Onderwerpen: Kunst

  • Roofkunst: ook Queen Elizabeth moet kleur bekennen

    Roofkunst: ook Queen Elizabeth moet kleur bekennen

    Bezoek een willekeurig Europees museum en binnen de kortste keren sta je oog-in-oog met objecten die in het koloniale tijdperk zijn geroofd uit Afrika en elders. Al decennia woeden discussies over teruggave. Groot-Brittannië komt steeds meer onder vuur te liggen, zeker nu Duitsland en Nederland hebben besloten delen uit hun collecties terug te geven aan de landen van herkomst. 

    Enkele weken geleden gaf Monika Grütters, de Duitse minister van Cultuur, opdracht aan de voorzitter van de Pruisische Stichting Cultureel Erfgoed, om een route te ontwikkelen die erin voorziet dat roofkunst in Duits bezit wordt teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren. 

    Centraal staat een groep kunstvoorwerpen die wordt aangeduid met de naam Benin Bronzes. Die complete groep bestaat uit duizenden artefacten, waaronder koperen reliëfs, bronzen sculpturen en ivoorsnijwerk, die door Britse troepen in 1897 uit het huidige Nigeria werden geroofd tijdens een strafexpeditie. 

    Een deel van de Benin Bronzes kwam terecht in Duitsland. Inmiddels heeft een delegatie van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken Benin City in Nigeria bezocht om permanente restitutie door Duitse musea te bespreken. Naar verwachting zullen de afspraken over teruggave tegen de zomer zijn afgerond.

    Dat is niets minder dan een doorbraak, aldus Deutsche Welle. Het feit dat politici het woord restitutie gebruiken, is het begin van een enorme verandering in de mondiale geografie van kunst, zo citeert Deutsche Welle Benedicte Savoy, een historica die al vele jaren onderzoek doet naar het onderwerp roofkunst.

    ‘Het proces begon in 2016 toen Emmanuel Macron aankondigde binnen vijf jaar objecten naar Afrika terug te willen sturen’, aldus Savoy. Het duurde nog drie jaar voordat het Franse parlement in december 2019 besloot zesentwintig objecten terug te sturen, maar het bracht de bal aan het rollen en zo kwam ook Duitsland in beweging. 

    Eerste stappen

    Het is dan ook hoog tijd, want al sinds Nigeria onafhankelijk werd in 1960, pleit het land voor teruggave van de Benin Bronzes, weet Hyperallergic. De samenwerking van de Duitse delegatie met Nigeriaanse functionarissen over een gecoördineerde restitutiestrategie, betreft honderden Benin Bronzes in de collectie van het Etnologisch Museum in Berlijn.  

    Afrikaanse wetenschappers en activisten verwelkomen de Duitse stappen om de Benin Bronzes in zijn openbare collecties permanent terug te geven, schrijft The Art Newspaper. De verwachting is dat dit zal leiden tot verdere restitutie van artefacten die uit voormalige koloniën zijn geroofd en die zich nu in collecties van westerse musea bevinden.

    ‘De kwestie van teruggave van cultureel erfgoed maakt deel uit van een eerlijke benadering van de koloniale geschiedenis’, zo citeert The Art Newspaper de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas. ‘Het is een kwestie van gerechtigheid. In het geval van de Benin Bronzes werken Nigeria en Duitsland samen om een gedeelde structuur te creëren, vooral wat betreft museale samenwerking met het geplande Museum of West African Art in Benin City.’

    Souleymane Bachir Diagne, een Senegalese filosoof en directeur van het Institute of African Studies aan de Columbia University in New York, prijst het initiatief van de Duitse regering. ‘Duitsland heeft echt het voortouw genomen’, zegt hij. ‘Vooral de bronzen beelden uit Benin zijn belangrijk: het zijn waarschijnlijk de bekendste en meest geroemde kunstvoorwerpen. De terugkeer van deze oorlogsbuit heeft een bijzondere betekenis.’

    Nederland

     Volgens The Art Newspaper is ook Nederland een van de eerste landen die stappen tot restitutie heeft gezet: ‘De Nederlandse regering heeft een plan goedgekeurd om artefacten te repatriëren die uit voormalige koloniën zijn verwijderd, en heeft aanbevelingen overgenomen van een adviescommissie die oproept tot de “erkenning dat er onrecht is gedaan aan de lokale bevolking van voormalige koloniale gebieden toen cultuurgoederen tegen hun wil werden meegenomen”.

    De commissie, voorgezeten door Lilian Gonçalves-Ho Kang You, heeft vorig jaar aanbevolen dat musea niet alleen claims in overweging zouden nemen voor items waarvan bekend is dat ze zijn geplunderd, maar ook verzoeken om teruggave van items zonder volledige herkomstgegevens, vooral in gevallen waarin de objecten van “cultureel, historisch of religieus belang zijn voor het bronland”.’ 

    Volgens Jos van Beurden, auteur van een invloedrijk proefschrift uit 2016 dat in het Engels werd gepubliceerd als Treasures in Trusted Hands, staat Nederland, althans voorlopig, met het nieuwe beleid in de voorhoede van de Europese inspanningen om acquisities uit het koloniale tijdperk te repatriëren, zo schrijft The Art Newspaper.

    ‘Het zal nog even duren, maar de ontwikkeling is niet te stoppen’, meent ook Achille Mbembe, een Kameroense filosoof en professor aan de Universiteit van de Witwatersrand in Johannesburg. ‘Er is gewoon geen enkele morele grond om Afrikaanse artefacten in westerse musea vast te blijven houden.’

    Ook de Universiteit van Aberdeen in Schotland heeft inmiddels aangekondigd een Benin-beeld terug te geven en daarmee is het een van de eerste openbare instellingen die zich tot repatriëring verplicht. Het zijn eerste stappen, maar de echte doorbraak zal pas komen als ook het British Museum in Londen zich committeert, want dat herbergt meer dan negenhonderd Benin-objecten. 

    ‘Er zijn maar weinig voorwerpen die de geschiedenis van roofzuchtig kolonialisme beter illustreren dan de Benin Bronzes’

    Iemand die zeer uitgesproken is over de verplichting tot teruggave is de Brit Dan Hicks, Professor Hedendaagse Archeologie aan de Universiteit van Oxford. Hij publiceerde eind vorig jaar het boek The Brutish Museums (De Brute Musea, in plaats van de Britse Musea). Het boek, dat als ondertitel heeft The Benin bronzes, Colonial violence and Cultural restitution, werd onder meer besproken door The New York Review of Books en The Guardian en het werd door The New York Times opgenomen in de lijst van twintig belangrijkste kunstboeken van 2020. Volgens Hicks zijn de Benin Bronzes verspreid over meer dan honderdzestig museumcollecties wereldwijd, waaronder veel regionale museumcollecties.

    Recent was Hicks te gast in een podcast, waarin de problematiek rond de Benin Bronzes als volgt wordt geïntroduceerd: ‘Er zijn maar weinig voorwerpen die de geschiedenis van roofzuchtig kolonialisme beter illustreren dan de Benin Bronzes, een verzameling van duizenden koperen plaquettes en gebeeldhouwde ivoren slagtanden die de geschiedenis weergeven van het Koninklijke Hof van Benin in Nigeria. De verzameling werd buitgemaakt tijdens een Britse aanval in 1897 en werd overgedragen aan koningin Victoria, het British Museum en talloze privécollecties.

    Nu, meer dan honderdtwintig jaar later, vormt het verhaal van de Benin Bronzes de kern van een verhit debat over culturele restitutie, repatriëring en dekolonisatie van musea. In The Brutish Museums pleit Dan Hicks krachtig voor de spoedige teruggave van dergelijke objecten, als onderdeel van een breder project om de uitstaande schulden van het kolonialisme te vereffenen.’

    Queen Elizabeth

    Na de publicatie van zijn boek pakt Hicks stevig door, want in een opinie-artikel voor The Guardian, getiteld ‘Als de koningin niets te verbergen heeft, moet ze ons vertellen welke kunstvoorwerpen ze bezit’, eiste hij vorige week dat niet alleen musea maar ook de Britse koningin Elizabeth openheid van zaken geeft over de herkomst van haar privécollectie. Hicks schreef zijn artikel uit verbazing over het feit dat de Britse koninklijke familie, met een roemrucht verleden wat betreft de verwerving van geroofde kunstvoorwerpen, is vrijgesteld van een wet ter bescherming van cultureel erfgoed.

    ‘Als Britse musea alle gestolen spullen zouden teruggeven, zouden ze leeg zijn en zouden ze allemaal moeten sluiten.’ Hicks opent zijn artikel met dit in Groot-Brittannië vaak geopperde schrikbeeld. Maar, schrijft hij, deze gedachte verwart noodzakelijke, verlichte hervormingen met een beeldenstorm. Sinds de jaren negentig bekijken we de teruggave van door nazi’s geroofde kunstwerken en van menselijke resten van geval tot geval. Die werkwijze heeft het belang van musea niet kleiner gemaakt, maar heeft ze domweg in overeenstemming gebracht met de eisen van onze tijd.

    Eenzelfde gang van zaken is nu zichtbaar rond verzoeken om de teruggave van gestolen Afrikaans erfgoed, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de aankondiging van de Universiteit van Aberdeen om een geroofd Benin-beeld terug te geven aan Nigeria, aldus Hicks. De tijden veranderen. Er is een aardverschuiving opgetreden in wat museumbezoekers verlangen van de instellingen waar ze van houden.

    We zien een groeiend ethisch besef als het om mode en kleding gaat, en op eenzelfde manier willen mensen tegenwoordig weten waar de cultuur die ze consumeren vandaan komt. Hoe zijn die voorwerpen hier terechtgekomen? Is er iemand die om teruggave vraagt? Hicks merkt op dat er in Duitsland zelfs campagnes zijn gestart om museumarchieven online te openbaren, zodat museumbezoekers zelf de feiten van koloniale plundering kunnen onderzoeken. Kortom, het publiek eist in toenemende mate transparantie over diefstal.

    Verdrag van Den Haag

    Deze vraag naar transparantie, schrijft Hicks, komt scherp in beeld door het opmerkelijke nieuws dat de privébezittingen van Hare Majesteit zijn vrijgesteld van de Wet op Cultureel Eigendom van 2017. Deze wet kan nauwelijks omstreden zijn, want hij is ruim vijftig jaar na dato een bekrachtiging van het Verdrag van Den Haag uit 1954. De Wet op Cultureel Eigendom maakt het strafbaar om onrechtmatig geëxporteerd cultuurgoed te kopen of te ontvangen als schenking of lening, ongeacht de datum van die export

    Het idee dat de politie de koninklijke privélandgoederen Balmoral en Sandringham van de koningin zal doorzoeken naar gestolen goederen lijkt misschien onwaarschijnlijk, maar Hicks wijst er fijntjes op dat een schilderij uit de Nederlandse koninklijke collectie in 2015 werd geïdentificeerd als nazibuit. Net als musea loopt ook de Britse koninklijke familie het risico illegale oudheden, tijdens de Holocaust gestolen kunstwerken of koloniaal roofgoed als lening of geschenk te hebben ontvangen. Voor zowel musea als het koninklijk huis zijn zorgvuldigheid en transparantie een natuurlijke, ethische verantwoordelijkheid. 

    Dan is er ook nog de kwestie van de Royal Collection van de Britse koninklijke familie, de grootste particuliere kunstcollectie ter wereld. ‘Denk bijvoorbeeld aan de gouden tijgerkop met ogen van bergkristal en tanden die van de troon van Tipu Sultan van Mysore werden gerukt tijdens de bestorming van Seringapatam in 1799, waarbij de sultan werd vermoord; in 1831 door ambtenaren van de East India Company geschonken aan William IV’.

    Of, vervolgt Hicks, de ‘krobonkye’, een muts van antilopenleer met stroken van gehamerd goud in de vorm van een krokodil waarvan gezegd wordt dat hij toebehoorde aan Kofi Karikari, de koning van de Ashanti. De muts werd geroofd toen Karikari werd afgezet door Britse troepen in de Ashanti-oorlog van 1874 en Sir Garnet Wolseley toezicht hield op de plundering van de koninklijke paleizen in Kumasi. 

    Er is de gebeeldhouwde houten trommel van Emir Wad Bishara, meegenomen na zijn nederlaag bij de bloedige slag om Omdurman in 1898 waarbij Britse machinegeweren 12.000 mensen neermaaiden en nog eens 13.000 verwondden. De trommel werd als trofee aan koningin Victoria aangeboden door generaal-majoor Herbert Kitchener, de ‘Sirdar’ (opperbevelhebber) van het Egyptische leger.

    Er is een paar uitgesneden ivoren luipaarden, waarvan de vlekken in koper zijn weergegeven. Ze werden in 1897 aan koningin Victoria aangeboden door admiraal Sir Harry Rawson nadat hij op brute wijze Benin City in Nigeria had geplunderd en koning Ovonramwen Nogbaisi had afgezet en hem in ballingschap had gestuurd. 

    Looty (‘Plundertje’)

    Koningin Victoria ging zelfs zo ver dat ze een speciale tentoonstelling liet maken voor dergelijke objecten die waren gestolen bij gewelddadige onttroningen van rivaliserende vorsten. Op vrijdag 18 juni 1897 begon de tiendaagse ‘Koninginneweek’ ter gelegenheid van Victoria’s diamanten jubileum met de opening van een permanente tentoonstelling van gestolen voorwerpen. In de Grand Vestibule van Windsor Castle werden tien elektrisch verlichte vitrines van eikenhout geïnstalleerd, voor wat destijds werd aangekondigd als ‘een museum met relikwieën van voormalige vorsten’. 

    Voorwerpen die waren geroofd van afgezette koningen, emirs en sultans, van India tot Ghana, van Soedan tot Nigeria en elders in het Britse rijk, werden uit de opslag gehaald en geïnstalleerd in het deel van de staatsappartementen dat werd gebruikt om internationale bezoekers te ontvangen. Victoria kreeg zelfs een hondje genaamd Looty (‘Plundertje’), een pekinees die bij de vernietiging van het Zomerpaleis van Peking in 1860 van keizerin-weduwe Cixi werd weggenomen en naar Balmoral werd verscheept.

    De vitrines in de Grand Vestibule zijn er nog steeds. En ook de koninklijke collecties groeien nog steeds, schrijft Hicks. ‘Een voorbeeld in mijn boek The Brutish Museums illustreert het belang van transparantie, aangezien geschenken aan de vorst zo vaak een complexe geschiedenis hebben. Het betreft een bronzen kop van Benin die werd geroofd tijdens de aanval van 1897 en daarna op een veiling werd gekocht door Nigeria voor het nationale museum in Lagos in de jaren vijftig.

    Vervolgens keerde het object volledig legaal terug naar Londen, als geschenk aan de koningin door generaal Yakubu Gowon tijdens een staatsbezoek in 1973. Moet deze koninklijke schat nu voor een tweede keer naar Nigeria worden teruggebracht? Het antwoord is in ieder geval niet te vinden op de website van Royal Collection Trust, waar de uitstallingen van Windsor nog steeds eufemistisch worden beschreven als een illustratie van “de complexe manieren waarop Britse monarchen contact hebben gehad met volkeren over de hele wereld”.’

    Waar het om gaat is hoe we soevereiniteit definiëren in het derde decennium van de eenentwintigste eeuw

    Hoe verbinden we de netelige kwestie van kolonialisme in de victoriaanse musea met de netelige kwestie van aanhoudend feodalisme, die in de vorm van een monarchie nog steeds aanwezig is in het laatkapitalisme? In beide anachronistische domeinen verdient het publiek in ieder geval te weten of cultureel eigendom afkomstig is van diefstal. Want, aldus Hicks, waar het om gaat is hoe we soevereiniteit definiëren in het derde decennium van de eenentwintigste eeuw.

    In het koloniale tijdperk beschouwde de Britse koninklijke macht onteigening als legitiem. In de volstrekt andere wereld van vandaag vereist culturele legitimiteit dat stelen niet triomfantelijk wordt getoond, noch verborgen wordt of toegedekt, maar zichtbaar wordt gemaakt zodat mensen zelf kunnen oordelen.

    De Egyptische schrijfster Ahdaf Soueif stapte in 2019 op als bestuurslid van het British Museum. Soueif besloot daartoe vanwege sponsoring door BP én vanwege de houding van het museum te aanzien van repatriëring van geroofde kunstvoorwerpen. Hicks noemt die stap ‘een indicatie dat eisen over de terugkeer van koloniaal roofgoed, net zoals protesten over sponsoring door oliebedrijven van theaters, musea en kunsthuizen, deel uitmaken van een bredere, groeiende overtuiging dat sociale rechtvaardigheid en klimaatrechtvaardigheid hand in hand moeten gaan met “culturele rechtvaardigheid”.

    Politiek van transparantie moet ook een politiek van inclusiviteit zijn. Hoe kunnen we breken met eenzijdige processen die worden gedicteerd door degenen die gestolen goederen in bezit hebben? Hoe geven we eisers een respectvolle plaats? Van de inventarislijsten van onze nationale musea tot wat het ook is dat aan de muren van Sandringham House hangt: het Britse publiek en de wereld verdienen openheid als het gaat om kwesties van diefstal.’

  • Mussolini, Manhattan en het verdwenen mozaïek van Caligula

    Mussolini, Manhattan en het verdwenen mozaïek van Caligula

    Tweeduizend jaar geleden sierde een mozaïek van ruim een meter twintig bij een meter twintig de vloer van een ‘orgieschip’ van de beruchte Romeinse keizer Caligula. Het schip zonk in Lago Nemi, bij Rome. Mussolini liet het opgraven en het mozaïek belandde in een chic appartement aan Park Avenue in New York. Daar fungeerde het 45 jaar lang als tafelblad van een salontafel. Uiteindelijk werd het mozaïek aan Italië teruggegeven waar het eerder deze maand feestelijk werd onthuld.

    ‘De afgelopen vier jaar hebben Italiaanse restaurateurs geprobeerd thee- en koffievlekken te verwijderen van een grote, tweeduizend jaar oude mozaïek.’ Zo begint The Daily Beast het artikel over de fascinerende reis van een mozaïek dat de vloer sierde van een drijvend paleis van de Romeinse keizer Caligula (12–41 n.Chr.). Het vierkante mozaïek van rood porfier, groen en wit glas en marmer bevond zich 45 jaar in Park Avenue in New York, in de woonkamer van de Italiaans-Amerikaanse Nereo Fioratti, werkzaam als journalist bij de Italiaanse krant Il Tempo en zijn vrouw, kunstverzamelaar en -handelaar Helen Fioratti. Volgens The Daily Beast legde het mozaïek van het ‘orgieschip’ een fascinerende reis af van Italië naar New York en weer terug naar Italië, waar het op 11 maart werd onthuld. 

    Caligula regeerde slechts vier jaar over het Romeinse Rijk, van 37 tot 41 na Christus, maar hij deed dat op een manier die ervoor heeft gezorgd dat de omschrijvingen ‘gek’ en ‘berucht’ onlosmakelijk met zijn naam zijn verbonden. Als nietsontziende dictator zette hij een standaard voor zijn opvolgers, daarbij mogelijk geholpen door een psychische aandoening. Hij heeft in ieder geval twee en mogelijk drie drijvende paleizen laten bouwen, die een groot deel van het oppervlak van het kleine Lago Nemi, dertig kilometer ten zuiden van het centrum van Rome, in beslag moeten hebben genomen. Wellicht was hij geïnspireerd door plezierschepen die werden gebouwd voor de feesten van de Hellenistische heersers van Syracuse en Ptolemaeïsch Egypte. Van de twee drijvende paleizen was er één voorzien van een tempel, en beide waren ongeveer 75 meter lang en 21 meter breed. 

    Enorme feesten

    De schepen hadden geen voortstuwingssysteem en waren beladen met loodzware versieringen, dus feitelijk waren het drijvende bakken die alleen verplaatst konden worden door over het meer te worden voortgesleept door andere schepen. Er was warm en koud stromend water aan boord dat uit loden pijpen gutste, waarop de naam van Caligula was gegraveerd. Op de schepen stonden roze marmeren zuilen, de muren waren ingelegd met ivoor en de vloeren waren voorzien van felkleurige mozaïeken. Versierd met goud en edelstenen, bronzen sculpturen en bronzen friezen van dieren, vormden de schepen de locatie voor enorme feesten die soms dagen duurden, zo schrijft The New York Times. Diezelfde krant schreef in 1928: ‘Volgens verslagen uit die tijd waren de schepen gevuld met talloze kunstschatten en werden ze beschouwd als een van de wereldwonderen…’

    Wat er zich afspeelde aan het hof en aan boord van de paleisschepen van de ‘Gestoorde Keizer’ nam in de loop van de geschiedenis steeds mythischer proporties aan. Het begon met het beroemde verhaal van de Romeinse historicus Suetonius die in zijn De Vita Caesarum (‘Over het leven van de keizers’) op roddeltoon beschrijft dat Caligula overwoog zijn lievelingspaard Incitatus tot consul te benoemen. Overigens is nooit vastgesteld of dat een daadwerkelijk voornemen was, of dat de opmerking het dédain van Caligula voor de Senaat betrof, bedoelende ‘al die consuls zijn zulke ezels, daar kan mijn paard dan ook wel bij’.

    Caligula zou de tongen hebben laten afsnijden van mensen die het waagden hem tegen te spreken, hij zou vijanden een voor een hebben afgeslacht en hij zou zich hebben overgegeven aan incestueuze orgies met zijn zusters. Zelfs het zinken van de paleisschepen is tot een legende geworden.

    Zo opperde The New York Times in 1929 de mogelijkheid ‘dat Caligula opzettelijk beide schepen in al hun pracht samen met zijn gasten tot zinken bracht om een ​​orgie te bekronen met een geweldig spektakel.’

    Waarschijnlijker is dat de schepen na de moord op Caligula in 41 tot zinken zijn gebracht, wellicht op last van zijn opvolger Claudius, die herinneringen aan zijn tirannieke voorganger wilde uitwissen.

    Mussolini

    Hoe het ook zij, een andere dictator, Benito Mussolini, die een groot bewonderaar van Caligula was, gaf negentienhonderd jaar later opdracht om de gezonken schepen te bergen. Il Duce was daarmee niet de eerste, want lokale vissers waren al sinds mensenheugenis op de hoogte van het bestaan van de wrakken. Met haken haalden ze regelmatig onderdelen omhoog die aan voorbijgangers werden verkocht.

    In 1446 gaf kardinaal Prospero Colonna opdracht aan Leon Battista Alberti, humanist, homo universalis en onder meer ontwerper van de façade van Santa Maria Novella in Florence, om uit te zoeken wat er waar was van de verhalen over schepen die op de bodem van het meer zouden liggen. Alberti ontdekte restanten van de schepen op een diepte van ruim 18 meter, maar had niet de middelen om ze te bergen.

    Mogelijk ligt er nog een derde schip onder de modder op de bodem van het meer

    Mussolini had meer succes. Volgens The New York Times gaf hij in 1929 opdracht om het meer droog te leggen en drie jaar later waren twee schepen gelokaliseerd en aan land gebracht. Overigens ligt er mogelijk nog een derde schip onder de modder op de bodem van het meer. Volgens de burgemeester van Nemi wordt momenteel met hightech sonarapparatuur geprobeerd of een derde schip kan worden gelokaliseerd.

    In 1936 liet Mussolini bij het meer van Nemi een museum bouwen zodat het publiek kennis kon nemen van alle vondsten, waaronder het mozaïek van Park Avenue. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het museum als schuilkelder gebruikt en in mei 1944 brandde het tot de grond toe af, volgens sommige berichten als gevolg van geallieerde bombardementen, volgens andere na brandstichting door wraakzuchtige nazi’s die zich terug moesten trekken.

    Nagenoeg alle overblijfselen van de twee schepen van Caligula gingen verloren, maar het Park Avenue-mozaïek was tijdens de brand al niet meer in het museum aanwezig. De laatst bekende foto van het mozaïek werd gemaakt in 1955 en sindsdien werd het als gestolen beschouwd omdat een officiële verblijfplaats ontbrak. Tot 23 oktober 2013.

    De salontafel van Helen

    De foto uit 1955 werd afgedrukt in een boek van Dario Del Bufalo, een Italiaanse expert op het gebied van antiek marmer. Op de bewuste oktoberavond in 2013 gaf hij in de winkel van juwelier Bulgari op 5th Avenue in Manhattan een lezing naar aanleiding van de publicatie van zijn nieuwe boek Porphyrius, de zeldzame paarse steen die zo geliefd was bij Romeinse keizers, waarna een signeersessie volgde. De bijeenkomst werd bijgewoond door de culturele elite van New York.

    ‘Ik zat daar boeken te signeren’, aldus Del Bufalo, ‘en opeens zeiden mensen: “Oh kijk, is dat niet de salontafel van Helen?”, toen ze de foto zagen van Caligula’s verdwenen mozaïek. Het het alsof iederéén die tafel kende.’ De salontafel van Fioratti bleek eerder op een foto in Architectural Digest te hebben gestaan en had kennelijk indruk gemaakt op de verzamelaarselite van New York.

    Het toeval wilde dat een Italiaanse expert op het gebied van kunstdiefstal en medewerker van de Comando Carabinieri per la Tutela del Patrimonio Culturale (Carabinieri T.P.C.), de Italiaanse organisatie voor opsporing van gestolen kunstschatten, ook bij de lezing van Del Bufalo aanwezig was. Uit de opmerkingen van de aanwezigen werd hem duidelijk dat er iets bijzonders aan de hand was met de salontafel van het echtpaar Fioratti. Gegevens over de Fioratti’s werden aan de politie overhandigd, die vervolgens een onderzoek startte. Dat leidde uiteindelijk tot inbeslagname van het mozaïek en tot teruggave aan Italië in 2017. Tot een aanklacht tegen Fiorattis is het niet gekomen, want de politie is ervan overtuigd dat ze het mozaïek in de jaren zestig te goeder trouw hebben aangekocht. 

    Lintje

    Helen Fioratti, eigenaar van L’Antiquaire and the Connoisseur, een bekende galerie voor Europese oudheden en antiek in New York, zei in 2017 tegen The New York Times dat ze het mozaïek had gekocht van een Italiaanse aristocratische familie en dat de verkoop nota bene was begeleid door een lid van de Italiaanse Carabinieri T.P.C.

    ‘Het was een onschuldige aankoop. Het was ons favoriete stuk en we hadden het al vijfenveertig jaar in bezit.’ Fioratti zei ook dat ze niet van plan was de inbeslagname te bestrijden omdat dat te veel geld en tijd zou kosten. Ze gelooft wel dat ze legitieme aanspraak op het stuk had kunnen maken als ze er een zaak van zou hebben gemaakt. ‘Ze zouden me een lintje moeten geven omdat ik me niet heb verzet.’ Del Bufalo kan met haar meevoelen: ‘Het zat me wel dwars dat het mozaïek in beslag is genomen’, zei hij tegen The Daily Beast. ‘Ze was er echt dol op.’

    Massimo Osanna, directeur-generaal van de Italiaanse staatsmusea, vermoedt dat het mozaïek vanuit Italië naar de VS is gesmokkeld via een diplomatieke zending, want een aankoopbewijs of invoerpapieren zijn nooit gevonden. Dat zou niet uitzonderlijk zijn, want tot halverwege de jaren 2000 doken in musea over de hele wereld Italiaanse oudheden op. Italië voerde bijna tien jaar lang een proces tegen Marion True, destijds conservator van het Getty Museum in Los Angeles, omdat ze, aldus de aanklacht, oudheden had verkocht die door grafrovers waren gestolen uit de uitgestrekte archeologische parken van Italië en vervolgens aan verzamelaars en musea werden doorverkocht. Honderden van dergelijke gestolen kunstschatten zijn de afgelopen jaren geretourneerd aan Italië.

    Koffievlekken

    Het mozaïek van Caligula werd weliswaar in 2013 herontdekt, maar het duurde nog vier jaar voordat samenwerking van de Italiaanse autoriteiten met Cy Vance, de officier van justitie van Manhattan, tot verificatie leidde en uitwees dat het om het originele mozaïek van het paleisschip ging. Toen Vance de authenticiteit van het mozaïek bekendmaakte zei hij: ‘Dergelijke voorwerpen kunnen mooi, legendarisch en enorm waardevol zijn voor verzamelaars, maar feit blijft dat het opzettelijk negeren van de herkomst van een voorwerp in wezen stilzwijgende goedkeuring betekent van schadelijke, criminele praktijken.’

    Helen Fioratti, die nu in de negentig is, is nooit beschuldigd van misdrijven, hoewel verschillende huiszoekingen in haar huis aan Park Avenue en in haar antiekgalerie L’Antiquaire & The Connoisseur suggereren dat de autoriteiten wel degelijk achterdochtig waren.

    Het mozaïek werd al in 2017 teruggestuurd naar Italië, samen met een lading andere geroofde kunstvoorwerpen. Het werd pas twee weken geleden feestelijk onthuld in het Museo delle Navi di Nemi dat het voornemen heeft om ooit reconstructies op ware grootte van de Caligula-schepen te zullen herbergen. Het duurde bijna vier jaar voordat de ‘restanten van het huiselijke leven’, in de woorden van Massimo Osanna, uiteindelijk verwijderd waren.

    Het mozaïek zat onder de koffie- en theevlekken die tannine bevatten dat makkelijk vlekken maakt op natuursteen. De Fioratti’s gebruikten de tafel ook om bloemenvazen en cocktailglazen op te zetten, zodat er ook kalkvlekken op waren achtergebleven. ‘Het was duidelijk een veelgebruikte tafel,’ aldus Osanna. ‘Het is echt een wonder dat het mozaïek is teruggekeerd in Nemi.’

  • Aanbevolen door de redactie. Nieuwe Banksy beklad & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Nieuwe Banksy beklad & Meer

    Fantastische storytelling in The making off a Banksy. ‘Dit vraagt om een vervolg.’ Verder: parels uit het eminente verleden van The New Yorker & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires en fotoreportages die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Parels uit het New Yorker-archief

    De wekelijkse nieuwsbrief The New Yorker Classics van Erin Overbey behoort tot de favoriete digitale post van redacteur IJsbrand van Veelen. Overbey is sinds 1994 archiefredacteur van The New Yorker, het onvolprezen weekblad voor eminente fictie en non-fictie dat over vier jaar zijn honderdjarige bestaan viert.

    Het is op zichzelf al een feest dat een blad met zo’n lange historie een archiefredacteur heeft die lezers wijst op parels uit het verleden die tot de canon van de journalistiek en literatuur behoren. Overbey weet dan ook nog eens te verrassen met haar wekelijkse keuze, die soms aansluit bij actuele gebeurtenissen en soms zomaar uit de lucht lijkt te komen vallen, maar die altijd haar gevoel voor kwaliteit weerspiegelt. 

    Eerder deze maand wees Overbey op het eerste korte verhaal van Donna Tartt dat in The New Yorker werd gepubliceerd en in haar nieuwsbrief van deze week schrijft ze over schrijver Paul Auster: ‘Een van mijn favoriete stukken van Paul Auster is “Why Write?”, een meditatief essay, gepubliceerd in 1995, over ervaringen die hem persoonlijk en als schrijver hebben gevormd. Het essay, later uitgebreid tot een boek, begint als een dun straaltje en zwelt uiteindelijk aan tot een stroom van herinneringen in proza.’ Het is inderdaad wederom een prachtig stuk.


    Een jaar lang corona

    ‘Als we op het ogenblik dat de wereld daarbuiten ontplofte, dit bakstenen gebouw als een grote taart van boven naar beneden hadden doorgesneden, zou het hele leven alle inwoners van dit poppenhuis zichtbaar zijn geweest’, zo begint het Spaanse dagblad El Mundo een prachtige multimediale reportage over een appartementengebouw in Madrid dat ze dit coronajaar hebben gevolgd, tipt redacteur Joep Harmsen.

    In ‘Het verhaal van een trap’ maken we kennis met ‘portaal 3’, een flatgebouw in een arbeiderswijk van Madrid. Een reconstructie van de impact van een jaar lang corona ‘aan de hand van wat de bewoners vertellen. En ook door wat de ruimtes verzwijgen.’

    Screen Shot 2021 03 19 at 2.49.38 PM
    © Screenshot El Mundo

    Natuurlijk zijn het overwegend tragische verhalen. Over bruiloften en communies die niet doorgingen. Over het missen van ouders en omhelzingen. Over een vrouw die hun stervende moeder niet kon bezoeken in het ziekenhuis.

    Toch is het niet alleen maar kommer en kwel dat achter de voordeuren schuilgaat. Zo zijn er mooie verhalen te vertellen, zoals die Marta en David van appartement 3D. Het koppel was pas een paar weken bij elkaar toen de lockdown in maart werd afgekondigd, in eerste instantie voor twee weken. Ze besloten te gaan samenwonen voor die twee weekjes, als een soort ‘wittebroodsweken’, maar de noodtoestand werd almaar verlengd. Inmiddels wonen ze een jaar samen.


    Het einde van de mensheid

    Voor degene die denken dat pandemieën georkestreerd zijn om de overbevolking een halt toe te roepen, eat your heart out. Het einde van de mensheid, of van een gedeelte daarvan, is dichterbij dan u denkt, las editor at large Katrien Gottlieb vrijdag in The Guardian. Het stuk is van de hand van Erin Brockovich, een Amerikaanse milieuactiviste die een belangrijke rol speelde in de zaak tegen de Pacific Gas and Electric Company of California in 1993, het machtig chemieconcern dat op grote schaal het grondwater vervuilde. In 2000 portretteerde Julia Roberts haar in de gelijknamige film.

    Als deze trend doorzet is het aantal spermacellen in 2045 tot nul gedaald. Nul, u leest het goed

    Hormoonverstorende chemicaliën zouden de vruchtbaarheid wereldwijd in een alarmerend tempo decimeren. Milieu- en voortplantingsepidemioloog Shanna Swan aan de Mount Sinai School of Medicine in New York, beweert dat het aantal zaadcellen van mannen sinds 1973 met bijna 60 procent is afgenomen. Als die trend doorzet is het aantal spermacellen in 2045 tot nul gedaald. Nul, u leest het goed.  

    De chemicaliën verantwoordelijk voor deze spermacrisis zitten in van alles, in plastic, in geurstoffen, schoonmaakproducten, zeep, elektronica, in vloerbedekking. In alle zogenaamde ‘forever chemicals’, omdat ze niet afbreken in het milieu of het menselijk lichaam. Ze stapelen zich op.

    En dat is nog niet alles blijkt uit Swan’s onderzoek. Behalve slap en/of sloom zaad, gaat ook de grootte van de penis en het volume van de testikels krimpen. Swan stelt wetgeving voor, maar wie weet is dit schrikbeeld voor veel mannen al genoeg om forever alle chemicals uit hun levenspatroon te bannen.


    Nieuwe Banksy beklad

    Een muurschildering van Banksy op de zijkant van een voormalige gevangenis waar Oscar Wilde zat opgesloten, is beklad met rode verf. Het kunstwerk, dat verscheen op een rode bakstenen muur van wat ooit de gevangenis van Reading was, toonde een gevangene die ontsnapt van een aan elkaar geknoopte rol papier uit een typemachine, schrijft The Guardian.

    Het kunstwerk werd op 28 februari ’s nachts gemaakt en op 4 maart officieel bevestigd als een Banksy, toen de ongrijpbare straatkunstenaar een video op zijn Instagram-account plaatste.

    Fantastische storytelling in The making off a Banksy by Bob Ross, Create escape, aldus art director Majel van der Meulen. ‘Op straat geeft ‘Team Robbo’ een andere wending aan het verhaal. Ik zie mogelijkheden voor een “wordt vervolgd”.’


    Analyse van een wereldverbeterend tijschrift

    Hoe gaat het met de site die ‘met liefde probeert de wereld opnieuw en menselijker vorm te geven’? vraagt het platform voor linkse journalistiek Neues Deutschland zich af. De auteur, Michael Bittner, zinspeelt op Rubikon, dat in 2017 door Jens Wernicke werd opgericht als een ‘tijdschrift voor kritische massa’.

    De naam, analyseert Bittner, is al niet handig gekozen. ‘Van een tijdschrift dat zichzelf identificeert als maatschappijkritisch, democratisch en antimilitaristisch, verwacht men geen titel die zinspeelt op de beslissing van generaal Julius Caesar om zich voor te doen als een militair dictator [hoewel in de Romeinse wet was vastgelegd dat een generaal met een staand leger rivier de Rubicon niet mocht oversteken, deed Caesar het op zijn veroveringstocht toch]. Fans van Donald Trump riepen aan het einde van zijn ambtsperiode hun held met de hashtag #CrossTheRubicon op om de staatsgreep te riskeren. Als de naam “Rubikon” een voorteken is voor het hele medium, dan is het geen goede.’

    Volgens Wernicke dient het woord ‘complottheorie’ om ongewenste zienswijzes in diskrediet te brengen

    Tja, what’s in a name? Van het initiatief blijft in Bittners vonnis weinig overeind. In zijn bespiegeling komt een interessant dilemma aan bod: ‘De overtuiging dat de bevolking niet in opstand komt tegen de onrechtvaardige omstandigheden omdat ze “gemanipuleerd” worden in de media, weerspiegelt dezelfde minachting voor “domme mensen” waarvan elites worden beschuldigd. Gaat dit misschien niet zozeer over de verwezenlijking van democratie als wel over het vervangen van een oude elite door een nieuwe?’

    Wernickes houding ten opzichte van conspiracydenken laat zien hoe dun de grens tussen dit verschijnsel en maatschappijkritiek kan zijn (zoals ook Willem Schinkel uiteenzet in deze geweldige podcast met Lex Bohlmeijer van De Correspondent). Volgens Wernicke dient het woord ‘complottheorie’ om ongewenste zienswijzes in diskrediet te brengen. ‘Dat kan soms het geval zijn,’ aldus Bittner. ‘Maar de omgekeerde conclusie die Wernicke praktisch trekt, gaat niet op: hij publiceert vrijwel alle onzin, zolang die maar in tegenspraak is met wat de “reguliere media” zeggen.’

    Het is mooi om te zien dat de media elkaar scherp houden, aldus hoofdredacteur Laura Weeda.

  • Satirische graphic novel graaft diep in Israëlisch-Palestijns conflict

    Satirische graphic novel graaft diep in Israëlisch-Palestijns conflict

    Wat brengt volstrekt normale, ongelovige mensen ertoe naar iets mythisch als de Bijbelse Ark van het Verbond te graven? De Israëlische tekenaar Rutu Modan laat het zien in haar onlangs verschenen graphic novel Tunnels.

    Een paar jaar geleden kreeg Rutu Modan een lift van Tel Aviv naar Jeruzalem van de man die de website had gebouwd van de Israel Antiquities Authority, de instantie die toeziet op de opgravingen in het land. Toen het gesprek op archeologie kwam, diende zich plotseling een oude herinnering aan. Dertig jaar eerder, herinnerde Modan zich, had ze iemand ontmoet die haar vertelde dat hij en zijn vader opgravingen deden; ze waren op zoek naar de Ark van het Verbond, de kist waarin volgens de Hebreeuwse Bijbel de stenen tabletten met de Tien Geboden werden bewaard. Aanvankelijk had ze hen voor gek versleten, maar nu begon ze toch weer over hen na te denken. Waarom deden ze dat? Wat bracht volstrekt normale, ongelovige mensen ertoe naar zoiets mythisch te gaan graven?

    Rutu 2020 1 2
    Rutu Modan – © Hanan Assor

    Modan ging in gesprek met deskundigen op het gebied van Bijbelse archeologie en verdiepte zich in de Joodse geschiedenis. Ze schreef zich in voor een cursus archeologie aan de Open Universiteit van Israël en ontmoette mensen uit het veld. Ze ontdekte dat de Ark van het Verbond de heilige graal van deze cursus is die, hoewel serieuze archeologen er niet al te opgewonden over raken, de volksverbeelding en de fantasie van avontuurlijke archeologiefanaten nog altijd prikkelt.

    Tot op de dag van vandaag zijn mensen ernaar op zoek, vertelt ze. ‘Ik begon er onderzoek naar te doen en ontdekte dat er veel mystieke krachten aan de Ark van het Verbond worden toegeschreven. Iemand beschreef hem als “Gods walkietalkie, waarmee we met God zouden kunnen praten zoals we ooit hebben gedaan”. En de man die dat tegen me zei was niet eens gelovig.’ 

    64 3 1

    Ze raakte algauw in de ban van de lokale archeologie en geschiedenis. ‘Ik ontdekte dat archeologie een onderwerp is dat alles in zich verenigt: geschiedenis, misdaad, gekken, oplichters, rovers, geleerden en eindeloos veel politiek. Ik realiseerde me dat er een heleboel interessante, sappige kanten aan zitten en dat het een uitstekende basis voor een verhaal zou kunnen zijn.’

    Tunnels

    Het resultaat van Modans onderzoek is te zien in haar onlangs verschenen graphic novel Tunnels, een kruising tussen Indiana Jones en de Israëlische militair en politicus Moshe Dayan. Waar haar eerdere boek The Property zich voornamelijk afspeelt in het verre en koude Polen, voltrekt Tunnels zich geheel in Israël en graaft het onder het oppervlak van deze door conflicten geteisterde regio van het Midden-Oosten.

    Het is een avonturenverhaal dat een diepe duik neemt in de wereld van de Israëlische archeologie, vuile handen maakt door het graven naar verloren schatten, zich in de intriges en rivaliteit van het academische leven stort en keihard in botsing komt met het Israëlisch-Palestijnse conflict.

    ‘Bij dat hele idee van historische rechten heb ik persoonlijk grote twijfels’

    Dit keer heeft Modan kolonisten, Palestijnen en Israëlische soldaten in de bezette gebieden bijeengebracht, in de schaduw van de Westoeverbarrière. Uiteraard wordt de situatie algauw gecompliceerd. ‘Een van de treurigste dingen die ik ontdekte toen ik me in de geschiedenis begon te verdiepen, is dat het historische Israël in de bezette gebieden lag,’ zegt Modan.

    ‘Koning David, Mozes, Salomon, Jozua: allemaal hebben ze daar gewoond, en daarom worden daar de interessantste vondsten gedaan. De Palestijnen graven trouwens ook en verhandelen wat ze vinden. Maar voor mij was dit een van de moeilijkste ontdekkingen, omdat ik begreep dat de kolonisten deze gebieden daarom nooit zullen opgeven. Ik begreep dat we hier niet om het “Land van Israël” vechten dat op de een of andere manier tussen ons verdeeld moet worden, maar dat we om precies hetzelfde gebied vechten omdat daar alles was.’

    03 2

    ‘Bij dat hele idee van historische rechten heb ik persoonlijk grote twijfels, maar als we ergens een historisch recht op iets in dit land hebben, dan is het daar, in de bezette gebieden. En dat is afschuwelijk, het is echt tragisch. Dus besloot ik dat ik de plot van dit boek daar moest situeren, zodat het vanuit narratief perspectief automatisch interessanter wordt.’

    Israëlische stripscene

    Vanaf haar kinderjaren heeft Modan altijd tekeningen gemaakt van de Holocaust en van terreuraanslagen. En van meet af aan waren het niet alleen maar tekeningen. ‘Ik tekende al op mijn derde, en mijn kleuterjuf schreef er verhaaltjes bij die ik haar vertelde. Op mijn vijfde maakte ik mijn eerste boek, en ik heb een heleboel schriften met verhalen en tekeningen,’ vertelt ze. 

    27 2

    Een jaar na haar afstuderen besloten Modan en haar studiegenoot Yirmi Pinkus een groep van onafhankelijke illustratoren op te richten. In 1995 haalden ze Batia Kolton, Mira Friedmann en Itzik Rennert erbij, en als Actus-groep publiceerden ze een aantal stripboeken in Israël en daarbuiten. De meeste waren in het Engels en sommige werden geproduceerd in samenwerking met anderen, onder wie Etgar Keret, David Polonsky en Art Spiegelman. 

    Actus zette de Israëlische stripscene op de kaart en bewees dat het mogelijk was het medium voor allerlei verhalen te gebruiken. ‘We wilden strips maken en hadden geen plek om dat te doen. Ik had een krantencolumn gehad en een boek met Etgar Keret gemaakt,’ zegt Modan, verwijzend naar de graphic novel Nobody Said It Was Going to Be Fun uit 1996. ‘Maar niemand wilde een stripboek publiceren, en dat was wat ik wilde maken. Dus besloot ik dat we het zelf maar zouden doen.’

    Microkosmos

    De hoofdpersoon van Tunnels is Nili, de dochter van een beroemde archeoloog, die met haar zoon een illegale archeologische opgraving op touw zet op de Westelijke Jordaanoever, vlak onder de scheidingsbarrière. Als kind had Nili daar haar vader geholpen bij opgravingen naar schatten uit de Tempel in Jeruzalem, maar de intifada had roet in het eten gegooid. Nu wil ze de missie alsnog volbrengen. Haar vader lijdt aan dementie en ze is vastbesloten de vondst van de verloren Ark van het Verbond op zijn conto te schrijven terwijl hij nog leeft.

    63 2

    Ze weet zich verzekerd van de steun van een rijke verzamelaar van antiquiteiten; bovendien helpen extremistische Joodse kolonisten haar bij het graven. De situatie raakt verhit als ze ontdekken dat Palestijnen op precies dezelfde plek een eigen tunnel graven. Nili’s broer, een jonge archeoloog die droomt van een universitaire carrière, is niet blij met de illegale opgravingswerkzaamheden van zijn zus. Zijn baas op de universiteit is van plan met de eer van Nili’s inspanningen te strijken en ook is er – we zijn nu eenmaal in Israël – een legerofficier in het verhaal betrokken wiens acties nogal bedenkelijk zijn.

    Door de personages en locaties wordt het verhaal een microkosmos van het conflict. 

    Op de vraag of je je extra verantwoordelijk voelt en extra op je tellen moet passen als het om zulk explosief politiek materiaal gaat, antwoordt Modan: ‘Natuurlijk. In onze tijd is dat levensgevaarlijk, en dit boek gaat meer over politieke kwesties dan gewoonlijk. Eerst wist ik niet precies hoe ik dit moest aanpakken. Ik had altijd over mensen uit Tel Aviv geschreven die behoorlijk veel op mezelf leken. En dit keer moest ik over mensen schrijven met een mening en een wereldbeeld die haaks op de mijne stonden. Maar toen begreep ik dat het boek niet over mijn mening hoefde te gaan.’

    Header rutu modan 2

    ‘Als je als Israëlische kunstenaar in het buitenland werkt, verwachten mensen vaak dat je het conflict voor hen zult oplossen, het hun zult uitleggen, boeken zult maken die hun vertellen dat er vrede zal komen en dat alles goed zal aflopen. Ik heb er altijd voor gewaakt mijn mening te geven. Niet omdat ik denk dat mijn standpunten niet belangrijk zijn, maar het zijn volgens mij wel erg beperkte lenzen om naar menselijke situaties te kijken. Dat is goed als het gaat om demonstreren en stemmen, maar met kunst heeft het niets te maken. Tunnels gaat over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Mijn twee eerdere boeken gingen over de Holocaust en terreuraanvallen. Met zijn drieën gaan ze over conflicten die het Israëlische bestaan bepalen.

    Ik zou nooit echt uit Israël weg kunnen gaan, ook al heb ik een beroep dat ogenschijnlijk erg universeel is. Mijn connectie met de taal en de plek heeft helemaal niets met zionisme te maken. Voor mij is wie ik ben, mijn identiteit, gewoon bepaald door die banden.’ 

  • Seks, feest en geld over de balk smijten: is dit het tijdperk dat in 2024 aanbreekt?

    Seks, feest en geld over de balk smijten: is dit het tijdperk dat in 2024 aanbreekt?

    Als de mensheid haar dieptepunt heeft bereikt, richt ze zich meestal met hernieuwde krachten weer op. Vandaar dat er volgens velen gouden tijden aanbreken voor creditcardmaatschappijen en condoomfabrieken. Maar er kan niet alleen worden gevierd. Er moeten ook dingen veranderen.

    Terwijl de besmettingen tot recordhoogte zijn gestegen, wagen steeds meer experts zich aan voorspellingen over hoe de samenleving zich na de crisis zal gedragen. 

    Een frivool bacchanaal à la Paris Hilton met muziek van Rafaella Carrà. Moeilijk voor te stellen, nu ons dagelijks leven gedicteerd wordt door het tegenovergestelde met beperkingen die stress en verwarring oproepen. Om te weten waar we nu staan en welke kant we op gaan, zijn er kleurcodes (rood, oranje, groen), genummerde coronagolven, vaccinatieschema’s en avondklokken.  

    Het is niet zo raar dat we, heen en weer geslingerd tussen de hoop op groepsimmuniteit en de vermoeidheid vanwege een pandemie die maar voortduurt, ons afvragen wat er the day after zal gebeuren, wanneer het coronavirus ons leven niet langer bepaalt. 

    ‘Net als in de roaring twenties van de vorige eeuw zullen mensen onherroepelijk op zoek gaan naar sociale interactie’

    ‘Net als in de roaring twenties van de vorige eeuw zullen mensen onherroepelijk op zoek gaan naar sociale interactie. Men zal nachtclubs bezoeken, naar restaurants, politieke bijeenkomsten, sportevenementen en optredens gaan. Religiositeit zal afnemen en er zal meer risicovol gedrag zijn, het opgespaarde geld zal uitgegeven worden. Het zou goed kunnen dat er een tijd aanbreekt van seksuele uitspattingen en geldverspilling.  

    Dat is het feestje dat Nicholas Christakis, gerenommeerd arts en als socioloog, verbonden aan Yale University, voorspelt. Hij is door Time verkozen tot een van de invloedrijkste mensen van de wereld en auteur van Apollo’s Arrow, waarin hij de effecten van de pandemie op de samenleving vanuit historisch perspectief analyseert. Hij staat niet alleen: experts van uiteenlopende disciplines voorzien een periode waarin het optimisme hoogtij viert, een periode van economisch herstel, van wetenschappelijke vooruitgang en van culturele bloei.  

    2024

    In een interview met de BBC benadrukte Christakis dat het post-coronatijdperk in 2024 zijn intrede zal doen. Dan zijn de vaccinatiecampagnes achter de rug en zijn de sociale en economische wonden geheeld. 

    ‘Het hoort bij de menselijke logica om te veronderstellen dat het einde van een tragedie leidt naar feestgedruis,’ zegt Manual Arias Maldano, schrijver van het boek Desde las ruinas del futuro. Teoría política de la pandemia (Vanaf de puinhopen van de toekomst. Een politieke theorie van de pandemie).  ‘Het zal gaan bruisen van vitaliteit, al zal dit wel afhangen van de sociaaleconomische situatie van elk afzonderlijk land.’ 

    Mocht zich inderdaad een goddeloos tijdperk aandienen dan zouden er gouden tijden aanbreken voor creditcardmaatschappijen en condoomfabrieken, we zouden ons niks meer willen herinneren, op technologisch en humanistisch gebied zouden we onszelf opnieuw uitvinden. 

    ANP 301392481 1 1
    Variety / Ballet ‘Ehed Karina’ /
    1 Januari 1920. – © ANP

    Wordt reggaeton de nieuwe charleston? Zal een onvervalste Great Gatsby (zie openingsbeeld, afkomstig uit de verfilming van 2013) het kakkersuitgaansleven in Madrid op zijn kop zetten ? Is de opvolger van Hemingway een Chinese schrijver? Of staat er misschien een nieuwe Wittgenstein op die een Tractatus schrijft die de filosofie op zijn kop zet? 

    De geschiedenis laat zien hoe het zou kunnen gaan. Als de mensheid haar dieptepunt heeft bereikt, richt ze zich meestal met hernieuwde krachten weer op. De pest die een kaalslag veroorzaakte in de middeleeuwen mondde uit in de renaissance, na de Amerikaanse Burgeroorlog braken de gouden tijden aan, en in Spanje kwam, na de dictatuur en de oliecrisis de Movida, het voorportaal van een periode van grote welvaart.

    Dus? Breekt er, gelet op de geschiedenis, een periode aan waarin we het geld over de balk smijten, zoals Christakis ons wil doen geloven?  

    Als economische groei uitblijft dan is de vergelijking met de roaring twenties een beetje naïef

    ‘Vrije seksuele moraal? Dat is overduidelijk. Na de zondevloed verschijnt altijd een regenboog. Economische overvloed? Natuurlijk zal er meer geld worden uitgegeven, maar als economische groei uitblijft dan is de vergelijking met de roaring twenties een beetje naïef,’ nuanceert essayist Jorge Freire. 

    Socioloog Fernando Vidal, verbonden aan de Universidad Ponitificia Comillas ICADE, denkt dat de samenleving in de post-coronatijd op twee heel verschillende manieren zal reageren. ‘Er zal een mix zijn van euforie en ontlading. De grootste hedonisten leven zij aan zij met een deel van de bevolking die, huiveriger en worstelend met de nasleep, zich afvraagt hoe het zover heeft kunnen komen.’ 

    De samenleving zal uiteenvallen in twee postpandemische kasten: de bedachtzamen en de roekelozen

    Het ziet ernaar uit dat in de veronderstelde nieuwe Jazz Age er tevens gewetensvolle party poopers zullen zijn. De samenleving zal uiteenvallen in twee postpandemische kasten: de bedachtzamen en de roekelozen. Die laatsten zullen niet achterom willen kijken. 

    In dat licht vindt Vidal dat het optimisme na een crisis gepaard moet gaan met een behoorlijke dosis diepgang. ‘Vieren zal belangrijk zijn maar veranderen ook.’ En die visie was er bijvoorbeeld niet na de Eerste Wereldoorlog, wel na de Tweede. ‘Het was alsof men in de jaren twintig was vergeten wat een slachting de Eerste Wereldoorlog en de griepepidemie van 1918 waren geweest terwijl er na 1945, zelfs toen de consumptiemaatschappij opkwam, werd reflecteer op de tragedie van de Holocaust en de dreiging van kernwapens. 

    Verschillende peilingen laten zien dat een groot percentage van de bevolking bepaalde aspecten van het leven in de toekomst wil veranderen. Terug na het leven van voor corona volstaat niet. Het nieuwe leven dat men voor ogen heeft fluctueert van verhuizen van de plek waar men nu woont tot definitief besluiten om te gaan telewerken. Ook is er een sterker milieubewustzijn vastgesteld. 

    ‘Grote trauma’s veroorzaken grote gedragsveranderingen bij mensen,’ aldus Vidal. Toen Groot-Brittannië werd getroffen door de gekkekoeienziektecrisis – een crisis die vergelijkbaar was met de vervuilde koolzaadoliecrisis in Spanje – was er een gigantische stijging van het aantal vegetariërs en mensen die vraagtekens zetten bij de gangbare eetgewoontes. Stel je maar eens voor wat er gaat gebeuren met wat we nu meemaken.’ 

    Tijdens deze pandemie heeft één gebied onbetwistbaar aan kracht gewonnen: de wetenschap

    Die nieuwe dynamiek zou grote invloed kunnen hebben op allerlei gebieden. Tijdens deze pandemie heeft één gebied onbetwistbaar aan kracht gewonnen: de wetenschap. Zonder de wetenschap kunnen we fluiten naar een nieuwe roaring twenties. In de strijd tegen corona heeft zich een revolutie ontketend waarin de hoofdrol is weggelegd voor vaccins met de messenger-RNA, is kunstmatige intelligentie tot wasdom gekomen en wordt ruimtevaartprogramma’s nieuw leven in geblazen. De verwachtingen zijn hooggespannen. 

    Ook de kunstwereld zou een opleving kunnen beleven met een eigen Lost Generation, Duke Ellington en Coco Chanel. Financial Times-columnist Janan Ganesh schreef onlangs dat je in dit decennium factoren kunt aanwijzen voor het ontstaan van een Arcadia in de kunsten, net als in de vorige eeuw. Een cultuurexplosie die, aldus Ganesh, de sinds het begin van deze eeuw vastgeroeste kunsten nieuw leven kan inblazen. 

    ‘Het Westen kampt met het probleem dat de bevolking erg oud is’

    Arias Moldonado vindt de gedachte van Ganesh interessant, maar deelt zijn optimisme niet. ‘Destijds voelde men de noodzaak om zich te verzetten tegen de traditionele kunsten, je had de vitaliteit van de avant-garde,’ aldus Moldonado. ‘Zou dat kunnen in onze tijd, nu we denken dat alles verzonnen is? Dat zie ik niet zo voor me, al zou het goed kunnen dat die vernieuwingsdrang zich nu richt op andere belangrijke thema’s, zoals de strijd tegen klimaatverandering.’ 

    Honderd jaar geleden was het gemakkelijk om aan te geven waar de creatieve boom plaatsvond, vandaag de dag is dat bijna onmogelijk. Vroeger was het Westen het middelpunt van de wereld. Parijs was het culturele mekka, de beste universiteiten zaten in Engeland en Duitsland en de Verenigde Staten hadden het geld en de vitaliteit van een ondernemende samenleving om dit proces te schragen. 

    ‘Het Westen kampt met het probleem dat de bevolking erg oud is,’ constateert Maldonado.  ‘Het gebrek aan vitaliteit kon wel eens een obstakel zijn voor een mogelijke culturele revolutie, die zich misschien in Azië en Latijns-Amerika, waar de bevolking veel jonger is, wel kan voordoen. Het zou goed kunnen dat wij het al oké vinden als we de pandemie overleven.’ 

    Religieus instinct

    Van de aardse kunsten en wetenschap maken we een stap naar het geloof, dat in de nabije toekomst wel eens voor frictie zou kunnen zorgen. Christakis’ hypothese is dat we in onze donkerste dagen onze toevlucht nemen tot het geloof, maar hij voorspelt wel een regressie. ‘Het religieuze instinct zal blijven opborrelen, maar in een ander jasje,’ aldus Jorge Freire, schrijver van Agitación: sobre el mal de la impaciencia  (Stress: over het kwaad dat ongeduld heet). ‘De angst voor de dood is nauw verbonden met het geloof. Zolang de mens sterfelijk is zal hij zich willen vasthouden aan het geloof, en het ziet er voorlopig niet naar uit dat we onsterfelijk worden.’ 

    Zoals bij elk feestje is er iemand die de muziek uitzet en het licht uitdoet

    Afgaand op de voorspellingen weten we wanneer het grote postcoronafeest zal beginnen (2024), de gastenlijst is er ook (de bedachtzamen en de roekelozen) en Rafaella Carrà zal de muziek verzorgen. Wat we nog moeten uitzoeken is wie het feestje gaat betalen. 

    Laten we nog eens naar de geschiedenis kijken, misschien dat we daar een kompas voor onze toekomst vinden. Maart 1814. Het einde van de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Het geruïneerde Spanje zet de laatste regimenten van de napoleontische leger het land uit. Freire: ‘Alle dorpen in Catalonië, Aragon en Castilië waar koning Fernando VII zijn opwachting maakte na de ondertekening van het Verdrag van Valençay zetten dit luister bij met opera’s, praalwagens en zelfs met bouwwerken, zoals triomfbogen, die voor de gelegenheid waren opgetrokken. Dat Fernando VII een flutkoning was doet er niet toe. Wij Spanjaarden hebben maar weinig nodig om ons in de armen van Bacchus te werpen. Vooral als de gemeente het feestje bekostigt.’ 

    Als dat zo is, dan betalen we met z’n allen het postcoronafeestje en delen we de kosten. 

    En zoals bij elk feestje is er iemand die de muziek uitzet en het licht uitdoet. Als het zover is en we ons weer afvragen wat we morgen gaan doen, moeten we niet vergeten dat op het feestje van de roaring twenties, waar zoveel experts ons op wijzen, de beurscrack van ’29 volgde, Adolf Hitler en de ergste oorlog die de mensheid heeft meegemaakt. Dus: laten we niet zo zeker zijn van onze zaak. 

  • Geen onderscheid tussen kunst en leven

    Geen onderscheid tussen kunst en leven

    Gilbert & George: twee mensen, één kunstenaar. Al ruim een halve eeuw werken ze samen. Momenteel is in Frankfurt een retrospectief te zien van hun even indrukwekkende als uitdagende werk.

    Vanaf 11 maart organiseert de Schirn Kunsthalle in Frankfurt een overzichtstenstoonstelling van het legendarische kunstenaarsduo Gilbert & George. Hiervoor selecteerde het museum met 45 schilderijen, alle gemaakt tussen 1972 en 2019, in groot formaat.

    Het onafscheidelijke paar ontmoette elkaar in 1967, toen ze studeerden aan de Sint Martin’s School of Art in Londen, en de rest is geschiedenis. Als ‘Living Sculptures’ maken Gilbert & George geen onderscheid tussen kunst en leven. Vanaf het begin van hun samenwerking verwierven ze faam vanwege de unieke wijze waarop ze existentiële thema’s als dood en leven, hoop en angst, seks en ras, geld en religie in hun kunst aanroeren.

    Onder het motto ‘Kunst is voor iedereen’ houden ze het publiek een spiegel voor, niet om te shockeren, maar om ons bewust te maken van de schoonheid en de tragiek van het leven.

    Gilbert & George: The Great Exhibition Schirn Kunsthalle Frankfurt, tot en met 16 mei, schirn.de

    Door Manuela Klerkx

  • Aanbevolen door de redactie. Iedereen wordt vrolijk van ballonkunst & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Iedereen wordt vrolijk van ballonkunst & Meer

    De ballonnen van kunstinstallatie Weightless Forest of Resonating Life maken je zo blij als een kind. Verder: De schoonheidstrend BBL (Brazilian Butt Lift) leidt tot gevaarlijke operaties, soms zelfs met de dood tot gevolg & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Het Europa van 1914 versus 2021

    Caroline de Gruyter schrijft columns over Europa en internationale politiek. Niet alleen voor NRC Handelsblad, maar ook voor de site euobserverVanwege haar kraakheldere schrijfstijl, internationale blik, bewonderenswaardige kennis en vaak verrassende invalshoeken is het zeer de moeite waard om ook die in de gaten houden, tipt redacteur IJsbrand van Veelen

    Haar meest recente bijdrage voor euobserver begint zo: ‘De Hongaarse schilder Béla Zombory-Moldován was 29 toen zijn leven voor altijd veranderde. In 1914 brak de oorlog uit terwijl hij met vrienden op vakantie was aan de Adriatische kust. Binnen een week was de zorgeloze, zachtaardige kunstenaar uit een rijke familie op weg naar het front, in uniform. Zoals hij schreef in The Burning of the World, zijn memoires van het eerste jaar van de oorlog die in 2014 door zijn kleinzoon werden gepubliceerd, had hij geen idee van wat hem te wachten stond. “Sinds mijn grootvader was niemand in mijn familie in oorlog geweest. Totdat we ermee werden geconfronteerd, had iedereen oorlog als een absurditeit beschouwd. Nu was het realiteit. Een schrale troost: de vijand moet hetzelfde probleem hebben.”

    In een Europa waar al meer dan zeventig jaar vrede is, roepen deze woorden onwillekeurig parallellen op’, vervolgt De Gruyter. ‘Niemand zegt dat er in 2021 oorlog zal uitbreken in Europa. 1914 is zeker geen 2021. Maar…’ Het vervolg lees je hier

    Deze column is een voorproefje uit haar nieuwe boek Beter wordt het niet – Een reis door het Habsburgse Rijk en de Europese Unie, dat op 2 maart verschijnt.


    Braziliaanse billen

    De afkorting alleen al: BBL, geen sandwich, maar een brazilian butt lift. In Zuid-Amerika is de butt een ontzettend belangrijk onderdeel van het vrouwelijk lichaam. En sinds een aantal jaren voor iedereen zelf naar ideaalbeeld te boetseren, Zoals Melissa – niet haar echte naam – in dit artikel van The Guardian – getipt door editor at large Katrien Gottlieb – zegt: ‘Je ziet iets wat je leuk vindt, en dan wil je het hebben.’ Logisch toch?

    Cosmetische chirurgie heeft er groots aan bijgedragen dat het uiterlijk niet langer een ‘gradually decaying biological event’ is maar een project dat voortdurend kan worden bijgeschaafd. Maar wat gebeurt er als de BBL uit het modebeeld verdwijnt, en iedereen opeens de voorkeur geeft aan een AB, een Aspirine Butt? Zoals het Britse model Twiggy de trend zette met haar cup AA en vrouwen met een voluptueuze boezem frustreerde.

    In de afgelopen drie jaar zijn drie Britse vrouwen, Abimbola Ajoke Bamgbose, Leah Cambridge en Melissa Kerr, overleden als gevolg van complicaties die zich voordeden bij BBL’s in Turkije, schrijft The Guardian. Wat mensen bezielt om zichzelf zoiets aan te doen om hun zelfbeeld kunstmatig op te pimpen, soms tot de dood erop volgt, blijft een interessant fenomeen.


    Ambassadeur van een sombere generatie

    Arlo Parks verwoordt de eeuwige problemen van de adolescentie, en in het bijzonder de problemen die ze in de huidige tijd ervaren, schrijft The Times in een portret. Zo schreef ze het nummer ‘Black Dog’ (‘It’s so cruel what your mind can do for no reason’) voor een vriendin. ‘Ik zag iemand zonder aanwijsbare reden vreselijke pijn lijden. (…) er was geen duidelijke oorzaak en ik voelde me machteloos.’ Een aanrader van hoofdredacteur Laura Weeda.

    Haar muziek richt zich in het bijzonder op de eerste generatie ‘digitale autochtonen’, waar ze zelf als twintigjarige deel van uitmaakt: jongeren die zijn opgegroeid met internet. Volgens een rapport dat in oktober 2020 is vrijgegeven door de American Psychological Association, leed meer dan 70 procent van de jongvolwassenen het afgelopen jaar aan een vorm van depressie.

    We snappen waarom, schrijft de Londense krant. De jongeren van Generatie Z zitten vastgeschroefd aan hun mobiele telefoon, worden belaagd met sombere berichten en steeds meer overweldigd door wanhoop. Parks is ook ambassadeur voor CALM: Campaign Against Living Miserably – een organisatie die zich inzet voor een goede geestelijke gezondheid.

    ‘Gedurende het jaar dat voor de meesten van ons gekenmerkt werd door algehele verlamming, veranderde ze van een volslagen onbekende in een openbaring’

    Zelf lijkt de artiest een gelukkige jeugd te hebben gehad. Ze is de dochter van een Nigeriaanse vader en een Franse moeder en bezocht een privéschool in Hammersmith in Londen. Ze begon op zevenjarige schrijver met het schrijven van gedichten, op haar veertiende met gitaar spelen. Op de middelbare school werd ze nadat ze voor haar biseksualiteit was uitgekomen zelfverzekerder, vertelt ze zelf, en begon ze ook te zingen.

    Ze laat zich inspireren door bijvoorbeeld de Amerikaanse R&B-ster Frank Ocean, King Krule, een cultzanger uit Zuid-Londen, The Cure, maar bijvoorbeeld ook door de meanderende taal uit Virginia Woolfs Mrs Dalloway (‘Ze neemt je mee in een zin en laat je er bijna in verdwalen tot je er aan het einde weer uit komt’) en Just Kids van Patti Smith (‘Een bundeling van alles wat vreemd, romantisch en destructief was in het leven van een kunstenaar in het New York van de jaren zeventig’). Haar album Collapsed in Sunbeams, dat deze maand verscheen, ontleent zijn titel aan Zadie Smiths essaybundel On Beauty (2005).

    ‘Gedurende het jaar dat voor de meesten van ons gekenmerkt werd door algehele verlamming, veranderde ze van een volslagen onbekende in een openbaring, die onder andere Michelle Obama en Billie Eilish wordt bewonderd’, schrijft The Times.

    Het artikel van The Times zit achter een betaalmuur maar haar muziek spreekt voor zichzelf en is online te beluisteren.


    Ballonkunst

    Tijdens deze donkere coronaperiode snakt menig mens naar een feestje, en wat schreeuwt nou meer feest dan de ballon. In Tokio kunt u nu de ultieme ballonervaring ondergaan door te stuiteren door de kunstinstallatie Weightless Forest of Resonating Life van het internationale collectief teamLab, te zien in het MORI Building Digital Art Museum. Nu reizen naar Japan lastig is, zijn er gelukkig videobeelden van de installatie om je aan te vergapen.

    Een tip van onze art director Majel van der Meulen: ‘Licht, beweeglijk, kleurrijk, vrolijk, feestelijk: de ballon. Meer dan een feestje, in de beeldende kunst kom ik ze regelmatig en graag tegen. Door de jaren heen heb ik een flinke verzameling gezien. In 2017 genoot ik van Martin Creeds installatie SAY CHEESE! in Museum Voorlinden, met onder andere een zaal gevuld met ballonnen. Al eerder zag ik in Tate Modern Andy Warhols Silver Clouds en in 2013 in De Pont in Tilburg Two Younger Women Come In and Pull Out A Table van Katharina Grosse. Ook bijzonder vrolijk makend is Jeff Koons Balloon Dog (Magenta), die te zien was op de Biënnale van Venetië in 2015. En een nu dus deze ballonkunstinstallatie in Tokyo.’


    Mentor van de beat-dichters

    Lawrence Ferlinghetti, dichter, uitgever en politiek iconoclast, die generaties kunstenaars en schrijvers uit San Francisco inspireerde en ondersteunde, is maandag in zijn huis in San Francisco overleden aan een longziekte. Hij werd 101 jaar.

    The New York Times publiceerde een prachtig portret van de ‘spirituele godfather van de beat-beweging’, die in 1953 de boekhandel, uitgeverij en ‘literaire ontmoetingsplaats’ City Lights in San Francisco oprichtte. Een elf minuten durende documentaire over het leven van de Ferlinghetti, die grote beat-dichters als Allen Ginsberg, Gregory Corso en Michael McClure uitgaf, begeleidt het artikel.

    Een aanrader van redacteur Joep Harmsen. ‘In 2018 bracht ik een bezoek aan City Lights Bookstore en werd overvallen door de historische sensatie van het zijn op een plek waar grootheden als Allen Ginsberg, Jack Kerouac en Ferlenghetti himself elkaar hun energieke en taboedoorbrekende poëzie voordroegen.’

    Zijn meest succesvolle bundel, A Coney Island of the Mind (1958) trok de aandacht toen een van de gedichten als godslastering werd bestempeld door een congreslid uit New York, Steven B. Derounian, die beweerde dat het de kruisiging van Christus belachelijk maakt. Het gedicht, ‘Sometime During Eternity …’ begint als volgt:

    Sometime during eternity

    some guys show up

    and one of them

    who shows up real late

    is a kind of carpenter

    from some square-type place

    like Galilee

    and he starts wailing

    and claiming he is hip

    En dan nog, om de levenslust van de 101 jaar oud geworden Ferlinghetti te vieren, het begin van zijn gedicht ‘The World is a Beautiful Place’:

    The world is a beautiful place

    to be born into

    if you don’t mind happiness

    not always being

    so very much fun

    if you don’t mind a touch of hell

    now and then

    just when everything is fine

    because even in heaven

    they don’t sing

    all the time

  • Mars op aarde

    Mars op aarde

    Actuele gebeurtenissen in beeld. Drie nieuwe missies kwamen onlangs aan op Mars, de rode buurplaneet die al eeuwenlang een bijzondere aantrekkingskracht uitoefent op de mensheid.

    Voor degenen die niet bij SpaceX op de wachtlijst staan, biedt kunstenaar Luke Jerram een alternatief. Hij haalde die mysterieuze rode bal met zijn uitgestrekte woestijnen vol kraters naar beneden, en wel naar het Londense Natural History Museum. De sculptuur heeft een diameter van 7 meter en bevat gedetailleerde NASA-beelden van het Martiaanse oppervlak. Elke centimeter vertegenwoordigt 10 kilometer van de planeet.

    1 c

    © Chris Jackson / Getty Images

  • Humorist Colonel Baxter laat wortels dansen en vorken exploderen

    Humorist Colonel Baxter laat wortels dansen en vorken exploderen

    In het hartverwarmende universum van de Engelse tekenaar Glen Baxter (76), excuseer, Colonel Baxter, kan alles. Zijn nieuwste boek New Ways with Vegetables and Other Disasters is opnieuw een staaltje onverstoorbare (Britse) humor en weergaloos taalgevoel. 360 sprak met de kunstenaar.

    Wie altijd de humor kan vinden of een draai weet te geven aan een tragische situatie of aan de saaie tijd die wij nu noodgedwongen beleven, is in het bezit van een waardevol stuk gereedschap. Glen Baxter (Leeds, 1944)  grosseert erin. Er is geen enkele publicatie van hem te vinden die zonder te grinniken kan worden bekeken.

    Maar Baxter is geen komiek, dat zou zijn kwaliteit als kunstenaar tekortdoen. Wat hij tekent interesseert hem, daarna ontstaat de grap pas. Per toeval.

    Baxter koestert, zoals dat heet, het kind in hemzelf en kijkt met die onbevangen blik naar de dingen om hem heen. Vooral naar wat hij als klein jongetje ook al niet begreep, en hem daarom fascineerde.

    New Ways with Vegetables binnenwerk Pagina 28 2

    Net zoals hij in zijn jeugd gegrepen werd door het witte doek in de bioscoop of de avonturenboeken in de bibliotheek. Amerikaanse glamour, westerns en de volstrekt eigen humor van de Marx Brothers. Favoriet was Biggles, een serie avonturenboeken over de fictieve piloot James Bigglesworth, geschreven door de Britse schrijver W.E. Johns.

    Het eerste deel verscheen in 1932; 96 zouden er volgen, totdat de auteur in 1968 overleed, naar verluidt tijdens het schrijven van deel 97. Het originele taalgebruik van Johns, die zijn personages bijvoorbeeld ‘Algy, the Hon. Algernon Montgomery Lacey’ en ‘Ginger Hebblethwaite’ noemde en ellenlange woorden gebruikte, was een bron van inspiratie voor de kolonel.  

    Eten

    Over New Ways with Vegetables and Other Disasters sprak 360 hem over zijn verhouding tot eten. 

    ‘In de loop der jaren heb ik een eindeloze stroom tekeningen over eten gemaakt. Het was mijn Nederlandse uitgever Jaco Groot die voorstelde er een boek van te maken. Onze relatie gaat terug tot 1978, toen hij mij uitnodigde in Amsterdam om een boek te maken met de titel Atlas.

    Een broodje haring bij een van de stalletjes langs de Amsterdamse grachten. Zo ziet de hemel er voor mij uit

    Dat was het begin van een serie tekeningen onder de titel Great Culinary Disasters Of Our Time, gebaseerd op een aantal maaltijden die ik op mijn reizen kreeg voorgeschoteld. Sindsdien ben ik te vinden op het foodfestival in het Franse Bourg-en-Bresse, waar sommige foodtekeningen werden tentoongesteld.’

    Safari

    Er wordt zo veel geweldig ambachtelijk eten gemaakt. Ik ben blij om te zien dat lokaal gekweekte seizoensproducten nog steeds floreren en een speerpunt blijven in de renaissance van het ambacht. Ik heb de streken verkend en mijn tekeningen vier keer per jaar in het tijdschrift L’Actualité Nouvelle-Aquitaine gepubliceerd.

    Onlangs heb ik de fantastische chef Pierre Gagnaire ontmoet, die een 
    wonderbaarlijk lekker diner voor mij en mijn vrouw heeft gemaakt in zijn restaurant Gordes in Parijs. Pierre is echt een kunstenaar. We werken samen aan een boek.

    ‘Het was daar dat ik de grote voedselhistoricus Alan Davidson ontmoette, wiens boeken een enorme inspiratie voor mij zijn geweest. In 1991 kreeg ik een tentoonstelling in Poitiers en raakte in de ban van de lokale keuken van de streek, Poitou-Charentes. Mijn gastheer nam me mee op een gastronomische safari, gelukkig inclusief de wereldberoemde oesters van het Franse eiland Île d’Oléron, evenals de lokale cognac en de fantastische geitenkaasboerderijen daar. 

    Dus mijn avonturen in voedselland gaan gestaag door. Maar uiteindelijk keer ik altijd terug naar een van mijn favoriete plekken om te mogen  proeven van wat voor mij een van ‘life’s great pleasures’ betekent: een broodje haring bij een van de stalletjes langs de Amsterdamse grachten. Zo ziet de hemel er voor mij uit.’

    Humor

    Glen Baxter publiceerde in 2012 het boek Colonel Baxter’s Dutch Safari bij het veertigjarige jubileum van zijn uitgeverij De Harmonie. Bijna elk Nederlands begrip is er in een absurdistische versie terug te vinden. Wim de Bie, een groot fan en verzamelaar van Baxters werk, schreef het voorwoord bij deze bundeling. Uitgenodigd voor een lunch door De Bie zou Baxter grappend gezegd hebben: ‘Krijg ik dan eindelijk het Baxtermuseum eens te zien?’

    Bij aankomst hing er op de voordeur inderdaad een bordje ‘Baxter Museum’ en Wim de Bie verwelkomde Baxter verkleed als suppoost. Hij kreeg een toegangskaartje en elke bezoeker moest naam en adres achterlaten in een daarvoor bestemd boek. Binnen stonden Kees van Kooten en Jan Mulder, met de handen achter hun rug, heel serieus naar zijn tekeningen te kijken. Over humor gesproken. 

    New Ways with Vegetables and Other Disasters van Glen Baxter verschijnt bij uitgeverij De Harmonie.

    Baxter New Ways with Vegetables 1 1

  • Brafa organiseert een kunstbeurs die anders is dan anders

    Brafa organiseert een kunstbeurs die anders is dan anders

    De Brusselse beurs voor moderne en hedendaagse kunst Brafa vindt dit jaar online plaats en fysiek op 129 locaties over de hele wereld. Galeries uit 14 landen openen hun deuren en delen hun collecties via het web.

    Ondanks alle coronamaatregelen besloot de organisatie van de inspirerende beurs voor moderne en hedendaagse kunst Brafa, die jaarlijks in Thurn en Taxis in Brussel plaatsvindt, toch doorgang te laten vinden. Maar anders dan anders.

    Dus nodigden ze alle deelnemende galeries van over de hele wereld – 129 in totaal – uit om in hun eigen galerie mini-Brafa-tentoonstellingen te organiseren met werk van kunstenaars die al voor deelname aan de beurs geselecteerd waren.

    Met galeries in 14 landen, van België en Zwitserland tot de VS en Rusland; en in 38 steden, waaronder Brussel, Milaan, Boedapest en Nagoya, wordt Knokke-Heist, met 11 deelnemende kunsthandels, ongetwijfeld een van de hoogtepunten van deze unieke editie. 

    Te bezoeken op 30 en 31 januari 2021 en op 6 en 7 februari 2021 van 11.00 tot 18.00 uur op verschillende locaties. Online via www.brafa.art/nl/exhibitors

    Door Manuela Klerkx

  • Niemand ziet twee keer dezelfde El Anatsui

    Niemand ziet twee keer dezelfde El Anatsui

    Een wandsculptuur van de 76-jarige Ghanese kunstenaar El Anatsui is onlangs aangekocht door het Stedelijk Museum. De internationale pers roemt zijn voortrekkersrol voor vele Afrikaanse kunstenaars.

    De eerste keer dat je een El Anatsui ziet, schijnt onvergetelijk te zijn. Het moment zou ‘het begin van een nieuw tijdperk’ zijn, ‘wonderbaarlijk’, een ‘water-verandert-in-wijnmoment’, beschrijft The New Yorker. Volgens The Hudson Review is de ervaring voor vrijwel iedereen ‘onverwacht (…) en aangenaam verwarrend’.

    De 76-jarige Ghanese kunstenaar, die grotendeels in Nigeria woont en vooral bekend is vanwege zijn werk met flessendoppen, is ook in andere opzichten baanbrekend. Zo was hij de eerste zwarte kunstenaar die volgens ‘internationale maatstaven’ verdiende.

    ‘Vóór hem was er vrijwel altijd sprake van een of andere korting vanuit de gedachte: “Wat moet een Afrikaanse kunstenaar met zo veel geld?”’ vertelt The New Yorker. Ook was hij de eerste Afrikaanse kunstenaar die, met Triumphant Scale vorig jaar in Bern en München, een eigen tentoonstelling had in grote westerse musea. 

    Om zijn monumentale werken voor deze tentoonstelling te voltooien, ‘breidde hij zijn werkplaats uit naar de gemeenschap’, schrijft New African Magazine. Hij rekruteerde meer dan 150 mensen. De schoonheid en rijkheid van zijn sculpturen is dan ook deels te danken aan het besef van de kijker dat ze met intensieve handenarbeid zijn vervaardigd, meent Nka, een kunsttijdschrift dat werd opgericht door de curatoren van Triumphant Scale en ‘brede kritische aandacht voor Afrikaanse kunstenaars’ beoogt.

    Zijn materiaalkeuze licht Anatsui onder andere toe in The Guardian. Flessendoppen zijn veelzijdiger dan canvas en olieverf, aldus de kunstenaar; elke dop is met talloze individuen in aanraking geweest. Zijn werken ziet hij als ‘een concentratie van spirituele lading’, en als iets wat leeft. Hij maakt geen schetsen voordat hij aan de slag gaat, want ook ‘bomen groeien zonder blauwdruk’, citeert The New Black Magazine de kunstenaar. Met als gevolg dat niemand ooit twee keer dezelfde El Anatsui ziet.

    Het Stedelijk Museum in Amsterdam kocht onlangs Anatsui’s wandsculptuur In the World But Don’t Know the World (openingsbeeld).

  • ‘Onconventioneel, maf en soms anarchistisch’

    ‘Onconventioneel, maf en soms anarchistisch’

    ‘Een klodder smerigheid erbij en het wordt pas echt mooi.’ De Engelstalige pers over het werk van de kunstenaar Daniel Crews-Chubb dat nu online is te bewonderen.

    ‘Oud en nieuw tegelijk, en juist daarom eigentijds. Een mix van Picasso, Cobra en Asger Jorn, met een vleugje Basquiat.’ Zo probeert het Britse kunstmagazine Dazed het werk van de Engelse kunstenaar Daniel Crews-Chubb te typeren. 

    In 2015 zat Crews-Chubb (36) een paar maanden in Istanboel als artist in residence. Op de muren van kunstgalerie Galerist mocht hij zich uitleven voor zijn eerste solotentoonstelling. Silla Aggül van de Turkse krant  Evrensel zag ‘abstracte en figuratieve muurschilderingen waarin telkens een koppel is afgebeeld dat zowel in harmonie leeft als conflicten uitvecht’.

    Untitled 2
    © Daniel Crews-Chubb / www.artland.com/exhibitions

    Begin 2020 vestigde Crews-Chubb voorgoed zijn naam toen hij mocht 
    exposeren tijdens Art Basel in Hongkong. Waarschijnlijk ook omdat de kunstbeurs kort na het uitbreken van de coronapandemie volledig online ging en daardoor massa’s extra kunstinkopers uit alle windstreken aantrok, vlogen zijn kunstwerken over de toonbank. Die trend hield aan. Tijdens de kunstbeurs Frieze in New York in mei waren vijf van zijn zes tentoongestelde doeken een kwartier na de opening verkocht. 

    David Pagel van The Los Angeles Times noemt het werk van Crews-Chubb ‘onconventioneel, maf en soms zelfs anarchistisch. Zouden ze er billboards van maken, dan kwam het verkeer onherroepelijk vast te zitten.’ Pagel spreekt van een ‘fysieke, gelaagde’ stijl: ‘Door de uiterst zorgvuldige constructies van schetsen, falen, doorzetten en opnieuw beginnen openbaart zich een authentieke waarheid: dat schoonheid zonder een klodder smerigheid lang niet zo boeiend is.’

    De vraag is waar je het werk van Crews-Chubb kunt zien nu het zo goed 
    verkoopt en musea en galerieën gesloten zijn. In The Observer tipt criticus Helen Holmes museum Artland in New York. Dat blijft de komende tijd weliswaar ook dicht maar blijkt digitaal prima toegankelijk. De ‘fascinerende’ werken van Crews-Chubb komen volgens Holmes goed tot hun recht in een ‘uitmuntende’ 3D-rondleiding. ‘Je kunt geheel naar eigen inzicht inzoomen en zelf je perspectief bepalen. Toegegeven, niet de sfeer en de lichtval van een écht galeriebezoek maar het komt aardig in de buurt.’ 

    Werken van Daniel Crews-Chubb zijn onbeperkt te zien via www.artland.com/exhibitions

  • ‘Monsters bestaan – ook in onze tijd’

    ‘Monsters bestaan – ook in onze tijd’

    Mag je massamoordenaars monsters noemen? Ja, vindt hoogleraar filosofie Stephen T. Asma. ‘Monster is een woord dat we gebruiken voor mensen van wie we gedrag, motieven, denkpatronen vrijwel niet of totaal niet kunnen begrijpen.’ 

    Keuze uit het archief

    Ook al is het in liberale samenlevingen not done om mensen te demoniseren, stelt filosoof Stephen T. Asma in dit artikel uit 2017, toch zijn er nog steeds monsters onder ons. Zoals massamoordenaar Stephen Paddock, die in 2017 zestig mensen doodschoot tijdens een countryconcert in Las Vegas. Hoe gaan we om met dit soort mensen van wie de daden buiten ons voorstellingsvermogen liggen?

    Wat is een monster eigenlijk?

    ‘Het woord komt van het Latijnse werkwoord monstrare, waarschuwen. Met name in de antieke Griekse en Romeinse cultuur werd het woord bijvoorbeeld gebruikt voor een baby die was geboren als Siamese tweeling, of die een arm of been miste, of er juist een extra had. Zo’n kind werd beschouwd als een monster. De Grieken noemden hen teratos. Ze dachten dat het een gruwelijke straf was voor immoreel gedrag – een idee dat ook de middeleeuwse christenen graag toepasten om allerlei voorspellingen te doen. Het was een teken dat er onheil dreigde voor de staat of voor de keizer van dat moment of voor een bepaalde veldslag. Een monster is een mengeling van natuurlijke rampspoed en bovennatuurlijke betekenis.’

    Zijn monsters een uiting van weerzin?

    ‘Ja, er komt ook altijd een emotioneel en affectief aspect bij kijken. Een interessante filosoof, Noël Carroll, laat zien dat monsters, vooral moderne monsters uit het horrorgenre, altijd slijm uitscheiden of extra aanhangsels en tentakels hebben. Ze hebben iets wat ingaat tegen ons gevoel voor lichaamsbarrières of lichaamsbegrenzingen. Dat veroorzaakt vaak het gevoel van walging. Daarom zijn monsters vaak politiek zo nuttig. Een beschaving die ten oorlog trekt, zal altijd de tegenstanders demoniseren of “monsteriseren”. Die worden dan neergezet als onbeschaafd en walgelijk, bijvoorbeeld als het gaat om hun seksuele hygiëne. Ze worden een mikpunt van afkeer.’

    Dus in sociologische termen zijn zij de ‘outgroup’?

    ‘Juist: jij bent anders dan wij. Vreemdelingenhaat loopt als een rode draad door de geschiedenis van monsters. Als jij anders bent dan wij, dan reageren we met walging of zijn we bang en op onze hoede. Dat zie je in de antieke wereld, in de middeleeuwen en ook nu nog in het heden, aan de manier waarop wij onze vijanden neerzetten.’

    Heeft religie een rol gespeeld in het vormen van monsters?

    ‘Religie bouwt nooit alleen maar een pantheon van goden. Die goden zijn altijd een antwoord op een dreiging die wordt gepresenteerd via een of ander monsterverhaal. Als je naar de oudste verhalen kijkt, of dat nu in de hindoeïstische, de Chinese of de Mesopotamische literatuur is, zoals de Gilgamesj, altijd kom je er wel een monsterheld of heldmonster tegen. Dit moet wel te maken hebben met een evolutionaire strategie voor het vormen van fictieve familiegroepen. Hoe zorg je dat grote aantallen mensen die geen bloedverwanten zijn toch samenwerkende groepen worden? Daarvoor heb je dit soort verhalen nodig.’

    Frankenstein.
    Frankenstein

    Hebben monsters een evolutionaire functie?

    ‘Anderen wegzetten als monsters kan een uiterst nuttige aanpassing geweest zijn voor de eigen overleving als groep. De natuur was geen warm, gezellig holletje. Zulke horrorverhalen hadden nut omdat mensen erdoor gingen oppassen voor echte vijanden – zowel voor dieren als voor menselijke vijanden. Het folkloristische weerwolfverhaal was wijdverbreid in Europa. Dat is logisch, want de wolven in Noord-Europa waren een bedreiging voor Europeanen. In de Amerika’s bestaat een weerbeerfolklore, omdat oorspronkelijke Amerikanen zich zorgen maakten over echte beren en bang waren opgegeten of aangevallen te worden door beren. Als je naar de monsters van die werelden kijkt, zie je dat ze eenzelfde transformatiefunctie hebben. Het dier dat je kunt worden, of waarvoor je bang moet zijn, is het plaatselijke roofdier.’

    U schrijft dat er nog een andere kant aan het verhaal zit. Welke is dat?

    Dat gaat om een interessant gegeven dat niet veel aandacht krijgt. Daarbij gaat het niet om xenofobie, maar om xeno-nieuwsgierigheid. Een klassiek voorbeeld is dat van Sint-Augustinus. Hij weet dat monsters geacht worden in Afrika en het Oosten te leven. Daartoe behoren ook cyclopen en cynocehali, wezens met een hondenkop, en de blemmyes, wezens zonder hoofd maar met hun gezicht op hun borst. Iedereen denkt dat deze monsters incarnaties van het kwaad zijn, de kinderen van Kaïn: doorboor hun hart en ze zijn er geweest. Maar Augustinus benadrukt de “wonderlijke” kant van deze schepsels. Hij zegt: “Deze wezens zijn griezelig, maar als we met ze kunnen praten en als dan blijkt dat ze een bepaald vermogen tot redelijk denken bezitten, kunnen ze misschien gered worden, dan kunnen ze misschien deel uitmaken van de Verlossing.”’

    ‘Volgens het moderne, liberale standpunt heeft het monster een knuffel nodig, begrip en redelijke onderhandelingen’

    Hoe is deze traditie door de jaren heen overgeleverd?

    ‘Het is typisch iets voor het westerse liberale denken om de kring van tolerantie uit te willen breiden naar degenen die anders zijn dan jij. Vanuit het moderne liberale standpunt is het heel verkeerd om een afkeer te hebben van vreemdelingen. Je hoort anderen niet te monsteriseren of demoniseren, je hoort geen walging van hen te voelen. Zo kun je ook Frankenstein interpreteren. Als ze op middelbare scholen Frankenstein behandelen, gebruiken ze dat verhaal om te laten zien dat je agressie en geweld oproept door geen verschillen in je groep toe te laten. Dat is een liberale interpretatie van het monster. Het monster is niet het kwaad. Het monster heeft een knuffel nodig, begrip en redelijke onderhandelingen.’

    Wanneer werd ‘monster’ een term voor een mens?

    ‘Dat is echt een interessant onderwerp. Er zijn een paar lijnen die we kunnen volgen. Een loopt naar de oude Grieken, die het verschijnsel van een monsterlijk verlangen kenden. Je kon een verlangen in je hebben dat zo overweldigend was dat het je van jezelf vervreemdde. Dat Medea haar kinderen vermoordt, dat de ene persoon de andere doodt of dat liefde je krankzinnig maakt, komt doordat Eros je monsterlijke dingen laat doen. Het was een bezetenheid van binnenuit, een psychologisch vermogen dat je niet goed had gekanaliseerd. Ik denk dat die lijn doorloopt tot Freud en het idee van een “id” dat ons ware zelf is. In ons allemaal zit iets wat zorgvuldig moet worden beheerst. Anders pleegt het psychopathologische daden. Dat zie je nu met de schutter van Las Vegas. We willen weten waarom hij het deed. Is er iets in onszelf dat ons ook iets dergelijks kan laten doen als we het niet in de hand houden?’

    Zou u Stephen Paddock, de schutter van Las Vegas, een monster noemen?

    ‘Jazeker. Daar komt de term “monster” nog steeds goed van pas. Hij verwijst naar een categorie monster dat we niet kunnen begrijpen. Zodat we zeggen “Dit gaat er bij mij echt niet in. Hier snap ik helemaal niks van.”’

    Waarom komt de term ‘monster’ dan goed van pas?

    ‘Veel mensen denken: Ach, het woord monster is niet meer van deze tijd, je moet het niet meer gebruiken; je moet mensen en hun drijfveren begrijpen. Ik ben van mening dat de term monster nog steeds goed bruikbaar is wanneer je met iemand als Stephen Paddock te maken krijgt. Een van de kenmerken van een monster is dat het niet iemand is met wie je rationeel kunt onderhandelen. Met een vijand kun je nog raakvlakken vinden, zijn er dingen die je kunt volgen. Je vijand haat je misschien. Misschien heeft het conflict een economische achtergrond. Monster is een woord dat we alleen gebruiken voor mensen met wie niet onderhandeld kan worden. Het is vrijwel, zo niet geheel onmogelijk om hun gedrag, hun motieven, hun denkpatroon te begrijpen. Ons gebruikelijke inlevingsvermogen werkt bij deze mensen niet. “Monster” roept negatieve associaties op, en daar valt over te discussiëren. Maar in dit geval is het volkomen terecht om het woord te gebruiken.’

    Moeten we ons eenvoudigweg neerleggen bij het feit dat mensen monsterlijk kunnen zijn?

    ‘Dat is een lastige vraag. Ik heb eens een rechter geïnterviewd die zich dertig jaar lang had beziggehouden met de beestachtigste misdadigers waarover wij alleen maar in de krant lezen. Hetzelfde geldt voor mijn broer, die als detective voor een advocatenkantoor werkt. Allebei zeggen ze hetzelfde: soms ondervraag je iemand die gevangenzit omdat hij zijn kinderen heeft vermoord of iets anders gruwelijks heeft gedaan, maar zodra je met zo iemand in gesprek raakt, wordt het heel moeilijk om hem als monster te blijven zien. Mijn broer vertelde me een keer over zijn gesprek met een man die algemeen gezien wordt als een monster. Na een paar uur komt het gesprek op muziek. Het blijkt dat ze dezelfde muzikale smaak hebben. Misschien roken ze samen een sigaret. Plotseling heb je met zo iemand een natuurlijke menselijke relatie. Dat verandert wel iets aan je neiging om deze persoon alleen maar als een monster te zien.

    ‘In de rechtspraak bestaat de mogelijkheid om te zeggen: ‘Oké, je was dronken of high van iets en werd woedend en pleegde toen een gruwelijke misdaad’’

    De rechter maakte een onderscheid. Hij zei: “Ik vind hun daden monsterlijk, maar ik zie de persoon niet als een monster.” Volgens mij maakt de wet daar nog een extra onderscheid bij. In de rechtspraak bestaat de mogelijkheid om te zeggen: “Oké, je was dronken of high van iets en werd woedend en pleegde toen een gruwelijke misdaad.” Het Amerikaanse recht kent nog een categorie mens, die wordt aangeduid met die prachtig negentiende-eeuws klinkende term: iemand die een “kwaadaardig hart” heeft. Dat is echt een juridische term, want hij maakt deel uit van de juridische definitie van malice – boze opzet – en staat in de Californische strafwet. Het betekent dat het een karakterkwestie is. Deze persoon heeft de bedoeling een ander pijn te doen, en geniet daar mogelijk van. Ik vind het interessant dat de wet erkent dat er mensen zijn die gewoon door en door slecht zijn en ingeperkt moeten worden. Het is niet zo dat ze een moment van monsterlijkheid hadden of een monsterlijke daad pleegden. Dit zíjn monsters.’

    Maar kun je een persoon scheiden van zijn of haar daden? Het is toch een en hetzelfde brein dat erachter zit.

    ‘Ja, dit zijn typeringen die voortkomen uit de folklore, neem ik aan. Maar folklore is vaak overheersend in de wet. Aan de andere kant, als je er alleen vanuit de neurowetenschap naar kijkt, kan ik me voorstellen dat je al snel naar determinisme neigt. Wat zouden we tegenkomen wanneer we in de hersens van iemand als Stephen Paddock keken? Vinden we dan een tumor? Er is nog geen ander motief opgedoken, dus neig ik in die richting. Misschien was het iets dergelijks. De zaak is nog niet afgerond. We hebben meer informatie nodig. Maar je hebt gelijk: kan een beestachtige daad worden gescheiden van de persoon, is de persoon niet de som van zijn daden? Aan de andere kant hebben we wel enig onderscheid nodig tussen iemand die iets doet terwijl hij tijdelijk de controle over zichzelf kwijt is, en iemand die bewust een gruweldaad bedenkt en tot in de details uitwerkt. Daarom is een term als “karakter” nog steeds bruikbaar in de menswetenschappen. In termen van de neurowetenschap, tja, er zal heus geen afzonderlijk mensje in de hersens zitten, maar er is misschien wel een verhaal te vertellen over het falen van het systeem dat de impulsen moet beheersen.’

    Is elk mens in staat tot monsterlijkheid?

    ‘Ik denk dat elk mens in staat is tot het plegen van monsterlijke daden, maar echte monsters zijn vrij zeldzaam. Onze darwiniaanse erfenis heeft ons allemaal evolutionair gevormde vormen van agressie meegegeven, maar onze roofdierneigingen worden getemperd door verzorging en culturele opvoeding. Bij psychopathische persoonlijkheden spelen een gebrek aan goed ouderschap en culturele opvoeding vaak een rol, in combinatie met hersenafwijkingen. Toch kunnen ook bepaalde ideologieën zoals het jihadisme of het imperialisme een normaal gesproken empathisch persoon in een monster veranderen. Slechte ideeën kunnen onze prosociale gevoelens een andere richting geven en een kwaadaardig hart scheppen.’

    Wie of wat maakt een leider monsterlijk?

    ‘De tirannieke man heeft aantrekkingskracht voor mensen die zich bedreigd voelen of voor een staat die zich bedreigt voelt. Dat zie je telkens weer. Sociologen en antropologen noemen dit het verschijnsel van de “sterke man”: een groep voelt zich bedreigd, hun basisbehoeften worden niet vervuld, en er komt een charismatische, tirannieke figuur op. Zo ging het met Hitler. Zo ging het met Stalin. Ik heb in Cambodja gewoond en weet veel over het verhaal van de Rode Khmer en Pol Pot. Maar zelfs Plato zei het al in zijn Republica. Het interessante is dat het moeilijk is kritiek op zo iemand te leveren of er tegenwicht aan te bieden, omdat de tiran of de monsterlijke leider alleen maar agressief hoeft te zijn. Dat is zijn enige taak. Jij kunt wel zeggen dat hij irrationeel is of onlogisch, of moeilijk om mee samen te werken, maar dat maakt niets uit. Dat zijn gewoon de “deugden” van een monsterlijke leider. Neem het gedoe tussen Donald Trump en “Little Rocket Man”, zoals hij Kim Jong-un tegenwoordig noemt. De aantrekkingskracht van Trump op zijn aanhangers is denk ik dat Trump nu gestoord lijkt en dat andere grote mannen, grote bazen, misschien wel een andere gestoorde man zullen erkennen en respecteren. Dit zou een afschrikkend effect kunnen hebben. Het zou deels ook kunnen verklaren waarom een monsterlijke man aan de macht blijft.’

    Wat bedoelt u als u schrijft dat monsters een morele functie hebben?

    ‘Monsters kunnen deel uitmaken van de morele verbeelding als manier om te laten zien wat we niet willen zijn. Een duidelijk voorbeeld is dat van de jihadi die een journalist onthoofdt. Maar er zijn ook subtiele vormen, zoals Ebenezer Scrooge. Onze literatuur en cultuur scheppen iconen van immoraliteit en die dragen bij aan de vorming van ons gedrag en ons denken. Veel mensen genieten van horror in bijvoorbeeld The Walking Dead, omdat het een soort generale repetitie is. Ik verwacht geen zombieapocalyps, maar ik vraag me wel af wat er zou gebeuren als het netwerk uitviel en wij geen elektriciteit hadden en er opeens voedselgebrek zou zijn. Wat zou er gebeuren als de moderne samenleving knarsend tot stilstand kwam? Veel monsterscenario’s zouden een vervangende training kunnen zijn voor wat er tussen mensen zou kunnen gebeuren.’

    Wat is uw monster? ‘Ik ben bang voor diep, donker water. Het is een bijna verlammende angst voor zeemonsters, wat een volkomen irrationele en belachelijke angst is. Daardoor ben ik me gaan afvragen hoe het nou eigenlijk zit.’

    En, hoe zit het?

    ‘Als je filosofie studeert, ben je behept met het vooroordeel van dit vakgebied tegen irrationaliteit. Zijn de knopen eenmaal ontward, dan moet rationaliteit het grote licht van de psyche zijn. Dat licht schijnt naar binnen en verklaart bovennatuurlijkheid en irrationele angsten. Je hoeft alleen maar je geest goed te trainen en dan kun je de kelder van je psyche uitruimen bij het heldere licht van de rede. Ik begon te beseffen dat dat niet klopt. De rede is niet het grote besturingssysteem. De psyche is gebaseerd op een veel groter en ouder besturingssysteem, namelijk het emotionele besturingssysteem. Uit veel onderzoek blijkt dat rationele of cognitieve gedragstherapie mensen nauwelijks helpt om over echte, verlammende fobieën heen te komen. Het lijkt er echt op dat het iets anders of diepers is.’

    Waar komt die verlammende angst dan vandaan?

    ‘Dat zullen we de komende twintig jaar nog niet precies weten, maar ik denk wel dat het werk van affectieve neurowetenschappers als Jaak Panksepp, die helaas overleden is, Antonio Damasio, Kent Berridge en Richard Davidson uiteindelijk het antwoord zal opleveren. Zij geloven dat we een aangeboren emotionele bedrading hebben die flexibel genoeg is om verschillende gebeurtenissen en ervaringen te verwerken. Ik denk dat die zienswijze juist is, al komt er nu kritiek op van mensen als [neurowetenschapper, psycholoog en auteur van het boek How Emotions Are Made] Lisa Feldman Barrett. Maar ik ben het echt niet eens met haar theorie van geconstrueerde emoties. Ik denk dat ze veel te veel bezig is met de conceptuele ruimte van de geest.’

    In haar visie zijn emoties geen kant-en-klare circuits in het brein die worden getriggerd door ervaringen. Het zijn constructies, manieren van het brein om de wereld te begrijpen.

    ‘Ja, en ik denk dat wat zij beschrijft wel klopt voor een bepaald domein van het geestelijk leven, namelijk voor een puur menselijk domein daarvan. Maar als het om de geest gaat ben ik te veel darwiniaan om te denken dat dit voor meeste emoties opgaat. De meer subtiele soorten emoties, zoals het gevoel van vrees of verveling, passen misschien goed in Barretts visie. Maar ik denk dat we homologisch gezien basale affectieve systemen gemeen hebben met andere zoogdieren. Zij ontkent dat, en daarin ben ik het dus niet met haar eens. Ze intellectualiseert emoties zo sterk – door ze als concepten te zien – dat ze dierlijke emoties of emoties van baby’s niet kan verklaren. Uiteindelijk moet het verhaal van angst, fobie en horror geworteld zijn in de oudere emotionele systemen.’

    Hoe hebben monsters u ertoe gebracht om over verbeeldingskracht te schrijven?

    ‘Ik had veel nagedacht over beelden. Lang voordat we beschikten over geschreven talen en verhalen, hadden we in ons brein al beelden als gevolg van de waarneming. We moeten ooit een communicatievorm hebben gehad met beelden en lichamelijke gebaren, voordat we taal hadden. Daardoor ging ik me afvragen hoe oud de verbeeldingskracht eigenlijk is. Is die meegekomen met de taal of konden we allang met beelden communiceren voordat we taal hadden? Volgens mij zijn er veel manieren om kennis te hebben en met anderen te communiceren, die niet linguïstisch zijn maar te maken hebben met lichaamstaal, in de vorm van dansen, of via tekenen of beeldend werk, zoals de grotschilderingen in Lascaux of Chauvet. Al vóór het propositioneel denken bestond er een hele taal van verbeeldingskracht en geestelijk leven.’

    Leeft dat oude verbeeldende leven nog steeds in ons?

    ‘Volgens mij wel, ja. Het wordt overschaduwd doordat het propositioneel denken overheerst. We zijn nu in ons brein sterk uitvoerend georganiseerd. Dat is wat je doet als je een kind opvoedt. Je legt een neocorticaal besturingssysteem over de wirwar aan meer associatieve motorische waarnemingsprocessen heen. We leren allemaal onze geest te disciplineren, zoals we leren ons gedrag te disciplineren. Maar we kunnen die neocorticale controleur het zwijgen opleggen via creatieve activiteiten, zoals kunst, en uitstapjes maken naar deze vroegere vorm van denken.’

    Wat zou u zijn als u geen hoogleraar filosofie was?

    ‘Ik twijfel tussen muziek en visuele kunst, maar hoe dan ook zou ik kunstenaar zijn. Ik bén nog steeds kunstenaar. Ik word er alleen niet meer voor betaald.’

  • Vermeer in Manhattan

    Vermeer in Manhattan

    Johannes Vermeer inspireerde de Amerikaanse dichter Michael White niet alleen tot poëzie en proza, maar bracht hem ook weer bij zinnen na een destructieve scheiding.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week maakte het Mauritshuis in Den Haag bekend dat het zich afvraagt of het nog schilderijen aan de Verenigde Staten wil uitlenen. Vanwege de bezuinigingen die de regering-Trump doorvoert in de kunstsector en Trumps kritiek op het narratief dat sommige kunstmusea verspreiden, is directeur Martine Gosselink bang dat ze de schilderijen die ze uitleent niet zo snel terug zal krijgen.
    Het zou erg jammer zijn als de Hollandse meesters niet meer in musea in de VS te zien zijn. De Amerikaanse dichter Michael White kan daarover meepraten. In dit artikel van The Paris Review uit 2015 vertelt hij wat de schilderijen van Johannes Vermeer voor hem betekenen.

    ‘Stel je voor dat je alles kwijtraakt wat voor jou werkelijk van belang is, en daarna heb je een droom, en in die droom kom je erachter dat je het niet echt bent kwijtgeraakt, omdat het je niet afgenomen kan worden. Dat gevoel geeft Vermeer me.’

    De dichter Michael White probeerde me uit te leggen hoe hij geobsedeerd was geraakt door Johannes Vermeer – met zijn psychologisch geladen interieurs en mysterieuze vrouwelijke figuren. Michaels fascinatie ontstond door een toevallige ontmoeting met het werk van de kunstenaar in Amsterdam, waar hij naartoe was gegaan om bij te komen van een scheiding die zo destructief was dat hij er totaal gedeprimeerd van was geraakt en die hem het gevoel had gegeven dat hij de rest van zijn leven alleen zou blijven.

    Hoewel ik met hem samenwerkte aan een universiteit in North Carolina, kende ik hem in die tijd niet goed genoeg om de emotionele ellende die hij doormaakte te begrijpen. Ik wist ook niet dat zijn ervaring in het Rijksmuseum met Vermeers onnadrukkelijk dubbelzinnige beelden hem ertoe had gebracht de hele wereld over te reizen om alle schilderijen van de meester te zien.

    Dat werd me allemaal pas duidelijk toen ik zijn nieuwe boek Travels in Vermeer: A Memoir las, dat deels een reisverslag is en deels bestaat uit overpeinzingen over de betekenis van kunst. Het lezen van Travels in Vermeer maakte Vermeers schilderijen in emotioneel opzicht voor mij zo levensecht, dat ik het gevoel had dat ik ze kende toen ik het boek uit had – alsof ze personages waren in een prachtige roman over verloren liefde, verlangen en genezing. Ik denk bijvoorbeeld aan de eerste keer dat Michael Het meisje met de parel ziet: ‘Ik voel een briesje, een rilling over mijn rug als ik binnenkom, en daarom draai ik me om… Ik kijk over mijn linker-schouder naar haar. Zij staart me rechtstreeks aan over haar eigen linker-schouder. Ze is, als een schilderij dat kan zijn, een adembenemende ontmoeting.

    Dat iemand, alleen met wat verf, iets kon maken dat zo lichtgevend en zo prachtig was

    Johannes Vermeer, Slapend meisje
    Johannes Vermeer, Slapend meisje

    Rondleiding

    ‘Liefde: hoe kan ik dat gevoel zijn vergeten? De ogenblikkelijke, gepassioneerde blik die me begrijpt en waarin beschuldiging noch vergiffenis ligt. De lieftallige genegenheid in haar lichtbruine iris, de verrukkelijke erotiek van haar lippen, haar mond.’


    Het probleem was dat ik nog nooit een Vermeer in het echt had gezien. Michael was bereid me rond te leiden langs de schilderijen die in New York hangen. Er zijn er acht: drie in de Frick Collection en vijf in het Metropolitan Museum of Art. We gingen ze allemaal bekijken. We begonnen in de Frick Gallery met De soldaat en het lachende meisje, waarop een militair in uniform en een jonge vrouw aan een kleine tafel in de hoek van een kamer bij een raam zitten. Michael legde uit dat dit waarschijnlijk bedoeld was als een tafereel in een bordeel, een genre dat populair was in de tijd van Vermeer. Hij wees op de uitgestrekte hand van de vrouw die op tafel rust, open alsof ze op betaling wacht. En toch past het schilderij niet echt in die context. De vrouw draagt een keurige, witte, linnen muts die haar haren bedekt, en haar gezicht gloeit duidelijk op in het flauwe, indirecte licht dat door het raam valt. Haar ogen zijn op de soldaat gericht en haar uitdrukking is kalm maar intens gelukkig.


    ‘Kijk haar toch,’ zei Michael. ‘Ze is verliefd.’ De soldaat is evenmin de vrolijke pierewaaier die je op een typisch schunnig schilderij zou verwachten. Hij neemt de voorgrond in beslag, zit met zijn rug naar de kijker toe en streelt met één hand over zijn kin – ingetogen en niet op zijn gemak. Hij lijkt het meisje in te schatten, of misschien schat hij zijn eigen plannen met haar in. ‘Het is bijna alsof hij een vervanger voor de kunstenaar is,’ zei Michael. ‘De kunstenaar die twijfelt aan zijn recht om de vrouw te schilderen.’ Een beeld van een bordeel dat weigert een beeld van een bordeel te zijn, emoties die niet voldoen aan de verwachtingen die we ervan hebben, die zich vermengen en ronddwarrelen – allemaal doortrokken van het meest verfijnde, donker opgloeiende licht: dit was de Vermeer die ik me herinnerde uit Michaels boek, maar dan met de vreemde kracht van een beeld dat voor je aan de muur hangt. Toen ik voor De soldaat en het lachende meisje stond, leek het me onmogelijk dat iemand, alleen met wat verf, iets kon maken dat zo lichtgevend en zo prachtig was.

    Het schilderij als een vraag gehuld in rust 
en stilte

    We liepen naar het volgende schilderij, Onderbreking van de muziek. De vrouwelijke figuur zit aan een tafel waarop een citer ligt, een luitachtig instrument. Er staat een man naast haar, met één hand op de rugleuning van haar stoel, zijn blik gericht op een brief in haar hand. Ze is met haar aandacht niet meer bij de muziek: ze kijkt de toeschouwer direct aan met een heel dubbelzinnige uitdrukking op haar gezicht waarin een of andere vorm van emotionele herkenning ligt. ‘Ze lijkt precies te begrijpen wie ik ben,’ zei Michael. ‘Maar wie is dat? Wat ben ik voor haar? Een vriend? Een minnaar? Een vertrouweling? Soms denk ik dat ik er bijna achter ben, maar nooit helemaal.’


    We verlieten de Frick en liepen over Fifth Avenue naar het Metropolitan Museum of Art, waar we alle vijf de Vermeers die er hangen bekeken. Het schilderij dat indruk op me maakte, was Slapend meisje, waarop een rijk gekleed meisje alleen aan een tafel zit met een glas wijn. Haar ogen zijn dicht, ze laat haar hoofd op haar hand rusten. Meteen achter haar leidt een halfopen deur naar een lege binnen-kamer die op een of andere manier iets raadselachtigs heeft, een gevoel dat wordt versterkt door de sleutel die in het slot steekt. ‘Er waren een man en een hond in de kamer,’ zei Michael. ‘Die heeft hij weggeschilderd.’ Die afwezigheid weergalmt en vult het schilderij, dat aanvoelt als een vraag gehuld in rust en stilte, een moment van het leven dat perfect is waargenomen, maar zich verzet tegen interpretatie. Is ze werkelijk dronken, zoals het tafereeltje suggereert? Slaapt ze wel echt? En zo ja, waarom liggen haar vingers dan zo perfect, actief gebogen op het tafelblad?


    ‘Ze zou wakker kunnen zijn,’ opperde ik. ‘Maar neerslachtig.’ ‘Of ze zou net kunnen doen of ze slaapt,’ zei Michael – misschien voor de man die niet meer bestond op het schilderij. Of voor de kijker. ‘Vermeers werk bevat allemaal fascinerende verhaallijnen, maar het blijven altijd slechts lijnen.’

    Johannes Vermeer, De soldaat en het lachende meisje
    Johannes Vermeer, De soldaat en het lachende meisje

    Cupido

    De manier waarop Vermeer een verhaal tegelijkertijd suggereerde en ondergroef, was een van de bronnen van psychische geladenheid in zijn werk. Voor Michael gingen die verhalen telkens over romantisch verlies en hernieuwde hoop. Terwijl ik zwijgend naast hem stond, herinnerde ik me een passage uit Travels in Vermeer over de eerste 
keer dat hij in Amsterdam voor een Vermeer stond: ‘Plotseling begrijp ik het: Vermeers verstomde helderheid richt zich tot mij, is voor mij terwijl ik hier sta.

    Wat ik heb doorgemaakt, waar ik in mijn scheiding mee te maken heb gekregen, is absoluut verlies. Ik dacht dat ik daar alles van afwist toen mijn eerste vrouw Jackie aan kanker was gestorven – maar deze keer had ik het vertrouwen verloren. Het is niet alleen dat ik niet geloof in liefde; ik weet niet eens zeker of ik wel ergens in geloof. Maar nu ik naar deze schitterende 
doeken kijk – onbereikbaar maar toch vertrouwd – komt het weer in me op… Het is alsof die voorstellingen er zijn om me bij zinnen te brengen door me teruggehaalde beelden uit een vroeger leven te laten zien.’

    We bleven nog een poosje staan en daarna wees Michael naar de linkerbovenhoek van het doek, waar achter de vrouw een schilderij hangt. Alleen de onderkant ervan is zichtbaar, en we zien slechts het blote voetje van een kind. ‘We weten dat het schilderij aan de muur Vermeers eigendom was. Het verschijnt op nog twee doeken van hem, één halverwege zijn carrière en één aan het einde. Het is een voorstelling van Cupido, hoewel we hier alleen zijn voet zien. Het zal nog vijftien jaar duren voor we eindelijk de hele Cupido te zien krijgen, op Staande virginaalspeelster. Mijn gevoel daarbij is: ja, hij is er altijd geweest, de hele tijd, zich voorbereidend op zijn verschijning. De kracht van de liefde is altijd aanwezig, hoewel het een heel leven kan kosten om die in zijn geheel te zien.’

    Robert Anthony Siegel schreef twee romans, All the Money in the World en All Will Be Revealed. Zijn korte verhalen en essays zijn verschenen in onder meer The New York Times, de Los Angeles Times, Tin House en de Oxford American.
    Robert Anthony Siegel schreef twee romans, All the Money in the World en All Will Be Revealed. Zijn korte verhalen en essays zijn verschenen in onder meer The New York Times, de Los Angeles Times, Tin House en de Oxford American.