Onderwerpen: Landbouw

  • Irene Nonay, van apotheker tot agro-influencer

    Irene Nonay, van apotheker tot agro-influencer

    Irene Nonay besloot enkele jaren geleden om de familieboerderij in Noord-Spanje over te nemen. Nu deelt ze haar dagelijks leven in de amandelvelden op sociale media. ‘Ik wil laten zien waar ons eten vandaan komt.‘ De derde in onze reeks inspirerende persoonlijkheden.

    Irene Nonay groeide op tussen de amandelbomen op de familieboerderij in Bardenas Reales, in de Noord-Spaanse regio Navarra, door de Spaanse onlinekrant El Español beschreven als ‘een van de mooiste plekken op het [Iberische] schiereiland’. Als kind vergezelde ze haar grootvader Arturo op het veld, en onthulde hij haar ‘de geheimen van de aarde’.

    Maar toen ze ouder werd besloot Nonay om farmacie te studeren in Pamplona, ​​​​een stad dicht bij huis. Ze wilde apotheker worden, was een Erasmusstudent, oefende het beoogde beroep enkele jaren uit, tot ze ‘op een dag, overweldigd door (…) de onzekere toekomst van de velden van haar grootouders’ besloot om boerin te worden, schrijft de Spaanse zakenkrant El Economista. ‘Sindsdien wijt ze zich met ziel en zaligheid aan het verbouwen van graan en broccoli en aan de twintig hectare amandelbomen die ze in de regio van Bardenas Reales cultiveert.’

    Hoewel het leven als apotheker meer zekerheid bood, heeft de 28-jarige Nonay een goede reden voor ‘haar keuze om boerin te worden’, vervolgt El Español. En die wil ze graag overbrengen op sociale media.

    ‘Ik zag dat het vaak niet bekend is welk pad een voedingsmiddel volgt totdat het in de schappen van de supermarkt ligt’

    ‘Ik zag veel onwetendheid in de samenleving. Ik zag dat het vaak niet bekend is welk pad een voedingsmiddel volgt totdat het in de schappen van de supermarkt ligt’, aldus Nonay. Daarnaast zag ze ‘dat veel mensen vanwege hun afstand tot de natuur niet de mogelijkheid hebben om te zien wat ik meemaak. Ik wil laten zien wat het inhoudt om in de eenentwintigste eeuw boer te zijn’. 

    Ook wil ze het idee bestrijden dat degenen die op het land werken dat doen omdat ze geen andere keuze hebben. Dat is volgens haar en andere zogeheten agro-influencers een achterhaald idee, dat desonanks nog altijd overheerst.

    Twitter in de velden

    Inmiddels heeft Nonay 5760 volgers op Twitter, op Instagram is dat aantal 2460. Haar posts laten ondanks de idyllische beelden ook zien dat het plattelandsleven niet zo idyllisch is als het lijkt, legt ze uit aan El Español. ‘We hebben weliswaar een goede kwaliteit van leven doordat we in de open lucht zijn en in contact met de natuur staan maar de dagen kunnen erg zwaar zijn’, verzekert Nonay. ‘Je moet je heel goed informeren en je echt bewust zijn van de hardheid van het leven op het platteland om hiervoor te kiezen.’

    De groep agro-influencers wordt in Spanje steeds groter, meldt El Economista. Er zijn tientallen jongeren die over hun leven op het platteland posten, en het aantal volgers neemt elke dag toe.

    ‘De posts zijn bijna altijd gekruid met een mengeling van zorgvuldige humor en fijne ironie die onfeilbaar is om een like te verdienen’, aldus de krant. Maar er is ook veel aandacht voor de onderwaardering van het werk dat duizenden professionals verrichten, waardoor anderen toegang hebben tot dagelijkse producten als een sinaasappel of een biefstuk. ‘Dit werk zichtbaar maken en er een reële waarde aan geven is het gezamenlijke doel dat, ondanks de fysieke afstand, al deze influencers op internet met elkaar verbindt. Op deze manier willen ze een nieuwe generatie boeren aantrekken en de ontvolking van het platteland bestrijden.’

    Lees ook de ander stukken uit onze reeks inspirerende persoonlijkheden:

  • Chili droogt op door avocado’s voor het buitenland

    Chili droogt op door avocado’s voor het buitenland

    Chili kampt al jaren met een grote droogte en een tekort aan water, wat in belangrijke mate aan de dorstige avocado-industrie te wijten is. Bovendien is door privatisering de drinkwaterrekening torenhoog. Toch zijn de bewoners van het dorpje Petorca blij met de kansen die de avocado hen biedt.

    Avocadodroogte

    In 2016 publiceerden wij een longread over de ‘oergezonde waterslurper’: de geliefde avocado. De bekendste soort superfood die er is, maar blijkbaar zijn voor de productie enorme hoeveelheden water nodig, waardoor de landen van herkomst, zoals Brazilië, Chili, Spanje, Zuid-Afrika en Peru, gevaar lopen.

    Deze reportage over een Chileens dorpje maakt duidelijk hoe ingewikkeld het probleem is. Zo zijn de bewoners als de dood dat door slechte pers mensen stoppen met avocado’s eten.

    Net buiten Petorca, een dorp in de gelijknamige provincie op ruim drie uur rijden ten noorden van de hoofdstad, ligt plantage La Chimba. Aan weerszijden van de ingang staan metershoge palmbomen. Achter hoge hekken groeien de avocado’s. Ook hier hebben ze een aanhoudend tekort aan water. 

    Hector Cavieres is opzichter, hij wijst naar boven en zegt: ‘Daar zijn we de bomen aan het snoeien. We hadden vijftig hectare maar we snoeien terug tot dertig hectare. Die bomen doen niks meer vanwege de droogte. Op deze manier kunnen ze een jaar overleven zonder water. Mocht het gaan regenen, dan gaan ze weer groeien.’

    Chincolco22 1
    Chimbaplantage, Chincolco, Chili.

    Iets hoger op de heuvel klinkt onafgebroken het geluid van kettingzagen. Het heeft iets treurigs, al die gekortwiekte gezonde bomen. Drie mannen zagen stug door. Als een van hen even stopt om het zweet van zijn voorhoofd te vegen, vertelt hij dat ze per omgezaagde boom betaald krijgen. ‘We tellen zelf de bomen, per rij staan er dertig. Voor een grote boom krijgen we meer dan voor een kleine.’ Op de vraag of hiermee een redelijk salaris te verdienen valt zegt hij een beetje aarzelend: ‘Jawel. Er wordt op heel veel plaatsen gesnoeid omdat er geen water is.’

    Het afgelopen jaar heeft La Chimba 700.000 kilo avocado’s geoogst. ‘Alle mooie avocado’s zijn voor de export,’ vertelt Cavieres, ‘als ze niet de goede maat hebben, kunnen we ze niet exporteren. Weinig water en de droogte leveren een kleinere avocado op, die blijven in Chili. Dit jaar kunnen we maar ongeveer 10 procent van het aantal van vorig jaar exporteren, zo’n 80.000 kilo.’ Cavieres gaat weer aan het werk, op zijn crossmotor scheurt hij tussen de avocadobomen weg.

    Zwaar werk

    Tijdens de oogst van de avocado’s werken hier vijfentwintig mensen die zijn ingehuurd via een soort uitzendbureau. Met lange stokken waaraan een net en een soort schaar zitten, verdwijnen ze tussen de bomen. Stevige zakken hangen aan hun schouders, hier worden de losgeknipte avocado’s in verzameld. Wanneer de zak vol is sjouwen ze hem naar de weegschaal. Hoe voller, hoe beter.

    Een meisje schrijft op een wit vel papier hoeveel kilo iemand geplukt heeft. Aan het einde van de dag telt ze alles op en wordt er uitbetaald. 

    De mannen, en een enkele vrouw, werken gestaag en veelal zwijgend door. Een van de mannen zegt: ‘Als je alleen lagere school hebt, kun je eigenlijk alleen in de landbouw werken en dan betaalt een avocadoplantage het best. Het ligt aan de grootte van de avocado wat we verdienen. Meestal rond de 24 euro per dag. Maar dan moet je goede en grote avocado’s hebben.’

    Hij knikt: ‘Ja, het is zwaar werk.’ En weg is hij weer, tijd is hier geld.

    Het is een slecht avocadojaar voor La Chimba. Ook hier verlangt men naar regen. 

    Lees ook:

    Een kilometer of twintig noordwaarts staat het bedrijf Agricola Santa Juana. Een grotere speler op de avocadomarkt. Met een heus ontvangstkantoor en een receptioniste. Ze belt haar meerdere maar die laat weten niets te willen zeggen. Buiten hangt een van de chefs over zijn autoportier en vertelt dat ze slechte ervaringen hebben met een Duits tijdschrift waarin werd opgeroepen de avocado niet meer te eten. 

    ‘Als het niet gaat regenen moeten we ons water ergens anders vandaan halen, uit de zee bijvoorbeeld’

    Manuel Montenegro (65) uit Chincolco ziet ook voordelen van de avocadoplantages in de regio. De werkgelegenheid bijvoorbeeld. ‘Verder is hier weinig werk. Er zijn alleen avocado’s, noten en cactussen.’

    Zijn dochter woont even verderop, vertelt hij. Al twintig jaar, in een wijkje waar veel alleenstaande vrouwen met of zonder kinderen wonen. Werken bij een avocadoplantage gaf deze vrouwen financiële onafhankelijkheid. Manuel knikt: zeker, dat is belangrijk, met eigen geld hebben ze geen man meer nodig. De verdiensten van zijn dochter zijn ongeveer 420 euro per maand. 

    Dat het watertekort een probleem is voor de regio zal hij niet ontkennen. ‘Sí, claro, avocado’s hebben veel water nodig. Dat heeft absoluut consequenties. Als het niet gaat regenen moeten we ons water ergens anders vandaan halen, uit de zee bijvoorbeeld.’

    Chincolco27 1 1 1 1

    Complex van factoren

    Op de vraag of de grote avocadotelers ook schuld hebben aan het watertekort geeft watermanagementspecialist Ricardo Ferreira uit La Ligua een ontwijkend antwoord. De problematiek van de provincie Petorca is een complex van factoren, zegt hij. Zo is een groot aantal waterrechten toegekend aan landbouwbedrijven zonder de resultaten van eerdere studies over de hoeveelheid water in de bekkens mee te nemen. ‘Ook daarom is er nu een tekort aan water.’

    Andere oorzaken zijn volgens hem het gebrek aan regen en het ontbreken van een bergketen in de provincie Petorca die het mogelijk zou maken om waterreserves vast te houden.

    Over de privatisering van water zegt Ferreira: ‘De huidige waterwet stamt nog uit de tijd van de dictatuur. Water mag als product worden verhandeld. De overheid levert gratis waterrechten aan private partijen en dat maakt het voor de overheid moeilijk om de watervoorraden te beheren. Het is dus van groot belang dat de grondwet gewijzigd wordt en er een nieuwe waterwet komt, zodat de overheid op democratische wijze het beheer over het water krijgt. Want nu kunnen waterrechten ook gekocht, verkocht of geleased worden zonder dat er rekening wordt gehouden met plaatselijke prioriteiten, zoals de behoefte aan drinkwater.’

    Lees ook:

    Er moeten verschillende acties ondernomen worden om het beheer van de watervoorraden te verbeteren en om nieuwe bevoorradingsbronnen te genereren.

    Ontzilting van zeewater is een initiatief dat ongetwijfeld belangrijk is, denkt Ricardo Ferreira. Zeker voor menselijke consumptie. Voor de landbouw zou het nog beter onderzocht moeten worden, maar de uitvoeringskosten zijn zeer hoog.

    Zout

    Ook Paula Quiroz (70) denkt dat het gebruik van ontzout zeewater een oplossing voor het watertekort zou kunnen zijn. ‘Hemelsbreed zitten we hier op zestig kilometer van de oceaan. We zitten niet zo hoog in de bergen, dus het kan niet heel moeilijk zijn om het water hierheen te brengen. We zijn te afhankelijk van regen die er niet is.’

    Wat te doen met al het zout? ‘Daar kunnen bakstenen van gemaakt worden,’ oppert Paula, ‘of we verkopen het aan landen waar het veel sneeuwt.’

    Ze lacht om haar laatste opmerking maar ze meent het wel, want ook zij maakt zich zorgen. Het grondwater daalt, de landbouw slaat steeds diepere putten, soms wel tot honderdvijftig meter diep. 

    Chincolco31 1 1

    Paula daalt de houten trap af die vanuit haar keuken naar de tuin leidt. Ze stapt over het betonnen irrigatiekanaal waar een keer per week water doorheen stroomt vanuit een verderop gegraven put. Omdat Paula relatief dicht bij die put zit, krijgt zij nog water maar de mensen die verder weg wonen moeten het zonder stellen, ‘daar komt het water niet eens’. 

    De dorre takjes op de droge grond knisperen onder haar voeten bij iedere stap die ze zet. ‘Kijk,’ zegt ze en ze buigt zich voorover naar een zwarte tuinslang met hele kleine gaatjes. ‘Dankzij dit irrigatiesysteem kan ik nog een paar fruitboompjes houden.’ Sinds een maand heeft ze deze slang in haar tuin. Heel langzaam, druppel voor druppel, komt er water uit de gaatjes. 

    Tegenwoordig moeten we ook betalen aan de fabriek die het water reinigt, voor de elektriciteit die dat kost en voor de leidingen

    Water is duur, en aan deze kant van het dorp is het nog duurder ‘dan beneden’, waar de bewoners water krijgen via een ander bedrijf. ‘Wij hebben een coöperatie voor het drinkwater,’ zegt Paula. ‘Vroeger was het goedkoop, toen betaalden we alleen het opgepompte water. Tegenwoordig moeten we ook betalen aan de fabriek die het water reinigt, voor de elektriciteit die dat kost en voor de leidingen.’ 

    De dorpsbewoners willen zich aansluiten bij een zonnepanelenproject om de kosten omlaag te brengen. Deze projecten worden gesubsidieerd door de overheid. 

    Chincolco13 1 1
    Paula Quiroz: ‘Dankzij dit irrigatiesysteem kan ik nog een paar fruitboompjes houden.’

    Van Paula’s tuin is nog maar een fractie beplant. Het grootste gedeelte ligt braak. Aan de randen groeien nog cactussen. Die krijgen haar afwaswater om te drinken. ‘Want ik wil echt niet dat mijn cactussen doodgaan.’

    Het is rond een uur of drie als Paula in haar oude Peugeot stapt. Ze klemt haar handen strak om het stuur en rijdt met dertig kilometer per uur naar haar zussen beneden in het dorp voor het dagelijkse theeritueel.

    Kleine groene oase

    Jorge Castro (70) brengt regelmatig hooi en stro bij Maria Roderiquez (78), die boven op een berg woont. Jorge rijdt met zijn pick-up kilometers over een onverharde weg, steekt de droge rivierbedding over en vervolgens gaat het omhoog, de bergen in. 

    Maria staat al op de uitkijk. Een struise dame met een verweerde, gebruinde huid zoals alleen mensen kunnen hebben die buiten wonen, daar waar de zon veel schijnt en de wind vaak waait. Ze leunt op een stok. Aan verschillende bomen zijn honden vastgebonden. Ze blaffen hard tegen elkaar op tot Maria en Jorge uit hun zicht verdwijnen. Maria gaat maté maken, een traditionele Argentijnse thee met kruiden en vooral ook veel suiker. Als Maria geen maté drinkt, krijgt ze hoofdpijn, zegt ze. Geboren en getogen is ze op deze plek. Zeven kinderen heeft ze er grootgebracht, en ze is hier alle dagen, behalve die ene keer per maand dat ze ‘naar beneden’ gaat om olie, thee, suiker en rijst te halen. 

    Ze slurpt van haar maté en knikt: ‘Ja, er is heel veel veranderd. Ik heb geen groenten meer in de tuin, vijf jaar geleden had ik nog mooie grote aardappelen. Maar de waterput is helemaal opgedroogd.’ Ook heeft Maria bijna geen dieren meer vanwege de droogte. Die eten een baal hooi per dag. ‘Ik kan geen dertig hooibalen per maand kopen van tien euro per stuk.’

    Toch prijst Maria zich gelukkig, zij kan het afvalwater opvangen uit de even verderop gelegen kopermijn. Daarmee heeft ze een kleine groene oase gecreëerd naast haar golfplatenhuisje, met druivenranken als afdak tegen de brandende zon.

    Chincolco06 1
    Maria Roderiquez: ‘Ik heb geen groenten meer in de tuin, vijf jaar geleden had ik nog mooie grote aardappelen. Maar de waterput is helemaal opgedroogd.’

    ‘Als ik hier drinkwater voor moest gebruiken dan zou ik een hele hoge waterrekening hebben. Ik dank God voor het water uit de mijn.’ 

    Nee, Maria gaat hier nooit meer weg. Onlangs zei een kleinkind tegen haar: ‘Oma, als u doodgaat dan kom ik hier wonen.’ Maria lacht: ‘Hij heeft erover nagedacht want hij wil een opvang voor gepensioneerde geiten beginnen.’

    Ze kijkt op haar horloge, dat aan haar schort geknoopt zit. Het is kwart voor twaalf, ze wil gaan koken.

    Brandbrief 

    Barbara Astudillo (31) opgegroeid in de provincie Petorca, is ecofeministe en onderzoeker bij Fundación Territorios Colectivos. Ze voert al jaren actie. ‘Want in het gebied waar ik zoveel van hou, worden de mensen- en milieurechten geschonden zodat men geen toegang heeft tot water.’

    Astudillo is van mening dat Chili nu prioriteit moet geven aan klimaatveranderingswetten en vermindering van het water- en energieverbruik van grote industrieën. Ook zij vindt dat de grondwet moet worden aangepast, maar er is in Chili gebrek aan politieke wil om veranderingen teweeg te brengen. 

    ‘Stop met de privatisering van water,’ zegt ze, ‘transformeer het naar een nationaal bezit waarbij de consumptie door burgers en de ecologische belangen vooropstaan. Maak de economie daaraan ondergeschikt.’

    Chincolco01 1 1 1 1
    Chincolco, Chili.

    Onlangs heeft ze een brandbrief gestuurd naar de speciaal rapporteur van de VN voor water en hygiëne Leo Heller. Daarin schrijft ze onder meer dat met name de gemeenten Cabildo, La Ligua en Petorca al jarenlang te lijden hebben onder het watergebruik van de agrobusiness, door de aanplant en het telen van citrusvruchten en avocado’s.

    Er groeien nog wat cactussen maar zelfs die hangen er een beetje treurig bij

    Dorpen zitten zonder watervoorziening als gevolg van accumulatie van grote hoeveelheden zoet water in boven- en ondergrondse kanalen voor deze agro-industriële bedrijven. Regelmatig zijn ze aangeklaagd door nationale en internationale organisaties zoals het bekende Chileense Modatima. De leiders van deze milieuactivistische organisatie worden niet zelden vervolgd en soms zelfs met de dood bedreigd. 

    Veel gezinnen worden tegenwoordig bevoorraad met een tankwagen, vijftig liter per persoon per dag. ‘Ja, natuurlijk is dat veel te weinig,’ zegt Barbara, ‘maar het is complex om met gebrek aan overheidsbeleid en investeringen de watercrisis in dit gebied te bestrijden.’

    Onlangs heeft het geregend in de provincie Petorca, voor het eerst in zestien jaar.

    ‘Maar het water bereikte de rivieren van onze vallei niet,’ verzucht ze. ‘Het bleef achter in de bassins van de avocado- en citrusfruittelers. Betaald met het geld van alle Chilenen om de grote ondernemers van het land te subsidiëren. We moeten de wereld écht anders in gaan richten.’

    Verloren paradijs

    Aan de onverharde weg tussen Petorca en Chincolco staat achter een hek het huisje van Zoila Lemus (73). De hond blaft onophoudelijk, zoals eigenlijk overal. Zoila woont hier samen met haar dochter en haar twee kleindochters. Alle bomen in haar tuin zijn dood, zo ook alle groene planten. Er groeien nog wat cactussen maar zelfs die hangen er een beetje treurig bij. 

    Het huisje kijkt uit op gortdroge bergen. Aan het einde van de vorige eeuw waren deze bergen veel groener. Maar men kapte alle bomen om de huizen te verwarmen en om te koken. Niemand plantte ooit een boom terug. 

    Zoila’s woning staat aan de oever van een rivier waar al twintig jaar geen water meer door stroomt. Ze pakt een ingelijste foto van een kastje. ‘Kijk,’ zegt ze, ‘de rivier was vroeger prachtig, we konden er zelfs in zwemmen. Onze tuin stond vol bomen en rozen in allerlei kleuren. We verbouwden alles zelf: tarwe voor het brood, bonen, mais, linzen, aardappelen, uien, knoflook, courgettes. Gewoon om zelf te eten en om in te maken. Nu kan ik hier niks meer laten groeien. We wonen in een woestijn zonder water. Alle putten die we gegraven hebben zijn opgedroogd.’

    Chincolco12 1 1 1 2
    Zoila Lemus: ‘De rivier was vroeger prachtig, we konden er zelfs in zwemmen. Onze tuin stond vol bomen en rozen in allerlei kleuren.’

    Zoila en haar familie krijgen vijftig liter water per dag om te koken, te wassen en te douchen. ‘Je kunt je beter wassen met een bakje water. Haren wassen kost heel veel water, we gebruiken een sok om ons haar nat te maken.’

    Tot voor kort kwam er een tankwagen om het water te brengen maar Zoila heeft sinds een maand een nieuwe waterput. Met een automatisch systeem dat niet goed werkt. ‘Soms hoor je water, soms hoor je niks. Maar het bedrijf dat de meter heeft geïnstalleerd geeft niet thuis.’

    Maar heeft ze, als het systeem goed zou werken, dan wel genoeg water?

    Zoila schudt haar hoofd: ‘Nee, er komt een liter water per seconde langs voor acht families.’ 

    Ze legt uit hoe het met de waterrechten in Chili zit. Het gaat zoals gezegd om een wet die nog stamt uit de tijd van de dictator Pinochet. Je kon je toen inschrijven voor water: een boer met bijvoorbeeld drie hectare grond had recht op drie ‘delen’ water. ‘Maar,’ zegt Zoila, ‘dat ging over oppervlaktewater. Ook voor het ondergrondse water kon je rechten kopen maar dat wisten de boeren niet. Het recht op ondergronds water is stiekem verkocht aan grote bedrijven. Die eisen nu alles op en oppervlaktewater is er allang niet meer. De regering moet nu de rechten kopen van die bedrijven zodat ze het water kan verdelen. Al die bedrijven verdienen er nog meer aan. En ik heb geen “recht” op water. Dat is waarom de mensen de grondwet willen veranderen.’

    Soms is er een project vanuit de overheid. Zo zouden Zoila en haar buren ook een waterleiding krijgen, er was bijna 35.000 euro voor beschikbaar. Verschillende aannemers en onderzoekers zijn langs geweest om te bestuderen hoe dat zou moeten. Al het geld is opgegaan aan onderzoek en er is verder niks gebeurd.

    Buiten blaft de hond. ‘Pasqalle!’ roept Zoila, ‘de hond!’ De oudste kleindochter hoort het niet. Ze is doof. Ze kunnen het niet bewijzen maar Zoila is ervan overtuigd dat het komt omdat haar dochter, toen drie maanden zwanger, op de avocadoplantage liep op het moment dat er een vliegtuigje overvloog met pesticiden.

    Ze trekt haar kleindochter even stevig tegen zich aan, de hond buiten is inmiddels stil.

    Auteur: Karin Stroo

    Foto’s: Goedele Monnens

  • ‘Dit zijn dorpen met vrouwen zonder baarmoeder’

    ‘Dit zijn dorpen met vrouwen zonder baarmoeder’

    In de droge Beed-regio in India is zo moeilijk aan werk te komen, dat vrouwen massaal hun baarmoeder laten verwijderen om aan de eisen van hun werkgevers te voldoen.

    ‘U zult in deze dorpen nauwelijks vrouwen met een baarmoeder vinden. Dit zijn dorpen met vrouwen zonder baarmoeder’, zegt Manda Ugale met sombere blik in de ogen. Ze zit in haar kleine huisje in Hajipur, in het door droogte geteisterde Beed-district van de Marathwada-regio van Maharashtra [het gebied ten Oosten van Mumbai landinwaarts]. Het kost haar duidelijk moeite om over het onderwerp te praten.

    In Vanjarwadi, waar ze vandaan komt, is het voor vrouwen ‘de norm’ om de baarmoeder te laten verwijderen nadat ze twee of drie kinderen hebben gekregen. Vijftig procent van hen heeft een zogeheten hysterectomie gehad.

    De meerderheid van deze vrouwen trekken tijdens het suikerrietseizoen naar het suikergebied van westelijk Maharashtra; naarmate de droogte toeneemt, neemt het aantal migranten ook toe. ‘De mukadam (aannemer) heeft graag vrouwen zonder baarmoeder in zijn groep rietkappers’, vertelt SatyaBhama, een andere van de vrouwelijke werknemers.

    Echtparen uit de regio trekken tussen oktober en maart beide naar het gebied, en krijgen van de aannemer gezamenlijk één contract. Daarin staat onder andere dat als de man of de vrouw een dag pauze wil nemen van het intensieve werk, het paar elke keer een boete van 500 Indiase roepie [ca. € 5,60] aan de werkgever moet betalen.

    ‘We hebben een doel waaraan moet worden voldaan, en daarbij kunnen we vrouwen die menstrueren niet gebruiken’

    Ook menstruaties belemmeren het werk en brengen dus boetes met zich mee. Volgens werkgevers willen vrouwen tijdens de menstruatie meestal een of twee dagen pauze, zodat het werk wordt onderbroken.

    ‘Na een hysterectomie is er geen kans op menstruatie. En dus worden er tijdens het kappen geen pauzes meer genomen. We kunnen het ons niet veroorloven om zelfs maar een roepie te verliezen’, zegt SatyaBhama.

    ‘We hebben een doel te behalen binnen een beperkt tijdsbestek, en daarbij kunnen we vrouwen die tijdens het kappen van suikerriet menstrueren niet gebruiken’, aldus Dada Patil, een werkgever. Patil houdt vol dat hij en andere werkgevers de vrouwen niet dwingen een operatie te ondergaan; de keuze wordt gemaakt door hun families.

    Maar volgens de vrouwen betalen werkgevers een voorschot voor een operatie, waarna het geld wordt ingehouden op hun loon.

    Ernstige impact

    Achyut Borgaonkar van Tathapi, een organisatie die hier onderzoek naar heeft gedaan, weet te vertellen: ‘In deze kringen wordt menstruatie als een probleem beschouwd en een operatie gezien als de enige manier om ervan af te komen. Maar die heeft een ernstige impact op de gezondheid van de vrouwen. Ze raken hormonaal uit balans, krijgen geestelijke gezondheidsklachten, komen aan et cetera. We zien dat zelfs jonge meisjes van vijfentwintig deze operatie ondergaan.’

    Bandu Ugale, echtgenoot van Satyabhama en zelf ook rietkapper, rekent het voor. ‘Een paar krijgt ongeveer 250 Indiase roepie [€ 2,80] na het kappen van een ton suikerriet. Op een dag kappen we ongeveer drie tot vier ton suikerriet en in een heel seizoen van vier tot vijf maanden kappen we samen ongeveer 300 ton suikerriet. Wat we tijdens het seizoen verdienen, is ons jaarlijkse inkomen, want als we terugkomen van het riet kappen hebben we geen werk’, zegt Ugale. ‘We kunnen ons dus geen dag pauze veroorloven. We moeten werken, zelfs als we gezondheidsproblemen hebben. Er is geen rust. Voor menstruatie is geen tijd’, aldus Ugale.

    Vilabai, een oudere vrouw, noemt het leven van een ‘rietkappersvrouw’ een hel. Ze laat doorschemeren dat er herhaaldelijk sprake is van seksuele uitbuiting van vrouwen door werkgevers en hun mannen.

    ‘Rietkappers moeten in suikerrietvelden of in een tent bij de suikermolens leven [een suikermolen is een grote pers met draaiende rollen waartussen vers gekapt suikerriet wordt gebroken om er het sap uit te persen]. Er zijn geen badkamers of toiletten. Onder deze omstandigheden is het voor een vrouw al helemaal geen doen als ze menstrueert’, vertelt ze.

    Ook vertellen de vrouwen dat artsen al een hysterectomieoperatie voorschrijven als ze zelfs maar klagen over buikpijn of afscheiding.

  • Rivier de Po staat historisch laag | Android deelt meer gegevens dan Apple

    Rivier de Po staat historisch laag | Android deelt meer gegevens dan Apple

    28 miljard euro tekort

    Tegen het einde van dit jaar zal de coronapandemie de Ierse staat in 2020 en 2021 naar schatting 28 miljard euro hebben gekost, meldt het Ierse RTE. Dit maakte Michael McGrath, de Ierse minister van Overheidsuitgaven en Hervorming, deze week bekend. Volgens McGrath zal het Ierse overheidstekort dit jaar naar verwachting vergelijkbaar zal zijn met vorig jaar, namelijk 19 miljard euro.


    Droogte in Italië

    Door karige regenval en ongebruikelijk vroege warmte in Italië staat de rivier de Po nu al net zo laag als afgelopen zomer. De situatie is dusdanig nijpend dat de landbouworganisatie Coldiretti alarm heeft geslagen bij de regering, schrijft Repubblica.

    In heel Noord-Italië, van Piemonte tot Emilia Romagna en van Veneto tot Lombardije zijn boeren, die afhankelijk zijn van de grootste rivier van Italië, al overgestapt op noodirrigatie. Ook het peil van kleinere rivieren in de provincie Emilia Romagna is zorgwekkend laag en het Comomeer heeft op 20 centimeter na een dieptepunt bereikt: het meer is voor 8,8 procent gevuld, in plaats van de gemiddelde 63,8 procent die normaal is voor deze tijd van het jaar. 

    Coldiretti wijt steeds vaker voorkomende extreme klimatologische gebeurtenissen, zoals korte en intense regenval en een snellere overgang van het natte naar het droge seizoen aan klimaatverandering en becijfert de schade ervan op zo’n 1 miljard euro per jaar. De organisatie verzoekt de Italiaanse regering dan ook om structurele maatregelen te nemen.


    Gesjoemel met emissiegegevens

    Onder Donald Trump heeft de Environmental Protection Agency (EPA), een regeringsorganisatie belast met bescherming van de volksgezondheid en het milieu, bedrijven aangemoedigd om met terugwerkende kracht de emissiegegevens van een dodelijke kankerverwekkende chemische stof aan te passen.

    Nadat de EPA had vastgesteld dat ethyleenoxide giftiger is dan eerder werd gedacht, verdween plotseling zo’n 122.000 kilo van het spul uit de openbare registers

    Nadat de EPA had vastgesteld dat ethyleenoxide giftiger is dan eerder werd gedacht, verdween plotseling zo’n 122.000 kilo van het spul uit de openbare registers, zo blijkt uit onderzoek van journaliste Sharon Lerner voor The Intercept. Ethyleenoxide is een kleurloos en geurloos gas dat wordt gebruikt bij de productie van veel consumptiegoederen en op grote schaal wordt toegepast bij de sterilisatie van medische apparatuur.

    Ook nu de EPA onder Joe Biden valt, zijn de registratie en de regelgeving van het instituut nog steeds belabberd volgens Lerner, vooral op een onevenredig groot aantal plekken waar arme mensen en mensen van kleur wonen. Volgens een groep vrouwen uit Texas houdt hun diagnose van borstkanker verband met blootstelling aan ethyleenoxide.


    Android verzendt meer gegevens

    iPhones en Android-telefoons sturen continu gegevens naar Apple of Google, zoals locatie, telefoonnummer en lokale netwerkgegevens, ook als gebruikers zich hebben afgemeld.

    Zelfs als de telefoon niet wordt gebruikt, wordt gemiddeld elke 4,5 minuten verbinding gemaakt met de servers. Privacy-instellingen geconfigureerd? Maakt niets uit, de telefoons blijven gegevens verzenden.

    Maar er is wel een verschil, aldus de New Yorkse technologiesite Ars Technica. Douglas Leith van Trinity College in Ierland vergeleek de twee systemen en Android, het besturingssysteem van Google, verstuurt ongeveer twintig keer zoveel data als Apple. 

    Bij het opstarten stuurt een Android-apparaat Google ongeveer 1 MB aan gegevens, iOS Apple ongeveer 42 KB. Als de telefoon niet actief is, stuurt Android elke twaalf uur ongeveer 1 MB aan gegevens naar Google, terwijl iOS Apple ongeveer 52 KB verzendt.

    Alleen al in de VS verzamelt Android in totaal elke twaalf uur ongeveer 1,3 TB aan gegevens. In dezelfde periode verzamelt iOS ongeveer 5,8 GB.


    China wil eigen halfgeleiders

    Als ’s werelds grootste verbruiker van halfgeleiders was China sterk afhankelijk van aanvoer uit het buitenland. Die afhankelijkheid werd pijnlijk duidelijk tijdens de handelsoorlog tussen China en de VS onder Donald Trump. Die verbood in 2019 de export van halfgeleiders waardoor de toevoer naar Huawei werd afgesneden, schrijft het Berlijnse Tageszeitung.

    Vorig jaar verbood hij het bedrijf zelfs zaken te doen met leveranciers uit andere landen die Amerikaanse componenten gebruiken. Binnen enkele maanden verdween Huawei uit de top 5 van ’s werelds meest succesvolle smartphonefabrikanten.

    Sindsdien heeft president Xi Jinping ‘technologische zelfvoorziening’ uitgeroepen tot een van de kerndoelen. Een van de belangrijkste doelen in het huidige vijfjarenplan is om in de toekomst belangrijke technologie zelf te produceren. In 2020 ondersteunde de Chinese staat producenten van halfgeleiders met minstens 35 miljard dollar, ruim 400 procent meer dan in 2019. Maar China is er nog lang niet: alleen al het Amerikaanse Intel investeert jaarlijks 13 miljard dollar in onderzoek.


    Spanje herziet mondkapjesplicht

    Afstand houden is niet langer een bepalende factor voor het wel of niet dragen van een mondkapje in Spanje, meldt El País. Deze week is een wet van kracht geworden die mondkapjes verplicht stelt in alle openbare ruimtes, ongeacht de afstand tussen mensen.

    De deelregering van de Balearen liet al weten dat de wet niet zal worden gehandhaafd op stranden en in zwembaden. Tot nu toe waren regionale regeringen vrij om regels naar eigen inzicht aan te passen, maar volgens de nieuwe wet mag dat niet meer. De zwaar getroffen toerismesector vreest dat de mondkapjesplicht verdere schade zal aanrichten.


    Saoedi-Arabië wil fors investeren

    Saoedi-Arabië spendeert de komende tien jaar meer dan in de driehonderd jaar sinds de oprichting van de staat in 1744, aldus kroonprins Mohammed Bin Salman in Middle East Eye. Hij sprak deze week over zijn ambitieuze Vision 2030, zijn plan om de economie te transformeren middels een partnerprogramma tussen private en publieke partijen.

    De particuliere sector wordt gemobiliseerd om de economie af te helpen van afhankelijkheid van olie

    Oliegigant Aramco en petrochemiebedrijf SABIC moeten het voortouw nemen voor investeringen van 5 biljoen riyals (1,1 biljoen euro) door de lokale particuliere sector tot 2030. De particuliere sector wordt gemobiliseerd om de economie af te helpen van afhankelijkheid van olie. Die zorgt vooralsnog voor ruim de helft van de inkomsten van het Koninkrijk.

  • Dit bedrijf dumpt jaarlijks vijf miljoen ton fosfor in de Middellandse Zee. De gedupeerden willen er werken

    Dit bedrijf dumpt jaarlijks vijf miljoen ton fosfor in de Middellandse Zee. De gedupeerden willen er werken

    De Tunesische regio Gabès, ooit een idyllisch gebied aan de Middellandse Zee, is gaandeweg geruïneerd sinds er in de jaren zeventig chemische industrie werd gevestigd. Het milieu op het land en in de zee is zwaar verontreinigd en bewoners kampen met gezondheidsklachten die uiteenlopen van ademhalingsproblemen tot kanker. Diezelfde bewoners eisen werk in de chemische fabrieken.

    Abdellah Nouri is al ruim twee jaar niet meer op zee geweest. Bij de visser uit de stad Ghannouch in de Tunesische kustregio Gabès, werd in 2018 kanker vastgesteld en zijn ziekte en de behandeling ervan hebben hem aan huis gebonden. Nouri vist al op de Middellandse Zee sinds zijn zeventiende. Hij gelooft dat zijn gezondheidsproblemen worden veroorzaakt door vervuiling afkomstig van het nabijgelegen industriecomplex.

    ‘De industrie heeft mij, mijn gezondheid en mijn levensonderhoud vernietigd’, citeert de Tunesische journaliste Layli Foroudi Nouri in haar verslag over de desastreuze invloed van de chemische industrie op de regio Gabès aan de Tunesische Middellandse Zeekust. 

    ‘Zittend op de grond in zijn woonkamer wijst hij [Nouri] in de richting van een grote fabriek van het staatsbedrijf Groupe Chimique Tunisien (GCT), die ruw fosfaatgesteente verwerkt. Imposante schoorstenen blazen enorme wolken de lucht in en jaarlijks loost de fabriek miljoenen tonnen giftig zwart slib in de zee.’ 

    Fosfaatindustrie

    Ooit was het Tunesische Gabès, een gebied van ruim 7000 vierkante kilometer met 400.000 inwoners aan de Middellandse Zee, beroemd om zijn overvloedige zeeleven, granaatappelbomen, hennaplanten en dadelpalmen. Een ideaal gebied om te ontwikkelen voor toerisme, maar mogelijke plannen daartoe gingen definitief in rook op toen de regering in de jaren zeventig besloot dat Gabès het belangrijkste centrum van de Tunesische fosfaatindustrie moest worden. Fosfaat is essentieel voor de productie van meststoffen en conserveringsmiddelen.

    Een elektronisch display zou de niveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide en ammoniak in de lucht moeten aangeven, maar het ding is al jaren kapot

    Industriële vervuiling door GCT heeft de kustgemeenschappen van Gabès verwoest. Bewoners kampen in hoge mate met luchtwegaandoeningen en kanker en de oogsten van lokale akkerbouwers zijn karig geworden. In Gabès, de hoofdstad van de provincie, zou een elektronisch display de niveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide en ammoniak in de lucht moeten aangeven, maar het ding is al jaren kapot.

    Het bord is van GCT, met drie fabrieken de grootste vervuiler. Daarnaast zijn er in het gebied nog zo’n twintig zeer vervuilende particuliere fabrieken in bedrijf. Ze produceren onder meer aluminiumfluoride dat wordt gebruikt in metaalgieterijen, en fosfaatzout dat nodig is voor de productie van wasmiddelen en keramiek.

    GCT verwerkt jaarlijks 3,5 miljoen ton ruw fosfaat uit fosfaatgesteente, dat zo’n 160 kilometer verderop wordt gedolven, in de heuvels van de Gafsa. Het fosfaat wordt vervolgens met containerschepen geëxporteerd naar tientallen landen over de hele wereld. De chemische industrie biedt werk aan bijna 5000 mensen, waarvan 2800 werkzaam bij GCT.

    Hoewel het bedrijf dus voor broodnodige banen in het gebied zorgt, zijn de effecten van vervuiling desastreus. Het stuk strand tussen de stad Chott Salem en de industriële zone, die op minder dan anderhalve kilometer ligt, is bedekt met een dikke, zwarte laag fosforgips, een afvalproduct dat ontstaat tijdens de productie van fosforzuur. Uit een rapport van de Europese Unie uit 2018 blijkt dat GCT elk jaar ongeveer vijf miljoen ton daarvan in de Middellandse Zee dumpt.

    Fosforgips is licht radioactief en bevat zowel uranium als radium. Volgens een overheidsstudie uit 2012 is de visvangst aan de kust tussen 1997 en 2006 met meer dan dertig procent gedaald als gevolg van het chemische afval. In het rapport wordt vastgesteld dat het mariene ecosysteem ‘ernstig is beschadigd en dat een situatie is ontstaan die nu volledig onomkeerbaar is’.

    Ontmanteling

    Nouri zegt dat de lokale vissers een dramatische inkomensdaling hebben gezien. ‘Sinds de jaren negentig is hier niets meer. Vroeger nam je op één dag bijna zeventig kilo inktvis mee naar huis’. Volgens hem is de gemiddelde dagvangst nu gedaald tot drie kilo. Hij verhuurt zijn kleine boot inmiddels aan een visser uit een andere stad en betaalt zijn behandelingen tegen kanker met donaties van zijn buren. Hij mist zijn oude leven. ‘Mijn hart ligt op zee. Ik ben er kapot van.’

    Volgens natuurbeschermingsgroep BirdLife TunisiaAir heeft luchtverontreiniging gezorgd voor een afname van de vogelpopulatie. Onder de lokale bevolking circuleren geruchten over dalende vruchtbaarheidscijfers en frequente miskramen.

    ‘Een paar onderzoeken tonen aan dat er wat kleine problemen zijn, maar geen grote’

    Ondertussen houdt Moez Haddad, de secretaris-generaal van GCT, tijdens een telefoongesprek vol dat er geen bewezen schadelijke gevolgen zijn van het dumpen  van fosforgips in zee. ‘Een paar onderzoeken tonen aan dat er wat kleine problemen zijn, maar geen grote,’ beweert hij. Hij erkent wel dat GCT van plan is om in overeenstemming met internationale normen het dumpen ‘uit voorzorg’ te beëindigen. Gevraagd naar de hoge percentages kanker en ademhalingsproblemen bij inwoners in de regio Gabès, zegt hij dat ‘er geen officiële onderzoeken zijn die een oorzakelijk verband aantonen tussen gezondheidsproblemen en de effecten van Groupe Chimique Tunisien op het milieu.’

    In 2017 beloofde de Tunesische regering om de bestaande GCT-fabrieken te ontmantelen en te verhuizen naar een nieuwe locatie, ver weg van de woonwijken. Ook het dumpen van fosforgips in zee zou stoppen. Daarna werd het stil.

    Na de recente dood van vijf arbeiders bij een brand in een asfaltfabriek in de industriezone doen lokale milieuactivisten inmiddels opnieuw oproepen voor meer regelgeving en verhuizing van de fabrieken. ‘We zijn bang dat er van Gabès op een dag niets anders meer overblijft dan as’, zegt Haifa Bedoui, een activist van de lokale campagnegroep Stop Verontreiniging, tegen honderden mensen die zich hebben verzameld bij het kantoor van Mongi Thameur, de gouverneur van Gabès. Tijdens een bezoek na de brand erkende president Kais Saied de milieucrisis in de regio en beloofde hij een centrum voor kankerbehandeling voor de bewoners. De Tunesische regering zegt een onderzoek te zullen starten om de oorzaak van de brand vast te stellen.

    Langdurige gezondheidsproblemen

    De inwoners van Chott Salem en Ghannouch kunnen de vervuiling van de chemische fabrieken in hun huizen zien en ruiken. Traditionele huizen in de regio zijn gebouwd rond een open binnenplaats. Die gemeenschappelijke ruimte is bedoeld voor mensen om samen te komen en voor kinderen om te spelen. Nu zeggen ouders tegen hun zoons en dochters dat ze in hun slaapkamers moeten blijven.

    In 2017 werden negen leerlingen van een basisschool in Bouchema, een stad op iets meer dan anderhalve kilometer afstand van de fabrieken, naar het ziekenhuis gebracht met verstikkingsverschijnselen nadat gassen waren vrijgekomen bij de verwerking van zwavelzuur en ammoniumnitraat. De plaatselijke gouverneur wuifde zorgen van de bewoners weg als louter ‘paniek’.

    Dit terwijl lokale gezondheidswerkers patiënten behandelen die langdurige gezondheidsproblemen hebben die het gevolg lijken te zijn van de verontreiniging. Dr. Hamida Kwass, werkzaam op de afdeling Luchtwegaandoeningen van het regionale ziekenhuis Mohammed Ben Sassi in Gabès, zegt dat astma vooral voorkomt bij kinderen uit de stad Ghannouch. ‘De fabrieken staan bijna in hun huizen’, zegt ze.

    Kwass wil een studie uitvoeren naar luchtverontreiniging en de effecten daarvan op inwoners. ‘Er zijn vervuilende deeltjes uit de chemische industrie waarvan bekend is dat ze verband houden met een toename van luchtwegaandoeningen. Ze veroorzaken ziekte of zijn een verergerende factor.’

    Awatef Mansour, dertig, woont in Ghannouch en gaat elke maand ongeveer zes keer naar het regionale ziekenhuis. Haar drie kinderen van drie, zes en zeven jaar hebben allemaal astma. ‘Als de wind van richting verandert en uit de richting van het industrieterrein komt, hebben mijn kinderen ademhalingsproblemen.’ Ze merkte dat de gezondheidsproblemen van haar kinderen vorig jaar weg waren, toen ze met haar familie kort tijd in Zarzis woonde, een stad aan de kust op 130 kilometer afstand van de fabrieken. ‘Volgens de arts komen de allergieën door activiteiten op het bedrijventerrein.’

    Gebrekkige informatie

    Volgens Samir Aloulou, hoofd van de kankerafdeling van het Mohamed Ben Sassi-ziekenhuis, is de verspreiding van nasofaryngeale kanker schrikbarend hoog in Chott Salem en Ghannouch. Deze specifieke vorm van kanker, waar ook Nouri aan lijdt, tast het deel van de keel aan dat de achterkant van de neus met de mond verbindt. Aloulou is van mening dat het moeilijk is om een ‘honderprocentrelatie’ te leggen tussen de prevalentie van deze vorm van kanker en de chemische industrie. ‘Er is zeker verband tussen vervuiling en kanker, maar kanker heeft meerdere oorzaken. Behalve vervuiling spelen ook roken, voedsel en zwaarlijvigheid een rol’, zegt hij.

    ‘Er is een flagrant gebrek aan geloofwaardige informatie en data van de Tunesische autoriteiten’, aldus Mounir Majdoub, een econoom die meewerkte aan het EU-rapport uit 2018 over de luchtkwaliteit in de regio Gabès. Het rapport meldt dat verhoogde niveaus van deeltjes die gemakkelijk in de longen terecht kunnen komen verband houden met kanker en hart- en luchtweginfecties. ‘De conclusies van het rapport onthullen niet zozeer de daadwerkelijke gezondheidssituatie als gevolg van vervuiling, maar laten vooral zien dat er behoefte is aan gedegen studies’, zegt hij.

    ‘Soms houdt mijn knie er gewoon mee op. Als een auto zonder benzine’

    Andere ziekten zijn gemakkelijker in verband te brengen met de chemische industrie. Rachid Ben Othman werkte vroeger als monteur voor Flourine Chemical Industries (ICF), een privébedrijf dat aluminiumfluoride produceert. Hij kan zijn elleboog maar gedeeltelijk krommen, verder buigen lukt hem niet. Hij lijdt aan fluorose, veroorzaakt door overmatige blootstelling aan fluor. ‘Het begon in mijn polsen en daarna in mijn ellebogen. Het is verkalking van de gewrichtsbanden. Soms houdt mijn knie er gewoon mee op. Als een auto zonder benzine’.

    Othman werd zich in 2000 voor het eerst bewust van het probleem. Zijn gewrichten waren zo stijf dat hij ze niet volledig kon strekken of buigen. Het werd moeilijker om te werken en uiteindelijk ook te moeilijk om nog handschoenen aan te trekken. Maar pas in 2011 werd fluorose daadwerkelijk gediagnosticeerd.

    Hij zegt dat hij een van de weinige ICF-werknemers is die met succes een compensatie wist te eisen voor zijn handicap. Hij ontvangt nu 115 euro per maand en van zijn medische rekeningen wordt veertig procent voor hem betaald. Othman vermoedt dat sommige van zijn collega’s ook fluorose hebben. ‘Ze vertellen me over pijn in hun schouders, pijn hier en daar, verkalking. Ik ken de symptomen.’

    Taboe-onderwerp

    Behalve de inactiviteit van de overheid, laten ook organisaties die zouden moeten opkomen voor de veiligheid en het welzijn van werknemers het afweten. Leidinggevenden van de lokale afdeling van de Tunesische Algemene Vakbond (UGTT) zeggen het niet als hun taak te zien om zich uit te spreken over kwesties als volksgezondheid en vervuiling.

    Tijdens een gesprek over de omstandigheden in de regio met twee leiders van de regionale vakbond in Gabès en een manager van een van de GCT-fabrieken, lacht de laatste zachtjes en zegt: ‘Dat is een taboe-onderwerp.’ Een van de vakbondsleiders laat weten dat hij niet over vervuiling wil praten omdat de fabrieken hebben gezorgd voor de ontwikkeling van de regio en werkgelegenheid bieden aan duizenden mensen.

    Werkloosheid

    Hoewel Tunesië lange tijd een van ’s werelds grootste fosfaatexporteurs is geweest, is de industrie de afgelopen jaren gekrompen als gevolg van politieke instabiliteit en door frequente protesten van werkloze jongeren die banen eisen in de fosfaatmijnen.

    Volgens Habib Wahachi, adjunct-secretaris-generaal van de Gabès-afdeling van de UGTT, bedroeg de jaarproductie van Groupe Chimique Tunisien sinds de revolutie van 2010 gemiddeld minder dan een derde van wat het daarvoor was. Tunesië moest afgelopen oktober zelfs voor het eerst fosfaten importeren uit buurland Algerije.

    GCT heeft sinds 2017 geen nieuwe medewerkers meer aangenomen in de regio. De werkloosheid in Tunesië bedraagt momenteel 17,4 procent. Maar in Gabès is in totaal 24 procent werkloos en van de jongeren zit de helft zonder werk.

    Honderden jongeren uit Gabès blokkeerden van eind november tot december vorig jaar de industriezone in Ghannouch en het GCT-administratiegebouw in het stadscentrum van Gabès. Ze hekelden de vervuiling maar eisten tegelijkertijd banen in de fabrieken.

    ‘Geef me een baan zodat ik kan overleven. Wij zijn degenen die rechtstreeks door de verontreiniging worden getroffen’, stelde Youssef Hajej, een werkloze universitair afgestudeerde uit Ghannouch. Hij betoogde dat de GCT de lokale bevolking werk verschuldigd is ter compensatie van alle verwoestingen die het bedrijf heeft aangericht in de regio en de vernietiging van traditionele industrieën. ‘Ze vernietigen alles en het is dan ook normaal dat mensen hier vragen om daar in ieder geval een klein beetje van mee te kunnen profiteren.’

  • Chinezen kopen massaal ‘Patriottische producten’| Afvalmaffiosi gearresteerd

    Chinezen kopen massaal ‘Patriottische producten’| Afvalmaffiosi gearresteerd

    Puerto Rico krijgt herstelgeld

    De regering van Puerto Rico heeft deze week 912 miljoen dollar toegezegd gekregen van de Amerikaanse overheid, schrijft ABC News. Dat bedrag is bedoeld voor verbetering van de onderwijssituatie op het eiland. Puerto Rico worstelt nog steeds met herstel na de orkanen Irma en Maria in 2017 en een reeks aardbevingen eind 2019 die tientallen scholen verwoestten of beschadigden. 


    Fraude in Moldavië

    Op verzoek van justitie heeft het parlement van Moldavië deze week de immuniteit van twee parlementsleden opgeheven. Een van hen is Petru Jardan, plaatsvervangend leider van de Shor-partij. De ander, Denis Ulanov, behoort tot dezelfde partij die is vernoemd naar de voortvluchtige oligarch Ilan Shor, meldt Balkan Insight. Shor zou het meesterbrein zijn achter de verduistering van zeker een miljard dollar uit het Moldavische banksysteem via een reeks schimmige transacties tussen 2012 en 2014. Door de diefstal ging Moldavië bijna failliet.

    De twee partijgenoten van Shor, die nu dus hun parlementaire onschendbaarheid kwijt zijn, worden eveneens verdacht van frauduleus handelen. Ulanov zou hand- en spandiensten hebben verleend tijdens het Moldavische bankschandaal en Jardan wordt verdacht van fraude in verband met de verlening van een concessie voor de internationale luchthaven van Chisinau in 2013. De regering droeg in dat jaar het beheer van de luchthaven voor 49 jaar over aan Avia Invest, een bedrijf dat Ilan Shor amper een maand voor de concessieverlening oprichtte.


    Ieren kweken eigen voedsel

    Bibliotheken in Ierland helpen mee om mensen te leren hun eigen voedsel te verbouwen. De stap is onderdeel van een nieuw initiatief om gezond eten aan te moedigen, schrijft RTÉ uit Dublin. De campagne, waarin de organisaties Healthy Ireland en Libraries Ireland samenwerken en die ‘Grow It Yourself’ (Kweek het Zelf) is genoemd, stelt 50.000 voedselkweeksets gratis beschikbaar. Met elk pakket kunnen rode bieten, wortelen, sla, erwten en tomaten worden geteeld en handleidingen voor het kweken ervan worden bijgeleverd. In het pakket zitten ook ansichtkaarten en cadeaukaartjes voor het geval mensen pakketten willen delen.

    Deelnemers krijgen e-mails en filmpjes met tips en suggesties om het initiatief verder te verspreiden. De organisatoren hopen dat zo’n half miljoen mensen zullen profiteren van het zelf kweken. De tijd is er rijp voor volgens Michael Kell, de oprichter van Grow it Yourself, want door de pandemie is al een recordaantal mensen bezig met het verbouwen van eigen voedsel. 


    Afvalmaffiosi gearresteerd

    De Guardia di Finanza, de financiële opsporingsdienst van Italië, heeft beslag laten leggen op goederen met een waarde van zo’n 10 miljoen euro. Het betreft volgens een opsomming van Nepalese dagblad Il Mattino 44 commerciële panden en woonhuizen, 13 hectare grond en 900.000 euro op lopende rekeningen in bezit van de broers Antonio, Nicola en Salvatore Vassallo, afvalondernemers in Caserta, ten noorden van Napels. In eerste aanleg zijn de drie broers veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor het veroorzaken van ernstige milieuschade middels de ‘maffia-methode’, lees: het dumpen van gevaarlijk afval op illegale stortplaatsen. Ze deden dit in opdracht van de Casalesi-clan, een machtig onderdeel van de Camorra. 

    De drie gearresteerden zijn broers van Gaetano Vassallo, ooit een van de belangrijkste organisatoren van het verhandelen en illegaal lozen van giftig afval, leidend tot ernstige bodemverontreiniging en vergiftiging van het water in de omgeving van Napels. Gaetano Vassallo is inmiddels spijtoptant en werkt samen met de Italiaanse justitie.


    Zomers van zes maanden

    Als de opwarming van de aarde in het huidige tempo doorgaat duren de zomers op het noordelijk halfrond in 2100 bijna zes maanden, zo blijkt uit een studie die is gepubliceerd in het tijdschrift Geophysical Research Letters, weergegeven door NBC News. ‘Dit is de biologische klok voor elk levend wezen’, aldus de hoofdauteur van de studie, Yuping Guan van de Chinese Academie voor Wetenschappen. ‘Men spreekt over een temperatuurstijging van 2 of 3 graden, maar verandering van de seizoenen is veel makkelijker voor te stellen.’ 

    Guan en zijn collega’s onderzochten de dagelijkse klimaatgegevens van 1952 tot 2011 en ontdekten dat de zomers in die periode groeiden van gemiddeld 78 tot 95 dagen. De lengte van de winters kromp van 76 naar 73 dagen, de lenteseizoenen van 124 naar 115 dagen en de herfst van 87 naar 82 dagen. De veranderingen kunnen ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid, de landbouw en het milieu, waarschuwt Guan.


    Patriottische producten

    De hevige woordenwisseling die plaatsvond tussen Amerikaanse en Chinese topfunctionarissen tijdens de Alaska-top van vorige week heeft in China geleid tot de massale verkoop van T-shirts, hoodies, mokken, paraplu’s, tasjes, aanstekers, telefoonhoesjes en broeken met daarop patriottische teksten, schrijft AsiaOne.

    Vooral twee citaten van Yang Jiechi, chef buitenlands beleid van China, blijken populair te zijn: ‘De VS zijn niet gerechtigd tot een neerbuigende toon tegen China. Chinezen accepteren dat niet.’ En: ‘Bemoei je niet met de interne politiek van China.’ Kopers zeggen tot aanschaf van de ‘patriottische producten’ te zijn overgegaan vanwege de ‘onbeleefde en onredelijke houding’ van de VS.


    Lerarenstaking in Marokko

    Deze week zijn leraren met een tijdelijk contract in Marokko drie dagen in staking gegaan uit protest tegen de manier waarop veiligheidstroepen optraden tegen collega’s die een week eerder demonstreerden in Rabat. Daarbij werden verschillende betogers gearresteerd, schrijft Middle East Monitor. Op sociale media worden video’s van het hardhandige optreden verspreid. De Marokkaanse autoriteiten verdedigen het optreden omdat de demonstratie was verboden. 

    ‘Nieuwe aanvallen zullen het protest de komende dagen verder doen escaleren’, liet de nationale organisatie van tijdelijke leerkrachten weten. De leraren strijden al jaren voor vaste contracten binnen het Marokkaanse onderwijssysteem. Marokko telt naar schatting zo’n 100.000 leerkrachten met een tijdelijk contract.

  • Afghaanse meisjes mogen weer zingen | Algerije kampt met een tekort aan tafelolie

    Afghaanse meisjes mogen weer zingen | Algerije kampt met een tekort aan tafelolie


    Algerije kampt met een tekort aan consumeerbare olie

    Terwijl de ramadan over minder dan een maand plaatsvindt, is in Algerije een essentieel ingrediënt bijna niet te vinden in de schappen van de supermarkt: tafelolie. Dit vergroot nog eens de bezorgdheid en onvrede in een land dat toch al door een grote economische crisis gaat, schrijft Tout sur l’Algérie.

    Dagblad El Watan maakte een ‘trip naar de minimarkten’ in het centrum van de hoofdstad: ‘Er waren amper een paar flessen van een of twee liter te koop. De andere assortimenten van het product, met name de blikken van vijf liter, zijn nergens te vinden.’ In het stadje Boumerdes, 45 kilometer ten oosten van Algiers, moest de politie zelfs ingrijpen om orde te scheppen in een chaotische rij.

    Handelaars vs. producenten

    Mustapha Zebdi, voorzitter van de vereniging voor de bescherming en begeleiding van consumenten, vertrouwt Tout sur l’Algerie toe: ‘Uit officiële bron heb ik vernomen dat er op nationaal grondgebied nog 134.000 ton aan grondstoffen zijn, wat overeenkomt met drie maanden productie en consumptie van eetbare olie.’

    Vanwaar dan al die lege schappen? Aan de basis van het probleem ligt een patstelling tussen handelaren en producenten, legt El Watan uit. De productiekosten zijn erg gestegen, waardoor de verkoopprijs voor de handelaren de afgelopen weken omhoogschoot. Maar ze kunnen deze niet doorrekenen aan kopers, omdat de prijzen door de overheid worden gecontroleerd. Daarom kopen ze het product liever helemaal niet. 

    Lees ook:

    Tot het prijsplafond voor tafelolie werd in 2011 besloten, na ‘sociale onrust’, aldus El Watan. De Algerijnse minister van Financiën Aymen Benabderrahmane blijft het beleid van zijn land op dit gebied verdedigen. Ook geeft hij aan dat de nationale munteenheid niet in een situatie van ineenstorting verkeert ‘zoals sommigen vermoeden’, meldt de krant Liberté Algerije.

    Maar zijn uitspraken stellen niet gerust. De waardevermindering van de Algerijnse dinar leidt tot een ‘duidelijke erosie’ van de koopkracht, volgens nieuwssite ObservAlgérie. De krant Reporters beaamt dit en stelt dat ‘het jaar 2020 pijnlijk zal zijn geweest voor kleine en middelgrote beurzen’ en dat ‘de versnelling van de erosie van de koopkracht en de verarming van de kansarme lagen geen twijfel leiden’.


    De zingende meisjes van Afghanistan

    Het Afghaanse ministerie van Onderwijs lijkt terug te komen op een besluit om een ​​landelijk zangverbod voor schoolmeisjes op te leggen.

    In een brief aan schoolbesturen vorige week, die naar de media werd gelekt, zei de onderwijsafdeling van Kaboel dat meisjes van twaalf jaar en ouder niet langer zouden kunnen zingen bij openbare evenementen, tenzij de evenementen alleen door vrouwen werden bijgewoond. In de brief stond ook dat meisjes niet konden worden opgeleid door een mannelijke muziekleraar.

    De reden voor het besluit was dat studenten zo konden focussen op hun studie. Maar de aankondiging veroorzaakte wijdverbreide verontwaardiging, waarbij velen de regering ervan beschuldigden sympathie te hebben voor de taliban en discriminatie op grond van geslacht te bevorderen, schrijft The Guardian.

    Uit protest namen vrouwen uit het hele land, waaronder veel prominente Afghaanse leiders, video’s op waarin ze zongen en plaatsten deze op sociale media met de hashtag #IAmMySong.

    ‘Met prachtige resultaten’, aldus de site FranceInter. Zoals dit nummer dat over Afghanistan gaat en op Twitter is gepost door de broer van dit jonge meisje genaamd Nila, die dertien jaar oud is en aan het einde van het nummer benoemt hoe onzinnig de nieuwe regel is en over vrijheid spreekt.

    https://twitter.com/MurtazaIbrahimi/status/1370769708924944385

    ‘De meisjes hebben dus gewonnen’, aldus de site. ‘Maar het is een ambivalente overwinning. De vraag is waarom de stad Kaboel zich op dit gebied waagde? Het antwoord is tragisch: omdat momenteel onderhandelingen met de taliban plaatsvinden onder auspiciën van de Verenigde Staten.’

    Het idee is om een ​​eenheidsregering te creëren tussen de taliban en de huidige autoriteiten. Weliswaar dus een tijdelijke regering, maar sommigen zien het de verkeerde kant opgaan en ‘zenden radicale signalen naar toekomstige leiders van het land’.

    Lees ook:

    Ondertussen worden veel meisjes ook door hun eigen familie bedreigd of gevraagd om met de campagne te stoppen. Maram Abdallah, achttien, een pianiste die op het punt staat af te studeren aan het Afghaanse Nationale Muziek Instituut, vertelt bijvoorbeeld aan The Guardian: ‘Ik ben opgegroeid in Egypte, waar mijn ouders naar de universiteit gingen en ik begon met pianospelen toen ik vijf jaar oud was, maar toen we terugkeerden naar Afghanistan mocht ik er van mijn vader niet mee doorgaan.’ Abdallah’s vader noemde druk vanuit de samenleving als reden voor zijn verbod.

    Ahmad Sarmast, de oprichter van muziekinstituut, die de #IAmMySong-campagne begon, noemt het decreet ‘niet alleen een schending van de muzikale rechten van Afghaanse meisjes en een ontneming van de genezende kracht van muziek, maar ook een schending van de Afghaanse grondwet, kinderbeschermingswetten en de internationale conventie voor kinderrechten’.


    Svetlana Tichanovskaja blaast het protest in Belarus nieuw leven in

    In een video die op 18 maart op YouTube is gepost, lanceert Svetlana Tichanovskaja een nieuw initiatief: de voormalige Belarussische presidentskandidaat van augustus 2020, nu in ballingschap, roept haar landgenoten op om deel te nemen aan een soort online referendum over de noodzaak om onderhandelingen te beginnen met president Aleksander Loekasjenka: ‘Ieder van jullie weet dat het land door een crisis gaat. Maar we kunnen het op een vreedzame manier regelen door middel van onderhandelingen onder leiding van internationale instanties.’

    De VN en de OVSE hebben hun akkoord al gegeven. Nog dezelfde dag spraken 500.000 mensen zich uit voor dergelijke onderhandelingen op het Belarussische platform Golos (Voice). Op 24 maart om 12.00 uur hadden meer dan 700.000 burgers zich uitgesproken voor het initiatief.

    De onafhankelijke Belarussische site Intex-press legt uit dat de stemming ‘de burgers een gevoel van steun en solidariteit moet geven’, en dat het niet is georganiseerd om straatacties te vervangen, maar om ‘te zien met hoevelen we zijn’. Voor Svetlana Tichanovskaja is het doel van deze stemming vooral om ‘zo snel mogelijk een einde te maken aan het geweld’ en om ‘degenen die de afgelopen maanden om politieke redenen zijn gearresteerd, vrij te laten’.

    Lees ook:

    De oppositie zet erop in dat tegen mei of al eerder Alexander Loekasjenka onder internationale en binnenlandse druk ‘verplicht zal zijn een dialoog aan te gaan’. Externe druk zal volgens Tichanovskaja de vorm aannemen van ‘nieuwe sancties, de vermindering van contracten met Belarussische overheidsbedrijven, het politieke isolement van Loekasjenka, de opschorting van westerse financiering voor verschillende programma’s en investeringsprojecten’.

    Het uiteindelijke doel van de oppositie is om voor het einde van het jaar nieuwe presidentsverkiezingen te houden. Als de Belarussische regering de dialoog weigert, overweegt het Tichanovskaja-team zes scenario’s, meldt de site, waaronder die van een ‘externe interventie’.

    Het Russische dagblad Nezavissimaïa Gazeta herinnert eraan dat de repressie sinds augustus 2020 niet is gestopt, en dat het protest deze winter aanzienlijk is afgenomen. De kou, het politiegeweld, de gerechtelijke procedures, maar ook de pandemie, ‘waarvan men zich de omvang alleen maar kan voorstellen, omdat de autoriteiten er niet over spreken en er geen beperkingen zijn opgelegd’, hebben het moreel beïnvloed.

    Het Tichanovskaja-initiatief werd op het juiste moment gelanceerd om de bevolking aan te moedigen actief deel te nemen aan de volgende protestactie, gepland op 25 maart. Deze ‘Vrijheidsdag’ is de verjaardag van de oprichting van de Volksrepubliek Belarus in 1918, die meestal alleen wordt gevierd door de nationalistische democratische oppositie. Voor Loekasjenka komt de nationale feestdag overeen met de dag van de afkondiging van de onafhankelijkheid van het land van de USSR op 25 augustus 1991.

    In het hele land kondigden de oppositie en lokale activisten massale protesten tegen de autoriteiten aan voor 25 maart. Zoals te verwachten was, kregen ze hiervoor geen toestemming. ‘De acties van 25 maart zullen dus illegaal zijn, wat een gewelddadig scenario voorspelt’, vreest het Russische dagblad.

  • Yuval Noah Harari: ‘De lessen die we van covid-19 hadden kunnen leren’

    Yuval Noah Harari: ‘De lessen die we van covid-19 hadden kunnen leren’

    Welke lessen voor de toekomst kunnen we trekken uit 2020? De Israëlische denker en historicus Yuval Noah Harari zet ze op een rijtje en komt tot een heldere conclusie: de enige reden waarom deze pandemie uit de hand is gelopen, is de politiek.

    Keuze uit het archief

    Na het rampjaar 2020 dacht de wereld dat 2021 het jaar zou worden dat we ‘samen corona onder controle zouden krijgen’ (dixit de Rijksoverheid). Er was immers een keur aan uitstekend werkende vaccins ontwikkeld. Niets bleek minder waar, er zijn nieuwe, besmettelijkere, varianten als delta en omikron opgekomen en het coronabeleid heeft geen een derde, vierde en zoveelste golf kunnen voorkomen.

    Had de politiek maar Yuval Noah Harari geluisterd. Lees zijn profetische woorden en oplossingen voor de coronacrisis.

    Door velen wordt de vreselijke tol die het coronavirus heeft geëist gezien als bewijs van de hulpeloosheid van de mens ten opzichte van de natuur. Maar in feite heeft 2020 aangetoond dat de mensheid verre van hulpeloos is. Epidemieën zijn niet langer onbedwingbare natuurkrachten. Dankzij de wetenschap zijn ze nu tot op zekere hoogte te controleren.

    Waarom zijn er dan zoveel sterfte- en ziektegevallen geweest? Vanwege slechte politieke beslissingen.

    Vroeger hadden mensen als ze met een plaag als de Zwarte Dood werden geconfronteerd, geen idee wat de oorzaak was of wat ertegen kon worden gedaan. Toen de griep van 1918 toesloeg, slaagden de beste wetenschappers ter wereld er niet in het dodelijke virus te identificeren, waren veel maatregelen die werden genomen nutteloos en liepen pogingen om een ​​effectief vaccin te ontwikkelen op niets uit.

    Met covid-19 was dat heel anders. De eerste alarmbellen over een mogelijke nieuwe epidemie klonken eind december 2019. Op 10 januari 2020 hadden wetenschappers niet alleen het verantwoordelijke virus geïsoleerd, maar ook het genoom ervan gesequenced en de informatie online gepubliceerd. Binnen enkele maanden werd duidelijk welke maatregelen de infectieketens konden vertragen en stoppen. Binnen minder dan een jaar waren er verschillende effectieve vaccins in massaproductie. In de oorlog tussen mens en ziekteverwekker is eerstgenoemde nog nooit zo machtig geweest.

    Het leven naar online verplaatst

    Naast de ongekende prestaties van de biotechnologie, heeft het coronajaar ook de kracht van informatietechnologie onderstreept. Vroeger kon de mensheid epidemieën zelden stoppen, omdat de infectieketens niet in realtime konden worden gevolgd en omdat de economische kosten van langdurige lockdowns te hoog waren. In 1918 kon je mensen die de gevreesde griep kregen in quarantaine plaatsen, maar je kon de presymptomatische of asymptomatische dragers niet traceren. En als je de hele bevolking van een land destijds zou hebben bevolen enkele weken binnen te blijven, zou dat hebben geleid tot economische ondergang, sociale instorting en massale hongersnood.

    In 2020 daarentegen maakte digitale surveillance het veel gemakkelijker om de verspreiding te volgen en te lokaliseren, wat quarantaine zowel selectiever als effectiever maakt. Belangrijker is nog dat automatisering en het internet langdurige lockdowns mogelijk maakten, althans in ontwikkelde landen. Hoewel de ervaring in sommige delen van de wereld deed denken aan plagen uit het verleden, heeft de digitale revolutie in een groot deel van de ontwikkelde wereld alles veranderd.

    Toeristen kunnen thuisblijven en zakenmensen kunnen zoomen, terwijl geautomatiseerde spookschepen en vrijwel onbemande treinen de wereldeconomie gaande houden

    Neem de landbouw. Duizenden jaren lang was de voedselproductie afhankelijk van menselijke arbeid, en ongeveer 90 procent van de mensen werkte in de landbouw. Tegenwoordig is dit in ontwikkelde landen niet langer het geval. In de VS werkt slechts ongeveer 1,5 procent van de mensen op boerderijen, en dat is niet alleen genoeg om iedereen in e igen land te voeden, maar ook om van de VS een belangrijke voedselexporteur te maken. Bijna al het werk op de boerderij wordt gedaan door machines, die immuun zijn voor ziekten. Lockdowns hebben dus maar een kleine impact op de landbouw.

    Stel u een tarweveld voor tijdens het hoogtepunt van de Zwarte Dood. Als je de landarbeiders zou vragen om in de oogsttijd thuis te blijven, komt er honger. Als je ze vraagt om te komen oogsten, kunnen ze elkaar besmetten. Wat te doen?

    forest simon ZzOtl6FSpLs unsplash 1 1
    © Unsplash

    Stelt u zich nu hetzelfde tarweveld voor in 2020. Een enkele maaidorser met GPS-besturing kan het hele veld veel efficiënter oogsten – en zonder kans op infectie. Terwijl in 1349 een gemiddelde boerenknecht ongeveer vijf bushel per dag oogstte [ca. 35 liter], vestigde een maaidorser in 2014 een recordoogst door dertigduizend bushels per dag te oogsten. Bijgevolg had covid-19 geen significante invloed op de wereldwijde productie van basisvoedsel zoals tarwe, maïs en rijst. 

    Om mensen te voeden, is het niet voldoende om graan te oogsten. Je moet het ook vervoeren, soms over duizenden kilometers. Gedurende het overgrote deel van de geschiedenis was handel een van de grootste boosdoeners in tijden van epidemieën. Dodelijke ziekteverwekkers trokken de wereld over op koopvaardijschepen en karavanen. De Zwarte Dood liftte bijvoorbeeld van Oost-Azië naar het Midden-Oosten langs de Zijderoute, en het waren Genuese koopvaardijschepen die de ziekte vervolgens naar Europa brachten. Het grote risico met de handel was dat elke wagen een bestuurder nodig had, tientallen zeelieden nodig waren om zelfs kleine zeeschepen te besturen, en overvolle schepen en herbergen broeinesten van ziekten waren.

    In 2020 kon de wereldhandel min of meer vlot doorlopen, doordat er maar heel weinig mensen bij betrokken waren. Een grotendeels geautomatiseerd hedendaags containerschip kan meer ton vervoeren dan de koopvaardijvloot van een heel vroegmodern koninkrijk. In 1582 had de Engelse koopvaardijvloot een totaal laadvermogen van 68.000 ton en waren er ongeveer 16.000 bemanningsleden nodig. Het containerschip OOCL Hong Kong, gedoopt in 2017, kan zo’n 200.000 ton vervoeren met een bemanning van slechts 22 personen. 

    Cruiseschepen met honderden toeristen en vliegtuigen vol passagiers hebben weliswaar een grote rol gespeeld in de verspreiding van covid-19. Maar toerisme en reizigers zijn niet essentieel voor de handel. Toeristen kunnen thuisblijven en zakenmensen kunnen zoomen, terwijl geautomatiseerde spookschepen en vrijwel onbemande treinen de wereldeconomie gaande houden. Terwijl het internationale toerisme in 2020 kelderde, daalde het volume van de wereldwijde maritieme handel met slechts 4 procent.

    Tegenwoordig bewonen velen van ons twee werelden: de fysieke en de virtuele

    Automatisering en digitalisering hebben een nog grotere impact gehad op de dienstverlening. In 1918 was het ondenkbaar dat kantoren, scholen, rechtbanken of kerken konden blijven functioneren als ze gesloten waren. Hoe kun je lesgeven als leerlingen en docenten thuis zitten? Nu weten we het antwoord. De overschakeling op online kende veel nadelen, niet in de laatste plaats de immense mentale tol die deze eiste. En het heeft ook tot voorheen onvoorstelbare problemen geleid, zoals advocaten die als kat voor de rechtbank verschenen. Maar het feit dat het überhaupt kan, is verbazingwekkend.

    In 1918 bewoonde de mensheid alleen de fysieke wereld, en toen het dodelijke griepvirus hierdoorheen trok, konden we nergens heen vluchten. Tegenwoordig bewonen velen van ons twee werelden: de fysieke en de virtuele. Toen het coronavirus door de fysieke wereld circuleerde, verlegden velen een groot deel van hun leven naar de virtuele wereld, waar ze veilig waren voor het virus.

    Mensen zijn natuurlijk nog steeds fysieke wezens en niet alles kan worden gedigitaliseerd. Het covid-jaar heeft de cruciale rol benadrukt die vaak slechtbetaalde beroepen spelen bij het in stand houden van de menselijke beschaving: verplegers, sanitairwerkers, vrachtwagenchauffeurs, kassiers, bezorgers. Er wordt vaak beweerd dat elke beschaving slechts drie maaltijden verwijderd is van barbarij. In 2020 vormden bezorgers de dunne rode lijn die de beschaving bij elkaar hield. Ze werden onze belangrijkste verbinding met de fysieke wereld. 

    Het internet houdt stand

    Wanneer we activiteiten online automatiseren, digitaliseren en verschuiven, stelt dat ons bloot aan nieuwe gevaren. Een van de meest opmerkelijke gegevens van het covid-jaar is dat het internet niet kapot ging. Als we plotseling de hoeveelheid verkeer op een fysieke brug vergroten, kunnen we verkeersopstoppingen verwachten, misschien dat hij zelfs instort. In 2020 verschoven scholen, kantoren en kerken bijna van de ene op de andere dag naar online, maar het internet hield stand.

    We staan ​​hier nauwelijks bij stil, maar dat moeten we wel doen. 2020 heeft ons geleerd dat het leven kan doorgaan, zelfs als een heel land fysiek op slot zit. 

    manuel peris unsplash 1 1
    © Unsplash

    Probeer je nu eens voor te stellen wat er gebeurt als onze digitale infrastructuur crasht.

    Informatietechnologie heeft ons veerkrachtiger gemaakt tegenover organische virussen, maar het heeft ons ook veel kwetsbaarder gemaakt voor malware en cyberoorlogvoering. Mensen vragen vaak: ‘Wat is de volgende pandemie?’ Een aanval op onze digitale infrastructuur is een vooraanstaande kandidaat. Het duurde enkele maanden voordat het coronavirus zich over de wereld verspreidde en miljoenen mensen besmette. Onze digitale infrastructuur kan in één dag instorten. En scholen en kantoren konden snel naar online verschuiven. Maar hoeveel tijd denkt u nodig te hebben om van e-mail terug te schakelen naar snailmail? 

    Wat telt?

    Het coronajaar heeft een nog belangrijkere beperking van onze wetenschappelijke en technologische kracht blootgelegd. Wetenschap kan de politiek niet vervangen. Bij beleidsbeslissingen moeten we rekening houden met veel belangen en waarden, en aangezien er geen wetenschappelijke manier is om te bepalen welke belangen en waarden het zwaarst wegen, is er geen wetenschappelijke manier om te beslissen wat we moeten doen.

    Bij de beslissing om een ​​lockdown af te kondigen, is het bijvoorbeeld niet voldoende om te vragen: ‘Hoeveel mensen zullen worden besmet met covid-19 als we geen lockdown opleggen?’ We moeten ook de vraag stellen: ‘Hoeveel mensen zullen in een depressie belanden als we wel een lockdown opleggen? Hoeveel mensen zullen te lijden hebben onder slechte voeding? Hoeveel van ons zullen school missen of hun baan verliezen? Hoevelen zullen worden mishandeld of vermoord door hun echtgenoten?’

    Zelfs als al onze gegevens nauwkeurig en betrouwbaar zijn, moeten we ons altijd afvragen: ‘Wat tellen we? Wie beslist wat er moet worden geteld? Hoe beoordelen we de cijfers ten opzichte van elkaar?’ Dit is meer een taak van de politiek dan van de wetenschap. Het zijn politici die de medische, economische en sociale afwegingen in evenwicht moeten brengen en met een alomvattend beleid moeten komen.

    Net zo creëren ingenieurs nieuwe digitale platforms die ons helpen te functioneren tijdens een lockdown, en nieuwe bewakingstools die ons helpen beschermen tegen virussen. Maar digitalisering en toezicht brengen onze privacy in gevaar en openen de weg voor de opkomst van ongekende totalitaire regimes. In 2020 is massasurveillance zowel legitiemer als gebruikelijker geworden. Het bestrijden van de epidemie is belangrijk, maar zijn we bereid onze vrijheid ervoor op te geven? Het is de taak van politici en niet van de ingenieurs om de juiste balans te vinden tussen nuttige bewaking en dystopische nachtmerries.

    Als de regering zegt dat het te ingewikkeld is om midden in een pandemie een ​​monitoringsysteem op te zetten om uitgaven te controleren, geloof het dan niet

    Drie basisregels kunnen ons een eind op weg helpen in de bescherming tegen digitale dictaturen, zelfs in tijden van een pandemie. Ten eerste, wanneer u gegevens over mensen verzamelt – vooral over wat er in hun eigen lichaam gebeurt – moeten deze gegevens worden gebruikt om deze mensen te helpen in plaats van hen te manipuleren, te controleren of te schaden. Mijn persoonlijke arts weet veel zeer persoonlijke dingen over mij. Dat vind ik prima, want ik vertrouw erop dat mijn arts deze gegevens in mijn voordeel gebruikt. Mijn arts mag deze gegevens niet aan een bedrijf of politieke partij verkopen. Zo zou het ook moeten zijn met elke vorm van een ‘pandemische toezichthoudende autoriteit’ die we eventueel instellen.

    Ten tweede moet toezicht altijd twee richtingen op bewegen. Als het toezicht alleen van boven naar beneden gaat, stevenen we af op een dictatuur. Dus wanneer het toezicht op individuen wordt vergroot, moet tegelijkertijd het toezicht op de overheid en grote bedrijven groter worden. 

    Screen Shot 2021 03 19 at 1.06.41 PM

    In de huidige crisis verdelen regeringen enorme bedragen. Het proces van toewijzing van middelen moet transparanter worden gemaakt. Als burger wil ik gemakkelijk kunnen inzien wie wat krijgt en wie beslist waar het geld naartoe gaat. Ik wil ervoor zorgen dat het geld naar bedrijven gaat die het echt nodig hebben, in plaats van naar een grote concern waarvan de eigenaren bevriend zijn met de een of andere minister. Als de regering zegt dat het te ingewikkeld is om midden in een pandemie een ​​dergelijk monitoringsysteem op te zetten, geloof het dan niet. Als het niet te ingewikkeld is om te monitoren wat jij doet, is het ook niet te ingewikkeld om te monitoren wat de overheid doet.

    Ten derde: sta nooit toe dat te veel gegevens op één plaats worden geconcentreerd. Niet tijdens de epidemie, en ook niet daarna. Een datamonopolie is een recept voor dictatuur. Dus als we biometrische gegevens over mensen verzamelen om de pandemie te stoppen, moet dit worden gedaan door een onafhankelijke gezondheidsautoriteit in plaats van door de politie. De resulterende gegevens moeten gescheiden worden gehouden van andere grote dataopslagplaatsen van ministeries en grote bedrijven. 

    Zeker, dit zal tot extra werk en inefficiëntie leiden. Maar inefficiëntie is een kenmerk, geen bug. U wilt de opkomst van digitale dictatuur voorkomen? Houd de dingen dan altijd een beetje inefficiënt.

    Verantwoordelijkheid

    De ongekende wetenschappelijke en technologische successen van 2020 hebben de coronacrisis niet kunnen oplossen. Ze veranderden de epidemie van een natuurramp in een politiek dilemma. Toen de Zwarte Dood miljoenen slachtoffers maakte, verwachtte niemand veel van de koningen en keizers. Ongeveer een derde van alle Engelsen stierf tijdens de eerste golf van de Zwarte Dood [en naar schattingen geldt dat gemiddelde voor alle landen van Europa], maar dit zorgde er niet voor dat koning Edward III van Engeland zijn troon verloor. Het lag duidelijk buiten de macht van heersers om de epidemie te stoppen, dus niemand gaf hen de schuld van een mislukking.

    Maar vandaag heeft de mensheid de wetenschappelijke instrumenten om covid-19 te stoppen. Verschillende landen, van Vietnam tot Australië, hebben bewezen dat de beschikbare instrumenten de epidemie zelfs zonder vaccin kunnen stoppen. Deze tools hebben echter een hoge economische en sociale prijs. We kunnen het virus verslaan, maar we weten niet zeker of we bereid zijn de kosten van de overwinning te betalen. De wetenschappelijke verworvenheden hebben dus een enorme verantwoordelijkheid op de schouders van politici gelegd.

    De nalatigheid en onverantwoordelijkheid van de regeringen van Trump en Bolsonaro hebben geleid tot honderdduizenden vermijdbare doden

    Helaas zijn te veel politici deze verantwoordelijkheid niet nagekomen. De populistische presidenten van de VS en Brazilië bijvoorbeeld bagatelliseerden het gevaar, weigerden gehoor te geven aan experts en voedden in plaats daarvan samenzweringstheorieën. Ze kwamen niet met een degelijk federaal actieplan en saboteerden pogingen van staats- en gemeentelijke autoriteiten om de epidemie een halt toe te roepen. De nalatigheid en onverantwoordelijkheid van de regeringen van Trump en Bolsonaro hebben geleid tot honderdduizenden vermijdbare doden.

    In het VK lijkt de regering aanvankelijk meer bezig te zijn geweest met de brexit dan met covid-19. Ondanks al haar isolationistische beleid, slaagde de regering-Johnson er niet in Groot-Brittannië te isoleren van het enige wat er echt toe deed: het virus. Mijn thuisland Israël heeft ook geleden onder politiek wanbeheer. Net als Taiwan, Nieuw-Zeeland en Cyprus is Israël in feite een ‘eilandland’, met gesloten grenzen en slechts één hoofdtoegangspoort – Ben Gurion Airport. Op het hoogtepunt van de pandemie heeft de regering van Netanyahu echter toegestaan ​​dat reizigers de luchthaven passeren zonder quarantaine of zelfs maar een behoorlijke screening, en nagelaten een eigen lockdownbeleid af te dwingen.

    Zowel Israël als het VK hebben vervolgens een voortrekkersrol gespeeld bij het uitrollen van de vaccins, maar hun eerdere verkeerde inschattingen hebben een grote tol geëist. In Groot-Brittannië heeft de pandemie het leven gekost aan 120.000 mensen, waarmee het op de zesde plaats in de wereld staat qua gemiddelde sterftecijfers. Ondertussen heeft Israël het zevende hoogste gemiddelde aantal bevestigde gevallen, en nam het om de ramp het hoofd te bieden zijn toevlucht tot een ‘vaccins for data’-deal met het Amerikaanse bedrijf Pfizer. Pfizer stemde ermee in om Israël te voorzien van voldoende vaccins voor de hele bevolking, in ruil voor enorme hoeveelheden waardevolle gegevens, wat bezorgdheid opwekte over privacy en datamonopolie. De transactie toonde maar weer eens aan dat de gegevens van burgers nu een van de meest waardevolle staatsbezittingen zijn. 

    Hoewel sommige landen veel beter presteerden, is de mensheid als geheel er tot dusver niet in geslaagd de pandemie in te dammen of een wereldwijd plan te bedenken om het virus te verslaan. De eerste maanden van 2020 waren alsof we een ongeluk in slow motion zagen gebeuren. Moderne communicatie maakte het voor mensen over de hele wereld mogelijk om in realtime de beelden te zien, eerst uit Wuhan, vervolgens uit Italië en daarna uit steeds meer landen – zonder dat daar wereldwijd leiderschap op volgde om te voorkomen dat een catastrofe de wereld zou overspoelen. De tools waren er, maar politieke wijsheid ontbrak maar al te vaak.

    Vaccinatienationalisme

    Een van de redenen voor de kloof tussen wetenschappelijk succes en politiek falen is dat wetenschappers wereldwijd samenwerkten, terwijl politici de neiging hadden om ruzie te maken. Terwijl ze onder veel stress en in grote onzekerheid werkten, deelden wetenschappers over de hele wereld vrijelijk informatie en vertrouwden ze op elkaars bevindingen en inzichten. Veel belangrijke onderzoeksprojecten werden uitgevoerd door internationale teams. Een grootschalig onderzoek dat de doeltreffendheid van lockdownmaatregelen aantoonde, werd bijvoorbeeld uitgevoerd door onderzoekers van negen instellingen: één in het VK, drie in China en vijf in de VS.

    Daarentegen zijn politici er niet in geslaagd een internationale alliantie tegen het virus te vormen en overeenstemming te bereiken over een mondiaal plan. De twee grootste grootmachten ter wereld, de VS en China, hebben elkaar beschuldigd van het achterhouden van essentiële informatie, het verspreiden van desinformatie en complottheorieën, en zelfs van het opzettelijk verspreiden van het virus. Talrijke andere landen hebben naar het schijnt gegevens over de voortgang van de pandemie vervalst of achtergehouden.

    ‘In deze noodsituatie is wereldwijde samenwerking geen altruïsme, maar essentieel voor het nationaal belang’

    Het gebrek aan wereldwijde samenwerking manifesteert zich niet alleen in deze informatieoorlogen, maar nog meer in conflicten over de schaarse medische apparatuur. Hoewel er zeker gevallen van samenwerking en vrijgevigheid zijn geweest, is er geen serieuze poging gedaan om alle beschikbare middelen te bundelen, de wereldwijde productie te stroomlijnen en een rechtvaardige distributie van voorraden te garanderen. In het bijzonder vaccinnationalisme creëert een nieuw soort wereldwijde ongelijkheid tussen landen die hun bevolking kunnen vaccineren, en landen die dat niet kunnen.

    Het is triest om te zien dat velen een simpel feit over deze pandemie niet begrijpen: zolang het virus zich overal blijft verspreiden, kan geen enkel land zich echt veilig voelen. Stel dat Israël of het VK erin slaagt het virus binnen zijn eigen grenzen uit te roeien, maar het blijft zich verspreiden onder honderden miljoenen mensen in India, Brazilië of Zuid-Afrika. Een nieuwe mutatie in een afgelegen Braziliaanse stad zou het vaccin ineffectief kunnen maken en kunnen resulteren in een nieuwe golf van infectie.

    In de huidige noodsituatie zal een beroep op louter altruïsme waarschijnlijk niet prevaleren boven nationale belangen. Maar in deze noodsituatie is wereldwijde samenwerking echter geen altruïsme, maar essentieel voor het nationaal belang.

    Antivirus voor de wereld

    Dscussies over wat er in 2020 is gebeurd, zullen jarenlang worden gevoerd. Maar mensen van alle politieke kampen zouden het eens moeten zijn over ten minste drie hoofdlessen.

    Ten eerste moeten we onze digitale infrastructuur beschermen. Die is onze redding geweest tijdens deze pandemie, maar kan omslaan in de bron van een nog veel grotere ramp.

    Ten tweede zou elk land meer moeten investeren in zijn volksgezondheidssysteem. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar politici en kiezers slagen er soms in de meest voor de hand liggende les te negeren.

    Ten derde moeten we een krachtig wereldwijd systeem opzetten om pandemieën te controleren en te voorkomen. In de eeuwenoude oorlog tussen mensen en ziekteverwekkers vormt het lichaam van ieder mens de frontlinie. Als die linie ergens op de planeet wordt doorbroken, brengt dat ons allemaal in gevaar. Zelfs de rijkste mensen in de meest ontwikkelde landen hebben er persoonlijk belang bij de armste mensen in de minst ontwikkelde landen te beschermen. Als een nieuw virus van een vleermuis naar een mens springt in een arm dorp in een afgelegen jungle, kan de ziekte binnen een paar dagen op Wall Street rond woekeren.

    Het geraamte van zo’n wereldwijd antivirussysteem bestaat al in de vorm van de Wereldgezondheidsorganisatie en verschillende andere instellingen. Maar de budgetten die dit systeem ondersteunen zijn beperkt, en het heeft nauwelijks politieke macht. We moeten dit systeem politieke invloed geven en veel meer geld, zodat het niet volledig afhankelijk zal zijn van de grillen van zelfzuchtige politici. 

    Als bovenstaande lessen worden geïmplementeerd, kan deze pandemie er juist toe leiden dat zulke ziektes minder vaak voorkomen

    Zoals eerder opgemerkt, vind ik niet dat experts die daar niet voor zijn gekozen de taak moeten krijgen cruciale beleidsbeslissingen te nemen. Die taak moet voorbehouden blijven aan politici. Maar een onafhankelijke wereldwijde gezondheidsautoriteit zou het ideale platform zijn om medische gegevens te verzamelen, mogelijke gevaren in de gaten te houden, alarm te slaan en onderzoek en ontwikkeling te sturen.

    Veel mensen zijn bang dat covid-19 het begin markeert van een golf van nieuwe pandemieën. Maar als de bovenstaande lessen worden geïmplementeerd, kan deze pandemie er juist toe leiden dat zulke ziektes minder vaak voorkomen. De mensheid kan het ontstaan van nieuwe ziektes niet voorkomen; dit is een natuurlijk evolutieproces dat al miljarden jaren aan de gang is en ook in de toekomst zal doorgaan. Maar vandaag de dag beschikt de mensheid over de kennis en instrumenten die nodig zijn om te voorkomen dat een nieuwe ziekteverwekker zich verspreidt en omslaat in een pandemie.

    Als covid-19 zich in 2021 desondanks blijft verspreiden en miljoenen slachtoffers maakt, of als een nog dodelijkere pandemie de mensheid treft in 2030, zal dit noch een oncontroleerbare natuurramp zijn, noch een straf van God. Het zal een menselijk falen zijn, en om precies te zijn een falen van de politiek.

    In #179, april 2020, publiceerden wij ‘Lakmoesproef van burgerschap’, Harari’s voorspellingen voor het jaar waarop hij hier terugblikt. U leest het hier.

  • Een groot deel van  Fukushima is nog altijd verboden terrein

    Een groot deel van Fukushima is nog altijd verboden terrein

    In de Japanse media was deze week volop aandacht voor de drievoudige ramp in Fukushima, tien jaar geleden. Wat ging er mis, hoe vordert de wederopbouw en hoe gaan de overlevenden met het trauma om?

    Vorige maand, op 13 februari iets na elf uur ’s avonds, werden de inwoners van de noordoostelijke kustprovincies van Japan opgeschrikt door een zeebeving van 7,3 op de schaal van Richter, vlak voor de kust van Fukushima. Ze vreesden het ergste. Maar dit keer bleek het mee te vallen: er vielen één dode en 185 gewonden, de schade aan gebouwen en infrastructuur was te overzien en – heel belangrijk – er kwam geen tsunami. Maar voor de mensen in de Tohoku-regio was het een angstig moment en een pijnlijke herinnering aan die alles verwoestende natuurramp van tien jaar geleden, zo schrijft de Asahi Shinbun.  

    Die zeebeving van 11 maart 2011 was met een kracht van 9.0 op de schaal van Richter de op drie na grootste beving in de geschiedenis van de seismologie. Door de schok werd de aardas zeseneenhalve centimeter verschoven en kwam Japan vier meter dichter bij Amerika te liggen. Bij de tsunami die daarop volgde, kwamen meer dan 18.000 mensen om het leven. Een half miljoen mensen werd uit hun woning verdreven. Bij drie reactoren van de kerncentrale Fukushima Dai-ichi vond een kernsmelting plaats en door waterstofexplosies werd radioactief materiaal in de wijde omgeving verspreid. Het was het ernstigste nucleaire ongeval ter wereld sinds Tsjernobyl in 1986. 

    Wederopbouw

    Japan is gewend aan aardbevingen en er goed op voorbereid. Het land heeft de hoogste normen ter wereld voor aardbevingbestendig bouwen, ook voor kerncentrales, en dankzij regelmatige drills weten de mensen precies wat ze moeten doen als de aarde begint te trillen. Hoewel dit de hevigste beving was in Japan sinds de metingen in 1900 begonnen en de materiële schade enorm was, zijn er als gevolg van de aardbeving zelf maar weinig doden gevallen. Datzelfde geldt voor de fall-out van de kernramp in Fukushima.

    Dit aspect van de drievoudige ramp trok nationaal en wereldwijd weliswaar de meeste aandacht, maar tot dusverre zijn er geen slachtoffers gemeld van stralingsziekte, en ook van een verhoogd langetermijnrisico op aan straling gerelateerde kanker is volgens een recent rapport van het Wetenschappelijk comité van de Verenigde Naties inzake de gevolgen van atoomstraling (UNSCEAR), anders dan in het geval van Tsjernobyl, geen sprake. 

    De tsunami eiste verreweg de meeste slachtoffers. De beelden gingen in real time de wereld over. Het was de eerste keer dat een dergelijke natuurramp live werd gefilmd: een helikopter van de Japanse staatstelevisie NHK kon nog net opstijgen voordat het vliegveld van de kustplaats Sendai door de aanstormende golven werd verwoest. 

    De regio, die vóór de ramp al kampte met vergrijzing, leegloop en economische neergang, telt nu nog minder mensen en bedrijvigheid dan voorheen

    Op donderdag 11 maart werd de ramp in heel Japan herdacht. In een plechtige ceremonie in Tokio betuigde premier Suga namens de regering zijn medeleven aan de nabestaanden van alle slachtoffers en vermisten, inclusief de bijna vierduizend mensen die de afgelopen tien jaar na hun evacuatie uit het getroffen gebied zijn overleden als gevolg van aan de ramp gerelateerde psychische of lichamelijke aandoeningen. Keizer Naruhito en Keizerin Masako bezochten het rampgebied eerder deze week en waren ook bij de ceremonie aanwezig.  

    In de Japanse media werd de afgelopen weken uitgebreid stilgestaan bij de ramp en de ontwikkelingen nadien. Sinds 2011 is er hard gewerkt aan de wederopbouw van de regio, het afgraven van door radioactieve neerslag besmette grond en de ontmanteling van de kerncentrale in Fukushima. Dat laatste is een uiterst complex proces waarvoor de overheid nog 20 tot 30 jaar nodig denkt te hebben en waarvoor de technologie deels nog moet worden ontwikkeld, volgens de Japan Times. Er is meer dan 30 triljoen yen (ca. 250 miljard euro) geïnvesteerd in woningbouw en het herstel van wegen, bruggen en vliegvelden en aan de aanleg van een nieuwe, hoge zeewering over een lengte van meer dan 400 kilometer. 

    Maar hiermee zijn de problemen zeker nog niet opgelost. Volgens de Asahi Shinbun verblijven er op dit moment nog 2000 mensen in tijdelijke opvang en zijn ongeveer 40.000 van de half miljoen evacués nog niet of niet meer teruggekeerd naar hun regio. De regio, die vóór de ramp al kampte met vergrijzing, leegloop en economische neergang, telt nu nog minder mensen en bedrijvigheid dan voorheen. De nieuw gebouwde appartementen staan voor een deel nog leeg, omdat de oorspronkelijke bewoners er niet meer terug willen keren, inmiddels elders zijn gesetteld of zijn overleden.

    Een deel van het gebied rond de kerncentrale in Fukushima is nu nog verboden terrein, maar ook de gemeenten die weer veilig zijn verklaard hebben nog maar 20 procent van het oorspronkelijke aantal inwoners. De komende jaren zal er nog veel moeten gebeuren om dit gebied nieuw leven in te blazen en vooral om de trauma’s te helen en de bevolking ervan te overtuigen dat het er echt veilig is. Pas onlangs stelde het Hooggerechtshof tienduizend evacués in het gelijk en bevestigde dat de overheid en beheerder Tepco medeverantwoordelijk waren voor de ramp, meldt de Japan Times. Al in 2009 was er gewaarschuwd voor het gevaar van een tsunami voor de elektriciteitstoevoer van het koelingssysteem van de reactoren, en zijn maatregelen uitgebleven.   

    Tragische fout

    In de media verschenen ook veel persoonlijke verhalen. Zo schrijft Asahi Shinbun over Eiki Okuyama, die zijn moeder op 10 maart dit jaar eindelijk kon begraven, nadat haar stoffelijk overschot in februari was gevonden en via DNA-onderzoek kon worden geïdentificeerd. In de Japan Times is een fotoverslag te vinden over de witte telefooncel van meneer Sasaki, waar inmiddels 30.000 mensen troost vonden in een telefoongesprek met hun overleden geliefden.  

    En dan is er het trieste verhaal over de Okawa Basisschool in het dorpje Kamaya, in Ishinomaki, waar 74 kinderen en tien leerkrachten door de tsunami werden meegesleurd. Jarenlang hebben de ouders zichzelf verweten dat ze niet met hun kinderen waren gevlucht, een naburige heuvel op. Ze hadden het advies van de schoolleiding gevolgd, en waren op de school gebleven, zo valt te beluisteren in een podcast van de Japan Times.

    In deze telefooncel bellen overlevenden van de ramp met hun overleden dierbaren.

    Toch was dat niet zo’n vreemde beslissing. De schoolgebouwen in Japan zijn volgens extra strenge normen gebouwd en liggen meestal op een plek die veilig is voor aardbevingen en tsunami’s. Dat bleek ook uit de cijfers: onder de meer dan 18.000 slachtoffers was er in het hele land nog maar één ander kind dat op het moment van de ramp op school was.

    De dood van de kinderen en leerkrachten in Kamaya was het gevolg van een tragische fout: in het crisisplan van de gemeente was de school aangemerkt als vluchtplaats voor de dorpelingen, terwijl de school zelf werkte met een achterhaald noodplan, wat leidde tot chaos, misverstanden en paniek, met fatale afloop. De ouders zijn later door het Hooggerechtshof in het gelijk gesteld in hun zaak tegen de gemeente, maar na de toekenning van de compensatie bleef het muisstil in de rechtszaal. De ouders hadden hun kinderen er niet mee terug. 

    In april zal de school worden heropend als monument voor de slachtoffers, zo schrijft de Japan Times. Wie weet helpt dit de inwoners van Kamaya op termijn een beetje om in het reine te komen met hun immense verlies. Maar ook premier Suga erkende in zijn herdenkingsrede dat de wederopbouw in de getroffen regio weliswaar goed gevorderd is, maar dat de verwerking van het enorme trauma voor velen nog moet beginnen.     

  • Ananasrecepten als protest | Rusland straft Twitter door het te vertragen

    Ananasrecepten als protest | Rusland straft Twitter door het te vertragen

    Rusland ‘straft’ Twitter door het platform te vertragen

    Op woensdag 10 maart kondigde Moskou aan de uploadsnelheid van Twitter in het land te zullen verstoren. Deze maatregel heeft tot doel het sociale netwerk te straffen, omdat het verboden inhoud niet heeft verwijderd.

    Vorige week, zo meldt de Moscow Times, dreigde de Russische mediawaakhond het sociale netwerk met ‘zware boetes voor het niet verwijderen van drieduizend publicaties met informatie over zelfmoord, kinderpornografie en drugs sinds 2017’.  De mediawaakhond zet de dreigementen nu kracht bij door deze nogal bijzondere stap te zetten, volgens experts ‘een nieuwe methode om buitenlandse sociale media te onderdrukken’.

    Het artikel citeert Mikhail Klimarev, directeur van de Internet Protection Society, een organisatie die de vrijheid op internet verdedigt: ‘Vanuit overheidsperspectief is het logisch om druk uit te oefenen op Twitter. Er zijn relatief weinig gebruikers in Rusland, maar ze zijn hyperpolitiek.’ Desalniettemin voorspelt Klimarev dat het Kremlin daar niet zal stoppen en dat ‘Facebook en Google zullen volgen’.

    Lees ook:

    Ook The Guardian plaatst het initiatief in de huidige politieke context. ‘Vladimir Poetin was woedend over de rol die sociale netwerken speelden bij het verkrijgen van steun voor de tegenstander Aleksej Navalny’, aldus de Britse krant. ‘De Russische president heeft bij verschillende gelegenheden geklaagd over de Amerikaanse technologieplatforms.’

    ‘Het is moeilijk om deze verklaring serieus te nemen’

    Maar volgens Leonid Kovachich, lid van een Russische denktank, geïnterviewd door de Moscow Times, zou het Kremlin niet over de nodige middelen beschikken om deze strijd aan te gaan.

    ‘Rusland heeft niet de technologische middelen om sociale mediaplatforms effectief te blokkeren. Zelfs in China, waar de hele internetinfrastructuur is ontworpen om informatie buiten te houden, zijn ze er nog niet zo goed in. Daarom is het moeilijk om deze verklaring serieus te nemen.’


    Joe Biden behaalt zijn eerste grote wetgevende overwinning

    Het stimuleringspakket van 1,9 biljoen dollar, dat woensdag (10 maart) eindelijk door het Amerikaanse Congres is aangenomen, is ‘de meest vooruitstrevende wetgeving in de Amerikaanse geschiedenis’, aldus het Witte Huis. De meerderheid van de pers juicht een ‘historische’ overwinning voor Joe Biden toe, ondanks de unanieme oppositie van de Republikeinen. 

    ‘Deze wet zal de grootste impact hebben op de sociale en economische rechtvaardigheid sinds decennia, en werd aangenomen aan het begin van het presidentschap’ van Joe Biden, aldus politiek strateeg Bob Shrum in de Los Angeles Times. Hij noemt Biden een fundamenteel ‘transformatieve’ president.

    De Corriere della Sera trekt een parallel tussen Biden en een andere Amerikaanse president, die niet erg charismatisch was maar wel een indrukwekkend staat van dienst heeft op het gebied van sociaal beleid: Lyndon B. Johnson. De architect van de Great Society, merkt het Milanese dagblad op, ‘heeft in vijf jaar tijd meer hervormingen doorgevoerd dan al zijn opvolgers in de halve eeuw die volgde’.

    Voor The Guardian heeft Joe Biden ‘het tot zijn missie gemaakt om het vertrouwen in de staat te herstellen’ – dat werd sinds de jaren zestig, met name door Ronald Reagan, ernstig ondermijnd – met een stimuleringsplan voor ‘de grootste uitbreiding van de welvaartsstaat in decennia’.

    ‘Progressieve stoomwals’

    De belangrijkste maatregelen van het plan – een nieuwe cheque van $1400 voor de meeste Amerikanen, de uitbreiding van werkloosheidsuitkeringen van de tientallen miljarden dollars die zijn toegewezen aan de covid-19-vaccinatie en scholen – zijn bekend. Maar het Britse dagblad wijst erop dat de wet ook voorziet in ‘de grootste investering in de geschiedenis voor indianen’ (31 miljard dollar) en ‘de grootste voorziening voor zwarte boeren sinds een halve eeuw’ (5 miljard dollar). De krant noemt het plan de ‘erfenis van Roosevelt’ waardig.

    Zorgen

    Maar het conservatieve Wall Street Journal maakt zich zorgen. ‘Dit is slechts het begin van de progressieve stoomwals’, aldus de krant, die de wet ‘zelfs tijdens de Obama-jaren ondenkbaar’ noemt. Het zakenblad maakt zich zorgen omdat de Democratische Partij ‘verenigd is rond het meest linkse programma sinds decennia’, terwijl de Republikeinen ‘verdeeld zijn en intellectueel overhoop liggen’.

    Misschien willen Republikeinen ‘de economie doen instorten, denkend dat het hen zou kunnen helpen om de tussentijdse verkiezingen in 2022 te winnen’, zegt commentator Dean Obeidallah op de MSNBC-site. Of misschien willen ze ‘alleen beleid ondersteunen dat gunstig is voor hun rijkste donateurs?’

    ‘Eén ding is zeker: toen miljoenen Amerikanen hun hulp nodig hadden, zeiden ze “nee”. Ik hoop dat de kiezers in 2022 op dezelfde manier op hen zullen reageren.’


    Verbod op de import van ananas

    Taiwanese internetgebruikers delen massaal ananasgerechten en -recepten sinds China op 26 februari een verbod aankondigde op de import van ananas vanaf het zelfregerende eiland. Als reden werd opgegeven dat ze ongedierte bevatten.

    De Taiwanese regering bekritiseerde dit plotselinge besluit van Beijing als een ‘economische intimidatie’, vergelijkbaar met het verbod op Australische wijn vorig jaar.

    De Taiwanese Landbouwraad beweert dat vanaf oktober 2020 tot nu alle ananas die vanuit Taiwan naar China wordt geëxporteerd, de veiligheidscontroles heeft doorstaan.

    Taiwan exporteert ongeveer 10 procent (45.621 ton) van zijn productie van verse ananas, waarvan 95 procent naar China. Het verbod zou de ananasboeren ernstig schaden, vooral degenen die de hoogwaardige gouden diamantvariant plantten om te voorzien in de Chinese vastelandmarkt.

    #FreedomPineapple-campagne

    Als reactie op het verbod heeft de Taiwanese regering toegezegd 1 miljard Taiwanese dollar (ongeveer 30 miljoen euro) te investeren in subsidies.

    President Tsai Ing-wen drong er bij het publiek op aan lokale ananas te consumeren om boeren te ondersteunen, en het ministerie van Buitenlandse Zaken riep op tot een #FreedomPineapple-campagne op sociale media om Taiwanese ananas te promoten.

    Ananasrecepten

    Velen steunen de oproep door foto’s van ananasgerechten en de bijbehorende recepten te plaatsen. Een selectie:

    Barbecue-ananas met varkensvlees. Marineer buikspek in sojasaus, rijstwijn, suiker, gembersap. Rooster het op de barbecue met ananas, prei en rode paprika. Kook de saus die is gebruikt om het varkensvlees te marineren tot het dikker wordt.

    Meng de ingekookte saus met Griekse yoghurt, honing en een beetje mosterd. Varkensvlees geserveerd met ananas is fantastisch, helemaal met Taiwanees bier erbij!

    Ananastaart met gebrande suiker en rum. 1. Meng rum met suiker en boter en kook tot de suiker gesmolten is. 2. Leg de ananas en granaatappelpitjes in de taartvorm en giet de rum met suiker erop. Meng dan bloem, melk, ei, suiker, plantaardige olie en bakpoeder tot een crème. Smeer het mengsel in de vorm en bak 40 minuten onder de 170 graden Celsius. 3. Haal de taart eruit en giet nog wat rum met suiker eroverheen. Zoals mijn leraar zegt: ‘Een werkelijk heerlijk dessert veroorzaakt revolutie.’

    Gebakken rijst met ananas en garnalen. Snijd de garnalen horizontaal (dit maakt het gemakkelijker om de darmen eruit te halen en de garnalen krullen op natuurlijke wijze als ze gaar zijn) en bak de garnalen, kip, asperges en in blokjes gesneden rode paprika in de pan. Roerbak de rijst met eieren, doe dan alle andere gebakken ingrediënten en in blokjes gesneden verse ananas in de pan en roer alles door elkaar. Doe de gebakken rijst in een ananaskom en voeg wat cashewnoten toe. Het beste ananasgerecht wat er is.

  • Kwart van de mensheid wordt bedreigd met waterstress

    Kwart van de mensheid wordt bedreigd met waterstress

    Landen die een kwart van de wereldbevolking herbergen, worden geconfronteerd met een steeds urgenter gevaar: het water raakt op. Naast slecht watermanagement, speelt klimaatverandering een rol.

    Keuze uit het archief

    Spanje, Portugal en andere Zuid-Europese landen zuchten deze week onder historisch hoge temperaturen. Naast de uitzonderlijke hitte, worden al deze landen geraakt door aanhoudende droogte. Ook op andere continenten, van Afrika tot Zuid-Amerika, is dit een probleem. In 2021 keek The New York Times naar de onderliggende redenen.

    Van India tot Iran tot Botswana – volgens de laatste gegevens van het World Resources Institute hebben zeventien landen over de hele wereld op dit moment te maken met extreem hoge waterstress, wat wil zeggen dat ze bijna al het water verbruiken waarover ze beschikken.

    Veel van die landen zijn altijd al droge gebieden geweest; sommige verkwisten het water dat ze hebben, andere zijn te afhankelijk van het grondwater dat ze eigenlijk zouden moeten aanvullen en bewaren om droge tijden door te komen.

    In die landen liggen diverse grote, dorstige steden die onlangs te kampen hebben gehad met acute tekorten, zoals São Paulo in Brazilië, Chennai in India en Kaapstad in Zuid-Afrika, dat in 2018 op een haar na ontsnapte aan ‘dag nul’ – de dag waarop alle stuwmeren droog zouden komen te staan.

    ‘Waarschijnlijk zullen we in de toekomst geconfronteerd worden met meer van die nuldagen,’ zei Betsy Otto, hoofd van het mondiale waterprogramma van het World Resources Institute. ‘Veel plaatsen ter wereld laten een alarmerend beeld zien.’

    De klimaatverandering draagt bij aan het risico. Naarmate de regenval grilliger wordt, kunnen we minder op de watervoorraad vertrouwen. Tegelijkertijd wordt het overdag warmer en verdampt er meer water uit reservoirs, terwijl de vraag ernaar stijgt.

    Waterstress: een kwart van de mensheid heeft er last van

    Kaartje water 1 1
    © Bronnen: World Resources Institute. Weiyi Cai / The New York Times

    Plekken waar problemen met water zijn, worden soms getroffen door twee uitersten. Een jaar nadat er in São Paulo bijna geen water meer uit de kraan kwam, werd de stad getroffen door overstromingen. Chennai leed vier jaar geleden onder een watersnood waarbij doden vielen; nu zijn de reservoirs bijna leeg.

    Op dit moment staan 33 steden met meer dan 3 miljoen inwoners en een gezamenlijke bevolking van meer dan 255 miljoen extreem veel waterproblemen te wachten

    Mexico-Stad pompt zo snel grondwater op dat de stad letterlijk aan het zinken is. Dhaka, in Bangladesh, is dermate afhankelijk van het grondwater, voor zowel haar inwoners als de water opslokkende kledingfabrieken, dat er nu water uit grondlagen van tientallen meters diep wordt opgepompt. De dorstige bevolking van Chennai, die jarenlang gebruik maakte van het grondwater, merkt nu dat het op is. Door heel India en Pakistan tappen boeren grondlagen af om gewassen als katoen en rijst, die veel water nodig hebben, te verbouwen.

    Onderzoekers van het World Resources Institute kwamen tot de conclusie
    dat op dit moment 33 steden met meer dan 3 miljoen inwoners en een gezamenlijke bevolking van meer dan 255 miljoen extreem veel waterproblemen te wachten staan. Dat kan kwalijke gevolgen hebben voor de openbare gezondheid en maatschappelijke onrust veroorzaken.

    Men verwacht dat het aantal steden in deze categorie tegen 2030 gestegen zal zijn tot 45, waardoor bijna 470 miljoen mensen getroffen zullen worden.

    Waterrantsoen

    Er staat veel op het spel voor plekken die te kampen hebben met water-tekorten. Als een stad of een land bijna al het beschikbare water gebruikt, kan een lange, droge periode catastrofaal zijn. Na een droogte van drie jaar werd Kaapstad in 2018 gedwongen om buitengewone maatregelen te nemen en het beetje water dat nog in de reservoirs zat te rantsoeneren.

    Die acute crisis maakte het chronische probleem alleen maar zichtbaarder. De vier miljoen inwoners van Kaapstad wedijveren met de boeren om de beperkte waterbronnen. Dat is ook het geval in Los Angeles. De meest recente droogte is daar nu geëindigd. Maar de watervoorziening houdt geen gelijke tred met de al maar toenemende vraag, en het feit dat de bewoners een voorliefde hebben voor privézwembaden helpt ook niet mee.

    In Bangalore hebben de paar jaar waarin weinig regen viel uitgewezen hoe slecht de stad zijn water beheert. De vele meren die er vroeger lagen en de gebieden eromheen zijn nu volgestort met afval dan wel volgebouwd. Ze kunnen niet langer fungeren als bassins voor regenwater. En dus moet de stad telkens verder weg water oppompen voor de 8,4 miljoen inwoners, en een groot deel daarvan wordt onderweg verspild.

    Toch kan er veel gedaan worden om het watermanagement te verbeteren. Allereerst kunnen de lekken in het waterdistributiesysteem gedicht worden. Afvalwater kan gerecycled worden. Regen kan worden opgevangen en bewaard voor droge tijden. Meren en moerassen kunnen worden schoongemaakt en oude putten weer in gebruik genomen. En boeren kunnen overstappen van gewassen die veel water nodig hebben, zoals rijst, op minder dorstige, zoals gierst.

    ‘Water is een lokaal probleem waarvoor lokale oplossingen gevonden moeten worden,’ zei Priyanka Jamwal, die verbonden is aan de Ashoka Trust for Research in Ecology and the Environment in Bangalore.

  • Bloemen rotten weg door brexit | Korea stopt steun overtreders

    Bloemen rotten weg door brexit | Korea stopt steun overtreders

    Gordon Ramsay verliest € 66.000.000

    Tv-kok Gordon Ramsay, die wereldwijd 35 restaurants bezit, zegt dat de lockdowns zijn Britse restaurants £ 57 miljoen, circa € 66 miljoen, aan omzet hebben gekost. Hij bezit achttien restaurants in Londen en wil er in 2021 nog vijf openen, schrijft Business Insider.

    Alleen al in december zou hij € 11,5 miljoen aan boekingen in zijn restaurants in Groot-Brittannië hebben verloren.


    Bloemen rotten weg door brexit

    De grootste narcissenkwekerij ter wereld, in het Britse Cornwall, ziet zich gedwongen bloemen ter waarde van honderdduizenden euro’s weg te laten rotten vanwege problemen met het aannemen van personeel sinds brexit, meldt The New European.

    Varfell Farms, dat narcissen levert aan alle Britse supermarkten en exporteert naar Europa, de VS en Dubai, produceert jaarlijks 500 miljoen bloemen en heeft zevenhonderd arbeiders nodig om ze te plukken. Sinds corona en het einde van het vrije verkeer door brexit kan het bedrijf nog slechts over zo’n 400 bloemenplukkers beschikken.

    ‘We kunnen de bloemen niet oogsten, we hebben niet genoeg plukkers om ze te plukken’

    ‘We kunnen de bloemen niet oogsten, we hebben niet genoeg plukkers om ze te plukken. We verliezen honderdduizenden ponden’, verklaart eigenaar Alex Newey.

    Zijn hoop dat arbeiders uit Cornwall de plukkers zouden vervangen die voorheen uit de EU kwamen, is weg. ‘We hebben aanzienlijke wervingsacties gedaan voor lokale werknemers.’ De gedachte was dat die vanwege corona en de hoge werkloosheidscijfers wel zouden komen. ‘Maar het is zwaar om drie maanden lang voorovergebogen narcissen te plukken’, aldus Newey.


    De rijkste man van Rusland

    De Russische mijnbouwreus Norilsk Nickel kreeg deze maand een boete van € 1,63 miljard opgelegd vanwege een enorme diesellekkage in mei vorig jaar. In het Russische Noordpoolgebied stroomde meer dan 20.000 ton diesel meren en rivieren in, nadat een brandstofreservoir was ingestort dat eigendom is van het bedrijf. 

    Norilsk Nickel zal niet schrikken van de miljardenboete, want door de aanhoudende prijsstijgingen van metalen als nikkel en palladium blijven de aandelen maar stijgen, afgelopen jaar met liefst 40 procent. Het bedrijf is ’s werelds grootste producent van palladium en een van de grootste van nikkel. Vooral de vraag naar nikkel, dat wordt gebruikt in elektrische voertuigen, groeit wereldwijd.

    Oligarch Vladimir Potanin bezit ruim een derde van de aandelen en door de stijgende koersen heeft zijn fortuin nu de drempel van $ 30 miljard, zo’n € 25 miljard, overschreden, een record voor een Russische ondernemer. Het maakt hem de rijkste man van Rusland, aldus The Moscow Times.


    Kaalslag bij musea in VS

    Het Whitney Museum in New York heeft opnieuw 15 werknemers ontslagen. Kort na de lockdown, vorig jaar april, moesten al 76 medewerkers weg. Destijds verwachtte directeur Adam Weinberg een tekort van zo’n € 6 miljoen, maar in een toelichting op de huidige ontslagen schrijft hij dat de inkomsten uit de kaartverkoop met 80 procent zijn gedaald, waardoor er al bijna € 19 miljoen verlies is geleden.

    Hij verwacht nog ‘aanzienlijke’ verdere verliezen. ‘Het toerismebureau van New York voorspelt dat het tot 2025 kan duren voordat het aantal bezoekers terug is op het niveau van voor de pandemie’, aldus Weinberg tegen het New Yorkse ArtNet News.

    Uit onderzoek door de American Association of Museums blijkt dat Amerikaanse musea mogelijk bijna € 25 miljard hebben verloren en dat bij ruim de helft van de musea ontslagen zijn gevallen. Bijna 30 procent van de musea acht de kans aanzienlijk binnen een jaar te moeten sluiten, of niet zeker te weten nog open te kunnen gaan.


    Korea stopt steun overtreders

    Koreanen die de coronaregels schenden, komen niet in aanmerking voor de volgende ronde van een financieel hulpprogramma waarmee de regering vorig jaar begon. Dat liet premier Chung Sye-kyun van Zuid-Korea deze week weten volgens Korea Herald.

    Hij waarschuwde voor strenge maatregelen, na aanwijzingen dat winkels, restaurants en andere bedrijven in het land de regels overtreden. ‘Buiten het zicht worden regelmatig sociale verplichtingen genegeerd’, aldus de premier.

    Als voorbeeld noemde hij nachtclubs in Seoul die zich niet houden aan de coronaregels, zoals het dragen van mondkapjes, het bijhouden van logboeken en beperking van het aantal aanwezigen. Bedrijven die worden betrapt op het overtreden van de regels zullen worden uitgesloten van de lijst met begunstigden voor de vierde ronde van hulpgelden die in maart worden uitgekeerd.

    De regering en de regerende Democratische Partij zijn overeengekomen om de eerste financiële steunmaatregelen van dit jaar toe te wijzen aan zelfstandigen en eigenaren van kleine buurtwinkels.


    Laatste Juma-man sterft aan corona

    Aruká Juma, een inheemse Braziliaan, was tussen de 86 en 90 jaar oud toen hij vorige week stierf aan corona, bericht El País. Aruká was de laatste man van het Juma-volk. Als jonge man overleefde hij met zes andere Juma’s een bloedbad op last van handelaren die geïnteresseerd waren in hun rubberbomen en kastanjes.

    Opgejaagd als wilde dieren, werden destijds zestig Juma gedood. Het was de laatste poging tot massale uitroeiing van de stam, die midden twintigste eeuw werd ontdekt. De drie dochters die Aruká achterlaat, zijn nu de laatsten van het volk dat in de achttiende eeuw zo’n vijftienduizend leden telde.


    Soedan wil dat VN ingrijpt

    Een voormalig lid van het Soedanese team dat met Ethiopië onderhandelt over de controversiële Grand Ethiopian Renaissance Dam in de Nijl, beweert dat Soedan eigenaar is van het land waarop de dam is gebouwd. Volgens Ahmed Al-Mufti heeft Soedan het land in 1902 aan Ethiopië overgedragen op voorwaarde dat het geen waterwerken zou verrichten zonder goedkeuring van Khartoem, schrijft Middle East Monitor.

    Hij wil dat de Veiligheidsraad ingrijpt om te verhinderen dat Ethiopië in juli het tweede reservoir van de dam vult, want daarmee zouden ruim 20 miljoen Soedanezen gevaar lopen. Soedan en Egypte, beiden afhankelijk van de Nijl, vrezen watertekorten door de nieuwe dam.