Onderwerpen: Migratie

  • De dodemansroute van Haïtiaanse migranten door het Colombiaanse oerwoud

    De dodemansroute van Haïtiaanse migranten door het Colombiaanse oerwoud

    Het is niet bekend hoeveel mensen er elk jaar omkomen in het ondoordringbare oerwoud van de Darién, tussen Colombia en Panama. Maar dat het er veel zijn, is duidelijk. De autoriteiten gaan een ‘humanitaire corridor’ opzetten voor de migranten, die het liefst zo snel mogelijk doorreizen naar de Verenigde Staten.

    ‘Salomon is afgelopen week omgekomen in de jungle.’ Jeff Sagasse, een lange en slungelige Haïtiaan die bijna perfect Spaans spreekt, vertelt het met koele berusting alsof Salomons lot onvermijdelijk was. In een restaurant in Necoclí, een kuststadje in Colombia waar meer dan tienduizend migranten zich hebben verzameld die op doorreis zijn naar Panama, haalt hij zijn mobiele telefoon tevoorschijn en laat een foto zien. Vanonder een breedgerande rode hoed kijkt Raymond Salomon in de camera. Boven zijn foto staat een kruis met een boodschap in het Haïtiaans Creools: ‘Het nieuws heeft me erg veel verdriet gedaan. Rust in vrede, mijn vriend.’ Een Haïtiaan die in Chili verblijft, heeft dit berichtje op Whatsapp geschreven. Ze vertellen dat hij tweeënveertig jaar oud was, bouwvakker, en dat hij met acht familieleden de dichte jungle van de Darién wilde doorkruisen, maar dat hij in een gezwollen rivier is verdronken. Niemand kon hem redden. Zijn lichaam is opgeslokt door de jungle. ‘Salomon was een erg goede bouwvakker. Voor hij vertrok heb ik nog tegen hem gezegd dat hij heel goed moest oppassen. Maar nu is hij er niet meer,’ vertelt Irvens Norvilus, een andere Haïtiaan die vanuit Chili op het punt staat naar de Darién te vertrekken.

    De autoriteiten weten niet precies hoeveel migranten er zijn omgekomen tijdens pogingen om Panama te bereiken. Het is stap één van de lange reis via Costa Rica en Mexico naar de Verenigde Staten, waar ze hun Amerikaanse droom willen waarmaken. Degenen die het wel is gelukt, vertellen dat de 500.000 hectare grote Darién een van de gevaarlijkste grenspassages van heel Zuid-Amerika is. En dat dit vochtige en ondoordringbare oerwoud een kerkhof is.

    Aan alle kanten loert gevaar en dat weten de Haïtianen. Maar erover praten doen ze niet. Anderen zeggen dat ze geen keus hebben. ‘Gisteren moest ik huilen. Maar toen ik mijn familie belde, zei mijn zus tegen me: “Wat je ook doet, kom niet terug. Je bent al zo ver gekomen, niet opgeven”,’ vertelt de Dominicaanse Surys Rivera die meereist met een groep Haïtianen. Ze is op zoek naar een fles creoline, een ontsmettingsmiddel dat zou helpen tegen slangen en andere wilde dieren in de jungle. In haar koffer heeft ze behalve kleding en wat pijnstillers, ook drie inhalatoren omdat ze astmatisch is. Ze is vertrokken uit Chili en is al door Peru, Ecuador en Colombia gereisd. Onderweg heeft ze van alles weggegeven om minder bagage te hoeven meeslepen. Ze geeft haar mobiele nummer om ons op de hoogte te houden van de doortocht waar ze twee dagen geleden aan is begonnen. Maar nog steeds geen teken van leven. Migratie is een gebed zonder einde, een mobiel zonder signaal en onbeantwoorde appjes.

    Villa Haití

    Het is druk op de pier van Necoclí. Sinds juli staan er bijna elke dag duizenden Haïtiaanse mannen en vrouwen met kinderen op de arm in de rij om aan boord te gaan. Ze willen weg uit deze kustplaats van zeventigduizend inwoners (de stadskern heeft er twintigduizend) waar ze al enkele dagen zijn om naar Capurganá te gaan, de laatste plaats vóór de jungle van de Darién.

    Afrikaanse muziek moet het opnemen tegen de Colombiaanse vallenatos die uit een luidspreker schallen. Door een megafoon leest een verkoper de namen voor van migranten die een plaatsje hebben weten te bemachtigen. Hij telt tot elf en vraagt ze een mondmasker op te doen, maar niemand luistert. De klamme hitte is verstikkend. Een Haïtiaans stel met een baby lukt het niet op de boot te komen. Ze komen uit Brazilië en spreken geen Spaans. Ze konden geen kaartje krijgen van een commerciële maatschappij en moeten dus nog een dag wachten, of het met een illegale boot wagen. De wanhoop straalt van ze af, maar ook zij kunnen daar niet aan toegeven.

    Een paar blokken verder probeert een grote groep Haïtianen een boot te bemachtigen om de overtocht mee te wagen. Dit gebied waar opeengepakt op legale boten zo’n duizend mensen per dag vertrekken, wordt Villa Haití genoemd. Volgens de Panamese autoriteiten zijn alleen al in juli, zo’n achttienduizend migranten het land binnengekomen. De Haïtianen reizen in groepen van familieleden, vrienden en buurtgenoten zodat ze elkaar in de jungle kunnen helpen, mocht dat nodig zijn. Een dag voor de reis sturen ze iemand vooruit om kaartjes te kopen. Het lukt alleen niet altijd om genoeg kaartjes te krijgen, dus vallen de groepjes op het moment van vertrek vaak uiteen.

    ‘Dit is humanitaire hulp, maar we moeten er ook aan verdienen, papi

    ‘Alle kinderen boven de twee jaar moeten betalen. Er kunnen maar tweeënnegentig personen op de boot maar we zijn met vierennegentig. De enige optie is dat één persoon uit de groep van boord gaat,’ zegt een Colombiaan die de boten regelt. ‘Dit is humanitaire hulp, maar we moeten er ook aan verdienen, papi.’

    Migranten betalen 55 dollar voor de overtocht naar Capurganá. Ze dragen reddingsvesten en de reis is goed verzorgd. Hun koffers zijn beschermd met zakken en er hangt een naamlabel. Maar het kaartje kost meer dan het dubbele dan wat toeristen betalen voor deze boottocht. Want in Necoclí wordt de veiligheid van een migrant berekend in dollars. In de hele stad kun je ermee betalen en ook de detailhandel heeft een impuls gekregen. Hoe duurder, hoe veiliger, zeggen ze dan. Ook al is dat in werkelijkheid niet zo.

    Wie geld genoeg heeft en bang is voor de jungle, betaalt liever een illegale boot die in donkere nachten uitvaart wanneer het rustig is op zee. Ze betalen tot 450 dollar per persoon aan coyotes – zoals de migrantensmokkelaars worden genoemd – die ze rechtstreeks naar Panama varen. ‘Zo mijd je een gevaarlijk tocht van acht dagen vol ravijnen en berovingen,’ vertelt een lokale bron.

    ‘Iedereen denkt dat wilde dieren het ergste probleem zijn, maar het grootste gevaar zijn de criminelen’

    ‘Iedereen denkt dat wilde dieren het ergste probleem zijn, maar het grootste gevaar zijn de criminelen. Zij schenden de rechten van hun medemens,’ verklaart Juan Francisco Espinosa, directeur van Migración Colombia.

    Op zee zijn migranten ook niet veilig. In januari dit jaar verging een boot met Haïtianen aan de Colombiaanse kant van de baai van Pinorroa. Er zijn drie lichamen teruggevonden onder wie een meisje van zes. Vier andere migranten worden nog steeds vermist. Daarvoor verdronken in 2019 eenentwintig Afrikanen onder wie een baby van één. ‘Het werkelijke aantal doden wordt gemaskeerd omdat het om illegale migratie gaat. Dat geldt ook voor de Darién,’ vertelt Espinosa.

    Migranten betalen altijd een ‘gids’, die 120 dollar per persoon rekent om ze veilig door het gewelddadig gebied te loodsen waar het stikt van de gewapende groepen zoals de Clan del Golfo. ‘Mensen die hiernaartoe willen komen, druk ik op het hart dat niet te doen. Het oerwoud is veel te gevaarlijk. Ze hebben me alles afgepakt en ze hebben me nog net niet vermoord. De gidsen lieten ons op dag twee al stikken,’ vertelt een Venezolaan die de Darién al heeft doorkruist. Uit meerdere getuigenissen die op de stranden van Necoclí de ronde doen, blijkt dat roof, verkrachting en moord aan de orde van de dag zijn.

    Effect van de pandemie

    Deze humanitaire crisis is niet nieuw, maar wordt door de coronapandemie weer aangewakkerd. Na de aardbeving van 2010 zijn veel migranten vanuit Haïti naar Brazilië en Chili getrokken. En door de economische gevolgen van lockdowns in die landen, zijn ze opnieuw over het Zuid-Amerikaanse continent gaan zwerven. ‘Ik had een discotheek, maar door de lockdown moest die dicht, vertelt Sagasse. Hij is zesentwintig jaar oud, gaat gekleed als een basketballer en draagt een gouden ketting om zijn nek. Hij zegt dat hij de president van Colombia graag zou willen spreken. ‘We hebben goed transport nodig, een humanitaire corridor naar Panama. We willen helemaal niet in Colombia blijven. We zijn hier alleen op doorreis naar de Verenigde Staten of Canada.’

    Maar ook al gaat het hier om transitmigratie, toch heeft dat grote gevolgen. Volgens Migración Colombia is dit de grootste migratiebeweging binnen de regio van de laatste vijftien jaar. In 2016 waren er 34.000 transitmigranten, in 2019 19.000 en in 2020 4000. En nu zie je een inhaalslag op de lagere cijfers van 2020, voegt directeur Espinosa toe.

    Over corona heeft bijna niemand het

    De opeenhoping van migranten in het stadje Necoclí wordt aangemerkt als een gezondheidscrisis. Een arts van het gemeenteziekenhuis dat gratis zorg verleent op het strand, vertelt dat de kinderen vaak diarree hebben en de volwassenen vaak griep. Over corona heeft bijna niemand het. Vlakbij verstrekt een stand van het Instituto de Bienestar Familiar (Instituut voor Gezinswelzijn) zwangere vrouwen en kinderen voedingssupplementen. Maar daarmee houdt de overheidshulp op.

    Allerlei geruchten doen de ronde. Migranten klampen zich vast aan de kleinste zekerheden: een foto, een spraakberichtje van iemand die het is gelukt de grens over te steken. En wanneer ze zich niet aan de journalisten ergeren, komen ze naar hen toe om te vragen of ze meer weten van een mogelijke humanitaire corridor. ‘Weet u of het klopt dat alleen Cubanen en Venezolanen worden doorgelaten?’ vraagt de Cubaanse Julio Chacón. Hij is via Suriname naar Venezuela gereisd, vervolgens naar Colombia en werkt nu hier in de bediening om de tocht door het oerwoud te kunnen betalen.

    ‘We hebben gehoord van verkrachtingen, berovingen en moorden in de jungle’

    Hetzelfde lot is een groep Venezolanen beschoren die te voet in Necoclí zijn aangekomen en in tenten op het strand leven. Onder leiding van Saida González, een Venezolaanse ex-militair die steeds in huilen uitbarst als ze over haar uniform praat, pleiten ook zij voor een veilige corridor naar Panama. ‘We hebben gehoord van verkrachtingen, berovingen en moorden in de jungle,’ vertelt een vrouw naar aanleiding van de filmpjes van landgenoten waarop doden te zien zijn.

    De Colombiaanse en Panamese autoriteiten hebben besloten humanitaire oplossingen te zoeken voor een ‘ordelijke en veilige doortocht van migranten’. De Panamese minister van Buitenlandse Zaken Érika Mouynes heeft gezegd maandag een bezoek te brengen aan de haven van Necoclí om het aantal migranten te bepalen dat ordelijk en veilig kan worden opgevangen. ‘We willen niet dat migranten het risico lopen te verdrinken of de Darién te moeten doorkruisen waar het veel te gevaarlijk is. Er zijn veel vrouwen en kinderen bij betrokken,’ voegt haar Colombiaanse collega Martha Lucía Ramírez toe.

    ‘Veel mensen verdrinken tijdens de overtocht, ik wil niet dat mij dat overkomt’

    Voor velen zoals Salomon of de baby uit Congo-Kinshasa die in 2019 omkwam, komt die corridor te laat. Dat geldt ook voor Surys die, als haar astma zijn tol niet heeft geëist, nu bezig is met de vijfde dag van haar tocht door de jungle.

    Want zolang er geen maatregelen worden genomen, zullen de migranten blijven komen. Guerlande Lesperance is eenentwintig jaar oud, mager en erg bang: ze kan niet zwemmen. Daags voordat ze aan boord ging van de boot die haar rechtstreeks naar Panama zou brengen, was ze als de dood dat ze zou verdrinken, terwijl haar familie moest toekijken en niemand haar kon redden. ‘Veel mensen verdrinken tijdens de overtocht, ik wil niet dat mij dat overkomt,’ vertelde ze. Net als veel andere migranten heeft ze haar mobiele nummer doorgegeven. Maar ze heeft nog steeds niet geantwoord.

  • Bahram Sadeghi: ‘Deze aanslag veranderde onze levens’

    Bahram Sadeghi: ‘Deze aanslag veranderde onze levens’

    Tijdens zijn lessen Nederlands voor gevorderden begrijpt de oorspronkelijk Iraanse programmamaker Bahram Sadeghi meteen wat ‘van de regen in de drup’ betekent. Vijfendertig jaar later schreef hij een aangrijpend boek over hoe hij als deserteur uit het Iraanse leger aankwam in de Rotterdamse haven – en de lange weg die daarop volgde. Een voorpublicatie.

    Op 5 oktober 1985 schiet een Egyptische dienstplichtige politieagent op een groep vakantie vierende Israëlische toeristen in de Sinaï, vlak bij de grens met Eilat. Zeven toeristen, onder wie vier kinderen, worden gedood.

    Twee maanden later lukt het mij, achttien jaar jong én dienstplichtig tijdens de bloedige oorlog tussen mijn land Iran en buurland Irak, om als verstekeling uit Iran te vluchten, samen met drie andere jonge landgenoten. Nadat we een paar dagen diep in het ruim van een Filipijns vrachtschip verscholen gezeten hebben, is onze voorraad eten en drinken op. We verlaten onze schuilplek en maken ons bij de bemanning bekend. We worden in aparte hutten opgesloten en een paar dagen later krijgen we te horen wat de kapitein van plan is: het schip zal naar Europa varen en na haar vracht te hebben opgehaald terugkeren naar Iran. Daar zal de kapitein ons overdragen aan de Iraanse autoriteiten. En in de tussentijd blijven we opgesloten in onze hutten. Een paar jaar later zal ik meteen begrijpen wat ‘van de regen in de drup’ betekent, als die uitdrukking tijdens de lessen Nederlands voor gevorderden behandeld wordt.

    Een kleine week na de start van mijn vlucht vaart het schip door het Suezkanaal. Egyptische douanebeambten komen aan boord om de documenten van de opvarenden te controleren. In het Engels vertel ik de twee besnorde douaniers dat ik niet terug gestuurd wil worden naar Iran, want met de straf die in die tijd op ‘desertie in oorlogstijd’ stond (een extra jaar dienstplicht plus een aantekening in de overheidsadministratie als ‘deserteur’) heb je eigenlijk geen toekomst in Iran.

    De volgende dag: een sympathieke rossige Egyptische tolk die Perzisch met een zangerige Arabische tongval spreekt, probeert me gerust te stellen door een paar keer te zeggen dat een gevluchte Iraanse deserteur goede kans maakt om in Egypte te mogen blijven. Na de Islamitische Revolutie zagen de Iraanse leiders Egypte als de verrader van de Palestijnse zaak omdat Egypte al een paar jaar toenadering zocht tot Israël, de aartsvijand van Iran. ‘Als je voor de Iraanse regering vlucht, kun je op onze clementie rekenen,’ is zijn heldere samenvatting van de geopolitieke verhoudingen. Maar als we op hun clementie kunnen rekenen, waarom zitten er dan gewapende militairen voor onze hutten? Aan het einde van de dag komt de aap uit de mouw. De tolk vertelt dat de meegekomen ambtenaren ons ervan verdenken spionnen van de Iraanse regering te zijn, die na die aanslag in de Sinaï voor nóg meer onrust in Egypte willen zorgen. Met stomheid geslagen word ik teruggebracht naar mijn hut. Met tranen in mijn ogen zie ik door de patrijspoort de palmbomen, die met hun groene bladeren zo mooi afsteken tegen het goudkleurige zand, aan me voorbijgaan: we varen weer.

    Een paar weken later wordt de schutter veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf plus dwangarbeid, en op zaterdag 11 januari 1986 komt het schip in Rotterdam aan, aan de Wilhelminakade om precies te zijn.

    De daaropvolgende dag lukt het ons met meer geluk dan wijsheid om uit het schip te ontsnappen en melden we ons bij de politie.

    Vlindereffect

    De Amerikaanse wiskundige en meteoroloog Edward Lorenz bedacht in 1961 de metafoor van het butterfly effect, het vlindereffect: de vleugels van een vlinder kunnen in Brazilië voor een minuscule luchtverplaatsing zorgen die maanden later een tornado in Texas kan veroorzaken.

    Niet de vleugels van een vlinder maar de dodelijke kogels die een Egyptische agent op een zonnige zaterdag om 16:40 uur op een zandduin in de Sinaï afvuurde, zorgden ervoor dat ik, als deserteur/bootvluchteling uit Iran, in Nederland ben beland.

    Maar als een aanslag, waar ik part noch deel aan had, een van de belangrijkste gebeurtenissen uit mijn leven is gebleken, wat is dan de impact van die aanslag op de direct betrokkenen geweest?

    Zoals de toen vijfjarige Tali, die de aanslag overleefde doordat haar moeder Anita zich op haar wierp en de kogels opving die anders Tali zouden hebben geraakt? Hoe heeft die aanslag de verdere levensloop van Ehud bepaald, die er als twaalfjarige in slaagde om drie kinderen te redden, terwijl zijn jongere broer Amir werd doodgeschoten? Wat is er eigenlijk van de dader, de Egyptische Suleiman Khater, terechtgekomen?

    Praten over de aanslag was geen makkelijke opgave voor sommigen van de betrokkenen

    Algauw na de start van mijn research kom ik erachter dat er, afhankelijk van of je pro-Egypte of pro-Israël bent, verschillende versies bestaan over wat er op die fatale dag in oktober 1985 is gebeurd. Verder blijkt, niet geheel verrassend, dat praten over de aanslag geen makkelijke opgave is voor sommigen van de betrokkenen, zoals enkele van de Israëlische nabestaanden me mailden:

    I received your request, I am sorry I did not answer. I can not be interviewed on the subject matter. I hope you understand me.

    – Sorry, I wish you success with the book but do not want to discuss this. Good luck.

    I do not wish to share anything about me with the world. Hope you respect my wish.

    – Hello, I would like to keep my silence. Thank you.

    Het vlindereffect speelt een belangrijke rol in de chaostheorie, die op haar beurt het gedrag van ‘niet-lineaire dynamische systemen’ onderzoekt, leert Wikipedia.

    Soms heb ik het idee dat ik begrijp wat de bovenstaande zinnen betekenen. Met dit boek probeer ik enige grip te krijgen op het waanzinnigste dynamische systeem met al zijn niet-lineaire gedragingen, onvoorspelbaarheid en willekeur dat ik ken: mijn leven.

    21 september 1980, Abadan, Iran

    Ik ben bijna dertien jaar oud en heb met mijn vriendjes afgesproken om deze laatste dag van de zomervakantie voetballend in het park door te brengen. Maar je kunt plannen wat je wilt, er is altijd iets waar je geen rekening mee kunt houden, en in ons geval was het niet de hond van een parktoezichthouder (altijd een nachtmerrie in een land waar je als moslim weinig ervaring met honden hebt), nat gras (betekent vieze kleren dus straf van moeder) of oudere kinderen (die ons altijd wegjagen en de beste voetbalplekken inpikken), om maar een paar veel voorkomende voorbeelden te noemen.

    Ik denk dat het zo rond elf uur in de ochtend moet zijn geweest dat we het luchtalarm hoorden, gevolgd door knallen in de verte. Worden we nou gebombardeerd? Zou de oorlog nu écht begonnen zijn?

    In de maanden voorafgaand aan de oorlog drongen Iraakse gevechtsvliegtuigen geregeld het luchtruim van Iran binnen, altijd ’s nachts. Midden in de nacht rende ik dan met mijn twee oudere broers het dak van ons huis op om de rode kogels van luchtafweergeschut te zien die de donkere hemel doorkliefden terwijl ze gebroederlijk naar hetzelfde punt (een voor ons onzichtbaar Iraaks vliegtuig) zweefden.

    Het was een prachtig schouwspel, moet ik eerlijk bekennen. Mijn geboortestad Abadan was een mooi doelwit voor een aanvaller die snel resultaat wilde boeken: een grote stad met een paar honderdduizend bewoners (altijd slim om burgerdoelen te bombarderen, want chaos verzekerd), een olieraffinaderij waar het hele land van afhankelijk was (economie in het hart raken plus oliebranden die bijna niet te blussen zijn) en lekker dichtbij (slechts gescheiden door een rivier van een paar honderd meter breed).

    ‘Mam, de oorlog is uitgebroken! Moeten we morgen toch naar school?’

    Mijn moeder is al een paar dagen eerder begonnen met het klaarmaken van het huis voor de aanvang van het nieuwe schooljaar. Op die laatste dag zijn de tapijten aan de beurt. Nou hadden we in die tijd wel een stofzuiger, een Amerikaanse Hoover, maar mijn moeder gelooft niet echt in de moderne technieken en daarom komt er een paar keer per jaar een aantal ‘tapijtkloppers’ naar ons huis om de tapijten op professionele wijze uit te kloppen en, waar nodig, te reinigen. Uiteraard heeft mijn moeder geen idee dat dit de laatste keer is dat de tapijten schoongemaakt zullen worden.

    Ik ren door de stofwolk die de tapijtkloppers in ons voortuintje opwerpen, vind mijn moeder naast de wasmachine (net als bij de stofzuiger heeft mijn moeder weinig vertrouwen in de werking van de wasmachine en daarom blijft ze er soms naast staan om de boel in de gaten te houden) en roep: ‘Mam, de oorlog is uitgebroken!’ Gevolgd door een zin die alleen van een bijna dertienjarige jongen kan komen: ‘Moeten we morgen toch naar school?’

    12 oktober 1980, Abadan, Iran

    Met mijn twee oudere broers, een paar neven en hun vrienden slaap ik sinds een aantal dagen op de stoep van ons huis. Ik vind het fijn om zo op de stoep te slapen, want met alle bommen en raketten die op onze stad afgevuurd worden, is het veiliger om buiten te slapen – bij een inslag kan het plafond naar beneden komen. Maar veiligheid is niet de enige reden waarom ik buiten slapen fijn vind. Het is vooral heel stoer om naast oudere jongens met hun wapens te liggen. Maar aan de andere kant vind ik het ook vies: niet de stoep zelf, want we liggen op onze Perzische tapijten, maar vanwege de roetdeeltjes die ’s nachts neerdalen en alles zwart maken. Die roetdeeltjes zijn ontstaan doordat de raffinaderij al weken in de fik staat. Je moet het meegemaakt hebben of op de tv gezien hebben (denk aan de beelden van de hevige bosbranden aan de Amerikaanse westkust anno 2021) om het te kunnen geloven, maar soms duurt het een paar dagen voordat we de blauwe hemel weer zien.

    Begin november 1980, Mahshahr, Iran

    Abadan is praktisch, maar gelukkig niet hermetisch omsingeld door de Iraakse troepen. Als je erin slaagt om de eerste dertig tot veertig kilometer (niemand weet precies hoeveel) door de woestijn te lopen en daarmee de Irakezen te omzeilen, kom je op een gegeven moment Iraanse troepen tegen die je meenemen naar het veilige Mahshahr, zo’n honderd kilometer verderop. In de ochtendschemering brengen mijn broers ons gezin met de auto naar de rand van de stad, tot aan de plek waar een auto niet verder kan omdat hij anders door het zand zou zakken.

    Mijn vader had ik wel eens met een pet op gezien, want als lasser werkzaam in de olie-industrie in het zuidwesten van Iran moest hij vaak onder de felle zon werken en daarom had hij meerdere petten. Maar mijn moeder met een pet op, over haar hoofddoek? Er zijn van die beelden die je niet gauw vergeet.

    4 november 1980, VS

    Jimmy Carter, de eerste Amerikaanse president die ik bewust heb meegemaakt, verliest op die dag de presidentsverkiezingen van Ronald Reagan. Net als vele andere Iraniërs heb ik geen idee wie Reagan is, maar die vervloekte Carter ken ik wel degelijk: sinds de aanloop naar de Islamitische Revolutie in de zomer van 1978 (die een halfjaar later tot de val van de sjah van Perzië leidde), is Carter als supporter van de sjah niet van de Iraanse radio en tv weg te slaan. Natuurlijk hebben we nu, midden in de oorlog met Irak, andere zaken aan ons hoofd dan de Amerikaanse verkiezingen, maar het bericht van Carters smadelijke nederlaag (hij wint slechts in
    zes staten!) vormt een kleine pleister op de oorlogswonde. Niet alleen door zijn steun aan de sjah werd Carter in Iran gehaat, maar ook omdat hij de architect was van de schandelijke Camp David-akkoorden, waarmee Egypte en Israël een jaar eerder vrede met elkaar hadden gesloten en waarmee ze, in onze ogen, de Palestijnse zaak in de uitverkoop hadden gedaan.

    Zonder de bemiddeling van president Carter zou Israël zich misschien niet uit de Sinaï teruggetrokken hebben en zou de schutter Suleiman Khater niet in de Sinaï gestationeerd zijn geweest, waar hij, vijf jaar na de ondertekening van de Camp David-akkoorden, een bloedbad zou aanrichten.

    Oktober 1982, Bandar Abbas, Iran

    Na een jaartje als vluchteling eerst in Mahshahr en later in Khorramabad gewoond te hebben en af en toe familie in andere steden bezocht te hebben, denk ik zo ongeveer te weten wat discriminatie betekent. Maar pas als we ons in de loop van 1982 permanent in Bandar Abbas vestigen (mijn vader ging ons voor en wij volgden later) ervaar ik hoe verschrikkelijk het is om ergens te – moeten – wonen waar je niet oorspronkelijk vandaan komt. Neem mijn gemiddelde dag als scholier in Bandar Abbas: de busrit van ongeveer een halfuurtje naar school is al een ware nachtmerrie. Ik reis met een paar andere vluchtelingenkinderen per bus en er zijn altijd oudere lokale jongens die direct aan ons kunnen zien (hier hebben wij een lichtere huid dan de oorspronkelijke bevolking) en horen dat we niet uit Bandar Abbas komen. Het treiteren begint in de bus, met soms een vechtpartij bij het uitstappen. En aangezien we een lange middagpauze hebben waarin we naar huis gaan, kan het gebeuren dat ik soms op één dag meerdere keren in een vechtpartij terechtkom.

    Mei 1985, Bandar Abbas, Iran

    Ik zet op een rijtje wat de opties zijn voor een scholier als hij zijn diploma heeft gehaald, want met mijn bijna achttien jaar en de dienstplicht die in mijn nek hijgt, heb ik de tijd niet mee:

    1) Je gaat direct het leger in:

    • In het ergste geval ga je gedurende de twee jaar durende dienst dood.

    Iran telde zo veel oorlogsgehandicapten dat wij op de Paralympische Spelen bij de grootste sportnaties hoorden

    • Als je méér pech hebt, raak je gewond, waarbij het verlies van benen (geen ondenkbaar vooruitzicht met eindeloze mijnenvelden die dagelijks honderden slachtoffers eisen) het vaakst voorkomt. Op een gegeven moment telde Iran zo veel oorlogsgehandicapten dat wij op de Paralympische Spelen bij de grootste sportnaties hoorden: olympisch goud voor het zit-volleybalteam in 1984, 1988, 1992, 1996 en 2000 om maar een voorbeeld te noemen.

    • En als je nóg meer pech hebt, raak je gewond bij een chemische aanval, met levenslange gevolgen voor je huid, longen en ogen.

    2) Je wordt aangenomen op een universiteit:

    Tijdens de studietijd krijg je vrijstelling van de dienstplicht, maar na het behalen van je bul, en dat kan je tot zes jaar oprekken, moet je alsnog het leger in.

    Klinkt niet slecht, want wie weet is die vervloekte oorlog tegen de tijd dat je afgestudeerd bent, afgelopen, maar de kans om toegelaten te worden, zelfs op een onbeduidende universiteit ergens in het achtergebleven zuidoosten van het land, is in die tijd even groot als de kans dat het Iraans elftal wereldkampioen voetbal wordt. En met honderdduizenden dienstplichtigen die via die route de dienstplicht willen omzeilen, is de concurrentie moordend.

    3) Je wordt aangenomen op de lerarenopleiding:

    Tijdens de opleiding van twee jaar krijg je vrijstelling van de dienstplicht en zolang je daarna lesgeeft hoef je ook niet het leger in. Maar je moet wel tegen het streng islamitische regime van de lerarenopleiding bestand zijn. In mijn laatste jaar van de middelbare school deed het verhaal van een aanstaande leraar de ronde die de islamitische regels op de lerarenopleiding zo zat werd dat hij zich vlak voor het afstuderen officieel voor gek liet verklaren (vergelijkbaar met het Nederlandse S5) om van de opleiding af te mogen gaan. Om vervolgens alsnog het leger in te moeten, want je kunt het zo gek niet bedenken, de oorlog weet wel raad met alle soorten kanonnenvlees.

    4) Je vlucht naar het buitenland:

    Afhankelijk van je budget en de route (via land, naar Turkije of Afghanistan/Pakistan, of via de zee, naar Dubai) schat ik mijn slagingskans ergens tussen nul en nihil in, vanwege het feit dat wij als armlastige vluchtelingen niet genoeg geld hebben om een dergelijke onderneming te betalen en de grenzen bovendien heel streng gecontroleerd worden. Als je als dienstplichtige opgepakt wordt, krijg je een ‘vermelding’ in de overheidsadministratie als deserteur (oftewel: einde verdere carrière) en moet je daarbovenop een extra jaar aan de grens met Irak dienen. En de grens met Irak is op dit moment de laatste plek in het universum waar je wil zijn.

    Geen vlucht naar het buitenland dus.

    5 oktober 1985, Ras Burqa, Egypte

    Suleiman Khater, volledige naam: Suleiman Mohammed Abdul-Hamid Khater, werd geboren in 1961 in het plaatsje Ikayyad, in het noorden van Egypte, op zo’n tweeënhalf uur rijden van de hoofdstad Caïro. Hij was het jongste kind van een gezin met drie zoons en twee dochters. Op 4 oktober 1982 begint de dienstplicht van Suleiman en hij wordt op 1 mei 1983 bij de centrale veiligheidstroepen in Zuid-Sinaï gestationeerd, bij Ras Burqa, of zoals het leger het officieel noemt: Point 46. Point 46 bestaat uit twee gebouwen om te slapen en te werken, en één gebouw waarvandaan de omgeving in de gaten gehouden wordt. Suleiman werd, en wordt nog steeds vaak ‘soldaat’ genoemd terwijl er volgens de Camp David-akkoorden van 1979 geen soldaten op die plek mochten zijn (en de Egyptenaren die er wel waren mochten geen automatische wapens dragen zoals Suleiman deed). De term die later gebruikt zal worden om zijn functie aan te geven, is police conscript serving in a special border patrol unit, wat je als ‘dienstplichtige politieagent werkzaam bij de grensbewaking’ kunt vertalen.

    Schoot Suleiman Khater, zoals veel Arabische bronnen melden, op een groep Israëlische spionnen die verkleed als toeristen én met kinderen als ultieme afleidingsmanoeuvre zijn geavanceerde communicatieapparatuur wilden stelen? Waren het eigenlijk wel kinderen? Sommigen van hen waren behoorlijk lang voor hun leeftijd, vond een aantal Egyptische journalisten en schrijvers die later over de schietpartij schreven. Of was Suleiman een geradicaliseerde moslim die een steeds grotere hekel kreeg aan Israëli’s die onbeschaamd in de Sinaï vakantie kwamen vieren nadat hun regering een vernederend akkoord had gesloten met Egypte? Of zou hij door zijn lange verblijf in de Sinaï simpelweg zijn doorgedraaid (bevangen door kwaadaardige woestijndjinns)?

    Rond 16 uur beginnen drie volwassenen, Ilana, Haman en Anita, en negen kinderen aan de beklimming van de zandduin waarop de uitkijkpost van de Egyptische militairen zich bevindt.

    Omstreeks 16.20 begint Suleiman Khater te schieten.

    • Haman Shelach (44) wordt in zijn buik geraakt. Later verklaart de Israëlische minister van Gezondheid Mordechai Gur namens de artsen die de dodelijke slachtoffers hebben onderzocht dat de wond van Haman ernstig was, maar dat hij, als hij (en dat gold ook  voor een aantal andere slachtoffers) snel naar een ziekenhuis was gebracht, de aanslag zou hebben overleefd.

    • Ilana Shelach (43) wordt in het hoofd geraakt en overlijdt direct.

    • Tzlil Shelach (12) wordt in haar ruggengraat getroffen en overlijdt door bloedverlies. Volgens de artsen was ze te redden geweest, maar zou ze verlamd zijn geraakt.

    • Ofri Turel (12) wordt in het hoofd geraakt en overlijdt direct.

    • Dina Barri (10) wordt in haar been geraakt en overlijdt door bloedverlies.

    • Amir Baum (10) wordt in zijn been geraakt en overlijdt door bloedverlies.

    • Ook Anita Griffel (35) overlijdt uiteindelijk door bloedverlies, nadat ze is geraakt in de arm en de heup.

    Dat zijn de doden.

    • Ehud, de broer van Amir, wordt in zijn keel geraakt door rondvliegende scherven. Bloedend, maar verrassend kalm weet hij achter een rots te schuilen en hij roept naar de andere kinderen om hem te volgen. Zo leidt de twaalfjarige Ehud zijn broertje Moshi (vijf jaar, geraakt aan zijn rechter schouder door een afgeketste kogel), Amnon Barri (zeven jaar, ongedeerd) en Na’ama Korn (acht jaar, ongedeerd) naar beneden.

    • Tali Griffel (vijf jaar) overleeft de schietpartij doordat haar moeder Anita zich over haar heen werpt en de kogels opvangt die anders Tali zouden hebben geraakt.

    Net als de verschillende verhalen over wat voorafging aan de schietpartij (zoals de als kind verklede spionnen) zijn er verschillende verhalen over wat er in de eerste uren na de schietpartij is gebeurd.

    In grote lijnen zijn de meeste bronnen het eens over de volgende punten:

    • In de eerste uren na de schietpartij mocht niemand bij de lichamen komen die op de zandduin lagen. Over de reden daarvan verschillen de bronnen (van ‘zorgen dat de plaats delict niet vervuild raakt’ tot ‘Egyptenaren zien graag Joden sterven’) maar het heeft volgens de Israëlische artsen waarschijnlijk geleid tot onnodig bloedverlies en het overlijden van sommige slachtoffers.

    • Ergens tussen 19.30 uur en 20.30 uur geeft Suleiman zich over. Hij wordt vastgehouden in de Fanara-gevangenis, vlak bij de stad Suez.

    • De doden en een aantal gewonden worden eerst naar een ziekenhuis in Nuweiba, Egypte, gebracht (één uur rijden ten zuiden van Ras Burqa), en uit-eindelijk naar het Yoseftal-ziekenhuis in Eilat, Israël (45 minuten rijden ten noorden van Ras Burqa).

    • Bij Ras Burqa kwam op zaterdag 5 oktober 1985 de zon om 05.36 uur op en ging om 17.23 uur onder. De temperatuur schommelde overdag rond de dertig graden Celsius.

    December 1985, Bandar Abbas, Iran

    Nooit heb ik een wonderlijker kerel gekend dan Nasser. Met Nasser, een man van begin dertig en net als ik een vluchteling uit Abadan die als ‘lader’ in de haven werkt, maak ik kennis tijdens een van mijn inspectierondjes als tallyman. We raken met elkaar in gesprek: hij blijkt overal en nergens in Abadan gewoond te hebben, strooit met namen van dealers, pooiers, verzetsstrijders (zowel uit de tijd van de sjah als van na de revolutie), topvoetballers, gokkers, corrupte politiechefs, illegale bierbrouwers en tapijthandelaren etc. die allemaal uit mijn geboortewijk komen en vergeet blijkbaar dat ik een jongetje van dertien was toen ik Abadan verliet en dus geen weet had van wat er in – de onderwereld van – Abadan gebeurde. Ik vertel Nasser dat ik mijn middelbareschooldiploma heb gehaald en over een paar maanden in dienst moet. Volgens Nasser is het ontzettend stom als ik met al mijn ervaring in de haven de mogelijkheid om te ontsnappen niet benut en in plaats daarvan een ongewisse toekomst in het leger tegemoetga.

    Maar wat als ik opgepakt word? vraag ik hem. We gaan het heel slim aanpakken, zegt Nasser.

    Zei hij nou ‘wij’?

    17 december 1985, Bandar Abbas, Iran

    Onder het streng toeziende oog van de Filipijnse bemanning beginnen de Iraanse laders het schip te verlaten, maar dat gaat zoals altijd langzaam en tamelijk chaotisch, met als voordeel dat alle aandacht van de bemanning naar de arbeiders uitgaat, waardoor ik ongestoord via het luik dat Nasser op een kiertje heeft gezet, het ruim in kan gaan. Op klaarlichte dag.

    Naast Nasser zitten Hafez en Jalil, mijn twee andere reisgenoten. Hafez is al één jaar en Jalil al twee jaar op de vlucht voor de dienstplicht, en net als ik hebben zij geen geld voor een smokkelaar. Nog altijd, na 35 jaar, kan ik er met mijn hoofd niet bij dat ik een van de gevaarlijkste dingen in mijn leven heb ondernomen met drie mensen die ik amper kende. Maar misschien is dat iets wat je alleen kunt doen als je jong bent en geen echt besef van de gevaren hebt. Tijdens de research voor dit boek vind ik in de krantenarchieven afschuwelijke berichten over verstekelingen die overboord zijn gegooid in de periode dat ik als verstekeling Iran verliet. Zo werden kapitein Antonis Plytzanopoulos van het schip Garifalia en zijn crew opgepakt en veroordeeld omdat ze elf Afrikanen voor de kust van Somalië in het water hadden gegooid. Die zaak kwam aan het rollen omdat de scheepskok het geheim niet voor zich kon houden en naar de politie stapte.

    Na ongeveer één week varen bereiken we het Suezkanaal, waar tot mijn onbeschrijfelijke ontsteltenis een rossige Egyptenaar met zangerig Perzisch accent me vertelt hoe een aanslag in zijn land tussen mij en mijn vrijheid staat. De volgende dag kijk ik uit de patrijspoort en zie ik Egypte aan me voorbijtrekken.

    Eind december 1985, Egypte/Israël

    Op 28 december 1985 veroordeelt de rechtbank Suleiman Khater tot 25 jaar gevangenis plus dwangarbeid. Twee dagen later wordt hij van de gevangenis in Suez naar een militaire gevangenis in Caïro gebracht.

    Kerst 1985, Limasol, Cyprus

    Jalil, die in de keuken werkt, hoort van de kok dat we onderweg zijn naar Cyprus. Daar herhaalt zich bijna hetzelfde tafereel als bij het Suezkanaal; als de Cypriotische douanebeambten onze hut binnenkomen, vertel ik namens ons allemaal dat we uit Iran gevlucht zijn én dat de kapitein ons terug wil brengen naar Iran zodra hij zijn vracht heeft opgehaald in Europa (we weten nog steeds niet in welk land, maar volgens de kok wordt het zeker een Europese haven).

    Ik weet niet meer welke reden ze daarvoor hebben gegeven, of ze überhaupt een reden hebben gegeven, maar na drie dagen voor anker gelegen te hebben voor de haven van Limasol vertellen de Cyprioten dat we – ‘so sorry, sad situation unfortunately’ – niet welkom zijn in hun land. Hoe kunnen deze mensen, die gedurende drie dagen onze verhalen hebben gehoord, ons in de steek laten?

    In 2019 publiceert onderzoeksjournalist Linda Polman een boek over tachtig jaar Europees vluchtelingenbeleid met de veelzeggende titel Niemand wil ze hebben.

    7 januari 1986, Egypte

    De Egyptische staatsradio maakt bekend dat een bewaker van de ochtendploeg in de militaire gevangenis in Nasr City bij Caïro het lichaam van Suleiman Khater in zijn cel heeft gevonden, met een laken opgehangen aan de raamtralies.

    Half januari 1986, Rotterdam

    Op zaterdag 11 januari 1986, vier dagen na het over-lijden van Suleiman, meert ons schip aan bij de Wilhelminakade in Rotterdam-Zuid. Er wordt op de deur van onze hut geklopt, en nadat de barricadebalk verwijderd en de deur van het slot is gehaald, lopen twee geüniformeerde douanebeambten onze hut binnen. Hun hoofden raken bijna het plafond, waarmee voor mij het bewijs is geleverd: inderdaad, we zijn nu echt in Holland. De blonde reuzen vertellen dat ze al door de kapitein op de hoogte gebracht zijn van onze situatie, maar willen voor de zekerheid van onszelf weten wat ons verhaal is. ‘En graag kort en bondig.’

    Ten einde raad smeek ik om in Nederland te mogen blijven

    Ten einde raad smeek ik om in Nederland te mogen blijven want gedwongen terugkeer naar Iran, zoals de kapitein dat wil, zou een ramp voor ons zijn. Als we na een dag nog niets van de Hollanders hebben gehoord, vrezen we hetzelfde scenario als in Egypte en Cyprus. Maar gelukkig hebben we een ongelooflijke meevaller: ondanks het feit dat de patrijspoort in onze hut vrij klein is, waardoor we de omgeving niet goed kunnen verkennen, zien we dat er midden in het hekwerk op de kade (dat minstens drie meter hoog en dus niet te beklimmen is) een lichtmast staat. We bedenken een plan om de muurplanken van onze hut los te schroeven en via de aangrenzende hut, die leegstaat, te ontsnappen en één verdieping hoger naar het dek te gaan, de loopplank af te lopen, een meter of vijftig naar de lichtmast te rennen, de lichtmast op te klimmen zoals je een ladder op klimt, en aan de andere kant weer naar beneden te klimmen. Wie plaatst er in godsnaam een lichtmast in het hekwerk?

    April 2019, Jeruzalem, Israël

    Op het moment dat ik haar opzoek, is Tali 38 jaar oud, lichaamstherapeut van beroep met een eigen praktijk, moeder van vier kinderen en getrouwd met de Amerikaan Mitch, die als vertaler werkt. ‘Een paar weken na de aanslag ben ik met mijn Amerikaanse vader naar de VS gegaan. Het eerste jaar verkeerde ik in een shocktoestand, was echt bang voor alles, maar het scheelde enorm dat ik in Amerika was, want daar was ik veilig. Na een paar sessies met de kinderpsychiater kreeg ik te horen dat alles goed was. ‘In de VS gedroeg ik me als een all American girl: ik deed erg mijn best op school, sportte fanatiek en had veel vrienden. Een overachiever, zoals wij Amerikanen dat noemen. Maar ik vertelde niemand over wat mij als kind was overkomen, de trauma’s die ik daaraan had overgehouden: zo was ik en ben ik nog altijd bang voor vuur. Zelfs het aansteken van de kandelaars voor de viering van sjabbat vind ik angstaanjagend. In de eerste jaren na de aanslag raakte ik behoorlijk van slag als ik harde knallen hoorde, vooral als die klinken als geweerschoten.’

    Ik vertel Tali dat ik van plan ben om ook de familie van Suleiman Khater op te zoeken om te kijken wat de impact van die aanslag én zijn zelfmoord op hun leven is geweest. Zal ik je op de hoogte houden van die kant van het verhaal, vraag ik haar. ‘Nee hoor, ik hoef dat allemaal niet te weten. Die man heeft mijn moeder van mij afgenomen, de vrouw die de kogels heeft opgevangen die anders mij zouden hebben geraakt. Ik zie wel eens oma’s met hun kleinkinderen in het park en denk dan: als mijn moeder nog had geleefd, had zij dat ook kunnen meemaken. Ik hoef echt niet te weten hoe het met de familie van die man gaat.’

    November 2019, Caïro – Ismaïlia, Egypte

    Terwijl ik duizend doden sterf omdat mijn Egyptische fixer die achter het stuur zit twee telefoons in zijn handen houdt waarmee hij om de haverklap belt of waarop hij gebeld wordt, berichtjes ontvangt én verstuurt, en wonderbaarlijk genoeg in staat blijkt tegelijkertijd te roken, ben ik onderweg van Caïro naar Ismaïlia, de dichtstbijzijnde stad bij het geboortedorp van de schutter Suleiman Khater die over hotels beschikt. ‘Ik hoorde op de radio dat iemand uit onze provincie zeven Israëli’s had gedood. Pas de daaropvolgende dag hoorde ik dat Suleiman de schutter was geweest, toen er iemand langskwam die zich voorstelde als collega van Suleiman en ons vertelde dat Suleiman zeven Israëli’s had gedood. Met mijn moeder en zus zijn we direct met de auto naar Nuweiba gegaan,’ vertelt Abd Almoneim, de broer van Suleiman. Suleiman verzekert zijn familie dat ze zich geen zorgen hoeven te maken. Hij heeft alleen maar gedaan wat een goede militair zou doen. Drie maanden later hoort Abd Almoneim, wederom op de radio, dat zijn broer zelfmoord heeft gepleegd. ‘We hebben om een tweede autopsie gevraagd, maar de regering weigerde. Er werd gezegd dat kolonel Khadafi, de toenmalige  leider van Libië, artsen wilde sturen om het lichaam van Suleiman te onderzoeken, maar daar gaf Mubarak geen toestemming voor. Wat ik het ergste vind, is dat we nog altijd geen doodsakte hebben. Er is niemand van de regering geweest die officieel heeft verteld hoe Suleiman is overleden. Mijn broer leeft officieel nog.’

    Bahram Sadeghi

    Bahram Sadeghi (1967, Iran) schrijft voor landelijke dag-bladen, is programmamaker en een veelgevraagd presentator. In het jaar dat covid-19 zijn mooi opgebouwde freelance-bestaan deed instorten, schreef hij een boek dat in november verschijnt bij uitgeverij Atlas Contact.

  • Griekse grensmuur van 40 kilometer moet Afghaanse vluchtelingenstroom stoppen

    Griekse grensmuur van 40 kilometer moet Afghaanse vluchtelingenstroom stoppen

    Griekenland grijpt alles aan om zich te ‘beschermen’ tegen de verwachte stroom Afghaanse vluchtelingen. De minister van Immigratie heeft verklaard dat het land een situatie als in 2015 niet nog eens aankan.

    Nu Afghanistan in handen van de taliban is gevallen, is Griekenland niet van plan gelaten af te wachten tot de eerste golf Afghanen de kust overspoelt. Niet zoals in 2015 met de stroom Syriërs, of in 2020, toen honderden migranten Europa probeerden binnen te komen via de rivier de Maritsa omdat Turkije zich had laten ontvallen dat het zijn grenzen ging openstellen. Deze keer haalt Griekenland alles uit de kast om zich te ‘beschermen’ tegen de verwachte vloedgolf van Afghaanse vluchtelingen. Minister van Immigratie Notis Mitarakis heeft verklaard dat Griekenland een situatie als in 2015 niet nog eens aankan, en ook ‘niet accepteert de toegangspoort te zijn voor vluchtelingenstromen naar de Europese Unie’.

    Daartoe heeft de conservatieve regering van Néa Dimokratía (Nieuwe Democratie) een heel arsenaal klaarstaan. Langs een deel van de landgrens met Turkije is een omstreden 40 kilometer lange muur gebouwd van gewapend beton. De grensbewaking is versterkt met nieuwe drones, nachtzichtcamera’s, radar en geluidskanonnen, en deze akoestische voorzieningen hebben een grote reikwijdte.

    ‘We kunnen niet gelaten de mogelijke consequenties’ van de herovering van Afghanistan door de taliban afwachten, zegt Michalis Chrysochoidis, tot kort geleden de Griekse minister van Burgerbescherming. ‘We zullen onze grenzen verdedigen en beveiligen.’

    Op 30 augustus jl. hebben de Amerikaanse en westerse troepen Afghanistan definitief verlaten. Honderdduizenden Afghanen zijn achtergebleven en vrezen onder het talibanbewind voor hun leven, of voor de repressie van een islamitisch-fundamentalistisch regime dat geen enkel land tot nu toe als legitieme regering heeft erkend. De komende weken en zelfs maanden zouden naar schatting duizenden Afghanen het land via Iran of Pakistan willen proberen te verlaten. Op dit moment heeft de Pakistaanse grens elke 24 uur te maken met een toestroom van 20.000 Afghanen.

    Sommige deskundigen wijzen erop dat de omvang van de migratie van Afghanistan naar Europa niet te vergelijken is met die uit Syrië destijds. De afstanden zijn zeer groot en migranten moeten veel grenzen over om de EU te bereiken. Uiteindelijk zal dat maar een klein aantal Afghanen lukken. Maar uit angst voor een déjà vu hebben de Europese hoofdsteden toch middelen vrijgemaakt voor buurlanden van Afghanistan.

    Anticiperen

    ‘Het is belangrijk dat de EU landen in de buurt van Afghanistan ondersteunt en voorkomt dat er migratiestromen naar Europa ontstaan,’ verklaarde de Griekse premier Kyriakos Mitsotakis op 23 augustus. ‘Europa kan de gevolgen van de huidige situatie niet alleen oplossen. We moeten anticiperen op grote illegale migratiestromen en ons daartegen beschermen,’ aldus de Franse president Emmanuel Macron. Zoals de Financial Times meldde, hebben de Europese ministers van Binnenlandse Zaken na een eerste vergadering op maandag 600 miljoen euro uitgetrokken voor Afghaanse buurlanden als Pakistan, Iran, Oezbekistan en Turkmenistan.

    De snelle terugkeer naar de macht van de taliban en de humanitaire crisis die mogelijk overslaat naar de poorten van ‘het oude continent’, hebben het gebrek aan een consistent migratiebeleid op EU-niveau opnieuw duidelijk gemaakt.

    Europa moet nog steeds een systeem opzetten voor de herverdeling van de asielzoekers die de grens over komen, maar de opstelling van Europa in het migratievraagstuk is nu anders dan zes jaar geleden. De beroemde uitspraak van bondskanselier Angela Merkel ‘Wir schaffen das!’ – waarna ze duizenden mensen Duitsland binnenliet die het land via de Balkanroute hadden bereikt –, is verleden tijd. De fenomenen die nu in Brussel worden besproken zijn ‘massale migratiestromen van illegalen’ en ‘illegale migratie’. In de negen alinea’s van de verklaring die de 27 Europese ministers van Binnenlandse Zaken hebben ondertekend, komt de term ‘veiligheid’ 7 keer voor en ‘illegaal’ 5 keer.

    Het doel is nu niet meer om vluchtelingen op te nemen, maar om buurlanden te helpen de stroom in te dammen

    Omdat men de massale instroom van mensen in Europa wil beperken, is het doel nu niet meer om vluchtelingen op te nemen, maar om buurlanden te helpen de stroom in te dammen in ruil voor financiële compensatie.

    Ondanks het feit dat het verschuiven van het probleem naar andere landen een ‘wapen’ kan worden om Brussel onder druk te zetten (zoals eerder gebeurde bij de Maritsa, en recenter in Spanje, toen op één dag duizenden migranten Ceuta binnenkwamen nadat Marokko de grensbewaking had versoepeld), kijkt Europa opnieuw naar Ankara als mogelijke oplossing voor een potentieel humanitair drama.

    Na de groei van populistische en extreemrechtse partijen in Europa in 2016 realiseerden Europese regeringen zich dat aan het opnemen van grote aantallen vluchtelingen een politiek prijskaartje hing dat ze niet bereid waren te betalen. Uiteindelijk ondertekenden ze een pact met Turkije dat het in ruil voor 6 miljard euro de mensenstroom over de Egeïsche Zee naar Griekenland zou tegenhouden. De 27 lidstaten van de EU lijken nu opnieuw bereid te zijn Turkije financieel te compenseren voor het veiligstellen van hun grenzen.

    ‘Het eerste land waar vluchtelingen uit Afghanistan aankomen, is Turkije. Daarom moet de Europese Unie de gezamenlijke verklaring van 2016 uitbreiden en Turkije ondersteunen,’ stelde Notis Mitarakis. Hij benadrukte bovendien dat het Vluchtelingenverdrag van Genève naar mensen verwijst die ‘naar een buurland verhuizen, niet naar een ander continent’.

    Loekasjenka zou de deuren hebben opengezet voor illegale immigratie

    Maar ook in Turkije is het geen pais en vree. President Recep Tayyip Erdoğan klaagt dat Turkije de afgelopen maanden te maken kreeg met meerdere gewelddadige binnenlandse protesten tegen de aanhoudende aanwezigheid van de miljoenen Syrische vluchtelingen die zich nog steeds in het land bevinden. Erdoğan, die ook opdracht heeft gegeven een muur te bouwen langs de grens tussen Turkije en Iran, heeft de Europese landen gevraagd de verwachte golf Afghaanse migranten die eerst Turkije aandoen, onderdak te bieden. ‘Europa kan het probleem niet van zich afschuiven door zijn grenzen potdicht te timmeren om de veiligheid en het welzijn van zijn eigen burgers te beschermen.’ Hij voegde daaraan toe: ‘Turkije heeft noch de verantwoordelijkheid, noch de verplichting om het vluchtelingendepot van Europa te zijn.’

    Voor migranten uit het Midden-Oosten die naar Europa wilden, was Griekenland tot nu toe de voorkeursroute, zowel via de grens met Turkije als over de Egeïsche Zee. Maar de laatste maanden is Europa getuige geweest van de opkomst van een alternatieve route door Belarus. Tot nu toe zijn dit jaar meer dan drieduizend migranten (voornamelijk Irakezen) daar de grens met de EU overgestoken. Naar verluidt worden ze aangemoedigd door het bewind van Aleksander Loekasjenka, dat de deuren zou hebben opengezet voor illegale immigratie als reactie op de Europese sancties. In verband met deze toename van de vluchtelingenstroom, heeft Litouwen hulp gevraagd aan Frontex, het Europees Grens- en kustwachtagentschap. Van de EU heeft het toestemming gekregen om een hek te bouwen langs zijn grens met Belarus.

    Naast Litouwen en Griekenland gaan ook andere EU-landen maatregelen treffen om zich tegen de migratiestromen te beschermen. Bulgarije heeft verzekerd dat het de grenzen met Griekenland en Turkije gaat versterken en Polen heeft de bouw van een muur langs de grens met Belarus aangekondigd. Ook Cyprus heeft een officieel verzoek om bijstand ingediend bij Frontex om de komst van migranten tegen te houden, vooral uit Turkije.

  • Amazon zoekt 125.000 nieuwe werknemers | Hausse aan cosmetische ingrepen in China

    Amazon zoekt 125.000 nieuwe werknemers | Hausse aan cosmetische ingrepen in China

    Amazon zoekt 125.000 nieuwe werknemers

    Amazon is voor de VS op zoek naar 125.000 nieuwe werknemers in een krappe Amerikaanse arbeidsmarkt. Het bedrijf zal gemiddeld 18 dollar per uur betalen, circa 15,25 euro, meldt CNBC. De nieuwe vacatures komen bovenop de 40.000 banen die het bedrijf eerder deze maand zei te zoeken. Sinds het begin van de pandemie heeft Amazon 450.000 werknemers aangenomen.

    Lees ook:


    Hausse aan cosmetische ingrepen in China

    De vraag naar plastische chirurgie en andere medisch-esthetische behandelingen is de afgelopen jaren enorm toegenomen in China. De markt voor plastische chirurgie in China zal in 2022 naar verwachting groeien tot 300 miljard yuan, circa 39 miljard euro. Ingrepen om de ogen groter te maken of neuzen aan te passen zijn het meest populair, schrijft South China Morning Post.

    In juli stierf een 33-jarige influencer aan complicaties na een mislukte liposuctie

    De sector ligt echter onder vuur van de overheid omdat mensen te weinig worden gewaarschuwd voor risico’s. In juli stierf een 33-jarige influencer aan complicaties na een mislukte liposuctie; een zaak die breed werd uitgemeten in Chinese media.

    Deze week lieten Chinese staatsmedia weten dat het ‘noodzakelijk en dringend’ is om advertenties voor cosmetische chirurgie te reguleren. Volgens een redactioneel commentaar op de website van staatskrant Het Volksdagblad suggereren sommige advertenties onterecht dat een mooi uiterlijk een teken is van ‘hoge kwaliteit’, ‘ijver’ en ‘succes’ en worden verhalen verzonnen dat ‘plastische chirurgie iemands lot verandert’.


    Rwandese vluchteling vermoord

    Een prominent lid van de Rwandese vluchtelingengemeenschap in Mozambique, die al eerder aan de politie had verteld dat er een complot zou bestaan om hem te vermoorden, is vorige week doodgeschoten, bericht BBC. Révocat Karemangingo was luitenant in het Rwandese leger dat in 1994 werd omvergeworpen door troepen onder leiding van president Paul Kagame. Hij vestigde zich in Mozambique als zakenman en hield hij zich niet meer bezig met politiek, zo liet de leider van de vluchtelingengemeenschap weten.

    De Rwandese regering is al vaker beschuldigd tegenstanders die in het buitenland wonen te belagen

    Karemangingo, penningmeester van de Rwandese vluchtelingenorganisatie, was op weg naar zijn huis in de buurt van de Mozambikaanse hoofdstad Maputo, toen zijn auto maandag in een hinderlaag liep. Volgens de politie werd hij getroffen door negen kogels. Er is nog niemand gearresteerd voor de moord en er zijn geen aanwijzingen voor een motief.

    De Rwandese regering is al vaker beschuldigd tegenstanders die in het buitenland wonen te belagen, maar heeft die aantijgingen altijd ontkend.

    Lees ook:

  • Nog altijd bezoekt de Palestijnse Abla Dajani het huis dat ze moest ontvluchten

    Nog altijd bezoekt de Palestijnse Abla Dajani het huis dat ze moest ontvluchten

    In 1948 moesten de Palestijnse Abla Mohammad Taher Dajani Daoudi en haar familie hun huis in Jeruzalem ontvluchten, nadat Israël een groot deel van het Palestijnse grondgebied toegezegd kreeg. Ze keert nog steeds regelmatig terug ‘om de geest ervan te laten herleven, de herinnering levendig te houden’.

    Vandaag heb ik ons gestolen huis bezocht in Baka, een wijk in het zuiden van Jeruzalem. Een leven vol mooie herinneringen trof me zo hard dat ik naar adem moest happen. Terwijl ik op de stoep stond van het huis dat getuige was van mijn geboorte in 1930 liet ik mijn vingers over het ijzeren hek gaan om het open te maken, totdat ik plotseling besefte dat ik niet naar binnen mocht. De mensen die de Palestijnse huizen hebben bezet kunnen de oorspronkelijke eigenaars niet luchten of zien. Toch riep dit moment van hartverwarmende nostalgie een gevoel van veiligheid, geborgenheid en sereniteit bij me op, ook al zuchtten we een groot deel van mijn kinder- en tienerjarenjaren onder het juk van het Brits Mandaat. Wat me het droevigst stemt is dat de naam van de weg die door deze mooie buurt loopt in Hespira Street is veranderd, zo leert een bordje op de voorkant van ons vroegere huis.

    Hier sta ik, oud en broos, terwijl ik me nog levendig de dag herinner dat ik de fiets van Adel leende. Adel is toevallig mijn neef van zowel vaders- als moederskant. Hij was de zoon van mijn oom Ahmad Daoud Taher al-Dajani en mijn tante Balqis, de dochter van Abdullah Bek-al-Alami. Toen Adel op de terugweg was van school vroeg ik hem een foto van me te maken met de Kodak-camera die mijn oudste broer Sulaiman in diezelfde week in 1948 voor me had meegenomen van een bezoek aan Engeland.

    We waren tevreden met wat aanvoelde als een vreedzame coëxistentie

    De jaren veertig waren vol gevaar. Zionistische bendes waren in opkomst en pleegden gruwelijke terroristische aanslagen met volledige steun van het leger van het Brits Mandaat. Maar hoewel de toenemende stroom Joodse immigranten een enorme uitdaging betekende voor de Palestijnen, was de situatie in onze wijk in het westelijk deel van Jeruzalem nog draaglijk. In plaats van beducht te zijn voor het gevaar van Joodse immigranten vormden we vriendschappen en partnerschappen met hen, deelden we zakelijke belangen en wederzijdse relaties en waren we tevreden met wat aanvoelde als een vreedzame coëxistentie.

    We deden boodschappen in Jaffa Street waar het grootste deel van de Joodse gemeenschap woonde, kochten mooie geïmporteerde kleding van officiële Joodse agenten, gingen naar Europese bakkerijen en bezochten gerenommeerde bioscopen, zoals de Rex en de Rivoli in West-Jeruzalem. O, wat genoten we van de concerten van Umm Kulthum, Farid al-Atrash en Asmahan die werden gegeven in Hotel King David.

    Vooraanstaande koopman

    Mijn vader had acht broers. Hij was een vooraanstaande en welgestelde koopman die de scherpzinnigheid, wijsheid, intelligentie en gewiekstheid had geërfd van zijn vader Taher Dawood al-Dajani (die destijds op goede voet stond met de Ottomaanse sultan). Hij blonk uit in vrijhandel en verwierf de alleenvertegenwoordiging van diverse handelsagenturen. Ook bouwde hij huizen om de familie Dajani en andere Jeruzalemse families uit Baka in onder te brengen, wat hem de bijnaam ‘de man met de vijftig sleutels’ bezorgde. Hij was een van de eersten die aan het begin van de twintigste eeuw de aanzet gaven tot de wederopbouw van de wijk Baka.

    Na het overlijden van mijn grootvader in 1925 trad mijn vader in zijn voetsporen en groeide uit tot een bekende en invloedrijke figuur. De familiebezittingen en -belangen strekten zich in de tijd van mijn vader uit tot de Jaffapoort; hij richtte het handelshuis Daoudi Trade Agency op, dat zich van andere soortgelijke ondernemingen onderscheidde door zijn enorme omvang en de grote variëteit aan geïmporteerde en plaatselijke kwaliteitsproducten.

    Tot 29 november 1947 was de situatie in Baka redelijk acceptabel. Op die dag kondigde de Algemene Vergadering van de VN een discriminerende resolutie aan die het land Palestina zou verdelen tussen Palestijnen en zionistische Joden. 1 augustus 1948 werd gekozen als de dag waarop het Brits Mandaat zou eindigen. Het gevolg was dat de staat Israël met Britse en internationale steun twee derde van het historisch grondgebied van Palestina bezette. Arabisch verzet was vrijwel afwezig. Jordanië, toen vertegenwoordigd door koning Abdallah al-Hoessein, sloot een tussentijdse wapenstilstand om de veiligheid van zowel Palestijnen als zionistische Joden tijdens deze overgangsperiode te waarborgen.

    Op dat moment begon een gevoel van dreigend gevaar ons hart binnen te sluipen

    Maar de spanningen waren op hun hoogtepunt: Palestijnen verwierpen de onrechtvaardige en partijdige resolutie die hun land verdeelde en voor een groot deel cadeau gaf. Bovendien groeide het Palestijnse verzet en kwamen de Arabieren en zionistische Joden regelmatig met elkaar in botsing. Fanatieke zionistische bendes begonnen hun agressie bot te vieren op de Palestijnen: ze pleegden allerlei misdrijven, zoals roofovervallen, moorden, het plaatsen van boobytraps en verjaging van Palestijnse families; ook richtten ze bloedbaden aan, zoals in Deir Yassin, waar Palestijnen in hun dorpen werden vermoord of opzettelijk lastiggevallen om hen te vernederen, te intimideren en te verjagen. Bovendien staken ze land in brand en bliezen hotels op, zoals het King David en Semiramis. Het was op dat moment dat een gevoel van dreigend gevaar ons hart begon binnen te sluipen, om niet te spreken van onze ziel.

    download 5 1
    De auteur bezoekt het huis in de wijk Baq’a met haar kleindochter.

    Het aantal Britse militaire controleposten in heel Palestina verdubbelde, waardoor buurten van elkaar werden gescheiden en er hermetisch afgesloten militaire zones ontstonden; in diverse gebieden werd een avondklok ingesteld, zoals in West-Jeruzalem dat in vier zones was verdeeld. Het Mandaatbestuur verplichtte ons vergunningen aan te vragen om ons vrijelijk te kunnen bewegen. Die hadden verschillende kleuren, zodat de Britse soldaten gemakkelijk onderscheid konden maken tussen bewoners op hun respectievelijke locaties; zo was geel de kleur van de vergunningen voor het zuidelijke deel van Baka.

    Deze situatie breidde zich snel uit. Joodse bendes die door de diverse gebieden zwierven werden begeleid door Britse soldaten om de boel in de hand te houden, confrontaties te verzachten, de Joodse machtsovername te vergemakkelijken, de revolutionairen en verzetsgroepen te bestrijden en de actieve rol van de Palestijnse jeugd een halt toe te roepen. Tegelijkertijd werden de bewegingsvrijheid en manieren om in het levensonderhoud te voorzien sterk ingeperkt. Er vonden gewapende confrontaties plaats in onze wijken, scholen werden gesloten en mensen leefden in voortdurende angst. Het Palestijnse verzet werd door de Mandaattroepen de kop ingedrukt door activisten gevangen te zetten en velen van hen te executeren in het Russische verhoor- en detentiecentrum al-Moscobiyeh in de buurt van de Jaffapoort.

    Angst

    Na de bittere ervaringen gedurende de Tweede Wereldoorlog waren de mensen doodsbang; ze begonnen verwoed te hamsteren uit vrees voor een derde wereldoorlog. Er heerste schaarste, mensen begonnen weer in hun basisbehoeften te voorzien met behulp van de traditionele voedselbonnen van het Britse regime, net als in de Eerste Wereldoorlog, toen er een puntensysteem was opgezet voor het verstrekken van levensmiddelen op basis van het aantal familieleden. Langdurige stroom- en waterstoringen waren aan de orde van de dag.

    De mensen begonnen hun huizen te versterken en te omringen met prikkeldraad om zich te beschermen tegen terroristische aanslagen. In de wijken gingen stemmen op om zich te bewapenen tegen de zwaarbewapende Joodse en zionistische bendes die zich gesteund wisten door de geavanceerde wapens, ammunitie en pantervoertuigen van het Britse leger. Palestijnen probeerden geld in te zamelen om eenvoudige geweren te kopen, en ze voelden zich in de steek gelaten. Toen de oorlog uitbrak, slaagden de Arabische legers er niet in Jeruzalem te bereiken door gebrek aan uitrusting, training en bekendheid met de topografie van Palestina. Dit alles droeg niet bepaald bij tot het beschermen en redden van Jeruzalem.

    Mijn vader was erg ongelukkig met de ontwikkelingen. Hij was altijd een fervent reiziger geweest en had zijn meeste tijd ver van de dagelijkse sleur in Baka doorgebracht. Hij en zijn broers besloten daarom dat de hele familie haar toevlucht tot Egypte moest nemen om de kinderen te beschermen en ook onze zieke moeder die speciale zorg nodig had. Mijn vader had in die tijd een contract voor het verzorgen van maaltijden voor de luchthaven, inclusief de maaltijden aan boord. Op een ochtend verlieten we in alle vroegte onze buurt in de hoop er enkele dagen later weer terug te keren, wanneer de situatie gekalmeerd en gestabiliseerd zou zijn. We hadden een vrijgeleide naar de luchthaven Lod en er waren stoelen in een vliegtuig geboekt. Britse soldaten en een Jordaanse tank vergezelden ons om te zorgen dat onze reis naar de luchthaven zonder ongeregeldheden verliep. We verlieten onze buurt in privéauto’s, passeerden de controlepost bij de Montefioremolen en voelden ons veilig in de aanwezigheid van de Jordaanse soldaten, van oorsprong Jordaanse bedoeïenen die deel uitmaakten van de koninklijke Jordaanse entourage en betrokken waren bij de handhaving van de wapenstilstand.

    Alle meubels en andere bezittingen waren gestolen, inclusief de sieraden die mijn moeder had verstopt

    Ons verblijf in Egypte duurde uiteindelijk veel langer dan voorzien. In Caïro woonden we drie lange jaren in Murad Street. Mijn vader voegde zich niet bij ons in Caïro. Hij besloot in Jeruzalem te blijven in zijn Imperial Hotel in Bab al-Khali om de buitenlandse delegaties die in het hotel verbleven bij te staan en ook om de familiebezittingen in de Oude Stad te beschermen. Via de Belgische ambassadeur wist mijn vader een vergunning te krijgen om na ons vertrek eenmaal per week Baka te bezoeken. Daar hoorde hij van de Iraakse familie die in ons huis was getrokken dat ze het huis open hadden aangetroffen. Alle meubels en andere bezittingen waren gestolen, inclusief de sieraden die mijn moeder in de vensterluiken had verstopt. Het enige wat de plundering had overleefd waren de familiealbums die ik tot op de dag van vandaag koester. Tot mijn vaders grote verdriet was ook zijn handelshuis Daoudi leeggeroofd, inclusief de kluis van Britse makelij waarin hij zijn meeste officiële papieren en familiedocumenten bewaarde. In de winter van 1951 keerden we allemaal terug en woonden in de familiehuizen die verspreid binnen de muren van het marktplein stonden in de wijk Aftimos in de Oude Stad.

    De wonden die in ons hart zijn geslagen kunnen nooit meer helen

    De dagen en jaren verstreken. Ook maakten we tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 de Naksa-crisis mee, waarbij Israël de rest van historisch Palestina bezette, inclusief Oost-Jeruzalem. De verjaging ging door, maar onze eerste migratie had ons geleerd dat we onder geen beding ooit ons vaderland nog moesten verlaten. Zodra de gelegenheid zich voordeed bezocht ik ons gestolen huis in Baka. De bewegingsvrijheid was beperkt, maar twee weken na de oorlog lukte het me met mijn man en zijn broer naar Baka te gaan in een auto die nog besmeurd was met sporen van de oorlog. We bereikten Baka via Jaffa Street, waarmee de cirkel van het lijden van ons volk weer rond was, en zagen met eigen ogen ons huis, bewoond door de mensen die het hadden gestolen en hun vlag bij de ingang hadden gehesen. Wat ik gedurende die ogenblikken voelde laat zich niet beschrijven. De wonden die in ons hart zijn geslagen kunnen nooit meer helen.

    Sinds die afschuwelijke reis 54 jaar geleden ben ik het huis en de buurt van onze dierbare kinderjaren altijd blijven bezoeken, alleen maar om de geest ervan te laten herleven, de herinneringen eraan levendig te houden en – het belangrijkste van alles – deze gekoesterde herinneringen door te geven aan mijn kinderen en kleinkinderen opdat zij nooit zullen vergeten of opgeven.

  • ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    Binnenkort vertrekt ze, na zestien jaar en vier verkiezingsoverwinningen, vele crises en catastrofen, successen en rampen. Der Spiegel boog zich in een speciaal nummer over het tijdperk Angela Merkel. In dit overzichtsartikel van Dirk Kurbjuweit wordt haar leiderschap zorgvuldig geëvalueerd, aan de hand van de belangrijkste thema’s die haar tijd kenmerkten.

    Het tijdperk-Merkel was een tijd van spoken. Het was doortrokken van crises die zich aanvankelijk onzichtbaar uitbreidden en daarom zo’n griezelige indruk maakten. Dat gold voor de kredietcrisis en de eurocrisis, voor de pandemie en de klimaatverandering. Er was iets aan de hand, maar wat er precies aan de hand was begrepen alleen deskundigen, wetenschappers echt goed. Voor de anderen bleef er vooral een gevoel van onzekerheid hangen, van angst ook. Hoe zal dat spook mijn leven veranderen of beschadigen? Want al die crises hadden of hebben mogelijk ook catastrofale gevolgen op persoonlijk vlak: verlies van banen, van een levenstandaard, ziekte en dood.

    Angela Merkel had veel in zich om de juiste bondskanselier voor deze tijd te zijn, om een gelukstreffer van de geschiedenis te worden. In haar eerste leven werkte ze als wetenschapper, ze was een vrouw van getallen, tabellen, curven. Ze is hoog intelligent, doordrenkt van rationaliteit. Gespook kan haar niet bang maken omdat ze in staat is om het wezen ervan, de feiten erachter, te doorgronden. 

    Maakte dat Merkel de juiste kanselier voor deze tijd, voor de jaren 2005 tot 2021, een tijd van crises en catastrofen zoals de bondsrepubliek die niet eerder beleefd heeft? Binnenkort treedt ze af, zodra de bondsdag een opvolger of opvolgster heeft gekozen, waarschijnlijk in de herfst. Merkel zal zich dan voorlopig terugtrekken uit de politiek, na 31 jaar.

    In 1990 begon haar adembenemende carrière, meteen na de val van de muur, toen Angela Merkel een streep zette onder haar bestaan als fysicus aan de Akademie der Wissenschaften van de DDR en de politiek in ging.

    Ze was in elk geval een subtiel grapje van de geschiedenis. Een vrouw uit het Oosten moest meehelpen om het Westen door zijn grote crisis heen te leiden. Dat was de tweede grote ontwikkeling van haar tijdperk, naast de spookachtige crises: de liberale democratieën in Europa, Noord-Amerika en Australië werden stevig door elkaar geschud. Het begon precies twintig jaar geleden met de islamitische terreuraanslagen van 11 september 2001, werd doorgetrokken met een nieuwe agressieve houding van Rusland, de snelle opkomst van China als supermacht en de mislukte poging om een westers stempel te drukken op een deel van de islamitische wereld, in Irak en Afghanistan. 

    Ook de interne toestand van het Westen biedt een somber beeld: brexit, Donald Trump, rechts populisme in veel landen, vooral de grote vragen die de kredietcrisis en de klimaatverandering hebben opgeworpen over de westerse economie en levenswijze, de twijfel of liberale democratieën efficiënt genoeg zijn om pandemieën effectief te bestrijden – dat alles maakte het Westen tot een crisisgebied, knaagde aan het zelfbewustzijn in de grote westerse samenwerkingsverbanden, de EU en de NAVO.

    Merkel moest antwoorden vinden, vooral voor de bondsrepubliek, maar ook voor Europa en de wereld. Hoe goed ze dat daadwerkelijk gedaan heeft, zullen we pas over een paar jaar, of decennia, weten. De geschiedenis neemt vaak de tijd voor haar oordeel. We kennen nog niet alle gevolgen van Merkels handelen, misschien zullen we ze onder invloed van haar opvolgers opnieuw beoordelen. Maar een voorlopige balans is natuurlijk mogelijk, en aan het eind van haar tijdperk noodzakelijk.

    Hier volgt een balans in zeven hoofdstukken, de zeven catastrofes of crises die met name een stempel hebben gezet op Merkels ambtsperiode. De catastrofe op de financiële markten, de eurocrisis, de eeuwige dreiging die Poetin heet, de grote toevloed van vluchtelingen, Donald Trump, wiens naam hier staat voor de aanval op de liberale democratie in het algemeen, de klimaatverandering en de pandemie.

    Daar moest ze doorheen. Dat beheerste haar overvolle, sombere agenda. Dat was haar tijd, haar tijdperk.


    1. De kredietcrisis

    ‘Wij zeggen tegen de spaarders dat hun tegoeden veilig zijn.’

    – Merkel op 5 oktober 2008

    Het gespook begint. Banken melden problemen, aandelenkoersen storten in, vakjargon overspoelt de publieke discussie: subprime, interbancaire handel, asset-backed security’s. Derivaten. Slechte leningen. Nog meer banken melden problemen. Op 15 september 2008 gaat de zakenbank Lehman Brothers in New York onderuit, met catastrofale gevolgen voor de financiële economie in de hele wereld.

    Merkel maakte een radeloze indruk in de beginfase van deze crisis. Ze wist ook niet precies wat er gebeurde, hoe diep de val kon zijn. Maar ze heeft zich snel ingewerkt, heeft haar intellect gevoed met informatie en analyses over de verwevenheden in de financiële wereld, ze heeft gelezen en vele uren met deskundigen gepraat. Toen was ze er klaar voor, op de hoogte van de nieuwe tijd.

    In de VS hadden banken vastgoedkredieten zonder toereikende dekking verhandeld. Die werden door het financiële systeem gebundeld tot producten waarvan de inferieure kwaliteit niet meteen zichtbaar was. Zulke pakketten lagen wereldwijd overal opgeslagen als mijnen die wachtten op het signaal om te ontploffen. Lehman Brothers was dat signaal.

    Kort daarna viel ook het Duitse Hypo Real Estate (HRE) om. In de nacht van 28 op 29 september pokerde Merkel met de toenmalige baas van de Deutsche Bank, Josef Ackermann, met als inzet welk aandeel de banken op zich zouden nemen voor het debâcle van HRE. Merkel eiste 10 miljard. Te veel, vond Ackermann. 9 miljard, zei Merkel. Nee, zei Ackermann. Bij 8,5 miljard hadden ze een deal. De staat moest 26,5 miljard dragen.

    Veel burgers toonden zich niettemin verontrust, grote bankbiljetten werden hier en daar schaars omdat men thuis geld oppotte. Op 5 oktober stelde Merkel zich met toenmalig minister van Financiën Peer Steinbrück op voor de camera’s en verzekerde de burgers dat hun spaartegoeden veilig waren. Een vangnet voor de banken van 480 miljard werd door de bondsdag gejaagd.

    Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen

    Met de legendarische slooppremie en verruimde arbeidstijdverkorting ving Merkels regering de gevolgen voor de reële economie op. Weliswaar zakte het bruto nationaal product in 2009 met 5,7 procent, maar de werkgelegenheid bleef op niveau.

    Dit succes legde de basis voor Merkels reputatie als goede crisismanager. Een ander effect was ingrijpender. De financiële schok beroofde de bondskanselier volkomen van haar hervormingseuforie. Ze had de Duitsers al eerder als een angstig volk aangeduid, en nu wilde ze haar brave burgers niet nog meer belasten. Merkel, die zich met neoliberale ideeën een weg had gebaand naar het kanseliersambt, bouwde de verzorgingsstaat verder uit met een minimumloon, moederpensioen en oudergeld.

    Dat pakte ten dele heel goed uit, ook voor Merkel zelf, die zich daarmee verzekerde van herverkiezing, maar de hoognodige grondige hervorming van het pensioenstelsel bleef uit. Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis bovendien het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen: de bondskanselier weigerde in te gaan op de diepere oorzaken van de crisis en hoe het beter zou kunnen. Ze hield geen rede die houvast bood in een onheilspellende tijd.

    Merkel heeft de financiële crisis monetair en technocratisch opgelost, maar niet intellectueel, niet emotioneel in de publieke discussie. Dat men de banken hielp om uit de door hen zelf veroorzaakte crisis te komen ging het begripsvermogen van veel burgers te boven en maakte ze wantrouwend tegenover de politiek. Merkel versterkte die stemming nog door Josef Ackermann in 2008 te eren met een groot diner in haar ambtswoning, alsof hij zich verdienstelijk had gemaakt voor het algemeen belang. Terwijl juist de Deutsche Bank had willen profiteren van de handel in giftige financiële producten, en Ackermann zich had laten kennen als verachter van de staat.

    De kredietcrisis liet nog een tweede patroon zien in Merkels regeerstijl: ze hield afstand van lastige thema’s, had geen langetermijnplan om gewetenloos kapitalisme in te dammen. Zodra het weer opwaarts ging met het bruto nationaal product hield ze zich niet langer met deze problemen bezig, alsof ze opgelost waren.

    Maar het is eigen aan een langdurig kanselierschap dat onopgeloste problemen terugkomen, soms met een diepzwarte pointe. Toen in 2020 het Duitse fintechbedrijf Wirecard wegzonk in een stinkend moeras van bedrog en hebzucht, was dat ook de schuld van een falend overheidstoezicht op de financiële markt.

    Merkel moest zich een pijnlijke ondervraging door een onderzoekscommissie van de bondsdag laten welgevallen. Al was haar persoonlijke betrokkenheid bij dit schandaal niet groot, ze zat daar in zekere zin terecht: als een bondskanselier die maar weinig had gedaan om het financieel kapitalisme aan banden te leggen. 


    2. De eurocrisis

    ‘Mislukt de euro, dan mislukt Europa.’

    – Merkel op 19 mei 2010

    Over president Franklin D. Roosevelt werd ooit gezegd: ‘Een tweederangsintellect, maar een eersterangstemperament.’ Met deze combinatie loodste hij de VS uit een zware recessie, versloeg hij Hitler en kreeg hij een plaats in John Lewis Gaddis’ meesterwerk On Grand Strategy, over grote politieke strategiëen.

    Bij Merkel is het omgekeerd: hoogintelligent, weinig temperament. Dat gold als haar kracht, maar misschien is dat een vergissing. In de eurocrisis had meer Roosevelt een gunstig effect gehad.

    Voor de Europese Unie had Merkel vanaf het begin een strategisch doel: het oude continent te ertüchtigen (harder te maken), om het met een van haar lievelingswoorden te zeggen. De Unie moest naast de VS en China haar plaats innemen als de derde kracht in een nieuwe wereldorde. Daarmee wilde ze bovendien Duitsland verzekeren van een plaats in de wereldpolitiek.

    ‘Ertüchtigen’ betekende voor Merkel: de concurrentiekracht verbeteren, vooral in de andere lidstaten. Ze wilde politieke kracht ontlenen aan de de economische kracht.

    Aan dit idee hield ze vast toen in 2009 Griekenland als eerste door een schuldencrisis getroffen werd. Boven Merkels kanselierschap hing een paar jaar lang de allesbeheersende vraag: zal de euro het houden?

    Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s

    Zij wilde de problemen gewoontegetrouw met het hoofd oplossen, probeerde alles met elkaar in overeenstemming te brengen. De behoeften van de noodlijdende staten, de in spaarzaamheid getrainde Duitsers, de financiële markten, waarin ook gewetenloze spelers nog steeds hun slag wilden slaan. In Brussel marchandeerde ze nachtenlang met haar collega’s uit het Zuiden, voor wie ze te weinig Europeaan was, en kreeg vervolgens van haar eigen partij te horen dat ze de Duitse belangen verwaarloosde.

    Ze draaide hier en daar wat aan schroefjes en hield op de een of andere manier de machine aan de praat, maar wat ontbrak was een grand strategy voor een sterk Europa. De vooraanstaande Duitse intellectueel Jürgen Habermas verweet de kanselier ‘tranquilistisch geworstel’.

    In zekere zin was dat succesvol: de euro stortte niet in, ook dankzij een genereuze Europese Centrale Bank.

    Crises, zegt men, zijn ook kansen. Deze werd gemist. Europa staat er tegenwoordig slechter voor dan aan het begin van Merkels kanselierschap. De Britten zijn er niet meer bij, de regeringen van Polen en Hongarije hebben afscheid genomen van de liberale democratie, nationaal egoïsme overschaduwt bijna overal het idee van de Unie, ook in Duitsland. Belangrijke projecten zoals een gemeenschappelijke defensiepolitiek zijn blijven steken.

    Daarvoor is natuurlijk niet alleen Merkel verantwoordelijk. Maar tijdens de crisis had ze de kans om het Europese idee glans te geven door meer solidariteit te tonen. Dat had haar een zeker gezag verschaft waarmee ze het continent bijeen had kunnen houden. Dat zij tijdens de pandemie het roer omgooide en instemde met gemeenschappelijke schulden, kwam daarvoor te laat.

    Een inzicht uit het tijdperk-Merkel is dat grote intelligentie geen grote politiek nastreeft. Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s. En de berekening van politici komt bijna altijd neer op de overweging hoe de nationale verkiezingen te winnen zijn.

    Om risico’s te nemen is meer temperament nodig, in dit geval een hartstocht voor Europa die Merkel nu juist niet kon ontwikkelen. Haar biograaf Ralph Bollmann motiveert dat zo: ‘Een Europeaan in hart en nieren is Merkel nooit geweest, dat lag al besloten in haar socialisatie. Kohls Europese pathos bleef de voormalige DDR-burger vreemd.’

    Ook daarom is Europa’s slechte toestand niet een crisis die Merkel heeft overwonnen, maar een crisis die ze heeft achtergelaten.


    3. Poetin

    ‘Hoewel de Russische president, denk ik, heel goed wist dat ik er niet bepaald happig op was zijn hond te begroeten, bracht hij hem toch mee.’

    – Hondenhaatster Merkel over een bezoek aan Poetin in 2007

    Eén iemand was er altijd, al die zestien jaar. Merkels eeuwige kwelgeest, haar nemesis: Vladimir Poetin. Soms als minister-president, soms als president van Rusland. Zijn naam staat voor de permanente crisis van haar kanselierschap, voor de hoofdstukken ‘oorlog’ en ‘criminaliteit’. Ook de Turk Recep Tayyip Erdogan heeft Merkel gedurende haar hele tijdperk begeleid en gepest, maar hij was niet zo machtig en gevaarlijk als Poetin.

    Haar betrekkingen tot hem vormden geopolitiek gezien haar belangrijkste rol, als onderhandelaar van het Westen tegenover Rusland. Omdat ze uit haar eerste leven het Oostblok kende en omdat ze Russisch spreekt, was het vooral haar taak om Poetin in de hand te houden en tegenover hem het ‘normatieve project’ van het Westen, zoals historicus Heinrich August Winkler het heeft genoemd, overeind te houden: het bevorderen van vrijheid, democratie en mensenrechten overal ter wereld.

    Aan deze opdracht begon ze energiek; het kind van de onvrijheid streed hartstochtelijk voor de vrijheid, voerde een op waarden gebaseerde buitenlandse politiek, maande Poetin in 2006 om de moord op de kritische journaliste Anna Politkovskaja op te helderen, en ontving een jaar later de Dalai Lama, een vertegenwoordiger van de Tibetanen, die door de Chinese machthebbers bruut onderdrukt worden.

    Merkels doel was een betere wereld, en daarmee heeft ze veel mensen enthousiast gemaakt. Maar niet voor lang.

    Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten

    Poetin is niet een man die makkelijk te imponeren is. Het Russische regime liet openlijk vermeende tegenstanders vergiftigen of neerschieten, onder wie een Georgiër in de Berlijnse Tiergarten. Het land voerde en voert oorlogen in Georgië, in Syrië en stiekem in Oekraïne. Het annexeerde de Krim. Het overspoelde de westerse wereld met cyberaanvallen, ook de bondsdag en het kantoor van Merkel daar.

    Keer op keer belde Merkel met Moskou, uitte kritiek, waarschuwde, smeekte. In Minsk onderhandelde ze met Poetin over een wapenstilstand in Oekraïne en zag alleen aan het type maaltijd nog hoe laat het was. Ze is niet ingestort, ze toonde zich hard voor zichzelf en hardnekkig tegenover anderen, ze verwierf veel respect, ook van Poetin, maar alles bij elkaar heeft ze nauwelijks iets bereikt voor het normatieve project van het Westen.

    Omdat ze in principe een pacifiste is. Ze was niet bereid wapens tegen Rusland in te zetten en was ertegen dat de VS raketten leverde aan Oekraïne. Een wijs besluit, zeker. Oorlog met Rusland moest vermeden worden, zelfs al bezorgt dat het Westen een zwakke onderhandelingspositie omdat Poetin weet dat hij geen rekening hoeft te houden met een aanval.

    Bovendien verloor Merkel het doel van een betere wereld algauw uit het oog. De zaken van de BV Duitsland waren voor haar dan toch belangrijker; het vergroten van de welvaart van de natie werd snel haar belangrijkste project. De idealiste veranderde in de hoogste functionaris van het Duitse economische belang. Koppig hield ze vast aan de gaspijplijn NordStream 2 van Rusland naar Duitsland, hoewel ze daarmee de toorn van de VS afriep over Duitsland en haar geloofwaardigheid ondermijnde. Sancties zette ze tegen Poetins regime slechts met mate in. Na de gifaanslag tegen Aleksej Navalny, de criticus van het regime, vlamde haar engagement met de mensenrechten nog éénmaal op, maar al met al volgde ze een koers van appeasement.

    Nog duidelijker was Merkels koerswijziging in het geval van China, dat steeds belangrijker werd voor de Duitse export. De dalai lama heeft ze nooit meer officieel ontvangen, haar kritiek op het regime in Beijing klonk in elk geval niet luid. Enthousiasme wist ze niet meer op te wekken.

    Een ander patroon in Merkels kanselierschap kwam hier voor het eerst aan het licht: op idealistische aanzetten volgde weldra de ommekeer, het afscheid van zichzelf.

    Ze was vaak bereid het eigen project de rug toe te keren en haar volgelingen van dat moment teleur te stellen. Naast grote strategieën ontbrak het haar ook aan de wil vast te houden aan mooie doelen wanneer de prijs daarvoor haar te hoog leek.

    Dat geldt voor de hele westerse wereld, zoals blijkt in Afghanistan. De export van democratie was ook een doelstelling van deze militaire operatie. Vrouwen en mannen die de Amerikanen, de Duitsers en anderen vertrouwd hebben, zijn na de haastige aftocht overgeleverd aan de taliban en moeten vrezen voor hun leven. Dit komt vooral op rekening van de Amerikanen. Maar ook Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten. Het heeft haar nooit na aan het hart gelegen.


    4. De vluchtelingencrisis 

    ‘Wir schaffen das.’ 

    – Merkel in de nationale persconferentie op 31 augustus 2015

    Deze woorden blijven ons bij. Merkel sprak ze uit op het hoogtepunt van haar macht. Ze had de verkiezingen in de herfst van 2013 met een overweldigende meerderheid gewonnen, ze was geliefd bij de Duitsers, onomstreden in de CDU – er waren geen concurrenten. Toen kwamen de vluchtelingen. Dat was het kantelpunt voor Merkels kanselierschap.

    Toen zij op 4 september 2015 besloot om in Boedapest gestrande vluchtelingen naar Duitsland te laten komen, was dat niet alleen een zaak van het hoofd, maar ook van het hart. Hier toonde ze een temperament, een hartstocht voor de vrijheid, een afkeer van muren, en haar christelijke opvoeding, vooral door haar vader, die predikant was.

    Veel Duitsers haastten zich naar de stations, heetten de vluchtelingen welkom, deelden eten en kleding uit, stelden hun huizen open. Zelden was een regeringsleider het zo eens met een groot deel van de bevolking. Het was een magisch moment, een zeldzaam mooie politieke gebeurtenis. Time Magazine verkoos Merkel tot persoon van het jaar. Zij was de stralende ster van het Westen, de profetes van het normatieve project, van de op waarden gebaseerde politiek.

    Aan de andere kant rakelde de toestroom van vluchtelingen ressentimenten op, racisme en haat tegen het zogeheten andere, het vreemde. De AfD groeide van een splinterpartij uit tot een machtsfactor en zette voortaan de liberale democratie onder druk.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten

    Wat deed Merkel? Ze liet de enthousiastelingen in de steek en maakte politiek voor de anderen, de sceptici, de angstigen, de haters. Toen haar intellect weer de overhand kreeg, toen de berekening over verkiezingskansen domineerde, accepteerde en bedreef Merkel een politiek van afscherming, die vooral werd bevorderd door de CSU onder leiding van haar toenmalige partijleider Horst Seehofer.

    De nieuwe muur liet ze oprichten door de Turkse president Erdogan, met wie ze een deal sloot die verhinderen moest dat mensen over de Egeïsche zee de EU binnenkwamen. Daarmee leverde ze zich uit aan een despoot. Ze nam het later zelfs voor hem op, toen hij zich opwond over een satirische kritiek van de tv-komiek Jan Böhmermann. Dat was een klap voor de de vrijheid van meningsuiting, de kern van het normatieve project.

    Zo ontstond uit het mooie het lelijke. Seehofer heeft Merkel openlijk vernederd, heeft haar de les gelezen, getreiterd, en zij verweerde zich niet, zij nam het voor lief dat de politiek zich onder haar niveau afspeelde, werd verprutst en huichelachtig werd. Er viel een schaduw over de stralende ster.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten. Merkel wilde vluchtelingen voortaan ver van Duitsland houden, maar ze wilde de grenzen niet zichtbaar sluiten, wilde de mythe van haar liberale hoogtepunt in stand houden.

    Zo liet de vluchtelingencrisis meerdere patronen zien in Merkels regeringsstijl. Opnieuw had ze geen strategie gevolgd. In 2014 op z’n laatst werd al duidelijk dat er meer en meer vluchtelingen naar Europa zouden komen. Zij kon dat niet over het hoofd zien, maar ze heeft zich daar te weinig zorgen om gemaakt. Dat uit het stijgende aantal vluchtelingen een vluchtelingencrisis groeide, heeft ook te maken met die tekortkoming. 

    Opnieuw gaf ze een liberaal project op, omdat de prijs haar te hoog leek. En weer liet ze na om een grote kwestie met een grote rede te begeleiden. 

    Haar beslissing van 4 september 2015 veranderde haar kanselierschap. De samenleving, die lang in een soort nieuwe Biedermeierstemming verkeerde en was ingedut, werd wakker, discussieerde en polemiseerde. Voor Merkel zelf begon de lange afdaling.


    5. Trump

    ‘I love her.’ 

    – De toenmalige president van de VS Donald Trump bij de NAVO-top in 2018

    Niet Poetin was voor Merkel de grootste crime in de persoonlijke omgang, en Seehofer ook niet. Deze rol was weggelegd voor Donald Trump: een derderangsintellect, een wild temperament. Hij was haar tegenpool: irrationeel, zonder scrupules, en ijdel op het belachelijke af.

    Toen hij in 2016 tot president van de VS werd gekozen, was dat een dieptepunt in de crisis van de liberale democratie. Een verachter van het systeem veroverde met populisme en nationalisme de topfunctie in dat systeem. Hij was de laatste hoop van de Amerikanen die zich gemarginaliseerd voelden. Vervolgens viel hij vooral op door de vuiligheid die hij via Twitter de wereld in blies. 

    Dat verhief Merkel in veler ogen voor korte tijd tot aanvoerster van het liberale Westen. 

    Zijzelf wees deze promotie, als ze daarmee werd geconfronteerd, af met een van haar gezichten vol onbegrip – en terecht. Duitsland was te klein om deze rol een basis te verschaffen, en de leider van een verenigd Europa was Merkel niet geworden.

    Thuis moest ze de liberale democratie zelfs verdedigen tegen islamitische terreur en rechtsextremistische aanslagen in Halle en in Hanau.

    Toen de Thüringer Landtag in februari 2020 een FDP-politicus met stemmen van de AfD tot deelstaatpremier koos, was dat een klap voor de grote consensus van de bondsrepubliek: dat niets wat herinnert aan de tijd van het nationaalsocialisme bestaansrecht heeft. Merkel noemde de verkiezing ‘onvergeeflijk’, de uitkomst zou ‘ongedaan gemaakt’ moeten worden, zei ze ook met het oog op de Thüringer CDU, die zich niet stevig van de AfD distantieerde. Dit werd gezien als inmenging in de belangen van een bondsland en was daarom omstreden, maar evengoed was het wel Merkels beste daad voor de liberale democratie in Duitsland. Overigens toonde ze zich op dit gebied wankel.

    Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd

    Haar strategie van de ‘asymmetrische demobilisering’ blijft haar onvergeeflijke zonde tegen de democratie. In meerdere verkiezingen trok Merkel door het land als een zandmannetje en verspreidde een slaperige stemming. Lakse aanhangers van andere partijen moesten vooral geen reden zien om naar de stembus te gaan om zo Merkels herverkiezing te voorkomen. Ze was lief voor bijna iedereen en drukte daarmee de opkomstcijfers tot historische dieptepunten.

    Dat verkiezingen een feest voor de democratie moeten zijn, daar had ze geen gevoel voor. Een feest van strijd, maar ze hield niet van openlijke strijd. Ze wilde niet inzien dat een democratie deze brandstof nodig heeft bij het zoeken naar de beste oplossingen.

    Merkel heeft een grote hartstocht voor de vrijheid, maar niet voor het wezen van de democratie, die ze eerder met haar intellect bezag, op een instrumentele manier. Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd.

    Merkel had niet alleen tot Erdogan een ambivalente verhouding, maar ook tot Viktor Orbán, die in Hongarije een illiberale democratie heeft gevestigd. Lange tijd trad ze niet vastberaden tegen hem op, omdat zijn Fidesz net als de CDU deel uitmaakte van de Europese Volkspartij in het Europees parlement. Ze had hem nodig als deel van haar eigen kamp. Ook hier gaf berekening de doorslag. Het nutsprincipe werd bij Merkel nauwelijks gehinderd door diepe overtuigingen.

    Wat Trump betreft vond ze de meeste van zijn opvattingen beslist ook afschuwelijk, maar meer nog hekelde ze het irrationele, onberekenbare. Daarom voelde ze zich meer verbonden met de Chinese president dan met de Amerikaanse. Wie haar in de loop van haar ambtsperiode over China hoorde spreken, constateerde een groeiend begrip voor de collega’s in Beijing, die hun reusachtige rijk autoritair regeren. Merkel kon zich verplaatsen in hun rationaliteit. 

    Dit is een nadeel van lange regeringsperioden: men gaat steeds meer executief denken, men voelt zich deel van een internationale clan die iets voor elkaar moet krijgen. In een democratie komt het echter niet alleen op het resultaat aan, maar ook op het proces dat tot die resultaten leidt. Daar heeft Merkel te weinig rekening mee gehouden. Een groot democraat was ze om deze redenen niet.


    6. De klimaatcrisis

    ‘Het gaat om de grondslagen van het leven van de generaties die na ons komen. Wij weten dat we nu moeten handelen.’ 

    – Merkel bij de VN klimaatconferentie van 2015 in Parijs

    Na een VN-rapport over de dramatische gevolgen van hogere temperaturen verplicht Merkel de EU in maart 2007 om bindende klimaatdoelen te stellen. In juni dat jaar, bij de G8-top in Heiligendam, overtuigt ze de Amerikaanse president George W. Busch om de klimaatpolitiek in VN-verband te voeren, en reist in augustus naar Groenland, waar zij zich in een rood jack vermanend en schilderachtig laat fotograferen voor de witte, smeltende gletsjers. Merkel, zo lijkt het, heeft haar thema gevonden. Enthousiasme: Duitsland heeft een klimaatkanselier.

    In deze zes maanden van het jaar 2007 legde Merkel het fundament voor een groot kanselierschap. Sluit even de ogen en stel je voor hoe zij en Duitsland ervoor zouden staan als ze sindsdien een consequente klimaatpolitiek had gevoerd.

    Maar dat heeft ze niet gedaan.

    Vanaf 2009 of al eerder wilde ze zich niet meer zo veel met dit thema bezighouden. De financiële crisis verminderde de welvaart, Merkel wilde de burgers niet nog meer belasten. De partijen waarmee ze al die jaren regeerde hadden toch al geen diep gevoel voor klimaatbescherming ontwikkeld, noch CDU en CSU, noch de FDP en de SPD. En de kanselier hield zich aan haar eigen uitspraak: ‘Politiek is wat mogelijk is.’

    De onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten

    Dat zijn woorden zonder enig temperament, koud en levenloos als diepgevroren vissticks. Dat is naakt pragmatisme.

    Politiek is echter ook de opdracht om datgene waarin je gelooft mogelijk te maken. Maar niet voor Merkel, die vooral herkozen wilde worden en daarom ook in de klimaatkwestie het eigen project en de enthousiastelingen in de steek liet. Als opperlobbyist van de Duitse auto-industrie streed ze in Brussel voor een afzwakking van de geplande grenswaarden voor de CO2-uitstoot.

    Maar aan het klimaatthema kon ze tijdens haar langdurige kanselierschap niet ontkomen. In 2019 dook het weer volop op omdat scholieren, ‘de generaties die na ons komen’, het vertrouwen in de politiek verloren hadden en naar het voorbeeld van de Zweedse Greta Thunberg demonstreerden voor een consequente klimaatpolitiek.

    Wat volgde was een bizarre, nauwelijks navolgbare vloed van steeds nieuwe klimaatdoelen voor Duitsland en de EU. ‘Kletskoek’ was niet meer genoeg, bitste de kanselier in 2019 in een fractievergadering van de CDU, waarmee ze onbewust ook een oordeel over haar eigen politiek uitsprak. Ze heeft zeker meer gedaan dan veel collega’s in andere landen, maar het was gewoon niet genoeg, zoals ze later zelf inzag. Dit falen werd zelfs door het Duitse constitutioneel gerechtshof bevestigd, dat de klimaatpolitiek tot dan toe in het voorjaar van 2021 als te laks, en daarmee in strijd met de grondwet brandmerkte. Een diepe val voor de klimaatkanselier van weleer.

    In de laatste maanden van haar ambtsperiode moest ze nog beleven hoe het spook ook werkelijkheid werd in Duitsland, waar de klimaatverandering zich tot dan toe meestal ongemerkt had voltrokken. Nu vernietigde die in de vorm van stortregens het bestaan en het leven van mensen.

    Ook al was het Merkel als voormalige wetenschapper steeds duidelijk wat er gebeurde, de onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten. Voor haar opvolger zal dat niet meer mogelijk zijn.


    7. De pandemie

    ‘Het is serieus. Neem het ook serieus.’ 

    – Merkel in een tv-toespraak op 18 maart 2020

    Het ergste kwam aan het eind, de zevende grote crisis van haar ambtsperiode: de gesel van de mensheid, corona. Als iemand die precies weet wat een exponentiële ontwikkeling is, leek ze daarvoor heel goed uitgerust. En ook als iemand die haar zenuwen de baas is, als de meest ervaren toppolitica ter wereld.

    Zoals vele anderen vond Merkel maar langzaam haar weg in de crisis, een mondkapjesplicht wees ze aanvankelijk af, maar daarna leidde ze Duitsland omzichtig door de eerste golf. Bescherming van het leven plaatste ze boven de vrijheid zonder een coronadictatuur op te tuigen, zoals beweerd werd in de rechtse, ‘dwarsdenkende’ hoek. Deze periode behoort tot de sterkste van haar kanselierschap, ook omdat Merkel communicatiever was dan gewoonlijk en haar bureaucratische grondtoon afzwakte, zo nu en dan een zorgzame indruk wekte. Ze gaf zelfs de tip de mondkapjes heet te strijken, zodat ze effectief blijven.

    Maar covid-19 liet zich er niet onder krijgen. En hoe langer de strijd duurde, hoe zwakker de indruk was die de kanselier maakte. Deels verbazingwekkend zwak. Het lukte haar nauwelijks nog om haar ideeën voor een voorzichtige pandemiepolitiek in de kring van deelstaatpremiers erdoor te krijgen.

    Dat was als het ware de finale pointe: de vrouw die juist zo succesvol was geweest in het bedrijven van machtspolitiek, die al haar rivalen had uitgezeten of uitgeschakeld, die zich nauwelijks door haar eigen overtuigingen liet hinderen, waardoor ze zich van compromis naar compromis voort kon slingeren, deze vrouw ontbrak het in de zwaarste weken en maanden van de bondsrepubliek aan de macht om goed te kunnen regeren.

    Nu was ze een lame duck, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde

    Dat had veel te maken met haar grootste vergissing. In het moeilijke jaar 2018, toen de ruzies met Horst Lorenz Seehofer [bondsminister van Binnenlandse Zaken en Heimat] bijzonder onaangenaam waren, toen de CDU bij landelijke verkiezingen veel stemmen verloor, gaf Merkel het voorzitterschap van de CDU op. Dit was een nogal zeldzaam geval van egoïstisch aftreden: ze wilde haar kanselierschap daarmee redden.

    Hier zou een compleet aftreden consequent zijn geweest. Nu was ze een ‘lame duck’, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde. Juist de deelstaatpremiers van de CDU lieten zich nauwelijks nog door haar leiden. Het systeem-Merkel is op z’n laatst in de herfst van 2020 ingestort. Het gevolg was een wirwar van maatregelen die niemand kon overtuigen.

    Merkel werd nerveus, toonde soms een onrustige, norse gemoedstoestand, schimpte bij de parlementszittingen, liet gedachten aan aftreden doorschemeren, zonder dat die gevolg kregen. De soevereiniteit was weg. Ook haar omzichtigheid was ze kwijt. Ze liet de kans lopen om zich vroegtijdig met man en macht in te zetten voor een vaccinatiestrategie.

    Bovendien werden nalatigheden uit haar lange ambtsperiode zichtbaar. De bondsrepubliek bleek een ouderwets land dat te weinig aan digitalisering had gedaan. Vooral de scholen lijden daar nog altijd onder.

    Niettemin staat de bondsrepubliek er qua corona internationaal gezien helemaal niet zo slecht voor. We kunnen daar tevreden mee zijn, maar we kunnen ook zeggen dat het beter had kunnen en had móéten verlopen, zodat er minder mensen aan zouden sterven.

    En opnieuw geldt: wat er misging is niet alleen aan Merkel toe te schrijven, maar ook aan de politiek als geheel, de structuren en de stellingnames in het land. Maar zij was zestien jaar lang bondskanselier, ze heeft enorm veel gedaan om de macht te veroveren, te vergroten, te verdedigen. Wat er aan de hand was en is, heeft vanzelfsprekend veel te maken met wat zij wel en niet heeft gedaan.


    Een groot kanselier? 

     ‘Wat je mist, merk je pas als je het niet meer hebt.’ 

    – Merkel op 22 juli 2021 bij de nationale persconferentie

    Dit zei Merkel op de vraag wat ze na deze laatste persconferentie zou missen.

    Natuurlijk waren er niet alleen slechte ontwikkelingen tijdens haar kanselierschap. De Duitse economie toonde zich robuust, de werkloosheid bleef relatief laag, ondanks zware tegenslagen als gevolg van de kredietcrisis en de coronacrisis. Dat is veel waard.

    De grootste moderniseringsslag werd gemaakt in haar eerste ambtstermijn, met wetten die de combinatie kind en carrière voor vrouwen gemakkelijker maakten en hun onafhankelijkheid versterkten, met oudergeld, met de uitbreiding van kinderdagverblijven, met een nieuw scheidingsrecht dat de vaak levenslange alimentatie afschafte om vrouwen te motiveren een beroep uit te oefenen. Dat alles droeg ertoe bij de verhouding tussen mannen en vrouwen in een nieuwe balans te brengen. Deze of gene man zal misschien met gemengde gevoelens terugdenken aan deze bondskanselier wanneer hij krachtige vrouwelijke concurrentie ondervindt in zijn beroep, maar de vrouwen en de maatschappij als geheel heeft Merkel een grote dienst bewezen.

    Al met al verdient haar tijdperk toch veeleer de titel van een status quo-kanselierschap. Ondanks de crises en de catastrofes staat Duitsland er tamelijk goed voor, de welvaart werd over het geheel genomen gehandhaafd. Bij alle crises mag niet vergeten worden dat de meeste Duitsers in al die jaren van Merkels kanselierschap naar verhouding een goed leven hadden.

    In haar balans valt op dat zij, de kanselier van de CDU, geen echt conservatief programma had. Met haar politiek voor mensenrechten, vluchtelingen en klimaatbescherming enthousiasmeerde ze vooral mensen uit het andere kamp. Maar geen van deze projecten hield ze vol. Wat bij haar groot begon, eindigde bijna steeds in kleinmoedigheid. Het ontbrak het intellect meestal aan een temperament dat haar aanspoorde om vol te houden.

    Zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes

    Bij de grote internationale thema’s valt weinig goeds te vermelden. De toestand van de EU, de toestand van het westen, de positie van de liberale democratie in de wereld, het klimaat – op deze belangrijke gebieden ziet het er nu slechter uit dan zestien jaar geleden. Merkel maakte deel uit van een internationaal leiderscollectief dat deze ontwikkelingen niet kon tegengaan.

    De ware consequenties staan ons nog te wachten: China’s dominantie in grote delen van de wereld, een leven met steeds drastischer gevolgen van de klimaatverandering, een Europa dat uiteenvalt in een liberaal en een illiberaal deel, nieuwe vluchtelingenstromen door onopgeloste conflicten overal ter wereld. Vergeleken daarmee zou het tijdperk-Merkel nog wel eens als een prettige tijd kunnen gelden, als de toestand die we missen.

    En zijzelf? Toen Merkel kanselier werd, was de vraag vooral wat een vrouw anders zou gaan doen. Wat echt anders was, in vergelijking met bijna al haar voorgangers: zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes. Ze komt in 2021 niet heel anders uit het kanselierschap tevoorschijn dan ze er in 2005 aan begonnen is, afgezien van de slijtage na zestien jaar zwoegen.

    Haar eigenheid, die huiselijke pruimentaartbakkerij tussen twee telefoongesprekken over wereldpolitiek door, heeft bijgedragen aan haar doorgaans grote populariteit. Soms maakte ze een koddige indruk met haar oncontroleerbare mimiek, maar niemand zou daardoor op het idee komen haar niet serieus te nemen. Wat de serieuze, onvermoeibare uitoefening van haar ambt betreft heeft Merkel een hoge standaard neergezet.

    Toch blijft er uiteindelijk een gevoel van teleurstelling over. Toen eind 1989 de muur openging, kwam er een vrouw naar het Westen die ongemeen nieuwsgierig was, die een wakkere blik op de wereld wierp. Die heeft ze tot op heden behouden.

    Nieuwsgierigheid is de belangrijkste voorwaarde voor kennis. Je moet willen leren, je moet begerig zijn naar nieuwe kennis, nieuwe gedachten, ook van jezelf.

    Bij Merkel is dat het geval, en daarom was het meestal interessant om met haar te praten. Wat kennis en gedachten aangaat, was ze meestal goed op de hoogte van de problemen waarmee zij, Duitsland en de wereld te maken hadden. Dat grote voordeel van haar persoonlijkheid heeft ze te weinig benut.

    Een lichtgestalte met schaduwzijden.

  • De 27e keer dat Toby Obed stierf

    De 27e keer dat Toby Obed stierf

    Over de misstanden in Canadese internaten voor Inuït-kinderen is de laatste jaren steeds meer bekend. Er werden verschillende massagraven gevonden. Toby Obed is een van de overlevenden. Een voorpublicatie uit het verhaal over zijn leven (en vele doden).

    Over de auteur

    In de reportages van de Poolse Joanna Gierak-Onoszko (1980) staan vaak mensenrechten en maatschappelijke kwesties centraal. Ze publiceert regelmatig in weekblad Polityka, dagblad Gazeta Wyborcza, het literaire non-fictietijdschrift Pismo en het reportageblad Non/fiction. Ze woonde een aantal jaar in Canada en schreef daar haar literaire debuut Het 27 keer sterven van Toby Obed (Dowody na Istnienie, 2019) over hoe werd omgegaan met de kinderen van de inheemse Canadese bevolking. Geschat wordt dat ongeveer 150.000 kinderen het slachtoffer zijn geworden van lichamelijk en psychisch geweld en seksueel misbruik.

    Het boek belandde in 2020 op de shortlist van de prestigieuze Nike-prijs en won de publieksprijs.

    Als Toby Obed eindelijk wakker wordt, is het al lente.

    Hij ligt op zijn rug in ongesteven beddengoed en herkent het plafond en de muren om hem heen niet. Net was hij nog in een kalme kunstmatige slaap, maar nu zijn zijn neuronen witheet en proberen alle informatie tegelijk te verwerken.

    Waar ben ik? Waarom doet het pijn? Zal het eindelijk overgaan?

    Toby kijkt om zich heen, zoekt naar het uitzicht uit het raam, een aanknopingspunt. Maar zijn blik dwaalt steeds af naar het midden van het bed. Dat is de plek waar zijn armen en benen zich zouden moeten bevinden, maar de deken waarmee Toby is toegedekt ligt vlak.

    Toby denkt dat hij hallucineert – dat gebeurt soms als je flink gedronken hebt. Hij wil in zijn ogen wrijven en heft zijn armen.

    Maar onder zijn linker elleboog is niets meer.

    Hij kijkt naar rechts. Wat er van zijn andere hand over is, zit in dik verband.

    ‘Wacht eens even! Waar zijn mijn benen? Wat hebben jullie verdomme met mijn armen gedaan?!’

    Een vrouw in een wit schort buigt zich over het bed.

    ‘Wat ben ik blij dat je wakker bent! We wisten niet of dat nog zou gebeuren. Toby, we zijn in het ziekenhuis in St. John’s, in de hoofdstad van Newfoundland en Labrador. Het is al maart. Je bent net tweeëntwintig geworden. En ik kan je zeggen dat je echt iets te vieren hebt.’

    Maar Toby is het oneens met dat het al maart is en ook met zijn nieuwe ingekorte lichaam. Hij kan zich niet herinneren dat iemand die veranderingen met hem heeft besproken.

    Het laatste dat hij zich herinnert is een feest in Happy Valley-Goose Bay, ruim zestienhonderd kilometer ten noorden van het bed dat van nu af aan altijd veel te lang zal lijken.

     * * * 

    Goose, zoals het stadje in de volksmond heet, ligt op het schiereiland Labrador – het deel van Canada dat in het oosten aan de Atlantische Oceaan en in het noorden aan het Noordpoolgebied grenst. Er wonen iets meer dan achtduizend mensen. Goose is het resultaat van het samenvoegen van twee plaatsen: Happy Valley en Goose Bay, maar de idyllische naam van het stadje is misleidend. Want de aanleiding van zijn bestaan is oorlog.

    In de jaren veertig stond in de kranten dat er in de Labradorzee torens van Duitse U-boten waren gezien. Nu de VS aan de oorlog deelnam was het duidelijk dat er in deze regio zo snel mogelijk een sterke militaire basis moest komen voor de verdediging van het continent. Voor de bouw werden mannen uit dorpen in heel Labrador naar Goose gehaald. Ze werkten in verschillende ploegendiensten. De bevoorrading had berekend dat ze vier- tot vijfduizend pakjes sigaretten per dag nodig hadden.

    De arbeiders kregen een fractie van het loon dat de mensen die in de binnenlanden werkten verdienden, maar ze morden niet. Ze klaagden maar over één ding: voor hun vertrek naar de bouw hadden ze hun huizen moeten afsluiten. En dat betekende dat ze voor vertrek hun honden hadden moeten afmaken.

    In 1943 beschouwde men Goose als het grootste vliegveld ter wereld. Na de oorlog bleef het een belangrijk knooppunt van de lucht-, asfalt- en zeewegen van Labrador. In vredestijd hielden NAVO-eenheden hier oefeningen en de door het leger beheerde terreinen zouden moeten dienen als reservelandingsplaats voor ruimtevaartuigen van de NASA.

    Maar Goose bleef voor altijd een reservestad. De oorlog ging eraan voorbij, er landde geen ruimteveer en in 2010 vertrokken de eenheden van de NAVO van de basis. Nu kom je hier voor satelliettelefoons – die zijn gratis te leen als je de omgeving gaat verkennen, wat het werk van de politie en de reddingsteams moet vereenvoudigen als een toerist verdwaalt. Tijdens lange tochten door Labrador kun je onderweg in Goose kariboeworstjes of gepaneerde kabeljauwtongetjes eten. Vroeger was het armeluisvoedsel, maar nu is het een chic hapje van 13 dollar per portie.

    Dat is nu Labrador, het Grote Land. Hier hoor je de Aarde bewegen, zeggen ze.

    Maar het stadje met de naam Happy Valley-Goose Bay bracht Toby Obed geen geluk. Hier stierf Toby voor de zesentwintigste keer.

    Dat was vlak voor hij tweeëntwintig werd, achttien jaar na zijn eerste dood.

    * * * 

    Als je in een piepkleine nederzetting van walvisjagers in het afgelegen Labrador woont, is een uitstapje naar Goose een hele afwisseling. Toby ging er zijn neef opzoeken. Ze hadden elkaar lang niet gezien en trokken een fles open. Toen kwam er een vriend: ‘Hoe is het? Laten we drinken.’

    Ze dronken.

    De rest zal door de verpleegster worden verteld.

    ‘De politie heeft je pas de volgende dag in de sneeuw gevonden. Ze waren ervan overtuigd dat je dood was.’

    Toby kwam in het Miller Center terecht, een ziekenhuis voor oorlogsveteranen waar chirurgen, fysiotherapeuten, psychologen en prothesemakers verminkten terugslepen naar het leven. De artsen hielden Toby twee maanden lang in een kunstmatig coma om hem zo uit zijn diepe hypothermie te krijgen.

    ‘Dat is gelukt, maar we hebben je moeten amputeren’, zegt de verpleegster aan zijn bed.

    ‘Mens, ik weet niet waar je het over hebt. Geef me mijn benen terug! Geef me onmiddellijk mijn arm terug!’

    ‘Je bent een gelukskind, Toby. Ik leef erg met je mee.’

    * * * 

    Sinds die nacht is er een kwarteeuw verstreken. In het voorjaar van 2018 is Toby Obed zevenenveertig, en zijn vijfhonderd Inuit uit het Dal van de Hoop zijn spiegel.

    Voordat de Europeanen hier arriveerden (onder wie de Portugese ontdekkingsreiziger João Fernandes Lavrador) woonden er op dit grondgebied inheemse gemeenschappen, zoals de Inuit en de Innu. Beide groepen noemden elkaar eskimo’s, wat rauwvleeseters betekent. Dat begrip werd overgenomen door witte antropologen en archeologen voor wie de Eskimo’s een algemene, brede benaming voor de mensen van het Noorden was: van Labrador, het Canadese Poolgebied en Alaska tot aan Kamtsjatka.

    In sommige Europese landen wordt het woord nog altijd gebruikt. In Canada daarentegen hoor je dat niet meer te zeggen, omdat het opgedrongen, discriminerend en beledigend is. De inwoners van de noordelijke provincies worden nu genoemd zoals ze zelf willen. In hun taal, ofwel het Inuktitut, betekent inuk mens, en inuit gemeenschap.

    En zo ziet Toby Obed hen en zichzelf: niet als museumstukken, maar als mensen. Hij zoekt hun gezelschap op, want ze zijn voor hem tegelijk een spiegel en identiteitsbewijs, belangrijker dan zijn Canadese paspoort.

    ‘Ik vind het fijn als een buurman terloops opmerkt dat ik net zo’n gezicht trek als mijn moeder. Of dat ik net zo loop als mijn vader, dat we van een afstand niet van elkaar te onderscheiden zijn. Dan ben ik zo gelukkig! Want dat betekent dat zij hebben bestaan – en dat ik een overblijfsel van hen ben.’

    Als Toby zijn moeder wil zien, raakt hij met zijn rechterhand zijn wang aan. Een gladde, strakke huid, zonder poriën, zonder ook maar een rimpel. Hoge, prominente jukbeenderen. Daarboven diepgelegen smalle ogen, verscholen onder dikke zwarte wenkbrauwen. Toby’s haar is als peper en zout. Zwart en helder wit, niets ertussenin. Dik en stug, tot aan zijn kleine driehoekige kin.

    Had zijn moeder zulk draadachtig haar? Zulke kleine ogen, zo zwart dat je maar moeilijk de pupil van de iris kunt onderscheiden?

    Dat weet Toby niet.

    ‘Ik heb geen enkele foto. Ik herinner me niet hoe ze eruitzag. Ik weet dus niet waar ik vandaan kom, en waarom.’

    * * * 

    De naam Tobijah betekent in het Hebreeuws ‘Jahweh is goed’. Een woord van troost voor iemand die alles heeft verloren en geen hoop meer heeft. Volgens het Oude Testament wordt Tobias blind, en gemarteld smeekt hij God te mogen sterven. Maar God heeft andere plannen met hem. De Schrift leert dat het grote lijden van Tobias geen straf voor hem is, maar een welgemeende beproeving. De liefhebbende God zendt eerst kwellingen, maar voorziet op zijn tijd een beloning voor gehoorzaamheid en loyaliteit. Het is een didactisch verhaal – de dreunen van het lot moet je opvatten als tekenen van de barmhartige God.

    Die profetische naam kreeg Toby van zijn moeder.

    Ze had vijf kinderen. Kinderen die moeite hadden om het thuis uit te houden. Hun ouders besteedden niet al te veel aandacht aan hen. Ze dronken. Emily en Sonny, ofwel Zoontje, waren een jaar of tien ouder dan de rest. Zij zorgden voor de kleintjes: Sara, Elias en Tobias.

    Hoe kwamen ze in zo’n afgelegen nederzetting voor walvisjacht aan zulke namen?

    Vroeger heette die plek Arvertok, wat in de taal van de Inuit de Walvissenplek betekent. Er werd op walvissen gejaagd in de wintermaanden – de Inuit woonden dan in diep in de rauwe, ongastvrije grond verborgen huizen die maar deels boven het oppervlak uitstaken. Ze zochten daar beschutting tegen de snijdende wind, en in de lente, als het zeehonden- en walvissenseizoen was afgelopen, trokken ze dieper het land in. Ze namen tenten van zeehondenhuid mee en gingen jagen op vleesrijke kariboes. Ze raapten de karige vruchten die de toendra mondjesmaat verschafte en bereidden zich voor op het doorstaan van de volgende winter.

    Suikerziekte, aderverkalking, kanker – dat waren ook geschenken die de witte kolonisten met zich meebrachten

    Dat ritme werd verstoord door de bewoners van het Oude Continent, Duitse mennonieten uit Moravië, missionarissen met een protestantse arbeidsethiek. Ze waren hier gebracht door de imperatief hun rijkdom te vergroten en de kerkelijke schola te vullen. Ze begrepen de mensen die ongehaast de cyclus van de natuur volgden niet. Ze verlangden er vurig naar om in naam van de handel onder zware omstandigheden te zwoegen: in Europa was grote vraag naar echte, warme bontjassen. Daarmee werd een fortuin verdiend, dat nu in Canada ‘oud geld’ wordt genoemd. De Moravische kolonisten waren verrukt over de ondiepe wateren vol zeehonden en de dichte bossen vol vossen. In 1782 doopten ze de Walvissenplek om in het Duitse Hoffenthal, het Dal van de Hoop.

    Ze brachten hetzelfde mee als de meeste anderen die van zichzelf zeiden dat ze nieuwe landen ontdekten: het woord Gods, gereedschap, wapens, groente en ziektes.

    Suikerziekte, aderverkalking, kanker – dat waren ook geschenken die de witte kolonisten met zich meebrachten. Labrador is ze tot op de dag van vandaag niet te boven gekomen.

    De mennonieten veroverden de gebieden met de hoorn en de trombone. Ze geloofden dat met Haydn en Bach als bondgenoten de Inuit verrukt zouden raken over de barokmissen en ze hun ziel zouden openstellen voor een hun onbekende God. Tot op de dag van vandaag kun je in het kleinste gehucht een blaasorkest vinden dat in de woestenij van de Canadese toendra Bachcantaten speelt.

    De missionarissen deelden graag hun bladmuziek, maar ze zeiden dat het hun God niet beviel hoe er in de huishoudens met elkaar geslapen werd: zonder sacrament, met meerderen tegelijk, in het bijzijn van de kinderen. Volgens de lokale traditie was een levenspartner precies zoals het klinkt: een compagnon, iemand met wie het leven draaglijker was of überhaupt mogelijk. Het gezin was een onderneming om te overleven, maar de mensen wilden naar bed met degenen die ze aantrekkelijk vonden, niet per se met de mensen met wie ze samenwerkten om te overleven. Soms woonden er meerdere gezinnen onder één dak en waren genegenheid en seks binnen handbereik.

    De missionarissen uit Moravië waren gekomen om hun mee te delen dat ze in zonde leefden en God beledigden, die zijn volk in de hitte door de woestijn had geleid. De bewoners van deze gebieden begrepen niet wat een zonde was en hadden nog nooit een woestijn gezien.

    De Duitse kolonisten zijn er nu niet meer – ze hebben de oorlog met het handelsimperium Hudson’s Bay Company (HBC) om de vachten verloren en hebben het Grote Land verlaten. Van hen zijn grafstenen, resten van de houten gebouwen van de mennonitische missie en de gewoonte om Inuitkinderen Bijbelse namen te geven achtergebleven. Na verloop van tijd, toen de Britse monarchie dit deel van de wereld in haar macht kreeg, werd de naam veranderd – van Hoffenthal in Hopedale.

    Er is hier niet veel meer veranderd dan dat.

    * * *

    In 1975 stond er opeens een politieagent in een rood uniform op de drempel en zei: ‘Kinderen, jeugdzorg is geweest, we moeten jullie meenemen.’

    Toby’s ouders waren verrast, want ze kwamen onaangekondigd. Geen gelegenheid om in te pakken, geen gelegenheid om afscheid te nemen.

    ‘We gingen zoals we er toen bij liepen. Later hoorden we dat ouders dergelijke situaties eigenlijk geen keuze hadden. Op het niet meegeven van de kinderen stonden straffen, waaronder hechtenis en het intrekken van de uitkering, waarvan de meeste gezinnen in de omgeving leefden. Of we ons verzetten? Dat weet ik niet meer. Of we huilden? We huilden allemaal. Emily was dertien, Sonny vijftien, en ik pas vier. Toen, in 1975, in de deuropening bij de laarzen van de agent van de bereden politie, stierf ik voor het eerst.

    We stapten in een klein vliegtuig dat op water kon landen. We vlogen een kilometer of tweehonderd naar het zuiden, naar North West River. Eerst brachten ze ons naar het ziekenhuis. Daar werd nagekeken of alles met ons in orde was. Routineonderzoek: of er geen actieve infecties waren, parasieten, ondervoeding. En of niemand ons kwaad had gedaan.

    Natuurlijk werden we gescheiden, mijn broers en zussen waren van een andere leeftijdscategorie. Ik begreep het niet. ’s Ochtends had ik nog familie, en nu was ik ineens alleen, terwijl ik pas vier jaar oud was. Alles wat ik weet van het leven, heb ik daar geleerd, in het internaat, in het juniorenhuis in North West River. Dat waren verplichte lessen die ik niet wilde. Rekenen en grammatica deden er nog het minste toe, je moest vooral snel door zien te krijgen wie je vriend was en wie je beter kon mijden. Waar je heen moest en hoe, en achter welke deur je nooit mocht komen. Wat je mocht zeggen en waar je jarenlang over moest zwijgen. Ik was een kleuter toen ik begreep dat ik, net zoals ik onbewust en automatisch ademhaalde, onophoudelijk en instinctmatig in de gaten moest houden of ik veilig was. Ik controleerde constant of ik niet in gevaar was. In zulke omstandigheden loeit er constant een alarm in je hoofd.’

    Toby Obed, een Canadees uit Labrador, zegt niet over zichzelf dat hij de Yale-school heeft afgerond die in North West River door de liefdadigheidsorganisatie Grenfell werd geleid.

    Hij zegt: ‘Ik ben een overlever. Ik heb het overleefd, ik ben in leven gebleven.’

    * * *

    Toby vertelt over school alsof er een veer is losgesprongen, alsof er een la met mappen vol politiedocumentatie is opengeschoten. Hij praat en praat, kalm, systematisch, alsof hij verslag uitbrengt van iets wat een ander is overkomen. Hij gaat bijna twee uur lang door.

    In Toby Obeds vroegschoolse herinneringen komen niet veel kaligrafie-oefeningen, lessen over scheepsbouw of zelfs het verplichte corvee in de koeienstal voor.

    De volgende sleutelwoorden komen wel steeds terug:

    zwiep, klets, pats (zo klapte de zweep); 

    taal, accent, slaag (voor het spreken van Inuktitut kreeg je ervan langs); 

    cel, duisternis, honger (een triade die elk kind zonder uitzondering verlamt).

    Ik hoor van Toby dat in je broek plassen van angst helemaal geen beeldspraak is.

    In zijn herinneringen komt een persoon in het bijzonder naar voren: een lerares, Miss Devil, Juffrouw Duivel.

    ‘Ze liet ons toekijken’, zegt Toby. ‘Ik wilde niet kijken, maar geen kind mocht zijn gezicht afwenden.’

    ‘Je bent vier, zes, tien jaar oud en je weet dat niemand, maar dan echt niemand zich voor je interesseert’

    Toby vat zijn schooltijd als volgt samen: ‘De volwassenen van buiten wisten het. Ze deden er niets aan.’

    Wat er binnen de houten wanden van Grenfell gebeurde was een verschrikking, maar werd mettertijd de norm. Maar je kon er echter niet aan wennen dat er niemand in de buurt was aan wie je erover zou kunnen vertellen. En die je niet zozeer om redding, om ingrijpen kon vragen, want daar hoopten de kinderen al niet meer op, maar om wat troost.

    Toby wachtte op mededogen, dat jarenlang niet kwam. Ook had hij niet het gevoel iemand dierbaar te zijn.

    ‘Je bent vier, zes, tien jaar oud en je weet dat niemand, maar dan echt niemand zich voor je interesseert.’

    Toen dachten de kinderen dat er van de door de liefdadigheidsorganisatie gerunde school geen bevrijding mogelijk was. Maar een zomer was het geld op en werd de instelling gesloten. Dat was in 1979 of 1980, de bronnen stemmen niet overeen.

    Er zijn in Canada geen kindertehuizen. De oplossing waren pleeggezinnen, waar de kinderen rechtstreeks van de kostschool heen werden gestuurd. Uiteraard zonder rekening te houden met familiebanden.

    De kinderen Obed maakten geen kans om samen te blijven. Wie wilde er nu voor een paar gebroken Inuit-kinderen zorgen? 

    Ze werden opnieuw gescheiden, deze keer voor jaren. De kinderen verloren elkaar volledig uit het oog. Die vakantie raakten ze echt alles kwijt, werden de laatste lijntjes verbroken. Toby zag zijn zus Sara pas zevendertig jaar later terug.

    ‘Ze maakten ons gezin helemaal kapot’, zegt Toby. ‘Ik was acht toen mijn leven opnieuw ten einde kwam.’

    Dat was tijdens de Koude Oorlog. In de Canadese bossen werden legereenheden ondergebracht, Goose Bay werd uitgebreid, er werden militairen gestationeerd. Velen van hen hadden al een vrouw, maar nog geen kinderen. Ze konden zorgen voor de beschermelingen van de school in het dennenbos.

    Toen Toby bij het eerste pleeggezin terechtkwam was hij acht jaar oud en dacht hij dat zijn lijdensweg ten einde was, dat hij nu een thuis zou krijgen. Maar in plaats daarvan verplaatsten ze hem van de ene verzorgers naar de andere.

    ‘De acht jaar die volgden heb ik bij twintig gezinnen gewoond. Gemiddeld eens in de vierenhalve maand verhuisde ik, of eerder – werd ik verhuisd. Wat ik wilde, wat ik ervan vond, vroegen ze niet. We werden behandeld als meubels, als obstakels, als zakken met vuilnis.

    In elk huis was het weer anders, maar ik werd geloof ik overal geslagen’, herinnert Toby zich. ‘Ik was niet klein meer, ik hoefde niet meer gespaard te worden. Ik ging al naar de tweede klas, dus ze konden me flink op m’n sodemieter geven. Dat verdiende ik op zich ook: ik begreep niet wat er tegen me gezegd werd. Ik wist niet hoe ik ze tevreden moest stellen. Ik probeerde ernaar te gissen, ik probeerde me aan te passen, maar ik was machteloos.’

    Uiteindelijk wende hij eraan. Het werd dus routine: eten, slapen, school, slaag. Nepmoeders en nepvaders sloegen met de riem en sloegen met de hand voor van alles en nog wat. Hoe je de klappen moest ontwijken, hoe je moest overleven leerde Toby van twintig gespierde, sportieve mannen die werden gesteund door twintig vooruitziende, toegewijde echtgenotes.

    Toby’s lichaam was sterk, dat hielp hem erdoor. Zijn geest was hem ook goedgezind, de meeste huizen heeft hij kunnen vergeten. Toby weet dat ze ergens zijn, hij ze in zich draagt als wild vlees, als littekens, als kanker. Maar zijn hoofd heeft hem ervan afgesneden. In het dagelijks leven ziet hij ze niet, zijn de ziektehaarden niet vast te stellen. Maar Toby weet dat ze nog altijd schade aanrichten, net als gezwellen die bij onderzoek niet te zien zijn.

    Van alle twintig gezinnen kan Toby er misschien vijf of zes voor de geest halen. Aan sommige heeft hij goede herinneringen. Hij gelooft dat ze hun best deden. Bijvoorbeeld enkele nepmoeders. Soms waren ze aardig, kookten ze, wilden ze Toby’s stijve dikke haar kammen.

    Als achtjarige had Toby het overlevens-abc voor kinderen onder de knie: hij loog, stal en bedroog

    ‘Rot op, zei ik, laat me met rust. Niet jij, maar mijn echte moeder zou me nu over mijn hoofd moeten aaien. Maak dat je uit m’n buurt komt, zei ik. Ook sommige nepvaders deden hun best. Soms maakten ze tijd voor me vrij. Probeerden me uit te leggen dat ik zelf om problemen vroeg. Dat spijbelen en weglopen nergens goed voor waren. Maar ik had geen zin om te luisteren. Ik neem het ze niet kwalijk. Ik was geen kind om van te houden, want waarvoor ook?’

    Als achtjarige had Toby het overlevens-abc voor kinderen onder de knie: hij loog, stal en bedroog. Hij vocht veel. De school in Goose waar hij toen op zat, was voor hem één grote boksring. Hij vocht vier, vijf keer per dag, dag in dag uit. En hij verloor nooit, hij was altijd degene die anderen tot bloedens toe sloeg. Hij hield niet op voor hij zeker wist dat ze pijn hadden. De kinderen op school zeiden dat Toby gevaarlijk was. Dat beviel hem wel. Vechten was die opening, die lichtflits, het moment waarop hij even sterk was en er iets van hem afhing. Hij werd dan overweldigd door geluk. Hij voelde geen pijn, het waren de anderen die leden. Ze leden, omdat hij zo beslist had.

    Dat zorgde ervoor dat hij zich kon wapenen voor de middag en avond. Want na school moest hij natuurlijk terug naar zijn pleeggezin en was hij degene die ervan langs kreeg. Maar er waren meer straffen, alledaagse, gewone. Meestal moest hij gewoon zijn mond houden en naar zijn kamer gaan. Ze stuurden hem weg, hij kreeg geen eten. Dat is zogenaamd alleen vervelend, geen marteling.

    ‘Weet je, een of twee keer kun je het best zonder avondeten doen. Maar zelfs als duidelijk is dat je het ergste, vervelendste kind bent, wil je niet de hele tijd honger hebben. Met een kind kun je alles doen. Het is voldoende om hem niet genoeg te eten te geven.’

    Jarenlang was hij ervan overtuigd dat hij slecht was, dat hij het niet verdiende om niet geslagen te worden, niet gestraft. Later drong tot hem door dat de militairen vaak moesten verhuizen. Er kwamen orders, en dan werden de in huis opgenomen kinderen en hun zaken achtergelaten. Maar niemand die dat aan de kinderen uitlegde. Die waren er dus van overtuigd dat ze steeds opnieuw werden verlaten, omdat ze net zo veel waard waren als knellende of afgedragen pantoffels.

    Terugkeren naar zijn vader en moeder was geen optie. De jaren gingen voorbij, maar zijn ouders hielden niet op met drinken. De autoriteiten lieten de kinderen niet terug naar huis gaan, maar er werd ook niet veel gedaan om de ouders te steunen. De kinderen uit huis plaatsen: dat was een radicale en eenvoudige, en vrijwel de enige mogelijke therapie.

    ‘Toen, mijn hele jeugd en nog vele jaren daarna, was ik kwaad. Agressief. Ik voelde me gekwetst en verworpen. Waarom konden anderen bij hun moeder blijven maar ik niet? Waarom konden anderen een normaal leven hebben, alleen ik niet?’

    Toen had Toby er nog geen idee van dat er in de omgeving meer dan duizend kinderen waren zoals hij.

    Deze vertaling kwam tot stand in samenwerking met CELA, Connecting Emerging Literary Artist.

  • VS stellen vertrek uit Afghanistan niet uit | Maleisische regering stapt op

    VS stellen vertrek uit Afghanistan niet uit | Maleisische regering stapt op

    Biden bevestigt terugtrekking uit Afghanistan per 31 augustus

    De Amerikaanse president heeft bevestigd dat de militaire operatie van de VS in Afghanistan op 31 augustus zal aflopen, ondanks druk van zijn Europese bondgenoten om de missie te verlengen.

    ‘Joe Biden houdt vast aan zijn plan om de Amerikaanse troepen tegen het einde van de maand uit Afghanistan terug te trekken, ondanks internationale druk – ook van zijn belangrijkste Europese bondgenoten – om de evacuaties meer tijd te geven’, vat Financial Times samen.

    President Biden: ‘De voltooiing van de missie hangt af van de medewerking van de taliban’

    De Amerikaanse president heeft dinsdag (24 augustus) gezegd dat de VS op schema liggen wat betreft de terugtrekking van hun strijdkrachten uit Afghanistan voor de deadline van 31 augustus. ‘Ik ben vastbesloten om onze missie te voltooien’, verkondigde hij vanuit het Witte Huis. Maar, zo voegde hij eraan toe, ‘de voltooiing van de missie’ binnen die termijn ‘hangt af van de medewerking van de taliban bij het verlenen van toegang tot het vliegveld en het vermijden van enige verstoring van onze operatie’.

    ‘Dit is een delicate situatie’, zei hij. ‘Hoe eerder we klaar zijn, hoe beter. Elke dag dat de operatie voortduurt, vormt een nieuw risico voor onze troepen.’

    Lees ook:


    Maleisische regering stapt na 17 maanden al op

    De Maleisische premier Muhyiddin Yassin en zijn kabinet zijn opgestapt na slechts zeventien maanden aan de macht te zijn geweest. Muhyiddin hield vorige week maandag (16 augustus) een laatste kabinetsvergadering voordat hij naar het paleis ging om zijn ontslag aan de koning aan te bieden, schrijft Al-Jazeera. In een televisietoespraak zei hij dat hij had besloten af te treden omdat hij de meerderheid in het parlement kwijt was. Hij sprak zijn hoop uit dat er snel een nieuwe regering zal worden gevormd.

    De 74-jarige Muhyiddin stond bijna constant onder druk sinds hij in maart 2020, na een machtsgreep binnen de vorige regering, aan het hoofd kwam te staan van een nieuwe coalitie. Daarop volgde een maandenlange machtsstrijd, terwijl de publieke woede over het politieke gekibbel toenam naarmate het aantal coronabesmettingen steeg. Ongeveer 12.510 mensen zijn in Maleisië inmiddels overleden aan corona, overbelaste ziekenhuizen worstelen om de toestroom van patiënten het hoofd te bieden.


    Hooggerechtshof VS herintroduceert asielwet van Trump

    Het Amerikaanse Hooggerechtshof, dat een conservatieve meerderheid heeft, heeft dinsdag migratiebeleid uit het Trump-tijdperk – algemeen bekend als het ‘Blijf in Mexico’-beleid – opnieuw ingevoerd. Het beleid dwingt asielzoekers in Mexico hun asielaanvraag af te wachten.

    ‘De regering had nagelaten de juiste procedures te volgen om het beleid te beëindigen’

    President Joe Biden had in februari de automatische uitzetting van asielzoekers naar Mexico stopgezet, ‘in antwoord op de kritiek dat kwetsbare migranten daardoor gedwongen werden te wachten tot hun zaak in gewelddadige grenssteden werd behandeld’, aldus The Wall Street Journal. ‘Lokale rechtbanken hadden geoordeeld dat de regering had nagelaten de juiste procedures te volgen om het beleid te beëindigen’, aldus de krant.

  • VK neemt 20.000 Afghaanse vluchtelingen op | Armoede in Mexico neemt toe

    VK neemt 20.000 Afghaanse vluchtelingen op | Armoede in Mexico neemt toe

    Verenigd Koninkrijk neemt 20.000 Afghaanse vluchtelingen op

    De Britse regering kondigde dinsdag een regeling aan om ‘op lange termijn’ 20.000 Afghaanse vluchtelingen op te nemen, waarvan 5000 in het eerste jaar. In een interview met The Telegraph drong de Britse minister van Binnenlandse Zaken, Priti Patel, er bij Europa op aan om ook Afghanen op te nemen die hun land ontvluchtten nadat de taliban de macht hadden gegrepen, waarbij zij betoogde dat het Verenigd Koninkrijk niet ‘alleen kon optreden’.

    Macron waarschuwde maandag tegen ‘ongecontroleerde migratiestromen’ uit Afghanistan

    Het conservatieve dagblad brengt in herinnering dat in Frankrijk president Emmanuel Macron maandag waarschuwde voor ‘ongecontroleerde migratiestromen’ uit Afghanistan en verklaarde dat Parijs, Berlijn en andere Europese hoofdsteden werkten aan een gecoördineerde reactie.

    Lees ook:


    De armoede in Mexico is toegenomen

    Eind vorig jaar leefde bijna 44 procent van de 126 miljoen Mexicanen in armoede, zo blijkt uit officiële gegevens van de overheid. Vorig jaar duikelden 3,8 miljoen Mexicanen onder de officiële armoedegrens en daarmee kwam het totaal op 56 miljoen armen, bericht MercoPress.

    De armoedegrens in Mexico is bepaald op 111 dollar (94,50 euro) per maand voor plattelandsbewoners en 170 dollar (145 euro) voor stedelingen. De kwalificatie ‘extreme armoede’ geldt voor degenen die onvoldoende verdienen om een maandelijkse basishoeveelheid voedsel te kunnen kopen ter waarde van 63 dollar in plattelandsgebieden en 88 dollar in steden. Extreme armoede groeide vorig jaar van 7 procent tot 8,5 procent en treft nu bijna 11 miljoen Mexicanen.


    Bacon-donateur is boos op museum

    Barry Joule, klusjesman en voormalige vriend van de wereldberoemde Britse kunstenaar Francis Bacon (1909-1992), schonk een archief van de kunstenaar aan de Tate Gallery, maar dreigt de gift terug te trekken omdat het museum de werken volgens hem niet prominent genoeg exposeert, schrijft kunstsite ArtForum.

    Joule suggereert dat zijn donatie misschien beter wordt gewaardeerd in Frankrijk

    Joule, die Bacon aan het eind van de jaren zeventig leerde kennen, schonk in 2004 ruim 1200 schetsen, foto’s en documenten met een geschatte waarde van bijna 24 miljoen euro. Volgens Joule slaat de Tate de werken slechts op en hij suggereert dat zijn donatie misschien beter wordt gewaardeerd in Frankrijk.

    Tate zegt zich aan het schenkingscontract te houden en daarmee aan de plicht de werken te catalogiseren en te exposeren. Sinds 2004 is de collectie publiekelijk toegankelijk in het archief en items werden in 2019 tentoongesteld in Tate Britain, hoewel ze in 2008 ontbraken op de grote Bacon-tentoonstelling. Joule zegt juridische stappen te zullen ondernemen ‘als er geen bevredigende conclusie wordt bereikt in oktober 2021’.

  • Meer sporters vluchten uit Belarus | Eerste marburgvirusdode in Guinee

    Meer sporters vluchten uit Belarus | Eerste marburgvirusdode in Guinee

    Sporters ontvluchten Belarus

    De Belarussische sprintster Kristina Tsimanoeskaja, die vorige week asiel aanvroeg in Polen nadat teamfunctionarissen haar tijdens de Olympische Spelen in Tokio aan boord van een vliegtuig naar Minsk probeerden te dwingen, is niet de enige sporter die de dictatuur van Aleksander Loekasjenka ontvlucht.

    ‘Je kan nu niet alleen je vrijheid verliezen maar ook je leven‘, aldus de gevluchte Maksimava

    Vorige week liet zevenkampster Jana Maksimava, ook aanwezig op de Olympische Spelen, weten dat zij en haar echtgenoot besloten hebben om met hun kind in Duitsland te blijven zolang het nietsontziende optreden tegen prodemocratische groeperingen en regeringscritici in Belarus voortduurt, bericht Radio Free Europe/RL. Haar echtgenoot, Andrej Krawtsjanka, bezit het Belarussische nationale record op de tienkamp en won een zilveren medaille op de Olympische Spelen van 2008 in Beijing. In een bericht op Instagram zei Maksimava dat ‘je nu niet alleen je vrijheid kan verliezen, maar ook je leven’.

    Ondertussen meldde de Belarussische krant Nasha Niva dat Kanstantsin Jakawlev, coach van handbalclub Vitsjaz uit Minsk, is gevlucht naar Oekraïne. In juni werd Jakawlev gearresteerd en vijftien dagen vastgehouden wegens deelname aan een door het regime verboden antiregeringsdemonstratie.

    Lees ook:


    Russische dissident Sergej Kovaljov overleden

    Sergej Kovaljov, ‘een van de belangrijkste figuren op het gebied van politiek en mensenrechten in de Sovjet-Unie en Rusland’, is maandag op 91-jarige leeftijd overleden, meldde The Moscow Times. Kovaljov, winnaar van de Sacharov-prijs van het Europees Parlement in 2009, was een van de leiders van de prodemocratische beweging in de USSR en bracht in de jaren zeventig en tachtig zeven jaar in een strafkamp door wegens ‘antisovjetactiviteiten’.

    Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie liet Kovaljov zich kritisch uit over de eerste oorlog van Moskou in Tsjetsjenië en het groeiende autoritarisme onder president Vladimir Poetin.


    Eerste marburgvirusdode in Guinee

    Guinee registreert het eerste sterfgeval door het zeer besmettelijke marburgvirus in West-Afrika. Vorige week werd een besmettingsgeval vastgesteld, minder dan twee maanden nadat de WHO de ebola-uitbraak in Guinee voor beëindigd had verklaard.

    Het marburgvirus kan grootschalige uitbraken met een hoogsterftepercentage veroorzaken

    ‘Doordat het marburgvirus zich snel kan verspreiden, is het van levensbelang dat we het een halt toeroepen’, zei de regionale WHO-directeur in een verklaring. De virusziekten ebola en marburg lijken klinisch veel op elkaar, schrijft de Guinese website Guinea News. Beide kunnen grootschalige uitbraken met een hoog sterftepercentage veroorzaken.

    Lees ook:

  • Wie heeft Vitali Sjisjov vermoord? | Migranten brengen Spaanse platteland tot leven

    Wie heeft Vitali Sjisjov vermoord? | Migranten brengen Spaanse platteland tot leven

    Wie heeft oppositieleider Vitali Sjisjov vermoord?

    Vitali Sjisjov, voorman van de ngo Belarussisch Huis in Oekraïne, een organisatie die mensen ondersteunt die het regime van Aleksander Loekasjenka zijn ontvlucht, is op dinsdag 3 augustus opgehangen aangetroffen in een park in Kiev.

    In een interview met de Russische krant Moskovski Komsomolets zegt voormalig lid van de Belarussische geheime dienst Igor Makar dat de Belarussische KGB ‘een speciale operatie, genaamd Trest, heeft opgezet om tegenstanders van het regime van Aleksander Loekasjenka te ontvoeren en te liquideren’.

    ’De sporen van de moord op Sjisjov leiden naar Minsk’, concludeert de deskundige. Operatie Trest ‘wordt uitgevoerd in verschillende landen – Oekraïne, Polen, Litouwen, Letland, Estland en Rusland’, aldus Igor Makar, die eraan toevoegt dat ‘in westerse landen een hele infrastructuur van geheim agenten wordt opgezet’.

    Volgens Makar verleende Vitali Sjisjov ‘rechtsbijstand aan Belarussische politieke vluchtelingen, organiseerde hij demonstraties tegen Loekasjenka in Kiev en verenigde hij de Belarussische diaspora in Oekraïne. Dat is de reden dat hij publiekelijk werd vermoord.’

    ‘Sjisjov is niet de eerste Belarussische tegenstander die opgehangen is aangetroffen’

    De liberale Russische krant Novaja Gazeta deelt dit pacifistische beeld niet: ‘Hij ontmaskerde Loekasjenka’s agenten van de geheime dienst [in Oekraïne]’ en ‘in juni maakte hij een account aan op [het sociale netwerk] Telegram om informatie te verzamelen over Belarussische KGB-agenten die buiten Belarus werkten’.

    De Moskouse krant Kommersant brengt in herinnering dat Vitali Sjisjov ‘niet de eerste Belarussische tegenstander is die opgehangen is aangetroffen’: op 18 augustus 2020 werd Konstantin Sjisjmakov, museumdirecteur en lid van een plaatselijke verkiezingscommissie die weigerde het definitieve stemprotocol te ondertekenen, op dezelfde manier vermoord, op 22 augustus trof Nikita Kravtsov, een actief deelnemer aan de protesten na de verkiezingen tegen president Loekasjenka, hetzelfde lot. In 2010 werd Oleg Babenin, oprichter van Khartia-97, een mediakanaal van de oppositie, dood gevonden in zijn datsja, eveneens door ophanging.

    Voor Makar is het duidelijk: ‘De moorden hebben allemaal dezelfde signatuur, het zijn dezelfde mensen, dezelfde namen.’ Degenen die ‘tegen het regime van Loekasjenka strijden, moeten aan hun veiligheid denken’.

    Oekraïense radicalen

    De Russische onlinekrant Pravda.ru meent dat Minsk ‘weinig behoefte heeft aan een verdere verslechtering van de betrekkingen met het Westen’ en ‘een nieuwe reeks sancties’. De krant roept op tot het zoeken naar ‘de vermeende moordenaars van Sjisjov onder zijn medestanders – Oekraïense radicalen en de Oekraïense geheime dienst’.

    ‘Belarussische radicalen zijn in groten getale aanwezig in Oekraïne en het Belarussische Huis in Oekraïne, de vereniging die is opgericht en wordt voorgezeten door Sjisjov, is hun coördinatiepunt’, analyseert politicoloog Aleksej Dzermant. Volgens hem had Sjisjov ‘banden met het extreemrechtse Oekraïense Azov-bataljon’ (een paramilitaire eenheid) en was hij wellicht ‘slachtoffer van een afrekening, ook op financieel gebied, binnen deze organisatie’.

    ‘Kan Oekraïne nog steeds kan worden beschouwd als veilig gebied voor Belarussische vluchtelingen?’

    Het Russische dagblad Nezavissimaya Gazeta vraagt zich af of ‘de Oekraïense president Volodymyr Zelensky de situatie in zijn land onder controle heeft‘ en of ’Oekraïne nog steeds kan worden beschouwd als veilig gebied voor Belarussische politieke vluchtelingen’.

    Of Sjisjov het slachtoffer is van de Belarussische geheime dienst of van Oekraïense radicalen, zal onderzoek moeten uitwijzen. Maar het motief en de manier waarop Sjisjov aan zijn einde kwam lijken te wijzen in de richting van de KGB.

    Lees ook:


    Italië registreert 2040 gevallen van mensensmokkel

    Italië registreerde vorig jaar 2.040 gevallen van mensenhandel, volgens een rapport van Save the Children. In 105 gevallen ging het om kinderen en ongeveer 80 procent van de gevallen betrof vrouwen en meisjes. Volgens Save the Children worden momenteel ongeveer 190 vrouwen met 226 kinderen opgevangen binnen het Italiaanse beschermingssysteem, schrijft ANSA.

    ‘Dit zijn vaak kinderen van alleenstaande meisjes die zijn bedrogen, verkocht, ontvoerd en die op weg naar Europa zijn gemarteld en verkracht’, aldus Save the Children Italië. Volgens het rapport heeft de pandemie het moeilijker gemaakt om criminele bendes op te sporen die hun slachtoffers dwingen tot prostitutie, drugsmokkel of dwangarbeid.

    Lees ook:


    Migranten brengen het Spaanse platteland tot leven

    Dankzij een programma dat ontvolkte plattelandsgebieden in Spanje probeert nieuw leven in te blazen, leidt een gevlucht Colombiaans gezin met twee kinderen nu een rustig leven in een dorpje in de Noord-Spaanse provincie León. Het gezin verruilde de Colombiaanse stad Cali, met een bevolking van drie miljoen, voor het dorp Brañuelas, dat tweehonderd inwoners telt.

    Het project Nuevo Comienzo beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken

    Ze arriveerden in december 2019 in Spanje en vroegen asiel aan om te voorkomen dat ze terug moesten naar Colombia, waar de FARC hun land opeiste. Aanvankelijk liepen ze tegen een bureaucratische muur op, schrijft El País. Totdat ze hoorden van Nuevo Comienzo (‘Nieuw Begin’), een project van de provinciale overheid en verschillende instanties, dat beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken. Als de Colombianen naar het afgelegen dorp verhuisden, zouden ze werk krijgen, hulp bij huisvesting en zouden hun kinderen worden toegelaten tot het Spaanse schoolsysteem. In ruil daarvoor zou Brañuelas nieuwe inwoners krijgen en genoeg leerlingen om een nieuwe schoolklas te kunnen samenstellen.

    Burgemeester Carolina López van de sociaal-democratische PSOE hoopt dat de aanwas leidt tot beter vervoer en betere telefoon- en internetverbindingen. Astorga, de dichtstbijzijnde grote gemeente waar wordt gevaccineerd en waar medische zorg is, is slecht bereikbaar vanuit Brañuelas. Met de auto is het veertig minuten rijden, maar met het openbaar vervoer duurt het vanwege belabberde busverbindingen een hele dag.

    Andere leeglopende regio’s in Spanje, zoals Guadalajara, beginnen nu ook met soortgelijke programma’s.

  • Wereldnieuws: Groenland legt olie-exploratie aan banden & Meer

    Wereldnieuws: Groenland legt olie-exploratie aan banden & Meer

    Wielrennen voor vrouwen in Afghanistan

    Halverwege juni stonden zo’n vijftig vrouwen aan de start voor de Ronde van Bamiyan, ondanks dat er een zwaar taboe rust op het vrouwenfietsen in Afghanistan, schrijft Al Araby. Officieel werd in 1986 een Afghaans wielerteam voor vrouwen opgericht, maar het werd eigenlijk pas een sport in het post-talibantijdperk. De Amerikaanse Shannon Gilpin speelde daarbij een belangrijke rol.

    In 2009 was ze de eerste vrouw die mountainbikend door Afghanistan trok. Ze ontdekte dat een kleine
    groep vrouwen een eigen nationale wielerploeg had gevormd, met een slechte uitrusting maar met groot enthousiasme. Veel van die vrouwen hadden als vluchteling leren fietsen in Iran en Pakistan. Gilpins liefdadigheidsinstelling Mountain2Mountain zorgde voor beter materieel en betaalde het team om deel te kunnen nemen aan internationale toernooien.

    Door de opkomst van de taliban is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft

    Nu de taliban sinds het vertrek van de Amerikanen claimen dat ze 85 procent van het land in handen hebben en berichten over strenge beperkingen voor vrouwen weer aanzwellen, is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft.


    Vaccinatieplicht in Azerbeidzjan

    Inwoners van Azerbeidzjan zullen binnenkort een vaccinatiebewijs moeten kunnen overleggen om de meeste openbare gebouwen te mogen betreden, bericht Eurasianet. Deze maatregel werd eind juli aangekondigd en komt feitelijk neer op een nationale vaccinatieplicht. Vanaf 1 september moeten mensen vanaf achttien jaar een vaccinatiebewijs in een ‘covidpaspoort’ kunnen tonen om onder meer restaurants, cafés, winkelcentra en hotels te mogen betreden. In onderwijsinstellingen moeten leerlingen en studenten vanaf achttien kunnen bewijzen dat ze zijn ingeënt.

    Tot nu toe is 26 procent van de Azerbeidzjanen minstens één keer gevaccineerd. 80 procent van de werknemers van overheidsinstanties, medische en farmaceutische bedrijven en wetenschappelijke en onderwijs-instellingen zal vanaf 1 september een eerste inenting moeten hebben en een tweede in oktober. De vaccinatieplicht leidt nu al tot een zwarte markt in valse covidpaspoorten.


    Edelstenen, hoe groter hoe beter

    Een troon van amethist met een gewicht van één ton à 45.000 dollar: Crystalarium, een edelstenenwinkel in West-Hollywood, verkocht er recentelijk vier stuks van. Kristallen en mineralen zijn enorm populair geworden bij de meer vermogenden der aarde en het motto is: hoe groter hoe beter, zo signaleert The Los Angeles Times.

    De wereldwijde markt van (half)edelstenen wordt nu geschat op ruim 1 miljard dollar. Zangeres Adele houdt ze vast tijdens optredens om plankenkoorts te overwinnen en model Naomi Campbell reist er mee. Er is zelfs een Kim Kardashian-lijn van parfums met kristalthema in kristalvormige flessen. Het fenomeen werd verder aangejaagd door de pandemie: veel rijken zagen minder mogelijkheden voor opzichtige uitgaven en kozen ervoor om hun huizen te bezielen met de ‘genezende’ energie van stenen.


    Groenland legt olie-exploratie aan banden

    Naalakkersuisut, zoals de regering van Groenland wordt genoemd, stopt met nieuwe olie- en gasexploraties. In een verklaring die half juli werd uitgegeven, noemt de regering de ‘prijs voor oliewinning te hoog’, verwijzend naar zowel economische overwegingen als de strijd tegen klimaatverandering, schrijft CBS News. Het besluit is genomen ‘in het belang van onze natuur, van onze visserij, van onze toeristenindustrie en om de aandacht te richten op duurzamere mogelijkheden’. Aangenomen wordt dat Groenland over enorme hoeveelheden onontgonnen olievoorraden beschikt. Volgens onderzoek is het equivalent van miljarden vaten olie te vinden langs de westkust. Ook wordt gesproken van grote afzettingen onder de zeebodem aan de oostkust, aldus CBS.

    ‘We willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’

    Met het huidige besluit is exploratie overigens nog niet volledig van de baan, want twee kleine bedrijven beschikken nog over vier eerder gegunde exploratievergunningen, die Groenland zal moeten respecteren. Maar volgens Kalistat Lund, de Groenlandse minister van Landbouw, Zelfvoorziening, Energie en Milieu, neemt de regering klimaatverandering serieus. ‘In ons land zien we elke dag de gevolgen ervan en we willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’, zei Lund. ‘Naalakkersuisut werkt aan het aantrekken van nieuwe investeringen voor het grote potentieel aan waterkracht dat we niet zelf kunnen exploiteren. Het besluit om te stoppen met nieuwe exploraties naar olie draagt ertoe bij dat Groenland wordt gezien als een land waar duurzame investeringen serieus worden genomen.’

    Het kabinet werkt ook aan een conceptwetsvoorstel dat vooronderzoek, opsporing en winning van uranium verbiedt, schrijft CBS. De winning van uranium, dat voornamelijk wordt gebruikt voor de opwekking van kernenergie, gaat gepaard met de productie van radioactief afval. ‘Groenland leeft al eeuwenlang van aanwezige natuurlijke hulpbronnen en het verbod op uraniumwinning rust op de diepe overtuiging dat de economie rekening moet houden met de natuur en het milieu’, aldus Naalakkersuisut.


    Migranten brengen het Spaanse platteland tot leven

    Dankzij een programma dat ontvolkte plattelandsgebieden in Spanje probeert nieuw leven in te blazen, leidt een gevlucht Colombiaans gezin met twee kinderen nu een rustig leven in een dorpje in de Noord-Spaanse provincie León. Het gezin verruilde de Colombiaanse stad Cali, met een bevolking van drie miljoen, voor het dorp Brañuelas, dat tweehonderd inwoners telt.

    Het project Nuevo Comienzo beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken

    Ze arriveerden in december 2019 in Spanje en vroegen asiel aan om te voorkomen dat ze terug moesten naar Colombia, waar de FARC hun land opeiste. Aanvankelijk liepen ze tegen een bureaucratische muur op, schrijft El País. Totdat ze hoorden van Nuevo Comienzo (‘Nieuw Begin’), een project van de provinciale overheid en verschillende instanties, dat beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken. Als de Colombianen naar het afgelegen dorp verhuisden, zouden ze werk krijgen, hulp bij huisvesting en zouden hun kinderen worden toegelaten tot het Spaanse schoolsysteem. In ruil daarvoor zou Brañuelas nieuwe inwoners krijgen en genoeg leerlingen om een nieuwe schoolklas te kunnen samenstellen.

    Burgemeester Carolina López van de sociaal-democratische PSOE hoopt dat de aanwas leidt tot beter vervoer en betere telefoon- en internetverbindingen. Astorga, de dichtstbijzijnde grote gemeente waar wordt gevaccineerd en waar medische zorg is, is slecht bereikbaar vanuit Brañuelas. Met de auto is het veertig minuten rijden, maar met het openbaar vervoer duurt het vanwege belabberde busverbindingen een hele dag.

    Andere leeglopende regio’s in Spanje beginnen nu ook met soortgelijke programma’s.


    Marble Arch Mound

    Het is het zoveelste project van Nederlandse makelij dat niet geapprecieerd wordt in het buitenland. Parijs haalde de Domestikator van Joep van Lieshout weg en nu is er van alles aan te merken op de installatie van Het Rotterdamse architectenbureau MVRDV in het Londense Hyde Park. Zo veel dat de ‘heuvel’ Marble Arch Hill, ontworpen in opdracht van de Londense deelgemeente Westminster om het winkelend publiek weer terug Oxford Street in te krijgen, tijdelijk gesloten werd om kinderziekten te genezen.

    Volgens MVRDV past de kunstmatige heuvel, door de vileine Britse pers nu al met een drol vergeleken, in de Engelse traditie van de folly, de aristocratische gewoonte om even malle als nutteloze bouwwerken neer te zetten.

    marble arch mound has a serious message says mvrdv in defence of attraction dezeen 2364 col 4 1536x1152 kopie 1 1
    © Dezeen

  • Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Hoe moeten we betekenis geven aan de inmiddels al meer dan 4 miljoen wereldwijde coronadoden? Niall Ferguson zet die vraag in historisch perspectief. Welke rampspoed is ons in het verleden overkomen, hoe gingen we daar toen mee om, en – belangrijker nog – hoe kunnen we toekomstig onheil voorkomen?

    Deze gevallen wachtmeester, de Dood, is nauwgezet in zijn aanhoudingen. 

    – Hamlet 

    We zijn allemaal gedoemd 

    ‘We zijn gedoemd.’ Deze zin, uitgesproken door de Caledonische Cassandra van de Britse televisieserie Dad’s Army, soldaat James Frazer, was een van de terugkerende grappen uit mijn jeugd. De truc was om het te zeggen op het minst passende moment: als de melk op was of je de laatste bus naar huis had gemist. Er is een prachtige scène in een van de afleveringen (‘Uninvited Guests’) als Frazer – gespeeld door de geweldige John Laurie – de andere leden van zijn Home Guard-eenheid een bloedstollend verhaal vertelt over een vloek. Als jongeman was hij voor anker gegaan bij een eilandje in de buurt van Samoa, waar – volgens zijn vriend Jethro – de ruïne van een tempel lag, met daarin een afgodsbeeld dat versierd was met een gigantische robijn, ‘zo groot als een eendenei’. Het tweetal ging op weg om de robijn te stelen en hakte zich een weg door het dichtbegroeide bos. Maar net toen Jethro de edelsteen pakte, verscheen er ineens een medicijnman, die Jethro vervloekte met de woorden: ‘Dood! de robijn zal u de dood brengen! dooood.’ 

    Soldaat Pike: Is de vloek uitgekomen, meneer Frazer? 

    Soldaat Frazer: Ja, jongen, hij is uitgekomen. Hij is gestorven… vorig jaar; hij was zesentachtig.

    Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar

    We zijn allemaal gedoemd, hoewel niet noodzakelijkerwijs vervloekt. Ik zal rond 2056 sterven, op z’n laatst. Mijn resterende levensverwachting op de leeftijd van zesenvijftig jaar en twee maanden is volgens het Amerikaanse ministerie van Sociale Zaken 26,2 jaar: daardoor kom ik uit op tweeëntachtig, vier jaar minder dan Frazers vervloekte vriend. Bemoedigender is het feit dat het Britse Office of National Statistics een man van mijn leeftijd twee jaar extra geeft, met een kans van 1 op 4 om de tweeënnegentig te halen. Om te zien of ik die getallen kon verbeteren, bezocht ik de site van Living to 100 Life Expectancy Calculator, die zijn schatting baseert op een gedetailleerde vragenlijst over je leefgewoonten en je familiegeschiedenis. Living to 100 vertelde me dat ik de eeuw waarschijnlijk niet zal halen, maar dat ik een gerede kans had om nog zesendertig jaar te leven. Het zou natuurlijk heel anders liggen als ik in januari 2020 covid-19 zou krijgen, een ziekte die destijds in mijn leeftijdsgroep een sterftekans met zich meebracht van 6 procent, en misschien iets hoger als we mijn milde astma meetellen. 

    De auteur

    De Schots-Amerikaanse historicus Niall Ferguson is momenteel verbonden aan de Stanford-universiteit. Hij leverde bijdragen aan The Daily Telegraph, Financial Times en Newsweek, en schrijft tegenwoordig een column voor Bloomberg Opinion. Fergusons bekendste boek is Het belang van geld (The Ascent of Money), waarover hij ook een documentaireserie maakte voor Channel 4 en PBS. Hij is getrouwd met de voormalige VVD-politicus Ayaan Hirsi Ali.

    Op zesenvijftigjarige leeftijd sterven zou beslist een teleurstelling zijn, maar het zou een goed resultaat zijn als je het afmeet aan de meerderheid van de 107 miljard mensen die ooit geleefd hebben. In het Verenigd Koninkrijk, waar ik geboren ben, bereikte de levensverwachting vanaf de geboorte de zesenvijftig pas in 1920. Het gemiddelde lag gedurende de periode van 1543 tot 1863 net onder de veertig. En de Britten stonden bekend om hun lange levensduur. Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar, en tot 1960 onder de vijftig jaar. De gemiddelde levensverwachting in India was in 1911 slechts tweeëndertig jaar. De Russische levensverwachting bereikte in 1920 het dieptepunt van twintig jaar. De afgelopen eeuw liet een constant stijgende trend zien – de levensverwachting bij geboorte verdubbelde ruwweg tussen 1913 en 2006 –, maar met talloze terugvallen. De levensverwachting in Somalië is vandaag de dag zesenvijftig jaar: mijn leeftijd. Die is daar deels nog steeds zo laag omdat de kindersterfte er zo hoog is. Ongeveer 12,2 procent van de in Somalië geboren kinderen sterft voordat ze de leeftijd van vijf jaar bereiken; 2,5 procent sterft tussen vijf en veertien jaar. 

    Als ik probeer om mijn eigen ervaring met mens-zijn in perspectief te zetten, denk ik aan de Engelse dichter John Donne (1572-1631), die negenenvijftig jaar oud is geworden. In een periode van zestien jaar schonk Anne Donne haar echtgenoot twaalf kinderen. Drie van hen – Francis, Nicholas en Mary – stierven voor hun tiende. Anne zelf stierf bij de bevalling van haar twaalfde kind, dat dood geboren werd. Nadat Lucy, zijn favoriete dochter, gestorven was en hijzelf haar bijna in het graf gevolgd was, schreef Donne zijn Devotions upon Emergent Occasions (1624), dat de mooiste van alle aansporingen bevat om mee te leven met de doden: ‘De dood van ieder mens doet afbreuk aan mij, omdat ik betrokken ben bij de Mensheid; Vraag daarom nooit voor wie de doodsklok luidt; die luidt voor u.’ 

    Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie

    De Napolitaanse kunstenaar Salvator Rosa (1615-1673) schilderde misschien wel het meest ontroerende memento mori, met de eenvoudige titel L’umana fragilità (‘De menselijke breekbaarheid’). Het was geïnspireerd op een uitbraak van de builenpest, die zijn geboortestad Napels in 1655 trof: die kostte het leven aan zijn jonge zoon Rosalvo en eiste ook dat van Salvators broer, zijn zus, haar echtgenoot en vijf van hun kinderen. Met een gruwelijke grijns reikt een gevleugeld skelet vanuit het donker langs Rosa’s minnares, Lucrezia, om haar zoontje mee te nemen, dat net zijn eerste poging doet om te schrijven. De stemming van de diepbedroefde kunstenaar wordt op een onsterfelijke manier vastgelegd in de acht Latijnse woorden die de baby, geleid door de skeletfiguur, op het canvas heeft geschreven: 

    Conceptio culpa 

    Nasci pena 

    Labor vita 

    Necesse mori 

    ‘Verwekking is zonde, geboorte is pijn, leven is hard werken, dood is onvermijdelijk.’ Ik herinner me nog steeds dat ik als door de bliksem getroffen was toen ik die woorden las bij mijn eerste bezoek aan het Fitzwilliam Museum in Cambridge. Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie. Volgens de overleveringen was Rosa een opgewekt mens, die ook schreef en optrad in satirische toneelstukken en de commedia dell’arte. Rond de tijd dat zijn zoon stierf, schreef hij echter aan een vriend: ‘Deze keer heeft de hemel me op zo’n manier getroffen dat ik besef dat alle menselijke weermiddelen zinloos zijn en de minste pijn die ik voel is nog dat ik je zeg dat ik huil terwijl ik schrijf.’ Hijzelf stierf op achtenvijftigjarige leeftijd aan buikwaterzucht. 

    Bijna onzichtbare gebeurtenis

    In de middeleeuwen en de vroegmoderne wereld was de dood alomtegenwoordig, op een manier die we ons nauwelijks kunnen voorstellen. Zoals Philippe Ariès betoogde in L’Homme devant la mort (‘Het uur van onze dood’) werd de dood ‘getemd’ door er, net als het huwelijk en zelfs de geboorte, een sociale overgangsrite van te maken, die gedeeld werd met de familie en de gemeenschap en gevolgd werd door riten van begrafenis en rouw, die een bekende vorm van troost boden aan de nabestaanden. Vanaf de zeventiende eeuw veranderde die houding echter. Terwijl het aantal sterfgevallen verbijsterende vormen aannam, begonnen de westerse samenlevingen – ondanks het feit dat de doodsoorzaken steeds beter begrepen werden – een zekere afstand te scheppen tussen de levenden en de doden. De victorianen gingen zeer ver in het sentimentaliseren en romantiseren van de dood: ze creëerden in de literatuur ‘mooie doden’, die steeds minder te maken hadden met de werkelijkheid. De twintigste eeuw ging over op de ontkenning van ‘het einde van het leven’. Sterven werd een steeds eenzamer, antisociale, bijna onzichtbare gebeurtenis. Er kwam iets op wat Aries ‘een absoluut nieuw type sterven’ noemde, wat inhield dat zieltogende mensen werden afgevoerd naar ziekenhuizen en hospices, om ervoor te zorgen dat het moment waarop ze hun laatste adem uitbliezen discreet verborgen bleef achter de schermen. Amerikanen mijden het woord ‘sterven’. Mensen ‘gaan over’. Evelyn Waugh schreef een wrede satire over de Amerikaanse omgang met de dood in The Love One (1948), geïnspireerd op een weinig verheffend verblijf in Hollywood. 

    De Britse omgang met de dood is echter slechts weinig beter. In Monty Pythons The Meaning of Life is de dood een enorm faux pas. De Man met de Zeis – John Cleese, gehuld in een zwarte mantel – komt aan in een pittoresk Engels buitenhuis waar drie echtparen druk bezig zijn met een etentje. 

    Magere Hein: Ik ben de dood. 

    Debbie: Nou ja, wat een toeval! We hadden het vijf minuten geleden net over de dood… 

    Magere Hein: Stilte! Ik ben gekomen voor jullie. 

    Angela: Bedoelt u… om – 

    Magere Hein: Om jullie mee te nemen. Dat is mijn bedoeling. Ik ben de dood. 

    Geoffrey: Tja, dat werpt toch wel een beetje een schaduw over de avond.

    Debbie: Mag ik u iets vragen? 

    Magere Hein: Wat? 

    Debbie: Hoe kan het dat we allemaal op hetzelfde moment sterven?

    Magere Hein (na een lange stilte, wijzend naar een schaal op tafel): De zalmmousse. 

    Geoffrey: Schat, je hebt toch geen zalm uit blik gebruikt? 

    Angela: Ik schaam me rot.

    Het komende eschaton

    Ieder jaar sterven er over de hele wereld ongeveer 59 miljoen mensen – ruwweg de gehele wereldbevolking in de tijd dat koning David regeerde over de Israëlieten. Met andere woorden, er sterven elke dag ruwweg 160.000 mensen: het equivalent van één Oxford, of drie Palo Alto’s. Ongeveer 60 procent van degenen die sterven zijn vijfenzestig jaar of ouder. In de eerste helft van 2020 stierven er wereldwijd ruwweg 510.000 mensen aan de nieuwe ziekte covid-19 [inmiddels is het dodental de 4 miljoen gepasseerd]. Elk sterfgeval is een tragedie, zoals we zullen zien. Maar zelfs als geen van die mensen toch al niet gestorven zou zijn – wat onwaarschijnlijk is, gegeven het leeftijdsprofiel van de overledenen –, dan vertegenwoordigt dat aantal slechts een bescheiden (1,8 procent) toename in het totale aantal verwachte sterfgevallen voor de eerste helft van 2020. In 2018 stierven 2,84 miljoen Amerikanen, dus stierven er ongeveer 236.000 per maand, en 7800 per dag. Driekwart van het aantal gestorvenen was vijfenzestig jaar of ouder. Verreweg de meeste doodsoorzaken waren hartaandoeningen en kanker: samen goed voor 44 procent van het totaal. In de eerste helft van 2020 waren er volgens cijfers van de Centers for Disease Control and Prevention 130.122 Amerikaanse overlijdensgevallen aangemerkt als ‘betrekking hebbend op covid-19’. De totale (bovennormale) oversterfte van alle oorzaken lag echter dicht bij 170.000. Als geen van deze mensen toch al niet overleden zou zijn – opnieuw: onwaarschijnlijk –, dan vertegenwoordigde dat aantal een toename van 11 procent in de sterfgevallen voor die periode, boven de uitgangswaarde die afgeleid was van recente gemiddelden. 

    We zijn dus allemaal gedoemd, zelfs als de medische wetenschappers in staat zijn om de levensverwachting nog verder te verlengen – zoals sommigen voorspellen: tot meer dan een eeuw. Ondanks de voortgaande zoektocht naar oplossingen voor het probleem dat leven een terminale aandoening is, blijft onsterfelijkheid een droom – of, zoals Jorge Luis Borges suggereerde in ‘De onsterfelijke’: een nachtmerrie. Maar zijn we collectief gedoemd, als soort? Het antwoord is: ja. 

    Onze moeder, een natuurkundige, werd het nooit moe om mijn zus en mij eraan te herinneren dat het leven een kosmisch toeval is; een visie die ook gedeeld wordt door bekendere fysici als Murray Gell-Mann. Ons universum begon 13,7 miljard jaar geleden met wat fysici de Big Bang noemen. Op onze planeet ontwikkelden zich met de hulp van ultraviolette stralen en bliksem de chemische bouwstenen van het leven, die 3,5 tot 4 miljard jaar geleden leidden tot de eerste levende cel. Ongeveer 2 miljard jaar geleden zorgde seksuele reproductie door eenvoudige veelcellige organismen voor golven van evolutionaire innovatie. 

    Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven

    Ongeveer 6 miljoen jaar geleden leidde een genetische mutatie bij chimpansees tot de eerste mensachtige mensapen. Homo sapiens is extreem recent verschenen, 200.000 tot 100.000 jaar geleden: deze soort domineerde andere mensentypen ongeveer 30.000 jaar geleden en had zich rond 13.000 jaar geleden over het grootste deel van de planeet verspreid. Er moesten veel dingen precies goed gaan voor ons om tot dat punt te komen. Maar de ‘Goudhaartje’-condities waarbij wij floreren kunnen niet oneindig voortduren. Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven. 

    Met andere woorden, om Nick Bostrom en Milan M. Ćirković te citeren: ‘Het uitsterven van intelligente soorten is al voorgevallen op de Aarde, wat inhoudt dat het naïef zou zijn om te denken dat het niet nog eens zou kunnen gebeuren.’ Zelfs als we het lot van de dinosaurussen en de dodo’s weten te vermijden, zal de toenemende lichtstraling van de zon over ongeveer 3,5 miljard jaar de biosfeer van de Aarde zo goed als gesteriliseerd hebben, maar het einde van het complexe leven op de Aarde staat al veel eerder op het programma, misschien over 0,9 tot 1,5 miljard jaar, omdat de leefomstandigheden dan onverdraaglijk zullen zijn geworden voor alles wat op ons lijkt. ‘Dat is het standaardlot voor leven op onze planeet.’ Het is denkbaar dat we in staat zullen zijn om een andere bewoonbare planeet te vinden als we het probleem van intergalactisch reizen oplossen, wat het reizen over haast onvoorstelbaar grote afstanden inhoudt. Zelfs dan zullen we uiteindelijk in tijdnood komen, omdat de laatste sterren ruwweg over 100 biljoen jaar zullen uitdoven, waarna alle materie uiteen zal vallen tot haar basisbestanddelen. 

    Lees ook:

    De gedachte dat we, als soort, nog ongeveer 1 miljard jaar overhebben op de Aarde zou geruststellend moeten zijn. En toch lijken sommigen ernaar te verlangen dat de doemdag al veel eerder komt dan dat. De ‘eindtijd’ of eschaton (van het Griekse eschatos) komt voor in de meeste grote wereldreligies, inclusief de oudste, het zoroastrisme. De Zand-i Wahman Yasn (een middeleeuwse zoroastrische apocalyptische tekst) voorziet niet alleen in misoogsten en algeheel moreel verval, maar ook in ‘een donkere wolk die de hele lucht tot nacht maakt’ en een regen van ‘verderfelijke schepsels’. Hoewel de hindoe-eschatologie aanneemt dat er vaste tijdscycli zijn, wordt van de huidige cyclus, Kali Yuga, verwacht dat die gewelddadig eindigt als Kalki, de laatste incarnatie van Vishnu, op een wit paard aan het hoofd van een leger afdaalt om ‘rechtvaardigheid tot stand te brengen op aarde’. Ook in het boeddhisme zijn er apocalyptische scènes. Gautama Boeddha voorspelde dat zijn profetieën na 5000 jaar vergeten zouden zijn, wat leidt tot de morele degeneratie van de mens. Een bodhisattva genaamd Maitreya zal dan verschijnen en de leerstellingen van de dharma herontdekken, waarna de wereld vernietigd wordt door de dodelijke straling van zeven zonnen. De Scandinavische mythologie heeft haar Ragnarök (schemering der goden), waarin een vernietigend grote winter (Fimbulvetr) de wereld in duisternis en wanhoop zal storten. De goden zullen tot de dood strijden met de krachten van de chaos, vuurreuzen en andere magische schepsels (jötunn). Uiteindelijk zal de oceaan de hele wereld overspoelen. (Wagner-liefhebbers kunnen hier een versie van zien in zijn Götterdämmerung.) 

    In elk van deze religies is vernietiging de prelude van wedergeboorte. De abrahamitische religies daarentegen hebben een lineaire kosmologie: het einde der dagen is echt Het Einde. Het jodendom voorspelt een Tijdperk van de Messias, met de terugkeer naar Israël vanuit de verbanning van de Joodse Diaspora, de komst van de Messias en de wederopstanding uit de dood. Het christendom – het geloof dat gevestigd is door volgers van de man die zei deze Messias te zijn – biedt een veel rijkere versie van het eschaton. Voorafgaand aan de Tweede Komst van Christus (parousia) zal er, zoals Jezus zelf aan zijn volgelingen vertelde, een tijd komen van ‘grote beproevingen’ (Mattheüs 24:15-22), ‘verschrikkingen’ (Marcus 13:19) of ‘dagen van wraak’ (Lucas 21:10-33 geeft van alle evangeliën de meeste details). De Openbaring van Johannes biedt wellicht de meest treffende visioenen van de doemdag: van een oorlog in de hemel tussen Michaël en zijn engelen tegen Satan, een tussenperiode waarin Satan wordt neergeworpen en duizend jaar wordt vastgebonden, waarna Christus een millennium lang regeert met wederopgestane martelaren aan zijn zijde, totdat de Hoer van Babylon verschijnt, dronken van het bloed van de heiligen, rijdend op een scharlakenrood beest, en er een grote strijd wordt uitgevochten op de heuvels van de Armageddon. Daarna wordt Satan losgelaten, om vervolgens in een meer van brandende zwavel te worden gegooid. Uiteindelijk worden de doden beoordeeld door Christus en worden de onwaardigen in het vlammende meer geworpen. De beschrijving van de vier ruiters van de Apocalyps is verbijsterend: 

    En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie! En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen. En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie! 

    En een ander paard, dat rood was, trok uit, en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven. En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand. 

    En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe. 

    En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie! 

    En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde. (Openbaringen 6:1-8) 

    De Dag der Wrake wordt aangekondigd door een geweldige aardbeving, een zonsverduistering en een bloedmaan. De sterren vallen op de aarde en de bergen en eilanden worden ‘van hun plaats verschoven’. 

    Een slim onderdeel van de christelijke eschaton was de onzekerheid waarin Christus zijn discipelen achterliet over de tijdsbepaling ervan: ‘Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader.’ (Mattheüs 24:36) 

    De vernietiging van Jeruzalem in het jaar 70 door toedoen van de Romeinse legerleider (en later keizer) Titus werd door de vroege christenen geïnterpreteerd als vervulling van Jezus’ profetie dat de Tweede Tempel zou worden verwoest, maar de daaropvolgende spectaculaire gebeurtenissen die Christus had voorspeld bleven uit. Tegen de tijd van Augustinus van Hippo leek het verstandig om het millennium af te zwakken, zoals hij deed in De Stad van God (De Civitate Dei, uit het jaar 426), waarin hij het verwees naar het gebied van het onkenbare en (impliciet) de verre toekomst. 

    Misschien biedt het verval van het christelijke millennium een verklaring voor het revolutionaire effect van Mohammeds nieuwe religie, toen die in de zevende eeuw tevoorschijn kwam uit de Arabische woestijn. In een aantal opzichten heeft de islam gewoon de meest opwindende delen van de Openbaringen afgestoft. In Mekka leerde Mohammed zijn volgelingen dat de Dag des Oordeels voorafgegaan zou worden door de verschijning van de eenogige al-Masih ad-Dajjāl (de valse messias), met een entourage van 70.000 joden uit Isfahan. Isa (Jezus) zal dan afdalen om te triomferen over de valse messias. In de soennitisch doctrine houdt de ashrāṭ al-sā‘a – het einde der tijden – onder meer in dat er een grote zwarte rookwolk (dukhān) de aarde bedekt, dat er een aantal verzakkingen plaatsvinden in de aarde en dat Ya‘jūj en Ma‘jūj (Gog en Magog) verschijnen om de aarde te verwoesten en de gelovigen af te slachten. Nadat Allah zich heeft ontdaan van Gog en Magog, komt de zon op in het westen en verrijst de Dābbat al-Ard (het Beest van de Aarde) uit de grond; nadat de hemelse trompet geklonken heeft, verrijzen ook de doden (al-Qiyāmah) voor het laatste oordeel (Yawm al-Hisāb). Maar toen deze profetie niet vervuld werd, keerde Mohammed zich ongeduldig af van de verlossing en naar het imperialisme. Allah, zo betoogde hij in Medina, wilde dat de moslims zijn eer bewaarden door de ongelovigen te straffen; dat ze overgingen van het afwachten van de Dag des Oordeels tot de uitvoering ervan door middel van de jihad. De eschatologie van de sjiieten is in brede zin gelijk aan die van de soennieten, maar met de terugkeer van de twaalfde imam, Mohammed al-Mahdi, die wordt verwacht na een periode van afnemende moraal en eerbaarheid. 

    Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was

    Voor christenen waren de islamitische veroveringen in het Nabije Oosten en Noord-Afrika niet meer dan de grootste van een aantal gruwelijke dreigingen: Vikingen, Magyaren en Mongolen bedreigden het christendom ook. Deze en andere rampen werden door sommigen geïnterpreteerd als aanduidingen van de eindtijd: de christelijke eschatologie is nooit volledig op de achtergrond geraakt. Joachim van Fiore (1135-1202) verdeelde de geschiedenis in drie tijdvakken, waarvan het derde het laatste was. Op eenzelfde manier waren er in de nasleep van de Zwarte Dood in de jaren veertig van de veertiende eeuw – in termen van sterfgevallen de grootste ramp die de christenen ooit getroffen heeft – mensen die concludeerden dat het einde nabij was. In 1356 schreef een franciscaner monnik genaamd Johannes van Roquetaillade zijn Vademecum in tribulationibus, waarin hij een tijd vol problemen in Europa voorspelde, die gekenmerkt zou worden door sociale onrust, stormen, overstromingen en nog meer plagen. Vergelijkbare quasi-revolutionaire visioenen inspireerden de taborieten in Bohemen in 1420 tot hun plunderingen en de franciscaan Johann Hilten in 1485 tot zijn profetieën over de nadagen van het pausdom. Na Maarten Luthers baanbrekende aanval op de kerkelijke hiërarchie gaf het millenianisme onderling sterk verschillende sekten als de anabaptisten, de diggers en de levellers het vertrouwen om de gevestigde autoriteiten te trotseren. Hoewel de navolging van het millennium in de achttiende eeuw afnam, herleefde de belangstelling ervoor weer in de negentiende en de twintigste eeuw, toen sommige volgelingen van de zogenaamde profeet William Miller, later bekend geworden als de zevendedagsadventisten, een nieuwe kerk oprichtten met een sterke millennialistische doctrine, die het einde van de wereld voorzag in 1844. (De millerieten noemden het feit dat de mensheid dat jaar overleefde ‘De Grote Teleurstelling’.) Jehova’s getuigen en leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (mormonen) hebben allebei hun eigen kenmerkende opvattingen over de komst van het eschaton. Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was. Een aantal van hen – met name Jim Jones, David Koresh en Marshall Applewhite – wisten plaatselijke apocalypsen te bereiken in de vorm van massazelfmoorden. 

    Kort gezegd: het einde van de wereld is opmerkelijk vaak teruggekomen in de vastgelegde geschiedenis.

    Doemdagen

    Je zou denken dat de vooruitgang van de wetenschap de mensheid uiteindelijk zou bevrijden van religieuze en pseudoreligieuze eschatologie. Dat is niet noodzakelijk zo. Zoals de socioloog James Hughes zei, zijn maar weinig mensen ‘immuun voor millenniumvooroordelen, positief of negatief, fatalistisch of messianistisch’. Iets meer dan een eeuw geleden, toen de eerste echt geïndustrialiseerde oorlog in zijn laatste fase zat – een oorlog die gevoerd werd met tanks, vliegtuigen, onderzeeërs en gifgas – waren er verschijningen van de maagd Maria in het Portugese dorp Fatima, was er een veldslag bij Armageddon (Megiddo, in wat toen Palestina was), werd er een joodse thuisbasis uitgeroepen in het Heilige Land, was er een Duits offensief dat Aartsengel Michaël heette en brak er een pandemie uit die dodelijker was dan de oorlog zelf. Een van de vele voorboden van een komende apocalyps was de opkomst van Vladimir Iljitsj Lenin, die een golf van antikerkelijk geweld en beeldenstormen ontketende in het hele Russische Rijk. Zoals The New York Times op 21 juni 1919 meldde werd Lenin door Russische boeren alom gezien als ‘niemand anders dan de antichrist die in de Schrift is voorspeld’. 

    Voor de in Keulen geboren politiek theoreticus Eric Voegelin was de realiteit dat het communisme, net als het nazisme dat hij in 1938 moest ontvluchten, gebaseerd was op een onjuiste interpretatie van het christendom. Voegelin definieerde ‘gnosis’ als ‘een ogenschijnlijk direct, onmiddellijk begrip of visioen van de waarheid zonder de noodzaak voor kritische reflectie; de speciale gave van een spirituele en cognitieve elite’. Gnostiek, betoogde hij, was een ‘manier van denken die aanspraak maakt op een absoluut cognitief meesterschap van de werkelijkheid’. Toen dat de vorm aannam van een politieke religie, verborg het een gevaarlijke en misleidende ambitie om ‘de eschaton in zich te herbergen’ – met andere woorden: om een hemel op aarde te creëren. Voegelins moderne gnostiek probeerde ‘de maatschappij weer te vergoddelijken (…) door massalere vormen van participatie in de goddelijkheid te vervangen door geloof in de christelijke zin’. (Voegelin speculeerde dat deze verschuiving naar ‘massale deelname’ een antwoord kon zijn op de vrijwel onmogelijke taak om een authentiek christelijk geloof in stand te houden.) Veel recenter schreef de historicus Richard Landes in dezelfde geest, toen hij dezelfde aandrang ontdekte in een breder gebied van historische en moderne millenniumbewegingen, tot en met het salafi-jihadisme en radicale milieubewegingen.

    In plaats van de eschaton te verdringen, leek de wetenschap die dichterbij te brengen. Toen J. Robert Oppenheimer getuige was van de eerste kernexplosie in White Sands, New Mexico, deed hij de beroemde uitspraak dat hij dacht aan Krishna’s woorden uit de Bhagavad Gita (het ‘Lied van God’ uit de hindoecultuur): ‘Ik ben de dood geworden, de vernietiger van werelden.’ Aan het prille begin van de Koude Oorlog verzon de kunstenares Martyl Langsdorf, wier echtgenoot een van de sleutelfiguren van het Manhattan Project was, het beeld van een Doomsday Clock. Het verscheen voor het eerst in het Bulletin of the Atomic Scientists als illustratie van de angst van vele fysici – onder wie sommigen die betrokken waren geweest bij de schepping van de atoombom – dat een ‘uit technologie voortkomende catastrofe’ weleens heel nabij zou kunnen zijn. Middernacht op de Doomsday Clock betekende het nucleaire armageddon. Vele jaren lang was het de hoofdredacteur van het Bulletin, Eugene Rabinowitch, die besloot waar de wijzers van de klok stonden. Na zijn dood nam een commissie het over: die kwam tweemaal per jaar bijeen om de klok bij te stellen. Tijdens de Koude Oorlog kwam de Doomsday Clock het dichtst bij middernacht: in de jaren 1953-1959 werden de wijzers op twee minuten voor twaalf gezet. De wetenschappers dachten ook dat de jaren 1984-1987 vol gevaren waren: toen was het vier jaar lang drie minuten voor twaalf. De populaire literatuur weerspiegelde die angsten. On the Beach (1957) van Nevil Shute speelt in het jaar 1963 en de inwoners van Melbourne wachten hulpeloos op een dodelijke wolk radioactieve fall-out in de nasleep van de Derde Wereldoorlog, die – niet zo plausibel – op gang gebracht werd door een nucleaire aanval van Albanië op Italië. De keus is die tussen zwaar drinken en een door de overheid verschafte zelfmoordpil. In de graphic novel When the Wind Blows (1982) van Raymond Briggs bouwt een ouder echtpaar, Jim en Hilda Bloggs, plichtsgetrouw een atoomschuilkelder, waarbij ze doen alsof de Derde Wereldoorlog net zo goed te overleven is als eerder de Tweede Wereldoorlog. 

    Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor

    Toch is het nog maar de vraag hoe betrouwbaar de Doomsday Clock is. Vandaag de dag zijn historici het erover eens dat het gevaarlijkste moment in de Koude Oorlog de Cubaanse raketcrisis geweest is. Maar de Doomsday Clock stond in 1962 op zeven minuten voor middernacht en ging in het daaropvolgende jaar terug naar 23.48 uur. Dat veranderde niet toen president Lyndon B. Johnson de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam opschaalde. Opmerkelijk genoeg besloten de atoomwetenschappers in januari 2018 dat we weer twee minuten voor Armageddon zaten. Twee jaar later zetten ze de klok vooruit op 100 seconden voor middernacht, op grond van de overweging dat ‘de mensheid nog steeds te maken heeft met twee gelijktijdige existentiële gevaren: nucleaire oorlogsvoering en klimaatverandering. Die dreiging wordt vermenigvuldigd door een in cyberspace gevoerde informatieoorlog, die het voor de samenleving moeilijk maakt om te reageren. De internationale veiligheidssituatie is hachelijk, niet alleen omdat deze dreigingen bestaan, maar omdat de wereldleiders hebben toegestaan dat de internationale politieke infrastructuur om die te beheersen is uitgehold.’ Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor. 

    De nachtmerrie van een atoomoorlog was niet het enige apocalyptische visioen dat de wereld tijdens de Koude Oorlog kwelde. Van de jaren zestig tot de jaren tachtig leidde de angst voor wereldwijde overbevolking tot een opeenvolging van meestal ondoordachte en vaak ronduit schadelijke pogingen om de voortplanting in de zogeheten Derde Wereld te ‘beheersen’. Stephen Enke van de rand Corporation betoogde dat arme mensen betalen om in te stemmen met sterilisatie of het inbrengen van een spiraaltje 250 keer zo effectief zou zijn om ontwikkeling te bevorderen als andere vormen van hulp. Paul Ehrlichs boek The Population Bomb (1968), geschreven in opdracht van de Sierra Club, voorspelde dat er in de jaren zeventig massasterfte zou optreden, met verwoestende hongersnoden die honderden miljoenen mensen zouden doden. Lyndon Johnson werd erdoor overtuigd, net zoals de meerderheid van de leden van het Congres, waardoor het budget voor geboorteregeling van het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling verhoogd werd met een factor twintig. Als president van de Wereldbank verklaarde Robert McNamara, de voormalige Amerikaanse minister van Defensie, in 1969 dat de bank geen gezondheidszorg zou financieren ‘tenzij die strikt gerelateerd was aan geboortebeperking, aangezien gezondheidszorg doorgaans bijdroeg aan de afname van sterftecijfers, en daarmee aan de bevolkingsexplosie’. Sommige Amerikaanse instellingen – waaronder de Ford Foundation en de door Rockefeller opgezette Population Council – speelden met het idee van onvrijwillige massasterilisatie van hele bevolkingsgroepen. Deze consequenties illustreren eens te meer dat mensen die overtuigd zijn van een denkbeeldige naderende apocalyps veel schade kunnen toebrengen. Het aanmoedigen, zo niet afdwingen, van het gebruik van spiraaltjes bij Indiase vrouwen en sterilisaties bij Indiase mannen heeft veel leed veroorzaakt. Op het hoogtepunt van de Indiase noodtoestand in het midden van de jaren zeventig liet de regering van Indira Gandhi meer dan 8 miljoen sterilisaties uitvoeren. Bijna 200.000 mensen stierven door mislukte operaties. De Verenigde Naties ondersteunden ook het door de Chinese Communistische Partij zelfs nog wreder uitgevoerde ‘éénkindbeleid’. Achteraf gezien was de oplossing voor het probleem van de bevolkingstoename niet massasterilisatie, maar de Groene Revolutie in de land bouwtechnologie, waarvan agronomen als Norman Borlaug de pioniers waren. De huidige millennialisten zijn de profeten van de catastrofale klimaatverandering. ‘Rond 2030,’ schreef de Zweedse milieuactiviste Greta Thunberg, ‘zullen we in een positie verkeren waarin een onomkeerbare kettingreactie wordt ingezet, zonder dat mensen daar invloed op kunnen uitoefenen, die zal leiden tot het einde van onze beschaving, zoals wij die kennen.’ ‘De wereld zal over twaalf jaar eindigen, als wij niets doen aan de klimaatverandering,’ voorspelde het Amerikaanse Democratische Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez in 2019. 

    Thunbergs verschijning als de verpersoonlijking van radicaal milieuactivisme doet denken aan eerdere vormen van eschatologie, zeker vanwege de ernst van de offers die ze eist. ‘We hebben geen “koolstofarme economie” nodig,’ verklaarde ze in januari 2020 bij het World Economic Forum. ‘We hebben niet “minder uitstoot” nodig. Onze uitstoot moet stoppen als we een kans willen hebben om onder het doel van 1,5 graad te blijven (…) Elk plan of beleid van jullie dat geen radicale uitstootbeperking bij de bron inhoudt, met ingang van vandaag, is volkomen onvoldoende.’ De nieuwe groene revolutie – of de ‘Green New Deal’ – die wordt voorgesteld door Ocasio-Cortez, Thunberg en anderen impliceert een drastische reductie van alle CO2-uitstoot, waarbij nauwelijks rekening wordt gehouden met de economische en sociale kosten. We komen later op dit onderwerp terug; op dit moment volstaat het om te zeggen dat waarschuwingen voor het komende einde van de wereld het risico lopen (net als het roepen van ‘de wolf!’ in het sprookje) door herhaling minder geloofwaardig te worden. 

    Al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen

    Het onontkoombare feit blijft bestaan: profeten van het millennium, gnosti sche navolgers van de eschaton, wetenschappers die waarschuwen voor rampen en auteurs die zich die voorstellen: al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen. In de theaterkomedie Beyond the Fringe (1961) speelt Peter Cook de rol van Broeder Enim, een profeet die zijn volgelingen naar een bergtop leidt om de apocalyps af te wachten. 

    Jonathan Miller: Hoe zal het zijn, dat einde waarover u gesproken hebt, Broeder Enim? 

    Allen: Ja, hoe zal het zijn? 

    Peter Cook: Tja, het zal zijn alsof er een machtige scheuring in de lucht is, weet je, en de bergen zullen wegzinken, weet je, en de valleien zullen omhoogkomen, weet je, en groot zal het lawaai zijn dat daardoor veroorzaakt wordt. 

    Miller: Zal de voorhang van de tempel in tweeën gereten worden?

    Cook: De voorhang van de tempel zal in tweeën gereten worden, ongeveer twee minuten voordat we het teken zullen zien dat zich openbaart als een vliegende beestenkop in de lucht. 

    Alan Bennett: En zal er een machtige wind waaien, Broeder Enim?

    Cook: Jazeker zal er een machtige wind waaien, als we het woord van God mogen geloven… 

    Dudley Moore: En zal die wind zo machtig zijn dat de bergen erdoor platgelegd worden? 

    Cook: Nee, zo machtig zal die nu ook weer niet zijn; daarom hebben we nu juist deze berg beklommen, stomme eikel… 

    Miller: En wanneer komt dat einde, waarover u gesproken hebt?

    Allemaal: Ja, wanneer zal het zijn, wanneer zal het zijn? 

    Cook: Over ongeveer dertig seconden, volgens de oude perkamentrollen uit de piramiden… en mijn Ingersoll-horloge.

    De profeet en zijn volgelingen zetten zich schrap voor het einde van de wereld en tellen af: 

    Cook: Vijf, vier, drie, twee, één – nul! 

    Allemaal: (Zingend.) Nu is het Einde! De Wereld Vergaat! 

    Stilte. 

    Cook: Het was omgerekend naar deze tijdzone, toch? 

    Miller: Ja. 

    Cook: Nou ja, het is niet echt de vlammenzee waar ik op gerekend had. Geeft niet, jongens: morgen dezelfde tijd… Ooit moeten we het een keer goed hebben. 

    De statistieken van een calamiteit

    Waar we echt bang voor moeten zijn, is een grote ramp die ons niet allemaal doodt, maar wel een groot aantal van ons. Het probleem is dat we moeite hebben om ons zowel de potentiële schaal als de waarschijnlijkheid van rampen voor te stellen. ‘Een enkele dode is een tragedie; een miljoen doden is een statistiek.’ Dat aforisme wordt meestal toegeschreven aan Stalin. Die toeschrijving kan worden teruggebracht op een column uit 1947 in The Washington Post, waarin Leonard Lyons schreef: 

    ‘In de dagen dat Stalin de commissaris van Munitie was, werd er een vergadering gehouden met de hoogste commissarissen in rang. Het belangrijkste gespreksonderwerp was de hongersnood die toen heerste in de Oekraïne. Een van de functionarissen stond op en hield een toespraak over deze tragedie – de tragedie dat er miljoenen mensen stierven van de honger. Hij begon sterftecijfers op te sommen (…) Stalin onderbrak hem en zei: ‘Als slechts één man sterft van de honger, is dat een tragedie. Als miljoenen sterven, is het slechts statistiek.’ 

    Lyons vermeldde geen bron, maar ofwel hij of Stalin heeft de zinsnede vrijwel zeker geleend van Kurt Tucholsky, die deze op zijn beurt toeschreef aan een Franse diplomaat. ‘Oorlog? Dat vind ik niet zo verschrikkelijk. De dood van één mens, dat is een catastrofe. Honderdduizend doden, dat is een statistiek.’ We zien ook een versie van deze mentaliteit in onze tijd, merkte Eliezer Yudkowsky op: ‘Mensen die er niet over zouden peinzen om een kind pijn te doen, horen over een existentieel risico en zeggen: “Tja, misschien verdient de mensheid het niet echt om te overleven.” (…) De uitdaging die existentiële risico’s stellen is zodanig, en de catastrofes zijn zo enorm, dat mensen in een andere denkmodus schieten. Dan is het sterven van mensen ineens niet langer slecht en vereisen gedetailleerde voorspellingen ineens geen expertise meer.’

    We moeten op z’n minst proberen de statistieken begrijpelijk te maken. Rekening houdend met het grote gebrek aan historische bronnen kunnen we zeggen dat er in de gehele vastgelegde geschiedenis waarschijnlijk zeven grote pandemieën zijn geweest met een groter sterftecijfer dan 1 procent van de geschatte wereldbevolking. Daarvan hebben er vier meer dan 3 procent gedood en twee – de Pest van Justinianus en de Zwarte Dood – meer dan 30 procent, hoewel het dodental van de laatstgenoemde ziekte heel goed veel lager kan zijn geweest. Ook de beschikbare gegevens over de sterfgevallen als gevolg van oorlogshandelingen wijzen op slechts een klein aantal extreem dodelijke conflicten. Gegevens van de fysicus L.F. Richardson en de sociale wetenschapper Jack Levy wijzen – net als andere, meer recente studies – op zeven grootschalige oorlogen die meer dan 0,1 procent van de geschatte wereldbevolking doodden in de dagen dat ze uitbraken. In absolute termen waren de twee wereldoorlogen de dodelijkste conflicten in de geschiedenis. In Richardsons analyse van alle ‘dodelijke conflicten’ tussen 1820 en 1950 waren de wereldoorlogen de enige oorlogen van zwaarte: de enige met dodentallen van tientallen miljoenen. Ze waren goed voor drie vijfde deel van alle doden in zijn steekproef, waartoe behalve oorlog een moord en andere vormen van doodslag behoorden. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog kwam respectievelijk 3 procent van de wereldbevolking van 1914 en 1939 om het leven; ook al vonden er verhoudingsgewijs misschien vernietigender conflicten plaats in eerdere perioden, vooral de oorlogen uit het tijdperk van de Drie Koninkrijken in het China van de derde eeuw, tussen de Han- en Jin-dynastieën. 

    Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen

    In relatieve termen – dat wil zeggen: naar proportie van gedode strijdkrachten – behoort de Oorlog van de Drievoudige Alliantie (1864-1870) tot de dodelijkste uit de moderne geschiedenis. Toch is dit conflict vrijwel onbekend buiten de drie landen die erin vochten: Argentinië, Brazilië en Uruguay, die samen optrokken tegen Paraguay. Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen. Het is zelfs zo dat de meeste mensen die hun leven verloren tijdens de Oorlog van de Drievoudige Alliantie stierven aan een ziekte, niet door vijandige acties. Volgens schattingen van Pasquale Cirillo en Nassim Taleb ‘heeft geen enkel gewapend conflict ooit meer dan 19 procent van de wereldbevolking gedood’. De conquistadores vermoordden in verhouding minder inwoners van Midden- en Zuid-Amerika dan de ziekten die ze met zich mee brachten uit Europa, waartegen de inheemse volkeren geen weerstand hadden.

    Soortgelijke exercities kunnen worden uitgevoerd voor zowel burgeroorlogen als genocides en democides – massamoorden op bevolkingsgroepen, in tegenstelling tot sterfgevallen als gevolg van oorlog tussen landen. Het totaal aantal slachtoffers van het stalinisme in de Sovjet-Unie kan hoger liggen dan 20 miljoen; een behoorlijke ‘statistiek’. Sterftecijfers van meer dan 10 procent zijn ook geschat voor Pol Pots schrikbewind in Cambodja, evenals voor de burgeroorlogen in Mexico (1910-1920) en Equatoriaal Guinee (1972-1979). In Richardsons lijst met conflicten van zwaarte 6 zijn zes van de zeven daarvan burgeroorlogen: de Taiping-opstand (1851-1864), de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), de Russische Burgeroorlog (1918-1920), de Chinese Burgeroorlog (1927-1936), de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en het totaal van de slachtpartijen die gepaard gingen met de onafhankelijkheid en opdeling van India (1946-1948). We zijn geneigd om aan te nemen dat geen enkele eeuw zo bloederig was als de twintigste. Toch wordt gezegd dat het exemplarische geweld dat gebezigd werd door de dertiende-eeuwse Mongoolse leider Dzjengis Khan de bevolkingen van Centraal-Azië en China gereduceerd heeft met meer dan 37 miljoen; een aantal dat, als het correct is, gelijkstaat met ongeveer 10 procent van de wereldbevolking op dat moment. Timurlengs laatveertiende-eeuwse veroveringen in Centraal-Azië en Noord-India waren al net zo berucht bloederig, met een geschat dodental van meer dan 10 miljoen. De Mantsjoe-verovering van China in de zeventiende eeuw kan het leven gekost hebben aan niet minder dan 25 miljoen mensen. Naast de Taiping-opstand veroorzaakten diverse andere Chinese opstanden in de periode voor 1900 een menselijk lijden op een schaal die gelijkstaat of zelfs hoger is dan wat de inwoners is aangedaan door burgeroorlogen in de twintigste eeuw. Van de achtste-eeuwse An Lushan-opstand wordt aangenomen dat die het leven kostte aan meer dan 30 miljoen mensen. Net zo vernietigend voor de provincies die erdoor getroffen werden, waren de vrijwel gelijktijdige opstanden van Nien en Miao, en de moslimopstanden in Yunnan en in het noordwesten van China. In deze gevallen moeten de dodentallen worden afgeleid van provinciale en plaatselijke volkstellingen die verricht zijn voor en na de opstanden. De bevolkingsafnamen lijken dodentallen in te houden die variëren van 40 tot 90 procent, maar ook in dit geval is het aannemelijk dat ziekten en hongersnoden net zoveel doden veroorzaakten als georganiseerd geweld, en waarschijnlijk veel meer. Ten slotte is er een reden om aan te nemen dat de sterftecijfers als gevolg van de West-Europese verovering en kolonisatie van het Amerikaanse continent en van Afrika in sommige perioden net zo hoog zijn geweest als die in de twintigste eeuw. 

    Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen

    Zoals zojuist al is opgemerkt, viel de overgrote meerderheid van de slachtoffers van de Europese verovering van Noord- en Zuid-Amerika ten prooi aan ziekten, niet aan geweld. Dus wie in dit verband spreekt van ‘genocide’ tast de waarde van historische terminologie net zozeer aan als degenen die de negentiende-eeuwse hongersnoden in India ‘victoriaanse holocausts’ noemen. Niettemin vertonen de gedwongen slavernij van het Congolese volk door de Belgische kroon na 1886 en de onderdrukking van de Herero-opstand door de Duitse koloniale autoriteiten in 1904 gelijkenissen met twintigste-eeuwse georganiseerde gewelddaden. Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen. De geschatte sterftecijfers in de Herero-oorlog zijn nog hoger: meer dan 1 op 3. Wat dit conflict, in verhouding, tot het bloedigste in de hele twintigste eeuw maakt. Het absolute aantal doden was echter 76.000, terwijl in de Congo tussen 1886 en 1908 naar schatting 7 miljoen doden vielen. Hoewel het gebruikelijk is om gegevens te normaliseren door percentages te be rekenen, moeten we altijd bedenken dat, anders dan bij Stalin, 1 miljoen doden altijd 1 miljoen tragedies inhouden – 1 miljoen premature en pijnlijke sterfgevallen –, of de noemer nu wordt uitgedrukt in tientallen miljoenen of in miljarden, en of die nu worden uitgevoerd door twee oorlogvoerende supermachten of door 1 miljoen moordenaars. De wereldoorlogen waren goed voor ongeveer 36 miljoen doden (ongeveer 60 procent van alle ‘dodelijke conflicten’ in Richardsons onderzoeksperiode van 130 jaar). Richardson was verbaasd te merken dat de daaropvolgende categorie uit de gebeurtenissen bestond met een magnitude van 0 (conflicten waarbij één tot drie personen stierven), die verantwoordelijk waren voor 9,7 miljoen doden. Het restant van de 315 onderzochte oorlogen, gecombineerd met alle duizenden conflicten van gemiddelde grootte, was goed voor minder dan een kwart van de slachtoffers van alle dodelijke conflicten. We moeten ook rekening houden met het feit dat juist dankzij de gestegen levensverwachting een sterfgeval in de twintigste eeuw – vooral in de rijke landen van Europa en Noord-Amerika – bijna altijd een groter verlies inhield, in termen van levenskwaliteit, dan een sterfgeval in eerdere tijdvakken. 

    Veel van de grootste economische rampen in de geschiedenis vielen, niet toevallig, samen met de grote pandemieën en conflicten die hier besproken zijn. Maar niet allemaal. De Grote Depressie, die over het algemeen wordt gedateerd vanaf de Wall Street-crash van oktober 1929, was het gevolg van structurele wanverhoudingen in de wereldeconomie, een rigide systeem van vaste wisselkoersen, protectionisme en fouten op het gebied van monetair en fiscaal beleid. De econoom Robert Barro heeft de beste lijst opgesteld die voorhanden is met de economische rampen van de twintigste eeuw, gerangschikt op hun effect op het reële bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking en op de financiële consequenties. Van de 60 dalingen van 15 procent of meer in reëel bnp per hoofd van de bevolking waren er 38 toe te schrijven aan oorlogen en de nasleep daarvan, 16 waren het gevolg van de Grote Depressie. Van de 35 landen in zijn steekproef vonden de grootste dalingen (elk van 64 procent) plaats in Griekenland (van 1939 tot 1945) en Duitsland (van 1944 tot 1946). De ervaringen met de Tweede Wereldoorlog waren niet veel beter in de Filipijnen en Zuid-Korea: beide landen kenden een vermindering van het bnp per hoofd van de bevolking van 59 procent. Omdat het Verenigd Koninkrijk bijzonder lange historische overzichten heeft, is het mogelijk om moderne economische indicatoren van economische ontberingen vast te stellen in op z’n minst de laatste drie eeuwen, en voor Engeland zelfs tot in de late dertiende eeuw. Volgens de Bank of England blijkt het slechtste jaar in de Engelse geschiedenis 1629 te zijn geweest (toen de economie met 25 procent inkromp), met 1349 (een krimp van 23 procent) als goede tweede. (De reden voor de ernst van de krimp in 1629 ligt niet direct voor de hand: de oorlog met Spanje verliep slecht, maar de grootste militaire operaties vonden dat jaar plaats in het Caribische gebied. Het jaar is in de politieke geschiedenis vooral bekend als het begin van de elf jaar durende ‘Persoonlijke Heerschappij’ van Karel I, zonder parlement.) Het laatste jaar met een krimp van meer dan 10 procent was in 1709, toen de economische activiteiten in heel Europa ernstig werden beperkt door de ‘Grote Vorst’, de koudste winter in 500 jaar. Deze vorstperiode werd toegeschreven aan de uitzonderlijk lage zonnevlekactiviteit die bekendstaat als het Maunder Minimum, in combinatie met vulkaanuitbarstingen in de twee voorafgaande jaren van de Fuji in Japan, op het eiland Santorini en van de Vesuvius. Het ergste jaar van de twintigste eeuw was 1921 (min 10 procent), een periode van hoge naoorlogse deflatie en grote werkloosheid. Toch kan geen enkele periode van vijf jaar opwegen tegen de late jaren veertig van de veertiende eeuw, een periode waarin de Zwarte Dood het bevolkingsaantal met meer dan 40 procent reduceerde. Halverwege 2020 leek dat jaar de ergste krimp in de Britse geschiedenis te laten zien sinds 1709: eind juni voorspelde het Internationale Monetaire Fonds een teruggang van 10,2 procent in het bnp.

    Onvolledige gegevens

    Er zijn echter grenzen aan wat we kunnen afleiden van economische gegevens. Tijdens het schrijven van een dissertatie over de Duitse hyperinflatie van 1923, en opnieuw bij het bestuderen van de financiële gevolgen van de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog, heb ik geleerd dat de tijden van de meest intense crises ook de tijden zijn waarin economische statistieken niet meer worden bijgehouden of alleen foutief worden bijgehouden. De Wereldbank heeft een omvangrijke verzameling gegevens met daarin het bnp per hoofd van de bevolking van bijna alle landen in de wereld sinds 1960. Maar als je kijkt naar de landen die in de afgelopen zestig jaar het meest te lijden hebben gehad van economische en politieke ontwrichting – Afghanistan, Cambodja, Eritrea, Irak, Jemen, Libanon, Somalië, Syrië en Venezuela –, dan zijn er in alle gevallen, weinig verrassend, gaten in de gegevens die samenvallen met de perioden van maximale ontwrichting. Wie kan precies zeggen hoe ernstig hun economische rampen geweest zijn? Het enige wat we weten is dat diezelfde landen bijna allemaal gevonden kunnen worden aan de top van de Fragile States Index, die ooit een ranglijst van ‘mislukte’ landen was. Een andere uitdaging is de (op het eerste gezicht paradoxale) constatering dat de periode 1914-1950, een tijdvak waarin twee wereldoorlogen, een depressie en een ineenstorting van de globalisering vielen, ook een periode was waarin de ontwikkeling van de mensheid – in brede zin gemeten in termen van levensverwachting, opleiding, het percentage van het nationaal inkomen dat besteed wordt aan sociale projecten en het niveau van democratie – over een breed front significant is vooruitgegaan.

    Rampen zijn kortom moeilijker te kwantificeren dan je zou verwachten, zelfs in de moderne tijd van statistieken. Dodentallen zijn vaak onnauwkeurig. Om de betekenis van een ramp te begrijpen, moeten we niet alleen het absolute aantal lijken weten, maar ook de oversterfte: het aantal sterfgevallen dat anders niet zou zijn voorgekomen, in verhouding tot basisgegevens die worden berekend als een gemiddelde van recente jaren. Bij een poging om de schaal van een ramp vast te stellen, kan de keuze van een referentiepopulatie een groot verschil maken. Wat in 1943 een catastrofale hongersnood was voor sommige delen van Bengalen, lijkt al met al kleiner als het dodental wordt uitgedrukt als een percentage van de gehele Indiase bevolking, en staat in geen verhouding tot de wereldbevolking in de context van de ergste oorlog die de wereld ooit trof. Mijn doel is om de lezer in staat te stellen de verschillende soorten rampspoed te vergelijken, niet om te beweren dat alle rampen op een bepaalde manier hetzelfde zijn. Tot september 2020 had covid-19 naar schatting 0,0114 procent van de wereldbevolking gedood, waarmee het plaats 26 inneemt op de lijst van de meest rampzalige pandemieën uit de geschiedenis. De Spaanse griep van 1918-1919 was ruwweg 150 keer dodelijker. Maar voor de steden met de meeste besmettingen was covid-19 in de maanden dat ze het zwaarst getroffen werden net zo erg als de Spaanse griep, zo niet erger. In termen van oversterfte was april 2020 in de stad New York bijna 50 procent meer dan oktober 1918, en drieënhalf keer meer dan september 2001, de maand van de aanslag op het World Trade Center. In de eerste helft van 2020 werd de bevolking van Londen net zo hard getroffen door covid-19 als door de Duitse raketaanvallen in de tweede helft van 1944, waardoor de regering in beide gevallen met een vergelijkbare uitdaging geconfronteerd werd: hoe konden de mensen beschermd worden tegen een dodelijke dreiging zonder de stad te verlammen? Dit is niet bedoeld om Al-Qaida of de nazi’s te vergelijken met het virus SARS-CoV-2, maar puur om te laten zien dat een ramp, in de zin van oversterfte, diverse vormen kan aannemen en toch vergelijkbare uitdagingen kan stellen. 

    Ieder prematuur sterfgeval is, zoals Stalin misschien inderdaad gezegd heeft, op een bepaalde manier een tragedie; hoe jonger het slachtoffer, des te pijnlijker het sterfgeval, en des te groter de tragedie. Maar sommige rampen zijn op een authentiekere manier tragisch dan andere.

    Dit artikel is een voorpublicatie uit Rampspoed (Doom) van Niall Ferguson, dat onlangs is verschenen bij uitgeverij Hollands Diep in een vertaling van Ed van Eeden en Jaap Verschoor.

  • Toename vluchtelingen op Lampedusa | Corona eerder in VS dan gedacht

    Toename vluchtelingen op Lampedusa | Corona eerder in VS dan gedacht

    Corona eerder in de VS dan gedacht

    De eerste coronainfectie in de Verenigde Staten werd op 21 januari 2020 vastgesteld bij een inwoner van de staat Washington die kort daarvoor was teruggekeerd uit het Chinese Wuhan. Niet veel later concludeerden experts dat het virus mogelijk al weken eerder in de VS aanwezig was. Een op dinsdag (15 juni) gepubliceerde studie lijkt dat te bevestigen. Op basis van een analyse van bloedonderzoeken identificeerden wetenschappers zeven mensen in vijf staten die mogelijk al ruim voor de eerste officiële gevallen besmet waren.

    ‘Er waren infecties die niet werden gediagnosticeerd’

    ‘Dit is een interessante studie omdat hij de gedachte ondersteunt die velen al als waar aannamen, namelijk dat er infecties waren die niet werden gediagnosticeerd’, zegt immunoloog Scott Hensley tegen The New York Times. Het kleine aantal positieve testen maakte het echter moeilijk om er zeker van te zijn dat het om echte infecties gaat en niet om een methodologische fout. Als de bevindingen echter kloppen, onderstrepen ze de noodzaak voor landen om samen te werken en nieuw opkomende virussen zo snel mogelijk gezamenlijk te identificeren.


    Amazon aangeklaagd voor racisme

    Jeff Bezos wil dat Amazon het ‘meest klantgerichte bedrijf op aarde’ is. Maar een groeiend aantal werknemers zegt dat die instelling heeft bijgedragen aan het bestendigen van racisme bij het bedrijf en dat jarenlange pogingen om er iets aan te doen, zijn gedwarsboomd door de hr-afdeling en Bezos zelf, schrijft Vox.

    De aanklagers spreken over expliciet racisme op het werk en over systemisch racisme

    Pearl Thomas, een 64-jarige zwarte vrouw, klaagde het bedrijf vorige maand aan wegens discriminatie en wraakneming. Het is een van de vijf rechtszaken die inmiddels zijn aangespannen door huidige en voormalige Amazon-medewerkers wegens rassendiscriminatie. De aanklagers, allemaal vrouwen van kleur, spreken over expliciet racisme op het werk en over systemisch racisme, gezien de lagere promotiepercentages en het hogere aantal contractbeëindigingen van zogenaamde minderheden, bericht het Amerikaanse medianetwerk. De recente zaak van Pearl Thomas is saillant omdat ze werkt voor de hr-afdeling van het bedrijf. Haar directe baas, Beth Galetti, zou een van de grootste obstakels zijn bij het aanpakken van racisme.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/14452-2/

    Toename vluchtelingen op Lampedusa

    Op het zuidelijk gelegen Italiaanse eiland Lampedusa neemt het aantal vluchtelingen sinds enige tijd weer zienderogen toe. De zogenoemde hotspot van het eiland dreigt overbelast te raken, meldt de Napolese krant Il Mattino. Hotspots zijn in 2016 door de EU ingesteld als een preventieve grens met een dubbel doel: migranten aan de zuidelijke grenzen van Europa concentreren, en tegelijkertijd verhinderen dat te veel vluchtelingen asiel aanvragen. 

    ‘Alleen al vanmorgen arriveerden er ongeveer 600 vluchtelingen’

    Het aantal migranten in het opvangcentrum van Lampedusa is na de recente toestroom weer tot boven de duizend gestegen. De burgemeester van Lampedusa, Totò Martello, wil daarom een onderhoud met de Italiaanse premier Mario Draghi. ‘Alleen al vanmorgen arriveerden er ongeveer 600 vluchtelingen’, aldus Martello in Il Mattino. ‘Ik wil premier Draghi ontvangen om hem het fenomeen migratie te laten zien vanuit onze optiek als grensgebied.’ Martello wil een andere benadering dan die van een voortdurende noodsituatie: ‘als we daar niet aan werken zullen we geen enkele vooruitgang boeken’.

    Lees ook:


    Eerste Duitse kwantumcomputer

    Zes maanden later dan gepland vanwege de pandemie, hebben IBM Europe en de Fraunhofer-Gesellschaft afgelopen dinsdag officieel de eerste kwantumcomputer op Duitse bodem in gebruik genomen. Het IBM Quantum System One-model in Ehningen bij Stuttgart wordt de krachtigste kwantumcomputer van Europa ‘in een industriële context’ genoemd. Dat betekent dat het met zijn 27 qubits niet een van de krachtigste systemen ter wereld is, maar dat het systeem stabiel genoeg is voor industrieel gebruik, schrijft Der Spiegel.

    Het Quantum System One draait sinds november in Duitsland en wordt sinds februari gebruikt door de Fraunhofer-Gesellschaft. De voorzitter van Fraunhofer, Reimund Neugebauer, zei dat bedrijven en onderzoeksinstellingen ‘van elke omvang’ de kans moeten krijgen om met het systeem te werken. Hiervoor moeten ze echter wel €11.621 aan gebruikskosten per maand betalen. Neugebauer benadrukte dat de IBM-technologie is gecombineerd met Europese regels voor gegevensbescherming. Hij sprak van ‘volledige gegevenssoevereiniteit onder Europees recht’.


    Uitslag Peru laat op zich wachten

    Het kan nog drie weken duren voordat bekend wordt wie de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in Peru tussen de linkse Pedro Castillo en de conservatieve Keiko Fujimori heeft gewonnen. Dit komt door het grote aantal beroepsprocedures en verzoeken tot nietigverklaring, meldt MercoPress. Maandagavond (14 juni) stond Castillo iets voor met minder dan 50.000 stemmen van de 17,6 miljoen geldige stemmen: 50,14 procent om 49,86 procent. 

    Demonstraties en onrust nemen ondertussen toe, gezien het kleine verschil in stemmen. De voormalige Chileense president, VN-commissaris Michelle Bachelet, riep Peruanen op om ‘de regels van de democratie te accepteren’, en ‘de verkiezingsinstellingen en hun beslissingen te respecteren’.

    Lees ook:


    Jack Ma houdt zich rustig

    De oprichter van Alibaba, Jack Ma, blijft in de luwte en concentreert zich op zijn hobby’s en op filantropie, meldt Al Jazeera. Dit zei Joseph Tsai, vicepresident en medeoprichter van het Chinese bedrijf, in een interview. Na Ma’s kritiek op de Chinese regelgeving vorig jaar, zette Beijing het bedrijf zwaar onder druk en Ma, de bekendste ondernemer van China, verdween sindsdien grotendeels uit het zicht. 

    Sancties van de Chinese overheid leidden onder meer tot het opschorten van de beursgang van 37 miljard dollar van het financiële onderdeel Ant Group en een gedwongen herstructurering van Ant. Alibaba kreeg in april ook een recordboete van 2,8 miljard dollar voor ‘concurrentiebeperkende praktijken‘.

    Lees ook:


    4.000.000.000

    Tijdens een persconferentie voor het EK verwijderde voetballer Cristiano Ronaldo twee flesjes Coca-Cola en zette er water voor in de plaats. Die geste leidde tot een een daling van de aandelenkoers van het bedrijf met 1,6 procent. Daarmee liep de marktwaarde van Coca-Cola terug van 242 miljard dollar naar 238 miljard dollar, een daling van 4 miljard dollar, schrijft The Guardian.

  • Venezolaanse exodus gaat onverminderd voort | Europa dumpt plastic in Turkije

    Venezolaanse exodus gaat onverminderd voort | Europa dumpt plastic in Turkije

    Venezolaanse exodus

    De uittocht van Venezolanen die het regime van president Nicolás Maduro ontvluchten gaat onverminderd voort. Naar verwachting zal de hoeveelheid vluchtelingen uit Venezuela dit jaar het aantal Syriërs overstijgen dat is gevlucht vanwege de burgeroorlog, bericht El Mundo. Uit cijfers van vorige maand blijkt dat tot nu toe al 5,6 miljoen Venezolanen hun land zijn ontvlucht. Dat is een stijging van ruim 1100 procent vergeleken met 2010 en het aantal vertegenwoordigt ongeveer 17,1 procent van de totale bevolking die in Venezuela is geboren. Ongeveer 1,7 miljoen van de Venezolaanse migranten bevindt zich in Colombia.

    De exodus wordt niet afgeremd door de coronapandemie; noch door de druk die het regime uitoefent om de uittocht te stoppen; noch door smeergelden die betaald moeten worden aan guerrilleros om de gesloten grenzen clandestien te kunnen oversteken. Honderden en honderden mensen steken elke dag de grenzen over om een nieuw leven te zoeken in Colombia, Ecuador, Peru, Chili, Argentinië en zelfs de Verenigde Staten.

    ‘In Venezuela is geen eten, veel mensen zijn ondervoed, er zijn geen middelen om te overleven’

    ‘We hebben een maand en zeven dagen gelopen’, vertelde de 66-jarige Hortensia López aan een journalist van de Spaanse krant, die een reportage maakte over de situatie aan de grens tussen Venezuela en Colombia. ‘Ik ga met mijn kleinkinderen naar Cali. Ik heb ze meegenomen uit Venezuela omdat de situatie daar kritiek is: er is geen eten, veel mensen zijn ondervoed, er zijn geen middelen om te overleven. We moesten wel vertrekken. De mensen hier in Colombia zijn barmhartig en verlenen veel hulp aan Venezolanen.’

    Een andere vrouw, die net met haar vier kleinkinderen van elf, acht, zeven en drie jaar de grens met Colombia is overgestoken, heeft geen geld en zegt van San Juan de los Morros naar Cali te zullen gaan lopen. De twee steden liggen ruim 1700 kilometer uit elkaar.


    De Golden Gate Bridge maakt te veel lawaai

    Canadese aerodynamicadeskundigen zijn hard bezig met een missie die van het grootste belang is voor de oren van inwoners van San Francisco, zo schrijft The San Francisco Chronicle. Hun doel is om de Golden Gate Bridge het zwijgen op te leggen.

    Tot grote ergernis van omwonenden begon de brug een jaar geleden lawaai te maken na aanpassing van de veiligheidsreling aan de westkant van de brug. Om de brug een slanker profiel te geven en veiliger te maken bij harde wind, werden de originele spijlen vervangen door twaalfduizend smallere exemplaren. Die blijken nu luid gebrom te produceren bij stevige wind. Het geluid is soms tot op zo’n vijf kilometer afstand te horen.

    Mogelijk is er tegen de zomer een oplossing. ‘Het is een lastige zaak’, aldus een woordvoerder. ‘We willen er absoluut zeker van zijn dat we het goed doen. De veiligheid van de brug mag niet in het geding komend, maar we moeten ook luisteren naar de inwoners.’


    Europa dumpt plastic in Turkije

    Volgens een rapport dat Greenpeace in mei publiceerde, dumpt Europa op grote schaal plastic afval in Turkije. Alleen al de export van plastic afval van Groot-Brittannië naar Turkije groeide tussen 2016 en 2020 met factor 18, van 12.000 ton naar 210.000 ton. Dat betekent dat Turkije de eindbestemming was voor bijna 40 procent van het plastic afval uit Groot-Brittannië, schrijft BBC. Volgens het rapport dumpten lidstaten van de Europese Unie vorig jaar twintig keer meer plastic afval in Turkije dan in 2016. Deskundigen en internationale milieugroeperingen waarschuwen dat plastic en ander afval zich opstapelt in Turkije en dat het illegaal wordt verbrand of geloosd zonder acht te slaan op het milieu.

    Er komen dagelijks vanuit Europa zo’n 240 vrachtwagenladingen met plastic afval in Turkije aan

    Volgens Nihan Temiz Atas, hoofd biodiversiteitsprojecten van Greenpeace Turkije, komen er dagelijks vanuit Europa zo’n 240 vrachtwagenladingen met plastic afval in Turkije aan. ‘Het overweldigt ons. Aan de hand van gegevens zijn we Europa’s grootste stortplaats.’

    Het Britse ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken zegt in een reactie: ‘Het is duidelijk dat het VK meer van zijn afval zelf moet verwerken. We zijn vastbesloten om de export van plastic afval naar niet-OESO-landen te verbieden en de illegale uitvoer van afval naar landen als Turkije, strenger te controleren.’

    Vorig jaar stuurde Maleisië 150 zeecontainers met illegaal geïmporteerd plastic afval terug naar de landen van herkomst. Milieuminister Yeo Bee Yin zei toen dat die stap bedoeld was om ervoor te zorgen dat haar land niet ‘de vuilnisbelt van de wereld’ zou worden.


    Wes Anderson draait in Spanje

    The French Dispatch van Wes Anderson gaat in juli in première op het filmfestival van Cannes, maar de 52-jarige Amerikaanse filmregisseur is alweer druk bezig met de voorbereidingen voor zijn volgende film. Volgens de Spaanse krant El País draait hij zijn nieuwe project in juli, augustus en september in het Spaanse Chinchón ten zuidoosten van Madrid. Volgens de krant doen de sets die er worden opgebouwd denken aan een western-achtige woestijn, ook al wordt de film volgens bronnen geen western.

    De burgemeester van Chinchón is blij, vertelde hij tegen El País: ‘Het is heel belangrijk voor ons. Er zijn al talloze shoots hier opgenomen, maar dat een grote Amerikaanse productie hier enkele maanden komt filmen, betekent levendigheid, prestige en publiciteit.’ In het stadje werden in het verleden films gedraaid onder regisseurs als Nicholas Ray, Orson Welles, Carlos Saura en Pedro Almodovár. Anderson, die in Frankrijk woont, draaide al zijn films de afgelopen tien jaar in Europa.


    Groene oase in New York

    Mediamagnaat Barry Diller en zijn vrouw, modeontwerpster Diane von Furstenberg, bedachten in 2013 een plan ter vervanging van Pier 54 in New York, die door orkaan Sandy was verwoest. Ze wilden ‘iets bouwen (…) dat meteen op het eerste gezicht oogverblindend was en iedereen die het bezoekt gelukkig maakt’, schrijft architectuurblog Dezeen. Acht jaar later was daar Little Island.

    Dit park op palen van ongeveer één vierkante kilometer ligt aan Hudson River Park aan de westkant van Manhattan, nabij de wijk Chelsea, en steunt op 132 paddestoelvormige kolommen van beton die op verschillende hoogtes zijn geplaatst voor een golvend effect. De groene oase is te bereiken via de loopbruggen North Bridge en South Bridge, beide gelegen aan de Hudson River Greenway. Er zijn verschillende openbare locaties, waaronder een amfitheater, een kleiner theater en een spokenwordpodium. Sinds mei is Little Island open voor publiek.


    Beurzen van Mary Beard

    Mary Beard, de Britse Hoogleraar Geschiedenis aan Cambridge en populaire presentator van BBC-series over de oudheid, gaat na veertig jaar met pensioen. Om dat te vieren stelt ze twee studiebeurzen in van elk 45.000 euro, die kansarme studenten de mogelijkheid geven Klassieke Oudheid te studeren aan Cambridge.

    ‘Het is een manier om te laten zien dat we het bieden van gelijke kansen serieus nemen’, aldus Dame Mary tegen The Guardian. ‘Ik ben me zeer bewust van wat ik heb geleerd van de Klassieken. Niemand in mijn familie had een universitair diploma.’ Volgens Beard bieden de Klassieken een manier om ‘anders over de wereld te denken’, met inzichten over filosofie, cultuur, geslacht en ras.

    De beurzen heeft ze vernoemd naar Joyce Reynolds (102), haar voormalige docent in Cambridge: een ‘fantastische strijder voor de rechten van vrouwen in wat toen een mannenwereld was’.