Onderwerpen: Klimaat

  • Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Hoe moeten we betekenis geven aan de inmiddels al meer dan 4 miljoen wereldwijde coronadoden? Niall Ferguson zet die vraag in historisch perspectief. Welke rampspoed is ons in het verleden overkomen, hoe gingen we daar toen mee om, en – belangrijker nog – hoe kunnen we toekomstig onheil voorkomen?

    Deze gevallen wachtmeester, de Dood, is nauwgezet in zijn aanhoudingen. 

    – Hamlet 

    We zijn allemaal gedoemd 

    ‘We zijn gedoemd.’ Deze zin, uitgesproken door de Caledonische Cassandra van de Britse televisieserie Dad’s Army, soldaat James Frazer, was een van de terugkerende grappen uit mijn jeugd. De truc was om het te zeggen op het minst passende moment: als de melk op was of je de laatste bus naar huis had gemist. Er is een prachtige scène in een van de afleveringen (‘Uninvited Guests’) als Frazer – gespeeld door de geweldige John Laurie – de andere leden van zijn Home Guard-eenheid een bloedstollend verhaal vertelt over een vloek. Als jongeman was hij voor anker gegaan bij een eilandje in de buurt van Samoa, waar – volgens zijn vriend Jethro – de ruïne van een tempel lag, met daarin een afgodsbeeld dat versierd was met een gigantische robijn, ‘zo groot als een eendenei’. Het tweetal ging op weg om de robijn te stelen en hakte zich een weg door het dichtbegroeide bos. Maar net toen Jethro de edelsteen pakte, verscheen er ineens een medicijnman, die Jethro vervloekte met de woorden: ‘Dood! de robijn zal u de dood brengen! dooood.’ 

    Soldaat Pike: Is de vloek uitgekomen, meneer Frazer? 

    Soldaat Frazer: Ja, jongen, hij is uitgekomen. Hij is gestorven… vorig jaar; hij was zesentachtig.

    Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar

    We zijn allemaal gedoemd, hoewel niet noodzakelijkerwijs vervloekt. Ik zal rond 2056 sterven, op z’n laatst. Mijn resterende levensverwachting op de leeftijd van zesenvijftig jaar en twee maanden is volgens het Amerikaanse ministerie van Sociale Zaken 26,2 jaar: daardoor kom ik uit op tweeëntachtig, vier jaar minder dan Frazers vervloekte vriend. Bemoedigender is het feit dat het Britse Office of National Statistics een man van mijn leeftijd twee jaar extra geeft, met een kans van 1 op 4 om de tweeënnegentig te halen. Om te zien of ik die getallen kon verbeteren, bezocht ik de site van Living to 100 Life Expectancy Calculator, die zijn schatting baseert op een gedetailleerde vragenlijst over je leefgewoonten en je familiegeschiedenis. Living to 100 vertelde me dat ik de eeuw waarschijnlijk niet zal halen, maar dat ik een gerede kans had om nog zesendertig jaar te leven. Het zou natuurlijk heel anders liggen als ik in januari 2020 covid-19 zou krijgen, een ziekte die destijds in mijn leeftijdsgroep een sterftekans met zich meebracht van 6 procent, en misschien iets hoger als we mijn milde astma meetellen. 

    De auteur

    De Schots-Amerikaanse historicus Niall Ferguson is momenteel verbonden aan de Stanford-universiteit. Hij leverde bijdragen aan The Daily Telegraph, Financial Times en Newsweek, en schrijft tegenwoordig een column voor Bloomberg Opinion. Fergusons bekendste boek is Het belang van geld (The Ascent of Money), waarover hij ook een documentaireserie maakte voor Channel 4 en PBS. Hij is getrouwd met de voormalige VVD-politicus Ayaan Hirsi Ali.

    Op zesenvijftigjarige leeftijd sterven zou beslist een teleurstelling zijn, maar het zou een goed resultaat zijn als je het afmeet aan de meerderheid van de 107 miljard mensen die ooit geleefd hebben. In het Verenigd Koninkrijk, waar ik geboren ben, bereikte de levensverwachting vanaf de geboorte de zesenvijftig pas in 1920. Het gemiddelde lag gedurende de periode van 1543 tot 1863 net onder de veertig. En de Britten stonden bekend om hun lange levensduur. Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar, en tot 1960 onder de vijftig jaar. De gemiddelde levensverwachting in India was in 1911 slechts tweeëndertig jaar. De Russische levensverwachting bereikte in 1920 het dieptepunt van twintig jaar. De afgelopen eeuw liet een constant stijgende trend zien – de levensverwachting bij geboorte verdubbelde ruwweg tussen 1913 en 2006 –, maar met talloze terugvallen. De levensverwachting in Somalië is vandaag de dag zesenvijftig jaar: mijn leeftijd. Die is daar deels nog steeds zo laag omdat de kindersterfte er zo hoog is. Ongeveer 12,2 procent van de in Somalië geboren kinderen sterft voordat ze de leeftijd van vijf jaar bereiken; 2,5 procent sterft tussen vijf en veertien jaar. 

    Als ik probeer om mijn eigen ervaring met mens-zijn in perspectief te zetten, denk ik aan de Engelse dichter John Donne (1572-1631), die negenenvijftig jaar oud is geworden. In een periode van zestien jaar schonk Anne Donne haar echtgenoot twaalf kinderen. Drie van hen – Francis, Nicholas en Mary – stierven voor hun tiende. Anne zelf stierf bij de bevalling van haar twaalfde kind, dat dood geboren werd. Nadat Lucy, zijn favoriete dochter, gestorven was en hijzelf haar bijna in het graf gevolgd was, schreef Donne zijn Devotions upon Emergent Occasions (1624), dat de mooiste van alle aansporingen bevat om mee te leven met de doden: ‘De dood van ieder mens doet afbreuk aan mij, omdat ik betrokken ben bij de Mensheid; Vraag daarom nooit voor wie de doodsklok luidt; die luidt voor u.’ 

    Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie

    De Napolitaanse kunstenaar Salvator Rosa (1615-1673) schilderde misschien wel het meest ontroerende memento mori, met de eenvoudige titel L’umana fragilità (‘De menselijke breekbaarheid’). Het was geïnspireerd op een uitbraak van de builenpest, die zijn geboortestad Napels in 1655 trof: die kostte het leven aan zijn jonge zoon Rosalvo en eiste ook dat van Salvators broer, zijn zus, haar echtgenoot en vijf van hun kinderen. Met een gruwelijke grijns reikt een gevleugeld skelet vanuit het donker langs Rosa’s minnares, Lucrezia, om haar zoontje mee te nemen, dat net zijn eerste poging doet om te schrijven. De stemming van de diepbedroefde kunstenaar wordt op een onsterfelijke manier vastgelegd in de acht Latijnse woorden die de baby, geleid door de skeletfiguur, op het canvas heeft geschreven: 

    Conceptio culpa 

    Nasci pena 

    Labor vita 

    Necesse mori 

    ‘Verwekking is zonde, geboorte is pijn, leven is hard werken, dood is onvermijdelijk.’ Ik herinner me nog steeds dat ik als door de bliksem getroffen was toen ik die woorden las bij mijn eerste bezoek aan het Fitzwilliam Museum in Cambridge. Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie. Volgens de overleveringen was Rosa een opgewekt mens, die ook schreef en optrad in satirische toneelstukken en de commedia dell’arte. Rond de tijd dat zijn zoon stierf, schreef hij echter aan een vriend: ‘Deze keer heeft de hemel me op zo’n manier getroffen dat ik besef dat alle menselijke weermiddelen zinloos zijn en de minste pijn die ik voel is nog dat ik je zeg dat ik huil terwijl ik schrijf.’ Hijzelf stierf op achtenvijftigjarige leeftijd aan buikwaterzucht. 

    Bijna onzichtbare gebeurtenis

    In de middeleeuwen en de vroegmoderne wereld was de dood alomtegenwoordig, op een manier die we ons nauwelijks kunnen voorstellen. Zoals Philippe Ariès betoogde in L’Homme devant la mort (‘Het uur van onze dood’) werd de dood ‘getemd’ door er, net als het huwelijk en zelfs de geboorte, een sociale overgangsrite van te maken, die gedeeld werd met de familie en de gemeenschap en gevolgd werd door riten van begrafenis en rouw, die een bekende vorm van troost boden aan de nabestaanden. Vanaf de zeventiende eeuw veranderde die houding echter. Terwijl het aantal sterfgevallen verbijsterende vormen aannam, begonnen de westerse samenlevingen – ondanks het feit dat de doodsoorzaken steeds beter begrepen werden – een zekere afstand te scheppen tussen de levenden en de doden. De victorianen gingen zeer ver in het sentimentaliseren en romantiseren van de dood: ze creëerden in de literatuur ‘mooie doden’, die steeds minder te maken hadden met de werkelijkheid. De twintigste eeuw ging over op de ontkenning van ‘het einde van het leven’. Sterven werd een steeds eenzamer, antisociale, bijna onzichtbare gebeurtenis. Er kwam iets op wat Aries ‘een absoluut nieuw type sterven’ noemde, wat inhield dat zieltogende mensen werden afgevoerd naar ziekenhuizen en hospices, om ervoor te zorgen dat het moment waarop ze hun laatste adem uitbliezen discreet verborgen bleef achter de schermen. Amerikanen mijden het woord ‘sterven’. Mensen ‘gaan over’. Evelyn Waugh schreef een wrede satire over de Amerikaanse omgang met de dood in The Love One (1948), geïnspireerd op een weinig verheffend verblijf in Hollywood. 

    De Britse omgang met de dood is echter slechts weinig beter. In Monty Pythons The Meaning of Life is de dood een enorm faux pas. De Man met de Zeis – John Cleese, gehuld in een zwarte mantel – komt aan in een pittoresk Engels buitenhuis waar drie echtparen druk bezig zijn met een etentje. 

    Magere Hein: Ik ben de dood. 

    Debbie: Nou ja, wat een toeval! We hadden het vijf minuten geleden net over de dood… 

    Magere Hein: Stilte! Ik ben gekomen voor jullie. 

    Angela: Bedoelt u… om – 

    Magere Hein: Om jullie mee te nemen. Dat is mijn bedoeling. Ik ben de dood. 

    Geoffrey: Tja, dat werpt toch wel een beetje een schaduw over de avond.

    Debbie: Mag ik u iets vragen? 

    Magere Hein: Wat? 

    Debbie: Hoe kan het dat we allemaal op hetzelfde moment sterven?

    Magere Hein (na een lange stilte, wijzend naar een schaal op tafel): De zalmmousse. 

    Geoffrey: Schat, je hebt toch geen zalm uit blik gebruikt? 

    Angela: Ik schaam me rot.

    Het komende eschaton

    Ieder jaar sterven er over de hele wereld ongeveer 59 miljoen mensen – ruwweg de gehele wereldbevolking in de tijd dat koning David regeerde over de Israëlieten. Met andere woorden, er sterven elke dag ruwweg 160.000 mensen: het equivalent van één Oxford, of drie Palo Alto’s. Ongeveer 60 procent van degenen die sterven zijn vijfenzestig jaar of ouder. In de eerste helft van 2020 stierven er wereldwijd ruwweg 510.000 mensen aan de nieuwe ziekte covid-19 [inmiddels is het dodental de 4 miljoen gepasseerd]. Elk sterfgeval is een tragedie, zoals we zullen zien. Maar zelfs als geen van die mensen toch al niet gestorven zou zijn – wat onwaarschijnlijk is, gegeven het leeftijdsprofiel van de overledenen –, dan vertegenwoordigt dat aantal slechts een bescheiden (1,8 procent) toename in het totale aantal verwachte sterfgevallen voor de eerste helft van 2020. In 2018 stierven 2,84 miljoen Amerikanen, dus stierven er ongeveer 236.000 per maand, en 7800 per dag. Driekwart van het aantal gestorvenen was vijfenzestig jaar of ouder. Verreweg de meeste doodsoorzaken waren hartaandoeningen en kanker: samen goed voor 44 procent van het totaal. In de eerste helft van 2020 waren er volgens cijfers van de Centers for Disease Control and Prevention 130.122 Amerikaanse overlijdensgevallen aangemerkt als ‘betrekking hebbend op covid-19’. De totale (bovennormale) oversterfte van alle oorzaken lag echter dicht bij 170.000. Als geen van deze mensen toch al niet overleden zou zijn – opnieuw: onwaarschijnlijk –, dan vertegenwoordigde dat aantal een toename van 11 procent in de sterfgevallen voor die periode, boven de uitgangswaarde die afgeleid was van recente gemiddelden. 

    We zijn dus allemaal gedoemd, zelfs als de medische wetenschappers in staat zijn om de levensverwachting nog verder te verlengen – zoals sommigen voorspellen: tot meer dan een eeuw. Ondanks de voortgaande zoektocht naar oplossingen voor het probleem dat leven een terminale aandoening is, blijft onsterfelijkheid een droom – of, zoals Jorge Luis Borges suggereerde in ‘De onsterfelijke’: een nachtmerrie. Maar zijn we collectief gedoemd, als soort? Het antwoord is: ja. 

    Onze moeder, een natuurkundige, werd het nooit moe om mijn zus en mij eraan te herinneren dat het leven een kosmisch toeval is; een visie die ook gedeeld wordt door bekendere fysici als Murray Gell-Mann. Ons universum begon 13,7 miljard jaar geleden met wat fysici de Big Bang noemen. Op onze planeet ontwikkelden zich met de hulp van ultraviolette stralen en bliksem de chemische bouwstenen van het leven, die 3,5 tot 4 miljard jaar geleden leidden tot de eerste levende cel. Ongeveer 2 miljard jaar geleden zorgde seksuele reproductie door eenvoudige veelcellige organismen voor golven van evolutionaire innovatie. 

    Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven

    Ongeveer 6 miljoen jaar geleden leidde een genetische mutatie bij chimpansees tot de eerste mensachtige mensapen. Homo sapiens is extreem recent verschenen, 200.000 tot 100.000 jaar geleden: deze soort domineerde andere mensentypen ongeveer 30.000 jaar geleden en had zich rond 13.000 jaar geleden over het grootste deel van de planeet verspreid. Er moesten veel dingen precies goed gaan voor ons om tot dat punt te komen. Maar de ‘Goudhaartje’-condities waarbij wij floreren kunnen niet oneindig voortduren. Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven. 

    Met andere woorden, om Nick Bostrom en Milan M. Ćirković te citeren: ‘Het uitsterven van intelligente soorten is al voorgevallen op de Aarde, wat inhoudt dat het naïef zou zijn om te denken dat het niet nog eens zou kunnen gebeuren.’ Zelfs als we het lot van de dinosaurussen en de dodo’s weten te vermijden, zal de toenemende lichtstraling van de zon over ongeveer 3,5 miljard jaar de biosfeer van de Aarde zo goed als gesteriliseerd hebben, maar het einde van het complexe leven op de Aarde staat al veel eerder op het programma, misschien over 0,9 tot 1,5 miljard jaar, omdat de leefomstandigheden dan onverdraaglijk zullen zijn geworden voor alles wat op ons lijkt. ‘Dat is het standaardlot voor leven op onze planeet.’ Het is denkbaar dat we in staat zullen zijn om een andere bewoonbare planeet te vinden als we het probleem van intergalactisch reizen oplossen, wat het reizen over haast onvoorstelbaar grote afstanden inhoudt. Zelfs dan zullen we uiteindelijk in tijdnood komen, omdat de laatste sterren ruwweg over 100 biljoen jaar zullen uitdoven, waarna alle materie uiteen zal vallen tot haar basisbestanddelen. 

    Lees ook:

    De gedachte dat we, als soort, nog ongeveer 1 miljard jaar overhebben op de Aarde zou geruststellend moeten zijn. En toch lijken sommigen ernaar te verlangen dat de doemdag al veel eerder komt dan dat. De ‘eindtijd’ of eschaton (van het Griekse eschatos) komt voor in de meeste grote wereldreligies, inclusief de oudste, het zoroastrisme. De Zand-i Wahman Yasn (een middeleeuwse zoroastrische apocalyptische tekst) voorziet niet alleen in misoogsten en algeheel moreel verval, maar ook in ‘een donkere wolk die de hele lucht tot nacht maakt’ en een regen van ‘verderfelijke schepsels’. Hoewel de hindoe-eschatologie aanneemt dat er vaste tijdscycli zijn, wordt van de huidige cyclus, Kali Yuga, verwacht dat die gewelddadig eindigt als Kalki, de laatste incarnatie van Vishnu, op een wit paard aan het hoofd van een leger afdaalt om ‘rechtvaardigheid tot stand te brengen op aarde’. Ook in het boeddhisme zijn er apocalyptische scènes. Gautama Boeddha voorspelde dat zijn profetieën na 5000 jaar vergeten zouden zijn, wat leidt tot de morele degeneratie van de mens. Een bodhisattva genaamd Maitreya zal dan verschijnen en de leerstellingen van de dharma herontdekken, waarna de wereld vernietigd wordt door de dodelijke straling van zeven zonnen. De Scandinavische mythologie heeft haar Ragnarök (schemering der goden), waarin een vernietigend grote winter (Fimbulvetr) de wereld in duisternis en wanhoop zal storten. De goden zullen tot de dood strijden met de krachten van de chaos, vuurreuzen en andere magische schepsels (jötunn). Uiteindelijk zal de oceaan de hele wereld overspoelen. (Wagner-liefhebbers kunnen hier een versie van zien in zijn Götterdämmerung.) 

    In elk van deze religies is vernietiging de prelude van wedergeboorte. De abrahamitische religies daarentegen hebben een lineaire kosmologie: het einde der dagen is echt Het Einde. Het jodendom voorspelt een Tijdperk van de Messias, met de terugkeer naar Israël vanuit de verbanning van de Joodse Diaspora, de komst van de Messias en de wederopstanding uit de dood. Het christendom – het geloof dat gevestigd is door volgers van de man die zei deze Messias te zijn – biedt een veel rijkere versie van het eschaton. Voorafgaand aan de Tweede Komst van Christus (parousia) zal er, zoals Jezus zelf aan zijn volgelingen vertelde, een tijd komen van ‘grote beproevingen’ (Mattheüs 24:15-22), ‘verschrikkingen’ (Marcus 13:19) of ‘dagen van wraak’ (Lucas 21:10-33 geeft van alle evangeliën de meeste details). De Openbaring van Johannes biedt wellicht de meest treffende visioenen van de doemdag: van een oorlog in de hemel tussen Michaël en zijn engelen tegen Satan, een tussenperiode waarin Satan wordt neergeworpen en duizend jaar wordt vastgebonden, waarna Christus een millennium lang regeert met wederopgestane martelaren aan zijn zijde, totdat de Hoer van Babylon verschijnt, dronken van het bloed van de heiligen, rijdend op een scharlakenrood beest, en er een grote strijd wordt uitgevochten op de heuvels van de Armageddon. Daarna wordt Satan losgelaten, om vervolgens in een meer van brandende zwavel te worden gegooid. Uiteindelijk worden de doden beoordeeld door Christus en worden de onwaardigen in het vlammende meer geworpen. De beschrijving van de vier ruiters van de Apocalyps is verbijsterend: 

    En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie! En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen. En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie! 

    En een ander paard, dat rood was, trok uit, en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven. En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand. 

    En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe. 

    En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie! 

    En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde. (Openbaringen 6:1-8) 

    De Dag der Wrake wordt aangekondigd door een geweldige aardbeving, een zonsverduistering en een bloedmaan. De sterren vallen op de aarde en de bergen en eilanden worden ‘van hun plaats verschoven’. 

    Een slim onderdeel van de christelijke eschaton was de onzekerheid waarin Christus zijn discipelen achterliet over de tijdsbepaling ervan: ‘Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader.’ (Mattheüs 24:36) 

    De vernietiging van Jeruzalem in het jaar 70 door toedoen van de Romeinse legerleider (en later keizer) Titus werd door de vroege christenen geïnterpreteerd als vervulling van Jezus’ profetie dat de Tweede Tempel zou worden verwoest, maar de daaropvolgende spectaculaire gebeurtenissen die Christus had voorspeld bleven uit. Tegen de tijd van Augustinus van Hippo leek het verstandig om het millennium af te zwakken, zoals hij deed in De Stad van God (De Civitate Dei, uit het jaar 426), waarin hij het verwees naar het gebied van het onkenbare en (impliciet) de verre toekomst. 

    Misschien biedt het verval van het christelijke millennium een verklaring voor het revolutionaire effect van Mohammeds nieuwe religie, toen die in de zevende eeuw tevoorschijn kwam uit de Arabische woestijn. In een aantal opzichten heeft de islam gewoon de meest opwindende delen van de Openbaringen afgestoft. In Mekka leerde Mohammed zijn volgelingen dat de Dag des Oordeels voorafgegaan zou worden door de verschijning van de eenogige al-Masih ad-Dajjāl (de valse messias), met een entourage van 70.000 joden uit Isfahan. Isa (Jezus) zal dan afdalen om te triomferen over de valse messias. In de soennitisch doctrine houdt de ashrāṭ al-sā‘a – het einde der tijden – onder meer in dat er een grote zwarte rookwolk (dukhān) de aarde bedekt, dat er een aantal verzakkingen plaatsvinden in de aarde en dat Ya‘jūj en Ma‘jūj (Gog en Magog) verschijnen om de aarde te verwoesten en de gelovigen af te slachten. Nadat Allah zich heeft ontdaan van Gog en Magog, komt de zon op in het westen en verrijst de Dābbat al-Ard (het Beest van de Aarde) uit de grond; nadat de hemelse trompet geklonken heeft, verrijzen ook de doden (al-Qiyāmah) voor het laatste oordeel (Yawm al-Hisāb). Maar toen deze profetie niet vervuld werd, keerde Mohammed zich ongeduldig af van de verlossing en naar het imperialisme. Allah, zo betoogde hij in Medina, wilde dat de moslims zijn eer bewaarden door de ongelovigen te straffen; dat ze overgingen van het afwachten van de Dag des Oordeels tot de uitvoering ervan door middel van de jihad. De eschatologie van de sjiieten is in brede zin gelijk aan die van de soennieten, maar met de terugkeer van de twaalfde imam, Mohammed al-Mahdi, die wordt verwacht na een periode van afnemende moraal en eerbaarheid. 

    Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was

    Voor christenen waren de islamitische veroveringen in het Nabije Oosten en Noord-Afrika niet meer dan de grootste van een aantal gruwelijke dreigingen: Vikingen, Magyaren en Mongolen bedreigden het christendom ook. Deze en andere rampen werden door sommigen geïnterpreteerd als aanduidingen van de eindtijd: de christelijke eschatologie is nooit volledig op de achtergrond geraakt. Joachim van Fiore (1135-1202) verdeelde de geschiedenis in drie tijdvakken, waarvan het derde het laatste was. Op eenzelfde manier waren er in de nasleep van de Zwarte Dood in de jaren veertig van de veertiende eeuw – in termen van sterfgevallen de grootste ramp die de christenen ooit getroffen heeft – mensen die concludeerden dat het einde nabij was. In 1356 schreef een franciscaner monnik genaamd Johannes van Roquetaillade zijn Vademecum in tribulationibus, waarin hij een tijd vol problemen in Europa voorspelde, die gekenmerkt zou worden door sociale onrust, stormen, overstromingen en nog meer plagen. Vergelijkbare quasi-revolutionaire visioenen inspireerden de taborieten in Bohemen in 1420 tot hun plunderingen en de franciscaan Johann Hilten in 1485 tot zijn profetieën over de nadagen van het pausdom. Na Maarten Luthers baanbrekende aanval op de kerkelijke hiërarchie gaf het millenianisme onderling sterk verschillende sekten als de anabaptisten, de diggers en de levellers het vertrouwen om de gevestigde autoriteiten te trotseren. Hoewel de navolging van het millennium in de achttiende eeuw afnam, herleefde de belangstelling ervoor weer in de negentiende en de twintigste eeuw, toen sommige volgelingen van de zogenaamde profeet William Miller, later bekend geworden als de zevendedagsadventisten, een nieuwe kerk oprichtten met een sterke millennialistische doctrine, die het einde van de wereld voorzag in 1844. (De millerieten noemden het feit dat de mensheid dat jaar overleefde ‘De Grote Teleurstelling’.) Jehova’s getuigen en leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (mormonen) hebben allebei hun eigen kenmerkende opvattingen over de komst van het eschaton. Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was. Een aantal van hen – met name Jim Jones, David Koresh en Marshall Applewhite – wisten plaatselijke apocalypsen te bereiken in de vorm van massazelfmoorden. 

    Kort gezegd: het einde van de wereld is opmerkelijk vaak teruggekomen in de vastgelegde geschiedenis.

    Doemdagen

    Je zou denken dat de vooruitgang van de wetenschap de mensheid uiteindelijk zou bevrijden van religieuze en pseudoreligieuze eschatologie. Dat is niet noodzakelijk zo. Zoals de socioloog James Hughes zei, zijn maar weinig mensen ‘immuun voor millenniumvooroordelen, positief of negatief, fatalistisch of messianistisch’. Iets meer dan een eeuw geleden, toen de eerste echt geïndustrialiseerde oorlog in zijn laatste fase zat – een oorlog die gevoerd werd met tanks, vliegtuigen, onderzeeërs en gifgas – waren er verschijningen van de maagd Maria in het Portugese dorp Fatima, was er een veldslag bij Armageddon (Megiddo, in wat toen Palestina was), werd er een joodse thuisbasis uitgeroepen in het Heilige Land, was er een Duits offensief dat Aartsengel Michaël heette en brak er een pandemie uit die dodelijker was dan de oorlog zelf. Een van de vele voorboden van een komende apocalyps was de opkomst van Vladimir Iljitsj Lenin, die een golf van antikerkelijk geweld en beeldenstormen ontketende in het hele Russische Rijk. Zoals The New York Times op 21 juni 1919 meldde werd Lenin door Russische boeren alom gezien als ‘niemand anders dan de antichrist die in de Schrift is voorspeld’. 

    Voor de in Keulen geboren politiek theoreticus Eric Voegelin was de realiteit dat het communisme, net als het nazisme dat hij in 1938 moest ontvluchten, gebaseerd was op een onjuiste interpretatie van het christendom. Voegelin definieerde ‘gnosis’ als ‘een ogenschijnlijk direct, onmiddellijk begrip of visioen van de waarheid zonder de noodzaak voor kritische reflectie; de speciale gave van een spirituele en cognitieve elite’. Gnostiek, betoogde hij, was een ‘manier van denken die aanspraak maakt op een absoluut cognitief meesterschap van de werkelijkheid’. Toen dat de vorm aannam van een politieke religie, verborg het een gevaarlijke en misleidende ambitie om ‘de eschaton in zich te herbergen’ – met andere woorden: om een hemel op aarde te creëren. Voegelins moderne gnostiek probeerde ‘de maatschappij weer te vergoddelijken (…) door massalere vormen van participatie in de goddelijkheid te vervangen door geloof in de christelijke zin’. (Voegelin speculeerde dat deze verschuiving naar ‘massale deelname’ een antwoord kon zijn op de vrijwel onmogelijke taak om een authentiek christelijk geloof in stand te houden.) Veel recenter schreef de historicus Richard Landes in dezelfde geest, toen hij dezelfde aandrang ontdekte in een breder gebied van historische en moderne millenniumbewegingen, tot en met het salafi-jihadisme en radicale milieubewegingen.

    In plaats van de eschaton te verdringen, leek de wetenschap die dichterbij te brengen. Toen J. Robert Oppenheimer getuige was van de eerste kernexplosie in White Sands, New Mexico, deed hij de beroemde uitspraak dat hij dacht aan Krishna’s woorden uit de Bhagavad Gita (het ‘Lied van God’ uit de hindoecultuur): ‘Ik ben de dood geworden, de vernietiger van werelden.’ Aan het prille begin van de Koude Oorlog verzon de kunstenares Martyl Langsdorf, wier echtgenoot een van de sleutelfiguren van het Manhattan Project was, het beeld van een Doomsday Clock. Het verscheen voor het eerst in het Bulletin of the Atomic Scientists als illustratie van de angst van vele fysici – onder wie sommigen die betrokken waren geweest bij de schepping van de atoombom – dat een ‘uit technologie voortkomende catastrofe’ weleens heel nabij zou kunnen zijn. Middernacht op de Doomsday Clock betekende het nucleaire armageddon. Vele jaren lang was het de hoofdredacteur van het Bulletin, Eugene Rabinowitch, die besloot waar de wijzers van de klok stonden. Na zijn dood nam een commissie het over: die kwam tweemaal per jaar bijeen om de klok bij te stellen. Tijdens de Koude Oorlog kwam de Doomsday Clock het dichtst bij middernacht: in de jaren 1953-1959 werden de wijzers op twee minuten voor twaalf gezet. De wetenschappers dachten ook dat de jaren 1984-1987 vol gevaren waren: toen was het vier jaar lang drie minuten voor twaalf. De populaire literatuur weerspiegelde die angsten. On the Beach (1957) van Nevil Shute speelt in het jaar 1963 en de inwoners van Melbourne wachten hulpeloos op een dodelijke wolk radioactieve fall-out in de nasleep van de Derde Wereldoorlog, die – niet zo plausibel – op gang gebracht werd door een nucleaire aanval van Albanië op Italië. De keus is die tussen zwaar drinken en een door de overheid verschafte zelfmoordpil. In de graphic novel When the Wind Blows (1982) van Raymond Briggs bouwt een ouder echtpaar, Jim en Hilda Bloggs, plichtsgetrouw een atoomschuilkelder, waarbij ze doen alsof de Derde Wereldoorlog net zo goed te overleven is als eerder de Tweede Wereldoorlog. 

    Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor

    Toch is het nog maar de vraag hoe betrouwbaar de Doomsday Clock is. Vandaag de dag zijn historici het erover eens dat het gevaarlijkste moment in de Koude Oorlog de Cubaanse raketcrisis geweest is. Maar de Doomsday Clock stond in 1962 op zeven minuten voor middernacht en ging in het daaropvolgende jaar terug naar 23.48 uur. Dat veranderde niet toen president Lyndon B. Johnson de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam opschaalde. Opmerkelijk genoeg besloten de atoomwetenschappers in januari 2018 dat we weer twee minuten voor Armageddon zaten. Twee jaar later zetten ze de klok vooruit op 100 seconden voor middernacht, op grond van de overweging dat ‘de mensheid nog steeds te maken heeft met twee gelijktijdige existentiële gevaren: nucleaire oorlogsvoering en klimaatverandering. Die dreiging wordt vermenigvuldigd door een in cyberspace gevoerde informatieoorlog, die het voor de samenleving moeilijk maakt om te reageren. De internationale veiligheidssituatie is hachelijk, niet alleen omdat deze dreigingen bestaan, maar omdat de wereldleiders hebben toegestaan dat de internationale politieke infrastructuur om die te beheersen is uitgehold.’ Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor. 

    De nachtmerrie van een atoomoorlog was niet het enige apocalyptische visioen dat de wereld tijdens de Koude Oorlog kwelde. Van de jaren zestig tot de jaren tachtig leidde de angst voor wereldwijde overbevolking tot een opeenvolging van meestal ondoordachte en vaak ronduit schadelijke pogingen om de voortplanting in de zogeheten Derde Wereld te ‘beheersen’. Stephen Enke van de rand Corporation betoogde dat arme mensen betalen om in te stemmen met sterilisatie of het inbrengen van een spiraaltje 250 keer zo effectief zou zijn om ontwikkeling te bevorderen als andere vormen van hulp. Paul Ehrlichs boek The Population Bomb (1968), geschreven in opdracht van de Sierra Club, voorspelde dat er in de jaren zeventig massasterfte zou optreden, met verwoestende hongersnoden die honderden miljoenen mensen zouden doden. Lyndon Johnson werd erdoor overtuigd, net zoals de meerderheid van de leden van het Congres, waardoor het budget voor geboorteregeling van het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling verhoogd werd met een factor twintig. Als president van de Wereldbank verklaarde Robert McNamara, de voormalige Amerikaanse minister van Defensie, in 1969 dat de bank geen gezondheidszorg zou financieren ‘tenzij die strikt gerelateerd was aan geboortebeperking, aangezien gezondheidszorg doorgaans bijdroeg aan de afname van sterftecijfers, en daarmee aan de bevolkingsexplosie’. Sommige Amerikaanse instellingen – waaronder de Ford Foundation en de door Rockefeller opgezette Population Council – speelden met het idee van onvrijwillige massasterilisatie van hele bevolkingsgroepen. Deze consequenties illustreren eens te meer dat mensen die overtuigd zijn van een denkbeeldige naderende apocalyps veel schade kunnen toebrengen. Het aanmoedigen, zo niet afdwingen, van het gebruik van spiraaltjes bij Indiase vrouwen en sterilisaties bij Indiase mannen heeft veel leed veroorzaakt. Op het hoogtepunt van de Indiase noodtoestand in het midden van de jaren zeventig liet de regering van Indira Gandhi meer dan 8 miljoen sterilisaties uitvoeren. Bijna 200.000 mensen stierven door mislukte operaties. De Verenigde Naties ondersteunden ook het door de Chinese Communistische Partij zelfs nog wreder uitgevoerde ‘éénkindbeleid’. Achteraf gezien was de oplossing voor het probleem van de bevolkingstoename niet massasterilisatie, maar de Groene Revolutie in de land bouwtechnologie, waarvan agronomen als Norman Borlaug de pioniers waren. De huidige millennialisten zijn de profeten van de catastrofale klimaatverandering. ‘Rond 2030,’ schreef de Zweedse milieuactiviste Greta Thunberg, ‘zullen we in een positie verkeren waarin een onomkeerbare kettingreactie wordt ingezet, zonder dat mensen daar invloed op kunnen uitoefenen, die zal leiden tot het einde van onze beschaving, zoals wij die kennen.’ ‘De wereld zal over twaalf jaar eindigen, als wij niets doen aan de klimaatverandering,’ voorspelde het Amerikaanse Democratische Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez in 2019. 

    Thunbergs verschijning als de verpersoonlijking van radicaal milieuactivisme doet denken aan eerdere vormen van eschatologie, zeker vanwege de ernst van de offers die ze eist. ‘We hebben geen “koolstofarme economie” nodig,’ verklaarde ze in januari 2020 bij het World Economic Forum. ‘We hebben niet “minder uitstoot” nodig. Onze uitstoot moet stoppen als we een kans willen hebben om onder het doel van 1,5 graad te blijven (…) Elk plan of beleid van jullie dat geen radicale uitstootbeperking bij de bron inhoudt, met ingang van vandaag, is volkomen onvoldoende.’ De nieuwe groene revolutie – of de ‘Green New Deal’ – die wordt voorgesteld door Ocasio-Cortez, Thunberg en anderen impliceert een drastische reductie van alle CO2-uitstoot, waarbij nauwelijks rekening wordt gehouden met de economische en sociale kosten. We komen later op dit onderwerp terug; op dit moment volstaat het om te zeggen dat waarschuwingen voor het komende einde van de wereld het risico lopen (net als het roepen van ‘de wolf!’ in het sprookje) door herhaling minder geloofwaardig te worden. 

    Al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen

    Het onontkoombare feit blijft bestaan: profeten van het millennium, gnosti sche navolgers van de eschaton, wetenschappers die waarschuwen voor rampen en auteurs die zich die voorstellen: al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen. In de theaterkomedie Beyond the Fringe (1961) speelt Peter Cook de rol van Broeder Enim, een profeet die zijn volgelingen naar een bergtop leidt om de apocalyps af te wachten. 

    Jonathan Miller: Hoe zal het zijn, dat einde waarover u gesproken hebt, Broeder Enim? 

    Allen: Ja, hoe zal het zijn? 

    Peter Cook: Tja, het zal zijn alsof er een machtige scheuring in de lucht is, weet je, en de bergen zullen wegzinken, weet je, en de valleien zullen omhoogkomen, weet je, en groot zal het lawaai zijn dat daardoor veroorzaakt wordt. 

    Miller: Zal de voorhang van de tempel in tweeën gereten worden?

    Cook: De voorhang van de tempel zal in tweeën gereten worden, ongeveer twee minuten voordat we het teken zullen zien dat zich openbaart als een vliegende beestenkop in de lucht. 

    Alan Bennett: En zal er een machtige wind waaien, Broeder Enim?

    Cook: Jazeker zal er een machtige wind waaien, als we het woord van God mogen geloven… 

    Dudley Moore: En zal die wind zo machtig zijn dat de bergen erdoor platgelegd worden? 

    Cook: Nee, zo machtig zal die nu ook weer niet zijn; daarom hebben we nu juist deze berg beklommen, stomme eikel… 

    Miller: En wanneer komt dat einde, waarover u gesproken hebt?

    Allemaal: Ja, wanneer zal het zijn, wanneer zal het zijn? 

    Cook: Over ongeveer dertig seconden, volgens de oude perkamentrollen uit de piramiden… en mijn Ingersoll-horloge.

    De profeet en zijn volgelingen zetten zich schrap voor het einde van de wereld en tellen af: 

    Cook: Vijf, vier, drie, twee, één – nul! 

    Allemaal: (Zingend.) Nu is het Einde! De Wereld Vergaat! 

    Stilte. 

    Cook: Het was omgerekend naar deze tijdzone, toch? 

    Miller: Ja. 

    Cook: Nou ja, het is niet echt de vlammenzee waar ik op gerekend had. Geeft niet, jongens: morgen dezelfde tijd… Ooit moeten we het een keer goed hebben. 

    De statistieken van een calamiteit

    Waar we echt bang voor moeten zijn, is een grote ramp die ons niet allemaal doodt, maar wel een groot aantal van ons. Het probleem is dat we moeite hebben om ons zowel de potentiële schaal als de waarschijnlijkheid van rampen voor te stellen. ‘Een enkele dode is een tragedie; een miljoen doden is een statistiek.’ Dat aforisme wordt meestal toegeschreven aan Stalin. Die toeschrijving kan worden teruggebracht op een column uit 1947 in The Washington Post, waarin Leonard Lyons schreef: 

    ‘In de dagen dat Stalin de commissaris van Munitie was, werd er een vergadering gehouden met de hoogste commissarissen in rang. Het belangrijkste gespreksonderwerp was de hongersnood die toen heerste in de Oekraïne. Een van de functionarissen stond op en hield een toespraak over deze tragedie – de tragedie dat er miljoenen mensen stierven van de honger. Hij begon sterftecijfers op te sommen (…) Stalin onderbrak hem en zei: ‘Als slechts één man sterft van de honger, is dat een tragedie. Als miljoenen sterven, is het slechts statistiek.’ 

    Lyons vermeldde geen bron, maar ofwel hij of Stalin heeft de zinsnede vrijwel zeker geleend van Kurt Tucholsky, die deze op zijn beurt toeschreef aan een Franse diplomaat. ‘Oorlog? Dat vind ik niet zo verschrikkelijk. De dood van één mens, dat is een catastrofe. Honderdduizend doden, dat is een statistiek.’ We zien ook een versie van deze mentaliteit in onze tijd, merkte Eliezer Yudkowsky op: ‘Mensen die er niet over zouden peinzen om een kind pijn te doen, horen over een existentieel risico en zeggen: “Tja, misschien verdient de mensheid het niet echt om te overleven.” (…) De uitdaging die existentiële risico’s stellen is zodanig, en de catastrofes zijn zo enorm, dat mensen in een andere denkmodus schieten. Dan is het sterven van mensen ineens niet langer slecht en vereisen gedetailleerde voorspellingen ineens geen expertise meer.’

    We moeten op z’n minst proberen de statistieken begrijpelijk te maken. Rekening houdend met het grote gebrek aan historische bronnen kunnen we zeggen dat er in de gehele vastgelegde geschiedenis waarschijnlijk zeven grote pandemieën zijn geweest met een groter sterftecijfer dan 1 procent van de geschatte wereldbevolking. Daarvan hebben er vier meer dan 3 procent gedood en twee – de Pest van Justinianus en de Zwarte Dood – meer dan 30 procent, hoewel het dodental van de laatstgenoemde ziekte heel goed veel lager kan zijn geweest. Ook de beschikbare gegevens over de sterfgevallen als gevolg van oorlogshandelingen wijzen op slechts een klein aantal extreem dodelijke conflicten. Gegevens van de fysicus L.F. Richardson en de sociale wetenschapper Jack Levy wijzen – net als andere, meer recente studies – op zeven grootschalige oorlogen die meer dan 0,1 procent van de geschatte wereldbevolking doodden in de dagen dat ze uitbraken. In absolute termen waren de twee wereldoorlogen de dodelijkste conflicten in de geschiedenis. In Richardsons analyse van alle ‘dodelijke conflicten’ tussen 1820 en 1950 waren de wereldoorlogen de enige oorlogen van zwaarte: de enige met dodentallen van tientallen miljoenen. Ze waren goed voor drie vijfde deel van alle doden in zijn steekproef, waartoe behalve oorlog een moord en andere vormen van doodslag behoorden. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog kwam respectievelijk 3 procent van de wereldbevolking van 1914 en 1939 om het leven; ook al vonden er verhoudingsgewijs misschien vernietigender conflicten plaats in eerdere perioden, vooral de oorlogen uit het tijdperk van de Drie Koninkrijken in het China van de derde eeuw, tussen de Han- en Jin-dynastieën. 

    Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen

    In relatieve termen – dat wil zeggen: naar proportie van gedode strijdkrachten – behoort de Oorlog van de Drievoudige Alliantie (1864-1870) tot de dodelijkste uit de moderne geschiedenis. Toch is dit conflict vrijwel onbekend buiten de drie landen die erin vochten: Argentinië, Brazilië en Uruguay, die samen optrokken tegen Paraguay. Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen. Het is zelfs zo dat de meeste mensen die hun leven verloren tijdens de Oorlog van de Drievoudige Alliantie stierven aan een ziekte, niet door vijandige acties. Volgens schattingen van Pasquale Cirillo en Nassim Taleb ‘heeft geen enkel gewapend conflict ooit meer dan 19 procent van de wereldbevolking gedood’. De conquistadores vermoordden in verhouding minder inwoners van Midden- en Zuid-Amerika dan de ziekten die ze met zich mee brachten uit Europa, waartegen de inheemse volkeren geen weerstand hadden.

    Soortgelijke exercities kunnen worden uitgevoerd voor zowel burgeroorlogen als genocides en democides – massamoorden op bevolkingsgroepen, in tegenstelling tot sterfgevallen als gevolg van oorlog tussen landen. Het totaal aantal slachtoffers van het stalinisme in de Sovjet-Unie kan hoger liggen dan 20 miljoen; een behoorlijke ‘statistiek’. Sterftecijfers van meer dan 10 procent zijn ook geschat voor Pol Pots schrikbewind in Cambodja, evenals voor de burgeroorlogen in Mexico (1910-1920) en Equatoriaal Guinee (1972-1979). In Richardsons lijst met conflicten van zwaarte 6 zijn zes van de zeven daarvan burgeroorlogen: de Taiping-opstand (1851-1864), de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), de Russische Burgeroorlog (1918-1920), de Chinese Burgeroorlog (1927-1936), de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en het totaal van de slachtpartijen die gepaard gingen met de onafhankelijkheid en opdeling van India (1946-1948). We zijn geneigd om aan te nemen dat geen enkele eeuw zo bloederig was als de twintigste. Toch wordt gezegd dat het exemplarische geweld dat gebezigd werd door de dertiende-eeuwse Mongoolse leider Dzjengis Khan de bevolkingen van Centraal-Azië en China gereduceerd heeft met meer dan 37 miljoen; een aantal dat, als het correct is, gelijkstaat met ongeveer 10 procent van de wereldbevolking op dat moment. Timurlengs laatveertiende-eeuwse veroveringen in Centraal-Azië en Noord-India waren al net zo berucht bloederig, met een geschat dodental van meer dan 10 miljoen. De Mantsjoe-verovering van China in de zeventiende eeuw kan het leven gekost hebben aan niet minder dan 25 miljoen mensen. Naast de Taiping-opstand veroorzaakten diverse andere Chinese opstanden in de periode voor 1900 een menselijk lijden op een schaal die gelijkstaat of zelfs hoger is dan wat de inwoners is aangedaan door burgeroorlogen in de twintigste eeuw. Van de achtste-eeuwse An Lushan-opstand wordt aangenomen dat die het leven kostte aan meer dan 30 miljoen mensen. Net zo vernietigend voor de provincies die erdoor getroffen werden, waren de vrijwel gelijktijdige opstanden van Nien en Miao, en de moslimopstanden in Yunnan en in het noordwesten van China. In deze gevallen moeten de dodentallen worden afgeleid van provinciale en plaatselijke volkstellingen die verricht zijn voor en na de opstanden. De bevolkingsafnamen lijken dodentallen in te houden die variëren van 40 tot 90 procent, maar ook in dit geval is het aannemelijk dat ziekten en hongersnoden net zoveel doden veroorzaakten als georganiseerd geweld, en waarschijnlijk veel meer. Ten slotte is er een reden om aan te nemen dat de sterftecijfers als gevolg van de West-Europese verovering en kolonisatie van het Amerikaanse continent en van Afrika in sommige perioden net zo hoog zijn geweest als die in de twintigste eeuw. 

    Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen

    Zoals zojuist al is opgemerkt, viel de overgrote meerderheid van de slachtoffers van de Europese verovering van Noord- en Zuid-Amerika ten prooi aan ziekten, niet aan geweld. Dus wie in dit verband spreekt van ‘genocide’ tast de waarde van historische terminologie net zozeer aan als degenen die de negentiende-eeuwse hongersnoden in India ‘victoriaanse holocausts’ noemen. Niettemin vertonen de gedwongen slavernij van het Congolese volk door de Belgische kroon na 1886 en de onderdrukking van de Herero-opstand door de Duitse koloniale autoriteiten in 1904 gelijkenissen met twintigste-eeuwse georganiseerde gewelddaden. Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen. De geschatte sterftecijfers in de Herero-oorlog zijn nog hoger: meer dan 1 op 3. Wat dit conflict, in verhouding, tot het bloedigste in de hele twintigste eeuw maakt. Het absolute aantal doden was echter 76.000, terwijl in de Congo tussen 1886 en 1908 naar schatting 7 miljoen doden vielen. Hoewel het gebruikelijk is om gegevens te normaliseren door percentages te be rekenen, moeten we altijd bedenken dat, anders dan bij Stalin, 1 miljoen doden altijd 1 miljoen tragedies inhouden – 1 miljoen premature en pijnlijke sterfgevallen –, of de noemer nu wordt uitgedrukt in tientallen miljoenen of in miljarden, en of die nu worden uitgevoerd door twee oorlogvoerende supermachten of door 1 miljoen moordenaars. De wereldoorlogen waren goed voor ongeveer 36 miljoen doden (ongeveer 60 procent van alle ‘dodelijke conflicten’ in Richardsons onderzoeksperiode van 130 jaar). Richardson was verbaasd te merken dat de daaropvolgende categorie uit de gebeurtenissen bestond met een magnitude van 0 (conflicten waarbij één tot drie personen stierven), die verantwoordelijk waren voor 9,7 miljoen doden. Het restant van de 315 onderzochte oorlogen, gecombineerd met alle duizenden conflicten van gemiddelde grootte, was goed voor minder dan een kwart van de slachtoffers van alle dodelijke conflicten. We moeten ook rekening houden met het feit dat juist dankzij de gestegen levensverwachting een sterfgeval in de twintigste eeuw – vooral in de rijke landen van Europa en Noord-Amerika – bijna altijd een groter verlies inhield, in termen van levenskwaliteit, dan een sterfgeval in eerdere tijdvakken. 

    Veel van de grootste economische rampen in de geschiedenis vielen, niet toevallig, samen met de grote pandemieën en conflicten die hier besproken zijn. Maar niet allemaal. De Grote Depressie, die over het algemeen wordt gedateerd vanaf de Wall Street-crash van oktober 1929, was het gevolg van structurele wanverhoudingen in de wereldeconomie, een rigide systeem van vaste wisselkoersen, protectionisme en fouten op het gebied van monetair en fiscaal beleid. De econoom Robert Barro heeft de beste lijst opgesteld die voorhanden is met de economische rampen van de twintigste eeuw, gerangschikt op hun effect op het reële bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking en op de financiële consequenties. Van de 60 dalingen van 15 procent of meer in reëel bnp per hoofd van de bevolking waren er 38 toe te schrijven aan oorlogen en de nasleep daarvan, 16 waren het gevolg van de Grote Depressie. Van de 35 landen in zijn steekproef vonden de grootste dalingen (elk van 64 procent) plaats in Griekenland (van 1939 tot 1945) en Duitsland (van 1944 tot 1946). De ervaringen met de Tweede Wereldoorlog waren niet veel beter in de Filipijnen en Zuid-Korea: beide landen kenden een vermindering van het bnp per hoofd van de bevolking van 59 procent. Omdat het Verenigd Koninkrijk bijzonder lange historische overzichten heeft, is het mogelijk om moderne economische indicatoren van economische ontberingen vast te stellen in op z’n minst de laatste drie eeuwen, en voor Engeland zelfs tot in de late dertiende eeuw. Volgens de Bank of England blijkt het slechtste jaar in de Engelse geschiedenis 1629 te zijn geweest (toen de economie met 25 procent inkromp), met 1349 (een krimp van 23 procent) als goede tweede. (De reden voor de ernst van de krimp in 1629 ligt niet direct voor de hand: de oorlog met Spanje verliep slecht, maar de grootste militaire operaties vonden dat jaar plaats in het Caribische gebied. Het jaar is in de politieke geschiedenis vooral bekend als het begin van de elf jaar durende ‘Persoonlijke Heerschappij’ van Karel I, zonder parlement.) Het laatste jaar met een krimp van meer dan 10 procent was in 1709, toen de economische activiteiten in heel Europa ernstig werden beperkt door de ‘Grote Vorst’, de koudste winter in 500 jaar. Deze vorstperiode werd toegeschreven aan de uitzonderlijk lage zonnevlekactiviteit die bekendstaat als het Maunder Minimum, in combinatie met vulkaanuitbarstingen in de twee voorafgaande jaren van de Fuji in Japan, op het eiland Santorini en van de Vesuvius. Het ergste jaar van de twintigste eeuw was 1921 (min 10 procent), een periode van hoge naoorlogse deflatie en grote werkloosheid. Toch kan geen enkele periode van vijf jaar opwegen tegen de late jaren veertig van de veertiende eeuw, een periode waarin de Zwarte Dood het bevolkingsaantal met meer dan 40 procent reduceerde. Halverwege 2020 leek dat jaar de ergste krimp in de Britse geschiedenis te laten zien sinds 1709: eind juni voorspelde het Internationale Monetaire Fonds een teruggang van 10,2 procent in het bnp.

    Onvolledige gegevens

    Er zijn echter grenzen aan wat we kunnen afleiden van economische gegevens. Tijdens het schrijven van een dissertatie over de Duitse hyperinflatie van 1923, en opnieuw bij het bestuderen van de financiële gevolgen van de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog, heb ik geleerd dat de tijden van de meest intense crises ook de tijden zijn waarin economische statistieken niet meer worden bijgehouden of alleen foutief worden bijgehouden. De Wereldbank heeft een omvangrijke verzameling gegevens met daarin het bnp per hoofd van de bevolking van bijna alle landen in de wereld sinds 1960. Maar als je kijkt naar de landen die in de afgelopen zestig jaar het meest te lijden hebben gehad van economische en politieke ontwrichting – Afghanistan, Cambodja, Eritrea, Irak, Jemen, Libanon, Somalië, Syrië en Venezuela –, dan zijn er in alle gevallen, weinig verrassend, gaten in de gegevens die samenvallen met de perioden van maximale ontwrichting. Wie kan precies zeggen hoe ernstig hun economische rampen geweest zijn? Het enige wat we weten is dat diezelfde landen bijna allemaal gevonden kunnen worden aan de top van de Fragile States Index, die ooit een ranglijst van ‘mislukte’ landen was. Een andere uitdaging is de (op het eerste gezicht paradoxale) constatering dat de periode 1914-1950, een tijdvak waarin twee wereldoorlogen, een depressie en een ineenstorting van de globalisering vielen, ook een periode was waarin de ontwikkeling van de mensheid – in brede zin gemeten in termen van levensverwachting, opleiding, het percentage van het nationaal inkomen dat besteed wordt aan sociale projecten en het niveau van democratie – over een breed front significant is vooruitgegaan.

    Rampen zijn kortom moeilijker te kwantificeren dan je zou verwachten, zelfs in de moderne tijd van statistieken. Dodentallen zijn vaak onnauwkeurig. Om de betekenis van een ramp te begrijpen, moeten we niet alleen het absolute aantal lijken weten, maar ook de oversterfte: het aantal sterfgevallen dat anders niet zou zijn voorgekomen, in verhouding tot basisgegevens die worden berekend als een gemiddelde van recente jaren. Bij een poging om de schaal van een ramp vast te stellen, kan de keuze van een referentiepopulatie een groot verschil maken. Wat in 1943 een catastrofale hongersnood was voor sommige delen van Bengalen, lijkt al met al kleiner als het dodental wordt uitgedrukt als een percentage van de gehele Indiase bevolking, en staat in geen verhouding tot de wereldbevolking in de context van de ergste oorlog die de wereld ooit trof. Mijn doel is om de lezer in staat te stellen de verschillende soorten rampspoed te vergelijken, niet om te beweren dat alle rampen op een bepaalde manier hetzelfde zijn. Tot september 2020 had covid-19 naar schatting 0,0114 procent van de wereldbevolking gedood, waarmee het plaats 26 inneemt op de lijst van de meest rampzalige pandemieën uit de geschiedenis. De Spaanse griep van 1918-1919 was ruwweg 150 keer dodelijker. Maar voor de steden met de meeste besmettingen was covid-19 in de maanden dat ze het zwaarst getroffen werden net zo erg als de Spaanse griep, zo niet erger. In termen van oversterfte was april 2020 in de stad New York bijna 50 procent meer dan oktober 1918, en drieënhalf keer meer dan september 2001, de maand van de aanslag op het World Trade Center. In de eerste helft van 2020 werd de bevolking van Londen net zo hard getroffen door covid-19 als door de Duitse raketaanvallen in de tweede helft van 1944, waardoor de regering in beide gevallen met een vergelijkbare uitdaging geconfronteerd werd: hoe konden de mensen beschermd worden tegen een dodelijke dreiging zonder de stad te verlammen? Dit is niet bedoeld om Al-Qaida of de nazi’s te vergelijken met het virus SARS-CoV-2, maar puur om te laten zien dat een ramp, in de zin van oversterfte, diverse vormen kan aannemen en toch vergelijkbare uitdagingen kan stellen. 

    Ieder prematuur sterfgeval is, zoals Stalin misschien inderdaad gezegd heeft, op een bepaalde manier een tragedie; hoe jonger het slachtoffer, des te pijnlijker het sterfgeval, en des te groter de tragedie. Maar sommige rampen zijn op een authentiekere manier tragisch dan andere.

    Dit artikel is een voorpublicatie uit Rampspoed (Doom) van Niall Ferguson, dat onlangs is verschenen bij uitgeverij Hollands Diep in een vertaling van Ed van Eeden en Jaap Verschoor.

  • UFO’s zijn een product van de Koude Oorlog | Watertekorten in Algerije

    UFO’s zijn een product van de Koude Oorlog | Watertekorten in Algerije

    Watertekorten in Algerije

    Verschillende regio’s van Algerije, waaronder de hoofdstad Algiers, kampen al maanden met watertekorten. Door haperende toevoer en rantsoenering neemt de woede toe. De Algerijnse pers zoekt een schuldige.

    De inwoners van de hoofdstad zijn onderworpen aan een strikt distributieschema: sommige wijken krijgen elke dag water van 08.00 uur tot 14.00 uur, andere wijken hebben slechts om de dag toegang tot water gedurende zes of acht uur, aldus de site van TSA Algerie. Bewoners van sommige wijken staan ’s nachts op om water te tanken en op die manier reserves aan te leggen, schrijft de nieuwssite.

    Deze omstandigheden leiden tot woede, schrijft TSA Algeria. Zo blokkeerden inwoners van Bab Ezzouar de weg naar de internationale luchthaven van Algiers uit protest tegen het watertekort dat naar verluidt drie dagen duurde.

    De prijs voor watertanks van 500 liter steeg van 50 naar 80 euro

    De situatie heeft de afgelopen dagen de verkoop van plastic tonnen en watertanks in Algiers doen exploderen, merkt Algeria360 op. Handelaren profiteren door de prijzen te verhogen: de prijs voor tanks van 500 liter steeg van 8.000 naar 13.000 Algerijnse dinars, ofwel van 50 naar 80 euro.

    Cartoonist Hic, van de krant El-Watan, illustreert de crisis met een karikatuur van demonstrerende Algerijnse burgers die gewapend met emmers proberen de oproerpolitie uit te lokken om waterkanonnen te gebruiken. ‘Mik goed deze keer!’ roept een van de demonstranten naar de politie.

    Semi-aride regio

    In een artikel gepubliceerd door de staatskrant L’Expression, noemt de auteur de redenen voor de watercrisis op, nu het land ‘voor de poorten van de zomer’ staat. Hij benadrukt dat Algerije nu eenmaal ‘een semi-aride regio is’ die wordt gekenmerkt door schaarse regenval. Maar hij constateert ook dat de leidingen van het distributienet worden geteisterd door talrijke lekken.

    In een interview met Channel 3, een Franstalig Algerijns publiek radiostation, legt de minister van Watervoorraden, Mustapha Kamel Mihoubi, de schuld met name bij het Franse bedrijf Suez, dat verantwoordelijk is voor het waterbeheer in de hoofdstad. Suez zou ‘zijn verplichtingen niet nakomen’ op het gebied van netwerkonderhoud, aldus de minister.

    Maar TSA Algerie wijst op ‘tekortkomingen van het politieke management’. SEAAL, het bedrijf voor water en sanitaire voorzieningen van Algiers, zou naar verluidt ‘een plan hebben voorgelegd om de situatie aan te pakken, met maatregelen als het rantsoeneren van drinkwater en het verbieden van bepaalde activiteiten door watergebruikers. Maar het bedrijf kreeg geen reactie van de autoriteiten’, aldus TSA.

    Lees ook:


    UFO’s zijn een product van de Koude Oorlog

    Al 75 jaar lang bestuderen de Amerikaanse strijdkrachten rapporten over vreemde luchtverschijnselen, schrijft de Amerikaanse site Foreign Policy. Historisch gezien zijn UFO’s en UAP’s (niet-geïdentificeerde luchtverschijnselen) altijd een integraal onderdeel geweest van oorlogvoering in de lucht, en omdat ze een bron van zorg waren voor de nationale veiligheid van de Verenigde Staten, waren ze onderwerp van onderzoek en studie. Deze onderzoeken gaan nog steeds door en waarnemingen en getuigenissen blijven de Amerikaanse publieke opinie nog steeds bezighouden.

    De betrokkenheid van het Amerikaanse leger bij UFO’s gaat terug tot de zomer van 1947. Toen vond de waarneming die het allemaal in gang zette plaats door piloot Kenneth Arnold, de peetvader van UFO’s. Hij assisteerde bij het zoeken naar een vermist transportvliegtuig boven de Cascade Range in de staat Washington en meldde dat hij negen verschillende objecten boven de bergtoppen had zien cirkelen. Hij beschreef ze als zilver- of metaalachtig, snel en schijnbaar op intelligente wijze bestuurd. Toen hij landde, vertelde hij zijn collega’s erover. Daarna kwam de pers en dat leidde tot een golf van speculaties.

    De vliegende schotels van 1947

    Die gebeurtenis en de erop volgende aandacht, waren niet louter een toevalligheid van de geschiedenis, maar ze waren fundamenteel verbonden met de naoorlogse periode. De moderne UFO bracht elementen samen die kenmerkend waren voor de spanningen van 1947.

    Om te beginnen vertegenwoordigden het idee van vliegende schotels uit 1947 de tot het uiterste doorgevoerde technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen van de Tweede Wereldoorlog. De wereldoorlogen, de Tweede in het bijzonder, hadden geleid tot ongekende vooruitgang in de technologie en de wetenschap rond oorlogsvoering. Het opdoemen van vreemde, potentieel dodelijke objecten in de lucht resoneerde bij het publiek in de nasleep van de V2-aanvallen op Londen en de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki.

    1947 markeerde het einde van de vriendschap tussen de oude bondgenoten Washington en Moskou

    1947 was ook een cruciaal jaar in de ontwikkeling van de Koude Oorlog, want het markeerde het einde van de vriendschap tussen de oude bondgenoten Washington en Moskou. Dat werd in maart 1947 verwoord in de Truman-doctrine, die het communisme afschilderde als een bedreiging voor The American way of life die op geopolitiek niveau bestreden moest worden. De Amerikanen zagen zichzelf plotseling tegenover een nieuwe tegenstander geplaatst.

    De bezorgdheid van het Amerikaanse militair-industriële complex over UFO’s is altijd een kwestie van nationale veiligheid geweest. Gezien het huidige tempo van de ontwikkelingen in luchtvaarttechnologie, is het geen wonder dat de Amerikaanse marine, de luchtmacht, het Pentagon en de Amerikaanse inlichtingendiensten ook in de eenentwintigste eeuw waarnemingen van vreemde luchtverschijnselen blijven bestuderen die door personeel worden gemeld. Zeker, het publieke enthousiasme voor UFO’s blijft bestaan, maar ook de strijdkrachten en inlichtingendiensten van de Verenigde Staten zijn nooit opgehouden om UFO’s en UAP’s te beschouwen als een kwestie van nationale veiligheid. In onze huidige wereld van luchtbewaking en oorlogvoering met drones, is het onwaarschijnlijk dat die houding op korte termijn zal veranderen.


    Kus of geen kus, en andere dilemma’s na de versoepelingen

    Nu de coronarestricties geleidelijk worden opgeheven, moeten we ons gaan afvragen: welk gedrag brengt risico’s met zich mee? Hoe uiten we genegenheid? Is het onbeleefd om een omhelzing te weigeren? Paul Taylor, een in Frankrijk gevestigde journalist en redacteur van Politico worstelt in een persoonlijke beschouwing met deze vragen.

    ‘Wanneer is het onbeleefd om een ander niet de wang toe te keren?’

    ‘Na een jaar van door de overheid opgelegde sociale etiquette’, schrijft Taylor, ‘heeft de plotselinge opheffing van veel coronabeperkingen ons in een zenuwslopende periode van onzekerheid gebracht. De overgebleven voorzichtigheid botst nu met de wens om vriendelijk te zijn, of op zijn minst om hoffelijkheid te tonen. Wat is veilig en hoe weten we dat? Welk gebaar van genegenheid komt bij anderen over als harteloze of gevaarlijke dwang? Wanneer is het onbeleefd om een ander niet de wang toe te keren?

    Ik gaf vorige week een vriend een boks tijdens de opening van een kunstgalerie. Hij verhoogde mijn bod door me een uitgestoken hand aan te bieden. Die hand niet schudden zou onhandig of onvriendelijk hebben geleken. Maar ik geef toe dat ik me ongemakkelijk voelde. Moet ik, nu ik twee keer gevaccineerd ben, nog steeds lichamelijk contact vermijden of naar desinfecterende gel grijpen?

    Zenuwslopend

    Wat deze beslissingen zenuwslopend maakt, is wat het navigeren door de pandemie vanaf het begin al zo moeilijk maakte: het gebrek aan zekerheid over de gevaren van infectie of de effectiviteit van tegenmaatregelen. De pandemie lijkt voorlopig af te nemen, maar het is ook mogelijk dat we in de herfst weer te maken krijgen met een vierde golf door een combinatie van roekeloos gedrag, weerzin om afstand te houden, onvoldoende vaccins voor mensen in ontwikkelingslanden en weerstand tegen vaccinatie hier.

    Misschien zijn we te veel gaan vertrouwen op, of gehoorzamen aan, het oordeel van gezondheidsexperts en ministers. Vandaar het gevoel van paniek wanneer we zelf beslissingen moeten nemen. Is het echt veilig om deze week zonder mondkapje naar buiten te gaan, terwijl het vorige week nog een bedreiging voor de volksgezondheid was die bestraft werd met een boete van 135 euro? Is het gevaar echt geweken, of ligt het nog op de loer in nachtclubs en bars, of tijdens het samendrommen voor openbare tv-schermen om de wedstrijden van het EK voetbal te zien?

    ‘Waarom is het veilig om met zes mensen rond een tafel te zitten, maar niet met acht?’

    Restaurantregels zijn al net zo verwarrend. Waarom is het veilig om met zes mensen rond een tafel te zitten, maar niet met acht? Waarom moet je een mondkapje dragen als je binnen naar een tafel wordt geleid, maar niet wanneer je buiten dicht langs tafels op een terras loopt?

    Mijn kapper, laten we haar Magali noemen, is gematigd sceptisch over vaccins. Ze draagt een mondkapje als ze mijn haar knipt, maar vertelde me dat ze weigert zich te laten vaccineren omdat ze niet genoeg weet over de bijwerkingen. Ik vroeg haar of wat bekend is over de symptomen van corona en het risico op overlijden niet opweegt tegen de onzekerheid over de risico’s van de nieuwe vaccins. Ze haalde haar schouders op en zei dat ze zeker wist dat ze het virus niet zou krijgen.

    Als genoeg mensen vaccinatie blijven weigeren, zoals Magali, zijn we allemaal minder veilig. Maar zij zal niet van gedachten veranderen. Zou haar houding de mijne beïnvloeden? Het had gekund, maar het is niet gebeurd.

    In sommige landen beginnen de richtlijnen willekeurig te lijken omdat ze meebewegen met het aantal besmettingen. Een Belgisch vriendin vertelde me bijvoorbeeld dat ze haar geloof verloor toen de limiet voor bijeenkomsten in de buitenlucht werd verhoogd naar tien personen maar daarna snel weer daalde tot vier.

    ‘Geen wonder dat jonge mensen zich gedragen alsof we terug zijn in 2019’

    Geen wonder dat jonge mensen, van wie de overgrote meerderheid niet is ingeënt, niet langer voorzichtig willen zijn en zich gedragen alsof we terug zijn in 2019. Het is alweer zo lang geleden in hun korte leven dat ze niet hebben kunnen feesten, kussen en dansen. Kun je het ze kwalijk nemen?

    Voor mijn generatie, de babyboomers, van in de zestig en ouder, draait de angst iets te missen vooral om niet te kunnen reizen. Het plotselinge stilvallen van onze tweede jeugd doet de drang nog sterker gevoelen om de dromen van ons leven waar te maken. Voor veel mensen komt dat neer op het afwerken van een lijst met bestemmingen, iets wat nu een stuk moeilijker is geworden.

    Natuurlijk is dat niet zo moeilijk als 24 uur per dag vastzitten als legbatterijkippen in een klein appartement, thuiswerkend te midden van kinderen en huisdieren. Maar voor de Europese middenklasse is de vrijheid om grenzen over te kunnen steken fundamenteel en bijna net zo gewoon als het nemen van de metro of de bus. Het recht verliezen om ergens heen te kunnen gaan, veroorzaakt frustraties die grenzen aan depressie.

    Geen zin

    Maar hoezeer ik er ook naar verlang om weer op reis te kunnen gaan, ik heb geen zin om me naar het vliegveld te haasten, urenlang in rijen te moeten staan die nu nog langer zijn door coronatesten en te worstelen met al het papierwerk dat benodigd is om aan boord van een vliegtuig te mogen, met boven dat alles de zware dreiging van een mogelijke quarantaine bij terugkomst.

    ‘Omhelzen of niet omhelzen, dat is de vraag’

    Kijk maar naar de relatie tussen mijn geboorteland, Groot-Brittannië, en Frankrijk, mijn geadopteerde thuis. Het Verenigd Koninkrijk, dat meer coronasterfgevallen per hoofd van de bevolking heeft gehad dan bijna overal elders in Europa, blijft Frankrijk behandelen als een door pest geteisterde gevarenzone. En de Fransen slaan terug nu Groot-Brittannië ondanks massale vaccinaties worstelt met de Delta-variant.

    Volledig gevaccineerde vrienden die deze maand van Frankrijk naar Londen moesten reizen, moesten bijna 1500 euro per stel betalen voor drie sets verplichte testen, en daarna moesten ze nog een week in quarantaine na aankomst in het Verenigd Koninkrijk. Dat maakt reizen tot een straf plus opsluiting, en niet tot een plezier.

    Of ik moet blijven of moet gaan, is op dit moment niet zo’n moeilijke keuze. Maar omhelzen of niet omhelzen, dat is de vraag.’

  • Baanbrekende transwet in Spanje | Noorwegen verbiedt geretoucheerde foto’s

    Baanbrekende transwet in Spanje | Noorwegen verbiedt geretoucheerde foto’s

    Verbod op aangepaste foto’s

    Strijdend tegen onrealistische schoonheidsnormen heeft Noorwegen een nieuwe wet aangenomen die influencers en adverteerders verplicht om aan te geven of foto’s zijn geretoucheerd. Voortaan moeten advertenties waarbij de vorm, grootte of huid van een lichaam is geretoucheerd, of met filters is gefotografeerd, worden voorzien van een gestandaardiseerd label van het Noorse ministerie van Kinderen en Gezinszaken. Voorbeelden zijn vergrote lippen, aangepaste tailles en overdreven spierbundels, maar het is niet duidelijk of de wet ook geldt voor ingrepen in belichting of kleurverzadiging, schrijft Vice.

    De wet is het gevolg van een aanhoudend publiek debat in Noorwegen rond ‘kroppspress’, letterlijk: ‘lichaamsdruk’

    De wet geldt ook voor afbeeldingen van influencers en beroemdheden als ze ‘een betaling of ander voordeel ontvangen’ voor berichten op sociale media. Elke overtreding wordt bestraft met oplopende boetes en in extreme gevallen zelfs met gevangenisstraf.

    De wet is het gevolg van een aanhoudend publiek debat in Noorwegen rond ‘kroppspress’, letterlijk: ‘lichaamsdruk’, oftewel een ‘opgelegde schoonheidsnorm’. Volgens het ministerie van Kinderen en Gezinszaken blijkt die een factor te zijn die bijdraagt aan een negatief zelfbeeld bij jonge mensen.


    Toerismesector lijdt verlies van 4 biljoen dollar

    De ineenstorting van het internationale toerisme door corona zal voor de jaren 2020 en 2021 mogelijk leiden tot een wereldwijd verlies van meer dan 4 biljoen dollar, volgens een rapport dat UNCTAD deze week presenteerde samen met de Wereldtoerismeorganisatie van de VN. Herstel van het toerisme zal grotendeels afhangen van de wereldwijde vaccinatiegraad, schrijft Journal de Montreal.

    Lees ook:


    Baanbrekende wet in Spanje

    De Spaanse regering heeft een wetsvoorstel goedgekeurd dat burgers boven de 14 jaar het recht geeft om hun geslacht bij de burgerlijke stand te wijzigen zonder dat daarvoor bewijzen, getuigenissen of medische verklaringen nodig zijn.

    ‘We willen hiermee het gebrek aan erkenning voor de rechten van de LHBTI-gemeenschap rechtzetten’

    Het wetsvoorstel is goedgekeurd na maandenlange onderhandelingen en zal nu een reeks toetsen ondergaan voordat het aan het parlement wordt voorgelegd om erover te stemmen. In het voorstel is een mechanisme opgenomen om misbruik van het systeem te voorkomen. Degenen die hun geslacht bij de burgerlijke stand wijzigen, kunnen dit slechts één keer doen. Voor een eventuele volgende wijziging is rechterlijke toestemming nodig.

    ‘We willen hiermee stigmatisering en het gebrek aan erkenning voor de rechten van de LHBTI-gemeenschap proberen recht te zetten’, aldus regeringswoordvoerder María Jesús Montero tegen Euractiv. De wet, die door de LHBTIQ+-gemeenschap overwegend positief is ontvangen, verbiedt ook conversietherapie of andere pogingen om seksuele geaardheid, expressie en identiteit te beïnvloeden of te wijzigen.


    Canada wil af van benzineauto

    Alle nieuwe lichte voertuigen die vanaf 2035 in Canada worden verkocht, zullen emissievrij moeten zijn, zo maakte de federale minister van Transport Omar Alghabra deze week bekend. Vanaf dat jaar mogen er geen nieuwe personenauto’s of lichte vrachtwagens met verbrandingsmotor meer worden verkocht. meldt La Presse. De regering sluit zich hiermee aan bij de staat Quebec, die afgelopen herfst al de verkoop van voertuigen op benzine of diesel na 2035 verbood. De landelijke doelstelling was aanvankelijk vastgesteld voor 2040 en wordt dus met vijf jaar verkort, concludeert de Canadese krant.

    CO2-neutraal

    Voor 2025 en 2030 zullen tussentijdse doelstellingen worden vastgesteld, zodat de verkoop van nieuwe voertuigen met verbrandingsmotor geleidelijk afneemt, voordat ze volledig verboden worden. Ottawa zegt zijn ‘partners’ te willen raadplegen, met name de Verenigde Staten, waarmee het zijn regelgeving wil ‘harmoniseren’.

    Door de verkoop van nieuwe benzine- en dieselvoertuigen te verbieden, kan Canada in 2050 CO2-neutraal zijn, aldus Jonathan Wilkinson, minister van Milieu en Klimaatverandering.


    Britten hebben veel spaargeld

    Doordat lockdowns de mogelijkheden om geld uit te geven beperkten, bereikte het spaargeld dat Britse huishoudens begin dit jaar hadden opgebouwd het op één na hoogste niveau ooit, bericht The Guardian. Dit blijkt uit cijfers van het Office for National Statistics. Volgens het Britse statistiekbureau stegen de spaargelden in de eerste drie maanden van dit jaar sterk toen de derde nationale lockdown werd afgekondigd.

    De spaarquote, het percentage van het totale beschikbare inkomen dat huishoudens gebruiken om te sparen, steeg sinds eind december van 16,1 procent naar 19,9 procent en bereikte daarmee het op één na hoogste niveau sinds 1963. Het vorige record van 25,9 procent werd gevestigd in het tweede kwartaal van 2020 tijdens de eerste lockdown, die de Britse economie in een recessie stortte. In het decennium vóór de pandemie lag de spaarquote op een gemiddelde van 8,5 procent.

    Economen verwachten een hausse in de uitgaven als de beperkingen worden versoepeld.


    Nieuwe ontslagregeling in Italië

    Het kabinet van de Italiaanse premier Mario Draghi keurt een nieuw decreet goed dat het ontslag van werknemers regelt. De regering heeft overeenstemming bereikt met vakbonden en werkgeversorganisaties over een systeem dat in werking treedt wanneer het aan corona gekoppelde verbod op ontslagen afloopt. Aanvankelijk leek de regering van plan het ontslagverbod te willen verlengen voor kwetsbare sectoren, zoals de textiel. De vakbonden wilden juist verlenging van het algemene verbod tot aan oktober, uit angst voor massale ontslagen.

    Volgens de overeenkomst zullen bedrijven pas werknemers mogen ontslaan als alle beschikbare CIG-gelden, de Italiaanse inkomenssteun tijdens corona, zijn opgebruikt.


    Derde coronagolf in Zuid-Afrika

    Zuid-Afrika is verantwoordelijk voor bijna 40 procent van alle sterfgevallen door corona op het continent en telt tot dusver 60.038 officieel geregistreerde dodelijke slachtoffers. Het land wordt geteisterd door een derde golf, die is ontstaan door de snelle verspreiding van de Deltavariant schrijft Al-Jazeera. De provincie Gauteng, met Johannesburg – het financiële centrum van het land – en de administratieve hoofdstad Pretoria, is met ruim 60 procent van de nieuwe gevallen het epicentrum.

    In een televisietoespraak kondigde president Cyril Ramaphosa een reeks nieuwe beperkingen aan, waaronder een verbod op de verkoop van alcohol en bijeenkomsten, evenals uitbreiding van de avondklok van 21.00 uur tot 04.00 uur.

    Lees ook:

  • Amerikanen bouwen op risicoplekken | Ruzie in de Vijfsterrenbeweging

    Amerikanen bouwen op risicoplekken | Ruzie in de Vijfsterrenbeweging

    Publieksactie Coca-Cola faalt

    Coca-Cola hoopte klanten in de Verenigde Staten te lokken met gepersonaliseerde flessen, maar oogst vooral boze reacties op Twitter, schrijft CNN. Met een ‘make your own label’-actie kunnen klanten speciale colaflesjes bestellen met daarop een eigen tekst. Het bedrijf heeft een systeem opgezet om bepaalde teksten en merknamen te blokkeren, maar gebruikers ontdekten dat dat aan alle kanten rammelt.

    ‘Gay Pride’ is niet toegestaan. ‘Ik haat homo’s’ kan dan weer wel

    Zo mag ‘Black Lives Matter’ niet, maar ‘White Lives Matter’ wel en is er een speciaal regenbooglabel voor juni, de Pride Month, maar is ‘Gay Pride’ niet toegestaan. ‘Ik haat homo’s’ kan dan weer wel. Op ‘Hitler’ en ‘Nazi’ rust een verbod, maar flessen kunnen wel worden uitgerust met teksten als ‘I am a Nazi’, of ‘Sieg Heil’.

    Dergelijke publiekscampagnes gaan wel vaker mis. Zo begon de Amerikaanse bank JPMorgan in 2013 met een ‘Vraag ons alles’-campagne onder de hashtag #AskJPM. Mensen vroegen al snel hun in beslag genomen huizen terug en vervloekten bestuursvoorzitter Jamie Dimon, waarop JPMorgan stopte met de campagne. Wat Coca-Cola gaat doen is nog niet bekend.


    Kazachs hoger onderwijs in particuliere handen

    Van de 130 hogescholen en universiteiten in Kazachstan zijn de meeste eigendom van hoge ambtenaren of hun familie, zo blijkt uit onderzoek door Radio Free Europe/RL. Deze trend begon in 1993, toen door post-Sovjet-hervormingen voor het eerst privébezit van onderwijsinstellingen werd toegestaan en het eigendom ervan werd verdeeld tussen de staat en particulieren. Zo kwamen veel instellingen in handen van lieden die dicht bij de macht stonden, zoals de familie van de voormalige minister van Onderwijs en Wetenschap Bachytzjan Zjoemagoelov, nu een invloedrijk lid van de Kazachse Senaat.

    ‘Het wordt problematisch als ambtenaren een financieel belang hebben in de sector waarvoor zij verantwoordelijk zijn’

    Er is geen wet in Kazachstan die familieleden van ministers of hoge ambtenaren verbiedt een hogeschool of universiteit te bezitten. Maar volgens onderzoeker Mihaylo Milovanovitsj wordt het ‘problematisch qua belangenverstrengeling als ambtenaren een financieel belang hebben in de sector waarvoor zij verantwoordelijk zijn’.


    Ruzie in de Vijfsterrenbeweging

    In de Italiaanse Vijfsterrenbeweging (M5S) is beroering ontstaan door een botsing tussen de oprichter, komiek Beppe Grillo, en de beoogde nieuwe leider, oud-premier Giuseppe Conte. Volgens parlementaire bronnen hangt het mogelijke leiderschap van Conte aan een zijden draadje, schrijft ANSA.

    Conte zou verantwoordelijk worden voor vernieuwing van M5S, nadat de tweede coalitieregering die hij leidde begin dit jaar klapte. Hij stond al dicht bij M5S, maar maakte niet eerder deel uit van de beweging. De oud-premier en Grillo zijn het niet eens over mogelijke aanpassingen van de statuten, bijvoorbeeld over het verbod voor vertegenwoordigers om meer dan twee termijnen te dienen. Ook steggelen ze over de rol die Grillo zal gaan spelen. Grillo noemt Conte ‘rationeel’ en zichzelf een ‘visionair’. ‘Conte moet begrijpen dat ik nog steeds nuttig voor hem kan zijn,’ aldus Grillo.


    Amerikanen bouwen op verkeerde plekken

    Meer dan de helft van de gebouwen in de VS bevindt zich in een mogelijk rampgebied, zo blijkt uit een recente studie. Tientallen miljoenen huizen, bedrijven en andere gebouwen staan in gebieden waarvoor het hoogste risico geldt op orkanen, overstromingen, bosbranden, tornado’s en aardbevingen, meldt NPR.

    De bevindingen onderstrepen hoe stedelijke ontwikkeling schade door klimaatverandering kan verergeren. ‘We weten al dat we elk jaar miljarden dollars en levens verliezen door natuurrampen,’ aldus Virginia Iglesias, onderzoeker aan de Universiteit van Colorado en een van de auteurs van de studie. ‘Natuurlijk heeft de klimaatverandering ermee te maken, want die vergroot de kans op extreme gebeurtenissen. Maar tegelijkertijd maakt het ook uit wat en waar er wordt gebouwd.’

    Stedelijke ontwikkeling heeft versneld heeft plaatsgevonden in gebieden die gevoelig zijn voor natuurbranden

    Iglesias en haar collega’s analyseerden gegevens die teruggaan tot 1945, om te zien hoeveel gebouwen zich in het brandpunt van de natuurlijke dreiging bevinden. Ze richtten zich op gebieden waar de kans op een ramp in de hoogste 10 procent ligt. Zo ontdekten ze dat dergelijke hotspots ongeveer 30 procent van de VS beslaan, maar plaats bieden aan bijna 60 procent van de gebouwen van het land. Oftewel: stedelijke ontwikkeling vindt plaats op de gevaarlijkste plekken.

    Uit het onderzoek blijkt dat stedelijke ontwikkeling sinds de jaren tachtig versneld heeft plaatsgevonden in gebieden die gevoelig zijn voor natuurbranden, vooral in het westen van de VS. In het oosten van het land blijven steden zich uitbreiden op plaatsen die extreem kwetsbaar zijn voor orkanen.

    Zo’n anderhalf miljoen gebouwen bevinden zich zelfs op plekken waarvoor twee of meer gevaren gelden. Delen van het westen zijn bijvoorbeeld extreem vatbaar voor zowel natuurbranden als aardbevingen, terwijl regio’s in het zuiden een verhoogd risico lopen op overstromingen, orkanen en tornado’s.

    Iglesias hoopt dat het onderzoek beleidsmakers en bewoners helpt om zorgvuldiger te bepalen waar nieuwe ontwikkeling gewenst is en hoe gebouwen beter kunnen worden ontworpen met het oog op natuurrampen.


    Haperende start voor GB News

    Op 13 juni begon in Groot-Brittannië GB News, een controversiële televisiezender die belooft de ‘cancelcultuur’ te bestrijden en zegt een ‘anti-woke’-positie in te nemen. Critici beschuldigen GB News van het aanwakkeren van culture wars, in de stijl van het Amerikaanse Fox News. Andrew Neil, een omroepveteraan die de zender opzette en er ook als presentator werkt, is nog geen twee weken na de lancering opgestapt, omdat hij behoefte heeft aan vrije tijd, zoals hij zelf zei. Hij gaf toe dat de zender ‘een moeilijke start’ kende. De voormalige BBC-coryfee zei dat hij ‘een paar weken’ weg zou zijn en terug zou keren ‘voordat de zomer voorbij is’.

    Er kwamen na een uitzending van Tonight Live with Dan Wootton honderden klachten binnen

    In de eerste weken ging er van alles mis, schrijft The Independent. Zo kwamen na een uitzending van Tonight Live with Dan Wootton honderden klachten binnen omdat Wootton, eerder werkzaam bij tabloid The Sun, had beweerd dat medische experts en politici die belast zijn met de volksgezondheid een ‘ultravoorzichtige bioveiligheidsstaat’ proberen te creëren, ‘zoals China’. Verder werden uitzendingen geteisterd door technische problemen en trok een aantal grote adverteerders zich terug, uit angst geassocieerd te worden met het conservatieve gedachtengoed.

    ‘We worden elke dag beter en er is duidelijk interesse voor wat we doen,’ zei Neil desondanks. ‘In slechts twee weken hebben we al een loyaal publiek opgebouwd dat al onze verwachtingen heeft overtroffen; het is groter dan dat van veel andere nieuwszenders, en het groeit nog steeds. Dus namens GB News zeg ik tegen al onze kijkers: bedankt. We laten je niet in de steek, and you ain’t seen nothing yet.


    Library Whisperer

    Francine Houben van architectenbureau Mecanoo kon niet bij de heropening van de openbare bibliotheek in New York zijn, maar in september opent nog een bibliotheek van haar hand in Washington D.C. en later dit jaar ook een in Taiwan. In de VS wordt Houben al de library whisperer genoemd. De nieuwe dakconstructie met schuine aluminium vlakken in New York is geïnspireerd op Manhattans mansardedaken uit 1904 en op de taps toelopende art-decowolkenkrabbers in de stad en de gefacetteerde gevels van nieuwere torens.

    Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is mecanoo-stavros-niarchos-foundation-library-new-york-designboom-06.jpg
    © John Bartelstone / Designboom
  • Rebellen nemen hoofdstad Tigray in | 48 graden in Siberië

    Rebellen nemen hoofdstad Tigray in | 48 graden in Siberië

    In Ethiopië nemen rebellen de hoofdstad van Tigray weer in

    De Ethiopische regering heeft afgelopen maandag een ‘unilateraal en onvoorwaardelijk staakt-het-vuren’ afgekondigd in Tigray, de provincie waar het rebellerende Tigray People’s Liberation Front (TPLF) de hoofdstad Mekelle heroverde. Volgens de internationale pers is dit een grote tegenslag voor premier Abiy Ahmed, die in november nog beweerde de regio onder controle te hebben.

    Dit is een ‘groot keerpunt’ in het conflict in Tigray, schrijft The New York Times. Maandag trokken troepen die loyaal zijn aan de dissidente autoriteiten in dat deel van Noord-Ethiopië, Mekelle binnen, waar de regering na bijna acht maanden vechten een staakt-het-vuren beval. Het Ethiopische leger bezet sinds november vorig jaar de regio Tigray, na de controle van de regionale regering te hebben overgenomen. Maar de Tigrese troepen (TPLF) brachten maanden door met hergroeperen en rekruteren van nieuwe strijders, en kwamen na enkele tegenaanvallen van afgelopen week terug naar de hoofdstad Mekelle.

    Al-Jazeera bevestigt dat TPLF, de voormalige regerende partij van de regio, maandag de controle over de hoofdstad van Tigray heeft herwonnen. Inwoners beweren voor het eerst sinds november troepen met regionale uniformen in de stad te hebben gezien.

    Tegenslag

    Verschillende bronnen vertelden BBC dat mensen op straat opgetogen zijn en dat op sociale media sympathisanten van de Tigrinya-rebellen te zien zijn die met vlaggen door de straten marcheren.

    ‘De snelle opmars van de Tigrese troepen is een grote tegenslag voor de regering van de Ethiopische premier Abiy Ahmed’, legt The New York Times uit. Toen het federale leger vorig jaar naar Tigray werd gestuurd om dissidente lokale autoriteiten af te zetten, verzekerde Abiy Ahmed dat de operatie slechts een paar weken zou duren. Mekelle werd op 28 november ingenomen. Maar de gevechten tussen TPLF-troepen en het Ethiopische federale leger, gesteund door troepen van regionale autoriteiten in de buurt van Amhara en het leger van Eritrea, dat grenst aan Tigray, werden nooit echt beëindigd.

    ‘Veel jonge mensen, handelaren en boeren hebben zich aangesloten bij TPLF’

    Het TPLF lanceerde vorige week een offensief, terwijl in een groot deel van de rest van het land nationale verkiezingen werden gehouden, waarvan de resultaten nog moeten worden bekendgemaakt. ‘Veel jonge mensen, handelaren en boeren hebben zich aangesloten bij TPLF’, vertelde een functionaris in de interim-regering van Tigray aan The Washington Post. ‘Ze hebben het gevoel dat ze vechten voor hun voortbestaan. Ze zullen nooit stoppen met vechten, dat is zeker. Dat is nu ondenkbaar.’

    Het eenzijdige staakt-het-vuren dat maandag is afgekondigd, heeft volgens de regering tot doel de voedselproductie en de verdeling van humanitaire hulp mogelijk te maken. De wapenstilstand zou in ieder geval moeten duren tot het einde van het oogstseizoen in Tigray, dat in september eindigt.

    ‘Het aanhoudende conflict leidt tot een snel verergerende humanitaire crisis, die er volgens de VN voor zorgt dat 350.000 mensen, waarvan 140.000 kinderen, op de rand van hongersnood verkeren, zo bericht Emmanuel Akinwotu, correspondent van The Guardian in West-Afrika.

    Lees ook:


    Kinderen zijn doelwit van jihadisten in Mozambique

    In een jaar tijd zijn naar verluidt zeker vijftig kinderen ontvoerd in de Mozambikaanse provincie Cabo Delgado, waar de bevolking sinds 2017 massaal op de vlucht is voor jihadisten, schrijft Le Courrier International. Meisjes moeten trouwen onder dwang en worden onderworpen aan seksueel geweld, terwijl jongens worden geïndoctrineerd en getraind om te doden.

    Die alarmerende signalen klinken ook in de Mozambikaanse pers. Op 20 juni wijdde de krant O País een artikel aan het voortdurende humanitaire drama in Cabo Delgado. Deze provincie, die rijk is aan natuurlijke hulpbronnen, is gelegen in het uiterste noordoosten van het land aan de grens met Tanzania, en is sinds 2017 het strijdtoneel voor bloeddorstige eenheden onder leiding van islamitische terroristen, waarvan sommigen zijn gelieerd aan de Islamitische Staat.

    ‘In april waren er 732.000 ontheemden in Cabo Delgado’, schrijft het dagblad, ‘waarvan 46 procent kinderen.’ Deze laatsten, verzwakt door de exodus, vallen ten prooi aan de jihadisten, schrijft Myrta Kaulard, coördinator van de Verenigde Naties in Mozambique, in O País: ‘Er zijn meldingen van meisjes en vrouwen die zijn ontvoerd, gedwongen werden tot huwelijken en die seksueel worden misbruikt, evenals berichten over kinderen die onder dwang worden gerekruteerd voor gewapende groepen.’

    ‘In een jaar tijd zijn ten minste 51 kinderen ontvoerd door gewapende, opstandige groepen

    De ngo Save the Childen, geciteerd door de krant Notícias, stelde eerder deze maand vast dat ‘in een jaar tijd ten minste 51 kinderen, voornamelijk meisjes, zijn ontvoerd door gewapende, opstandige groepen in de provincie Cabo Delgado’. Deze cijfers geven alleen de gemelde gevallen weer, aldus het artikel; het daadwerkelijke aantal kinderontvoeringen ligt veel hoger.

    Indoctrinatie

    Mussa Amade bevestigt dit in een artikel van Lusa News Agency. Amade is gevlucht uit Palma, een stad die afgelopen 24 maart door jihadisten werd bestormd tijdens een spectaculaire aanval, dichtbij faciliteiten die Total aan het opzetten was voor een toekomstig gasproject. Amade ‘vertelt over nachten waarin vreemden de huizen binnenkwamen om te doden, te ontvoeren en te plunderen wat ze konden’.

    Het conflict tussen islamitische terroristen en het Mozambikaanse leger, dat volgens de ngo ACLED al minstens 2800 levens heeft geëist, wordt op de voet gevolgd door João Feijó, die werkt voor de ngo Observatório do Meio Rural. In een interview dat hij eerder deze week gaf aan Deutsche Welle, zegt de onderzoeker: ‘De opstandige gewapende groepen die actief zijn in Cabo Delgado breiden hun gelederen uit door jonge mensen te ontvoeren. Het gaat om kinderen en pre-adolescenten vanaf twaalf jaar, die ze indoctrineren en militair training geven. Dat worden degenen die vervolgens aanslagen uitvoeren.’

    ‘Het deradicalisering van kindsoldaten zal nog lange tijd duren’

    Het is een fenomeen dat niet nieuw is in Mozambique, constateert João Feijó, aangezien ‘er al honderden kindsoldaten werden gerekruteerd tijdens de burgeroorlog’, die het land zestien jaar lang teisterde. Het probleem dat zich toen voordeed, duikt weer op benadrukt hij: ‘De waarheid is dat de regering strijdt tegen kinderen die zich in het tegenovergestelde kamp bevinden, hetzij onder dwang, hetzij vrijwillig. Het wordt steeds moeilijker om mensen aan te vallen waarvan niet bekend is of het burgers of opstandelingen zijn.’

    De tragedie zal nog lang voortduren, voegt hij eraan toe: ‘ouders waarvan kinderen werden ontvoerd, hebben geen toegang meer tot gerechtigheid. Ze kunnen nergens hun beklag doen omdat de autoriteiten in het noorden van het land zelf op de vlucht zijn geslagen. Het deradicaliseren van deze kindsoldaten, van wie sommigen heroïsche verhalen opdissen over aanslagen die ze pleegden, en het opnieuw professioneel integreren ervan, zal nog lange tijd duren.’

    Lees ook:


    48 graden in Siberië

    De temperaturen in Siberië overtreffen momenteel die van Delhi, schrijft de Indiase nieuwssite DNA. Volgens de site registreerden twee EU-satellieten een temperatuur van 48 graden Celsius aan de grond in Arctisch Siberië tijdens een aanhoudende hittegolf.

    We weten allemaal, schrijft DNA, dat Rusland en dan vooral het noordelijke deel van Sint-Petersburg via Moskou tot aan Siberië, een van de koudste regio’s op aarde is. Maar klimaatverandering is zeer zichtbaar in dit deel van de wereld. De registratie van 48 graden Celsius werd gedaan door de Copernicus Sentinel 3A- en 3B-satellieten van de EU op 20 juni, de langste dag van het jaar.

    Sint-Petersburg en Moskou braken vorige week decenniaoude temperatuurrecords

    De temperaturen in Sint-Petersburg stegen vorige week dinsdag tot een recordhoogte van 34 graden, en daarmee beleefde de stad de hoogste temperaturen sinds 1998. De temperaturen in Moskou braken een dag later een record toen ze 34,8 graden bereikten. Het vorige record van 34,7 graden, stamt uit 1901.

    In Siberië lag de temperatuur van het landoppervlak zondag boven de 35 graden en pieken van 48 graden werden geregistreerd bij Verchojansk en van 37 graden in Saskylach, die beide ten noorden van de poolcirkel liggen.

    Klimaatverandering

    Het is een voorspelbare start van het zomerseizoen, volgens DNA, na een lente waarin honderden bosbranden het Siberische platteland verschroeiden en grote steden verduisterden en bedekten met dekens van rook.

    Veel van deze lentebranden worden ‘zombievuren’ genoemd omdat het bosbranden betreft die vorige zomer begonnen, nooit volledig werden geblust en nu weer opflakkeren. De zombievuren smeulen maandenlang onder winterijs en sneeuw, gevoed door het koolstofrijke veen onder het oppervlak. Met de komst van de dooi in de lente, laaiden de oude vuren weer op.

    Mei 2021 was Delhi’s warmste meimaand ooit

    De gemiddelde temperaturen in het noordpoolgebied stijgen al jarenlang veel sneller dan waar dan ook op aarde, grotendeels doordat zee-ijs smelt als gevolg van door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde.

    Ondertussen zijn New Delhi en de omliggende gebieden in India dit jaar ook getuige van een zomer met recordtemperaturen, met kwik dat steeg tot 45 graden. Mei 2021 was Delhi’s warmste meimaand ooit, met maximumtemperaturen van 45 graden of zelfs hoger.

    Het is bizar maar waar: op 20 juni lagen de temperaturen in Delhi tussen de 25 en 35 graden, veel lager dus dan de thermometers in Siberië aangaven.

    Lees ook:

  • Generatie corona. Hoe nu verder?

    Generatie corona. Hoe nu verder?

    In plaats van de wereld te verkennen, zaten Europese jongeren thuis. In plaats van verliefd te worden, hielden ze afstand. De pandemie heeft hun een heleboel dingen afgepakt die horen bij jong zijn. Hoe pakken ze de draad weer op? Zesentwintig getuigenissen.

    Onze laatste zorgeloze zomer is algauw twee jaar geleden. Als je jong bent, lijkt dat wel een half leven. Die zomer hadden we nog nooit gehoord van besmettingsaantallen. We lagen op het gras, op het strand of bij het zwembad, samen op een badhanddoek en zo dicht bij elkaar als nu verboden is. We wisselden blikken met mensen die we nog niet kenden en die we leuk vonden. We trokken het ene biertje na het andere open, speelden volleybal, voetbalden, omhelsden elkaar na elk doelpunt en na een tijdje gingen we ergens anders heen, tot diep in de nacht. We waren nog niet gearriveerd, natuurlijk niet, we waren pas net op zoek.

    Bij volwassen worden hoort dat je nog niet hoeft te weten wie je bent en wie je wilt worden, dat je de plek waar je thuishoort nog mag vinden. Maar wat als de zoektocht al voorbij is voor je de kans hebt om ergens aan te komen?

    Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten

    De pandemie heeft alles wat volwassen worden is, veranderd in het tegendeel: in plaats van dichter bij elkaar te komen, moesten we afstand houden. Grenzen respecteren in plaats van overschrijden, thuis blijven in plaats van de wereld in te trekken. De eerste zoen, voor het eerst alleen met vrienden op vakantie, de eerste stage: allemaal uitgesteld. Voor onbepaalde tijd. En dat kunnen we nooit allemaal inhalen: als je op je achttiende verjaardag thuis zat, kun je een jaar later niet met vrienden en vriendinnen gaan vieren dat je meerderjarig bent geworden. Als je tijdens de pandemie eindexamen hebt gedaan, kun je met je klasgenoten niet meer maanden later proosten op het begin van het nieuwe leven. En als je een studie bent begonnen, kun je waarschijnlijk niet gaan dansen op het introductiefeest.

    In plaats van eindelijk rond te kijken in de wereld zaten wij, scholieren, studenten en mensen die voor het eerst gingen werken, weer bij onze ouders aan tafel te luisteren hoe zij zich moed inspraken door herinneringen op te halen aan de goede oude tijd. Terwijl wij jongeren nog amper herinneringen hadden. Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten.

    Gedesillusioneerde jeugd

    Het is een collectief gevoel, dat in heel Europa wordt ervaren. Dat blijkt uit een gezamenlijk enquête van Süddeutsche Zeitung, The Guardian, La Stampa, Le Monde en La Vanguardia. Honderden jongeren hebben in deze enquête verteld hoe het afgelopen jaar hen heeft veranderd, met name in Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Spanje. De enquête is niet representatief, maar geeft een beeld van een gedesillusioneerde jeugd. In de antwoorden, waarvan we hier een selectie laten zien, is sprake van een verloren jaar, van een leven in vliegtuigmodus. Veel jongeren hebben het afgelopen jaar de hoop verloren dat ze door de politiek worden gezien, en al helemaal dat ze serieus worden genomen.

    ‘Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes houden,’ zegt er een. ‘Dat we alleen thuis zitten, met de last van school of universiteit op onze schouders, maar zonder dat we als compensatie iets van een leven mogen hebben, daar horen we politici niet over.’ Een ander: ‘Ik ben zwaar teleurgesteld en verbijsterd hoe consequent allerlei beslissingen eerst te laat en dan verkeerd worden genomen.’ Nog iemand: ‘Mijn doel is zonder blijvende geestelijke schade uit deze crisis te komen.’

    Psychische gezondheid

    Een onderzoek van het academisch ziekenhuis van Hamburg-Eppendorf, waarvoor tussen half december 2020 en half januari 2021 meer dan duizend kinderen en jongeren zijn ondervraagd, laat zien dat bijna een derde van de jongeren ‘psychologisch opvalt’. In de loop van de pandemie is hun psychische gezondheid steeds verder achteruitgegaan: veelvoorkomende symptomen zijn depressie en psychosomatische gevolgen als maag- en hoofdpijn. Vergelijkbare resultaten geeft een onderzoek van de Donau-Universität Krems in Oostenrijk van dit voorjaar, dat bij meer dan de helft van de drieduizend ondervraagde jongeren symptomen van depressie heeft geconstateerd en bij de helft angststoornissen. Ongeveer 16 procent had regelmatig suïcidale gedachten, een enorme toename vergeleken met de laatst beschikbare cijfers.

    Heeft de pandemie van ons, de jonge mensen die de hele tijd ‘weinig risico’ liepen, te veel gevergd? Is de samenleving, die solidariteit van ons eiste, misschien onvoldoende solidair met ons geweest? Tenslotte moesten scholen en universiteiten sluiten, terwijl veel bedrijven juist open mochten blijven. Tenslotte lijken kinderen en jongeren de laatsten te zijn die door een vaccinatie terug kunnen keren naar een vrij leven. 

    Antwoorden zijn er haast nog niet, wel voortdurend nieuwe vragen. 

    Inhaalprogramma om te leven

    De belangrijkste vraag is misschien wel: hoe heeft de pandemie ons toekomstbeeld beïnvloed? Wat gaan we doen als alles eindelijk echt voorbij is? Blijven we thuis op de bank zitten, omdat we niet weten dat het ook anders kan? Berusten we, en laten we de politiek de politiek? Of gaan we de straat op om te vechten voor een betere toekomst, voor ons recht om mee te doen, mee te beslissen? 

    Ook daar is nu nog geen antwoord op te gegeven, maar één reactie heb ik al. Een reactie op het ‘inhaalprogramma’ waartoe de regering onlangs heeft besloten, om met miljarden euro’s de leerachterstanden van de afgelopen maanden in te halen. We hebben geen inhaalprogramma nodig om te leren. We hebben een inhaalprogramma nodig om te leven.

    Een inhaalprogramma voor een jaar van gemiste kansen en gemiste vriendschappen. Drukke cafés en feestjes waar je over de hoofden kunt lopen, dat is wat we nodig hebben. We hebben een quotum nodig van dagen dat we mogen spijbelen, van school, van de universiteit, van ons werk, omdat we in plaats van leren en werken nu eerst eens naar het zwembad moeten. Allemaal tegelijk naar het strand, een bergwandeling maken, of gewoon de hele zomer op een picknickdeken liggen, heel dicht bij elkaar. We hebben niet alleen de middagen nodig, of de zomervakantie, maar ook de ochtenden om elkaar te zien en te lachen en eindelijk weer onze armen om elkaar heen te kunnen slaan. Als er één inhaalslag is die we moeten maken, dan echt alleen die ene: leren om weer zorgeloos te zijn.

    Antje Fischbach, 23, studente osteopathie in München

    ‘Ik mis het ongedwongene. Ik mis het uitgaan, onder de mensen zijn, een beetje aangeschoten voor een club hangen met vrienden. Iets idioots doen en er achteraf samen om lachen. Als ik vroeger ontevreden was over mijn leven, veranderde ik iets. Dat kan nu niet. Dit jaar ben ik volwassener geworden, wat niet alleen positief bedoeld is. Ik vind het heel erg dat we voor de politiek geen enkele rol spelen. Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes organiseren. Maar dat we in ons eentje thuis zitten, met de last van school of universiteit, zonder enige compensatie waardoor we toch iets van een leven hebben, daar hoor je de politiek niet over. Je hebt het gevoel dat er niet naar je geluisterd wordt en dat je niet serieus wordt genomen. Daar word ik soms echt boos en wanhopig van. Vaak stel ik me voor hoe het is als het leven weer echt begint. Net zoiets als een fantastische vakantie, waar je je al maanden tevoren op verheugt. Maar dan nog beter. Alleen al iedere keer dat je je armen om iemand heen slaat, voelt het een beetje als zomer. 

    In geloof dat we onderschatten hoeveel kracht deze tijd ons later zal geven. Ik bedoel: nu deze shitpandemie ons niet klein heeft gekregen, kunnen we alles aan. Ooit zijn we er weer, onder de mensen, met harde muziek. Ik weet zeker dat we dan op een gegeven moment allemaal even stilstaat en denken: Fuck, ik heb het gered. Ook al wist ik soms niet of ik het wel aan kon. En nu sta ik hier. Tussen een massa mensen, aan de vooravond van een leven dat nog afwisselender en opwindender zal zijn dan hiervoor.’

    Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen

    Matthieu Baubry, 19, student vreemde talen in La Roche-sur-Yon, Frankrijk

    ‘Ik heb de indruk dat we hier nooit uit zullen komen. Het lijkt me een utopie dat we over tien jaar geen mondkapje meer dragen. Ik ben bang dat vandaag of morgen alles voorbij is. En ik ben niet eens boos: tenslotte is het niemands schuld. Ik leg me er gewoon steeds meer bij neer. Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen. Volgend jaar wil ik taal en literatuur gaan studeren om later journalist te worden, gespecialiseerd in videogames. Online wereldkampioenschappen kijken vind ik echt helemaal te gek. Bovendien is het internet een terrein met grote toekomstmogelijkheden, dan hoef ik me geen zorgen te maken of ik wel werk vind.

    In elk geval heb ik van de zomer een baan. Ik ga in de bediening werken in een restaurant aan de westkust, aan het strand, bij Saint-Jean-de-Monts in de Vendée. Ik blijf gewoon bij mijn ouders in Challans wonen, maar dat gaat wel lukken omdat ik niet meer 24 uur per dag thuis ben. En als ik werk, staat er eindelijk weer geld op mijn rekening. Tijdens de tweede lockdown ben ik mijn baan in de supermarkt kwijtgeraakt, en ondanks dat ik een beurs had kon ik de huur niet meer betalen. Zonder mijn ouders stond ik op straat.’

    Sandra Birner, 26, kinderverpleegkundige in München

    ‘Wat ik enorm mis, is dansen. Je laten gaan in de roes van het ritme en één zijn met de menigte om je heen. Mensen ontmoeten, ook partners, want ik ben single en heel open over mijn seksleven. Ik prijs me gelukkig dat ik als kinderverpleegkundige kan blijven werken, dat ik iets te doen heb en in mijn levensonderhoud kan voorzien. Toch is het moeilijk om zo vaak alleen te zijn, in een flatje van 24 vierkante meter, zonder balkon, zonder man, zonder medebewoners. Daardoor ben ik gaan roken. Op een vrije dag is roken voor mij de enige reden om op te staan. Afgelopen winter was ik zwaar depressief, ik moest bijna aan de medicijnen, ik at niet meer en deed niets meer. Waarom zou ik? Des te dankbaarder ben ik voor mijn vrienden, we steunen elkaar geweldig in deze moeilijke tijden. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit weer in een disco zal staan, of in een bar of een biertent en kan dansen en zoenen en lachen. Misschien moet ik een poes nemen, want als je voor corona geen partner had, vind je er nooit meer een.’

    Joy 1 1
    © Tommaso Ausili / Contrasto

    Digital natives

    Dalila Regesta, 19, uit Imperia, Italië, student economie in Straatsburg, Frankrijk

    ‘Ik ben een van de weinigen die kan zeggen dat het afgelopen jaar positief is geweest. Tijdens de pandemie heb ik begrepen wat echt belangrijk voor me is. Dichtbij mijn vrienden en familie zijn bijvoorbeeld. En ik heb het afgelopen jaar daadwerkelijk weer oude vriendschappen kunnen oppakken. De sociale media hebben daarbij echt geholpen, omdat je over allerlei grenzen heen contacten kunt leggen, al is het maar in een video call of via een story op Instagram. Als ik naar de toekomst kijk, is mijn grote zorg dat er niet naar ons wordt geluisterd. Wij zijn digital natives, en vergeleken met de vorige generatie maken de sociale media voor ons van alles mogelijk. Maar dat betekent nog niet dat er aan de andere kant van het scherm automatisch iemand naar je luistert.’ 

    Conor Spielberg, 23, journalist in Dublin, Ierland

    ‘Net als veel jonge mensen hier in Dublin woon ik bij mijn ouders, en het ergste is dat ik op mijn drieëntwintigste financieel nog steeds van hen afhankelijk ben. Ik schrijf recensies over stripverhalen, maar dat levert niet echt veel op. Ik kan gewoon geen ander werk vinden. Het afgelopen jaar heb ik in elk geval heel veel geschreven, maar voor een baan met het minimumloon zou ik een moord doen. Het moeilijkste aan de lockdown vond ik dat ik tegenover vrienden nu eenmaal veel opener ben dan tegenover mijn familie. Het is best vreemd dat ik in een camera kan kijken of in een headset kan zeggen: “Ik ben verdomd ongelukkig” en het tegelijk onvoorstelbaar vind om dat tegen iemand te zeggen die tegenover me zit. Het enige goede aan dit verschrikkelijke jaar is, dat we nu het duidelijke bewijs hebben wat er gebeurt als je de wetenschap negeert omwille van de winst. Hopelijk gaan we daardoor anders denken over klimaatverandering. Grote bedrijven en regeringen hebben dat probleem decennialang genegeerd, en ik ben echt verbijsterd dat er nog steeds mensen zijn die proberen te voorkomen dat we een oplossing vinden voor de klimaatcrisis.’

    ‘De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan’

    Mariska Faassen, 17, scholier in Nederland

    ‘Het gaat er niet om dat ik wil feesten of met mijn vrienden rondhangen. Het gaat me er vooral om dat het niet eerlijk is: ieder bedrijf en ieder restaurant dat dicht ging, heeft geld gekregen van de staat. En nu mogen wij, de jongeren, in de toekomst een kapitaal aan belasting gaan betalen. Onze toekomst staat op het spel, en wij hebben er niets over te zeggen. Ik ben heus bereid mijn stem te laten horen, maar ik zou niet weten hoe. We leven in een democratie, maar beslissingen die extreem veel invloed op ons dagelijks leven hebben, worden zonder enige discussie met de burgers genomen. De burgers in ons land zijn de slachtoffers van de fouten van het kabinet, zoals bij het vaccinatieprogramma en de capaciteit van de ziekenhuizen. De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan.’

    Sara-Besme Shabib, 21, scholier in München

    ‘Tot voor kort zat ik op het mbo, maar door corona heb ik de hoop mijn examen te halen opgegeven en ben ik ermee opgehouden. Terwijl het mijn grootste wens was om scheikunde te studeren. Maar in de huidige omstandigheden kan ik dat niet aan. Het hoogtepunt van de week is mijn uurtje therapie. Mijn therapeut zie ik vaker dan wie ook. Dat is een constante waaraan ik kracht ontleen, omdat ik er het huis voor uit moet. Bovendien is me duidelijk geworden dat ik mijn sociale contacten niet als vanzelfsprekend mag beschouwen, en ben ik dankbaar voor elke minuut die ik met mijn vrienden kan doorbrengen. Over de regering hoef ik het niet te hebben, neem ik aan? Economie voor, economie na, het komt me mijn oren uit. Ik krijg voortdurend het gevoel dat ik in het beeld moet passen dat de maatschappij van ons jongeren heeft. Maar veel jongeren zijn aan het eind van hun Latijn. Toch verwachten ze van leerlingen dat ze studeren, bijblijven en examen doen. En daarna liefst meteen solliciteren of met een opleiding of een studie beginnen. “Jullie zijn de toekomst,” laat me niet lachen. Niemand helpt ons. Ze zouden iedereen die nu van school komt gelijk een tegoedbon voor een burn-outkliniek bij moeten geven.’

    Bang voor de toekomst

    Volgens een enquête van de Bertelsmann Stiftung vreest 65 procent van de vijftien- tot dertigjarigen in Duitsland dat de politiek geen oog heeft voor hun zorgen over de pandemie. Krap de helft van de zevenduizend ondervraagden is bang voor de toekomst.

    Benoît Frimon-Richard, 25, uit Égly, Frankrijk, studeert farmacie in Parijs

    ‘Voor de pandemie had ik eigenlijk besloten om naast mijn studie farmacie in Parijs ook een master in bestuurskunde te gaan doen om ooit bij een instantie in de gezondheidszorg te gaan werken. Maar toen de pandemie begon, ben ik teruggegaan naar mijn ouders in Égly, in de provincie, in het zuiden van het departement Essonne. Van daaruit studeer ik nu online en daarnaast werk ik parttime in een apotheek. Ook al maak ik grappen dat ik leef als een monnik: sinds ik terug ben op het platteland slaap ik beter, eet ik beter, drink ik helemaal geen alcohol meer en doe ik meer aan sport. Ik heb zelfs spieren gekregen! Ik verdien geld en geef praktisch niets uit omdat ik thuis woon. Ondertussen zijn mijn toekomstpannen radicaal veranderd en heb ik besloten dat ik liever in een apotheek op het platteland werk dan op een kantoor. In het contact met mensen voel ik me nuttiger. Mijn plan is al tamelijk concreet: over twee jaar neem ik vermoedelijk een apotheek over, in de gemeente Angervilliers met vijftienhonderd inwoners.’

    Matthias Montesano, 21, barkeeper in Turijn, Italië

    ‘Ik ben barkeeper en heb lang helemaal niet kunnen werken. Thuis heb ik geprobeerd mijn cocktails te verbeteren en nieuwe technieken uit te proberen. Maar het viel niet mee om me te concentreren. Ik geloof dat de politiek in Italië al met al goed heeft gereageerd, ook al zijn er natuurlijk fouten gemaakt. Waarom waren bijvoorbeeld kerken wel open, terwijl musea en theaters dicht moesten blijven? Waarom was het ja tegen godsdienst en nee tegen cultuur? In allebei die sectoren kunnen ze toch dezelfde veiligheidsmaatregelen nemen? Dan zou het allemaal veel beter zijn gegaan. Het virus heeft ons natuurlijk ook volkomen onverwachts overvallen. Misschien moeten we het allemaal als een waarschuwingssignaal zien. We moeten onze levensstijl veranderen en onze extreme consumptiedrift afremmen. Nadenken over wat echt belangrijk is. Deze pandemie heeft ons te veel afgenomen om het allemaal gewoon achter ons te laten zonder het ook als een kans op verandering te zien. Ook wat betreft mijn familie: ik heb gemerkt dat je die in moeilijke momenten om je heen wilt hebben. In het gewone leven wil je dat nog wel eens vergeten.’

    ‘Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet’

    Lucas Hoorn, 23, leerling-docent aardrijkskunde en sociale studies in Dresden

    ‘Tijdens de pandemie heb ik veel tijd voor allerlei beeldschermen doorgebracht. Ik heb er eigenlijk geen moeite mee om alleen te zijn, maar zoveel eenzaamheid doet pijn. Mijn medebewoners en -bewoonsters helpen geholpen, maar steeds vaker voel ik me vanbinnen leeg. Gewoon niets. Op een ander moment ben ik van binnen des te impulsiever, mijn internetbubble maakt dat ik steeds bozer word op wappies en coronaontkenners, maar ook op onze politieke leiders. In wezen ben ik heel dankbaar dat we in een echte democratie leven, en waardeer ik ons federalisme. Eigenlijk was ik er ook van overtuigd dat we hier in Duitsland ondanks allerlei democratische hindernissen snel en efficiënt kunnen handelen. Maar blijkbaar mankeert het ons aan daadkracht. Ik ben zwaar teleurgesteld dat beslissingen constant eerst te laat en daarna verkeerd genomen worden. Het gevoel in de steek gelaten te zijn, geeft dat heel goed weer. Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet.’

    Niet systeemrelevant

    Lena Iris Brendel, 25, student muziek in Stuttgart

    ‘Het afgelopen jaar zou mijn jaar zijn. Ik studeer muziek en zat in mijn buitenlandsemester, klaar om de wereld te veroveren. In plaats daarvan zat ik weer in mijn kinderkamer en moest ik ook nog toekijken hoe mijn beroep verdween. Opeens moest ik me afvragen: ‘Waarom zou ik nog oefenen? Zeven jaar keihard studeren, de allerbeste cijfers. Waarvoor? Opeens was ik bezig op internet te zoeken naar “beroepen voor zij-instromers”, “bedrijfseconomie online” en “met welke opleidingen verdien je het meest?” Wat me daarvan het meest op de zenuwen werkt? Vaak vraag ik andere mensen wat hun leven de moeite waard maakt. Het antwoord is nooit “De winst van mijn bedrijf” of “Het bruto binnenlands product”. Maar: festivals, concerten, film, theater. En wie maakt die hele zooi? Wij, die niet systeemrelevant zijn.

    Wat wel heel mooi was: ik heb nog nooit in mijn leven zoveel tijd met mijn vader doorgebracht. Opeens waren we lotgenoten: thuiswerker en thuisstudent. Samen wandelen, samen koffiepauze. Voor het eerst in mijn leven had ik gelegenheid veel over mezelf te vertellen en hij was veel beter in staat begrip te hebben voor zijn gekke kunstenaarsdochter. Als ik ooit iets over deze tijd zou moeten vertellen, zou ik me alleen nog herinneren hoe fijn het was dat ik zo veel met mijn vader was.’

    Alba Fernandez, 24, verpleger in Madrid, Spanje

    ‘Ik ben verpleegster in een ziekenhuis in Madrid. In de afgelopen veertien maanden heb ik het leed en de eenzaamheid van heel dichtbij meegemaakt. En het sterven. Het was afschuwelijk. Niemand is op zoiets voorbereid. Onze gezondheidszorg kon het niet aan, en wij konden van achter onze gezichtsbescherming amper met onze patiënten communiceren. We glimlachten dan en raakten ze aan, ook al was het met latexhandschoenen. Maar wij in de Spaanse ziekenzorg hebben elkaar geholpen, en veel levens gered.’

    Phoebe Hanson, 19, uit Staffordshire, Engeland, studeert politiek in Lancaster

    ‘Mijn hele leven speelt zich af in en rond mijn studentenhuis. Mijn relatie, vrienden, werk, studie, vrije tijd, slaap. Ik voel me net als in een Big Brotherhuis, hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Mijn geestelijke gezondheid heeft eronder geleden. Ik was voor het eerst weg van mijn familie in Staffordshire, kon maandenlang niet naar ze toe. In die periode hebben mijn ouders ook nog corona gekregen en zijn ze ziek geworden. En ik kon niets doen. Dat was zwaar.

    Door de pandemie heb ik me gerealiseerd hoe afhankelijk wij mensen ervan zijn dat we elkaar zien. Als ik nu een keer naar huis bel, eindigt dat inmiddels altijd met zwijgen, omdat er niets meer is waar we het over kunnen hebben. We zitten allemaal de hele dag thuis. De pandemie heeft me in elk geval laten zien met wie ik plichtmatig verbonden ben en met wie uit oprecht verlangen om dingen te delen. Mijn vriendschappen van school bijvoorbeeld zijn allemaal voorbij.

    Echt teleurgesteld ben ik over de politiek en het onderwijssysteem. Eerst zouden de examens gewoon doorgaan, toen weer niet, toen weer wel. Totale chaos. Ik heb het gevoel dat die negenduizend pond collegegeld dit jaar gewoon weggegooid geld is. En na onze studie staan we voor de afgrond: mensen hebben ongelooflijk hoge verwachtingen van afgestudeerden: we moeten jaren ervaring meenemen, maar we kunnen ons in deze crisis absoluut niet permitteren onbetaald stage te lopen of tijdrovend vrijwilligerswerk te doen. Mijn carrière is nu voor mij dan ook het belangrijkste.’

    Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde

    Leonard Strickler, 24, werkzaam in Freiburg

    ‘Ik (…) merk in gesprekken met mensen van boven de veertig dat ze me vaak proberen op te vrolijken. Terwijl ik helemaal niet het gevoel heb dat ik opgevrolijkt hoef te worden. Ik heb het geluk dat ik al veel heb beleefd en daar met vrienden met veel plezier herinneringen aan kan ophalen. De hele zaak doet kinderen en jongeren duidelijk meer kwaad. Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde. In het weekend voetbal ik zelf een beetje met een paar vrienden, hoewel 80 procent van mijn sociale contacten de afgelopen maanden online verliep. Mijn gameconsole was een verbazingwekkend zinvolle investering van mijn zestienjarige ik. In plaats van mezelf tijdens een zoomconferentie achter mijn laptop op een fles wijn te trakteren, kon ik met vrienden op mijn Playstation spelen. Alcohol heb ik alleen ’s maandags gedronken wanneer ik met mijn pubquizmaten had afgesproken voor een online quiz. Dat was best geinig, maar er gaat niets boven afspreken in levende lijve. Pas toen dat echt niet meer kon, werd me duidelijk hoe belangrijk het kan zijn om af en toe naar het café te gaan.’

    Michela Petrini, 21, student in Bra, Italië

    ‘Ik zou graag hoop uitstralen, maar eerlijk gezegd ben ik door de pandemie verbitterd geraakt. Inmiddels neem ik niets meer als vanzelfsprekend aan, ook vriendschappen niet. Tijdens de eerste lockdown namen maar weinig vrienden de moeite iets van zich te laten horen. Veel van die oppervlakkige contacten heb ik uiteindelijk beëindigd. Ik geloof dat de regering-Conte heeft gedaan wat mogelijk was; want met een crisis in de gezondheidszorg als deze heeft nog nooit iemand te maken gehad. Maar ik denk steeds vaker dat de regering-Draghi niet doet wat ze zou kunnen. Misschien verliezen wij jongeren nu de hoop, en dat mag eigenlijk niet gebeuren. We moeten vertrouwen hebben in ons land, al is het maar omdat er geen alternatief is. Nu moeten we op de zak van onze ouders teren en die zijn door de pandemie even aangeslagen als wij en hebben moeite om rond te komen.’

    Claire-Lyse Thomann, 18, middelbare schoolstudent in Rennes, Frankrijk

    ‘Begin dit jaar heb ik mijn achttiende verjaardag gevierd. Ik dacht altijd dat ik dan eindelijk naar een nachtclub mocht! Mooi niet. Dat kan ik nooit meer inhalen. En ik ben bang voor de toekomst. Ik vraag me bijvoorbeeld steeds vaker af of het wel een goed idee is om kinderen op deze wereld te zetten. Ik heb het er met vriendinnen over gehad of we kinderen willen of niet. Ik was de enige die het niet wilde of die het in elk geval niet zeker wist. Wat hebben mijn kinderen eraan om in een tijd van klimaatverandering in de ene crisis na de andere te leven? Ik weet dat er als vrouw van je wordt verwacht dat je kinderen krijgt. Maar dat het kan, betekent nog niet dat het moet.’

    Egoïsme

    Chloé Lassel, 22, rechtenstudent in Versailles, Frankrijk

    ‘Toen ik alleen nog maar thuis zat, is me duidelijk geworden dat ik al een tijdje niet meer zo enthousiast ben over mijn studie rechten. In het weekend help ik altijd in een boekwinkel hier in de buurt. Die kant wil ik op. Ik wil iets anders, ik hou ervan onder de mensen te zijn, om klanten boeken aan te raden. Ook tijdens de pandemie kwamen er veel mensen in de boekwinkel, om iets te kopen en om een praatje te maken. Al wilden sommige geen mondkapje opdoen of hun handen desinfecteren. Als ik dat dan vriendelijk vroeg, begonnen ze te betogen dat ze jeuk kregen van het desinfectiemiddel, of dat ze last hadden van het mondkapje. We moeten ons afvragen hoe we met dat soort egoïsme willen omgaan. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje, en alleen komen we daar niet uit. De crisis heeft veel dingen zichtbaar gemaakt, ook dingen die we eigenlijk niet willen zien.’

    Lara Oreiro, 24, student in A Coruña, Spanje

    ‘Jong zijn is nooit makkelijk geweest, ook tegenwoordig niet. Mijn generatie moet vechten tegen het stigma dat ze “altijd alles had”. Maar op het ogenblik hebben we weinig en verliezen we een heleboel. Dit zou het jaar zijn dat ik volwassen werd. Ik zou mijn studie afronden en gaan werken. Ik wilde groeien, persoonlijk en in mijn beroep. Die droom heb ik ondertussen laten varen. Veel jonge mensen hier in La Coruña zitten vol opgekropte woede. We lijden aan slapeloosheid en voelen ons machteloos en onrustig. We denken dat het ergste leed geleden is, maar we moeten onszelf niets wijsmaken. Het ergste moet nog komen, zodra we met de nawerkingen van de coronacrisis worden geconfronteerd. Wanneer we proberen een baan met een fatsoenlijk salaris te vinden om zelf een onafhankelijk bestaan op te bouwen. We zullen moeten vechten zoals al heel lang geen jong mens meer heeft hoeven vechten.’

    Risico op depressie

    64 procent van de 18- tot 34-jarigen in de Europese Unie loopt het risico een depressie te ontwikkelen. Dat blijkt uit een enquête uit het voorjaar van 2021 van Eurofound, een agentschap van de Europese Unie. In dezelfde periode in 2020 was dat 53 procent.

    Ana Carrasco, 23, student communicatiewetenschappen in Sevilla, Spanje

    ‘Toen de lockdown begon, kreeg ik paniekaanvallen door het bombardement van cijfers over aantallen besmettingen en doden. Ik ben opgehouden met mijn onlinecursussen en heb de tv uitgezet. In plaats daarvan heb ik de radio aangezet, alleen om naar muziek te luisteren, en ben ik boeken gaan lezen, maar alleen als ze goed aflopen. Ik heb Trivial Pursuit gespeeld met mijn vader, liedjes gezongen met mijn zus en films gekeken met mijn moeder. We aten tussen de middag en ’s avonds altijd met zijn vieren en hebben elkaar op moeilijke momenten gesteund. Zo is het ons gelukt in balans te blijven. Nu ga ik beginnen aan een master journalistiek in Barcelona en heb ik weer zin om te studeren.’

    Paula Mols, 23, student maatschappelijk werk in Münster

    ‘Omdat ik sinds het begin van de pandemie van mijn partner af ben, moest ik eerst uitzoeken wie ik was zonder hem. Dat heeft voor mij de pandemie, stom gezegd, draaglijker gemaakt. Toen ik weer klaar was om andere mensen te leren kennen, voelde het toch oneerlijk dat ik mijn singlebestaan niet kon uitleven. Kortgeleden heb ik via Tinder mijn nieuwe vriend leren kennen. Op onze eerste date gingen we samen wandelen. Wat moet je anders. Nu breng ik de meeste tijd met hem door en helpt hij me door deze moeilijke maanden heen.

    Voor de pandemie vond ik politieke onderwerpen taai, maar inmiddels begrijp ik altijd wat er aan de hand is en blijf ik op de hoogte door de corona-update met Christian Drosten en de Tagesschau. Ik moet zeggen dat ik heel teleurgesteld ben over onze regering en het idee heb dat ze gefaald heeft. Het coronajaar heeft me zo uitgeput dat ik haast lethargisch ben. Het liefst zou ik naar bed gaan en slapen tot de pandemie eindelijk voorbij is!’

    ‘Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan’

    Greta Carosso, 18, scholier in Bra, Italië

    ‘Vroeger had ik nooit veel haast om bepaalde ervaringen op te doen. Inmiddels is dat anders geworden en vind ik het belangrijk zodra een gelegenheid zich voordoet die te benutten. Voor mij is niets vanzelfsprekend meer. Een paar van mijn vrienden en ik zijn inmiddels onder behandeling bij een psycholoog. We zijn vanbinnen ontzettend kwaad en weten niet wat we daarmee aan moeten. Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan. Wij jongeren moeten nu gewoon weer energie vinden.’

    Francesco Piacentini, 20, student in Ferrara, Italië

    ‘De laatste drie jaar van het gymnasium heb ik op een militaire school gezeten. Tijdens de pandemie was ik gedwongen al mijn tijd daar door te brengen. Toen heb ik gemerkt dat wat ik in het leven echt wil, niets met het leger te maken heeft. Ik wil liever proberen een onbezorgd en vreedzaam leven te leiden, een leven waarin ik anderen kan helpen. Op school heb ik nooit problemen gehad, maar nu ik op de universiteit zit, staat het water me aan de lippen. Eerlijk gezegd geloof ik dat de mensen de coronatijd het liefst zo snel mogelijk willen vergeten. Vooral de arbeidersklasse, die het zwaarst getroffen is. Daarom geloof ik ook dat er uiteindelijk niets verandert, en ik denk ook niet dat dat nodig is.’

    Ruaidhrí Ó Conaill, 24, docent sport en Ierse taal in Cork, Ierland

    ‘Door mijn werk als leraar heb ik geleerd hoe groot de behoefte aan een reorganisatie van het Ierse onderwijssysteem is. Een voorbeeld: alles is gericht op één eindexamen in het laatste schooljaar, het Leaving Cert. Na de catastrofe van het afgelopen jaar toen het centrale eindexamen gewoon doorging, wat zelfs tot processen heeft geleid, is het echt de hoogste tijd om de leerlingen continuer te toetsen.

    Een ander probleem: sommige scholieren werken sinds het begin van de pandemie alleen nog op hun smartphone, terwijl we tegelijkertijd proberen de smartphoneverslaving van deze generatie te bestrijden. Ook al wordt Ierland steeds liberaler, de regering heeft de laatste tijd het contact met de jonge mensen verloren. Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat zoveel jonge Ieren nog steeds weg willen. Wat me ook bezighoudt: met het oog op de klimaatverandering moeten we onze manier van leven aanpassen. Hoe we eten, reizen, wat voor kleren we dragen, bijna alles in ons leven moet anders. Kortom: het kapitalisme moet verdwijnen en worden vervangen door een meer bewuste, groenere en meer holistische levenswijze. Had u me tien jaar geleden verteld dat de wereld ten onder zou gaan, dan had ik u voor gek verklaard. Nu beaam ik het.’

    Geen student, maar een robot

    Victor Volmer, 20, student jazz in Berlijn

    ‘In september ben ik naar Berlijn gegaan, een compleet vreemde, grote stad, om aan mijn muziekstudie te beginnen. Ik wilde andere musici ontmoeten, in plaats daarvan zat ik opgesloten op mijn veel te dure kamertje en deed ik ongelooflijk mijn best om de virtuele lessen leuk te vinden. Muziek moet het tenslotte hebben van het samen spelen met anderen. Ik heb een tot nog toe onbekend potentieel aan agressie in mezelf ontdekt, wat ik verklaar uit mijn algehele ontevredenheid. 

    Ik geloof dat de grote uitdaging voor mij is de hedonist in mezelf uit te schakelen ten bate van de ander en tegelijk in de gaten te houden dat het met mij ook goed blijft gaan, vooral mentaal. Daarin een balans vinden is echt heel moeilijk. Jezelf niet helemaal isoleren, maar ook niet naar een feestje van een vriend of een vriendin gaan waar ook nog tien anderen zijn uitgenodigd. Mijn doel is in elk geval om zonder blijvend geestelijk letsel uit deze crisis te komen.’

    Isabelle Koch, 22, uit Freiburg, studeert management in München

    ‘Het voelt alsof je het belangrijkste stuk van je leven gewoon overslaat. De hoorcolleges aan de technische universiteit in München, te midden van studiegenoten en vrienden, zijn veranderd in studie op afstand: in mijn eentje thuis achter mijn laptop. Ik heb mijn kamer in de woongroep, waar ik zoveel heb gefeest, opgezegd en woon weer bij mijn ouders in de buurt van Freiburg, op het platteland. Ik voel me geen student meer, maar een robot. Ik ben dankbaar dat we in deze crisis nog kunnen studeren. Toch heb ik het gevoel dat we door de regering zijn vergeten. Over studenten hebben ze het nooit. Voor de pandemie zou ik gezegd hebben dat het de grootste uitdaging voor mijn generatie is om tot een besluit te komen. Omdat voor ons bijna te veel mogelijkheden open liggen en we zo veel kansen hebben die we moeten benutten. Tijdens de pandemie is dat veranderd. Ons grootste probleem nu is het gebrek aan perspectief. Ik hoop dat dat snel verandert.’

    Fotoreeks van Tommaso Ausili

    De Itialaanse fotograaf Tommaso Ausili maakte een reeks portretten van jongeren tijdens de lockdown, die hier te bekijken is. ‘De psychologische gevolgen van de pandemie werden vooral opgemerkt bij adolescenten’, aldus de fotograaf op de pagina. ‘In deze levensfase beleeft de persoon een groeiproces, de ontwikkeling van zijn eigen persoonlijkheid en de ontdekking van zichzelf. Adolescenten streven naar een cognitieve en emotionele band met de sociale omgeving en omgeving. Een van de belangrijkste doelstellingen van adolescenten is het bereiken van autonomie, wat een innerlijke reis vereist langs zekerheid en verwarring, tevredenheid en onvrede. (…) De meeste adolescenten ervoeren gevoelens van angst en ontmoediging die hun dagelijkse levensstijl sterk beïnvloedden.’


  • Chili droogt op door avocado’s voor het buitenland

    Chili droogt op door avocado’s voor het buitenland

    Chili kampt al jaren met een grote droogte en een tekort aan water, wat in belangrijke mate aan de dorstige avocado-industrie te wijten is. Bovendien is door privatisering de drinkwaterrekening torenhoog. Toch zijn de bewoners van het dorpje Petorca blij met de kansen die de avocado hen biedt.

    Avocadodroogte

    In 2016 publiceerden wij een longread over de ‘oergezonde waterslurper’: de geliefde avocado. De bekendste soort superfood die er is, maar blijkbaar zijn voor de productie enorme hoeveelheden water nodig, waardoor de landen van herkomst, zoals Brazilië, Chili, Spanje, Zuid-Afrika en Peru, gevaar lopen.

    Deze reportage over een Chileens dorpje maakt duidelijk hoe ingewikkeld het probleem is. Zo zijn de bewoners als de dood dat door slechte pers mensen stoppen met avocado’s eten.

    Net buiten Petorca, een dorp in de gelijknamige provincie op ruim drie uur rijden ten noorden van de hoofdstad, ligt plantage La Chimba. Aan weerszijden van de ingang staan metershoge palmbomen. Achter hoge hekken groeien de avocado’s. Ook hier hebben ze een aanhoudend tekort aan water. 

    Hector Cavieres is opzichter, hij wijst naar boven en zegt: ‘Daar zijn we de bomen aan het snoeien. We hadden vijftig hectare maar we snoeien terug tot dertig hectare. Die bomen doen niks meer vanwege de droogte. Op deze manier kunnen ze een jaar overleven zonder water. Mocht het gaan regenen, dan gaan ze weer groeien.’

    Chincolco22 1
    Chimbaplantage, Chincolco, Chili.

    Iets hoger op de heuvel klinkt onafgebroken het geluid van kettingzagen. Het heeft iets treurigs, al die gekortwiekte gezonde bomen. Drie mannen zagen stug door. Als een van hen even stopt om het zweet van zijn voorhoofd te vegen, vertelt hij dat ze per omgezaagde boom betaald krijgen. ‘We tellen zelf de bomen, per rij staan er dertig. Voor een grote boom krijgen we meer dan voor een kleine.’ Op de vraag of hiermee een redelijk salaris te verdienen valt zegt hij een beetje aarzelend: ‘Jawel. Er wordt op heel veel plaatsen gesnoeid omdat er geen water is.’

    Het afgelopen jaar heeft La Chimba 700.000 kilo avocado’s geoogst. ‘Alle mooie avocado’s zijn voor de export,’ vertelt Cavieres, ‘als ze niet de goede maat hebben, kunnen we ze niet exporteren. Weinig water en de droogte leveren een kleinere avocado op, die blijven in Chili. Dit jaar kunnen we maar ongeveer 10 procent van het aantal van vorig jaar exporteren, zo’n 80.000 kilo.’ Cavieres gaat weer aan het werk, op zijn crossmotor scheurt hij tussen de avocadobomen weg.

    Zwaar werk

    Tijdens de oogst van de avocado’s werken hier vijfentwintig mensen die zijn ingehuurd via een soort uitzendbureau. Met lange stokken waaraan een net en een soort schaar zitten, verdwijnen ze tussen de bomen. Stevige zakken hangen aan hun schouders, hier worden de losgeknipte avocado’s in verzameld. Wanneer de zak vol is sjouwen ze hem naar de weegschaal. Hoe voller, hoe beter.

    Een meisje schrijft op een wit vel papier hoeveel kilo iemand geplukt heeft. Aan het einde van de dag telt ze alles op en wordt er uitbetaald. 

    De mannen, en een enkele vrouw, werken gestaag en veelal zwijgend door. Een van de mannen zegt: ‘Als je alleen lagere school hebt, kun je eigenlijk alleen in de landbouw werken en dan betaalt een avocadoplantage het best. Het ligt aan de grootte van de avocado wat we verdienen. Meestal rond de 24 euro per dag. Maar dan moet je goede en grote avocado’s hebben.’

    Hij knikt: ‘Ja, het is zwaar werk.’ En weg is hij weer, tijd is hier geld.

    Het is een slecht avocadojaar voor La Chimba. Ook hier verlangt men naar regen. 

    Lees ook:

    Een kilometer of twintig noordwaarts staat het bedrijf Agricola Santa Juana. Een grotere speler op de avocadomarkt. Met een heus ontvangstkantoor en een receptioniste. Ze belt haar meerdere maar die laat weten niets te willen zeggen. Buiten hangt een van de chefs over zijn autoportier en vertelt dat ze slechte ervaringen hebben met een Duits tijdschrift waarin werd opgeroepen de avocado niet meer te eten. 

    ‘Als het niet gaat regenen moeten we ons water ergens anders vandaan halen, uit de zee bijvoorbeeld’

    Manuel Montenegro (65) uit Chincolco ziet ook voordelen van de avocadoplantages in de regio. De werkgelegenheid bijvoorbeeld. ‘Verder is hier weinig werk. Er zijn alleen avocado’s, noten en cactussen.’

    Zijn dochter woont even verderop, vertelt hij. Al twintig jaar, in een wijkje waar veel alleenstaande vrouwen met of zonder kinderen wonen. Werken bij een avocadoplantage gaf deze vrouwen financiële onafhankelijkheid. Manuel knikt: zeker, dat is belangrijk, met eigen geld hebben ze geen man meer nodig. De verdiensten van zijn dochter zijn ongeveer 420 euro per maand. 

    Dat het watertekort een probleem is voor de regio zal hij niet ontkennen. ‘Sí, claro, avocado’s hebben veel water nodig. Dat heeft absoluut consequenties. Als het niet gaat regenen moeten we ons water ergens anders vandaan halen, uit de zee bijvoorbeeld.’

    Chincolco27 1 1 1 1

    Complex van factoren

    Op de vraag of de grote avocadotelers ook schuld hebben aan het watertekort geeft watermanagementspecialist Ricardo Ferreira uit La Ligua een ontwijkend antwoord. De problematiek van de provincie Petorca is een complex van factoren, zegt hij. Zo is een groot aantal waterrechten toegekend aan landbouwbedrijven zonder de resultaten van eerdere studies over de hoeveelheid water in de bekkens mee te nemen. ‘Ook daarom is er nu een tekort aan water.’

    Andere oorzaken zijn volgens hem het gebrek aan regen en het ontbreken van een bergketen in de provincie Petorca die het mogelijk zou maken om waterreserves vast te houden.

    Over de privatisering van water zegt Ferreira: ‘De huidige waterwet stamt nog uit de tijd van de dictatuur. Water mag als product worden verhandeld. De overheid levert gratis waterrechten aan private partijen en dat maakt het voor de overheid moeilijk om de watervoorraden te beheren. Het is dus van groot belang dat de grondwet gewijzigd wordt en er een nieuwe waterwet komt, zodat de overheid op democratische wijze het beheer over het water krijgt. Want nu kunnen waterrechten ook gekocht, verkocht of geleased worden zonder dat er rekening wordt gehouden met plaatselijke prioriteiten, zoals de behoefte aan drinkwater.’

    Lees ook:

    Er moeten verschillende acties ondernomen worden om het beheer van de watervoorraden te verbeteren en om nieuwe bevoorradingsbronnen te genereren.

    Ontzilting van zeewater is een initiatief dat ongetwijfeld belangrijk is, denkt Ricardo Ferreira. Zeker voor menselijke consumptie. Voor de landbouw zou het nog beter onderzocht moeten worden, maar de uitvoeringskosten zijn zeer hoog.

    Zout

    Ook Paula Quiroz (70) denkt dat het gebruik van ontzout zeewater een oplossing voor het watertekort zou kunnen zijn. ‘Hemelsbreed zitten we hier op zestig kilometer van de oceaan. We zitten niet zo hoog in de bergen, dus het kan niet heel moeilijk zijn om het water hierheen te brengen. We zijn te afhankelijk van regen die er niet is.’

    Wat te doen met al het zout? ‘Daar kunnen bakstenen van gemaakt worden,’ oppert Paula, ‘of we verkopen het aan landen waar het veel sneeuwt.’

    Ze lacht om haar laatste opmerking maar ze meent het wel, want ook zij maakt zich zorgen. Het grondwater daalt, de landbouw slaat steeds diepere putten, soms wel tot honderdvijftig meter diep. 

    Chincolco31 1 1

    Paula daalt de houten trap af die vanuit haar keuken naar de tuin leidt. Ze stapt over het betonnen irrigatiekanaal waar een keer per week water doorheen stroomt vanuit een verderop gegraven put. Omdat Paula relatief dicht bij die put zit, krijgt zij nog water maar de mensen die verder weg wonen moeten het zonder stellen, ‘daar komt het water niet eens’. 

    De dorre takjes op de droge grond knisperen onder haar voeten bij iedere stap die ze zet. ‘Kijk,’ zegt ze en ze buigt zich voorover naar een zwarte tuinslang met hele kleine gaatjes. ‘Dankzij dit irrigatiesysteem kan ik nog een paar fruitboompjes houden.’ Sinds een maand heeft ze deze slang in haar tuin. Heel langzaam, druppel voor druppel, komt er water uit de gaatjes. 

    Tegenwoordig moeten we ook betalen aan de fabriek die het water reinigt, voor de elektriciteit die dat kost en voor de leidingen

    Water is duur, en aan deze kant van het dorp is het nog duurder ‘dan beneden’, waar de bewoners water krijgen via een ander bedrijf. ‘Wij hebben een coöperatie voor het drinkwater,’ zegt Paula. ‘Vroeger was het goedkoop, toen betaalden we alleen het opgepompte water. Tegenwoordig moeten we ook betalen aan de fabriek die het water reinigt, voor de elektriciteit die dat kost en voor de leidingen.’ 

    De dorpsbewoners willen zich aansluiten bij een zonnepanelenproject om de kosten omlaag te brengen. Deze projecten worden gesubsidieerd door de overheid. 

    Chincolco13 1 1
    Paula Quiroz: ‘Dankzij dit irrigatiesysteem kan ik nog een paar fruitboompjes houden.’

    Van Paula’s tuin is nog maar een fractie beplant. Het grootste gedeelte ligt braak. Aan de randen groeien nog cactussen. Die krijgen haar afwaswater om te drinken. ‘Want ik wil echt niet dat mijn cactussen doodgaan.’

    Het is rond een uur of drie als Paula in haar oude Peugeot stapt. Ze klemt haar handen strak om het stuur en rijdt met dertig kilometer per uur naar haar zussen beneden in het dorp voor het dagelijkse theeritueel.

    Kleine groene oase

    Jorge Castro (70) brengt regelmatig hooi en stro bij Maria Roderiquez (78), die boven op een berg woont. Jorge rijdt met zijn pick-up kilometers over een onverharde weg, steekt de droge rivierbedding over en vervolgens gaat het omhoog, de bergen in. 

    Maria staat al op de uitkijk. Een struise dame met een verweerde, gebruinde huid zoals alleen mensen kunnen hebben die buiten wonen, daar waar de zon veel schijnt en de wind vaak waait. Ze leunt op een stok. Aan verschillende bomen zijn honden vastgebonden. Ze blaffen hard tegen elkaar op tot Maria en Jorge uit hun zicht verdwijnen. Maria gaat maté maken, een traditionele Argentijnse thee met kruiden en vooral ook veel suiker. Als Maria geen maté drinkt, krijgt ze hoofdpijn, zegt ze. Geboren en getogen is ze op deze plek. Zeven kinderen heeft ze er grootgebracht, en ze is hier alle dagen, behalve die ene keer per maand dat ze ‘naar beneden’ gaat om olie, thee, suiker en rijst te halen. 

    Ze slurpt van haar maté en knikt: ‘Ja, er is heel veel veranderd. Ik heb geen groenten meer in de tuin, vijf jaar geleden had ik nog mooie grote aardappelen. Maar de waterput is helemaal opgedroogd.’ Ook heeft Maria bijna geen dieren meer vanwege de droogte. Die eten een baal hooi per dag. ‘Ik kan geen dertig hooibalen per maand kopen van tien euro per stuk.’

    Toch prijst Maria zich gelukkig, zij kan het afvalwater opvangen uit de even verderop gelegen kopermijn. Daarmee heeft ze een kleine groene oase gecreëerd naast haar golfplatenhuisje, met druivenranken als afdak tegen de brandende zon.

    Chincolco06 1
    Maria Roderiquez: ‘Ik heb geen groenten meer in de tuin, vijf jaar geleden had ik nog mooie grote aardappelen. Maar de waterput is helemaal opgedroogd.’

    ‘Als ik hier drinkwater voor moest gebruiken dan zou ik een hele hoge waterrekening hebben. Ik dank God voor het water uit de mijn.’ 

    Nee, Maria gaat hier nooit meer weg. Onlangs zei een kleinkind tegen haar: ‘Oma, als u doodgaat dan kom ik hier wonen.’ Maria lacht: ‘Hij heeft erover nagedacht want hij wil een opvang voor gepensioneerde geiten beginnen.’

    Ze kijkt op haar horloge, dat aan haar schort geknoopt zit. Het is kwart voor twaalf, ze wil gaan koken.

    Brandbrief 

    Barbara Astudillo (31) opgegroeid in de provincie Petorca, is ecofeministe en onderzoeker bij Fundación Territorios Colectivos. Ze voert al jaren actie. ‘Want in het gebied waar ik zoveel van hou, worden de mensen- en milieurechten geschonden zodat men geen toegang heeft tot water.’

    Astudillo is van mening dat Chili nu prioriteit moet geven aan klimaatveranderingswetten en vermindering van het water- en energieverbruik van grote industrieën. Ook zij vindt dat de grondwet moet worden aangepast, maar er is in Chili gebrek aan politieke wil om veranderingen teweeg te brengen. 

    ‘Stop met de privatisering van water,’ zegt ze, ‘transformeer het naar een nationaal bezit waarbij de consumptie door burgers en de ecologische belangen vooropstaan. Maak de economie daaraan ondergeschikt.’

    Chincolco01 1 1 1 1
    Chincolco, Chili.

    Onlangs heeft ze een brandbrief gestuurd naar de speciaal rapporteur van de VN voor water en hygiëne Leo Heller. Daarin schrijft ze onder meer dat met name de gemeenten Cabildo, La Ligua en Petorca al jarenlang te lijden hebben onder het watergebruik van de agrobusiness, door de aanplant en het telen van citrusvruchten en avocado’s.

    Er groeien nog wat cactussen maar zelfs die hangen er een beetje treurig bij

    Dorpen zitten zonder watervoorziening als gevolg van accumulatie van grote hoeveelheden zoet water in boven- en ondergrondse kanalen voor deze agro-industriële bedrijven. Regelmatig zijn ze aangeklaagd door nationale en internationale organisaties zoals het bekende Chileense Modatima. De leiders van deze milieuactivistische organisatie worden niet zelden vervolgd en soms zelfs met de dood bedreigd. 

    Veel gezinnen worden tegenwoordig bevoorraad met een tankwagen, vijftig liter per persoon per dag. ‘Ja, natuurlijk is dat veel te weinig,’ zegt Barbara, ‘maar het is complex om met gebrek aan overheidsbeleid en investeringen de watercrisis in dit gebied te bestrijden.’

    Onlangs heeft het geregend in de provincie Petorca, voor het eerst in zestien jaar.

    ‘Maar het water bereikte de rivieren van onze vallei niet,’ verzucht ze. ‘Het bleef achter in de bassins van de avocado- en citrusfruittelers. Betaald met het geld van alle Chilenen om de grote ondernemers van het land te subsidiëren. We moeten de wereld écht anders in gaan richten.’

    Verloren paradijs

    Aan de onverharde weg tussen Petorca en Chincolco staat achter een hek het huisje van Zoila Lemus (73). De hond blaft onophoudelijk, zoals eigenlijk overal. Zoila woont hier samen met haar dochter en haar twee kleindochters. Alle bomen in haar tuin zijn dood, zo ook alle groene planten. Er groeien nog wat cactussen maar zelfs die hangen er een beetje treurig bij. 

    Het huisje kijkt uit op gortdroge bergen. Aan het einde van de vorige eeuw waren deze bergen veel groener. Maar men kapte alle bomen om de huizen te verwarmen en om te koken. Niemand plantte ooit een boom terug. 

    Zoila’s woning staat aan de oever van een rivier waar al twintig jaar geen water meer door stroomt. Ze pakt een ingelijste foto van een kastje. ‘Kijk,’ zegt ze, ‘de rivier was vroeger prachtig, we konden er zelfs in zwemmen. Onze tuin stond vol bomen en rozen in allerlei kleuren. We verbouwden alles zelf: tarwe voor het brood, bonen, mais, linzen, aardappelen, uien, knoflook, courgettes. Gewoon om zelf te eten en om in te maken. Nu kan ik hier niks meer laten groeien. We wonen in een woestijn zonder water. Alle putten die we gegraven hebben zijn opgedroogd.’

    Chincolco12 1 1 1 2
    Zoila Lemus: ‘De rivier was vroeger prachtig, we konden er zelfs in zwemmen. Onze tuin stond vol bomen en rozen in allerlei kleuren.’

    Zoila en haar familie krijgen vijftig liter water per dag om te koken, te wassen en te douchen. ‘Je kunt je beter wassen met een bakje water. Haren wassen kost heel veel water, we gebruiken een sok om ons haar nat te maken.’

    Tot voor kort kwam er een tankwagen om het water te brengen maar Zoila heeft sinds een maand een nieuwe waterput. Met een automatisch systeem dat niet goed werkt. ‘Soms hoor je water, soms hoor je niks. Maar het bedrijf dat de meter heeft geïnstalleerd geeft niet thuis.’

    Maar heeft ze, als het systeem goed zou werken, dan wel genoeg water?

    Zoila schudt haar hoofd: ‘Nee, er komt een liter water per seconde langs voor acht families.’ 

    Ze legt uit hoe het met de waterrechten in Chili zit. Het gaat zoals gezegd om een wet die nog stamt uit de tijd van de dictator Pinochet. Je kon je toen inschrijven voor water: een boer met bijvoorbeeld drie hectare grond had recht op drie ‘delen’ water. ‘Maar,’ zegt Zoila, ‘dat ging over oppervlaktewater. Ook voor het ondergrondse water kon je rechten kopen maar dat wisten de boeren niet. Het recht op ondergronds water is stiekem verkocht aan grote bedrijven. Die eisen nu alles op en oppervlaktewater is er allang niet meer. De regering moet nu de rechten kopen van die bedrijven zodat ze het water kan verdelen. Al die bedrijven verdienen er nog meer aan. En ik heb geen “recht” op water. Dat is waarom de mensen de grondwet willen veranderen.’

    Soms is er een project vanuit de overheid. Zo zouden Zoila en haar buren ook een waterleiding krijgen, er was bijna 35.000 euro voor beschikbaar. Verschillende aannemers en onderzoekers zijn langs geweest om te bestuderen hoe dat zou moeten. Al het geld is opgegaan aan onderzoek en er is verder niks gebeurd.

    Buiten blaft de hond. ‘Pasqalle!’ roept Zoila, ‘de hond!’ De oudste kleindochter hoort het niet. Ze is doof. Ze kunnen het niet bewijzen maar Zoila is ervan overtuigd dat het komt omdat haar dochter, toen drie maanden zwanger, op de avocadoplantage liep op het moment dat er een vliegtuigje overvloog met pesticiden.

    Ze trekt haar kleindochter even stevig tegen zich aan, de hond buiten is inmiddels stil.

    Auteur: Karin Stroo

    Foto’s: Goedele Monnens

  • Hoe de pandemie het populair futurisme veranderde

    Hoe de pandemie het populair futurisme veranderde

    Speculatieve non-fictie was lange tijd vooral gericht op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijf – en dus op het verdienen van geld. Mede door de pandemie kunnen we het populaire genre mogelijk aanwenden voor een betere toekomst.

    De pandemie, die in veel opzichten vreemder is dan sciencefiction, heeft veel discussie uitgelokt over de rol van speculatieve fictie bij onze toekomstvoorstellingen. Waar sommigen in de mogelijkheden die zulke verhalen voorspiegelen antwoorden zien op onzekere tijden, vragen anderen zich af waar deze dystopische visioenen eindigen. Maar misschien is het net zo relevant om ons weer eens in de speculatieve non-fictie te verdiepen, een zich constant ontwikkelend genre dat we als ‘populair futurisme’ zouden kunnen betitelen.

    Wat zijn de kenmerken van een ‘populair-futuristisch’ boek? Het schetst mogelijke toekomstperspectieven, belicht nieuwe belangwekkende trends en belooft manieren waarop zelfs niet-gespecialiseerde lezers deze inzichten op hun eigen leven en werk kunnen toepassen. Zo’n boek heeft waarschijnlijk een fascinerend omslag, in een stijl die dateert van het werk dat met recht en reden een pionier in dit genre kan worden genoemd en nog altijd toonaangevend is: Toekomstshock van Alvin Toffler. Dit boek, dat het concept ‘futurisme’ populair maakte in de mainstreamcultuur en in de zakenwereld en kortgeleden zijn vijftigste verjaardag vierde, verscheen in de meest veelkleurige versies, zodat het als een neonregenboog in het oog zou springen vanuit de schappen van de boekwinkels. Andere titels hebben een kinetische belettering die je vanaf de pagina tegemoet vibreert alsof ze zich met hoge snelheid verplaatst. De toon van de boeken houdt meestal het midden tussen start-uppitch en zelfhulpmantra en straalt het profetische zelfvertrouwen uit van de teruggekeerde tijdreiziger.

    Wat er komen gaat

    Hoewel hun inhoud mee verandert met de tijdgeest, blijft datgene wat ons in populair-futuristische boeken aantrekt hetzelfde: we willen allemaal weten wat er komen gaat. Ze boren de oeroude kracht van de toekomst aan om ons te boeien en bang te maken, op zo’n manier dat onze hedendaagse angsten erdoor worden gesust en aangewakkerd. Zoals alle populair-wetenschappelijke of zelfhulpteksten beloven ze signaal van ruis te scheiden en geven ze ons wat geruststellende (zij het illusoire) controle in een chaotische wereld. Ze laten zien wat de toekomst ons brengt, ook al oogt het heden nog als zo’n warboel.

    Maar de belangrijkste belofte die ten grondslag ligt aan de canon waarvan Toekomstshock de eersteling is, is dat lezers zich met de juiste vooruitziende blik niet alleen kunnen voorbereiden op wat komen gaat, maar er ook van kunnen profiteren. Deze onschuldige vorm van handelen met voorkennis stelt de toekomst voor als een bulkgoed, als een oefening in tijdsbeoordeling waarbij kennis van nieuwe ontwikkelingen financieel voordeel oplevert. Het is geen toeval dat de auteurs van zulke boeken traditioneel een wit, mannelijk en kapitalistisch wereldbeeld hebben; velen van hen werken als in de toekomst gespecialiseerde consultants in het grijze gebied tussen zakenwereld, overheid, technologie, reclame en sciencefiction. 

    Deze zakelijke benadering is tot nu toe dominant in het populair futurisme, maar dat zou wel eens kunnen veranderen. Het afgelopen jaar is er een verbazingwekkend groot aantal nieuwkomers aangetreden, wat gek genoeg voor de hand ligt in een tijd waarin grote onzekerheid heerst over wat er morgen zal gebeuren, om over het komende decennium nog maar te zwijgen. Kan zo’n traditioneel zelfgenoegzaam genre nog enige troost bieden, laat staan deugdelijke inzichten?

    De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld

    Om die vraag te beantwoorden moeten we terug naar Toekomstshock. Hoewel de titel ons tegenwoordig nog maar vagelijk bekend voorkomt, werd het boek na zijn publicatie in juli 1970 algauw wereldberoemd. Het ging in miljoenen exemplaren over de toonbank, er werd een door Orson Welles ingesproken documentaire van gemaakt en de titel inspireerde Curtis Mayfield tot een song [Future Shock]. Het boek gaf mede aanzet tot een genre dat nog altijd bloeit en bezorgde Toffler een decennialange carrière als auteur, deskundige en consultant. Herlezing van Toekomstshock toont aan dat het boek niet alleen de kiem heeft gelegd voor de powerpointprofetieën van de TED Talk-cultuur en een hele bedrijfstak van toekomstconsultants heeft gecreëerd, maar ook onze toekomstvisie heeft vormgegeven.

    Ook als fysiek object was het opvallend. Het was zo’n vijfhonderd pagina’s dik, het omvangrijke register niet meegerekend. Het was kleurrijk en, nou ja, futuristisch, tot het ronde maar robotachtige lettertype van de titel aan toe, dat was gebaseerd op het MICR-font [Magnetic Ink Character Recognition], ontworpen om door zowel mensen als machines te kunnen worden gelezen. Futurist Scott Smith herinnert zich dat hij als jongen de lijvige paperback op het nachtkastje van zijn ouders zag liggen en deze er zowel eng als verleidelijk vond uitzien; half grappend zegt hij dat hij er zijn beroepskeuze aan dankt.

    Alvin Toffler, de auteur wiens naam in onuitwisbare letters op het omslag prijkt, was een journalist uit Brooklyn die in het begin van zijn carrière samen met zijn vrouw Heidi schreef over progressieve politiek en de arbeidersbeweging. Ze werkten samen aan een trilogie waarvan Toekomstshock het eerste deel was, maar Heidi werd pas in een later boek officieel erkend als auteur. Dat zelfs een toekomstgericht powerkoppel in dit opzicht verbazingwekkend ouderwets was, bewijst maar weer eens dat we allemaal bevattelijk zijn voor de blinde vlekken van onze tijd, net als Toekomstshock.

    Het kernbetoog van het boek is wellicht herkenbaar, misschien omdat Toffler het zo overtuigend beargumenteerde dat het een cliché is geworden: de wereld veranderde in een exponentieel toenemend tempo, waardoor mensen in ‘shock’ raakten en worstelden om het hoofd boven water te houden. In elk geval in de westerse landen onderging de maatschappij een ingrijpende historische verandering toen de industriële revolutie plaatsmaakte voor de informatie-economie; die verandering werd op haar beurt versneld door nieuwe technologieën op het gebied van massacommunicatie. De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld. Het boek probeerde deze nieuwe toestand te doorgronden, de ‘bronnen en symptomen’ ervan bloot te leggen en mogelijke manieren te bedenken om de effecten te verzachten.

    Hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek

    De belangrijkste strategie om de toekomstshock te bestrijden, aldus Toffler, was om zich met extra kracht op de toekomst zelf te richten. Hij riep overheidsinstanties op om grootschalige toekomststudies te financieren, sciencefictionauteurs om meer methodische toekomstvoorspellingen in hun boeken op te nemen en Amerikaanse scholen om toekomstgerichte lessen te geven (als tegenwicht tegen geschiedenislessen). ‘Om zulke beelden in het leven te roepen en daarmee de impact van een toekomstshock te verzachten,’ schreef hij, ‘moeten we allereerst zorgen dat speculeren over de toekomst iets respectabels wordt.’

    Dit was geen nieuwe uitdaging; ook H.G. Wells had zich moeite getroost te benadrukken dat de systematische poging om mogelijke toekomsten te projecteren op basis van hedendaagse gegevens een vorm van wetenschap zou kunnen zijn, en niet alleen maar waarzeggerij. Maar dankzij Tofflers boek werd het futurisme een mainstreamfenomeen, dat zich niet beperkte tot militair gebied (zoals de nucleaire scenario’s die de RAND Corporation als eerste uitwerkte), maar ook op de ‘zachte’ sectoren van het dagelijks leven toepasbaar was, van ‘politiek en speelplaatsen tot skydiven en seks’.

    Maar behalve door zijn inhoud vond Toekomstshock ook veel weerklank door zijn stijl. Naar het voorbeeld van de Canadese mediatheoreticus Marshall McLuhan, wiens vermogen om grote ideeën in pakkende soundbites te presenteren onmiskenbaar een inspiratiebron was, maakte Toffler van het medium de boodschap. Zijn toon is evenzeer gealarmeerd als energiek, professoraal als ademloos. Hij spreekt van een ‘vuurstorm van verandering’, van het ‘zinderende schokeffect’ van nieuwe ideeën, van ‘pijlsnel groeiende’ populaties; zijn taalgebruik wedijvert met de voortstuwingssnelheid die hij beschrijft. Hij gebruikt pakkende termen als ‘ad-hoccratie’; hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek.

    Zelfs wanneer Toffler de potentiële gevaren van versnelde verandering schildert, zoals ongelukken op boorplatforms of besluitvormingsalgoritmen, en de noodzaak van regelgeving benadrukt, gelooft hij dat oplossingen gelegen zijn in een grondige oriëntatie op toekomstige transformaties. ‘De kracht van de technologische ontwikkelingsdrang is te groot om door vooruitgangssceptici te worden gestopt,’ schrijft hij, en ondanks de soms waarschuwende toon definieert het boek op een bedwelmende manier de voorwaarden voor zijn eigen wereldbeeld. ‘Is dit allemaal overdreven?’ luidt zijn beroemde vraag. ‘Ik denk het niet.’

    Optimaliseren

    Zoals de krachtige stijl van Toekomstshock een bestseller heeft gemaakt, zo heeft het succes van het boek de weg gebaand voor een heel genre dat met de beslommeringen van elk navolgend tijdperk is mee veranderd. Eén subgenre van populair-wetenschappelijke boeken die snel na Toekomstshock verschenen, was sterk gericht op het voorspellen van consumentengedrag, te beginnen in 1982 met Megatrends van John Naisbitt en eindigend in 1991 met The Popcorn Report van de nestrix van de trendspotters: Faith Popcorn.

    Met de eerste dot.com-boom werd technologie een algemener thema, ongetwijfeld geholpen door het zelfbeeld van Silicon Valley als de plek waar de toekomst haar beslag krijgt. Deze nieuwe fase van het genre gaf de prioriteit aan innovaties op hardware- en softwaregebied, en sommige titels begonnen de wildste technologische grenzen op te zoeken, zoals The Age of Spiritual Machines (1999) van Ray Kurzweil en Physics of the Future (2011) van Michio Kaku. Maar of hij nu zakelijk banaal of cybergnostisch is, de klassieke populair-futuristische canon vooronderstelt een publiek dat industrieën wil ontmantelen met behoud van de status quo. Zelfs futuristen als Kurzweil, een van de herkenbaarste hedendaagse auteurs en een erfgenaam van Toffler, presenteren ideeën die revolutionair lijken – de uniciteit, de mogelijkheid van onsterfelijkheid – in een taal die wordt beperkt door individualistisch ondernemersdenken. Alles is doordesemd van de logica van het optimaliseren van alles en iedereen, zelfs van onze ziel.

    Gedurende het grootste deel van hun geschiedenis hebben deze boeken zich vooral op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijfsmatige futurisme gericht. Vaak onder invloed van de agenda van haar klanten, concentreert de toekomstbranche zich op het oplossen van de problemen waarvoor ze is ingehuurd. Omdat ze zijn voortgekomen uit organisatieadviesbureaus en oververhitte start-ups, zijn futuristen meer geïnteresseerd in, en kunnen ze zich gemakkelijker een voorstelling maken van ruimtekolonies en het eeuwige leven – voor sommigen een rechtstreekse weg naar winst – dan van een kwestie als het afschaffen van gevangenissen.

    (Een nieuwe ster aan Tofflers toekomstversnellingsfirmament, maar zonder zijn weloverwogen zorgen te delen, is The Future Is Faster Than You Think van Peter Diamandis en Steven Kotler, waarin ademloos wordt beschreven hoe nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie ertoe zullen leiden dat de mensheid ‘een grotere omwenteling zal meemaken en meer rijkdom zal creëren dan in de afgelopen honderd jaar’. Wie met de omwenteling wordt geconfronteerd en naar wie de rijkdom gaat is niet moeilijk te raden. Problemen als klimaatverandering, stelt het boek, kunnen te lijf worden gegaan met zich steeds verder ontwikkelende gadgets, zoals goedkopere zonnepanelen en brandweerdrones.)

    Kathedraaldenken

    Maar terwijl de regels en de definitie van het ‘toekomstdenken’ veranderen en zich verspreiden via andere stemmen, geografieën en ideologische structuren, verandert het populair-futuristische boek mee – en treedt het soms uit Tofflers voetsporen, als het al niet een geheel nieuwe weg inslaat.

    Vorig jaar verscheen After Shock, een officiële hommage aan Toekomstshock. De bundel bevat lovende maar zeker ook kritische woorden van de hand van meer dan honderd hedendaagse futuristen en denkers. Het boek How to Future: Leading and Sense-Making in an Age of Hyperchange van Scott Smith en Madeline Ashby staat voor een stap in een andere richting en beschrijft strategieën voor het begeleiden en creëren van verandering in verschillende contexten, die zich lang niet altijd beperken tot het commerciële en technologische domein. Het is een bewonderenswaardige poging om tot een ‘toekomsthandleiding’ voor verschillende doelgroepen en doelstellingen te komen, geïllustreerd met de toepassing van bijvoorbeeld scenarioplanning, een in de Koude Oorlog door militairen ontwikkelde methodologie, op terreinen als non-profitmanagement en gezondheidszorg. De casestudy’s en procesbeschrijvingen zijn verhelderend, al gaat de gedetailleerdheid soms te ver voor de niet-academische lezer die het in de naaste toekomst niet als handboek zal gebruiken.

    Ook het veelgenoemde idee van ‘langetermijndenken’ duikt in diverse recente boeken op als een cruciaal middel om een andere existentiële dreiging te lijf te gaan: de klimaatcrisis. In De goede voorouder roept filosoof Roman Krznaric kalm op tot een heroriëntering op de toekomst, niet ten bate van onszelf (zoals typerend is voor het populair-futuristische boek), maar van onze verre nazaten. Hij gebruikt de term ‘kathedraaldenken’ voor reusachtige projecten die niet tijdens ons eigen leven zullen worden afgerond, maar waarmee nu wel hoognodig een begin moet worden gemaakt, vergelijkbaar met het werk van verschillende generaties aan de middeleeuwse kathedralen die hun achterkleinkinderen pas voltooid zouden zien.

    Waar in boeken als Toekomstshock de toekomst wordt beschreven als een reusachtige golf die onontkoombaar en verpletterend op ons af raast, is de centrale metafoor in het boek van Krznaric (dat soms leest alsof je door een stil bos dwaalt) de eikel. Het gaat erom dat je bijvoorbeeld niet alleen maar bomen plant (al wordt herbebossing letterlijk een cruciaal langetermijnproject genoemd), maar ook het belang en het potentieel van het huidige moment benadrukt, hoe gebrekkig ook, om de toekomst te beïnvloeden.

    Interactieve kaartspellen zijn misschien wel beter dan een boek in staat de vreemde, veranderlijke manieren te belichamen waarop de toekomst zich ontvouwt

    Het meest inventief wordt dit thema misschien wel onderzocht in populair-futuristische projecten die de grenzen van het boek volledig overschrijden. Een daarvan is Afro-Rithms from the Future, een digitaal kaartspel dat spelers uitdaagt toekomstscenario’s te bedenken met een expliciete focus op zaken als sociale rechtvaardigheid en ongelijkheid. Tot het team dat het spel heeft ontwikkeld behoren futurist, acteur en kunstenaar Ahmed Best en Lonny Brooks, universitair hoofddocent Communicatie aan de California State University. Het spel maakt gebruik van afrofuturistische denkwijzen en kunstvormen om radicale visies op een rechtvaardiger wereld te stimuleren en groepsdiscussies uit te lokken over het veranderen van de huidige situatie om zover te komen. De kosmische, bontgekleurde kaarten zijn uitnodigend en in scherp contrast met het beeld van blauwe lasers dat maar al te vaak de standaardesthetiek van de ‘toekomst’ vormt. Interactieve kaartspellen en collectieve verhaalprojecten zijn misschien wel beter dan een lineair boek in staat de vreemde, veranderlijke, participatieve manieren te belichamen waarop de feitelijke toekomst zich ontvouwt.

    Ook voordat de coronapandemie begin 2020 over de wereld begon te razen, hadden de catastrofale vooruitzichten voor de planeet – klimaatverandering, opkomend nationalisme, systemische ongelijkheid, technologie die meer problemen veroorzaakt dan oplost – iedere hoop op een stabiele toekomst al de bodem ingeslagen. Maar een heel klein lichtpuntje is misschien dat dit het jaar kan worden waarin we het duidelijkst beseffen dat we op een geheel nieuwe manier over de toekomst zullen moeten praten, als we die rechtvaardig en duurzaam willen maken voor iedereen. Net als in 1970 wordt de toekomst momenteel gevormd door ingewikkelde interacties van mensen, systemen, gemeenschappen en materiële en milieuomstandigheden – en door de verhalen waardoor die interacties worden beïnvloed.

    Dit nieuwe hoofdstuk van populair futurisme toont zijn blijvende aantrekkingskracht als een vertrouwd dialect, ook al is de boodschap die het genre brengt nu van een andere urgentie. Misschien kan het nog altijd nieuwe toekomstperspectieven voor een gezondere wereld bieden, maar die moeten dan wel net zo levendig en onweerstaanbaar overkomen als Toekomstshock vijftig jaar geleden. Waar Toffler en zijn volgelingen de versnelde, door winstbejag gedreven toekomst duizelingwekkend maakten, probeert de volgende generatie denkers deze paradox op te heffen en tragere, meer op herstel en gemeenschapszin gerichte toekomsten te verzinnen, die even onweerstaanbaar zijn.

  • Smeltende gletsjer is mondiaal gevaar | Ikea krijgt een boete

    Smeltende gletsjer is mondiaal gevaar | Ikea krijgt een boete

    Waarom deze smeltende gletsjer een mondiaal gevaar is

    De smeltende Pine Island-gletsjer van West-Antarctica stond al bekend als de grootste aanjager van de zeespiegelstijging. Dat wordt nog erger omdat de ijsplaat versneld uiteenvalt. Dit schrijft The Washington Post naar aanleiding van een nieuw onderzoek dat afgelopen vrijdag werd gepubliceerd.

     De Pine Island-gletsjer, een ijsrivier van 260 kilometer lang, staat bekend als de zwakke plek van West-Antarctica. Hij draagt meer bij aan de zeespiegelstijging dan enige andere gletsjer van het continent en behoort tot de snelst smeltende gletsjers ter wereld.

    In tegenstelling tot andere Antarctische gletsjers, wordt de Pine Island-gletsjer niet beschut tegen de opwarmende oceaan door een grote massa zee-ijs. Het enige dat voorkomt dat hij rechtstreeks in de Amundsenzee stroomt, is een drijvende ijsplaat aan de voorkant van de gletsjer. Die fungeert als een kurk in een fles die de enorme druk aan de achterkant opvangt.

    Maar die ijsplaat scheurt nu zelf uit elkaar. De afgelopen vijf jaar ging een vijfde van zijn massa verloren, waardoor ijsbergen zo groot als steden zijn afgestoten. Er zijn scheuren ontstaan in het midden van de ijsplaat, hetgeen mogelijk bijdraagt aan de instabiliteit.

    Als dit proces doorgaat, ‘kan de hele ijsplaat de komende jaren uit elkaar vallen en dat is veel sneller dan we hadden verwacht’

    Inmiddels is er een nieuwe reden voor zorgen om de Pine Island-gletsjer. Volgens het onderzoek dat vrijdag in Science Advances is gepubliceerd, stroomt de gletsjer 12 procent sneller naar de oceaan dan vier jaar geleden; het gevolg van de afbrokkelende, verzwakte ‘kurk’.

    Als dit proces doorgaat, ‘kan de hele ijsplaat de komende jaren uit elkaar vallen en dat is veel sneller dan we hadden verwacht’, aldus Ian Joughin, een glacioloog aan het Applied Physics Laboratory van de University of Washington, die meeschreef aan het rapport.

    Het verlies van de ijsplaat zou het verval van de Pine Island-gletsjer verder versnellen. Hoe sneller die stroomt, hoe meer ijs er in de oceaan terecht komt, waardoor de zeespiegel stijgt. De gletsjer voegt elk jaar al een zesde millimeter toe aan de zeespiegelstijging, maar het verlies van de ijsplaat zou die snelheid kunnen verdubbelen of verdrievoudigen, volgens Joughin. Pine Island bevat ongeveer 180 biljoen ton ijs en dat is genoeg om een zeespiegelstijging van zo’n 49 centimeter te veroorzaken. ‘Ik ben echt geen catastrofedenker’, zegt Joughin. ‘Maar de staat van de ijsplaat staat zeker ter discussie.’

    Afkalven

    Eerder richtten wetenschappers zich op het langzame maar gestage dunner worden van de ijsplaat doordat warm oceaanwater eronder stroomt. Dit smelten maakt ijsplaten kwetsbaarder voor instorting tijdens de Antarctische zomer, wanneer hoge temperaturen zorgen dat het oppervlak smelt. Maar aangezien de temperaturen in West-Antarctica zelden meer dan een paar graden boven het vriespunt liggen, werd verwacht dat dat proces eeuwen zou duren.

    Wat er nu gebeurt, gaat veel sneller en is minder voorspelbaar, volgens Joughin. Het lijkt erop dat de snelle verschuiving van de gletsjer breuken veroorzaakt in de ijsplaat, wat ertoe leidt dat er meer stukken afbreken of ‘afkalven’. Computersimulaties en wiskundige modellen ondersteunen het idee dat dit proces verantwoordelijk is voor de versnelde stroming van de gletsjer.

    De ijsplaat van Pine Island kalfde vroeger om de vier tot zes jaar af, volgens NASA, maar sinds 2017 zijn er elk jaar enorme brokken ijs verloren gegaan. Radarinstrumenten aan boord van de Sentinel-1-satellieten van de European Space Agency leggen elke zes dagen beelden van de gletsjer vast, zelfs tijdens de maandenlange duisternis in de Antarctische winter. Hierdoor kunnen wetenschappers de ijsplaat bijna in realtime zien breken.

    NASA-wetenschappers vlogen in 2018 over een van de nieuwgevormde ijsbergen van Pine Island. Zelfs vanaf 450 meter hoogte besloeg een deel ter grootte van de stad Seattle het hele gezichtsveld van de onderzoekers. ‘Het was spectaculair, inspirerend en nederig makend tegelijk’, schreef Brooke Medley, projectwetenschapper voor Operation IceBridge, in een blogpost.

    Maar slechts twee jaar later braken grote stukken af van de randen van de ijsplaat. Daardoor is het alsof de kurk in de fles met de Pine Island-gletsjer aan het afbrokkelen is.

    Iets soortgelijks gebeurde in de jaren negentig en het begin van de jaren 2000 met gletsjers op het Antarctisch Schiereiland, het staartvormige deel van het continent dat zich uitstrekt naar Zuid-Amerika. Daar veroorzaakten warme temperaturen het catastrofale uiteenvallen van ijsplaten in de loop van slechts een paar jaar. Twee decennia later stromen de gletsjers van het schiereiland nog steeds twee of drie keer zo snel als voorheen, hetgeen bijdraagt aan de zeespiegelstijging.

    ‘De waarneming van zo’n zelfde proces op de Pine Island-gletsjer is nieuw en zorgwekkend’, zegt Bethan Davies, een glacioloog aan de Royal Holloway University of London die niet betrokken was bij de nieuwe studie.

    Pine Island en andere West-Antarctische gletsjers zijn veel groter dan de gletsjers die uit het Antarctische schiereiland stromen, aldus Davies, waardoor de gevolgen veel extremer zullen zijn. ‘Het verlies van ijs hier zou catastrofaal en onomkeerbaar kunnen zijn.’

    De modellen van Joughin kunnen niet zeggen wat er daarna gaat gebeuren. Hij en zijn collega’s hebben geen smeltvijvers waargenomen op het oppervlak van de ijsplaat, iets waarvan bekend is dat het ijs er minder stabiel door wordt. Het scheuren van het ijs leek in 2020 te verminderen. Maar als de versnelde stroom van de gletsjer breuken blijft veroorzaken, kan dit leiden tot een terugkoppeling waardoor de ijsplaat in een spiraal van verval terecht komt. ‘Het is zeker niet ondenkbaar dat de rest van de ijsplaat over tien jaar verdwenen is’, zegt Joughin. 

    Als ijsplaten snel en resoluut kunnen verschuiven, kan de mensheid dat ook. Door het ozongat te helen en snel actie te ondernemen tegen klimaatverandering, zullen de omstandigheden in de atmosfeer en de oceanen van Antarctica veranderen en dat zal helpen de gletsjers van het continent te stabiliseren.

    ‘De toekomst kan veranderd worden’, zegt Davies, ‘op voorwaarde dat mensen doen wat nodig is.’


    Hoe een tachtigjarige vecht voor haar taal

    In Zuid-Afrika is de kliktaal n|uu uniek, maar ook bedreigd: slechts enkele hoogbejaarden spreken het nog vloeiend. Daarom is er nu een schrijfsysteem ontwikkeld om de taal te bewaren en te kunnen onderwijzen, schrijft het Britse iNews.

    Katrina Esau groeide op in een blanke boerderij aan de rand van de Kalahari-woestijn in Zuid-Afrika tijdens de apartheid. Haar werkgever verbood haar om de taal te spreken die ze van haar moeder had geleerd. De taal N|uu, bekend van de ‘klik’klanken en ooit gesproken door de jager-verzamelaars van de Noord-Kaap die tegenwoordig bekend staan als San of ‘bosjesmannen’, was een halve eeuw lang bijna vergeten.

    Dat was het gevolg na eeuwen van uitroeiing en assimilatie van de San. Decennialang werd gedacht dat N|uu, zoals veel van de oorspronkelijke kliktalen van zuidelijk Afrika, was uitgestorven.

    Maar eind jaren negentig, na decennia van apartheid, deed Elsie Vaalbooi, een N|uu-spreker, op de lokale radio een beroep op andere sprekers om naar voren te komen. Het bleek dat er nog ongeveer twintig bejaarde sprekers van de taal in de regio van de Noord-Kaap leefden. Een paar jaar later was dat aantal al drastisch afgenomen. Tegenwoordig is Katrina Esau de enige die het N|uu nog vloeiend spreekt. Ze is achter in de tachtig.

    De afgelopen twee decennia heeft Esau gewijd aan het onderwijzen van N|uu, in een poging de taal en cultuur van de San te behouden. In een klaslokaal aan de voorkant van haar huis in Upington leert ze lokale kinderen de oorspronkelijke taal van haar thuisland. Ondanks jaren van verplicht zwijgen, verloor ze nooit haar spreekvaardigheid. ‘Ik heb deze taal niet geleerd maar kreeg hem via de borst van mijn moeder’, zegt ze in Lost Tongue, een film over N|uu die in 2016 werd gemaakt.

    Afrika is het enige continent met talen waarin klikken gewone medeklinkers zijn. Het kenmerkende geluid wordt geproduceerd met de punt van de tong tegen de boventanden. N|uu, geclassificeerd als ernstig bedreigde taal door Unesco, is een van de slechts drie talen waarvan bekend is dat ze een ‘kiss-klik’ hebben die met beide lippen wordt geproduceerd.

    Om deze buitengewoon rijke taal te onderwijzen, gebruikt Esau, die nooit heeft leren lezen of schrijven, zang, spel en beelden. Het helpt haar leerlingen, in de leeftijd van drie tot negentien jaar, om basisbegrippen te leren, zoals begroetingen, lichaamsdelen, dierennamen en korte zinnen.

    Zij zijn de enige studenten van N|uu ter wereld die een taal leren met 114 verschillende geluiden, waaronder 45 klikken, 30 niet-klikmedeklinkers en 39 klinkers. Om dit in context te plaatsen: Engels, Russisch en Chinees hebben ongeveer 50 klanken.

    Lees ook:

    De afgelopen jaren werd Esau in haar missie bijgestaan door academici Sheena Shah en Matthias Brenzinger. Samen met leden van de gemeenschap hebben ze een N|uu-orthografie opgesteld, conventies voor het schrijven van de taal, en leermiddelen gemaakt voor Esau’s school.

    De kroon op het werk is een geïllustreerde drietalige N|uu-Afrikaans-Engelse reader van honderdzestig pagina’s, waarin de mondelinge taal is omgezet in een geschreven taal. De reader dient als een hulpmiddel waarmee ook Esau’s kleindochter, Claudia Snyman, leerlingen de geschreven taal kan onderwijzen.

    ‘Wat Ouma Katrina heel graag wilde, was les- en leermateriaal’, aldus Shah. ‘Kinderen in haar gemeenschap gingen ’s ochtends naar school met schoolboeken voor wiskunde, Engels en Afrikaans. Maar voor haar naschoolse lessen bestond geen gedrukt materiaal. Ze wilde dat haar taal op hetzelfde niveau werd behandeld.’

    De titel van de reader, Ouma Geelmeid ke kx’u ||xa||xa N|uu (Ouma Geelmeid leert N|uu), bevat een verhaal uit Esau’s verleden. Als kind noemde de Afrikaanse eigenaar van de boerderij waar ze werkte haar ‘Geelmeid’, een aanstootgevende verwijzing naar haar huidskleur. Tegenwoordig staat ze bekend als Ouma (Oma) Katrina.

    ‘Voor Ouma Katrina is N|uu een centraal onderdeel van haar leven’, zegt Shah, die haar tijd verdeelt over universiteiten in Hamburg, Londen en Bloemfontein in Zuid-Afrika. ‘Als taalkundigen zijn we geïnteresseerd in hoe mensen taal gebruiken in de dagelijkse communicatie. Met Ouma Katrina kun je uren luisteren naar de verhalen die ze vertelt en de liedjes die ze zingt.’

    Schildpad en struisvogel

    Gezien haar hoge leeftijd wordt hard gewerkt om ervoor te zorgen dat de taal ook in de toekomst gehoord blijft worden. Volgens Brenzinger, van de Universiteit van de Vrijstaat in Bloemfontein, zijn er audio- en video-opnamen gemaakt van Esau, zodat de gesproken taal behouden kan blijven.

    Een ander hoopgevend teken is de recente publicatie door Esau en haar kleindochter van een boek met kinderverhalen in het N|uu, Afrikaans en Engels, genaamd !Qhoi n|a Tjhoi (schildpad en struisvogel). Het volksverhaal, verteld door Esau, is bedoeld om jongeren te inspireren door de sluwe capriolen van een schildpad.

    Elinor Sisulu, directeur van een stichting voor kinderliteratuur die achter het kinderboek staat, bepleit dat het werk van Esau financieel moet worden ondersteund. ‘Ouma Katrina is de wereldexpert in de N|uu-taal en de cultuur van haar mensen’, zegt ze. ‘Niemand weet meer dan zij. Als zodanig zou ze de status van professor van de N|uu-taal moeten krijgen en een overeenkomstig salaris moeten krijgen.’

    Voor Esau, die een van Zuid-Afrika’s hoogste onderscheidingen ontving, de Orde van de Baobab in zilver, als erkenning voor haar inspanningen om de taal en cultuur van de San te behouden, gaat het essentiële werk door. Nadat ze haar onderscheiding had ontvangen van de toenmalige president Jacob Zuma, zei ze: ‘Andere mensen hebben hun eigen taal. Waarom moet mijn taal sterven? Het moet doorgaan. Zolang er mensen zijn, moet de taal doorgaan.’


    Boete voor Ikea

    Een Franse rechtbank heeft het meubel- en woninginrichtingsconglomeraat Ikea dinsdag veroordeeld tot het betalen van een boete van 1 miljoen euro nadat het bedrijf schuldig is bevonden aan het bespioneren van zijn personeel en het opslaan van personeelsgegevens. Dit schrijft Deutsche Welle.

    In 2012 begon een strafrechtelijk onderzoek naar het bedrijf, naar aanleiding van berichten over wijdverbreid ‘gesnuffel’ dat werd gebruikt tegen zowel werknemers als klanten die een geschil hadden met Ikea Frankrijk.

    Volgens de aanklagers had de Franse dochteronderneming een particulier beveiligingsbedrijf en privédetectives ingehuurd om illegaal informatie over werknemers en toekomstige medewerkers te verkrijgen als onderdeel van een ‘spionagesysteem’ dat van 2009 tot 2012 actief was.

    De voormalige topman van Ikea France, Jean-Louis Baillot, werd schuldig bevonden en kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar. Hij kreeg ook een boete van  50.000 euro voor het opslaan van persoonlijke gegevens.

    Baillot had eerder ontkend dat hij iets verkeerd had gedaan en legde de schuld bij zijn voormalige hoofd risicobeheer, Jean-Francois Paris. Die heeft toegegeven namen van mensen naar een particulier beveiligingsbedrijf, Eirpace, te hebben gestuurd.

    Ongeveer vijftien mensen stonden terecht voor het spionagesysteem, waaronder een andere voormalige CEO van Ikea Frankrijk, Stefan Vanoverbeke. Ook vier politieagenten stonden terecht. Ze worden ervan beschuldigd vertrouwelijke informatie aan Ikea Frankrijk te hebben overhandigd.

  • Vaccinatiebewijzen gestolen in L.A. | Alle auto‘s in Syndey worden elektrisch

    Vaccinatiebewijzen gestolen in L.A. | Alle auto‘s in Syndey worden elektrisch

    Alles elektrisch

    De Australische minister van Transport Andrew Constance zegt vastbesloten te zijn ervoor te zorgen dat alle auto’s, bussen en vrachtwagens in de deelstaat New South Wales (NSW), waar Sydney de hoofdstad van is, elektrisch worden. Vanwege de voortvarende plannen van de regering om het aantal snelwegen uit te breiden, groeit de bezorgdheid in de deelstaat over de luchtkwaliteit en de volksgezondheid, schrijft Sydney Morning Herald.

    ‘Ik ben de eerste staatsminister in onze geschiedenis die om gezondheidsredenen probeert de elektrificatie van transportvoertuigen te realiseren’

    Constance zei dat hij die zorgen wil wegnemen door eerst de transportsector en daarna alle voertuigen elektrisch te maken. ‘Ik ben de eerste staatsminister in onze geschiedenis die om gezondheidsredenen probeert de elektrificatie van transportvoertuigen te realiseren’, meent hij. ‘Onze infrastructuur moet aan alle milieu-eisen voldoen en daarvoor zetten we wetenschappers in. Maar mijn doel is om dat overbodig te maken door auto’s, bussen en vrachtwagens te elektrificeren.’

    Zijn beloften komen niet uit de lucht vallen. Recent gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek van universiteiten van Sydney en NSW, openbaarde dat zorgen over gezondheidseffecten rondom de miljarden kostende transportprojecten van de overheid, tijdens de kritieke planningsfase vaak worden genegeerd.


    Booking ontwijkt belasting

    Booking.com heeft ruim 150 miljoen euro aan omzetbelasting ontweken in Italië. Dat zei de Guardia di Finanza, de Italiaanse financiële politie, deze week. Het in Nederland gevestigde Booking.com, een mondiale gigant op het gebied van online hotelreserveringen, heeft ‘geen belasting betaald over bemiddeling bij verhuur van privéwoningen en gastenkamers’, meent de Guardia di Finanza, geciteerd door The Local. Het onderzoek, dat de jaren 2013 tot 2019 bestrijkt, ‘heeft een grootschalige belastingontduiking van meer dan 150 miljoen euro aan btw aan het licht gebracht’, aldus de politieverklaring. Booking had volgens de politie in die zes jaar meer dan 153 miljoen euro aan btw moeten betalen over 700 miljoen euro aan commissies in Italië.

    ‘In overeenstemming met de EU-btw-wetgeving, is het ons standpunt dat onze partners in de EU zelf verantwoordelijk zijn voor de lokale btw en de afdracht aan de betreffende regeringen’, aldus een woordvoerder van Booking, die zei dat het bedrijf de zaak nu bestudeert.


    Demonstraties in Polen

    Duizenden mensen namen deze week deel aan protesten in Warschau, die waren georganiseerd door vakbonden van mijnwerkers en arbeiders uit de energiesector.

    Er werd gedemonstreerd bij Poolse staatsgebouwen en bij kantoren van de Europese Commissie in Warschau. De demonstranten eisen dat de regering plannen voor de sector opstelt en werkgaranties biedt voor degenen die hun baan zullen verliezen als gevolg van de overgang naar groene energie, aldus Notes from Poland.

    ‘Gisteren was het Moskou dat onze soevereiniteit afnam; vandaag is het Brussel’ en ‘Handen af van Turów’, zo was op borden te lezen. Vorige maand heeft het Hof van Justitie van de EU de kolenmijn van Turów bevolen werkzaamheden onmiddellijk stop te zetten na een klacht van Tsjechië dat Polen de EU-milieuwetgeving schendt. 

    De Poolse regering heeft een akkoord bereikt met mijnwerkers om steenkool de komende decennia geleidelijk af te bouwen, maar goedkeuring door de EU is onzeker en vakbonden klagen dat details ontbreken.


    ‘Zet LHBTI’ers Oezbekistan uit’

    De leider van een van de belangrijkste politieke partijen in Oezbekistan heeft voorgesteld om homo’s, lesbiennes en transgenders het staatsburgerschap te ontnemen en hen het land uit te zetten, meldt EurAsiaNet. Hij beweert dat de LHBTI-gemeenschap dat ook wil. Alisher Kadyrov, leider van Milliy Tiklanish, de tweede partij van Oezbekistan, beschouwt zichzelf als een voorvechter van tradities en familiewaarden. In een interview zei hij dat het intrekken van het staatsburgerschap van LHBTI-mensen andere landen zou forceren om ze op te nemen. 

    ‘Toen ik dit voorstelde op sociale media, namen zo’n honderd LHBTI-mensen contact met me op en ze stemden in met mijn suggestie. Ze zeiden dat ze nu namelijk geen visa kunnen krijgen voor landen die Oezbekistan veroordelen vanwege zijn houding tegenover LHBTI’ers’, zei Kadyrov. De Oezbeekse regering weigert om gehoor te geven aan oproepen van internationale mensenrechtenorganisaties om strafbaarstelling van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht op te heffen.


    Vaccinatiebewijzen gestolen

    Een man uit Las Vegas is ervan beschuldigd honderden blanco vaccinbewijzen te hebben gestolen. De politie startte een onderzoek toen vaccinatielocatie Pomona Fairplex in Los Angeles melding deed van verdwenen vaccinbewijzen, volgens CBS. De 45-jarige man, een niet-klinische oproepkracht bij de locatie, werd betrapt toen hij een aantal bewijzen in zijn auto verborg. Nader onderzoek wees uit dat hij ook nog eens 528 bewijzen op zijn hotelkamer had liggen, die hij in april zou hebben gestolen. De man is in staat van beschuldiging gesteld. 

    Overigens zal de locatie halverwege deze maand sluiten, omdat steeds minder mensen een vaccinatie komen halen.


    Veel Ieren blijven thuis

    Zeven op de tien inwoners van Ierland zegt dit jaar in eigen land op vakantie te gaan, zo blijkt uit onderzoek door het Ierse Centraal Bureau voor de Statistiek, schrijft The Journal uit Dublin. De zuidwestelijke regio van het land is de meest populaire bestemming voor Ieren die de komende twaalf maanden een reis willen maken, gevolgd door de westelijke en zuidoostelijke regio’s met respectievelijk 20% en 13%. Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer 73,6% van de mensen denkt binnen zes maanden een binnenlandse reis met overnachting te zullen maken. Meer dan 32% van de mensen zegt op reis naar het buitenland te zullen gaan.


    11.000.000

    Het Amerikaanse JBS, ’s werelds grootste vleesleverancier, heeft 11 miljoen dollar aan losgeld in bitcoins betaald aan hackers, na overleg met het technische team en externe experts op het gebied van cyberbeveiliging, schrijft YahooNews. De vermoedelijk Russische hackers, die op 30 mei een cyberaanval deden, zeiden de toegang tot het computersysteem pas terug te geven als ze het losgeld hadden ontvangen.

  • De VS geven 500 miljoen vaccins weg  | Rechtbank noemt Navalny’s organisatie ‘extremistisch’

    De VS geven 500 miljoen vaccins weg | Rechtbank noemt Navalny’s organisatie ‘extremistisch’

    Russische justitie bestempelt Navalny’s organisatie als ‘extremistisch’  

    Woensdag 9 juni oordeelde een Russische rechtbank dat organisaties die banden hebben met de gevangengenomen tegenstander Aleksej Navalny ‘extremistisch’ zijn, wat betekent dat ze niet mogen meedoen aan de parlementsverkiezingen in september. De beslissing van de Moskouse rechtbank ‘werd onmiddellijk van kracht en verbiedt degenen die betrokken zijn bij het Navalny Anti-Corruption Fund (FBK) en zijn regionale kantoren in heel Rusland om zich verkiesbaar te stellen’, aldus de Russische afdeling van Radio Free Europe

    Screen Shot 2021 06 10 at 9.22.52 AM 1
    ‘Ik ga het niet eens hebben over het juridische besluit van het lachertje dat in Rusland “de rechtbank” wordt genoemd.’

    ‘We zullen verdergaan, we zullen evolueren, we zullen ons aanpassen. Maar we zullen niet terugdeinzen voor onze doelstellingen en onze ideeën’, reageerde de oppositieleider op zijn Instagram-account. Navalny, 45, zit een gevangenisstraf van twee en een half jaar uit voor een fraudezaak die hij als politiek beschouwt.

    [Beeld: De Russische rechtbank, door Navalny een ‘lachertje’ genoemd, heeft geoordeeld. – © EPA/YURI KOCHETKOV]

    Lees ook:


    De Verenigde Staten beloven 500 miljoen vaccins voor arme landen  

    Joe Biden zal van zijn Europese tournee profiteren om de aankoop door de Verenigde Staten van 500 miljoen doses Pfizer covid-19-vaccins aan te kondigen, voor distributie naar arme landen. ‘Dit jaar zullen er 200 miljoen doses worden gedistribueerd en de resterende 300 miljoen in de eerste zes maanden van volgend jaar’, aldus The Washington Post.

    Een VN-rapport dat donderdag werd gepubliceerd, schat het aantal kinderen dat door de crisis zal moeten gaan werken op 9 miljoen

    De doses zullen worden verdeeld door Covax, het programma van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De covid-19-pandemie heeft wereldwijd meer dan 3,7 miljoen levens geëist en de economische kwetsbaarheid van veel landen verergerd. Een VN-rapport dat donderdag werd gepubliceerd, schat het aantal kinderen dat door de crisis zal moeten gaan werken op 9 miljoen – bovenop de 160 miljoen kinderen die al werkten vóór de pandemie.


    Aung San Suu Kyi aangeklaagd voor corruptie  

    De militaire junta die in Myanmar aan de macht is sinds de coup van 1 februari, heeft de voormalige Myanmarese oppositieleidster Aung San Suu Kyi aangeklaagd voor corruptie, bericht Bloomberg De beschuldiging werd openbaar gemaakt door het ministerie van Informatie, dat beweert dat het voormalige hoofd van de burgerregering ‘zich schuldig heeft gemaakt aan corruptie en misbruik heeft gemaakt van haar ambt’. 

    Lees ook:

    Volgens de Myanmarese staatskrant ontving de vijfenzeventigjarige Aung San Suu Kyi ‘600.000 dollar en enkele kilo’s goud’ aan steekpenningen. Op deze aanklachten staat vijftien jaar gevangenisstraf. 

    Op 14 juni begint een eerste proces tegen de voormalig leider op grond van andere aanklachten, waaronder het aanzetten tot openbare ordeverstoring en schending van een wet op staatsgeheimen.


    Peugeot aangeklaagd voor ‘dieselgate

    In de nasleep van de aanklacht tegen Renault was het de beurt aan Peugeot om te worden ingehaald door het ‘dieselgate’-schandaal, meldt ReutersDe Franse fabrikant wordt ervan beschuldigd zijn klanten te hebben misleid over de emissieniveaus van vervuilende producten door dieselvoertuigen die tussen 2009 en 2015 zijn verkocht. De Franse justitie heeft ook aangekondigd dat Citroën en Fiat-Chrysler (FCA), de andere merken van de Stellantis-groep, begin dit jaar geboren uit de fusie tussen Peugeot en FCA, zullen volgen.

    ‘Onze dochterondernemingen zijn er vast van overtuigd dat hun emissiebeheersingssystemen voldeden aan alle vereisten die destijds van toepassing waren en blijven hieraan voldoen, en ze kijken uit naar de mogelijkheid om dit aan te tonen’, aldus de groep.


    Biden biedt uitstel voor TikTok

    Joe Biden heeft twee uitvoeringsbesluiten van zijn voorganger vernietigd die TikTok- en WeChat-platforms en andere toepassingen in de Verenigde Staten verboden. In plaats van deze decreten heeft ‘president Biden een nieuwe verordening ondertekend waarin hij het ministerie van Handel vraagt ​​om een ​​onderzoek te starten naar toepassingen met betrekking tot “buitenlandse concurrenten” die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid’, aldus TechCrunch. 

    Biden geeft de regering vier maanden de tijd om een gedetailleerd rapport te bezorgen en aanbevelingen te doen. De platformen TikTok en WeChat waren de stokpaardjes van Donald Trump geworden, die hun moederbedrijven ervan beschuldigde vertrouwelijke gegevens over Amerikaanse gebruikers te verzamelen en deze met de Chinese autoriteiten te delen. De beschuldigingen werden door betrokkenen stelselmatig weerlegd.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/tiktok-is-geen-club-voor-mensen-met-een-lelijk-gezicht/
  • Ngo’s boycotten Winterspelen in Beijing | Zagreb kiest groene kandidaat

    Ngo’s boycotten Winterspelen in Beijing | Zagreb kiest groene kandidaat


    32.210.000.000

    De Indiase export is in de maand mei met ruim 67 procent gegroeid tot 32,21 miljard dollar, dankzij positieve ontwikkelingen in sectoren als techniek, farmaceutica, olieproducten en chemie. Dit blijkt uit voorlopige gegevens die het Indiase ministerie van Handel deze week publiceerde. Business Standard bericht dat de export vorig jaar mei 19,24 miljard dollar bedroeg. In mei 2019 was dat 29,85 miljard dollar.


    Docenten willen vrijuit spreken

    Meer dan vier op de tien leraren van middelbare scholen in Hongkong vinden dat ze vrijuit hun mening moeten kunnen uiten, maar slechts een vijfde van de schoolhoofden denkt er hetzelfde over, zo blijkt uit een recente enquête. De bevindingen maken deel uit van een onderzoek door de Vereniging van Middelbare Schoolhoofden naar de professionele status en sociale erkenning van leraren.

    Bijna tweeduizend middelbare scholieren en meer dan honderd leraren werden uiteindelijk gearresteerd

    Uit de peiling blijkt ook dat de meeste docenten en ouders van mening zijn dat leraren het recht hebben om vrijelijk deel te nemen aan ‘sociale evenementen’, hoewel de meesten het er wel over eens zijn dat docenten de verantwoordelijkheid hebben om studenten te ontmoedigen om deel te nemen aan illegale activiteiten.

    Volgens de onderzoekers tonen de resultaten de opvattingen van ouders en leraren over de protesten tegen de regering die in juni 2019 uitbraken, waaraan veel docenten en studenten deelnamen. Bijna tweeduizend middelbare scholieren en meer dan honderd leraren werden uiteindelijk gearresteerd op verdenking van aan de protesten gerelateerde misdrijven, schrijft South China Morning Post.


    Ngo’s boycotten Winterspelen

    China zal de Winterspelen van 2022 in Beijing organiseren. Maar een groeiend leger van mensenrechtenactivisten roept landen op om de spelen te boycotten vanwege de schendingen van mensenrechten door China, zoals de vervolging van Oeigoerse moslims in Xinjiang, die door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken is betiteld als’genocide’.

    Een coalitie van ongeveer honderdtachtig mensenrechtenorganisaties heeft een ‘oproep tot actie’gedaan waarin landen en atleten worden opgeroepen tot een boycot van wat ze de’genocide Olympics’ zijn gaan noemen. Als Beijing ongestoord een Olympisch spektakel mag organiseren, zeggen ze, dan komt dat neer op acceptatie van de wreedheden van de Chinese regering tegen de Oeigoeren, het antidemocratisch optreden in Hongkong en andere mensenrechtenschendingen, aldus Vox.

    ‘Als genocide geen aanleiding is om de Olympische Spelen te boycotten, dan is niets dat meer’, zegt Zumretay Arkin van het World Uyghur Congress, een van de groepen die de campagne voor een boycot steunen.


    België herroept ambassadeur

    In april sloeg de vrouw van de Belgische ambassadeur in Zuid-Korea een medewerker in een kledingwinkel. Volgens Zuid-Koreaanse media werd de vrouw verdacht van winkeldiefstal. Bij het verlaten van de winkel zou ze boos hebben gereageerd toen een medewerker vroeg of ze wel had betaald voor de jas die ze droeg. Op bewakingsvideo’s is te zien hoe de ambassadeursvrouw vervolgens een medewerker slaat en een ander lastigvalt, meldt Der Spiegel.

    De video werd later op sociale media gedeeld en daardoor leidde het incident tot wijdverbreide verontwaardiging. Sindsdien zijn de betrekkingen tussen de twee landen behoorlijk gespannen. Het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft nu laten weten dat het zijn ambassadeur Peter Lescouhier terugtrekt uit Zuid-Korea. ‘Het is duidelijk geworden dat de huidige situatie hem niet toestaat zijn rol op een ontspannen manier te blijven uitoefenen’, aldus een verklaring van het ministerie. Lescouhier was sinds drie jaar de ambassadeur in Seoul.


    Zagreb kiest groene kandidaat

    Een linkse en groene kandidaat won afgelopen zondag de race om het burgemeesterschap van de Kroatische hoofdstad Zagreb door zijn extreemrechtse rivaal in een tweede ronde te verslaan. Met deze uitslag krijgt de stad voor het eerst in twee decennia een nieuwe burgemeester. Tomislav Tomasevic, die een vooruitstrevend milieubeleid beloofde om de leefbaarheid in de hoofdstad te verbeteren, kreeg 65 procent van de stemmen. Zijn tegenstander was de 59-jarige ex-popzanger Miroslav Skoro.

    De vertrekkende burgemeester, Milan Bandic, leidde meer dan twintig jaar de stad. Hij werd beschuldigd van corruptie, stapte toch in de race voor een nieuwe termijn, maar stierf in februari aan een hartaanval.

    Tomasevic, 39, die wordt gezien als symbool van een nieuwe generatie Kroatische politici, voerde campagne met de belofte om vriendjespolitiek en de ‘octopus van corruptie’ in de hoofdstad uit te roeien. Hij belooft de hoofdstad ‘groener, eerlijker, efficiënter en transparanter’ te maken, aldus EuroNews.


    Horeca Italië mag binnen open

    Italië zet de coronaversoepelingen door en sinds afgelopen dinsdag mogen bars en restaurants hun klanten ook weer binnen bedienen, tot opluchting van uitbaters die niet beschikten over een terras buiten. De verplichting tot het dragen van mondkapjes wanneer klanten niet zitten, eten of drinken, blijft vooralsnog van kracht.

    De klassieke Italiaanse gewoonte van een espresso ‘al bancone’, aan de bar, was sinds maart verboden, maar wordt nu dus weer in ere hersteld zo meldt The Local. Vooral dat verbod leidde tot protesten van Italiaanse bareigenaren, omdat de traditie van een snelle koffie aan de bar de ‘levensader’ vormt voor tienduizenden kleine bedrijven in de horeca.


    Situatie Libanon is uitzichtloos

    De langdurige economische crisis in Libanon behoort tot ’s werelds tien zwaarste crises sinds het midden van de negentiende eeuw. Dat schrijft de Wereldbank in een recent rapport, weergegeven door . ‘Voortdurende beleidsinactiviteit en de afwezigheid van een optimaal functionerende uitvoerende autoriteit bedreigen de toch al kwetsbare sociaal-economische omstandigheden en de broze sociale vrede, terwijl een duidelijk keerpunt aan de horizon ontbreekt’, aldus de Wereldbank geciteerd door Middle East Monitor. Volgens het rapport is het bbp van Libanon gekelderd van bijna 55 miljard dollar in 2018 tot naar schatting 33 miljard dollar in 2020, terwijl het bbp per hoofd van de bevolking in dollars met ongeveer 40 procent is gedaald.

  • Dit Nigeriaanse dorp daagde Shell voor de rechter en won

    Dit Nigeriaanse dorp daagde Shell voor de rechter en won

    De wijdverbreide en systematische olievervuiling in Nigeria is een schrijnend voorbeeld van de straffeloosheid van multinationals. Boosdoener Shell achtte zich niet verantwoordelijk voor tekortkomingen van haar Nigeriaanse dochterbedrijf. Maar het Britse hooggerechtshof oordeelde anders.

    Op 12 februari 2021 oordeelde het Britse hooggerechtshof dat de Brits-Nederlandse oliegigant Shell voor de Engelse rechter kan worden gedaagd door twee Nigeriaanse gemeenschappen die decennialang ernstige schade hebben geleden door olievervuiling. De uitspraak is een mijlpaal in de strijd voor de verantwoordingsplicht van multinationals. Het hooggerechtshof heeft nu, zowel in de zaak Okpabi versus Shell als in zijn eerdere uitspraak in 2019 in de zaak Lungowe versus Vedanta, unaniem bepaald dat moedermaatschappijen juridisch aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schade die door hun buitenlandse dochters is aangericht. Het vergde jaren van procederen om tot dit punt te komen.

    Klimaatzaak tegen Shell

    Een rechtbank in Den Haag heeft op woensdag 26 mei Royal Dutch Shell bevolen om haar wereldwijde CO2-uitstoot tegen eind 2030 met 45 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 2019, in een baanbrekende zaak die was aangespannen door Milieudefensie en meer dan 17.000 mede-eisers.

    Het duurzaamheidsbeleid van de oliegigant werd door de Nederlandse rechtbank onvoldoende ‘concreet’ bevonden in een ongekende uitspraak, die verstrekkende gevolgen zal hebben voor de energie-industrie en andere vervuilende multinationals, schrijft The Guardian.

    Shell, dat zegt tegen het vonnis in beroep te zullen gaan, was volgens de Carbon Majors-database in de periode 1988-2015 de negende grootste vervuiler ter wereld, aldus het Britse dagblad.

    De zaak-Okpabi was een vijf jaar durend juridisch gevecht waarin Shell aanvoerde dat zij in het Verenigd Koninkrijk niet wettelijk verantwoordelijk kon worden gehouden voor tekortkomingen van haar Nigeriaanse dochterbedrijf. De meer dan tien jaar durende parallelle rechtszaak in Nederland culmineerde in de recente uitspraak van het Nederlandse gerechtshof dat Shell aansprakelijk stelde voor de geleden olieschade door twee gemeenschappen. Deze vonnissen hebben een juridisch kader voor de toekomst geschapen en de weg vrijgemaakt voor andere internationale mensenrechten- en milieuzaken in Britse rechtbanken tegen bedrijven die zich schuldig maken aan wangedrag. Voor gemeenschappen over de hele wereld die machteloos stonden tegenover multinationals gloort er na deze uitspraken nieuwe hoop. 

    Zuigelingen in de Nigerdelta hebben tweemaal zoveel kans om tijdens de eerste maand van hun leven te overlijden als hun moeder in de buurt van een olielek woont

    Weinig situaties illustreren het huidige probleem van de straffeloosheid van multinationals zo duidelijk als de wijdverbreide en systematische olievervuiling in Nigeria. Deskundigen schatten dat de bewoners van de Nigerdelta de afgelopen vijftig jaar jaarlijks te maken hebben gehad met olielekkages die vergelijkbaar zijn met de door Exxon Valdez veroorzaakte milieuramp in Alaska: gemiddeld zo’n 240.000 vaten per jaar. Achter deze statistieken gaat een menselijke tragedie van ongekende proporties schuil. De vervuiling leidt tot ernstige gezondheidsproblemen en een verhoogd sterftecijfer onder de lokale bevolking. 

    Uit een recente studie van de universiteit van St. Gallen in Zwitserland blijkt dat zuigelingen in de Nigerdelta tweemaal zoveel kans hebben om tijdens de eerste maand van hun leven te overlijden als hun moeder in de buurt van een olielek woont. Dit komt neer op een schandalig aantal van elfduizend vroegtijdige sterfgevallen per jaar. De situatie is bijzonder schrijnend in Ogoniland, van waaruit Ken Saro-Wiwa begin jaren negentig strijd voerde tegen Shell.

    In 2011 meldde de milieuorganisatie van de Verenigde Naties (UNEP) in haar rapport over Ogoniland dat de bevolking dagelijks is blootgesteld aan ernstige olievervuiling, die heeft geleid tot verontreinigde lucht, landbouwgrond en waterbronnen. Volgens de bevindingen van UNEP was de volksgezondheid ernstig in gevaar. Kort na publicatie van het rapport werden er borden rond de getroffen gebieden geplaatst, waarop duidelijk werd gemaakt dat het drinkwater ongeschikt was voor menselijke consumptie en dat grote delen van het land en de waterwegen onveilig waren.

    Hoe kan het dat deze menselijke tragedie blijft voortbestaan terwijl westerse oliemaatschappijen vrolijk winst blijven maken?

    UNEP drong aan op ‘’s werelds grootste schoonmaakoperatie in de geschiedenis’. Het is schokkend om te zien dat het gebied tien jaar na dato nog altijd zwaar is vervuild, dat schoonmaak nooit heeft plaatsgevonden en dat de bewoners nog altijd water drinken uit verontreinigde putten. De indertijd geplaatste waarschuwingsborden zijn inmiddels verroest en nauwelijks leesbaar. 

    Zwakke regelgeving

    Hoe kan het dat deze menselijke tragedie blijft voortbestaan terwijl westerse oliemaatschappijen vrolijk winst blijven maken? Kort gezegd biedt de zwakke regelgeving ruimte aan inhalige bedrijven die geen geld willen investeren in hun infrastructuur en hun olievervuiling weigeren op te ruimen, waardoor honderden gemeenschappen met pijpleidingen van oliereuzen op hun land al tientallen jaren zwaar verontreinigd achterblijven – zonder dat de vervuiling wordt opgeruimd en zonder enige compensatie. Aangezien de kans op een eerlijk proces in Nigeria nihil is, wenden steeds meer gemeenschappen zich tot westerse rechters om de moederbedrijven die de vruchten plukken van de Nigeriaanse oliewinning ter verantwoording te roepen.

    GettyImages 549417989
    Het is schokkend om te zien dat het gebied tien jaar na dato nog altijd zwaar is vervuild, dat schoonmaak nooit heeft plaatsgevonden en dat de bewoners nog altijd water drinken uit verontreinigde putten. – © Markus Matzel / Getty

    De Ogale- en Bille-gemeenschap, zo’n 50.000 boeren en vissers die schade hebben geleden door decennialange olievervuiling, namen in 2016 het Britse advocatenkantoor Leigh Day in de arm om Shell voor de rechter te dagen en het opruimen van de verontreiniging en schadevergoeding te eisen. De dorpsgemeenschappen betoogden dat Shell de supervisie en de zeggenschap had over Shell Nigeria en dat het moederbedrijf daarom direct aansprakelijk was voor de tekortkomingen van haar dochters. In reactie daarop stelde Shell dat de band tussen moeder en dochter zo los is dat ze nauwelijks meer is dan een aandeelhouder.

    Het olieconcern trachtte de rechters ervan te overtuigen dat de moedermaatschappij niet aan de touwtjes trok in Nigeria en dat Shell Nigeria werd aangestuurd door andere onderdelen van Shell, niet door de moedermaatschappij zelf. Tegelijkertijd weigerde Shell interne stukken te overhandigen die licht zouden werpen op de werkelijke relatie tussen het moederbedrijf en haar dochter. 

    Aansprakelijkheid

    De Britse lagere hoven – het gerechtshof en het hof van beroep – hadden zich door de argumenten van Shell laten overtuigen en verwierpen de zaak al in het stadium waarin de rechterlijke bevoegdheid werd bepaald. Het hof van beroep oordeelde dat de eisende partij duidelijk bewijs van ‘operationele controle’ moest leveren, wat natuurlijk onmogelijk was zonder toegang tot interne bedrijfsdocumenten. Het hof stelde tevens dat de mondiale beleidskaders die van moederbedrijven naar beneden worden doorgegeven in principe nooit aanleiding kunnen geven tot wettelijke aansprakelijkheid.

    Het Britse hooggerechtshof was het hier in februari niet mee eens. Het stelde het hof van beroep unaniem in het ongelijk en oordeelde dat er een goed verdedigbare zaak tegen Shell bestond. De rechters oordeelden dat de lagere rechtbanken te snel hadden gehandeld door een soort miniproces te voeren, nog voordat er stukken openbaar waren gemaakt en getuigenverklaringen waren gehoord. Bovendien hadden ze geen rekening gehouden met het ‘evidente belang’ van interne documenten die licht zouden kunnen werpen op de ware aard van de relatie tussen de moeder- en dochterbedrijven. Belangrijk is ook dat het hooggerechtshof de beperkte definitie van de aansprakelijkheid van het moederbedrijf waar het hof van beroep van uitging, heeft verworpen.

    Een moedermaatschappij is niet alleen aansprakelijk wanneer er een ‘zeggenschapsrelatie’ bestaat maar ook wanneer sprake is van supervisie, advies of andere vormen van bemoeienis die niet direct als zeggenschap kunnen worden aangemerkt. Daaronder zouden ook mondiale beleidskaders vallen, die door eventuele tekortkomingen schade kunnen veroorzaken. Opmerkelijk is dat het hooggerechtshof oordeelde dat ook publieke toezeggingen van een moederbedrijf als wettelijke verplichting kunnen worden afgedwongen wanneer het bedrijf ze niet inlost. Het lijkt erop dat het hooggerechtshof van multinationals verwacht dat zij hun verplichtingen nakomen. 

    Natuurlijk is de Nigerdelta slechts één voorbeeld van het veel grotere probleem van de onaantastbare positie van multinationals in ontwikkelingslanden. De uitspraak van het Britse hooggerechtshof zal verstrekkende gevolgen hebben voor de verantwoordingsplicht van bedrijven, en gemarginaliseerde gemeenschappen over de hele wereld zullen er in de rechtbank een beroep op doen. Deze ontwikkeling wordt nog versterkt door belangrijke wetgevingsinitiatieven in de EU om bedrijven te verplichten mensenrechten te respecteren en onderzoek te doen naar eventuele schendingen daarvan bij hun dochterondernemingen en in hun toeleveringsketen.

    Het tijdperk van de straffeloosheid van multinationals loopt ten einde. Voor de getroffen gemeenschappen over de hele wereld is dat natuurlijk een positieve ontwikkeling, maar tevens iets wat al lang geleden had moeten gebeuren.

  • ‘Waarom ik niet van reizen houd’

    ‘Waarom ik niet van reizen houd’

    We leven in een samenleving die is geobsedeerd door reizen. Leo McKinstry blijft liever thuis.

    Dit artikel verscheen eerder in #144, augustus 2018.

    Ik ben nooit zo’n avonturier geweest. Als kind in Belfast lag ik urenlang roerloos op de keukentafel en had geen enkele neiging om op onderzoek uit te gaan. Een keer kwam een bezorgde buurvrouw aan de deur omdat ze mij door het raam zo doodstil had zien liggen. ‘Maak je geen zorgen. Dat heeft hij zo vaak. Hij gaat nergens heen,’ was de reactie van mijn moeder op haar bezorgdheid.

    Die indolentie heb ik als volwassene nog steeds en die uit zich in mijn diepe afkeer van reizen. Ik heb geen greintje reislust in me. Ik fantaseer nooit over het bezoeken van verre landen, blader nooit verlangend door reiskaternen. De meeste mensen willen graag de wereld verkennen waarin ze leven, maar mij kan het echt niets schelen als ik geen nieuwe plekken bezoek. Ik heb liever een verregend weekend in Bridlington dan veertien dagen in Barcelona.

    Als reizen de nieuwe religie is, ben ik een ketter. Ik heb geen bucketlist, geen bestemmingen die ik per se gezien wil hebben

    Ik erken dat mijn zienswijze geheel tegen de tijdgeest in gaat. We leven in een samenleving die is geobsedeerd door reizen, waarin mensen net zo enthousiast exotische ervaringen als spullen verzamelen. Vooral millennials lijken te geloven dat voortdurend reizen niet alleen essentieel is voor je welzijn, maar je ook tot een moreel beter mens maakt. In een tijd van mondialisering is het toerisme een van de grootste industrieën ter wereld geworden, nog lucratiever dankzij goedkope vluchten en internet. Naar schatting is deze sector goed voor een op de elf banen, en worden er jaarlijks meer dan een miljard buitenlandse reizen gemaakt.

    Geen bucketlist

    Welnu, ik doe niet mee aan die verering van het globetrotten. Als reizen de nieuwe religie is, ben ik een ketter. Ik heb geen bucketlist, geen bestemmingen die ik per se gezien wil hebben. Mijn paspoort is bijna smetteloos. Laatst bij een etentje met vrienden vertelde een van hen over het huis dat zij en haar man in Sri Lanka hadden gebouwd. ‘Je moet echt een keer langskomen,’ zei ze vriendelijk. Ik reageerde alsof ze me had gevraagd of ik me bij de revolutionaire communistische partij wilde aansluiten. ‘Geen sprake van,’ antwoordde ik. Ik heb in mijn leven vier keer intercontinentaal gevlogen, twee keer naar de VS en terug, en ik hoop dat ik oud mag worden zonder dat nog een keer te hoeven meemaken.

    Gegeven onze huidige verslaving aan massatoerisme zou mijn instelling als een persoonlijkheidsstoornis gezien kunnen worden. Als ik anderen over mijn reisangst vertel, gaan ze er heel vriendelijk van uit dat het in wezen een vorm van vliegangst is. Maar dat is het helemaal niet. Ondanks al dat beveiligingsgedoe sinds 9/11 hou ik van de levendigheid op luchthavens en ik ben gefascineerd door alle vormen van luchtvaart, waarover ik ook drie boeken heb geschreven. Nee, niet de reis is het probleem, maar de bestemming.

    Gegeven onze huidige verslaving aan massatoerisme zou mijn instelling als een persoonlijkheidsstoornis gezien kunnen worden

    Deels overvalt me een diep gevoel van verveling als ik nadenk over een reis naar een bekende toeristenbestemming die ik maar al te goed ken uit een ware overvloed aan films en foto’s. Het is onmogelijk om niet blasé naar de Sixtijnse Kapel of de Taj Mahal te kijken. Maar ik moet bekennen dat ik daar soms wel heel ver in ga. Als jongeman had ik een vakantiebaantje als internationale luchtkoerier, waarbij ik pakketjes in een lijntoestel naar plaatsen in Europa en Egypte bracht. Twaalf keer ben ik via Frankfurt naar Cairo gevlogen, maar altijd weigerde ik om de piramiden te bezoeken, zelfs toen de vertegenwoordiger van het koeriersbedrijf aanbood om me erheen te brengen. ‘Nee, dank je wel, ik heb ze al vanuit het vliegtuig kunnen bekijken,’ zei ik, en ik bleef lekker veilig in mijn hotelkamer bij de luchthaven.

    Toch schrikt het idee me af om me, als een echte reiziger, ver van huis te wagen. ‘Buiten de gebaande paden’ ligt een akelig gebied, vol problemen met taal, kaarten, wc’s, geld, internetverbindingen en huurauto’s. Ik ontleen geen plezier aan het onbekende, alleen maar angsten. Dat is de kern van mijn houding. Als geboren tobber houd ik van de vertrouwde gang van zaken in mijn geregelde bestaan. Vaak wordt gezegd dat je uit je comfortzone moet stappen, maar ik zie niet in waarom. Ik heb er tientallen jaren over gedaan om heel zorgvuldig mijn eigen comfortzone op te bouwen. Daarom wil ik daar ook blijven, juist omdat het daar zo comfortabel is.

    Ik kan niet doen alsof mijn afkeer van reizen de emotionele erfenis is van een verschrikkelijke ervaring als kind in het buitenland, maar al mijn hele leven is mijn voornaamste gevoel bij bijna iedere reis de opluchting als ik weer thuis ben. In die context lijkt het wellicht tegenstrijdig dat ik niet alleen een huis in Kent heb, maar ook vijf jaar geleden samen met mijn echtgenote – een buitengewoon tolerante vrouw – een negentiende-eeuws huis in Noord-Frankrijk heb gekocht. Maar dit Gallische onderkomen ligt juist in het verlengde van mijn afkeer van reizen, want de aankoop ervan biedt me nog een excuus om niet ergens anders heen te reizen en stelt me in staat om nog een vertrouwde comfortzone te creëren.

    Hopeloze provinciaal

    ‘Reizen is leven,’ schreef Hans Christian Andersen. Als zijn woorden waar zijn, kom ik wel heel erg veel tekort. Veel doorgewinterde reizigers, die nu hun volgende reis naar Patagonië aan het voorbereiden zijn, zullen mij ongetwijfeld als een hopeloze provinciaal beschouwen. Meer dan ooit wordt reislust gelijkgesteld aan culturele belangstelling en ruimdenkendheid. Naast de zwemvliezen en de selfiestick maakt vaak ook een grote dosis hypocrisie onderdeel uit van de bagage.

    De zelfingenomen rugzaktoeristen laten een ecologische voetafdruk achter als van een asfaltmachine. Ik laat daarentegen nauwelijks een afdruk achter

    Maar de globetrotters mogen best wat minder zelfvoldaan zijn. De huidige verslaving aan reizen berokkent de planeet ongelooflijk veel schade, met name aan het milieu. Dit jaar moest de Thaise overheid besluiten om Maya Bay te sluiten, het gouden paradijs dat werd gebruikt in de succesvolle film The Beach met Leonardo DiCaprio, vanwege de vernielingen die het massatoerisme aan het ecosysteem had aangebracht. Volgens mariene biologen is negentig procent van het koraal vernietigd door afval, motorolie, het laten zakken van ankers en het verzamelen van souvenirs.

    Dichterbij heeft Dubrovnik onlangs het aantal bezoekers aan het historische centrum drastisch moeten beperken omdat de reusachtige toestroom van toeristen de status van de stad als werelderfgoed in gevaar bracht.

    De zelfingenomen rugzaktoeristen laten een ecologische voetafdruk achter als van een asfaltmachine. Ik laat daarentegen nauwelijks een afdruk achter. Ik mag dan een oppervlakkige, thuisblijvende cultuurbarbaar zijn, maar als het gaat om het redden van onze planeet, mag ik me daar zeker op laten voorstaan.

  • Duurzaam reizen zonder schuldgevoel

    Duurzaam reizen zonder schuldgevoel

    Michael Allmaier vraagt zich af het nog kan: schaamteloos genieten van een vakantie zonder de planeet schade te berokkenen. Hij neemt de proef op de som door met advies van de wetenschap zo milieuvriendelijk en verantwoord mogelijk te reizen. ‘Hoe voelt het om na decennia als stratosfeerverpester een goede toerist te zijn?’

    Dossier Op reis

    De pandemie heeft het toerisme hard getroffen. De voorheen bloeiende sector was in 2019 nog goed voor 11 procent van het wereldwijde bbp. Het lijkt erop dat nu de vaccinatieprogramma’s op gang komen, vakantiereizen deze zomer weer mogelijk zijn. Maar was er niet jarenlang kritiek op het massatoerisme? Moet dat wel in ere worden hersteld?

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 164, augustus 2019.

    In de haven van Barcelona staat een 60 meter hoog standbeeld van Christoffel Columbus. Het herinnert aan de verwelkoming van de ontdekkingsreiziger bij zijn thuiskomst. De zuil is hol; je kunt een lift nemen naar boven en uitkijken over de stad. Daar sta ik nu. In gedachten stel ik de man van brons hierboven een paar vragen.

    ‘Fantastisch, Christoffel, dat je je hele trip op windkracht hebt kunnen maken. Maar het afval, heb je dat echt in zee gegooid? En waarom moest je zo ver weg? Had je niet hier in de buurt iets kunnen ontdekken?’

    Onze houding ten opzichte van reizen verandert, de laatste jaren sterker dan in de vijf eeuwen daarvoor. De drang om verre reizen te maken werd lange tijd beschouwd als iets goeds, een weg naar avonturen en het opdoen van nieuwe ideeën. Tegenwoordig hoor je vaker dat het toegeven aan die drang pijn doet, namelijk bij alle andere mensen. Cruiseschepen die giftige dampen uitstoten. Reusachtige hotels die de kust verpesten. Golfbanen en tuinen in warme landen waaraan kostbaar water wordt verspild. En natuurlijk de vliegtuigen met hun CO2-uitstoot…

    Wordt het maken van verre reizen binnenkort ook iets om je voor te schamen?

    We vinden het niet meer alleen een uitwas van het massatoerisme, maar een direct gevolg van ons verlangen overal ter wereld van onze vrijheid te genieten. Als je tegenwoordig terugkomt van een weekendje shoppen in New York of van een korte vakantie op de Seychellen, moet je oppassen aan wie je dat vertelt. Anders is het niet meer ‘Hoe was het?’ maar ‘Moest dat nou zo nodig?’

    De Cantino-wereldkaart uit 1502 is de oudste bewaard gebleven kaart waarop de ontdekte gebieden door Columbus (Centraal-Amerika), Corte-Real (Newfoundland), Gama (India) en Cabral (Brazilië) staan afgebeeld. - © Biblioteca Estense di Modena
    De Cantino-wereldkaart uit 1502 is de oudste bewaard gebleven kaart waarop de ontdekte gebieden door Columbus (Centraal-Amerika), Corte-Real (Newfoundland), Gama (India) en Cabral (Brazilië) staan afgebeeld. – © Biblioteca Estense di Modena

    Wordt het maken van verre reizen binnenkort ook iets om je voor te schamen, net zoals roken en het rijden in een SUV?

    Het is ingewikkeld. Bij dit conflict loopt de scheidslijn niet door de samenleving, maar dwars door bijna ieder individu. Ergens door je hoofd, je hart of je buik. De man die in een helikopter over de Grand Canyon vliegt, is thuis wellicht een zeer betrokken milieuactivist. Hij vindt alleen dat hij nu wel een keer de bloemetjes buiten mag zetten.

    Goede toerist

    Als je het de Duitsers vraagt, zegt meer dan de helft dat ze zo veel mogelijk milieuvriendelijk en verantwoord reizen. Maar de meerderheid doet dat helemaal niet. Waar dat aan ligt, kan ik ook zonder veldonderzoek wel vertellen. Tot een paar weken terug vond ik afzien van een verre vakantie nog paradoxaal. Net als suikervrije taart. Maar ik ga het toch proberen. Ik wil weten hoe het voelt om na decennia als stratosfeerverpester een goede toerist te zijn.

    Waarom dat me uitgerekend naar het overvolle Barcelona brengt, moet ik uitleggen. Want ik zag mezelf eerder langs Zweedse meren fietsen. Een cliché, ik weet het. Duurzaam toerisme bestaat al langer dan de biowinkel. Je kunt zelfs met een gerust hart naar het oog van de orkaan reizen, als je het goed aanpakt.

    Van een koud land naar een warm land gaan is al prima. Je hebt minder verwarming nodig, en dat beperkt emissie. Het is ook goed om in het laagseizoen te gaan, dat ontziet de infrastructuur. De tip van Catalonië dank ik aan Petra Thomas, de secretaris van het forum Anders Reisen. Dat is geen ngo, maar een brancheorganisatie van meer dan honderd milieubewuste reisorganisaties. Het is een invloedrijk forum, omdat het al actief was toen nog niemand het over klimaatverandering had. ‘Bij de Catalanen,’ zei ze, ‘is het leed groot. Daarom bedenken ze van alles om het toerisme beter vorm te geven.’

    Dat milieubewustzijn een prijs heeft, is ook zo’n cliché. Ik zie het bevestigd als het boeken van mijn treinreis van Hamburg naar Barcelona buitengewoon omslachtig blijkt te zijn. Het is twee keer zo duur als vliegen en duurt ook nog eens minstens zeven keer zo lang! Mijn eerste impuls is om de heenreis zo snel mogelijk achter me te hebben.

    Want zo doe je dat als je gaat vliegen. Maar dan heb je meteen de slechtst mogelijke start. Reispedagogisch gezien ben je, als je een korte vakantie neemt, een soort fastfoodjunkie. Je propt je snel vol met indrukken en krijgt even snel weer honger. Duurzaam reizen begint ermee dat je duurzame indrukken opdoet. Ik boek dus een rustige en trage verbinding door de Elzas en de Provence. ‘Maak de heenreis onderdeel van je reiservaring,’ had Petra Thomas me aangeraden.

    La durée du voyage

    ‘La durée du voyage’ gebruik ik voor het lezen van brochures vol goede adviezen. Daarvan zijn er meer dan sterren aan de hemel. En in wezen zeggen ze allemaal hetzelfde: blijf dichter bij huis, reis langzamer en langer. Maar dan wordt het verwarrend. Moet ik de man die op het strand sapjes verkoopt echt mijn waterfles geven om te laten vullen? En de buschauffeur vragen of hij zijn motor wil afzetten terwijl hij staat te wachten? Of zijn dat ‘puur symbolische duurzaamheidspraktijken’, waarmee ik wel mijn geweten, maar niet het milieu ontlast?

    Ik heb advies gevraagd bij het Instituut voor Technische Milieubescherming van de Technische Universiteit Berlijn. Annekatrin Lehmann en David Bossek werken daar aan een methode om mensen te helpen hun ecobalans te berekenen. Ze nemen de tijd om me gedurende mijn reis te coachen. Iedere avond zal ik hun verslag doen: van hoelang ik onder de douche heb gestaan tot aan het slaapmutsje uit de minibar. En dan berekenen zij hoeveel ik het milieu heb belast.

    Op de avond van de tweede dag bereik ik Barcelona. Mijn hotel is me aangeraden door de Catalaanse VVV. Het is aan alle kanten op duurzaamheid gericht. Overal wordt energie bespaard: het water uit de kraan wordt afgeknepen, shampoo en eten dat overblijft, wordt aan hulpbehoevende mensen gegeven.

    ‘Waar heeft een ecohotel een zwembad voor nodig?’

    Prima allemaal, denk ik. Maar in Berlijn zijn ze niet enthousiast. Het zwembad op het dak belast mijn milieubalans. Waterverbruik, stroom voor de pomp, materiaal- en energiekosten voor bouw… ‘Waar heeft een ecohotel een zwembad voor nodig?’

    Gaudí was een recycler avant la lettre (Park Güell, Barcelona)
    ‘Gaudí was een recycler avant la lettre’ (Park Güell, Barcelona)

    Die twee zijn alleen zo streng omdat ik het ze gevraagd heb. Het doel van hun onderzoek is immers om ervoor te zorgen dat ik in de toekomst zelf let op mijn ecologische impact, omdat je je totale uitstoot net zo makkelijk kunt meten als het aantal kilometers dat je aflegt of je bloeddruk. ‘In elk geval verwarmen ze het water niet,’ schrijf ik timide terug.

    Na een verantwoord ontbijt (jam van restfruit en biologisch brood) wandel ik naar de ontmoetingsplek voor een rondleiding door de stad. De Sagrada Familia, slechts één blok van het hotel verwijderd, neem ik voor kennisgeving aan. Voorbeeldtoeristen moeten de grootste drukte vermijden. Dat is helemaal niet meer zo erg, nu entreekaarten bijna alleen in de voorverkoop verkrijgbaar zijn en ordebewakers verdwaalde toeristen als verkeersbrigadiers de weg wijzen.

    Wat ik dan te zien krijg, is duurzaam, omdat je het niet snel vergeet

    Gaudí, dat was al een goede, zegt mijn gids Juan later: een recycler avant la lettre, die voor het bouwmateriaal voor zijn beroemde gevels gebruikmaakte van wat elders was overgebleven. Een overtuigd wandelaar en vegetariër bovendien. ‘Hij had altijd een handje pinda’s in zijn zak. Daaraan herkenden ze hem toen hij in 1926 een verkeersongeluk kreeg.’ Te laat helaas. Vanwege zijn excentrieke uiterlijk belandde Gaudí in het armenhospitaal. Drie dagen later was hij dood. ‘Als hij er niet als een zwerver bij had gelopen, zou hij absoluut langer hebben geleefd.’

    Juan mag dat zeggen: hij is zelf een hele tijd dakloos geweest. Een Duitse Spanjaard uit het Zwarte Woud. Hoe hij hier is terechtgekomen is een lang verhaal, met drugs in de hoofdrol. Nu werkt hij in een gaarkeuken en bij een touroperator die alleen bemiddelt voor stadsgidsen zoals hij, met straatervaring.

    Op een paar passen verwijderd van Instagram-Barcelona.  © Jonathan Ford / Unsplash
    Op een paar passen verwijderd van Instagram-Barcelona. © Jonathan Ford / Unsplash

    Ik wist niet wat me te wachten stond. Ik vond het voldoende te weten dat mijn geld naar hem ging en niet naar een groot toeristisch concern. Dat we te voet zouden gaan, weg van de belangrijkste attracties (daar mogen alleen gidsen met een vergunning naartoe). Wat wat ik dan te zien krijg, is duurzaam, omdat je het niet snel vergeet. Juan laat me een stad in de stad zien, vaak maar een paar passen verwijderd van Instagram-Barcelona.

    De rondleiding eindigt in het armenhospitaal waar Gaudí destijds lag. Tegenwoordig is de Catalaanse Staatsbibliotheek er ondergebracht. In de schaduw van de neogotische muren zit een groep jongeren met rugzakken en flesjes. Juan bekijkt ze eens goed. ‘Vakantiegangers en zwervers,’ zegt hij, ‘je kunt ze soms bijna niet uit elkaar houden.’

    Geïmporteerde groente, bedreigde vissoorten, rundvlees zelfs (methaan!). Vol weerzin annuleer ik. Ik moet ergens heen waar ik zonder bedenkingen kan eten en drinken.  © Jessica / Unsplash
    ‘Geïmporteerde groente, bedreigde vissoorten, rundvlees zelfs (methaan!). Vol weerzin annuleer ik. Ik moet ergens heen waar ik zonder bedenkingen kan eten en drinken.’ © Jessica / Unsplash

    Ik had me erg verheugd op de avond: er stond een menu gourmet gepland bij een topkok. Maar nu ik de kaart nog eens bekijk: geïmporteerde groente, bedreigde vissoorten, rundvlees zelfs (methaan!). En ook nog eens kaas, wat milieutechnisch niet veel beter is. Vol weerzin annuleer ik. Ik moet ergens heen waar ik zonder bedenkingen kan eten en drinken.

    Milieubewust testlaboratorium

    Het is pijnlijk in een restaurant eerst naar het afval te vragen, maar de chef van Lasal del Varador laat het graag zien. Drie emmers, nauwelijks groter dan bij mij thuis, voor het hele bedrijf. Er ligt een stuk papier tussen het vuilnis dat gerecycled kan worden: Ricard Jornet ziet het meteen. Hij pakt het en legt het in de andere emmer.

    Voor mensen die liever naar de zee dan in een vuilnisemmer kijken, is Lasal del Varador aanvankelijk niets bijzonders. Een van de vele strandtenten aan de uitlopers van Barcelona, een halfuur met het boemeltje naar het noorden. Ricard ziet het meer als een testlaboratorium: hoe milieubewust kun je koken?

    Zijn waar koopt hij zo mogelijk onverpakt. Hij schenkt zijn gasten gratis gefilterd leidingwater. Hij verwarmt met zonne-energie, koelt met ventilatoren. Vlees is bijna helemaal van de kaart verbannen; vis komt van kleine bootjes uit de omgeving. Dat moet je steunen, vind ik. Met gegrilde inktvis, gestoomde mosselen en een prima paella.

    Weten de gasten zijn inzet te waarderen? Jazeker, zegt Ricard, alleen veel meer betalen willen ze niet. ‘Maar ik heb een oplossing gevonden.’ Hij tekent zijn businessmodel op mijn servet. Op stroom bijvoorbeeld bespaart hij geld. Eco is ook economisch. Maar zonder een beetje idealisme gaat het verhaal niet op: ‘Ik wil mijn kinderen geen varkensstal nalaten.’

    Ik heb met mijn treinreis meer CO2 veroorzaakt dan het beetje biovis goedmaakt

    Ricard is geen zendelingstype. Wanneer ik over mijn treinreis vertel, knikt hij schuldbewust. ‘Vijf jaar heb ik het volgehouden.’ Vijf jaar zonder te vliegen. ‘Toen kreeg ik de kans Costa Rica te bezoeken. En ik vond het daar zo geweldig.’ Hij is in zijn oude fout vervallen. Maar het moet snel afgelopen zijn, voor altijd. Ik stel me een bijeenkomst voor van de Frequent Flyers Anonymous. Dit was toch wel een goede dag, denk ik op de terugweg.

    Berlijn zegt: ‘Een ecologisch restaurant steunen is natuurlijk prijzenswaardig en absoluut zinvol.’ Alleen heb ik met mijn treinreis meer CO2 veroorzaakt dan het beetje biovis goedmaakt. Vandaar dat het beter was geweest naar een restaurant in de buurt te gaan en daar een veganistische of vegetarische maaltijd te bestellen.

    Na drie dagen Barcelona denk ik dat ik de slag te pakken heb. Mijn ‘broeikaspotentieel’ beweegt zich tussen de 15 kilo CO2 in het begin naar ongeveer eenderde daarvan nu. Bovendien meten de onderzoekers ook mijn bijdrage aan de zomersmog en het verzuren van de zee. Ik heb geen idee wat die waarden betekenen. Maar ze zijn nu groen onderstreept, niet meer geel of rood.

    Is het leuk? Moeilijk te zeggen. Ik heb het te druk met het uit de weg gaan van alle verleidingen. © George Kedenbur / Unsplash
    ‘Is het leuk? Moeilijk te zeggen. Ik heb het te druk met het uit de weg gaan van alle verleidingen.’ © George Kedenbur / Unsplash

    Is het leuk? Moeilijk te zeggen. Ik heb het te druk met het uit de weg gaan van alle verleidingen. Het wordt vast beter als ik de grote stad verlaat en het groen in ga.

    Ik moet maar een taxi bellen, zeggen ze in het ecoresort. Geen denken aan. Trots sleep ik vanaf de bushalte mijn koffer de laatste kilometers over het stoffige weggetje. Ik heb geen rekening gehouden met de zon die in mijn nek brandt. Als ik nu zonnebrandcrème koop, bederven de olie en de kunststof natuurlijk mijn dagbalans. Berlijn begrijpt mijn dilemma: ‘Een conflict tussen gezondheid en milieubelasting.’ Het goede nieuws: er is een oplossing, als ik uit de zon blijf. Ik koop de crème en eet in plaats daarvan die avond geen kaas.

    Airco

    Mas Salagros ligt goed verborgen in de heuvels van het Parc Natural Serralada Litoral. De eigenaar van een supermarktketen heeft deze middeleeuwse hofstede gekocht om een nieuwe norm te stellen: het eerste honderd procent ecologische hotel op het Iberisch Schiereiland.

    Het is hier prachtig. Bijen zoemen in bloeiende struiken, hagedissen glippen over het met leisteen belegde pad. De piccolo brengt me naar mijn kamer. Hij laat me zien wat hier allemaal voor het milieu wordt gedaan, van warmtewerende dakbedekking tot gerecyclede toegangsdeuren. Ik sta ervan versteld hoe vaak je het woordje ‘eco’ kunt gebruiken. Dan zijn we op mijn kamer. Hij zegt: ‘Het is hier warm’, en zet eerst de airco maar eens op 18 graden.

    Ik breng de tijd door met wandelen, lezen, afval voorkomen. En natuurlijk verklap ik alles aan Berlijn. Is het consequent om ecowijn uit Chili te halen en biozeep uit China? Hoort de sales manager niet te weten of het water in het hotel wordt gezuiverd? Of ben ik degene over wie men zich moet verbazen? Ik wil een vakantieganger met verantwoordelijkheidsbesef worden, geen eco-inquisiteur. Ik besluit te relaxen.

    Daarvoor ben ik aan het juiste adres. Het hotel heeft vijf sterren, maar adverteert daar niet mee. Ik krijg een vermoeden waarom, als ik een gesprek op het terras van het restaurant afluister. Een jong stel, Nederlanders, modieus gekleed. Ze drinken cava en kijken hoe de zon ondergaat achter de heuvels. Haar telefoon rinkelt. ‘Ja, we zijn nog onderweg, in een ecoresort.’ Die twee krijgen echt geen uitbrander als ze weer thuis zijn.

    In mijn halfslaap verschijnt Greta Thunberg. Haar ogen kijken dwars door me heen

    Kan luxe duurzaam zijn? Ik betwijfel het zo langzamerhand. Niet als je luxe ziet als zoete overvloed: meer ruimte dan je nodig hebt, meer keuze dan je kunt overzien, meer kans om je te laten gaan. In Mas Salagros zijn ze trots op hun wellnesscomplex in de stijl van een Romeins badhuis. Daar maak ik het me een middag gemakkelijk zonder lang na te denken wat Berlijn ervan zal vinden. Het zwembad in Barcelona was petieterig vergeleken met de zes bassins hier. In een ervan is het water op lichaamstemperatuur en verzadigd met zout. Ik laat me er ruggelings in zakken en voel hoe hoog ik drijf. Al mijn spieren ontspannen zich. Ik ben toch zelf ook een onderdeel van het milieu, denk ik nog, ook mijn welzijn is belangrijk. In mijn halfslaap verschijnt Greta Thunberg. Haar ogen kijken dwars door me heen.

    Twee dagen later zit ik weer in de trein, het eerste deel van de terugreis. Ik kijk uit over zee en zit een beetje te piekeren. Mijn ecobalans ken ik nu tot tien cijfers achter de komma. Hij staat helaas weer in het rood, zoals altijd op dagen dat je onderweg bent. Het plezier dat ertegenover staat kan ik niet kwantificeren. En zelfs als dat wel kon: wat zou mijn vluchtige geluk wegen tegenover mijn aandeel in de klimaatramp? Berlijn kan me niet meer helpen. Berlijn is op vakantie: een conferentie in Brazilië. Eén advies hebben ze me nog meegegeven: als je wilt zwemmen, doe dat dan in zee, natuurlijker kan het niet.

    Dat ga ik nu in praktijk brengen. Mijn doel is een camping in het noorden van de Costa Brava, in natuurpark Aiguamolls de l’Empordà. Daar zou ook het probleem van luxe niet meer zo groot hoeven zijn.

    Ecokrediet

    Castell Mar is op het eerste gezicht een strandcamping als duizend andere, met tenten en caravans dicht op elkaar. Alleen wie erop let, ziet de nestkastjes aan de lantaarnpalen en de plaatsen waar hagedissen en konijnen kunnen schuilen. Tijdens het avondeten zit ik wat met de eigenaar te praten. Vanaf het terras van zijn restaurant hebben we uitzicht op zee en op de gruwelijke nieuwbouw in een naburige gemeente. ‘De klimaatverandering heeft ook iets moois,’ zegt hij. ‘Ooit spoelt dat allemaal weg en nestelen er aalscholvers in de ruïnes.’

    Jordi Sargatal is niet een typische toerismeondernemer. Hij was nog geen achttien, ‘een hippie en vogelgek’, zegt hij, toen in 1976 het moeras voor zijn deur zou worden drooggelegd. Er was een jachthaven gepland, nog groter en nog mooier, zeiden ze, dan de betonkolossen eromheen. Maar in elk geval slecht voor de zoveel duizend trekvogels die in het riet overnachten op reis naar Afrika. Met slaapzakken en spandoeken versperden Jordi en een paar vrienden de bulldozers de weg. ‘Veel moed was er niet voor nodig. Franco was net dood en de politie moest laten zien dat ze democratisch was. Ze hebben ons zelfs beschermd tegen de boeren uit het dorp die gier over ons heen wilden gooien.’

    Of hij zelf vliegt? ‘Heel vaak.’ Alleen de laatste paar maanden al naar Canada en China, om vogels te kijken. En naar Mauritanië. Daar leven monniksrobben, die hij graag hiernaartoe wil halen. ‘Ik weet wel dat al dat vliegen niet goed is.’ Hij knikt in de richting van het moeras. ‘Ik moet maar hopen dat ik genoeg krediet heb.’

    Dat was een grapje. Maar later in mijn wooncontainer houdt het me toch bezig. Kun je met je ecobalans eigenlijk ooit in de plus komen? Of gaat het er je leven lang alleen om je eigen schuld kleiner te maken? En als ik iedereen er thuis nu van weet te overtuigen dat duurzaam vakantie houden leuk is, geeft me dat dan genoeg krediet om in de herfst naar Japan te gaan?

    De Sagrada Familia, slechts één blok van het hotel verwijderd, neem ik voor kennisgeving aan. Voorbeeldtoeristen moeten de grootste drukte vermijden.   © Lucas Neves / Unsplash
    De Sagrada Familia, slechts één blok van het hotel verwijderd, neem ik voor kennisgeving aan. Voorbeeldtoeristen moeten de grootste drukte vermijden.  © Lucas Neves / Unsplash

    Het zwemmen in zee de volgende dag kan ik natuurlijk vergeten. Koud water is een van de nadelen van het laagseizoen. In plaats daarvan neemt Arnau, Jordi’s zoon, me mee op een excursie naar het natuurgebied. Hij studeert ecologie en heeft van zijn vader de liefde voor vogels geërfd. In het dorp gaan we naar Pau, die een bedrijf heeft dat ecoboten verhuurt.

    Dat is de mooiste verrassing van mijn week als goede toerist: hoeveel hartelijkheid je ontmoet

    Als je onderweg flink veel afval meeneemt, hoef je geen huur te betalen. Pau peddelt ons via het riviertje de Flavià door het moeras naar de kust. Een aardige vent, net als iedereen die ik op deze vakantie ontmoet. Dat is de mooiste verrassing van mijn week als goede toerist: hoeveel hartelijkheid je ontmoet.

    In het riet ontdekken we vogels die ik nog nooit gezien heb: bontgekleurde bijeneters, langssuizende ijsvogels, groene spechten, strandplevieren. Ook een purperreiger, die blijkbaar erg zeldzaam is: Arnau en Pau kijken elkaar stralend aan. ‘Waarom vogels?’ vraag ik ze. ‘De droom van de mens om te vliegen,’ zegt Arnau. ‘Bewondering,’ denkt Pau, ‘het zijn de koningen van de lucht.’ Ik kijk van de vogels aan de oever naar de condensstrepen in de lucht. Hebben we onze droom waargemaakt, of hebben we hem prijsgegeven?

    Ik wil weten hoe het voelt om na decennia als stratosfeerverpester een goede toerist te zijn. - © Amin Safaripour / Unsplash
    Ik wil weten hoe het voelt om na decennia als stratosfeerverpester een goede toerist te zijn. – © Amin Safaripour / Unsplash