Onderwerpen: Gezondheid

  • Na corona is er een nieuw gevaar in zicht: de superbug

    Na corona is er een nieuw gevaar in zicht: de superbug

    Antibiotica worden zo makkelijk toegediend dat bacteriën resistent raken, en farmaceutische bedrijven tonen weinig belangstelling hier iets tegen te doen. Wetenschappers luiden de noodklok: straks kunnen we de superbugs niet meer bedwingen.

    De man wilde gewoon wat zwemmen. Maar het koele bad in de Oostzee werd hem fataal. Vibrionen, bacteriën die graag ronddwarrelen in zouthoudend brak water, drongen via een open wond zijn lichaam binnen. De patiënt, al wat ouder en met een gezondheid die te wensen overliet, overleed op de intensive care van een Duits ziekenhuis aan de infectie. Het Bundesinstitut für Risikobewertung (Federaal Instituut voor risicobeoordeling) stuurde daarop een waarschuwing uit: ‘Wie in de hoogzomer in zee gaat baden, moet oppassen.’

    Welkom in de volgende oorlog. De mensheid strijdt nog volop tegen het coronavirus. De officiële balans tot nog toe: 205 miljoen besmettingen, 4,3 miljoen doden. De pandemie is een wake-upcall voor de wereld, maar die waarschuwing betreft niet alleen virussen. Want in hun slipstream rukken andere microben op. De massale inzet van antibiotica tegen door corona veroorzaakte infecties zoals longontsteking zou ook tot een nieuwe golf kunnen leiden van resistente bacteriën – waaronder soorten die in potentie gevaarlijker zijn dan covid-19. Experts spreken over een veelvoud aan dodelijke slachtoffers ten opzichte van corona. De vraag is wel of de wereld dit alarmsignaal heeft begrepen.

    De eerste bacteriën

    De mens komt naakt en schoon ter wereld. Pas met het verlaten van het geboortekanaal vestigen de eerste bacteriën zich op het lichaam. Na een paar dagen hebben de eencelligen bezit genomen van deze terra incognita. Ze bedekken de huid van de baby, vestigen zich in de mondholte en vormen koloniën in de darmen. Bacteriën horen bij ons of wij bij hen. We leven in symbiose.

    We dragen naar schatting 40 biljoen zogeheten microben met ons mee. Duizenden bacteriënsoorten maar ook schimmels, virussen en mijten. Zoals bij elke woongemeenschap bepaalt de samenstelling van al die medebewoners of het er harmonieus dan wel problematisch aan toegaat. Niet elke bacterie die onze weg kruist, is een moordenaar.  

    De kolonisatie van homo sapiens was geen echte uitdaging voor de vermoedelijk allervroegste bewoners op aarde. Bacteriën speelden 3 à 4 miljard jaar geleden een beslissende rol bij het ontstaan van leven op de kokende planeet aarde en zij zijn er nog altijd tot in de meest onherbergzame uithoeken aanwezig. Ze dwarrelen rond in de 400 graden hete geisers van diepzeemineraalbronnen en benutten het opborrelende waterstofsulfide als bron van energie. Enorme druk en hitte, inktzwarte duisternis, en toch vermenigvuldigen zij zich: bacteriën vinden altijd een weg om te overleven. Vijfduizend soorten heeft de wetenschap gecatalogiseerd, maar dat is duidelijk nog maar een heel klein deel. Het totale aantal bacteriën op aarde wordt geschat op talloze biljoenen.

    De prijzen van antibiotica zijn de laatste decennia even hard gedaald als de consumptie is gestegen

    Hun aanpassingsvermogen is een van hun opvallendste eigenschappen – en een probleem voor de mensheid. Want een paar ziektekiemen hebben het fatale vermogen hun slachtoffer om het leven te brengen. Weliswaar kan de mens zich sinds negentig jaar tegen deze microben verweren, maar daarmee is eigenlijk ook het huidige probleem begonnen.

    In de hele wereld slikken mens en dier gezamenlijk elk jaar ruim 200.000 ton antibiotica. Daarmee is het wereldwijd het meest voorgeschreven geneesmiddel. Juist in arme gebieden met slechte sanitaire omstandigheden zijn antibiotica dikwijls de goedkoopste oplossing om een leven te redden. China is de onbetwiste nummer één in het toedienen van antibiotica bij de diermesterij; Vietnam kent de hoogste input per hoofd van de bevolking bij de mens.

    Lees ook:

    De prijzen van antibiotica zijn de laatste decennia even hard gedaald als de consumptie is gestegen. De kosten van een dagelijkse dosis bedragen nog geen euro. Fabrikanten in India en China voorzien de wereld van grotendeels patentvrije geneesmiddelen. De keerzijde van de medaille kennen we al. De met antibiotica gebombardeerde microben passen zich aan de ineens in hun omgeving opduikende giffen aan.

    Tegenmaatregelen

    Daarom luiden schrandere koppen al ruim twintig jaar de noodklok. Zonder nieuwe wapens zou de tijd van honderd jaar geleden weleens terug kunnen keren, toen meer mensen overleden aan infecties dan aan kanker. Het in 2016 in opdracht van de Britse regering en de Wellcome Trust opgestelde O’Neill-rapport voorspelde dat er zonder tegenmaatregelen jaarlijks 10 miljoen mensen als gevolg van multiresistente ziektekiemen zullen overlijden. Dat zijn er tweemaal zoveel als alle coronaslachtoffers tot nog toe, en dat elk jaar weer. Ook een sluipende pandemie ten gevolge van een bacterie is geen toekomstmuziek en vindt ook niet alleen plaats in verre landen. Wereldwijd bezwijken op dit moment al elk jaar circa 700.000 mensen aan besmettelijke ziektekiemen die zich niet langer laten temmen.

    Gewoonlijk redt ons immuunsysteem het wel tegen al die microben die in en rond ons krioelen. Toch zijn er een paar die het systeem wel de baas kunnen. Pest en cholera zijn de bekendste moordenaars. Minder bekend is dat in de Eerste Wereldoorlog miljoenen jonge mannen niet op het slagveld stierven, maar in het lazaret aan hun einde kwamen als gevolg van bloedvergiftiging.

    Pas in de Tweede Wereldoorlog was dat gevaar bezworen – dankzij de nonchalance van een Schotse onderzoeker. In 1928 liet Alexander Fleming op zijn laboratorium een bacteriekweek open achter in de petrischaal. Toen hij die enkele dagen later eens goed bekeek had er zich een schimmel verspreid – en waren de bacteriën vernietigd. Zo ontdekte de onderzoeker bij toeval de penicilline, en was de mens tijdelijk in het voordeel ten opzichte van de microbe. Totdat de eencelligen zich daartegen gingen wapenen en de mensen hierop moesten reageren. Momenteel zijn de kleintjes weer aan de winnende hand.

    GettyImages 515466932 1
    Alexander Fleming in zijn laboratorium. © Ipsumpix / Getty Images

    Artsen zouden voor noodgevallen altijd een paar nieuwe antibiotica achter de hand moeten hebben

    De Wereldgezondheidsorganisatie WHO noemt negen micro-organismen waartegen met de grootste spoed nieuwe antibiotica vereist is. Dat aantal is te overzien, maar de uitdagingen zijn groot. De ontwikkelketen voor antibiotica kwam decennia geleden in een negatieve spiraal terecht. Biologen oriënteerden zich op nieuwe, royaal gefinancierde onderzoeksterreinen. Startups richten zich op het ontwikkelen van vorstelijk betaalde behandelingen van zeldzame ziektes. Private investeerders pompten de laatste vijf jaar slechts circa 700 miljoen dollar in het antibioticaonderzoek, terwijl ongeveer 35 miljard naar de ontwikkeling ging van lucratieve kankertherapieën. Antibioticaproducenten kunnen van zulk soort bedragen alleen maar dromen. In de meeste landen betalen ziekenhuizen voor antibiotica zo min mogelijk. Want ook al groeit de angst voor resistenties, zelfs die goeie ouwe penicilline werkt nog prima tegen veel infecties. Toch zouden artsen voor noodgevallen altijd een paar nieuwe antibiotica achter de hand moeten hebben. De gezondheidsbranche is inmiddels zelfs bereid voor dat soort middelen een paar duizend euro per behandeling te betalen.  

    Lees ook:

    Wat vanuit het perspectief van gezondheidsbeleid een verstandige beslissing zou zijn, leidt tot bedrijfseconomische schade bij die paar bedrijven die nieuwe antibiotica ontwikkelen. In het afgelopen decennium kwamen zegge en schrijve achttien nieuwe antibiotica op de markt. Van de bedrijven die daaraan meegewerkt hadden, moesten er zeven faillissement aanvragen, of ze kregen niet langer geld van investeerders, zet Kevin Outterson in een artikel in Financial Times uiteen. Outterson is hoofd van CARB-X, een ngo die gelden inzamelt en die in de financiering van nieuwe antibioticaprojecten steekt.

    Grote farmaceutische ondernemingen verlieten massaal het speelveld

    Ook uit de volgende cijfers wordt het probleem duidelijk: volgens berekeningen van de European Association of Research-Based Small and Medium Enterprises (SME) met betrekking tot antimicrobiële therapie (Beam), vereist de circa tien jaar durende ontwikkeling van een nieuwe therapie zo’n 1,3 miljard euro. Daar staat dan in de eerste vijf jaar een gemiddelde omzet van 3,7 miljoen euro per jaar tegenover. Wie wil er zo zijn geld weggooien?

    De grote farmaceutische ondernemingen in elk geval niet. Zij verlieten massaal het speelveld, net als bij de productie van vaccins. Maar een flink aantal vastberaden, kleine en middelgrote farmaceutische bedrijven ging de uitdaging wel aan. Beam telt inmiddels zeventig leden. Die bedrijven vormen de basis waarop Europa zijn nieuwe hoop vestigt. Want na jaren van debatteren en lamenteren komen eindelijk diverse belangrijke spelers in beweging. 

    De VS, de EU, de WHO en veel afzonderlijke landen zijn al een paar jaar geleden programma’s gestart die zouden moeten leiden tot een spaarzamer gebruik van de voorhanden zijnde antibiotica. Bovendien ontstond er de afgelopen jaren een sterk netwerk van kapitaalkrachtige particuliere en overheidsfondsen, van staten en intergouvernementele en filantropische organisaties, die massaal geld pompen in de ontwikkeling van antibiotica. Dankzij die inspanningen worden momenteel 43 werkzame stoffen klinisch onderzocht, 13 daarvan in de laatste testfase. 

    Voor juichen is het echter nog te vroeg. De ervaring leert dat slechts een handjevol kandidaten de horden van de toelatingsautoriteiten weten te nemen. 

    Deskundigen en betrokken politici beseften in de afgelopen jaren dat financiële injecties ontoereikend zijn als de antibiotica zich na toelating maar moeilijk laten verkopen. 

    Alternatieve modellen

    Wanneer er momenteel meer dan een vleugje optimisme door de rijen van de kleine antibioticabedrijven waait, komt dat doordat diverse regeringen eindelijk bereid zijn te experimenteren met alternatieve vergoedingsmodellen. De VS, Frankrijk en Duitsland zullen aanzienlijk hogere prijzen betalen voor nieuwe effectieve middelen. Maar de meest innovatieve aanzetten komen uit Groot-Brittannië en Zweden. Binnenkort betalen de Britten de fabrikant van een nieuw antibioticum elk jaar een vast bedrag, ongeacht het werkelijke gebruik van het betreffende geneesmiddel. De staat betaalt dus uit voorzorg, zodat het medicament voor alle zekerheid beschikbaar is. Zo’n aanzet doet denken aan premiebetaling voor een verzekering. In de branche staat deze vorm van financiering bekend als het Netflix-model.

    Bovendien zou een wet in de VS weleens voor een definitief keerpunt in de recente geschiedenis van de antibiotica-ontwikkeling kunnen zorgen. Momenteel is bij beide kamers van het Amerikaanse Congres de zogeheten Pasteur-wet in behandeling. Die moet ook in de VS invoering van het Netflix-model mogelijk maken. Daarbij willen de Amerikanen groots uitpakken. Bedrijven die echt nieuwe effectieve antibiotica marktrijp maken, kunnen rekenen op contracten met de Amerikaanse regering tot wel 2,5 miljard euro. In totaal moet het budget voor het komende decennium 11 miljard dollar omvatten.

    Door dit soort bedragen tonen ook de gevestigde farmaceutische giganten ineens weer interesse voor antibiotica. Het Zwitserse bedrijf Roche bijvoorbeeld. Zoals CEO Severin Schwan onlangs tegen de NZZ am Sonntag zei: ‘Het potentieel is beperkt omdat er relatief weinig patiënten zijn. Toch kan het rendabel zijn.’ 

    De superbugs zijn gewaarschuwd, de mens vecht terug.

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Thailand lokt rijke buitenlanders & Meer

    Wereldnieuws: Thailand lokt rijke buitenlanders & Meer

    Thailand lokt rijke buitenlanders

    Thailand wil met een economisch stimulerings- en investeringspakket rijke wereldburgers, gepensioneerden en hoogopgeleide professionals uit het buitenland aantrekken om de economie na de pandemie nieuw leven in te blazen. Lokkertjes zijn onder meer een tienjarig Thais visum voor het hele gezin. Daarnaast hoopt Thailand buitenlanders over de streep te trekken met automatische werkvergunningen, dezelfde inkomstenbelasting als Thaise burgers en belastingvrijstelling voor elders verworven inkomsten en eigendommen, meldt The Bangkok Post.

    De regering hoopt in de komende vijf jaar meer dan een miljoen professionals naar Thailand te trekken

    De regering hoopt zo in de komende vijf jaar meer dan een miljoen gekwalificeerde mensen naar Thailand te trekken, aldus regeringswoordvoerder Thanakorn Wangboonkongchana. ‘De regering verwacht dat deze buitenlanders gemiddeld een miljoen baht, circa 25.520 euro, per persoon per jaar uitgeven gedurende hun verblijf in Thailand, oftewel ongeveer een biljoen baht in de komende vijf jaar.’ Daarnaast rekent de regering erop dat de bezoekers met langetermijnvisa zeker zo’n 540 miljard baht aan belastingen zullen afdragen.


    Vervuilende bitcoins

    Een enkele bitcointransactie genereert dezelfde hoeveelheid elektronisch afval als wanneer je twee iPhone 12 mini’s in de prullenbak mikt, zo blijkt uit een analyse van economen van De Nederlandsche Bank en MIT. De ecologische voetafdruk van bitcoin is inmiddels goed bestudeerd, maar er is minder bekend over het grootschalige verbruik van de benodigde hardware, aldus The Guardian.

    Voor het minen van cryptomunten worden gespecialiseerde computerchips gebruikt, ASIC’s genaamd, maar omdat alleen de nieuwste chips energiezuinig genoeg zijn om winstgevend te kunnen blijven minen, moeten ASIC’s voortdurend worden vervangen door nieuwe, krachtiger versies. Als gevolg hiervan wordt geschat dat het hele bitcoinnetwerk momenteel 30,7 metrische kiloton apparatuur per jaar verbruikt. Dat is vergelijkbaar met de hoeveelheid klein afval aan IT- en telecommunicatieapparatuur die door een land als Nederland wordt geproduceerd, volgens onderzoekers Alex de Vries en Christian Still.


    Palestijnse attractie

    In Nablus op de Westelijke Jordaanoever staat een oude Boeing 707, geschilderd in de kleuren van Palestina en Jordanië. Het vliegtuig kwam er terecht na inspanning van tientallen jaren door een 60-jarige Palestijnse tweeling die opgroeide in een vluchtelingenkamp en jarenlang de kost verdiende met de handel in schroot, schrijft South China Morning Post.

    De tweeling droomde ervan om geld te verdienen met toerisme en entertainment. Toen ze in 1999 hoorden over een passagiersvliegtuig dat geparkeerd stond in Tiberias, Israël, kochten ze het om er een restaurant van te maken. Na allerlei tegenslagen en Israëlische tegenwerking heeft het vliegtuig nu zijn beoogde plek bereikt, na 22 jaar en een investering van 2 miljoen sjekel, zo’n 530.000 euro.

    Aangezien de Westelijke Jordaanoever amper toeristische trekpleisters kent, hopen de broers op bruiloften, feesten en op gasten die willen dineren in een ongebruikelijke omgeving.


    Italiaanse pastoor in ongenade

    De veertigjarige Italiaanse geestelijke Don Francesco Spagnesi, die halverwege september zijn post als pastoor van de Annunciatie-parochie in Prato in handboeien moest verlaten omdat hij ervan wordt beschuldigd cocaïne en de ‘verkrachtingsdrug’ GBL (de grondstof voor GHB) te hebben ingevoerd en verhandeld, wordt inmiddels verdacht van nog meer kwalijke zaken. Hij zou niet alleen zeker 200.000 euro hebben verduisterd door een greep te doen in de offergaven van zijn gelovigen en in de kas van de Curie, dit alles om zijn drugshandel te financieren, maar het Openbaar Ministerie van Prato onderzoekt nu ook of de priester het toebrengen van zwaar fysiek leed dan wel verwijtbaar onzorgvuldig handelen ten laste kan worden gelegd, bericht Corriere della Sera.

    Don Francesco is namelijk hiv-positief en hij zou seks- en drugsfeesten hebben georganiseerd waaraan hij zelf ook deelnam, zonder dat de medefeestvierders van zijn besmetting op de hoogte waren. Zijn ‘verloofde’ Alessio Regina, die eveneens is gearresteerd voor drugshandel, heeft dit aan het OM laten weten.

    De van cocaïne en GLB vergeven feesten van Don Francesco en Alessio werden bezocht door artsen, managers, ondernemers en bankiers die online werden geronseld, ook al beweert het tweetal dat het slechts om ‘intimi’ ging. De feesten vonden frequent plaats en telden soms meer dan 200 deelnemers.

    Don Francesco zou, ondanks dat hij hiv-positief is, aan onbeschermde seks hebben gedaan

    Op de vraag aan Don Francesco of hij, ondanks dat hij hiv-positief is, aan onbeschermde seks had gedaan, zou hij ja hebben gezegd tegen het OM. Het is nog niet bekend of Spagnesi daadwerkelijk iemand heeft besmet, maar het lijkt erop dat enkele van de deelnemers aan de feesten positief hebben getest op hiv. Onderzocht wordt nu of die besmettingen te traceren zijn naar Spagnesi.

    Federico Fabbo, de advocaat van de in ongenade gevallen pastoor, ziet vooralsnog alleen maar ‘hypothesen’ over de handel en wandel van zijn cliënt en wijst erop dat de hiv-status van Don Francesco een bekend feit was.


    7000 stappen per dag voor een langer leven

    Om kansen op een lang leven te vergroten moeten we minstens 7000 stappen per dag zetten of meer dan 2,5 uur per week sporten beoefenen als tennis, fietsen, zwemmen, joggen of badminton, zo blijkt uit twee grootschalige nieuwe onderzoeken. De twee onderzoeken, die samen meer dan 10.000 mannen en vrouwen decennialang volgden, tonen aan dat de juiste soort en hoeveelheid lichaamsbeweging het risico op vroegtijdig overlijden met maar liefst 70 procent vermindert. Activiteit boven een bepaald plafond voegt waarschijnlijk geen jaren aan onze levensduur toe en kan in extreme gevallen zelfs schadelijk zijn, schrijft The New York Times

    Eerder onderzoek suggereerde al dat actieve mensen langer leven dan degenen die zelden bewegen. Maar wetenschappers stelden niet eerder vast hoeveel, of weinig, beweging kan worden geassocieerd met een langere levensduur.

    De sterfterisico’s bleven dalen naarmate het aantal stappen steeg

    Mannen en vrouwen die ten minste 7000 dagelijkse stappen zetten toen ze aan het onderzoek deelnamen, hadden ongeveer 50 procent minder kans om te overlijden dan degenen die minder dan 7000 stappen zetten. De sterfterisico’s bleven dalen naarmate het aantal stappen steeg, tot wel 70 procent minder kans op vroegtijdig overlijden bij degenen die meer dan 9000 stappen zetten. Bij 10.000 stappen vlakken de voordelen af. ‘Er was een punt van afnemende meeropbrengst,’ zegt Amanda Paluch, universitair docent kinesiologie aan de Universiteit van Massachusetts Amherst, die een van de twee studies leidde. Mensen die meer dan 10.000 stappen per dag zetten, leefden zelden langer dan degenen die minstens 7000 stappen deden.

  • Wie nu ontslag neemt, begrijpt de arbeidsmarkt

    Wie nu ontslag neemt, begrijpt de arbeidsmarkt

    Sinds alles weer open is, besluiten steeds meer mensen hun baan op te zeggen. Is er een revolutie gaande op de arbeidsmarkt, of is het gewoon een nawee van de lockdown?

    Deze zomer was het helemaal hot om je baan op te zeggen. Meer Amerikanen hebben ontslag genomen dan in enige andere periode sinds begin deze eeuw, aldus het Amerikaanse ministerie van Werkgelegenheid. Van elke honderd werknemers in hotels, restaurants, cafés en de detailhandel namen er zo’n vijf ontslag.

    Laagbetaalden zijn niet de enigen die het voor gezien houden. In april hebben meer dan zevenhonderdduizend mensen in de categorie ‘professionele en zakelijke dienstverlening’ hun baan opgezegd – nooit eerder waren dat er zo veel binnen een maand. In alle sectoren van de arbeidsmarkt zeggen vier op de tien werknemers met de gedachte te spelen hun huidige baan vaarwel te zeggen.

    Binnen de arbeidseconomie staat stoppen voor een optimistische kijk op de toekomst

    Vanwaar die plotselinge golf van vrijwillige ontslagen? Een vrij algemene theorie is dat er momenteel een fundamentele verandering plaatsvindt in de structurele verhouding tussen werknemers en werkgevers, die ingrijpende gevolgen heeft voor de toekomst van de arbeidsmarkt. Op alle sporten van de inkomensladder hebben werknemers nieuwe redenen om tegen hun baas te zeggen dat hij de pot op kan. Het is niet ondenkbaar dat laagbetaalden die hebben geprofiteerd van gunstige regelingen tijdens de pandemie tot de ontdekking zijn gekomen dat ze niet genoeg verdienen nu ze weer aan het werk zijn gegaan. Ze laten niet meer met zich sollen, en restaurants en kledingzaken zien zich gedwongen hogere salarissen te betalen om het personeel te behouden.

    Yolo

    Ondertussen zeggen kantoorpersoneel en ambtenaren dat ze overwerkt zijn, of opgebrand, na het slopende coronajaar en stappen ze met nieuwe eisen naar de baas. Uit een recent onderzoek van Bloomberg-Morning Consult blijkt dat de helft van de werknemers onder de veertig zegt te overwegen op te stappen als ze van hun baas niet een paar dagen thuis mogen werken. En de cijfers laten zien dat dit niet altijd bluf is. 

    De mensen met hogere inkomens – van wie het hoornvlies is uitgedroogd door de ontelbare onlinevergaderingen en de onderrug gesloopt na maandenlang de bank als bureaustoel te hebben gebruikt – baden in het spaargeld dat ze in dit jaar van existentiële crisis niet hebben kunnen uitgeven. Ontslag nemen is voor hen de manier om de kwetsbaarheid van het leven het hoofd te bieden in deze tijden van kosmische angst. Kort gezegd: yolo.

    Wordt ergens mee stoppen vaak geassocieerd met pessimisme, luiheid en een gebrek aan zelfvertrouwen, binnen de arbeidseconomie staat stoppen juist voor het tegenovergestelde: een optimistische kijk op de toekomst, enthousiasme om aan iets nieuws te beginnen, het vertrouwen dat je niet te pletter zult slaan als je de sprong in het diepe waagt, maar dat je een zachte landing zult maken op een plek waar het beter toeven is.

    Veel mensen zien robots en arbeiders als aartsvijanden

    De zomer van het vrijwillige ontslag zou de voorbode kunnen zijn van iets groters: een nieuwe gouden eeuw, niet alleen van de macht van werknemers, maar ook van technologische aanpassingen en groei van productiviteit. Denk aan de laatste keer dat je een restaurant hebt bezocht (een bedrijfstak waar de lonen snel stijgen). Als je ervaring ongeveer gelijk is aan die van mij, had je geen gezellig gesprekje met een serveerster maar moest je een QR-code scannen. Het restaurant zette de gebruikelijke maaltijd op tafel, maar met minder personeel. Als je dat extrapoleert naar de hele economie, kun je met beter betaalde werknemers in combinatie met software de klant efficiënter bedienen. Dit optimistische verhaal zou heel goed bewaarheid kunnen worden: de arbeidsproductiviteit stijgt momenteel harder dan in de afgelopen twintig jaar, en het einde van die ontwikkeling is nog niet in zicht.

    Zoals economieschrijver Noah Smith uitlegt, zien veel mensen robots en arbeiders als aartsvijanden. Maar arbeidskracht en door technologie aangedreven productiviteitsgroei zouden ook hand in hand kunnen gaan. In een productieve cyclus zouden hogere lonen werkgevers ertoe kunnen zetten de duurste taken te automatiseren. Arbeidskracht zorgt voor een groei van de productiviteit, die de economie in het algemeen stimuleert, waardoor mensen meer geld uitgeven, wat weer werkgelegenheid creëert, zodat er voldoende banen zijn. In dit rooskleurige scenario bevinden we ons momenteel in het beginstadium van iets moois: een tijdperk van hogere lonen, een stijgende productiviteit en een steeds hogere levensstandaard voor iedereen.

    Het zou niet de eerste keer zijn dat een ramp uitmondt in vooruitgang

    Als deze keten staat voor een eerlijke en blijvende revolutie op het gebied van de rechten van arbeiders, zou dat niet de eerste keer zijn dat een ramp uitmondt in vooruitgang. Zoals ik vorig jaar al schreef, ‘kan een ingrijpende crisis blootleggen wat er scheef is en zo een nieuwe generatie leiders de kans bieden iets beters te bouwen’ – vaak op onverwachte manieren. De grote brand in Chicago in 1871 was deels de aanzet tot de uitvinding van de moderne wolkenkrabber, de blizzard aan de oostkust in 1888 resulteerde in het eerste Amerikaanse metronetwerk. ‘De coronapandemie eiste zeshonderdduizend levens en leidde tot een ingrijpende verschuiving in de arbeidsverhoudingen’ klinkt misschien niet als een erg voor de hand liggend causaal verband. Maar de wijze waarop wij op een ramp reageren kan de wereld veranderen op manieren die moeilijk zijn te voorspellen op het moment dat we de crisis zelf recht in de bek kijken.

    Aan de andere kant is dit misschien geen revolutie maar een illusie.

    In 2020 daalde het jaarlijkse aantal vrijwillige ontslagen met zo’n half miljoen, wat erop lijkt te wijzen dat veel mensen die normaal gesproken hun baan zouden hebben opgezegd, door de pandemie zijn blijven zitten op een plek waar ze niet gelukkig waren. Dat het aantal mensen dat ontslag neemt alsnog de hoogte in schiet, hoeft niet per se te betekenen dat er een ingrijpende verschuiving plaatsvindt. Het is eerder het beeld van de dichtgeknepen tuinslang: door de pandemie konden allerlei normale activiteiten geen doorgang vinden – ergens wat gaan drinken, een auto huren, een vervelende baan opzeggen – en nu ineens kan dat allemaal weer wél.

    Het Witte Huis lijkt zich bewust van deze dynamiek. In een blog van The Council of Economic Advisers werd onlangs gewaarschuwd dat de economische cijfers deze zomer op hol kunnen slaan. Een aantal commentatoren waarschuwt dat we geen al te stellige conclusies moeten trekken over de toekomst. ‘Het is voor een groot deel gebakken lucht,’ zegt Adam Ozimek, de hoofdeconoom van freelanceplatform Upwork. ‘Volgens mij is het Witte Huis op dit moment een stuk realistischer dan de gemiddelde liberale expert.’

    Voorspellingen

    Voorspellingen doen is lastig, niet alleen omdat het moeilijk is de toekomst te zien, maar ook omdat het lastig is het heden te bevatten. De cijfers over het aantal mensen dat ontslag neemt kunnen een voorteken zijn van een toenemende macht van de arbeider, na decennia waarin de lonen stagneerden en het arbeidsrecht is uitgehold. Maar ze zouden ook een kortstondig statistisch toeval kunnen zijn binnen de over het geheel genomen grillige economie van deze zomer. Hoe die twee dingen met elkaar te verenigen – het fantastische potentieel van dit moment en het feit dat de verwachtingen heel goed gestoeld kunnen zijn op gebakken lucht? Misschien is het antwoord: gewoon blijven doen wat je doet. Beleidsmakers moeten doen alsof de arbeidsmarkt ruimte biedt, omdat dat het geval is. En werkgevers moeten op zoek gaan naar complementaire technologie en ondertussen hun personeel beter betalen, omdat ze dat kunnen.

    MEER DAN ALLEEN WERK

    In aanloop naar zijn boek The End of Burnout: Why Work Drains Us and How to Build Better Lives, dat in
    januari verschijnt, publiceerde Jonathan Malesic onlangs een opinieartikel in The New York Times.

    Na bijna twee jaar massale werkloosheid en thuiswerken keren miljoenen mensen nu terug naar het ritme van de veertigurige werkweek en de droom van opwaartse mobiliteit, schrijft Malesic, ook al leidden die vóór de pandemie tot wijdverbreide ontevredenheid en burn-outs. Veel mensen zien werk niet alleen als een manier om de kost te verdienen, maar als cruciaal voor zelfontplooiing.

    De algemene gedachte is dat werk betekenis, zingeving en waardigheid verschaft en recht geeft op deelname aan de samenleving. Maar, aldus Malesic, je baan, of het ontbreken ervan, is niet bepalend voor je menselijke waarde. ‘We zouden moeten beginnen met het idee dat ieder van ons waardigheid heeft, of we nu werken of niet.’ De pandemie bewees dat: miljoenen verloren plotseling hun baan, maar niet hun waardigheid. Volgens Malesic is dit hét moment om te bedenken hoe we werk kunnen inpassen in ons leven: ‘De pandemie heeft ons eraan herinnerd dat we bestaan om meer te doen dan alleen maar werken.’ Zijn advies: zoek naar zingeving in dingen buiten je baan en pas je werk daarop aan, in plaats van andersom.

  • ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    Binnenkort vertrekt ze, na zestien jaar en vier verkiezingsoverwinningen, vele crises en catastrofen, successen en rampen. Der Spiegel boog zich in een speciaal nummer over het tijdperk Angela Merkel. In dit overzichtsartikel van Dirk Kurbjuweit wordt haar leiderschap zorgvuldig geëvalueerd, aan de hand van de belangrijkste thema’s die haar tijd kenmerkten.

    Het tijdperk-Merkel was een tijd van spoken. Het was doortrokken van crises die zich aanvankelijk onzichtbaar uitbreidden en daarom zo’n griezelige indruk maakten. Dat gold voor de kredietcrisis en de eurocrisis, voor de pandemie en de klimaatverandering. Er was iets aan de hand, maar wat er precies aan de hand was begrepen alleen deskundigen, wetenschappers echt goed. Voor de anderen bleef er vooral een gevoel van onzekerheid hangen, van angst ook. Hoe zal dat spook mijn leven veranderen of beschadigen? Want al die crises hadden of hebben mogelijk ook catastrofale gevolgen op persoonlijk vlak: verlies van banen, van een levenstandaard, ziekte en dood.

    Angela Merkel had veel in zich om de juiste bondskanselier voor deze tijd te zijn, om een gelukstreffer van de geschiedenis te worden. In haar eerste leven werkte ze als wetenschapper, ze was een vrouw van getallen, tabellen, curven. Ze is hoog intelligent, doordrenkt van rationaliteit. Gespook kan haar niet bang maken omdat ze in staat is om het wezen ervan, de feiten erachter, te doorgronden. 

    Maakte dat Merkel de juiste kanselier voor deze tijd, voor de jaren 2005 tot 2021, een tijd van crises en catastrofen zoals de bondsrepubliek die niet eerder beleefd heeft? Binnenkort treedt ze af, zodra de bondsdag een opvolger of opvolgster heeft gekozen, waarschijnlijk in de herfst. Merkel zal zich dan voorlopig terugtrekken uit de politiek, na 31 jaar.

    In 1990 begon haar adembenemende carrière, meteen na de val van de muur, toen Angela Merkel een streep zette onder haar bestaan als fysicus aan de Akademie der Wissenschaften van de DDR en de politiek in ging.

    Ze was in elk geval een subtiel grapje van de geschiedenis. Een vrouw uit het Oosten moest meehelpen om het Westen door zijn grote crisis heen te leiden. Dat was de tweede grote ontwikkeling van haar tijdperk, naast de spookachtige crises: de liberale democratieën in Europa, Noord-Amerika en Australië werden stevig door elkaar geschud. Het begon precies twintig jaar geleden met de islamitische terreuraanslagen van 11 september 2001, werd doorgetrokken met een nieuwe agressieve houding van Rusland, de snelle opkomst van China als supermacht en de mislukte poging om een westers stempel te drukken op een deel van de islamitische wereld, in Irak en Afghanistan. 

    Ook de interne toestand van het Westen biedt een somber beeld: brexit, Donald Trump, rechts populisme in veel landen, vooral de grote vragen die de kredietcrisis en de klimaatverandering hebben opgeworpen over de westerse economie en levenswijze, de twijfel of liberale democratieën efficiënt genoeg zijn om pandemieën effectief te bestrijden – dat alles maakte het Westen tot een crisisgebied, knaagde aan het zelfbewustzijn in de grote westerse samenwerkingsverbanden, de EU en de NAVO.

    Merkel moest antwoorden vinden, vooral voor de bondsrepubliek, maar ook voor Europa en de wereld. Hoe goed ze dat daadwerkelijk gedaan heeft, zullen we pas over een paar jaar, of decennia, weten. De geschiedenis neemt vaak de tijd voor haar oordeel. We kennen nog niet alle gevolgen van Merkels handelen, misschien zullen we ze onder invloed van haar opvolgers opnieuw beoordelen. Maar een voorlopige balans is natuurlijk mogelijk, en aan het eind van haar tijdperk noodzakelijk.

    Hier volgt een balans in zeven hoofdstukken, de zeven catastrofes of crises die met name een stempel hebben gezet op Merkels ambtsperiode. De catastrofe op de financiële markten, de eurocrisis, de eeuwige dreiging die Poetin heet, de grote toevloed van vluchtelingen, Donald Trump, wiens naam hier staat voor de aanval op de liberale democratie in het algemeen, de klimaatverandering en de pandemie.

    Daar moest ze doorheen. Dat beheerste haar overvolle, sombere agenda. Dat was haar tijd, haar tijdperk.


    1. De kredietcrisis

    ‘Wij zeggen tegen de spaarders dat hun tegoeden veilig zijn.’

    – Merkel op 5 oktober 2008

    Het gespook begint. Banken melden problemen, aandelenkoersen storten in, vakjargon overspoelt de publieke discussie: subprime, interbancaire handel, asset-backed security’s. Derivaten. Slechte leningen. Nog meer banken melden problemen. Op 15 september 2008 gaat de zakenbank Lehman Brothers in New York onderuit, met catastrofale gevolgen voor de financiële economie in de hele wereld.

    Merkel maakte een radeloze indruk in de beginfase van deze crisis. Ze wist ook niet precies wat er gebeurde, hoe diep de val kon zijn. Maar ze heeft zich snel ingewerkt, heeft haar intellect gevoed met informatie en analyses over de verwevenheden in de financiële wereld, ze heeft gelezen en vele uren met deskundigen gepraat. Toen was ze er klaar voor, op de hoogte van de nieuwe tijd.

    In de VS hadden banken vastgoedkredieten zonder toereikende dekking verhandeld. Die werden door het financiële systeem gebundeld tot producten waarvan de inferieure kwaliteit niet meteen zichtbaar was. Zulke pakketten lagen wereldwijd overal opgeslagen als mijnen die wachtten op het signaal om te ontploffen. Lehman Brothers was dat signaal.

    Kort daarna viel ook het Duitse Hypo Real Estate (HRE) om. In de nacht van 28 op 29 september pokerde Merkel met de toenmalige baas van de Deutsche Bank, Josef Ackermann, met als inzet welk aandeel de banken op zich zouden nemen voor het debâcle van HRE. Merkel eiste 10 miljard. Te veel, vond Ackermann. 9 miljard, zei Merkel. Nee, zei Ackermann. Bij 8,5 miljard hadden ze een deal. De staat moest 26,5 miljard dragen.

    Veel burgers toonden zich niettemin verontrust, grote bankbiljetten werden hier en daar schaars omdat men thuis geld oppotte. Op 5 oktober stelde Merkel zich met toenmalig minister van Financiën Peer Steinbrück op voor de camera’s en verzekerde de burgers dat hun spaartegoeden veilig waren. Een vangnet voor de banken van 480 miljard werd door de bondsdag gejaagd.

    Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen

    Met de legendarische slooppremie en verruimde arbeidstijdverkorting ving Merkels regering de gevolgen voor de reële economie op. Weliswaar zakte het bruto nationaal product in 2009 met 5,7 procent, maar de werkgelegenheid bleef op niveau.

    Dit succes legde de basis voor Merkels reputatie als goede crisismanager. Een ander effect was ingrijpender. De financiële schok beroofde de bondskanselier volkomen van haar hervormingseuforie. Ze had de Duitsers al eerder als een angstig volk aangeduid, en nu wilde ze haar brave burgers niet nog meer belasten. Merkel, die zich met neoliberale ideeën een weg had gebaand naar het kanseliersambt, bouwde de verzorgingsstaat verder uit met een minimumloon, moederpensioen en oudergeld.

    Dat pakte ten dele heel goed uit, ook voor Merkel zelf, die zich daarmee verzekerde van herverkiezing, maar de hoognodige grondige hervorming van het pensioenstelsel bleef uit. Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis bovendien het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen: de bondskanselier weigerde in te gaan op de diepere oorzaken van de crisis en hoe het beter zou kunnen. Ze hield geen rede die houvast bood in een onheilspellende tijd.

    Merkel heeft de financiële crisis monetair en technocratisch opgelost, maar niet intellectueel, niet emotioneel in de publieke discussie. Dat men de banken hielp om uit de door hen zelf veroorzaakte crisis te komen ging het begripsvermogen van veel burgers te boven en maakte ze wantrouwend tegenover de politiek. Merkel versterkte die stemming nog door Josef Ackermann in 2008 te eren met een groot diner in haar ambtswoning, alsof hij zich verdienstelijk had gemaakt voor het algemeen belang. Terwijl juist de Deutsche Bank had willen profiteren van de handel in giftige financiële producten, en Ackermann zich had laten kennen als verachter van de staat.

    De kredietcrisis liet nog een tweede patroon zien in Merkels regeerstijl: ze hield afstand van lastige thema’s, had geen langetermijnplan om gewetenloos kapitalisme in te dammen. Zodra het weer opwaarts ging met het bruto nationaal product hield ze zich niet langer met deze problemen bezig, alsof ze opgelost waren.

    Maar het is eigen aan een langdurig kanselierschap dat onopgeloste problemen terugkomen, soms met een diepzwarte pointe. Toen in 2020 het Duitse fintechbedrijf Wirecard wegzonk in een stinkend moeras van bedrog en hebzucht, was dat ook de schuld van een falend overheidstoezicht op de financiële markt.

    Merkel moest zich een pijnlijke ondervraging door een onderzoekscommissie van de bondsdag laten welgevallen. Al was haar persoonlijke betrokkenheid bij dit schandaal niet groot, ze zat daar in zekere zin terecht: als een bondskanselier die maar weinig had gedaan om het financieel kapitalisme aan banden te leggen. 


    2. De eurocrisis

    ‘Mislukt de euro, dan mislukt Europa.’

    – Merkel op 19 mei 2010

    Over president Franklin D. Roosevelt werd ooit gezegd: ‘Een tweederangsintellect, maar een eersterangstemperament.’ Met deze combinatie loodste hij de VS uit een zware recessie, versloeg hij Hitler en kreeg hij een plaats in John Lewis Gaddis’ meesterwerk On Grand Strategy, over grote politieke strategiëen.

    Bij Merkel is het omgekeerd: hoogintelligent, weinig temperament. Dat gold als haar kracht, maar misschien is dat een vergissing. In de eurocrisis had meer Roosevelt een gunstig effect gehad.

    Voor de Europese Unie had Merkel vanaf het begin een strategisch doel: het oude continent te ertüchtigen (harder te maken), om het met een van haar lievelingswoorden te zeggen. De Unie moest naast de VS en China haar plaats innemen als de derde kracht in een nieuwe wereldorde. Daarmee wilde ze bovendien Duitsland verzekeren van een plaats in de wereldpolitiek.

    ‘Ertüchtigen’ betekende voor Merkel: de concurrentiekracht verbeteren, vooral in de andere lidstaten. Ze wilde politieke kracht ontlenen aan de de economische kracht.

    Aan dit idee hield ze vast toen in 2009 Griekenland als eerste door een schuldencrisis getroffen werd. Boven Merkels kanselierschap hing een paar jaar lang de allesbeheersende vraag: zal de euro het houden?

    Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s

    Zij wilde de problemen gewoontegetrouw met het hoofd oplossen, probeerde alles met elkaar in overeenstemming te brengen. De behoeften van de noodlijdende staten, de in spaarzaamheid getrainde Duitsers, de financiële markten, waarin ook gewetenloze spelers nog steeds hun slag wilden slaan. In Brussel marchandeerde ze nachtenlang met haar collega’s uit het Zuiden, voor wie ze te weinig Europeaan was, en kreeg vervolgens van haar eigen partij te horen dat ze de Duitse belangen verwaarloosde.

    Ze draaide hier en daar wat aan schroefjes en hield op de een of andere manier de machine aan de praat, maar wat ontbrak was een grand strategy voor een sterk Europa. De vooraanstaande Duitse intellectueel Jürgen Habermas verweet de kanselier ‘tranquilistisch geworstel’.

    In zekere zin was dat succesvol: de euro stortte niet in, ook dankzij een genereuze Europese Centrale Bank.

    Crises, zegt men, zijn ook kansen. Deze werd gemist. Europa staat er tegenwoordig slechter voor dan aan het begin van Merkels kanselierschap. De Britten zijn er niet meer bij, de regeringen van Polen en Hongarije hebben afscheid genomen van de liberale democratie, nationaal egoïsme overschaduwt bijna overal het idee van de Unie, ook in Duitsland. Belangrijke projecten zoals een gemeenschappelijke defensiepolitiek zijn blijven steken.

    Daarvoor is natuurlijk niet alleen Merkel verantwoordelijk. Maar tijdens de crisis had ze de kans om het Europese idee glans te geven door meer solidariteit te tonen. Dat had haar een zeker gezag verschaft waarmee ze het continent bijeen had kunnen houden. Dat zij tijdens de pandemie het roer omgooide en instemde met gemeenschappelijke schulden, kwam daarvoor te laat.

    Een inzicht uit het tijdperk-Merkel is dat grote intelligentie geen grote politiek nastreeft. Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s. En de berekening van politici komt bijna altijd neer op de overweging hoe de nationale verkiezingen te winnen zijn.

    Om risico’s te nemen is meer temperament nodig, in dit geval een hartstocht voor Europa die Merkel nu juist niet kon ontwikkelen. Haar biograaf Ralph Bollmann motiveert dat zo: ‘Een Europeaan in hart en nieren is Merkel nooit geweest, dat lag al besloten in haar socialisatie. Kohls Europese pathos bleef de voormalige DDR-burger vreemd.’

    Ook daarom is Europa’s slechte toestand niet een crisis die Merkel heeft overwonnen, maar een crisis die ze heeft achtergelaten.


    3. Poetin

    ‘Hoewel de Russische president, denk ik, heel goed wist dat ik er niet bepaald happig op was zijn hond te begroeten, bracht hij hem toch mee.’

    – Hondenhaatster Merkel over een bezoek aan Poetin in 2007

    Eén iemand was er altijd, al die zestien jaar. Merkels eeuwige kwelgeest, haar nemesis: Vladimir Poetin. Soms als minister-president, soms als president van Rusland. Zijn naam staat voor de permanente crisis van haar kanselierschap, voor de hoofdstukken ‘oorlog’ en ‘criminaliteit’. Ook de Turk Recep Tayyip Erdogan heeft Merkel gedurende haar hele tijdperk begeleid en gepest, maar hij was niet zo machtig en gevaarlijk als Poetin.

    Haar betrekkingen tot hem vormden geopolitiek gezien haar belangrijkste rol, als onderhandelaar van het Westen tegenover Rusland. Omdat ze uit haar eerste leven het Oostblok kende en omdat ze Russisch spreekt, was het vooral haar taak om Poetin in de hand te houden en tegenover hem het ‘normatieve project’ van het Westen, zoals historicus Heinrich August Winkler het heeft genoemd, overeind te houden: het bevorderen van vrijheid, democratie en mensenrechten overal ter wereld.

    Aan deze opdracht begon ze energiek; het kind van de onvrijheid streed hartstochtelijk voor de vrijheid, voerde een op waarden gebaseerde buitenlandse politiek, maande Poetin in 2006 om de moord op de kritische journaliste Anna Politkovskaja op te helderen, en ontving een jaar later de Dalai Lama, een vertegenwoordiger van de Tibetanen, die door de Chinese machthebbers bruut onderdrukt worden.

    Merkels doel was een betere wereld, en daarmee heeft ze veel mensen enthousiast gemaakt. Maar niet voor lang.

    Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten

    Poetin is niet een man die makkelijk te imponeren is. Het Russische regime liet openlijk vermeende tegenstanders vergiftigen of neerschieten, onder wie een Georgiër in de Berlijnse Tiergarten. Het land voerde en voert oorlogen in Georgië, in Syrië en stiekem in Oekraïne. Het annexeerde de Krim. Het overspoelde de westerse wereld met cyberaanvallen, ook de bondsdag en het kantoor van Merkel daar.

    Keer op keer belde Merkel met Moskou, uitte kritiek, waarschuwde, smeekte. In Minsk onderhandelde ze met Poetin over een wapenstilstand in Oekraïne en zag alleen aan het type maaltijd nog hoe laat het was. Ze is niet ingestort, ze toonde zich hard voor zichzelf en hardnekkig tegenover anderen, ze verwierf veel respect, ook van Poetin, maar alles bij elkaar heeft ze nauwelijks iets bereikt voor het normatieve project van het Westen.

    Omdat ze in principe een pacifiste is. Ze was niet bereid wapens tegen Rusland in te zetten en was ertegen dat de VS raketten leverde aan Oekraïne. Een wijs besluit, zeker. Oorlog met Rusland moest vermeden worden, zelfs al bezorgt dat het Westen een zwakke onderhandelingspositie omdat Poetin weet dat hij geen rekening hoeft te houden met een aanval.

    Bovendien verloor Merkel het doel van een betere wereld algauw uit het oog. De zaken van de BV Duitsland waren voor haar dan toch belangrijker; het vergroten van de welvaart van de natie werd snel haar belangrijkste project. De idealiste veranderde in de hoogste functionaris van het Duitse economische belang. Koppig hield ze vast aan de gaspijplijn NordStream 2 van Rusland naar Duitsland, hoewel ze daarmee de toorn van de VS afriep over Duitsland en haar geloofwaardigheid ondermijnde. Sancties zette ze tegen Poetins regime slechts met mate in. Na de gifaanslag tegen Aleksej Navalny, de criticus van het regime, vlamde haar engagement met de mensenrechten nog éénmaal op, maar al met al volgde ze een koers van appeasement.

    Nog duidelijker was Merkels koerswijziging in het geval van China, dat steeds belangrijker werd voor de Duitse export. De dalai lama heeft ze nooit meer officieel ontvangen, haar kritiek op het regime in Beijing klonk in elk geval niet luid. Enthousiasme wist ze niet meer op te wekken.

    Een ander patroon in Merkels kanselierschap kwam hier voor het eerst aan het licht: op idealistische aanzetten volgde weldra de ommekeer, het afscheid van zichzelf.

    Ze was vaak bereid het eigen project de rug toe te keren en haar volgelingen van dat moment teleur te stellen. Naast grote strategieën ontbrak het haar ook aan de wil vast te houden aan mooie doelen wanneer de prijs daarvoor haar te hoog leek.

    Dat geldt voor de hele westerse wereld, zoals blijkt in Afghanistan. De export van democratie was ook een doelstelling van deze militaire operatie. Vrouwen en mannen die de Amerikanen, de Duitsers en anderen vertrouwd hebben, zijn na de haastige aftocht overgeleverd aan de taliban en moeten vrezen voor hun leven. Dit komt vooral op rekening van de Amerikanen. Maar ook Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten. Het heeft haar nooit na aan het hart gelegen.


    4. De vluchtelingencrisis 

    ‘Wir schaffen das.’ 

    – Merkel in de nationale persconferentie op 31 augustus 2015

    Deze woorden blijven ons bij. Merkel sprak ze uit op het hoogtepunt van haar macht. Ze had de verkiezingen in de herfst van 2013 met een overweldigende meerderheid gewonnen, ze was geliefd bij de Duitsers, onomstreden in de CDU – er waren geen concurrenten. Toen kwamen de vluchtelingen. Dat was het kantelpunt voor Merkels kanselierschap.

    Toen zij op 4 september 2015 besloot om in Boedapest gestrande vluchtelingen naar Duitsland te laten komen, was dat niet alleen een zaak van het hoofd, maar ook van het hart. Hier toonde ze een temperament, een hartstocht voor de vrijheid, een afkeer van muren, en haar christelijke opvoeding, vooral door haar vader, die predikant was.

    Veel Duitsers haastten zich naar de stations, heetten de vluchtelingen welkom, deelden eten en kleding uit, stelden hun huizen open. Zelden was een regeringsleider het zo eens met een groot deel van de bevolking. Het was een magisch moment, een zeldzaam mooie politieke gebeurtenis. Time Magazine verkoos Merkel tot persoon van het jaar. Zij was de stralende ster van het Westen, de profetes van het normatieve project, van de op waarden gebaseerde politiek.

    Aan de andere kant rakelde de toestroom van vluchtelingen ressentimenten op, racisme en haat tegen het zogeheten andere, het vreemde. De AfD groeide van een splinterpartij uit tot een machtsfactor en zette voortaan de liberale democratie onder druk.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten

    Wat deed Merkel? Ze liet de enthousiastelingen in de steek en maakte politiek voor de anderen, de sceptici, de angstigen, de haters. Toen haar intellect weer de overhand kreeg, toen de berekening over verkiezingskansen domineerde, accepteerde en bedreef Merkel een politiek van afscherming, die vooral werd bevorderd door de CSU onder leiding van haar toenmalige partijleider Horst Seehofer.

    De nieuwe muur liet ze oprichten door de Turkse president Erdogan, met wie ze een deal sloot die verhinderen moest dat mensen over de Egeïsche zee de EU binnenkwamen. Daarmee leverde ze zich uit aan een despoot. Ze nam het later zelfs voor hem op, toen hij zich opwond over een satirische kritiek van de tv-komiek Jan Böhmermann. Dat was een klap voor de de vrijheid van meningsuiting, de kern van het normatieve project.

    Zo ontstond uit het mooie het lelijke. Seehofer heeft Merkel openlijk vernederd, heeft haar de les gelezen, getreiterd, en zij verweerde zich niet, zij nam het voor lief dat de politiek zich onder haar niveau afspeelde, werd verprutst en huichelachtig werd. Er viel een schaduw over de stralende ster.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten. Merkel wilde vluchtelingen voortaan ver van Duitsland houden, maar ze wilde de grenzen niet zichtbaar sluiten, wilde de mythe van haar liberale hoogtepunt in stand houden.

    Zo liet de vluchtelingencrisis meerdere patronen zien in Merkels regeringsstijl. Opnieuw had ze geen strategie gevolgd. In 2014 op z’n laatst werd al duidelijk dat er meer en meer vluchtelingen naar Europa zouden komen. Zij kon dat niet over het hoofd zien, maar ze heeft zich daar te weinig zorgen om gemaakt. Dat uit het stijgende aantal vluchtelingen een vluchtelingencrisis groeide, heeft ook te maken met die tekortkoming. 

    Opnieuw gaf ze een liberaal project op, omdat de prijs haar te hoog leek. En weer liet ze na om een grote kwestie met een grote rede te begeleiden. 

    Haar beslissing van 4 september 2015 veranderde haar kanselierschap. De samenleving, die lang in een soort nieuwe Biedermeierstemming verkeerde en was ingedut, werd wakker, discussieerde en polemiseerde. Voor Merkel zelf begon de lange afdaling.


    5. Trump

    ‘I love her.’ 

    – De toenmalige president van de VS Donald Trump bij de NAVO-top in 2018

    Niet Poetin was voor Merkel de grootste crime in de persoonlijke omgang, en Seehofer ook niet. Deze rol was weggelegd voor Donald Trump: een derderangsintellect, een wild temperament. Hij was haar tegenpool: irrationeel, zonder scrupules, en ijdel op het belachelijke af.

    Toen hij in 2016 tot president van de VS werd gekozen, was dat een dieptepunt in de crisis van de liberale democratie. Een verachter van het systeem veroverde met populisme en nationalisme de topfunctie in dat systeem. Hij was de laatste hoop van de Amerikanen die zich gemarginaliseerd voelden. Vervolgens viel hij vooral op door de vuiligheid die hij via Twitter de wereld in blies. 

    Dat verhief Merkel in veler ogen voor korte tijd tot aanvoerster van het liberale Westen. 

    Zijzelf wees deze promotie, als ze daarmee werd geconfronteerd, af met een van haar gezichten vol onbegrip – en terecht. Duitsland was te klein om deze rol een basis te verschaffen, en de leider van een verenigd Europa was Merkel niet geworden.

    Thuis moest ze de liberale democratie zelfs verdedigen tegen islamitische terreur en rechtsextremistische aanslagen in Halle en in Hanau.

    Toen de Thüringer Landtag in februari 2020 een FDP-politicus met stemmen van de AfD tot deelstaatpremier koos, was dat een klap voor de grote consensus van de bondsrepubliek: dat niets wat herinnert aan de tijd van het nationaalsocialisme bestaansrecht heeft. Merkel noemde de verkiezing ‘onvergeeflijk’, de uitkomst zou ‘ongedaan gemaakt’ moeten worden, zei ze ook met het oog op de Thüringer CDU, die zich niet stevig van de AfD distantieerde. Dit werd gezien als inmenging in de belangen van een bondsland en was daarom omstreden, maar evengoed was het wel Merkels beste daad voor de liberale democratie in Duitsland. Overigens toonde ze zich op dit gebied wankel.

    Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd

    Haar strategie van de ‘asymmetrische demobilisering’ blijft haar onvergeeflijke zonde tegen de democratie. In meerdere verkiezingen trok Merkel door het land als een zandmannetje en verspreidde een slaperige stemming. Lakse aanhangers van andere partijen moesten vooral geen reden zien om naar de stembus te gaan om zo Merkels herverkiezing te voorkomen. Ze was lief voor bijna iedereen en drukte daarmee de opkomstcijfers tot historische dieptepunten.

    Dat verkiezingen een feest voor de democratie moeten zijn, daar had ze geen gevoel voor. Een feest van strijd, maar ze hield niet van openlijke strijd. Ze wilde niet inzien dat een democratie deze brandstof nodig heeft bij het zoeken naar de beste oplossingen.

    Merkel heeft een grote hartstocht voor de vrijheid, maar niet voor het wezen van de democratie, die ze eerder met haar intellect bezag, op een instrumentele manier. Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd.

    Merkel had niet alleen tot Erdogan een ambivalente verhouding, maar ook tot Viktor Orbán, die in Hongarije een illiberale democratie heeft gevestigd. Lange tijd trad ze niet vastberaden tegen hem op, omdat zijn Fidesz net als de CDU deel uitmaakte van de Europese Volkspartij in het Europees parlement. Ze had hem nodig als deel van haar eigen kamp. Ook hier gaf berekening de doorslag. Het nutsprincipe werd bij Merkel nauwelijks gehinderd door diepe overtuigingen.

    Wat Trump betreft vond ze de meeste van zijn opvattingen beslist ook afschuwelijk, maar meer nog hekelde ze het irrationele, onberekenbare. Daarom voelde ze zich meer verbonden met de Chinese president dan met de Amerikaanse. Wie haar in de loop van haar ambtsperiode over China hoorde spreken, constateerde een groeiend begrip voor de collega’s in Beijing, die hun reusachtige rijk autoritair regeren. Merkel kon zich verplaatsen in hun rationaliteit. 

    Dit is een nadeel van lange regeringsperioden: men gaat steeds meer executief denken, men voelt zich deel van een internationale clan die iets voor elkaar moet krijgen. In een democratie komt het echter niet alleen op het resultaat aan, maar ook op het proces dat tot die resultaten leidt. Daar heeft Merkel te weinig rekening mee gehouden. Een groot democraat was ze om deze redenen niet.


    6. De klimaatcrisis

    ‘Het gaat om de grondslagen van het leven van de generaties die na ons komen. Wij weten dat we nu moeten handelen.’ 

    – Merkel bij de VN klimaatconferentie van 2015 in Parijs

    Na een VN-rapport over de dramatische gevolgen van hogere temperaturen verplicht Merkel de EU in maart 2007 om bindende klimaatdoelen te stellen. In juni dat jaar, bij de G8-top in Heiligendam, overtuigt ze de Amerikaanse president George W. Busch om de klimaatpolitiek in VN-verband te voeren, en reist in augustus naar Groenland, waar zij zich in een rood jack vermanend en schilderachtig laat fotograferen voor de witte, smeltende gletsjers. Merkel, zo lijkt het, heeft haar thema gevonden. Enthousiasme: Duitsland heeft een klimaatkanselier.

    In deze zes maanden van het jaar 2007 legde Merkel het fundament voor een groot kanselierschap. Sluit even de ogen en stel je voor hoe zij en Duitsland ervoor zouden staan als ze sindsdien een consequente klimaatpolitiek had gevoerd.

    Maar dat heeft ze niet gedaan.

    Vanaf 2009 of al eerder wilde ze zich niet meer zo veel met dit thema bezighouden. De financiële crisis verminderde de welvaart, Merkel wilde de burgers niet nog meer belasten. De partijen waarmee ze al die jaren regeerde hadden toch al geen diep gevoel voor klimaatbescherming ontwikkeld, noch CDU en CSU, noch de FDP en de SPD. En de kanselier hield zich aan haar eigen uitspraak: ‘Politiek is wat mogelijk is.’

    De onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten

    Dat zijn woorden zonder enig temperament, koud en levenloos als diepgevroren vissticks. Dat is naakt pragmatisme.

    Politiek is echter ook de opdracht om datgene waarin je gelooft mogelijk te maken. Maar niet voor Merkel, die vooral herkozen wilde worden en daarom ook in de klimaatkwestie het eigen project en de enthousiastelingen in de steek liet. Als opperlobbyist van de Duitse auto-industrie streed ze in Brussel voor een afzwakking van de geplande grenswaarden voor de CO2-uitstoot.

    Maar aan het klimaatthema kon ze tijdens haar langdurige kanselierschap niet ontkomen. In 2019 dook het weer volop op omdat scholieren, ‘de generaties die na ons komen’, het vertrouwen in de politiek verloren hadden en naar het voorbeeld van de Zweedse Greta Thunberg demonstreerden voor een consequente klimaatpolitiek.

    Wat volgde was een bizarre, nauwelijks navolgbare vloed van steeds nieuwe klimaatdoelen voor Duitsland en de EU. ‘Kletskoek’ was niet meer genoeg, bitste de kanselier in 2019 in een fractievergadering van de CDU, waarmee ze onbewust ook een oordeel over haar eigen politiek uitsprak. Ze heeft zeker meer gedaan dan veel collega’s in andere landen, maar het was gewoon niet genoeg, zoals ze later zelf inzag. Dit falen werd zelfs door het Duitse constitutioneel gerechtshof bevestigd, dat de klimaatpolitiek tot dan toe in het voorjaar van 2021 als te laks, en daarmee in strijd met de grondwet brandmerkte. Een diepe val voor de klimaatkanselier van weleer.

    In de laatste maanden van haar ambtsperiode moest ze nog beleven hoe het spook ook werkelijkheid werd in Duitsland, waar de klimaatverandering zich tot dan toe meestal ongemerkt had voltrokken. Nu vernietigde die in de vorm van stortregens het bestaan en het leven van mensen.

    Ook al was het Merkel als voormalige wetenschapper steeds duidelijk wat er gebeurde, de onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten. Voor haar opvolger zal dat niet meer mogelijk zijn.


    7. De pandemie

    ‘Het is serieus. Neem het ook serieus.’ 

    – Merkel in een tv-toespraak op 18 maart 2020

    Het ergste kwam aan het eind, de zevende grote crisis van haar ambtsperiode: de gesel van de mensheid, corona. Als iemand die precies weet wat een exponentiële ontwikkeling is, leek ze daarvoor heel goed uitgerust. En ook als iemand die haar zenuwen de baas is, als de meest ervaren toppolitica ter wereld.

    Zoals vele anderen vond Merkel maar langzaam haar weg in de crisis, een mondkapjesplicht wees ze aanvankelijk af, maar daarna leidde ze Duitsland omzichtig door de eerste golf. Bescherming van het leven plaatste ze boven de vrijheid zonder een coronadictatuur op te tuigen, zoals beweerd werd in de rechtse, ‘dwarsdenkende’ hoek. Deze periode behoort tot de sterkste van haar kanselierschap, ook omdat Merkel communicatiever was dan gewoonlijk en haar bureaucratische grondtoon afzwakte, zo nu en dan een zorgzame indruk wekte. Ze gaf zelfs de tip de mondkapjes heet te strijken, zodat ze effectief blijven.

    Maar covid-19 liet zich er niet onder krijgen. En hoe langer de strijd duurde, hoe zwakker de indruk was die de kanselier maakte. Deels verbazingwekkend zwak. Het lukte haar nauwelijks nog om haar ideeën voor een voorzichtige pandemiepolitiek in de kring van deelstaatpremiers erdoor te krijgen.

    Dat was als het ware de finale pointe: de vrouw die juist zo succesvol was geweest in het bedrijven van machtspolitiek, die al haar rivalen had uitgezeten of uitgeschakeld, die zich nauwelijks door haar eigen overtuigingen liet hinderen, waardoor ze zich van compromis naar compromis voort kon slingeren, deze vrouw ontbrak het in de zwaarste weken en maanden van de bondsrepubliek aan de macht om goed te kunnen regeren.

    Nu was ze een lame duck, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde

    Dat had veel te maken met haar grootste vergissing. In het moeilijke jaar 2018, toen de ruzies met Horst Lorenz Seehofer [bondsminister van Binnenlandse Zaken en Heimat] bijzonder onaangenaam waren, toen de CDU bij landelijke verkiezingen veel stemmen verloor, gaf Merkel het voorzitterschap van de CDU op. Dit was een nogal zeldzaam geval van egoïstisch aftreden: ze wilde haar kanselierschap daarmee redden.

    Hier zou een compleet aftreden consequent zijn geweest. Nu was ze een ‘lame duck’, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde. Juist de deelstaatpremiers van de CDU lieten zich nauwelijks nog door haar leiden. Het systeem-Merkel is op z’n laatst in de herfst van 2020 ingestort. Het gevolg was een wirwar van maatregelen die niemand kon overtuigen.

    Merkel werd nerveus, toonde soms een onrustige, norse gemoedstoestand, schimpte bij de parlementszittingen, liet gedachten aan aftreden doorschemeren, zonder dat die gevolg kregen. De soevereiniteit was weg. Ook haar omzichtigheid was ze kwijt. Ze liet de kans lopen om zich vroegtijdig met man en macht in te zetten voor een vaccinatiestrategie.

    Bovendien werden nalatigheden uit haar lange ambtsperiode zichtbaar. De bondsrepubliek bleek een ouderwets land dat te weinig aan digitalisering had gedaan. Vooral de scholen lijden daar nog altijd onder.

    Niettemin staat de bondsrepubliek er qua corona internationaal gezien helemaal niet zo slecht voor. We kunnen daar tevreden mee zijn, maar we kunnen ook zeggen dat het beter had kunnen en had móéten verlopen, zodat er minder mensen aan zouden sterven.

    En opnieuw geldt: wat er misging is niet alleen aan Merkel toe te schrijven, maar ook aan de politiek als geheel, de structuren en de stellingnames in het land. Maar zij was zestien jaar lang bondskanselier, ze heeft enorm veel gedaan om de macht te veroveren, te vergroten, te verdedigen. Wat er aan de hand was en is, heeft vanzelfsprekend veel te maken met wat zij wel en niet heeft gedaan.


    Een groot kanselier? 

     ‘Wat je mist, merk je pas als je het niet meer hebt.’ 

    – Merkel op 22 juli 2021 bij de nationale persconferentie

    Dit zei Merkel op de vraag wat ze na deze laatste persconferentie zou missen.

    Natuurlijk waren er niet alleen slechte ontwikkelingen tijdens haar kanselierschap. De Duitse economie toonde zich robuust, de werkloosheid bleef relatief laag, ondanks zware tegenslagen als gevolg van de kredietcrisis en de coronacrisis. Dat is veel waard.

    De grootste moderniseringsslag werd gemaakt in haar eerste ambtstermijn, met wetten die de combinatie kind en carrière voor vrouwen gemakkelijker maakten en hun onafhankelijkheid versterkten, met oudergeld, met de uitbreiding van kinderdagverblijven, met een nieuw scheidingsrecht dat de vaak levenslange alimentatie afschafte om vrouwen te motiveren een beroep uit te oefenen. Dat alles droeg ertoe bij de verhouding tussen mannen en vrouwen in een nieuwe balans te brengen. Deze of gene man zal misschien met gemengde gevoelens terugdenken aan deze bondskanselier wanneer hij krachtige vrouwelijke concurrentie ondervindt in zijn beroep, maar de vrouwen en de maatschappij als geheel heeft Merkel een grote dienst bewezen.

    Al met al verdient haar tijdperk toch veeleer de titel van een status quo-kanselierschap. Ondanks de crises en de catastrofes staat Duitsland er tamelijk goed voor, de welvaart werd over het geheel genomen gehandhaafd. Bij alle crises mag niet vergeten worden dat de meeste Duitsers in al die jaren van Merkels kanselierschap naar verhouding een goed leven hadden.

    In haar balans valt op dat zij, de kanselier van de CDU, geen echt conservatief programma had. Met haar politiek voor mensenrechten, vluchtelingen en klimaatbescherming enthousiasmeerde ze vooral mensen uit het andere kamp. Maar geen van deze projecten hield ze vol. Wat bij haar groot begon, eindigde bijna steeds in kleinmoedigheid. Het ontbrak het intellect meestal aan een temperament dat haar aanspoorde om vol te houden.

    Zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes

    Bij de grote internationale thema’s valt weinig goeds te vermelden. De toestand van de EU, de toestand van het westen, de positie van de liberale democratie in de wereld, het klimaat – op deze belangrijke gebieden ziet het er nu slechter uit dan zestien jaar geleden. Merkel maakte deel uit van een internationaal leiderscollectief dat deze ontwikkelingen niet kon tegengaan.

    De ware consequenties staan ons nog te wachten: China’s dominantie in grote delen van de wereld, een leven met steeds drastischer gevolgen van de klimaatverandering, een Europa dat uiteenvalt in een liberaal en een illiberaal deel, nieuwe vluchtelingenstromen door onopgeloste conflicten overal ter wereld. Vergeleken daarmee zou het tijdperk-Merkel nog wel eens als een prettige tijd kunnen gelden, als de toestand die we missen.

    En zijzelf? Toen Merkel kanselier werd, was de vraag vooral wat een vrouw anders zou gaan doen. Wat echt anders was, in vergelijking met bijna al haar voorgangers: zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes. Ze komt in 2021 niet heel anders uit het kanselierschap tevoorschijn dan ze er in 2005 aan begonnen is, afgezien van de slijtage na zestien jaar zwoegen.

    Haar eigenheid, die huiselijke pruimentaartbakkerij tussen twee telefoongesprekken over wereldpolitiek door, heeft bijgedragen aan haar doorgaans grote populariteit. Soms maakte ze een koddige indruk met haar oncontroleerbare mimiek, maar niemand zou daardoor op het idee komen haar niet serieus te nemen. Wat de serieuze, onvermoeibare uitoefening van haar ambt betreft heeft Merkel een hoge standaard neergezet.

    Toch blijft er uiteindelijk een gevoel van teleurstelling over. Toen eind 1989 de muur openging, kwam er een vrouw naar het Westen die ongemeen nieuwsgierig was, die een wakkere blik op de wereld wierp. Die heeft ze tot op heden behouden.

    Nieuwsgierigheid is de belangrijkste voorwaarde voor kennis. Je moet willen leren, je moet begerig zijn naar nieuwe kennis, nieuwe gedachten, ook van jezelf.

    Bij Merkel is dat het geval, en daarom was het meestal interessant om met haar te praten. Wat kennis en gedachten aangaat, was ze meestal goed op de hoogte van de problemen waarmee zij, Duitsland en de wereld te maken hadden. Dat grote voordeel van haar persoonlijkheid heeft ze te weinig benut.

    Een lichtgestalte met schaduwzijden.

  • Chili erkent neurorechten om burgers te beschermen tegen kunstmatige intelligentie

    Chili erkent neurorechten om burgers te beschermen tegen kunstmatige intelligentie

    Chili is het eerste land ter wereld dat in zijn grondwet opneemt dat iemands mentale identiteit niet mag worden gemanipuleerd. De drijvende kracht achter dit initiatief is neurowetenschapper Rafael Yuste: ‘We moeten voorkomen dat zich herhaalt wat met sociale media is gebeurd.’

    Eind augustus stelde Elon Musk ons de biggen Joyce, Dorothy en Gertrude voor. In het bijzin van een klein groepje toeschouwers tijdens een evenement in San Francisco, kwamen de eerste twee snel naar hem toegerend toen hij ze riep. Maar de laatste kwam iets later uit het hok dan verwacht en de Zuid-Afrikaanse goeroe moest zijn toevlucht nemen tot het afgezaagde ‘dat heb je met een live-uitzending’.

    De presentatie werd wereldwijd uitgezonden alsof het om een raketlancering ging. Toen de varkentjes eindelijk voor de camera stonden, kon Musk opgelucht ademhalen en uitleggen waarom ze daar waren. Ze waren er niet als hoofdpersonen van een kindersprookje, eerder als die uit een sciencefictionverhaal. Het evenement werd georganiseerd door NeuraLink, het neurotechnologiebedrijf dat de baas van SpaceX en Tesla heeft opgericht. En Gertrude, de bijzonderste van de drie, was het testvarkentje.

    Een paar maanden daarvoor was bij haar een chip geïmplanteerd die een deel van de hersensignalen registreerde die van en naar haar snuit gaan. Toen ze overal begon te snuffelen, begon halverwege de uitzending een apparaat te piepen. Musk noemde deze gadget een ‘brein-fitbit’. Hiermee maakte hij duidelijk dat hij op weg was een van zijn toekomstdromen waar te maken: het menselijke brein met een computer verbinden zonder dat er bedrading voor nodig is. In techjargon heet dat een ‘brain-computer interface’.

    ‘Op dat moment beseften we dat de situatie urgent werd,’ verklaart de Chileense senator Guido Girardi. Hij kwam meteen in actie.

    Met neurotechnologie kunnen nu al emoties, gevoelens en zelfs het onderbewustzijn worden uitgelezen

    En daardoor staat zijn land nu op het punt om als eerste ter wereld neurorechten te gaan erkennen en te reguleren. We hebben het hier over een baanbrekend wettelijk kader waarin wordt bepaald dat mentale integriteit niet manipuleerbaar is en waarin die wordt beschermd tegen de opmars van kunstmatige intelligentie en andere nieuwe technologieën. Dit wetsvoorstel wordt ook gevolgd door de Verenigde Naties en de techreuzen in Silicon Valley. Binnenkort wordt het geratificeerd door het Lagerhuis van het Zuid-Amerikaanse land nadat het in het Chileense Hogerhuis al unaniem was aangenomen.

    De bescherming van deze ‘nieuwe mensenrechten’, zoals Girardi ze noemt, heeft de steun van het complete Chileense parlement en wordt vastgelegd in de hervorming van de grondwet en een speciale wet met vijf grondbeginselen: het recht op geestelijke privacy, persoonlijke identiteit, vrije wil, gelijke toegang tot technieken voor ‘mentale verbetering’ en bescherming tegen vooringenomenheid en discriminatie door algoritmen. Bovendien worden in deze wet de neurale gegevens van ieder mens gelijkgesteld aan een orgaan: zonder dat er een leven mee kan worden gered en zonder uitdrukkelijke toestemming, mogen ze niet worden verhandeld. Wie er munt uit wil slaan, riskeert zware strafrechtelijke sancties.

    Menselijke maat

    Girardi is arts van beroep en zegt dat hij zich op dit vlak heeft laten inspireren door de Spaanse orgaantransplantatiewet. Hij waarschuwt met klem dat het nodig is om in actie te komen voordat sensoren zoals die van Neuralink op industriële schaal worden gefabriceerd en voor gebruikers net zo gemakkelijk verkrijgbaar zijn als de nieuwste generatie smartphones. Sinds een paar maanden brengt het bedrijf Hyperfine bijvoorbeeld een draagbare MRI-scanner op de markt waarmee hersenbeschadiging bij kinderen kan worden gediagnosticeerd. Dat kan zijn nut bewijzen bij zorginstellingen met weinig apparatuur.

    Guido Girardi CC 2
    De Chileense senator Guido Girardi. – © Wikimedia Commons

    ‘Democratische instituties en regelgeving lopen altijd achter wat betreft de bescherming van de menselijke maat, vooral in deze wereld die steeds verder versnelt. Bij dit soort processen is consensus nodig en dus verlopen ze altijd traag,’ aldus de woordvoerder van de sociaaldemocratische oppositiepartij PPD. ‘Maar technologische processen verlopen juist in een razend tempo en daarom moeten we dit er nu doorheen krijgen, later heeft het geen zin meer.’

    En hij waarschuwt: ‘Met neurotechnologie kun je nu al emoties, gevoelens en zelfs het onderbewustzijn uitlezen. En op basis daarvan kunnen gedachten en levensverhalen worden bedacht en weer worden teruggestopt in de hersenen. En dan weet je niet of die echt van jou zijn of dat die met een ander belang zijn gecreëerd. Dat brengt een enorm groot risico voor je beslissingsbevoegdheid met zich mee.’

    Tegen wie moeten we ons eigenlijk beschermen: de internetgiganten, de regering, hackers? Onszelf?

    De afgelopen jaren hebben behalve Musk, ook tycoons als Mark Zuckerberg (Facebook/CTRL-Labs) en Bryan Johnson (Braintree/Kernel) plannen aangekondigd om de connectiviteit van het menselijk brein te verbeteren en zelfs te herstellen met behulp van neurotechnologie. En ook bij Microsoft, IBM en Google zitten ze niet stil. Het zijn projecten die van een afstandje bekeken iets weg hebben van het Wilde Westen. ‘Er is wel gezegd dat we in een tijd zitten die te vergelijken is met de goudkoorts, alleen is dit vele malen complexer. Hier zijn ideologische actoren aan het werk die alle macht willen vergaren,’ waarschuwt Girardi.

    Zitten we misschien al middenin een Black Mirror-aflevering? Is de voortgang van de neurotechnologie dan echt zo eng als in de jaren vijftig de ontwikkeling van de kernenergie leek? En tegen wie moeten we ons eigenlijk beschermen: de internetgiganten, de regering, hackers? Of misschien wel tegen onszelf?

    Een dystopische connotatie dringt zich op (letterlijk en figuurlijk): in China zijn in 2019 op scholen in de provincie Zhejiang hoofdbanden ingevoerd die de aandachtsspanne van leerlingen meten. De leraar krijgt een seintje in de kleuren van een stoplicht. De paradox is dat deze hoofdband — of eentje die erop lijkt — iemand met amputaties of die verlamd is levensreddende ondersteuning kan bieden. Wetenschappers van de Amerikaanse universiteiten Stanford, Brown en Harvard hebben dat onlangs aangetoond.

    ‘We moeten naar de toekomst kijken om mogelijk schadelijk gebruik vóór te zijn’

    ‘Neurotechnologie kan de mensheid op drie terreinen helpen: de wetenschap omdat die ons kan helpen begrijpen hoe de hersenen werken en ontdekken wat een menselijk wezen eigenlijk is, de gezondheidszorg om patiënten met neurologische en geestesziekten te ondersteunen, en de economie,’ aldus Rafael Yuste, neurowetenschapper en hoogleraar aan de universiteit van Columbia (VS). ‘Voor elke negatieve toepassing zijn er negen positieve. Wat we moeten doen is naar de toekomst kijken om mogelijk schadelijk gebruik vóór te zijn. We moeten voorkomen wat er met sociale media is gebeurd, waarbij de technologiewereld zomaar in het diepe is gesprongen. Tien jaar later moeten we met veel spijt toegeven dat de spelregels zijn veranderd.’

    Rafael Yuste CC
    De Spaanse neurowetenschapper Rafael Yuste. – © Wikimedia Commons

    Yuste is de Spaanse onderzoeker die president Obama er in 2013 van overtuigde dat het een goed idee was om 6 miljard dollar te spenderen aan het in kaart brengen van de hersenen. Hij is ook een van de belangrijkste adviseurs van het Chileense project. Een paar jaar geleden heeft Girardi hem uitgenodigd voor Congreso Futuro, het forum dat in tien jaar tijd is uitgegroeid tot het belangrijkste wetenschappelijke en intellectuele evenement van Latijns-Amerika. Daar zijn ze samen ‘s nachts onder de sterrenhemel in de Atacama-woestijn tot de conclusie gekomen dat er wettelijke en ethische grenzen moesten worden gesteld aan het gebruik van apparatuur waarmee het brein kan worden uitgelezen en beschreven.

    Zo begon Yuste, de geestelijk vader van het NeuroRights Initiative, die al een team van 25 deskundigen in neurowetenschappen, recht en ethiek (Morningside Group) om zich heen had verzameld, samen met Congreso Futuro met het leggen van de wetenschappelijke basis voor het wijzigen van de Chileense grondwet. Onlangs heeft Morningside hetzelfde voorstel voorgelegd aan de entourage van President Biden. ‘Hoewel we verontrustend waren door de acties van Trump, hebben we gemerkt dat de Amerikaanse regering hier belangstelling voor heeft,’ vertelt Yuste.

    Zijn doel is enerzijds dat neurorechten worden opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en anderzijds dat neurotechnologen bereid zijn een eed af te leggen in de trant van Hippocrates. De Spaanse regering overweegt dit op te nemen in de Estrategia Nacional de Inteligencia Artificial (nationale strategie voor kunstmatige intelligentie) die ze momenteel aan het voorbereiden zijn.

    Vreemde gedragingen

    De Canadese filosoof Frederic Gilbert is bio-ethicus, geeft les aan de universiteit van Tasmanië (Australië) en bestudeert het beleid bij klinische en experimentele proeven op mensen, waaronder bij invasieve hersenchirurgie. Hij geeft toe ‘een beetje sceptisch’ te zijn over het inpassen van neurorechten in het VN-kader en vestigt liever de aandacht op de ‘schijn van controle’ die ze pretenderen. ‘Jij hebt natuurlijk een smartphone. Kun je één dag zonder? Merk je dat je hem steeds nodig denkt te hebben, ook als hij niet binnen handbereik is? En dan hebben we het hier niet over iets wat in je hoofd zit, maar je in je hand hebt.’

    Bij bijna alle patiënten bij wie een apparaatje was geïmplanteerd, bleek diepe hersenstimulatie heilzaam. Maar af en toe waren er meldingen van vreemde gedragingen als hypomanie of hyperseksualiteit. The New Yorker meldde enkele weken geleden bovendien dat bij 65 procent van deze mensen hun huwelijk of relatie was stukgelopen en dat ongeveer evenveel mensen met hun opleiding wilden stoppen. Kunnen dit soort ontwikkelingen in de toekomst ook plaatsvinden bij gebruik van technologie die nu wordt ontwikkeld? ‘Dat is een reële mogelijkheid,’ zegt Gilbert. ‘Zelfs al werkt het duurste en meest geavanceerde apparaat van Elon Musk nog zo goed, dat betekent nog niet dat de patiënt er ook baat bij heeft.’

    Het is bijna een kwart eeuw geleden dat de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) het gebruik van een apparaatje goedkeurde voor diepe hersenstimulatie tegen essentiële tremor en de ziekte van Parkinson in een vergevorderd stadium. Nu zijn er wereldwijd naar schatting minimaal 200.000 mensen met een of ander hersenimplantaat, bijvoorbeeld een Cochlear-implantaat voor mensen met hoorproblemen. Maar op de drempel van een nieuw tijdperk van bovenmenselijke kwaliteiten, moet je je afvragen wat de gevolgen zijn van het gebruik van neurotechnologie zonder doktersrecept.

    ‘Zoals tijdens corona een commissie besliste wie het eerst moest worden ingeënt, zou je kunnen beslissen wie het eerst aan de beurt is voor verbeterde cognitie’

    Yuste pleit ervoor de toegang tot neurotechnologie niet alleen een persoonlijke keuze te laten zijn, maar ook voor te leggen aan een ethisch panel bestaande uit artsen en vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld. Of dat er in ieder geval een of ander filter wordt ingesteld. ‘Zou ik bereid zijn vrijwillig een implantaat te nemen zonder dat er sprake is van een geestesziekte?’ vraagt hij zich af. ‘In dat geval zou ik de aanbevelingen van zo’n panel voetstoots aannemen. Zoals tijdens de coronapandemie een commissie besliste wie het eerst moest worden ingeënt, zou je met dit systeem kunnen beslissen wie het eerst aan de beurt is voor verbeterde cognitie.’

    Maar aan de andere kant van de Atlantische Oceaan toont Girardi zich bezorgder. ‘Zo zou een heuse kaste van ‘augmented’ menselijke wezens kunnen worden gegeneerd. Als je IQ 10 punten hoger is dan het gemiddelde, leef je langer, ben je gelukkiger, heb je minder last van ziektes, heb je meer geld, en ga zo maar door. Dat is wetenschappelijk aangetoond. Bij iemand met een IQ van 200 punten meer, wordt die kloof maatschappelijk gezien onoverbrugbaar,’ aldus Girardi. Als lid van het Hogerhuis is hij in zijn land ook de drijvende kracht achter de levensmiddelenwet en -etikettering waarop wordt gewaarschuwd voor een te hoog zout-, suiker- en verzadigd vetgehalte (te vergelijken met de Europese Nutri-Score).

    ‘Weet u of er multinationals zijn die uw project willen stilleggen of laten ontsporen? Hoe verdedigt u het wetgevingskader als het onder druk komt te staan?’ vroegen we hem.

    ’De voedingswaarde-etikettering erdoor krijgen bij frisdrankconsortia en andere grote bedrijven, was veel ingewikkelder. Ferrero zei dat ze ons bij de WTO zouden aanklagen en Nestlé bedreigt ons nu nog steeds. Maar we begrijpen dat ook dit niet gemakkelijk zal zijn’, luidde zijn antwoord.

    Wat zijn de vijf neurorechten?

    De groep wetenschappers onder leiding van Rafael Yuste dringt aan op het opnemen van vijf nieuwe rechten in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die in 1948 door de Verenigde Naties is opgesteld:

    1. Het recht op geestelijke privacy. Hierin wordt bepaald dat informatie die wordt verzameld met neurotechnologische hulpmiddelen die interactie hebben met de hersenen (neurogegevens), even vertrouwelijk moet worden behandeld als informatie verkregen uit orgaantransplantaties.

    2. Het recht op persoonlijke identiteit. Dit beoogt het besef van het ik — de essentie van elk individu — te beschermen tegen elk gebruik van chips, sensoren en andere neurotechnologische apparatuur die hersenactiviteiten kunnen wijzigen.

    3. Het recht op vrije wil. Dit is nauw verwant aan het vorige punt en wil het vermogen van een mens om beslissingen te nemen — ‘agency’ genoemd in de psychologie — beschermen tegen hersenstimulatietechnieken met een massaal bereik.

    4. Het recht op gelijke toegang tot technieken voor ‘mentale verbetering’. ‘We leven in een wereld waarin mobiele apparatuur onze cognitieve vermogens al heeft verbeterd. Je komt bijvoorbeeld in een stad waar je nog nooit bent geweest, zet je smartphone aan en met GPS weet je dan misschien zelfs nog beter de weg dan een stadsbewoner,’ licht Yuste toe. ‘Door de overstap van dit soort technologie van je hand naar je brein, zou een mensheid van twee snelheden kunnen ontstaan. Met dit recht kunnen we voorkomen dat ongelijkheid tussen personen die zich de toegang tot dit soort instrumenten al dan niet kunnen veroorloven, ontaart in een sociale kloof. Een ethisch panel van artsen en vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld zou kunnen beslissen wie zich wel en niet cognitief mag verbeteren.’

    5. Het recht op bescherming tegen vooringenomenheid en discriminatie door algoritmen. Deze regel moet ervoor zorgen dat het gebruik van algoritmen in het menselijk brein niet leidt tot vooringenomenheid, zoals we bij het gebruik van sociale netwerken hebben gezien.

  • Jonge lhbt’ers worden in Polen vermorzeld door de jeugdpsychiatrie

    Jonge lhbt’ers worden in Polen vermorzeld door de jeugdpsychiatrie

    Twee Poolse tieners ontmoeten elkaar op de psychiatrische afdeling van het kinderziekenhuis en sluiten een innige vriendschap. In een lhbti-vijandige omgeving vinden ze steun bij elkaar. Een verhaal over het falende Poolse jeugdzorgbeleid, en hoe lhbti-jongeren tot wanhoop worden gedreven in een intolerant klimaat.

    Janusz Schwertner ontving voor dit artikel de Distinguished Reporting Award van de European Press Prize 2021.

    De erfenis van Wiktor

    Janusz Schwertner vertelt het verhaal van Wiktor, een 14-jarige transgender jongen die, onder invloed van vervolging, transfobie, homofobie en de ineenstorting van de Poolse kinderpsychiatrie, zelfmoord pleegde. Het artikel veroorzaakte een storm in Polen. Het bracht een debat op gang over kinderpsychiatrie, verschrikkelijke statistieken over zelfmoord door kinderen in Polen en homofobie. Gedurende enkele weken werd het onderwerp door alle media in Polen opgepakt. Wiktor werd een van de symbolen van de slachtoffers van de anti-lhbti-campagne in Polen.

    Deze reportage vormde de inspiratie voor het boek Littekens. Hoe de jeugdpsychiatrie onze kinderen vernielt.

    De keuze van eindredacteur Joep Harmsen

    ‘Het verhaal van Wiktor is aangrijpend en Janusz Schwertner heeft het op een invoelende manier opgeschreven, waardoor het een van de stukken is dat mij dit jaar het meest heeft geraakt. Geen wonder dat Janusz Schwertner voor dit artikel de Distinguished Reporting Award van de European Press Prize 2021 ontving. Het is geen lichte kost of feel good, maar een weergave van de harde realiteit waarmee lhbti-jongeren in Polen, een land met “lhbti-vrije zones”, mee te maken hebben.’

    Praten over (gedachten aan) zelfdoding of hulp op dit gebied? Bel 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113 of neem contact op via 113.nl

    17 april 2019

    Warschau, metrohalte Centrum. Bewakingscamera’s volgen alle bewegingen van de metropassagiers.

    Op de beelden is te zien hoe een jongen zorgvuldig de veters van zijn ene schoen strikt, dan die van de andere, om zich heen kijkt, tot hij een naderende metro ziet waarna hij rustig voor de aanstormende wagon springt.

    De wielen van de metro verbrijzelen zijn halswervels, bekken, milt, onderkaak, verscheuren zijn longen.

    Daarop verzamelt zich een menigte kijkers, komt er een ambulance die hem naar het ziekenhuis brengt, politie en andere hulpdiensten. Na twee uur is de situatie op het station weer onder controle. In het ziekenhuis vecht de jongen voor zijn leven.

    Hij heet Wiktor.

    14 mei 2019

    Nog geen maand later registreren de bewakingscamera’s het vreemde gedrag van een andere jongen.

    Kacper loopt op sokken door metrostation Wilanowska. Overeenkomstig hun instructies moeten de metrobestuurders uiterst voorzichtig zijn en alle stations in Warschau zeer langzaam binnenrijden. Ze weten dat de jongen Wiktor kende en dat hij ook voor de metro kan springen.

    Uiteindelijk vinden politieagenten de wandelende jongen. Ze lopen op hem af en verlaten samen het metrostation.

    ‘Hoe hebben die twee elkaar leren kennen?’

    ‘In het Żwirki, enkele maanden eerder,’ zegt de moeder van Kacper. ‘Daar trokken ze erg met elkaar op. En toen ze eruit kwamen, waren ze al onafscheidelijk.’

    Het Żwirki is het kinderziekenhuis bij de Żwirki i Wigurystraat in Warschau.

    September 2017 – Wiktoria

    Twee jaar eerder was Wiktor nog Wiktoria, ze is 13 jaar en is net begonnen op haar nieuwe school. Ze moet wel, na een reorganisatie op haar vroegere basisschool is er geen klas 7 en 8 meer [in Polen gaan kinderen vanaf zevende naar de basisschool die in totaal acht jaar duurt].

    Wiktoria is het gevoelige type, ze is artistiek aangelegd. In de pauzes maakt ze geen snapchats en kliert ze niet met andere kinderen, maar leest ze boeken. Onder de les tekent ze manga’s. In haar vrije tijd monteert ze anime. Van jongs af aan hoort ze ‘Hoe is ‘t, mangamuts?’. Om de haverklap ziet ze spottende lachjes.

    Tegen haar moeder zegt ze dat ze niet weer van school wil veranderen en het op de een of andere manier wel volhoudt. Maar tegen een vriendin zegt ze aan het eind van het schooljaar dat ze zelfmoord wil plegen.

    September 2017 – Kacper

    Kacper heeft dezelfde eigenschappen als Wiktor, die niet erg in zwang zijn in deze tijden: breekbaar en gevoelig. Dat vertelt zijn moeder Agnieszka tenminste later over hem.

    Hij is ook dol op manga’s. Hij houdt niet van voetbal, maar van knutselen. Hij heeft lang haar, lange wimpers, blauwe ogen en beweegt zich anders dan de meeste jongens. Voor zijn klasgenoten is hij de ideale pispaal. Temeer daar de klassenleraar volstrekt het tegendeel is: krachtig, behendig, doelgericht. Hij houdt ervan om de zwakheden van zijn leerlingen belachelijk te maken. Hier is geen plaats voor een jongen die niet van sport houdt.

    ‘Waarom kan uw zoon zich niet gewoon aanpassen aan de anderen?’

    Agnieszka weet nog nog goed het moment dat ze de verandering in zijn gedrag merkte. Ze was bang. Als ze vroeg hoe het ging op school, reageerde hij kortaf. Hij zei dat de kinderen van zijn klas hem uitlachten en hem treiterden. Wat er precies gebeurde vertelt hij haar pas enkele maanden later.

    Zelf gaat ze in die tijd regelmatig langs bij de klassenleraar. Ze vraagt hem om een reactie. Hij is verbaast. Hij klaagt dat Kacper niet met de jongens wil voetballen. Een keer vraagt hij haar ronduit: ‘Waarom kan uw zoon zich niet gewoon aanpassen aan de anderen?’

    Juni 2018 – Wiktoria

    Het ziekenhuis in Józefów, bij Warschau. Op het beddengoed zijn nog de sporen te zien van de vorige patiënt. Het is helemaal bezweet, zichtbaar vies, maar het ergst zijn toch de opgedroogde bloedvlekken, waardoor je geen moment kunt vergeten waar je bent.

    In dat bed moet je gaan liggen, in slaap vallen en weer wakker worden en op de een of andere manier je walging onderdrukken.

    Daglicht, je bent net wakker, je kunt de wanden van je kamer bekijken. Ze zijn volgekliederd met de meest uiteenlopende viltstiften. Er zijn opschriften te lezen als: ‘Morgen maak ik er een eind aan’, ‘Fuck life’, maar ook tekeningen, meestal pikken en galgen. En overal bloedsporen: oud en uitgesmeerd tot op het plafond.

    Uit enkele bedden steken stangen, waaraan je je gemakkelijk kunt verwonden. Ze zijn vuil, zitten vol ziektekiemen. Veel patiënten gebruiken ze om hun huid open te halen, op hun armen, hun benen, hun kuiten. Vandaar die met bloed bevlekte lakens en wanden.

    Het komt voor dat er twee of drie kinderen per bed zijn

    Eerst kom je langs de kamer van de verpleegsters. Het is net de receptie van een spoedafdeling. Ouders vullen formulieren in, kinderen geven hun spullen af. Wiktoria laat haar kettinkje, armbandje en horloge achter. Vandaar loopt ze via de gang naar haar kamer.

    Maar zo gaat het niet altijd. De afdeling is meestal overbezet. Het komt voor dat er twee of drie kinderen per bed zijn. Dan worden de kinderen – die na een zelfmoordpoging worden opgevangen – op matrassen gelegd. De matrassen liggen op de gang, zijn oud, vuil, vol scheuren en gaten. Met grijs tape worden ze bij elkaar gehouden. Sommige zijn te kort, er zijn kinderen die met hun benen op de vloer liggen.

    Als je verder loopt zie je afgekrabde muren, wrakke meubels en kasten met kapotte deurtjes. Het ruikt er muf. Kinderen dolen doelloos rond, vaak met verse snijwonden op hun armen of op andere plaatsen.

    Aan het eind van de gang is de badkamer, die jongens en meisjes delen. Je komt er via een nis, waarin zich deurloze douchecabines bevinden. Die worden amper bedekt door loshangende douchegordijnen. Om naar het toilet te gaan, moet je langs de douchecabines. Zelfs als kinderen elkaar niet onder de douche willen bekijken, doen ze dat onwillekeurig toch. Als ze zich wilde wassen, wachtte Wiktoria altijd tot haar moeder kwam. Die lette erop dat als zij onder de douche stond er geen andere kinderen keken.

    Zo ziet de afdeling jeugdpsychiatrie in Józefów bij Warschau eruit.

    Wiktoria is hier voor het eerst. Julka – de vriendin aan wie zij haar zelfmoordgedachten toevertrouwde – vertelde het aan de klasselerares. Die stelde de moeder van Wiktoria op de hoogte, en de schoolpsycholoog adviseerde een gesprek met een psychiater. Zo kwam Wiktoria in Józefów terecht.

    ‘Ik herinner me de eerste nacht. Ik was zo overstuur dat ik haar daar moest achterlaten, dat ik begon te huilen toen ik bij de auto kwam,’ vertelt Justyna, haar moeder.

    Juni 2018 – Kacper

    De klas vindt Kacper maar een ‘nicht’, ‘mangagek’, ‘Japanse homo’. Op een keer omsingelen ze hem, slepen hem naar de toiletten en duwen zijn hoofd in de wc-pot. Een andere keer trekken ze zijn broek uit waar andere kinderen bij zijn. Iedere dag gaat hij door een hel.

    Op een dag roepen de kinderen van zijn klas dat hij ‘bi’ is. Hij begrijpt het niet. Hij gaat naar zijn moeder en vraagt wat het betekent.

    In de loop der tijd begrijpt hij het steeds beter en verzet hij zich steeds heviger. Hij haalt wit-roze kleren uit de kast. Hij speldt zijn lange pony op, doet roze diadeems om zijn nek. Op een keer neemt hij een regenboogvlag mee naar huis. Hij begint zich te identificeren met de lhbt-beweging. Of hij zelf homo is, weet hij niet.

    Juni 2018 – Wiktoria

    Na een directe confrontatie met het ziekenhuis in Józefów zijn ouders vaak bang dat dat de situatie van hun kind alleen maar zal verergeren. Maar ze brengen hun kinderen er naartoe omdat ze geen andere keus hebben.

    Justyna haalt haar dochter na vier dagen op uit Józefów.

    Vlak daarvoor had Wiktoria haar opgebiecht dat ze bang was voor een van de jongens. De jongen rende over de hele afdeling, beukte met zijn hoofd tegen de wand, liep luid te vloeken. Hij sloeg andere kinderen met zijn vuist op de rug, schopte ze, schold de patiënten en de verpleegsters uit. Niemand deed er iets aan. Wiktoria durfde niet alleen niet naar de badkamer te gaan, maar ook niet naar de gemeenschapsruimte.

    ‘De kinderen renden over de gangen, sloegen elkaar, spuugden naar elkaar’

    ‘De omstandigheden waren onmenselijk. Het leek wel een horrorfilm,’ zegt Justyna. ‘De artsen hadden geen tijd, dus van hen kreeg ik niets te horen. Er waren alleen verpleegsters die zich nergens aan stoorden. De kinderen renden over de gangen, sloegen elkaar, spuugden naar elkaar,’ herinnert ze zich.

    Wiktoria had maar één gesprek met een psycholoog. Voor meer consultaties hadden de overwerkte artsen geen tijd. Ten slotte smeekte het meisje haar moeder haar mee te nemen naar huis. De arts vond het goed, hij beval psychotherapie aan buiten de afdeling.

    September 2018 – Kacper

    In het begin van de zevende klas maakt Kacper de eerste, voor anderen onzichtbare, sneetjes in zijn lichaam. Met een scheermesje snijdt hij zich in zijn liezen, de wonden maakt hij schoon met water. Hij trekt een broek aan, en gaat door met zijn leven.

    Op school snijdt hij zichzelf in de pauze op de wc met een opengeschroefde puntenslijper. De leraren laten een ambulance komen. Met zijn moeder gaat hij voor de eerste keer naar de psychiatrische afdeling van het Żwirki.

    Ze komen er om twaalf uur ’s middags aan en moeten acht uur wachten voor ze aan de beurt zijn. Daar verwondt Kacper zich opnieuw, nu in het toilet van het ziekenhuis. Agnieszka weet door te dringen tot de dienstdoende arts. Die spreidt machteloos zijn armen, hij heeft geen tijd voor een consult. Ze keren terug naar huis. Twee dagen later constateert een psychiater bij de jongen actieve zelfmoordgedachten, en dringt hij er bij hen op aan onmiddellijk naar Józefów te gaan.

    ‘Toen ik daar binnenkwam, bedacht ik dat je daar wel een film kon opnemen over psychiatrische inrichtingen in Belarus of Oekraïne in de jaren zestig van de vorige eeuw,’ zegt Agnieszka. Ze ziet er wat Justyna en Wiktor eerder zagen: uit elkaar vallende bedden, meubels, vieze lakens. Op veel plaatsen ziet ze wandluizen.

    Haar aandacht wordt getrokken door een jongen. Zo op het oog een jaar of negen, hij rent door de gangen in een dwangbuis en een zachte helm op het hoofd. Hij schreeuwt en om de zoveel tijd miauwt hij als een kat. Hij beukt hard met zijn hoofd tegen de wand. De verpleegsters staan er onverschillig bij.

    ‘Kacper was daar anderhalve maand. Ik zal er de rest van mijn leven spijt van hebben’

    ‘Voor een moeder is het een dubbele shock. Je ziet die afschuwelijke plek, en tegelijkertijd denk je er aan dat je kind de hele tijd een eind aan zijn leven wil maken. Je slikt je speeksel weg, je houdt je tranen in,’ zegt Agnieszka. ‘Kacper was daar anderhalve maand. Ik zal er de rest van mijn leven spijt van hebben.’

    Over wat ze daar gezien heeft kan ze uren vertellen. Een keer kwam ze op de afdeling toen een hele groep kinderen zich verwondde met scherpe voorwerpen. In de recreatieruimte houdt niemand hen in de gaten. Ze hebben allemaal bloed op hun armen. Ze gaat naar de verpleegsters. Ze krijgt te horen: ‘Je kunt ze niet allemaal in de gaten houden, mevrouw, zo zijn die etterjes nou eenmaal.’

    In Józefów noemen ze kinderen ‘ettertjes’. Dreigementen zijn populair. Agnieszka herinnert zich een situatie: een meisje staat bij het loket van een verpleegster en huilt omdat ze haar moeder wil bellen. Ze negeren haar. Op een gegeven moment kan een van de verpleegsters zich niet beheersen en vraagt het meisje: ‘Wil je in de riemen?’

    ‘Wil je in de riemen?’ dat is het meest gehoorde dreigement op de kinderafdeling.

    Een andere keer: op de afdeling is een verpleger in de weer. Een vreemde figuur op het eerste gezicht. Hij heeft zijn oog laten vallen op een 15-jarig meisje en geeft haar complimentjes. Waar de verpleegsters en andere kinderen bij zijn. Kacper weet nog dat ze steeds van hem hoorde dat ze mooi en knap is, ze werd overal voorgetrokken. Alle kinderen fluisterden dat die twee iets met elkaar zouden kunnen hebben.

    Een andere keer, onder de douche – dezelfde waar Wiktor zich niet durfde te douchen tijdens zijn verblijf in Józefów – wordt een van de meisjes op brute wijze mishandeld. Twee andere patiëntes sloegen haar in elkaar . De politie kwam, de ambulance, eerder reageerde er niemand op tijd.

    November 2018 – Wiktoria

    In november zegt Wiktoria tegen haar moeder dat ze van geslacht wil veranderen. Haar moeder herinnert het zich als volgt:

    ‘Ze kwam gewoon naar me toe en zei het tegen me. Dat ze zich geen meisje voelde, maar een jongen. Ik drukte haar tegen me aan. Ik verzekerde haar dat het enige dat voor mij telde was dat ze gelukkig was. Maar ik maakte me de hele tijd grote zorgen. Niet over het besluit dat ze genomen had, maar over hoeveel ellende haar nog te wachten stond.’

    De eerste fase van de metamorfose van meisje naar jongen vindt plaats op twee niveaus.

    Eerst vroeg Wiktoria haar moeder om jongenskleren en ondergoed te kopen. Ze ging zelf naar de kapper en liet haar haar kort knippen. Ze liet het in een moeite door in een donkere kleur verven. Even later zag ze er al meteen uit als een jongen.

    En daarna vroeg ze haar of ze haar bij de mannelijke vorm van haar voornaam wilde noemen. Zo werd ze Wiktor.

    Over de geslachtscorrigerende operatie had ze zelf al eerder op internet gelezen. Lange tijd had ze daar al over nagedacht. In een meisjeslichaam voelde ze zich niet op haar gemak. Ze wist dat ze te jong was voor een operatie. Maar dat was niet erg. Ze kon wachten.

    De vader van Wiktoria, die het gezin kort na haar geboorte had verlaten, schreef toen hij achter het besluit van zijn dochter kwam: ‘Is ze helemaal besodemieterd?’

    November 2018 – Wiktor

    Wiktor zit al in de achtste klas. Hij komt naar school in zijn nieuwe gedaante.

    Voor de kinderen in zijn klas is hij nog steeds ‘die mangamuts’, maar nu ook een ‘flikker’ en een ‘nicht’. In de klassengroep op Facebook wordt hij vooral uitgelachen. Binnenkort zal de officier van justitie toegang proberen te krijgen tot die posts om bewijs te vinden voor aanhoudende intimidatie van de jongen. Voorlopig verlaat Wiktor zelf de groep, maar eerst vraagt hij zijn klasgenoten nog wanhopig of ze zelf zo behandeld zouden willen worden als ze hem behandelen.

    Julka blijft lid van de groep. Op haar maakt de verandering van Wiktoria in Wiktor weinig indruk. Ze zegt hem dat hij zich niet druk moet maken, want de andere kinderen zijn dom en begrijpen niks. Maar Julka laat hem zien dat er steeds meer posts komen, en dat ze steeds erger worden. Hij trekt het zich steeds meer aan. Op school vraagt hij of ze hem willen aanspreken met ‘Wiktor’ maar de leraren blijven in het klassenboek consequent zijn oude naam oplezen. Hij heeft er genoeg van.

    Op oudejaarsavond doet hij een zelfmoordpoging. Hij snijdt zijn polsen door. De ambulance komt. Zijn moeder rijdt mee naar het ziekenhuis in de Szaserówstraat om de wonden te laten hechten en daarna naar de psychiatrische afdeling van het Żwirki i Wigury-ziekenhuis.

    Daar leert hij Kacper kennen.

    November 2018 – Kacper

    Kacper verlaat Józefów. Hij wordt ontslagen met de diagnose ‘afwijkende persoonlijkheidsopbouw’. Hij keert terug naar huis, maar na vijf dagen doet hij opnieuw een zelfmoordpoging. Hij neemt de hele voorraad antidepressiva in, vervolgens de maandelijkse voorraad diabetespillen die hij thuis vindt. De ambulance brengt hem naar het Żwirki i Wigury. Het ziet er slecht uit, maar het lukt wonderwel om hem te redden.

    December 2018 – Wiktor

    Wiktor is uitgeput door het onophoudelijke getreiter op school.

    Hij komt terecht in het Żwirki en leert Kacper kennen, bezoekt enkele artsen. Hij is dol op een psychologe, en al gauw zitten ze op dezelfde golflengte. Maar op een dag roept die Justyna bij zich en vertelt haar dat haar zoon tijdens de gesprekken aangeeft dat hij zelfmoordplannen heeft. In die situatie – zo legt zij haar uit – moet Wiktor, voor de therapie begint, zo snel mogelijk naar het psychiatrisch centrum en enkele maanden worden geobserveerd.

    De psychiater, dr. Andrzej Towalski, bevalt hem niet vanaf het begin. Bij de eerste keer stelt hij als diagnose ‘depressie’ en laat hem medicijnen slikken. Ze hebben een kort gesprek, en dat gaat oké.

    Bij de tweede keer, wanneer Wiktor al sterk op een jongen lijkt, kijkt dr. Towalski naar hem als een zonderling. Hij zegt dat zij ‘sowieso geen geslachtsoperatie kan ondergaan omdat zij nog minderjarig is’. En dat het goed zou zijn als zij het eens zou proberen met een man, want dat is echt heel fijn. Ten slotte spreekt hij de hoop uit dat ze nog eens van gedachten verandert, want ze is zo’n mooi en gevoelig meisje.

    Op de patiëntenkaart van Wiktor schrijft hij een nieuwe diagnose: ‘(Wiktoria) geeft de voorkeur aan meisjes’. Onder die diagnose zet hij een stempeltje. Hij schrijft een nieuwe dosis medicijnen voor.

    December 2018-januari 2019 – Wiktor en Kacper

    Na zijn overdosis medicijnen blijft Kacper in het Żwirki – daar waar zich na zijn vorige zelfmoordpoging acht uur lang niemand voor hem interesseerde. Nu komt hij in deze extreme toestand terecht op de psychiatrische afdeling.

    Op oudejaarsavond sluit Wiktor zich bij hem aan, korte tijd nadat hij zijn polsen heeft doorgesneden. Dan leren ze elkaar kennen. Het is januari 2019, vier maanden voor het incident op het metrostation.

    Januari 2019 – Wiktor

    In het Żwirki trekt de arts die Wiktor begeleidt de diagnose van dr. Towalski in twijfel. Zij is van mening dat Wiktor geen depressie heeft. Hij heeft aanpassingsstoornissen en een afwijkende persoonlijkheidsopbouw.

    Desondanks schrijft ze hem Seronil voor, een antidepressivum en nog wel in een verhoogde dosis. De moeder van Wiktor weet hier niets van, zij komt daar pas enkele weken later achter, wanneer haar zoon uit het ziekenhuis is ontslagen. Waarom kreeg hij een antidepressivum, als hij geen depressie had? Dat zal ze nooit te weten komen.

    Ook Kacper slikt Seronil tijdens zijn verblijf in Józefów. En daarnaast nog het medicijn Ketrel. De arts laat hem beide medicijnen innemen. Vijf dagen nadat hij de afdeling heeft verlaten, doet de jongen een zelfmoordpoging. Wiktor – voordat het tot het incident bij de metro komt – krijgt ook Ketrel voorgeschreven in een privékliniek.

    Beiden worden enkele weken volgestouwd met deze twee medicijnen.

    Wanneer Seronil wordt verstrekt aan iemand die niet lijdt aan een depressie, verdubbelt het risico op zelfmoord

    Ketrel is een krachtig medicijn dat uitsluitend wordt voorgeschreven aan volwassenen. Het wordt gebruikt bij schizofrenie en het genezen van bipolaire affectieve stoornissen. Wanneer dit middel op ongecontroleerde wijze wordt verstrekt aan kinderen – in strijd met het advies van het Europees Geneesmiddelenbureau – kan dit ernstige en levenslange gevolgen hebben. Als je dit slikt gedraag je je als een robot, krijg je concentratieproblemen zelfs bij het verrichten van de meest simpele handelingen.

    De toepassing van Seronil mag alleen worden overwogen voor de behandeling van een depressie. Wiktor was niet gediagnosticeerd als depressief. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat wanneer het middel wordt verstrekt aan volwassenen die niet lijden aan een depressie, het risico op zelfmoord verdubbelt. En hoe zou dat dan voor kinderen zijn!

    ‘De arts vertelde me alleen dat hij beter zou slapen van die Ketrel,’ herinnert Justyna zich.

    Ketrel en Seronil zijn medicijnen die standaard worden voorgeschreven in de psychiatrische ziekenhuizen en privéklinieken in Warschau. Wanneer ze worden verstrekt aan jonge patiënten die niet gediagnosticeerd of niet depressief zijn, is dat spelen met hun leven.

    Januari 2019 – Wiktor

    Op de afdeling heeft Wiktor het niet gemakkelijk. De verpleegsters willen hem niet bij zijn jongensnaam noemen. Ze leggen uit dat ze het te druk hebben om zich met zulke onzin bezig te houden. Hij heeft er opnieuw genoeg van.

    Agnieszka, die in diezelfde tijd net als Justyna vaak naar de afdeling kwam, herinnert zich een voorval: ze komt de kamer van haar zoon uit en loopt over de gang, waar zoveel kinderen liggen dat ze erover kan struikelen. Een van hen is Wiktor. Plotseling hoor Agnieszka een gil: ‘Wiktoria, hier komen!’. Ze kijkt naar Wiktor en ziet dat de jongen overstuur raakt. Vervolgens kijkt ze verontwaardigd naar de verpleegster en wijst haar terecht: ‘Misschien moet je Wiktor zeggen en niet Wiktoria’. Waarop de verpleegster geïrriteerd roept: ‘Wiktor, Wiktoria, het is haar naar het hoofd gestegen.’

    En in het voorbijgaan: ‘Het is een meisje, hoor, dat ettertje!’

    Januari-maart 2019 – Wiktor en Kacper

    Aan het begin van het jaar worden de jongens ontslagen van de afdeling. Er begint een nieuw hoofdstuk in hun leven – ze zijn samen.

    Er is geen dag die ze niet samen doorbrengen. Wiktor is verliefd op Kacper, Kacper is nog te jong om dat helemaal te begrijpen. Voorlopig is Wiktor zijn beste vriend en dat is fijn.

    Wiktor vertelt ook over zijn grootste droom: trouwen met Kacper

    In de Warschause bioscoop Świt worden anime vertoond waar ze eindelijk samen naartoe kunnen. Ze gaan ook schaatsen, en met Justyna en Agnieszka gaan ze wandelen bij de Wisla. Meestal treffen ze elkaar bij Kacper thuis. Ze stoeien, ze kijken samen naar filmpjes. Op een keer vinden ze een pop van een tekenfilmfiguur, geven hem de naam Zenek en lachen dat hij hun zoon is. Ze zijn onafscheidelijk en liggen voortdurend in een deuk. Zoals kinderen dat doen.

    Bij bezoeken aan de psycholoog noemt Wiktor Kacper zijn vriendje. Hij zegt dat hij voor hem zal proberen zich niet te verwonden. Hij vertelt ook over zijn grootste droom: trouwen met Kacper, ooit op een dag, ergens in het buitenland.

    Februari 2019 – Wiktor

    School is het ergste. Nadat hij uit het ziekenhuis is ontslagen, gaat hij er twee keer heen. Daarna hoeft hij daar dankzij zijn moeder nooit meer naar terug. Iedere keer dat hij daar vandaan komt heeft hij zelfmoordgedachten.

    Justyna regelt voor hem privélessen. Bij de eerste les vraagt de aardrijkskundeleraar hem of hij hem moet aanspreken met zijn jongensnaam. Wiktor knikt ja, is dankbaar en aangenaam verrast, want het is de eerste keer dat iemand van buiten respect heeft voor zijn keus.

    Op de afdeling ging het heel anders. Zelfs de psychologe noemde hem ‘Wiktoria’. En de artsen en verpleegsters ook. Maar de aardrijkskundeleraar is een uitzondering. Voor de overige leraren blijft hij een meisje.

    Met Valentijn houdt hij het niet meer uit. Hij snijdt zich in zijn onderarm en gaat weer naar het Żwirki. Deze keer wordt hij niet opgenomen omdat er geen plaats is. Als hij aankomt is de afdeling voor 180 procent bezet.

    Justyna is in paniek. Ze neemt Wiktor mee naar de psychologe met wie hij enkele maanden eerder zo’n goed contact had. Die vraagt verbaasd waarom ze opnieuw naar haar toe gekomen zijn. Ze legt opnieuw uit dat het voor therapie nog te vroeg is, Wiktor moet zo spoedig mogelijk ter observatie worden opgenomen in het ziekenhuis. Want hij is er nu zo aan toe dat zelfs de kleinste crisis, een ruzie met zijn moeder of met Kacper, als gevolg kan hebben dat er ongelukken gebeuren.

    Er is echter geen enkele afdeling in Warschau die Wiktor wil opnemen.

    Maart 2019 – Wiktor en Kacper

    Op een dag, ’s avonds laat, brengt Kacper Wiktor weg naar de metro. Het duurt lang voor hij terugkeert, dus begint Agnieszka zich zorgen te maken. Ze belt hem, hij zegt haar alleen dat hij Wiktor helemaal thuis moet brengen. Dan verbreekt hij de verbinding. Wiktor doet hetzelfde. Er is geen enkel contact meer met hen.

    Agnieszka en Justyna schrikken. Beide springen in hun auto en rijden naar de bushalte in de buurt van het huis van Wiktor. Daar vinden ze hen uiteindelijk. Kacper is op van de zenuwen en huilt. Hij zegt dat Wiktor voor de metro wilde springen.

    ‘Voor een moeder is het een nachtmerrie als je hoort dat je kind zelfmoord wil plegen. Dat is iedere keer een dreun,’ zegt Justyna.

    Het is eind maart, en weer gaan ze naar Józefów. Justyna vertelt de artsen dat haar zoon voor de metro wilde springen. Maar opnieuw krijgen ze geen toestemming voor opname op de afdeling.

    Volgens de arts ging Wiktor ‘op een constructieve’ wijze om met zijn zelfmoordgedachten

    Ter motivering van hun besluit benadrukken de artsen dat er maar één zelfmoordgedachte is geweest en dat hij tijdens de consultatie had ontkend dat hij zich in de toekomst van het leven wilde beroven. Afgezien daarvan ging hij tot nu toe ‘op een constructieve’ wijze om met zijn zelfmoordgedachten, en de laatste zelfverminking dateerde van februari, bijna een maand geleden.

    Met andere woorden, er was geen reden om hem ter observatie op te nemen.

    Justyna verzoekt wanhopig om opname op de afdeling. Ze herinnert eraan dat de psychologe waar Wiktor heenging, therapie weigerde en juist aandrong op opname. De arts stelt voor in dat geval van psycholoog te veranderen omdat dit probleem ‘haar boven de pet gaat’.

    Op de patiëntenkaart schrijft hij: ‘er is geen levensbedreigende situatie en geen gevaar voor de gezondheid’. Hij ondertekent, zet een stempeltje en bedankt voor het bezoek. Hij beveelt verdere psychotherapie aan.

    Voor zover er een arts gevonden wordt die die wil geven.

    Justyna heeft een slecht voorgevoel. Op korte termijn een afspraak maken voor een kind bij een psychotherapeut in een openbare zorginstelling in Polen is niet mogelijk. Maar ook bij een privékliniek is het praktisch onmogelijk.

    Uiteindelijk komt ze terecht bij een privékliniek in Warschau. De arts onderzoekt Wiktor, waarna hij Justyna bij zich roept. Hij spreidt machteloos zijn armen en zegt dat Wiktor tijdens het gesprek zo gesloten was als een oester. Hij wilde niet praten, gaf op geen enkele vraag antwoord. In deze omstandigheden is hij genoodzaakt therapie te weigeren.

    Tegen Justyna zegt Wiktor dat hij alleen naar de vorige psychologe wil, en naar geen enkele andere, want alleen in haar heeft hij vertrouwen.

    April 2019 – Wiktor

    Drie weken later maakt hij met een scheermes een snee in zijn keel. In het ziekenhuis stelt hij de artsen gerust. Hij zegt dat hij de situatie onder controle had.

    Hij legt uit dat het geen zelfmoordpoging was, hij weet perfect waar de aders zitten, biologie is zijn lievelingsvak. Hij had het gedaan omdat hij ruzie had gehad met zijn vriendje, en later was hij verdrietig toen Kacper lange tijd niet reageerde op zijn berichtjes. Maar hij is alweer rustig, want hij weet dat Kacpers woede snel weer over zal zijn. Hij heeft er spijt van. ‘Ik heb al lang geen zelfmoordgedachten meer,’ zegt hij tegen de artsen.

    Justyna herinnert zich de woorden van de psychologe: ‘Zelfs de kleinste ruzie kan als gevolg hebben dat er ongelukken gebeuren’. 

    Tot het incident met de doorgesneden keel, in het trappenhuis van het flatgebouw van Kacper, net nadat hij de woning had verlaten. Ze hadden inderdaad ergens ruzie over gehad. Alleen had Kacper die dag plotseling een ander probleem aan zijn hoofd: onverwacht sterft zijn tante, de zus van Agnieszka. Hij rijdt met zijn moeder naar het ziekenhuis. De artsen stellen het overlijden van zijn tante vast, terwijl chirurgen de grote wond in de hals van Wiktor hechten.

    ‘In het ziekenhuis werd Wiktor doorverwezen naar Józefów,’ zegt Justyna. ‘Eerst vroegen ze me nog: “Waarom zit hij daar niet al een tijd?”’

    Ze komen er voor de derde en laatste keer terecht. Na een kort gesprek met Wiktor komen de artsen tot de conclusie dat de verminking veroorzaakt was door de ruzie met zijn vriend. Ze zien geen reden voor opname op de afdeling.

    ‘Ik was wanhopig,’ zegt Justyna. ‘Ik wist dat het verblijf in Józefów iets vreselijks was, maar het ging er gewoon om dat hij veilig was totdat we een nieuwe oplossing hadden bedacht. Ik maakte me zorgen om hem, ik was bang dat er iets ergs zou gebeuren.’

    ‘En toen stemden ze ermee in om hem op te nemen?’ vraag ik.

    ‘Nee. De dokter beweerde dat ik overgevoelig was en dat ik om meer tijd aan mezelf te besteden, op aerobics moest of naar een fitnessclub moest gaan. Om “me niet meer zo druk te maken om mijn dochter”.’

    April 2019 – Justyna, de moeder van Wiktor

    ‘Hoe kun je de angst beschrijven die je voelt als je kind rondloopt met zelfmoordplannen?’ vraag ik Justyna.

    ‘Er is zoiets als je moederinstinct. Ik maakte me zorgen om hem, op elk uur van de dag, elke seconde.’

    In april is ze zelfs bang om naar haar werk te gaan. In huis verstopt ze alle messen, pillen, scherpe voorwerpen. Om het half uur belt ze Wiktor. Over elk wissewasje, om te vragen of er nog melk in de koelkast staat, om gewoon maar even te kletsen. ’s Nachts staat ze op en gaat in zijn slaapkamer kijken. Ze controleert of hij slaapt, of hij ademhaalt. Ze kijkt naar zijn armen of hij zich niet gesneden heeft.

    17 april 2019 – Wiktor en Kacper

    Dit wordt geen gemakkelijke dag. Noch voor Wiktor, noch voor Kacper. Wiktor heeft een examen Engels ter afsluiting van de lagere school, en Kacper gaat met zijn moeder naar de begrafenis van zijn tante.

    Het examen begint om 9 uur ‘s ochtends. Zijn moeder brengt Wiktor naar school. Meteen na het examen stuurt hij haar een sms. Hij schrijft dat hij misschien wel een tien heeft gehaald. Hij vergist zich, maar minimaal. Enige tijd later worden de resultaten bekendgemaakt. Wiktor haalt een 9,8 voor Engels.

    Kacper is dan al met zijn moeder op weg naar de begrafenis. Plotseling krijgt de jongen tranen in zijn ogen. Hij kijkt naar zijn telefoon, op het scherm ziet hij een berichtje van Wiktor. Die schreef hem ‘dat hij ergens ging springen’. Hij probeert hem te bellen, maar de telefoon wordt niet opgenomen. Hij trekt zijn moeder aan haar arm, dat ze Wiktors moeder zo gauw mogelijk moet bellen.

    Agnieszka belt Justyna, en Justyna belt de politie.

    17 april 2019 – Wiktor.

    Politieagenten gaan langs bij Justyna. Ze vragen om een foto van Wiktor en sturen een melding naar heel Warschau. Ze zijn overal in de stad op zoek, willen alle metrostations omsingelen. Ze verwachten dat ze hem daar kunnen vinden, voordat er ongelukken gebeuren.

    Justyna belt Wiktor. Geen signaal.

    Ze brengen haar naar de eindhalte Mlociny. Ze stellen haar voor op eigen gelegenheid naar het centrum te gaan en zelf ook te proberen haar zoon te vinden. Ze stemt ermee in, het is een goed idee. Ze huilt.

    Ze zit in de metro. Plotseling klinkt er uit de luidsprekers een mededeling: ‘In verband met een ongeval bij halte Centrum rijdt de metro alleen tot halte Dworzec Gdański’. Ze beeft, stopt met ademen, sluit haar ogen.

    Uit de overvolle metro stapt ze uit bij Stare Bielany. Ze rent naar het flatgebouw van Kacper. De politie komt daar ook net aan, om na te gaan of Wiktor niet van gedachte is veranderd en niet naar huis is gegaan. Voor het flatgebouw ziet ze politieagenten. Ze vertelt hun van de mededeling in de metro.

    Het was Wiktor: ‘U hoeft zich over mij geen zorgen te maken. Tot ziens :)’

    Ze bevestigen het: even daarvoor is een jonge vrouw voor de metro gesprongen. De ambulance heeft haar naar het ziekenhuis in de Szaserówstraat gebracht. Justyna moet daar onmiddellijk naar toe.

    Kacper is op de begrafenis van zijn tante. Hij weet nog van niets. In de kerk kan hij zijn gedachten er niet bij houden, hij is op het ergste voorbereid.

    Op de begrafenis komen veel mensen te laat. Veel mensen verontschuldigen zich, leggen uit dat er in Warschau een ongeluk was gebeurd, en dat de metro een tijd heeft stilgestaan. En dat ze daarom niet op tijd waren. Tijdens de mis ontvangt Agnieszka een sms. Ze hoort het niet, ze leest het bericht pas later. Het was Wiktor: ‘U hoeft zich over mij geen zorgen te maken. Tot ziens :)’

    19 april 2019 – Wiktor

    Wiktor is op 17 april voor de metro gesprongen.

    Om 10.06 uur schreef hij nog een berichtje. Aan Kai, een internetvriendin die hij nooit heeft gezien, maar met wie hij erg bevriend was. Hij schreef: ‘Ik ga zelfmoord plegen. Sorry. Bedankt voor alles, maar ik kom er niet uit.’

    Om 10.52 uur stuurde hij haar een foto van de metrorails. Even later springt hij.

    Ondanks de ernstige verwondingen vecht hij twee dagen voor zijn leven.

    De arts die hem onmiddellijk na het ongeval opereerde, beweerde dat het moeilijk te verklaren is hoe Wiktor erin geslaagd was zijn zelfmoordpoging te overleven. In het ziekenhuis werd hij aangesloten op de kunstmatige beademing, opereerden ze zijn milt, maakten ze zich op om hem aan de stabilisator te leggen. Justyna geloofde in een wonder. Tijdens een volgende operatie kreeg hij een ernstige bloeding. Hij overleed op 19 april, twee weken voor zijn vijftiende verjaardag.

    April 2019 – Justyna, moeder van Wiktor

    Aan het eind van de maand haalt Justyna een brief uit de brievenbus. Afzender: de districtsrechtbank. Ze opent de envelop en gelooft haar ogen niet: het is een besluit om haar in verband met de zelfmoordpoging van Wiktor onder toezicht te stellen. Een curator zal naar haar huis komen en nagaan of zij goed voor haar zoon zorgt.

    Justyna leest de brief en huilt. Enkele maanden heeft ze er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat iemand zich het lot aantrekt van haar kind. En nu ze haar kind kwijt is, krijgt ze plotseling zo’n brief.

    Ze gaat naar de rechtbank met de overlijdensakte van haar zoon. Al snel ontvangt ze het besluit om de procedure te seponeren.

    In juni ontvangt ze weer een brief. Weer van de rechtbank. Deze keer veel gedetailleerder: met de specifieke gegevens van de curator en de data waarop deze voortaan naar haar huis zal komen om na te gaan hoe Justyna voor haar kind zorgt.

    Ze heeft geen puf meer om het uit te gaan leggen: ze kunnen de klere krijgen.

    Mei-december 2019 – Kacper

    ‘Ik durfde het niet tegen Kacper te zeggen,’ zegt Agnieszka. ‘Ik was bang dat hij hetzelfde zou kunnen doen. Zijn wandeling op het metrostation, een maand na Wiktors dood, dat was echt omdat hij hem miste.

    Kacper is nog niet naar het graf van Wiktor geweest. Hij verdringt zijn dood en kapt het onderwerp af. Hoewel hij de laatste tijd soms over hem begint te praten. Agnieszka weet nog niet of dat een moment van zwakte is of juist het tegenovergestelde. Dan biecht Kacper aan zijn moeder op dat hij hem heel erg mist en de hele tijd aan hem denkt. Op een keer zegt hij dat Wiktor zelfmoord zijn schuld was.

    Een andere keer zegt hij dat hij er een hekel aan heeft alleen thuis te blijven. Want dan haalt hij alle tekeningen van Wiktor uit zijn kast. Omdat hij alleen is kan hij zich niet inhouden. Hij bekijkt ze en huilt. Hij lijdt – zoals je lijdt wanneer je een teerbeminde verliest.

    Juli 2019 – Dr. Towalski

    In de zomer vindt het onderzoek naar de dood van Wiktor plaats. Bij de officier van justitie meldt dr. Towalski zich, dezelfde die eerder schreef dat ‘Wiktoria de voorkeur geeft aan meisjes’ en die van mening was dat zij voor haar geslachtsverandering het maar eens met een man moest proberen.

    Hij verklaart dat zijn zelfmoord het resultaat is van de invoering op school van ‘genderideologie’.

    In het najaar belt Justyna om een afspraak te maken met een psychiater. Ze heeft kalmeringsmiddelen nodig. In de hoorn hoort ze de vriendelijke stem van de receptioniste. Die legt haar uit dat de arts de praktijk heeft verlaten en dat alle patiënten zijn overgenomen door de nieuwe psychiater.

    Ze stelt Justyna voor om een afspraak te maken in maart 2020.

    Bij dr. Towalski.

    Officier van justitie

    Officier van justitie Jerzy Mierzewski rookte, toen we elkaar de laatste keer voor publicatie spraken, de ene na de andere sigaret. Als hij de ene uitdrukte, greep hij meteen naar een volgende, alsof hij bang was dat zijn longen het contact met de nicotine zouden verliezen.

    Voor journalisten is hij een echte expert op het gebied van het kwaad. Hij sloot de gangsters uit Pruszków op, hij zat achter de moordenaars van de hoofdcommandant van de politie Marek Papala aan en hij bracht aan het licht dat er in Polen in opdracht van de Amerikanen gevangenissen waren waar mensen werden gemarteld. En nu leidt hij het onderzoek naar de dood van Wiktor.

    ‘Wij, volwassenen. Wij zijn niet in staat in een kind een klein mens te zien’

    We ontmoeten elkaar in een Warschaus café. Er is geen plaats in de rokerszone. De officier maakt een gebaar met zijn hand en houdt het wel vol.

    ‘Ik kan me geen zaak herinneren die me menselijk gesproken meer heeft geraakt,’ zegt hij aan het begin. ‘Wij zijn verantwoordelijk voor wat er gebeurd is. Wij, volwassenen. Wij zijn niet in staat in een kind een klein mens te zien. We hebben geen zorgsysteem voor kinderen. We kunnen zelfs geen discussie over dat onderwerp beginnen! En zelfs de grootste inzet zou zinloos zijn als er in de ziekenhuizen geen plek is op de gang, en zelfs geen artsen.’

    De procedure zal waarschijnlijk moeten worden geseponeerd. De bepalingen zijn ontoereikend om de artsen die Wiktor niet op de afdeling hebben opgenomen ter verantwoording te roepen. Ze hebben hem niet opgenomen omdat er geen plaats was. De officier van justitie zou de hele jeugdpsychiatrie in staat van beschuldiging moeten stellen of de hele Poolse overheid. En voor homofobie kun je niemand vervolgen.

    ‘Het ontbreekt ons aan tolerantie, respect voor andersheid en andere mensen, en dan die toenemende krachtcultus. Dat alles neemt op een gegeven moment angstaanjagende technologische trekken aan. En wel zodanig dat het een klein mens zelfs kan aanzetten tot de dood,’ aldus de officier van justitie.

    En hij voegt eraan toe: ‘En wij zijn allemaal schuldig.’

    Plaag

    In 2019 verspreidde een van de Poolse kranten voor zijn lezers stickers met de tekst: ‘lhbt-vrije zone’. Agnieszka en Justyna zagen het met lede ogen aan. In de tijd dat Justyna in de rouw was, herhaalde aartsbisschop Marek Jedraszewski onophoudelijk zijn mantra over de regenboogplaag.

    Wiktor leeft niet meer. Justyna is haar kind kwijt. Kacper is veertien en heeft de donkerste zijde van het leven al leren kennen – hij heeft liefde in tijden van de plaag meegemaakt.


    Polen staat in Europa op de tweede plaats als het gaat om het aantal zelfmoorden onder kinderen. Duitsland staat iets hoger op de lijst – maar alleen omdat het land twee keer zo groot is.

    Uit de gegevens blijkt dat bijna 70 procent van de lhbt-tieners in Polen rondloopt met zelfmoordgedachten.

    ‘We moeten de toestand in de jeugdpsychiatrie aan de kaak stellen,’ zei ombudsman Adam Bodnar.

    Dr. Towalski weigerde een gesprek met Onet. De afdeling in Józefów reageerde niet op onze mail met vragen.

    Praten over (gedachten aan) zelfdoding of hulp op dit gebied? Bel 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113 of neem contact op via 113.nl

  • Meer sporters vluchten uit Belarus | Eerste marburgvirusdode in Guinee

    Meer sporters vluchten uit Belarus | Eerste marburgvirusdode in Guinee

    Sporters ontvluchten Belarus

    De Belarussische sprintster Kristina Tsimanoeskaja, die vorige week asiel aanvroeg in Polen nadat teamfunctionarissen haar tijdens de Olympische Spelen in Tokio aan boord van een vliegtuig naar Minsk probeerden te dwingen, is niet de enige sporter die de dictatuur van Aleksander Loekasjenka ontvlucht.

    ‘Je kan nu niet alleen je vrijheid verliezen maar ook je leven‘, aldus de gevluchte Maksimava

    Vorige week liet zevenkampster Jana Maksimava, ook aanwezig op de Olympische Spelen, weten dat zij en haar echtgenoot besloten hebben om met hun kind in Duitsland te blijven zolang het nietsontziende optreden tegen prodemocratische groeperingen en regeringscritici in Belarus voortduurt, bericht Radio Free Europe/RL. Haar echtgenoot, Andrej Krawtsjanka, bezit het Belarussische nationale record op de tienkamp en won een zilveren medaille op de Olympische Spelen van 2008 in Beijing. In een bericht op Instagram zei Maksimava dat ‘je nu niet alleen je vrijheid kan verliezen, maar ook je leven’.

    Ondertussen meldde de Belarussische krant Nasha Niva dat Kanstantsin Jakawlev, coach van handbalclub Vitsjaz uit Minsk, is gevlucht naar Oekraïne. In juni werd Jakawlev gearresteerd en vijftien dagen vastgehouden wegens deelname aan een door het regime verboden antiregeringsdemonstratie.

    Lees ook:


    Russische dissident Sergej Kovaljov overleden

    Sergej Kovaljov, ‘een van de belangrijkste figuren op het gebied van politiek en mensenrechten in de Sovjet-Unie en Rusland’, is maandag op 91-jarige leeftijd overleden, meldde The Moscow Times. Kovaljov, winnaar van de Sacharov-prijs van het Europees Parlement in 2009, was een van de leiders van de prodemocratische beweging in de USSR en bracht in de jaren zeventig en tachtig zeven jaar in een strafkamp door wegens ‘antisovjetactiviteiten’.

    Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie liet Kovaljov zich kritisch uit over de eerste oorlog van Moskou in Tsjetsjenië en het groeiende autoritarisme onder president Vladimir Poetin.


    Eerste marburgvirusdode in Guinee

    Guinee registreert het eerste sterfgeval door het zeer besmettelijke marburgvirus in West-Afrika. Vorige week werd een besmettingsgeval vastgesteld, minder dan twee maanden nadat de WHO de ebola-uitbraak in Guinee voor beëindigd had verklaard.

    Het marburgvirus kan grootschalige uitbraken met een hoogsterftepercentage veroorzaken

    ‘Doordat het marburgvirus zich snel kan verspreiden, is het van levensbelang dat we het een halt toeroepen’, zei de regionale WHO-directeur in een verklaring. De virusziekten ebola en marburg lijken klinisch veel op elkaar, schrijft de Guinese website Guinea News. Beide kunnen grootschalige uitbraken met een hoog sterftepercentage veroorzaken.

    Lees ook:

  • Johnson in quarantaine op ‘Freedom Day’ | Mohammed-cartoonist overleden

    Johnson in quarantaine op ‘Freedom Day’ | Mohammed-cartoonist overleden

    Johnson in quarantaine op ‘Freedom Day’

    De Britse premier zit tot 26 juli in quarantaine nadat hij contact heeft gehad met minister Sajid Javid van Volksgezondheid, die zaterdag bekendmaakte dat hij positief had getest op covid-19. Boris Johnson had aanvankelijk geprobeerd aan de quarantaine te ontkomen door te zeggen dat hij zou deelnemen aan een proef met dagelijkse tests als alternatief voor isolatie. Maar vanwege de daarover ontstane ‘golf van woede’, werd hij uiteindelijk ‘gedwongen tot een vernederende ommezwaai’, aldus The Independent.

    In een zondag vrijgegeven video riep de premier op tot ‘voorzichtigheid’ aan de vooravond van de opheffing van coronabeperkingen in Engeland, terwijl het land kampt met een groeiend aantal besmettingen. Hij verzekerde niettemin dat het ‘het juiste moment’ was om door te gaan met deze belangrijke stap in het afbouwen van de maatregelen, omgedoopt tot ‘Freedom Day’. Een groep invloedrijke internationale wetenschappers heeft vrijdag de regering opgeroepen op haar besluit terug te komen, dat ‘de inspanningen om de pandemie onder controle te krijgen dreigt te ondermijnen, niet alleen in het VK maar ook in andere landen’.

    Lees ook:


    1 sterfgeval per 5,6 minuten aan overdosis

    Volgens het Amerikaanse National Center for Health Statistics stierven in 2020 ruim 93.000 mensen in de VS aan een overdosis van medicijnen en drugs als opioïde pijnstillers, amfetamine en cocaïne, bericht CNN. Dat komt neer op één sterfgeval per 5,6 minuten. Het aantal steeg met 29,4 procent ten opzichte van 2019, toen 72.151 mensen stierven aan een overdosis.

    Lees ook:


    Zes activisten vrijgelaten in Egypte na internationale kritiek

    Zaterdag werden zes Egyptische activisten uit de gevangenis vrijgelaten, waaronder journalist en blogger Esraa Abdel-Fattah, een van de symbolen van de revolutie van 2011, meldt Al-Jazeera. Zij was in oktober 2019 gearresteerd en zat bijna 22 maanden vast wegens ‘verspreiding van nepnieuws’ en ‘collaboratie met een terroristische groepering’.

    Analisten zeggen dat de vrijlating van de activisten een manier is om de internationale gemeenschap tegemoet te komen, nadat de VS de arrestaties veroordeelden en zeiden dat de onderhandelingen over wapenverkoop tussen de twee geallieerde landen hierdoor zouden worden beïnvloed.

    De Egyptische regering van generaal Sisi heeft de afgelopen jaren op grote schaal opgetreden tegen dissidenten en duizenden mensen gevangengezet. Ook journalisten zijn het doelwit geweest: tientallen zijn in de gevangenis beland en sommige buitenlandse journalisten zijn het land uitgezet. Volgens het Committee to Protect Journalists is Egypte het land waar de meeste journalisten worden gevangengezet, samen met Turkije en China, schrijft Al-Jazeera.


    Deense Mohammed-cartoonist overleden

    Kurt Westergaard is op 86-jarige leeftijd in zijn slaap na een lang ziekbed overleden, zo heeft zijn familie aan Berlingske laten weten. De tekenaar was verantwoordelijk voor de beroemdste van de twaalf tekeningen die op 30 september 2005 door het conservatieve Deense dagblad Jyllands-Posten werden gepubliceerd onder de titel ‘Het gezicht van Mohammed’. Zijn bijdrage toonde de Profeet met een bomvormige tulband.

    De spotprent leidde in februari 2006 tot anti-Deense demonstraties in de moslimwereld, die in Denemarken werden gezien als de ernstigste crisis in het buitenlands beleid van het land sinds de Tweede Wereldoorlog. Het geweld bereikte in 2015 een hoogtepunt met de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs, dat de cartoons in 2012 had heruitgegeven.

    Lees ook:

  • Waarom we niet bang moeten zijn voor eenzaamheid

    Waarom we niet bang moeten zijn voor eenzaamheid

    De mens heeft contact met anderen nodig om te kunnen overleven. Toch is het allesbehalve nutteloos om soms alleen te zijn, zegt Maggie Jackson. ‘Laat die inktzwarte uitgestrektheid en oneindige stilte op je inwerken en bezin je daarop.’

    Halverwege zijn eerste ruimtewandeling voelt astronaut John Herrington zich plots onvoorstelbaar alleen. Het is twee dagen voor Thanksgiving in 2002, en hij is bezig apparatuur aan de achterzijde van het Internationale Ruimtestation (ISS) te controleren. ‘Ik ben aan het eind, aan de rand van het ruimtestation,’ zegt hij. ‘Ik kan mijn collega-ruimtewandelaar niet zien, hij is ergens anders bezig. Ik ben alles wat er is.’

    Zich vastklampend aan een vaartuig dat zich ruim 380 kilometer boven de aarde bevindt en er met een snelheid van ruim 28.000 kilometer per uur omheen cirkelt, is Herrington op dat moment de meest vooruitgeschoven menselijke post in het universum. Hij heeft net een boutenstelsel op de draagconstructie ‘P1’ getest. En dan draait hij zich om en ziet hij niet de aarde, maar de oneindigheid die zich voorbij die aarde uitstrekt. En beseft, zo weet hij later nog: ‘Er zit niets tussen mij en wat het ook mag zijn wat daar nog meer is’.

    ‘Laat die inktzwarte uitgestrektheid en oneindige stilte op je inwerken en bezin je daarop’

    Momenten van schrikbarende eenzaamheid overvallen astronauten vaak op hun ruimtewandelingen. Ze verscherpen het bewustzijn, roepen nieuwsgierigheid, opwinding en soms vrees op. Juist dan dringen de adembenemende nieuwe perspectieven van een verblijf in de ruimte zich het meest op, zo zeggen ze. 

    Herrington vertelde me dat hij er een punt van had gemaakt om op dat soort momenten even iedere activiteit te staken, zodat hij alles in zich kon opnemen. Hij deed dat op advies van een mentor, een astronaut die zeven shuttlevluchten op zijn naam had staan. Ervaren astronauten drukken het nieuwe collega’s dikwijls op het hart, soms schrijven ze het hun ondergeschikten zelfs voor: zet dat moordende, perfectionistische NASA-werktempo een minuutje of twee van je af, laat die inktzwarte uitgestrektheid en oneindige stilte op je inwerken en bezin je daarop. 

    Tegenwoordig klampen we ons vast aan technologieën die veel meer doen dan ons ondersteunen in onze dagelijkse bezigheden. Onze apparaten versplinteren onze tijd en onze geest. Ze eisen onze aandacht op met verleidelijke, verslavende, gokautomaatachtige uitbarstingen van meldingen, uitnodigingen en likes. De gelijktijdigheid van ‘zijn’ en ‘doen’ die uitvinders in het onheuglijke tijdperk van telefoon en pc bewerkstelligden, heeft plaatsgemaakt voor een luidruchtige verscheidenheid en de ongekende nieuwe mogelijkheid dat we eenzaamheid volledig uit ons leven kunnen bannen. 

    Alleen zijn, en dan vooral met onze gedachten, is nooit erg gemakkelijk geweest voor een sociaal dier als de mens, dat contact met anderen nodig heeft om te kunnen overleven. Maar als we die momenten van alleen zijn afdoen als nutteloos of als iets waarvoor je wel of niet kunt kiezen, begaan we een dure fout. Eenzaamheid is de bakermat van het bezinningsproces.

    Digitale detox

    Enkele jaren geleden onderwierp ik een aantal studenten van een grote Amerikaanse universiteit een paar dagen lang aan een experiment dat destijds nieuw was: een digitale detox van 24 uur. De iPhone bestond nog maar een paar jaar, maar jongeren van rond de twintig waren toen al zo’n acht uur per dag ingelogd, en vaak op meerdere apparaten tegelijk. De meeste studenten faalden in hun opdracht, soms al na enkele uren, en zaten daar vaak niet eens mee. Velen die ik sprak voegden mij koeltjes toe dat technologie een niet weg te denken plaats innam in hun leven. Wat me het meest opviel was hoezeer ze van streek raakten als ze ook maar heel even niet verbonden waren. Dan voelden ze zich kwetsbaar en onbeschermd: als ze opstonden, over de campus liepen, naar een lezing luisterden of gingen slapen. ‘Ik had niets te doen, niemand om mee te praten,’ zei een student over een half uurtje offline autorijden.

    Toch vingen sommigen wel een glimp op van een andere wereld achter de flikkering en het kabaal van hun eigen universumpje. Mike, een ouderejaars, vertelde me dat hij een ochtend in zijn eentje aanvankelijk weliswaar als ‘griezelig’ ervoer, maar dat die hem toch de gelegenheid bood om orde te scheppen in de chaos van zijn gedachten over de vraag of hij wel of niet moest intrekken bij zijn vriendin. ‘Ik kon de positieve en negatieve kanten van de situatie goed op een rij zetten en afwegen.’ 

    In de klas merkte student Brian op dat hij tijdens de opdracht kon horen wat er in zijn hoofd omging. Dat was wel anders wanneer hij aan het gamen was of muziek speelde. De docent hoorde dit met verbazing aan. Later begaf ik me naar een deel van de campus waar men bezig was een stiltetuin aan te leggen. ‘Nu zo veel mensen overvolle agenda’s hebben en de wereld een beetje brozer lijkt, is het moeilijk de tijd – laat staan een plek – te vinden om na te denken,’ stond op een flyer die ik daar vond. T.S. Eliots’ klacht uit zijn Four Quartets kwam in me op: ‘We had the experience but missed the meaning.’ (‘We hadden de ervaring maar misten de betekenis.’)

    ‘Zware multitaskers’ hebben moeite om dingen te onthouden, al is het maar voor even

    In dit tijdperk van jagen en jachten nemen we niet alles meer goed in ons op. Diepgang schiet er vaak bij in. Veel over het effect van technologie op het denken is nog onbekend, maar er begint zich wel een groeiende wetenschappelijke consensus te vormen. ‘Door ons op al die moderne apparaten te verlaten, leren en onthouden we minder van onze ervaringen,’ zo luidt de recente conclusie van cognitief wetenschapper Jason Chein en collega’s. Degenen die moderne mediaconsumptie met hun dagelijkse routine verweven – die bijvoorbeeld tijdens hun werk naar een wedstrijd kijken of sms’en – zijn minder goed in staat om afleiding weg te filteren en te herkennen wat relevant is in hun omgeving, dan mensen die niet meer dan een of twee dingen tegelijk doen. 

    ‘Zware multitaskers’ hebben ook moeite om dingen te onthouden, al is het maar voor even – waarschijnlijk komt dat door voortdurende verlies van aandacht, zo menen veel wetenschappers tegenwoordig. Met andere woorden: het is niet zo dat mensen die veel ballen in de lucht houden zich op sommige zaken beter kunnen concentreren dan op andere. Ze houden geen enkele bal goed in de gaten. Het leven raast grotendeels ongemerkt aan hen voorbij.

    Achter de drukke werkzaamheden bevindt zich echter geen leegte, maar een kwetsbare ruimte die door eenzaamheid wordt beschermd en gekoesterd. Een ruimte waar een hogere vorm van denken de kans heeft te ontkiemen. Probeer je eens in te denken hoe het zou zijn als je je telefoon uitzette, de deur achter je sloot, een wandeling ging maken, deel werd van je omgeving en jezelf daarmee de kans gaf om door je eigen gedachten te waden.

    Dit is het soort fysiek alleen zijn dat we meestal gelijkstellen aan eenzaamheid. Maar dat is niet het hele verhaal.

    Mentale opschoning

    Stel je de geestelijke toestand voor die je nodig hebt om je volledig te kunnen wijden aan een lastig probleem of om heel even door een hemelbestormend inzicht te worden getroffen. Een toestand die ik cognitieve eenzaamheid noem, en die voortvloeit uit een mengeling van concentratie, doorzettingsvermogen en ‘bereidheid’, of wat de filosoof John Dewey wholeheartedness noemt, een soort onvoorwaardelijke overgave. Het resultaat is een mentale opschoning die de weg vrijmaakt voor het spel van verdiepend denken.

    Misschien stelt deze toestand ons in staat ‘te vinden wat er in onze gedachten sluimert’, en daarop voort te borduren, zegt filosoof Nathan Ballantyne, auteur van Knowing Our Limits. Mensen kunnen niet alleen goed werken in een lawaaierig café omdat ze een tafeltje in een stil hoekje hebben uitgezocht, of omdat ze in die omgeving anoniem kunnen zijn, maar ook omdat ze bereid zijn alleen te zijn met hun gedachten. Een arts die in de operatiekamer op een probleem stuit, houdt vaak haar handen even stil en maant haar team tot kalmte, zodat ze haar geest volledig op het probleem kan richten. Alleen door periodes van fysieke en cognitieve eenzaamheid in ere te houden, kunnen we blijvend betekenis ontlenen aan de onrust en verwarring die onze dagen tekenen.

    Kort na de opwindende tijden van het Apollo-programma in de jaren zestig kwamen bemande ruimtemissies onder vuur te liggen. Robots konden het werk wel doen, stelden velen. Astronauten waren veredelde reparateurs en vlaggenplanters, aldus critici. Maar de astronauten zelf betoogden met passie dat de wereld een diepgevoelde en doordachte menselijke kijk op het universum nodig had en dat ze tijd in de ruimte benutten om tot dergelijke bezinningsmomenten te komen. ‘Ze realiseren zich dat ze zich in een unieke situatie bevinden en willen daar gebruik van maken’, zegt Frank White, auteur van The Overview Effect: Space Exploration and Human Evolution. ‘Ze bekijken de hele kosmos op een andere, nieuwe manier.’ Het is een zienswijze die velen binnen de NASA zijn gaan respecteren. 

    John Herringtons geplande terugkeer naar de aarde werd vertraagd door lage bewolking die de spaceshuttle drie dagen in een baan om de aarde hield. Zo kreeg hij een onverwachte vakantie in de ruimte. Elke dag ging hij, nu zijn taken waren volbracht, in zijn eentje naar het vliegdek van de shuttle, deed de lichten uit, zweefde, keek naar de aarde en sterren en verwonderde zich over een kosmos die de mens nog maar net is begonnen te verkennen. Momenten dat er niets is tussen ons en ons gedachtenuniversum zijn schaars en kortstondig. Is het niet zonde om daarvoor te vluchten?

    Maggie Jackson is de auteur van Distracted: Reclaiming Our Focus in a World of Lost Attention. Dit essay verscheen oorspronkelijk in het voorjaarnummer van het tijdschrift Phi Kappa Phi Forum.

  • Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Hoe moeten we betekenis geven aan de inmiddels al meer dan 4 miljoen wereldwijde coronadoden? Niall Ferguson zet die vraag in historisch perspectief. Welke rampspoed is ons in het verleden overkomen, hoe gingen we daar toen mee om, en – belangrijker nog – hoe kunnen we toekomstig onheil voorkomen?

    Deze gevallen wachtmeester, de Dood, is nauwgezet in zijn aanhoudingen. 

    – Hamlet 

    We zijn allemaal gedoemd 

    ‘We zijn gedoemd.’ Deze zin, uitgesproken door de Caledonische Cassandra van de Britse televisieserie Dad’s Army, soldaat James Frazer, was een van de terugkerende grappen uit mijn jeugd. De truc was om het te zeggen op het minst passende moment: als de melk op was of je de laatste bus naar huis had gemist. Er is een prachtige scène in een van de afleveringen (‘Uninvited Guests’) als Frazer – gespeeld door de geweldige John Laurie – de andere leden van zijn Home Guard-eenheid een bloedstollend verhaal vertelt over een vloek. Als jongeman was hij voor anker gegaan bij een eilandje in de buurt van Samoa, waar – volgens zijn vriend Jethro – de ruïne van een tempel lag, met daarin een afgodsbeeld dat versierd was met een gigantische robijn, ‘zo groot als een eendenei’. Het tweetal ging op weg om de robijn te stelen en hakte zich een weg door het dichtbegroeide bos. Maar net toen Jethro de edelsteen pakte, verscheen er ineens een medicijnman, die Jethro vervloekte met de woorden: ‘Dood! de robijn zal u de dood brengen! dooood.’ 

    Soldaat Pike: Is de vloek uitgekomen, meneer Frazer? 

    Soldaat Frazer: Ja, jongen, hij is uitgekomen. Hij is gestorven… vorig jaar; hij was zesentachtig.

    Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar

    We zijn allemaal gedoemd, hoewel niet noodzakelijkerwijs vervloekt. Ik zal rond 2056 sterven, op z’n laatst. Mijn resterende levensverwachting op de leeftijd van zesenvijftig jaar en twee maanden is volgens het Amerikaanse ministerie van Sociale Zaken 26,2 jaar: daardoor kom ik uit op tweeëntachtig, vier jaar minder dan Frazers vervloekte vriend. Bemoedigender is het feit dat het Britse Office of National Statistics een man van mijn leeftijd twee jaar extra geeft, met een kans van 1 op 4 om de tweeënnegentig te halen. Om te zien of ik die getallen kon verbeteren, bezocht ik de site van Living to 100 Life Expectancy Calculator, die zijn schatting baseert op een gedetailleerde vragenlijst over je leefgewoonten en je familiegeschiedenis. Living to 100 vertelde me dat ik de eeuw waarschijnlijk niet zal halen, maar dat ik een gerede kans had om nog zesendertig jaar te leven. Het zou natuurlijk heel anders liggen als ik in januari 2020 covid-19 zou krijgen, een ziekte die destijds in mijn leeftijdsgroep een sterftekans met zich meebracht van 6 procent, en misschien iets hoger als we mijn milde astma meetellen. 

    De auteur

    De Schots-Amerikaanse historicus Niall Ferguson is momenteel verbonden aan de Stanford-universiteit. Hij leverde bijdragen aan The Daily Telegraph, Financial Times en Newsweek, en schrijft tegenwoordig een column voor Bloomberg Opinion. Fergusons bekendste boek is Het belang van geld (The Ascent of Money), waarover hij ook een documentaireserie maakte voor Channel 4 en PBS. Hij is getrouwd met de voormalige VVD-politicus Ayaan Hirsi Ali.

    Op zesenvijftigjarige leeftijd sterven zou beslist een teleurstelling zijn, maar het zou een goed resultaat zijn als je het afmeet aan de meerderheid van de 107 miljard mensen die ooit geleefd hebben. In het Verenigd Koninkrijk, waar ik geboren ben, bereikte de levensverwachting vanaf de geboorte de zesenvijftig pas in 1920. Het gemiddelde lag gedurende de periode van 1543 tot 1863 net onder de veertig. En de Britten stonden bekend om hun lange levensduur. Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar, en tot 1960 onder de vijftig jaar. De gemiddelde levensverwachting in India was in 1911 slechts tweeëndertig jaar. De Russische levensverwachting bereikte in 1920 het dieptepunt van twintig jaar. De afgelopen eeuw liet een constant stijgende trend zien – de levensverwachting bij geboorte verdubbelde ruwweg tussen 1913 en 2006 –, maar met talloze terugvallen. De levensverwachting in Somalië is vandaag de dag zesenvijftig jaar: mijn leeftijd. Die is daar deels nog steeds zo laag omdat de kindersterfte er zo hoog is. Ongeveer 12,2 procent van de in Somalië geboren kinderen sterft voordat ze de leeftijd van vijf jaar bereiken; 2,5 procent sterft tussen vijf en veertien jaar. 

    Als ik probeer om mijn eigen ervaring met mens-zijn in perspectief te zetten, denk ik aan de Engelse dichter John Donne (1572-1631), die negenenvijftig jaar oud is geworden. In een periode van zestien jaar schonk Anne Donne haar echtgenoot twaalf kinderen. Drie van hen – Francis, Nicholas en Mary – stierven voor hun tiende. Anne zelf stierf bij de bevalling van haar twaalfde kind, dat dood geboren werd. Nadat Lucy, zijn favoriete dochter, gestorven was en hijzelf haar bijna in het graf gevolgd was, schreef Donne zijn Devotions upon Emergent Occasions (1624), dat de mooiste van alle aansporingen bevat om mee te leven met de doden: ‘De dood van ieder mens doet afbreuk aan mij, omdat ik betrokken ben bij de Mensheid; Vraag daarom nooit voor wie de doodsklok luidt; die luidt voor u.’ 

    Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie

    De Napolitaanse kunstenaar Salvator Rosa (1615-1673) schilderde misschien wel het meest ontroerende memento mori, met de eenvoudige titel L’umana fragilità (‘De menselijke breekbaarheid’). Het was geïnspireerd op een uitbraak van de builenpest, die zijn geboortestad Napels in 1655 trof: die kostte het leven aan zijn jonge zoon Rosalvo en eiste ook dat van Salvators broer, zijn zus, haar echtgenoot en vijf van hun kinderen. Met een gruwelijke grijns reikt een gevleugeld skelet vanuit het donker langs Rosa’s minnares, Lucrezia, om haar zoontje mee te nemen, dat net zijn eerste poging doet om te schrijven. De stemming van de diepbedroefde kunstenaar wordt op een onsterfelijke manier vastgelegd in de acht Latijnse woorden die de baby, geleid door de skeletfiguur, op het canvas heeft geschreven: 

    Conceptio culpa 

    Nasci pena 

    Labor vita 

    Necesse mori 

    ‘Verwekking is zonde, geboorte is pijn, leven is hard werken, dood is onvermijdelijk.’ Ik herinner me nog steeds dat ik als door de bliksem getroffen was toen ik die woorden las bij mijn eerste bezoek aan het Fitzwilliam Museum in Cambridge. Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie. Volgens de overleveringen was Rosa een opgewekt mens, die ook schreef en optrad in satirische toneelstukken en de commedia dell’arte. Rond de tijd dat zijn zoon stierf, schreef hij echter aan een vriend: ‘Deze keer heeft de hemel me op zo’n manier getroffen dat ik besef dat alle menselijke weermiddelen zinloos zijn en de minste pijn die ik voel is nog dat ik je zeg dat ik huil terwijl ik schrijf.’ Hijzelf stierf op achtenvijftigjarige leeftijd aan buikwaterzucht. 

    Bijna onzichtbare gebeurtenis

    In de middeleeuwen en de vroegmoderne wereld was de dood alomtegenwoordig, op een manier die we ons nauwelijks kunnen voorstellen. Zoals Philippe Ariès betoogde in L’Homme devant la mort (‘Het uur van onze dood’) werd de dood ‘getemd’ door er, net als het huwelijk en zelfs de geboorte, een sociale overgangsrite van te maken, die gedeeld werd met de familie en de gemeenschap en gevolgd werd door riten van begrafenis en rouw, die een bekende vorm van troost boden aan de nabestaanden. Vanaf de zeventiende eeuw veranderde die houding echter. Terwijl het aantal sterfgevallen verbijsterende vormen aannam, begonnen de westerse samenlevingen – ondanks het feit dat de doodsoorzaken steeds beter begrepen werden – een zekere afstand te scheppen tussen de levenden en de doden. De victorianen gingen zeer ver in het sentimentaliseren en romantiseren van de dood: ze creëerden in de literatuur ‘mooie doden’, die steeds minder te maken hadden met de werkelijkheid. De twintigste eeuw ging over op de ontkenning van ‘het einde van het leven’. Sterven werd een steeds eenzamer, antisociale, bijna onzichtbare gebeurtenis. Er kwam iets op wat Aries ‘een absoluut nieuw type sterven’ noemde, wat inhield dat zieltogende mensen werden afgevoerd naar ziekenhuizen en hospices, om ervoor te zorgen dat het moment waarop ze hun laatste adem uitbliezen discreet verborgen bleef achter de schermen. Amerikanen mijden het woord ‘sterven’. Mensen ‘gaan over’. Evelyn Waugh schreef een wrede satire over de Amerikaanse omgang met de dood in The Love One (1948), geïnspireerd op een weinig verheffend verblijf in Hollywood. 

    De Britse omgang met de dood is echter slechts weinig beter. In Monty Pythons The Meaning of Life is de dood een enorm faux pas. De Man met de Zeis – John Cleese, gehuld in een zwarte mantel – komt aan in een pittoresk Engels buitenhuis waar drie echtparen druk bezig zijn met een etentje. 

    Magere Hein: Ik ben de dood. 

    Debbie: Nou ja, wat een toeval! We hadden het vijf minuten geleden net over de dood… 

    Magere Hein: Stilte! Ik ben gekomen voor jullie. 

    Angela: Bedoelt u… om – 

    Magere Hein: Om jullie mee te nemen. Dat is mijn bedoeling. Ik ben de dood. 

    Geoffrey: Tja, dat werpt toch wel een beetje een schaduw over de avond.

    Debbie: Mag ik u iets vragen? 

    Magere Hein: Wat? 

    Debbie: Hoe kan het dat we allemaal op hetzelfde moment sterven?

    Magere Hein (na een lange stilte, wijzend naar een schaal op tafel): De zalmmousse. 

    Geoffrey: Schat, je hebt toch geen zalm uit blik gebruikt? 

    Angela: Ik schaam me rot.

    Het komende eschaton

    Ieder jaar sterven er over de hele wereld ongeveer 59 miljoen mensen – ruwweg de gehele wereldbevolking in de tijd dat koning David regeerde over de Israëlieten. Met andere woorden, er sterven elke dag ruwweg 160.000 mensen: het equivalent van één Oxford, of drie Palo Alto’s. Ongeveer 60 procent van degenen die sterven zijn vijfenzestig jaar of ouder. In de eerste helft van 2020 stierven er wereldwijd ruwweg 510.000 mensen aan de nieuwe ziekte covid-19 [inmiddels is het dodental de 4 miljoen gepasseerd]. Elk sterfgeval is een tragedie, zoals we zullen zien. Maar zelfs als geen van die mensen toch al niet gestorven zou zijn – wat onwaarschijnlijk is, gegeven het leeftijdsprofiel van de overledenen –, dan vertegenwoordigt dat aantal slechts een bescheiden (1,8 procent) toename in het totale aantal verwachte sterfgevallen voor de eerste helft van 2020. In 2018 stierven 2,84 miljoen Amerikanen, dus stierven er ongeveer 236.000 per maand, en 7800 per dag. Driekwart van het aantal gestorvenen was vijfenzestig jaar of ouder. Verreweg de meeste doodsoorzaken waren hartaandoeningen en kanker: samen goed voor 44 procent van het totaal. In de eerste helft van 2020 waren er volgens cijfers van de Centers for Disease Control and Prevention 130.122 Amerikaanse overlijdensgevallen aangemerkt als ‘betrekking hebbend op covid-19’. De totale (bovennormale) oversterfte van alle oorzaken lag echter dicht bij 170.000. Als geen van deze mensen toch al niet overleden zou zijn – opnieuw: onwaarschijnlijk –, dan vertegenwoordigde dat aantal een toename van 11 procent in de sterfgevallen voor die periode, boven de uitgangswaarde die afgeleid was van recente gemiddelden. 

    We zijn dus allemaal gedoemd, zelfs als de medische wetenschappers in staat zijn om de levensverwachting nog verder te verlengen – zoals sommigen voorspellen: tot meer dan een eeuw. Ondanks de voortgaande zoektocht naar oplossingen voor het probleem dat leven een terminale aandoening is, blijft onsterfelijkheid een droom – of, zoals Jorge Luis Borges suggereerde in ‘De onsterfelijke’: een nachtmerrie. Maar zijn we collectief gedoemd, als soort? Het antwoord is: ja. 

    Onze moeder, een natuurkundige, werd het nooit moe om mijn zus en mij eraan te herinneren dat het leven een kosmisch toeval is; een visie die ook gedeeld wordt door bekendere fysici als Murray Gell-Mann. Ons universum begon 13,7 miljard jaar geleden met wat fysici de Big Bang noemen. Op onze planeet ontwikkelden zich met de hulp van ultraviolette stralen en bliksem de chemische bouwstenen van het leven, die 3,5 tot 4 miljard jaar geleden leidden tot de eerste levende cel. Ongeveer 2 miljard jaar geleden zorgde seksuele reproductie door eenvoudige veelcellige organismen voor golven van evolutionaire innovatie. 

    Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven

    Ongeveer 6 miljoen jaar geleden leidde een genetische mutatie bij chimpansees tot de eerste mensachtige mensapen. Homo sapiens is extreem recent verschenen, 200.000 tot 100.000 jaar geleden: deze soort domineerde andere mensentypen ongeveer 30.000 jaar geleden en had zich rond 13.000 jaar geleden over het grootste deel van de planeet verspreid. Er moesten veel dingen precies goed gaan voor ons om tot dat punt te komen. Maar de ‘Goudhaartje’-condities waarbij wij floreren kunnen niet oneindig voortduren. Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven. 

    Met andere woorden, om Nick Bostrom en Milan M. Ćirković te citeren: ‘Het uitsterven van intelligente soorten is al voorgevallen op de Aarde, wat inhoudt dat het naïef zou zijn om te denken dat het niet nog eens zou kunnen gebeuren.’ Zelfs als we het lot van de dinosaurussen en de dodo’s weten te vermijden, zal de toenemende lichtstraling van de zon over ongeveer 3,5 miljard jaar de biosfeer van de Aarde zo goed als gesteriliseerd hebben, maar het einde van het complexe leven op de Aarde staat al veel eerder op het programma, misschien over 0,9 tot 1,5 miljard jaar, omdat de leefomstandigheden dan onverdraaglijk zullen zijn geworden voor alles wat op ons lijkt. ‘Dat is het standaardlot voor leven op onze planeet.’ Het is denkbaar dat we in staat zullen zijn om een andere bewoonbare planeet te vinden als we het probleem van intergalactisch reizen oplossen, wat het reizen over haast onvoorstelbaar grote afstanden inhoudt. Zelfs dan zullen we uiteindelijk in tijdnood komen, omdat de laatste sterren ruwweg over 100 biljoen jaar zullen uitdoven, waarna alle materie uiteen zal vallen tot haar basisbestanddelen. 

    Lees ook:

    De gedachte dat we, als soort, nog ongeveer 1 miljard jaar overhebben op de Aarde zou geruststellend moeten zijn. En toch lijken sommigen ernaar te verlangen dat de doemdag al veel eerder komt dan dat. De ‘eindtijd’ of eschaton (van het Griekse eschatos) komt voor in de meeste grote wereldreligies, inclusief de oudste, het zoroastrisme. De Zand-i Wahman Yasn (een middeleeuwse zoroastrische apocalyptische tekst) voorziet niet alleen in misoogsten en algeheel moreel verval, maar ook in ‘een donkere wolk die de hele lucht tot nacht maakt’ en een regen van ‘verderfelijke schepsels’. Hoewel de hindoe-eschatologie aanneemt dat er vaste tijdscycli zijn, wordt van de huidige cyclus, Kali Yuga, verwacht dat die gewelddadig eindigt als Kalki, de laatste incarnatie van Vishnu, op een wit paard aan het hoofd van een leger afdaalt om ‘rechtvaardigheid tot stand te brengen op aarde’. Ook in het boeddhisme zijn er apocalyptische scènes. Gautama Boeddha voorspelde dat zijn profetieën na 5000 jaar vergeten zouden zijn, wat leidt tot de morele degeneratie van de mens. Een bodhisattva genaamd Maitreya zal dan verschijnen en de leerstellingen van de dharma herontdekken, waarna de wereld vernietigd wordt door de dodelijke straling van zeven zonnen. De Scandinavische mythologie heeft haar Ragnarök (schemering der goden), waarin een vernietigend grote winter (Fimbulvetr) de wereld in duisternis en wanhoop zal storten. De goden zullen tot de dood strijden met de krachten van de chaos, vuurreuzen en andere magische schepsels (jötunn). Uiteindelijk zal de oceaan de hele wereld overspoelen. (Wagner-liefhebbers kunnen hier een versie van zien in zijn Götterdämmerung.) 

    In elk van deze religies is vernietiging de prelude van wedergeboorte. De abrahamitische religies daarentegen hebben een lineaire kosmologie: het einde der dagen is echt Het Einde. Het jodendom voorspelt een Tijdperk van de Messias, met de terugkeer naar Israël vanuit de verbanning van de Joodse Diaspora, de komst van de Messias en de wederopstanding uit de dood. Het christendom – het geloof dat gevestigd is door volgers van de man die zei deze Messias te zijn – biedt een veel rijkere versie van het eschaton. Voorafgaand aan de Tweede Komst van Christus (parousia) zal er, zoals Jezus zelf aan zijn volgelingen vertelde, een tijd komen van ‘grote beproevingen’ (Mattheüs 24:15-22), ‘verschrikkingen’ (Marcus 13:19) of ‘dagen van wraak’ (Lucas 21:10-33 geeft van alle evangeliën de meeste details). De Openbaring van Johannes biedt wellicht de meest treffende visioenen van de doemdag: van een oorlog in de hemel tussen Michaël en zijn engelen tegen Satan, een tussenperiode waarin Satan wordt neergeworpen en duizend jaar wordt vastgebonden, waarna Christus een millennium lang regeert met wederopgestane martelaren aan zijn zijde, totdat de Hoer van Babylon verschijnt, dronken van het bloed van de heiligen, rijdend op een scharlakenrood beest, en er een grote strijd wordt uitgevochten op de heuvels van de Armageddon. Daarna wordt Satan losgelaten, om vervolgens in een meer van brandende zwavel te worden gegooid. Uiteindelijk worden de doden beoordeeld door Christus en worden de onwaardigen in het vlammende meer geworpen. De beschrijving van de vier ruiters van de Apocalyps is verbijsterend: 

    En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie! En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen. En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie! 

    En een ander paard, dat rood was, trok uit, en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven. En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand. 

    En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe. 

    En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie! 

    En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde. (Openbaringen 6:1-8) 

    De Dag der Wrake wordt aangekondigd door een geweldige aardbeving, een zonsverduistering en een bloedmaan. De sterren vallen op de aarde en de bergen en eilanden worden ‘van hun plaats verschoven’. 

    Een slim onderdeel van de christelijke eschaton was de onzekerheid waarin Christus zijn discipelen achterliet over de tijdsbepaling ervan: ‘Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader.’ (Mattheüs 24:36) 

    De vernietiging van Jeruzalem in het jaar 70 door toedoen van de Romeinse legerleider (en later keizer) Titus werd door de vroege christenen geïnterpreteerd als vervulling van Jezus’ profetie dat de Tweede Tempel zou worden verwoest, maar de daaropvolgende spectaculaire gebeurtenissen die Christus had voorspeld bleven uit. Tegen de tijd van Augustinus van Hippo leek het verstandig om het millennium af te zwakken, zoals hij deed in De Stad van God (De Civitate Dei, uit het jaar 426), waarin hij het verwees naar het gebied van het onkenbare en (impliciet) de verre toekomst. 

    Misschien biedt het verval van het christelijke millennium een verklaring voor het revolutionaire effect van Mohammeds nieuwe religie, toen die in de zevende eeuw tevoorschijn kwam uit de Arabische woestijn. In een aantal opzichten heeft de islam gewoon de meest opwindende delen van de Openbaringen afgestoft. In Mekka leerde Mohammed zijn volgelingen dat de Dag des Oordeels voorafgegaan zou worden door de verschijning van de eenogige al-Masih ad-Dajjāl (de valse messias), met een entourage van 70.000 joden uit Isfahan. Isa (Jezus) zal dan afdalen om te triomferen over de valse messias. In de soennitisch doctrine houdt de ashrāṭ al-sā‘a – het einde der tijden – onder meer in dat er een grote zwarte rookwolk (dukhān) de aarde bedekt, dat er een aantal verzakkingen plaatsvinden in de aarde en dat Ya‘jūj en Ma‘jūj (Gog en Magog) verschijnen om de aarde te verwoesten en de gelovigen af te slachten. Nadat Allah zich heeft ontdaan van Gog en Magog, komt de zon op in het westen en verrijst de Dābbat al-Ard (het Beest van de Aarde) uit de grond; nadat de hemelse trompet geklonken heeft, verrijzen ook de doden (al-Qiyāmah) voor het laatste oordeel (Yawm al-Hisāb). Maar toen deze profetie niet vervuld werd, keerde Mohammed zich ongeduldig af van de verlossing en naar het imperialisme. Allah, zo betoogde hij in Medina, wilde dat de moslims zijn eer bewaarden door de ongelovigen te straffen; dat ze overgingen van het afwachten van de Dag des Oordeels tot de uitvoering ervan door middel van de jihad. De eschatologie van de sjiieten is in brede zin gelijk aan die van de soennieten, maar met de terugkeer van de twaalfde imam, Mohammed al-Mahdi, die wordt verwacht na een periode van afnemende moraal en eerbaarheid. 

    Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was

    Voor christenen waren de islamitische veroveringen in het Nabije Oosten en Noord-Afrika niet meer dan de grootste van een aantal gruwelijke dreigingen: Vikingen, Magyaren en Mongolen bedreigden het christendom ook. Deze en andere rampen werden door sommigen geïnterpreteerd als aanduidingen van de eindtijd: de christelijke eschatologie is nooit volledig op de achtergrond geraakt. Joachim van Fiore (1135-1202) verdeelde de geschiedenis in drie tijdvakken, waarvan het derde het laatste was. Op eenzelfde manier waren er in de nasleep van de Zwarte Dood in de jaren veertig van de veertiende eeuw – in termen van sterfgevallen de grootste ramp die de christenen ooit getroffen heeft – mensen die concludeerden dat het einde nabij was. In 1356 schreef een franciscaner monnik genaamd Johannes van Roquetaillade zijn Vademecum in tribulationibus, waarin hij een tijd vol problemen in Europa voorspelde, die gekenmerkt zou worden door sociale onrust, stormen, overstromingen en nog meer plagen. Vergelijkbare quasi-revolutionaire visioenen inspireerden de taborieten in Bohemen in 1420 tot hun plunderingen en de franciscaan Johann Hilten in 1485 tot zijn profetieën over de nadagen van het pausdom. Na Maarten Luthers baanbrekende aanval op de kerkelijke hiërarchie gaf het millenianisme onderling sterk verschillende sekten als de anabaptisten, de diggers en de levellers het vertrouwen om de gevestigde autoriteiten te trotseren. Hoewel de navolging van het millennium in de achttiende eeuw afnam, herleefde de belangstelling ervoor weer in de negentiende en de twintigste eeuw, toen sommige volgelingen van de zogenaamde profeet William Miller, later bekend geworden als de zevendedagsadventisten, een nieuwe kerk oprichtten met een sterke millennialistische doctrine, die het einde van de wereld voorzag in 1844. (De millerieten noemden het feit dat de mensheid dat jaar overleefde ‘De Grote Teleurstelling’.) Jehova’s getuigen en leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (mormonen) hebben allebei hun eigen kenmerkende opvattingen over de komst van het eschaton. Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was. Een aantal van hen – met name Jim Jones, David Koresh en Marshall Applewhite – wisten plaatselijke apocalypsen te bereiken in de vorm van massazelfmoorden. 

    Kort gezegd: het einde van de wereld is opmerkelijk vaak teruggekomen in de vastgelegde geschiedenis.

    Doemdagen

    Je zou denken dat de vooruitgang van de wetenschap de mensheid uiteindelijk zou bevrijden van religieuze en pseudoreligieuze eschatologie. Dat is niet noodzakelijk zo. Zoals de socioloog James Hughes zei, zijn maar weinig mensen ‘immuun voor millenniumvooroordelen, positief of negatief, fatalistisch of messianistisch’. Iets meer dan een eeuw geleden, toen de eerste echt geïndustrialiseerde oorlog in zijn laatste fase zat – een oorlog die gevoerd werd met tanks, vliegtuigen, onderzeeërs en gifgas – waren er verschijningen van de maagd Maria in het Portugese dorp Fatima, was er een veldslag bij Armageddon (Megiddo, in wat toen Palestina was), werd er een joodse thuisbasis uitgeroepen in het Heilige Land, was er een Duits offensief dat Aartsengel Michaël heette en brak er een pandemie uit die dodelijker was dan de oorlog zelf. Een van de vele voorboden van een komende apocalyps was de opkomst van Vladimir Iljitsj Lenin, die een golf van antikerkelijk geweld en beeldenstormen ontketende in het hele Russische Rijk. Zoals The New York Times op 21 juni 1919 meldde werd Lenin door Russische boeren alom gezien als ‘niemand anders dan de antichrist die in de Schrift is voorspeld’. 

    Voor de in Keulen geboren politiek theoreticus Eric Voegelin was de realiteit dat het communisme, net als het nazisme dat hij in 1938 moest ontvluchten, gebaseerd was op een onjuiste interpretatie van het christendom. Voegelin definieerde ‘gnosis’ als ‘een ogenschijnlijk direct, onmiddellijk begrip of visioen van de waarheid zonder de noodzaak voor kritische reflectie; de speciale gave van een spirituele en cognitieve elite’. Gnostiek, betoogde hij, was een ‘manier van denken die aanspraak maakt op een absoluut cognitief meesterschap van de werkelijkheid’. Toen dat de vorm aannam van een politieke religie, verborg het een gevaarlijke en misleidende ambitie om ‘de eschaton in zich te herbergen’ – met andere woorden: om een hemel op aarde te creëren. Voegelins moderne gnostiek probeerde ‘de maatschappij weer te vergoddelijken (…) door massalere vormen van participatie in de goddelijkheid te vervangen door geloof in de christelijke zin’. (Voegelin speculeerde dat deze verschuiving naar ‘massale deelname’ een antwoord kon zijn op de vrijwel onmogelijke taak om een authentiek christelijk geloof in stand te houden.) Veel recenter schreef de historicus Richard Landes in dezelfde geest, toen hij dezelfde aandrang ontdekte in een breder gebied van historische en moderne millenniumbewegingen, tot en met het salafi-jihadisme en radicale milieubewegingen.

    In plaats van de eschaton te verdringen, leek de wetenschap die dichterbij te brengen. Toen J. Robert Oppenheimer getuige was van de eerste kernexplosie in White Sands, New Mexico, deed hij de beroemde uitspraak dat hij dacht aan Krishna’s woorden uit de Bhagavad Gita (het ‘Lied van God’ uit de hindoecultuur): ‘Ik ben de dood geworden, de vernietiger van werelden.’ Aan het prille begin van de Koude Oorlog verzon de kunstenares Martyl Langsdorf, wier echtgenoot een van de sleutelfiguren van het Manhattan Project was, het beeld van een Doomsday Clock. Het verscheen voor het eerst in het Bulletin of the Atomic Scientists als illustratie van de angst van vele fysici – onder wie sommigen die betrokken waren geweest bij de schepping van de atoombom – dat een ‘uit technologie voortkomende catastrofe’ weleens heel nabij zou kunnen zijn. Middernacht op de Doomsday Clock betekende het nucleaire armageddon. Vele jaren lang was het de hoofdredacteur van het Bulletin, Eugene Rabinowitch, die besloot waar de wijzers van de klok stonden. Na zijn dood nam een commissie het over: die kwam tweemaal per jaar bijeen om de klok bij te stellen. Tijdens de Koude Oorlog kwam de Doomsday Clock het dichtst bij middernacht: in de jaren 1953-1959 werden de wijzers op twee minuten voor twaalf gezet. De wetenschappers dachten ook dat de jaren 1984-1987 vol gevaren waren: toen was het vier jaar lang drie minuten voor twaalf. De populaire literatuur weerspiegelde die angsten. On the Beach (1957) van Nevil Shute speelt in het jaar 1963 en de inwoners van Melbourne wachten hulpeloos op een dodelijke wolk radioactieve fall-out in de nasleep van de Derde Wereldoorlog, die – niet zo plausibel – op gang gebracht werd door een nucleaire aanval van Albanië op Italië. De keus is die tussen zwaar drinken en een door de overheid verschafte zelfmoordpil. In de graphic novel When the Wind Blows (1982) van Raymond Briggs bouwt een ouder echtpaar, Jim en Hilda Bloggs, plichtsgetrouw een atoomschuilkelder, waarbij ze doen alsof de Derde Wereldoorlog net zo goed te overleven is als eerder de Tweede Wereldoorlog. 

    Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor

    Toch is het nog maar de vraag hoe betrouwbaar de Doomsday Clock is. Vandaag de dag zijn historici het erover eens dat het gevaarlijkste moment in de Koude Oorlog de Cubaanse raketcrisis geweest is. Maar de Doomsday Clock stond in 1962 op zeven minuten voor middernacht en ging in het daaropvolgende jaar terug naar 23.48 uur. Dat veranderde niet toen president Lyndon B. Johnson de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam opschaalde. Opmerkelijk genoeg besloten de atoomwetenschappers in januari 2018 dat we weer twee minuten voor Armageddon zaten. Twee jaar later zetten ze de klok vooruit op 100 seconden voor middernacht, op grond van de overweging dat ‘de mensheid nog steeds te maken heeft met twee gelijktijdige existentiële gevaren: nucleaire oorlogsvoering en klimaatverandering. Die dreiging wordt vermenigvuldigd door een in cyberspace gevoerde informatieoorlog, die het voor de samenleving moeilijk maakt om te reageren. De internationale veiligheidssituatie is hachelijk, niet alleen omdat deze dreigingen bestaan, maar omdat de wereldleiders hebben toegestaan dat de internationale politieke infrastructuur om die te beheersen is uitgehold.’ Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor. 

    De nachtmerrie van een atoomoorlog was niet het enige apocalyptische visioen dat de wereld tijdens de Koude Oorlog kwelde. Van de jaren zestig tot de jaren tachtig leidde de angst voor wereldwijde overbevolking tot een opeenvolging van meestal ondoordachte en vaak ronduit schadelijke pogingen om de voortplanting in de zogeheten Derde Wereld te ‘beheersen’. Stephen Enke van de rand Corporation betoogde dat arme mensen betalen om in te stemmen met sterilisatie of het inbrengen van een spiraaltje 250 keer zo effectief zou zijn om ontwikkeling te bevorderen als andere vormen van hulp. Paul Ehrlichs boek The Population Bomb (1968), geschreven in opdracht van de Sierra Club, voorspelde dat er in de jaren zeventig massasterfte zou optreden, met verwoestende hongersnoden die honderden miljoenen mensen zouden doden. Lyndon Johnson werd erdoor overtuigd, net zoals de meerderheid van de leden van het Congres, waardoor het budget voor geboorteregeling van het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling verhoogd werd met een factor twintig. Als president van de Wereldbank verklaarde Robert McNamara, de voormalige Amerikaanse minister van Defensie, in 1969 dat de bank geen gezondheidszorg zou financieren ‘tenzij die strikt gerelateerd was aan geboortebeperking, aangezien gezondheidszorg doorgaans bijdroeg aan de afname van sterftecijfers, en daarmee aan de bevolkingsexplosie’. Sommige Amerikaanse instellingen – waaronder de Ford Foundation en de door Rockefeller opgezette Population Council – speelden met het idee van onvrijwillige massasterilisatie van hele bevolkingsgroepen. Deze consequenties illustreren eens te meer dat mensen die overtuigd zijn van een denkbeeldige naderende apocalyps veel schade kunnen toebrengen. Het aanmoedigen, zo niet afdwingen, van het gebruik van spiraaltjes bij Indiase vrouwen en sterilisaties bij Indiase mannen heeft veel leed veroorzaakt. Op het hoogtepunt van de Indiase noodtoestand in het midden van de jaren zeventig liet de regering van Indira Gandhi meer dan 8 miljoen sterilisaties uitvoeren. Bijna 200.000 mensen stierven door mislukte operaties. De Verenigde Naties ondersteunden ook het door de Chinese Communistische Partij zelfs nog wreder uitgevoerde ‘éénkindbeleid’. Achteraf gezien was de oplossing voor het probleem van de bevolkingstoename niet massasterilisatie, maar de Groene Revolutie in de land bouwtechnologie, waarvan agronomen als Norman Borlaug de pioniers waren. De huidige millennialisten zijn de profeten van de catastrofale klimaatverandering. ‘Rond 2030,’ schreef de Zweedse milieuactiviste Greta Thunberg, ‘zullen we in een positie verkeren waarin een onomkeerbare kettingreactie wordt ingezet, zonder dat mensen daar invloed op kunnen uitoefenen, die zal leiden tot het einde van onze beschaving, zoals wij die kennen.’ ‘De wereld zal over twaalf jaar eindigen, als wij niets doen aan de klimaatverandering,’ voorspelde het Amerikaanse Democratische Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez in 2019. 

    Thunbergs verschijning als de verpersoonlijking van radicaal milieuactivisme doet denken aan eerdere vormen van eschatologie, zeker vanwege de ernst van de offers die ze eist. ‘We hebben geen “koolstofarme economie” nodig,’ verklaarde ze in januari 2020 bij het World Economic Forum. ‘We hebben niet “minder uitstoot” nodig. Onze uitstoot moet stoppen als we een kans willen hebben om onder het doel van 1,5 graad te blijven (…) Elk plan of beleid van jullie dat geen radicale uitstootbeperking bij de bron inhoudt, met ingang van vandaag, is volkomen onvoldoende.’ De nieuwe groene revolutie – of de ‘Green New Deal’ – die wordt voorgesteld door Ocasio-Cortez, Thunberg en anderen impliceert een drastische reductie van alle CO2-uitstoot, waarbij nauwelijks rekening wordt gehouden met de economische en sociale kosten. We komen later op dit onderwerp terug; op dit moment volstaat het om te zeggen dat waarschuwingen voor het komende einde van de wereld het risico lopen (net als het roepen van ‘de wolf!’ in het sprookje) door herhaling minder geloofwaardig te worden. 

    Al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen

    Het onontkoombare feit blijft bestaan: profeten van het millennium, gnosti sche navolgers van de eschaton, wetenschappers die waarschuwen voor rampen en auteurs die zich die voorstellen: al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen. In de theaterkomedie Beyond the Fringe (1961) speelt Peter Cook de rol van Broeder Enim, een profeet die zijn volgelingen naar een bergtop leidt om de apocalyps af te wachten. 

    Jonathan Miller: Hoe zal het zijn, dat einde waarover u gesproken hebt, Broeder Enim? 

    Allen: Ja, hoe zal het zijn? 

    Peter Cook: Tja, het zal zijn alsof er een machtige scheuring in de lucht is, weet je, en de bergen zullen wegzinken, weet je, en de valleien zullen omhoogkomen, weet je, en groot zal het lawaai zijn dat daardoor veroorzaakt wordt. 

    Miller: Zal de voorhang van de tempel in tweeën gereten worden?

    Cook: De voorhang van de tempel zal in tweeën gereten worden, ongeveer twee minuten voordat we het teken zullen zien dat zich openbaart als een vliegende beestenkop in de lucht. 

    Alan Bennett: En zal er een machtige wind waaien, Broeder Enim?

    Cook: Jazeker zal er een machtige wind waaien, als we het woord van God mogen geloven… 

    Dudley Moore: En zal die wind zo machtig zijn dat de bergen erdoor platgelegd worden? 

    Cook: Nee, zo machtig zal die nu ook weer niet zijn; daarom hebben we nu juist deze berg beklommen, stomme eikel… 

    Miller: En wanneer komt dat einde, waarover u gesproken hebt?

    Allemaal: Ja, wanneer zal het zijn, wanneer zal het zijn? 

    Cook: Over ongeveer dertig seconden, volgens de oude perkamentrollen uit de piramiden… en mijn Ingersoll-horloge.

    De profeet en zijn volgelingen zetten zich schrap voor het einde van de wereld en tellen af: 

    Cook: Vijf, vier, drie, twee, één – nul! 

    Allemaal: (Zingend.) Nu is het Einde! De Wereld Vergaat! 

    Stilte. 

    Cook: Het was omgerekend naar deze tijdzone, toch? 

    Miller: Ja. 

    Cook: Nou ja, het is niet echt de vlammenzee waar ik op gerekend had. Geeft niet, jongens: morgen dezelfde tijd… Ooit moeten we het een keer goed hebben. 

    De statistieken van een calamiteit

    Waar we echt bang voor moeten zijn, is een grote ramp die ons niet allemaal doodt, maar wel een groot aantal van ons. Het probleem is dat we moeite hebben om ons zowel de potentiële schaal als de waarschijnlijkheid van rampen voor te stellen. ‘Een enkele dode is een tragedie; een miljoen doden is een statistiek.’ Dat aforisme wordt meestal toegeschreven aan Stalin. Die toeschrijving kan worden teruggebracht op een column uit 1947 in The Washington Post, waarin Leonard Lyons schreef: 

    ‘In de dagen dat Stalin de commissaris van Munitie was, werd er een vergadering gehouden met de hoogste commissarissen in rang. Het belangrijkste gespreksonderwerp was de hongersnood die toen heerste in de Oekraïne. Een van de functionarissen stond op en hield een toespraak over deze tragedie – de tragedie dat er miljoenen mensen stierven van de honger. Hij begon sterftecijfers op te sommen (…) Stalin onderbrak hem en zei: ‘Als slechts één man sterft van de honger, is dat een tragedie. Als miljoenen sterven, is het slechts statistiek.’ 

    Lyons vermeldde geen bron, maar ofwel hij of Stalin heeft de zinsnede vrijwel zeker geleend van Kurt Tucholsky, die deze op zijn beurt toeschreef aan een Franse diplomaat. ‘Oorlog? Dat vind ik niet zo verschrikkelijk. De dood van één mens, dat is een catastrofe. Honderdduizend doden, dat is een statistiek.’ We zien ook een versie van deze mentaliteit in onze tijd, merkte Eliezer Yudkowsky op: ‘Mensen die er niet over zouden peinzen om een kind pijn te doen, horen over een existentieel risico en zeggen: “Tja, misschien verdient de mensheid het niet echt om te overleven.” (…) De uitdaging die existentiële risico’s stellen is zodanig, en de catastrofes zijn zo enorm, dat mensen in een andere denkmodus schieten. Dan is het sterven van mensen ineens niet langer slecht en vereisen gedetailleerde voorspellingen ineens geen expertise meer.’

    We moeten op z’n minst proberen de statistieken begrijpelijk te maken. Rekening houdend met het grote gebrek aan historische bronnen kunnen we zeggen dat er in de gehele vastgelegde geschiedenis waarschijnlijk zeven grote pandemieën zijn geweest met een groter sterftecijfer dan 1 procent van de geschatte wereldbevolking. Daarvan hebben er vier meer dan 3 procent gedood en twee – de Pest van Justinianus en de Zwarte Dood – meer dan 30 procent, hoewel het dodental van de laatstgenoemde ziekte heel goed veel lager kan zijn geweest. Ook de beschikbare gegevens over de sterfgevallen als gevolg van oorlogshandelingen wijzen op slechts een klein aantal extreem dodelijke conflicten. Gegevens van de fysicus L.F. Richardson en de sociale wetenschapper Jack Levy wijzen – net als andere, meer recente studies – op zeven grootschalige oorlogen die meer dan 0,1 procent van de geschatte wereldbevolking doodden in de dagen dat ze uitbraken. In absolute termen waren de twee wereldoorlogen de dodelijkste conflicten in de geschiedenis. In Richardsons analyse van alle ‘dodelijke conflicten’ tussen 1820 en 1950 waren de wereldoorlogen de enige oorlogen van zwaarte: de enige met dodentallen van tientallen miljoenen. Ze waren goed voor drie vijfde deel van alle doden in zijn steekproef, waartoe behalve oorlog een moord en andere vormen van doodslag behoorden. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog kwam respectievelijk 3 procent van de wereldbevolking van 1914 en 1939 om het leven; ook al vonden er verhoudingsgewijs misschien vernietigender conflicten plaats in eerdere perioden, vooral de oorlogen uit het tijdperk van de Drie Koninkrijken in het China van de derde eeuw, tussen de Han- en Jin-dynastieën. 

    Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen

    In relatieve termen – dat wil zeggen: naar proportie van gedode strijdkrachten – behoort de Oorlog van de Drievoudige Alliantie (1864-1870) tot de dodelijkste uit de moderne geschiedenis. Toch is dit conflict vrijwel onbekend buiten de drie landen die erin vochten: Argentinië, Brazilië en Uruguay, die samen optrokken tegen Paraguay. Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen. Het is zelfs zo dat de meeste mensen die hun leven verloren tijdens de Oorlog van de Drievoudige Alliantie stierven aan een ziekte, niet door vijandige acties. Volgens schattingen van Pasquale Cirillo en Nassim Taleb ‘heeft geen enkel gewapend conflict ooit meer dan 19 procent van de wereldbevolking gedood’. De conquistadores vermoordden in verhouding minder inwoners van Midden- en Zuid-Amerika dan de ziekten die ze met zich mee brachten uit Europa, waartegen de inheemse volkeren geen weerstand hadden.

    Soortgelijke exercities kunnen worden uitgevoerd voor zowel burgeroorlogen als genocides en democides – massamoorden op bevolkingsgroepen, in tegenstelling tot sterfgevallen als gevolg van oorlog tussen landen. Het totaal aantal slachtoffers van het stalinisme in de Sovjet-Unie kan hoger liggen dan 20 miljoen; een behoorlijke ‘statistiek’. Sterftecijfers van meer dan 10 procent zijn ook geschat voor Pol Pots schrikbewind in Cambodja, evenals voor de burgeroorlogen in Mexico (1910-1920) en Equatoriaal Guinee (1972-1979). In Richardsons lijst met conflicten van zwaarte 6 zijn zes van de zeven daarvan burgeroorlogen: de Taiping-opstand (1851-1864), de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), de Russische Burgeroorlog (1918-1920), de Chinese Burgeroorlog (1927-1936), de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en het totaal van de slachtpartijen die gepaard gingen met de onafhankelijkheid en opdeling van India (1946-1948). We zijn geneigd om aan te nemen dat geen enkele eeuw zo bloederig was als de twintigste. Toch wordt gezegd dat het exemplarische geweld dat gebezigd werd door de dertiende-eeuwse Mongoolse leider Dzjengis Khan de bevolkingen van Centraal-Azië en China gereduceerd heeft met meer dan 37 miljoen; een aantal dat, als het correct is, gelijkstaat met ongeveer 10 procent van de wereldbevolking op dat moment. Timurlengs laatveertiende-eeuwse veroveringen in Centraal-Azië en Noord-India waren al net zo berucht bloederig, met een geschat dodental van meer dan 10 miljoen. De Mantsjoe-verovering van China in de zeventiende eeuw kan het leven gekost hebben aan niet minder dan 25 miljoen mensen. Naast de Taiping-opstand veroorzaakten diverse andere Chinese opstanden in de periode voor 1900 een menselijk lijden op een schaal die gelijkstaat of zelfs hoger is dan wat de inwoners is aangedaan door burgeroorlogen in de twintigste eeuw. Van de achtste-eeuwse An Lushan-opstand wordt aangenomen dat die het leven kostte aan meer dan 30 miljoen mensen. Net zo vernietigend voor de provincies die erdoor getroffen werden, waren de vrijwel gelijktijdige opstanden van Nien en Miao, en de moslimopstanden in Yunnan en in het noordwesten van China. In deze gevallen moeten de dodentallen worden afgeleid van provinciale en plaatselijke volkstellingen die verricht zijn voor en na de opstanden. De bevolkingsafnamen lijken dodentallen in te houden die variëren van 40 tot 90 procent, maar ook in dit geval is het aannemelijk dat ziekten en hongersnoden net zoveel doden veroorzaakten als georganiseerd geweld, en waarschijnlijk veel meer. Ten slotte is er een reden om aan te nemen dat de sterftecijfers als gevolg van de West-Europese verovering en kolonisatie van het Amerikaanse continent en van Afrika in sommige perioden net zo hoog zijn geweest als die in de twintigste eeuw. 

    Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen

    Zoals zojuist al is opgemerkt, viel de overgrote meerderheid van de slachtoffers van de Europese verovering van Noord- en Zuid-Amerika ten prooi aan ziekten, niet aan geweld. Dus wie in dit verband spreekt van ‘genocide’ tast de waarde van historische terminologie net zozeer aan als degenen die de negentiende-eeuwse hongersnoden in India ‘victoriaanse holocausts’ noemen. Niettemin vertonen de gedwongen slavernij van het Congolese volk door de Belgische kroon na 1886 en de onderdrukking van de Herero-opstand door de Duitse koloniale autoriteiten in 1904 gelijkenissen met twintigste-eeuwse georganiseerde gewelddaden. Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen. De geschatte sterftecijfers in de Herero-oorlog zijn nog hoger: meer dan 1 op 3. Wat dit conflict, in verhouding, tot het bloedigste in de hele twintigste eeuw maakt. Het absolute aantal doden was echter 76.000, terwijl in de Congo tussen 1886 en 1908 naar schatting 7 miljoen doden vielen. Hoewel het gebruikelijk is om gegevens te normaliseren door percentages te be rekenen, moeten we altijd bedenken dat, anders dan bij Stalin, 1 miljoen doden altijd 1 miljoen tragedies inhouden – 1 miljoen premature en pijnlijke sterfgevallen –, of de noemer nu wordt uitgedrukt in tientallen miljoenen of in miljarden, en of die nu worden uitgevoerd door twee oorlogvoerende supermachten of door 1 miljoen moordenaars. De wereldoorlogen waren goed voor ongeveer 36 miljoen doden (ongeveer 60 procent van alle ‘dodelijke conflicten’ in Richardsons onderzoeksperiode van 130 jaar). Richardson was verbaasd te merken dat de daaropvolgende categorie uit de gebeurtenissen bestond met een magnitude van 0 (conflicten waarbij één tot drie personen stierven), die verantwoordelijk waren voor 9,7 miljoen doden. Het restant van de 315 onderzochte oorlogen, gecombineerd met alle duizenden conflicten van gemiddelde grootte, was goed voor minder dan een kwart van de slachtoffers van alle dodelijke conflicten. We moeten ook rekening houden met het feit dat juist dankzij de gestegen levensverwachting een sterfgeval in de twintigste eeuw – vooral in de rijke landen van Europa en Noord-Amerika – bijna altijd een groter verlies inhield, in termen van levenskwaliteit, dan een sterfgeval in eerdere tijdvakken. 

    Veel van de grootste economische rampen in de geschiedenis vielen, niet toevallig, samen met de grote pandemieën en conflicten die hier besproken zijn. Maar niet allemaal. De Grote Depressie, die over het algemeen wordt gedateerd vanaf de Wall Street-crash van oktober 1929, was het gevolg van structurele wanverhoudingen in de wereldeconomie, een rigide systeem van vaste wisselkoersen, protectionisme en fouten op het gebied van monetair en fiscaal beleid. De econoom Robert Barro heeft de beste lijst opgesteld die voorhanden is met de economische rampen van de twintigste eeuw, gerangschikt op hun effect op het reële bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking en op de financiële consequenties. Van de 60 dalingen van 15 procent of meer in reëel bnp per hoofd van de bevolking waren er 38 toe te schrijven aan oorlogen en de nasleep daarvan, 16 waren het gevolg van de Grote Depressie. Van de 35 landen in zijn steekproef vonden de grootste dalingen (elk van 64 procent) plaats in Griekenland (van 1939 tot 1945) en Duitsland (van 1944 tot 1946). De ervaringen met de Tweede Wereldoorlog waren niet veel beter in de Filipijnen en Zuid-Korea: beide landen kenden een vermindering van het bnp per hoofd van de bevolking van 59 procent. Omdat het Verenigd Koninkrijk bijzonder lange historische overzichten heeft, is het mogelijk om moderne economische indicatoren van economische ontberingen vast te stellen in op z’n minst de laatste drie eeuwen, en voor Engeland zelfs tot in de late dertiende eeuw. Volgens de Bank of England blijkt het slechtste jaar in de Engelse geschiedenis 1629 te zijn geweest (toen de economie met 25 procent inkromp), met 1349 (een krimp van 23 procent) als goede tweede. (De reden voor de ernst van de krimp in 1629 ligt niet direct voor de hand: de oorlog met Spanje verliep slecht, maar de grootste militaire operaties vonden dat jaar plaats in het Caribische gebied. Het jaar is in de politieke geschiedenis vooral bekend als het begin van de elf jaar durende ‘Persoonlijke Heerschappij’ van Karel I, zonder parlement.) Het laatste jaar met een krimp van meer dan 10 procent was in 1709, toen de economische activiteiten in heel Europa ernstig werden beperkt door de ‘Grote Vorst’, de koudste winter in 500 jaar. Deze vorstperiode werd toegeschreven aan de uitzonderlijk lage zonnevlekactiviteit die bekendstaat als het Maunder Minimum, in combinatie met vulkaanuitbarstingen in de twee voorafgaande jaren van de Fuji in Japan, op het eiland Santorini en van de Vesuvius. Het ergste jaar van de twintigste eeuw was 1921 (min 10 procent), een periode van hoge naoorlogse deflatie en grote werkloosheid. Toch kan geen enkele periode van vijf jaar opwegen tegen de late jaren veertig van de veertiende eeuw, een periode waarin de Zwarte Dood het bevolkingsaantal met meer dan 40 procent reduceerde. Halverwege 2020 leek dat jaar de ergste krimp in de Britse geschiedenis te laten zien sinds 1709: eind juni voorspelde het Internationale Monetaire Fonds een teruggang van 10,2 procent in het bnp.

    Onvolledige gegevens

    Er zijn echter grenzen aan wat we kunnen afleiden van economische gegevens. Tijdens het schrijven van een dissertatie over de Duitse hyperinflatie van 1923, en opnieuw bij het bestuderen van de financiële gevolgen van de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog, heb ik geleerd dat de tijden van de meest intense crises ook de tijden zijn waarin economische statistieken niet meer worden bijgehouden of alleen foutief worden bijgehouden. De Wereldbank heeft een omvangrijke verzameling gegevens met daarin het bnp per hoofd van de bevolking van bijna alle landen in de wereld sinds 1960. Maar als je kijkt naar de landen die in de afgelopen zestig jaar het meest te lijden hebben gehad van economische en politieke ontwrichting – Afghanistan, Cambodja, Eritrea, Irak, Jemen, Libanon, Somalië, Syrië en Venezuela –, dan zijn er in alle gevallen, weinig verrassend, gaten in de gegevens die samenvallen met de perioden van maximale ontwrichting. Wie kan precies zeggen hoe ernstig hun economische rampen geweest zijn? Het enige wat we weten is dat diezelfde landen bijna allemaal gevonden kunnen worden aan de top van de Fragile States Index, die ooit een ranglijst van ‘mislukte’ landen was. Een andere uitdaging is de (op het eerste gezicht paradoxale) constatering dat de periode 1914-1950, een tijdvak waarin twee wereldoorlogen, een depressie en een ineenstorting van de globalisering vielen, ook een periode was waarin de ontwikkeling van de mensheid – in brede zin gemeten in termen van levensverwachting, opleiding, het percentage van het nationaal inkomen dat besteed wordt aan sociale projecten en het niveau van democratie – over een breed front significant is vooruitgegaan.

    Rampen zijn kortom moeilijker te kwantificeren dan je zou verwachten, zelfs in de moderne tijd van statistieken. Dodentallen zijn vaak onnauwkeurig. Om de betekenis van een ramp te begrijpen, moeten we niet alleen het absolute aantal lijken weten, maar ook de oversterfte: het aantal sterfgevallen dat anders niet zou zijn voorgekomen, in verhouding tot basisgegevens die worden berekend als een gemiddelde van recente jaren. Bij een poging om de schaal van een ramp vast te stellen, kan de keuze van een referentiepopulatie een groot verschil maken. Wat in 1943 een catastrofale hongersnood was voor sommige delen van Bengalen, lijkt al met al kleiner als het dodental wordt uitgedrukt als een percentage van de gehele Indiase bevolking, en staat in geen verhouding tot de wereldbevolking in de context van de ergste oorlog die de wereld ooit trof. Mijn doel is om de lezer in staat te stellen de verschillende soorten rampspoed te vergelijken, niet om te beweren dat alle rampen op een bepaalde manier hetzelfde zijn. Tot september 2020 had covid-19 naar schatting 0,0114 procent van de wereldbevolking gedood, waarmee het plaats 26 inneemt op de lijst van de meest rampzalige pandemieën uit de geschiedenis. De Spaanse griep van 1918-1919 was ruwweg 150 keer dodelijker. Maar voor de steden met de meeste besmettingen was covid-19 in de maanden dat ze het zwaarst getroffen werden net zo erg als de Spaanse griep, zo niet erger. In termen van oversterfte was april 2020 in de stad New York bijna 50 procent meer dan oktober 1918, en drieënhalf keer meer dan september 2001, de maand van de aanslag op het World Trade Center. In de eerste helft van 2020 werd de bevolking van Londen net zo hard getroffen door covid-19 als door de Duitse raketaanvallen in de tweede helft van 1944, waardoor de regering in beide gevallen met een vergelijkbare uitdaging geconfronteerd werd: hoe konden de mensen beschermd worden tegen een dodelijke dreiging zonder de stad te verlammen? Dit is niet bedoeld om Al-Qaida of de nazi’s te vergelijken met het virus SARS-CoV-2, maar puur om te laten zien dat een ramp, in de zin van oversterfte, diverse vormen kan aannemen en toch vergelijkbare uitdagingen kan stellen. 

    Ieder prematuur sterfgeval is, zoals Stalin misschien inderdaad gezegd heeft, op een bepaalde manier een tragedie; hoe jonger het slachtoffer, des te pijnlijker het sterfgeval, en des te groter de tragedie. Maar sommige rampen zijn op een authentiekere manier tragisch dan andere.

    Dit artikel is een voorpublicatie uit Rampspoed (Doom) van Niall Ferguson, dat onlangs is verschenen bij uitgeverij Hollands Diep in een vertaling van Ed van Eeden en Jaap Verschoor.

  • Generatie corona. Hoe nu verder?

    Generatie corona. Hoe nu verder?

    In plaats van de wereld te verkennen, zaten Europese jongeren thuis. In plaats van verliefd te worden, hielden ze afstand. De pandemie heeft hun een heleboel dingen afgepakt die horen bij jong zijn. Hoe pakken ze de draad weer op? Zesentwintig getuigenissen.

    Onze laatste zorgeloze zomer is algauw twee jaar geleden. Als je jong bent, lijkt dat wel een half leven. Die zomer hadden we nog nooit gehoord van besmettingsaantallen. We lagen op het gras, op het strand of bij het zwembad, samen op een badhanddoek en zo dicht bij elkaar als nu verboden is. We wisselden blikken met mensen die we nog niet kenden en die we leuk vonden. We trokken het ene biertje na het andere open, speelden volleybal, voetbalden, omhelsden elkaar na elk doelpunt en na een tijdje gingen we ergens anders heen, tot diep in de nacht. We waren nog niet gearriveerd, natuurlijk niet, we waren pas net op zoek.

    Bij volwassen worden hoort dat je nog niet hoeft te weten wie je bent en wie je wilt worden, dat je de plek waar je thuishoort nog mag vinden. Maar wat als de zoektocht al voorbij is voor je de kans hebt om ergens aan te komen?

    Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten

    De pandemie heeft alles wat volwassen worden is, veranderd in het tegendeel: in plaats van dichter bij elkaar te komen, moesten we afstand houden. Grenzen respecteren in plaats van overschrijden, thuis blijven in plaats van de wereld in te trekken. De eerste zoen, voor het eerst alleen met vrienden op vakantie, de eerste stage: allemaal uitgesteld. Voor onbepaalde tijd. En dat kunnen we nooit allemaal inhalen: als je op je achttiende verjaardag thuis zat, kun je een jaar later niet met vrienden en vriendinnen gaan vieren dat je meerderjarig bent geworden. Als je tijdens de pandemie eindexamen hebt gedaan, kun je met je klasgenoten niet meer maanden later proosten op het begin van het nieuwe leven. En als je een studie bent begonnen, kun je waarschijnlijk niet gaan dansen op het introductiefeest.

    In plaats van eindelijk rond te kijken in de wereld zaten wij, scholieren, studenten en mensen die voor het eerst gingen werken, weer bij onze ouders aan tafel te luisteren hoe zij zich moed inspraken door herinneringen op te halen aan de goede oude tijd. Terwijl wij jongeren nog amper herinneringen hadden. Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten.

    Gedesillusioneerde jeugd

    Het is een collectief gevoel, dat in heel Europa wordt ervaren. Dat blijkt uit een gezamenlijk enquête van Süddeutsche Zeitung, The Guardian, La Stampa, Le Monde en La Vanguardia. Honderden jongeren hebben in deze enquête verteld hoe het afgelopen jaar hen heeft veranderd, met name in Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Spanje. De enquête is niet representatief, maar geeft een beeld van een gedesillusioneerde jeugd. In de antwoorden, waarvan we hier een selectie laten zien, is sprake van een verloren jaar, van een leven in vliegtuigmodus. Veel jongeren hebben het afgelopen jaar de hoop verloren dat ze door de politiek worden gezien, en al helemaal dat ze serieus worden genomen.

    ‘Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes houden,’ zegt er een. ‘Dat we alleen thuis zitten, met de last van school of universiteit op onze schouders, maar zonder dat we als compensatie iets van een leven mogen hebben, daar horen we politici niet over.’ Een ander: ‘Ik ben zwaar teleurgesteld en verbijsterd hoe consequent allerlei beslissingen eerst te laat en dan verkeerd worden genomen.’ Nog iemand: ‘Mijn doel is zonder blijvende geestelijke schade uit deze crisis te komen.’

    Psychische gezondheid

    Een onderzoek van het academisch ziekenhuis van Hamburg-Eppendorf, waarvoor tussen half december 2020 en half januari 2021 meer dan duizend kinderen en jongeren zijn ondervraagd, laat zien dat bijna een derde van de jongeren ‘psychologisch opvalt’. In de loop van de pandemie is hun psychische gezondheid steeds verder achteruitgegaan: veelvoorkomende symptomen zijn depressie en psychosomatische gevolgen als maag- en hoofdpijn. Vergelijkbare resultaten geeft een onderzoek van de Donau-Universität Krems in Oostenrijk van dit voorjaar, dat bij meer dan de helft van de drieduizend ondervraagde jongeren symptomen van depressie heeft geconstateerd en bij de helft angststoornissen. Ongeveer 16 procent had regelmatig suïcidale gedachten, een enorme toename vergeleken met de laatst beschikbare cijfers.

    Heeft de pandemie van ons, de jonge mensen die de hele tijd ‘weinig risico’ liepen, te veel gevergd? Is de samenleving, die solidariteit van ons eiste, misschien onvoldoende solidair met ons geweest? Tenslotte moesten scholen en universiteiten sluiten, terwijl veel bedrijven juist open mochten blijven. Tenslotte lijken kinderen en jongeren de laatsten te zijn die door een vaccinatie terug kunnen keren naar een vrij leven. 

    Antwoorden zijn er haast nog niet, wel voortdurend nieuwe vragen. 

    Inhaalprogramma om te leven

    De belangrijkste vraag is misschien wel: hoe heeft de pandemie ons toekomstbeeld beïnvloed? Wat gaan we doen als alles eindelijk echt voorbij is? Blijven we thuis op de bank zitten, omdat we niet weten dat het ook anders kan? Berusten we, en laten we de politiek de politiek? Of gaan we de straat op om te vechten voor een betere toekomst, voor ons recht om mee te doen, mee te beslissen? 

    Ook daar is nu nog geen antwoord op te gegeven, maar één reactie heb ik al. Een reactie op het ‘inhaalprogramma’ waartoe de regering onlangs heeft besloten, om met miljarden euro’s de leerachterstanden van de afgelopen maanden in te halen. We hebben geen inhaalprogramma nodig om te leren. We hebben een inhaalprogramma nodig om te leven.

    Een inhaalprogramma voor een jaar van gemiste kansen en gemiste vriendschappen. Drukke cafés en feestjes waar je over de hoofden kunt lopen, dat is wat we nodig hebben. We hebben een quotum nodig van dagen dat we mogen spijbelen, van school, van de universiteit, van ons werk, omdat we in plaats van leren en werken nu eerst eens naar het zwembad moeten. Allemaal tegelijk naar het strand, een bergwandeling maken, of gewoon de hele zomer op een picknickdeken liggen, heel dicht bij elkaar. We hebben niet alleen de middagen nodig, of de zomervakantie, maar ook de ochtenden om elkaar te zien en te lachen en eindelijk weer onze armen om elkaar heen te kunnen slaan. Als er één inhaalslag is die we moeten maken, dan echt alleen die ene: leren om weer zorgeloos te zijn.

    Antje Fischbach, 23, studente osteopathie in München

    ‘Ik mis het ongedwongene. Ik mis het uitgaan, onder de mensen zijn, een beetje aangeschoten voor een club hangen met vrienden. Iets idioots doen en er achteraf samen om lachen. Als ik vroeger ontevreden was over mijn leven, veranderde ik iets. Dat kan nu niet. Dit jaar ben ik volwassener geworden, wat niet alleen positief bedoeld is. Ik vind het heel erg dat we voor de politiek geen enkele rol spelen. Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes organiseren. Maar dat we in ons eentje thuis zitten, met de last van school of universiteit, zonder enige compensatie waardoor we toch iets van een leven hebben, daar hoor je de politiek niet over. Je hebt het gevoel dat er niet naar je geluisterd wordt en dat je niet serieus wordt genomen. Daar word ik soms echt boos en wanhopig van. Vaak stel ik me voor hoe het is als het leven weer echt begint. Net zoiets als een fantastische vakantie, waar je je al maanden tevoren op verheugt. Maar dan nog beter. Alleen al iedere keer dat je je armen om iemand heen slaat, voelt het een beetje als zomer. 

    In geloof dat we onderschatten hoeveel kracht deze tijd ons later zal geven. Ik bedoel: nu deze shitpandemie ons niet klein heeft gekregen, kunnen we alles aan. Ooit zijn we er weer, onder de mensen, met harde muziek. Ik weet zeker dat we dan op een gegeven moment allemaal even stilstaat en denken: Fuck, ik heb het gered. Ook al wist ik soms niet of ik het wel aan kon. En nu sta ik hier. Tussen een massa mensen, aan de vooravond van een leven dat nog afwisselender en opwindender zal zijn dan hiervoor.’

    Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen

    Matthieu Baubry, 19, student vreemde talen in La Roche-sur-Yon, Frankrijk

    ‘Ik heb de indruk dat we hier nooit uit zullen komen. Het lijkt me een utopie dat we over tien jaar geen mondkapje meer dragen. Ik ben bang dat vandaag of morgen alles voorbij is. En ik ben niet eens boos: tenslotte is het niemands schuld. Ik leg me er gewoon steeds meer bij neer. Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen. Volgend jaar wil ik taal en literatuur gaan studeren om later journalist te worden, gespecialiseerd in videogames. Online wereldkampioenschappen kijken vind ik echt helemaal te gek. Bovendien is het internet een terrein met grote toekomstmogelijkheden, dan hoef ik me geen zorgen te maken of ik wel werk vind.

    In elk geval heb ik van de zomer een baan. Ik ga in de bediening werken in een restaurant aan de westkust, aan het strand, bij Saint-Jean-de-Monts in de Vendée. Ik blijf gewoon bij mijn ouders in Challans wonen, maar dat gaat wel lukken omdat ik niet meer 24 uur per dag thuis ben. En als ik werk, staat er eindelijk weer geld op mijn rekening. Tijdens de tweede lockdown ben ik mijn baan in de supermarkt kwijtgeraakt, en ondanks dat ik een beurs had kon ik de huur niet meer betalen. Zonder mijn ouders stond ik op straat.’

    Sandra Birner, 26, kinderverpleegkundige in München

    ‘Wat ik enorm mis, is dansen. Je laten gaan in de roes van het ritme en één zijn met de menigte om je heen. Mensen ontmoeten, ook partners, want ik ben single en heel open over mijn seksleven. Ik prijs me gelukkig dat ik als kinderverpleegkundige kan blijven werken, dat ik iets te doen heb en in mijn levensonderhoud kan voorzien. Toch is het moeilijk om zo vaak alleen te zijn, in een flatje van 24 vierkante meter, zonder balkon, zonder man, zonder medebewoners. Daardoor ben ik gaan roken. Op een vrije dag is roken voor mij de enige reden om op te staan. Afgelopen winter was ik zwaar depressief, ik moest bijna aan de medicijnen, ik at niet meer en deed niets meer. Waarom zou ik? Des te dankbaarder ben ik voor mijn vrienden, we steunen elkaar geweldig in deze moeilijke tijden. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit weer in een disco zal staan, of in een bar of een biertent en kan dansen en zoenen en lachen. Misschien moet ik een poes nemen, want als je voor corona geen partner had, vind je er nooit meer een.’

    Joy 1 1
    © Tommaso Ausili / Contrasto

    Digital natives

    Dalila Regesta, 19, uit Imperia, Italië, student economie in Straatsburg, Frankrijk

    ‘Ik ben een van de weinigen die kan zeggen dat het afgelopen jaar positief is geweest. Tijdens de pandemie heb ik begrepen wat echt belangrijk voor me is. Dichtbij mijn vrienden en familie zijn bijvoorbeeld. En ik heb het afgelopen jaar daadwerkelijk weer oude vriendschappen kunnen oppakken. De sociale media hebben daarbij echt geholpen, omdat je over allerlei grenzen heen contacten kunt leggen, al is het maar in een video call of via een story op Instagram. Als ik naar de toekomst kijk, is mijn grote zorg dat er niet naar ons wordt geluisterd. Wij zijn digital natives, en vergeleken met de vorige generatie maken de sociale media voor ons van alles mogelijk. Maar dat betekent nog niet dat er aan de andere kant van het scherm automatisch iemand naar je luistert.’ 

    Conor Spielberg, 23, journalist in Dublin, Ierland

    ‘Net als veel jonge mensen hier in Dublin woon ik bij mijn ouders, en het ergste is dat ik op mijn drieëntwintigste financieel nog steeds van hen afhankelijk ben. Ik schrijf recensies over stripverhalen, maar dat levert niet echt veel op. Ik kan gewoon geen ander werk vinden. Het afgelopen jaar heb ik in elk geval heel veel geschreven, maar voor een baan met het minimumloon zou ik een moord doen. Het moeilijkste aan de lockdown vond ik dat ik tegenover vrienden nu eenmaal veel opener ben dan tegenover mijn familie. Het is best vreemd dat ik in een camera kan kijken of in een headset kan zeggen: “Ik ben verdomd ongelukkig” en het tegelijk onvoorstelbaar vind om dat tegen iemand te zeggen die tegenover me zit. Het enige goede aan dit verschrikkelijke jaar is, dat we nu het duidelijke bewijs hebben wat er gebeurt als je de wetenschap negeert omwille van de winst. Hopelijk gaan we daardoor anders denken over klimaatverandering. Grote bedrijven en regeringen hebben dat probleem decennialang genegeerd, en ik ben echt verbijsterd dat er nog steeds mensen zijn die proberen te voorkomen dat we een oplossing vinden voor de klimaatcrisis.’

    ‘De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan’

    Mariska Faassen, 17, scholier in Nederland

    ‘Het gaat er niet om dat ik wil feesten of met mijn vrienden rondhangen. Het gaat me er vooral om dat het niet eerlijk is: ieder bedrijf en ieder restaurant dat dicht ging, heeft geld gekregen van de staat. En nu mogen wij, de jongeren, in de toekomst een kapitaal aan belasting gaan betalen. Onze toekomst staat op het spel, en wij hebben er niets over te zeggen. Ik ben heus bereid mijn stem te laten horen, maar ik zou niet weten hoe. We leven in een democratie, maar beslissingen die extreem veel invloed op ons dagelijks leven hebben, worden zonder enige discussie met de burgers genomen. De burgers in ons land zijn de slachtoffers van de fouten van het kabinet, zoals bij het vaccinatieprogramma en de capaciteit van de ziekenhuizen. De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan.’

    Sara-Besme Shabib, 21, scholier in München

    ‘Tot voor kort zat ik op het mbo, maar door corona heb ik de hoop mijn examen te halen opgegeven en ben ik ermee opgehouden. Terwijl het mijn grootste wens was om scheikunde te studeren. Maar in de huidige omstandigheden kan ik dat niet aan. Het hoogtepunt van de week is mijn uurtje therapie. Mijn therapeut zie ik vaker dan wie ook. Dat is een constante waaraan ik kracht ontleen, omdat ik er het huis voor uit moet. Bovendien is me duidelijk geworden dat ik mijn sociale contacten niet als vanzelfsprekend mag beschouwen, en ben ik dankbaar voor elke minuut die ik met mijn vrienden kan doorbrengen. Over de regering hoef ik het niet te hebben, neem ik aan? Economie voor, economie na, het komt me mijn oren uit. Ik krijg voortdurend het gevoel dat ik in het beeld moet passen dat de maatschappij van ons jongeren heeft. Maar veel jongeren zijn aan het eind van hun Latijn. Toch verwachten ze van leerlingen dat ze studeren, bijblijven en examen doen. En daarna liefst meteen solliciteren of met een opleiding of een studie beginnen. “Jullie zijn de toekomst,” laat me niet lachen. Niemand helpt ons. Ze zouden iedereen die nu van school komt gelijk een tegoedbon voor een burn-outkliniek bij moeten geven.’

    Bang voor de toekomst

    Volgens een enquête van de Bertelsmann Stiftung vreest 65 procent van de vijftien- tot dertigjarigen in Duitsland dat de politiek geen oog heeft voor hun zorgen over de pandemie. Krap de helft van de zevenduizend ondervraagden is bang voor de toekomst.

    Benoît Frimon-Richard, 25, uit Égly, Frankrijk, studeert farmacie in Parijs

    ‘Voor de pandemie had ik eigenlijk besloten om naast mijn studie farmacie in Parijs ook een master in bestuurskunde te gaan doen om ooit bij een instantie in de gezondheidszorg te gaan werken. Maar toen de pandemie begon, ben ik teruggegaan naar mijn ouders in Égly, in de provincie, in het zuiden van het departement Essonne. Van daaruit studeer ik nu online en daarnaast werk ik parttime in een apotheek. Ook al maak ik grappen dat ik leef als een monnik: sinds ik terug ben op het platteland slaap ik beter, eet ik beter, drink ik helemaal geen alcohol meer en doe ik meer aan sport. Ik heb zelfs spieren gekregen! Ik verdien geld en geef praktisch niets uit omdat ik thuis woon. Ondertussen zijn mijn toekomstpannen radicaal veranderd en heb ik besloten dat ik liever in een apotheek op het platteland werk dan op een kantoor. In het contact met mensen voel ik me nuttiger. Mijn plan is al tamelijk concreet: over twee jaar neem ik vermoedelijk een apotheek over, in de gemeente Angervilliers met vijftienhonderd inwoners.’

    Matthias Montesano, 21, barkeeper in Turijn, Italië

    ‘Ik ben barkeeper en heb lang helemaal niet kunnen werken. Thuis heb ik geprobeerd mijn cocktails te verbeteren en nieuwe technieken uit te proberen. Maar het viel niet mee om me te concentreren. Ik geloof dat de politiek in Italië al met al goed heeft gereageerd, ook al zijn er natuurlijk fouten gemaakt. Waarom waren bijvoorbeeld kerken wel open, terwijl musea en theaters dicht moesten blijven? Waarom was het ja tegen godsdienst en nee tegen cultuur? In allebei die sectoren kunnen ze toch dezelfde veiligheidsmaatregelen nemen? Dan zou het allemaal veel beter zijn gegaan. Het virus heeft ons natuurlijk ook volkomen onverwachts overvallen. Misschien moeten we het allemaal als een waarschuwingssignaal zien. We moeten onze levensstijl veranderen en onze extreme consumptiedrift afremmen. Nadenken over wat echt belangrijk is. Deze pandemie heeft ons te veel afgenomen om het allemaal gewoon achter ons te laten zonder het ook als een kans op verandering te zien. Ook wat betreft mijn familie: ik heb gemerkt dat je die in moeilijke momenten om je heen wilt hebben. In het gewone leven wil je dat nog wel eens vergeten.’

    ‘Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet’

    Lucas Hoorn, 23, leerling-docent aardrijkskunde en sociale studies in Dresden

    ‘Tijdens de pandemie heb ik veel tijd voor allerlei beeldschermen doorgebracht. Ik heb er eigenlijk geen moeite mee om alleen te zijn, maar zoveel eenzaamheid doet pijn. Mijn medebewoners en -bewoonsters helpen geholpen, maar steeds vaker voel ik me vanbinnen leeg. Gewoon niets. Op een ander moment ben ik van binnen des te impulsiever, mijn internetbubble maakt dat ik steeds bozer word op wappies en coronaontkenners, maar ook op onze politieke leiders. In wezen ben ik heel dankbaar dat we in een echte democratie leven, en waardeer ik ons federalisme. Eigenlijk was ik er ook van overtuigd dat we hier in Duitsland ondanks allerlei democratische hindernissen snel en efficiënt kunnen handelen. Maar blijkbaar mankeert het ons aan daadkracht. Ik ben zwaar teleurgesteld dat beslissingen constant eerst te laat en daarna verkeerd genomen worden. Het gevoel in de steek gelaten te zijn, geeft dat heel goed weer. Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet.’

    Niet systeemrelevant

    Lena Iris Brendel, 25, student muziek in Stuttgart

    ‘Het afgelopen jaar zou mijn jaar zijn. Ik studeer muziek en zat in mijn buitenlandsemester, klaar om de wereld te veroveren. In plaats daarvan zat ik weer in mijn kinderkamer en moest ik ook nog toekijken hoe mijn beroep verdween. Opeens moest ik me afvragen: ‘Waarom zou ik nog oefenen? Zeven jaar keihard studeren, de allerbeste cijfers. Waarvoor? Opeens was ik bezig op internet te zoeken naar “beroepen voor zij-instromers”, “bedrijfseconomie online” en “met welke opleidingen verdien je het meest?” Wat me daarvan het meest op de zenuwen werkt? Vaak vraag ik andere mensen wat hun leven de moeite waard maakt. Het antwoord is nooit “De winst van mijn bedrijf” of “Het bruto binnenlands product”. Maar: festivals, concerten, film, theater. En wie maakt die hele zooi? Wij, die niet systeemrelevant zijn.

    Wat wel heel mooi was: ik heb nog nooit in mijn leven zoveel tijd met mijn vader doorgebracht. Opeens waren we lotgenoten: thuiswerker en thuisstudent. Samen wandelen, samen koffiepauze. Voor het eerst in mijn leven had ik gelegenheid veel over mezelf te vertellen en hij was veel beter in staat begrip te hebben voor zijn gekke kunstenaarsdochter. Als ik ooit iets over deze tijd zou moeten vertellen, zou ik me alleen nog herinneren hoe fijn het was dat ik zo veel met mijn vader was.’

    Alba Fernandez, 24, verpleger in Madrid, Spanje

    ‘Ik ben verpleegster in een ziekenhuis in Madrid. In de afgelopen veertien maanden heb ik het leed en de eenzaamheid van heel dichtbij meegemaakt. En het sterven. Het was afschuwelijk. Niemand is op zoiets voorbereid. Onze gezondheidszorg kon het niet aan, en wij konden van achter onze gezichtsbescherming amper met onze patiënten communiceren. We glimlachten dan en raakten ze aan, ook al was het met latexhandschoenen. Maar wij in de Spaanse ziekenzorg hebben elkaar geholpen, en veel levens gered.’

    Phoebe Hanson, 19, uit Staffordshire, Engeland, studeert politiek in Lancaster

    ‘Mijn hele leven speelt zich af in en rond mijn studentenhuis. Mijn relatie, vrienden, werk, studie, vrije tijd, slaap. Ik voel me net als in een Big Brotherhuis, hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Mijn geestelijke gezondheid heeft eronder geleden. Ik was voor het eerst weg van mijn familie in Staffordshire, kon maandenlang niet naar ze toe. In die periode hebben mijn ouders ook nog corona gekregen en zijn ze ziek geworden. En ik kon niets doen. Dat was zwaar.

    Door de pandemie heb ik me gerealiseerd hoe afhankelijk wij mensen ervan zijn dat we elkaar zien. Als ik nu een keer naar huis bel, eindigt dat inmiddels altijd met zwijgen, omdat er niets meer is waar we het over kunnen hebben. We zitten allemaal de hele dag thuis. De pandemie heeft me in elk geval laten zien met wie ik plichtmatig verbonden ben en met wie uit oprecht verlangen om dingen te delen. Mijn vriendschappen van school bijvoorbeeld zijn allemaal voorbij.

    Echt teleurgesteld ben ik over de politiek en het onderwijssysteem. Eerst zouden de examens gewoon doorgaan, toen weer niet, toen weer wel. Totale chaos. Ik heb het gevoel dat die negenduizend pond collegegeld dit jaar gewoon weggegooid geld is. En na onze studie staan we voor de afgrond: mensen hebben ongelooflijk hoge verwachtingen van afgestudeerden: we moeten jaren ervaring meenemen, maar we kunnen ons in deze crisis absoluut niet permitteren onbetaald stage te lopen of tijdrovend vrijwilligerswerk te doen. Mijn carrière is nu voor mij dan ook het belangrijkste.’

    Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde

    Leonard Strickler, 24, werkzaam in Freiburg

    ‘Ik (…) merk in gesprekken met mensen van boven de veertig dat ze me vaak proberen op te vrolijken. Terwijl ik helemaal niet het gevoel heb dat ik opgevrolijkt hoef te worden. Ik heb het geluk dat ik al veel heb beleefd en daar met vrienden met veel plezier herinneringen aan kan ophalen. De hele zaak doet kinderen en jongeren duidelijk meer kwaad. Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde. In het weekend voetbal ik zelf een beetje met een paar vrienden, hoewel 80 procent van mijn sociale contacten de afgelopen maanden online verliep. Mijn gameconsole was een verbazingwekkend zinvolle investering van mijn zestienjarige ik. In plaats van mezelf tijdens een zoomconferentie achter mijn laptop op een fles wijn te trakteren, kon ik met vrienden op mijn Playstation spelen. Alcohol heb ik alleen ’s maandags gedronken wanneer ik met mijn pubquizmaten had afgesproken voor een online quiz. Dat was best geinig, maar er gaat niets boven afspreken in levende lijve. Pas toen dat echt niet meer kon, werd me duidelijk hoe belangrijk het kan zijn om af en toe naar het café te gaan.’

    Michela Petrini, 21, student in Bra, Italië

    ‘Ik zou graag hoop uitstralen, maar eerlijk gezegd ben ik door de pandemie verbitterd geraakt. Inmiddels neem ik niets meer als vanzelfsprekend aan, ook vriendschappen niet. Tijdens de eerste lockdown namen maar weinig vrienden de moeite iets van zich te laten horen. Veel van die oppervlakkige contacten heb ik uiteindelijk beëindigd. Ik geloof dat de regering-Conte heeft gedaan wat mogelijk was; want met een crisis in de gezondheidszorg als deze heeft nog nooit iemand te maken gehad. Maar ik denk steeds vaker dat de regering-Draghi niet doet wat ze zou kunnen. Misschien verliezen wij jongeren nu de hoop, en dat mag eigenlijk niet gebeuren. We moeten vertrouwen hebben in ons land, al is het maar omdat er geen alternatief is. Nu moeten we op de zak van onze ouders teren en die zijn door de pandemie even aangeslagen als wij en hebben moeite om rond te komen.’

    Claire-Lyse Thomann, 18, middelbare schoolstudent in Rennes, Frankrijk

    ‘Begin dit jaar heb ik mijn achttiende verjaardag gevierd. Ik dacht altijd dat ik dan eindelijk naar een nachtclub mocht! Mooi niet. Dat kan ik nooit meer inhalen. En ik ben bang voor de toekomst. Ik vraag me bijvoorbeeld steeds vaker af of het wel een goed idee is om kinderen op deze wereld te zetten. Ik heb het er met vriendinnen over gehad of we kinderen willen of niet. Ik was de enige die het niet wilde of die het in elk geval niet zeker wist. Wat hebben mijn kinderen eraan om in een tijd van klimaatverandering in de ene crisis na de andere te leven? Ik weet dat er als vrouw van je wordt verwacht dat je kinderen krijgt. Maar dat het kan, betekent nog niet dat het moet.’

    Egoïsme

    Chloé Lassel, 22, rechtenstudent in Versailles, Frankrijk

    ‘Toen ik alleen nog maar thuis zat, is me duidelijk geworden dat ik al een tijdje niet meer zo enthousiast ben over mijn studie rechten. In het weekend help ik altijd in een boekwinkel hier in de buurt. Die kant wil ik op. Ik wil iets anders, ik hou ervan onder de mensen te zijn, om klanten boeken aan te raden. Ook tijdens de pandemie kwamen er veel mensen in de boekwinkel, om iets te kopen en om een praatje te maken. Al wilden sommige geen mondkapje opdoen of hun handen desinfecteren. Als ik dat dan vriendelijk vroeg, begonnen ze te betogen dat ze jeuk kregen van het desinfectiemiddel, of dat ze last hadden van het mondkapje. We moeten ons afvragen hoe we met dat soort egoïsme willen omgaan. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje, en alleen komen we daar niet uit. De crisis heeft veel dingen zichtbaar gemaakt, ook dingen die we eigenlijk niet willen zien.’

    Lara Oreiro, 24, student in A Coruña, Spanje

    ‘Jong zijn is nooit makkelijk geweest, ook tegenwoordig niet. Mijn generatie moet vechten tegen het stigma dat ze “altijd alles had”. Maar op het ogenblik hebben we weinig en verliezen we een heleboel. Dit zou het jaar zijn dat ik volwassen werd. Ik zou mijn studie afronden en gaan werken. Ik wilde groeien, persoonlijk en in mijn beroep. Die droom heb ik ondertussen laten varen. Veel jonge mensen hier in La Coruña zitten vol opgekropte woede. We lijden aan slapeloosheid en voelen ons machteloos en onrustig. We denken dat het ergste leed geleden is, maar we moeten onszelf niets wijsmaken. Het ergste moet nog komen, zodra we met de nawerkingen van de coronacrisis worden geconfronteerd. Wanneer we proberen een baan met een fatsoenlijk salaris te vinden om zelf een onafhankelijk bestaan op te bouwen. We zullen moeten vechten zoals al heel lang geen jong mens meer heeft hoeven vechten.’

    Risico op depressie

    64 procent van de 18- tot 34-jarigen in de Europese Unie loopt het risico een depressie te ontwikkelen. Dat blijkt uit een enquête uit het voorjaar van 2021 van Eurofound, een agentschap van de Europese Unie. In dezelfde periode in 2020 was dat 53 procent.

    Ana Carrasco, 23, student communicatiewetenschappen in Sevilla, Spanje

    ‘Toen de lockdown begon, kreeg ik paniekaanvallen door het bombardement van cijfers over aantallen besmettingen en doden. Ik ben opgehouden met mijn onlinecursussen en heb de tv uitgezet. In plaats daarvan heb ik de radio aangezet, alleen om naar muziek te luisteren, en ben ik boeken gaan lezen, maar alleen als ze goed aflopen. Ik heb Trivial Pursuit gespeeld met mijn vader, liedjes gezongen met mijn zus en films gekeken met mijn moeder. We aten tussen de middag en ’s avonds altijd met zijn vieren en hebben elkaar op moeilijke momenten gesteund. Zo is het ons gelukt in balans te blijven. Nu ga ik beginnen aan een master journalistiek in Barcelona en heb ik weer zin om te studeren.’

    Paula Mols, 23, student maatschappelijk werk in Münster

    ‘Omdat ik sinds het begin van de pandemie van mijn partner af ben, moest ik eerst uitzoeken wie ik was zonder hem. Dat heeft voor mij de pandemie, stom gezegd, draaglijker gemaakt. Toen ik weer klaar was om andere mensen te leren kennen, voelde het toch oneerlijk dat ik mijn singlebestaan niet kon uitleven. Kortgeleden heb ik via Tinder mijn nieuwe vriend leren kennen. Op onze eerste date gingen we samen wandelen. Wat moet je anders. Nu breng ik de meeste tijd met hem door en helpt hij me door deze moeilijke maanden heen.

    Voor de pandemie vond ik politieke onderwerpen taai, maar inmiddels begrijp ik altijd wat er aan de hand is en blijf ik op de hoogte door de corona-update met Christian Drosten en de Tagesschau. Ik moet zeggen dat ik heel teleurgesteld ben over onze regering en het idee heb dat ze gefaald heeft. Het coronajaar heeft me zo uitgeput dat ik haast lethargisch ben. Het liefst zou ik naar bed gaan en slapen tot de pandemie eindelijk voorbij is!’

    ‘Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan’

    Greta Carosso, 18, scholier in Bra, Italië

    ‘Vroeger had ik nooit veel haast om bepaalde ervaringen op te doen. Inmiddels is dat anders geworden en vind ik het belangrijk zodra een gelegenheid zich voordoet die te benutten. Voor mij is niets vanzelfsprekend meer. Een paar van mijn vrienden en ik zijn inmiddels onder behandeling bij een psycholoog. We zijn vanbinnen ontzettend kwaad en weten niet wat we daarmee aan moeten. Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan. Wij jongeren moeten nu gewoon weer energie vinden.’

    Francesco Piacentini, 20, student in Ferrara, Italië

    ‘De laatste drie jaar van het gymnasium heb ik op een militaire school gezeten. Tijdens de pandemie was ik gedwongen al mijn tijd daar door te brengen. Toen heb ik gemerkt dat wat ik in het leven echt wil, niets met het leger te maken heeft. Ik wil liever proberen een onbezorgd en vreedzaam leven te leiden, een leven waarin ik anderen kan helpen. Op school heb ik nooit problemen gehad, maar nu ik op de universiteit zit, staat het water me aan de lippen. Eerlijk gezegd geloof ik dat de mensen de coronatijd het liefst zo snel mogelijk willen vergeten. Vooral de arbeidersklasse, die het zwaarst getroffen is. Daarom geloof ik ook dat er uiteindelijk niets verandert, en ik denk ook niet dat dat nodig is.’

    Ruaidhrí Ó Conaill, 24, docent sport en Ierse taal in Cork, Ierland

    ‘Door mijn werk als leraar heb ik geleerd hoe groot de behoefte aan een reorganisatie van het Ierse onderwijssysteem is. Een voorbeeld: alles is gericht op één eindexamen in het laatste schooljaar, het Leaving Cert. Na de catastrofe van het afgelopen jaar toen het centrale eindexamen gewoon doorging, wat zelfs tot processen heeft geleid, is het echt de hoogste tijd om de leerlingen continuer te toetsen.

    Een ander probleem: sommige scholieren werken sinds het begin van de pandemie alleen nog op hun smartphone, terwijl we tegelijkertijd proberen de smartphoneverslaving van deze generatie te bestrijden. Ook al wordt Ierland steeds liberaler, de regering heeft de laatste tijd het contact met de jonge mensen verloren. Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat zoveel jonge Ieren nog steeds weg willen. Wat me ook bezighoudt: met het oog op de klimaatverandering moeten we onze manier van leven aanpassen. Hoe we eten, reizen, wat voor kleren we dragen, bijna alles in ons leven moet anders. Kortom: het kapitalisme moet verdwijnen en worden vervangen door een meer bewuste, groenere en meer holistische levenswijze. Had u me tien jaar geleden verteld dat de wereld ten onder zou gaan, dan had ik u voor gek verklaard. Nu beaam ik het.’

    Geen student, maar een robot

    Victor Volmer, 20, student jazz in Berlijn

    ‘In september ben ik naar Berlijn gegaan, een compleet vreemde, grote stad, om aan mijn muziekstudie te beginnen. Ik wilde andere musici ontmoeten, in plaats daarvan zat ik opgesloten op mijn veel te dure kamertje en deed ik ongelooflijk mijn best om de virtuele lessen leuk te vinden. Muziek moet het tenslotte hebben van het samen spelen met anderen. Ik heb een tot nog toe onbekend potentieel aan agressie in mezelf ontdekt, wat ik verklaar uit mijn algehele ontevredenheid. 

    Ik geloof dat de grote uitdaging voor mij is de hedonist in mezelf uit te schakelen ten bate van de ander en tegelijk in de gaten te houden dat het met mij ook goed blijft gaan, vooral mentaal. Daarin een balans vinden is echt heel moeilijk. Jezelf niet helemaal isoleren, maar ook niet naar een feestje van een vriend of een vriendin gaan waar ook nog tien anderen zijn uitgenodigd. Mijn doel is in elk geval om zonder blijvend geestelijk letsel uit deze crisis te komen.’

    Isabelle Koch, 22, uit Freiburg, studeert management in München

    ‘Het voelt alsof je het belangrijkste stuk van je leven gewoon overslaat. De hoorcolleges aan de technische universiteit in München, te midden van studiegenoten en vrienden, zijn veranderd in studie op afstand: in mijn eentje thuis achter mijn laptop. Ik heb mijn kamer in de woongroep, waar ik zoveel heb gefeest, opgezegd en woon weer bij mijn ouders in de buurt van Freiburg, op het platteland. Ik voel me geen student meer, maar een robot. Ik ben dankbaar dat we in deze crisis nog kunnen studeren. Toch heb ik het gevoel dat we door de regering zijn vergeten. Over studenten hebben ze het nooit. Voor de pandemie zou ik gezegd hebben dat het de grootste uitdaging voor mijn generatie is om tot een besluit te komen. Omdat voor ons bijna te veel mogelijkheden open liggen en we zo veel kansen hebben die we moeten benutten. Tijdens de pandemie is dat veranderd. Ons grootste probleem nu is het gebrek aan perspectief. Ik hoop dat dat snel verandert.’

    Fotoreeks van Tommaso Ausili

    De Itialaanse fotograaf Tommaso Ausili maakte een reeks portretten van jongeren tijdens de lockdown, die hier te bekijken is. ‘De psychologische gevolgen van de pandemie werden vooral opgemerkt bij adolescenten’, aldus de fotograaf op de pagina. ‘In deze levensfase beleeft de persoon een groeiproces, de ontwikkeling van zijn eigen persoonlijkheid en de ontdekking van zichzelf. Adolescenten streven naar een cognitieve en emotionele band met de sociale omgeving en omgeving. Een van de belangrijkste doelstellingen van adolescenten is het bereiken van autonomie, wat een innerlijke reis vereist langs zekerheid en verwarring, tevredenheid en onvrede. (…) De meeste adolescenten ervoeren gevoelens van angst en ontmoediging die hun dagelijkse levensstijl sterk beïnvloedden.’


  • Morgan de orka is gered, maar voor altijd gevangen

    Morgan de orka is gered, maar voor altijd gevangen

    Tien jaar geleden werd een jonge, bijna verhongerde orka aangetroffen in de Nederlandse Waddenzee. De walvis werd gered en leeft intussen in een aquarium. Sindsdien ruziën veel verschillende partijen over de vraag wat het beter voor haar is: weidse, maar gevaarlijke vrijheid, of een benauwde veiligheid tussen betonwanden?

    Keuze uit het archief

    Op 4 mei dit jaar bracht een groep orka’s een jacht tot zinken voor de kust van Gibraltar. Het voorval was een van de vele incidenten waarbij de ‘killerwhales’ schepen aanvallen in de buurt van de Spaanse en Portugese kust. Volgens The Guardian is een van de mogelijke verklaringen voor dit gedrag dat een van de orka’s een traumatische ervaring met mensen heeft gehad. Want dat de relatie tussen de orka en de mens niet altijd soepel verloopt, blijkt wel uit dit artikel van Die Zeit. Journalist Johannes Böhme onderzocht het verhaal van orka Morgan, die ‘gered’ werd uit de Waddenzee en uiteindelijk in een aquarium in Tenerife belandde. Logisch dat zijn soortgenoten besloten wraak te nemen.

    De Latijnse benaming is een toespeling op de orcus, de onderwereld. De Engelse, ‘killerwhale’, op de jachtmethode van het dier. We horen de zeven orka’s al voor we ze zien: hun ademhaling, de lange teugen lucht, als het zuchten van reusachtige blaasbalgen, en hun spookachtig hoge kreten, die echoën tegen de lege bankjes van het stadion. Het meest bezochte dierenpark van de Canarische Eilanden, het Loro Parque op Tenerife, is al maanden gesloten. De laatste bezoekers kwamen er in maart; nu is het augustus. Toch zijn de paden in het park aangeveegd, de heggen gesnoeid, de ruiten gezeemd. Wolfgang Kiessling, de 83-jarige eigenaar, heeft een huis in het midden, tussen de leeuwen, de papegaaien en de flamingo’s. Hij bezit niet alleen de dierentuin, maar ook een reusachtig waterpark, een aquarium, een vijfsterrenhotel en een steakrestaurant zo dicht bij de dierentuin dat je van daaruit een mooi uitstapje kunt maken: dieren bekijken, en dan dieren eten. Forbes schatte zijn vermogen in 2019 op 270 miljoen euro. Kiessling kwam begin jaren zeventig uit Duitsland naar de Canarische Eilanden. Sindsdien woont hij er.

    Verantwoording

    Johannes Böhme (33) stuitte toevallig op blogbijdragen over Morgan op een prozoowebsite, doorspekt met harde aanvallen op Ingrid Visser. Böhme wilde begrijpen waarom de strijd om een dier zo drastisch gevoerd wordt. Hij sprak met walvisdeskundigen en voormalig medewerkers van Loro Parque en Dolfinarium Harderwijk, en las honderden pagina’s wetenschappelijke studies.

    Ik ben naar de dierentuin gekomen om het dier te zien dat hem verreweg de meeste narigheid heeft bezorgd: een wilde orka die men Morgan heeft genoemd. Kiessling zelf begeleidt me naar het bassin. Hij draagt een wit poloshirt met een papegaaienlogo, zijn gezicht is rood van de zon. Onderweg pikt hij een blaadje op van het pad.

    Kiessling kan zijn orka’s niet uit elkaar houden. De vrouwelijke dieren zijn allemaal even groot: ongeveer vijf meter lang en iets minder dan twee ton zwaar. Maar de trainers leggen me later uit hoe je Morgan kunt herkennen: aan een klein zwart puntje, nauwelijks groter dan een knoop, dat midden in de witte, ovale vlek achter haar rechteroog is aangestipt. Aan haar rugvin, die geen kerven of littekens heeft, zoals die van de andere vrouwtjes in het bassin. Haar ogen zijn zwarte knikkers met een lichtblauwe rand.

    Tot op heden is de opvallende zwart-wittekening van de dieren een raadsel voor de biologen

    Al tien jaar is deze walvis omstreden. Het is een strijd die al zeven keer voor de rechter is geweest, en een keer voor de petitiecommissie van het Europees Parlement. Een conflict dat duidelijk maakt welke symboolwaarde een dier kan krijgen in de discussie over de vraag hoe de mens met de natuur moet omgaan.

    Wat Kiessling me wil laten zien, is de show. ‘U zult zien dat mijn dieren in blakende vorm zijn,’ zegt hij. Minstens twee keer per dag oefenen de trainers ook in het lege park met de orka’s salto’s, water spuiten, kop schudden, tong uitsteken, langs de rand van het bassin glijden, met de vinnen wuiven en de ‘alien’, een figuur waarbij de walvissen loodrecht als een raket uit het water opspringen en op het hoogste punt de kop vooruit steken.

    Er klinkt dad-rock: Phil Collins’ You’ll Be In My Heart. Het is een warme, zonnige dag, 27 graden. Achter het bassin bewegen de bananenplanten van een aangrenzende plantage traag in de wind. Morgan maakt drie snelle sprongen achter elkaar, de rug gebogen als een kerkraam. Een volwassen persoon had rechtop onder de curve van haar sprong kunnen staan. Kletterend valt ze terug in het water, een golf slaat over de rand van het bassin. De Europese Noordzee, het koude, donkere water, de scholen haring en de robbenkadavers – dat alles is duizenden kilometers ver weg. Morgan heeft een lange weg achter de rug.

    Orka’s zijn zulke buitengewone dieren dat het misschien geen wonder is dat de mens ze gebruikt als projectiescherm. Dat zie je al aan de naam die we ze gegeven hebben; de Duitse naam ‘schwertwal’ slaat op hun lange rugvinnen, tot wel twee meter lang bij de mannetjes en vaak van ver zichtbaar. 

    Tot op heden is de opvallende zwart-wittekening van de dieren een raadsel voor de biologen. Jagers proberen doorgaans zo onzichtbaar mogelijk te zijn.

    Lange tijd vonden mensen orka’s heel eng. Vissers en walvisjagers hadden keer op keer waargenomen hoe groepen orka’s grote walvissen aanvielen en doodden. Aan de Amerikaanse westkust strandden orka’s met hun buik vol dode robbenbaby’s, wel tien of meer. Er bestaan talloze horrorverhalen over deze dieren. Ze werden doorboord met lansen en harpoenen, met geweren beschoten, met artilleriegranaten en explosieven aan flarden geschoten. Nog in het jaar 1954 richtte het Amerikaanse leger met machinegeweren een slachting aan bij IJsland, waarbij honderden orka’s gedood werden.

    Later, in de jaren zestig en zeventig, toen de eerste dieren in aquariums getoond werden, begrepen miljoenen mensen hoe speels, intelligent en sociaal orka’s zijn. Vanaf dat moment veranderde alles. Angst sloeg om in bewondering. Mensen werden verliefd op de orka. De monsters veranderden in showdieren.

    Hello en bye bye

    In een van de eerste orka-shows, in 1968 in Seaworld, een pretpark in het Amerikaanse San Diego, speelde de trainer een dokter die zijn patiënt, een orka, onderzoekt met een stethoscoop. Antropomorfiseren noemen wetenschappers dat; het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan dieren. En dat was precies wat de mensen deden met de orka. De film Free Willy, waarin een jongen vriendschap sluit met een orka en hem uit een aquarium bevrijdt, was een van de succesvolste film van de jaren negentig. Meer dan 153 miljoen dollar bracht hij wereldwijd op. In een Frans aquarium leerden een paar jaar geleden wetenschappers een orka geluiden te maken die klonken als ‘hello’ en ‘bye bye’. En de Lumi, een indianenvolk in de staat Washington in de VS, noemen de orka’s ‘onze broeders en zusters onder water’.

    De bemanning van patrouilleboot De Krukel, die niet ver van Lauwersoog op de Waddenzee voer, dacht eerst dat ze gevolgd werden door een dolfijn. Het dier was klein en vermagerd. Niemand van hen had ooit een orka in de Noordzee gezien. Ze stuurden foto’s naar de wetenschapper Kees Camphuysen. ‘Ik zei tegen ze: dat is een jonge orka. Die is ver, ver afgedwaald van zijn groep. Die gaat dood. Daar valt niets aan te doen,’ vertelt Camphuysen mij via Zoom. ‘Maar ze wilden niet naar me luisteren.’

    Het was 23 juni 2010. Het enige bassin in Nederland dat groot genoeg was voor een orka, ligt in Harderwijk, 160 kilometer verderop. Het Dolfinarium is een commercieel aquarium waar dolfijnen, zeeleeuwen en bruinvissen te zien zijn. Ambtenaren van het ministerie van Landbouw en Natuurbeheer mailden foto’s van het dier naar het personeel van het Dolfinarium. Tegen twee uur ’s middags besloten ze daar dat het dier gered moest worden. De Nederlandse regering zorgde voor een speciale vergunning. 

    Het duurde meer dan zes uur tot het reddingsteam uit Harderwijk bij de orka aankwam. Het was kort na acht uur ’s avonds. Het water stond zo laag dat het de mannen in hun wetsuits maar tot net boven de heupen kwam. Het dier zwom nog net, met maar een paar handbreedtes water onder de buik.

    ‘Het was warm, zonnig en windstil. De zee was kalm, zonder golfslag,’ vertelt Steve Hearn, indertijd de hoofdtrainer van de dolfijnen in Harderwijk. ‘Ze bewoog niet toen we haar benaderden. Ze lag gewoon stil in het water. Toen we haar pakten, verweerde ze zich niet. Op een video van de redding is te zien hoe ze het dier met zeven man vastpakten. Hearn in zijn wetsuit omvatte de orka als een boomstam. Toen gingen ze aan de slag. Ze droegen het dier een beetje, en het zwom een beetje mee. Zo loodsten ze het tweehonderd meter in de richting van het schip. Hearn zegt dat hij dacht: ‘Als er nu aan de horizon een grote zwarte rugvin opduikt, dan hebben we een probleem.’ Maar daar lag alleen het eiland Schiermonnikoog en de gladde, lege Noordzee. Om de dichtstbijzijnde orkapopulatie te bereiken had je in alle richtingen meer dan zevenhonderd kilometer moeten zwemmen, naar de Hebriden, de westkust van Groot-Brittannie, de Faeröer eilanden of de Noorse kust. Het dier was heel ver van huis. Het liet zich zonder verweer in de draagbanden leggen en aan boord hijsen.

    De dierenarts Niels van Elk gaf de orka infusen, omdat het beest zo uitgedroogd was. ‘Het zag eruit als een paling, zo vermagerd was hij,’ zegt Van Elk. ‘Ik maakte me grote zorgen dat het zomaar onder onze handen kon sterven. Het was een vrouwtje, drie meter veertig lang, tussen twee en drie jaar oud. Ze woog maar 430 kilo, zoveel als een eenjarig kalf. Ze leek wekenlang vooral algen gegeten te hebben. Ze laadden haar over op een vrachtwagen, legden natte handdoeken op haar huid en besproeiden haar tijdens de meer dan twee uur durende rit met water. Onderweg begon ze plotseling geluiden te maken, hoog en piepend.

    Pas om half twee ’s nachts kwamen ze bij het aquarium aan. Men hees het dier in een leeg bassin, het oude showbad voor zeeleeuwen en dolfijnen dat iets meer dan twintig meter lang, bijna acht meter breed en maar ongeveer drie meter diep was. Ze voerden haar vissen.

    Ze was nog geen eigendom, maar dat wat juristen res nullius noemen: niemands zaak

    Orka’s kunnen kieskeurig zijn wat hun voeding betreft. Er zijn orka’s die in gevangenschap tweeënhalve maand niets anders aten dan vis. De groepen in het wild specialiseren zich vaak op een prooidier, waar ze dan in hoofdzaak op jagen, terwijl al het andere ze niet interesseert. Er zijn groepen orka’s die bijna uitsluitend roggen eten, of haaien, of zeeleeuwen. Andere zijn volledig gespecialiseerd op de jacht op andere walvissen. Ze eten vaak niet eens het hele slachtoffer op, maar alleen de tong, het weekste deel van de walvis.

    Dit dier hield van haringen, inktvissen en lodden, kleine, langwerpige visjes, iets groter dan sardines. De dure zalmfilets die een lokale onderneming had gedoneerd, spuugde ze weer uit. Het kleine walviswijfje overleefde de eerste nacht, en de tweede, en de derde. Ze werd Morgan genoemd.

    Niels van Elk, de dierenarts, probeerde dagenlang uit te vinden wat er met Morgan aan de hand was. Hij onderzocht haar met een maagsonde, met een camera in haar ademgat en nam bloed af. ‘Ik kon niks vinden. Ze had al lang niets meer gegeten, maar verder leek ze niks te mankeren,’ zegt Van Elk. Het bleef een raadsel: waarom had ze de aansluiting bij haar groep verloren, ergens daarbuiten, in het voorjaar? Was er iets gebeurd met haar familie, of kon ze zich niet meer oriënteren? En: kon ze worden teruggezet in zee? Het is nu moeilijk voor te stellen hoe open Morgans toekomst toen nog was. Dat er een moment was waarop nog niet alle meningen vaste vorm hadden aangenomen. Op dat moment werd ze nog door niemand als bezit gezien. Ze was nog geen eigendom, maar, zoals alle wilde dieren in de EU, dat wat juristen res nullius noemen: niemands zaak.

    Het dispuut rond orka’s is, zoals zoveel discussies, een strijd over wat werkelijkheid is en wat niet. Het gaat om verschillende percepties van de werkelijkheid en om de metaforen die ons helpen haar te begrijpen. Wat betekent een bassin vol water voor een walvis? Een luxehotel? Of een piepkleine gevangeniscel?

    We weten niet precies hoe de orka een zwembad beleeft. Net als voor een vleermuis bestaat de wereld voor hem vooral uit klank, resonantie, die hij met klikgeluiden aftast. Middels hoge kreten vindt hij de andere orka’s van zijn groep, zelfs als die meer dan tien kilometer ver weg zijn. Maar voor een dier dat veel tijd in diepe duisternis doorbrengt zijn ook zijn ogen verbazend goed.

    De jacht op de walvis

    Onze kennis van de omvang van de industriële walvisvangst komt grotendeels voort uit verhalen over walvissen die met succes werden gevangen. Maar Morgana Vighi en haar team van de Universiteit van Barcelona wilden het aantal
    walvissen vaststellen dat walvisjagers hebben gedood maar niet verhandeld, schrijft Hakai Magazine.

    Vooral in de begindagen van de walvisjacht, voordat technologische vooruitgang de tactieken effectiever maakte, kwam het vaak voor dat walvisjagers walvissen ‘verloren’. Een opvallend groot aantal walvissen raakte gewond of stierf zelfs, maar ging vervolgens verloren op zee – ‘en alle arbeid was verloren, zoals al zo vaak is gebeurd’, klaagde Frederic Marten, een zeventiende-eeuwse Britse walvisvaarder.

    Uit het onderzoek van Vighi en haar team bleek dat geen enkele reis zonder verliezen verliep. In de vroege fase van de industriële walvisvangst, tussen 1775 en 1850, waren die verliezen aanzienlijk. De wetenschappers berekenden dat het verliespercentage voor potvissen 1 op 10 bedroeg; voor elke tien gevangen walvissen op zee ging er één verloren. Voor zuidelijke rechtse walvissen was dat aantal zelfs 5 op 10; voor elke tien die werden gedood en gevangen, gingen er vijf verloren.

    ‘Deze reconstructies zijn van fundamenteel belang voor de huidige herstelinspanningen, omdat ze ons vertellen hoe ver of hoe dicht de huidige populaties af zitten van de natuurlijke situatie,’ zegt Ana Rodrigues, ecoloog bij het Centre for Functional and Evolutionary Ecology in Frankrijk (niet betrokken bij het onderzoek). ‘Het negeren van deze [verloren] walvissen leidt tot onderschatting van de historische populatie en vertaalt zich in minder ambitieuze doelstellingen.’

    Weinig mensen hebben zich zo erg in orka’s geprobeerd in te leven als Ingrid Visser. Ze is walvisonderzoekster, 54 jaar oud en woont in een afgelegen huis aan de steile kust van Tutukaka in het noorden van Nieuw-Zeeland. Vaak kan ze de walvissen vanuit haar raam observeren. Gezien vanuit Harderwijk woont ze vrijwel precies aan het andere eind van de wereld. Ze heeft stroblond haar en blauwe, bijna doorzichtige ogen, die haar iets onthechts geven. We spreken elkaar via Zoom.

    Morgan hield de rechtbanken voortdurend bezig; een dierenbeschermster heeft haar geval zelfs voor een commissie van het Europese Parlement gebracht. Zolang ze zich kan herinneren is ze bezeten geweest van walvissen, vertelt Visser. Op haar veertiende had zij, een boerendochter, zo ongeveer de complete vakliteratuur over de dieren gelezen. Op haar zestiende begon ze maandenlang op zee te varen, als steward op een zeilschip. Van haar negentiende tot haar eenentwintigste jaar bracht ze bijna al haar tijd op zee door, voer de wereld rond, legde 96000 kilometer op het water af. Toen ze terugkwam, had ze driekwart van alle walvis- en dolfijnensoorten in het wild meegemaakt.

    Ze was een jonge biologiestudente toen ze bij het snorkelen voor het eerst een orka onder water zag. ‘Een groot wijfje, met een rog in de bek, zwom met haar kalf vlak langs me,’ vertelt ze. ‘Dat was een magisch, betoverend moment.’ Het materiaal voor haar proefschrift verzamelde ze door met wilde orka’s voor de kust van Nieuw-Zeeland te gaan duiken, wat tot dan toe nog vrijwel niemand had gewaagd.

    Visser heeft duizenden uren met orka’s doorgebracht, honderden daarvan onder water. Bij Nieuw-Zeeland kan ze de dieren aan hun vinnen herkennen. Ze heeft ze namen gegeven. Ze heeft gezien hoe ze jagen, wat ze eten, hoe ze spelen en hun kalfjes opvoeden. En ze heeft ze af en toe het leven gered. Vijftien keer, vertelt ze, heeft ze gestrande orka’s terug de zee in geholpen. De meeste van die dieren waren gezond en in goede conditie. Ze waren verdwaald in ondiep water en waren op een zandbank gezwommen. Of ze hadden zich verstrikt in vissersnetten en moesten bevrijd worden.

    Visser is nooit professor aan een universiteit geworden en heeft desondanks meer dan dertig wetenschappelijke artikelen gepubliceerd. Haar onderzoek heeft ze gefinancierd met donaties en bijbaantjes. ‘Ik ben sinds twintig jaar niet meer op vakantie geweest, ik ga zelden naar restaurants. Ik word niet betaald voor mijn onderzoek, dus vrienden en familie doneren af en toe geld, zodat ik mijn rekeningen kan betalen.’ Ze vertelt dat ze voor het eerst orka’s in gevangenschap heeft gezien in een bassin in Antibes, in Frankrijk. ‘Ik moest braken.’ De benauwdheid van het bad en het onnatuurlijk gedrag van de dieren kon ze nauwelijks verdragen. ‘Het was zó verkeerd,’ zegt ze.

    Ze hoorde over de redding van Morgan op televisie. In haar ogen was er voor de walvis vanaf dat moment maar één doel: de oceaan.

    De mensen die Morgan in de eerste weken in Harderwijk bezochten, verbaasden zich over hoe communicatief ze was. ‘Het leek niet helemaal normaal,’ zegt Filipa Samarra, orka-onderzoekster aan de IJslandse universiteit in Reykjavik en een van de eerste wetenschappers die bij haar waren. ‘Maar wij wisten ook niet echt wat normaal was. Ze communiceerde dag en nacht.’

    In Tenerife heb ik haar geluiden gehoord. Ze klinken als het piepen van een slecht geoliede deur, als een vogel, of als het geluid wanneer je met je vingers over een luchtballon wrijft. En dan weer klinken ze volkomen buitenaards.

    Verschillende dialecten

    Orka’s hebben verschillende dialecten. De geluiden verschillen van groep tot groep. Een orka uit Antarctica klinkt anders dan een orka uit Alaska of Noorwegen of de Salish Sea bij Vancouver. Zelfs verschillende groepen in dezelfde wateren hebben vaak een compleet eigen code die ze leren van hun verwanten. Met een beetje geluk kun je aan de hand van de geluiden vaststellen waar ze vandaan komen. Morgan piepte een onbekend, waarschijnlijk Noors dialect, zoals Samarra achterhaalde nadat ze de geluiden had vergeleken met enkele duizenden orka-roepen die wetenschappers in het wild hadden opgenomen.

    Morgan werd steeds sterker. Ze at begerig. Ze kwam aan. Na tweeënhalve maand was ze al 260 kilo aangekomen. Het bassin was snel te klein. Als ze loodrecht in het water stond, raakte ze met haar staartvin de bodem. De ramen van haar bad waren allemaal ondoorzichtig, op één na. Vaak wachtte ze achter dit ene, heldere raam, tot er iemand voorbij kwam.

    Steve Hearn, de trainer, stond voor een dilemma. ‘Het zijn intelligente dieren, ze vervelen zich snel,’ zegt hij. Maar het is eigenlijk geen goed idee om een dier dat in zee teruggezet moet worden, al te zeer aan mensen te laten wennen. Niettemin zegt Hearn dat het ‘gewoon te wreed zou zijn geweest als we niets anders hadden gedaan dan Morgan elke dag vijftien pond vis in de bek te gooien en er dan weer vandoor te gaan’.

    Hearn begon de monotonie van haar dagen in het kleine bad te doorbreken. Hij bedacht spelletjes voor haar. Hij liet een op afstand bestuurbaar autootje voor haar bassin heen en weer rijden. Hij zette een pak cornflakes voor het raam, zodat er meeuwen op af kwamen. Hij ging het water in en zwom met haar rond. Hij masseerde haar buik, haar rug, haar tong.

    Weidse, maar gevaarlijke vrijheid, of een benauwde veiligheid tussen betonwanden

    Na iets meer dan een maand lieten ze in Harderwijk toeschouwers bij Morgan toe. Enkele honderden bezoekers zagen haar elke dag in het Dolfinarium. De toekomst van Morgan vernauwde zich met de dag.

    Hearn zegt dat hij zes dagen per week zestien uur per dag met haar doorbracht. ‘Maar natuurlijk kon dat zo niet verder gaan. Ze moest terug naar andere zwart-witte dieren.’ Er waren twee mogelijkheden: een leven in een zwembad – zij het groter dan in Harderwijk – met andere orka’s. Of in het wild, met een onzeker resultaat. Weidse, maar gevaarlijke vrijheid, of een benauwde veiligheid tussen betonwanden.

    Seaworld

    Eigenlijk begon het conflict rond Morgan, het orkawijfje, lang voordat ze strandde. Het gaat decennia terug en het draait vooral om één firma, de Amerikaanse themaparkexploitant Seaworld. Seaworld heeft de orka veranderd in een merk. In een entertainmenticoon. Iets meer dan de helft van alle orka’s in gevangenschap was eind 2010 van deze firma: 24 dieren in totaal, verdeeld over drie parken in San Diego, Orlando en San Antonio, en nog vijf dieren die uitgeleend waren aan Loro Parque. Het was een kleine groep, vergeleken met de op ongeveer 50.000 geschatte orkapopulatie in het wild. De onderneming maakte in dat jaar een omzet van 1,2 miljard dollar dankzij 22,4 miljoen bezoekers. Het bedrijf is in het verleden meedogenloos te werk gegaan om aan dieren te komen.

    De eerste orka’s ving Seaworld in 1970 bij Seattle. Men spoorde de dieren met vliegtuigen op en dreef ze met explosieven in ringzegennetten. Later, toen de jacht in Amerika werd verboden, weken de jagers van Seaworld uit naar IJsland, waar de firma extra bassins liet bouwen. Daarin werden de pas gevangen dieren vastgehouden tot ze afgevoerd konden worden. Vaak stierven ze er. Om te versluieren dat het om in het wild gevangen dieren ging, sluisde de firma een deel van de orka’s eerst door Japanse aquariums, voordat ze de VS in gebracht werden. Toen ook in IJsland het tij keerde, kocht Seaworld de markt leeg.

    Een van de laatste beschikbare orka’s haalde het bedrijf in 1987 vanuit Nederland naar de VS – uit het Dolfinarium Harderwijk. Ook de orka’s in het Loro Parque in Tenerife waren tot 2017 het eigendom van Seaworld. Zij zijn de nakomelingen van de dieren die men bij Seattle en IJsland had gevangen. Die race om steeds nieuwe orka’s ligt al tientallen jaren achter ons. Maar toen Morgan gered werd, doken de oude reflexen meteen weer op. ‘Ik wist dat er problemen zouden komen,’ zegt Ingrid Visser. ‘Op dat moment waren er al dertien jaar geen wilde orka’s meer gevangen. De genenpool in de aquariums was beperkt. Morgan was nieuw bloed voor een industrie die een inteeltprobleem had – en daarmee een van de waardevolste dieren ter wereld.’

    De waarde van een orka schatten is vrijwel onmogelijk, omdat maar weinig aquariums in de wereld de gelegenheid hebben om dieren onder te brengen, en de handel door de wetgeving sterk is ingeperkt. Dennis Speigel, een deskundige op het gebied van Amerikaanse pretparken, schat desondanks dat een orka op dit moment vijf tot tien miljoen dollar waard is. Ter vergelijking: in 2011 lag de jaaromzet van het Dolfinarium in Harderwijk rond 16,4 miljoen euro.

    Maar Steve Hearn en Niels van Elk, de voormalige dierentrainer en de toenmalige dierenarts van het Dolfinarium in Harderwijk, bestrijden allebei dat het om het geld ging. Zij wilden eenvoudig een dier redden, zeggen ze. Of het Dolfinarium ooit iets in ruil voor Morgan heeft gekregen, is onduidelijk. Het Dolfinarium Harderwijk heeft al mijn vragen onbeantwoord gelaten. 

    In de loop van millennia zijn ze tot het vreeswekkendste roofdier van de zee geworden, enkel overtroffen door de mens. Onderzoekers vermoeden dat ze een hele reeks soorten hebben uitgeroeid

    Vrijwel alles wat een orka zal leren, leert hij van zijn moeder. Zij brengt hem het systeem van geluiden bij waarmee ze communiceert, de jachttechnieken, die verfijnder zijn dan die van vrijwel elk ander dier, de opvoedmethoden, de lichaamsverzorging en de spelletjes. De rest leert een orka van zijn grootmoeder en zijn tantes. De wijfjes vormen het geheugen van de groep. In sommige orkagroepen blijven de dieren een leven lang bij hun moeder en grootmoeder. De mannetjes worden daar nooit helemaal zelfstandig. Ze sterven meestal korte tijd na de dood van hun moeder.

    De coördinatie van orka’s in het water is adembenemend. Hun waarneming van de wereld is er volledig op ingesteld om als groep te jagen. Die collectieve samenhang heeft ze in de loop van millennia tot het vreeswekkendste roofdier van de zee gemaakt, enkel overtroffen door de mens. Onderzoekers vermoeden dat ze een hele reeks soorten hebben uitgeroeid. Na het opduiken van de killerwhale tien miljoen jaar geleden nam het aantal grote walvissoorten tijdelijk af, van naar schatting 85 tot 38; het aantal robbensoorten werd gehalveerd. De meeste orka’s leven in koude wateren, in de poolzeeën, maar ze komen overal, ook in de tropen. Je kunt ze evengoed aantreffen in Hawaii als voor Moermansk. En hun honger is als die van ons: veelomvattend.

    Ze doden bijna tweehonderd soorten, in grootte variërend van 60-tonners tot rolmopsen; 37 walvissoorten, waaronder de blauwe vinvis, de potvis en dwergwalvissen, alle grote haaien- en roggensoorten, inclusief de grote witte haai, twintig soorten robben, 27 soorten zeevogels, 29 octopus- en inktvissoorten, 44 soorten vis, in het bijzonder zalmen, haringen en makrelen, evenals twee soorten zeeschildpadden. Af en toe grijpen ze ook herten en elanden die zee-engten oversteken. Het is bijna ontroerend dat ze ons tot dusver gespaard hebben. Voor zover bekend is in het wild nog nooit een mens door hen gedood. Het is onduidelijk waarom wij, die zo vaak argeloos in zee rond plonzen, nooit op hun menu zijn beland. Wel hebben de dieren zo nu en dan wel doelgericht boten geramd.

    Maar de hechte samenhang van hun groepen heeft ook nadelen. In hun eentje raken ze snel verloren. Het zijn hyperconformistische gemeenschappen, hun intelligentie is conservatief. De Canadese orka-onderzoeker Lance Barrett-Lennard heeft eens geschreven: ‘Ze kunnen bijna alles nadoen, maar ze houden niet van experimenteren en nieuwigheden.’

    Het zijn voorzichtige dieren, die vaak dagen nodig hebben voor ze in een nieuw bassin door een onbekende doorgang durven te zwemmen. Dat is fataal voor een terugplaatsing in de natuur: orka’s hebben een tendens ontwikkeld die de mens ook bekend is: xenofobie. Ze houden niet van dieren die anders jagen, anders klinken en er anders uitzien dan zijzelf. Veel orkagroepen zijn volgens genetische analyses meer dan 150.000 jaar geleden uit elkaar gegaan en hadden sindsdien nauwelijks contact met elkaar. Voor het terugplaatsen van een orka als Morgan moet je derhalve in de weidsheid van de oceaan iets heel kleins vinden: haar school, een groep van misschien twintig, dertig walvissen, waaruit ze afkomstig is. 

    Besluit

    In september 2010 vroeg Niels van Elk, de dierenarts van het Dolfinarium Harderwijk aan zeven experts – vier orka-onderzoekers, twee waddenzee-experts en een voormalige dierenarts van Seaworld – wat het Dolfinarium het beste kon doen. In november 2010 werden hun aanbevelingen in een rapport voor de Nederlandse regering gepubliceerd, bijna vijf maanden na de redding van Morgan. Alle zeven zeiden tegen terugplaatsing te zijn, zolang niemand wist waar Morgans walvisgroep was. John Ford, een van de bekendste walvisonderzoekers van de wereld, schreef in zijn rapport voor het aquarium: ‘Ze heeft al laten zien dat ze waarschijnlijk niet in staat is zelfstandig voedsel te vinden en zou waarschijnlijk lijden en in haar eentje sterven.’

    Voor het Dolfinarium was het besluit daarmee gevallen. In de maanden daarna kwamen er veel mensen op bezoek in Nederland: trainers van Marineland in Antibes kwamen langs en deden trainingssessies met de orka. Een dierenarts van Seaworld inspecteerde het dier. Steve Hearn vertelt dat hij een telefoontje kreeg van de intussen overleden eigenaar van het Marineland Park in het Canadese Niagara Falls, die hem vroeg hoeveel Beluga’s, dus witte walvissen, hij wilde hebben voor de orka. Hearn zei hem dat hij alleen maar de trainer was, en hem niet verder kon helpen. 

    Kort daarop klaagde een coalitie van zeven organisaties voor dierenrechten de Nederlandse regering en het Dolfinarium aan. Ingrid Visser werd de orka-expert van deze coalitie, die eiste dat de walvis ondanks het advies van de zeven wetenschappers in zee zou worden teruggezet – eerst in een afgeschermde zee-omgeving, waar men haar verder kon voederen en medische zorg kon geven. De dierenbeschermers wilden Morgan daar voorbereiden op terugkeer in zee.

    Wilde walvissen worden in Europa streng beschermd. Er bestaat een hele reeks internationale verdragen, EU-reguleringen en nationale wetten die verbieden ze te vangen. Ze zijn niet allemaal even streng, maar alle voorzien erin dat walvissen die gered worden uit een noodsituatie zo snel mogelijk terug in zee worden gebracht. De scherpste tekst, het ‘Verdrag tot behoud van de kleine walvissen in de Noord- en de Oostzee, de Noord-Atlantische oceaan en de Ierse Zee’, afgekort het ASCOBANS-verdrag, verbiedt het langdurig gevangen houden van kleine walvissen zonder uitzondering. De Nederlandse wet laat een klein gaatje open. Die staat toe gestrande walvissen te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek wanneer ze niet in zee terug gezet kunnen worden. Een EU-verordening verbiedt de ‘overwegend commerciële uitbating’ van wilde orka’s, evenals de handel in de dieren – maar staat wel uitzonderingen toe in bijzondere gevallen. 

    Een terugplaatsing zou niet alleen riskant zijn, maar ook duur. Heel duur. Er zijn in het verleden pas twee pogingen tot terugplaatsing met orka’s gedaan. Een daarvan was Keiko, de ster uit de film Free Willy, die na bijna twintig jaar in gevangenschap terug werd gebracht naar IJsland. Hij werd per vliegtuig van Mexico naar de VS, en later, in 1998, naar IJsland vervoerd. Een team begeleidde hem met peilzenders, boten, helikopters en vliegtuigen. De hele operatie kostte uiteindelijk ongeveer 20 miljoen dollar, gefinancierd uit donaties, waarvan meer dan 10 miljoen van de tech-miljardair Craig McCaw kwam, en twee miljoen van Warner Brothers, de productiemaatschappij die Free Willy produceerde. Desondanks werd Keiko nooit meer een echte wilde walvis. Hij stierf in 2003 in een baai in Noorwegen. Hij was vrijwel zijn hele leven door mensen begeleid en verzorgd.

    De tweede poging was goedkoper en succesvoller. In juni 2002 werd een jong wijfje, dat blijkbaar alleen en gedesoriënteerd was, gevangen in Puget Sound, in de buurt van Seattle. Wetenschappers kenden haar groep, die zich vijfhonderd kilometer noordelijker ophield. Ze werd een maand lang in een afgeschermd stukje zee verzorgd en toen per boot een paar honderd kilometer verderop naar haar verwanten gebracht, die haar weer opnamen. De kosten waren gering in vergelijking met de bedragen die voor Keiko waren opgehaald. Een paar honderdduizend dollar aan donaties was voldoende. Voor Morgan zou aanzienlijk meer uitgegeven moeten worden. Alleen al het transport naar Noorwegen zou tonnen hebben gekost. Een commercieel aquarium kostte de Nederlandse staat niets.

    In juni 2011 verleende de Nederlandse regering het Dolfinarium een exportvergunning voor Morgan. De afnemer zou Wolfgang Kiesslings Loro Parque in Tenerife zijn. Het Loro Parque is een commerciële onderneming. Tot de pandemie was het ook een heel winstgevend bedrijf. De balans van de dierentuin laat voor 2019 een winst zien van iets meer dan dertig miljoen euro.

    Het volledige gepubliceerde onderzoek aan de orka’s in het Loro Parque tot eind 2011 bestond daarentegen uit slechts twee wetenschappelijke artikelen in vaktijdschriften en een handjevol presentaties op wetenschappelijke conferenties. En de orka’s in Loro Parque waren allemaal eigendom van Seaworld. Ze waren slechts uitgeleend aan Kiessling. Morgan zou de vijfentwintigste orka worden in de collectie van een miljardenconcern.

    Het leek een duidelijke overtreding van meerdere wetten en internationale verdragen. In september 2011 bepaalde een rechter in Amsterdam daarom dat de export zes weken lang moest worden opgeschort.

    Kort daarop gebeurde er iets waarmee vrijwel niemand nog rekening had gehouden: de Duitse wetenschapper Heike Vester had in het jaar 2005 de geluiden opgenomen van een Noorse orkafamilie in de Tysfjord, terwijl ze een haringschool samendreven tot een compacte bal, de zogenaamde carousseljacht. Zij vergeleek de klanken met die van Morgan. Hun geluiden stemden verbazend nauwkeurig overeen.

    Goede kans

    ‘Het was ofwel haar eigen groep, ofwel een die er nauw verwant mee is,’ zei Vester mij. Vier van de zeven experts die aanvankelijk tegen terugplaatsing waren, veranderden daarop van mening. John Ford en Christophe Guinet, beiden internationaal bekende orka-onderzoekers, spraken zich uit voor een poging tot terugplaatsing. De twee andere orka-onderzoekers in de groep, Christina Lockyer en Fernando Ugarte, wilden zo’n poging op z’n minst overwegen. Drie van hen stelden bovendien voor om Morgan naar Noorwegen te brengen, niet naar Spanje, om haar eerst in een afgeschermd stuk zee te houden. De drie andere opstellers van het rapport die bij hun standpunt bleven, waren een voormalige dierenarts van Seaworld en twee Nederlandse Waddenzee-experts.

    Enkele weken lang zag het er naar uit dat de walvis een goede kans had in zee terug te keren. En toen viel alles uit elkaar. Op 21 november 2011 hief een rechter in Amsterdam de exportstop weer op. Het vonnis schoof de internationale verdragen en de EU-richtlijnen eenvoudig terzijde. De veranderde mening van de experts werd door de rechter niet serieus genomen. Dat het dier volgens de Nederlandse wet alleen voor onderzoek vastgehouden mocht worden, legde ze ruim uit: twee academische artikelen waren voldoende als bewijs. Het vonnis werd later in twee beroepsprocedures bevestigd.

    ‘De wet werd gewoon genegeerd als die in de weg zat. Ik heb zoiets daarvoor noch daarna ooit meer meegemaakt’

    Arie Trouwborst is professor in Tilburg, gespecialiseerd in milieurecht. Een nuchtere man die mijn vragen met kwellend lange pauzes beantwoordt om vooral niets ondoordachts te zeggen. Hij had destijds een advies opgesteld voor de coalitie van dierenbeschermers waartoe Ingrid Visser behoorde. ‘Ik kan nog steeds niet helemaal begrijpen wat er gebeurd is,’ zegt hij. ‘Ik leg mijn studenten altijd uit hoe belangrijk een precieze interpretatie van woorden voor de wet is. Maar dat deed er helemaal niet meer toe. Het was een beetje alsof we allemaal in die absurde bubbel gevangen zaten. De wet werd gewoon genegeerd als die in de weg zat. Ik heb zoiets daarvoor noch daarna nooit meer meegemaakt.’

    De Nederlandse rechters gaven in de motivatie van hun vonnis steeds weer blijk van hun zorg om de walvis niet in gevaar te brengen. Daar hadden ze beslist gelijk in. De wildernis is gevaarlijk, ook voor een alfa-roofdier, een roofdier dat geen enkel ander roofdier hoeft te vrezen. Hoe gevaarlijk het voor Morgan zou zijn, wist op dat moment niemand.

    De grote vraag is er uiteindelijk een die de mens in laatste instantie alleen voor zichzelf beantwoorden kan: is het beter om kort in het wild te leven, of lang in gevangenschap?

    Het was nog donker toen de trainers Morgan op 29 november 2011 in een draagbaar loodsten. Ze woog intussen bijna 1400 kilo. Sinds haar aankomst was ze iets minder dan een ton aangekomen. Het transport van een orka is een gecompliceerde, inspannende aangelegenheid. De dieren kunnen niet verdoofd worden, omdat ze hun bewustzijn nodig hebben om te ademen. Onder narcose zouden ze stikken. Ze zijn dus de hele tijd wakker. Ze worden wekenlang getraind om rustig in de draagbaar te liggen die in een met water gevulde container wordt gehangen.

    Morgan spartelde nauwelijks toen ze haar uit het bassin tilden. Maar ze ademde sneller dan anders, stootte ademwolkjes uit in het schelle licht van de schijnwerpers. In de container begon ze luid te piepen. In de dagen voor het transport hadden medewerkers van het Dolfinarium, onder wie ook Hearn, doodsbedreigingen ontvangen. Bij het aanbreken van de dag vertrok het konvooi.

    Men had de container met Morgan op een vrachtwagen geladen. Daarachter volgden auto’s van de politie. ‘We hadden een enorm politie-escorte, bijna dertig voertuigen,’ herinnert Hearn zich. ‘Elke brug op weg naar de luchthaven was afgesloten.’ Het vliegtuig was leeg, op de walviscontainer na. Hearn stond aan het hoofdeinde in het water om Morgan tijdens de vlucht gerust te stellen. Met een pollepel goot hij water over haar rug, zodat haar huid niet zou uitdrogen.

    Het was al donker toen ze in Loro Parqe aankwamen. Wolfgang Kiessling stond aan de rand van het bassin en keek toe hoe de vrachtwagen het orkastadion binnenreed. Morgan werd neergelaten in het bassin dat groter was dan dat in Harderwijk. Het grote bad is meer dan twaalf meter diep en 50,5 meter lang, iets meer dan tien keer haar lichaamslengte. In de eerste nacht bleef ze nog door een traliehek gescheiden van de andere walvissen. Wolfgang Kiessling noemde haar tegenover Spaanse journalisten ‘een geschenk van de natuur’. Hij verheugde zich over de ‘compleet nieuwe bloedlijn’. Ze was de zesde orka in Loro Parque. De vijf andere waren allemaal in gevangenschap geboren. Zij was daar het enige dier dat ooit in een arctische storm had gezwommen, levende vissen had gegeten, gezien had hoe haringscholen werden omsingeld – en dat zonder mensen had geleefd.

    Javier Almunia, directeur van de Stichting Loro Parque, die aan het commerciële dierenpark is gelieerd, zei in een interview kort na Morgans aankomst dat ze ‘onaangepast’ gedrag vertoonde. ‘Ze zwemt heel dicht tegen de anderen aan. Ze is soms heel opdringerig, probeert over de anderen heen te springen of ze te bijten in de genitale zone.’ De trainers merkten nog iets anders op, wat komisch was: ze hield de hele tijd haar kop boven water. 

    In juni 2012 kwam Ingrid Visser voor ruim drie weken naar Tenerife. Indertijd kon je de orka’s nog de hele dag bekijken als je bij het metalen hek aan de ingang van het stadion stond. Je staat daar iets meer dan tien meter bij het water vandaan. Visser kwam bijna iedere dag, met camera en notitieblokje. Ze stond er van ’s morgens tot ’s avonds en observeerde de dieren, vertelt ze me. De orkatrainers merkten haar al gauw op. Aan het eind van die drie weken werd er een hoge houten schutting gebouwd, waarover een voormalige medewerker van het park tegen me zei dat ze die maar beter de ‘Ingrid Visser-palissade’ kunnen noemen.

    De littekens die een orkagebit achterlaat zien er een beetje uit zoals het patroon dat een tuinhark in het zand achterlaat

    Toen ze weer thuis was, schreef Visser een rapport dat de hoogte van de afscheiding verklaart. In de 77 uur aan de rand van het bassin had ze 91 aanvallen op Morgan gezien door de andere orka’s. Ze telde 320 nieuwe beetwonden en vers geheelde littekens op haar lichaam. Morgan was meermalen voor haar ogen met volle kracht door een ander dier geramd.

    ‘Nooit eerder heb ik zoveel geweld tussen orka’s gezien,’ vertelt Visser me. ‘Ik heb honderden uren onder water met de dieren in het wild doorgebracht. En nooit een aanval tussen twee orka’s gezien. In het Loro Parque gebeurde het bijna ieder uur.’

    De littekens die een orkagebit achterlaat zien er een beetje uit zoals het patroon dat een tuinhark in het zand achterlaat. Je vindt ze ook bij veel wilde orka’s. Volgens een studie zelfs bij de meeste. In het wild zitten de mannetjes heel vaak onder de littekens. Maar hoe die wonden precies ontstaan, weten we niet. Gevechten binnen een orkagroep werden zo goed als nooit waargenomen. De matriarchen in het wild lijken hun leiderschap in de hiërarchie maar heel zelden – misschien wel nooit – met geweld af te dwingen. Mogelijk ontstaan ze bij confrontaties tussen verschillende groepen. Misschien verklaart dat ook waarom Morgan in het begin zo heftig werd aangevallen. Zij was de vreemde.

    Het Loro Parque bestrijdt dat de agressie buitengewoon heftig zou zijn geweest. Javier Almunia, directeur van de Stichting Loro Parque, verwijst naar een studie uit 2019, waaraan hij zelf heeft meegeschreven, volgens welke minder dan 1 procent van de interacties tussen de walvissen in het park agressief is. Als ik Wolfgang Kiessling aanspreek over Ingrid Visser en haar kritiek, is hij niet onder de indruk. Hij noemt haar – als een echte dierentuinbezitter – ‘een vals dier’.

    Morgans lichaam is nu overdekt met groeven, in wilde patronen, als een schilderij van Pollock. Lange littekens die zigzag over de lengte van haar rug lopen, en korte horizontale op haar zijkant die eruitzien als een wrede grap: alsof iemand haar heeft beschilderd met haaienkieuwen. 

    ANP 331204215 2 1
    Morgan in Harderwijk. – © Novum rs/str.Ruben Schipper

    Na haar aankomst in Loro Parque werd al snel duidelijk dat Morgan vaak niet op de trainers reageerde. Ze negeerde hen. Soms zwom ze minutenlang razendsnel rondjes door het bassin, ongecontroleerd en wild. Ten slotte kwamen ze op het idee dat ze haar verzorgers mogelijk niet kon horen. In november 2012 werden drie wetenschappers ingevlogen, een uit Nederland, twee uit de VS. Allen experts inzake het hoorvermogen van dolfijnen en kleine walvissen. Met zuignappen plaatsten ze elektroden op haar lichaam om haar hersengolven te meten. Toen lieten ze haar een luid klikgeluid horen. Bij alle andere orka’s in het Loro Parque zagen de wetenschappers een reactie op de klanken, alleen bij Morgan niet. Morgan hoorde duidelijk slechter dan de andere orka’s. Mogelijk, schreven ze, was Morgan ‘compleet doof’.

    Dat is voor een wild dier een groot probleem. ‘Deze dieren zijn op hun gehoor aangewezen,’ vertelde de Franse orkaspecialist Christophe Guinet mij. ‘Ze gebruiken echolocatie om vissen te vinden, ze coördineren de jacht middels geluiden, en via geluiden vinden ze ook hun groep terug wanneer ze die kwijt zijn. Daarmee kunnen ze zich ook oriënteren in het donker. Het is bijna onmogelijk dat een dove orka in het wild overleeft. Zonder hun gehoor zijn ze verloren.’

    Toen was het duidelijk dat Morgan nooit meer vrij in de Noordzee zou zwemmen. Ze had een handicap die een orka niet hebben mag als ze robbenschedels wil kraken en haringscholen wil opdrijven. Degenen die zich uit alle macht verzetten tegen terugplaatsing, hadden plotseling de beste argumenten.

    Visser heeft Morgans gehoorschade nooit geaccepteerd als wat het was: een catastrofale tegenvaller. Ze is gewoon doorgegaan: ze heeft nog een proces tegen de Nederlandse regering aangespannen via twee instanties. De laatste uitspraak werd gedaan op 10 juli 2019 door de Raad van State, de hoogste instantie van het Nederlandse rechtssysteem. Ook deze keer weigerden de rechters om de exportvergunning voor Morgan alsnog te casseren. De orka werd niet teruggehaald.

    Visser heeft het geval van Morgan in juni 2018 ook voorgelegd aan de petitiecommissie van het Europees Parlement in een vijftien minuten durende presentatie, waarvoor ze speciaal vanuit Nieuw-Zeeland was gekomen. De zaal was slechts voor een kwart gevuld. De petitie werd tien maanden later zonder resultaat gesloten.

    Chemisch afval

    Waarom heeft ze zoveel energie gestoken in de bevrijding van één enkel dier? Buiten in de oceaan waren al lang praktijken gaande die de belangen van een enkel dier volledig ontstegen. Orka’s staan aan de top van een voedselketen die door de mens vergiftigd is. De dieren slaan in hun lichaam toxinen op zoals het insecticide DDT en de industriële chemische stof PCB, die tientallen jaren in de zee zijn geloosd. Een paar orkagroepen brengen nauwelijks nog gezonde kalveren ter wereld. En als ze dood aanspoelen, gelden hun kadavers als zo zwaar verziekt dat ze in sommige landen als chemisch afval moeten worden behandeld.

    Voor Visser is het geval Morgan een symbool. Het staat voor iets groters: de menselijke zelfzucht. Voor het feit dat we wilde dieren nog altijd als vanzelfsprekend uitbuiten voor ons genoegen en ons profijt. Zij gelooft dat orka’s in gevangenschap zozeer lijden, dat het het beste zou zijn om onmiddellijk een einde te maken aan de shows. De aquariums waarin ze gehouden worden moeten worden geleegd, het fokken moet worden gestaakt. En de resterende orka’s moeten in zeereservaten worden gehouden: in grote baaien, achter netten waar men zich wel met hun verzorging bezig kan houden, maar in een natuurlijker omgeving waar ze bovendien meer ruimte hebben. 

    Het is vaak verbazend moeilijk om te zeggen of een dier lijdt of niet. Je moet de tekenen daarvan kunnen lezen, die openbaren zich niet meteen. Je moet ze kunnen interpreteren. Op mijn tweede middag in Loro Parque gooien de trainers twee reusachtige plastic tonnen van duizend liter in het bassin, als speelgoed. De orka’s stoeien ermee, bijten erin, drukken ze onder water. Na vijf minuten zien ze eruit als gedeukte colablikjes. Dan voederen de trainers de orka’s haringen en lodden. Ze gooien ijsblokjes in het water, sneeuwballen en gele geleiblokjes die de dieren vocht moeten bieden.

    Vijftien trainers zijn de hele dag bezig de verveling van de dieren te verdrijven en frustraties in de kiem te smoren. ‘Frustratie,’ zegt Eric Bogden, ‘is niet goed voor zo’n groot roofdier.’ Bogden (59), is de hoofdtrainer van Loro Parque. Hij is afgetraind, glad geschoren en gebruind, een Amerikaan die er twintig jaar jonger uitziet dan hij is. Bogden heeft lang voor Seaworld gewerkt, toen de trainers daar zich nog tien meter de lucht in lieten slingeren door de walvissen. Met één oor hoort hij niet heel veel meer. Het trommelvlies is bij zo’n landing gebarsten.

    Bogden heeft een bijzondere relatie met Morgan. Vaak vergezelt ze hem als een hond langs de rand van het bassin. Als hij oefeningen met haar doet, heb je soms de indruk dat ze niet meer is dan een op afstand bestuurbare automaat, zo snel en precies volgt ze de tekens die hij met zijn hand geeft. Ze draait naar links, naar rechts, wiebelt met de vin, komt uit het water en laat zich masseren. 

    Stille wereld

    Bogden vraagt zich af hoe zij de wereld ervaart. ‘Ze is altijd een beetje vreemd. De andere orka’s communiceren de hele tijd met elkaar in het bad. Dat hoort ze niet. Het moet een merkwaardige, stille wereld voor haar zijn.’ Terwijl ik hem volg bij zijn werk mag ik een gele lijn, die op ongeveer twee meter van het water is getrokken, niet overschrijden. In 2011 heeft Keto, een van de twee reusachtige orkamannetjes in het Loro Parque, bij een trainingsshow zijn trainer onder water geduwd, geramd en gebeten. De trainer overleed aan zijn inwendige verwondingen.

    Elke dag maken de trainers de tanden van de dieren schoon met apparaten die eruitzien als stoomreinigers. De orka’s leggen hun kin op de rand van het bassin en sperren de machtige kaken open. Dan spuiten de trainers hun tanden schoon. Veel dieren hebben uitgeboorde of kapotte tanden, die tweemaal per dag gedesinfecteerd moeten worden. De orka’s kauwen op de tralies en de betonwanden. Bij Morgan zijn de voorste rijen tanden deels vrijwel tot op het tandvlees versleten. 

    Twee voormalige dierenartsen van het Loro Parque, die beiden anoniem willen blijven, vertellen me later hoe moeilijk ze het hadden met de orkahouderij. Beiden hadden op enig moment begrepen hoe slecht de omstandigheden in het bassin voor de dieren waren, hoezeer de trainers ook hun best deden om voor afwisseling te zorgen. Een vrouwelijke arts zei dat ze bij een endoscopie stukjes verf van de bassinwand en siliconen, gebruikt voor het afdichten van het bad, in de magen van de dieren had aangetroffen. ‘De orka’s knaagden voortdurend aan de wanden,’ vertelt ze. ‘Het immuunsysteem van de orka’s was verzwakt door het steriele water en de stress van de disfunctionele groep. Ze waren vaak ziek. Ze kregen makkelijk schimmelziekte en bacteriële infecties. We moesten ze steeds weer antibiotica geven.’

    Volgens de tweede vrouwelijke arts was voor iedereen duidelijk dat de dieren niet in een dierenpark thuishoorden. ‘Het is vrijwel onmogelijk om deze grote, veeleisende roofdieren in de bassins voldoende prikkels te bieden.’ Beide dierenartsen hebben hun geloof in het houden van orka’s verloren. Javier Almunia, directeur van de Stichting Loro Parque, schreef dat de uitspraken van deze dierenartsen ‘speculatief’ waren. Er zouden geen bewijzen zijn dat de immuunsystemen van de dieren in Loro Parque zwakker waren dan die van de dieren in zee. Ook zou geen van de dierenartsen er ooit bezwaar tegen hebben gemaakt dat de dieren regelmatig medicijnen toegediend kregen. Beide dierenartsen achten de gezondheidsproblemen van de dieren zo ernstig dat ze het fokken met de orka’s nu volstrekt afwijzen.

    De orka’s hadden de daad mogelijk door de spijlen van het hek heen voltrokken

    In Morgans geval is het daarvoor nu te laat. In december 2017 maakte Loro Parque bekend dat Morgan drachtig was. Het dierenpark beweert tot op heden dat het een vergissing is geweest. Almunia zei tegen mij te vermoeden dat de orka’s de daad mogelijk door de spijlen van het hek heen hadden voltrokken. Op 22 september 2018 werd het kalf geboren. Op een video van de geboorte zie je Morgan in steeds kleinere kringen zwemmen. De kleine staartvin komt als eerste naar buiten. Morgan gaat op haar zij liggen, kromt haar lichaam en dan volgt het kalf in een golf van bloed, en zwemt weg alsof het nooit iets anders heeft gedaan.

    Niets kan je voorbereiden op hoe het voelt om tegenover een dier van drie ton te staan dat oogcontact met je maakt. Op mijn derde dag in Loro Parque komen Morgan en Ula, haar kalf, naar mij toe gezwommen. Ik leg mijn hoofd opzij, naar links. Daarop draait Morgan haar lijf ook naar links. Ik leg mijn hoofd naar rechts. Weer volgt ze me. Ik verstop me achter een metalen balk. Ze spuwt een grote waterstraal tussen haar tanden door op mijn notitieblok. Het water ruikt zoet, een beetje naar chloor en algen, naar zeedieren. Later brengt Ula mij aan het venster een blad, nauwelijks groter dan een munt van 2 euro. Ze tilt het op met haar bek, draagt het heel voorzichtig tot recht voor mijn ogen en laat het dan naar de bodem zinken. Het blad is het enige object in het bad, waarvan het water verder helemaal glad is. Ze herhaalt het spel met het blaadje meerdere keren. 

    Ik kan begrijpen waarom je dicht bij deze dieren wilt zijn. Maar misschien schuilt daar al het probleem. Het is een egoïstische behoefte. Die gaat van ons uit, niet van hen. Zij gaan alleen maar met ons om omdat ze geen andere keuze hebben.

    Apathie

    Tot op heden brengt Ula iedere nacht alleen door in het kleine medische bassin van het park, dat maar twaalf meter lang is, zeven meter breed en vier meter diep. De maten van een hotelzwembad. Eric Bogden vertelt me dat Morgan ‘soms een beetje ruw’ met haar kalf omgaat. ‘Zij is een dove moeder, en dat leidt af en toe tot frustratie. Ula is soms bang voor de grote walvissen, en dan is ze liever alleen.’

    Toen ik daar was, beleefde ik momenten die vredig oogden: Ula die zich over de rug van Morgan heen legt als een sjaal; Ula die zich door Eric Bogden laat masseren op de buik en rug, en daarbij de ogen sluit; Ula die speels een van de tonnen wegwerpt met haar bek. Maar steeds weer zijn er ook fasen van apathie.

    Orka’s in het wild zijn permanent in beweging, zelfs wanneer ze slapen, zwemmen ze heel langzaam, vlak bij elkaar. De diepste duik van een orka die wetenschappers hebben geregistreerd is 1087 meter. Veel groepen duiken regelmatig dieper dan 250 meter. Ze kunnen in 24 uur meer dan honderd kilometer afleggen. Een orka wiens bewegingen negentig dagen lang gevolgd werden, legde in die tijd meer dan 5400 kilometer af, van Baffin Island in Canada tot aan de Azoren.

    Morgan dreef soms meer dan een half uur gewoon aan de oppervlakte, vaak vlak voor de tralies van het medisch bassin waarin Uli gevangen zat, en bewoog zich niet. Van een afstand zag ze eruit als een grote zak die elke paar minuten diep in en uit ademde. Een gered en gebruikt wezen. In de verte, achter het bad, was de oceaan te zien. Schuimkoppen op een winderige, wilde zee. Onbereikbaar ver weg.

    Walvissen zijn net als wij

    James Cameron, bekend van epische films als Titanic en Avatar, maakte samen met cameraman Brian Skerry een film over een dier dat hem al lange tijd intrigeerde: de walvis. Zijn grootste ontdekking: ze zijn net als wij.

    Walvissen hebben complexe levens, familiebanden en een sterke cultuur, net als mensen, zegt Brian Skerry tegen Newsweek. Hun manier van leven deed hem denken aan de buurten van New York aan het begin van de vorige eeuw, met veel enclaves van verschillende culturen en talen. Net als wij hebben orka’s een voorkeur voor de internationale keuken: orka’s in Nieuw-Zeeland eten graag roggen, terwijl de dieren in Noorwegen vooral van haring houden.

    Moeders leren hun kalveren niet alleen de vaardigheden die ze nodig hebben om te overleven, maar ook culturele tradities. Zo houden bultruggen ‘zangwedstrijden’ en bezoeken beloegawalvissen elk jaar een ‘zomerresort’, waar ze spelletjes doen. Walvissen vieren hun identiteit en rouwen om hun doden. ‘Het zijn buitengewoon intelligente wezens die deze planeet met ons delen,’ zegt Skerry.

    De documentaire heeft onder meer tot doel om deze zienswijze over te brengen. ‘Vrijwel alles van onze beschaving is schadelijk voor de walvis,’ zegt Cameron, ‘van giftige, waterverontreinigende stoffen tot geluidsvervuiling, bijvoorbeeld door seismische tests of militaire sonar: die is zeer schadelijk voor walvissen, die hun wereld via geluiden ‘zien’ en echolocatie gebruiken om op hun prooi te jagen. Camerons ploeg filmde ook een keer een reddingsoperatie waarbij een National Geographic-duiker een ​​orka te hulp kwam die verstrikt was in een visserstouw – een manier waarop dagelijks bijna duizend van deze zoogdieren verdrinken. ‘De grote mannetjesorka had de duiker makkelijk kunnen doden, maar hij leek te begrijpen wat er gebeurde.’

    Secrets about Whales is o.a. te zien op Disney+.

  • De VS geven 500 miljoen vaccins weg  | Rechtbank noemt Navalny’s organisatie ‘extremistisch’

    De VS geven 500 miljoen vaccins weg | Rechtbank noemt Navalny’s organisatie ‘extremistisch’

    Russische justitie bestempelt Navalny’s organisatie als ‘extremistisch’  

    Woensdag 9 juni oordeelde een Russische rechtbank dat organisaties die banden hebben met de gevangengenomen tegenstander Aleksej Navalny ‘extremistisch’ zijn, wat betekent dat ze niet mogen meedoen aan de parlementsverkiezingen in september. De beslissing van de Moskouse rechtbank ‘werd onmiddellijk van kracht en verbiedt degenen die betrokken zijn bij het Navalny Anti-Corruption Fund (FBK) en zijn regionale kantoren in heel Rusland om zich verkiesbaar te stellen’, aldus de Russische afdeling van Radio Free Europe

    Screen Shot 2021 06 10 at 9.22.52 AM 1
    ‘Ik ga het niet eens hebben over het juridische besluit van het lachertje dat in Rusland “de rechtbank” wordt genoemd.’

    ‘We zullen verdergaan, we zullen evolueren, we zullen ons aanpassen. Maar we zullen niet terugdeinzen voor onze doelstellingen en onze ideeën’, reageerde de oppositieleider op zijn Instagram-account. Navalny, 45, zit een gevangenisstraf van twee en een half jaar uit voor een fraudezaak die hij als politiek beschouwt.

    [Beeld: De Russische rechtbank, door Navalny een ‘lachertje’ genoemd, heeft geoordeeld. – © EPA/YURI KOCHETKOV]

    Lees ook:


    De Verenigde Staten beloven 500 miljoen vaccins voor arme landen  

    Joe Biden zal van zijn Europese tournee profiteren om de aankoop door de Verenigde Staten van 500 miljoen doses Pfizer covid-19-vaccins aan te kondigen, voor distributie naar arme landen. ‘Dit jaar zullen er 200 miljoen doses worden gedistribueerd en de resterende 300 miljoen in de eerste zes maanden van volgend jaar’, aldus The Washington Post.

    Een VN-rapport dat donderdag werd gepubliceerd, schat het aantal kinderen dat door de crisis zal moeten gaan werken op 9 miljoen

    De doses zullen worden verdeeld door Covax, het programma van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De covid-19-pandemie heeft wereldwijd meer dan 3,7 miljoen levens geëist en de economische kwetsbaarheid van veel landen verergerd. Een VN-rapport dat donderdag werd gepubliceerd, schat het aantal kinderen dat door de crisis zal moeten gaan werken op 9 miljoen – bovenop de 160 miljoen kinderen die al werkten vóór de pandemie.


    Aung San Suu Kyi aangeklaagd voor corruptie  

    De militaire junta die in Myanmar aan de macht is sinds de coup van 1 februari, heeft de voormalige Myanmarese oppositieleidster Aung San Suu Kyi aangeklaagd voor corruptie, bericht Bloomberg De beschuldiging werd openbaar gemaakt door het ministerie van Informatie, dat beweert dat het voormalige hoofd van de burgerregering ‘zich schuldig heeft gemaakt aan corruptie en misbruik heeft gemaakt van haar ambt’. 

    Lees ook:

    Volgens de Myanmarese staatskrant ontving de vijfenzeventigjarige Aung San Suu Kyi ‘600.000 dollar en enkele kilo’s goud’ aan steekpenningen. Op deze aanklachten staat vijftien jaar gevangenisstraf. 

    Op 14 juni begint een eerste proces tegen de voormalig leider op grond van andere aanklachten, waaronder het aanzetten tot openbare ordeverstoring en schending van een wet op staatsgeheimen.


    Peugeot aangeklaagd voor ‘dieselgate

    In de nasleep van de aanklacht tegen Renault was het de beurt aan Peugeot om te worden ingehaald door het ‘dieselgate’-schandaal, meldt ReutersDe Franse fabrikant wordt ervan beschuldigd zijn klanten te hebben misleid over de emissieniveaus van vervuilende producten door dieselvoertuigen die tussen 2009 en 2015 zijn verkocht. De Franse justitie heeft ook aangekondigd dat Citroën en Fiat-Chrysler (FCA), de andere merken van de Stellantis-groep, begin dit jaar geboren uit de fusie tussen Peugeot en FCA, zullen volgen.

    ‘Onze dochterondernemingen zijn er vast van overtuigd dat hun emissiebeheersingssystemen voldeden aan alle vereisten die destijds van toepassing waren en blijven hieraan voldoen, en ze kijken uit naar de mogelijkheid om dit aan te tonen’, aldus de groep.


    Biden biedt uitstel voor TikTok

    Joe Biden heeft twee uitvoeringsbesluiten van zijn voorganger vernietigd die TikTok- en WeChat-platforms en andere toepassingen in de Verenigde Staten verboden. In plaats van deze decreten heeft ‘president Biden een nieuwe verordening ondertekend waarin hij het ministerie van Handel vraagt ​​om een ​​onderzoek te starten naar toepassingen met betrekking tot “buitenlandse concurrenten” die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid’, aldus TechCrunch. 

    Biden geeft de regering vier maanden de tijd om een gedetailleerd rapport te bezorgen en aanbevelingen te doen. De platformen TikTok en WeChat waren de stokpaardjes van Donald Trump geworden, die hun moederbedrijven ervan beschuldigde vertrouwelijke gegevens over Amerikaanse gebruikers te verzamelen en deze met de Chinese autoriteiten te delen. De beschuldigingen werden door betrokkenen stelselmatig weerlegd.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/tiktok-is-geen-club-voor-mensen-met-een-lelijk-gezicht/
  • ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    Een op de vier vrouwen die in de tweede helft van de jaren zeventig zijn geboren, wordt geen moeder. Niet omdat ze dat niet wil, maar omdat ze het niet kan. De pijn die dit bij betrokkenen veroorzaakt, wordt vergroot door het taboe dat op het onderwerp rust. ‘Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs.’

    Onvruchtbaarheid

    ‘Niet in staat zijn een zwangerschap te voldragen ook al kun je wel zwanger worden.’ De begrippen steriliteit en onvruchtbaarheid worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn medisch gezien niet hetzelfde. Dit is een van de vele voorbeelden van het gebrek aan kennis over vruchtbaarheidsproblemen bij vrouwen. De meeste mensen zien vruchtbaarheid als iets vanzelfsprekends, tot er opeens belemmeringen opduiken. En naast de emotionele en financiële belasting brengt onvruchtbaarheid ook andere problemen met zich mee: de maatschappelijke druk om kinderen te krijgen en de geheimzinnigheid waarmee vruchtbaarheidsproblemen worden omgeven. Zes vrouwen en een man praten openhartig over het onderwerp, dat in hun ogen bij het moederschap hoort, ook als die zo gewenste ‘wonderbaby’ aan het eind van de rit niet komt.

    Dit artikel werd genomineerd voor de shortlist van de Innovation Award van de European Press Prize 2021.

    infertilityl persona1 b
    © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    ‘De eerste paar jaar heb ik er niet over gepraat, uit schaamte. Ik voelde me ellendig dat ik de enige vrouw in mijn omgeving was die niet zwanger kon worden of een kind kon krijgen. Alsof dat mijn eigen schuld was. Soms dacht ik zelfs: Misschien wil ik het niet graag genoeg? Wil ik soms niet echt moeder worden? Ik had het idee dat mijn lichaam anders was dan dat van andere vrouwen. Dat is niet zo: onvruchtbaarheid is iets natuurlijks, het hoort ook bij het moederschap.’

    De Míriam van nu is niet dezelfde als de Míriam van tien jaar geleden, die zich ervoor schaamde om over haar onvruchtbaarheidsproblemen te praten. Nu is ze een vrouw die de dingen bij de naam noemt. Ze heeft genoeg van dat ‘wonderbaby’-verhaal, over vrouwen die na jaren worstelen met onvruchtbaarheid en allerlei medische behandelingen uiteindelijk dat zo gewenste kind krijgen. Ze vindt dat er in dat verhaal nog een ander personage thuishoort: dat van de kinderloze vrouw.

    ‘Want dat is onvruchtbaarheid óók,’ zegt zij. ‘Het eindigt niet altijd met een baby in je armen.’ Vier op haar arm getatoeëerde stipjes, voor elk niet-geboren kind één, vormen het zichtbare aandenken aan de vier miskramen die ze heeft gehad. Voor haar lag de grens bij het moment dat ze aangewezen zouden zijn op een medisch geassisteerde bevruchting. ‘Dat wilden we niet: het leek zo zakelijk en ik had het gevoel dat we daarmee ingingen tegen wat mijn lichaam me vertelde. Bovendien kostte het veel geld om op die manier een kind te krijgen en zag ik ook op tegen de druk van de angst dat het toch weer mis zou gaan.’

    ‘Maar toen de tijd daar was en we beseften dat we via de natuurlijke weg geen kind zouden krijgen, dacht ik dat ik misschien een belemmering opwierp tegen zwanger worden via andere methode die niet beter of slechter was.’ Uiteindelijk besloten haar partner en zij om één poging te doen en probeerden ze eiceldonatie, maar zonder succes. En na tien jaar leven met onvruchtbaarheid, besloten ze het niet langer te proberen. Ze was toen 41. Eén jaar verwijderd van 42, de leeftijd die ze voor zichzelf als grens om moeder te worden had gesteld.

    1. Wanneer zeg je: het is genoeg?

    Míriam Aguilar
    ‘Het is heel belangrijk om voor jezelf een grens te bepalen, want de samenleving oefent druk op je uit om het te blijven proberen: “Je zult het zien: de volgende keer gaat het vast goed!” Waarom horen vrouwen die het blijven proberen toch altijd dat ze zo dapper zijn? Terwijl degenen die besluiten te stoppen worden beschouwd als zielenpieten die het niet gered hebben. Hoe lang had ik het moeten blijven proberen? En wie weet zou ik dan nu uiteindelijk wel een kind hebben en me realiseren dat ik niet gelukkiger was dan daarvóór. De dag waarop we besloten dat het klaar was, voelde ik me bevrijd. Ik had gedaan wat ik kon en moest accepteren wat mijn lichaam niet kon.’

    15-20 procent van de paren in de vruchtbare leeftijd hebben last van vruchtbaarheidsproblemen

    Ariana Ruglio

    ‘Waar je de grens trekt is heel persoonlijk. Ik heb al een dochter. Als ik nog helemaal geen kinderen had, zou ik het misschien wel blijven proberen. Of misschien niet. Ik denk dat je de grens moet trekken bij het moment dat je er zelf niet meer tegen kunt. Hou dan op en kijk eens goed naar je leven. Ik vind het een verschrikkelijk idee om dit allemaal continu te moeten doormaken. Het is ook moedig om te zeggen: “Dit was het.” Want het leven is veel meer dat dat. Voor ons was de grens dat ik meer wilde dan alleen moeder zijn.’

    Sandra Arolas

    ‘Dit was echt de laatste poging. Dat klinkt vreemd, omdat we zo lang zijn doorgegaan, maar het was ook de laatste om economische redenen. Want die behandelingen zijn niet gratis. En ook: je krijgt heel sterke hormoonbehandelingen en ik kan niet mijn hele leven hormonen blijven slikken. We gingen met een superdik dossier naar de arts en zeiden: “Dit is het dossier van alle behandelingen die ik heb gehad, dit hebben we allemaal al gedaan en dit is het laatste dat we willen doen.”’

    Ona Campillo

    ‘Ik blijf het niet eeuwig proberen. Er is een grens aan: we zijn ons ervan bewust dat we het nu al twee jaar proberen, we hebben vier miskramen gehad, en nu doen we in vitro-fertilisatie. Op een bepaald moment is het geld op. Dat zal een behoorlijk bepalende factor zijn.’

    Sandra Albert

    ‘Als ik de loterij had gewonnen, was ik het wel blijven proberen, maar het kostte veel geld en we besloten uit financiële overwegingen om niet door te gaan.

    Ze zeiden tegen ons: “Blijf het proberen en wie weet heb je geluk”. Hoeveel miskramen moet ik krijgen voordat ik een keer geluk heb? Elke keer als je een miskraam hebt, is het lichamelijk heel zwaar, en psychologisch ook. Voor mij was het een verschrikkelijke teleurstelling. Het was een mislukking. Ik bleef maar huilen en mijn partner zei dan tegen me: “Niet huilen.” Ik had het nodig om te huilen, ik had het recht om boos te zijn en ik moest rouwen. En dat veroorzaakte ook veel spanningen.’

    Na drie vroege miskramen, een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en een medische pelgrimstocht beseften Sandra en haar man dat hun zwangerschappen nooit levensvatbaar zouden zijn. Het was het gevolg van een genetische afwijking bij hem. Het was een opluchting om de oorzaak te weten en vooral om de schuldgevoelens uit hun hoofd te kunnen zetten. Ze wendden zich tot geassisteerde voortplanting en na drie vergeefse ivf-pogingen, waarover ze hun omgeving niet vertelden, legde Sandra Albert zich erbij neer dat ze nooit kinderen zou krijgen. Hun relatie had zwaar onder dit alles geleden en zelf kon ze zich eindelijk herstellen van de emotionele en lichamelijke uitputting van zoveel jaren mislukte pogingen. Al die tijd had ze het voor zich gehouden, maar nu hielp het haar dat ze een groep vrouwen vond die hetzelfde hadden meegemaakt, zodat ze zich begrepen voelde en ook andere vrouwen kon helpen. 

    infertilityl persona5 a
    ‘En wie bekommert zich om de onvruchtbare vrouwen?’ – Glòria Labay, 54 jaar, verloskundige. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    2. Relaties en seks

    Sandra Albert

    ‘We beleefden het ieder op onze eigen manier. Hij trok zich terug in zijn wereld en ik in de mijne. We groeiden uit elkaar. We konden geen manier vinden om hier samen doorheen te komen en onze relatie sterker te maken in plaats van zwakker. Uiteindelijk zijn we uit elkaar gegaan. Ons onvermogen om kinderen te krijgen heeft daarin een grote rol gespeeld, want hij weigerde om adoptie te overwegen. Ik kon me geen leven zonder kind voorstellen. En het was voor mij heel moeilijk te zien dat hij daar niets aan wilde doen.’

    Míriam

    ‘Je kunt niet zeggen dat het een negatieve invloed op onze relatie heeft gehad, sommige dingen maken de band juist sterker. Misschien heeft het wel invloed op ons seksleven: het is vreselijk om jarenlang op het moment van de ovulatie te moeten vrijen! Het wordt heel machinaal, wanneer je als stel zoiets natuurlijks gebruikt voor een bepaald doel. Bij seks moet het om de seks gaan, niet om kinderen krijgen.’

    Ona

    ‘Ik werd af en toe wel gespannen, want het is heel frustrerend om je seksleven zo te moeten plannen. Die druk ben je tenminste kwijt als je een ivf-traject ingaat.’

    Ariana

    ‘Mijn seksualiteit is anders dan vijf jaar geleden, maar dat geld ook voor mijn kijk op kinderen krijgen. Nu ben ik juist bang dat ik zwanger word: de arts heeft me verteld dat 99 procent van mijn zwangerschappen in een miskraam zal eindigen en dus moet je altijd ‘oppassen’.

    We hebben elkaar veel steun gegeven. Hij wilde meer kinderen en als het aan hem had gelegen zouden we het nog eens hebben geprobeerd, maar dat wilde ik niet. Je moet veel met elkaar praten en heel eerlijk zijn over hoe je je voelt en waar je bang voor bent, want een relatie kan gemakkelijk bezwijken onder al dat gedoe.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij hadden het geluk dat we elkaar goed begrepen, we konden elkaar steunen en ik denk dat het onze relatie sterker heeft gemaakt; onze pech heeft ons dichter bij elkaar gebracht.’

    E: ‘Soms wist ik niet of ik wel de juiste ondersteuning bood. Maar ik probeerde er voor haar te zijn, haar te begrijpen. Natuurlijk hoef je niet altijd sterk te zijn. Dankzij dit alles hebben wij geleerd dat er momenten zijn waarop je elkaar moet opvangen. Op sommige dagen ben ik heel negatief en op andere dagen is zij dat.

    Op dit moment hebben we drie of vier zwangerschappen in onze omgeving en we zouden liegen als we zeiden dat dat geen pijn doet. Uiteindelijk leer je het te aanvaarden, want je bent natuurlijk ook blij, het zijn je vrienden. Tegelijkertijd denk je: “Waarom overkomt mij dit?” Maar uiteindelijk leg je je erbij neer. Hoe lang het ook doorgaat, het zal altijd moeilijk voor ons blijven. Je moet accepteren dat je boos wordt. Verdriet en boosheid moeten er nu eenmaal uit.’

    Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’

    Zij begonnen drie jaar geleden voor het eerst te proberen in verwachting te raken. Ze dachten dat dat ‘een eitje’ zou zijn, net als in de meeste tv-series en films. Vanwege een menstruatie die uitbleef, gingen ze naar een dokter, die bevestigde dat Ona zwanger was geworden… en de vrucht had verloren. In de maanden daarna gaf de Predictor nog drie keer een positieve uitslag, die ofwel in een miskraam of in een buitenbaarmoederlijke zwangerschap eindigde.

    Het gevaarlijkste moment kwam toen Ona, zwaar bloedend, met spoed geopereerd moest worden vanwege een geperforeerde eileider. ‘Op zo’n moment ben je er niet mee bezig of je vader wordt of niet, want je loopt kans je partner te verliezen,’ zegt Edu. Nu weten ze dat ze niet langer kunnen proberen om op een natuurlijke manier zwanger te worden. Ze zijn al te vaak op de Eerste Hulp beland. Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’. Volgens de artsen zijn zij een ‘heel duidelijk’ geval van onvruchtbaarheid en ze staan op de wachtlijst voor ivf in de reguliere gezondheidszorg. Tegelijkertijd zijn ze ook aan het traject in de particuliere sector begonnen. Daar zitten ze nu middenin. We interviewden hen een paar dagen voor de terugplaatsing van het enige levensvatbare embryo dat hun eerste ivf had opgeleverd, en die hun zo’n 10.000 euro heeft gekost. Ze beleven het, zeggen ze ‘met de handrem erop’.

    infertilityl persona2 a
    ‘Na hoeveel miskramen zal ik eens geluk hebben?‘ – Sandra Albert, 48 jaar, werkloze administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    3. Sociale druk

    Ona

    ‘Het is een zware tijd, het schudt je emotioneel door elkaar en je hebt momenten waarop je er spijt van hebt en tegen jezelf zegt dat het jouw schuld is. Je ziet vriendinnen in verwachting raken terwijl jij al tweeënhalf jaar aan het proberen bent. En dan zeggen mensen dingen tegen je als: “Hou er gewoon mee op, en je zult zien dat je zwanger wordt. Je moet er gewoon niet meer zo over nadenken.”’

    Sandra Albert

    ‘Wij kregen steeds de vraag: ‘En, wanneer komen de kinderen?’ En als je op dat gebied problemen hebt, is dat ingewikkeld. Elk stel heeft zijn eigen tempo en eigen problemen. Deze vragen zouden niet gesteld moeten worden. Als een stel al lang bij elkaar is en geen kinderen heeft, is dat omdat ze het niet willen of omdat ze het niet kunnen.’

    Míriam

    ‘Er is een moment geweest waarop ik me afvroeg: “Als ik die druk niet voelde, zou ik dan doorgaan?” Je vraagt je af of je dit allemaal doet omdat je moeder wilt worden of omdat je moeder moet zijn om in het plaatje te passen van hoe de samenleving is ingericht. Ik begreep dat ik moeder wilde zijn, maar het was ook zo dat ik veel druk voelde.’

    Glòria Labay

    ‘Wij leven in een wereld die is gericht op kinderen krijgen, maar mijn partner en ik vormen nu ook een gezin, ook al hebben we geen kinderen samen.’

    Ariana

    ‘Het lijkt wel of het moederschap voor een vrouw het hoogste doel is. Dat is een patriarchale instelling. Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs; het maakt niet uit of je lichaam volgestopt wordt met hormonen en medicijnen, het maakt niet uit of je kinderen doodgaan tijdens de zwangerschap, je moet het blijven proberen en dat heeft veel te maken met het idee dat vrouw zijn betekent moeder zijn.’

    4. De gevolgen: lichamelijk…

    Míriam

    ‘Het verlies van mijn baby’s was heel pijnlijk en de eerste miskraam was het ergst. Op dat moment dacht ik: ‘Wat is dit? Wat gebeurt er? Niemand bereidt je op zoiets voor en ik ging naar de Eerste Hulp. Op dat moment voelde ik me niet slecht behandeld, maar ook niet echt goed. Ik verloor bijna alles op het toilet van het ziekenhuis. Ik had het gevoel dat me iets verschrikkelijks was overkomen en dat zij het niet zo belangrijk vonden.’

    Sandra Albert

    ‘Na de behandelingen was ik vijftien of zestien kilo zwaarder. Bij elke zwangerschap en ivf kwam ik twee kilo aan en die bleven eraan.’

    5. … en emotioneel

    Sandra Arolas

    ‘Na de eerste drie miskramen had ik het een tijdlang heel zwaar. Het kostte me zelfs moeite om langs een kinderspeelplaats te lopen. Ik geloof niet dat het een obsessie werd, al had dat wel kunnen gebeuren, want we hebben veel behandelingen achter elkaar gedaan. En zo kwam er een moment waarop we zeiden dat het genoeg was geweest en zijn we een jaar lang gestopt, voordat we de laatste ivf deden.

    We hadden dat liever allemaal niet hoeven doen, dan was de lichamelijke, emotionele en financiële prijs veel lager geweest. Met die behandelingen moet je wel heel zeker weten dat je het echt wilt. En wij wisten dat heel zeker, maar toch komen er soms nog steeds twijfels op.’

    Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan

    Glòria

    ‘Ik werd wel zwanger en vervolgens verloor ik het telkens rond de acht weken. Hoeveel miskramen kan ik aan? Het was schadelijk voor me. Daarom heb ik het opgegeven. Zwangerschapsbehandelingen lijken het tovermiddel, maar dat zijn ze helemaal niet. Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan.’

    6. De financiële prijs

    Sandra Albert

    ‘We hebben er heel veel geld aan uitgegeven. Alles ging op aan de behandelingen, er bleef niets over voor reizen of iets anders, het was allemaal voor dat ene doel. We werkten alleen maar om dat te kunnen betalen.’

    Sandra Arolas

    ‘Wij hebben geld geleend en we probeerden niet eens meer om een huis te kopen of een andere auto. In het begin hadden we spaargeld en nu hebben we leningen – en twee kinderen, natuurlijk! En dat is fantastisch. Maar we moeten ook leningen terugbetalen voor behandelingen die niet werkten. Dat is zwaar, want op de een of andere manier kun je toch blijkbaar niet vergeten wat er niet goed ging.’

    Tussen de 35000 en 8000 euro

    Dat kost een ivf-behandeling, exclusief medicatie (rond de 700 euro) en extra technieken zoals pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD) (4000 euro). 

    Nederland: De kosten van ivf verschillen per kliniek, maar over het algemeen kost een ivf-traject gemiddeld 3.000 euro. Een ivf/ICSI-behandeling in combinatie met PGD (preïmplantatie genetische diagnostiek – waarmee kan worden gezocht op ernstige genetische aandoeningen), kost per poging ongeveer 7000 euro. De eerste drie behandelingen worden (tot je 43e) door vrijwel alle ziektekostenverzekeraars vergoed. Wel geldt het eigen risico en het eventuele vrijwillige eigen risico. Het is mogelijk om extra ivf-behandelingen aanvullend te laten verzekeren.

    Ona

    ‘Wij hebben financiële steun gekregen: we hebben zelf de helft betaald en onze ouders hielpen ons met de andere helft, want ook al bieden ze veel mogelijkheden om het te financieren, vruchtbaarheid is nog steeds een commerciële aangelegenheid. Er spelen veel belangen mee en er is geen garantie dat het de eerste keer goed gaat.

    Op een bepaald moment moest ik elke maand in de gaten houden of ik wel of niet ongesteld werd, of ik een injectie moest gaan halen, of ik pleisters moest dragen, of ik naar de dokter moest… het was heel vermoeiend. Maar toch keken we er echt naar uit en daarom hebben we deze hele reeks behandelingen uiteindelijk gedaan. Ik had het gevoel dat ik niet meer in de maat liep. Het zijn zoveel hormonen dat je op een gegeven moment het contact met je lichaam een beetje verliest.’

    Na zes miskramen, bijna tien jaar behandelingen, ivf’s en twaalf embryoterugplaatsingen is Sandra Arolas in verwachting van haar tweede kind. Het oudste kind kwam vijf jaar geleden via de eerste ivf, na drie natuurlijke zwangerschappen die in een miskraam eindigden. De oorzaak van de onvruchtbaarheid was een genetisch probleem van haar partner.

    Sandra is gewend aan puncties, injectiespuiten en hormonen. Maar voor de laatste ivf, waarmee ze eindelijk de tweede zwangerschap kreeg waar ze zo lang op had gehoopt, moest ze een jaar stoppen en rust nemen. ‘Omdat ik wilde leven zonder te hoeven nadenken over of ik mijn medicijnen wel had genomen. Wanneer ik ongesteld moest worden. Ik wilde dat alles normaal was.’

    Nu telt ze de dagen af tot ze haar baby in haar armen heeft. Deze zwangerschap is niet gemakkelijk geweest: ‘Ik zie vrouwen die erg van hun zwangerschap genieten en die benijd ik wel. Ik kan er niet van genieten, omdat ik zo gespannen ben. Het is heel moeilijk voor me geweest om een band met dit kind te vormen. Ik weet inmiddels dat de statistieken voor mij niet gunstig zijn. Dus het is vreemd dat het goed gaat.’

    infertilityl persona6 b
    ‘Ik had behoefte dat iemand me zou vertellen: “Wat er met jou gebeurt, gebeurt met veel mensen.”’ – Ariana Ruglio, 36 jaar, administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    7. Verwachtingsmanagement

    Sandra Arolas

    ‘Wij wilden altijd kinderen, een stuk of wat. Ik wist zeker dat ik er drie wilde en dat er twee al voor mijn dertigste zouden komen. Maar dan ineens besef je dat het niet zo makkelijk gaat als je dacht. Ik dacht dat de eerste er wel zou zijn als ik 26 was, maar het duurde tot ik 32 was. En als de tweede komt ben ik 38. Je hebt bepaalde verwachtingen, maar je hebt het niet in de hand, het hangt niet van jou af.’

    Gemiddeld aantal kinderen

    Gemiddeld aantal kinderen per vrouw in Catalonië: 1,31; in de EU ligt het gemiddelde op 1,59 in Nederland op 1,57 (in 2019, CBS).

    Ona

    ‘Het was voor mij vanzelfsprekend dat ik zwanger zou worden. Mijn moeder raakte moeiteloos in verwachting, van een tweeling. Ik twijfelde er niet aan dat het bij mij ook zo zou gaan. Iedereen zei tegen ons dat we nog heel jong waren en dat ik heus wel in verwachting zou raken. En dan komen de obstakels, die niet passen in het plaatje dat je verwachtte. Ouders die besluiten om pas laat aan kinderen te beginnen, moet je dan ook nooit veroordelen, want het is niet alleen een kwestie van vruchtbaarheid. We hebben een probleem als samenleving. We worden pas later in ons leven economisch onafhankelijk. Toen ik 24 of 25 was, vond ik mezelf nog te jong om een kind te krijgen.’

    Glòria

    ‘Al je vruchtbare jaren besteed je aan je werk en dan merk je ineens dat als je kinderen wilt, het niet lukt. Ik wist dat de vruchtbaarheid vanaf je vijfendertigste begint af te nemen, maar je denkt altijd dat statistieken iets anders zijn dan individuele gevallen. Voor mij was het heel belangrijk om naar de universiteit te gaan, bijvoorbeeld. Ik zag het krijgen van kinderen als een vanzelfsprekendheid. Maar dat bleek niet terecht. Je moet er zelf actief in zijn.’

    8. Gebrek aan informatie

    Glòria

    ‘Als vrouw ben je een groot deel van je leven bezig met zorgen dat je niet zwanger wordt. Ik had anticonceptiemiddelen gebruikt, ik had een spiraaltje… Je hebt in je hoofd dat het heel gemakkelijk is om zwanger te worden en daarom gebruik je al die anticonceptiemethoden – maar dan blijkt dat het helemaal niet zo gemakkelijk gaat. In het begin denk je dat je best een paar jaar kunt wachten.’

    Ona

    ‘Ik heb nu geleerd hoe de vrouwelijke voortplanting werkt en ik heb mezelf ook leren kennen. Je denkt er nooit aan dat je maar twee of drie dagen per maand zwanger kunt raken. Je ziet zoveel films en tv-series waarin het al bij de allereerste keer raak is…

    Het verhaal van de “wonderbaby” is overal, maar waar zijn al die mensen bij wie het niet lukt? Waar zijn ze? Wat doen ze? Er is niets geregeld voor mensen bij wie het niet lukt. Tijdens de behandelingen is er psychologische ondersteuning, maar als het allemaal klaar is, ben je gewoon een mislukte vruchtbaarheidsbehandeling. Zo noemen ze het. Ik voel het niet als een mislukking. Soms zijn woorden ook belangrijk.’

    Ze wilde altijd moeder worden, maar bij geen van haar relaties was het ervan gekomen. Op haar achtendertigste zei ze tegen zichzelf: ‘Het is nu of nooit.’ Twee zwangerschappen met haar toenmalige partner eindigden in een miskraam en ze wendde zich in haar eentje tot geholpen voortplanting: inseminaties, ivf en uiteindelijk eiceldonatie. Dat laatste deed ze samen met haar huidige partner. Het lukte niet. Net zo min als het adoptietraject waaraan ze begon. Uiteindelijk besloot ze dat haar relatie met het moederschap, dat haar altijd heeft ‘gefascineerd’, professioneel zou blijven.

    Ze is vroedvrouw en helpt al meer dan twintig jaar baby’s op de wereld. ‘Ik heb geen ziekteverlof hoeven nemen omdat ik niet meer tegen het beroep kon, maar ik heb op bepaalde momenten wel vrij moeten nemen. Ik denk dat mijn ervaring me heeft geholpen om vrouwen te ondersteunen die een verlies hebben geleden, want niet alles in het moederschap is een roze wolk.’

    Nu begint ze een gezondheidszorgproject om andere vrouwen en stellen te helpen leven met onvruchtbaarheid, en ze is ook de drijvende kracht achter ‘La vida sin hijos’ (Leven zonder kinderen), een door haar bijeengebrachte groep vrouwen die taboes willen doorbreken.

    ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken’

    9. Nog steeds een taboe

    Glòria

    ‘Ik wilde niet meedoen aan dit taboe, dit complot van stilzwijgen. Het is net als vijftig jaar geleden, toen mensen altijd zeiden dat iemand die kanker had, een “lang ziekbed” had. Ik wil niet dat er eufemismen worden gebruikt als het over onvruchtbaarheid gaat.

    Ik ben er gewoon voor uitgekomen. Het probleem is dat er geen normale voorbeelden zijn van kinderloze vrouwen. Het gaat altijd om stereotypen, zoals de verbitterde vrouw of de stiefmoeder. Nu veel mensen besluiten hierover te praten, zal het taboe verdwijnen.’

    Sandra Arolas

    ‘Veel mensen vroegen of wij kinderen wilden. Maar als ik dan vertelde wat er speelde, begonnen ze vaak over hun eigen ervaring, die wel succesvol was. Zo krijg je uiteindelijk het gevoel dat je alleen staat, dat dit kennelijk alleen jou overkomt. Terwijl het juist heel veel mensen blijkt te overkomen. Het is niet waar dat het er maar weinig zijn. Er wordt gewoon niet over gepraat.’

    Míriam

    ‘Naar mijn idee werd iedereen uiteindelijk zwanger. Of dat nou natuurlijk ging of via behandelingen. Dus ik dacht: Wat gebeurt er? Waarom overkomt dit alleen mij? Terwijl er natuurlijk veel vrouwen zijn die niet zwanger worden of miskramen krijgen. Waarom praten mensen daar dan niet over?

    Over menstruatie wordt ook niet gepraat. Mensen praten niet over de postnatale periode of de moeilijke kanten van het moederschap of de borstvoeding. Niemand praat over wat dan ook dat vrouwen meemaken. En dit is óók iets dat wij meemaken.’

    infertilityl persona1 a
    ‘De dag dat ik besloot dat het klaar was, voelde ik me bevrijd.’ – Miriam Aguilar, 42 jaar, accessoireontwerper. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ariana

    ‘Er hangt een groot taboe rond reproductieve gezondheid en de geestelijke gezondheid van vrouwen. Niemand vertelt je dat een op de vier zwangerschappen niet wordt voldragen. Niemand vertelt je dat als je kind binnenin je sterft, je misschien toch een bevalling door moet. Niemand vertelt het je omdat we het niet willen horen. Als mannen in deze positie verkeerden, zouden zij er dan meer over praten? Dit zijn gebeurtenissen die je niet kunt voorkomen, maar je kunt mensen die ze moeten doormaken wel helpen om ermee om te gaan.’

    Glòria

    ‘Het is heel belangrijk om erover te praten. De meeste mensen dragen onvruchtbaarheid in stilte. Veel onderwerpen die voor vrouwen belangrijk zijn, blijven onzichtbaar. Erover praten is zogenaamd feminisme.

    Als je niet vruchtbaar bent, is het alsof je een lichamelijk defect hebt. Maar dat gaat gewoon niet meer op. Dat vrouwen zijn waar we nu zijn, komt doordat we besloten méér te willen dan alleen moeder zijn. Maar het patriarchaat heeft bepaald dat de belangrijkste rol van vrouwen is om kinderen te krijgen. Een vrouw die geen moeder is, past daar gewoon niet in. Wat voor rol heeft een volwassen vrouw als ze niet voldoet aan wat er van haar wordt verwacht? Veel dingen zijn ineens buiten je bereik, je verwachting van hoe je leven zou zijn verdwijnt.’

    Sandra Arolas

    ‘Het idee dat je nutteloos bent als je geen kinderen kunt krijgen, bestaat nog steeds. Alsof mensen met een baarmoeder verplicht zijn nieuw leven op de wereld te zetten. Of het nu je eigen beslissing is of niet, het feit dat je geen kinderen hebt maakt je tot een uitzondering.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij vrouwen zijn opgevoed met de gedachte dat het onze missie in het leven is om moeder te worden. Als je dat doel niet bereikt, kun je nog zo’n vrije, zelfstandige vrouw zijn, maar toch besef je ergens dat jij ook zo bent, dat je nog steeds vastzit aan de regels van het patriarchaat. En dat is frustrerend.’

    E: ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken.’

    Sandra Albert

    ‘Toen de dokter ons vertelde dat onze enige mogelijkheid het gebruik van donorsperma was, zei mijn partner dat hij niet wilde dat iemand dat wist. Wat maakt het uit of het je eigen bloed is of niet?’

    Míriam

    ‘Ik zat er niet mee dat de eitjes niet van mezelf zouden zijn. Het maakte me niet uit, want wat ik wilde was een kind. Ik had niet dat bezitterige gevoel dat het van mij moest zijn.

    Ik heb me echt overweldigd gevoeld door het moederschap, maar ook erg in de steek gelaten bij mijn miskramen, omdat ik geen ruimte kreeg om te praten. Er hangt een enorm taboe rond de geestelijke gezondheid van vrouwen. Het is alsof je nergens last van mag hebben, alsof je gewoon moet vergeten en verder gaan.’

    Zij wilde altijd moeder worden. Maar haar eerste zwangerschap was niet wat ze zich ervan had voorgesteld en ook het moederschap was niet het sprookje dat haar was verteld. Bij haar is sprake van een secundaire onvruchtbaarheid. Haar eerste dochter werd met 41 weken geboren na een lange en zware, maar normale zwangerschap. De problemen kwamen later, toen ze probeerden een tweede kind te krijgen. Ze raakte in verwachting van Pol en Gala, maar die zwangerschappen eindigden abrupt na dertien en zestien weken. Uit onderzoeken bleek dat Ariana een immuunziekte had en dat zou er de oorzaak van kunnen zijn dat haar zwangerschappen mis liepen. Met behandeling was er een kans om het opnieuw te proberen, maar Ariana en haar man besloten ermee op te houden en te aanvaarden dat hun gezin een ongebruikelijke grootte had. ‘We besloten dat het klaar was. Ik wilde dat niet nog een derde keer meemaken. Er was misschien wel een oplossing voor mijn onvruchtbaarheid, maar ik besloot die niet aan te grijpen. Dat begrijpen veel mensen niet. Het lijkt zelfzuchtig als je je dochter geen broertje of zusje wilt geven. Mijn dochter heeft al een broertje en zusje, maar die zijn er niet. Wij hebben een ander gezin.’

    Op haar Instagramaccount ‘Temps de dol’ (Tijd van rouw) maakte ze de verschillende vormen van moederschap zichtbaar waarover je nooit hoort, met name verdriet rond geboortes. ‘Voor mij is onvruchtbaarheid moederschap. De dood van een kind in de baarmoeder maakt deel uit van het moederschap, de dood van je kind bij de geboorte maakt deel uit van het moederschap en het beëindigen van een zwangerschap is ook deel van het moederschap.’

    10. Wat mij geholpen heeft

    ‘Ik heb een Instagramaccount aangemaakt om het verhaal te vertellen, als een dagboek. Ik had behoefte aan iemand die tegen me zei: “Wat jou overkomt, overkomt velen van ons, je stelt je niet aan.” En ik begon te schrijven. Ik heb ook psychologische hulp gezocht omdat ik besefte dat ik er alleen niet uit zou komen. Beide dingen hebben me geholpen om me geen misbaksel te voelen.’

    Sandra Arola

    ‘De mensen die ons het meest na staan hebben ons er doorheen gesleept en nooit vraagtekens geplaatst bij onze keuzes: “Als je je goed voelt en je vindt dat je het moet doen, doe het dan.” En het is goed om mensen te hebben die naast je staan, want het is niet gemakkelijk.’

    infertilityl persona3 a
    ‘We zien overal om ons zwangerschappen, en het zou een leugen zijn om te zeggen dat dat geen pijn doet.’ – Ona Campillo en Eduard Pi, 31 en 32 jaar, communicatie technici. – – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ona en Edu

    O: ‘Erover praten helpt me om ermee in het reine te komen, de scherpe kantjes eraf te halen en niet boos op het leven te worden. En het heeft me geholpen om met andere vrouwen te praten die net zulke dingen hebben meegemaakt.’

    E: Wij zijn er heel open over en maken zelfs grapjes over onze situatie, want dat helpt ons om ons beter te voelen. Iedereen moet zijn of haar eigen manier vinden.’

    Sandra Albert

    ‘In mijn omgeving was het niet iets waarover je praatte. Ik heb mijn moeder uitgelegd dat ik de eerste behandeling zou ondergaan, maar daarna heb ik er met haar niet meer over gesproken. Want als je er niet over praat, bestaat het probleem niet. En ook om de druk te ontwijken en vragen als “En? Hoe ging het? Nu wel gelukt?”’

    11. Aanvaarding, een leven zonder kinderen

    Sandra Albert

    ‘Toen de laatste ivf ook niet lukte, was het tijd om eens goed over mijn leven na te denken, want ik was heel verdrietig. En ik zei tegen mezelf: “Ofwel je gaat op zoek naar iets om naar uit te kijken in je leven, of je wordt een verbitterd mens.” Nu kan ik er beter mee omgaan, maar ik heb een hele tijd in een vacuüm geleefd. Het is nu een paar jaar geleden en ik heb tijd gehad om het te verwerken. Op mijn leeftijd is het sowieso een gepasseerd station. Ik kan er nu goed mee omgaan. Het is moeilijk geweest om een balans te vinden, maar het gaat nu prima. Ik ben gegroeid als persoon.’

    Glòria

    ‘Ik lijd er niet meer onder: ik ben eroverheen gekomen. Als je maar praat, word je sterker. Dit is niet bepalend voor mij. Het is me overkomen, maar er is me heel veel meer overkomen.

    Als je geen kinderen blijkt te krijgen, komt alles een beetje op losse schroeven te staan, je waarden, wat je nalaat… En ik denk na over ouder worden. Ik denk dat mensen zonder kinderen daar meer mee bezig zijn dan mensen met kinderen, omdat ze ervan uitgaan dat die wel voor hen zullen zorgen.’

    Míriam

    ‘Ik dacht dat ik het nodig had om moeder te zijn. Ik weet nog hoe ik vroeger dacht over een meisje dat geen kinderen kon krijgen: “Ik zou doodgaan als mij dat zou gebeuren.” Nu weet ik dat je niet doodgaat omdat je geen kinderen hebt. Het zou normaal moeten zijn dat vrouwen zonder kinderen even gelukkig kunnen zijn. We moeten een eind maken aan die sociale druk. En mensen informeren, zodat ze niet van die pijnlijke vragen stellen. En we moeten realiseren dat een ivf-behandeling lang niet altijd werkt.’

    Ona en Edu

    E: ‘Natuurlijk moeten we ons erop voorbereiden dat we geen kinderen krijgen. Maar dat blijft toch een beetje doen alsof, want we willen nog steeds graag ouders zijn. Als het niet kan, kan het niet en moeten we naar andere manieren zoeken. Je kunt geen mogelijkheid najagen die er niet is, daar word je alleen maar ongelukkig van. Wat mij misschien nog het meest zou frustreren is dat ik mijn ouders dan ook geen grootouders kan maken. Dat zal voor mij misschien het moeilijkst te aanvaarden zijn.’

    Míriam

    ‘Dat ik mijn verhaal zo vaak vertel is ook bedoeld voor de vrouwen die dit doormaken of gaan doormaken. Zodat zij zich niet zo hoeven te voelen als ik me voelde: alleen. En ik denk ook aan mijn nichtje. Ik wil niet dat zij zich, als ze volwassen wordt, onder druk gezet voelt om kinderen te krijgen. Als zij dat niet wil of kan hoop ik dat ze de middelen en informatie heeft die ik niet had.’

  • Juninummer | Talibanland. Een reis door een land dat officieel niet bestaat

    Juninummer | Talibanland. Een reis door een land dat officieel niet bestaat

    »  Lees dit nummer online

    Geoguessrs

    Redactioneel

    ​Met de taliban had niemand in Afghanistan meer rekening gehouden. De VS zonden in 2001 hun troepen naar het land om ‘te bewijzen dat het mogelijk is de situatie (…) ten goede te keren en er het kwaad uit te roeien’, schrijft Wolfgang Bauer in het openingsverhaal van deze editie (p. 12), geselecteerd voor de Distinguished Reporting Award van de European Press Prize. Het kwaad, dat waren de taliban.

    Nu de VS hun troepen na twintig jaar terugtrekken, duiken de strijders weer op. En hoe gevreesd ze ook zijn, voor velen vormen ze ook een bron van hoop in een van de armste landen ter wereld.

    Moed

    Journalisten van Die Zeit kregen zeldzame toestemming het land van de taliban, dat officieel op geen enkele kaart staat, te betreden. Voorgangers die op het woord van een talibancommandant vertrouwden, werden ontvoerd. ‘Als we het gebied verlaten waar de regering aan de macht is, voelt dat als volledig controleverlies’, schrijft Bauer. Dankzij zijn moed zien we in deze schitterende reportage de complexiteit van wat in Afghanistan echt speelt, zowel onder de taliban, als onder de bevolking.

    Moed is ook wat de regering van Israël nodig heeft om het conflict in Oost-Jeruzalem op te lossen, aldus Haaretz (p. 32). Volgens twee Israëlische onderzoekers bestaat er een ‘vernieuwende oplossing’ die louter voordelen met zich meebrengt – ze noemen er maar liefst vier – voor de Hebreeuwse staat. Maar deze houdt vast aan de fictie van een ‘lokaal conflict’.

    Wie, in de termen van de Chinese app TikTok, ‘lelijk’ of ‘arm’ is, wordt volgens officieel beleid geweerd

    Die moed tonen wel de Aziatische vloggers die ondanks het heersende schoonheidsideaal in hun land – een zo licht mogelijke teint – uitdragen dat er niks mis is met vitiligo, een aandoening waarbij de huid pigment verliest en vlekken vertoont (p. 42). TikTok hoeven ze voor hun boodschap niet in te schakelen: wie niet voldoet aan het uiterlijk of de status waar nieuwe bezoekers voor vallen – oftewel, in de termen van de Chinese app, wie ‘lelijk’ of ‘arm’ is – wordt volgens officieel beleid geweerd, ontdekte onderzoeksplatform The Intercept (p. 28).Een groot deel van Afrika is er maar mondjesmaat vertegenwoordigd

    Zo ook proberen spelers van het tijdens de pandemie razend populair geworden GeoGuessr ‘lelijke’ en ‘arme’ beelden te weren uit hun spel. De spelers moeten aan de hand van enkele foto’s op Street View bepalen waar op de wereld ze zich bevinden. Maar doordat van sommige landen vooral amateurfoto’s zijn geplaatst, wordt deze missie bemoeilijkt. Zo is een groot deel van Afrika door de dienst maar mondjesmaat vertegenwoordigd (p. 34).

    Als de GeoGuessrs zich behalve in hun spel ook zouden verdiepen in wat hier echt speelt, zou hun wereldbeeld weliswaar minder scherp omlijnd worden, maar daardoor ook juist helderder.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    Cover 196 150DPI 2 1