Onderwerpen: Lichaam

  • Waarom we niet bang moeten zijn voor eenzaamheid

    Waarom we niet bang moeten zijn voor eenzaamheid

    De mens heeft contact met anderen nodig om te kunnen overleven. Toch is het allesbehalve nutteloos om soms alleen te zijn, zegt Maggie Jackson. ‘Laat die inktzwarte uitgestrektheid en oneindige stilte op je inwerken en bezin je daarop.’

    Halverwege zijn eerste ruimtewandeling voelt astronaut John Herrington zich plots onvoorstelbaar alleen. Het is twee dagen voor Thanksgiving in 2002, en hij is bezig apparatuur aan de achterzijde van het Internationale Ruimtestation (ISS) te controleren. ‘Ik ben aan het eind, aan de rand van het ruimtestation,’ zegt hij. ‘Ik kan mijn collega-ruimtewandelaar niet zien, hij is ergens anders bezig. Ik ben alles wat er is.’

    Zich vastklampend aan een vaartuig dat zich ruim 380 kilometer boven de aarde bevindt en er met een snelheid van ruim 28.000 kilometer per uur omheen cirkelt, is Herrington op dat moment de meest vooruitgeschoven menselijke post in het universum. Hij heeft net een boutenstelsel op de draagconstructie ‘P1’ getest. En dan draait hij zich om en ziet hij niet de aarde, maar de oneindigheid die zich voorbij die aarde uitstrekt. En beseft, zo weet hij later nog: ‘Er zit niets tussen mij en wat het ook mag zijn wat daar nog meer is’.

    ‘Laat die inktzwarte uitgestrektheid en oneindige stilte op je inwerken en bezin je daarop’

    Momenten van schrikbarende eenzaamheid overvallen astronauten vaak op hun ruimtewandelingen. Ze verscherpen het bewustzijn, roepen nieuwsgierigheid, opwinding en soms vrees op. Juist dan dringen de adembenemende nieuwe perspectieven van een verblijf in de ruimte zich het meest op, zo zeggen ze. 

    Herrington vertelde me dat hij er een punt van had gemaakt om op dat soort momenten even iedere activiteit te staken, zodat hij alles in zich kon opnemen. Hij deed dat op advies van een mentor, een astronaut die zeven shuttlevluchten op zijn naam had staan. Ervaren astronauten drukken het nieuwe collega’s dikwijls op het hart, soms schrijven ze het hun ondergeschikten zelfs voor: zet dat moordende, perfectionistische NASA-werktempo een minuutje of twee van je af, laat die inktzwarte uitgestrektheid en oneindige stilte op je inwerken en bezin je daarop. 

    Tegenwoordig klampen we ons vast aan technologieën die veel meer doen dan ons ondersteunen in onze dagelijkse bezigheden. Onze apparaten versplinteren onze tijd en onze geest. Ze eisen onze aandacht op met verleidelijke, verslavende, gokautomaatachtige uitbarstingen van meldingen, uitnodigingen en likes. De gelijktijdigheid van ‘zijn’ en ‘doen’ die uitvinders in het onheuglijke tijdperk van telefoon en pc bewerkstelligden, heeft plaatsgemaakt voor een luidruchtige verscheidenheid en de ongekende nieuwe mogelijkheid dat we eenzaamheid volledig uit ons leven kunnen bannen. 

    Alleen zijn, en dan vooral met onze gedachten, is nooit erg gemakkelijk geweest voor een sociaal dier als de mens, dat contact met anderen nodig heeft om te kunnen overleven. Maar als we die momenten van alleen zijn afdoen als nutteloos of als iets waarvoor je wel of niet kunt kiezen, begaan we een dure fout. Eenzaamheid is de bakermat van het bezinningsproces.

    Digitale detox

    Enkele jaren geleden onderwierp ik een aantal studenten van een grote Amerikaanse universiteit een paar dagen lang aan een experiment dat destijds nieuw was: een digitale detox van 24 uur. De iPhone bestond nog maar een paar jaar, maar jongeren van rond de twintig waren toen al zo’n acht uur per dag ingelogd, en vaak op meerdere apparaten tegelijk. De meeste studenten faalden in hun opdracht, soms al na enkele uren, en zaten daar vaak niet eens mee. Velen die ik sprak voegden mij koeltjes toe dat technologie een niet weg te denken plaats innam in hun leven. Wat me het meest opviel was hoezeer ze van streek raakten als ze ook maar heel even niet verbonden waren. Dan voelden ze zich kwetsbaar en onbeschermd: als ze opstonden, over de campus liepen, naar een lezing luisterden of gingen slapen. ‘Ik had niets te doen, niemand om mee te praten,’ zei een student over een half uurtje offline autorijden.

    Toch vingen sommigen wel een glimp op van een andere wereld achter de flikkering en het kabaal van hun eigen universumpje. Mike, een ouderejaars, vertelde me dat hij een ochtend in zijn eentje aanvankelijk weliswaar als ‘griezelig’ ervoer, maar dat die hem toch de gelegenheid bood om orde te scheppen in de chaos van zijn gedachten over de vraag of hij wel of niet moest intrekken bij zijn vriendin. ‘Ik kon de positieve en negatieve kanten van de situatie goed op een rij zetten en afwegen.’ 

    In de klas merkte student Brian op dat hij tijdens de opdracht kon horen wat er in zijn hoofd omging. Dat was wel anders wanneer hij aan het gamen was of muziek speelde. De docent hoorde dit met verbazing aan. Later begaf ik me naar een deel van de campus waar men bezig was een stiltetuin aan te leggen. ‘Nu zo veel mensen overvolle agenda’s hebben en de wereld een beetje brozer lijkt, is het moeilijk de tijd – laat staan een plek – te vinden om na te denken,’ stond op een flyer die ik daar vond. T.S. Eliots’ klacht uit zijn Four Quartets kwam in me op: ‘We had the experience but missed the meaning.’ (‘We hadden de ervaring maar misten de betekenis.’)

    ‘Zware multitaskers’ hebben moeite om dingen te onthouden, al is het maar voor even

    In dit tijdperk van jagen en jachten nemen we niet alles meer goed in ons op. Diepgang schiet er vaak bij in. Veel over het effect van technologie op het denken is nog onbekend, maar er begint zich wel een groeiende wetenschappelijke consensus te vormen. ‘Door ons op al die moderne apparaten te verlaten, leren en onthouden we minder van onze ervaringen,’ zo luidt de recente conclusie van cognitief wetenschapper Jason Chein en collega’s. Degenen die moderne mediaconsumptie met hun dagelijkse routine verweven – die bijvoorbeeld tijdens hun werk naar een wedstrijd kijken of sms’en – zijn minder goed in staat om afleiding weg te filteren en te herkennen wat relevant is in hun omgeving, dan mensen die niet meer dan een of twee dingen tegelijk doen. 

    ‘Zware multitaskers’ hebben ook moeite om dingen te onthouden, al is het maar voor even – waarschijnlijk komt dat door voortdurende verlies van aandacht, zo menen veel wetenschappers tegenwoordig. Met andere woorden: het is niet zo dat mensen die veel ballen in de lucht houden zich op sommige zaken beter kunnen concentreren dan op andere. Ze houden geen enkele bal goed in de gaten. Het leven raast grotendeels ongemerkt aan hen voorbij.

    Achter de drukke werkzaamheden bevindt zich echter geen leegte, maar een kwetsbare ruimte die door eenzaamheid wordt beschermd en gekoesterd. Een ruimte waar een hogere vorm van denken de kans heeft te ontkiemen. Probeer je eens in te denken hoe het zou zijn als je je telefoon uitzette, de deur achter je sloot, een wandeling ging maken, deel werd van je omgeving en jezelf daarmee de kans gaf om door je eigen gedachten te waden.

    Dit is het soort fysiek alleen zijn dat we meestal gelijkstellen aan eenzaamheid. Maar dat is niet het hele verhaal.

    Mentale opschoning

    Stel je de geestelijke toestand voor die je nodig hebt om je volledig te kunnen wijden aan een lastig probleem of om heel even door een hemelbestormend inzicht te worden getroffen. Een toestand die ik cognitieve eenzaamheid noem, en die voortvloeit uit een mengeling van concentratie, doorzettingsvermogen en ‘bereidheid’, of wat de filosoof John Dewey wholeheartedness noemt, een soort onvoorwaardelijke overgave. Het resultaat is een mentale opschoning die de weg vrijmaakt voor het spel van verdiepend denken.

    Misschien stelt deze toestand ons in staat ‘te vinden wat er in onze gedachten sluimert’, en daarop voort te borduren, zegt filosoof Nathan Ballantyne, auteur van Knowing Our Limits. Mensen kunnen niet alleen goed werken in een lawaaierig café omdat ze een tafeltje in een stil hoekje hebben uitgezocht, of omdat ze in die omgeving anoniem kunnen zijn, maar ook omdat ze bereid zijn alleen te zijn met hun gedachten. Een arts die in de operatiekamer op een probleem stuit, houdt vaak haar handen even stil en maant haar team tot kalmte, zodat ze haar geest volledig op het probleem kan richten. Alleen door periodes van fysieke en cognitieve eenzaamheid in ere te houden, kunnen we blijvend betekenis ontlenen aan de onrust en verwarring die onze dagen tekenen.

    Kort na de opwindende tijden van het Apollo-programma in de jaren zestig kwamen bemande ruimtemissies onder vuur te liggen. Robots konden het werk wel doen, stelden velen. Astronauten waren veredelde reparateurs en vlaggenplanters, aldus critici. Maar de astronauten zelf betoogden met passie dat de wereld een diepgevoelde en doordachte menselijke kijk op het universum nodig had en dat ze tijd in de ruimte benutten om tot dergelijke bezinningsmomenten te komen. ‘Ze realiseren zich dat ze zich in een unieke situatie bevinden en willen daar gebruik van maken’, zegt Frank White, auteur van The Overview Effect: Space Exploration and Human Evolution. ‘Ze bekijken de hele kosmos op een andere, nieuwe manier.’ Het is een zienswijze die velen binnen de NASA zijn gaan respecteren. 

    John Herringtons geplande terugkeer naar de aarde werd vertraagd door lage bewolking die de spaceshuttle drie dagen in een baan om de aarde hield. Zo kreeg hij een onverwachte vakantie in de ruimte. Elke dag ging hij, nu zijn taken waren volbracht, in zijn eentje naar het vliegdek van de shuttle, deed de lichten uit, zweefde, keek naar de aarde en sterren en verwonderde zich over een kosmos die de mens nog maar net is begonnen te verkennen. Momenten dat er niets is tussen ons en ons gedachtenuniversum zijn schaars en kortstondig. Is het niet zonde om daarvoor te vluchten?

    Maggie Jackson is de auteur van Distracted: Reclaiming Our Focus in a World of Lost Attention. Dit essay verscheen oorspronkelijk in het voorjaarnummer van het tijdschrift Phi Kappa Phi Forum.

  • Generatie corona. Hoe nu verder?

    Generatie corona. Hoe nu verder?

    In plaats van de wereld te verkennen, zaten Europese jongeren thuis. In plaats van verliefd te worden, hielden ze afstand. De pandemie heeft hun een heleboel dingen afgepakt die horen bij jong zijn. Hoe pakken ze de draad weer op? Zesentwintig getuigenissen.

    Onze laatste zorgeloze zomer is algauw twee jaar geleden. Als je jong bent, lijkt dat wel een half leven. Die zomer hadden we nog nooit gehoord van besmettingsaantallen. We lagen op het gras, op het strand of bij het zwembad, samen op een badhanddoek en zo dicht bij elkaar als nu verboden is. We wisselden blikken met mensen die we nog niet kenden en die we leuk vonden. We trokken het ene biertje na het andere open, speelden volleybal, voetbalden, omhelsden elkaar na elk doelpunt en na een tijdje gingen we ergens anders heen, tot diep in de nacht. We waren nog niet gearriveerd, natuurlijk niet, we waren pas net op zoek.

    Bij volwassen worden hoort dat je nog niet hoeft te weten wie je bent en wie je wilt worden, dat je de plek waar je thuishoort nog mag vinden. Maar wat als de zoektocht al voorbij is voor je de kans hebt om ergens aan te komen?

    Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten

    De pandemie heeft alles wat volwassen worden is, veranderd in het tegendeel: in plaats van dichter bij elkaar te komen, moesten we afstand houden. Grenzen respecteren in plaats van overschrijden, thuis blijven in plaats van de wereld in te trekken. De eerste zoen, voor het eerst alleen met vrienden op vakantie, de eerste stage: allemaal uitgesteld. Voor onbepaalde tijd. En dat kunnen we nooit allemaal inhalen: als je op je achttiende verjaardag thuis zat, kun je een jaar later niet met vrienden en vriendinnen gaan vieren dat je meerderjarig bent geworden. Als je tijdens de pandemie eindexamen hebt gedaan, kun je met je klasgenoten niet meer maanden later proosten op het begin van het nieuwe leven. En als je een studie bent begonnen, kun je waarschijnlijk niet gaan dansen op het introductiefeest.

    In plaats van eindelijk rond te kijken in de wereld zaten wij, scholieren, studenten en mensen die voor het eerst gingen werken, weer bij onze ouders aan tafel te luisteren hoe zij zich moed inspraken door herinneringen op te halen aan de goede oude tijd. Terwijl wij jongeren nog amper herinneringen hadden. Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten.

    Gedesillusioneerde jeugd

    Het is een collectief gevoel, dat in heel Europa wordt ervaren. Dat blijkt uit een gezamenlijk enquête van Süddeutsche Zeitung, The Guardian, La Stampa, Le Monde en La Vanguardia. Honderden jongeren hebben in deze enquête verteld hoe het afgelopen jaar hen heeft veranderd, met name in Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Spanje. De enquête is niet representatief, maar geeft een beeld van een gedesillusioneerde jeugd. In de antwoorden, waarvan we hier een selectie laten zien, is sprake van een verloren jaar, van een leven in vliegtuigmodus. Veel jongeren hebben het afgelopen jaar de hoop verloren dat ze door de politiek worden gezien, en al helemaal dat ze serieus worden genomen.

    ‘Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes houden,’ zegt er een. ‘Dat we alleen thuis zitten, met de last van school of universiteit op onze schouders, maar zonder dat we als compensatie iets van een leven mogen hebben, daar horen we politici niet over.’ Een ander: ‘Ik ben zwaar teleurgesteld en verbijsterd hoe consequent allerlei beslissingen eerst te laat en dan verkeerd worden genomen.’ Nog iemand: ‘Mijn doel is zonder blijvende geestelijke schade uit deze crisis te komen.’

    Psychische gezondheid

    Een onderzoek van het academisch ziekenhuis van Hamburg-Eppendorf, waarvoor tussen half december 2020 en half januari 2021 meer dan duizend kinderen en jongeren zijn ondervraagd, laat zien dat bijna een derde van de jongeren ‘psychologisch opvalt’. In de loop van de pandemie is hun psychische gezondheid steeds verder achteruitgegaan: veelvoorkomende symptomen zijn depressie en psychosomatische gevolgen als maag- en hoofdpijn. Vergelijkbare resultaten geeft een onderzoek van de Donau-Universität Krems in Oostenrijk van dit voorjaar, dat bij meer dan de helft van de drieduizend ondervraagde jongeren symptomen van depressie heeft geconstateerd en bij de helft angststoornissen. Ongeveer 16 procent had regelmatig suïcidale gedachten, een enorme toename vergeleken met de laatst beschikbare cijfers.

    Heeft de pandemie van ons, de jonge mensen die de hele tijd ‘weinig risico’ liepen, te veel gevergd? Is de samenleving, die solidariteit van ons eiste, misschien onvoldoende solidair met ons geweest? Tenslotte moesten scholen en universiteiten sluiten, terwijl veel bedrijven juist open mochten blijven. Tenslotte lijken kinderen en jongeren de laatsten te zijn die door een vaccinatie terug kunnen keren naar een vrij leven. 

    Antwoorden zijn er haast nog niet, wel voortdurend nieuwe vragen. 

    Inhaalprogramma om te leven

    De belangrijkste vraag is misschien wel: hoe heeft de pandemie ons toekomstbeeld beïnvloed? Wat gaan we doen als alles eindelijk echt voorbij is? Blijven we thuis op de bank zitten, omdat we niet weten dat het ook anders kan? Berusten we, en laten we de politiek de politiek? Of gaan we de straat op om te vechten voor een betere toekomst, voor ons recht om mee te doen, mee te beslissen? 

    Ook daar is nu nog geen antwoord op te gegeven, maar één reactie heb ik al. Een reactie op het ‘inhaalprogramma’ waartoe de regering onlangs heeft besloten, om met miljarden euro’s de leerachterstanden van de afgelopen maanden in te halen. We hebben geen inhaalprogramma nodig om te leren. We hebben een inhaalprogramma nodig om te leven.

    Een inhaalprogramma voor een jaar van gemiste kansen en gemiste vriendschappen. Drukke cafés en feestjes waar je over de hoofden kunt lopen, dat is wat we nodig hebben. We hebben een quotum nodig van dagen dat we mogen spijbelen, van school, van de universiteit, van ons werk, omdat we in plaats van leren en werken nu eerst eens naar het zwembad moeten. Allemaal tegelijk naar het strand, een bergwandeling maken, of gewoon de hele zomer op een picknickdeken liggen, heel dicht bij elkaar. We hebben niet alleen de middagen nodig, of de zomervakantie, maar ook de ochtenden om elkaar te zien en te lachen en eindelijk weer onze armen om elkaar heen te kunnen slaan. Als er één inhaalslag is die we moeten maken, dan echt alleen die ene: leren om weer zorgeloos te zijn.

    Antje Fischbach, 23, studente osteopathie in München

    ‘Ik mis het ongedwongene. Ik mis het uitgaan, onder de mensen zijn, een beetje aangeschoten voor een club hangen met vrienden. Iets idioots doen en er achteraf samen om lachen. Als ik vroeger ontevreden was over mijn leven, veranderde ik iets. Dat kan nu niet. Dit jaar ben ik volwassener geworden, wat niet alleen positief bedoeld is. Ik vind het heel erg dat we voor de politiek geen enkele rol spelen. Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes organiseren. Maar dat we in ons eentje thuis zitten, met de last van school of universiteit, zonder enige compensatie waardoor we toch iets van een leven hebben, daar hoor je de politiek niet over. Je hebt het gevoel dat er niet naar je geluisterd wordt en dat je niet serieus wordt genomen. Daar word ik soms echt boos en wanhopig van. Vaak stel ik me voor hoe het is als het leven weer echt begint. Net zoiets als een fantastische vakantie, waar je je al maanden tevoren op verheugt. Maar dan nog beter. Alleen al iedere keer dat je je armen om iemand heen slaat, voelt het een beetje als zomer. 

    In geloof dat we onderschatten hoeveel kracht deze tijd ons later zal geven. Ik bedoel: nu deze shitpandemie ons niet klein heeft gekregen, kunnen we alles aan. Ooit zijn we er weer, onder de mensen, met harde muziek. Ik weet zeker dat we dan op een gegeven moment allemaal even stilstaat en denken: Fuck, ik heb het gered. Ook al wist ik soms niet of ik het wel aan kon. En nu sta ik hier. Tussen een massa mensen, aan de vooravond van een leven dat nog afwisselender en opwindender zal zijn dan hiervoor.’

    Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen

    Matthieu Baubry, 19, student vreemde talen in La Roche-sur-Yon, Frankrijk

    ‘Ik heb de indruk dat we hier nooit uit zullen komen. Het lijkt me een utopie dat we over tien jaar geen mondkapje meer dragen. Ik ben bang dat vandaag of morgen alles voorbij is. En ik ben niet eens boos: tenslotte is het niemands schuld. Ik leg me er gewoon steeds meer bij neer. Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen. Volgend jaar wil ik taal en literatuur gaan studeren om later journalist te worden, gespecialiseerd in videogames. Online wereldkampioenschappen kijken vind ik echt helemaal te gek. Bovendien is het internet een terrein met grote toekomstmogelijkheden, dan hoef ik me geen zorgen te maken of ik wel werk vind.

    In elk geval heb ik van de zomer een baan. Ik ga in de bediening werken in een restaurant aan de westkust, aan het strand, bij Saint-Jean-de-Monts in de Vendée. Ik blijf gewoon bij mijn ouders in Challans wonen, maar dat gaat wel lukken omdat ik niet meer 24 uur per dag thuis ben. En als ik werk, staat er eindelijk weer geld op mijn rekening. Tijdens de tweede lockdown ben ik mijn baan in de supermarkt kwijtgeraakt, en ondanks dat ik een beurs had kon ik de huur niet meer betalen. Zonder mijn ouders stond ik op straat.’

    Sandra Birner, 26, kinderverpleegkundige in München

    ‘Wat ik enorm mis, is dansen. Je laten gaan in de roes van het ritme en één zijn met de menigte om je heen. Mensen ontmoeten, ook partners, want ik ben single en heel open over mijn seksleven. Ik prijs me gelukkig dat ik als kinderverpleegkundige kan blijven werken, dat ik iets te doen heb en in mijn levensonderhoud kan voorzien. Toch is het moeilijk om zo vaak alleen te zijn, in een flatje van 24 vierkante meter, zonder balkon, zonder man, zonder medebewoners. Daardoor ben ik gaan roken. Op een vrije dag is roken voor mij de enige reden om op te staan. Afgelopen winter was ik zwaar depressief, ik moest bijna aan de medicijnen, ik at niet meer en deed niets meer. Waarom zou ik? Des te dankbaarder ben ik voor mijn vrienden, we steunen elkaar geweldig in deze moeilijke tijden. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit weer in een disco zal staan, of in een bar of een biertent en kan dansen en zoenen en lachen. Misschien moet ik een poes nemen, want als je voor corona geen partner had, vind je er nooit meer een.’

    Joy 1 1
    © Tommaso Ausili / Contrasto

    Digital natives

    Dalila Regesta, 19, uit Imperia, Italië, student economie in Straatsburg, Frankrijk

    ‘Ik ben een van de weinigen die kan zeggen dat het afgelopen jaar positief is geweest. Tijdens de pandemie heb ik begrepen wat echt belangrijk voor me is. Dichtbij mijn vrienden en familie zijn bijvoorbeeld. En ik heb het afgelopen jaar daadwerkelijk weer oude vriendschappen kunnen oppakken. De sociale media hebben daarbij echt geholpen, omdat je over allerlei grenzen heen contacten kunt leggen, al is het maar in een video call of via een story op Instagram. Als ik naar de toekomst kijk, is mijn grote zorg dat er niet naar ons wordt geluisterd. Wij zijn digital natives, en vergeleken met de vorige generatie maken de sociale media voor ons van alles mogelijk. Maar dat betekent nog niet dat er aan de andere kant van het scherm automatisch iemand naar je luistert.’ 

    Conor Spielberg, 23, journalist in Dublin, Ierland

    ‘Net als veel jonge mensen hier in Dublin woon ik bij mijn ouders, en het ergste is dat ik op mijn drieëntwintigste financieel nog steeds van hen afhankelijk ben. Ik schrijf recensies over stripverhalen, maar dat levert niet echt veel op. Ik kan gewoon geen ander werk vinden. Het afgelopen jaar heb ik in elk geval heel veel geschreven, maar voor een baan met het minimumloon zou ik een moord doen. Het moeilijkste aan de lockdown vond ik dat ik tegenover vrienden nu eenmaal veel opener ben dan tegenover mijn familie. Het is best vreemd dat ik in een camera kan kijken of in een headset kan zeggen: “Ik ben verdomd ongelukkig” en het tegelijk onvoorstelbaar vind om dat tegen iemand te zeggen die tegenover me zit. Het enige goede aan dit verschrikkelijke jaar is, dat we nu het duidelijke bewijs hebben wat er gebeurt als je de wetenschap negeert omwille van de winst. Hopelijk gaan we daardoor anders denken over klimaatverandering. Grote bedrijven en regeringen hebben dat probleem decennialang genegeerd, en ik ben echt verbijsterd dat er nog steeds mensen zijn die proberen te voorkomen dat we een oplossing vinden voor de klimaatcrisis.’

    ‘De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan’

    Mariska Faassen, 17, scholier in Nederland

    ‘Het gaat er niet om dat ik wil feesten of met mijn vrienden rondhangen. Het gaat me er vooral om dat het niet eerlijk is: ieder bedrijf en ieder restaurant dat dicht ging, heeft geld gekregen van de staat. En nu mogen wij, de jongeren, in de toekomst een kapitaal aan belasting gaan betalen. Onze toekomst staat op het spel, en wij hebben er niets over te zeggen. Ik ben heus bereid mijn stem te laten horen, maar ik zou niet weten hoe. We leven in een democratie, maar beslissingen die extreem veel invloed op ons dagelijks leven hebben, worden zonder enige discussie met de burgers genomen. De burgers in ons land zijn de slachtoffers van de fouten van het kabinet, zoals bij het vaccinatieprogramma en de capaciteit van de ziekenhuizen. De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan.’

    Sara-Besme Shabib, 21, scholier in München

    ‘Tot voor kort zat ik op het mbo, maar door corona heb ik de hoop mijn examen te halen opgegeven en ben ik ermee opgehouden. Terwijl het mijn grootste wens was om scheikunde te studeren. Maar in de huidige omstandigheden kan ik dat niet aan. Het hoogtepunt van de week is mijn uurtje therapie. Mijn therapeut zie ik vaker dan wie ook. Dat is een constante waaraan ik kracht ontleen, omdat ik er het huis voor uit moet. Bovendien is me duidelijk geworden dat ik mijn sociale contacten niet als vanzelfsprekend mag beschouwen, en ben ik dankbaar voor elke minuut die ik met mijn vrienden kan doorbrengen. Over de regering hoef ik het niet te hebben, neem ik aan? Economie voor, economie na, het komt me mijn oren uit. Ik krijg voortdurend het gevoel dat ik in het beeld moet passen dat de maatschappij van ons jongeren heeft. Maar veel jongeren zijn aan het eind van hun Latijn. Toch verwachten ze van leerlingen dat ze studeren, bijblijven en examen doen. En daarna liefst meteen solliciteren of met een opleiding of een studie beginnen. “Jullie zijn de toekomst,” laat me niet lachen. Niemand helpt ons. Ze zouden iedereen die nu van school komt gelijk een tegoedbon voor een burn-outkliniek bij moeten geven.’

    Bang voor de toekomst

    Volgens een enquête van de Bertelsmann Stiftung vreest 65 procent van de vijftien- tot dertigjarigen in Duitsland dat de politiek geen oog heeft voor hun zorgen over de pandemie. Krap de helft van de zevenduizend ondervraagden is bang voor de toekomst.

    Benoît Frimon-Richard, 25, uit Égly, Frankrijk, studeert farmacie in Parijs

    ‘Voor de pandemie had ik eigenlijk besloten om naast mijn studie farmacie in Parijs ook een master in bestuurskunde te gaan doen om ooit bij een instantie in de gezondheidszorg te gaan werken. Maar toen de pandemie begon, ben ik teruggegaan naar mijn ouders in Égly, in de provincie, in het zuiden van het departement Essonne. Van daaruit studeer ik nu online en daarnaast werk ik parttime in een apotheek. Ook al maak ik grappen dat ik leef als een monnik: sinds ik terug ben op het platteland slaap ik beter, eet ik beter, drink ik helemaal geen alcohol meer en doe ik meer aan sport. Ik heb zelfs spieren gekregen! Ik verdien geld en geef praktisch niets uit omdat ik thuis woon. Ondertussen zijn mijn toekomstpannen radicaal veranderd en heb ik besloten dat ik liever in een apotheek op het platteland werk dan op een kantoor. In het contact met mensen voel ik me nuttiger. Mijn plan is al tamelijk concreet: over twee jaar neem ik vermoedelijk een apotheek over, in de gemeente Angervilliers met vijftienhonderd inwoners.’

    Matthias Montesano, 21, barkeeper in Turijn, Italië

    ‘Ik ben barkeeper en heb lang helemaal niet kunnen werken. Thuis heb ik geprobeerd mijn cocktails te verbeteren en nieuwe technieken uit te proberen. Maar het viel niet mee om me te concentreren. Ik geloof dat de politiek in Italië al met al goed heeft gereageerd, ook al zijn er natuurlijk fouten gemaakt. Waarom waren bijvoorbeeld kerken wel open, terwijl musea en theaters dicht moesten blijven? Waarom was het ja tegen godsdienst en nee tegen cultuur? In allebei die sectoren kunnen ze toch dezelfde veiligheidsmaatregelen nemen? Dan zou het allemaal veel beter zijn gegaan. Het virus heeft ons natuurlijk ook volkomen onverwachts overvallen. Misschien moeten we het allemaal als een waarschuwingssignaal zien. We moeten onze levensstijl veranderen en onze extreme consumptiedrift afremmen. Nadenken over wat echt belangrijk is. Deze pandemie heeft ons te veel afgenomen om het allemaal gewoon achter ons te laten zonder het ook als een kans op verandering te zien. Ook wat betreft mijn familie: ik heb gemerkt dat je die in moeilijke momenten om je heen wilt hebben. In het gewone leven wil je dat nog wel eens vergeten.’

    ‘Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet’

    Lucas Hoorn, 23, leerling-docent aardrijkskunde en sociale studies in Dresden

    ‘Tijdens de pandemie heb ik veel tijd voor allerlei beeldschermen doorgebracht. Ik heb er eigenlijk geen moeite mee om alleen te zijn, maar zoveel eenzaamheid doet pijn. Mijn medebewoners en -bewoonsters helpen geholpen, maar steeds vaker voel ik me vanbinnen leeg. Gewoon niets. Op een ander moment ben ik van binnen des te impulsiever, mijn internetbubble maakt dat ik steeds bozer word op wappies en coronaontkenners, maar ook op onze politieke leiders. In wezen ben ik heel dankbaar dat we in een echte democratie leven, en waardeer ik ons federalisme. Eigenlijk was ik er ook van overtuigd dat we hier in Duitsland ondanks allerlei democratische hindernissen snel en efficiënt kunnen handelen. Maar blijkbaar mankeert het ons aan daadkracht. Ik ben zwaar teleurgesteld dat beslissingen constant eerst te laat en daarna verkeerd genomen worden. Het gevoel in de steek gelaten te zijn, geeft dat heel goed weer. Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet.’

    Niet systeemrelevant

    Lena Iris Brendel, 25, student muziek in Stuttgart

    ‘Het afgelopen jaar zou mijn jaar zijn. Ik studeer muziek en zat in mijn buitenlandsemester, klaar om de wereld te veroveren. In plaats daarvan zat ik weer in mijn kinderkamer en moest ik ook nog toekijken hoe mijn beroep verdween. Opeens moest ik me afvragen: ‘Waarom zou ik nog oefenen? Zeven jaar keihard studeren, de allerbeste cijfers. Waarvoor? Opeens was ik bezig op internet te zoeken naar “beroepen voor zij-instromers”, “bedrijfseconomie online” en “met welke opleidingen verdien je het meest?” Wat me daarvan het meest op de zenuwen werkt? Vaak vraag ik andere mensen wat hun leven de moeite waard maakt. Het antwoord is nooit “De winst van mijn bedrijf” of “Het bruto binnenlands product”. Maar: festivals, concerten, film, theater. En wie maakt die hele zooi? Wij, die niet systeemrelevant zijn.

    Wat wel heel mooi was: ik heb nog nooit in mijn leven zoveel tijd met mijn vader doorgebracht. Opeens waren we lotgenoten: thuiswerker en thuisstudent. Samen wandelen, samen koffiepauze. Voor het eerst in mijn leven had ik gelegenheid veel over mezelf te vertellen en hij was veel beter in staat begrip te hebben voor zijn gekke kunstenaarsdochter. Als ik ooit iets over deze tijd zou moeten vertellen, zou ik me alleen nog herinneren hoe fijn het was dat ik zo veel met mijn vader was.’

    Alba Fernandez, 24, verpleger in Madrid, Spanje

    ‘Ik ben verpleegster in een ziekenhuis in Madrid. In de afgelopen veertien maanden heb ik het leed en de eenzaamheid van heel dichtbij meegemaakt. En het sterven. Het was afschuwelijk. Niemand is op zoiets voorbereid. Onze gezondheidszorg kon het niet aan, en wij konden van achter onze gezichtsbescherming amper met onze patiënten communiceren. We glimlachten dan en raakten ze aan, ook al was het met latexhandschoenen. Maar wij in de Spaanse ziekenzorg hebben elkaar geholpen, en veel levens gered.’

    Phoebe Hanson, 19, uit Staffordshire, Engeland, studeert politiek in Lancaster

    ‘Mijn hele leven speelt zich af in en rond mijn studentenhuis. Mijn relatie, vrienden, werk, studie, vrije tijd, slaap. Ik voel me net als in een Big Brotherhuis, hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Mijn geestelijke gezondheid heeft eronder geleden. Ik was voor het eerst weg van mijn familie in Staffordshire, kon maandenlang niet naar ze toe. In die periode hebben mijn ouders ook nog corona gekregen en zijn ze ziek geworden. En ik kon niets doen. Dat was zwaar.

    Door de pandemie heb ik me gerealiseerd hoe afhankelijk wij mensen ervan zijn dat we elkaar zien. Als ik nu een keer naar huis bel, eindigt dat inmiddels altijd met zwijgen, omdat er niets meer is waar we het over kunnen hebben. We zitten allemaal de hele dag thuis. De pandemie heeft me in elk geval laten zien met wie ik plichtmatig verbonden ben en met wie uit oprecht verlangen om dingen te delen. Mijn vriendschappen van school bijvoorbeeld zijn allemaal voorbij.

    Echt teleurgesteld ben ik over de politiek en het onderwijssysteem. Eerst zouden de examens gewoon doorgaan, toen weer niet, toen weer wel. Totale chaos. Ik heb het gevoel dat die negenduizend pond collegegeld dit jaar gewoon weggegooid geld is. En na onze studie staan we voor de afgrond: mensen hebben ongelooflijk hoge verwachtingen van afgestudeerden: we moeten jaren ervaring meenemen, maar we kunnen ons in deze crisis absoluut niet permitteren onbetaald stage te lopen of tijdrovend vrijwilligerswerk te doen. Mijn carrière is nu voor mij dan ook het belangrijkste.’

    Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde

    Leonard Strickler, 24, werkzaam in Freiburg

    ‘Ik (…) merk in gesprekken met mensen van boven de veertig dat ze me vaak proberen op te vrolijken. Terwijl ik helemaal niet het gevoel heb dat ik opgevrolijkt hoef te worden. Ik heb het geluk dat ik al veel heb beleefd en daar met vrienden met veel plezier herinneringen aan kan ophalen. De hele zaak doet kinderen en jongeren duidelijk meer kwaad. Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde. In het weekend voetbal ik zelf een beetje met een paar vrienden, hoewel 80 procent van mijn sociale contacten de afgelopen maanden online verliep. Mijn gameconsole was een verbazingwekkend zinvolle investering van mijn zestienjarige ik. In plaats van mezelf tijdens een zoomconferentie achter mijn laptop op een fles wijn te trakteren, kon ik met vrienden op mijn Playstation spelen. Alcohol heb ik alleen ’s maandags gedronken wanneer ik met mijn pubquizmaten had afgesproken voor een online quiz. Dat was best geinig, maar er gaat niets boven afspreken in levende lijve. Pas toen dat echt niet meer kon, werd me duidelijk hoe belangrijk het kan zijn om af en toe naar het café te gaan.’

    Michela Petrini, 21, student in Bra, Italië

    ‘Ik zou graag hoop uitstralen, maar eerlijk gezegd ben ik door de pandemie verbitterd geraakt. Inmiddels neem ik niets meer als vanzelfsprekend aan, ook vriendschappen niet. Tijdens de eerste lockdown namen maar weinig vrienden de moeite iets van zich te laten horen. Veel van die oppervlakkige contacten heb ik uiteindelijk beëindigd. Ik geloof dat de regering-Conte heeft gedaan wat mogelijk was; want met een crisis in de gezondheidszorg als deze heeft nog nooit iemand te maken gehad. Maar ik denk steeds vaker dat de regering-Draghi niet doet wat ze zou kunnen. Misschien verliezen wij jongeren nu de hoop, en dat mag eigenlijk niet gebeuren. We moeten vertrouwen hebben in ons land, al is het maar omdat er geen alternatief is. Nu moeten we op de zak van onze ouders teren en die zijn door de pandemie even aangeslagen als wij en hebben moeite om rond te komen.’

    Claire-Lyse Thomann, 18, middelbare schoolstudent in Rennes, Frankrijk

    ‘Begin dit jaar heb ik mijn achttiende verjaardag gevierd. Ik dacht altijd dat ik dan eindelijk naar een nachtclub mocht! Mooi niet. Dat kan ik nooit meer inhalen. En ik ben bang voor de toekomst. Ik vraag me bijvoorbeeld steeds vaker af of het wel een goed idee is om kinderen op deze wereld te zetten. Ik heb het er met vriendinnen over gehad of we kinderen willen of niet. Ik was de enige die het niet wilde of die het in elk geval niet zeker wist. Wat hebben mijn kinderen eraan om in een tijd van klimaatverandering in de ene crisis na de andere te leven? Ik weet dat er als vrouw van je wordt verwacht dat je kinderen krijgt. Maar dat het kan, betekent nog niet dat het moet.’

    Egoïsme

    Chloé Lassel, 22, rechtenstudent in Versailles, Frankrijk

    ‘Toen ik alleen nog maar thuis zat, is me duidelijk geworden dat ik al een tijdje niet meer zo enthousiast ben over mijn studie rechten. In het weekend help ik altijd in een boekwinkel hier in de buurt. Die kant wil ik op. Ik wil iets anders, ik hou ervan onder de mensen te zijn, om klanten boeken aan te raden. Ook tijdens de pandemie kwamen er veel mensen in de boekwinkel, om iets te kopen en om een praatje te maken. Al wilden sommige geen mondkapje opdoen of hun handen desinfecteren. Als ik dat dan vriendelijk vroeg, begonnen ze te betogen dat ze jeuk kregen van het desinfectiemiddel, of dat ze last hadden van het mondkapje. We moeten ons afvragen hoe we met dat soort egoïsme willen omgaan. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje, en alleen komen we daar niet uit. De crisis heeft veel dingen zichtbaar gemaakt, ook dingen die we eigenlijk niet willen zien.’

    Lara Oreiro, 24, student in A Coruña, Spanje

    ‘Jong zijn is nooit makkelijk geweest, ook tegenwoordig niet. Mijn generatie moet vechten tegen het stigma dat ze “altijd alles had”. Maar op het ogenblik hebben we weinig en verliezen we een heleboel. Dit zou het jaar zijn dat ik volwassen werd. Ik zou mijn studie afronden en gaan werken. Ik wilde groeien, persoonlijk en in mijn beroep. Die droom heb ik ondertussen laten varen. Veel jonge mensen hier in La Coruña zitten vol opgekropte woede. We lijden aan slapeloosheid en voelen ons machteloos en onrustig. We denken dat het ergste leed geleden is, maar we moeten onszelf niets wijsmaken. Het ergste moet nog komen, zodra we met de nawerkingen van de coronacrisis worden geconfronteerd. Wanneer we proberen een baan met een fatsoenlijk salaris te vinden om zelf een onafhankelijk bestaan op te bouwen. We zullen moeten vechten zoals al heel lang geen jong mens meer heeft hoeven vechten.’

    Risico op depressie

    64 procent van de 18- tot 34-jarigen in de Europese Unie loopt het risico een depressie te ontwikkelen. Dat blijkt uit een enquête uit het voorjaar van 2021 van Eurofound, een agentschap van de Europese Unie. In dezelfde periode in 2020 was dat 53 procent.

    Ana Carrasco, 23, student communicatiewetenschappen in Sevilla, Spanje

    ‘Toen de lockdown begon, kreeg ik paniekaanvallen door het bombardement van cijfers over aantallen besmettingen en doden. Ik ben opgehouden met mijn onlinecursussen en heb de tv uitgezet. In plaats daarvan heb ik de radio aangezet, alleen om naar muziek te luisteren, en ben ik boeken gaan lezen, maar alleen als ze goed aflopen. Ik heb Trivial Pursuit gespeeld met mijn vader, liedjes gezongen met mijn zus en films gekeken met mijn moeder. We aten tussen de middag en ’s avonds altijd met zijn vieren en hebben elkaar op moeilijke momenten gesteund. Zo is het ons gelukt in balans te blijven. Nu ga ik beginnen aan een master journalistiek in Barcelona en heb ik weer zin om te studeren.’

    Paula Mols, 23, student maatschappelijk werk in Münster

    ‘Omdat ik sinds het begin van de pandemie van mijn partner af ben, moest ik eerst uitzoeken wie ik was zonder hem. Dat heeft voor mij de pandemie, stom gezegd, draaglijker gemaakt. Toen ik weer klaar was om andere mensen te leren kennen, voelde het toch oneerlijk dat ik mijn singlebestaan niet kon uitleven. Kortgeleden heb ik via Tinder mijn nieuwe vriend leren kennen. Op onze eerste date gingen we samen wandelen. Wat moet je anders. Nu breng ik de meeste tijd met hem door en helpt hij me door deze moeilijke maanden heen.

    Voor de pandemie vond ik politieke onderwerpen taai, maar inmiddels begrijp ik altijd wat er aan de hand is en blijf ik op de hoogte door de corona-update met Christian Drosten en de Tagesschau. Ik moet zeggen dat ik heel teleurgesteld ben over onze regering en het idee heb dat ze gefaald heeft. Het coronajaar heeft me zo uitgeput dat ik haast lethargisch ben. Het liefst zou ik naar bed gaan en slapen tot de pandemie eindelijk voorbij is!’

    ‘Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan’

    Greta Carosso, 18, scholier in Bra, Italië

    ‘Vroeger had ik nooit veel haast om bepaalde ervaringen op te doen. Inmiddels is dat anders geworden en vind ik het belangrijk zodra een gelegenheid zich voordoet die te benutten. Voor mij is niets vanzelfsprekend meer. Een paar van mijn vrienden en ik zijn inmiddels onder behandeling bij een psycholoog. We zijn vanbinnen ontzettend kwaad en weten niet wat we daarmee aan moeten. Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan. Wij jongeren moeten nu gewoon weer energie vinden.’

    Francesco Piacentini, 20, student in Ferrara, Italië

    ‘De laatste drie jaar van het gymnasium heb ik op een militaire school gezeten. Tijdens de pandemie was ik gedwongen al mijn tijd daar door te brengen. Toen heb ik gemerkt dat wat ik in het leven echt wil, niets met het leger te maken heeft. Ik wil liever proberen een onbezorgd en vreedzaam leven te leiden, een leven waarin ik anderen kan helpen. Op school heb ik nooit problemen gehad, maar nu ik op de universiteit zit, staat het water me aan de lippen. Eerlijk gezegd geloof ik dat de mensen de coronatijd het liefst zo snel mogelijk willen vergeten. Vooral de arbeidersklasse, die het zwaarst getroffen is. Daarom geloof ik ook dat er uiteindelijk niets verandert, en ik denk ook niet dat dat nodig is.’

    Ruaidhrí Ó Conaill, 24, docent sport en Ierse taal in Cork, Ierland

    ‘Door mijn werk als leraar heb ik geleerd hoe groot de behoefte aan een reorganisatie van het Ierse onderwijssysteem is. Een voorbeeld: alles is gericht op één eindexamen in het laatste schooljaar, het Leaving Cert. Na de catastrofe van het afgelopen jaar toen het centrale eindexamen gewoon doorging, wat zelfs tot processen heeft geleid, is het echt de hoogste tijd om de leerlingen continuer te toetsen.

    Een ander probleem: sommige scholieren werken sinds het begin van de pandemie alleen nog op hun smartphone, terwijl we tegelijkertijd proberen de smartphoneverslaving van deze generatie te bestrijden. Ook al wordt Ierland steeds liberaler, de regering heeft de laatste tijd het contact met de jonge mensen verloren. Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat zoveel jonge Ieren nog steeds weg willen. Wat me ook bezighoudt: met het oog op de klimaatverandering moeten we onze manier van leven aanpassen. Hoe we eten, reizen, wat voor kleren we dragen, bijna alles in ons leven moet anders. Kortom: het kapitalisme moet verdwijnen en worden vervangen door een meer bewuste, groenere en meer holistische levenswijze. Had u me tien jaar geleden verteld dat de wereld ten onder zou gaan, dan had ik u voor gek verklaard. Nu beaam ik het.’

    Geen student, maar een robot

    Victor Volmer, 20, student jazz in Berlijn

    ‘In september ben ik naar Berlijn gegaan, een compleet vreemde, grote stad, om aan mijn muziekstudie te beginnen. Ik wilde andere musici ontmoeten, in plaats daarvan zat ik opgesloten op mijn veel te dure kamertje en deed ik ongelooflijk mijn best om de virtuele lessen leuk te vinden. Muziek moet het tenslotte hebben van het samen spelen met anderen. Ik heb een tot nog toe onbekend potentieel aan agressie in mezelf ontdekt, wat ik verklaar uit mijn algehele ontevredenheid. 

    Ik geloof dat de grote uitdaging voor mij is de hedonist in mezelf uit te schakelen ten bate van de ander en tegelijk in de gaten te houden dat het met mij ook goed blijft gaan, vooral mentaal. Daarin een balans vinden is echt heel moeilijk. Jezelf niet helemaal isoleren, maar ook niet naar een feestje van een vriend of een vriendin gaan waar ook nog tien anderen zijn uitgenodigd. Mijn doel is in elk geval om zonder blijvend geestelijk letsel uit deze crisis te komen.’

    Isabelle Koch, 22, uit Freiburg, studeert management in München

    ‘Het voelt alsof je het belangrijkste stuk van je leven gewoon overslaat. De hoorcolleges aan de technische universiteit in München, te midden van studiegenoten en vrienden, zijn veranderd in studie op afstand: in mijn eentje thuis achter mijn laptop. Ik heb mijn kamer in de woongroep, waar ik zoveel heb gefeest, opgezegd en woon weer bij mijn ouders in de buurt van Freiburg, op het platteland. Ik voel me geen student meer, maar een robot. Ik ben dankbaar dat we in deze crisis nog kunnen studeren. Toch heb ik het gevoel dat we door de regering zijn vergeten. Over studenten hebben ze het nooit. Voor de pandemie zou ik gezegd hebben dat het de grootste uitdaging voor mijn generatie is om tot een besluit te komen. Omdat voor ons bijna te veel mogelijkheden open liggen en we zo veel kansen hebben die we moeten benutten. Tijdens de pandemie is dat veranderd. Ons grootste probleem nu is het gebrek aan perspectief. Ik hoop dat dat snel verandert.’

    Fotoreeks van Tommaso Ausili

    De Itialaanse fotograaf Tommaso Ausili maakte een reeks portretten van jongeren tijdens de lockdown, die hier te bekijken is. ‘De psychologische gevolgen van de pandemie werden vooral opgemerkt bij adolescenten’, aldus de fotograaf op de pagina. ‘In deze levensfase beleeft de persoon een groeiproces, de ontwikkeling van zijn eigen persoonlijkheid en de ontdekking van zichzelf. Adolescenten streven naar een cognitieve en emotionele band met de sociale omgeving en omgeving. Een van de belangrijkste doelstellingen van adolescenten is het bereiken van autonomie, wat een innerlijke reis vereist langs zekerheid en verwarring, tevredenheid en onvrede. (…) De meeste adolescenten ervoeren gevoelens van angst en ontmoediging die hun dagelijkse levensstijl sterk beïnvloedden.’


  • ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    Een op de vier vrouwen die in de tweede helft van de jaren zeventig zijn geboren, wordt geen moeder. Niet omdat ze dat niet wil, maar omdat ze het niet kan. De pijn die dit bij betrokkenen veroorzaakt, wordt vergroot door het taboe dat op het onderwerp rust. ‘Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs.’

    Onvruchtbaarheid

    ‘Niet in staat zijn een zwangerschap te voldragen ook al kun je wel zwanger worden.’ De begrippen steriliteit en onvruchtbaarheid worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn medisch gezien niet hetzelfde. Dit is een van de vele voorbeelden van het gebrek aan kennis over vruchtbaarheidsproblemen bij vrouwen. De meeste mensen zien vruchtbaarheid als iets vanzelfsprekends, tot er opeens belemmeringen opduiken. En naast de emotionele en financiële belasting brengt onvruchtbaarheid ook andere problemen met zich mee: de maatschappelijke druk om kinderen te krijgen en de geheimzinnigheid waarmee vruchtbaarheidsproblemen worden omgeven. Zes vrouwen en een man praten openhartig over het onderwerp, dat in hun ogen bij het moederschap hoort, ook als die zo gewenste ‘wonderbaby’ aan het eind van de rit niet komt.

    Dit artikel werd genomineerd voor de shortlist van de Innovation Award van de European Press Prize 2021.

    infertilityl persona1 b
    © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    ‘De eerste paar jaar heb ik er niet over gepraat, uit schaamte. Ik voelde me ellendig dat ik de enige vrouw in mijn omgeving was die niet zwanger kon worden of een kind kon krijgen. Alsof dat mijn eigen schuld was. Soms dacht ik zelfs: Misschien wil ik het niet graag genoeg? Wil ik soms niet echt moeder worden? Ik had het idee dat mijn lichaam anders was dan dat van andere vrouwen. Dat is niet zo: onvruchtbaarheid is iets natuurlijks, het hoort ook bij het moederschap.’

    De Míriam van nu is niet dezelfde als de Míriam van tien jaar geleden, die zich ervoor schaamde om over haar onvruchtbaarheidsproblemen te praten. Nu is ze een vrouw die de dingen bij de naam noemt. Ze heeft genoeg van dat ‘wonderbaby’-verhaal, over vrouwen die na jaren worstelen met onvruchtbaarheid en allerlei medische behandelingen uiteindelijk dat zo gewenste kind krijgen. Ze vindt dat er in dat verhaal nog een ander personage thuishoort: dat van de kinderloze vrouw.

    ‘Want dat is onvruchtbaarheid óók,’ zegt zij. ‘Het eindigt niet altijd met een baby in je armen.’ Vier op haar arm getatoeëerde stipjes, voor elk niet-geboren kind één, vormen het zichtbare aandenken aan de vier miskramen die ze heeft gehad. Voor haar lag de grens bij het moment dat ze aangewezen zouden zijn op een medisch geassisteerde bevruchting. ‘Dat wilden we niet: het leek zo zakelijk en ik had het gevoel dat we daarmee ingingen tegen wat mijn lichaam me vertelde. Bovendien kostte het veel geld om op die manier een kind te krijgen en zag ik ook op tegen de druk van de angst dat het toch weer mis zou gaan.’

    ‘Maar toen de tijd daar was en we beseften dat we via de natuurlijke weg geen kind zouden krijgen, dacht ik dat ik misschien een belemmering opwierp tegen zwanger worden via andere methode die niet beter of slechter was.’ Uiteindelijk besloten haar partner en zij om één poging te doen en probeerden ze eiceldonatie, maar zonder succes. En na tien jaar leven met onvruchtbaarheid, besloten ze het niet langer te proberen. Ze was toen 41. Eén jaar verwijderd van 42, de leeftijd die ze voor zichzelf als grens om moeder te worden had gesteld.

    1. Wanneer zeg je: het is genoeg?

    Míriam Aguilar
    ‘Het is heel belangrijk om voor jezelf een grens te bepalen, want de samenleving oefent druk op je uit om het te blijven proberen: “Je zult het zien: de volgende keer gaat het vast goed!” Waarom horen vrouwen die het blijven proberen toch altijd dat ze zo dapper zijn? Terwijl degenen die besluiten te stoppen worden beschouwd als zielenpieten die het niet gered hebben. Hoe lang had ik het moeten blijven proberen? En wie weet zou ik dan nu uiteindelijk wel een kind hebben en me realiseren dat ik niet gelukkiger was dan daarvóór. De dag waarop we besloten dat het klaar was, voelde ik me bevrijd. Ik had gedaan wat ik kon en moest accepteren wat mijn lichaam niet kon.’

    15-20 procent van de paren in de vruchtbare leeftijd hebben last van vruchtbaarheidsproblemen

    Ariana Ruglio

    ‘Waar je de grens trekt is heel persoonlijk. Ik heb al een dochter. Als ik nog helemaal geen kinderen had, zou ik het misschien wel blijven proberen. Of misschien niet. Ik denk dat je de grens moet trekken bij het moment dat je er zelf niet meer tegen kunt. Hou dan op en kijk eens goed naar je leven. Ik vind het een verschrikkelijk idee om dit allemaal continu te moeten doormaken. Het is ook moedig om te zeggen: “Dit was het.” Want het leven is veel meer dat dat. Voor ons was de grens dat ik meer wilde dan alleen moeder zijn.’

    Sandra Arolas

    ‘Dit was echt de laatste poging. Dat klinkt vreemd, omdat we zo lang zijn doorgegaan, maar het was ook de laatste om economische redenen. Want die behandelingen zijn niet gratis. En ook: je krijgt heel sterke hormoonbehandelingen en ik kan niet mijn hele leven hormonen blijven slikken. We gingen met een superdik dossier naar de arts en zeiden: “Dit is het dossier van alle behandelingen die ik heb gehad, dit hebben we allemaal al gedaan en dit is het laatste dat we willen doen.”’

    Ona Campillo

    ‘Ik blijf het niet eeuwig proberen. Er is een grens aan: we zijn ons ervan bewust dat we het nu al twee jaar proberen, we hebben vier miskramen gehad, en nu doen we in vitro-fertilisatie. Op een bepaald moment is het geld op. Dat zal een behoorlijk bepalende factor zijn.’

    Sandra Albert

    ‘Als ik de loterij had gewonnen, was ik het wel blijven proberen, maar het kostte veel geld en we besloten uit financiële overwegingen om niet door te gaan.

    Ze zeiden tegen ons: “Blijf het proberen en wie weet heb je geluk”. Hoeveel miskramen moet ik krijgen voordat ik een keer geluk heb? Elke keer als je een miskraam hebt, is het lichamelijk heel zwaar, en psychologisch ook. Voor mij was het een verschrikkelijke teleurstelling. Het was een mislukking. Ik bleef maar huilen en mijn partner zei dan tegen me: “Niet huilen.” Ik had het nodig om te huilen, ik had het recht om boos te zijn en ik moest rouwen. En dat veroorzaakte ook veel spanningen.’

    Na drie vroege miskramen, een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en een medische pelgrimstocht beseften Sandra en haar man dat hun zwangerschappen nooit levensvatbaar zouden zijn. Het was het gevolg van een genetische afwijking bij hem. Het was een opluchting om de oorzaak te weten en vooral om de schuldgevoelens uit hun hoofd te kunnen zetten. Ze wendden zich tot geassisteerde voortplanting en na drie vergeefse ivf-pogingen, waarover ze hun omgeving niet vertelden, legde Sandra Albert zich erbij neer dat ze nooit kinderen zou krijgen. Hun relatie had zwaar onder dit alles geleden en zelf kon ze zich eindelijk herstellen van de emotionele en lichamelijke uitputting van zoveel jaren mislukte pogingen. Al die tijd had ze het voor zich gehouden, maar nu hielp het haar dat ze een groep vrouwen vond die hetzelfde hadden meegemaakt, zodat ze zich begrepen voelde en ook andere vrouwen kon helpen. 

    infertilityl persona5 a
    ‘En wie bekommert zich om de onvruchtbare vrouwen?’ – Glòria Labay, 54 jaar, verloskundige. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    2. Relaties en seks

    Sandra Albert

    ‘We beleefden het ieder op onze eigen manier. Hij trok zich terug in zijn wereld en ik in de mijne. We groeiden uit elkaar. We konden geen manier vinden om hier samen doorheen te komen en onze relatie sterker te maken in plaats van zwakker. Uiteindelijk zijn we uit elkaar gegaan. Ons onvermogen om kinderen te krijgen heeft daarin een grote rol gespeeld, want hij weigerde om adoptie te overwegen. Ik kon me geen leven zonder kind voorstellen. En het was voor mij heel moeilijk te zien dat hij daar niets aan wilde doen.’

    Míriam

    ‘Je kunt niet zeggen dat het een negatieve invloed op onze relatie heeft gehad, sommige dingen maken de band juist sterker. Misschien heeft het wel invloed op ons seksleven: het is vreselijk om jarenlang op het moment van de ovulatie te moeten vrijen! Het wordt heel machinaal, wanneer je als stel zoiets natuurlijks gebruikt voor een bepaald doel. Bij seks moet het om de seks gaan, niet om kinderen krijgen.’

    Ona

    ‘Ik werd af en toe wel gespannen, want het is heel frustrerend om je seksleven zo te moeten plannen. Die druk ben je tenminste kwijt als je een ivf-traject ingaat.’

    Ariana

    ‘Mijn seksualiteit is anders dan vijf jaar geleden, maar dat geld ook voor mijn kijk op kinderen krijgen. Nu ben ik juist bang dat ik zwanger word: de arts heeft me verteld dat 99 procent van mijn zwangerschappen in een miskraam zal eindigen en dus moet je altijd ‘oppassen’.

    We hebben elkaar veel steun gegeven. Hij wilde meer kinderen en als het aan hem had gelegen zouden we het nog eens hebben geprobeerd, maar dat wilde ik niet. Je moet veel met elkaar praten en heel eerlijk zijn over hoe je je voelt en waar je bang voor bent, want een relatie kan gemakkelijk bezwijken onder al dat gedoe.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij hadden het geluk dat we elkaar goed begrepen, we konden elkaar steunen en ik denk dat het onze relatie sterker heeft gemaakt; onze pech heeft ons dichter bij elkaar gebracht.’

    E: ‘Soms wist ik niet of ik wel de juiste ondersteuning bood. Maar ik probeerde er voor haar te zijn, haar te begrijpen. Natuurlijk hoef je niet altijd sterk te zijn. Dankzij dit alles hebben wij geleerd dat er momenten zijn waarop je elkaar moet opvangen. Op sommige dagen ben ik heel negatief en op andere dagen is zij dat.

    Op dit moment hebben we drie of vier zwangerschappen in onze omgeving en we zouden liegen als we zeiden dat dat geen pijn doet. Uiteindelijk leer je het te aanvaarden, want je bent natuurlijk ook blij, het zijn je vrienden. Tegelijkertijd denk je: “Waarom overkomt mij dit?” Maar uiteindelijk leg je je erbij neer. Hoe lang het ook doorgaat, het zal altijd moeilijk voor ons blijven. Je moet accepteren dat je boos wordt. Verdriet en boosheid moeten er nu eenmaal uit.’

    Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’

    Zij begonnen drie jaar geleden voor het eerst te proberen in verwachting te raken. Ze dachten dat dat ‘een eitje’ zou zijn, net als in de meeste tv-series en films. Vanwege een menstruatie die uitbleef, gingen ze naar een dokter, die bevestigde dat Ona zwanger was geworden… en de vrucht had verloren. In de maanden daarna gaf de Predictor nog drie keer een positieve uitslag, die ofwel in een miskraam of in een buitenbaarmoederlijke zwangerschap eindigde.

    Het gevaarlijkste moment kwam toen Ona, zwaar bloedend, met spoed geopereerd moest worden vanwege een geperforeerde eileider. ‘Op zo’n moment ben je er niet mee bezig of je vader wordt of niet, want je loopt kans je partner te verliezen,’ zegt Edu. Nu weten ze dat ze niet langer kunnen proberen om op een natuurlijke manier zwanger te worden. Ze zijn al te vaak op de Eerste Hulp beland. Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’. Volgens de artsen zijn zij een ‘heel duidelijk’ geval van onvruchtbaarheid en ze staan op de wachtlijst voor ivf in de reguliere gezondheidszorg. Tegelijkertijd zijn ze ook aan het traject in de particuliere sector begonnen. Daar zitten ze nu middenin. We interviewden hen een paar dagen voor de terugplaatsing van het enige levensvatbare embryo dat hun eerste ivf had opgeleverd, en die hun zo’n 10.000 euro heeft gekost. Ze beleven het, zeggen ze ‘met de handrem erop’.

    infertilityl persona2 a
    ‘Na hoeveel miskramen zal ik eens geluk hebben?‘ – Sandra Albert, 48 jaar, werkloze administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    3. Sociale druk

    Ona

    ‘Het is een zware tijd, het schudt je emotioneel door elkaar en je hebt momenten waarop je er spijt van hebt en tegen jezelf zegt dat het jouw schuld is. Je ziet vriendinnen in verwachting raken terwijl jij al tweeënhalf jaar aan het proberen bent. En dan zeggen mensen dingen tegen je als: “Hou er gewoon mee op, en je zult zien dat je zwanger wordt. Je moet er gewoon niet meer zo over nadenken.”’

    Sandra Albert

    ‘Wij kregen steeds de vraag: ‘En, wanneer komen de kinderen?’ En als je op dat gebied problemen hebt, is dat ingewikkeld. Elk stel heeft zijn eigen tempo en eigen problemen. Deze vragen zouden niet gesteld moeten worden. Als een stel al lang bij elkaar is en geen kinderen heeft, is dat omdat ze het niet willen of omdat ze het niet kunnen.’

    Míriam

    ‘Er is een moment geweest waarop ik me afvroeg: “Als ik die druk niet voelde, zou ik dan doorgaan?” Je vraagt je af of je dit allemaal doet omdat je moeder wilt worden of omdat je moeder moet zijn om in het plaatje te passen van hoe de samenleving is ingericht. Ik begreep dat ik moeder wilde zijn, maar het was ook zo dat ik veel druk voelde.’

    Glòria Labay

    ‘Wij leven in een wereld die is gericht op kinderen krijgen, maar mijn partner en ik vormen nu ook een gezin, ook al hebben we geen kinderen samen.’

    Ariana

    ‘Het lijkt wel of het moederschap voor een vrouw het hoogste doel is. Dat is een patriarchale instelling. Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs; het maakt niet uit of je lichaam volgestopt wordt met hormonen en medicijnen, het maakt niet uit of je kinderen doodgaan tijdens de zwangerschap, je moet het blijven proberen en dat heeft veel te maken met het idee dat vrouw zijn betekent moeder zijn.’

    4. De gevolgen: lichamelijk…

    Míriam

    ‘Het verlies van mijn baby’s was heel pijnlijk en de eerste miskraam was het ergst. Op dat moment dacht ik: ‘Wat is dit? Wat gebeurt er? Niemand bereidt je op zoiets voor en ik ging naar de Eerste Hulp. Op dat moment voelde ik me niet slecht behandeld, maar ook niet echt goed. Ik verloor bijna alles op het toilet van het ziekenhuis. Ik had het gevoel dat me iets verschrikkelijks was overkomen en dat zij het niet zo belangrijk vonden.’

    Sandra Albert

    ‘Na de behandelingen was ik vijftien of zestien kilo zwaarder. Bij elke zwangerschap en ivf kwam ik twee kilo aan en die bleven eraan.’

    5. … en emotioneel

    Sandra Arolas

    ‘Na de eerste drie miskramen had ik het een tijdlang heel zwaar. Het kostte me zelfs moeite om langs een kinderspeelplaats te lopen. Ik geloof niet dat het een obsessie werd, al had dat wel kunnen gebeuren, want we hebben veel behandelingen achter elkaar gedaan. En zo kwam er een moment waarop we zeiden dat het genoeg was geweest en zijn we een jaar lang gestopt, voordat we de laatste ivf deden.

    We hadden dat liever allemaal niet hoeven doen, dan was de lichamelijke, emotionele en financiële prijs veel lager geweest. Met die behandelingen moet je wel heel zeker weten dat je het echt wilt. En wij wisten dat heel zeker, maar toch komen er soms nog steeds twijfels op.’

    Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan

    Glòria

    ‘Ik werd wel zwanger en vervolgens verloor ik het telkens rond de acht weken. Hoeveel miskramen kan ik aan? Het was schadelijk voor me. Daarom heb ik het opgegeven. Zwangerschapsbehandelingen lijken het tovermiddel, maar dat zijn ze helemaal niet. Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan.’

    6. De financiële prijs

    Sandra Albert

    ‘We hebben er heel veel geld aan uitgegeven. Alles ging op aan de behandelingen, er bleef niets over voor reizen of iets anders, het was allemaal voor dat ene doel. We werkten alleen maar om dat te kunnen betalen.’

    Sandra Arolas

    ‘Wij hebben geld geleend en we probeerden niet eens meer om een huis te kopen of een andere auto. In het begin hadden we spaargeld en nu hebben we leningen – en twee kinderen, natuurlijk! En dat is fantastisch. Maar we moeten ook leningen terugbetalen voor behandelingen die niet werkten. Dat is zwaar, want op de een of andere manier kun je toch blijkbaar niet vergeten wat er niet goed ging.’

    Tussen de 35000 en 8000 euro

    Dat kost een ivf-behandeling, exclusief medicatie (rond de 700 euro) en extra technieken zoals pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD) (4000 euro). 

    Nederland: De kosten van ivf verschillen per kliniek, maar over het algemeen kost een ivf-traject gemiddeld 3.000 euro. Een ivf/ICSI-behandeling in combinatie met PGD (preïmplantatie genetische diagnostiek – waarmee kan worden gezocht op ernstige genetische aandoeningen), kost per poging ongeveer 7000 euro. De eerste drie behandelingen worden (tot je 43e) door vrijwel alle ziektekostenverzekeraars vergoed. Wel geldt het eigen risico en het eventuele vrijwillige eigen risico. Het is mogelijk om extra ivf-behandelingen aanvullend te laten verzekeren.

    Ona

    ‘Wij hebben financiële steun gekregen: we hebben zelf de helft betaald en onze ouders hielpen ons met de andere helft, want ook al bieden ze veel mogelijkheden om het te financieren, vruchtbaarheid is nog steeds een commerciële aangelegenheid. Er spelen veel belangen mee en er is geen garantie dat het de eerste keer goed gaat.

    Op een bepaald moment moest ik elke maand in de gaten houden of ik wel of niet ongesteld werd, of ik een injectie moest gaan halen, of ik pleisters moest dragen, of ik naar de dokter moest… het was heel vermoeiend. Maar toch keken we er echt naar uit en daarom hebben we deze hele reeks behandelingen uiteindelijk gedaan. Ik had het gevoel dat ik niet meer in de maat liep. Het zijn zoveel hormonen dat je op een gegeven moment het contact met je lichaam een beetje verliest.’

    Na zes miskramen, bijna tien jaar behandelingen, ivf’s en twaalf embryoterugplaatsingen is Sandra Arolas in verwachting van haar tweede kind. Het oudste kind kwam vijf jaar geleden via de eerste ivf, na drie natuurlijke zwangerschappen die in een miskraam eindigden. De oorzaak van de onvruchtbaarheid was een genetisch probleem van haar partner.

    Sandra is gewend aan puncties, injectiespuiten en hormonen. Maar voor de laatste ivf, waarmee ze eindelijk de tweede zwangerschap kreeg waar ze zo lang op had gehoopt, moest ze een jaar stoppen en rust nemen. ‘Omdat ik wilde leven zonder te hoeven nadenken over of ik mijn medicijnen wel had genomen. Wanneer ik ongesteld moest worden. Ik wilde dat alles normaal was.’

    Nu telt ze de dagen af tot ze haar baby in haar armen heeft. Deze zwangerschap is niet gemakkelijk geweest: ‘Ik zie vrouwen die erg van hun zwangerschap genieten en die benijd ik wel. Ik kan er niet van genieten, omdat ik zo gespannen ben. Het is heel moeilijk voor me geweest om een band met dit kind te vormen. Ik weet inmiddels dat de statistieken voor mij niet gunstig zijn. Dus het is vreemd dat het goed gaat.’

    infertilityl persona6 b
    ‘Ik had behoefte dat iemand me zou vertellen: “Wat er met jou gebeurt, gebeurt met veel mensen.”’ – Ariana Ruglio, 36 jaar, administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    7. Verwachtingsmanagement

    Sandra Arolas

    ‘Wij wilden altijd kinderen, een stuk of wat. Ik wist zeker dat ik er drie wilde en dat er twee al voor mijn dertigste zouden komen. Maar dan ineens besef je dat het niet zo makkelijk gaat als je dacht. Ik dacht dat de eerste er wel zou zijn als ik 26 was, maar het duurde tot ik 32 was. En als de tweede komt ben ik 38. Je hebt bepaalde verwachtingen, maar je hebt het niet in de hand, het hangt niet van jou af.’

    Gemiddeld aantal kinderen

    Gemiddeld aantal kinderen per vrouw in Catalonië: 1,31; in de EU ligt het gemiddelde op 1,59 in Nederland op 1,57 (in 2019, CBS).

    Ona

    ‘Het was voor mij vanzelfsprekend dat ik zwanger zou worden. Mijn moeder raakte moeiteloos in verwachting, van een tweeling. Ik twijfelde er niet aan dat het bij mij ook zo zou gaan. Iedereen zei tegen ons dat we nog heel jong waren en dat ik heus wel in verwachting zou raken. En dan komen de obstakels, die niet passen in het plaatje dat je verwachtte. Ouders die besluiten om pas laat aan kinderen te beginnen, moet je dan ook nooit veroordelen, want het is niet alleen een kwestie van vruchtbaarheid. We hebben een probleem als samenleving. We worden pas later in ons leven economisch onafhankelijk. Toen ik 24 of 25 was, vond ik mezelf nog te jong om een kind te krijgen.’

    Glòria

    ‘Al je vruchtbare jaren besteed je aan je werk en dan merk je ineens dat als je kinderen wilt, het niet lukt. Ik wist dat de vruchtbaarheid vanaf je vijfendertigste begint af te nemen, maar je denkt altijd dat statistieken iets anders zijn dan individuele gevallen. Voor mij was het heel belangrijk om naar de universiteit te gaan, bijvoorbeeld. Ik zag het krijgen van kinderen als een vanzelfsprekendheid. Maar dat bleek niet terecht. Je moet er zelf actief in zijn.’

    8. Gebrek aan informatie

    Glòria

    ‘Als vrouw ben je een groot deel van je leven bezig met zorgen dat je niet zwanger wordt. Ik had anticonceptiemiddelen gebruikt, ik had een spiraaltje… Je hebt in je hoofd dat het heel gemakkelijk is om zwanger te worden en daarom gebruik je al die anticonceptiemethoden – maar dan blijkt dat het helemaal niet zo gemakkelijk gaat. In het begin denk je dat je best een paar jaar kunt wachten.’

    Ona

    ‘Ik heb nu geleerd hoe de vrouwelijke voortplanting werkt en ik heb mezelf ook leren kennen. Je denkt er nooit aan dat je maar twee of drie dagen per maand zwanger kunt raken. Je ziet zoveel films en tv-series waarin het al bij de allereerste keer raak is…

    Het verhaal van de “wonderbaby” is overal, maar waar zijn al die mensen bij wie het niet lukt? Waar zijn ze? Wat doen ze? Er is niets geregeld voor mensen bij wie het niet lukt. Tijdens de behandelingen is er psychologische ondersteuning, maar als het allemaal klaar is, ben je gewoon een mislukte vruchtbaarheidsbehandeling. Zo noemen ze het. Ik voel het niet als een mislukking. Soms zijn woorden ook belangrijk.’

    Ze wilde altijd moeder worden, maar bij geen van haar relaties was het ervan gekomen. Op haar achtendertigste zei ze tegen zichzelf: ‘Het is nu of nooit.’ Twee zwangerschappen met haar toenmalige partner eindigden in een miskraam en ze wendde zich in haar eentje tot geholpen voortplanting: inseminaties, ivf en uiteindelijk eiceldonatie. Dat laatste deed ze samen met haar huidige partner. Het lukte niet. Net zo min als het adoptietraject waaraan ze begon. Uiteindelijk besloot ze dat haar relatie met het moederschap, dat haar altijd heeft ‘gefascineerd’, professioneel zou blijven.

    Ze is vroedvrouw en helpt al meer dan twintig jaar baby’s op de wereld. ‘Ik heb geen ziekteverlof hoeven nemen omdat ik niet meer tegen het beroep kon, maar ik heb op bepaalde momenten wel vrij moeten nemen. Ik denk dat mijn ervaring me heeft geholpen om vrouwen te ondersteunen die een verlies hebben geleden, want niet alles in het moederschap is een roze wolk.’

    Nu begint ze een gezondheidszorgproject om andere vrouwen en stellen te helpen leven met onvruchtbaarheid, en ze is ook de drijvende kracht achter ‘La vida sin hijos’ (Leven zonder kinderen), een door haar bijeengebrachte groep vrouwen die taboes willen doorbreken.

    ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken’

    9. Nog steeds een taboe

    Glòria

    ‘Ik wilde niet meedoen aan dit taboe, dit complot van stilzwijgen. Het is net als vijftig jaar geleden, toen mensen altijd zeiden dat iemand die kanker had, een “lang ziekbed” had. Ik wil niet dat er eufemismen worden gebruikt als het over onvruchtbaarheid gaat.

    Ik ben er gewoon voor uitgekomen. Het probleem is dat er geen normale voorbeelden zijn van kinderloze vrouwen. Het gaat altijd om stereotypen, zoals de verbitterde vrouw of de stiefmoeder. Nu veel mensen besluiten hierover te praten, zal het taboe verdwijnen.’

    Sandra Arolas

    ‘Veel mensen vroegen of wij kinderen wilden. Maar als ik dan vertelde wat er speelde, begonnen ze vaak over hun eigen ervaring, die wel succesvol was. Zo krijg je uiteindelijk het gevoel dat je alleen staat, dat dit kennelijk alleen jou overkomt. Terwijl het juist heel veel mensen blijkt te overkomen. Het is niet waar dat het er maar weinig zijn. Er wordt gewoon niet over gepraat.’

    Míriam

    ‘Naar mijn idee werd iedereen uiteindelijk zwanger. Of dat nou natuurlijk ging of via behandelingen. Dus ik dacht: Wat gebeurt er? Waarom overkomt dit alleen mij? Terwijl er natuurlijk veel vrouwen zijn die niet zwanger worden of miskramen krijgen. Waarom praten mensen daar dan niet over?

    Over menstruatie wordt ook niet gepraat. Mensen praten niet over de postnatale periode of de moeilijke kanten van het moederschap of de borstvoeding. Niemand praat over wat dan ook dat vrouwen meemaken. En dit is óók iets dat wij meemaken.’

    infertilityl persona1 a
    ‘De dag dat ik besloot dat het klaar was, voelde ik me bevrijd.’ – Miriam Aguilar, 42 jaar, accessoireontwerper. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ariana

    ‘Er hangt een groot taboe rond reproductieve gezondheid en de geestelijke gezondheid van vrouwen. Niemand vertelt je dat een op de vier zwangerschappen niet wordt voldragen. Niemand vertelt je dat als je kind binnenin je sterft, je misschien toch een bevalling door moet. Niemand vertelt het je omdat we het niet willen horen. Als mannen in deze positie verkeerden, zouden zij er dan meer over praten? Dit zijn gebeurtenissen die je niet kunt voorkomen, maar je kunt mensen die ze moeten doormaken wel helpen om ermee om te gaan.’

    Glòria

    ‘Het is heel belangrijk om erover te praten. De meeste mensen dragen onvruchtbaarheid in stilte. Veel onderwerpen die voor vrouwen belangrijk zijn, blijven onzichtbaar. Erover praten is zogenaamd feminisme.

    Als je niet vruchtbaar bent, is het alsof je een lichamelijk defect hebt. Maar dat gaat gewoon niet meer op. Dat vrouwen zijn waar we nu zijn, komt doordat we besloten méér te willen dan alleen moeder zijn. Maar het patriarchaat heeft bepaald dat de belangrijkste rol van vrouwen is om kinderen te krijgen. Een vrouw die geen moeder is, past daar gewoon niet in. Wat voor rol heeft een volwassen vrouw als ze niet voldoet aan wat er van haar wordt verwacht? Veel dingen zijn ineens buiten je bereik, je verwachting van hoe je leven zou zijn verdwijnt.’

    Sandra Arolas

    ‘Het idee dat je nutteloos bent als je geen kinderen kunt krijgen, bestaat nog steeds. Alsof mensen met een baarmoeder verplicht zijn nieuw leven op de wereld te zetten. Of het nu je eigen beslissing is of niet, het feit dat je geen kinderen hebt maakt je tot een uitzondering.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij vrouwen zijn opgevoed met de gedachte dat het onze missie in het leven is om moeder te worden. Als je dat doel niet bereikt, kun je nog zo’n vrije, zelfstandige vrouw zijn, maar toch besef je ergens dat jij ook zo bent, dat je nog steeds vastzit aan de regels van het patriarchaat. En dat is frustrerend.’

    E: ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken.’

    Sandra Albert

    ‘Toen de dokter ons vertelde dat onze enige mogelijkheid het gebruik van donorsperma was, zei mijn partner dat hij niet wilde dat iemand dat wist. Wat maakt het uit of het je eigen bloed is of niet?’

    Míriam

    ‘Ik zat er niet mee dat de eitjes niet van mezelf zouden zijn. Het maakte me niet uit, want wat ik wilde was een kind. Ik had niet dat bezitterige gevoel dat het van mij moest zijn.

    Ik heb me echt overweldigd gevoeld door het moederschap, maar ook erg in de steek gelaten bij mijn miskramen, omdat ik geen ruimte kreeg om te praten. Er hangt een enorm taboe rond de geestelijke gezondheid van vrouwen. Het is alsof je nergens last van mag hebben, alsof je gewoon moet vergeten en verder gaan.’

    Zij wilde altijd moeder worden. Maar haar eerste zwangerschap was niet wat ze zich ervan had voorgesteld en ook het moederschap was niet het sprookje dat haar was verteld. Bij haar is sprake van een secundaire onvruchtbaarheid. Haar eerste dochter werd met 41 weken geboren na een lange en zware, maar normale zwangerschap. De problemen kwamen later, toen ze probeerden een tweede kind te krijgen. Ze raakte in verwachting van Pol en Gala, maar die zwangerschappen eindigden abrupt na dertien en zestien weken. Uit onderzoeken bleek dat Ariana een immuunziekte had en dat zou er de oorzaak van kunnen zijn dat haar zwangerschappen mis liepen. Met behandeling was er een kans om het opnieuw te proberen, maar Ariana en haar man besloten ermee op te houden en te aanvaarden dat hun gezin een ongebruikelijke grootte had. ‘We besloten dat het klaar was. Ik wilde dat niet nog een derde keer meemaken. Er was misschien wel een oplossing voor mijn onvruchtbaarheid, maar ik besloot die niet aan te grijpen. Dat begrijpen veel mensen niet. Het lijkt zelfzuchtig als je je dochter geen broertje of zusje wilt geven. Mijn dochter heeft al een broertje en zusje, maar die zijn er niet. Wij hebben een ander gezin.’

    Op haar Instagramaccount ‘Temps de dol’ (Tijd van rouw) maakte ze de verschillende vormen van moederschap zichtbaar waarover je nooit hoort, met name verdriet rond geboortes. ‘Voor mij is onvruchtbaarheid moederschap. De dood van een kind in de baarmoeder maakt deel uit van het moederschap, de dood van je kind bij de geboorte maakt deel uit van het moederschap en het beëindigen van een zwangerschap is ook deel van het moederschap.’

    10. Wat mij geholpen heeft

    ‘Ik heb een Instagramaccount aangemaakt om het verhaal te vertellen, als een dagboek. Ik had behoefte aan iemand die tegen me zei: “Wat jou overkomt, overkomt velen van ons, je stelt je niet aan.” En ik begon te schrijven. Ik heb ook psychologische hulp gezocht omdat ik besefte dat ik er alleen niet uit zou komen. Beide dingen hebben me geholpen om me geen misbaksel te voelen.’

    Sandra Arola

    ‘De mensen die ons het meest na staan hebben ons er doorheen gesleept en nooit vraagtekens geplaatst bij onze keuzes: “Als je je goed voelt en je vindt dat je het moet doen, doe het dan.” En het is goed om mensen te hebben die naast je staan, want het is niet gemakkelijk.’

    infertilityl persona3 a
    ‘We zien overal om ons zwangerschappen, en het zou een leugen zijn om te zeggen dat dat geen pijn doet.’ – Ona Campillo en Eduard Pi, 31 en 32 jaar, communicatie technici. – – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ona en Edu

    O: ‘Erover praten helpt me om ermee in het reine te komen, de scherpe kantjes eraf te halen en niet boos op het leven te worden. En het heeft me geholpen om met andere vrouwen te praten die net zulke dingen hebben meegemaakt.’

    E: Wij zijn er heel open over en maken zelfs grapjes over onze situatie, want dat helpt ons om ons beter te voelen. Iedereen moet zijn of haar eigen manier vinden.’

    Sandra Albert

    ‘In mijn omgeving was het niet iets waarover je praatte. Ik heb mijn moeder uitgelegd dat ik de eerste behandeling zou ondergaan, maar daarna heb ik er met haar niet meer over gesproken. Want als je er niet over praat, bestaat het probleem niet. En ook om de druk te ontwijken en vragen als “En? Hoe ging het? Nu wel gelukt?”’

    11. Aanvaarding, een leven zonder kinderen

    Sandra Albert

    ‘Toen de laatste ivf ook niet lukte, was het tijd om eens goed over mijn leven na te denken, want ik was heel verdrietig. En ik zei tegen mezelf: “Ofwel je gaat op zoek naar iets om naar uit te kijken in je leven, of je wordt een verbitterd mens.” Nu kan ik er beter mee omgaan, maar ik heb een hele tijd in een vacuüm geleefd. Het is nu een paar jaar geleden en ik heb tijd gehad om het te verwerken. Op mijn leeftijd is het sowieso een gepasseerd station. Ik kan er nu goed mee omgaan. Het is moeilijk geweest om een balans te vinden, maar het gaat nu prima. Ik ben gegroeid als persoon.’

    Glòria

    ‘Ik lijd er niet meer onder: ik ben eroverheen gekomen. Als je maar praat, word je sterker. Dit is niet bepalend voor mij. Het is me overkomen, maar er is me heel veel meer overkomen.

    Als je geen kinderen blijkt te krijgen, komt alles een beetje op losse schroeven te staan, je waarden, wat je nalaat… En ik denk na over ouder worden. Ik denk dat mensen zonder kinderen daar meer mee bezig zijn dan mensen met kinderen, omdat ze ervan uitgaan dat die wel voor hen zullen zorgen.’

    Míriam

    ‘Ik dacht dat ik het nodig had om moeder te zijn. Ik weet nog hoe ik vroeger dacht over een meisje dat geen kinderen kon krijgen: “Ik zou doodgaan als mij dat zou gebeuren.” Nu weet ik dat je niet doodgaat omdat je geen kinderen hebt. Het zou normaal moeten zijn dat vrouwen zonder kinderen even gelukkig kunnen zijn. We moeten een eind maken aan die sociale druk. En mensen informeren, zodat ze niet van die pijnlijke vragen stellen. En we moeten realiseren dat een ivf-behandeling lang niet altijd werkt.’

    Ona en Edu

    E: ‘Natuurlijk moeten we ons erop voorbereiden dat we geen kinderen krijgen. Maar dat blijft toch een beetje doen alsof, want we willen nog steeds graag ouders zijn. Als het niet kan, kan het niet en moeten we naar andere manieren zoeken. Je kunt geen mogelijkheid najagen die er niet is, daar word je alleen maar ongelukkig van. Wat mij misschien nog het meest zou frustreren is dat ik mijn ouders dan ook geen grootouders kan maken. Dat zal voor mij misschien het moeilijkst te aanvaarden zijn.’

    Míriam

    ‘Dat ik mijn verhaal zo vaak vertel is ook bedoeld voor de vrouwen die dit doormaken of gaan doormaken. Zodat zij zich niet zo hoeven te voelen als ik me voelde: alleen. En ik denk ook aan mijn nichtje. Ik wil niet dat zij zich, als ze volwassen wordt, onder druk gezet voelt om kinderen te krijgen. Als zij dat niet wil of kan hoop ik dat ze de middelen en informatie heeft die ik niet had.’

  • Thomas Chatterton Williams: ‘We moeten erkennen dat zwartheid niet echt is’

    Thomas Chatterton Williams: ‘We moeten erkennen dat zwartheid niet echt is’

    De Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams vindt dat we afstand moeten nemen van rassencategorieën die voortkomen uit ‘plantagelogica’. ‘We zullen racisme nooit helemaal overstijgen zolang we in deze categorieën geloven‘, aldus Chatterton Williams die zichzelf – als kind van een zwarte vader en een witte moeder –, als ‘ex-zwart’ beschouwt.

    De Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams wordt in Parijs wel eens aangezien voor Algerijn. Hij woont er met zijn Franse vrouw en twee kinderen, die beide blonde krullen hebben.

    De geboorte van zijn dochter Marlow, zes jaar geleden, veroorzaakte bij hem onverwachte paniek. Wat betekende het dat hij, die zichzelf destijds identificeerde als zwarte man die altijd de tweedeling zwart-wit had aanvaard, een kind had dat als wit zou worden gezien?

    In eerste instantie betekende het dat hij camerafilters zou toepassen om haar huid donkerder te maken – zodat ze erbij hoorde, bij hem en bij het ras. Uiteindelijk betekende het dat hij zichzelf vragen ging stellen die diep genoeg gingen om de manier waarop hij zichzelf zag te veranderen. Wat betekent het om tot een ras te behoren dat voor zwarte mensen deels de ‘loyaliteit aan pijn’ met zich meebrengt? En hoezo zou zijn dochter zwarter zijn als hij deze erfenis aan haar doorgaf?

    Hele opgave

    In zijn tweede boek, Self-Portrait in Black and White, roept hij ons op om na te denken over waarom we rascategorieën handhaven die zijn gedefinieerd ‘met behulp van plantagelogica’ en moedigt hij ons aan om de willekeurige nomenclatuur helemaal af te schaffen. Hij stelt voor dat we ons ‘terugtrekken uit ras’, ‘ras overstijgen’, ‘ras afleren’ – wat weer iets anders is dan het stadium van ‘postracialiteit’ bereiken. Het is een hele opgave, geeft hij toe. 

    Omdat we allebei een gemengde achtergrond hebben en opgroeiden met één zwarte ouder en één witte, denkt Chatterton Williams dat hij en ik een voorsprong hebben bij het wegnemen van de barrières die het concept ras met zich meebrengen. We herinneren ons allebei de eerste keer dat we door een vreemdeling werden ‘geracialiseerd’ en daarmee dus ook werden gescheiden van onze witte ouder, en hoe we vanaf dat moment constant nadachten over ras. Voor hem uitte dit zich vooral in het onderzoeken van het kunstmatige karakter ervan.

    Op de campus van Bard College, een privé-universiteit in de staat New York, waar hij dit najaar de vierweekse cursus ‘Kunnen we ons terugtrekken uit ras?’ onderwees, bespraken we het voorrecht van witheid of wat daarbij in de buurt komt, of het ​​te veel van zwarte mensen vergt om ras los te laten en toch trots te blijven op een identiteit die is ontstaan tegen een achtergrond van systematische onderdrukking en, ten slotte, waarom hij optimistisch is over de veranderingen in de toekomst.

    Als u ex-zwart bent, wat bent u dan nu?

    Ik probeer specifiekere manieren te vinden om mezelf te identificeren. Dus ik zou zeggen dat ik een Amerikaan ben. Ik stam af van zuidelijke slaven, en van moeders kant stam ik af van Noord-Europese protestantse immigranten. Ik bedoel niet te zeggen dat ik een witte man ben.’

    U zegt dus dat u niet ex-zwart bent geworden omdat u genoeg had van wat ik heb geleerd ‘zwart’ te noemen, of omdat u wilde dat uw dochter deel zou uitmaken van wat ik heb geleerd ‘wit’ te noemen. U wilt haar waarschijnlijk niet dwingen zich als wit te identificeren.

    ‘Als ze zich als een soort bevoorrecht wit meisje zou gedragen, zou dat een mislukking betekenen’

    ‘Dat zou het ergste scenario zijn. Als ze zich als een soort bevoorrecht wit meisje zou gedragen, zou dat een mislukking betekenen: een mislukking van ons ouders, een mislukking voor het hele gezin.’

    Dus u wijst de termen af omdat ze niet volledig weergeven wie u en uw dochter als persoon zijn. Maar dat wisten we toch al?

    ‘Nee. Niet iedereen.’

    Misschien komt het doordat ik gemengd ben of omdat ik zo veel met ras bezig ben, maar als mensen zeggen dat ze zwart zijn, schrijf ik ze niet vanzelf bepaalde eigenschappen toe.

    ‘Ik denk dat u en ik waarschijnlijk buiten de norm vallen.

    Tijdens het schrijven van het boek, terwijl ik ondertussen werkte aan een lang artikel voor The New Yorker en een aantal rasechte racisten interviewde, dacht ik: O God. Wat heb ik gedaan? Ik heb de zwartheid in mijn familie om zeep geholpen, en zelfs: Dit is verloren. Dit gaan we niet meer op kunnen lossen.

    ‘Zolang die categorieën als zwart of wit worden gehandhaafd, of het nu door rechts of door links is, zijn er mensen die conclusies trekken’

    Door mijn gesprekken met racisten realiseerde ik me dat we racisme nooit helemaal zullen overstijgen zolang we in deze categorieën geloven. Zolang die categorieën worden gehandhaafd, of het nu door rechts of door links is, zijn er mensen die conclusies trekken die jij, Summer, er niet uit trekt.’

    Denkt u dat lichtere zwarte mensen, en vooral gemengde mensen zoals wij, het voorrecht hebben om zelfs maar het idee te koesteren ras te kunnen ‘afleren’? Zou het moeilijker zijn voor zwarte mensen met een donkere huidskleur?

    ‘Ik denk dat het gemakkelijker is voor mensen die op de een of andere manier gemengd zijn, maar ik werd zeer geïnspireerd door een man, Kmele Foster, die zichzelf een rasafvallige noemt. Hij zei dat hij van alles is… Hij heeft een donkere huidskleur maar weigert zich te identificeren met de term ‘zwart’. Hij ziet er het nut niet van in. Ik ben het daarover met hem eens en anderen lachen hem erom uit. Hij heeft een soort zelfbewustheid die velen denk ik niet goed begrijpen.’

    U hebt ook nogal een verleden met Ta-Nehisi Coates…

    ‘Ik heb veel over hem geschreven.’

    En u hebt gezegd dat hij op witte suprematie aanstuurt.

    ‘Nee, hij stuurt er niet op aan, maar in mijn ogen ziet hij witheid als iets speciaals, waarmee hij patronen waarvan ik weet dat hij ze wil bestrijden, juist uitvergroot. Wat ik bedoel te zeggen is dat witte suprematisten ook vinden dat ze speciaal zijn. Ze zijn het daar niet mee oneens. Coates is bovendien ambivalent over de vraag of zwartheid iets essentieels is, of iets kunstmatig.’

    In zijn boek Between the World and Me staat deze passage: ‘Misschien betekende “zwart” gewoon dat je je onderaan de ladder bevond… Er was niets nobels aan vallen, gebonden zijn, onderdrukt leven, zwart bloed had geen inherente betekenis.’ Dat lijkt overeen te komen met waar u het over hebt.

    ‘Helemaal mee eens. Maar hij beweegt twee kanten op. Zijn kritiek op Kanye West kwam er volgens mij op neer dat Kanye West een niet-authentieke, kunstmatige zwarte man is… Dat hij aan zwartheid heeft ingeboet, wat volgens mij zeer gevaarlijk is om te zeggen, omdat het in feite zegt…’

    Dat er één manier is om zwart te zijn.

    ‘Ja. En dat er mensen zijn die dat beslissen en erover oordelen.’

    U zegt in uw boek ook dat Coates een pessimistische blik heeft. U beschrijft een scène uit zijn boek waarin een witte vrouw zijn zoon een duw geeft en hij in de ogen van sommigen agressief reageert, zo van: ‘Dit is overduidelijk racistisch en…’

    ‘En hij zei dat hij dit voorval eeuwen geschiedenis met zich meedroeg.’

    Precies. U schrijft dat hij overdreven reageerde en geen ruimte liet voor de mogelijkheid dat deze vrouw gewoon een slechte dag had. Komt dat dus door pessimisme? En is uw idee om van ras af te stappen dan optimistisch?

    ‘Ik denk dat kinderen op een veel gezondere manier over ras nadenken’

    ‘Ik denk dat je optimist moet zijn. Ik durf te zeggen dat ik James Baldwin bijna letterlijk parafraseer als ik zeg dat je geen andere keus hebt dan optimist te zijn, zolang je leeft en schrijft en streeft naar een betere wereld. Ook als ouder zou ik zeggen dat ik geen andere keus heb dan optimist te zijn. In mijn boek gebruik ik het woord “naïef”. Ik denk dat kinderen op een veel gezondere manier over ras nadenken. Als ik Marlow zou vragen om jou te beschrijven, zal ze zeggen: “Summer draagt ​​een beige jasje. Dat is het belangrijkste verschil tussen haar en het meisje in het roze overhemd.”

    Ik geloof dat ik die naïviteit wil terugwinnen en ik moet wel optimistisch zijn om te geloven dat die verandering mogelijk is. Als ik pessimistisch was, zie ik niet in hoe ik zou kunnen schrijven. Snapt u? Je moet erin geloven dat je iemand bereikt.’

    U schrijft in het boek dat u aan de posts op Facebook van uw witte vrienden merkt dat het ze het vervelend vinden dat ze wit zijn…

    ‘Ja. Ze voelen zich bezwaard.’

    Moeten ze dat om van ras af te stappen demonstratief uiten, of in het echt?

    ‘Witte mensen zijn in feite het grootste deel van de recente geschiedenis in Amerika aangemoedigd om zichzelf te beschouwen als losstaand van ras. Ook witte mensen hebben een ras. Ze moeten gaan inzien dat hun ras net zo kunstmatig is opgebouwd als dat van alle anderen.

    ‘Ook witte mensen moeten gaan inzien dat hun ras net zo kunstmatig is opgebouwd als dat van alle anderen’

    Zwarte mensen hebben altijd met ras te maken gehad. We zijn er nooit los van gekomen, maar het is geen zwart onderwerp. Daarom raak ik gefrustreerd als mensen vragen: “Met wie wil je in het panel [over je boek] praten? Wie zou het moeten beoordelen?” Dit is geen zwart boek. Het is niet niet een zwart boek. Ik heb het hier over veel “zwarte” dingen, maar ik zou hierover met Aziatische mensen moeten praten, ik zou een Latino-gesprekspartner kunnen hebben, ik zou een witte gesprekspartner moeten kunnen hebben, want dit is geen onderwerp dat alleen mensen van kleur aangaat, terwijl de witten in het publiek zitten en toekijken.

    Ik wil het hierover hebben met iedereen wiens ras oorsprong heeft in Amerika. Met iedereen dus.’

    U gebruikt in het boek de metafoor van een vrouw die wordt aangereden door een auto. Wat de chauffeur ook kan doen om te helpen, haar medische rekeningen te betalen of wat dan ook, het is aan haar om zichzelf te genezen. Is dat wat zwarte mensen moeten doen om ras af te leren?

    ‘Ik denk dat het afleren van ras voor zwarte mensen erop neerkomt te zeggen dat zwartheid niet echt is, dat ras niet echt is. Ik word in Amerika als zwart beschouwd, een categorie die mijn familie al generaties lang pijn doet maar ook buitengewone culturele bijdragen heeft voortgebracht waar ik trots op ben. Maar het is geen echte categorie en het is schadelijk voor onze samenleving om erop aan te dringen.‘

    Hoe houden we vast aan het gegeven dat, onder andere dankzij zulke bijdragen, de wereld zoveel saaier zou zijn als er geen zwarte mensen waren? Hoe kunnen we vasthouden aan dat idee, en tegelijkertijd ​​ras loslaten?

    ‘Volgens mij doe ik dat voortdurend. Ik luister nog steeds naar Gunna of Lil Baby, en zij hebben een culturele relevantie voor mij. Ik luister naar John Coltrane. Zelfs in een zwarte Britse schrijver als Zadie Smith vind ik iets van herkenning, en als ik naar schilderijen van Kerry James Marshall kijk merk ik zijn zwartheid op. Maar ik denk niet dat ik daarvoor hoef te geloven dat het een biologische realiteit is. Het is een gemeenschap van mensen die in de loop van de tijd in de nieuwe wereld bepaalde ervaringen en omstandigheden hebben meegemaakt, en zij creëerden culturele tradities die door veel mensen die op hen leken, werden overgenomen.’

    Wat is volgens u de belangrijkste kritiek die u op het boek zult krijgen, en met name van zwarte mensen?

    ‘De ergste kritiek zou stilte zijn, wat een absolute nachtmerrie is als je zo hard werkt en zo serieus nadenkt over een vraag. De angst van de schrijver is dat mensen het niet openslaan.

    ‘Zwartheid is geen echte categorie en het is schadelijk voor onze samenleving om erop aan te dringen’

    Maar ik verwacht zeker kritiek en dat zal ongetwijfeld pittige zijn. Mensen denken dat nu ik “wit” ben getrouwd en comfortabel in Parijs woon niks te maken heb met zwarte problemen, ook al is de realiteit altijd gecompliceerder dan het lijkt. In zag reacties op een fragment van het boek in The New York Times. “Zijn kinderen zijn wit en hij is een heel lichte zwarte man met een witte vrouw. Hij nam de beslissing om een ​​witte vrouw te trouwen.” Dat is een soort minachting die, denk ik, niet serieus neemt waar ik aan probeer te werken.’

    Als ik dit boek zou schrijven, dan zou ik me zorgen maken dat ze me een verrader zouden noemen. Dat ze zouden denken dat ik witten hun gang laat gaan door te zeggen: ’Fuck dat allemaal. Laten we dit allemaal achterwege laten.

    ‘Ja, daar speel ik in het boek een beetje op in. Ik probeer dit punt naar voren te brengen… Als je in een impasse zit als je elkaar wilt passeren maar je blijft allebei bewegen, dan moet één iemand als eerste bewegen, of juist niet bewegen. Dan kan de ander eromheen.

    ‘Ik probeer ook vooruit te kijken en me een andere manier voor te stellen’

    Ik denk dat we in een soort impasse zitten die ons volledig in beslag neemt. We kijken achteruit. Ik denk niet dat het verkeerd is om terug te kijken, maar ik probeer ook vooruit te kijken en me een andere manier voor te stellen. Zwarte mensen zijn ook de mensen die…’

    Vergeven.

    ‘Ja. Misschien is dat niet eerlijk, maar dat verandert mijn gedachten niet. Want ik denk dat iedereen helpt, ook de zwarten. En ik denk niet dat het idee dat ook witten er iets uit halen het voor zwarten verpest, zolang zij ook een betere toekomst krijgen. Begrijp je? Ik ben er niet voor de witten ter verantwoording te roepen, vergelding te vragen. Is herstel nodig? Waarschijnlijk wel. Is er sprake van herstel? Voor sommige zwarten wel. Is dat genoeg? Het meest overtuigend vond ik het werkelijk spectaculaire artikel van Ta-Nehisi Coates, The Case for Reparations.

    Ik hou van dat artikel. Ik denk niet dat het in tegenspraak is met verder willen en het pessimisme kwijtraken. Ik denk dat witten heel veel zullen moeten doen, maar het is haast passend als zwarte daarin voorgaan. Sommigen zullen zeggen: “Wij hoeven hier niet het werk te doen of u te leren hoe u uw werk moet doen.” Maar waarvoor zijn we hier? We willen een betere wereld. En dit is eigenlijk juist bewonderenswaardig werk. Snapt u dat?’

  • Ode aan de ‘imperfecte’ huid

    Ode aan de ‘imperfecte’ huid

    In de Aziatische gemeenschap in het Verenigd Koninkrijk is een huidaandoening vaak een bron van schaamte, maar een nieuwe generatie vecht tegen dit stigma. Drie jonge Aziatische Britten over de liefde voor hun ‘imperfecte’ huid. ‘Ik weet nog toen ik het net kreeg, dat de Aziatische gemeenschap dacht dat ik vervloekt was.’

    Op Wereld Vitiligo Dag [25 juni] vieren duizenden mensen op sociale media hun huid en hun unieke zelf. Vitiligo is een aandoening waarbij witte vlekken op de huid ontstaan doordat het immuunsysteem de melanocyten, de pigmentproducerende huidcellen, aanvalt. De oorzaken zijn nog onduidelijk en hoewel de aandoening al duizenden jaren voorkomt, rust er vaak een stigma op en vormt ze veelal een bron van schaamte.

    ‘Vitiligo komt bij ongeveer 1 procent van de algemene bevolking voor en volgens sommige studies ligt het percentage onder Aziaten op 1,5 à 2 procent,’ aldus dermatoloog dr. Adil Sheraz, woordvoerder van de British Skin Foundation. Hij vertelt dat er binnen Aziatische gemeenschappen vaak een stigma aan kleeft. Dikwijls wordt er gedacht dat de huidziekte besmettelijk is en veroorzaakt wordt door slechte eetgewoonten. Dit kan een enorme impact hebben op de geestelijke gezondheid van mensen die eraan lijden: het zorgt voor een hoop leed, depressies en – in zeldzame gevallen – suïcidale gedachten.

    ‘Het kan iemands culturele identiteit volledig omgooien, zowel wat zelfbeeld betreft als hoe er tegen hen wordt aangekeken,’ aldus Sheraz. Binnen deze context gebruikt een grote groep jonge Aziaten de kracht van sociale media om hun verhalen te delen, de schaamte rondom de aandoening te doorbreken en de schoonheid van hun huid te tonen.

    Drie mensen vertellen hier hun verhaal en steken lotgenoten een hart onder de riem.

    Schermafbeelding 2021 05 03 om 17.34.15

    @thevitiligoman

    Toen vitiligo zich bij Shankar Jalota op vijftienjarige leeftijd aankondigde, had hij geen idee dat het een huidziekte was. ‘Ik ontdekte een witte vlek op mijn borst en een piepklein wit plekje onder mijn linkeroog,’ herinnert hij zich. ‘Ik dacht serieus dat ik mezelf niet goed waste en probeerde het door hard schrobben weg te krijgen.’ Zelfs toen de vlekken niet verdwenen maar juist groter en opvallender werden, dacht hij ‘dat het door de puberteit kwam’. Het was zijn oma die hem aanspoorde om ernaar te laten kijken. ‘Ik liep een keer zonder shirt rond toen ze bij ons op bezoek was. Ze zag het meteen. Ik weet nog dat ze erg bezorgd keek. Ik wuifde het weg, maar mijn oma drukte me op het hart zo snel mogelijk naar de dokter te gaan, alsof ze zoiets vaker had gezien.’

    De Londenaar, inmiddels 26 jaar, is vooral bekend als @thevitiligoman op Instagram, waar hij foto’s en inspirerende quotes deelt en regelmatig filmpjes op IGTV plaatst. En waar hij in het verleden zijn stemming liet bepalen door wat anderen over hem dachten, is zijn mantra nu: Maak van ‘anders zijn’ je kracht. ‘Ik weet nog toen ik het net kreeg, dat de Aziatische gemeenschap dacht dat ik vervloekt was,’ vertelt Jalota. ‘Als puber is dat best een enge gedachte, waar ik zelf ook even in geloofde. Mensen waren heel vrijpostig en bestookten me continu met vragen. En ik moest water uit een koperen beker drinken, zo werd me verteld, dan zou het vanzelf weggaan,’ vervolgt hij. ‘Maar uiteindelijk blijkt de vloek een zegen die me in staat stelt anderen te helpen en iets te betekenen voor de gemeenschap.’ Zijn boodschap aan de wereld: ‘Laat vitiligo je niet onderuithalen maar juist sterker maken!’

    Ik moest water uit een koperen beker drinken, zo werd me verteld, dan zou het vanzelf weggaan

    Schermafbeelding 2021 05 03 om 17.32.42

    Angela Selvarajah

    Angela Selvarajah, 33, is zelfbenoemd ‘vitiligo-activist’ en model. Ze groeide op in een Sri Lankaans gezin en had al op jonge leeftijd last van eczeem en psoriasis, die regelmatig opvlamden, vooral in haar nek en op haar hoofd. Ze herinnert zich haar eerste kennismaking met vitiligo nog goed: ‘Ik had heel lang, dik haar dat mijn moeder vaak inwreef met olie. Toen ik veertien was, zag ze tijdens het vlechten een witte plek in mijn nek waar de psoriasis juist aan het verdwijnen was. We ontdekten dat er overal waar de eczeem en psoriasis genas, witte vlekken verschenen.’

    Door de vitiligo voelde Selvarajah zich erg geïsoleerd. Ze werd aangestaard en mensen bewaarden afstand, alsof ze besmettelijk was. ‘Ik had het gevoel dat als ik ook maar even vergat dat ik het had, er altijd wel iemand was die me eraan herinnerde,’ vertelt ze. ‘Mensen zeiden dingen als: “Zit je hele lichaam ermee onder?” “Doe je er wel iets aan?” “Straks word je helemaal wit!” En bijna iedereen zegt: “Heb je dit en dit al eens geprobeerd?” Om doodmoe van te worden,’ verzucht ze. ‘De allerergste opmerking was nog wel: “Och arm ding, wat ben je toch flink.” Ik vond het nogal neerbuigend. Het was niet alsof ik een keuze had.’ Haar advies aan lotgenoten is: ‘Voel je vrij en zelfverzekerd. Wees jezelf! We zijn uniek en je bent perfect zoals je bent!’

    Schermafbeelding 2021 05 03 om 17.30.02

    @a.patchy.indian

    Bij Kips Bhogal openbaarde de aandoening zich toen hij tien was. Bhogal, inmiddels 35 en parttime vitiligo-model, zet zich in voor meer bewustwording en zichtbaarheid van mensen met vitiligo. ‘Er rust een enorm stigma op, niet alleen binnen de Aziatische gemeenschap.’ Hij wijt het aan gebrekkige kennis en gebrekkig onderwijs over ‘er anders uitzien.’ ‘Als er meteen al op de lagere school aandacht aan wordt besteed, dan vermindert het stigma, niet alleen op vitiligo maar ook op andere aandoeningen en verschillen.’ Bhogal merkt dat mensen hem soms geen hand willen geven en hij voelt hun borende blik als ze zijn huid voor het eerst zien. ‘Kinderen zijn altijd nieuwsgierig of bang, en ze vragen: “Waarom heeft die man zo’n rare huid?” Terwijl volwassenen, als ze niet weten wat vitiligo is, vragen of het brandplekken zijn of dat ik huidkanker heb.’

    Bhogal, die op Instagram post onder de naam @a.patchy.indian, gelooft dat sociale media een krachtig platform kunnen zijn om stereotypen en stigma’s te doorbreken. ‘Ik geloof echt dat iedereen mooi is,’ zegt hij. ‘We worden iedere dag doodgegooid met beelden van halfnaakte modellen en celebs op covers, hun toch al mooie gezichten en ranke lichamen ge-airbrushed om elke “imperfectie” weg te werken. We kijken in de spiegel en gaan onszelf vergelijken en al snel slaat zelfliefde om in zelfhaat. Hoe kunnen we aan zulke onmogelijke normen voldoen?

    En toch blijven we ermee doorgaan. Want wie wil er niet knap zijn, toch? Eerst begin je kleine dingen te veranderen: je kapsel, de vorm van je neus of de sproeten op je wangen, maar alles bij elkaar opgeteld creëren al die kleine ingrepen (die soms overgaan in grote ingrepen) een heel nieuw personage. Na een tijdje herken je de persoon in de spiegel niet eens meer.’ Maar het gaat niet zozeer om je spiegelbeeld, benadrukt hij, het gaat om wat je uitstraalt. Je imperfecties maken je uniek. ‘Als je Aziatisch bent en vitiligo hebt, stop er dan mee je te verbergen en laat de wereld zien hoe mooi je imperfecties zijn,’ zegt hij. ‘Binnen de Aziatische gemeenschap moeten we meer naar buiten treden en ons positief uitspreken.’

  • Polen treedt op tegen ‘abortustoerisme’ | Griekse horeca voorzichtig open

    Polen treedt op tegen ‘abortustoerisme’ | Griekse horeca voorzichtig open

    Polen wil dat Tsjechië optreedt tegen ‘abortustoerisme‘

    De Poolse ambassade in Praag blijkt de Tsjechische regering te hebben verzocht om in te grijpen in plannen voor wetgeving die het voor vrouwen uit Polen gemakkelijker maakt om abortus in Tsjechië te laten uitvoeren, bericht Notes from Poland. De voorgestelde wetgeving heeft betrekking op de voorwaarden waaronder buitenlandse vrouwen abortussen zouden kunnen ondergaan in Tsjechië. Het voorstel zou met name betrekking hebben op vrouwen uit Polen, dat enkele van de strengste abortuswetten van Europa heeft.

    Legale abortus is nu vrijwel onmogelijk in Polen

    Door een uitspraak van het Poolse Constitutionele Hof in oktober is legale abortus in Polen nu vrijwel onmogelijk, ook al vonden er nog slechts zo’n duizend ingrepen per jaar plaats. Volgens schattingen van vrouwenrechtengroepen worden er daadwerkelijk tussen de tachtig- en honderdvijftigduizend abortussen per jaar uitgevoerd, hetzij illegaal in Polen, hetzij doordat vrouwen naar het buitenland reizen. 

    In een brief van twee pagina’s aan het Tsjechische ministerie van Volksgezondheid, waarschuwt de Poolse zaakgelastigde Antoni Wręga dat de plannen voor de nieuwe wet ‘de Tsjechisch-Poolse betrekkingen zou kunnen schaden’.


    Colombiaanse minister stapt op

    De Colombiaanse minister van Financiën Alberto Carrasquilla is deze week opgestapt nadat een voorstel voor belastinghervorming leidde tot meerdere dagen van protesten waarbij zeker vierentwintig doden vielen, bericht Deutsche Welle. Carrasquilla vertrok een dag nadat president Iván Duque het controversiële voorstel had ingetrokken.

    Het wetsvoorstel was half april ingediend in de hoop de overheidsuitgaven te kunnen financieren en de economie te vernieuwen. Volgens de regering zijn belastingverhogingen nodig omdat de pandemie grote gaten heeft geslagen in de Colombiaanse overheidsfinanciën. Colombia maakt de ergste recessie in een halve eeuw mee, met een daling van het bbp van 6,8 procent in 2020 ten opzichte van het jaar ervoor. Maar demonstranten vrezen dat de belastingwijzigingen, inclusief een verhoging van de inkomstenbelasting, hen nog armer zullen maken tijdens de pandemie.

    Ondanks de intrekking van het wetsvoorstel heeft het ‘Nationaal Stakingscomité’ opgeroepen tot een nieuwe massabijeenkomst, omdat de demonstranten ‘veel meer eisen dan alleen het schrappen van de belastinghervorming’.


    Onrust bij Renault Zuid-Korea

    Renault Samsung, de Zuid-Koreaanse vestiging van de Franse autofabrikant, heeft deze week zijn fabriek in de stad Busan tijdelijk gesloten na een staking die al drie dagen duurde. De staking is georganiseerd door vakbonden die onder meer loonsverhoging eisen.

    Het is al maanden onrustig bij de autofabrikant door vastgelopen loononderhandelingen, teruglopende verkopen en afnemende productie die is te wijten aan een tekort aan chipvoorraden en het ontbreken van nieuwe, aansprekende modellen, schrijft The Korea Herald.

    Van januari tot april dit jaar daalde de verkoop tot 31.412 voertuigen, een daling van 24 procent ten opzichte van vorig jaar. In een waarschuwingssignaal aan de vakbonden maakte CEO Dominique Signora zijn positie duidelijk. ‘We moeten dringend kosten besparen tijdens deze crisis, aangezien onze verkopen het laagst zijn in zestien jaar’.  Hij waarschuwde ook dat de autofabrikant nog enkele maanden last zal blijven hebben van het aanhoudende wereldwijde chiptekort. Signora suggereerde herstructurering van het bedrijf niet uit te sluiten.


    Omstreden Chinese universiteit in Boedapest

    Een controversieel Chinees universiteitsproject wekt bezorgdheid over de groeiende invloed van Beijing in Hongarije en over de nauwe banden van premier Viktor Orbán met China, aldus Radio Free Europe/RL. Eind april ondertekende Hongarije een overeenkomst met de Fudan-universiteit uit Shanghai voor bouw van een vestiging in Boedapest in 2024. Daarmee wordt dit de eerste Chinese universiteit in de EU en de eerste buitenlandse vestiging van deze prestigieuze universiteit. Goed voor het hoger onderwijs in Hongarije, vindt Orbán.

    Er zijn zorgen over gebrek aan transparantie naar aanleiding van een ondoorzichtige Chinese lening

    Maar er zijn zorgen over gebrek aan transparantie, na onthullingen dat de Hongaarse regering van plan is een enorme, ondoorzichtige Chinese lening aan te gaan om de campus te bouwen. Gergely Karácsony, burgemeester van Boedapest is een van de meest uitgesproken critici: ‘Totdat de regering alle details van het project volledig openbaar heeft gemaakt, hebben we niets om over te onderhandelen, hetgeen betekent dat we geen toestemming zullen geven voor de bouw van de Chinese universiteit.’


    Griekse horeca voorzichtig open

    Sinds maandag zijn terrassen van horecagelegenheden in Griekenland voor het eerst sinds november weer geopend, met tafels op afstand van elkaar. Staande klanten, muziek en activiteiten binnen zijn verboden. Maximaal zijn zes klanten per tafel toegestaan en de avondklok is verlaat van 21.00 tot 23.00 uur, meldt Ekathimerini.

    Overigens werd die avondklok de afgelopen weken al grotendeels genegeerd. Bars en cafés schonken alleen om af te halen, maar buiten vormden zich grote groepen op trottoirs en bij de ingangen van nabijgelegen appartementen.

    De versoepelingen zijn de eerste stappen op weg naar verdere opening met het oog op de komst van toeristen deze zomer. 


    Twitterban voor Indiase actrice

    Bollywoodactrice Kangana Ranaut, die bekend staat om haar vurige steun aan de Indiase premier Narendra Modi, is permanent van Twitter verbannen wegens haatzaaien en belediging. Ranaut plaatste maandag een tweet waarin ze Modi aanspoort gangstertactieken toe te passen om de West-Bengaalse Mamata Banerjee te ‘temmen’, bericht Al Jazeera.

    Ranaut noemde Banerjee op Twitter onder meer een ‘vrijgelaten monster’

    De regionale partij van Banerjee, zittend leider van de deelstaat, versloeg bij verkiezingen dit weekend de hindoenationalisten van Modi. Daardoor behield ze de leiding over West-Bengalen. Na de verkiezingen werd de partij van Banerjee beschuldigd van gewelddadige aanvallen op haar tegenstanders.

    Ranaut noemde Banerjee op Twitter onder meer een ‘vrijgelaten monster’.

  • Dokter, moet ik me wel of niet laten vaccineren?

    Dokter, moet ik me wel of niet laten vaccineren?

    In haar diepgravend onderzoek naar de voors en tegens van het coronavaccin en gebaseerd op ervaringen uit het verleden, komt deze arts met verrassende antwoorden op de veelgestelde vraag. Waarom haar ‘ja’ het uiteindelijk wint van de twijfels.

    Ik wil graag vertellen waarom ik me niet 100 procent zeker voel wanneer ik mij – uiteraard – laat inenten tegen het coronavirus. Maar ook waarom die 100 procent eigenlijk niet nodig is om toch tot een juiste beslissing te komen.

    Wanneer ik in mijn geheugen graaf naar het moment dat ik voor het eerst echt het belang van een vaccinatie inzag, denk ik niet aan de colleges immunologie tijdens mijn studie medicijnen; niet aan de tijd dat ik zelf mensen inentte tegen hepatitis B of mazelen en ook niet aan de interviews die ik als journalist had met deskundigen van het Robert Kochinstituut of de Ständige Impfkommission [Stiko, vaste vaccinatiecommissie in Duitsland]. Dan zie ik een jonge man in een ziekenhuisbed in Delhi voor me. Dagenlang is hij onderweg geweest om vanuit zijn dorp de kliniek te bereiken. En daarbij had hij wel een heel bijzondere uitdaging te overwinnen: hij verplaatste zich op handen en voeten.

    Door het poliovaccin is het virus in vrijwel elk land op aarde uitgeroeid

    Een arts vraagt de patiënt de deken op te lichten. Ik zie misvormde voeten en een onderbeen dat grotesk omhoog steekt.* ‘Not vaccinated’, niet ingeënt, legt de arts mij uit. De jonge man kampt met de gevolgen van een poliovirus. Als jongen kreeg hij kinderverlamming. Eigenlijk hebben we al sinds 1955 een vaccin tegen polio. Dat heeft ervoor gezorgd dat India inmiddels het virus heeft uitgeroeid, zoals vrijwel elk ander land op aarde ook. Maar voor velen kwam dat succes te laat.

    ‘In Duitsland komt zoiets vast niet meer voor,’ zegt de arts later tegen mij. Maar zelf ziet hij nog elke dag ‘de relicten’ van de strijd tegen het virus.

    Bij dit inkijkje in een wereld waar inentingen nog altijd geen vanzelfsprekendheid zijn, zou het niet blijven. Wanneer ik in afgelegen dorpen met medewerkers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) op pad ben, wordt de deur geopend door mensen met gele gezichten of verminkte handen. En is het niet ongebruikelijk dat een kind aan een ziekte lijdt waartegen allang immuniteit mogelijk is.

    Sindsdien koester ik mijn inentingspas als een kostbare trofee*. 

    Zorgen om het vaccin

    Maar toch. Wanneer vrienden, collega’s, familieleden me vragen ‘moet ik mij tegen corona laten inenten?’ valt een eenvoudig ‘ja’ me zwaar. Want achter die vraag gaat meestal een heel andere schuil: ‘Wat wanneer ik door zo’n vaccinatie ziek word?’ Hoewel ik beter geïnformeerd ben dan zij, maak ik me ook wel eens zorgen dat mijn partner, mijn moeder of ikzelf door een vaccin schade oplopen.

    Misschien een allergische shock? Of een zeldzame bijwerking die pas maanden later aan het licht komt?

    Cornelia Betsch zou wel plezier aan mij hebben beleefd, denk ik dan. Twee jaar geleden interviewde ik haar (‘Impfen! Oder etwa nicht?’, GEO nr. 03/2019). Betsch is hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Erfurt. Zij houdt zich bezig met het gedrag van antivaccers, maar nog veel belangrijker: met dat van mensen die alleen maar sceptisch zijn – mensen die geen samenzweringstheorieën aanhangen of virusontkenners zijn, maar zich gewoon zorgen maken. 

    Al voor de uitbraak van de coronapandemie toonden gedragsexperimenten telkens weer aan dat mensen heel slecht zijn in het inschatten van risico’s

    Tijdens de pandemie heeft Cornelia Betsch en haar team het ‘Cosmo-onderzoek’ opgezet. Daarin vraagt zij de Duitsers regelmatig: ‘Zou u zich laten inenten tegen het coronavirus? In februari 2021 antwoordde exact 65 procent daarop met ‘ja’.

    Al voor de uitbraak van de coronapandemie concludeerde Cornelia Betsch bij haar gedragsexperimenten telkens weer dat mensen heel slecht zijn in het inschatten van risico’s. Onbezorgd rijden we op onze fiets door druk verkeer en onbekommerd eten we zaken die ingrediënten bevatten waarvan we de naam niet eens kunnen uitspreken – maar zijn we wel bang voor bijwerkingen van een vaccin die statistisch gezien maar één ding betekenen: een getal met heel veel nullen. Zo kreeg in 2008 0,0001 procent van de gevaccineerden met een erkende bijwerking te maken. 2008, dat is al best lang geleden, zou je dan kunnen tegenwerpen. En dat is ook zo: de overheid in Duitsland verschaft geen geregeld overzicht van alle negatieve bijwerkingen als gevolg van vaccins.

    Dat we toch uitspraken kunnen doen over de veiligheid van een vaccin, heb ik diverse malen bij mijn journalistiek onderzoek zelf kunnen waarnemen. Je hoeft niet elke afzonderlijke stap van een vaccinontwikkelaar te doorgronden, niet iedere gang van moleculen in een lichaam of het volledige immuunsysteem tegen infectieziektes. Beter kunnen we ‘vaccineren’ als systeem proberen te begrijpen: wat zijn vaccins eigenlijk en hoe komen ze tot stand? Wie test ze en wie adviseert erover? Als er twijfel bij mij opkomt, houd ik mezelf dat voor.

    Ik heb vaccinsceptici vaak over mijn reis naar India verteld. Over het feit dat mensen met een polio-infectie tot in de jaren zestig van de vorige eeuw in een ‘ijzeren long’ moesten liggen. Of dat zelfs in Duitsland mannen nog altijd onvruchtbaar worden doordat ze niet zijn ingeënt tegen de bof. Vaak betoog ik dat het geen ‘passieve’ beslissing is wanneer je vaccinatie van jezelf of van je kind achterwege laat omdat je altijd medeverantwoordelijk bent voor de gevolgen ervan. Momenteel hoor ik vaak: ‘Dat mag wel zo zijn voor andere vaccins maar de coronavaccins zijn veel te snel op de markt toegelaten. Dan kan er iets niet in orde zijn.’

    Waarom kwamen coronavaccins zo snel op de markt?

    Sars-CoV-2 heeft veel weg van andere cornoavirussen, zoals het mers-virus (dat al in 20212 voor het eerst bij een patiënt werd vastgesteld). De vaccinontwikkelaars konden dus teruggrijpen op ervaringen uit het mers-onderzoek.

    Er was veel geld beschikbaar. Behalve verschillende stichtingen en organisaties ondersteunden overheden de vaccinproductie met een paar miljard euro.

    Bedrijven bundelden hun arbeidskracht, lieten processen parallel in plaats van volgtijdelijk lopen.

    Overheden werkten duidelijk sneller. Zo begon het Europese Medicijn Agentschap (EMA) al met haar onderzoek van mogelijke vaccins voordat alle onderzoeksresultaten er ingediend waren (rolling review).

    Deze spoed heeft ook mij bang gemaakt en natuurlijk heb ik me afgevraagd of die vaccins veilig zijn. En ik heb antwoorden gevonden.

    Vaccinonderzoek

    In oktober 2020 reisde ik naar Brazilië voor een rapportage over het vaccinonderzoek van Biontech/Pfizer en AstraZeneca (‘Impfung für die Welt’, GEO nr. 02/2021). Daarbij stuitte ik op Sue Ann Costa Clemens. Zij is arts en hoogleraar kinderinfectieziektes. Ooit was ze medeorganisator van de campagnes voor het uitroeien van polie en van onderzoek naar vaccins tegen het rotavirus. De strijd tegen covid-19 beschouwt zij als ‘de grootste uitdaging van mijn leven’.

    Overal op aarde werken mensen als Sue Ann Costa Clemens, vaak zeven dagen per week. Zij doen iets dat beslissend is voor de strijd tegen Sars-CoV-2: zij organiseren al het klinische vaccinonderzoek. Bij Biontech bijvoorbeeld deden ongeveer veertigduizend mensen mee. Dat zijn er veel meer dan doorgaans bij vaccinonderzoek het geval is en dat is een belangrijke reden (naast andere; zie kader) waarom de zoektocht naar een vaccin zo snel resultaat opleverde. Want hoe groter de opzet van een onderzoek, hoe sneller zal blijken of een vaccin effectief is en veilig.

    Daarvoor worden de proefpersonen opgedeeld in twee groepen: de ene groep krijgt het vaccin, de andere groep een placebo. Daarna moeten de onderzoekers wachten: in welke groep worden er meer mensen ziek? Bij covid-19 hoefden ze daarop veel korter te wachten dan bij andere ziektes. Eenvoudigweg omdat het virus in zo grote getale rondgaat. Voor het succes van een vaccinstudie kan dat een verschil uitmaken van enkele jaren.

    Toen twee proefpersonen een ruggenmergontsteking kregen bleek dat een van hen al ziek was voor het onderzoek begon, de ander had een placebo gekregen

    Voor het vaccin van de universiteit van Oxford (bij de productie van dit vaccin sloot AstraZeneca op een later moment aan) rekruteerde Costa Clemens in Brazilië binnen enkele weken tienduizend mensen. Duizenden mensen, dat zijn ook duizenden verhalen. Ieder heeft een andere leeftijd, lijdt wellicht aan een onderliggende ziekte of heeft last van allergieën. Het team van Costa Clemens legde elk verhaal vast, zocht naar oorzaken voor ook maar de geringste bijwerking.

    Toen twee proefpersonen een ruggenmergontsteking kregen werd het onderzoek tijdelijk gestaakt – later bleek dat een van hen al ziek was voor het onderzoek begon, de ander had een placebo gekregen. Costa Clemens vertelt me dat ongeveer tweeduizend keer per dag in een van haar testcentra de telefoon overgaat, dat elke week buisjes met bloed naar Engeland worden gevlogen, waar ze volgens een standaardprocedé worden onderzocht. Als ik proefpersonen spreek, laten die mij op hun mobiele telefoon de vragen zien van de testcentra die wekelijks bij hen binnenkomen: ‘Heeft u last van nekpijn, hoofdpijn, koortsrillingen?’  

    In Brazilië krijgen de cijfers voor mij een gezicht. Ik zie hoeveel mensen wereldwijd hard werken om ervoor te zorgen dat onze vaccins veilig zijn. En ik kom erachter dat het bij vaccinstudies niet zozeer gaat om een heel lange duur maar vooral om de omvang van het onderzoek.

    Het risico om ernstig ziek te worden als gevolg van een virusbesmetting is veel groter dan de kans op bijwerkingen

    Want anders dan bij gewone medicijnen komen bijwerkingen van vaccins meestal na enkele dagen of weken aan het licht en niet na jaren zoals antivaccers beweren. De term ‘langetermijnbijwerking’ wordt vaak verkeerd gebruikt; die term betekent immers niet dat een bijwerking pas na lange tijd zichtbaar wordt, maar dat hij langdurig (soms zelfs voor altijd) aanhoudt. Weliswaar kan late zichtbaarheid ook voorkomen, maar dat gebeurt hoogst zelden. Het risico om ernstig ziek te worden als gevolg van een virusbesmetting is veel groter.

    Dat bijwerkingen niet ineens na jaren optreden komt ook door de wijze waarop vaccins werken: ze bootsen een besmetting na. Daarvoor worden bijvoorbeeld inactief gemaakte virusdeeltjes geïnjecteerd. Of, zoals bij van sommige nieuwe vaccins, de genetische code voor zo’n deeltje. Het lichaam produceert dat deeltje dan zelf. Het voordeel is dat het niet eerst geproduceerd hoeft te worden, wat in een pandemie veel tijd zou kosten.

    Het resultaat is voor elk procedé gelijk: wanneer ons immuunsysteem de vermeende indringer identificeert, maakt het antistoffen aan. Als een gevaccineerde later besmet raakt, zal zijn lichaam het virus herkennen en kan het zich effectiever tegen de indringer verweren.

    Alle vaccins hebben één ding gemeen: het lichaam breekt ze binnen enkele dagen af. Ze blijven dus niet in het lichaam; ze worden ook niet langdurig toegediend en dus hopen ze zich niet op. Bijwerkingen komen dus meestal al in de testfase van het vaccin aan het licht en kunnen worden geanalyseerd. Zo kwam ook een zeldzame bijwerking van het BioNtech-vaccin aan het licht: een aangezichtsverlamming (deze treedt na circa 37 dagen op en gaat vanzelf weer weg). Vier testpersonen hadden hiermee te kampen. Maar of die verlammingen ook echt een gevolg waren van de vaccinatie is niet duidelijk.

    Veel vaker dan zulke uitschieters kwam een onschuldige bijwerking aan het licht: 80 procent van alle gevaccineerden maakte melding van pijn op de injectieplek. Bepaalde heel zelden optredende bijwerkingen vallen pas op nadat miljoenen mensen zijn ingeënt. Zoals een allergische reactie op een bestanddeel van de entstof van BioNtech: het ging in de VS om elf op een miljoen gevaccineerden; niemand van hen overleed.

    Meldsysteem

    De meeste landen hebben daarom een speciaal meldsysteem zodat er ook na toelating van een vaccin niets aan de aandacht ontsnapt. In Duitsland kan iedereen die een bijwerking vermoedt dat melden bij het Paul-Ehrlich-Institut [In Nederland: bijwerkingencentrum Lareb]; artsen en farmaceutische bedrijven zie hiertoe zelfs verplicht.

    Alle meldingen, ook de meest buitenissige, worden ingevoerd in een databank. Wetenschappers onderzoeken vervolgens of het gemelde symptoom mogelijk verband houdt met de vaccinatie. Ze bestuderen medische dossiers, spreken met artsen en betrokkenen, informeren naar hun medische voorgeschiedenis en woonomstandigheden. Vaak stuiten ze bij hun zoektocht op een genetisch defect of een zwak hart, op ongelukken en natuurlijke doodsoorzaken, kortom op heel andere oorzaken voor ziekte of dood.

    Het ‘passieve meldingssysteem’ heeft een zwak punt: wat niet wordt gemeld, komt ook niet in de statistieken

    Dit ‘passieve meldingssysteem’ van het Paul-Ehrlich-Institut heeft een zwak punt: wat niet wordt gemeld, komt ook niet in de statistieken. Daarom hoorde ik vaak van antivaccers dat niet alles boven water komt. Maar zij vertelden er niet bij dat het Duitse meldsysteem verbonden is met meldsystemen van over de gehele wereld.

    Deze digitale koppeling is het eigenlijke kernstuk van onze vaccinveiligheid: zelfs als in eigen land incidenten niet gemeld worden, wordt dat door meldingen uit andere landen gecompenseerd. Mocht een vaccin echt schadelijk zijn, dan zou dit zijn opgevallen bij de bijwerkingencentra. Zij verzamelen immers gegevens van tig miljoenen mensen uit de hele wereld.

    Nu in coronatijd wordt de controle op schadelijke bijwerkingen nog grootscheepser aangepakt. Zo vraagt het Paul-Ehrlich-Institut aan gevaccineerden om via een smartphone-app te laten weten hoe het hun vergaan is. Op de internetsite van het instituut kan iedereen de laatste veiligheidsrapporten nalezen (www.pei.de, vervolgens klikken op ‘Arzneimittelsicherheit’ en ‘Pharmakovigilanz’). Elke dag is er telefonisch overleg met het Europese Medicijnen Agentschap om opvallende zaken te bespreken.

    Zo ontdekte het instituut bij het AstraZeneca-vaccin een toename in het aantal gevallen van hersenadertrombose. En hoewel het maar heel weinig mensen betrof (in Duitsland ongeveer vier op een miljoen gevaccineerden) stopten diverse landen met dit vaccin, ook al is het risico om ernstig ziek te worden door het virus veel groter dan het oplopen van zo’n trombose.

    Illusory truth effect

    Van dat alles ben ik op de hoogte en toch ben ik soms bang voor de vaccinatie. Dat komt ook door een boek dat ik al jaren voor corona heb gelezen. Het heet Impfen Pro und Contra. In circa vijfhonderd bladzijden moedigt de schrijver, een kinderarts, de lezers aan om zelf goed na te denken over al dan niet vaccineren. Diezelfde vraag steekt ook tijdens de coronapandemie telkens weer de kop op.

    Het betekent dat mensen niet de adviezen van de Stiko volgen maar zich een eigen mening vormen. In het boek las ik over ‘positieve effecten’ van mazelen of dat het risico op een tetanusinfectie bij ongevaccineerden ook verminderd kan worden met behulp van desinfecteringsmiddelen. Ik las dat vaccins tot auto-immuunziektes, blindheid en soms zelf de dood kunnen leiden. Maar dat betekende natuurlijk niet dat mensen zich niet zouden moeten laten inenten, voegde de auteur er niet helemaal logisch aan toe. Hij wilde alleen informatie geven.

    ‘Ik vertel jullie wat er mis kan gaan, maar jullie moeten zelf beslissen’ heeft een rampzalig effect

    Het team van hoogleraar psychologie Cornelia Betsch toonde ooit het rampzalige effect aan van zulk ongefilterd ‘ik vertel jullie wat er mis kan gaan, maar jullie moeten zelf beslissen’. Het voerde een experiment uit waarbij de wetenschappers hun proefpersonen eerst voorlichtten over het risico op bijwerkingen van een (fictieve) vaccinatie. Vervolgens vroegen ze de deelnemers verhalen over incidentele gevallen van zware bijwerkingen op een internetforum te lezen. Na bezoek aan dit forum schatten de proefpersonen het risico op bijwerkingen veel te hoog in, hoewel ze door het eerste deel van het experiment beter hadden kunnen weten.

    Om ons onzeker te maken is het psychologisch gezien dus voldoende als we maar één keer lezen wat er allemaal mis kan gaan. Ongeacht of dat later onzin, allang weerlegd of hoogst sporadisch blijkt te zijn: het risico heeft zich in ons geheugen vastgezet. En elke keer dat we zo’n nepbericht weer horen, denken we – ook al gebeurt dat onbewust – ‘dat kan niet helemaal onzin zijn, dat heb ik immers al eens eerder ergens gelezen’.

    In de psychologie wordt dit fenomeen dat ik sinds het lezen van het boek ook bij mijzelf constateerde, illusory truth effect genoemd. Bij de coronapandemie beslist dit effect mede over de vraag of mensen zich al dan niet laten inenten. Want hoewel er tegenwoordig een overvloed aan informatie beschikbaar is over functioneren en veiligheid van coronavaccins komt die informatie voor sommigen te laat omdat zij al voor de crisis sceptisch stonden tegenover vaccineren. Tientallen jaren werd er veel te weinig gedaan om desinformatie tegen te gaan met informatiecampagnes. Zo circuleren tijdens de coronacrisis angsten die zo oud zijn als het fenomeen vaccin zelf. Een daarvan: vaccinatie maakt vrouwen onvruchtbaar. Tegenstanders van vaccineren beweerden dat al bij polio of de mazelenvaccins. Maar waar is het niet.

    Destijds toen ik het boek las, wist ik niet hoe gemakkelijk ik ook zelf gemanipuleerd kon worden. Na lezing ervan overwoog ik zelfs tegen mijn leidinggevenden te zeggen dat ik geen artikel over vaccins kon schrijven omdat ik geen marionet van de farmaceutische industrie wilde zijn.

    Cherry picking

    Nu weet ik dat de schrijver zich niet alleen onderscheidt door foutieve verbanden of bronnen die allang achterhaald zijn maar vooral ook door een methodiek die wordt aangeduid als cherry picking: uit een grote hoeveelheid wetenschappelijke publicaties pikt hij vooral datgene wat in zijn straatje past. Cherry pickers negeren resultaten die op gespannen voet staan met hun eigen opvattingen. Zij miskennen dat één enkele publicatie niet de waarheid kan vertegenwoordigen. Alleen een totaaloverzicht van het gehele veld kan dat: hoeveel onderzoekers sluiten zich bij die ene opvatting aan? Zijn er tegenargumenten? Heeft de auteur in een latere publicatie zijn eerdere conclusies wellicht gerectificeerd?

    Ik zeg dat omdat daarbuiten ook tijdens corona veel ‘experts’ rondlopen. Mensen, soms gepromoveerd, die hun persoonlijke opvatting als wetenschap verkopen en ons zo besmetten met hun twijfels. Vaak spelen zulke ‘experts’ met onze angst. Zij verlangen bij een vaccin 100 procent zekerheid. Een voorwaarde die aan geen ander geneesmiddel zou worden gesteld omdat medicijnen zonder bijwerkingen nu eenmaal niet bestaan.

    Als ik mezelf nu op twijfels betrap, denk ik altijd aan wat ik heb geleerd over mijn psyche. En dat een juiste beslissing geen 100 procent zekerheid vereist maar vooral correcte informatie en competente adviseurs. Als journalist raadpleeg ik daarom deskundigen. De afgelopen jaren heb ik meer dan eens het Robert Kochinstituut bezocht of met leden van de Stiko gesproken. Deze vaste vaccinatiecommissie brengt regelmatig vaccinatieaanbevelingen uit. Zo heeft iedereen de kans zich te laten helpen bij zijn of haar beslissing.

    Stiko

    Mij verbaast het dat vaccinsceptici zo zelden echt willen weten hoe de Stiko tot zulke aanbevelingen komt – terwijl hun methodiek toch tot de beste ter wereld behoort.

    Op dit moment kent het gremium achttien leden, zoals experts voor volksgezondheid, virologen en epidemiologen. Zij worden benoemd door het ministerie van Volksgezondheid, voor hun werk ontvangen zij geen geld. Om de onafhankelijkheid van de commissie te waarborgen moet ieder lid een vragenlijst van negentien pagina’s invullen met betrekking tot mogelijke belangenconflicten. Is er sprake van betaalde lezingen? Van onderzoek in opdracht van de farmaceutische industrie? Al naar gelang de antwoorden mag het lid aan besprekingen en stemming over het betreffende vaccin niet deelnemen. Gedurende elke zitting staan er daarom altijd weer leden op om de zaal te verlaten.

    Sinds 2011 werkt de Stiko volgens een ‘standaardprocedure’ (sop). In dit document is de besluitvorming tot in de kleinste details geregeld. In wezen legt het de fases vast van het werkproces, de vragen en de doelen. Deze worden door een team uit de afdeling ‘vaccinpreventie’ van het Robert Kochinstituut systematisch afgewerkt. Pas nadat een vaccin op basis van de criteria van de sop is doorgelicht, komen de achttien Stiko-leden bijeen voor een besluit.

    Op het eerste gezicht lijken de standaardvragen van de sop duidelijk: om welk virus gaat het? Welke ziekte veroorzaakt het? Wat is het beoogde effect van een vaccinatie? Maar kijken we heel precies dan blijkt hoe complex een aanbeveling is. Het gaat dan om haardeffecten en leeftijdsverschuivingen; om immunogeniteitstudies en seroprevalenties. Om de vraag hoelang een vaccin werkzaam is en of het alleen een infectie of ook het doorgeven van een besmetting voorkomt. Kern van de sop is een systematisch literatuuronderzoek. Daartoe lopen de medewerkers niet alleen klinische onderzoeksresultaten na maar ook de vakliteratuur die over de vaccins of het coronavirus zelf is verschenen. In tegenstelling tot de cherry pickers zorgen zij voor een overzicht van alle belangrijke publicaties en voorzien die van een oordeel over het belang ervan. Daarbij werken altijd twee collega’s parallel aan elkaar, zonder op de hoogte te zijn van elkaars conclusies.

    Ik heb besloten meer waarde te hechten aan een hele batterij wetenschappers dan aan mijn eigen angsten

    Voordat de achttien Stiko-leden in december 2020 met de eerste coronavaccinatieadviezen kwamen, gaven medische vakgenootschappen feedback op de uitkomsten van de onderzoeksteams; werd er bediscussieerd met welke waarschijnlijkheid bij welke medische voorgeschiedenis gevreesd zou moeten worden voor een ernstig ziekteverloop; werden zeldzame zware bijeffecten geanalyseerd en op hun betekenis getoetst; berekende een computerprogramma welke effecten vaccinatie van bepaalde groepen zou hebben op de verspreiding van het virus. En werd er tenslotte ook nog overlegd met ethici over de vraag of de aanbevelingen moreel verantwoord waren.

    En omdat dit allemaal zo snel moest, analyseert het Robert Kochinstituut ook nu nog elke dag nieuw onderzoek en komen Stiko-teams diverse keren per maand bijeen om hun aanbevelingen aan te passen aan de laatste inzichten.

    Ik denk niet dat de stiko onfeilbaar is. Het is een beetje zoals ook verder in het leven: als ik een huis binnenga hoef ik niet eerst de constructietekeningen te zien. Ik heb besloten meer waarde te hechten aan een hele batterij wetenschappers dan aan mijn eigen angsten.

    Bezoekverbod

    En er is nog iets dat mij ertoe bewogen heeft me snel te laten inenten. Ongeveer een jaar geleden stond ik in de hal van een ziekenhuis in Bonn en hoopte ik dat de Italiaanse patiënt Elisa Ferrara (niet haar echte naam) niet in eenzaamheid zou hoeven sterven. Het was april 2020, Duitsland verkeerde in zijn eerste lockdown en ik bracht vier weken door in het Academisch Ziekenhuis van Bonn voor een rapportage over de strijd tegen het nieuwe coronavirus (‘Den Feind im Nacken’, GEO nr. 08/2020).

    Het was bijna middernacht toen de artsen voor haar ziekenhuiskamer bijeen kwamen om haar situatie te bespreken. Door de deur zag ik Ferrara in bed liggen. De artsen zeiden te verwachten dat zij nog diezelfde nacht zou overlijden. Om haar familie te bereiken was het te laat. Die zat vast in Italië omdat er immers geen vluchten gingen. In hun plaats waakte een verpleegkundige aan haar bed.

    En nooit zal ik de blik vergeten van een chef-arts in Bonn die elke dag telefoneerde met de echtgenoot van een ernstig zieke bejaardenverzorgster. Hij wist dat zijn stem ten tijde van het bezoekverbod het enige was dat deze man psychisch nog op de been hield.

    Als ik nu hoor zeggen dat het virus toch eigenlijk wel meevalt, denk ik ook aan al die verpleegkundigen die dag in dag uit uren doorbrengen in de kamers van coronapatiënten

    Als ik nu hoor zeggen dat het virus toch eigenlijk wel meevalt, denk ik ook aan al die verpleegkundigen die dag in dag uit uren doorbrengen in de kamers van deze patiënten en na afloop van hun dienst soms door vrienden worden gemeden uit angst voor besmetting. Of aan de arts die mij vertelde dat zijn dochtertje vaak ’s ochtends op zijn buik gaat liggen en weigert daar weer af te gaan – om te voorkomen dat haar vader weer naar het ziekenhuis gaat.

    Misschien is de reden voor mijn vaccinatiebesluit dus veel simpeler dan al die gesprekken met deskundigen, het begrijpen van biologische mechanismes of mijn zelfbesef als verlicht persoon. Ik wil al die mensen mijn respect betonen. Zij verdienen dat.

    *Als een vrouw tijdens haar zwangerschap besmet raakt met het waterpokkenvirus kan dit bij het kind in een sporadisch geval leiden tot misvorming van de handen.

  • Waarom deze 
neurobioloog nu aan 
zijn buikspieren werkt

    Waarom deze 
neurobioloog nu aan 
zijn buikspieren werkt

    Neurobioloog Peter Strick geloofde nooit in yoga en pilates. 
Tot hij ontdekte dat niet alleen je hersenen, maar ook je spieren invloed hebben op stressreacties.

    Keuze uit ons archief

    Door corona is er een grotere aandacht voor het immuunsysteem gekomen, maar ook voor psychische klachten die kunnen ontstaan door de onzekerheid, eenzaamheid en thuiswerkstress of -verveling. Neurobioloog Peter Strick deed onderzoek naar hoe je je lichaam en geest weerbaarder kunt maken.

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 107, oktober 2016

    Toptennissers hebben het unieke vermogen om na een gemaakte fout hun hoofd weer leeg te maken. Ze zetten het van zich af en spelen met frisse moed verder voor het volgende punt. Ze kunnen het zich niet veroorloven om lang bij fouten stil te staan.

    Peter Strick is geen proftennisser. Deze vooraanstaande hoogleraar, hoofd van de vakgroep Neurobiologie aan het herseninstituut van de Universiteit van Pittsburgh, is zo’n man die bij elk foutje stilstaat, hoe klein het ook is. ‘Mijn kinderen zeiden: papa, ga toch pilates doen. Ga aan yoga doen,’ zegt hij. ‘Maar dan zei ik: ik zie geen wetenschappelijk bewijs dat ik daar baat bij zou hebben.’

    Wel heeft deze onverbeterlijke scepticus zich aangeleerd om bij stress te kiezen voor de tennisaanpak: jezelf dwingen om stug door te gaan. Er zijn natuurlijk aanwijzingen dat yoga goed is voor je gezondheid, maar geen bewijzen van het soort dat Strick overtuigt.

    Hiërarchisch beeld

    Onderzoek wijst wel op een correlatie, maar hij wil een fysiologische verklaring van het mechanisme dat erachter zit. Hij heeft niet genoeg aan de vage suggestie dat yoga ‘stress vermindert’. Want hoe werkt dat dan? Doordat het je gedachten verzet?

    De stressreactie wordt bij mensen opgewekt door de bijnieren. Die pompen adrenaline in ons bloed als het tijd is voor een vecht-of-vluchtreactie. In gevaarlijke omstandigheden kan zo’n stressreactie onmisbaar zijn, maar in het moderne leven, en zeker in academische kringen, hebben we er zelden behoefte aan. Meestal vormen onze lichamelijke stressreacties een soort achtergrondruis die ons continu gespannen houdt. Pas als we die ruis uitschakelen, kunnen we ontspannen.

    Als onze stressreactie alleen door gebieden in de hersenschors wordt gereguleerd, hoe kan het bewegen van lichaamsdelen dan bijdragen aan het verlagen van stress?

    Lange tijd ging men ervan uit dat de bijnieren werden aangestuurd via enkele zenuwbanen vanuit de hersenen. ‘Mensen zeiden dat er een of misschien twee gebieden in de hersenschors waren die het bijniermerg aanstuurden,’ zegt Strick. Volgens Randy Bruno, universitair hoofddocent Neurowetenschappen aan de Columbia-universiteit, ‘hebben mensen vaak een heel hiërarchisch beeld van de hersenschors’, namelijk dat zintuiglijke waarnemingen van het ene deel van de hersenen worden doorgegeven aan het volgende, en dan weer aan het volgende en het volgende, enzovoort. Eén lange hiërarchische keten, tot het signaal uiteindelijk in de frontale kwab belandt, die vervolgens een motorische reactie opwekt. En als onze stressreactie alleen door deze gebieden in de hersenschors wordt gereguleerd – de gebieden waar ons hoger functioneren plaatsvindt, waar onze overtuigingen en existentieel zelfbesef zetelen – hoe kan het bewegen van lichaamsdelen dan bijdragen aan het verlagen van stress?

    Strick lijkt zijn eigen probleem te hebben opgelost. In het wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences legt hij uit dat hij nog een heel ander uitgebreid netwerk in de hersenschors heeft gevonden dat het bijniermerg aanstuurt. De verbindingen tussen de hersenen en het bijniermerg lijken veel uitgebreider te zijn dan altijd werd aangenomen. Complexe netwerken in de primaire somatosensibele en motorische schors hebben rechtstreeks invloed op onze stressreacties. Die ontdekking veranderde zijn beeld van de relatie tussen lichaamsbeweging en gezondheid. Dus begon Strick toch maar met pilates.

    ‘Dit lijkt erop te wijzen dat dit proces veel decentraler is,’ zegt Randy Bruno over Stricks onderzoek, waaraan hij zelf niet heeft meegewerkt. ‘Er liggen allerlei verschillende circuits over elkaar heen, en die sturen allemaal informatie naar onze oudste en primitiefste reactiesystemen. Dit onderzoek toont echt aan dat stressreacties niet alleen door de traditionele hogere, cognitieve hersengebieden worden aangestuurd. Dat lijkt me heel belangrijk.’

    Om te begrijpen wat de implicaties zijn van dit nieuwe ‘connectoom’ (zoals nieuwe neurale verbindingen in de hersenen tegenwoordig vaak worden genoemd), moet je weten hoe dit nieuwe netwerk in kaart is gebracht.

    Hondsdolheid

    In de juiste handen kan hondsdolheid echt een uitkomst zijn. Als je rabiës in een orgaan injecteert, zullen de zenuwen van dat orgaan het virus verder het centraal zenuwstelsel in voeren. Onderweg kaapt dat virus het replicatiemechanisme van de zenuwen in het cellichaam en de dendrieten om zichzelf te vermenigvuldigen en via de synapsen over te springen naar andere zenuwcellen. Door bij te houden hoe het virus zich verspreidt, kunnen wetenschappers de neurale verbindingen tussen het geïnjecteerde orgaan en de hersenen met ongekende precisie in kaart brengen. Voor dit onderzoek heeft het team van Strick rabiës geïnjecteerd in de bijnieren van apen.

    Het verloop van rabiës is heel voorspelbaar. Elke acht à tien uur repliceert het zichzelf, zodat het zich vrij snel door het zenuwstelsel kan verspreiden en zo een netwerk blootlegt. De onderzoekers wachtten dus tot het virus de hersenen bereikte en lieten de apen dan inslapen voordat ze symptomen van de besmetting gingen vertonen.

    ‘Bij iemand die aan herpes is overleden, zijn de temporale kwabben één grote soep,’ legt Strick uit. In vergelijking daarmee zien de hersenen van iemand die aan rabiës is overleden er redelijk normaal uit. Het is nog steeds een open vraag hoe rabiës ons zenuwstelsel precies uitschakelt. Het kan een tijdje in een zenuwcel zitten zonder kwaad te doen – daardoor kan rabiës zich in een populatie verspreiden. Dat betekent dus, benadrukt Strick, dat de apen niet hebben geleden.

    ‘Bij iemand die depressief of gestrest is, zie je een andere lichaamshouding. Als je met een rechte rug staat, heeft dat invloed op hoe je jezelf presenteert en hoe je je voelt’

    Als het virus de tijd heeft gehad om een bepaalde, goed voorspelbare afstand af te leggen, brengen de onderzoekers het dier onder narcose en laten het leegbloeden. Dan fixeren ze het zenuwstelsel en kijken met behulp van antilichamen hoe het virus zich verspreid heeft. Door apen op verschillende momenten te laten inslapen, konden ze de verspreiding van het virus in kaart brengen. Zodra het virus enkele synapsen is gepasseerd, levert dat enorm veel werk op: het aantal aangetaste zenuwcellen stijgt dan exponentieel. Maar toen dat werk eenmaal was voltooid, wisten de onderzoekers niet wat ze zagen.

    De bijnieren bleken in verbinding te staan met de motorische gebieden in de hersenen. In de primaire motorische schors bevindt zich een afspiegeling van het hele lichaam: er zijn gebieden die corresponderen met het gezicht, de armen en benen, en ook een gebied dat de axiale spieren aanstuurt (de ‘core’, in fitnessjargon). Stricks onderzoeksteam had helemaal niet gedacht dat de primaire motorische schors het bijniermerg aanstuurde. Maar er blijken daar een heleboel zenuwcellen te zitten die dat wel doen. En die bevinden zich vooral in het gedeelte van de schors dat correspondeert met de axiale spieren.

    ‘De aansturing van de axiale spieren heeft op een of andere wijze invloed op stressreacties,’ redeneert Strick. ‘Er waren al veel aanwijzingen dat het versterken van die spieren invloed heeft op het stressniveau. En bij iemand die depressief of gestrest is, zie je een andere lichaamshouding. Als je met een rechte rug staat, heeft dat invloed op hoe je jezelf presenteert en hoe je je voelt. En nu blijken de spieren van de romp dus invloed te hebben op stress. Als je die spieren op een verkeerde wijze stimuleert, door een slechte houding, denk ik daarom dat het ook invloed op het stressniveau heeft.’

    ‘Die zenuwbanen kunnen een verklaring bieden voor ons intuïtieve gevoel dat je stress op veel verschillende manieren kunt bestrijden,’ zegt Bruno. ‘Ik vind de voorbeelden in hun artikel heel aansprekend, het idee dat yoga en pilates misschien daarom zo effectief zijn. Maar er zijn nog allerlei andere methoden waarmee mensen stress bestrijden, bijvoorbeeld met behulp van verbeeldingskracht. Dat er zo veel zenuwbanen direct verbonden zijn met het systeem dat stressreacties aanstuurt, dat is heel interessant.’

    Een man (niet Peter Strick) werkt aan zijn axiale spieren. © Jürgen Müller / Getty
    Een man (niet Peter Strick) werkt aan zijn axiale spieren. – © Jürgen Müller / Getty

    Strick heeft vooral gekeken naar lichaamsbeweging, Bruno is meer gespecialiseerd in de zintuigen. Hij kijkt dus vooral naar de resultaten die betrekking hebben op de primaire somatosensibele schors. Sommige van die hersengebieden, waar de signalen van onze tastzintuigen worden verwerkt, lijken al evenzeer met de bijnieren te communiceren. ‘Dat is ook heel nieuw en heel interessant voor mij,’ zegt Bruno. ‘Dat kan helpen verklaren waarom we bepaalde gewaarwordingen ontspannend of juist stressvol vinden.’ Ik moest meteen denken aan lekker op je rug gekrabd worden, of dat rustgevende gevoel als je je hand in een berg verse pasta steekt.

    ‘Als ik dit soort resultaten zie, denk ik: Hm, misschien zijn deze gebieden complexer dan we dachten’

    Doordat de primaire somatosensorische en motorische gebieden in de hersenen zo’n grote rol lijken te spelen in onze innerlijke toestand, begint Bruno vraagtekens te plaatsen bij de gangbare opvatting over de aard van deze hersengebieden. ‘Door deze onderzoeksresultaten en die van mezelf begin ik te betwijfelen of dat wat wij de motorische schors noemen ook echt de motorische schors is,’ zegt hij. 

    ‘Misschien vervult de primaire somatosensibele schors wel veel meer functies dan we altijd dachten. Als ik dit soort resultaten zie, denk ik: Hm, misschien zijn deze gebieden complexer dan we dachten.’

    Psychosomatisch

    En dat heeft gevolgen voor wat we nu ‘psychosomatische aandoeningen’ noemen, het idee dat onze geest invloed heeft op orgaanfuncties. De term ‘psychosomatisch’ heeft nu een negatieve bijklank. De stilzwijgende gedachte is dat het verband tussen lichaam en geest niet bestaat, dat die psychosomatische aandoeningen alleen ‘tussen de oren’ zitten. Maar het soort uitgebreide verbindingen waarvan het bestaan nu is aangetoond, kan betekenen dat die aandoeningen ook écht tussen je oren ontstaan. Het feit dat er gebieden in de hersenschors zijn die via multisynaptische verbindingen de orgaanfuncties beïnvloeden, kan de term ‘psychosomatisch’ misschien van zijn negatieve bijklank verlossen.

    Bij eerder onderzoek heeft het team in Pittsburgh een virus geïnjecteerd in het hart. Toen vonden ze hersengebieden die invloed hebben op het hartritme, waarin ze een mogelijke verklaring zien voor allerlei onverwachte sterfgevallen: doordat gebeurtenissen in de hersenen, van epilepsie en hersenletsel tot sterke emotionele prikkels (zowel positieve als negatieve) een hartaanval opwekken.

    En dan is er ook nog het nieuwe vakgebied van de neuro-immunologie, waarin men onderzoek doet naar de gevolgen van stress voor het immuunsysteem. Het draagt allemaal bij aan de geloofwaardigheid van gezondheidsclaims die ooit werden weggelachen door mensen zoals Strick, omdat er geen concreet mechanisme aan ten grondslag leek te liggen. In zijn woorden: ‘Onze bewegingen, gedachten en gevoelens hebben invloed op onze stressreactie dankzij échte neurale verbindingen.’

  • Brazilian butt lift: ’s werelds gevaarlijkste cosmetische ingreep

    Brazilian butt lift: ’s werelds gevaarlijkste cosmetische ingreep

    De Brazilian butt lift (BBL) is de snelst in populariteit groeiende cosmetische ingreep ter wereld, ondanks het toenemende aantal sterfgevallen als gevolg ervan. Waarom zijn zoveel vrouwen bereid het risico te nemen?

    Het best gelezen stuk van 2021

    Dit artikel over de gevaarlijke billiftingreep die razend populair is onder vrouwen, sprak de 360-lezers in 2021 bijzonder tot de verbeelding. Het was verreweg het meest gelezen artikel dat we publiceerden en stond op de shortlist van best gelezen artikelen op Blendle. En terecht. Niet alleen belicht de auteur de gevaren van de genoemde ingreep, ook wordt blootgelegd welke onderliggende, stereotyperende en vrouwonvriendelijke invloeden een rol spelen.

    De missie was simpel: Melissa wilde de perfecte billen. Die leken in haar gedachten op een vlezige, rijpe perzik, zoals de emoji. Ze was al op de helft. In 2018 had ze een Brazilian butt lift gehad, ook wel BBL genoemd, een chirurgische ingreep waarbij vet uit verschillende delen van het lichaam wordt verwijderd om in de billen te worden geïnjecteerd. Melissa’s billen waren al ronder en voller dan voorheen, en ze was verrukt over het effect, over hoe ze zich voelde en hoe ze eruitzag. Maar het kon beter. Het kan altijd beter.

    Onlangs bezocht Melissa de Britse plastisch chirurg Lucy Glancey voor een consult. Glancey had Melissa’s eerste BBL verricht in haar kliniek op de grens tussen Essex en Suffolk, een reeks kamers met glanzende witte kasten, een passpiegel en lades gevuld met spuiten. Terwijl ze Melissa‘s komst afwacht, laat Glancey me een foto zien van Melissa op het strand in Dubai, waarop ze gekleed in een bikini met palmprint in een uitdagende hurkzit poseert – armen, borsten, dijen en billen allemaal gerangschikt voor een optimaal effect. ‘Kijk eens hoe goed ze eruitziet,’ zegt Glancey, terwijl ze Melissa en haar eigen werk bewondert. ‘Ik zei tegen haar: ik zie niet wat we er verder nog aan kunnen doen.’

    Als Melissa de kamer binnenkomt, lijkt ze niet bepaald op haar digitale zelf. Maar ja, wie wel? Ze heeft Dubai-luxe ingeruild voor Suffolk-casual: een blauwe spijkerbroek en roze trui. Na een korte praatje vraagt Glancey – donkerblauw shirt, koraalkleurige teennagels – Melissa om haar kleren uit te trekken. Arts en patiënt nemen samen plaats voor de spiegel en bestuderen wat ze zien.

    ‘Oké,’ zegt Glancey. ‘Welke kant heeft jouw voorkeur?’

    ‘Deze,’ zegt Melissa, wijzend op haar linkerflank.

    Glancey maakt een ronde langs Melissa’s lichaam en bestudeert de contouren met beklemmende openhartigheid.

    ‘Je bent hier een beetje aangekomen,’ zegt ze, wijzend op Melissa’s middenrif.

    ‘Maar hier,’ zegt Melissa, terwijl ze op een kuiltje in haar rechterbil drukt, een fout die ze tijdens een vakantie had opgemerkt. ‘Zie je?’

    Zoals iedereen die zijn eigen lichaam inspecteert, ziet Melissa dingen die niemand anders ziet

    Zoals iedereen die zijn eigen lichaam inspecteert, ziet Melissa dingen die niemand anders ziet. Ze ziet niet alleen de huidige vorm in de spiegel, maar verschillende versies: haar vroegere lichaam, haar ideale lichaam, haar digitale lichaam. In haar tienerjaren, bijna tien jaar geleden, toen Cara Delevingnes ‘tigh gap’ een eigen Twitter-account had, wilde Melissa mager en plat zijn, net als iedereen. Toen veranderde de mode. Melissa, die wit is, legt uit waarom ze haar eerste BBL nam: ze wilde haar spijkerbroek opvullen en zo het soort mannen aantrekken waar ze op viel. ‘Ik voel me aangetrokken tot zwarte mannen en mannen van gemengd ras, en die houden van vrouwen met rondingen,’ vertelt ze me.

    Aan de operatie, waarvan de kosten kunnen oplopen tot 8000 pond (ruim 9000 euro), verdient ze ook wat. Melissa werkt in een sportschool, maar ze verdient bij met het etaleren van kleding op Instagram. ‘Als je kijkt naar wat de meeste aandacht en likes krijgt, zijn het altijd meisjes met zulke vormen,’ zegt ze.

    Melissa’s digitale lichaam, gegenereerd door de fotobewerkingsapp Facetune, fungeert als een soort blauwdruk voor haar toekomstige fysieke lichaam. Ze vertelde me dat haar vrienden hun foto’s voor datingapps soms zo bewerken dat ze niemand meer in het echt kunnen ontmoeten, omdat de versie waarmee ze zich hebben geadverteerd te ver afstaat van de realiteit. ‘Als je een BBL hebt gehad, heb je je lichaam eigenlijk in het echte leven al bewerkt,’ zegt Melissa. ‘Dus dan hoef je je foto’s niet meer te bewerken.’

    Concept

    Tien jaar geleden voerde Glancey zelden BBL’s uit. Nu doet ze er zo’n twee tot drie per week en krijgt ze wekelijks ongeveer dertig verzoeken. Sinds 2015 is het aantal billifts dat wereldwijd wordt uitgevoerd met 77,6 procent toegenomen, volgens recent onderzoek van de International Society of Aesthetic Plastic Surgery. Het is de snelst in populariteit groeiende cosmetische ingreep ter wereld. Wanneer Glancey door Instagram scrolt, ziet ze ze overal: strandbalbillen die het beroemdste achterste ter wereld nabootsen, een achterste dat zo nauwkeurig wordt bestudeerd, nagebootst, uitgebaat dat het niet langer aanvoelt als een lichaamsdeel, maar eerder als het concept van een start-up die naar de beurs is gegaan (en me om dit artikel vast zal aanklagen). De populariteit van de BBL, vertelt Glancey me, is te danken aan één vrouw: ‘Haar impact,’ zegt ze over Kim Kardashian West, ‘is vooral te danken haar lichaam.’

    Dokter Mark Mofid, een vooraanstaande Amerikaanse BBL-chirurg, noemt daarnaast de invloed van Jennifer Lopez en Nicki Minaj plus een overvloed aan beelden op sociale media die ‘de schoonheid van vrouwelijke rondingen echt op de kaart zetten’. Maar het bemachtigen van die schoonheid kan riskant zijn. In 2017 publiceerde Mofid een rapport in het Aesthetic Surgery Journal waaruit bleek dat 3 procent van de 692 chirurgen die hij had ondervraagd had meegemaakt dat een patiënt overleed na het uitvoeren van de operatie. In totaal resulteerde een op de drieduizend BBL’s in de dood, waarmee het de gevaarlijkste cosmetische ingreep ter wereld is.

    In Zuid-Florida alleen zijn er de afgelopen jaren al vijftien vrouwen overleden aan een BBL

    De afgelopen drie jaar zijn drie Britse vrouwen – Abimbola Ajoke Bamgbose, Leah Cambridge en Melissa Kerr – overleden als gevolg van complicaties van BBL’s in Turkije, de meest populaire bestemming voor Britse patiënten die op zoek zijn naar goedkopere plastische chirurgie. En dan zijn er nog ​​Joselyn Cano in Colombia, Gia Romualdo-Rodriguez, Heather Meadows, Ranika Hall en Danea Plasencia in Miami… Volgens lokale gegevens zijn de afgelopen jaren alleen al in Zuid-Florida vijftien vrouwen overleden aan een BBL.

    Melissa kende de risico’s. Toen ze in 2018 haar eerste BBL deed, was het toevallig de week van Leah Cambridge’s dood. Datzelfde jaar adviseerde de British Association of Aesthetic and Plastic Surgery Britse chirurgen om de operatie helemaal niet meer uit te voeren. Omdat het geen regelgevende instantie is, kon het geen verbod afdwingen. Sommige chirurgen stopten vrijwillig. Maar Melissa voelde zich veiliger omdat ze de operatie in het VK deed. Ze vertrouwde Glancey en tenslotte had ze het proces al eerder meegemaakt – ze wist wat haar te wachten stond. Ze zou een paar weken vrij moeten nemen om te herstellen, maar het zou het waard zijn. Binnenkort zouden er geen asymmetrieën , geen inkepingen, geen gebreken meer zijn; ze zou het gefacetunede achterste hebben gerealiseerd. Een verbeterd lichaam. Perfectie.

    De perfecte onderkant heeft ook een perfecte hoek: 45 graden vanaf de basis van de wervelkolom tot de bovenkant van de billen

    De mode houdt aan, de perfecte kont is strak en bol, alsof er een bal onder de huid zit. ‘Sticky-outy’ placht Glancey te zeggen. In combinatie met de perfecte borsten veranderen perfecte billen het lichaam in een S-vorm. ‘Het klassieke zandloperfiguur,’ zegt Melissa. ‘Dat is wat je wilt.’

    De perfecte onderkant heeft ook een perfecte hoek: 45 graden vanaf de basis van de wervelkolom tot de bovenkant van de billen. In die zin zijn de perfecte billen eigenlijk het resultaat van de perfecte ruggengraat, het soort dat van nature uitsteekt aan de basis. Volgens een artikel van een groep evolutiepsychologen, in 2015 gepubliceerd in het tijdschrift Evolution and Human Behavior, duidde ‘lumbale kromming’ – of lordose – blijkbaar op het vermogen van een vrouw om kinderen te baren, wat haar aantrekkelijk maakt als partner. Zoals de auteurs het voorzichtig uitdrukken: ‘Mannen geven de voorkeur aan vrouwen die signalen vertoonden van een wervelkolom die dichter bij het optimale ligt.’

    Voor degenen die niet de optimale wervelkolom hebben, zijn er verschillende opties. In de achttiende eeuw zou je in een korset zijn gestoken; even later is dat een buste. Nu kun je een gewatteerde slip kopen of zelf opvullingen maken. (Toen een van Glanceys patiënten zich onlangs in haar kliniek uitkleedde, vielen uit haar broek twee proppen opgerolde stof.) Je kunt implantaten krijgen of vulmiddel injecteren. Of je kunt een BBL nemen, waarmee je twee vliegen in één klap hebt: het vet verdwijnt op plaatsen waar je het niet wilt en wordt geplaatst op plaatsen waar je het wel wilt. De BBL neemt, net als Robin Hood, van de rijken – de blubberbuik – en geeft aan de armen: de platte, benige billen.

    BBL komt uit Brazilië, de geboorteplaats van plastische chirurgie én de mythe van de van nature ‘sticky’ billen, zoals te zien is op talloze afbeeldingen van toeristenbureaus van in bikini geklede vrouwen op het strand van Copacabana. ‘In de ogen van de rest van de wereld zijn Brazilianen geobsedeerd door billen,’ zegt antropoloog Alvaro Jarrin, auteur van The Biopolitics of Beauty, waarin hij de cultuur van cosmetische chirurgie in Brazilië onderzoekt. In werkelijkheid heeft niet elke Braziliaanse vrouw de geïdealiseerde Braziliaanse billen. Evenmin, voegt Jarrin eraan toe, wil elke Braziliaanse vrouw ze. Bij het onderzoek voor zijn boek ontdekte hij dat de populariteit van de BBL afhing van de klasse en het ras van de vrouwen met wie hij sprak. Als ze rijk en wit waren, zeiden ze: ‘Ik wil niet het lichaam van een mulatta [een vaak denigrerende term die gebruikt wordt voor iemand die zowel Afrikaanse als Europese voorouders heeft], ik wil het lichaam van een Europees supermodel.’

    GettyImages 895882770 1
    © Ruaridh Connellan / BarcroftImages / Barcroft Media via Getty Images

    De operatie zelf werd ontwikkeld door de Braziliaanse arts Ivo Pitanguy. In een land dat rijk is aan plastisch chirurgen, stond Pitanguy bekend als ‘de paus’. Hij voerde een verscheidenheid aan ingrepen uit en het gerucht ging dat hij beroemdheden als Frank Sinatra tot Sophia Loren had opgepimpt en armere patiënten een gesubsidieerde behandeling aanbood in zijn kliniek in Rio. Schoonheid, gelooft Pitanguy, is een mensenrecht, hoewel hij erkent dat het nastreven ervan een lastig proces kan zijn. ‘Het belangrijkste is een ​​goed ego’, is een van zijn veelgeciteerde uitspraken. ‘Dan heb je geen operatie meer nodig.’

    Een mooi principe, maar niet het principe dat hem genoeg geld opleverde om een ​​privé-eiland, Ilha dos Porcos Grande, of Big Pigs Island, voor de kust van Rio te kopen.

    In 1960 richtte Pitanguy ’s werelds eerste academie voor plastische chirurgie op en leerde hij zijn technieken aan een nieuwe generatie chirurgen. ‘Hij had de gave om kennis te delen,’ vertelt Marcelo Daher, een vooraanstaand plastisch chirurg uit Rio die door Pitanguy werd onderwezen. ‘En zijn studenten verspreidden zich over de hele wereld.’

    Terwijl chirurgen de kunst van de BBL leerden, verspreidde de trend zich geleidelijk naar het noorden. ‘BBL bereikte langzaam het zuidelijk deel van Noord-Amerika,’ zegt Mark Mofid, die in San Diego, in het zuiden van Californië, al twintig jaar BBL’s uitvoert. Een van Pitanguy’s pupillen was een andere Braziliaan, Raul Gonzalez, die nu internationaal toonaangevend expert is op het gebied van billenvergroting. Hij trainde op zijn beurt Glancey, die naar São Paulo reisde om ervaring op te doen. ‘Dat moet minstens zeventien jaar geleden zijn geweest,’ zegt Glancey. ‘Hij was de beste.’ Ze herinnert zich hoe destijds in Brazilië de billift ‘normaal was, terwijl niemand hier ervan had gehoord’.

    Braziliaanse chirurgen staan ​​‘wereldwijd bekend om het ontwikkelen van nieuwe technieken omdat ze lage-inkomenslichamen hebben om op te oefenen’

    Brazilië blijft het wereldwijde epicentrum van cosmetische chirurgie, deels vanwege Pitanguys nalatenschap: het volksgezondheidssysteem biedt nog altijd goedkope of gratis cosmetische ingrepen aan. En doordat het geen luxeartikel is, is cosmetische chirurgie doorgedrongen tot alle lagen van de bevolking. Die toegankelijkheid heeft een donkere kant – Braziliaanse chirurgen staan ​​‘wereldwijd bekend om het ontwikkelen van nieuwe technieken’, vertelt antropoloog Alvaro Jarrin, omdat ‘ze lage-inkomenslichamen hebben om op te oefenen’.

    In het VK daarentegen vindt puur cosmetische chirurgie alleen in privéklinieken plaats. De kliniek van Glancey bevindt zich op een verdieping boven een huisartsenpraktijk van de NHS. Er komen dus twee heel verschillende groepen patiënten: degenen die betalen, en degenen die dat niet doen. De patiënten van Glancey zijn consumenten: ze willen iets, en als het mogelijk en veilig is, verkoopt ze het hen. Toch blijft Glancey hen hardnekkig patiënten noemen in plaats van cliënten. ‘Ja, het is vrijwillig,’ zegt ze een beetje fel. ‘Maar het is nog altijd medisch, het is nog altijd een operatie.’

    Essentiële statistieken

    In een pauze tussen twee patiënten in scrolt Glancey door Instagramberichten van potentiële patiënten. ‘Kijk,’ zegt ze, terwijl de feed met berichten zichzelf eindeloos bijwerkt. ‘Dit is slechts de afgelopen 24 uur!’ Elke post bevat foto’s die vrouwen van zichzelf maakten in ondergoed. Glancey moet zien waar ze mee te maken heeft voordat ze zelfs maar instemt met een consult; door simpelweg naar een lichaam te kijken kan ze zien hoe succesvol een operatie kan zijn, of hoe onrealistisch de verlangens zijn.

    Ze heeft ook essentiële statistieken nodig: leeftijd, gewicht, lengte, body mass index (BMI). ‘Als het boven de 30 is [wat duidt op klinische zwaarlijvigheid], opereer ik niet, dan vertel ik ze gewoon dat ze moeten afvallen,’ zegt ze botweg. ‘Het is liposuctie, het is geen remedie voor zwaarlijvigheid.’ Ze laat me een foto zien van een zwarte vrouw die haar lichaam wilde veranderen in een ‘een achtje’. Glancey schudt haar hoofd: los van het overgewicht zou het fysiek onmogelijk zijn een 8 te bereiken in combinatie met het zandloperideaal. ‘Je hoeft geen expert te zijn om haar te vertellen wat ik haar heb verteld,’ zegt Glancey: een ferme, standvastige ‘Nee’.

    Niet iedereen kan het kardashiaanse lichaam bereiken. Zoals voor een groot deel van het oeuvre van Kardashian West geldt, kent ook haar achterwerk zijn controverses, niet in de laatste plaats omdat het een geïdealiseerde versie van het achterwerk van een zwarte vrouw lijkt na te bootsen. Kardashian West, die van Armeense afkomst is en altijd heeft ontkend een biloperatie te hebben ondergaan, is lang beschuldigd van ‘blackfishing’ – het nabootsen en toe-eigenen van de zwarte cultuur om haar merk te versterken. ‘Het is volledig geconstrueerd, een soort fictie,’ stelt Alisha Gaines, professor Engels aan de Florida State University en auteur van Black for a Day: White Fantasies of Race and Empathy. ‘Ze heeft een imperium opgebouwd door zich zwartheid toe te eigenen en het aan alle soorten mensen te verkopen, inclusief zwarte mensen.’

    Kim Kardashian West on the cover of Paper magazine in 2014. 1

    Esthetische chirurgie is altijd onafscheidelijk verbonden geweest met rasssenpolitiek. Gaines traceert de fetisjering van zwarte vrouwenbillen tot de erfenis van slavernij en kolonialisme, en meer specifiek tot het geval van Saartjie Baartman, een Zuid-Afrikaanse vrouw die in 1810 door een Britse arts naar Londen werd gebracht en in Piccadilly tentoongesteld als de ‘Hottentot Venus’. Menigten betaalden om haar lichaam te onderzoeken, en in het bijzonder haar billen. (Toen Kardashian West in 2014 voor het tijdschrift Paper poseerde met een champagneglas op haar billen, vergeleken sommige verontruste lezers het beeld met foto’s van Baartman die werden gebruikt om reclame te maken voor haar ‘verworvenheden’.)

    In Brazilië ontstond de cultuur van cosmetische chirurgie uit de geschiedenis van de eugenetica van het land. Dokter Renato Kehl, die in 1918 de Eugenics Society of São Paulo oprichtte, sprak zijn steun voor chirurgie uit in zijn boek The Cure of Ugliness. Zijn doel was simpel: de Braziliaanse bevolking ‘perfectioneren’ door ‘het uit laten sterven van de zwarte en in het regenwoud wonende rassen’. ‘Verfraaiing’, schrijft antropoloog Alvaro Jarrin, ‘was ondubbelzinnig geassocieerd met een bleke huid.’

    Vanwege de imitatie van een zwart in plaats van wit fysiek kenmerk, lijkt de BBL misschien een andere kant op te gaan. (Melissa vertelt me dat een zwarte vriendin na haar eerste BBL zei hoe zeldzaam het voor een wit meisje is om een ​​echte kont te hebben. ‘En ik dacht: “Ja, zeker zeldzaam,”’ zegt ze tevreden. ‘En toch komt het voor.’) Maar het streven, stelt Gaines, is een nieuw soort symbolische zwarte esthetiek, mét behoud van het maatschappelijke voorrecht om wit te zijn.

    ‘Ik denk dat Kim Kardashian heel goed weet dat mensen dol zijn op zwarte cultuur en zwartheid, maar niet per se op zwarte mensen’

    ‘Ik denk dat Kim Kardashian heel goed weet dat mensen dol zijn op zwarte cultuur en zwartheid, maar niet per se op zwarte mensen,’ voegt ze eraan toe. ‘Deze trend maakt deel uit van een lange geschiedenis van witte mensen die stukjes zwarte cultuur pakken, zonder te hoeven leven met zwart zijn, of een zwart leven te hoeven leiden.’

    Glancey vertelt me dat ongeveer de helft van de verzoeken voor BBL’s die ze ontvangt afkomstig is van zwarte vrouwen. ‘Ze voelen zich lelijk als ze die ruggengraat niet hebben,’ legt ze uit. Het is verbijsterend om de keten van culturele toe-eigening te volgen die ons op dit punt heeft gebracht. De geïdealiseerde Braziliaanse billen, die sommige rijke witte Braziliaanse vrouwen minachten vanwege de stereotiepe associaties met vrouwen van gemengde afkomst, zijn de ideale vorm geworden voor bepaalde witte vrouwen in de VS en Europa, die op hun beurt een lichaamsvorm nabootsen die is geconstrueerd en gepopulariseerd door een Armeens-Amerikaanse vrouw, die er vaak van wordt beschuldigd zich een zwarte esthetiek toe te eigenen, die sommige zwarte vrouwen zich vervolgens gedwongen voelen te kopiëren, omdat ze niet over de geïdealiseerde lichaamsvorm beschikken waarvan ze vinden dat ze die van nature zouden moeten hebben. 

    ‘Je steelt een versie van wat het lichaam van een zwarte vrouw zou moeten zijn, verpakt het opnieuw, verkoopt het aan de massa, en wat dan, als ik zwart ben en ik er niet zo uitzie? Dat is een lastige,’ vat Gaines samen. Glancey vertelde de vrouw die een 8’tje wilde dat zelfs als al haar vet werd weggezogen, ze met enorme overtollige huidplooien zou blijven zitten.

    Uiteindelijk stopte de vrouw met berichten sturen. De kloof was simpelweg te groot: niet alleen tussen ideaalbeeld en werkelijkheid, maar ook tussen ideaal en mogelijkheid – de wens om eruit te zien als iets wat niet alleen een verbeterde versie van jezelf is, of een geïdealiseerde versie van iemand anders, maar zich buiten het bereik der menselijke vormen bevond: de vorm van een cijfertje.

    Soms willen patiënten ingebeeld vet verwijderen op plaatsen waar nauwelijks iets zit behalve botten, spieren en huid

    Vlak voor Melissa’s tweede afspraak met Glancey, een paar weken na de eerste, ontmoeten we elkaar in een lokale pub, waar ze me vertelt dat ze een nieuw plan heeft voor haar operatie. Naast het verwijderen van vet uit haar buik, wil ze dat Glancey ook vet onder haar kin en bovenarmen wegneemt om te verplaatsen naar haar billen.

    Tijdens de afspraak later op de middag moet Glancey even nagaan of dit mogelijk is. Soms willen patiënten ingebeeld vet verwijderen op plaatsen waar nauwelijks iets zit behalve botten, spieren en huid.

    Weer voor de passpiegel knijpt Glancey in het vlees rond Melissa’ biceps. ‘Dat gaat wel lukken,’ zegt ze opgewekt, met de blik van een dokter die een eindeloze rij patiënten in de wacht heeft staan.

    Dan kijkt ze naar Melissa’s kin. ‘Wat staat je hieraan tegen?’

    Melissa trekt een gezicht alsof ze wil zeggen: wat staat me er niet aan tegen.

    ’Nou ja, gewoon, waarom zit dit hier? Waarom is dit allemaal zo?’ zegt Melissa, wijzend op een klein vetkussen onder haar kaaklijn (dat Glancey beschrijft als ‘een klein beetje natuurlijke vulling’).

    Geen postoperatief geschil

    Glancey zegt dat ze het vet handmatig zou moeten verwijderen met een injectiespuit, en er waarschijnlijk niet meer dan 20 kubieke centimeter uit zou kunnen halen. Ze herinnert Melissa eraan dat ze na de operatie een compressieverband onder haar kin moet dragen en haar buik en billen moet bedekken om genezing te bevorderen. 

    Herstel van een BBL is pijnlijk. Melissa vertelt me dat ze in de weken direct na haar eerste BBL niet veel ongemak in haar billen voelde, omdat dat werd opgevangen door het nieuwe vet, maar dat de gebieden waar ze liposuctie had gehad zo gevoelig waren dat wanneer iemand langs haar schuurde, zelfs nog enkele weken na de operatie, ze het uitschreeuwde van de pijn.

    Voor de operatie zelf, die gepland is over een paar weken, zou Glancey haar gebruikelijke proces volgen. Eerst markeert ze de patiënt met een stift – zwarte inkt voor waar ze vet verwijdert, rood voor waar het weer naar binnen gaat. Ze doet dit samen met de patiënt en maakt foto’s, zodat er geen postoperatief geschil ontstaat over de afspraken. Vervolgens wordt de patiënt onder narcose gebracht en wordt een zoutoplossing met plaatselijke verdoving en adrenaline door het lichaam gepompt om de bloedvaten te helpen krimpen, de bloeding onder controle te houden en een ‘bevochtigend’ effect te creëren, zodat het vet gemakkelijker kan worden verwijderd. Zonder dit mengsel, legt Glancey uit, zou liposuctie op hetzelfde neerkomen als aangekoekt voedsel van een bord proberen te schrapen zonder water.

    Glancey maakt vervolgens een kleine incisie en brengt een stompe canule aan onder de huid om het vet mee te ‘oogsten’. Nadat het vet uit het lichaam is gezogen gaat het door een plastic buis naar een gesloten vat, waar het wordt schoongewassen van bloed en verdovingsstoffen. Eenmaal verwijderd, overleeft het vet slechts een uur of twee. Het is nog steeds ‘levend’ – vet wordt vaak omschreven als een ‘endocrien orgaan’ vanwege het vermogen om hormonen af ​​te scheiden – en kan voor je ogen van kleur veranderen. Het begint een beetje gelig of, als er bloed bij zit, oranje, en wordt dan geleidelijk aan bruin. (‘Niet best,’ volgens Glancey.)

    Voor de grootste overlevingskans in het lichaam, moet het vet snel in de billen worden ingebracht, wederom met behulp van een stompe canule, en daarbij een pomp die met de voet wordt bediend. Hier verandert de chirurg in een soort combinatie van een blinde beeldhouwer en zo’n muzikant die meerdere instrumenten tegelijkertijd kan bespelen door ze aan verschillende delen van het lichaam vast te binden. Terwijl de voet het tempo regelt waarmee het vet weer in het lichaam wordt geplaatst, stuurt Glanceys rechterhand de canule en streelt ze met haar linkerhand – die ze de ‘ziende hand’ noemt – over het oppervlak van de huid om te voelen waar het vet terecht moet komen. ‘Het is geen open wond’, zegt ze. ‘Je kunt niets zien.’

    Ze pompt de canule herhaaldelijk naar voren en naar achteren, als een bijzonder intensieve handstofzuigersessie

    In een reeks video’s die Glancey me stuurde waarin ze de procedure uitvoert, valt me de enorme kracht op die ervoor nodig was. Ze pompt de canule herhaaldelijk naar voren en naar achteren, als een bijzonder intensieve handstofzuigersessie. Een operatie kan tussen de drie en zes uur duren en deze stuwende beweging is nodig bij zowel het verwijderen als het inbrengen van vet. Tegen het einde is Glancey vaak uitgeput. Het lichaam van de patiënt lijkt ondertussen, zoals elk verdoofd lichaam dat een zware operatie ondergaat, op een levenloze plak vlees, die Glancey behandelt met die vreemde chirurgische combinatie tussen tederheid en kracht.

    Een patiënt moet weken wachten voordat ze weet hoe haar billen er uiteindelijk uit zullen zien. Het vet heeft tijd nodig om te bezinken, en Glancey herinnert haar patiënten er steeds aan dat in het gunstigste geval slechts ongeveer 50 procent van het vet blijft zitten. De rest wordt door het lichaam opgenomen en via het lymfestelsel uitgestoten. Om de hoeveelheid vet die in het lichaam overleeft te optimaliseren, is de vaardigheid van een chirurg vereist. Glancey vergelijkt het met het aanleggen van een tuin: je kunt planten niet te dicht bij elkaar zetten, ze hebben ruimte nodig om te gedijen. ‘Als ik dit tegen patiënten zeg, zeggen ze gewoon dat ik er meer in moet stoppen,’ zegt ze. ‘En dan zeg ik, tja, zo werkt het dus niet.’

    Glancey houdt zich aan de Britse richtlijnen en beperkt de hoeveelheid die ze inbrengt tot 300 cc per bil, iets minder dan een blikje cola. Ze legt haar patiënten uit dat de ingreep meer dan één operatie behoeft, een beetje per keer.

    In Turkije – de populairste bestemming voor cosmetische-chirurgiepatiënten die binnen Europa de grens over gaan, en na Thailand en Mexico de derde populairste ter wereld – zijn de richtlijnen minder conservatief. Sommige chirurgen adverteren op sociale media openlijk dat ze meer dan 1000 cc in de billen van een patiënt zullen stoppen. Glancey ontvangt regelmatig patiënten die vanuit Turkije zijn teruggekeerd en niet tevreden zijn met de resultaten, vaak omdat een aanzienlijke hoeveelheid vet is afgestorven zodat hun achterste scheef is of misvormd.

    Het risico bij het uitvoeren van een BBL is niet alleen de hoeveelheid vet die wordt ingebracht, maar ook hoe het gebeurt. (En of het überhaupt vet is dat wordt ingebracht: een aantal recente sterfgevallen door bilvergroting was veroorzaakt doordat de patiënt was geïnjecteerd met siliconen.) Het precairste moment tijdens de operatie is wanneer de canule in de bil wordt ingebracht. Deze gaat onder de huid, maar moet boven de bilspier blijven. Als hij te ver naar beneden gaat en er vet in de bloedbaan terecht komt, kunnen vetdruppels samenvloeien, door het bloed worden meegevoerd en een longembolie veroorzaken: een bloedstolsel in de longen – de doodsoorzaak in het geval van de Britse Leah Cambridge, die in 2018 een BBL onderging in een privékliniek in Izmir.

    Op haar telefoon laat Melissa me foto’s zien van vrouwen op Instagram waarvan ze weet dat ze BBL’s hebben gehad in Turkse klinieken, en wijst ze me als een kunsthandelaar die namaak spot op tekenen die dit verraden. De navel bijvoorbeeld. Als er zoveel vet uit de taille wordt gehaald, kan de navel vervormd raken, zegt Melissa. Ook zijn de verhoudingen extremer: de taille is naar binnen toe uitgesneden en de billen zijn opgeblazen tot cartoonachtige proporties.

    ‘Het ziet er gewoon niet menselijk uit,’ zegt Melissa terwijl ze wijst op een vrouw wiens navel eruitziet alsof hij met stoom is gewalst en daarna uitgerekt. Melissa schudt vastberaden haar hoofd. ‘Dat is slecht gedaan,’ zegt ze. ‘En er zijn zoveel meisjes zoals zij.’

    Comfort Zone

    Een van de populairste Turkse klinieken, die op Instagram veel reclame maakt voor zijn BBL-pakket van 3000 pond [zo’n 3500 euro], heet Comfort Zone. De tijdlijn toont een parade van tanden, borsten, neuzen en billen, de meer intieme lichaamsdelen – tepels, anussen – zijn smaakvol bedekt met een stervormig ‘CZ’-logo. Als je de Comfort Zone-website bezoekt, doet cosmetische chirurgie denken aan een sparetraite. Je ziet foto’s van villa’s en zwembaden, gelukkig ogende mensen rond een ontbijttafel beladen met tropisch fruit in de vorm van bloemen. Mysterieus genoeg zijn er ook beelden van lege vergaderruimten, misschien om aan te geven dat hier de professionaliteit van de uitvoerende macht wordt beoefend, alleen niet op het moment dat de foto werd gemaakt.

    Comfort Zone werd tien jaar geleden opgericht door de Brits-Turkse zakenman Engin Yesilirmak, die eerder een vrachtvervoersbedrijf leidde. Yesilirmak vertelde me dat hij op het idee voor zijn nieuwe onderneming kwam toen hij in Istanboel cosmetische operaties regelde voor vrienden en familie en besefte dat de uitvoering gemakkelijk was en veel goedkoper dan in het VK: een ideaal businessmodel.

    Chirurgen in Comfort Zone voeren nu tweehonderd operaties per maand uit en het bedrijf huisvest voortdurend veertig patiënten in elk van de vijf ‘herstelvilla’s’. Comfort Zone biedt alles: neuscorrectie, BBL, borstimplantaten, ‘contouring’ en de ‘mama make-over’, een operatie die tot doel heeft de esthetische gevolgen van de voortplanting te corrigeren.

    Yesilirmak vermoedt dat vrouwen niet alleen door het goedkope BBL-pakket naar Comfort Zone worden getrokken, maar ook door de vrijheid die een Turkse chirurg geniet. ‘De doktoren hier zijn moediger dan in Europa,’ zegt Yesilirmak. ‘Hier nemen we vier liter vet.’ Op sommige posts van de kliniek wordt trots de precieze hoeveelheid vet vermeld naast afbeeldingen van een getransformeerd lichaam: ‘4200 cc eruit, 1200 cc erin.’

    Screen Shot 2021 04 30 at 4.38.44 PM 1

    Ook ‘dapper’ zijn volgens Yesilirmak de jonge vrouwen die regelmatig zijn kliniek alleen bezoeken. Yesilirmak, die misschien op de hoogte is van de vele verhalen over vrouwen die met complicaties uit Turkije terugkeren, wil graag benadrukken dat er, zoals bij elke operatie, risico’s zijn. ‘Het is de wet der gemiddelden,’ vertelt hij me. Volgens schatting van Yesilirmak gaat 2 procent van de operaties in Comfort Zone gepaard met kleine complicaties (een verbetering ten opzichte van 3 procent vorig jaar), maar hebben ze nog nooit een groot incident gehad. Als er toch iets misgaat, zegt hij, bieden ze na drie maanden een gratis ‘herziening’ aan. (Er zijn minstens twee Instagram-accounts die beweren mislukte operaties in Comfort Zone te documenteren. ‘Helaas beginnen sommige patiënten, in plaats van terug te komen voor een revisieoperatie, een haatcampagne,’ zegt Yesilirmak.) Hij beweert ook dat ze eerlijk zijn tegen vrouwen waarvan ze vinden dat ze ze niet kunnen helpen. ‘Als ze bijvoorbeeld echt overgewicht hebben en in één keer heel smal willen worden,’ zegt hij. ‘Dat is gewoon niet mogelijk.’

    Yesilirmak dwingt niemand om een ​​operatie te ondergaan, zegt hij. Comfort Zone maakt simpelweg reclame voor zijn diensten, het is aan de klanten of ze komen of niet. ‘We gebruiken geen opdringerige verkooptechnieken’, zegt hij. De marketing vindt voornamelijk plaats via Instagram-persoonlijkheden zoals het model Holly Deacon, de X Factor-deelnemer Chloe Khan die tot cosmetisch influencer is getransformeerd, en de blijvende reality-veteraan Katie Price. Af en toe gooien ze er een vreemde gimmick in. Om te vieren dat ze 100.000 Instagram-volgers bereikt hebben, nodigde Comfort Zone zijn fans bijvoorbeeld uit om een ​​reactie achter te laten op een post en vijf vrienden te taggen. Ze zouden dan een winnaar selecteren die een gratis operatie naar keuze zou ontvangen – en zo hun volgersaantal hopelijk vermenigvuldigen. (‘De onverantwoordelijke marketing, de verheerlijking, de bagatellisering, die stimulering,’ zegt Mary O’Brien, voorzitter van de British Association of Aesthetic Plastic Surgeons. ‘Dat zijn allemaal dingen waarop onze organisatie in het bijzonder de aandacht probeert te vestigen.’)

    ‘De weggeefacties zijn niet zo effectief,’ zegt Yesilirmak. De beste strategie is altijd influencerpromotie: zo trek je nieuwe klanten aan, zoals Katrina Harrison, die in 2019 aan Mirror vertelde hoe ze voor een BBL naar Comfort Zone was gegaan nadat ze Katie Price de kliniek had zien promoten. Harrison beweerde dat ze na haar operatie bijna stierf aan sepsis [bloedvergiftiging]. Toen ze terugkeerde naar het VK, stortte ze naar verluidt in op de luchthaven van Manchester en werd ze negen dagen lang in het ziekenhuis opgenomen. (Volgens Yesilirmak zijn haar beweringen ‘volledig verzonnen’. Desalniettemin introduceerde het Turkse ministerie van Volksgezondheid als reactie op soortgelijke gevallen in 2018 een strikter accreditatieproces voor Turkse bedrijven voor medisch toerisme.)

    Eind 2019, na haar laatste operatieronde, maakte Price een promotievideo voor het bedrijf, die een scène bevatte waarin ze achter in een limousine meerapte met 50 Cents ‘In Da Club’, maar dan met haar eigen tekst: ‘Comfort Zone, it’s where you wanna be! Smaller boobs and my eyelids!’ (‘Comfort Zone, dat is waar je moet zijn! Kleinere borsten en oogleden als die van mij!’) Zittend in een lommerrijke tuin verklaart ze dat haar recente operaties het begin zijn van een proces waarin ze geleidelijk zal veranderen in een ‘menselijke pop’. ‘Comfort Zone heeft gezegd dat ze me het perfecte lichaam zullen geven,’ zegt Price met een zekere geestdrift. ‘Maar het kost tijd, je kunt het niet allemaal tegelijk laten doen. Dit is slechts het begin!’

    5094464539 32f9e0ed12 o 1 1

    Schoonheid is altijd een kwestie van wreed toeval geweest: je wordt ermee geboren. We voeren allemaal trucs uit om ons uiterlijk te verbeteren die we hooghartig nooit in dezelfde categorie zouden plaatsen als cosmetische chirurgie – tanden recht laten zetten, wenkbrauwen epileren, Spanx. Onlangs betrapte ik mezelf erop dat ik me terwijl ik in de spiegel staarde afvroeg wat het zou kosten om die verzameling bruine zonnevlekken op mijn wang de vergetelheid in te laseren. (Te veel.) De worsteling met de natuur kan een dure en levenslange onderneming zijn, en daarom is het betaalbaarder en daarmee democratischer worden van cosmetische chirurgie misschien te interpreteren als een middelvinger naar de evolutie. We kunnen nu allemaal mooi zijn en daarvan de bijbehorende esthetische en financiële voordelen oogsten.

    De commerciële effecten van een BBL zijn duidelijk: ‘Het levert je meer werk op,’ zegt Glancey tegen Melissa, weer in de kliniek. ‘En vooral meer geld,’ vult Melissa aan. Haar BBL-lichaam triomfeert in de algoritmische schoonheidswedstrijd: ze krijgt meer likes, en de likes leveren haar meer optredens op.

    ‘Het is een investering,’ zegt Glancey. ‘Net zoals ik, als ik een nieuwe [operatiekamer] bouw, investeer in mijn bedrijf… het zou fiscaal aftrekbaar moeten zijn!’ (Melissa rekent 50 pond voor een Instagram-bericht en krijgt veel gratis kleding. Het zal even duren om de investering van 8000 pond terug te verdienen.)

    Een andere klant van Glancey, Jema genaamd, vertelt me dat haar job als glamourmodel aanzienlijk eenvoudiger is geworden sinds ze haar eerste BBL heeft gehad. Jema, een oldtimer in het vak, verscheen regelmatig inSunday Sport, ging vervolgens over op sociale media en werkt nu voornamelijk op OnlyFans, een enorm succesvol online platform dat wordt gedomineerd door glamourmodellen en pornoacteurs die privéberichten delen met betalende abonnees. Vroeger moest ze voor haar fans strippen of haar borsten met crème inwrijven, nu hoeft ze alleen maar in een topje en korte broek met haar nieuwe billen voor een camera te schudden.

    Jema berekende dat ze op OnlyFans 5000 tot 6000 pond per maand verdient: goed geld, maar niet zoveel als haar pornostervrienden, die elke maand tot 15.000 pond verdienen op het platform. En niet zo veel als het geld dat wordt verdiend over de rug van deze vrouwenlichamen door OnlyFans-oprichter Tim Stokely of de meerderheidsaandeelhouder, porno-ondernemer Leonid Radvinsky. (Volgens schattingen is de jaarlijkse netto-omzet van het platform 400 miljoen dollar.)

    Na haar tweede BBL, en alle voordelen die die met zich mee zou brengen, dacht Melissa dat ze tevreden zou zijn. Maar als je eenmaal bent geopereerd, vertelt ze me nu, kan het moeilijk zijn om te stoppen. Ze blijft op operatiewebsites browsen. ‘Ik ben nu helemaal weg van de neus van de skipiste,’ zegt ze. ‘Waar dat nou weer ineens vandaan komt?’

    Conservatieve look

    Melissa was verbaasd over haar eigen verlangen, maar dat kwam tot haar zoals meestal met verlangens het geval is: je ziet iets wat je leuk vindt, en je wilt het voor jezelf. Een operatie kan de manier waarop je naar je lichaam kijkt veranderen. Het is niet langer iets biologisch’ dat geleidelijk aan in verval raakt, maar een project dat steeds verder verbeterd kan worden, zoals een keuken. Het probleem is: wat gebeurt er als je de perfecte keuken hebt gebouwd, die blauw is, en als dan ineens iedereen besluit dat ie eigenlijk rood moet zijn?

    ‘Als iemand om extreem grote billen vraagt,’ zegt Glance op een avond aan de telefoon, ‘leg ik altijd uit dat mode kan veranderen.’ Ze zegt ze dat ze voor een meer conservatieve look moeten kiezen, anders hebben ze opnieuw een operatie nodig als het felbegeerde lichaam weer verandert – wat onvermijdelijk zal gebeuren.

    Hoeveel werk je er ook aan doet, het lichaam blijft levend, organisch, onvoorspelbaar. Zelfs het achterste van Kardashian West ziet er misschien niet altijd uit zoals nu, onlangs in een jurk gehuld met een afbeelding van Kardashian Wests eigen gezicht erop (2,1 miljoen likes). Hoe hard we ook proberen, niemand kan de natuur volledig afremmen. Zwaartekracht en tijd zullen bij een verouderende BBL opspelen, zoals ze altijd doen. Zelfs de perfecte onderkant zal doorzakken; zelfs het perfecte lichaam zal sterven.