Onderwerpen: Lichaam

  • De helft van de wereldbevolking heeft een clitoris. Waarom wordt die dan zo weinig bestudeerd?

    De helft van de wereldbevolking heeft een clitoris. Waarom wordt die dan zo weinig bestudeerd?

    De clitoris wordt ‘door vrijwel iedereen genegeerd’, aldus medische deskundigen. Die nalatigheid kan funest zijn voor de seksuele gezondheid van vrouwen.

    Gillian zat niet te wachten op een perforator in de buurt van haar geslachtsdelen. Dus toen een gynaecoloog in 2018 voorstelde om voor een kankercontrole een biopt van haar vulva te nemen, aarzelde ze. De arts had het vermoeden dat het witachtige huidvlekje dat Gillian naast haar clitoris had gevonden lichen sclerosus was, een huidaandoening die meestal goedaardig is. Gillian, die als verpleegster werkt, vond het wat extreem klinken om uit haar gevoeligste lichaamsdeel een stukje weg te laten halen.

    Uiteindelijk stemde ze toch toe, want hij was een dokter en zij slechts een verpleger. Ze ging ervan uit dat hij op het gebied van de clitoris een autoriteit was. ‘Ik had nooit in de gynaecologie gewerkt,’ zegt Gillian, die vanwege haar privacy alleen haar voornaam noemt. ‘Ik was behoorlijk onwetend.’

    Vóór de biopsie kreeg ze een ruggenprik om het gebied te verdoven. Haar benen werden in beugels geplaatst. Om het bloeden te stelpen, legde de dokter zijn ene hand over de andere heen en drukte vervolgens hard tegen haar vulva aan. (Dat zijn de uitwendige delen van de vrouwelijke genitaliën, waartoe de binnenste en buitenste schaamlippen, de opening naar de vagina en de clitoris behoren.) Zelfs door de verdoving heen kon ze de druk tegen haar schaambeen voelen. Ze gilde het uit.

    Een maand later, toen Gillian met haar vriend in bed lag, realiseerde ze zich dat ze geen orgasme meer kon krijgen. Ze werd nog wel opgewonden, maar de momenten waarop ze voorheen een hoogtepunt had bereikt ‘liepen nu op niets uit’, herinnert ze zich. ‘En zo gaat het nog steeds.’

    Ze vertelde het haar gynaecoloog. Die vermoedde dat ze door de littekens last had van gevoelloosheid, en dat dat met de tijd vanzelf weg zou gaan. Maar dat gebeurde niet. Gillian raakte steeds meer verontrust en zocht de ene na de andere specialist op in de hoop een verklaring of wellicht een oplossing te vinden. Toen kwam ze erachter dat niemand met haar over haar clitoris wilde praten.

    Gillian vertelt dat een uroloog haar verwonding vergeleek met de symptomen van iemand die door verkrachting trauma heeft opgelopen. Wat ze ervoer, zou een soort traumareactie op haar biopsie zijn. Iemand anders, een specialist op het gebied van het vrouwelijk lichaam, diagnosticeerde haar probleem als een zogenaamde ‘perimenopauze’ [een periode in de overgang waarin de vruchtbaarheid van de vrouw verdwijnt] en schreef haar testosteroncrème voor. Een andere gynaecoloog raadde aan een ‘O-shot’ te nemen ofwel een vaginale verjongingsprocedure.

    Telkens als ze probeerde het gesprek terug te brengen op haar clitoris, kreeg ze nietszeggende blikken terug. ‘Ze keken me aan alsof ik gek was,’ vertelt Gillian. ‘Ik bleef maar zeggen dat er iets mis was met mijn clitoris, en het leek wel alsof ze er alles aan deden om het maar niet over dat deel van mijn lichaam te hoeven hebben.’

    ‘Hooguit een bijzaak’

    Sommige urologen vergelijken de vulva met ‘een klein stadje in het Amerikaanse Midwesten’, zegt dr. Irwin Goldstein, uroloog en pionier op het gebied van de seksuele geneeskunde. Artsen laten de vulva compleet links liggen en besteden er nauwelijks aandacht aan op hun weg naar de bestemming: de baarmoederhals en baarmoeder. Daar gebeurt het echte medische werk: daar worden de echo’s gemaakt, uitstrijkjes genomen, spiraaltjes ingebracht en kinderen gebaard.

    Als de vulva in haar geheel een ondergewaardeerde stad is, dan is de clitoris een bar langs de doorgaande weg; maar weinig mensen besteden er gedachten aan en nog minder mensen kennen haar echt goed. De meesten gaan het liefst met een grote boog om de clitoris heen. ‘Het orgaan wordt door vrijwel iedereen compleet genegeerd,’ zegt Rachel Rubin, uroloog en specialist in seksuele gezondheid, in de buurt van Washington, D.C. ‘Er is in de medische wereld niet echt een groep die zich heeft toegelegd op het onderzoeken, behandelen en diagnosticeren van vulva-gerelateerde aandoeningen.’

    Als antwoord op de vraag wat ze tijdens haar studie geneeskunde over de clitoris heeft geleerd, stelt Rubin: ‘Ik kan me niet echt iets herinneren. Als mijn professoren er al iets over hebben gezegd, was het hooguit in een bijzin.’

    Pas jaren later leerde Rubin hoe ze de vulva en het zichtbare deel van de clitoris, ook wel de glans clitoridis genoemd, moest onderzoeken. Ze liep destijds bij dr. Goldstein stage op het gebied van seksuele geneeskunde en ontdekte dat de volledige clitoris een diepe structuur is die grotendeels uit erectiel weefsel bestaat, tot in het bekken reikt en om de vagina heen ligt.

    Vandaag de dag omschrijft Rubin zichzelf als de meest vooraanstaande ‘clitoroloog’ van Washington. De grap is natuurlijk dat maar weinig andere medici aanspraak willen maken op die titel – ofwel uit schaamte, ofwel uit een gebrek aan kennis, ofwel uit angst dat de term patiënten in verlegenheid brengt. ‘Artsen richten zich graag op wat we al weten,’ zegt ze. ‘We laten onze zwakke kanten niet graag zien en geven een gebrek aan kennis niet graag toe.’

    Schaamlipverkleining is een van de snelst groeiende cosmetische ingrepen ter wereld en kan ook tot zenuwschade leiden

    Dat vragen over de clitoris bijna universeel vermeden worden, heeft gevolgen voor patiënten. In een wetenschappelijk artikel dat in 2018 in het tijdschrift Sexual Medicine verscheen, toonden Rubin en Goldstein met andere collega’s aan dat het gebrek aan onderzoek naar de vulva en clitoris ertoe leidt dat artsen seksuele gezondheidsaandoeningen regelmatig over het hoofd zien. Onder de vrouwelijke patiënten in de kliniek van Goldstein had bijna een op de vier bijvoorbeeld last van clitorisverklevingen. Die ontstaan wanneer het kapje van de clitoris aan de eikel kleeft en ze kunnen leiden tot irritatie, pijn en een afname in seksueel genot.

    De auteurs concludeerden dat alle zorgverleners routinematig de clitoris van hun patiënten zouden moeten onderzoeken. Maar, gaven ze daarbij al aan, dat is makkelijker gezegd dan gedaan: de meeste zorgverleners ‘weten niet hoe ze de clitoris moeten onderzoeken en voelen zich er ook niet bij op hun gemak’.

    Deze nalatigheid brengt niet alleen schade toe aan vrouwen, maar ook aan trans mannen en andere mensen met een vulva. Het komt vaker voor dat de clitoris letsel oploopt bij procedures zoals een bekkengaasoperatie, een episiotomie tijdens de bevalling [het inknippen van het perineum; de bilnaad tussen vulva en anus] of zelfs een heupoperatie. Schaamlipverkleining is een van de snelst groeiende cosmetische ingrepen ter wereld en kan, indien slecht uitgevoerd, ook tot zenuwschade leiden. Het gevolg daarvan is pijn in de genitaliën en verlies van seksueel gevoel.

    Veel van deze verwondingen kunnen volgens dr. Rubin worden voorkomen als artsen meer tijd zouden besteden aan de bestudering van de clitoris. Dat bepleitte ze in januari in een lezing over vrouwelijke seksuele gezondheid, tegenover een zaal met voornamelijk mannelijke artsen tijdens de jaarlijkse conventie van militaire urologen in Palm Springs, Californië. Ze was praktisch, geanimeerd en onverstoorbaar, en haar lezing werd uitgeroepen tot de beste van de conferentie.

    Rubin benadrukt dat de anatomie in kwestie geen magie is, maar doodgewone biologie. ‘De clitoris is niet een vreemdsoortig, haast mythisch gebied waarmee je alleen maar orgasmes kan krijgen,’ verklaart ze begin juli in haar kantoor in Rockville, Maryland. Omringd door penisprotheses, bekkenmodellen en een grote Hitachi-vibrator vervolgt ze: ‘Het is belangrijk dat je weet wat wat is en waar verschijnselen vandaan komen.’

    Jarenlange verwaarlozing

    Waarom kunnen we juist die vragen dan niet beantwoorden? Volgens Rubin is de verklaring eenvoudig: de clitoris is nauw verbonden met het vrouwelijk genot en orgasme. Tot voor kort hadden deze onderwerpen binnen de geneeskunde geen prioriteit en werden ze niet beschouwd als geschikt voor medisch onderzoek.

    Zelfs op het gebied van bijvoorbeeld de urologie, waarvan het seksueel genot en het orgasme van mannen een integraal onderdeel zijn, wordt de seksuele gezondheid van vrouwen nog altijd ‘gezien als hysterie, als de doos van Pandora, als puur en alleen psychosociaal en niet als echte geneeskunde’, aldus Rubin, die tevens educatief voorzitter van de International Society for the Study of Women’s Sexual Health is. ‘De seksuele gezondheid en levenskwaliteit van vrouwen krijgen weinig tot geen aandacht.’ (Viagra daarentegen is al tientallen jaren een van de meest winstgevende farmaceutische geneesmiddelen – zo heeft Pfizer er sinds het in 1998 op de markt kwam tientallen miljarden dollars aan verdiend.)

    Gynaecologie is bovenal gericht op vruchtbaarheid en ziektepreventie. ‘We kunnen niet goed praten over het genotsaspect van seks’, aldus dr. Frances Grimstad, gynaecoloog in het Boston Children’s Hospital. ‘Het gaat altijd over preventie, over het voorkomen van seksueel overdraagbare aandoeningen en zwangerschappen – tenzij je natuurlijk juist zwanger wilt worden. Maar over seksueel plezier hebben we het in ieder geval niet.’

    Dr. Helen O’Connell, de eerste vrouwelijke uroloog van Australië, weet nog goed dat de clitoris tijdens haar eigen medische opleiding nauwelijks aan bod kwam. Een van haar handboeken was een editie van Last’s Anatomy uit 1985, waarin geen dwarsdoorsnede van het vrouwelijke bekkengebied was opgenomen. Bepaalde delen van de vrouwelijke genitaliën stonden beschreven als ‘slecht ontwikkeld’, als een ‘mislukte vorm’ van het mannelijke geslacht. Aan de beschrijving van de penis daarentegen waren vele pagina’s gewijd. Volgens haar verklaart deze wijdverbreide medische veronachtzaming waarom urologen zich altijd al inspanden om de zenuwen in de penis te behouden bij prostaatoperaties, maar zich daar bij bekkenoperaties bij vrouwen niet mee bezig hielden.

    O’Connell besloot de volledige anatomie van de clitoris in kaart te brengen met behulp van microdissectie en MRI’s. In 2005 publiceerde ze een uitgebreid onderzoek waaruit bleek dat het buitenste deel van de clitoris – het gedeelte dat zicht- en tastbaar is – slechts het topje van de ijsberg is en vergelijkbaar is met de eikel van de penis. Het volledige orgaan strekt zich ver onder het oppervlak uit en bestaat uit twee druppelvormige bollen, twee armen en een schacht.

    Het volledige orgaan strekt zich ver onder het oppervlak uit en bestaat uit twee druppelvormige bollen, twee armen en een schacht

    O’Connell waarschuwde ervoor dat chirurgen die geen rekening houden met die anatomie, gevoelige zenuwen kunnen beschadigen die voor genot en orgasme zorgen en langs de top van de schacht lopen. Bij procedures zoals bekkengaasoperaties en urethrale operaties ‘kan het zijn dat delen van de clitoris in het gedrang komen’, aldus dr. O’Connell. ‘Je moet altijd rekening houden met wat eronder zit en wat je dus mogelijk aantast.’

    Steeds meer vrouwen spreken zich uit over vergelijkbare verwondingen die ze bij standaardprocedures opliepen. Zo ook Julie, een vierenveertigjarige kantoormanager in Essex, die in 2012 haar vermogen om een orgasme te krijgen kwijtraakte door een eenvoudige heupoperatie tegen rugpijn. Ze deelde haar verhaal vorig jaar publiekelijk in The Telegraph, waarbij ze alleen haar voornaam vermeldde om eventuele discriminatie door toekomstige werkgevers te voorkomen.

    Tijdens een Zoomgesprek in januari beschrijft Julie de hevig brandende pijn die ze rond haar clitoris voelde toen ze uit haar narcose ontwaakte. Haar chirurg zei dat het gewoon wat blauwe plekken waren die vanzelf zouden verdwijnen. Een paar maanden later merkte ze echter dat ze geen orgasme meer kon krijgen. Als ze het probeerde, ‘voelde het letterlijk alsof iemand de stekker uit het stopcontact had getrokken’, zei ze. ‘Alles was doodgeslagen.’

    Pas na twee jaar zoeken op het internet ontdekte ze dat een cilindervormige stang die tijdens de operatie tussen haar benen was geplaatst waarschijnlijk haar clitorale zenuwen had platgedrukt. Het gebruik van het apparaat, een zogenaamde perineale paal, kan zenuwschade veroorzaken, iets wat op haar toestemmingsformulier niet vermeld stond.

    Julie vergelijkt haar letsel met het verlies van smaak en reuk, waarvan het genot voor lief wordt genomen, maar waarvan het verlies alles verandert. ‘Het is nu tien jaar geleden en ik kan het nog steeds niet geloven,’ vertelt ze tijdens het Zoomgesprek. ‘Ik heb er ook nog geen vrede mee.’

    Gillian probeert er nog steeds achter te komen wat de oorzaak van haar verwonding is geweest. Was het de biopsie? Of de druk die haar gynaecoloog daarna zette? Vier jaar en twaalf specialisten later heeft ze zich erbij neergelegd dat ze het gevoel misschien nooit meer zal terugkrijgen. ‘Het heeft mijn hele leven veranderd,’ zegt ze. ‘De schade die dit veroorzaakt, kun je nooit meer herstellen. Nooit.’

    De clitoris in kaart brengen

    Toen dr. Blair Peters, een drieëndertigjarige plastisch chirurg aan de Oregon Health & Science University, voor het eerst phalloplastieken [een operatie waarbij een penis wordt gemaakt met weefsel van elders uit uw lichaam] begon uit te voeren voor trans mannen en non-binaire mensen, verbaasde hij zich over de zenuwen van de clitoris. Met een diameter van gemiddeld drie millimeter waren ze groter dan hij had verwacht. (Ter vergelijking, de gevoelszenuw van de wijsvinger is ongeveer een millimeter breed.)

    ‘Toen ik geneeskunde studeerde, heb ik niets concreets over de clitoris geleerd, afgezien van het feit dat die bestaat,’ vertelt Peters. Hij zegt dat hij er daardoor ‘onbewust van uitging dat de clitoris niet een superduidelijke structuur zou hebben. Maar die heeft dat wel.’

    Peters behoort tot een handjevol jonge, socialemedia-bewuste artsen die net als Rubin de clitoris in kaart brengen en er zo voor zorgen dat wat Julie en Gillian is overkomen zich niet herhaalt. Om de seksuele sensatie van phalloplastiekpatiënten te kunnen verbeteren, heeft Peters onlangs de clitorale zenuwen met een microscoop bestudeerd en geteld hoeveel zenuwvezels ze bevatten. Het aantal dat hij vond staat onder embargo totdat hij zijn bevindingen later deze maand op een conferentie presenteert. Wat hij wel al kwijt kan, is dat het ‘aanzienlijk meer’ is dan achtduizend, een aantal dat vaak wordt genoemd en stamt uit een verouderd onderzoek op dit gebied naar koeien.

    Ze hoopte dat andere mensen in het vakgebied vervolgonderzoek zouden doen naar haar bevindingen, die in een tijdschrift voor plastische chirurgie werden gepubliceerd. ‘Ik ben nog maar een vierdejaars student geneeskunde, ik denk niet dat ik de aangewezen persoon ben om dit project uit te voeren,’ zei ze eind 2021. ‘Maar er is niemand anders die het doet.’

    In 2020 had Victoria Gordon, student geneeskunde aan de Kansas City University of Medicine and Biosciences, de leiding over een onderzoek dat een ‘gevarenzone’ rond de clitoris moest vaststellen die plastisch chirurgen zouden moeten vermijden. Bij het ontleden van kadavers viel haar op dat clitorale zenuwen zich soms als wortels vertakken in fijne ranken. Die vertakkingen konden relevant zijn voor chirurgen, maar waren nog niet eerder in medische publicaties beschreven.

    Artsen zijn niet de enigen die willen dat er aandacht komt voor de volledige anatomie van de clitoris. In 2018, toen Gillian online naar een verklaring voor haar verwonding zocht, stuitte ze op een Medium-artikel van een vrouw in Dallas wier situatie akelig veel op de hare leek. Jessica Pin, nu zesendertig, was het grootste deel van haar clitorale gevoel kwijtgeraakt nadat ze op achttienjarige leeftijd labiaplastiek [schaamlipcorrectie] had ondergaan.

    Ze spitte de belangrijkste verloskundig-gynaecologische handboeken door en ontdekte dat de zenuwen van de clitoris zelden of nooit goed werden weergegeven. Volgens haar brengt deze belangrijke vergissing bij een aantal procedures de clitoris in gevaar. ‘De nalatigheid lijkt te wijten aan sociaal-cultureel ongemak rondom de clitoris en een diepgeworteld gebrek aan respect voor de vrouwelijke seksuele respons’, schreef ze op Medium.

    Gillian was geïntrigeerd. ‘Pin was de enige op het internet die er iets over zei,’ vertelt ze. Dus stuurde ze haar een Facebookbericht. Pin zette uiteindelijk een sociale-mediacampagne op. Het doel was om ervoor te zorgen dat de anatomie van de clitoris in gynaecologische handboeken en opleidingen zou worden opgenomen. Gillian hielp eerst op de achtergrond om Pin meer volgers te bezorgen en sloot zich vervolgens bij Pin aan op Instagram, met als gebruikersnaam @nursevulvaadvocate. Op het account kreeg ze honderden vragen van over de hele wereld van mensen die hun genitale gevoel hadden verloren door medische ingrepen aan of in de buurt van de clitoris.

    Gillian vertelt dat ze op iedereen probeerde te reageren maar ze kon niet het medische advies geven waar velen naar op zoek waren. Na zes maanden hief ze haar account op. Tegenwoordig spant ze zich op lokaal niveau in voor hun zaak: zo rijdt ze vaak naar dokterspraktijken om posters van de anatomie van de clitoris af te geven. In haar werk met oudere patiënten besteedt ze veel aandacht aan eventuele genitale problemen, van vulvaire jeuk tot pijn na een kankeroperatie.

    Pin zette door. In de afgelopen jaren zorgde ze er door lobbyen voor dat verschillende handboeken en anatomische hulpbronnen hun afbeeldingen van de clitoris en zenuwen hebben bijgewerkt. Met haar inspanningen haalde ze de voorpagina van Reddit, verwierf ze meer dan 160.000 volgers op TikTok en was ze te gast in The Daily Show with Trevor Noah. In 2019 publiceerde ze samen met haar vader, die plastisch chirurg is, een onderzoek over clitorale zenuwen.

    Maar haar strategie is niet onomstreden. Ze is verwikkeld in tal van socialemediageschillen en werd beschuldigd van intimidatie omwille van haar aanhoudende en soms ongepaste pogingen om gynaecologen en auteurs van anatomische handboeken te bereiken.

    Nu, na zich vijf jaar lang te hebben ingespannen, wil ze ‘klaar zijn’, zo zegt ze. ‘Het zou geweldig zijn als artsen de kwestie oppakken en erover gaan praten.’ Het feit dat een aantal medische professionals, waaronder dr. Rubin, dat hebben gedaan is ‘echt een grote stap’, voegt ze eraan toe.

    De vulva eer aandoen

    Elke patiënt die bij Rubin binnenkomt, krijgt, ongeacht haar leeftijd, een rondgang langs haar eigen vulva. Voor het bekkenonderzoek legt ze niet meer een laken over de benen van de patiënt heen – volgens Rubin draagt die gewoonte eraan bij dat de ‘privédelen’ van vrouwen als schaamtevol worden gezien en verborgen blijven. In plaats daarvan begint Rubin de sessie door aan haar patiënten een spiegel te overhandigen. Die heeft een lang handvat, zodat ze mee kunnen kijken naar hun eigen anatomie.

    Met een wattenstaafje tast Rubin elk deel van de vulva af. Ze controleert op pijn en wijst de kleine schaamlippen, de grote schaamlippen en de vaginale opening aan terwijl haar patiënt meekijkt. Daarna controleert ze de clitoris op verklevingen of andere huidaandoeningen. Het hele onderzoek duurt meestal minder dan vijf minuten. ‘U bepaalt het tempo,’ vertelde ze onlangs aan een tweeënzestigjarige patiënt die pijn had gekregen na het vrijen. ‘U bent de baas van deze show.’

    Rubin en haar collega’s geloven dat hun vakgebied bij uitstek geschikt is om de status van de clitoris en het vrouwelijke genot te bevorderen. Volgens dr. Barbara Chubak, uroloog aan de Icahn School of Medicine van het Mount Sinai-ziekenhuis in New York, zijn urologen echter ‘alleen maar bezig met de fallus’. Al is de clitoris technisch gezien ook een soort fallus: ze is opgebouwd uit dezelfde embryologische structuren en bestaat uit dezelfde erectiele weefsels als de penis.

    ‘Per definitie zou de anatomie van de clitoris dus ook een urologische aangelegenheid kunnen en moeten zijn,’ aldus Rubin [urologie omvat alle problemen aan de urinewegen en de mannelijke geslachtsorganen].

    Daarbij komt nog dat urologen er helemaal geen moeite mee hebben te oreren over dingen waarvoor zorgverleners te preuts zijn. ‘Urologie gaat over plassen en over seks,’ zegt Chubak. ‘Urologen praten graag over dingen die andere mensen te gênant vinden om te bespreken. Clitorale geneeskunde behoort de urologen toe.’

    Toch is er volgens Rubin meer nodig dan gepassioneerde ‘penisartsen’ om de vulva de aandacht te geven die ze verdient. Er moet een gezamenlijke beweging op gang komen, die de traditionele specialismen van de geneeskunde overstijgt, zodat de anatomie kan worden begrepen en in kaart gebracht. En om dat mogelijk te maken moeten andere vakgebieden erkennen dat vrouwelijk seksueel genot essentieel is en behouden moet worden.

    ‘Ik geloof echt dat we wat de vrouwelijke anatomie betreft decennia achterlopen,’ zegt Rubin. ‘Maar we moeten ons blijven inzetten. En daarvoor is het noodzakelijk dat mensen het onderwerp belangrijk genoeg vinden om zich ervoor in te zetten.’

  • Wereldnieuws: Musk jaagt adverteerders weg & Meer

    Wereldnieuws: Musk jaagt adverteerders weg & Meer

    Tweeling uit oudste embryo’s

    Ongeveer een maand geleden, op 31 oktober, werden Lydia en Timothy Ridgeway geboren. Die dag kwamen er wel meer kinderen ter wereld, maar wat deze tweeling zo bijzonder maakt is dat ze zijn geboren uit wat volgens het Amerikaanse National Embryo Donation Center de langst bevroren embryo’s zijn die ooit tot een levende geboorte hebben geleid, meldt CNN. De embryo’s werden op 22 april 1992 ingevroren. Ze waren afkomstig van een anoniem echtpaar dat in-vitrofertilisatie (ivf) had ondergaan. Bijna drie decennia lang werden de embryo’s bewaard in een tank met vloeibare stikstof van bijna 200 graden onder nul.

    ‘Het is verbazingwekkend’

    ‘Het is verbazingwekkend,’ zegt vader Philip Ridgeway, die met zijn vrouw en kinderen in Portland, Oregon, woont. ‘Ik was vijf jaar oud toen God Lydia en Timothy het leven schonk, en sindsdien heeft Hij dat leven in stand gehouden.’ Het stel heeft nog vier andere kinderen, van acht, zes, drie en bijna twee jaar oud, die geen van allen via ivf of donoren zijn verwekt.

    221119112545 04 twins 30 year old embryos
    Rachel en Philip Ridgeway kregen een tweeling uit embryo’s die bijna dertig jaar bevroren waren geweest. – © Courtesy Philip & Rachel Ridgeway

    Snacks en honden

    Een opgraving in het riool van het Colosseum in Rome heeft half opgegeten snacks opgeleverd van toeschouwers die ooit keken hoe gladiatoren vochten op leven en dood, aldus Ansa. Ook werden er resten gevonden van dieren die in de arena werden opgejaagd. Onder de gevonden hapjes zijn stukjes gegrild vlees, pizza, groenten en fruit, aldus archeologe Federica Rinaldi, die de werkzaamheden leidde. De opgraving bracht botten aan het licht van leeuwen, luipaarden, beren en honden, die gedwongen werden met elkaar te vechten of gedood werden door jagers. 

    Ook zijn er munten gevonden, waaronder een sestertie met het hoofd van Marcus Aurelius, vertelt archeologe Francesca Ceci. ‘Met een beetje fantasie kun je je voorstellen hoe deze glimmende munten naar beneden werden gegooid, in het zand van de arena terechtkwamen en wegstroomden met het bloed van mensen en dieren.’

    andrei popescu i7M726ZcwlE unsplash
    © Unsplash

    Grotere Hockney en dichterbij

    Met Bigger & Closer (not smaller & further away) maakt de wereldberoemde kunstenaar David Hockney een zogenaamde immersive ervaring van zijn werken, schrijft It’s Nice That. In plaats van ervoor te staan, kan de bezoeker de afbeeldingen werkelijk binnentreden. Het wordt de eerste tentoonstelling in Lightroom, een vier verdiepingen hoge ruimte in Kings Cross die is uitgerust met de nieuwste digitale projectie- en audiotechnologie. De reis door zijn werk kan bovendien gemaakt worden met commentaar van Hockney zelf, waarin hij uitlegt hoe hij fotografie gebruikt als een manier om te tekenen met een camera. Hockney werkte drie jaar lang met Lightroom  samen om de tentoonstelling technisch te vervolmaken. Van 25 januari tot 23 april 2023.

    david hockney lightroom bigger a.format webp.width 2880 4xDTe0nBGV6DyLyo
    David Hockneys The Arrival of Spring in Woldgate, East Yorkshire in 2011. – © David Hockney / Collection Centre Pompidou, Parijs

    Poetins energiewapen

    Volgens The Economist dient de beste kans voor Poetin om een wig te drijven tussen Oekraïne en het Westen zich deze winter aan. Vóór de oorlog leverde Rusland 40 tot 50 procent van het aardgas dat de EU importeert. In augustus draaide Poetin de kraan van een grote pijpleiding naar Europa dicht en schoten de brandstofprijzen omhoog.

    Meer kou betekent dat meer mensen sterven

    Tot nu toe heeft Europa deze schok goed doorstaan door voldoende gas op te slaan. Maar ook al zijn de marktprijzen voor brandstoffen in-middels gedaald, de reële gemiddelde kosten voor gas en elektriciteit voor huishoudens in Europa liggen veel hoger dan voorheen. Modellen die The Economist maakte, suggereren dat dat weleens grote gevolgen zou kunnen hebben. Meer kou betekent dat meer mensen sterven. Gegeven de relatie tussen sterfte, weersomstandigheden en energiekosten zou het aantal slachtoffers van Poetins ‘energiewapen’ in Europa weleens hoger kunnen uitvallen dan het aantal soldaten dat tot nu toe in Oekraïne is omgekomen.


    Amsterdam op ‘No List 2023’

    Fodor’s, het bedrijf voor reisinformatie dat groot werd door mensen te vertellen waar ze heen moeten om te slapen, eten en drinken, heeft nu een lijst gepubliceerd met plekken wereldwijd waar je in 2023 juist níét heen moet gaan, schrijft Grist. Hun ‘No List 2023’ adviseert niet om deze bestemmingen te vermijden vanwege het slechte eten, de slechte bezienswaardigheden of gevaar, maar omdat een teveel aan toeristen op deze plekken ecologische, culturele en sociale schade veroorzaakt. 

    De lijst richt zich op de impact van het wereldwijde toerisme op drie specifieke gebieden: unieke natuurlijke omgevingen die steeds verder worden aangetast door toeristen, culturele hotspots die te kampen hebben met grote drukte en een overbelaste infrastructuur, en bestemmingen die te maken hebben met een watercrisis.

    Na een korte onderbreking vanwege de pandemie is het toerisme weer explosief gestegen

    Lake Tahoe in Californië en Antarctica haalden de lijst van natuurwonderen die vanwege hun kwetsbaarheid het wegblijven van toeristen verdienen. Op de lijst met culturele bestemmingen waar de infrastructuur onder hoogspanning staat en stijgende kosten van levensonderhoud de plaatselijke bevolking verjagen, wordt Amsterdam genoemd, naast Venetië en de Amalfikust in Italië, Cornwall in Engeland en Thailand.

    Door een combinatie van voedselconsumptie, accommodatie, vervoer en de aankoop van souvenirs draagt het wereldwijde toerisme voor 8 procent bij aan de mondiale uitstoot van broeikasgassen. Na een korte onderbreking vanwege de pandemie is het toerisme weer explosief gestegen en inmiddels worden de cijfers van voor de pandemie zelfs overtroffen. 


    Musk jaagt adverteerders weg

    Het is een understatement om te zeggen dat het niet echt lekker gaat met Twitter sinds miljardair Elon Musk het platform op 27 oktober voor 44 miljard dollar overnam. Eind november had ruim eenderde van de honderd grootste marketeers al gedurende twee weken niet meer geadverteerd op het platform, zo blijkt uit een analyse door The Washington Post. Dat geeft aan dat adverteerders sinds de overname terughoudend zijn geworden. Tientallen topadverteerders, waaronder veertien bedrijven uit de top-50, stopten met adverteren, aldus de analyse van de krant op basis van van gegevens van Pathmatics, een bedrijf dat gespecialiseerd is in merkanalyses en digitale marketingtrends. 

    Advertenties van A-merken zoals Jeep en snoepfabrikant Mars, die in de zes maanden vóór de overname door Musk tot de top-100 van Amerikaanse adverteerders op Twitter behoorden, zijn in elk geval sinds 7 november niet meer op de site te zien geweest. ‘We zijn eind september begonnen met het opschorten van reclameactiviteiten op Twitter, toen we hoorden van enkele belangrijke ontwikkelingen op onder meer het gebied van merkveiligheid, die gevolgen hadden voor onze merken,’ aldus een verklaring van Mars, dat naast het gelijknamige snoepgoed ook voedingsmiddelen en producten voor huisdieren maakt. 

    Het gevaar voor hen en voor Twitter is dat Musk ‘zelf een heel sterk merk wordt’

    Ook farmaceut Merck, ontbijtgranenproducent Kellogg’s, telecommunicatiereus Verizon en bierbrouwer Boston Beer hebben de afgelopen weken hun advertenties stopgezet, volgens gegevens van Pathmatics.

    Volgens Matthew Quint, directeur van het Center on Global Brand Leadership aan de Columbia Business School in New York, zijn veel bedrijven zich bewust van ‘de mogelijke druk van belanghebbenden en consumenten, wanneer ze zich verbinden met inhoud die als opruiend wordt gezien.’ Het gevaar voor hen en voor Twitter is dat Musk ‘zelf een heel sterk merk wordt, een controversieel merk zelfs,’ aldus Quint. ‘Hoe meer hij op de voorgrond treedt, des te meer adverteerders er waarschijnlijk voor kiezen om niet geassocieerd te worden met een Elon Musk-platform.’

    Elon Musk at a Press Conference
    © Daniel Oberhaus / Wikimedia
  • Daling van de mannelijke vruchtbaarheid is een wereldwijd fenomeen dat zich versnelt 

    Daling van de mannelijke vruchtbaarheid is een wereldwijd fenomeen dat zich versnelt 

    Vervuiling en veranderingen van levensstijl veroorzaken een versnelde afname van de spermaconcentratie bij mannen. Volgens een meta-analyse die op dinsdag 15 november werd gepubliceerd geldt deze afname nu wereldwijd.

    De snelle daling van de mannelijke vruchtbaarheid betreft niet alleen de landen in het noorden, maar geldt voor de hele wereld. De afname vertraagt en stabiliseert niet, maar neemt sterk toe. Dat zijn de belangrijkste conclusies van het meest uitvoerige overzicht tot nu toe over de daling van de spermaconcentratie bij mannen. Het rapport werd op dinsdag 15 november gepubliceerd in het tijdschrift Human Reproduction Update.

    De afgelopen twintig jaar is er veel onderzoek gedaan naar de oorzaken van deze afname. Onderzoekers wijzen op individuele factoren die verband houden met levensstijl (roken, veel zitten, voeding et cetera), en milieufactoren die verband houden met luchtverontreiniging, diverse geneesmiddelen en de alomtegenwoordigheid van bepaalde synthetische stoffen in het milieu en in de voedselketen (met name weekmakers en pesticiden).

    Epidemiologen Hagai Levine (van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem) en Shanna Swan (Mount-Sinai School of Medicine in New York) verzamelden samen met een team collega’s de resultaten van alle gepubliceerde studies over dit onderwerp, dat zijn er enkele honderden. Ze bekeken gegevens van meer dan vijftig landen uit de periode tussen 1973 en 2018.

    Uit hun resultaten blijkt dat de gemiddelde concentratie van voortplantingscellen in sperma van de algemene mannelijke bevolking in die 46 jaar daalde van 101 miljoen per milliliter (M/ml) tot 49 M/ml. We spreken bij dat niveau van een ‘subfertiele’ man, aldus Swan, ofwel: een minder vruchtbare man. ‘Betrouwbare gegevens wijzen erop dat ook in de rest van de wereld sprake is van een sterke en aanhoudende achteruitgang,’ zegt Levine bovendien.

    Alarmerend

    Het gemiddelde dalingspercentage ligt wereldwijd op 1,16 procent per jaar. Sinds het begin van de eenentwintigste eeuw, in de periode 2000-2018, verdubbelde dat percentage tot 2,64 procent. De auteurs omschrijven deze versnelling als ‘alarmerend’. ‘Onze resultaten zijn de kanarie in de kolenmijn,’ zegt Levine. ‘We hebben te maken met een ernstig probleem dat, indien we het niet in bedwang kunnen houden, bedreigend kan zijn voor het voortbestaan van de mensheid.’ 

    Opmerkelijk aan het onderzoek is de vaststelling dat de vruchtbaarheidsafname ook geldt voor Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen. Hetzelfde onderzoeksteam publiceerde in 2017 soortgelijke ramingen voor de periode 1973-2011, maar kon destijds alleen gegevens verzamelen uit Europa, Noord-Amerika, Nieuw-Zeeland en Australië; de informatie uit de rest van de wereld was schaars en wijdverspreid. Studies over de situatie in Afrika, Azië en Zuid-Amerika die sindsdien zijn gepubliceerd, bevestigen volgens de auteurs dat de achteruitgang een mondiaal verschijnsel is. En de snelheid van de afname in deze gebieden is ‘zeer vergelijkbaar’ met de afname die eerder werd beschreven voor westerse landen, aldus Swan.

    Met elk decennium lijkt de afname bovendien sneller te gaan: 1,16 procent per jaar voor gegevens van na 1973, 1,3 procent per jaar na 1985, 1,9 procent per jaar na 1995 en 2,64 procent per jaar sinds 2000. ‘Ik had niet verwacht dat het percentage meer dan verdubbeld zou zijn,’ aldus Swan. 

    Het is moeilijk om de gedrags- en chemische oorzaken strikt te scheiden

    ‘De plausibele oorzaken vallen uiteen in twee groepen. Ze zijn het resultaat van levensstijl – roken, zwaarlijvigheid, stress, comazuipen en dergelijke – en van chemicaliën in het milieu, met name hormoonontregelaars zoals ftalaten en bisfenol A [weekmakers] of zware metalen zoals lood,’ zegt Swan. ‘Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het effect van levensstijl op de voortplantingsfunctie. Kennis over het effect van bepaalde chemische stoffen is van recenter datum, maar eveneens overtuigend.’

    Het is overigens moeilijk om de gedrags- en chemische oorzaken strikt te scheiden, waarschuwt de Amerikaanse onderzoeker, omdat ‘sommige chemische stoffen gevolgen kunnen hebben voor factoren die worden toegeschreven aan levensstijl, zoals zwaarlijvigheid’. Zo bevatten ultrabewerkte levensmiddelen regelmatig producten die het metabolisme kunnen veranderen, gewichtstoename kunnen bevorderen of de voortplantingsfuncties kunnen wijzigen. 

    Algemene gezondheid

    ‘Wij pleiten nadrukkelijk voor wereldwijde actie ter bevordering van een gezondere omgeving en vermindering van blootstelling aan [chemische] stoffen, en we bepleiten een gedegen aanpak van gedrag dat onze reproductieve gezondheid bedreigt,’ zegt Levine. Maar een heel reëel scenario lijkt dit pleidooi voorlopig niet: de herziening van de EU-verordening inzake chemische stoffen (Reach) is uitgesteld tot eind 2023. Die herziening moet de regelgeving van het Groen Pact van Ursula von der Leyen aanscherpen, zodat een groot aantal gevaarlijke stoffen uit de markt kan worden verwijderd.

    De afname van de kwaliteit van sperma is overigens slechts een van de factoren die een rol spelen bij onvruchtbaarheid of verminderde vruchtbaarheid van paren. ‘Het is zeer waarschijnlijk dat de daling van het aantal zaadcellen een rol speelt bij steeds meer voorkomende vruchtbaarheidsstoornissen, maar het is lastig vast te stellen in welke mate,’ zegt epidemioloog Rémy Slama, hoofd van het Inserm (Frans Nationaal Instituut voor Gezondheid en Medisch Onderzoek). ‘Hoe dan ook is het misleidend om te denken dat medisch geassisteerde voortplanting het vruchtbaarheidsprobleem kan oplossen. De afname van de kwaliteit van het sperma houdt ook verband met andere verschijnselen, zoals de toename van het aantal gevallen van zaadbalkanker, die bijvoorbeeld in Frankrijk de afgelopen dertig jaar een factor 2,5 bedroeg, en misvormingen van het mannelijk voortplantingssysteem, die eveneens steeds vaker voorkomen.’

    Swan wijst erop dat ook onder vrouwen sprake is van verminderde vruchtbaarheid. Volgens de Amerikaanse onderzoeker daalt de vruchtbaarheid bij mannen en vrouwen waarschijnlijk in hetzelfde tempo. De reden waarom over dat laatste minder wordt gesproken, voegt Swan eraan toe, is eenvoudig: ‘Het is veel moeilijker om eicellen te tellen dan sperma.’

    Lees ook:

  • Bibliotheken Oklahoma verboden om informatie over abortus te verstrekken

    Bibliotheken Oklahoma verboden om informatie over abortus te verstrekken

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Mexicaanse justitie doet onderzoek naar voormalig president Peña Nieto

    » Oorlog in Jemen: wapenstilstand verlengd met twee maanden

    Het woord abortus mag niet meer gebruikt worden

    Bibliotheekmedewerkers van het Metropolitan Library System (MLS) van Oklahoma reageerden geschokt toen zij halverwege juli instructies kregen om het woord ‘abortus’ niet meer te gebruiken en klanten niet meer te helpen bij het zoeken naar abortusgerelateerde informatie op computers van de bibliotheek of hun eigen telefoon. De medewerkers werden gewaarschuwd dat ze een boete kunnen krijgen volgens de abortuswetgeving van de staat, meldt Vice.

    ‘Als een personeelslid informatie geeft over het laten uitvoeren van een abortus, kan die persoon aansprakelijk worden gesteld’

    ‘Als een personeelslid informatie geeft over het laten uitvoeren van een abortus, kan die persoon aansprakelijk worden gesteld’, aldus een memo. ‘De civiele straffen omvatten een boete van 10.000 dollar plus een gevangenisstraf en ontslag, omdat de medewerker door het MLS op de hoogte is gesteld maar die waarschuwing heeft genegeerd.’ Bibliotheekmedewerkers is ook gevraagd op te passen voor misleiders die om informatie over abortus vragen zodat ze vervolgens aangifte kunnen doen.

    Lees ook:

  • VS: Tientallen klinieken zijn gestopt met het uitvoeren van abortussen

    VS: Tientallen klinieken zijn gestopt met het uitvoeren van abortussen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Regering-Biden biedt Moskou een gevangenruil aan

    » Zware aardbeving treft noorden van Filipijnen

    In een maand tijd zijn 43 abortusklinieken gesloten

    In de maand nadat het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten abortus als grondwettelijk recht heeft herroepen door de historische uitspraak van Roe v. Wade uit 1973 terug te draaien, zijn ’drieënveertig klinieken in elf staten gestopt met het aanbieden van abortuszorg‘, meldt NPR. Deze cijfers zijn afkomstig van het Guttmacher Institute, een onderzoeksgroep die abortusrechten steunt.

    ‘In de periode van 24 juni, de dag dat de uitspraak werd teruggedraaid, tot 24 juli hebben zeven staten – Alabama, Arkansas, Mississippi, Missouri, Oklahoma, South Dakota en Texas – al hun abortusklinieken gesloten: ze zijn van achterdertig klinieken naar nul gegaan’, aldus NPR. In 2020 waren deze staten goed voor 80.500 abortussen.

    In dezelfde maand hebben Georgia, Ohio, South Carolina en Tennessee in totaal vijf abortusklinieken gesloten

    In dezelfde maand hebben Georgia, Ohio, South Carolina en Tennessee – staten die abortus na zes weken zwangerschap verboden hebben – in totaal vijf abortusklinieken gesloten. ‘Vóór zes weken zijn veel mensen zich er nog niet eens van bewust dat ze zwanger zijn,’ aldus het Guttmacher Institute. ‘Zelfs degenen die hun zwangerschap meteen herkennen, hebben hooguit twee weken de tijd om te beslissen of ze een abortus willen aanvragen, en om deze vervolgens in te plannen en te verkrijgen.’

    Lees ook:

  • Beschadigde longen van het krijsen: waarom (vrouwelijke) fans gillen

    Beschadigde longen van het krijsen: waarom (vrouwelijke) fans gillen

    We zien zoveel schreeuwende meisjes bij concerten dat we ze haast normaal zijn gaan vinden. ‘Maar een schreeuwende fan schreeuwt niet voor niets, en schreeuwen is niet alles wat een fan doet. Nu niet en in het verleden niet.’

    KEUZE UIT HET ARCHIEF

    Afgelopen weekend kleurde popicoon Taylor Swift de Johan Cruijff ArenA met haar Eras Tour, die nu al de geschiedenisboeken in gaat als meest winstgevende concertreeks ooit. Duizenden fans, overwegend jonge vrouwen, gehuld in glinsterende kostuums en met zelfgemaakte spandoeken, zongen en dansten mee.

    De scène was er een die we al decennia kennen: een zee van jonge gezichten, verlicht door flikkerende smartphones, gericht op het podium waar een popidool schittert. Het beeld van gillende meisjes bij concerten is vastgeroest in de popcultuur en wordt vaak weggezet als hysterie of onvolwassenheid.

    Maar er schuilt meer achter die gillende façade, zo blijkt uit dit artikel van The Atlantic uit het 360-archief. Fans zijn geen passieve consumenten, maar actieve deelnemers aan de creatieve beleving.

    Op de ochtend van 25 augustus 2014 werd een zestienjarig meisje in wonderlijke toestand binnengebracht bij het University of Texas Southwestern Medical Center. Ze was kortademig, maar had geen pijn op de borst. Ze had geen longaandoeningen in haar medische voorgeschiedenis en haar ademhaling klonk niet abnormaal. Maar toen de dienstdoende arts op de spoedeisende hulp op haar nek en borstkas drukte, hoorde hij iets wat leek op het geknisper van Rice Krispies in een kom met melk. Ruimtes achter haar keel, rond haar hart, tussen haar longen en in de wand van haar borstkas zaten vol met luchtzakken, en haar longen waren enigszins ingeklapt, zo bleek uit een röntgenfoto.

    De dokters stonden voor een raadsel, totdat het meisje vertelde dat ze de avond ervoor uren had staan schreeuwen bij een concert van One Direction in Dallas. Die inspanning, veronderstelden ze, had een klein gaatje in haar luchtwegen veroorzaakt. Het was niet heel ernstig. Ze kreeg extra zuurstof en werd een nacht opgenomen ter observatie, maar verdere behandeling was niet nodig.

    De behandelend arts schreef dat een dergelijk geval ‘nog nooit in de medische literatuur was beschreven’

    Drie jaar later werd er een artikel gepubliceerd in het Journal of Emergency Medicine over deze casus, inclusief alle uitzonderlijke en plastische details. De behandelend arts schreef dat een dergelijk geval ‘nog nooit in de medische literatuur was beschreven’. Artsen waren bekend met luchtmachtpiloten, duikers en gewichtheffers die hun luchtwegen overbelasten, maar dit geval bewees voor het eerst dat ook ‘krachtig schreeuwen tijdens een popconcert’ in staat was fysieke schade aan te richten.

    Het nieuwtje leverde een voor de hand liggende krantenkop op en een afgezaagde grap over de overdreven toewijding van tienermeisjes. De vleesgeworden parodie, die met de grootste ernst werd opgetekend voor de eeuwigheid in een medisch tijdschrift. Ik weet verder niets over het meisje dat zo van One Direction hield dat haar longen ervan in elkaar klapten. Haar dokter schreef me dat hij destijds haar toestemming had gevraagd om over het voorval te twitteren naar Jimmy Fallon, met als argument dat ze One Direction dan misschien zou kunnen ontmoeten. ‘Maar ze was te verlegen! Typisch een tiener,’ zei hij, en hij voegde er een huilen-van-het-lachenemoji aan toe.

    Ik zal nooit weten wie ze is of persoonlijk van haar horen waarom ze zo gilde. In dit specifieke geval komt dat door privacywetten op medisch gebied, wat een goede zaak is. Maar het is ook tekenend voor het gebrek aan informatie over mensen die zich gedragen zoals zij. We hebben al zo veel schreeuwende meisjes gezien dat we ze haast normaal zijn gaan vinden. Maar een schreeuwende fan schreeuwt niet voor niets, en schreeuwen is niet alles wat een fan doet. Nu niet en in het verleden niet.

    ‘Opgewonden meute’

    Toen de Beatles voor het eerst in Dublin optraden, in 1963, meldde The New York Times dat ‘in de enorme chaos jonge ledematen als twijgjes knapten’. Toen ze in februari 1964 in New York aankwamen – iets meer dan een maand nadat I Want to Hold Your Hand de Amerikaanse hitparade was binnengekomen – werden ze op het vliegveld opgewacht door vierduizend fans (en honderd agenten) en werd melding gemaakt van een ‘opgewonden meute’ bij het Plaza Hotel.

    ‘De hele dag zette lokale discjockeys kinderen aan tot spijbelen’

    ‘De hele dag zetten lokale diskjockeys kinderen aan tot spijbelen, door voortdurend te berichten over de reisplannen van de Beatles, hun vluchtnummer en de verwachte aankomsttijd,’ meldde NBC-nieuwslezer Chet Huntley op de avond dat de Beatles arriveerden. ‘Zoals het een goede nieuwsorganisatie betaamt stuurden wij er drie cameraploegen op af om tussen de krijsende jongeren te gaan staan en de beelden en geluiden vast te leggen voor het nageslacht.’ Die beelden werden uiteindelijk niet uitgezonden; ze werden te frivool bevonden voor het avondnieuws.

    GettyImages 912530734
    – In augustus 1964 traden de Beatles op in Forest Hills in New York. Uitzinnige fans verwelkomden hun idolen op de stoep van het Delmonico Hotel, waar de band destijds verbleef. © Mirrorpix/Getty Images

    Media waren in die tijd nog niet in staat de Beatlemania te doorgronden. Ze zagen niet in waarom zo veel meisjes zo duidelijk in de war waren. In The New York Times probeerde voormalig oorlogscorrespondent David Dempsey een ‘psychologische, logische, antropologische’ verklaring te vinden voor het fenomeen. Hij haalde een beroemd essay aan van de Duitse cultuurtheoreticus Theodor Adorno over de uniformiteit en hersenloosheid van de danseressen in de jazzclubs van Harlem.

    ‘Ze noemen zichzelf jitterbugs’, verkondigde Adorno in dat essay, dat een van zijn minder tijdloze bleek te zijn, ‘alsof ze hun verlies van individualiteit en hun transformatie tot gefascineerd ronddraaiende kevers tegelijkertijd willen bevestigen en bespotten.’ Dempsey citeerde Adorno verkeerd, ging aan de haal met de keverwoordspeling en meende de tienermeisjes te verdedigen door hun hartstocht weliswaar dom maar onschadelijk te noemen. Hij wist niet of herinnerde zich niet dat Adorno jitterbugs juist gevaarlijk vond en hun bewegingen vond lijken op ‘de reflexen van verminkte dieren’.

    Bijna alle teksten over de Beatles in de belangrijkste Amerikaanse media werden geschreven door gevestigde, witte, mannelijke journalisten. Al Aronowitz, de rockrecensent die vooral bekend is geworden doordat hij in de zomer van 1964 (tegelijkertijd) marihuana en Bob Dylan bij de Beatles introduceerde, meldde dat tweeduizend fans ‘de vergrendelde metalen poorten van Union Station bestormden’ toen de Beatles in Washington D.C. optraden. Toen de band daarna naar Miami kwam, veroorzaakten zevenduizend tieners een file van 6,5 kilometer op de luchthaven en werden ‘23 ramen en een glazen deur’ verbrijzeld door fans. Een glazen deur!

    Meeslepende beelden

    Het zijn meeslepende beelden, maar ik wilde de details in sommige verslagen over de Beatlemania beter kunnen doorgronden. Veel ervan leken me onwaarschijnlijk, of op z’n minst moeilijk te bewijzen. Er was niet alleen sprake van de hysterie van de fans, zo leek het, maar ook van mythevorming rond die hysterie. Volgens vroege verslagen zonder bron probeerden sommige steden de Beatles vanwege de beveiligingskosten te weren van hun luchthaven. De overlevering wil dat tapijten en beddengoed soms uit de hotelkamers van de band werden gestolen door ondernemende lieden die ze in duizenden stukken sneden om ze vervolgens te verkopen, voorzien van certificaat van echtheid. Naar verluidt werd de inhoud van een heel zwembad in Miami waarin de Beatles hadden gezwommen gebotteld en geveild.

    Media die weinig wisten te melden over de muziek van de Beatles, weidden uit over de vrouwen die ervan ‘door het lint’ gingen. Na het debuut van de band in de Ed Sullivan Show had Anthony Burton van New York Daily News het over ‘uitzinnig gekrijs, alsof het Dracula was die op het podium verscheen’. Een paar dagen later recenseerde redacteur Alan Rinzler van Simon & Schuster het optreden van de Beatles in Carnegie Hall voor The Nation met een vernietigende beschrijving van wat veel later het gangbare beeld zou worden van het boybandpubliek:

    ‘De overvolle zaal was grotendeels gevuld met jongedames uit de hogere middenklasse, stijlvol gekleed, zorgvuldig opgemaakt en met auto’s of bussen uit de voorsteden naar de stad gekomen om een avondje te janken, zich uit te leven, te gillen, te botsen, te draaien en in extase naar zichzelf te grijpen in het licht van de schijnwerpers, zodat iedereen het kon zien, en met de volledige zegen van elke vorm van gezag: toegeeflijke ouders, profiterende zakenlui, jubelende nationale media en zelfs de politie (…) Na afloop gaan ze allemaal weer naar huis om net zo te worden als hun mammie, maar dit was hun kans om een veilig en besloten moment van extase te beleven.‘

    Het verbijsterde disdain van de media voor vrouwelijke fans was al in botte afwijzing aan het omslaan

    Het zit er allemaal in: de minachting, de neerbuigendheid, het ontzag, de paniek en natuurlijk het gegil. Er valt zelfs, te midden van de spot, misschien een greintje sympathie te ontwaren: ‘dit was hun kans…’ Het verbijsterende dédain van de media voor vrouwelijke fans was al in botte afwijzing aan het omslaan.

    ‘Fan-zijn wordt sterk geassocieerd met vrouwelijke excessen, met mensen uit de arbeidersklasse, mensen van kleur, mensen wier emoties als ongecontroleerd worden beschouwd,’ zegt Allison McCracken, universitair hoofddocent en opleidingscoördinator American Studies aan DePaul University. ‘Daartegenover staat de witte, heteroseksuele man, die de emoties en het lichaam onder controle heeft.’

    De crooner

    McCracken is expert op het gebied van de geschiedenis van de crooner in de Amerikaanse cultuur. In haar boek uit 2015, Real Men Don’t Sing, beschrijft ze Rudy Vallée en Bing Crosby in de late jaren twintig en vroege jaren dertig als de aartsvaders van de popsensatie. In de American Radio Archives in het Californische Thousand Oaks bestudeerde McCracken Vallées persoonlijke archief met brieven van fans, dat teruggaat tot 1928. Het fascineerde haar omdat die brieven zo vol vragen zaten – de vrouwen die Vallée schreven, verbaasden zich zelf over hun emotionele reactie op zijn muziek en begrepen niet goed hoe ze verliefd konden zijn op een stem die ze alleen via de radio hadden gehoord. ‘Ze schreven bijvoorbeeld: “Ik begrijp niet waarom ik zo gelukkig en blij ben en waarom u me zo ontroert”,’ zegt McCracken. ‘Ze schreven hem met de vraag: “Kunt u uitleggen wat er met me gebeurt?”’

    Ze schreven ook naar journalisten, op een manier die iedereen die weleens een Twitter-ruzie tussen een blogger en een fanschare heeft gevolgd, bekend zal voorkomen. In 1929 schreef Mark Hellinger, columnist bij de New York Daily News, een stuk over Vallée, waarin hij hem weerzinwekkend noemde en de hoop uitsprak dat vrouwen hem snel zouden vergeten en hun aandacht zouden verleggen naar iemand anders. (‘Hij laat vrouwen van vijftig in de rondte stuiteren alsof ze vijftien zijn,’ klaagde hij.) ‘Je bent jaloers. Je bent dom. Je bent duidelijk krankzinnig,’ wierp een vrouw tegen. Fans schreven hem met duizenden tegelijk. Sommigen dreigden met geweld of zeiden dat hij zichzelf moest ophangen. Toen Ben Gross van New York Sunday News een negatieve column over Vallée publiceerde, schreef een fan hem naar verluidt: ‘De mooiste muziek zou voor mij de mars zijn die Rudy op jouw en Hellingers begrafenis zou spelen.’

    Hoewel sommige psychologen de adolescentie al aan het begin van de twintigste eeuw beschreven als een unieke levensfase, werd het woord ‘tiener’ pas algemeen gebruikt tegen het einde van de jaren veertig, aldus McCracken. En dan vooral door gretige marketeers. Zij realiseerden zich in de naoorlogse jaren dat veel minder kinderen vervroegd van school gingen om geld te verdienen voor het gezin, en dat veel meer kinderen zakgeld te besteden hadden en over veel vrije tijd beschikten. In de jaren vijftig en zestig werden steeds meer producten expliciet voor tieners gemaakt, wat vaak het idee versterkte dat zij een aparte groep mensen waren met een identiteit die losstond van die van hun ouders. Met de opkomst van op tieners gerichte producten kwamen er ook op tieners gerichte tv-programma’s, waarin reclame voor die producten kon worden gemaakt.

    Aangezien tieners als lucratieve doelgroep werden gezien, voorzag de industrie hen graag van een tieneridool

    Aangezien tieners als een lucratieve doelgroep werden gezien, voorzag de industrie hen graag van een tieneridool. Journalisten en critici begonnen deze idolen te bespreken – zij het met enige minachting. Toen Justin Bieber in september 2010 voor het eerst optrad voor een uitverkocht Madison Square Garden, kreeg het stuk in The New York Times van muziekrecensent Jon Caramanica de kop ‘Send in the Heartthrobs, Cue the Shrieks’ [‘Laat de hartenbrekers maar komen, het is tijd voor gegil’]. Caramanica schreef dat Bieber ‘het publiek bij vlagen plaagde met regelrechte emotionele manipulatie’.

    GettyImages 165443494
    – Justin Bieber begroet zijn fans bij de MuchMusic Video Awards in Toronto, 2009. © Ian Willms/Toronto Star ia Getty Images

    Twee jaar later streed One Direction met Bieber om de nummer-1-positie in de Amerikaanse hitlijsten en om de harten van Amerikaanse tieners, en begon Caramanica ook aan die band aandacht te besteden. Hij noemde hun tweede album uit 2012, Take Me Home, ‘een gegarandeerde krijs-opwekker voor meisjes die nog niet hebben besloten dat krijsen niets voor hen is’. Hij hekelde het album Midnight Memories uit 2013 en schreef: ‘Ze spelen hun rol haast verontwaardigd, met de houding van mensen die beter weten (…) Het is moeilijk te zeggen of de gillers onder hun fans dit doorhebben.’ Hij doorziet hoe de industrie werkt en plaatst zichzelf op één lijn met de gemanipuleerde jongens van de boyband. Wanneer die worden belaagd, geeft hij impliciet de schuld aan de meisjes die hen aanbidden. En hij maakt zijn punt zonder dat hij het hoeft te maken; we weten allemaal hoe krijsende meisjes eruitzien.

    Geschokte, betraande gezichten

    Het is gemakkelijk om foto’s te vinden van jonge Beatles-fans met uitgestrekte handen en vertrokken, geschokte, betraande gezichten. Het is ook makkelijk om nagenoeg identieke foto’s te vinden van Backstreet Boys-fans, Justin Bieber-fans, One Direction-fans en BTS-fans – en toch is het in mijn ogen niet erg bevredigend om ze allemaal over één kam te scheren. Het beeld werkt wel, maar de constatering dat een schreeuw tijdloos is, is nou niet echt opzienbarend.

    Elke schreeuw heeft een context. Maar daar horen we zelden iets over.

    Een meisje dat bij een concert heeft staan krijsen, kan na afloop naar huis gaan en de opnamen die ze heeft gemaakt in stukken knippen om er gifs en memes van te maken die vele anderen zullen zien, waardoor ze een heel andere en totaal bizarre lading krijgen. Krijsende meisjes die ook fanfictie schrijven maar die als het om One Direction gaat geen genoegen nemen met tijd, plaats en omstandigheden, kunnen de bandleden bijvoorbeeld laten werken in een koffietentje in een voorstad, of ze in de jaren zestig plaatsen, in de tijd van die andere beroemde Britse band. Of ze duiken achter de schermen, beelden zich details in en schetsen wat zij zien als de emotionele gevolgen van roem of, universeler nog, de kwellingen van een geheime liefde. Schrijver Zan Romanoff interviewde vrouwen die zich à la Harry Styles kleden en uitgebreid aan cosplay doen: een blijk van toewijding, maar eveneens een manier van creatieve uiting.

    Beatles-fans schreven enkele van de vroegste ‘real person fan fiction’ (RPF)

    Beatles-fans schreven enkele van de vroegste versies van ‘real person fan fiction’, die in die tijd via brieven circuleerde binnen kleine groepjes. Ze konden zelfbewust en erg grappig zijn. Zo richtte een groep meisjes in Encino, Californië, in 1964 een organisatie op die ze Beatlesaniacs noemden. Ze prezen deze aan als ‘groepstherapie’ en boden ‘ontwenningsliteratuur’ aan voor Beatles-fans die hun emoties niet langer onder controle leken te hebben. Life Magazine doorzag de ironie niet en besteedde serieus aandacht aan de groep, ondanks hun absurdistische regels, zoals ‘Noem het woord Beatles (of beetles) niet’, ‘Noem het woord Engeland niet’, ‘Spreek niet met een Engels accent’, en ‘Spreek geen Engels’. Het beeld van de schreeuwende fangirl is zo gestigmatiseerd en zo sterk gelinkt aan hysterie, dat buitenstaanders erin trapten.

    Maar al decennialang genieten fans niet alleen passief of gillend van het onderwerp van hun fanschap. Ze zijn ook met hun idolen aan de haal gegaan en hebben ze als inspiratie gebruikt voor onvoorstelbaar veel – en grotendeels onbekende – nieuwe werken. Mensen wachten hun idool op het vliegveld op en leren tientallen liedjes uit hun hoofd, maar wenden hun fan-zijn ook aan om kunst, verhalen en grappen te maken.

    Transformational fandom

    De term transformational fandom is afkomstig van Dreamwidth – een blogplatform dat in 2008 werd opgezet naar het voorbeeld van LiveJournal, nadat de nieuwe eigenaar daarvan draconische richtlijnen had doorgevoerd met betrekking tot de inhoud van posts. De term werd bedacht door een anonieme schrijver van fanfictie die een verklaring zocht voor het voortdurende conflict tussen de houders van auteursrechten en de amateurs die zich delen van hun eigendom toe-eigenden door ermee aan de slag te gaan. Het gaat ‘om het toe-eigenen van de bron om die in te zetten voor de fans’, schreef deze in 2009. ‘Dat kan bij de minste provocatie al voor problemen zorgen; hoewel er meerderheids- en minderheidsstandpunten zijn, gaat het hier grotendeels om democratisering van smaak; iedereen heeft de mogelijkheid om het bronmateriaal te interpreteren, en om het vervolgens radicaal te herinterpreteren.‘

    Transformational fandom onderscheidt zich van ‘bevestigend’ of ‘nabootsend’ fanschap, waarbij de ‘canon’ wordt gevierd zoals hij is door middel van exacte replica’s of nauwkeurige cosplay. Soms vertoont transformational fandom een speels gebrek aan respect, en niet iedereen kan het zomaar begrijpen. In de praktijk neemt deze variant vele vormen aan, en van buitenaf lijkt het misschien niet eens om de liefde van de fans te gaan. Zo was het One Direction-fanschap zoals ik dat begin jaren tien op Tumblr ervoer, soms op humoristische wijze venijnig en een stuk grover dan je zou verwachten.

    De beelden die ik me het best herinner, waren surrealistisch – soms zelfs griezelig of onsmakelijk

    De beelden die ik me het best herinner waren surrealistisch, en soms zelfs griezelig of onsmakelijk. Zo was daar bijvoorbeeld Niall Horan die op de een of andere manier door de lucht vloog in kastanjebruine skinny jeans terwijl hij een spagaat deed. Het bovenlichaam volledig stram, de blik strak naar voren gericht, een wazige still uit een al lang vergeten video. Daar zweeft hij dan, in een donkere hoek van een betonnen constructie, met op de voorgrond twee bundels stokken, waarvan de betekenis onduidelijk bleef. Of een close-up van zijn tanden van voordat hij een beugel had, of die vreemde teen aan zijn linkervoet, in de vorm van een limaboon. Meisjes op Tumblr gebruikten deze beelden net zo makkelijk als woorden.

    Volgens het essay van Adorno uit 1938, geciteerd in het artikel uit The New York Times over de Beatlemania, zijn fans van liveoptredens lege vaten: ‘Hun extase heeft geen inhoud.’ Met een vleugje sympathie voegt Adorno eraan toe dat ze ‘vrije tijd en weinig vrijheid’ hebben. Het is een vreemde gevolgtrekking uit de verschillende observaties. De One Direction- of Beatles-fans – de schreeuwende meisjes die na afloop naar huis gingen en zich in hun slaapkamers verschansten om te maken wat ze in hun buitensporig emotionele toestand maar wilden maken – hadden inderdaad veel vrije tijd en ‘weinig vrijheid’. Maar dat hun extase persoonlijk was, en verwarrend, maakt deze nog niet inhoudsloos. Je kunt iets pas vinden als je ernaar zoekt.

  • Hoe burn-out een modewoord werd

    Hoe burn-out een modewoord werd

    Is chronische stress een signaal dat we teleurgesteld zijn in ons werk, dat zelden oplevert wat ons werd voorgespiegeld? Volgens hoogleraar Jonathan Malesic is het arbeidsregime afgestemd op de winst voor enkelen en de uitputting van velen.

    Wat hebben bankiers, influencers op TikTok en prins Harry met elkaar gemeen? Het klinkt als het begin van een flauwe grap, maar om het antwoord valt allerminst te lachen. Want die hard werkende professionals hebben allemaal last van een burn-out.

    Al vijf decennia lang bestuderen psychologen het fenomeen burn-out, en beroepsgroepen zoals artsen en maatschappelijk werkers waarschuwen er al langer voor binnen hun gelederen. In de afgelopen twee jaar is de culturele status van het verschijnsel radicaal veranderd. ‘Burn-out’ is niet langer een gespecialiseerde term die een toestand van uitputting beschrijft bij werknemers in bepaalde zware beroepen in de dienstverlening; het is een storm geworden die door de professionele elite raast. Iedereen, van dierenartsen tot accountmanagers bij Amazon, lijdt aan een burn-out; bij The New York Times lijkt het wel een vast thema, zo overvloedig als erover wordt geschreven. Hoe is ‘burn-out’ een sleutelwoord van onze tijd geworden?

    Dat de term recentelijk zo populair is geworden, heeft natuurlijk veel te maken met de pandemie

    Dat de term recentelijk zo populair is geworden, heeft natuurlijk veel te maken met de pandemie. Corona was de oorzaak van een uitputtingsepidemie onder werknemers. De stress en de sociale ontwrichting als gevolg van een slecht gemanagede, schijnbaar eindeloos durende gezondheidscrisis stelden grenzen aan wat werknemers konden verdragen. Toch kunnen we de alomtegenwoordigheid van de burn-out niet alleen aan corona toeschrijven. De uitputting bij verpleegkundigen en leraren verklaart ten dele het toegenomen gebruik van het begrip, maar de term komt nog het meest voor bij hoogopgeleide externe medewerkers in de technologie, financiën en media. Is het syndroom dan echt het gevolg van chronische stress op het werk, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie het heeft geclassificeerd? Is het een vorm van depressie? Of is het veeleer een signaal dat we teleurgesteld zijn in ons werkende leven, dat zelden oplevert wat ons werd voorgespiegeld? 

    De intelligente en zorgvuldige studie The End of Burn-out van Jonathan Malesic schept duidelijkheid in een verwarrende discussie. Hij werpt een kritische blik op de term burn-out, die in het maatschappelijke discours een nonchalante, haast complimenteuze klank heeft gekregen. Journalistieke verhalen over het verschijnsel, zoals het veelgelezen essay van Anne Helen Petersen uit 2019, leggen vaak nadruk op de heldhaftige inspanningen van de opgebrande werknemer die tegen beter weten in tot het gaatje gaat. Dergelijke verhalen hebben het prestige van de burn-out aanzienlijk verhoogd, betoogt Malesic. Hierin wordt de aandoening op één lijn geplaatst met ‘het Amerikaanse ideaal van constant werken’. Maar ze bieden hooguit een verkapt beeld van wat een burn-out werkelijk is.

    Valse belofte

    Psycholoog Christina Maslach is een van de grondleggers van het onderzoek naar de burn-out; de Maslach Burnout Inventory is de standaard beoordelingswijze geworden bij mensen met klachten. Volgens haar bestaat de aandoening uit drie componenten: uitputting; cynisme of depersonalisatie (bijvoorbeeld wanneer artsen hun patiënten gaan zien als ‘problemen’ die opgelost moeten worden, in plaats van als mensen die een behandeling nodig hebben); en een gevoel van ineffectiviteit of zinloosheid. Over uitputting zou je nog kunnen opscheppen, maar over ineffectief werk kan dat niet. Verhalen over de wanhopige werknemer als arbeidsheld gaan voorbij aan het belangrijke feit dat een burn-out je vermogen aantast om je werk te doen. Een ‘nauwkeurige diagnostische checklist’, schrijft Malesic, kan helpen om nonchalant gebruik van de term tegen te gaan en mensen die eraan lijden aansporen om hulp te zoeken.

    We bleven hopen dat we door onze aanhoudende inspanningen datgene zouden vinden waarnaar we op zoek zijn

    Malesic is in meer geïnteresseerd dan alleen de klinische geschiedenis van de burn-out. Als godsdienstwetenschapper diagnosticeert hij het verschijnsel als een aandoening van de ziel. Ze komt volgens hem voort uit een kloof tussen het ideaalbeeld dat we van het werk hebben en de realiteit. Amerikanen koesteren grote fantasieën over wat werk hun kan bieden: geluk, waardering, identiteit en verbinding. De realiteit is echter veel minder rooskleurig. Sinds de jaren zeventig zijn de arbeidsomstandigheden in veel economische sectoren steeds slechter geworden. Terwijl onze economie de ongelijkheid in de hand werkt en steeds veeleisender wordt, hebben velen van ons die fantasieën alleen maar versterkt.

    We bleven hopen dat we door onze aanhoudende inspanningen datgene zouden vinden waarnaar we op zoek zijn, en zouden worden wie we willen zijn. Een valse belofte, zegt Malesic. Zijn boek wordt zelden polemisch, toch is de strekking ervan sterk moreel-religieus. Hij verzet zich tegen het wrange idee dat we onze waardigheid ontlenen aan ons werk, waardoor degenen die niet werken – ouderen en mensen met een beperking – geen waarde hebben. Integendeel: alle mensen hebben intrinsieke waardigheid, maar door een arbeidsregime dat is afgestemd op de winst voor enkelen en de uitputting van velen, slagen we er niet in elkaars menselijkheid in ere te houden.

    Geen schim van zichzelf

    Malesic is misschien een ongeloofwaardige spreekbuis voor burn-outslachtoffers, omdat hij de perfecte baan leek te hebben. Als hoogleraar met een vaste aanstelling kon hij lesgeven over zijn geliefde onderwerpen: religie, ethiek en theologie. Hij had intelligente en vriendelijke collega’s en zijn salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden waren royaal. Maar niemand had door dat hij geen schim meer was van zijn vroegere zelf. ’s Middags kon hij amper lesgeven. Door zijn langeafstandshuwelijk was hij veel alleen en hij vulde zijn avonden met ijs eten en bier drinken. Zijn ongeïnspireerde en onverschillige studenten, met hun neiging naar verveling en plagiaat, hadden hem geestelijk gebroken.

    Een depressie was het niet, niet helemaal althans, want gesprekstherapie en antidepressiva hielpen niet

    Malesic zegde zijn baan op en besloot uit te zoeken wat er met hem aan de hand was. Een depressie was het niet, niet helemaal althans, want gesprekstherapie en antidepressiva hielpen niet. Zijn baan opzeggen hielp daarentegen wel. Zo kwam hij tot de conclusie dat hij een burn-out had. 

    De legendarische socioloog C. Wright Mills opperde dat de ‘sociologische verbeelding’, waarmee we kunnen begrijpen hoe onze eigen ervaringen bredere sociale en historische krachten weerspiegelen, ons kan helpen onze schijnbare privéproblemen te koppelen aan maatschappelijke kwesties. De burn-out biedt als individuele manifestatie van een kapot arbeidssysteem een uitgelezen kans om nieuw licht te werpen op dat systeem. De opkomst van de burn-out loopt ruwweg parallel met de ontwikkeling van een specifieke fase in de Amerikaanse economische geschiedenis.

    Uitzendbranche

    In de jaren zeventig doofde de naoorlogse bezieling uit en nam de ongelijkheid exponentieel toe. De opkomst van de uitzendbranche, twee decennia daarvoor, was daarvan de voorbode. Consultants begonnen bedrijven te adviseren dat ze hun vaste werknemers moesten ontslaan. ‘De uitzendkracht werd de ideale werknemer,’ merkt Malesic op. De werknemer werd beschouwd als een blok aan het been, niet langer als een productieve kracht. Als gevolg van de deregulering en de afnemende macht van de vakbonden wisten bedrijven het risico te verschuiven van kapitaal naar arbeid. Ondertussen stelde de groeiende dominantie van de dienstensector nieuwe emotionele eisen aan werknemers. In dienstverlenende banen zijn onze persoonlijkheid en emoties ‘de belangrijkste productiemiddelen’: dat is wat de werkgevers inhuren en waarover zij controle uitoefenen.

    In die context ontstond een nieuwe morele richtlijn voor het werk: een ‘eenrichtingsstelsel van beloning’ tussen werkgevers en werknemers, zoals socioloog Allison Pugh het noemt. Werknemers moeten zich met hart en ziel aan hun werk wijden, willen ze een baan krijgen (en behouden), terwijl hun werkgevers zich niet verplicht voelen iets terug te doen. Het zijn de ideale omstandigheden voor een burn-outepidemie. Hierbij mogen we één feit niet vergeten: sinds 1974 is de arbeidsproductiviteit gestegen, terwijl de reële lonen gelijk zijn gebleven. We werken harder en krijgen er niets voor.

    Hard werken is waarschijnlijk de meest algemeen gekoesterde waarde in de VS

    Ondertussen zijn, als compensatie voor een steeds onzekerder economie, onze fantasieën over werk alsmaar intenser geworden. Hard werken is waarschijnlijk de meest algemeen gekoesterde waarde in de VS. Uit een recent onderzoek van Pew Research Center blijkt dat 80 procent van de Amerikanen zichzelf omschrijft als ‘hardwerkend’; geen enkele andere eigenschap werd zo vaak genoemd. Het werk zelf is slechter geworden, maar onze werkidealen blijven verheven. Als een burn-out, zoals Malesic zegt, voortkomt uit de discrepantie tussen het ideale en het reële, dan is de aandoening een straf voor idealisten.

    William Morris droomde in zijn beroemde essay Useful Work versus Useless Toil van een politieke transformatie waarbij al het werk plezierig zou worden gemaakt. Malesic daarentegen vindt dat ons werk helemaal niet het middelpunt van ons leven zou moeten zijn. Sinds Max Webers studie van de protestantse ethiek wordt het christelijke gedachtengoed vaak verantwoordelijk gehouden voor giftige arbeidsidealen. Malesic stelt echter dat het gif het tegengif kan leveren. Religieuze erediensten en de joodse sabbat zijn bijvoorbeeld vormen van vrije tijd die bevestigen dat er hogere waarden zijn dan werk. Hij laat ons gemeenschappen zien die denken en handelen op een religieuze manier, waarbij werk marginaal is of binnen strikt in acht genomen grenzen wordt uitgevoerd: een benedictijns klooster in de woestijn van New Mexico en een non-profitorganisatie in Dallas die voor de een een droomwerkplek lijkt en voor de ander een charismatische sekte. Dergelijke voorbeelden laten zien hoe gemeenschappen waarin werk ondergeschikt is aan hogere doelen economisch kunnen overleven en tegelijkertijd het welzijn van hun leden kunnen bevorderen.

    Nerveuze uitputting

    Het uitstekende boek van Malesic heeft één tekortkoming. Ondanks de grote zorgvuldigheid waarmee hij de klinische geschiedenis van de burn-out blootlegt, onze werkidealen aanklaagt en nieuwe manieren voorstelt om ons leven te organiseren, blijft de politieke lading van zijn centrale term erg vaag. Is de burn-out een wapen van de zwakkeren, een manier om terug te slaan tegen een onrechtvaardig arbeidsregime? Of is het de nieuwste aanstellerij van een in zichzelf gekeerde en neurotische elite die voortdurend claimt het slachtoffer te zijn, terwijl ze op veilige afstand staat van de deaths of despair die de Amerikaanse arbeidersklasse teisteren en van het vuile werk in slachthuizen, gevangenissen en dergelijke?

    Malesic heeft aandacht voor de druk op de werkplek, die vrouwen en raciale minderheden naar een burn-out dirigeert. Ook is zijn benadering van invaliditeit verfrissend: hij laat zien hoe leven met een beperking ons ertoe kan brengen ons heersende verhaal over werk te heroverwegen; daarvoor baseert hij zich op het voortreffelijke essay The Right Not to Work van de gehandicapte kunstenaar Sunny Taylor. Klassenverschillen komen echter nauwelijks in zijn analyse voor, behalve in een beknopte bespreking over de ‘witteboordendienstbaarheid’ die tegenwoordig van de arbeidersklasse wordt verwacht en in een interview met een fervent fietser die een vinger verloor tijdens zijn werk in een bandenfabriek. Hij vermeldt niet hoe wijdverbreid de burn-out is onder mensen uit de arbeidersklasse; in zijn boek gaat het meestal over artsen en hoogleraren.

    De beste historische vergelijking die Malesic vindt met de burn-out is neurasthenie, een toestand van nerveuze uitputting

    De beste historische vergelijking die Malesic vindt met de burn-out is neurasthenie, een toestand van nerveuze uitputting. Het was de ziekte van de welgestelde, hoogopgeleide negentiende-eeuwse Amerikaanse intellectuelen. De taal die doet denken aan de burn-out duikt inderdaad op in American Nervousness, de klassieke verklaring over neurasthenie die in 1881 werd gepubliceerd door de arts George M. Beard. Hij vergelijkt het menselijk zenuwstelsel met een elektrisch circuit: ‘Er breekt een periode aan waarin de hoeveelheid kracht onvoldoende is om alle lampjes brandende te houden; de zwakste lampjes doven het eerst.’

    Dit precedent is zo evident dat het nog een andere reden biedt om te vermoeden dat de burn-out, net als neurasthenie, een exclusieve aandoening is. Het is bizar, stelt Daniel Markovits in zijn recente boek The Meritocracy Trap, hoe hard de superrijken werken in de huidige economische orde. De rijkste 1 procent bestaat grotendeels uit directeuren, investeerders, consultants, advocaten en gespecialiseerde artsen die extreem veel werken, soms meer dan zeventig uur per week. Het is onwaarschijnlijk dat deze werkverslaafde elite erg hoog zou scoren als het aankomt op inefficiëntie (uitputting en cynisme zijn een ander verhaal). Maar de vreemde werkethiek die de rijken voor zichzelf hebben bedacht is wel uitermate relevant als je de burn-out wilt begrijpen als cultureel fenomeen, vooral nu het zijn traditionele slachtoffers overstijgt – artsen, verpleegkundigen, leraren, maatschappelijk werkers – en toeslaat in de ruimere gelederen van kenniswerkers.

    Arbeidersklasse

    De arbeidsidealen die Malesic bestempelt als verhalen die de ziel verwoesten, zijn voor een groot deel die van de midden- en hogere klasse; veel mensen uit de arbeidersklasse, die door ervaring wijs zijn geworden, hebben allang door dat uitbuiting een realiteit is. Het moge duidelijk zijn dat ook in de arbeidersklasse burn-outs voorkomen. Uit een recent Brits onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat slechtbetaalde, laagopgeleide werknemers vaker het gevoel hebben dat hun baan zinloos is.

    De burn-out is ook niet alleen een Amerikaans verschijnsel. Van de tang ping-protestbeweging in China tot de verontwaardiging over sterfte door overwerk in Japan en Zuid-Korea: in rijke landen groeit het verzet tegen onmenselijke arbeidsidealen die van welvaart een vloek maken. Zweden en een paar andere Europese landen geven werknemers met een burn-out betaald verlof, en in Finland kunnen burn-outpatiënten in aanmerking komen voor betaalde revalidatieworkshops.

    In de strijd voor humanere arbeidsomstandigheden heeft de burn-out dus weinig invloed. Bovendien bewijst Malesic ons een dienst door te verhelderen hoe onze massale waanideeën ons ervan weerhouden te floreren op het werk. ‘Burn-out’ is hooguit een overgangsterm: als onderwerp van culturele fixatie is het op z’n minst een begrip dat gemakkelijk kan worden weggekaapt door de elite. Op z’n best is het bijna volledig een fenomeen van de elite.

    De term heeft culturele bekendheid verworven, juist omdat hij weerklank vindt bij welgestelde professionals

    Dat de burn-out mainstream aan het worden is, betekent niet dat er een beter maatschappelijk gesprek ontstaat over de positieve kanten van het nietsdoen, of over het streven naar minder vervreemdende vormen van werk. De term heeft culturele bekendheid verworven, juist omdat hij weerklank vindt bij welgestelde professionals die van overwerk een fetisj maken. De burn-out zal de kenniswerkers en de arbeidersklasse niet dichter bij elkaar brengen, als die laatste consequent buiten de cijfers wordt gehouden of als de arbeiders anders over hun uitbuiting denken. Malesic hoopt de term ‘burn-out’ te beperken tot de officiële klinische criteria. Maar juist de brede betekenis van de term maakt hem aantrekkelijk; zelfverklaarde burn-outgevallen kunnen zichzelf feliciteren met hun ijver, terwijl ze het stigma van depressie of een andere zwaardere diagnose ontlopen.

    De burn-out is een indicator dat er iets is misgegaan in de manier waarop we ons werk organiseren. Maar als concept blijft het vastzitten in een oud denkkader: een arbeidsethos dat al twijfelachtig was in de Amerikaanse industriële periode. Een arbeidsethos dat nu nog moeilijker op waarde kan worden geschat, in deze periode van extreme ongelijkheid en toenemende onzekerheid bij beroepen die ooit zekerheid boden. De burn-out van Malesic lijkt voorbestemd om het lot van neurasthenie achterna te gaan, en misschien wel dat van alle ideeën die ooit in de tijdgeest opkwamen: fel branden om vervolgens weer uit te doven.

    Jonathan Malesic, The End of Burnout: Why Work Drains Us and How to Build Better Lives (‘Het einde van de burn-out: Waarom werk ons leegzuigt en hoe we een beter leven kunnen opbouwen’), University of California Press, 288 pagina’s.

  • Onderzoek: Slechte slaap belemmert pogingen om gewichtsverlies te behouden

    Onderzoek: Slechte slaap belemmert pogingen om gewichtsverlies te behouden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Eerste zwarte en openlijk lesbische woordvoerder in Witte Huis

    » Paus Franciscus vergelijkt Oekraïne met Rwanda

    Slaaptekort oorzaak van veel fysieke problemen

    Slechte slaap kan pogingen om gewichtsverlies te behouden ondermijnen. Dat wijst onderzoek dat The Guardian aanhaalt uit. Miljoenen mensen met overgewicht of obesitas slagen er elk jaar in om gewicht te verliezen. Maar velen hebben daarna moeite om de kilo’s niet langzaam terug te laten kruipen. De resultaten van een gerandomiseerd onderzoek, dat werd uitgevoerd door de Universiteit van Kopenhagen en gepresenteerd op het Europees Congres over Obesitas, wijzen erop dat een beter en langer slaappatroon kan helpen om het gewicht voorgoed te laten verdwijnen.

    Niet genoeg slaap wordt ook in verband gebracht met diabetes, ontstekingen en hartziekten

    Het is bekend dat te weinig slaap of slaap van slechte kwaliteit het risico op een hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte en de vorming van vetafzettingen in de slagaders verhoogt. Niet genoeg slaap wordt ook in verband gebracht met diabetes, ontstekingen en hartziekten. Wetenschappers raken er steeds meer van overtuigd dat een slechte nachtrust kan bijdragen aan gewichtstoename na gewichtsverlies.

    Uit eerder onderzoek is gebleken dat meer dan een derde van de volwassenen in het VK en de VS niet genoeg slaap krijgen, wat grotendeels te wijten is aan een groot aantal factoren in het moderne leven, waaronder stress, computers en het vervagen van de grenzen tussen werk en privéleven.

    Lees ook:

  • Tabakslobby richt zich op Afrika. ‘We koersen af op een dodelijke pandemie van rokers’

    Tabakslobby richt zich op Afrika. ‘We koersen af op een dodelijke pandemie van rokers’

    Wereldwijd slinkt het aantal rokers, maar in Afrika neemt het juist toe. De tabaksindustrie ziet groeikansen en deinst er niet voor terug om politici om te kopen.

    Mahooana Khati, de belangrijkste politicus op economisch gebied in Lesotho, zit in de tuin van een hotel en maakt zich zorgen over zijn herverkiezing. Nerveus schuift hij heen en weer op een witte plastic stoel.  De hele ochtend heeft de parlementariër in het gebouw ernaast met andere parlementariërs gedebatteerd over een wet die hij eigenlijk niet wilde. De accijns op tabak moet ingevoerd worden. Eindelijk – Lesotho is een van de laatste landen in Afrika waar sigaretten verkocht worden zonder tabaksaccijns, waardoor ze ongekend goedkoop zijn.

    In zijn land bestaat een eenvoudige regel, zegt Kathi, voorzitter van de economiecommissie in het parlement. ‘Wie de sigaretten duur maakt, wordt niet herkozen.’ Op dit moment kost een pakje omgerekend 1 euro 50. Via criminele kanalen worden ze op straat zelfs vaak voor de helft van de prijs aangeboden.  Maar ten slotte hadden de wetgevers van Lesotho geen andere keuze. Het land heeft tijdens de pandemie het IMF om financiële steun verzocht. Het viel de experts van het IMF op dat Lesotho vrijwel geen gebruik maakt van de accijns op tabak als instrument om de overheidskas te vullen, waarna een snelle invoering als voorwaarde voor steun werd gesteld.

    Vijf ontmoetingen met lobbyisten

    In een eerste wetsontwerp van de regering was een accijns van 30 procent voorzien. Ten slotte bedroeg hij slechts 6 procent. Waarom? Kathi geeft toe dat er in de laatste maanden vijf ontmoetingen zijn geweest tussen de economiecommissie en vertegenwoordigers van de tabakslobby. Hij wil niet op details ingaan. Maar overleg met vertegenwoordigers van gezondheidsorganisaties zijn er niet geweest, hoewel die er sterk op aangedrongen hebben. Blijkbaar hebben grote tabaksconcerns er zelfs in kleine Afrikaanse landen als Lesotho met zijn 2 miljoen inwoners veel voor over om te groeien.

    Het aantal rokers in Afrika nam de laatste 20 jaar van 64 miljoen tot 73 miljoen toe

    Afrika geldt voor sigarettenfabrikanten als een belangrijke markt voor de toekomst. De bevolking van het continent groeit jaarlijks met 2,4 procent, ze zal zich naar verwachting in 2050 hebben verdubbeld. Terwijl de afzetmarkt in geïndustrialiseerde landen krimpt, lokken in Afrika aanzienlijke groeicijfers. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is het aantal rokers in de laatste twintig jaar wereldwijd gedaald tot nu nog ongeveer 1,3 miljard. In Afrika nam het ondertussen toe van 64 miljoen tot 73 miljoen. Weliswaar wordt op het continent nog altijd minder gerookt dan in andere werelddelen, maar er is sprake van een opwaartse trend – en veel tabaksfabrikanten zien hierin een kans.

    Activiste vindt geen gehoor

    In een vervallen gebouw in Lesotho’s hoofdstad Maseru heeft Mphonyane Mofokeng haar kantoor. Toen haar vader, een kettingroker, aan kanker overleed, richtte ze een ngo op die de bevolking onder andere wil waarschuwen voor de risico’s van het gebruik van tabak. De zestigjarige wil daarmee vooral bij jongeren bereiken wat haar bij haar vader niet is gelukt: dat ze de gevaren van het roken gaan inzien.

    Maar de laatste dagen begint ze te betwijfelen dat dit een haalbaar doel is. Tevergeefs verzocht ze de economiecommissie om een gesprek. Ze hoopte op hogere prijzen, grotere hindernissen voor de toegang tot sigaretten. Ze wilde vertellen over de jongen die op achtjarige leeftijd in het ziekenhuis belandde – met longkanker. Zijn ouders hadden in huis gerookt. Ze wilde vertellen over de ontelbare herdersjongens voor wie het roken op de velden nog altijd dagelijkse praktijk is. Tevergeefs.

    ‘Wij koersen af op een dodelijke pandemie als de tabak niet duurder wordt’

    Op een bepaald moment nodigde ze zichzelf maar uit en ging naar een vergadering van de commissie. Die werd geschorst. ‘Wij koersen af op een dodelijke pandemie van rokers als de tabak niet duurder wordt,’ aldus de activiste. Bovendien zou men de bestaande wetten, zoals de rookverboden in openbare gebouwen of verkoopverboden in de buurt van scholen, ook eens moeten gaan handhaven. Dat gebeurt nauwelijks.

    Een insider die de andere kant koos

    Toen ze er ten slotte achter kwam dat de politici maar een vijfde van de oorspronkelijk geplande accijns op tabak wilden invoeren, dacht ze meteen aan corruptie. ‘Altijd als er zoiets gebeurt, zit daar iets achter,’ zegt ze. Er zou in Lesotho een bepaalde manier bestaan waarop de tabakslobby dat aanpakt. Daarbij wordt ook wel eens een stuk land gekocht voor een politicus. Bewijzen heeft ze niet. Maar het zijn geen nieuwe beschuldigingen tegen de tabaksindustrie in Afrika. In 2015 zond de BBC een programma uit over Paul Hopkins. De Brit had in Kenia dertien jaar gewerkt voor het tabaksconcern British American Tobacco (BAT) – en werd daarna klokkenluider. ‘BAT koopt mensen om, en ik organiseerde dat,’ zei hij in een interview. ‘Als ze daarvoor de regels moeten overtreden, dan overtreden ze de regels.’

    Hopkins liet documenten zien die volgens de BBC bewijzen dat het concern via hem illegale betalingen deed aan volksvertegenwoordigers van een antitabakscampagne van de WHO. In Burundi zou een hoge ambtenaar zijn omgekocht van wie men blijkbaar hoopte dat hij een antirookwet zou afzwakken. De zender maakte bovendien een stiekem gemaakte geluidsopname openbaar waarop te horen zou zijn hoe een BAT-advocaat smeergeldbetalingen goedkeurt. BAT sprak de beschuldigingen tegen en het afgelopen jaar oordeelde het Britse Openbaar Ministerie na langdurig onderzoek dat er niet genoeg bewijs was voor een aanklacht. 

    De gezondheidseffecten van het toegenomen tabaksgebruik in Lesotho zijn te zien in het ziekenhuis van Mafeteng, een provinciestadje 80 kilometer ten zuiden van Maseru. Hier heeft de vrouwelijke arts Waheeba Madani weer eens te maken met patiënten met longproblemen. Ze heeft zojuist de 71-jarige Moshao Setlaba behandeld, die bijna vijftig jaar lang dagelijks rookte. Niet veel, zoals hij zegt; vijf tot tien sigaretten. Ook toen de mijnwerker tweemaal tbc kreeg, hield hij niet op. In de mijnen hoort tabak er gewoon bij. Een poosje geleden was hij toch maar gestopt met roken. ‘Ik hoest de hele nacht en heb pijn in de borst,’ klaagt de vermagerde gepensioneerde.

    80 procent van dokter Madani’s mannelijke patiënten zijn actieve of voormalige rokers. Onder de vrouwen zijn het er, zoals in de meeste landen, duidelijk minder. Alles bij elkaar schat de regering van Lesotho het aantal rokers nu op wel 47,9 procent van de volwassenen. Ter vergelijking: in Duitsland rookt 23,8 procent, in Zwitserland 27 procent. ‘We hebben steeds meer patiënten met zware luchtwegaandoeningen,’ zegt Madani. De mensen beginnen als kind al te roken en vaak verergert dat andere aandoeningen, zoals tuberculose en hiv, of de gevolgen van ondervoeding.’

    Nama Woman Smoking Kalahari Desert Namibia Luca Galuzzi 2004 kopie.JPG
    © Luca Galuzzi / Wikimedia

    Precieze diagnose is niet mogelijk

    Vroeger zouden de artsen in Lesotho luchtwegaandoeningen bij mijnwerkers als Setlaba automatisch geweten hebben aan de zware omstandigheden onder de grond. ‘Intussen is het duidelijk dat roken bij de meeste patiënten de belangrijkste factor is,’ zegt Madani. Dat is een van de grootste gezondheidsrisico’s voor de bevolking – veel meer dan de hart- en vaatziekten die in geïndustrialiseerde landen de belangrijkste doodsoorzaak zijn.

    In het ziekenhuis van Mafeteng ontbreken de middelen en de apparaten voor een nauwkeurige diagnose. De arts zal Setlaba daarom naar de hoofdstad Maseru sturen. Maar ook daar zijn de mogelijkheden beperkt. Uiteindelijk moet de patiënt zijn hoop vestigen op een afspraak in een overheidsziekenhuis in het buurland Zuid-Afrika, waar af en toe patiënten uit Lesotho opgenomen worden. Voordat een precieze diagnose is gesteld, zullen er dus weken voorbijgaan. Op z’n minst.

    Zuidelijk Afrika ontwikkelt zich maar langzaam tot een relevante afzetmarkt voor tabak. Maar zijn geschiedenis als regio van tabaksteelt gaat eeuwen terug. Ook op dit terrein is de reputatie van de branche op z’n zachtst gezegd dubieus. Een paar maanden geleden maakte de BBC documenten openbaar die aannemelijk maken dat er door medewerkers van British American Tobacco smeergeld is betaald aan de Zimbabwaanse regeringspartij ZANU-PF. Het gaat om betalingen van 300.000 dollar, bedoeld om de sluiting van concurrerende sigarettenfabrieken te bewerkstelligen. Bovendien heeft het Britse bedrijf andere fabrikanten laten bespioneren.

    Ingecalculeerde schandalen

    Johann van Loggerenberg is niet verbaasd over deze praktijken. Hij deed lang onderzoek voor de Zuid-Afrikaanse belastingdienst naar smokkelaars en tabaksconcerns die belasting ontduiken. ‘Dat zal geen consequenties hebben, dat kan ik u verzekeren,’ zegt de 52-jarige Loggerenberg als we hem in Johannesburg spreken. ‘Zulke schandalen en de negatieve pr zijn in het businessmodel van deze bedrijven ingecalculeerd. Gewoon even een slechte werkdag, en dan weer door.’

    In geïndustrialiseerde landen worden topmanagers volgens Van Loggerenberg al evenmin persoonlijk ter verantwoording geroepen. In het ergste geval krijgt het bedrijf een boete – ‘en dan weer over tot de orde van de dag’. Als dit in geïndustrialiseerde landen al normaal is, dan kun je je wel voorstellen hoe het er in ontwikkelingslanden aan toegaat. ‘Ze zijn te machtig, te groot, hebben te goede relaties.’

    Dit onderzoek werd gefinancierd door het European Journalism Centre, via het ‘Global Health Journalism Grant Program for Germany’.

  • Polio duikt voor het eerst in dertig jaar op in Malawi

    Polio duikt voor het eerst in dertig jaar op in Malawi

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Uber sluit vrede met gele taxi’s in New York

    » Russische jacht mag niet tanken

    Ruim 23 miljoen jonge kinderen in Afrika ontvangen vaccinaties

    Ruim 23 miljoen jonge kinderen in zuidelijk Afrika krijgen vaccinaties tegen wilde polio aangeboden nu voor het eerst sinds 1992 een uitbraak van het virus is geconstateerd in Malawi, meldt The Guardian. In Lilongwe, de hoofdstad van Malawi, werden afgelopen zondag kinderen onder de vijf jaar ingeënt als onderdeel van onmiddellijke actie tegen de ziekte. De komende vier maanden zullen vaccins worden aangeboden aan kinderen elders in Malawi en in Mozambique, Tanzania, Zambia en Zimbabwe.

    Vorige maand registreerde Malawi het eerste geval van wilde polio in dertig jaar, en het eerste in Afrika sinds de regio in 2020 vrij werd verklaard van het inheemse, natuurlijk voorkomende poliovirus. Tot nu toe is er één geval ontdekt.

    ’Ter ondersteuning van Malawi en zijn buren handelen we snel om deze uitbraak een halt toe te roepen en de dreiging de kop in te drukken met effectieve vaccinaties’, aldus Matshidiso Moeti, regionaal directeur voor Afrika bij de Wereldgezondheidsorganisatie.

    Lees ook:

  • Zweet, een belangrijk communicatiemiddel

    Zweet, een belangrijk communicatiemiddel

    Menselijk zweet is veel meer dan alleen verkoelend. Soms ruikt het ‘ranzig, geitachtig’ naar een flinke doses ‘stinkkaas’ of naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met ui’, dan weer prikkelt het onze zintuigen op een aangename manier.

    In de sportschool getuigt een bezweet T-shirt van krachts-inspanning en doorzettingsvermogen, maar bij een kennismakingsgesprek is het een teken van zwakte en onzekerheid. Voor de sauna betalen we om te zweten, voor een taxi met airco juist om te voorkomen dat we bij een receptie op ook maar één zweetdruppeltje worden betrapt. Geen twijfel aan: de mens heeft een schizofrene verstandhouding met zweet. Nu eens heeft lichaamsvocht een erotische aantrekkingskracht, dan weer wekt het weerzin.

    Eerst en vooral is zweten essentieel om te kunnen overleven: zo beschermt het lichaam zichzelf tegen oververhitting. Ieder mens heeft twee tot vijf miljoen zweetklieren. Het merendeel daarvan zijn eccriene zweetklieren, die over het hele lichaam verspreid liggen. Door die klieren dringt een waterig-zoutachtig vocht door tot op het huidoppervlak, waar het verdampt en ons lichaam afkoelt. Apocriene zweetklieren komen daarentegen alleen voor op enkele behaarde lichaamsdelen, zoals onder de oksels. Deze geurklieren scheiden een olieachtig secreet af. Het vocht zelf is weliswaar reukloos, maar vormt tegelijkertijd ook een buitenkansje voor heel wat huidbacteriën. De afvalproducten van dit afbraakproces resulteren in wat wij doorgaans een zweetlucht noemen. 

    Vrouwen ruiken daarentegen meer naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met een zweem van ui’

    Ieder mens heeft zijn eigen unieke zweetgeur. In haar lezenswaardige boek The Joy of Sweat schrijft de Canadese wetenschapsjournalist en docent Sarah Everts dat er genderspecifieke tendensen zijn. Zo worden mannengeuren vaker gedomineerd door een geurmolecuul dat ze omschrijft als ‘een ranzige, geitachtige stank met een geur van stinkkaas’. Vrouwen ruiken daarentegen meer naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met een zweem van ui’.

    Hoe onaangenaam die zweetlucht tegenwoordig ook kan zijn, in oorsprong was hij een belangrijk communicatiemiddel. Veel zoogdieren bakenen hun territorium af – met waarschuwingssignalen of juist met liefdesboodschappen. ‘Maar bij mensen wordt de oorspronkelijke biologische betekenis van de apocriene zweetklieren nog maar slecht begrepen,’ zegt Everts. Misschien verraadde de zweetlucht van onze voorouders ooit dat iemand bang was, of dat een vriend of familielid ziek was.

    Bezwete T-shirts

    Ook bij het vinden van een partner speelden zweetklieren mogelijk een belangrijke rol – en misschien doen ze dat nog steeds. In de jaren negentig liet evolutiebioloog Claus Wedekind van de Universiteit van Lausanne vrouwen ruiken aan bezwete T-shirts van mannen. De proefpersonen hadden voorkeur voor de reuk van mannen met een immuunsysteem dat niet te sterk leek op het hunne, maar dit juist goed aanvulde. Vroeger, toen mensen in kleine groepen leefden, voorkwam die voorkeur mogelijk dat een vrouw een man koos die te nauw aan haar verwant was.

    Hoewel dat risico tegenwoordig geringer is en andere factoren bij de partnerkeuze veel belangrijker zijn, geloven sommigen nog altijd in de erotische werking van het okselholtebouquet. Everts deed mee aan een zweetdating in Moskou waarbij de deelnemers aan hun date snuffelden. Om een tipje van de sluier op te lichten: zij stuitte daarbij inderdaad op een geur waar ze warm van werd.

    Sterke zweters kunnen wel drie theelepels zweet per minuut verliezen

    Eccriene zweetklieren zijn minder verbonden met intieme gevoelens. Maar ook zij kunnen een mens onzeker maken of voor schut zetten. Everts doet veel aan sport, vertelt ze, ‘en ik ben altijd de eerste die zweet’. Dat vond ze vaak vervelend en het bracht haar op het idee een boek over zweet te schrijven. Uit onderzoek bleek dat de zweetproductie van haar lichaam gemiddeld is. Maar sommige mensen hebben enorm veel zweetporiën, of hun zenuwsysteem is zo ingesteld dat het maar al te gauw een zweetsignaal afgeeft. Sterke zweters kunnen wel drie theelepels zweet per minuut verliezen.

    Zweten is een zeer menselijk fenomeen. Mensen hebben, schrijft Everts, tien keer zoveel eccriene zweetklieren als chimpansees en kunnen twaalf keer zo sterk zweten als een koe. Bij andere zoogdieren zoals honden en katten komen eccriene zweetklieren alleen voor op de poten. Zij reguleren niet de warmtehuishouding maar vergroten bij het klauteren en jagen hun grip op de grond. Afkoelen doen onze favoriete huisdieren onder meer door te hijgen met de tong uit de bek. Maar dat is een actief proces dat energie kost.

    Afkoelingsstrategieën

    Ook in vergelijking met andere afkoelingsstrategieën is zweten een behoorlijk slimme oplossing. Kangoeroes bijvoorbeeld likken hun onderarm om af te koelen. De Nieuw-Zeelandse zeebeer urineert over zijn buik en achterpoten als het hem te warm is. Ooievaars en gieren spatten modder op hun poten. En als honingbijen oververhit dreigen te raken, braken ze hun maaginhoud uit en smeren die met hun voorpoten over hun hele lijf. 

    Hoewel zweet voor 99 procent uit water bestaat, is de resterende 1 procent in velerlei opzichten heel interessant. Die bestaat namelijk uit honderden chemische substanties die door het lichaam worden afgescheiden uit het weefselvocht tussen bloedvaten en weefsels. De belangrijkste zijn zoutbestanddelen zoals natrium, kalium en chloride. Andere substanties verraden onze ondeugden: vermaard en berucht is de geur van knoflooketers. Everts beschrijft zelfs het geval van een verpleegkundige uit Zuid-Afrika die vertwijfeld een arts raadpleegde omdat er rood zweet uit haar poriën kwam. De kleur bleek afkomstig van de tomatenchips die de vrouw met kilo’s naar binnen had gewerkt.

    Sinds enkele jaren neemt ook de sportgeneeskunde ons zweet nauwkeuriger onder de loep. Bij het interdisciplinaire onderzoeksproject WeCare proberen wetenschappers uit Zürich, Neuchâtel, Lausanne en Barcelona een zweetmeetapparaat voor duuratleten te ontwikkelen. Hiermee moeten triatleten, wielrenners en marathonlopers onderweg voortdurend controleren hoeveel water, natrium of kalium zij hebben uitgezweet. ‘Zo kunnen zij dan op het juiste moment de juiste hoeveelheid van het juiste vocht tot zich nemen,’ zegt Mathieu Saubade van het Centrum voor Sportgeneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Lausanne, die als onderzoeker bij het project betrokken is.

    Realtime

    Volgens Saubade is de wetenschappelijke belangstelling voor dergelijke toepassingen de afgelopen tijd sterk gestegen. Tot nog toe waren er echter nog geen apparaten op de markt om de bestanddelen van zweet in realtime te meten. Dat komt door de complexiteit van dat lichaamsvocht. ‘Hoeveel en hoe we zweten is afhankelijk van verschillende factoren,’ zegt Saubade. Omgevingstemperatuur, leeftijd, geslacht, het uur van de dag en voeding zijn onder meer relevant. Conditie is een andere factor: de zweetklieren van topatleten werken efficiënter dan die van ongetrainde mensen, zij hebben ‘leren’ reageren op hoge lichaamstemperaturen. Ondanks de vele factoren die van invloed zijn is Saubade 
    ervan overtuigd dat er in de niet al te verre toekomst apparaten op de markt komen die gericht zijn op het constant meten van zweet.

    De politie zou al aan de mogelijkheid werken om aan het zweet van vingerafdrukken te kunnen aflezen of iemand alcohol of drugs heeft gebruikt

    Zweet bevat heel veel informatie. Het leven van mensen met diabetes zou veel gemakkelijker worden als zij hun bloedsuiker konden meten zonder zich te hoeven prikken. En voor automobilisten zou een waarschuwingssignaal via een smartwatch nuttig zijn als ze na een avondje stappen te veel alcohol op hebben. De politie werkt volgens Sarah Everts al aan de mogelijkheid om aan het zweet van vingerafdrukken te kunnen aflezen of iemand alcohol of drugs heeft gebruikt.

    Maar wat als bedrijven in de toekomst informatie uit zweet verzamelen om sollicitanten te beoordelen? Of als ziektekostenverzekeringen een zweettest vragen om korting op de premie te kunnen geven? Everts vreest dat het niet lang meer duurt voordat dergelijke ideeën worden omgezet in praktijk. Misschien is dat ook een reden waarom zweten ons vaak in verlegenheid brengt, zegt ze. ‘Wij hebben geen controle over ons zweet en het verschaft intieme informatie over ons.’ 

    Lees ook:

  • Oproep tot vernietiging van genderidentiteit

    Oproep tot vernietiging van genderidentiteit

    Zelfs in een cultuur die zo openstaat voor afwijkende seksuele identiteiten, moeten sommigen hun ware aard verborgen houden. ‘Ik ben geen jongensachtige vrouw, ik ben een man’, schrijft een Zuid-Indiase transseksueel.

    Voorbij het onderscheid tussen man en vrouw

    ‘Over de hele wereld komt het voor: de ziel van een man in het lichaam van een vrouw, of andersom. Hoe erop wordt gereageerd – door wie het overkomt maar ook door diens omgeving – verschilt van continent tot continent. In het Oosten lijkt de minste kramp te heersen, in het Westen loopt de emancipatie van de transseksueel nog ver achter bij die van de homo. Dat een jongen (Andrej Pejic) bh-model is (voor de Hema) verandert daar nog niks aan.’

    Zo luidde de inleiding van ons dossier over genderidentiteit in januari 2012. We noemden de tijden toen al ‘transseksueel’ en beschreven in zes artikelen hoe op verschillende plekken in de wereld met het onderwerp werd omgegaan. Als archiefstuk vandaag kozen we deze hartekreet van een Indiase transseksuele man die werkt bij LesBiT, een steungroep voor lesbiennes, biseksuele vrouwen en vrouw-naar-man transseksuelen.

    In Zuid-India bestaan meerdere (trans)-seksuele identiteiten. Zo is daar de vrouw-naar-man identiteit Thirunambigal in Tamil Nadu, Magaraidu in Andhra Pradesh en Gandabasaka in Karnataka. En ook de man-naar-vrouw identiteit zoals de kothi, hijra (ook wel genoemd Aravanis en Thirunangaigal in Tamil Nadu), Jogappa in Noord-Karnataka, Jogatha in Andhra Pradesh en Shiva Shakti in Maharashtra en Andhra Pradesh.

    Niet al deze identiteiten zijn zo bekend als de hijra, die synoniem is geworden met transseksualiteit. Dat komt voornamelijk door de historische zichtbaarheid van deze gemeenschap die voor zichzelf een culturele en sociale ruimte heeft gecreëerd via het guru-chela (leraar-leerling) systeem. Dat is een steun voor veel jonge hijra’s/kothi’s die uit huis zijn gegaan om zich bij een van de zeven gharanas (huizen) te voegen als ‘dochters’ of ‘leerlingen’ van hun goeroes. Een hijra/kothi zie je vaak bij stoplichten staan bedelen – een van de weinige manieren om zich staande te houden in een vijandige en discriminerende maatschappij.

    Het geld dat India ontvangt om hiv/aids te bestrijden is aangewend om door het hele subcontinent ngo’s op te zetten die zich richten op de kothi als primaire drager van de infectie. Maar de genderidentiteit van de kothi wordt verdoezeld doordat de door ngo’s gehanteerde term MSM (mannen die seks hebben met mannen) vaak gebruikt wordt voor kothi’s. Maar kothi’s zijn geen mannen. Ze hebben een mannenlichaam, maar voelen zich vrouw.

    Bemiddelaars

    Jogappa’s zijn jonge jongens, meestal afkomstig uit de kaste van de onaanraakbaren (dalit) of uit een andere ‘achterlijke’ kaste, soms zelfs uit moslimgezinnen in Noord-Karnataka, die de godin Yellamma zijn toegedaan. Ze dragen vrouwenkleren en treden op als bemiddelaars tussen gelovigen en de godin. Ze mogen niet trouwen.

    De Jogappa is geen uitsluitend uit transseksuelen bestaande categorie, maar een ruimte waarin van oudsher transgendergedrag is toegestaan. Veel transseksuele vrouwen vinden hier een legitieme plek om hun identiteit, die niet overeenkomt met de heersende normen, toch in de maatschappij tot uiting te brengen.

    Ik voel me een Thirunambi, een vrouw-naar-man transseksueel. Lang voordat ik wist wat ik was, wist ik al dat ik in het verkeerde lichaam zat. Pas onlangs vond ik de woorden die het best beschrijven wat ik ben en trof ik mensen die net zo in elkaar zitten als ik: iemand die geboren is als vrouw, maar met de genderexpressie van een man. Ik heb jarenlang geprobeerd onder woorden te brengen wat ik ben, en getracht mijn familie, vrienden en geliefden te vertellen dat ik geen jongensachtige vrouw ben, maar een man.

    Transseksuele mannen zijn er in allerlei soorten en maten. Sommigen van ons willen een geslachtsoperatie, anderen niet; sommigen voelen zich heteroseksueel, anderen lesbisch of homo, en weer anderen multiseksueel. Er zijn er die soepeler omgaan met hun genderidentiteit dan anderen. Sommigen zijn door hun familie gedwongen te trouwen met een man, terwijl het anderen is gelukt zich los te maken en elders een beperkte vorm van vrijheid te vinden.

    Maar hoe verschillend ook, allemaal hebben we te maken gehad met onderdrukking vanwege onze ‘afwijkende’ genderexpressie.

    Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken

    De mate waarin varieert natuurlijk naar gelang de positie die we binnen onze kaste en klasse innemen. Ik schrijf als een Engelssprekende Nair vrouw-naar-man transseksueel uit de middenklasse. Ik schrijf voor mijn niet- Engelssprekende vrouw-naar-man dalit-broeders uit de arbeidersklasse. Ik schrijf omdat onze stemmen nooit worden gehoord. Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken. We hebben dubbel te lijden omdat we naast onze nonconformistische genderexpressie ook nog eens als vrouw zijn geboren. We hebben geen systeem zoals de hijra’s.

    We hebben geen goeroes die voor ons zorgen als we weggaan bij onze familie. We zijn onzichtbaar omdat we geconditioneerd zijn om in het openbaar ‘door te gaan’ voor een man, om te zeggen dat ons lichaam er niet toe doet omdat we ons ervan afgesneden voelen.

    Is dat lichaam dat maandelijks bloedt, dat lichaam met borsten dat wordt beschouwd als vrouwelijk, míjn lichaam? Dat is een vraag waar wij allemaal mee geworsteld hebben.

    Het is voor ons moeilijk om te veranderen met behoud van respect voor ons lichaam, omdat de maatschappij zich amper bewust is van onze genderidentiteit. Het medische establishment is grotendeels niet op de hoogte van onze behoeften en geslachtsveranderingsoperaties zijn niet te betalen voor als vrouw geboren transseksuelen uit de arbeidersklasse. Sommigen van ons hebben lesbische relaties gehad zonder te kunnen verwoorden dat we mannen zijn.

    Sluipen

    Er zijn maar weinig fondsen beschikbaar voor onze strijd om erkenning. Zelfs feministische groeperingen sluiten ons uit en bestempelen ons als anti-feministisch omdat we de kant van de onderdrukker kiezen doordat we ons man voelen. Dat is een beperkend feminisme dat voorbijgaat aan onze ervaringen in een vrouwenlichaam. Een feminisme dat niet erkent hoe moeilijk het voor ons was om weg te gaan bij onze families om uitdrukking te geven aan onze genderidentiteit.

    We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben


    We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben, omdat ze nu eenmaal bang zijn voor transseksuelen. We moeten naar urinoirs waar mannen staan te plassen. We worden in elkaar geslagen als we naar een damestoilet gaan, door vrouwen die denken dat we voyeurs zijn.

    Wij strijden voor een samenleving waarin een ‘afwijkende’ identiteit niet als abnormaal wordt veroordeeld. We willen ons losmaken uit de marge en een plek in het midden opeisen, waar we niet bang hoeven te zijn en ons niet hoeven te verdedigen. Dit is een oproep om het bestaan te erkennen van transseksuelen die geen hijra zijn. Dit is een verzoek om steun aan mensen die hetero, homo, lesbisch, feministisch, multiseksueel of anderszins seksueel geaard zijn. Een oproep tot vernietiging van genderidentiteit zoals wij die nu kennen.

  • Amazon zoekt 125.000 nieuwe werknemers | Hausse aan cosmetische ingrepen in China

    Amazon zoekt 125.000 nieuwe werknemers | Hausse aan cosmetische ingrepen in China

    Amazon zoekt 125.000 nieuwe werknemers

    Amazon is voor de VS op zoek naar 125.000 nieuwe werknemers in een krappe Amerikaanse arbeidsmarkt. Het bedrijf zal gemiddeld 18 dollar per uur betalen, circa 15,25 euro, meldt CNBC. De nieuwe vacatures komen bovenop de 40.000 banen die het bedrijf eerder deze maand zei te zoeken. Sinds het begin van de pandemie heeft Amazon 450.000 werknemers aangenomen.

    Lees ook:


    Hausse aan cosmetische ingrepen in China

    De vraag naar plastische chirurgie en andere medisch-esthetische behandelingen is de afgelopen jaren enorm toegenomen in China. De markt voor plastische chirurgie in China zal in 2022 naar verwachting groeien tot 300 miljard yuan, circa 39 miljard euro. Ingrepen om de ogen groter te maken of neuzen aan te passen zijn het meest populair, schrijft South China Morning Post.

    In juli stierf een 33-jarige influencer aan complicaties na een mislukte liposuctie

    De sector ligt echter onder vuur van de overheid omdat mensen te weinig worden gewaarschuwd voor risico’s. In juli stierf een 33-jarige influencer aan complicaties na een mislukte liposuctie; een zaak die breed werd uitgemeten in Chinese media.

    Deze week lieten Chinese staatsmedia weten dat het ‘noodzakelijk en dringend’ is om advertenties voor cosmetische chirurgie te reguleren. Volgens een redactioneel commentaar op de website van staatskrant Het Volksdagblad suggereren sommige advertenties onterecht dat een mooi uiterlijk een teken is van ‘hoge kwaliteit’, ‘ijver’ en ‘succes’ en worden verhalen verzonnen dat ‘plastische chirurgie iemands lot verandert’.


    Rwandese vluchteling vermoord

    Een prominent lid van de Rwandese vluchtelingengemeenschap in Mozambique, die al eerder aan de politie had verteld dat er een complot zou bestaan om hem te vermoorden, is vorige week doodgeschoten, bericht BBC. Révocat Karemangingo was luitenant in het Rwandese leger dat in 1994 werd omvergeworpen door troepen onder leiding van president Paul Kagame. Hij vestigde zich in Mozambique als zakenman en hield hij zich niet meer bezig met politiek, zo liet de leider van de vluchtelingengemeenschap weten.

    De Rwandese regering is al vaker beschuldigd tegenstanders die in het buitenland wonen te belagen

    Karemangingo, penningmeester van de Rwandese vluchtelingenorganisatie, was op weg naar zijn huis in de buurt van de Mozambikaanse hoofdstad Maputo, toen zijn auto maandag in een hinderlaag liep. Volgens de politie werd hij getroffen door negen kogels. Er is nog niemand gearresteerd voor de moord en er zijn geen aanwijzingen voor een motief.

    De Rwandese regering is al vaker beschuldigd tegenstanders die in het buitenland wonen te belagen, maar heeft die aantijgingen altijd ontkend.

    Lees ook:

  • Chili erkent neurorechten om burgers te beschermen tegen kunstmatige intelligentie

    Chili erkent neurorechten om burgers te beschermen tegen kunstmatige intelligentie

    Chili is het eerste land ter wereld dat in zijn grondwet opneemt dat iemands mentale identiteit niet mag worden gemanipuleerd. De drijvende kracht achter dit initiatief is neurowetenschapper Rafael Yuste: ‘We moeten voorkomen dat zich herhaalt wat met sociale media is gebeurd.’

    Eind augustus stelde Elon Musk ons de biggen Joyce, Dorothy en Gertrude voor. In het bijzin van een klein groepje toeschouwers tijdens een evenement in San Francisco, kwamen de eerste twee snel naar hem toegerend toen hij ze riep. Maar de laatste kwam iets later uit het hok dan verwacht en de Zuid-Afrikaanse goeroe moest zijn toevlucht nemen tot het afgezaagde ‘dat heb je met een live-uitzending’.

    De presentatie werd wereldwijd uitgezonden alsof het om een raketlancering ging. Toen de varkentjes eindelijk voor de camera stonden, kon Musk opgelucht ademhalen en uitleggen waarom ze daar waren. Ze waren er niet als hoofdpersonen van een kindersprookje, eerder als die uit een sciencefictionverhaal. Het evenement werd georganiseerd door NeuraLink, het neurotechnologiebedrijf dat de baas van SpaceX en Tesla heeft opgericht. En Gertrude, de bijzonderste van de drie, was het testvarkentje.

    Een paar maanden daarvoor was bij haar een chip geïmplanteerd die een deel van de hersensignalen registreerde die van en naar haar snuit gaan. Toen ze overal begon te snuffelen, begon halverwege de uitzending een apparaat te piepen. Musk noemde deze gadget een ‘brein-fitbit’. Hiermee maakte hij duidelijk dat hij op weg was een van zijn toekomstdromen waar te maken: het menselijke brein met een computer verbinden zonder dat er bedrading voor nodig is. In techjargon heet dat een ‘brain-computer interface’.

    ‘Op dat moment beseften we dat de situatie urgent werd,’ verklaart de Chileense senator Guido Girardi. Hij kwam meteen in actie.

    Met neurotechnologie kunnen nu al emoties, gevoelens en zelfs het onderbewustzijn worden uitgelezen

    En daardoor staat zijn land nu op het punt om als eerste ter wereld neurorechten te gaan erkennen en te reguleren. We hebben het hier over een baanbrekend wettelijk kader waarin wordt bepaald dat mentale integriteit niet manipuleerbaar is en waarin die wordt beschermd tegen de opmars van kunstmatige intelligentie en andere nieuwe technologieën. Dit wetsvoorstel wordt ook gevolgd door de Verenigde Naties en de techreuzen in Silicon Valley. Binnenkort wordt het geratificeerd door het Lagerhuis van het Zuid-Amerikaanse land nadat het in het Chileense Hogerhuis al unaniem was aangenomen.

    De bescherming van deze ‘nieuwe mensenrechten’, zoals Girardi ze noemt, heeft de steun van het complete Chileense parlement en wordt vastgelegd in de hervorming van de grondwet en een speciale wet met vijf grondbeginselen: het recht op geestelijke privacy, persoonlijke identiteit, vrije wil, gelijke toegang tot technieken voor ‘mentale verbetering’ en bescherming tegen vooringenomenheid en discriminatie door algoritmen. Bovendien worden in deze wet de neurale gegevens van ieder mens gelijkgesteld aan een orgaan: zonder dat er een leven mee kan worden gered en zonder uitdrukkelijke toestemming, mogen ze niet worden verhandeld. Wie er munt uit wil slaan, riskeert zware strafrechtelijke sancties.

    Menselijke maat

    Girardi is arts van beroep en zegt dat hij zich op dit vlak heeft laten inspireren door de Spaanse orgaantransplantatiewet. Hij waarschuwt met klem dat het nodig is om in actie te komen voordat sensoren zoals die van Neuralink op industriële schaal worden gefabriceerd en voor gebruikers net zo gemakkelijk verkrijgbaar zijn als de nieuwste generatie smartphones. Sinds een paar maanden brengt het bedrijf Hyperfine bijvoorbeeld een draagbare MRI-scanner op de markt waarmee hersenbeschadiging bij kinderen kan worden gediagnosticeerd. Dat kan zijn nut bewijzen bij zorginstellingen met weinig apparatuur.

    Guido Girardi CC 2
    De Chileense senator Guido Girardi. – © Wikimedia Commons

    ‘Democratische instituties en regelgeving lopen altijd achter wat betreft de bescherming van de menselijke maat, vooral in deze wereld die steeds verder versnelt. Bij dit soort processen is consensus nodig en dus verlopen ze altijd traag,’ aldus de woordvoerder van de sociaaldemocratische oppositiepartij PPD. ‘Maar technologische processen verlopen juist in een razend tempo en daarom moeten we dit er nu doorheen krijgen, later heeft het geen zin meer.’

    En hij waarschuwt: ‘Met neurotechnologie kun je nu al emoties, gevoelens en zelfs het onderbewustzijn uitlezen. En op basis daarvan kunnen gedachten en levensverhalen worden bedacht en weer worden teruggestopt in de hersenen. En dan weet je niet of die echt van jou zijn of dat die met een ander belang zijn gecreëerd. Dat brengt een enorm groot risico voor je beslissingsbevoegdheid met zich mee.’

    Tegen wie moeten we ons eigenlijk beschermen: de internetgiganten, de regering, hackers? Onszelf?

    De afgelopen jaren hebben behalve Musk, ook tycoons als Mark Zuckerberg (Facebook/CTRL-Labs) en Bryan Johnson (Braintree/Kernel) plannen aangekondigd om de connectiviteit van het menselijk brein te verbeteren en zelfs te herstellen met behulp van neurotechnologie. En ook bij Microsoft, IBM en Google zitten ze niet stil. Het zijn projecten die van een afstandje bekeken iets weg hebben van het Wilde Westen. ‘Er is wel gezegd dat we in een tijd zitten die te vergelijken is met de goudkoorts, alleen is dit vele malen complexer. Hier zijn ideologische actoren aan het werk die alle macht willen vergaren,’ waarschuwt Girardi.

    Zitten we misschien al middenin een Black Mirror-aflevering? Is de voortgang van de neurotechnologie dan echt zo eng als in de jaren vijftig de ontwikkeling van de kernenergie leek? En tegen wie moeten we ons eigenlijk beschermen: de internetgiganten, de regering, hackers? Of misschien wel tegen onszelf?

    Een dystopische connotatie dringt zich op (letterlijk en figuurlijk): in China zijn in 2019 op scholen in de provincie Zhejiang hoofdbanden ingevoerd die de aandachtsspanne van leerlingen meten. De leraar krijgt een seintje in de kleuren van een stoplicht. De paradox is dat deze hoofdband — of eentje die erop lijkt — iemand met amputaties of die verlamd is levensreddende ondersteuning kan bieden. Wetenschappers van de Amerikaanse universiteiten Stanford, Brown en Harvard hebben dat onlangs aangetoond.

    ‘We moeten naar de toekomst kijken om mogelijk schadelijk gebruik vóór te zijn’

    ‘Neurotechnologie kan de mensheid op drie terreinen helpen: de wetenschap omdat die ons kan helpen begrijpen hoe de hersenen werken en ontdekken wat een menselijk wezen eigenlijk is, de gezondheidszorg om patiënten met neurologische en geestesziekten te ondersteunen, en de economie,’ aldus Rafael Yuste, neurowetenschapper en hoogleraar aan de universiteit van Columbia (VS). ‘Voor elke negatieve toepassing zijn er negen positieve. Wat we moeten doen is naar de toekomst kijken om mogelijk schadelijk gebruik vóór te zijn. We moeten voorkomen wat er met sociale media is gebeurd, waarbij de technologiewereld zomaar in het diepe is gesprongen. Tien jaar later moeten we met veel spijt toegeven dat de spelregels zijn veranderd.’

    Rafael Yuste CC
    De Spaanse neurowetenschapper Rafael Yuste. – © Wikimedia Commons

    Yuste is de Spaanse onderzoeker die president Obama er in 2013 van overtuigde dat het een goed idee was om 6 miljard dollar te spenderen aan het in kaart brengen van de hersenen. Hij is ook een van de belangrijkste adviseurs van het Chileense project. Een paar jaar geleden heeft Girardi hem uitgenodigd voor Congreso Futuro, het forum dat in tien jaar tijd is uitgegroeid tot het belangrijkste wetenschappelijke en intellectuele evenement van Latijns-Amerika. Daar zijn ze samen ‘s nachts onder de sterrenhemel in de Atacama-woestijn tot de conclusie gekomen dat er wettelijke en ethische grenzen moesten worden gesteld aan het gebruik van apparatuur waarmee het brein kan worden uitgelezen en beschreven.

    Zo begon Yuste, de geestelijk vader van het NeuroRights Initiative, die al een team van 25 deskundigen in neurowetenschappen, recht en ethiek (Morningside Group) om zich heen had verzameld, samen met Congreso Futuro met het leggen van de wetenschappelijke basis voor het wijzigen van de Chileense grondwet. Onlangs heeft Morningside hetzelfde voorstel voorgelegd aan de entourage van President Biden. ‘Hoewel we verontrustend waren door de acties van Trump, hebben we gemerkt dat de Amerikaanse regering hier belangstelling voor heeft,’ vertelt Yuste.

    Zijn doel is enerzijds dat neurorechten worden opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en anderzijds dat neurotechnologen bereid zijn een eed af te leggen in de trant van Hippocrates. De Spaanse regering overweegt dit op te nemen in de Estrategia Nacional de Inteligencia Artificial (nationale strategie voor kunstmatige intelligentie) die ze momenteel aan het voorbereiden zijn.

    Vreemde gedragingen

    De Canadese filosoof Frederic Gilbert is bio-ethicus, geeft les aan de universiteit van Tasmanië (Australië) en bestudeert het beleid bij klinische en experimentele proeven op mensen, waaronder bij invasieve hersenchirurgie. Hij geeft toe ‘een beetje sceptisch’ te zijn over het inpassen van neurorechten in het VN-kader en vestigt liever de aandacht op de ‘schijn van controle’ die ze pretenderen. ‘Jij hebt natuurlijk een smartphone. Kun je één dag zonder? Merk je dat je hem steeds nodig denkt te hebben, ook als hij niet binnen handbereik is? En dan hebben we het hier niet over iets wat in je hoofd zit, maar je in je hand hebt.’

    Bij bijna alle patiënten bij wie een apparaatje was geïmplanteerd, bleek diepe hersenstimulatie heilzaam. Maar af en toe waren er meldingen van vreemde gedragingen als hypomanie of hyperseksualiteit. The New Yorker meldde enkele weken geleden bovendien dat bij 65 procent van deze mensen hun huwelijk of relatie was stukgelopen en dat ongeveer evenveel mensen met hun opleiding wilden stoppen. Kunnen dit soort ontwikkelingen in de toekomst ook plaatsvinden bij gebruik van technologie die nu wordt ontwikkeld? ‘Dat is een reële mogelijkheid,’ zegt Gilbert. ‘Zelfs al werkt het duurste en meest geavanceerde apparaat van Elon Musk nog zo goed, dat betekent nog niet dat de patiënt er ook baat bij heeft.’

    Het is bijna een kwart eeuw geleden dat de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) het gebruik van een apparaatje goedkeurde voor diepe hersenstimulatie tegen essentiële tremor en de ziekte van Parkinson in een vergevorderd stadium. Nu zijn er wereldwijd naar schatting minimaal 200.000 mensen met een of ander hersenimplantaat, bijvoorbeeld een Cochlear-implantaat voor mensen met hoorproblemen. Maar op de drempel van een nieuw tijdperk van bovenmenselijke kwaliteiten, moet je je afvragen wat de gevolgen zijn van het gebruik van neurotechnologie zonder doktersrecept.

    ‘Zoals tijdens corona een commissie besliste wie het eerst moest worden ingeënt, zou je kunnen beslissen wie het eerst aan de beurt is voor verbeterde cognitie’

    Yuste pleit ervoor de toegang tot neurotechnologie niet alleen een persoonlijke keuze te laten zijn, maar ook voor te leggen aan een ethisch panel bestaande uit artsen en vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld. Of dat er in ieder geval een of ander filter wordt ingesteld. ‘Zou ik bereid zijn vrijwillig een implantaat te nemen zonder dat er sprake is van een geestesziekte?’ vraagt hij zich af. ‘In dat geval zou ik de aanbevelingen van zo’n panel voetstoots aannemen. Zoals tijdens de coronapandemie een commissie besliste wie het eerst moest worden ingeënt, zou je met dit systeem kunnen beslissen wie het eerst aan de beurt is voor verbeterde cognitie.’

    Maar aan de andere kant van de Atlantische Oceaan toont Girardi zich bezorgder. ‘Zo zou een heuse kaste van ‘augmented’ menselijke wezens kunnen worden gegeneerd. Als je IQ 10 punten hoger is dan het gemiddelde, leef je langer, ben je gelukkiger, heb je minder last van ziektes, heb je meer geld, en ga zo maar door. Dat is wetenschappelijk aangetoond. Bij iemand met een IQ van 200 punten meer, wordt die kloof maatschappelijk gezien onoverbrugbaar,’ aldus Girardi. Als lid van het Hogerhuis is hij in zijn land ook de drijvende kracht achter de levensmiddelenwet en -etikettering waarop wordt gewaarschuwd voor een te hoog zout-, suiker- en verzadigd vetgehalte (te vergelijken met de Europese Nutri-Score).

    ‘Weet u of er multinationals zijn die uw project willen stilleggen of laten ontsporen? Hoe verdedigt u het wetgevingskader als het onder druk komt te staan?’ vroegen we hem.

    ’De voedingswaarde-etikettering erdoor krijgen bij frisdrankconsortia en andere grote bedrijven, was veel ingewikkelder. Ferrero zei dat ze ons bij de WTO zouden aanklagen en Nestlé bedreigt ons nu nog steeds. Maar we begrijpen dat ook dit niet gemakkelijk zal zijn’, luidde zijn antwoord.

    Wat zijn de vijf neurorechten?

    De groep wetenschappers onder leiding van Rafael Yuste dringt aan op het opnemen van vijf nieuwe rechten in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die in 1948 door de Verenigde Naties is opgesteld:

    1. Het recht op geestelijke privacy. Hierin wordt bepaald dat informatie die wordt verzameld met neurotechnologische hulpmiddelen die interactie hebben met de hersenen (neurogegevens), even vertrouwelijk moet worden behandeld als informatie verkregen uit orgaantransplantaties.

    2. Het recht op persoonlijke identiteit. Dit beoogt het besef van het ik — de essentie van elk individu — te beschermen tegen elk gebruik van chips, sensoren en andere neurotechnologische apparatuur die hersenactiviteiten kunnen wijzigen.

    3. Het recht op vrije wil. Dit is nauw verwant aan het vorige punt en wil het vermogen van een mens om beslissingen te nemen — ‘agency’ genoemd in de psychologie — beschermen tegen hersenstimulatietechnieken met een massaal bereik.

    4. Het recht op gelijke toegang tot technieken voor ‘mentale verbetering’. ‘We leven in een wereld waarin mobiele apparatuur onze cognitieve vermogens al heeft verbeterd. Je komt bijvoorbeeld in een stad waar je nog nooit bent geweest, zet je smartphone aan en met GPS weet je dan misschien zelfs nog beter de weg dan een stadsbewoner,’ licht Yuste toe. ‘Door de overstap van dit soort technologie van je hand naar je brein, zou een mensheid van twee snelheden kunnen ontstaan. Met dit recht kunnen we voorkomen dat ongelijkheid tussen personen die zich de toegang tot dit soort instrumenten al dan niet kunnen veroorloven, ontaart in een sociale kloof. Een ethisch panel van artsen en vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld zou kunnen beslissen wie zich wel en niet cognitief mag verbeteren.’

    5. Het recht op bescherming tegen vooringenomenheid en discriminatie door algoritmen. Deze regel moet ervoor zorgen dat het gebruik van algoritmen in het menselijk brein niet leidt tot vooringenomenheid, zoals we bij het gebruik van sociale netwerken hebben gezien.

  • Seks is alomtegenwoordig – toch doen we hét minder

    Seks is alomtegenwoordig – toch doen we hét minder

    De wereld wordt seksueel gezien steeds losser en opener. En toch wordt er minder gevreeën. Seks? Ach, laten we nog maar een serie kijken. Waar dat aan kan liggen onderzocht Sebastian Hermann.

    Op handen en voeten kruipen de twee vrouwen naar elkaar toe, midden op het gigantische bed komen ze bij elkaar, gaan liggen, drukken hun kruis tegen dat van de ander en bewegen ritmisch op de muziek. De Amerikaanse zangeressen Cardi B en Megan Thee Stallion dragen strakke, metalig glanzende bikini’s die sterk aan Barbarella doen denken, maar ook geschikt zijn voor een alien-party in een parenclub. Het duo zingt hun gezamenlijk rap ‘WAP’. De afkorting WAP staat voor wet ass pussy. Cardi B, een voormalige stripper, rapt: ‘Ask for a car when you ride that dick’, en: ‘Put this pussy right in your face/ Swipe your nose like a credit card’.

    Je kunt zeggen dat hun song en hun show hyperseksueel zijn, of obsceen. Maar hij zit echt niet verstopt in de duistere pornohoekjes van het internet: hun optreden vond plaats op een felverlicht podium tijdens de uitreiking van de Grammy’s, tegelijk de belangrijkste en de populairste muziekprijzen. Puur mainstream.

    In your face, recht voor zijn raap, seks, seks, seks. En toch halen de meeste van de miljoenen kijkers hooguit hun schouders op. Het optreden past in de recente traditie van extreme seksuele openheid. De zangeressen laten alleen iets zien wat de afgelopen jaren is gegroeid. Seks als imago, als verwachting, als prestatiedruk is al jaren overal aanwezig. Naakte lichamen zijn overal, op tv, in Game of Thrones en Bridgerton, in elk geval in de reclame en helemaal op internet.

    Dat seks voor het huwelijk ooit een serieus taboe was, begrijpt niemand meer

    Oppervlakkig gezien heeft de grote seksuele openheid een vaste plaats in onze samenleving gekregen. Voor elk wat wils. Het belangrijkste is dat de deelnemers een hoogtepunt bereiken. Dat seks voor het huwelijk ooit een serieus taboe was, begrijpt niemand meer. Orale en anale seks zijn de kwade reuk van het abnormale kwijt. Datingapps als Tinder hebben het zoeken naar een partner fundamenteel veranderd. Vlogsters en auteurs schrijven zonder enige terughoudendheid over hun seksuele avonturen. Porno is permanent beschikbaar. We worden overspoeld met nieuws over polyamorie, open relaties en de voor niet-ingewijden inmiddels onoverzichtelijke hoeveelheid seksuele identiteiten – alloseksueel, sapioseksueel, panseksueel enzovoort – zo dol zijn de mensen erop. En in elk geval sinds het succes van de sm-kitsch Fifty Shades of Grey heeft ook het onderwerp bdsm een vaste plaats in de slaapkamers van de Vinex-wijken gekregen.

    Zo lijkt het althans.

    DO 2.2 1 1 1

    Heeft er de afgelopen twintig à dertig jaar soms een soort tweede seksuele revolutie plaatsgevonden? Als die vraag betrekking heeft op de liberalisering in het publieke domein, dan is het antwoord: ja. Maar als de vraag betrekking heeft op hoe mensen hun seksualiteit daadwerkelijk beleven, dan wordt het ingewikkelder. Dan ontstaat er opeens een vreemd en kennelijk paradoxaal beeld: de mensen lijken ondanks al die vrijheid van tegenwoordig wat minder seks en ook minder plezier in seks te hebben dan een paar jaar geleden. Alles mag, maar het gaat niet vanzelf.

    Maken we een seksuele recessie mee zoals Amerikaanse media al aankondigden? ‘De teruggang die we hebben waargenomen, is niet groot, maar gezien de korte periode wel opvallend,’ zegt psychologe Juliane Burghardt. Er is geen aanleiding voor paniek. ‘Maar als een grote groep van vooral jonge mensen aangeeft niet seksueel actief te zijn, is dat op zich al opmerkelijk,’ zegt ook Elmar Brähler van de univer-siteit van Leipzig. ‘Gezien de liberalisering van de seksuele moraal zou je een andere trend verwachten.’

    De wetenschap

    Steeds meer jonge mensen zijn single. Vanwege het wilde, avontuurlijke leven? Wel, in een relatie heb je nog altijd de meeste seks.

    Waarom dat zo is? In popmuziek of in gesprekken met bekenden zul je het antwoord niet vinden. Ondanks alle taboes die zijn gesneuveld, blijft het moeilijk om eerlijk te zijn over dit onderwerp. De een zwijgt, de ander overdrijft, of stelt het mooier voor dan het is, of jokt. Om de vraag naar de nieuwe seksuele vermoeidheid te benaderen, moeten we het terrein van de publiekelijke supererotiek en de ongeloofwaardige privéverhalen verlaten en afdalen naar de nuchterste en minst opwindende van alle werelden: de wetenschap.

    De wetenschap zegt dat in de nieuwe seksuele revolutie veel meer mensen zijn achtergebleven dan je zou denken. Althans volgens de Amerikaanse psychologe Jean Twenge. In het vaktijdschrift met de fraaie naam Archives of Sexual Behaviour zetten zij en haar collega’s uiteen dat het deel van de jonge Amerikanen dat heel weinig of helemaal geen seks heeft de afgelopen jaren is gestegen. Vergeleken met oudere generaties hadden Amerikanen die in de jaren negentig zijn geboren het minst seks. In elk geval de heteroseksuele mannen en vrouwen, om wier lust en verlangens het in dit en in de hierna genoemde onderzoeken vooral gaat. Nu heeft Jean Twenge onder wetenschappers de naam haar onderzoeksresultaten nogal dramatisch te presenteren en haar bevindingen zo toe te spitsen dat ze zich goed lenen voor haar lezingen. Haar verhaal over de tanende lust vormt daarop geen uitzondering.

    Maar zo makkelijk vallen haar waarnemingen niet te negeren. Juliane Burghardt van de Oostenrijkse Karl-Landsteiner-Universität en Manfred Beutel van de universiteit van Mainz en hun collega’s hebben twee rapporten gepubliceerd over seksuele activiteit en lustgevoelens van Duitse mannen en vrouwen. Daarvoor hebben ze de gegevens van meer dan duizend vrouwen en evenveel mannen vergeleken die in 2005 en in 2016 zijn geïnterviewd over hun seksleven. In 2016 gaf 73 procent van de ondervraagde mannen aan het afgelopen jaar seksueel actief
    te zijn geweest; in 2005 was dat percentage nog 81 procent. Bovendien zei 13 procent van de mannen dat ze geen zin in seks hadden gehad, een toename van vijf procentpunten ten opzichte van 2005. De antwoorden van de vrouwen gaven een vergelijkbaar beeld: het aandeel seksueel actieve vrouwen daalde in dezelfde periode van 67 naar 62 procent en het aantal vrouwen dat geen zin in seks had, steeg naar 26 procent (eerder 24 procent).

    De data van de enquête zijn een beetje grofmazig, veel blijft onduidelijk. ‘Bent u de afgelopen twaalf maanden met iemand intiem geweest?’ luidde een van de enquêtevragen. Dat laat nogal wat speelruimte: hoe vaak heeft iemand dan seks? Met hoeveel partners? Wat verstaan de ondervraagden onder ‘intiem’? Was het in 2005 moeilijker om toe te geven dat je geen zin of een niet bestaand seksleven had dan een goede tien jaar later? En, heel belangrijk,
    hoe tevreden of ontevreden waren de ondervraagden daar eigenlijk over?

    Zelfs in de wetenschap is seks een complex onderwerp en veel vragen blijven onbeantwoord. ‘De bevindingen op zich zijn in elk geval relatief hard,’ zegt psychiater Peer Briken, hoofd van het Institut für Sexualforschung, Sexualmedizin und Forensische Psychiatrie van het academisch ziekenhuis UKE in Hamburg. ‘Dat blijkt uit verschillende onderzoeken.’ In veel andere industrielanden zien we dezelfde resultaten. Bijna alle onderzoeken geven hetzelfde beeld: ‘Het is een generatie-effect,’ schrijven Juliane Burghardt c.s.

    Generatiefenomeen

    De afname in seksuele activiteit en het minder zin hebben in seks zijn het duidelijkst waarneembaar onder jonge en iets oudere mannen en vrouwen onder de veertig. En afhankelijk van het onderzoek geldt het wat meer voor mannen of wat meer voor vrouwen. Ook de in juni 2020 in het vaktijdschrift Jama gepubliceerde cijfers uit de Verenigde Staten pleiten voor een generatiefenomeen. Het aandeel van de – vrijwillig of onvrijwillig – seksueel niet-actieve mannen tussen 18 en 24 jaar lag daar tussen 2000 en 2002 nog op 18,9 procent; 15 jaar later was dat in dezelfde leeftijdscategorie 30,9 procent. Onder vrouwen steeg het aandeel van de groep zonder seks van 15,1 naar 19,1 procent.

    Een van de redenen: ‘Het aandeel singles onder jonge mensen is duidelijk gestegen,’ zegt sekstherapeut Uwe Hartmann van de Medizinische Hochschule Hannover. Ze aarzelen veel meer dan hun voorgangers uit eerdere generaties om een vaste relatie aan te gaan en – pas op: cliché! – mensen met een vaste partner hebben nu eenmaal het vaakst seks. Het idee van de promiscue single die het ene avontuurtje na het andere beleeft, is een karikatuur. Dat bleek ook uit de door Burghardt, Brähler en Beutel geanalyseerde data uit 2015: daaruit bleek dat 87 procent van de ondervraagde vrouwen met partner de afgelopen twaalf maanden seks had gehad en maar 37 procent van degenen zonder vaste relatie. Bij de ondervraagde mannen waren die percentages 88 procent, respectievelijk 54 procent.

    Het klinkt paradoxaal dat uitgerekend de jongens en meisjes van de Tinder-generatie met hun online datings en schijnbaar onbegrensde mogelijkheden schipbreuk lijden als het gaat om de bevrediging van hun lusten. Mogelijkheden te over en op het net wemelt het van de zoekenden. Maar misschien is dat juist het probleem. Zo heeft de Nederlandse sociaal psychologe Tila Pronk van de Universiteit Tilburg geconcludeerd dat met het aantal potentiële datingpartners ook de neiging toeneemt om zich terug te trekken en vrijwel iedereen af te wijzen. Hoe meer mogelijkheden, hoe kritischer die worden bekeken. Begrippen als Tinder fatigue en dating burn-out gonzen al over het net. Iemands tevredenheid over een beslissing neemt af naarmate er meer opties zijn, als er überhaupt al een beslissing wordt genomen.

    77 procent van de singles hadden in de vier weken voor de enquête geen seks gehad

    Sites als Tinder zijn nu eenmaal geen altruïstische relatiebemiddelaars: het concept is zodanig ontworpen dat gebruikers blijven en doorgaan met zoeken in plaats van met een partner in het analoge geluk te verdwijnen. Het is juist een kick om profielen van andere zoekenden door te nemen, je begeerd te voelen als een ander interesse in je heeft en bij twijfel gewoon weer verder te zoeken omdat nu eenmaal ooit je droompartner kan opduiken.

    Als je je een weg baant door de sites die expliciet het faciliteren van seksuele avontuurtjes ten doel hebben, krijg je algauw de indruk dat vrouwen omkomen in de reacties en dat mannen zo ongeveer alle vrouwen aanschrijven in de vergeefse hoop eindelijk, eindelijk iemand te vinden. Veel gebruikers doen maar alsof, ze bezoeken de sites alleen om hun fantasie te prikkelen en fantasieavontuurtjes te hebben. ‘Geen sekspraatjes please’ staat er dan ook in veel profielen.

    Noorse psychologen hebben bovendien geobserveerd dat op datingsites vooral de mensen succesvol zijn, die ook in de analoge wereld zonder veel moeite een scharrel of een partner vinden. ‘Het internet is vooral een speelplaats voor mensen met sociale remmingen,’ zegt Manfred Beutel. Veel onderzoekers hebben het al over ‘seksuele ongelijkheid’, die door datingsites nog zou worden versterkt. ‘Door op deze manier naar een partner te zoeken, wordt het nog belangrijker hoe iemand eruitziet,’ zegt Ruben Arslan, die zich op het Max-Planck-Institut für Bildungsforschung bezighoudt met vragen rond seksualiteit. Het uiterlijk krijgt op het net extra aandacht. Want andere eigenschappen zijn bij het vluchtig bekijken van een profiel moeilijk vast te stellen: of iemand humor heeft, hartelijk en betrouwbaar is, zie je niet zo makkelijk. Wie er op het eerste gezicht niet goed uitziet, is al afgevallen voor zijn eventuele goede karaktertrekken in beeld kunnen komen.

    77 procent van de singles hadden in de vier weken voor de enquête geen seks gehad, terwijl dat bij de mensen met een relatie maar 20 procent was. Dat blijkt uit een onderzoek onder bijna 5000 personen tussen oktober 2018 en september 2019 door het Academisch ziekenhuis UKE in Hamburg.

    ‘Veel jonge mensen stellen tegenwoordig extreem hoge eisen’

    Mannen hadden naar eigen zeggen gemiddeld 9,8 vrouwelijke sekspartners, vrouwen hadden slechts 6,1 partners. De onderzoekers van het UKE gaan ervan uit dat mannen zich eerder als seksueel actief profileren. Als vrouwen een groot aantal partners opgeven, lopen ze daarentegen nog steeds het risico negatief beoordeeld te worden en ze zijn dan ook geneigd een lager aantal partners te vermelden.

    ‘Veel jonge mensen stellen tegenwoordig extreem hoge eisen,’ weet Uwe Hartmann van de Medizinische Hochschule Hannover uit zijn therapeutische praktijk. Alles moet en zal kloppen. ‘Maar de juiste partner,’ zegt Hartmann, ‘staat eerder aan het eind dan aan het begin van een relatie. Je ontwikkelt je samen en groeit naar elkaar toe, maar daar is geduld voor nodig en de bereidheid compromissen te sluiten. Veel mensen zijn daar niet toe bereid.’ Hij ziet dat zelfbeschikking vaak voor alles gaat. ‘Ik, in plaats van wij.’ Een relatie aangaan impliceert
    verlies van individuele autonomie, dat kan nu eenmaal niet anders.

    Met de hoge eisen neemt mogelijk ook de angst toe om te worden afgewezen. Een dergelijke faalangst kan jonge mensen ertoe brengen alleen te blijven – en weer naar het internet brengen, maar dan naar een ander soort sites. ‘Juist op jonge, onzekere mannen oefent seks op internet een enorme aantrekkingskracht uit,’ zegt Manfred Beutel. ‘Voor onervaren, bang aangelegde mensen is in je eentje te mastur-beren makkelijker dan het risico lopen te worden afgewezen.’ Een van zijn patiënten zat hele nachten voor het scherm om naar een vrouw te kijken die seksuele handelingen verricht, live en tegen betaling. Die vrouw verdient goed aan klanten zoals hij. De jonge patiënt heeft zich diep in de schulden gestoken, verschijnt vaak niet op zijn werk en echte intimiteit zal hij zeker niet vinden. Sommige camgirls doen zelfs alsof ze een relatie met hun klant hebben. Ze sturen elkaar WhatsAppberichtjes en
    creëren zo een illusie van bij elkaar zijn. En als hij zich een tijdje niet meer laat zien en niet meer voor haar internetshows betaalt, blijft ze hem achterna zitten.

    Onzeker

    Maar ook hier geldt: of porno je zin in seks vermindert, zoals vaak wordt verondersteld, staat wetenschappelijk niet vast. Zo blijft ook de vraag of mensen wellicht wat minder seks met hun partner hebben omdat ze in plaats daarvan seks met zichzelf hebben, dus masturberen, voorlopig niet meer dan een vermoeden. Data over de frequentie van masturbatie vertonen op zijn best grote tekortkomingen. Mannen, zeggen sommige onderzoekers, blijven de laatste decennia met ongeveer dezelfde frequentie masturberen, vrouwen doen het sinds de jaren zestig vaker. Waarbij het een open vraag is of er tegenwoordig niet gewoon makkelijker over wordt gesproken. Onder onderzoekers lijkt een zekere consensus te zijn ontstaan dat soloseks een zelfstandige vorm van seksualiteit is, die parallel aan seks met een partner kan plaatsvinden.

    Om porno te kijken moet je handelingen verrichten, maar voor veel uitingen van de liberale seksuele moraal in het algemeen hoef je helemaal niets te doen. Die vinden jou wel, bijna continu en overal, wat er makkelijk toe kan leiden dat mensen zich onzeker gaan voelen. ‘De seksualisering van de publieke ruimte gaat mogelijk gepaard met ontseksualisering in het privédomein,’ vertelt Bernhard Strauβ van de universiteit van Jena. Als psycholoog en seksonderzoeker komt hij in zijn dagelijkse praktijk regelmatig patiënten tegen die over zichzelf en hun lustgevoelens twijfelen. Al die beelden en verhalen op het internet en uit andere bronnen vormen een belasting voor de mannen en vrouwen die naar de polikliniek van Strauβ komen. ‘Ze vinden zichzelf te normaal, te saai en te gewoontjes,’ zegt hij. Moet hun seksleven niet wat meer kleur en afwisseling krijgen dan het nu heeft? Moeten ze niet meer lust ervaren, net als alle anderen die kennelijk hun bdsm-fantasieën op frivole fetisjfeestjes uitleven of in als spirituele workshops vermomde tantraweekends de toppen van hun zeer persoonlijke gelukzaligheid bereiken? ‘Dat betreft typisch mensen die al jaren een vaste relatie hebben, met een routineus seksleven,’ zegt Strauβ, ‘en dan vertellen vrienden over allerlei wilde praktijken, wat ervoor zorgt dat ze gaan twijfelen en zich afvragen of ze geen saaie muts zijn en van alles missen.’

    ‘Overal draait het om seks, behalve in hun eigen slaapkamer’

    Want uiteraard hebben anderen altijd de beste seks. Daardoor slaat hun fantasie op hol, beelden ter inspiratie zijn massaal voorhanden. ‘Overal draait het om seks, behalve in hun eigen slaapkamer,’ zegt schrijfster Susanne Wendel. Daaruit ontstaan de extreme verwachtingen waar veel individuen en stellen last van hebben. Verschillende van zulke door hun (gebrek aan) zin in seks geteisterde mensen hebben zich al bij haar gemeld. Eigenlijk heeft ze voedingsleer gestudeerd, maar in plaats van met diëten houdt ze zich nu met erotiek bezig. Ook dat weerspiegelt wellicht de tijdgeest: in plaats van de voeding wordt nu de seksualiteit geoptimaliseerd.

    Sekscoach

    Susanne Wendel schrijft boeken met titels als Naai je gezond in twaalf weken. Als coach en ervaren swinger adviseert ze vooral cliënten wier seksbeleving geen gelijke tred houdt met hun verwachtingen. De stellen die bij haar komen, zegt Susanne Wendel, zijn eigenlijk overwegend heel gelukkig met elkaar. ‘Ze houden van elkaar, ze zijn op elkaar gesteld, maar de seks is ingedut, en meestal zou een van de twee graag weer wat meer willen.’

    Juist in deze tijd van pandemie en langdurige lockdown doet het probleem zich in gezinnen in geconcentreerde vorm voor. ‘Hoe moet je ’s avonds zin in gezamenlijke bedsport krijgen, als je al de hele dag op elkaars lip zit en ook de kinderen steeds je aandacht vragen,’ zegt Susanne Wendel. Een van haar klanten vertelde dat ze vaak opgelucht is als haar man op de bank voor de tv in slaap valt en niet meer naar haar slaapkamer komt. Dan is er in elk geval ook geen moment van twijfel of ze het nu wel of niet moesten doen, ook al had ze geen zin. ‘Om zin te hebben is afstand nodig,’ zegt Wendel. Verlangen ontstaat als je niet bij elkaar bent. Alleen als je je kunt terugtrekken, verlang je ook weer naar de lichamelijke nabijheid van je partner, met wie je misschien al jaren samenwoont en leven en bed deelt.

    Soms is het al voldoende om ergens anders te zijn, naar een hotel te gaan bijvoorbeeld, zegt Wendel. Of een vaste afspraak te maken om seks te hebben. ‘Dat klinkt misschien raar en banaal, maar het werkt wel.’ Als diëtiste heeft ze daar een passend spreekwoord voor: ‘Al etende krijgt men trek.’ Stellen die bij haar komen, stuurt ze naar een studentenhotel, seksshops of, voor gevorderden, naar een parenclub of een seksfeest. In een dergelijke aanpak zit veel tijdgeest en er is wat geluk en de echte wil tot verbetering bij nodig. Daar is Susanne Wendel zich heel goed van bewust. De vraag is of dit recept succes zal hebben bij de grote massa. Kunnen alle gefrustreerde stellen zich, excusez le mot, in twaalf weken gezond of in elk geval tevreden naaien?

    Als je alles kunt krijgen, kom je tot niets meer en hou je aan het eind alleen twijfel over

    Sommige dingen verliezen misschien hun magie als ze expliciet besproken en georganiseerd worden. Misschien ook slachten sommige van de hunkeraars hun kip met gouden eieren: wie altijd alles wil verbeteren en hebben, strandt uiteindelijk op een innerlijk eiland van eenzaamheid en ontevredenheid. Uit psychologisch onderzoek is bekend dat een expliciete zoektocht naar meer geluk en grotere tevredenheid paradoxale resultaten oplevert. Door de focus op
    persoonlijk geluk wordt juist de nadruk gelegd op de omstandigheden waar dat geluk ontbreekt. Misschien gaat het met seksualiteit ook zo. De eis dat iemand zijn verlangens per se bevredigd wil zien, wordt zo belangrijk dat hij de teleurstelling al in zich draagt. Was dat nou alles, kan het niet beter, bestaat er echt geen grotere climax? Als je alles kunt krijgen, kom je tot niets meer en hou je aan het eind alleen twijfel over: niets dus.

    Bovendien moet de wens van een vervuld seksleven tegenwoordig concurreren met andere verlangens. Er bestaan nog andere genoegens. ‘We hebben tegenwoordig vrijetijdsstress,’ zegt Uwe Hartmann, ‘vroeger waren er maar drie tv-programma’s en was seks een van de weinige andere vrijetijdsbestedingen.’ Nu ziet hij daarentegen een fenomeen dat hij Netflixlusteloosheid noemt. Een van de stellen uit Hartmanns praktijk leerde elkaar kennen tijdens de vakantie en had een tijd een latrelatie waarbij in het weekend seks en erotiek centraal stonden. Toen gingen ze samenwonen en zaten ze – in figuurlijke zin – steeds vaker samen lusteloos op de bank. Seks? Ach, laten we nog maar een serie kijken.

    Ook carrièrestress en werkloosheid benemen je de zin in seks. En juist de jongere generatie werkt vaak noodgedwongen als kwetsbare zzp’er of met een tijdelijke aanstelling. Financiële onzekerheid, vage carrièrepaden, soms ook nog kritische ouders in je nek: het zou allemaal een deel van de lustdip van deze generatie kunnen verklaren.

    Als je veel gamet, heb je geen tijd voor andere dingen

    En bovenaan de lijst prijkt de usual suspect: het mobieltje. ‘Digitale media zijn zeker relevant,’ zegt Juliane Burghardt, ‘maar het zou goed kunnen dat ze een heel andere invloed hebben dan vaak wordt verondersteld.’ Een smartphone vermindert het libido niet door zijn geheimzinnige straling, veel vaker is het zo dat het de aandacht vasthoudt die anders naar je partner en haar lichaam zou kunnen uitgaan. Surfen leidt af, wat voor soort apparaat je ook gebruikt. Onderzoekers in de Verenigde Staten hebben verbluffende resultaten gepubliceerd, die daarop wijzen. In de onderzochte regio’s correleerde het teruglopen van tienerzwangerschappen met het uitrollen van breedbandinternet. Waar sneller internet kwam, waren de meisjes meer bezig op internet, dan dat ze in de analoge wereld op avontuurtjes uit gingen, is de interpretatie van de onderzoekers. Voor jonge mannen daarentegen kan de teruglopende seksuele activiteit worden verklaard door computergames: als je veel gamet, heb je geen tijd voor andere dingen. Daar komt nog bij dat de consumptie van alcohol, vanouds een grote drempelverlager, lijkt terug te lopen, in het bijzonder bij jongeren, zoals sociologe Lei Lei van Rutgers University aanvoert. Als je wat gedronken hebt, spring je makkelijker over je schaduw heen en overwin je eerder je angst om afgewezen te worden.

    Mannen en vrouwen tussen 18 en 35 hebben gemiddeld vijf keer per maand seks, de 36- tot 55-jarigen ongeveer vier keer. De ‘eerste keer’ is voor bijna de helft van de 18 tot 25-jarigen nog voor hun zeventiende verjaardag (44 procent van de mannen en 42 procent van de vrouwen). Deze percentages zijn de laatste jaren niet erg veranderd, aldus de onderzoekers van het UKE.

    13 procent van de ondervraagde mannen in Duitsland zei geen zin in seks te hebben, een toename van ongeveer 5 procentpunten ten opzichte van 2005. Bij de vrouwen was een vergelijkbaar beeld te zien: het aantal seksueel actieve vrouwelijke ondervraagden nam af tot 62 procent (was 67 procent), het percentage vrouwen die geen zin hadden, steeg naar 26 procent (was eerder 24 procent).

    Seksuele moraal

    Oversexed and underfucked – misschien is het gewoon wel een naïef idee dat de liberalisering van de seksuele moraal en de seksualisering van de openbare ruimte de mensen bevrijd heeft. Seks is en blijft nu eenmaal iets machtigs, iets dat te maken heeft met controleverlies, iets dat de gevoelshuishouding ontregelt, het zelfbeeld ter discussie stelt, afgronden openbaart, het dierlijke in de mens opwekt. Iets dat, net als vroeger, met angst en schaamte te maken heeft, hoe naakt de wereld rondom ons ook mag zijn.

    ‘Ben ik mooi genoeg, ben ik te dik, hoe denken anderen over mij: al die twijfels heb je in een parenclub natuurlijk ook,’ vertelt een ervaren vrouwelijke swinger die op internet over haar seksuele avonturen en haar open relatie schrijft. En: ‘Het is heel, heel moeilijk voor me geweest om ook mijn onderdanige kant te laten zien,’ zegt ze, tenslotte is ze ‘door en door en feminist’. Zoals veel seksblogsters maakt ze het private (ook) publiek, om het te politiseren, net zoals dat in 1968 werd gedaan. Het gaat hun om de bevrijding van de vrouwelijke lust: zo lijkt het in
    elk geval. Maar vaak kan die strategie ook ter rechtvaardiging van het eigen handelen dienen. Wie zijn lust offensief ten dienste van een hoger doel stelt, voorkomt aanvallen van anderen. Want ondanks alle maatschappelijke vooruitgang stellen onderzoekers vast, dat vrouwelijke promiscuïteit nog altijd kritiek uitlokt.

    ‘Het is een teken van seksuele zelfbeschikking als vrouwen hardop zeggen dat ze geen zin hebben’

    In elk geval staat inmiddels wel vast dat vrouwen ‘tegenwoordig een aanzienlijk hoger seksueel zelf-bewustzijn hebben,’ zegt Bernhard Strauβ van de universiteit van Jena. Zowel als ze seks willen als wanneer ze dat niet willen: ‘Het is een teken van seksuele zelfbeschikking als vrouwen zich veroorloven geen zin te hebben en dat ook hardop zeggen.’ Kortgeleden is er een boek verschenen van de paren- en seksueel therapeute Anica Plaβmann waarvan de titel dit fenomeen, geheel conform de tijdgeest, bevestigt: Sexfrei. Warum es okay ist, keine Lust zu haben [‘Seksvrij. Waarom het oké is als je geen zin hebt’ (niet in het Nederlands vertaald)]. ‘Iedereen heeft recht op geen seks!’ staat op de flaptekst.

    Ook al hebben we het nu niet over mannen die geen zin hebben, toch zijn die er wel degelijk, zegt Uwe Hartmann. Als je die vraag aan therapeuten stelt, hoor je dat parallel aan het toegenomen seksuele bewustzijn van vrouwen, bij mannen juist de onzekerheid is toegenomen. De prestatiedruk die ze ervaren en seksuele faalangst hebben hen misschien een stille aftocht doen blazen. Liever helemaal geen lust, dan er een beetje dom bijhangen. De mannelijke seksualiteit wordt in het #MeToo-heden vooral als een duistere, destructieve kracht beschouwd. Veel mensen zien deze discussie als een maatschappelijke kans om de verhouding tussen de geslachten opnieuw te ijken. Maar op minder theoretisch vlak vergroot ze bij veel mensen ook de onzekerheid.

    ‘Mannen zijn hier juist enigszins in het defensief,’ zegt Manfred Beutel. Een van Hartmanns patiënten is bijvoorbeeld volkomen in paniek geraakt omdat hij bang is in de omgang met vrouwen iets te doen of te zeggen dat als seksueel geweld zou kunnen worden geïnterpreteerd. Ook in de bdsm-scene is een nieuwe terughoudendheid te bespeuren. Daar is een ‘enorm tekort aan dominante mannen,’ zegt Hartmann.

    De eeuwige vraag blijft: wat gaat er mis?

    Vermoedelijk ontstaat bij beide geslachten ook onzekerheid door de druk om hun eigen individuele vorm van seksualiteit te moeten definiëren. Hetero, homo, bi, aseksueel, alloseksueel, panseksueel: seksuele zelfdiagnose heeft een naam nodig. Misschien is het voor jongeren moeilijk een keus te maken uit al die identiteitssjablonen. Onderzoekers zien als tegenbeweging een terugkeer naar de traditie: het superklassieke beeld van een relatie met eerst een verloving en later een trouwdag die zo op Instagram kan.

    De eeuwige vraag blijft: wat gaat er mis?

    De neiging om seks te problematiseren is van alle tijden en niet afhankelijk van hoe je er tegenaan kijkt. Te veel seks? O nee, het einde der tijden nadert. Te weinig seks: O nee, het einde van de wereld zoals wij die kennen nadert! Cultuurpessimisme-light.

    Maar wellicht is er helemaal geen probleem. Want veel mensen kunnen er tegenwoordig goed mee omgaan dat ze minder zin hebben, zoals Manfred Beutel in de praktijk waarneemt. Dat de seks minder was geworden, dat haar lustgevoel was ingedommeld, vertelde een patiënte hem bijvoorbeeld slechts heel terloops. In de jaren tachtig zou het een complete opstand bij zijn patiënte hebben teweeggebracht. Toen was gebrek aan lust en een ingeslapen liefdesleven nog een regelrechte catastrofe, als het überhaupt al expliciet en als zodanig werd benoemd en niet schuilging onder andere onderwerpen. Over zijn jonge patiënten die doelloos door hun singleleven dwalen zegt Beutel: ‘Bij veel van hen heb ik de indruk dat ze helemaal niet zo in seks geïnteresseerd zijn.’

    ‘Misschien hebben we nu wel de optimale hoeveelheid seks die we als samenleving nodig hebben,’ zegt psychologe Juliane Burghardt. Er zijn veel redenen om seks te hebben, en die zijn niet allemaal goed. De psychologen Cindy Meston en David Buss hebben jaren geleden de inmiddels klassieke studie Waarom mensen seks hebben gepubliceerd en daarin het overgesimplificeerde idee weersproken dat mensen alleen seks hebben omdat ze het lekker vinden, kinderen willen of omdat hun hormonen zich roeren. Meer dan vijfhonderd proefpersonen hebben in dat onderzoek honderden redenen gegeven om met iemand fysiek intiem te willen zijn.

    Er bestaan ook slechte redenen om seks te hebben. Bijvoorbeeld om je partner plezier te doen of om haar niet teleur te stellen. Onvrijwillig seks hebben, bijvoorbeeld in combinatie met alcohol, die zoals hierboven al geschetst, niet alleen op onschadelijke wijze ontremmend werkt. Misschien is het tegenwoordig voor veel mensen wel makkelijker om nee te zeggen als ze niet willen, maar hebben ze op een of andere manier toch het gevoel dat ze het moeten doen, zegt Burghardt. Ja, misschien.

    Vast staat alleen dat het ingewikkeld blijft, heel ingewikkeld. Het gaat tenslotte om seks.