Tijdens het aankomende EK voetbal heeft Hongarije als enige land aangekondigd het maximaal aantal toeschouwers in de stadions toe te laten. De Hongaarse pers is verdeeld over dit besluit.
JA
We kunnen ons niet zomaar laten beroven van onze passies
Op een herfstavond in 2020 was ik op weg naar huis, chagrijnig door de regen en de 4-1-overwinning van Juventus op Ferencváros in de groepsfase van de Champions League. In plaats van te balen, had ik van deze ervaring moeten genieten toen het nog kon. Een week later, op 11 november, gingen de coronamaatregelen van kracht en vanaf dat moment stond de wereld stil.
De pandemie heeft het vurig enthousiasme dat sport in ons aanwakkert gedoofd
De volgende dag kwalificeerde Hongarije zich in een verlaten stadion tegen IJsland voor het EK, een wedstrijd die in normale tijden uitverkocht zou zijn. De pandemie heeft het vurig enthousiasme dat sport in ons aanwakkert gedoofd. Dankzij mijn werk kon ik een paar wedstrijden bijwonen, maar de gezondheidsbubbels scheiden me van degenen met wie ik na een wedstrijd zou hebben gefeest of gehuild.
Na zes maanden stagnatie schijnt er weer licht aan het einde van de tunnel. Dankzij de vier miljoen gevaccineerden heropent Hongarije de theaters, circussen, sportscholen, ijsbanen, dierentuinen, zwembaden en speeltuinen. Dansvoorstellingen en concerten zijn weer toegankelijk voor toeschouwers [indien in het bezit van een immuniteitsbewijs]. Maar belangrijker nog: de sportevenementen! Mijn kinderen zijn al lang voorbij de speeltuinleeftijd, maar voor sport is nooit iemand te oud. We kunnen ons niet zomaar laten beroven van onze passies, waaraan we ons zelfs in de meest onhoudbare en hopeloze situaties vastklampen.
100 procent bezetting van de Puskás Aréna
In 1945 was het beleg van Boedapest nog maar net voorbij en de kanonnen klonken nog na, toen de teams van de Hongaarse hoofdstad hun rentree maakten op de voetbalvelden. In april 1919 speelden Oostenrijk en Hongarije vlak na de Eerste Wereldoorlog tegen elkaar, voor een publiek van 40.000 uitgehongerde voetbaltoeschouwers, toen er even een rustige periode was in de Spaanse griepepidemie. De ‘derde wereldoorlog’, die van de coronapandemie, is nog niet voorbij. De vijand is nog steeds onder ons. Als een sluipschutter of terrorist valt hij de burgerbevolking aan, op steeds weer onvoorspelbare wijze. We hebben weliswaar een effectief wapen om het te neutraliseren, maar sommigen besluiten de strijd aan te gaan zonder schild.
Daarom rust een grote verantwoordelijkheid bij de organisatoren van de sportevenementen die ons de komende weken te wachten staan. Zij moeten goed nadenken over openbare toegang en een goed systeem opzetten voor het controleren van immuniteitscertificaten en testen. Voor internationale bijeenkomsten geldt dat in het bijzonder. Bilbao en Dublin vielen in ongenade als speelsteden voor het EK doordat ze weigerden publiek toe te laten. München ontsnapte dat lot ternauwernood door de toezegging om 14.500 toeschouwers te ontvangen in de Allianz Arena, die 75.000 zitplaatsen heeft. Maar de Puskás Aréna accepteert de volle 100 procent van haar capaciteit. We kruisen onze vingers, op hoop van zegen.
Boedapest is de enige speelstad van het EK die zijn stadion tijdens de wedstrijden voor 100 procent wil vullen. Net als in Bakoe en St. Petersburg hoeven buitenlandse supporters niet in quarantaine bij aankomst in de Hongaarse hoofdstad als ze een negatieve PCR-test laten zien. Als alle tickets worden verkocht, zou dat betekenen dat 68.000 toeschouwers de tribunes van de Puskás Aréna zullen vullen, waar drie poulewedstrijden zullen worden gehouden en één zestiende finale. En als andere steden alsnog terugkrabbelen, worden dit er mogelijk meer.
Afstand houden tot elkaar is in het stadium onmogelijk. Bij elke wedstrijd lopen daarom 68.000 levens gevaar. Er is geen garantie dat degenen die naar het stadion komen hun buren niet zullen besmetten. De Hongaarse regering geeft enkel toegang aan supporters die zijn gevaccineerd of die al corona hebben gehad. Deze laatste vormen minder risico, want ze zijn in het bezit van een certificaat dat hun immuniteit bevestigt en zes maanden geldig is vanaf de datum van hun positieve test.
Maar gevaccineerden kunnen pas twee weken na de dag van de tweede injectie als immuun worden beschouwd. De eerste groepswedstrijd in Boedapest vindt plaats op 15 juni. In de praktijk mogen dus alleen degenen naar binnen die hun tweede prik uiterlijk 1 juni hebben gekregen. Het probleem is alleen dat veel mensen na de eerste injectie al een immuniteitscertificaat krijgen, en niet de moeite nemen om de tweede dosis te laten zetten, omdat ze het gevoel hebben al beschermd te zijn.
Als zelfs maar een paar van hen tijdens de wedstrijden besmet raken, leidt dat mogelijk tot een grootschalige ramp
Deze mensen zullen voor slechts 50 tot 70 procent beschermd zijn, afhankelijk van het type vaccin dat ze hebben ontvangen. Als zelfs maar een paar van hen tijdens de wedstrijden besmet raken, leidt dat mogelijk tot een grootschalige ramp. Hongaarse immuniteitscertificaten [plastic kaartjes die na de eerste dosis per post worden verzonden] bevatten een QR-code die aangeeft of de betrokkene werkelijk is ingeënt. Ik betwijfel echter of de bewakers bij de ingangen van het stadion die gegevens zorgvuldig zullen controleren.
Tijdens het EK van 2016, georganiseerd door Frankrijk, zorgden identiteitscontroles voor eindeloze rijen. Gezien de ernst van de gezondheidssituatie zou het beter zijn om grote groepen mensenmassa’s zowel buiten als binnen het stadion te vermijden. De Hongaarse regering speelt met mensenlevens door te beweren dat in Boedapest als enige speelstad wél volle stadions mogelijk zijn. Westerse democratieën hebben dit soort zelfrechtvaardiging, kenmerkend voor autoritaire regimes of dictaturen, niet nodig. Het voortbestaan van een natie en de legitimering van haar macht zijn niet afhankelijk van hachelijk avonturen. En dat is absoluut geen toeval.
Maandag kwam de orkaan Tauktae aan land in de Indiase staat Gujarat, waardoor de pogingen van de autoriteiten om de verwoestende epidemie aan te pakken verder worden belemmerd. Het land probeert zich zo goed mogelijk te organiseren om patiënten te kunnen blijven behandelen, aldus de Indiase pers.
In het westen van India verkeren de inwoners van Gujarat in gespannen afwachting van de komst van de krachtige orkaan, schrijft nieuwssite Daily News and Analysis. Na dagen van zware regenval en harde wind waarbij twintig mensen omkwamen, bereikte Tauktae maandagavond de staat Gujarat waar 62 miljoen mensen wonen. Een vrouw kwam om toen een stroomkabel naar beneden kwam in de stad Patan in het noorden van Gujarat.
De nieuwssite schrijft dat India wordt getroffen door Tauktae op het moment dat het land worstelt met een tweede, intens zware coronagolf die dagelijks meer dan vierduizend mensenlevens eist. Maandag overschreed het totale aantal coronagevallen de drempel van 25 miljoen, nadat 263.533 nieuwe infecties op één dag werden geregistreerd, zo blijkt uit gegevens die dinsdag werden gepubliceerd door het ministerie van Volksgezondheid.
Angst voor een opleving in de komende weken
‘Hoewel het aantal gevallen afneemt’ in Gujarat en Maharashtra, de twee staten die het hevigst door de orkaan worden getroffen, worstelen ze ‘nog steeds met de gevolgen van de catastrofale tweede golf’, schrijft de New Delhi Times. Volgens het dagblad moesten meer dan 150.000 mensen tijdelijk worden ondergebracht in onderkomens in lagergelegen gebieden van Gujarat, ‘waardoor de angst groeit dat de epidemie de komende weken zal verergeren’. In veel kuststeden die gevaar lopen door de orkaan heeft de federale overheid de vaccinatiecampagne stopgezet.
De Indiase autoriteiten vrezen dat de orkaan toegang tot medicijnen en zuurstof zal bemoeilijken
Volgens de New Delhi Times heeft de storm ook ‘de problemen verergerd waarmee de Indiase ziekenhuizen en gezondheidscentra worden geconfronteerd’. In Mumbai, de hoofdstad van Maharashtra, moesten 580 covid-19-patiënten die in gespecialiseerde centra werden behandeld, uit voorzorg worden overgebracht naar gemeentelijke ziekenhuizen. Het leger is gemobiliseerd om de aanvoer van zuurstof zeker te stellen.
De Indiase autoriteiten vrezen dat de orkaan toegang tot medicijnen en zuurstof zal bemoeilijken, terwijl ze nu al schaars zijn. Aangezien Gujarat een zeer belangrijke leverancier van zuurstof is aan andere staten, aldus The Hindu, is het Indiase leger ingeschakeld om ervoor te zorgen dat de wegen toegankelijk zullen blijven als de orkaan voorbij is.
De Indiase website Mintmeldt dat Western Railway de afgelopen twee dagen meer dan 350 ton zuurstof heeft vervoerd vanuit de door de orkaan getroffen gebieden naar andere delen van het land. Om stroomstoringen te voorkomen in zo’n 400 ziekenhuizen en 41 zuurstofcentrales in de 12 kustdistricten waar Tauktae naar verwachting het hardst zal toeslaan, zijn er ook meer dan duizend generatoren geïnstalleerd.
Vaccinatievoorrang in Duitsland vervalt per 7 juni
Vanaf 7 juni speelt in Duitsland leeftijd, kwetsbaarheid of beroep geen rol meer in het vaccinatiebeleid en kunnen alle volwassenen op afspraak gevaccineerd worden tegen het coronavirus. Dit schrijftSüddeutsche Zeitung. Volgens de krant tekende Minister van Volksgezondheid Jens Spahn daarbij wel aan dat niet iedereen over tweeënhalve week onmiddellijk gevaccineerd kan worden. Artsen en vaccinatiecentra zullen eerst de huidige fase moeten afronden. Die is gericht op van het toedienen van vaccins aan doelgroepen waaraan eerder prioriteit is gegeven.
Spahn noemde het terecht dat er de afgelopen maanden bepaalde criteria zijn gesteld om te bepalen wie voorrang kreeg bij vaccinatie. Hij sprak van een ‘morele verplichting’. ‘Het was geen kwestie van bureaucratie, het heeft mensenlevens gered’, aldus Spahn. Hij merkte ook op dat de snelheid waarmee zal kunnen worden gevaccineerd afhankelijk is van de snelheid waarmee vaccins zullen worden geleverd.
40 procent van de 84 miljoen Duitsers zal eind mei ten minste één dosis hebben gekregen
Dat Spahn de prioritering nu schrapt, is te verklaren door de voortgang van de vaccinatiecampagne: een toenemend aantal van de mensen die extra kwetsbaar waren voor corona, is nu minimaal één keer gevaccineerd. Volgens het ministerie van Volksgezondheid zal naar verwachting ongeveer 40 procent van de 84 miljoen inwoners van het land eind mei ten minste één dosis hebben gekregen. De Duitse regering heeft zich ten doel gesteld om tegen eind september alle volwassenen te hebben gevaccineerd.
Musea achter het fornuis
In samenwerking met beroemde chef-koks grijpen diverse musea werken uit hun collectie aan om ze te combineren met eten en drinken en zodoende een nieuw publiek te trekken, schrijft The Economist. Het Uffizi-museum in Florence lanceerde bijvoorbeeld een serie gastronomische video’s met als motto ‘Uffizi da mangiare – L’arte in cucina’ (‘Uffizi om te eten – Kunst in de keuken’). Italiaanse chef-koks bedenken een recept dat is geïnspireerd op een schilderij uit de collectie van het museum en presenteren zowel het werk als het gerecht. Zo bedacht de beroemde Toscaanse restauranthouder-slager Dario Cecchini bijvoorbeeld een costata alla fiorentina gebaseerd op een voorraadkast met wild, geschilderd door Jacopo Chimenti. Marco Stabile, een chef-kok uit Florence mét een Michelinster, transformeerde Giorgio De Chirico’s Stilleven met paprika’s en druiven in een risotto.
Artistieke hapjes
De keuken en voedsel waren altijd al een onderwerp voor kunstenaars, maar nu worden de rollen dus omgedraaid: schilderijen worden geïnterpreteerd als bron voor een gerecht en het resultaat kan online worden gedeeld als een artistiek hapje. Het is een aanlokkelijk stap voor musea die hun publiek moeten missen vanwege de pandemie.
Vorig jaar lanceerde het Los Angeles County Museum of Art (LACMA) een driemaandelijkse videoserie genaamd Cooking with LACMA, met chef-koks, voedselhistorici en recepten die zijn geïnspireerd op de collecties. In de eerste video maakte Maite Gomez-Rejón van ArtBites, een site die culinaire geschiedenis en kunstgeschiedenis samenbrengt, een mezcal-margarita geïnspireerd op de werk van de Mexicaanse kunstenaar Rufino Tamayo. Deze maand volgt een Japans gerecht, gebaseerd op het werk van schilder Nara Yoshitomo; de video wordt op 25 mei geüpload. Vivian Lin van het museum hoopt dat mensen die de video’s zien ‘recepten en nieuwe perspectieven op de schilderkunst zullen delen’.
Cocktails met een curator
Cocktails zijn bijzonder populair in deze tijden van pandemie, ontdekte Gomez-Rejón. Ze werkte mee aan een videoserie die werken van het Huntington-museum in Californië opnieuw belicht in de vorm van drank en voedsel. Het Museum of Fine Art van Houston toverde een geel zelfportret van de Tsjechische kunstenaar Frantisek Kupka om tot een tropisch drankje. En The Frick Collection in New York, is begonnen met de Cocktail with a Curator-serie, een wekelijkse videopresentatie waarin experts een drankje associëren met het thema of de afkomst van een kunstwerk.
De liefde van de kunstwereld voor koken begon overigens al vóór de pandemie. De vorig jaar uitgebrachte documentaire Ottolenghi and the Cakes of Versailles biedt bijvoorbeeld een herinterpretatie van de achttiende-eeuwse Franse keuken tijdens een luxueus banket in het Metropolitan Museum of Art, New York. De trend zal naar verwachting dan ook doorzetten na alle lockdowns. Musea zijn altijd op zoek naar meer bezoekers en de connectie met eten en drinken kan helpen nieuwe bezoekers aan te trekken en mogelijk tot samenwerking leiden met nieuwe partners. ‘Het kan echt een goed begin zijn voor mensen die zich nog niet zo gemakkelijk thuis voelen in de wereld van de kunst’, aldus Elee Wood van het Huntington.
En vergeet niet, zegt Gomez-Rejón, ‘dat koken zelf een kunst is’. Net zoals beeldende kunst belicht koken de cultuur waar ze uit voortkomt en het naast elkaar plaatsen van deze twee vormen van creativiteit verrijkt ons cultuurbegrip.
Neem bijvoorbeeld de blancmange die banketbakker Debora Massari bereidde voor de Uffizi-serie. Met dit gerecht, dat wortels heeft in de Arabische keuken en aan de Medici werd geserveerd, brengt Massari een eerbetoon aan de huwelijksportretten van Agnolo en Maddalena Doni, geschilderd door Raphael aan het begin van de 16e eeuw. Een ring van blancmange bedekt met pure chocolade stelt Agnolo voor, een ring bedekt met witte chocolade en citroenmarmelade staat voor Maddalena. Massari heeft beide ringen geplaatst op haar patisserieversie van de Doni Tondo die Michelangelo voor de Doni-familie maakte. Het geheel is een prachtige reis door de kunst en de geschiedenis en ziet er ook nog eens bijzonder appetijtelijk uit.
Polen wil dat Tsjechië optreedt tegen ‘abortustoerisme‘
De Poolse ambassade in Praag blijkt de Tsjechische regering te hebben verzocht om in te grijpen in plannen voor wetgeving die het voor vrouwen uit Polen gemakkelijker maakt om abortus in Tsjechië te laten uitvoeren, bericht Notes from Poland. De voorgestelde wetgeving heeft betrekking op de voorwaarden waaronder buitenlandse vrouwen abortussen zouden kunnen ondergaan in Tsjechië. Het voorstel zou met name betrekking hebben op vrouwen uit Polen, dat enkele van de strengste abortuswetten van Europa heeft.
Legale abortus is nu vrijwel onmogelijk in Polen
Door een uitspraak van het Poolse Constitutionele Hof in oktober is legale abortus in Polen nu vrijwel onmogelijk, ook al vonden er nog slechts zo’n duizend ingrepen per jaar plaats. Volgens schattingen van vrouwenrechtengroepen worden er daadwerkelijk tussen de tachtig- en honderdvijftigduizend abortussen per jaar uitgevoerd, hetzij illegaal in Polen, hetzij doordat vrouwen naar het buitenland reizen.
In een brief van twee pagina’s aan het Tsjechische ministerie van Volksgezondheid, waarschuwt de Poolse zaakgelastigde Antoni Wręga dat de plannen voor de nieuwe wet ‘de Tsjechisch-Poolse betrekkingen zou kunnen schaden’.
Colombiaanse minister stapt op
De Colombiaanse minister van Financiën Alberto Carrasquilla is deze week opgestapt nadat een voorstel voor belastinghervorming leidde tot meerdere dagen van protesten waarbij zeker vierentwintig doden vielen, bericht Deutsche Welle. Carrasquilla vertrok een dag nadat president Iván Duque het controversiële voorstel had ingetrokken.
Het wetsvoorstel was half april ingediend in de hoop de overheidsuitgaven te kunnen financieren en de economie te vernieuwen. Volgens de regering zijn belastingverhogingen nodig omdat de pandemie grote gaten heeft geslagen in de Colombiaanse overheidsfinanciën. Colombia maakt de ergste recessie in een halve eeuw mee, met een daling van het bbp van 6,8 procent in 2020 ten opzichte van het jaar ervoor. Maar demonstranten vrezen dat de belastingwijzigingen, inclusief een verhoging van de inkomstenbelasting, hen nog armer zullen maken tijdens de pandemie.
Ondanks de intrekking van het wetsvoorstel heeft het ‘Nationaal Stakingscomité’ opgeroepen tot een nieuwe massabijeenkomst, omdat de demonstranten ‘veel meer eisen dan alleen het schrappen van de belastinghervorming’.
Onrust bij Renault Zuid-Korea
Renault Samsung, de Zuid-Koreaanse vestiging van de Franse autofabrikant, heeft deze week zijn fabriek in de stad Busan tijdelijk gesloten na een staking die al drie dagen duurde. De staking is georganiseerd door vakbonden die onder meer loonsverhoging eisen.
Het is al maanden onrustig bij de autofabrikant door vastgelopen loononderhandelingen, teruglopende verkopen en afnemende productie die is te wijten aan een tekort aan chipvoorraden en het ontbreken van nieuwe, aansprekende modellen, schrijft The Korea Herald.
Van januari tot april dit jaar daalde de verkoop tot 31.412 voertuigen, een daling van 24 procent ten opzichte van vorig jaar. In een waarschuwingssignaal aan de vakbonden maakte CEO Dominique Signora zijn positie duidelijk. ‘We moeten dringend kosten besparen tijdens deze crisis, aangezien onze verkopen het laagst zijn in zestien jaar’. Hij waarschuwde ook dat de autofabrikant nog enkele maanden last zal blijven hebben van het aanhoudende wereldwijde chiptekort. Signora suggereerde herstructurering van het bedrijf niet uit te sluiten.
Omstreden Chinese universiteit in Boedapest
Een controversieel Chinees universiteitsproject wekt bezorgdheid over de groeiende invloed van Beijing in Hongarije en over de nauwe banden van premier Viktor Orbán met China, aldus Radio Free Europe/RL. Eind april ondertekende Hongarije een overeenkomst met de Fudan-universiteit uit Shanghai voor bouw van een vestiging in Boedapest in 2024. Daarmee wordt dit de eerste Chinese universiteit in de EU en de eerste buitenlandse vestiging van deze prestigieuze universiteit. Goed voor het hoger onderwijs in Hongarije, vindt Orbán.
Er zijn zorgen over gebrek aan transparantie naar aanleiding van een ondoorzichtige Chinese lening
Maar er zijn zorgen over gebrek aan transparantie, na onthullingen dat de Hongaarse regering van plan is een enorme, ondoorzichtige Chinese lening aan te gaan om de campus te bouwen. Gergely Karácsony, burgemeester van Boedapest is een van de meest uitgesproken critici: ‘Totdat de regering alle details van het project volledig openbaar heeft gemaakt, hebben we niets om over te onderhandelen, hetgeen betekent dat we geen toestemming zullen geven voor de bouw van de Chinese universiteit.’
Griekse horeca voorzichtig open
Sinds maandag zijn terrassen van horecagelegenheden in Griekenland voor het eerst sinds november weer geopend, met tafels op afstand van elkaar. Staande klanten, muziek en activiteiten binnen zijn verboden. Maximaal zijn zes klanten per tafel toegestaan en de avondklok is verlaat van 21.00 tot 23.00 uur, meldt Ekathimerini.
Overigens werd die avondklok de afgelopen weken al grotendeels genegeerd. Bars en cafés schonken alleen om af te halen, maar buiten vormden zich grote groepen op trottoirs en bij de ingangen van nabijgelegen appartementen.
De versoepelingen zijn de eerste stappen op weg naar verdere opening met het oog op de komst van toeristen deze zomer.
Twitterban voor Indiase actrice
Bollywoodactrice Kangana Ranaut, die bekend staat om haar vurige steun aan de Indiase premier Narendra Modi, is permanent van Twitter verbannen wegens haatzaaien en belediging. Ranaut plaatste maandag een tweet waarin ze Modi aanspoort gangstertactieken toe te passen om de West-Bengaalse Mamata Banerjee te ‘temmen’, bericht Al Jazeera.
Ranaut noemde Banerjee op Twitter onder meer een ‘vrijgelaten monster’
De regionale partij van Banerjee, zittend leider van de deelstaat, versloeg bij verkiezingen dit weekend de hindoenationalisten van Modi. Daardoor behield ze de leiding over West-Bengalen. Na de verkiezingen werd de partij van Banerjee beschuldigd van gewelddadige aanvallen op haar tegenstanders.
Ranaut noemde Banerjee op Twitter onder meer een ‘vrijgelaten monster’.
Neurobioloog Peter Strick geloofde nooit in yoga en pilates. Tot hij ontdekte dat niet alleen je hersenen, maar ook je spieren invloed hebben op stressreacties.
Keuze uit ons archief
Door corona is er een grotere aandacht voor het immuunsysteem gekomen, maar ook voor psychische klachten die kunnen ontstaan door de onzekerheid, eenzaamheid en thuiswerkstress of -verveling. Neurobioloog Peter Strick deed onderzoek naar hoe je je lichaam en geest weerbaarder kunt maken.
Dit artikel verscheen eerder in nummer 107, oktober 2016
Toptennissers hebben het unieke vermogen om na een gemaakte fout hun hoofd weer leeg te maken. Ze zetten het van zich af en spelen met frisse moed verder voor het volgende punt. Ze kunnen het zich niet veroorloven om lang bij fouten stil te staan.
Peter Strick is geen proftennisser. Deze vooraanstaande hoogleraar, hoofd van de vakgroep Neurobiologie aan het herseninstituut van de Universiteit van Pittsburgh, is zo’n man die bij elk foutje stilstaat, hoe klein het ook is. ‘Mijn kinderen zeiden: papa, ga toch pilates doen. Ga aan yoga doen,’ zegt hij. ‘Maar dan zei ik: ik zie geen wetenschappelijk bewijs dat ik daar baat bij zou hebben.’
Wel heeft deze onverbeterlijke scepticus zich aangeleerd om bij stress te kiezen voor de tennisaanpak: jezelf dwingen om stug door te gaan. Er zijn natuurlijk aanwijzingen dat yoga goed is voor je gezondheid, maar geen bewijzen van het soort dat Strick overtuigt.
Hiërarchisch beeld
Onderzoek wijst wel op een correlatie, maar hij wil een fysiologische verklaring van het mechanisme dat erachter zit. Hij heeft niet genoeg aan de vage suggestie dat yoga ‘stress vermindert’. Want hoe werkt dat dan? Doordat het je gedachten verzet?
De stressreactie wordt bij mensen opgewekt door de bijnieren. Die pompen adrenaline in ons bloed als het tijd is voor een vecht-of-vluchtreactie. In gevaarlijke omstandigheden kan zo’n stressreactie onmisbaar zijn, maar in het moderne leven, en zeker in academische kringen, hebben we er zelden behoefte aan. Meestal vormen onze lichamelijke stressreacties een soort achtergrondruis die ons continu gespannen houdt. Pas als we die ruis uitschakelen, kunnen we ontspannen.
Als onze stressreactie alleen door gebieden in de hersenschors wordt gereguleerd, hoe kan het bewegen van lichaamsdelen dan bijdragen aan het verlagen van stress?
Lange tijd ging men ervan uit dat de bijnieren werden aangestuurd via enkele zenuwbanen vanuit de hersenen. ‘Mensen zeiden dat er een of misschien twee gebieden in de hersenschors waren die het bijniermerg aanstuurden,’ zegt Strick. Volgens Randy Bruno, universitair hoofddocent Neurowetenschappen aan de Columbia-universiteit, ‘hebben mensen vaak een heel hiërarchisch beeld van de hersenschors’, namelijk dat zintuiglijke waarnemingen van het ene deel van de hersenen worden doorgegeven aan het volgende, en dan weer aan het volgende en het volgende, enzovoort. Eén lange hiërarchische keten, tot het signaal uiteindelijk in de frontale kwab belandt, die vervolgens een motorische reactie opwekt. En als onze stressreactie alleen door deze gebieden in de hersenschors wordt gereguleerd – de gebieden waar ons hoger functioneren plaatsvindt, waar onze overtuigingen en existentieel zelfbesef zetelen – hoe kan het bewegen van lichaamsdelen dan bijdragen aan het verlagen van stress?
Strick lijkt zijn eigen probleem te hebben opgelost. In het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences legt hij uit dat hij nog een heel ander uitgebreid netwerk in de hersenschors heeft gevonden dat het bijniermerg aanstuurt. De verbindingen tussen de hersenen en het bijniermerg lijken veel uitgebreider te zijn dan altijd werd aangenomen. Complexe netwerken in de primaire somatosensibele en motorische schors hebben rechtstreeks invloed op onze stressreacties. Die ontdekking veranderde zijn beeld van de relatie tussen lichaamsbeweging en gezondheid. Dus begon Strick toch maar met pilates.
‘Dit lijkt erop te wijzen dat dit proces veel decentraler is,’ zegt Randy Bruno over Stricks onderzoek, waaraan hij zelf niet heeft meegewerkt. ‘Er liggen allerlei verschillende circuits over elkaar heen, en die sturen allemaal informatie naar onze oudste en primitiefste reactiesystemen. Dit onderzoek toont echt aan dat stressreacties niet alleen door de traditionele hogere, cognitieve hersengebieden worden aangestuurd. Dat lijkt me heel belangrijk.’
Om te begrijpen wat de implicaties zijn van dit nieuwe ‘connectoom’ (zoals nieuwe neurale verbindingen in de hersenen tegenwoordig vaak worden genoemd), moet je weten hoe dit nieuwe netwerk in kaart is gebracht.
Hondsdolheid
In de juiste handen kan hondsdolheid echt een uitkomst zijn. Als je rabiës in een orgaan injecteert, zullen de zenuwen van dat orgaan het virus verder het centraal zenuwstelsel in voeren. Onderweg kaapt dat virus het replicatiemechanisme van de zenuwen in het cellichaam en de dendrieten om zichzelf te vermenigvuldigen en via de synapsen over te springen naar andere zenuwcellen. Door bij te houden hoe het virus zich verspreidt, kunnen wetenschappers de neurale verbindingen tussen het geïnjecteerde orgaan en de hersenen met ongekende precisie in kaart brengen. Voor dit onderzoek heeft het team van Strick rabiës geïnjecteerd in de bijnieren van apen.
Het verloop van rabiës is heel voorspelbaar. Elke acht à tien uur repliceert het zichzelf, zodat het zich vrij snel door het zenuwstelsel kan verspreiden en zo een netwerk blootlegt. De onderzoekers wachtten dus tot het virus de hersenen bereikte en lieten de apen dan inslapen voordat ze symptomen van de besmetting gingen vertonen.
‘Bij iemand die aan herpes is overleden, zijn de temporale kwabben één grote soep,’ legt Strick uit. In vergelijking daarmee zien de hersenen van iemand die aan rabiës is overleden er redelijk normaal uit. Het is nog steeds een open vraag hoe rabiës ons zenuwstelsel precies uitschakelt. Het kan een tijdje in een zenuwcel zitten zonder kwaad te doen – daardoor kan rabiës zich in een populatie verspreiden. Dat betekent dus, benadrukt Strick, dat de apen niet hebben geleden.
‘Bij iemand die depressief of gestrest is, zie je een andere lichaamshouding. Als je met een rechte rug staat, heeft dat invloed op hoe je jezelf presenteert en hoe je je voelt’
Als het virus de tijd heeft gehad om een bepaalde, goed voorspelbare afstand af te leggen, brengen de onderzoekers het dier onder narcose en laten het leegbloeden. Dan fixeren ze het zenuwstelsel en kijken met behulp van antilichamen hoe het virus zich verspreid heeft. Door apen op verschillende momenten te laten inslapen, konden ze de verspreiding van het virus in kaart brengen. Zodra het virus enkele synapsen is gepasseerd, levert dat enorm veel werk op: het aantal aangetaste zenuwcellen stijgt dan exponentieel. Maar toen dat werk eenmaal was voltooid, wisten de onderzoekers niet wat ze zagen.
De bijnieren bleken in verbinding te staan met de motorische gebieden in de hersenen. In de primaire motorische schors bevindt zich een afspiegeling van het hele lichaam: er zijn gebieden die corresponderen met het gezicht, de armen en benen, en ook een gebied dat de axiale spieren aanstuurt (de ‘core’, in fitnessjargon). Stricks onderzoeksteam had helemaal niet gedacht dat de primaire motorische schors het bijniermerg aanstuurde. Maar er blijken daar een heleboel zenuwcellen te zitten die dat wel doen. En die bevinden zich vooral in het gedeelte van de schors dat correspondeert met de axiale spieren.
‘De aansturing van de axiale spieren heeft op een of andere wijze invloed op stressreacties,’ redeneert Strick. ‘Er waren al veel aanwijzingen dat het versterken van die spieren invloed heeft op het stressniveau. En bij iemand die depressief of gestrest is, zie je een andere lichaamshouding. Als je met een rechte rug staat, heeft dat invloed op hoe je jezelf presenteert en hoe je je voelt. En nu blijken de spieren van de romp dus invloed te hebben op stress. Als je die spieren op een verkeerde wijze stimuleert, door een slechte houding, denk ik daarom dat het ook invloed op het stressniveau heeft.’
‘Die zenuwbanen kunnen een verklaring bieden voor ons intuïtieve gevoel dat je stress op veel verschillende manieren kunt bestrijden,’ zegt Bruno. ‘Ik vind de voorbeelden in hun artikel heel aansprekend, het idee dat yoga en pilates misschien daarom zo effectief zijn. Maar er zijn nog allerlei andere methoden waarmee mensen stress bestrijden, bijvoorbeeld met behulp van verbeeldingskracht. Dat er zo veel zenuwbanen direct verbonden zijn met het systeem dat stressreacties aanstuurt, dat is heel interessant.’
Strick heeft vooral gekeken naar lichaamsbeweging, Bruno is meer gespecialiseerd in de zintuigen. Hij kijkt dus vooral naar de resultaten die betrekking hebben op de primaire somatosensibele schors. Sommige van die hersengebieden, waar de signalen van onze tastzintuigen worden verwerkt, lijken al evenzeer met de bijnieren te communiceren. ‘Dat is ook heel nieuw en heel interessant voor mij,’ zegt Bruno. ‘Dat kan helpen verklaren waarom we bepaalde gewaarwordingen ontspannend of juist stressvol vinden.’ Ik moest meteen denken aan lekker op je rug gekrabd worden, of dat rustgevende gevoel als je je hand in een berg verse pasta steekt.
‘Als ik dit soort resultaten zie, denk ik: Hm, misschien zijn deze gebieden complexer dan we dachten’
Doordat de primaire somatosensorische en motorische gebieden in de hersenen zo’n grote rol lijken te spelen in onze innerlijke toestand, begint Bruno vraagtekens te plaatsen bij de gangbare opvatting over de aard van deze hersengebieden. ‘Door deze onderzoeksresultaten en die van mezelf begin ik te betwijfelen of dat wat wij de motorische schors noemen ook echt de motorische schors is,’ zegt hij.
‘Misschien vervult de primaire somatosensibele schors wel veel meer functies dan we altijd dachten. Als ik dit soort resultaten zie, denk ik: Hm, misschien zijn deze gebieden complexer dan we dachten.’
Psychosomatisch
En dat heeft gevolgen voor wat we nu ‘psychosomatische aandoeningen’ noemen, het idee dat onze geest invloed heeft op orgaanfuncties. De term ‘psychosomatisch’ heeft nu een negatieve bijklank. De stilzwijgende gedachte is dat het verband tussen lichaam en geest niet bestaat, dat die psychosomatische aandoeningen alleen ‘tussen de oren’ zitten. Maar het soort uitgebreide verbindingen waarvan het bestaan nu is aangetoond, kan betekenen dat die aandoeningen ook écht tussen je oren ontstaan. Het feit dat er gebieden in de hersenschors zijn die via multisynaptische verbindingen de orgaanfuncties beïnvloeden, kan de term ‘psychosomatisch’ misschien van zijn negatieve bijklank verlossen.
Bij eerder onderzoek heeft het team in Pittsburgh een virus geïnjecteerd in het hart. Toen vonden ze hersengebieden die invloed hebben op het hartritme, waarin ze een mogelijke verklaring zien voor allerlei onverwachte sterfgevallen: doordat gebeurtenissen in de hersenen, van epilepsie en hersenletsel tot sterke emotionele prikkels (zowel positieve als negatieve) een hartaanval opwekken.
En dan is er ook nog het nieuwe vakgebied van de neuro-immunologie, waarin men onderzoek doet naar de gevolgen van stress voor het immuunsysteem. Het draagt allemaal bij aan de geloofwaardigheid van gezondheidsclaims die ooit werden weggelachen door mensen zoals Strick, omdat er geen concreet mechanisme aan ten grondslag leek te liggen. In zijn woorden: ‘Onze bewegingen, gedachten en gevoelens hebben invloed op onze stressreactie dankzij échte neurale verbindingen.’
Wat als ouderdom een ziekte was die te genezen is? Dat is het revolutionaire idee van een groep wetenschappers die strijdt voor de erkenning van ouderdom als ziekte, om zo financiering los te krijgen. Hun doel: veroudering vertragen en, waarom ook niet, de dood tarten.
Keuze uit het archief
Deze week maakte het statistiekbureau CBS bekend dat Nederland ruim 2500 honderdplussers telt, een sterke stijging ten opzichte van de vorige twee eeuwen.
Dat mensen steeds ouder worden, is op het eerste gezicht goed nieuws. Maar wat als we ouderdom helemaal kunnen uitbannen? Dit wetenschappelijk artikel uit 2019 laat zien welke methoden wetenschappers aan het ontwikkelen zijn om het verouderingsproces te vertragen en wie weet de dood uiteindelijk af te schaffen of in ieder geval zo lang mogelijk uit te stellen.
Cyclopen hadden maar één oog. Volgens de Griekse mythologie hadden deze reuzen hun andere oog met de god Hades geruild voor het vermogen om in de toekomst te kijken. Maar Hades had ze in de luren gelegd: het enige wat ze van de toekomst konden zien, was de dag waarop ze zouden sterven. De last van die kennis droegen de cyclopen hun hele leven met zich mee: de eindeloze kwelling om gewaarschuwd te zijn en er niets aan te kunnen doen.
Al sinds het begin der tijden wordt ouderdom beschouwd als een onafwendbaar, niet te stuiten verschijnsel, iets natuurlijks. Bij het sterven van bejaarden spreekt men al eeuwenlang van ‘natuurlijke doodsoorzaken’, ook als ze aan erkende aandoeningen zijn overleden. De Romeinse arts Galenus schreef in de tweede eeuw na Christus al dat veroudering een natuurlijk proces is. En zijn opvatting dat je simpelweg van ouderdom kunt overlijden, bepaalt sindsdien ons denken. We beschouwen veroudering als de opeenstapeling van alle andere aandoeningen die met het klimmen der jaren vaker voorkomen: kanker, dementie, broosheid. Al levert die manier van denken ons maar één ding op: de wetenschap dat we ziek zullen worden en sterven. Geen mogelijkheid om daaraan iets te veranderen. We hebben nauwelijks meer macht over ons eigen lot dan de cyclopen.
Maar een groeiend aantal wetenschappers begint vraagtekens te zetten bij ons hele idee van veroudering. Wat als je de dood wél kunt afweren – of zelfs voorkomen? Wat als het hele scala aan ziektes waarvoor we met het klimmen der jaren vatbaarder worden geen oorzaken zijn, maar slechts symptomen? Wat zou er veranderen als we veroudering zelf als ziekte classificeren?
Pathologische aandoening
David Sinclair, geneticus aan de geneeskundefaculteit van Harvard, is een van de voortrekkers van deze beweging. Volgens hem zouden we aftakeling niet moeten zien als een natuurlijk gevolg van ouderdom, maar als een opzichzelfstaande aandoening.
Ouderdom is in zijn ogen gewoon een pathologische aandoening – en kan zoals alle aandoeningen dus ook met succes worden bestreden. Als we er anders tegen aankijken, zijn we beter in staat iets te doen aan het verschijnsel zelf, in plaats van alleen de aandoeningen te behandelen die ermee gepaard gaan. ‘Veel van de ernstigste ziekten van tegenwoordig zijn een gevolg van veroudering,’ zegt hij. ‘Het achterhalen van de moleculaire mechanismen van en remedies tegen ouderdom zou dus grote prioriteit moeten hebben. Als we ouderdom niet bij de wortel aanpakken, komt er een eind aan de lineair stijgende lijn van onze steeds hogere levensverwachting.’
De vergrijzing is ‘de klimaatverandering van de gezondheidszorg’
Een subtiele verschuiving in het beeld van ouderdom, met mogelijk grote gevolgen. De wijze waarop organisaties als de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ziektes benoemen en classificeren, werkt door in de prioriteiten van overheden en andere instanties die het geld verdelen. Toezichthouders als de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) hebben heel strikte regels over de aandoeningen waarvoor elk medicijn is bedoeld, en waarvoor het dus mag worden voorgeschreven en verkocht. Veroudering staat nu niet op die lijst van aandoeningen.
Volgens Sinclair moet ze daar wel op komen, omdat anders nooit de grote investeringen worden gedaan die nodig zijn om er remedies tegen te vinden. ‘De ontwikkeling van medicijnen die de belangrijkste ziektes zouden kunnen voorkomen en genezen, verloopt momenteel veel trager dan nodig is omdat we veroudering niet als medische aandoening erkennen,’ zegt hij. ‘Als ouderdom een behandelbare aandoening was, zou er meer geld naar onderzoek, innovatie en de ontwikkeling van geneesmiddelen gaan. Welk farmaceutisch of biotechbedrijf steekt geld in een remedie tegen veroudering, als die aandoening officieel niet bestaat?’ Het zou ‘de grootste markt van allemaal’ moeten zijn, zegt hij.
Dat is precies wat anderen zorgen baart: zij vrezen dat de jacht op een lucratief ‘anti-ouderdomspilletje’ tot verkeerde maatschappelijke prioriteiten leidt. Zo ‘verander je de wetenschappelijke discussie in een commerciële of politieke discussie’, zegt Eline Slagboom, hoogleraar moleculaire epidemiologie in het Leids Universitair Medisch Centrum en gespecialiseerd in veroudering. Door ouderdom als de zoveelste behandelbare ziekte te beschouwen, verminder je de aandacht voor het belang van een gezonde levensstijl, zegt zij. Ze vindt dat overheid en zorg zich beter sterk kunnen maken voor de preventie van chronische ouderdomsziekten door mensen al op jongere leeftijd te stimuleren gezonder te leven. Anders geef je de boodschap af ‘dat we niets voor oudere mensen kunnen doen, tot ze het punt bereiken dat ze ziek worden of snel beginnen af te takelen, waarna ze een pilletje krijgen’.
Een ander veelgehoord bezwaar tegen de gedachte dat we ouderdom een ziekte moeten noemen, is dat je daarmee bijdraagt aan het stigma waar ouderen toch al onder lijden. ‘Leeftijdsdiscriminatie is momenteel de meest wijdverbreide vorm van discriminatie ter wereld,’ zegt Nir Barzilai, directeur van het Institute for Aging Research aan het Albert Einstein College of Medicine in New York. ‘Bejaarden liggen onder vuur. Mensen worden ontslagen omdat ze te oud zijn. Ouderen kunnen geen werk meer vinden. En tegen mensen die al zo veel problemen hebben, ga je dan zeggen: jij bent ziek, je hebt een aandoening? Daar hebben de mensen die wij proberen te helpen niets aan.’
Niet iedereen is het ermee eens dat het stigmatiserend is. ‘Ik ben ervoor om ouderdom een ziekte te noemen,’ zegt Sven Bulterijs, medeoprichter van de Healthy Life Extension Society, een non-profitorganisatie in Brussel die veroudering als een ‘universele menselijke tragedie’ beschouwt, met oorzaken die kunnen worden opgespoord en bestreden om de levensduur van mensen te verlengen. ‘Je zegt toch ook niet dat het voor kankerpatiënten beledigend is om kanker een ziekte te noemen?’
Maar Sinclair mag het dan hebben over de ‘lineair stijgende lijn’ van onze levensverwachting, de maximale levensduur van de mens blijft een twistpunt. De onderliggende vraag is: moeten we überhaupt sterven? Als we een middel vinden om veroudering als aandoening tegen te gaan en te overwinnen, zouden we dan eeuwen- of zelfs millennialang kunnen leven? Is er dan nog een grens aan? De natuur wekt de indruk dat eindeloos leven niet ondenkbaar is. De Pinus longaeva, een Noord-Amerikaanse den, is misschien wel het beroemdste voorbeeld van een plant die biologisch onsterfelijk wordt geacht. Die boom gaat wel dood als hij wordt omgehakt of door de bliksem wordt getroffen, maar als je hem ongemoeid laat, sterft hij niet van ouderdom. Er zijn exemplaren waarvan de leeftijd op vijfduizend jaar wordt geschat: alsof de tijd er gewoon geen vat op heeft. Het geheim van deze lange levensduur is vooralsnog een raadsel. En zo zijn er meer organismen, bijvoorbeeld in zee, die tekenen van biologische onsterfelijkheid lijken te vertonen.
115 jaar
Vanuit dat besef wordt vaak beweerd dat onze levensduur met de juiste aanpak drastisch kan worden verlengd. Maar een spraakmakende studie in Nature stelde in 2016 dat de grens voor onze levensduur rond de 115 jaar ligt. Die schatting is gebaseerd op wereldwijde statistieken waaruit blijkt dat de stijging van de levensduur boven de honderd begint af te vlakken, en dat het record van de langst levende mens al sinds de jaren negentig niet meer is gebroken. Al is er ook kritiek op de wijze waarop deze analyse werd uitgevoerd.
Barzilai vindt het hoe dan ook nodig om iets tegen veroudering te doen. ‘We kunnen erover twisten of de grens bij 115 of 122 jaar ligt, of bij 110,’ zegt hij. ‘Maar nu overlijden we gemiddeld voor ons tachtigste, dus we laten zo’n 35 jaar liggen. Laten we eerst eens proberen die jaren aan onze levensverwachting toe te voegen, voordat we beginnen te praten over onsterfelijkheid of iets daartussenin.’
Of ze nu denken dat ouderdom een behandelbare ziekte is of dat de levensduur van de mens een natuurlijke begrenzing heeft, de meeste deskundigen zijn het erover eens dat we anders met ouderdom moeten omgaan. ‘Als we niets doen aan de drastische stijging van het aantal ouderen, en manieren vinden om te zorgen dat ze gezond blijven functioneren, krijgen we grote problemen met levenskwaliteit en economische kosten,’ zegt Brian Kennedy, directeur van het Centre for Healthy Ageing en hoogleraar biochemie en fysiologie aan de Nationale Universiteit van Singapore. ‘We moeten manieren vinden om het verouderingsproces af te remmen.’
De vergrijzing is ‘de klimaatverandering van de gezondheidszorg’, zegt hij. Een raak beeld. Net als bij de opwarming van de aarde moet de oplossing vooral worden gezocht in gedragsverandering: een ander dieet, een andere levensstijl. Maar ook net als bij de klimaatverandering lijkt een groot deel van de wereld zijn hoop vooral op de techniek te vestigen. Misschien krijgen we niet alleen een toekomst van geo-engineering, maar ook van ‘gero-engineering’.
De groeiende roep om ouderdom tot ziekte te bestempelen wordt wellicht mede veroorzaakt door een verschuiving in de maatschappelijke opvattingen over ouderdom. Morten Hillgaard Bülow, medisch historicus aan de Universiteit van Kopenhagen, zegt dat er een verandering intrad in de jaren tachtig, toen de hele idee van ‘succesvol oud worden’ postvatte. Het begon met studies die waren opgezet en gefinancierd door de Amerikaanse MacArthur Foundation, waarin onderzoekers ingingen tegen de eeuwenoude stoïcijnse aanvaarding van ouderdom en verval, zoals Galenus die uitdroeg. Zij pleitten voor onderzoek naar manieren om veroudering tegen te gaan en de Amerikaanse regering vond dat, met het oog op de druk die de vergrijzing op de zorg zou leggen, een goed idee. Tegelijkertijd trokken ontwikkelingen in de moleculaire biologie de aandacht van onderzoekers. Zo kwam er meer geld beschikbaar voor onderzoek naar de aard en oorzaken van veroudering.
Biomarkers
Professor Slagboom werkt in Leiden aan tests om te kunnen vaststellen wiens lichaam in een normaal tempo veroudert en wiens lichaam ouder is dan de leeftijd doet vermoeden. Remedies tegen ouderdom beschouwt zij als laatste redmiddel, maar inzicht in iemands biologische leeftijd is volgens haar wel nuttig voor de behandeling van ouderdomskwalen. Neem een man van zeventig met een licht verhoogde bloeddruk. Als hij de bloedsomloop van een tachtiger heeft, is die hogere bloeddruk waarschijnlijk nodig om het bloed naar zijn hersenen te krijgen. Maar heeft hij nog de fysiek van een zestiger, dan moet er waarschijnlijk iets aan worden gedaan.
Biomarkers waaraan je de biologische leeftijd afmeet, zijn een populair instrument in verouderingsonderzoek, zegt Vadim Gladyshev van het Brigham and Women’s Hospital in Boston. Hij beschrijft veroudering als een opeenhoping van schadelijke veranderingen in het hele lichaam, variërend van de samenstelling van onze darmflora tot de mate van chemische verminking van ons DNA, de zogenaamde methylering. Zulke biologische effecten zijn meetbaar en kunnen dus ook worden gebruikt om de effectiviteit van geneesmiddelen tegen veroudering te testen. ‘Als we de ontwikkeling van die verschijnselen met het klimmen der jaren kunnen meten, kunnen we aan de hand daarvan de waarde van medische ingrepen in de levensduur beoordelen,’ zegt hij.
Na twee decennia beginnen de resultaten zich af te tekenen. Onderzoek bij muizen, wormen en andere modelorganismen heeft aangetoond wat er in verouderende cellen plaatsvindt en heeft diverse manieren opgeleverd om de levensduur – soms spectaculair – te verlengen. De meeste onderzoekers hebben een bescheiden doelstelling en richten zich vooral op het vergroten van de health span: het aantal jaren waarin je gezond en onafhankelijk kunt functioneren. Ze beweren dat er vooruitgang wordt geboekt en dat er al potentiële pillen aan zitten te komen. Eén veelbelovend middel is metformine, een veelgebruikt medicijn tegen diabetes dat al jaren bestaat. Dierproeven wijzen uit dat het misschien ook kan helpen tegen broosheid, alzheimer en kanker. Bij gezonde mensen zou het de veroudering kunnen afremmen, maar bij gebrek aan officiële richtlijnen zijn artsen huiverig om het met dat doel voor te schrijven.
Een groep onderzoekers, onder wie Barzilai van het Einstein College, probeert daar verandering in te brengen. Barzilai leidt het onderzoeksproject TAME (Targeting Aging with Metformin). Daarin wil hij het middel aan mensen in de leeftijd van 65 tot 80 geven, om te kijken of het kwalen als kanker, dementie, beroertes en hartaanvallen kan uitstellen. De financiering van dit onderzoek had veel voeten in de aarde, mede omdat het patent op metformine is verlopen, zodat farmaceutische bedrijven er minder aan kunnen verdienen. Maar Barzilai zegt dat ze inmiddels proefpersonen kunnen werven en in de loop van dit jaar met het onderzoek beginnen.
Metformine maakt deel uit van een grotere groep geneesmiddelen, de zogenaamde mTOR-remmers, die de werking afremmen van een eiwit dat groei en celdeling stimuleert. Wetenschappers denken door afremming van dat eiwit het gezondheidseffect van verminderde calorie-inname te kunnen nabootsen. Bij dieren kan een lagere calorie-inname de levensduur verlengen. Men vermoedt dat het lichaam dan beschermende maatregelen neemt tegen het gebrek aan voedingsstoffen. De eerste tests bij mensen lijken uit te wijzen dat deze geneesmiddelen het immuunsysteem versterken en ouderen beter bestand maken tegen infecties. Andere wetenschappers onderzoeken waarom organen uitval vertonen als gevolg van celveroudering, de zogenoemde senescentie. Om afgetakelde cellen uit het omringende gezonde weefsel te verwijderen, vestigt men de hoop op senolytica. Dat zijn geneesmiddelen die de versleten cellen stimuleren om zichzelf te vernietigen, zodat ze door het immuunsysteem kunnen worden afgevoerd. Bij muizen blijken deze senolytica de veroudering af te remmen.
Verouderde cellen zijn bij mensen verantwoordelijk voor een hele reeks aandoeningen, variërend van aderverkalking en staar tot Parkinson en artritis. Er worden al wat kleine proeven gedaan met de effecten van senolytica op mensen, al gaat het daarbij officieel niet om onderzoek naar een remedie tegen ouderdom als zodanig, maar tegen de erkende aandoeningen artritis en idiopathische longfibrose.
Als we een middel vinden om veroudering te stoppen, zouden we dan millennialang kunnen leven?
Het onderzoek naar die middelen onderstreept een centrale vraag over veroudering: is er één gemeenschappelijk mechanisme waardoor verschillende soorten weefsel veranderen en aftakelen? En zo ja, kunnen we dan geneesmiddelen vinden om dat onderliggende mechanisme te bestrijden, in plaats van wat David Sinclair van Harvard ‘reactievoetbal’ noemt: steeds afzonderlijke aandoeningen behandelen naarmate die zich voordoen?
Sinclair denkt van wel, en hij denkt dat hij een verbluffende nieuwe manier heeft gevonden om de klok van onze aftakeling terug te draaien. In zijn boek Lifespan, dat dit jaar verschijnt, legt hij uit dat het onderzoek in zijn lab zich toespitst op epigenetica. In dat snelgroeiende vakgebied kijkt men niet naar de samenstelling van het DNA zelf, maar naar veranderingen in het functioneren van de genen en hoe die kunnen resulteren in fysiologische veranderingen, zoals ziekten. Sommige epigenetische mechanismen kunnen de cellen in het lichaam beschermen, door bijvoorbeeld schade aan het DNA te repareren. Maar ze worden minder effectief naarmate we ouder worden. Sinclair beweert deze verzwakte mechanismen bij oudere muizen weer terug op sterkte te hebben gebracht met behulp van gentherapie, en zegt dat hij ‘beschadigde oogzenuwcellen weer kan verjongen’, waardoor blinde oude muizen ineens weer kunnen zien.
Het is een bekend refrein. Er zijn al veel wetenschappers geweest die met dierproeven dachten de bron van de eeuwige jeugd te hebben gevonden, om vervolgens te merken dat de resultaten in rook opgaan zodra ze het bij mensen proberen. Maar Sinclair is ervan overtuigd dat hij op het goede spoor zit. Hij zegt binnenkort in een wetenschappelijk tijdschrift resultaten te publiceren die zijn collega’s kunnen controleren.
Omdat ouderdom officieel geen ziekte is, bevindt het meeste onderzoek naar dit soort geneesmiddelen zich in een grijs gebied: officieel zijn ze niet bedoeld om veroudering tegen te gaan. Barzilais proef met metformine bijvoorbeeld, die nog het meest lijkt op een klinisch onderzoek naar een remedie tegen ouderdom, is net als de proeven met senolytica officieel niet als zodanig bedoeld. Hij onderzoekt alleen de effectiviteit in het bestrijden van ouderdomsgerelateerde aandoeningen. ‘En een van de bijwerkingen is dan dat je er misschien langer door leeft,’ zegt hij.
Barzilai wil niet zeggen dat ouderdom als ziekte geclassificeerd moet worden, maar meent dat het de wetenschappelijke vooruitgang wel zou kunnen versnellen. In zijn onderzoek moet hij jarenlang wachten voor hij in kaart kan brengen of het aan zijn proefpersonen toegediende geneesmiddel bijdraagt aan de preventie van ouderdomskwalen.
En omdat het effect van het middel waarschijnlijk vrij gering is, heb je grote aantallen proefpersonen nodig om iets te kunnen bewijzen. Als ouderdom een ziekte was, zou je gericht kunnen testen op zaken die sneller en goedkoper kunnen worden onderzocht. Bijvoorbeeld of een geneesmiddel de ontwikkeling van de ene naar de volgende ouderdomsfase afremt.De Healthy Life Extension Society is een van de organisaties die vorig jaar aan de WHO hebben gevraagd veroudering op te nemen in de nieuwe versie van de officiële International Classification of Diseases (ICD-11). De WHO heeft niet aan dat verzoek voldaan, maar heeft wel een code voor ‘ouderdomsgerelateerd’ toegevoegd, waarmee kan worden aangegeven dat ouderdom de kans op een bepaalde aandoening verhoogt.
Wetenschappelijk kader
Een andere groep wetenschappers wil veroudering bij de WHO aankaarten om een steviger wetenschappelijk kader voor onderzoek naar dit thema te creëren. Onder leiding van Stuart Calimport, voormalig adviseur van de Californische SENS Research Foundation voor ouderdomsonderzoek, is een gedetailleerd voorstel geschreven – dat wij hebben ingezien – om voor alle weefsels, organen en klieren in het lichaam aan te geven, bijvoorbeeld op een schaal van 1 tot 5, hoe vatbaar ze zijn voor veroudering. Zo’n indeling in verschillende stadia heeft al goede diensten bewezen bij de ontwikkeling van kankerbehandelingen. Het kan in theorie leiden tot de goedkeuring van geneesmiddelen waarvan is aangetoond dat ze de veroudering van cellen in een specifiek deel van het lichaam kunnen afremmen of tegenhouden.
En het classificeren van ouderdom als ziekte kan nog een ander groot voordeel hebben. Volgens David Gems, hoogleraar biogerontologie aan het University College London, zou het een manier zijn om iets te doen tegen de kwakzalverij van anti-ouderdomsmiddeltjes. ‘Het zou ouderen beschermen tegen de stortvloed aan middeltjes waarmee hun geld wordt afgetroggeld door de anti-ouderdomsindustrie. Die fabrikanten mogen nu allerlei onzin uitkramen,’ zegt Gems. In februari moest de Amerikaanse FDA bijvoorbeeld nog waarschuwen dat injecties met bloed van jonge mensen – een behandeling die duizenden dollars kost en wereldwijd aan populariteit wint – geen enkel aantoonbaar nut heeft. Maar het verbieden van deze behandeling was niet mogelijk. Op deze manier ontsnappen bedrijven aan het strenge toezicht dat wel van toepassing is op remedies voor specifieke ziektes.
De Singaporese overheid heeft net als de cyclopen een blik in de toekomst geworpen – en wordt daar niet vrolijk van. Deze eilandstaat zit in de voorhoede van de vergrijzing. Met de huidige trends zal de bevolking van Singapore in 2030 nog twee werkenden op iedere gepensioneerde tellen. (Ter vergelijking: de VS zal in 2030 nog steeds drie werkenden op iedere 65-plusser tellen.) Het land streeft dus naar een betere en gezondere levensavond voor zijn inwoners.Brian Kennedy van het Centre for Healthy Ageing bereidt daarom het eerste breed opgezette onderzoek naar behandelingen tegen veroudering voor. Op kleine groepjes vijftigers – vrijwillige proefpersonen – gaat hij tien tot vijftien mogelijke behandelingen uittesten. ‘Ik denk aan drie of vier geneesmiddelen en een paar voedingssupplementen, waarvan we het effect dan vergelijken met veranderingen in levensstijl.’
Strategieën tegen de vergrijzing staan hoog op de agenda bij de Singaporese overheid en Kennedy wil een ‘testkader’ scheppen voor dit soort proeven op mensen. ‘We hebben met behulp van dierproeven al veel vooruitgang geboekt,’ zegt hij, ‘maar we moeten nu het effect op mensen gaan onderzoeken.’
Krijgt het Verenigd Koninkrijk een menopauzeverlof?
Moeten ondernemingen op dezelfde manier met de menopauze omgaan als met ziekte of zwangerschap? Twee Britse parlementariërs, de een van Labour, de ander van de Conservatives, pleiten daarvoor. Ze overwegen zelfs een wetsvoorstel in te dienen dat vrouwen in staat stelt hun werkritme aan te passen aan de hormonale veranderingen. Rachel Maclean van de Conservatieve Partij wil ‘dat vrouwen voortaan over vrije tijd beschikken of hun werkomstandigheden kunnen aanpassen om het hoofd te bieden aan bepaalde gênante symptomen als opvliegers of nachtelijk transpireren’, aldus The Guardian. Volgens deze linkse krant, die het initiatief eind augustus in een hoofdartikel steunde, ‘kreeg de kwestie, toen die onlangs in het Britse parlement werd besproken, massale bijval vanuit alle partijen, met name van mannen wier echtgenotes de overgang hebben meegemaakt en die het probleem dus begrijpen’. The Guardian schrijft dat ‘speciale wetgeving vrouwen in de menopauze en anderen gerust moet stellen’ en herinnert eraan dat ‘bijna 80 procent van de vrouwen wordt geconfronteerd met bepaalde overgangssymptomen, die zich voordoen op het moment dat de ovulatie stopt als gevolg van verminderde hormoonproductie. Een op de vier vrouwen kampt met ernstige symptomen, zoals angsten en depressies.’
Regeneratieve geneeskunst verleidt Japan
Antiverouderingsbehandelingen op basis van stamcellen beleven gouden tijden. Vooral in Japan, waar de zogeheten ‘regeneratieve’ geneeskunde sterk wordt aangemoedigd. Dit soort behandelingen repareert organen of kwetsuren met behulp van stamcellen die zich kunnen vernieuwen. In 2014 nam de Japanse regering twee wetten aan die het mogelijk maken dat het land ‘als eerste over dit soort behandelingen beschikt’, meldt een arts op de website Ronza. Japan probeert de voorsprong te behouden die het verkreeg toen Shinya Yamanaka, onderzoeker aan de Universiteit van Kyoto, in 2006 met een techniek kwam om iedere willekeurige cel genetisch te herprogrammeren en pluripotent te maken, dat wil zeggen in staat om zich eindeloos te vermenigvuldigen en tot verschillende celtypen te differentiëren; een ontdekking die hem in 2012 de Nobelprijs voor de Geneeskunde opleverde.‘Japan is momenteel toonaangevend op het gebied van innovatieve therapieën’, bevestigt Gil Van Bokkelen in het Amerikaanse tijdschrift Nature. Van Bokkelen is CEO van Athersys, een Amerikaans biotechnologiebedrijf dat in Japan onderzoek doet naar de behandeling van beroerten en ademhalingsziekten met behulp van stamcellen. Maar de zeer soepele Japanse regelgeving staat onder bepaalde voorwaarden ook toe dat behandelingen snel worden vercommercialiseerd zonder dat ze uitvoerig zijn getest. ‘Zonder reëel bewijs voor hun doeltreffendheid’, besluit het wetenschappelijk tijdschrift tot zijn spijt.
Voor het recht om ouder te worden Tegenover de huidige tendens om ‘veroudering tegen elke prijs een halt toe te roepen’ stelt filosoof Elena Brizgalina, lid van de bio-ethische commissie van de Universiteit van Moskou, ‘het recht van het individu om ouder te worden’. ‘Veroudering is niet louter herleidbaar tot een biologisch proces. Er spelen ook culturele, sociale en persoonlijke aspecten een rol die te maken hebben met de aard van de mens,’ zegt ze in het tijdschrift Ogoniok. De consumptiemaatschappij speelt in op onze ‘angst om te lijden en ons verlangen om mooi te blijven’. Maar ‘deze houding werkt verbittering in de hand en beneemt het zicht op de diepere betekenis van het ouder worden’. Want ouder worden heeft voordelen: ‘Je krijgt meer kennis over jezelf en de wereld, begrijpt de zin van het leven beter, kunt ervaringen doorgeven. Het is een periode van hard weken, maar dan op geestelijk gebied. Het gevoel vrij te zijn, niet meer betrokken te zijn bij de dagelijkse wedloop, biedt dus nieuwe kansen.’
Artsen in Congo voeren een gevaarlijke strijd tegen ebola. Terwijl het virus steeds beter te beteugelen is, ondervinden ze weerstand van de lokale bevolking. En die deinst nergens voor terug.
Keuze uit het archief
Er is sprake van een nieuwe uitbraak van het ebolavirus in de Democratische Republiek Congo. WHO-directeur Ghebreyesus maakte begin deze week melding van 220 doden, en dat aantal zal voorlopig blijven oplopen.
Het is tragisch dat de epidemie zo veel doden maakt, temeer omdat de medische teams worden tegengewerkt door de lokale bevolking. Dit zeven jaar oude artikel uit Der Spiegel laat zien dat artsen in Congo te kampen hebben met een virus dat nog gevaarlijker is dan ebola: oorlog, complottheorieën en wantrouwen in de overheid.
Op de laatste maandagochtend van februari, drie dagen voordat de strijd tegen ebola in oostelijk Congo in een regelrechte oorlog uitmondde, kijkt dr. Jean-Christophe Shako onder de verzengende zon in Katwa uit over de rokende puinhopen van de kliniek van Artsen zonder Grenzen, gelegen tussen eucalyptusbomen en maïsvelden. Shako, hoofd ebolabestrijding in de stad Butembo, is de wanhoop nabij. Op zijn gezicht is een mengeling van angst en vermoeidheid te lezen. ‘De mensen hier willen gewoon niet onder ogen zien dat deze ziekte bestaat,’ zegt hij zacht, met gefronste wenkbrauwen. ‘Ze denken dat we hen met het vaccin doden, dat deze medische posten moordcentra zijn. Dat de overheid hun stam, de Nande, wil uitroeien.’ In de nacht is een groep van zo’n dertig man uit het regenwoud gestormd die de AzG-kliniek met pijlen en bogen en machetes heeft aangevallen. De patiënten werden weggevoerd. De aanvallers lieten pamfletten achter met daarop de waarschuwing: ‘We hebben nog meer verrassingen in petto.’
Het behandelcentrum beslaat ongeveer één voetbalveld. Shako laat zijn blik over het verwoeste terrein gaan: zwartgeblakerde houten karkassen, vernielde generatoren, een uitgebrand autowrak. Drie dagen later ontvangt hij een whatsapp waarin staat dat hij als volgende aan de beurt is. Shako is een van de meest gerespecteerde epidemiologen van de Democratische Republiek Congo. Sinds augustus 2018 is hij door het ministerie van Gezondheid belast met de ebolabestrijding in de noordoostelijke provincie Noord-Kivu, het huidige epicentrum van de uitbraak. Onder zijn leiding proberen medewerkers van het ministerie van Gezondheid, de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) en Artsen zonder Grenzen de een-na-grootste ebola-uitbraak in de geschiedenis te bedwingen. Alleen in de periode tussen 2013 en 2016 telde West-Afrika meer ebolagevallen. Tot dusver hebben 980 mensen het virus opgelopen, van wie er 610 zijn gestorven. Voor niets. Want met moderne medicijnen is de ziekte prima te bestrijden.
In 2015, tegen het einde van de epidemie in West-Afrika, werd een nieuw vaccin geïntroduceerd, met goede resultaten. In het oosten van Congo wordt het effectief gebleken vaccin nu voor het eerst grootschalig ingezet. Tot nu toe zijn 87.390 mensen gevaccineerd. Door middel van ringvaccinatie zou de epidemie in een mum van tijd te beteugelen zijn, ware het niet dat de ebolateams op bijkomende problemen stuiten: de oorlog en onwetendheid.
Ebola-artsen en -verplegers dragen altijd beschermende kleding en handschoenen. Het virus is hoogst besmettelijk. Het wordt overgedragen via lichaamsvloeistoffen van een geïnfecteerde persoon. Zodra de eerste ziekteverschijnselen zich aandienen, kan het virus overspringen; meer dan de helft van de ebolapatiënten sterft een pijnlijke dood. Epidemieën, zoals ook hier weer blijkt, zijn geen natuurrampen. Ze zijn het resultaat van menselijk falen. En er zijn maar weinig plekken op de wereld waar zo overduidelijk wordt gefaald als in oostelijk Congo. De Grote Afrikaanse Oorlog, die in 1998 begon en zo’n drie miljoen slachtoffers maakte, is hier feitelijk nooit opgehouden. Al decennialang woedt hier een slepend conflict tussen de regering en verschillende rebellengroepen. Het is voor het eerst dat ebola in een conflictgebied als dit is uitgebroken, wat de bestrijding bemoeilijkt. Meer dan honderd milities die de lokale bevolking terroriseren, zich schuldig maken aan verkrachtingen en elkaar in de heuvels van Noord-Kivu naar het leven staan om goud, coltan, geld en macht, staan de uitroeiing van de ziekte in de weg.
Vanaf een houten vlonder die naar benzine ruikt, kijkt Shako naar de restanten van de opslagplaats van het vaccin die gisteravond volledig is verwoest. Zijn grootste vijand is niet langer het virus, zegt hij, maar ‘onwetendheid. De denkwereld hier wordt gegijzeld door zwarte magie, complottheorieën en politieke leiders die het virus voor hun eigen karretje spannen.’ De groep toeschouwers die de ravage vanachter de hekken om het terrein met voldoening bekijkt, wordt steeds groter. Shako moet terug naar het hoofdkwartier in Butembo om een ontmoeting met een aantal Mai-Mai-militieleiders voor te bereiden. ‘Ik moet mijn mensen beschermen,’ zegt hij. AzG-medewerkers in hun beschermende pakken en rubberlaarzen beginnen met de ontsmetting van de nog overeind staande gebouwen. De woede onder de omstanders neemt toe.
‘Ga maar weg!’ schreeuwt een vrouw, haar gezicht vertrokken van boosheid.
‘Ebola bestaat niet!’ roept een ander.
Gratia Kalungero, een keurig geklede jongeman in een strak shirt en een strakke blauwe broek, staat midden in de menigte. Kalungero, afgestudeerd psycholoog en risicovoorlichter van de WGO, is een van de mensen die Shako moet beschermen. Hij arriveert als eerste in de dorpen, vóór de ambulances die de dode lichamen komen ophalen, vóór de ontsmettings- en vaccinatieteams verschijnen, om de dorpelingen gunstig te stemmen. Om hun uit te leggen dat deze mensen in hun beschermende pakken het niet op hen hebben gemunt, dat ze hen juist komen redden. Het halve dorp lijkt zich bij de verwoeste kliniek te hebben verzameld; hij staat in een kring van vijftig mensen, misschien zelfs meer. ‘Jullie moeten de klinieken niet aanvallen,’ zegt Kalungero. ‘Dan zal het virus zich sneller verspreiden.’
‘Ga weg met je virus!’ schreeuwt een vrouw. ‘Je moet de zieken niet in huis houden,’ gaat Kalungero onverstoord verder. ‘Zo loop je zelf de ziekte op.’ Achter hem ligt de verlaten isoleerafdeling, waarvan de vloer is bezaaid met gebroken glas. Beschermende pakken hangen eenzaam aan kledinghaken. ‘Ze zijn ervan overtuigd dat dit een verzinsel is van de regering, om ze de mond te snoeren,’ vertelt Kalungero later. In december mochten inwoners van Beni en Butembo vanwege de ebola-uitbraak tijdens de presidentsverkiezingen niet stemmen.
Hierdoor escaleerde de situatie aanzienlijk. Complottheorieën staken de kop op. Volgens een schatting van het ministerie van Gezondheid gelooft zo’n dertig procent van de bevolking niet dat ebola bestaat. Sommigen geloven wel dat het bestaat, maar denken dat het wordt verspreid door de medische teams, om er zelf rijker van te worden. Anderen denken dat het een zwendelpraktijk is om aan organen te komen.
Kalungero sloft naar zijn auto. Hij is net als Shako afgemat; hij heeft maandenlang gewerkt en zijn eigen leven op het spel gezet. ‘De weerstand tegen onze teams groeit,’ zegt hij mismoedig. ‘Lyi mufano,’ wordt hem nageroepen. ‘Dit is een waarschuwing.’De volgende ochtend, even na tienen, vertrekt Shako naar een bijeenkomst van alle betrokken ngo’s. Het hoofdonderwerp van de vergadering is niet zozeer de drie nieuwe ebolagevallen van de dag ervoor of de agressieve ontvangst van twaalf vaccinatieteams, of het feit dat maar een klein aantal teams de klinieken kon verlaten, waarvan vier onder militaire escorte. Nee, de absolute topprioriteit in Shako’s ogen is dat het virus onder geen beding de overhand mag krijgen. ‘Als er geen risico bestaat dat je in mootjes wordt gehakt, stap dan uit je auto en doe je werk.
Vaccineer mensen. Probeer ze op alle mogelijke manieren te overtuigen. Praat met de dorpelingen. Praat met de priesters. Praat met iedereen.’
Het is een vicieuze cirkel. Hoe groter de weerstand, hoe meer teams voor hun veiligheid moeten vrezen. Maar hoe meer de operatie onder militair toezicht plaatsvindt, des te groter de angst en het verzet waar ze op stuiten. Shako is geen fan van de escortes. Maar hij wil ook de dood van zijn medewerkers niet op zijn geweten hebben. ‘Het is hier oorlog,’ zegt hij.
De volgende halte op de route is Vuhovi. Het dorp en de omgeving zijn bestempeld tot rode zone, een hoogrisicogebied. Veel mensen die in contact zijn geweest met de laatste ebolapatiënten konden hier niet worden gelokaliseerd – en dus ook niet gevaccineerd. ‘Als we deze mensen niet vinden,’ zegt Shako, ‘dan kan het virus zich verder verspreiden en delven wij het onderspit.’ Het probleem is alleen dat de kleine kliniek in Vuhovi op dit moment onbemand is. Het is er te gevaarlijk. Zes dagen ervoor heeft een groep rebellen duizend dollar van een van de verplegers geëist. Ze zeiden dat hij zich over hun ruggen verrijkte. Toen de man het geld niet kon ophoesten, sleurden ze hem naar buiten en hakten zijn hoofd af. Shako belegde onmiddellijk een ontmoeting met de acht Mai-Mai-leiders uit de regio. ‘Als ik met hen heb gesproken zal het verzet luwen,’ zegt hij met hese stem in de auto. De avond ervoor heeft hij, zoals gebruikelijk, met zijn vrouw in de hoofdstad Kinshasa gebeld, zo’n 1600 kilometer verderop. Soms wenste hij dat alles snel achter de rug was zodat hij gewoon weer met zijn kinderen naar de dierentuin kon.Het konvooi doorkruist Butembo. De stad, uitgestrekt over heuvels aan weerszijden van een brede asfaltweg, ligt gedeeltelijk in het oerwoud. In het gemeenschapscentrum in Vuhovi zit Shako niet veel later naast de acht militieleiders. Een van hen draagt een hoed van luipaardhuid, zoals dictator Mobutu ooit. Buiten, naast een vlaggenmast, laat de oude dorpsagent zijn trompetsignaal horen. Het allerbelangrijkste, heeft Shako zijn medewerkers vóór de ontmoeting voorgehouden, is respect. De Mai-Mai houden er niet van gecommandeerd te worden. ‘Dan worden ze agressief. Dan beginnen ze te moorden. Of worden we gekidnapt.’
In het centrum hebben zich zo’n zestig dorpelingen verzameld. Ze zitten op simpele houten bankjes en plastic stoelen. De epidemioloog richt zich tot de leiders. ‘Kunnen jullie niet uitleggen hoe gevaarlijk de ziekte is? Ik kan dat niet doen. Jullie hebben de macht hier.’ De mannen knikken. ‘In deze crisis zijn jullie wapens nutteloos. Ebola zal de situatie alleen maar verergeren,’ zegt Shako. Vervolgens nemen de militieleiders het woord. Een van hen zegt dat dokters zijn dorp hebben bezocht om te vertellen dat ebola niet bestaat. Deze dokters waren uit op wraak, ze waren jaloers op het loon van de ebolateams. Een ander beklaagt zich over de mensen zonder ebola die bij de klinieken worden gedropt. De man met de luipaardhoed oppert dat ze ebolapatiënten misschien beter kunnen laten sterven, dan zouden de dorpelingen eindelijk inzien dat de ziekte echt bestaat. Iedereen moet lachen.
Uiteindelijk vragen ze allemaal om geld, en banen voor hun mensen. Dan zullen ze de nieuwe ebolagevallen melden. Dan zullen ze de situatie onder controle krijgen. Shako belooft de week erna terug te komen. De Mai-Mai zullen hun mannen meebrengen. Hij wil bekijken hoe hij degenen die kunnen lezen en schrijven kan werven. ‘Ik ben ervan overtuigd dat deze bijeenkomst de situatie zal verbeteren,’ zegt hij op de terugweg. Maar hij heeft het mis. De dag erna ontmoet Kalungero veel tegenstand bij zijn bezoek aan een dorp waar een nieuwe eboladode valt te betreuren. Met moeite slaagt hij erin de woedende menigte na de aankomst van het ebolateam te kalmeren.
Shako betoont zich die middag in het Belgische hotel – zijn hoofdkwartier en tijdelijke verblijfplaats – nog altijd optimistisch. Maar om half zes klinken er in de verte doffe geweerschoten, eerst een paar, tot bij zonsondergang een spervuur losbarst. Niet veel later staat Shako voor de deur van zijn suite met drie mobiele telefoons in zijn hand. ‘Ik heb een gepantserde wagen nodig,’ blaft hij. Maar die is niet voorhanden. De chauffeur is zich aan het bezatten in een bar. ‘Ik kan niet langer wachten!’ roept hij. ‘Ik vertrek nu!’ Hij springt in een zilveren Land Cruiser, met aan elk oor een telefoon. Hij heeft de minister aan de lijn. De hele operatie staat op springen. De derde telefoon rinkelt. ‘Er wordt nog steeds geschoten. Ik ga er nu op af.’ Hij hangt op. De terreinwagen scheurt over de donkere, door eucalyptusbomen omzoomde weg. Niemand zegt een woord.Voor de AzG-kliniek staan donkerblauwe politiewagens geparkeerd. De agenten staan als verstijfd voor het gebouw. Zojuist is er achter het behandelcentrum een agent onthoofd. Niemand durft het verwoeste terrein te betreden uit angst voor besmetting. Shako loopt langs de mannen. De aanvallers zijn gevlogen, zegt iemand. Ze hebben niemand te pakken gekregen. Later zal blijken dat het merendeel van de agenten is gevlucht toen de aanval begon.
In dit medische dossier over wereldwijde gezondheidsproblemen vindt u artikelen uit The Lancet, The Economist, Down to Earth en Laodong Bao.
Tekeningen van Tomasz Walenta
De naderende omwenteling
The Lancet
Na vele tientallen jaren van volstrekte afhankelijkheid beginnen ontwikkelingslanden langzaamaan de gezondheidszorg in eigen hand te nemen. En dat wordt tijd, want ook zij krijgen last van ziekten die voorheen aan het Westen leken voorbehouden, zoals kanker en diabetes. De naderende omwenteling wordt beschreven in het boek When People Come First.
Het begin van de eenentwintigste eeuw betekende een ommekeer in de mondiale gezondheidszorg: voor sommige van de meest kwetsbare mensen op aarde kwam een hiv-behandeling beschikbaar. Dat gebeurde ondanks twee decennia van neoliberale politiek waarin kwetsbare groepen steeds minder toegang kregen tot de zorg. Door te blijven betogen dat er een spectrum van levensreddende en levensbevorderende interventies kan en moet worden geboden aan mensen die in armoede leven, hebben voorstanders van een universelere benadering van de gezondheidszorg sindsdien de mondiale gezondheid op een hoger plan getild. When People Come First, een indrukwekkend boek onder redactie van João Biehl en Adriana Petryna, probeert te doorgronden welke sociale overwegingen een rol hebben gespeeld bij deze belangrijke morele verschuivingen.
Om te beginnen worden in het boek veranderingen in de wereldgezondheid zelf onderzocht. In de negentiende en twintigste eeuw had de ‘tropengeneeskunde’ voornamelijk tot doel ervoor te zorgen dat ziekten niet via de handelsroutes tot de westerse machtscentra zouden doordringen, dat kolonisten hun wereldwijde bezigheden konden overleven en de infrastructuur konden opbouwen die nodig was voor de internationale handel. Dit veranderde na de Tweede Wereldoorlog. Omdat Europa verzwakt was en in macht afnam, werden koloniale onderdanen voor wie gezondheidszorg tot dan toe niet nodig was geacht het brandpunt van een postkoloniaal bestuurssysteem. Instellingen als de Wereldgezondheidsorganisatie (who) en Unicef zagen het licht. Als gevolg van de Sovjetexpansie en het idee dat technologische oplossingen slechte sociale omstandigheden zouden verbeteren, schakelde het Westen deskundigen in om de armen van de wereld kennis te laten maken met de moderne geneeskunde.
In de tweede plaats toont dit boek aan de hand van sociografische voorbeelden aan hoe mensen in lagelonenlanden niet langer genoegen namen met hun slechte gezondheidssituatie. Ondanks het feit dat de Verklaring van Alma Ata in 1978 ‘gezondheid voor allen in het jaar 2000’ beloofde, ging de globale gezondheidssituatie in de jaren tachtig ernstig achteruit. De Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (imf) hadden vele jaren lang de grondslag gelegd voor een neoliberale wereldorde, die de vrije markt als de economische manifestatie van politieke vrijheid beschouwde, en als een voorloper van politieke democratie. In de jaren tachtig boden de Wereldbank en het imf alleen hulp aan schuldenlanden als ze een structureel aanpassingsbeleid voerden, en dat vereiste dat ze hun economie privatiseerden en dereguleerden en sociale uitgaven reduceerden. Deze instellingen, gesteund door bilaterale en multilaterale donoren en beleidsmakers, ontwikkelden een gezondheidsagenda voor lagelonenlanden die grotendeels was gebaseerd op een zo laag mogelijk budget voor gezondheidszorg. Met deze agenda werd de enigszins ambitieuze droom van eerstelijnsgezondheidszorg voor allen veranderd in selectieve eerstelijnsgezondheidszorg: discrete, doelbewuste en goedkope ‘verticale’ interventies.
Maar nu lijkt de situatie te veranderen. Het boek laat zien hoe verticale gezondheidsprogramma’s steeds meer op de proef zijn gesteld, dikwijls juist door de ontvangers van dergelijke interventies. Zo lieten Ghanezen die waterfilters kregen om de overdracht tegen te gaan van de parasiet die de guineawormziekte (dracunculiasis) veroorzaakt, hun verbazing blijken over het feit dat er zo veel geld werd besteed aan een situatie die door de plaatselijke bevolking niet als kritiek werd beschouwd. Sommigen opperden dat het programma zich beter op hiv en aids kon richten, anderen vroegen of het niet mogelijk zou zijn hen van waterputten te voorzien om ook andere via water overgebrachte ziekten, variërend van polio tot cholera, te voorkomen.
Elders begonnen mensen via advocaten en rechters de vruchten op te eisen van dikwijls moeizaam verkregen politieke rechten. Brazilianen daagden hun regering voor het gerecht om onmiddellijke toegang te krijgen tot een levensreddend geneesmiddel (een enzymenvervangingstherapie voor mucopolysaccharidose, een zogeheten stapelingsziekte die een normale groei belemmert en de gewrichten aantast) zonder te wachten tot het patent van de westerse markten was verlopen en het middel dus goedkoper zou worden. Er is momenteel een groeiend bewustzijn dat gezondheid dikwijls een wettelijk afdwingbaar onderdeel is van het sociaal contract, en dat wereldwijd de aansprakelijkheid van instellingen in de publieke sector moet worden uitgebreid.
De lezer van het boek wordt geconfronteerd met de uitdagingen die inherent zijn aan pogingen om hoogkwalitatieve zorg te verlenen in de nasleep van jarenlange verwaarlozing. Dit is misschien nergens duidelijker zichtbaar dan in het debat over hiv-behandeling in Afrika. Geconfronteerd met een van de grootste plagen van onze tijd bood pepfar, het anti-aidsplan van de Amerikaanse president George W. Bush, behandeling aan mensen in enkele van de armste landen ter wereld. Deze actie heeft meer dan vijf miljoen levens gered. Door de ziekte en de dodelijke gevolgen als een noodsituatie te kwalificeren, werd pepfar voor velen een morele oproep om in actie te komen. Het was een keerpunt voor de wereldgezondheid en, politiek cynisme daargelaten, een overwinning voor de menselijke waardigheid.
Toch laat het etnografische materiaal uit Mozambique een andere kant zien: door met gecontracteerde non-gouvernementele organisaties te werken en lokale staatsmechanismen te passeren, ging de kans verloren op een synergie tussen de hiv-programma’s en het versterken van het algehele gezondheidsstelsel. Maar elke wereldgezondheidswerker, zelfs degene die gelooft dat regeringen het best in staat zijn om de zorg voor de armen en gemarginaliseerden op de vereiste schaal ter hand te nemen, zal moeten stilstaan bij het aantal levens dat verloren zou zijn gegaan wanneer pepfar alleen had moeten werken via staatsmechanismen, die door jaren van slecht economisch beleid waren verzwakt.
Natuurlijk heeft het feit dat men zich alleen tot markten en ngo’s wendde als primaire (of zelfs enige) oplossing voor de kwalen van verzwakte staatsstructuren aan het eind van de twintigste eeuw veel negatieve gevolgen gehad voor de gezondheid van de armen. Tegelijkertijd benadrukt When People Come First de positieve rol die sommige niet-statelijke organisaties in diezelfde periode bij de zorgverlening hebben gespeeld. Het boek behandelt een voorbeeld uit begin jaren negentig, toen een farmaceutisch bedrijf in India een educatieve rol speelde op het moment dat de publieke sector daar niet in staat bleek tuberculose op een effectieve manier aan te pakken.
Om tuberculose te bestrijden hanteerde India in die tijd de dotsstrategie (een kortdurende behandeling onder direct toezicht van de who). Het boek beschrijft hoe deze behandeling – die door sommigen bekritiseerd wordt omdat ze de financiële voordelen zwaarder laat wegen dan belangrijke morele en gezondheidsfactoren – bepaalde groepen over het hoofd zag, zoals mensen die met resistente tbc waren besmet, kinderen en mensen met een vergevorderde hiv-infectie of open tbc. De uitgesloten patiënten kregen maar moeilijk toegang tot de tbc-klinieken van de regering. In plaats daarvan wendden sommigen zich tot de particuliere gezondheidsmarkt, waar ze een behandeling konden kopen. Uit de fascinerende beschrijving van de activiteiten van de verkoopafdeling van een bepaalde fabrikant blijkt dat er overeenkomstige belangen speelden bij de noodzaak om te verkopen, de noodzaak om hulp te zoeken en de noodzaak om te behandelen, waarbij vertegenwoordigers van de farmaceutische industrie particuliere artsen aanspoorden om op de juiste wijze te diagnosticeren en de behandelingsprotocollen van de westerse landen te volgen.
Dit voorbeeld roept de algemenere vraag op waarom in een land als India, waar meer dan 70 procent van de patiënten door de niet al te streng gereguleerde particuliere sector wordt behandeld, niet-statelijke instellingen geen rol zouden kunnen spelen bij de hoogwaardige behandeling van vele ziekten, waaronder tuberculose, hiv, hepatitis C, diabetes en hartkwalen.
En When People Come First roept nog veel meer vragen op. Waarom wordt pijnbestrijding bij de armen, ondanks de lage kosten van opiaten, als een ‘overbodige luxe’ beschouwd door beleidsmakers, behandelaars en patiënten? Zorgt een ‘industrieel ngo-complex’, dat therapeutische behandelingen die gemeengoed zijn in westerse landen opnieuw wil testen in lagelonenlanden, ervoor dat gezondheidszorg meer een researchvraagstuk wordt dan een morele kwestie? Waarom beperken de vormen van kennis op het gebied van gezondheidsinterventie zich voornamelijk tot een sociale structuur waarin overdreven veel nadruk wordt gelegd op individuele risicofactoren ten koste van een inzicht in de biosociale complexiteit? Tegen welke kosten hebben de verantwoordelijken voor de wereldgezondheidszorg de klinische zorg en de concentratie op zieken laten prevaleren boven het belang van brede gezondheidsinterventies?
De nieuwe wereldgezondheidszorg in de eenentwintigste eeuw vereist dat we de dingen anders doen en de morele fouten uit het verleden niet herhalen. De recente geschiedenis heeft ons heel wat belangrijke lessen geleerd: fragmentarische en verticale benaderingen zullen alleen bijdragen aan de versterking van gezondheidsstelsels wanneer daar een bewuste poging toe wordt gedaan. Technologische vindingen kunnen alleen in zorg worden omgezet wanneer ze op de juiste plekken worden toegepast. En het recht op gezondheid vereist vaak een aanpak van de sociale, politieke en economische factoren die een structurele hindernis voor de zorg vormen.
Maar in alle gevallen moeten de mensen op de eerste plaats komen.
Auteur: Salmaan Keshavjee
Keshavjee doceert aan de faculteit voor Global Health and Social Medicine van de Harvard Medical School.
The Lancet Verenigd Koninkrijk, weekblad, 40.000
Een van de meest prestigieuze onder de internationale medische tijdschriften en voorloper als het aankomt op kennis over de nieuwste onderzoeken, met veel aandacht voor debatten daaromtrent. De onlineversie biedt enkele artikelen gratis, maar vooral het betaald archief, dat teruggaat tot 1996, wordt veel geraadpleegd.
Naarmate de relatieve welvaart in ontwikkelingslanden toeneemt, stijgt ook de prevalentie van ‘welvaartsziekten’. Kanker is daarvan een voorbeeld; de gezondheidszorg staat daar vaak nog machteloos tegenover.
Sara Stulac is kinderarts, maar dokters in Rwanda moeten breed inzetbaar zijn. Toen Stulac in 2005 vanuit de Verenigde Staten naar Rwanda kwam, was een van haar eerste patiënten een meisje met een tumor op haar gezicht ter grootte van een bloemkool. De vader van het meisje, een keuterboertje, had traditionele genezers en plaatselijke artsen geraadpleegd, maar de tumor was blijven groeien, evenals zijn uitgaven. Er was een oncoloog nodig. Alleen, was die er maar in het land… Uiteindelijk belde Stulac een specialist in de VS, die haar op afstand door de behandeling leidde waarmee het leven van het meisje werd gered.
Wat dit verhaal ongebruikelijk maakt, is de goede afloop. Volgens het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC), onderdeel van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), waren landen met lage en middeninkomens in 2012 goed voor 57 procent van de 14 miljoen wereldwijd gediagnosticeerde kankergevallen – maar ook voor 65 procent van de sterfgevallen. Kanker doodt meer mensen in arme landen dan aids, malaria en tuberculose bij elkaar.
Inwoners van arme landen lijden al lange tijd aan vormen van kanker die verband houden met infecties, zoals lever- en baarmoederhalskanker. Maar naarmate deze landen rijker worden, leiden drinken, roken en vet eten tot meer borst-, darm- en longkanker. Vrouwen die vroeger in het kraambed overleden, leven nu lang genoeg om borstkanker te ontwikkelen. Aidspatiënten die aidsremmers gebruiken, sterven alsnog, maar dan aan andere oorzaken.
Mensen die het glas als halfvol beschouwen, zien dit als een succes. Maar de medische zorg heeft geen gelijke tred gehouden met de ontwikkeling van het kankerprobleem. Veel ontwikkelingslanden hebben geen echte oncologen, laat staan behandelcentra. Zelfs wanneer zorg voorhanden is, melden de zieken zich vaak te laat, omdat ze arm zijn of niet weten dat behandeling dringend nodig is. In sommige talen bestaat er geen woord voor kanker.
Arme kankerpatiënten hebben niet alleen een grotere kans op overlijden, maar ook een grotere kans op pijn en financiële nood. Toen onderzoekers Keniaanse en Schotse patiënten met terminale kanker naar hun ervaringen vroegen, spraken de Schotten over emotionele angst en de Kenianen over ernstige fysieke pijn en financiële zorgen. Hoewel morfine relatief goedkoop is, is het in veel arme landen een schaars goed, omdat de regeringen daar bang zijn dat het tot verslaving zal leiden of gebruikt zal worden voor de productie van heroïne.
Hoewel kanker meer slachtoffers maakt, gaat er naar de bestrijding daarvan maar een fractie van het geld dat wordt besteed aan de bestrijding van hiv, malaria en tuberculose. Drie van de millenniumdoelstellingen van de VN betroffen gezondheid, maar kanker werd er niet in genoemd. De modernste kankergeneesmiddelen worden maar zelden van essentieel belang geacht door de WHO. Julio Frenk, decaan van de Harvard School of Public Health, zegt dat deze houding vergelijkbaar is met de houding tegenover aids in de jaren tachtig, toen het behandelen van arme patiënten onuitvoerbaar of onbetaalbaar werd geacht.
Maatregelen tegen kanker zijn hun geld meer dan waard, zegt Christopher Wild, directeur van het IARC. Wereldwijd wordt jaarlijks 320 miljard dollar aan kankerbehandeling en -preventie uitgegeven, maar het agentschap schat dat de helft van de kankerdoden te vermijden zou zijn als het geld verstandiger werd besteed. Tachtig procent van deze vermijdbare sterfgevallen doet zich voor in landen met lage en middeninkomens.
De bestrijding van longkanker, een ziekte waaraan in 2012 1,6 miljoen mensen stierven, biedt de grootste kansen. Het meeste geld dat aan kanker wordt besteed gaat dan ook op aan campagnes tegen het roken. Maar veel ontwikkelingslanden zijn tegen strengere regels en hogere tabaksaccijnzen. Meer dan de helft van de mannen in China, Indonesië en Rusland rookt. De Chinese overheid begint eindelijk oog te krijgen voor de torenhoge kosten van de volksgezondheid.
Een geringer voordeel kan worden behaald uit het aanpakken van vormen van kanker waardoor voornamelijk de armen worden getroffen. Artsen schatten dat grofweg 80 procent van de gevallen van leverkanker en 70 procent van de gevallen van baarmoederhalskanker kan worden voorkomen door inenting tegen hepatitis B en het humaan papillomavirus (HPV), twee virussen die de mens ontvankelijk maken voor beide vormen van kanker. De kosten zijn laag: 0,54 dollar voor een volledig hepatitis B-vaccin, en 13,50 dollar voor HPV. Voor het Burkitt-lymfoom, de meest voorkomende vorm van kanker bij kinderen in de Afrikaanse landen rond de evenaar, bestaat geen vaccin. Maar de middelen die worden gebruikt om de aandoening te behandelen zijn goedkoop, effectief en relatief gemakkelijk toe te dienen.
Ook het vroeger opsporen van kankergevallen zou helpen. Bij circa 90 procent van de patiënten van het Oegandese Kankerinstituut was de ziekte tijdens het eerste bezoek al zo ver gevorderd dat behandeling overal moeilijk zou zijn geweest, zegt Corey Casper, een in Oeganda werkzame Amerikaanse oncoloog.
Vroegere behandeling zou het sterftecijfer kunnen halveren, meent Casper. Eenvoudige opsporingsmethoden kunnen daarbij helpen. In sommige landen, zoals India en Thailand, wordt in plaats van uitstrijkjes azijn gebruikt voor het testen op baarmoederhalskanker, en wordt voor het verwijderen van beschadigingen in het voorstadium van kanker vloeibare stikstof gebruikt in plaats van duurdere opties. Zulke successen hebben ook een onverwacht voordeel: hoe meer kanker als niet-dodelijk wordt gezien, des te vaker patiënten bereid zullen zijn zich tijdig te laten behandelen.
Een grote zorg is of gezondheidsstelsels die zijn ontworpen om acute ziekten te behandelen de grotere toevloed aankunnen. Rwanda vervult hier een modelfunctie. Het land behandelt nu diverse chronische ziekten, waaronder kanker, op basis van het systeem dat het heeft ontwikkeld voor hiv – dat inmiddels zelf een chronische ziekte is. Plaatselijke gezondheidswerkers bieden gedecentraliseerde zorg, en dat houdt de kosten laag. Jonge meisjes worden ingeënt tegen HPV, gegevens over kankergevallen worden centraal geregistreerd en artsen kunnen zo nodig oncologen in de VS raadplegen. In 2012 werd in Rwanda het eerste moderne kankercentrum geopend. Het gevolg is dat meer jonge meisjes met tumoren in leven blijven.
The Economist Verenigd Koninkrijk, weekblad, oplage 1.337.180
Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.
Een voorbeeldig succes: India is poliovrij
DowntoEarth.org.in
Nadat India zichzelf onverwacht van polio wist te bevrijden, lijkt de in 1988 geformuleerde doelstelling om deze slopende ziekte van de aardbodem te vagen tot de mogelijkheden te behoren.
India werd dit jaar door de WHO officieel poliovrij verklaard, nadat er drie opeenvolgende jaren geen nieuwe gevallen waren gemeld. Dat is een prestatie die tot enkele jaren geleden als een luchtkasteel werd beschouwd, vooral vanwege het grote aantal nieuwe gevallen dat continu in India werd vastgesteld.
In 2009 was India nog goed voor 741 van de in totaal 1604 poliogevallen die wereldwijd werden gemeld. Sommige deskundigen verwachtten dat India het laatste land zou zijn dat poliovrij zou worden verklaard; anderen achtten zelfs dat een onmogelijke opgave.
Het uitroeien van de ziekte in India leek het moeilijkste deel van de wereldwijde campagne tegen polio. Daar waren tal van redenen voor: de grote bevolkingsdichtheid, de slechte sanitaire voorzieningen, het hoge geboortecijfer, de lage inentingsgraad, de wijdverbreide diarree, het moeilijk begaanbare terrein, het hoge migratiecijfer en het verzet tegen inenting van sommige bevolkingsgroepen. Margaret Chan, directeur-generaal van de WHO, verklaarde onlangs dat veel critici meenden dat het poliovirus zich te diep in India had ingegraven en dat het land nooit poliovrij zou worden.
Maar het gevaar is nog niet geweken. De poliovrije status van ieder land wordt bedreigd zolang het virus nog ergens ter wereld rondwaart. Volgens de Bill & Melinda Gates Foundation hebben sinds 2008 meer dan twintig landen een uitbraak van polio gekend – sommige zelfs meerdere malen – nadat het virus uit een ander land was geïmporteerd.
Er blijven nu nog twee regio’s over die geen aanspraak op de status ‘poliovrij’ kunnen maken: het oostelijke Middellandse Zeegebied en Afrika. De andere drie WHOregio’s zijn Noord en Zuid-Amerika (in 1994 poliovrij verklaard), Europa (2002) en het westelijke gebied van de Grote Oceaan (2000).
Na het onverwachte succes van India lijkt de in 1988 geformuleerde doelstelling om polio van de aardbodem te vagen tot de mogelijkheden te behoren. Naar verwachting zullen de andere twee regio’s minder problemen opleveren dan India. Bovendien staat India andere landen bij, waaronder Pakistan, Afghanistan (het oostelijke Middellandse Zeegebied) en Nigeria (Afrika). Dit zal de opgave vermoedelijk minder moeilijk maken.
In de strijd tegen polio zag India zich voor verschillende uitdagingen gesteld, zoals een problematisch toezicht, verwarring over verschillende infectiehaarden, infrastructurele kwesties, logistieke beperkingen en moeizaam contact met gemarginaliseerde groepen. India’s samenwerking met internationale instellingen als de WHO, Rotary International en Unicef hebben het succes mogelijk gemaakt.
Toen India zich in 1997 voor de problematische taak zag gesteld kinderen aan te wijzen die inenting nodig hadden, werd begonnen met het Nationale Poliosurveillance Project, waarbij de regering de hulp inschakelde van leiders van plaatselijke gemeenschappen. In een interview met Down to Earth verklaart Poonam Khetrapal Singh, WHO-directeur voor de regio Zuidoost-Azië: ‘Het uitroeien van polio is een succes geworden dankzij de grote betrokkenheid van de plaatselijke gemeenschappen. Samenwerking met lokale, traditionele en religieuze leiders bij het propageren van inenting helpt om misvattingen te bestrijden en vertrouwen te kweken in vaccinatie.’ Het is algemeen bekend dat ook Bollywood-ster Amitabh Bachan bij de inentingscampagne werd betrokken vanwege zijn grote populariteit.
Om de verborgen infectiehaarden te bereiken werden plaatselijke gezondheidswerkers ingeschakeld. Dit hielp zelfs bij het opsporen van kinderen die nooit aan enig ander gezondheidsprogramma hadden deelgenomen. Het opsporen van zulke groepen hielp niet alleen bij het uitroeien van polio, maar kan ook nuttig zijn bij andere toekomstige gezondheidscampagnes.
Khetrapal meent dat andere landen die nog steeds door polio worden geplaagd veel kunnen leren van de ervaringen in India, zoals de verantwoordelijkheid die elke bestuurslaag kreeg voor het verlenen van diensten aan de gemeenschap. Ook opperde zij dat het belangrijk is zich te richten op het vinden van lokale oplossingen voor lokale problemen. Om de migrantengemeenschappen in kaart te brengen die inenting behoeven, zijn wellicht nieuwe technologieën nodig.
Auteur: Kundan Pandey
DowntoEarth.org.in
_India, tweemaandelijks, oplage 15.000 _
In 1992 opgericht door een van de beste onderzoeksjournalisten van India: Anil Agarwal, om aandacht te vestigen op milieuproblemen en ontwikkelingsproblemen in met name Zuid-India. Het blad heeft een supplement dat op kinderen en adolescenten is gericht, Gobar genaamd, waarin speels wordt ingegaan op vragen zoals de hergebruik van regenwater, opwarming van de aarde en het recyclen van banden.
China wordt geteisterd door diabetes
Laodong Bao
114 miljoen Chinezen lijden aan diabetes, ruim 11 procent van de volwassen bevolking. Maar campagnes om de aandoening in te dammen ontbreken. Zonder preventieve gezondheidszorg lijkt de ziekte onstuitbaar.
Als China geen maatregelen neemt, dreigt de schade die door diabetes wordt aangericht uit de hand te lopen, waarschuwen medisch specialisten. Zij benadrukken dat het Chinese beleid op het gebied van ziektekostenverzekering en volksgezondheid tekortschiet voor de aanpak van dit probleem, en dat er onvoldoende mogelijkheden zijn om diabetes tijdig op te sporen en te voorkomen.
China kent momenteel geen gezondheidsnetwerk om prediabetes [de kans om op korte termijn diabetes te ontwikkelen] op te sporen, af te remmen en te volgen. Het hoofd van het centrum voor diabetologie van de Universiteit van Peking, Ji Linong, legt uit dat elk jaar 6 à 7 procent van de mensen die als prediabetisch worden gediagnosticeerd, de ziekte daadwerkelijk krijgt. Als we niet méér doen om deze groep te helpen, kan het aantal diabetici in China bliksemsnel toenemen, zegt Ji Linong.
Bovendien dekt de ziektekostenverzekering alleen de gevallen waarbij ziekenhuisopname noodzakelijk is, en niet die waarbij het risico van diabetes is geconstateerd. Dat werkt een goede preventie niet in de hand. Het feit dat in sommige regio’s de ziektekostenverzekering alleen ziekenhuisopname vergoedt, toont aan hoe weinig belang er aan preventie wordt gehecht, zegt Guo Xiaohui, hoofd van de afdeling Endocrinologie van Ziekenhuis Nummer 1 van de Universiteit van Peking.
‘Een dergelijk beleid zorgt ervoor dat patiënten zich pas melden als de eerste symptomen zich voordoen, en dat is in het geval van diabetici te laat’, legt ze uit. Het prediabetische stadium is inderdaad vrijwel asymptomatisch. Zonder goede preventieve maatregelen dreigen de mogelijkheden om diabetes en de complicaties ervan te behandelen, evenals de mogelijkheden voor de maatschappij om de kosten te dragen, volledig te worden voorbijgestreefd door de omvang van de ziekte.
‘Het voorkomen van diabetes is niet alleen de taak van ziekenhuizen’, zegt Ji Linong. ‘China moet absoluut op grote schaal maatregelen nemen op het gebied van preventie en gezondheidsvoorlichting, en zich ontfermen over de risicogroepen, zodat de tol die deze ziekte eist wordt verlicht.’
Het veelvuldig voorkomen van chronische ziekten, waaronder diabetes, is niet enkel voorbehouden aan China. De economische en sociale ontwikkeling gaat in de meeste landen gepaard met een hausse van chronische ziekten. Andere landen hebben vanaf de jaren zestig en zeventig maatregelen genomen om hier het hoofd aan te bieden, met overtuigend resultaat. Zo was Finland in de jaren zestig het land met het grootste aantal sterfgevallen door kransslagaderaandoeningen ter wereld. In 1972 lanceerde de staat een nationaal plan ter voorkoming van cardiovasculaire aandoeningen, waarbij met name een beroep werd gedaan op de landbouwwereld om meer groenten te verbouwen en op de voedingsmiddelenindustrie om de grondstoffen op een andere manier te behandelen, terwijl de bevolking werd aangemoedigd op een gezondere manier te leven. Twintig jaar later kon Finland een forse afname noteren van het aantal doden als gevolg van kransslagaderaandoeningen.
‘China moet zich sterk laten inspireren door de voorbeelden uit het buitenland’, bevestigt Kong Lingzhi, specialist op het gebied van de preventie van chronische ziekten. De ervaring leert dat preventie en behandeling van chronische ziekten moeten toenemen. Terwijl er nu nog voornamelijk sprake is van klinische zorg, moet er een preventiebeleid komen, waarbij niet alleen de gezondheidszorg betrokken is maar de hele maatschappij, in een campagne die niet meer alleen op specialisten is gericht maar ook op het grote publiek.
In 2014 leden 114 miljoen Chinezen aan diabetes, oftewel 11,4 procent van de volwassen Chinezen; zij vormden een derde van alle diabetici ter wereld. Tussen 2007 en 2013 werden in China 22 miljoen nieuwe gevallen gemeld.
Laodong Bao China, dagblad, oplage onbekend
Deze ‘Zakenkrant’ is in 1989 opgericht en voorziet de lezer van financieel, zakelijk en maatschappelijk nieuws, vooral nationaal.
Vertalingen: Peter Bergsma
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.