Onderwerpen: Maatschappij

  • Hongersnood dreigt in Tigray | Estland vraagt VK om sancties tegen Belarus

    Hongersnood dreigt in Tigray | Estland vraagt VK om sancties tegen Belarus

    Hongersnood dreigt in Tigray

    Mark Lowcock, ondersecretaris-generaal voor humanitaire zaken en noodhulpcoördinator van de Verenigde Naties, waarschuwde deze week dat dringende maatregelen nodig zijn om hongersnood in de Ethiopische regio Tigray te voorkomen. ‘Er is een ernstig risico op hongersnood als hulp de komende twee maanden niet wordt uitgebreid’, aldus Lowcock tegen Al-Jazeera.

    In november vorig jaar gaf premier Abiy Ahmed van Ethiopië opdracht tot een militaire operatie in Tigray nadat hij het Tigray People’s Liberation Front beschuldigde van aanvallen op federale legerkampen. Het conflict in Tigray heeft in zeven maanden tijd duizenden mensen gedood en circa vijf miljoen mensen hebben dringend hulp nodig.

    Lees ook:


    Estland doet oproep aan VK

    De president van Estland, Kersti Kaljulaid, heeft er bij Groot-Brittannië op aangedrongen actie te ondernemen om te voorkomen dat antidemocratische regimes zoals dat van Belarus corrupt geld kunnen doorsluizen via het financiële centrum van Londen, aldus The Guardian.

    Haar pleidooi komt nadat de EU nieuwe economische sancties tegen Belarus heeft aangekondigd, alsmede strafmaatregelen tegen de nationale luchtvaartmaatschappij van Belarus, in een reactie op de kaping van een Ryanair-vlucht die leidde tot de arrestatie van de dissidente journalist Roman Protasevitsj, eerder deze week.

    Lees ook:

    De Estse president riep de Britse regering op eensgezind te zijn met de EU en alles in het werk te stellen om zich te verzetten tegen antidemocratische regeringen, zoals die van de Belarussische president Aleksander Loekasjenka. ‘We begrijpen dat er wettelijke beperkingen zijn, maar wees zo sterk als u kunt zijn, want dit is geld waarvoor het Belarussische volk lijdt onder een regime dat hun democratische rechten vertrapt’, aldus Kaljulaid.


    Cultuursector VS wacht nog op 16 miljard

    In december riep het Amerikaanse Congres een nieuw subsidieprogramma in het leven om muziekpodia, theaters en musea te steunen die vanwege de pandemie hun deuren moesten sluiten, maar van de beloofde 16 miljard is nog geen dollar uitgekeerd, meldt CNN. Uitbaters maken zich ernstig zorgen over de uitbetaling, die onder meer wordt vertraagd door technische problemen.


    Duitse vrouw verdient €1192 per maand minder

    De inkomenskloof tussen vrouwen en mannen in Duitsland groeit, zo blijkt uit cijfers van het Federaal Bureau voor de Statistiek. Mannen zouden gemiddeld 1.192 euro bruto meer per maand verdienen dan vrouwen.

    Het salarisverschil tussen mannen en vrouwen is 4 euro groter dan vier jaar eerder

    Het gemiddelde inkomen in april 2018, de laatst beschikbare cijfers, was 2.766 euro per maand. Over dat gemiddelde was het salarisverschil tussen mannen en vrouwen 4 euro groter dan vier jaar eerder, schrijft Die Tageszeitung. De kloof wordt vooral duidelijk bij hogere salarissen. Bijna 3,2 miljoen mannen, tegenover slechts ongeveer 800.000 vrouwen, verdienden 5.100 bruto euro per maand of meer. Dat komt neer op een mannelijk aandeel van bijna 80 procent. Bij topverdieners met minimaal 12.100 euro per maand lag het aandeel mannen met ruim 87 procent zelfs nog hoger. In deze salarisgroep gaat het om 158.000 mannen en 23.000 vrouwen.

    Omgekeerd zijn vrouwen sterk oververtegenwoordigd in groepen met lagere inkomens. Ongeveer 12,5 miljoen vrouwen ontvingen minder dan het gemiddelde inkomen van 2.766 euro, tegenover 8,3 miljoen mannen. Dit komt overeen met een vrouwelijk aandeel van ruim 60 procent.


    Hoger opgeleiden verlaten Italië

    Steeds meer hoger opgeleiden verlaten Italië. Volgens de Italiaanse Rekenkamer is de braindrain de afgelopen jaren sterk gestegen. ‘Beperkte vooruitzichten op een baan en lage lonen dwingen steeds meer afgestudeerden om het land te verlaten’, aldus de Rekenkamer, geciteerd door ANSA, die een toename noteert van 41,8 procent sinds 2013.

    Diploma’s in Italië bieden geen grotere kans op werk vergeleken met lagere opleidingsniveaus

    Net als andere landen ziet Italië steeds meer jonge mensen afstuderen, maar in tegenstelling tot andere landen, vertrekken steeds meer afgestudeerde jongeren naar het buitenland, zo stelt de Rekenkamer. ‘Het fenomeen is te wijten aan de aanhoudende moeilijkheden bij het betreden van de arbeidsmarkt en het feit dat diploma’s in Italië, in tegenstelling tot andere OESO-landen, geen grotere kans op werk bieden vergeleken met lagere opleidingsniveaus.’

    Opeenvolgende regeringen hebben geprobeerd de braindrain terug te draaien en ook de huidige premier Mario Draghi heeft gezworen om van Italië ‘een land voor jongeren‘ te maken met behulp van het door de EU gefinancierde coronaherstelplan.


    Veel Koreanen hebben geldzorgen

    Meer dan de helft van de volwassenen in Zuid-Korea heeft het afgelopen jaar last gehad van angst en depressie vanwege hun financiële status, zo blijkt uit Koreaans onderzoek schrijft The Korea Herald. Het onderzoek werd eind vorig jaar uitgevoerd onder 2000 mensen tussen 20 en 64 jaar, en wijst uit dat 58,1 procent van de respondenten hoge niveaus van stress en neiging tot zelfmutilatie heeft ervaren. Ongeveer 3,2 procent van de deelnemers dacht zelfs aan zelfmoord vanwege hun verslechterde financiële situatie. Niveaus van stress en depressie lagen hoger bij vrouwen en dertigplussers, de respons op zelfmoord en zelfmutilatie lag hoger bij mannen en bij twintig- en dertigjarigen.

    De deelnemers werd gevraagd om hun financiële welzijn te beoordelen op een schaal van nul tot 10. De gemiddelde score was 4,79. De mate van tevredenheid en geluk met financiële omstandigheden lag gemiddeld onder de 5 punten, terwijl het gemiddelde voor angst boven de 5 uitkwam.


    Minder expats in Saoedi-Arabië

    Maar liefst 2,24 miljoen buitenlandse werknemers hebben de privésector in Saoedi-Arabië verlaten sinds het koninkrijk in 2017 begon het aandeel van Saoedi’s in de sector te verhogen. Uit officiële gegevens blijkt dat het aantal buitenlandse werknemers van 2017 tot en met het eerste kwartaal van 2021 met 26,4 procent is afgenomen, bericht Middle East Monitor.

    Eind 2016 werkten er 8,49 miljoen expats in het land, eind maart 2021 waren dat er nog 6,25 miljoen. Het aantal Saoedische werknemers steeg in dezelfde periode met 10 procent van 1,68 miljoen naar 1,84 miljoen.

    Saoedi-Arabië wil het werkloosheidspercentage onder zijn burgers in 2030 teruggebracht hebben tot 7 procent.

    Lees ook:

  • Bankier, prinses, warlord: de vele levens van Asma al-Assad

    Bankier, prinses, warlord: de vele levens van Asma al-Assad

    In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Ze was zijn ambassadeur in landen waar hij niet graag werd gezien, wilde Damascus omvormen tot Europese metropool en ging uit winkelen terwijl de stad afbrandde. Wie is de vrouw die in het naoorlogse Syrië de touwtjes in handen heeft?

    De keuze van hoofdredacteur Laura Weeda

    Dit Economist-artikel is buitengewoon goed geschreven en geeft een heel mooi en genuanceerd beeld van de ontwikkelingen in Syrië de laatste dertig jaar vanuit een verrassend perspectief: de First Lady, Asma al-Assad. Ooit was ze in Syrië een gevierde vrouw die van Damascus één groot cultureel park wilde maken, nu komt ze vooral mysterieus en meedogenloos over. In haar levensverhaal wekt ze soms bewondering op, dan weer zijn haar gedrag en beslissingen volstrekt onnavolgbaar.

    Deze longread van Nicholas Pelham geeft ook goed weer hoe wankel geopolitieke relaties zijn door het grote contrast tussen Damascus als opbloeiende stad, toen Al-Assad er kwam wonen, en de ruïne die de hoofdstad van Syrië nu is.‘

    Afgelopen zomer circuleerde een foto van de First Lady van Syrië op social media. In het noordwesten van het land bombardeerden regeringstroepen op dat moment de overgebleven verzetshaarden. De foto toont Asma al-Assad, haar man Bashar al-Assad en hun drie kinderen op een winderige heuveltop, geflankeerd door soldaten in camouflagetenue. Met zijn windjack, sportschoenen en poloshirt vlot over zijn broek lijkt Bashar in alles op een huisvader die zijn kroost meeneemt op een zondagmiddagwandelingetje, en in niets op een man die dissidenten laat martelen. Asma oogt wat stijfjes, houdt haar armen langs haar lichaam. Witte spijkerbroek, sportschoenen en zo’n vliegeniersbril waar despoten in het Midden-Oosten om de een of andere reden dol op zijn. Ze staat midden op de foto; Bashar, president van Syrië, schurkt wat onhandig tegen haar aan.

    Achter Asma is een bedrieglijk vredig landschap te zien. Tien jaar na de Arabische lente, waarin miljoenen mensen in het Midden-Oosten zich tegen repressieve regimes keerden, heeft de heersende familie van Syrië de macht behouden en daar een gruwelijke prijs voor geëist.

    Het regime heeft honderdduizenden Syriërs vermoord en er ruim 14.000 doodgemarteld. De helft van de bevolking sloeg op de vlucht, waarmee de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog een feit werd. Iran, Turkije, de Verenigde Staten en Rusland, stuk voor stuk streden ze direct of indirect om invloed op Syrische bodem. In de hele Arabische wereld is de hoop op een betere toekomst vermorzeld, maar nergens ging dat met zo veel bloedvergieten gepaard als in Syrië.

    Marie Antoinette 

    Asma’s ster is in die tijd echter tot ongekende hoogte gerezen. Haar pad naar de heerschappij over dit verwoeste land was bochtig en legde ze af in vele gedaanten: de financieel expert van J.P. Morgan die tot in de kleine uurtjes doorwerkte om lucratieve deals uit het vuur te slepen; de glamoureuze First Lady die in de overtuiging verkeerde dat sociale hervormingen en haute couture een pariastaat konden moderniseren; de Marie Antoinette van Damascus, die uit winkelen ging, ook al stond haar land in brand; de moeder van de natie, die tegen kanker streed terwijl de troepen van haar man opstandelingen verpletterde.

    Waar eindigt de reis? De prominente plaats die ze in de hofhouding van de Assads wist te veroveren is niet langer alleen maar voer voor Syrische roddelcircuits. Vorig jaar bestempelde de Amerikaanse regering Asma tot een van de beruchtste oorlogsprofiteurs van Syrië. Er wordt nu zelfs gefluisterd dat ze haar man als president zou kunnen opvolgen. Asma al-Assad heeft de gestucte twee-onder-een-kapwoning in Londen waar ze is opgegroeid ver achter zich gelaten.

    Voor een dictatorsvrouw is haar achtergrond ongewoon. Asma Akhras werd in 1975 geboren in Acton, een onopvallend deel van West-Londen dat grenst aan veel rijkere buurten. Zoals de meeste Syriërs zijn haar ouders soennitische moslims: die vormden de dominante groep in Syrië totdat in de jaren zestig een kleine, gemarginaliseerde sekte, de Alawieten, een staatsgreep pleegde. Bashars vader, Hafez al-Assad, zat in het complot en riep zichzelf in 1970 uit tot leider van het land.

    Asma’s ouders kwamen in de jaren zeventig naar Londen, hopend op een beter bestaan. Het gezin bleef religieus: haar vader bezocht het vrijdaggebed in de moskee en haar moeder wierp haar hijab pas af nadat Asma was getrouwd. Vrienden omschrijven het gezin als cultureel conservatief, al was het wel de bedoeling dat de kinderen zouden assimileren. Op haar Anglicaanse basisschool stond Asma bekend als Emma. ‘Als je het niet wist, zou je niet denken dat ze Syrisch was,’ herinnert een buurman zich.

    Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door

    Asma leek bestemd voor een leven te midden van Londense welgestelden. Als tiener ging ze naar een van de oudste particuliere meisjesscholen van Groot-Brittannië, Queen’s College, niet ver van haar vaders particuliere medische praktijk in Harley Street. Ze studeerde computerwetenschappen aan King’s College in Londen. Vriend en vijand zeggen dat ze slim en ijverig was.

    Niemand kan zich herinneren dat zij enige belangstelling voor het Midden-Oosten toonde. Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door. ‘Ze was erg Engels en leek niets met Syrië te maken te willen hebben,’ aldus een vriend van de familie.

    Weinigen waren verrast toen ze een baan kreeg bij J.P. Morgan, een investeringsbank. Het personeel werd geacht soms 48 uur achter elkaar te werken en zelfs op kantoor te slapen. Sommige stagiairs waren vrijpostig en onverholen ambitieus, maar Paul Gibbs, Asma’s leidinggevende, herinnert zich haar als ‘bescheiden, beleefd en dienstbaar’. Ze droeg keurige zwarte pakjes. Ze specialiseerde zich in fusies en overnames (wat haar later in Syrië van pas kwam). Af en toe ging ze uit met een collega, ze kreeg zelfs huwelijksaanzoeken.

    Haar moeder, Sahar, had grootse plannen voor Asma. Haar eigen oudoom had Hafez al-Assad geholpen bij diens machtsgreep. Sahar wilde deze connectie gebruiken om Asma te koppelen aan Bashar, de tweede zoon van Hafez. Ten minste, dat schrijft de Libanees-Amerikaanse journalist Sam Dagher, auteur van het boek Assad or We Burn the Country.

    Slungelige student

    Bashar en Asma ontmoetten elkaar in het Londen van de jaren negentig. Hij was toen nog een slungelige student medicijnen, die in de schaduw van zijn autoritaire vader was opgegroeid. Als enige van zes broers en zussen ging hij in het buitenland studeren. Zijn afkeer van bloed bracht hem ertoe zich te specialiseren in oogheelkunde, een medisch vakgebied met niet al te veel aanzien. Bashars oudere broer, Basil, diende in het Syrische leger, reed in snelle auto’s en zat achter de vrouwen aan. Bashar was juist ‘ijverig, punctueel, ging elke dag naar de universiteit en vermeed uitspattingen’, aldus Wafic Said, een rijke Syrische expat die de familie kent. Hij luisterde naar Phil Collins en Electric Light Orchestra, dronk groene thee en bewoog zich op de fiets door de stad. In tegenstelling tot zijn vader, die zijn boerse tongval nooit zou kwijtraken, eigende Bashar zich het verfijnde, zangerige accent van de Damasceense elite toe.

    Hij was wel gevoelig voor vrouwelijk schoon en ging vaak uit met de gemanicuurde afdankertjes van zijn broer. De keuze van een vrouw mocht hij echter niet helemaal zelf bepalen. Toen Basil in 1994 omkwam bij een auto-ongeluk, rustte het lot van de Assad-dynastie plotseling op de schouders van Bashar. Die was nog ongetrouwd toen zijn vader in juni 2000 overleed. Twee maanden later bezorgden schijnverkiezingen hem het presidentschap.

    Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd

    Op dat moment werkte Asma al twee jaar bij J.P. Morgan. Maar ineens verdween ze en bleef drie weken lang weg, zonder kennisgeving. Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd. Hij had haar meegenomen naar Libië, waar hij hun verbintenis bezegelde in een tent in de Sahara. Asma koos voor de liefde en nam onmiddellijk ontslag.

    Buiten het Sheraton is Syrië een ingewikkelde plek. De bergen en woestijnen herbergen een lappendeken aan etnische en religieuze groepen, waarvan de meeste elkaar wel eens hebben dwarsgezeten. De Fransen maakten het land buit op de Ottomanen, hun bestuur tussen de wereldoorlogen was kort en omstreden. De eerste jaren van Syriës onafhankelijkheid verliepen echter ook verre van rimpelloos. Er woedde er een continue onderlinge strijd, de staatsgrepen volgden elkaar in rap tempo op.

    Aan deze woelingen kwam in 1970 een einde met de komst van Hafez al-Assad, een onbuigzame luchtmachtofficier van de regerende Baath-partij. Tijdens zijn schrikbewind onderhielden veiligheidsdiensten informantennetwerken, luisterden ze telefoons af en martelden ze mensen in het wilde weg. Toen soennitische islamistische dissidenten in 1982 in hun bolwerk Hama de Baath-heerschappij tartten, maakte Hafez een deel van de stad met de grond gelijk.

    GettyImages 110839797 2
    Bashar en Asma al-Assad te gast in Parijs bij de Quatorze Juillet-parade in 2008. – © Pool Benaninous / Getty Images

    Hafez was al dood tegen de tijd dat Asma eind 2000 naar Damascus verhuisde, maar zijn nalatenschap was alomtegenwoordig: van architectuur in Sovjetstijl tot uithangborden met zijn beeltenis die zijn lof prezen. Zijn steun aan terroristische organisaties in de regio had Syrië van het Westen vervreemd. De opkomst van Bashar bood een kans de betrekkingen te herstellen.

    In zijn inaugurele rede beloofde Bashar de corruptie te bestrijden en eerlijke meerpartijenverkiezingen toe te staan. Kort daarna sloot hij een van de grootste gevangenissen van het land. In de cafés van Damascus begon men voorzichtig over politiek te praten.

    Asma leek in deze periode van dooi een zeer geschikte partner voor de nieuwe Syrische leider. Koningin Rania van Jordanië, Sheikha Moza van Qatar, zelfs prinses Diana in Groot-Brittannië hadden stuk voor stuk laten zien hoe een door glamour omgloorde first lady een drijvende kracht achter hervormingen kon zijn. Dankzij de dominante positie van de seculiere Baath-partij, waren openbare functies toegankelijker voor vrouwen dan in de meeste Arabische landen. ‘Ik verwachtte dat deze twee Syrië samen tot een hemel aarde zouden maken,’ zegt Wafic Said, de eerder vermelde Syrische expat.

    Net als veel vrouwen die haar voorgingen, moest Asma wel rekening houden met haar schoonfamilie. Bashars moeder Anisa had gewild dat haar zoon binnen de clan was getrouwd teneinde een duurzame dynastie, zoals die van de Saoeds in Saoedi-Arabië, te creëren. Sommige familieleden vonden zelfs dat Bashar het presidentschap moest opgeven omdat hij met een soennitische was getrouwd.

    Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden

    Het lukte de moeder van Bashar niet het huwelijk af te wenden, dus besloot ze het te verdonkeremanen. Er kwamen geen nieuwsbulletins over de bruiloft. Officiële foto’s werden nooit vrijgegeven. Asma kreeg herhaaldelijk te horen dat het haar taak was om erfgenamen voort te brengen en uit het nieuws te blijven. Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden; staatsmedia noemden Asma akilatu alrais, de echtgenote van de president. Niemand die haar op straat herkende. Het huiselijk leven ging bepaald niet over rozen. ‘Ze haatten haar,’ aldus Ayman Abdel Nour, destijds adviseur van Bashar. Asma sprak nog geen vloeiend Arabisch. 

    Tijdens etentjes maakte de familie er een punt van om in onverstaanbaar Alawitisch dialect te converseren. De rest van de heersende elite was ook niet toeschietelijk. Met name de voormalige bondgenoten van zijn vader dwarsboomden de hervormingen van Bashar. ‘Hafez al-Assad was een octopus die zijn tentakels aanstuurde,’ zegt een aan het regime gelieerde zakenman. 

    Masker

    Binnen enkele maanden werd duidelijk dat Bashars beloften van hervormingen weinig om het lijf hadden en vooral waren bedoeld om steun voor zijn opvolging te verwerven. ‘Bashar vertelde je precies wat je wilde horen en deed vervolgens helemaal niets,’ zegt Wafic Said. Al snel viel het masker. Academici belandden in de cel. De affiches van Bashar kregen nog grotere afmetingen dan die van zijn vader. Het recht op openbare vergaderingen werd dermate ingeperkt dat paren een overheidsvergunning nodig hadden om een bruiloft in een hotel te houden.

    Herhaaldelijk werd de hoop op verandering in Syrië getorpedeerd. Na de aanslagen van 11 september 2001 gaf Bashar de Amerikanen de middelen om terreurverdachten te ondervragen. ‘Democratie verspreiden’ was destijds evenwel het credo van de regering-Bush, en Syrië kon wel eens het volgende doelwit van dit voornemen zijn. De ontwikkelingen in Irak brachten het Syrische regime ertoe het roer weer om te gooien. Bashar stuurde jihadisten van eigen bodem de grens over om de Iraakse opstand tegen de Amerikanen te steunen.

    Terwijl hij zijn machtspositie versterkte, vervulde Asma plichtsgetrouw de rol van fokmerrie. Ze kreeg snel achter elkaar drie kinderen, van wie twee zonen. Nog steeds kleedde ze zich als een ingetogen bankemployé. De enige keren dat ze de krantenkoppen haalde, was tijdens buitenlandse reizen. En zelfs dan werd de woede van haar schoonfamilie gewekt.

    Onmenselijkheid

    De onmenselijkheid binnen de familie werd geëvenaard door wreedheid erbuiten. Op 14 februari 2005 kwam een van de meest prominente politici van Libanon, Rafik Hariri, om het leven door een aanslag met een autobom. Syrië hield zijn kleine, disfunctionele buurman al jaren onder de duim en velen gingen ervan uit dat Bashar de opdracht had gegeven. Onder druk van mogelijke internationale sancties en massale demonstraties in Libanon, haalde Bashar bakzeil. Na dertig jaar bezetting trok hij zijn troepen terug uit Libanon – tot woede van de Syrische hardliners. Meer dan ooit had Bashar bondgenoten nodig: zijn Britse vrouw zou westerse regeringen gunstig kunnen stemmen. Hij beloofde Asma dat hij haar schoonfamilie het zwijgen zou opleggen en stemde ermee in haar tot ‘First Lady’ te promoveren.

    Twee maanden na de moord op Hariri stond zij aan de zijde van haar man bij de begrafenis van paus Johannes Paulus II. Weinigen wilden zijn hand schudden, maar Asma, discreet aantrekkelijk in haar zwartkanten sluier, viel wél in de smaak. Op foto’s is te zien hoe zij zich met wereldleiders onderhoudt. Dit was een beslissend moment voor het paar. Tot dan was Asma, de indringer, naar het tweede plan verbannen. Nu ging ze een centrale rol spelen in de internationale rehabilitatie van Bashar. ‘Ze was zijn ambassadeur in alle landen waar hij niet graag gezien werd,’ zegt Abdel Nour, de voormalige adviseur van Bashar.

    In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Zij zou het niet in haar hoofd halen joden ‘moordenaars van Christus’ te noemen, zoals hij had gedaan in een poging christenen aan zich te binden. Ook thuis retoucheerde Asma het imago van het stel. De Assads gingen voortaan prat op hun bescheidenheid. Ze meden het gigantische, met marmer beklede paleis dat de Saoedi’s voor de Assads hadden laten bouwen, en kozen voor een soberder onderkomen van drie verdiepingen. Asma haalde haar kinderen elke dag op van de plaatselijke Montessorischool. Toen Wafic Said bij hen thuis dineerde, was hij verbaasd over het gebrek aan pracht en praal. Het echtpaar diende het eten zelf op.

    ‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs’

    Niettegenstaande deze soberheid gaf Asma met hulp van een nieuwe kapper haar uiterlijk en uitstraling een stevige oppepper. Haar naaldhakken en oorbellen kregen er een paar centimeter bij, haar nagels waren verzorgd en gelakt. Hoewel zij noch Bashar een trouwring droeg, sierden koninklijke agaten haar hals. Het grondpersoneel van Syrian Airlines in Londen herinnert zich de aanvoer van talloze kisten met kleding uit de beste Londense warenhuizen.

    Syrische diplomaten noemden haar Imelda Marcos, naar de Filipijnse first lady met een schoenenverslaving. Het charmeoffensief wierp vruchten af. Slechts enkele maanden na de moord op Hariri opperde The New York Times dat het paar ‘de essentie van seculiere West-Arabische fusion’ belichaamde. ‘Ik was betoverd,’ zegt een Syrische diplomaat die nu in ballingschap is en destijds een Europese rondreis voor hen organiseerde. ‘Ze pakt je onmiddellijk in met haar lieftalligheid. En hij is anders dan andere dictators in het Midden-Oosten, ziet er modern en verfijnd uit. Dat maakt hem zo gevaarlijk.’

    Asma’s volgende project was Syrië zelf. Na decennia van centrale planning en importbeperkingen wilde ze een frisse wind door het land laten waaien. Ze begoochelde haar man met financieel jargon en drong er bij de banksector op aan zich open te stellen voor particuliere en buitenlandse bedrijven. ‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs,’ vertelt een Syrische econoom.

    Economische hervormingen strookten echter niet met de belangen van een aantal machtige Syriërs. Om de zakelijke cultuur te veranderen, moest Asma het opnemen tegen Rami Makhlouf, neef van Bashar en lid van de aristocratische clan van diens moeder. Volgens sommige schattingen hadden de bedrijven van Makhlouf meer dan de helft van de Syrische economie in handen. Asma tartte zijn suprematie in 2007 door haar eigen holdingmaatschappij op te richten, maar slaagde er niet in genoeg Syrische zakelijke zwaargewichten aan haar kant te krijgen. Haar plannen voor de Syrische economie moesten in de ijskast.

    Asma vond al snel een nieuwe manier om haar invloed uit te breiden. Al vroeg in haar huwelijk had ze zich met liefdadigheid beziggehouden. Nu probeerde ze haar projecten in één organisatie, de Syria Trust for Development, samen te brengen. Ze wilde van deze trust de voornaamste trait d’union van Syrië  met de rest van de wereld maken. Met dat doel ging ze koortsachtig werven onder Engelstalige Syriërs in het buitenland, voormalige functionarissen van de Verenigde Naties en strategen van het Amerikaanse managementadviesbureau Monitor Group. ‘De trust mocht met buitenlanders omgaan, terwijl andere organisaties daar geen toestemming voor hadden,’ zegt een diplomaat die in Damascus werkte.

    Met zijn ruige landschap en archeologische rijkdommen behoorde Syrië een toeristische trekpleister te zijn, vond Asma. Ze wierf curatoren van het Louvre en het British Museum en liet die op het centrum van Damascus los. Een cementfabriek zou een galerie worden, naar het voorbeeld van het Londense Tate Modern. De oevers van een smoezelige rivier door de stad moesten in een cultureel park worden omgetoverd. Er zou een spoorlijn komen om Damascus te verbinden met de oude Assyrische steden in het onderontwikkelde noordoosten.

    Prinsessengedrag

    De meeste westerse diplomaten in Damascus steunden de trust van Asma van harte. Ze wist de Europese Unie, de VN, de Wereldbank en Qatar voor zich te winnen, en vergaarde miljoenen dollars voor de financiering van haar visie. Krantenartikelen bejubelden de ‘culturele renaissance’ van Damascus, zoals Asma die noemde. ‘Dit is hoe je extremisme bestrijdt: met kunst,’ zei Bashar.

    Haar collega’s zagen ook een andere kant van haar. Op goede dagen was ze ‘enorm nieuwsgierig’ en ‘uitermate behulpzaam’, aldus een oud-medewerker. Maar een andere adviseur bewaart wat minder prettige herinneringen aan haar ‘prinsessengedrag’, haar geschreeuw, en hoe ze zich op anderen afreageerde. Hij nam na acht maanden ontslag: ‘Ze is een control freak, een eng mens.’

    Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken

    Maar ze was ook effectief. ‘Het was opvallend hoe vaak ze zei: Ik zou willen dat er dit of dat gebeurde, en het dan ook gebeurde,’ aldus iemand die zes jaar voor haar in Damascus werkte. Haar personeel hield zich aan het straffe schema waaraan ze bij J.P. Morgan gewend was geraakt: het kantoor ging om zes uur ’s ochtends open en het werk ging tot in de late uren door. Ambtenaren wisten dat ze Asma beter konden raadplegen dan de minister van Cultuur als het om belangrijke kwesties ging.

    Asma huurde Britse en Amerikaanse pr-firma’s in om haar imago op te poetsen. Die vlogen parlementariërs van over de hele wereld in om haar goede werken te bewonderen. Allerlei beroemdheden kwamen naar Damascus, onder wie Angelina Jolie en Brad Pitt, Sting en Damon Albarn van Blur. De grootmoefti nodigde Syrische joden uit die decennia eerder voor vervolging waren gevlucht. Brown Lloyd James, een Amerikaans pr-bedrijf, regelde in maart 2011 een coverstory in Vogue, waarin Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken. 

    Onbenullen

    De trust had beperkte bevoegdheden. ‘Wat met de moskee, religie en politiek te maken had lieten we ongemoeid,’ zegt een medewerker. Dergelijke grenzen waren wel moeilijk te bewaken. Opvoeders reisden door Syrië met een grote opblaasbare iglo die bedoeld was als ‘vertelruimte’, gebouwd met de hulp van een voormalig directeur van het Science Museum in Londen. Het was de bedoeling dat alleen onomstreden kwesties aan de orde zouden komen, zoals het recht van een kind op schone lucht. Er werden echter ook misstanden van het regime aangekaart.

    ‘Een jongen zei dat hij een verhaal had over mensenrechten en vertelde hoe hij werd gearresteerd, uitgekleed en op een fles moest gaan zitten,’ aldus een organisator. De buitenlandse consultants van de trust woonden in een vergulde bubbel in Damascus: ze bestelden sushi via roomservice, streken hoge salarissen op, en kletsten ondertussen over vermogensopbouw. ‘Veel dorpen hadden geen goede riolering of elektriciteit en dan verscheen zij daar met haar adviseurs en vertelde ze over ondernemerschap, het maatschappelijk middenveld, duurzame ontwikkeling en kaas maken,’ zegt Samir Aita, een adviseur van het ministerie van Financiën. ‘Asma dacht dat de Syria Trust alles voor elkaar kon krijgen, maar het waren gewoon onbenullen die arme boeren in het Engels toespraken.’

    Binnen de trust zelf rees het vermoeden dat de organisatie slechts een voertuig was voor Asma’s zelfverheerlijking. Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’ en opstaan als ze een vertrek betrad. Onder hen die garen sponnen bij Asma’s opkomst was haar eigen vader, Fawaz Akhras. Kort nadat Asma met Bashar getrouwd was, richtte hij de British-Syrian Society op, een organisatie in Londen die politieke en financiële steun voor Syrië wierf. Hij coördineerde de activiteiten van de vereniging met de club van Asma en trok tal van rijke Syriërs aan. Akhras was openhartig over zijn nauwe banden met de macht: zijn favoriete aanhef van een toespraak was: ‘Als schoonvader van de president…’ 

    ‘Vergeleken met hem was de Syrische ambassadeur een loopjongen,’ zegt Yahya al-Aridi, die voor de Syrische regering de communicatie verzorgde in Londen. Asma’s rijzende ster kwam ook het internationale profiel van Syrië ten goede. Amerikaanse functionarissen bezochten Damascus weer, zeker na Obama’s presidentsverkiezing in 2008. Het gerucht deed de ronde dat er een uitnodiging voor Washington ophanden was. De Fransen waren haar nog gunstiger gezind. Paparazzi volgden de Assads op de voet toen ze Parijs bezochten. ‘Zij verspreidt licht in een land vol schaduwen,’ schreef Paris Match over Asma.

    Op 10 december 2010 sprak ze de verzamelde Franse elite toe op de Internationale Diplomatieke Academie, een denktank in Parijs. Ze repte over de ‘verandering die gaande is in mijn land’. Een paar dagen later stak een Tunesische groenteverkoper zichzelf in brand en ontketende daarmee opstanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten die spoedig de Arabische Lente werden genoemd. *Snel zou blijken dat de Assads niet genoeg hadden aan soft power en naaldhakken om die lente te kunnen overleven.

    De eerste twee maanden van 2011 heerste er opwinding in het Midden-Oosten. Na decennia van stagnatie en onderdrukking werd het overspoeld door demonstraties, van Tunesië tot Libië, Algerije tot Bahrein, Jordanië tot Jemen. Massaprotesten in Caïro brachten het bewind van Hosni Moebarak, dictator van Egypte gedurende bijna dertig jaar, ten val. Het tij van de revolutie leek niet te keren. Veel Syriërs lieten zich meeslepen door wat ze zagen, maar angst weerhield de meesten van hen de straat op te gaan. Toen, op een februariavond in het saaie plattelandsstadje Deraa ten zuiden van Damascus, spoot een groep schoolkinderen graffiti op een muur met de tekst: ‘Nu is het jouw beurt, dokter.’

    Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’

    De plaatselijke veiligheidschef was een neef van Bashar – een misdadiger, zelfs naar de maatstaven van de Syrische geheime diensten. Zijn mannen pakten de kinderen op en martelden ze. Grote groepen mensen verzamelden zich buiten de moskeeën van Deraa en eisten waardigheid en vrijheid. Troepen openden het vuur.

    Aanvankelijk was het niet duidelijk – zelfs niet voor Asma, zo lijkt het – hoe Bashar zou reageren. Een generaal gaf hem de raad de plaatselijke veiligheidschef gevangen te zetten en excuses aan te bieden voor het bloedvergieten in Deraa. De grotere steden in Syrië waren nog steeds rustig, dus zouden publiek berouw en nieuwe hervormingsbeloften mogelijk volstaan om de situatie in de hand te houden.

    In Washington hielp de ambassadeur van Syrië Bashar bij het opstellen van een toespraak waarin hij deze hervormingen aankondigde. Ook Asma leek een sussende boodschap aan het volk te verwachten. Toen de Arabische lente in een stroomversnelling kwam, zei ze dat het regime wist dat het moest veranderen. Volgens een voormalige medewerker probeerde ze met de oppositie te praten.

    ‘Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was’

    Op 30 maart sprak Bashar het grotendeels ceremoniële parlement van Syrië toe. ‘Syrië moet een grote samenzwering het hoofd bieden,’ verklaarde hij tot veler verrassing. Hij bestempelde beelden van veiligheidstroepen die demonstranten neerschoten tot nep. Hij wees de oproepen tot hervorming af en zei dat ze een dekmantel vormden voor een niet nader gespecificeerd buitenlands complot.

    ‘Hier sprak het oude regime,’ zegt een van Asma’s bestuursleden, die Syrië direct na de toespraak verliet. ‘Er was geen enkel woord van verzoening, geen erkenning dat er veel dingen anders konden. Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was.’

    Na de toespraak groeiden de demonstraties wekelijks in aantal en omvang. Zeker na het vrijdaggebed namen ze massale vormen aan. Zo begon een escalerende cyclus van begrafenissen, protesten en geweld. Binnen een maand stuurde het regime eerst boeventuig op de bevolking af, daarna kwamen de sluipschutters en ten slotte werd er zwaar geschut ingezet.

    De invloed van Syrische generaals, hoofden van inlichtingendiensten en van de Baath-partij was de afgelopen tien jaar afgenomen. Dit was hun moment van vergelding. Anisa, de moeder van Bashar, drong ook aan op een ferme reactie. Wat zou je vader hebben gedaan, schamperde ze tegen Bashar. De opstand tegen diens bewind in 1982 had hij op uiterst brute wijze de kop ingedrukt. Een voormalige Franse ambassadeur in Damascus zegt dat Bashar rond deze tijd op de volgende uitspraak werd betrapt: ‘Mijn vader had gelijk. Duizenden doden in Hama hebben ons drie decennia stabiliteit opgeleverd.’

    Ziektekiemen

    Terwijl Syrië in chaos verviel, stortten Asma’s luchtkastelen in. Een gala ter gelegenheid van de herlancering van het nationaal museum werd afgelast. Haar culturele vernieuwingsprojecten kwamen niet van de grond. Na zeven jaar planning bleef het Museum of Discovery, naar het voorbeeld van het Science Museum in Londen, een betonnen omhulsel. De financiering droogde op en adviseurs verlieten het land. Ze verwijderden de Syria Trust uit hun bestanden. De meest prominente westerse bezoekers waren paria’s als Nick Griffin, toenmalig hoofd van de extreemrechtse British National Party. Wafic Said zegt dat hij Bashar destijds op het hart drukte een gematigde koers te volgen. ‘Ze houden van jou en je vrouw, je bent geen Moebarak,’ hield hij hem voor. ‘Mis deze kans niet om de grootste leider in de Arabische wereld te worden. Geef ze gewoon wat rechten, een beetje waardigheid en je zult voor de rest van je leven worden bemind.’ Maar Bashars koers lag vast. In een tweede toespraak, in juni, vergeleek hij demonstranten met ‘ziektekiemen’. Syrië stond aan de vooravond van een duister hoofdstuk in zijn geschiedenis.

    In februari 2012, een jaar nadat de Arabische Lente was uitgebroken, richtte de Vierde Pantserdivisie van Syrië onder bevel van Maher, de jongere broer van Bashar, haar artillerie op Homs, in het westen van Syrië. Asma’s ouders waren opgegroeid in de stad; nu waren de protesten daar tot een gewapende opstand uitgegroeid. Soldaten liepen over naar de rebellen. In het hele land waren al zo’n zevenduizend burgers omgekomen.

    Sinds het begin van de protesten was Asma nauwelijks in het openbaar verschenen, wat aanleiding gaf tot geruchten. Was ze een gevangene van de omstandigheden of steunde ze de acties van haar man? Misschien was ze wel naar het buitenland gevlucht. Mensen die in de begindagen van de crisis vertrouwelijk met haar spraken, zeggen dat ze strikt vasthield aan de officiële lijn: de opstand was een buitenlandse samenzwering. 

    In theorie had Asma naar Londen kunnen gaan. Er werd haar een veilige doortocht aangeboden. De Britse regering verklaarde herhaaldelijk dat ze haar als Brits staatsburger de toegang tot het land niet kon ontzeggen. Maar ook in Londen was de sfeer weinig uitnodigend. Demonstranten smeerden rode verf op de deur van haar ouderlijk huis in Acton. Queen’s College schrapte haar naam van de lijst eervolle alumni.

    Om sancties te vermijden liet ze haar kapper inkopen doen

    Er werd gefluisterd dat Asma de wijk had genomen. Een toenmalige functionaris van de Syrische ambassade in Londen herinnert zich dat veiligheidsfunctionarissen zich voorbereidden om eind 2011 een VIP te ontvangen. Anderen zeggen dat ze op weg naar de luchthaven van Damascus werd tegengehouden door handlangers van het regime. Maandenlang gaf Asma geen interviews. Vroegere vrienden vonden dat ze er in januari 2012, tijdens een zeldzaam openbaar bezoek aan een pro-regeringsbijeenkomst, uitgemergeld uitzag. Op zeker moment verhuisden zij en haar kinderen naar het zomerpaleis van de familie aan de kust, ver van beschietingen en traangas.

    Nu ze het zonder openbare functie moest stellen, concentreerde Asma zich op een opknapbeurt van haar huis. In het eerste jaar van de opstand plaatste ze een advertentie voor een tuinman en gaf ze 250.000 Britse ponden uit aan meubels. Om sancties te omzeilen stuurde ze haar kapper naar Dubai om boodschappen te doen en gebruikte ze een schuilnaam voor haar bestellingen bij Harrods. Een contact van de Assad-familie in Londen handelde haar verzoeken voor kroonluchters af. Asma’s koopwoede kwam aan het licht aan de hand van duizenden e-mails van Assads intimi, die in 2012 door activisten van de Syrische oppositie naar The Guardian werden gelekt. Ook WikiLeaks deed een duit in het zakje. De berichten wekken de indruk dat Asma in dubio verkeerde.

    In december 2011 had ze een e-mail-uitwisseling met de dochter van de toenmalige emir van Qatar, die een vriendin van haar was totdat de Qatari’s zich achter de Syrische rebellen schaarden. De prinses hield Asma voor dat het ‘niet te laat was om zich te bezinnen en die staat van ontkenning af te schudden’. Asma’s antwoord was opvallend dubbelzinnig: ‘Het leven is niet eerlijk, meisje – maar uiteindelijk is er een realiteit waar we geen van allen omheen kunnen.’ Ze leek te suggereren dat er krachten waren die haar dwongen te blijven.

    De e-mails boden ook een inkijkje in het huwelijk van de Assads. Velen menen dat de verbintenis vooral gericht was op veiligstelling van de belangen beider families. Bashar stond bekend als schuinsmarcheerder. Dat bleek ook uit eveneens gelekte aanhankelijke mails van jonge vrouwelijke assistenten. Toch toonden Bashar en Asma genegenheid voor elkaar. Op 28 december 2011, toen tanks de geboorteplaats van haar familie – Homs – beschoten, schreef Asma haar echtgenoot: ‘Als we samen sterk zijn, komen we dit ook samen te boven … ik hou van je.’ Het is onduidelijk of wat ze ‘te boven moesten komen’, betrekking had op Syrië of op hun huwelijk.

    Een paar dagen later, toen ze haar batta (‘eend’ in het Arabisch, en haar koosnaam voor haar man) mailde, reageerde hij met een hartje. In februari 2012 leek Bashar zich op verdekte wijze te verontschuldigen voor zijn gescharrel door haar een country-and-western liedje te sturen met de tekst: ‘I’ve made a mess of me / The person that I’ve been lately / Ain’t who I wanna be.’ Niet veel later gaf Asma haar eerste officiële verklaring af sinds het begin van de opstand: ‘De president is de president van heel Syrië, niet de leider van een Syrische factie, en de First Lady steunt hem in deze rol.’

    Als men dissidenten mag geloven maakte Asma’s verzoening met haar echtgenoot deel uit van haar pogingen terug te keren in het openbare leven. Voortaan zou ze een volwaardige partner van het staatshoofd zijn. In de zomer van 2012 vluchtte de zus van Bashar, Bushra, naar Dubai nadat haar man was omgekomen bij een bomaanslag. De rebellen eisten de verantwoordelijkheid op, maar ze leken helemaal niet in staat tot een dergelijke actie. Bushra en haar echtgenoot behoorden tot de grootste vertolkers van anti-Asma-sentiment in intieme kring. Velen gingen ervan uit dat de moord een inside job was.

    Zenuwgas

    Het jaar daarop verbeterden de vooruitzichten van Bashar. Hij bracht de opmars van de rebellen tot staan en joeg ze uit hun bolwerk in Homs. Antiregeringstroepen controleerden nog steeds enkele buitenwijken van Damascus en bestookten het stadscentrum met granaten, maar waren niet in staat de Assads omver te werpen.

    Naarmate de oorlog voortduurde, werd Bashar meedogenlozer. Een westerse diplomaat herinnert zich de langzame escalatie van geweld – het gebruik van artillerie tegen burgers, de luchtaanvallen en tenslotte vaatbommen. ‘Ze deden iets één keer, en dan was er verontwaardiging, maar niet zo veel dat er internationale interventie dreigde,’ zei de diplomaat. ‘Dus breidden ze het uit, en werd dat het nieuwe normaal.’

    De internationale veroordeling van de misdaden van Bashar zwol aan, maar de langzame wurging van Syrië in plaats van een grootscheeps offensief zorgde ervoor dat er geen interventie kwam. Op 21 augustus 2013 verschenen er nieuwe beelden van mensen in de door rebellen bezette buitenwijken van Damascus met schuimende bellen bij hun neus en mond en schokkende ledematen. Honderden stierven aan vergiftiging door sarin, een zenuwgas, zo bleek uit een VN-onderzoek. Het was de ergste aanval met chemische wapens sinds de gifgasaanval van Saddam Hoessein in 1988 op het Koerdische stadje Halabja, die aan zo’n vijfduizend mensen het leven kostte. De volgende dag, terwijl de wereld nog bezig was de beelden te verwerken, werd op Facebook een uitgebreide fotoreportage gepubliceerd van officiële activiteiten van de First Lady. Op een foto was zij te zien met haar man, zetelend in een zee van bloemen op een balkon. Het onderschrift luidde: ‘Liefde is een land dat wordt geleid door een leeuw die korte metten maak met samenzweringen, en een First Lady die haar vaderland is toegewijd.’ 

    Nieuwe Asma

    De vernietiging van Syrië in de daaropvolgende jaren valt moeilijk te becijferen. In 2014 benutte de soennitische terreurbeweging Islamitische Staat de chaos om een zogenaamd kalifaat in Syrië en Irak te stichten. Die vormde een ernstige bedreiging voor de troepen van Bashar, maar verzwakte ook de steun voor zijn oppositie en legitimeerde Iraanse en Russische steun. Hoewel Bashar Aleppo als laatste van de grote steden in 2016 heroverde, bleef hij met bommen gooien: bijna de helft van de Syrische steden kwam in puin te liggen. De VN stopten in 2016 met het tellen van doden: dat waren er al bijna een half miljoen. Ruim 10 miljoen Syriërs werden vluchteling. 

    De nieuwe realiteit van Syrië vereiste een nieuwe Asma. De hakjes, de manicures, de powerjackets en de sieraden verdwenen. Ervoor in de plaats kwamen platte schoenen, T-shirts en broeken, die haar dunne armen en breekbare gestalte aan het licht brachten. 

    ANP 415356501 2
    Bashar al-Assad en zijn vrouw Asma op bezoek bij soldaten ergens in Syrië in 2020. Op de achterste rij hun kinderen. – © ANP / Abacapress

    In 2018 werd er bij Asma borstkanker vastgesteld. De ziekte weerhield haar er niet van om zorgvuldig toe te zien op haar publieke imago en ervoor te zorgen dat iedereen wist dat ze in Syrië was gebleven voor haar behandeling. Van haar strijd brachten de presidentiële sociale mediakanalen en staatsmedia gedetailleerd verslag uit. Ze werd zelfs gefilmd terwijl ze de operatiekamer in werd gereden. Toen haar haar uitviel werd ze gefotografeerd met chique hoofddoeken die zowel van kwetsbaarheid als kracht getuigden, een onweerstaanbare metafoor voor de strijd van haar man tegen de opstand. ‘Gefeliciteerd met uw overwinning op kanker,’ stak een tv-interviewer van wal. ‘Dank u,’ antwoordde Asma. ‘Ik hoop dat we binnenkort ook de overwinning van Syrië kunnen vieren.’ Nog voor haar volledige herstel toonden regeringsgezinde media hoe Asma deelde in het verdriet van Syrië. 

    Vergezeld van cameraploegen klopte ze op deuren in verarmde bergdorpen, omhelsde de verraste moeders van martelaren en stopte hen wat toe. Ze werkte zo hard aan haar Arabisch dat zelfs Syriërs geen Engels accent meer ontwaarden. Westerse media stond ze niet meer te woord, ze accepteerde alleen nog verzoeken van Russische en lokale zenders. 

    Het inkomen van haar liefdadigheidsinstelling, de Syria Trust, droogde op nadat de EU in 2012 sancties had opgelegd. Nu stroomde er internationale humanitaire hulp binnen om Syriërs te ondersteunen die door de oorlog alles kwijt waren geraakt. Veel van dat geld kwam al snel bij Asma terecht. Voor VN-agentschappen die hulp wilden bieden aan door het regime gecontroleerde gebieden, was de trust een onschatbare gesprekspartner: het Engelssprekende personeel was vertrouwd met internationale regel-geving. Asma kon deuren en checkpoints openen. In 2017 werd er meer VN-geld via de trust gesluisd dan via veruit de meeste andere Syrische organisaties. Zelfs VN-veteranen waren geschokt door de mate waarin hun organisatie zich inliet met Syrische overheidsinstanties. 

    Van 2016 tot en met 2019 ontving de Syria Trust elk jaar steeds méér geld van VN-agentschappen (de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR alleen al schonk 6,5 miljoen dollar in de eerste vijf maanden van 2018). De trust telde tegen 2020 bijna vijftienhonderd medewerkers, een vertienvoudiging in tien jaar tijd, en vijfduizend vrijwilligers. Als hoofd van de Syria Trust verwierf Asma meer dan alleen rijkdom. Ze schiep een uitgebreid patronagenetwerk, waartoe ook Syrische krijgsheren behoorden. Naar verluidt betuigden mensen hun dankbaarheid voor haar bescherming en welwillendheid door geldkoffers af te leveren bij organisaties waarmee ze banden had. Asma profiteerde ook nog op directere wijze van de oorlogseconomie. Een bedrijf waaraan ze gelieerd was sleepte een overheidscontract voor het beheer van smartcardbetalingen binnen. Ze lanceerde ook een distributiebedrijf van mobiele telefoons, Emmatel geheten (als kind werd ze Emma genoemd). Het kwam op naam te staan van Khodr Ali Taher, ‘Asma’s façade voor alles’, volgens een zakenman. 

    Syriatel

    Asma is volgens een Europese Assad-lobbyist Bashars ‘belangrijkste economische adviseur’ geworden. In 2019 zetten de Russen hem onder druk om leningen terug te betalen, en verscherpte Amerika de sancties. De Syrische regering had dringend geld nodig en de Assads zochten een doelwit. In de loop van tientallen jaren had Rami Makhlouf, de neef van Bashar, zijn connecties met de heersende familie gebruikt om een zakelijk imperium op te bouwen, met importmonopolies en smokkelroutes. Een van zijn troeven was Syriatel, de belangrijkste gsm-aanbieder. Op papier was Makhlouf een succesvol zakenman, in de praktijk trad hij op als overheidspotentaat. Beweerd werd dat hij met één telefoontje een minister kon ontslaan.

    Sinds Anisa – Bashars moeder – dood was, had Makhlouf zijn beschermer verloren. De Syria Trust nam de liefdadigheidsinstelling over die hij had gebruikt om gunsten te winnen in gebieden waar veel Alawieten wonen. De regering stelde Syriatel onder curatele. De bankrekeningen van Makhlouf werden bevroren en relaties van Asma werden aangesteld in de raden van bestuur van zijn ondernemingen. De fusies en overnames van Asma gaan in hoog tempo door. Het op een na grootste gsm-bedrijf van Syrië is ook onder curatele gesteld; vorige maand werden Asma’s trawanten in het bestuur benoemd. Emmatel heeft nu vestigingen in het hele land, zelfs in gebieden die haar man niet controleert. 

    Vlak na de gifgasaanval zitten ze samen in een bloemenzee op een balkon

    Hoe het ook zij: Asma kan niet meer worden verweten dat ze niet begrijpt hoe Syrië werkt. In het naoorlogse Syrië heeft Asma de touwtjes in handen*. In Homs zijn portretten van haar te zien die hele woonblokken beslaan. Ministers hebben ervoor gekozen haar beeltenis naast die van Bashar in hun kantoren te tonen. Zo ver had nog geen enkele Syrische First Lady het geschopt. Nu Makhlouf op een zijspoor is gezet en de zus en moeder van Bashar er niet meer zijn, heeft Asma nog maar weinig rivalen van enige statuur in intieme kring. Veel van haar naaste adviseurs vervullen topfuncties in het kantoor van de president.

    Zowel in Damascus als in buitenlandse hoofdsteden speculeren Syriërs er openlijk over of ze het hoogste ambt nastreeft. Als de positie van Bashar onhoudbaar wordt, zou een presidentschap van Asma dan een zoethoudertje kunnen zijn voor de soennitische meerderheid? ‘Bashar en Asma denken er allebei over na,’ zegt een voormalige Syrische diplomaat. ‘Ze zou dolgraag president willen worden en beiden beschouwen het als een revolutionaire oplossing om het regime te redden.’

    Ooit zou Groot-Brittannië Asma’s ambities wellicht hebben gesteund, en haar dankbaar hebben toegevoegd aan de reeks leiders uit het Midden-Oosten met Britse banden. Hoewel de Britse regering de Assads luidkeels heeft aangeklaagd, is het staatsburgerschap van Asma nooit ingetrokken – in tegenstelling tot dat van Shamima Begum, die in 2015 als tiener vanuit Oost-Londen naar Syrië reisde om zich bij Islamitische Staat aan te sluiten. Alawitische hardliners zien waarschijnlijk niets in Asma’s presidentschap. Ze is sterker, maar ook kwetsbaarder dan ooit. Alleen al praten over presidentiële ambities kan gevaarlijk voor haar zijn. De jacht op de hoogste prijs zou het meisje uit West-Londen wel eens de kop kunnen kosten. ‘Ik maak me zorgen om haar,’ zegt vriend van de familie Wafic Said. Maar Asma weet al heel lang dat er geen weg terug meer is. 

  • Hoe liegen de normaalste zaak van de wereld werd

    Hoe liegen de normaalste zaak van de wereld werd

    De drempel voor onoprechtheid ligt in het kapitalisme lager dan ooit. Betrouwbaarheid, nauwgezetheid en harmonie spelen in de race om het grote geld niet mee. Het is zelfs de vraag of we oprechtheid nog kunnen vertrouwen.

    Tranen liegen niet, zeggen ze. Als je huilt, heb je principieel gelijk, want je stelt je kwetsbaar op en vraagt om begrip. Je tranen zijn het bewijs dat je het eerlijk meent.

    Maar zakenvrouw Maria-Elisabeth Schaeffler werd belachelijk gemaakt nadat ze tegenover haar personeel in tranen was uitgebarsten. Van deze miljardair, die met de overname van bandenfabrikant Continental verkeerd had gegokt, werd dat niet geaccepteerd. En Madeleine Schickedanz, de erfgename van Quelle – of Arcandor, zoals het bedrijf sinds de fusie met Karstadt heet – verging het niet beter. In een interview zei ze dat ze sinds de surséance van het concern moest rondkomen van 600 euro in de maand en haar boodschappen nu bij de discounter haalde. Schickedanz was een paar weken daarvoor nog een van de rijkste vrouwen van de Bondsrepubliek, nu deed ze zich als slachtoffer voor  –  zonder tranen weliswaar – en hoopte op mededogen. Vergeefs. Haar openhartigheid werd gezien als zelfmedelijden, als cynisme tegenover de veel realistischer angst van de bezorgers van Quelle en de verkoopsters van Karstadt.

    Het is een van de paradoxen van onze mediademocratie dat we van onze elite authenticiteit verwachten, maar dat we, als ze eens authentiek proberen te zijn, juist weigeren hen te geloven. Want je hart uitstorten is niet moeilijk en tranen kunnen wel degelijk liegen als ze het resultaat van pure berekening in plaats van oprecht verdriet.

    ‘Niets is artificiëler, geconstrueerder, dan pure oprechtheid,’ schrijft Wolfgang Engler in zijn boek Lüge als Prinzip (De leugen als principe). We moeten elke demonstratie van eerlijkheid wantrouwen. Desondanks pleit de Berlijnse socioloog, voormalig rector en nog steeds docent aan de Ernst Busch Schauspielschule in Berlijn, voor een nieuwe cultuur van ‘oprechtheid in het kapitalisme’; zo luidt ook de ondertitel van zijn boek.

    ‘Om iemand recht in zijn gezicht voor te liegen moet je over een flinke dosis onverschilligheid beschikken’

    Want het tegenovergestelde van oprechtheid is de leugen. En de leugen heeft het kapitalisme daar gebracht waar het zich nu bevindt: in een crisis. Toch is de leugen lang onopgemerkt gebleven, omdat ze zich vermomd had. ‘Om iemand recht in zijn gezicht voor te liegen moet je over een flinke dosis onverschilligheid beschikken. Maar iemand “slechte schulden” aansmeren, gecombineerd met andere activa, is een stuk makkelijker,’ constateert Engler. Zijn diagnose is onverbiddelijk: ‘In de geschiedenis van het moderne kapitalisme ligt de drempel voor onoprechtheid lager dan ooit. Het bedrog volgt de wereldomspannende geld- en goederenstromen als een schaduw en is in de beschutting daarvan de gewoonste zaak van de wereld geworden.’

    Die ontwikkeling is begonnen met het ontstaan van een nieuw type ondernemer, de in onze samenleving freischwebende financiële jongleur. De financiële jongleur, door Franz Müntefering, de voormalig sociaaldemocratische vicekanselier, ‘aasgier’ gedoopt, is ‘ondernemer zonder onderneming’. Hij is voortdurend op zoek naar ondergewaardeerde bedrijven die hij infiltreert en naar start-ups die kapitaal nodig hebben, om ze inclusief hun ideeën op te kopen en vervolgens te verpatsen. Traditionele kwaliteiten als betrouwbaarheid, nauwgezetheid of harmonie doen er in deze race om het grote geld niet meer toe, hier regeren de deugden van het casino: waaghalzerij, gokken, wedden, speculeren.

    De globalisering leidt tot oneindig wijdvertakte handelsketens. ‘Risico’s worden verpakt, verkocht, afgelost, herschikt en van een nieuw etiket voorzien tot niemand er nog iets van begrijpt.’ Het is een systeem zonder gisteren en morgen. Het behalen van zo veel mogelijk winst komt in de plaats van langetermijndenken, tradities worden schouderophalend bij het grofvuil gezet. Soms doet Engler met zijn kritiek op het neoliberale gedachtegoed denken aan de retoriek van de partij Die Linke, maar in wezen is zijn argumentatie minder op de klassenstrijd dan op conservatieve waarden gebaseerd.

    Gutmensch-achtig

    Lüge als Prinzip is niet een eventjes snel geschreven pamflet over de crisis, het boek gaat veel dieper. Op zijn zoektocht naar een uitweg uit de huidige conflicten belandt Engler diep in de geschiedenis van het denken en de cultuur. Hij plaatst de financiële jongleur tegenover de achttiende-eeuwse burger, die bij zijn bevrijding van de adellijke hegemonie een reeks eigen morele principes heeft ontworpen. Oprechtheid, vertrouwen en eerlijkheid zijn tot op heden de voornaamste beginselen van de Verlichting. Er is geen andere manier om vertrouwen tot stand te brengen dan ‘tegenover onze naaste alles wat zijn nut bevordert of hem voor schade kan behoeden openhartig uit te spreken’, staat in een encyclopedie uit 1731.

    Een dergelijke onbaatzuchtigheid mag tegenwoordig gutmensch-achtig en naïef overkomen, in die tijd was het revolutionair. De woede richtte zich tegen het hof, tegen de uitspattingen en intriges van de barok, tegen de pruiken, jurken met korsetten en ruches en tegen een taal die verworden was tot een instrument van versluiering. ‘De taal is de mens gegeven om zijn gedachten te verbergen,’ merkte de Franse minister van Buitenlandse Zaken Talleyrand cynisch op. Napoleon, zijn toenmalige werkgever, noemde hem daarop een ‘mestvaalt in zijden kousen’.

    De mens in het algemeen moet weer ‘in de waarheid’ gaan leven. Rousseau wilde hem bevrijden uit de ketenen van de cultuur en hem naar de ‘vrije collegezaal van de natuur’ leiden. Diderot en de encyclopedisten beschrijven oprechtheid als een utopie van eerlijke communicatie, waarbij het erop aankomt niets voor zich te houden en zo de ander een onbelemmerde blik in het eigen innerlijk te gunnen. In zijn drama Le fils naturel treedt Diderot zelf als personage op om te verklaren dat alles wat op het toneel plaatsvindt, ook in werkelijkheid zo is gebeurd.

    ‘Echte gevoeligheid’ wordt steeds lastiger te onderscheiden van ‘gespeelde gevoeligheid’

    ‘Waarachtige fijngevoeligheid’ wordt een morele imperatief van het tijdperk van de Verlichting. De briefroman – van Goethe, Choderlos de Laclos of Laurence Sterne – beleeft een bloeiperiode, want in zijn brieven lijkt de ziel van de mens het meest tot uitdrukking te komen. ‘Fijngevoelige gesprekken’ vinden echter ook buiten de literatuur plaats, maar het wordt steeds moeilijker ‘echte gevoeligheid’ te onderscheiden van ‘gespeelde gevoeligheid’. Al bij de geringste aanleiding vloeien de tranen rijkelijk, bijvoorbeeld bij het afscheid van een vriend.

    Johann Heinrich Voβ, de Duitse vertaler van Homerus, heeft in 1773 in een brief aan Ernestine Boje zo’n melodrama beschreven. ‘De 12e september gaat me nog heel wat tranen kosten. Het was de dag dat Graf Stolberg afscheid moest nemen van zijn voortreffelijke hofmeester Clauswitz. We hadden punch laten maken, want het was een koele avond. We wilden de treurige stemming verdrijven door wat te zingen; we kozen Millers Abschiedslied. Hier was geen veinzen meer mogelijk; de tranen vloeiden rijkelijk en de ene na de andere stem viel weg.’ De brief eindigt met: ‘Ik kan niet verder, lieve Ernestientje, ik ben alweer in tranen.’

    Wolfgang Engler heeft met zijn lucide, af en toe haast poëtische essay een huzarenstukje geleverd. Een historisch panorama van een verre tijd die de onze weerspiegelt. De tranen van Maria-Elisabeth Schaeffler en Johann Heinrich Voβ hebben veel van elkaar weg, zoveel is duidelijk. We weten alleen niet of we ze kunnen vertrouwen.

  • Venezolaanse exodus gaat onverminderd voort | Europa dumpt plastic in Turkije

    Venezolaanse exodus gaat onverminderd voort | Europa dumpt plastic in Turkije

    Venezolaanse exodus

    De uittocht van Venezolanen die het regime van president Nicolás Maduro ontvluchten gaat onverminderd voort. Naar verwachting zal de hoeveelheid vluchtelingen uit Venezuela dit jaar het aantal Syriërs overstijgen dat is gevlucht vanwege de burgeroorlog, bericht El Mundo. Uit cijfers van vorige maand blijkt dat tot nu toe al 5,6 miljoen Venezolanen hun land zijn ontvlucht. Dat is een stijging van ruim 1100 procent vergeleken met 2010 en het aantal vertegenwoordigt ongeveer 17,1 procent van de totale bevolking die in Venezuela is geboren. Ongeveer 1,7 miljoen van de Venezolaanse migranten bevindt zich in Colombia.

    De exodus wordt niet afgeremd door de coronapandemie; noch door de druk die het regime uitoefent om de uittocht te stoppen; noch door smeergelden die betaald moeten worden aan guerrilleros om de gesloten grenzen clandestien te kunnen oversteken. Honderden en honderden mensen steken elke dag de grenzen over om een nieuw leven te zoeken in Colombia, Ecuador, Peru, Chili, Argentinië en zelfs de Verenigde Staten.

    ‘In Venezuela is geen eten, veel mensen zijn ondervoed, er zijn geen middelen om te overleven’

    ‘We hebben een maand en zeven dagen gelopen’, vertelde de 66-jarige Hortensia López aan een journalist van de Spaanse krant, die een reportage maakte over de situatie aan de grens tussen Venezuela en Colombia. ‘Ik ga met mijn kleinkinderen naar Cali. Ik heb ze meegenomen uit Venezuela omdat de situatie daar kritiek is: er is geen eten, veel mensen zijn ondervoed, er zijn geen middelen om te overleven. We moesten wel vertrekken. De mensen hier in Colombia zijn barmhartig en verlenen veel hulp aan Venezolanen.’

    Een andere vrouw, die net met haar vier kleinkinderen van elf, acht, zeven en drie jaar de grens met Colombia is overgestoken, heeft geen geld en zegt van San Juan de los Morros naar Cali te zullen gaan lopen. De twee steden liggen ruim 1700 kilometer uit elkaar.


    De Golden Gate Bridge maakt te veel lawaai

    Canadese aerodynamicadeskundigen zijn hard bezig met een missie die van het grootste belang is voor de oren van inwoners van San Francisco, zo schrijft The San Francisco Chronicle. Hun doel is om de Golden Gate Bridge het zwijgen op te leggen.

    Tot grote ergernis van omwonenden begon de brug een jaar geleden lawaai te maken na aanpassing van de veiligheidsreling aan de westkant van de brug. Om de brug een slanker profiel te geven en veiliger te maken bij harde wind, werden de originele spijlen vervangen door twaalfduizend smallere exemplaren. Die blijken nu luid gebrom te produceren bij stevige wind. Het geluid is soms tot op zo’n vijf kilometer afstand te horen.

    Mogelijk is er tegen de zomer een oplossing. ‘Het is een lastige zaak’, aldus een woordvoerder. ‘We willen er absoluut zeker van zijn dat we het goed doen. De veiligheid van de brug mag niet in het geding komend, maar we moeten ook luisteren naar de inwoners.’


    Europa dumpt plastic in Turkije

    Volgens een rapport dat Greenpeace in mei publiceerde, dumpt Europa op grote schaal plastic afval in Turkije. Alleen al de export van plastic afval van Groot-Brittannië naar Turkije groeide tussen 2016 en 2020 met factor 18, van 12.000 ton naar 210.000 ton. Dat betekent dat Turkije de eindbestemming was voor bijna 40 procent van het plastic afval uit Groot-Brittannië, schrijft BBC. Volgens het rapport dumpten lidstaten van de Europese Unie vorig jaar twintig keer meer plastic afval in Turkije dan in 2016. Deskundigen en internationale milieugroeperingen waarschuwen dat plastic en ander afval zich opstapelt in Turkije en dat het illegaal wordt verbrand of geloosd zonder acht te slaan op het milieu.

    Er komen dagelijks vanuit Europa zo’n 240 vrachtwagenladingen met plastic afval in Turkije aan

    Volgens Nihan Temiz Atas, hoofd biodiversiteitsprojecten van Greenpeace Turkije, komen er dagelijks vanuit Europa zo’n 240 vrachtwagenladingen met plastic afval in Turkije aan. ‘Het overweldigt ons. Aan de hand van gegevens zijn we Europa’s grootste stortplaats.’

    Het Britse ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken zegt in een reactie: ‘Het is duidelijk dat het VK meer van zijn afval zelf moet verwerken. We zijn vastbesloten om de export van plastic afval naar niet-OESO-landen te verbieden en de illegale uitvoer van afval naar landen als Turkije, strenger te controleren.’

    Vorig jaar stuurde Maleisië 150 zeecontainers met illegaal geïmporteerd plastic afval terug naar de landen van herkomst. Milieuminister Yeo Bee Yin zei toen dat die stap bedoeld was om ervoor te zorgen dat haar land niet ‘de vuilnisbelt van de wereld’ zou worden.


    Wes Anderson draait in Spanje

    The French Dispatch van Wes Anderson gaat in juli in première op het filmfestival van Cannes, maar de 52-jarige Amerikaanse filmregisseur is alweer druk bezig met de voorbereidingen voor zijn volgende film. Volgens de Spaanse krant El País draait hij zijn nieuwe project in juli, augustus en september in het Spaanse Chinchón ten zuidoosten van Madrid. Volgens de krant doen de sets die er worden opgebouwd denken aan een western-achtige woestijn, ook al wordt de film volgens bronnen geen western.

    De burgemeester van Chinchón is blij, vertelde hij tegen El País: ‘Het is heel belangrijk voor ons. Er zijn al talloze shoots hier opgenomen, maar dat een grote Amerikaanse productie hier enkele maanden komt filmen, betekent levendigheid, prestige en publiciteit.’ In het stadje werden in het verleden films gedraaid onder regisseurs als Nicholas Ray, Orson Welles, Carlos Saura en Pedro Almodovár. Anderson, die in Frankrijk woont, draaide al zijn films de afgelopen tien jaar in Europa.


    Groene oase in New York

    Mediamagnaat Barry Diller en zijn vrouw, modeontwerpster Diane von Furstenberg, bedachten in 2013 een plan ter vervanging van Pier 54 in New York, die door orkaan Sandy was verwoest. Ze wilden ‘iets bouwen (…) dat meteen op het eerste gezicht oogverblindend was en iedereen die het bezoekt gelukkig maakt’, schrijft architectuurblog Dezeen. Acht jaar later was daar Little Island.

    Dit park op palen van ongeveer één vierkante kilometer ligt aan Hudson River Park aan de westkant van Manhattan, nabij de wijk Chelsea, en steunt op 132 paddestoelvormige kolommen van beton die op verschillende hoogtes zijn geplaatst voor een golvend effect. De groene oase is te bereiken via de loopbruggen North Bridge en South Bridge, beide gelegen aan de Hudson River Greenway. Er zijn verschillende openbare locaties, waaronder een amfitheater, een kleiner theater en een spokenwordpodium. Sinds mei is Little Island open voor publiek.


    Beurzen van Mary Beard

    Mary Beard, de Britse Hoogleraar Geschiedenis aan Cambridge en populaire presentator van BBC-series over de oudheid, gaat na veertig jaar met pensioen. Om dat te vieren stelt ze twee studiebeurzen in van elk 45.000 euro, die kansarme studenten de mogelijkheid geven Klassieke Oudheid te studeren aan Cambridge.

    ‘Het is een manier om te laten zien dat we het bieden van gelijke kansen serieus nemen’, aldus Dame Mary tegen The Guardian. ‘Ik ben me zeer bewust van wat ik heb geleerd van de Klassieken. Niemand in mijn familie had een universitair diploma.’ Volgens Beard bieden de Klassieken een manier om ‘anders over de wereld te denken’, met inzichten over filosofie, cultuur, geslacht en ras.

    De beurzen heeft ze vernoemd naar Joyce Reynolds (102), haar voormalige docent in Cambridge: een ‘fantastische strijder voor de rechten van vrouwen in wat toen een mannenwereld was’.

  • Dit Nigeriaanse dorp daagde Shell voor de rechter en won

    Dit Nigeriaanse dorp daagde Shell voor de rechter en won

    De wijdverbreide en systematische olievervuiling in Nigeria is een schrijnend voorbeeld van de straffeloosheid van multinationals. Boosdoener Shell achtte zich niet verantwoordelijk voor tekortkomingen van haar Nigeriaanse dochterbedrijf. Maar het Britse hooggerechtshof oordeelde anders.

    Op 12 februari 2021 oordeelde het Britse hooggerechtshof dat de Brits-Nederlandse oliegigant Shell voor de Engelse rechter kan worden gedaagd door twee Nigeriaanse gemeenschappen die decennialang ernstige schade hebben geleden door olievervuiling. De uitspraak is een mijlpaal in de strijd voor de verantwoordingsplicht van multinationals. Het hooggerechtshof heeft nu, zowel in de zaak Okpabi versus Shell als in zijn eerdere uitspraak in 2019 in de zaak Lungowe versus Vedanta, unaniem bepaald dat moedermaatschappijen juridisch aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schade die door hun buitenlandse dochters is aangericht. Het vergde jaren van procederen om tot dit punt te komen.

    Klimaatzaak tegen Shell

    Een rechtbank in Den Haag heeft op woensdag 26 mei Royal Dutch Shell bevolen om haar wereldwijde CO2-uitstoot tegen eind 2030 met 45 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 2019, in een baanbrekende zaak die was aangespannen door Milieudefensie en meer dan 17.000 mede-eisers.

    Het duurzaamheidsbeleid van de oliegigant werd door de Nederlandse rechtbank onvoldoende ‘concreet’ bevonden in een ongekende uitspraak, die verstrekkende gevolgen zal hebben voor de energie-industrie en andere vervuilende multinationals, schrijft The Guardian.

    Shell, dat zegt tegen het vonnis in beroep te zullen gaan, was volgens de Carbon Majors-database in de periode 1988-2015 de negende grootste vervuiler ter wereld, aldus het Britse dagblad.

    De zaak-Okpabi was een vijf jaar durend juridisch gevecht waarin Shell aanvoerde dat zij in het Verenigd Koninkrijk niet wettelijk verantwoordelijk kon worden gehouden voor tekortkomingen van haar Nigeriaanse dochterbedrijf. De meer dan tien jaar durende parallelle rechtszaak in Nederland culmineerde in de recente uitspraak van het Nederlandse gerechtshof dat Shell aansprakelijk stelde voor de geleden olieschade door twee gemeenschappen. Deze vonnissen hebben een juridisch kader voor de toekomst geschapen en de weg vrijgemaakt voor andere internationale mensenrechten- en milieuzaken in Britse rechtbanken tegen bedrijven die zich schuldig maken aan wangedrag. Voor gemeenschappen over de hele wereld die machteloos stonden tegenover multinationals gloort er na deze uitspraken nieuwe hoop. 

    Zuigelingen in de Nigerdelta hebben tweemaal zoveel kans om tijdens de eerste maand van hun leven te overlijden als hun moeder in de buurt van een olielek woont

    Weinig situaties illustreren het huidige probleem van de straffeloosheid van multinationals zo duidelijk als de wijdverbreide en systematische olievervuiling in Nigeria. Deskundigen schatten dat de bewoners van de Nigerdelta de afgelopen vijftig jaar jaarlijks te maken hebben gehad met olielekkages die vergelijkbaar zijn met de door Exxon Valdez veroorzaakte milieuramp in Alaska: gemiddeld zo’n 240.000 vaten per jaar. Achter deze statistieken gaat een menselijke tragedie van ongekende proporties schuil. De vervuiling leidt tot ernstige gezondheidsproblemen en een verhoogd sterftecijfer onder de lokale bevolking. 

    Uit een recente studie van de universiteit van St. Gallen in Zwitserland blijkt dat zuigelingen in de Nigerdelta tweemaal zoveel kans hebben om tijdens de eerste maand van hun leven te overlijden als hun moeder in de buurt van een olielek woont. Dit komt neer op een schandalig aantal van elfduizend vroegtijdige sterfgevallen per jaar. De situatie is bijzonder schrijnend in Ogoniland, van waaruit Ken Saro-Wiwa begin jaren negentig strijd voerde tegen Shell.

    In 2011 meldde de milieuorganisatie van de Verenigde Naties (UNEP) in haar rapport over Ogoniland dat de bevolking dagelijks is blootgesteld aan ernstige olievervuiling, die heeft geleid tot verontreinigde lucht, landbouwgrond en waterbronnen. Volgens de bevindingen van UNEP was de volksgezondheid ernstig in gevaar. Kort na publicatie van het rapport werden er borden rond de getroffen gebieden geplaatst, waarop duidelijk werd gemaakt dat het drinkwater ongeschikt was voor menselijke consumptie en dat grote delen van het land en de waterwegen onveilig waren.

    Hoe kan het dat deze menselijke tragedie blijft voortbestaan terwijl westerse oliemaatschappijen vrolijk winst blijven maken?

    UNEP drong aan op ‘’s werelds grootste schoonmaakoperatie in de geschiedenis’. Het is schokkend om te zien dat het gebied tien jaar na dato nog altijd zwaar is vervuild, dat schoonmaak nooit heeft plaatsgevonden en dat de bewoners nog altijd water drinken uit verontreinigde putten. De indertijd geplaatste waarschuwingsborden zijn inmiddels verroest en nauwelijks leesbaar. 

    Zwakke regelgeving

    Hoe kan het dat deze menselijke tragedie blijft voortbestaan terwijl westerse oliemaatschappijen vrolijk winst blijven maken? Kort gezegd biedt de zwakke regelgeving ruimte aan inhalige bedrijven die geen geld willen investeren in hun infrastructuur en hun olievervuiling weigeren op te ruimen, waardoor honderden gemeenschappen met pijpleidingen van oliereuzen op hun land al tientallen jaren zwaar verontreinigd achterblijven – zonder dat de vervuiling wordt opgeruimd en zonder enige compensatie. Aangezien de kans op een eerlijk proces in Nigeria nihil is, wenden steeds meer gemeenschappen zich tot westerse rechters om de moederbedrijven die de vruchten plukken van de Nigeriaanse oliewinning ter verantwoording te roepen.

    GettyImages 549417989
    Het is schokkend om te zien dat het gebied tien jaar na dato nog altijd zwaar is vervuild, dat schoonmaak nooit heeft plaatsgevonden en dat de bewoners nog altijd water drinken uit verontreinigde putten. – © Markus Matzel / Getty

    De Ogale- en Bille-gemeenschap, zo’n 50.000 boeren en vissers die schade hebben geleden door decennialange olievervuiling, namen in 2016 het Britse advocatenkantoor Leigh Day in de arm om Shell voor de rechter te dagen en het opruimen van de verontreiniging en schadevergoeding te eisen. De dorpsgemeenschappen betoogden dat Shell de supervisie en de zeggenschap had over Shell Nigeria en dat het moederbedrijf daarom direct aansprakelijk was voor de tekortkomingen van haar dochters. In reactie daarop stelde Shell dat de band tussen moeder en dochter zo los is dat ze nauwelijks meer is dan een aandeelhouder.

    Het olieconcern trachtte de rechters ervan te overtuigen dat de moedermaatschappij niet aan de touwtjes trok in Nigeria en dat Shell Nigeria werd aangestuurd door andere onderdelen van Shell, niet door de moedermaatschappij zelf. Tegelijkertijd weigerde Shell interne stukken te overhandigen die licht zouden werpen op de werkelijke relatie tussen het moederbedrijf en haar dochter. 

    Aansprakelijkheid

    De Britse lagere hoven – het gerechtshof en het hof van beroep – hadden zich door de argumenten van Shell laten overtuigen en verwierpen de zaak al in het stadium waarin de rechterlijke bevoegdheid werd bepaald. Het hof van beroep oordeelde dat de eisende partij duidelijk bewijs van ‘operationele controle’ moest leveren, wat natuurlijk onmogelijk was zonder toegang tot interne bedrijfsdocumenten. Het hof stelde tevens dat de mondiale beleidskaders die van moederbedrijven naar beneden worden doorgegeven in principe nooit aanleiding kunnen geven tot wettelijke aansprakelijkheid.

    Het Britse hooggerechtshof was het hier in februari niet mee eens. Het stelde het hof van beroep unaniem in het ongelijk en oordeelde dat er een goed verdedigbare zaak tegen Shell bestond. De rechters oordeelden dat de lagere rechtbanken te snel hadden gehandeld door een soort miniproces te voeren, nog voordat er stukken openbaar waren gemaakt en getuigenverklaringen waren gehoord. Bovendien hadden ze geen rekening gehouden met het ‘evidente belang’ van interne documenten die licht zouden kunnen werpen op de ware aard van de relatie tussen de moeder- en dochterbedrijven. Belangrijk is ook dat het hooggerechtshof de beperkte definitie van de aansprakelijkheid van het moederbedrijf waar het hof van beroep van uitging, heeft verworpen.

    Een moedermaatschappij is niet alleen aansprakelijk wanneer er een ‘zeggenschapsrelatie’ bestaat maar ook wanneer sprake is van supervisie, advies of andere vormen van bemoeienis die niet direct als zeggenschap kunnen worden aangemerkt. Daaronder zouden ook mondiale beleidskaders vallen, die door eventuele tekortkomingen schade kunnen veroorzaken. Opmerkelijk is dat het hooggerechtshof oordeelde dat ook publieke toezeggingen van een moederbedrijf als wettelijke verplichting kunnen worden afgedwongen wanneer het bedrijf ze niet inlost. Het lijkt erop dat het hooggerechtshof van multinationals verwacht dat zij hun verplichtingen nakomen. 

    Natuurlijk is de Nigerdelta slechts één voorbeeld van het veel grotere probleem van de onaantastbare positie van multinationals in ontwikkelingslanden. De uitspraak van het Britse hooggerechtshof zal verstrekkende gevolgen hebben voor de verantwoordingsplicht van bedrijven, en gemarginaliseerde gemeenschappen over de hele wereld zullen er in de rechtbank een beroep op doen. Deze ontwikkeling wordt nog versterkt door belangrijke wetgevingsinitiatieven in de EU om bedrijven te verplichten mensenrechten te respecteren en onderzoek te doen naar eventuele schendingen daarvan bij hun dochterondernemingen en in hun toeleveringsketen.

    Het tijdperk van de straffeloosheid van multinationals loopt ten einde. Voor de getroffen gemeenschappen over de hele wereld is dat natuurlijk een positieve ontwikkeling, maar tevens iets wat al lang geleden had moeten gebeuren.

  • Cummings doet vernietigend verslag van Johnsons corona-aanpak | Jacob Zuma voor de rechter

    Cummings doet vernietigend verslag van Johnsons corona-aanpak | Jacob Zuma voor de rechter

    Boris Johnsons voormalige rechterhand hekelt zijn aanpak van de coronacrisis

    De aanval is ‘vernietigend’, schrijft Financial Times: Dominic Cummings, de vroegere rechterhand van Boris Johnson, deed op woensdag 26 mei een boekje open over het chaotische beheer van de coronaepidemie in het Verenigd Koninkrijk en beschuldigde de premier ervan ‘ongeschikt’ te zijn om het land te leiden.

    Tijdens een bijna zeven uur durende hoorzitting voor een parlementaire commissie, vertelde de voormalig adviseur over de ‘chaos, besluiteloosheid en bedrog’ die naar zijn zeggen ‘in het hart van de regering’ heersten toen de coronacrisis uitbrak. Hij zei dat de Britse aanpak van de pandemie duizenden onnodige sterfgevallen heeft veroorzaakt in het land, dat met bijna 128.000 aan covid-19 gerelateerde sterfgevallen het hoogste dodental van Europa heeft.

    Johnson was ‘als een supermarktkarretje dat van de ene kant van het gangpad naar de andere wordt geslingerd’

    ‘Op een moment dat de mensen ons het meest nodig hadden, faalde de regering. Tienduizenden mensen stierven terwijl ze niet hoefden te sterven’, verklaarde Cummings.

    Dominic Cummings, de strateeg achter de brexitcampagne in 2016 en de verpletterende verkiezingsoverwinning van Boris Johnson in 2019, ‘gaf een vernietigend verslag van het optreden van de regering’, schrijft The Guardian. De minister-president zou de ernst van de ziekte herhaaldelijk hebben gebagatelliseerd en het een ‘scare story’ (‘paniekverhaal’) hebben genoemd.

    Groepsimmuniteit

    In maart 2020 streefden de ministers eerst een plan A na, ‘waarbij “groepsimmuniteit” een bijproduct was van een strategie om de verspreiding van het virus te beheersen, in plaats van deze in de kiem te smoren’, schrijft Financial Times. Greg Clark, voorzitter van het wetenschappelijk comité, zei toen dat er geen ‘ingewikkelde modellen’ nodig waren om te begrijpen dat Plan A tot 400.000 doden zou kunnen leiden. Plan B, een landelijke lockdown, werd uiteindelijk op 23 maart ingevoerd – ‘te laat’, aldus de zakenkrant.

    Cummings beschreef tegenover de parlementsleden een door de media geobsedeerde Boris Johnson die voortdurend van aanpak veranderde. ‘Als een supermarktkarretje dat van de ene kant van het gangpad naar de andere wordt geslingerd.’

    Hij beweerde zelfs dat ambtenaren Boris Johnson opzettelijk buiten de ‘Cobra’-vergaderingen, het spoedoverleg van de regering, hielden uit vrees dat hij de aanpak van de crisis zou belemmeren.

    ‘Veel ambtenaren in Downing Street 10 waren van mening dat het niet zou bijdragen aan een serieuze aanpak als de minister-president tijdens Cobra-vergaderingen zou zeggen: “Maakt u zich geen zorgen, ik laat Chris Whitty [medisch hoofdadviseur van de regering] mij live op televisie inenten met het coronavirus, zodat iedereen begrijpt dat er niets is om u zorgen over te maken”.’

    Lees ook:

    De voormalig adviseur, die in november 2020 uit Downing Street werd ‘verdreven’ nadat hij de regels tijdens de tweede lockdown had geschonden door naar County Durham te reizen, zei eerder al dat hij Boris Johnson had horen zeggen dat hij liever zag dat ‘de lichamen zich opstapelden’ dan dat hij de tweede reeks beperkingen zou opleggen – iets wat de premier afgelopen woensdag in het Lagerhuis ontkende.

    Cummings beweerde ook dat minister van Volksgezondheid Matt Hancock bij ‘talrijke’ gelegenheden had gelogen.

    Gevraagd naar de kwestie tijdens het wekelijkse vragenuurtje in het Parlement, ontkende Boris Johnson de kritiek. ‘We hebben hard gewerkt om het aantal slachtoffers te verminderen’, zei hij. Volgend voorjaar gaat een openbaar onderzoek van start dat, volgens de premier, lessen zal trekken uit de aanpak van de crisis.

    De Britten zijn nu meer bezig met de succesvolle vaccinatiecampagne

    Hoewel Cummings door velen wordt gezien ‘als verbitterd na de behandeling die hij van zijn voormalige baas heeft gekregen’, vormen zijn opmerkingen een van de eerste openbare verslagen van een sleutelfiguur uit Downing Street 10 over wat daar tijdens het hoogtepunt van de pandemie is gebeurd, schrijft The Guardian.

    Kunnen deze onthullingen de regering van Boris Johnson schaden? Cummings blijft een ‘impopulaire figuur’ in het land, aldus Financial Times. En Johnsons adviseurs, geciteerd door de krant, zeggen dat de Britten nu vooral bezig zijn met de succesvolle vaccinatiecampagne.

    The Telegraph schrijft ‘bedroefd’ te zijn over Cummings’ ‘aanval’ op de minister-president. ‘Het was een tragisch moment, de definitieve ontmanteling van een historisch partnerschap waarmee het referendum [over brexit] werd gewonnen, we tegen de wil van het establishment uit de EU traden, werden gered van [ex-Labour leider] Jeremy Corbyn en de Britse politiek voor een generatie lang opnieuw werd vormgegeven.


    Komt voormalig president Jacob Zuma eindelijk voor de rechter wegens corruptie?

    Na een aanloop van twintig jaar wordt op woensdag 26 mei het proces geopend tegen voormalig president Jacob Zuma. Zoals gewoonlijk zal niets gaan zoals gepland.

    Het openbaar ministerie herhaalt het al maanden: het is ‘er klaar voor’, schrijft de Zuid-Afrikaanse krant Times, de vervolging te starten van voormalig president Jacob Zuma. Na een tiental uitstelrondes zal het proces tegen de voormalig president, die ook van fraude wordt beschuldigd, op woensdag 26 mei worden geopend. Maar op 79-jarige leeftijd is Jacob Zuma begonnen aan wat lijkt op een ‘laatste wanhoopspoging’, aldus City Press. Na verscheidene vruchteloze beroepen eist de voormalig president dat de aanklager van de zaak wordt gehaald.

    ‘Als ik eenmaal heb besloten niet mee te werken, zal niemand mij op andere gedachten brengen’

    Tijdens de laatste hoorzitting op 17 mei benadrukte de verdediging dat Zuma er ook ‘klaar voor’ was om voor het gerecht te verschijnen en dat zijn beroep niet mocht worden gezien als de zoveelste poging om het proces te vertragen, aldus de Zuid-Afrikaanse website News24. Bij het verlaten van de rechtbank beloofde het voormalige staatshoofd zijn aanhangers echter dat hij de hoorzittingen zou boycotten als zijn verzoek zou worden afgewezen.

    ‘Als ik eenmaal heb besloten niet mee te werken, zal niemand mij op andere gedachten brengen’, voegde Jacob Zuma eraan toe, die nu al weigert voor een onderzoekscommissie naar corruptie te verschijnen ondanks een bevel van het Constitutionele Hof. In zijn laatste verzoekschrift, waarvan de details werden onthuld door City Press en News24, beschuldigt hij aanklager Billy Downer ervan medeplichtig te zijn aan een politieke samenzwering waarbij ‘buitenlandse inlichtingendiensten’ zouden zijn betrokken.

    Wapendeal

    Centraal in de zaak staat een groot bewapeningsprogramma dat de jonge Zuid-Afrikaanse democratie eind jaren negentig lanceerde. Onder de tientallen overheidscontracten die deel uitmaakten van het pakket dat bekendstaat als de ‘Arms Deal’, kreeg de Franse wapenfabrikant Thales in 1999 via een plaatselijk bedrijf een contract ter waarde van 1,3 miljard rand (bijna 200 miljoen) voor de uitrusting van korvetten (kleine oorlogsschepen).

    Naast Thales is een zakenman betrokken die naar verluidt dicht bij Jacob Zuma staat. Shabir Shaik deed zich voor als de financieel adviseur van de man die weldra de vicepresident van Zuid-Afrika zou worden. De aanklager beschuldigt Zuma ervan direct of indirect meer dan 4 miljoen rand van Shabir Shaik te hebben ontvangen in ruil voor diens politieke steun. Volgens de aanklager was het ook via deze deal dat Thales het contract voor de uitrusting van de korvetten zou hebben gekregen. De Zuid-Afrikaanse dochteronderneming van de Franse wapengigant wordt beschuldigd van corruptie, fraude en witwassen. 

    Al eind jaren negentig werd Thales ervan beschuldigd een overeenkomst te hebben gesloten om Zuma 500.000 rand per jaar te betalen in ruil voor zijn bescherming tegen mogelijke gerechtelijke procedures en zijn steun voor bedrijfsuitbreidingen in Zuid-Afrika.

    Shabir Shaik werd in 2005 veroordeeld voor omkoping van Zuma. In het verzoekschrift dat hij op het punt staat aan de rechtbank voor te leggen, geciteerd door City Press, legt de voormalige president uit dat ondanks de 783 betalingen die de zakenman aan hem heeft gedaan, hij nog steeds gelooft dat Shabir Shaik ‘niets meer [van hem] verwachtte dan de mogelijkheid om vrij zaken te doen’.


    Nieuwe antitrustrechtszaak tegen Amazon in de VS

    Amazon wordt door de Amerikaanse justitie aangeklaagd wegens misbruik van zijn markmacht. De onlineretailgigant wordt door een aanklager van de stad Washington beschuldigd van het kunstmatig opdrijven van online prijzen. Dit is ‘de eerste antitrustzaak van de overheid tegen Amazon in de Verenigde Staten’, aldus The New York Times, die de aanklacht ziet als een teken van ‘de prille maar groeiende belangstelling voor beschuldigingen dat Amazons agressieve praktijken kleine bedrijven hebben uitgeknepen, innovatie de nek om hebben gedraaid en het bedrijf een monopolie hebben gegeven over de handel in het digitale tijdperk’.

    De advocaat van het District of Columbia (het federale district van de stad Washington), Karl Racine, die van mening is dat het commerciële beleid van het concern ‘de consument schade berokkent’, beschuldigde het bedrijf van Jeff Bezos op dinsdag 25 mei van het verhinderen van ‘verkopers op zijn online winkelplatform om elders betere aanbiedingen te doen, wat resulteert in hogere prijzen voor de consument’, meldt The Wall Street Journal

    ‘Precies het tegenovergestelde is het geval’, protesteerde een woordvoerster van Amazon. ‘Verkopers bepalen hun eigen prijzen voor de producten die ze in onze winkel aanbieden.’

    De techreuzen ‘staan onder verscherpt toezicht’

    De reikwijdte van de rechtszaak zou echter beperkt kunnen zijn, volgens BBC. De aanklacht is alleen gebaseerd op ‘regelgeving in het District of Columbia’, en als Amazon wordt veroordeeld, zou dat alleen in de federale hoofdstad zijn. Voorlopig, bevestigt The New York Times, heeft Karl Racine ‘geen aansluiting gezocht bij andere staten’, in tegenstelling tot de ‘tientallen aanklagers’ die eind 2020 een gezamenlijke klacht indienden tegen Facebook en Google.

    Naast Amazon worden ook ‘andere grote technologieconcerns steeds meer bekritiseerd’, schrijft Die Zeit. De techreuzen ‘staan onder verscherpt toezicht’, des te meer sinds de pandemie hun posities heeft geconsolideerd, zo bevestigt BBC.

    Lees ook:

    De juridische problemen blijven zich opstapelen voor Amazon, dat zijn winst in het eerste kwartaal verdrievoudigde ten opzichte van dezelfde periode in 2020 tot 8,1 miljard dollar. ‘De e-commercegigant wordt [sinds november] al door de Europese Commissie beschuldigd van misbruik van zijn machtspositie’, schrijft BBC. Brussel is van mening dat het bedrijf ‘gegevens over externe verkopers op zijn platform heeft gebruikt om de verkoop van eigen producten te stimuleren’.

    Ook in Duitsland houdt de mededingingsautoriteit Amazon in de gaten, aldus Die Zeit. ‘Een week geleden is het Bundeskartellamt een procedure tegen het bedrijf gestart.’ Amazon loopt het risico om als ‘preventieve maatregel’ een verbod te kunnen krijgen op bepaalde concurrentiebeperkende activiteiten.

  • Maatregelen tegen Belarus | Boekhandels verwoest in Gaza

    Maatregelen tegen Belarus | Boekhandels verwoest in Gaza

    Maatregelen tegen Belarus

    De leiders van de Europese Unie (EU) hebben besloten het luchtruim van Belarus te mijden en een nieuwe reeks sancties in te voeren tegen het regime van Aleksander Loekasjenka, die ervan beschuldigd wordt een Europees vliegtuig naar Minsk te hebben omgeleid om de dissidente blogger en journalist Roman Protasevitsj te kunnen arresteren. De EU eist zijn onmiddellijke vrijlating.

    Volgens Financial Times hebben de EU-leiders overeenstemming bereikt over ‘doelgerichte’ economische maatregelen tegen bedrijven en oligarchen die ervan worden beschuldigd het regime van president Loekasjenka gedurende 27 jaar te hebben gefinancierd. Ook roepen ze Europese luchtvaartmaatschappijen op om het Belarussische luchtruim te mijden, aldus de woordvoerder van de Europese Raadsvoorzitter Charles Michel.

    Het incident van zondag wordt dat door velen bestempeld als ‘kaping’ en ‘staatsterrorisme’

    Belarus is ‘geïsoleerd’ nu verschillende landen hebben besloten vluchten naar het land te verbieden, schrijft The New York Times. Deze maatregelen zijn ‘een zware slag’ voor het regime van Aleksander Loekasjenka, ‘de autoritaire president van Belarus, die al onderworpen was aan EU-sancties voor het schenden van mensenrechten tijdens de brute onderdrukking van protesten vorig jaar’ tegen zijn betwiste herverkiezing, aldus de krant.

    Volgens Politico Europe wekt de verklaring van de Europese leiders ‘de indruk van een snelle en krachtige reactie op het incident van zondag, dat door velen wordt bestempeld als “kaping” en “staatsterrorisme”’.

    Ook de VS veroordelen de ‘schandalige’ gebeurtenis en roepen op tot de vrijlating van Roman Protasevitsj: ‘De Verenigde Staten veroordelen met klem de omleiding van het vliegtuig en de arrestatie’, zo citeert The Hill de Amerikaanse president Joe Biden.

    De vader van Roman Protasevitsj vreest dat zijn zoon is gemarteld

    De Amerikaanse Nationale Veiligheidsadviseur Jake Sullivan sprak volgens The Hill met Svetlana Tichanovskaja, de Belarussische oppositieleider die nu in ballingschap in Litouwen is, en veroordeelde het incident met de Ryanair-vlucht. In een verklaring maakt Sullivan duidelijk ‘dat de Verenigde Staten, in coördinatie met de EU en andere bondgenoten en partners, het regime van Loekasjenka ter verantwoording zullen roepen’.

    De New York Times betwijfelt alleen of het allemaal zal helpen: ‘Er zijn geen aanwijzingen dat de toegenomen druk op Loekasjenka zijn vastberadenheid zal ondermijnen, vooral omdat de Russische president Vladimir Poetin hem onwankelbare steun geeft’. Volgens de krant wijst de ‘bekentenis’ van Roman Protasevitsj erop dat Loekasjenka zich onaantastbaar voelt: ‘Een pro-Loekasjenka Telegram-account toonde maandagavond laat een video van 29 seconden van Protasevitsj. Hij zit met de armen over elkaar aan een houten bureau en zegt tegen de camera dat hij zich in het centrale detentiecentrum nr. 1 van Minsk bevindt en “met maximale correctheid” wordt behandeld. Het doet denken aan andere biechtvideo’s die critici van Loekasjenka in de gevangenis moesten opnemen.’ In een interview met BBC zegt de vader van Roman Protasevitsj dat hij vreest dat zijn zoon is gemarteld.


    Israëlische luchtaanvallen verwoestten boekhandels in Gaza

    De grootste boekhandel in Gaza, de populaire Samir Mansour Boekshop, werd vorige week verwoest door een Israëlische luchtaanval, schrijft de literaire site Lithub. De winkel, die werd opgericht in 2008, had een voorraad van duizenden boeken, waaronder de grootste collectie Engelse literatuur in Gaza, en maakte ook deel uit van een uitgeverij die zich richt op Palestijnse schrijvers. Volgens het Israëlische leger was de aanval bedoeld was om tunnels van Hamas te vernietigen.

    ‘De liefde, creativiteit en talent die in deze magische plek zijn gestopt, zijn verdwenen‘

    ‘De Samir Mansour Bookshop, bestaande uit twee verdiepingen, werd 21 jaar geleden gebouwd en deed dienst als buurthuis en boekwinkel voor de lokale gemeenschap en voor Palestijnse schoolkinderen’, schrijven Mahvish Rukhsana en Clive Stafford Smith, twee mensenrechtenadvocaten. ‘Tienduizenden boeken zijn vernietigd. De liefde, creativiteit en talent die in deze magische plek zijn gestopt, zijn verdwenen. Als gevolg van de volledige belegering van de Gazastrook zijn bouwmaterialen extreem schaars en onbetaalbaar.‘ De twee advocaten zijn daarom op GoFundMe met een inzamelingsactie begonnen in de hoop de winkel weer op te kunnen bouwen. Op 25 mei was ruim 131.000 dollar van de beoogde 250.000 dollar opgehaald.

    ‘De boeken liggen misschien onder het puin, maar dat houdt ons niet tegen’, zo liet schrijver Nada Abu Mideen weten aan The National. ‘We zullen blijven schrijven om de wereld te laten zien dat we verdienen te leven.’

    Overigens was de Samir Mansour Bookshop niet de enige boekwinkel die deze week in Gaza werd vernietigd. In de Al-Thalatinystraat, die in de volksmond beter bekend staat als de Al-Maktabatstraat, ofwel ‘de straat met de boekwinkels’, werden andere winkels geheel of gedeeltelijk verwoest, zo meldt TRTWorld. Ook de Iqraa-bibliotheek zou zijn verwoest. In deze video van Middle East Eye vecht boekhandelaar Shaban Aslim tegen zijn tranen terwijl hij voor het puin van zijn boekhandel wordt geïnterviewd. Ook voor zijn winkel is een GoFundMe-actie gestart.


    Rusland bindt de strijd aan met buitenlandse techbedrijven

    De Russische federale communicatiewaakhond Roskomnadzor heeft gedreigd diensten van Google in Rusland te vertragen als het bedrijf niet binnen 24 uur voldoet aan verzoeken om bepaalde inhoud te verwijderen, zo schrijft The Moscow Times.

    Volgens de krant zegt Roskomnadzor dat Google er niet in is geslaagd 20 tot 30 procent van de links te verwijderen die verwijzen naar inhoud die verboden is in Rusland. Het zou gaan om inhoud die drugsgebruik promoot en kinderpornografie bevat en om berichten die minderjarigen zouden aanmoedigen om ongeoorloofde protesten bij te wonen.

    ‘Google voldoet niet volledig aan zijn verplichting om links naar internetsites met informatie die in ons land verboden is, uit de zoekresultaten in Rusland te verwijderen’, zo citeerde TASS, het door de staat gerunde persbureau, Roskomnadzor in een verklaring. Roskomnadzor zegt dat Google er niet in is geslaagd om zo’n 5.000 afzonderlijke links te verwijderen, waarvan er 3.500 verband zouden houden met ‘extremisme’.

    Navalny

    Rusland is momenteel bezig om de organisaties van Kremlincriticus Aleksej Navalny te bestempelen als ‘extremistisch’. Met dat label, dat momenteel wordt gebruikt tegen bijvoorbeeld Al-Qaida en IS, wordt het mogelijk de activiteiten van Navalny-getrouwen te verbieden.

    Het ultimatum van Roskomnadzor kwam enkele uren nadat Google zijn allereerste rechtszaak tegen Rusland had aangespannen vanwege eerdere eisen om content van YouTube te verwijderen. De Amerikaanse technologiegigant verweert zich tegen verzoeken die Roskomnadzor in januari indiende om twaalf video’s te verwijderen omdat ze minderjarigen zouden oproepen om deel te nemen aan ongeautoriseerde bijeenkomsten. Het bedrijf heeft daarom een rechtszaak aangespannen tegen Roskomnadzor bij het Arbitragehof van Moskou en een eerste hoorzitting is gepland voor 14 juli. Voorheen trad Google alleen op als verdachte of als derde partij in rechtszaken die tegen haar werden aangespannen door de Russische autoriteiten, meldde de zakenkrant Kommersant.

    Lees ook:

    Rusland begon eerder dit jaar met een spraakmakende campagne tegen een groot aantal socialemediareuzen vanwege de grote toename van berichten ter ondersteuning van Kremlincriticus Aleksej Navalny die na zijn terugkeer in Rusland in de gevangenis belandde. Roskomnadzor verzocht zowel buitenlandse als Russische technologiebedrijven, waaronder Facebook, VKontakte, TikTok, YouTube en Twitter om tienduizenden berichten, video’s en foto’s te verwijderen. Het is een van de vele terreinen waarop Rusland en Google de afgelopen maanden met elkaar botsen.

    Roskomnadzor is bereid Twitter te verbieden als het niet voldoet aan het verzoek om bepaalde content te verwijderen

    In een aparte verklaring zegt Roskomnadzor ook dat het een brief naar Google heeft gestuurd waarin wordt geëist dat het bedrijf een YouTube-video deblokkeert van het door de staat gerunde Sputnik France. Daarnaast ligt YouTube, eigendom van Google, onder vuur vanwege het blokkeren van het conservatieve, pro-Kremlin Tsargrad TV en het verwijderen van video’s van RT, het voormalige Russia Today, dat eveneens door het Kremlin wordt gestuurd. Volgens Google bevatten de video‘s desinformatie over het coronavirus.

    De Russische mededingingsautoriteiten zijn bezig met een onderzoek naar Google wegens vermeend misbruik van zijn marktdominantie. Door middel van wetten die vereisen dat Russische apps vooraf worden geïnstalleerd op alle smartphones die in Rusland worden verkocht, probeert Rusland de dominantie van buitenlandse bedrijven op de Russische softwaremarkt te verminderen.

    Toezichthouder Roskomnadzor is al bezig met een gedwongen vertraging van Twitter en zei eerder bereid te zijn het socialemediaplatform te verbieden als het niet voldoet aan het Russische verzoek om bepaalde content te verwijderen. Vorige week is ook een wetsvoorstel ingediend dat grote technologiebedrijven wil dwingen om kantoren in Rusland te openen. Doen ze dat niet dan wordt het Russische bedrijven verboden om bij hen te adverteren.

  • Besmettingen in Taiwan nemen toe | Berlusconi is ‘ernstig ziek’

    Besmettingen in Taiwan nemen toe | Berlusconi is ‘ernstig ziek’

    Besmettingen in Taiwan nemen toe

    Taiwan is overgestapt naar het op een na hoogste niveau van het waarschuwingssysteem voor corona, nu er besmettingen zijn gemeld in meer dan de helft van de provincies. De uitbraak blijft weliswaar geconcentreerd in de steden Taipei en New Taipei, die in het weekend al naar niveau 3 gingen, maar er zijn ook gevallen gemeld in acht andere steden of provincies, bericht The Guardian.

    De vaccinatiegraad in Taiwan is laag en de regering loopt achter met het aanschaffen van vaccins

    Gezondheidsdeskundigen, zoals professor Chunhuei Chi van de Oregon State University, noemen Taiwan ‘een slachtoffer van zijn eigen succes’, waardoor het eiland slecht is voorbereid op nieuwe uitbraken. Nadat het virus begin 2020 leek te zijn geëlimineerd, werd geen prioriteit gegeven aan vaccinaties. De vaccinatiegraad in Taiwan is laag en de regering loopt achter met het aanschaffen van vaccins. ‘Taiwan is een van de weinige landen die nog nooit een tweede, derde of vierde golf hebben meegemaakt’, aldus Chi. ‘Het hervatte in feite het normale leven, en de meeste mensen, inclusief mensen bij de overheid, lopen achter met hun kennis.’


    Fox News eist seponering rechtszaak

    Fox News Media wil seponering van de rechtszaak die Dominion Voting Systems heeft aangespannen, meldt Business Insider. De zaak zou ‘de vrijheid van meningsuiting van nieuwsorganisaties’ bedreigen. Dominion eist 1,6 miljard dollar van Fox voor verspreiding van valse beweringen dat hun stemmachines waren gemanipuleerd voor de presidentsverkiezingen in 2020, waardoor stemmen voor Donald Trump naar Joe Biden zouden zijn gegaan.


    Duitsland pakt steun voor Hezbollah aan

    Duitsland heeft drie verenigingen verboden die ervan worden beschuldigd geld in te zamelen voor de door Iran gesteunde militante groepering Hezbollah, aldus het ministerie van Binnenlandse Zaken deze week. De politie deed invallen bij Deutsche Libanesische Familie, Menschen für Menschen en Gib Frieden, die zijn gevestigd op verschillende plekken in zeven Duitse deelstaten. Ze worden ervan beschuldigd donaties in te zamelen voor nabestaanden van ‘martelaren’ van Hezbollah in Libanon onder het voorwendsel religieuze en humanitaire doelen in Duitsland te steunen, schrijft Euractiv. Ook worden ze verdacht van activiteiten om aanvallen op Israël te bevorderen.

    ‘Degenen die terreur steunen, zullen niet veilig zijn in Duitsland’

    ‘Degenen die terreur steunen, zullen niet veilig zijn in Duitsland. Het maakt niet uit in welke gedaante ze verschijnen, ze zullen in ons land geen toevluchtsoord vinden’, aldus een woordvoerder van het ministerie.

    Duitsland merkte Hezbollah vorig jaar aan als terroristische organisatie en stelde een verbod in. De militaire vleugel van Hezbollah staat op de EU-lijst van terroristische organisaties.


    Geen genderquota voor Japanse politici

    Pogingen in Japan om genderquota in te stellen en daarmee het aandeel van vrouwen in de politiek te vergroten, zijn op niets uitgelopen. Een partijoverschrijdende groep politici die in een wetsvoorstel een clausule wilde opnemen om numerieke doelen te stellen voor vrouwelijke politieke kandidaten, heeft het opgegeven. Vooral de regerende Liberale Democratische Partij lag dwars met het argument dat het lastig zou zijn om zittende mannelijke politici in het land te vervangen door vrouwelijke kandidaten, aldus Japan Times. Ook Nippon Ishin no Kai (Innovatie Partij Japan) zei er moeite mee te hebben om quota verplicht te stellen.

    Lees ook:

    Nu bevat het afgezwakte wetsvoorstel een clausule ter voorkoming van seksuele intimidatie van parlementariërs, lokale politici en politieke kandidaten. Daarnaast roept het wetsvoorstel de staat en lokale overheden op om maatregelen te treffen die politici zullen helpen om hun werk meer in evenwicht te brengen met bezigheden in hun privéleven, zoals bijvoorbeeld ouderschap of mantelzorg.


    Poolse boerderij aangeklaagd wegens dwangarbeid

    Het Openbaar Ministerie van Polen heeft een aanklacht ingediend tegen de eigenaren van een pluimveebedrijf. Uit hun boerderij ontsnapte vorig jaar een Russische man die beweert dat hij er 23 jaar lang als slaaf heeft moeten werken. De man vertelde dat hij onder erbarmelijke omstandigheden leefde, verbaal en fysiek werd mishandeld en geen loon voor zijn werk kreeg. Hij slaagde erin om met de hulp van een collega de boerderij te ontvluchten, bericht Notes from Poland.

    Volgens de openbaar aanklager van het district Legnica in het zuidwesten van Polen, hebben de eigenaren van de boerderij meer dan 23 jaar lang onwettige bedreigingen gebruikt om de man te exploiteren. Door hem tot dwangarbeid te forceren en niet te betalen, is zijn menselijke waardigheid aangetast.

    De aangeklaagden, die alles ontkennen, kunnen minimaal drie jaar gevangenisstraf krijgen als ze schuldig worden bevonden. In een civiele procedure eisen de advocaten van de Rus schadevergoeding voor 23 jaar onbetaald werk.


    Berlusconi is ‘ernstig ziek’

    Aanklagers in Milaan hebben woensdag gevraagd om de zaak tegen Silvio Berlusconi in het zogenaamde Ruby Ter-proces te scheiden van de andere beklaagden omdat de ex-premier ‘ernstig ziek’ is. De 84-jarige mediamiljardair is de afgelopen maanden veelvuldig in het ziekenhuis geweest nadat hij vorig jaar besmet raakte met corona, schrijft ANSA.

    Wij denken dat Berlusconi ernstig ziek is’

    Berlusconi wordt ervan beschuldigd getuigen te hebben omgekocht om te liegen over de vermeende ‘bunga bunga’-seksfeesten bij hem thuis. Hij is een van de 29 beklaagden. ‘Wij denken dat Berlusconi ernstig ziek is’, aldus aanklager Tiziana Siciliano. ‘Medische attesten tonen dit aan.’ Berlusconi’s verdedigingsteam steunt het verzoek.


    Indonesiër beledigt Palestijnen

    Een Indonesische conciërge kan maximaal zes jaar gevangenisstraf krijgen omdat hij een video op TikTok zou hebben geplaatst waarin hij oproept tot het ‘slachten’ van Palestijnse ‘varkens’. Indonesië, ’s werelds grootste moslimnatie, is een fervent voorstander van Palestina en de clip heeft tot woede bij de autoriteiten geleid, schrijft AsiaOne.

    De 23-jarige verdachte wordt beschuldigd van het overtreden van een informatie- en transactiewet uit 2008, die onlineactiviteiten reguleert. Deze wet wordt al langer bekritiseerd door rechtenactivisten die zeggen dat de brede interpretatie ervan het mogelijk maakt om tegenstanders van de regering aan te vallen en de vrijheid van meningsuiting te beperken.

  • Twee mannen raakten gefascineerd door Noord-Korea – en infiltreerden

    Twee mannen raakten gefascineerd door Noord-Korea – en infiltreerden

    Een werkloze kok heeft de wereld beelden geleverd die voor het eerst tonen wat iedereen wel vermoedde, maar nog nooit op film was vastgelegd: hoe Noord-Koreaanse wapenhandelaars bereid zijn om de VN-sancties grof te schenden. Dat toont de film De Mol. Het verhaal is zo bizar, dat velen aan de echtheid twijfelen.

    Aan het einde van de film, in een van de laatste shots, zit Ulrich Larsens echtgenote Sacha met de rug naar de camera. Haar blik is op haar man gericht, en langzaam zegt ze: ‘Ik vind dat je een idioot bent. Ook omdat je me niets verteld hebt.’ Wat antwoorddde UlrIch Larsen, ‘de mol’ zoals hij in de film genoemd wordt, zijn vrouw? ‘Ja, je hebt gelijk.’

    Een van de beste geheime operaties

    Hij is werkelijk naar de afspraak gekomen, de man die verantwoordelijk is voor wat Ola Kaldager, ooit chef van de Noorse inlichtingendienst E14, ‘een van de beste geheime operaties’ noemt die hij ooit heeft gezien. De man die door de Noord-Koreanen een leugenaar en een manipulator wordt genoemd. Nu zit hij in een onopvallend café in een onopvallende buitenwijk van Kopenhagen, waar Ulrich Larsen met zijn vrouw en kinderen woont. Hij draagt een grijs sweatshirt en heeft een kaalgeschoren hoofd. Je begrijpt meteen hoe zo iemand zich onzichtbaar kan maken. Hij is bovendien rustig en analytisch, en een nauwkeurige verteller met een verbazingwekkende opmerkzaamheid. 

    Ze hadden nooit gedacht dat het zo groot zou worden. Ulrich Larsen niet, die de hele zaak op touw had gezet, en Jim Latrache-Qvortrup, de ‘dritte im Bunde’, al evenmin. ‘Het werd voor een deel zo gek dat ik de mensen begrijp die zeggen: “Dat kan helemaal niet,”’ zegt Latrache-Qvortrup. ‘Hoe moet je in hemelsnaam deze film uitleggen aan iemand die hem nog niet gezien heeft? Hoe doe je dat?’

    Een poging: een Deense kok die door ziekte arbeidsongeschikt is verklaard en van een uitkering leeft, duikt in de bizarre wereld van de vrienden van Noord-Korea in Europa. Daar speelt hij tien jaar lang als undercover de trouwe communist, en dringt hij steeds dieper door in de inner circle van de hiërarchie, tot hij samen met een voormalige cokedealer en legionnair van het vreemdelingenlegioen bij geheime ontmoetingen in Beijing en Pyongyang Noord-Koreaanse wapenhandelaars ertoe brengt verdragen te ondertekenen die onder andere voorzien in de bouw van een ondergrondse fabriek voor drugs en wapens door Noord-Korea op een eiland in het Victoriameer in Oeganda.

    Dat zou, in grote lijnen, pas de helft van het verhaal zijn. Klinkt dat te grotesk voor een Hollywood-scenario? Het wordt nog gekker: Ulrich Larsen heeft elke afzonderlijke stap in deze reis gefilmd, met inbegrip van het ondertekenen van het verdrag voor de wapenfabriek in een geheime kelder in Pyongyang.

    De mol

    Al die jaren werkte Ulrich Larsen samen met de documentairefilmer Mads Brügger uit Kopenhagen. Lars zocht contact met hem nadat hij een vroegere documentaire over Noord-Korea van Brügger had gezien, en bood hem aan materiaal te leveren. Aanvankelijk was Brügger niet geïnteresseerd. ‘Die Deens-Noord-Koreaanse vriendschapsvereniging is een tamelijk deprimerende aangelegenheid,’ zegt Mads Brügger bij een gesprek in zijn kantoor in de binnenstad van Kopenhagen. ‘Maar ik heb tegen Larsen gezegd: als er ontwikkelingen zijn, hou me dan op de hoogte.’

    Er waren ontwikkelingen. En Mads Brügger maakte daarvan uiteindelijk de documentaire De mol, die in première ging bij de BBC en de publieke tv-zenders in onder andere Denemarken, Noorwegen en Zweden [en Nederland]. 

    Nogmaals: een werkloze kok, vader van een gezin uit een buitenwijk van Kopenhagen, fan van Metallica en liefhebber van modelspoorbaantjes, heeft de wereld beelden geleverd die voor het eerst tonen wat iedereen wel vermoedde, maar nog nooit door iemand op film was vastgelegd – namelijk hoe Noord-Koreaanse wapenhandelaars blijkbaar bereid zijn om de door de Verenigde Naties uitgevaardigde sancties grof te schenden.

    En terwijl Noord-Korea-deskundigen erover twisten of de in de film getoonde Noord-Koreanen zich wel echt aan hun deel van de deal gehouden hebben, of dat in dit schimmenspel misschien iedereen alle anderen voor de gek houdt, hebben medewerkers van de Verenigde Naties contact gelegd met de filmmakers en bestuderen ze het door hen geleverde materiaal. En de ministers van Buitenlandse Zaken van Zweden en Denemarken meldden zich met een gemeenschappelijke verklaring: ‘Wij nemen de inhoud van de documentaire zeer serieus,’ heet het. Men heeft besloten de zaak voor te leggen aan de EU en het VN-comité voor sancties.

    ‘De eerste jaren lag ik vaak in bed en had ik medelijden met mezelf. Ik had een project nodig’ 

    Waarom steekt iemand zijn neus in zulke zaken? In het café vertelt Ulrich over zijn vader die werkte op de veerboten die van Denemarken naar Duitsland voeren. Als kind mocht hij vaak meevaren, meestal naar Puttgarden, maar soms ook naar het Oost-Duitse Warnemünde. De zeelui hadden er plezier in de jongen te waarschuwen om niet aan land te gaan. ‘Ze zeiden dat daar het communisme wachtte.’ Kort na de val van de muur, als hij dertien is, leerde hij op een van die schepen een jongen uit Rostock en zijn zus kennen. De families bezochten elkaar over en weer. ‘Wij kwamen in Rostock en zij bij ons in Gedser. We voerden urenlange gesprekken, ook over socialisme en kapitalisme, over het gedeelde Duitsland.’ Sindsdien spreekt Larsen bijna accentloos Duits.

    Hij wilde altijd kok worden, zegt Larsen, en toen hij het werd, voelde hij zich helemaal op zijn plek: de vriendschap in de keuken, het plezier, en dan elke dag het moment ‘waarop de stilte in een paar seconden verandert in een wervelstorm’. 

    Op zeker moment deed zijn alvleesklier niet meer mee, hij kreeg zware diabetes. Nog altijd is eten pijnlijk voor hem. Algauw was van werken geen sprake meer. ‘De eerste jaren lag ik vaak in bed en had ik medelijden met mezelf,’ zegt Ulrich Larsen. ‘Ik had een project nodig.’ Toen zag hij op televisie The Red Chapel, een film van Mads Brügger, die in 2009 met twee uit Korea afkomstige Deense komieken naar Noord-Korea gereisd was. Noord-Korea fascineerde hem, zegt Larsen. Urenlang zocht hij informatie op het internet. Aanvankelijk was hij vooral geboeid door de parallellen met het gedeelde Duitsland, maar algauw boezemde het atoomprogramma van de regerende Kim-dynastie hem angst in. ‘Ik dacht: Kan ik misschien iets doen?’

    Ulrich Larsen legt contact met de filmmaker. En wordt lid van de Deens-Noord-Koreaanse vriendschapsvereniging, een troosteloos stelletje socialisten van de oude stempel. Van het begin af aan nam hij zijn camera mee en gebruikte die om korte fimpjes van de vergaderingen op het net te zetten. In die filmpjes wordt Larsen een propagandist van het regime, hij prijst het goede leven in Noord-Korea. ‘Het ging erom het vertrouwen van die mensen te winnen,’ zegt hij. Steeds weer gebeurde er maandenlang niets. Larsen blijft geduldig. Hij vertelt zijn vrouw over de vriendschapsvereniging, maar niet over zijn ware bedoelingen, niet over het filmproject.

    In 2012 wordt Ulrich voor het eerst uitgenodigd om naar Noord-Korea te komen. Daar krijgt hij een medaille van het regime voor zijn loyaliteit, en op die reis leert hij Alejandro Cao de Benós kennen, een van de meest kameleontische figuren in het verhaal: Cao de Benós stamt af van verarmde Spaanse adel maar heeft in de voorbije jaren met zijn ‘Korean Friendship Association’ (KFA) naam gemaakt als de grootste cheerleader van het regime

    Hij trad de laatste jaren in het Westen steeds weer op als bemiddelaar voor degenen die toegang wilden krijgen tot het geïsoleerde land. In de film leren we Alejandro Cao de Benós kennen als iemand die in Pyongyang in een operette-achtig officiersuniform voor duizenden partijbonzen Koreaanse slagzinnen brult, en die Larsen waarschuwt voor ‘de neger’, die ‘alleen maar slaapt en steelt’.

    ‘Ik heb als drugsdealer vijftien jaar in een leugen geleefd. Ik ken het spel, en ik ben er goed in’ 

    Interessant wordt het verhaal op het moment waarop de Spanjaard Ulrich Larsen opneemt in zijn KFA, hem tot zijn ‘Scandinavische vertegenwoordiger’ maakt en hem dan verzoekt om investeerders te zoeken voor het door de sancties geteisterde Noord-Korea. Het is intussen 2016. En nu spitst regisseur Mads Brügger zijn oren. ‘Ik wist dat we Alejandro een investeerder moesten presenteren.’ Dus ging hij op zoek naar een acteur die voor hem de rol kon spelen van een Noorse oliemiljonair. En hij vond ‘mr. James’, in het echte leven Jim Latrache-Qvortrup, voormalig soldaat van het vreemdelingenlegioen en cocaïnedealer van de Kopenhaagse jetset, die op dat moment juist vrijkwam uit de gevangenis. ‘In het Deens zeggen we dan: alsof er een sinaasappel in je tulband valt,’ zegt Mads Brügger. Een gelukstreffer. ‘Jim bloeit op in gevaarlijke situaties. En dan ontpopt hij zich ook nog als een begenadigd toneelspeler.’

    ‘Eerst zei ik tegen Mads: je maakt een grapje zeker,’ vertelt Jim Latrache-Qvortrup, ‘en toen: ik doe het.’ Zijn luide schaterlach rolt door de lobby van het hotel. Latrache heeft voorgesteld het gesprek te voeren in het ‘Angleterre’, de elegantste gelegenheid van Kopenhagen. Hij heeft een kortgeknipte volle baard en perfect gekamde haren, net alsin de film. ‘Jezus,’ zegt hij. ‘Ik heb als drugsdealer vijftien jaar in een leugen geleefd. Ik ken het spel, en ik ben er goed in.’ 

    In de docu speelt hij een in Karl Lagerfeldpakken geklede blaaskaak die op zoek is naar crystal meth en wapens. In werkelijkheid heeft hij, dyslectisch als hij is, met de hulp van zijn vrouw – model en Zuid-Oostazië-specialist – in de gevangenis alsnog zijn eindexamen gehaald, en speelt hij tijdens het diner de liefdevolle en charmante tafelheer. ‘Voor mij was het een achtbaanritje op adrenaline,’ zegt hij.

    Krankzinnige reis

    Vanaf dat moment reizen Ulrich Larsen en ‘mr. James’ samen. Het wordt een krankzinnige reis. Deels gefilmd met een verborgen camera, maar vaak ook heel openlijk door Larsen, die de kameraden al jaren kennen als YouTuber voor de Noord-Koreaanse zaak. We zien Alejandro Cao de Benós die al tijdens het eerste gesprek met ‘mr. James’ opschept dat Noord-Korea ‘zich aan geen enkele regel hoeft te houden’: ze kunnen zorgen voor crystal meth, maar willen ook graag ‘fabrieken bouwen om duikboten en tanks te produceren.’

    Allemaal loze praatjes? In een schriftelijke reactie verklaart Cao de Benós dat de film ‘in scène gezet en gemanipuleerd’ is. Hij zou nooit een opdracht uit Noord-Korea voor wapen- of drugsdeals hebben gekregen. Maar in de film zitten de twee Denen na zijn bemiddeling al snel met mensen van de Noord-Koreaanse geheime dienst achter in een limousine in Pyongyang, en vervolgens in een ondergronds restaurant, waarin de ondertekening van een heel bijzondere overeenkomst ’wordt gevierd met karaoke en vele rondjes “Skol!”: de Noord-Koreanen hadden voorgesteld een ondergrondse fabriek voor crystal meth en wapens te bouwen in Oeganda, op een eiland in het Victoriameer, onder een luxe resort. Codenaam: “The Tourism Project”’.

    ‘Als er iets gebeurt – onze ambassade weet hier niks van!’

    Ze ontmoeten de Noord-Koreanen in Oeganda om het eiland te bezichtigen, en horen een als ‘Danny’ voorgestelde Noord-Koreaan zeggen: ‘Jullie brengen je vliegtuigen onder de dekmantel van humanitaire hulp naar ons land, dan kunnen wij de bestelde goederen inladen. Jullie betalen ons en vliegen terug.’ De president van de Narae Trading Corporation, een wapenfabriek, overhandigt ze in Pyongyang een catalogus en een prijslijst: vele bladzijden vol met raketwerpers, drones, luchtafweerraketten, scudraketten met een bereik van 1350 kilometer, veertien miljoen dollar per stuk. De Noord-Koreanen stellen een keer een driehoeksdeal voor. Het idee: zij krijgen olie van een zakenman uit Jordanië, bouwen voor mr. James de fabriek in Oeganda, en daarvoor betaalt mr. James de Jordaniër. Ze vragen mr. James of hij voor hen geen wapens naar Syrië kan transporteren: ‘Projectielen, bommen…’ Ten slotte wordt Ulrich Larsen uitgenodigd in de Noord-Koreaanse ambassade in Stockholm, waar een diplomaat hem het uitgewerkte plan overhandigt voor de als luxe hotel vermomde wapenfabriek in het Victoriameer: ‘Het ziet eruit als in een film,’ zegt de heimelijk gefilmde Noord-Koreaan, en dan: ‘Als er iets gebeurt – onze ambassade weet hier niks van!’

    Mads Brügger noemt zich in de film een keer een ‘filmmaker die uit is op sensatie’. Men verwijt hem dat hij zijn beide protagonisten op onverantwoorde wijze blootgesteld heeft aan gevaar in een regime dat bekendstaat om zijn meedogenloosheid. Ulrich Larsen en Jim Latrache-Qvortrup ontkennen dat allebei. ‘In tegendeel,’ zegt Latrache-Qvortrup: ‘Mads en de producent hebben mij afgeremd toen ik verder wou gaan.’ En het was tenslotte allemaal zijn idee, zegt Ulrich Larsen. Niemand heeft hem ooit ergens toe gedwongen. Maar terwijl ‘mr. James’ beweert van ‘ieder moment’ van het avontuur te hebben genoten, is aan Larsen nu nog de beklemming te merken als hij over scènes vertelt waarin hij bijna werd ontmaskerd.

    Detector

     In Tarragona zat hij een keer met Alejandro Cao de Benós in zijn ‘bunker’, toen de Spanjaard een afluisterdetector haalde en Larsen – die microfoon en camera op zijn lichaam droeg – daarmee scande. In de film hoor je de detector plotseling luid piepen. ‘Op dat moment dacht ik: Nu is alles voorbij,’ zegt Ulrich Larsen. ‘Ik dacht aan mijn vrouw. Dat zou het ergste geweest zijn: als het hier was afgelopen, dan zou ik mijn gezin nooit de waarheid verteld hebben.’

    Larsen bleef koel en gaf de schuld aan de elektrische sleutel van de huurauto. Hij komt ermee weg, zichtbaar geschrokken, en gaat toch door. ‘Ik wilde gewoon die informatie eruit krijgen,’ zegt hij. ’Ik wilde de wereld laten zien hoe Noord-Korea en zijn bondgenoten handelen.’

    Nu zijn zijn beelden publiek geworden. En de deskundigen twisten over de interpretatie ervan. De door de filmmaker geleverde details zijn ‘adembenemend’, zeggen de Noord-Koreadeskundigen Rüdiger Frank en Peter Ward: ‘Vroegere berichten over hoe Noord-Korea probeert de sancties te omzeilen, worden hier bevestigd en dramatisch geïllustreerd.’ Maar er zijn ook onbeantwoorde vragen. Sommigen geloven in een misleidingspoging van Noord-Korea. Hebben de Noord-Koreanen gewoon geprobeerd om de beide Denen te bedriegen? Waarom hebben de Noord-Koreanen nooit een grondig antecedentenonderzoek gedaan naar die zogenaamde oliemiljonair mr. James? Anderen brengen daar tegenin dat de documentaire op haar manier ook toont hoe goed de sancties van de VN functioneerden en dat de Noord-Koreanen ronduit vertwijfeld waren in hun zoektocht naar geld.

    De intentie van de Noord-Koreanen in de film is niet met zekerheid te achterhalen. ‘Dat het werkelijk tot wapenleveranties zou komen, was wat ons betreft uitgesloten,’ zegt regisseur Brügger. ‘Dat was de rode lijn die we nooit overschreden zouden hebben.’

    ‘Allemaal gelogen’

    In Kopenhagen zetten beide protagonisten intussen de eerste stappen terug in hun normale leven. Jim Latrache-Qvortrup verdient zijn geld tegenwoordig met een exclusieve massagepraktijk. Angst voor vergelding van de kant van Noord-Korea heeft hij niet, zegt hij. Ze hebben een ontmoeting gehad met mensen van de Deense geheime dienst PET, en ook hun inschatting luidt; wees voorzichtig, maar er is geen acuut gevaar. De documentaire, meent Jim Latrache-Qvortrup, heeft sinds de uitzending zijn leven veranderd. Degenen die hem eerder altijd als een ex-crimineel hadden bestempeld, zagen hem nu met andere ogen. ‘Zelfs als ik morgen neergeschoten zou worden, zou ik nu sterven als een held en de naam van mijn tweee zoons zou gezuiverd zijn.’ Dan lacht hij, als bevrijd.

    De Noordkoreaanse ambassade in Zweden noemt de film in een verklaring ‘verzonnen’ en ‘deel van de intriges van vijandige krachten’ tegen Noord-Korea. Over de ‘manipulator Ulrich’ heet het dat hij ‘op het moment wel is ondergedoken’, maar dat men zijn leugens snel kan ontkrachten: ‘Het zou niet moeilijk zijn hem te vinden.’

    Ulrich Larsen heeft voor de film nooit een cent gekregen. Ook hij houdt contact met de Deense geheime dienst. Nee, hij is niet verhuisd, en hij zit niet in een getuigenbeschermingsprogramma. Maar hij let nu wel op met wie hij afspreekt, waar hij heen gaat en rijdt; hij verandert zijn routes elke dag. Hij is opgelucht, zegt hij, dat zijn gezin nu alles weet. Dat zijn vrouw hem heeft vergeven. Bij de première in een Kopenhaagse bioscoop waren ze allemaal trots op hem: zijn vader, zijn vrouw en beide dochters. De veertienjarige toonde hem opgewonden een berichtje op haar mobiel: haar vrienden deden nu in de klas een project over zijn film. ‘Ik ben opeens een coole vader,’ zegt Ulrich Larsen. Zijn eigen vader heeft hem na de premiere geschreven dat hij trots op hem was: ‘Maar doe zoiets nooit weer!’ Zou hij dat dan doen? Hij zwijgt. ‘Je weet het nooit,’ zegt hij. 

    Ulrich Larsen, de mol. Een paar keer tijdens het gesprek heeft hij Noord-Korea zijn ‘hobby’ genoemd. Het is maar goed, zegt hij ten slotte, dat hij nog een andere hobby heeft: zijn modelspoorbaan, een Märklin. Als hij een keer geld heeft, dan wil hij een wens vervullen: een moderne Märklin Mini, computergestuurd, tweemaal anderhalve meter. ‘Ik zou een kleine stad bouwen, met huizen en treinen, zes, zeven stuks misschien.’ Het klinkt als een groot avontuur.

    De documentaire is te kijken op NPO Plus.

  • In de stad van de toekomst is alles op loopafstand

    In de stad van de toekomst is alles op loopafstand

    De auto de stad uit en alles wat je nodig hebt in je eigen buurt; dat is de stad van de toekomst. Architecten in Barcelona, Parijs en Stockholm geven het goede voorbeeld. Twee Catalaanse wetenschappers onthullen hun plannen voor een nieuwe manier van samenleven.

    Met de wereldwijde pandemie zijn ‘afstand’ en ‘tijd’ actuele onderwerpen geworden in de discussie over de verbetering van ons stadsleven. Boven op het probleem van de tweedeling in de leefruimte en de disbalans in het stedelijk milieu kampen we nu ook met de gevolgen van een jaar van beperkende maatregelen die het dagelijks leven hebben verstoord.

    Vanuit het urbanisme, de studie van de stedelijke leefomgeving, worden vraagtekens gezet bij de tendens tot het steeds meer op afstand zetten en opdelen van wonen, werken en recreëren. De hypermobiliteit heeft ernstige consequenties gehad voor het milieu en de leefomgeving, en ook voor onze gezondheid en ons dagelijks leven.

    Andere dagindelingen, andere plekken, andere relaties en ontmoetingen – dat is het nieuwe normaal

    We hebben het ritme en de planning van ons dagelijks leven onder druk gezet om aan nieuwe eisen te kunnen voldoen en gebruik te maken van de nieuwe middelen die ons ter beschikking staan. Andere dagindelingen, andere plekken, andere relaties en ontmoetingen – dat is het nieuwe normaal, waarin de virtuele en reële contacten op een paradoxale manier steeds meer door elkaar zijn gaan lopen.

    Voor dit opkomende levensmodel, waar we weinig van afweten, moeten nog alternatieven worden bedacht. We kunnen de consequenties voor ons en onze omgeving nog niet overzien. Er doemen nieuwe problemen op, en ook nieuwe manieren om de stad in te richten, processen, ideeën en projecten worden versneld. En gezien de huidige mogelijkheden van onmiddellijke communicatie, zijn er al stedelijke modellen met wereldwijde impact in de maak.

    Zo maken Barcelona, Parijs en Stockholm zich sterk voor de stad van nabijheid, hun plannen hebben meerdere aspecten gemeen: het beperken van de ruimte voor autoverkeer en het stimuleren van een stedelijk leven waarin nabijheid centraal staat.

    ‘Superblokken’

    Een project dat inmiddels veel navolging krijgt zijn de ‘superblokken’ van Barcelona. Recent werd een prijsvraag uitgeschreven voor ideeën om een aantal straten in Ensanche, de negentiende-eeuwse stadsuitbreiding van Barcelona, tot ‘groene kernen’ te maken en vier grote pleinen te creëren. Het basisidee van het voorstel was om huizenblokken in groepen van drie bij drie als eenheid te nemen voor het afsluiten van doorgaand gemotoriseerd verkeer.

    ‘Het zijn pure buurtstraten en dus vrij van lawaai en luchtverontreiniging’

    Zo omschrijft Salvador Rueda, de bedenker van het plan, het ecologisch project: ‘Een cel van 400 bij 400 meter omsloten door een netwerk van verkeersaders die door de hele stad lopen. In de binnenstraten van die cellen geldt een maximum snelheid van 10 kilometer per uur. Ze kunnen niet gebruikt worden voor doorgaand verkeer, het zijn pure buurtstraten en dus vrij van lawaai en luchtverontreiniging.’

    De bedoeling is de binnenstraten te ‘pacificeren’ en de kruispunten tot pleinen te maken. Een maatregel die heel goed past in het stratenplan van Ensanche, dat heel rechthoekig is, maar dat meer problemen oplevert in wijken met een onregelmatiger structuur of grotere verschillen in dichtheid of bedrijvigheid of bestemming.

    De meest recente uitrol van het model vertoont enige variaties op het beginschema. Een aantal binnenstraten worden tezamen beschouwd als uitgebreide groene kernen, die kunnen dienen om bestaande voorzieningen, toepassingen en ruimtes met elkaar te verbinden.

    Ville du Quart d’Heure

    De burgemeester van Parijs, Anne Hidalgo, heeft in de campagne voor haar tweede termijn het idee van de Ville du Quart d’Heure – ‘de 15-Minuten Stad’ – als centraal agendapunt gelanceerd. Haar adviseur stadsplanning, Carlos Moreno – urbanist en van oorsprong wiskundige – staat een ecologisch en technologisch gerichte aanpak voor.

    De onderdelen van Moreno’s strategie om de Franse hoofdstad CO2-vrij te maken zijn: ‘chrono-urbanisme’, nabijheid en polycentrisme. Een vernieuwde en geactualiseerde opvatting van het idee van ‘de woonwijk als eenheid’, met moderne benaderingen, methoden en instrumenten om tot duurzamere steden te komen.

    Het vormt ook een mogelijk antwoord op de uitdagingen op het gebied van gezondheid en klimaat

    Efficiënt omgaan met tijd, dat is wat ten grondslag ligt aan het concept van de 15-Minuten Stad. Niet alleen zou dat het welzijn van de bewoners ten goede komen, omdat het leven in de stad er eenvoudiger op wordt, maar het vormt ook een mogelijk antwoord op de uitdagingen op het gebied van gezondheid en klimaat die ons te wachten staan.

    De 15-Minuten Stad en het 30-Minuten Gebied (Territoire de la Demi-Heure) beogen een herwaardering in de stad van de korte afstand. Het streven is een netwerk van nabije stedelijke functies en plaatsen die te voet of met de fiets bereikbaar zijn.

    Dat alles betekent een andere benadering van de stad, zowel bestuurlijk (beheer van de Ville du Quart d’Heure) als qua levenssfeer. De inzet is een sociale en individuele transformatie van het stadsleven.

    1-Minuut Stad

    In Stockholm ijvert het gemeentebestuur, net als in de rest van Zweden, voor de 1-Minuut Stad. Door middel van innovatie en bestuurlijke samenwerking bevorderen ze de transitie naar meer duurzaamheid. Ze zetten gezamenlijke projecten op om te experimenteren met oplossingen die bijdragen aan de ontwikkelingsdoelen voor 2030.

    In 2020 ondertekenden negen steden het akkoord Viable Cities, gericht op de ontwikkeling en coördinatie van klimaatmaatregelen op landelijk niveau. Twee initiatieven voor een herinrichting op straatniveau springen eruit: Future Streets en Street Moves, beide in Stockholm.

    Het idee is dat bewoners deelnemen aan de inrichting van hun straat

    De voorstellen zijn hyperlokaal, ze hebben betrekking op de eigen woonstraat, maar kunnen ook in breder verband en verspreid over de stad worden toegepast. De kern is een verbeterde inrichting en functionering van de straten. De prototypes en pilots, waarbij bewoners werden betrokken, zijn één op één herhaalbaar. Oplossingen met nieuwe stedelijke omgevingen en situaties worden ontwikkeld en beproefd in reëel bestaande omstandigheden.

    Zo heeft de Zweedse groep ArkDes een constructiekit ontwikkeld voor een nieuw gebruik van de straten in de stad.

    Dan Hill, hoofd design van het Zweedse onderzoeks- en ontwikkelingsinstituut Vinnova en leider van Street Moves zegt dat ze wilden leren van het tactisch urbanisme, maar dan op een strategische manier. Het initiatief, dat het concept van de 15-Minuten Stad nog dichter bij de burgers brengt, stelt bewoners in staat installaties bij hun voordeur aan te brengen en daarmee zelf de 1-Minuut Stad aan te kleden. Het idee is dat bewoners deelnemen aan de inrichting van hun straat, zodat beter tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van de gemeenschap en de bewoners zich echt thuis voelen in hun wijk.

    Care City

    In het kader van het nog lopend herzieningsplan met de naam 22@Barcelona, hebben wij een voorstel uitgewerkt om in de wijk Poblenou een hogere graad van nabijheid te creëren, rekening houdend met het contrast tussen de verschillende deelomgevingen.

    In deze Barcelonese wijk bestaan diverse werelden naast elkaar: historische kernen, flatgebouwen, voormalige industriële terreinen die tot stedelijk erfgoed behoren en die een herbestemming krijgen, nieuwbouw en hotels en andere elementen van de dienstensector. Daarom streven wij, uitgaande van een analyse van de verschillen, naar een nieuw evenwicht tussen de productieve en reproductieve stad, tussen werk- en zorgvoorzieningen, zodat de kwaliteit van het stadsleven gelijkelijk wordt verdeeld.

    Onze strategie is: werken met wat er al is om een nieuw stramien te vormen waarin zulke verschillende ruimtes tot hun recht komen. Wij analyseren de centraliteit en de nabijheid, zowel op stedelijk als lokaal niveau, in termen van de ruimtelijke ordening en de activiteitenintensiteit, van ruimtes en randgebieden, van woonblokken en de straat- en voorzieningenomgeving.

    De nadruk wordt gelegd op de rol van scholen als multifunctionele ruimtes en als centrale hubs van de wijk

    In ons voorstel besteden we speciaal aandacht aan de bestaande educatieve centra en hun potentieel om te opereren als ruimtes waar verschillende mensen en functies samenkomen. Er zijn legio maatregelen en voorstellen om de relatie van scholen tot hun stedelijke omgeving te verbeteren, maar in dit initiatief wordt de nadruk gelegd op de rol van scholen als multifunctionele ruimtes en als centrale hubs van de wijk.

    Deze benadering dwingt tot een heroverweging van de ruimtelijke posities van de scholen en hun onderlinge relaties, hun toepassingsmogelijkheden en hun specifiek sociale en fysieke omgeving, hun verbinding met andere gebouwen en andere stedelijke activiteiten, alsmede de andere collectieve ruimtes van de wijk. Het resultaat is een Schotse ruit, een stramien van stedelijke stroken en ruimtes, van nabijheden en een distributie van centraliteiten.

    Meer dan een nieuw netwerk van straten of kernen, behelst ons voorstel een beter begrip en versterking van de dynamiek in het netwerk van relaties en bestaande patronen, van de voetgangersgebieden en de fijnmazige distributie van dagelijkse activiteiten, alsmede de relaties tussen het binnen en buiten van de woningen op straatniveau. Het leven beneden op straat van een stad die we koesteren en die ons koestert.

    De stad is een geheel van verschillende omgevingen, culturen, plaatsen, activiteiten, snelheden, tijden, collectieven en individuen

    In de stad zijn ‘tijd’, ‘ruimte’, ‘nabijheid’ en ‘centraliteit’ relatieve begrippen. Zoals Crasi zegt: ‘Achter de koraalachtige, homogene schijn van de stedelijke structuur schuilen overlappende, autonome systemen en contouren van de realiteit, gegenereerd door elementen die daadwerkelijk door de verschillende sociale groepen worden beleefd en gekend.’

    We moeten bereid zijn om het urbanisme en de steden te zien en te begrijpen als iets wat tegelijk technisch, politiek en sociaal is, maar ook tegenstrijdig en conflicterend. Als een dynamische plek waarin verschillende fysieke relaties, gebruiken, stromingen, individuen, belangen en behoeftes, materiële en immateriële zaken op elkaar inwerken.

    De stad is een geheel van verschillende omgevingen, culturen, plaatsen, activiteiten, snelheden, tijden, collectieven en individuen. We moeten haar bekijken vanuit een ecologische visie, aldus Capra: ‘in staat om de wereld te zien, niet als een verzameling geïsoleerde objecten, maar als een netwerk van fundamenteel onderling verbonden en wederzijds afhankelijke fenomenen’. Een doordachte ecologie die ‘de intrinsieke waarde van alle levende wezens erkent en de mens ziet als slechts een van de vele strengen in het web van het leven’.

  • Florin Bădiță: ‘Maatschappelijke verandering is een marathon, geen sprint’

    Florin Bădiță: ‘Maatschappelijke verandering is een marathon, geen sprint’

    Hij zorgde ervoor dat premier Victor Ponta aftrad, wat hem de titel Europese Persoonlijkheid van het Jaar opleverde. Volgens de Roemeense Bădiță is de wereld veranderen geen rocketscience. De eerste in onze reeks inspirerende persoonlijkheden.

    Doe je het door middel van kunst, technologie of woorden? Ga je protesteren op straat? Van Florin Bădiță hoef je niet te kiezen. Florin, zelfbenoemd probleemoplosser, is een man met veel petten, maar zijn inspanningen leiden allemaal tot één doel: Roemenië een betere plek maken.

    Hij legt zijn aanpak uit met een voorbeeld: ‘De activist in mij wilde gegevens verzamelen over de uitgaven aan kerstversiering in alle steden in Roemenië. De nerd in mij verzamelde e-mailadressen uit alle steden en stuurde 326 verzoeken voor het vrijgeven van informatie en schreef een programma waarin ik kon bijhouden wie er antwoordde en wanneer. De kunstenaar in mij wilde zelf de gegevens presenteren zodat mensen de resultaten gevisualiseerd konden zien.’

    Protest against corruption Bucharest 2017 Piata Universitatii 5 1
    Protesten in Boekarest tegen corruptie. Op woensdag 4 november 2015 trad premier Victor Ponta af na aanhoudende protesten in de nasleep van een grote brand op 30 oktober in een nachtclub, met tientallen dodelijke slachtoffers.

    Een van Florins meest beruchte projecten – die hem de titel ‘Europese Persoonlijkheid van het Jaar’ opleverden en een plaats op de lijst Forbes Europa onder 30 – is Corruption Kills, dat hij begon nadat een brand een nachtclub in Boekarest had verwoest. De brand doodde 64 mensen en leidde tot massale anticorruptieprotesten, die premier Victor Ponta uiteindelijk dwongen af ​​te treden.

    ‘Het doel van de beweging was om mensen te informeren over het gevaar van corruptie en hoe het invloed op iedereen kan hebben,’ zegt Florin. De Corruption Kills-Facebookpagina heeft nu 126.000 likes en wordt regelmatig bijgewerkt met nieuws over corruptie in Roemenië.

    Ieder een deel

    Op het moment is Florin betrokken bij een aantal verschillende projecten, waaronder Activist House, een openbare ruimte waar trainingen worden gegeven en debatten en campagnes worden georganiseerd; Civic TV, een opkomend multimediaplatform dat burgerinitiatieven uitzendt; Civistarterraken, een incubator die jongeren helpt met maatschappelijke vraagstukken; en tot slot de European Activists Conference, een evenement voor activisten uit de hele EU en aangrenzende regio’s, met als streven een betere toekomst voor Europa.

    10 August Protest against corruption Bucharest 2018 Victory Square 3 1

    Ontdek wie u vertegenwoordigt in het Europees Parlement en ga deze persoon ontmoeten, of stuur hem in ieder geval een e-mail

    Wat kunnen we doen om meer betrokken te zijn bij zowel lokale als Europese kwesties die ons dagelijks leven beïnvloeden? Volgens Florin is het geen rocketscience. Maatschappelijke verandering is een marathon, geen sprint. ‘Ga stemmen! Informeer jezelf over de mogelijkheden die je hebt,’ zegt hij enthousiast. ‘Ieder van ons moet een deel op zich nemen. Kijk bijvoorbeeld wie u vertegenwoordigt in het Europees Parlement en ga deze persoon ontmoeten, of stuur hem in ieder geval een e-mail.’

    Protest against corruption Bucharest 2017 Arcul de Triumf 2 1

    En wat als je nog meer wilt doen? ‘Doneer je tijd, expertise of geld aan de mensen die het werk doen,’ adviseert hij. ‘Stuur een bericht met de vraag: “Hé, hoe kan ik helpen?”’

    Een laatste tip: ‘Onthoud dat leren een levenslang proces is, dus blijf jezelf altijd verbeteren.’

  • Alleen politieke moed kan de spanningen in Oost-Jeruzalem verminderen

    Alleen politieke moed kan de spanningen in Oost-Jeruzalem verminderen

    Het geweld tussen Israël en Hamas is niet onoplosbaar, meent Haaretz. Maar dan moet de regering van Israël wel een nieuwe weg inslaan. Die klampt zich nog altijd vast aan de fictie van een eenvoudig juridisch probleem en een ‘lokaal conflict’.

    In Oost-Jeruzalem zijn de Palestijnse betogingen en de huidige botsingen met de Israëlische politie het resultaat van tientallen jaren spanningen en juridische gevechten over het lot van Sheikh Jarrah, een kleine Arabische wijk in het noorden van de Oude Stad, waar de bewoners met uitzetting worden bedreigd door een groep Joodse kolonisten.

    Om te begrijpen wat er op het spel staat moeten we teruggaan in de geschiedenis. In 1876, tijdens de Ottomaanse periode en vóór de opkomst van de zionistische beweging in 1897, kochten de religieuze besturen van de Sefardische en Asjkenazische Joden in Jeruzalem een lapje grond in Sheikh Jarrah, in de buurt van de tombe van Shimon Hatsadiq (Simon II de Rechtvaardige), een Joodse hogepriester uit de Oudheid. Daar werd een kleine Joodse wijk gesticht.

    Toen in 1948 de oorlog uitbrak, moesten tienduizenden burgers hun huis ontvluchten

    Toen in 1948 de oorlog uitbrak, moesten tienduizenden burgers hun huis ontvluchten, en aan het eind van de onafhankelijkheidsoorlog deelde een Israëlisch-Jordaanse bestandslijn de stad in tweeën. De overgrote meerderheid van de vluchtelingen bestond uit Arabieren (vijfentwintigduizend zielen) die hun have en goed moesten verlaten omdat die voortaan ten westen van de groene lijn waren gesitueerd, in het Israëlische gedeelte, terwijl een kleine Joodse minderheid (zeventienhonderd zielen) haar bezittingen in het Jordaanse gedeelte ten oosten van de bestandslijn moest achterlaten, voornamelijk in de historisch Joodse wijk van de Oude Stad.

    Na de oorlog van 1948 nam het Israëlische parlement een wet aan die Joodse vluchtelingen recht gaf op een vergoeding ter waarde van de goederen die ze in Oost-Jeruzalem hadden moeten achterlaten. Evenzo lieten Jordanië en de Verenigde Naties in 1956 achtentwintig huizen in de wijk Sheikh Jarrah bouwen voor Palestijnse vluchtelingenfamilies.

    Terugeisen

    Tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 veroverde en annexeerde Israël de Oude Stad en West-Jeruzalem. Sinds de hereniging stipuleert de Israëlische wet dat de Joden het recht hebben bezittingen terug te eisen die tussen 1948 en 1967 in Oost-Jeruzalem zijn achtergelaten. Dezelfde wet bepaalt expliciet dat het omgekeerde niet geldt voor de Arabieren die hun door Israël gevorderde en genationaliseerde bezittingen in West-Jeruzalem hebben moeten achterlaten.

    In Sheikh Jarrah bleef alles ondanks de Israëlische verovering van Oost-Jeruzalem lange tijd bij het oude, totdat de extreemrechtse kolonisten er in het begin van de jaren 2000 aanspraak op gingen maken.

    Lees ook:

    In die tijd hadden de religieuze besturen van de Sefardische en Asjkenazische Joden in Jeruzalem, na een tijdlang hun eigendomsrechten te hebben uitgeoefend, die rechten overgedragen aan het Israëlische vastgoedbedrijf Nahalat Shimon (Erfenis van Simon), een filiaal van Nahalat Shimon International, een maatschappij die geregistreerd staat in de Amerikaanse staat Delaware. Omdat Delaware bekendstaat om zijn volstrekt ondoorzichtige wetgeving, is niet te achterhalen wie de aandeelhouders zijn van het moederbedrijf.

    Sinds 2003 is Nahalat Shimon verwikkeld in een juridische strijd die niet alleen tot doel heeft de afstammelingen van de Palestijnse vluchtelingen uit hun huizen in Sheikh Jarrah te verdrijven, maar ook om de hele wijk plat te gooien en er tweehonderd woningen voor Joodse families voor in de plaats te bouwen.

    Tot dusver was het vastgoedbedrijf erin geslaagd vier Arabische families uit hun huis te laten zetten. Maar momenteel worden, ingevolge een vonnis van het Israëlische hooggerechtshof (dat overigens gezien het politieke klimaat zijn zitting van 10 mei heeft verdaagd), driehonderd bewoners van dertien panden met uitzetting bedreigd ten gunste van Joodse kolonisten.

    Zeker 30 procent van het onroerend goed in Oost-Jeruzalem behoort aan Arabieren toe

    Deze dreiging verklaart de recente protesten van Palestijnen in zowel Oost-Jeruzalem als in de door Israël bezette gebieden en het buitenland. Door zich te beroepen op de eigendomsrechten van fysieke en morele Israëlisch-Joodse rechtspersonen op goederen die sinds zeven decennia in het bezit zijn van Palestijnen in Oost-Jeruzalem, heeft het gerecht een doos van Pandora geopend: volgens de meest voorzichtige schattingen behoorde voor de oorlog van 1948 30 procent van het onroerend goed in Oost-Jeruzalem aan Arabieren toe.

    Natuurlijk sluit de Israëlische wet iedere wederkerigheid voor Arabische eigenaars uit, maar het geval-Sheikh Jarrah zou de oude Palestijnse eigendomsaanspraken op hele wijken in Oost-Jeruzalem weleens nieuw leven kunnen inblazen en zelfs tot acties bij het Internationaal Strafhof (ICC) kunnen leiden.

    Toch zou deze tijdbom met een klein beetje politieke moed van de kant van Israël onklaar kunnen worden gemaakt.

    In 2010 hebben twee onderzoekers van het Jerusalem Institute for Policy Research, Yitzhak Reiter en Lior Lehrs, een eenvoudige oplossing voorgesteld: de grond onteigenen die op papier aan Nahalat Shimon toebehoort. Sinds 1967 heeft de Israëlische staat in Oost-Jeruzalem duizenden hectares grond van Palestijnse eigenaars onteigend om er een enorme strook Israëlische wijken te bouwen. Dus waarom zou diezelfde staat nu niet een kleine uitzondering kunnen maken door een onteigeningsprocedure van maar enkele hectares te starten, maar ditmaal ten bate van enkele honderden Palestijnen in Oost-Jeruzalem in ruil voor een schadeloosstelling voor vastgoedbedrijf Nahalat Shimon.

    Vernieuwende oplossing

    Ter onderbouwing van hun voorstel citeren Reiter en Lehrs een niet-bindende uitspraak die in 1999 is gedaan door Menachem Mazuz, destijds viceprocureur-generaal. Ten aanzien van een zaak die sterk leek op die in Sheikh Jarrah achtte Mazuz het ‘ondenkbaar dat de Israëlische regering haar onteigeningen kan motiveren door verwijzing naar het nationaal belang (van Israël), maar niet overweegt hetzelfde te doen omwille van de vrede en diplomatie’.

    Volgens de twee Israëlische onderzoekers zou zo’n moedige en vernieuwende oplossing louter voordelen met zich meebrengen voor de Hebreeuwse staat. Om te beginnen zouden op korte termijn de huidige spanningen worden bedwongen en zou er snel een eind komen aan de gewelddadigheden. Ten tweede zou Israël minder moeite hebben om zijn positie inzake de kwestie Jeruzalem te verdedigen tegenover de internationale gemeenschap. Ten derde zou het dossier Jeruzalem op een constructievere manier worden behandeld door het ICC. En ten vierde zouden de Palestijnse argumenten om het dossier te heropenen van de Arabische goederen die na 1948 in West-Jeruzalem zijn achtergelaten worden verzwakt.

    Al Jazeera maakte een documentaire over een Palestijnse familie die haar huis in Jeruzalem werd uitgezet.

    Maar de regering klampt zich nog altijd vast aan de fictie van een eenvoudig juridisch probleem en een lokaal conflict, terwijl de Palestijnen steeds beter in staat zijn aan te tonen dat de handen van de Israëlische justitie zijn gebonden door een in wezen discriminerende wetgeving. Als om hun gelijk te geven brengt de Israëlische staat sinds enkele weken een enorme politiemacht op de been, die niet alleen de Palestijnse betogingen op een gewelddadige manier onderdrukt, maar ook aan de kant van de Israëlische kolonisten staat.

    Er bestaat een eenvoudige, evenwichtige en rechtvaardige oplossing voor het probleem Sheikh Jarrah. Maar die vergt een politieke moed waaraan het de Israëlische leiders tot nu toe ontbreekt. 

    Lees ook:

  • Van kantoorkolossen naar woontorens. De transformatie van de wolkenkrabber

    Van kantoorkolossen naar woontorens. De transformatie van de wolkenkrabber

    Lange tijd werd de wolkenkrabber gezien als ‘ouwe, nutteloze meuk’. Toch zal de wereld eind dit jaar 133 gebouwen rijker zijn van meer dan 200 meter hoog. Tegenwoordig zijn het vooral woontorens die aan de wolken krabben – voor de rijken.

    In de tijd dat de architect Mohammed Atta vlucht nummer 11 van American Airlines in de noordelijke toren van het World Trade Center boorde, leek het idee van de wolkenkrabber een overblijfsel uit de twintigste eeuw, ouwe, nutteloze meuk. ‘De wolkenkrabber was het product van een geëxalteerd machtsparadigma,’ schrijft José Antonio Tallón in zijn proefschrift, getiteld Van Rem Koolhaas tot Gordon Matta-Clark. ‘Het idee werd op een bepaald moment in de geschiedenis omarmd, maar vanaf de jaren 1970 begon het inzicht door te dringen dat het een karakterloos product was van de rationalistische architectuur, bestemd voor het tabula rasa van een disfunctionele, generieke stad.

    In zijn proefschrift ontvouwt Tallón de theorie dat de wolkenkrabber zich in de loop van de twintigste eeuw heeft ontwikkeld tot een soort architectonisch niets, even expansief en destructief als de ivoren toren in Het oneindige verhaal van Michael Ende. Het beste voorbeeld van deze decadentie waren de Twin Towers, die vernietigd werden in een van de ergste terroristische aanslagen die ooit in de westerse wereld werden gepleegd.

    Negatief imago

    In 2001 waren er in de hele wereld 263 gebouwen van meer dan 200 meter hoog. Ze werden als ondoelmatig beschouwd (vanaf 150 meter worden ze vanwege problemen met stijfheid en onderhoud onrendabel) en ze kregen een negatief imago. ‘In de opeenvolgende crises van de twintigste eeuw ontwikkelden de middenklassen een antipathie tegen wolkenkrabbers, ze zagen in hun monumentaliteit een bedreiging van hun manier van leven, die in verval raakte,’ stelt Juan Antonio Roche, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Alicante. ‘Denk aan het beeld van King Kong: het is geen toeval dat de mensaap, die staat voor de eenling, de getergde kwetsbare ziel, zich tegen het Empire State Building keert, midden in de crisis van de jaren dertig, die vooral de middenklasse hard trof.’

    Twintig jaar na 11 september, negentig jaar na King Kong en midden in een andere grote, wereldwijde crisis, heeft de Council on Tall Buildings and Urban Habitat (een genootschap ter promotie van wolkenkrabbers) aangekondigd dat er in 2021 in de hele wereld 133 nieuwe torens van meer dan 200 meter bij zullen komen, wat heel dicht het record van 2017 nadert (146 nieuwe torens). Het verbazende aspect van dat getal is dat New York, de stad die symbool staat voor zowel de glorie als het falen van de wolkenkrabber in de twintigste eeuw, nu in twee opeenvolgende jaren de hoogste toren, hoger dan die van de steden in China en de Perzische Golf, laat verrijzen. En ook is daar nu voor het tweede jaar op rij de hoogste toren een luxe woontoren: de wolkenkrabber op het adres 111 West 57th Street (435 meter boven op de Steinway Hall van 48 meter, in totaal 483 meter) zal in 2021 de Central Park Tower uit 2020 (472 meter) de loef afsteken. De twee gebouwen zijn in principe bestemd voor luxe appartementen, beide kijken uit over Central Park en staan op percelen waar tot voor enkele jaren kantoorpanden stonden.

    Nog een paar feiten. Het Isle of Dogs, een voormalig havendepot aan de Theems, dat zich tussen 1987 en 1991 ontpopte als de tweede City, wordt gerecycled tot een woonwijk. In 2010 telde het stadsdeel nog 12.000 inwoners, maar in 2019 waren dat er al 19.000, en voor het eerst dook het in enquêtes op als de Londense wijk met de hoogste kwaliteit van leven. Verwacht wordt dat het Isle of Dogs over ongeveer tien jaar 100.000 inwoners zal tellen.

    Zelfs in Spanje zitten de hoge woontorens in de lift. Na jarenlange vertraging in de bouw zal de gigantische Torre Intempo in 2021 ingewijd worden als de op één na hoogste woontoren in Europa (200,2 meter). In Barcelona (Edificio Antares), Madrid (Torres Skyline) en Malaga (AQ Urban Sky) staan gebouwen gepland van rond de 100 meter hoogte en we hebben ook de Torre Bolueta in Bilbao, die al af is. Veel van die gebouwen zijn luxe-objecten midden in atypische wijken: het penthouse van de Edificio Antares in Barcelona, bijvoorbeeld, ging voor negen miljoen euro van de hand, terwijl het ver buiten de chique wijken staat.

    ‘Eigenlijk zijn het maar deels luxe-objecten,’ zegt Edgar Caridad, commercieel directeur van AQ Acentor, de onderneming die AQ Urban Sky heeft laten bouwen. ‘In Malaga bieden we de appartementen op de hoogste verdiepingen aan in het luxe segment van de markt en die op de vijfde verdieping zijn bestemd voor de middeninkomens.’

    De prijzen lopen van 158.000 euro tot een miljoen, en dat is interessant voor de aanbieder, want zo kan hij zijn publiek diversificeren,’ zegt Caridad. ‘Het imago van hoge woontorens is veranderd. In de jaren 1970 hing er een aura omheen van speculatie en lage kwaliteit. Maar tegenwoordig zijn veel constructieproblemen opgelost. Door prefab te bouwen wordt het bouwterrein een stuk kleiner en is het gebouw duurzamer. De ecologische voetafdruk bijvoorbeeld, is erg gering en dat is in deze tijd een heel aantrekkelijk criterium. Het motief echter om hoge woontorens te bouwen is niet de lage kosten, maar de symbolische waarde van het product. Mensen vinden het leuk om in een gebouw te wonen dat iedereen in de stad kent.’

    Exhibitionisme

    Wat is er tussen 2001 en nu veranderd? ‘Een heleboel factoren komen bij elkaar,’ legt José Antonio Tallón uit. ‘Wolkenkrabbers blijven problematisch, maar de technologische vooruitgang gaat wel door. De Central Park Tower is na de oplevering gesloten vanwege structurele problemen.’

    Maar wat nog zwaarder weegt dan de technologie is volgens hem de combinatie van economie en de cultuur van het exhibitionisme. ‘In 2001 zaten we al in het tijdperk van de starchitects, architecten met een sterstatus, waarin vraag was naar symbolische gebouwen,’ zegt hij. ‘Natuurlijk drukte een deel van die cultuur zich uit in wolkenkrabbers, en dat aspect raakte vervlochten met de opkomende economieën, vooral in Azië.

    Nieuwe economieën die geen last hadden van de Europese aversie tegen machtsvertoon. ‘De derde factor is de gentrificatie, de overname van de wijken in de binnensteden door mensen met hoge inkomens,’ gaat Tallón verder. ‘En dat leidt tot hoge woontorens in de zakelijke districten van steden als Hongkong, Tokio, Londen of New York.’

    De crisis van 2020 is een extra factor die bijdraagt aan de mutatie van kantoorkolossen in luxe woontorens. De krimp in de economie en de toename van online werken maakt dat overal in de wereld tegenwoordig kantoorpanden leeg staan. Wat moet je ermee? Een andere bestemming geven.

    ‘In de Verenigde Staten liepen de zakenwijken al vóór de pandemie leeg,’ zegt Emily Remus, hoogleraar aan de Universiteit van Notre Dame in Indiana, specialist in de geschiedenis van stedenbouw. ‘Er was een uittocht van ondernemingen die op zoek gingen naar goedkopere locaties en de dienstverlenende bedrijven in de buurt – fitnesscentra, restaurants, winkels – kwamen in grote problemen. In bijna alle steden werd de oplossing voor dat probleem gezocht in het ombouwen van de kantoorruimtes tot woonruimtes.’

    Woonruimtes voor mensen met hoge inkomens. ‘Ja, de woningen in de zakendistricten worden gebouwd voor de hogere inkomens,’ zegt Remus. ‘Deels is dat omdat de grond nog steeds duur is, maar dat is niet het enige. In de VS concurreren de steden met elkaar om consumenten te lokken met een dikke portemonnee die de meeste belasting betalen. De gemeentebesturen spannen zich in om grote verdieners aan te trekken en aarzelen niet om de gezinnen met lagere inkomens naar de buitenwijken te verbannen. Het resultaat is een steeds grotere tweedeling in de steden.’

    Verticaliteit is in alle culturen een uitdrukking van macht

    Een stukje literatuur: In de roman High Rise (De torenflat) van J.G. Ballard lijkt alles aan het begin van het verhaal alleen maar dolce vita voor de bewoners van een torenflat, maar het eindigt in een guerrillaoorlog tussen de bewoners van de hogere en die van de lagere verdiepingen. In Maximum City van Suketu Mehta komt de verteller uit Engeland in Mumbai aan, waar hij in een torenflat gaat wonen die hem de levensstijl belooft van de discreet comfortabele Europese middenklasse. Niks doet het: de liften niet, de airconditioning niet, er komt geen water uit de kraan. In Our Fathers (Onze vaders) van Andrew O’Hagan is het toneel een hoge torenflat met sociale woningen in het Schotland van de jaren 1970, die zowel materieel als sociaal aftakelt en op het punt staat afgebroken te worden. En de mythe van Icarus kennen we allemaal wel.

    De conclusie ligt voor de hand: wonen op de tweeëndertigste verdieping was tientallen jaren lang een taboe.

    Nachtmerrie

    ‘Wonen in een torenflat werd idealistisch voorgesteld als het toppunt van efficiëntie en technologisch vernuft, die het leven aangenamer maakte, maar juist daardoor veranderde het in de nachtmerrie van totale afhankelijkheid van technologie,’ betoogt Juan Antonio Roche. ‘Ook was het een toonbeeld van macht: verticaliteit is in alle culturen van de wereld een uitdrukking van macht. En het symboliseert de overwinning van de beschaving op de natuur. Maar in die idealisering schuilt de angst voor de wraak van de natuur.’

    ‘Sommige voorbeelden zijn echt bizar,’ zegt Tallón. ‘Zoals de ommuurde stad Kowloon in Hong Kong, die een soort gigantische verticale soek vol miniflatjes is. In elke stad betekent een torenflat wel weer iets anders. In São Paulo, bijvoorbeeld, betekent wonen in een wolkenkrabber veiligheid. In Tokio zijn de flatjes in de woontorens piepklein, een model dat heel natuurlijk past in de Japanse wooncultuur. Maar in de hele wereld is er een tendens naar gelijkvormigheid: het lijkt me niet waarschijnlijk dat de wolkenkrabbers van het AZCA Complex in Madrid tot woontorens worden omgebouwd, maar wel zijn er al een stuk of vier bouwprojecten met torenflats van 30 verdiepingen in de Nudo Norte en Madrid Rio van start gegaan.’

    En hoe zit het met de vorm? ‘De toren wordt transparant. De stenen wolkenkrabber verandert in een wolkenkrabber met transparante pretenties,’ zegt Juan Antonio Roche. ‘Waar het op neerkomt is dat er waarden worden toegevoegd, een parallel discours dat pure schmink is, want het blijft een monoliet. Op sommige van die torens worden op het dak tuinen aangelegd die een ‘postvegetale’ betekenis willen suggereren. Goed, dat zijn eigenlijk maar tamelijk gekunstelde probeersels die het probleem van het tabula rasa niet oplossen,’ besluit José Antonio Tallón. ‘Wat zijn nu de nieuwe torens in Manhattan? Micronaalden met op elke verdieping hetzelfde stramien, zo hoog als maar kan. Er zijn ook al een paar voorbeelden van rebellie: de Torres Blancas van de architect Sáenz de Oíza in Madrid en de Torre Cube van Carmen Pinós in Mexico. Maar dat zijn uitzonderingen.’ 

    Luis Alemany

    El Mundo  | Madrid  

    El Mundo

    Spanje | dagblad | oplage 390.831

    Na concurrent El País de grootste van het land. Uitgesproken rechts. Sinds de oprichting laat de krant zich kritisch uit over de Spaanse socialistische partij en separatisten in regio’s als Catalonië en het Baskenland.

  • De wedergeboorte van de taliban

    De wedergeboorte van de taliban

    Ze worden gevreesd – en vereerd. In Afghanistan staan ze op het punt de macht weer over te nemen. Verslaggevers van Die Zeit reisden met toestemming van lokale leiders dagenlang door het land van de taliban. 

    De 9e editie van de European Press Prize

    Voor de vijfde keer op rij maakte 360 een selectie uit de shortlist van European Press Prize.
    Dit verhaal uit Die Zeit is een van de vijf genomineerden voor de Distinguished Reporting Award.

    De European Press Prize werd in 2013 opgericht vanuit de overtuiging ‘dat journalistiek een van de grote verbinders is in een Europa dat leert en groeit dankzij de verhalen van verslaggevers’. Dit jaar was er een recordaantal inzendingen, met meer dan duizend deel-nemers uit bijna alle 47 landen van de Raad van Europa en ook daarbuiten. Journalisten uit achttien verschillende landen – van Spanje tot Wit-Rusland, van Denemarken tot Griekenland – zijn geselecteerd voor de shortlist.

    De finalisten kozen belangrijke Europese thema’s, waaronder de gevolgen van de pandemie; de Black Lives Matter-beweging; migratie en mensenhandel; vrouwenrechten in de sport en vele andere.

    Onze selectie uit deze shortlistverhalen leest u de komende weken op onze site. Voor het magazine kozen wij dit uitzonderlijke verhaal, voorzien van uitzonderlijk mooi beeld, over degenen die vochten tegen het machtigste leger ter wereld en een land creëerden dat officieel niet op de kaart staat: het land van de taliban.

    Op 3 juni is bekendgemaakt dat ‘Love in the time of plague’ van Janusz Schwertner, gepubliceerd door de Poolse Nieuwssite Onet, de winnaar is geworden van de Distinguished Reporting Award.

    Kijk voor meer informatie op europeanpressprize.com.

    De keuze van art director Majel van der Meulen

    ‘Het indrukwekkendste stuk van dit jaar vond ik “De wedergeboorte van de taliban”, waarin twee Die Zeit-redacteuren reizen door talibangebied in de periode dat Afghanistan nog niet volledig in handen was gevallen van de islamistische rebellen. Het geeft een verrassend eerlijke inkijk in de wereld van theehuizen, madrassa’s en shariarechtbanken.’

    Dit artikel, door European Press Prize genomineerd voor de Distinguished Reporting Award, had in ons juninummer nog de ondertitel “Een reis door een land dat officieel niet bestaat”, maar sinds de machtsovername is die inmiddels achterhaald.’

    Het eerste contact. Een stem uit de telefoon. De speaker kraakt. De stem klinkt gedecideerd, maar ook jong, kwetsbaar bijna. Onderweg geeft de stem ons de laatste aanwijzingen. Vier uur rijden van Kaboel, de provincie Ghazni, midden in Afghanistan. Op de grote weg zijn we langs de ruïnes van verwoeste legerbases gekomen, langs wrakken van uitgebrande militaire voertuigen. Op hele stukken van de weg zit elke honderd meter een diepe krater. Dan zegt de stem dat we moeten afslaan, ze loodst ons steeds verder van de grote weg, steeds verder het land in, waar nauwelijks wegen zijn, alleen geitenpaadjes. De wielen van de Toyota slippen in het zand, dan komt de auto weer op de rotsige bodem terecht. Even later, na de laatste post van de regeringssoldaten, ligt op een heuvel een vesting waar de Afghaanse vlag wappert. Dan valt de verbinding weg.

    ‘Is dit wel de goede plek?’ vraagt onze chauffeur even later. Op een dorpsplein staan we gespannen te wachten, het plein is leeg, het dorp lijkt verlaten. De chauffeur kijkt op de telefoon, nog steeds geen verbinding. De plaats waar we elkaar zouden ontmoeten is het eerste dorp voorbij de grens van het regeringsgebied. Een paar armzalige lemen hutten. Al jaren geleden zijn de mensen hier uit angst gevlucht. Niemandsland. ‘Ik weet niet of we hier wel goed zijn,’ zegt de chauffeur nog een keer. Net als we overwegen om terug te keren verschijnen er opeens zeven gewapende mannen op het plein. ‘Vrede zij met u,’ zegt degene met de jongensachtige stem, die we al kennen van de telefoon.

    Hij glimlacht, maar zijn lachje verdwijnt snel weer. Nisar, stelt hij zich voor, een naam waarvan hij weet dat wij weten dat het niet zijn echte naam is. Hij zal ons de komende dagen begeleiden. Wij, verslaggevers van Die Zeit, hebben maanden aan de voorbereiding van deze reis gewerkt. Toch zijn we nerveus. We begeven ons in handen van degenen van wie we tot nu toe vreesden dat ze ons zouden kunnen ontvoeren.

    Om veiligheidsredenen blijven westerse journalisten tot nu hoogstens een paar uur achtereen bij de taliban. Wij zijn de eersten in jaren die zich een paar dagen lang aan hen toevertrouwen. We willen een reportage maken over de mannen die het machtigste land ter wereld militair murw hebben gemaakt en die een land hebben gecreëerd dat officieel op geen enkele kaart staat, het land van de taliban. Veel mensen vrezen de taliban. Toch worden ze ook bewonderd, mensen laten zich voor hen de dood in jagen, laten zich voor de beweging folteren en opsluiten. De taliban, de hoop voor velen.

    Restanten

    De religieuze strijders controleren in de herfst van 2020 weer 80 procent van Afghanistan. De regering van president Ashraf Ghani is teruggedreven naar de provinciecentra en de hoofdstad Kaboel. De restanten van een staat die steeds verder krimpt. De taliban staan al in de buitenwijken van Kaboel. De vluchtelingen die de laatste jaren hun toevlucht in de hoofdstad hebben gezocht, moeten het met steeds minder ruimte doen. Na twee decennia trekken de Amerikanen binnenkort hun troepen terug. De corruptie onder de autoriteiten neemt hand over hand toe. Iedereen probeert voor hij in ballingschap gaat zoveel mogelijk geld naar het buitenland te brengen. Een staatsapparaat kort voor de algehele instorting. Gevreesd wordt dat binnenkort de eerste legereenheden zullen overlopen. In Doha onderhandelen delegaties van de regering en de taliban al sinds midden september over een wapenstilstand; of, zoals veel mensen denken, over een capitulatie.

    De jonge talib Nisar, in het zwart gekleed, zwarte tulband, met een kalasjnikov over zijn schouder, rijdt op een motor voor ons uit. De weg voert naar het gebergte, wordt steeds steiler, we passeren de laatste groene velden, om ons heen alleen nog naakte witte rotsen. De weg, voor zover er van een weg sprake is, is smal, uitgehouwen in de rotswand. Aan de andere kant een afgrond. De stenen die door de wielen worden losgeslagen, vallen honderden meters omlaag. Bij elke haarspeldbocht wacht Nisar ons op, een tenger silhouet in het zwart, bocht na bocht, tot aan de pas op bijna 3000 meter hoogte.

    Tot vlak voor ons vertrek dreigden de afspraken met de taliban te mislukken. Contact opnemen is riskant. Het wederzijds wantrouwen is groot. Enkele journalisten die dachten op het woord van een talibancommandant te kunnen vertrouwen, zijn ontvoerd. Als we het gebied verlaten waar de regering aan de macht is, voelt dat als volledig controleverlies. Alsof je vanuit een ruimteschip de gewichtloosheid van het heelal in zweeft. Onze enige garantie dat we niet in deze steenwoestijn verloren zullen gaan, is een gesproken WhatsAppbericht. Onze reddingslijn: een andere stem, een oudere nu. De stem van de woordvoerder van de hoogste taliban. Een audioberichtje als vrijgeleide.

    De mannen die meestal westerlingen als wij ontvoeren, moeten ons nu beschermen. Dat hopen we tenminste. Rond het middaguur bereiken we de vallei aan de andere kant van het bergmassief. Hier zijn de taliban al bijna tien jaar ongehinderd aan de macht. Het district heet Rashidan en is betrekkelijk klein, maar strategisch belangrijk omdat het grenst aan Ghazni, de hoofdstad van de provincie. Ingebed in de groene strook akkers en bosjes langs de rivier ligt een tiental dorpen. Verder alleen schrale grond, stof en stenen. Nisar wil ons naar het districtscentrum brengen in het dorp Hussein Chel. Hier bevindt zich ook de markt, waar de sporen van de oorlog nog duidelijk zichtbaar zijn. De scholieren van de middelbare school waar Nisar stopt, kijken nieuwsgierig uit het raam. Voor de ingang worden we opgewacht door een gesloten front van twintig mannen met zwarte tulbanden.

    ‘Hartelijk welkom in de Islamitische Emiraten,’ zegt Mawlawi Nasrat, de talibancommandant van Rashidan. Hij geeft een slap handje, naar Afghaans gebruik omhelst hij ons, maar aarzelend. ‘De Amerikanen en u, hun bondgenoten, hebben ons land aangevallen,’ zegt hij. ‘Wij hebben ons land alleen verdedigd. U hebt ons deze oorlog opgedrongen.’ Nasrat vraagt ons binnen te komen. De taliban en wij gaan in de lerarenkamer op de grond zitten. Ze hebben nooit eerder westerse journalisten ontmoet. Sommigen kijken ons vol haat aan, de meesten zijn, zo te zien, nieuwsgierig.

    Het leek alsof de taliban het verscheurde land na vijfentwintig jaar oorlog vrede konden brengen

    In de kamer hebben zich leden van de Provinciale Raad, rechters van verschillende rechtbanken en een paar afgevaardigden van de zedenpolitie verzameld, die in de dorpen de islamitische kledingvoorschriften en de lengte van de baarden controleert. Verder zijn de gevolmachtigde voor het onderwijs, die toezicht houdt op de scholen, en een belastingontvanger aanwezig. Een doorsnee van het ambtelijk apparaat dat de taliban de afgelopen jaren ontwikkeld heeft. De regering in Kaboel is hier in Rashidan allang geschiedenis. ‘Kijk eens rond in ons district!’ zegt Nasrat, de commandant, begin dertig. ‘Praat met de mensen. Ze zijn gelukkig, omdat wij ons aan de Koran en de sharia houden. De regering in Kaboel die door jullie buitenlanders is neergezet, is een corrupte bende. Ze is moreel verdorven. Bij ons bestaat geen corruptie. Wij zijn hier om Allah te dienen en de problemen van de mensen op te lossen.’

    Met de taliban had niemand in Afghanistan meer rekening gehouden. Ze waren verpletterend verslagen. Het leger van de Verenigde Staten had ze na de aanslagen in New York van 2001 in een paar weken tijd naar de vergetelheid gebombardeerd. Naar schatting twintig procent van alle talibanstrijders zijn toen om het leven gekomen. De rest vluchtte naar Pakistan of dook onder. Om te voorkomen dat Afghanistan opnieuw door radicale groeperingen zou worden overheerst, heeft de wereldgemeenschap daarna een enorme operatie op touw gezet. Vijftig landen hebben soldaten en ontwikkelingswerkers gestuurd. Alleen al de VS hebben 1000 miljard dollar geïnvesteerd. In Afghanistan moest worden bewezen dat het mogelijk is de situatie in een land ten goede te keren en er het kwaad uit te roeien. Het kwaad, dat zijn de taliban.

    Hun oorsprong is duister. Hun oprichter, moellah Mohammed Omar, die in de jaren tachtig tijdens de oorlog tegen de Russen een oog verloor, is een mythisch figuur. Tot zijn dood in 2013 bestond van hem maar één enkele foto. Na de ineenstorting van het communistische regime in 1992 was hij leraar in een moskee in de buurt van Kandahar. Het land was in handen van honderden warlords en hun strijders, de moedjahedien, en georganiseerd in tientallen verschillende, elkaar bestrijdende allianties. Het waren de bloedigste jaren van de burgeroorlog. Afghanistan verzonk in anarchie. Begin 1994 ontvoerde een plaatselijke warlord twee meisjes, liet hun hoofd kaalscheren en hield hen vast in zijn legerbasis, waar ze werden verkracht. Omar riep dertig leerlingen van zijn Koranschool bij elkaar, ‘taliban’  –  talib, meervoud taliban, betekent gewoon ‘leerling’. Ze bewapenden zich met zestien geweren, trokken naar het huis van de warlord, bevrijdden de meisjes en knoopten de warlord op aan de loop van een tank.

    De geschiedenis van de taliban, die de wereld later zou leren kennen als de groepering die de vrouwen in het land onderdrukte, begon met de bevrijding van twee vrouwen. Daarna zochten steeds meer mensen moellah Omar op om zijn hulp in te roepen bij overvallen van de warlords. Leerlingen van andere Koranscholen sloten zich bij hem aan. Maanden later controleerden ze hele provincies en aan het eind van het jaar had moellah Omar twaalfduizend aanhangers. Al snel noemde hij zichzelf Almir-al Mu’min: leider der gelovigen. Spoedig stroomde ook het geld binnen. Fracties van de moedjahedien gaven hem geld in de hoop de taliban ook tegen hun tegenstanders te kunnen inzetten. Pakistan, dat de moedjahedien steunde in hun strijd tegen de Russen, gaf geld om hen beter te kunnen controleren. De taliban begonnen in Afghanistan als verlossers. Het leek alsof zij het verscheurde land na 25 jaar oorlog vrede konden brengen. Maar ze brachten alleen nog meer bloedige strijd. Al meer dan 42 jaar is er in Afghanistan geen vrede.

    ‘We hebben van de fouten in het verleden geleerd,’ zegt Nasrat, de commandant van Rashidan. ‘Vroeger zouden ze na de verovering van een district een van de strijders tot gouverneur hebben benoemd. Die wisten niet hoe ze met de bevolking moesten omgaan,’ zegt hij. ‘Dat is nu anders, we hebben allerlei deskundigen.’ Hij kijkt steeds ongemakkelijk in de richting van Nisar, die naast hem is gaan zitten. De jonge talib die ons heeft opgehaald, is door de shura, de centrale raad van de taliban in Pakistan, afgevaardigd om ons te begeleiden. Hij heeft kohl om zijn ogen, wat hem volgens de Pasjtoense cultuur tegen het boze oog beschermt. Hij is pas drieëntwintig en heeft nog geen volle baard. Nasrat, een kop groter en tien jaar ouder, heeft ruwe handen en is gewend aan zwaar werk, een boer die revolutionair is geworden. ‘We hebben zoveel deskundigen dat we heel Afghanistan kunnen besturen,’ zegt Nasrat, de commandant. ‘We weten nu hoe dat moet.’

    ‘Vertel hun,’ spoort Nisar hem aan, ‘dat we beter naar de bevolking luisteren.’ ‘We luisteren nu beter naar wat de mensen willen,’ zegt Nasrat. ‘Wat dacht je ervan,’ stelt Nisar voor, ‘als je zegt dat er vrede zal komen als alle buitenlandse troepen zijn vertrokken?’ Nisar zegt openlijk voor wat Nasrat moet zeggen. Hij is van de media-afdeling van de taliban. In de meeste provincies runnen ze een radiozender, geven ze kranten uit en opereren ze op socialemediaplatforms. Mannen als Nisar vormen de jonge elite van de taliban. Technologisch zijn ze vaardiger, en ze maken filmpjes van jonge zelfmoordaanslagplegers voordat die zich in een mensenmenigte opblazen.

    Het symbool van hun overwinning ligt op een hooggelegen plek van waar je uitkijkt over het dorp. Nasrat en Nisar verlaten de school en lopen over de markt. Officieel is die van de regering, maar de handelaars betalen hun marktgeld allang aan de taliban. Er zijn drie apotheken, verscheidene werkplaatsen waar vooral de motoren van de taliban worden onderhouden, levensmiddelenwinkels en een paar kleermakers. Van de 250 winkels zijn er vijftig geopend. Er zijn maar weinig mannen die het zonder volle baard durven te stellen en maar een enkeling draagt geen tulband. De nieuwe dresscode van de taliban is eigenlijk de oude. De baard niet langer en niet korter dan een handbreedte, net zoals de profeet hem droeg. Handelaars en klanten kijken ons na. Ze weten niet of we gijzelaars of gasten zijn.

    Dan staan we voor de aarden wal van het districtshoofdkwartier, een vesting hoog boven het dal. ‘Dit was mijn grootste overwinning,’ zegt Nasrat, terwijl hij door de poort loopt. Er is alleen een ruïne overgebleven. Op de binnenplaats groeit gras. De muur is op enkele plaatsen ingestort, de twee hoofdgebouwen zijn opgeblazen. Acht jaar geleden bestormde de groep van Nasrat de basis, waarbij ze drie tanks hebben vernietigd en 46 politieagenten gedood. De sporen van hun laatste wanhoop: de ramen van de gebouwen zijn met leem dichtgesmeerd, de ingestorte muren versterkt met zand. ‘Moet je zien hoe ze hun gevangenen behandelden,’ zegt Nasrat terwijl hij ons op de binnenplaats een betonnen gat in de grond aanwijst. Daar beneden lieten de agenten verdachte dorpelingen creperen. ‘In strijd met de mensenrechten,’ zegt Nasrat, maar hij verzwijgt dat ook de taliban hun gevangenen in holen en koeienstallen opsluiten. De overwinnaar bepaalt hoe je het verleden interpreteert. Op het dak wappert de vlag van de taliban, wit met in het zwart het opschrift ‘Er is geen God naast Allah, en Mohammed is zijn Profeet’.

    Altijd haast

    Slechts één vertrek is intact gebleven. Een kale kamer met matten van boombast op de grond. ‘Dit is tegenwoordig ons hoofdkwartier,’ zegt Nasrat. Maar dat is niet juist. Uit angst voor drone-aanvallen houden de taliban zich maar zelden lang in hetzelfde gebouw op. Op onze reis is dat niet anders. De bijeenkomsten zijn kort. Ze hebben altijd haast. Ze arriveren op een tiental motoren, alleen Nasrat als commandant heeft een auto, dan gaat de groep weer uiteen en rijdt iedereen een andere kant op, zonder af te spreken waar en wanneer precies we elkaar weer zien. ’s Nachts worden we alleen gelaten. Niemand die ons bewaakt. Desondanks, dat weten we zeker, wordt Nasrat over al onze bewegingen geïnformeerd. ’s Nachts is het in het dal aardedonker. De dichtstbijzijnde openbare stroomvoorziening is in de hoofdstad van de provincie Ghazni, 88 kilometer verder. Onze eerste gastheer, die iets welvarender is dan zijn buren, heeft als enige stroombron een auto-accu, die hij oplaadt met een zonnepaneel op zijn dak. Er kunnen twee gloeilampen tegelijk op branden.

    In de beschutting van de avond praten we met inwoners van de dorpen. Om hen niet in gevaar te brengen, ontmoeten we andere na deze reis in de veiligheid van Kaboel. Wat we willen weten is: hoe is het leven onder de nieuwe taliban echt?

    Een man van rond de veertig, goed opgeleid, geboren in Rashidan:

    ‘De eerste jaren na de val van de regering van de taliban dacht niemand dat er opnieuw oorlog zou komen. We waren optimistisch. Iedereen was zo moe, zelfs onze plaatselijke taliban waren moe. Ze waren teruggekeerd naar hun gezinnen en weer boer geworden. Ze vochten niet tegen de regering. In het begin waren de taliban ook niet tegen de internationale hulporganisaties, die bij ons in het dal bruggen en irrigatiekanalen aanlegden. Maar nu zijn ze bijna allemaal tegen de regering. De regering heeft het geweld weer onder ons gebracht. Ze zijn naar ons dal gekomen om op voormalige taliban te jagen. Daarna kwamen de buitenlanders, ’s avonds met hun helikopters, en haalden de mensen uit hun eigen huis. Ze hebben veel onschuldigen opgepakt.’

    ‘De regering en de buitenlanders luisterden alleen naar commandant Chalil. In de jaren negentig was hij hier als warlord aan de macht, tot hij moest vluchten voor de taliban. Nu kwam hij terug met de Amerikanen. Chalil is geen goed mens, dat was hij vroeger niet en dat is hij nog steeds niet. Hij heeft heel veel land gestolen. Hij hoefde iemand er maar van te beschuldigen dat hij bij de taliban had gezeten of diegene moest met zijn hele gezin vluchten, waarna Chalil zijn land inpikte. In een van de dorpen wilde hij zoveel land stelen dat de inwoners naar de wapens grepen om zich tegen de dief te verdedigen. Daarbij zijn vijftien mensen omgekomen. De regering heeft niet de dief gearresteerd, maar de mensen die zich tegen hem verdedigden. Daarom zijn de meeste mensen hier voor de taliban. De regering heeft ons hulporganisaties gestuurd, maar met Chalil hebben ze ons van ons land beroofd.’

    De wedergeboorte van de taliban verliep bijna overal volgens hetzelfde patroon. Het Westen bracht de oude, door de bevolking vaak gehate warlords terug. Mannen die hun hele leven niets anders hadden gedaan dan vechten, die verruwd waren door tientallen jaren oorlog met bij elkaar anderhalf miljoen doden. Ze waren de steunpilaren van de nieuwe regering van Hamid Karzai, die door het Westen met miljarden dollars werd gesteund. Terwijl de warlords in de provincies de macht overnamen, bleef de centrale regering te zwak om hen te controleren. De warlords lieten zich in het parlement kiezen, kochten politieke benoemingen, werden gouverneur, minister of generaal in het nieuwe leger. Hun zoons richtten ondernemingen op en kregen lucratieve opdrachten van het Amerikaanse leger, de NAVO en veel ontwikkelingshulporganisaties. Ze betaalden geen belasting, onderdrukten hun binnenlandse concurrenten met geweld en corruptie en staken hun geld in onroerend goed in het buitenland.

    Al in 2002 probeerden de taliban zich opnieuw te organiseren, maar dat mislukte. De meeste Afghanen moesten niets van hen hebben. In de hoop op een betere toekomst onder Karzai verrieden ze hen aan de Amerikanen en de regeringstroepen. In hun ballingschap in de grote vluchtelingenkampen in Pakistan vielen de taliban uiteen in drie fracties: drie shura’s. Een shura, geleid door een deel van de oude elite van de taliban, werd opgericht in Quetta. Een tweede werd gevormd in Pesjawar en een derde, de meest radicale, ontstond in Miranshah. Hier werd het beleid gedicteerd door de familieclan van de Hakkani, een naam die al snel gevreesd werd, omdat de Hakkani’s de grootste trainingskampen voor zelfmoordaanslagplegers in Afghanistan onderhielden. Er wordt verteld dat tot 2015 de Hakkani’s 1160 zelfmoordaanslagplegers hebben ingezet, van wie er 843 hun missie ‘succesvol’ zouden hebben afgerond.

    ‘Ik ben een strijder, ik heb mijn hele leven gevochten. Ik heb geen plannen voor wat daarna moet gebeuren’

    Naarmate de teleurstelling over de regering onder de bevolking toenam, werden de taliban weer sterker. De eerste jaren domineerde de shura in Quetta, daarna die in Pesjawar, maar ten slotte, en nog steeds, weer die in Quetta. Soms bestreden de strijders van de drie shura’s elkaar en roofden ze gebieden van elkaar. Volgens de analyse van internationale conflictonderzoekers begon Pakistan in 2004 weer met betalingen aan de opstandelingen: 20 miljoen dollar per jaar. Dat bedrag liep op tot 500 miljoen dollar per jaar. Pakistan is in de regio in een hopeloze situatie verzeild geraakt. Het land is nergens zo bang voor als voor een verbond tussen zijn buren India en Afghanistan. Afghanistan eist de Pasjtoengebieden in het westen van Pakistan op, die indertijd door de Engelsen aan Pakistan zijn toebedeeld. India maakt aanspraak op een deel van Kasjmir in het noorden. Pakistan dreigt al sinds de oprichting van het land in 1947 uiteen te vallen. Een door de taliban geregeerd Afghanistan, waarvan geen gevaar uitgaat omdat het geheel onafhankelijk is, zou een eind maken aan Pakistans existentiële angst.

    Nasrat en Nisar wachten ons de volgende ochtend weer op bij het door hen veroverde districtshoofdkwartier. ‘We zullen u laten zien hoe we hier vrede brengen,’ zegt Nisar. In het enige vertrek dat intact is, heeft zich deze ochtend een groep mannen verzameld. De districtsrechtbank van de taliban. Voorzitter Mawlawi Shaker zit aan het hoofd van de groep. Ook hij is pas 26. ‘Niet Pakistan zeggen,’ fluistert Nisar hem desondanks duidelijk hoorbaar toe, als Shaker wil vertellen aan welke Koranschool hij heeft gestudeerd. ‘Ik heb in Ghazni gestudeerd, ’zegt hij dan, ook hij heeft zwarte kohl om zijn ogen. Voor hem zitten twee handelaren van wie de een de ander geld heeft geleend. De schuldeiser beweert dat hij omgerekend 800 euro heeft uitgeleend, de ander zegt dat het maar 520 euro was. ‘Hebt u getuigen?’ vraagt Shaker. Die heeft hij niet. ‘Hebt u getuigen?’ vraagt hij aan de ander. Die ook niet. De schuldenaar haalt whatsappjes tevoorschijn waarin de schuldeiser hem bedreigt. Ze zitten tegen elkaar te schreeuwen, tot Shaker zegt: ‘Genoeg.’

    Hij rommelt wat in de plastic zak met documenten die hij op zijn kalasjnikov heeft gelegd en haalt een formulier tevoorschijn. Een stuk papier met het logo van de taliban en het briefhoofd: ‘Provincie Ghazni, District Rashidan, Burgerlijk Bestuur’. Hij schrijft er een paar regels op en verwijst de zaak door naar de provinciale rechtbank. Die zullen wel een oplossing vinden, zegt hij als de twee mannen de ruïne hebben verlaten. Vermoedelijk zal de hogere instantie een compromis tussen de twee bewerkstelligen. ‘Zelfs mensen uit de regeringsgebieden komen met hun geschillen naar ons toe. Daar moeten ze een hoop geld betalen, maar krijgen ze toch hun recht niet. Daar wordt geen enkel geval opgelost. Hier lossen we alle kwesties op.’ Wat in Afghanistan nog belangrijker is dan elders, omdat een ruzie hier snel in een bloedvete ontaardt.

    Shariarechtbanken

    In de strijd van de taliban tegen de regeringscoalitie zijn de shariarechtbanken hun belangrijkste wapen. Ook die geven niet altijd degene gelijk die gelijk heeft, maar er wordt recht gesproken, vonnissen geveld, en ze winnen terrein. Heel anders dan in het gebied van de regering. Daar vragen rechters vaak van beide partijen grote sommen geld, en hebben beide partijen het gevoel dat ze in een moeras van corruptie en bedrog zijn terechtgekomen. Na verkregen gunsten veranderen rechters hun vonnis, schuiven een oordeel op de lange baan en zijn vervolgens niet in staat dat vonnis uit te voeren.

    Als we het hooggelegen voormalige districtscentrum verlaten, horen we boven ons opeens een snorrend geluid. Het is een drone, die het dal doorkruist op zoek naar een doel. Verreweg de meeste talibancommandanten die de afgelopen jaren zijn gedood, waren slachtoffer van aanvallen met drones. Nasrat en Nisar kijken omhoog maar zien de drone niet. Door zijn schutkleuren is de drone tegen de hemel vrijwel onzichtbaar. Even blijft iedereen staan, dan sterft het geluid weg.

    Bij de bazaar laten de taliban ons een kleine kliniek zien, de enige kliniek in het district, waar 42.000 mensen op zijn aangewezen. Het blok van ruwe natuursteen is zestien jaar geleden gebouwd door USAID, zoals aan een verbleekt bord bij de ingang te zien is. De directeur die ons begroet, kijkt bij elke zin naar Nisar. ‘We hebben niets om de mensen te beschermen tegen corona. We hebben geen mondkapjes en handschoenen.’ Gelukkig is het district tot nu toe niet getroffen, op één geval na. Het ergste is hier de cholera. ‘Van de honderd mensen hebben er twintig cholera.’ Het water is slecht. Wassen gaat hier nog traditioneel. De lemen huizen hebben slechts één woonlaag, waar bad en toilet naast elkaar liggen. De bronnen in de dorpen geven de laatste tijd steeds minder water. Riolering is er niet.

    ‘Ik weet het niet,’ antwoordt Nasrat op de vraag hoe hij de armoede in het dal wil verlichten als ze de oorlog eenmaal hebben gewonnen. Hij wil eerst een nieuwe moskee en een nieuwe Koranschool bouwen. Maar dan? Nasrat denkt lang na, dan zegt hij: ‘Ik ben een strijder, ik heb mijn hele leven gevochten. Ik heb geen plannen voor wat daarna moet gebeuren.’

    Vandaag gaan Nasrat en zijn staf al vroeg in de middag weg. Later horen we dat ze zich moeten voorbereiden op een aanval op een politiebureau in het centrum van Ghazni. De operatie betekent de zoveelste vernedering voor de regering. Drie politieagenten komen om. De taliban bestormen het bureau, maken geweren en antitankgranaten buit en ontkomen zonder verliezen.

    ’s Avonds horen we explosies. We gaan naar het dak van ons huis en luisteren in het donker. Ver weg, aan het eind van het dal, slaan granaten in. De volgende ochtend krijgen we te horen dat de artillerie van de regering kennelijk uit wraak lukraak granaten afvuurt op dorpen waar ze vermoeden dat de taliban zitten.

    Ook deze avond praten we met inwoners. Dit keer met een oudere man, die ook uit Rashidan komt.

    ‘De taliban zeggen dat ze hier alles onder controle hebben, maar dat is niet zo. Begin augustus is een leraar vermoord. Onbekenden hebben hem op klaarlichte dag uit zijn huis gehaald en in de velden doodgeschoten. Sommigen zeggen dat het om een familieruzie ging. Anderen zeggen dat het de taliban waren. Ook bij de taliban zitten slechte mensen. Maar al met al is het veel veiliger dan in het gebied van de regering. We zijn allemaal blij dat de taliban het hoofdkwartier van het district veroverd hebben. We hebben erg geleden onder de politieagenten, die zomaar schoten. Ze hebben op boeren geschoten die vanwege de droogte ’s nachts op hun akkers aan het werk waren om die te bevloeien. Ze hebben twee kinderen doodgeschoten die schapen hoedden. De regering had Oezbeekse en Hazara politieagenten hiernaartoe gestuurd. Die hebben een afschuwelijke hekel aan ons. Het was zo erg, dat iedereen met een grote boog om het districtscentrum heen reed, ook de markt was helemaal verlaten. Sinds de taliban terug zijn, wordt er niet meer gevochten. De handelaars komen terug en het leven is weer iets beter.’

    ‘Maar de meesten van ons steunen de taliban nog steeds niet. Ze houden hun mond en wachten af. De jonge mannen van hier die bij de taliban zijn gegaan, hebben op een madrassa, de Koranschool, in Pakistan gezeten. Bij ons in het dal zijn vier madrassa’s waarvan de leraren ook allemaal in Pakistan zijn opgeleid. De ouders bij ons zijn gelukkig als hun zoon naar de madrassa kan. De taliban selecteren alleen de besten. Jongens gaan naar de madrassa als ze zeven zijn. Ze slapen daar ook. We hebben ook staatsscholen. Onlangs heeft de middelbare school laptops gekregen, maar de taliban hebben die allemaal naar hun madrassa gebracht. De Koranscholen hebben nu betere leermiddelen dan de staatsscholen. Ook het eten is er beter. Op de staatsscholen leren ze bijna niets. De leraren daar zijn te slecht. Maar wie naar de madrassa gaat, kan al snel heel goed lezen en schrijven.’

    Van de honderd mensen hebben er twintig cholera

    De volgende dag lijkt de hemel vrij van drones. Sinds de VS hun legerbases afbouwen, is het aantal luchtaanvallen duidelijk minder geworden. De Afghaanse luchtmacht is door de jaren heen zwak gebleven. De militaire hulp uit het Westen heeft de luchtmacht klein gehouden en met weinig vliegtuigen en munitie uitgerust. Blijkbaar uit voorzorg, om te voorkomen dat Afghaanse generaals ze op een dag ongehinderd kunnen inzetten. Nisar belt en vraagt of we het gesprek tijdens het middageten kunnen voortzetten. Plaats: het huis van een iets welgesteldere boer. Nasrat en zijn staf van 25 man zitten in het gastenverblijf, een van stukken leem opgetrokken gewelf. Het eten is voor deze streek overvloedig, met veel vlees. Nasrat en zijn mannen logeren altijd kosteloos. De dorpsbevolking moet in hun onderhoud voorzien.

    ‘Wat zal ik verder nog vertellen?’ vraagt Nasrat terwijl hij zich naar Nisar toe buigt. ‘Vertel dat we nu verenigd zijn en dat we alle etnische groepen vertegenwoordigen.’ ‘We hebben uit alle stammen mensen in onze rangen,’ zegt Nasrat. ‘We hebben met die stammen geen enkel probleem.’ Afghanistan is een poly-etnische staat met negen nationaliteiten. Dat is de oorsprong van al het geweld. De Afghaanse burgeroorlog is telkens opnieuw uitgebroken door conflicten tussen de etnische groepen. En in tegenstelling tot hun eigen propaganda maken alle taliban die we op onze reis tegenkomen allemaal deel uit van een van die groepen, de Pasjtoen.

    Het dal van Rashidan markeert de grens tussen twee volken die al eeuwen in vijandschap leven. Beneden, in de weiden langs de rivier waar de bodem het vruchtbaarst is, wonen de Pasjtoen. Een volk dat eeuwenlang de koningen van Afghanistan leverde. Op de schrale hellingen boven het dal en tot ver in de bergen wonen Hazara. Ze stammen af van de Mongolen. De Pasjtoen zijn soennieten, de Hazara, net als de Iraniërs, sjiieten. Reeds de Pasjtoense koningen voerden veldtochten tegen de Hazara, plunderden hun dorpen, legden hun zware belastingen op, lieten hen verarmen, doodden tienduizenden van hen. Nooit zijn Hazara en Pasjtoen in één staat samengekomen. De taliban zijn in de jaren negentig doorgegaan met het onderdrukken van de Hazara. Geen groep in de bevolking heeft de val van de taliban in 2001 zo toegejuicht als de Hazara.

    Dreigt er, nu de troepen van de VS zich terugtrekken, voor beide volken een nieuwe tragedie? We hopen een antwoord te vinden in het naastgelegen district Nawur, dat bijna uitsluitend door Hazara wordt bewoond en al jaren door de taliban wordt overheerst.

    De wegen worden nog slechter, de hoofdweg dwars door Nawur is niet meer dan een stoffig pad, in de loop der jaren door de wielen van zware vrachtwagens uitgesleten in de witte kalksteen. De dorpen zien er onbewoond uit. Meer dan tachtig procent van de bevolking is de afgelopen jaren naar het buitenland gevlucht, vooral naar Iran, vertelt men ons, de meesten om te werken. Daar zouden inmiddels drie miljoen Afghanen wonen. De mensen die gevlucht zijn, stuurden geld naar de achtergeblevenen, maar dat is de laatste jaren steeds minder geworden. Iran heeft het in de huidige economische crisis zwaar te verduren.

    Vlak voordat de weg in een kloof verdwijnt, zien we een school die tegen de helling is gebouwd. Een school die er in het rijk van de taliban eigenlijk niet mag zijn. ‘Komt u binnen,’ begroet de rector ons na een kort gesprek. De Bibi Zainab Highschool. Er zitten honderdvijftig meisjes, in zes klaslokalen. De taliban staan toe dat ze tot de twaalfde klas les krijgen, omdat de leerlingen Hazara zijn. In het Pasjtoense Rashidan mogen meisjes maar tot de zesde klas naar school, omdat, zeggen de taliban, hun ouders dat zo willen. Voor veel Pasjtoense ouders is een opleiding voor meisjes verdacht. Vrouwen moeten thuis meehelpen en vroeg trouwen. Jonge vrouwen brengen een hogere bruidsschat op.

    Hier in Nawur dragen de leerlingen geen boerka, alleen een hoofddoek. ‘Twintig procent van onze leerlingen gaat naar de universiteit,’ vertelt de rector trots. De meeste gaan in Ghazni medicijnen studeren of een verpleegstersopleiding volgen. De school heeft geen verwarming, in veel vensters zit geen glas, daarom vallen de lessen ’s winters uit. Vaak is er maar één schoolboek voor drie meisjes. De rector, die de school een paar maanden na de val van de taliban heeft opgericht, is een oude man met dikke brillenglazen en een kromme rug, toch straalt hij als hij over zijn school praat.

    Tot nu toe hebben de taliban er alleen kritiek op dat het gebouw te dicht bij de hoofdweg staat en niet ommuurd is. Zo staan de meisjes bloot aan de blikken van passerende mannen. Bovendien wordt op school de helft van de vakken gegeven door mannen en niet door vrouwen. In de jaren negentig zijn bijna alle meisjesscholen om die reden gesloten. Of hij zich geen zorgen maakt over wat er van zijn school terechtkomt als de taliban de macht helemaal overnemen, vragen we. De rector kijkt naar de grond, dan weer op, en zegt: ‘De wereld is ons vergeten.’

    De weg die we volgen, voert ons door een nauwe kloof, aan weerszijden rijzen de rotswanden hoog op. De hemel wordt smal. De talibancommandant van Nawur, Mawlawi Ahmadi, heeft ons ontboden. Eigenlijk had hij ons bij Nasrat in Rashidan willen ontmoeten, maar daar kwam hij niet opdagen. We hoorden dat hij Nisar, de afgezant van Quetta, mijdt. De vraag die niet alleen wij willen stellen, luidt: hoe verenigd zijn de taliban werkelijk?

    Een moeilijk district

    Als trefpunt heeft Ahmadi een dorp in een afgelegen, door hoge bergen ingesloten dal gekozen. De weg erheen is half vernield door de zware regenval die afgelopen zomer in heel Afghanistan enorme aardverschuivingen heeft veroorzaakt. ‘Het dal van de waterval’ heet het dorp. De lucht is ijl. Een stuk of tien lemen huizen, verscholen onder aan een 700 meter hoge, steile rotswand. De toppen boven het dorp zijn bijna 4000 meer hoog.

    Een klein jongetje zit gehurkt in de schaduw van een huis. Verder is in het dorp geen mens te zien. De jongen groet niet en blijft ernstig naar ons kijken. Een uur later verschijnt Ahmadi, begeleid door twee lijfwachten. ‘Kijk eens hoe mooi ons land is,’ zegt hij ter begroeting joviaal. Ahmadi, midden dertig, witte tulband, een volle, zwarte baard, heeft niets van het boerse van Nasrat of het ambitieuze van Nisar. Zijn vader, die moellah (islamitische geestelijke) is geweest in Rashidan, heeft hem als kind al vroeg naar de madrassa gestuurd. Ahmadi spreekt zacht, weegt zijn woorden. Zijn stem blijft fluweelzacht, zelfs als hij harde uitspraken doet. Het ideaaltype van de islamitische geleerde, zoals ook Osama bin Laden ze graag zag.

    Hij leidt ons naar de kleine moskee van het bergdorpje. Een kale ruimte met een tapijt. Vier, vijf dorpsoudsten, Hazara, laten zich nu ook zien, aarzelend komen ze erbij zitten. Hun lichamen zijn uitgeteerd, hun wangen hol. Een heel moeilijk district, zegt Ahmadi, die als Pasjtoen over alleen maar Hazara heerst. Hij rekent uit: in totaal 125.000 inwoners, waarvan 75.000 onder zijn controle. De regering heeft alleen nog het districtscentrum in handen, hier zes uur vandaan. ‘Maar we werken eraan om daar verandering in te brengen,’ zegt hij. Kortgeleden heeft hij de gipssteengroeve veroverd, de belangrijkste bron van inkomsten in het district. De eigenaar van de mijn betaalt nu belasting aan de taliban.

    Het ziet ernaar uit dat de taliban de oorlog bijna hebben gewonnen, maar hoe willen ze vrede brengen? De armoede in Afghanistan zal op den duur iedere orde tenietdoen. Ahmadi weet dat ook. Hij heeft plannen voor zijn district. ‘We moeten de mijnen moderniseren,’ zegt hij. Om meer akkers te kunnen irrigeren, wil hij in het dal een dam bouwen. Hij wil wegen aanleggen, maar moet toegeven dat hij daar geen geld voor heeft. ‘We willen graag dat de buitenlandse ngo’s terugkomen. We garanderen hun veiligheid. We zullen nog een hele tijd van hen afhankelijk zijn,’ zegt hij. ‘Ze mogen terugkomen, maar we gaan er niet om smeken.’

    Tijdens een pauze in het gesprek, als Ahmadi de ruimte even heeft verlaten, vragen de oudsten ons hem aan te spreken over de armoede waarin ze leven. ‘Zeg tegen hem dat ze ons moeten helpen. De wegen zijn door de regen verwoest. Veel akkers zijn weggespoeld. Onze oogst is vernietigd.’ Ahmadi, die tot nu toe geen woord met de oudsten heeft gewisseld, doet een paar keer of hij onze vraag niet heeft gehoord, dan zegt hij: ‘We hebben geen geld. Alles wat we kunnen doen, is de hulporganisaties aansporen.’

    Ook verwacht Ahmadi hulp van vluchtelingen in Duitsland. ‘Er zit veel deskundigheid bij hen. We hebben ze nodig om ons land weer op te bouwen.’ Er zal hun niets gebeuren. Maar degenen die ernstige misdrijven aan de kant van de regering hebben gepleegd, staan zware straffen te wachten. ‘Die kan ik geen Afghanen meer noemen.’ Als een echte staatsman bedankt hij Duitsland, omdat het de vluchtelingen heeft opgenomen, maar hij verwijt de Duitsers ook dat hun leger in Afghanistan veel ellende heeft veroorzaakt. De soldaten hebben onschuldige mensen gedood. Het is nog te vroeg om die soldaten te kunnen vergeven. ‘Ik voel nog haat tegen hen. Ja, ik haat ze.’

    ‘De taliban zijn erg veranderd. Ze worden corrupter’

    Het is middag geworden, en de oudsten vragen Ahmadi om de tien gasten voor het eten twee aan twee over verschillende gezinnen te verdelen om de last voor iedere gastheer draaglijk te houden. ‘Nee,’ Ahmadi verwerpt hun voorstel, ‘we eten in de moskee.’ Nu moeten de oudsten ondanks hun armoede de gasten alleen van eten en drinken voorzien. De komende weken zullen hun gezinnen nauwelijks te eten hebben, omdat hun voorraden door deze ontvangst zijn uitgeput. Zwijgend kijken ze toe hoe de taliban en wij de maaltijd gebruiken.

    Ten afscheid nodigt Ahmadi ons uit voor een schietoefening aan de andere kant van het dorp. We wijzen het beleefd af, maar Ahmadi wil een beetje ontspanning. Hij gaat met ons naar de waterval, waar een heilige bron ontspringt die geesteszieken geneest. Een van zijn lijfwachten vuurt met zijn Amerikaanse M16, een halfautomatisch geweer, dat hij anderhalf jaar geleden op een Amerikaanse soldaat heeft buitgemaakt. ‘Ik heb hem eerst doodgeschoten en toen zijn geweer afgepakt,’ vertelt hij met een grijns. De andere lijfwacht vertelt dat ze een paar dagen geleden de vrijlating van een van hun strijders hebben gevierd. De Afghaanse regering moest dit jaar, onder druk van de VS en zwakker dan ooit, 5000 gevangen taliban vrijlaten. Een van hen kwam uit deze streek, vertelt de lijfwacht. Hij werd in 2004 gearresteerd omdat hij in Ghazni een 29-jarige Française had vermoord, Bettina Goislard, een medewerkster van het VN-vluchtelingenwerk. ‘Tot diep in de nacht hebben we gevierd dat hij weer terug was.’

    Het strookje gras hoog op een rots dat ze als doelwit kiezen, weet geen van de drie te raken.

    We brengen de nacht weer door in Rashidan. Weer luisteren we naar de verhalen van de dorpelingen.

    ‘Tot twee jaar terug waren de taliban hier erg streng. Ze hielden ons op straat aan en fouilleerden ons om naar smartphones te zoeken. Je mag alleen een gewoon mobieltje hebben. Als je een van hen bent, mag je een smartphone hebben voor het internet. Nu zijn ze wat relaxter geworden. Maar het komt er altijd op aan wie hun commandant is. Ahmadi was vroeger erg streng, met Nasrat viel altijd wel te praten. Het ergste is als er taliban van buiten komen. Dan halen we onze satellietschotels van het dak en zetten die in de tuin. Anders slaan ze ons en vernielen ze de satellietschotels met knuppels. “Waarom kijken jullie naar de kanalen van de ongelovigen,” zeggen ze.’

    Nieuwe bromfiets

    ‘De taliban zijn erg veranderd. Ze worden corrupter. Sinds kort hebben ze allemaal een nieuwe bromfiets. Veel van hen hebben twee of drie vrouwen en sturen hun gezin naar Ghazni of Kaboel. Mensen die het dichtst bij de moskee wonen, hebben het meest te lijden. Daar overnachten grote groepen taliban, en de buren moeten dan voor eten en drinken zorgen. Ze zeggen: “wij vechten tegen de ongelovigen, en wat doen jullie? Willen jullie ons niet eens te eten geven?” Ook gedwongen huwelijken vormen een groot probleem. Als een leider van de taliban met hun dochter wil trouwen, kan een gezin dat niet weigeren. Ze maken misbruik van onze ellende. Dat is een taboe hier, daar praten de mensen niet over.’

    ‘We lijden steeds meer gebrek. De laatste jaren heeft het weinig geregend. We konden maar een derde van de akkers irrigeren. In Iran is geen werk meer. Onze verwanten sturen ons daarom nog maar weinig geld. Veel gezinnen kunnen geen bruidsschat meer betalen. Er zijn 90 procent minder bruiloften dan twee jaar geleden. De vaders van de meisjes vragen te veel geld. Ze zijn te inhalig. Vroeger vroegen ze in deze streek gemiddeld 10.000 euro. We hebben met de taliban gesproken, en anderhalf jaar terug hebben ze in de moskeeën afgekondigd dat een bruidsschat ten hoogste 3500 euro mag zijn. Maar dat is nog steeds te veel. De taliban weigeren het bedrag verder te verlagen. Er zijn hier zo veel stellen die weglopen en naar Kaboel gaan.’

    ‘De taliban zijn niet echt in ons geïnteresseerd, alleen in zichzelf. Het is met hen al bijna net als met de warlords. We zijn verloren. We weten niet meer wat beter is, de regering van de warlords of van de taliban.’

    In Afghanistan leek vele jaren lang geen van de kampen een doorslaggevend militair voordeel te kunnen behalen. De drie shura’s van de taliban begonnen elkaar te bestrijden. In Pakistan werd de leider van de Quetta-shura, moellah Baradar, gearresteerd, blijkbaar omdat hij vredesonderhandelingen met Kaboel wilde; dat wilde Pakistan niet. Zijn opvolger, Akhtar Mohammed Mansour, ging op zoek naar nieuwe geldbronnen. Talrijke onderzoeken tonen aan dat hij die ook vond, namelijk in de drugssmokkel. Onder zijn leiding ontwikkelde Afghanistan zich weer tot een van de wereldwijd belangrijkste arealen voor de productie van opium. In 2014-2015 heeft de Quetta-shura meer dan 285 miljoen dollar verdiend met drugshandel. De situatie voor de regering in Kaboel werd precair toen behalve Pakistan ook Iran de taliban ging ondersteunen. Hoe dreigender Amerika zich tegenover Iran opstelde, hoe meer dat land in Afghanistan intervenieerde. In 2012 werd in het Iraanse Mashad een eigen shura opgericht, de Mashhad-shura. Met hulp van Iran waren de taliban in staat grote delen van het noorden van Afghanistan te veroveren. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat Iran zijn bijdrage aan de taliban van 30 miljoen dollar in 2006 heeft verhoogd tot 190 miljoen in 2013, wat echter niet uitsluit dat Iran tegelijkertijd de regering in Kaboel met miljoenen ondersteunt. Ook daar wil het zijn invloed niet verliezen.

    De taliban brandmerken de regering in Kaboel als een verzameling buitenlandse marionetten. Maar feitelijk zitten ze in eenzelfde situatie. Aan alle kanten wordt aan hen getrokken. Vroeger werkten die krachten in verschillende richtingen, nu hebben ze allemaal hetzelfde doel, namelijk het minimaliseren van de westerse invloed in Afghanistan. Nu de hulp beter gecoördineerd wordt, kunnen de taliban zich ook intern strakker organiseren. Bij de vredesonderhandelingen in Doha presenteerden ze zich als één front. Maar niemand weet hoelang die eenheid blijft duren. Er deserteren al groepen naar een nog radicalere organisatie, die zal blijven oorlogvoeren en niet zal stoppen bij de grenzen van Afghanistan: Islamitische Staat.

    Op de ochtend van de vijfde dag vertrekken we kort na zonsopgang uit Rashidan. ‘Wees voorzichtig,’ zegt Nisar, die ons tot aan de grens van het territorium van de taliban begeleidt. ‘De regering heeft veel spionnen.’ We willen vermijden dat we op de terugweg door overijverige Afghaanse veiligheidstroepen worden gearresteerd omdat we de taliban zouden steunen. Nisar rijdt vooruit op zijn motor en kiest wegen waarvan hij weet dat ze niet worden gecontroleerd. Hij smokkelt ons in de voorsteden van Ghazni moeiteloos langs alle wegversperringen, zoals de taliban ook doen als ze de stad aanvallen. We zwaaien, dan is hij in het stof van de weg verdwenen.

    De toekomst van Afghanistan ligt weer helemaal open. De meeste waarnemers houden rekening met het snel mislukken van de vredesgesprekken. Na jaren van oorlog zijn de wonden aan beide zijden nog te diep. Veel talibancommandanten willen geen deel van hun macht opgeven als ze nog al hun macht kunnen behouden. Maar ook zij dreigen zich te misrekenen. Het innemen van de miljoenenstad Kaboel zou heel wat bloediger kunnen worden dan de strijd in de dorpen. En Kaboel houden kon wel eens nog veel lastiger worden. De Afghaanse samenleving is wat haar ideeën over waarden betreft te ver uiteengedreven. Wat hen verbindt, is wat hen scheidt. De wonden. Het verdriet. De haat. Het zal tijd kosten om de Afghanen zich met zichzelf te laten verzoenen, tijd die het land niet heeft.

    Op de terugweg naar Kaboel zien we opnieuw de restanten van een bijna verslagen leger, het leger van een regering die tot voor kort de hoop van het westen was. Een schier eindeloze reeks uitgebrande wrakken en overvallen militaire bases. Een puinhoop van 170 kilometer lang. De dorpsbewoners zijn begonnen het leem van de oude vestingwallen met vrachtwagens af te voeren om het als bouwmateriaal te verkopen.

    ‘Hoe heeft het zo ver kunnen komen?’ vraagt een hooggeplaatste Afghaanse diplomaat in Kaboel aan een van ons. Het is een prachtige, zachte avond. Hij heeft een gezelschap afdelingshoofden van verschillende ministeries op zijn terras uitgenodigd. Het buffet staat vol allerlei heerlijks. Met een glas rode wijn in de hand staan de gasten gespannen in het donker te luisteren. Ergens in de omgeving wordt zwaar gevochten. De schietpartij duurt uren. Steeds weer komen er helikopters overvliegen. De ambtenaren telefoneren druk met hun contacten bij de veiligheidsdiensten. Maar die zeggen dat het een schietoefening is. Ze willen geen paniek. ‘We moeten gaan,’ zegt een van de gasten, ‘ik ben bang dat straks alle uitvalswegen geblokkeerd zijn.’ Maar het is nog lang geen tijd, klaagt onze gastheer. ‘Blijf toch nog even.’ Het is nog veel te vroeg om weg te gaan.’

  • De niet-westerse wereld bestaat amper op Street View

    De niet-westerse wereld bestaat amper op Street View

    Het reisspel GeoGuessr, waarin spelers via Google Street View moeten raden waar ter wereld ze zich virtueel bevinden, is tijdens de pandemie razend populair geworden. Maar gamers ergeren zich in steeds grotere mate aan de slechte foto’s.

    Het in 2013 door een Zweedse ontwikkelaar gelanceerde GeoGuessr is een spel dat helemaal draait om Google Maps: spelers worden in Street View op een willekeurige locatie gedropt en moeten zo snel mogelijk zien te raden waar ter wereld ze zich bevinden. De topspelers hebben daarbij zo hun trucs: uit het hoofd leren welke kleuren de naamborden in Noord-Macedonië hebben, hoe de officiële Google-auto’s in Colombia eruitzien of welke diakritische tekens het meest voorkomen in het Laotiaans (zonder die taal per se te kunnen lezen). De beste spelers zijn inmiddels al zo bedreven in het oplossen van deze puzzel dat ze hun locatie tot binnen een paar meter weten te bepalen.

    Het spel maakt opgeld bij een aantal grote namen in de gamewereld op Twitch en Discord. Begin maart piekte GeoGuessr als zoekterm op Google Trends nadat een populaire Minecraft-bouwer het had gespeeld tijdens een livestream. Op YouTube vind je tientallen GeoGuessr-clips van het afgelopen jaar die al meer dan een half miljoen keer zijn bekeken. ‘Het is een beetje net als met Among Us: toen dat een hit werd, was een tijdlang echt iederéén dat aan het spelen,’ zegt Costar_, de moderator van de belangrijkste GeoGuessr-community op Reddit, die ons verzocht hier alleen zijn gebruikersnaam te noemen.

    ‘De helft van het beeld is bagger’

    Maar de spelers beginnen nu te klagen over Google Maps-vrijwilligers in landen die nog niet zo uitgebreid in beeld zijn gebracht, zoals Zanzibar. Ze vinden dat zij het spel bederven doordat ze korrelige, vage of anderszins ondermaatse foto’s uploaden naar Google Maps, en daarmee naar GeoGuessr. Volgens Costar_ halen ze met hun foto’s meestal niet de kwaliteit van de officiële Google-auto. ‘De beelden zijn heel vaag, zodat je teksten en straatnaambordjes niet kunt lezen en er niet goed op kunt inzoomen. De helft van het beeld wordt in beslag genomen door de auto’s en de beweging is bagger,’ aldus Costar_. ‘Traag en haperend. Of te fel of te donker. Er is altijd wel iets.’

    360 graden

    Google heeft Maps sinds 2007 al voorzien van meer dan vijftien miljoen kilometer aan beelden van overal ter wereld. Daarvoor heeft het zelf speciale foto-apparatuur ontwikkeld die 360-gradenfoto’s maakt voor de Street View-auto’s, die begaanbare wegen fotograferen, en de Street View Trekker-rugzak, voor plaatsen waar je alleen te voet kunt komen. Maar Noord-Amerika en Europa mogen daarmee nu bijna volledig in beeld zijn gebracht, Afrika en andere delen van de niet-westerse wereld zijn op Google Maps nog maar mondjesmaat vertegenwoordigd. Vandaar dat zich vrijwilligers aandienen om in die leemte te voorzien.

    ‘In de ideale wereld zou Google alles zelf doen, maar in de werkelijkheid is ons werk beter dan niets,’ zegt Federico Debetto, de oprichter van World Travel in 360, de organisatie die samen met het verkeersbureau van Zanzibar probeert om voor deze autonome eilandregio voor de kust van Tanzania de kaarten aan te vullen. Een succesvol initiatief: de panoramafoto’s die zijn team vorig jaar heeft geüpload, zijn al door meer dan 20 miljoen mensen bekeken. Het zijn heldere en goed belichte foto’s, maar ze zijn niet zo goed als die van sommige andere regio’s op Google Maps, en dat zint de GeoGuessr-spelers niet. Hun bijnaam voor mensen die op eigen houtje officieus foto’s bijdragen aan Google Maps is ‘Ari’, naar Ari Immonen, een Finse technoloog die jarenlang met een camera op zijn auto rondreed en een van de eerste mensen was die op grote schaal gebruikersfoto’s naar Street View uploadde. ‘Als we een foto zien die van mindere kwaliteit is dan de officiële foto geweest zou zijn, noemen we dat een “Ari”, dan weet iedereen wat je bedoelt,’ zegt Costar_.

    Screen Shot 1 1000x625 kopie 1 1
    Google Street View is beschikbaar voor de gebieden in het groen. Hoe donkerder het groen, hoe meer straten in kaart zijn gebracht. Een groot deel van Afrika ontbreekt.
    – © Google

    De laatste tijd beginnen GeoGuessr-spelers deze Ari’s te vragen om met uploaden te stoppen, in de hoop dat het spel zonder die amateurbeelden makkelijker te spelen wordt. Een aantal Reddit-gebruikers heeft in een half gecoördineerde actie massaal contact opgenomen met het verkeersbureau van Bhutan, ofwel ‘Bhutan Ari’, dat ook was begonnen beelden van het land te uploaden. En Costar_ liet op Reddit weten dat er ook al mensen zijn benaderd die beelden uploaden van de Jordanese hoofdstad Amman en Zanzibar. Maar hun campagne heeft nog weinig effect gehad. ‘Ik geloof niet dat er al iemand op andere gedachten is gebracht,’ gaf Costar_ toe.

    Geldbesparing

    De woede richt zich ook niet alleen op de Ari’s zelf. Veel GeoGuessr-spelers zijn van mening dat de ondermaatse foto’s aan Google zelf te wijten zijn. ‘De houding van de spelersgemeenschap tegenover de mensen die zelf foto’s uploaden, in landen zonder officiële Google-foto’s zoals Zimbabwe, was eerst positiever,’ zegt Costar_. ‘Hun inzet is indrukwekkend. Maar die waardering is omgeslagen, we beschouwen het nu vooral als een excuus voor Google om op zijn reet te blijven zitten en geen nieuwe beelden meer toe te voegen, behalve dan voortdurende updates van Mountain View in Californië.’

    Volgens een Franse GeoGuessr-speler die op YouTube te vinden is onder de gebruikersnaam Mapper, begon Google de officieuze foto’s toe te laten om tegelijkertijd geld te besparen en toch meer data te verzamelen. ‘Dat mensen bereid zijn om gratis en voor niks hun database te vullen speelt hier duidelijk een grote rol,’ schrijft Mapper in een e-mail. ‘Sinds in 2018 de officieuze foto’s begonnen op te duiken, zie je een scherpe daling in het aantal nieuwe foto’s van Google zelf.’ (Er zijn inderdaad aanwijzingen dat Google’s eigen bijdragen aan Street View de afgelopen twee jaar zijn afgenomen.)

    Google laat weten dat het bij zijn strategie hoort om gebruik te maken van vrijwilligers. ‘We werken al jaren aan nieuwe manieren waarop mensen hun eigen beelden kunnen toevoegen aan Google Maps, en in betere kwaliteit,’ mailt een woordvoerder. Het bedrijf heeft zelfs een puntensysteem opgetuigd om gebruikers daartoe aan te sporen. Het werk van de vrijwilligers draagt er volgens Google aan bij dat de beelden kloppen en up-to-date zijn, ook op plaatsen die Google zelf al in kaart heeft gebracht. Verder leent het bedrijf apparatuur uit aan ‘vertrouwde fotografen’ voor grote projecten en staat het particulieren toe met Street View reclame te maken voor commercieel werk.

    Screen Shot 5 1000x574 kopie 1
    In GeoGuessr moeten spelers achterhalen waar een foto van Google Street View genomen is. – © YouTube

    Sommige mensen die aan Google Maps bijdragen, zijn juist blij dat ze dankzij het techbedrijf nu in staat zijn hun gemeenschap op hun eigen manier in beeld te brengen. ‘Als een bedrijf technologisch in staat is om het zelf te doen, wil dat nog niet per se zeggen dat het cultureel ook in de haak is,’ zegt Tania Wolfgramm in Auckland, waar ze leiding geeft aan het GRID-programma, een project om de eilanden in de Stille Oceaan op Street View te zetten. Ze begreep al snel dat Google geen mensen zou sturen naar de talloze afgelegen en schaars bevolkte eilanden, waaronder Tonga, het eiland waar ze zelf vandaan komt.

    ‘Er heerst een gevoel dat wij, als inheemse bevolking die met kolonialisme te maken heeft gehad, geen rol spelen op wereldwijde platforms,’ zegt ze. Omdat er geen officieel Google-team zou komen, zag zij een kans voor de eilandbewoners om zelf iets aan Google Maps toe te voegen. Google en een camerafabrikant schonken haar de apparatuur en in overleg met de premier en de minister van Posterijen van Tonga stelde ze de basisregels voor hun project op.

    Financiële gevolgen

    ‘Als het eenmaal online staat, kan de hele wereld erbij. We kunnen niet zomaar naar een land gaan en daar foto’s nemen en overal met een auto rondrijden zonder toestemming te vragen,’ zegt Wolfgramm. Ze vindt het project meer dan de moeite waard, zelfs als het straks alleen maar dient als link met het thuiseiland voor de honderdduizend eilandbewoners die, net als zijzelf, naar het buitenland zijn verhuisd.

    Street View is een kans om kijkers te veranderen in reizigers

    Maar Debetto wijst erop dat het ook financiële gevolgen heeft als regio’s niet op Google Maps staan zolang ze daar zelf niets aan doen. Volgens een gezamenlijk onderzoek van Ipsos en Google levert een vermelding op Google Maps met foto’s en virtuele rondleidingen tweemaal zoveel belangstelling op. Voor regio’s die afhankelijk zijn van toerisme, zoals Zanzibar, is Google Street View een kans om kijkers te veranderen in reizigers en ze te verleiden hotels en reizen direct bij de aanbieder zelf te boeken in plaats van via internationale tussenpersonen.

    Nu het einde nadert voor de lockdowns en het reisverkeer weer op gang begint te komen, zullen waarschijnlijk steeds meer Ari’s nieuwe regio’s van de wereld op Street View blijven zetten. Wolfgramm heeft de basis al gelegd voor haar volgende project op Rapa Nui, oftewel Paaseiland. En zulke door Google gesteunde vrijwilligersprojecten kunnen betekenen dat de kwaliteit van de afbeeldingen in GeoGuessr blijft dalen. Jammer voor gamers, maar mooi voor de vrijwilligers die al jaren proberen de wereld op Google Maps vollediger in beeld te brengen. 

    Openingsbeeld: Een straat op Zanzibar in het spel GeoGuessr, foto gemaakt door World Travel in 360, een organisatie die samen met het verkeersbureau van Zanzibar probeert om de kaarten aan te vullen. – © World Travel in 360 / GeoGuessr