Onderwerpen: Migratie

  • Frontex riskeert levens op zee met illegale ‘pushbacks’

    Frontex riskeert levens op zee met illegale ‘pushbacks’

    De Europese grensbewaking is betrokken bij het illegaal terugdringen van vluchtelingen, blijkt uit onderzoek van onder andere Bellingcat. Mensen die de oversteek wagen worden, soms met geweld, naar buiten de Griekse wateren geleid en daar aan hun lot overgelaten.

    Het is pas net licht als op 8 juni een zogenoemde pushback plaatsvindt van een rubberbootje met migranten voor de noordoostkust van Lesbos. Na aanvankelijk in het donker te hebben geprobeerd over te steken, wordt de rubberboot vroeg in de ochtend onderschept en fysiek tegengehouden door het Roemeense Frontex-vaartuig MAI1103. Vanuit Griekse wateren wordt het bootje door de Europese grenswacht teruggedrongen naar Turks gebied.

    De Turkse kustwacht meldt dat zij die dag 47 migranten heeft gered na een actie van de Griekse kustwacht. Op de door het Turkse persbureau Anadolu Agency gepubliceerde beelden lijkt te zien hoe MAI1103 een rubberboot tegenhoudt. 

    ANP 407447945 2
    Een rubberboot met vijftien Afghaanse vluchtelingen, onder wie drie vrouwen, zeven mannen en vijf kinderen, vaart op 28 februari 2020 onder begeleiding van een patrouilleboot van Frontex richting Lesbos. – © Aris Messinis / AFP

    Uit een gezamenlijk onderzoek van BellingcatLighthouse Reports, Der Spiegel, ARD en TV Asahi naar dit voorval en andere incidenten blijkt dat schepen van het Europees Grens- en Kustwachtagentschap Frontex medeplichtig zijn geweest aan het op zee terugdringen van vluchtelingen en migranten die via Griekse wateren de Europese Unie probeerden te bereiken.

    Gegevens uit openbare bronnen (‘open source’) wijzen uit dat Frontex sinds maart in zes gevallen ‘middelen’ (vaartuigen, personeel, instrumentarium) zou hebben kunnen inzetten om vluchtelingen terug te dringen en in een van die gevallen, bij de Grieks-Turkse zeegrens in de Egeïsche wateren, dit ook daadwerkelijk heeft gedaan.

    Hoewel Frontex bij vier incidenten niet op de exacte plek aanwezig was, leek in alle gevallen sprake van pushbacks, die waarschijnlijk te zien waren geweest op radar, met de visuele hulpmiddelen die deze schepen normaal gesproken aan boord hebben, of met het blote oog. 

    Pushbacks

    De Griekse kustwacht is al vaak beschuldigd van het uitvoeren van pushbacks. Volgens het European Center for Constitutional and Human Rights (ECCHR), een juridische en educatieve non-profitorganisatie, gaat het om incidenten waarbij vluchtelingen en migranten tot over de grens worden teruggedrongen, zonder inachtneming van persoonlijke omstandigheden en zonder hun de mogelijkheid te bieden asiel aan te vragen of bezwaar te maken tegen de maatregelen. 

    Image 1 Picture of Molivos with camera
    Het Portugese Frontex-schip Molivos in Mithymna, op Lesbos. © Bellingcat

    In de Egeïsche Zee verlopen pushbacks over het algemeen op twee manieren. De gebruikelijkste is om bootjes die op weg zijn van Turkije naar Griekenland ervan te weerhouden op Griekse bodem aan te meren. Dat gebeurt door de Griekse kustwacht. Die doet dat door het bootje keer op keer tegen te houden, tot het geen brandstof meer heeft, of door de motor onklaar te maken. Dan kan het bootje, door golven op te wekken, worden teruggeduwd in Turkse territoriale wateren, of worden gesleept als de wind niet meewerkt. 

    De andere manier wordt ingezet wanneer het vluchtelingen is gelukt het Griekse vasteland te bereiken. In dat geval worden ze gevangengenomen, op een reddingsvlot zonder motor gezet, weggesleept en midden in de Egeïsche Zee aan hun lot overgelaten.

    image 1 2
    Still van een video waarop te zien is dat op 9 juni 2020 een Frontex-schip een rubberboot nadert in de Egeïsche Zee. – © Bellingcat

    De pushbacks leiden vaak tot een patstelling tussen de Griekse en de Turkse kustwacht, die geen van beide de bootjes in nood te hulp willen schieten, maar wel in de nabijheid ervan allerlei onveilige manoeuvres uitvoeren. De rol van Frontex en de middelen die het bij zulke incidenten inzet, is echter nooit eerder vastgelegd.

    Dana Schmalz, deskundige op het gebied van internationaal recht bij het Max Planck-instituut in Heidelberg, zegt dat de in dit onderzoek uitgelichte incidenten waarschijnlijk illegaal waren en dat hiermee het verbod op refoulement [het terugsturen van vluchtelingen naar hun land van herkomst als zij daar voor vervolging moeten vrezen] en het maritiem recht zijn geschonden. Het verbod op refoulement berust volgens de VN-vluchtenlingencommissie (UNHCR) op ‘internationaal gewoonterecht’.

    Vuile werk

    Schmalz voegt eraan toe dat Frontex-personeel verplicht zou zijn tot hulp aan de opvarenden van een afgeladen bootje zoals dat te zien is in opnamen die dit onderzoek heeft blootgelegd. ‘Als ze dat niet doen, of zelfs golven opwekken om het bootje terug te dringen of wegvaren om de Grieken het vuile werk te laten opknappen, zijn ze betrokken bij illegale pushbacks.’

    Image 2 ships surrounding dinghy 2 1
    Op beelden die zijn gemaakt vanaf het rubberbootje dat op 15 augustus werd teruggedrongen is te zien dat meerdere grote en kleine vaartuigen bij de actie betrokken waren. – © Bellingcat

    Hoewel hem diverse voorbeelden van deze praktijk werden voorgelegd, sprak een woordvoerder van het Griekse ministerie van Maritieme Zaken tegen dat er sprake was geweest van pushbacks. Beschuldigingen die verband houden met de in dit artikel vermelde incidenten deed hij af als tendentieus. De Griekse kustwacht zou geheel overeenkomstig de internationale verplichtingen van het land hebben gehandeld.

    Frontex verklaarde dat de gastlanden waarmee het samenwerkt het laatste woord hebben over de wijze waarop operaties op hun grondgebied of in opsporings- en reddingsgebied worden uitgevoerd. Het agentschap voegde er echter aan toe dat het de Griekse kustwacht had ingelicht. Die bevestigde dat er een intern onderzoek was begonnen naar de gemelde incidenten. Maar Frontex vertelde er niet bij wanneer het de kustwacht had ingelicht of wanneer het onderzoek was begonnen.

    Image 3 Engine Comparison
    Links: still uit een video van 15 augustus waarop te zien is dat het startkoord is verwijderd. Rechts: hetzelfde type motor met startkoord. – © Bellingcat

    Op 24 juli zei de directeur van Frontex, Fabrice Leggeri, tegen de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) van het Europees Parlement dat het agentschap slechts een enkel incident in de Egeïsche Zee had waargenomen en vastgelegd waarbij sprake kon zijn geweest van pushbacks.

    Ons onderzoek lijkt die bewering te ontkrachten. We hebben gekeken naar de aanwezigheid van Frontex en de inzet van zijn middelen in de Egeïsche Zee, en hebben de bewegingen van het agentschap maandenlang gevolgd. 

    Veel Frontex-middelen waren echter moeilijk op te sporen, omdat de informatie van de transponders [elektronische apparaten die een boodschap uitzenden als antwoord op een ontvangen boodschap] niet waren geregistreerd, niet waren ingeschakeld of buiten bereik waren. Daardoor konden we slechts een fractie van de Frontex-operaties bestuderen.

    Frontex, een agentschap van de Europese Unie, is belast met grenscontrole in het Schengengebied. 

    Het onderzoek

    Dat Frontex daadwerkelijk betrokken is geweest bij pushbacks, hebben we in twee belangrijke stappen vastgelegd. De eerste behelst de identificatie van middelen die bij Operatie Poseidon [de activiteiten van Frontex in de Egeïsche zee] zijn ingezet, de tweede de vaststelling of deze middelen ook zijn ingezet bij pushbacks.

    Bij de eerste stap is gebruikgemaakt van open bronnen. Die bestonden uit berichten op sociale media, sites voor het volgen van vaartuigen en informatie die Frontex zelf publiceert. Ook konden we, dankzij vragen die in het Europees Parlement zijn gesteld, het aantal medewerkers en de aanwezige middelen in het operationele gebied vaststellen.

    Volgens de antwoorden aan het Europees Parlement beschikte Operatie Poseidon over 185 man personeel, een offshorepatrouillevaartuig, acht kustpatrouilleboten, één kustpatrouillevaartuig, vier voertuigen voor 
    thermische waarnemingen en drie patrouillewagens. Ook is er een Rapid Border Intervention Team, dat over diverse middelen beschikt, naast de middelen voor Operatie Poseidon. Dit omvat 74 man personeel, twee patrouilleboten, twee patrouillevoertuigen, een helikopter en drie voertuigen voor thermische waarneming. 

    Image 6 Screenshot with time and loc 2
    Het Roemeense Frontex-schip MAI1103 op 8 juni om 05:51 uur. © Turkse kustwacht

    In totaal hebben we via het opensourceonderzoek 22 middelen geïdentificeerd, waaronder vaartuigen, helikopters en vliegtuigen, die in 2020 in de Egeïsche Zee operatief waren. De reden dat dit meer is dan de middelen uit het antwoord op bovenstaande parlementaire vragen, is dat Frontex materieel rouleerde met grens- en kustwachten van de lidstaten. 

    Sommige middelen troffen we regelmatig aan in opensourcedata. Zo varen Roemeense en Bulgaarse schepen vaak door de Bosporus, waar veel scheepsspotters actief zijn. En dus was het mogelijk te zien hoe er gerouleerd werd tijdens de operaties, met inbegrip van schepen die ongeveer om de drie maanden werden uitgezonden of terugkeerden. Andere zaken waren moeilijker te volgen; daarvan vonden we in open sources slechts een enkele afbeelding of video terug. 

    Tracking

    Om deze middelen op te sporen en te bepalen of ze hadden deelgenomen aan pushbacks, hadden we veel meer gegevens nodig dan beschikbaar waren op sociale media. Dus hebben we onze toevlucht genomen tot transpondergegevens van schepen en andere informatie over de locatie van bepaalde schepen of vliegtuigen, die vrij beschikbaar was via sites zoals Marine Traffic of Flight Radar 24.

    Van veel middelen die we ontdekten was de informatie niet openbaar gemaakt, of werden de transponders alleen onder bepaalde omstandigheden ingeschakeld, bijvoorbeeld in de haven. Hierdoor waren ze buitengewoon moeilijk te volgen. In sommige gevallen stonden de transponders echter aan. We begonnen deze gegevens te verzamelen door aanvullende, gedetailleerdere gegevens te kopen van scheepsbedrijven en bedrijven die vluchtroutes volgen, op tijdstippen dat er pushbacks waren gemeld.

    We hebben deze trackinggegevens gecombineerd met onze eigen database van gerapporteerde pushbacks, die we hebben verkregen via zowel openbare rapporten als via informatie die is verzameld door ngo’s als Consolidated Rescue Group (CRG), Monitoring Rescue Cell (MRC) en Alarm Phone. Het ging om de coördinaten van gerapporteerde pushbacks, vaak verzonden door de inzittenden van bootjes. Door deze datasets over elkaar heen te leggen hebben we meerdere pushbackincidenten ontdekt waarbij Frontex in de buurt was. 

    Met behulp van deze gegevens hebben we sinds maart 2020 zes pushbackincidenten geïdentificeerd waarbij Frontex zich in de buurt bevond of waaraan het rechtstreeks deelnam. We hebben een onderverdeling gemaakt in vier ‘nabijheidsincidenten’, waarbij Frontex zich binnen 5 kilometer van het incident bevond, en twee ‘bevestigde incidenten’, waarbij we er zeker van kunnen zijn dat Frontex zelf op de plek van de pushbacks was. 

    Nabijheidsincidenten

    • 28-29 april: bij een eerder door ons gemeld incident kwam een groep vluchtelingen en migranten op Samos aan land. Naar eigen zeggen werden zij vervolgens vastgehouden, op een reddingsvlot zonder motor gezet en naar het midden van de Straat van Mycale gesleept. Een bewakingsvliegtuig vloog twee keer over het gebied terwijl deze pushback plaatsvond.
    • 4 juni: twee rubberboten zouden vanuit Noord-Lesbos zijn teruggestuurd. Het Portugese Frontex-schip Nortada lijkt op ongeveer 15 kilometer van het eerste incident en iets meer dan een kilometer van het tweede aanwezig te zijn geweest.
    • 5 juni: naar verluidt werd een bootje uit Noord-Lesbos teruggestuurd. Het Portugese schip Nortada bevond zich op ongeveer 2 tot 3 kilometer daarvandaan.
    • 19 augustus: een bootje zou vanuit Noord-Lesbos zijn teruggestuurd. Het Portugese Frontex-schip Molivos was er 5 kilometer vandaan, leek van koers te veranderden om op weg te gaan naar de pushback, voordat de transponder het signaal verloor of werd uitgeschakeld.

    In al deze gevallen is vastgesteld dat Frontex zich binnen een bepaalde actieradius bevond maar niet rechtstreeks deelnam. Het is moeilijk na te gaan of men op die afstand wist wat er aan de hand was. De missie van Operatie Poseidon omvat een aanzienlijk aantal taken die bewaking vereisen, waarbij zowel radar- als visuele hulpmiddelen kunnen worden ingezet, zoals camera’s die geschikt zijn voor gebruik in het donker en infraroodcamera’s. We weten bijvoorbeeld dat de Molivos is uitgerust met een geavanceerde camera die lijkt op een camera die te zien was op een ander Portugees Frontex-schip. Dit model kan 36 keer vergroten, met in het donker te gebruiken camera’s en infraroodcamera’s.

    Migranten maken voor de overtocht gebruik van zeer eenvoudige, opblaasbare rubberbootjes van een paar meter lang met één buitenboordmotor, die meestal niet op de radar zichtbaar zijn. Uit afbeeldingen en video’s van pushbacks die we hebben bekeken, blijkt dat er meerdere schepen van zowel de Griekse als de Turkse kustwacht zijn ingezet.

    Zoals we hiervoor al hebben vermeld, proberen schepen uit zowel Griekenland als Turkije regelmatig de bootjes over de zeegrens te duwen door golven te maken. De schepen varen daarbij met relatief hoge snelheid in een cirkelvormig patroon rond een bootje. Dat is riskant, en niet alleen vanwege het aanvaringsgevaar; de overvolle en vaak kwetsbare rubberboten kunnen door de opgewekte golven ook water maken of omslaan. 

    Hoewel een bootje zelf vaak niet op de radar verschijnt, blijkt de aanwezigheid ervan uit signalen dat er van een pushback sprake is. Grote en kleine schepen van zowel de Turkse als Griekse kustwacht, waarvan sommige ongebruikelijke manoeuvres uitvoeren om golven te creëren, lopen snel in de gaten. Ze zijn zelfs vanuit de ruimte te zien.

    Dan is er nog de kwestie van visueel bereik. Als een pushback op de radar zichtbaar is, is deze ook met het blote oog te zien, of met andere visuele systemen zoals bewakingscamera’s. Zelfs op een afstand van een paar kilometer is op een kalme zee en in goede omstandigheden een bootje meestal wel zichtbaar, hoewel precieze details als de aard van de menselijke vracht die ze vervoeren dat wellicht niet zijn.

    Niet opgemerkt

    In een eerder door Bellingcat beschreven incident van 28 april 2020 werd een groep van 22 op Samos aan land gekomen migranten vastgehouden door de Griekse politie. Vervolgens werden ze op een reddingsvlot zonder motor gezet en door de Griekse kustwacht naar het midden van de Straat van Mycale gesleept. In antwoord op ons verzoek om commentaar ontkende de Griekse overheid dat deze mensen ooit Grieks grondgebied hadden bereikt, hoewel uit getuigenverklaringen, foto’s en video’s het tegendeel blijkt.

    Terwijl het reddingsvlot in de zeestraat dreef, vloog een privébewakingsvliegtuig tot twee keer toe op ongeveer 1500 meter hoogte over het gebied: om 02:41 uur en om 03:18 uur. Dit vliegtuig, G-WKTH, is eigendom van DEA Aviation, dat luchtbewakingsdiensten levert aan Frontex. In een promotievideo van Frontex wordt beweerd dat deze beelden live naar het hoofdkantoor in Warschau worden gestreamd.

    Het vliegtuig is naar verluidt uitgerust met een MX-15-camera, die infraroodsensoren heeft en in het donker te gebruiken is. Aangezien dit vliegtuig specifiek wordt gebruikt voor bewaking vanuit de lucht, is het onwaarschijnlijk dat het het reddingsvlot met al zijn opvarenden niet heeft opgemerkt, evenals de Griekse en – later – Turkse schepen die volgens een van de opvarenden aanwezig waren.

    Image 4 15 August Incident 2
    Boven: de pushback van 15 augustus op beeld. Onder: een vergelijking van het vaartuig in het beeld (rechts) met de MAI1102 (links) lijkt erop te wijzen dat het hetzelfde schip betreft. – © Bellingcat

    In zijn reactie aan de commissie LIBE van het Europees Parlement geeft de uitvoerend directeur van Frontex inderdaad aan dat dit mogelijk het incident was dat Frontex had gezien. Er zou een ‘Serious Incident Report’ zijn opgesteld op basis van een waarneming van een incident door de luchtbewaking, waarbij mensen van een vaartuig naar een rubberboot werden overgezet en later door de Turkse autoriteiten werden gered.

    In twee gevallen, op 8 juni en 15 augustus, lijkt het zeker dat Frontex op de hoogte was van pushbacks op het moment dat ze plaatsvonden. Het lijkt er zelfs op dat een Frontex-schip op 8 juni daadwerkelijk deelnam aan een pushback – zoals aan het begin van dit artikel beschreven –, met als resultaat dat een bootje fysiek werd verhinderd Grieks grondgebied te bereiken.

    Op 15 augustus waren er ’s ochtends berichten over een confrontatie tussen de Griekse en Turkse kustwacht. De lokale bevolking plaatste foto’s op sociale media waaruit dit blijkt, maar ook CRG, MRC, Alarm Phone en Aegean Boat Report meldden een pushback.

    CRG en MRC plaatsten video’s van mensen op dit bootje, waarbij de video van CRG een motor zonder startkoord liet zien (zie foto). De Griekse kustwacht zou dat koord hebben meegenomen. In de video’s wordt het bootje omringd door schepen van zowel de Griekse als de Turkse kustwacht. We hebben eerder opgemerkt dat de Griekse kustwacht het onklaar maken van de motor kennelijk als tactiek gebruikt. 

    De meeste beelden van dit incident zijn van een afstand gemaakt, waardoor identificatie van de vaartuigen moeilijk is. We kregen echter ook een heel duidelijke foto van deze confrontatie toegestuurd. Daarop is de MAI1102 te zien, een schip van de Roemeense grensbewaking dat net was gearriveerd. De metadata van deze afbeelding komen overeen met de datum en het tijdstip van dit incident. De schepen zijn in vrijwel dezelfde opstelling te zien in een door passagiers van de boot gemaakte video.

    Hoewel niet met zekerheid is vast te stellen hoe ver de MAI1102 van deze pushback verwijderd was, is wel te zien dat het zeker binnen het visuele bereik van de confrontatie en het bootje zelf was.

    Schermafbeelding 2021 02 26 om 14.06.55


    Reconstructie van de pushback op 8 juni 2020 door het Frontex-schip MAI1103, aan de hand van opensourcedata. – © Logan Williams / Bellingcat / Mapbox / OpenStreetMap

    ‘Hoogste normen’

    Gedurende dit onderzoek hebben we een enorme hoeveelheid informatie verzameld over Frontex-activiteitenin de Egeïsche Zee, hoewel de meeste middelen van Frontex onmogelijk te volgen waren omdat de transponderinformatie niet was geregistreerd, niet was ingeschakeld of buiten bereik was. 

    Ondanks deze beperkingen hebben we meerdere malen kunnen vaststellen dat Frontex bij pushbacks aanwezig was, of dichtbij genoeg om te kunnen beseffen wat er aan de hand was. Bij ten minste één incident is duidelijk dat een Frontex-schip actief heeft deelgenomen aan een pushback. 

    Frontex verklaarde in reactie op dit onderzoek dat het bij zijn operaties 
    ‘de hoogste normen van grenscontrole’ in acht neemt en dat zijn medewerkers gebonden zijn aan een gedragscode die refoulement tracht te voorkomen en mensenrechten dient te handhaven. 

    Image 5 Comparison of vid and image 2
    Boven: stills uit een video die op 15 augustus werd gemaakt vanaf een rubberboot. Onder: dezelfde schepen in een vergelijkbare positie op het beeld van de pushback. – © Bellingcat

    De uitvoerend directeur van Frontex voegde eraan toe dat de Griekse kustwacht op de hoogte was gesteld van alle gemelde incidenten. De Griekse autoriteiten hadden bevestigd dat er een intern onderzoek was begonnen. Een woordvoerder van het Griekse ministerie van Maritieme Zaken zei dat de acties van medewerkers van de kustwacht ‘in volledige overeenstemming met de internationale verplichtingen van het land werden uitgevoerd’. De woordvoerder stelde dat tijdens de vluchtelingencrisis van de afgelopen jaren duizenden migranten door de Griekse kustwacht zijn gered, dat de beschuldigingen van illegale pushbacks tendentieus waren en dat de operationele praktijken van de Griekse autoriteiten nooit dergelijke (illegale) acties hebben omvat. 

    Dit onderzoek maakt deel uit van de Borders Newsroom van Lighthouse Reports, een onderzoeksjournalistiek project over de omstandigheden van vluchtelingen en migranten aan de Europese grens.

  • Het Syrië-proces: de spion, de aanklager, de meeloper en het regime

    Het Syrië-proces: de spion, de aanklager, de meeloper en het regime

    Sinds 2011 vecht het Syrische regime tegen het eigen volk. In Duitsland staan nu de eerste oorlogsmisdadigers voor de rechter. Over een historisch proces en de grijze gebieden tussen goed en kwaad.

    In Berlijn, 2800 kilometer een een vlucht verwijderd van het vaderland, in het land waarin hij eindelijk veilig meent te zijn, haalt de oorlog hem op een winterdag in 2014 weer in. De mensenrechtenadvocaat Anwar al-Bunni had Syrië moeten verlaten omdat hij voor zijn leven vreesde; sinds een of twee weken wonen hij en zijn vrouw in het opvangcentrum voor asielzoekers in Berlin-Marienfelde. En daar blijft zijn blik op zeker moment rusten op een bewoner die hem wat dikker lijkt dan eertijds in Syrië. ‘Hij had ook minder haar, en een bril op. Ik kon hem niet meteen thuisbrengen,’ vertelt al-Bunni nu. Wie is die man met die levervlek onder het linkeroog?

    Woensdag (26 februari) heeft de rechtbank in de Duitse stad Koblenz een vonnis geveld in het Syrië-proces. Eyad A., werkzaam voor de Syrische geheime dienst, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vierenhalf jaar. Lees meer in ons artikel van donderdag:

    Twee dagen denkt al-Bunni daarover na, dan schiet het hem weer te binnen: die man is Anwar R., op het laatst kolonel van de Syrische Staatsveiligheidsdienst, in het jaar 2006 nog leider van een commando dat al-Bunni ontvoerde. Hij is de man die al-Bunni naar een gevangenis liet brengen waar hij bedreigd, geslagen en bijna om het leven gebracht werd. Vijf jaar gevangengezet, officieel wegens ‘in gevaar brengen van de nationale eer’. In feite werd al-Bunni gestraft omdat hij tegenstanders van het regime voor de rechtbank had verdedigd en te luid de rechten had opgeëist waarop zijn lastgevers zich volgens de Syrische grondwet konden beroepen.

    Al-Bunni kwam de man nog een paar keer tegen in Berlijn, bijvoorbeeld bij de uitgifte van maaltijden en later in een goedkope meubelzaak. Al-Bunni is er zeker van dat Anwar R. hem ook herkende. ‘Ik was beroemd in Syrië,’ zegt hij, en inderdaad zijn op het internet veel foto’s te vinden die hem tonen bij processen of met buitenlandse gasten. Zijn gezicht was destijds iets voller, net als zijn kruin en zijn baard. In zijn kleine kantoor op een binnenplaats in Prenzlauer Berg heeft hij geen herinneringen aan die tijd opgehangen. Het verleden is ook zonder beelden altijd aanwezig – en dat zal alleen nog maar toenemen wanneer al-Bunni in een historisch proces zal worden behandeld. Als het daar zijn folteraar zal inhalen.

    Achter blinde muren

    Sinds de toevallige ontmoeting met Anwar R. heeft al-Bunni een nieuw doel om voor te leven. Toen in 2015 honderdduizenden Syriërs zoals hij naar Duitsland kwamen, lieten ze weliswaar de oorlog achter zich, maar niet de conflicten die buurten, vriendenkringen en zelfs families verscheurden. De 2800 kilometer tussen het oude en het nieuwe vaderland kunnen veel in het leven veranderen, maar niet alles. Sommigen blijven sympathiseren met oppositionele groepen, anderen blijven nog altijd trouw aan het regime. De naar Duitsland gevluchte mensen zijn in de eerste plaats slachtoffers van de oorlog, maar er zitten ook daders tussen. Syriërs die in naam van de staat of als lid van milities misdaden begaan hebben. Niet lang na zijn toevallige ontmoeting met Anwar begint al-Bunni naar deze mensen te zoeken.

    Anwar R., nu 57 jaar oud, zou verantwoordelijk zijn voor minstens 4000 gevallen van marteling en 58 doden. Hij verliet Syrië eind 2012 en kwam in juli 2014 in Duitsland aan. Bijna zes jaar later wordt hij hier voor de rechter gebracht. Vanaf 23 april zal hij samen met Eyad A., ook lid van de Syrische geheime dienst, voor een Duitse rechtbank staan. Het proces bij het gerechtshof in Koblenz zal geschiedenis schrijven: het is wereldwijd de eerste keer dat handlangers van de Syrische president Baschar al-Assad verantwoording af moeten leggen voor martelingen in opdracht van de staat.

    Bijna 100.000 mensen liet het regime sinds het uitbreken van de opstand in gevangenissen verdwijnen. Het lot van tienduizenden is nog onzeker. Minstens 18.000 mensen werden terechtgesteld of doodgemarteld, berichten organisaties als Amnesty International of het Syrische netwerk voor mensenrechten. Die daden werden begaan achter blinde muren, maar overlevenden kunnen ze geloofwaardig afschilderen.

    Ook naar die mensen is al-Bunni op zoek. Om hun verhalen te documenteren – en om ze te overreden zich als getuigen ter beschikking te stellen van de Duitse Justitie. Zodat het proces tegen Anwar R. zal slagen en er meer soortgelijke processen zullen volgen.

    Voor zijn zoektocht maakt hij gebruik van Facebook en van zijn netwerk in de offline wereld. Tijdens onze ontmoeting in Berlijn, rinkelt Al-Bunni’s telefoon bijna net zo vaak als hij trekjes neemt van zijn e-sigaret. Hij verdient niets met dit werk. Om reizen naar getuigen en andere onkosten te kunnen financieren is hij aangewezen op ondersteuning door mensenrechtenorganisaties.

    Het gaat hem niet om wraak, zegt al-Bunni, zelfs niet in het geval van Anwar R. Hij wil ooit weer terugkeren naar een fatsoenlijk en democratisch Syrië, en zo’n land kun je alleen met gerechtigheid opbouwen. ‘Ik wil verhinderen dat oorlogsmisdadigers een rol kunnen spelen in de toekomst van het land,’ roept de tengere 61-jarige man uit, en van opwinding slaat hij op de tafel. “Hun daden zijn gedocumenteerd. Niemand moet met hen om kunnen gaan!’

    ‘Mijn medestrijders waren mijn beste vrienden. Ik heb ze allemaal verloren’

    Hoessein Ghrer geloofde in een betere toekomst toen hij vanuit Aleppo naar de Syrische hoofdstad verhuisde. Damascus was opwindender, groter, levendiger – heel anders dan zijn conservatieve geboortestad waar de zakenlieden in de bazaars en de imams van de moskeeën het openbare leven bepaalden. Van de sociale controle door familie en buren was Ghrer door die verhuizing verlost, maar echt vrij was hij niet. Aan de universiteit van Damascus maakte hij mee hoe het regime zijn onderdanen tot in detail probeerde te controleren: zelfs een initiatief om samen afval te verzamelen werd door de decaan verboden. ‘Dat kunt u prima alleen doen,’ had hij gezegd, ‘maar niet als groep.’ De systematische onderdrukking van het eigen volk was daar al een traditie.

    Syriës jongste geschiedenis is doortrokken van de heerschappij van de familie Assad. Hafis al-Assad had in 1970 de macht gegrepen en het land met harde hand geregeerd. Na zijn dood in het jaar 2000 hoopten veel Syriërs dat zijn zoon hervormingen zou gaan doorvoeren. Maar de toen pas 34-jarige Baschar stelde die verwachtingen teleur. In 2007 verzekerde hij zich door een volksstemming van een tweede ambtstermijn met zogenaamd 97,62% van de stemmen. Er was niets veranderd. En Hoessein Ghrer begon heimelijk te bloggen. Op het internet schreef hij tegen de dictatuur.

    Ghrer noemde zich ‘freeman’. Ook al hadden de geheime diensten toen nog weinig ervaring met sociale media, toch was zijn activisme gevaarlijk. Ghrers echtgenote maakte zich zorgen, ze hadden al kinderen. En toen de zogeheten Arabische lente ook Syrië bereikte, legde Ghrer in maart 2011 ook nog zijn pseudoniem af. Hij publiceerde zijn artikelen over burgerrechten nu onder zijn echte naam. ‘Ik wilde laten zien dat achter de teksten geen buitenlandse agenten of terroristen schuilgingen,’ zegt hij nu in Berlijn. Hij is 42 jaar oud, draagt een scheiding in het midden en een hoekige bril.

    Als hij vertelt over de hoop van toen, en hoe hij zich voor het eerst echt voelde leven toen hij bij de protesten in 2011 luidkeels zijn mening liet horen, vecht Ghrer tegen zijn tranen. De revolutionaire stemming werd toen abrupt onderdrukt. ‘Mijn medestrijders waren mijn beste vrienden,’ zegt hij, en hij moet even pauzeren omdat zijn stem breekt. ‘Ik heb ze allemaal verloren.’

    f9065e71de3f46c4b6bd729183041e7d 0 1
    Schuldeisers Wassim Mukdad (l), Patrick Kroker, en Hussein Ghrer praten met journalisten na het proces van de eerste dag in Koblenz 23 april 2020. – @ Thomas Frey / dpa via AP

    Ghrer zat juist aan het middagmaal toen hij de eerste keer werd opgehaald. De mannen brachten hem naar het beruchte gebouw van de geheime dienst ‘Afdeling 251’, ook ‘al-Khatib’ genaamd naar de straat waarin het gelegen is. Iedereen in Damascus kent het gebouw, het wordt gevreesd. De onderafdeling ‘Onderzoek’, verantwoordelijk voor de genadeloze verhoren van de gevangenen, werd geleid door Anwar R., de man onder wie ook advocaat al-Bunni heeft geleden.

    Beide voormalige gevangenen, al-Bunni en Hoessein Ghrer, kennen elkaar al uit de tijd dat ze samen in Syrië waren; in Duitsland hebben ze elkaar teruggevonden. Ze worden nu gesteund door het European Center for Constitutional and Human Rights (ECCHR). Deze organisatie, gevestigd in Berlijn-Kreuzberg, wil vermoedelijke daders van mensenrechtenschendingen wereldwijd ter verantwoording roepen, met hulp van het Duitse recht. Daartoe staan hun getuigen als Hoessein Ghrer bij, wat tot gevolg heeft dat hij in dit interview niet mag ingaan op details waarover de vrouwelijke rechter in Koblenz hem waarschijnlijk zal ondervragen. Afwijkingen tussen de verklaring van een getuige voor de rechter en voordien gepubliceerde uitlatingen zouden door de advocaten van de verdediging kunnen worden uitgebuit.

    Maar hoe wreed de foltering in het rijk van Anwar R. was, valt na te lezen in de beschrijvingen van de Duitse onderzoekers. ‘Bij de verhoren werd een groot aantal foltermethoden ingezet’, heet het daar, ‘naast slagen met vuisten, stokken, buizen, kabels, zwepen en slangen was ook het toedienen van elektrische schokken aan de orde van de dag.’ De cellen in de kelder van het gebouw waren overvol. In plaats van de 100 personen waar ruimte voor was, propten Anwar R. en zijn mensen er vaak 400 tot 600 in de onderaardse ruimtes. Zelfs tijdens het slapen moesten de gevangenen staan; in het gunstigste geval mochten ze eenmaal per dag naar het toilet. Sommigen werden aan hun polsen opgehangen, velen werden verkracht, vrijwel iedereen werd de slaap onthouden, evenals medische verzorging. Ook na foltering op de ‘Duitse stoel’, waarop de slachtoffers werden vastgebonden. De flexibele leuning van het apparaat werd dan naar achter gedrukt tot op de grond, de rug van de gevangene werd overstrekt totdat vaak de wervelkolom brak. Ook regelmatig werd door de folteraars gekozen voor het ‘rad’, waarbij de gevangene dubbelgevouwen in een autoband gedwongen werd en dan met stokken afgetuigd. Anwar R. zelf maakte zijn handen er niet aan vuil, voor zover de onderzoekers konden nagaan. Hij gaf enkel de bevelen.

    Namen, namen en nog eens namen

    Hoessein Ghrer had geluk – en de juiste kennis om de martelingen te overleven. Andere activisten hadden hem verteld wat hem te wachten stond. Terwijl hij nog vrij was, speelde hij te verwachten scenario’s door, en wist welke informatie hij zou prijsgeven. Meestal wilden de folteraars inderdaad ‘namen, namen en nog eens namen’, zegt Ghrer. Namen van andere activisten en tegenstanders van Assad. Voor het verhoorteam van Anwar R. verzon en bekende Ghrer veel, maar zichzelf ontzegde hij de vlucht in fantasiewerelden. Dat was de snelste manier om gek te worden, volgens hem. ‘Ik heb er een paar gezien die daardoor volledig doordraaiden.’ Na een paar weken werd Ghrer vrijgelaten.

    Maar kort daarop, in februari 2012, werd hij nog eens gearresteerd. Hij was juist begonnen in het ‘centrum voor media en meningsvrijheid’ te werken toen het regime in één klap een einde maakte aan het werk van die groep. Het leger zette de straat af en bestormde het kantoor alsof zich hier ondergrondse strijders verschanst hadden. ‘In Syrië zijn de mensen gewend om weg te kijken,’ zegt Ghrer, ‘maar bij deze actie was dat haast onmogelijk.’

    De soldaten vonden geen wapens, maar alleen papieren en computers. Ze voerden geen strijders af, maar burgers als Ghrer. Deze keer zou hij drieëneenhalf jaar gevangen zitten.

    De eerste activisten die voor hervormingen demonstreerden werden door het regime meteen al als terroristen aangeduid. Onder hetzelfde voorwendsel vielen eenheden van Assad later protestoptochten aan waarbij honderdduizenden de straat opgingen. Daarop bewapenden delen van de oppositie zich en al gauw vochten Assads troepen tegen gedeserteerde soldaten en jihadistische milities. Het land gleed af naar een burgeroorlog die tot op heden voortduurt.

    In de afgelopen negen jaar heeft Assad met Russische hulp de gebieden die onder controle stonden van de opstandelingen in puin gebombardeerd en ook chemische wapens ingezet. De meeste delen van het land heeft de dictator inmiddels heroverd. De prijs daarvoor was hoog: minstens 350.000 Syriërs hebben in deze oorlog het leven verloren, 13 miljoen hun huizen – de helft van de Syrische bevolking is in het land op de vlucht of naar het buitenland gevlucht, zoals Hoessein Ghrer.

    Ghrer werkt nu in Noord-Duitsland als IT-adviseur. Bij het proces zal hij optreden als burgerlijke partij. Hij wil niet meer alleen als slachtoffer gelden. ‘Ik wil weer een mens zijn die handelt,’ zegt hij.

    ‘De koning van alle bewijsmiddelen is het document’

    Getuigenverklaringen zijn belangrijk voor het proces, dat vindt ook Bill Wiley. ‘Maar de koning van alle bewijsmiddelen,’ zegt de Canadees in zijn kantoor, ‘is het document.’

    De rook van Cubaanse cigarillos hangt in de lucht, rondom staan whiskyflessen en ook de afbeelding van een prinses, die zijn dochter in schelle kleuren heeft geschilderd. Wiley is een spion. Zijn functieomschrijving is anders dan die van de onderzoeksrechter of van onderzoekers in dienst van de Verenigde Naties – al was het maar omdat Wiley zijn eigen regels heeft bepaald. De door hem opgerichte Commission for International Justice and Accountability (CIJA), een stichting op basis van het Nederlands recht, stelt bewijzen veilig in oorlogsgebieden. Je zou ook kunnen zeggen: Wiley laat ze stelen.

    Hoe hij de oprichter werd van een organisatie die sommigen ‘waarheidssmokkelaar’ noemen, vertelt de roodblonde man in een huis zonder bel. De locatie is geheim, ergens in West-Europa, zoveel mogen we wel opschrijven. Wiley wil zijn intussen 150 medewerkers beschermen en ongevraagd bezoek ver weg houden van het materiaal dat hier wordt opgeslagen. In een raamloze ruimte staan lange rijen planken gevuld met eenvoudige bruine kartonnen dozen. In die dozen: akten van de Syrische veiligheidsdiensten, nu eens glad, dan weer verkreukeld, soms met drek besmeurd. Met stempels, handtekeningen, en handgeschreven notities. ‘Meer dan 800.000 bladzijden,’ zegt Wiley, ‘ongeveer 3,6 ton.’

    Wiley was ooit soldaat. Het lichaam van de nu 56-jarige maakt nog steeds een gevechtsklare indruk. Hij was actief voor de VN als onderzoeker en juridisch adviseur bij de behandeling van de conflicten in Joegoslavië en Rwanda. Daarna werkte hij bij het Internationale Gerechtshof, tot hij uiteindelijk gefrustreerd de handdoek in de ring wierp. Te zelden lukte het om vermoedelijke oorlogsmisdadigers schuldig te bevinden. Toen in 2011 het conflict in Syrië begon, wist Wiley het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken te overreden om hem een paar honderdduizend pond ter beschikking te stellen voor iets nieuws. Voor een ‘opzet met een hogere risicotolerantie’, zoals hij het noemt.

    Met een paar voormalige collega’s uit zijn VN-tijd organiseerde hij algauw seminars in het zuiden van Turkije die voor de Syrische oppositie dienden als een plek om zich terug te trekken. Ze prentten activisten de grondbeginselen in van het veiligstellen van bewijs, leerden hen om te verzamelen wat ze ook maar te pakken konden krijgen: plaquettes, telefoons, akten, video’s, laptops.

    Maar Wiley had niet alleen jonge idealisten nodig, maar ook de medewerking van de bewapende rebellen. ‘Verover de gebouwen van het regime, plunder wat je maar wilt. Maak wat mij betreft een mooie video hoe jullie vervolgens alles vernielen,’ bezwoer hij de commandanten wanneer die iets in Turkije te doen hadden en hij ze – afhankelijk van hun ideologische achtergrond – ontmoette bij de avondmaaltijd of bij een paar biertjes.

    ‘Maar laat ons verdomme nog an toe de documenten veiligstellen voordat jullie alles in de fik steken!’ En zo begonnen de Syrische medewerkers steeds meer documenten in schuilplaatsen op te slaan.

    De documenten het land uit te krijgen – dat is dan de klus die die ‘hogere risicotolerantie’ vergt waar Wiley het over had. Voordat koeriers de landsgrens bereiken moeten ze door ontelbare checkpoints heen die deels door rebellen, deels door het regime, en tijdelijk ook door de terreurmilitie IS bemand worden. En hoewel koeriers de routes tientallen keren aflegden in testritten, zonder de onopvallende koffers en reistassen waarin ze de papieren vervoeren, werden er toch een paar gearresteerd. Als ze weer vrijkwamen waren ‘sommigen in een betere conditie, anderen in een slechtere’, vertelt Wiley. Maar sommigen verdwenen voorgoed. Een medewerker stierf als gevangene van IS, een ander in gevangenschap onder het regime.

    Beelden van het proces in Koblenz.

    De papieren die Wiley bereikt hebben, belasten niet alleen de handlangers van het regime in de provincie, maar ook de leiding in Damascus, inclusief Baschar al-Assad, wiens handtekening staat op meerdere akten in Wiley’s archief. Assads crisisteam gaf bijvoorbeeld instructies hoe protestdemonstraties gebroken moesten worden. Medewerkers van politiebureau’s meldden vertwijfeld dat ze niet meer wisten wat ze aan moesten met alle lijken van gefolterden. ‘Dictaturen zijn systemen waarin iedereen erop bedacht is zich te verzekeren van rugdekking,’ zegt Wiley. ‘De ironie is: omdat iedereen alles laat ondertekenen door een hogergeplaatste, produceren ze bergen bewijsstukken.’

    Al ziet de CIJA bewust af van een website, toch raakte het werk van de groep snel bekend in kringen van degenen die zich bezighouden met internationaal recht en de vervolging van oorlogsmisdaden. Leden van mensenrechtenorganisaties winden zich weliswaar soms op over de ‘Rambo-methodes’ als men ze aanspreekt op Wiley’s werkwijze, anderen bekritiseren het feit dat de CIJA in Syrië ook met jihadistische milities heeft samengewerkt. Maar voor de onderzoeksrechters van veel landen zijn de bijdragen van Wiley een geschenk – ook daarom pleitten enkele diplomaten bij hun regeringen voor diens werk. Tegenwoordig dragen bijvoorbeeld de USA, de EU en ook Buitenlandse Zaken bij aan het budget, dat inmiddels enkele miljoenen bedraagt. De CIJA verzamelt inmiddels ook allang bewijzen van misdaden die door andere oorlogspartijen en in andere conflicten werden begaan, bijvoorbeeld in Irak.

    In het geval van Syrië is de kwaliteit van het bewijs ‘zo goed als ze sinds de Neurenbergse processen niet meer geweest is’, aldus Wiley. Nu zijn er alleen nog gerechtshoven nodig die het materiaal accepteren. Een groot internationaal tribunaal is nog niet in zicht, maar soms komen er aanvragen, zoals die uit Duitsland. Of de CIJA iets had over een man met de naam Anwar R., wilde het Bundeskriminalamt weten.

    ‘Grappig dat jullie dat vragen,’ antwoordde Wiley. Hij had een heel dossier: documenten met handtekeningen, verklaringen van insiders en getuigen, en ‘contextual evidence’, dus bewijzen die het systeem van foltergevangenissen beschrijven.

    Wiley haalt een stapel papier uit een lade van zijn bureau. ‘High quality stuff’, zegt hij. 61 bladzijden, waarvan Wiley alleen de laatste bladzijden laat zien: 355 voetnoten die naar bewijsstukken verwijzen. ‘100 % zekere gevallen heb je voor een rechtbank nooit,’ zegt Wiley. ‘Maar wat wij tegen Anwar R. hebben is heel, heel veel.’

    De aanklager

    Koel, beheerst en veeleer gereserveerd zijn de juristen achter de metersdikke betonnen muren van het Openbaar Ministerie in Karlsruhe. Een jachtkoorts, zoals die bij CIJA-chef Wiley in elke tweede zin doorklinkt, staan aanklagers als Christian Ritscher zichzelf niet toe, althans niet openlijk. Vreugde over de domheid van een verdachte zou men hier nauwelijks laten blijken. Hoogstens met een verstolen glimlachje.

    De jurist is een grote man, strak in het pak, 55 jaar oud. Zijn team van acht onderzoekers is de ‘warcrimes unit’, een prestigeproject van het Openbaar Ministerie in Karlsruhe. ‘Oorlogsmisdadigers opsporen die in Duitsland mogelijk een schuilplaats gevonden hebben’, zo beschrijft Ritscher zijn opdracht.

    Een juridisch waterdicht bewijs kunnen leveren van een daad die gepleegd is in een ander land, waarvan de autoriteiten geen ambtelijke bijstand kunnen of willen verlenen, dat is meestal een pijnlijk trage puzzelarbeid. Maar dat ze Anwar R. in hun netten hebben gevangen is tot dusver hun grootste vangst – dat komt doordat de vermoedelijke martelmeester hun het genoegen gedaan heeft een Berlijnse politiepost binnen te wandelen en zijn verhaal te vertellen. Waarom? Omdat Anwar R. aannam dat de Duitse politie hem met veel collegiale sympathie aan zou horen. ‘Hij dacht misschien dat er niets verkeerds in stak,’ zegt Ritscher. Om zijn lippen tekent zich nu die glimlach af.

    Wat een bizarre scène: het is februari 2015, Anwar R. wil de Duitse politie om bescherming vragen. Hij voelt zich achtervolgd, in de gaten gehouden door Russische en Syrische geheime diensten: bij doktersbezoeken in Berlijn zijn hem twee keer verdachte mannen opgevallen. Ter verklaring deelt hij vrijmoedig mee dat hij een belangrijk man is geweest in Syrië’s foltermachinerie. Interessant, zeggen de rechercheurs. Vertelt u maar.
    De werelden die hier op elkaar botsen…

    ‘Uiteenlopende voorstellingen van recht en onrecht,’ zo beschrijft Ritscher het nu. Aan de ene kant de Syriër, die meent dat foltering gewoon een onderdeel van zijn werk is. Dat bevel bevel is. Hij maakt er geen geheim van dat hij er graag mee doorgegaan was. Alleen uit angst voor vergeldingsmaatregelen tegen familieleden die in een door de oppositie beheerst gebied woonden, was hij in ballingschap gegaan.

    Ritscher is de man die de vermoedelijke oorlogsmisdadiger nu moet confronteren met de principes van het internationale recht. Dat wil zeggen: er zijn misdaden die een zo duidelijk geval van onrecht zijn dat geen geblaf van een bevelhebber ze ooit legaal kan maken. Ook niet in een oorlog.

    Deze gedachte, geïntroduceerd door de geallieerden bij de Neurenbergse processen tegen de belangrijkste Duitse oorlogsmisdadigers, gaat op voor misdaden tegen de menselijkheid. Daartegen kunnen Duitse onderzoeksrechters op basis van het zogeheten beginsel van ‘universele jurisdictie’ ook in actie komen wanneer die daden in het buitenland gepleegd werden en slachtoffers noch daders Duits zijn. Op die manier zijn er in de Bondsrepubliek al eerder processen gevoerd tegen mannen die in Rwanda bevel gegeven hadden tot massamoorden, en tegen IS-aanhangers.

    Syrische oorlogsmisdaden bleven tot dusver ongestraft. Voor een strafvervolging door het Internationale Gerechtshof hoeven Assad en zijn folteraars niet bang te zijn: het land heeft de autoriteit van het Hof in Den Haag niet erkend. Volgens zijn statuten kan het Gerechtshof alleen optreden tegen burgers van landen die erbij aangesloten zijn of wanneer de Veiligheidsraad van de VN het daartoe oproept. In die raad beschermt Rusland zijn bondgenoot Syrië met zijn veto – reden waarom ook Carla Del Ponte, de legendarische voormalige hoofdaanklager in Den Haag, haar onderzoeksmandaat in een bijzondere VN-commissie voor Syrië twee jaar geleden teruggaf.

    gettyimages 1210875013 1
    Hogere Regionale Hof van Koblenz, waar het tweede proces tegen twee voormalige inlichtingenofficieren van het Syrische regime wordt gehouden. – © Mesut Zeyrek / Anadolu Agency via Getty

    Nu wordt eindelijk een klein deel van de daden behandeld, decentraal in verschillende landen. In Frankrijk bijvoorbeeld onderzoeken aanklagers ook beulsknechten van het Assad-regime. Maar de Duitse aanklacht is de eerste ter wereld die voor de rechter komt. Ritscher en zijn collega’s beschuldigen Anwar R. ervan verantwoordelijk te zijn voor minstens 4000 folteringen en 58 gevallen van doodslag – in de slechts anderhalf jaar tussen het begin van de Syrische burgeroorlog in het voorjaar van 2011 tot het eind van zijn dienstverband in Afdeling 251 op 7 september 2012.

    Hem hangt een levenslange gevangenisstraf boven het hoofd.

    En ook al wordt Anwar R. intussen juridisch bijgestaan en zwijgt hij als het graf: wat hij op de Berlijnse politiepost officieel heeft verklaard zal voor Ritschers mensen in Koblenz een waardevol bewijsmiddel zijn. Daarbij komt nog het dossier dat Bill Wiley stuurde; bovendien hebben de Duitse onderzoekers de zogeheten Caesar-foto’s forensisch geanalyseerd: toen een militaire fotograaf van het Syrische leger met dit pseudoniem deserteerde nam hij meer dan 53.000 foto’s mee. Ze tonen de lichamen van minstens 6786 doden die door de geheime diensten in Damascus naar ziekenhuizen gebracht werden; de instantie waar ze vandaan kwamen is meestal met viltstift aangegeven op het voorhoofd, een arm of de borst. En dan zijn er nog de verklaringen van talrijke overlevenden: Ritschers team sprak met in totaal 52 getuigen, van wie er 40 zelf slachtoffer van marteling waren in Afdeling 251.

    Velen hebben zich vrijwillig gemeld bij het Openbaar Ministerie. Dat Anwar R. in februari 2019 werd gearresteerd raakte snel bekend in de Syrische gemeenschap in Duitsland, daar zorgde Anwar al-Bunni wel voor. Getuigen uit heel Europa meldden zich bij Ritschers team; al-Bunni en het ECCHR onderzochten er nog meer. Soms, vertelt Ritscher, wilden de Syriërs niet geloven dat de onderzoekers uit Karlsruhe echte ambtenaren waren. Vertegenwoordigers van een staatsmacht die niet schreeuwen en dreigen, maar luisteren en koffie schenken – zoiets kenden ze niet.

    Ook Syriërs die nu in Zwitserland leven, of in Frankrijk of Zweden, willen in Koblenz getuigen tegen Anwar R. en de eveneens aangeklaagde Eyad A. Dat betekende – al voor de Coronacrisis – dat het proces geen snel verloop zal hebben, maar gepaard zal gaan met aanzienlijke logistieke onkosten. Om de getuigen te beschermen, krijgen ze bijna allemaal een pseudoniem. Hun ware namen staan in geen enkele akte, ook de rechters zullen die niet horen – ze staan alleen genoteerd in papieren die liggen in Ritschers gepantserde kluis.

    De meeloper

    Toen Eyad A. werd opgeroepen om op de ochtend van de 16 augustus 2018 naar het stadhuis van Zweibrücken te komen, hoopte hij dat hij daar zijn officiële status als asielzoeker overhandigd zou krijgen. Vier maanden eerder waren hij, zijn vrouw en zijn kinderen in Duitsland aangekomen, na jaren in vluchtelingenkampen in Turkije en Griekenland te hebben gezeten. Maar de ambtenaren die hem opwachten, zijn niet geïnteresseerd in zijn verblijfsstatus. Ze zijn van de Federale Recherche en stellen vragen over Afdeling 251. Als je Anwar R. zou betitelen als de hoofdinquisiteur van die afdeling, dan was Eyad A. een van haar mensenjagers.

    Het ministerie van Migratie had een afschrift van de hoorzitting van Eyad A. doorgestuurd naar Justitie. Daarin had hij verklaard sinds 1996 gewerkt te hebben bij ‘het directoraat van de Algemene informatiedienst’. Laatstelijk als opperwachtmeester van de onderafdeling 40, die haar slachtoffers afleverde aan de beruchte Al-Khatibafdeling. Eyad A. en zijn collega’s arresteerden tegenstanders van het regime en maakten een eind aan protesten, met knuppels eerder dan met megafoons. Soms werd er ook geschoten.

    Wat de nu 42-jarige Eyad bij de ondervraging in het stadhuis van Zweibrücken vertelt, klinkt eenduidig. Voor de ‘onlusten’, zoals hij de protesten van 2011 noemt, was het gebruikelijk om gevangenen in Afdeling 251 de rug te verbranden met kokend water; ‘Elektrische schokken waren er altijd al.’ Vanaf het voorjaar van 2011 werd het nog erger: de bewakers konden doen ‘wat ze wilden’. Dat er lijken afgevoerd werden, zou ‘niets bijzonders’ geweest zijn.

    Als Eyad A. op 19 februari 2019 wordt gearresteerd, wordt hij aangeklaagd wegens medeplichtigheid aan marteling in minstens 2000 gevallen en tweemaal voor medeplichtigheid aan moord.

    Minder eenduidig is het verhaal dat Ziad al-Hoessein en Akram al-Assaf vertellen. Dat laat zich niet vatten in strafbare feiten en wetsartikelen; zwart en wit lopen door elkaar in hun versies. Beide verwanten van Eyad A. vertellen over de ambivalenties en tegenstrijdigheden die een dictatuur van haar onderdanen vergt. Over de moeilijke beslissingen waartoe ze mensen dwingt die zich niet schuldig willen maken, maar die wel willen overleven.

    Al-Assaf en al-Hoessein zijn neven van Eyad A. Grote delen van de familie hebben zich gevestigd in Rheinland-Pfalz. Dat beiden nu voor de aangeklaagde spreken ligt aan de goede kennis van het Duits van al-Hoessein. Die kwam twintig jaar geleden naar Duitsland en helpt zijn verwant. Hij was bijvoorbeeld samen met Eyad bij de ondervraging in het stadhuis. Al-Assaf daarentegen is wat ze in de rechtbank een getuige à décharge zouden noemen: hij was een aanvoerder van de eerste demonstraties in de Oost-Syrische stad Deir Ezzor, in de streek waaruit de clan afkomstig is. Dat kan hij bewijzen met video’s. Ook was hij lid van de delegatie van de Syrische oppositie die in de Bondsdag sprak, en bij de VN in Genève.

    Ze herinneren zich de geschiedenis op hun manier. Eyad was een goede man, zegt al-Assaf in zijn woning in een uitgewoond huurhuis aan de rand van de binnenstad van Zweibrücken. Jarenlang zou hij niet op medeburgers gejaagd hebben, maar op aankomende leden van de Staatsveiligheidsdienst, op atletiekbanen en voetbalvelden. Sportleraar voor rekruten, dat was een goede baan voor iemand die op school niet bijzonder goed was geweest. Pas later werd Eyad overgeplaatst naar de positie die nu de Duitse justitie interesseert.

    ‘Hoe Assad de oorlog in Syrië won’, een mini-documentaire van Vice.

    In het veilige Duitsland kun je goed en kwaad meestal glashelder onderscheiden, zegt al-Assaf. In een land als Syrië is het leven gecompliceerder. In vredestijd al, en in de oorlog helemaal.

    Elke Syriër begrijpt meteen wat de rechercheurs in Karlsruhe in de ogen van al-Assaf en al-Hoessein niet wilden begrijpen. Zo zou meer dan eens aan Eyad gevraagd zijn waarom hij niets gedaan had toen zijn meerdere eens bij een demonstratie op de menigte schoot en vijf mensen doodde. Nou, die man heette Hafis Makhlouf – een neef van Baschar al-Assad die in de hoogste kringen van de macht verkeerde. ‘Eyads leven zou niet meer waard geweest zijn dan een patroonhuls als hij ook maar één kik gegeven had,’ zegt al-Hoessein.

    Begin 2012 deed Eyad A. het voorkomen alsof hij met zijn gezin naar een begrafenis in zijn geboortestad Deir Ezzor moest. Van daar vluchtten ze en wisten ze ten slotte Zweibrücken te bereiken. Daar bleef Eyad A. – zelfs toen hij na de arrestatie voorlopig vrijgelaten moest worden wegens een vormfout: bij het verhoor had men hem niet afdoende duidelijk gemaakt dat hij niet meer alleen als getuige gold. Om dezelfde reden moesten de aanklagers hun aanklachten reduceren; nu leggen ze Eyad medeplichtigheid aan marteling in 30 in plaats van 2000 gevallen ten laste. Zelfs dat zou voldoende zijn voor vijf tot vijftien jaar gevangenis. Dat hij na de vrijlating niet vluchtte, is volgens de neven omdat Eyad A. een zuiver geweten heeft. Uit kringen van rechercheurs, en ook van Anwar al-Bunni is te horen dat Eyad zijn gevangenschap wil uitzitten omdat zijn moeilijk lopende dochter in Duitsland voor het eerst de noodzakelijke behandeling krijgt.

    Vermoedelijk was vooral de timing van Eyad A. slecht gekozen. Hij reisde naar Duitsland precies op het moment waarop Afdeling 251 vanwege Anwar R. de interesse van het Duitse Openbaar Ministerie had gewekt. Op elk ander tijdstip zou het dossier van de man die zelfs de onderzoekers in Karlsruhe als een ‘kleine vis’ betitelen in een of andere dossierkast onder het stof geraakt zijn. Eyad A.’s neven hebben daarom hun twijfels over het beginsel van ‘universele jurisdictie’. ‘Jullie bestraffen degenen die de moed hadden zich los te maken van Assad,’ zeggen Akram al-Assaf en Ziad al-Hoessein. ‘Zo helpen jullie het regime!’

    Het regime

    Het zijn er nog maar enkelen die dankzij het beginsel van ‘universele jurisdictie’ voor de rechter komen. Maar de documentensmokkelaar Bill Wiley is optimistisch: ooit zullen de kopstukken zich moeten verantwoorden. Op enig moment zal een van de bevelhebbers onvoorzichtig worden, en bijvoorbeeld met een vals paspoort naar Europa reizen voor medische zorg. De chef van de geheime dienst van de luchtmacht bijvoorbeeld, een als bijzonder wreed bekend staande organisatie, wordt door het team van Christian Ritscher al gezocht middels een internationaal arrestatiebevel. En nog hoger? ‘Ik zou mijn huis er niet om durven verwedden,’ zegt Bill Wiley, ‘maar ik kan me voorstellen dat over een paar jaar zelfs Assad zelf voor de rechter staat. Geduld!’

  • Premier Draghi: Super Mario of wolf in schaapskleren?

    Premier Draghi: Super Mario of wolf in schaapskleren?

    De kersverse premier Draghi kreeg gisteren (17 februari) het vertrouwen van de Italiaanse Senaat, vandaag krijgt hij naar alle waarschijnlijkheid ook het Parlement achter zich. Terwijl een groot deel van de Italiaanse pers de komst van de voormalige voorzitter van de ECB met enthousiasme begroet, is niet iedereen blij met een liberale technocraat als hoofd van de regering.

    Woensdagochtend (17 februari) gaf de nieuwe Italiaanse premier Mario Draghi een toespraak waarin hij zijn program voor het land uiteenzette. Dezelfde dag stemde het Senaat met een overweldigende meerderheid (262 voor en 40 tegen) voor zijn regering van nationale eenheid.

    Vandaag, donderdag, wacht een tweede stemming in de Kamer van Afgevaardigden, die Draghi ook naar verwachting glansrijk zal winnen, aangezien hij een brede coalitie van partijen van over het hele politieke spectrum achter zich heeft. Niets lijkt Super Mario nog in de weg te staan om het land voortvarend te leiden, constateert de Italiaanse pers, die haast unaniem verheugd is met de daadkrachtige toon van de oud-ECB-voorzitter in zijn eerste toespraak als premier.

    ‘De woorden die premier Mario Draghi in de Senaat heeft uitgesproken, luiden het afscheid in van een tijdperk dat door de pandemie, met zijn noodlottige uitwerking, al ten grave was gedragen’, schrijft Corriere de della Serra in een hoofdredactioneel commentaar.

    ‘Dat was een tijdperk van anti-europrotesten, van vage ideeën over het vertrek van Italië uit de Europese Unie, van strijd tegen Frankrijk en Duitsland, van dromen over een gelukzalige “degrowth” [een wereld waarin productie en consumptie worden teruggebracht] en van klimaatontkenners. Gemakkelijke en denkbeeldige antwoorden op complexe problemen die niet konden worden opgelost met Italiaans navelgestaar.’

    ‘Laten we hopen dat Draghi “een land zal nalaten dat de dromen van onze kinderen waarmaakt”’

    Ook zakenkrant Il Sole 24 Ore is verheugd over de nieuwe wind na jaren van politiek gesteggel en een in zichzelf gekeerd Italië. ‘Een passage [uit de toespraak] die het verdient te worden onderstreept is (…) wanneer Draghi verwijst naar de trots om Italiaan en pro-Europeaan te zijn, omdat de keuze voor de euro “onomkeerbaar” is, maar ook omdat “wij een grote economische en culturele macht zijn”.’

    Dat vergeten we volgens de krant maar al te vaak, maar Draghi benadrukt dit juist. ‘We moeten trotser, rechtvaardiger en genereuzer zijn ten opzichte van ons land’, en erkennen ‘dat vele anderen ons benijden omdat we vaak vooroplopen in de wereld, om de grote rijkdom van ons sociaal kapitaal, om de vele vrijwilligers in het land’.

    Het dagblad voorspelt dan ook een succesvolle regeringsperiode van Draghi. ‘De voorwaarden voor succes zijn aanwezig, te beginnen met een internationaal netwerk, van de Verenigde Staten tot Duitsland. (…) Laten we hopen dat hij weet hoe hij Italië door deze moeilijke tijd moet loodsen om de jongeren, onze kinderen, zoals hij gisteren zei, “een land na te laten dat in staat is hun dromen waar te maken”.’

    Het katholieke dagblad Avvenire (Toekomst) is vooral blij dat de nieuwe premier in zijn Senaatstoespraak naar de toekomst kijkt. ‘Mario Draghi had het gisteren in de Senaat niet over miljarden euro’s. Want, veel meer dan de financiële, is de echte schuld die vandaag moet worden ingelost, die tussen generaties. De verantwoordelijkheid van het heden is te weten hoe vaardigheden, energie en middelen te verenigen en te beheren om een betere samenleving en een betere planeet te garanderen aan hen die vandaag jong zijn of nog op de wereld moeten komen. Het is deze “schuld aan de toekomst” die de minister-president als centraal punt in zijn regeringsprogramma poneerde. Een schuld die tegelijkertijd sociaal, ecologisch en van menselijke aard is.’

    Terugkeer van de elite

    ‘Is dit de terugkeer van de elite?’ vraagt Franse krant L’Opinion zich af nu de oud-ECB-voorzitter en ‘het archetype van de gehate Europese technocraat’ aan het roer van Italië staat. Draghi geniet zelfs de steun van populistische partijen als Lega, van Matteo Salvini, en de Vijfsterrenbeweging, van Luigi Di Maio – de twee vicepremiers van het vorige kabinet.

    ‘De omslag ligt niet in het onvermogen van de populisten om te regeren’, schrijft L’Opinion. ‘Het is eerder de wijdverspreide aanvaarding van het idee dat een briljante vertegenwoordiger van de geglobaliseerde macht samen met hen kan regeren. (…) Draghi is meer politiek dan men zou denken, geholpen door de 200 miljard euro van de Europese Unie, zou hij de democratische crisis kunnen tegengaan door het respect voor andermans mening in ere te herstellen.’

    ‘Heel Europa heeft er belang bij dat Draghi met succes transformeert van verrader tot redder’

    De regering-Draghi zou, volgens L’Opinion, vanwege zijn standpunten zelfs een voorbeeld voor de rest van Europa zijn. ‘Tegen de technocratie, waarvoor maar al te vaak geen alternatief is. Tegen de populistische partijen zelf, die hun tegenstanders snel als vijanden van het volk bestempelen, met een gevaarlijke polarisatie als gevolg. Heel Europa heeft er dus belang bij dat Draghi met succes transformeert van verrader tot redder.’

    Establishment

    Het linkse dagblad Il Fatto Quotidiano heeft minder vertrouwen in de mooie beloften uit Draghi’s toespraak. Met hem als premier koos president Sergio Matarella ‘niet alleen voor “de beroemdste Italiaan ter wereld”, wiens gênante koor al dagen slaafs zijn lof zingt. Nee, hij koos ook een symbool van het internationale establishment dat de wereld de afgelopen decennia heeft geregeerd en gemaakt tot wat zij is.’

    Van 1991 tot 2001 was Draghi al de hoogste ambtenaar van het Italiaanse ministerie van Financiën. ‘Tien noodlottige jaren’, oordeelt Il Fatto Quotidiano, waarin ‘Draghi leiding gaf aan het privatiseringsproces van Italiaanse overheidsbedrijven, dat in plaats van het verminderen van het begrotingstekort en het verbeteren van de dienstverlening, heeft geleid tot de oprichting van particuliere monopolies met nauwe politieke banden.’

    ‘Het probleem is dat een niet-gekozen regering de handen vrij heeft om een “sociaal bloedbad” aan te richten’

    Het dagblad is ook weinig positief over Draghi’s voorzitterschap van de ECB: ‘[In die periode] ondertekende hij in 2011 de beroemde geheime brief waarin hij de Italiaanse regering dringend verzocht om de lonen en arbeidsvoorwaarden aan te passen aan de behoeften van de bedrijven, en de overheidssector uit te kleden (met een oproep tot lagere lonen).’

    Dat Draghi nu de Italiaanse economie gaat stimuleren met sociale maatregelen, noemt Il Fatto Quotidiano ‘de mythe van een keynesiaanse Draghi’. ‘Maar niemand gelooft deze vrome illusie: het werkelijke bedrag dat van het Europees herstelplan naar Italië zal gaan, is veel lager dan wordt beweerd, en zijn agenda gaat meer over het behoud van werkgelegenheid. Het probleem is dat een niet-gekozen regering, die dus niets te maken heeft met het streven naar democratische consensus, de handen vrij heeft om een “sociaal bloedbad” aan te richten’, analyseert de krant.

    ‘Een buitengewone tijd (…) vereist de omverwerping van een failliet systeem. Draghi zal dat niet voor elkaar krijgen.’

    De aanstelling van Draghi is tekenend voor het verval van de nationale politiek in Europa

    Volgens filosoof Lorenzo Marsili ligt er een gevaar in het zogenaamde apolitiek profiel van Draghi, waarmee de ‘normaliteit’ in de Italiaanse politiek zou terugkeren, schrijft The Guardian. ‘Maar wat is dat “normaal” waar Italië zo naar verlangt? In het grootste deel van Europa is dat een beeld van langzaam verval, waar business-as-usual leidt tot groeiende ongelijkheid, aantasting van democratie en milieu en een dramatisch verlies van elke greep op de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw’, aldus Marsili.

    De aanstelling van Draghi is tekenend voor het verval van de nationale politiek in Europa, aldus Marsili. ‘Geen enkele van de verzwakte Europese natiestaten is in staat om op eigen kracht een transformerend beleid te voeren: om multinationals aan banden te leggen, de economie CO2-neutraal te maken of de exorbitante rijkdom van een kleine elite aan te pakken, die tijdens de pandemie alleen maar verder uit de hand is gelopen.’

    Maar als Draghi, zoals hij ook in zijn toespraak benadrukte, zorgt voor een Europese oplossing, ziet Marsili potentie voor échte verandering, schrijft hij in The Guardian. ‘De man van “whatever it takes”, de “redder” van de euro, weet beter dan de meesten dat alleen een echte economische en politieke unie de Europese staten in staat kan stellen hun collectieve soevereiniteit over hun lot terug te krijgen’, stelt Marsili.

    Toch lijkt dat de Italiaanse filosoof onwaarschijnlijk: ‘Een buitengewone tijd […] vereist de omverwerping van een failliet systeem. Draghi zal daar niet in slagen. En het risico van een hernieuwde nationalistische reactie is reëel.’

    Draghi’s politiek programma

    Het Italiaanse weekblad Internazionale vatte de belangrijkste punten uit de toespraak van Draghi van 17 februari samen:

    Europa en de euro. ‘De euro is onomkeerbaar (…). Zonder Europa is er minder Italië.’

    Het vaccinatieplan. ‘Onze eerste uitdaging is om het vaccin snel en efficiënt te distribueren.’

    Hervorming van de gezondheidszorg. ‘Het is noodzakelijk om het netwerk van basisdiensten te versterken en uit te breiden […]. Ziekenhuizen zullen worden belast met acute, postacute en revalidatiezorg. Via zorg op afstand moet het huis de belangrijkste plaats van zorg worden.’

    Scholen. ‘Snel terugkeren naar een normaal lesrooster; de in 2020 verloren lesuren inhalen; investeren in de opleiding van onderwijzend personeel. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan technische opleidingen.’

    Gelijkheid man en vrouw. ‘De genderkloof in de arbeidsparticipatie in Italië behoort nog steeds tot de hoogste in Europa (…) De regering zal zich concentreren op een socialezekerheidsstelsel dat vrouwen in staat stelt evenveel energie aan hun carrière te besteden als hun mannelijke collega’s, zodat de keuze tussen gezin of werk niet hoeft te worden gemaakt.’

    Next Generation EU. ‘We zullen ongeveer 210 miljard euro beschikbaar hebben over een periode van zes jaar. De strategische doelstellingen zijn: de productie van energie uit hernieuwbare bronnen, lucht- en waterverontreiniging terugdringen, een snel spoorwegnet, energiedistributienetwerken voor elektrische voertuigen, de productie en distributie van waterstof, digitalisering, breedband- en 5G-communicatienetwerken.’

    Klimaatcrisis. ‘Er is behoefte aan structureel beleid dat innovatie vergemakkelijkt, toegang van groene bedrijven die kunnen groeien door toegang tot kapitaal en krediet, en een expansief monetair en fiscaal beleid dat investeringen vergemakkelijkt en vraag creëert voor de nieuwe duurzame activiteiten.’

    Toerisme. ‘Sommige groeimodellen zullen moeten veranderen. Ondernemingen en werknemers in de toeristische sector moeten worden geholpen om de door de pandemie veroorzaakte ramp te boven te komen, maar we moeten culturele steden, plaatsen en tradities behouden, dat wil zeggen, niet verkwanselen.’

    Immigratie. ‘Een andere uitdaging wordt de onderhandeling over het nieuwe asiel- en migratiepact, waarin wij zullen streven naar een evenwicht tussen de verantwoordelijkheid van de landen van eerste binnenkomst en daadwerkelijke solidariteit. Van cruciaal belang zal ook de uitwerking zijn van een Europees terugkeerbeleid voor degenen die geen recht hebben op internationale bescherming, naast de volledige eerbiediging van de rechten van de vluchtelingen.’

  • Australië wil games subsidiëren | Velen ontvluchten Hongkong

    Australië wil games subsidiëren | Velen ontvluchten Hongkong

    Uber doet aankoop voor $ 1.100.000.000

    Voor $1,1 miljard, circa €910 miljoen, koopt Uber de Amerikaanse alcoholbezorgdienst Drizly. Daarmee breidt Uber de tak voedsel- en andere bezorgdiensten verder uit, schrijft The Verge.

    Drizly bemiddelt online voor lokale slijterijen. Het bedrijf schakelt bezorgers in om voor lokale verkopers bezorging af te handelen, vergelijkbaar met Uber Eats. Drizly is nu in ruim 1400 Amerikaanse steden actief.


    Suzuki stopt in Myanmar 

    De Japanse autofabrikant Suzuki heeft de productie in zijn twee autofabrieken in Myanmar stopgezet om de veiligheid van zijn werknemers te kunnen waarborgen na de militaire staatsgreep in het land, een dag eerder. Andere grote Japanse bedrijven in Myanmar, zoals auto-onderdelenfabrikant Denso en Aeon, de grootste retailer in Azië, beraden zich nog.

    In de Suzuki-fabrieken in Yangon werken 400 mensen. Het bedrijf levert 60 procent van de auto’s in Myanmar. In 2019 werden er 13.200 verkocht, volgens Japan Times.

    Afgelopen maandag nam het leger van Myanmar de macht over van de democratisch gekozen regering van Aung San Suu Kyi. Nadat de partij van Suu Kyi in 2015 met grote overmacht de verkiezingen won en de eerste burgerregering in een halve eeuw aantrad, vestigden steeds meer Japanse bedrijven zich in het land, een groei die ook doorging ten tijde van de vervolging van de Rohingya-moslimminderheid.

    Aangetrokken door een potentiële markt van meer dan 50 miljoen mensen telt Myanmar momenteel zo’n 400 Japanse bedrijven.


    Twitteraars in India geblokkeerd

    In India zijn afgelopen maandag honderden Twitteraccounts, waaronder die van nieuwswebsites, activisten en acteurs, voor meer dan twaalf uur bevroren op verzoek van de regering. Die beschuldigt de gebruikers ervan inhoud te publiceren die aanzet tot geweld.

    Het verzoek van de regering aan Twitter kwam na wekenlange protesten van Indiase boeren tegen een nieuwe landbouwwet, aldus The Guardian. De protesten werden vorige week gewelddadig afgebroken toen de oproerpolitie werd ingezet. Een demonstrant werd gedood en honderden mensen raakten gewond, waaronder politieagenten.

    Opschorting

    Volgens een Indiase regeringswoordvoerder heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken om opschorting gevraagd van ‘bijna 250 Twitter-accounts’. ‘Het bevel werd uitgevaardigd tegen accounts die de hashtag #modiplanningfarmersgenocide [‘Modi plant genocide op boeren’] gebruikten sinds 30 januari’, aldus de overheidsbron.

    Onder de geblokkeerde accounts bevinden zich die van de onderzoekssite Caravan India, politiek commentator Sanjukta Basu, activist Hansraj Meena, acteur Sushant Singh en Shashi Shekhar Vempati, de CEO van staatsomroep Prasar Bharti.


    Australische gamesector wil steun 

    Door gebrek aan steun van de federale overheid loopt Australië ver achter bij de ontwikkelingen op het gebied van computergames. Buitenlandse investeerders blijven weg omdat Australië slechts goed is voor een extreem klein deel van een wereldmarkt, die nu zo’n €158 miljard bedraagt. Dit zegt Ron Curry, CEO van de Interactive Games & Entertainment Association in Australië, in Sydney Morning Herald.

    ‘Elke andere ontwikkelde natie in de wereld heeft stimuleringspakketten van de overheid voor game-ontwikkelaars. Behalve Australië’, aldus Curry.

    ‘Onze regering houdt van film, van tv, van theater. Maar niet van computergames’

    In 2016 pleitte een Senaatscommissie voor belastingvoordelen en directe steun voor de game-industrie, vergelijkbaar met steun die aan andere media wordt gegeven. Belangenorganisaties deden soortgelijke aanbevelingen, maar er is volgens Curry niets van terechtgekomen.

    ‘Onze regering houdt van film, van tv, van theater. Maar niet van computergames.’ En dat terwijl de lokale industrie binnen tien jaar miljarden dollars waard zou kunnen zijn, als Australië hetzelfde niveau van ondersteuning zou kennen als andere ontwikkelde landen.


    Duizenden verlaten Hongkong

    Volgens de Amerikaanse nieuwszender ABC News hebben duizenden Hongkongers inmiddels besloten om naar Groot-Brittannië te verhuizen, sinds Beijing afgelopen zomer een strikte nationale veiligheidswet oplegde. Hun aantal zal naar verwachting toenemen tot honderdduizenden.

    Sommigen vertrekken uit angst gestraft te worden voor steun aan de prodemocratische protesten die de voormalige Britse kolonie in 2019 overspoelden. Anderen menen dat China’s inbreuk op hun levenswijze en burgerlijke vrijheden ondraaglijk is geworden, en willen in het buitenland op zoek naar een betere toekomst voor hun kinderen. De meesten zeggen dat ze niet van plan zijn ooit terug te gaan.

    Het proces zal naar verwachting versnellen nu 5 miljoen Hongkongers in aanmerking komen voor een visum voor Groot-Brittannië, waardoor ze daar kunnen wonen, werken en studeren en uiteindelijk aanspraak kunnen maken op Brits staatsburgerschap. Sinds zondag kunnen aanvragen officieel worden ingediend bij British National Overseas.


    Banenverlies in Spanje

    De derde coronagolf eist zijn tol op de Spaanse arbeidsmarkt, bericht El País. In januari gingen 218.953 banen verloren en raakten 76.216 mensen hun werk kwijt, zo blijkt uit cijfers die deze week werden gepubliceerd door de ministeries van Werkgelegenheid en Sociale Zaken.

    De cijfers suggereren dat de Spaanse economie nog lang zal blijven lijden onder de gevolgen van de pandemie. Bij Spaanse sociale diensten staan nu 3,9 miljoen mensen geregistreerd als werkloos. Daarnaast zijn nog eens 738.969 werkenden met verlof gestuurd. In Andalusië steeg het aantal werklozen in januari het sterkst, met 18.249 geregistreerden, gevolgd door Catalonië (10.470) en Valencia (10.094).


    Uruguay gunstige uitzondering

    Transparency International heeft de corruptie-index voor 2020 gepubliceerd en die is niet bijster positief over Latijns-Amerika. Uruguay is de grote uitzondering en volgt Canada als beste van Noord- en Zuid-Amerikaanse landen, schrijft MercoPress. Uruguay staat op plaats 21 van de lijst met 180 landen, met een score van 71 van de 100.  De eerstvolgende Latijns-Amerikaanse landen zijn Argentinië op plaats 78 en Brazilië (94).

    De kop van de ranglijst laat weinig veranderingen zien vergeleken met de vorige index. Nieuw-Zeeland is koploper, gevolgd door Denemarken, Finland, Zwitserland, Singapore, Zweden, Noorwegen, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Canada, het VK en Australië.

  • Aanbevolen door de redactie. Humboldts dichterlijke ziel & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Humboldts dichterlijke ziel & Meer

    De meeste mensen kennen hem slechts van Duitse straatnaambordjes, maar The New Atlantis laat zien waarom je meer wilt weten over Alexander von Humboldt, de invloedrijke wetenschapper-avonturier met de ziel van een dichter. Verder: het geïllustreerde liefdesverhaal van Gertrude Stein en Alice B. Toklas & meer aanraders van de 360-redactie

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    ‘Het brein van een wetenschapper, de ziel van een dichter’

    Bergketens zijn naar hem vernoemd, steden, watervallen en honderden dieren- en plantensoorten. Alexander von Humboldt (1769–1859) was een onwaarschijnlijk veelzijdige wetenschapper, ontdekkingsreiziger, poëet en De uitvinder van de natuur (Andrea Wulf, Atlas Contact). 

    The New Atlantis brengt hem terug uit de vergetelheid en eert hem terecht met een uitgebreid en gedetailleerd artikel. Humboldts bevindingen zijn nog altijd actueel. Aangeraden door editor at large Katrien Gottlieb.

    Alexander von Humboldt by Friedrich Georg Weitsch 1
    Een portret van Alexander von Humboldt door Friedrich Georg Weitsch (1806). – © Alte Nationalgalerie, Berlijn / Wikimedia

    Een liefdesverhaal

    Maira Kalman (1949) is een Amerikaanse, in Israël geboren, illustrator, schrijver, kunstenaar en ontwerper. Ze maakte naam met haar buitengewoon speelse, grappige en luchtige illustraties voor onder meer The New York Times en The New Yorker en ze tekende en illustreerde tal van (kinder)boeken. Onlangs publiceerde ze een prachtig boek over de liefde tussen Gertrude Stein en Alice B. Toklas aan het begin van de twintigste eeuw in Parijs, waarin ook beroemdheden als Hemingway, Matisse en Picasso de revue passeren. De culturele site Brainpickings besprak het boek en haalt een prachtige zin aan van Kalman: ‘This is a love story. You know. How two people, joined together, become themselves’. Een aanrader van redacteur IJsbrand van Veelen.

    fdfb 987x1500 2

    Persoonlijk essay over een eeuwig controversieel meesterwerk

    The New Yorker publiceerde ‘Nabokov, Steinberg, and Me’ van schrijver en humorist Ian Frazier, uit het nog te verschijnen Lolita in the Afterlife: ‘een levendige verzameling van scherpe en essentiële moderne stukken over dit eeuwig provocerende boek’, aldus de uitgever. Getipt door hoofdredacteur Laura Weeda.

    Nabokovs Lolita, waarin de veertiger Humbert Humbert een jury toespreekt die moet oordelen over zijn relatie met de twaalfjarige Lolita, zorgde bij verschijning in 1955 al voor ophef, vooral vanwege de jonge leeftijd van de naamgever. Later ontsteeg het boek de schandaalsfeer en was er vooral aandacht voor de hoogstaande literaire kwaliteit, maar anno 2021 is hier uiteraard weer verandering in gekomen. In de bundel bekijken schrijvers Lolita vanuit politiek standpunt en gaat het over de witheid van de hoofdpersonages, machtsverhoudingen en seksueel trauma.

    Frazier vertel hoe hij het boek, mede omdat zijn moeder, docent Engels, het droevig en gruwelijk vond, steeds opnieuw verslond. Het was vormend voor de manier waarop hij als puber naar meisjes keek en zelfs voor de woorden waarin hij over hen dacht. Pas veel later gaat hij inzien wat zijn moeder bedoelde. Hij begint zijn geliefde Lolita met andere ogen te lezen, en de oorspronkelijke Russische Nabokov, voor zijn gevoel, te doorzien. Waarom noemt hij Lolita’s latere man een ‘kreupele’? En waarom was deze oorlogsveteraan bovendien doof? Was zij wel een nymfomaan, bestaan die überhaupt?

    9781984898838

    Voor eeuwig wachten aan de grens

    In de laatste aflevering van de Spaanstalige podcast El Hilo volgen we het verhaal van Moisés en Meya, die in 2019 van Honduras naar de Verenigde Staten probeerden te emigreren met hun anderhalf jaar oude dochter. Ze wilden een veiliger leven voor hun familie, weg van bendes, mishandeling door de politie en armoede. Maar Mexico stuitten ze op de muur van het anti-immigratiebeleid van de regering-Trump en zijn ‘Blijf in Mexico’-beleid. Sindsdien wachten ze aan de Mexicaans-Amerikaanse grens tot hun asielaanvraag in behandeling wordt genomen. Een tip van redacteur Joep Harmsen.

    Naast Moisés en Meya komen in de podcast fotojournalist Tomás Ayuso en Fernanda Echávarri van Mother Jones aan het woord over de impact is van het immigratiebeleid van de afgelopen vier jaar en wat we kunnen verwachten van Joe Bidens nieuwe koers op dat gebied.

    Ga naar het Instagramaccount van de Hondurese fotojournalist Tomás Ayuso @tomas_ayuso voor beelden bij het verhaal. En zie ook zijn reportage uit 2018 voor National Geographic, waarin Ayuso verslag doet van zijn reis met een migrantenkaravaan.


    De schoonheid van de landbouw

    Daan Roosegaardes meest recente kunstwerk GROW is een eerbetoon aan de schoonheid en het belang van de agrarische sector. GROW ontvouwt zich als een lichtgevend ‘droomlandschap’. Omringd door duisternis golven rode en blauwe lichten over een enorme akker. Het project is geïnspireerd op wetenschap die aantoont dat specifieke lichtrecepten groei van gewassen kunnen stimuleren en weerstand kunnen verbeteren. Een aanrader van art director Majel van der Meulen.

  • ‘Hoeveel kou en vermoeidheid kan een kind verdragen?’

    ‘Hoeveel kou en vermoeidheid kan een kind verdragen?’

    Dit is het waargebeurde verhaal van een Koerdische vrouw, die, hoogzwanger, samen met haar man en twee kinderen van Turkije naar Griekenland vlucht. De auteur maakte deel uit van dezelfde groep vluchtelingen en tekende haar verhaal op. Deel 2 van een tweeluik.

    Lees hier deel 1 We kunnen ons alleen vastklampen aan hoop.’ Een nachtelijke oversteek van Turkije naar Griekenland’

    De auteur

    Vanwege haar kritiek op de oorlogspolitiek die meteen na de verkiezingen van 7 juni 2015 in Turkije oplaaide, ondertekende Umut Güneş (pseudodiem) de Petitie van Academici voor de Vrede. De petitie kwam in januari 2016 uit onder de titel ‘Wij willen geen deel van deze misdaad zijn’.

    Als ondertekenaar werd ze krachtens een decreet van februari 2017 ontslagen uit haar functie op de universiteit. Haar leven veranderde van de ene dag op de andere. Ze werd bedreigd, fysiek en verbaal belaagd, er werden rechtszaken tegen haar aangespannen, ze raakte haar baan kwijt, haar paspoort werd ingetrokken, er werd haar verhinderd nieuw werk te zoeken – net als de andere ondertekenaars kon ze haast geen van haar burgerrechten nog uitoefenen.

    Om een nieuw hoofdstuk te beginnen en haar laboratoriumonderzoek voort te kunnen zetten, stak ze illegaal de Maritsa over, de rivier tussen Turkije en Griekenland, en reisde naar het buitenland. Ze maakte de tocht met vluchtelingen uit verschillende landen. Wat ze meemaakte en om zich heen zag vormde de basis voor dit verhaal. Daarin beschrijft ze de gebeurtenissen door de ogen van een van haar medereizigers, een zwangere Koerdische vrouw. Ze wil haar een stem geven.

    Onze baby had een vreemde opwinding in de groep teweeg gebracht. Op de gezichten van de anderen stond zowel blijdschap te lezen als spanning. Iedereen kwam bij mijn kind kijken, behalve de stille en teruggetrokken Afghanen. Voor de jonge smokkelaar was dat niet genoeg: hij stond erop dat we onze zoon naar hem zouden vernoemen. Al die tijd had hij onder geen beding zijn naam willen zeggen, we moesten hem maar bij zijn bijnaam noemen, maar nu was hij zo overmand door emotie dat hij plompverloren vertelde hoe hij heette. We stemden toe, we hadden weinig keus. Mijn man reciteerde volgens het gebruik een koranvers en fluisterde onze baby zijn naam in het oor. Toen ging iedereen uiteen.

    De vrouw uit Turkije is bij me. Opeens wordt de pijn heviger. Met handen en voeten probeer ik uit te leggen wat er aan de hand is, in de hoop dat ze een pijnstiller bij zich heeft. Ze belt weer met iemand. Waarom toch, waarom die voorzichtigheid in deze omstandigheden? Of is het juist vanwege die omstandigheden dat ze zo behoedzaam is? Ze is duidelijk bang dat ze iets fout doet, dat ons iets overkomt. Na het telefoongesprek haalt ze een tablet voor me uit haar tas. Uitgeput geef ik mijn kind de borst, zij en de Syrische vrouw geven mij wat te eten. Een stukje chocola, een paar dadels, wat brood. Daarna val ik, terwijl Azad en Mizgin hun broertje de hele tijd kusjes geven, met mijn kind in mijn armen vredig in slaap.

    De tijd kruipt voorbij. We wachten nu al uren in dit bos tot de zon ondergaat, liggend in het natte gras. Ik heb nog steeds pijn, maar ik voel me beter. Het is zo’n prachtig kindje. Ik hoop maar dat je het volhoudt, lieverd, en dat je niet te hard huilt. Ik weet wel dat iedereen zich daar zenuwachtig over maakt. Eindelijk gaat de zon onder, we kunnen langzamerhand op weg. Het kan niet ver meer zijn, afgaand op wat ze ons hebben verteld. Maar met het verstrijken van de uren blijkt dat we zijn voorgelogen. Mijn man ondersteunt me weer. Zijn rugzak is nu lichter. Mizgin en Azad lopen net als eerst vooraan, aan de hand van de Irakezen. De Turkse vrouw beschouw ik als mijn zus, zij draagt mijn baby. Na een tijdje wordt ze moe, ik zie haar met de smokkelaar praten. Hij neemt mijn baby van haar over, maar dat werkt niet. Al snel stapt hij op de vijf Afghanen af. Zonder een onvertogen woord dragen zij bij toerbeurt onze zoon.

    Bergen en rivieren

    We steken bergen en heuvels over, lopen door beken en rivieren. We beklimmen hellingen en proberen via andere weer naar beneden te komen. Ik heb pijn en ben moe, ik kan haast niet meer. En het eind komt maar niet in zicht. Af en toe staat de smokkelaar ons een korte pauze toe, maar het blijft zwaar, vooral als we door het water moeten. Op sommige plekken is de waterstroom heel breed maar ook ondiep en overdekt met riet, waardoor we de boot niet kunnen gebruiken. Eén rivier hadden ze gezegd, en die zouden we per boot oversteken. Gelukkig houden de jonge Irakezen mijn kinderen steeds bij de hand, en als we door het water moeten, nemen ze hen op de arm.

    De Afghanen niet, die geven bij ieder beekje mijn baby aan de vrouw uit Turkije. Ze zijn bang. Bang dat er iets gebeurt, dat ze hem laten vallen misschien, ik begrijp hen wel maar ik kan niets doen. De vrouw heeft dezelfde angst, de eerste keer dat we een riviertje over moesten steken voelde ik hoe gespannen ze was. Bepakt met tassen, onze schoenen in de hand, in het pikkedonker door een rivier waden; ik met krampen, zij met mijn baby in haar armen. Maar hoe moeilijk ook, ik had er vertrouwen in dat ze het kon. Op plekken waar het water breed is, helpt mijn man eerst mij naar de overkant en gaat dan terug om haar te helpen. Soms zien we in de verte de lichten van een dorp. En net als ik dan denk dat we er zijn, slaan we een andere richting uit. De uren verstrijken, de tocht duurt en duurt maar. Ik weet niet hoeveel we al gelopen hebben, hoe vaak we hebben moeten rennen, hoeveel keer we ons hebben verstopt.

    Als iedereen aan het eind van zijn Latijn is, zegt de smokkelaar dat we even halthouden. De kinderen beginnen weer zachtjes te huilen. Hoeveel kou, duisternis, vermoeidheid, slaapgebrek kan een kind ook verdragen, en dan de honger.

    ieder kind

    is nu in ons een eindeloos gedicht

    zijn stem een plukje pret

    zijn lach geroffel van een schot

    dat in ons schroeien blijft

    soms wordt het licht dat ons beschijnt

    dan een vuur dat ons verzengt

    we staan in brand we zeggen het niet

    fouten raken besmeurd met bloed

    liederen doen er het zwijgen toe

    hoe een rouwklacht begint we weten het niet…

    Adnan Yücel – In de stroming van een beek

    We zwijgen, moe en bedrukt, de smokkelaar verbreekt de stilte. Hij roept naar de Afghanen, die zich het best op de tocht hebben voorbereid. Ze hebben zich opnieuw afgezonderd en eten platbrood met tomatenketchup en mayonaise. De smokkelaar zegt dat ze ons, onze kinderen wat moeten geven. Platbrood met ketchup en mayonaise. Mijn man neemt de vreemde combinatie aan, we eten er allemaal een stukje van.

    En weer gaan we verder. Een vlakke weg nu, door iets dat op een akker lijkt. Na een tijdje staan we voor een afrastering van ijzer- en prikkeldraad. Op één plek is er een soort poort in het draad geknipt, die met een kabel aan de rest van het hekwerk vastzit. De smokkelaar knoopt de kabel los, doet de poort open. We lopen er snel doorheen, hij doet hem weer dicht en bindt hem vast. Kennelijk wordt de doorgang vaak gebruikt, dat moet ook de reden zijn dat de weg ernaar toe zo goed is, maar wie komt hier dan, wat scheidt het prikkeldraad af, wat ligt er voor ons, zijn we er soms bijna?

    Ik vrees dat hoe langer de tocht duurt en hoe meer iedereen tegen vermoeidheid en uitputting moet vechten, hoe meer ze ons als een last zullen zien, een blok aan hun been

    Een geluid van heel dichtbij wist alle vragen. Een nieuwe beek. Hoe luider de stroming, hoe harder iedereen begint te mopperen. Dit is de laatste, zegt de smokkelaar, maar niemand die hem nog gelooft. We volgen hem met de weinige kracht die ons nog rest, we hebben geen keus. Hij zegt dat we met de boot kunnen oversteken, maar dan moet die eerst worden opgepompt. Een paar mensen gaan aan het werk, met mijn baby ga ik ergens aan de oever zitten, de vrouw uit Turkije komt naast me. Ik kijk naar mijn baby, zij naar de sterren. Ik ben bezorgd, wat zij denkt weet ik niet. De baby is muisstil, misschien dat iedereen wel begrijpt dat ze zich wat dat betreft geen zorgen hoeven te maken, maar ik vrees dat hoe langer de tocht duurt en hoe meer iedereen tegen vermoeidheid en uitputting moet vechten, hoe meer ze ons als een last zullen zien, een blok aan hun been.

    De gedachten malen door mijn hoofd. Hoe vaak zal de boot heen en weer moeten om iedereen naar de overkant te krijgen? En wat als ze ons niet ophalen, als ze ons hier laten zitten, in de kou, het pikkedonker, in dit onbekende, desolate gebied? Wat moeten we doen? We kunnen beter niet bij de eerste overtocht instappen – want ik ben minstens zo bang om aan de overkant in mijn eentje achter te blijven – maar bij de tweede overtocht moeten we zien dat we in de boot komen, we moeten onze kinderen bij de hand houden, wat er ook gebeurt, wij moeten bij hen blijven.

    Opeens horen we de smokkelaar schreeuwen. De vrouw uit Turkije en ik kijken elkaar vragend aan, dan zien we iedereen uiteengaan, naar iets zoeken. Het lijkt erop dat er een onderdeel op de grond gevallen is, waardoor de pomp onbruikbaar is. Hoe moeten we zo’n piepklein onderdeeltje in het donker terugvinden? We hebben uren gelopen, het kan overal wel gevallen zijn. Maar zo kan de tocht niet eindigen, dat mag niet. De vrouw uit Turkije staat op. Ik voel haar moedeloosheid. Toch gaat ze zoeken. Na een tijdje wordt het missende onderdeel daadwerkelijk gevonden. De boot wordt opgepompt. De smokkelaar bepaalt in welke volgorde we worden overgezet en als ik aan de beurt ben, stap ik zonder iets te zeggen in, zonder zelfs maar na te kunnen denken. Van mijn oorspronkelijke plan komt niks terecht. Misschien ben ik te moe, misschien wil ik hem vertrouwen. Na een paar keer heen en weer varen staat iedereen aan de overkant. Achter de smokkelaar aan vervolgen we onze tocht, onze voeten opnieuw doorweekt en onder de modder. Uren, minuten? Ik heb geen flauw benul meer van de tijd.

    Mijn hand durft niet te plukken

    de kwee, de appel waar mijn ziel naar smacht,

    ik buig het hoofd, loop door.

    Van leeuw tot muis geen dier doet dat me na,

    praat me er niet van

    er komt geen woord uit mijn keel…

    Ahmed Arif – Aantekeningen uit de burcht van Diyarbekir en wiegelied voor het babietje Adiloş

    Genoeg geweest

    En weer staan we aan de oever van een waterstroom. In het donker kan ik het niet goed zien, maar het lijkt of we tussen tientallen stroompjes en meertjes lopen. Strompelen, beter gezegd. De blubber, de stenen, alles wat verder in onze voeten prikt en steekt maken het nog zwaarder om een stap te zetten. Het duurt lang voordat we eindelijk op een heuveltje midden in het water staan, in een laag, donker gebouwtje rusten we even uit.

    Iedereen is tot aan zijn knieën doorweekt, rilt. De smokkelaar kondigt aan dat we vannacht hier blijven. We kijken elkaar aan, zelfs in het donker is de wanhoop in ieders ogen te lezen. Het is klaar met de tocht. Nee, niemand heeft nog de kracht om te lopen, maar weer wachten, in het pikkedonker, midden in het water, doorweekt en onder de modder, dat gaat niet. Bovendien hebben we niks te drinken, niks te eten. We hadden geen idee dat het zo lang zou duren. Iedereen protesteert, het is genoeg geweest, dan worden we desnoods maar opgepakt. De smokkelaar zegt niks, wat kan hij ook zeggen, we lopen verder.

    Als we bij een volgende waterstroom komen, is er niemand die zelfs maar zucht. Hoe we naar de overkant moeten, dat is het enige waar we oog voor hebben. Het water is diep maar zo smal dat we niet met de boot kunnen. Dwars in de stroom ligt een soort ijzeren deur, als een dam die naar de overkant loopt. Het is een gladde plaat met aan de bovenkant een rechtop staand traliewerk. De smokkelaar doet voor hoe we eroverheen moeten: op het ijzeren geval gaan staan, je vasthouden aan de tralies en dan zijwaarts lopen. Alleen staan de tralies zo dicht op elkaar dat er nauwelijks een plek is voor je voeten. Bovendien is de oever aan de overkant hoger, waardoor je degene die achter je loopt omhoog moet trekken, de oever op.

    Ik vertel hem met mijn blik dat ik ondanks alles volhoud, dat we hier doorheen komen, dat we ook dit achter ons zullen laten

    De jonge Irakezen steken over, op één arm dragen ze een van mijn kinderen, met hun andere hand weten ze zich aan het traliewerk vast te houden. Degenen vóór hen tillen mijn kinderen de oever op. Onze beurt. Mijn baby is al overgegeven aan de vrouw uit Turkije. Mijn man stapt als eerste op het ijzeren geval, doet een stap opzij en trekt mij erbij. Ik heb nauwelijks kracht meer maar toch lukt het me om me vast te grijpen, mijn man houdt me niettemin bij mijn arm, een paar stappen en we staan aan de overkant.

    Nu de vrouw uit Turkije, met onze baby. Haar tas heeft ze op haar rug, in haar armen houdt ze de reiswieg met mijn kind. Ze kijkt net als ik gespannen hoe ze naar de overkant moet. Het stoffen handvat is te nauw om de reiswieg aan haar arm te hangen, maar de wieg in haar hand houden en maar één hand vrij hebben voor de tralies gaat ook niet. Ze wringt haar arm door het handvat – als het maar niet losscheurt! Met twee handen aan het hekwerk schuifelt ze net als de Irakezen heel langzaam en heel geconcentreerd naar de overkant, tilt mijn kind dan met een extra inspanning meteen omhoog naar mijn man. Hij strekt zich uit om de reiswieg aan te pakken, trekt dan haar omhoog. Nog een rivier die we zijn overgestoken.

    De voettocht gaat verder. Ik ben uitgedroogd, wat me verder verzwakt. Alleen de smokkelaar heeft wat water, maar dat deelt hij niet. Mijn man houdt me nog steviger vast. Uit zijn ogen spreekt een enorme wanhoop, een immense frustratie omdat hij niet meer kan. Ik glimlach naar hem, we moeten stil zijn maar ik vertel hem met mijn blik dat ik ondanks alles volhoud, dat we hier doorheen komen, dat we ook dit achter ons zullen laten.

    als ik zeg dat ik moe ben, geloof me niet, dat ben ik niet

    ik leef nog jaren voort

    met mijn handen op mijn wond

    beschrijf ik de geschiedenis van het leed

    Ahmet Erhan – Dichter zijn is schadelijk voor het leven

    Jachthonden

    Het wordt weer licht. We zijn op een bergtop, in de verte is een dorp te zien, we rusten uit. Ik geef mijn baby de borst. De vrouw uit Turkije vraagt om mijn zoontje, ze streelt hem, kruipt dan samen met hem onder een puntje van het laken dat de smokkelaar heeft meegebracht, onder de bomen op de steile helling. Misschien dat mijn baby het zo wat minder koud heeft. Wij proberen ook wat te slapen, maar niet veel later horen we van dichtbij het geblaf van jachthonden. We pakken onze spullen en vertrekken.

    Omdat het lastig is om over het heuvelachtige terrein te lopen kiest de smokkelaar een ander, vlakbij gelegen pad, maar een van de honden krijgt ons in de gaten en begint harder te blaffen. We keren om en zetten het op een lopen. We moeten weg hier voordat de jagers komen, we moeten ons verstoppen. We verlaten het pad en duiken tussen de bomen, de smokkelaar spoort ons aan om voort te maken, maar hoe? Ik kan niet meer. Toch versnel ik op de een of andere manier mijn pas. ‘Oké,’ zegt de smokkelaar na een tijdje, ‘we zijn ze kwijt.’

    Uren verstrijken, met nog meer lopen, nog meer wachten en ons nog meer verschuilen en dan komt eindelijk de lang verwachte mededeling: ‘De bus komt eraan’. Van onze schuilplaats in het bos lopen we naar de plek waar een busje ons zal oppikken, we verstoppen ons op een helling onder een autoweg, liggend op onze buik wachten we op de instructies van de smokkelaar. Op een teken van hem moeten we naar de bus rennen en onmiddellijk instappen.

    Eindelijk, eindelijk is daar het busje. Ik weet zelf niet hoe ik naar beneden kom, de helling en de weg af ren

    Eindelijk, eindelijk is daar het busje. Ik weet zelf niet hoe ik naar beneden kom, de helling en de weg af ren. De Irakezen hebben mijn kinderen op de arm, een van de Afghanen heeft mijn baby. We rennen, rennen en storten ons in het achterste deel van een busje waar de stoelen uit zijn verwijderd. Met moeite ga ik bij een raampje zitten, met mijn rug leunend in een hoek. Dan neem ik mijn baby in mijn armen. De vrouw uit Turkije arriveert als laatste. De smokkelaar zegt dat ze voorin moet gaan zitten, achterin is geen plaats meer, zelf loopt hij snel terug in de richting waar we vandaan gekomen zijn. De vrouw kijkt naar mij, gebaart me ook naar voren te komen maar de chauffeur wil het niet hebben, hij geeft opeens plankgas. Ik geef haar mijn baby, zodat die wat meer ruimte heeft.

    Dat was het. Alles is achter de rug, toch?

    Hoop is de titel van een verhaal, in het begin loopt het voorop,

    Dan komt er een splitsing, en trekt zijn wond in wat was.

    Özdemir Asaf – ‘Oud verhaal’

    Opluchting

    Een tocht van twee dagen, kilometers te voet, over bergen en rotsen, door akkers en rivieren. Het laatste stuk zonder water, zonder eten. Al die mensen, met tassen op hun rug, een baby in hun arm, kinderen aan de hand, mensen die geen woord zeggen, bij wie geen klacht over de lippen komt.

    En de onnoemelijke opluchting om na dit alles aan te komen.

    We zijn nog maar net op weg, komen pas net een beetje op adem, als de bus wordt gestopt. Eerst dringt het niet tot ons door wat er aan de hand is. Voor de raampjes aan de achterkant hangen gordijnen. Dan gaat het portier open. Griekse politie. ‘Niet bang zijn, jullie zijn veilig!’ is het eerste wat ze zeggen. Of we echt in veiligheid zijn weet ik niet, maar we beginnen blij te klappen. Misschien omdat de tocht nu ten einde is, of omdat we denken dat we werkelijk gered zijn, of misschien omdat we hopen dat ze ons niet slecht zullen behandelen.

    Hoe heb ik het allemaal weten te doorstaan, hoe heeft mijn baby het gered, hoe hebben mijn kinderen de tocht volgehouden?

    We worden geteld, door een Griekse agent deze keer. Andere mensen, andere steden, andere landen – wat blijft is dat wij als vee worden geteld. Hij praat met de vrouw uit Turkije. Ze wijst naar de baby, naar mij, zegt iets. De verbijstering is van zijn gezicht te lezen. Hij roept een van zijn collega’s erbij en wijst naar ons. Vertelt hij van de bevalling? Een bevalling aan de oever van een rivier, op het natte gras in een bos, in de koude wind van een novemberochtend, een bevalling met een klein zakmes en een stukje naaigaren? Hoe heb ik het allemaal weten te doorstaan, hoe heeft mijn baby het gered, hoe hebben mijn kinderen de tocht volgehouden?

    Ik vertel u de waarheid. Pas aan de rand van de afgrond krijgt een mens vleugels.

    – Nikoz Kazantzakis

    We wachten een tijdje in de bus en worden dan overgebracht naar een politiebureau. Bij aankomst zie ik op de stoep een ambulance klaar staan, kennelijk hebben de woorden van de vrouw uit Turkije effect gehad. Voor mij is dat van groot belang, ik wil dat artsen mijn baby zien, wil zeker weten dat hij het goed maakt, gezond is.

    Op het bureau word ik met mijn baby meteen van de anderen gescheiden en geregistreerd. Ze vragen me of de vrouw uit Turkije de smokkelaar is. Ik weet niet hoe ik het heb. Ik schud mijn hoofd, terwijl ik zoveel zou willen zeggen. Geen idee of mijn antwoord voor hen afdoende is. Dan laat ik mijn kinderen, mijn man en alle anderen achter, laat mijn hoofd en mijn hart bij hen, stap met mijn baby in de ambulance en ga naar het ziekenhuis.

    Het lijkt of alle vermoeidheid van de tocht en mijn belevenissen er nu pas uitkomen. Alles wat ik heb meegemaakt lijkt een droom

    Een arts onderzoekt me terwijl zijn collega’s zich om mijn baby bekommeren. Ze zijn verbijsterd, maar uit hun gezichtsuitdrukking maak ik op dat het goed is met mijn kind, toch leggen ze hem in een couveuse. Hoe het met mij is? Het lijkt of alle vermoeidheid van de tocht en mijn belevenissen er nu pas uitkomen. Alles wat ik heb meegemaakt lijkt een droom.

    De arts vraagt iets, ik kijk hem wezenloos aan. Ik heb nog steeds pijn en het bloeden is ook nog niet gestopt, maar ik zeg niks, het lukt me niet. Ik lijk mezelf niet. Ik word gehecht, krijg een infuus. Wanneer ik mijn ogen opendoe moet ik een tijdje geslapen hebben, het is donker, de maan staat aan de hemel en ik ben moederziel alleen, net als mijn baby. De eerste nacht, zonder mijn baby, mijn kinderen, mijn man.

    een maan komt op van lieverlee

    in de boezem van de nacht,

    met het firmament heeft hij maar weinig op

    aangezien dat iedere dag

    een stukje van hem eten moet

    het probleem, hij ziet de toekomst niet

    want treurig als zijn eind mag zijn

    het is ook zwanger van zijn nieuw begin

    Metin Altıok – Steeds minder

    Ook de volgende dag moeten we nog in het ziekenhuis blijven, mijn baby en ik gescheiden van elkaar, als ‘twee verloren hoopjes verlangen, twee stukjes van een ziel’ (Ahmed Arif / Verstomd). Mijn lichaam is doodmoe, mijn voeten doen afschuwelijk zeer en ik voel steken in mijn hart. Wanneer zie ik mijn kinderen en mijn man weer? Twee dagen die wel een leven lijken te duren, dan pas leggen de artsen mijn baby in mijn armen. Twee agenten nemen ons mee.

    Huis van bewaring

    Ik passeer twee ijzeren deuren en sta in de vrouwenafdeling van het huis van bewaring. Twaalf personen in een vertrek voor acht. Mijn man en kinderen zijn er ook. Naast onze ruimte ligt die voor de mannen, overal ziet het blauw van de rook. Met mijn vier dagen oude baby zet ik voor het eerst voet in een gevangenis. We zijn weer samen. Ik ben dolblij mijn kinderen en mijn man te zien, vol warmte door hen omhelsd te worden. Azad en Mizgin zijn niet weg te slaan bij hun broertje, we kunnen elkaar geen van allen loslaten.

    Een droom was het wat we hebben doorstaan.

    Een droom is mijn leed, een droom de kerker.

    Hoe kan het jaren hebben geduurd

    wat ik zo kort als een vers heb beleefd…

    Ahmed Arif – Verstomd

    De vrouw uit Turkije is er, de Syrische vrouwen zijn er, samen met de anderen dringen ze om ons heen. Ze strelen mijn kind, geven een beetje eten dat nog over is, en laten ons dan alleen. Mizgin en Azad geven hun broertje een kusje en klimmen op het stapelbed van de vrouw uit Turkije. Ze hebben haar een paar woorden Sorani geleerd en spelen nu lachend een spelletje. Het is heerlijk mijn kinderen na dagen zo te zien lachen.

    Ik eet wat en haal de tijd in met mijn man. Ja, we hebben elkaar gemist, we zijn nooit bij elkaar weg geweest, hebben nooit elkaars hand losgelaten. Ik voel me zielsgelukkig. Maar als hij vertelt over onze celgenoten en hun situatie slaat mijn stemming om.

    alleen in geluid schuilen we nu nog

    in de lichtende nacht.

    naar wie te gaan,

    met welke woorden te vertellen van de pijn,

    in welke taal te vragen om genade?

    een puur begin, dat is nodig nu

    met woorden die bij de ochtendstond

    zich verbinden met de ziel, zo’n begin.

    de warmte van een nest, dat is nodig nu,

    een huis waar je van dichtbij de schoorsteen kunt zien roken

    zodat we in het oord van het vergeven

    het aanzien voor een toevluchtsoord

    en zwijgen

    zwijgen.

    Bejan Matur – Opgroeien in twee dromen

    Want in feite is er nog helemaal niks ten einde. Een man en vrouw van achter in de zestig zijn de oudsten van ons allen, drie keer hebben ze geprobeerd weg te komen uit Istanbul, ‘de stad die hen niet vergund is’, zoals ze zelf zeggen. Iedere keer weer zijn ze opgepakt en teruggestuurd. Ze zitten hier nu al weken en wachten in spanning af wat er deze keer met hen zal gebeuren. Hun enige troost is dat ze samen zijn. Omdat de mannenruimte vol zit, zijn echtparen en kinderen hier gezet. Ze lijken ziek, of misschien is het de ouderdom. Zelfs lopen doet hen pijn, maar als ze samen zijn hebben ze tenminste steun aan elkaar.

    Saher is de jongste. Een bruisend meisje van nog maar 17. Ze zit geen minuut stil, roept vanachter de tralies naar de politie, klopt op de tussenmuur en vraagt de mannen in de ruimte naast ons een liedje te zingen. Ze is Koerdisch en komt uit Syrië maar heeft ook een tijdje in Turkije gewoond. Haar moeder heeft naar Duitsland weten te komen, maar zij zit nog hier. Twee keer heeft ze geprobeerd te vluchten, en net als de anderen is ze na een tijdje in het huis van bewaring steeds weer teruggestuurd. Nu heeft ze goede hoop, want dat ze al langere tijd hier wordt vastgehouden kan betekenen dat ze naar het kamp gaat, en vandaar is het makkelijker om weg te komen. Het klinkt allemaal eenvoudig, maar ze is zo jong nog en alleen.

    Vrouw uit Turkije

    Ik moet aan de vrouw uit Turkije denken, de enige in de groep die alleen was. We waren weliswaar met z’n twintigen, maar iemand die dezelfde taal spreekt geeft extra vertrouwen, misschien straalt het ook macht uit, is het als een schild dat je beschermt bij de ontberingen onderweg. Zij had alleen de smokkelaar met wie ze kon praten – degene die we het meest moesten vertrouwen maar in wie we in feite het minst vertrouwen hadden.

    Ik vraag mijn man naar haar situatie, hij zegt dat hij niks weet, maar voegt eraan toe dat ze pas uren later, toen iedereen al in het huis van bewaring was, werd binnengebracht. Bij de registratie op het bureau had de politie ook de anderen gevraagd of zij de smokkelaar was. Iedereen had ontkend, toch was ze urenlang verhoord. Waarom? Mijn man weet het ook niet.

    Sinds de bevalling noemde iedereen haar ‘dokter’. En omdat we zo veel mogelijk uit de buurt bleven van de smokkelaar hadden we ons met alle vragen over de reis – vooral: hoeveel rivieren moeten we nog over? – via de Irakese arts en de Syrische vrouw tot haar gewend. Ook op het politiebureau was iedereen daarmee doorgegaan. Was dat het? Of was het probleem soms dat ze bij de arrestatie voorin het busje had gezeten, en niet bij ons? Ze had mijn baby vast, en hield tegelijkertijd de telefoon tegen het oor van de paniekerige Griekse chauffeur, zodat hij de auto die voorop ging kon blijven volgen. Het gaat me aan het hart, maar ik ben blij dat ze nog bij ons is.

    Met ons hele gezin zitten we op een van de bedden te praten, denken we met een mengeling van gevoelens terug aan alles wat we hebben meegemaakt, als een van de agenten vanachter de tralies in het Turks ‘Istanbuler!’ roept (net als het woord voor ‘smokkelaar’ kennelijk een van de Turkse woorden die iedereen kent, ongeacht zijn moedertaal.) De agent wijst naar ons en zegt iets in het Engels tegen de vrouw uit Turkije. Wie moet ons uitleggen wat er aan de hand is nu de smokkelaar er niet meer is om voor ons te vertalen? We kijken de vrouw uit Turkije vragend aan, ze zegt iets in het Turks tegen Saher. Saher vertaalt het in het Kurmanci tegen de Syrische, die het op haar beurt voor de Irakese vrouw in het Arabisch vertaalt. En eindelijk horen we van haar in het Sorani het bericht waar vol spanning op zitten wachten.

    Mijn man valt me dolblij om de hals, vliegt van het bed, iedereen leeft met ons mee. Goed nieuws!

    ‘Jullie moeten meteen je spullen pakken, jullie gaan naar het kamp!’

    Mijn man valt me dolblij om de hals, vliegt van het bed, iedereen leeft met ons mee. Goed nieuws! We worden dus niet teruggestuurd. Ze laten mijn kinderen niet nog langer achter de tralies zitten, in een piepkleine ruimte zonder ramen, die blauw staat van de rook. Ik sta op en pak samen met mijn man onze spullen.

    Ik zie de vrouw uit Turkije ook haar tas pakken. Ze wordt vrijgelaten, hoor ik via de communicatieketen die de vrouwen tot stand hebben gebracht.

    Als ze haar weinige bezittingen bij elkaar heeft, neemt ze met een omhelzing van iedereen afscheid. Eenmaal bij ons neemt ze eerst onze baby in haar armen en vraagt hoe hij heet. Kennelijk heeft zij zich evenmin kunnen neerleggen bij de naam die de smokkelaar ons opdrong. In feite hebben we hem die naam nooit gegeven.

    Alles wat we tijdens de reis hebben meegemaakt ging over de kern, ook al spraken we niet dezelfde taal

    ‘Rojhat,’ zeg ik, ‘de grote dag.’ Ze omhelst hem nog enthousiaster, neemt dan afscheid van ons. Ze pakt Mizgin en Azad vast, die haar heel veel kusjes geven, en vertrekt.

     Wie zij was, wat haar tot die tocht gebracht had, ik weet het niet. We hebben nauwelijks kunnen praten, en toch waren we één op die afschuwelijke tocht. Dan denk ik aan hoe we op het eind naar het busje renden. Hoe kwam het dat zij pas na ons arriveerde, dat ik, pas bevallen nota bene, als allereerste aankwam? Alles wat we tijdens de reis hebben meegemaakt ging over de kern, ook al spraken we niet dezelfde taal, we waren één, we waren mens, we stonden zij aan zij. Maar die laatste halte op onze tocht, die kleine herinnering, vertelt ook van een andere achtergrond.

    Na haar vertrek gaat de traliedeur nogmaals open, nu voor ons. We zitten te wachten op een stapelbed en als we opstaan beseffen we dat we de oorlogen die anderen het leven hebben gekost, die ons hebben ontheemd, wel achter ons gelaten hebben, maar dat we op weg zijn naar een nieuwe strijd.

    Dit is deel 2 van een 2-delige longread over deze vlucht van Turkije naar Griekenland. Vorige week verscheen het eerste deel.

  • Draghi gaat Italiaanse regering leiden | Mexico wil erfgoed terug van Christie’s

    Draghi gaat Italiaanse regering leiden | Mexico wil erfgoed terug van Christie’s

    Een lastige opgave voor Draghi en Mattarella

    De Italiaanse president Sergio Mattarella gaat vandaag Mario Draghi vragen om een zakenkabinet te leiden, bericht het Italiaanse dagblad Il Fatto Quotidiano. De voormalige voorzitter van de Europese Centrale Bank moet zoals de president beschrijft ‘een regering [leiden] met een deskundig profiel, die zich met geen enkele politieke richting mag identificeren’.

    Draghi moet Italië uit de gezondheidscrisis loodsen, maar vooral ook uit de economische malaise die is ontstaan door de coronacrisis, aldus president Mattarella in een persconferentie gisteravond (2 februari). Een lastige opgave, aangezien de vorige regering gevallen is over de coronaherstelplannen.

    Een verslag van La Repubblica van de persconferentie waarin Mattarella zijn verzoek aan Draghi aankondigt om een zakenkabinet te vormen.

    De Italiaanse media reppen over een ‘presidentsregering’, aangezien de president de leiding neemt in het aanstellen van een kabinet in plaats van het over te laten aan een formateur en het parlement, zoals gebruikelijk is.

    Gisteren torpedeerde Matteo Renzi de formatieonderhandelingen onder leiding van Kamervoorzitter Roberto Fico, meldt La Repubblica. Renzi’s splinterpartij Italia Viva was nodig om een meerderheid te kunnen vormen met de Partito Democratico (PD) en de Movimento 5 Stelle (de Vijfsterrenbeweging, M5S), de grootste partij in het parlement.

    Dezelfde drie partijen vormden ook de coalitieregering waar Renzi op 13 januari is uitgestapt omdat hij het niet eens was met de coronaherstelplannen.

    Of het Draghi gaat lukken om een meerderheid te vinden voor zijn zakenkabinet, is nog maar de vraag. De Vijfsterrenbeweging heeft al verklaard niet te zullen instemmen met een zakenkabinet onder leiding van Draghi, schrijft Il Post.

    Zonder de grootste partij in de Kamer en het Senaat, is de enige mogelijke meerderheid een brede coalitie van de PD, de linkse Liberi e Uguali (Vrijen en Gelijken), alle centrumpartijen, en een aanzienlijk deel van centrumrechts en rechts, met Forza Italia van voormalig premier Silvia Berlusconi en Lega van Matteo Salvini, aldus Il Post.


    Migratiesituatie in Chili loopt ‘uit de hand’

    Maandagavond is een groep van driehonderd personen onrechtmatig via Bolivia de Chileense grens overgestoken, bericht het Chileense radiostation Radio Bío Bío. Hoewel de autoriteiten volhouden dat iedereen bij de grens is tegengehouden, verklaren bronnen aan het radiostation dat de groep Chili is binnengekomen en op weg is naar Colchane, een gemeente in de noordelijke regio Tarapacá, dicht bij de grens met Bolivia.

    De groep bestaat voor een deel uit ouderen, jongeren en kinderen, waarvan een meerderheid uit Venezuela afkomstig is, meldt het radiostation. Ook zouden er nog honderden mensen aan de andere kant van de Boliviaanse grens wachten om over te steken. Volgens de lokale bevolking is de migratiesituatie in het noorden van Chili ‘uit de hand gelopen’, aldus Radio Bío Bío.

    ‘Door mensen een legale weg te bieden, kunnen ze zich in menswaardige omstandigheden verplaatsen’

    Eduardo Cardoza, voorzitter van de mensenrechtenorganisatie Movimiento Acción Migrante (MAM), pleit tegenover Radio y Diario Universidad de Chile voor samenwerking met de landen van herkomst om een gereguleerde migratie mogelijk te maken.

    ‘Door mensen een legale weg te bieden, kunnen ze zich in menswaardige omstandigheden verplaatsen en hebben ze later, wanneer ze naar hun land willen terugkeren (…), de mogelijkheid om dat te doen.’ De MAM-voorzitter benadrukt dat we niet kunnen negeren dat er zo’n 4,5 miljoen Venezolanen op drift zijn.

    Volgens het Chileense nieuwskanaal Cooperativa bevinden zich nu zo’n 1600 migranten in Colchane, waar gevreesd wordt voor een ‘humanitair drama’. De burgermeester van het plaatsje van 1583 inwoners, Javier García, maakt zich dan ook grote zorgen over de mogelijkheid om voedsel en onderdak te bieden aan zoveel migranten, meldt de Chileense kwaliteitskrant La Tercera.

    Al meer dan zeshonderd migranten zijn vanwege coronamaatregelen verplaatst naar de regiohoofdstad Iquique om daar medisch te worden onderzocht en in quarantaine te worden geplaatst, schrijft de krant.

    De situatie in Venezuela, waar veel migranten vandaan komen, is al jaren nijpend. Sancties, politieke onrust, hyperinflatie en een schaarste aan vrijwel alle goederen teisteren het land. Volgens officiële cijfers leefde 96 procent van de Venezolaanse huishoudens in 2020 in armoede, meldt El País, waarvan 79 procent zelfs in extreme armoede.


    Mexico wil 33 precolumbiaanse voorwerpen terug van Frankrijk

    Mexico heeft onlangs 33 precolumbiaanse archeologische voorwerpen opgeëist die op 9 februari in Parijs zullen worden geveild, meldt El País.

    Mexico zet daarmee zijn strijd voort om het erfgoed terug te krijgen dat zich in Europese collecties bevindt, maar die heeft ‘tot nu toe weinig resultaat opgeleverd’ en stuit ‘in Frankrijk voortdurend op verzet’, benadrukt de krant.

    Volgens El Universal heeft het Mexicaans Instituut voor Antropologie en Geschiedenis gerechtelijke stappen ondernomen en zijn diplomatieke netwerken ingeschakeld om te protesteren tegen de veiling ‘Quetzalcoatl: Gevederde Slang’, die op 9 februari door Christie’s in Parijs wordt georganiseerd. Een veertigtal precolumbiaanse voorwerpen uit Europese collecties zal worden tentoongesteld. ‘33 daarvan zijn van Mexicaanse afkomst’, meldt het dagblad.

    Beeldhouwwerken, vazen, maskers, schalen en beeldjes uit de Azteekse, Maya-, Tolteekse, Totonac- en Mixteekse culturen zijn in de verkoopcatalogus opgenomen. Deze voorwerpen zijn afkomstig uit onder andere Veracruz, Nayarit, Guerrero, Guanajuato, Colima, Chiapas en Mexico-Staat, aldus El País.

    Het meest gewaardeerde stuk is een Totonac-beeld van Cihuateótl, godin van de vruchtbaarheid. Het is afkomstig uit de archeologische vindplaats El Zapotal, in de staat Veracruz, en zal naar verwachting worden verkocht voor tussen de 600.000 en 900.000 euro, aldus El Universal.

  • Het nieuwe nieuwe normaal in Myanmar | Sneeuwstorm in New York

    Het nieuwe nieuwe normaal in Myanmar | Sneeuwstorm in New York

    ‘Een kans voor Biden’

    Slechts 24 uur na de militaire coup in Myanmar reageerde de Amerikaanse president Joe Biden maandag door te dreigen met herinvoering van sancties die de afgelopen tien jaar waren opgeheven. De nieuwe president riep op tot een gecoördineerde internationale reactie om de militaire junta te dwingen de macht af te staan.

    Volgens o.a. The Washington Post is de Birmese crisis de eerste grote test voor de regering-Biden aangezien de Democraat tijdens zijn campagne heeft beloofd in internationale kwesties meer met bondgenoten te zullen samenwerken. De krant noemt de crisis in Myanmar ‘voor Biden een kans om zijn woord te houden’. Ook noemt de Post ‘het eventuele herstel van een dictatuur [in Myanmar] rampzalig voor de vrijheid in Zuidoost-Azië en een zegen voor China’.

    In een analyse op de site van Foreign Policy vraagt Azeem Ibrahim, directeur van de Amerikaanse denktank Center for Global Policy, zich af of Beijing de staatsgreep heeft gesteund, nadat de hoge Chinese diplomaat Wang Yi vorige maand generaal Min Aung Hlaing van Myanmar ontmoette, die nu optreedt als interim. Als dit inderdaad het geval blijkt te zijn, is dit een teken van ‘een nieuwe ideologische verharding van de democratie door Beijing’, aldus Ibrahim. Ook hij noemt de gebeurtenissen eveneens ‘een kans voor de Verenigde Staten om hun rol als leider van de vrije wereld op te pakken, iets wat ze hard nodig hebben na vier jaar Trump’.


    ‘Welkom in het nieuwe normaal’

    In Myanmar is de situatie ondertussen te vergelijken met die van 23 maart vorig jaar, toen de regering een lockdown afkondigde. Mensen verdringen zich voor de winkels om rijst, noedels, eieren, schoonmaakspullen en meer te kopen. Aanvankelijk was er geen telefoon- en internetsignaal, meldt The Myanmar Times, maar inmiddels is dat in vrijwel alle regio’s hersteld, behalve in Rakhine. ‘Omdat we geen idee hebben wat ons te wachten staat, moeten we zo veel mogelijk inslaan. Dat is het enige wat op dit moment telt,’ zegt een geïnterviewde.

    Door de straten rijden auto’s waarvan de inzittenden met vlaggen zwaaien om te vieren dat het leger de macht weer heeft. ‘Welkom in het nieuwe normaal’, aldus het Myanmarese dagblad.

    De Veiligheidsraad van de VN komt vanochtend (2 februari) in een spoedvergadering bijeen vanwege de ontwikkelingen in Myanmar. De Verenigde Naties vrezen in het bijzonder dat de staatsgreep door het leger de situatie van de 600.000 leden van de Rohingya-moslimgemeenschap die nog in het land aanwezig zijn, zal verergeren, aldus een woordvoerder van de VN.

    Gewaarschuwd

    Door het militaire optreden tegen deze minderheid in 2017 zijn meer dan 700.000 mensen naar Bangladesh gevlucht, waar ze in vluchtelingenkampen zijn gestrand. De VN en de westerse mogendheden beschuldigden het Myanmarese leger van etnische zuivering, maar het leger verwierp de beschuldigingen. 

    ‘De vervolging van de Rohingya was al een teken van een mislukking van de grondwet’, merkt onderzoeker Rudabeh Sahid op in een analyse die op de NBC News-site is gepubliceerd. Deze stelde ‘het leger in staat een deel van hun macht te behouden en hun invloed uit te breiden’, zegt hij. ‘De internationale gemeenschap had dit moeten zien als een waarschuwing dat ze moest optreden als ze wilde dat Myanmar een democratie bleef.’


    Grootste sneeuwstorm sinds maart 1888

    Van Washington tot Boston, van Pennsylvania tot Maine werden gisteren (1 februari) tientallen miljoenen inwoners ingesloten in verband met een sneeuwstorm met windstoten tot 80 km/u. Reizen mag alleen als het hoogstnoodzakelijk is, luchthavens, scholen en anticovid-vaccinatiecentra zijn gesloten.

    Volgens CNN lag in New York nog voordat de storm was gaan liggen een pak sneeuw van minstens 60 centimeter. Burgemeester Bill de Blasio riep de lokale noodtoestand uit om het werk van de sneeuwruimmachines, die door de hoofdstraten rijden, te vergemakkelijken. 

    Er wordt wel gesproken over de ‘grootste sneeuwstorm’ sinds maart 1888, toen de stad, die in het vroege voorjaar door het noodweer werd overvallen, tientallen doden en aanzienlijke materiële schade te betreuren had.


    Demonstranten in Turkije gearresteerd na aanval Erdogan op LGBT-beweging

    De Turkse autoriteiten hebben maandagavond (1 februari) demonstranten gearresteerd die het ontslag eisen van de door de regering aangestelde rector van de Boğaziçi Universiteit (Bosporusuniversiteit), Melih Bulu, en de vrijlating van andere studenten die deze week zijn gearresteerd nadat ze ervan werden beschuldigd in hun universiteit een schilderij te hebben opgehangen van een heilige plaats van de islam, versierd met LGBT-regenboogvlaggen. 

    De incidenten kwamen uren na een krachtige aanval van Erdogan op de LGBT-beweging, die hij beschuldigde van ‘vandalisme’. ‘De Bosporusuniversiteit is al lange tijd het doelwit van de president en zijn conservatieve aanhangers. Ze betreuren haar prestige en liberale neigingen’, schrijft de New York Times-correspondent in Turkije.


    Verkiezingen Brazilië pakken gunstig uit voor Bolsonaro

    De Braziliaanse parlementariër Rodrigo Pacheco (DEM, midden rechts) heeft de verkiezingen maandag 1 februari gewonnen met de steun van de Braziliaanse president. Jair Bolsonaro slaagde er ook in om nog een van ‘zijn’ kandidaten, Arthur Lira, naar voren te schuiven voor de Kamer van Afgevaardigden, wat de tweede helft van zijn mandaat en zijn mogelijke herverkiezing in 2022 zal vergemakkelijken.

    ‘Het Congres heeft de donkere kant van de politiek gekozen’

    In Brazilië bepalen de voorzitters van de Kamer van Afgevaardigden en de Senaat de wetgevingsagenda. Daarnaast is het aan het hoofd van het Lagerhuis om te beslissen over de ontvankelijkheid van klachten over afzetting. 

    De Kamer van Afgevaardigden heeft 66 verzoeken tot afzetting van Jair Bolsonaro ontvangen, aangezien zijn beleid rondom de coronaepidemie rampzalig wordt geacht. Met ongeveer 225.000 doden is Brazilië het op meest getroffen land na de Verenigde Staten. ‘Het Congres heeft de donkere kant van de politiek gekozen’, concludeert de Braziliaanse krant O Globo.

  • ‘We kunnen ons alleen vastklampen aan hoop.’ Een nachtelijke oversteek van Turkije naar Griekenland

    ‘We kunnen ons alleen vastklampen aan hoop.’ Een nachtelijke oversteek van Turkije naar Griekenland

    Dit is het waargebeurde verhaal van een Koerdische vrouw die, hoogzwanger, samen met haar man en twee kinderen van Turkije naar Griekenland vlucht. De auteur maakte deel uit van dezelfde groep vluchtelingen en tekende haar verhaal op. Deel 1 van een tweeluik.

    Keuze uit ons archief

    Sinds de aardbeving in Turkije en Syrië stromen er steeds meer verhalen binnen van Syrische vluchtelingen in buurland Turkije die eerst hun huis in eigen land vernietigd zagen worden door de bommen van Assad en nu in hun nieuwe thuisland worden overvallen door natuurgeweld. Ongetwijfeld zullen veel Syrische ontheemden in beide getroffen landen nog meer reden zien om hun heil te zoeken in West-Europa – en geef ze eens ongelijk. Dit aangrijpende verhaal uit de Turkse krant Birgün

    Weeën… Hevige weeën. En dat terwijl alles net begonnen is, het maakt me bang, maar ik moet volhouden, er zit niks anders op. Toen ik aan de reis begon was ik er eigenlijk beter aan toe. Waarom moet het nu beginnen? Komt het door het heen en weer geschud tijdens de ‘reis’ in de laadruimte van de vrachtwagen? Of is het de angst, de onrust, de spanning niet te weten wat het onbekende brengt? Hoe komen we over die rivier… Mijn kinderen… Hoe moeten die deze tocht doorstaan, blijft mijn baby in leven?

    Voordat ik aan deze onzekere tocht begon, had de dokter gezegd dat ik binnen een week zou kunnen bevallen. Toch ben ik vertrokken, wij allemaal, ons hele gezin. Wat als het kind onderweg ter wereld komt, of als het de reden is dat we worden teruggestuurd? We hebben verhalen genoeg gehoord van mensen die keer op keer de overkant wisten te bereiken en vervolgens werden teruggestuurd, met geweld. Geen idee wat ons te wachten staat. Het enige waar we ons aan vast kunnen klampen is onze hoop, het enige wat we weten is dat we niet terug willen naar waar we vandaan zijn gekomen. Daarom hebben we alle hoop die we in ons hadden aangesproken. Ons nog ongeboren kind. Misschien geeft onze baby aan de overkant houvast.

    705x470 1 1

    Hazne Alviyi

    Hazne Alviyi, 37, blijft bij haar familieleden die zijn ontsnapt uit het Tell Abyad-district van de Syrische provincie Raqqa vanwege de zes jaar durende Syrische burgeroorlog. Turkije, dat een lange grens deelt met Syrië, herbergt nu ongeveer 3 miljoen Syrische vluchtelingen – meer dan enig ander land ter wereld. Sinds de Syrische burgeroorlog meer dan zes jaar geleden begon, heeft Turkije ongeveer $ 25 miljard uitgegeven om Syrische vluchtelingen te helpen en op te vangen. – © Ensar Ozdemir / Anadolu Agency / Getty Images

    Uit de reeks Mutual life: The Syrian refugee crisis

    Mijn man, mijn twee kleine kinderen, Mizgin en Azad, en mijn nog ongeboren kind. Na een uren durende tocht in de laadruimte van een vrachtwagen, een reis kun je het nauwelijks noemen, komen we bij een grensdorp aan. De mensensmokkelaar die ons van Istanboel hierheen heeft gebracht, stapt uit, doet ons over aan een andere smokkelaar en vertrekt. Het is midden in de nacht, half november. We lopen een tijd door een akker. ‘Stop,’ zegt de smokkelaar, ‘hier blijven we wachten.’ Hij blijkt niet degene te zijn die ons meeneemt.

    We wachten in stilte. De weeën zijn hevig, ik kan nauwelijks ademhalen. Ik zak neer in het bedauwde gras, op de vochtige aarde. Een bedroefd, bezorgd, gespannen wachten in het holst van de nacht. Wat zoeken we hier?

    De auteur

    Vanwege haar kritiek op de oorlogspolitiek die meteen na de verkiezingen van 7 juni 2015 in Turkije oplaaide, ondertekende Umut Güneş (pseudodiem) de Petitie van Academici voor de Vrede. De petitie kwam in januari 2016 uit onder de titel ‘Wij willen geen deel van deze misdaad zijn’.

    Als ondertekenaar werd ze krachtens een decreet van februari 2017 ontslagen uit haar functie op de universiteit. Haar leven veranderde van de ene dag op de andere. Ze werd bedreigd, fysiek en verbaal belaagd, er werden rechtszaken tegen haar aangespannen, ze raakte haar baan kwijt, haar paspoort werd ingetrokken, er werd haar verhinderd nieuw werk te zoeken – net als de andere ondertekenaars kon ze haast geen van haar burgerrechten nog uitoefenen.

    Om een nieuw hoofdstuk te beginnen en haar laboratoriumonderzoek voort te kunnen zetten, stak ze illegaal de Maritsa over, de rivier tussen Turkije en Griekenland, en reisde naar het buitenland. Ze maakte de tocht met vluchtelingen uit verschillende landen. Wat ze meemaakte en om zich heen zag vormde de basis voor dit verhaal. Daarin beschrijft ze de gebeurtenissen door de ogen van een van haar medereizigers, een zwangere Koerdische vrouw. Ze wil haar een stem geven.

    Geen woord

    We wachten in stilte. Midden op een akker, twintig mensen die in dezelfde laadruimte van een vrachtwagen zijn vervoerd, als schapen naar de slachtbank.

    We wachten in stilte. Allerlei verschillende gezichten, verschillende talen, Kurmanci, Sorani, Arabisch, Afghaans. In de vrachtwagen klonken ze nog door elkaar, nu valt er geen woord.

    We wachten in stilte. Mijn man laat mijn hand geen moment los. Mijn hoofd kan ik nauwelijks overeind houden, het rust steeds tegen zijn borst. En dan mijn kinderen. Mijn dochter is acht, mijn zoon zeven. Maar eigenlijk zijn ze al ouder. Wanneer zijn ze zo volwassen geworden? Waarom was dit nodig? De nacht is donker, nat, koud. Nu zitten ze hier, mijn kinderen, in een land dat we niet kennen, tussen mensen die we niet kennen, in een novembernacht op een braakliggende akker bij een dorp aan de grens, doen hun best om wakker te blijven, wachten op het moment dat we op weg zullen gaan, in stilte. Wat heeft hen op deze leeftijd geleerd zo stil te zijn?

    Hoe lang we al wachten, geen idee. Uiteindelijk komt de andere smokkelaar. Hij lijkt nog een vrouw bij zich te hebben, maar zeker weet ik het niet, het is donker, de pijn zo hevig dat ik mijn ogen nauwelijks open krijg. Dan hoor ik haar stem, ze praat Turks met hem, ja, een vrouw uit Turkije.

    Stel dat een van ons achterblijft of verdrinkt, dan is dat simpelweg één stuk minder bij de telling

    In het pikkedonker worden we geteld, als vee. Een som om uit te rekenen met hoeveel stuks we zijn. Ik weet wel dat we nummers voor hen zijn, dat het niet om onze levens gaat. Stel dat een van ons achterblijft of verdrinkt, dan is dat simpelweg één stuk minder bij de telling. Alleen de cijfers tellen, een rekening voor het geld dat ze straks krijgen, ons bestaan zegt ze niks.

    We gaan verder. We zouden ongeveer een uur langs de Turkse grens lopen, was er gezegd, dan met een boot de rivier oversteken, daarna was het nog hoogstens drie, vier uur lopen tot de auto die ons naar Athene brengt. In de woorden van de smokkelaar had het heel eenvoudig geklonken. Een korte tocht zou het zijn, het had ons moed gegeven. Net als de wens te leven, die ons de moed gaf op weg te gaan. Zo eenvoudig als het allemaal was, zo menselijk was het ook.

    Dikke sokken en slippers

    Het moet een uur of drie in de nacht zijn. Naast ons een kanaal. Op de oever zijn bergen zand gestort. We lopen langs het water, over de zandhopen, tenminste, dat proberen we. Waarom? Geen idee. Misschien om niet te verdwalen. De regen heeft kuilen in de grond geslagen, de schrale wind de grond hard gemaakt. Hoe valt hier te lopen?

    De smokkelaar gaat voorop, naast hem de vrouw uit Turkije, pal achter hen de Afghanen. Ze worden gevolgd door de Irakezen en de Syriërs. Mijn twee kinderen lopen ieder aan de hand van een jonge Irakees. Jong zeg ik, maar zelf ben ik ook pas 28. Helemaal achteraan komen wij, mijn man en ik. Ik loop op dikke sokken en slippers. De weeën zijn zo hevig dat ik mijn voeten nauwelijks van de grond krijg, mijn man en ik sloffen voort. Proberen vooruit te komen. Niemand weet dat ik zwanger ben, ik weet, wij weten maar al te goed dat de smokkelaars ons anders nooit hadden meegenomen.

    stiekem geneert ze zich

    en tegelijkertijd is ze bang 

    dat ze dood zal gaan. 

    na deze winter zijn we met één ziel meer.

    lief kind, waar in mijn lijf verstop ik je?

    Ahmed Arif – Aantekeningen uit de burcht van Diyarbekir en wiegelied voor het babietje Adiloş

    Mijn man torst 26 kilo op zijn rug: een tas met onze eigen spullen en, zonder dat iemand het weet, die voor onze baby (reistas, deken, luiers, een speen). Zelf heb ik een tas diagonaal over mijn schouders, daar zit wat geld in. Ik heb mijn arm in die van mijn man gehaakt, maar in feite draagt hij mij: hij heeft zijn ene hand onder mijn arm doorgeschoven, heeft me bij mijn middel vast, probeert me zo op de been te houden. In zijn andere hand draagt hij een tweede tas, met wat eten en drinken.

    We ploeteren voort, over de bergen zand, het wordt steeds kouder. Ik loop met gebogen hoofd en toch zie ik niks, ik stap in modderpoelen. In het maanlicht lijken de glanzende plekken op de grond droog, de donkere plekken plassen, maar als ik merk dat het precies andersom is, is het al te laat. Mijn sokken zijn doorweekt.

    Prachtig, zoals landen hun grenzen trekken

    Ik hoor de stem van de smokkelaar, hij is kwaad op de Irakezen omdat ze hardop praten. In de verte het licht van de militaire wachttorens. Plotseling glijdt een lange lichtstraal over het veld. Op bevel van de smokkelaar duiken we allemaal ineen, we zijn stil en doodsbang. Hebben ze ons gezien, of was het een routinecontrole? We weten het niet. We wachten een tijdje, komen dan overeind.

    De smokkelaar zegt dat de mannen de boten moeten oppompen. Kennelijk zijn we vlak bij de rivier. Twee grote rubberboten worden opgeblazen, iedere boot wordt door vier mannen gedragen, zo vervolgen we onze tocht. Wij lopen weer achteraan.

    705x470 2 1

    Hapse Guclu

    Hapse Guclu, 63, huisvest haar familieleden die zijn ontsnapt uit het Tell Abyad-district van de provincie Raqqa in Syrië. – © Ensar Ozdemir / Anadolu Agency / Getty Images

    Even later zien we dat verderop de hele groep zijn pas inhoudt. Als we bij hen komen, blijkt ons pad afgesneden door een lang kanaal met wanden van beton. De wanden lopen schuin af, steil naar beneden. Op de bodem staat water, niet veel, maar toch. Prachtig, zoals landen hun grenzen trekken. De twee smokkelaars staan te discussiëren. Nemen ze deze route dan voor het eerst, wisten ze niet van dit obstakel?

    Als duidelijk is dat we hier niet naar de overkant kunnen, gaan we naar rechts. We lopen langs het kanaal in de hoop ergens een plek te vinden waar we wel kunnen oversteken. Ze hebben het over een brug, een brug met pal daarnaast een toren. Ze zeggen dat we doodstil moeten zijn, dat we anders misschien worden opgepakt. En ze waarschuwen ons: worden we gepakt, dan doen zij alsof ze vluchtelingen zijn. Als we hen verraden ziet het er slecht voor ons uit.

    Ik ben bang, we zijn nog maar net onderweg en nu al wordt de tocht steeds langer. Eén uur hadden ze gezegd. Het is misschien al wel drie uur geleden dat we vertrokken en we zijn er nog steeds niet. We lopen bij de groep nu, vlak achter de anderen. Ik wil niet hebben dat mijn kinderen de jonge mannen loslaten die met grote stappen voor ons uit lopen, dat mag niet gebeuren, zeker niet voordat we het kanaal over zijn en die wachttoren voorbij.

    Ik dwing mezelf mijn pas te versnellen zodat ik in hun buurt blijf. Gelukkig duurt het niet lang voordat we aankomen bij wat ze een ‘brug’ noemen: een plek waar het kanaal is volgestort met aarde. De toren is vlakbij. Een angstaanjagend moment, ik probeer mijn zenuwen de baas te blijven door de hand van mijn man nog steviger vast te houden. Zo snel en stil mogelijk sluipen we langs de toren, steken het kanaal over en verdwijnen in het desolate donker.

    Bijna licht

    Nu mijn angst wat is gezakt worden de weeën heviger. Ondraaglijk bijna, ik kan niet meer vooruit. We raken steeds verder achterop. Aan het begin, vooral in de buurt van die militaire toren, hield iedereen af en toe stil om te kijken of de anderen er nog waren, maar nu de dag bijna aanbreekt en iedereen haast heeft, wordt er nauwelijks nog achterom gekeken. Wat moeten we doen, hoe halen we hen weer in?

    Mijn kinderen lopen vooraan, maar ik hou het niet meer vol, we raken achterop. Ik laat me op de grond zakken. Mijn man is bij me, hij houdt mijn hand stevig vast, ik krimp ineen van de pijn. De bevalling moet op gang aan het komen zijn. Alsjeblieft, niet nu… We moeten de rivier over. We kunnen niet hier blijven, in handen vallen van het leger, dat moet niet gebeuren. We zijn de tocht juist begonnen om weg te komen. Alsjeblieft, nu nog niet.

    volle maan en de weg is lang 

    een zilveren dolk in mijn rug 

    ik loop maar doodgaan kan ik niet

    uit de anjer druppelt bloed 

    Behçet Aysan – Gedicht van een kapot potlood 

    Het is al bijna licht en we zijn een flink eind achterop geraakt. Met een laatste krachtsinspanning sta ik op. We lopen verder, moederziel alleen, in doodse stilte – mijn sloffende voetstappen het enige dat de stilte verbreekt. Waar zijn mijn kinderen, waar zijn de anderen? Na een tijdje zien we vóór ons een paar mensen, twee Syrische vrouwen en een man, ook zij zijn achterop geraakt. We zijn dus op de goede weg.

    Opgelucht lopen we verder, maar we zien niemand, horen niks. We lopen maar, naast elkaar, en zijn zo ten einde raad dat we volledig op onszelf worden teruggeworpen, ons aan de anderen vastklampen, ons nog vermoeider voelen en nog eenzamer, totdat we daar, op die dorre grond, in dat barre veld plukken diepgroen riet onderscheiden. Water, staat dat niet voor leven? Dat is wat het riet, de lage bomen ons toeroepen. We hebben de rivier bereikt.

    Welke kant nu uit? Konden we maar naar de oever, dan zagen we de anderen vast, maar de bomen, het riet maken dat onmogelijk. Misschien zijn we verdwaald. En mijn kinderen, waar zijn mijn kinderen? Ik krijg geen adem. Mijn man probeert me te kalmeren. ‘Misschien zijn ze doorgelopen op zoek naar een plek waar ze de boten makkelijker te water kunnen laten,’ zegt hij. Hij loopt naar rechts, geen idee waarom, de anderen lopen zonder vragen achter ons aan, de rivier ligt nu links van ons.

    Ik probeer mijn krachten weer te verzamelen. We moeten harder lopen, hen zo snel mogelijk zien te vinden. De angst mijn kinderen kwijt te raken overmant me. Een hels kabaal, ik schrik. Is er iemand in het water gevallen, is in de militaire wachttorens in de verte het vuur geopend? Het kabaal houdt maar niet op, steeds hetzelfde geluid.

    Pas als we op een plek komen waar we tussen de bomen door de rivier kunnen zien, begrijpen we waar het vandaan komt. Pelikanen! Grote, spierwitte vogels. ‘Ze vangen vis,’ zegt mijn man, ‘ze waden en slaan met hun vleugels op het water, zo maken ze de vissen bang en jagen die op naar de oever.’ Het leven gaat door, ondanks alles. Een gevoel van rust daalt over me neer, heel even, dan is het weer verdwenen.

    mijn bladeren zijn weg mijn vogels gevlogen 

    mijn bergen niets dan puin

    ook de liederen die ik kende zijn verdwenen 

    in mijn stem geen echo van mijn leven

    slechts het daveren van het bos klinkt in mijn stem 

    Ahmet Telli – Vergeet, mijn hart, dit gedicht 

    De Maritsa

    Er is nog steeds niemand te zien. Misschien zijn we de verkeerde kant op gelopen. We draaien om, de rivier ligt nu rechts van ons. Links is het terrein vlak en open zover het oog reikt, de weg die we hebben afgelegd. Ik voel dat ik aan het eind van mijn krachten kom. Mijn man probeert me te bemoedigen, houdt mijn hand vast, zegt dat ik niet bang hoef te zijn, we zullen ze wel vinden. 

    We lopen en lopen. Achter ons rent iemand onze kant uit. De schrik slaat ons om het hart, maar het blijkt een van de smokkelaars te zijn die ons is komen zoeken. Ik ben dolblij. Mopperend en met snelle passen gaat hij ons voor, wij hollen achter hem aan. Als we bij de anderen aan de oever van de rivier komen, zie ik mijn twee kleintjes terug, zij aan zij in elkaar gedoken, nog kleiner, enkel kwetsbaar en fragiel, niet stil meer maar verstomd, ogen waar de angst uit stroomt, een zee van tranen. Mijn hart is verteerd van verlangen, ik omhels ze, kus ze.

    de lente heeft haar stempel gedrukt de seringen

    zijn ontloken wat als ik een kersentakje pak

    binnen in me draaft een ree

    en de papavervelden schreeuwen het uit

    Behçet Aysan – Een kersentak

    Het is ochtend. De bevalling lijkt nu niet lang meer op zich te laten wachten, hoewel ik eigenlijk nog wat tijd zou hebben. Het lange lopen en de angst om mijn kinderen hebben me uitgeput. Ik krimp ineen van de weeën, ik kan ze niet langer verborgen houden. Net nu we bij de rivier zijn, ons opmaken naar de overkant te gaan, val ik neer op de oever, de oever van een rivier die eigenlijk zo ver van ons weg is. Niet de Tigris, niet de Eufraat, maar de Maritsa, die al haar smart uitstort waar ze langs stroomt. Mijn man komt naast me zitten, neemt mijn handen tussen de zijne, onze blikken kruisen elkaar. De hemel, de wolken lijken neergedaald in zijn ogen, er ligt een sluier over zijn blik. Hij kijkt weg, omhelst me, nog steviger, om mij te bemoedigen en ook zichzelf, dat weet ik wel.

     zeg het maar mijn lief! zeg: op een notenbruine dag kom ik eraan

    Istanboel zal een wanboel zijn, mijn haren 

    een wanboel. alles een wanboel! 

    wees niet bedroefd, mijn lief! we rapen ons bijeen, samen 

    staan we op, lopen we weg, zeg dat mijn lief 

    en al heeft het leven een stalen grond met iedere stap doorboren we het!

    Küçük İskender – Zeg het maar mijn lief 

    De vrouw uit Turkije, die de hele tijd vooraan, bij de smokkelaar loopt, is de eerste die me opmerkt. Ze komt naar me toe. Nu pas, in het daglicht, kunnen we elkaars gezicht zien. Ze haalt water uit haar tas en wast mijn gezicht. Dan komt een van de Irakezen, hij zegt dat hij arts is, voelt mijn pols, mijn hartslag is heel laag. Ik ben blij te horen dat hij arts is, en in de hoop dat hij me helpt vertel ik dat ik zwanger ben.

    Tumult. De smokkelaar komt naar me toe, duwt me tegen de grond, daar lig ik, op mijn rug in de natte aarde aan de oever van de rivier. ‘Geen denken aan!’ zegt hij. ‘Zo kan ik je niet meenemen, je geeft je maar aan bij de militairen, ga naar een ziekenhuis!’

    De Irakese arts geeft hem gelijk. ‘Je moet in geen geval meegaan,’ zegt hij, ‘niet in deze toestand!’

    ‘Onmogelijk,’ zeg ik, ‘dat kunnen jullie niet doen, we hebben betaald, jullie moeten ons meenemen!’

    We kunnen niet meer terug, bovendien, waar zouden we heen moeten, onze huizen liggen in puin, onze straten ruiken naar oorlog, verder hebben we niks. De kinderen, deze kinderen moeten leven. De weeën zijn afgrijselijk, ze snijden me de adem af, ik zet mijn kiezen op elkaar en kom overeind, ik wil hen laten zien dat ik het vol kan houden, ik smeek hen, kijk hen recht aan terwijl er een brand in mijn binnenste woedt.

    Ahmet, beste jongen, waarom huilt een zakdoek 

    niet een tand, niet een nagel, een zakdoek, waarom huilt die 

    in mijn zakdoek klinkt het bloed.

    Edip Cansever – In mijn zakdoek klinkt het bloed 

    ‘Goed,’ zegt de andere smokkelaar uiteindelijk. Hij stemt in. De vrouw uit Turkije geeft me een arm, neemt de tas over die mijn man in zijn hand heeft, en wil dan ook de tas van mijn hals halen. Ik begrijp het wel, ze probeert te helpen, maar dat gaat niet. Hoe moet ik weten of ik haar kan vertrouwen? Terwijl ik het hoofd bied aan de pijn probeer ik haar angstig te doorgronden, dan zie ik haar zwarte nagellak, haar stevige laarzen, die speciaal voor de tocht lijken aangeschaft. Ze zegt iets, eerst in het Turks, dan in het Kurmanci, terwijl ze naar mijn tas reikt. Ik krijg geen woord over mijn lippen, geef haar met mijn blik te verstaan dat ik mijn tas niet kan geven. Ze begrijpt het.

    Klein lichaam

    De overkant. Een nieuw leven. Zo dichtbij en zo ver weg. Al die omgeslagen boten op zee, op rivieren. Al die mensen die er niet meer zijn. En met die kennis dan op weg gaan, met twee kleine kinderen en een baby in mijn buik. Als we bij de meest geschikte plaats aankomen worden de twee boten aan elkaar vastgebonden, misschien om zo snel mogelijk naar de overkant te kunnen, of om meer weerstand te kunnen bieden aan de sterke stroming.

    Ik weet het niet. Ik kan niet nadenken. Ik voel de pijn niet, de weeën niet. Een voor een stappen we in een boot en proberen zo te gaan zitten dat het gewicht gelijk verdeeld is. Het enige wat ik voel is angst. Enorme angst. Ik zie de beelden voor me van al die hartverscheurende gebeurtenissen waarover ik gelezen, gehoord heb, waarvan ik het meeste heb gezien, meegemaakt, gehoord van mijn naasten. Ik ben bang, bang vanwege mijn kinderen, vanwege het kind dat nog geboren moet worden.

    Mijn kinderen. Alan heette het peutertje, aan deze kant van de rivier kent men hem als Aylan Kurdi. Is er een verschil tussen die kinderen? ‘Klein lichaam ontzield aangespoeld’ luidden de koppen op 2 september 2015. Dezelfde datum in zekere zin als vandaag, nu, morgen.

    ‘Klein lichaam.’ Oppervlakkige woorden voor een ziel die is heengegaan. Het kind was nog maar klein, zijn ziel des te groter. In wat voor eenheid meet je het leven, in jaren, de leeftijd van een ziel?

    als een rivier was de mens

    zonder besef van het bloed dat hij meevoert; 

    stom bij zijn eigen lied,

    blind voor zijn eigen droom,

    doof voor zijn eigen schreeuw…

    Nihat Behram – Ali is een meisje 

    Drie jaar duurde het leven van Alan, een berg aan ervaringen, net als de levens van zijn moeder en zijn broer, die samen met hem stierven. Ze vluchtten voor de dood, precies wat ons tot deze tocht bracht, met onze kinderen in onze armen. En we wisten: ‘(…) no one puts their children in a boat / unless the water is safer than the land (…).’ (Warsan Shire – Home)

    We doffen ons op alsof we naar een feest gaan

    De smokkelaar die tot nu toe met ons was meegelopen, gaat terug. Zijn collega stapt in een van de boten, gaat voorin zitten. De Irakese arts stapt in de tweede, zij zijn degenen met een peddel. Maar de Irakese arts krijgt het niet voor elkaar, hij weet simpelweg niet wat te doen. De rivier is breed, de stroming sterk. De vrouw uit Turkije wil de peddel overnemen, maar de smokkelaar laat haar niet in de andere boot overstappen, bang dat de boot uit balans raakt.

    Kwaad probeert hij wat te verschuiven zodat hij in het midden van de twee boten zit. Hoe moet die jongen, zo’n dunne man ingaan tegen de stroming van die brede rivier? Wat als de touwen tussen de twee boten breken? Reddingsvesten hebben we niet. Het enige wat we hebben zijn de grote tassen in onze handen, op onze ruggen. Als we in het water vallen zijn we verloren, dat besef ik maar al te goed.

    We hebben al zo vaak gehoord dat op de Egeïsche Zee, hier, op de Maritsa boten omsloegen met reizigers zoals wij en tientallen mensen verdronken. Hier mogen smokkelaars de mensen misschien nog overzetten, op zee is het een heel ander verhaal. Daar laten ze de migranten zien hoe ze een rubberen vaartuig met een goedkope motor moeten besturen, daarna mogen ze het zelf uitzoeken met die ondeugdelijke boten en zwemvesten die geen enkel nut hebben.

    Al die mensen die ze zo de dood in hebben gejaagd. Alan was maar een van hen. De gedachten, de gebeurtenissen bezorgen me steken in mijn hart, maar ondertussen is de smokkelaar nog bij ons en hij krijgt het voor elkaar! Met al zijn kracht en één peddel heeft hij ons naar de overkant gebracht. 

    We stappen uit, het water in, de blubber. De boten worden meteen uit het water getrokken. We rennen naar de bomen op de oever, schuilen onder de takken, proberen onze voeten en schoenen schoon te maken, trekken droge sokken aan. Van sommigen zitten de kleren zo onder de modder dat ze hun broek uittrekken en een schone aandoen. De vrouw uit Turkije heeft een grote doos vochtige doekjes bij zich, die ze aan iedereen uitdeelt.

    Iedereen lijkt op te leven, is er wat beter aan toe, opgewekter. Kennelijk waren we allemaal vooral bang voor de rivier. We hebben het gehaald! We doffen ons op alsof we naar een feest gaan. Op de oever, onder de bomen wordt de lucht uit de boten gelaten, eentje wordt er achtergelaten – waarom weet ik niet, misschien hebben we er geen twee meer nodig. We zijn tenslotte aan de overkant, eindelijk, nu zal alles makkelijker zijn – tenminste, dat hoop ik. Misschien heeft de smokkelaar hem nodig voor de terugreis.

    Behalve die van ons liggen er nog een paar boten, en modderige broeken, sokken, talloze conservenblikken. Al die mensen die al hierlangs gekomen zijn. Net als onze voorgangers laten ook wij onze modderige spullen liggen, we wachten af tot we achter de smokkelaar aan onze tocht kunnen vervolgen. Het is licht, we kunnen niet verder, zegt hij. We moeten weg van de rivier, ons verstoppen en wachten tot het donker wordt. Urenlang wachten, hoe is het mogelijk, net nu we de grootste hindernis genomen hebben, de rivier hebben weten over te steken, onze angst is gezakt en onze hoop aangewakkerd, net op het moment dat we denken er bijna te zijn.

    Terwijl ik me zo wat probeer af te leiden en met gebogen hoofd achter de anderen aan loop, valt mijn oog op de tientallen dode dieren

    Terwijl we de brede rivier achter ons laten en tussen de lage bomen door proberen te lopen, moet ik denken aan de mensen die in de winter hun toevlucht zochten tot het bos en in hun dunne kleren zijn bevroren. Ieder moment van deze tocht ligt de dood op de loer. De weeën worden steeds heviger, ik leg mijn hand op mijn buik, denk aan de baby. Die pijn, die hevige pijn zal me uiteindelijk met mijn kind verenigen, dat weet ik toch, zo is het eerder ook gegaan.

    Terwijl ik me zo wat probeer af te leiden en met gebogen hoofd achter de anderen aan loop, valt mijn oog op de tientallen dode dieren – karkassen, beter gezegd. Vreemd genoeg liggen de meeste erbij zoals ze zijn neergevallen, de botten op hun plek, alles aan elkaar. Koppen verbonden met de hals, borst en ribben. Heupen aan poten. Talloze hoorns en hoeven. Wat heeft dat te betekenen, waar wijzen die onaangeroerde skeletten op? Zijn de beesten geschoten en vervolgens blijven liggen? Maar wie schiet ze dan? Jagers heb je hier niet. Militairen?

    Na een tijdje vinden we tussen de bomen en het struikgewas, ver van de rivier, een vlak stuk. Het is vochtig en koud maar toch gaan we op het gras zitten. Wachten, een gespannen wachten. We proberen allemaal te ontspannen en eten wat van onze meegebrachte etenswaren. Mizgin en Azad krijgen eerst, ze vallen om van de honger. Daarna gaat iedereen ergens liggen en probeert te slapen. De Afghanen lopen het verst weg, gaan in grote zwarte vuilniszakken liggen. Goed idee om die mee te brengen. Zo hebben ze bescherming tegen de kou, de wind, het vocht.

    Ik zit hevig te rillen. De Irakese arts, die vlak bij ons is gaan liggen, merkt het, hij haalt een regenjas uit zijn tas, trekt me die aan, doet de knopen een voor een dicht. Dan gaat hij weer liggen, maar hij kan de slaap niet vatten, schrikt iedere keer wakker.

    Ook de vrouw uit Turkije kan niet slapen, ze zit met haar rug tegen een boom te wachten. Naast haar ligt de smokkelaar, onder een laken, hij is meteen ingedut. De Syriërs liggen een eindje verderop, links van ons, naast elkaar onder een boom. Een van hen, een vrouw, heeft zich opgerold en, in een poging zich tegen de kou te beschermen, een sjaal over zich heen getrokken.

    Zwak gehuil

    Door de dunne regenjas ril ik minder, maar nu komen de weeën weer opzetten. Even later voel ik vocht tussen mijn benen lopen, zijn mijn vliezen soms gebroken? Ik vertel het mijn man, ik pak zijn hand en kom overeind, zonder iets tegen iemand te zeggen lopen we met onze kinderen verder het bos in. De vrouw uit Turkije volgt ons met haar ogen, maar ze heeft geen idee wat er aan de hand is. Mijn kind is op komst!

    Ver weg van de anderen strek ik me met moeite uit in het natte gras, mijn man houdt mijn hand stevig vast, laat me niet los, Azad en Mizgin kijken me verbaasd aan. Even zie ik Ruhat en Botan in hun ogen. Ik denk weer aan hun moeder, de mooie Muntazam. Toen ze in haar eentje thuis beviel keken haar twee kinderen ook zo verbaasd naar haar, dat vertelde ze naderhand. Zoals ze in haar eentje van haar kind was bevallen, eigenhandig de navelstreng van haar kind had doorgeknipt. Dat zou ik ook kunnen, maar ik ben niet alleen, mijn man is bij me.

    Maar nee. Dat prachtige kind, Muntazams baby. Nog geen twee maanden was het toen… Ik krijg het gewoon niet over mijn lippen.

    Ik heb iemand nodig, een vrouw. De bevalling begint, echt, het hoofdje komt al. Ik zeg tegen Mizgin dat ze de vrouw uit Turkije meteen moet gaan roepen. De twee Syrische vrouwen spreken Kurmanci en Arabisch en het is makkelijker om met hen in Sorani te communiceren ook al kennen ze die taal niet, maar dat gaat niet, ze hebben zich niet laten zien, kennelijk houdt iets hen tegen, ze zijn bevreesd.

    Serê zarok,’ roept Mizgin, ‘het hoofd van het kind’, en ze rent weg. De vrouw uit Turkije komt er meteen aan. Ze heeft een klein zakmes bij zich. Ze kijkt me geschokt aan maar herneemt zich snel, gaat bij mijn voeten zitten en trekt voorzichtig aan mijn baby. Daar is hij, in haar handen, mijn man zit bij mijn hoofd, mijn kinderen kijken naar hun nieuwe broertje – het jongetje dat nog steeds met mij verbonden is. Alleen, hij geeft geen kik, wat is er aan de hand?

    Mijn hart staat zo in brand dat ik geen woord kan uitbrengen. Dan begint de vrouw onhandig tikjes te geven tegen de billen van mijn kind. Eindelijk hoor ik een zwak gehuil.

    er stond een bloem, daar, ergens,

    te bloeien als om een fout weer recht te zetten; 

    boog zich tot vlak bij mijn lippen 

    en praatte en praatte maar.

    Cemal Süreya – Een bloem

    De vrouw vraagt iets, zegt wat tegen ons, maar we begrijpen elkaar niet. Gelukkig komt de smokkelaar op dat moment, ze vraagt hem meteen om zijn telefoon. Ze belt iemand, overlegt. Belt dan iemand anders, zet de telefoon op de luidspreker en legt hem op mijn opgeschorte rok. Aan de andere kant van de lijn legt een vrouw met een verbazingwekkende kalmte een en ander uit, haar stem geeft vertrouwen.

    De Turkse vrouw snijdt met haar zakmes de navelstreng door. Nu moet die afgebonden worden, maar er is geen draad. Mijn man laat mijn hand heel eventjes los om in de tas te zoeken. Alles voor de baby hebben we bij ons, hoe hebben we draad nou kunnen vergeten. De vrouw stuurt de smokkelaar naar de anderen in de hoop dat die iets hebben.

    Een van de Syrische vrouwen komt aangelopen met een klein stukje naaigaren. Een dun stukje naaigaren, daarmee bindt ze de dikke, harde, glibberige navelstreng af. Met wat water probeert ze de baby te wassen, geeft hem dan aan de anderen over zodat die hem aan kunnen kleden.

    Op dat moment wordt de verbinding verbroken. Onze blikken kruisen elkaar. Ik voel me gelukkig en dankbaar, op haar gezicht ligt een vage glimlach. Toch valt er angst in haar blik te lezen. Ik voel dat ze niet weet wat te doen maar me tegelijkertijd wil bemoedigen. We spreken niet dezelfde taal, maar proberen elkaar met onze blikken te steunen en moed in te spreken. Dat heeft zij net zo hard nodig als ik.

    De bevalling is nog niet voorbij. De nageboorte zit er nog. En tussen mijn benen voel ik de navelstreng, waarmee mijn kind negen maanden lang met mij was verbonden. Mijn lichaam moet dat alles nu kwijt. Zij weet ook wat er te doen staat, ze weet alleen niet hoe. Ze vraagt me iets, maar ik ben niet in staat antwoord te geven, zelfs maar te laten zien wat ze moet doen.

    Ze vraagt de smokkelaar nogmaals om zijn telefoon, zet hem op de luidspreker en geeft ook mijn man instructies, laat hem zien hoe hij met kracht op mijn buik moet duwen. Felle pijnscheuten trekken door mijn hele lijf. Terwijl mijn man op mijn buik drukt, lukt het de vrouw met haar blote handen de nageboorte uit me trekken. De pijn zakt een beetje. Ik voel me uitgeput, maar beter. Alles is voorbij, tenminste, dat hoop ik, want ik weet niet hoeveel ik ben ingescheurd, of ik veel bloed heb verloren, of de bloedingen aanhouden.

    De regenjas onder me is besmeurd met alles wat met mijn kind is meegekomen. Mijn voeten staan er midden in en trillen, ik kan het niet tegenhouden. Ik heb het ijskoud.

    Mijn man haalt mijn kleren uit de tas. De vrouw uit Turkije probeert me met vochtige doekjes schoon te wrijven. Ze stuurt de smokkelaar er nog een keer op uit, hij komt terug met een grote zwarte vuilniszak, van de Afghanen gekregen waarschijnlijk. Ze snijdt het onderste stuk van mijn regenjas en laat dat op de grond liggen – schoonmaken lukt toch niet zonder water of een fatsoenlijke doek. Samen met mijn man tilt ze me op de vuilniszak die ze naast me op de grond heeft uitgespreid.

    Dan wrijft ze me helemaal schoon, kleedt me aan. Schone sokken heb ik niet. Het enige reservepaar dat ik had, heb ik aangedaan nadat we de rivier waren overgestoken en in de modder terecht kwamen. Tijdens de bevalling heb ik er geen moment aan gedacht ze uit te trekken. Ze zegt tegen Mizgin dat die haar tas moet brengen. Ze heeft een maillot, die trekt ze me aan.

    Ik voel me wat beter, al heb heb ik het nog steeds koud en trillen mijn benen nog. Ze stuurt de smokkelaar naar de Syrische vrouw, die een korte legging bij zich heeft. Ook die trekt ze me aan. Dat scheelt, de legging verwarmt me en houdt mijn ondergoed strakker tegen mijn lijf. Na een bevalling verlies ik veel bloed, ik weet het van de geboorte van Mizgin en Azad. Ik moet er niet aan denken dat op die koude, natte wegen, te midden van al die mensen, het bloed langs mijn benen loopt. En daarbij, bloedverlies betekent je slap voelen, uitgeput, misschien niet verder kunnen lopen.

    Niet aan denken. Nu heb ik mijn baby in mijn armen. Ik sla ze nog steviger om hem heen.

    Lees hier deel 2:

  • Voorkom een exodus van vluchtelingen, begin bij het Palestijnse conflict

    Voorkom een exodus van vluchtelingen, begin bij het Palestijnse conflict

    Het vluchtelingendebacle heeft z’n hoogtepunt nog niet bereikt. Eén nieuwe geweldsexplosie en het aantal migranten kan verdubbelen. Met meer dan vijf miljoen Palestijnen in vluchtelingenkampen is de noodzaak een politieke oplossing te vinden voor het Palestijnse conflict groter dan ooit.

    Keuze uit het archief

    Een van de hete hangijzers in de huidige politieke debatten is de vluchtelingenproblematiek, de kwestie waarover kabinet Rutte-IV in juli dit jaar viel. Iedere politieke partij die serieus een kans wil maken bij de verkiezingen in november zal zich over het onderwerp moeten uitspreken.

    Met de uitbraak van de oorlog in Israël lijkt het probleem alleen maar groter te worden. Als Europa wil voorkomen dat er nog meer migranten naar het continent komen, moet het werken aan een vreedzame oplossing van het Palestijnse conflict, zo luidt de conclusie van dit artikel van El País van begin 2016.

    ‘Ik ben hier geboren. Hier heb ik mijn hele leven doorgebracht. Maar ik kom ergens anders vandaan.’ Hatim Mighiz is 49 jaar, nooit heeft hij een voet buiten de Gazastrook gezet. En toch, als je hem vraagt waar hij vandaan komt, zal hij altijd antwoorden: Al-Jiyya, een dorp in de buurt van Ashkelon.

    Wie daar wel echt heeft gewoond is zijn vader Ibrahim, totdat in 1948 de Arabisch-Israëlische oorlog uitbrak, waarna Israël het gebied bezette en de Palestijnen verjoeg. Ibrahim werd naar het zuiden gestuurd, naar vluchtelingenkamp Beach aan de kust van Gaza. Daar sleet hij de rest van zijn dagen en daar wachten zijn nakomelingen het moment af om terug te keren.

    Voor een groot deel van de publieke opinie in Europa zijn vluchtelingen een fenomeen dat dit jaar is ontstaan, toen het geweld Syriërs met honderdduizenden tegelijk naar de Middellandse Zeegebied dreef en de vluchtelingen wereldnieuws werden. Maar voor Hatim is ‘vluchteling’ zoiets als een nationaliteit. Zo werd hij geboren. En misschien gaat hij ook zo dood.

    Toekomstdromen

    Beach lijkt niet op de vluchtelingenkampen die je op tv ziet. In ruim zes decennia veranderde het van een kamp in een dorp van beton en asfalt. Als de muren niet vol stonden met Arabische leuzen zou het net zo goed een sloppenwijk in Lima of Bogota kunnen zijn. De vluchtelingen krijgen kinderen, die op hun beurt weer kinderen krijgen – het zijn er nu al meer dan 1.300.000, zo’n twee derde van de bevolking van de Gazastrook –, maar de ruimte neemt niet als bij toverslag toe. De bevolkingsdichtheid in Gaza is een van de hoogste ter wereld.

    Toen Hatim trouwde metselde hij een scheidingsmuur in de flat van zijn ouders, en samen met zijn vrouw trok hij bij hen in. Hij werkte in een textielfabriek. Hij had toekomstdromen. Maar de loop van de geschiedenis scheurde die aan flarden. Toen zijn tweede dochter Ola werd geboren brak de tweede intifada uit. Waseem, zijn derde kind, kwam ter wereld toen Israël een muur om Gaza heen bouwde.

    Niemand mocht Gaza meer zonder toestemming in of uit. Handeldrijven werd vrijwel onmogelijk en de fabriek moest haar deuren sluiten, waardoor Hatim zijn baan verloor. Bij de geboorte van Lama, zijn vijfde kind, nam de extremistische Palestijnse Hamasbeweging met geweld de macht over in de Gazastrook en raakte het gebied nog verder geïsoleerd.

    Hatim, zijn vrouw en hun zeven kinderen wonen nu opgepropt in twee kamers. In de Gazastrook is de werkeloosheid opgelopen naar 42 procent, het hoogste percentage ter wereld. De VN voorspellen dat Gaza als gevolg van luchtvervuiling en overbevolking over vijf jaar onbewoonbaar is.

    Er wonen meer dan vijf miljoen Palestijnse vluchtelingen in dezelfde omstandigheden als Hamit in kampen in Syrië, Libanon, Jordanië en in Palestina onder de vlag van de United Nations Relief and Works Agency (UNRWA). Noch Israël noch de Arabische Staten erkennen deze paria’s als burgers. Voor Palestijnse vluchtelingen komt de UNRWA nog het meest in de buurt van een staat. De organisatie voorziet in scholing, gezondheidszorg, eten, een beetje infrastructuur en doet aan sociale dienstverlening zoals het oprichten van vrouwencentra en het verstrekken van kredieten aan kleine bedrijfjes. Bovendien is het de grootste werkgever: 29.000 tot 30.000 duizend van de UNRWA-werknemers zijn zelf vluchteling.

    Het probleem is dat na 65 jaar – waarvan 15 jaar volledig isolement – het geduld opraakt en de druk toeneemt. Dat geldt niet alleen voor Gaza, op de Westelijke Jordaanoever drijft de Joodse nederzettingenpolitiek de Palestijnse bedoeïenen in het nauw. Hun gezinnen hebben geen water. Hun huizen worden systematisch gesloopt. Zodra ze buiten de almaar krimpende dorpsgrenzen komen, wordt hun vee geconfisqueerd.

    Dit moeras is een broeinest van geweld: regelmatig komen jongeren van de Westelijke Jordaanoever in opstand en gooien stenen of stokken naar de andere kant van de muur. Sommigen delen messteken uit. De Israëlische militairen antwoorden met kogelschoten.
    In twee jaar tijd is het aantal vluchtelingen dat door een kogel is geraakt met 139 procent gestegen. In 2014 stierven 53 Palestijnen aan schotwonden, 21 van hen waren vluchtelingen. En alleen al in oktober van dit jaar kwamen 71 Palestijnen en 8 Israëli’s om bij gewapende aanslagen.

    De UNRWA heeft met haar aanwezigheid een gewelddadige opstand of een exodus van de Palestijnse bevolking weten te voorkomen. Met een jaarlijks budget van zo’n 2500 miljoen dollar – vergelijkbaar met dat van een arm land – slagen ze er telkens weer in kansen te creëren, een aantal burgergrondrechten te waarborgen en de rust te bewaren. Maar het geweld in Syrië laat de status quo stilletjes aan uit zijn voegen barsten. Het geweld ontwricht de Syrische vluchtelingenkampen, waardoor er minder overblijft voor andere kampen. Dit jaar moest er een noodfonds van nog eens 420 miljoen dollar in de UNRWA worden gepompt. Volgend jaar moet er 81 miljoen dollar bij.

    Vluchteling worden is zoiets als springen uit een brandende wolkenkrabber: dat doe je alleen als achterblijven erger is

    Afgelopen zomer stonden de vluchtelingen aan de rand van de afgrond: het scheelde maar weinig of de scholen in de vluchtelingenkampen konden vanwege een tekort van 101 miljoen hun deuren niet openen. Behalve dat de toekomst van miljoenen mensen in rook zou zijn opgegaan, zouden vanwege de gesloten scholen duizenden jongeren verveeld op straat zijn gaan rondhangen, met als enig tijdverdrijf het botvieren van hun frustratie op Israëlische militairen. Of de muur over klimmen.

    Het tij werd ternauwernood gekeerd met een flinke financiële injectie van de Europese Unie, de Verenigde Staten, een aantal Europese landen die bijdroegen op persoonlijke titel en verschillende Arabische landen. Zij zorgden ervoor dat het financiële gat net op tijd werd gedicht. De scholen gingen open. Het lont werd net op tijd uit het kruitvat gehaald. Toch is een nieuwe crisis slechts een kwestie van tijd. De kosten en de druk blijven toenemen.

    Is dit een kwestie die alleen Israëli’s en Palestijnen aangaat? Is dit een probleem dat het Midden-Oosten moet oplossen? Nee. Vanaf dit jaar is het ook, en vooral, een Europees probleem.

    De grote stroom vluchtelingen die naar Europa trok bedroeg bijna een miljoen mensen. Maar in de vluchtelingenkampen van de UNRWA zitten er nog eens vijf miljoen. Als een geweldsexplosie hen dwingt te vluchten, en slechts 20 procent van hen probeert een toekomst te vinden binnen de Europese Unie, dan zal het aantal vluchtelingen in het Middellandse Zeegebied verdubbelen. De organisatie schat dat zo’n 52.000 bewoners van Syrische vluchtelingenkampen inmiddels naar het Westen geëmigreerd zijn. En daar moet je de volksverhuizingen bij op tellen die de tegen IS gerichte bombardementen veroorzaken.

    Vredesakkoord

    Vluchteling worden is zoiets als springen uit een brandende wolkenkrabber: dat doe je alleen als achterblijven erger is. In het Midden-Oosten is het onmogelijk om de vluchtelingenstroom uit de door geweld geteisterde gebieden een halt toe te roepen. Wat de internationale gemeenschap wel kan doen, is druk uitoefenen op de betrokken partijen om eindelijk een politieke oplossing te vinden voor het Palestijnse conflict. Alleen met een vredesakkoord voorkom je nieuwe geweldsescalaties en een regionale exodus. En daarmee zou je grote sommen geld een andere bestemming kunnen geven, en bijvoorbeeld in het nieuwe vluchtelingenprobleem kunnen steken.

    De familie van Hatim wacht al 65 jaar op deze oplossing. Nu heeft Europa deze oplossing ook nodig.