Onderwerpen: Migratie

  • EU tegen VK: ‘Respecteer de rechten van onze burgers’ | ‘Marokko straft Spanje’

    EU tegen VK: ‘Respecteer de rechten van onze burgers’ | ‘Marokko straft Spanje’

    EU gaat VK streng toespreken: ‘Respecteer de rechten van onze burgers’

    Ondanks dat de brexitsoap tot een einde is gekomen, blijven de betrekkingen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk gespannen. De 27 lidstaten en Londen liggen met elkaar in de clinch over een zeer delicate kwestie: de behandeling van EU-burgers op Brits grondgebied, schrijft The Guardian.

    Lees ook:

    ‘Nadat enkele schandalen aan het licht zijn gekomen, zullen de EU-leiders met Boris Johnson spreken om ervoor te zorgen dat de rechten van hun burgers worden geëerbiedigd’, aldus de progressieve krant, die uitlegt dat ‘burgers van EU-landen vertellen dat zij zijn vastgezet nadat hun aan de grens de toegang tot het Verenigd Koninkrijk was geweigerd’.

    ‘Ik zat in een echte gevangenis met prikkeldraad en tralies voor de ramen’

    Een van die gevallen wordt beschreven in dagblad La Repubblica. Marta Lomartire, een Italiaanse die op 17 april de Britse grens over ging om in Londen als au pair te werken voor haar neef, beschrijft dat ze werd beschouwd als een illegale migrant omdat ze geen visum had. Ze werd overgebracht naar een gevangenis in de buurt van luchthaven Heathrow, waar ‘alles van me werd afgepakt, zelfs mijn mobiele telefoon. Ik zat in een echte gevangenis met prikkeldraad en tralies voor de ramen. Er zat ook een meisje uit Toscane dat al vijf dagen werd vastgehouden’, vertelt zij aan de Italiaanse krant.

    In een ander artikel, dat enkele dagen geleden is gepubliceerd, maakte The Guardian melding van van ten minste twaalf Europeanen die 48 uur op luchthaven Gatwick werden vastgehouden alvorens te worden uitgezet.

    Naar aanleiding van deze controverses heeft de Londense regering haar regels versoepeld voor EU-burgers met een gepland werkgesprek op Brits grondgebied. Zij worden niet langer vastgehouden en mogen zich verplaatsen, maar moeten aangeven waar ze tijdens hun verblijf zullen overnachten.

    Dit is niet genoeg voor de Europese Unie, die, volgens La Repubblica, bij monde van de Europese Raad, het Verenigd Koninkrijk binnenkort officieel gaat verzoeken ‘de rechten van de burgers van de EU te eerbiedigen’.


    Belarussische journalisten opgepakt, Loekasjenka breidt repressie uit

    De financiële opsporingsdienst van de KGB – de Belarussische veiligheidsdienst – heeft op dinsdag 18 mei een inval gedaan bij de redactiekantoren van ’s lands grootste onafhankelijke nieuwsportaal, Tut.by. De toegang tot de site werd geblokkeerd en de agenten arresteerden leidinggevenden en journalisten, waaronder redactrice Maria Zolotova. De huizen van sommigen van hen werden doorzocht.

    Officieel wordt de directie beschuldigd van belastingfraude. Maar Tut.by was bij uitstek het medium dat ruim aandacht besteedde aan de protesten van 2020 tegen president Aleksander Loekasjenka – aan de macht sinds 1994 – en de repressie die daarop volgde.

    ‘Dit is geen terugkeer naar het pre-internettijdperk, het is een sprong terug naar de middeleeuwen’

    Oppositieleider Viktor Babarika, die tot zijn arrestatie in juni de belangrijkste tegenstander van president Aleksander Loekasjenka zou zijn bij de Belarussische presidentsverkiezingen van augustus 2020, heeft onmiddellijk zijn steun betuigd. Vanuit de rechtbank waar hij momenteel terechtstaat voor het witwassen van geld, vertelde hij dinsdag aan de Belarussische website Nacha Niva: ‘[Dit] is een klap voor het recht van ieder mens om een mening te vormen, voor het recht van ieder mens om te denken. Dit is geen terugkeer naar het pre-internettijdperk, het is een sprong terug naar de middeleeuwen.’

    Dit is niet de eerste aanval op Tut.by. ‘De website heeft een aanzienlijke rol gespeeld bij het belichten van de huidige politieke crisis’, aldus politicoloog Arseni Sivitski op de website Salidarnast. ‘Aangezien de regering de strijd om de publieke opinie volledig heeft verloren (…) is repressie het enige wat nu nog werkt. Eerst werden de politiek en het maatschappelijk middenveld gezuiverd; nu zijn de media aan de beurt.’

    Repressieve wet

    Het regime breidt de repressie nog verder uit. Op maandag 17 mei, de dag voor de politie-inval bij de kantoren van Tut.by, ondertekende Loekasjenka een wet die de politie officieel de macht geeft om ‘vuurwapens en militair materieel te gebruiken om massale acties uiteen te drijven’.

    Lees ook:

    Deze wet ‘is een voortzetting van het beleid om de macht te beschermen tegen de woede van het volk’, schrijft het Russische dagblad Nezavissimaya Gazeta. De politie heeft ook het recht burgers te verbieden foto’s, video’s en geluidsopnames te maken tijdens politieacties. Agenten dragen altijd maskers en blijven anoniem.

    Burgers kunnen zelfs gevangenisstraffen krijgen voor het veroorzaken van ‘moreel leed’ bij politieagenten, een vrijbrief om mensen die online onwelgevallige berichten publiceren te straffen, schrijft de Russische krant.

    ‘We zijn getuige van de voltooiing van de wettelijke formalisering van staatsterreur in Belarus’, zegt de Belaussische politicoloog Pavel Usov tegen Nezavissimaya Gazeta. ‘Het doel van het beleid van Loekasjenka is (…) om van kritische stemmen misdadigers te maken. Collectieve terreur en dictatuur zijn de beste manier om het systeem te stabiliseren. Hoe meer volgzame handhavers er zijn, hoe langer het regime stand zal houden.’


    6000 migranten komen aan in Ceuta: ‘Marokko straft Spanje’

    Op maandag 17 mei bereikten bijna zesduizend migranten – jonge mannen, vrouwen en kinderen – vanaf de Marokkaanse stranden de Spaanse enclave Ceuta, gelegen in het noorden van Marokko. Eén persoon is verdronken, volgens de Spaanse autoriteiten.

    Met deze ‘migrantengolf’, die plaatsvond onder toeziend oog van de Marokkaanse grensbewaking – die aanvankelijk niet ingrepen – ‘straft Marokko Spanje’, kopt de Madrileense nieuwssite El Confidencial. Dit ‘record’ – veel hoger dan de 130 personen die eind april de kust van Ceuta bereikten – draagt bij tot de diplomatieke spanningen tussen de twee landen aan weerszijden van de Straat van Gibraltar.

    Lees ook:

    ‘De aanleiding voor het openen van de grenzen – hoewel Marokko ze tot 10 juni gesloten houdt vanwege de pandemie – is de ziekenhuisopname van Brahim Ghali, leider van Polisario [een onafhankelijkheidsbeweging in de Westelijke Sahara], in een ziekenhuis in Logroño’, schrijft het linkse dagblad Público.

    ‘De Marokkaanse autocratie gebruikt duizenden wanhopige mensen als drukmiddel’

    Rabat oefent al maanden druk uit op Madrid om de soevereiniteit van Marokko over de Westelijke Sahara openlijk te erkennen, ten nadele van het Sahrawi-volk, zoals de Verenigde Staten van Donald Trump op 10 december deden, overigens als enige westerse mogendheid.

    Op dinsdag 18 mei verklaarde de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken, Fernando Grande-Marlaska, tegen de middag dat 2700 van de 6000 migranten reeds naar Marokko waren teruggestuurd. Ter plaatse, in Ceuta, is het Spaanse leger ingezet om de plaatselijke politie te ondersteunen.

    ‘De Marokkaanse autocratie laat al jaren zien dat zij er geen morele problemen mee heeft te spelen met de hoop van duizenden mensen die de onzekerheid van hun land ontvluchten, en hen als drukmiddel te gebruiken’, schrijft het conservatieve dagblad El Mundo.

    De krant wijst erop dat in 2020 bijna 23.000 illegale migranten – voor het merendeel Marokkanen – aan land zijn gegaan op de Canarische Eilanden, gelegen tegenover de Atlantische kust van Noord-Afrika, waardoor dit gebied de belangrijkste toegangspoort voor illegale immigratie naar de EU is geworden.

    Lees ook:

    El Mundo roept de Spaanse regering op de controle van Marokko over de migratie ‘met diplomatie en vastberadenheid’ af te dwingen. Ook Público roept de regering op tot actie: ‘Zal Spanje voortaan luisteren naar het maatschappelijk middenveld, naar het Sahrawi-volk, naar de tientallen humanitaire organisaties die al decennia waarschuwen voor systematische schendingen van het internationale recht door Marokko?’

  • VS willen patenten op coronavaccins vrijgeven | Schotland loopt warm voor onafhankelijkheid

    VS willen patenten op coronavaccins vrijgeven | Schotland loopt warm voor onafhankelijkheid

    VS willen patenten op coronavaccins vrijgeven

    In een besluit dat door The New York Times als ‘buitengewoon’ wordt omschreven, kondigden de Verenigde Staten woensdag aan dat zij de tijdelijke opschorting van patenten op coronavaccins steunden, een maatregel die erop gericht is arme landen te helpen die wanhopig gebrek hebben aan kostbare doses.

    Een standpunt dat klinkt als een ‘oorlogsverklaring aan Big Pharma’, vat The Daily Beast samen.

    ‘Dit is een wereldwijde gezondheidscrisis en de buitengewone omstandigheden van de covid-19-pandemie vragen om buitengewone maatregelen’, aldus Katherine Tai, de Amerikaanse gezant voor de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die eraan toevoegde dat Washington al ‘actief’ deelneemt aan onderhandelingen in de WTO om de patenten te kunnen opheffen, bericht NYT. Dit zal echter tijd kunnen kosten, aangezien veel landen, waaronder Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en ook Nederland, zich hiertegen verzetten.

    ‘Joe Biden koos voor medemenselijkheid’, kopt CNN. ‘Gezegd moet worden dat hij zich in een bijzonder lastig parket bevond omdat hij tijdens de presidentscampagne had beloofd vaccinatietechnologie met andere landen te delen. Hij werd er ook van beschuldigd niet genoeg te doen om arme landen te helpen snel vaccins te verkrijgen’, aldus de nieuwszender. ‘Uiteindelijk zullen de Amerikanen baat hebben bij een grotere beschikbaarheid van vaccins, want niemand is veilig voor corona zolang niet iedereen is gevaccineerd.’

    Monumentaal besluit

    Op Twitter noemde Tedros Adhanom Ghebreyesus, baas van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), het besluit van Joe Biden ‘monumentaal’.

    De aankondiging van de Democratische regering heeft daarentegen de woede van de farmaceutische industrie gewekt. Stephen Ubl, de voorzitter van de Amerikaanse Pharmaceutical Manufacturers Association (PhRMA), zei dat het besluit ‘de reeds overbelaste toeleveringsketens verder zou kunnen verzwakken en de verspreiding van namaakvaccins zou kunnen aanmoedigen’.

    ‘Deze patentroof zal slecht aflopen voor de Verenigde Staten en voor de wereld’

    ‘Het produceren van coronavaccins is een ingewikkeld wetenschappelijk proces waar moeilijk te verkrijgen grondstoffen aan te pas komen, beweren deskundigen uit de industrie’, schrijft The Wall Street Journal. ‘Fabrieken moeten worden gebouwd of aangepast met speciale, dure apparatuur, en werknemers moeten over enige productiekennis beschikken.’

    In een redactioneel commentaar meent het conservatieve dagblad dat Joe Biden een ‘diefstal’ heeft gepleegd die op lange termijn medische gevolgen zal hebben. ‘Deze patentroof zal slecht aflopen voor de Verenigde Staten en voor de wereld’, schrijft WSJ. ‘Investeerders zullen veel minder geneigd zijn te investeren in nieuw geneesmiddelenonderzoek als hun eigen regering in staat blijkt hen onder politieke druk te verraden.’


    Waarom Schotland warmloopt voor Nicola Sturgeon

    Het is moeilijk om Nicola Sturgeon te bereiken tijdens haar campagne in aanloop van de Schotse parlementsverkiezingen die vandaag (6 mei) plaatsvinden. ‘Eerst moet je je door straten vol bewonderaars en selfiejagers heen worstelen’, schrijft The Observer. ‘Sommigen barsten zelfs in tranen uit in haar aanwezigheid.’ Na zeven jaar als premier te hebben gediend en veertien als partijleider, blijft Sturgeon ongelooflijk populair bij de kiezers. Niets schijnt haar imago te kunnen schaden.

    ‘Meelevend maar berekenend, grootmoedig maar bereid om een rake klap uit te delen, Nicola Sturgeon is altijd een complexe politieke figuur geweest’, aldus Financial Times. Ze groeide op in een Schots arbeidersmilieu in Irvine, een havenstad ten zuidwesten van Glasgow. In 1987, ‘toen ze nog een verlegen zestienjarig schoolmeisje was’, werd ze lid van de Schotse Nationale Partij (SNP). Ze zag onafhankelijkheid al snel als het enige antwoord op ‘het rechtse beleid van Margaret Thatcher, terwijl het Schotse electoraat eerder links was georiënteerd’, aldus het financiële dagblad. ‘Die overtuiging heeft haar nooit verlaten.’

    Haar wens om een einde te maken aan de meer dan driehonderd jaar durende unie met Engeland lijkt bovendien binnen handbereik. Eind 2020 was in meer dan twintig opeenvolgende opiniepeilingen de uitkomt van referenda voor onafhankelijkheid ‘ja’. Sturgeon rekent er dan ook op dat ze na 6 mei opnieuw een regering kan gaan vormen.

    ‘Ze hebben vooral geprobeerd de beter bedeelde Schotten trouw te laten blijven aan de SNP’

    Er is echter ook veel kritiek op de staat van dienst van de voormalig advocaat. ‘Sinds ze in 2007 de partij is gaan leiden, hebben de nationalisten gesproken over het creëren van een eerlijker, progressiever Schotland, maar in werkelijkheid hebben ze vooral geprobeerd om de beter bedeelde Schotten – degenen die het meest waarschijnlijk zullen stemmen bij verkiezingen – ervan te overtuigen trouw te blijven aan de SNP’, schrijft het dagblad The Scotsman.

    De pro-onafhankelijkheidspartij heeft universiteiten gratis gemaakt en zich ingezet voor de rechten van vrouwen, somt The Spectator op. Maar tegelijkertijd ‘heeft de regering-Sturgeon tussen 2015 en 2019 47 miljoen pond [ongeveer 54 miljoen euro] bezuinigd op verslavingszorg’, terwijl het land een ernstige drugscrisis doormaakt. En de ongelijkheid tussen rijk en arm op scholen blijft ‘beschamend’. ‘Waarom houden de Schotten dan nog steeds zo veel van hun premier?’ vraagt het conservatieve weekblad zich af.

    De kunst van het inleven

    De premier, die lange tijd als ‘kil’ werd beschouwd, heeft zich in de loop der tijd ‘de kunst van het communiceren met en inleven in de bevolking eigen gemaakt’. Bijvoorbeeld tijdens de pandemie: ‘Met Sturgeons kalme en weloverwogen aanpak van de coronacrisis, in tegenstelling tot Boris Johnsons warrige arrogantie, heeft ze velen voor zich ingenomen’, analyseert The Spectator. ‘Ze straalt vertrouwen uit en de kiezers hebben ook vertrouwen in haar.’

    Het maakt daarbij niet uit dat het Schotse sterftecijfer hoger is dan in Noord-Ierland, of dat het huidige succes van de vaccinatiecampagne het werk is van de centrale regering in Londen, schrijft The Economist. De Schotten die door het Londense weekblad werden geïnterviewd, zijn onvermurwbaar. ‘Zelfs de man die boos is dat zijn pub nog steeds is gesloten wegens de coronamaatregelen’ vindt dat de regeringsleider goed werk heeft verricht en een herbenoeming verdient. ‘Wanneer verkiezingen in referenda veranderen over de toekomst van een land’, schrijft The Economist, ‘vergeten de kiezers voor het gemak even de rest.’


    Israëlische oppositieleider mag regering gaan vormen

    Nadat Benjamin Netanyahu, leider van de grootste partij, er niet in geslaagd is een meerderheid in de Knesset rond zich te verzamelen, wendde president Reuven Rivlin zich woensdag als verwacht tot Yair Lapid, de leider van de middenpartij Yesh Atid. De partij werd tweede bij de parlementsverkiezingen in maart en wil een ‘regering van nationale eenheid’ vormen – waarin rechts, midden en links samenkomen – om Netanyahu uit de macht te zetten, bericht The Times of Israel.

    Yair Lapid heeft waarschijnlijk de steun nodig van Naftali Bennett, leider van de radicaal-rechtse partij Yamina. Deze voormalige minister van Netanyahu, die liever had deelgenomen aan een ‘rechtse regering’, zei woensdagavond dat hij ‘geen moeite zou sparen’ om tot een coalitieregering te komen en nieuwe verkiezingen te voorkomen.

    Volgens The Jerusalem Post denken Lapid en Bennett dat ze ‘binnen een week’ een regering kunnen vormen, maar ‘vrezen ze dat als ze geen haast maken, hun inspanningen kunnen worden ondermijnd door Netanyahu (…) die momenteel probeert de vorming van een nieuwe regering te saboteren’, aldus het Israëlische dagblad.

    Lees ook:


    Tweeduizend vluchtelingen overleden door illegale pushbacks

    EU-landen hebben illegale operaties gebruikt om tijdens de pandemie minstens veertigduizend asielzoekers over de grenzen van Europa terug te dringen, zogenoemde pushbacks. Deze methodes kunnen in verband worden gebracht met de dood van meer dan tweeduizend mensen, blijkt uit onderzoek van The Guardian.

    De illegale praktijken die gepaard gaan met de pushbacks variëren van mishandeling tot onmenselijke behandeling tijdens detentie of transport.

    Het onderzoek van The Guardian is gebaseerd op verslagen van VN-agentschappen, gecombineerd met een database van incidenten die door ngo’s zijn verzameld. Volgens de hulporganisaties is sinds het begin van de coronapandemie de regelmaat en wreedheid van de pushbacks toegenomen.

    Lees ook de volgende artikelen over het Europese vluchtelingenbeleid:

  • Hulporganisaties op de Middellandse Zee onder vuur

    Hulporganisaties op de Middellandse Zee onder vuur

    Reddingsacties van ngo‘s op de Middellandse Zee zouden volgens de Europese en Italiaanse grensautoriteiten mensensmokkel faciliteren. Maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat de autoriteiten samenwerken met Libische smokkelaars, terwijl de hulporganisaties en migranten zelf worden aangeklaagd.

    Lees hier deel 1 van dit artikel.

    In 2014 breekt een nieuwe etappe aan in het werk van DNAA, het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap dat zich de laatste jaren toelegde op het aanpakken van mensensmokkelaars op de Middellandse Zee, en zijn directeur Franco Roberti. Italië heeft Mare Nostrum, een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die meer dan 150.000 mensen redde, na een jaar opgeheven vanwege budgettaire beperkingen en een gebrek aan Europese samenwerking.

    In haar kielzog heeft de EU twee nieuwe operaties opgezet, een via Frontex en de ander onder militaire vlag, Operatie Sophia genaamd. Deze operaties zijn niet gefocust op het redden van mensenlevens, maar op grensbeveiliging en mensensmokkelaars uit Libië. Vanaf 2015 werden vertegenwoordigers van Frontex en Operatie Sophia toegevoegd aan de bijeenkomsten van DNAA, waarbij Italiaanse aanklagers erop toezagen dat beiden zich aan de nieuwe onderzoeksstrategie hielden.

    Die strategie betekende dat iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, als medeplichtige aan mensensmokkel moest worden beschouwd en onderworpen moest worden aan de Italiaanse jurisdictie. Zo konden ze de Libische smokkelaars aanpakken zoals ze eerder de Italiaanse maffia hadden aangepakt.

    Belangrijk voor het onderzoek zijn foto‘s van reddingsacties, zoals de luchtfoto die door de Italiaanse kustwacht aan Dieudonne, een Kameroense bootvluchteling die werd verhoord door de kustwacht, werd getoond, waarmee de politie op een andere manier kon identificeren wie de boten bestuurde en wie hielp bij het navigeren.

    Ngo’s in het vizier

    Bij gebrek aan reddingsschepen van de overheid begon een vloot van schepen van hulporganisaties aan een groot aantal reddingsacties in de internationale wateren voor de kust van Libië. Deze schepen, die werden gecoördineerd door het Italiaanse reddingscentrum van de kustwacht in Rome, maakten het moeilijk voor aanklagers en politie om bewijsmateriaal te verzamelen. Volgens de notulen van een vergadering van DNAA, die Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino van The Intercept hebben ingezien, gaven sommige ngo‘s, waaronder MOAS, routinematig foto‘s aan de Italiaanse politie en Frontex. Anderen weigerden met het argument dat het leveren van bewijs voor onderzoek naar de mensen die ze hadden gered, hun doeltreffendheid en neutraliteit zou ondermijnen.

    In de jaren na Mare Nostrum was de ngo-vloot verantwoordelijk voor meer dan een derde van alle reddingen in het centrale Middellandse Zeegebied, volgens schattingen van Operatie Sophia. Omdat de ngo‘s geen informatie van geredde migranten verzamelden voor de politie, werd ‘informatie die essentieel is om het begrip van het bedrijfsmodel van smokkel te vergroten’, niet verkregen, aldus een uitgelekt rapport.

    Een admiraal van de kustwacht onderstreepte hoe belangrijk het is om ondervragingen te doen vlak na een reddingsactie

    Tijdens een volgende bijeenkomst herhaalden zes aanklagers hun bezorgdheid. Reddingsacties van hulporganisaties betekenden dat de politie migranten op zee niet kon ondervragen, zeiden ze, en daarom moesten gevallen worden geseponeerd door gebrek aan bewijs. Een admiraal van de kustwacht onderstreepte hoe belangrijk het is om ondervragingen te doen vlak na een reddingsactie, omdat dan ‘een moment van empathie is bereikt’. ‘Het is niet mogelijk om deze taak uit te voeren als de reddingsinterventie wordt uitgevoerd door schepen van ngo’s’, aldus de admiraal tegen de groep.

    Ngo’s veroorzaakten dus problemen voor de DNAA-strategie. Tijdens de bijeenkomsten bespraken Italiaanse aanklagers en vertegenwoordigers van de kustwacht, de marine en het ministerie van Binnenlandse Zaken wat ze konden doen om dehulporganisaties in toom te houden. Tegelijkertijd richtten verschillende aanklagers afzonderlijk hun vizier op de ngo’s zelf.

    Zo beschuldigde Frontex in een intern rapport, dat later volledig werd gepubliceerd door The Intercept, een vaartuig van een ngo ervan migranten rechtstreeks van Libische smokkelaars te hebben overgenomen, op grond van informatie van ‘Italiaanse autoriteiten’. Die claim werd weersproken met videobewijs en door de bemanning van het schip.

    ’Vrienden van mensenhandelaars’ en ‘taxiservice voor migranten’ werden gangbare beledigingen

    Maanden later maakte Carmelo Zuccaro, de officier van justitie van Catanië, bekend dat hij onderzoek deed naar reddingsorganisaties. ‘Samen met Frontex en de marine proberen we toezicht te houden op al deze ngo’s die hebben laten zien over grote financiële middelen te beschikken’, zei Zuccaro tegen de Italiaanse krant La Repubblica. Zijn uitspraak ging viraal in Italiaanse en Europese media. ‘Vrienden van mensenhandelaars’ en ‘taxiservice voor migranten’ werden gangbare beledigingen van humanitaire ngo’s door anti-immigratiepolitici en extreemrechts in Italië.

    Zuccaro zou uiteindelijk zijn beweringen terugdraaien en een parlementaire commissie vertellen dat hij op dat moment met een hypothese werkte maar geen bewijs had om zijn uitspraak te staven.

    In een interview met de  Duitse krant Die Welt in februari 2017 onthield de directeur van Frontex, Fabrice Leggeri, zich van expliciete kritiek op het werk van reddingsorganisaties, maar hij zei wel dat ze het politieonderzoek in de Middellandse Zee belemmerden. Omdat hulporganisaties een groter percentage reddingen verrichtten, aldus Leggeri, ‘wordt het voor de Europese veiligheidsautoriteiten steeds moeilijker om door ondervraging van migranten meer te weten te komen over de smokkelnetwerken‘.

    ‘Die lastercampagne ging heel, heel ver’, zegt voormalig minister van Buitenlandse Zaken Emma Bonino. Verwijzend naar Marco Minniti, destijds de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, voegt ze eraan toe: ‘Ik probeerde Minniti ertoe aan te zetten niet zo geobsedeerd te zijn door de mensen die hierheen kwamen, maar om een integratiebeleid voor Italië in te voeren. Maar hij concentreerde zich uitsluitend op Libië, op het smokkelen en op het criminaliseren van ngo’s met behulp van officieren van justitie.’

    Volgens Bonino vormde de actie tegen ngo’s deel van een groter plan om het Europese beleid in het centrale Middellandse Zeegebied te veranderen. De eerste stap was de verschuiving van humanitaire redding naar grensbeveiliging en smokkel. De tweede stap ‘was de ngo’s aan te klagen of hen te arresteren. Het was een smerige campagne tegen hen. Met na zoveel jaren als resultaat dat er geen veroordelingen, geen straffen, geen processen zijn.’

    ‘Ze begonnen die zogenaamde kustwacht te ondersteunen, maar dat waren dezelfde mensenhandelaars in een ander jasje’

    Een derde stap behelsde het opzetten van een nieuwe kustwacht in Libië om te doen wat de Europeanen volgens het internationaal recht niet konden: mensen op zee onderscheppen en terugbrengen naar Libië, van waaruit ze net waren gevlucht.

    Aanvankelijk waren de leiders bij Frontex voorzichtig. ‘Als Frontex kijken we met bezorgdheid naar Libië; er is daar geen stabiele staat’, zei Leggeri in het interview van 2017. ‘We helpen nu 60 officieren op te leiden voor een mogelijke toekomstige Libische kustwacht. Maar dit is op zijn best een begin.’ Maar Bonino ziet dat anders. ‘Ze begonnen die zogenaamde kustwacht te ondersteunen,’ zegt ze. ‘Maar dat waren dezelfde mensenhandelaars in een ander jasje.’

    Dezelfde uniformen, dezelfde schepen

    Dieudonne, een Kameroense migrant die veilig is aangekomen in Italië, werd nooit opgeroepen als getuige door de rechtbank. Hij hoopt dat geen van zijn lotgenoten in de gevangenis is beland, maar zegt graag te getuigen tegen mensenhandelaars mocht hij worden gebeld. ’Ik heb de politie de contactgegevens van mensenhandelaars gegeven, ik heb ze namen gegeven’, aan boord van het kustwachtschip, zo vertelt hij The Intercept.

    De smokkeloperaties in Libië gebeurden in het zicht, maar de Italiaanse politie moest in internationale wateren blijven. Uitgelekte documenten van Operatie Sophia beschrijven jarenlange inspanningen van Europese ambtenaren om de Libische politie ertoe te bewegen smokkelaars te arresteren. Achter gesloten deuren gaven Italiaanse en EU-topfunctionarissen toe dat diezelfde smokkelaars waren verweven met de nieuwe Libische kustwacht die Europa aan het opzetten was en dat samenwerking met hen mogelijk in strijd zou zijn met het internationaal recht.

    Al in 2015 merkten meerdere functionarissen op de antimaffiabijeenkomsten van DNAA op dat sommige smokkelaars verontrustend dicht bij leden van de Libische regering stonden. ‘Milities gebruiken dezelfde uniformen en dezelfde schepen als de Libische kustwacht die door de Italiaanse marine wordt getraind’, zei schout bij nacht Enrico Credendino, verantwoordelijk voor Operatie Sophia, in 2017. Het hoofd van de Libische kustwacht en de Libische minister van Defensie, beide bondgenoten van de Italiaanse regering, onderhouden ‘nauwe relaties met enkele militiebazen’, aldus Credendino.

    Een van de Libische kustwachtofficieren werd veroordeeld voor zijn rol als toplid van een machtige smokkelmilitie

    Een van de Libische kustwachtofficieren die aan beide kanten opereerde, was Abd al-Rahman Milad, ook wel bekend als Bija. In 2019 onthulde de Italiaanse krant Avvenire dat Bija, met de Italiaanse grenspolitie en inlichtingenfunctionarissen in mei 2017 deelnam aan een bijeenkomst op Sicilië die was gericht op het tegengaan van migratie vanuit Libië. Een maand later werd hij door de VN-Veiligheidsraad veroordeeld voor zijn rol als toplid van een machtige smokkelmilitie in de kustplaats Az Zawiyah, en, zoals de VN het omschreef, voor ‘het met vuurwapens tot zinken brengen van migrantenboten.’

    Volgens gelekte documenten van Operatie Sophia zijn kustwachtofficieren die onder Bija’s bevel stonden, getraind door de EU tussen 2016 en 2018.

    Terwijl de Italiaanse regering vermeende smokkelaars in Italië vervolgde, werkten ze ook samen met mensen waarvan ze wisten dat het smokkelaars waren in Libië. Minniti, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken van Italië, rechtvaardigde de deals van zijn regering met Libië, want het vooruitzicht van massale migratie vanuit Afrika bezorgde hem ‘angst voor het welzijn van de Italiaanse democratie’.

    In een van de antimaffiabijeenkomsten van 2017 schetste Vittorio Pisani van het ministerie van Binnenlandse Zaken een plan dat voorzag in de directe coördinatie van de nieuwe Libische kustwacht. Ze zouden ‘een operatiekamer in Libië creëren voor de uitwisseling van informatie met het ministerie van Binnenlandse Zaken’, aldus Pisani, ‘voornamelijk over de positie van ngo-schepen en hun reddingsoperaties. Zodoende kon de Libische kustwacht aan de slag in zijn nationale wateren.’

    ‘We hadden de medewerking van Libische instellingen nodig. Maar ze deden niets, omdat ze geld aannamen van de mensenhandelaars’

    En daarmee werd de derde stap van het plan in gang gezet. Aan het einde van de bijeenkomst stelde Roberti voor om vertegenwoordigers van de Libische politie uit te nodigen voor hun volgende bijeenkomst. In een interview met The Intercept bevestigde hij dat Libische vertegenwoordigers ten minste twee antimaffiabijeenkomsten bijwoonden en dat hij zelf Bija ontmoette tijdens een bijeenkomst in Libië, een maand nadat het rapport van de VN-Veiligheidsraad was gepubliceerd. Een jaar later werd Bija bestraft door de commissie van de Veiligheidsraad voor Libië, met bevriezing van zijn tegoeden en een verbod op internationale reizen.

    ‘We hadden de medewerking van Libische instellingen nodig. Maar ze deden niets, omdat ze geld aannamen van de mensenhandelaars’, zegt Roberti in het Napolitaanse café. ‘Zijzelf waren de mensenhandelaars.’

    Een veilige plek

    Roberti ging in 2017 met pensioen bij DNAA. Hij zei dat de organisatie onder zijn leiding een basis creëerde voor de omgang met migratie in heel Europa. Maar hij erkent dat zijn uitbreiding van DNAA naar migratiekwesties gemengde resultaten heeft opgeleverd. Hij zegt dat de antimaffiastrategie haperde – net als zijn reis naar Duitsland in de jaren negentig met Giovanni Falcone om internationale maffiapraktijken aan te pakken – vanwege een gebrek aan samenwerking met de ngo’s, met andere Europese regeringen en met Libië.

    ‘Op Europees niveau werkt de samenwerking niet’, aldus Roberti. En wat betreft Libië voegt hij eraan toe: ‘We hebben het geprobeerd. En ik denk dat de afspraken die de regering maakte, juist waren. Maar uiteindelijk werd het een mislukking.’

    Uitgebreid

    DNAA heeft zijn activiteiten sindsdien uitgebreid. Tussen 2017 en 2019 keurde de Italiaanse regering twee wetsvoorstellen goed die het antimaffia-agentschap belast met vrijwel alle illegale immigratiekwesties. Sinds 2017 zijn vijf Siciliaanse aanklagers, die allemaal ten minste één coördinatievergadering bijwoonden, vijftien afzonderlijke gerechtelijke procedures begonnen tegen medewerkers van hulporganisaties. Tot dusver zijn er geen veroordelingen. Drie zaken zijn door de rechtbank verworpen en de rest loopt nog.

    Eerder deze maand kwam het nieuws naar buiten dat Siciliaanse aanklagers journalisten en mensenrechtenadvocaten hebben afgeluisterd voor een van deze onderzoeken. Ze luisterden wettelijk beschermde gesprekken af met bronnen en cliënten. Het Italiaanse ministerie van Justitie heeft een onderzoek ingesteld naar het incident, dat volgens Italiaanse juridische experts neerkomt op crimineel handelen. De officier van justitie die de telefoontaps goedkeurde, woonde tenminste één coördinatievergadering van DNAA bij, waar onderzoeken tegen ngo’s uitvoerig werden besproken.

    Sinds DNAA zijn bereik heeft vergroot, zijn de belangrijkste spelers van eerdere coördinatievergaderingen gestegen in de pikorde van Italiaanse en Europese instellingen. Een officier van justitie, Federico Cafiero de Raho, leidt nu het antimaffia-agentschap. Salvi, de voormalige officier van justitie van Catanië, is nu procureur-generaal van Italië. Pisani, de voormalige medewerker van het ministerie van Binnenlandse Zaken, is plaatsvervangend hoofd van de Italiaanse inlichtingendiensten. En Roberti is lid van het Europees Parlement.

    Cafiero de Raho staat achter de onderzoeken en arrestaties die het antimaffia-agentschap door de jaren heen heeft verricht. Hij noemde de coördinatievergaderingen een essentieel instrument voor aanklagers en politie in moeilijke tijden.

    Gevraagd naar zijn specifieke opmerkingen tijdens de bijeenkomsten, met name zijn verklaringen dat humanitaire hulporganisaties gereguleerd moesten worden en zijn herhaalde erkenning dat leden van de nieuwe Libische kustwacht betrokken waren bij smokkelactiviteiten, zegt Cafiero de Raho dat zijn opmerkingen in de juiste context moeten worden geplaatst, namelijk het ontwikkelen door Italië en de EU van een kustwacht in een deel van Libië dat grotendeels werd geregeerd door lokale milities.

    Zijn uiteindelijke doel is wat hij in de coördinatievergaderingen van DNAA de ‘buitengerechtelijke oplossing’ noemde: proberen om het bestaan van misdaden tegen de menselijkheid in Libië te bewijzen, zodat ‘de VN troepen naar Libië kan sturen om migrantenkampen te ontmantelen die zijn opgezet door mensenhandelaars… en de controle over dat gebied te heroveren.’

    De overgrote meerderheid van de vertrekkende schepen wordt onderschept door de Libische kustwacht en teruggebracht naar Libië

    Een woordvoerder van de afdeling buitenlands beleid van de EU, die Operatie Sophia leidde, weigerde rechtstreeks te reageren op het bewijs dat de leiders van de Europese militaire operatie wisten dat delen van de nieuwe Libische kustwacht ook betrokken waren bij smokkelactiviteiten, maar merkte wel op dat Bija zelf niet is opgeleid door de EU. Een woordvoerder van Frontex zegt dat zijn organisatie ‘niet is betrokken bij de selectie van te trainen officieren’.

    In 2019 veranderde de Europese migratiestrategie opnieuw. Nu wordt de overgrote meerderheid van de vertrekkende schepen onderschept door de Libische kustwacht en teruggebracht naar Libië. In maart 2019 haalde Operatie Sophia al haar schepen terug uit het reddingsgebied en richt zich sindsdien op luchtpatrouilles om de Libische kustwacht aan te sturen en te coördineren. Mensenrechtenadvocaten in Europa hebben daarop zes juridische procedures tegen Italië en de EU aangespannen: in strijd met het internationaal recht zouden ze de terugkeer van migranten naar gevaarlijke omstandigheden faciliteren.

    Gedurende vier jaar van coördinatievergaderingen hebben Italië en de EU inderdaad privé toegegeven dat het onwettig is om mensen naar Libië terug te sturen. ‘Fundamentele schendingen van de mensenrechten in Libië maken het onmogelijk om migranten terug te drijven naar de Libische kust’, zei Pisani in 2015. Twee jaar later ontwierp hij het begin van een plan dat precies dat zou doen.

    Het resultaat van louter toeval

    Dieudonne weet dat hij geluk heeft gehad. De scheidslijn tussen verdachte en slachtoffer is geheel afhankelijk van de eerste indrukken van politieagenten in de minuten of uren na een reddingsactie. Volgens politierapporten die in rechtszaken werden gebruikt, waren fysieke kenmerken, zoals ‘een lichtere huidskleur’, of gedrag aan boord van het schip, zoals het nauwkeurig in de gaten houden van politiebewegingen ‘met opmerkelijke belangstelling’, voldoende om argwaan te wekken.

    In een uitspraak uit 2019 waarin zeven vermeende smokkelaars werden vrijgesproken na drie jaar voorarrest, schreven rechters dat ‘de selectie van de verdachten aan de ene kant en de getuigen aan de andere kant, met als enige uitzondering de stuurman, nagenoeg het resultaat is van louter toeval’.

    Meewerken met Libische smokkelaars heeft andere migranten in Italië lange gevangenisstraffen gekost. In september 2019 werd een 22-jarige Guinees, bijgenaamd Suarez, gearresteerd bij aankomst in Italië. Vier getuigen vertelden de politie dat hij had samengewerkt met gevangenisbewakers in Az Zawiyah, in het detentiecentrum voor immigranten dat wordt beheerd door de beruchte Bija.

    ‘Suarez was ook een gevangene die gedwongen meewerkte’, zei een van de getuigen tegen de rechtbank. Degenen die zich geen betaling van losgeld kunnen veroorloven, helpen vaak met maaltijden uitdelen of toezicht houden, verklaarde een ander. ‘Je zou er moeten zijn om de situatie te begrijpen’, aldus de eerste getuige. Suarez werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf, die onlangs in hoger beroep is teruggebracht tot twaalf jaar.

    Verrassend kalmte

    Dieudonne herinnert zich zijn reis op zee levendig, met verrassende kalmte. Toen de boot water begon te maken, probeerde hij te helpen. ‘Je moet helpen waar dat nodig is.’ In zijn kantoor in Bari buigt hij zich voorover en maakt schepbewegingen met zijn armen, alsof hij water uit een boot haalt.

    ‘Zouden ze mij ook moeten veroordelen?’ vraagt hij zich af. Hij vindt het ironisch dat het de Libiërs waren die Bija uiteindelijk in oktober arresteerden op beschuldiging van mensenhandel. De Italianen en Europeanen, zegt hij lachend, hadden het te druk samen te werken met de corrupte kustwacht. Overigens werd Bija vorige maand vrijgelaten uit de gevangenis nadat een Libische rechtbank hem van alle aanklachten heeft vrijgesproken. Hij is gepromoveerd bij de kustwacht en weer aan het werk gezet.

    Dieudonne denkt vaak aan de mensen die hij identificeerde aan boord van het kustwachtschip midden op zee. ‘Ik heb de politie de waarheid verteld. Maar als dat leidt tot de veroordeling van een onschuldig persoon, dan is dat verkeerd’, zegt hij. ‘Omdat ik weet dat die persoon niets fout heeft gedaan. Integendeel, hij heeft ons leven gered door dat vlot te besturen.’

    Dit artikel werd samengesteld door IJsbrand van Veelen.

  • Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Een Italiaanse antimaffia-instantie coördineert de Italiaanse en Europese aanpak van smokkelaars die mensen vanuit Libië naar Europa proberen te krijgen. De aanpak lijkt succesvol en bedient de wensen van de publieke opinie, maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat het voornamelijk migranten zijn die worden opgepakt en veroordeeld. Smokkelbendes blijven grotendeels buiten schot.

    ‘Afana Dieudonne noemt zichzelf geen held, want hij heeft dingen gedaan waar hij niet trots op is. Zoals iedereen in zijn situatie zou doen om te overleven, zegt hij. Dieudonne reisde van Kameroen naar Tunesië per vliegtuig, vandaar met de auto en te voet door de woestijn naar Libië, en belandde vervolgens in een rubberboot op de Middellandse Zee.’ Zo beginnen Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino hun verhaal voor The Intercept. Het verhaal van Afana Dieudonne kenmerkt de huidige aanpak van het migrantendrama.

    Mensensmokkelaars in Libië die het onderduikadres beheerden waar Dieudonne verbleef, vroegen om zijn hulp. Hij sprak een beetje Engels en wilde geen problemen, dus hij hielp hen, beducht omdat ze vaak stoned waren en altijd gewapend. Soms vroegen ze hem voedsel en water onder de andere migranten te verdelen. Andere keren verklikte hij degenen die hun bevelen niet opvolgden. Soms dwongen de mensenhandelaars hem tot geweld tegen zijn lotgenoten. Zij of ik, redeneerde hij.

    Op 30 september 2014 duwden de smokkelaars Dieudonne en 91 anderen in een rubberboot de zee op. In de pikdonkere nacht zagen ze de lichten van de Libische kust uit het zicht verdwijnen. Na een dag op zee begon de overvolle rubberboot water te maken. De opvarenden werden gered door een schip van een hulporganisatie en overgebracht naar een schip van de Italiaanse kustwacht. Dieudonne werd eruit gepikt voor ondervraging.

    Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist

    De eerste vragen die hem werden gesteld waren kort en routineus: naam, leeftijd, nationaliteit. En toen veranderde de ondervraging van toon: de agenten wilden weten hoe de mensenhandel in Libië werkte, zodat ze de betrokkenen konden arresteren. Ze wilden weten wie de rubberboot had bestuurd en wie had genavigeerd.

    Hij vertelde alles en wees ook de ‘kapitein’ aan, tussen aanhalingstekens, want er was geen echte kapitein. De echte mensensmokkelaars blijven in Libië, aldus Dieudonne, en degenen die handelen als ‘de “kapiteins” doen dat niet uit vrije wil’.

    Het antimaffia-agentschap

    Om migratie in het centrale Middellandse Zeegebied aan te pakken waren de inspanningen van de Italiaanse regering en de Europese Unie jarenlang gefixeerd op de achterblijvers in Libië. Die worden afwisselend facilitators, smokkelaars, mensenhandelaars of militieleden genoemd. Ze voorzien in hun levensonderhoud door anderen te helpen op illegale wijze Europa binnen te komen. Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist.

    De Europese poging om deze smokkelnetwerken te ontmantelen wordt aangestuurd door een opmerkelijk instituut: de Direzione nazionale antimafia e antiterrorismo (DNAA): het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap. Deze kleine politie-afdeling uit Rome verwierf in de jaren negentig en begin 2000 aanzien door grote delen van de maffia in Sicilië en elders in Italië te ontmantelen.

    Uit niet eerder gepubliceerde interne documenten blijkt dat DNAA een belangrijke rol speelde bij het toezicht op de zuidelijke zeegrenzen van Europa, in nauwe samenwerking met het EU-grensagentschap Frontex en Europese militaire missies die voor de Libische kust opereren.

    Illegale migratie naar Europa kreeg dezelfde aanpak als de maffia

    Onder leiding van de ervaren maffiajager Franco Roberti ontwikkelde DNAA een strategie die uniek was, in ieder geval nieuw voor de instanties die de grenzen moeten bewaken. Illegale migratie naar Europa zou dezelfde aanpak als de maffia krijgen. Hierdoor kregen de Italiaanse en Europese politie, kustwacht en marine, die volgens het internationaal recht verplicht zijn om gestrande vluchtelingen op zee te redden, de mogelijkheid om op zijn minst een aantal arrestaties en veroordelingen te verrichten.

    Het idee was om laaggeplaatste handlangers te arresteren en hen met dwang en de belofte van strafvermindering ertoe te brengen hun opdrachtgevers prijs te geven. Zo zouden onderzoekers de mensen een stap hoger op de ladder kunnen identificeren, om uiteindelijk de smokkelbendes in Libië te ontmantelen. Bij elke boot die in Italië arriveerde, verrichtte de politie een handvol arrestaties. Iedereen die tijdens de overtocht een actieve rol had gespeeld, van het sturen tot het vasthouden van een kompas tot het uitdelen van water of het repareren van een lek, kon worden gearresteerd op grond van de nieuwe wettelijke richtlijnen die werden opgesteld door Roberti’s antimaffia-eenheid.

    Aanklachten varieerden van smokkel tot transnationale criminele samenzwering en zelfs moord, als opvarenden benedendeks waren gestikt of waren verdronken. Het aantal mensen dat sinds 2013 is gearresteerd wordt in de duizenden geschat.

    Voor de politie, aanklagers en betrokken politici waren deze arrestaties een belangrijk binnenlands politiek succes want de publieke opinie in Italië had zich tegen migratie gekeerd, en nu haalden politiefoto’s van vermeende smokkelaars regelmatig de voorpagina‘s.

    De meeste ‘succesvolle’ vervolgingen betroffen veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald

    The Intercept vroeg documenten op via de Italiaanse Wet openbaarheid van bestuur. Uit notulen van niet-openbare gesprekken tussen leidinggevenden blijkt dat de meeste ‘succesvolle’ vervolgingen alleen betrokkenen op laag niveau betroffen, veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald. Smokkelbazen zelf werden zelden veroordeeld. Uit de documenten blijkt dat veel rechtszaken zijn gebaseerd op overhaaste onderzoeken en ondervragingen waarbij sprake was van dwang.

    In de jaren die volgden ging DNAA tot het uiterste om de stroom van arrestaties voort te zetten. Volgens interne documenten coördineerde het bureau een reeks strafrechtelijke onderzoeken naar de civiele hulporganisaties die levens redden in de Middellandse Zee en ervan worden beschuldigd het werk van de politie te belemmeren. DNAA zag ook toe op pogingen om een nieuwe kustwacht in Libië op te richten en op te leiden, wetende dat sommige kustwachtofficieren samenwerken met de smokkelnetwerken die de Italiaanse en Europese diensten juist proberen te bestrijden.

    Sinds de oprichting heeft het antimaffia-agentschap ongekende onderzoeksinstrumenten gebruikt en fungeerde het als een brug tussen politici en de rechtbanken. De documenten onthullen tot in de kleinste details hoe het agentschap met Italiaanse en Europese functionarissen, gebruikmaakte van allerlei bevoegdheden om vermeende smokkelaars aan te pakken, terwijl ze wisten dat het in de meeste gevallen ging om wanhopige mensen die op de vlucht waren voor armoede en geweld en die beperkte middelen hadden om zichzelf in de rechtbank te verdedigen.

    Tragedie en kansen

    DNAA werd begin jaren negentig opgericht na een decennium van escalerend maffiageweld. Tegen die tijd waren honderden aanklagers, politici, journalisten en politieagenten neergeschoten, opgeblazen of ontvoerd, en nog veel meer werden afgeperst door georganiseerde misdaadfamilies die actief waren in Italië en ver daarbuiten.

    In Palermo, de Siciliaanse hoofdstad, was officier van justitie Giovanni Falcone een rijzende ster in de Italiaanse rechterlijke macht. Falcone had ongekend succes behaald met een aanpak van de georganiseerde misdaad die gebaseerd was op het volgen van geldstromen, het in beslag nemen van activa en het centraliseren van bewijsmateriaal dat door openbare aanklagers op het eiland was verzameld. Maar toen de maffia uitbreidde naar de rest van Europa, bleek Falcone‘s werk ontoereikend.

    In september 1990 reisde een maffiacommando vanuit Duitsland naar Sicilië om een 37-jarige rechter neer te schieten. Weken later, bij een politiecontrole in Napels, bleek dat de Siciliaanse chauffeur van de vrachtwagen vol wapens, explosieven en drugs, ingezetene van Duitsland was. Een maand na diens arrestatie reisde Falcone naar Duitsland om een infrastructuur voor informatie-uitwisseling met de autoriteiten op te zetten. Hij bracht een jongere collega uit Napels mee, Franco Roberti.

    Het was een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken

    ‘We stonden tegenover een ondoordringbare muur’, aldus een bittere Roberti, die drie decennia later met The Intercept sprak in Napels. Inmiddels 73 jaar oud en met de hese stem van een levenslange roker, beschrijft Roberti het Italiaanse maffiaprobleem in directe bewoordingen. Hij betreurt het gebrek aan internationale samenwerking dat volgens hem tot op de dag van vandaag voortduurt. ‘Ze beweerden dat ze geen onderzoek hoefden te doen,’ aldus Roberti, ‘omdat het aan ons was om Italiaanse maffiosi in Duitsland te traceren.’

    Toen de aanklagers met lege handen terugreisden naar Italië, vertelde Falcone hem dat we ‘een gecentraliseerd nationaal orgaan nodig hadden dat rechtstreeks met buitenlandse gerechtelijke autoriteiten kon spreken en onderzoeken in Italië kon coördineren’.

    ‘Zo ontstond het idee van het antimaffia-agentschap’, aldus Roberti. De twee begonnen met het opzetten van wat de eerste nationale antimaffiastrijdmacht van Italië zou worden.

    Destijds was er veel weerstand tegen het project. Critici voerden aan dat Falcone en Roberti ‘superaanklagers’ creëerden met buitensporige macht over de rechtbanken, terwijl ze ondertussen onderhevig waren aan politieke druk van de regering in Rome. Het was, zo luidde de kritiek, een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken; handig om de maffia te veroordelen, maar gevaarlijk voor de Italiaanse democratie.

    Toch werd het project in januari 1992 goedgekeurd door het Italiaanse parlement. Maar Falcone zou er nooit leiding aan geven want enkele maanden later werd hij gedood door een maffiabom, samen met zijn vrouw en de drie agenten die hen begeleidden. Door die aanslag verstomde alle kritiek op het plan van Falcone.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen’

    DNAA werd een van de belangrijkste instellingen van Italië, als nationale autoriteit voor alles wat betrekking heeft op de georganiseerde misdaad en als de instantie die verantwoordelijk is voor het gedeeltelijk bevrijden van het land uit de eeuwenlange greep van de maffia. In de decennia na de dood van Falcone deed DNAA wat velen in Italië voor onmogelijk hielden, door grote delen van de vijf belangrijkste Italiaanse misdaadfamilies te ontmantelen en het aantal moorden door de maffia bijna te halveren.

    Maar tegen de tijd dat Roberti er de leiding kreeg in 2013, was het alweer jaren geleden dat de laatste spraakmakende maffiavervolging had plaatsgevonden. Tegelijkertijd kreeg Italië te maken met een ongekend aantal migranten dat per boot arriveerde. Zo kwam Roberti op het idee om DNAA te laten optreden tegen wat hij zag als een ander soort maffia. Hij richtte zijn blik op Libië.

    ‘We moesten beter gecoördineerd handelen om mensensmokkel te bestrijden en dus nodigde ik iedereen aan tafel met als belangrijkste doel om levens te redden, schepen in beslag te nemen en smokkelaars te pakken’, aldus Roberti. ‘En dat hebben we gedaan.’

    Gewelddadigheden

    Afana Dieudonne bereikte de Libische havenstad Zuara in augustus 2014. Hij hoefde alleen nog de Middellandse Zee over en hij zou in Europa zijn. De smokkelaars die hij voor die stap betaalde, namen hem al zijn bezittingen af en stopten hem in een verlaten gebouw dat diende als onderduikadres om zijn beurt af te wachten.

    Dieudonne vertelt zijn verhaal in een klein kantoor in Bari, de Italiaanse havenstad waar hij nu een coöperatie runt die nieuwkomers helpt toegang te krijgen tot lokaal onderwijs. Hij is vurig en charismatisch. Telkens als hij iets betoogt, tikt hij met zijn knokkels op tafel. Hij stond drong er bij The Intercept op aan dat ze zijn echte naam zouden publiceren. Anderen die de reis recenter maakten en in afwachting zijn van beslissingen over hun verblijfsvergunning of vluchtelingenstatus, waren minder bereid om openlijk te spreken.

    Dieudonne herinnert zich zijn onderduik in Zuara als een aaneenschakeling van gewelddadigheden. De smokkelaars kwamen één keer per dag met eten en vroegen dan wie hun bevelen niet hadden opgevolgd. De aanwezigen in het gebouw wisten dat ze niet snel zouden worden ontdekt door politie of rivaliserende smokkelaars, maar ze wisten ook dat ze niet vrij waren om te vertrekken.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen‘, herinnert Dieudonne zich verontwaardigd. Hij was getuige van martelingen, schietpartijen en verkrachtingen. ‘De eerste keer dat je het ziet, doet het je pijn. De tweede keer doet het je minder pijn. De derde keer’, zegt hij schouderophalend, ‘wordt het normaal. Het is de enige manier om te overleven.’

    ‘Daarom moet ik erom lachen dat mensen die een boot bestuurden worden aangehouden en dan als mensensmokkelaar worden behandeld’, zei Dieudonne. Migranten die naar Italië reisden, meldden dat ze onder bedreiging van een vuurwapen hebben moeten sturen. ‘Dat doe je alleen om niet ter plekke te sterven.’

    Mare Nostrum

    Twee jaar na de val van de regering van Moammar Qadhafi was een groot deel van de noordwestkust van Libië veranderd in een pleisterplaats voor smokkelaars die overtochten naar Europa organiseerden in grote houten vissersboten. Die overvolle schepen, ondermaats bestuurd door amateurs, kapseisden onvermijdelijk, met honderden doden als resultaat. In oktober 2013 eisten twee schipbreuken voor de kust van het Italiaanse eiland Lampedusa meer dan vierhonderd levens, wat tot publieke verontwaardiging leidde in heel Europa. Als reactie hierop lanceerde de Italiaanse staat twee plannen, het ene openbaar en het andere privé.

    ‘Het was een grote schok toen de tragedie bij Lampedusa plaatsvond’, herinnert de Italiaanse senator Emma Bonino zich, destijds de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken. De premier ‘belegde een spoedvergadering en we besloten om onmiddellijk met een reddingsprogramma te beginnen’, zei Bonino. ‘Iemand wilde het programma “veilige zeeën” noemen, maar ik zei nee, niet veilig, want er zullen zeker nog andere tragedies volgen. Laten we het Mare Nostrum noemen.’

    Mare Nostrum, ‘onze zee‘ in het Latijn, werd de naam voor een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die een jaar duurde en die meer dan 150.000 mensen redde. De operatie bracht Italiaanse schepen, vliegtuigen en onderzeeërs dichter dan ooit bij de Libische kust. Franco Roberti, net twee maanden hoofd van DNAA, zag mogelijkheden om het juridische bereik van het land uit te breiden en een dodelijke slag toe te brengen aan smokkelbendes in Libië.

    Vijf dagen na de start van Mare Nostrum lanceerde Roberti zijn plan: een reeks coördinatievergaderingen tussen de hoogste echelons van de Italiaanse politie, marine, kustwacht en justitie. Onder leiding van Roberti zouden deze bijeenkomsten vier jaar duren en uiteindelijk vertegenwoordigers van Frontex, Europol, een militaire operatie van de EU en zelfs Libië omvatten.

    Iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, moest als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd

    De notulen van vijf van deze bijeenkomsten, die door Roberti werden gepresenteerd aan een commissie van het Italiaanse parlement en die in handen zijn van The Intercept, bieden een ongekend kijkje achter de schermen van de gebeurtenissen aan de zuidelijke grenzen van Europa sinds het drama van Lampedusa.

    Tijdens de eerste bijeenkomst, gehouden in oktober 2013, vertelde Roberti de deelnemers dat de antimaffiabureaus in de Siciliaanse stad Catanië een innovatieve manier hadden ontwikkeld om migrantensmokkel aan te pakken. Door Libische smokkelaars aan te pakken zoals ze de Italiaanse maffia hadden aangepakt, konden aanklagers jurisdictie claimen over internationale wateren tot ver buiten de Italiaanse grenzen. Dat, aldus Roberti, betekende dat ze legaal aan boord konden gaan van schepen op volle zee om ze te onderzoeken en er beslag op te leggen en dat gevonden bewijsmateriaal in de rechtbank kon worden gebruikt.

    De Italiaanse autoriteiten weten al sinds lange tijd dat ze volgens de internationale maritieme wetgeving verplicht zijn om mensen die Libië ontvluchten op overvolle boten te redden en in veiligheid te brengen. Toen het aantal mensen dat de oversteek probeerde te maken steeg, raakten veel Italiaanse officieren van justitie en kustwachters ervan overtuigd dat smokkelaars op deze reddingsacties vertrouwden om hun bedrijfsmodel te laten werken. Daarom luidde de antimaffiaredenering: iedereen die als bemanningslid optreedt of een noodoproep doet op een boot met migranten, moet als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd en onderworpen worden aan de Italiaanse jurisdictie.

    Europese leiders zochten koortsachtig naar een oplossing voor wat zij zagen als een dreigende migratiecrisis. Italiaanse functionarissen dachten dat ze het antwoord hadden en rechtvaardigden hun beslissingen publiekelijk om toekomstige verdrinkingen te voorkomen.

    Maar volgens de notulen van de antimaffiavergadering in 2013 was deze nieuwe strategie zeker een week ouder dan de schipbreuken bij Lampedusa. Siciliaanse aanklagers hadden het plan al opgesteld om de migratie over de Middellandse Zee aan te pakken, maar misten de instrumenten en de publieke steun om het in daden om te zetten. Na de tragedie van Lampedusa en de oprichting van Mare Nostrum, hadden ze plotseling allebei.

    Scafisti

    Dieudonne en 91 anderen werden gered in de internationale wateren voor de kust van Libië door een Europese ngo genaamd MOAS (Migrant Offshore Aid Station). Ze brachten twee dagen door aan boord van het schip van MOAS voordat ze werden overgebracht naar een schip van de Italiaans kustwacht, de Nave Dattilo, om naar Europa te worden gebracht.

    Aan boord van de Dattilo vroegen kustwachters aan Dieudonne waarom hij Kameroen had verlaten. Ze lieten hem een foto zien van de rubberboot die vanuit de lucht was genomen. ‘Ze vroegen me wie er stuurde, wie welke rol had en zo’, zegt hij. ‘Toen vroegen ze me of ik kon vertellen hoe mensenhandel in Libië werkt, dan zouden ze me verblijfsdocumenten geven.’

    Aanvankelijk wilde hij niet niet graag meewerken. Hij wilde geen lotgenoten beschuldigen, maar was ook bang dat hij verdachte zou kunnen worden. Per slot van rekening had hij de stuurman een paar keer geholpen tijdens de reis. ‘Ik dacht dat ze me pijn zouden doen als ik niet meewerkte‘, zegt hij. ‘Niet zozeer lichamelijk, maar ze zouden me als oneerlijk kunnen beschouwen, als iemand die deel uitmaakt van de mensenhandel.’

    Dieudonne kan niet begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika

    Tot op de dag van vandaag zegt hij dat hij niet kan begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika. Hij somt gebeurtenissen van alleen al het afgelopen jaar op: dienstplicht, hongersnood, corruptie, gewapende milities, aanvallen op scholen. ‘En je probeert dan iemand te veroordelen omdat hij erin is geslaagd daaraan te ontkomen?’

    Het kustwachtschip legde aan in Vibo Valentia, een stad in Calabrië. Tijdens het ontschepen vertelde een plaatselijke politieagent aan een journalist dat ze vijf mensen hadden gearresteerd. De journalist vroeg hoe de politie de verdachte had geïdentificeerd. ‘Er is veel gedaan door de kustwacht’, antwoordde de agent. ‘De migranten zijn twee dagen geleden opgepikt en de vermeende smokkelaars zijn bekend. En we hebben getuigenverklaringen en video’s.’

    Gevallen als deze, waarbij arrestaties worden verricht op basis van foto- of videobewijs en verklaringen van getuigen zoals Dieudonne, komen vaak voor, aldus Gigi Modica, een rechter in Sicilië die veel immigratie- en asielzaken heeft gedaan. ‘Het is meestal hetzelfde verhaal. Ze pakken drie of vier mensen op, niet meer. Ze stellen hen twee vragen: wie bestuurde de boot en wie hield het kompas vast’, aldus Modica. ‘Dat is alles. Zo krijgen ze namen en de rest maakt ze niets uit.’

    Als een van de eerste rechters in Italië sprak Modica mensen vrij die beschuldigd waren van het besturen van rubberboten, in het Italiaans bekend als scafisti, op grond van het feit dat ze daartoe gedwongen werden. Dergelijke ‘noodtoestand’-uitspraken komen sindsdien steeds vaker voor. Modica noemt de onregelmatigheden op die hij in soortgelijke gevallen heeft gezien: systemisch racisme, getuigenverklaringen waarvan migranten later zeiden dat ze die niet hadden afgelegd, ondervragingen zonder aanwezigheid van een vertaler of advocaat, en in sommige gevallen aanmoediging door de politie om afstand te doen van het recht om asiel aan te vragen.

    ‘Heel vaak zijn deze vermeende scafisti gewone mensen die door smokkelaars in Libië gedwongen werden een boot te besturen’, aldus Modica.

    Getuigen worden enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk

    Documenten van meer dan een dozijn processen die door The Intercept zijn ingezien, laten zien dat vervolgingen grotendeels zijn gebaseerd op getuigenissen van migranten aan wie een verblijfsvergunning is beloofd in ruil voor medewerking. Getuigen worden al enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk.

    In veel gevallen worden identieke verklaringen, inclusief typefouten, toegeschreven aan verschillende getuigen en gekopieerd en geplakt in verschillende politierapporten. Sommige van deze rapporten zorgden voor decennialange straffen. In andere gevallen weerspraken of ontkenden getuigen de verklaringen van de politie tijdens een kruisverhoor in de rechtbank.

    De Italiaanse kustwacht besloot in sommige gevallen redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van schepen om arrestaties uit te voeren

    Al in 2015 bespraken de aanwezigen op de antimaffiabijeenkomsten het probleem van dergelijke vervolgingen. Tijdens een bijeenkomst in februari erkende Giovanni Salvi, toen de officier van justitie van Catanië, dat migrantenboten vaak in internationale wateren werden achtergelaten door smokkelaars. Toch zette de Italiaanse politie vaart achter vervolging van degenen die aan boord waren achtergebleven.

    Deze vervolgingen werden zo belangrijk geacht dat de Italiaanse kustwacht in sommige gevallen besloot redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van de ‘de komst van institutionele schepen die arrestaties kunnen uitvoeren’, zo vertelde een kustwachtcommandant tijdens de bijeenkomst.

    Gevraagd naar de opmerkingen van de commandant, ontkende de Italiaanse kustwacht ‘ooit’ een reddingsoperatie te hebben vertraagd. Het uitstellen van redding om welke reden dan ook is in strijd met het internationale en Italiaanse recht en zou volgens verschillende mensenrechtenadvocaten in Europa aanleiding kunnen zijn voor strafrechtelijke aansprakelijkheid.

    Lees hier deel 2 van dit artikel.

  • Persvrijheid in Duitsland verslechtert | Libanon produceert eigen auto

    Persvrijheid in Duitsland verslechtert | Libanon produceert eigen auto

    Taiwanees trouwt voor verlofdagen

    In Taiwan, een van de weinige landen ter wereld waar stellen recht hebben op acht dagen huwelijksverlof, trouwde een bankmedewerker op 6 april 2020 met zijn partner. Tien dagen later scheidden ze, maar de volgende dag hertrouwden ze. Op 28 april en 29 april volgden nog een scheiding en een derde huwelijk. Na een derde scheiding, op 11 mei, trouwden ze voor de vierde keer, op 12 mei, meldt The New York Times.

    Volgens de werkgever van de man, een bank in hoofdstad Taipei, maakte hij misbruik van het verlofbeleid. Na het verlof van acht dagen voor zijn eerste huwelijk wees de bank nieuwe verlofaanvragen af. Daarop diende de man een klacht in bij de arbeidsdienst wegens schending van verlofrechten. De bank kreeg afgelopen oktober een boete van 700 dollar, maar ging in beroep en beweerde dat de werknemer zijn rechten had misbruikt. Uiteindelijk werd de bank in het gelijk gesteld en de boete is nu ingetrokken.


    Persvrijheid in Duitsland verslechterd

    Op de wereldwijde ranglijst van persvrijheid die Reporters Without Borders (RSF) jaarlijks publiceert, is Duitsland voor het eerst uit de kopgroep gevallen. Door veelvuldige aanvallen op journalisten tijdens coronademonstraties ‘moesten we de waardering van de persvrijheid in Duitsland verlagen van ”goed” naar “voldoende”, aldus een RSF-woordvoerder tegen Die Zeit. Op de lijst met 180 landen staat Duitsland nu op de dertiende plaats.

    Meer dan driekwart van alle aanvallen op journalisten gebeurde tijdens demonstraties tegen coronamaatregelen

    In 2020 bereikte het geweld tegen mensen die in de media werken ‘een ongekend niveau‘, aldus RSF. De organisatie telde maar liefst 65 gewelddadige aanslagen, vijf keer zoveel als in 2019. Aangenomen wordt dat ook het aantal niet-gemelde gevallen hoger is dan in voorgaande jaren.

    Meer dan driekwart van alle aanvallen gebeurde tijdens demonstraties tegen coronamaatregelen. Ook bij demonstraties tegen het verbod op het linkse internetplatform linksunten.indymedia.org en 1 mei-demonstraties werden journalisten belaagd. ‘Journalisten werden geslagen, geschopt en tegen de grond geduwd, ze werden bespuugd en lastiggevallen, beledigd, bedreigd en het werken belet’, aldus RSF.


    Berlijn koopt stroomnet terug

    De senaat van Berlijn heeft besloten Berliner Stromnetz GmbH terug te kopen van energiebedrijf Vattenfall voor 2,143 miljard euro, bericht Die Presse. ‘De overname van het bedrijf en dus ook van het elektriciteitsnet is onder financieel redelijke voorwaarden mogelijk en daarom hebben we het voorstel van Vattenfall aanvaard’, aldus de Berlijnse Senaat in een verklaring.


    Eerste Libanese auto

    In Libanon werd deze week een nieuwe elektrische auto gepresenteerd, ondanks de zware economische crisis die onder meer gepaard gaat met frequente stroomuitval. De rode sportwagen, ‘Quds Rise’ genoemd, naar de Arabische naam voor Jeruzalem, is een project van de in Libanon geboren Palestijnse zakenman Jihad Mohammad, schrijft Al Jazeera. Het is de ‘eerste auto die lokaal wordt gemaakt’, aldus Mohammad tijdens de onthulling op een parkeerplaats ten zuiden van Beiroet. Het prototype is aan de voorkant versierd met een gouden logo van de Rotskoepel. Gelegen naast de Al-Aqsa-moskee in Jeruzalem is dat de derde heiligste plek van de islam.

    De productie van maximaal tienduizend voertuigen, die zo‘n 25.000 euro per stuk gaan kosten, zal naar verwachting later dit jaar starten en de auto’s zullen over een jaar op de markt komen, aldus Mohammad. De vijftigjarige directeur heeft zijn bedrijf EV Electra vier jaar geleden opgericht en heeft driehonderd Libanese en Palestijnse personeelsleden in dienst.


    Italiaan vijftien jaar betaald afwezig

    Een Italiaanse ziekenhuismedewerker heeft het klaargespeeld om zich gedurende 15 jaar niet op zijn werk te vertonen, maar wel zijn salaris te ontvangen. Volgens de politie heeft deze ‘Koning der Absenten’ in totaal 538.000 euro opgestreken, ook al is hij sinds 2005 niet meer verschenen in het Pugliese Ciaccio-ziekenhuis in de stad Catanzaro, schrijft The Guardian.

    De 67-jarige man wordt beschuldigd van ambtsmisbruik, valsheid in geschrifte en afpersing

    De man bedreigde in 2005 de ziekenhuisdirecteur om te voorkomen dat ze zijn verzuim zou rapporteren. De directeur ging vervolgens met pensioen, maar het verzuim van de man ging onverminderd door omdat zijn aanwezigheid nooit werd gecontroleerd door de nieuwe directeur noch door de afdeling personeelszaken.

    De nu 67-jarige man wordt beschuldigd van ambtsmisbruik, valsheid in geschrifte en afpersing. Ook zes managers worden ondervraagd over hun rol bij het mogelijk maken van het verzuim, een fenomeen dat overigens wijdverbreid is in de Italiaanse publieke sector. In 2016 heeft de regering de wet aangescherpt nadat uit politieonderzoeken bleek hoe omvangrijk het ziekteverzuim in de publieke sector is.


    Athene opent nachtopvang voor dakloze kinderen

    In Athene is de eerste slaapzaal voor dakloze tieners geopend, met een capaciteit van honderd bedden. De nachtopvang is bedoeld voor niet-begeleide minderjarige migranten en voor andere dakloze kinderen tussen de 12 en 18 jaar. Volgens schattingen zijn dat er enkele tientallen in de Griekse hoofdstad.

    ‘Toen we met de plannen voor deze opvang begonnen, wisten we niet hoe groot het probleem was. Maar het lijkt erop dat veel tieners op straat zijn beland’, aldus Metadrasi, de NGO die samen met de gemeente verantwoordelijk is voor de exploitatie, tegen Ekathimerini. Sinds 2019 runt Metadrasi ook een dagcentrum dat dakloze kinderen van voedsel voorziet.


    Internetstoring door bevers

    In Tumbler Ridge, een kleine, afgelegen gemeente in het Canadese Brits-Columbia, zaten negenhonderd mensen vorig weekend zonder internet. Bij zestig klanten werkte de kabeltelevisie niet en ook het lokale mobiele telefoonverkeer was verstoord, meldt Earther Gizmodo.

    Deze ‘unieke Canadese storing’, volgens provider Telus, was het gevolg van bevers die een glasvezelkabel hadden doorgeknaagd. ‘Ons team heeft een nabijgelegen beverdam gevonden’, aldus Telus, ‘en het lijkt erop dat de bevers onze kabel hebben aangetast. Die ligt ongeveer een meter onder de grond en wordt beschermd door een buis van twaalf centimeter dik. Die hebben ze eerst doorgeknaagd voordat ze op meerdere plekken aan de kabel begonnen.’

  • Een kolonisatieverhaal aan de hand van gerechten

    Een kolonisatieverhaal aan de hand van gerechten

    De Amerikanen zijn weg uit de Filipijnen, maar ‘de brandwonden van hun overheersing’ zijn er nog. Jill Damatac ‘kookte’ een schrijnend en poëtisch essay over haar familie die ‘ver van onze barrio’s, bergen en eilanden oefent in het doorslikken van onze onaangename waarheden, zuur en zwaar van bloed’.

    Tinola is een bescheiden gerecht. Het trekt niet de aandacht van foodies, met zijn uiterlijk dat bleek en waterig is, of zijn geur, van gemberachtige gekookte kip, of zijn smaak, die pas bij de tweede hap tot bloei komt, zacht en mild op de tong.

    Toen ik klein was, voordat ik de zonnige, Pacifische chaos van onze wereld verruilde voor de kille, Atlantische stilte van de nieuwe wereld, aten we tinola op zondagmiddag thuis bij lolo en lola [opa en oma], waar ik vaak in het weekend was. Vroeg in de morgen wandelden Lolo en ik dan door de straten van de barrio om bij de plaatselijke bakker verse pandesalte kopen, ik huppelend in gemompelde samenzang met de hanen, hij in de lucht stompend met atletische vuisten, net zoals hij dat in de oorlog met de Amerikaanse GI’s had gedaan. In Pennsylvania, waarheen hij ons een jaar na ons vertrek gevolgd was, liep hij altijd met me mee naar en van school en dan snoepten we samen uit een zak kleverige, zure tamarinde waarvan we de gladde, glanzende pitten in onze handpalm spuugden. Hij droeg altijd smetteloos witte Reeboks en had soms een grote cowboyhoed op. Ik herinner me nog mijn schaamte op de dagen dat hij met die hoed op kwam aanzetten. 

    Screenshot 2021 03 31 at 16.13.42

    Tinola

    (Gember-kippensoep)
    Voor 4 personen
    1 kilo kippendijen met vel en bot
    Kippenklauwen, nekken, hart, lever, spiermaag, als je die wilt gebruiken
    1 chayote, geschild, de zaden verwijderd, in blokjes gesneden
    1 kop moringabladeren
    5 tenen knoflook, geplet
    stuk (ongeveer 4 cm) geschilde gemberwortel, in lucifertjes gesneden
    1 rode ui, gesnipperd
    8 koppen ongezouten kippenbouillon
    Patis (vissaus) naar smaak

    Het was in die eerste jaren in het land of the free en home of the brave dat ik last had van schaamte, wat honger naar trots is, en van eenzaamheid, wat honger naar ergens bij horen is.

    De bescheiden, heldere, met gember doortrokken omhelzing van tinola hielp die honger te stillen, terwijl mijn tong de smaak van eigen bodem opnam.

    Fruit de knoflook, gember en ui in een grote pan en roerbak tot ze zacht zijn.

    Lola Rosing had een moringaboom in haar voortuin, verwilderd en stakerig, gevoed door de ochtendzon van Manila. Altijd als ze tinola maakte, moest ik verse bladeren van de boom plukken en dan drukte ze me op het hart om alleen de zoete, jonge twijgen te kiezen. Moringa is veel werk: de bladeren zijn een sterrenstelsel van individuele blaadjes die uit de hoofdtak het oneindige in groeien. In de dirty kitchen, waar in Filipijnse huizen het echte kookwerk plaatsvindt, plukten we bladeren tot zij tevreden was met de hoogte van de donkergroene stapel. Met een woordloze glimlach gaf ze me dan toestemming om buiten te gaan spelen.

    Eens, op een warme middag rende ik hun huis binnen, kermend om een bloedende knie van het fietsen. Lola trok een handvol bladeren van haar boom en spuugde in haar vijzel. Ze plette de moringabladeren met haar stamper en smeerde de pasta op mijn knie. Het bloeden hield meteen op.

    Soms zag ik haar slokjes nemen uit een kop heet water met moringabladeren en dan wist ik dat ze hoofdpijn had. Bij mijn geboorte was ik slecht toegerust voor deze wereld: mijn ledematen waren fragiel, mijn kreten langgerekt en hol. Lola maakte kommen moringasoep voor mijn moeder, die daar gretig van dronk. Al snel zwollen mama’s kleine, bleke borsten op, zodat ze mij kon voeden en de van moringa doortrokken melk versterkte mijn zachte babybotjes.

    Zelfs van zijn dromen is papa gescheiden. Die heeft hij achtergelaten op het cruiseschip dat hem naar Amerika bracht

    Maar ondanks al haar zorg en ijver bleef lola onbereikbaar. Het leek of haar ogen met die zware oogleden heen en weer schoten tussen werelden, haar blik bleef nooit echt hier op Pugao, ons aardrijk, hangen. Mijn grootmoeders gedachten waren altijd ergens anders, misschien in Kabunian, het hemelrijk waar we vandaan komen, of in Dalom, de onderwereld waar haar jongere broers en zussen en haar twee verloren baby’s wachtten. Toch vulde haar aanwezigheid, rustig en warm, het huis aan Aranga Street. Ze wikkelde haar moeder in dekens, waste de kleren van mijn grootvader en gaf mij te eten terwijl ik op de verwaarloosde oude piano van mijn vader speelde, die in de loop der tijd vals geworden was. Het grootste deel van haar leven hield lola haar woorden binnen; pas na de dood van lolo liet ze ze vrij. En toen zij stierf, ging niet lang daarna ook haar moringaboom dood.

    Leg de kip op de knoflook, gember en uien in de pan.

    De boom reikte hoger dan lola’s acht zoons, van wie er zes tot mannen opgroeiden. Een van hen was mijn vader, geboren tussen twee broers die deze wereld verlieten voor ze kind werden. 

    Dit verlaten-zijn heeft hem afgezonderd. Zijn dagen worden doorgebracht in eenzaamheid, een halve wereld verwijderd van zijn vijf overgebleven broers, oceanen van zijn twee dochters. Angstig en hooghartig onthouden we hem onze dankbaarheid en vergeving zodat we hem niet alleen zijn fouten kunnen verwijten, maar ook de onze.

    eryka raton m4mHucyUBdo unsplash
    Straatverkoper maakt mango’s en chayotes schoon in Manila, de hoofdstad van de Filipijnen. – © Eryka Raton / Unsplash

    Zelfs van zijn dromen is papa gescheiden. Die heeft hij achtergelaten op het cruiseschip dat hem naar Amerika bracht. Hij heeft door tijd en ruimte gereisd en bracht in zijn inheemse vlees en bloed het verzet van onze voorouders naar de straten van Manila in de jaren zeventig, protesterend tegen het noodtoestandregime van Marcos, de Grote Amerikaanse Marionet. Hij is over werelddelen en oceanen gereisd, terwijl hij met één hand achteruit, naar zijn vrouw en kinderen reikte en met de andere vooruit, naar de ivoren toetsen van zijn melodieën. Door ons onze dromen te geven en de zijne opzij te zetten is papa een heel eind afgedwaald van zijn jongenstijd in de bergen van Tadian.

    Dat bergleven was door de goden omlaaggebracht vanuit het hemelrijk. Speels hadden zij de groene toppen van de Cordilleras – hoger dan de Appalachen – gebeeldhouwd met daaronder de ruisende, bruine rivier de Chico, nieuwsgierig wat er zou gebeuren als ze met één deel van de aarde dít deden en met een ander deel dát. Via onze mama-o en onze mumbaki leerden de goden ons de aardse gaven te gebruiken en weer aan te vullen. De grootmoeders van mijn vader gebruikten planten zoals moringa als medicijn, om buikpijn te verzachten, dieper te kunnen ademen en de bloedstroom te verdikken.

    Doe de nekken, klauwen, hart, lever en maag erbij, als je die gebruikt. 

    De grootmoeders van mijn vader zouden het afschuwelijk vinden als ze wisten dat deze gaven nu door verkozen leiders worden geëxploiteerd, tegen de wil van onze inheemse volken in. Om onze trotse bergen te kunnen ontdoen van hun gordels van goud, mineralen en koper worden families uit de dorpen en van het land van hun voorouders verdreven, en zelfs de stromingen van de Chico en de wortels van elke boom worden aan de hoogste internationale bieder verkocht. Onze moringaboom, die steunpilaar van vele generaties, is nu een winstgevend exportproduct. Zijn twijgen en bladeren worden vermalen, als poeder verkocht, door wellness-influencers aangeprezen, tot smoothies gemixt, als capsules geslikt.

    En wanneer in het tyfoonseizoen modderige aardverschuivingen van onze kaalgeslagen hellingen stromen, blijft geen mens, huis of dorp onbestraft door de goden. Om aan hun toorn te ontkomen, vluchten onze mensen naar Baguio of naar Manila, of naar de air-bridged harbor, met zijn lamp beside the golden door [verwijzing naar het gedicht The New Colossus van Emma Lazarus, dat vaak wordt aangehaald als het om het verwelkomen van immigranten in Amerika gaat.].

    Schenk de kippenbouillon over het vlees en de rest, breng aan de kook en laat dan drie kwartier zachtjes sudderen.

    In het voorstedelijk Amerika van de jaren negentig was het onmogelijk om aan moringablad te komen. Mama verving het door wat ze maar had, spinazie of paksoi, afhankelijk van wat er die week bij de supermarkt te koop was. Als ze bij de plaatselijke Aziatische winkel peperbladeren kon kopen, was het mijn taak om het keiharde pakket uit de vriezer op te graven en het in een kom warm water naast de gootsteen te ontdooien terwijl ik mijn huiswerk maakte. Ik schreef opstellen over Columbus, Pizarro en Cortés en hun aanspraken op land dat nooit van hen was. Ik vergat waar ik geboren was.

    De grootmoeders van mijn vader zouden het afschuwelijk vinden als ze wisten dat deze gaven nu door verkozen leiders worden geëxploiteerd

    Chayote was een geschenk van onze Nahuatl-sprekende broeders en zusters, overgebracht tijdens onze gedeelde kolonisatie. Ten noorden van hun landen van oorsprong, in het gebied dat nu de Verenigde Staten heet, komt de vrucht zelden voor. Het doorschijnende vruchtvlees van de chayote geeft de tinola iets stevigs, een moment van groene zoetheid tegen het zachte zout van de met patis gekruide soep. We misten hem in het allegaartje van de Amerikaanse migrantentinola, smakten tussen de happen door en deden alsof papaja uit Florida even lekker was als chayote uit Benguet.

    Laat de chayote tien minuten meesudderen, tot hij zacht en doorschijnend is.

    Gember, gedomesticeerd door onze Austronesische voorouders, was in de nieuwe wereld gemakkelijker te vinden, naar het Westen gebracht door de handelsschepen van de Chinezen, die lang voordat Mao en zijn opvolgers met onze eilanden handel dreven, met ons leefden, vochten, trouwden. Hun kinderen, onze kinderen, werden opgenomen in het Spaanse kastensysteem, ingedeeld onder witte huid, maar boven bruin en zwart. Als kind viste ik naarstig de tot lucifertjes gesneden stukjes uit mijn tinola en legde ze zorgvuldig op de verste rand van mijn bord, anders zouden ze al het andere bederven. Als volwassene snijd ik gemberwortel in dunne plakjes, geslepen staal tegen blote handen, en buig me voorover om zijn pittige zoetheid op te snuiven. Het heeft me al mijn zevenendertig jaren gekost om van gember te gaan houden.

    Kippenhartjes, maagjes, levertjes, een nek en een of twee stel klauwen: die ongewenste onderdelen geven het gerecht een gelaagde smaak. Lola’s tinola bleef trouw aan zijn onbedwongen noordelijke bergmanieren, net als onze I-pugao-, Bontoc- en Benguet-volken tot aan de vorige eeuw. De kippenklauwen waren alleen voor mijn lolo Pedring. Hij pakte de rubberige, beige klauwen een voor een uit de soep en kloof er dan zichtbaar genietend het krakerige, geribbelde vlees af.

    ‘Hier, neem er ook een,’ zei hij dan met een grijns tegen mij, terwijl hij met een kippenklauw zwaaide, wetend hoe afschuwelijk ik die vond. ‘Het is goed voor je artritis.’

    Laten sudderen tot het vlees van het bot begint te vallen.

    Dat herinner ik me nu en ik wou maar dat lolo toen méér kippenklauwen had gegeten: tientallen, honderden, duizenden bij elke maaltijd, want zijn reumatische artritis heeft hem tot zijn laatste dag gepijnigd. Een aandoening geboren uit capitulatie, diepe pijn die naar zijn veteranenbotten uitstraalde vanuit de gebroken beloften van Dwight D. Eisenhower en zijn Rescission Act uit de Tweede Wereldoorlog, want de ontzegging van staatsburgerschap en vrijheid treft ook de bewegingen van het lichaam, die stijf worden van pijn en verlangen [De wet – door Harry Truman ondertekend – bepaalde dat Filipijnse veteranen de voorrechten werden ontnomen die hen waren beloofd toen zij mee moesten vechten tegen Japan in WO II].

    Ik wou maar dat we meer tijd samen hadden gehad op deze wereld. De nacht waarin hij het aardrijk verliet, bezocht lolo me voor één laatste geesteswandeling. Op die wandeling, het was een warme middag in Manila, sloeg de regen de gevallen herfstbladeren tot een glibberige bruine smurrie. Ik had moeten zien dat die bladeren niet klopten, maar ik was eenentwintig en ik had hem bijna tien jaar niet gezien. Ik had zijn leeftijdloosheid moeten zien, zijn haar dat even gitzwart was en zijn gezicht dat even Gregory Peck-knap was als toen ik een kind was. We wandelden over de grond waar hij begraven zou worden, in gelijke pas, naast elkaar, mijn blote voeten die houvast vonden op gladde bladeren, Lolo’s witte Reeboks onaangetast door de regen die ik niet op mijn huid voelde. Wat ik wel voelde was zijn begrip: voor mijn mislukkingen, voor afstand en voor de onvermijdelijkheid van de tijd.

    Ik vraag me af wat mijn kinderen, die ik misschien nooit krijg, van dit gerecht zouden vinden

    We kwamen bij het eind van het pad. Hij keerde zich naar me toe, legde zijn handen op mijn schouders en gaf er een zacht kneepje in.

    ‘Wees niet bang,’ zei hij. ‘Het zit in je.’

    Toen keerde lolo Pedring me de rug toe, stapte het gras op waar ik hem nog niet kon volgen, liep weg, zonder pijn, en verdween in de mist. En op dat moment, terwijl mijn lichaam in voorstedelijk New Jersey sliep, kromp oceanen ver weg het lichaam van mijn grootvader in elkaar van pijn en bloedde dood.

    Doe op het laatst de bladeren erin. Laat twee minuten op laag vuur zacht worden.

    Nu maak ik tinola en sluit mijn ogen, roerend in de moringabladeren die me over oceanen heen zijn gebracht door dezelfde multinationale krachten die van onze eilanden stelen. Achter mijn oogleden zie ik nog steeds lola Rosings knokige vingers de bladeren van de stengels plukken. Terwijl ik een heldere lepel tinola in de kom van mijn man schep, adem ik in en open mijn longen voor de damp van die warme middagmalen in Manila, met lolo Pedring aan mijn linkerzijde. Ik schuif een bergje zachte kip en luchtige rijst op mijn tong en overdenk waar ik verse kippennekken, harten, magen, levers en klauwen zou kunnen bestellen op internet.

    Giet de soep in kommen. Serveer de kip, chayote en moringa op gestoomde witte rijst. Zet patis op tafel.

    Ik vraag me af wat mijn kinderen, die ik misschien nooit krijg, van dit gerecht zouden vinden. Ik zie voor me hoe de Yorkshire-puddings van hun vader als schepen in hun kommen tinola drijven, hun bord omkranst door stukjes groene chayote en gele gember, die ze opzij hebben gelegd zoals hun moeder ooit deed. Met gekrulde tong neem ik een hap hete soep, slurpend om mijn gehemelte koelte toe te blazen, en ik stel me gasten uit andere werelden aan tafel voor. Ik slik de brok zoute tranen in mijn keel door en schraap mijn bord schoon.

    Sisig na Kambing

    Sisig

    (Varkensvlees op drie manieren)
    Voor 4 personen
    1 kilo varkensbuik
    120 g varkensoren
    120 g varkenssnuit
    120 g kippenlevertjes, in blokjes
    4 eieren
    5 laurierblaadjes
    1 el zwarte peperkorrels
    1 rode ui, gesnipperd
    6 rawit-pepertjes, gesneden
    10 knoflooktenen, gehakt
    60 ml suikerrietazijn
    2 el calamansi-sap
    Zeezout en gemalen
    zwarte peper

    Groene mango, knoflook, zout, chilipepers, azijn: sisig was in zijn oorspronkelijke vorm vleesloos, vegetarisch, rauw. Het gerecht komt van het volk van mijn moeder, de Kapampangan. Zij waren nakomelingen van Indonesische stammen en vestigden zich in ons centrale laagland, naast onze echte oorspronkelijke bevolking, de Aeta met hun amberkleurige huid. Oorlogvoerende goden vormden al vechtend hun eilanden, een voortdurende krachtmeting tussen ziedende vulkanen en de woedende zee. Geboren op vruchtbare lavagrond waren de Kapampangans vertrouwd met levenschenkende verwoesting, of die nu van de goden kwam of van missionarissen met bijbels. In naam van hun eenzame god stalen de christenen onze zachte, handgeweven zijdes in ruil voor hun ruwe slavenkatoen.

    Snij de varkensbuik in blokjes van 1 cm.

    Sisig is een geheugensteun. Als het in zijn gietijzeren pan sist, herinnert het je aan transformatie die alleen door vuur wordt gebracht. Terwijl je tanden op het knapperige, knarsende en zachte varkensvlees kauwen, herinnert het je aan alles waarvan het is gemaakt. Als zijn citruszure, gepeperde hitte op je tong blijft hangen, herinnert het je eraan hoe je onaangename waarheden moet doorslikken.

    Bak met plantaardige olie goudbruin in een grote koekenpan. Leg apart op een groot bord.

    Het volk van mijn moeder was gezegend door zijn goden, die vuur ademden, lava bloedden en het land voedden; in ruil daarvoor eisten ze elke maan een offer. Ze gaven ons sisig, een middel tegen acute verstoringen van het evenwicht: een kater, buikklachten, een scheepslading ongenode conquistadores. En terwijl de collectieve buikpijn van de kolonisatie postvatte, onderging sisig zijn eigen heilige gedaanteverwisseling: van sporadisch gebruikt geneesmiddel werd het dagelijks onderdeel van het door Jezus gezegende familiemaal. Met hun vingers en duim als schepje en hun elleboog steunend op een opgetrokken knie pakten Kapampangans een klompje rijst, wat vlees en een groene brok sisig en de bijtende, zure pittigheid hardde hun maag en gaf tegenwicht aan de bitterheid die, zwijgend, in hun bloed groeide.

    Mama’s lievelingssnack komt van dat voorouderlijke geneesmiddel: groene mango’s, wrange azijn, zoute patis. Het is ook mijn lievelingssnack, een versterkend tonicum als je opgroeit in de zoete overvloed van Amerika of je draai moet vinden in de clotted cream van Engeland.

    Veeg de koekenpan schoon. Verhit olie 
    op halfhoog vuur en bak daarin de 
    gehakte knoflook, het grootste deel van 
    de gesnipperde rode ui en het grootste deel 
    van de gesneden rawit-pepertjes.

    Ik was achtentwintig toen ik voor het eerst varkenssisig at in Amerika. Het was bij Maharlika, in de East Village. De maaltijd was mijn manier om te vieren dat het leven net vier jaar daarvoor was begonnen. Ik was laat op de avond met de bus vanuit New Jersey in Manhattan aangekomen met alleen een halfvolle reistas om de naderende winter mee door te komen. Ik vond onderdak in een opvanghuis voor vrouwen die lijden onder de handen van mannen (die zelf ook weer lijden onder de handen van andere mannen). Ik deed zalf op mijn gebutste gezicht, pleisters op mijn ellebogen en knieën en zette in het inschrijfboek van het opvanghuis een naam die niet de mijne was – een van de weinige kleine voordelen van geen papieren hebben. Mijn rug deed wekenlang pijn op de plek waar hij geschopt was, maar na een tijdje kon ik rechtop staan en lopen.

    Geregeld roeren, koken tot alles zacht is. Laat de rauwe geur eruit trekken.

    New York is het soort plek waar je kunt beginnen met telefoons beantwoorden in een receptie en je onopgeleide, papierloze, onwiskundige zelf uiteindelijk met cijfers kan goochelen op Wall Street. Met prestatiebonussen, hoeveel ook, zul je nooit je staatsburgerschap kunnen kopen (zelfs trouw betaalde belastingen niet), maar nou ja. Eindelijk had ik geld om te eten.

    Doe dan de gesneden kippenlevertjes erbij. Roer drie of vier minuten tot het geheel gaar en romig is.

    Aan dat eenpersoonstafeltje bestelde ik een gietijzeren schotel sissende sisig met knoflooksinangág. Instinctief had ik besteld wat mijn voorouders, wat onze goden vroegen, want wij vieren, rouwen en eren met varkensvlees. Terwijl ik at bekeek ik mezelf vanuit een andere wereld. Ik zag dat er meer pelgrimages zouden komen, meer aanpassingen.

    lyman gerona aGkU9NyRwf4 unsplash
    Bananen in gesmolten suiker, een lekkernij van straatverkopers in Manila. – © Lyman Gerona / Unsplash

    Ook sisig heeft zich aangepast. Het brengt niet langer evenwicht of genezing. Het is nu een lokmiddel. Verleiding. Aas. Witte mannen en cameraploegen – Anthony Bourdain, Andrew Zimmern, de foodie-zoon van de hertogin van Cornwall – daalden neer op Jackson Heights of Queens of bij Aling Lucing in Pampanga, riepen onze sisig uit tot hot en nieuw voor foodies over de hele wereld en vonden zo weer een manier om te verkopen wat hun niet toebehoort.

    Voeg dan de gesneden varkensoren, snuit en buik toe. Blijf roeren, schenk de azijn en het calamansi-sap erbij. Haal van het vuur.

    ‘Volgens mij heeft sisig alles om de hele wereld te veroveren’

    ‘Volgens mij heeft sisig alles om de hele wereld te veroveren,’ heeft Bourdain een keer gezegd. Dat was voor #foodies en #reizigers met hun koloniserende #wanderlust het sein om tickets te kopen en koffers te pakken. Filipino’s juichten bij deze lof van de witte man, maar ik weet dat onze altijd waakzame goden, die eeuwenoude grieven koesteren, wraakzuchtiger ideeën hebben.

    ‘Als je te veel sisig eet, ga je dood,’ zei mijn tito Arnold een keer tegen me. Het zal je aderen opvullen, je bloed zwaar maken, je hart laten stoppen. Ooit dankten we de goden door een dier te slachten, maar nu zijn varkens voor de pulutandie tot in de vroege ochtend wordt gegeten door zwetende tito’s in hun hemd. Ze spoelen het weg met bier en Frank Sinatra-karaoke, treurend om alles wat we hadden kunnen zijn. Onze goden kijken van bovenaf toe en treuren ook.

    Verhit twee eetlepels olie in een gietijzeren pan tot de olie een beetje begint te roken.

    Het is toepasselijk dat sisig voor het eerst op een Amerikaanse luchtmachtbasis op Kapampangan-grond in vergif veranderde. Het was in de tijd van Marcos, lang nadat de Amerikanen onze eilanden hadden onderworpen. De zongebruinde GI’s streken neer in Angeles City met hun wapens, hun muziek en hun trek, ook in jonge vrouwen en meisjes, maar niet in varkenspoten, snuiten of oren.

    Misschien geloofden ze dat ze door van hetzelfde varken te eten als onze nieuwe bezetters, vanzelf Amerikaans zouden gaan lijken, lopen en praten

    Niets verspillend, altijd behoeftig namen de koks van Clark Air Base, plaatselijke Kapampangans, deze versmade delen mee naar huis, die delen zonder welke het varken niet had kunnen horen, ruiken of lopen. Ze roerden deze ongewenstheden in medicinale brouwsels van zure groene mango, stopten er lepels vol van in hun mond en slikten het met gepeperde moeite door. Misschien geloofden ze dat ze door van hetzelfde varken te eten als onze nieuwe bezetters, vanzelf Amerikaans zouden gaan lijken, lopen en praten.

    Het duurde niet lang voordat sisig alleen nog maar van varkensvlees werd gemaakt, op drie verschillende manieren bereid, als om zichzelf ervan te overtuigen dat het de moeite waard was om te eten. De zure groentensisig van de goden, ons gegeven als geschenk, was snel vergeten. Wat zullen de goden op Arayat en Pinatubo hier boos om geworden zijn, te moeten toezien hoe de Amerikanen zich tegoed deden aan varkensbuik en -lende, terwijl wij weggegooide kraakbeen en pezen kauwden. Deze offers waren niet bedoeld om er varkenskarbonadediners of baconontbijten of worstjespicknicks van te maken.

    Verdeel de varkenssisig zorgvuldig gelijkmatig over de pan.

    De wraak van de goden openbaarde zich snel, hun belangen gingen samen met die van Marcos. Vlak na de Tweede Koloniale Oorlog bezaten onze eilanden, met hun hulpbronnen, infrastructuur en goed opgeleide mensen, meer rijkdom en economisch potentieel dan Japan. Niet lang nadat hij dictator was geworden, stortte Marcos met hulp van de Wereldbank en het IMF onze eilanden in schuld en narigheid. Banen werden schaars, van de economie bleef slechts het geraamte van contract-arbeid over. Net als andere Kapampangans leidden mijn grootouders, mijn moeder en haar broers en zussen al snel een moeizaam bestaan in Manila. Ze hadden losse baantjes, woonden onder een afdak dat aan het huis van de broer van mijn grootvader was gebouwd, hun zes ongewenste lichamen dicht tegen elkaar aan gepropt.

    ‘Soms keken we door het raam naar de tv,’ vertelde mama me een keer. ‘Soms deden ze dan de gordijnen dicht.’

    Als het varkensvlees in de hete pan sist, breek er dan de eieren over.

    Tito Arnold, de oudste broer van mijn moeder, zal deze herinnering achter zijn gesloten ogen hebben gezien, terwijl hij scheepsdekken schrobde onder de voeten van Britse officieren en Duitse technici. Die herinnering moet een bezwering en een talisman zijn geweest, die hem door die eenzame jaren op zee heen hielp. Zoals velen van onze eilanden was hij door honger en noodzaak uitgestoten, zijn economische ballingschap tot wet getekend door Marcos’ laatste greep naar de macht. Wij waren door onze goden verlaten, want we waren met de punt van een pen, de loop van een geweer gedwongen om hen te verlaten.

    Met zijn zuurverdiende overzeese geld bouwde tito Arnold een huis voor zijn vader en moeder. Hij richtte dit huis zo in dat zij binnen konden eten en tv-kijken. Hij trouwde met de vrouw van zijn door zee omsloten dromen, die al zijn brieven bewaarde en op hem wachtte en ze kregen drie kinderen. Hij gaf zijn dromen aan mijn moeder, zodat zij naar de universiteit kon gaan. En toen bouwde hij een restaurant in Quezon City, een hutjemutjezaak die helemaal van hem was. Hij maakte zijn geliefde gerecht in al zijn knapperige, heetzure, vette Kapampagnan-glorie, waar de verkoolde geur van geroosterd varken en de geesten van Angeles City de nevelige lucht verzadigden. Hij vroeg mijn vader en zijn band om te komen spelen, hun liedjes vermengden zich met rook en herinnering.

    Strooi de achtergehouden ui en pepertjes erover.

    ‘Wil je weten waarom mijn sisig zo bijzonder is?’ vroeg Tito me laatst boven een sissende schotel. We zaten samen te eten naast de vulkaan, Taal. Ik was onlangs naar de eilanden teruggekomen, na tweeëntwintig jaar Amerikaanse ballingschap zonder papieren.

    ‘Omdat ik het met varkensbuik maak. Meestal wordt het met de goedkope delen van het varken gemaakt, ha. Waarom zouden wij alleen goedkope delen eten? En liefde. Ik kook met liefde.’

    Sisig wordt niet meer alleen bereid met de ongewilde restjes, maar zijn giftige werking blijft. De Amerikanen zijn weg, maar de brandwonden van hun overheersing zijn er nog. Niet langer gevangen door onze kolonisatoren, houden we onszelf gevangen. We veranderen om te overleven, maar we dragen de gekookte, verkoolde, krakerige overblijfselen van ons verleden nog met ons mee. Ik zal blijven bestaan in een hongerige ruimte tussen verlangen en erbij horen, want mijn lichaam, weggevoerd uit zijn geboorteland, gedeporteerd uit het land van zijn groei, heeft nu alleen maar gevoel en herinnering die het thuis kan noemen.

    Roer met twee spatels tot de eieren gestold zijn en dien onmiddellijk op. Lekker met gebakken knoflookrijst.

    Ver van onze barrio’s, bergen en eilanden koken we, zodat we kunnen oefenen in het doorslikken van onze onaangename waarheden, zuur en zwaar van bloed. Net als onze eilanden wordt sisig op drie manieren bereid en wij, die afstammen van goden en zijn opgegroeid in dirty kitchens, moeten ze alle drie leren klaarmaken.

    Dirty Kitchen, zal in 2023 door Astra House worden uitgegeven. Dit is een uittreksel van deze memoires over voedsel, gezin, migratie en identiteit, dat werd genomineerd voor de 2021 Pushcart Prize.

  • De bestorming van Palma. ‘Hoe heeft dit in godsnaam kunnen gebeuren?’

    De bestorming van Palma. ‘Hoe heeft dit in godsnaam kunnen gebeuren?’

    Al meer dan een week lang vindt er een gewelddadige strijd plaats in het noorden van Mozambique, waar de islamistische terreurbeweging Al-Shabab (gelinkt aan IS) de havenstad Palma belegert. Het vermoedelijke doel is een grootschalig gasproject van westerse bedrijven. Maar in de chaos begrijpt niemand echt wat er speelt.

    ‘Terroristen zaaien opnieuw paniek en wanhoop in Palma’, kopte het Mozambikaanse dagblad O País op vrijdag 26 maart op de voorpagina. Palma, gelegen in het uiterste noorden van het land (aan de grens met Tanzania) en de omliggende provincie Cabo Delgado worden sinds 2017 geteisterd door jihadistische aanvallen die het Mozambikaanse leger met moeite weet in te dammen.

    Het conflict, dat zich steeds verder verscherpt, heeft in drie jaar ten minste 2600 mensen het leven gekost – volgens de ngo Acled was meer dan de helft daarvan burger. 670.000 anderen zagen zich gedwongen te vluchten. Deze humanitaire ramp is afgelopen week nog erger geworden: zo’n tweehonderd mensen zaten door een nieuwe jihadistische aanval zo’n drie dagen vast in een hotel in Palma.

    ‘Het beeld van wat er precies gebeurde tussen woensdag en zondag, toen een vloot boten honderden mensen, waaronder veel buitenlandse werknemers, van de stranden van Palma redde, blijft onduidelijk. Maar nieuwe getuigenissen schetsen een beeld van een wrede, dagenlange belegering met fatale hinderlagen op vluchtende mensen. Overlevenden hebben beschreven dat zij zich moesten verbergen terwijl zij wachtten op redding per boot uit een stad waar onthoofde lichamen op de weg lagen’, schrijft Peter Beaumont in The Guardian.

    De aanval is opgeëist door IS, meldt The New York Times, maar weinig analisten geloven dat Islamitische Staat nauwe banden onderhoudt met de opstand, die is ontstaan uit frustratie over lokale problemen en weinig van de ideologische doelstellingen van Islamitische Staat deelt.

    ‘Toch onderstreept het opeisen van de verantwoordelijkheid voor de dodelijke aanslag het vermogen van de organisatie om gebruik te maken van losse banden met militante groeperingen over de hele wereld, om zo de indruk te wekken van een werkelijk wereldwijde strijd’, aldus de NYT.

    https://www.youtube.com/watch?v=jW5dwZ71NWY&ab_channel=CarteBlanche

    Megagasproject

    De aanslag vond plaats op de dag van de aankondiging van de hervatting van de bouwwerkzaamheden op het terrein van een megagasproject waarvan de Franse groep Total de voornaamste investeerder is en dat in 2024 operationeel zou moeten zijn, zo meldt het Mozambikaanse nieuwsplatform Pinnacle News.

    Volgens bronnen van The Guardian waren de opstandelingen vóór de aanval in het gebied rond de stad geïnfiltreerd en hadden zij wapens in opslagplaatsen verstopt. Velen waren vermomd als gewone burgers en sommigen droegen leger- of politie-uniformen.

    De overheidsinfrastructuur in de stad was een systematisch doelwit: het plaatselijke politiebureau en de militaire basis werden bestormd en vernield, terwijl ten minste twee banken werden overvallen, aldus The Guardian.

    Total verklaarde zaterdag tegenover de Britse krant dat het de geplande hervatting van de bouw van een project van 20 miljard dollar [17 miljard euro] afzegde na de aanval en dat het zijn personeelsbestand zou terugbrengen tot een ‘strikt minimum’.

    Een groep van ten minste honderdtwintig opstandelingen was afkomstig uit de noordelijke regio’s van Cabo Delgado, terwijl een groep van vergelijkbare grootte vanuit Tanzania zou zijn overgestoken om de geweldplegers op de tweede dag van de aanval te versterken, schrijft de Britse krant.

    Toen de aanval vorige week begon, zochten honderden werknemers uit Zuid-Afrika, Groot-Brittannië en Frankrijk hun toevlucht tot hotels in de stad, die vervolgens werden belegerd. Na een mislukte poging om over zee te ontsnappen, probeerde een konvooi voertuigen de belegerde hotels te ontvluchten en de kust te bereiken, waarbij zij tweemaal in een hinderlaag liepen. Het resultaat: een dozijn doden, waaronder zeven buitenlanders, volgens de Mozambikaanse autoriteiten.

    ‘Het Amarula Hotel was volledig omsingeld en werd aangevallen met mortier- en machinegeweervuur’

    Registraties van veiligheidsoproepen die door The Guardian werden ingezien, tonen chaotische scènes van helikopters en boten van verschillende veiligheidsbedrijven die de opgesloten mensen proberen te evacueren.

    Een buitenlander beschreef hoe de stad werd bestormd voordat hij werd gered door veiligheidsagenten van Dyck Advisory Group (DAG), een particulier beveiligingsbedrijf.

    ‘Het Amarula Hotel was volledig omsingeld en werd aangevallen met mortier- en machinegeweervuur’, verklaarde een Zuid-Afrikaanse getuige aan The Guardian. ‘Deze jongens [van DAG] kwamen binnen met hun helikopters en maakten de omgeving vrij om ten minste vier helikopterladingen met mensen naar buiten te krijgen. Drieëntwintig van ons. Ik zat gelukkig in de laatste helikopter, want daarna stopten ze door gebrek aan brandstof en daglicht.’

    Terwijl de veiligheidstroepen een offensief hebben gelanceerd om de rebellen te verdrijven, ‘vragen nog zeshonderd overheidsambtenaren om gered te worden’, meldde O País op vrijdag.

    Islamitische Staat beweerde maandag dat meer dan vijfenvijftig mensen – onder wie Mozambikaanse soldaten, christenen en buitenlanders – gedood werden bij de hinderlaag in Palma. Meerdere getuigen hebben melding gemaakt van wegen en stranden bezaaid met lijken, aldus The Guardian.

    Nachtmerrie zonder einde

    Pinnacle News beschikt over fotomateriaal van een ander konvooi dat Palma probeerde te ontvluchten en in een hinderlaag van de rebellen is gelopen. ‘Palma, een nachtmerrie zonder einde’, kopt de nieuwssite.

    Een luchtfoto, genomen door een van de helikopters die de regeringstroepen op de grond in Palma dekking verschaffen, toont enkele stilstaande voertuigen langs de weg van Palma naar Quionga, waar ze vermoedelijk per boot geëvacueerd hoopten te worden naar de zuidelijke stad Pemba. Op de foto zijn de levenloze lichamen te zien van chauffeurs. Over de identiteit van de slachtoffers is nog niets bekend.

    Op zondag begonnen boten in Pemba te arriveren, een haven 300 kilometer ten zuiden van Palma, met lokale bevolking en buitenlanders aan boord. Een van de boten vervoerde ongeveer dertienhonderd mensen, zei een diplomaat tegen The Guardian.

    Sinds de militanten de stad zaterdag hebben ingenomen, proberen het leger van Mozambique en huurlingen van DAG, die door de regering werden ingeschakeld, de opstandelingen uit de stad te verdrijven. Maar volgens diplomaten en andere waarnemers hebben de rebellen nog steeds de controle over een groot deel van het achterland van Palma.

    Strategisch belang

    Palma is een belangrijk logistiek knooppunt is voor overzeese bedrijven die de enorme aardgasreserves ter waarde van 60 miljard dollar [51 miljard euro] in de provincie Cabo Delgado willen exploiteren, bericht The Guardian. De regio is dankzij haar immense rijkdom aan aardgas van groot strategisch belang in deze arme regio, schrijft het Franse weekblad Le Point. Naast Total investeren ook het Italiaanse bedrijf ENI en het Amerikaanse Exxon Mobil mee in dit gaswinningsproject, dat de Mozambikaanse economie een impuls moet geven en het land tot een wereldmacht op gasgebied moet maken, na Qatar, Rusland en Iran.

    Maar volgens Michel Cahen, Portugeestalig Afrika-expert, hebben de rebellen het niet specifiek op de gasbedrijven gemunt: ‘Deze nieuwe burgeroorlog is niet rechtstreeks uitgelokt door de ontdekking van deze gasvoorraden’, zegt hij tegen Le Point. ‘Als Total wordt aangevallen, is dat als bondgenoot van de Mozambikaanse regering.’

    Toch stelt een artikel in Ouest-France dat er wel degelijk een verband is tussen de gasvelden die in 2010 en 2013 zijn ontdekt en het oplaaiende geweld. Terreurgroepen zouden profiteren van de ellende en woede van de inwoners van de regio na de komst van de grote energiebedrijven.

    In een rapport van juni 2020 had de internationale organisatie Friends of the Earth melding gemaakt van de verdrijving van 556 vissersgezinnen naar het binnenland, bericht Ouest-France. ‘Families hebben onbereikbare landbouwgronden gekregen. Ze waren soms gedwongen zich te vestigen in christelijke dorpen, hoewel ze moslim zijn. Zij zijn de eerste slachtoffers van de militarisering van het gebied, ten voordele van de gasindustrie’, zegt Ilham Rawoot, van de plaatselijke organisatie Justica Ambiental tegen het Franse dagblad.

    Antiterreurstrategie

    Deze nieuwe geweldsgolf heropent het debat over de antiterreurstrategie van Mozambique, dat andere landen die bereid zijn te interveniëren, waaronder EU-lidstaten (Portugal en Frankrijk op kop), in verwarring brengt. Na maanden van afhouden heeft de regering eindelijk hulp van de Verenigde Staten aanvaard, meldt persbureau Agence Ecofin. Sinds 15 maart bereiden vijftien Amerikaanse commando’s Mozambikaanse mariniers voor op de strijd met de Mozambikaanse terreurgroep Al-Shabab (die banden hebben met IS).

    Maar verder reikt de Amerikaanse hulp niet. Mozambique, dat gekant is tegen elke vorm van internationale interventie, geeft nog steeds de voorkeur aan de inschakeling van particuliere defensiebedrijven, met name uit Rusland. In september 2020 huurde de regering meer dan tweehonderd militaire ‘adviseurs’ in van de beruchte Russische Wagner Group, bericht de BBC. Deze veelal voormalig commando’s hebben met instemming van het Kremlin geopereerd in Syrië, Libië en elders.

    Een andere hofleverancier van huurlingen is Zuid-Afrika. Zo schrijft het Zuid-Afrikaanse weekblad The Sunday Times dat ‘Zuid-Afrikaanse paramilitaire bedrijven profiteren van de opstand in Mozambique door het regeringsleger te voorzien van pantservoertuigen, helikopters, wapens, munitie, opleiding en particuliere veiligheidsagenten’.

    ‘Oorlogsmisdaden’

    Het inschakelen van huursoldaten leidt tot ‘oorlogsmisdaden’, aldus Amnesty International geciteerd in de Franse kant Le Figaro. Ook Zuid-Afrika, de grootste militaire en economische macht in de regio, die zelfs herhaaldelijk hulp heeft aangeboden aan buurland Mozambique, keurt deze praktijk af en spreekt haar ‘verbazing’ uit over de ‘gesloten’ houding van de regering in Maputo, aldus de Mozambikaanse krant MediaFax in februari.

    De Mozambikaanse academicus Calton Cadeado licht deze houding toe in de krant Carta de Moçambique. De conflict- en veiligheidsexpert benadrukt dat de hulp van een vreemde mogendheid ter plaatse ‘veel problemen’ zou kunnen veroorzaken:

    ‘De regering weet dat de militaire aanwezigheid van een buitenlandse staat ter plaatse veel moeilijker te controleren is dan die van particuliere beveiligingsbedrijven, en verkiest dus die laatste optie boven het zenden van buitenlandse strijdkrachten, vooral wanneer het om grote mogendheden gaat. We hebben voorbeelden van wat er gebeurde in Irak, Afghanistan, enzovoort.’

    Toch heeft de regering er dinsdag mee ingestemd de komende weken een team van zestig Portugese soldaten te ontvangen, bericht France 24. Premier Antonio Costa verklaarde dat hij de situatie in Mozambique, een voormalige kolonie van Portugal ‘vanaf het begin met grote bezorgdheid’ had gevolgd.

    ‘De echte vraag is nu hoe dit in godsnaam heeft kunnen gebeuren?’

    In een recente reportage van de BBC – waarin de eerste buitenlandse journalisten de belegerde stad Palma betraden (hoewel het gebied sinds vorig jaar verboden terrein is voor de pers) – wordt verslag uitgebracht over de woede en wanhoop van de vluchtende en verhongerde inwoners. Alleen de katholieke kerk en ngo’s zijn nog actief in het gebied, waar volgens een van hen, Save the Children, kinderen onder de elf jaar zijn onthoofd door de jihadisten, schrijft de Portugese krant Diário de Noticias.

    ‘De echte vraag is nu hoe dit in godsnaam heeft kunnen gebeuren? Hoe was dit zelfs maar mogelijk? Het is duidelijk dat de opstandelingen over betere inlichtingen beschikken dan de regering,’ aldus de eigenaar van een in Spanje gevestigd particulier beveiligingsbedrijf dat nu in Palma en omgeving opereert, tegenover The Guardian.

  • Biden roept op tot strengere wapenwetgeving na schietpartij | Netanyahu geen meerderheid

    Biden roept op tot strengere wapenwetgeving na schietpartij | Netanyahu geen meerderheid

    Na bloedbad in Boulder, verklaart Joe Biden de oorlog aan aanvalsgeweren

    Het was met een Ruger AR-556 semi-automatisch wapen dat Ahmad Al Aliwi Alissa, de vermeende dader van de schietpartij in Boulder, maandag tien mensen, waaronder een politieagent, zou hebben gedood in een supermarkt, meldt CNN.

    ‘Eerst Atlanta en nu Colorado’, schrijft The New York Times. De dodelijke schietpartij in Boulder, ‘is de tweede massamoord in de Verenigde Staten in minder dan een week’.

    Volgens een getuige die door The Denver Post werd geïnterviewd, kwam de schutter binnen met een aanvalswapen en begon zonder een woord te zeggen te schieten. De motieven van de schutter zijn nog niet vastgesteld, aldus The Daily Camera, een lokale krant.

    ‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie’

    De recentste massamoord heeft de Amerikaanse president Joe Biden er dinsdag toe aangezet het Congres op te roepen dergelijke aanvalswapens te verbieden. De Democraat riep de Senaat ook op om een wetsvoorstel aan te nemen dat deze maand door het Huis van Afgevaardigden werd goedgekeurd om de achtergrondcontroles bij de aankoop van een wapen te versterken. ‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie,’ benadrukte Biden. ‘We moeten actie ondernemen.’

    Dinsdag was de Amerikaanse pers echter niet erg optimistisch over het feit dat er daadwerkelijk nieuwe wetgeving wordt aangenomen. Het is ‘een triest ritueel’ geworden, schrijft The New York Times. ‘Met elke nieuwe massamoord, is er een roep om strengere wapenwetgeving. Zonder dat het Congres er echt in slaagt enige vooruitgang te boeken in deze kwestie.’

    Politico merkt op dat Joe Biden tot nu toe geen grote haast leek te hebben om iets te doen aan de wapenwetgeving. ‘President Joe Biden zei dinsdag dat hij “geen minuut langer” wilde wachten om de nationale epidemie van wapengeweld aan te pakken. Maar na 63 dagen presidentschap heeft hij nog geen enkele unilaterale actie ondernomen om het wapenbezit te beperken, hoewel hij dat op zijn eerste ambtsdag had beloofd’, aldus het nieuwsportal.


    Netanyahu de grootste, maar geen regeringsmeerderheid

    De Israëlische premier claimde dinsdagavond een ‘enorme overwinning voor rechts’, de vierde in bijna twee jaar, maar hij zal nog hard moeten werken om genoeg steun te verzamelen om een regering te vormen, schrijft Ha’aretz.

    Hij en zijn Likoed-partij eindigden volgens de prognoses op de eerste plaats, maar de Netanyahu-coalitie heeft nog enkele stemmen nodig om een meerderheid van zetels te behalen, waardoor de schijnwerpers zijn gericht op Naftali Bennett, een vooraanstaande radicaal-rechtse figuur die nog niet heeft gezegd of hij zich al dan niet bij het kamp-Netanyahu zal aansluiten.

    Lees ook:

    Oud-minister Bennet wordt gezien als een sleutelfiguur in de formatie en kan zich ook aansluiten bij oppositieleider Yair Lapid, die rekent op een akkoord met partijen ter linker-, midden- en rechterzijde die teleurgesteld zijn in Netanyahu.

    Op weg naar vijfde verkiezingen

    Maar volgens de laatste stand van zaken, met 87 procent van de stemmen geteld, komt het bloc-Netanyahu zelfs met de steun van Bennet 2 zetels te kort om een meerderheid van 61 zetels in de Knesset te behalen, meldt The Times of Israel. Dat is allemaal te danken aan het behalen van de kiesdrempel door de Arabische partij Ra’am, oftewel de United Arab List.

    ‘De komende twee dagen zullen gespannen zijn, omdat elke getelde stembus de zetelverdeling kan veranderen’, zegt Ha’aretz-journalist Anshel Pfeffer. Voorlopig bevindt Israël zich dus ‘in een nieuwe impasse. En hoe ongelooflijk het ook lijkt’, het is mogelijk dat het land binnenkort ‘op weg is naar vijfde verkiezingen’.

    Lees ook:


    Dodelijke brand Rohingya-vluchtelingenkamp

    Het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) heeft het aantal mensen dat is omgekomen bij de brand die maandagavond een vluchtelingenkamp in de buurt van de stad Cox’s Bazar in Bangladesh in de as legde, naar boven bijgesteld naar minstens vijftien doden en vierhonderd vermisten, meldt de Britse krant The Times. In een eerder rapport werd het dodental op vijf geschat.

    Het vuur maakte het moeilijk voor de brandweer om ter plaatse te komen, omdat het kamp dichtbevolkt is, vertelde de plaatselijke inwoner Saiful Arakani aan de BBC. Er is een onderzoek ingesteld om de oorzaak van de brand te achterhalen.

    Lees ook:


    Turkije slaat nieuwe diplomatieke koers in

    ‘In de afgelopen maanden hebben woordvoerders van de AKP geprobeerd positieve boodschappen te sturen naar Europa en de Verenigde Staten’, aldus het Turkse dagblad Evrensel. ‘Aan de lange vijandige tirades van president Erdoğan is een einde gekomen, in plaats daarvan laat hij geen gelegenheid meer voorbijgaan om uitspraken te doen als: “Wij kijken naar het Westen, daarheen leidt onze weg, wij hebben geen probleem dat niet door dialoog kan worden opgelost.”’

    De Turkse president, die steeds meer geïsoleerd raakt op het diplomatieke wereldtoneel, probeert, althans in woorden, toezeggingen te doen aan zijn westerse partners. En in het bijzonder aan Frankrijk, waar een nieuwe ambassadeur, Ali Onaner, is aangesteld met de opdracht de breuken te lijmen van een relatie die sinds afgelopen zomer ernstig is verslechterd, met de Franse steun aan Griekenland in de Middellandse Zee tegenover intimidatie door de Turkse marine en de verklaringen van Erdoğan tegen de Franse president.

    ‘De regering maakt een ommekeer in het neo-Ottomaanse buitenlandse beleid dat zij de afgelopen tien jaar heeft gevoerd’, vervolgt de linkse krant Evrensel. ‘En in de afgelopen weken heeft Erdoğan ook een draai gemaakt naar de Arabisch-islamitische wereld, Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en ook Israël.’

    Gevechtsdrones

    Zo bestudeert Turkije de mogelijkheid om gevechtsdrones te verkopen aan Saudi-Arabië. Sommige geruchten spreken zelfs van het mogelijke zenden door Ankara van Syrische huurlingen (door Turkije bewapende en opgeleide strijders, reeds ingezet in Libië en Azerbeidzjan).

    Exclusief voor abonnees:Turkije voorloper gebruik dodelijke drones’

    De ommezwaai in het beleid is voor de oppositiepers in de eerste plaats een brevet van onvermogen, zoals de krant Birgün opmerkt: ‘De duizelingwekkende draai in het buitenlands beleid van Erdoğan, zijn de laatste stuiptrekkingen van een macht die in wanhoop verkeert, zowel intern als naar buiten toe. Ook al probeert zij de nieuwe koers aan haar aanhangers te verkopen als een opleving, toch erkent de islamitische macht hiermee impliciet het falen van haar avontuurlijke buitenlandse beleid van de afgelopen tien jaar.’

    Een onderdeel van die nieuwe koers is Egypte. De twee landen knoopten in maart opnieuw diplomatieke betrekkingen aan, maar Caïro wacht nu ‘op acties die in overeenstemming zijn met de belangen en principes van Egypte om de betrekkingen tussen de twee staten te normaliseren’, zo werd de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken Sameh Shukri geciteerd door de online krant Gazete Duvar. Een van de geschilpunten is de steun van Ankara aan het Moslimbroederschap, tot woede van Saoedi-Arabië, de VAE en Egypte.

  • Yuval Noah Harari: ‘De lessen die we van covid-19 hadden kunnen leren’

    Yuval Noah Harari: ‘De lessen die we van covid-19 hadden kunnen leren’

    Welke lessen voor de toekomst kunnen we trekken uit 2020? De Israëlische denker en historicus Yuval Noah Harari zet ze op een rijtje en komt tot een heldere conclusie: de enige reden waarom deze pandemie uit de hand is gelopen, is de politiek.

    Keuze uit het archief

    Na het rampjaar 2020 dacht de wereld dat 2021 het jaar zou worden dat we ‘samen corona onder controle zouden krijgen’ (dixit de Rijksoverheid). Er was immers een keur aan uitstekend werkende vaccins ontwikkeld. Niets bleek minder waar, er zijn nieuwe, besmettelijkere, varianten als delta en omikron opgekomen en het coronabeleid heeft geen een derde, vierde en zoveelste golf kunnen voorkomen.

    Had de politiek maar Yuval Noah Harari geluisterd. Lees zijn profetische woorden en oplossingen voor de coronacrisis.

    Door velen wordt de vreselijke tol die het coronavirus heeft geëist gezien als bewijs van de hulpeloosheid van de mens ten opzichte van de natuur. Maar in feite heeft 2020 aangetoond dat de mensheid verre van hulpeloos is. Epidemieën zijn niet langer onbedwingbare natuurkrachten. Dankzij de wetenschap zijn ze nu tot op zekere hoogte te controleren.

    Waarom zijn er dan zoveel sterfte- en ziektegevallen geweest? Vanwege slechte politieke beslissingen.

    Vroeger hadden mensen als ze met een plaag als de Zwarte Dood werden geconfronteerd, geen idee wat de oorzaak was of wat ertegen kon worden gedaan. Toen de griep van 1918 toesloeg, slaagden de beste wetenschappers ter wereld er niet in het dodelijke virus te identificeren, waren veel maatregelen die werden genomen nutteloos en liepen pogingen om een ​​effectief vaccin te ontwikkelen op niets uit.

    Met covid-19 was dat heel anders. De eerste alarmbellen over een mogelijke nieuwe epidemie klonken eind december 2019. Op 10 januari 2020 hadden wetenschappers niet alleen het verantwoordelijke virus geïsoleerd, maar ook het genoom ervan gesequenced en de informatie online gepubliceerd. Binnen enkele maanden werd duidelijk welke maatregelen de infectieketens konden vertragen en stoppen. Binnen minder dan een jaar waren er verschillende effectieve vaccins in massaproductie. In de oorlog tussen mens en ziekteverwekker is eerstgenoemde nog nooit zo machtig geweest.

    Het leven naar online verplaatst

    Naast de ongekende prestaties van de biotechnologie, heeft het coronajaar ook de kracht van informatietechnologie onderstreept. Vroeger kon de mensheid epidemieën zelden stoppen, omdat de infectieketens niet in realtime konden worden gevolgd en omdat de economische kosten van langdurige lockdowns te hoog waren. In 1918 kon je mensen die de gevreesde griep kregen in quarantaine plaatsen, maar je kon de presymptomatische of asymptomatische dragers niet traceren. En als je de hele bevolking van een land destijds zou hebben bevolen enkele weken binnen te blijven, zou dat hebben geleid tot economische ondergang, sociale instorting en massale hongersnood.

    In 2020 daarentegen maakte digitale surveillance het veel gemakkelijker om de verspreiding te volgen en te lokaliseren, wat quarantaine zowel selectiever als effectiever maakt. Belangrijker is nog dat automatisering en het internet langdurige lockdowns mogelijk maakten, althans in ontwikkelde landen. Hoewel de ervaring in sommige delen van de wereld deed denken aan plagen uit het verleden, heeft de digitale revolutie in een groot deel van de ontwikkelde wereld alles veranderd.

    Toeristen kunnen thuisblijven en zakenmensen kunnen zoomen, terwijl geautomatiseerde spookschepen en vrijwel onbemande treinen de wereldeconomie gaande houden

    Neem de landbouw. Duizenden jaren lang was de voedselproductie afhankelijk van menselijke arbeid, en ongeveer 90 procent van de mensen werkte in de landbouw. Tegenwoordig is dit in ontwikkelde landen niet langer het geval. In de VS werkt slechts ongeveer 1,5 procent van de mensen op boerderijen, en dat is niet alleen genoeg om iedereen in e igen land te voeden, maar ook om van de VS een belangrijke voedselexporteur te maken. Bijna al het werk op de boerderij wordt gedaan door machines, die immuun zijn voor ziekten. Lockdowns hebben dus maar een kleine impact op de landbouw.

    Stel u een tarweveld voor tijdens het hoogtepunt van de Zwarte Dood. Als je de landarbeiders zou vragen om in de oogsttijd thuis te blijven, komt er honger. Als je ze vraagt om te komen oogsten, kunnen ze elkaar besmetten. Wat te doen?

    forest simon ZzOtl6FSpLs unsplash 1 1
    © Unsplash

    Stelt u zich nu hetzelfde tarweveld voor in 2020. Een enkele maaidorser met GPS-besturing kan het hele veld veel efficiënter oogsten – en zonder kans op infectie. Terwijl in 1349 een gemiddelde boerenknecht ongeveer vijf bushel per dag oogstte [ca. 35 liter], vestigde een maaidorser in 2014 een recordoogst door dertigduizend bushels per dag te oogsten. Bijgevolg had covid-19 geen significante invloed op de wereldwijde productie van basisvoedsel zoals tarwe, maïs en rijst. 

    Om mensen te voeden, is het niet voldoende om graan te oogsten. Je moet het ook vervoeren, soms over duizenden kilometers. Gedurende het overgrote deel van de geschiedenis was handel een van de grootste boosdoeners in tijden van epidemieën. Dodelijke ziekteverwekkers trokken de wereld over op koopvaardijschepen en karavanen. De Zwarte Dood liftte bijvoorbeeld van Oost-Azië naar het Midden-Oosten langs de Zijderoute, en het waren Genuese koopvaardijschepen die de ziekte vervolgens naar Europa brachten. Het grote risico met de handel was dat elke wagen een bestuurder nodig had, tientallen zeelieden nodig waren om zelfs kleine zeeschepen te besturen, en overvolle schepen en herbergen broeinesten van ziekten waren.

    In 2020 kon de wereldhandel min of meer vlot doorlopen, doordat er maar heel weinig mensen bij betrokken waren. Een grotendeels geautomatiseerd hedendaags containerschip kan meer ton vervoeren dan de koopvaardijvloot van een heel vroegmodern koninkrijk. In 1582 had de Engelse koopvaardijvloot een totaal laadvermogen van 68.000 ton en waren er ongeveer 16.000 bemanningsleden nodig. Het containerschip OOCL Hong Kong, gedoopt in 2017, kan zo’n 200.000 ton vervoeren met een bemanning van slechts 22 personen. 

    Cruiseschepen met honderden toeristen en vliegtuigen vol passagiers hebben weliswaar een grote rol gespeeld in de verspreiding van covid-19. Maar toerisme en reizigers zijn niet essentieel voor de handel. Toeristen kunnen thuisblijven en zakenmensen kunnen zoomen, terwijl geautomatiseerde spookschepen en vrijwel onbemande treinen de wereldeconomie gaande houden. Terwijl het internationale toerisme in 2020 kelderde, daalde het volume van de wereldwijde maritieme handel met slechts 4 procent.

    Tegenwoordig bewonen velen van ons twee werelden: de fysieke en de virtuele

    Automatisering en digitalisering hebben een nog grotere impact gehad op de dienstverlening. In 1918 was het ondenkbaar dat kantoren, scholen, rechtbanken of kerken konden blijven functioneren als ze gesloten waren. Hoe kun je lesgeven als leerlingen en docenten thuis zitten? Nu weten we het antwoord. De overschakeling op online kende veel nadelen, niet in de laatste plaats de immense mentale tol die deze eiste. En het heeft ook tot voorheen onvoorstelbare problemen geleid, zoals advocaten die als kat voor de rechtbank verschenen. Maar het feit dat het überhaupt kan, is verbazingwekkend.

    In 1918 bewoonde de mensheid alleen de fysieke wereld, en toen het dodelijke griepvirus hierdoorheen trok, konden we nergens heen vluchten. Tegenwoordig bewonen velen van ons twee werelden: de fysieke en de virtuele. Toen het coronavirus door de fysieke wereld circuleerde, verlegden velen een groot deel van hun leven naar de virtuele wereld, waar ze veilig waren voor het virus.

    Mensen zijn natuurlijk nog steeds fysieke wezens en niet alles kan worden gedigitaliseerd. Het covid-jaar heeft de cruciale rol benadrukt die vaak slechtbetaalde beroepen spelen bij het in stand houden van de menselijke beschaving: verplegers, sanitairwerkers, vrachtwagenchauffeurs, kassiers, bezorgers. Er wordt vaak beweerd dat elke beschaving slechts drie maaltijden verwijderd is van barbarij. In 2020 vormden bezorgers de dunne rode lijn die de beschaving bij elkaar hield. Ze werden onze belangrijkste verbinding met de fysieke wereld. 

    Het internet houdt stand

    Wanneer we activiteiten online automatiseren, digitaliseren en verschuiven, stelt dat ons bloot aan nieuwe gevaren. Een van de meest opmerkelijke gegevens van het covid-jaar is dat het internet niet kapot ging. Als we plotseling de hoeveelheid verkeer op een fysieke brug vergroten, kunnen we verkeersopstoppingen verwachten, misschien dat hij zelfs instort. In 2020 verschoven scholen, kantoren en kerken bijna van de ene op de andere dag naar online, maar het internet hield stand.

    We staan ​​hier nauwelijks bij stil, maar dat moeten we wel doen. 2020 heeft ons geleerd dat het leven kan doorgaan, zelfs als een heel land fysiek op slot zit. 

    manuel peris unsplash 1 1
    © Unsplash

    Probeer je nu eens voor te stellen wat er gebeurt als onze digitale infrastructuur crasht.

    Informatietechnologie heeft ons veerkrachtiger gemaakt tegenover organische virussen, maar het heeft ons ook veel kwetsbaarder gemaakt voor malware en cyberoorlogvoering. Mensen vragen vaak: ‘Wat is de volgende pandemie?’ Een aanval op onze digitale infrastructuur is een vooraanstaande kandidaat. Het duurde enkele maanden voordat het coronavirus zich over de wereld verspreidde en miljoenen mensen besmette. Onze digitale infrastructuur kan in één dag instorten. En scholen en kantoren konden snel naar online verschuiven. Maar hoeveel tijd denkt u nodig te hebben om van e-mail terug te schakelen naar snailmail? 

    Wat telt?

    Het coronajaar heeft een nog belangrijkere beperking van onze wetenschappelijke en technologische kracht blootgelegd. Wetenschap kan de politiek niet vervangen. Bij beleidsbeslissingen moeten we rekening houden met veel belangen en waarden, en aangezien er geen wetenschappelijke manier is om te bepalen welke belangen en waarden het zwaarst wegen, is er geen wetenschappelijke manier om te beslissen wat we moeten doen.

    Bij de beslissing om een ​​lockdown af te kondigen, is het bijvoorbeeld niet voldoende om te vragen: ‘Hoeveel mensen zullen worden besmet met covid-19 als we geen lockdown opleggen?’ We moeten ook de vraag stellen: ‘Hoeveel mensen zullen in een depressie belanden als we wel een lockdown opleggen? Hoeveel mensen zullen te lijden hebben onder slechte voeding? Hoeveel van ons zullen school missen of hun baan verliezen? Hoevelen zullen worden mishandeld of vermoord door hun echtgenoten?’

    Zelfs als al onze gegevens nauwkeurig en betrouwbaar zijn, moeten we ons altijd afvragen: ‘Wat tellen we? Wie beslist wat er moet worden geteld? Hoe beoordelen we de cijfers ten opzichte van elkaar?’ Dit is meer een taak van de politiek dan van de wetenschap. Het zijn politici die de medische, economische en sociale afwegingen in evenwicht moeten brengen en met een alomvattend beleid moeten komen.

    Net zo creëren ingenieurs nieuwe digitale platforms die ons helpen te functioneren tijdens een lockdown, en nieuwe bewakingstools die ons helpen beschermen tegen virussen. Maar digitalisering en toezicht brengen onze privacy in gevaar en openen de weg voor de opkomst van ongekende totalitaire regimes. In 2020 is massasurveillance zowel legitiemer als gebruikelijker geworden. Het bestrijden van de epidemie is belangrijk, maar zijn we bereid onze vrijheid ervoor op te geven? Het is de taak van politici en niet van de ingenieurs om de juiste balans te vinden tussen nuttige bewaking en dystopische nachtmerries.

    Als de regering zegt dat het te ingewikkeld is om midden in een pandemie een ​​monitoringsysteem op te zetten om uitgaven te controleren, geloof het dan niet

    Drie basisregels kunnen ons een eind op weg helpen in de bescherming tegen digitale dictaturen, zelfs in tijden van een pandemie. Ten eerste, wanneer u gegevens over mensen verzamelt – vooral over wat er in hun eigen lichaam gebeurt – moeten deze gegevens worden gebruikt om deze mensen te helpen in plaats van hen te manipuleren, te controleren of te schaden. Mijn persoonlijke arts weet veel zeer persoonlijke dingen over mij. Dat vind ik prima, want ik vertrouw erop dat mijn arts deze gegevens in mijn voordeel gebruikt. Mijn arts mag deze gegevens niet aan een bedrijf of politieke partij verkopen. Zo zou het ook moeten zijn met elke vorm van een ‘pandemische toezichthoudende autoriteit’ die we eventueel instellen.

    Ten tweede moet toezicht altijd twee richtingen op bewegen. Als het toezicht alleen van boven naar beneden gaat, stevenen we af op een dictatuur. Dus wanneer het toezicht op individuen wordt vergroot, moet tegelijkertijd het toezicht op de overheid en grote bedrijven groter worden. 

    Screen Shot 2021 03 19 at 1.06.41 PM

    In de huidige crisis verdelen regeringen enorme bedragen. Het proces van toewijzing van middelen moet transparanter worden gemaakt. Als burger wil ik gemakkelijk kunnen inzien wie wat krijgt en wie beslist waar het geld naartoe gaat. Ik wil ervoor zorgen dat het geld naar bedrijven gaat die het echt nodig hebben, in plaats van naar een grote concern waarvan de eigenaren bevriend zijn met de een of andere minister. Als de regering zegt dat het te ingewikkeld is om midden in een pandemie een ​​dergelijk monitoringsysteem op te zetten, geloof het dan niet. Als het niet te ingewikkeld is om te monitoren wat jij doet, is het ook niet te ingewikkeld om te monitoren wat de overheid doet.

    Ten derde: sta nooit toe dat te veel gegevens op één plaats worden geconcentreerd. Niet tijdens de epidemie, en ook niet daarna. Een datamonopolie is een recept voor dictatuur. Dus als we biometrische gegevens over mensen verzamelen om de pandemie te stoppen, moet dit worden gedaan door een onafhankelijke gezondheidsautoriteit in plaats van door de politie. De resulterende gegevens moeten gescheiden worden gehouden van andere grote dataopslagplaatsen van ministeries en grote bedrijven. 

    Zeker, dit zal tot extra werk en inefficiëntie leiden. Maar inefficiëntie is een kenmerk, geen bug. U wilt de opkomst van digitale dictatuur voorkomen? Houd de dingen dan altijd een beetje inefficiënt.

    Verantwoordelijkheid

    De ongekende wetenschappelijke en technologische successen van 2020 hebben de coronacrisis niet kunnen oplossen. Ze veranderden de epidemie van een natuurramp in een politiek dilemma. Toen de Zwarte Dood miljoenen slachtoffers maakte, verwachtte niemand veel van de koningen en keizers. Ongeveer een derde van alle Engelsen stierf tijdens de eerste golf van de Zwarte Dood [en naar schattingen geldt dat gemiddelde voor alle landen van Europa], maar dit zorgde er niet voor dat koning Edward III van Engeland zijn troon verloor. Het lag duidelijk buiten de macht van heersers om de epidemie te stoppen, dus niemand gaf hen de schuld van een mislukking.

    Maar vandaag heeft de mensheid de wetenschappelijke instrumenten om covid-19 te stoppen. Verschillende landen, van Vietnam tot Australië, hebben bewezen dat de beschikbare instrumenten de epidemie zelfs zonder vaccin kunnen stoppen. Deze tools hebben echter een hoge economische en sociale prijs. We kunnen het virus verslaan, maar we weten niet zeker of we bereid zijn de kosten van de overwinning te betalen. De wetenschappelijke verworvenheden hebben dus een enorme verantwoordelijkheid op de schouders van politici gelegd.

    De nalatigheid en onverantwoordelijkheid van de regeringen van Trump en Bolsonaro hebben geleid tot honderdduizenden vermijdbare doden

    Helaas zijn te veel politici deze verantwoordelijkheid niet nagekomen. De populistische presidenten van de VS en Brazilië bijvoorbeeld bagatelliseerden het gevaar, weigerden gehoor te geven aan experts en voedden in plaats daarvan samenzweringstheorieën. Ze kwamen niet met een degelijk federaal actieplan en saboteerden pogingen van staats- en gemeentelijke autoriteiten om de epidemie een halt toe te roepen. De nalatigheid en onverantwoordelijkheid van de regeringen van Trump en Bolsonaro hebben geleid tot honderdduizenden vermijdbare doden.

    In het VK lijkt de regering aanvankelijk meer bezig te zijn geweest met de brexit dan met covid-19. Ondanks al haar isolationistische beleid, slaagde de regering-Johnson er niet in Groot-Brittannië te isoleren van het enige wat er echt toe deed: het virus. Mijn thuisland Israël heeft ook geleden onder politiek wanbeheer. Net als Taiwan, Nieuw-Zeeland en Cyprus is Israël in feite een ‘eilandland’, met gesloten grenzen en slechts één hoofdtoegangspoort – Ben Gurion Airport. Op het hoogtepunt van de pandemie heeft de regering van Netanyahu echter toegestaan ​​dat reizigers de luchthaven passeren zonder quarantaine of zelfs maar een behoorlijke screening, en nagelaten een eigen lockdownbeleid af te dwingen.

    Zowel Israël als het VK hebben vervolgens een voortrekkersrol gespeeld bij het uitrollen van de vaccins, maar hun eerdere verkeerde inschattingen hebben een grote tol geëist. In Groot-Brittannië heeft de pandemie het leven gekost aan 120.000 mensen, waarmee het op de zesde plaats in de wereld staat qua gemiddelde sterftecijfers. Ondertussen heeft Israël het zevende hoogste gemiddelde aantal bevestigde gevallen, en nam het om de ramp het hoofd te bieden zijn toevlucht tot een ‘vaccins for data’-deal met het Amerikaanse bedrijf Pfizer. Pfizer stemde ermee in om Israël te voorzien van voldoende vaccins voor de hele bevolking, in ruil voor enorme hoeveelheden waardevolle gegevens, wat bezorgdheid opwekte over privacy en datamonopolie. De transactie toonde maar weer eens aan dat de gegevens van burgers nu een van de meest waardevolle staatsbezittingen zijn. 

    Hoewel sommige landen veel beter presteerden, is de mensheid als geheel er tot dusver niet in geslaagd de pandemie in te dammen of een wereldwijd plan te bedenken om het virus te verslaan. De eerste maanden van 2020 waren alsof we een ongeluk in slow motion zagen gebeuren. Moderne communicatie maakte het voor mensen over de hele wereld mogelijk om in realtime de beelden te zien, eerst uit Wuhan, vervolgens uit Italië en daarna uit steeds meer landen – zonder dat daar wereldwijd leiderschap op volgde om te voorkomen dat een catastrofe de wereld zou overspoelen. De tools waren er, maar politieke wijsheid ontbrak maar al te vaak.

    Vaccinatienationalisme

    Een van de redenen voor de kloof tussen wetenschappelijk succes en politiek falen is dat wetenschappers wereldwijd samenwerkten, terwijl politici de neiging hadden om ruzie te maken. Terwijl ze onder veel stress en in grote onzekerheid werkten, deelden wetenschappers over de hele wereld vrijelijk informatie en vertrouwden ze op elkaars bevindingen en inzichten. Veel belangrijke onderzoeksprojecten werden uitgevoerd door internationale teams. Een grootschalig onderzoek dat de doeltreffendheid van lockdownmaatregelen aantoonde, werd bijvoorbeeld uitgevoerd door onderzoekers van negen instellingen: één in het VK, drie in China en vijf in de VS.

    Daarentegen zijn politici er niet in geslaagd een internationale alliantie tegen het virus te vormen en overeenstemming te bereiken over een mondiaal plan. De twee grootste grootmachten ter wereld, de VS en China, hebben elkaar beschuldigd van het achterhouden van essentiële informatie, het verspreiden van desinformatie en complottheorieën, en zelfs van het opzettelijk verspreiden van het virus. Talrijke andere landen hebben naar het schijnt gegevens over de voortgang van de pandemie vervalst of achtergehouden.

    ‘In deze noodsituatie is wereldwijde samenwerking geen altruïsme, maar essentieel voor het nationaal belang’

    Het gebrek aan wereldwijde samenwerking manifesteert zich niet alleen in deze informatieoorlogen, maar nog meer in conflicten over de schaarse medische apparatuur. Hoewel er zeker gevallen van samenwerking en vrijgevigheid zijn geweest, is er geen serieuze poging gedaan om alle beschikbare middelen te bundelen, de wereldwijde productie te stroomlijnen en een rechtvaardige distributie van voorraden te garanderen. In het bijzonder vaccinnationalisme creëert een nieuw soort wereldwijde ongelijkheid tussen landen die hun bevolking kunnen vaccineren, en landen die dat niet kunnen.

    Het is triest om te zien dat velen een simpel feit over deze pandemie niet begrijpen: zolang het virus zich overal blijft verspreiden, kan geen enkel land zich echt veilig voelen. Stel dat Israël of het VK erin slaagt het virus binnen zijn eigen grenzen uit te roeien, maar het blijft zich verspreiden onder honderden miljoenen mensen in India, Brazilië of Zuid-Afrika. Een nieuwe mutatie in een afgelegen Braziliaanse stad zou het vaccin ineffectief kunnen maken en kunnen resulteren in een nieuwe golf van infectie.

    In de huidige noodsituatie zal een beroep op louter altruïsme waarschijnlijk niet prevaleren boven nationale belangen. Maar in deze noodsituatie is wereldwijde samenwerking echter geen altruïsme, maar essentieel voor het nationaal belang.

    Antivirus voor de wereld

    Dscussies over wat er in 2020 is gebeurd, zullen jarenlang worden gevoerd. Maar mensen van alle politieke kampen zouden het eens moeten zijn over ten minste drie hoofdlessen.

    Ten eerste moeten we onze digitale infrastructuur beschermen. Die is onze redding geweest tijdens deze pandemie, maar kan omslaan in de bron van een nog veel grotere ramp.

    Ten tweede zou elk land meer moeten investeren in zijn volksgezondheidssysteem. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar politici en kiezers slagen er soms in de meest voor de hand liggende les te negeren.

    Ten derde moeten we een krachtig wereldwijd systeem opzetten om pandemieën te controleren en te voorkomen. In de eeuwenoude oorlog tussen mensen en ziekteverwekkers vormt het lichaam van ieder mens de frontlinie. Als die linie ergens op de planeet wordt doorbroken, brengt dat ons allemaal in gevaar. Zelfs de rijkste mensen in de meest ontwikkelde landen hebben er persoonlijk belang bij de armste mensen in de minst ontwikkelde landen te beschermen. Als een nieuw virus van een vleermuis naar een mens springt in een arm dorp in een afgelegen jungle, kan de ziekte binnen een paar dagen op Wall Street rond woekeren.

    Het geraamte van zo’n wereldwijd antivirussysteem bestaat al in de vorm van de Wereldgezondheidsorganisatie en verschillende andere instellingen. Maar de budgetten die dit systeem ondersteunen zijn beperkt, en het heeft nauwelijks politieke macht. We moeten dit systeem politieke invloed geven en veel meer geld, zodat het niet volledig afhankelijk zal zijn van de grillen van zelfzuchtige politici. 

    Als bovenstaande lessen worden geïmplementeerd, kan deze pandemie er juist toe leiden dat zulke ziektes minder vaak voorkomen

    Zoals eerder opgemerkt, vind ik niet dat experts die daar niet voor zijn gekozen de taak moeten krijgen cruciale beleidsbeslissingen te nemen. Die taak moet voorbehouden blijven aan politici. Maar een onafhankelijke wereldwijde gezondheidsautoriteit zou het ideale platform zijn om medische gegevens te verzamelen, mogelijke gevaren in de gaten te houden, alarm te slaan en onderzoek en ontwikkeling te sturen.

    Veel mensen zijn bang dat covid-19 het begin markeert van een golf van nieuwe pandemieën. Maar als de bovenstaande lessen worden geïmplementeerd, kan deze pandemie er juist toe leiden dat zulke ziektes minder vaak voorkomen. De mensheid kan het ontstaan van nieuwe ziektes niet voorkomen; dit is een natuurlijk evolutieproces dat al miljarden jaren aan de gang is en ook in de toekomst zal doorgaan. Maar vandaag de dag beschikt de mensheid over de kennis en instrumenten die nodig zijn om te voorkomen dat een nieuwe ziekteverwekker zich verspreidt en omslaat in een pandemie.

    Als covid-19 zich in 2021 desondanks blijft verspreiden en miljoenen slachtoffers maakt, of als een nog dodelijkere pandemie de mensheid treft in 2030, zal dit noch een oncontroleerbare natuurramp zijn, noch een straf van God. Het zal een menselijk falen zijn, en om precies te zijn een falen van de politiek.

    In #179, april 2020, publiceerden wij ‘Lakmoesproef van burgerschap’, Harari’s voorspellingen voor het jaar waarop hij hier terugblikt. U leest het hier.

  • Overleed Magufuli aan corona? | VS deelt vaccins met buren

    Overleed Magufuli aan corona? | VS deelt vaccins met buren

    Wie was de overleden Tanzaniaanse president John Magufuli en waaraan overleed hij?

    De Tanzaniaanse president John Magufuli is op woensdag 17 maart overleden aan de gevolgen van hartproblemen, zo maakte de vicepresident bekend in een toespraak die werd uitgezonden door de staatszender TBC. Wekenlang gingen er geruchten rond dat de president besmet was geraakt met corona. Sinds 27 februari was hij niet meer in het openbaar verschenen.

    ‘Einde van een tijdperk’, kopt de Daily Nation woensdagavond op hun website. John ‘de bulldozer’ Magafuli, de zoon van een boer, was in 2015 opgeklommen tot president van Tanzania dankzij zijn reputatie als doeltreffend leider en zijn strijd tegen corruptie. Toen hij werd verkozen, investeerde hij flink in hulpprogramma’s voor de meest kwetsbaren, verlaagde hij zijn salaris en halveerde hij het aantal ministers, aldus het Keniaanse dagblad.

    Tegelijkertijd werd zijn eerste ambtstermijn gekenmerkt door een forse inperking van burgerlijke vrijheden. De pers en de oppositie werden in toenemende mate het werk belemmerd. Volgens Reporters zonder Grenzen is Tanzania steeds ‘autoritairder’ geworden onder het presidentschap van een man die ‘geen kritiek duldt’. In 2020, nadat de president verschillende juridische trucs inzette om de campagne van de oppositie te dwarsbomen, werd John Magufuli herkozen met meer dan 84 procent van de stemmen – vergeleken met 58 procent in 2015. De belangrijkste oppositiekandidaat, Tundu Lissu, die in 2017 een moordaanslag overleefde, beschuldigde Magafuli van massale fraude alvorens Tanzania te ontvluchten.

    Coronascepticus

    Maar uiteindelijk zal Magafuli worden herinnerd om zijn coronabeleid. Officieel heeft het land sinds mei 2020 geen nieuwe besmettingen meer gemeld. De maand daarop verzekerde de Tanzaniaanse president dat zijn land de pandemie had uitgeroeid dankzij de gebeden van de bevolking. Beperkende maatregelen werden onnodig verklaard en gedoneerde mondmaskers uit het buitenland werden ervan verdacht mogelijk drager van het virus te zijn, meldde The Citizen destijds. Onlangs nog waarschuwde John Magafuli voor vaccins uit het buitenland, schrijft de Tanzaniaanse krant. Ironisch genoeg ontstonden er hardnekkige geruchten dat Magufuli zelf ernstig ziek was geworden van het virus.

    De Daily Nation was de eerste media die alarm sloeg over de gezondheid van Magufuli. Op 10 maart berichtte het Keniaanse dagblad dat ‘de leider van een Afrikaans land’, die lijdt aan complicaties die verband houden met covid-19, in een ziekenhuis in Nairobi was opgenomen.

    Daags na de publicatie van het artikel in de Daily Nation beweerde de oppositieleider Tundu Lissu op Twitter, ditmaal met naam en toenaam, dat president Magufuli naar India was overgeplaatst.

    Het gerucht ging viral, waardoor de regering genoodzaakt was het te ontkennen. De premier hield vol dat de president in goede gezondheid verkeerde en rechtvaardigde zijn langdurige afwezigheid door te zeggen dat hij aan het werk was. De Daily Nation meldde zondag dat de afwezigheid ‘ongewoon’ was voor de leider, die dol is op openbare optredens.

    De volgende dag riep de vicepresident van Tanzania, Samia Suluhu Hassan, haar medeburgers opnieuw op de geruchten te negeren, waarbij ze cryptische zinnen gebruikte als ‘we zijn veilig’, zo schrijft The Citizen, terwijl ze uitlegde, zonder iemand bij naam te noemen, dat ‘het normaal is dat als iemand onwel is, griep krijgt of koorts heeft’. ‘Het is tijd voor Tanzanianen om zich te verenigen in gebed’, voegde ze eraan toe.

    Drie dagen later overleed president John Magufuli niet in Kenia of India, maar in zijn thuisland Tanzania, aan hartproblemen. Volgens de grondwet wordt vicepresident Samia Suluhu Hassan waarnemend president. Zij is de eerste vrouw die deze functie bekleedt in Tanzania en in Oost-Afrika. Er is een nationale rouwperiode van veertien dagen afgekondigd.


    VS heeft 100 miljoen doses toegediend en deelt uit aan buurlanden

    Joe Biden streefde ernaar honderd miljoen doses toe te dienen in de eerste honderd dagen van zijn presidentschap. Het doel werd al in minder dan zestig dagen bereikt. De honderd miljoenste prik werd gezet op vrijdag 19 maart, dag 58 van de regering-Biden. ‘We liggen ver voor op schema, maar we hebben nog een lange weg te gaan’, zei de president, geciteerd door de Amerikaanse publieke omroep NPR.

    Joe Biden verklaart dat 65 procent van de 65-plussers ten minste één dosis heeft gekregen en dat 36 procent volledig is gevaccineerd, meldt Fox News. Ten tijde van zijn inhuldiging was het percentage niet hoger dan 8 procent. De baas van het Witte Huis verwacht dat alle Amerikanen boven de 18 op 1 mei in aanmerking komen. Mississippi werd deze week de tweede staat in het land die de vaccinatie openstelde voor alle inwoners boven de zestien jaar, bericht CNN. Vijf andere staten zouden op 5 april kunnen volgen.

    ‘Ervoor zorgen dat onze buren het virus kunnen indammen, is een cruciale stap in het beëindigen van de pandemie’

    Terwijl de inentingscampagne vordert, is donderdag bekendgemaakt dat de Verenigde Staten vaccins gaat ‘delen’ met hun Canadese en Mexicaanse buren, bericht Politico. Het betreft het AstraZeneca-vaccin, dat in de VS nog op goedkeuring wacht.

    ‘Onze prioriteit blijft het vaccineren van de Amerikaanse bevolking’, aldus Jen Psaki, woordvoerder van het Witte Huis, waaraan ze toevoegde dat ‘ervoor zorgen dat onze buren het virus kunnen indammen een cruciale stap is in het beëindigen van de pandemie’. Mexico zal zo’n 2,5 miljoen doses AstraZeneca ontvangen, Canada zo’n 1,5 miljoen.

    ‘Dit is de eerste keer dat president Biden heeft ingestemd met het delen van de doses met andere landen’, aldus Axios, dat opmerkt dat de internationale druk op de VS is toegenomen. De Amerikanen hebben 27 procent van de in de wereld beschikbare doses geproduceerd en nul geëxporteerd, aldus de site. China heeft op zijn beurt 60 procent van zijn productie geëxporteerd.

    Vaccindiplomatie

    CNN spreekt dan ook over ‘gespannen vaccindiplomatie’. Washington heeft 4 miljard dollar toegezegd voor het Covax-programma dat vaccinatie in de armste landen financiert, maar de weigering om tot dusverre vaccins te exporteren, plaatst ‘de regering-Biden in een lastig parket ten opzichte van haar rivalen’. Rusland en India delen hun vaccins. China heeft naar verluidt gratis vaccins verstrekt aan 69 landen en vaccins verkocht aan 28 andere landen. Een manier ‘om zijn invloed en soft power uit te breiden’, volgens CNN.

    The Washington Post vestigt de aandacht op de timing van de aankondiging, aangezien Mexico zijn inspanningen lijkt op te voeren om de komst van migranten aan de grens al enkele weken in te dammen. Ambtenaren van beide landen zeggen dat de vaccinlevering niet afhankelijk is van strengere immigratiecontroles, zo meldt de krant. ‘Het is een parallelle onderhandeling’, vertelt een Mexicaanse diplomaat echter aan de krant op voorwaarde van anonimiteit. ‘Als er geen massale vaccinatie plaatsvindt in Mexico, zal het moeilijker zijn om de grens weer open te stellen voor niet-essentiële activiteiten. Vaccinatie in Mexico komt ook de Verenigde Staten ten goede’, benadrukt hij.


    Mexicaanse politieagenten vermoord door drugsbende

    Gisteren (18 maart) zijn dertien mensen gedood in een hinderlaag in Mexico. De aanval, die in verklaring van de autoriteiten als ‘laf’ wordt omschreven, vond plaats in Coatepec Harinas in de staat Mexico. Vijf politieagenten en acht justitiemedewerkers waren het doelwit van een bende toen zij op patrouille waren ‘om criminele groepen te bestrijden die in het gebied actief zijn’, schrijft El Universal.

    Rodrigo Martínez-Celis, de regionale minister van Veiligheid, noemt het een aanval op heel Mexico en verklaart: ‘We zullen met volle kracht terugslaan.’ De regio is een van de gevaarlijkste in een land waar de ‘oorlog tegen drugs’ sinds 2006 aan 300.000 mensen het leven heeft gekost.

    ‘Een klap in het gezicht van de Mexicaanse staat’

    Dezelfde dag is in het nabijgelegen Almoloya de Alquisiras een confrontatie met de staatspolitie gemeld waarbij vier agenten om het leven kwamen, bericht Milenio. Naar verluidt zijn het dezelfde daders als die de agenten overvielen in Coatepec Harinas. Volgens getuigen werden de daders onderschept door de politie, waarna een vuurgevecht ontstond.

    Volgens de regionale autoriteiten zijn de aanvallen ‘een klap in het gezicht van de Mexicaanse staat’, aldus Milenio.


    Noord-Korea verbreekt diplomatieke banden met Maleisië

    Pyongyang verwijt het Maleisië dat het heeft ingestemd met de uitlevering van een van zijn burgers aan de Verenigde Staten. ‘Het was een vijandige daad (…) onder druk van Washington’, aldus een verklaring van het ministerie van Buitenlandse Zaken, die werd overgenomen door KCNA, het persbureau van de Noord-Koreaanse regering.

    De burger, Mun Chol Myong, werd in december 2019 in Maleisië gearresteerd wegens witwassen en smokkel. Hij zou de eerste Noord-Koreaan kunnen worden die in de Verenigde Staten wordt berecht in een zaak die verband houdt met de Amerikaanse sancties tegen de Volksrepubliek, aldus de website NK News.

    ‘De VS zal hiervoor boeten’

    In het persbericht wordt hij afgeschilderd als ‘onschuldig’ en een slachtoffer van ‘absurde verzinsels’. Ook wordt de Verenigde Staten ‘de belangrijkste vijand’ van Noord-Korea genoemd en wordt het land gewaarschuwd dat het ‘hiervoor zal boeten’.

    Christopher Green, universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden, geciteerd door NK News, wijst erop eraan dat Maleisië jarenlang ‘ongebruikelijk loyaal is geweest aan Noord-Korea’, zelfs als dat betekende dat het ‘een oogje dichtkneep’ voor sommige ‘problematische acties’. Maar de relatie bekoelde in 2017 toen de halfbroer van Kim Jong-un door Noord-Koreaanse spionnen werd vermoord op de luchthaven van Kuala Lumpur.

  • ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld.’ De vergeten vluchtelingen uit kamp Lipa

    ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld.’ De vergeten vluchtelingen uit kamp Lipa

    Eind december brandde vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië af. Nog steeds is er geen opvang voor zo’n 2.500 vluchtelingen die zijn gestrand op weg naar de EU. En dat terwijl op twintig kilometer afstand kamp Bira ligt, dat leeg is en heel goed tijdelijk kan worden gebruikt.

    De roestige stapelbedden zijn bedekt met een paar centimeter sneeuw; over de weinige spullen die het vuur hebben doorstaan vliegt een zwerm vogels. Op 23 december werd het vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië door een brand in de as gelegd. In het kamp zaten duizenden mensen die de afgelopen maanden door Kroatië, Slovenië en Italië de toegang [tot de Europese Unie] waren geweigerd. De tentstokken staan nog overeind en zijn ondanks de dikke mist te onderscheiden. Een sneeuwstorm woedt door de resten van het kamp.

    De voornamelijk uit Pakistan en Afghanistan afkomstige vluchtelingen staan in de rij voor een maaltijd, de enige van de dag, verzorgd door het lokale Rode Kruis en een groep Turkse vrijwilligers. Ze hullen zich in het enige wat ze hebben: dekens en sjaals. Sommige dragen geen ander schoeisel dan slippers. ‘Het vriest een paar graden en volgende week wordt het nog kouder, maar het lijkt niemand wat te kunnen schelen,’ zegt de 26-jarige Ashfaq Ahmed uit Kasjmir. Vandaag lukte het hem niet om een van de voedselpakketten – met honing, yoghurt en tonijn – te bemachtigen die de vrijwilligers uitdelen.

    Ongeschikt

    Ook al kwam het invallen van de winter en de sneeuwval hier in Bosnië niet als een verrassing, toch lukte het voor het derde jaar op rij niet om duizenden migranten onderdak te bieden. De officiële vluchtelingenkampen zitten overvol. Op dezelfde dag dat de brand het kamp in Lipa in de as legde, kondigde de Internationale Organisatie voor Migranten (IOM) aan het te zullen sluiten. Het was ongeschikt bevonden om mensen in te huisvesten, aangezien er geen water, geen kookgelegenheid en geen elektriciteit was.

    Toch werden de migranten niet naar andere opvanglocaties verplaatst en wie op eigen houtje wilde vertrekken, werd teruggestuurd door de politie. Uit de nabijgelegen stad Bihać werden de vluchtelingen angstvallig door de autoriteiten geweerd. In 2020 reisden ongeveer 16.000 personen door Bosnië; meer dan 10.000 bleven daar steken. Deels kwam dat door de coronacrisis en de sluiting van de grenzen, deels doordat buurlanden hen niet toelieten. Slechts 6300 van de gestrande vluchtelingen kregen een plek in een officieel vluchtelingenkamp.

    ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld’

    Na de brand in Lipa verslechterde de situatie nog verder. Voor zo’n zevenhonderd mensen zette het leger in allerijl verwarmde tenten op naast het oude kamp, maar voor 350 anderen was er geen plek. Zij moesten zich behelpen met zelfgemaakte constructies in Lipa of hun heil zoeken in houten hutten verspreid over het bos. Behalve deze groep leven nog eens 2500 mensen buiten de officiële opvanglocaties in de regio Una Sana, in verlaten huizen en in sloppenwijken. De vluchtelingen in Lipa probeerden na de brand te redden wat ze konden: de stapelbedden dekten ze af met plastic zeil. Zelfs de containers met wc’s en douches zijn nu als slaapplaats in gebruik.

    ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld. Zonder water, zonder elektriciteit, zonder verwarming, zonder een stap te kunnen zetten,’ zegt de Pakistaan Mohamed Yasser uit Gujarat. Hij heeft een gelige wollen deken omgeslagen als bescherming tegen de vrieskou en de ijskoude wind, maar de huid van zijn gezicht heeft zichtbaar te lijden.

    Yasser is nu anderhalf jaar in Bosnië en al meermaals probeerde hij om via bospaadjes Kroatië te bereiken. Keer op keer werd hij staande gehouden door de politie, mishandeld, beroofd en vervolgens teruggestuurd. Hoe het de komende dagen verder moet weet hij niet, in ieder geval durft niemand in deze sneeuwstorm zijn geluk op de bospaadjes te beproeven. ‘Begin januari zijn we vier dagen in hongerstaking gegaan, maar dat haalde niets uit. We hebben hier zieken, maar er is niet eens een dokter en in de stad laten ze ons niet toe,’ gaat Yasser verder. Hij laat me de enige waterbron van het kamp zien, een leiding die uit de grond steekt en waar water van twijfelachtige kwaliteit uit komt.

    Lees ook:

    Op een bordje staat dat het geen drinkwater is. ‘Toch drinken we het, want we hebben geen keus,’ legt hij uit. Er komt een jongen aangelopen die twee plastic flessen vult.

    Onder het plastic zeil hebben Yasser en de anderen een vuur gemaakt met hout dat ze van de vrijwilligers hebben gekregen. Ze hangen een waterketel boven de vlammen voor thee, maar al snel vult de lucht zich met een donkere, scherpe rook die het ademen onmogelijk maakt. ‘Mijn familie in Pakistan heeft veel geld geïnvesteerd om me naar Europa te krijgen. Ik ben de enige die de reis heeft gemaakt, dus ik kan niet terug. Maar ik had nooit verwacht om in deze situatie terecht te komen,’ vertelt hij terwijl hij zijn handen en voeten warmt bij het vuur.

    ‘De vluchtelingen hebben overal behoefte aan: dekens, slaapzakken, eten. Door de kou is de situatie erg moeilijk geworden,’ zegt ook Melek Sevda Mustafić, een vrijwilliger van de Bosnische organisatie Mfs-Emmaus.

    Geen alternatief

    Het kamp Lipa ligt op twintig kilometer van de stad Bihać, op het enige stuk grond dat de gemeente afgelopen april tijdens de eerste coronagolf ter beschikking stelde. Net als het kamp in Vučjak, dat in december 2019 werd gesloten, werd ook Lipa niet geschikt geacht om zoveel mensen te huisvesten. Op 23 december, de dag dat het had moeten sluiten, was er nog geen alternatief voorhanden.

    ‘Er is in Bosnië te weinig opvangcapaciteit. De afgelopen maanden is er op internationaal niveau onderhandeld om nieuwe centra te openen, maar daar is niets uitgekomen. En het absurde is dat op twintig kilometer van Lipa het kamp Bira ligt, dat heel goed kan worden gebruikt om deze situatie het hoofd te bieden, in ieder geval tijdelijk. Het kamp kan plek bieden aan meer dan duizend mensen, alleen wil de gemeente Bihać het niet opnieuw openen [nadat het in september was gesloten] omdat ze geen vluchtelingen in de stad willen,’ vertelt Nicola Bay, president van de Danish Refugee Council (DRC). ‘Dus zitten hier mensen buiten in de kou terwijl goede opvangcentra dicht zijn en het de komende weken wel tien graden onder nul kan worden.’

    Lees ook:

    Door de pandemie zitten er meer migranten klem in het land dan anders. ‘Er lag een voorstel om een opvangcentrum te openen in Tuzla, maar dat hebben de Bosnische autoriteiten geblokkeerd. De centra in Sarajevo zitten overvol en één ervan is op 8 januari afgebrand. Al is er geld van de Europese Unie, er ontbreekt een langetermijnstrategie. De crisis verergert door het invallen van de winter, maar nog steeds ontbreekt de wil om iets aan de situatie te doen. Als er jaar na jaar zo’n achtduizend mensen in Bosnië verblijven, dan is dat geen plotselinge migratiecrisis, maar een probleem dat je met een rationele aanpak prima kunt oplossen,’ vindt Bay.

    Het land is al jarenlang een belangrijke schakel van de Balkanroute (waarlangs sinds 2018 zo’n 65.000 mensen passeerden). Toch sloten de lokale autoriteiten kampen in plaats van nieuwe te openen. Op 6 januari zei de woordvoerder van de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Josep Borrell tegen de Bosnische autoriteiten dat zij ‘hun verantwoordelijkheid moeten nemen’. Zijn woordvoerder Peter Stano liet weten dat ‘wij de afgelopen twee jaar 90 miljoen euro hebben geschonken voor centra, apparatuur, medische en sociale bijstand’ en dat het nu dus ‘hoog tijd is om in actie te komen en niet langer met mensenlevens te spelen’.

    ‘Zestig procent gaf aan zeer gewelddadig behandeld te zijn, soms zelfs verkracht, door mannen in zwarte uniformen die samenwerken met de politie’

    In werkelijkheid ligt de zaak gecompliceerder. Het weigerachtige beleid van de landen van de Europese Unie langs de Balkanroute heeft grote gevolgen voor het douanebeleid van niet-EU-landen zoals Bosnië. ‘Alleen al onze organisatie heeft 15.000 afwijzingen geregistreerd door de Kroatische politie. Zestig procent van deze mensen gaf aan zeer gewelddadig behandeld te zijn, soms zelfs verkracht, door mannen in zwarte uniformen die samenwerken met de politie,’ vervolgt Bay. ‘En Kroatië is alleen het meest afschrikwekkende voorbeeld, in heel Europa worden mensen teruggestuurd: een schending van het internationaal recht.’

    Coronacrisis

    De coronacrisis bracht voor de vluchtelingen in Bosnië een verdere verslechtering van hun levensomstandigheden met zich mee. ‘Door het sluiten van de grenzen en de eerste lockdown konden veel minder mensen de route volgen,’ legt Sylvia Maraone van Ipsia-Acri-Caritas uit, een organisatie die hulp biedt in de kampen in de regio. ‘Tijdens de eerste lockdown hadden veel mensen die zoals het heet de game speelden (poogden de grens over te steken) daar succes mee, omdat er minder controle was. Toen in de zomer de grenzen weer opengingen waren er meer vluchtelingen, maar werden zij ook vaker teruggestuurd aan de Italiaanse, Sloveense en Kroatische grens. Voor Bosnië betekende dat extra moeilijkheden aan het begin van de tweede lockdown in de herfst’, vervolgt Maraone. Volgens haar is er in de Bosnische vluchtelingenkampen geen covid-19-uitbraak geweest, maar het ontbrak aan elke vorm van medische controle.

    ‘En Kroatië is alleen het meest afschrikwekkende voorbeeld, in heel Europa worden mensen teruggestuurd: een schending van het internationaal recht’

    ‘Kroatische politie’, blijft de achttienjarige Afghaan Zabiullah Khan herhalen, terwijl hij de verwondingen laat zien die de knuppels van de Kroatische politie op zijn kuiten achterlieten. Bij Triëst werd hij teruggestuurd naar Slovenië, van daar naar Kroatië, waar hij eveneens werd weggestuurd, om te eindigen in het kamp in Lipa.

    De dolende vluchtelingen hebben nachtmerries over de Kroaten. Hun wreedheid staat voor hen symbool voor de Europese grens, een wreedheid waarvan ze de tekenen op hun huid dragen. Langs de langste landsgrens van de EU patrouilleren agenten met pistolen, knuppels, nachtkijkers, thermoscanners en drones. En ondanks alle aanklachten van vluchtelingen, ngo’s, vrijwilligers en officials van de Verenigde Naties in de loop van de afgelopen vier jaar, toont Brussel zich ongevoelig voor het systematisch geweld van de Kroatische politie, wat de Europese Unie tot handlanger maakt.

    Lees ook:

    Op 20 november maakte de Europese ombudsman Emily O’Reilly bekend een onderzoek in te zullen stellen naar mogelijke medeplichtigheid van de Europese Commissie bij de schending van de rechten van migranten en vluchtelingen in Kroatië. Het onderzoek werd geopend na een rapport van Amnesty International en andere organisaties die langs de route actief zijn.

    De ombudsman wil weten hoe het geld besteed is dat Zagreb van Brussel ontving om de migrantenstromen in goede banen te leiden. Ook wil zij weten of de Kroatische mensenrechtenschendingen wel goed worden geregistreerd. Brussel dient voor 31 januari te antwoorden, onderwijl wijst de regering in Zagreb elke verantwoordelijkheid van de hand.

    De douane van Triëst en Gorizia stuurde tussen januari en half november 1240 migranten en asielzoekers terug, 420 procent meer dan het jaar daarvoor

    In werkelijkheid worden vluchtelingen vaak meerdere keren achtereen teruggestuurd, te beginnen bij de Italiaanse grens. Volgens een onderzoek door het tijdschrift Altraeconomia stuurde de douane van Triëst en Gorizia tussen januari en half november 1240 migranten en asielzoekers terug, 420 procent meer dan het jaar daarvoor. Veel van hen werden vervolgens ook Slovenië en Kroatië uitgezet, om te eindigen in Bosnië. Het onderzoek is voortgezet door het Italiaanse netwerk RiVolti ai Balcani, dat klachten optekent van migranten langs de route.

    ‘Toen we eenmaal met veel moeite waren aangekomen in Italië, identificeerden ze ons, namen zelfs digitale vingerafdrukken, maar stuurden ons toen meteen weer terug naar Slovenië,’ vertelt Khan, die er nog een interessant detail aan toevoegt. ‘De tolk zei dat je vijf- à zeshonderd euro moet betalen om in Italië te mogen blijven, maar dat geld hebben we niet.’ Vanuit Slovenië werd Khan naar Kroatië gebracht, waar ze hem alles afnamen: ‘Ze pakten mijn geld af, mijn schoenen, kleren, riem, rugzak en sloegen me. Daarna werd ik hiernaartoe gebracht. Nu sneeuwt het, het is koud, we hebben geen geld, geen eten, geen kleren. Iedereen is ons vergeten.’

  • Wie is wie en wat is wat in de film DNA?

    Wie is wie en wat is wat in de film DNA?

    Het Franse multitalent Maïwenn komt met haar meest persoonlijke film tot nu toe: een onderzoek naar haar eigen culturele identiteit. ‘Geen gedenkwaardig drama, maar een krachtige verkenning.’

    De Franse schrijfster-regisseur-actrice Maïwenn (bekend van de films Polisse en Mon Roi) maakte met DNA (ADN) een van haar meest ‘introspectieve’ werken tot nu toe, schrijft Hollywood Reporter, die dat woord bewust kiest omdat de schrijfster zelf iets tegen de term autobiografisch zou hebben, omdat het niet zou volstaan.

    Toch vertelt ze hier overduidelijk haar eigen verhaal: dat van een 44-jarige vrouw die wanneer haar grootvader overlijdt ineens geobsedeerd raakt door haar Algerijnse achtergrond. Variety spreekt zelfs van een uitvergroot, bijna ondoordringbaar persoonlijk star vehicle voor Maïwenn zelf, geïnspireerd door haar eigen onderzoek naar haar culturele identiteit.

    Ondanks haar ‘ronduit gepassioneerde investering in het project’ en een aantal ‘intense, rauw vermakelijke scènes van strijdpunten binnen de familie’, zoals de vraag welke bekleding de doodskist moet hebben, wordt DNA volgens het magazine minder boeiend naarmate de focus kleiner wordt. Of zoals HR het verwoordt: er zijn net te veel scènes waarin je hoofdpersoon Neige (Maïwenn zelf) in de pyjama van haar opa op de bank ziet liggen, omringd door een stapel boeken over de Algerijnse Oorlog.

    ‘Een krachtige verkenning van de aanhoudende impact van de personen en plaatsen die ons maken tot wie we zijn’

    Volgens Shadows on the Wall, een blog voor filmrecensies, raken de ‘complexe gevoelslagen’ in de film aan ‘de verschillende aspecten van wat ons menselijk maakt en met elkaar verbindt’, en is DNA weliswaar ‘geen gedenkwaardig drama, maar een krachtige verkenning van de aanhoudende impact van de personen en plaatsen die ons maken tot wie we zijn.’

    Voor The New York Times wordt er tijdens de genoemde familiediscussies net iets te vaak met stoelen gesmeten. ‘Het geweld (…) maakt het onmogelijk te bepalen wie wie is en wat wat is.’ Als we Neiges uit het zicht verloren vader ontmoeten, aldus recensent Jeannette Catsoulis, kunnen we dan ook heel goed begrijpen waarom hij hier afstand van heeft gehouden.

  • Een groot deel van  Fukushima is nog altijd verboden terrein

    Een groot deel van Fukushima is nog altijd verboden terrein

    In de Japanse media was deze week volop aandacht voor de drievoudige ramp in Fukushima, tien jaar geleden. Wat ging er mis, hoe vordert de wederopbouw en hoe gaan de overlevenden met het trauma om?

    Vorige maand, op 13 februari iets na elf uur ’s avonds, werden de inwoners van de noordoostelijke kustprovincies van Japan opgeschrikt door een zeebeving van 7,3 op de schaal van Richter, vlak voor de kust van Fukushima. Ze vreesden het ergste. Maar dit keer bleek het mee te vallen: er vielen één dode en 185 gewonden, de schade aan gebouwen en infrastructuur was te overzien en – heel belangrijk – er kwam geen tsunami. Maar voor de mensen in de Tohoku-regio was het een angstig moment en een pijnlijke herinnering aan die alles verwoestende natuurramp van tien jaar geleden, zo schrijft de Asahi Shinbun.  

    Die zeebeving van 11 maart 2011 was met een kracht van 9.0 op de schaal van Richter de op drie na grootste beving in de geschiedenis van de seismologie. Door de schok werd de aardas zeseneenhalve centimeter verschoven en kwam Japan vier meter dichter bij Amerika te liggen. Bij de tsunami die daarop volgde, kwamen meer dan 18.000 mensen om het leven. Een half miljoen mensen werd uit hun woning verdreven. Bij drie reactoren van de kerncentrale Fukushima Dai-ichi vond een kernsmelting plaats en door waterstofexplosies werd radioactief materiaal in de wijde omgeving verspreid. Het was het ernstigste nucleaire ongeval ter wereld sinds Tsjernobyl in 1986. 

    Wederopbouw

    Japan is gewend aan aardbevingen en er goed op voorbereid. Het land heeft de hoogste normen ter wereld voor aardbevingbestendig bouwen, ook voor kerncentrales, en dankzij regelmatige drills weten de mensen precies wat ze moeten doen als de aarde begint te trillen. Hoewel dit de hevigste beving was in Japan sinds de metingen in 1900 begonnen en de materiële schade enorm was, zijn er als gevolg van de aardbeving zelf maar weinig doden gevallen. Datzelfde geldt voor de fall-out van de kernramp in Fukushima.

    Dit aspect van de drievoudige ramp trok nationaal en wereldwijd weliswaar de meeste aandacht, maar tot dusverre zijn er geen slachtoffers gemeld van stralingsziekte, en ook van een verhoogd langetermijnrisico op aan straling gerelateerde kanker is volgens een recent rapport van het Wetenschappelijk comité van de Verenigde Naties inzake de gevolgen van atoomstraling (UNSCEAR), anders dan in het geval van Tsjernobyl, geen sprake. 

    De tsunami eiste verreweg de meeste slachtoffers. De beelden gingen in real time de wereld over. Het was de eerste keer dat een dergelijke natuurramp live werd gefilmd: een helikopter van de Japanse staatstelevisie NHK kon nog net opstijgen voordat het vliegveld van de kustplaats Sendai door de aanstormende golven werd verwoest. 

    De regio, die vóór de ramp al kampte met vergrijzing, leegloop en economische neergang, telt nu nog minder mensen en bedrijvigheid dan voorheen

    Op donderdag 11 maart werd de ramp in heel Japan herdacht. In een plechtige ceremonie in Tokio betuigde premier Suga namens de regering zijn medeleven aan de nabestaanden van alle slachtoffers en vermisten, inclusief de bijna vierduizend mensen die de afgelopen tien jaar na hun evacuatie uit het getroffen gebied zijn overleden als gevolg van aan de ramp gerelateerde psychische of lichamelijke aandoeningen. Keizer Naruhito en Keizerin Masako bezochten het rampgebied eerder deze week en waren ook bij de ceremonie aanwezig.  

    In de Japanse media werd de afgelopen weken uitgebreid stilgestaan bij de ramp en de ontwikkelingen nadien. Sinds 2011 is er hard gewerkt aan de wederopbouw van de regio, het afgraven van door radioactieve neerslag besmette grond en de ontmanteling van de kerncentrale in Fukushima. Dat laatste is een uiterst complex proces waarvoor de overheid nog 20 tot 30 jaar nodig denkt te hebben en waarvoor de technologie deels nog moet worden ontwikkeld, volgens de Japan Times. Er is meer dan 30 triljoen yen (ca. 250 miljard euro) geïnvesteerd in woningbouw en het herstel van wegen, bruggen en vliegvelden en aan de aanleg van een nieuwe, hoge zeewering over een lengte van meer dan 400 kilometer. 

    Maar hiermee zijn de problemen zeker nog niet opgelost. Volgens de Asahi Shinbun verblijven er op dit moment nog 2000 mensen in tijdelijke opvang en zijn ongeveer 40.000 van de half miljoen evacués nog niet of niet meer teruggekeerd naar hun regio. De regio, die vóór de ramp al kampte met vergrijzing, leegloop en economische neergang, telt nu nog minder mensen en bedrijvigheid dan voorheen. De nieuw gebouwde appartementen staan voor een deel nog leeg, omdat de oorspronkelijke bewoners er niet meer terug willen keren, inmiddels elders zijn gesetteld of zijn overleden.

    Een deel van het gebied rond de kerncentrale in Fukushima is nu nog verboden terrein, maar ook de gemeenten die weer veilig zijn verklaard hebben nog maar 20 procent van het oorspronkelijke aantal inwoners. De komende jaren zal er nog veel moeten gebeuren om dit gebied nieuw leven in te blazen en vooral om de trauma’s te helen en de bevolking ervan te overtuigen dat het er echt veilig is. Pas onlangs stelde het Hooggerechtshof tienduizend evacués in het gelijk en bevestigde dat de overheid en beheerder Tepco medeverantwoordelijk waren voor de ramp, meldt de Japan Times. Al in 2009 was er gewaarschuwd voor het gevaar van een tsunami voor de elektriciteitstoevoer van het koelingssysteem van de reactoren, en zijn maatregelen uitgebleven.   

    Tragische fout

    In de media verschenen ook veel persoonlijke verhalen. Zo schrijft Asahi Shinbun over Eiki Okuyama, die zijn moeder op 10 maart dit jaar eindelijk kon begraven, nadat haar stoffelijk overschot in februari was gevonden en via DNA-onderzoek kon worden geïdentificeerd. In de Japan Times is een fotoverslag te vinden over de witte telefooncel van meneer Sasaki, waar inmiddels 30.000 mensen troost vonden in een telefoongesprek met hun overleden geliefden.  

    En dan is er het trieste verhaal over de Okawa Basisschool in het dorpje Kamaya, in Ishinomaki, waar 74 kinderen en tien leerkrachten door de tsunami werden meegesleurd. Jarenlang hebben de ouders zichzelf verweten dat ze niet met hun kinderen waren gevlucht, een naburige heuvel op. Ze hadden het advies van de schoolleiding gevolgd, en waren op de school gebleven, zo valt te beluisteren in een podcast van de Japan Times.

    In deze telefooncel bellen overlevenden van de ramp met hun overleden dierbaren.

    Toch was dat niet zo’n vreemde beslissing. De schoolgebouwen in Japan zijn volgens extra strenge normen gebouwd en liggen meestal op een plek die veilig is voor aardbevingen en tsunami’s. Dat bleek ook uit de cijfers: onder de meer dan 18.000 slachtoffers was er in het hele land nog maar één ander kind dat op het moment van de ramp op school was.

    De dood van de kinderen en leerkrachten in Kamaya was het gevolg van een tragische fout: in het crisisplan van de gemeente was de school aangemerkt als vluchtplaats voor de dorpelingen, terwijl de school zelf werkte met een achterhaald noodplan, wat leidde tot chaos, misverstanden en paniek, met fatale afloop. De ouders zijn later door het Hooggerechtshof in het gelijk gesteld in hun zaak tegen de gemeente, maar na de toekenning van de compensatie bleef het muisstil in de rechtszaal. De ouders hadden hun kinderen er niet mee terug. 

    In april zal de school worden heropend als monument voor de slachtoffers, zo schrijft de Japan Times. Wie weet helpt dit de inwoners van Kamaya op termijn een beetje om in het reine te komen met hun immense verlies. Maar ook premier Suga erkende in zijn herdenkingsrede dat de wederopbouw in de getroffen regio weliswaar goed gevorderd is, maar dat de verwerking van het enorme trauma voor velen nog moet beginnen.     

  • Biden moet afrekenen met ‘America First’ in Latijns-Amerika

    Biden moet afrekenen met ‘America First’ in Latijns-Amerika

    Nu de regering van Joe Biden de erfenis van Donald Trump in Latijns-Amerika begint te ontmantelen, lijken landen in die regio voorzichtig optimistisch over de kans op constructievere banden met hun grote noorderbuur.

    Bidens snelle overschakeling op een humaner immigratiebeleid geeft een krachtig signaal af. De president belooft zijn beleid te baseren op nationale (in plaats van persoonlijke) belangen en waarden, met hernieuwde aandacht voor democratie, mensenrechten en corruptiebestrijding. Ook geeft hij grote prioriteit aan de strijd tegen klimaatverandering. 

    Nadruk moet liggen op handel, ontwikkelingshulp en zakelijke investeringen

    Maar de bittere realiteit waar Latijns-Amerika mee kampt, kan deze nieuwe regering nog danig dwarsbomen in haar doelen en ambities voor deze regio, die gebukt gaat onder geweld en grote ongelijkheid. Al sinds 2013 zit Latijns-Amerika in een neerwaartse spiraal die alle maatschappelijke en economische vooruitgang teniet heeft gedaan die in het decennium daarvoor was geboekt.

    Linkse zowel als rechtse regeringen laten het afweten: de middenklasse krimpt en extreme armoede en werkloosheid rijzen de pan uit, met sociale onrust en protesten tot gevolg. De politiek raakt steeds meer gepolariseerd en wordt conflictueuzer, en de tevredenheid over de democratie is in decennia niet zo laag geweest. De hele regio is inmiddels een vruchtbare voedingsbodem voor autoritair leiderschap.

    De coronapandemie legt de maatschappelijke problemen genadeloos bloot: de zwakte van de instituties, de diepgewortelde corruptie in politiek  en bedrijfsleven, en het systematische falen van gezondheidszorg, onderwijs en andere vormen van openbare dienstverlening. Volgens het IMF zal het bbp per hoofd van de bevolking in de economieën van Latijns-Amerika op zijn vroegst in 2025 weer op het niveau zijn van voor de pandemie.

    Veel economen voorspellen een verloren decennium dat vergelijkbaar met of nog erger zal zijn dan de schuldencrises van de jaren tachtig. En het is vooral zorgwekkend dat de regio nog nooit zo verdeeld is geweest en verstoken van eendrachtig leiderschap. Elk land kiest een andere koers en het gebrek aan onderlinge samenwerking is opvallend.

    AM ANP 52258006
    Kiezers wachten om hun stem uit te brengen in Caracas, Venezuela. Op de achtergrond een muurschildering van de overleden presidentHugo Chavez. – © AP Photo / Ariana Cubillos

    Biden zal zich in zijn beleid ten aanzien van Latijns-Amerika beperkt weten door de vele binnenlandse problemen die hij heeft geërfd en die veel aandacht, geld en politiek kapitaal gaan kosten. Europa en Azië zullen in zijn buitenlandbeleid meer prioriteit krijgen dan Latijns-Amerika. Hij aarzelde gelukkig niet om meteen duidelijk te maken dat het nieuwe Latijns-Amerika-beleid van de VS sterk zal verschillen van dat onder zijn voorganger. Het stopzetten van de bouw van de muur langs de grens met Mexico, veranderingen in de regelgeving rond asielaanvragen, de hereniging van gezinnen die op wrede wijze uit elkaar zijn gehaald en andere voorgestelde hervormingen van het immigratiebeleid zullen in de hele regio met gejuich zijn ontvangen. En de eerste tekenen van een nieuwe houding tegenover Venezuela en Cuba zijn eveneens bemoedigend.

    In het geval van Venezuela wordt pragmatische diplomatie verwacht, waarin de VS weer samen met de EU tot serieuze onderhandelingen probeert te komen. En ook met Cuba zal de VS waarschijnlijk meer betrekkingen aangaan, ongeveer zoals tijdens de dooi onder Obama in 2015. Een stoere opstelling in de vorm van dreigementen en harde sancties is tot nu toe contraproductief geweest, en vooral ook schadelijk voor gewone burgers.

    Bereidwillige partners

    Wel zal de regering-Biden het moeilijk krijgen met het vinden van bereidwillige partners voor de verdediging van de democratie in Latijns-Amerika. Sommige Latijns-Amerikaanse regeringen vonden het wel prettig dat Trump ze hun gang liet gaan op het gebied van democratie en mensenrechten. De afgelopen vier jaar bestond ‘samenwerking’ met de VS vooral uit tegemoetkoming aan de eisen van dat land, met name op het gebied van immigratie.

    Deze regeringen zullen zich nu op hun nationale soevereiniteit en de onwenselijkheid van inmenging in binnenlandse aangelegenheden beroepen als de regering van Biden openlijk stevige standpunten inneemt over bijvoorbeeld de militaire corruptie in Mexico, de ontbossing in Brazilië of het vermoorden van activisten in Colombia.

    Het moreel gezag van de Verenigde Staten als hoeder van de democratie heeft in de afgelopen vier jaar steeds meer deuken opgelopen, met als hoogtepunt de bestorming van het Capitool op 6 januari. Biden zal er nog een hele kluif aan krijgen om te laten zien dat Trump een uitzondering was en de VS een betrouwbare en geloofwaardige partner is als het gaat om mensenrechten en democratie. Hij zal ten aanzien van alle regeringen in de regio een consistente lijn moeten volgen, ongeacht of ze links of rechts zijn, en ook al tonen ze zich bereid de Verenigde Staten op andere punten tegemoet te komen. Een goede behandeling van immigranten en serieuze aandacht voor ongelijkheid en racisme binnen de Verenigde Staten zouden het aanzien van zijn regering op dit vlak versterken.

    Daarnaast moet Trump vooral niet worden nagevolgd in zijn pogingen om China te demoniseren en de groeiende Chinese invloed in Latijns-Amerika te beschrijven in bewoordingen die doen denken aan de Koude Oorlog. In plaats daarvan moet Biden zijn belofte nakomen om te zorgen dat zijn eigen land in deze regio effectiever kan concurreren. De nadruk moet liggen op een toename van de handel, ontwikkelingshulp en zakelijke investeringen in Latijns-Amerika.

    Biden zal er een kluif aan krijgen om te laten zien dat Trump een uitzondering was

    Bidens aandacht zal daarbij vooral uitgaan naar de zogenaamde Noordelijke Driehoek: Guatemala, Honduras en El Salvador, de voornaamste herkomstlanden van illegale immigranten in de VS. Als vicepresident stond hij al aan de wieg van de Alliance for Prosperity, een samenwerkingsverband met landen in de regio, en als president heeft hij nu een pakket van 4 miljard dollar voorgesteld om op het gebied van economie, veiligheid en bestuur de achterliggende oorzaken van migratie aan te pakken. Een lovenswaardig idee, maar de welig tierende corruptie in veel van deze landen maakt de uitvoering van zo’n ambitieus plan erg moeilijk. 

    Gezien de uitdagingen waar de VS zich in zijn Latijns-Amerika-beleid voor gesteld ziet, zou Biden er verstandig aan doen te kiezen voor een klein aantal bescheiden en realistische doelstellingen. De nijpende binnenlandse problemen hebben voor zijn regering de hoogste prioriteit. Maar om duidelijk te maken dat zijn land niet langer een koers vaart van ‘America First’, is met name samenwerking in de bestrijding van de pandemie van cruciaal belang.

    Herstel economie

    De Verenigde Staten hebben zich weer aangesloten bij de Wereldgezondheidsorganisatie en bij Covax, een wereldwijd initiatief voor de levering van coronavaccins. Wat de regering-Biden nu ook zou moeten overwegen, is een serieus initiatief om de Latijns-Amerikaanse landen te helpen een eind te maken aan de pandemie en een begin te maken met het herstel van de economie en de sociale rechtvaardigheid.

    Een cruciale eerste stap zou bestaan uit financiële en logistieke hulp bij de inkoop van vaccins en de brede verspreiding daarvan onder de bevolking, en dan met name de kwetsbaarste groepen. Er is niets wat het vertrouwen in en de samenwerking met de Verenigde Staten zo zou opvijzelen als hulp op dit gebied. 

  • Kwart van de mensheid wordt bedreigd met waterstress

    Kwart van de mensheid wordt bedreigd met waterstress

    Landen die een kwart van de wereldbevolking herbergen, worden geconfronteerd met een steeds urgenter gevaar: het water raakt op. Naast slecht watermanagement, speelt klimaatverandering een rol.

    Keuze uit het archief

    Spanje, Portugal en andere Zuid-Europese landen zuchten deze week onder historisch hoge temperaturen. Naast de uitzonderlijke hitte, worden al deze landen geraakt door aanhoudende droogte. Ook op andere continenten, van Afrika tot Zuid-Amerika, is dit een probleem. In 2021 keek The New York Times naar de onderliggende redenen.

    Van India tot Iran tot Botswana – volgens de laatste gegevens van het World Resources Institute hebben zeventien landen over de hele wereld op dit moment te maken met extreem hoge waterstress, wat wil zeggen dat ze bijna al het water verbruiken waarover ze beschikken.

    Veel van die landen zijn altijd al droge gebieden geweest; sommige verkwisten het water dat ze hebben, andere zijn te afhankelijk van het grondwater dat ze eigenlijk zouden moeten aanvullen en bewaren om droge tijden door te komen.

    In die landen liggen diverse grote, dorstige steden die onlangs te kampen hebben gehad met acute tekorten, zoals São Paulo in Brazilië, Chennai in India en Kaapstad in Zuid-Afrika, dat in 2018 op een haar na ontsnapte aan ‘dag nul’ – de dag waarop alle stuwmeren droog zouden komen te staan.

    ‘Waarschijnlijk zullen we in de toekomst geconfronteerd worden met meer van die nuldagen,’ zei Betsy Otto, hoofd van het mondiale waterprogramma van het World Resources Institute. ‘Veel plaatsen ter wereld laten een alarmerend beeld zien.’

    De klimaatverandering draagt bij aan het risico. Naarmate de regenval grilliger wordt, kunnen we minder op de watervoorraad vertrouwen. Tegelijkertijd wordt het overdag warmer en verdampt er meer water uit reservoirs, terwijl de vraag ernaar stijgt.

    Waterstress: een kwart van de mensheid heeft er last van

    Kaartje water 1 1
    © Bronnen: World Resources Institute. Weiyi Cai / The New York Times

    Plekken waar problemen met water zijn, worden soms getroffen door twee uitersten. Een jaar nadat er in São Paulo bijna geen water meer uit de kraan kwam, werd de stad getroffen door overstromingen. Chennai leed vier jaar geleden onder een watersnood waarbij doden vielen; nu zijn de reservoirs bijna leeg.

    Op dit moment staan 33 steden met meer dan 3 miljoen inwoners en een gezamenlijke bevolking van meer dan 255 miljoen extreem veel waterproblemen te wachten

    Mexico-Stad pompt zo snel grondwater op dat de stad letterlijk aan het zinken is. Dhaka, in Bangladesh, is dermate afhankelijk van het grondwater, voor zowel haar inwoners als de water opslokkende kledingfabrieken, dat er nu water uit grondlagen van tientallen meters diep wordt opgepompt. De dorstige bevolking van Chennai, die jarenlang gebruik maakte van het grondwater, merkt nu dat het op is. Door heel India en Pakistan tappen boeren grondlagen af om gewassen als katoen en rijst, die veel water nodig hebben, te verbouwen.

    Onderzoekers van het World Resources Institute kwamen tot de conclusie
    dat op dit moment 33 steden met meer dan 3 miljoen inwoners en een gezamenlijke bevolking van meer dan 255 miljoen extreem veel waterproblemen te wachten staan. Dat kan kwalijke gevolgen hebben voor de openbare gezondheid en maatschappelijke onrust veroorzaken.

    Men verwacht dat het aantal steden in deze categorie tegen 2030 gestegen zal zijn tot 45, waardoor bijna 470 miljoen mensen getroffen zullen worden.

    Waterrantsoen

    Er staat veel op het spel voor plekken die te kampen hebben met water-tekorten. Als een stad of een land bijna al het beschikbare water gebruikt, kan een lange, droge periode catastrofaal zijn. Na een droogte van drie jaar werd Kaapstad in 2018 gedwongen om buitengewone maatregelen te nemen en het beetje water dat nog in de reservoirs zat te rantsoeneren.

    Die acute crisis maakte het chronische probleem alleen maar zichtbaarder. De vier miljoen inwoners van Kaapstad wedijveren met de boeren om de beperkte waterbronnen. Dat is ook het geval in Los Angeles. De meest recente droogte is daar nu geëindigd. Maar de watervoorziening houdt geen gelijke tred met de al maar toenemende vraag, en het feit dat de bewoners een voorliefde hebben voor privézwembaden helpt ook niet mee.

    In Bangalore hebben de paar jaar waarin weinig regen viel uitgewezen hoe slecht de stad zijn water beheert. De vele meren die er vroeger lagen en de gebieden eromheen zijn nu volgestort met afval dan wel volgebouwd. Ze kunnen niet langer fungeren als bassins voor regenwater. En dus moet de stad telkens verder weg water oppompen voor de 8,4 miljoen inwoners, en een groot deel daarvan wordt onderweg verspild.

    Toch kan er veel gedaan worden om het watermanagement te verbeteren. Allereerst kunnen de lekken in het waterdistributiesysteem gedicht worden. Afvalwater kan gerecycled worden. Regen kan worden opgevangen en bewaard voor droge tijden. Meren en moerassen kunnen worden schoongemaakt en oude putten weer in gebruik genomen. En boeren kunnen overstappen van gewassen die veel water nodig hebben, zoals rijst, op minder dorstige, zoals gierst.

    ‘Water is een lokaal probleem waarvoor lokale oplossingen gevonden moeten worden,’ zei Priyanka Jamwal, die verbonden is aan de Ashoka Trust for Research in Ecology and the Environment in Bangalore.