Onderwerpen: Kunst

  • Panamarenko en de kunst van het falen

    Panamarenko en de kunst van het falen

    Voor de Vlaamse Kunstenaar Henri van Herwegen (1940-2019), oftewel Panamarenko, was mislukken ook een optie. Een overzichtstentoonstelling van zijn werk is nu te zien in het Kröller-Müller Museum.

    Een aerodynamische ufo in de vorm van een klaproos, een hangmat met propeller-aandrijving, een gemotoriseerde rugzak of een fiets met vleugels. De bonte verzameling kunstobjecten van de Vlaamse kunstenaar Henri van Herwegen (1940–2019) weerspiegelt overduidelijk zijn obsessie voor vliegen. Dat blijkt al uit zijn pseudoniem: Panamarenko, afgeleid van Pan American Airlines and Company. 

    ‘Panamarenko had van begin af aan een kras op zijn ziel’, schrijft Alexandra Wach in het Duitse Monopol Magazin: de wetenschap dat het vliegen niet meer uitgevonden hoefde te worden. ‘Met grenzeloos plezier ontwierp hij de meest uiteenlopende machines, die allemaal écht werkten. Dat ze hun bestemming niet bereikten, heeft te maken met zijn voorliefde voor ironie.’  

    Maar volgens Martha Schwendener, in een artikel voor het wereldwijde Artforum, hangt het er maar net af wat je van Panamarenko’s kunst verwacht: ‘Voor de kunstenaar is een werk ideaal wanneer het een natuurlijke vorm heeft, voor veel toeschouwers wordt dat bereikt zodra je ermee kunt vliegen. Maar om hem goed te begrijpen moet je weten dat opstijgen maar een van de maatstaven voor succes is.’ 

    Aan de hand van zijn ‘prachtig geconstrueerde objecten en vliegmachines’ typeert Roberta Smith in The New York Times Panamarenko als een kunstenaar die ‘met speels gemak de weg van wetenschap naar natuur naar fantasie aflegt zonder ooit het domein van de kunst te verlaten.’ En volgens haar ‘doet het er niet toe dat de apparaten niet werken; de kunst zit hem in het falen.’

    Ook het Waalse dagblad Le Soir benadrukt in Panamerenko’s necrologie zijn combinatie van wetenschap, industrieel ontwerp en verbeelding. Maar vooral ook zijn fascinatie voor échte, natuurlijke vleugels springt eruit: ‘Terwijl hij voortdurend bezig was de techniek in zijn apparaten te verbeteren, probeerde hij mechanisch de vleugelslag van libellen en vlinders te benaderen.’

    In New York Art World stelt Donald Goddard dat het bij Panamarenko draait om materie en illusie. Met bijvoorbeeld ‘visnetten, rubber banden, cellofaan, batterijen en elektriciteitsdraden wil hij de natuurlijke wetten van zwaartekracht, magnetisme, zonlicht en luchtdruk tastbaar maken.’ Wie zijn kunstwerken vervolgens als ‘immaterieel beschouwt, ontdekt vanzelf de lichtheid en transparantie ervan’. 

    De overzichtstentoonstelling Reise in den Sternen van Panamarenko is tot en met 13 maart 2022 te zien in het Kröller-Müller Museum in Otterlo.

    Door Diederik Samwel

  • Conflict om iconisch standbeeld op Wall Street

    Conflict om iconisch standbeeld op Wall Street

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Europese supermarkten, waaronder Albert Heijn en Lidl, boycotten Braziliaans vlees

    » Een op de twee Iraakse gezinnen heeft voedselhulp nodig door droogte

    Ruzie om standbeeld Fearless Girl

    Het fameuze standbeeld Fearless Girl in New York, dat ooit tegenover de stier van Wall Street stond opgesteld als teken van vrouwelijke kracht, heeft een ongewis lot nu de maker en het bedrijf dat opdracht tot vervaardiging ervan gaf met elkaar ruziën over de vraag wie het intellectueel eigendom bezit, schrijft Artnet News.

    Kunstenaar Kristen Visbal maakte het werk in 2017, waarna het een jaar lang tegenover de Charging Bull in het Bowling Green-park in New York stond. Na klachten van de maker van de stier werd het verplaatst naar de huidige plek bij de New York Stock Exchange. Visbal meent op grond van haar contract met State Street Corporation, de financiële dienstverlener die het werk betaalde, het volledige intellectueel eigendomsrecht te bezitten. Maar State Street verwijst naar een ander contract, dat de eigendomsrechten van Visbal over het standbeeld zou beperken. Het conflict gaat over replicatie: Visbal wil kopieën maken om te verkopen, maar volgens State Street heeft zij het recht daartoe dus afgestaan.

    Lees ook:

  • NFT’s zijn populair in kunstwereld

    NFT’s zijn populair in kunstwereld

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Plasticafval Amazon is met een derde gestegen tijdens pandemie

    » Canada trekt 40 miljard uit om inheemse kinderen te compenseren

    Verkoop NFT‘s neemt grote vlucht

    Artiesten en beroemdheden verdringen elkaar om NFT’s te lanceren. Dit zijn digitale bezittingen waarvan de geverifieerde eigendomsrechten vastliggen in een blockchain. NFT’s bieden de mogelijkheid eigenaar te worden van inhoud die in principe eenvoudig is te repliceren. Volgens recente schattingen van JPMorgan levert deze nieuwe bezitsvorm inmiddels ongeveer 2 miljard dollar per maand op. In januari was dat nog 400 miljoen dollar. Analyse door DappRadar laat zien dat het NFT-volume in het derde kwartaal op jaarbasis met 38.000 procent omhoogschoot tot 10,7 miljard dollar, schrijft CBNC.

    ‘We hebben allemaal basiskennis van kunst maar niet per se van cryptovaluta en blockchain; dit is de volgende stap naar massagebruik’

    ‘Het is zeker een hype’, zegt Mike Shinoda van de band Linkin Park, die onlangs een nieuwe NFT-mixtape lanceerde. ‘Maar de meesten van ons zijn ervan overtuigd dat het iets blijvends is.’ Tristan Yver, hoofd strategie bij FTX U.S. noemt het een hype die de gehele cryptoindustrie ten goede komt. ‘We hebben allemaal basiskennis van kunst maar niet per se van cryptovaluta en blockchain; dit is de volgende stap naar massagebruik.’

    Lees meer:

  • Kunstenaar Grayson Perry: ‘Het leven is zinloos, prima’

    Kunstenaar Grayson Perry: ‘Het leven is zinloos, prima’

    De met prijzen bekroonde kunstenaar Grayson Perry beantwoordt vragen van lezers over het leven, gender en het creatieve proces: ‘Mijn ideeën zijn vaak een vage, wazige gouden mist achter in mijn hoofd.’

    Nee, zegt Grayson Perry verontschuldigend, hij heeft zich niet speciaal voor ons Zoom-gesprek zo mooi aangekleed, maar voor een evenement hierna. ‘Ik wilde eruitzien als een dame die uit lunchen was.’ Hij is uitgedost in mauve zijde, met felrode lippenstift, een reusachtige zonnebril en een Margaret Thatcher-kapsel. Sinds hij in 2003 de Turner Prize kreeg, is Perry met zijn alter ego Claire een van de herkenbaarste en meest bewonderde kunstenaars van het Verenigd Koninkrijk. Hij is vooral bekend om zijn keramiek, maar maakt ook ander werk, waaronder wandkleden en een huis in Essex. Bovendien is hij curator, schrijver en tv-maker, en het Channel 4-programma Grayson’s Art Club, dat hij presenteert samen met zijn vrouw, schrijfster en psychotherapeut Philippa Perry, was een lichtpunt tijdens de lockdown. Op dit moment reist hij rond met zijn theaterprogramma A Show for Normal People, waarmee hij op 13 december ook in het Amsterdamse theater Carré te zien is.

    Wat noem jij ‘normale’ mensen? (Amy, Londen)

    ‘Ik ben geïnteresseerd in die dingen die in ons onderbewuste rondzweven – klasse, gender, identiteit – totdat we daar om wat voor reden dan ook over na moeten denken. Dus normaal is wat voor jou normaal is, totdat het niet meer zo is. Iedereen heeft zijn eigen versie, die is gevormd door zijn achtergrond en geschiedenis.’

    Als je vindt dat het leven zinloos is, zoals je in je theatershow zegt, ben je zeker wel depressief? (Deirdre, Londen)

    ‘Nee, ik denk: het leven is zinloos, prima, dan moeten wij er dus zin aan geven. Ik vind het heel prettig dat ik zelf iets te zeggen heb over de zin die ik aan het leven kan geven.’

    Kom je uit een artistieke familie? (Andrea, Aberdeen)

    ‘Nee, ik vind dat ik in een “acultureel” huishouden ben opgegroeid: geen boeken, geen schilderijen, nooit naar een kunstgalerie. Dat zeg ik nou wel, maar we hadden natuurlijk wel de tv. Veel mensen uit de middenklasse zien nog steeds niet in dat televisie een belangrijke culturele kracht is. Wanneer mensen “cultureel” zeggen, bedoelen ze eigenlijk: “Ben je opgegroeid in een cultureel middenklassegezin?”’

    Hoe is het jou gelukt om in die moeilijke periode waarin je je brood moest zien te verdienen met een baan, toch kunst te maken? (Will, Todmorden)

    ‘Ik deed wat veel mensen deden: ik maakte kunst aan de keukentafel. Als twintiger had ik allerlei suffe baantjes, zoals broodjes bereiden, beveiliger, model zitten. Ik ging naar avondcursussen en daardoor had ik een plek waar ik dingen kon maken, met alle faciliteiten. In het begin van de jaren tachtig was dat echt goedkoop. Daarna trouwde ik met iemand die meer geld had dan ik. Niet veel mannen kiezen daarvoor. Als dertiger werd ik door mijn vrouw onderhouden. Pas op mijn achtendertigste verdiende ik echt genoeg met mijn kunst om ervan te kunnen leven.’

    Sinds je de Turner Prize hebt gewonnen ben je een nationale lieveling geworden, is dat ten koste gegaan van je vermogen om controversiële kunst te maken? Denk je dat je beste werk achter je ligt? (Pete, Edinburgh)

    ‘Volgens mij heb ik mijn beste werk gemaakt nadat ik de Turner Prize heb gewonnen, dus daarop zeg ik: “Onzin.” En “controversieel” is maar één kleine maatstaf. De mensen die denken dat het belangrijk is om controversieel te zijn, zijn degenen die zich tot hun zestigste aan hun punkkapsel vastklampen. Ik ben al lang geleden lid van het establishment geworden en het zou best eens kunnen dat die mensen die zichzelf graag als controversieel zien, erachter komen dat zij nu ook lid van het establishment zijn.’

    Als je mocht kiezen in welke eeuw zou je dan kunstenaar willen zijn? (Jill, Letchworth Garden City)

    ‘Ik ben een groot fan van de Noordelijke renaissance, dus ik had wel graag rond 1400 ergens in de Lage Landen willen zijn – Van Eyck, Bruegel en Hiëronymus Bosch en al die schilders. Je hoefde je niet af te vragen wat je onderwerp moest worden, want dat was het christendom, dus het ging alleen maar om techniek en hop, aan de slag. Je hoefde niet te denken: “Waar gáát mijn werk over?”’

    Wat bepaalt naar jouw idee de waarde van kunst? Volgens Marx wordt waarde bepaald door arbeid. (Ella, Birmingham)

    ‘Als ik een tentoonstelling van mezelf binnenloop, denk ik wel degelijk: “Tjonge, daar zitten een hoop manuren in.” Al dan niet bewust ben ik het gedeeltelijk met Marx’ bewering eens, al zou ik mezelf geen marxist noemen. Het begrip waarde in de kunstwereld is fascinerend, want op een bepaald punt wordt die waarde astronomisch hoog en dat is belachelijk. Het is pure markteconomie en waarde is dan wat iemand ervoor wil betalen.’

    Welke waarde put jij eruit? (Emine Saner, The Guardian)

    ‘Het geeft betekenis aan mijn leven. Ik hou van een project dat mijn leven wat motivatie geeft en het is een heel prettig tijdverdrijf.’

    Kun je uitleggen waarom een haai op sterk water en een onopgemaakt bed meer zijn dan een haai op sterk water en een onopgemaakt bed? (Martin, Oxford)

    ‘Tja, dat is het bekende Duchamp-idee, hè? [Marcel Duchamp exposeerde vanaf 1910 zijn readymades, waaronder een urinoir]. Kunst is: mensen die op dingen wijzen. Ik hang niet hartstochtelijk aan het idee van ambachtelijkheid als onderdeel van het kunstproces – Christopher Wren heeft St Paul’s Cathedral niet gebouwd – als je aan het eind van de rit maar iets geweldigs hebt. Maar ik plaats wel vraagtekens bij het afnemende vermogen van kunstgaleries om betekenis toe te voegen aan alles wat er naar binnen wordt gesleept.’

    In mijn ogen is de kunstwereld nog steeds heel eurocentrisch. Ben jij geïnteresseerd in of beïnvloed door de kunst van een niet-Europese culturele traditie? (Jolyon, Japan)

    ‘Naar mijn idee maakt de kunstwereld een behoorlijk niet-eurocentrische fase door. Het Tate kijkt al minstens tien jaar naar gebieden die niet in zijn collecties zijn vertegenwoordigd. Want de kunstwereld is altijd op zoek naar uitdaging, het was een van de eerste sectoren die echt verder keek dan de Europese canon. Ik kijk voor mijn inspiratie zelden naar hedendaagse kunst, maar ik kijk wel achterom en ik ben een groot voorstander van gelijke kansen. De belangrijkste invloed op mijn keramiek is op dit moment waarschijnlijk islamitisch, Perzisch – op de een of andere manier vind ik de verfijning daarvan heel inspirerend.’

    Zag ik kunst toen ik je een keer in vol ornaat als vrouw over de parkeerplaats van de Homebase-bouwmarkt in Walthamstow zag lopen? (David, Walthamstow)

    ‘Die parkeerplaats ligt dicht bij mijn vroegere atelier, maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit in een jurk naar Homebase ben gegaan. Misschien was ik het niet. Verkleden is verkleden. Misschien schemert het soms door in mijn kunst, maar ik hou de verschillende aspecten van wat ik doe heel strikt van elkaar gescheiden. Wanneer ik me als vrouw verkleed, doe ik dat gewoon voor mijn eigen plezier.’

    Ik hou van een blanco pagina, een nieuw begin. En jij? (Alan, Scottish Borders)

    ‘Ik ben niet al te dol op de blanco pagina. Ik geloof dat mijn beste werk meestal tegen het eind van een hele lading werk komt, als ik op gang gekomen ben. Werk zorgt voor ideeën, werk komt voort uit werk. Ik zit nu in de fase dat ik terugkeer naar mijn atelierwerk en ik vind de eerste paar stukken altijd een beetje een warboel. Dus nee, ik hou niet van dat blancopaginagevoel, ik ben liever al een eind op weg.’

    Veel kunstenaars ervaren periodes van twijfel en gebrek aan zelfvertrouwen. Is dat jou ook wel eens overkomen en hoe kom je daar dan weer uit? (Simon, York)

    ‘Ik geloof dat ik verslaafd ben aan periodes van twijfel en gebrek aan zelfvertrouwen. Volgens mij moet je je zorgen maken als je die niet hebt, want dan doe je niet genoeg je best. Als je zeker weet dat alles waaraan je begint, goed zal zijn, wat heeft het dan voor zin? Vroeger zag ik dat gevoel alleen maar als een verlammende twijfel aan mezelf. Nu zie ik het min of meer als een teken dat ik op het randje van iets nieuws balanceer. Of van iets verontrustends.’

    Zijn alle motieven terug te voeren op eigenbelang? (Chris, Newcastle)

    ‘Ik denk dat daar wel een kern van waarheid in zit. Je hoort nu vaak het begrip “virtue signalling” (het etaleren van je eigen deugdzame gedrag), maar dat zijn we gaan doen omdat we als een goed lid van de groep gezien willen worden. Als jouw groep altruïstische daden goedkeurt, dan doe je altruïstische dingen om status te verkrijgen.’

    Hoe vind je Engelsheid in dit nieuwe brexittijdperk? (Hywel, Camarthen)

    ‘Dat is problematisch, want een behoorlijk groot deel van de bevolking van Engeland noemt zichzelf niet graag Engels, omdat ze daar verkeerde associaties bij hebben. Daartegenover heb je een groep die zichzelf liever ziet als Engels dan als Brits. Dan zijn er mensen die bij de mainstream willen horen, of bij wat als “het goede” gezien wordt. En er zijn mensen die dat niet willen en die, bewust of onbewust, willen opvallen en daarom elk standpunt waarmee ze kunnen opvallen omarmen. Daar ging de brexit voor een deel over. Ik denk dat antivaxen daar ook gedeeltelijk om draait: die mensen zien het als status dat ze zich niet door de mainstream laten meesleuren.’

    Wat vind je van genderstereotypen en hoe die zich verhouden tot kunst en cultuur? (Misaki, Japan)

    ‘Als travestiet ben ik sterk geïnteresseerd in genderstereotypen, want anders zou ik geen barrière over kunnen gaan. Dan zou het niets anders zijn dan me aankleden. Gender is een van de diepste conditioneringen in onze cultuur. Als mensen zeggen: “Wij gaan veranderen wat het is om een vrouw te zijn, of een man”, zeg ik: “Geweldig.” Maar dat gaat een hele tijd duren, want deze dingen zijn zo diep verankerd in onze cultuur. En het duurt een hele tijd voordat mannen hun gedrag veranderen – zij zijn voornamelijk degenen die moeten veranderen –, want het gaat om een soort collectieve onderneming die voornamelijk onbewust verloopt.’

    Je zat in een specifieke periode op een Engelse kunstacademie: hoe kan het dat je niet in een band terecht bent gekomen? (Mark, Leeds)

    ‘Zoals de meesten van mijn generatie wilde ik graag bij een rockband horen. Ik wilde David Bowie zijn. Die hunkering, daar ga ik in mijn theatershow volledig op los. Bij mijn optredens in de Albert Hall heb ik een band bij me. Zet je maar schrap voor dit sensationele debuut! Ik zou een fantastische rockster geworden zijn. Of mijn stem wel sterk genoeg was geweest weet ik niet, maar ik zou er echt goed in geweest zijn.’

    Hoe vind je dat kunst op scholen onderwezen zou moeten worden? (Jane, Chichester)

    ‘Vaak. Het speelt nu een bijrol, maar het zou beschikbaar gemaakt moeten zijn voor iedereen die dat wil. Voor kinderen die net zo zijn als ik is het kunstlokaal een toevluchtsoord. Niet alleen vond ik het een fijne plek om te werken, ik werkte er ook uit wat er in mijn hoofd omging, al was ik me daar niet van bewust. Een van de belangrijke functies van kunst is om uit te werken wat er in ons onderbewuste omgaat, collectief of persoonlijk. Een van de dingen die nodig zijn voor een gezonde samenleving is een sterke culturele sector. Waar dient het leven toe als je geen cultuur hebt in al haar glorieuze verscheidenheid?’

    In hoeverre wordt jouw kunst gestuurd door een idee van wat je wilt creëren en in hoeverre ontstaat ze spontaan? (S, Oxford)

    ‘Voor 52 procent. Mijn ideeën zijn vaak een vage, wazige gouden mist achter in mijn hoofd, een bepaalde toon of sfeer die ik wil oproepen. Tijdens het maakproces wordt het beeld dan geleidelijk scherper, met alle onvermijdelijke teleurstelling van dien. Het creatieve proces is een kwestie van gecontroleerde teleurstelling, want het wezen van inspiratie is dat die vaag is. Ik maak een werk af en het is niet precies wat ik had gehoopt, maar het is goed. En dan, na verloop van tijd, kijk je terug naar dat stuk en ben je vergeten hoe je had gehoopt dat het zou worden en zie je het voor wat het is. Ik denk niet dat er veel kunstenaars zijn die precies in hun hoofd hebben wat ze willen maken en dat dan ook maken. Dat zou een beetje deprimerend zijn.’

    Waar haal je de motivatie en de discipline vandaan om tot de eindstreep te blijven doorzetten? (Annabel, East Sheen)

    ‘Waarschijnlijk een of andere oeroude arbeidsmoraal in mij, die lastiger wordt naarmate ik ouder en vermoeider word. Vroeger was ik heel fanatiek en gedreven, maar ik geloof dat ik wat milder word, of me tenminste meer laat afleiden. Ik denk bij mezelf: Ik ben 61, ik heb nog een x-aantal productieve jaren voor me, wat wil ik dan doen? Wil ik er gewoon dingen uitpersen waarvan ik denk dat andere mensen ze van me verwachten?’

    Laat je een werk wel eens onafgemaakt? (ES)

    ‘Meestal dichter bij het begin dan bij het eind. Vroeger maakte ik dingen, dan haatte ik ze en sloeg ze in stukken. Nu zie ik de tragedie eerder aankomen en smoor ik die in de kiem.’

    Eat the rich of verkoop ze kunst? (Suzanne, Liverpool)

    ‘Verkoop ze kunst, absoluut. Al mogen sommige van die rijken wel op de barbecue.’

    Is het niet obsceen om honderden miljoenen aan een kunstwerk uit te geven? (ES)

    ‘Waarschijnlijk wel. Maar het is beter dan al dat geld uitgeven aan wapens.’

    Hoe oud is je kat? En hoe ben je aan haar gekomen? (Emily, Kingston)

    ‘Het is een hij, al heeft hij geen ballen meer. We hebben hem uit een asiel. Ze denken dat hij rond de anderhalf was, dus dan is hij nu een jaar of vijf? Zes? Ik weet het niet. Hij was als zwerfkat gevonden in Hackney, dus het is een hipsterkat.’

    Erasmusprijs

    Grayson Perry kwam in december naar Amsterdam om in het Paleis op de Dam de Erasmusprijs voor kunst, cultuur en wetenschap in ontvangst te nemen uit handen van de koning. Vanwege deze feestelijke gelegenheid is er een evenementenprogramma georganiseerd om de kunstenaar beter te leren kennen.

    Een greep uit het programma:

    28 november 2021 tot 20 maart 2022: Grayson Perry, We Shall Catch It On The Beaches: Bonnefanten Museum, Maastricht. Centraal in deze tentoonstelling staat Perry’s tv-serie Grayson’s Art Club.

    13 december: Koninklijk Theater Carré Amsterdam, 20.00 u: A Show for Normal People.

    15 december 2021 tot 3 april 2022: tentoonstelling Grayson Perry. Winnaar Erasmusprijs 2021: Kunstmuseum Den Haag.

    Laatste week van december bij de VPRO: Grayson Perry bij Wintergasten, geïnterviewd door Janine Abbring (terug te kijken via NPO Start).

  • In de secundaire kunsthandel draait het meer om ‘markt’ dan om ‘kunst’

    In de secundaire kunsthandel draait het meer om ‘markt’ dan om ‘kunst’

    Vier jaar na het openen van zijn eerste galerie draaide kunsthandelaar Inigo Philbrick een omzet van 130 miljoen dollar – een exorbitant hoog bedrag waar hij graag mee te koop liep. Maar zijn methodes hield hij liever voor zichzelf. Welkom in de wereld van flippen, wired fraud en spelers die betrokken zijn aan beide uiteinden van transacties van zeven cijfers.

    ‘Het toerismebureau van Vanuatu, een eiland in de buurt van de Australische kust, beweert dat “echtparen, gezinnen, adrenalinejunkies en rustzoekers” er allemaal genoeg te beleven zullen hebben’, schreef David Jenkins vorig jaar in zijn artikel ‘The Inigo Philbrick Saga: From Wunderkind To Art Fraudster’ dat op de website van the Center for Art Law in Brooklyn werd gepubliceerd.

    ‘Sinds kort wil het bureau voor toerisme misschien nog wel een ander type bezoeker aan die lijst toevoegen: voortvluchtige kunsthandelaren’, ging Jenkins verder. Want door samenwerking van het Amerikaanse ministerie van Justitie en de lokale autoriteiten werd Inigo Philbrick, een in Miami gevestigde dealer die gespecialiseerd is in hedendaagse kunst, op 11 juni 2020 gearresteerd op een van Vanuatu’s markten.’

    De kunsthandelaar was sinds oktober 2019 op de vlucht want, schreef Eileen Kinsella destijds voor ArtNet News: ‘In de afgelopen acht maanden stapelden zich civiele rechtszaken op waarin Philbrick ervan wordt beschuldigd dat hij voor tientallen miljoenen dollars aan kunstwerken heeft gestolen, verkoopopbrengsten heeft verduisterd, geld heeft geleend met kunst als onderpand die hij niet bezat en overlappende aandelen van kunstwerken heeft verkocht. De rechtszaken werpen een licht op de duistere kanten van de kunstmarkt en de byzantijnse financiële manoeuvres die achter de schermen worden uitgevoerd om prijzen op te krikken en de identiteit te verdoezelen van spelers die betrokken zijn aan beide uiteinden van transacties van zeven cijfers.’

    Reputatie

    ‘Velen van ons zouden op drieëndertigjarige leeftijd waarschijnlijk niet in staat zijn om vermogende individuen en organisaties te bedriegen’, schreef Jenkins vorig jaar, ‘maar de achtergrond en geschiedenis van Philbrick in de kunstindustrie verklaren in hoge mate hoe hij zo snel bekendheid kon verwerven. Philbrick is de zoon van Harry Philbrick, de voormalig directeur van het Aldrich Contemporary Art Museum in Ridgefield, Connecticut en oprichter van de non-profit kunstorganisatie Philadelphia Contemporary. Zijn moeder is Jane Philbrick, een veel tentoongestelde kunstenaar en parttime docent aan de New School’s Parsons Fine Arts School of Art, Media, and Technology met een master in design van de Harvard University.

    Philbrick Junior ging naar de prestigieuze Goldsmiths University in Londen, gespecialiseerd in kunst en design, toevallig ook de alma mater van zijn vader, aldus The New York Times. In 2010, na zijn opleiding, begon Philbrick een stage bij White Cube, de gerenommeerde galerie van Jay Joplin voor hedendaagse kunst in Londen. Binnen een jaar promoveerde Philbrick van stagiair tot verkoopdirecteur secundaire markt en in 2013 opende hij zijn eigen galerie in Londen, met steun van Jopling, later in 2018 gevolgd door een tweede vestiging in Miami.’

    Philbrick verwierf al snel een reputatie bij internationale verzamelaars en investeerders als expert van hippe, gewilde hedendaagse kunstenaars zoals Rudolf Stingel, Wade Guyton en Christopher Wool. In 2017 meldde zijn galerie een omzet van ongeveer 130 miljoen dollar, en Philbrick liet zijn rijkdom breed hangen door veelvuldig te reizen met privéjets, maatpakken van 7000 dollar en horloges van 55.000 dollar te dragen en door recordbiedingen op veilingen te doen. Een dergelijk snel en eclatant succes had misschien al eerder tot opgetrokken wenkbrauwen moeten leiden en het is niet echt verrassend dat Philbrick ten val kwam.

    Secundaire kunstverkopen lijken vaak meer op aandelenhandel dan op de verkoop van schilderijen en sculpturen

    Philbrick liep uiteindelijk tegen de lamp omdat hij, volgens de aanklachten, zijn klanten heeft opgelicht door ‘onder valse en frauduleuze voorwendselen, verklaringen en beloften te hebben verstrekt’ en door valse namen en handtekeningen te gebruiken bij het opstellen van verkoopcontracten.’ Zijn handelen wordt in Amerika ‘wire fraud’ genoemd: fraude waarbij gebruikgemaakt is van telecommunicatie of internet.

    Om de aanklachten tegen Philbrick te begrijpen, schrijft Jenkins, is het nuttig om te kijken naar het ecosysteem waarin hij zijn zaken deed, een wereld ‘waarin het meer draait om het woord “markt” dan om het woord “kunst”.’

    Philbrick, aldus Jenkins, ‘opereerde voornamelijk op de secundaire kunstmarkt en kunstwerken die al een aantal keren van eigenaar waren veranderd werden door hem verkocht aan investeerders, verzamelaars en partijen die mogelijk nooit in de buurt zijn geweest van de kunst die ze kochten. Beschrijvingen van secundaire kunstverkopen lijken vaak meer op aandelenhandel dan op de verkoop van schilderijen en sculpturen. Dergelijke verkopen houden vaak in dat klanten dealers zoals Philbrick miljoenen dollars betalen voor een volledig of gedeeltelijk eigendomsbelang in kunstwerken met het doel ze opnieuw te verkopen zodra de prijs voldoende is gestegen (een praktijk die bekendstaat als “flippen”), en dat allemaal zonder dat de betrokken partijen ooit daadwerkelijk bezit van de kunst nemen.’ 

    Lees ook:

    De belangrijkste wanpraktijken waarvan Philbrick wordt beschuldigd houden verband met liegen tegen zijn klanten over eigendom, beschikbaarheid en prijzen van kunstwerken. In sommige gevallen kwam het erop neer dat de som van de veronderstelde eigendomsaandelen van meerdere partijen in een werk meer dan 100 procent bedroeg.

    In oktober en november 2019 begonnen de bewijzen tegen Philbrick zich op te stapelen en Amerikaanse opsporingsdiensten noteerden hem als ‘voortvluchtige’ met openstaande vorderingen voor een bedrag van meer dan 20 miljoen dollar. Hij werd uiteindelijk in juli 2020 gevonden op het eiland Vanuatu in de Stille Oceaan, waar hij opvallend weinig deed om zijn identiteit te verbergen. Hij gebruikte zijn echte naam op het eiland, verwierf bekendheid bij de lokale gemeenschap en schepte soms op over zijn eerdere betrokkenheid bij de kunstscene.

    Realityster

    Een jaar geleden onthulde Philbricks partner, de Britse realityster Victoria Baker Harber, dat zij en Philbrick begin 2019 in het geheim getrouwd zijn door een sjamaan in Mexico. Ze beviel vorig jaar oktober van hun dochter Gaia-Grace en maakte het nieuws bekend via een fotoshoot in de Britse versie van Hello! Magazine, voorzien van juichende teksten: ‘“Mijn wereld veranderde op het moment dat Gaia werd geboren”, zegt de 33-jarige voormalige Made in Chelsea-ster. “Wat ik voor Gaia voel is meer dan liefde; het is een instinct dat overneemt. De tweede keer dat ik haar zag, haar vasthield, wist ik meteen dat ik haar zal beschermen zolang ik leef.”’

    Maar, treurt Hello! met haar mee, ‘Ondanks haar opgetogenheid is Victoria’s nieuwe rol nu ze aan het moederschap begint, getint met hartzeer. De grote afwezige in hun leven die al deze mijlpaalmomenten moet missen, is Gaia’s vader, Victoria’s Amerikaanse verloofde, Inigo Philbrick. De drieëndertigjarige kunsthandelaar, die galerieën runde in Londen en Miami en wereldwijd bemiddelde in transacties van miljoenen ponden, werd gearresteerd op beschuldiging van fraude toen Victoria vijf en een halve maand zwanger was.’

    ‘Ik kan niet wachten op de dag dat hij haar eindelijk kan ontmoeten’, zei de kersverse moeder over man en dochter in Hello!, maar dat zou nog wel eens een tijdje kunnen duren, want inmiddels is de rechtszaak tegen de in ongenade gevallen kunsthandelaar in de laatste fase beland. Volgens Artnet News pleitte Philbrick op 18 november schuldig tegenover de federale rechtbank in Manhattan en daarmee riskeert hij tot twintig jaar gevangenisstraf. De rechter doet daarover volgend jaar maart uitspraak.

    De kunstmarkt is sterk afhankelijk van niet veel meer dan een gevoel van vertrouwen

    Philbrick zegt bereid te zijn om zo’n 86,7 miljoen dollar te overhandigen aan de autoriteiten, het bedrag waar de totale fraude om zou draaien, en heeft beloofd een aantal schilderijen te retourneren, waaronder een Christopher Wool en een Wade Guyton. Ook zal hij zijn slachtoffers een nog nader door de rechter te bepalen bedrag terugbetalen.

    Hij zit nu al bijna anderhalf jaar vast na zijn arrestatie op Vanuatu. De rechter weigerde hem destijds op borgtocht vrij te laten, omdat hij het met de aanklagers eens was dat Philbrick een vluchtrisico kon vormen. Sindsdien verbleef hij in penitentiaire inrichtingen in Manhattan en Brooklyn. De vestigingen van zijn kunsthandel in Londen en Miami zijn gesloten.

    Hoewel de volledige gevolgen van de zaak van Philbrick pas duidelijk zullen zijn als het stof is neergedaald, schrijft Jenkins, is het duidelijk hoezeer het ontbreekt aan transparantie en regulering op de kunstmarkt, hetgeen ook werd bevestigd in een rapport van de Amerikaanse Senaat over de gevolgen van lakse Amerikaanse belastingwetgeving en antiwitwasregels op de kunstmarkt: ’de kunstindustrie is grotendeels niet gereguleerd.’ De kunstmarkt is een plek waar regelmatig transacties van miljoenen dollars plaatsvinden, maar waar geen gecentraliseerde database bestaat waarin het eigendom van kunstwerken is vastgelegd, zoals bijvoorbeeld het geval is bij onroerend goed. Dat maakt de kunstmarkt sterk afhankelijk van niet veel meer dan ‘een gevoel van vertrouwen’, aldus Jenkins.

    Gebrek aan berouw

    ‘Inigo aanvaardde de volledige verantwoordelijkheid voor zijn daden en zal de rest van zijn leven boeten voor zijn misdaden’, aldus zijn advocaat Jeffrey Lichtman na de schuldigverklaring in een e-mail aan ArtNet News. ‘Hoewel zijn acties oneerlijk en crimineel van aard waren, maakte hij deel uit van een industrie die van top tot teen ziek is, waar dit soort gedrag helaas alledaags is. Dat gezegd hebbende, biedt hij zijn slachtoffers zijn excuses aan en zal hij er alles aan doen om ze tevreden te stellen.’

    De advocaat van de klagers gebruikte iets andere bewoordingen. ‘Na de afgelopen zeventien maanden in hechtenis te hebben doorgebracht, was het schokkend om zijn schijnbaar totale gebrek aan berouw te zien toen hem werd gevraagd waarom hij deze misdaden beging’, aldus advocaat Judd Grossman, die verschillende slachtoffers vertegenwoordigt, waaronder Aleksander ‘Sasha’ Pesko, die miljoenen verloor in deals met Philbrick rond kunstwerken van Rudolph Stingel en Jean-Michel Basquiat.

    Toen de rechter vroeg waarom hij zijn misdaden had begaan, draaide Philbrick niet echt om de hete brij heen. Zijn antwoord bestond uit één woord: ‘Geld.’

    Lees ook:

  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Moleculaire uitwisseling ruiken en zien in turbinehal

    TENTOONSTELLING | Kunstenares Anicka Yi hakte eerder met haar nogal bijzondere bijltje toen ze zes jaar geleden een tentoonstelling in New York maakte over, ja u leest het goed, de menselijke angst voor virale besmetting. Aanleiding waren haar eigen auto-immuun-issues, de beroering die in New York was ontstaan toen er een geval van ebola werd ontdekt en het besef dat in de lucht die wij inademen een moleculaire uitwisseling plaatsvindt.

    Voor Yi vormen ziektekiemen en microben de sleutel om te begrijpen hoe mensen op elkaar reageren. Nu zet ze met die fascinatie het Britse museum Tate Modern op stelten met haar olfactory odyssey. Geheel in lijn met de tijdgeest en met de zojuist bekroonde ontdekkingen over hoe zenuwimpulsen temperatuur kunnen waarnemen stuurde zij kwalachtige amoeben de turbinehal in, voortgedreven door drones en algoritmen. Zelf heeft ze het over ‘aerobes’ en ‘gebiologiseerde’ machines. De doorschijnende wezens hebben het vermogen zich te richten op de warmte van de bezoekers, maar zijn getraind om afstand te bewaren. Om de zo veel tijd zweven ze naar een aanlegplaats, waar hun batterijen worden opgeladen.

    Minder tastbaar zijn Yi’s geurprofielen die wekelijks veranderen en de geschiedenis van het gebied rond de Thames vertegenwoordigen. Je kunt de cholera en builenpest levensecht ruiken. Volgens de kunstenares zijn
    ook onze zintuigen geconditioneerd door culturele waarden. Geuren worden bijna automatisch geassocieerd met het vrouwelijke, het onzichtbare.

    Anicka Yi: In Love with the World is tot en met 16 januari te zien in Tate Modern, Londen

    Hyundai Commission Anicka Yi In Love With the World Tate Modern 2021. Photo © Tate Ben Fisher Photography 2 kopie
    © Ben Fisher

    Vlammende reprise

    DANS | Twee weken voordat de achtste Flamenco Biënnale begin 2021 in Nederland van start zou gaan, moest directeur Ernestina van de Noort noodgedwongen capituleren; in plaats van liveoptredens van Spaanse topgezelschappen werden het coronavrije livestreams. Dit najaar presenteert de Flamenco Biënnale onder de noemer Flamenco Biënnale 2021 – Part 2 alsnog enkele bijzondere optredens die afgelopen januari niet konden doorgaan. Het festival geeft een troostrijke reprise met tot de middenrif sprekende voorstellingen. Bijvoorbeeld van de betoverende danseres Rocío Molina, die in de voetsporen van flamencovernieuwer Israel Galván altijd de grenzen van de traditionele flamenco oprekt. Ook is er een muzikale ontdekkingstocht voor kinderen. Muzikanten Ingvo en Claudio ontmoeten de stampende flamencodanseres Marina, met wie zij onderzoeken wat ritme precies is.

    Flamencobiennale.nl, 7 t/m 29 november 2021

    31012021 MG 4130 kopie

    Uit de heksenketel van Joan ‘Kali’ Archibald

    FOTOGRAFIE | In 1962 was Joan Archibald haar leven als huisvrouw in een Amerikaanse buitenwijk beu. Ze vroeg een echtscheiding aan, bracht haar kinderen onder bij haar moeder en ging op zoek naar een ander bestaan. In 1964 verhuisde ze naar Palm Springs, veranderde haar naam in Kali, naar de hindoegodin van dood en tijd, en begon te fotograferen. Hoe bijzonder haar werk is, werd pas in 2016 herontdekt door haar dochter Susan, drie jaar voordat haar moeder overleed. Kali gebruikte een techniek die zij ‘artography’ noemde. Met zwart-witfilm maakte ze portretten, meestal van haar dochter en haar jonge vrienden en van het omringende Californische landschap. Daarna gebruikte ze experimentele druktechnieken, zoals meervoudige belichting, over elkaar geschoven negatieven en hoog-contrastontwikkeling. Ten slotte bewerkte ze de foto’s in haar zwembad, een buitenmaatse heksenketel, dat ze vulde met kleurstoffen en natuurlijke elementen zoals zand, zaagsel, vuil en insecten.

    De vierdelige monografie Kali Ltd. verscheen bij uitgeverij Powerhouse

    1632400053 1bookexcerpt kopie 1
    Bladzijde uit Kali Ltd.

    Close Up

    TENTOONSTELLING | Fondation Beyeler in Basel toont werk van negen kunstenaars die zich hebben onderscheiden in de moderne kunst van 1870 tot heden: Berthe Morisot, Mary Cassatt, Paula Modersohn-Becker, Lotte Laserstein, Frida Kahlo, Alice Neel, Marlene Dumas, Cindy Sherman, en Elizabeth Peyton.

    Tot 2 januari 2022

    Kahlo My Grandparents LAC 260x300mm kopie
    ‘My Grandparents’ – Frida Kahlo

    David Hockney

    TENTOONSTELLING | Meer dan tachtig schilderijen, tekeningen en prenten van David Hockney uit de Tate Collection zijn te zien in Bozar in Brussel. Het overzicht overspant zijn hele carrière, inclusief het indrukwekkende Bigger Trees near Warter uit 2007, Hockneys grootste werk. Voor wie opgebeurd wil worden op een mistroostige dag.

    Tot 23 januari 2022

    IMG 1804 kopie
    David Hockney in zijn studio in Normandië. – © Jonathan Wilkinson

    De spin Anansi

    OPERA | Gerenommeerde operasolisten, musici, balletdansers en dansers uit de hiphopscene verbeelden de fabel over de vindingrijke spin Anansi. Met muziek van de Zuid-Afrikaanse componist Neo Muyanga. Regie: Kenza Koutchoukali, choreografie: Shailesh Bahoran.

    Nationale Opera en Ballet, 13-21 november

    anansi campagnebeeld sqooshed kopie

  • Wenen stript op OnlyFans

    Wenen stript op OnlyFans

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Filipijnen vrezen hoge olieprijs

    » Klimaatcrisis treft Afrika

    Protest tegen de voortdurende censuur op naakte lijven

    Uit protest tegen de voortdurende censuur van socialemediaplatforms op afbeeldingen van naakte lijven is het toerismebureau van de stad Wenen begonnen met een account op OnlyFans, omdat dat sociale netwerk wel naakt toestaat, meldt The Guardian. In juli werd het nieuwe TikTok-account van het Albertina Museum geblokkeerd vanwege een blote vrouwenborst op een foto van Nobuyoshi Araki. Instagram, dat elke afbeelding van blote vrouwentepels verbiedt, haalde in 2019 een schilderij van Peter Paul Rubens offline en in 2018 verwijderde Facebook zelfs een foto van het 25.000 jaar oude beeld van Venus van Willendorf in het Natuurhistorisch Museum.

    Wenen hoopt bezoekers aan te trekken sinds het aantal in 2020 met 78,4 procent daalde in vergelijking met 2019. Maar volgens het toerismeburau is de nieuwe campagne ‘Wenen stript op OnlyFans’ niet alleen bedoeld om toeristen aan te trekken maar ook om mensen bewust te maken van de censuurnormen waarmee hedendaagse kunstenaars te maken hebben.

  • Het eerste naakte vrouwbeeld zette de Griekse beeldhouwkunst op zijn kop

    Het eerste naakte vrouwbeeld zette de Griekse beeldhouwkunst op zijn kop

    De vroegste beelden in het Griekenland van de klassieke oudheid werden gemaakt door mannen die slechts de schoonheid van andere mannen weergaven. Totdat in de vierde eeuw voor Christus een standbeeld van de naakte godin Aphrodite verscheen. Het veroorzaakte niets minder dan een artistieke revolutie.

    De Spaanse krant La Vanguardia heeft sinds jaar en dag een boeiend geschiedeniskatern met verrassende verhalen, Historia y Vida genaamd. Voor het onderdeel Historia Antigua, oftewewel Antieke Geschiedenis, schreef Ana Echeverría Arístegui onlangs een artikel over de artistieke revolutie die beeldhouwer Praxiteles veroorzaakte in het klassieke Griekenland.

    ‘Haar naam was Mnesareté, “Zij die herinnert aan de deugd”. Maar alleen haar artiestennaam Phryne was in heel Griekenland bekend’, schrijft Arístegui. Phryne was een hetaere, wat we tegenwoordig een courtisane of escort zouden noemen, en ze was de meest fameuze van haar tijd.

    Rond 350 v.Chr. raakte ze in de problemen toen een minnaar haar beschuldigde van goddeloosheid. Waar het om ging is onduidelijk. Had ze misschien details van de Eleusinische mysteriën onthuld, of had ze deze rites respectloos geparodieerd? Of was het simpeler en had ze getolereerd dat ze werd vergeleken met de godin Aphrodite? Het ging in ieder geval om een zeer ernstige misdaad, waarop de doodstraf stond, zoals Socrates vijftig jaar eerder was overkomen.

    Wat er precies gebeurde tijdens het proces dat tegen haar werd aangespannen, verschilt per verteller. In de meest pikante versie wordt Phryne verdedigd door Hyperides, een van de tien beste Attische redenaars uit de oudheid, wiens legendarische welsprekendheid aanvankelijk aan dovemansoren is gericht. In een ultieme poging om zijn cliënt vrij te pleiten, neemt Hyperides zijn toevlucht tot een laatste redmiddel: hij ontdoet Phryne in de rechtbank van haar tuniek en toont haar in al haar naakte glorie aan de aanwezigen. De wijze heren van Athene verklaren haar daarop onmiddellijk onschuldig.

    Naakte mannen

    Deze anekdote, waar of niet, duidt op meer dan een door geilheid vertroebelde geest bij de rechterlijke macht: in het klassieke Griekenland was schoonheid synoniem met deugd. Dat was in ieder geval al vier eeuwen zo, zolang het ging om mannen die zich uitkleedden in stadions om zich over te geven aan sportieve activiteiten. Net zoals tegenwoordig vaak het geval is in films of in series, werden Helleense helden in de kunst gespierd weergegeven, goed geproportioneerd en eeuwig jong. Daar tegenover verwezen de lelijke trekken van buitenlanders of saters naar moreel verval.

    Wat vrouwen betrof lag het al die tijd een stuk ingewikkelder. Respectabele Atheense vrouwen bedekten zichzelf met een sluier en verlieten zelden hun vrouwenverblijven. Hun stenen tegenhangers waren aanvankelijk niet minder discreet.

    Tijdens de archaïsche periode, de periode van circa 800 tot 480 v.Chr. die aan de klassieke periode voorafging, stonden begraafplaatsen vol met kouroi, plechtige, statige beelden van naakte jongens. Aan de vrouwelijke variant, de korai, was nauwelijks te zien dat het om vrouwen ging, want onder hun traditionele gewaden, zoals de peplum en de chiton, waren amper vrouwelijke rondingen waarneembaar.

    Lees ook:

    De beelden uit de archaïsche periode lijken op gedrapeerde cilinders zonder vrouwelijke kenmerken. De zeldzame keren dat een keramist om verhalende redenen besluit een naakte vrouw op bijvoorbeeld een vaas af te beelden, lijkt hij doorgaans een man met borsten te tekenen, te oordelen naar details zoals buikspieren of de breedte van de schouders.

    In de klassieke periode – van de vijfde tot de vierde eeuw v.Chr. – wint het mannelijke ideaal aan natuurgetrouwheid en de beelden worden steeds schitterender in al hun naakte glorie en trots. De vrouwelijke versies, dan nog voorbehouden aan de weergave van godinnen of als kariatiden (verwerkt in pilaren), evolueren langzaam en schuchter. Geleidelijk aan verschijnen de vormen van heupen en dijen onder de plooien van hun tunieken, vooral in de uitbeeldingen Aphrodite.

    Haar vrouwelijkheid is echt en authentiek: smalle schouders, soepele nek, ronde buik, een lome, gebogen heup

    En dan plotseling: revolutie! Een beeldhouwer met de naam Praxiteles heeft toegegeven aan het opzienbarende idee om een geheel naakte Aphrodite te maken met ondubbelzinnige sensualiteit. Haar vrouwelijkheid is echt en authentiek: smalle schouders, soepele nek, ronde buik, een lome, gebogen heup waardoor het gewicht van het lichaam zachtjes op één been steunt. Dit is de beroemde ‘Praxitelische curve’, een compositorische truc die de kunstenaar al eerder met succes op beelden van mannelijke atleten toepaste, maar nu ook voor vrouwelijke vormen gebruikt.

    Praxiteles werkte waarschijnlijk naar een levend model en het is zeer aannemelijk dat het ging om Phryne, de hetaere die aan veroordeling ontsnapte dankzij de perfectie van haar lichaam.

    Cnidus Aphrodite Altemps Inv8619 1
    Een Romeinse kopie van Praxiteles’ Aphrodite. – © Wikimedia Commons

    Praxiteles bood het beeld aan aan de stad Kos, die het weigerde en in plaats van het naakte beeld een geklede versie aanschafte. In de Griekse mythologie leggen godinnen wrede straffen op aan stervelingen die hen naakt betrapten en mogelijk wilde Kos dat risico niet nemen. Uiteindelijk zijn het de burgers van de stad Knidos, gelegen tegenover het eiland Kos, die blijkbaar minder bang zijn en het beeld kopen.

    Het nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje, en in plaats van dat de naakte Aphrodite goddelijke toorn over de stad afroept, trekt zij een stroom van reizigers aan die graag de godin vanuit alle hoeken willen aanschouwen. Dat is niet al te moeilijk want ze is geplaatst in een tholos, een cirkelvormige tempel. Maar al snel doen ook oneerbiedige grappen de ronde.

    Een jonge man zou zichzelf van een klif hebben geworpen nadat hij een wilde nacht met het standbeeld had doorgebracht

    ’Paris, Adonis en Anchises hebben me naakt gezien, dat is alles wat ik weet. Maar hoe heeft Praxiteles dat klaargespeeld?’ vraagt Aphrodite zich af in een epigram van Antipater. Het gerucht gaat zelfs dat een jonge man zichzelf van een klif heeft geworpen nadat hij een wilde nacht met het standbeeld had doorgebracht.

    Het originele beeld werd door keizer Theodosius naar Constantinopel vervoerd en verbrandde daar tijdens een opstand in 532. Maar gelukkig bestonden er zeker nog tien exemplaren van, voornamelijk Romeinse kopieën, en daarnaast waren er ook nog eens talloze variaties op het origineel.

    Wat maakt het beeld zo onweerstaanbaar, vraagt Arístegui zich af in haar artikel voor La Vanguardia. Volgens haar is het de mannelijke blik, de male gaze. ‘De godin weet dat ze verrast wordt door een toeschouwer. Het gebaar dat ze maakt om haar schaamstreek te verbergen lijkt kuis, maar het onthult meer dan het verbergt. Een van de variaties, de Aphrodite van beeldhouwer Menophant, is nog dubbelzinniger: bedekt ze een borst of toont ze een tepel?’

    ‘Het is geen toeval dat dergelijke visuele spelletjes populair werden in de vierde eeuw v.Chr.’, schrijft Arístegui. ‘Ze ontstonden op hetzelfde moment dat de hetaeren, internationale sekssymbolen werden. Hun beroemdheid verkregen ze met veel sexappeal en vanuit de kwetsbare van degene die geen andere manier hebben om naam te maken. “Nee is nee”, het motto van vrouwen van de eenentwintigste eeuw, is nooit het motto van de klassieke Venus geweest’, aldus Arístegui.

    Lees ook:

  • Pandora Papers brengen geroofde kunstschatten aan het licht

    Pandora Papers brengen geroofde kunstschatten aan het licht

    De Pandora Papers leggen niet alleen schimmige financiële transacties van de rijken der aarde bloot. Ook het bezit van dure kunstwerken en handel in illegaal verkregen antiquiteiten komen voorbij, zoals de zaak van een handelaar in gestolen Cambodjaans erfgoed.

    Het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) in Washington kwam in bezit van de Pandora Papers via een niet-geïdentificeerde bron. Het lek bevat documenten van veertien bedrijven die zijn gekoppeld aan geheime offshorerekeningen in eigendom van miljardairs, beroemdheden, wereldleiders en machtige bedrijven.

    Volgens eerste schattingen gaat het in totaal om zeker 32 biljoen dollar, zo’n 28 biljoen euro, aan fondsen die naar belastingparadijzen zoals Panama, Dubai, Monaco, Zwitserland, de Kaaiman- en Maagdeneilanden werden gesluisd om belasting te ontwijken en anonimiteit te garanderen. Dat geschatte totaal is exclusief niet-monetaire activa zoals kunst en onroerend goed.

    Daarover schrijft The Guardian, een van de mediapartners die betrokken is bij de publicatie van de Pandora Papers: ‘Meer dan honderd miljardairs komen voor in de gelekte gegevens, evenals beroemdheden, rocksterren en bedrijfsleiders. Velen gebruiken lege vennootschappen om bezit van luxegoederen zoals onroerend goed en jachten te verhullen, evenals incognito-bankrekeningen. En er is zelfs kunst te zien, variërend van geplunderde Cambodjaanse oudheden tot schilderijen van Picasso en muurschilderingen van Banksy.’

    Lees ook:

    Kunst en antiquiteiten

    ‘Een van de prominente namen uit de kunstwereld die opduiken, is die van wijlen antiekhandelaar Douglas Latchford, een vooraanstaande kunstwetenschapper die, zo blijkt uit de Pandora Papers, offshoretrust gebruikte om geroofde kunst uit Cambodja te verkopen’, schrijft Sarah Cascone van Artnet.

    Deze Latchford, die bekendstond om zijn handel in Zuidoost-Aziatische kunst en antiquiteiten met musea over de hele wereld, overleed op 2 augustus vorig jaar op negenentachtigjarige leeftijd. Een paar maanden eerder, in november 2019, had de officier van justitie van New York hem aangeklaagd wegens vermeende smokkel en handel in gestolen en geplunderde Cambodjaanse oudheden. Latchford werd daarnaast beschuldigd van het vervalsen van facturen en documenten over de herkomst van de voorwerpen en van het verhullen van handelsroutes om illegaal verkregen kunstwerken internationaal te kunnen smokkelen.

    Nadat de autoriteiten lucht hadden kregen van de duistere transacties van Latchford, heeft hij geprobeerd zijn transacties te verbergen door trusts op te richten in belastingparadijzen, aldus The Washington Post: ‘De Pandora Papers onthullen hoe een beruchte kunsthandelaar, Douglas Latchford, en zijn familie trusts oprichtten in belastingparadijzen kort nadat Amerikaanse onderzoekers hem in verband brachten met geroofde Cambodjaanse artefacten. The Washington Post en haar ICIJ-partners zijn op jacht gegaan naar de antiquiteiten waarin Latchford en zijn medewerkers volgens de verdenking hebben gehandeld en onderzochten hoe offshorebedrijven werden gebruikt om misstanden in de mondiale kunsthandel te verbergen.’

    ‘Douglas Latchford was decennialang een romantische figuur die per helikopter zocht naar jungletempels’

    Het onderzoek resulteerde in een rijk geïllustreerd, interactief artikel van Peter Whoriskey, Malia Politzer, Delphine Reuter en Spencer Woodman.

    ‘Douglas Latchford was decennialang een romantische figuur’, schrijven ze in The Washington Post. ‘De Engelsman was een ontdekkingsreiziger die zocht naar jungletempels en een kenner die verleid werd door de verfijnde details van oude beeldhouwkunst.

    Met helikopters reisde hij naar afgelegen gebieden in Cambodja om steden uit het Khmer-rijk te bezoeken en hij trotseerde landmijnen om zijn nieuwsgierigheid te bevredigen. Vanaf de jaren zeventig verzamelde hij een van ’s werelds grootste privécollecties van Khmer-schatten, voornamelijk hindoeïstische en boeddhistische beeldhouwwerken, overblijfselen van een beschaving die duizend jaar geleden in Zuidoost-Azië bloeide. Hij schreef mee aan drie boeken over het onderwerp.

    ‘Het beeldhouwwerk en de architectuur die door de Khmer zijn gemaakt om hun goden en hun heersers te eren, behoren tot de belangrijkste artistieke meesterwerken van de wereld‘, schreef hij in Aanbidding en glorie het eerste van de drie boeken.

    Latchford profiteerde van de opbrengst van antiquiteiten die waren geplunderd uit heilige tempels

    Maar terwijl Latchford zijn eerbied betuigde voor de artistieke prestaties van de Khmer, profiteerde hij van de opbrengst van antiquiteiten die waren geplunderd uit de heilige tempels van die beschaving. Volgens Amerikaanse aanklagers betrof de decennialange plundering van Cambodjaanse locaties een van de meest verwoestende culturele diefstallen van de twintigste eeuw.’

    Toen de Verenigde Staten Latchford in 2019 aanklaagden, leek het erop dat honderden gestolen voorwerpen die hij had verhandeld, konden worden geïdentificeerd en teruggestuurd: aanklagers eisten de verbeurdverklaring van ‘alle eigendommen’ die gedurende vier decennia afkomstig waren van zijn illegale handel. Maar Latchford stierf kort voor het proces en daardoor bleef een prikkelende vraag onopgelost: wat gebeurde er met al het geld en de geroofde schatten?

    ‘De geest van onze voorouders’

    Het antwoord op die vraag kan nu, althans gedeeltelijk, worden gevonden in documenten die deel uitmaken van de Pandora Papers. Uit de door de ICIJ verkregen trust- en bedrijfsregistratiegegevens blijkt dat drie maanden nadat Amerikaanse onderzoekers Latchford begonnen te koppelen aan geroofde artefacten, hij en familieleden op belastingparadijs Jersey twee trusts oprichtten, genoemd naar de hindoegoden Skanda en Siva.

    Skanda Trust beheerde de collectie antiquiteiten van Latchford. Onder de tientallen schatten bevonden zich bronzen beelden van Boeddha, Lokeshvara en andere religieuze figuren. Een van de objecten was een geroofde Naga-beeld met een waarde van 1,5 miljoen euro. De activa van Latchford in Skanda Trust werden later overgedragen aan Siva Trust.

    De familieleden van Latchford betogen dat de trusts werden opgericht voor belastingdoeleinden en het in kaart brengen van het familiebezit, maar de geheimhouding eromheen is problematisch voor onderzoekers die pogen de mogelijk geplunderde items te traceren en te repatriëren.

    Cambodjaanse ambtenaren zeggen niet te weten welke items Skanda in bezit had en nog nooit van Siva Trust te hebben gehoord. Hoe dan ook, Cambodja beschouwt de Khmer-relikwieën die zonder toestemming uit het land zijn gehaald als geplunderd en wil ze terug. Het land heeft een team samengesteld om duizenden werken op te sporen.

    ‘Deze objecten zijn niet zomaar decoraties, maar ze zijn begeesterd en worden beschouwd als levend’

    ‘We zullen het streven naar de terugkeer van ons erfgoed nooit opgeven’, aldus Phoeurng Sackona, de Cambodjaanse minister van Cultuur. ‘Deze objecten zijn niet zomaar decoraties, maar ze zijn begeesterd en worden beschouwd als levend,’ zei ze. ‘Het is lastig om het verlies voor onze tempels en ons land te kwantificeren; het verlies is als het kwijtraken van de geest van onze voorouders.’

    De vertrouwelijke gegevens leidden tot een internationale jacht op Latchford-gerelateerde antiquiteiten door The Washington Post, de ICIJ, de BBC, The Guardian, Spotify en de Australian Broadcasting Corporation. Dit leidde tot een breed onderzoek naar de wereldhandel in kunst, een domein waarin lege vennootschappen en trusts smokkel verbergen en sommige beroemde instellingen en particuliere verzamelaars items van duistere oorsprong kopen.

    Musea

    Uit het onderzoek blijkt dat, hoewel een aantal musea in de afgelopen jaren verschillende aan Latchford gelinkte stukken hebben teruggegeven, er nog ten minste zevenentwintig van dergelijke stukken in vooraanstaande collecties aanwezig zijn.

    Het Metropolitan Museum of Art in New York bezit minstens twaalf relikwieën die ooit eigendom waren van of verhandeld waren door Latchford. Nog eens vijftien werden gevonden in de collecties van het British Museum in Londen, de National Gallery of Australia, het Denver Art Museum en het Cleveland Museum of Art.

    Deze en andere musea bezitten ook nog eens zestien relikwieën die werden verkocht door een medewerker van Latchford die volgens de aanklagers in gestolen waar handelde. Geen van de musea heeft van deze relikwieën documenten overlegd waaruit blijkt dat ze met toestemming van de Cambodjaanse overheid zijn geëxporteerd, soms domweg omdat de musea niet over dergelijke documenten beschikken.

    Volgens critici was bekend dat Cambodjaanse tempels werden geplunderd

    Dat een object door de handen van Latchford of die van zijn medewerkers is gegaan, wil natuurlijk nog niet zeggen dat het afkomstig is van plundering. Maar volgens critici was bekend dat Cambodjaanse tempels werden geplunderd, evenals de stroom van antiquiteiten die vervolgens te koop werd aangeboden. Elk verband met Latchford geeft musea de verantwoordelijkheid om de oorsprong van de stukken te onderzoeken en te onthullen, aldus de critici.

    Internationaal geaccepteerde richtlijnen roepen musea en andere kopers op om de oorsprong van relikwieën ‘rigoureus te onderzoeken’ voordat ze worden aangeschaft en om hun bevindingen openbaar te maken. Musea beweren deze ethische richtlijnen te volgen en verweren zich tegen eventuele overtreding ervan met het argument dat de normen voor het verwerven van antiquiteiten in de loop der jaren zijn veranderd. Maar tegelijk blijken ze terughoudend te zijn om relikwieën terug te sturen naar het land van herkomst, zelfs als die items duidelijke tekenen van plundering vertonen, zoals beelden waarvan de voeten zijn afgehakt.

    Lees ook

    ‘Beschuldigingen tegen Latchford zijn al bijna tien jaar een juridische kwestie’, liet Tess Davis aan The Washington Post weten. Davis is advocaat, archeoloog en de uitvoerend directeur van de Antiquities Coalition, een organisatie die campagne voert tegen de handel in culturele artefacten. ‘Museumdirecties hebben meer dan genoeg tijd gehad om het juiste te doen. Maar in plaats daarvan volgde een oorverdovende stilte.’

    Mogelijk verandert er nu toch langzaam iets. Eerder al, in februari van dit jaar, liet Nawapan Kriangsak, de dochter van Latchford, die voorheen Julia Ellen Latchford Copleston heette, weten dat haar vaders collectie van Khmer-antiquiteiten met een waarde van 50 miljoen dollar naar Cambodja zou worden gerepatrieerd, meldt Artnet. De honderdvijfentwintig stukken worden beschouwd als de belangrijkste verzameling oude Cambodjaanse kunst in particuliere handen. Veel stukken ervan zijn waarschijnlijk gestolen.

    Ondertussen worden sommige van ’s werelds meest toonaangevende musea nu strenger gecontroleerd op werken in hun collecties die ooit eigendom waren van de overleden verzamelaar. In het licht van de nieuwe onthullingen is het Metropolitan Museum of Art in New York nu ‘de stukken aan het beoordelen die via Latchford en zijn medewerkers in de Met-collectie terecht zijn gekomen’, zo zei een woordvoerder van het museum tegen Hyperallergic. ‘Terwijl we ons onderzoek voortzetten, zullen we waar nodig contact opnemen met de regering van Cambodja, waarmee we in het verleden een sterk en productief partnerschap hebben gehad.’

    Vladimir Poetin

    Ook al komt er mogelijk beweging in de affaire-Latchford, de Pandora Papers bevatten nog tal van andere aanwijzingen waarvan zal blijken dat ze de moeite waard zijn om te onderzoeken. Een opmerkelijke naam die in verband met kunst in de Pandora Papers wordt genoemd is volgens Artnet bijvoorbeeld die van Helena de Chair, de vrouw van de Britse conservatieve Tory-politicus Jacob Rees-Mogg. Haar holdingcompany is de begunstigde van een trust die ‘foto’s en schilderijen’ bezit ter waarde van 3,5 miljoen dollar.

    En dan is er nog Konstantin Ernst, hoofd van het Russische tv-netwerk Channel One, die alom wordt gecrediteerd voor het zorgvuldig bewaken van het imago van Vladimir Poetin. Volgens de Pandora Papers bezit Ernst via een offshorebedrijf een van de twee versies van De woede van Achilles, een olieverfschilderij uit 1819 van de beroemde Franse schilder Jacques-Louis David. Het andere exemplaar van het werk bevindt zich in de collectie van het Kimbell Art Museum in Fort Worth, Texas. Het schilderij van Ernst is zeker 6,2 miljoen dollar waard, zo blijkt uit gegevens van ICIJ.

    Gegeven het feit dat de Pandora Papers nog maar net zijn geopenbaard, mag worden verwacht dat er in de toekomst nog heel wat meer van dergelijke verrassingen boven water zullen komen.

    Lees ook:

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Mariana Enriquez Ons deel van de nacht Recensie kopie

    Gothic novel van Argentijnse auteur

    Mariana Enríquez vestigt zichzelf als vooraanstaand auteur

    LITERATUUR | In de nieuwe roman van Mariana Enríquez, Nuestra parte de noche (Ons deel van de nacht), reist hoofdpersoon Gaspar met zijn vader van Buenos Aires naar de Iguazú-watervallen aan de grens met Brazilië, waar Gaspar betrokken raakt bij een geheim genootschap dat wordt gerund door de familie van zijn overleden moeder. De groep zoekt het eeuwige leven door middel van gruwelijke rituelen, waaronder mensenoffers.

    ‘De veelvuldige verwijzingen naar episodes, namen, praktijken of geheimen die overheersen in het onmenselijke decor van (…) de militaire junta in Argentinië in de periode 1976-1983,’ schrijft het Spaanse literatuurtijdschrift LeTralia, ‘laten geen ruimte voor twijfel. De roman benadrukt met deze fictieve constructie de echte gebeurtenissen uit de recente geschiedenis.’ Zelf licht Enríquez toe: ‘Ik maakte [als klein meisje] geen onderscheid tussen realiteit en fictie want de realiteit was erger dan welke fictie je ook maar kon bedenken,’ citeert LitHub, die Enríquez typeert als gothic realist beïnvloed door uiteenlopende schrijvers, zoals Arthur Rimbaud en Emily Brontë. 

    Volgens El Cultural, het wekelijkse cultuurmagazine van El Mundo, schreef Enríquez een ‘roman die je slapeloze nachten bezorgt, waarna het nog niet is afgelopen, want vervolgens ontvouwen zich alle interpretatiemogelijkheden’. De roman zou gaan over een ‘over vaderschap en afstamming, over de wreedheid die nodig is om het goede te bereiken in plaats van enkel volgzaamheid; over macht, over verlangen, oncontroleerbaar en veelzijdig, grenzend aan dood of geweld. Over vriendschap.(…)’ El País spreekt over een ‘ambitieuze en geniale roman, waarmee Enríquez zich vestigt als een van de belangrijkste Latijns-Amerikaanse auteurs van de eenentwintigste eeuw’. De lijst namen waarmee Enríquez wordt vergeleken is dan ook even divers als indrukwekkend: van Stephen King, Roman Polanski en William Friedkin tot Julio Cortázar, Jorge Luis Borges, Silvina Ocampo en Alberto Laiseca. 

    Onlangs verschenen bij De Bezige Bij, in een vertaling van Irene van de Mheen.


    Alice Mann geeft de empowerment van Drummies weer

    Het tegenverhaal van Zuid-Afrikaanse meisjes

    FOTOGRAFIE | ‘Mijn focus heeft altijd op mensen gelegen. Ik ben altijd weer verrast door [foto’s van] mensen. Ze zijn magisch,’ citeert The Cut de Zuid-Afrikaanse fotograaf Alice Mann. Misschien wel haar meest magische project tot nu toe, oordeelt de New Yorkse site, is de bekroonde serie Drummies, die ‘alle kwaliteiten omvat die ze in haar werk wil vertegenwoordigen’. De beelden laten een Zuid-Afrikaanse subcultuur zien: die van jonge majorettes of ‘drummies’, die begin jaren tachtig opkwam.

    Meisjes die eraan deelnemen zijn vaak afkomstig uit gezinnen met lage inkomens, en vinden hierin een manier om uit te blinken, waarbij ‘de onderscheidende uniformen dienen als marker van succes, en emancipatie van hun omgeving vertegenwoordigen’, aldus The Guardian. ‘Ik denk dat er veel objectificering of slachtofferschap is van vrouwen, vooral van Zuid-Afrikaanse vrouwen. Ik ben geïnteresseerd in het vertegenwoordigen van een tegenverhaal,’ verklaart Mann. Ze bezocht jarenlang zes verschillende scholen en slaagt er volgens webzine Fold goed in de individuele persoonlijkheden van de jonge meisjes over te brengen. Ook de vertrouwensband die ontstaat, ondanks Manns privilege als witte fotograaf – waar ze zelf mee zegt te worstelen – is zichtbaar, meent The New Yorker: ‘De speelse samenwerking tussen de meisjes en de fotograaf is het eerste wat opvalt als je de foto’s ziet.’ 

    Van 2-10 tot 23-1 te zien in Kunsthal Rotterdam.


    Sometimes I Might Be Introvert 2

    Introvert maar bepaald geen muurbloempje

    Woordkunstenaar rapt haar levensverhaal

    HIPHOP | De 27-jarige Little Simz, de artiestennaam van de Nigeriaans-Britse hiphopzangeres Simbiatu Ajikawo, is klaar om de wereld te veroveren, schrijft David Smyth in The Evening Standard. Hij is diep onder de indruk van haar nieuwe album. Zowel van de teksten, de afwisselende muziekstijlen als de arrangementen: ‘Zo kun je Rule Brittania laten klinken als Simon & Garfunkel.’ Daarnaast hoorde de recensent flarden ‘verpletterende elektrofunk’, deed een nummer hem denken aan ‘de hete soul van Isaac Hayes’ en liet hij zich verderop ‘meeslepen door Nigeriaanse groove. Een veelkleurig wonder, deze plaat!’

    De albumtitel Sometimes I Might Be Introvert roept verwarring op, want ‘Simz is geen muurbloempje’, stelt Kitty Empire in The Guardian: ‘Anders zou ze niet zulke krijgshaftige en gloedvolle intro’s produceren.’ Verderop schrijft ze over ‘een buitengewone plaat met 19 gevoelvolle en onweerstaanbare tracks, gebracht met de allure van een woordkunstenaar’.

    Brandon Caldwell van Entertainment Weekly heeft wel een verklaring voor de paradoxale titel. Hij komt uit bij een ‘trotse, zwarte vrouw die zich juist als gevolg van haar sterrenstatus naar binnen keert’. In haar teksten toont Simz zich volgens Caldwell ‘kwetsbaar en bereid risico’s te nemen. Ze deinst er niet voor terug oude wonden open te rijten: of het nu gaat om de getroebleerde verhouding met haar vader, een verbroken relatie of een bijna-doodervaring.’ 

    De songteksten van Little Simz zijn persoonlijk en hebben soms zelfs ‘iets van een bekentenis’, vindt Katy Trame in Michigan Daily. De terugkerende boodschap is volgens haar dat Little Simz niemand nodig heeft. Dat blijkt vooral uit het nummer Protect My Energy: ‘Een pakkend liedje waarin ze zingt dat je heel vrolijk kunt worden van het verlangen om alleen te zijn.’   

    Kish Lal van The Sydney Morning Herald vergelijkt het album met een ‘vlotte, politieke meditatie waarbij Little Simz moeiteloos schakelt van zachtmoedige introspectie naar bijtende sociale kritiek’. De gastoptredens van zangeres Cleo Sol voor Woman – een ode aan zwarte vrouwen –, de Nigeriaanse artiest Obongjayar en actrice Emma Corrin (Lady Diana in Netflix-serie The Crown) doen volgens Lal weliswaar ‘grillig’ aan ‘maar Simz blijft de hoofdattractie met haar soepele, hypnotiserende stemgeluid’. 

    Sometimes I Might Be Introvert, het vierde album van Little Simz, is vanaf begin september verkrijgbaar.


    Un triomphe ps 1 jpg sd low Copyright Carole Bethuel 1

    Komedie binnen de gevangenismuren

    Toneel om op adem te komen 

    SPEELFILM | Voor zijn nieuwe speelfilm Un Triomphe baseerde regisseur Emmanuel Courcol zich op het waargebeurde verhaal uit een Zweedse gevangenis in 1985. Daar kreeg een werkloze, gescheiden toneelspeler het voor elkaar om met een aantal gedetineerden het toneelstuk Wachten op Godot van Samuel Beckett op te voeren. Eerst binnen de gevangenismuren, later ook in het theater.

    Dat dit lukt is met recht een triomf te noemen, schrijft Christine Pinchart op de site van de Belgische RTBF. ‘Maar niet alleen een persoonlijke triomf van de gevangenen maar vooral ook van de cultuur. En juist voor mensen die daar mijlenver van verwijderd waren.’ Het is de regisseur er niet om te doen hierover te oordelen of een les te trekken, denkt Pinchart: ‘Hij ontsnapt weliswaar niet aan het sentimentele, maar het gaat hier om een ontmoeting met de kracht van cultuur; als middel om op adem te komen.’ 

    In het Franse magazine Marianne omschrijft Olivier de Bruyn Un Triomphe als ‘een even koddige als ontroerende film’. Na ruim een jaar van gesloten bioscopen is het bovendien een verademing om naar een goed gemaakte komedie te kijken: ‘Daarmee wordt alle cynici en makers die het genre bij voorkeur op afstand houden, voorlopig de mond gesnoerd.’

    Wie op basis van de synopsis een feelgoodfilm verwacht, krijgt volgens de Franse filmsite Le Bleu du Miroir aanzienlijk meer te zien: ‘Geen zwart-witte karakters en stereotypes maar gelaagde personages en een gevoelig uitgewerkt verhaal. Daarbij worden de gedetineerden zo naturel en levendig gespeeld dat je echt de indruk krijgt dat ze stuk voor stuk zichzelf spelen.’ 

    Ook Céline Rouden vindt dat er formidabel wordt geacteerd in Un Triomphe, blijkt uit haar recensie in het Franse dagblad La Croix. Ze is vooral te spreken over de hoofdrol van de Frans-Algerijnse acteur Kad Merad: ‘Overtuigend en genuanceerd zet hij een uit de gratie geraakte, norse acteur neer. Door zijn ambivalente houding weet Merad te voorkomen dat goedkope sentimenten de overhand krijgen in de film.’ 

    Recensent M.G. Mailloux ziet dat duidelijk anders, laat hij weten via de internationale film- en muzieksite In Review Online. Zo vindt hij de keuze voor Becketts bekende toneelstuk voor de hand liggen – ‘als iemand het concept ‘wachten’ begrijpt is het wel een gedetineerde’ – en mist hij de egoïstische motieven van het hoofdpersonage: ‘Hier en daar ontwaar ik een glimp van een scherpe, complexe film die recht zou doen aan het explosieve materiaal. Maar dat benadrukt alleen maar dat het over het geheel genomen pijnlijk oppervlakkig blijft.’

    Un Triomphe van Emmanuel Courcol met in de hoofdrol Kad Merad, draait vanaf 23 september in de bioscoop.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    The Father st 8 jpg sd low

    In het oog van de storm

    Angstaanjagende verbeelding van dementie

    FILM | Films over dementie zijn er volop gemaakt, met Oscarwinnaar Amour (2012) van Michael Haneke als aansprekend voorbeeld, maar The Father is van een andere categorie, vinden buitenlandse recensenten.

    Zo maakt Todd McCarthy van The Hollywood Reporter gewag van een ‘uitmuntend’ filmdebuut van toneelregisseur Florian Zeller. De Fransman oogstte al lof voor de toneelversie van The Father en volgens McCarthy maakt hij voor de film volop gebruik van de ‘extra visuele elementen om de confrontatie met dementie nog geloofwaardiger te maken. En daarbij zien we Anthony Hopkins in een van zijn allerbeste filmrollen.’

    Charlotte O’Sullivan had nooit gedacht dat het thema dementie ‘associaties met angst of horror’ zou oproepen. In haar bespreking van The Father voor Evening Standard komt ze daarvan terug: ‘Alleen al hoofdpersoon Anthony (Anthony Hopkins) is angstaanjagend. Alsof je als kijker in het oog van de storm zit. Deze film zit vol afgrondelijk diepe levensvragen, en de laatste scène laat je harder huilen dan je dit jaar nog zult doen.’

    Het is ‘meer dan een film waarin een verhaal wordt verteld’, schrijft Ronak Kotecha van The Times of India. ‘Dit komt neer op een directe ervaring, een reis door een onstabiele omgeving die net zo echt is als verzonnen. Gevoed door uitstekende acteerprestaties is dit een feestje van cinematografisch genie.’

    David Ehrlich vergelijkt The Father voor filmsite IndieWire met een ‘huis vol spiegels waarin iedereen zichzelf kwijtraakt’ – de kijker inbegrepen. Juist omdat de regisseur volgens Ehrlich beide kanten van dementie wil laten zien: ‘zowel vanuit degene die zijn geheugen verliest als vanuit de mensen die van hem houden’. Zo legt Zeller de nadruk op het ‘constante gevecht om nog iets van een gedeelde werkelijkheid over te houden’. ‘Anthony’s verwarde blik verandert zijn omgeving en uiteindelijk zijn gehele bestaan in een puzzel die uit steeds meer stukjes bestaat’, stelt het Franse filmmagazine Le Bleu du Miroir. ‘Door het verspringen van het perspectief wordt de verwarring over het aftakelingsproces volstrekt invoelbaar voor de bioscoopbezoeker.’

    The Father van Florian Zeller, met Anthony Hopkins, Imogen Poots en Olivia Colman, is vanaf 26 augustus te zien in de bioscoop.


    3000 the flicker phase 1950 c shigeru onishi courtesy of mem tokyo

    Wiskundige fotograaf wil tijd en ruimte overstijgen

    Shigeru Onishi voor het eerst te zien in Foam

    FOTOGRAFIE | In 1955 trok de Japanse wiskundige Shigeru Onishi veel aandacht met een tentoonstelling die vanwege de ‘rauwe, poëtische foto’s’ volgens Art Limited mogelijk van invloed is geweest op de Provoke-generatie, een experimentele stroming genoemd naar het gelijknamige Japanse undergroundtijdschrift. Kenmerkend voor Onishi’s werk noemt de kunstsite het gebruik van fotografie om ‘handeling [weer te geven] in plaats van een momentopname’, en ‘als gevoelsuiting in plaats van als document’. In zijn ambitie om tijd en ruimte overstijgen, aldus Art Limited, lapte de Japanner ‘alle regels van de donkere kamer aan zijn laars’.

    Zo ‘schilderde’ hij met een kwast de fotografische emulsie op het fotopapier, waardoor hij bewust onregelmatigheden aanbracht in de ontwikkeling van het beeld. Hij gebruikte nieuwe technieken zoals meervoudige belichting in de donkere kamer, speciale ontwikkelingsmethoden en kunstmatige kleurstoffen, en slaagde er in de woorden van de Japanse dichter en kunstenaar Shuzo Takiguchi in om ‘unieke en fantastische werelden’ te scheppen, schrijft kunstblog The Unknown Project.

    Tokyo Artbeat haalt de prominente kunstcriticus en verzamelaar Michel Tapié aan, die Onishi een ‘avant-gardekalligraaf van de informele schilderkunst’ noemde, een stroming die door Tapié zelf was geïntroduceerd en die kunst beschrijft ‘die uitsluitend de schilderende daad vooropstelt en waarbij pas tijdens dat proces, al dan niet spontaan, leesbare symbolen ontstaan’.

    Na een paar jaar verdween Onishi even plotseling uit de fotografiewereld als hij was opgedoken. Voor het eerst wordt zijn werk nu in Europa tentoongesteld.

    Van 17 september tot 9 januari 2022 in Foam, Amsterdam.


    60d2c 145364 Srinivasan Amia kopie

    Srinivasan scheidt morele reflectie van moralisering

    Essay naar aanleiding van het manifest van een moordenaar

    NON-FICTIE | Amia Srinivasan begon aan haar essay The Right to Sex, aanvankelijk gepubliceerd in London Review of Books, toen Elliot Rodger, een ‘incel’ (involuntary celibate) zes mensen vermoordde en veertien verwondde in Isla Vista, in Californië, waar hij studeerde en steeds gefrustreerder raakte over zijn vermeende ‘unfuckability’. Een term die, schrijft The Guardian, centraal staat in Srinivasans filosofische werk over hoe seks en politiek onlosmakelijk verbonden zijn.

    Los van de gebeurtenis zelf en het manifest dat Rodger achterliet, was Srinivasan geïntrigeerd door de reacties van feministen. Vrijwel geen van hen ging in op zijn bewering dat de ‘onneukbaarheid’ van bepaalde groepen – Aziatische mannen, zwarte vrouwen, mensen met een beperking enzovoort – een politieke oorzaak heeft. Hoe moreel verwerpelijk zijn daad ook was, aldus de hoogleraar sociale en politieke theorie aan de Universiteit van Oxford, Rodger had hier wel een punt.

    Het standpunt is kenmerkend voor haar boek, waarin ze volgens de New Statesman ‘snelle oplossingen [weigert], om de eenvoudige reden dat ze “niet bereid is om wat gecompliceerd is te reduceren tot iets gemakkelijkers”’. ‘The Right to Sex laat zien zien hoe morele reflectie kan worden onderscheiden van moralisering, waarom we moeten leren pauzeren, verschillende perspectieven verzamelen, ze afwegen en de verleiding van een paniekerig en voortijdig oordeel weerstaan.’ Srinivasan maakt op subtiele wijze duidelijk, om The Guardian te citeren, ‘hoe seksueel verlangen (…) wordt beïnvloed door de heersende onrechtvaardigheden in de samenleving en relevant is voor de eliminatie daarvan’.

    In die zin, stipt The Irish Times aan, is haar boek zowel een product van deze tijd van identiteitspolitiek als een verzet tegen het algemene gebrek aan nuance, ook binnen het seksuele discours. ‘Je hoeft het niet met haar eens te zijn om haar toewijding en onpartijdigheid te bewonderen’, aldus de krant.

    The Right to Sex verschijnt in oktober bij De Geus.


    vdi9789056726973

    Coming of age in Nigeria

    Stem uit duizenden kelen

    LITERATUUR | De 14-jarige Adunni, woonachtig op het Nigeriaanse platteland, wordt uitgehuwelijkt aan een oudere man die haar geregeld misbruikt. Geen wonder dat Adunni algauw haar heil zoekt in de grote stad.

    Zo begint The Girl with the Louding Voice, de debuutroman van de Nigeriaanse, in Engeland gevestigde schrijfster Abi Daré. ‘Met Lagos als decor en tal van actuele sociaal-maatschappelijke thema’s, is het op zichzelf al een waanzinnig boek’, vindt Rebecca Munro van Bookreporter. Maar wat het verhaal ‘helemaal onvergetelijk maakt, is de meeslepende stem’ van hoofdpersoon Adunni.

    Chibundu Onuzo van The Guardian zet wel vraagtekens bij de zelfverzonnen taal waarmee de auteur Adunni’s gedachtenwereld weergeeft. ‘Daré wil haar personage daarmee het gevoel geven dat ze zich onderscheidt van het Pidginengels waarin iedereen in Nigeria zich uitdrukt, maar dat pakt niet overal goed uit.’

    Voor Tsitsi Dambarembga van The New York Times staat het ‘voor westerse lezers ongewone taaltje’ juist symbool voor de onderhuidse woede van de vele jonge Nigeriaanse meisjes. Adunni’s gebroken Engels is ook bedoeld om haar ‘drang naar educatie te benadrukken’, stelt Gail Collins in de New African. Daarmee verwijst Daré volgens Collins naar de brede context van kinderhandel. ‘Geen aangenaam boek, wel onontkoombaar en emotioneel.’

    Het meisje met de luidende stem van Abi Daré, vertaald door Arjaan en Thijs van Nimwegen, is verschenen bij uitgeverij Signatuur

  • Wereldbeeld: Ingepakt eerbetoon

    Wereldbeeld: Ingepakt eerbetoon

    Arc de Triomphe Majel van der Meulen 2 1
    © Majel van der Meulen

    Op de foto zijn de voorbereidingen in volle gang om de Arc de Triomphe aan de Champs-Élysées in 25.000 vierkante meter zilverblauw polypropyleen te verpakken, in de volgende stap werd bijeen gebonden door 7 kilometer rood koord. Inmiddels is het kunstwerk in zijn volle glorie te bewonderen.

    Het project werd een jaar uitgesteld vanwege de pandemie, waardoor de Amerikaans-Bulgaarse ‘inpakkunstenaar’ Christo het zelf niet meer mee kon maken. Hij overleed vorig jaar op 84-jarige leeftijd.

    De hommage aan Christo, die L’Arc de Triomphe, Wrapped zestig jaar geleden al bedacht, is tot en met 3 oktober te zien.

  • Een kleurensleutel voor de natuurwereld: van mageremelkwit tot kruidnagelbruin

    Een kleurensleutel voor de natuurwereld: van mageremelkwit tot kruidnagelbruin

    Tweehonderd jaar geleden publiceerde Patrick Syme een baanbrekend naslagwerk over kleur en de oorsprong ervan in de natuur. Onder redactie van verfhistoricus Patrick Baty verscheen een herdruk ‘barstensvol afbeeldingen, boordevol informatie en met een bijna manische, onbedwingbare energie’.

    Wist je dat de schoonheidsvlek op de vleugel van een wilde eend precies dezelfde kleur heeft als de meeldraden van een blauwachtig paarse anemoon, en als blauwe kopererts? Of dat de gewone opaal dezelfde kleur heeft als de achterkant van de bloemblaadjes van de blauwe Hepatica en het wit van de menselijke oogbol? ‘Mageremelkwit’ noemde de Schotse wetenschappelijk kunstenaar Patrick Syme dat in zijn boek uit 1814: Werner’s Nomenclature of Colours, with Additions, Arranged So as to Render It Highly Useful to the Arts and Science, Particularly Zoology, Botany, Chemistry, Mineralogy, and Morbid Anatomy.

    Syme werd wel de bloemenschilder van Edinburgh genoemd; hij werkte voor de Wernerian Natural History Society van die stad. Zijn boek is nu herdrukt, uitgebreid en van commentaar voorzien en verscheen als Nature’s Palette: A Colour Reference System from the Natural World, onder redactie van Patrick Baty. Symes boek was zelf al een herziening van het standaardwerk voor de identificatie van mineralen in die tijd, geschreven door de naamgever van de Society: geoloog en mijnbouwingenieur Abraham Gottlob Werner.

    Werner had in zijn boek Von den äusserlichen Kennzeichen der Fossilien (Over de uiterlijke kenmerken van fossielen), waarvan de eerste druk in 1774 verscheen, een methode opgesteld om stenen en mineralen te onderscheiden aan de hand van de vijf zintuigen. Kleur, zo vond Werner, is de eigenschap die wij als eerste opmerken, maar, zoals Peter Davidson uitlegt in zijn doorwrochte essay over Werners carrière en invloed, er bestond geen gestandaardiseerd vocabulaire om de tint van een mineraalmonster te beschrijven.

    Symes kleurentaal duikt op in ‘Zoology Notes’ van Charles Darwin

    Dus probeerde Werner er een te creëren: in zijn boek gaf hij een lijst van 54 kleuren die in het laboratorium of in het veld gebruikt konden worden. Hij verdeelde die kleuren in acht categorieën, of Hauptfarben: wit, grijs, zwart, blauw, groen, geel, rood en bruin. Deze kregen dan een beschrijvend woord mee, net zoals de binominale classificaties die eerder in de achttiende eeuw door Carl Linnaeus waren ontwikkeld. Dat beschrijvende woord was een samentrekking met een andere kleur, zoals in ‘rossigwit’, of met een bekend pigment of natuurverschijnsel, zoals in ‘karmozijnrood’ of ‘hemelsblauw’. Elke kleur kon ook nog een extra aanduiding meekrijgen, zoals donker, helder, licht of bleek. Dit leverde in totaal 216 afzonderlijke kleuren op – genoeg, zo dacht Werner, om alles te beschrijven wat je uit de grond kunt opgraven.

    Maar Werner gaf er geen illustraties bij. Was je een doorgewinterde stenenverzamelaar, zoals Goethe, of een hoogleraar met de beschikking over een mooie universiteitscollectie, dan had je misschien je eigen mineralen als referentie. Maar voor de minder bevoorrechten, of de minder goed voorbereiden, kon het lastig zijn om precies te snappen hoe ‘kruidnagelbruin’ verschilde van, zeg, ‘tombakbruin’, of wat Werner precies bedoelde met het poëtische ‘morgenrood’ (Morgenrot).

    Met de diverse vertalingen van Werners werk (interessant genoeg was de eerste in het Hongaars) breidde de lijst kleuren zich langzaam uit en in sommige edities kwamen er ook illustraties bij. Maar Syme, die sterk werd beïnvloed door Robert Jameson, hoogleraar natuurhistorie in Edinburgh en overtuigd werneriaan, pakte het veel ambitieuzer aan. Zoals zijn heerlijk lange titel al duidelijk maakt, wilde hij dat zijn boek niet alleen nut had voor ervaren mineralogen. Omdat hij zelf niet alleen geïnteresseerd was in mineralen maar ook in planten en insecten, wilde hij iets maken dat als breder naslagwerk kon dienen: een kleurensleutel die de hele natuurwereld bestreek. Niet alleen voegde hij een aantal kleuren aan Werners systeem toe en breidde hij het aantal Hauptfarben uit van acht naar tien, hij verwees waar mogelijk ook bij elke kleur naar voorbeelden uit het dieren- en plantenrijk.

    Nature’s Palette

    De elegante tabellen stralen het rustige zelfvertrouwen uit dat zo kenmerkend is voor veel pogingen tijdens de Verlichting om de wereld in kaart te brengen. Ze vormen de basis van Nature’s Palette. Alle vijf secties van het boek openen met facsimiles van een of meer van Symes tien kleurentabellen, gevolgd door een geschiedkundig essay en vervolgens een wandeling langs alle 108 afzonderlijke kleuren in Werner’s Nomenclature of Colours. De redacteuren hebben ook kleurenstalen opgenomen, plus Symes recepten voor het mengen van de kleuren. Bovendien hebben ze illustraties uit die tijd opgespoord van alle dieren, planten en mineralen die Syme noemt, ook in de gevallen dat Syme zelf geen parallel kon vinden.

    Het resultaat is een boek barstensvol afbeeldingen, boordevol informatie en met een bijna manische, onbedwingbare energie. Naast de enorm uitgebreide kleurenindex vind je in Nature’s Palette ook grafieken die de groei van Werners oorspronkelijke lijst laten zien, met vrijwel elke opeenvolgende toevoeging. Er staan paginagrote foto’s van naturalia in die het belang van kleur voor zo’n beetje elke ‘ologie’ aantonen: nauwgezet uitgestalde verzamelingen eieren en schelpen, opgezette vogels in glazen stolpen, rijen scarabeeën. Alles bij elkaar bevat het boek zo’n duizend illustraties. Hoewel de heldere toon van de essays in het boek je misschien van het tegendeel probeert te overtuigen, is Nature’s Palette gewoon volkomen waanzinnig.

    In hun bijdragen laten natuur- en kunsthistorici Elaine Charwat, Giulia Simonini en André Karliczek zien hoe groot Werners belang voor de natuurwetenschappen is geweest – zijn invloed wordt wel de ‘werneriaanse straling’ genoemd. Het interessantst is misschien nog wel dat Symes kleurentaal opduikt in de Zoology Notes van Charles Darwin. Op 28 januari 1932 stuitte Darwin bij de Kaapverdische Eilanden op ‘een octopus’ (in werkelijkheid een inktvis). ‘De overheersende kleur van het dier was Fransgrijs met veel heldergele vlekken,’ schreef hij. ‘Over het hele lijf trokken voortdurend wolken, die in kleur varieerden van een “hyacintrood” tot een “kastanjebruin.”’ Nu zou hij gewoon zijn telefoon erbij hebben gepakt.

    Nature’s Palette: A Colour Reference System from the Natural World, onder redactie van Patrick Baty, uitgegeven door Thames and Hudson.

  • De vraag in Nigeria is niet óf roofkunst moet worden teruggegeven, maar aan wie

    De vraag in Nigeria is niet óf roofkunst moet worden teruggegeven, maar aan wie

    Veel Europese landen zijn nog huiverig om geroofde kunst terug te geven aan het land van herkomst, maar in Nigeria spelen heel andere kwesties. Moeten de werken terug naar het paleis waaruit ze gestolen zijn, of eigendom worden van het deelstaatsbestuur?

    Het debat in Nigeria gaat niet over de vraag óf de koloniale buit moet worden teruggegeven, maar aan wie. De meningen zijn verdeeld. De betrokkenen moeten de gelederen sluiten en samen met de regering in Abuja een programma voor cultuurbehoud ontwikkelen, om de kunstschatten daarna zo snel mogelijk naar voorouderlijk grondgebied te laten terugkeren.

    Als je tegenwoordig twee mensen uit het voormalige koninkrijk Benin in de huidige Nigeriaanse deelstaat Edo hoort praten, is de kans groot dat ze het over kunstschatten hebben. Dat koninkrijk blijft me verbazen, omdat de bevolking ervan op zo’n mythische, verbluffende manier geworteld is in het verleden en er tegelijkertijd zulke avant-gardistische ideeën op nahoudt.

    Niet dat de koetjes en kalfjes uit de plaatselijke gesprekken in het Bini zijn verdwenen, of dat veiligheid en geborgenheid niet langer een bron van zorg zijn. Alleen heeft de huidige ellende momenteel op de een of andere manier plaatsgemaakt, zij het tijdelijk, voor het nieuws over de mogelijke teruggave van de kunstschatten die ruim honderdtwintig jaar geleden uit het koninkrijk Benin zijn gestolen. De gesprekken zijn een soort afrekening, die bewijst hoe ver de dagen van Robin Hood achter ons liggen.

    Oorlogsbuit

    Onderdeel van de erfenis van slavernij en kolonialisme was dat de buit aan de overwinnaar toebehoorde. In de wereld van de toenmalige plunderaars bestond de oorlogsbuit uit mensen, dieren en kunstschatten. De oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika en Australië, de zwarten in Afrika en minderheden in andere delen van de wereld zijn eeuwenlang slachtoffer van deze karikatuur geweest.

    De wereld is er sindsdien ontegenzeglijk op vooruitgegaan, maar de sporen van die afschuwelijke periode zijn nog altijd aanwezig. Niet alleen in onze herinnering, maar ook in de privécollecties en musea van particuliere en institutionele dieven die tegelijkertijd geld blijven verdienen aan en excuses blijven maken voor het uitstellen van de teruggave.

    Volgens huidige schattingen vertegenwoordigt de uit Afrika gestolen kunst een waarde van miljarden euro’s. Maar in geestelijke valuta is de waarde nog hoger. Volgens een artikel in The New York Times kocht de Amerikaanse kunstverzamelaar Harry A. Franklin in 1966 voor 29.000 dollar [ca. 25.000 euro] een houten beeld uit Kameroen, de Bangwa Queen, dat na zijn dood in 1983 voor 3,4 miljoen dollar van de hand werd gedaan. Bij het beroemde internationale veilinghuis Sotheby’s werd een Gabonees meesterwerk, een Fang-hoofd uit de Clyman-collectie, vorig jaar te koop aangeboden voor een bedrag tussen de 2,5 en 4 miljoen dollar.

    ‘Afrikaans erfgoed,’ zei Macron, ‘hoort gewoon niet thuis in Europese privécollecties en musea’

    Tijdens een bezoek aan Afrika in 2018 zei de Franse president Emmanuel Macron dat hoewel er historische verklaringen bestaan voor de diefstal van Afrikaanse kunstschatten, een valide, onvoorwaardelijke rechtvaardiging ontbreekt. ‘Afrikaans erfgoed,’ zei hij, ‘hoort gewoon niet thuis in Europese privécollecties en musea.’ Toch bevindt het zich daar nu al eeuwen. Drie jaar na Macrons lippendienst verkommeren de geroofde kunstschatten nog altijd in privécollecties en musea.

    Macron is niet het enige probleem. De eindeloze gesprekken over roofkunst in Nigeria worden niet alleen gevoed door loze beloften, maar ook door nodeloos gekibbel over de oorspronkelijke herkomst ervan.

    Nigeria wacht al sinds 1897 op de teruggave van de bronzen beelden uit het koninkrijk Benin. Tijdens een recent bezoek van een Nigeriaanse delegatie aan Duitsland, onder leiding van minister van Informatie en Cultuur Lai Mohammed, zeiden twee Duitse ministers dat hun regering plannen heeft voor ‘een substantiële’ teruggave van geroofde kunstschatten. De Nigeriaanse regering eist terecht dat de teruggave ‘volledig’ en ‘onvoorwaardelijk’ zal zijn. Volgens rapporten omvat de totale buitgemaakte schat bewerkte slagtanden van olifanten, ivoren luipaardbeelden, houten hoofden en minstens negenhonderd bronzen plakkaten uit de zestiende en zeventiende eeuw. Ook zijn er meer dan drieduizend in de negentiende eeuw gestolen bronzen beelden uit Benin in Europa en de VS beland, waarvan bijna de helft in Duitse musea.

    Geniale zet

    Het debat in Nigeria gaat niet over de vraag óf de koloniale buit moet worden teruggegeven, maar aan wie. De meningen zijn verdeeld. De gouverneur van de deelstaat Edo, Godwin Obaseki, wil dat de kunstschatten weer onder beheer van het deelstaatbestuur komen en heeft een geniale zet gedaan door de zoon van de Oba van Benin, het traditionele opperhoofd van het Edo-volk, voor zijn zaak te winnen. Obaseki heeft tal van ideeën om de kunstschatten te gelde te maken, zoals door het aantrekken van honderden toeristen. Boze stemmen beweren dat hij de verzameling wil kapen en privatiseren voor zijn eigen oude dag.

    Aan de andere kant wil Ewuare II, de Oba van Benin, dat de kunstschatten terugkeren naar het paleis waaruit ze gestolen zijn, terwijl minister van Informatie en Cultuur Lai Mohammed heeft gezegd dat de eerste prioriteit van de Nigeriaanse regering is om de kunstschatten terug te halen naar Nigeriaanse bodem.

    Lees ook:

    Omdat de kunstschatten geen Duits spreken of verstaan, heb ik geprobeerd vast te stellen welke loop de geschiedenis zal kunnen nemen. Het historische antecedent dat voor terugkeer naar het paleis pleit, zijn de Fabergé-eieren die tijdens de Russische Revolutie door de bolsjewieken uit het paleis van de Russische keizerlijke familie werden gestolen. Rond 2004, toen Roman Abramovitsj zijn zinnen op het Engelse Chelsea FC had gezet, deed zijn tegenhanger Viktor Vekselberg een bod van 90 miljoen dollar op de Fabergé-eieren. Het beroemde ei is een complex geweven schatkist van goud en edelstenen waaronder het Kroningsei, met daarin het prototype van de koets waarin tsarina Alexandra in 1897 Moskou binnenreed. Waar het om gaat, is dat het ei werd teruggehaald dankzij een investering van een Russische oliesjeik. Wat die ermee gedaan heeft, gaat niemand wat aan.

    Maar wanneer landen zijn betrokken bij onderhandelingen over de teruggave van geroofde kunstschatten, leert de geschiedenis dat die bij voorkeur worden teruggegeven aan het land van herkomst.

    Toen The Boston Globe acht jaar geleden berichtte dat acht kunstschatten, waaronder een gestolen houten voorouderlijke figuur uit Oron in het zuiden van Nigeria, werden teruggegeven door het Boston Museum, gingen de objecten, inclusief de houten figuur, naar verluidt naar Nigeriaanse musea. Ik weet niet of de Ahta Oro, het opperhoofd van Oron, er aanspraak op heeft gemaakt.

    Laten we de kunstschatten naar huis halen, waar ze horen

    Op dezelfde manier werden kunstschatten die door de Verenigde Staten, Australië en het Verenigd Koninkrijk aan India werden teruggeven in ontvangst genomen door het land, niet door particulieren of de plek waar ze waren geroofd. Nederland deed hetzelfde met de gestolen oudheden uit Indonesië, die soms wel van 500 v.Chr. dateren.

    Toch lijkt het erop dat onder bepaalde jurisdicties rechtstreeks betrokkenen met succes aanspraak kunnen maken op teruggave van ooit gestolen collecties. Zo kennen de Verenigde Staten sinds 1990 een federale wet, de Native American Graves Protection and Repatriation Act, die bepaalt dat musea en federale instanties bepaalde inheemse culturele items zoals stoffelijke overschotten, grafattributen, heilige voorwerpen of voorwerpen die tot het culturele erfgoed behoren, kunnen teruggeven aan de afstammelingen in rechte lijn.

    Australië kent geen wetten die rechtstreeks op teruggave betrekking hebben, maar er bestaat wel een regeringsprogramma dat voorziet in de teruggave van kunstschatten aan Aboriginals. Zweden heeft een door Zweden uit Canada gestolen totempaal teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaars; Italië heeft een schitterende zesde-eeuwse ‘krater’, een klassieke vaas, terug laten plaatsen op zijn oorspronkelijke plek in Rome, nadat hij langdurig aan het nationale museum was uitgeleend.

    Lees ook:

    Sinds de tijd van Erediauwa, de vader van de huidige Oba, heeft het paleis van Benin krachtig campagne gevoerd voor de teruggave van gestolen kunstschatten. Gouverneur Obaseki moet niet de indruk wekken dat hij wil zaaien waar hij niet heeft geoogst of dat hij ernaar snakt de collectie aan de trofeeën in zijn ambtswoning toe te voegen. Het lijkt erop dat de onenigheid over de kunstschatten tussen het paleis en Obaseki een voortzetting van de oorlog is met andere middelen. Tijdens de gouverneursverkiezingen van vorig jaar stak het paleis zijn voorkeur voor Obaseki’s uitdager Ize-Iyamu maar nauwelijks onder stoelen of banken.

    Dat Obaseki niet alleen de verkiezingen heeft gewonnen maar ook nog eens het beheer wil krijgen over onschatbare objecten die mogelijk met hulp van zijn voorvaderen uit het paleis zijn gestolen, is begrijpelijkerwijs onverdraaglijk voor de Oba. Helaas heeft het er alle schijn van dat de winnaarsmentaliteit van de gouverneur een weerspiegeling is van de subversieve houding die het plunderen van het koninkrijk Benin destijds heeft mogelijk gemaakt en gedoogd.

    De betrokkenen moeten de gelederen sluiten en samen met de regering in Abuja een programma voor cultuurbehoud ontwikkelen, om de kunstschatten daarna zo snel mogelijk naar voorouderlijk grondgebied te laten terugkeren. Een aarzelende Robin Hood wil niets liever dan dat de meningen verdeeld zijn.

    Wie de ruzie en de onverzoenlijke meningsverschillen tussen de leden van de elite zo ziet, zou bijna denken dat de gestolen kunstschatten inderdaad veiliger zijn in ballingschap. Laten we de kunstschatten naar huis halen, waar ze horen.

    Benin Bronzes British Museum Joy of Museums kopie 1 1
    Details van de bronzen beelden uit Benin in het British Museum – © Joy of Museums

  • Steunbetuiging aan Afghaanse kunstenaars | Algerije verwijt Marokko ‘vijandige acties’

    Steunbetuiging aan Afghaanse kunstenaars | Algerije verwijt Marokko ‘vijandige acties’

    Oproep voor steun aan Afghaanse kunstenaars

    Een groep van 350 kunstenaars, filmmakers, artiesten, schrijvers en curatoren heeft de Amerikaanse regering in een open brief verzocht om hulp te bieden aan Afghanen werkzaam in de culturele sector die op de vlucht zijn voor de taliban. De groep, die zich Arts for Afghanistan noemt, roept de Amerikaanse regering op om ‘alles te doen’ om ‘het vertrek van Afghanen die risico lopen, te bespoedigen’ en om daarbij ook ‘kunstenaars, filmmakers, artiesten en schrijvers’ op te nemen, aldus ArtNet News.

    ‘De stemmen van kunstenaars worden als gevaarlijk beschouwd omdat ze de macht de waarheid zeggen’

    Volgens de briefschrijvers namen cultuurwerkers al vóór de overname door de taliban grote risico’s bij het weergeven van de ervaringen en het verwoorden van de ambities van Afghanen, daartoe vaak aangemoedigd of gesteund door de Amerikaanse regering.

    Volgens politicoloog Eric Gottesman, een van de ondertekenaars, ‘worden de stemmen van kunstenaars als gevaarlijk beschouwd omdat ze de macht de waarheid zeggen’. De briefschrijvers vragen de Amerikaanse regering om de uitgifte van visa voor artiesten te versnellen.


    Draghi bepleit humanitaire hulp voor Afghanistan

    De Italiaanse premier Mario Draghi wil dat Italië de middelen die bestemd waren voor de Afghaanse strijdkrachten nu inzet voor humanitaire hulp. Tijdens een digitaal overleg vroeg hij leiders van G7-landen hetzelfde te doen. Hij voegt eraan toe dat de door Italië voorgezeten G20 de G7 zouden kunnen helpen om andere belangrijke spelers zoals Rusland, China, Saoedi-Arabië, Turkije en India bij de plannen te betrekken, schrijft het Italiaanse persbureau ANSA. Dit alles omdat er een enorme inspanning nodig is op het gebied van immigratie.

    Draghi wil er zorg voor dragen dat internationale organisaties ook na de deadline van 31 augustus toegang houden tot Afghanistan.

    Lees ook:


    Algerije en Marokko ruziën

    Algerije heeft vorige week de diplomatieke betrekkingen met Marokko verbroken op beschuldiging van ‘vijandige acties’. Algerije beweerde vorige week al dat de dodelijke bosbranden die op 9 augustus uitbraken tijdens een zinderende hittegolf, het werk waren van ‘terroristische’ groepen. Een daarvan wordt gesteund door Marokko, schrijft Al-Jazeera.

    De bosbranden hebben ten minste negentig mensen het leven gekost

    De bosbranden in Algerije hebben tienduizenden hectaren bos verwoest en aan ten minste negentig mensen het leven gekost, waaronder meer dan dertig soldaten. Volgens de Algerijnse autoriteiten zijn branden aangestoken door de onafhankelijkheidsbeweging MAK uit de Berberse regio Kabylië, die zich uitstrekt langs de Middellandse Zeekust ten oosten van de hoofdstad Algiers.