populair futurisme’ zouden kunnen betitelen.
Wat zijn de kenmerken van een ‘populair-futuristisch’ boek? Het schetst mogelijke toekomstperspectieven, belicht nieuwe belangwekkende trends en belooft manieren waarop zelfs niet-gespecialiseerde lezers deze inzichten op hun eigen leven en werk kunnen toepassen. Zo’n boek heeft waarschijnlijk een fascinerend omslag, in een stijl die dateert van het werk dat met recht en reden een pionier in dit genre kan worden genoemd en nog altijd toonaangevend is: Toekomstshock van Alvin Toffler. Dit boek, dat het concept ‘futurisme’ populair maakte in de mainstreamcultuur en in de zakenwereld en kortgeleden zijn vijftigste verjaardag vierde, verscheen in de meest veelkleurige versies, zodat het als een neonregenboog in het oog zou springen vanuit de schappen van de boekwinkels. Andere titels hebben een kinetische belettering die je vanaf de pagina tegemoet vibreert alsof ze zich met hoge snelheid verplaatst. De toon van de boeken houdt meestal het midden tussen start-uppitch en zelfhulpmantra en straalt het profetische zelfvertrouwen uit van de teruggekeerde tijdreiziger.
Wat er komen gaat
Hoewel hun inhoud mee verandert met de tijdgeest, blijft datgene wat ons in populair-futuristische boeken aantrekt hetzelfde: we willen allemaal weten wat er komen gaat. Ze boren de oeroude kracht van de toekomst aan om ons te boeien en bang te maken, op zo’n manier dat onze hedendaagse angsten erdoor worden gesust en aangewakkerd. Zoals alle populair-wetenschappelijke of zelfhulpteksten beloven ze signaal van ruis te scheiden en geven ze ons wat geruststellende (zij het illusoire) controle in een chaotische wereld. Ze laten zien wat de toekomst ons brengt, ook al oogt het heden nog als zo’n warboel.
Maar de belangrijkste belofte die ten grondslag ligt aan de canon waarvan Toekomstshock de eersteling is, is dat lezers zich met de juiste vooruitziende blik niet alleen kunnen voorbereiden op wat komen gaat, maar er ook van kunnen profiteren. Deze onschuldige vorm van handelen met voorkennis stelt de toekomst voor als een bulkgoed, als een oefening in tijdsbeoordeling waarbij kennis van nieuwe ontwikkelingen financieel voordeel oplevert. Het is geen toeval dat de auteurs van zulke boeken traditioneel een wit, mannelijk en kapitalistisch wereldbeeld hebben; velen van hen werken als in de toekomst gespecialiseerde consultants in het grijze gebied tussen zakenwereld, overheid, technologie, reclame en sciencefiction.
Deze zakelijke benadering is tot nu toe dominant in het populair futurisme, maar dat zou wel eens kunnen veranderen. Het afgelopen jaar is er een verbazingwekkend groot aantal nieuwkomers aangetreden, wat gek genoeg voor de hand ligt in een tijd waarin grote onzekerheid heerst over wat er morgen zal gebeuren, om over het komende decennium nog maar te zwijgen. Kan zo’n traditioneel zelfgenoegzaam genre nog enige troost bieden, laat staan deugdelijke inzichten?
De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld
Om die vraag te beantwoorden moeten we terug naar Toekomstshock. Hoewel de titel ons tegenwoordig nog maar vagelijk bekend voorkomt, werd het boek na zijn publicatie in juli 1970 algauw wereldberoemd. Het ging in miljoenen exemplaren over de toonbank, er werd een door Orson Welles ingesproken documentaire van gemaakt en de titel inspireerde Curtis Mayfield tot een song [Future Shock]. Het boek gaf mede aanzet tot een genre dat nog altijd bloeit en bezorgde Toffler een decennialange carrière als auteur, deskundige en consultant. Herlezing van Toekomstshock toont aan dat het boek niet alleen de kiem heeft gelegd voor de powerpointprofetieën van de TED Talk-cultuur en een hele bedrijfstak van toekomstconsultants heeft gecreëerd, maar ook onze toekomstvisie heeft vormgegeven.
Ook als fysiek object was het opvallend. Het was zo’n vijfhonderd pagina’s dik, het omvangrijke register niet meegerekend. Het was kleurrijk en, nou ja, futuristisch, tot het ronde maar robotachtige lettertype van de titel aan toe, dat was gebaseerd op het MICR-font [Magnetic Ink Character Recognition], ontworpen om door zowel mensen als machines te kunnen worden gelezen. Futurist Scott Smith herinnert zich dat hij als jongen de lijvige paperback op het nachtkastje van zijn ouders zag liggen en deze er zowel eng als verleidelijk vond uitzien; half grappend zegt hij dat hij er zijn beroepskeuze aan dankt.
Alvin Toffler, de auteur wiens naam in onuitwisbare letters op het omslag prijkt, was een journalist uit Brooklyn die in het begin van zijn carrière samen met zijn vrouw Heidi schreef over progressieve politiek en de arbeidersbeweging. Ze werkten samen aan een trilogie waarvan Toekomstshock het eerste deel was, maar Heidi werd pas in een later boek officieel erkend als auteur. Dat zelfs een toekomstgericht powerkoppel in dit opzicht verbazingwekkend ouderwets was, bewijst maar weer eens dat we allemaal bevattelijk zijn voor de blinde vlekken van onze tijd, net als Toekomstshock.
Het kernbetoog van het boek is wellicht herkenbaar, misschien omdat Toffler het zo overtuigend beargumenteerde dat het een cliché is geworden: de wereld veranderde in een exponentieel toenemend tempo, waardoor mensen in ‘shock’ raakten en worstelden om het hoofd boven water te houden. In elk geval in de westerse landen onderging de maatschappij een ingrijpende historische verandering toen de industriële revolutie plaatsmaakte voor de informatie-economie; die verandering werd op haar beurt versneld door nieuwe technologieën op het gebied van massacommunicatie. De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld. Het boek probeerde deze nieuwe toestand te doorgronden, de ‘bronnen en symptomen’ ervan bloot te leggen en mogelijke manieren te bedenken om de effecten te verzachten.
Hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek
De belangrijkste strategie om de toekomstshock te bestrijden, aldus Toffler, was om zich met extra kracht op de toekomst zelf te richten. Hij riep overheidsinstanties op om grootschalige toekomststudies te financieren, sciencefictionauteurs om meer methodische toekomstvoorspellingen in hun boeken op te nemen en Amerikaanse scholen om toekomstgerichte lessen te geven (als tegenwicht tegen geschiedenislessen). ‘Om zulke beelden in het leven te roepen en daarmee de impact van een toekomstshock te verzachten,’ schreef hij, ‘moeten we allereerst zorgen dat speculeren over de toekomst iets respectabels wordt.’
Dit was geen nieuwe uitdaging; ook H.G. Wells had zich moeite getroost te benadrukken dat de systematische poging om mogelijke toekomsten te projecteren op basis van hedendaagse gegevens een vorm van wetenschap zou kunnen zijn, en niet alleen maar waarzeggerij. Maar dankzij Tofflers boek werd het futurisme een mainstreamfenomeen, dat zich niet beperkte tot militair gebied (zoals de nucleaire scenario’s die de RAND Corporation als eerste uitwerkte), maar ook op de ‘zachte’ sectoren van het dagelijks leven toepasbaar was, van ‘politiek en speelplaatsen tot skydiven en seks’.
Maar behalve door zijn inhoud vond Toekomstshock ook veel weerklank door zijn stijl. Naar het voorbeeld van de Canadese mediatheoreticus Marshall McLuhan, wiens vermogen om grote ideeën in pakkende soundbites te presenteren onmiskenbaar een inspiratiebron was, maakte Toffler van het medium de boodschap. Zijn toon is evenzeer gealarmeerd als energiek, professoraal als ademloos. Hij spreekt van een ‘vuurstorm van verandering’, van het ‘zinderende schokeffect’ van nieuwe ideeën, van ‘pijlsnel groeiende’ populaties; zijn taalgebruik wedijvert met de voortstuwingssnelheid die hij beschrijft. Hij gebruikt pakkende termen als ‘ad-hoccratie’; hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek.
Zelfs wanneer Toffler de potentiële gevaren van versnelde verandering schildert, zoals ongelukken op boorplatforms of besluitvormingsalgoritmen, en de noodzaak van regelgeving benadrukt, gelooft hij dat oplossingen gelegen zijn in een grondige oriëntatie op toekomstige transformaties. ‘De kracht van de technologische ontwikkelingsdrang is te groot om door vooruitgangssceptici te worden gestopt,’ schrijft hij, en ondanks de soms waarschuwende toon definieert het boek op een bedwelmende manier de voorwaarden voor zijn eigen wereldbeeld. ‘Is dit allemaal overdreven?’ luidt zijn beroemde vraag. ‘Ik denk het niet.’
Optimaliseren
Zoals de krachtige stijl van Toekomstshock een bestseller heeft gemaakt, zo heeft het succes van het boek de weg gebaand voor een heel genre dat met de beslommeringen van elk navolgend tijdperk is mee veranderd. Eén subgenre van populair-wetenschappelijke boeken die snel na Toekomstshock verschenen, was sterk gericht op het voorspellen van consumentengedrag, te beginnen in 1982 met Megatrends van John Naisbitt en eindigend in 1991 met The Popcorn Report van de nestrix van de trendspotters: Faith Popcorn.
Met de eerste dot.com-boom werd technologie een algemener thema, ongetwijfeld geholpen door het zelfbeeld van Silicon Valley als de plek waar de toekomst haar beslag krijgt. Deze nieuwe fase van het genre gaf de prioriteit aan innovaties op hardware- en softwaregebied, en sommige titels begonnen de wildste technologische grenzen op te zoeken, zoals The Age of Spiritual Machines (1999) van Ray Kurzweil en Physics of the Future (2011) van Michio Kaku. Maar of hij nu zakelijk banaal of cybergnostisch is, de klassieke populair-futuristische canon vooronderstelt een publiek dat industrieën wil ontmantelen met behoud van de status quo. Zelfs futuristen als Kurzweil, een van de herkenbaarste hedendaagse auteurs en een erfgenaam van Toffler, presenteren ideeën die revolutionair lijken – de uniciteit, de mogelijkheid van onsterfelijkheid – in een taal die wordt beperkt door individualistisch ondernemersdenken. Alles is doordesemd van de logica van het optimaliseren van alles en iedereen, zelfs van onze ziel.
Gedurende het grootste deel van hun geschiedenis hebben deze boeken zich vooral op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijfsmatige futurisme gericht. Vaak onder invloed van de agenda van haar klanten, concentreert de toekomstbranche zich op het oplossen van de problemen waarvoor ze is ingehuurd. Omdat ze zijn voortgekomen uit organisatieadviesbureaus en oververhitte start-ups, zijn futuristen meer geïnteresseerd in, en kunnen ze zich gemakkelijker een voorstelling maken van ruimtekolonies en het eeuwige leven – voor sommigen een rechtstreekse weg naar winst – dan van een kwestie als het afschaffen van gevangenissen.
(Een nieuwe ster aan Tofflers toekomstversnellingsfirmament, maar zonder zijn weloverwogen zorgen te delen, is The Future Is Faster Than You Think van Peter Diamandis en Steven Kotler, waarin ademloos wordt beschreven hoe nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie ertoe zullen leiden dat de mensheid ‘een grotere omwenteling zal meemaken en meer rijkdom zal creëren dan in de afgelopen honderd jaar’. Wie met de omwenteling wordt geconfronteerd en naar wie de rijkdom gaat is niet moeilijk te raden. Problemen als klimaatverandering, stelt het boek, kunnen te lijf worden gegaan met zich steeds verder ontwikkelende gadgets, zoals goedkopere zonnepanelen en brandweerdrones.)
Kathedraaldenken
Maar terwijl de regels en de definitie van het ‘toekomstdenken’ veranderen en zich verspreiden via andere stemmen, geografieën en ideologische structuren, verandert het populair-futuristische boek mee – en treedt het soms uit Tofflers voetsporen, als het al niet een geheel nieuwe weg inslaat.
Vorig jaar verscheen After Shock, een officiële hommage aan Toekomstshock. De bundel bevat lovende maar zeker ook kritische woorden van de hand van meer dan honderd hedendaagse futuristen en denkers. Het boek How to Future: Leading and Sense-Making in an Age of Hyperchange van Scott Smith en Madeline Ashby staat voor een stap in een andere richting en beschrijft strategieën voor het begeleiden en creëren van verandering in verschillende contexten, die zich lang niet altijd beperken tot het commerciële en technologische domein. Het is een bewonderenswaardige poging om tot een ‘toekomsthandleiding’ voor verschillende doelgroepen en doelstellingen te komen, geïllustreerd met de toepassing van bijvoorbeeld scenarioplanning, een in de Koude Oorlog door militairen ontwikkelde methodologie, op terreinen als non-profitmanagement en gezondheidszorg. De casestudy’s en procesbeschrijvingen zijn verhelderend, al gaat de gedetailleerdheid soms te ver voor de niet-academische lezer die het in de naaste toekomst niet als handboek zal gebruiken.
Ook het veelgenoemde idee van ‘langetermijndenken’ duikt in diverse recente boeken op als een cruciaal middel om een andere existentiële dreiging te lijf te gaan: de klimaatcrisis. In De goede voorouder roept filosoof Roman Krznaric kalm op tot een heroriëntering op de toekomst, niet ten bate van onszelf (zoals typerend is voor het populair-futuristische boek), maar van onze verre nazaten. Hij gebruikt de term ‘kathedraaldenken’ voor reusachtige projecten die niet tijdens ons eigen leven zullen worden afgerond, maar waarmee nu wel hoognodig een begin moet worden gemaakt, vergelijkbaar met het werk van verschillende generaties aan de middeleeuwse kathedralen die hun achterkleinkinderen pas voltooid zouden zien.
Waar in boeken als Toekomstshock de toekomst wordt beschreven als een reusachtige golf die onontkoombaar en verpletterend op ons af raast, is de centrale metafoor in het boek van Krznaric (dat soms leest alsof je door een stil bos dwaalt) de eikel. Het gaat erom dat je bijvoorbeeld niet alleen maar bomen plant (al wordt herbebossing letterlijk een cruciaal langetermijnproject genoemd), maar ook het belang en het potentieel van het huidige moment benadrukt, hoe gebrekkig ook, om de toekomst te beïnvloeden.
Interactieve kaartspellen zijn misschien wel beter dan een boek in staat de vreemde, veranderlijke manieren te belichamen waarop de toekomst zich ontvouwt
Het meest inventief wordt dit thema misschien wel onderzocht in populair-futuristische projecten die de grenzen van het boek volledig overschrijden. Een daarvan is Afro-Rithms from the Future, een digitaal kaartspel dat spelers uitdaagt toekomstscenario’s te bedenken met een expliciete focus op zaken als sociale rechtvaardigheid en ongelijkheid. Tot het team dat het spel heeft ontwikkeld behoren futurist, acteur en kunstenaar Ahmed Best en Lonny Brooks, universitair hoofddocent Communicatie aan de California State University. Het spel maakt gebruik van afrofuturistische denkwijzen en kunstvormen om radicale visies op een rechtvaardiger wereld te stimuleren en groepsdiscussies uit te lokken over het veranderen van de huidige situatie om zover te komen. De kosmische, bontgekleurde kaarten zijn uitnodigend en in scherp contrast met het beeld van blauwe lasers dat maar al te vaak de standaardesthetiek van de ‘toekomst’ vormt. Interactieve kaartspellen en collectieve verhaalprojecten zijn misschien wel beter dan een lineair boek in staat de vreemde, veranderlijke, participatieve manieren te belichamen waarop de feitelijke toekomst zich ontvouwt.
Ook voordat de coronapandemie begin 2020 over de wereld begon te razen, hadden de catastrofale vooruitzichten voor de planeet – klimaatverandering, opkomend nationalisme, systemische ongelijkheid, technologie die meer problemen veroorzaakt dan oplost – iedere hoop op een stabiele toekomst al de bodem ingeslagen. Maar een heel klein lichtpuntje is misschien dat dit het jaar kan worden waarin we het duidelijkst beseffen dat we op een geheel nieuwe manier over de toekomst zullen moeten praten, als we die rechtvaardig en duurzaam willen maken voor iedereen. Net als in 1970 wordt de toekomst momenteel gevormd door ingewikkelde interacties van mensen, systemen, gemeenschappen en materiële en milieuomstandigheden – en door de verhalen waardoor die interacties worden beïnvloed.
Dit nieuwe hoofdstuk van populair futurisme toont zijn blijvende aantrekkingskracht als een vertrouwd dialect, ook al is de boodschap die het genre brengt nu van een andere urgentie. Misschien kan het nog altijd nieuwe toekomstperspectieven voor een gezondere wereld bieden, maar die moeten dan wel net zo levendig en onweerstaanbaar overkomen als Toekomstshock vijftig jaar geleden. Waar Toffler en zijn volgelingen de versnelde, door winstbejag gedreven toekomst duizelingwekkend maakten, probeert de volgende generatie denkers deze paradox op te heffen en tragere, meer op herstel en gemeenschapszin gerichte toekomsten te verzinnen, die even onweerstaanbaar zijn.
Tien jaar geleden werd een jonge, bijna verhongerde orka aangetroffen in de Nederlandse Waddenzee. De walvis werd gered en leeft intussen in een aquarium. Sindsdien ruziën veel verschillende partijen over de vraag wat het beter voor haar is: weidse, maar gevaarlijke vrijheid, of een benauwde veiligheid tussen betonwanden?
Keuze uit het archief
Op 4 mei dit jaar bracht een groep orka’s een jacht tot zinken voor de kust van Gibraltar. Het voorval was een van de vele incidenten waarbij de ‘killerwhales’ schepen aanvallen in de buurt van de Spaanse en Portugese kust. Volgens The Guardian is een van de mogelijke verklaringen voor dit gedrag dat een van de orka’s een traumatische ervaring met mensen heeft gehad. Want dat de relatie tussen de orka en de mens niet altijd soepel verloopt, blijkt wel uit dit artikel van Die Zeit. Journalist Johannes Böhme onderzocht het verhaal van orka Morgan, die ‘gered’ werd uit de Waddenzee en uiteindelijk in een aquarium in Tenerife belandde. Logisch dat zijn soortgenoten besloten wraak te nemen.
De Latijnse benaming is een toespeling op de orcus, de onderwereld. De Engelse, ‘killerwhale’, op de jachtmethode van het dier. We horen de zeven orka’s al voor we ze zien: hun ademhaling, de lange teugen lucht, als het zuchten van reusachtige blaasbalgen, en hun spookachtig hoge kreten, die echoën tegen de lege bankjes van het stadion. Het meest bezochte dierenpark van de Canarische Eilanden, het Loro Parque op Tenerife, is al maanden gesloten. De laatste bezoekers kwamen er in maart; nu is het augustus. Toch zijn de paden in het park aangeveegd, de heggen gesnoeid, de ruiten gezeemd. Wolfgang Kiessling, de 83-jarige eigenaar, heeft een huis in het midden, tussen de leeuwen, de papegaaien en de flamingo’s. Hij bezit niet alleen de dierentuin, maar ook een reusachtig waterpark, een aquarium, een vijfsterrenhotel en een steakrestaurant zo dicht bij de dierentuin dat je van daaruit een mooi uitstapje kunt maken: dieren bekijken, en dan dieren eten. Forbes schatte zijn vermogen in 2019 op 270 miljoen euro. Kiessling kwam begin jaren zeventig uit Duitsland naar de Canarische Eilanden. Sindsdien woont hij er.
Verantwoording
Johannes Böhme (33) stuitte toevallig op blogbijdragen over Morgan op een prozoowebsite, doorspekt met harde aanvallen op Ingrid Visser. Böhme wilde begrijpen waarom de strijd om een dier zo drastisch gevoerd wordt. Hij sprak met walvisdeskundigen en voormalig medewerkers van Loro Parque en Dolfinarium Harderwijk, en las honderden pagina’s wetenschappelijke studies.
Ik ben naar de dierentuin gekomen om het dier te zien dat hem verreweg de meeste narigheid heeft bezorgd: een wilde orka die men Morgan heeft genoemd. Kiessling zelf begeleidt me naar het bassin. Hij draagt een wit poloshirt met een papegaaienlogo, zijn gezicht is rood van de zon. Onderweg pikt hij een blaadje op van het pad.
Kiessling kan zijn orka’s niet uit elkaar houden. De vrouwelijke dieren zijn allemaal even groot: ongeveer vijf meter lang en iets minder dan twee ton zwaar. Maar de trainers leggen me later uit hoe je Morgan kunt herkennen: aan een klein zwart puntje, nauwelijks groter dan een knoop, dat midden in de witte, ovale vlek achter haar rechteroog is aangestipt. Aan haar rugvin, die geen kerven of littekens heeft, zoals die van de andere vrouwtjes in het bassin. Haar ogen zijn zwarte knikkers met een lichtblauwe rand.
Tot op heden is de opvallende zwart-wittekening van de dieren een raadsel voor de biologen
Al tien jaar is deze walvis omstreden. Het is een strijd die al zeven keer voor de rechter is geweest, en een keer voor de petitiecommissie van het Europees Parlement. Een conflict dat duidelijk maakt welke symboolwaarde een dier kan krijgen in de discussie over de vraag hoe de mens met de natuur moet omgaan.
Wat Kiessling me wil laten zien, is de show. ‘U zult zien dat mijn dieren in blakende vorm zijn,’ zegt hij. Minstens twee keer per dag oefenen de trainers ook in het lege park met de orka’s salto’s, water spuiten, kop schudden, tong uitsteken, langs de rand van het bassin glijden, met de vinnen wuiven en de ‘alien’, een figuur waarbij de walvissen loodrecht als een raket uit het water opspringen en op het hoogste punt de kop vooruit steken.
Er klinkt dad-rock: Phil Collins’ You’ll Be In My Heart. Het is een warme, zonnige dag, 27 graden. Achter het bassin bewegen de bananenplanten van een aangrenzende plantage traag in de wind. Morgan maakt drie snelle sprongen achter elkaar, de rug gebogen als een kerkraam. Een volwassen persoon had rechtop onder de curve van haar sprong kunnen staan. Kletterend valt ze terug in het water, een golf slaat over de rand van het bassin. De Europese Noordzee, het koude, donkere water, de scholen haring en de robbenkadavers – dat alles is duizenden kilometers ver weg. Morgan heeft een lange weg achter de rug.
Orka’s zijn zulke buitengewone dieren dat het misschien geen wonder is dat de mens ze gebruikt als projectiescherm. Dat zie je al aan de naam die we ze gegeven hebben; de Duitse naam ‘schwertwal’ slaat op hun lange rugvinnen, tot wel twee meter lang bij de mannetjes en vaak van ver zichtbaar.
Tot op heden is de opvallende zwart-wittekening van de dieren een raadsel voor de biologen. Jagers proberen doorgaans zo onzichtbaar mogelijk te zijn.
Lange tijd vonden mensen orka’s heel eng. Vissers en walvisjagers hadden keer op keer waargenomen hoe groepen orka’s grote walvissen aanvielen en doodden. Aan de Amerikaanse westkust strandden orka’s met hun buik vol dode robbenbaby’s, wel tien of meer. Er bestaan talloze horrorverhalen over deze dieren. Ze werden doorboord met lansen en harpoenen, met geweren beschoten, met artilleriegranaten en explosieven aan flarden geschoten. Nog in het jaar 1954 richtte het Amerikaanse leger met machinegeweren een slachting aan bij IJsland, waarbij honderden orka’s gedood werden.
Later, in de jaren zestig en zeventig, toen de eerste dieren in aquariums getoond werden, begrepen miljoenen mensen hoe speels, intelligent en sociaal orka’s zijn. Vanaf dat moment veranderde alles. Angst sloeg om in bewondering. Mensen werden verliefd op de orka. De monsters veranderden in showdieren.
Hello en bye bye
In een van de eerste orka-shows, in 1968 in Seaworld, een pretpark in het Amerikaanse San Diego, speelde de trainer een dokter die zijn patiënt, een orka, onderzoekt met een stethoscoop. Antropomorfiseren noemen wetenschappers dat; het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan dieren. En dat was precies wat de mensen deden met de orka. De film Free Willy, waarin een jongen vriendschap sluit met een orka en hem uit een aquarium bevrijdt, was een van de succesvolste film van de jaren negentig. Meer dan 153 miljoen dollar bracht hij wereldwijd op. In een Frans aquarium leerden een paar jaar geleden wetenschappers een orka geluiden te maken die klonken als ‘hello’ en ‘bye bye’. En de Lumi, een indianenvolk in de staat Washington in de VS, noemen de orka’s ‘onze broeders en zusters onder water’.
De bemanning van patrouilleboot De Krukel, die niet ver van Lauwersoog op de Waddenzee voer, dacht eerst dat ze gevolgd werden door een dolfijn. Het dier was klein en vermagerd. Niemand van hen had ooit een orka in de Noordzee gezien. Ze stuurden foto’s naar de wetenschapper Kees Camphuysen. ‘Ik zei tegen ze: dat is een jonge orka. Die is ver, ver afgedwaald van zijn groep. Die gaat dood. Daar valt niets aan te doen,’ vertelt Camphuysen mij via Zoom. ‘Maar ze wilden niet naar me luisteren.’
Het was 23 juni 2010. Het enige bassin in Nederland dat groot genoeg was voor een orka, ligt in Harderwijk, 160 kilometer verderop. Het Dolfinarium is een commercieel aquarium waar dolfijnen, zeeleeuwen en bruinvissen te zien zijn. Ambtenaren van het ministerie van Landbouw en Natuurbeheer mailden foto’s van het dier naar het personeel van het Dolfinarium. Tegen twee uur ’s middags besloten ze daar dat het dier gered moest worden. De Nederlandse regering zorgde voor een speciale vergunning.
Het duurde meer dan zes uur tot het reddingsteam uit Harderwijk bij de orka aankwam. Het was kort na acht uur ’s avonds. Het water stond zo laag dat het de mannen in hun wetsuits maar tot net boven de heupen kwam. Het dier zwom nog net, met maar een paar handbreedtes water onder de buik.
‘Het was warm, zonnig en windstil. De zee was kalm, zonder golfslag,’ vertelt Steve Hearn, indertijd de hoofdtrainer van de dolfijnen in Harderwijk. ‘Ze bewoog niet toen we haar benaderden. Ze lag gewoon stil in het water. Toen we haar pakten, verweerde ze zich niet. Op een video van de redding is te zien hoe ze het dier met zeven man vastpakten. Hearn in zijn wetsuit omvatte de orka als een boomstam. Toen gingen ze aan de slag. Ze droegen het dier een beetje, en het zwom een beetje mee. Zo loodsten ze het tweehonderd meter in de richting van het schip. Hearn zegt dat hij dacht: ‘Als er nu aan de horizon een grote zwarte rugvin opduikt, dan hebben we een probleem.’ Maar daar lag alleen het eiland Schiermonnikoog en de gladde, lege Noordzee. Om de dichtstbijzijnde orkapopulatie te bereiken had je in alle richtingen meer dan zevenhonderd kilometer moeten zwemmen, naar de Hebriden, de westkust van Groot-Brittannie, de Faeröer eilanden of de Noorse kust. Het dier was heel ver van huis. Het liet zich zonder verweer in de draagbanden leggen en aan boord hijsen.
De dierenarts Niels van Elk gaf de orka infusen, omdat het beest zo uitgedroogd was. ‘Het zag eruit als een paling, zo vermagerd was hij,’ zegt Van Elk. ‘Ik maakte me grote zorgen dat het zomaar onder onze handen kon sterven. Het was een vrouwtje, drie meter veertig lang, tussen twee en drie jaar oud. Ze woog maar 430 kilo, zoveel als een eenjarig kalf. Ze leek wekenlang vooral algen gegeten te hebben. Ze laadden haar over op een vrachtwagen, legden natte handdoeken op haar huid en besproeiden haar tijdens de meer dan twee uur durende rit met water. Onderweg begon ze plotseling geluiden te maken, hoog en piepend.
Pas om half twee ’s nachts kwamen ze bij het aquarium aan. Men hees het dier in een leeg bassin, het oude showbad voor zeeleeuwen en dolfijnen dat iets meer dan twintig meter lang, bijna acht meter breed en maar ongeveer drie meter diep was. Ze voerden haar vissen.
Ze was nog geen eigendom, maar dat wat juristen res nullius noemen: niemands zaak
Orka’s kunnen kieskeurig zijn wat hun voeding betreft. Er zijn orka’s die in gevangenschap tweeënhalve maand niets anders aten dan vis. De groepen in het wild specialiseren zich vaak op een prooidier, waar ze dan in hoofdzaak op jagen, terwijl al het andere ze niet interesseert. Er zijn groepen orka’s die bijna uitsluitend roggen eten, of haaien, of zeeleeuwen. Andere zijn volledig gespecialiseerd op de jacht op andere walvissen. Ze eten vaak niet eens het hele slachtoffer op, maar alleen de tong, het weekste deel van de walvis.
Dit dier hield van haringen, inktvissen en lodden, kleine, langwerpige visjes, iets groter dan sardines. De dure zalmfilets die een lokale onderneming had gedoneerd, spuugde ze weer uit. Het kleine walviswijfje overleefde de eerste nacht, en de tweede, en de derde. Ze werd Morgan genoemd.
Niels van Elk, de dierenarts, probeerde dagenlang uit te vinden wat er met Morgan aan de hand was. Hij onderzocht haar met een maagsonde, met een camera in haar ademgat en nam bloed af. ‘Ik kon niks vinden. Ze had al lang niets meer gegeten, maar verder leek ze niks te mankeren,’ zegt Van Elk. Het bleef een raadsel: waarom had ze de aansluiting bij haar groep verloren, ergens daarbuiten, in het voorjaar? Was er iets gebeurd met haar familie, of kon ze zich niet meer oriënteren? En: kon ze worden teruggezet in zee? Het is nu moeilijk voor te stellen hoe open Morgans toekomst toen nog was. Dat er een moment was waarop nog niet alle meningen vaste vorm hadden aangenomen. Op dat moment werd ze nog door niemand als bezit gezien. Ze was nog geen eigendom, maar, zoals alle wilde dieren in de EU, dat wat juristen res nullius noemen: niemands zaak.
Het dispuut rond orka’s is, zoals zoveel discussies, een strijd over wat werkelijkheid is en wat niet. Het gaat om verschillende percepties van de werkelijkheid en om de metaforen die ons helpen haar te begrijpen. Wat betekent een bassin vol water voor een walvis? Een luxehotel? Of een piepkleine gevangeniscel?
We weten niet precies hoe de orka een zwembad beleeft. Net als voor een vleermuis bestaat de wereld voor hem vooral uit klank, resonantie, die hij met klikgeluiden aftast. Middels hoge kreten vindt hij de andere orka’s van zijn groep, zelfs als die meer dan tien kilometer ver weg zijn. Maar voor een dier dat veel tijd in diepe duisternis doorbrengt zijn ook zijn ogen verbazend goed.
De jacht op de walvis
Onze kennis van de omvang van de industriële walvisvangst komt grotendeels voort uit verhalen over walvissen die met succes werden gevangen. Maar Morgana Vighi en haar team van de Universiteit van Barcelona wilden het aantal
walvissen vaststellen dat walvisjagers hebben gedood maar niet verhandeld, schrijft Hakai Magazine.
Vooral in de begindagen van de walvisjacht, voordat technologische vooruitgang de tactieken effectiever maakte, kwam het vaak voor dat walvisjagers walvissen ‘verloren’. Een opvallend groot aantal walvissen raakte gewond of stierf zelfs, maar ging vervolgens verloren op zee – ‘en alle arbeid was verloren, zoals al zo vaak is gebeurd’, klaagde Frederic Marten, een zeventiende-eeuwse Britse walvisvaarder.
Uit het onderzoek van Vighi en haar team bleek dat geen enkele reis zonder verliezen verliep. In de vroege fase van de industriële walvisvangst, tussen 1775 en 1850, waren die verliezen aanzienlijk. De wetenschappers berekenden dat het verliespercentage voor potvissen 1 op 10 bedroeg; voor elke tien gevangen walvissen op zee ging er één verloren. Voor zuidelijke rechtse walvissen was dat aantal zelfs 5 op 10; voor elke tien die werden gedood en gevangen, gingen er vijf verloren.
‘Deze reconstructies zijn van fundamenteel belang voor de huidige herstelinspanningen, omdat ze ons vertellen hoe ver of hoe dicht de huidige populaties af zitten van de natuurlijke situatie,’ zegt Ana Rodrigues, ecoloog bij het Centre for Functional and Evolutionary Ecology in Frankrijk (niet betrokken bij het onderzoek). ‘Het negeren van deze [verloren] walvissen leidt tot onderschatting van de historische populatie en vertaalt zich in minder ambitieuze doelstellingen.’
Weinig mensen hebben zich zo erg in orka’s geprobeerd in te leven als Ingrid Visser. Ze is walvisonderzoekster, 54 jaar oud en woont in een afgelegen huis aan de steile kust van Tutukaka in het noorden van Nieuw-Zeeland. Vaak kan ze de walvissen vanuit haar raam observeren. Gezien vanuit Harderwijk woont ze vrijwel precies aan het andere eind van de wereld. Ze heeft stroblond haar en blauwe, bijna doorzichtige ogen, die haar iets onthechts geven. We spreken elkaar via Zoom.
Morgan hield de rechtbanken voortdurend bezig; een dierenbeschermster heeft haar geval zelfs voor een commissie van het Europese Parlement gebracht. Zolang ze zich kan herinneren is ze bezeten geweest van walvissen, vertelt Visser. Op haar veertiende had zij, een boerendochter, zo ongeveer de complete vakliteratuur over de dieren gelezen. Op haar zestiende begon ze maandenlang op zee te varen, als steward op een zeilschip. Van haar negentiende tot haar eenentwintigste jaar bracht ze bijna al haar tijd op zee door, voer de wereld rond, legde 96000 kilometer op het water af. Toen ze terugkwam, had ze driekwart van alle walvis- en dolfijnensoorten in het wild meegemaakt.
Ze was een jonge biologiestudente toen ze bij het snorkelen voor het eerst een orka onder water zag. ‘Een groot wijfje, met een rog in de bek, zwom met haar kalf vlak langs me,’ vertelt ze. ‘Dat was een magisch, betoverend moment.’ Het materiaal voor haar proefschrift verzamelde ze door met wilde orka’s voor de kust van Nieuw-Zeeland te gaan duiken, wat tot dan toe nog vrijwel niemand had gewaagd.
Visser heeft duizenden uren met orka’s doorgebracht, honderden daarvan onder water. Bij Nieuw-Zeeland kan ze de dieren aan hun vinnen herkennen. Ze heeft ze namen gegeven. Ze heeft gezien hoe ze jagen, wat ze eten, hoe ze spelen en hun kalfjes opvoeden. En ze heeft ze af en toe het leven gered. Vijftien keer, vertelt ze, heeft ze gestrande orka’s terug de zee in geholpen. De meeste van die dieren waren gezond en in goede conditie. Ze waren verdwaald in ondiep water en waren op een zandbank gezwommen. Of ze hadden zich verstrikt in vissersnetten en moesten bevrijd worden.
Visser is nooit professor aan een universiteit geworden en heeft desondanks meer dan dertig wetenschappelijke artikelen gepubliceerd. Haar onderzoek heeft ze gefinancierd met donaties en bijbaantjes. ‘Ik ben sinds twintig jaar niet meer op vakantie geweest, ik ga zelden naar restaurants. Ik word niet betaald voor mijn onderzoek, dus vrienden en familie doneren af en toe geld, zodat ik mijn rekeningen kan betalen.’ Ze vertelt dat ze voor het eerst orka’s in gevangenschap heeft gezien in een bassin in Antibes, in Frankrijk. ‘Ik moest braken.’ De benauwdheid van het bad en het onnatuurlijk gedrag van de dieren kon ze nauwelijks verdragen. ‘Het was zó verkeerd,’ zegt ze.
Ze hoorde over de redding van Morgan op televisie. In haar ogen was er voor de walvis vanaf dat moment maar één doel: de oceaan.
De mensen die Morgan in de eerste weken in Harderwijk bezochten, verbaasden zich over hoe communicatief ze was. ‘Het leek niet helemaal normaal,’ zegt Filipa Samarra, orka-onderzoekster aan de IJslandse universiteit in Reykjavik en een van de eerste wetenschappers die bij haar waren. ‘Maar wij wisten ook niet echt wat normaal was. Ze communiceerde dag en nacht.’
In Tenerife heb ik haar geluiden gehoord. Ze klinken als het piepen van een slecht geoliede deur, als een vogel, of als het geluid wanneer je met je vingers over een luchtballon wrijft. En dan weer klinken ze volkomen buitenaards.
Verschillende dialecten
Orka’s hebben verschillende dialecten. De geluiden verschillen van groep tot groep. Een orka uit Antarctica klinkt anders dan een orka uit Alaska of Noorwegen of de Salish Sea bij Vancouver. Zelfs verschillende groepen in dezelfde wateren hebben vaak een compleet eigen code die ze leren van hun verwanten. Met een beetje geluk kun je aan de hand van de geluiden vaststellen waar ze vandaan komen. Morgan piepte een onbekend, waarschijnlijk Noors dialect, zoals Samarra achterhaalde nadat ze de geluiden had vergeleken met enkele duizenden orka-roepen die wetenschappers in het wild hadden opgenomen.
Morgan werd steeds sterker. Ze at begerig. Ze kwam aan. Na tweeënhalve maand was ze al 260 kilo aangekomen. Het bassin was snel te klein. Als ze loodrecht in het water stond, raakte ze met haar staartvin de bodem. De ramen van haar bad waren allemaal ondoorzichtig, op één na. Vaak wachtte ze achter dit ene, heldere raam, tot er iemand voorbij kwam.
Steve Hearn, de trainer, stond voor een dilemma. ‘Het zijn intelligente dieren, ze vervelen zich snel,’ zegt hij. Maar het is eigenlijk geen goed idee om een dier dat in zee teruggezet moet worden, al te zeer aan mensen te laten wennen. Niettemin zegt Hearn dat het ‘gewoon te wreed zou zijn geweest als we niets anders hadden gedaan dan Morgan elke dag vijftien pond vis in de bek te gooien en er dan weer vandoor te gaan’.
Hearn begon de monotonie van haar dagen in het kleine bad te doorbreken. Hij bedacht spelletjes voor haar. Hij liet een op afstand bestuurbaar autootje voor haar bassin heen en weer rijden. Hij zette een pak cornflakes voor het raam, zodat er meeuwen op af kwamen. Hij ging het water in en zwom met haar rond. Hij masseerde haar buik, haar rug, haar tong.
Weidse, maar gevaarlijke vrijheid, of een benauwde veiligheid tussen betonwanden
Na iets meer dan een maand lieten ze in Harderwijk toeschouwers bij Morgan toe. Enkele honderden bezoekers zagen haar elke dag in het Dolfinarium. De toekomst van Morgan vernauwde zich met de dag.
Hearn zegt dat hij zes dagen per week zestien uur per dag met haar doorbracht. ‘Maar natuurlijk kon dat zo niet verder gaan. Ze moest terug naar andere zwart-witte dieren.’ Er waren twee mogelijkheden: een leven in een zwembad – zij het groter dan in Harderwijk – met andere orka’s. Of in het wild, met een onzeker resultaat. Weidse, maar gevaarlijke vrijheid, of een benauwde veiligheid tussen betonwanden.
Seaworld
Eigenlijk begon het conflict rond Morgan, het orkawijfje, lang voordat ze strandde. Het gaat decennia terug en het draait vooral om één firma, de Amerikaanse themaparkexploitant Seaworld. Seaworld heeft de orka veranderd in een merk. In een entertainmenticoon. Iets meer dan de helft van alle orka’s in gevangenschap was eind 2010 van deze firma: 24 dieren in totaal, verdeeld over drie parken in San Diego, Orlando en San Antonio, en nog vijf dieren die uitgeleend waren aan Loro Parque. Het was een kleine groep, vergeleken met de op ongeveer 50.000 geschatte orkapopulatie in het wild. De onderneming maakte in dat jaar een omzet van 1,2 miljard dollar dankzij 22,4 miljoen bezoekers. Het bedrijf is in het verleden meedogenloos te werk gegaan om aan dieren te komen.
De eerste orka’s ving Seaworld in 1970 bij Seattle. Men spoorde de dieren met vliegtuigen op en dreef ze met explosieven in ringzegennetten. Later, toen de jacht in Amerika werd verboden, weken de jagers van Seaworld uit naar IJsland, waar de firma extra bassins liet bouwen. Daarin werden de pas gevangen dieren vastgehouden tot ze afgevoerd konden worden. Vaak stierven ze er. Om te versluieren dat het om in het wild gevangen dieren ging, sluisde de firma een deel van de orka’s eerst door Japanse aquariums, voordat ze de VS in gebracht werden. Toen ook in IJsland het tij keerde, kocht Seaworld de markt leeg.
Een van de laatste beschikbare orka’s haalde het bedrijf in 1987 vanuit Nederland naar de VS – uit het Dolfinarium Harderwijk. Ook de orka’s in het Loro Parque in Tenerife waren tot 2017 het eigendom van Seaworld. Zij zijn de nakomelingen van de dieren die men bij Seattle en IJsland had gevangen. Die race om steeds nieuwe orka’s ligt al tientallen jaren achter ons. Maar toen Morgan gered werd, doken de oude reflexen meteen weer op. ‘Ik wist dat er problemen zouden komen,’ zegt Ingrid Visser. ‘Op dat moment waren er al dertien jaar geen wilde orka’s meer gevangen. De genenpool in de aquariums was beperkt. Morgan was nieuw bloed voor een industrie die een inteeltprobleem had – en daarmee een van de waardevolste dieren ter wereld.’
De waarde van een orka schatten is vrijwel onmogelijk, omdat maar weinig aquariums in de wereld de gelegenheid hebben om dieren onder te brengen, en de handel door de wetgeving sterk is ingeperkt. Dennis Speigel, een deskundige op het gebied van Amerikaanse pretparken, schat desondanks dat een orka op dit moment vijf tot tien miljoen dollar waard is. Ter vergelijking: in 2011 lag de jaaromzet van het Dolfinarium in Harderwijk rond 16,4 miljoen euro.
Maar Steve Hearn en Niels van Elk, de voormalige dierentrainer en de toenmalige dierenarts van het Dolfinarium in Harderwijk, bestrijden allebei dat het om het geld ging. Zij wilden eenvoudig een dier redden, zeggen ze. Of het Dolfinarium ooit iets in ruil voor Morgan heeft gekregen, is onduidelijk. Het Dolfinarium Harderwijk heeft al mijn vragen onbeantwoord gelaten.
In de loop van millennia zijn ze tot het vreeswekkendste roofdier van de zee geworden, enkel overtroffen door de mens. Onderzoekers vermoeden dat ze een hele reeks soorten hebben uitgeroeid
Vrijwel alles wat een orka zal leren, leert hij van zijn moeder. Zij brengt hem het systeem van geluiden bij waarmee ze communiceert, de jachttechnieken, die verfijnder zijn dan die van vrijwel elk ander dier, de opvoedmethoden, de lichaamsverzorging en de spelletjes. De rest leert een orka van zijn grootmoeder en zijn tantes. De wijfjes vormen het geheugen van de groep. In sommige orkagroepen blijven de dieren een leven lang bij hun moeder en grootmoeder. De mannetjes worden daar nooit helemaal zelfstandig. Ze sterven meestal korte tijd na de dood van hun moeder.
De coördinatie van orka’s in het water is adembenemend. Hun waarneming van de wereld is er volledig op ingesteld om als groep te jagen. Die collectieve samenhang heeft ze in de loop van millennia tot het vreeswekkendste roofdier van de zee gemaakt, enkel overtroffen door de mens. Onderzoekers vermoeden dat ze een hele reeks soorten hebben uitgeroeid. Na het opduiken van de killerwhale tien miljoen jaar geleden nam het aantal grote walvissoorten tijdelijk af, van naar schatting 85 tot 38; het aantal robbensoorten werd gehalveerd. De meeste orka’s leven in koude wateren, in de poolzeeën, maar ze komen overal, ook in de tropen. Je kunt ze evengoed aantreffen in Hawaii als voor Moermansk. En hun honger is als die van ons: veelomvattend.
Ze doden bijna tweehonderd soorten, in grootte variërend van 60-tonners tot rolmopsen; 37 walvissoorten, waaronder de blauwe vinvis, de potvis en dwergwalvissen, alle grote haaien- en roggensoorten, inclusief de grote witte haai, twintig soorten robben, 27 soorten zeevogels, 29 octopus- en inktvissoorten, 44 soorten vis, in het bijzonder zalmen, haringen en makrelen, evenals twee soorten zeeschildpadden. Af en toe grijpen ze ook herten en elanden die zee-engten oversteken. Het is bijna ontroerend dat ze ons tot dusver gespaard hebben. Voor zover bekend is in het wild nog nooit een mens door hen gedood. Het is onduidelijk waarom wij, die zo vaak argeloos in zee rond plonzen, nooit op hun menu zijn beland. Wel hebben de dieren zo nu en dan wel doelgericht boten geramd.
Maar de hechte samenhang van hun groepen heeft ook nadelen. In hun eentje raken ze snel verloren. Het zijn hyperconformistische gemeenschappen, hun intelligentie is conservatief. De Canadese orka-onderzoeker Lance Barrett-Lennard heeft eens geschreven: ‘Ze kunnen bijna alles nadoen, maar ze houden niet van experimenteren en nieuwigheden.’
Het zijn voorzichtige dieren, die vaak dagen nodig hebben voor ze in een nieuw bassin door een onbekende doorgang durven te zwemmen. Dat is fataal voor een terugplaatsing in de natuur: orka’s hebben een tendens ontwikkeld die de mens ook bekend is: xenofobie. Ze houden niet van dieren die anders jagen, anders klinken en er anders uitzien dan zijzelf. Veel orkagroepen zijn volgens genetische analyses meer dan 150.000 jaar geleden uit elkaar gegaan en hadden sindsdien nauwelijks contact met elkaar. Voor het terugplaatsen van een orka als Morgan moet je derhalve in de weidsheid van de oceaan iets heel kleins vinden: haar school, een groep van misschien twintig, dertig walvissen, waaruit ze afkomstig is.
Besluit
In september 2010 vroeg Niels van Elk, de dierenarts van het Dolfinarium Harderwijk aan zeven experts – vier orka-onderzoekers, twee waddenzee-experts en een voormalige dierenarts van Seaworld – wat het Dolfinarium het beste kon doen. In november 2010 werden hun aanbevelingen in een rapport voor de Nederlandse regering gepubliceerd, bijna vijf maanden na de redding van Morgan. Alle zeven zeiden tegen terugplaatsing te zijn, zolang niemand wist waar Morgans walvisgroep was. John Ford, een van de bekendste walvisonderzoekers van de wereld, schreef in zijn rapport voor het aquarium: ‘Ze heeft al laten zien dat ze waarschijnlijk niet in staat is zelfstandig voedsel te vinden en zou waarschijnlijk lijden en in haar eentje sterven.’
Voor het Dolfinarium was het besluit daarmee gevallen. In de maanden daarna kwamen er veel mensen op bezoek in Nederland: trainers van Marineland in Antibes kwamen langs en deden trainingssessies met de orka. Een dierenarts van Seaworld inspecteerde het dier. Steve Hearn vertelt dat hij een telefoontje kreeg van de intussen overleden eigenaar van het Marineland Park in het Canadese Niagara Falls, die hem vroeg hoeveel Beluga’s, dus witte walvissen, hij wilde hebben voor de orka. Hearn zei hem dat hij alleen maar de trainer was, en hem niet verder kon helpen.
Kort daarop klaagde een coalitie van zeven organisaties voor dierenrechten de Nederlandse regering en het Dolfinarium aan. Ingrid Visser werd de orka-expert van deze coalitie, die eiste dat de walvis ondanks het advies van de zeven wetenschappers in zee zou worden teruggezet – eerst in een afgeschermde zee-omgeving, waar men haar verder kon voederen en medische zorg kon geven. De dierenbeschermers wilden Morgan daar voorbereiden op terugkeer in zee.
Wilde walvissen worden in Europa streng beschermd. Er bestaat een hele reeks internationale verdragen, EU-reguleringen en nationale wetten die verbieden ze te vangen. Ze zijn niet allemaal even streng, maar alle voorzien erin dat walvissen die gered worden uit een noodsituatie zo snel mogelijk terug in zee worden gebracht. De scherpste tekst, het ‘Verdrag tot behoud van de kleine walvissen in de Noord- en de Oostzee, de Noord-Atlantische oceaan en de Ierse Zee’, afgekort het ASCOBANS-verdrag, verbiedt het langdurig gevangen houden van kleine walvissen zonder uitzondering. De Nederlandse wet laat een klein gaatje open. Die staat toe gestrande walvissen te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek wanneer ze niet in zee terug gezet kunnen worden. Een EU-verordening verbiedt de ‘overwegend commerciële uitbating’ van wilde orka’s, evenals de handel in de dieren – maar staat wel uitzonderingen toe in bijzondere gevallen.
Een terugplaatsing zou niet alleen riskant zijn, maar ook duur. Heel duur. Er zijn in het verleden pas twee pogingen tot terugplaatsing met orka’s gedaan. Een daarvan was Keiko, de ster uit de film Free Willy, die na bijna twintig jaar in gevangenschap terug werd gebracht naar IJsland. Hij werd per vliegtuig van Mexico naar de VS, en later, in 1998, naar IJsland vervoerd. Een team begeleidde hem met peilzenders, boten, helikopters en vliegtuigen. De hele operatie kostte uiteindelijk ongeveer 20 miljoen dollar, gefinancierd uit donaties, waarvan meer dan 10 miljoen van de tech-miljardair Craig McCaw kwam, en twee miljoen van Warner Brothers, de productiemaatschappij die Free Willy produceerde. Desondanks werd Keiko nooit meer een echte wilde walvis. Hij stierf in 2003 in een baai in Noorwegen. Hij was vrijwel zijn hele leven door mensen begeleid en verzorgd.
De tweede poging was goedkoper en succesvoller. In juni 2002 werd een jong wijfje, dat blijkbaar alleen en gedesoriënteerd was, gevangen in Puget Sound, in de buurt van Seattle. Wetenschappers kenden haar groep, die zich vijfhonderd kilometer noordelijker ophield. Ze werd een maand lang in een afgeschermd stukje zee verzorgd en toen per boot een paar honderd kilometer verderop naar haar verwanten gebracht, die haar weer opnamen. De kosten waren gering in vergelijking met de bedragen die voor Keiko waren opgehaald. Een paar honderdduizend dollar aan donaties was voldoende. Voor Morgan zou aanzienlijk meer uitgegeven moeten worden. Alleen al het transport naar Noorwegen zou tonnen hebben gekost. Een commercieel aquarium kostte de Nederlandse staat niets.
In juni 2011 verleende de Nederlandse regering het Dolfinarium een exportvergunning voor Morgan. De afnemer zou Wolfgang Kiesslings Loro Parque in Tenerife zijn. Het Loro Parque is een commerciële onderneming. Tot de pandemie was het ook een heel winstgevend bedrijf. De balans van de dierentuin laat voor 2019 een winst zien van iets meer dan dertig miljoen euro.
Het volledige gepubliceerde onderzoek aan de orka’s in het Loro Parque tot eind 2011 bestond daarentegen uit slechts twee wetenschappelijke artikelen in vaktijdschriften en een handjevol presentaties op wetenschappelijke conferenties. En de orka’s in Loro Parque waren allemaal eigendom van Seaworld. Ze waren slechts uitgeleend aan Kiessling. Morgan zou de vijfentwintigste orka worden in de collectie van een miljardenconcern.
Het leek een duidelijke overtreding van meerdere wetten en internationale verdragen. In september 2011 bepaalde een rechter in Amsterdam daarom dat de export zes weken lang moest worden opgeschort.
Kort daarop gebeurde er iets waarmee vrijwel niemand nog rekening had gehouden: de Duitse wetenschapper Heike Vester had in het jaar 2005 de geluiden opgenomen van een Noorse orkafamilie in de Tysfjord, terwijl ze een haringschool samendreven tot een compacte bal, de zogenaamde carousseljacht. Zij vergeleek de klanken met die van Morgan. Hun geluiden stemden verbazend nauwkeurig overeen.
Goede kans
‘Het was ofwel haar eigen groep, ofwel een die er nauw verwant mee is,’ zei Vester mij. Vier van de zeven experts die aanvankelijk tegen terugplaatsing waren, veranderden daarop van mening. John Ford en Christophe Guinet, beiden internationaal bekende orka-onderzoekers, spraken zich uit voor een poging tot terugplaatsing. De twee andere orka-onderzoekers in de groep, Christina Lockyer en Fernando Ugarte, wilden zo’n poging op z’n minst overwegen. Drie van hen stelden bovendien voor om Morgan naar Noorwegen te brengen, niet naar Spanje, om haar eerst in een afgeschermd stuk zee te houden. De drie andere opstellers van het rapport die bij hun standpunt bleven, waren een voormalige dierenarts van Seaworld en twee Nederlandse Waddenzee-experts.
Enkele weken lang zag het er naar uit dat de walvis een goede kans had in zee terug te keren. En toen viel alles uit elkaar. Op 21 november 2011 hief een rechter in Amsterdam de exportstop weer op. Het vonnis schoof de internationale verdragen en de EU-richtlijnen eenvoudig terzijde. De veranderde mening van de experts werd door de rechter niet serieus genomen. Dat het dier volgens de Nederlandse wet alleen voor onderzoek vastgehouden mocht worden, legde ze ruim uit: twee academische artikelen waren voldoende als bewijs. Het vonnis werd later in twee beroepsprocedures bevestigd.
‘De wet werd gewoon genegeerd als die in de weg zat. Ik heb zoiets daarvoor noch daarna ooit meer meegemaakt’
Arie Trouwborst is professor in Tilburg, gespecialiseerd in milieurecht. Een nuchtere man die mijn vragen met kwellend lange pauzes beantwoordt om vooral niets ondoordachts te zeggen. Hij had destijds een advies opgesteld voor de coalitie van dierenbeschermers waartoe Ingrid Visser behoorde. ‘Ik kan nog steeds niet helemaal begrijpen wat er gebeurd is,’ zegt hij. ‘Ik leg mijn studenten altijd uit hoe belangrijk een precieze interpretatie van woorden voor de wet is. Maar dat deed er helemaal niet meer toe. Het was een beetje alsof we allemaal in die absurde bubbel gevangen zaten. De wet werd gewoon genegeerd als die in de weg zat. Ik heb zoiets daarvoor noch daarna nooit meer meegemaakt.’
De Nederlandse rechters gaven in de motivatie van hun vonnis steeds weer blijk van hun zorg om de walvis niet in gevaar te brengen. Daar hadden ze beslist gelijk in. De wildernis is gevaarlijk, ook voor een alfa-roofdier, een roofdier dat geen enkel ander roofdier hoeft te vrezen. Hoe gevaarlijk het voor Morgan zou zijn, wist op dat moment niemand.
De grote vraag is er uiteindelijk een die de mens in laatste instantie alleen voor zichzelf beantwoorden kan: is het beter om kort in het wild te leven, of lang in gevangenschap?
Het was nog donker toen de trainers Morgan op 29 november 2011 in een draagbaar loodsten. Ze woog intussen bijna 1400 kilo. Sinds haar aankomst was ze iets minder dan een ton aangekomen. Het transport van een orka is een gecompliceerde, inspannende aangelegenheid. De dieren kunnen niet verdoofd worden, omdat ze hun bewustzijn nodig hebben om te ademen. Onder narcose zouden ze stikken. Ze zijn dus de hele tijd wakker. Ze worden wekenlang getraind om rustig in de draagbaar te liggen die in een met water gevulde container wordt gehangen.
Morgan spartelde nauwelijks toen ze haar uit het bassin tilden. Maar ze ademde sneller dan anders, stootte ademwolkjes uit in het schelle licht van de schijnwerpers. In de container begon ze luid te piepen. In de dagen voor het transport hadden medewerkers van het Dolfinarium, onder wie ook Hearn, doodsbedreigingen ontvangen. Bij het aanbreken van de dag vertrok het konvooi.
Men had de container met Morgan op een vrachtwagen geladen. Daarachter volgden auto’s van de politie. ‘We hadden een enorm politie-escorte, bijna dertig voertuigen,’ herinnert Hearn zich. ‘Elke brug op weg naar de luchthaven was afgesloten.’ Het vliegtuig was leeg, op de walviscontainer na. Hearn stond aan het hoofdeinde in het water om Morgan tijdens de vlucht gerust te stellen. Met een pollepel goot hij water over haar rug, zodat haar huid niet zou uitdrogen.
Het was al donker toen ze in Loro Parqe aankwamen. Wolfgang Kiessling stond aan de rand van het bassin en keek toe hoe de vrachtwagen het orkastadion binnenreed. Morgan werd neergelaten in het bassin dat groter was dan dat in Harderwijk. Het grote bad is meer dan twaalf meter diep en 50,5 meter lang, iets meer dan tien keer haar lichaamslengte. In de eerste nacht bleef ze nog door een traliehek gescheiden van de andere walvissen. Wolfgang Kiessling noemde haar tegenover Spaanse journalisten ‘een geschenk van de natuur’. Hij verheugde zich over de ‘compleet nieuwe bloedlijn’. Ze was de zesde orka in Loro Parque. De vijf andere waren allemaal in gevangenschap geboren. Zij was daar het enige dier dat ooit in een arctische storm had gezwommen, levende vissen had gegeten, gezien had hoe haringscholen werden omsingeld – en dat zonder mensen had geleefd.
Javier Almunia, directeur van de Stichting Loro Parque, die aan het commerciële dierenpark is gelieerd, zei in een interview kort na Morgans aankomst dat ze ‘onaangepast’ gedrag vertoonde. ‘Ze zwemt heel dicht tegen de anderen aan. Ze is soms heel opdringerig, probeert over de anderen heen te springen of ze te bijten in de genitale zone.’ De trainers merkten nog iets anders op, wat komisch was: ze hield de hele tijd haar kop boven water.
In juni 2012 kwam Ingrid Visser voor ruim drie weken naar Tenerife. Indertijd kon je de orka’s nog de hele dag bekijken als je bij het metalen hek aan de ingang van het stadion stond. Je staat daar iets meer dan tien meter bij het water vandaan. Visser kwam bijna iedere dag, met camera en notitieblokje. Ze stond er van ’s morgens tot ’s avonds en observeerde de dieren, vertelt ze me. De orkatrainers merkten haar al gauw op. Aan het eind van die drie weken werd er een hoge houten schutting gebouwd, waarover een voormalige medewerker van het park tegen me zei dat ze die maar beter de ‘Ingrid Visser-palissade’ kunnen noemen.
De littekens die een orkagebit achterlaat zien er een beetje uit zoals het patroon dat een tuinhark in het zand achterlaat
Toen ze weer thuis was, schreef Visser een rapport dat de hoogte van de afscheiding verklaart. In de 77 uur aan de rand van het bassin had ze 91 aanvallen op Morgan gezien door de andere orka’s. Ze telde 320 nieuwe beetwonden en vers geheelde littekens op haar lichaam. Morgan was meermalen voor haar ogen met volle kracht door een ander dier geramd.
‘Nooit eerder heb ik zoveel geweld tussen orka’s gezien,’ vertelt Visser me. ‘Ik heb honderden uren onder water met de dieren in het wild doorgebracht. En nooit een aanval tussen twee orka’s gezien. In het Loro Parque gebeurde het bijna ieder uur.’
De littekens die een orkagebit achterlaat zien er een beetje uit zoals het patroon dat een tuinhark in het zand achterlaat. Je vindt ze ook bij veel wilde orka’s. Volgens een studie zelfs bij de meeste. In het wild zitten de mannetjes heel vaak onder de littekens. Maar hoe die wonden precies ontstaan, weten we niet. Gevechten binnen een orkagroep werden zo goed als nooit waargenomen. De matriarchen in het wild lijken hun leiderschap in de hiërarchie maar heel zelden – misschien wel nooit – met geweld af te dwingen. Mogelijk ontstaan ze bij confrontaties tussen verschillende groepen. Misschien verklaart dat ook waarom Morgan in het begin zo heftig werd aangevallen. Zij was de vreemde.
Het Loro Parque bestrijdt dat de agressie buitengewoon heftig zou zijn geweest. Javier Almunia, directeur van de Stichting Loro Parque, verwijst naar een studie uit 2019, waaraan hij zelf heeft meegeschreven, volgens welke minder dan 1 procent van de interacties tussen de walvissen in het park agressief is. Als ik Wolfgang Kiessling aanspreek over Ingrid Visser en haar kritiek, is hij niet onder de indruk. Hij noemt haar – als een echte dierentuinbezitter – ‘een vals dier’.
Morgans lichaam is nu overdekt met groeven, in wilde patronen, als een schilderij van Pollock. Lange littekens die zigzag over de lengte van haar rug lopen, en korte horizontale op haar zijkant die eruitzien als een wrede grap: alsof iemand haar heeft beschilderd met haaienkieuwen.
Na haar aankomst in Loro Parque werd al snel duidelijk dat Morgan vaak niet op de trainers reageerde. Ze negeerde hen. Soms zwom ze minutenlang razendsnel rondjes door het bassin, ongecontroleerd en wild. Ten slotte kwamen ze op het idee dat ze haar verzorgers mogelijk niet kon horen. In november 2012 werden drie wetenschappers ingevlogen, een uit Nederland, twee uit de VS. Allen experts inzake het hoorvermogen van dolfijnen en kleine walvissen. Met zuignappen plaatsten ze elektroden op haar lichaam om haar hersengolven te meten. Toen lieten ze haar een luid klikgeluid horen. Bij alle andere orka’s in het Loro Parque zagen de wetenschappers een reactie op de klanken, alleen bij Morgan niet. Morgan hoorde duidelijk slechter dan de andere orka’s. Mogelijk, schreven ze, was Morgan ‘compleet doof’.
Dat is voor een wild dier een groot probleem. ‘Deze dieren zijn op hun gehoor aangewezen,’ vertelde de Franse orkaspecialist Christophe Guinet mij. ‘Ze gebruiken echolocatie om vissen te vinden, ze coördineren de jacht middels geluiden, en via geluiden vinden ze ook hun groep terug wanneer ze die kwijt zijn. Daarmee kunnen ze zich ook oriënteren in het donker. Het is bijna onmogelijk dat een dove orka in het wild overleeft. Zonder hun gehoor zijn ze verloren.’
Toen was het duidelijk dat Morgan nooit meer vrij in de Noordzee zou zwemmen. Ze had een handicap die een orka niet hebben mag als ze robbenschedels wil kraken en haringscholen wil opdrijven. Degenen die zich uit alle macht verzetten tegen terugplaatsing, hadden plotseling de beste argumenten.
Visser heeft Morgans gehoorschade nooit geaccepteerd als wat het was: een catastrofale tegenvaller. Ze is gewoon doorgegaan: ze heeft nog een proces tegen de Nederlandse regering aangespannen via twee instanties. De laatste uitspraak werd gedaan op 10 juli 2019 door de Raad van State, de hoogste instantie van het Nederlandse rechtssysteem. Ook deze keer weigerden de rechters om de exportvergunning voor Morgan alsnog te casseren. De orka werd niet teruggehaald.
Visser heeft het geval van Morgan in juni 2018 ook voorgelegd aan de petitiecommissie van het Europees Parlement in een vijftien minuten durende presentatie, waarvoor ze speciaal vanuit Nieuw-Zeeland was gekomen. De zaal was slechts voor een kwart gevuld. De petitie werd tien maanden later zonder resultaat gesloten.
Chemisch afval
Waarom heeft ze zoveel energie gestoken in de bevrijding van één enkel dier? Buiten in de oceaan waren al lang praktijken gaande die de belangen van een enkel dier volledig ontstegen. Orka’s staan aan de top van een voedselketen die door de mens vergiftigd is. De dieren slaan in hun lichaam toxinen op zoals het insecticide DDT en de industriële chemische stof PCB, die tientallen jaren in de zee zijn geloosd. Een paar orkagroepen brengen nauwelijks nog gezonde kalveren ter wereld. En als ze dood aanspoelen, gelden hun kadavers als zo zwaar verziekt dat ze in sommige landen als chemisch afval moeten worden behandeld.
Voor Visser is het geval Morgan een symbool. Het staat voor iets groters: de menselijke zelfzucht. Voor het feit dat we wilde dieren nog altijd als vanzelfsprekend uitbuiten voor ons genoegen en ons profijt. Zij gelooft dat orka’s in gevangenschap zozeer lijden, dat het het beste zou zijn om onmiddellijk een einde te maken aan de shows. De aquariums waarin ze gehouden worden moeten worden geleegd, het fokken moet worden gestaakt. En de resterende orka’s moeten in zeereservaten worden gehouden: in grote baaien, achter netten waar men zich wel met hun verzorging bezig kan houden, maar in een natuurlijker omgeving waar ze bovendien meer ruimte hebben.
Het is vaak verbazend moeilijk om te zeggen of een dier lijdt of niet. Je moet de tekenen daarvan kunnen lezen, die openbaren zich niet meteen. Je moet ze kunnen interpreteren. Op mijn tweede middag in Loro Parque gooien de trainers twee reusachtige plastic tonnen van duizend liter in het bassin, als speelgoed. De orka’s stoeien ermee, bijten erin, drukken ze onder water. Na vijf minuten zien ze eruit als gedeukte colablikjes. Dan voederen de trainers de orka’s haringen en lodden. Ze gooien ijsblokjes in het water, sneeuwballen en gele geleiblokjes die de dieren vocht moeten bieden.
Vijftien trainers zijn de hele dag bezig de verveling van de dieren te verdrijven en frustraties in de kiem te smoren. ‘Frustratie,’ zegt Eric Bogden, ‘is niet goed voor zo’n groot roofdier.’ Bogden (59), is de hoofdtrainer van Loro Parque. Hij is afgetraind, glad geschoren en gebruind, een Amerikaan die er twintig jaar jonger uitziet dan hij is. Bogden heeft lang voor Seaworld gewerkt, toen de trainers daar zich nog tien meter de lucht in lieten slingeren door de walvissen. Met één oor hoort hij niet heel veel meer. Het trommelvlies is bij zo’n landing gebarsten.
Bogden heeft een bijzondere relatie met Morgan. Vaak vergezelt ze hem als een hond langs de rand van het bassin. Als hij oefeningen met haar doet, heb je soms de indruk dat ze niet meer is dan een op afstand bestuurbare automaat, zo snel en precies volgt ze de tekens die hij met zijn hand geeft. Ze draait naar links, naar rechts, wiebelt met de vin, komt uit het water en laat zich masseren.
Stille wereld
Bogden vraagt zich af hoe zij de wereld ervaart. ‘Ze is altijd een beetje vreemd. De andere orka’s communiceren de hele tijd met elkaar in het bad. Dat hoort ze niet. Het moet een merkwaardige, stille wereld voor haar zijn.’ Terwijl ik hem volg bij zijn werk mag ik een gele lijn, die op ongeveer twee meter van het water is getrokken, niet overschrijden. In 2011 heeft Keto, een van de twee reusachtige orkamannetjes in het Loro Parque, bij een trainingsshow zijn trainer onder water geduwd, geramd en gebeten. De trainer overleed aan zijn inwendige verwondingen.
Elke dag maken de trainers de tanden van de dieren schoon met apparaten die eruitzien als stoomreinigers. De orka’s leggen hun kin op de rand van het bassin en sperren de machtige kaken open. Dan spuiten de trainers hun tanden schoon. Veel dieren hebben uitgeboorde of kapotte tanden, die tweemaal per dag gedesinfecteerd moeten worden. De orka’s kauwen op de tralies en de betonwanden. Bij Morgan zijn de voorste rijen tanden deels vrijwel tot op het tandvlees versleten.
Twee voormalige dierenartsen van het Loro Parque, die beiden anoniem willen blijven, vertellen me later hoe moeilijk ze het hadden met de orkahouderij. Beiden hadden op enig moment begrepen hoe slecht de omstandigheden in het bassin voor de dieren waren, hoezeer de trainers ook hun best deden om voor afwisseling te zorgen. Een vrouwelijke arts zei dat ze bij een endoscopie stukjes verf van de bassinwand en siliconen, gebruikt voor het afdichten van het bad, in de magen van de dieren had aangetroffen. ‘De orka’s knaagden voortdurend aan de wanden,’ vertelt ze. ‘Het immuunsysteem van de orka’s was verzwakt door het steriele water en de stress van de disfunctionele groep. Ze waren vaak ziek. Ze kregen makkelijk schimmelziekte en bacteriële infecties. We moesten ze steeds weer antibiotica geven.’
Volgens de tweede vrouwelijke arts was voor iedereen duidelijk dat de dieren niet in een dierenpark thuishoorden. ‘Het is vrijwel onmogelijk om deze grote, veeleisende roofdieren in de bassins voldoende prikkels te bieden.’ Beide dierenartsen hebben hun geloof in het houden van orka’s verloren. Javier Almunia, directeur van de Stichting Loro Parque, schreef dat de uitspraken van deze dierenartsen ‘speculatief’ waren. Er zouden geen bewijzen zijn dat de immuunsystemen van de dieren in Loro Parque zwakker waren dan die van de dieren in zee. Ook zou geen van de dierenartsen er ooit bezwaar tegen hebben gemaakt dat de dieren regelmatig medicijnen toegediend kregen. Beide dierenartsen achten de gezondheidsproblemen van de dieren zo ernstig dat ze het fokken met de orka’s nu volstrekt afwijzen.
De orka’s hadden de daad mogelijk door de spijlen van het hek heen voltrokken
In Morgans geval is het daarvoor nu te laat. In december 2017 maakte Loro Parque bekend dat Morgan drachtig was. Het dierenpark beweert tot op heden dat het een vergissing is geweest. Almunia zei tegen mij te vermoeden dat de orka’s de daad mogelijk door de spijlen van het hek heen hadden voltrokken. Op 22 september 2018 werd het kalf geboren. Op een video van de geboorte zie je Morgan in steeds kleinere kringen zwemmen. De kleine staartvin komt als eerste naar buiten. Morgan gaat op haar zij liggen, kromt haar lichaam en dan volgt het kalf in een golf van bloed, en zwemt weg alsof het nooit iets anders heeft gedaan.
Niets kan je voorbereiden op hoe het voelt om tegenover een dier van drie ton te staan dat oogcontact met je maakt. Op mijn derde dag in Loro Parque komen Morgan en Ula, haar kalf, naar mij toe gezwommen. Ik leg mijn hoofd opzij, naar links. Daarop draait Morgan haar lijf ook naar links. Ik leg mijn hoofd naar rechts. Weer volgt ze me. Ik verstop me achter een metalen balk. Ze spuwt een grote waterstraal tussen haar tanden door op mijn notitieblok. Het water ruikt zoet, een beetje naar chloor en algen, naar zeedieren. Later brengt Ula mij aan het venster een blad, nauwelijks groter dan een munt van 2 euro. Ze tilt het op met haar bek, draagt het heel voorzichtig tot recht voor mijn ogen en laat het dan naar de bodem zinken. Het blad is het enige object in het bad, waarvan het water verder helemaal glad is. Ze herhaalt het spel met het blaadje meerdere keren.
Ik kan begrijpen waarom je dicht bij deze dieren wilt zijn. Maar misschien schuilt daar al het probleem. Het is een egoïstische behoefte. Die gaat van ons uit, niet van hen. Zij gaan alleen maar met ons om omdat ze geen andere keuze hebben.
Apathie
Tot op heden brengt Ula iedere nacht alleen door in het kleine medische bassin van het park, dat maar twaalf meter lang is, zeven meter breed en vier meter diep. De maten van een hotelzwembad. Eric Bogden vertelt me dat Morgan ‘soms een beetje ruw’ met haar kalf omgaat. ‘Zij is een dove moeder, en dat leidt af en toe tot frustratie. Ula is soms bang voor de grote walvissen, en dan is ze liever alleen.’
Toen ik daar was, beleefde ik momenten die vredig oogden: Ula die zich over de rug van Morgan heen legt als een sjaal; Ula die zich door Eric Bogden laat masseren op de buik en rug, en daarbij de ogen sluit; Ula die speels een van de tonnen wegwerpt met haar bek. Maar steeds weer zijn er ook fasen van apathie.
Orka’s in het wild zijn permanent in beweging, zelfs wanneer ze slapen, zwemmen ze heel langzaam, vlak bij elkaar. De diepste duik van een orka die wetenschappers hebben geregistreerd is 1087 meter. Veel groepen duiken regelmatig dieper dan 250 meter. Ze kunnen in 24 uur meer dan honderd kilometer afleggen. Een orka wiens bewegingen negentig dagen lang gevolgd werden, legde in die tijd meer dan 5400 kilometer af, van Baffin Island in Canada tot aan de Azoren.
Morgan dreef soms meer dan een half uur gewoon aan de oppervlakte, vaak vlak voor de tralies van het medisch bassin waarin Uli gevangen zat, en bewoog zich niet. Van een afstand zag ze eruit als een grote zak die elke paar minuten diep in en uit ademde. Een gered en gebruikt wezen. In de verte, achter het bad, was de oceaan te zien. Schuimkoppen op een winderige, wilde zee. Onbereikbaar ver weg.
Walvissen zijn net als wij
James Cameron, bekend van epische films als Titanic en Avatar, maakte samen met cameraman Brian Skerry een film over een dier dat hem al lange tijd intrigeerde: de walvis. Zijn grootste ontdekking: ze zijn net als wij.
Walvissen hebben complexe levens, familiebanden en een sterke cultuur, net als mensen, zegt Brian Skerry tegen Newsweek. Hun manier van leven deed hem denken aan de buurten van New York aan het begin van de vorige eeuw, met veel enclaves van verschillende culturen en talen. Net als wij hebben orka’s een voorkeur voor de internationale keuken: orka’s in Nieuw-Zeeland eten graag roggen, terwijl de dieren in Noorwegen vooral van haring houden.
Moeders leren hun kalveren niet alleen de vaardigheden die ze nodig hebben om te overleven, maar ook culturele tradities. Zo houden bultruggen ‘zangwedstrijden’ en bezoeken beloegawalvissen elk jaar een ‘zomerresort’, waar ze spelletjes doen. Walvissen vieren hun identiteit en rouwen om hun doden. ‘Het zijn buitengewoon intelligente wezens die deze planeet met ons delen,’ zegt Skerry.
De documentaire heeft onder meer tot doel om deze zienswijze over te brengen. ‘Vrijwel alles van onze beschaving is schadelijk voor de walvis,’ zegt Cameron, ‘van giftige, waterverontreinigende stoffen tot geluidsvervuiling, bijvoorbeeld door seismische tests of militaire sonar: die is zeer schadelijk voor walvissen, die hun wereld via geluiden ‘zien’ en echolocatie gebruiken om op hun prooi te jagen. Camerons ploeg filmde ook een keer een reddingsoperatie waarbij een National Geographic-duiker een orka te hulp kwam die verstrikt was in een visserstouw – een manier waarop dagelijks bijna duizend van deze zoogdieren verdrinken. ‘De grote mannetjesorka had de duiker makkelijk kunnen doden, maar hij leek te begrijpen wat er gebeurde.’
Secrets about Whales is o.a. te zien op Disney+.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.