Mannen komen bij heteroseksuele seks vaker tot een orgasme dan vrouwen. Maar als we ons alleen maar richten op de grote O, dreigen we andere vormen van seksueel genot over het hoofd te zien.
Rachel Bilson, ooit de ster van het tienerdrama The OC dat zo’n twintig jaar geleden op de buis was, en meer recent presentator van een podcast over die show, vertelde dat ze pas op haar achtendertigste een orgasme kreeg door penetratie. Daarmee wakkerde ze een smeulende discussie aan over ‘de orgasmekloof’.
Deze term verwijst niet naar de periode tussen het ontdekken van seks en het ontmoeten van iemand die weet hoe het moet. Dat zou zoiets zijn als levenslange gevangenisstraf een tussenjaar noemen. Nee, het is eerder een woordspeling op de loonkloof: het verschil in het aantal orgasmes dat mannen en vrouwen tijdens heteroseks zeggen te hebben.
Heteromannen hebben volgens onderzoek van condoomfabrikant Durex vier keer zo veel orgasmes als heterovrouwen. Maar die cijfers vertroebelen de boel een beetje: 20 procent van de mannen en 5 procent van de vrouwen antwoordt ‘altijd’ op de vraag of ze een orgasme krijgen tijdens seks.
De International Academy of Sex Research deed in 2017 meer gedegen onderzoek. Van de heteroseksuele mannen zei 95 procent meestal of altijd een orgasme te krijgen tijdens seks, gevolgd door 89 procent van de homoseksuele mannen, 88 procent van de biseksuele mannen, 86 procent van de lesbische vrouwen, 66 procent van de biseksuele vrouwen en 65 procent van de heterovrouwen. Wil je orgasmegelijkheid bereiken tussen mannen, vrouwen en seksuele voorkeuren? Dan zou je dus kunnen zeggen dat vrouwen seks moeten hebben met vrouwen en dat heteromannen moeten stoppen met liegen. Iedereen zou in dat geval in ongeveer 90 procent van de gevallen een climax bereiken.
Objectieve schaal van uitmuntendheid
Maar voordat hetero’s om deze orgasmedoelen te halen stoppen seks met elkaar te hebben, moeten we even een aantal misvattingen uit de weg ruimen. Ten eerste, als penetratie voor jou het enige is wat telt bij seks, zal het voor mannen altijd gemakkelijker zijn om tot een climax te komen – en dat is niet omdat ze egoïstisch zijn of niet hun best doen. ‘De eikel van de penis is zeer gevoelig, dus elke beweging is zeer aangenaam en maakt het gemakkelijker om te ejaculeren,’ zegt sekstherapeut Silva Neves. ‘De clitoris zit niet echt op de juiste plek om middels penetratie een hoogtepunt te bereiken.’ Maar een climax na clitorale stimulatie via andere manieren telt nog steeds als een orgasme. ‘Penetratie is geweldig – veel mensen vinden het zeer aangenaam – maar het is belangrijk om seks en penetratie niet gelijk te stellen,’ aldus Neves. ‘Orale seks is ook seks, wederzijdse masturbatie is ook seks, seksspeeltjes gebruiken met je partner is ook seks.’
Mensen zeggen vaak dat het probleem hem zit in een gebrek aan communicatie tussen partners, die niet over de juiste taal en openheid beschikken om duidelijk te zijn over wat ze willen. Maar ik denk dat daaronder nog iets schuilt, namelijk de Henri Ford-manier om over seks te denken; dat iedereen hetzelfde in elkaar zit en hetzelfde wil. ‘Mensen proberen online te ontdekken wat het beste standje is en hoe je de beste minnaar wordt,’ zegt Neves. Volgens die redenering – dat er een objectieve schaal van uitmuntendheid bestaat en een orgasme een belangrijke indicator is van succes – is zelfs alleen aangeven wat goed voelt al impliciete kritiek, omdat iemand die er goed in zou zijn dat immers allang zou weten.
‘We moeten echt af van het idee dat seks goed of slecht is. Het gaat erom dat twee mensen plezier aan elkaar beleven’
Het is een irrationele kijk op seks. Geen twee mensen zijn hetzelfde; zelfs binnen één persoon bestaan er grote variaties in wat hij of zij opwindend vindt, afhankelijk van met wie iemand is en hoe iemand zich die dag voelt. ‘We moeten echt af van het idee dat seks goed of slecht is. Het gaat erom dat twee mensen plezier aan elkaar beleven,’ zegt Neves.
Natuurlijk zijn veel van deze denkkaders contraproductief. Door te spreken over een orgasmekloof, plaatsen we seks in een discours van ongelijkheid, waarbij heterovrouwen de verliezers zijn en heteromannen de winnaars. Dat is geen goed startpunt voor een open, intiem gesprek. Als we de climax tijdens geslachtsgemeenschap als doel beschouwen, sluiten we de deur voor eigenzinnigheid en experimenten, die juist de bron zijn van seksueel genot.
Nog één ding, zegt Neves. ‘Veel mensen hebben ’s avonds seks, nadat ze gegeten hebben. Dat is niet het beste moment, want dan ben je moe en voldaan.’ Hij stelt voor om seks te hebben vóór het eten. Want sommige dingen zijn inderdaad wel universeel; na het eten zijn we allemaal wat luier.
Door de vrijhandelsovereenkomst uit 1994 werd de consumentenmarkt in Mexico overstroomd met ultrabewerkte levensmiddelen uit de VS. Dat heeft niet de welvaart gebracht die beloofd was, maar woekerende diabetes en een obesitaspandemie.
De halve familie van Cecilia Acero is overleden aan diabetes. Haar opa Mario van vaderskant, haar oma Toñita van moederskant en in 2022 na zes martelende jaren van dialyse op achtenzestigjarige leeftijd als laatste haar vader Raúl. Als ze het vertelt, breekt Cecilia’s stem. De tranen springen haar in de ogen, die schuilgaan achter een grote bril met een dik, zwart montuur. Ze is veertig, een antropoloog met donkere krullen en een vriendelijk gezicht. We hebben afgesproken in het kantoor van haar wetenschappelijkonderzoeksinstituut in het noordwesten van de oude koloniale stad San Cristóbal. Door het raam hebben we uitzicht op het berglandschap van de Sierra Madre de Chiapas, bedekt met altijdgroene pijnbomen.
‘Hier zeggen ze dat Coca-Cola goed voor je is,’ zegt ze. ‘Je knapt ervan op, het houdt je wakker en helpt tegen hoofdpijn. Voor mijn vader was cola een soort medicijn.’ In het weekend speelde hij keyboard in een band en in de pauzes dronk hij altijd Coca-Cola, elke avond zeker acht glazen, schat Cecilia. Een glas van 250 milliliter bevat 27 gram suiker, wat gelijkstaat aan bijna negen suikerklontjes. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), het Zwitserse Bureau voor Voedselveiligheid en Diergeneeskunde en de Duitse Obesitasvereniging mag de dagelijkse dosis eigenlijk niet meer dan 50 gram bedragen, anders bestaat op langere termijn het risico van diabetes en ernstige hart- en vaatziekten.
‘s Ochtends was Raúl moe en dronk hij zijn eerste coke om op gang te komen voor zijn werk op de administratie van een school. Voor de lunch nam hij vaak een twee-liter gezinsfles mee, die hij voor het grootste deel zelf opdronk. Toen zijn gezicht, buik, handen en voeten begonnen op te zwellen, kon het probleem niet langer worden genegeerd. In die tijd begon Cecilia Acero met haar onderzoek naar diabetes. Ze wilde begrijpen waarom de lijdensweg van haar grootouders zich herhaalde bij haar vader, waarom mensen met diabetes type 2 in de deelstaat Chiapas zich zo weinig om hun gezondheid bekommerden. Ze bleef haar vader aanspreken op zijn eet- en drinkgewoonten: ‘Anders ga je langzaam maar zeker dood en moeten wij je verplegen.’ Maar zijn verslaving aan de donkere, zoete drank was uiteindelijk sterker.
‘Geef hem toch een colaatje’
Voor Cecilia Acero was het moeilijk te verdragen. Pas toen zijn nieren het begaven, begon hij zijn drinkgewoonten te veranderen. Daar werd hij vaak humeurig van. Als er vrienden op bezoek kwamen, zeiden ze: ‘Geef hem toch een colaatje.’ Zijn toestand verslechterde zozeer, dat hij zich in december 2021 nauwelijks nog kon bewegen. Het was duidelijk dat het zijn laatste kerst zou worden. Op kerstavond kreeg hij zijn laatste glas Coca-Cola, dat maakte nu toch niet meer uit.
Toen haar vader begraven was, overwoog Cecilia Acero met haar onderzoeksproject te stoppen. Als ze het niet eens voor elkaar kreeg een familielid te redden, wat had het dan voor zin? Maar collega’s herinnerden haar eraan dat ze haar onderzoek ook begonnen was om een maatschappelijke verandering tot stand te brengen. Dus ze zette door. Op haar laptop zit een sticker met de tekst: ‘¡Fuera Coca- Cola!’: ‘Weg met Coca Cola!’
Dit verhaal speelt zich af in een streek in het zuiden van Mexico, waar meer Coca-Cola wordt gedronken dan waar ook ter wereld; waar je makkelijker aan een fles van de suiker- en cafeïnehoudende drank komt dan aan een slok drinkwater en waar Coca-Cola door zijn agressieve marketing intussen zo alomtegenwoordig is, dat het zelfs onderdeel van religieuze rituelen is geworden.
Terwijl de markt voor frisdrank in de westerse industrielanden krimpt (VS, Zwitserland) of stagneert (Duitsland), drinken Mexicanen er jaar na jaar meer van. Bijna twee derde van de consumptie per hoofd van de bevolking staat op het conto van Coca-Cola Original met het rode etiket. In Chiapas, waar het berglandschap in het grensgebied met Guatemala overgaat in dicht tropisch regenwoud, drinken de mensen nog aanzienlijk meer frisdrank. Volgens een veel geciteerde studie zou dat in het hoogland dagelijks 2,25 liter per hoofd van de bevolking zijn. Hoe kan dat? En wat zijn de gevolgen?
San Cristóbal is bij bezoekers uit de hele wereld populair. De stad van 220.000 inwoners ligt in een vallei op een hoogte van ruim 2100 meter en is omgeven door heuvels die je in de schemering nauwelijks kunt onderscheiden van de wolken die daar omheen hangen. De stenen huizen in het centrum zijn gebouwd in Spaans-koloniale stijl, de balkons zijn versierd met kunstig bewerkte smeedijzeren balustrades en bloemen. Bijna alles hier heeft kleur: de gevels van de kerken, de kleding van de inheemse bevolking, de bonen op de markt. De enorme macht van Coca-Cola is de meeste van de bijna honderdduizend toeristen die San Cristóbal in 2024 bezochten waarschijnlijk niet eens opgevallen. Zo diep is het corporate design van een van de bekendste merken ter wereld in het collectieve onderbewustzijn verankerd.
Als je vanuit het centrum naar de rand van de stad loopt en er goed op let, zie je het op elke straathoek. Forse rode trucks staan aan de kant van de weg om pallets Coca-Cola, sap, water en melk van FEMSA, de grootste drank- producent van Mexico, af te leveren bij de negentien Oxxo-supermarkten, die eveneens eigendom zijn van Coca-Cola, en bij restaurants en kleine kruideniers. Op de gevels van die bedrijven prijken reclameborden van Coca-Cola, sommige gevels zijn rood-wit geschilderd en voorzien van het karakteristieke logo dat de boekhouder en eerste reclameman van Coca-Cola, Frank Mason Robinson, in 1886 in Atlanta heeft ontworpen. In de winkels staan rode koelkasten met het Coca-Colalogo, waarin frisdrank de meeste ruimte inneemt, met voorop Coca-Cola, dat verkrijgbaar is in blikjes en flessen tot drie liter.
RFK pakt de voedings richtlijnen aan
Gezondheidsminister Robert F. Kennedy Jr. staat op het punt om met zijn ‘Make America Healthy Again’ (MAHA)-agenda de Amerikaanse voedingsrichtlijnen grondig te herzien.
Het vijfjaarlijkse richtlijnenrapport, dat normaal nogal lijvig en complex is, zou onder zijn leiding flink worden ingekort, volgens The Atlantic; mogelijk tot slechts een beknopte vierpaginaoproep: ‘Eet onbewerkt voedsel; eet wat goed voor je is.’ (‘Eat whole food; eat the food that’s good for you.’) De invloed reikt ver; deze richtlijnen bepalen wat er in scholen, het leger en andere federale programma’s wordt gegeten, en sturen de voedingsindustrie. Onder Kennedy’s aansturing zou nadrukkelijk worden ingezet op het beperken van kunstmatige kleurstoffen, ultrabewerkt voedsel en zaadoliën, terwijl meer ruimte ontstaat voor volle zuivel en minder bewerkte ingrediënten. Ondanks zijn controversiële reputatie, bijvoorbeeld als antivaccinactivist, hebben Kennedy’s beleidsambities op het gebied van voeding momenteel de meeste kans van slagen.
De winkeliers krijgen de koelkasten gratis, maar die zijn dan alleen voor de verkoop van Coca-Cola-producten bestemd. Ze zijn voorzien van een zendertje, zodat ze kunnen worden gelokaliseerd en niet privé kunnen worden gebruikt. In Chiapas moet dat een aantrekkelijk aanbod zijn, want het maandelijkse inkomen bedraagt hier ongeveer 5300 peso (238 euro), een derde onder het landelijke gemiddelde. Meer dan 75 procent van de inwoners van San Cristóbal leeft onder de Mexicaanse armoedegrens, in veel dorpen in de hooglanden zelfs bijna 100 procent. De economie van de regio is kleinschalig en informeel en voornamelijk gebaseerd op de verbouw en verkoop van maïs, bonen en koffie.
Het verhaal hoe Coca-Cola in deze plattelandsomgeving voet aan de grond kreeg, kan misschien het best beginnen bij een twee meter hoge betonnen muur in het zuiden van de stad. Daarop zijn twee inmiddels door de regen wat verbleekte afbeeldingen geschilderd. Als twee bladzijden van een boek laten ze zien dat er in dit verhaal een ervoor en een erna is, misschien ook wel een utopie en een dystopie. Op de ene muurschildering is in lichte, vriendelijke kleuren een heuvel geschilderd waaruit bronwater stroomt dat in een rivier uitkomt. We zien een kolibrie, een vlinder en mensen in harmonie met de natuur. Op de andere muurschildering daar pal naast valt meteen de iconische glazen Coca-Cola-fles op, met daarin een rode fabriek. De fles staat in een verdord, in donkere tinten geschilderd landschap. Een man met hoge hoed zit op een vulinstallatie geld te tellen, terwijl een uitgemergelde bedelaar tussen een grafzerk, vuilnis en mestzakken iets eetbaars zoekt.
Als je het moment zou moeten kiezen waarop de bladzijde in dit verhaal is omgeslagen, is dat vermoedelijk de jaarwisseling van 1993-1994. In de vroege ochtend van 1 januari kwamen er een paar duizend guerrillastrijders uit de bergen, die San Cristóbal en vijf andere steden in Chiapas bezetten. Het waren Maya-groepen, waaronder veel vrouwen en jongeren, gewapend met Kalasjnikovs, oude karabijnen en speelgoedgeweren, hun gezichten verborgen onder zwarte bivakmutsen. Ze bezetten het stadhuis, verwoestten overheidsgebouwen, overvielen een militaire basis bij San Cristóbal en kondigden aan dat ze zouden doormarcheren naar de hoofdstad om de regering omver te werpen.
Rechten inheemse volken
Het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger (EZLN) is in 1983 opgericht door een kleine groep marxisten en inheemse bewoners van het tropische regenwoud van Chiapas. In de traditie van Latijns-Amerikaanse guerrillagroepen keerden ze zich tegen koloniale uitbuiting en het neoliberale economische model. Ze streefden naar een samenleving waar iedereen toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en werk heeft en waarin de rechten van inheemse volken worden gerespecteerd. Op die eerste dag van 1994 trad het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsverdrag (NAFTA) tussen de VS, Canada en Mexico in werking, wat de aanleiding was voor de opstand van de Zapatisten. Zij vreesden dat het de kleine inheemse boeren nog verder in de armoede zou storten.
Een van hun leiders was subcomandante Marcos, iemand die graag pijp rokend en te paard poseerde. Hij bewonderde Che Guevara en Foucault en verwierf zich met zijn strijdvaardige en literaire toespelingen en zijn met ironie doorspekte communiqués een zekere faam bij de wereldpers. Hij zei destijds tegen buitenlandse verslaggevers: ‘Het vrijhandelsakkoord is het doodvonnis voor de inheemse bevolking van Mexico.’ De toenmalige president Carlos Salinas was er daarentegen van overtuigd dat het verdrag het land van de derde naar de eerste wereld zou brengen.
Drie decennia later kunnen we stellen dat dat voor de mensen in Chiapas vooralsnog maar zeer gedeeltelijk is gerealiseerd: door NAFTA is de buitenlandse handel van Mexico weliswaar aanzienlijk toegenomen en zijn er in de industrie in het noorden ook banen gecreëerd, maar tegelijkertijd zijn in het zuiden in de landbouw, die binnen de vrijhandelszone niet concurrerend was, aanzienlijk meer banen verloren gegaan. Het loonniveau bleef laag. Wel werd de consumentenmarkt overstroomd met ultrabewerkte levensmiddelen uit de VS. En dat had gevolgen: terwijl in 1992 volgens de WHO bijna 16 procent van de bevolking te dik was, was dit percentage in 2022 tot 36 procent gestegen. De Mexicanen hadden gehoopt op welvaart en kregen een obesitasepidemie.
Ambivalente relatie
Omdat de regering in januari 1994 onmiddellijk duizenden soldaten naar Chiapas stuurde en de luchtmacht inheemse dorpen liet bombarderen, trokken de Zapatisten zich na twaalf dagen met geringe verliezen terug in de bergen. Twee jaar later kwamen ze met de regering een wet overeen waarin het recht op autonomie voor de inheemse bevolking werd vastgelegd. Deze wet is echter nooit aangenomen, onder meer omdat het dan moeilijker zou worden op inheems grondgebied concessies voor de winning van grondstoffen te verlenen.
Desondanks hebben de Zapatisten tot nu toe in zo’n duizend dorpen een structurele basis gelegd voor democratisch zelfbestuur, waar de Mexicaanse staat niet intervenieert. Hun relatie met Coca-Cola is echter al die jaren ambivalent gebleven. Er zijn berichten dat de rode vrachtwagens gedurende de opstand als enige de frontlinies mochten passeren. Ook tijdens hun ‘encuentras’ werd het toonbeeld van Amerikaans cultureel imperialisme geschonken, wat de aanwezige buitenlandse linkse revolutionairen hoofdschuddend bezagen.
Eveneens in 1994 werd in de westelijke uitlopers van San Cristóbal een vulinstallatie voor Coca-Cola in gebruik genomen. Dat was een belangrijk onderdeel van de expansie van het Amerikaanse concern in Mexico. Reeds het jaar daarvoor had het voor 195 miljoen dollar 30 procent van de softdrinkdivisie van de Mexicaanse drankproducent FEMSA gekocht en het aandeel van de dochteronderneming naar de beurs gebracht. Dit was de opmaat voor miljardeninvesteringen in de reclame, distributie en bedrijfsovernames waarmee het concern Latijns-Amerika wilde veroveren. Het okerkleurige fabriekscomplex waarachter de uitgedoofde en met dicht groen overdekte vulkaan Huitepec tegen de hemel boven Chiapas afsteekt, is met een imposant stalen hekwerk beveiligd. In een persbericht uit 2023 noemde Coca-Cola de bottelarij van FEMSA de meest efficiënte ter wereld. Waar vroeger meer dan twee liter water nodig was om 1 liter Coca-Cola te produceren, zou dat in San Cristóbal slechts 1,17 liter zijn. Maar deze cijfers, afkomstig van het bedrijf zelf, laten buiten beschouwing dat frisdrank niet onder laboratoriumomstandigheden wordt geproduceerd.
De bottelarij pompt dagelijks 1.3 miljoen water op
Als we naar de voetafdruk van water kijken – dat wil zeggen het verbruik en de vervuiling van zoet water in de gehele productieketen – kost de productie van een halve liter Coca-Cola 170 tot 310 liter water. Terwijl het concern zich erop laat voorstaan dat het in San Cristóbal de laatste tijd slechts 82 procent van het water verbruikt dat het mag oppompen, komt in de huizen in de stad het grootste deel van de dag geen water uit de kraan. En als dat wel gebeurt, kun je het beter niet drinken.
Dit is misschien wel de grootste tegenstrijdigheid in het verhaal. Wie daar met de directie over wil spreken, wordt bij de ingang vriendelijk teruggestuurd door een medewerkster in een roze veiligheidsvest: tot hier en niet verder. Het Coca-Cola-imperium is gebaseerd op franchise: een bottelaar koopt een licentie, produceert volgens de voorschriften uit de VS de drank en distribueert die op een regionaal beschermde markt. Sinds 1896 is Coca- Cola in Mexico verkrijgbaar, de eerste bottelarij werd in 1926 geopend in de havenstad Tampico. Tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-Stad, met Coca-Cola als hoofdsponsor, was het land al uitgegroeid tot de op twee na grootste markt, na de VS en Duitsland. Twee jaar later dreigde de net gekozen president Luis Echeverría van de Socialistische Eenheidspartij PRI het Amerikaanse concern te boycotten als het zijn geheime recept, dat tegenwoordig in een kluis in het World of Coca-Cola Museum in Atlanta ligt, niet zou vrijgeven voor de Mexicaanse bottelaars. Een delegatie van Coca-Cola slaagde er echter in Echeverría van zijn voornemen af te brengen.
Dat was vooral te danken aan Vicente Fox, die in 1964 als verkoper bij Coca-Cola was begonnen, en die hij aanvankelijk ook zelf distribueerde, was voor hem een stimulerend middel in de strijd tegen de destijds nog machtiger rivaal Pepsi.
Binnen negen jaar klom hij op tot CEO van Coca-Cola Mexico en introduceerde hij de agressieve verkoopmethodes waarmee het Pepsi binnen de kortste keren had ingehaald. Toen hij zijn functie in 1979 neerlegde en terugging naar de hacienda van zijn familie, had hij de omzet met bijna 50 procent vergroot. Twee decennia later zou Fox terugkeren op het grote toneel, opnieuw ten faveure van het drankconcern. Bij de presidentsverkiezingen van 2000 stelde hij zich kandidaat voor de conservatieve Nationale Actie Partij PAN, waarbij hij niet alleen profiteerde van het feit dat de Mexicanen de 71 jaar durende alleenheerschappij van de PRI en de zwakke economie van het land beu waren, maar ook dankzij een donatie in de campagnekas van, inderdaad, Coca-Cola.
Water
In zijn zesjarige ambtstermijn – herverkiezing is volgens de grondwet verboden – installeerde Fox een goed geoliede draaideur tussen zijn regering, de ministeriële bureaucratie en zijn vroegere werkgever, waardoor meer dan tien personen werden gesluisd die in de loop der jaren de politieke besluitvorming ten gunste van Coca-Cola beïnvloedden. Cristóbal Jaime Jáquez, onder Fox algemeen directeur van Coca-Cola Mexico, werd benoemd tot directeur van de Nationale Watercommissie Conagua. Onder hem verdrievoudigde het aantal waterconcessies voor dochterondernemingen van Coca-Cola. De bottelarij in San Cristóbal kreeg toestemming dagelijks 1,3 miljoen liter water op te pompen zonder dat er noemenswaardige heffingen of belastingen naar de stad of de deelstaat vloeiden.
Water is in Mexico een gevoelig onderwerp. In de grondwet van 1917 werden alle natuurlijke hulpbronnen tot staatseigendom verklaard en in 2012 werd daar het recht op toegang tot voldoende, schoon en makkelijk toegankelijk water aan toegevoegd. Wat echter tot vandaag de dag ontbreekt, zijn concrete bepalingen hoe dat in praktijk moet worden gebracht. De staat, die tijdens de regeringsperiodes van de PRI voortdurend op de rand van faillissement balanceerde en verlamd was door corruptie, is er in grote delen van het land niet in geslaagd een betrouwbare watervoorziening te realiseren. In de periode van economische openstelling van Mexico mislukten ook publiek-private partnerschappen op dit gebied.
Multinationale concerns sprongen in het gat, kregen concessies, haalden water uit de bodem en stopten het in flessen. Na een ernstige choleraepidemie in 1991, die in heel Zuid- en Midden-Amerika twaalfduizend mensen het leven kostte, profiteerden zij bovendien van de zorgen van Mexicanen over hun gezondheid. Zo ontstond in een paar jaar tijd de grootste markt voor flessenwater ter wereld. In 2024 verbruikten de Mexicanen 262 liter gebotteld water per hoofd, in Duitsland en Zwitserland is dat nog niet de helft. Naar schatting controleren Coca-Cola, Pepsi en Danone met hun mineraalwater samen ongeveer 80 procent van de markt.
Britse suikertaks blijkt effectief
Sinds 2018 zorgt de Britse suikertaks ervoor dat fris- dranken minder suiker bevatten en consumenten hun inname fors hebben teruggeschroefd.
De Britse sugar tax (formeel de Soft Drinks Industry Levy, SDIL) is in maart 2016 aangekondigd en in april 2018 ingevoerd als onderdeel van de strijd tegen obesitas. De heffing geldt op frisdranken met toegevoegde suikers: dranken met 5-8 g per 100 ml worden belast met 18 p (pence) per liter (ca. 21 eurocent), dranken met 8 g of meer met 24 p per liter. De opbrengsten zouden aanvankelijk naar sportprogramma’s op basisscholen gaan.
Al vóór de invoering pasten vele fabrikanten hun recepten aan om de belasting te vermijden; meer dan de helft van de frisdranken werd hervormuleerd, aldus The Guardian. Toen de heffing eenmaal van kracht was, daalde het suikergehalte in frisdranken aanzienlijk –met bijna 29 procent tussen 2015 en 2018. Consumenten reageerden ook: kinderen verkleinden hun inname van suikerhoudende dranken met ongeveer de helft en bij volwassenen was dat een derde.
Een studie gepubliceerd in het Journal of Epidemiology and Community Health meldt dat het dagelijk suikerverbruik daalde met circa 4,8 g bij kinderen en 10,9 g bij volwassenen binnen een jaar na de invoering van de belasting. De daling werd vooral bewerkstelligd door de hervorming van producten terwijl consumenten overschakelden op minder suikerhoudende dranken; er was geen aanwijzing dat suiker elders werd gecompenseerd.
Eigenlijk is er in de deelstaat Chiapas genoeg natuurlijk water. Anders dan in grote delen van het land, waar momenteel als gevolg van El Niño voor de tweede keer in vijftien jaar extreme droogte heerst, is in de zuidelijkste deelstaat van Mexico tijdens de regentijd constant veel water gevallen. Het hoogland van Chiapas beschikt over een van ’s werelds grootste grondwaterreserves, maar de mensen hebben daar niets aan. Zij hebben alleen toegang tot oppervlaktewater – en dat is vervuild. San Cristóbal wordt doorkruist door sloten met groene alg, rottende drek en plastic afval. Zij zorgen ervoor dat huishoudelijk afvalwater ongezuiverd in de Amarillo en de Fogótico terechtkomt, rivieren die belangrijk zijn voor de watertoevoer van de stad, maar waar regelmatig coli- en andere bacteriën uit menselijke en dierlijke uitwerpselen in worden aangetroffen. Naast zware metalen uit het lekwater van de nabijgelegen vuilstortplaats.
Plannen voor de bouw van rioolwaterzuiveringsinstallaties in de stad liggen er al jaren, maar ze zijn gestrand, mede door verzet van de bevolking, die nu niets betaalt voor afvalwaterzuivering en bang is voor extra kosten. San Cristóbal is de afgelopen vijftig jaar extreem gegroeid. Omdat daardoor ook de wetlands vlak buiten de stad, die water opsloegen en filterden, de een na de ander verdwenen, is de waterhuishouding volkomen ontwricht. Als je leidingwater drinkt of gebruikt om te koken, kan dat diarree, darmontsteking of nierfalen veroorzaken, wat ook toeristen op pijnlijke wijze moeten ondervinden. Bij een enquête in 2023 onder huishoudens was maar 7 procent van de bevolking van Chiapas van mening dat hun water drinkbaar is.
Weer heel anders is het in het droge seizoen, wanneer vanwege de verouderde en lekkende leidingen overdag geen druppel water uit de kraan komt. Inwoners vertellen dat ze ’s nachts, wanneer er een paar uur wel water uit de leidingen komt, opstaan en water in emmers opvangen om het in elk geval te kunnen gebruiken om de was te doen, schoon te maken en zich te wassen. De meeste huishoudens zijn gedwongen kilometers te lopen naar niet-besmette bronnen of om van hun geringe inkomen water te kopen bij tankwagens.
Coca-Cola FEMSA op zijn beurt betaalt vrijwel niets voor het water dat het oppompt en daarmee, al dan niet onder toevoeging van suikersiroop, zijn flessen vult. De twee bottelconcessies die het concern heeft, kosten elk een belachelijke 2600 peso per jaar, omgerekend 117 euro. Voor het water zelf moet het 10 cent per duizend liter betalen. Niet dat er tegen dit oneerlijke systeem niet is geprotesteerd: in 2017 demonstreerden 1500 mensen bij de fabriek en drie jaar later eiste de burgemeester van San Cristóbal dat de waterconcessie van Coca-Cola FEMSA zou worden ingetrokken. Maar Conagua weigerde: de diepe waterputten zouden geen enkele invloed hebben op de watervoorziening van de bevolking uit oppervlaktewater.
Toekomstige generaties
Valentina is nog altijd verontwaardigd als ze aan de motivering van de federale autoriteiten denkt. Zelfs als nu het grondwater niet wordt gebruikt, is het belangrijk als plan B wanneer de klimaatcrisis Chiapas treft. ‘De mensen die nu deze beslissingen nemen, zijn dan dood. Maar jonge mensen zoals wij en toekomstige generaties zullen eronder lijden,’ zegt de jonge vrouw met haar lange bruine haar en een kleine tatoeage op haar onderarm. Door klimaatverandering worden voor de regio tegen 2050 vaker extreme weersomstandigheden verwacht. Met de regens is er al veel veranderd, ze komen onverwachter en zijn heviger geworden, waardoor er vaker overstromingen zijn. Valentina kent de gevolgen van klimaatverandering en heeft deelgenomen aan een VN-conferentie over biodiversiteit. Uit angst voor represailles wil ze niet dat haar echte naam in de krant wordt gebruikt.
Op een ochtend bespreekt ze met een kleine groep activisten in een achterzaaltje van een café in San Cristóbal hoe de macht van Coca-Cola FEMSA kan worden gebroken. Ze zijn het eens dat de gemeenteraad het goed heeft gedaan door het aanbod van het concern een waterzuiveringsinstallatie te bouwen tweemaal af te wijzen, ook omdat onduidelijk bleef wie verantwoordelijk zou zijn voor de exploitatie en het onderhoud. ‘Door zo’n cadeau aan te nemen, zouden we oneerlijke spelregels hebben geaccepteerd,’ zegt Valentina. ‘Het zou dan lijken alsof ons protest schandalig was.’ Ze kennen de practies van Coca-Cola FEMSA: om zich te wapenen tegen kritiek betaalt het nu eens voor een gemeentelijke watertank, dan weer voor een opvangsysteem voor regenwater. Voor Valentina is één verhaal symptomatisch: een paar jaar geleden liet Coca-Cola FEMSA met veel publiciteit duizenden bomen planten, die vervolgens geen water kregen en dus verdroogden. De activisten protesteren inmiddels niet alleen meer tegen de vercommercialisering van het grondwater, ze proberen mensen ook voor te rekenen welke kosten hun Coca-Cola-verslaving op lange termijn met zich meebrengt.
Al tijdens het presidentschap van Vicente Fox waren er steeds meer signalen dat er met de gezondheid van de Mexicanen iets mis was. Niet alleen het percentage mensen met obesitas nam toe, ook het aantal diabetici en hun mortaliteit schoot omhoog. Wetenschappers ontdekten dat de Maya-bevolking een verhoogde genetische aanleg had voor diabetes type 2. In Chiapas kwam daar de bijzonder ongunstige combinatie van armoede, ondervoeding en obesitas nog bij. Met de gebrekkige medische zorg – 30 tot 40 procent van de diabetici weten niets van hun ziekte en bij twee derde is de bloedsuikerspiegel niet goed ingeregeld – zorgde dat voor ‘de perfecte bom’, zoals Alejandro Calvillo, directeur van de Mexicaanse consumentenbond, het ooit noemde. In nog geen twee decennia steeg het aantal sterfgevallen ten gevolge van diabetes in Chiapas met 219 procent.
Antropologe Cecilia Acero wilde weten waarom de mensen, inclusief haar vader, er zo slecht in slagen hun eetgewoonten te veranderen. ‘Met name ouderen willen niet aan een dieet,’ zegt ze. ‘Ze willen niet worden gezien als zieken, of als mensen die zich geen pleziertje gunnen.’ Vooral mannen vinden het moeilijk hulp te accepteren. Hoe gevaarlijk suikerziekte kan zijn, bleek in het eerste coronajaar toen in de deelstaat vergeleken met het jaar ervoor het officiële aantal sterfgevallen ten gevolge van diabetes aanzienlijk steeg. Want diabetici waren door hun verzwakte immuunsysteem niet alleen vatbaarder voor het coronavirus, maar ook belast met negatieve emoties. ‘Die mensen waren bang, konden niet naar de dokter en zaten eenzaam thuis. Daardoor ging bij velen van hen de bloedsuikerspiegel sterk omhoog,’ zegt Acero. Stress en angst kunnen inderdaad het verloop van de ziekte beïnvloeden of zelfs veroorzaken. Veel Mexicanen lijden echter onder de misvatting dat hun levensstijl er geen invloed op heeft.
Club de Diabéticos
Dat dacht de zeventigjarige Amelia García ook, totdat ze lid werd van de Club de Diabéticos, die bijeenkomt op de binnenplaats van het gemeentelijke gezondheidscentrum van San Cristóbal. Ze draagt elegante zwarte kleren met gouden oorbellen, haar nagels blauw gelakt. Samen met een twintigtal andere senioren doet García kniebuigingen en draait ze met haar heupen, waarna ze dansen op Y.M.C.A. Als de vrouwen elkaar met applaus belonen, laat ze haar rauwe maar hartelijke lach horen. De eigenaardige dorst begon bij haar nadat haar zus was overleden aan een hersentumor. Toen de dokter haar bloedsuiker mat, bedroeg die 360 milligram per deciliter, terwijl 100 normaal is. Amelia García dacht dat de diabetes door haar verdriet was veroorzaakt en deed dus niets aan haar eetgewoontes. Ze was gewend veel vlees te eten en elke dag minstens één fles Coca-Cola te drinken. ‘Het gemene was dat water mijn dorst niet kon lessen,’ zegt ze, ‘maar frisdrank wel.’
Het is goed mogelijk dat ze toen al een tijd diabetes had. Meestal begint het onschuldig, met vermoeidheid of kleine infecties. Het belangrijkste symptoom – een te hoge bloedsuikerspiegel, veroorzaakt door een tekort aan het hormoon insuline – blijft vaak onopgemerkt. Als daar grote dorst en vaak moeten plassen bijkomen, is de ziekte al gevorderd. Steeds meer organen worden aangetast: ogen, zenuwstelsel of het weefsel van de voeten. Je kunt blind worden, er kan een been geamputeerd moeten worden of je kunt, zoals de vader van Acero, je nierfunctie verliezen. Een hoge bloedsuikerspiegel leidt bovendien vaak tot vetafzetting in de bloedvaten, wat een hartinfarct of beroerte kan veroorzaken.
Toen Amelia García zich realiseerde dat ze moest stoppen met vet eten en cola drinken, moest ze huilen. Daarop nam ze haar lot in eigen hand en sloot zich, inmiddels een kwart eeuw geleden, aan bij de diabetesgroep. Hun bijeenkomsten beginnen met een voordracht.
Dokter José Maria Gómez tekent lichaamscellen op het bord om de stofwisseling uit te leggen en vraagt aan de groep: ‘Waarmee zijn de cellen met elkaar verbonden?’ ‘Kauwgom,’ zegt een vrouw lachend. ‘Fout’, zegt de arts: ‘Siliconen natuurlijk.’ Iedereen lacht. Dan vraagt hij: ‘Welke levensmiddelen zijn met het oog op diabetes slecht voor ons?’ De vrouwen antwoorden bijna in koor: ‘La Coca.’
Economische gevolgen van obesitas
Obesitas is allang geen individueel gezondheidsprobleem meer, maar een economische bedreiging van mondiale proporties, schrijft El País.
Volgens de World Obesity Atlas 2023 zullen de wereldwijde kosten van overgewicht in 2035 oplopen tot 4,32 biljoen dollar per jaar – bijna 3 procent van het mondiale bbp. Daarmee is obesitas economisch even ontwrichtend als de coronapandemie in 2020. In 2019 lag de rekening nog op 2,19 procent van het mondiale bbp, maar zonder krachtig ingrijpen stijgt dat percentage naar 3,29 procent in 2060. De schade zit niet alleen in medische behandelingen, maar ook in productiviteitsverlies: ziekte, arbeidsongeschiktheid, verzuim, vroegtijdige pensionering en zelfs voortijdige sterfte dragen allemaal bij.
Tegenover dit groeiende probleem zoeken overheden naar effectieve beleidsinstrumenten. Suikertaksen gelden als veelbelovende maatregel. Het VK voerde in 2018 een succesvolle belasting op frisdranken in (zie kader p. 16). In Latijns-Amerika, waar de obesitascrisis flink toeneemt, heeft Colombia in 2023 de meest ambitieuze gezondheidsbelasting van het continent ingevoerd: een heffing van 10 procent op ultrabewerkte producten, oplopend tot 20 procent in 2025.
De redenering is dubbel: hogere prijzen ontmoedigen consumptie van ongezonde voeding, terwijl de belastingopbrengsten direct ingezet kunnen worden voor preventie en gezondheidszorg.
Amelia Garcia’s bloedsuikerspiegel is inmiddels stabiel 100. Ze eet veel groenten, weinig vlees en drinkt alleen nog ongezoete drank. Ook haar zeven kinderen heeft ze het belang van gezonde voeding bijgebracht – tot nu toe heeft geen van hen diabetes. Zelfs haar man, die vroeger elke dag acht tot tien flessen cola dronk, is daarmee gestopt. Toch blijven ze in hun winkel in Cruztón, iets buiten San Cristóbal, cola verkopen. García heeft daar geen slecht geweten van, iedereen moet zelf uitmaken wat hij of zij eet. Soms verkopen ze wel honderd flessen tegelijk, als het dorpshoofd een bijeenkomst organiseert. En het komt voor dat Coca-Cola FEMSA gratis drank laat uitdelen: als compensatie dat elke ochtend vanaf drie uur vrachtwagens door het dorp denderen om Coca-Cola naar de bergdorpen te brengen. ‘De inheemse bevolking drinkt het namelijk nog veel meer,’ zegt García.
Tijdens een rit door de bergen ten noorden van San Cristóbal rijden we door nevelwoud en passeren graslanden en maïsvelden. Langs de kant van de weg sjouwen inheemse vrouwen jerrycans op hun hoofd naar hun dorpen, waar geen waterleiding is maar wel winkels met koelkasten vol Coca-Cola. Op reclameborden staat in de taal van de inheemse bevolking: Drink je Coca-Cola-water. En: Breng de lege fles terug. Ook zie je hier kleine kinderen al aan flessen lurken.
Agressieve marketing
Marcos Arana beziet dit al een tijdlang met zorg. Hij is arts en directeur van een opleidingscentrum om de gezondheidsvoorlichting aan de inheemse kleine boeren te verbeteren. Tijdens de jaarlijkse algemene vergadering van het moederbedrijf van Coca-Cola in april 2023 heeft hij het woord gevoerd namens een kritische vereniging van aandeelhouders. In zijn verklaring wenste hij de huidige CEO van de Coca-Cola Company, de Amerikaan James Quincey, een goede morgen, waarna hij een onderzoek naar borstvoeding aanhaalde waaruit blijkt dat een derde van de inheemse kinderen al Coca-Cola te drinken krijgt voordat ze één jaar oud zijn. In de hooglanden van Chiapas, waar in veel dorpen meer dan 40 procent van de volwassenen analfabeet is, dringt de agressieve marketing van het concern door tot in de privésfeer. Ze kunnen kleine leningen of commissies krijgen als ze via hun familienetwerk Coca-Cola verkopen. Ariana is ervan overtuigd dat de strategie lijkt op de praktijken van de georganiseerde drugshandel.
Coca-Cola’s verovering van de bergdorpen begon in 1962, toen Salvador López Tuxum, een inheems dorpshoofd, de eerste vergunning verwierf om het in San Juan Chamula te verkopen Hij kwam te paard naar San Cristóbal om de flessen op te halen. In hetzelfde decennium doken de eerste reclameborden op met afbeeldingen van Coca-Cola drinkende inheemse mensen in traditionele kledij. Twee artsen uit de hooglanden vertellen ons dat ze zich nog kunnen herinneren dat in de dorpen gratis cola werd uitgedeeld. Tot een jaar of tien geleden was in de dorpswinkels een fles cola goedkoper dan een fles mineraalwater.
Tot een jaar of tien geleden was in de dorpswinkels een fles cola goedkoper dan een fles mineraalwater.
In de hooggelegen gemeente Chamula, waar we langskomen, heeft Coca-Cola bewust of onbewust een marketingstunt gepleegd. Daar werd de drankonderdeel van de religieuze rituelen van de plaatselijke bevolking, die zich Chamula’s noemt en tot de Maya-gemeenschap van de Tzotzil wordt gerekend. Het gebied werd in de zestiende eeuw door de Spanjaarden veroverd en met geweld gekerstend. In San Juan Chamula hebben de conquistadores een kerk gebouwd en Johannes de Doper tot beschermheilige uitgeroepen. Op iconen wordt hij vaak afgebeeld met een lam om zijn rol als voorloper van Christus te benadrukken. In het stadje lopen schapen vrij rond, ze worden niet gemolken of geslacht, omdat ze als heilige dieren worden gezien. Alleen hun wol wordt gebruikt om kleding te weven en hun mest voor de maïs- en groententeelt. Als een schaap doodgaat, wordt het begraven.
Ook het autonoom bestuurde San Juan Chamula is een bijzondere plaats. Terwijl veel inheemse gemeentes in de deelstaat Chiapas zich zo goed mogelijk tegen de invloed van de georganiseerde misdaad verzetten, is hier de laatste paar jaar het eerste indigene kartel van Mexico ontstaan. De Motonetos controleren de handel in mensen, wapens, drugs en porno in het gebied. Usb-sticks met films waarop ook minderjarige inheemse vrouwen seksueel worden misbruikt, zijn in de straten van San Cristóbal te koop voor omgerekend zes euro. Tegelijkertijd verzetten ze zich uit alle macht tegen invloed van buiten. Veel Chamula’s weigeren naar het ziekenhuis te gaan. Baby’s worden met oude Mayakennis vaak thuis geboren. Als ze ziek zijn, vertrouwen inheemse bewoners op geneeskrachtige kruiden of de werking van rituelen.
Voedsel voor de goden
De Iglesia de San Juan Bautista ziet er van buiten net zo uit als talloze andere katholieke kerken in Mexico. Binnen is fotograferen verboden, waardoor menig toerist al een dag in de cel heeft doorgebracht. De Maya’s geloven dat camera’s de macht hebben hun ziel te stelen. Inmiddels lijkt het verbod onderdeel van een toeristisch concept, en tegelijkertijd moet het een zeer intieme ruimte beschermen. Binnen verlicht een zee van minstens tienduizend kaarsen het schip van de kerk. Ze staan op tafels langs de zijmuren voor de heiligenbeelden en op de met dennentakken belegde grond. Hun geur vermengt zich met de zoetige wierookwolken. De kaarsen verbruiken aan één stuk door de zuurstof uit de warme, zware lucht. Aan het plafond hangen lappen stof, kroonluchters en bossen bloemen. Vooraan bij het koor staat een beeld van Johannes de Doper.
Overal op de grond zitten groepen inheemse mensen bij sjamanen die in het Tzotzil bezweringsformules mompelen. Uit meegebrachte tassen steken de koppen van kippen, die gehypnotiseerd lijken door de kaarsen, de dampen en de rook. Dan grijpt een van de genezers een kip, maakt er rondgaande bewegingen mee boven de brandende kaarsen en strijkt ermee over de persoon die van een spirituele ziekte moet worden genezen of wiens ziel van demonen moet worden bevrijd. Daarna laat hij de kip op de grond zakken, zet zijn voet op haar kop en breekt haar nek. Het dier wordt vastgehouden tot het niet meer fladdert. Deze offerhandeling wordt zo verheven en lucide uitgevoerd, dat het haast iets vredigs heeft. Binnen deze moeilijk te bevatten liturgie van rituelen ontdekken we Coca-Cola-flessen. De drank wordt op de grond rond de brandende kaarsen uitgegoten, maar ook in bekers aan alle deelnemers aan het ritueel geschonken. Wat heeft die hier te zoeken?
Met de zegen van sjamanen werd alcohol in rituelen verruild voor frisdrank
Agustín de la Cruz is de kerkopzichter en probeert het ons uit te leggen. Hij draagt een poncho van schapenvacht en heeft een slecht gebit, zoals veel mensen in Chamula. De la Cruz houdt van Coca-Cola, vroeger dronk hij tien flessen per dag. Maar hij kreeg maagpijn en moest vaak overgeven. Anders dan zijn vrouw heeft hij nooit diabetes gekregen.
‘Coca-Cola is voor ons niet heilig,’ zegt hij. ‘Ook dat verhaal over het boeren is onzin.’
Water als handelswaar
Van de heuvels rond Lima tot de drukke straten van Karachi is het beeld vergelijkbaar: waar de overheid tekortschiet en infrastructuur hapert, grijpen handelaren hun kans.
In de sloppenwijken van Lima kost een emmer water vaak meer dan in de villa’s van de stad. Bewoners zonder aansluiting op het waterleidingnet zijn aangewezen op particuliere tankwagens die op onregelmatige tijden verschijnen en woekerprijzen rekenen, schrijft Le Monde in een indringende reportage. Terwijl de middenklasse onbeperkt de kraan kan opendraaien, betalen de armsten tot tien keer zoveel
voor een basisbehoefte. Het contrast pijnlijk; ‘In een stad waar het recht op water formeel bestaat, druppelt de ongelijkheid dagelijks uit de kraan.’ Ook in Karachi wordt water tot handelswaar gemaakt, schrijft The Guardian. Daar beheerst een ‘watertankermaffia’ de distributie: corrupte netwerken die leidingwater aftappen en tegen hoge prijzen verkopen aan huishoudens zonder officiële aansluiting. Inwoners zijn afhankelijk van een illegaal systeem waarin schaarste een verdienmodel is geworden. ‘Wat in essentie een publieke voorziening moet zijn, verandert zo in een private markt waar burgers gegijzeld worden’, aldus de Britse krant.
In Lima hebben bewoners zich verenigd in wijkcomités om samen water in te kopen en druk uit te oefenen op de overheid, terwijl internationale banken helpen bij de aanleg van nieuwe leidingen, wat veel tijd kost. In Karachi proberen activisten en media de watertankermaffia te ontmaskeren en belooft de lokale politiek hervormingen, maar corruptie en traag bestuur blijven het systeem verlammen.
Op internet staan talloze berichten over deze kerk. Reisjournalisten en bloggers schrijven herhaaldelijk dat de inheemse bevolking cola drinkt om door te boeren boze geesten uit hun lichaam te verdrijven. ‘Soms spellen buitenlandse gidsen je dat op de mouw om hun verhalen interessanter te maken. En toeristen geloven alles,’ zegt De la Cruz.
Eeuwenlang hebben in Chiapas spanningen geheerst tussen de katholieke veroveraars en de inheemse bevolking, wier religieuze praktijken zijn gebaseerd op spirituele ideeën over het geloof en op magie. Steeds weer moesten er compromissen worden gesloten die uiteindelijk leidden tot dit unieke syncretisme. Vroeger werd bij de rituelen pox gedronken, een sterke drank gemaakt uit suikerriet, tarwe en maïs. In de eerste helft van de twintigste eeuw kwamen evangelische groeperingen uit de VS en Engeland naar het hoogland om de Maya-gemeenschappen te bekeren en er sociaal werk op te zetten. Ze maakten de inheemse bevolking duidelijk dat alcohol ongezond en satanisch is en dronkenschap in de kerk ongepast. Zo vond met de zegen van de sjamanen aanvankelijk plaatselijke limonade haar weg in de rituelen. Niet koolzuur was doorslaggevend, maar de zoetige geur van de drank die als voedsel voor de goden diende, zegt De la Cruz. En zo maakte de interventie van een paar missionarissen voor Coca-Cola de weg vrij naar de inheemse geloofspraktijk.
In de jaren zeventig braken er conflicten uit tussen religieuze groeperingen en werden duizenden protestantse inheemse bewoners met geweld verdreven uit plaatsen als San Juan Chamula, ook omdat de katholieke leiders niet wilden afzien van hun inkomsten uit de verkoop van alcohol en Coca-Cola. En zo valt er nu in de supermarkten van Chamula een soort tweede syncretisme te bewonderen. Kleuren en logo hebben de winkels schaamteloos gejat van de Oxxofilialen van Coca-Cola-bottelaar FEMSA, net als hun naam: Osso. Binnen is er Coca-Cola. En zelfgestookte suikerrietbrandewijn.
‘Pas toen Coca-Cola onderdeel was geworden van de rituelen kreeg de drank zijn maatschappelijke status. Sindsdien wordt het bij elke gelegenheid gedronken, ook bij religieuze en politieke evenementen als bruiloften,’ zegt Jaime Page. Wanneer we via Zoom met de arts, antropoloog en promotor van Cecilia Acero spreken, is hij net uit een van de bergdorpen terug in San Cristóbal. Page is niet alleen expert op het gebied van de inheemse cultuur, hij heeft hen ook herhaaldelijk ondervraagd over hun drinkgedrag. In een van zijn onderzoeken werd voor het eerst het cijfer van 2,25 liter frisdrank per persoon per dag in de hooglanden van Chiapas genoemd. Hier wordt het even spannend: Page zegt het cijfer van de website van Coca-Cola FEMSA te hebben, waar het later weer van is verwijderd.
De drankenproducent bestrijdt dat. Na wat heen en weer gepraat kunnen we een afspraak maken met twee pr-dames in een restaurant in Mexico-Stad. Uit dit gesprek – waarbij we kip met mole poblano (een chocolade-chilisaus) eten en cola drinken – mogen we niet citeren, maar achteraf sturen ze ons een ver- klaring waarin ze zich baseren op een overheidsstatistiek waaruit zou blijken dat per huishouden 420 peso aan drank, waaronder alcohol, wordt uitgegeven. Volgens dezelfde statistiek bedraagt de consumptie van frisdrank per hoofd van de bevolking 1,8 liter. Niet per dag, maar per maand. Dit ten hemel schreiende verschil strookt niet met onze indrukken ter plaatse en ook niet met een persbericht van Coca-Cola FEMSA van november 2023. Daarin verkondigde het bedrijf dat het zijn omzet in Latijns-Amerika, waarvan het de helft in Mexico realiseert, sinds de beursgang in 1993 vervijftienvoudigd had. De koers van het aandeel is de afgelopen vijf jaar meer dan verdubbeld.
Verbod op scholen
Het getal dat Jaime Page noemt, is daarentegen ook op websites van de overheid gepubliceerd, wat in elk geval een teken is dat de invloed van frisdrank op de gezondheidscrisis in het land op de politieke agenda is gekomen. Toen het aantal diabetesdoden in 2016 voor het eerst de grens van 100.000 overschreed, riep de regering de nationale noodtoestand uit. Twee jaar eerder had zij al een belasting op suikerhoudende dranken ingevoerd van 5 cent per liter; in vergelijking met Chili of Engeland relatief laag, omdat de Coca-Cola Company voor Mexico onderzoek had medegefinancierd waarin de effectiviteit van een belasting en de invloed van frisdrank op obesitas in twijfel werd getrokken. In tegenstelling tot wat wetenschappers dringend adviseerden, worden de belastinginkomsten niet voor preventieve zorg gebruikt.
Het was dan ook een verrassing toen de huidige president Claudia Sheinbaum na haar aantreden politieke veranderingen aankondigde. Ze verklaarde dat de toegang tot water een van de topprioriteiten van haar presidentschap zou worden en kwam met een nationaal waterplan, waarvan ook een herziening van alle concessies voor particuliere bedrijven deel uitmaakt. Coca-Cola FEMSA probeert momenteel een internationaal gerespecteerd certificaat voor verantwoord watergebruik voor de bottelarij in San Cristóbal te krijgen.
‘Que me vas a hacer, Claudia’: Wat maak je me nou, Claudia
In april 2025 is een verbod op de verkoop van frisdrank en snoep op scholen van kracht geworden. Wel 40 procent van de kinderen en jongeren in Mexico wordt inmiddels als obees beschouwd, waarmee ze de diabetespatiënten van morgen zijn. Coca-Cola heeft zijn suikerhoudende dranken al uit basisscholen weggehaald. Wellicht is een verkooppunt daar ook helemaal niet meer nodig. In een TikTok-video die met 1,4 miljoen likes viraal ging, is een twaalfjarige scholier ergens in Mexico te zien die van een literfles Coca-Cola geniet. In de zijvakken van zijn rugzak heeft hij nog twee van die flessen. ‘Que me vas a hacer, Claudia’ is in de video te lezen: Wat maak je me nou, Claudia (de president).
‘De mensen willen gewoon Coca-Cola drinken,’ zegt ook Jaime Page, die denkt dat Sheinbaum daar niet veel aan zal veranderen. In de zinnen die hij in de camera van zijn computer spreekt, klinkt bittere woede door: ‘Soms denk ik dat we te maken hebben met een etnocidale politiek. Het is blijkbaar beter wanneer de inheemse bevolking sterft.’
Zo ver gaat Cecilia Acero niet. ‘Ik ben behoorlijk kwaad op Coca-Cola. Maar niemand houdt je een pistool tegen je hoofd om dat spul te drinken,’ zegt ze. Sinds haar vader diabetes kreeg, drinkt Acero bijna geen Coca-Cola meer. Toen ze het op een warme dag aangeboden kreeg, nam ze een slok en vond het best verfrissend. Eén keer per jaar, op de traditionele Día de Muertos (Allerzielen), versieren de mensen in San Cristóbal, net als overal in Mexico, hun familiealtaren op begraafplaatsen of thuis met kaarsen en bloemen. Ze brengen dan voor de doden dingen mee waar die tijdens hun leven van hielden. Dus koopt Cecilia Acero dan een fles Coca-Cola om op het graf van haar vader te zetten.
1. Kraanwater: geen calorieën, geen suiker, mineralen.
2. Koffie: positieve effecten, maar let op cafeïne.
3. Thee/ijsthee zonder suiker. (Industriële ijsthee minder goed.)
4. Vruchtensap: veel vitaminen, maar ook veel suiker.
5. Cola en energiedranken: veel suiker, veel risico’s.
Landen zetten babybonussen, gesubsidieerde kinderopvang en ouderschapsverlof in om het snel dalende vruchtbaarheidscijfer weer omhoog te krijgen – grotendeels zonder resultaat. Hoe overtuig je mensen om meer kinderen te krijgen?
Sophia en haar partner aarzelen al vijf jaar over het krijgen van kinderen. Ze maken zich zorgen over de impact van de mensheid op de biodiversiteit en de klimaatverandering en over wat de toekomst voor ons in petto heeft.
‘Het gaat ons om twee dingen,’ zegt Sophia, een communicatiespecialist die liever niet haar volledige naam geeft. ‘Aan de ene kant: in hoeverre draagt een kind bij aan de mondiale [klimaat]crisis? Daarnaast gaat het erom hoe haar of zijn leven eruit zou komen te zien. Het verlies van de biodiversiteit raakt me diep. Ik denk veel na over de toekomst en dus ook over de toekomst van mijn kind.’
De angst voor klimaatverandering maakt dat stellen minder kinderen krijgen. Ongeveer een op de vijf vrouwelijke klimaatwetenschappers geeft aan door de klimaatcrisis geen of minder kinderen te willen.
Simpelweg onvoldoende
Het klimaat is niet de enige reden voor wat door regeringen en kranten een baby-, bevolkings-, vruchtbaarheids-, vergrijzings-, demografische of economische crisis wordt genoemd. Ook de kosten van levensonderhoud, huisvestingsproblemen en een gebrek aan kansen spelen een rol. Het resultaat is dat overheden over de hele wereld bezorgd zijn dat vrouwen simpelweg onvoldoende baby’s krijgen.
Volgens Elon Musk vormen dalende geboortecijfers een groter risico voor de beschaving dan de opwarming van de aarde. Er bestaat dan ook een groeiende beweging van zogeheten pronatalisten, die ‘veel kinderen’ willen krijgen om de wereld te redden.
Het is vrij duidelijk dat vrouwen die beter opgeleid en geëmancipeerder zijn en een betere toegang hebben tot anticonceptie, minder kinderen krijgen. Wat nog onbekend is, is hoe je ze kunt overtuigen om er meer te krijgen. Goedkopere kinderopvang? Flexibelere werkplekken? Meer hulp van de mannen? Betaalbare woningen? Meer optimisme over de toekomst?
Het rapport stelt dat ‘vrouwen tegenwoordig gemiddeld één kind minder krijgen dan rond 1990’
Statistieken tonen aan dat de meeste landen inmiddels onder het vervangingspercentage zitten. Dat bedraagt 2,1 kind per vrouw; genoeg om de bestaande bevolking te vervangen, met een kleine buffer.
Vijf decennia geleden leidde het boek The Population Bomb van Paul Ehrlich en Anne H. Ehrlich tot mondiale angst voor ‘massale hongersnood’ op een ‘stervende planeet’ als gevolg van overbevolking. Nu waarschuwen experts dat de vruchtbaarheidscrisis zorgt voor een afname van het aantal jongeren dat een toenemende vergrijzende bevolking moet ondersteunen, en gooien paniekerige regeringen over de hele wereld hier geld tegenaan.
In maart veroorzaakte een artikel in TheLancet een nieuwe golf van krantenkoppen die waarschuwden voor catastrofes. Een grootschalig onderzoek naar vruchtbaarheid, uitgevoerd in 205 landen in de periode 1950-2021, van het Institute for Health Metrics and Evaluation (IHME) van de Universiteit van Washington, stelde vast dat de wereld een ‘toekomst met lage vruchtbaarheid’ te wachten staat.
Volgens het IHME-onderzoek zal in 2050 meer dan driekwart van de landen onder het vervangingspercentage zitten. In 2100 zal dit 97 procent zijn. De enige landen die tegen die tijd naar verwachting een percentage van meer dan 2,1 zullen hebben zijn Samoa, Somalië, Tonga, Niger, Tsjaad en Tadzjikistan.
Pronatalistisch beleid
Plaatsen met lage inkomens en hogere vruchtbaarheidscijfers – zoals Afrika ten zuiden van de Sahara, waar tegen 2100 naar verwachting ruim de helft van de geboorten zullen plaatsvinden – hebben behoefte aan betere toegang tot voorbehoedsmiddelen en onderwijs voor vrouwen, aldus de onderzoekers. Landen met lage vruchtbaarheid en hogere inkomens, zoals Zuid-Korea en Japan, hebben behoefte aan vrije immigratie en beleid om ouders te ondersteunen.
In het onderzoek werd ook gekeken naar het bestaande beleid om het krijgen van kinderen te bevorderen, zoals gratis kinderopvang, beter ouderschapsverlof, financiële prikkels en arbeidsrechten. Maar de bevindingen suggereren dat zelfs dit soort beleid de vruchtbaarheidscijfers niet omhoog krijgt tot het vervangingsniveau. Wel ‘kunnen [deze maatregelen] voorkomen dat sommige landen naar een extreem laag vruchtbaarheidsniveau zakken’.
Historische vergrijzing Japan
Behalve de dalende kinderwens speelt er ondertussen ook nog een ander probleem. Uit een grootschalige meta-analyse blijkt dat de spermaconcentratie bij mannen wereldwijd in rap tempo afneemt. De gemiddelde waarde daalde tussen 1973 en 2018 van 101 naar 49 miljoen per milliliter, wat volgens onderzoeker Shanna Swan wijst op ‘subfertiliteit’. De afname versnelt bovendien: van 1,16 % per jaar vóór 2000 naar 2,64 % sinds 2000, schrijft Le Monde.
De oorzaak ligt volgens onderzoekers in een combinatie van leefstijlfactoren (zoals roken, obesitas en stress) en chemische vervuiling, zoals weekmakers en pesticiden. ‘Onze resultaten zijn de kanarie in de kolenmijn,’ waarschuwt epidemioloog Hagai Levine. Nieuw is dat de achteruitgang nu ook wordt vastgesteld in Afrika, Zuid-Amerika en Azië – een wereldwijd fenomeen dus. Onderzoekers pleiten voor actie, maar beleidsmaatregelen blijven uit. Volgens Swan gaat ook de vrouwelijke vruchtbaarheid achteruit, maar daar is minder aandacht voor omdat eicellen moeilijker te tellen zijn. De afname van spermakwaliteit hangt bovendien samen met andere problemen, zoals zaadbalkanker en aangeboren afwijkingen.
(Zie ook 360-editie 215)
Volgens Natalia V. Bhattacharjee, medeauteur van het onderzoek, zullen de trends ‘de wereldeconomie en het internationale machtsevenwicht volledig (…) hervormen en een reorganisatie van samenlevingen noodzakelijk maken’. Bhattacharjee waarschuwt ook dat sommige landen zouden kunnen proberen ‘drastischere maatregelen te rechtvaardigen’ om het recht op abortus te beperken.
Ondertussen worden in Taiwan, waar het vruchtbaarheidscijfer inmiddels is gedaald tot 0,86, scholen gesloten. In Japan, waar het vruchtbaarheidscijfer 1,21 bedraagt, overtreft de verkoop van incontinentieproducten voor volwassenen inmiddels de verkoop van luiers. In Griekenland, waar het vruchtbaarheidscijfer 1,26 bedraagt, is in sommige dorpen al jaren geen kind meer geboren en worden mensen aangespoord om zes dagen per week te werken. En in Zuid-Korea, met vruchtbaarheidscijfer 0,72, zal de bevolking naar verwachting tegen 2100 zijn gehalveerd. Het vruchtbaarheidscijfer in Australië bereikte in 1961 een piek van 3,5. In 1975 – niet lang nadat de belasting op de anticonceptiepil was afgeschaft – was het gedaald tot het vervangingsniveau (2,1), en nu staat het op 1,6.
Zelfs Scandinavische landen, met hun focus op gendergelijkheid en ouderschapsverlof, ervaren een afnemende vruchtbaarheid
Die dip in de jaren zeventig was te danken aan de pil, zegt Liz Allen, demograaf en docent aan het Centre for Social Research and Methods van de Australian National University, maar ook aan andere grote maatschappelijke veranderingen rond gendergelijkheid, waarbij vrouwen steeds beter opgeleid werden, steeds meer gingen werken en het makkelijker werd om te scheiden.
Er zijn mensen die besluiten dat ze geen kinderen willen. Er zijn vrouwen die het krijgen van kinderen uitstellen en uiteindelijk, omdat hun vruchtbaarheid afneemt, minder kinderen krijgen. En in Australië en andere ontwikkelde landen is er veel minder sprake van tienerzwangerschappen, wat over het algemeen als een goede zaak wordt beschouwd, maar eveneens bijdraagt aan een lager vruchtbaarheidscijfer.
Regeringen in de hele OESO – en in toenemende mate ook in de ontwikkelingslanden – proberen op allerlei manieren de vruchtbaarheid te bevorderen.
De meeste landen met een lage vruchtbaarheid kennen een vorm van zwangerschapsverlof. Vele hebben gesubsidieerde kinderopvang en een of andere vorm van kinderbijslag, en iets meer dan de helft van de landen heeft flexibele werkuren of belastingvoordelen voor gezinnen met kinderen, aldus de Verenigde Naties. Maar zelfs de Scandinavische landen, met hun focus op gendergelijkheid, ouderschapsverlof en sociale diensten, ervaren een afnemende vruchtbaarheid.
In China is de ‘eenkindpolitiek’ veranderd in een ‘driekindbeleid’, in combinatie met betere gezondheidszorg voor moeders en verminderde toegang tot abortus. Japanse politici proberen elkaar te overtreffen in hun pronatalistische beleid, met onder andere subsidies, gratis kinderopvang, betere werkzekerheid en steun voor vruchtbaarheidsbehandelingen. En de Zuid-Koreaanse regering heeft meer dan 200 miljard dollar uitgetrokken om gezinnen te ondersteunen bij het krijgen van kinderen.
Maar het werkt allemaal niet. De beste bedoelingen hebben niet zozeer geleid tot een babyboom als wel tot sporadische ‘babybumps’.
Succesvolgorde
Neem bijvoorbeeld de Australische babybonus, geïntroduceerd door de toenmalige minister van Financiën Peter Costello met de aansporing: ‘Eén voor mama, één voor papa, en één voor het land.’
De maatregel had enig effect, maar deskundigen beschrijven de stijging van de vruchtbaarheid meer als een kortstondige opleving. Dat heeft landen als Rusland, Griekenland en Italië er niet van weerhouden ook babybonussen in te voeren.
Jennifer Sciubba, een Amerikaanse demograaf, politicoloog en auteur van 8 Billion and Counting: How Sex, Death and Migration Shape Our World, sprak in de Ezra Klein-podcast over het complexe samenspel van factoren die van invloed zijn op onze kinderwens. Wie de ‘succesvolgorde’ wil aanhouden – eerst een opleiding, dan een goede baan, een huis en wat spaargeld – stelt het krijgen van kinderen uit. En hebben mensen eenmaal meer geld, dan verlangen ze ook naar andere dingen in hun leven, waar kinderen afbreuk aan kunnen doen: uit eten, op vakantie, een goede nachtrust.
Het hebben van meer dan twee kinderen kan onvoorstelbaar intensief, zwaar en duur lijken, zegt ze, maar het gaat nooit alleen om het geld. Hoe zit het met steun van de familie en de mensen in je omgeving? Religie? En logistieke zaken, zoals een nieuwe auto waar voldoende autostoeltjes in passen?
In Oost-Azië, aldus Sciubba, verspreidt zich [onder vrouwen] het idee dat ‘je niet langer hoeft te trouwen om een goed leven te leiden’. ‘Het huwelijk zou je zelfs kunnen verstikken vanwege de genderverhoudingen binnen de relatie,’ aldus Sciubba.
Ze vraagt zich af hoeveel de staat hier daadwerkelijk tegen kan doen. Zo is er ook nog de heersende cultuur; in Zuid-Korea bestaat bijvoorbeeld betaald vaderschapsverlof, maar daar wordt geen gebruik van gemaakt.
Hongarije heeft onder Viktor Orbán gratis ivf, belastingvoordelen en leningen tegen lage rente aangeboden aan gezinnen met kinderen, en hoewel het vruchtbaarheidscijfer wel omhoog is gegaan, zijn deze maatregelen ook een dekmantel voor nationalistische identiteitspolitiek en gaan ze gepaard met beperkingen op anticonceptie en abortus.
‘Je kunt individuele rechten wegnemen’ om de vruchtbaarheidscijfers te verhogen, zegt Sciubba. ‘Daar ben ik niet voor.’ Ze wijst op het voorbeeld van de Roemeense Nicolae Ceaușescu, de dictatoriale communistische leider die eind jaren zestig aan de macht kwam. Hij probeerde het vruchtbaarheidscijfer te verhogen door anticonceptie te verbieden, evenals abortus voor vrouwen onder de veertig met minder dan vier kinderen. Dit leidde ertoe dat vrouwen doodgingen aan een bevalling of abortus ‘in de achtertuin’ en de weeshuizen vol raakten met achtergelaten baby’s.
‘Je zag het aantal geboorten toenemen… zolang hij de druk erop hield. Daarna ging het weer omlaag,’ zegt Sciubba.
De drie belangrijkste factoren zijn de kosten, werkzekerheid en ‘iemand om van te houden’
Uit een onderzoek uit 2022, uitgevoerd door de Australian National University voor het bevolkingscentrum van de federale overheid, bleek dat financiële prikkels zoals de babybonus en het gezinsbelastingvoordeel een positief effect kunnen hebben op de vruchtbaarheid. ‘Maar dat effect is meestal klein, omdat deze subsidies slechts een klein deel van de totale directe kosten van kinderen dekken,’ aldus het rapport.
De babybonus lijkt het aantal geboorten tijdelijk met ongeveer twee procent te hebben verhoogd. Andere maatregelen, waaronder betere kinderopvang en beter ouderschapsverlof, kunnen allemaal wel iets uitrichten, maar lossen het probleem niet op. De drie belangrijkste factoren die verband houden met de beslissing om al dan niet kinderen te krijgen, zo bleek uit het ANU-onderzoek, zijn de kosten, werkzekerheid en ‘iemand om van te houden’.
Allen zegt dat er rond 2054 waarschijnlijk sprake zal zijn van een natuurlijke bevolkingsafname – meer sterfgevallen dan geboorten. Immigratie zal dus belangrijker worden dan ooit om tekorten op de arbeidsmarkt op te vullen en economische groei te stimuleren. Om huizen en wegen te bouwen. In Australië wordt immigratie gebruikt om het lage vruchtbaarheidscijfer te compenseren, maar erg soepel gaat beleid op dat gebied niet.
Poortwachters
Zonder oplossingen voorhanden, zegt Allen, vormt zich ook een ethisch probleem. Vrouwen wordt gevraagd om de kinderen te krijgen, voor de ouderen te zorgen, deel te nemen aan de arbeidsmarkt en het onbetaalde werk thuis te doen. En jongeren pikken dat niet langer, zegt ze.
Allen vertelt dat vrouwen in Australië al ten tijde van de kolonisatie onder druk werden gezet om de last van de demografische ‘crisis’ te dragen. Deze strategie maakte deel uit van het verdrijven van de oorspronkelijke bevolking en het creëren van een Europese buitenpost, zegt ze: ervoor zorgen dat de ‘juiste vrouwen’ zich voortplantten.
De oplossing van de elite
Nu de geboortecijfers wereldwijd in vrije val zijn, willen ‘pronatalisten’ in Silicon Valley die daling een halt toeroepen door zo veel mogelijk baby’s te krijgen.
In reactie op dalende geboortecijfers omarmen sommige rijke en hoogopgeleide mensen het pronatalisme – de overtuiging dat het krijgen van kinderen cruciaal is voor het voortbestaan van de mensheid. In Silicon Valley groeit deze beweging, schrijft The Telegraph, met steun van techondernemers, denkers en wetenschappers. Ze maken zich zorgen dat moderne samenlevingen kinderen ontmoedigen, terwijl juist verantwoordelijke, intelligente mensen zich zouden moeten voortplanten.
Het Amerikaanse echtpaar Simone en Malcolm Collins is het gezicht van deze trend. Ze stichtten Pronatalist.org om gezinnen te steunen die veel kinderen willen. Hun missie: een diverse, ethische gezinscultuur stimuleren als alternatief voor autoritaire of patriarchale oplossingen.
Tegenstanders uiten zorgen over verborgen racisme en nieuwe vormen van eugenetica, waarbij genetische selectie mogelijk leidt tot sociaal wenselijke baby’s. Voorstanders benadrukken dat het vrijwillig is en gericht op kansen maximaliseren, niet op perfectie. Elon Musk, een van de rijkste mensen in het heelal, die tien kinderen heeft bij drie verschillende vrouwen, is ongetwijfeld de beroemdste persoon met pronatalistische ideeën.
Tegenover ‘pronatalisme’, de algemene term voor overheidsbeleid dat erop is gericht het geboortecijfer op te krikken, staat ‘antinatalisme’: het idee dat het verkeerd is om een nieuwe mens op de wereld te zetten als het onwaarschijnlijk is dat die een goed leven zal hebben. De Voluntary Human Extinction Movement (VHEMT) gaat nog een stap verder: aanhangers pleiten ervoor dat mensen vrijwillig stoppen met voortplanten, zodat de mensheid uiteindelijk uitsterft – als een manier om de planeet en andere levensvormen te beschermen.
‘In de loop der tijd hebben we varianten van dezelfde aansporing gezien. Denk aan leuzen als “voortplanten of vergaan” (“populate or perish”), “Ga liggen en denk aan Engeland”, “Eén voor mama, één voor papa en één voor het land”, “De juiste vrouwen krijgen niet genoeg baby’s, de verkeerde vrouwen krijgen er te veel”,’ zegt Allen.
‘De schuld wordt bij vrouwen gelegd; ze worden gezien als hedonistisch en egoïstisch als ze geen kinderen krijgen.’
Ze wijst op een onderzoek uit 1944 naar de Australische geboortecijfers, waarin vrouwen voor het eerst hun zegje mochten doen. Als reactie op (de zoveelste) oproep aan vrouwen om zich voort te planten of te vergaan, uitte een vrouw haar frustratie over de last die op haar schouders werd gelegd. ‘Jullie mannen kunnen vanuit je luie stoel dit soort uitspraken doen,’ zei ze. ‘Nou, ik heb me voortgeplant én ben vergaan, in de kou.’
Sophia is nu zwanger, in de beginfase. Dat is de reden dat ze niet haar volledige naam wil gebruiken. ‘Ik was er vrij zeker van dat ik geen kinderen wilde. Daarbij speelde levensstijl een grote rol. Het verandert je leven als je verantwoordelijk bent voor een ander mens. Uiteindelijk was het een zeer egoïstische beslissing… daar kom ik voor uit. Ik wilde die extra diepgang in mijn leven. Maar het was geen makkelijke beslissing voor mijn partner en mij… het was nogal een bevalling, pun intended. Uiteindelijk besloten we dat dit was wat we wilden in ons leven.’
Vrouwen in de feministische 4B-beweging zeggen nee tegen huwelijk, bevalling, afspraakjes en seks. Het is een duidelijke waarschuwing naar een alsmaar vrouwonvriendelijker klimaat in de Verenigde Staten.
In de aanloop naar de inauguratie van Donald Trump spreekt een aanzienlijk aantal jonge vrouwen in de VS zich online uit over de noodzaak om de zogeheten 4B-beweging van Zuid-Korea te volgen, waarbij de 4 B’s staan voor bihon (geen heteroseksueel huwelijk), biyeonae (niet daten met mannen), bichulsan (geen kinderen) en bisekseu (geen seksuele relaties met mannen). Veel anderen in de Verenigde Staten bekritiseren deze nogal radicale afwijzing van mannen. Wat bereik je ermee? Hoe gaat dit ons verder helpen? Is dit niet gewoon het zich toe-eigenen van andermans cultuur?
Voor mij is de 4B-beweging, ongeacht waar deze plaatsvindt, een ernstig waarschuwingssignaal. Als journalist die de Zuid-Koreaanse feministische bewegingen al jaren volgt, is deze onbedoelde export van weer een ander ‘K-cultuur’-product zowel fascinerend als hartverscheurend. Fascinerend vanwege de verschillen: het feit dat niet-Koreaanse vrouwen dit Koreaanse idee overnemen. Hartverscheurend vanwege de overeenkomsten: elke voorstander van de 4B-ideeën wordt uiteindelijk geregeerd door wanhoop, angst en, ondanks alles, hoop.
In de kern is de 4B-beweging een noodkreet. De vraag is hoe en of deze gehoord zal worden.
Middelpunt
In de VS groeit de 4B-beweging als een directe reactie op de strijd voor de reproductieve rechten van vrouwen, die nu Trump opnieuw aan de macht is nog meer risico lopen. ‘Ik zal me door geen man meer laten aanraken zolang ik mijn rechten niet terug heb,’ zegt een aanhanger van de beweging tegen The Guardian. Een ander vertelt aan CNN dat 4B verkent ‘hoe een leven eruitziet waarin mannen niet zo in het middelpunt staan’.
TikTok en andere onlineplatforms vormen het belangrijkste strijdtoneel, sommige 4B-content is hier al miljoenen keren bekeken.
In Zuid-Korea is de beweging ook online ontstaan, hoewel het al meer dan vijf jaar geleden is dat ze viraal ging in de mainstream media. Het is het Koreaanse publiek uiteraard niet ontgaan dat de beweging momenteel is overgeslagen naar de VS. Reacties variëren van ‘Huh? Is dat nog steeds een ding?’ tot meer introspectieve beschouwingen over de erfenis van 4B binnen Zuid-Korea. ‘Toen de politiek en de instellingen er niet in slaagden om adequaat te reageren op discriminatie van en geweld tegen vrouwen, werden [4B-aanhangers] gedwongen om op hun eigen terrein actie te ondernemen,’ schreef Sohn Heejung, een cultuurcriticus en feministisch onderzoeker, in de Koreaanse krant Hankyoreh.
Toen 4B viraal ging in de mainstream media, gooiden drommen vrouwen hun make-up weg en knipten hun haar kort
4B is in Zuid-Korea altijd een marginale beweging geweest, die wordt uitgedragen door een kleine groep mensen die hun persoonlijke leven bewust zien als een politieke daad van verzet. De aanhangers ervan worden vaak over één kam geschoren met de vele andere jonge Zuid-Koreanen die weigeren te trouwen en/of kinderen te krijgen – het land heeft het laagste vruchtbaarheidscijfer ter wereld –, maar bij die laatste groep zijn de redenen vaak eerder economisch dan uitgesproken feministisch of politiek van aard.
De wortels van 4B zijn in Korea niet zo duidelijk aan te wijzen als in de VS. 4B dook rond 2015 voor het eerst op als een trend in onlinegemeenschappen die vooral op vrouwen waren gericht. Dit was een kritieke periode in het Zuid-Koreaanse feminisme waarin jonge vrouwen zich verenigden in de nasleep van een angstaanjagend incident: in 2016 werd een willekeurige vrouw van in de twintig door een man neergestoken in de buurt van het Gangnam-station in Seoul. ‘Ik deed het omdat vrouwen me altijd hebben genegeerd,’ zou de 34-jarige man hebben gezegd. De politie ontkende dat het incident het gevolg was van vrouwenhaat en verwees naar de psychische stoornissen van de moordenaar.
Veel van mijn vrienden, die in de twintig en dertig zijn, herinneren zich deze periode als een keerpunt in hun leven. Ze schrokken van de gedachte dat dit elke vrouw had kunnen overkomen. Dus gingen ze naar herdenkingen in Gangnam en twitterden ze hashtags om andere vrouwen een hart onder de riem te steken. Dit was het moment waarop veel jonge vrouwen zich gingen identificeren als feminist, als reactie op de krachten in de Zuid-Koreaanse samenleving die buiten hun macht leken te liggen. Uit deze gedeelde paniek – en wanhopige pogingen tot empowerment – ontstond een beweging als 4B.
Een paar jaar na het incident in Gangnam leek het feminisme zijn hoogtijdagen te beleven. De #MeToo-beweging zorgde ervoor dat mannen met machtige functies hun baan kwijtraakten, toenmalig presidentskandidaat Moon Jae-in verklaarde zichzelf in 2017 feminist en in 2018 gingen historische aantallen vrouwen de straat op om te protesteren tegen illegaal opgenomen ‘spycam’-beelden. In de tijd dat 4B viraal ging in de mainstream media, gooiden drommen vrouwen hun make-up weg en knipten hun haar kort, waarmee ze de patriarchale druk om er mooi uit te zien van zich afwierpen. Ze kwamen bekend te staan als de ‘ontsnap aan het korset’-beweging.
Vies woord
Toen kwam de tegenreactie. Enige context: ik leef in een kleine progressieve bubbel in Seoul. Mijn sociale kringen zijn veilige plekken voor feministen, waar we regelmatig frustraties delen over wijdverspreide vrouwenhaat en conservatieve gendernormen. Zuid-Korea heeft de hoogste loonkloof tussen mannen en vrouwen van alle OESO-landen; vrouwen zijn nauwelijks vertegenwoordigd in hogere en leidinggevende functies en vrouwonvriendelijke microagressie is de norm.
Buiten mijn bubbel, in grotere delen van Zuid-Korea, is feminisme steeds meer een vies woord geworden en wordt het gezien als een taboe. Bij de meest recente presidentsverkiezingen in 2022 profiteerde de inmiddels afgezette president Yoon Suk Yeol van het antifeministische sentiment onder jonge mannelijke kiezers – een wereld van verschil met de vorige verkiezingen.
Feministische bewegingen zoals 4B zijn door velen bestempeld als ‘extremistisch’ of ‘te radicaal’ en worden gezien als vergif voor de samenleving. Ik betwijfel ten zeerste of een Zuid-Koreaanse 4B-aanhanger daar in het openbaar voor uit zou komen zonder enige tegenreactie te verwachten. Het is dan ook ironisch dat 4B zo veel aandacht heeft gekregen in de VS – de grote broer van Zuid-Korea – terwijl feministen in het land waar de beweging is ontstaan te maken hebben met toenemende censuur.
Deze negatieve reacties en gevaren voor vrouwenrechten zijn nog wijdverbreid. Helaas hebben Zuid-Korea en de VS nog een andere realiteit gemeen: veel jonge mannen zien zichzelf als slachtoffer. Doordat ze niet begrijpen wat de werkelijke oorzaken zijn van hun weinig stabiele omstandigheden, richten ze onterecht hun woede op vrouwen en andere minderheden.
Neem mannen als Elon Musk en Nick Fuentes. In de nasleep van Trumps overwinning zijn deze boegbeelden van overwegend mannelijke proteststemmen nog harder gaan schreeuwen. Fuentes tweette onlangs in een post die viraal ging: ‘Jouw lichaam, mijn keuze. Voor altijd.’ The New Yorker noemde dit onheilspellend een ‘slogan die misschien het komende tijdperk van achteruitgang op het gebied van genderkwesties inluidt’.
4B lijkt voor velen misschien een absurde beweging. Veel vrouwen, waaronder ikzelf, zien nog steeds de waarde in van (goed, veilig) mannelijk gezelschap. Maar het is niet moeilijk te begrijpen waarom 4B vandaag de dag bestaat. De wereld waarin we leven lijkt absurder te worden. De 4B-beweging is daar slechts een symptoom van.
Van botvergroting tot kinverlenging: sommige jonge mannen gaan wel erg ver om hun ‘seksuele marktwaarde’ te verhogen. Hoe is deze extreme cosmetische rage, die bekendstaat als ‘looksmaxxing’, mainstream geworden?
Voor James begon het met spieren. Hij was ongeveer zestien en zich bewust geworden van zijn lichaamsbouw, wat zich vooral uitte in de angst dat hij niet gespierd genoeg was om meisjes aan te trekken. Hij ontdekte een forum voor bodybuilding en begon te trainen. Hij kan zich niet herinneren wanneer het gebeurde, maar op een gegeven moment begonnen trollen het forum te infiltreren. Het waren bezoekers van een andere online community met een andere insteek.
‘De algemene indruk die ik van hen kreeg was dat ze vrij gemeen waren,’ zegt James, die liever niet zijn echte naam gebruikt. ‘Ze namen foto’s die mensen hadden geplaatst van hun indrukwekkende lichaamsbouw en zeiden dan: “Jullie zijn vergeten jullie gezicht te trainen!”’
Ondanks dat ze zo gemeen waren, werd James nieuwsgierig naar de fora, die grotendeels gericht waren op gezichtsesthetiek. Hij ontdekte een nieuwe wereld waarin vooral jonge mannen en tienerjongens foto’s van elkaar afstruinden op vermeende gebreken en vermeende oplossingen.
Het wemelde op de fora van keiharde oordelen en zo ontdekte James allerlei nieuwe grote onzekerheden. ‘Ik kwam achter problemen die ik niet eens had opgemerkt,’ zegt hij. ‘Ik had een kort gezicht en een korte kin, mijn neus was te breed, mijn ogen stonden te ver uit elkaar, mijn haarlijn was te hoog… Je ziet veel van deze dingen niet totdat iemand anders je erop wijst, en dan kun je ze niet meer over het hoofd zien.’
James raakte verslaafd aan looksmaxxing, een online gemeenschap van mensen die hun gezicht willen verbeteren. Hij begon een vreemde code te leren die leden gebruikten om hun kenmerken te vergelijken: IPD’s (interpupillaire afstand, de afstand tussen de ogen); canthal tilt (de hoeken van de ogen); mewing (een tongoefening die de vorm van de kaak zou verbeteren). ‘Het uiteindelijke doel is om je SMV te verbeteren,’ zegt James. Oftewel: je seksuele marktwaarde.
Pin-ups
Looksmaxxing bestaat al minstens tien jaar, maar is de afgelopen maanden geëxplodeerd en via obscure fora en Reddit-pagina’s tot de mainstream sociale media doorgedrongen – tot TikTok in het bijzonder. Onmogelijk gebeitelde kaken, pruilende lippen en jukbeenderen zo hoog als de Egyptische piramides scoren hoog, evenals ‘jager’-ogen (ogen die lichtjes naar beneden zijn gericht in de richting van de neus – een positieve canthal tilt).
Looksmaxxing-influencers hebben enorm veel volgers gekregen, terwijl algoritmes video’s promoten die door miljoenen worden bekeken. Modellen als Jordan Barrett en Francisco Lachowski veranderden in pin-ups. De trend leidde tot verbijstering bij ouders en leraren en bezorgdheid dat jongeren nog meer redenen vinden om zich slecht te voelen over zichzelf.
Het is niet duidelijk hoe ver mainstream looksmaxxing is verwijderd van online ‘incel’ (onvrijwillig celibataire) gemeenschappen, waar het zijn wortels in heeft. In deze gemeenschappen geven mannen vrouwen en het feminisme de schuld van hun romantische tekortkomingen; ze trekken zich terug in een wereld waarin ze hun eigen mannelijke idealen nastreven, idealiter met een getraind lichaam en – in het geval van de looksmaxxers – scherpe kaaklijn en ogen van een jager.
‘De overgrote meerderheid van de groepen waarmee we werken is zich nu bewust van looksmaxxing,’ zegt Mike Nicholson, een voormalig leraar die een workshopprogramma op scholen leidt dat Progressieve Masculiniteit heet. Hij praat met me een dag nadat een rapport van onderzoekers van het University College in Londen en de Universiteit van Kent aan het licht bracht dat algoritmen van TikTok vrouwonvriendelijke inhoud versterken waardoor deze wordt genormaliseerd. (In een reactie liet TikTok weten vrouwonvriendelijke inhoud te verbieden en verwijderen, en trok het platform de onderzoekswijze van het rapport in twijfel).
‘We benaderen het probleem met open blik,’ voegt Nicholson eraan toe. ‘Maar de wereld waarin deze jonge mannen en jongens leven is er een die hun angsten probeert te vergroten en hen mogelijk het pad op leidt dat, als je niet oppast, kan leiden tot “incel”-ideologieën.’
‘De grootte van de kin is een dimorf trekje, een soort signaal van mannelijkheid. Ik wil de mijne verticaal een paar millimeter verlengen’
James, een twintiger die in het Verenigd Koninkrijk in de financiële wereld werkt, werd rond 2015 actief op de fora, toen ze nog niche waren. Hij begon met ‘softmaxxing’ – aanpassingen zoals haarstyling, huidverzorgingsremedies, diëten en trainingsschema’s. Maar toen de sites hem een steeds hardere spiegel voorhielden, ging hij op zoek naar extremere oplossingen, bekend als ‘hardmaxxing’.
In 2022 ging hij onder het mes om zijn neus glad te strijken. Vorig jaar heeft hij botox in zijn voorhoofd laten zetten, zijn wenkbrauwen laten bijwerken en zijn tanden laten bleken en rechtzetten. Hij overweegt een kinoperatie, die volgens hem duizenden ponden zou toevoegen aan de circa tienduizend die hij tot nu toe aan zijn gezicht besteedde. ‘De grootte van de kin is een dimorf trekje, een soort signaal van mannelijkheid,’ zegt hij. ‘Ik wil de mijne verticaal een paar millimeter verlengen.’
James zegt dat hij wegblijft uit de meer giftige hoeken van de fora voor looksmaxxing. Hij denkt dat de nieuwe golf op TikTok veel vrouwenhaat heeft uitgebannen, maar erkent de mogelijkheid dat dergelijke inhoud onzekerheid aanwakkert: ‘Sommige van deze gebreken zijn helemaal niet te verhelpen… voor veel tieners kan het zeker slecht zijn voor hun geestelijke gezondheid.’
Bateman
Een van de grootste namen in looksmaxxing op TikTok is Kareem Shami, een tweeëntwintigjarige student in San Diego, Californië. Hij gebruikt de gebruikersnaam syrianpsycho en heeft meer dan 1,5 miljoen volgers. Zijn profielfoto is Patrick Bateman, de fictieve seriemoordenaar gespeeld door Christian Bale in de verfilming van American Psycho.
Shami groeide op in Syrië tot zijn familie in 2012 werd ontheemd door de oorlog en zich opnieuw vestigde in Beiroet. Hij vertelt dat hij op school slecht behandeld werd. ‘Ik was de enige Syriër en zag er nogal wit uit, ondanks dat ik Arabisch ben,’ zegt hij. ‘Ik werd beschouwd als een buitenbeentje en dat heeft iets in me losgemaakt.’ Acne gaf ook een deuk in zijn zelfvertrouwen. Shami, die naar de VS verhuisde om te gaan studeren, begon met pogingen om zijn uiterlijk te verbeteren. Hij ging naar de sportschool, behandelde zijn puistjes en restylede zijn haar en kleding. Hij documenteerde een deel van wat hij deed op TikTok, waar hij tevens advies gaf.
Shami zegt dat hij niet eens op de hoogte was van looksmaxxing tot 2022, toen hij een snelle voortgangsvideo postte die liet zien hoe zijn uiterlijk was veranderd tussen zijn zeventiende en twintigste. Hij is opvallend symmetrisch en gepolijst geworden, al geeft hij ook toe dat de gezichten van jongens in die jaren sowieso radicaal kunnen veranderen. Hoe dan ook, de video werd razend populair; hij is 15 miljoen keer bekeken.
De video ging ook viraal op de looksmaxxing-fora en voedde de scepsis die grenst aan minachting onder de oorspronkelijke leden van de community voor onbezonnen TikTok-nieuwkomers. ‘Ik krijg dagelijks een portie haat,’ vertelt Shami, die zegt dat hij de ‘incel’-traditie van looksmaxxing verwerpt en dat Bateman, een ‘incel’-pin-up, hem alleen inspireerde om zijn uiterlijk te verbeteren. ‘Natuurlijk wil niemand op dat personage lijken.’ Wel zegt hij dat hij zich iets kan voorstellen bij de eenzaamheid van Bateman.
Shami vertelt dat oudere volwassenen geen looksmaxxing krijgen. Er is in de media veel te doen geweest over bijvoorbeeld ‘bone smashing’, een extreme techniek waarbij je met een hamer op je gezicht slaat om meer ‘mannelijke’ hergroei te bevorderen wanneer de botten herstellen, maar er is weinig bewijs dat iemand het ook echt doet. ‘De meerderheid van de berichten die je ziet over looksmaxxing zijn niet serieus,’ zegt hij, eraan toevoegend dat hij alleen softmaxxing promoot.
Maar James’ ervaringen laten zien dat kwetsbare kinderen dit serieus kunnen nemen. Het grootste modewoord is mewing, waar Shami voorstander van is. Een tiener bij wie de kaakstreek er een beetje gespannen uitziet, houdt zijn tong misschien wel stevig tegen zijn gehemelte in een poging zijn kaakspieren te versterken.
De Mews zien hun werk als een kruistocht om vooral onze kaken te herstellen, die volgens hen zijn verzwakt en achteruitgegaan in het industriële tijdperk
In een bizarre botsing van culturen is mewing vernoemd naar een orthodontist uit Kent die al ver in de negentig is. Sinds het einde van de jaren 1970 promoot John Mew (en later zijn zoon Mike Mew) orthotropie, zijn controversiële alternatief voor beugels en tandextracties. De Mews zeggen dat hun tongoefeningen, gehemeltevergrotende apparaten voor kinderen en dieetveranderingen de esthetiek van het gezicht en de algehele gezondheid kunnen verbeteren.
Uitgekotst door de orthodontische beroepsgroep begonnen de Mews hun technieken op YouTube te promoten, waardoor ze de aandacht trokken van de ontluikende looksmaxxing-gemeenschap en veranderden in onwaarschijnlijke rebelse helden. Ze zijn het onderwerp van Open Wide, een Netflix-documentaire die vorige maand in de VS is uitgebracht.
Mewing, door looksmaxxers gepromoot als face hack, is mainstream geworden, met meer dan 1 miljard vermeldingen op TikTok. ‘Soms houd ik jonge mensen aan en vraag hen of ze van mewing afweten. Inmiddels weet 100 procent van hen wat het is,’ zegt Mike Mew vanuit zijn kliniek in Croydon. Nu looksmaxxing mainstream is geworden, probeert hij de controle over zijn naam terug te krijgen en een deel van een potentieel lucratieve taart mee te pakken. In november lanceerde hij een trainingsapp voor zijn ‘gezichtsontwikkelingstechnieken’.
Maar andere orthodontisten maken zich zorgen over de rage. ‘We zijn bang dat mensen een techniek gebruiken die onbewezen is, onbewaakt, zonder toezicht en gebaseerd op misleidende claims,’ zegt Matthew Clover, directeur klinische praktijk bij de Britse Orthodontic Society. In januari zei de American Association of Orthodontists dat ‘wetenschappelijk bewijs ter ondersteuning van de beweringen van Mew over het modelleren van de kaaklijn zo dun is als flosdraad’.
Mike Mew beweert dat hij het slachtoffer is van een bredere vendetta: ‘Ik word beschouwd als de antichrist in de orthodontie.’ Hij zit midden in een hoorzitting over wangedrag bij de General Dental Council over zijn behandeling van een niet nader genoemd kind. De raad beweert dat er ‘geen adequaat objectief bewijs’ was voor zijn behandeling, die onder andere bestond uit het gebruik van een gehemeltespreider en hoofd- en nekbeugels.
Mew zegt dat hij patiënten niet heeft misleid. ‘Je moet in staat zijn om ideeën naar buiten te brengen en te zeggen: “Dit is wat ik geloof en dit is de voorwaarde waarop ik je behandel,”’ zegt hij.
De Mews zien hun werk als een kruistocht om vooral onze kaken te herstellen, die volgens hen zijn verzwakt en achteruitgegaan in het industriële tijdperk, wat een scala aan problemen met zich meebrengt, van scheve tanden tot ademhalingsproblemen. Maar maakt Mike Mew zich geen zorgen dat hij, door mee te doen aan een trend die meer geobsedeerd is door uiterlijk dan door gezondheid, het risico loopt om onzekerheid te verspreiden? Op deze vraag die ik hem mailde heb ik nog geen antwoord gekregen.
Hardere remedies
James zegt dat hij nooit veel met mewing heeft gehad. Hij is niet de enige die op zoek is naar hardere remedies. Cosmetische gezichtschirurgen melden dat ze steeds meer vragen krijgen van jonge mannen. ‘We merken dit zeker,’ zegt Mehmet Manisali, een maxillofaciale chirurg in Harley Street, centraal Londen, wiens naam ik tegenkom in een post over lookmaxxing op Reddit.
Manisali voert minstens een keer per twee weken een kinoperatie uit van het soort dat James overweegt. Hij laat me gruwelijke foto’s zien van de ingreep, waarbij het kinbot in de mond wordt blootgelegd, onder de onderste voortanden, het uiteinde wordt afgezaagd en teruggeplaatst met een titaniumplaat. Er groeit bot terug om het gat op te vullen, waardoor de kin enkele millimeters naar beneden of naar voren kan worden geduwd.
Manisali rekent ongeveer 10.000 pond voor de ingreep en vertelt dat hij patiënten gedurende meerdere gesprekken doorlicht en vaak voorzichtig afwijst. ‘Ik moet beslissen of het iemand is voor wie een kleine verandering een grote oppepper voor het zelfvertrouwen kan zijn, of iemand die onrealistische verwachtingen heeft en voor wie het de eerste stap naar een ramp is,’ licht hij toe.
James zegt dat hij er geen spijt van heeft dat hij zich heeft laten verleiden tot looksmaxxing. Hij denkt dat zijn zelfvertrouwen door de nieuwe kennis en zijn enthousiasme over het verbeteren van zijn uiterlijk is verbeterd. ‘Maar ik ben ook niet misleid,’ zegt hij. ‘De andere kant van de site richt zich op vrouwen en relaties en is over het algemeen pessimistisch. En ik denk dat die mentaliteit me misschien heeft belemmerd, want het is makkelijk om te denken dat vrouwen altijd achter beter en rijker willen… en misschien zullen ze nooit 100 procent tevreden met me zijn.’
Hij brengt tegenwoordig minder tijd door op de fora of TikTok, maar hij vindt het nog steeds moeilijk om niet geobsedeerd te zijn door zijn uiterlijk. Hij denkt erover om een kinoperatie te ondergaan, misschien later dit jaar. ‘Ik denk er al zo lang over dat ik het nu wil gaan doen,’ vertelt hij. ‘En dan zal dat de laatste grote ingreep zijn. Dan kan ik dit allemaal achter me laten. Dat hoop ik tenminste.’
Iedereen zou zich prettig moeten voelen in zijn eigen lichaam. Om die gedachte aan te moedigen is de bodypositivity-beweging opgericht. Een prachtig ideaal, maar in de praktijk onhaalbaar, schrijft Tobias Haberl. ‘Bodypositivity heeft de druk op ons lichaam nog verder opgevoerd.’
Toen ik voor het eerst over de bodypositivity-beweging hoorde, was ik meteen om. Uit puur egoïsme, want als elk lichaam mooi kan zijn, dan zeker ook het lichaam waarmee ik al tientallen jaren in de knoop zit. Dan hoefde ik me niet meer af te vragen of mijn wimpers te kort zijn (als ik ze überhaupt heb) en hoefde ik in het openluchtzwembad mijn grote teen niet beschermend te buigen over de teen ernaast, de digitus pedis II, omdat de nagel ervan me sinds mijn geboorte doet denken aan de klauw van een slechtvalk, de reden waarom ik nooit teenslippers heb gedragen.
Als elk lichaam mooi is kon ik opgelucht ademhalen, en miljoenen onzekere tieners ook. Tegelijkertijd waren de perfecte mensen, met hun stralende teint en hoge jukbeenderen, niet langer in het voordeel – niet bij sollicitatiegesprekken, niet bij het flirten en ook niet op Instagram. Eigenlijk zou er niet langer zoiets bestaan als schoonheid, omdat die alleen nog maar zou functioneren als positieve uitzondering op de regel. Zelfs mijn digitus pedis II zou niet meer belachelijk worden gemaakt: als standaardschoonheid niet meer bestaat, kun je er immers ook niet meer van afwijken.
Een tijdlang was ik blij met modellen met rondingen en met de snelle opkomst van de 140 kilo wegende Amerikaanse Grammy-winnares Lizzo (‘I like being fat, and I’m beautiful and I’m healthy’). Dik en dun, naast elkaar en met elkaar, een choreografie van diversiteit: ik vond het leuk en ongedwongen. Natuurlijk, beroemdheden en bedrijven promoten bodypositivity niet alleen uit idealisme, maar ook met een strategisch motief. Maar dat is altijd het geval bij emancipatiebewegingen, en bovendien is het te billijken als miljoenen mensen zich daardoor niet langer buitengesloten hoeven te voelen.
Dat was allemaal een tijdje geleden. Nu schaam ik me behoorlijk dat ik ooit viel voor een idee dat toch nooit kan werken. Niet in onze wereld, met een systeem dat profiteert van mensen die zich overgeven aan consumptie om zich minder tekortgedaan te voelen. Iedereen mooi? Zo’n vorm van esthetisch socialisme kun je niet politiek opleggen, zeker niet met hashtags en tweets. Het zou een vernieuwing van het hele systeem vereisen, inclusief een spirituele bewustzijnsverandering die, laten we eerlijk zijn, nou niet echt in de lucht hangt.
Bodypositivity is een modieus begrip dat past bij de tijdgeest
Ondertussen doet bodypositivity me denken aan wereldvrede: een prachtig idee dat helaas niet werkt. Een eervolle maar hopeloze poging om uit verkeerd begrepen mededogen een wereld die niet is zoals we zouden willen te verzachten, door impopulaire, deels evolutionair-biologische waarheden te negeren en alle verschillen die er tussen mensen bestaan te ontkennen. Bodypositivity is een modieus begrip dat past bij de tijdgeest en dat onvoorwaardelijke trouw vereist – een gebed om genezing, een slogan, een utopie.
Het zou allemaal niet zo erg zijn als iets erop zou wijzen dat het werkt, maar dat is dus niet het geval. Af en toe duikt er een mollige persoon op in een reclamefilmpje, en laatst liep er op straat een zelfverzekerde jonge vrouw voorbij in een naveltruitje dat haar bleke buik en harige navel prijsgaf, maar als opzichtige uitzonderingen op de regel lijken zulke fenomenen het schoonheidsideaal van begin eenentwintigste eeuw – slank, fit, haarloos – eerder te bevestigen dan af te zwakken.
Waarom zijn de magere modellen anders massaal terug op de catwalks? Waarom werd slechts 0,6 procent van de 9137 outfits tijdens de modeweken van dit voorjaar gepresenteerd door plussize modellen? Waarom hebben de vrouwelijke influencers bij wie alles om hun uiterlijk draait (en die het meest met hun billen lopen te pronken) de meeste volgers? Waarom is het zo dat je, als je op YouTube het zoekwoord ‘yoga’ intypt, ervan uit moet gaan dat er een soort geheime regel bestaat dat alleen schaars geklede schoonheidskoninginnen aan yoga mogen doen? En waarom laten steeds meer mensen delen van hun wangen uit hun gezicht snijden om er in het dagelijks leven eindelijk uit te zien als hun gefilterde versie op Instagram?
Schoonheidsnorm
Hoe ideologisch verblind moet je zijn, hoe vatbaar voor zelfbedrog, om naast al die cosmetische ingrepen en al die sterren, influencers, youtubers, talkshowhosts en gastvrouwen die aan de schoonheidsnorm voldoen, naar de dikke kunstschaatser in de reclame voor maandverband te wijzen en dan te beweren: bodypositivity? Top!
Inmiddels haak ik af als iemand me iets wil vertellen over bodypositivity. Dat zijn overigens meestal stedelingen uit de mediawereld die gevaarlijk dicht bij het gangbare schoonheidsideaal komen, mensen die bewust eten en sporten en er oogverblindend uitzien. ‘Morele zelfexpressie’, heet dat volgens Philipp Hübl, hoogleraar filosofie aan de Universiteit voor de Kunsten in Berlijn. ‘Deze mensen koesteren luxeovertuigingen. Ze zijn solidair met mensen met overgewicht om moreel aan de juiste kant te staan, maar zelf leven ze gezond en hoeven ze de negatieve gevolgen van hun genereuze houding niet aan den lijve te ondervinden.’
Voetbalvrouw en influencer Cathy Hummels, bijvoorbeeld, werpt zich momenteel op als ambassadrice voor bodypositivity door met haar kunstmatige (!) borsten te pronken in de Playboy. Of neem Heidi Klum, die de mollige 23-jarige Vivien Blotzki alleen maar tot ‘Germany’s Next Topmodel’ kon kronen omdat haar eigen (uiterlijke) onberispelijkheid haar de macht geeft om ook mollige lichamen goed te keuren. De rollen zijn duidelijk: degene die voldoet aan de schoonheidsnorm spreekt en de mollige zegt: dank je, Heidi!
Zijn zwaarlijvige mensen met gezondheidsproblemen ermee geholpen als zwaarlijvigheid wordt gemodelleerd tot norm of zelfs tot ideaal?
Op Instagram presenteren bijzonder aantrekkelijke mensen de laatste tijd gretig hun vermeende gebreken, zoals piepkleine vetkussentjes, littekentjes of levervlekjes. ‘Ze doen dit om zichzelf te beschermen tegen kritiek, omdat perfectie als onaantrekkelijk wordt gezien,’ zegt Hübl. ‘Deze mensen staan bovenaan de ladder van aantrekkelijkheid, maar hopen door minimale afwijkingen van het ideaal te tonen sociaal gezien ook wat op te klimmen.’ Ze construeren een lijdensverhaal om hun eigen zelfontplooiing des te helderder te laten stralen. En als de non-binaire publicist Hengameh Yaghoobifarah zichzelf publiekelijk beschrijft als ‘dik en arrogant’, is dat natuurlijk omdat die een bepaalde reactie verwacht.
Helaas hebben de meeste zwaarlijvige mensen uit milieus met onderwijsachterstanden nog nooit van bodypositivity gehoord, maar lijden ze wel aan hart- en vaatproblemen, hoge bloeddruk of slechte knieën. Helpt het die mensen als een paar activisten beweren dat mensen met overgewicht geen probleem hebben met hun dieet, maar slachtoffer zijn van een patriarchaal-kapitalistische samenleving, of van seksistische artsen? Helpt het hen als zwaarlijvigheid door een verkeerd begrepen moraliteit wordt gemodelleerd tot norm, of zelfs tot ideaal? Een paar maanden geleden pleitte een gastcommentator in The New York Times er zelfs voor dat kinderartsen dikke kinderen en hun ouders niet moesten aanmoedigen om af te vallen, omdat dat zou kunnen leiden tot een lager zelfbeeld, angst en depressie.
Denkfout
De Canadese politicoloog Eric Kaufmann spreekt van een denkfout – hij noemt het de fallacy of composition– wanneer maatschappelijke problemen (zoals obesitas) worden verdoezeld of weggewuifd door ze te ‘emotionaliseren’ en te stigmatiseren als aanval op het individu. Het gevolg is dat belangrijke sociaal-politieke debatten worden versimpeld of in de kiem gesmoord om individuen te beschermen tegen discriminatie. Er is toch echt een verschil tussen het beledigen van een zwaarlijvig persoon en het serieus nemen van zwaarlijvigheid als maatschappelijk verschijnsel met grote gevolgen voor de gezondheid.
Op dit moment lijkt het alsof we één stap vooruit en drie stappen terug doen. Een paar mensen doen hun uiterste best om de soevereiniteit op te eisen over de interpretatie van wat mooi wordt gevonden, terwijl een meerderheid, geplaagd door zelftwijfel, een enorme druk voelt om nog slanker, fitter en mooier te worden. ‘De bodypositivity-beweging heeft de druk op ons lichaam nog verder opgevoerd,’ zegt kunstwetenschapper Jörg Scheller, die al jaren onderzoek doet naar de politieke dimensie van het lichaamsbeeld. ‘Want de dwang tot zelfoptimalisatie blijft, maar er wordt ons tegelijk gevraagd om tevreden of zelfs gelukkig te zijn met ons eigen lichaam.’
Elke trend lijkt een hobby van het kapitalisme, dat nu ook in een woke variant bestaat
Op tv zijn dikke mensen nog steeds geen nieuwslezers, maar vooral deelnemers aan afslankshows – alsof het objecten zijn die bewonderd moeten worden. Mediawetenschapper Kathrin Karsay zegt: ‘Mensen met overgewicht worden vaker dan voorheen getoond in series en films, maar dan meestal als “dik, lui en onsuccesvol” of anders in de oppervlakkige rol van grappige of onhandige dikke vrouw.’ Een paar activisten roepen ‘big is beautiful’, terwijl duizenden tieners ondertussen alles leren over booty lifts en fillers, als ze niet bezig zijn met body checking op TikTok. De oude idealen blijven werken. Elke – zelfs subversieve – trend lijkt gewoon weer een hobby van het kapitalisme, dat nu dus ook in een woke variant bestaat. En wie de maatschappij wil veranderen, moet altijd rekening houden met mensen die helemaal niet veranderd willen worden.
Natuurlijk moeten we blijven streven naar het onmogelijke, en dan vooral naar een samenleving met zo min mogelijk discriminatie, maar koste wat het kost een ideologie doordrukken terwijl de ineffectiviteit ervan elke dag opnieuw openlijk aan het licht komt? Net zoals mensen al duizenden jaren dromen van vrede, lijkt een wereld zonder schoonheidsidealen – en dus ook zonder modedictaten, eetstoornissen en een manipulatieve cosmetische industrie – ondenkbaar. Zeker, soms zijn mollige modellen in trek en soms magere of atletische. Soms grote borsten en dan weer kleine, nu eens strakke broeken en dan weer wijde. Maar alles, en dan nog liefst gelijktijdig, even cool? Dat werkt helaas niet, want de cyclus van verlangen en frustratie moet in stand worden gehouden.
Omslag
‘Het principe is niet veranderd,’ zegt Scheller. ‘Met dit verschil: nu worden diversere lichaamsbeelden te gelde gemaakt.’ Als het uiterlijk geen rol meer speelt, kan er niets meer worden verkocht. Maar omgekeerd geldt dat er steeds meer kan worden verkocht als een merk erin slaagt meer mensen te vertegenwoordigen. Er is geen sprake van een omslag in het denken. Een eenmaal ingebracht implantaat zal hoogstwaarschijnlijk een paar jaar later weer worden verwijderd (en mogelijk in een aangepaste vorm ooit opnieuw worden ingebracht). Zelfs feministisch auteur Laurie Penny schrijft: ‘Als alle vrouwen op aarde morgenochtend wakker zouden worden en zich echt lekker en sterk in hun lichaam zouden voelen, dan zou de wereldeconomie van de ene op de andere dag instorten.’
In een competitieve samenleving is het ene altijd goed en het andere minder goed. Vanaf het moment dat de sociale media tevreden mensen gingen aanzetten tot narcistisch gedrag, is het verlangen om speciaal te zijn en de behoefte om zich op subtiele manieren van anderen te onderscheiden niet af- maar toegenomen. Verbetering zonder gelijktijdige verslechtering lijkt ondenkbaar. Er bestaat nauwelijks een discipline waarin we niet met elkaar concurreren of elkaar beoordelen. Wie zingt er mooier? Wie leeft er moreel beter? Wie kookt er beter? Wie vliegt er minder vaak? Wie heeft meer volgers, likes, vierkante meters? En nu dus ook: wie kan het best onbekommerd dik zijn?
Het principe is hetzelfde gebleven, er is alleen een categorie aan toegevoegd. We zijn geobsedeerd door ons lichaam, worden bestookt met ranglijsten en zenuwslopende vergelijkingen, positieve en spottende commentaren, likes en dislikes, duimpjes omhoog, duimpjes omlaag. De ijdelheidsmarkt wordt steeds verraderlijker, genadelozer en voyeuristischer. En wie zich nog niet goed heeft verstopt, wordt meedogenloos gescand en gesorteerd. Hoe groot is de kans dat we deze logica uitgerekend bij uiterlijkheden, die – in tegenstelling tot cognitieve prestaties – zo makkelijk in het voorbijgaan beoordeeld kunnen worden, zouden negeren?
Hoezeer we het ook proberen, het maakt ons wel degelijk uit hoe mensen eruitzien
Mensen lijken zo makkelijk hiërarchieën te creëren dat er geen alternatieven bij hen opkomen, ook niet als ze zelf aan de onderkant van zo’n hiërarchie staan. Dat komt vooral doordat de industriële samenleving is veranderd in een dienstenmaatschappij. Daarin hebben mensen via online- en offlineontmoetingen permanent de mogelijkheid om de sociale status van de ander af te lezen aan zijn of haar bewegingen en lichaam. Of we het nu leuk vinden of niet, ons uiterlijk is altijd een projectievlak en een investering in de eigen persoonlijkheid geweest, en vandaag nog meer dan vroeger. De Britse socioloog Catherine Hakim spreekt van ‘erotisch kapitaal’, dat (samen met economisch, cultureel en sociaal kapitaal) onze sociale waarde bepaalt. Mooie mensen krijgen betere cijfers, hogere salarissen, minder strenge straffen en sneller een huis, en maken gemakkelijker vrienden. Dat is allemaal oneerlijk en we kunnen onszelf inbeelden dat het anders is, maar daarmee staan we wel buiten de realiteit.
Op datingsites worden potentiële seks- en levenspartners met algoritmische precisie gefilterd op lengte, gewicht, postuur en oog- en haarkleur. De meeste vrouwen zijn op zoek naar lange mannen, de meeste mannen naar vrouwen met lange benen. Ze zijn allemaal op zoek naar mensen met een gave huid, iets wat in alle culturen als ideaal wordt beschouwd. Cultureel gezien kunnen we het lelijke fascinerend vinden – denk bijvoorbeeld aan de schilderijen van Otto Dix – maar toch zijn we niet vrij in onze smaak, want die is biologisch-evolutionair gevormd. Hoezeer we het ook proberen, het maakt ons wel degelijk uit hoe mensen eruitzien, er zijn vooroordelen en no-go’s. Of ken je soms een vrouwelijke presentator met ernstige acné?
Erotisch kapitaal
Op dit moment hangt Duitsland vol met posters van Calzedonia. Twee superinfluencers presenteren de nieuwe bikinicollectie: Pamela Reif, 27 jaar, 1 meter 65, 50 kilo, afgetraind. En Farina Opoku, 32 jaar, 1 meter 76, 84 kilo, mollig. Op het eerste gezicht is dit een voorbeeld van bodypositivity, want de campagne bewijst dat een lichaam dat niet aan de standaard voldoet ook mooi kan zijn, en zelfs gebruikt kan worden om geld te verdienen. Maar in feite lijken de twee vrouwen erg op elkaar. Terwijl de ene het ideale lichaam van begin eenentwintigste eeuw heeft, wijkt de andere daar slechts in één aspect van af: haar gewicht. Al het andere is onberispelijk: perfecte huid, glanzend haar, stralende ogen, hartvormige mond. De twee vrouwen vertegenwoordigen geenszins de twee uitersten van de schaal der aantrekkelijkheid. Integendeel, ze hebben allebei een enorm erotisch kapitaal. De ene omdat ze standaardmooi is, de andere omdat ze nog steeds standaardmooi is, maar dan in combinatie met een paar goed geproportioneerde kilo’s te veel.
Maar hoe zit het met de gebochelden, de scheefgezakten en kromgegroeiden, degenen met pukkels en littekens, de mensen met flaporen, afgekloven vingernagels en moedervlekken waar haar uit groeit? Waarom zijn bijna alle plussize modellen vrouw? Hoe zit het met dikke mannen? Denken mensen dat mannen minder last hebben van hun uiterlijk? En waarom wordt in karikaturen van Donald Trump en Boris Johnson ook vaak de draak gestoken met hun uiterlijk? Omdat het mag van de politieke tegenstander?
De oplossing is om voor eens en voor altijd op te houden over lichamen te praten, omdat het niet uitmaakt hoe je eruitziet
Ik denk niet dat we veel verliezen als de bodypositivity-beweging haar momentum verliest, waar het momenteel op lijkt. De eerste activisten propageren al een nieuwe beweging. Na rijp beraad denken ze te begrijpen dat het probleem niet schuilt in een onrealistisch schoonheidsideaal, maar in het feit dat mensen überhaupt hun eigenwaarde aan hun lichaam koppelen. Het is dus geen oplossing om dikke mensen per se mooi te vinden; de oplossing is om voor eens en voor altijd op te houden over lichamen te praten, omdat het niet uitmaakt hoe je eruitziet.
Er is al een term en een hashtag voor: #bodyneutrality. En hoewel ik het er in grote lijnen mee eens ben, blijf ik sceptisch. Weer een nieuwe strategie voor empowerment? Weer nieuwe campagnes, activisten, slogans en poses? Wordt weer alles anders terwijl alles hetzelfde blijft? ‘Mensen kunnen niet neutraal zijn over hun lichaam,’ zegt kunstwetenschapper Scheller. ‘We verlangen naar lichamen, vinden ze aantrekkelijk of afstotelijk. Een belangeloos genoegen is een utopie.’
De natuur is oneerlijk. Intelligentie, gezondheid, schoonheid zijn ongelijk verdeelde grootheden. Je kunt doen alsof dat niet zo is, je kunt jezelf wijsmaken dat we er gewoon anders over moeten praten om deze valse streek te compenseren. Maar je kunt ook proberen – en dat zou de meest empathische en veelbelovende strategie zijn – om kinderen op te voeden tot zelfverzekerde mensen, met een realistische kijk op hun lichaam en hun maatschappelijke beperkingen, ter voorbereiding op het feit dat ze niet perfect zijn, net zoals de wereld waarin ze leven niet perfect is.
Het is onmogelijk om zonder tegenslagen door het leven te gaan; daarmee leren omgaan kan een diep menselijke ervaring bieden die leidt tot groei en misschien zelfs tot transformatie in iets wat op karakter lijkt. Dat zou pas echte zelfempowerment zijn. Natuurlijk is daar meer voor nodig dan wat tweets en hashtags. Het vereist liefde, zorg, geduld en oprechtheid, en mensen die die idealen niet misbruiken of rondbazuinen, maar ze als vanzelfsprekend naleven. Ook als er niemand kijkt.
Nieuwe medicijnen om obesitas te behandelen, zogenaamde GLP1-agonisten, zijn in korte tijd zeer populair geworden. Maar volgens John Schoonbee van herverzekeraar Swiss Re zijn medicijnen pas een laatste redmiddel, als aanpassingen in levensstijl niet aanslaan.
Het idee van een pil of een injectie waarmee je kunt afvallen is heel aanlokkelijk voor mensen die worstelen met hun gewicht. Het is ook een droom van farmaceutische bedrijven, van wie de middelen tegen obesitas vaak tekortschoten op het gebied van veiligheid of effectiviteit. Maar dat lijkt nu te veranderen. Sinds de Amerikaanse goedkeuring van een wekelijkse injectie om af te vallen in 2021, en daarna het groen licht van de Europese toezichthouder, zijn er al verschillende geneesmiddelen op de markt of staan ze op het punt goedgekeurd te worden. Een hele reeks producenten, van grote fabrikanten tot kleinere biotechbedrijven, verkoopt al dit soort middelen of is ze aan het testen. Herverzekeraars zoals Swiss Re stellen ook veel belang in geneesmiddelen tegen obesitas en andere chronische aandoeningen die de verbetering van de levensverwachting afremmen. Hoe minder mensen ziek worden en voortijdig sterven, hoe beter onze portefeuilles presteren.
De nieuwe middelen, zogenaamde GLP1-agonisten, verminderen het hongergevoel. Uit klinische onderzoeken blijkt dat ze leiden tot gewichtsverlies, een betere glucoseregulatie en patiënten helpen greep te krijgen op hun diabetes, de aandoening waarvoor deze middelen oorspronkelijk zijn ontwikkeld. Er is ook aangetoond dat ze de kans op hart- en vaatziekten verminderen. Daarmee kunnen ze een waardevolle bijdrage leveren aan de strijd tegen wat een groot en groeiend medisch probleem is: volgens schattingen van de Amerikaanse Centres for Disease Control and Prevention is bij meer dan 40 procent van de volwassenen in de VS sprake van obesitas (een BMI van 30 of hoger). Volgens één onderzoek zouden de economische kosten van overgewicht of obesitas (denk aan productiviteitsverlies door ziekteverzuim) in 2035 wereldwijd kunnen oplopen tot vier biljoen dollar per jaar.
Maar in de strijd tegen deze obesitasepidemie moet een belangrijk principe leidend blijven: beslissingen over de inzet van deze geneesmiddelen moeten worden genomen op basis van wetenschappelijk inzicht, niet op basis van socialemediahypes. Obesitas is een complex probleem waarin maatschappelijke factoren, gedrag en voeding allemaal een rol spelen. Een spuit of een pilletje alleen is niet genoeg om iemand een gezondere stofwisseling te geven.
Belangrijke nadelen
Wie het gebruik van deze medicijnen overweegt, moet rekening houden met een aantal belangrijke nadelen. GLP1-medicijnen hebben bijwerkingen zoals misselijkheid, spijsverteringsproblemen, abdominale zwelling en braken, al nemen die na verloop van tijd vaak af. In één onderzoek stopte circa 7 procent van de proefpersonen voortijdig met de behandeling vanwege de bijwerkingen, tegen 3,1 procent in de placebogroep. Het inschatten van de bijwerkingen op langere termijn is lastiger. Hoewel het gewichtsverlies bij het onderzoek naar de goedgekeurde injectie vooral verlies van vet betrof, werd ook spierweefsel afgebroken. De mensen die de injectie kregen toegediend verloren 6,9 kilo aan spierweefsel, bijna vijfmaal zoveel als in de controlegroep. Dat is van belang: spiermassa is een belangrijke graadmeter voor de gezondheid en het herstellend vermogen van mensen, vooral naarmate ze ouder worden.
Verder denken veel medische deskundigen dat wie met zo’n behandeling begint, er voor het leven aan vastzit. Zodra je ermee stopt, kunnen de positieve gevolgen verdwijnen. In één onderzoek daalde het gemiddelde BMI van de deelnemers in 16 maanden tijd weliswaar van 37,6 naar 31,2, maar binnen een jaar nadat ze waren gestopt hadden ze een flink deel van de verdwenen kilo’s er weer bij. Ook de verbeterde bloeddruk was tenietgedaan. En als je deze geneesmiddelen tientallen jaren gebruikt, groeit de kans dat de bijwerkingen zich opstapelen. Daarnaast heeft levenslange behandeling grote financiële consequenties. De prijs van de injecties wordt in Amerika geschat op 13.600 dollar per jaar. Zelfs als die prijs onder invloed van toenemende concurrentie in de toekomst daalt, kan het voor een verzekeraar nog een dure aangelegenheid worden als deze middelen verplicht in het pakket komen.
Het zou dom zijn om de ogen te sluiten voor het potentieel van deze geneesmiddelen om de obesitas- en diabetesepidemie af te remmen en de levenskwaliteit van patiënten te verbeteren. Maar vanwege de mogelijke bijwerkingen en de hoge kosten van langdurig gebruik moeten de artsen die deze middelen voorschrijven en de patiënten die ze innemen goed nadenken over hoe ze worden ingepast in een duurzaam plan voor gewichtsverlies. Dat wordt des te nijpender omdat de middelen zo populair zijn: één fabrikant heeft al gewaarschuwd dat de vraag binnenkort zijn productiecapaciteit dreigt te overtreffen.
Er moet meer onderzoek worden gedaan naar de voedingsrichtlijnen
Verder moet er worden nagedacht over hoe breed ze kunnen worden ingezet. Ook mensen met een klein beetje overgewicht willen waarschijnlijk wel een paar kilo afvallen en zullen deze geneesmiddelen willen gebruiken voor overwegend cosmetische doeleinden. Daarom is het des te belangrijker dat mensen goed worden voorgelicht over alle mogelijkheden, te meer daar we weten dat mensen die worstelen met hun gewicht vaak ook zonder medicatie goed geholpen kunnen worden. Twee van de belangrijkste manieren waarop dat kan, hebben te maken met wat we eten en hoeveel we bewegen. Veel van wat we tegenwoordig consumeren verschilt hemelsbreed van wat onze voorouders op hun bord hadden, doordat we steeds meer grijpen naar voorbewerkt voedsel. En het leven wordt steeds meer geautomatiseerd, wat minder fysieke arbeid en meer stilzitten betekent.
Veel mensen die gewicht willen verliezen en de daarmee samenhangende ziekten willen aanpakken hebben daarom baat bij doordachte programma’s die aanzetten tot gezonder eten en meer bewegen. Er moet meer onderzoek worden gedaan naar de voedingsrichtlijnen van de verschillende nationale voedingsbureaus, want die zijn vaak verouderd. Het advies luidt bijna altijd om minder te eten en meer te bewegen, maar daarbij wordt te eenzijdig gekeken naar de energiebalans (‘calories in, calories out’), de gedachte dat je vanzelf afvalt als je maar minder calorieën eet dan je verbrandt. Er is inmiddels veel kritiek op het voedingsparadigma van de afgelopen vijftig jaar, waarbij vooral naar calorieën werd gekeken en vet, met name verzadigde vetten, gedemoniseerd werd.
We moeten meer inzicht krijgen in hoe ons lichaam vetten, koolhydraten en eiwitten omzet in energie, en op basis daarvan de voedingsrichtlijnen en onze bredere aanpak van overgewicht bijstellen. Zo weten we al dat het beteugelen van de insulineaanmaak, onder meer door minder suiker en koolhydraten te consumeren, dezelfde positieve effecten heeft als de nieuwe geneesmiddelen nu beloven. De werkelijkheid geworden droom van een pil of een injectie waarmee je kunt afvallen is een uitbreiding van ons arsenaal in de strijd tegen overgewicht. Die zal levens veranderen. Maar het is niet het enige wapen waarover we beschikken en er zitten haken en ogen aan. Voor een duurzame aanpak is het misschien beter om GLP1-agonisten te beschouwen als een extra optie om achter de hand te hebben, net zoals bariatrische chirurgie (maagband, maagverkleining) vaak gezien wordt als een laatste redmiddel tegen obesitas, iets waarnaar je alleen grijpt als veranderingen in de levensstijl niet aanslaan.
Voor veel vrouwen gaat de menopauze gepaard met opvliegers, stemmingswisselingen en hersenmist. Is hier niet wat aan te doen? Wetenschappers onderzoeken of ze met middelen die de veroudering van de eierstokken vertragen de gezondheid van vrouwen kunnen verbeteren.
Stel je eens voor dat vrouwen nooit de menopauze zouden bereiken, die gevreesde mijlpaal op middelbare leeftijd. Of dat ze die zouden kunnen uitstellen of zelf zouden kunnen beslissen wanneer de overgang begint. Vrouwen zouden dan langer vruchtbaar kunnen blijven en meer keuze hebben wanneer ze een gezin willen stichten. Ze zouden niet hoeven te worstelen met symptomen als opvliegers, stemmingswisselingen en hersenmist in de bloei van hun carrière en gezinsleven.
Nog belangrijker, vrouwen zouden langer en gezonder kunnen leven. Hoewel de menopauze – een volledig jaar zonder menstruatiecyclus – wordt geassocieerd met het einde van de vruchtbaarheid, markeert die ook een andere ingrijpende maar minder erkende verandering. Wanneer de eierstokken stoppen met functioneren en de afgifte van belangrijke hormonen afneemt, versnelt de biologische veroudering bij vrouwen, waardoor het risico op tal van gezondheidsproblemen toeneemt.
‘De menopauze is de grootste versneller van verouderingsziekten bij vrouwen over de hele linie, of het nu gaat om hartaandoeningen en beroertes, auto-immuunziekten, osteoporose of cognitieve achteruitgang,’ zegt Piraye Yurttas Beim, oprichter en CEO van biotechstart-up Celmatix. Dit bedrijf richt zich op het verbeteren van de gezondheid van de eierstokken. ‘Het is het einde van de functie van een belangrijk orgaan in ons lichaam, en we moeten het net zomin normaliseren als tandbederf, artrose of cognitieve achteruitgang.’
Onontkoombaar onderdeel
Beim maakt deel uit van een kleine maar groeiende groep wetenschappers – voornamelijk vrouwen –, die het idee betwisten dat de menopauze een onontkoombaar onderdeel is van ouder worden. Ze wijzen op onderzoek dat aantoont dat vrouwen die op latere leeftijd in de overgang komen, minder gezondheidsrisico’s lopen en langer leven in vergelijking met degenen die er op jongere leeftijd mee worden geconfronteerd. Onderzoek toont ook aan dat vrouwen minder lijden aan chronische ziekten in vergelijking met mannen – totdat ze de middelbare leeftijd en de menopauze bereiken.
‘Dat de menopauze onvermijdelijk is zit zo ingebakken in ons denken, alsof het gewoon iets is wat móét gebeuren,’ zegt Zev Williams, universitair hoofddocent aan de Columbia University en expert op het gebied van gezondheid en vruchtbaarheid van vrouwen. Williams leidt een onderzoek naar veroudering van de eierstokken. Yousin Suh, professor Reproductieve wetenschappen aan deze universiteit, zegt dat haar eigen ervaring met symptomen van de menopauze, zoals hersenmist en slaapproblemen, haar motiveerde om met Williams aan het onderzoek te werken. ‘Ik werd gestimuleerd door mijn eigen ellende.’
Alle inspanningen om de menopauze uit te stellen of te stoppen zijn gericht op het verbeteren van de gezondheid van vrouwen op de langere termijn. Sommige hebben ook tot doel de vruchtbaarheid te verbeteren, in de hoop dat het voor vrouwen makkelijker wordt om op wat latere leeftijd op natuurlijke wijze zwanger te kunnen worden. Vrouwen die na hun vijfendertigste hun vruchtbaarheid willen behouden, hoeven zich dan niet te bekommeren over het invriezen van hun eicellen voor later. En vrouwen van midden tot eind veertig hebben dan misschien een reële kans om een gezond kind ter wereld te brengen zonder vruchtbaarheidsbehandelingen; emotioneel zware trajecten die tienduizenden dollars kosten en vaak niet werken.
Door het vertragen of elimineren van de tikkende vruchtbaarheidsklok zouden vrouwen hun jaren tussen dertig en veertig meer kunnen ervaren zoals mannen. Ze zouden in staat zijn om hun carrière met volle kracht na te streven en van hobby’s te genieten, zonder de druk om een partner te vinden en een baby te krijgen vóór de biologische deadline.
Bij mannen loopt de veroudering van het voortplantingssysteem relatief synchroon met veroudering van de rest van het lichaam
Naast vruchtbaarheid kunnen de gevolgen voor de gezondheid van vrouwen op middelbare leeftijd ingrijpend zijn: geen opvliegers meer die tijdens een werkvergadering moeilijk te verbergen zijn. Geen hormoongerelateerde stemmingswisselingen of hersenmist meer. Minder vrouwen zouden elke nacht wakker liggen omdat ze vechten tegen jarenlange hormoongerelateerde slapeloosheid. Het belangrijkste is dat slopende ziekten als hartaandoeningen en dementie vrouwen pas later in het leven of überhaupt minder vaak kunnen treffen.
Natuurlijk zijn er ook aspecten van de menopauze die veel vrouwen verwelkomen, zoals de afwezigheid van de maandelijkse menstruatie of het ontbreken van zorgen over ongewenste zwangerschap. En sommige artsen zijn er nog steeds niet van overtuigd dat het uitstellen van de menopauze een waardevol doel is en vinden dat er meer onderzoek moet worden gedaan. ‘Het is nogal gewaagd om te zeggen dat we de menopauze zouden moeten voorkomen en dat dat al onze kwalen zou genezen,’ zegt Stephanie Faubion, directeur van Mayo Clinic Women’s Health en medisch directeur van de North American Menopause Society. Ze waarschuwt tegen het overschatten van bewijs dat de gezondheid hierdoor zou verbeteren. Het feit dat een natuurlijke menopauze op latere leeftijd wordt geassocieerd met een lager risico op bijvoorbeeld hartaandoeningen, betekent niet noodzakelijkerwijs dat het kunstmatig uitstellen ervan dat risico zou verlagen.
De meeste vrouwen komen in de overgang als ze in de veertig of vijftig zijn – de gemiddelde leeftijd is eenenvijftig jaar. De menopauze wordt voorafgegaan door de perimenopauze, die drie tot tien jaar kan duren en wordt gekenmerkt door onregelmatige menstruaties en schommelende hormonen die veel symptomen met zich meebrengen.
De menopauze treedt in wanneer de eierstokken van een vrouw geen follikels meer hebben. Dat zijn kleine vochtzakjes die elk één eicel bevatten, omgeven door cellen die de eierstokken ondersteunen. De meeste meisjes hebben bij de geboorte gemiddeld een miljoen eicellen; in de puberteit daalt dat aantal tot ongeveer 300.000. Daarna sterven ongeveer duizend eicellen per maand af. Meestal komt er elke maand één rijpe eicel vrij voor mogelijke bevruchting. Honderden andere eicellen komen vrij uit de reserve van de eierstokken, maar uiteindelijk breken ze af en sterven ze voordat ze rijpen en de kans krijgen om te springen.
De meeste pogingen om de menopauze uit te stellen of te beëindigen richten zich op het vertragen van de snelheid waarmee de follikels en eicellen van een vrouw verloren gaan. Bij mannen loopt de veroudering van het voortplantingssysteem relatief synchroon met veroudering van de rest van het lichaam, dus is er geen sprake van een plotselinge en dramatische verandering in hormonen. Maar bij vrouwen verouderen de eierstokken sneller dan andere organen.
Lager risico
Eierstokken produceren via hun ondersteunende cellen ook hormonen die essentieel zijn voor het behoud van de algehele gezondheid van vrouwen. De bekendste hiervan zijn oestrogeen en progesteron, maar eierstokken produceren ook veel andere hormonen die chemische boodschappen over lange afstanden door het lichaam sturen. Oestrogeen en progesteron reguleren niet alleen de menstruatiecyclus en spelen een belangrijke rol bij zwangerschap, ze helpen ook bij het reguleren van andere aspecten van de gezondheid, zoals de hersen- en hartfunctie.
‘Er zijn tientallen, zo niet honderden stofjes die door de eierstokken worden gemaakt en naar de rest van het lichaam worden gestuurd,’ zegt Jennifer Garrison, assistent-professor aan het Buck Institute for Research on Aging in Marin County, Californië. Als dat stopt, zegt ze, ‘leidt dat in wezen tot die opeenvolging van gevolgen voor de gezondheid’.
Onderzoek heeft herhaaldelijk een verband aangetoond tussen vrouwen die later de menopauze bereiken en een langere, gezondere levensduur. In 2005 concludeerde een studie in het tijdschrift Epidemiology dat met elk jaar dat de leeftijd waarop de menopauze optreedt stijgt, het sterftecijfer met 2 procent daalt. Vrouwen die na hun vijfenvijftigste de menopauze bereiken, leven gemiddeld twee jaar langer dan vrouwen waarbij dat al voor hun veertigste gebeurt. Een meta-analyse uit 2016 in JAMA Cardiology toont aan dat vroegtijdige menopauze bij vrouwen jonger dan vijfenveertig jaar wordt geassocieerd met een verhoogd risico op hartaandoeningen en sterfte. Een studie uit 2021 in het tijdschrift BMC Cardiovascular Disorders ontdekte dat vrouwen die voor hun vijftigste de menopauze bereikten, een hoger risico hadden op een beroerte en overlijden. En een meta-analyse van vorig jaar van tweeëntwintig studies concludeerde dat een latere menopauze wordt geassocieerd met een lager risico op dementie.
Er is steeds meer bewijs dat rapamycine veroudering in de eierstokken van muizen vertraagt
Mensen zijn een van de weinige zoogdieren die halverwege hun leven in de overgang komen. Andere langlevende zoogdieren zijn geëvolueerd om een grotere voorraad eitjes aan te maken of om de snelheid waarmee ze eitjes verliezen te vertragen, zodat ze bijna tot het einde van hun leven baby’s kunnen blijven krijgen. De bekendste theorie over de evolutie van de menopauze halverwege de levensduur bij de mens is de ‘grootmoederhypothese’, die stelt dat een deel van de lasten van moeders werd verschoven naar grootmoeders, die voedsel verzamelden om hun kleinkinderen te helpen overleven. Zo werd de levensduur van de mens in het algemeen verlengd. Een andere hypothese is dat de menopauze mogelijke conflicten tussen potentiële oudere moeders en jongere moeders over middelen voor hun kinderen wegneemt. Een derde theorie is dat de menopauze halverwege het leven is ontstaan om riskante bevallingen op latere leeftijd te voorkomen en om de kans te vergroten dat moeders lang genoeg leven om hun kinderen op te voeden.
‘Je niet meer kunnen voortplanten en dan nog een groot deel van je leven voor je hebben, is echt ongebruikelijk,’ zegt Deena Emera, evolutiebioloog bij het Buck Institute. ‘Er zijn waarschijnlijk goede redenen waarom onze voorouders in de overgang kwamen en zich niet meer konden voortplanten. Maar die voordelen zijn er nu niet meer.’
Tweede puberteit
Onderzoekers die de menopauze hopen terug te dringen, proberen vooral de snelheid waarmee vrouwen hun eicellen verliezen te vertragen. Sommigen onderzoeken of bestaande geneesmiddelen die worden gebruikt om andere aandoeningen te behandelen, zouden ook de veroudering van de eierstokken kunnen vertragen. Bij Columbia University begonnen onderzoekers Williams en Suh onlangs een klinische test met een lage dosis rapamycine (een medicijn bij niertransplantatie dat ook breder wordt bestudeerd als antiverouderingsmiddel) bij vijftig vrouwen in de premenopauze, om te zien of dat de veroudering van eierstokken zou kunnen vertragen. Er is steeds meer bewijs dat rapamycine veroudering in de eierstokken van muizen vertraagt.
Aan de Northwestern University ontdekte Francesca Duncan, mededirecteur van het Centre for Reproductive Science, enkele jaren geleden dat het weefsel rond de follikels verstijft met het ouder worden, waardoor de gezondheid van de eicellen wordt bedreigd. Ze wil nu zien of een medicijn dat is goedgekeurd voor de behandeling van longziekten kan helpen om deze ontwikkeling te voorkomen. ‘Je behoudt dan zowel de hormoonfunctie voor een langere periode als de vruchtbaarheid,’ zegt ze.
Anderen werken aan nieuwe therapieën om de achteruitgang van de eierstokken tegen te gaan. Gameto, een biotechbedrijf uit New York, maakt gebruik van celtechnologie. Het doel is om de gezondheid van vrouwen te verbeteren zonder de vruchtbaarheid te verlengen, zegt dr. Dina Radenkovic, medeoprichter en CEO. Onderzoekers van Gameto maken uit stamcellen cellen die de eierstokken ondersteunen en hopen de chemicaliën die ze produceren te kunnen toedienen met behulp van een onderhuids apparaat dat momenteel wordt getest op muizen. Het apparaatje zou de ingrijpende verstoring van signalen tussen de eierstokken en andere organen kunnen verminderen, die vaak optreedt tijdens de menopauze.
Nieuwe biotechbedrijven werken ook met het hormoon AMH, dat het verval van de reserves in de eierstokken van een vrouw regelt; licht verhoogde niveaus van dat hormoon zouden ervoor zorgen dat minder eicellen verdwijnen. Oviva Therapeutics, gevestigd in New York, ontwikkelt een recombinante vorm (een combinatie van cellen met verschillende DNA-fragmenten) van AMH om deze signalen te verhogen. ‘Het idee is dat je het tijdstip van de menopauze vooruit kunt schuiven door het moment uit te stellen waarop die lage drempelwaarde van eicellen wordt bereikt,’ zegt CEO en medeoprichter Daisy Robinton.
Robintons doel is om vrouwen controle te geven over de menopauze, net zoals anticonceptie hun meer controle geeft over voortplanting. ‘Ik zou graag willen dat vrouwen een keuze hebben over hoe ze de menopauze ervaren en wanneer die optreedt,’ zegt ze. Oviva heeft haar recombinant AMH getest op dieren en voert geavanceerde preklinische studies uit om een aanvraag in te kunnen dienen bij de Amerikaanse Food and Drug Administration. Vervolgens kunnen klinische studies met mensen worden gestart. Het hormoon kan als dagelijkse injectie worden toegediend, maar het bedrijf probeert ook een pil te ontwikkelen.
‘Waarom ontwikkelen we dit medicijn alleen voor vrouwen die chemo ondergaan of die risico lopen op een vervroegde menopauze?’
Bij Celmatix, de start-up die is opgericht door Piraye Yurttas Beim, proberen onderzoekers een zogenaamde activator van het AMH-hormoon te ontwikkelen. Een vrouw zou een medicijn kunnen nemen om het verlies van follikels en eicellen in haar reserve te verminderen en zo haar eierstokken optimaal gezond te houden, en vervolgens met het middel kunnen stoppen als ze meer eicellen wil vrijmaken en proberen zwanger te worden.
Beim begon met het doel een behandeling te ontwikkelen die moest voorkomen dat vrouwen die chemotherapie ondergingen vroegtijdig in de menopauze terecht zouden komen. Maar op een avond een paar jaar geleden grapte ze op een avondje uit met haar man dat hij zich vast kon verheugen op haar aankomende perimenopauze, die ze beschreef als haar ‘tweede puberteit’ vanwege de hormooneffecten en mogelijke stemmingswisselingen. ‘Hoe lang gaat dat duren?’ vroeg hij haar. ‘Nou, gemiddeld zo’n acht jaar,’ antwoordde ze. ‘Is daar niets aan te doen?’ riep hij uit.
‘Tijdens dat diner met hem die avond kreeg ik mijn “aha-moment”,’ zegt Beim. ‘Waarom ontwikkelen we dit medicijn alleen voor vrouwen die chemo ondergaan of die risico lopen op een vervroegde menopauze? Waarom zou ik of welke vrouw dan ook überhaupt in de overgang komen?’
Peter Jakubowicz kreeg een hartaanval tijdens een ijshockeywedstrijd in Oregon en stierf in het harnas. Alleen duurde zijn dood maar 20 seconden. Herinneringen heeft hij niet, maar op liveopnames ziet hij zichzelf ineenklappen en plat op z’n gezicht vallen.
Op 7 november 2022 ging ik dood. Eerst had ik het niet in de gaten. Ik kreeg pas door wat er aan de hand was toen een stem me uit de diepten van het niets vroeg of ik wist waar ik was. Met veel moeite lukte het me die ene lettergreep te produceren: ‘Nee.’ De stem antwoordde: ‘Je ligt op de intensive care. Je hebt een hartaanval gehad tijdens je ijshockeywedstrijd gisteravond. Een speler van het andere team heeft je leven gered.’ Ik herinnerde me niet dat ik de avond ervoor een wedstrijd had gespeeld. Het laatste wat ik me herinnerde… Ik kon me niet herinneren wat ik me als laatste herinnerde. Ik had geen idee hoe een hartaanval voelde. Verdere vragen hoorde ik niet. Er was alleen duisternis en de stem van mijn grootvader die een deuntje zong: ‘In de hemel is geen bier, daarom drinken wij het hier…’ De stem kreeg iets dreigends, Luke Skywalker die in de Joker was veranderd, en toen zakte ik weg. Zelfs toen ik besefte dat ik in een kunstmatig verlichte kamer lag, had ik nog lange tijd het gevoel dat ik me helemaal alleen in het donker bevond.
Mijn dood voltrok zich tijdens een amateurijshockeywedstrijd in het Winterhawks Skating Center in Beaverton, Oregon. Al mijn vitale functies – ademhaling, hartslag, beweging, het vermogen om waar te nemen en herinneringen aan te maken – lieten me in de steek. Toen ik weer bijkwam, raakte ik geobsedeerd door de tijd die ik kwijt was, wat er met me was gebeurd en waar ik was beland. Ik ontdekte meer dan me lief was. Dit is het vergeten verhaal van mijn vergeten dood.
Ik werd vliegensvlug naar het Legacy Emanuel Medical Center in Portland gebracht en kwam net na middernacht op de IC terecht. Ik was buiten bewustzijn toen ik op het ijs klapte en kwam ook bewusteloos aan in het ziekenhuis. De artsen stelden een acute hartingreep uit omdat ze dachten dat mijn hersenen bezig waren af te sterven en ik nooit meer zou bijkomen. De eerste aantekeningen in het medisch dossier zijn schokkend: ‘Patiënt speelde ijshockey toen hij plotseling dood bleef. Een ambulancebroeder uit het andere team paste reanimatie en defibrillatie toe. Deze patiënt is er ongelooflijk slecht aan toe en loopt extreem veel risico op een levensbedreigende achteruitgang in meerdere orgaanstelsels waarvan sommige al tekenen van falen vertonen.’ De officiële diagnose luidde een ‘STEMI in de dalende kransslagader links (LAD)’. Een STEMI is zo’n hartinfarct dat je liever niet krijgt. Het staat ook wel bekend als een ‘massieve hartaanval’.
Hypoxie
Ik was in shock, mijn lever begaf het, ik kreeg geen lucht. De dokters waren gespitst op mijn ‘non-verbale’ toestand. Het woord ‘hypoxie’ dook alarmerend vaak in de aantekeningen op. Ik kreeg een beademingsbuis ingebracht. Een verpleegster noteerde dat ik geen wilsbeschikking had en geen familie of vrienden om te raadplegen over de vraag of de stekker eruit moest.
Mijn hartstilstand werd veroorzaakt door een bijna altijd fatale volledige afsluiting van de kransslagader. Maar de testen wezen uit dat mijn hersenen gek genoeg wel functioneerden. Via de lies werd een stent geplaatst om de falende slagader te helpen: ‘Prognose niet veel over te zeggen’.
Ik kroop als een hoofd zonder romp uit een konijnenhol waar ik mijn zelfbewustzijn was kwijtgeraakt
Vreemd genoeg reageerde mijn lichaam nog steeds nergens op. ‘Algeheel beeld: rustig, geen pijn of ongemak.’ Bijna negen uur na het infarct begon ik onvoorstelbaar genoeg ‘te reageren op opdrachten’. Ik herinner me helemaal niets van dit alles. Iets elementairs in mij hield stand, een spoor van de gedachten die normaal door mijn flipperkastbrein en uit mijn mond stroomden. Ik ontwaakte niet alleen in een verontrustende duisternis, maar kreeg het gevoel dat ik een diep gat was gevallen. Ik werd gewekt door stemmen maar zag niemand praten. Ik zag alleen maar zwart – niet het ontbreken van licht, maar het ontbreken van alles. Ik deed mijn uiterste best om terug te komen en probeerde iedere keer steeds langer bij te blijven. Ik kroop als een hoofd zonder romp uit een konijnenhol waar ik mijn zelfbewustzijn was kwijtgeraakt.
Toen mijn levensvonk terugkeerde, ervoer ik mijn lichaamsdelen los van elkaar. Ik zweefde tussen bewustzijn en vergetelheid. Hooguit zag ik vertrouwde gezichten die weer uiteenvielen voor ik ze kon thuisbrengen en ik hoorde dat deuntje dat veranderde in een remix van Trent Reznor. Ik zat onder de kalmeringsmiddelen.
De stem stelde meer vragen, die ik naar tevredenheid beantwoordde, zodat ik van de beademing werd gehaald.
Mijn ex bracht onze twee kinderen (een meisje van veertien en een jongen van vijftien, allebei ijshockeyers) bij me. Ik herinner me hun bezoek niet. Mijn zoon zei dat mijn haar als in een tekenfilm overeind stond. Ik zei steeds dat ik niets kon zien en vroeg waarom het licht uit was. Het licht was aan, zei hij.
Geen herinneringen
Op een gegeven moment zag ik slangen en buisjes uit mijn borst, armen en lies steken, overblijfselen van de noodingrepen. De verpleegkundigen en artsen die me behandelden waren voor mij een waas. Er was één opvallende aantekening die steeds terugkeerde: ‘Patiënt vraagt wanneer hij weer kan ijshockeyen.’
Ik begreep wat er was gebeurd, maar had geen herinneringen die het verhaal konden staven. Ik greep instinctief naar mijn telefoon om mijn moeder te bellen. Misschien kon zij een paar sluimerende herinneringen bij me wakker maken. Vlak voordat ik op ‘pap en mam’ drukte, schoot me te binnen dat mijn moeder tien dagen voor míjn dood was doodgegaan. Een week geleden had mijn vader kort gebeld om te zeggen dat ze was overleden. Botte pech en moeilijke tijden waren er de oorzaak van dat ik mijn moeder de laatste jaren van haar leven niet in Massachusetts had opgezocht. Een jaar geleden, de laatste keer dat ik haar sprak, had ze niet geweten wie ik was. Ik hing op en begon te huilen.
Mijn moeder stierf na een reeks toevallen. Ze werd herhaaldelijk gereanimeerd en steeds weer aan haar lot overgelaten tot ze opnieuw naar de intensive care moest. Ze herstelde, maar werd nooit beter. Ik wilde niet eindigen als mijn moeder. Ik wilde over het ijs flitsen zoals Sidney Crosby.
Door stom geluk was er iemand die mensen van ‘weduwemakers’ kon redden
De artsen zeiden dat mijn hart ernstig en merkbaar beschadigd zou zijn. In het beste geval zou ik een defibrillator geïmplanteerd krijgen. De duisternis kwam terug. Er werden nog twee stents in de weerspannige slagader geplaatst. Ik kreeg te horen dat ik een hartonderzoek zou krijgen voordat ze besloten wat er verder moest gebeuren, misschien nog meer ingrepen. De dag erna vertelde een arts me verbaasd dat mijn hart normaal functioneerde. Geen littekenweefsel, geen onregelmatige bloedstroom. Ze was de enige arts die haar oordeel niet van tevoren klaar leek te hebben.
Widowmaker is een informele naam voor dit soort hartaanvallen, vanwege de geringe overlevingskans. Je hebt 5 procent kans op overleving als je er een buiten het ziekenhuis krijgt. Ik bevond me laat op de avond op een ijshockeybaan. Door stom geluk was er 10 meter van mij vandaan iemand die mensen van ‘weduwemakers’ kon redden. Ik raakte geobsedeerd door de lacune van 72 uur in mijn langetermijngeheugen en probeerde me voor te stellen wat er gebeurd was. Ik herinner me niets van de wedstrijd of de gebeurtenissen erna. Toen schoot me iets te binnen: de ijsbaan maakte van alle wedstrijden opnames. Ik was ineens ziekelijk opgewonden. Ik had lang genoeg geleefd om mezelf te zien sterven.
Ik, maar niet ik
Keek ik, dan raakte ik misschien overstuur, maar deed ik het niet, dan zat ik met een schimmig verhaal van het kloterigste dat me ooit was overkomen. De eerste dood waarvan ik getuige was, zou die van mijzelf zijn, in een film. De avond dat ik naar huis mocht, legde ik de hand op de liveopnames van de wedstrijd en bekeek ze op mijn laptop.
Het beeld is korrelig. Tijdens de hele video hoor je een zachte mechanische ruis. De stemmen van de spelers echoën alsof ze door een metalen buis gaan. De meeste woorden kan ik niet verstaan. Het andere team, in het roze, heeft zojuist gescoord.
Er is precies twaalf en een halve minuut zuivere speeltijd geweest wanneer het gebeurt. Een man schaatst naar het midden van het ijs. De rechtsvoor van het team in het grijs, de speler met rugnummer 37, heeft precies mijn speelstijl. Ik ben duizelig terwijl ik naar mijn laptop kijk: het aanhoudende effect van alle verdovingsmiddelen die ik heb geslikt. Deze arme jongen – ik, maar niet ik – staat op het punt onderuit te gaan. Hij moet zich opstellen voor de face-off, maar hij houdt zich niet aan het scenario. Hij brengt zijn rechterhand naar zijn kooi, klapt ineen en valt in slow motion plat op z’n gezicht. Hij probeert niet eens zijn val te breken.
Na een minuut of tien is het met je gedaan. De ambulancedienst had negen minuten nodig om bij me te komen nadat ik tegen het ijs was geklapt
De andere spelers kijken naar de roerloze rechtsvoor en vragen of hij in orde is. Een stem doorbreekt het geruis op de achtergrond: ‘We hebben een arts nodig.’ Het voelt helemaal fout. Ik heb me losgemaakt van de bijna-ik die deze hartaanval in de meeste van de denkbare werelden niet overleeft. Ik kán die rechtsvoor met zijn falende hart niet zijn. Ik dwing mezelf om mijn ongeloof op te schorten en stel me voor dat ik het wel ben, maar dan in een film.
Mijn dood voltrekt zich plotseling. Ik neem de tijd op. Een speler van het andere team, met rugnummer 12, schaatst op mij af. Amper 25 seconden na mijn val meet hij mijn hartslag in mijn hals. Ik bekijk deze beelden keer op keer. Na een paar minuten zonder zuurstof zijn je hersenen hoogstwaarschijnlijk onherstelbaar beschadigd. Na een minuut of tien is het met je gedaan. De ambulancedienst had negen minuten nodig om bij me te komen nadat ik tegen het ijs was geklapt.
Nr. 12 reanimeert me. Op het beeld lijken zijn bewegingen soepel, vloeiend. Hij drukt mijn borst naar beneden en laat hem weer opkomen, en dat herhaalt hij snel achter elkaar, op z’n knieën, terwijl zijn schaatsen elke keer dat hij mijn rubberen borstpantser neerdrukt van het ijs komen. Een man in gewone kleren komt aanrennen over het ijs en helpt bij de reanimatie. De rechtsvoor wordt op een brancard gelegd en naar de uitgang van de ijsbaan gereden. Ik zie voor het eerst duidelijk een gezicht, dat van de brug van de neus tot de kin is bedekt met een zuurstofmasker om de mond tot ademen te dwingen. Het lichaam is bewegingloos, de ogen zijn gesloten; het gezicht is onmiskenbaar het mijne. Ik ben dood. Ik verdwijn door de opening van de boarding in het niets.
Na mijn hartstilstand
Twee weken na mijn hartstilstand speelde ik weer ijshockey, in de hervatting van de wedstrijd die vanwege mijn schijnbare dood was gestaakt.
Een paar spelers waren bezorgd. Gaat goed, zei ik. Mijn arts vond het prima – ik zou hoogstens een beetje pijn in mijn ribben hebben door de reanimatie. Ook had ik steeds een flesje nitroglycerine-pillen bij me. Een verpleegkundige had me uitgelegd dat ik een pil onder mijn tong moest leggen als ik dacht dat ik een hartaanval had. Ik had nog steeds geen idee hoe een hartaanval voelde, maar ik hield het spul bij de hand. Als iemand in mijn buurt ooit het gevoel had dat hij een hartaanval kreeg, kon ik diegene een pilletje geven.
Derek, de tweede held uit de film, een EHBO’er, kwam naar me toe. ‘Ik hoop dat je weet hoe zeldzaam het is dat iemand zoiets overleeft. Je bent een uniek geval,’ zei hij. ‘We hebben je tot twee keer toe teruggehaald. Je was paars. Je was weg. Ik ben echt verrast je te zien.’ Ik probeerde hem onhandig te bedanken.
IJshockeyen was mijn enige sociale vertier. Ik heb geen goede vrienden en maak moeilijk nieuwe. De wedstrijden brachten het plezier terug dat ik als kind beleefde op de bevroren vijvers en de kunstijsbanen in onbekende stadjes in New England en de staat New York. Een weduwemaker zou mij niet weerhouden van een potje ijshockey.
Ik was totaal niet bang, misschien omdat mijn geheugen was gewist
Ik was totaal niet bang, misschien omdat mijn geheugen was gewist. Liever denk ik dat het kwam omdat ik een ijshockeyer ben. Ik ging neer met rugnummer 37, hetzelfde nummer als Patrice Bergeron, de taaiste speler ooit.
Bij de warming-up schaatste ik precies over de plek waar ik mezelf had zien vallen. We wonnen 5-1 en ik scoorde één keer, van een afstandje, waarbij ik verdekt stond opgesteld achter nr. 12.
Na de wedstrijd stelde ik me voor aan nr. 12: Steve, al dertig jaar ambulancebroeder bij de Tualatin Valley Brandweer- en Ambulancedienst, en de eerste held op de video. Ik kon geen woord uitbrengen. Hij was de man die zo snel en professioneel had gezorgd dat mijn hersens weer zuurstof kregen, en ik wilde hem vertellen hoe dankbaar ik hem daarvoor was. ‘Bedankt dat je m’n leven hebt gered,’ bracht ik met moeite uit. Snel bracht ik het gesprek op mijn nieuwe favoriete onderwerp: de gebeurtenissen rond mijn dood.
‘Dat is niet iets wat je wilt onthouden, hoor. Je zag er trouwens beroerd uit,’ zei hij. Ik had mijn reanimatie als film gezien, maar maakte me plotseling zorgen over degenen die haar in het echt hadden gezien.
Ik bleef de hele tijd buiten bewustzijn, wat hoogst ongewoon is
‘Reanimatie is een hardhandig gebeuren,’ zei Steve. ‘We drukken uit alle macht op je borst. Daar komt geen zachtzinnigheid aan te pas. Als je reanimeert, plet je het hart tussen het borstbeen en de ruggengraat zo veel mogelijk om te zorgen dat het bloed blijft stromen. Daar heb je aan te danken dat je in zo’n goede gezondheid verkeert, omdat wij zorgden dat er voedingsstoffen en zuurstof naar je hersenen bleven gaan.’
Hij zei dat mijn hersens waarschijnlijk maar 15 of 20 seconden geen zuurstof hadden gekregen. Ik bleef de hele tijd buiten bewustzijn, wat hoogst ongewoon is. ‘Ik was verbaasd dat de reanimatie werkte. Kennelijk stonden de sterren goed die dag.’ Twee van de ambulancebroeders die me in vliegende vaart naar het ziekenhuis hadden gebracht, klommen na de wedstrijd uit hun rode wagen bij de ingang van de ijsbaan en kwamen eveneens naar me toe. Iemand maakte een foto van hen met Steve en mij. Toen we weggingen, mompelde ik iets over mijn moeder proberen te bellen. Steve zei dat ik altijd hém mocht bellen.
Staren in de afgrond
Na verloop van tijd kreeg ik er genoeg van iedereen te vertellen wat me was overkomen. Een paar mensen vroegen of ik een wit licht of een ander teken van genade of voorzienigheid had gezien. Nee, ik staarde (letterlijk) in de afgrond, hoorde een deuntje, zag mezelf in een film sterven, werd gered door twee ijshockeyspelers, en ik voelde de duisternis nog steeds, zei ik. Dat was niet wat ze hadden gehoopt te horen. Mensen reageerden vreemd, aarzelend. Misschien beschouwde het land der levenden me als beschadigd en wilde me niet opnieuw toelaten. Ik bleef de telefoon oppakken om mijn dode moeder te bellen, het lukte me maar niet om die eigenaardige gewoonte te doorbreken. Ik deed mijn best om werk te vinden en overleefde door overdag als freelancer schrijf- en redactiewerk te verrichten en ’s nachts in een computeronderdelenfabriek te werken.
Ik vond niemand die bij benadering zo lang morsdood was geweest als ik
Ik vertelde verder niemand over mijn hartaanval of mijn verblijf in de vergetelheid. Omdat mijn zoon mijn aanhoudende angst voor het donker opmerkte, hing hij kerstlichtjes voor mijn slaapkamerraam. Ik keek vaak naar de foto van mij en Steve en de twee ambulancebroeders. Ik moest soms zomaar huilen. Ik verzamelde verhalen van mensen die een hartaanval hadden overleefd en degenen die hen hadden geholpen. Ik vond niemand die bij benadering zo lang morsdood was geweest als ik, die niet morsdood was. Ik was verbijsterd. Was ik uniek, een medisch wonder? Waarom ik? Ik hoop dat mijn flipperkastbrein het waard was om gered te worden.
Mijn herinneringen werden met een dosis geluk, ketamine, fentanyl, midazolam en propofol gewist. Ik heb de angst en de pijn die andere overlevenden plagen doorstaan en ben herrezen zonder dat mijn verstand of ijshockeyslag eronder hebben geleden. Ik realiseer me dat mezelf zien sterven bevrijdend is geweest, zoiets als kijken naar de dood van mijn stand-in, die later werd gemonteerd tot een nieuwe versie van mijzelf.
Ik ben nog altijd onrustig, maar ik ben er. Bij de play-offs dit seizoen heb ik mijn team, de Boston Bruins, onderuit zien gaan, maar mijn hart is in orde. De video van mijn wedstrijd zal ik blijven bekijken. Het is mijn memento mori. Hij herinnert me eraan hoe onwerkelijk het is om in leven te zijn, helemaal dankzij Derek en Steve.
Op het ijs is mijn gemiddelde aantal gescoorde punten dit seizoen 1,75 per wedstrijd.
De wetenschap begrijpt (nog) niet helemaal hoe het kan dat tatoeages overleven, terwijl ons immuunsysteem aan één stuk door z’n uiterste best doet om de geïnkte indringer te vernietigen. Maar misschien wordt ons immuunsysteem juist wel versterkt door tatoeages.
In 2018 betaalde ik iemand een paar honderd dollar om in rap tempo verschillende naalden in de huid van mijn rechterpols te zetten. Het voelde alsof ik werd belaagd door een cavalerie van microscopisch kleine krabbetjes. Bij iedere prik werd er zwarte inkt geïnjecteerd, die geleidelijk het patroon aannam van dubbele aanhalingstekens. Het was mijn eerste tatoeage en waarschijnlijk niet mijn laatste.
In de duizenden jaren dat tatoeages inmiddels bestaan, is er weinig veranderd. De praktijk houdt nog steeds in dat er wonden worden gekerfd tot permanente geïnkte figuren die ons esthetisch bevallen. Veel omtrent tatoeëring blijft echter mysterieus: wetenschappers zijn er nog steeds niet helemaal achter waarom bepaalde tatoeages snel vervagen en andere zichtbaar blijven terwijl ze geacht worden te verdwijnen, of hoe ze op licht reageren. Maar een van de grootste en minst bestudeerde raadsels is wel hoe tatoeages überhaupt overleven. Ons immuunsysteem doet aan één stuk door z’n uiterste best om ze te vernietigen. Hebben we eenmaal door waarom dat niet lukt, dan zegt dat misschien iets over een van de belangrijkste functies van ons lichaam, ook als we de huid onbeklad laten.
Aanval
Wanneer een tatoeage in de huid wordt aangebracht, beschouwt het lichaam dat als een aanval. De huid is de ‘eerste barrière’ van het immuunsysteem; hij is royaal voorzien van snel handelende verdedigingscellen die onmiddellijk in actie kunnen komen als hij wordt geschonden, zegt Juliet Morrison, viroloog aan de Universiteit van Californië in Riverside. Eerste instructie aan zulke cellen: alles wat vreemd is onderscheppen en vernietigen, zodat het herstel kan beginnen.
Die missie is over het algemeen heel succesvol – met als gevolg dat brandwonden genezen, littekens langzaam vervagen en korstjes afvallen – behalve om de een of andere reden als er inkt in het spel is. De deeltjes in pigmenten zijn log en moeilijk voor de enzymen in een afweercel om af te breken. Dus als inkt wordt ingeslikt door afweercellen zoals in de huid woonachtige macrofagen – die hun leven wijden aan het verslinden van ziektekiemen, dode cellen en andere rommel in een piepklein stukje lichaam – kan die veranderen in een microscopische versie van gom. De pigmentdeeltjes nestelen zich in de ingewanden van de macrofagen en weigeren afgebroken te worden. Wanneer inkt zichtbaar is op de oppervlakte van het lichaam, is die niet gewoon verweven met huidcellen, maar schijnt die dwars door de buik van macrofagen die hem niet kunnen verteren.
Sandrine Henri, immunoloog aan het Immunologiecentrum van Marseille-Luminy in Frankrijk, heeft samen met haar collega’s ontdekt dat de voorliefde van macrofagen voor inkt kan helpen verklaren waarom tatoeages zo hardnekkig blijven zitten, zelfs als de cellen dood zijn. Aan het eind van zijn leven, dat een paar dagen tot een paar weken duurt, begint een macrofaag uiteen te vallen en laat hij de pigmenten in zijn binnenste los. Maar zodra dat gebeurt wordt de inkt weggegrist en opgeschrokt door een andere macrofaag die, slechts een paar micrometer verderop – nog niet de breedte van een mensenhaar, de rol van zijn voorganger min of meer overneemt.
Na een tijdje worden de randen van tatoeages soms wat minder scherp, naarmate de inkt van cel naar cel gaat. Bovendien kan een deel van het pigment worden afgevoerd naar lymfeklieren. Die grotere afweercentra zijn normaal gesproken gebroken wit. Maar bij zwaar getatoeëerde mensen kunnen ze uiteindelijk ‘de kleur van inkt’ krijgen, zegt Gary Kobinger, immunoloog aan het Galveston National Laboratory van de Medische Universiteit van Texas. Doorgaans blijft de inkt echter zitten waar hij zit, in de macrofagen. Volgens Henri wordt deze eindeloze estafette van opname, afstoting en heropname gezien als een deel van de verklaring waarom het zo moeilijk is om tatoeages weg te laseren.
Consequenties
Wetenschappers zijn er nog niet zeker van of de inktophoping in de macrofagen consequenties heeft. ‘Wat nu als we ze op die manier dwingen om zorg te dragen voor vreemde pigmentklonten, in plaats van de immuniteit te bewaken?’ vroeg Morrison zich af toen ik haar sprak. Verstopte macrofagen zijn misschien wel minder goed in staat om gevaarlijker spul op te nemen, zoals ziektekiemen. Uit een vorig jaar gepubliceerde studie bleek dat tatoeagepigment wellicht invloed heeft op de proteïnen die ze produceren en de signalen die ze naar andere cellen sturen. Het zou ook kunnen dat de cel te hevig of te zwak begint te reageren op onbekend materiaal, en dat daardoor het immuunsysteem potentieel wordt benadeeld als een nieuwe tatoeage ontstoken of geïnfecteerd raakt of een allergische reactie teweegbrengt.
Infecties bij tatoeages zijn zeldzaam – ze komen in hooguit 5 of 6 procent van de gevallen voor – en als ze zich voordoen, zijn ze meestal bacterieel van aard. Maar in heel zeldzame gevallen kunnen liefhebbers van bodyart een gevaarlijk virus oplopen, zoals hepatitis C. Gelukkig gaat het met de meeste getatoeëerde mensen ‘gewoon goed’, zeker met de modernste hygiënemaatregelen, zegt Danielle Tartar, dermatoloog aan de Universiteit van Californië in Davis.
Henri maakt zich in elk geval geen zorgen. Het immuunsysteem is veelzijdig en vult zijn cellen constant aan; doet zich een grotere aanval voor, dan zijn de cellen die zich met inkt bezighouden waarschijnlijk in staat versterking in te roepen om de dreiging af te wenden. En het is ook heel goed mogelijk dat de macrofagen slechts tijdelijk in de war zijn door de inkt die ze hebben opgeslokt, en daarna weer een nieuwe balans vinden.
Er is trouwens meer aan de hand met het immuunsysteem dan cellen die dol zijn op inkt. Een paar jaar geleden voegde een groep onderzoekers onder leiding van Jennifer Juno, immunoloog aan de Universiteit van Melbourne, tatoeage-inkt toe aan een vaccin; ze wilden zien waar de injectievloeistof bij muizen en makaken uiteindelijk terechtkwam. Uit niets bleek dat afweercellen ‘niet vrolijk’ werden van de pigmenten of het loodje legden, vertelde Juno me. Evenmin leek de inkt de goede werking van het vaccin in de weg te staan.
Personen die zich vaak laten tatoeëren lijken hogere doses van bepaalde afweermoleculen, inclusief antilichamen, in hun bloed te hebben
Het toebrengen van kleine beschadigingen aan de huid – door een expert met steriele, hypoallergene kledij en materialen – hield nabije afweercellen zelfs scherp. Recente studies wijzen uit dat macrofagen en andere zogeheten natuurlijke afweercellen wellicht in staat zijn om kortstondig enkele van hun eerdere confrontaties met andersoortig vreemd materiaal te onthouden en derhalve beter te reageren op toekomstige aanvallen. (Dit is uiteraard precies waar het bij vaccinatie om gaat, maar vaccins richten hun pijlen op aangepaste afweercellen, die veel vatbaarder zijn voor het proces.) Het is ook mogelijk – al wordt dit nog niet door data ondersteund – dat het leren samenleven met tatoeage-inkt afweercellen helpt om hun reactie op andere substanties te bepalen en misschien zelfs auto-immuunaanvallen te onderscheppen, zegt Tatiana Segura, biomateriaaldeskundige aan de Duke-universiteit. ‘Als je lichaam een tatoeage überhaupt verdraagt, betekent het dat het immuunsysteem zich heeft aangepast,’ zegt María Daniela Hermida, dermatoloog in Buenos Aires.
Om meer inzicht te krijgen in de effecten van tatoeages op de immuniteit verrichtte Christopher Lynn, antropoloog aan de Universiteit van Alabama, diepgaand onderzoek naar zwaar getatoeëerde mensen in verschillende delen van de wereld. Hij en zijn collega’s ontdekten dat personen die zich vaak laten tatoeëren hogere doses van bepaalde afweermoleculen, inclusief antilichamen, in hun bloed lijken te hebben dan mensen bij wie zelden inkt wordt geïnjecteerd. Misschien, zei Lynn toen ik hem sprak, krijgt het immuunsysteem bij frequente tatoeage een regelmatige, lichte training en blijven bepaalde stukjes van ons verdedigingsarsenaal er gezonder door.
Maar meer antilichamen is niet hetzelfde als betere immuniteit, en onderzoekers hebben tot nu toe geen idee hoelang zulke effecten aanhouden, zegt Saranya Wyles, dermatoloog aan de Mayo Kliniek. En omdat Lynn en zijn collega’s geen klinische proef hebben gedaan waarbij ze sommige personen lieten tatoeëren en andere niet, kunnen ze niet echt bewijzen dat de stapel antilichamen een direct gevolg is van een tatoeage. Het kan zijn, vertelde Lynn, dat mensen met van nature hogere doses van bepaalde afweermoleculen meer geneigd zijn veel tatoeages te nemen, omdat ze niet zo snel slecht reageren. In dat geval zouden tatoeages eerder een lakmoesproef voor het lichaam zijn – wat in bepaalde opzichten klopt met de culturele hang naar bodyart in veel culturen: pronken met je pijntolerantie. Hoe dan ook, Lynn waarschuwt dat tatoeëren zelfs in het best denkbare scenario zijn grenzen zal hebben.
Inspiratiebron
Los van de vraag of tatoeages op zichzelf de immuniteit verhogen, vormen ze wellicht een inspiratiebron voor de technologie die daar wel toe in staat is. Kobingers team is niet het enige dat met de techniek van tatoeagenaalden in de weer is bij het toedienen van injecties, met de bedoeling ze krachtiger, efficiënter en draaglijker te maken. In de huidige praktijk worden de meeste vaccins ver onder de huid toegediend, in de spieren, die niet rijk gezegend zijn met afweercellen. Het proces kost tijd en er zijn behoorlijk grote doses nodig om echt effect te hebben. De huid daarentegen is ‘een formidabele plek om vaccins toe te dienen,’ zei Kobinger toen ik hem sprak. ‘De cellen zijn al ter plekke, en er is een onmiddellijke reactie.’
Een techniek om in de huid te vaccineren, de zogenaamde ‘intradermale’ manier, bestaat al en wordt gebruikt bij injecties tegen pokken, hondsdolheid en, sinds kort, apenpokken. De toediening van intradermale vaccins vereist echter nogal wat training – en als naalden hun doel missen, kan de effectiviteit van de injectie enorm kelderen. Door tatoeagenaalden en vaccinflacons te combineren, kun je die valkuilen in theorie omzeilen, zei Kobinger. Met een steeds verfijndere technologie, aldus Kobinger, hebben mensen op een dag wellicht minder injecties van een bepaalde hoge dosis nodig, en dat bespaart tijd, geld, inspanning en ongerief. Er komt geen inkt aan te pas. Maar misschien hebben deze naalden wel de kans een blijvende indruk op ons te maken.
Een nieuwe generatie gepensioneerden wil niet meer voldoen aan wat van hen verwacht wordt. Op de kleinkinderen passen ze graag, maar alleen als het hun uitkomt. Cryptogrammen oplossen, zij niet. Het Portugese weekblad Visão ging op zoek naar deze seenagers.
Vol ongeduld op je pensioen wachten om met de pantoffels aan voor de tv te kunnen hangen, op je kleinkinderen te passen of uren met vrienden te kaarten in het buurtpark? Ho ho, hen niet gezien. De vijfenzestigplussers die het werkzame leven achter zich hebben gelaten moeten niets hebben van deze clichés, die hun altijd maar weer worden opgeplakt.
Natuurlijk, de kortingstarieven voor openbaar vervoer en theaters zadelen hen op met het etiket ‘senioren’ en alles wijst erop dat ze aan hun oude dag zijn begonnen. Maar toch herkennen ze zich daar niet in, lichamelijk noch geestelijk. Want deze zestigers zijn opeens bevrijd van de last van grote verantwoordelijkheden (werken, kinderen grootbrengen) en zijn nog altijd jong van geest, terwijl ze twee onmiskenbare voordelen hebben ten opzichte van de jeugd: geld, en niemand die hun zegt hoe laat ze thuis moeten zijn.
Plezier
De beste seks voor de rest van hun leven
‘De meeste zondagochtenden, nadat hij samen met zijn vrouw Anne een kop koffie heeft gedronken en wat fruit heeft gegeten, gaat David naar de slaapkamer, slikt een viagra, trekt de beddensprei recht en neemt een douche, en als hij klaar is voegt Anne zich bij hem.’ De matras is ingedeukt onder de last van de jaren. Zestig jaar huwelijk. Een actief leven. Drie kinderen. Een paar keertjes overspel. Daarna pensioen, eindelijk vrije tijd om nieuwe activiteiten te ontdekken. En hun lichaam, opnieuw. Het Amerikaanse echtpaar, tachtigers, doet onverbloemd hun seksleven uit de doeken in The New York Times. Een taboeonderwerp, ongemakkelijk.
‘Psychologen omzeilen het en bejaardenhuizen negeren het liever,’ verzucht het linkse dagblad. Bij velen neemt de seksualiteit in de loop van de tijd af, komt ze tot stilstand. ‘Maar degenen die volhouden, geven zich er vaker aan over,’ constateert de NYT. ‘Volgens een studie van het New England Journal of Medicine zegt een kwart van de 75- tot 85-jarigen het afgelopen jaar seks te hebben gehad. En van dat kwart verklaarde de meerderheid twee à drie keer per maand intiem te zijn geweest.’ De last van de jaren noopt tot aanpassing. Vaarwel missionarishouding. Erotische massage en spelletjes nemen het over. ‘Ze laten hun telefoon in de keuken en de hond aan de andere kant van de slaapkamerdeur. Ze strelen elkaar, ze knuffelen.’ Dit soort getuigenissen, hoopt journalist Maggie Jones, kan de samenleving een andere kijk geven op het plezier van ouderen. Een ander soort seksualiteit, ongedwongener. ‘Ze zijn minder bang om hun verlangens te delen. Ze hebben geen tijd meer om zich ergens druk over te maken.’ Alleen nog om te genieten.
Kortom, ze zijn vrij. Dit zijn seenagers, senioren en teenagers tegelijk, oftewel ouderen met nog altijd een puberale inborst. Economisch gezien worden ze ook wel aangeduid als de ‘ski-generatie’, afgeleid van het Engelse spending your kids’ inheritance.
En vooral blijven ze nog altijd leren. Nieuwsgierigheid is geen slechte eigenschap, het is een recept om het leven te verlengen. Lichaam en geest in beweging houden is onontbeerlijk, zo houdt de wetenschap ons bij herhaling voor. Dat wordt mooi geïllustreerd door Isabel, die de erfenis van haar kinderen er helemaal niet doorheen jaagt, want in Portugal, waar de pensioenen laag zijn, heeft lang niet iedereen iets na te laten.
Isabel Martins (69) heeft een gezondheid die te wensen overlaat (er is vier jaar geleden darmkanker bij haar vastgesteld) en ze heeft nooit veel geld gehad. Op haar zestigste is ze gestopt met haar baan als onderwijzeres, maar een seenager werd ze pas echt toen ze er niet langer in berustte dat ze ‘dik, lelijk en futloos’ was; ze verhuisde naar Lissabon en werd lid van de vereniging A Avó Veio Trabalhar [‘Oma komt werken’]. ‘Deze vereniging is allesbehalve een bejaardensoos. We zijn een groep vrouwen die samen allerlei handwerk doen; we maken traditionele dingen, maar dan overgoten met een modern sausje. Niemand heeft het over ziekte en zeer, en af en toe maken we een reisje. We zijn een keer gaan kamperen in Porto Covo, net een stel schoolmeiden,’ lacht Isabel.
Optredens
De seenager is ook lid geworden van de batucada-band Nice Groove, die elke woensdag repeteert in Carcavelos. ‘Ik ben de oudste van het stel,’ zegt ze en ze pakt haar smartphone erbij om ons filmpjes van hun optredens te laten zien. Daarna neemt ze een slok van haar cocktail en draait zich om naar de muzikanten die die avond spelen in de bar van haar zoon Francisco (35), in het hartje van de uitgaanswijk Cais do Sodré in Lissabon.
‘Ik heb altijd van uitgaan gehouden, een glaasje drinken, dansen,’ zegt Isabel. ‘Maar na de geboorte van Francisco interesseerde dat me minder. Ik werd een huismus. Nu houdt niets me meer tegen.’ Behalve misschien soms het gebrek aan gezelschap, al zijn er vanavond de vrienden van haar zoon. ‘Bejaarden gaan niet meer uit. Ik ben dus aangewezen op jongeren.’ Als je haar zo ziet, helemaal in het rood en oranje gestoken, met bijpassend haar, kun je moeilijk geloven dat ze ooit minder fit is geweest.
Op korte termijn heeft ze een paar reisjes gepland (‘Ik heb zin om naar Nederland, Parijs en Italië te gaan’), en daarna wil ze weer wat gaan bijverdienen door op markten sieraden te verkopen die ze van antieke knopen maakt.
Actieve senioren
In de toekomst zouden actieve senioren als Isabel minder moeite moeten hebben om gezelschap te vinden. Volgens een rapport van het Portugese statistiekbureau INE zal het percentage 65-plussers in Portugal in de periode 2008-2060 bijna verdubbelen van 17,5 tot 32,3 procent, en zullen er in 2060 op elke jongere drie ouderen zijn.
Portugal is niet het enige land dat zo vergrijst. Volgens de VN zal de wereldbevolking in 2030 voor 46 procent uit 60-plussers bestaan, wat neerkomt op 1,4 miljard mensen. Maar Portugal kampt met een zeer vaste levenscyclus, die chronologisch in drie grote stadia is onder te verdelen: opleiding, werk en pensioen. ‘Dat is een kunstmatig model waarin iemand van de ene op de andere fase overgaat, terwijl het verouderingsproces juist geleidelijk verloopt,’ zegt demograaf Maria João Valente Rosa, hoogleraar aan de faculteit Sociale en geesteswetenschappen van de Nieuwe Universiteit van Lissabon.
‘De chronologische leeftijd is sterk bepalend voor wat anderen verwachten, en voor de deuren die geopend blijven’
Ondanks alle wetenschappelijke vooruitgang en de verbetering van de gezondheid en levenskwaliteit van zestigplussers, ‘is de chronologische leeftijd sterk bepalend voor wat anderen van ons verwachten, en voor de deuren die voor ons geopend blijven, zowel op het gebied van werk en opleiding als van vrijetijdsbesteding’, aldus Valente Rosa. ‘Er wordt vaak meteen naar het geboortejaar gekeken, en daarmee worden de betrokkenen, maar ook de hele maatschappij tekortgedaan.’ Als auteur van boeken over veroudering, waaronder Um tempo sem idades [‘Een tijd zonder leeftijd’], stelt ze voor de blik niet langer te richten op de jaren die geweest zijn, maar op de tijd die voor ons ligt.
Volgens António Fonseca, als psycholoog en onderzoeker verbonden aan de Katholieke Universiteit van Portugal in Porto, ‘zijn de stereotypen over ouderen niet langer geldig, omdat de huidige bevolking heel erg heterogeen is. Sommige zestigers of zeventigers zijn zeer actief, en andere invalide. Sommige kopen spullen via internet, terwijl andere al moeite hebben met een pinautomaat.’
Een van de manieren waarop in Portugal de clichés onderuit worden gehaald, is het project Lata 65, dat senioren in staat stelt zich uit te leven in straatkunst in de wijk Beato in Lissabon. Als we haar vragen naar de die dag aanwezige seenagers, wijst Lara Seixo Rodrigues, een van de initiatiefnemers, naar Almerinda Lopes Bento, een voormalig lerares Engels. Al is ‘voormalig’ niet helemaal van toepassing, want Almerinda geeft nog altijd les aan de seniorenuniversiteit in Seixal. ‘Ik heb altijd al willen leren tekenen en schilderen, en dat doe ik nu aan de universiteit,’ vertelt ze, terwijl ze met een potlood de contouren aanbrengt van wat ze de volgende dag op het fresco zal schilderen. Dit weekend is er een graffitiworkshop.
Analyse
Verenigd Koninkrijk is gerontocratie geworden
‘Een diepe generatiekloof deelt het Verenigd Koninkrijk in tweeën’, constateert maandblad The Critic bezorgd. Aan de ene kant de gepensioneerden, aan de andere kant generatie Z. En de millennials. ‘Tot op zekere hoogte zijn wij geen democratie meer, maar een gerontocratie’, durft het conservatieve maandblad zelfs te beweren. Een blik op het beleid van de Tories sinds ze bijna dertien jaar geleden aan de macht kwamen volstaat om te zien hoezeer het land uit balans is.
‘Verblind door een politieke kortetermijnvisie in een verouderende samenleving’ koos premier David Cameron (2010-2016) er destijds voor om de gepensioneerden stroop om de mond te smeren; zij waren onmisbaar ‘voor het behoud van sleutelposities in het parlement’, aldus het blad. Ontheffing van kijk- en luistergeld hier, gratis ov-abonnement daar. ‘De relatie van Cameron met 60-plussers kwam niet voort uit maatschappelijke overwegingen, maar was een vorm van cliëntelisme’, constateert journalist Mike Jones tot zijn spijt. En bij gebrek aan nieuwe ideeën zijn zijn opvolgers, van Theresa May tot Rishi Sunak, blindelings in zijn voetsporen getreden. ‘Met als resultaat dat de Conservatieve leiders zich liever richten op het uitdelen van douceurtjes aan gepensioneerden dan op de ontwikkeling van de economie in het algemeen. Tegelijkertijd stemmen de afgevaardigden voor belastingverhogingen waar de jongere generaties buitensporig hard door worden getroffen.’ De millennials ‘betalen een hoge prijs voor de pensioenen van ouderen, terwijl een op de vier gepensioneerden in theorie miljonair is, dankzij de prijs van onroerend goed die in dertig jaar tijd explosief is gestegen’, foetert The Critic.
Een jaar geleden liet Almerinda, die heel erg van lezen houdt, haar eerste tatoeage zetten: een boek, uiteraard. Omdat ze niet meer werkt en dus alle tijd heeft om te lezen (vorig jaar zeventien boeken) en omdat de pandemie het einde betekende van de leesclub waarvan ze lid was, besloot ze er zelf een op te richten, op de universiteit.
‘Ik ga graag uitdagingen aan. Je kunt niet zomaar zeggen dat iets je niet lukt, je moet doorzetten,’ aldus de vrouw met het korte haar, die er ingetogen en jeugdig uitziet in haar spijkerbroek met blauw-witte streepjestrui. ‘Buiten het werk is er van alles te doen en te leren, waarmee je de gebaande paden kunt verlaten en niet in een sleur vervalt. Ik beperk me niet tot mijn huis en mijn gezin,’ zegt Almerinda, die een man en een zoon van eenenveertig heeft. Reizen (recentelijk nog Londen, Bilbao en Madeira, en binnenkort Dublin) is ook een vast onderdeel in het leven van deze seenager.
Dynamiek
Een ander bewijs van de dynamiek van deze generatie: de cursus ondernemerschap voor 45-plussers die de Universiteit van Porto kortgeleden in het leven heeft geroepen, bezwijkt bijna onder zijn eigen succes. ‘We hebben al meer dan zevenhonderd inschrijvingen, en ook voor de volgende edities stromen de aanmeldingen al binnen. Het bewijs dat er een hele nieuwe generatie van mensen op hogere leeftijd bestaat die actiever, nieuwsgieriger en toekomstgerichter is,’ zegt Elísio Costa, coördinator van Porto4Ageing, een competentiecentrum van de Universiteit van Porto dat zich richt op actief en gezond oud worden. ‘Oud worden is pas dramatisch als je je rol in de samenleving ziet verdampen.’
’Oud worden is pas dramatisch als je je rol in de samenleving ziet verdampen’
Want na ons zestigste hebben we nog alle recht en reden om naar de toekomst te kijken, bevestigt de wetenschap. Dank is daarbij verschuldigd aan de Amerikaanse geneticus Fred Gage, die het idee dat onze hersenen niet zouden regenereren doorprikte: in 1998 toonde hij aan dat we ook op volwassen leeftijd nog nieuwe neuronen blijven aanmaken.
De hersenen beschikken over een groot aanpassingsvermogen en er zijn manieren om de aftakeling ervan tegen te gaan: zo kan 40 procent van de dementiegevallen worden voorkomen, of in elk geval vertraagd. Ook moet de bloeddruk in de gaten worden gehouden, want het staat vast dat hoge bloeddruk tot vermindering van de cognitieve vermogens kan leiden en het risico op bepaalde vormen van dementie vergroot.
Kwaliteit van leven
En daarnaast moeten we voor onszelf zorgen. Om op gevorderde leeftijd een goede kwaliteit van leven te behouden moeten we naar de mening van de wetenschap bepaalde principes in acht nemen: gezond eten (veel fruit en groente, weinig vet en suiker), de calorie-inname beperken om overgewicht te voorkomen, zorgen voor een goede nachtrust, regelmatig sporten (zonder daarbij tot het uiterste te gaan), een actieve rol in de directe omgeving blijven vervullen en positieve sociale betrekkingen blijven onderhouden. Volgens een onderzoek van de medische faculteit van de Harvard-universiteit, waarbij 120.000 mensen van rond de dertig betrokken waren, kan het op jonge leeftijd naleven van deze leefgewoonten – bij voorkeur vóór het vijftigste levensjaar (hoe eerder, hoe beter) – de levensverwachting met twaalf à veertien jaar verlengen. Het niet in acht nemen van de regels, daarentegen, verhoogt het risico op kanker en hart- en vaatziekten.
Levensverwachting
‘De levensverwachting is sterk toegenomen,’ constateert Nuno Marques, cardioloog en voorzitter van het Portugese Verouderingsobservatorium, dat in maart 2022 werd opgericht. ‘Maar we moeten actiever werken aan de verbetering van de kwaliteit van leven, door levenslang in te zetten op ziektepreventie, bevordering van een gezonde levensstijl en betere herstelmogelijkheden.’
Muziek
In Leeds ‘zal het oude punkers worst wezen’
‘Het zal me worst wezen wat de mensen van me denken,’ laat Alison Dunne zich ontvallen tegenover The Guardian. Op haar 58ste is de Britse toegetreden tot een radicaal, vrijgevochten collectief in Leeds, in het noorden van Engeland. Een verzameling punkgroepen voor ‘ouwe besjes’, in het kader van het project Unglamourous Music, begin 2022 gelanceerd door Ruth Miller, inwoner van de stad. ‘Het is zeker geen ding voor lieve omaatjes die willen kennismaken met punk. We gaan echt los,’ waarschuwt Dunne, artiestennaam Fish. Binnen enkele maanden is het collectief erin geslaagd twaalf verschillende groepen op te richten, die afgelopen maart allemaal hebben opgetreden tijdens een concert in het kader van de Internationale Vrouwendag. Muzikale ervaring is niet vereist.
‘Wat telt, is zin om los te gaan,’ constateert het Londense dagblad enthousiast. Fish, een voormalige theaterproducent, geeft volmondig toe dat ze ‘amper een ukelele kan bespelen’. Maar Miller prijst zich gelukkig, want de songs ‘zijn geweldig’. ‘De mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding die voor een vrouw van zekere leeftijd passend worden geacht, zijn nogal beperkt,’ constateert de zestiger spijtig. ‘Als je bijvoorbeeld van muziek houdt, verwachten ze dat je bij een koor gaat. Maar wij hebben veel te melden over alles wat ons woest maakt.’ Deze rebelse mentaliteit, die strookt met de geschiedenis van Leeds, de bakermat van de postpunkbeweging, dringt door in de teksten van The Verinos, de groep van de oprichtster: ‘Raise your eyebrows, we don’t care/ ’Cos we’re not gonna do the things we’re supposed to do, oh yeah’.
Gualdino is zevenenzeventig jaar en doet sinds zijn drieëndertigste aan sport. We ontmoeten hem samen met dertig anderen, onder wie veel senioren, die zich elke zaterdagmorgen verzamelen voor een wandeltocht van acht à tien kilometer door het bosrijke Monsanto-park in Lissabon, onder leiding van een docent lichamelijke oefening. ‘Ik heb er duidelijk baat bij, vooral als ik me lichamelijk moet inspannen, zoals in de tuin,’ zegt Gualdino, die sinds zijn pensionering fanatiek is gaan tuinieren. Luís van negenenzeventig waardeert ook de prettige sfeer: ‘Bewegen is belangrijk voor mijn manier van leven en mijn kijk op het leven.’
‘We moeten ons concentreren op deze gewonnen jaren,’ benadrukt psycholoog Daniela Craveiro. ‘Op papier zijn we momenteel getuige van een grote breuk in het traditionele beeld van de levenscyclus.’ En het is belangrijk dat we ons nuttig blijven voelen. ‘Ook na het pensioen blijven we actief, het is geen tijd meer die alleen maar beperkt blijft tot vrijetijdsbesteding. We moeten volop bij de samenleving betrokken blijven. Dat is bovendien goed voor de gezondheid, en een manier om eenzaamheid en depressie tegen te gaan.’
Niets meer te hoeven
Een perfect voorbeeld hiervan is Isabel Cristina (62). Sinds het nest leeg is weet deze vrouw, die twee dochters van 32 en 29 heeft en een kleinzoontje, niet meer van ophouden. Eigenlijk wist ze dat daarvoor ook al niet, omdat ze voor haar werk veel moest reizen om modecollecties uit te zoeken die ze vervolgens in Portugal verkocht. Zes jaar geleden besloot ze gas terug te nemen en kocht ze een huis in Grenoble, waar ze inmiddels de helft van het jaar doorbrengt.
Ze heeft geleerd om te genieten van het uitzicht op de bergen, haar moestuin te verzorgen, veel te lezen en wandelingen door de natuur te maken. Maar wat ze het fijnst vindt, is de spontaniteit, niets meer te hoeven, vrij te zijn om te gaan en staan waar ze wil, zonder dat iets haar daarvan weerhoudt. Isabel Cristina is nog altijd graag in het gezelschap van anderen en maakt het nog steeds graag laat. ‘Maar toch ga ik vroeg naar bed, anders kost het me drie dagen om bij te komen van een avond uit,’ zegt ze geamuseerd met een sigaret in haar ene hand en een glas Martini in de andere.
Op de voorpagina
‘Het pensioen: droom of nachtmerrie?’
Niet alleen in Frankrijk wordt het nieuws beheerst door pensioenen. Op 19 maart wijdde ook het Duitse weekblad Die Zeit zijn voorpagina aan deze levensfase, ‘die een beetje lijkt op de kinderjaren, maar dan met een zekere financiële onafhankelijkheid en zonder ouders’ die ons een handje helpen. Een moment dat door veel werkenden wordt gezien als ‘het hoogtepunt van hun carrière’ en waarvan de noodzaak nauwelijks ter discussie staat. Toch, constateert het linkse blad, gaat de weg van een gepensioneerde lang niet altijd over rozen. Na een eerste ‘wittebroodsfase’ neemt de tevredenheid van de gepensioneerden dikwijls af, waarschijnlijk omdat het niet meevalt om je dagen zonder werk door te komen. ‘Niet iedereen vindt voldoening in het schrijven van een roman of het passen op de kleinkinderen.’
Een vriend van haar, Jaime Pereira Gomes (64), omringt zich het liefst met andere mensen. De wetenschap geeft hem gelijk: vrienden hebben is goed voor je gezondheid. Hij heeft van zijn 26ste tot zijn 62ste als IT’er in de bancaire sector gewerkt, zonder Lissabon ooit te verlaten. ‘Maar twee jaar geleden had ik er genoeg van, ik vond het niet leuk meer.’ Toen heeft hij zijn huis verkocht en de balans opgemaakt: er bleef genoeg over om het uit te zingen tot zijn pensioengerechtigde leeftijd van 66 – hij heeft twee kinderen, twee stiefkinderen, vier kleinkinderen en drie ex-vrouwen, maar geen financiële verplichtingen meer.
Koning van de dansvloer
‘Dansen is mijn favoriete bezigheid, ik ben de koning van de dansvloer!’ zegt hij lachend. Een jaar geleden heeft Jaime al zijn schepen achter zich verbrand om in São Roque te gaan wonen, in het binnenland van Brazilië, samen met zijn nieuwe Braziliaanse vrouw en haar drie kinderen. Hij woont in een boerderij en houdt zich bezig met tuinieren, gymnastiek, yoga, pilates en andere, ‘wat spirituelere’ activiteiten. Hij moet deze maand naar Lissabon voor de verjaardag van een van zijn kleinkinderen; daarna zullen ze van de gelegenheid gebruikmaken om door Europa te reizen – zonder verplichtingen, maar vol enthousiasme.
Rapamycine heeft bij ratten de kans op leven in goede gezondheid met 60 procent verhoogd
‘De huidige oude dag heeft niets meer te maken met het clichébeeld van vroeger, toen ouders, kinderen en kleinkinderen allemaal harmonieus en solidair met elkaar onder één dak woonden en elkaar hielpen,’ zegt psycholoog António Fonseca. En een van de grote problemen is huisvesting. Fonseca is behalve onderzoeker ook auteur van het boek Envelhecimento em casa e na comunidade [‘Thuis oud worden te midden van je naasten’], waarin hij het eigen huis benoemt als de beste plek om ouder te worden. ‘Dat is de meest natuurlijke oplossing, waar je als mens de zeggenschap behoudt over de dynamiek van alledag, over je autonomie en je privéleven. Het is een plek die verbonden is met je identiteit; heel belangrijk als je ouder wordt, want je verliest al zo veel andere dingen,’ aldus de psycholoog. ‘Als ik het heb over oud worden in eigen huis en in de eigen omgeving, dan denk ik meer in het algemeen aan een leven waarin iemand sociaal actief blijft. Een eenzaam leven is niet beter dan een leven in een instelling.’
Ook zien nieuwe woonvormen het daglicht, voorlopig nog zelden in Portugal maar vooral elders in Europa en in de Verenigde Staten. Een voorbeeld is cohousing, waarbij generatiegenoten ieder hun eigen zelfstandige woning hebben, maar elkaar ook kunnen ontmoeten in de gemeenschappelijke ruimte. ‘Daarmee verklein je de kans op eenzaamheid en houd je langer het gevoel dat je controle hebt over je eigen woonplek; en bovendien zitten er nog financiële voordelen aan ook,’ aldus Fonseca.
Therapeutisch effect
Om eenzaamheid onder ouderen te voorkomen heeft het gemeenschapscentrum van Vermoim/Sobreiro in de gemeente Maia, dat deel uitmaakt van een keten van Portugese katholieke gezondheidscentra, naast andere activiteiten ook een zangkoor. ‘Dat is geen therapie in de eigenlijke zin van het woord, maar het heeft wel een therapeutisch effect. Het maakt veel emoties los,’ zegt António Miguel Teixeira, die leiding geeft aan dit koor, dat Cor da Voz is gedoopt. Wanneer het koor begint te zingen – traditionele gezangen, Portugese liedjes en eigen composities – is het alsof je de zorgen ziet wegvliegen, de ogen beginnen wat meer te stralen. ‘Sommige van onze koorleden leidden hiervoor een heel eenzaam bestaan en hebben een ware verandering doorgemaakt.’
Maatschappij
Duitsland beziet oud worden in een nieuw licht
In Duitsland proberen gepensioneerden ‘nieuwe manieren van leven’ te bedenken, meldt Der Spiegel. Thuishulp wordt er binnenkort beperkt wegens gebrek aan personeel. De babyboomers moeten zich dus voorbereiden op ‘een instorting van de zorg’ die zich aankondigt voor hun oude dag. ‘En zelfs als ze geen zorg nodig hebben, zullen de boomers andere sociale relaties moeten aanknopen dan hun voorgangers’, vanwege het hoge scheidingspercentage en de geografische afstand die hen dikwijls scheidt van hun kinderen.
‘Al deze veranderingen dwingen de senioren ertoe hun oude dag in een ander licht te bezien,’ aldus het weekblad uit Hamburg. Temeer omdat ze, wanneer ze stoppen met werken, ‘vaak een betere conditie hebben dan de gepensioneerden uit voorgaande generaties’. Originele initiatieven, zoals de oprichting van ‘plurigenerationele huizen’ of partnerschappen van kinderdagverblijven en verenigingen die strijden tegen dementie, komen steeds vaker voor. Het doel: jongeren en ouderen met elkaar in contact brengen, om sociaal isolement te bestrijden en senioren in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven.
In Sobreiro, een arme wijk van Maia, heeft het centrum veel gedaan om de banden tussen de bewoners onderling aan te halen. ‘Hier is iedereen gelijk en leren mensen van elkaar,’ zegt directeur Mário Figueiredo. De 78-jarige Domingos Vasconcelos, gepensioneerd leraar, herinnert zich een repetitie van Cor da Voz waarbij de koorleden met elkaar over gewoonten en tradities spraken. ‘Er was een vrouw bij die in het begin heel timide was, maar naarmate ze meer aan het woord was steeds verder leek te groeien.’
De 69-jarige Maria José Teixeira werkte jarenlang als kok in het gemeenschapscentrum. Doordat ze altijd het koor hoorde zingen, kreeg ze zin om zich erbij aan te sluiten als ze eenmaal met pensioen zou gaan. ‘Ik ben geen type dat thuis gaat zitten niksen,’ zegt ze. Ze zong al in het koor van haar kerk, en om haar stem samen met die van anderen te laten klinken is voor haar een bron van ‘vrede, vreugde en liefde’. Het centrum biedt ook andere activiteiten, zoals workshops kunstnijverheid en cognitieve stimulatie, en wedstrijdjes boccia, een Portugese variant van jeu de boules.
Maatgerichte oplossingen
In Portugal lijdt helaas maar liefst 71,4 procent van de 65-plussers aan een chronische ziekte of een langdurige kwaal. Bij het verouderingsproces zijn heel veel variabelen in het spel: naast de levensstijl en bronnen van stress spelen ook genetische, epigenetische en omgevingsfactoren een belangrijke rol. ‘Het is een terrein dat we op een multidisciplinaire manier moeten aanpakken en waarbij we, om doeltreffend te zijn, naar diverse en maatgerichte oplossingen moeten kijken; het effect van deze factoren verschilt namelijk per persoon,’ zegt Nuno Marques, arts bij het Portugese Verouderingsobservatorium.
De onderzoekers zijn op zoek naar het geheim van de eeuwige jeugd, waarbij je niet moet denken aan een facelift, maar aan remedies die het verouderingsproces werkelijk kunnen vertragen: bijvoorbeeld het voorkomen van bepaalde leeftijdsgebonden aandoeningen die worden veroorzaakt door cardiologische of neurologische degeneratie.
Vorig jaar is een team van de Universiteit van Cambridge erin geslaagd om huidcellen die bij een 53-jarige vrouw waren afgenomen met dertig jaar te verjongen, dankzij een methode van cellulaire herprogrammering die verwant is aan de methode die werd gehanteerd bij Dolly, het eerste gekloonde schaap. De wereld stond versteld van deze verjongingskuur, die ons de huid van toen we twintig waren belooft terug te geven. Maar de belangrijkste vraag is of deze ontdekking ook kan worden toegepast op andere weefsels van het organisme.
Verandering van perceptie
Het onderzoek naar veroudering zal ongetwijfeld tot controverses leiden, maar het brengt momenteel al tal van gerenommeerde wetenschappers in beweging. En ook grote investeerders uit de technologische sector laten van zich horen; zo heeft Google geld gestoken in het gespecialiseerde laboratorium Calico Life Sciences, en ondersteunt Amazon-baas Jeff Bezos het onderzoeksbedrijf Altos Labs. Het zegt veel over de verandering van perceptie: veroudering wordt niet langer gezien als een natuurlijk proces, maar als een ziekte die behandeld kan worden, en misschien wel genezen. In het stadium van klinisch onderzoek zijn er al nieuwe verjongingskuren die de aandacht trekken vanwege de resultaten bij cellen of proefdieren.
2,1 miljard grootouders over 25 jaar
The Economist schat dat het aantal opa’s en oma’s in 2050 ongeveer 22 procent van de wereldbevolking zal bedragen. ‘Dat zou iets meer zijn dan het aantal kinderen onder de vijftien,’ schrijft het Britse weekblad, dat zich verbaast over het gebrek aan universitaire belangstelling voor deze categorie van de mensheid. ‘We hebben twee onderzoekers moeten vragen een schatting te maken op basis van de VN-cijfers, aangepast aan de demografie en de familiestructuren in elk land.’ De gemiddelde leeftijd van opa’s en oma’s verschilt sterk per wereldregio, van 53 in Oeganda tot 72 in Japan. Deze intree van ‘het grootoudertijdperk’, zoals het liberale blad het noemt, ‘zal vergaande consequenties hebben en zou, dankzij het oppassen op de kinderen, tot een grootschalige sociale revolutie kunnen leiden: de toetreding van meer vrouwen tot de arbeidsmarkt’. Soms, geeft The Economist toe, ‘ten koste van het persoonlijk leven van de ouderen’.
Zo blijkt metformine, dat wordt gebruikt bij de behandeling van diabetes type 2, veelbelovend voor de verjonging van cellen en weefsels. Quercetine, dat in sommige vruchten en groenten zit en al wordt verkocht als voedingssupplement, is bij dieren doeltreffend gebleken voor het vertragen of voorkomen van bepaalde aandoeningen; proeven bij mensen laten nog op zich wachten. Rapamycine, een immunosuppressivum dat bij mensen die een orgaantransplantatie hebben ondergaan wordt gebruikt om afstoting te voorkomen, heeft bij ratten van middelbare leeftijd de kans op een leven in goede gezondheid met 60 procent verhoogd. Nu moet de wetenschap alleen nog de bijwerkingen van al deze moleculen onder controle zien te krijgen, om te voorkomen dat er gezonde cellen worden aangevallen.
De wetenschap, zo weten we, heeft tijd nodig. Omdat er tot dusver nog geen wondermiddel is gevonden, kun je je voorlopig maar het best aan de volgende twee regels houden: vermijd alles wat slecht is voor je gezondheid en blijf vooral zo lang mogelijk doen wat je leuk vindt.
Ons dieet bestaat voor een steeds groter gedeelte uit ultrabewerkte producten. Dat is niet bepaald goed voor de gezondheid. Maar voor veel mensen is ‘echt eten’ onbetaalbaar. Volgens de Britse arts infectieziekten Chris van Tulleken ligt hier een taak voor de overheid.
Het lijkt misschien raar, maar toch is het echt zo: wereldwijd is niet langer tabak, maar voedsel de belangrijkste oorzaak van een vroegtijdige dood. Jaarlijks sterven in de Verenigde Staten meer mensen aan ziekten die zijn veroorzaakt door slechte voeding dan er soldaten zijn gesneuveld in alle Amerikaanse oorlogen bij elkaar. In het Verenigd Koninkrijk is de situatie al net zo ernstig.
Volgens officiële bronnen zijn de gezondheidseffecten van voedsel direct gerelateerd aan de voedingswaarde ervan, dus de hoeveelheid vet, zout, suiker en vezels die het bevat. In het huidige systeem is het aan de consument om de uitgebreide informatie op de verpakking te lezen en op basis van de aanbevolen hoeveelheden te beslissen wat een geschikte portie is. Als je kinderen hebt, moet je die hoeveelheden ook voor hen kunnen inschatten. Voor de meeste mensen is dat vrijwel onmogelijk – maar zelfs als je precies zou kunnen berekenen hoeveel vet, zout en suiker je per hap binnenkrijgt, zou je nog steeds voorbijgaan aan een cruciale factor: in hoeverre het voedsel bewerkt is.
Bewerkt voedsel
Misschien klinkt dit je allemaal bekend in de oren, want mensen maken zich al lange tijd zorgen over ‘bewerkt voedsel’. Toch is dat niet altijd een duidelijk begrip geweest: we bewerken immers al honderdduizenden jaren voedsel. Het menselijk dieet is uitgevonden door huishoudelijk deskundigen, voornamelijk vrouwen, die planten en dieren bewerkten door ze te malen, schudden en stampen; of die ze transformeerden door ze te fermenteren en te verwarmen, waarna ze ze pekelden, rookten en droogden om ze te conserveren. Voedselbewerking heeft bijna elk onderdeel van het menselijk lichaam beïnvloed: van alle dieren met onze omvang hebben wij de kortste darmen, omdat we de darmfunctie deels hebben uitbesteed aan onze keuken. We zijn de enige diersoort die zijn voedsel moet bewerken om te overleven. Voedselbewerking is dus prima.
Maar iets meer dan tien jaar geleden stuitte een groep wetenschappers op een paradox in de gegevens van Braziliaanse voedingsonderzoeken. Obesitas was uitgegroeid van een zeldzame kwaal tot het grootste volksgezondheidsprobleem van het land, terwijl mensen minder olie en suiker kochten dan voorheen. Wel aten ze meer industrieel bewerkt voedsel: koekjes, geëmulgeerd brood, snoepgoed enzovoort. Het team ontwikkelde een definitie die onderscheid maakt tussen enerzijds traditionele levensmiddelen, al dan niet bewerkt, en anderzijds industrieel bewerkte producten, die ze ultra processed foods [ultrabewerkt voedsel] noemden, kortweg UPF’s.
De volledige definitie is pagina’s lang, omdat er zo veel verschillende producten onder vallen. Maar als je wilt weten of iets een UPF is, is een goede vuistregel dat het veelal in plastic is verpakt en een ingrediënt bevat dat je niet in een doorsneekeuken aantreft. Dankzij de uitgewerkte definitie kon de hypothese van het Braziliaanse team – dat UPF’s de oorzaak zijn van gezondheidsproblemen – worden getest. Er zijn inmiddels honderden wetenschappelijke onderzoeken die UPF’s op overtuigende wijze in verband brengen met gewichtstoename, beroertes, hartaanvallen, kanker, diabetes type 2, een hoge bloeddruk, leververvetting, chronische darmontsteking, depressie, dementie en een vroegtijdige dood.
Volproppen met UPF’s
UPF’s zijn in het Verenigd Koninkrijk goed voor zo’n 60 procent van de calorieën die we binnenkrijgen, en dat cijfer ligt voor jongeren nog hoger. Onze Britse eetcultuur draait inmiddels zodanig om UPF’s dat we onze kinderen ermee volproppen. Veel UPF’s staan al bekend als ‘junkfood’, maar het traditionele beeld dat daarbij hoort – patat, chips, frisdrank – moet worden bijgesteld. Supermarktbrood, ontbijtgranen, verpakte snacks, bewerkte vleesproducten en diepvriesmaaltijden vallen er eigenlijk ook allemaal onder. En pas op: veel UPF’s worden op de markt gebracht als producten die gezond en voedzaam zijn, of die je zelfs kunnen helpen afvallen.
Additieven en textuur
Onderzoek toont nu aan dat UPF’s niet alleen schadelijk zijn omdat ze zout, vet, suikerrijk en vezelarm zijn; het simpele feit dat ze bewerkt zijn, is de boosdoener. Als je goed naar de ingrediënten kijkt, zul je zien dat de meeste UPF’s zijn gemaakt van basisgewassen zoals maïs of soja, die zijn gereduceerd tot hun meest elementaire moleculen (eiwitisolaten, geraffineerde oliën en gemodificeerde koolhydraten). Deze worden vervolgens opnieuw samengevoegd en voorzien van additieven, om het voedsel in elke gewenste vorm of textuur te kunnen produceren.
De manipulatie van de textuur van het voedsel is een belangrijk deel van het probleem. UPF’s zijn vaak erg zacht en droog. Met behulp van gommen en oliën wordt vochtigheid nagebootst, maar het watergehalte is laag zodat de producten lang houdbaar blijven. Dat zorgt ervoor dat ze een zeer hoge energiedichtheid hebben, wat er, in combinatie met de zachte textuur, voor zorgt dat je (te) snel eet. De systemen die ons lichaam in de loop van miljoenen jaren heeft ontwikkeld om een vol gevoel te signaleren, kunnen dat niet bijhouden. Er zijn veel mogelijke verklaringen voor de schade die UPF’s veroorzaken.
Stofwisseling
Fruit en groenten zijn bijvoorbeeld complex: ze bevatten tienduizenden fytochemicaliën, moleculen die essentieel zijn voor gezonde voeding. In UPF’s is het aantal fytochemicaliën drastisch verminderd. En veel van de gebruikte additieven (zoals emulgatoren, smaakversterkers en zoetstoffen) hebben directe ongewenste effecten op onze stofwisseling en ons microbioom. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is dit allemaal fascinerend. Achterhalen wat UPF’s precies zo schadelijk maakt is belangrijk. Maar voor de volksgezondheid is het nuttiger om je af te vragen waarom ze überhaupt in de schappen liggen. Culinair deskundigen in de prehistorie vonden voedselproducten uit om hun gezin en hun omgeving te voeden.
Een economisch voedselsysteem waarin het draait om winst
Ultrabewerkt voedsel daarentegen is onderdeel van een economisch voedselsysteem waarin het draait om winst. Hierdoor persen we werkelijk elk verhandelbaar ingrediënt uit dingen die niet eens voor menselijke consumptie worden verbouwd: soja-eiwitisolaat, maïssiroop en gemodificeerd zetmeel zijn allemaal afkomstig van gewassen die op grote schaal worden verbouwd om dieren te voeden. Ons voedsel ondergaat decennialange cycli van productontwikkeling en -marketing; om de producten onweerstaanbaar te maken laten producenten ze steeds meer bewerkingsprocessen doorlopen en voegen ze steeds meer ingrediënten toe. Onderzoek wijst uit dat sommige UPF’s voor veel mensen, waaronder ikzelf, even verslavend zijn als sigaretten en andere drugs.
Multinationals
Voedsel dat is ontwikkeld door multinationals die uit zijn op winst doet iets anders met ons lichaam dan een maaltijd die is bereid door iemand die van ons houdt. Dat is misschien niet verrassend, maar het heeft lang geduurd voordat we het met zekerheid konden aantonen. Inmiddels raken onafhankelijke wetenschappers van toonaangevende instellingen zoals University College London, waar ik werk, er steeds meer van overtuigd dat ultra-processing een belangrijke motor is van de gezondheidsproblemen waaraan zo veel mensen lijden.
Echt voedsel
Dus wat moeten we doen? Nationale voedingsadviezen moeten niet alleen waarschuwen tegen zout, vet en suiker, maar ook tegen UPF’s. Dat lijkt een kleine stap, maar die is van cruciaal belang. Vervolgens moeten we voorzichtig te werk gaan. Voor veel mensen zijn UPF’s het enige betaalbare voedsel dat beschikbaar is. Beleidsveranderingen moeten voorkomen dat de kansarme groepen die het kwetsbaarst zijn voor de gevolgen ervan verder worden gestigmatiseerd. Het zou enorm helpen om de marketing van deze producten, vooral aan kinderen, te beperken. En we moeten ervoor zorgen dat alles wat in instellingen zoals scholen, ziekenhuizen en gevangenissen wordt geserveerd echt voedsel is. Uiteindelijk zullen we, net als bij tabaksproducten, moeten inzien dat een waarschuwing op de verpakking noodzakelijk is. En er zijn bredere inzichten die we in acht moeten nemen. We weten dat mensen die het kunnen betalen ook daadwerkelijk gezonder eten. Als we de gevolgen van UPF’s – gewichtstoename, diabetes en hartaanvallen – willen beperken, moeten we de oorzaken aanpakken waardoor ze voor veel mensen de enige optie zijn: armoede en ongelijkheid.
In Sub-Sahara-Afrika is de levensverwachting spectaculair gestegen dankzij succesvolle bestrijding van infectieziekten. Maar niet-overdraagbare aandoeningen worden zelden gediagnosticeerd of behandeld.
Hannah Wanjiru had jarenlang last van duizelingen en hoofdpijn. Pas na zes dure doktersafspraken werd hoge bloeddruk vastgesteld en kon ze medicijnen nemen. Intussen was ze twee jaar en verschillende flauwtes verder. In diezelfde periode kreeg haar man, David Kimani, een andere arts. Die stelde de diagnose diabetes, wat voor het echtpaar net zo onverwacht was.
Met een andere ziekte waren ze misschien beter af geweest. Niet ver van hun kleine appartement in de hoofdstad van Kenia is een openbaar ziekenhuis waar gratis behandelingen voor hiv en tuberculose worden gegeven. Hun wijk – met lage inkomens – hangt vol posters die gratis hiv-preventiediensten aanbevelen.
Dergelijke initiatieven zijn er niet voor hoge bloeddruk of diabetes, of voor andere ziekten zoals kanker en chronische ademhalingsaandoeningen. In Kenia en een groot deel van Sub-Sahara-Afrika is de gezondheidszorg – en de internationale donaties waarvan ze deels afhankelijk is – sterk gericht op de behandeling van besmettelijke ziekten zoals hiv en malaria.
‘Als ik mijn bloedsuiker laat testen, moet ik soms de hele dag wachten. Ik val dan bijna flauw in de rij,’ aldus Kimani.
Dankzij de succesvolle bestrijding van hiv, tuberculose en andere dodelijke infectieziekten en de uitbreiding van basisvoorzieningen heeft Sub-Sahara-Afrika de afgelopen twintig jaar een buitengewone stijging van de levensverwachting gezien. Een verlenging van tien jaar, zo meldde de Wereldgezondheidsorganisatie onlangs. Het is de grootste stijging ter wereld.
‘Maar de dramatische toename van hypertensie, diabetes en andere niet-overdraagbare ziekten en het gebrek aan gezondheidszorg rondom deze ziekten werken deze verbeteringen tegen’, zo stelt de WHO in een rapport over Afrikaanse gezondheidszorg. De organisatie waarschuwt hierin dat de stijging van de levensverwachting vóór het einde van het volgende decennium alweer teruggedraaid kan zijn.
Niet-overdraagbare ziekten zijn nu goed voor de helft van de ziekenhuisbedden in Kenia en meer dan een derde van de sterfgevallen. Die percentages komen min of meer overeen met de rest van Sub-Sahara-Afrika, waar mensen er bovendien op jongere leeftijd dan elders in de wereld door worden getroffen.
‘Vaccinatieprogramma’s lopen goed, en hiv-programma’s ook – maar diezelfde mensen zullen op jonge leeftijd sterven aan niet-overdraagbare ziekten,’ aldus dokter Gershim Asiki. Als onderzoeker bij het African Population and Health Research Center, een onafhankelijke organisatie in Nairobi, richt hij zich op de aanpak en preventie van de aandoeningen in kwestie.
Diagnose
De medicijnen en benodigdheden die Wanjiru (44) en Kimani (49) nodig hebben, kosten elke maand ruim 55 euro – een groot deel van het inkomen dat hun kleine buurtwinkel opbrengt, vertelt Wanjiru terwijl ze in haar woonkamer een kopje thee drinkt. Allebei slaan ze hun medicatie over in de maanden dat ze schoolgeld moeten betalen voor hun vier kinderen.
‘Eerst krijg ik hoofdpijn en voel ik me zwak, en dan voel ik me gestrest, omdat ik weet dat ik medicijnen moet kopen in plaats van eten voor mijn gezin,’ aldus Kimani.
Het komt hier maar zelden voor dat controles op aandoeningen als hoge bloeddruk regelmatig worden uitgevoerd. Het aantal diagnoses is laag, en vaak is alleen in gespecialiseerde centra in stedelijke gebieden zorg te krijgen. Mensen zijn niet bekend met de kwalen: iedereen herkent malaria, maar slechts weinig mensen weten dat wazig zicht of uitputting een gevolg is van hoge bloeddruk. Veel zorgverleners weten ook niet waar ze op moeten controleren.
Toen Asiki’s organisatie een paar jaar geleden in een arme gemeenschap in Nairobi willekeurige controles uitvoerde, ontdekten onderzoekers dat een kwart van de volwassenen hoge bloeddruk had. Tachtig procent van hen was daar echter niet van op de hoogte. Van degenen die het wel wisten, hield minder dan drie procent hun bloeddruk op peil met medicijnen.
Iedereen herkent malaria, maar weinig mensen weten dat wazig zicht en uitputting gevolg zijn van hoge bloeddruk
Slechts een fractie van het Keniaanse gezondheidsbudget wordt besteed aan niet-overdraagbare ziekten. Die fractie bedroeg elf procent in 2017 en 2018 – de meest recente cijfers in het strategisch plan van de regering. Bovendien zijn die middelen meestal bestemd voor dure curatieve diensten zoals bestralingsmachines in kankerklinieken en nierdialysecentra. ‘Ondertussen krijg ik mensen over de vloer die kanker in stadium vier hebben en een heel kleine overlevingskans, omdat ze maar geen diagnose kunnen krijgen,’ zegt Asiki.
Volgens Catherine Karekezi knippen politici graag lintjes door voor nieuwe kankercentra maar zien ze geen politiek voordeel in een screeningprogramma voor de lange termijn. Karekezi is uitvoerend directeur van de Keniaanse afdeling van internationale patiëntenorganisatie Non Communicable Disease Alliance.
‘Tachtig procent van de sterfgevallen door niet-overdraagbare ziekten in dit land is te voorkomen,’ aldus Karekezi. ‘We kunnen de oorzaken voorkomen, en als je de aandoening eenmaal hebt, kunnen we voorkomen dat er verdere complicaties ontstaan.’
Maar, zo vertelt ze, in plaats daarvan worden mensen op steeds jongere leeftijd ziek en ontwikkelen ze ernstige complicaties, waardoor ze soms niet kunnen werken. ‘Het economisch actieve deel van de bevolking wordt getroffen,’ zegt ze.
Het komt veel voor dat mensen op hun vijftigste aan een niet-gediagnosticeerde hartziekte of aan de complicaties van diabetes sterven, wat vervolgens wordt toegeschreven aan ‘ouderdom’. Er zijn geen goede mechanismen om doodsoorzaken nauwkeurig mee op te sporen, wat betekent dat noch het publiek noch beleidsmakers de ware omvang van het probleem bevatten, aldus Asiki.
In tegenstelling tot hiv-medicatie en -zorg, die gewoonlijk gratis is en gesubsidieerd wordt door internationale donoren, komt de behandeling van diabetes of hoge bloeddruk gewoonlijk voor eigen rekening. De kosten zijn vaak schrikbarend hoog, aldus dokter Jean-Marie Dangou, die het programma voor niet-overdraagbare ziekten van het regionale kantoor van de WHO in Afrika coördineert.
‘In de Democratische Republiek Congo kost de behandeling van hypertensie maandelijks twee derde van het gemiddelde gezinsinkomen,’ vertelt hij. ‘Voor een gezin is dat absurd. Toch komt het best veel voor.’
Annah Mutindi (42) gaf al het geld dat ze als bediende in een kledingwinkel in Nairobi had opgespaard uit aan doktersbezoeken en tests. Totdat in januari 2021 werd vastgesteld dat de pijnlijke knobbel in haar borst kanker was. Ze kreeg een behandeling van twaalf tweewekelijkse chemokuren voorgeschreven. In principe had ze die tegen minimale kosten kunnen krijgen in een groot openbaar ziekenhuis in het centrum van de stad, maar de behandeling was almaar niet op voorraad.
In plaats daarvan moest ze wachten tot haar familie en vrienden om de paar weken 340 euro bij elkaar konden schrapen, zodat ze de behandelingen een voor een kon betalen, verspreid over de daaropvolgende negen maanden.
‘Ik was in shock toen ze me vertelden dat het kanker was, want ik drink nooit alcohol en ik eet gezond,’ zegt Mutindi over haar diagnose. ‘Ze zeiden dat het misschien door omgevingsfactoren kwam.’
Stijging
Het aandeel van de sterfgevallen die door niet-overdraagbare ziekten veroorzaakt worden, neemt in de hele regio toe. Dit gebeurt het snelst in de dichtstbevolkte landen van het continent, aldus Dangou. In Ethiopië bijvoorbeeld bedroeg sterfte door dergelijke aandoeningen vorig jaar 43 procent van alle sterfgevallen. In 2015 was dat nog maar 30 procent. In Congo vond een vergelijkbare stijging plaats.
Het is duidelijk dat een deel van deze stijging wordt veroorzaakt door de snelle verstedelijking en een toenemend sedentaire levensstijl. Een andere factor is dat er meer tabak, alcohol en bewerkt voedsel worden genuttigd.
De regering van Kenia heeft lang gewacht met ontmoedigingsbeleid. En alle drie de industrieën hebben machtige lobbyorganisaties die erop gericht zijn wettelijke maatregelen zoals belasting op suikerhoudende dranken tegen te houden. Kenia is een belangrijke tabaksproducent en de tabaksindustrie blijft de regering erop wijzen op de hoeveelheid banen die ze biedt, vertelt Asiki.
Het is natuurlijk ook zo dat mensen domweg langer leven door de succesvolle strijd tegen infectieziekten. Maar andere oorzaken, zoals mogelijke genetische factoren en een correlatie met blootstelling aan infectieziekten, worden minder goed begrepen.
Het blijft een mysterie waarom niet-overdraagbare ziekten in deze regio zo snel en bij relatief jonge mensen toenemen. Overheden doen weinig om te onderzoeken hoe dat komt.
‘Toen ik tien jaar geleden als arts in een plattelandsgebied werkte, zag je per dag vijftig patiënten met deze aandoeningen. Nu zijn het er vijfhonderd tot duizend’
Het jarenlang innemen van de antiretrovirale geneesmiddelen die hiv bestrijden, kan leiden tot een hoger risico op hartziekten. Stadsbewoners hebben bovendien vaker te maken met luchtvervuiling en milieuvergiftiging. Sommige kampen bovendien met stress, doordat ze wonen in een wijk waar geweld en onveiligheid aan de orde van de dag zijn. Al deze factoren spelen volgens Asiki mee, maar we weten nog weinig over het cumulatieve effect.
Dokter Andrew Mulwa heeft de leiding over de programma’s voor preventie en gezondheidsbevordering van het Keniaanse ministerie van Volksgezondheid. Hij geeft aan dat de regering zich zorgen maakt over de forse stijging van het aantal niet-overdraagbare aandoeningen, maar dat het lang duurt om diagnostisering en behandeling in plattelandsgebieden mogelijk te maken.
‘Toen ik tien jaar geleden als arts in een plattelandsgebied werkte, zag je per dag vijftig patiënten met deze aandoeningen. Nu zijn het er vijfhonderd tot duizend, allemaal in dezelfde instelling,’ aldus Mulwa.
Slechte voeding beïnvloedt de toename van niet-overdraagbare ziekten op meerdere manieren – een fenomeen dat Asiki ‘het dubbele nadeel van ondervoeding’ noemt. Deze regio kent zowel het grootste aantal onvolgroeide kinderen ter wereld als het snelst groeiende percentage zwaarlijvigen.
In huishoudens met lage inkomens komen vaak zowel ondervoede kinderen voor als volwassenen die zwaarlijvig zijn. De kinderen missen eiwitten en voedingsstoffen die essentieel zijn voor hun groei; de obesitas is het gevolg van goedkoop, vet en energierijk straatvoedsel, dat vaak beter betaalbaar is dan groente en het gas dat nodig is om thuis te koken.
‘Het kan zijn dat je te veel slecht voedsel eet maar toch onvoldoende voedzaam voedsel binnenkrijgt,’ aldus Asiki. ‘Het lichaam slaat overtollige energie op als vet – maar uiteindelijk lijdt het alsnog aan schaarste.’
Hij denkt dat de regering zo traag is geweest met het organiseren van screeningprogramma’s omdat ze de omvang van het probleem niet aankon.
‘Plotseling besef je: ik heb niet genoeg medicijnen voor hypertensie, ik heb niet genoeg medicijnen om mensen met kanker te behandelen,’ zegt Asiki. ‘Als je screent, kies je behandelbare gevallen. Maar hebben we wel de middelen om ze te behandelen?’
De vloeistof die onze mond produceert, is niet alleen een glijmiddel. Speeksel speelt een actieve rol in hoe we smaak ervaren en heeft invloed op onze voedselkeuze, zo hebben onderzoekers ontdekt.
Op het eerste gezicht lijkt speeksel nogal saai spul. Handig om ons voedsel mee te bevochtigen, meer niet. De realiteit is heel anders, beginnen wetenschappers nu te begrijpen. De vloeistof gaat een ingewikkelde interactie aan met alles wat in de mond komt, en hoewel speeksel voor 99 procent uit water bestaat, heeft het een grote invloed op de smaak van wat we eten en drinken, en het genot dat we daaruit putten.
‘Het is een vloeistof, maar niet zomaar een vloeistof,’ zegt oraal bioloog Guy Carpenter van King’s College London.
Wetenschappers weten al een tijd dat speeksel voor van alles en nog wat dient: het beschermt het gebit, vergemakkelijkt het spreken en biedt binnenkomend voedsel een uitnodigende omgeving. Nu zijn onderzoekers erachter gekomen dat speeksel ook bemiddelend optreedt en als vertaler dienst doet, dat het invloed uitoefent op hoe voedsel door de mond beweegt en onze zintuigen prikkelt. En er zijn steeds meer aanwijzingen dat uitwisselingen tussen speeksel en voedsel voor een deel bepalen wat we graag eten.
‘Orale voedselverwerking’
De substantie is niet erg zout, waardoor we het zout van een aardappelchip kunnen proeven, en niet erg zuur, waardoor een scheutje citroen zo kan prikkelen. Elke hap voedsel wordt met water- en speekseleiwitten ingevet, waarop enzymen zoals amylase en lipase het verteringsproces op gang brengen. Het speeksel levert smaakstoffen af bij de smaakpapillen, waar de twee met elkaar kunnen communiceren. Speeksel, zo zegt de Chinese voedingswetenschapper Jianshe Chen, zorgt ervoor dat we ‘de chemische informatie van voedsel – het aroma, de smaak – detecteren.’
Chen bedacht de term ‘orale voedselverwerking’ in 2009 om het multidisciplinaire veld te beschrijven dat bestaat uit voedingswetenschap, de fysica van voedingsstoffen, de fysiologische en psychologische reacties van het lichaam op voedsel en meer. Hij schreef over het onderwerp in de Annual Review of Food Science and Technology 2022. Als mensen eten, legt hij uit, proeven ze eigenlijk niet het eten zelf, maar een mengsel van voedsel en speeksel. Zo kun je alleen een zoet- of zuursmakend molecuul in een hap eten proeven als dat molecuul de smaakpapillen kan bereiken – en daarvoor moet het door de laag speeksel heen die de tong bedekt.
Anders proeven
Dat is allemaal niet zo vanzelfsprekend, zegt de eerder aangehaalde oraal bioloog Guy Carpenter, die erop wijst dat frisdrank zoeter smaakt als er geen prik in zit. Lang werd aangenomen dat dit kwam doordat sprankelende bubbeltjes kooldioxide in verse frisdrank zorgden voor een zuur stootje dat de hersenen afleidde van de zoetheid. Niet dus. Carpenter en zijn collega’s bestudeerden het proces in een kunstmatige laboratoriummond en ontdekten dat het speeksel de frisdrankbubbels belette om hun weg te vinden tussen tong en verhemelte. Carpenter denkt dat deze ophoping van bubbels voorkomt dat de suikers de smaakreceptoren op de tong bereiken. Met frisdrank zonder koolzuur zijn er geen luchtbellen die de zoete smaak blokkeren.
Speeksel heeft ook invloed op de aroma’s – aroma’s die voor het overgrote deel onze smaakperceptie bepalen en voortkomen uit voedsel in de mond. Door het kauwen lossen sommige smaakmoleculen op in het speeksel en andere niet. Die laatste moleculen kunnen in de neusholte terechtkomen en worden er opgemerkt door de talloze receptoren aldaar. Wat betekent dit? Dat mensen met verschillende speekseldebieten of speekselsamenstelling – met name van eiwitten in de vorm van slijmstoffen – iets heel anders kunnen proeven terwijl ze hetzelfde eten of drinken.
De proefpersonen die meer speeksel produceerden ervoeren meestal intensere smaken
Spaanse onderzoekers maten bijvoorbeeld de speekselvloed van tien wijnproevers. Aan de wijn waren fruitige esters toegevoegd. De vrijwilligers die meer speeksel produceerden ervoeren meestal intensere smaken – misschien omdat ze vaker slikten en daardoor meer aroma’s in hun neusholtes kregen. Met andere woorden: wijnliefhebbers die prat gaan op hun vermogen aromanuances te detecteren, hebben dit op zijn minst voor een deel aan hun spuug te danken.
Speeksel speelt ook een prominente rol in onze perceptie van textuur. Neem wrangheid, dat droge gevoel in je mond als je rode wijn drinkt of onrijp fruit eet. Dat is niet de schuld van de wijn, nee, tanninemoleculen in de wijn zorgen ervoor dat eiwitten uit het speeksel neerslaan, waardoor dat speeksel niet meer zo goed smeert.
Dankzij speeksel weten wij ook voedsel met een hoog en laag vetgehalte te onderscheiden. Ook als twee yoghurts er hetzelfde uitzien en net zo vloeibaar zijn, voelt een vetarme versie droger in de mond, aldus Anwesha Sarkar, voedingswetenschapper aan de universiteit van Leeds. ‘We proberen niet de eigenschappen van het voedsel te doorgronden, maar de wisselwerking ervan met de oppervlakte,’ zegt Sarkar. Een mengsel van melkvet en speeksel creëert een laag druppeltjes in de mond die de wrangheid kan verdoezelen en de yoghurt een rijkere smaak geeft.
Mechanische tong
Sarkar gebruikt voor haar onderzoek een mechanische tong, gedoopt in kunstmatig speeksel, die simuleert wat er gebeurt als voedsel door de mond beweegt en hoe dat de zintuiglijke ervaring van het eten beïnvloedt. Een smoothie met weinig vet, zegt Sarkar, lijkt op het eerste gezicht romig, maar mist de weelderige textuur die vet levert indien vermengd met speeksel.
Een volledig inzicht in deze interacties tussen speeksel, voedsel en de mond – en de overdracht van de informatie naar de hersenen – kan leiden tot de productie van gezonder voedsel, aldus Sarkar. Ze denkt aan ‘getrapt voedsel’ dat genoeg suiker aan de buitenkant bevat om in speeksel te kunnen oplossen met een gevoel van zoetheid als gevolg, maar dat in zijn geheel lagere concentraties suiker en dus ook een lager calorieniveau kent. Een dergelijke opzet kan volgens haar leiden tot voedsel met minder vet.
Maar het is niet makkelijk om deze interacties zo goed te begrijpen dat je zulke voedingsmiddelen kunt ontwikkelen. Speeksel en smaakperceptie variëren de hele dag door, en dan zijn er op dat gebied ook nog eens verschillen tussen individuen. Meestal is speeksel traag in de ochtend en het vloeiendst vroeg in de middag. En de componenten van het speeksel van ieder individu – hoeveelheden van bepaalde eiwitten bijvoorbeeld – fluctueren de hele dag, net als stimulerende aroma’s.
Speekseleiwitten
Oraal biochemicus Elsa Lamy van de Universiteit van Évora in Portugal heeft dit onderzocht door geblinddoekte vrijwilligers zo’n vier minuten lang aan een stuk brood te laten ruiken. Ondertussen hield ze in de gaten of er veranderingen in hun speeksel optraden. Twee soorten eiwit – zetmeel verterende amylases en cystatines – die met smaakgevoeligheid en smaakperceptie in verband worden gebracht, namen toe na de blootstelling aan het brood. Soortgelijke experimenten volgden met vanille en citroen, en in alle gevallen veranderden de niveaus van speekseleiwitten, hoewel die afhingen van het voorgezette voedsel. Lamy en haar team proberen er nu achter te komen wat voor functie die stijging in eiwitten kan hebben.
De samenstelling van speeksel verschilt van persoon tot persoon – en hangt deels af van iemands vroegere voedselkeuzes, zegt Ann-Marie Torregrossa, een gedragsneurowetenschapper aan de Universiteit van Buffalo. Toen zij ratten onderwierp aan een dieet met additieven die bitter smaakten, registreerde zij scherpe toenamen van speekseleiwitten in tal van categorieën. Ondertussen leken de ratten dat bittere spul in hun eten steeds meer te accepteren. ‘De conclusie is dus dat broccoli best lekker is als je niets anders meer eet,’ zegt Torregrossa.
In een ander experiment gebruikte ze katheters om speeksel van ratten die bitter voedsel gewend waren over te brengen naar andere rattenbekjes. Die diertjes gingen bitter voedsel prompt beter verdragen. Maar controledieren die de bitterheid verdragende speekseleiwitten werden onthouden, moesten niets van het bittere voedsel hebben.
Torregrossa en haar medewerkers zijn er nog niet uit welke eiwitten precies verantwoordelijk zijn voor deze tolerantie. Er zijn wel een paar kandidaten, zoals prolinerijke eiwitten en proteaseremmers, maar er zijn misschien nog andere. Ze moeten weten om welke eiwitten het gaat voordat ze kunnen beoordelen hoe reacties op bittere smaken in de mond en in de hersenen worden beïnvloed.
Ratten zijn natuurlijk geen mensen. Wel zijn er aanwijzingen gevonden dat hun speeksel soortgelijke dingen doet met smaakperceptie als bij mensen. Het beeld is echter ingewikkelder. ‘Het menselijk dieet en de menselijke ervaring worden beïnvloed door tal van andere factoren die knaagdieren gewoon vreemd zijn,’ zegt Lissa Davis, wetenschapper aan de Purdue University in Indiana, die smaak en gedrag bestudeert.
Gezondere eetgewoonten
Maar als deze patronen kunnen worden gedecodeerd en begrepen, dan belooft dat wat, zegt Lamy. Als je kinderen een additief zou kunnen geven dat veranderingen in hun speeksel stimuleert en hun ervaring met een bittere groente daardoor letterlijk en figuurlijk verteerbaarder maakt, zou dat gezondere eetgewoonten kunnen bevorderen. Als hun eerste ervaring met nieuw voedsel verschoond blijft van een hoge bitterheidsgraad, dan zullen ze goede smaakervaringen met die groente hebben.
Meer in het algemeen zal een beter begrip van de invloed van speeksel op smaak – en die van voedsel op de samenstelling van speeksel – veel nieuwe manieren mogelijk kunnen maken om eetvoorkeuren om te buigen naar vaak weinig populair maar gezond voedsel. ‘Hoe,’ zegt Torregrossa, ‘kunnen we haters van dat voedsel veranderen in liefhebbers? Die vraag houdt me bezig.’
Hoe hard feministen ook door de jaren heen hebben geroepen dat vrouwen zich van hun ijdelheid moesten bevrijden, gewicht en uiterlijk spelen voor velen nog altijd een belangrijke rol. Vrouwen die slank zijn, krijgen zelfs beter betaald.
Mireille Guiliano is een succesvolle, slanke vrouw. Ze werd geboren in Frankrijk en studeerde in Parijs, waarna ze als tolk voor de Verenigde Naties ging werken. Vervolgens ging ze in de champagnebranche, en in 1984 trad ze in dienst bij Veuve Clicquot, dat toen nogal matig presteerde. Ze klom op in de rangen en lanceerde een dochteronderneming in de VS. Daarvan werd ze in 1991 directeur en ze leidde het bedrijf met groot succes. In haar appartement met uitzicht op Manhattan biedt ze een glas water aan. ‘Je weet hoeveel ik van water hou,’ zegt ze. Inderdaad, want veel water drinken is een hoofdregel in Waarom Franse vrouwen niet dik worden, Guiliano’s bestseller over afvallen en slank blijven ‘op Franse wijze’.
In het boek beschrijft ze hoe vreselijk ze het als tiener vond om zwaarder te worden toen ze een zomer in Amerika verbleef. Haar ongemak bereikte een dieptepunt toen ze weer terugkwam in Frankrijk en haar vader, in plaats van haar te omhelzen, zei dat ze eruitzag ‘als een zak aardappelen’. Ze ging op dieet, pikte haar oude Franse gewoonten weer op (veel water, afgemeten porties, regelmatig bewegen) en liet de weegschaal weer in haar voordeel doorslaan.
Als succesvolle vrouw die bereid is publiekelijk over haar uiterlijk en gewicht te praten, is Guiliano een zeldzaamheid. ‘Natuurlijk wil niemand het erover hebben,’ zegt ze. ‘Het is gemakkelijker om te doen alsof het vanzelf gaat.’ Opeenvolgende feministische golven vertelden verstandige vrouwen dat ze zich moesten bevrijden van ijdelheid, van de huishoudelijke slavernij en van een door voortplanting bepaald bestaan.
Maar een vrouw die diep wordt geraakt door een opmerking over haar gewicht is geen uitzondering. Aubrey Gordon, medepresentator van Maintenance Phase, een podcast die hedendaagse problemen rond afvallen en welzijn aanpakt, kreeg al op haar tiende van een arts te horen dat ze overgewicht had. En Roxane Gay, een Amerikaanse auteur, beschrijft de schrik op het gezicht van haar ouders toen ze op dertienjarige leeftijd terugkwam van haar eerste semester op een kostschool en zo’n 14 kilo meer woog dan toen ze vertrok.
Vandaag de dag is het perfecte lichaam de ‘weasel body’
Het zijn persoonlijke maar ook universele ervaringen, althans in de rijke landen. Ze weerspiegelen de druk op vrouwen om op een ‘ideaal’ te lijken. Dat ideaal is in de loop der tijd veranderd. Naakten uit de Renaissance tonen bijvoorbeeld weelderige rondingen, maar de laatste decennia is slankheid het schoonheidsideaal. In de jaren tachtig gold in New York de ‘social x-ray’ – een term die Tom Wolfe introduceerde in zijn roman Het vreugdevuur der ijdelheden om vrouwen te beschrijven die zo dun waren dat ze haast tweedimensionaal leken. In Londen werd dat in de jaren negentig het ideaal van heroin chic.
Als een wezel
Vandaag de dag is het perfecte lichaam ‘weasel body’, zegt een vrouw uit Los Angeles, die om zich heen veel vrouwen ziet die fysieke perfectie nastreven. Ze proberen er zo gestroomlijnd en strak uit te zien als een wezel, alsof ze door het water kunnen glijden zonder een rimpeling te veroorzaken. Het streven naar zo’n lichaam laat misschien iets meer eten toe dan de diëten van vroeger, maar het is even moeilijk te bereiken.
Alle vrouwen zijn zich uiteindelijk bewust van het belang dat aan hun lichaam wordt gehecht. Het is alsof meisjes nietsvermoedend door een bos lopen en dan de bomen te zien krijgen. Wellicht vragen ze zich af hoe die bomen daar gekomen zijn, hoelang ze er al groeien en hoe diep hun wortels werkelijk gaan. Maar ze kunnen er weinig aan doen en het is bijna onmogelijk om zich de wereld anders voor te stellen. Het fabeltje dat slimme en ambitieuze vrouwen, die hun waarde op de arbeidsmarkt kunnen bepalen op basis van hun intelligentie of opleiding, geen aandacht hoeven te besteden aan hun figuur is moeilijk vol te houden als je kijkt naar gegevens over de wisselwerking tussen gewicht en loon of inkomen. De relatie is anders in arme landen waar rijke mensen over het algemeen zwaarder zijn dan arme.
In landen als de VS, Groot-Brittannië en Duitsland en rijke Aziatische landen als Zuid-Korea zijn rijke mensen dunner dan arme mensen. Kenmerkend is een licht dalende relatie tussen maatstaven voor gewicht zoals de bodymassindex (BMI) – een maat voor zwaarlijvigheid – of het deel van de bevolking dat zwaarlijvig is, en het inkomen, gemeten naar lonen, het aantal mensen onder de armoedegrens of het inkomenskwartiel.
Dat arme mensen meer kans hebben op overgewicht wordt vaak verklaard met het argument dat zwaarlijvigheid in rijke landen een kenmerk is van armoede. Arme mensen zouden zich moeilijk gezond voedsel kunnen veroorloven. Ze grijpen misschien eerder naar bewerkt voedsel of fastfood, omdat ze geen tijd hebben om thuis te koken of minder tijd hebben om te sporten; slechter betaalde banen gaan immers vaak gepaard met lange diensten en met minder flexibiliteit dan de banen van de ‘laptopklasse’. Aangezien een laag inkomen vaak het gevolg is van een beperkte opleiding, kan het gebrek aan opleiding ook leiden tot gebrek aan kennis over een gezond gewicht.
Het probleem met al deze verklaringen is dat de correlatie tussen inkomen en gewicht op landelijk niveau in de meer ontwikkelde landen bijna volledig voor rekening komt van vrouwen. Uitgedrukt in een grafiek toont het verband tussen inkomen en gewicht in de VS en Italië een horizontale lijn voor mannen en een dalende lijn voor vrouwen.
Zuid-Korea
In Zuid-Korea is de correlatie positief voor mannen, maar deze wordt ruimschoots tenietgedaan door de sterk negatieve correlatie bij vrouwen. In Frankrijk loopt de lijn voor mannen licht naar beneden, maar voor vrouwen veel steiler. Dergelijke patronen, op welke manier ook gemeten, lijken te gelden voor de meeste rijke landen.
Met andere woorden: rijke vrouwen zijn veel slanker dan arme vrouwen, maar rijke mannen zijn ongeveer even dik als arme mannen. Wallis Simpson, van wie het huwelijk met koning Edward VIII leidde tot diens troonsafstand, zou hebben gezegd dat een vrouw ‘nooit te rijk of te dun kan zijn’. Kennelijk moet ze allebei of geen van beide zijn.
Je zult dan moeten uitleggen waarom die dynamiek alleen vrouwen lijkt te treffen
Dat zou iedereen tot nadenken moeten stemmen die denkt dat armoede de verklaring is voor zwaarlijvigheid, of dat rijk zijn bevorderlijk is voor een lager gewicht. Je zult dan moeten uitleggen waarom die dynamiek alleen vrouwen lijkt te treffen. Misschien is het verband voor beide geslachten hetzelfde, maar verschillen de beroepen die ze uitoefenen en die slankheid vereisen of tot gevolg kunnen hebben. Mannen doen onevenredig veel laagbetaald fysiek werk, zoals in de bouw (hoewel verplegend personeel onevenredig vaak uit vrouwen bestaat, die evenveel tijd lopend of staand doorbrengen als bouwvakkers). Van sommige rijke vrouwen, zoals actrices, kan expliciet worden geëist dat zij slank zijn om bepaalde rollen te kunnen spelen.
Toch is het moeilijk te geloven dat een van deze wetmatigheden het complete verschil verklaart. Uit gegevens van het Amerikaanse Bureau of Labour Statistics (BLS) blijkt dat slechts 3,5 procent van de beroepsbevolking intensief lichamelijk werk doet (in sommige categorieën, zoals bewegingsonderwijs en dansen, werken veel vrouwen). Slechts 0,1 procent van deze mensen heeft een baan als acteur. Dat er een genderkloof bestaat in de relatie tussen inkomen en gewicht die niet gemakkelijk kan worden verklaard door andere verschillen tussen mannen en vrouwen, wijst op een andere verklaring: misschien helpt dun zijn vrouwen om rijk te worden.
Minder loon
Uit talloze studies blijkt dat vrouwen met overgewicht of obesitas minder betaald krijgen dan hun slankere collega’s, terwijl er weinig verschil bestaat in loon tussen mannen met overgewicht en mannen die medisch gezien binnen het ‘normale bereik’ vallen. Er zijn uitzonderingen: uit een Zweeds onderzoek bleek dat zwaarlijvige mannen minder betaald kregen, maar zwaarlijvige vrouwen niet. Maar uit onderzoek in de VS, Groot-Brittannië, Canada en Denemarken blijkt dat vrouwen met overgewicht minder verdienen. De straf voor een zwaarlijvige vrouw is aanzienlijk: het kost haar ongeveer 10 procent van haar inkomen.
Uit onderzoek blijkt dat vrouwen met overgewicht 10 procent minder verdienen
Dat kan zelfs nog een onderschatting van de werkelijkheid zijn, want de loonkloof is moeilijk te meten bij mensen die geen werk vinden vanwege hun omvang. De hoogste schattingen van hogere lonen voor slanke vrouwen zijn zo significant, dat het bijna evenveel loont om af te vallen als om bij te scholen. De loonpremie voor het behalen van een masterdiploma bedraagt ongeveer 18 procent. Dat is slechts 1,8 maal de premie die een zwaarlijvige vrouw in theorie verdient door zo’n 29 kilo af te vallen – ruwweg de hoeveelheid die een matig zwaarlijvige vrouw van gemiddelde lengte moet afvallen om in het medisch gedefinieerde ‘normale bereik’ te vallen. Die maatregel lijkt vooral significant te zijn voor witte vrouwen – het bewijs voor zwarte of Latijns-Amerikaanse vrouwen is zwakker (hoewel dat gedeeltelijk kan worden verklaard door het feit dat studies vaak gebruikmaken van de BMI, wat tot een verkeerde classificatie van deze vrouwen kan leiden).
Discriminatie van zwaarlijvige vrouwen is niet afgenomen naarmate hun aantal toenam. ‘Je zou een afnemend loonverschil kunnen verwachten doordat er steeds meer mensen met overgewicht bij komen’, schreef econoom David Lempert in een paper voor het BLS, omdat overgewicht meer algemeen aanvaard is. In plaats daarvan is het stigma van mensen met overgewicht meegegroeid met hun aantal; het is tussen 1980 en 2000 bijna verdubbeld. Lempert suggereert dat dit kan komen doordat ‘de toenemende zeldzaamheid van slankheid heeft geleid tot een hogere premie voor slanke mensen’.
De conclusie van het artikel stapelt de ene kwaad makende zin op de andere. Naarmate zwaardere vrouwen ouder worden, schrijft Lempert, ondervinden zij de gevolgen van jarenlange cumulatieve loondiscriminatie. Hun startloon is lager, en gedurende hun loopbaan krijgen deze vrouwen minder loonsverhoging en promotie. Uit het artikel blijkt ‘dat een drieënveertigjarige vrouw met overgewicht in 2004 een grotere loonstraf kreeg dan toen ze twintig was in 1981’, en ook dat ‘een twintigjarige vrouw met overgewicht nu een grotere loonstraf krijgt dan ze in 1981 op twintigjarige leeftijd zou hebben gekregen’.
Deels kan dat een weerspiegeling zijn van de hogere kosten die werkgevers moeten betalen voor hun zwaarlijvige werknemers, vooral in Amerika. De premie voor een ziektekostenverzekering wordt in de VS vaak door de werkgever betaald, en iemand met overgewicht of obesitas heeft doorgaans hogere kosten, onder andere doordat er bij het ouder worden meer gezondheidsproblemen optreden. Toch is het onduidelijk waarom deze kosten alleen op vrouwen worden afgewenteld. En studies in Canada en Europa (waar door de overheid gefinancierde gezondheidszorg de norm is) tonen al even grote loonstraffen voor vrouwen.
De houding tegenover zwaarlijvige personen is aanzienlijk negatiever geworden
Het idee dat het bestraffen van zwaarlijvigheid toe- in plaats van afneemt wordt onderbouwd door de resultaten van een onderzoek van de Harvard-universiteit naar impliciete vooroordelen. Aan de testpersonen wordt gevraagd mensen van verschillend ras, geslacht, seksuele geaardheid of gewicht te associëren met woorden als ‘goed’ of ‘slecht’. In het algemeen gaan de uitkomsten de positieve kant op: discriminatie op grond van ras en geslacht is de afgelopen tien jaar afgenomen. Negatieve associaties met homo’s zijn met eenderde gedaald. Gewicht is de uitzondering: de houding tegenover zwaarlijvige personen is aanzienlijk negatiever geworden.
In deze context lijken de argumenten die vaak worden gebruikt om te verklaren waarom vrouwen en meisjes zo veel druk voelen om slank te zijn, en een laag zelfbeeld hebben als zij dat niet zijn, jammerlijk onvolledig. Misschien voelen vrouwen zich inderdaad slecht over zichzelf omdat ze zich vergelijken met die slanke hinde op de omslag van een tijdschrift en laten ze zich wijsmaken dat die foto’s onbewerkt en haalbaar zijn. Misschien heeft een arts of een van hun ouders toen ze klein waren een opmerking gemaakt over hun gewicht. Maar naast deze druk is er ook die krachtige prikkel van de markt: vrouwen zien haarscherp in dat niet afvallen of slank worden hun letterlijk geld kost.
Rendement
Het is voor iedereen logisch dat tijd steken in een opleiding economisch rendement oplevert. Op dezelfde manier lijkt het voor vrouwen logisch om te streven naar een slank lichaam. Obsessief bezig zijn met wat en hoeveel je moet eten, dure fitnesslessen: het zijn investeringen die rendement opleveren. Voor mannen geldt dat niet.
Vrouwen zijn zich tot op zekere hoogte hiervan bewust. Een generatie geleden leek het voor hen nog vanzelfsprekend. ‘Het belangrijkste waar je na – of tijdens – je werk mee bezig moet zijn, is je uiterlijk en je uitstraling. Het is ondenkbaar dat een vrouw die “alles wil” dik zou willen zijn, of zelfs mollig’, schreef Helen Gurley-Brown, redacteur van Cosmopolitan in de jaren tachtig en negentig, in haar boek Having It All – alvorens allerhande advies te geven over hoe je overleeft op 800 calorieën per dag en vrouwen aan te moedigen dagelijks op de weegschaal te gaan staan en te accepteren dat ‘diëten een hel is’ en ‘op te houden daar depressief van te worden’.
Bodypositivity
Zo’n benadering werd vier decennia geleden misschien makkelijker geslikt, maar de economische realiteit is niet heel erg veranderd. Het enige andere is het leidende narratief, dat nu bodypositivity omarmt en diëten schuwt. In plaats van het South Beach- of het Atkins-dieet gaan vrouwen nu bepaalde voedingsmiddelen mijden: ze eten glutenvrij, veganistisch of suikerarm, onder het mom van gezondheid of welzijn, om hun darmflora te verbeteren of om hun energieniveau te verhogen. Mensen geven veel geld uit aan SoulCycle-lessen, om sterk en fit te worden, maar niet om calorieën te verbranden. ‘Zelfs vrouwenglossy’s zijn nu sceptisch over de van bovenaf opgelegde verhalen over hoe we eruit moeten zien… maar de psychologische parasiet van de ideale vrouw heeft zich zo geëvolueerd dat ze nu ook overleeft in een ecosysteem dat zich zogenaamd tegen haar verzet’, schrijft Jia Tolentino in haar boek Spiegeldoolhof. Het feminisme ‘heeft de tirannie van de ideale vrouw niet uitgeroeid, maar haar stevig verankerd en juist weerbarstiger gemaakt.’
Omdat zwaarlijvigheid een verhoogd gezondheidsrisico met zich meebrengt, zullen sommigen beweren dat het geen probleem is dat vrouwen worden gestimuleerd om af te vallen. Maar dit berust op twee wankele pijlers van de logica: ten eerste dat mensen hun gewicht volledig onder controle kunnen hebben, en ten tweede dat schaamte een goede motivator is.
De meeste mensen kennen het effect dat een beetje minder eten en meer bewegen heeft op hun lichaam. Daarom is het gebruikelijk om te denken dat gewicht en obesitas veranderbare eigenschappen zijn – eigenschappen waar slanke mensen aan werken en dikke mensen niet. Als dat het geval was, zou het voor vrouwen mogelijk zijn om discriminatie op grond van gewicht achter zich te laten, door zich aan te passen aan het lichaamstype dat de maatschappij van hen verlangt.
Het is bijna onmogelijk om af te vallen én op gewicht te blijven
Maar dit idee van volledige controle is misplaatst. Mensen melden vaak dat ze zwaarder worden als ze antidepressiva gaan gebruiken; bij vrouwen is dat bijvoorbeeld vaak het geval als ze lijden aan aandoeningen zoals het polycysteus-ovariumsyndroom. Roxane Gay beschrijft hoe haar gewicht toenam in de nasleep van een brute aanranding. Het roept ook de vraag op waarom een groot deel van de mensheid in de jaren tachtig collectief de controle over zijn eetgewoonten verloor en in de ontwikkelde landen zwaarlijvigheid sterk begon toe te nemen. Wetenschappers twijfelen over het antwoord (sommigen wijzen op de opkomst van bewerkt voedsel), maar zijn het er wel over eens dat het bijna onmogelijk is om af te vallen én op gewicht te blijven. Mensen die dat lukt zijn veel zeldzamer dan mensen die het hun leven lang proberen, daar niet in slagen en zichzelf de schuld geven.
Misschien werkt schaamte voor sommige mensen. Het werkte voor Guiliano. Op de vraag waarom ze na de opmerking van haar vader besloot om af te vallen, in plaats van hem uit te schelden, aarzelt ze even. ‘Hij had natuurlijk gelijk,’ zegt ze dan.
Hoge prijs
Maar denk ook aan de enorme kosten die het stigma, de schaamte en de angst met zich meebrengen voor vrouwen en meisjes die zich hun leven lang zorgen maken over wat hun overgewicht hun gaat kosten. Het is onmogelijk om niet te merken hoeveel tijd, energie en geld vrouwen investeren in het bijhouden wat ze eten, in dieetboeken en in fitnesscursussen.
Iedereen die weleens een sapkuur of een dieet van koolsoep heeft geprobeerd, weet dat slank willen zijn ten koste gaat van andere belangrijke dingen die meisjes en vrouwen willen doen, zoals je kunnen concentreren op examens en werk, of genieten van eten. Volgens sommige onderzoeken zijn zesjarige meisjes zich al bewust van de verwachting dat ze dun moeten zijn. Vervolgens kunnen ze als pubers ‘door de plotselinge schoonheidseisen worden overweldigd, slachtoffer worden van anorexia en boulimia’, schrijft Tolentino. De meeste vrouwen proberen zich aan te passen. Maar welke keuze ze ook maken, de prijs is hoog.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.