In de Japanse media was deze week volop aandacht voor de drievoudige ramp in Fukushima, tien jaar geleden. Wat ging er mis, hoe vordert de wederopbouw en hoe gaan de overlevenden met het trauma om?
Vorige maand, op 13 februari iets na elf uur ’s avonds, werden de inwoners van de noordoostelijke kustprovincies van Japan opgeschrikt door een zeebeving van 7,3 op de schaal van Richter, vlak voor de kust van Fukushima. Ze vreesden het ergste. Maar dit keer bleek het mee te vallen: er vielen één dode en 185 gewonden, de schade aan gebouwen en infrastructuur was te overzien en – heel belangrijk – er kwam geen tsunami. Maar voor de mensen in de Tohoku-regio was het een angstig moment en een pijnlijke herinnering aan die alles verwoestende natuurramp van tien jaar geleden, zo schrijft de Asahi Shinbun.
Die zeebeving van 11 maart 2011 was met een kracht van 9.0 op de schaal van Richter de op drie na grootste beving in de geschiedenis van de seismologie. Door de schok werd de aardas zeseneenhalve centimeter verschoven en kwam Japan vier meter dichter bij Amerika te liggen. Bij de tsunami die daarop volgde, kwamen meer dan 18.000 mensen om het leven. Een half miljoen mensen werd uit hun woning verdreven. Bij drie reactoren van de kerncentrale Fukushima Dai-ichi vond een kernsmelting plaats en door waterstofexplosies werd radioactief materiaal in de wijde omgeving verspreid. Het was het ernstigste nucleaire ongeval ter wereld sinds Tsjernobyl in 1986.
Wederopbouw
Japan is gewend aan aardbevingen en er goed op voorbereid. Het land heeft de hoogste normen ter wereld voor aardbevingbestendig bouwen, ook voor kerncentrales, en dankzij regelmatige drills weten de mensen precies wat ze moeten doen als de aarde begint te trillen. Hoewel dit de hevigste beving was in Japan sinds de metingen in 1900 begonnen en de materiële schade enorm was, zijn er als gevolg van de aardbeving zelf maar weinig doden gevallen. Datzelfde geldt voor de fall-out van de kernramp in Fukushima.
Dit aspect van de drievoudige ramp trok nationaal en wereldwijd weliswaar de meeste aandacht, maar tot dusverre zijn er geen slachtoffers gemeld van stralingsziekte, en ook van een verhoogd langetermijnrisico op aan straling gerelateerde kanker is volgens een recent rapport van het Wetenschappelijk comité van de Verenigde Naties inzake de gevolgen van atoomstraling (UNSCEAR), anders dan in het geval van Tsjernobyl, geen sprake.
De tsunami eiste verreweg de meeste slachtoffers. De beelden gingen in real time de wereld over. Het was de eerste keer dat een dergelijke natuurramp live werd gefilmd: een helikopter van de Japanse staatstelevisie NHK kon nog net opstijgen voordat het vliegveld van de kustplaats Sendai door de aanstormende golven werd verwoest.
De regio, die vóór de ramp al kampte met vergrijzing, leegloop en economische neergang, telt nu nog minder mensen en bedrijvigheid dan voorheen
Op donderdag 11 maart werd de ramp in heel Japan herdacht. In een plechtige ceremonie in Tokio betuigde premier Suga namens de regering zijn medeleven aan de nabestaanden van alle slachtoffers en vermisten, inclusief de bijna vierduizend mensen die de afgelopen tien jaar na hun evacuatie uit het getroffen gebied zijn overleden als gevolg van aan de ramp gerelateerde psychische of lichamelijke aandoeningen. Keizer Naruhito en Keizerin Masako bezochten het rampgebied eerder deze week en waren ook bij de ceremonie aanwezig.
In de Japanse media werd de afgelopen weken uitgebreid stilgestaan bij de ramp en de ontwikkelingen nadien. Sinds 2011 is er hard gewerkt aan de wederopbouw van de regio, het afgraven van door radioactieve neerslag besmette grond en de ontmanteling van de kerncentrale in Fukushima. Dat laatste is een uiterst complex proces waarvoor de overheid nog 20 tot 30 jaar nodig denkt te hebben en waarvoor de technologie deels nog moet worden ontwikkeld, volgens de Japan Times. Er is meer dan 30 triljoen yen (ca. 250 miljard euro) geïnvesteerd in woningbouw en het herstel van wegen, bruggen en vliegvelden en aan de aanleg van een nieuwe, hoge zeewering over een lengte van meer dan 400 kilometer.
Maar hiermee zijn de problemen zeker nog niet opgelost. Volgens de Asahi Shinbun verblijven er op dit moment nog 2000 mensen in tijdelijke opvang en zijn ongeveer 40.000 van de half miljoen evacués nog niet of niet meer teruggekeerd naar hun regio. De regio, die vóór de ramp al kampte met vergrijzing, leegloop en economische neergang, telt nu nog minder mensen en bedrijvigheid dan voorheen. De nieuw gebouwde appartementen staan voor een deel nog leeg, omdat de oorspronkelijke bewoners er niet meer terug willen keren, inmiddels elders zijn gesetteld of zijn overleden.
Een deel van het gebied rond de kerncentrale in Fukushima is nu nog verboden terrein, maar ook de gemeenten die weer veilig zijn verklaard hebben nog maar 20 procent van het oorspronkelijke aantal inwoners. De komende jaren zal er nog veel moeten gebeuren om dit gebied nieuw leven in te blazen en vooral om de trauma’s te helen en de bevolking ervan te overtuigen dat het er echt veilig is. Pas onlangs stelde het Hooggerechtshof tienduizend evacués in het gelijk en bevestigde dat de overheid en beheerder Tepco medeverantwoordelijk waren voor de ramp, meldt de Japan Times. Al in 2009 was er gewaarschuwd voor het gevaar van een tsunami voor de elektriciteitstoevoer van het koelingssysteem van de reactoren, en zijn maatregelen uitgebleven.
Tragische fout
In de media verschenen ook veel persoonlijke verhalen. Zo schrijft Asahi Shinbun over Eiki Okuyama, die zijn moeder op 10 maart dit jaar eindelijk kon begraven, nadat haar stoffelijk overschot in februari was gevonden en via DNA-onderzoek kon worden geïdentificeerd. In de Japan Times is een fotoverslag te vinden over de witte telefooncel van meneer Sasaki, waar inmiddels 30.000 mensen troost vonden in een telefoongesprek met hun overleden geliefden.
En dan is er het trieste verhaal over de Okawa Basisschool in het dorpje Kamaya, in Ishinomaki, waar 74 kinderen en tien leerkrachten door de tsunami werden meegesleurd. Jarenlang hebben de ouders zichzelf verweten dat ze niet met hun kinderen waren gevlucht, een naburige heuvel op. Ze hadden het advies van de schoolleiding gevolgd, en waren op de school gebleven, zo valt te beluisteren in een podcast van de Japan Times.
Toch was dat niet zo’n vreemde beslissing. De schoolgebouwen in Japan zijn volgens extra strenge normen gebouwd en liggen meestal op een plek die veilig is voor aardbevingen en tsunami’s. Dat bleek ook uit de cijfers: onder de meer dan 18.000 slachtoffers was er in het hele land nog maar één ander kind dat op het moment van de ramp op school was.
De dood van de kinderen en leerkrachten in Kamaya was het gevolg van een tragische fout: in het crisisplan van de gemeente was de school aangemerkt als vluchtplaats voor de dorpelingen, terwijl de school zelf werkte met een achterhaald noodplan, wat leidde tot chaos, misverstanden en paniek, met fatale afloop. De ouders zijn later door het Hooggerechtshof in het gelijk gesteld in hun zaak tegen de gemeente, maar na de toekenning van de compensatie bleef het muisstil in de rechtszaal. De ouders hadden hun kinderen er niet mee terug.
In april zal de school worden heropend als monument voor de slachtoffers, zo schrijft de Japan Times. Wie weet helpt dit de inwoners van Kamaya op termijn een beetje om in het reine te komen met hun immense verlies. Maar ook premier Suga erkende in zijn herdenkingsrede dat de wederopbouw in de getroffen regio weliswaar goed gevorderd is, maar dat de verwerking van het enorme trauma voor velen nog moet beginnen.
























