Onderwerpen: Landbouw

  • Polen verbiedt de invoer van graan uit Oekraïne om eigen boeren te beschermen

    Polen verbiedt de invoer van graan uit Oekraïne om eigen boeren te beschermen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Burkina Faso geteisterd door jihadistisch geweld: 40 doden bij aanval

    » Burgeroorlog dreigt in Soedan: dit weekend zijn al 83 doden gevallen

    Importstop geldt ook voor melk, eieren en pluimvee uit Oekraïne

    De regering van Polen heeft besloten de invoer van graan uit Oekraïne tijdelijk een halt toe te roepen. Minister van Ontwikkeling Waldemar Buda gaf zaterdag ook documenten vrij waarin staat dat Oekraïense melk, eieren en pluimvee tot 30 juni niet in Polen zullen worden toegelaten, meldde de onafhankelijke Russische website Meduza. De leider van de regerende partij, Jaroslaw Kaczynski, zei dat de maatregel bedoeld was om ‘een ernstige crisis in de Poolse landbouwsector’ te voorkomen.

    Oekraïens graan bestemd voor het buitenland wordt doorgevoerd naar de Europese Unie sinds de traditionele exportroute via de Zwarte Zee werd geblokkeerd door de Russische invasie. Maar door logistieke problemen hebben de graanvoorraden zich in Polen opgestapeld, waardoor de lokale prijzen zijn gedaald. Dat heeft geleid tot protesten van boeren en het aftreden van de Poolse minister van Landbouw.

    Een week geleden sloten Kyiv en Warschau nog een akkoord over de doorvoer van Oekraïens graan

    Vorige maand hebben Polen en vier andere Midden-Europese landen de EU om hulp gevraagd bij het zoeken naar een oplossing voor het probleem dat wordt veroorzaakt door de lage Oekraïense graanprijzen. Ook Hongarije heeft besloten de import van Oekraïens graan te verbieden.

    Kaczynski benadrukte dat Polen ondanks de importstop ‘een onveranderde vriend en bondgenoot van Oekraïne’ blijft. Maar, voegde hij eraan toe, ‘de plicht van elke staat, elke regering – elke goede in ieder geval – is om de belangen van zijn eigen burgers te beschermen.’

    Het Oekraïense ministerie van Landbouw toonde zich teleurgesteld over het besluit van Polen en zegt dat het in strijd is met eerdere overeenkomsten tussen beide landen. Nog maar een week geleden sloten Kyiv en Warschau een akkoord over de doorvoer van Oekraïense tarwe, maïs, zonnebloempitten en koolzaad over Pools grondgebied tot 1 juni 2023.

    Lees ook:

  • George Monbiot: ‘Bijna niets is schadelijker voor het milieu dan biologisch rundvlees’

    George Monbiot: ‘Bijna niets is schadelijker voor het milieu dan biologisch rundvlees’

    Als wij ons voedingssysteem niet radicaal veranderen kunnen we de strijd tegen klimaatverandering niet winnen, zegt de Britse milieuactivist George Monbiot. Ten eerste moeten we af van de veeteelt. Zijn boek Regenesis is een fundamentele kritiek op de landbouw.

    Voor een veganist vertoont George Monbiot een opmerkelijke verachting voor veel dieren. Kippen, vooral hun mest, houdt hij verantwoordelijk voor het veranderen van hele ecosystemen in weerzinwekkende riolen. Koeien ziet hij als ‘reusachtige machines die koolstof vrijmaken en veel land bezetten’. Zelfs honingbijen zijn voor hem productiedieren die grote schade aanrichten aan het milieu doordat ze wilde insectensoorten verdringen.

    Voor zijn documentairefilm Apocalyps Cow heeft hij zelfs een keer een ree geschoten en gegeten. Het stond hem weliswaar vreselijk tegen, schreef hij in The Guardian, hij had liever gehad dat een wolf dat voor hem had opgeknapt, maar ‘het voelde juist om dit dier te eten. Het doden ervan veroorzaakt geen ecologische schade, integendeel.’ Waar het leefde, in de Schotse hooglanden, was het aantal reeën geëxplodeerd en het aantal bomen waarvan ze de spruiten eten was daardoor extreem afgenomen. Dankzij de jacht op het wild heroverden de bomen het land nu weer ‘met een opmerkelijke snelheid’.

    Maar Monbiots grootste vijanden zijn schapen. Dat ligt vooral aan de enorme ruimte die ze nodig hebben. In Groot-Brittanië wordt vier miljoen hectare bergland benut als schapenweide, dat is twee keer zo veel oppervlakte als alle steden, fabrieken, opslagloodsen, tuinen, parken, straten en vliegvelden bij elkaar beslaan. Sinds er – ook door royale landbouwsubsidies – in de twintigste eeuw schapen werden losgelaten op het Britse hoogland, zijn ze effectieve verwoesters gebleken van ecologische niches. Omdat de dieren zich bij voorkeur voedden met ontkiemende bomen zouden ze die streken in de loop van de tijd hebben veranderd in ‘dode zones’, waarin behalve een enkele grassoort nauwelijks nog iets groeit.

    Lees ook dit artikel van George Monbiot:

    Maar het ernstigste probleem van deze vorm van landbouw is de schamele opbrengst ervan. Om met lamsvlees 100 gram proteïne te produceren is er 185 m2 land nodig, ongeveer 26 keer zoveel als voor kippen nodig is en 84 keer zoveel als voor soja. In calorieën omgerekend betekent dat dat 22 procent van de totale Britse landbouwgrond de Britten voorzien van 1 procent van hun proteïnebehoefte.

    Nerd

    George Monbiot is een echte nerd als het om zulke cijfers gaat. Als journalist en milieuactivist is hij in Groot-Brittannië allang een begrip; sinds 1996 behoren zijn columns tot de vaste inventaris van The Guardian. De stilistische scherpte waarmee hij zich onderscheidt, richt zich ook graag tegen zogenaamd gelijkgezinden. In zijn boek Regenesis keert hij zich nu tegen al die bioboeren die nog geloven in het project van een duurzame landbouw. Want voor Monbiot is de landbouw als zodanig ‘de meest verwoestende menselijke activiteit die de aarde ooit heeft meegemaakt’. De ruimte die zij inneemt, ziet hij als ‘de belangrijkste van alle milieuproblemen’. 

    Hoe zorgen we voor een voedselproductie die het klimaat ontziet?

    George Monbiot
    Regenesis. Feeding the World without Devouring the Planet van George Monbiot verscheen in 2022 bij uitgeverij Allen Lane.

    Dat dit onderwerp in het klimaatdebat tot op heden verregaand verwaarloosd werd in vergelijking met de energietransitie, ligt ook aan het feit dat deze verwoesting van de bodem, in tegenstelling tot het delven van fossiele grondstoffen, al duizenden jaren wordt geromantiseerd. Ook al heeft ze allang industriële proporties aangenomen, toch laat de agrarische cultuur ons nog altijd het beeld zien van een boerenidylle, bijna alsof de uitbuiting van de natuur zelf iets heel natuurlijks is. Bovendien is juist de biologische landbouw deel van het probleem: hoe voordelig ze ook is voor dieren en bodemkwaliteit, ze verergert het ruimtebeslag. Als middel om gras in proteïne te veranderen zijn schapen en runderen erbarmelijk inefficiënt; als ze in de wei gehouden worden, groeien de dieren nog langzamer en gebruiken ze veel meer ruimte. ‘Er is nauwelijks een landbouwproduct dat schadelijker is voor het milieu dan biologisch rundvlees van weidevee’, aldus Monbiot.

    Lees ook dit artikel van George Monbiot:

    Wat zijn boek zo interessant maakt, is behalve het concrete onderwerp ook het koelbloedige realisme waarmee hij het thema beziet. Vaak ligt Monbiots standpunt voorbij de ideologische bastions van waaruit het debat over klimaatverandering gevoerd wordt. Tegenover de illusie van een groene groei wordt ofwel onthouding geplaatst, of men speelt de milieubescherming uit tegen de existentiële behoeften van grote delen van de wereldbevolking. Monbiots inzichten zijn zonder meer radicaal. Het effectiefste middel om CO2 uit de atmosfeer te halen is volgens hem het reduceren van de oppervlakte aan landbouwgrond tot een minimum; het moet worden veranderd in natte gebieden en bossen. In een vorig boek, Feral. Searching for Enchantment on the frontiers of rewilding, beschreef hij zijn visioen van een verwildering op grote schaal van weiden en velden om de ineenstorting van het klimaat en de zogeheten zesde grote soortensterfte te voorkomen. Daarbij hoorde ook de terugkeer van olifanten naar Europa.

    Een fragment uit de documentaire Apocalypse Cow van George Monbiot over soleïne.

    Potentieel

    In Regenesis. Feeding the World without Devouring the Planet gaat het hem nu om de vraag die daar noodzakelijk uit volgt: hoe valt zijn utopie te verenigen met het voeden van een voortdurend groeiend aantal mensen? Hoe zorgen we voor een voedselproductie die het klimaat ontziet – en niet alleen voor degenen die zich duur biologisch voedsel kunnen veroorloven? Het is duidelijk, zo rekent Monbiot voor, dat we het landbouwoppervlak met 76 procent zouden kunnen reduceren als iedereen zou ophouden vlees en zuivelproducten te consumeren. Maar hoewel hij zelf allang vegetarisch eet en de trend van vermindering van de vleesconsumptie in rijke landen aanhoudt, denkt hij niet te kunnen rekenen op een snelle bewustzijnsverandering die de opwarming van de aarde tijdig zou kunnen stoppen.

    Dus wat te doen? Op zoek naar alternatieve manieren om de bodem te gebruiken presenteert Monbiot een paar geëngageerde boeren die het is gelukt hun land door creatieve verbouwingsmethoden niet alleen ecologisch gezonder, maar ook productiever te maken. Ook in deze portretten doorbreekt hij de gangbare clichés: zijn helden zijn op het eerste gezicht bioboeren uit het boekje, die hun velden met houtsnippers in plaats van fosfaat bemesten, of ze sparen ze met een directzaadmethode in plaats van ze te verwoesten door te ploegen. Maar ze zijn vooral pioniers van een experimentele landbouw in hun pogingen met veldonderzoek in de letterlijke zin van het woord en met wetenschappelijke nauwkeurigheid de complexiteit van de bodem te begrijpen en te benutten. 

    Slechts 10 procent van de duizenden diersoorten in de bodem zou geïdentificeerd zijn

    De succesvolle aanzetten van deze pioniers, dat weet Monbiot ook, bieden geen model voor de industriële productie van voedingsmiddelen die nodig is voor het voeden van de wereldbevolking. Maar ze geven een idee van het potentieel dat een transformatie van de agrarische cultuur in zich bergt. En ze laten zien hoezeer de kennis van de leefruimte onder onze voeten en van de betrekkingen tussen aarde, bacteriën, planten en micro-organismen, van de soortenrijkdom en de vruchtbaarheid van dit ecosysteem is verwaarloosd.

    Tot op heden zou slechts 10 procent van de duizenden diersoorten in de bodem geïdentificeerd zijn, schrijft Monbiot. Als er al middelen voor het onderzoek van de bodem beschikbaar gesteld worden, dan is het in hoofdzaak om ‘nieuwe manieren te vinden om ze te doden’; voor bestrijdingsmiddelen. Hij verlangt daarentegen ‘de integrale ontwikkeling van een nieuwe agronomie’, een soort ‘verkenningsprogramma van de aarde’, dat ‘in plaats van Mars in een tweede aarde te veranderen, de oppervlakte van onze eigen planeet onderzoekt’.

    Lees ook dit artikel van George Monbiot:

    Het is dus niet zo verrassend dat Monbiot de oplossing van het voedselprobleem verwacht van een technologie die elke bioboer moet toeschijnen als een sciencefictiondystopie: proteïne uit microbiële fermentatie. In Finland bezoekt hij een bedrijf met de naam Solar Foods, dat uit lucht, zon en een paar bacteriën een sterk geconcentreerd eiwitpoeder maakt. Om dat zogeheten soleïne te verkrijgen, worden bacteriën gevoed met waterstof en kooldioxide uit de lucht; door fermentatie ontstaat uiteindelijk het proteïnepoeder. Het procédé is niet eens erg nieuw, het werd al in de jaren zestig ontwikkeld door de NASA, maar pas nu wordt duidelijk hoe nuttig het kan zijn. 

    Problematisch is dat het maken van waterstof veel energie verbruikt – en veel ruimte, wanneer men daarvoor zonne-energie gebruikt. Niettemin, rekent Monbiot voor, zou voor de productie van proteïne door bacterieculturen 1700 maal minder land nodig zijn dan voor soja, de ruimtelijk gezien meest efficiënte plantaardige bron van proteïne.

    Met dalende prijzen voor zonne-energie zou ook de prijs voor de proteïne van Solar Foods en concurrenten dalen tot het niveau van soja en een goed alternatief voor plantaardige of dierlijke voeding worden. Soleïne zou juist in armere, warme landen voordelig en ‘regionaal’ geproduceerd kunnen worden. En als het ooit ook cultureel geaccepteerd wordt, dan zouden op culinair gebied heel nieuwe mogelijkheden ontstaan: ‘Hapjes die smaken als biefstuk, maar de textuur hebben van Jacobsschelpen,’ stelt Monbiot zich voor; of ‘een mousse die op de tong smelt als pannacotta, maar smaakt naar Iberische ham’.

    Farmfree

    Veel van zijn critici zien zijn visioen als naïef. Het maken van waterstof is gewoon te duur en bovenal zou zo’n soort voedsel uit het laboratorium een uitnodiging zijn aan de voedingsconcerns die het huidige voedselsysteem beheersen om de productie nog ongebreidelder te monopoliseren met patenten. Monbiot is zich van dit gevaar bewust, maar dat verandert voor hem niets aan de noodzaak en de mogelijkheden van de voedselvoorziening met zulke ‘farmfree’-producten. ‘Deze verandering zal zich waarschijnlijk linksom of rechtsom wel voltrekken, hoe heftig de verdedigers van de oude orde ook verzet bieden. Die volgt gewoon uit een onstuitbare economisch logica. Het is aan ons om dit proces snel en rechtvaardig vorm te geven’, schrijft hij.

    Daartoe moet nog slechts één tegenstander overwonnen worden – de langdurige cultuur van verheerlijking van akkerbouw en veeteelt. ‘Een van de grootste bedreigingen voor al het leven op aarde is de lyriek,’ beweert Monbiot, en hij zet uiteen hoe sinds de bucolische gedichten van Theocritus in de Griekse oudheid de mythe ontstond van een harmonieus herdersleven, met schaapherders ‘die hun trage uren doorbrengen met zingen, fluitspelen en vooral met onderdoorgaan aan onbeantwoorde liefdes’. Tegenwoordig zijn de motieven van de pastorale lyriek zo diep geworteld dat ze in de vorm van kinderboeken en westerns, kinderboerderijen en boerderijspeelgoed nog altijd geweldig floreren. Het zijn verhalen die zelfs een overtuigde stadsbevolking zichzelf ‘zonder een zweem van onbehagen vertelt’.

    Dat zijn futuristische voorstelling van een voedingsmiddelenproductie de complete cultuur van de mensheid ter discussie zou stellen, is eveneens een bezwaar dat Monbiot vaak te horen krijgt. Ja, zou hij daar wellicht op antwoorden. Precies!

    Lees ook:

  • De aanpak van de voedselcrisis is gebaat bij hernieuwde teelt van ‘vergeten’ gewassen

    De aanpak van de voedselcrisis is gebaat bij hernieuwde teelt van ‘vergeten’ gewassen

    De wereldwijde agrovoedingsindustrie is verspillend en schadelijk, maar er zijn manieren om die aan te pakken.

    Verstoringen in de toeleveringsketen, een pandemie, extreem weer en oorlog in Oekraïne hebben barsten in het wereldwijde voedselsysteem aan het licht gebracht die we niet mogen veronachtzamen. Eigenlijk is een volledige transformatie van de agrovoedingsindustrie bittere noodzaak. Dit houdt in dat we de gewassen die we verbouwen, de manier waarop we die verbouwen en de wijze waarop we ze vervoeren moeten diversifiëren.

    Klimaatverandering is funest voor onze voedselvoorziening. Meer dan 40 procent van de tarwe op de Great Plains (het uitgestrekte gebied van prairies, steppen en grasland in het midden van de Verenigde Staten) is aan het uitdrogen. Vanwege overstromingen is in China de tarweoogst dit jaar een van de slechtste ooit. In mei steeg het kwik in India naar een  recordhoogte van 49 graden Celsius. En op dit moment zucht een groot deel van Europa onder een dodelijke hittegolf.

    Waar het op neerkomt is dat we een ‘fossiel voedselsysteem’ hebben

    Daarnaast verstoort de oorlog in Oekraïne de kwetsbare mondiale voedselvoorziening. Rusland en Oekraïne leveren samen 28 procent van de wereldwijd verhandelde tarwe, 29 procent van de gerst, 15 procent van de maïs, en 75 procent van de zonnebloempitten die goed zijn voor 11,5 procent van de markt voor plantaardige olie. Rusland is daarnaast de grootste exporteur van stikstofhoudende kunstmest, de op een na grootste exporteur van kalium en de op twee na grootste exporteur van fosfor – energiebronnen die van groot belang zijn voor de landbouwsector, waar ook ter wereld.

    Waar het op neerkomt is dat we een ‘fossiel voedselsysteem’ hebben: basisgewassen, geteeld in een klein aantal exporterende landen, worden over grote afstanden naar de consument vervoerd. En in elke fase, van ploeg tot bord, spelen fossiele brandstoffen een rol. 

    7000 plantensoorten

    Wat te doen? Tot op heden is ons antwoord ‘business-as-usual’ geweest. Importerende landen proberen in allerijl alternatieve aanbieders van basisgewassen, zoals tarwe uit Oekraïne en Rusland, te vinden. Streep door de rekening is dat 23 landen, waaronder India, de uitvoer van tarwe en andere voedingsmiddelen hebben beperkt. Meer landen zullen volgen.

    Nog meer investeren in reguliere basisgoederen loont steeds minder – als  we al problemen hebben om een wereldbevolking van 7,8 miljard mensen te voeden, hoe kunnen we dan de voorspelde 10 miljard in 2050 voeden op een warmere planeet?

    De mens heeft ongeveer 7000 plantensoorten gekweekt. Slechts 3 daarvan (tarwe, rijst en maïs) bepalen heden ten dage grotendeels het menselijke voedingspatroon

    Het komt erop neer dat we van een fossiel voedselsysteem moeten overstappen op een toekomstgericht voedselsysteem, met klimaatbestendige en voedzame ‘vergeten’ gewassen, naast allerlei landbouwmethodes die zijn verdrongen door de industriële monocultuur van energie- en kunstmestverslindende producten.

    De mens heeft ongeveer 7000 plantensoorten gekweekt. Slechts 3 daarvan (tarwe, rijst en maïs) bepalen heden ten dage grotendeels het menselijke voedingspatroon. We gebruiken 10 procent van deze gewassen en 18 procent plantaardige oliën voor biobrandstoffen – wat overeenkomt met de voedselbehoefte van bijna 2 miljard mensen. In 2021 importeerde China 28 miljoen ton maïs om aan varkens te voeren. Van de in de EU en in de VS verbouwde tarwe werd respectievelijk 40 procent en 33 procent aan koeien gevoerd. We moeten stoppen om dieren en machines voedselgewassen te voeren. 

    Ook is het noodzakelijk om landbouwmethoden te diversifiëren en om landschappen, stedelijke ruimtes, gemeenschappelijke grond en zelfs tuinen als voedselbronnen te gaan zien. Veel landbouwvormen kunnen beter tegen extreem weer dan reguliere monoculturen en zijn een potentiële bron van levensonderhoud voor een nieuwe generatie boeren.

    Tot slot behoren we voedsel culturele waarde toe te kennen en zouden we er ook vreugde uit moeten putten – het gaat niet alleen om een economisch goed, een middel om geld te verdienen. Het Global Manifesto on Forgotten Foods, gelanceerd in 2021, roept op tot een actieplan waarin vergeten voedselbronnen, van klimaatbestendige en lokale gewassen zoals fonio en bambara-aardnoot, deze transformatie kunnen bewerkstelligen. We moeten lokaal, voedzaam en divers voedsel herontdekken en een einde maken aan onze verslaving aan een eentonig dieet van uniforme, extreem bewerkte producten die de hele wereld worden over gesleept.

    Dit vereist visie, investeringen, wetenschappelijke kennis en boeren die innoveren in plaats van slaafs nieuwe technologieën afnemen. Als het om het telen van vergeten gewassen in een veranderend klimaat gaat zijn zij de experts, niet wij. Producenten en consumenten, niet bedrijven, moeten het voortouw nemen bij de heroverweging van het voedselsysteem die zo broodnodig is voor het welzijn van de mensheid en de aarde.

    Sayed Azam-Ali is algemeen directeur van Crops For the Future.

    Lees ook:

  • Lieveheersbeestjes en genoombewerking: de landbouw van de toekomst

    Lieveheersbeestjes en genoombewerking: de landbouw van de toekomst

    Hoe kunnen we de wereld voeden zonder de aarde te vernietigen? Onderzoekers werken aan superplanten en manieren om ongedierte te bestrijden zonder pesticiden.

    Op een milde novemberochtend laat Ludwig Hirschberg, 56 jaar, zich zakken op zijn veld. Hij knielt op zwarte aarde die schittert in de zon. De jonge wintertarwe is een paar centimeter hoog en glimt groen. Hirschberg steekt een plantje uit met zijn zakmes, houdt het tussen zijn vingers en zegt: ‘Ziet er goed uit.’ Sterke, gezonde wortels, veel scheuten. En, heel belangrijk, er groeit geen onkruid tussen de planten dat ze van licht en voedingsstoffen kan beroven. Hirschberg behandelde de grond vóór het zaaien met glyfosaat, een ‘totaal’ bestrijdingsmiddel dat elke vorm van onkruid doodt. Hij gebruikt ook fungiciden tegen schimmels als echte meeldauw, die de tarwe in de volgende groeistadia zouden kunnen aantasten.

    Hirschberg heeft het graag over de ‘gereedschapskist’ die boeren nodig hebben om goede oogsten te verkrijgen. Daar hoort veel kunstmest en gif bij; gemiddeld wordt in Duitsland bijna drie kilogram bestrijdingsmiddelen per hectare gebruikt [in Nederland was dat in 2020 gemiddeld 7,1 kilo per hectare].

    Dat heeft gezorgd voor een indrukwekkende toename van de oogsten in de afgelopen zestig jaar. Tegelijkertijd zijn de gevolgen van intensieve monocultuur verwoestend: veel bodems raken uitgeput. De biodiversiteit vermindert en daardoor neemt ook de veerkracht van ecosystemen af.

    Van boer tot bord

    Nu zijn politici begonnen de gereedschapskist van de boeren uit te mesten: in augustus heeft de Europese Commissie de zogenaamde ‘van boer tot bord’-strategie goedgekeurd. Tegen 2030 moeten landbouwers het gebruik van pesticiden met de helft en dat van meststoffen met minstens 20 procent verminderen. Inmiddels is er al een verbod ingesteld op sommige neonicotinoïden. Dat zijn zenuwstoffen die schadelijke insecten doden, maar die ook het richtingsgevoel van bestuivers zoals wilde bijen verminderen. In 2023 zal glyfosaat, na een lange en verhitte discussie, eindelijk worden afgeschaft, mede omdat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de werkzame stof als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ beschouwt. Afgelopen zomer waren er luide protesten van boeren in heel Europa; in Nederland waren er zelfs gewelddadige rellen.

    Ludwig Hirschberg beheert het landgoed Perdoel, een van de oudste en grootste boerenbedrijven in Sleeswijk-Holstein, gelegen tussen bossen en meren. Hij is geen hardliner, voor hem is het vanzelfsprekend dat boeren meer moeten doen voor de biodiversiteit, bijvoorbeeld met bloeistroken, heggen en hagen, en gevarieerde vruchtwisseling. Hirschberg teelt al lange tijd tuinbonen, die stikstof in de bodem binden zodat er minder kunstmest nodig is. Maar, waarschuwt hij, ‘als de richtlijnen op zo’n ingrijpende manier veranderd worden, zullen we een groot deel van de opbrengsten verliezen en wordt voedsel nog duurder.’

    En dat dan uitgerekend vandaag de dag, nu mondiale crises zich toespitsen. In de oorlog tegen Oekraïne gebruikt Poetin genadeloos de graanvoorraden als wapen. En als gevolg van de klimaatverandering komen hittegolven en droogte steeds vaker voor. Door hittegolven in India dit voorjaar zijn de opbrengsten naar schatting met 10 tot 35 procent gedaald; in Duitsland is de graanoogst in het droogtejaar 2018 met 16 procent ingezakt.

    Maar hoe moet je de wereld voeden zonder de aarde te vernietigen?

    Wanneer conventionele gewassen eenmaal met ziekteverwekkers zijn geïnfecteerd, kunnen ze tot 50 procent van hun opbrengst verliezen

    Harold Verstegen is hoofd mondiale productontwikkeling bij zaadproducent KWS in Einbek, Nedersaksen. Het beursgenoteerde bedrijf heeft wereldwijd meer dan vijfduizend mensen in dienst, uiteenlopend van moleculaire biologen tot veldwerkers. Veredelaars zijn overal in de wereld op zoek naar de superplanten van de toekomst – planten die ondanks extreme weersomstandigheden een stabiele opbrengst geven en van nature resistent zijn tegen schadelijke organismen.

    ‘We screenen het genetisch materiaal van planten op wenselijke eigenschappen en veredelen ze vervolgens verder,’ legt Verstegen uit. Maar het duurt acht tot tien jaar voordat een nieuw ras op de markt kan worden gebracht. Verstegen wil dat proces gaan versnellen. Daartoe willen agro-ingenieurs zaadproducenten in staat stellen een in Duitsland omstreden methode toe te passen: groene genetische manipulatie.

    Simone Lange, onderzoeksmedewerker bij KWS, opent de deur van een van de vele kassen. Op de vloer staan honderden potten met tarweplanten van ongeveer een meter hoog, de aren verpakt in plasticfolie. Hier geldt veiligheidsniveau 2 voor ‘genetisch gemodificeerde organismen’ (GGO’s), die in de EU streng gereglementeerd zijn. ‘De tarwe mag niet openbloeien zodat ze geen andere planten kan bestuiven,’ zegt Lange.

    De zogenaamde Crispr-Cas-genschaar heeft de genetische samenstelling van de tarwe gewijzigd om het gewas resistenter te maken tegen schimmelziekten. Wanneer conventionele gewassen eenmaal met ziekteverwekkers zijn geïnfecteerd, kunnen ze tot 50 procent van hun opbrengst verliezen. Zodra de aren van de genetisch gemodificeerde tarwe rijp zijn, zal Simone Lange ze oogsten. ‘Elke aar bevat ongeveer vijftig tot zestig tarwekorrels,’ zegt ze. ‘De helft gaat naar resistentietests, de andere helft naar conserveringsveredeling.’

    Het betreft een project van Pilton, de Duitse vereniging van plantenkwekers, waarin schimmeltolerantie van tarwe wordt bestudeerd met behulp van nieuwe kweekmethoden. En het is ook een vertoning: kijk eens wat we kunnen, als je het ons maar toestaat.

    De mensen van KWS hadden iets meer dan twee jaar nodig om hun tarwe te ontwikkelen. Dat is aanzienlijk minder dan met conventionele kweekmethoden nodig is. Deze nieuwe tarwe zou kunnen betekenen dat boeren minder chemicaliën op de velden hoeven te gebruiken.

    Reële omstandigheden

    In 2023 wil de EU opnieuw beslissen of met Crispr-Cas gemodificeerde planten onder de GGO-regelgeving blijven vallen. Veel wetenschappers pleiten voor versoepeling. Hun belangrijkste argument is dat er met Crispr-Cas geen genoverdracht is van de ene plant naar de andere. Daarom zijn het geen ‘transgene organismen’. 

    De onderzoekers verzetten zich ook tegen het zwart-witdenken dat het debat domineert. Leopoldina, de Duitse Nationale Academie van Wetenschappen, en de Duitse Onderzoeksstichting vinden de algemene classificatie van genetisch gemodificeerde planten als GGO’s ‘ongegrond en onuitvoerbaar’. Ze pleiten voor een gedifferentieerde regelgeving die gericht is op de concrete veranderingen in de plant en niet alleen op de kweekmethode. En ze roepen op tot het vergemakkelijken van veldonderzoek. Alleen onder reële omstandigheden kan de genetische basis van eigenschappen als zout-, droogte- en hittetolerantie beter worden begrepen.

    Maar kan het nieuwe gereedschap daadwerkelijk aan de hoge verwachtingen voldoen? Voor schimmelresistentie in tarwe kregen de KWS-onderzoekers bijvoorbeeld een zogenaamde gen knock-out voor elkaar: een enkel deel van het genoom werd uitgeschakeld. Er zijn echter tientallen genen betrokken bij gewenste eigenschappen zoals droogteresistentie. Het is moeilijk om ze allemaal te veranderen. Vooral omdat het genoom van tarwe zeer complex is.

    Agro-ecoloog Angelika Hilbeck van de ETH Zürich vindt genoombewerking belangrijk, omdat het nieuwe wetenschappelijke inzichten zou kunnen opleveren. ‘Maar niemand heeft behoefte aan de huidige producten,’ zegt ze. Die verrijkten immers enkel de industrie. ‘We kijken vooralsnog altijd puur naar de plant, naar de genetica. Ik raad juist aan om naar buiten te kijken, naar het ecosysteem.’ Want planten zijn teamspelers.

    Het doel is vergroening van het conventionele landschap, niet de volledige omschakeling naar biologisch

    Wat dat betekent is te zien op een stoffig veld in Brandenburg. Op een warme dag iets eerder in het jaar sjokt Kathrin Grahmann in wandelschoenen door een zonnebloemveld en inspecteert ze de planten. Ze zijn gegroeid tot verschillende hoogtes, wat het oogsten bemoeilijkt. Maar ze dragen allemaal vruchten, volledig zonder pesticiden. ‘Het waren lieveheersbeestjes die hen redden van een bladluizenplaag,’ zegt Grahmann.

    De wetenschapper leidt een tienjarig project van het Leibniz Instituut voor Landbouwlandschapsonderzoek, onder de naam Patch Crop. Op 70 hectare bij Müncheberg in Brandenburg worden gerst, koolzaad, soja, tarwe, zonnebloemen, haver, lupinen, maïs en rogge verbouwd.

    Daartoe zijn 32 velden aangelegd van elk 76 bij 76 meter. Kleine percelen waarvan de onderzoekers hoge verwachtingen koesteren: ze willen uitzoeken hoe de interactie tussen planten, bodem, nuttige insecten en plagen het ecosysteem versterken. Bovendien werken de onderzoekers nauw samen met robotfabrikanten die kleine, autonome voertuigen ontwikkelen om onkruid te schoffelen en fruit te oogsten.

    ‘Voor ons is het bijzonder spannend om te zien wat er aan de grenzen van de velden gebeurt,’ zegt Grahmann. De lieveheersbeestjes, bijvoorbeeld, verzamelden zich aanvankelijk op het veld met de voorjaarshaver. Nadat dat gerijpt was, gingen ze naar de zonnebloemen en vonden daar hun volgende grote maaltijd, de bladluizen. Die brengen virussen over en veroorzaken bladverlamming, maar ze hadden geen schijn van kans.

    ‘Normaal wordt op een dergelijk gebied slechts één gewas geteeld,’ zegt Grahmann. Nuttige insecten zouden er niet lang blijven. Dat is anders bij dit experiment, waar de vruchtwisseling dicht bij elkaar plaatsvindt.

    Drones

    Maar diversiteit betekent veel werk. Om voordeel te halen uit het multiculturele veld, moet je het eerst begrijpen. En daarom wordt waarschijnlijk geen enkel ander landbouwgebied in Duitsland zo nauwkeurig gemeten als deze grond in Brandenburg. Hier liggen 180 sensoren begraven; zij sturen elk kwartier gegevens over temperatuur en bodemvochtigheid naar een radiomodule. Speciale apparaten – gaschromatografen – analyseren chemische verbindingen, zoals het stikstofgehalte in het sojaveld. Die plant behoort tot de peulvruchten en kan stikstof in de bodem vasthouden, waardoor op kunstmest wordt bespaard. Drones vliegen over de gebieden en observeren de groei en biomassa.

    ‘Ons doel is om landbouwers wetenschappelijk verantwoorde analyses te bieden die hen in staat stellen aan de EU-regelgeving te voldoen en toch stabiele opbrengsten te realiseren,’ zegt Grahmann. Ze zegt dat vergroening van het conventionele landschap het doel is, en niet de volledige omschakeling naar biologisch.

    Op sommige percelen worden kunstmest en pesticiden op de conventionele manier gebruikt. Bij andere wordt de hoeveelheid eerst met een derde, later met de helft verminderd; weer andere hebben extra bloeistroken. De onderzoekers tellen regelmatig hoeveel ongedierte zich op een plant heeft gevestigd. Ze willen drempelwaarden vaststellen. Landbouwers passen vaak uit voorzorg beschermingsmiddelen toe – de duurste vorm van ongediertebestrijding, voor zowel mens als natuur.

    De onderzoekers van het Leibniz-Instituut moeten gedurende twee jaar gegevens verzamelen voordat zij deze systematisch kunnen evalueren. Maar er zijn al bemoedigende aanwijzingen. ‘In wintertarwe gebruikten we 30 procent minder bestrijdingsmiddelen en behaalden we dezelfde hoge opbrengsten,’ vertelt Grahmann.

    Ludwig Hirschberg is sceptisch als hij zulke cijfers hoort. ‘In een droog jaar kan ik goed zonder pesticiden voor mijn tuinbonen, maar in een nat jaar lukt dat niet,’ zegt hij. Het is een vergissing te veronderstellen dat als iets één jaar werkt, het altijd zal werken, meent hij.

    In plaats van algemene verboden zou Hirschberg graag zien dat politici concrete doelen stellen voor de bescherming van soorten. ‘Hoeveel wouwen of brandganzen moeten hier in het district Plön waargenomen worden om te kunnen zeggen dat het niet langer bedreigde soorten zijn?’ Met dergelijke concrete doelstellingen zouden boeren veel meer betrokken en gemotiveerd zijn, meent hij. Daarvoor zouden ze pas echt hard werken.

  • Waarom ‘vergeten’ gewassen de oplossing tot de voedselcrisis zijn

    Waarom ‘vergeten’ gewassen de oplossing tot de voedselcrisis zijn

    De wereldwijde agrovoedingsindustrie is verspillend en schadelijk, maar er zijn manieren om die aan te pakken, aldus landbouwprofessor Sayed Azam-Ali. ‘We moeten lokaal, voedzaam en divers voedsel herontdekken.’

    Verstoringen in de toeleveringsketen, een pandemie, extreem weer en oorlog in Oekraïne hebben barsten in het wereldwijde voedselsysteem aan het licht gebracht die we niet mogen veronachtzamen. Eigenlijk is een volledige transformatie van de agrovoedingsindustrie bittere noodzaak. Dit houdt in dat we de gewassen die we verbouwen, de manier waarop we die verbouwen en de wijze waarop we ze vervoeren moeten diversifiëren.

    Klimaatverandering is funest voor onze voedselvoorziening. Meer dan 40 procent van de tarwe op de Great Plains (het uitgestrekte gebied van prairies, steppen en grasland in het midden van de Verenigde Staten) is aan het uitdrogen. Vanwege overstromingen is in China de tarweoogst dit jaar een van de slechtste ooit. In mei steeg het kwik in India naar een recordhoogte van 49 graden Celsius. En op dit moment zucht een groot deel van Europa onder een dodelijke hittegolf.

    In elke fase, van ploeg tot bord, spelen fossiele brandstoffen een rol

    Daarnaast verstoort de oorlog in Oekraïne de kwetsbare mondiale voedselvoorziening. Rusland en Oekraïne leveren samen 28 procent van de wereldwijd verhandelde tarwe, 29 procent van de gerst, 15 procent van de maïs, en 75 procent van de zonnebloempitten die goed zijn voor 11,5 procent van de markt voor plantaardige olie. Rusland is daarnaast de grootste exporteur van stikstofhoudende kunstmest, de op een na grootste exporteur van kalium en de op twee na grootste exporteur van fosfor – energiebronnen die van groot belang zijn voor de landbouwsector, waar ook ter wereld.

    Waar het op neerkomt is dat we een ‘fossiel voedselsysteem’ hebben: basisgewassen, geteeld in een klein aantal exporterende landen, worden over grote afstanden naar de consument vervoerd. En in elke fase, van ploeg tot bord, spelen fossiele brandstoffen een rol. 

    Zevenduizend plantensoorten

    Wat te doen? Tot op heden is ons antwoord ‘business-as-usual’ geweest. Importerende landen proberen in allerijl alternatieve aanbieders van basisgewassen, zoals tarwe uit Oekraïne en Rusland, te vinden. Streep door de rekening is dat drieëntwintig landen, waaronder India, de uitvoer van tarwe en andere voedingsmiddelen hebben beperkt. Meer landen zullen volgen.

    Nog meer investeren in reguliere basisgoederen loont steeds minder – als we al problemen hebben om een wereldbevolking van 7,8 miljard mensen te voeden, hoe kunnen we dan de voorspelde 10 miljard in 2050 voeden op een warmere planeet?

    Het komt erop neer dat we van een fossiel voedselsysteem moeten overstappen op een toekomstgericht voedselsysteem, met klimaatbestendige en voedzame ‘vergeten’ gewassen, naast allerlei landbouwmethodes die zijn verdrongen door de industriële monocultuur van energie- en kunstmestverslindende producten.

    De mens heeft ongeveer zevenduizend plantensoorten gekweekt. Slechts drie daarvan (tarwe, rijst en maïs) bepalen heden ten dage grotendeels het menselijke voedingspatroon. We gebruiken 10 procent van deze gewassen en 18 procent plantaardige oliën voor biobrandstoffen – wat overeenkomt met de voedselbehoefte van bijna 2 miljard mensen. In 2021 importeerde China 28 miljoen ton maïs om aan varkens te voeren. Van de in de EU en in de VS verbouwde tarwe werd respectievelijk 40 procent en 33 procent aan koeien gevoerd. We moeten stoppen om dieren en machines voedselgewassen te voeren. 

    We moeten een einde maken aan onze verslaving aan een eentonig dieet van uniforme, extreem bewerkte producten

    Ook is het noodzakelijk om landbouwmethoden te diversifiëren en om landschappen, stedelijke ruimtes, gemeenschappelijke grond en zelfs tuinen als voedselbronnen te gaan zien. Veel landbouwvormen kunnen beter tegen extreem weer dan reguliere monoculturen en zijn een potentiële bron van levensonderhoud voor een nieuwe generatie boeren.

    Tot slot behoren we voedsel culturele waarde toe te kennen en zouden we er ook vreugde uit moeten putten – het gaat niet alleen om een economisch goed, een middel om geld te verdienen. Het Global Manifesto on Forgotten Foods, gelanceerd in 2021, roept op tot een actieplan waarin vergeten voedselbronnen, van klimaatbestendige en lokale gewassen zoals fonio en bambara-aardnoot, deze transformatie kunnen bewerkstelligen. We moeten lokaal, voedzaam en divers voedsel herontdekken en een einde maken aan onze verslaving aan een eentonig dieet van uniforme, extreem bewerkte producten die de hele wereld worden overgesleept.

    Dit vereist visie, investeringen, wetenschappelijke kennis en boeren die innoveren in plaats van slaafs nieuwe technologieën afnemen. Als het om het telen van vergeten gewassen in een veranderend klimaat gaat zijn zij de experts, niet wij. Producenten en consumenten, niet bedrijven, moeten het voortouw nemen bij de heroverweging van het voedselsysteem die zo broodnodig is voor het welzijn van de mensheid en de aarde.

    Lees ook:

  • Hoe volkstuiniers de natuur kunnen redden (en ons nader tot elkaar kunnen brengen)

    Hoe volkstuiniers de natuur kunnen redden (en ons nader tot elkaar kunnen brengen)

    Er is al heel lang een beweging gaande die veel verder reikt dan de volkstuin alleen. Tuiniers zetten in op een nieuwe ‘Internationale’ met lokale wortels. Het aanplanten van groente en fruit is niet alleen duurzaam, het kan ook de gemeenschapszin bevorderen.

    In het uiterste noorden van Duitsland leidt midden in het stadscentrum van Kappeln an der Schlei een klein straatje naar een eerder grijze dan groene idylle. Een kille stilte hangt over verlepte hortensiastruiken en kale fruitbomen, over afgeoogste tuinbedden en leeggehaalde kassen. Alles wacht hier op het voorjaar, als het eindelijk weer kiemt, geurt en zoemt. Alles wacht op het moment dat hier weer gewerkt kan worden aan een betere toekomst.

    Een betere toekomst? Het idee dat tuinders een avant-garde zouden kunnen zijn en hun voorjaarsplannen relevant voor het landelijk beleid, lijkt op zo’n braaf volkstuincomplex op het eerste oog nogal vergezocht. Maar over volkstuintjes kan ook groot worden gedacht. Zo kan het samen bezig zijn sociale verdeeldheid tegengaan. Je leert er niet alleen met anderen tot democratische besluitvorming komen maar je leert ook de natuur kennen en de gevaren die haar bedreigen. Insecten en vogels vinden er hun leefgebied, bomen gaan met hun microklimatologische koeling de dreigende opwarming van de aarde tegen. En je kunt zelfs nog groter denken: de beheerders van kleine en ook grotere tuinen kunnen met zaaigoed en nieuwe inzichten bijdragen aan een duurzame landbouw. Zelfs bij de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) spreken experts al van een nieuwe, door tuinders geïnspireerde landbouwrevolutie.

    Spitten voor utopia: al heel lang is er een beweging gaande die veel verder reikt dan de volkstuin alleen. Iedereen die weleens in hobby-, school- en kasteeltuinen komt, die met landbouwwetenschappers, historici, beheerders van stadsparken, directeuren van milieuorganisaties, boeren, pedagogen en ontwikkelingsexperts praat, weet het. Zij zetten in op een nieuwe ‘Internationale’ met lokale wortels: tuinders aller landen, verenigt u!

    De omheinde tuinkabouterparadijzen werden decennialang door de rest van de samenleving enigszins meewarig bekeken

    Op het complex in Kappeln weten ze al heel lang dat het aanplanten van groente en fruit de gemeenschapszin kan bevorderen. Het volkstuincomplex was 207 jaar geleden wat we tegenwoordig een sociale innovatie zouden noemen. De dominee van het stadje stelde toen aan enkele verpauperde gezinnen een stuk grond ter beschikking op het terrein van de kerk, vertelt verenigingsvoorzitter Frank Unterspann. Omdat dat stuk collectief beheerd en de pacht gezamenlijk opgebracht diende te worden, sommeerde de dominee de toekomstige gebruikers om woordvoerders te kiezen en stelde hij een overeenkomstig contract op. Duitslands oudste moestuinvereniging was een feit, en daarmee een waarborg tegen al te grote nood.

    Inmiddels kent Duitsland 13.500 van zulke verenigingen, met in totaal bijna 900.000 leden. Tegenwoordig streven die niet meer naar voedselzekerheid, maar ‘zoekt iedereen er zijn eigen kleine beetje rust’, zoals Frank Unterspann dat noemt. Dansen in de meimaand, grillen en barbecueën: vanwege zulk soort rituelen werden de omheinde tuinkabouterparadijzen decennialang door de rest van de samenleving enigszins meewarig bekeken.

    Verandering

    Maar dat er iets aan het veranderen is valt ook te lezen in de welig tierende, rijk geïllustreerde tuinliteratuur. Steeds vaker houden de schrijvers daarvan zich bezig met een ‘humusrevolutie’ of met ‘klimaatbeschermingsbedden’ die ‘toekomstbestendig’ moeten zijn. Naast strakke coniferen moeten er volop permaculturen, compost en terra preta te vinden zijn. In verenigingskantines wordt fel gediscussieerd over de vraag of chemische bestrijdingsmiddelen zijn toegestaan en geven de mensen elkaar tips over hoe het in de praktijk ook zonder kan. Ook in Kappeln hebben leden van het eerste uur geen Nackensteak en Rostbratwurst meer op hun grill liggen maar paprika en halloumi, en leveren ze met zakjes zaad, schoffel en gieter een bijdrage aan de oplossing van grote wereldproblemen.

    Dat die wereldwijde problemen ook gevolgen hebben voor de tuinen, horen we van Sven Hannemann. Hij is parkbeheerder bij slot Sanssouci in Potsdam. In de hete zomers die ons te wachten staan moeten we onze bloemperken misschien wel laten verpieteren, zegt hij, anders zal er niet voldoende water zijn om alle bomen naar behoefte te beregenen. Daarvoor werden ook oude tappunten weer uitgegraven.

    Honderden bomen hebben in de voorbije drie droge jaren schade opgelopen. Sven Hannemann houdt stil bij een eik die wortel schoot ten tijde van de Dertigjarige Oorlog. Hij schrikt bij de aanblik van de diepe groeven die een schadelijk insect in de schors heeft gemaakt: ‘Als het niet zo droog was geweest, zou de boom zich hebben kunnen verdedigen,’ zegt de parkbeheerder bezorgd. ‘Nu zal hij waarschijnlijk niet lang meer te leven hebben.’

    Hoelang kunnen zij in historische parken die zeldzame oude bomen behouden?

    Wandelend door de lanen en velden van zijn slotpark wijst Hannemann nu eens links op rode beuken met te lichte kronen, dan weer rechts op sparren met bruine takken, en vóór zich op boomgroepen waarin bepaalde exemplaren gekortwiekt moeten worden. Zulke decimeringen slaan harde wonden in de door tuinarchitecten als Peter Joseph Lenné zo weloverwogen vormgegeven landschappen en zichtassen.

    Daarom maken de tuinarchitecten van het Fürstlich Greizer-park en het Slotpark Nymphenburg zich al net zoveel zorgen als hun collega’s in Potsdam. Hoelang kunnen zij hun taak om de monumentale tuinarchitectuur voor het nageslacht te bewaren nog waarmaken; parken die de uiteenlopende machtsconcepten en natuurfilosofieën van afgelopen eeuwen vertegenwoordigen? Hoelang kunnen zij in historische parken die zeldzame oude bomen behouden, waaronder in februari de winterakonieten en in het voorjaar de lelietjes-van-dalen ontspruiten; de loofrijke velden, sloten, kunstmatige meren en met riet begroeide oeverzones, waar duizenden uit kaalgeslagen landbouwgrond verdreven organismen beschutting vinden?

    Ook om die reden zijn de historische tuinen uitgegroeid tot een proeftuin voor klimaataanpassing en soortenbescherming. Zo trekt in het EU-onderzoeksproject I-React (Bescherming cultuurgoederen tegen extreme weersomstandigheden en vergroting van hun weerbaarheid) de Stichting Pruisische Paleizen en Tuinen Berlin-Brandenburg samen op met verschillende Fraunhofer-Instituten en het Climate Service Center in Geesthacht. Geodata en weersimulaties moeten uitwijzen welk risico op schade bomen de komende jaren lopen als gevolg van dreigende stortregens en stormen.

    ‘Wie als kind in aanraking komt met de natuur is eerder geneigd die als volwassene te beschermen’

    De Potsdammers zetten nu boomkwekerijen op waar klimaatbestendiger inheemse soorten worden getest. Of ze gaan doelbewuster om met groenafval. Sven Hannemann houdt stil bij een groep jonge bomen die dreigde te verdrogen en daarom verplant werd naar een natter stuk in het park. Ze staan nu in een dikke laag compost: ‘Zo stimuleren we plant-schimmelsymbiosen en bouwen we bewuster nieuwe humus op.’

    Over hun problemen hebben de parkbeheerders niet alleen contact met wetenschappers maar ook met veel volkstuinders die nog oude soorten kweken en met bodembiologie experimenteren. Of profiteren zij van de ecosysteemkennis bij herders. Hun kuddes zien we nu vaker met zachte, groeibevorderende tred over de ooit vorstelijke weiden trekken. Vrijwilligers bij het onderbemande parkbeheer verzamelen takken die na een storm overal op de gazons liggen. Zij maken net zo goed deel uit van de nieuwe tuinbeweging – en sinds kort zelfs schoolkinderen.

    Vlak naast de Koninklijke Hofkwekerij van Sanssouci ligt een groot gezamenlijk moestuinbed. De groep die het heeft aangelegd noemt zich simpelweg Acker (akker). Het idee komt van landbouwwetenschapper Christoph Schmitz. Hij zag in hoe belangrijk en hoe miskend de tuin is als plek om te leren. In GemüseAckerdemien (groente-‘akkerdemieën’) zoals hier in Potsdam of in Indoor-Gemüseklassen (indoorgroentelessen), waarbij de gewassen in de school zelf ontspruiten, brengen zogeheten AckerCoaches onderwijzers en leerlingen bij hoe ze snijbiet en spinazie, Chinese kool en koolrabi, citroenmelisse en salie kunnen kweken. Landelijk adviseren ze bijna vijfhonderd scholen en kinderdagverblijven. Dankzij deze impuls zijn er veel nieuwe schooltuinen aangelegd. Ze bieden hoop op een generatie voor wie duurzaamheid een vanzelfsprekendheid is. ‘Wie als kind in aanraking komt met de natuur is eerder geneigd die als volwassene te beschermen,’ zegt Christoph Schmitz vol overtuiging.

    ‘Guerrilla gardeners’

    Want als stadskinderen kennismaken met tuinieren, groeien naast nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen en zelfbewustzijn ook andere deugden voor een tijd van schaarse hulpbronnen: kennis van planten- en diersoorten, van bodemleven en gezonde voeding. Plezier in experimenteren. Waardering voor voedsel. Respect voor de onomstotelijke wetten en grenzen van de natuur, voor dood en ontkiemend leven, voor kringlopen. En voor langetermijndenken: ‘Ik kan het u allemaal aanraden: word tuinder,’ schreef de Amerikaanse zaadgoedkweker en minister van Landbouw Henry A. Wallace in de jaren dertig. ‘Dan zult u nooit sterven want u moet wel blijven leven om te zien wat er komend jaar gebeurt.’

    Zeker sinds de ontsteltenis over het verdwijnen van de bij leggen ook steeds meer volwassen stedelingen een tuinbed aan; en dat niet alleen op hun balkon of in hun voortuin. Ze gebruiken groenstroken of een braakliggend terrein in de stad. Een van de allereersten waren de revolutionaire guerrilla gardeners. Zij dropten zaadbommen, waaruit tussen het grijs van de stad kleurige bloeimengsels ontsproten. Zonder daarvoor toestemming te hebben plantten ze gewoon groenten, bloemen en struiken aan op elke plek langs de straat waar het asfalt ook maar verwijderd kon worden. Hoeveel gezamenlijke, huur-, wijk- en andere tuinen zijn er sindsdien als moderne volkstuinvarianten in stadswijken ontstaan? ‘Tot nu toe is dat niet precies vastgelegd,’ zegt Verena Exner van de Duitse Federale Milieustichting (DBU). ‘Maar we zien een duidelijk groeiende belangstelling.’

    De DBU zal het weten, ze heeft de tuinbeweging die volgens Exner ‘tal van facetten’ heeft, de wind in de rug gegeven. Naast een project met historische tuinen promoot zij overal in het land ook andere modellen zoals initiatieven voor het beplanten van daken en gevels, experimenten met ‘microlandbouw’ in een stedelijke omgeving of hulp aan kleine ondernemers om de biodiversiteit van hun groen te vergroten.

    Tuinieren biedt ook de mogelijkheid om mensen ‘dwars door alle culturen, leeftijdsgroepen en lagen heen’ met elkaar in gesprek te brengen

    Stadstuinders willen vooral buiten bezig zijn en gezond eten. Maar van het Tempelhofer Feld in Berlijn tot aan de Osnabrücker ‘vredestuinen’, van de Keulse Veedelsgarten tot aan het Münchense o’pflanzt is! biedt tuinieren ook de mogelijkheid om mensen ‘dwars door alle culturen, leeftijdsgroepen en lagen heen’ met elkaar in gesprek te brengen, zegt Exner. Daarbij gaat het er niet altijd zonder spanningen aan toe, maar in ieder geval ontstaat er over de notoire bubbels heen een publieke ruimte.

    ‘Crises maken de sociale verbeelding los,’ schrijft publicist Mathias Greffrath in een essay over utopieën. Tuinprojecten onder de paraplu van ‘voedseltafels’ zijn zodoende ook in contact gekomen met andere groepen. Zo’n vijfenveertig van zulke initiatieven willen al een ‘eetbare stad’ creëren of een ‘klimaatvriendelijk en sociaal rechtvaardig voedselsysteem’ opzetten.

    Iets soortgelijks gebeurt ook elders in de wereld. In New York of Lagos moet urban gardening ervoor zorgen dat arme mensen gezond te eten krijgen, net als twee eeuwen terug in Kappeln. In het Indiase Kerala willen politici daktuinen omdat veel burgers bang zijn voor giftige pesticiden uit de grootschalige groenteteelt. Hier komen we op een terrein waar de tuinbeweging misschien wel haar grootste effect sorteert: de landbouw. Op veel plaatsen baant een paradigmawisseling zich al een weg.

    Verzilte, uitdrogende, eroderende grond en overbemest oppervlaktewater, het verdwijnen van soorten en variëteiten, een gigantisch energieverbruik, hoge CO2– en methaanemissies: wereldwijd zijn de verwoestende langetermijngevolgen van de inzet van landbouwchemicaliën in monoculturen en de verergering van die problemen als gevolg van klimaatverandering duidelijk zichtbaar. In de strijd tegen deze bedreiging van ons bestaan kan het diversiteitsprincipe van de tuin belangrijke impulsen geven ‘om de planeet voor mensen bewoonbaar te houden’, schrijft Jürgen Renn.

    In het nieuwe mensentijdperk zouden tuinen zich ontwikkelen tot ‘plekken van compensatie voor de uitbuiting van de natuur’

    Deze wetenschapshistoricus zet momenteel een Max Planck Instituut voor Geo-Antropologie op poten om het antropoceen te bestuderen; het tijdperk waarin de mens als dominant levend wezen macht uitoefent over elke vierkante millimeter grond. In het fossiele tijdperk waren tuinen nog ‘hulpbron, toevlucht en plek van een tegencultuur’ tegenover het gejaagde bestaan van alledag, zegt Renn. Overdag verrichtten mensen vervreemd hun arbeid, ’s avonds spitten zij om tot rust te komen. In het nieuwe mensentijdperk zouden tuinen zich ontwikkelen tot ‘plekken van compensatie voor de uitbuiting van de natuur’. Plekken dus die kunnen bijdragen aan herstel van bodem, water en lucht – en dat niet alleen in de volkstuin, maar ook op landbouwgrond. De wetenschapper hoopt op een omwenteling, zoals de neolithische revolutie die voor de landbouw heeft gebracht.

    Een herculestaak! Maar veel bedrijven experimenteren hier al mee. Ze verbouwen minder graan- en marktgewassen en vervangen deze door allerlei soorten peulvruchten en groenten, fruit- en notenbomen, bessen of andere struiken. Hoe geraffineerder de samenstelling van zo’n agro-ecologisch gemengd fruit- en boslandbouwsysteem, hoe beter ter plekke specifieke planten elkaar van schaduw en water kunnen voorzien, elkaar op natuurlijke wijze bemesten en beschermen tegen schadelijke insecten. De diversiteit in akkerbouw zorgt vervolgens ook nog voor diversiteit aan organismen op en in de grond.

    Zulk afzien van landbouwchemicaliën is arbeidsintensiever dan de conventionele landbouw, de technologieën ervoor moeten eerst nog worden ontwikkeld en tot nog toe betaalt alle moeite zich nauwelijks uit. Europese boeren die grote oppervlakten intensief bewerken, zouden een begin kunnen maken door in plaats van drie afwisselend zes of acht verschillende producten te telen. Ook kunnen zij bomenrijen op hun akkers planten. In de rendabeler groente- en fruitteelt kunnen tomaten en basilicum al op hetzelfde veld groeien, wijnranken kunnen zich rond appelbomen slingeren en bonen om maïsstengels, die het goed doen naast aardappelen.

    Voor armere landen, waar de meeste boeren van één of twee hectare voornamelijk hun eigen gezin voeden en slechts een deel van hun producten lokaal op de markt brengen, zijn complexere diversiteitssystemen daarentegen nu al kansrijk.

    Andhra Pradesh

    Zo wil Andhra Pradesh, een van de grootste deelstaten van India, stap voor stap voor alle boeren soortenrijke akkers met verschillende niveaus invoeren. In het beste geval groeien daar dan palmbomen met daaronder mango’s en papaja’s, en een niveau lager mais, kalebassen, yams, kurkuma, sperziebonen en andere groenten. Moringabomen en linzen zorgen voor de stikstof die planten nodig hebben om te groeien. Chili en ui verdrijven schadelijke insecten. Een eigen brouwsel van rundveemest, mineralen en planten zorgt voor vruchtbare grond.

    Een ander voorbeeld is Tsjaad. De Sahel wordt steeds droger, veel velden leveren nauwelijks nog iets op en arme boeren zijn afhankelijk van duur importvoedsel uit Libië. Om ze daar minder afhankelijk van te maken blaast men nu een oeroude vergeten teelt nieuw leven in. Dadelpalmen moeten zowel voor vruchten zorgen als voor bouwmateriaal in de vorm van hout en vezels. In de schaduw van deze bomen worden granaatappels en sinaasappels geplant, tomaten en bladgroenten, geneeskruiden en specerijgewassen. In dit project werken tuinders uit Noord-Afrikaanse oaseculturen samen met landbouwwetenschappers uit Bayreuth. De bijdrage van deze wetenschappers bestaat uit de levering van druppelsystemen voor irrigatie die gevoed worden door pompen op zonne-energie.

    Dit soort projecten kunnen vaak relatief snel de opbrengsten vergroten. Als een natuurramp een deel van de oogst ruïneert, zijn er altijd nog andere planten over om zelf te eten of te verkopen. Met de kwaliteit van het voedsel verbetert tevens de ‘planetaire gezondheid’, zoals dat in het jargon van de Verenigde Naties heet.

    Zal de wereld dan binnenkort echt opbloeien? Of is dit gewoon een door stedelingen gedroomde utopie? In feite fungeerde de tuin vaak genoeg als projectiescherm voor dromen. Dat begon niet pas met het verlangen van escapistische romantici die in ‘tuinen die over rotsen heen / in schemerende priëlen verwilderen’ (Eichendorff) het vuil van de vroeg-industriële samenleving ontvluchtten. Nazi’s projecteerden op de moestuin hun sociaal-darwinistische uitsluitingsslogans. Marxisten streefden naar een wetenschappelijk onderbouwde controle over de natuur met behulp van technologie. In dat opzicht verschilde het socialistische blok in elk geval niet heel veel van de kapitalistische klassenvijand. Die verdreef pas echt elk kruidje uit het veld. Bij een blik erwten voor 19 cent heeft elke peul uit eigen teelt het nakijken.

    Tuinen én wildernis

    Maar met de ecologische crises faalt nu ook de kapitalistische utopie van de grenzeloze groei die de agrarische concerns en investeerders een tijdlang op kosten van de natuur in de schoot geworpen kregen. Daarom groeit het verlangen naar een nieuwe visie met inbegrip van concrete verwachtingen en praktische stappen om de ecologische crises te overwinnen – die dan niet meer zo volkomen verlammend lijken. Naar een nieuwe, toch al redelijk concrete paradijsutopie van diversiteit op kleine schaal. Bedenkingen daartegen komen van natuurbeschermers: het Paradijs in de Bijbelse metafoor is nu juist niet door de mens ontworpen. In plaats van meer tuinen zou er vooral meer wildernis moeten zijn. Meer onbebouwde grond voor – al naar gelang – goddelijke of ‘ongerepte’ natuur.

    Max Planck-onderzoeker Jürgen Renn is zo’n man met bezwaren: door zich over de hele wereld te vestigen, door de aarde uit te putten en technologisch te transformeren heeft de mens allang een nieuwe aardatmosfeer gecreëerd die ‘haar natuurlijkheid verloren’ heeft en waarbij ‘de planeet zelf tot tuin gemaakt’ is.

    En dus moet de machtigste soort, de mens, allebei herscheppen: tuin én wildernis.

    Over één punt zijn alle betrokkenen bij de opkomende tuinbeweging het eens: ze moet steun krijgen vanuit de politiek. Daar zijn veel ideeën over. Zo kan een jaarlijks door de minister van Landbouw uit te brengen verslag met betrekking tot de staat van historische parken en stadsplantsoenen (vergelijkbaar met het Waldbericht van de Duitse regering), publiek de aandacht trekken, schade voorkomen en initiatieven aanmoedigen.

    In Hamburg hebben gemeente, wijkbesturen en ondernemingen zich ondanks de bevolkingsgroei en de bouwhausse contractueel verplicht tot behoud van het stedelijk groen. Düsseldorf heeft een soortenbeschermingsfunctionaris aangesteld, een speciaal contactpunt dat groepen die een stedelijk tuinproject willen opzetten helpt op hun weg door de stedelijke bureaucratie. En natuurlijk helpt geld ook. De federale overheid heeft haar subsidiepot vorig jaar al verdrievoudigd van 300 miljoen euro naar 900 miljoen euro. Het Bundesverband Garten-, Landschafts- und Sportplatzbau vraagt daarbovenop een ‘groen miljard’ voor meer stedelijk groen en klimaatbescherming via het herinrichten van parken.

    Geld helpt om meer deskundig parkpersoneel aan te stellen nu als gevolg van de opwarming van de aarde sterkere onderhoudsinspanningen vereist zijn. Er is ook geld nodig voor onderzoek naar agro-ecologische teeltwijzen – wereldwijd. En met geld zou de landbouwsteun van de EU welbewust de diversiteitslandbouw en de ontwikkeling van een markt hiervoor moeten bevorderen.

    Want eigenlijk is het heel simpel. Decennialang hebben we het landschap kaalgeslagen – nu moeten we het weer inrichten.

  • Wereldnieuws: Belarus pakt Wikipedia-redacteur op & Meer

    Wereldnieuws: Belarus pakt Wikipedia-redacteur op & Meer

    Ruikende telefoon als ziekte-ontdekker

    Honden kunnen kanker, Parkinson, malaria en andere aandoeningen ruiken die veranderingen in de lichaamsgeur veroorzaken. Ze kunnen zelfs corona ruiken. Het zou enorme gevolgen voor de volksgezondheid hebben om dat vermogen van honden in een draagbare, toegankelijke vorm te hebben zodat ziekten in een vroeg stadium kunnen worden gesignaleerd, aldus Vox. Een smartphone kan al horen, zien en voelen, maar nog niet ruiken.

    Het zal niet lang duren voordat het zover is, denkt Andreas Mershin, onderzoeker en uitvinder aan het MIT. ‘Ik denk dat het nog ongeveer vijf jaar zal duren om geurdetectie in een telefoon te krijgen. In miljoenen telefoons.’ De privacy-implicaties zijn niet gering, maar het voordeel lijkt duidelijk: een robotneus in zakformaat kan immers levensreddend zijn. ‘Ieder van ons kan een moedervlek hebben die kwaadaardig wordt,’ zegt Mershin. ‘Als je zes maanden wacht, wordt dat soms een doodvonnis.’ Maar met een telefoon die een geurverandering waarneemt, word je mogelijk eerder gewaarschuwd.

    lucas ludwig RTG5GeI6aQ0 unsplash kopie
    © Unsplash

    Moestuin van Europa

    In de Zuidspaanse provincie Almeria, ook wel de moestuin van Europa genoemd, wordt behalve veel groente en fruit elk jaar ook zo’n 30.000 ton plastic afval geproduceerd. In The Greenhouse Series II brengt de Duitse fotograaf Tom Hegen dit door landbouw overspoelde landschap, dat zich uitstrekt over 360 vierkante kilometer ruig, bergachtig terrein, in beeld als een abstracte landkaart. De meestal zelfgebouwde kassen bestaan bijna volledig uit een soort folie dat wordt achtergelaten zodra het niet meer bruikbaar is. De kleine plastic deeltjes komen uiteindelijk in de zee terecht, dus in de vis en uiteindelijk bij de consument.

    N°TGSII 08 640x480@2x 1
    © Tom Hegen / Colossal

    Mannen over- en vrouwen onderschatten hun IQ

    Recent onderzoek keek naar verschillen tussen mannen en vrouwen die hun eigen intelligentie of IQ moesten schatten. Het blijkt dat eerst het biologische en daarna het psychologische geslacht het sterkst de overschatting van IQ voorspellen, aldus The Conversation. Oftewel: geboren zijn als man of sterke mannelijke eigenschappen hebben (zowel mannen als vrouwen) vergroot de kans op een opgeblazen intellectueel zelfbeeld. Over het algemeen denken mannen dat ze beduidend slimmer zijn, terwijl vrouwen zichzelf veel bescheidener inschatten. 

    Dit effect wordt wel het probleem van de mannelijke hybris en de vrouwelijke nederigheid genoemd. Voor onderwijspsychologen is dit onderzoek belangrijk omdat het iets zegt over bijvoorbeeld vakkenkeuze op school: als je denkt dat je iets niet kunt, doe je het niet. De onderzoekers denken dat de uitkomsten voor een deel ook de genderloonkloof kunnen verklaren.


    Bibliotheek voor verboden boeken

    In de bibliotheek van het afgelegen, honderd inwoners tellende Matinicus Isle, 35 kilometer voor de kust van Maine, zijn alle boeken welkom, maar de bibliotheek heeft een speciale voorkeur voor boeken die elders in het land verboden zijn. Zo kwam bewoner Eva Murray onlangs terug van het vasteland met onder meer And Tango Makes Three, het verhaal van twee mannelijke pinguïns die samen een kuiken grootbrengen. Volgens de American Library Association is dat een van de meest verboden boeken in de VS. ‘We kopen verboden boeken om publiekelijk weerstand te bieden tegen de drang om boeken te verbieden,’ zegt vrijwilliger Murray in gesprek met Bangor Daily News. Het past bij Matinicus, waar tolerantie voor leven en laten leven en waardering voor verschillen essentieel is. ‘Wij zijn in de bevoorrechte positie om te zeggen: we verbieden geen boeken.’


    Verbod mobiele telefoon zorgt voor achterstand meisjes in India

    In conservatieve delen op het platteland van India is het taboe voor meisjes om mobiele telefoons te gebruiken, uit angst dat ze online mogelijk jongens zullen ontmoeten of gecorrumpeerd zullen worden door online-invloeden, aldus NPR. Jongens met een smartphone worden daarentegen gezien als vooruitstrevend en slim. Dit zegt Shabnam Aziz, hoofd gendergelijkheid en inclusiviteit bij Educate Girls, een non-profitorganisatie voor meisjesonderwijs die in meer dan 20.000 dorpen in India werkt. Een UNICEF-rapport van vorig jaar bevestigt dat meisjes van 15 tot 19 jaar in de voorafgaande twaalf maanden minder vaak een mobiele telefoon bezaten dan jongens van hun leeftijd en minder vaak internet gebruikten. Dat was vooral het geval in Zuid-Azië, inclusief India. Daardoor was het voor meisjes tijdens de pandemie bijzonder moeilijk om over te stappen naar online-onderwijs, zeggen experts en activisten.

    Het gebrek aan toegang tot mobiele telefoons brengt hoge kosten met zich mee voor meisjes: het kan wezenlijk hun toekomst beïnvloeden, zegt econoom Mitali Nikore. Haar denktank Nikore Associates bestudeert de genderbarrières waarmee meisjes worden geconfronteerd als het gaat om technologie. Zonder telefoon hebben meisjes veel moeilijker toegang tot online-inhoud, nodig om in de toekomst een baan te vinden. ‘Ze kunnen niet op kantoor werken zonder kennis van Word of Excel. Ze kunnen geen ondernemer worden als ze niet weten hoe ze betaalapps moeten gebruiken. En voor digitale marketing moet je sociale media kunnen gebruiken,’ aldus Nikore.


    Belarus pakt Wikipedia-redacteur op

    Half maart werd Mark Bernstein uit Minsk gearresteerd door Belarussische troepen. Hij zou zijn gearresteerd voor ‘het verspreiden van valse anti-Russische informatie’, meldt Haaretz. Bernstein, die werkt onder de gebruikersnaam Pessimist2006, is een van de meest prominente en productieve redacteuren van het Russische Wikipedia. Zijn artikelen worden door het Kremlin gezien als kritisch ten aanzien van de Russische president Vladimir Poetin.

    Toen de eerste Russische troepen de grens met Oekraïne overstaken, startten vrijwilligers in Rusland een Russischtalig Wikipedia-lemma over de ‘Russisch-Oekraïense oorlog’ van 2022. Dat is sindsdien omgedoopt tot ‘Russische invasie van Oekraïne’ en werd al miljoenen keren gelezen. Bernstein had er verschillende artikelen over de invasie voor geredigeerd.

    Wikimedia Foundation (WMF), een in de VS gevestigde non-profitorganisatie die toezicht houdt op verschillende ‘wiki’-projecten waaronder Wikipedia’s in verschillende talen, ontving onlangs een brief met het verzoek sommige artikelen over de invasie te verwijderen. Afzender: het Russische bureau dat de facto de autoriteit is op het gebied van internetcensuur. WMF, die zich nooit bemoeit met de inhoud van de open encyclopedie, weigerde dat. In een verklaring aan de San Francisco Examiner gaf Maryana Iskander, CEO van WMF, daar een verklaring voor: ‘In een tijd waarin kennis en informatie steeds meer gepolitiseerd worden, is het belangrijker dan ooit om de betrouwbaarheid van de informatie op Wikipedia te handhaven.’ 

    De arrestatie van Mark Bernstein is de meest recente en expliciete poging van het Kremlin om de online-encyclopedie, die wordt gemaakt door vrijwilligers in de hele wereld, te ondermijnen. Moskou verzet zich al langer tegen Wikipedia. In het kader van een breder optreden tegen onafhankelijke media dreigde Poetin eerder al de toegang tot Wikipedia te blokkeren. Drie jaar geleden suggereerde hij plannen te hebben voor een Grote Russische Encyclopedie online die, anders dan Wikipedia, ‘betrouwbare’ informatie zou bevatten.

    Wiki Report 14 09 2014 18
    Mark Bernstein op een bijeenkomst van de Russische Wikipedia in Moskou. – ©  Wikipedia

  • Monsanto aangeklaagd door de stad Los Angeles

    Monsanto aangeklaagd door de stad Los Angeles

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rijkste Russen verliezen gezamenlijk meer dan 83 miljard dollar

    » Moderna geeft vaccinpatenten in arme landen vrij

    Stad eist compensatie voor vervuiling

    De stad Los Angeles heeft een rechtszaak gestart tegen het agrochemische bedrijf Monsanto. Het gemeentebestuur eist ‘compensatie’ voor de kosten die zijn veroorzaakt door tientallen jaren van waterverontreiniging door chemicaliën, schrijft Los Angeles Times. Deze producten, bekend als PCB’s, werden vervaardigd door Bayer, het moederbedrijf van Monsanto, en werden gebruikt in verf, inkt, papier en smeermiddelen.

    Los Angeles vraagt ook om de oprichting van een ‘speciaal fonds voor toekomstige kosten’: de stad heeft tot nu toe ‘miljoenen en miljoenen dollars uitgegeven, en zal miljoenen en miljoenen dollars blijven uitgeven om dit probleem op te lossen’, aldus de aanklacht.

    Lees ook:

  • In de Andes bevindt zich het meest diverse voedselsysteem ter wereld

    In de Andes bevindt zich het meest diverse voedselsysteem ter wereld

    In Peru’s afgelegen dorpen gebruiken boeren verschillende gewassen om de klimaatcrisis het hoofd te bieden. ‘Wij volgen het pad dat onze voorouders hebben ontwikkeld.’

    In een landelijke omgeving die door de eeuwen heen nauwelijks is veranderd, verzamelen boeren in rode wollen poncho’s zich in een halve cirkel om chica te drinken, gemaakt van gegiste maïs, terwijl ze mompelend Pachamama – Moeder Aarde – aanroepen voordat ze de drab op de aarde van de Andes sprenkelen. Zingend in het Quechua, de taal die door de Inca’s over de gehele Andes is verspreid, maken ze heuveltjes rondom de planten op de vele kleine lapjes grond op de terrassen van de Peruaanse berghelling.

    De Andes biedt plaats aan een van de meest diverse voedselsystemen ter wereld. Door middel van speciaal aangepaste landbouwtechnieken houden de boeren een grote variëteit aan maïs en andere gewassen in stand die de sleutel kunnen vormen voor voedselvoorziening, nu de opwarming van de aarde een onstabieler klimaat veroorzaakt. Maïs wordt al duizenden jaren verbouwd in Lares, bij Cuzco, in een van de hoogstgelegen landbouwgebieden ter wereld. De inwoners van Choquecancha en Ccachin zijn gespecialiseerd in meer dan vijftig soorten graansoorten in een veelvoud van verschillende grootten en kleuren. ‘Vroeger verbouwden de Inca’s dit soort ecotypes en wij volgen het pad dat onze voorouders hebben ontwikkeld,’ zegt Juan Huillca, een natuurbeschermer in het kleine bergdorp Choquecancha. 

    Maïskolven met roodgetinte korrels worden bloedhuiler genoemd

    Op een deken liggen maïskolven in een scala aan kleuren, van licht vergeeld wit tot donkerpaars. Allemaal hebben ze dikke korrels en beeldende namen. Gelige maïskolven met roodgetinte korrels worden yawar waqaq (bloedhuiler) genoemd. Witte kolven met grijze spikkels, waarvan de geroosterde korrels worden opgediend als knapperige canchita bij het beroemde Peruaanse gerecht ceviche, worden algemener chuspi sara (kleine maïs) genoemd.

    Historici menen dat wat nu de meest geteelde graansoort ter wereld is, zo’n tienduizend jaar 
    geleden zijn oorsprong had in het huidige Mexico. Vervolgens hebben de maïssoorten zich zuidwaarts verspreid langs de ruggengraat van de Andes om zo’n zesduizend jaar geleden in Peru aan te komen. Lang voor de klimaatcrisis begonnen de voorouders van deze boeren granen te verbouwen in verschillende kleine ecosystemen, van ijzige bergtoppen tot zonnige valleien.

    Erfgoedsystemen

    ‘In dit landschap zou het moeilijk zijn om slechts één variëteit van één gewas te verbouwen, omdat je in één jaar vorst, hagel, droogte of onstuimige regenval kunt hebben,’ zegt Javier Llacsa Tacuri, expert in landbouwbiodiversiteit. Hij beheert een project om landbouwtechnieken veilig te stellen die worden gezien als een van de weinige wereldwijd belangrijke, agrarische erfgoedsystemen. ‘Een paar variëteiten zijn niet genoeg om een jaar landbouw winstgevend te maken, dus moet je vele variëteiten hebben. Vorst en hagelstormen zijn altijd voorgekomen en onze voorouders wisten hoe ze daarmee moesten omgaan.’ Met meer dan honderdtachtig inheemse plantensoorten en honderden variëteiten heeft Peru een van de grootste diversiteiten aan gewassen.

    Het project, dat wordt gesteund door de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, staat de boeren bij om de inheemse soorten te behouden, en Llacsa Tacuri en zijn collega’s helpen hen om markten te vinden voor de veelkleurige maïs. ‘Peru is een van acht plekken ter wereld die worden beschouwd als een centrum van herkomst van de landbouw,’ zegt Llacsa Tacuri. ‘De eerste bewoners en hun nakomelingen, de huidige boeren, begonnen hun aanpassing aan dit landschap meer dan tienduizend jaar geleden.’

    Juan Huillca vertelt dat zijn dorp en de nabijgelegen plaatsjes de klimaatcrisis al beginnen te voelen. ‘Er komen ziekten als zwarte roest en meeldauw. Soms hebben we vorst of hagel. Daarom hebben we zaadbanken, om onze maïsecotypes niet kwijt te raken, zodat we wat we verloren hebben terug kunnen krijgen en die variëteiten opnieuw kunnen zaaien.’

    Nu het klimaat opwarmt, ontstaan er variëteiten die resistenter zijn tegen ziekten en plagen

    In een eenvoudig boerenhuis in Ccachin ligt de genetische erfenis van duizenden jaren oogstdomesticatie en -variatie. Tientallen soorten gedroogde korrels liggen er opgeslagen in plastic containers voor moeilijke tijden. ‘Maar de verdiensten zijn laag, waardoor veel jonge mensen naar de stad verhuizen omdat ze hun familie niet kunnen onderhouden,’ zegt Huillca. 

    Sonia Quispe, die zich bekommert om het behoud van maïs in Choquecancha, vertelt dat de oogst half zo groot is als normaal. ‘Door de klimaatcrisis wordt er minder geoogst, maar we vullen ons eetpatroon aan met aardappelen. Het is dus belangrijk om met verschillende soorten maïs te werken om voor voldoende voedsel te zorgen. Nu het klimaat opwarmt, ontstaan er variëteiten die resistenter zijn tegen ziekten en plagen.’

    Plagen tegengaan

    Quispe kan de soort van drie maanden oude maïsscheuten herkennen aan de stengels. Ze legt uit dat de stengels die aan de onderkant rood zijn rood-getinte kolven met een bittere smaak voortbrengen die plagen tegengaan en die zich naar hoger op de berg gelegen gebieden verspreiden naarmate de zon feller wordt.

    Julio Cruz Tacac (31), een yachachiq oftewel landbouwdocent, die na zijn studie in Cuzco terugkeerde naar Ccachin, heeft de weerpatronen zien veranderen. ‘Toen ik klein was, scheen de zon niet zo fel. De temperatuur was milder.’ ‘Het was alsof we in het paradijs woonden wat voedsel betreft. We hadden alles bij de hand,’ vertelt hij over zijn jeugd. Dat contrasteert met het leven in de stad, waar ‘alles om geld draait’. Door de coronapandemie werd dat nog moeilijker. Peru had de hoogste sterftecijfers door corona ter wereld.

    ‘Maar nu er een pandemie is, willen de mensen niet ruilen, ze willen geld’

    In de afgelegen dorpjes wordt de gewoonte van ayni, gemeenschappelijk werk, in ere gehouden, maar een vorm van ruilhandel die trueque heet heeft schade opgelopen door de economische impact van de pandemie. ‘We gaan naar de markt waar we het fruit en de coca van de boeren in de vallei verhandelen,’ zegt Genara Cárdenas (55) uit Ccachin. ‘Maar nu er een pandemie is, willen de mensen niet ruilen, ze willen geld.’

    De financiële druk heeft de traditionele manier van leven in het dorp aangetast, maar de gewassen hebben de bewoners geholpen om ondanks de economische problemen zelfvoorzienend te blijven. Nu zorgt de klimaatcrisis voor nieuwe uitdagingen, zegt de 55-jarige boer Victor Morales. ‘Toen ik jong was, kwamen de regens en de vorst op vaste tijden, maar tegenwoordig is alles veranderd. Toen hadden we veel verschillende soorten aardappelen en maïs, nu hebben we variëteiten die resistenter zijn tegen de klimaatverandering.’

  • Minister roept Spanjaarden op om minder vlees te eten en ontketent verhit debat

    Minister roept Spanjaarden op om minder vlees te eten en ontketent verhit debat

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Joe Biden uit machteloosheid in ‘vurige’ toespraak over stemrecht

    » Zestig jaar oud stripboek verkocht voor bijna vijf ton

    Spaanse minister spreekt zich uit tegen intensieve veeteelt

    Megastallen zijn de afgelopen weken het onderwerp van een verhit debat in Spanje geworden naar aanleiding van het interview dat de minister van Consumentenzaken, Alberto Garzón, eind 2021 gaf aan The Guardian. Tegen de Britse krant zei Garzón dat de vleesindustrie, en met name de intensieve veeteelt, een grote rol speelt in de klimaatverandering en de achteruitgang van het milieu. Hij riep Spanjaarden dan ook op om minder vlees te eten.

    ‘Ik denk dat we met Kerstmis ons allemaal vol moeten proppen met vlees’

    Garzóns uitspraken riepen met name aan de rechterkant van de Spaanse politiek hoon en verontwaardigde reacties op. ‘Ik denk dat we met Kerstmis ons allemaal vol moeten proppen met vlees’, zei een woordvoerder van de rechtse Partido Popular (PP) als reactie op Garzóns uitspraken, aldus The Guardian.

    Naast CO2-uitstoot van vlees, is ook stikstofuitstoot een probleem in Spanje, schrijft El País. Intensieve veeteelt zorgt in veel plaatsen in Spanje voor een uitstootniveau dat hoger ligt dan de Europese stikstofnormen.

    Lees ook:

  • Europees landbouwbeleid: een ‘mislukte’ groene hervorming

    Europees landbouwbeleid: een ‘mislukte’ groene hervorming

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oorverdovende stilte in de Chinese media rondom tennisster Peng Shuai

    » VS: Droogte zorgt voor andere kijk op waterzuivering

    De Groenen en klimaatbewuste boeren zijn teleurgesteld

    Het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) dat dinsdag door het Europees Parlement is goedgekeurd, is bedoeld om de landbouw te ‘vergroenen’. Maar het heeft de parlementsleden van de Groenen en boeren die de strijd tegen de klimaatverandering willen aangaan, grotendeels teleurgesteld. ‘Het bereikte compromis is bij lange na niet in staat om de beloofde klimaatdoelstellingen te halen’, aldus Der Tagesspiegel, dat zei dat Europa heeft ‘gefaald’ in zijn landbouwhervorming.

    ‘Lidstaten hebben de speelruimte om het beleid naar eigen inzicht ten uitvoer te brengen’

    De hervorming, die van toepassing zal zijn vanaf januari 2023, omvat premies voor boeren die deelnemen aan veeleisender milieuprogramma’s, milieuvriendelijker technieken gebruiken of het dierenwelzijn helpen verbeteren. De lidstaten zullen tussen 2023 en 2027 gemiddeld 25 procent per jaar van de rechtstreekse betalingen aan deze ‘ecoregelingen’ moeten besteden, met de mogelijkheid om in de eerste twee jaar slechts 20 procent uit te geven, schrijft Courrier International.

    Elk land moet tegen eind 2021 ook een ‘strategisch plan’ opstellen waarin het gedetailleerd uiteenzet hoe het de EU-middelen gaat gebruiken. Brussel zal ook moeten nagaan of het nationale landbouwbeleid in overeenstemming is met de doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen (Green Deal) en om het gebruik van pesticiden tegen 2030 met 50 procent te verminderen, waarbij een kwart van de grond voor biologische landbouw wordt gereserveerd.

    ‘Is dit wishful thinking?’ vraagt de Belgische krant Le Soir zich af. ‘Deels omdat de lidstaten de speelruimte hebben om het beleid naar eigen inzicht ten uitvoer te brengen’, aldus de Belgische krant.

    Lees ook:

  • 330 additieven in bewerkt voedsel

    330 additieven in bewerkt voedsel

    Er moet beleid worden ontwikkeld om de toegang tot en betaalbaarheid van rauw of minimaal bewerkt voedsel te verbeteren.

    Dat beweren Bernard Srour en Mathilde Touvier onlangs in The Lancet. Eerst was het slecht voor de gezondheid om vet te eten, toen waren koolhydraten de boos-doener, en moet vooral suiker in de ban. Westerse eetpatronen worden gekenmerkt door een hoge inname van energierijke producten, lees: grote hoeveelheden suikers, suikerhoudende dranken en verzadigde vetten, en beperkte hoeveelheden groente, fruit en volle granen, oftewel vitaminen en voedingsvezels. Er zijn zelfs sterke wetenschappelijke aanwijzingen dat dit eetpatroon chronische ziekten veroorzaakt.

    Meer recentelijk is een discussie gaande over de mate waarin voedsel is bewerkt. Voedselbewerking heeft de afgelopen eeuw tot enorme vooruitgang geleid, zoals de massaproductie van snel en gemakkelijk te bereiden voedsel en de afname van micro-biologische risico’s, maar de vraag is of we niet te ver zijn gegaan. Zijn deze op grote schaal geconsumeerde producten (50 procent van de energie-inname in het VK en de VS) van invloed op de menselijke gezondheid?

    Ultra Processed Food

    Ultra Processed Food, bewerkt voedsel dat meestal het gehele middenstuk van een supermarkt beslaat, doet er nog eens een ongezond schepje bovenop. Of het verwijderen van vezels, mineralen en andere nutriënten voor de smaak en de houdbaarheid, voedzaam en veilig is wordt steeds vaker ter discussie gesteld. De voedingsindustrie vindt van wel. Maar wetenschappers als Bernard Srour en Mathilde Touvier denken er anders over. Ze publiceerden in The Lancet recent hun bevindingen. UPF is volgens de twee eenzijdig en niet voedzaam: het mist noodzakelijke nutriënten, die je moet binnenkrijgen. En het bevat een keuze uit 330 additieven.

    Niet alleen hebben UPF gemiddeld een slechtere voedselkwaliteit, ze bestaan over het algemeen ook uit producten die verschillende intensieve processen hebben ondergaan, zoals kneding en extrusie bij hogere temperaturen, en bevatten cosmetische voedingsadditieven en/of andere industriële ingrediënten om het aroma en de smaak van het eindproduct te verbeteren.

    Volgens voedselwaakhond foodwatch is 75 procent van het aanbod in de supermarkt UPF

    Recente systematische beoordelingen en meta-analyses tonen verband aan tussen UPF-inname en een toegenomen kans op verschillende chronische aandoeningen, met name obesitas en cardiometabolisme, maar ook mortaliteit, kanker, algehele verzwakking en symptomen van depressiviteit. Zelfs de Wereldgezondheidsorganisatie en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN waarschuwen om zo min mogelijk bewerkt voedsel te eten. Dat zal lastig worden, want volgens voedselwaakhond Foodwatch is 75 procent van het aanbod in de supermarkt UPF. Meer dan de helft van de calorieën uit een gemiddeld westers dieet komt van UPF.

    Er is niet alleen dringend behoefte aan openbaar onderzoek dat een epidemiologische en experimentele benadering combineert om de invloed van voedselbewerking beter te begrijpen. Ondertussen moeten consumenten worden geadviseerd om 1) voedingsproducten te kiezen met een betere voedselkwaliteit volgens de normen van Nutri-Score (arm aan zout, suiker, verzadigde vetten en rijk aan voedingsvezels etc.) en 2) zich bewust te zijn van de andere maar complementaire dimensie van het voedingspatroon met betrekking tot voedselbewerking. Aangezien een voedingspatroon op basis van UPF voor goedkoper doorgaat, moet er beleid worden ontwikkeld om de toegang tot en betaalbaarheid van rauw of minimaal bewerkt voedsel te verbeteren.

    Museum voor smerig eten

    Volgens de toeristen-branche is het Disgusting Food Museum de belangrijkste bezienswaardigheid in de Zweedse stad Malmö.

    De Amerikaanse psycholoog Samuel West en de Zweedse IT’er Andreas Ahrens openden hun museum in 2018 nadat ze de wereld hadden afgespeurd naar de smerigste dingen die mensen eten. Ze moesten wel alles zelf proeven. West gaf zo vaak over dat hij de tel kwijtraakte. Ahrens vond veel van het voedsel onaangenaam, maar hij werd pas ziek nadat hij balu had geproefd,
    een Filipijnse eier-foetussnack die rechtstreeks uit de schaal wordt gegeten – veren, snavel, bloed en alles, schrijft The New Yorker. Sommige producten zijn veilig verpakt, zoals surströmming, blikjes gefermenteerde haring die alleen buiten in de open lucht geopend mogen worden. Andere gerechten maakten de curatoren zelf. Voor een Zuid-Koreaanse wijn die de ‘verse drollen’ van kinderen vereiste, schepte Ahrens de uitwerpselen van zijn achtjarige dochter op en liet die gisten met rijstwijn. Het museum, gevestigd in een keurig winkelcentrum, zet de bezoeker aan tot nadenken over wat eetbaar is. Niet alleen de smaak, ook de cultuur, traditie en economische noodzaak bepalen dat. Biologisch is walging een afweermechanisme tegen
    vergiftiging. Het museum is beschuldigd van het bevestigen van culturele vooroordelen, schrijft
    The New Yorker. Bezoekers kunnen in een fotocabine allerlei stanken opsnuiven en hun van walging vertrekkende gezicht op Instagram zetten. (Huib Stam)

    Grote stap voorwaarts

    Is kweekvlees de oplossing voor veel problemen?

    Die gedachtensprong is gauw gemaakt. Als vlees in een reactor opgekweekt kan worden zonder dat er een dier, een stal en een slachthuis aan te pas komen, dan lijkt de toekomst van de ‘cellulaire landbouw’ verzekerd en is het gedaan met de milieuvervuiling, het grondgebruik, het dierenleed en de kiloknallerij van de conventionele vleesproductie.

    De vleesindustrie is ‘onmiskenbaar schadelijk, maar politiek en maatschappelijk ook zo diep in ons bestaan verankerd dat je als hervormer niet goed weet waar je moet beginnen’, schrijft The Guardian. Maar ‘de geschiedenis wijst uit dat zulke systemen wel degelijk radicaal kunnen veranderen, zelfs binnen één generatie’.

    Richard Branson, Bill Gates en andere miljardairs investeren ruim in de nieuwe techniek. Sergey Brin van Google betaalde mee aan de ‘Maastrichtse hamburger’, het eerste stukje kweekvlees dat in 2013 met veel bombarie werd gebakken. Die kostte bij elkaar een kwart miljoen euro, het eerste obstakel. Gewoon vlees is heel goedkoop, kweekvlees kost nu 37 dollar per kilo en is pas onder de 25 dollar rendabel. Zoals de voedingsgiganten zich storten op vleesvervangers van bonen en soja, zo zullen ze ook hun dure kweekvleespatenten verdedigen en ten gelde willen maken, voorspelt de krant. Niettemin: ‘Een wereld waarin de kipnugget uit de bio-industrie wordt vervangen door een nugget uit de bioreactor zou een grote stap voorwaarts zijn voor dier en milieu.’ (Huib Stam)

  • De toekomst van de landbouw op een steeds warmere planeet

    De toekomst van de landbouw op een steeds warmere planeet

    Om de voedselvoorziening op peil te houden houden moet de landbouw zich aanpassen aan een opwarmende aarde. Want door klimaatverandering is de landbouwproductiviteit sinds 1971 met een vijfde verminderd.

    Tom Eisenhauer weet nog dat hij meer dan tien jaar geleden door Manitoba reed, een provincie in Centraal Canada. Rond zijn auto strekten zich akkers vol koudweergewassen uit, zoals tarwe, erwten en koolzaad. Velden met voedzame gewassen als mais en soja, die winstgevender zijn, waren schaars en lagen op grote afstand van elkaar. 

    Nu ziet het er heel anders uit. Meer dan 5300 vierkante kilometer is ingezaaid met soja en zo’n 1500 met mais. Eisenhauers bedrijf Bonnefield Financial hoopt te profiteren van de manieren waarop klimaatverandering de Canadese landbouw beïnvloedt. Het bedrijf koopt landbouwgrond op en verpacht die aan boeren, in Manitoba en elders in het land. Het bedrijf gokt erop dat een warmer klimaat de waarde van zijn aangekochte grond geleidelijk zal doen stijgen, omdat boeren in staat worden gesteld waardevoller gewassen te verbouwen dan ze van oudsher gewend zijn. Het is lang niet het enige bedrijf dat daarop inzet. De klimaatverandering kan land dat ooit onvruchtbaar en onproductief was vanwege de kou in een ware hoorn des overvloeds veranderen. Ze kan ook grote schade aanrichten in regio’s die miljoenen mensen voeden.

    Sinds 1700 is het areaal aan akker- en weidegrond vervijfvoudigd

    De hoeveelheid grond die wordt gebruikt om voedsel te produceren neemt al eeuwenlang toe. Sinds 1700 is het areaal aan akker- en weidegrond vervijfvoudigd. De meeste groei dateert van halverwege de twintigste eeuw. Vanaf de jaren zestig hebben het grootschalige gebruik van kunstmest en de ontwikkeling van productievere graan- en rijstsoorten er in combinatie met een grotere beschikbaarheid van irrigatiemiddelen, pesticiden en machinerie voor gezorgd dat boeren een veel beter rendement konden halen uit de akkers die ze al bewerkten. De afgelopen decennia hebben technologieën als genome editing en betere dataverwerking de oogsten nog verder opgestuwd.

    De wereldwijde temperatuurstijging die aan het eind van de twintigste eeuw is begonnen, heeft de productiviteitstoename vertraagd maar niet tot stilstand gebracht. Volgens een recente studie van Cornell University in de staat New York heeft de door menselijk handelen veroorzaakte klimaatverandering de landbouwproductiviteit sinds 1971 met een vijfde verminderd.

    Tegenwind

    De ‘tegenwind’ die door klimaatverandering wordt veroorzaakt zal alleen maar sterker worden, zegt Ariel Ortiz-Bobea, een van de auteurs van de studie. Hun onderzoek wees uit dat elke fractie van een graad extra schadelijker is voor de voedselproductie dan de vorige. Dat is vooral slecht nieuws voor voedselproducenten op plekken waar het al warm is, zoals de tropen. Een andere studie voorspelt dat met elke graad die de temperatuur wereldwijd stijgt, de maisoogst zal dalen met 7,4 procent, de tarweoogst met 6 procent en de rijstoogst met 3,2 procent. Deze drie gewassen leveren twee derde van alle calorieën die de mensheid consumeert.

    De komende decennia zullen er meer monden zijn om te voeden. Het Institute for Health Metrics and Evaluation, een Amerikaanse onderzoeksgroep, schat dat de wereldbevolking zal stijgen van 7,8 miljard nu naar 9,7 miljard in 2064 (om vervolgens weer te dalen). De groeiende middenklasse in veel ontwikkelingslanden eist een gevarieerder en ruimer voedselaanbod.

    Daarom zijn de manieren waarop landbouwarealen onder invloed van de opwarming van de aarde zullen veranderen zo belangrijk. Doordat de tropen zich uitbreiden, zullen de regenpatronen in de subtropen veranderen. Met name door de snelle opwarming van de polen komt er met dezelfde snelheid landbouwgrond in hogebreedtegraadregio’s beschikbaar. De noordelijkste delen van Amerika en China warmen minstens twee keer zo snel op als het wereldwijde gemiddelde. Zoals de ervaring van Eishenhauer in Manitoba uitwijst, verplaatsen gewassen zich als reactie al steeds verder poolwaarts.

    Lees ook:

    Een studie van Colorado State University die in 2020 in het blad Nature werd gepubliceerd constateerde aanzienlijke veranderingen in de verdeling van verschillende van regen afhankelijke gewassen in de periode 1972-2012, toen boeren andere beslissingen begonnen te nemen over welke gewassen ze waar plantten. De maisproductie bijvoorbeeld breidde zich uit van het zuidoosten van Amerika naar het noordelijke middenwesten. Tarwe is dankzij nieuwe irrigatiemethodes in zo’n sterke mate naar het noorden opgerukt dat het de opwarming de loef afsteekt: de warmste plekken waar het momenteel wordt verbouwd zijn koeler dan de warmste plekken waar het in 1975 groeide. 65 procent van alle eiwitten die aan vee worden toegediend is afkomstig van sojabonen. Deze wonderbonen zijn zowel in noordelijke als zuidelijke richting opgerukt, nu nieuwe rassen en andere vindingen het verbouwen ervan ook in tropische regio’s mogelijk maken. De gebieden in China waar rijst wordt verbouwd hebben zich sinds 1949 steeds verder naar het noorden uitgebreid. Ook wijndruiven en andere vruchten zijn naar het noorden gemigreerd.

    De stoutmoedigste investeerders zien kansen in landen waar momenteel totaal geen landbouw plaatsvindt

    Volgens Eisenhauer tellen investeerders steeds grotere bedragen neer voor Canadese landbouwgrond om zich in te dekken tegen de klimaatrisico’s die ze elders lopen. Martin Davies van Westchester, een groot landbouwinvesteringsbedrijf, zegt dat hij in veel andere delen van de wereld overeenkomstige trends ziet.

    De stoutmoedigste investeerders zien kansen in landen waar momenteel totaal geen landbouw plaatsvindt. Momenteel kent wereldwijd maar een derde van alle boreale regio’s, een bioom van hoofdzakelijk coniferenbossen dat uitgestrekte gebieden ten zuiden van de poolcirkel beslaat, temperaturen die hoog genoeg zijn om de meest winterharde graangewassen te verbouwen, zoals haver en gerst. Dit zou zich tot 2099 kunnen uitbreiden tot drie kwart, volgens een in 2018 in het blad Scientific Reports gepubliceerde studie (zie kaart). Het aandeel van boreaal land waar landbouw mogelijk is, zou zich in Zweden kunnen uitbreiden van 8 tot 41 procent. In Finland zou het kunnen toenemen van 51 tot 83 procent.

    Pogingen om deze gebieden te bebouwen zullen mensen alarmeren die de boreale bossen willen behouden. En door het kappen van zulke bossen en het omploegen van de grond die eronder ligt zal kooldioxide vrijkomen. Maar de klimatologische gevolgen zijn niet zo eenvoudig als ze lijken te zijn. De noordelijke bossen absorberen meer zonnewarmte dan open landbouwgrond, omdat de door sneeuw bedekte landbouwgrond licht terugkaatst naar de ruimte (in bossen ligt de sneeuw onder de bomen en schijnt de zon er niet zo recht op). Maar dat het kappen van boreale bossen de klimaatverandering misschien niet zal verhevigen zegt niets over de mate waarin het de biodiversiteit, het ecosysteem of het leven van met name inheemse bosbewoners kan beïnvloeden.

    Klimaatverandering als zegen

    Sommige regeringen popelen om de klimaatverandering te gelde te maken. Rusland ziet hogere temperaturen al lange tijd als een zegen. President Vladimir Poetin pochte eens dat die Russen in staat zou stellen minder geld aan bontjassen te besteden en meer graan te verbouwen. In 2020 schetste een ‘nationaal actieplan’ voor klimaatverandering op welke manieren het land ‘de voordelen ervan kon benutten’, zoals door het uitbreiden van de landbouw. Sinds 2015 is Rusland de grootste tarweproducent ter wereld, voornamelijk vanwege de hogere temperaturen.

    De Russische regering is al begonnen met het verpachten van duizenden vierkante kilometers grond in het verre oosten van het land aan Chinese, Zuid-Koreaanse en Japanse investeerders. Een groot deel van het ooit onvruchtbare land wordt nu gebruikt voor het verbouwen van sojabonen. Het grootste deel daarvan wordt geïmporteerd door China, dat daardoor minder afhankelijk wordt van import uit Amerika. Sergej Levin, de Russische onderminister van Landbouw, heeft voorspeld dat de waarde van de sojaexport uit het verre oosten van Rusland in 2024 zeshonderd miljard dollar zal belopen. Dat zou dan bijna vijf keer zoveel zijn als in 2017. Ook het bestuur van Newfoundland en Labrador, een provincie op het noordoostelijke puntje van Canada, probeert de uitbreiding van landbouw te bevorderen naar land dat nu nog door bossen wordt bedekt.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/activisten-leggen-voedselsysteem-bloot

    Behalve door middel van hogere temperaturen is er nog een manier waarop de veranderingen die de mensheid in de atmosfeer veroorzaakt zulke projecten een zetje kunnen geven. Kooldioxide is niet alleen maar een broeikasgas; het is ook de grondstof voor de fotosynthese die planten in staat stelt te groeien en zich te voeden. Voor de meeste planten betekent meer kooldioxide meer groei. De toename van kooldioxide gedurende de afgelopen eeuw heeft tot een duidelijk meetbare ‘wereldwijde vergroening’ geleid dankzij de planten die het meest van meer kooldioxide profiteren. Maar dat is niet onverdeeld goed. Grotere oogsten hoeven geen voedzamer oogsten te zijn.

    Bovendien zal de klimaatverandering de regenpatronen veranderen. Daarvan hoeven plannen voor meer landbouw in noordelijke klimaten niet per se te profiteren. Veel gebieden die mild genoeg worden voor landbouw zullen uiteindelijk met watergebrek te kampen krijgen, althans zonder intensieve irrigatie. Andere zullen te veel water krijgen. Gewassen zijn niet de enige organismen waarvan het bereik zich uitbreidt naarmate de temperatuur stijgt: epidemieën en ziektekiemen, die vaak door koude winters worden gedood, verspreiden zich ook. Ook de bodem is van belang. De beste grond tref je meestal aan op lagere breedtegraden, niet in het uiterste noorden.

    Nieuwe landbouwgrond

    Sommige nieuwe landbouwgrond staat op het punt gerealiseerd te worden. Maar de ontginning van afgelegen regio’s van Siberië, om maar een voorbeeld te noemen, waar een groot deel van de bestaande infrastructuur al wegzakt en uiteenvalt vanwege de smeltende permafrost, zal traag en kostbaar zijn. Ook zullen afgelegen boerenbedrijven veel meer werknemers moeten aantrekken en huisvesten. Ze zullen in toenemende mate aangewezen zijn op buitenlandse migranten, een idee dat stemmers in veel rijke landen niet bepaald zal aanspreken.

    Al met al zal de noordwaartse uitbreiding van landbouwgrond de schade die klimaatverandering voor de landbouw impliceert maar tot op zekere hoogte beperken. De maatschappijen die er het meest van zullen profiteren zijn ook nu al het rijkst. Arme contreien, die veel meer afhankelijk zijn van inkomsten van de export van landbouwproducten, zullen eronder lijden.

    Er zal een veel groter scala van aanpassingen nodig zijn om voedsel even overvloedig, gevarieerd en betaalbaar te houden als vandaag de dag. Daartoe zullen pogingen behoren om gewassen bestand te maken tegen hogere temperaturen, bijvoorbeeld door slimmere veredelingswijzen, innovaties op irrigatiegebied en bescherming tegen barre weersomstandigheden. Ook zullen zowel rijke als arme landen het verminderen van de voedselverspilling tot prioriteit moeten verheffen (volgens schattingen van de VN Landbouw- en Voedselorganisatie wordt meer dan een derde van al het voedsel weggegooid). Het alternatief zal een wereld zijn die meer honger heeft en ongelijker is dan op dit moment, en misschien wel ooit in het verleden.

    Lees ook:

  • Volgens China is leegloop Hongkong ‘normaal’ | Maersk bestelt groenere schepen

    Volgens China is leegloop Hongkong ‘normaal’ | Maersk bestelt groenere schepen

    China: ‘Vertrek van tienduizenden is normaal

    Tijdens een bezoek aan Hongkong ontkende een hoge Chinese regeringsfunctionaris dat tienduizenden inwoners de stad hebben verlaten vanwege de door Beijing opgelegde nationale veiligheidswet. De regering van de stadstaat maakte eerder deze maand bekend dat ruim 89.000 mensen uit Hongkong zijn vertrokken sinds de invoering van de veiligheidswet, twaalf maanden geleden. Maar volgens Huang Liuquan, van het Bureau voor Zaken aangaande Hongkong en Macau, hebben de twee zaken niets met elkaar te maken, schrijft South China Morning Post.

    ‘De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg’

    ‘Sommigen suggereren dat mensen Hongkong hebben verlaten omdat ze ontevreden zijn over de uitvoering van de nationale veiligheidswet en het vertrouwen in de ontwikkeling van de stad hebben verloren. Ik denk niet dat dat juist is’, aldus Huang. ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat, de principes van de rechtsstaat zijn duidelijk gemaakt en de sociale orde is hersteld. De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg. Dit zijn onmiskenbare feiten.’

    Huang beweerde dat een uittocht van tienduizenden inwoners normaal is voor een internationaal georiënteerde stad, zeker tijdens een pandemie.

    Lees ook:


    Maersk bestelt groenere schepen

    Het Deense Maersk, de grootste rederij ter wereld, investeert 1 miljard Britse pond, circa 1,17 miljard euro, in CO2-neutrale containerschepen. Het bedrijf bestelt acht containerschepen die kunnen varen op groene methanol en op traditionele bunkerbrandstof, bericht The Guardian. Volgens Maersk, dat onder meer goederen verscheept voor H&M Group en Unilever, leidt de vervanging van oudere door fossiele brandstoffen aangedreven schepen, tot een vermindering van zeker 1 miljoen ton CO2 per jaar.

    ‘Deze order bewijst dat er nu goede CO2-neutrale oplossingen beschikbaar zijn’

    De bestelling van de schepen bij Hyundai Heavy Industries in Zuid-Korea, is vooralsnog de grootste stap om de scheepvaartindustrie, die verantwoordelijk is voor bijna 3 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, CO2-arm te maken. De scheepvaart reageerde relatief traag op oproepen om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen, deels omdat schonere alternatieven schaars en duurder zijn. ‘Deze order bewijst dat er nu goede CO2-neutrale oplossingen beschikbaar zijn’, aldus Søren Skou, CEO van Maersk. De acht schepen, elk met een capaciteit van 16.000 containers, worden naar verwachting aan het begin van 2024 opgeleverd.

    Lees ook:

    10 miljard yuan voor Chinese boeren

    Pinduoduo, het grootste technologieplatform in China dat boeren en distributeurs rechtstreeks met consumenten verbindt, kondigde vorige week aan 10 miljard yuan, circa 1,3 miljard euro, te doneren aan de landbouwsector. Direct daarna steeg de beurskoers met 22 procent. De donatie komt overeen met instructies van president Xi Jinping om sociale ongelijkheid aan te pakken, schrijft Le Courrier International.

  • Steunbetuiging aan Afghaanse kunstenaars | Algerije verwijt Marokko ‘vijandige acties’

    Steunbetuiging aan Afghaanse kunstenaars | Algerije verwijt Marokko ‘vijandige acties’

    Oproep voor steun aan Afghaanse kunstenaars

    Een groep van 350 kunstenaars, filmmakers, artiesten, schrijvers en curatoren heeft de Amerikaanse regering in een open brief verzocht om hulp te bieden aan Afghanen werkzaam in de culturele sector die op de vlucht zijn voor de taliban. De groep, die zich Arts for Afghanistan noemt, roept de Amerikaanse regering op om ‘alles te doen’ om ‘het vertrek van Afghanen die risico lopen, te bespoedigen’ en om daarbij ook ‘kunstenaars, filmmakers, artiesten en schrijvers’ op te nemen, aldus ArtNet News.

    ‘De stemmen van kunstenaars worden als gevaarlijk beschouwd omdat ze de macht de waarheid zeggen’

    Volgens de briefschrijvers namen cultuurwerkers al vóór de overname door de taliban grote risico’s bij het weergeven van de ervaringen en het verwoorden van de ambities van Afghanen, daartoe vaak aangemoedigd of gesteund door de Amerikaanse regering.

    Volgens politicoloog Eric Gottesman, een van de ondertekenaars, ‘worden de stemmen van kunstenaars als gevaarlijk beschouwd omdat ze de macht de waarheid zeggen’. De briefschrijvers vragen de Amerikaanse regering om de uitgifte van visa voor artiesten te versnellen.


    Draghi bepleit humanitaire hulp voor Afghanistan

    De Italiaanse premier Mario Draghi wil dat Italië de middelen die bestemd waren voor de Afghaanse strijdkrachten nu inzet voor humanitaire hulp. Tijdens een digitaal overleg vroeg hij leiders van G7-landen hetzelfde te doen. Hij voegt eraan toe dat de door Italië voorgezeten G20 de G7 zouden kunnen helpen om andere belangrijke spelers zoals Rusland, China, Saoedi-Arabië, Turkije en India bij de plannen te betrekken, schrijft het Italiaanse persbureau ANSA. Dit alles omdat er een enorme inspanning nodig is op het gebied van immigratie.

    Draghi wil er zorg voor dragen dat internationale organisaties ook na de deadline van 31 augustus toegang houden tot Afghanistan.

    Lees ook:


    Algerije en Marokko ruziën

    Algerije heeft vorige week de diplomatieke betrekkingen met Marokko verbroken op beschuldiging van ‘vijandige acties’. Algerije beweerde vorige week al dat de dodelijke bosbranden die op 9 augustus uitbraken tijdens een zinderende hittegolf, het werk waren van ‘terroristische’ groepen. Een daarvan wordt gesteund door Marokko, schrijft Al-Jazeera.

    De bosbranden hebben ten minste negentig mensen het leven gekost

    De bosbranden in Algerije hebben tienduizenden hectaren bos verwoest en aan ten minste negentig mensen het leven gekost, waaronder meer dan dertig soldaten. Volgens de Algerijnse autoriteiten zijn branden aangestoken door de onafhankelijkheidsbeweging MAK uit de Berberse regio Kabylië, die zich uitstrekt langs de Middellandse Zeekust ten oosten van de hoofdstad Algiers.