De Nigeriaans-Britse hiphopzangeres Little Sims toont met haar nieuwe album Sometimes I Might Be Introvert dat ze misschien wel introvert is maar bepaald geen muurbloempje.
De 27-jarige Little Simz, de artiestennaam van de Nigeriaans-Britse hiphopzangeres Simbiatu Ajikawo, is klaar om de wereld te veroveren, schrijft David Smyth in The Evening Standard. Hij is diep onder de indruk van haar nieuwe album. Zowel van de teksten, de afwisselende muziekstijlen als de arrangementen: ‘Zo kun je Rule Brittania laten klinken als Simon & Garfunkel.’ Daarnaast hoorde de recensent flarden ‘verpletterende elektrofunk’, deed een nummer hem denken aan ‘de hete soul van Isaac Hayes’ en liet hij zich verderop ‘meeslepen door Nigeriaanse groove. Een veelkleurig wonder, deze plaat!’
De albumtitel Sometimes I Might Be Introvert roept verwarring op, want ‘Simz is geen muurbloempje’, stelt Kitty Empire in The Guardian: ‘Anders zou ze niet zulke krijgshaftige en gloedvolle intro’s produceren.’ Verderop schrijft ze over ‘een buitengewone plaat met 19 gevoelvolle en onweerstaanbare tracks, gebracht met de allure van een woordkunstenaar’.
‘Simz is een trotse, zwarte vrouw die zich juist als gevolg van haar sterrenstatus naar binnen keert’
Brandon Caldwell van Entertainment Weekly heeft wel een verklaring voor de paradoxale titel. Hij komt uit bij een ‘trotse, zwarte vrouw die zich juist als gevolg van haar sterrenstatus naar binnen keert’. In haar teksten toont Simz zich volgens Caldwell ‘kwetsbaar en bereid risico’s te nemen. Ze deinst er niet voor terug oude wonden open te rijten: of het nu gaat om de getroebleerde verhouding met haar vader, een verbroken relatie of een bijna-doodervaring.’
De songteksten van Little Simz zijn persoonlijk en hebben soms zelfs ‘iets van een bekentenis’, vindt Katy Trame in Michigan Daily. De terugkerende boodschap is volgens haar dat Little Simz niemand nodig heeft. Dat blijkt vooral uit het nummer Protect My Energy: ‘Een pakkend liedje waarin ze zingt dat je heel vrolijk kunt worden van het verlangen om alleen te zijn.’
Kish Lal van The Sydney Morning Herald vergelijkt het album met een ‘vlotte, politieke meditatie waarbij Little Simz moeiteloos schakelt van zachtmoedige introspectie naar bijtende sociale kritiek’. De gastoptredens van zangeres Cleo Sol voor Woman – een ode aan zwarte vrouwen –, de Nigeriaanse artiest Obongjayar en actrice Emma Corrin (Lady Diana in Netflix-serie The Crown) doen volgens Lal weliswaar ‘grillig’ aan ‘maar Simz blijft de hoofdattractie met haar soepele, hypnotiserende stemgeluid’.
Sometimes I Might Be Introvert, het vierde album van Little Simz, is vanaf nu te beluisteren
Bij de oprichting van Koma Weta was het in Turkije verboden om in het Koerdisch te zingen. Inmiddels heeft de legendarische band talrijke Turks-Koerdische rockers beïnvloed.
Jaren voordat het in de belangrijkste Koerdische regio’s mogelijk was, richtten vier jonge mannen in Tbilisi, de hoofdstad van de Georgische Sovjetrepubliek, ’s werelds eerste Koerdische rockband op. Koma Wetan (Groep Vaderland), geformeerd in 1973, bestond uit drie jezidische en één Armeense Koerd. Frontman Kerem Gerdenzeri, geboren en getogen in Tbilisi, behoort tot de kleine maar oude Koerdische gemeenschap in de Kaukasus. Zijn familie heeft wortels in de oostelijke, overwegend Koerdische provincie Van in buurland Turkije.
‘Koerdistan is het land van onze vaders en voorvaderen, het moederland en het vaderland van ons volk’, luidt de tekst van ‘Welate Me’ (Ons Vaderland). ‘Dit nummer is voor jou, Koerdistan, voor je bergen en je lentes. Dit is onze plek en ons thuis.’
Dergelijke openlijke sentimenten – ook nog eens gezongen in het Koerdisch – zouden ondenkbaar zijn in het naburige Turkije, waar de Koerdische taal tot in de vroege jaren negentig verboden was. In het Turkse parlement mag je nog altijd het woord ‘Koerdistan’ niet laten vallen. Maar in het multi-etnische, relaxtere Tbilisi van destijds mocht de rockgroep niet alleen optreden, maar kon ze zelfs rekenen op staatssteun. De stad, een van de centra van de Sovjetrock, organiseerde in 1980 het eerste officiële rockfestival van de Sovjet-Unie.
Overheidssteun
Een van de promotors van de band was de prominente Georgisch-Koerdische intellectueel en politicus Kerem Anqosi, een belangrijk pleitbezorger van de Koerdische cultuur in de Georgische Sovjetrepubliek, en meer dan vijfentwintig jaar verantwoordelijk voor de Koerdische programmering van de Georgische staatsradio. Dankzij Anqosi kreeg Koma Wetan overheidssteun waardoor de bandleden instrumenten konden kopen die ze zich anders nooit hadden kunnen veroorloven.
Koma Wetan slaagde erin formeel erkend te worden als ‘vocaal-instrumentaal ensemble’, de Sovjetterm voor pop-en rockbands die officiële goedkeuring genoten. ‘Dat waren door de staat gefinancierde dan wel erkende collectieven met een op de lokale muziekcultuur gebaseerd repertoire,’ vertelt de Georgische muziekcriticus Kakha Tolordava. ‘Ze mochten experimenteren met vorm, zij het binnen de grenzen van het aanvaardbare.’
‘We waren in heel de Sovjet-Unie en heel Koerdistan bekend’
Gezien de positie van Turkije als vijandige NAVO-lidstaat, grenzend aan de Kaukasus, is het misschien niet zo verwonderlijk dat de autoriteiten sentimenten tolereerden die in Ankara als separatistisch werden beschouwd. ‘Ik geloof niet dat de Sovjetstaat er in die tijd problemen mee had als er over Koerdistan werd gezongen,’ zegt Tolordava.
Koma Wetan verscheen meermaals op de lokale en nationale televisie. ‘We gaven veel concerten en werden vaak gevraagd voor festivals,’ aldus Gerdenzeri in een interview uit 2012. ‘We waren in heel de Sovjet-Unie en heel Koerdistan bekend.’
De groep nam de demo’s voor haar eerste en enige album, Baye Payizê (Herfstwind) op in 1979, hoewel het nog tot 1989 zou duren voor het werd uitgebracht. Het was een mix van klassieke rock, een vleugje psychedelica en Gerdenzeri’s teksten, geïnspireerd op het werk van iconische Koerdische dichters uit de Kaukasus.
‘Het was onvermijdelijk dat de Sovjet-Unie de bakermat van Koerdische rock zou worden,’ schreef antropoloog Özkan Öztaş in zijn boek Koerdische kunst in de Sovjet-Unie. ‘De mogelijkheid om met de beste, modernste apparatuur te werken en te profiteren van onderwijs in de moedertaal en muzikale scholing heeft bijgedragen aan het ontstaan van de eerste Koerdische rockmuziek in de geschiedenis.’
Maar het debuut van de band verscheen in een roerige tijd. ‘In 1989, het jaar waarin het album uitkwam, viel de Sovjet-Unie uiteen en werd de Koerdische stad Halabja door Saddam Hussein met gifgas bestookt,’ schreef Öztaş. Koma Wetan besloot de opbrengsten van het album aan de Koerdische slachtoffers te schenken.
De ineenstorting van de Sovjet-Unie bleek de doodsteek voor de band. ‘Door het wegvallen van de overheidssteun waaierden alle bandleden uit naar het buitenland, op zoek naar werk,’ vertelt Gerdenzeri. Hijzelf verhuisde naar Moskou.
‘Toen ik het voor het eerst luisterde voelde ik het tot in mijn botten’
Maar in Turkije, het land waar de grootste Koerdische gemeenschap woont, is de populariteit en de invloed van Koma Wetan nooit tanende geweest. De band heeft als inspiratiebron voor talloze Koerdische muzikanten gediend. In de jaren negentig werden de restricties tegen de Koerdische taal, literatuur en muziek versoepeld en toen Koma Wetan – in gewijzigde bezetting – bijeenkwam om hun formatie van twintig jaar eerder te vieren, deden ze dat met een concert in Istanboel, de stad met ‘s werelds grootste Koerdische populatie.
Tijdens dat concert deelde de rockband het podium met een andere historische groep: Ferec, de allereerste Koerdische heavymetalband, in 2004 opgericht in de oostelijke Turkse provincie Hakkari.
‘Koma Wetan was een van de belangrijkste bands voor ons,’ vertelt de frontman van Ferec, bekend onder de artiestennaam Reh. ‘Ze hebben de weg geplaveid voor veel Koerdische rockgroepen.’ Reh weet nog goed dat hij eind jaren negentig zijn eerste cassettebandje van Baye Payizê kocht. ‘Toen ik het voor het eerst luisterde voelde ik het tot in mijn botten. Ik heb het bandje grijsgedraaid. Hoe vaak je ook naar hun muziek luistert, je kunt er altijd je hart aan ophalen.’
In Nederland zijn deze zomer de festivals afgelast, maar voor een intieme raveparty in de natuur kun je nog altijd terecht in Duitsland, op het Sommertag Festival op 21 augustus.
Voor een intieme raveparty aan een rustig meer (Epplesee) moet je naar Sommertag Festival. Dit elektronische evenement in Neuburg am Rhein in Duitsland is het perfecte dagje uit voor wie van dansen en chillen houdt. Ieder jaar verwelkomt deze hidden gem internationale en lokale namen uit de wereld van de house en techno. De zwoele sfeer, de line-up en de drinks & gourmet food maken het festival tot een jaarlijks hoogtepunt voor wie van muziek houdt en niet te ver wil reizen.
Chinese rappers vieren 100 jaar Communistische Partij
Ongeveer honderd Chinese rappers hebben samengewerkt aan ‘een ode aan de geschiedenis van China onder de Communistische Partij’ ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de CCP, dat vandaag, op 1 juli, wordt gevierd. Het nummer, getiteld ‘100%’, illustreert de wurggreep die de Chinese regering op artiesten heeft.
Rapmuziek ontstond begin jaren zeventig in Amerikaanse zwarte wijken, heeft zich over de hele wereld verspreid en staat bij uitstek bekend als het muziekgenre voor sociaal en politiek protest. Maar in de handen van het Chinese regime is rap een machtig instrument geworden voor overheidspropaganda, aldus de Amerikaanse website Quartz.
Als onderdeel van de officiële viering van het honderdjarig bestaan van de Chinese Communistische Partij op 1 juli, heeft de regering in Beijing honderd rappers ingehuurd om de successen van het land te promoten. De vijftien minuten durende single is bedoeld om ‘patriottisme op te wekken bij de Chinese jeugd’, aldus het Indiase dagblad Hindustan Times.
‘Rappers moeten doen alsof ze trouw zijn aan de partij als ze het grote publiek willen blijven aanspreken’
Het nummer is een succes voor hiphoplabel Fushion, dat het produceerde en blij is dat ‘de teksten de patriottische geest van de rappers tonen’, merkt Quartz op. ‘Rappers hebben ingezien dat ze af en toe moeten doen alsof ze trouw zijn aan de partij als ze het grote publiek willen blijven aanspreken’, zegt Nathanel Amar, de directeur van het Franse Centrum voor Onderzoek naar China en specialist in Chinese populaire muziek, tegen Courrier International.
‘Van extreme armoede tot pracht en praal, ik heb er geen spijt van in China geboren te zijn’, zegt een van de rappers in het nummer, alvorens het land te prijzen om zijn ‘nieuwe hogesnelheidstreinen, nieuwe havens, nieuw uiterlijk en nieuwe geschiedenis’. Dan roept hij uit: ‘Kom op China, laten we de grote natie verjongen’.
Een andere rapper, zo schrijft de website Quartz, prijst ‘de groeiende macht van het land’: ‘Wij zijn niet bang om met anderen vergeleken te worden, wij hebben de leiding al genomen, wij hebben geld op de bank… Wij laten ons zien aan de wereld om aan de top te blijven.’
100 slaven
Bij het horen van deze woorden hebben verschillende internetgebruikers ‘verrassend openhartige’ reacties geuit, aldus The Diplomat. Velen van hen waagden het de video te bekritiseren, aldus het Japanse dagblad, waarbij sommigen de artiesten die in de productie aan bod kwamen zelfs de ‘100 slaven’ noemden. Hoewel het liedje ‘meer dan zevenduizend reacties’ had op het NetEase Cloud-platform, meldt South China Morning Post dat het aantal commentaren snel daalde tot vijfendertig nadat de kritieken waren verwijderd.
De Chinese krant Global Times, die bekendstaat om haar nauwe banden met de regering, benadrukt in plaats daarvan de medewerking van rappers ‘uit heel China’, met name uit de autonome regio’s Xinjiang en Tibet, waar politieke en sociale conflicten spelen die uitvoerig worden verslagen in de internationale media.
‘Dit is niet de eerste keer dat het Chinese propaganda-apparaat de jeugd probeert te bereiken via rap’
‘Max Ma Jun, een rapper uit de autonome regio Xinjiang in het noordwesten van China, uitte in zijn vers tekst “loyaliteit aan het land” en “respect voor verschillende stemmen”’, schrijft Global Times, als reactie op breed gedocumenteerde beschuldigingen van onderdrukking van Oeigoeren in de regio. ‘Buttons, een rapper uit Qamdo in de Tibetaanse Autonome Regio (Zuidwest-China) zingt: “De geest van de vijf sterren staat op mijn borst gegrift”’, voegt de krant eraan toe. Met deze verwijzing naar de Chinese vlag lijkt hij de Tibetaanse onafhankelijkheidsactivisten de mond te willen snoeren.
Sinds Xi Jinping aan de macht is, zo stelt Quartz, heeft Beijings ‘geïntensiveerde onderdrukking van kunst en afwijkende meningen’ rapmuziek getransformeerd van een genre dat de censuur probeerde te tarten in ‘een getemde versie die zich conformeert aan de partijwaarden’.
Jacob Zuma’s veroordeling betekent ‘het begin van het einde van de straffeloosheid’
‘Het komt zelden voor dat een voormalig staatshoofd door een rechtbank wordt veroordeeld tot gevangenisstraf’, merkt Daily Maverick op. In Zuid-Afrika is dat nu gebeurd. De veroordeling van Jacob Zuma, de voormalige Zuid-Afrikaanse president, tot een gevangenisstraf van vijftien maanden op dinsdag 29 juni, is een sterk signaal in een politieke en gerechtelijke saga die al enkele jaren aan de gang is.
Het is in feite een proces binnen een proces. De grondwettelijke raad heeft de voormalige president bestraft voor zijn herhaaldelijke weigering om de anticorruptiecommissie te woord te staan. Deze commissie onderzoekt de misstanden die tijdens Zuma’s negen jaar durende bewind hebben plaatsgevonden. Het was een ‘opzettelijke list’, aldus de Zuid-Afrikaanse krant Sunday Times. Jacob Zuma wordt ervan beschuldigd aan het hoofd te hebben gestaan van grootschalige plundering van Zuid-Afrikaanse middelen – tussen 2009 en 2018 zou maar liefst 6 miljard euro zijn verduisterd, zo blijkt uit het onderzoek. Hij beweert het slachtoffer te zijn van een samenzwering.
‘Jacob Zuma heeft vijf dagen de tijd om zijn koffers te pakken en zich bij de politie te melden’
‘Jacob Zuma heeft vijf dagen de tijd om zijn koffers te pakken en zich bij de politie te melden voor overplaatsing naar de gevangenis’, zo vat News24 het samen. De pers wacht nog steeds op een teken van Zuma, en degenen die dicht bij hem staan lijken niet bereid om mee te werken aan een ordentelijke uitlevering. ‘Edward Zuma, de zoon van de voormalige president, vertelde de politie dat ze hem eerst zouden moeten doden voordat ze zijn vader konden arresteren,” meldt IOL.
De Zuid-Afrikaanse pers is bijna unaniem verheugd over de veroordeling. Zo beschouwt Daily Maverick de opgelegde straf als een sterk symbolische daad: ‘Waar het om gaat is het effect dat dit zal hebben op andere politici die denken dat ze boven de wet staan. Dit betekent dat als je in de regering zit of hebt gezeten en betrokken bent geweest bij corruptie, ook jij in de gevangenis kunt belanden.’
De veroordeling van Jacob Zuma zou zo ‘het begin van het einde van de straffeloosheid’ moeten inluiden, hoopt de krant.
Ontevredenheid over het Europees coronacertificaat
Sinds 1 juli is het Europees coronacertificaat, ook bekend als het vaccinatiepaspoort, van kracht in de zeventwintig EU-lidstaten. Het certificaat heeft al veel stof doen opwaaien.
Het is bedoeld om het reizen binnen de EU te vergemakkelijken en het toerisme te stimuleren. Dat werkt als volgt, legt het Milanese dagblad Corriere della Sera uit: ‘Het document zal worden afgegeven aan mensen die tegen corona zijn ingeënt of die een negatief resultaat kunnen voorleggen van een PCR- of antigeentest, maar ook aan mensen die van covid-19 zijn genezen. Concreet bevat het een QR-code die bij aankomst in het land van bestemming moet worden getoond, om quarantaines en tests te vermijden. Het certificaat is geldig vanaf veertien dagen na ontvangst van de laatste dosis vaccin.’
Tot zover is alles helder, maar zoals zo vaak als het over de EU gaat, zit het venijn in de details. De lidstaten hebben weliswaar ingestemd met deze regels, maar kunnen op nationaal niveau strengere maatregelen invoeren, en sommige regeringen schrikken er niet voor terug om dat te doen.
Extra beperkingen
Neem bijvoorbeeld Duitsland, dat, zoals de Europese nieuwswebsite Euractiv uitlegt, strengere voorwaarden heeft ingevoerd voor mensen die uit Portugal komen (een land waar de Deltavariant voor een stijging van het aantal nieuwe besmettingen heeft gezorgd). Met name reizigers uit dat land zullen een verplichte quarantaine moeten ondergaan, zelfs als zij een negatieve test kunnen overleggen, wat in strijd is met de door het Europees certificaat vastgestelde regels. ‘De totstandkoming van het certificaat is een grote prestatie, maar wanneer je ziet dat de lidstaten extra beperkingen opleggen, toont dit aan dat het niet werkt zoals het zou moeten’, aldus Europees Parlementslid Paulo Rangel, geciteerd door Euractiv.
Over dit onderwerp heeft de Europese Commissie op 29 juni zelfs een brief gestuurd aan de staten met het verzoek ‘het vrije verkeer te garanderen van mensen die zijn genezen van corona of die volledig zijn gevaccineerd’, schrijft Corriere della Sera.
Maar mensen die de EU via de buitengrenzen willen bereiken, hebben mogelijk een nog groter probleem.
‘Vaccins die aan Afrikaanse landen zijn gedoneerd, worden niet erkend door de EU’
Zoals CNN bericht, worden ‘vaccins die aan Afrikaanse landen zijn gedoneerd niet erkend door het Europese gezondheidscertificaat’. Dat is nogal paradoxaal, aangezien sommige donaties van de EU zelf komen. ‘In het Europese coronacertificaat worden alleen de AstraZeneca-vaccins die in Europa zijn vervaardigd (onder de naam Vaxzevria) erkend en niet die van de grootste vaccinfabrikant ter wereld – het Serum Institute of India (onder de naam Covishield)’, aldus CNN.
Het EMA (het Europees Geneesmiddelenbureau) rechtvaardigt dit besluit; hoewel beide vaccins worden geproduceerd door het Brits-Zweedse bedrijf AstraZeneca, aldus het bureau, ‘hebben we het over biologische producten, en zelfs minieme verschillen in de productieomstandigheden kunnen leiden tot verschillen in het eindproduct’.
‘Het feit dat twee doses van het in India geproduceerde vaccin van AstraZeneca geen toegang tot de EU garanderen, betekent dat een groot deel van de wereld wordt uitgesloten van het huidige inreisbeleid van de EU’, concludeert CNN.
Op het nieuwste album van Lana del Rey klinkt duidelijk het gevecht met haar sterrenstatus door. In dromerige nummers voert ze een ‘dialoog met roem, haat en de verwarrende status als popster’.
De liedjes op Chemtrails over the Country Club, het nieuwe, zevende album van de Amerikaanse singer-songwriter Lana del Rey (35), doen Helen Brown van The Independent denken aan beroemde Amerikaanse rolmodellen: ‘Van vamp Lauren Bacall, de meisjesachtige Marilyn Monroe tot “outlaw” Nancy Sinatra en countryzangeres Tammy Wynette.’ Brown is onder de indruk van de ‘ingetogen’ arrangementen: ‘Een dromerige piano, een prominente akoestische gitaar en een orgeltje uit een willekeurige hotellobby. De percussie is uitstekend: drums als omfloerste hartslag.’
Ze beweegt zich in een volstrekt eigen wereld, weg van commerciële plichtplegingen, volop genietend van haar autonomie
In Evening Standard gaat David Smyth in op het eigenzinnige en kieskeurige karakter van Del Rey. ‘Voor haar geen livestreams of op TikTok gerichte pop.’ Veel nummers op haar laatste album klinken volgens Smyth ‘geïmproviseerd, losjes bij elkaar gehouden en introverter dan op haar vorige plaat. Ze beweegt zich in een volstrekt eigen wereld, weg van commerciële plichtplegingen, volop genietend van haar autonomie. En daar is het goed toeven!’
Ed Power legt in The Irish Timesuit dat Del Reys streven naar authenticiteit steevast doorklinkt in haar teksten. Ze wil onder geen beding haar identiteit verliezen nu ze een sterrenstatus heeft bereikt. Het verklaart volgens hem haar controversiële, ‘onbeholpen’ en daardoor vaak verkeerd begrepen uitlatingen over de positie van de blanke vrouw. Power noemt haar nieuwe ‘country-folk’-album een ‘dialoog met roem, haat en de verwarrende status als popster.’ Om Del Rey even later een ‘meesterlijk en uitzonderlijk muziektalent’ toe te dichten.
In de songs overheersen ‘sombere en melancholieke observaties’, schrijft Claire Shaffer in Rolling Stone. ‘Het liefst zou ze in een pick-up stappen en Los Angeles voorgoed verlaten. Maar gelukkig voor de luisteraar ziet ze daar voorlopig nog van af.’
Het album Chemtrails over the Country Club van Lana del Rey is vanaf half maart verkrijgbaar.
De enige wet die in Altos de Cazucá, Colombia, geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. De delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Sinds corona is hun speelruimte enkel vergroot. Luz Mary, en andere burgers met haar, bieden de enige vorm van verzet die mogelijk is.
Altos de Cazucá, Soacha – Halverwege maart, als Colombia in lockdown gaat om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, weet Luz Mary wat haar te doen staat. Het is niet de eerste keer dat ze thuis zit opgesloten. De snel pratende moeder van twee kinderen doet de deur op slot, vanaf dat moment speelt haar leven zich af in de kamers van haar huis.
Toen Luz Mary zich in het verleden in huis opsloot, was dat vanwege een andere doodsdreiging. De gewapende mannen die de dienst uitmaken in haar wijk hadden er geen doekjes om gewonden: als ze niet tijdelijk uit beeld zou verdwijnen, zou ze weleens voorgoed kunnen verdwijnen.
‘Er zijn dagen en weken geweest dat ik het huis niet uit kon,’ vertelt ze. ‘Je leert scherp observeren – aan de manier waarop mensen zich gedragen zie je of er iets broeit in de wijk.’
Delincuentes
Luz Mary is actief binnen de gemeenschap – sommige Colombianen zouden haar een ‘maatschappelijk leider’ noemen. Haar werk richt zich op de kinderen in de verpauperde wijk. Ze leidt een programma, Semillas y Raíces (Zaden en wortels) om kinderen kennis te laten maken met muziek en toneel en ze ondertussen enige basiskennis bij te brengen op het gebied van gedragsregels en hygiëne.
Semillas y Raíces doet meer dan de deelnemers instrueren. Het programma biedt ook een veilige haven. Het huis van Luz Mary kijkt uit over een steile helling zonder verharde wegen en uit de onverharde paadjes tussen de groepen huisjes steekt her en der een waterleiding.
Delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Volgens de bewoners hebben deze bandieten banden met nationale drugskartels. Luz Mary zegt dat ze haar als een kwelgeest zien omdat zij de jongeren opvangt die zij proberen te ronselen – jongens en meisjes van soms nog geen negen jaar oud, die de delincuentes gebruiken om op de uitkijk te staan of om kleine klusjes te doen, in ruil voor eten of spullen die de ouders van de kinderen zich niet kunnen veroorloven.
Semillas y Raíces is ‘een manier om van de straat te blijven en weg te blijven van de drugs,’ zegt een tienermeisje in Luz Mary’s geïmproviseerde theater op het dak. ‘Als ik niet hier zou zijn, zou ik op straat rondhangen.’
Luz Mary’s werk is onbezoldigd – het programma levert haar niets op en ze bekostigt het zelf, met geld dat ze bijeensprokkelt met losse baantjes, het inleveren van afgedankte, herbruikbare materialen, en zo nu en dan een bescheiden gift. Het werk is ook gevaarlijk. Ze is talloze keren met de dood bedreigd. Toen ze dat meldde bij de autoriteiten, haalden die slechts hun schouders op, zegt ze. Dus probeert ze goed en zo kwaad als het gaat voor haar eigen bescherming te zorgen. Kinderen van het programma waarschuwen Luz Mary als ze ergens in de buurt dreigende woorden opvangen, en Luz Mary heeft van haar spaargeld camera’s laten plaatsen bij haar huis. ’s Avonds laat ligt ze vaak naar de wazige zwart-witbeelden te kijken en durft niet te gaan slapen. Ze moet er niet aan denken de kinderen in haar programma aan hun lot over te laten, maar ze speelt elke dag met de gedachte Altos de Cazucá te verlaten.
Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen
Het bijzondere verhaal van Luz Mary doet de ronde door heel Colombia. Overal in het land zien we maatschappelijk leiders, zowel in stadswijken als in dorpen – ze leveren vaak diensten en komen op voor rechten waar de overheid het laat afweten. Activisten en organisatoren nemen zo’n belangrijke positie in binnen de maatschappij dat ze een plek hebben gekregen in het historische vredesakkoord tussen de overheid en de guerrillabeweging FARC (de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia), waarin is vastgelegd dat ze overheidsbescherming zullen krijgen. Ook is in het akkoord vastgelegd dat er ingrijpende hervormingen zullen worden doorgevoerd om ongelijkheid tegen te gaan en te voorkomen dat gemeenschappen ten prooi vallen aan geweld.
Maar waar een zekere mate van bescherming is beloofd, zijn veel maatschappelijk leiders zoals Luz Mary sinds 2016 alleen maar geconfronteerd met nog meer dreiging. De afgelopen vier jaar heeft een golf van geweld meer dan 415 maatschappelijk leiders het leven gekost. De coronapandemie heeft die trend alleen nog maar versterkt. Door een landelijke lockdown van zes maanden zitten mensen als Luz Mary als weerloze slachtoffers thuis. Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen. De beleidsmakers, die toch al vaak de ogen sluiten voor de benarde situatie op plekken als Altos de Cazucá, worden nu goeddeels in beslag genomen door de crisis in de gezondheidszorg.
Luz Mary is bij toeval uitgegroeid tot maatschappelijk leider nadat ze was verhuisd naar een sloppenwijk op een heuvel in Soacha, een stad ten zuiden van Bogotá, zonder te weten in wat voor ellende ze daar zou belanden. Inwoners zeggen dat ze wel begrijpen dat Soacha zo’n sterke aantrekkingskracht uitoefent op drugshandelaren, milities en guerrilla’s – je hoeft alleen maar naar de kaart te kijken. De snelweg die de stad in tweeën snijdt is de voornaamste verbinding tussen de hoofdstad en het zuiden van Colombia, met de grote havenstad Buenaventura. Wat nog een extra aantrekkingskracht uitoefent op criminelen, zijn de poreuze, meanderende grenzen tussen de verschillende wijken van Soacha en Bogotá zelf. De politie houdt de hoofdweg in de gaten, maar niemand controleert de stroom mensen en goederen die overal de ongemarkeerde gemeentegrens overgaat die door glooiende heuvels vol geïmproviseerde huisjes loopt.
‘Er is hier sprake van een juridisch en administratief vacuüm,’ zegt een jonge leider die aan de grens woont. ‘Deze buurt is van niemand.’
Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht
In 1990 beschouwde het oostelijke front van de FARC de corridor Soacha-Bogotá als een essentieel onderdeel van de strategie om de hoofdstad te omsingelen. De FARC stationeerde strijders op plekken als Altos de Cazucá. Vervolgens mengden paramilitaire groepen van de andere kant zich in de strijd. Deze rechtse milities, een buitengerechtelijke strijdmacht die is gelieerd aan de staat, deden rond 1997 hun intrede in Soacha, omdat zowel zij als de regering de guerrilla’s uit Bogotá wilden verdrijven en wilden voorkomen dat de FARC haar doel zou bereiken.
Vanaf dat moment is Altos de Cazucá een broeinest van geweld. Tussen 2003 en 2006 zijn duizenden paramilitairen gedemobiliseerd, maar volgens de inwoners van veel buurten in Soacha zijn ze nooit echt vertrokken. De namen zijn veranderd maar de structuren zijn ongewijzigd, en dat geldt met name voor de hiërarchieën die zijn verbonden met de illegale economie. Vandaag de dag lopen er geen geüniformeerde mannen meer door de straat, zoals de paramilitairen ooit deden. Maar de delincuentes hoeven geen gevechtstenue te dragen om de bevolking angst in te boezemen. Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht.
Net als in de tijd van de guerrilla’s en paramilitairen, zijn de wijken van Soacha nog altijd belangrijke corridors, met name voor drugs maar ook voor wapens en andere smokkelwaar, en voor illegale immigranten. Cocaïne, crack en marihuana gaan naar Bogotá, de rijkste binnenlandse afzetmarkt. Grondstoffen en andere producten die nodig zijn voor de bereiding van cocaïne, gaan Bogotá uit. De autoriteiten hebben cocapasta in beslag genomen, maar ook bewerkte cocaïne, wat erop duidt dat er in Soacha vermoedelijk drugslaboratoria zijn gevestigd die waarde – en winsten – toevoegen aan de aangevoerde smokkelwaar.
De wetteloosheid die de hellingen van Soacha zo lucratief maakt voor de drugshandel maakt diezelfde hellingen betaalbaar voor de vele arbeiders die werken in Bogotá maar zich de hoge huren daar niet kunnen veroorloven. Plaatselijke overheden noemen Soacha ‘een vat vol slachtoffers’ omdat een groot deel van de bevolking naar Soacha is getrokken na van huis en haard te zijn verdreven in een binnenlandse strijd die al meer dan een halve eeuw woedt. De afgelopen jaren zijn er ook tienduizenden Venezolaanse immigranten naar het gebied getrokken. Officieel telt Soacha 645.000 inwoners, maar Crisis Group heeft van de inwoners zelf en van het stadsbestuur begrepen dat het bevolkingsaantal in werkelijkheid de miljoen is gepasseerd. De mensen leven – vaak dicht opeengepakt – in niet meer dan 200.000 onderkomens, waarvan vele worden bedreigd door aardverschuivingen of overstromingen.
De sloppenwijken van Soacha staan lokaal bekend als invasiones omdat vele zijn gebouwd op privéterrein, of op land dat met geweld is ingenomen. Daarbij wordt telkens hetzelfde patroon gevolgd: tierreros, machtige makelaars met banden met de georganiseerde misdaad – delincuentesofwel corrupte politici – leggen beslag op stukken land om er ondermaatse huizen te bouwen. Vervolgens verkopen de tierreros die aan straatarme mensen, die zelfs een lening krijgen aangeboden om de aankoop te kunnen bekostigen. Om de zoveel jaar verkopen de makelaars hetzelfde stuk land weer door en zetten de bewoners uit, die geen juridische hulp kunnen inschakelen.
Lokaasmethode
Luz Mary is maar al te bekend met deze lokaasmethode. Zij en haar man konden zich geen huis permitteren in Bogotá, maar een terriero wist hen ervan te overtuigen dat ze in Altos de Cazucá wel een eigen huis konden kopen. Omdat de verkopers zeiden dat de grond binnen een aantal jaar zou worden gelegaliseerd, sloten ze een lening van enkele duizenden dollars af om het huis te kunnen betalen. Ze hebben hun schuld nog lang niet afbetaald, maar inmiddels is duidelijk dat het stukje grond nooit hun bezit zal worden.
Soacha kent een aantal overheidsvoorzieningen en de clandestiene handelaren proberen overal van te profiteren, van het openbaar vervoer tot aan de watervoorziening, waardoor de armlastige inwoners het alleen nog maar zwaarder krijgen. Veel winkeliers betalen een ‘vaccin’-belasting aan lokale groepen die beweren voor bescherming te zorgen. Die groepen maken zich schuldig aan afpersing en wie niet meewerkt, wordt daar meedogenloos voor gestraft. Door mensen te vermoorden die hun het hoofd bieden, geven ze een duidelijke boodschap af wie er de baas is.
Toen Luz Mary nog klein was, ging ze met haar moeder mee naar Bogotá, op de vlucht voor paramilitair geweld in een klein plaatsje niet ver van Manizales, in het westen van het land. Daarvoor woonden ze in Suba, een arbeiderswijk in het noordwesten van Bogotá. Luz Mary vertelt: ‘We gingen naar de stad in de hoop op een beter leven, maar we werden geconfronteerd met nog grotere problemen.’ Haar jeugd is getekend door armoede, onveiligheid en misbruik.
Tegen de tijd dat ze een jonge vrouw is, moet Luz Mary de grootste moeite doen om de eindjes aan elkaar te knopen in Suba. Als ze net zwanger is, verhuist ze met haar man naar Altos de Cazucá, in de hoop op een nieuw begin. Binnen enkele weken nadat ze hun intrek hebben genomen in het huisje van twee verdiepingen dat een tierrero hun heeft verkocht, wordt hun hoop getemperd. Ze komt tot de ontdekking dat er twee drugverkooppunten – ollas – in hun huizenblok zijn, eentje iets hoger op de heuvel en eentje vlak naast hun huis. De hogergelegen olla wordt gedreven door een paramilitaire groep; de lagergelegen olla wordt naar verluidt gerund door ‘guerrilla’s’. Haar buren zijn verslaafd aan crack. Luz Mary leert haar kinderen hun handen voor hun ogen te houden en hun oren dicht te stoppen, om ze af te schermen van de afschuwelijke beelden en geluiden in de buurt.
Langzaam krijgt Luz Mary een beeld van wat er om haar heen gebeurt. Lokale bendes drijven de drugverkooppunten en persen plaatselijke winkeliers af. Maar het zijn niet zomaar boefjes die hun kans schoon zien. Zoals de buren uitleggen maken deze groepen deel uit van groter en doelgerichter geheel. De staatsombudsman van Colombia, die tot taak heeft de mensenrechtensituatie in beeld te brengen, noemt deze opzet tercerización. Het is een soort piramide-achtige bedrijfsstructuur waarin gewapende, kartelachtige groepen de macht over een bepaalde buurt uitbesteden aan plaatselijke milities. De grotere groepen betalen de voetsoldaten meestal uit in drugs, die de laatsten weer doorverkopen om in hun levensonderhoud te voorzien. De overkoepelende organisatie wast de handen in onschuld aangezien het de delincuenteszijn die geweld gebruiken om hun macht te behouden.
Geleidelijk, maar gaandeweg steeds sneller, vallen Luz Mary en haar man ten prooi aan een depressie – ze zitten gevangen in een turbulente situatie door de schuld die ze zijn aangegaan nadat ze zonder het te weten een stuk gestolen land hebben gekocht.
Muziek
Op een wel heel troosteloze dag pakt de man van Luz Mary, gezeten op hun geel met bruine bank, zijn oude gitaar en begint te zingen. De muziek raakt hen, en op dat moment realiseren ze zich dat ze twee keuzes hebben. Ze kunnen blijven hangen in hun situatie of ze kunnen, om de woorden van Luz Mary te gebruiken ‘afrekenen met het idee dat ze slachtoffer zijn’ en iets dóén. Ze zijn allebei geschokt dat voor veel kinderen in de buurt geweld de gewoonste zaak van de wereld is. ‘Het is onvoorstelbaar waar kinderen allemaal aan wennen,’ zegt Luz Mary. Dat is het moment waarop ze besluit op zoek te gaan naar een manier om die kinderen te helpen.
Luz Mary en haar man zien muziek als de beste manier om jonge mensen te bereiken. Maar eerst moeten ze de kinderen zo ver zien te krijgen dat ze zich aansluiten bij een gestructureerd programma. De delincuentes delen eten uit om de jongeren te paaien, dus besluiten zij hetzelfde te doen.
Luz Mary herinnert zich de eerste kinderen die haar huis binnen kwamen stommelen en nieuwsgierig om zich heen keken, op zoek naar een reden om te blijven. In het begin komen er maar een paar kinderen, later zijn dat er tientallen. Luz Mary begrijpt dat ze zullen moeten beginnen bij de basis. ‘De kinderen die kwamen, stonken verschrikkelijk,’ zegt ze. ‘Ze wasten zich niet en ze hadden een grote mond, want de mentaliteit die ze meekrijgen is dat ze toch niets voorstellen.’ Als ze één ding kon bereiken, dacht ze, dan was dat om die jongeren een ander zelfbeeld te geven.
Het programma dat ze samen met haar man opzet, Semillas y Raíces, bestaat uit muziekles, kleinschalige toneelvoorstellingen en kleine buurtprojecten, In de begintijd van Semillas y Raíces laat het staatswaterleidingbedrijf de inwoners weten dat ze gratis water krijgen als ze een eigen aquaduct bouwen. Luz Mary en de kinderen gaan aan de slag, storten beton en leggen een voor een de leidingen.
Bij het uitbreken van de pandemie komt de overheidssteun traag op gang en verdwijnen allerlei baantjes. Semillas y Raíces schraapt alles bij elkaar om ouderen en hulpbehoevenden in de buurt eten te kunnen geven. In september en oktober zijn de kinderen en andere inwoners weken in de weer om een steile lokale weg te plaveien zodat de regen niet de huizen binnen stroomt.
‘We roeien met de riemen die we hebben en we werken ons uit de naad,’ zegt Luz Mary. ‘We krijgen geen enkele hulp. We recyclen en we verkopen van alles en nog wat om aan geld te komen. We krijgen eten dat anders weggegooid zou worden.’
Momenteel zijn er meer dan honderd kinderen die geregeld bij Luz Mary over de vloer komen en die zijn uitgegroeid tot een soort broertjes en zussen van haar eigen kinderen. De kinderen hoeven niets te betalen, al dragen sommige ouders bij wat ze maar kunnen missen. Sommige kinderen komen zonder dat hun ouders het weten, soms omdat hun vader of moeder lid is van de gewapende groepering. Om die kinderen te beschermen, maakt Luz Mary een afspraak met hen. Als ze elkaar op straat tegenkomen, doen ze of ze elkaar niet kennen.
De bedreigingen beginnen zodra duidelijk wordt dat Semillas y Raíces effect sorteert. Het aquaductproject van Luz Mary valt slecht bij sommige bewoners die zelf de watertoevoer in de hand hadden willen houden om zo weer andere bewoners te kunnen afpersen. Later komt Luz Mary erachter dat een van de mannen die zich benadeeld voelt een huurmoordenaar in de arm heeft genomen – een man van eenentwintig die al tientallen moorden op zijn naam zou hebben staan. Ze is bang dat er nog altijd een prijs op haar hoofd staat.
Dan volgen de berichtjes op haar telefoon. De eerste keer leest Luz Mary het berichtje niet eens – meestal is het reclame, of onzin. Als ze er toevallig wel een keer een blik op werpt, raakt ze in paniek door de mengeling van gedetailleerde dreigementen en beledigingen. Er wordt een ultimatum gesteld: ze krijgt twintig dagen om uit Soacha te vertrekken en anders komen ze haar vermoorden, staat er. Ze is van mening dat haar ‘vergrijp’ tweevoudig is. Om te beginnen heeft haar programma de vijver drooggelegd van jonge rekruten voor de bendes. Ten tweede heeft het programma met behulp van kleine giften genoeg geld bij elkaar weten te sprokkelen om T-shirts te laten drukken – wat leidt tot geruchten dat Semillas y Raíces geen armoedig clubje is, maar een rijke organisatie die geld probeert te verdienen.
Doodsbang daalt Luz Mary de helling af in de hoop op hulp van de autoriteiten in het centrum van Soacha. Rondom het plein, daterend uit de koloniale tijd, staan overheidsgebouwen, waar merendeels overwerkte ambtenaren de rijen mensen te woord staan die zich dag in dag uit melden met hun problemen. Luz Mary vertelt dat ze naar de officier van justitie is gegaan om een aanklacht in te dienen. Ze zegt dat ze ook naar het politiebureau en de ombudsman is gegaan om melding te maken van de doodsbedreigingen. De dagen verstrijken en ze hoort niets. ‘Ik stond weer met beide benen op de grond,’ zegt ze. ‘Ik begreep dat niemand me te hulp zou komen.’
De buren raden haar aan zich een tijdje gedeisd te houden. Als ze ophoudt met haar werk, zeggen ze, zullen de bedreigingen ook wel ophouden. Ze weet nog dat ze op het gemeentehuis hetzelfde advies kreeg, toen ze daar maanden later aan de bel trok. ‘Ik vertelde mijn verhaal, maar ze zeiden dat ik zelf verantwoordelijk was voor de situatie, gezien de plek waar we wonen.’
Wanneer maatschappelijk leiders op een dergelijke manier worden bedreigd, moeten volgens de Colombiaanse wet de plaatselijke overheden als eerste reageren. Maar hoewel Soacha elk jaar tijdelijk andere huisvesting regelt voor een beperkt aantal mensen dat met vergelijkbare bedreigingen te maken krijgt, schiet de reactie van de overheid vaak te kort en dan kunnen de maatschappelijk leiders eigenlijk nergens meer terecht. Luz Mary hoopt in aanmerking te komen voor het beschermingsprogramma van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat grofweg zo’n vijfduizend maatschappelijk leiders in heel Colombia helpt met kogelvrije vesten of zelfs bodyguards. Ze is maanden bezig om de vereiste papieren bij elkaar te krijgen en het ingewikkelde aanvraagformulier te doorgronden, dat ze uiteindelijk ingevuld en wel afgeeft op een politiebureau. Dit jaar alleen al hebben bijna zevenduizend leiders hulp gevraagd bij deze instantie – slechts zestien procent van de aanvragen is gehonoreerd.
Inmiddels vertrouwt Luz Mary voor haar veiligheid niet langer op de overheid, maar op het netwerk dat ze met Semillas y Raíces heeft opgebouwd. Meer dan eens is ze door kinderen uit gezinnen die banden hebben met de gewapende bandieten gewaarschuwd dat hun ouders het over haar hadden. Dat is voor haar het teken om zich binnenshuis op te sluiten, met als enige gezelschap haar beveiligingscamera’s. Ze registreert alles wat zich op straat afspeelt, tot diep in de nacht, en als er echt iets gebeurt hoopt ze dat haar camera’s het allemaal hebben vastgelegd.
Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen
Door de pandemie is alles anders. Zoals Luz Mary zegt: ‘Alle problemen die in onze gemeenschap spelen komen nu naar de oppervlakte – en ineens zijn het er drie keer zoveel.’
Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona – en de lockdown om de verspreiding van het virus een halt toe te roepen – als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen. Omdat er maar weinig lokale autoriteiten zijn om de lockdown af te dwingen, hebben de delincuentes hun eigen beperkingen aan de bewegingsvrijheid ingesteld. In augustus meldt de ombudsman dat er bepaalde groepen in Soacha zijn die bepalen welke winkels wel of niet open mogen om bevoorraad te worden, waarmee ze duidelijk laten zien wie de macht in handen heeft in Altos de Cazucá. De enige wet die hier geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. Wie een bedreiging meldt of in het geweer komt tegen de intimidatie wordt bestempeld tot sapo, informant. Wie de gewapende groeperingen ook maar een strobreed in de weg legt, loopt gevaar. Alleen al het melden van een misdaad kan beteken dat je tot vijand wordt bestempeld. Luz Mary zegt dat er tijdens de lockdown twee mensen zijn vermoord, maar dat ‘niemand zijn mond open heeft gedaan’.
De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger
De scholen in Colombia zijn sinds maart gesloten vanwege de pandemie, wat de gewapende groeperingen nieuwe kansen biedt om de kinderen los te weken van hun gezin. De meeste kinderen in Soacha volgen geen virtuele lessen; in plaats daarvan krijgen ze opdrachten mee die een zekere mate van ouderlijke supervisie vereisen – en dat is voor veel gezinnen domweg te hoog gegrepen. In juni heeft de inspecteur-generaal melding gemaakt van een toenemend aantal kinderen dat wordt gerekruteerd in stedelijke gebieden zoals Soacha, waar jongeren zich aansluiten bij de plaatselijke bendes of zelfs bij gewapende groeperingen verspreid over het hele land. Maatschappelijk leiders die het ergste proberen te voorkomen moeten nog meer moeite doen dan voorheen om die kinderen een veilige omgeving te bieden.
Onlangs heeft Luz Mary haar buurtgenoten bij elkaar geroepen voor een toneelles – in de nieuwe realiteit van corona. ‘De enige manier om op dit soort plekken les te geven is door een interactieve school op te zetten,’ zegt ze. Een man gekleed in een vuilniszak en met een geschminkt gezicht loopt met gespreide armen van de ene kant van de straat naar de andere. Hij doet alsof hij een vliegtuig is dat het virus van het ene land naar het andere brengt. Hij ‘infecteert’ iedereen die hij aanraakt.
De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger. ‘Er gebeuren hier de meest vreselijke dingen,’ zegt ze. ‘Er komt geen einde aan de dreigementen. Soms heb ik het gevoel dat ik het niet langer aankan. Maar dan vraag ik me af: als ik het niet meer doe, wie moet het dan doen? (…) Er gebeuren veel afschuwelijke dingen in het leven. Mijn bijdrage aan deze wereld is dat ik deze kinderen iets leer.’
De Finnen zijn het meest tevreden volk ter wereld. Hoe krijgen ze dat jaar na jaar weer voor elkaar? We nemen een kijkje in het noorden, waar ze alles beter doen dan in de rest van de wereld – tot postzegels ontwerpen aan toe.
Onze zoektocht naar het geluk eindigt waar hij nooit had moeten eindigen: in een cliché. Aan een Fins meer in een zacht avondzonnetje, op een eenzame bank onder de dennenbomen, terwijl ik zojuist uit de hitte van de sauna ben ontsnapt en de damp van me afslaat, ben ik volmaakt gelukkig. Hier woont het gelukkigste volk ter wereld, in Finland, aan de noordrand van Europa. Dat heeft de Verenigde Naties in zijn World Happiness Report (WHR) voor de derde keer achtereenvolgende keer bevestigd.
Ons bezoek aan dit 5,5 miljoen zielen tellende volk begon een goede week geleden op een plaats waar die dag de hemel dichtbij is: als de zon doorbreekt, ligt er over het vliegveld van Helsinki een schittering, zo stralend en pijnlijk helder als je verder alleen op de Tibetaanse hoogvlakte ziet. De Oodi, de nieuwe centrale bibliotheek van Helsinki, ziet eruit als een geschenk uit een andere wereld. Aan de rand van het dak van de Oodi, nog dichter bij de hemel, staat Antti Nousjoki, de architect, en wijst naar de mensen die in de stralen van de herfstzon zitten te lezen. ‘Zo’n balkon als dit is voor ons Finnen belangrijk,’ zegt hij, ‘ook al kunnen we het maar een paar dagen per jaar gebruiken. Alle andere dagen zitten we binnen, kijken naar buiten op het balkon en dromen.’
Het land deed zichzelf voor zijn honderdste verjaardag een bibliotheek cadeau die is uitgeroepen tot de beste van de wereld. De spiegelglad gepoetste onderzijde van de Oodi wordt wel vergeleken met een houten scheepsromp, de bovenkant lijkt op een in glas gevat pak opgewaaide sneeuw. Op de lichte bovenverdieping liggen hier en daar mensen op hun buik te lezen, andere zijn met hun boek in een van de witte ‘Ball Chairs’ gekropen. Op de als de boeg van een schip hoog oprijzende, uitstekende punt van het dak poseren twee blonde tienermeisjes in artistiek gescheurde spijkerbroeken voor een selfie. Antii Nousjoki wijst uit het raam naar de overkant van het grote plein: ‘Kijk, het parlementsgebouw, de tempel van de democratie. We hebben de Oodi zo gebouwd dat we ons op ooghoogte met het parlement bevinden.’
De Oodi vormt het hart van de hoofdstad en heeft het kwakkelende winkelgebied afgelost als Helsinki’s zenuwcentrum. ‘Er wordt hier weer meer gewoond dan gewinkeld,’ zegt de architect. Het verhaal van de Oodi is ook het verhaal van een land en zijn bibliotheken.
Het is zinnig om op deze plek onze zoektocht naar het geluk van de Finnen te beginnen. In Finland is al jaren een speciale bibliotheekwet van kracht. In 2016 werden de bibliotheken bijna 50 miljoen keer bezocht en leenden ze 68 miljoen boeken uit. Ter vergelijking: de gemiddelde Nederlander gaat 3,7 keer per jaar naar een bibliotheek (2019).
De Oodi heeft 100 miljoen euro gekost. Dat is veel geld. Maar iedere inwoner van Helsinki voelt zich mede-eigenaar. De Oodi is het nieuwe forum en de nieuwe woonkamer van de stedelijke samenleving. Bibliotheken waren, vermoedelijk vanwege het slechte weer, altijd al ontmoetingsplekken, waar je je vrienden tegenkomt en ook advies kunt vragen. ‘Als je het vraagt zouden de bibliotheekmedewerksters je zelfs helpen je belastingaangifte in te vullen,’ zegt Antii Nousjoki.
De bovenverdieping is gereserveerd voor de boeken, maar in een Finse bibliotheek kun je al heel lang ook boormachines en ander gereedschap lenen. Als je het binnenste van de Oodi betreedt, kun je onder de stalen brugconstructie musici met een elektrische gitaar of een viool tegenkomen, die onderweg zijn naar een van de muziekstudio’s. Naast de naaimachines staan 3D-printers en op de traptreden voor de fotoprinters zit een groepje flyers te maken voor een concert. stadsatelier, staat er op een bord. Achterin bevindt zich een complete professionele keuken. ‘Mijn schoonvader heeft zijn verjaardag hier gevierd,’ zegt Antii Nousjoki. ‘Weet u, wij Finnen betalen graag belasting, omdat we weten wat we ervoor terugkrijgen, en ook omdat we een egalitaire samenleving zijn.’
De Oodi staat voor het nieuwe Helsinki, het Finland dat niet meer de rafelrand van Europa is, maar in veel opzichten een voortrekker en een voorbeeld. De Oodi, zegt Nousjoki, ‘is de uitdrukking van dat nieuwe zelfbewustzijn’.
Ze moeten nog wel een beetje wennen aan hun nieuwe zelfbewustzijn. Toen in het World Happiness Report van de VN de Finnen in 2018 voor het eerst werden uitgeroepen tot het gelukkigste volk ter wereld, reageerden ze tamelijk verbaasd. Wij? Gelukkig? Serieus?
Nogal een contrast met de Denen, die de jaren ervoor een abonnement op de eerste plaats leken te hebben en op hun status als zondagskinderen graag luchtig reageerden met: wie anders? Denemarken was ook de bakermat van de hygge, een hype die met zijn openhaardengezelligheid een reactie was op het verlangen naar kleinburgerlijkheid in een steeds chaotischer wereld.
Ook op dat vlak voeren de Finnen nu de troepen aan: ze hebben de wereld kalsarikännit geschonken, de ‘uit Finland afkomstige ontspanningstechniek’ (Wikipedia) die gewoon betekent: ‘thuis dronken worden in je ondergoed’. Het World Happiness Report was niet de eerste wereldranglijst waar Finland de afgelopen jaren bovenaan eindigde. En zoals wel vaker verdeelde het de tobberige Finnen in een deel dat de onderzoeksmethode ter discussie stelde en een deel dat de blijde boodschap omhelsde maar die meteen bedolf onder een waslijst van de grootste misstanden in het land.
‘Wij Finnen denken altijd dat als we ons ergens op verheugen, er vast en zeker iets misgaat. Dus verheugen we ons maar liever nergens op’
Op een paar minuten lopen van de Oodi spreken we Nasima Razmyar in haar kamer op het stadhuis met uitzicht op de haven. Op haar bureau ligt het laatste nummer van een vrouwentijdschrift waar ze op de cover prijkt. Als locoburgemeester van Helsinki is sociaaldemocrate Nasima Razmyar verantwoordelijk voor sport en cultuur. Ze vertelt over internationale conferenties waar haar delegatie plastic mapjes uitdeelt waarop in een hoekje is geprint: Gelukkigste land ter wereld. ‘Maar in zulke kleine lettertjes dat je het amper kunt lezen.’
Finnen maken zich graag onzichtbaar. Dat komt ook door de geschiedenis van Finland, denkt ze: al die bezettingen, de oorlogen, de bloedige burgeroorlog van 1918. ‘Wij Finnen denken altijd dat als we ons ergens op verheugen, er vast en zeker iets misgaat. Dus verheugen we ons maar liever nergens op.’
Razmyar praat met veel gebaren en een aanstekelijke lach, je merkt meteen dat ze een ander temperament heeft dan de meeste Finnen. Razmyars familie komt uit Afghanistan, haar vader was vroeger ambassadeur in Moskou. In 1993 is het gezin naar Finland gevlucht, Nasima was toen acht. ‘Koud was het in het vluchtelingenkamp ergens in het noorden van Lapland, koud en donker.’ Ze moesten met niets beginnen. ‘Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat we arm waren of dat het me aan iets ontbrak. Misschien is het mooiste aan Finland wel dat iedereen hier gelijke kansen heeft, wie of wat je ook bent.’
‘Wij Finnen betalen graag belasting, omdat we weten wat we ervoor terugkrijgen’
Nog niet zo lang geleden was Finland een van de armste landen van de wereld. ‘Weet u, wij hebben geen historie van macht en rijkdom, zoals Denemarken en Zweden,’ zegt Razmyar. Dat Finland bovenaan zoveel ranglijstjes staat, heeft alles te maken met het uitstekende, door de gelijkheidsgedachte bepaalde onderwijssysteem. En met de bibliotheken.
Razmyar heeft haar halve jeugd in de plaatselijke bibliotheek doorgebracht. ‘Ik hield van de geur daar en van de vrouwen, bij wie je altijd welkom was.’ Als tienjarige werd haar door een van die vrouwen haar venster op de wereld overhandigd: ‘Ik stond met grote ogen te kijken toen ik mijn eerste bibliotheekkaart kreeg. Echt, mag ik alles lenen? Voor niets?’ Zo ontwikkelde het vluchtelingenmeisje zich tot Finlands eerste parlementslid van Afghaanse afkomst en vervolgens tot locoburgemeester die verantwoordelijk is voor alle bibliotheken in de hoofdstad.
Dat de Denen gelukkig waren verbaasde destijds niemand. Het kostte de Finnen daarentegen lange tijd moeite om los te komen van hun reputatie als, nou ja, Finnen, uit het zwart-witte land in het noorden. Alsof het allemaal figuranten zijn in een Aki Kurismäkifilm, waar stoïcijnse gestalten de eeuwige winter en de somberte van hun ziel berustend en laconiek aanvaarden met behulp van hectoliters Koskenkorva-wodka en een merkwaardig gevoel voor humor. In dit cliché-Finland plegen mensen zelfmoord en zwijgt de rest in twee talen, zoals Bertolt Brecht ooit opmerkte, het Fins en het Zweeds namelijk, de twee landstalen.
Alcoholgebruik en depressiviteit vormen nog wel een probleem, maar niet meer in dezelfde mate als voorheen
In werkelijkheid zijn Finnen praatgrage mensen; tenminste als ze iets te melden hebben. En in werkelijkheid is het aantal zelfmoorden drastisch afgenomen, met 13 zelfmoorden per 100.000 inwoners ligt het ongeveer op het niveau van Nederland (12,5). Alcoholgebruik en depressiviteit vormen nog wel een probleem, maar niet meer in dezelfde mate als voorheen.
Inmiddels hebben de VN de Finnen voor de derde keer achtereen uitgeroepen tot het gelukkigste volk ter wereld, waarbij het verschil met de landen na hen, de andere noordse landen voorop, groter is geworden. En dat terwijl Finland het armste land van Noord-Europa is. Het rijkste is Noorwegen, dat gemeten naar nationaal product per hoofd wereldwijd op de zesde plaats staat. Finland staat 21e. Steeds meer Finnen beginnen te wennen aan de gedachte dat ze hun geluk niet meer kunnen ontkennen.
Meest tevreden
Het is vrij zeker dat geluk niet het juiste woord is. Waarschijnlijk zijn de Finnen gewoon het meest tevreden volk op aarde. ‘Goede landen produceren geen geluk,’ zegt Heikki Aittokoski, journalist en schrijver van Het eiland van het geluk;een reis naar een perfecte samenleving (niet in het Nederlands vertaald), Hij is kortgeleden de wereld rondgereisd op zoek naar het recept voor de perfecte samenleving. ‘Maar ze zorgen ervoor dat alle factoren verdwijnen die iemand ongelukkig kunnen maken. En daarin zijn de noordse landen en Finland verdomd goed.’
Aittokoski woont in Espoo, de tweede stad van Finland, die bijna aan Helsinki vastgegroeid zit. En toch is het maar twintig minuten met de auto of we staan midden in een groot bos, aan de oever van een eenzaam ven. ‘Ik kom hier bijna elke dag om hard te lopen en te zwemmen,’ zegt Aittokoski.
Voor de meeste Finnen, zegt hij, is dicht bij de natuur zijn de bepalende factor voor hun welbevinden. Goed functionerende democratische instituties, een ruimhartige welvaartsstaat, nauwelijks corruptie, gelijke kansen voor iedereen, seksengelijkheid, een hoog opleidingsniveau, sociale cohesie, en een grote vrijheid bij belangrijke levensbeslissingen. De noordse landen bezitten volgens het WHR al deze ingrediënten voor een gelukkig leven. Wat de Finnen van hun buren onderscheidt, is dat zij de afgelopen honderd jaar als enigen overheerst zijn geweest. Anders dan de Denen, Noren en Zweden hebben ze nooit een eigen aristocratie gehad, het gelijkheidsdenken is daardoor buitengewoon sterk ontwikkeld. En ze hebben altijd lagere verwachtingen gehad dan de anderen, zegt Heikki Aittokoski. ‘Wij zijn met weinig tevreden.’
In café Engel, tegenover de Dom, hebben we afgesproken met psycholoog en filosoof Frank Martela (38). Hij is een van de auteurs van het laatste WHR-rapport. ‘De Finnen hebben een melancholiek zelfbeeld, misschien vinden ze het daarom ook moeilijk in hun eigen geluk te geloven,’ zegt hij. ‘Kijk maar naar de muziek die hier populair is: tango, heavy metal. Heel anders dan de Zweden met hun feelgoodpop.’ In 2019 had Finland 70 heavy metalbands per 100.000 inwoners, meer dan vier keer zoveel als Duitsland, ook dat is een wereldrecord.
‘Natuurlijk luister ik er ook naar, het is louterende muziek. Als je je beroerd voelt, schreeuw je je pijn gewoon weg. In ons land is generaties mannen bijgebracht dat ze nooit hun gevoelens mogen laten zien.’ Nee, zegt Martela, vreugdeuitbarstingen zul je in Finland niet gauw meemaken. En nog altijd is klinische depressie hier een groter probleem dan in veel andere landen. Paradoxaal genoeg geldt ook: ‘Als geluk betekent dat je stilletjes tevreden bent met je leven, is er op de wereld geen betere plek dan Finland.’
Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder dat er een onderzoeksrapport verschijnt dat aantoont dat de Finnen in alles beter zijn dan iedereen
Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder dat er een onderzoeksrapport verschijnt dat aantoont dat de Finnen in alles beter zijn dan iedereen. Zij hebben de schoonste lucht en het schoonste water. Zij wonen op het veiligste platteland ter wereld, hebben de laagste analfabetismecijfers, scholen en universiteiten zijn gratis en behoren tot de beste ter wereld. Nergens in Europa, zo heeft de Europese Commissie vastgesteld, gaat het beter met de digitalisering. Zelfs de verkiezing van de mooiste postzegel ter wereld is afgelopen jaar gewonnen door een Finse deelneemster.
Alle pogingen om het Finse geluk te verklaren, beginnen en eindigen met deze vergelijking: samenlevingen waarin men elkaar en de instituties vertrouwt, zijn het gelukkigst. Als je de enquêtes mag geloven, hebben burgers in Europa nergens meer vertrouwen in elkaar, de politiek, de politie en de media dan in Finland. ‘Wij Finnen vinden onszelf betrouwbaar en we vertrouwen op anderen,’ zegt Frank Martela. ‘En op dit moment hebben we ons vertrouwen in Sanna Marin gesteld.’
Sanna Marin, de jongste vrouwelijke premier van de wereld. Een jonge, linkse sociaaldemocrate, die duidelijke taal spreekt en op transparante wijze regeert. Een politica wier moeder samenwoont met een vrouw. Een 34-jarige regeringsleider die foto’s van zichzelf op Instagram plaatst terwijl ze haar baby voedt en die aan het hoofd staat van een coalitie waar alle vijf de partijleiders jonge vrouwen zijn. In Finland kijken ze overigens meer op van de buitenlandse verbazing over Marins vrouwenregering dan van die regering zelf.
De nieuwe regering werd in elk geval vlak na haar aantreden overvallen door de coronapandemie en heeft die tot dusverre koel en efficiënt onder controle weten te houden. Finland heeft wereldwijd het minste aantal doden door covid-19; op het moment dat we dit schrijven 63 per miljoen inwoners, terwijl het er in Duitsland bijna twee keer zoveel zijn en in Zweden meer dan negen keer zoveel. Tegelijkertijd heeft de economie veel minder te lijden dan in de rest van Europa. Toen de Zweedse premier begin oktober aan Sanna Marin vroeg hem op de EU-top in Brussel te vertegenwoordigen, verscheen de Zweedse krant Expressen met het dringende verzoek aan de Finse premier meteen maar de hele Zweedse regering een tijd over te nemen. ‘Onder leiding van de Finnen gaat alles gewoon beter.’
En zo heeft Finland vorig jaar Zweden afgelost als coolste land van het noorden. De veel bewonderde en benijde Zweden die Finland zeshonderd jaar overheerst hebben tot de Russen de macht overnamen. ‘Het moment dat we merkten dat we de Zweden verslagen hadden, was het moment dat wij de gelukkigste mensen ter wereld werden,’ zegt Stan Saanila. Saanila maakt samen met André Wickström het satirische programma Dit hier voor de publieke zender YLE. ‘O, die Zweden,’ zegt collega Wickström instemmend, ‘zij leggen de lat voor de Europeanen wel erg hoog.’ Saanila: ‘Ze zijn zo goed gekleed, en ze ruiken altijd zo lekker.’
Saanila en Wickström zitten in de kantine van YLE in het noorden van Helsinki. Het gesprek is af en toe onverstaanbaar door de heavymetalmuziek en de classic rock die uit de speakers komt. Maar Saanila’s gelach overstemt elk gitaarloopje. Ze behoren allebei tot de Zweedse minderheid, maar beschouwen zichzelf als echte Finnen. De verhouding tot de voormalige Zweedse overheersers is altijd ingewikkeld geweest. Finland was lang straatarm en tot kort na de Tweede Wereldoorlog nog een agrarisch land. In de jaren vijftig en zestig zijn meer dan een miljoen Finnen naar Zweden getrokken om werk te zoeken.
Saanila: ‘De Zweden hadden sinaasappels en bananen en chocolade. En wij een waslijst aan herstelbetalingen aan de Sovjet-Unie. Ik bedoel: zij hadden een eigen automerk! Volvo!’
Wickström: ‘En wij reden nog steeds in een Moskowitz. Of een Wartburg. Of een Lada.’
Saanila: ‘Wanneer dat is veranderd? Vorige week woensdag geloof ik,’
Mijlpalen in de collectieve herinnering van een land dat geleerd heeft trots op zichzelf te zijn. In 2006 bijvoorbeeld: ‘Hard Rock Hallelujah!’ Lordi won het Eurovisie Songfestival, het was een echt huzarenstukje om met een als figuren uit een griezelfilm uitgedoste metalband het meest authentieke optreden neer te zetten.
Nog belangrijker, tien jaar eerder, in 1995, de finale van het wereldkampioenschap ijshockey, Finland-Zweden: 4-1. Finland won. In Stockholm. ‘We waren verbijsterd,’ herinnert André Wickström zich, ‘hoe bestond het?’ Sommige Finnen kijken nog elk jaar naar de herhaling van die wedstrijd en kennen het originele commentaar woord voor woord uit het hoofd.
Er zijn meer van die mijlpalen. Nokia werd een wereldconcern en is dat ondanks de crash in de mobiele telefonie gebleven, nu als producent van netwerken. Helsinki werd Culturele hoofdstad van Europa. En ondanks het gebrek aan zelfvertrouwen ontwikkelde zich iets wat ons tot nu toe vreemd was: optimisme.
Saanila: ‘De ban was gebroken…’
Wickström: ‘…en er ging een wereld aan mogelijkheden open.’
Saanila: ‘Onlangs vond een politica van de Centrumpartij dat het tijd werd dat Finland een eigen ruimtevaartprogramma kreeg.’
Ze proesten het uit.
Vrouwen en mannen
Burgemeester Nasima Razmyar zei: ‘Achter het Finse succesverhaal staan vrouwen.’ En achter de vrouwen staan mannen als die van Razmyar, die het helemaal niet raar vinden om voor de baby te zorgen en die elke dag naar haar werkkamer te brengen, zodat ze hem de borst kan geven voeden. Maar achter de Finse vrouwen staat vooral de verzorgingsstaat met bijbehorende instellingen. Zoals de organisatie van Tiina Ivakko, met wie we vanwege het coronavirus in een park hebben afgesproken.
Ivakko struikelt bijna over haar woorden: ‘Ik vertel het graag. Want het is belangrijk.’ Ivakko geeft leiding aan een kinderopvangcentrum in de wijk Kalasatama, dat 24 uur per dag, zeven dagen per week open is. Twintig leidsters passen er op alles bij elkaar vijfenzeventig kinderen, waarvan de jongste tien maanden is. Het zijn vooral alleenstaande moeders en vaders die hun kinderen naar Ivakko brengen. Vaak werken ze ’s nachts of in het weekend, in een restaurant of ziekenhuis bijvoorbeeld. Soms zijn ze drie dagen achterelkaar aan het werk, zoals de stewardess die naar New York vliegt. Elke week kunnen de klanten hun rooster doorgeven om hun uren bij Ivakko te kopen. De staat heeft bepaald dat een Fin nooit meer dan € 289 per maand hoeft te betalen.
Alleen al in Helsinki zijn er zes van deze 24-uurs kinderopvangcentra. Haar medewerksters zijn telkens weer verbaasd als buitenlandse bezoekers verbaasd zijn over hun organisatie. ‘Voor ons is het vanzelfsprekend, al meer dan dertig jaar. In Finland werkten de vrouwen altijd al.’
De grootmoeder van Ivakko werkte, haar moeder ook, ze gaf haar hele leven leiding aan een van de openbare speelplaatsen waar schoolkinderen tussen de middag ook eten krijgen. ‘Aha,’ zegt Ivakko, ‘heb je dat in Duitsland ook al niet?’ In Finland, zegt ze, was de gelijkstelling van de geslachten gewoon noodzaak. Het was een arm land met maar weinig mensen, het kon zich niet veroorloven vrouwen thuis te laten zitten.
Ten slotte zegt Ivakko: ‘Zo, en voor u nu gaat denken dat dit het paradijs op aarde is, vertel ik u dat mijn dochter van 22, die op het ogenblik vorkheftruckchauffeur is in een fabriek, meer verdient dan onze leidsters.’ Afgelopen zomer heeft Ivakko een vacature geplaatst, er kwam niet één sollicitant. ‘Onze beroepen worden niet op waarde geschat, dus soms gaat er in Finland iets goed mis.’
Donkere wolken aan de hemel zijn er dus ook. Een land lijkt tegenwoordig niet zo gelukkig te kunnen zijn, dat het geen rechtspopulisten voortbrengt. In Finland is dat de Finse Partij, voorheen de Ware Finnen, die het ressentiment tegen buitenlanders en de ‘stedelijke elites’ aanwakkert. De nieuwe premier heeft het vaak over de tekortkomingen bij de gelijkberechtiging. In 2017 verdienden Finse vrouwen gemiddeld 17,3 procent minder dan hun mannelijke collega’s, de kloof is groter dan gemiddeld in Europa. Het aantal aangiftes wegens huiselijk geweld nam in 2019 toe. En ondanks het voorbeeldige kinderopvangsysteem willen Finse vrouwen niet meer kinderen krijgen: het geboortecijfer ligt met 1,35 veel lager dan in de andere noordse landen.
De redenen daarvoor zijn ook voor de Finnen een raadsel. Ligt het aan het vooruitzicht hun kinderen naar scholen te moeten sturen waarvan de reputatie achteruitgaat? In de meest recente Pisa-studie staan de Finnen niet meer op de eerste plaats, zoals in de eerste Pisa-studie begin eenentwintigste eeuw, ook nemen de verschillen tussen arme en rijke kinderen toe, waarover in het hele land veel te doen is. ‘Tenslotte zit gelijkheid in ons DNA, privéscholen hebben we hier dan ook niet,’ zegt Marjaana Ajanto, die lesgeeft op een gymnasium in Espoo. ‘Neem bijvoorbeeld Sanna Marin. Ze is superslim, maar ze was een gewoon meisje uit Tampere. In Finland kan iedereen alles worden, ook premier.’
Als de pandemie een stresstest is voor de constitutie van de samenleving en haar instituties, dan slaagt niet alleen de Finse staat, maar slagen ook de Finse scholen met vlag en wimpel
Maar de Finnen zitten bij de Pisa-scores nog steeds in de topgroep. En ze zijn de enigen die ook bij tevredenheid over hun leven heel hoog scoren. Als de pandemie een stresstest is voor de constitutie van de samenleving en haar instituties, dan slaagt niet alleen de Finse staat, maar slagen ook de Finse scholen met vlag en wimpel.
‘Dat houdt absoluut verband met het feit dat wij dol zijn op nieuwe technologieën,’ zegt Marjaana Ajanto. ‘Sinds Nokia is dat onderdeel van ons succesverhaal.’ In de Digital Economy and Society Index 2020 van de Europese Commissie is Finland de ‘digitale leider’ onder de 27 Europese landen. Finland, zegt het persbericht, slaagt er buitengewoon goed in ‘innovatief denken te combineren met maatschappelijke verantwoordelijkheid’. Voordat Ajanto lerares werd, werkte ze aan online platforms voor de Finse omroep en bij Microsoft. Nu geeft ze Engels, marketing en technologie. Ze heeft een missie, zegt ze: ‘Ik wil dat alle meisjes goed op de hoogte zijn van de nieuwe technologieën.’
Ook op haar school zijn bezoekers vanwege corona niet toegestaan, dus spreken we af in het centrum van Helsinki. Net als de andere geïnterviewden voldoet ook Ajanto helemaal niet aan het cliché van de koele Finse. Op een bepaald moment springt ze op van haar caféstoel en loopt naar buiten. Ze doet het interview liever in looppas. Tijdens een geïmproviseerde stadsrondleiding showt ze ons tegelijkertijd het chique openluchtzwembad in de haven en de ‘Wilma’-app op haar telefoon.
‘Wilma’ is al meer dan tien jaar het digitale communicatieplatform voor leerlingen, leraren en ouders. ‘Kijk, er komt net een berichtje binnen van een meisje dat haar wiskundeboek kwijt is,’ roept ze. ‘Wilma’ was een van de redenen dat de Finse scholen snel konden overschakelen naar onderwijs-op-afstand. Leerlingen die geen laptop hadden, kregen er een van school.
Elke morgen om half negen legt Marjaana Ajanto via een videoapp contact met haar leerlingen. Ze heeft een tijd in Berlijn gewoond. ‘Ik weet nog dat ik in Berlijn vaak dacht: Pardon? Alweer geen internet? Wat een onzin, zit ik soms in Afrika?’ Finland is een dunbevolkt land en al twintig jaar geleden begonnen met digitaal onderwijs op afstand. ‘Tenslotte heeft iedereen recht op onderwijs, toch?’ zegt ze.
We zijn met de trein onderweg naar de laatste pleisterplaats op onze reis naar het geluk. Buiten wisselen meren, dennen, sparren en berken elkaar af. Finland telt 187.888 meren, driekwart van het grondoppervlak is bos. Tampere, twee uur van Helsinki, is de geboorteplaats van de premier, een arbeidersstad die zichzelf met universiteiten en high tech opnieuw aan het uitvinden is. Uiteraard is de stad omgeven door water en bossen.
Sauna’s
Er zijn hier meer dan vijftig openbare sauna’s. De oudste is de Rajaportti in de wijk Pispala. Een arbeiderssauna in een houten gebouwtje aan een doorgaande weg. Binnen zijn aparte ruimtes voor mannen en vrouwen, hier in de voortuin zitten ze door elkaar, gewikkeld in roze en lindengroene handdoeken. Mannen met tattoos, een moeder met haar dochter. Steeds weer is het sissende geluid te horen van een blikje bier dat wordt opengemaakt. De entree bedraagt doordeweeks zes, en vandaag, op zaterdagavond, tien euro.
Matti Kemi, rapper, jeugdwerker en saunagids, verwacht ons. Met zijn zelfgemaakte vilten hoed ziet hij eruit als een Tiroler boer. De Rajaportti is meer dan honderd jaar oud. ‘Het hart van onze saunacultuur,’ volgens Kemi. Het scheelde niet veel of de kleine sauna was in de jaren tachtig afgebroken, maar mensen uit de buurt hebben een vereniging opgericht om hem te behouden.
Oorspronkelijk paste de sauna eigenlijk niet in ons verhaal. Te cliché. Tot bijna ieder interview eindigde met de vraag: ‘U gaat toch ook wel naar een sauna?’ Er zijn vijfeneenhalf miljoen Finnen, en samen hebben ze meer dan drie miljoen sauna’s. ‘Toen Finse soldaten werden uitgezonden naar Afghanistan was een sauna het eerste wat ze daar neerzetten,’ had gelukonderzoeker Martela verteld. Dat klopt, zegt Kemi. ‘Een Fin mist in het buitenland zijn sauna nog meer dan zijn vrouw en kinderen.’
Anders dan een paar jaar geleden hebben niet meer alle nieuwe huizen een eigen sauna. In plaats daarvan viert de openbare sauna een comeback. Zoals Engelsen in de pub, zo spreken Finnen in de sauna met hun vrienden af. De Rajaportti-sauna zelf is een klein, donker hol, waar zes, zeven mannen op een kluitje zitten. Afstand houden? Ze verzekeren elkaar dat het coronavirus deze hitte niet overleeft.
De Duitser in het gezelschap bijna ook niet. Zweet druipt uit baarden, van neusvleugels en over drakentattoos. Sommige van deze mannen slaan geen dag over, zomer en winter. Aan de wand naast de houtkachel hangt, in het donker nauwelijks te onderscheiden, een plaquette: Onni Niemi, de beste saunabezoeker van Finland 1995. ‘Onni is 9000 keer in de Rajaportti geweest,’ vertelt Kemi.
Matti Kemi (33) is eigenlijk musicus. Hij toerde als dj met een band, soul, funk, hiphop. Tegenwoordig werkt hij met jongeren. In workshops die door de stad worden gefinancierd, leert hij hun rappen. Twee jaar geleden heeft hij met een vriend een fietstocht van een maand door het hele land gemaakt om oude sauna’s te bezoeken en met saunasjamanen te praten. Over die reis hebben ze in Matti’s studio een podcast gemaakt voor de publieke omroep, en sindsdien werken ze hier in Tampere ook als saunagids.
De volgende dag, een zondag, zien we elkaar weer, op een landtong in het Näsijärvi-meer. Eenzaam op een kale rots staat daar een langgerekt, geel, houten gebouw, schilderachtig omlijst door een handjevol dennen. De Rauhaniemi-sauna, ook bijna honderd jaar oud. We zitten op een bankje, halfnaakt, terwijl Matti Kemi vertelt, en we kijken toe hoe andere saunagangers in het ijskoude water van het meer springen. Over zijn opa’s, die zich allebei hebben doodgedronken. Over de jongens aan wie hij lesgeeft en die zo totaal anders zijn, ze roken niet, drinken veel minder, zijn opener en veel meer in elkaar geïnteresseerd.
‘Ik ken miljonairs die naar een openbare sauna gaan om hun eenzaamheid te vergeten’
Gezondheid speelt tegenwoordig een belangrijke rol, ook daarom is ijszwemen niet meer alleen iets voor oudere mensen. Net als de openbare sauna is het opnieuw populair geworden. In sommige sauna’s is het tegenwoordig zo druk dat mensen in de rij moeten staan tot er een plaatsje vrijkomt. ‘De mensen zijn eenzaam geworden,’ zegt Matti Kemi. ‘Ik ken hier in Tampere miljonairs die naar een openbare sauna gaan om hun eenzaamheid te vergeten. Hier ervaar je een gevoel van saamhorigheid.’
Matti Kemi zet zijn vilthoedje recht. ‘Naakt zijn we toch allemaal hetzelfde,’ zegt hij, dan zwijgen we allebei, terwijl in de koele herfstlucht de damp van ons afslaat en we het geluk diep tot in ons binnenste voelen doordringen.
Noname kondigt nieuw album aan met een politiek geladen nummer. De MC combineert grappige terzijdes met verschroeiend sociaal commentaar.
In 2016 maakte Noname, een pseudoniem van Fatimah Warner, furore toen ze debuteerde met Telefone, een ‘levendige, soulrijke verzameling jazz-rap’ die haar op de kaart zette als een van de opkomende MC’s uit Chicago, samen met bijvoorbeeld Chance The Rapper en Saba.
Haar tweede LP, Room 25, bewees dat ‘haar liedjes niet alleen memorabel zijn, maar ook noodzakelijk’, vindt de site The A.V. Club. Beide platen getuigen volgens The Guardian van tot een ‘glibberig identiteitsgevoel in een overweldigende, onrechtvaardige wereld’.
Meer nog dan de politieke boodschap vallen haar spokenwordskills op: ‘Woorden tuimelen uit haar mond alsof ze volledig gevormd op het puntje van haar tong hebben liggen wachten.’ Ze combineert grappige terzijdes met verschroeiend sociaal commentaar, en ‘vindt poëzie en politiek in de ruimtes daartussen’.
‘Bewonderenswaardig – en belangrijk – dat de politiek in haar muziek leeft’
Vorige maand kondigde de artiest met ‘Rainforest’ haar nieuwe album aan, dat ‘ergens dit jaar’ zal verschijnen. Het nummer gaat over sterfelijkheid, kapitalisme en het verlangen naar huid-op-huidcontact.
Je hebt wel wat achtergrondinformatie nodig om Warners vele toespelingen op waarde te kunnen schatten, schrijft Rolling Stone– zowel Marx als Oprah Winfrey als Toni Morrison als Claudia Jones als Nina Simone en vele anderen komen in haar nummers aan bod. Maar het is ‘bewonderenswaardig – en belangrijk – dat de politiek in haar muziek leeft. (…) Of je nu aan de frontlinie van de revolutie staat of gewoon wilt dansen, of misschien allebei, Rainforest is een prachtige plaat van een zeldzame MC met een ongelooflijk gevoel voor tact, een relevante blik en een groot hart.’
‘We hebben allemaal dezelfde 24 uur als Beyoncé’ was een tweet die viral ging. Sommige mensen lijken niet alleen alles te hebben, maar slagen er op een of andere manier ook nog eens in alles te doen. Hoe dan?
Dit artikel verscheen eerder in 360 Magazine # 57, mei 2014.
Franz Kafka, ontevreden met zijn behuizing en het feit dat hij met overdag moest werken, schreef in 1912 in een brief aan Felice Bauer: ‘… mijn tijd is begrensd, mijn krachten zijn beperkt, het kantoor is een van verschrikking, mijn appartement is lawaaiig, en als een aangenaam, eenvoudig leven niet mogelijk is, dan moet je een manier vinden om je er subtiel tussendoor te manoeuvreren’.
Kafka is een van de 161 geïnspireerde en inspirerende schrijvers, dichters, toneelschrijvers, schilders en filosofen, wetenschappers en wiskundigen met van wie de dagelijkse routine in het boek van Mason Currey wordt beschreven. Net als Kafka hadden ook de anderen te maken met talloze (soms zelf veroorzaakte) obstakels, wat resulteerde in een fascinerende verzameling ‘subtiele manoeuvres’ om hun werk iedere dag gedaan te krijgen; vroeg opstaan of juist laat gaan slapen, enorme hoeveelheden ’s koffie, lange wandelingen maken en ingeplande dutjes doen. Thomas Wolfe schreef als hij in de keuken stond en gebruikte de bovenkant van zijn ijskast als bureau. Jean-Paul Sartre kauwde altijd op Corydrane-tabletten (een mix van amfetamine en aspirine), waarvan hij tien keer de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid overschreed. Descartes bleef graag liggen luieren in bed, terwijl zijn gedachten in zijn slaap afdwaalden ‘naar bossen, tuinen en toverpaleizen’ waar hij ‘elk denkbaar plezier’ beleefde.
George Balanchine, was gek op de was doen en verzette het meeste ‘werk’ als hij aan het strijken was
En dan zijn er nog Anthony Trollope, die zichzelf elke ochtend verplichtte om voordat hij naar zijn werk op het postkantoor ging drieduizend woorden te schrijven (250 per kwartier, drie uur lang). Dat hield hij 33 jaar lang vol, waarin hij zo’n 25 boeken schreef; George Balanchine, was gek op de was doen en verzette het meeste ‘werk’ als hij aan het strijken was, George Gershwin zat twaalf uur per dag, van laat in de ochtend tot midden in de nacht, achter de piano te componeren in pyjama, badjas en slippers. James Joyce kon schrijven terwijl zijn gezin om hem heen dwarrelde, de naasten van Mark Twain bliezen op een posthoorn als ze hem écht nodig hadden – om maar niet op zijn deur te hoeven kloppen.
Ook de routines van Jane Austen, Karl Marx, Charles Darwin, Pablo Picasso, Leo Tolstoj, Andy Warhol, John Updike, Twyla Tharp en Igor Stravinsky (die nooit een noot op papier kon zetten tenzij hij er zeker van was dat niemand hem kon horen en die, als hij zich geblokkeerd voelde, op zijn hoofd ging staan om ‘zijn hersenen ruimte te geven’) werden door Currey aan de hand van vooral (auto)biografieën, dagboeken en brieven uitgeplozen.
‘Als een vaste routine op de juiste manier wordt toegepast, kan een nauwkeurig afgesteld mechanisme ontstaan waarbij beperkte middelen optimaal kunnen worden benut…. Op die manier kan iemand zijn mentale energie in goede banen leiden…’ – Mason Currey, auteur Daily Rituals
Gouverneur Gavin Newsom kondigde dinsdag 6 april aan dat hij van plan is zijn staat op 15 juni volledig te heropenen, dankzij de versnelling van de Amerikaanse vaccinatiecampagne. Sommige gezondheidsdeskundigen en lokale functionarissen beschouwen zijn beslissing als riskant.
‘Zouden Californiërs heel binnenkort het licht aan het einde van de tunnel kunnen zien? Gouverneur van Californië, Gavin Newsom, suggereerde dat dinsdag’, schrijftMercury News.
Tenzij de gezondheidssituatie verslechtert, is de op vier na grootste economie ter wereld van plan om op 15 juni volledig te heropenen, kondigde de Democraat aan.
‘Je kunt nu voor 5 juni een zwembadfeestje, je terugkeer naar kantoor of zelfs een bezoek aan je oma in je agenda noteren’, somt de SacramentoBee op. Medio juni zouden alle bedrijven ook hun deuren weer kunnen openen.
De heropening van de economie betekent echter niet het einde van de maatregelen, merkt de Californische krant op. In de openbare ruimte en op de werkvloer blijft het dragen van een masker verplicht en bedrijven moeten hun kantoren ventileren om medewerkers weer te mogen verwelkomen. Grote evenementen binnenshuis zijn toegestaan op vertoon van een negatieve test of vaccinatie.
Recall-procedure
‘Deze beslissing markeert een radicale verandering’ in Californië, aangezien de Golden State tot dusver ‘een streng beleid heeft gevoerd in het licht van de pandemie’, volgens de San Francisco Chronicle. De ommekeer wordt deels verklaard door het feit dat de staat van plan is om nog voor de zomer grote delen van de bevolking te vaccineren. Californië, dat op 15 april de vaccinatie openstelt voor mensen ouder dan zestien jaar, schat dat het tegen het einde van de maand ongeveer 30 miljoen doses zal hebben toegediend, in een staat van 39 miljoen mensen.
Maar de heropening is ook een politieke kwestie voor gouverneur Gavin Newsom, die wordt bedreigd met een zogenaamde recall-procedure, waarmee burgers een gekozen vertegenwoordiger kunnen ontslaan vóór het einde van zijn ambtsperiode.
‘Politiek experts zijn van mening dat hoe meer Californiërs de pandemie als iets uit het verleden beschouwen, hoe waarschijnlijker het is dat Newsom zijn baan zal kunnen behouden’, verklaart Los Angeles Times.
De aankondiging van de gouverneur stuitte dinsdag op tegenzin van enkele gezondheidsdeskundigen en lokale beleidsmakers, die hun bezorgdheid uitten over nieuwe varianten van het coronavirus en de verspreiding van de ziekte naar andere delen van het land en de wereld, benadrukt Politico.
‘Ik zou graag zien dat de gouverneur de prioriteit legt bij het controleren van de epidemie in plaats van de verkiezingen’, verklaarde Jeff Smith, algemeen directeur van Santa Clara County, die ook arts is, tegen het tijdschrift.
Illegale Spoetnik V in Kenia
Het op de markt brengen van het Russische vaccin Spoetnik V door een privé-onderneming heeft in Kenia voor verwarring gezorgd. Meer dan een week lang hield de regering vol dat het op de markt brengen van het vaccin illegaal was, terwijl het bedrijf dat de doses invoerde over alle benodigde vergunningen beschikte. Het ministerie van Volksgezondheid heeft inmiddels geoordeeld: de import en verkoop van vaccins door particuliere bedrijven is nu verboden in Kenia, schrijft Daily Nation.
Half maart al kondigde het Russian Direct Investment Fund aan dat het Spoetnik V-vaccin was goedgekeurd door Kenia. De informatie bleef relatief onopgemerkt totdat Daily Nation op 24 maart meldde dat het Russische vaccin ‘nu in Kenia is’. Tijdens het proces bevestigde een logistiek bedrijf op Twitter de invoer van de doses. De Keniaanse Pharmacy and Poisons Board bevestigde van haar kant dat het vaccin een noodvergunning had gekregen. Het ministerie van Volksgezondheid bleef echter volhouden dat het geen deel uitmaakte van de overeenkomst.
Geen officiële distributievergunning
De volgende dag publiceerde Daily Nation een nieuw bericht: terwijl ten minste één ziekenhuis was begonnen met het maken van afspraken voor injecties, tegen een prijs van omgerekend zestig euro, geeft een ambtenaar van het ministerie van Volksgezondheid aan niet op de hoogte te zijn van de aanwezigheid van het vaccin in het land. Binnen de ‘Farmacie en Vergiftigingenraad’ wordt (anoniem) uitgelegd dat het vaccin mag worden geïmporteerd, maar niet verspreid. De Gezondheidscommissie van de Senaat lijkt al evenmin op de hoogte van de aanwezigheid van het vaccin in Kenia.
Behalve dat het geen lokale vergunningen heeft gekregen om te worden verkocht, is Spoetnik V niet goedgekeurd door de WHO
Het ministerie van Volksgezondheid organiseerde daarop een persconferentie om de situatie te verhelderen. ‘Geen enkele dosis van dit vaccin is in het land te koop, aangezien het geen toestemming heeft gekregen om op de markt te worden gebracht’, aldus Mercy Mwangangi, directeur van het ministerie van Volksgezondheid.
Behalve dat het geen lokale vergunningen heeft gekregen om te worden verkocht, is Spoetnik V niet goedgekeurd door de WHO, benadrukt de ambtenaar. Vier dagen later steunt de Russische ambassade in Kenia de regering door te benadrukken dat ‘particuliere importeurs de verplichting hebben om de voorschriften van de Keniaanse autoriteiten nauwgezet te respecteren’.
75.000 doses
Op 30 maart twitterde een gerenommeerde advocaat echter trots: ‘De eerste Keniaan die Spoetnik V ontving in KENIA …’ Dezelfde dag plaatste vicepresident William Ruto een foto van zijn vaccinatie op het sociale netwerk.
COVID-19 vaccines are our safe and effective tools in saving lives and managing the disease. I encourage Kenyans to participate in this exercise to protect ourselves against the pandemic.
My family and I received the COVID-19 vaccination at the Karen Residence, Nairobi County. pic.twitter.com/tWmrojtgl5
— William Samoei Ruto, PhD (@WilliamsRuto) March 30, 2021
De verzorger die de injectie toedient is in beide gevallen dezelfde. Voor de hele Keniaanse pers is duidelijk: de vicepresident heeft zojuist het Spoetnik V-vaccin gekregen. Een paar dagen eerder nam hij niet deel aan de langverwachte vaccinatiesessie waarin president Uhuru Kenyatta werd geïnjecteerd met het AstraZeneca-vaccin, officieel het enige dat in Kenia verkrijgbaar is, als onderdeel van het Covax-programma, dat tot doel heeft vaccins gratis te distribueren naar arme landen.
Het initiatief van de vicepresident weerspiegelt de controverse. Wanneer en hoe is Spoetnik Kenia binnengekomen? vraagt een hulpsheriff zich af volgens The Star, die eraan toevoegt: ‘Gezien de schandalen van miljarden shilling waar gezondheidsministeries sinds het begin van de pandemie mee te maken hadden, roept de komst van het Russische Spoetnik V opnieuw vragen op over de procedures binnen het ministerie.’ [1 miljard Keniaanse shilling is bijna 8 miljoen euro.]
Volgens The Daily Nationkwamen op 21 maart 2021 75.000 doses in Kenia aan via de haven van Mombasa. De importeur, een Keniaans bedrijf genaamd Dinlas Pharma, voldeed aan alle vereisten van de douane en kreeg toestemming de goederen binnen te halen. Volgens informatie verzameld door de krant had slechts één ziekenhuis toestemming gekregen om de doses te injecteren, maar zou Dinlas Pharma in afwachting van verder groen licht alvast teams hebben gevormd in 27 ziekenhuizen.
De 228 Kenianen die erin slaagden een eerste dosis van het Spoetnik V-vaccin te krijgen, mogen de tweede ontvangen
Een persbericht van de regeringscommissie die verantwoordelijk is voor de beheersing van de pandemie stelt dat ‘de deelname van de particuliere sector aan de vaccinatieprocedure de vooruitgang in de strijd tegen covid-19 bedreigt en het land in gevaar brengt vanwege het risico dat er namaakproducten op de Keniaanse markt belanden’.
De 228 Kenianen die erin slaagden om een eerste dosis van het Spoetnik V-vaccin te krijgen, mogen de tweede ook ontvangen, zei de minister van Volksgezondheid. De rest van de geïmporteerde doses kan aan het buitenland worden doorverkocht.
‘Swagg Man’ licht fans op voor miljoenen
De 34-jarige Tunesisch-Franse rapper Swagg Man, bekend van de op zijn kale hoofd getatoeëerde Louis Vuitton-logo’s, is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens fraude en het witwassen van geld.
Op social media verbrandde hij 500-euro-briefjes notities en pronkte hij met ‘zijn Bentley’. In het echte leven wordt Swagg Man ervan beschuldigd jonge fans te hebben opgelicht voor 1,5 miljoen euro.
Het Frans-Tunesische socialmediafenomeen, wiens echte naam Iteb Zaibet is, werd in juli 2019 in Tunis gearresteerd. Een equivalent van 5,5 miljoen euro werd in beslag werd genomen van zijn rekeningen.
Swagg Man cultiveerde zichzelf als Rayan Sanchez, de zoon van een Joodse Tunesische moeder en Braziliaanse vader die in de steek werd gelaten en was gedwongen op straat te leven.
Het was zijn doel was om te bewijzen dat ‘iedereen het kan maken’
Sinds 2010 plaatste hij foto’s en muziekfragmenten waarin hij zichzelf portretteerde als ‘een cynische high-roller’ die was begonnen als dj in Dubai. Met zijn cultus van geld, luxe auto’s en bling bling trok hij honderdduizenden volgers naar zijn socialemedia-accounts,
In een interview in 2015 met het Franse dagblad Le Monde omschreef hij zichzelf als ‘een blijvende buzz’ en zei hij ‘geld te verdienen via het net en daarnaast met onroerend goed in Miami en Dubai’.
Toen hij het jaar daarop op de Franse Canal Plus-televisie verscheen, zei hij dat het zijn doel was om te bewijzen dat ‘iedereen het kan maken’.
De slachtoffers zijn voornamelijk fans die zich tot hun idool richtten voor advies over hoe ze rijk konden worden
Maar daarna begonnen de getuigenissen van fans die beweerden te zijn opgelicht door Swagg Man binnen, eerst via een Facebook-pagina en vervolgens een in Frankrijk opgerichte vereniging genaamd Swagg Auxilium.
Volgens de vereniging zijn de tientallen slachtoffers voornamelijk fans, in de leeftijd van dertien tot vijfendertig jaar, die zich tot hun idool richtten voor advies over hoe ze rijk konden worden.
Zaiteb wordt ervan beschuldigd hun lucratieve investeringsmogelijkheden te hebben geboden en om fondsen te hebben gevraagd ter ondersteuning van humanitaire doelen of om borgtocht te betalen.
Proces in Tunesië
In 2019 en 2020 claimden eenentwintig vermeende slachtoffers een totaal verlies van meer dan 1,5 miljoen euro. De bedragen, die naar verluidt worden afgeperst door Franse, Tunesische, Algerijnse en Canadese staatsburgers, variëren van enkele duizenden tot enkele honderdduizenden euro’s per geval.
De socialemedia-accounts van Swagg Man zijn gesloten sinds 4 juli 2019, toen hij een foto plaatste voor een gerechtsgebouw in Tunis. ‘Als dit mijn laatste foto is, zal ik jullie erg missen’, zei hij tegen zijn volgers.
Algerije kampt met een tekort aan consumeerbare olie
Terwijl de ramadan over minder dan een maand plaatsvindt, is in Algerije een essentieel ingrediënt bijna niet te vinden in de schappen van de supermarkt: tafelolie. Dit vergroot nog eens de bezorgdheid en onvrede in een land dat toch al door een grote economische crisis gaat, schrijft Tout sur l’Algérie.
Dagblad El Watan maakte een ‘trip naar de minimarkten’ in het centrum van de hoofdstad: ‘Er waren amper een paar flessen van een of twee liter te koop. De andere assortimenten van het product, met name de blikken van vijf liter, zijn nergens te vinden.’ In het stadje Boumerdes, 45 kilometer ten oosten van Algiers, moest de politie zelfs ingrijpen om orde te scheppen in een chaotische rij.
Handelaars vs. producenten
Mustapha Zebdi, voorzitter van de vereniging voor de bescherming en begeleiding van consumenten, vertrouwt Tout sur l’Algerie toe: ‘Uit officiële bron heb ik vernomen dat er op nationaal grondgebied nog 134.000 ton aan grondstoffen zijn, wat overeenkomt met drie maanden productie en consumptie van eetbare olie.’
Vanwaar dan al die lege schappen? Aan de basis van het probleem ligt een patstelling tussen handelaren en producenten, legt El Watan uit. De productiekosten zijn erg gestegen, waardoor de verkoopprijs voor de handelaren de afgelopen weken omhoogschoot. Maar ze kunnen deze niet doorrekenen aan kopers, omdat de prijzen door de overheid worden gecontroleerd. Daarom kopen ze het product liever helemaal niet.
Tot het prijsplafond voor tafelolie werd in 2011 besloten, na ‘sociale onrust’, aldus El Watan. De Algerijnse minister van Financiën Aymen Benabderrahmane blijft het beleid van zijn land op dit gebied verdedigen. Ook geeft hij aan dat de nationale munteenheid niet in een situatie van ineenstorting verkeert ‘zoals sommigen vermoeden’, meldt de krant Liberté Algerije.
Maar zijn uitspraken stellen niet gerust. De waardevermindering van de Algerijnse dinar leidt tot een ‘duidelijke erosie’ van de koopkracht, volgens nieuwssite Observ’Algérie.De krant Reporters beaamt dit en stelt dat ‘het jaar 2020 pijnlijk zal zijn geweest voor kleine en middelgrote beurzen’ en dat ‘de versnelling van de erosie van de koopkracht en de verarming van de kansarme lagen geen twijfel leiden’.
De zingende meisjes van Afghanistan
Het Afghaanse ministerie van Onderwijs lijkt terug te komen op een besluit om een landelijk zangverbod voor schoolmeisjes op te leggen.
In een brief aan schoolbesturen vorige week, die naar de media werd gelekt, zei de onderwijsafdeling van Kaboel dat meisjes van twaalf jaar en ouder niet langer zouden kunnen zingen bij openbare evenementen, tenzij de evenementen alleen door vrouwen werden bijgewoond. In de brief stond ook dat meisjes niet konden worden opgeleid door een mannelijke muziekleraar.
De reden voor het besluit was dat studenten zo konden focussen op hun studie. Maar de aankondiging veroorzaakte wijdverbreide verontwaardiging, waarbij velen de regering ervan beschuldigden sympathie te hebben voor de taliban en discriminatie op grond van geslacht te bevorderen, schrijft The Guardian.
Uit protest namen vrouwen uit het hele land, waaronder veel prominente Afghaanse leiders, video’s op waarin ze zongen en plaatsten deze op sociale media met de hashtag #IAmMySong.
‘Met prachtige resultaten’, aldus de site FranceInter. Zoals dit nummer dat over Afghanistan gaat en op Twitter is gepost door de broer van dit jonge meisje genaamd Nila, die dertien jaar oud is en aan het einde van het nummer benoemt hoe onzinnig de nieuwe regel is en over vrijheid spreekt.
‘De meisjes hebben dus gewonnen’, aldus de site. ‘Maar het is een ambivalente overwinning. De vraag is waarom de stad Kaboel zich op dit gebied waagde? Het antwoord is tragisch: omdat momenteel onderhandelingen met de taliban plaatsvinden onder auspiciën van de Verenigde Staten.’
Het idee is om een eenheidsregering te creëren tussen de taliban en de huidige autoriteiten. Weliswaar dus een tijdelijke regering, maar sommigen zien het de verkeerde kant opgaan en ‘zenden radicale signalen naar toekomstige leiders van het land’.
Ondertussen worden veel meisjes ook door hun eigen familie bedreigd of gevraagd om met de campagne te stoppen. Maram Abdallah, achttien, een pianiste die op het punt staat af te studeren aan het Afghaanse Nationale Muziek Instituut, vertelt bijvoorbeeld aan The Guardian: ‘Ik ben opgegroeid in Egypte, waar mijn ouders naar de universiteit gingen en ik begon met pianospelen toen ik vijf jaar oud was, maar toen we terugkeerden naar Afghanistan mocht ik er van mijn vader niet mee doorgaan.’ Abdallah’s vader noemde druk vanuit de samenleving als reden voor zijn verbod.
Ahmad Sarmast, de oprichter van muziekinstituut, die de #IAmMySong-campagne begon, noemt het decreet ‘niet alleen een schending van de muzikale rechten van Afghaanse meisjes en een ontneming van de genezende kracht van muziek, maar ook een schending van de Afghaanse grondwet, kinderbeschermingswetten en de internationale conventie voor kinderrechten’.
Svetlana Tichanovskaja blaast het protest in Belarus nieuw leven in
In een video die op 18 maart op YouTube is gepost, lanceert Svetlana Tichanovskaja een nieuw initiatief: de voormalige Belarussische presidentskandidaat van augustus 2020, nu in ballingschap, roept haar landgenoten op om deel te nemen aan een soort online referendum over de noodzaak om onderhandelingen te beginnen met president Aleksander Loekasjenka: ‘Ieder van jullie weet dat het land door een crisis gaat. Maar we kunnen het op een vreedzame manier regelen door middel van onderhandelingen onder leiding van internationale instanties.’
De VN en de OVSE hebben hun akkoord al gegeven. Nog dezelfde dag spraken 500.000 mensen zich uit voor dergelijke onderhandelingen op het Belarussische platform Golos (Voice). Op 24 maart om 12.00 uur hadden meer dan 700.000 burgers zich uitgesproken voor het initiatief.
De onafhankelijke Belarussische site Intex-press legt uit dat de stemming ‘de burgers een gevoel van steun en solidariteit moet geven’, en dat het niet is georganiseerd om straatacties te vervangen, maar om ‘te zien met hoevelen we zijn’. Voor Svetlana Tichanovskaja is het doel van deze stemming vooral om ‘zo snel mogelijk een einde te maken aan het geweld’ en om ‘degenen die de afgelopen maanden om politieke redenen zijn gearresteerd, vrij te laten’.
De oppositie zet erop in dat tegen mei of al eerder Alexander Loekasjenka onder internationale en binnenlandse druk ‘verplicht zal zijn een dialoog aan te gaan’. Externe druk zal volgens Tichanovskaja de vorm aannemen van ‘nieuwe sancties, de vermindering van contracten met Belarussische overheidsbedrijven, het politieke isolement van Loekasjenka, de opschorting van westerse financiering voor verschillende programma’s en investeringsprojecten’.
Het uiteindelijke doel van de oppositie is om voor het einde van het jaar nieuwe presidentsverkiezingen te houden. Als de Belarussische regering de dialoog weigert, overweegt het Tichanovskaja-team zes scenario’s, meldt de site, waaronder die van een ‘externe interventie’.
Het Russische dagblad Nezavissimaïa Gazeta herinnert eraan dat de repressie sinds augustus 2020 niet is gestopt, en dat het protest deze winter aanzienlijk is afgenomen. De kou, het politiegeweld, de gerechtelijke procedures, maar ook de pandemie, ‘waarvan men zich de omvang alleen maar kan voorstellen, omdat de autoriteiten er niet over spreken en er geen beperkingen zijn opgelegd’, hebben het moreel beïnvloed.
Het Tichanovskaja-initiatief werd op het juiste moment gelanceerd om de bevolking aan te moedigen actief deel te nemen aan de volgende protestactie, gepland op 25 maart. Deze ‘Vrijheidsdag’ is de verjaardag van de oprichting van de Volksrepubliek Belarus in 1918, die meestal alleen wordt gevierd door de nationalistische democratische oppositie. Voor Loekasjenka komt de nationale feestdag overeen met de dag van de afkondiging van de onafhankelijkheid van het land van de USSR op 25 augustus 1991.
In het hele land kondigden de oppositie en lokale activisten massale protesten tegen de autoriteiten aan voor 25 maart. Zoals te verwachten was, kregen ze hiervoor geen toestemming. ‘De acties van 25 maart zullen dus illegaal zijn, wat een gewelddadig scenario voorspelt’, vreest het Russische dagblad.
Als de mensheid haar dieptepunt heeft bereikt, richt ze zich meestal met hernieuwde krachten weer op. Vandaar dat er volgens velen gouden tijden aanbreken voor creditcardmaatschappijen en condoomfabrieken. Maar er kan niet alleen worden gevierd. Er moeten ook dingen veranderen.
Terwijl de besmettingen tot recordhoogte zijn gestegen, wagen steeds meer experts zich aan voorspellingen over hoe de samenleving zich na de crisis zal gedragen.
Een frivool bacchanaal à la Paris Hilton met muziek van Rafaella Carrà. Moeilijk voor te stellen, nu ons dagelijks leven gedicteerd wordt door het tegenovergestelde met beperkingen die stress en verwarring oproepen. Om te weten waar we nu staan en welke kant we op gaan, zijn er kleurcodes (rood, oranje, groen), genummerde coronagolven, vaccinatieschema’s en avondklokken.
Het is niet zo raar dat we, heen en weer geslingerd tussen de hoop op groepsimmuniteit en de vermoeidheid vanwege een pandemie die maar voortduurt, ons afvragen wat er the day after zal gebeuren, wanneer het coronavirus ons leven niet langer bepaalt.
‘Net als in de roaring twenties van de vorige eeuw zullen mensen onherroepelijk op zoek gaan naar sociale interactie’
‘Net als in de roaring twenties van de vorige eeuw zullen mensen onherroepelijk op zoek gaan naar sociale interactie. Men zal nachtclubs bezoeken, naar restaurants, politieke bijeenkomsten, sportevenementen en optredens gaan. Religiositeit zal afnemen en er zal meer risicovol gedrag zijn, het opgespaarde geld zal uitgegeven worden. Het zou goed kunnen dat er een tijd aanbreekt van seksuele uitspattingen en geldverspilling.
Dat is het feestje dat Nicholas Christakis, gerenommeerd arts en als socioloog, verbonden aan Yale University, voorspelt. Hij is door Time verkozen tot een van de invloedrijkste mensen van de wereld en auteur van Apollo’s Arrow, waarin hij de effecten van de pandemie op de samenleving vanuit historisch perspectief analyseert. Hij staat niet alleen: experts van uiteenlopende disciplines voorzien een periode waarin het optimisme hoogtij viert, een periode van economisch herstel, van wetenschappelijke vooruitgang en van culturele bloei.
2024
In een interview met de BBC benadrukte Christakis dat het post-coronatijdperk in 2024 zijn intrede zal doen. Dan zijn de vaccinatiecampagnes achter de rug en zijn de sociale en economische wonden geheeld.
‘Het hoort bij de menselijke logica om te veronderstellen dat het einde van een tragedie leidt naar feestgedruis,’ zegt Manual Arias Maldano, schrijver van het boek Desde las ruinas del futuro. Teoría política de la pandemia (Vanaf de puinhopen van de toekomst. Een politieke theorie van de pandemie). ‘Het zal gaan bruisen van vitaliteit, al zal dit wel afhangen van de sociaaleconomische situatie van elk afzonderlijk land.’
Mocht zich inderdaad een goddeloos tijdperk aandienen dan zouden er gouden tijden aanbreken voor creditcardmaatschappijen en condoomfabrieken, we zouden ons niks meer willen herinneren, op technologisch en humanistisch gebied zouden we onszelf opnieuw uitvinden.
Wordt reggaeton de nieuwe charleston? Zal een onvervalste Great Gatsby (zie openingsbeeld, afkomstig uit de verfilming van 2013) het kakkersuitgaansleven in Madrid op zijn kop zetten ? Is de opvolger van Hemingway een Chinese schrijver? Of staat er misschien een nieuwe Wittgenstein op die een Tractatus schrijft die de filosofie op zijn kop zet?
De geschiedenis laat zien hoe het zou kunnen gaan. Als de mensheid haar dieptepunt heeft bereikt, richt ze zich meestal met hernieuwde krachten weer op. De pest die een kaalslag veroorzaakte in de middeleeuwen mondde uit in de renaissance, na de Amerikaanse Burgeroorlog braken de gouden tijden aan, en in Spanje kwam, na de dictatuur en de oliecrisis de Movida, het voorportaal van een periode van grote welvaart.
Dus? Breekt er, gelet op de geschiedenis, een periode aan waarin we het geld over de balk smijten, zoals Christakis ons wil doen geloven?
Als economische groei uitblijft dan is de vergelijking met de roaring twenties een beetje naïef
‘Vrije seksuele moraal? Dat is overduidelijk. Na de zondevloed verschijnt altijd een regenboog. Economische overvloed? Natuurlijk zal er meer geld worden uitgegeven, maar als economische groei uitblijft dan is de vergelijking met de roaring twenties een beetje naïef,’ nuanceert essayist Jorge Freire.
Socioloog Fernando Vidal, verbonden aan de Universidad Ponitificia Comillas ICADE, denkt dat de samenleving in de post-coronatijd op twee heel verschillende manieren zal reageren. ‘Er zal een mix zijn van euforie en ontlading. De grootste hedonisten leven zij aan zij met een deel van de bevolking die, huiveriger en worstelend met de nasleep, zich afvraagt hoe het zover heeft kunnen komen.’
De samenleving zal uiteenvallen in twee postpandemische kasten: de bedachtzamen en de roekelozen
Het ziet ernaar uit dat in de veronderstelde nieuwe Jazz Age er tevens gewetensvolle party poopers zullen zijn. De samenleving zal uiteenvallen in twee postpandemische kasten: de bedachtzamen en de roekelozen. Die laatsten zullen niet achterom willen kijken.
In dat licht vindt Vidal dat het optimisme na een crisis gepaard moet gaan met een behoorlijke dosis diepgang. ‘Vieren zal belangrijk zijn maar veranderen ook.’ En die visie was er bijvoorbeeld niet na de Eerste Wereldoorlog, wel na de Tweede. ‘Het was alsof men in de jaren twintig was vergeten wat een slachting de Eerste Wereldoorlog en de griepepidemie van 1918 waren geweest terwijl er na 1945, zelfs toen de consumptiemaatschappij opkwam, werd reflecteer op de tragedie van de Holocaust en de dreiging van kernwapens.
Verschillende peilingen laten zien dat een groot percentage van de bevolking bepaalde aspecten van het leven in de toekomst wil veranderen. Terug na het leven van voor corona volstaat niet. Het nieuwe leven dat men voor ogen heeft fluctueert van verhuizen van de plek waar men nu woont tot definitief besluiten om te gaan telewerken. Ook is er een sterker milieubewustzijn vastgesteld.
‘Grote trauma’s veroorzaken grote gedragsveranderingen bij mensen,’ aldus Vidal. Toen Groot-Brittannië werd getroffen door de gekkekoeienziektecrisis – een crisis die vergelijkbaar was met de vervuilde koolzaadoliecrisis in Spanje – was er een gigantische stijging van het aantal vegetariërs en mensen die vraagtekens zetten bij de gangbare eetgewoontes. Stel je maar eens voor wat er gaat gebeuren met wat we nu meemaken.’
Tijdens deze pandemie heeft één gebied onbetwistbaar aan kracht gewonnen: de wetenschap
Die nieuwe dynamiek zou grote invloed kunnen hebben op allerlei gebieden. Tijdens deze pandemie heeft één gebied onbetwistbaar aan kracht gewonnen: de wetenschap. Zonder de wetenschap kunnen we fluiten naar een nieuwe roaring twenties. In de strijd tegen corona heeft zich een revolutie ontketend waarin de hoofdrol is weggelegd voor vaccins met de messenger-RNA, is kunstmatige intelligentie tot wasdom gekomen en wordt ruimtevaartprogramma’s nieuw leven in geblazen. De verwachtingen zijn hooggespannen.
Ook de kunstwereld zou een opleving kunnen beleven met een eigen Lost Generation, Duke Ellington en Coco Chanel. Financial Times-columnist Janan Ganesh schreef onlangs dat je in dit decennium factoren kunt aanwijzen voor het ontstaan van een Arcadia in de kunsten, net als in de vorige eeuw. Een cultuurexplosie die, aldus Ganesh, de sinds het begin van deze eeuw vastgeroeste kunsten nieuw leven kan inblazen.
‘Het Westen kampt met het probleem dat de bevolking erg oud is’
Arias Moldonado vindt de gedachte van Ganesh interessant, maar deelt zijn optimisme niet. ‘Destijds voelde men de noodzaak om zich te verzetten tegen de traditionele kunsten, je had de vitaliteit van de avant-garde,’ aldus Moldonado. ‘Zou dat kunnen in onze tijd, nu we denken dat alles verzonnen is? Dat zie ik niet zo voor me, al zou het goed kunnen dat die vernieuwingsdrang zich nu richt op andere belangrijke thema’s, zoals de strijd tegen klimaatverandering.’
Honderd jaar geleden was het gemakkelijk om aan te geven waar de creatieve boom plaatsvond, vandaag de dag is dat bijna onmogelijk. Vroeger was het Westen het middelpunt van de wereld. Parijs was het culturele mekka, de beste universiteiten zaten in Engeland en Duitsland en de Verenigde Staten hadden het geld en de vitaliteit van een ondernemende samenleving om dit proces te schragen.
‘Het Westen kampt met het probleem dat de bevolking erg oud is,’ constateert Maldonado. ‘Het gebrek aan vitaliteit kon wel eens een obstakel zijn voor een mogelijke culturele revolutie, die zich misschien in Azië en Latijns-Amerika, waar de bevolking veel jonger is, wel kan voordoen. Het zou goed kunnen dat wij het al oké vinden als we de pandemie overleven.’
Religieus instinct
Van de aardse kunsten en wetenschap maken we een stap naar het geloof, dat in de nabije toekomst wel eens voor frictie zou kunnen zorgen. Christakis’ hypothese is dat we in onze donkerste dagen onze toevlucht nemen tot het geloof, maar hij voorspelt wel een regressie. ‘Het religieuze instinct zal blijven opborrelen, maar in een ander jasje,’ aldus Jorge Freire, schrijver van Agitación: sobre el mal de la impaciencia (Stress: over het kwaad dat ongeduld heet). ‘De angst voor de dood is nauw verbonden met het geloof. Zolang de mens sterfelijk is zal hij zich willen vasthouden aan het geloof, en het ziet er voorlopig niet naar uit dat we onsterfelijk worden.’
Zoals bij elk feestje is er iemand die de muziek uitzet en het licht uitdoet
Afgaand op de voorspellingen weten we wanneer het grote postcoronafeest zal beginnen (2024), de gastenlijst is er ook (de bedachtzamen en de roekelozen) en Rafaella Carrà zal de muziek verzorgen. Wat we nog moeten uitzoeken is wie het feestje gaat betalen.
Laten we nog eens naar de geschiedenis kijken, misschien dat we daar een kompas voor onze toekomst vinden. Maart 1814. Het einde van de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Het geruïneerde Spanje zet de laatste regimenten van de napoleontische leger het land uit. Freire: ‘Alle dorpen in Catalonië, Aragon en Castilië waar koning Fernando VII zijn opwachting maakte na de ondertekening van het Verdrag van Valençay zetten dit luister bij met opera’s, praalwagens en zelfs met bouwwerken, zoals triomfbogen, die voor de gelegenheid waren opgetrokken. Dat Fernando VII een flutkoning was doet er niet toe. Wij Spanjaarden hebben maar weinig nodig om ons in de armen van Bacchus te werpen. Vooral als de gemeente het feestje bekostigt.’
Als dat zo is, dan betalen we met z’n allen het postcoronafeestje en delen we de kosten.
En zoals bij elk feestje is er iemand die de muziek uitzet en het licht uitdoet. Als het zover is en we ons weer afvragen wat we morgen gaan doen, moeten we niet vergeten dat op het feestje van de roaring twenties, waar zoveel experts ons op wijzen, de beurscrack van ’29 volgde, Adolf Hitler en de ergste oorlog die de mensheid heeft meegemaakt. Dus: laten we niet zo zeker zijn van onze zaak.
Geheel in de lijn van hun illustere (groot)vader, wereldwijd beschouwd als de grondlegger van de Afrobeat, nemen Femi en Made Kuti zingend en swingend stelling tegen de vele misstanden in Afrika.
Femi en Made Kuti, respectievelijk de zoon en de kleinzoon van de Nigeriaanse muzieklegende Fela Kuti (1938-1997), houden de familietraditie van jazz, Afrobeat en activisme in ere. Als unicum in de muziekgeschiedenis presenteren ze allebei tegelijk een nieuw album dat onder de noemer Legacy + als één pakket wordt uitgebracht.
Geheel in de lijn van hun illustere (groot)vader, wereldwijd beschouwd als de grondlegger van de Afrobeat, nemen ze zingend en swingend stelling tegen de vele misstanden in Afrika. De songtitels van Femi Kuti (58) laten daar geen enkel misverstand over bestaan, schrijft Jim Gilchrist in The Scotsman: Stop The Hate, Land Grab en Show Of Shame. ‘Maar de arrangementen zijn minstens zo veelzeggend: fonkelende keyboards, glorieus en funky trompetgeschal en rusteloze ritmes.’
Made Kuti (26) sluit daar volgens de recensent perfect op aan door met ‘dwingende hoorns en een bitterzoet kinderkoor zijn beklag te laten horen over kinderarmoede en seksueel misbruik’.
‘Waar vader Femi kiest voor de scherpe, satirische en meer conventionele stijl, gaat Made een stap verder’
Voor Taiwo Okanlawon van het Nigeriaanse dagblad P.M. blijven beide muzikanten trouw aan de jazzy Afrobeat. ‘Maar waar vader Femi kiest voor de scherpe, satirische en meer conventionele stijl, gaat Made een stap verder met een manifest voor de vrijheid waarbij hij de grenzen van het genre verkent.’
Ammar Kalia van The Guardian heeft een voorkeur voor de plaat van de jongste Kuti. Die ziet volgens hem kans het belang van Afrobeat te illustreren door de ‘ritmische kracht van hiphop samen te brengen met de muziektraditie van zijn grootvader, om zo de aanklacht tegen racisme, corruptie en verdeeldheid met hernieuwd elan uit te dragen’.
De criticus van The Morning Star beschrijft een ‘magnifiek’ dubbelalbum en voorziet een ‘gouden toekomst voor de muziekdynastie van de familie Kuti’.
De albums Stop The Hate van Femi Kuti en For(e)ward Made Kuti zijn vanaf begin februari samen verkrijgbaar als Legacy +
De ballonnen van kunstinstallatie Weightless Forest of Resonating Life maken je zo blij als een kind. Verder: De schoonheidstrend BBL (Brazilian Butt Lift) leidt tot gevaarlijke operaties, soms zelfs met de dood tot gevolg & meer aanraders van de 360-redactie.
Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.
Het Europa van 1914 versus 2021
Caroline de Gruyter schrijft columns over Europa en internationale politiek. Niet alleen voor NRC Handelsblad, maar ook voor de site euobserver. Vanwege haar kraakheldere schrijfstijl, internationale blik, bewonderenswaardige kennis en vaak verrassende invalshoeken is het zeer de moeite waard om ook die in de gaten houden, tipt redacteur IJsbrand van Veelen.
Haar meest recente bijdrage voor euobserver begint zo: ‘De Hongaarse schilder Béla Zombory-Moldován was 29 toen zijn leven voor altijd veranderde. In 1914 brak de oorlog uit terwijl hij met vrienden op vakantie was aan de Adriatische kust. Binnen een week was de zorgeloze, zachtaardige kunstenaar uit een rijke familie op weg naar het front, in uniform. Zoals hij schreef in The Burning of the World, zijn memoires van het eerste jaar van de oorlog die in 2014 door zijn kleinzoon werden gepubliceerd, had hij geen idee van wat hem te wachten stond. “Sinds mijn grootvader was niemand in mijn familie in oorlog geweest. Totdat we ermee werden geconfronteerd, had iedereen oorlog als een absurditeit beschouwd. Nu was het realiteit. Een schrale troost: de vijand moet hetzelfde probleem hebben.”
In een Europa waar al meer dan zeventig jaar vrede is, roepen deze woorden onwillekeurig parallellen op’, vervolgt De Gruyter. ‘Niemand zegt dat er in 2021 oorlog zal uitbreken in Europa. 1914 is zeker geen 2021. Maar…’ Het vervolg lees je hier.
Deze column is een voorproefje uit haar nieuwe boekBeter wordt het niet – Een reis door het Habsburgse Rijk en de Europese Unie, dat op 2 maart verschijnt.
Braziliaanse billen
De afkorting alleen al: BBL, geen sandwich, maar een brazilian butt lift. In Zuid-Amerika is de butt een ontzettend belangrijk onderdeel van het vrouwelijk lichaam. En sinds een aantal jaren voor iedereen zelf naar ideaalbeeld te boetseren, Zoals Melissa – niet haar echte naam – in dit artikel van The Guardian – getipt door editor at large Katrien Gottlieb – zegt: ‘Je ziet iets wat je leuk vindt, en dan wil je het hebben.’ Logisch toch?
Cosmetische chirurgie heeft er groots aan bijgedragen dat het uiterlijk niet langer een ‘gradually decaying biological event’ is maar een project dat voortdurend kan worden bijgeschaafd. Maar wat gebeurt er als de BBL uit het modebeeld verdwijnt, en iedereen opeens de voorkeur geeft aan een AB, een Aspirine Butt? Zoals het Britse model Twiggy de trend zette met haar cup AA en vrouwen met een voluptueuze boezem frustreerde.
In de afgelopen drie jaar zijn drie Britse vrouwen, Abimbola Ajoke Bamgbose, Leah Cambridge en Melissa Kerr, overleden als gevolg van complicaties die zich voordeden bij BBL’s in Turkije, schrijft The Guardian. Wat mensen bezielt om zichzelf zoiets aan te doen om hun zelfbeeld kunstmatig op te pimpen, soms tot de dood erop volgt, blijft een interessant fenomeen.
Ambassadeur van een sombere generatie
Arlo Parks verwoordt de eeuwige problemen van de adolescentie, en in het bijzonder de problemen die ze in de huidige tijd ervaren, schrijft The Times in een portret. Zo schreef ze het nummer ‘Black Dog’ (‘It’s so cruel what your mind can do for no reason’) voor een vriendin. ‘Ik zag iemand zonder aanwijsbare reden vreselijke pijn lijden. (…) er was geen duidelijke oorzaak en ik voelde me machteloos.’ Een aanrader van hoofdredacteur Laura Weeda.
Haar muziek richt zich in het bijzonder op de eerste generatie ‘digitale autochtonen’, waar ze zelf als twintigjarige deel van uitmaakt: jongeren die zijn opgegroeid met internet. Volgens een rapport dat in oktober 2020 is vrijgegeven door de American Psychological Association, leed meer dan 70 procent van de jongvolwassenen het afgelopen jaar aan een vorm van depressie.
We snappen waarom, schrijft de Londense krant. De jongeren van Generatie Z zitten vastgeschroefd aan hun mobiele telefoon, worden belaagd met sombere berichten en steeds meer overweldigd door wanhoop. Parks is ook ambassadeur voor CALM: Campaign Against Living Miserably – een organisatie die zich inzet voor een goede geestelijke gezondheid.
‘Gedurende het jaar dat voor de meesten van ons gekenmerkt werd door algehele verlamming, veranderde ze van een volslagen onbekende in een openbaring’
Zelf lijkt de artiest een gelukkige jeugd te hebben gehad. Ze is de dochter van een Nigeriaanse vader en een Franse moeder en bezocht een privéschool in Hammersmith in Londen. Ze begon op zevenjarige schrijver met het schrijven van gedichten, op haar veertiende met gitaar spelen. Op de middelbare school werd ze nadat ze voor haar biseksualiteit was uitgekomen zelfverzekerder, vertelt ze zelf, en begon ze ook te zingen.
Ze laat zich inspireren door bijvoorbeeld de Amerikaanse R&B-ster Frank Ocean, King Krule, een cultzanger uit Zuid-Londen, The Cure, maar bijvoorbeeld ook door de meanderende taal uit Virginia Woolfs Mrs Dalloway (‘Ze neemt je mee in een zin en laat je er bijna in verdwalen tot je er aan het einde weer uit komt’) en Just Kids van Patti Smith (‘Een bundeling van alles wat vreemd, romantisch en destructief was in het leven van een kunstenaar in het New York van de jaren zeventig’). Haar album Collapsed in Sunbeams, dat deze maand verscheen, ontleent zijn titel aan Zadie Smiths essaybundel On Beauty (2005).
‘Gedurende het jaar dat voor de meesten van ons gekenmerkt werd door algehele verlamming, veranderde ze van een volslagen onbekende in een openbaring, die onder andere Michelle Obama en Billie Eilish wordt bewonderd’, schrijft The Times.
Het artikel van The Times zit achter een betaalmuur maar haar muziek spreekt voor zichzelf en is online te beluisteren.
Ballonkunst
Tijdens deze donkere coronaperiode snakt menig mens naar een feestje, en wat schreeuwt nou meer feest dan de ballon. In Tokio kunt u nu de ultieme ballonervaring ondergaan door te stuiteren door de kunstinstallatie Weightless Forest of Resonating Life van het internationale collectief teamLab, te zien in het MORI Building Digital Art Museum. Nu reizen naar Japan lastig is, zijn er gelukkig videobeelden van de installatie om je aan te vergapen.
Een tip van onze art director Majel van der Meulen: ‘Licht, beweeglijk, kleurrijk, vrolijk, feestelijk: de ballon. Meer dan een feestje, in de beeldende kunst kom ik ze regelmatig en graag tegen. Door de jaren heen heb ik een flinke verzameling gezien. In 2017 genoot ik van Martin Creeds installatie SAY CHEESE! in Museum Voorlinden, met onder andere een zaal gevuld met ballonnen. Al eerder zag ik in Tate Modern Andy Warhols Silver Clouds en in 2013 in De Pont in Tilburg Two Younger Women Come In and Pull Out A Table van Katharina Grosse. Ook bijzonder vrolijk makend is Jeff Koons Balloon Dog (Magenta), die te zien was op de Biënnale van Venetië in 2015. En een nu dus deze ballonkunstinstallatie in Tokyo.’
Mentor van de beat-dichters
Lawrence Ferlinghetti, dichter, uitgever en politiek iconoclast, die generaties kunstenaars en schrijvers uit San Francisco inspireerde en ondersteunde, is maandag in zijn huis in San Francisco overleden aan een longziekte. Hij werd 101 jaar.
The New York Timespubliceerde een prachtig portret van de ‘spirituele godfather van de beat-beweging’, die in 1953 de boekhandel, uitgeverij en ‘literaire ontmoetingsplaats’ City Lights in San Francisco oprichtte. Een elf minuten durende documentaire over het leven van de Ferlinghetti, die grote beat-dichters als Allen Ginsberg, Gregory Corso en Michael McClure uitgaf, begeleidt het artikel.
Een aanrader van redacteur Joep Harmsen. ‘In 2018 bracht ik een bezoek aan City Lights Bookstore en werd overvallen door de historische sensatie van het zijn op een plek waar grootheden als Allen Ginsberg, Jack Kerouac en Ferlenghetti himself elkaar hun energieke en taboedoorbrekende poëzie voordroegen.’
Zijn meest succesvolle bundel, A Coney Island of the Mind (1958) trok de aandacht toen een van de gedichten als godslastering werd bestempeld door een congreslid uit New York, Steven B. Derounian, die beweerde dat het de kruisiging van Christus belachelijk maakt. Het gedicht, ‘Sometime During Eternity …’ begint als volgt:
Sometime during eternity
some guys show up
and one of them
who shows up real late
is a kind of carpenter
from some square-type place
like Galilee
and he starts wailing
and claiming he is hip
En dan nog, om de levenslust van de 101 jaar oud geworden Ferlinghetti te vieren, het begin van zijn gedicht ‘The World is a Beautiful Place’:
Fotograaf Pelle Cass maakte duizelingwekkende foto’s van overvolle sportvelden. Verder: Luister naar uiteenlopende geluiden uit de 55 landen van het Afrikaanse continent op AIAC Radio & meer aanraders van de 360-redactie.
Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.
Foto’s van gewone Noord-Koreanen
Redacteur IJsbrand van Veelen stuitte op een fascinerende serie foto’s die de Franse fotograaf Stéphan Gladieu in Noord-Korea maakte van de bevolking. Dit artikel op de cultuursite It’s Nice That biedt daarvan een fraai overzicht.
Over doorsnee Noord-Koreanen horen we zelden of nooit iets, aldus Gladieu. ‘De 25 miljoen inwoners zijn een soort spook van de moderne wereld. Ik wilde daar een gezicht aan geven.’ Daarvoor waren wel vijf reizen naar het geïsoleerde land nodig en drie jaar lang onderhandelen over de plaatsen waartoe hij toegang wilde hebben.
‘Ik heb een vertrouwensband weten op te bouwen door me heel voorspelbaar, statisch en controleerbaar te gedragen. Daar is ook het hele idee van deze serie op gebaseerd: om binnen de controle waaraan ik was onderworpen precies genoeg vrijheid te vinden voor mijn foto’s.’
Gladieu maakte een boek van zijn foto’s van Noord-Koreanen, Corée Du Nord (2020).
Radio Afrika
De Sierra Leonees-Amerikaanse muziekproducent, dj, schrijver en cultureel activist Chief Boima, tevens hoofdredacteur van Africa Is a Country, medeoprichter van Kondi Band en de oprichter van het INTL BLK-platenlabel, heeft een maandelijkse onlineradioprogramma: AIAC Radio. De show bevat een mix van muziek en interviews met muzikanten, historici, journalisten en meer. Een aanrader van hoofdredacteur Laura Weeda.
Als luisteraar kom je veel te weten over de cultuur en politiek van de verschillende Afrikaanse landen, onderlinge en externe invloeden op alle gebieden en maak je dankzij Boima’s zeer gevarieerde selectie kennis met muziek van alle genres. De afleveringen zijn voorzien van tracklist, zodat je zelf verder op verkenning kunt gaan.
In de afgelopen drie afleveringen, respectievelijk gewijd aan Sierra Leone, Trinidad en Tobago en Djibouti, leerde ik onder andere dat reggae in Sierra Leone populair is, dat Trinidad en Tobago de meeste vakanties van alle landen ter wereld heeft omdat alle religieuze feestdagen er worden gevierd en dat de muziek- en filmindustrie op Djibouti het meest is beïnvloed door India, dat zich aan de andere kant van de Arabische Zee bevindt.
Overvolle velden
Nu we allemaal snakken naar zwetende mensenmassa’s ontwierp de Amerikaanse fotograaf Pelle Cass foto’s van overbevolkte sportvelden. Hij legt meerdere foto’s van dezelfde sportwedstrijd over elkaar waardoor de hele wedstrijd in één beeld lijkt samengevat, zoals te zien is in een voorproefje van deze fotoserie in The Guardian.
Een tip van art directorMajel van der Meulen: ‘Foto’s van sportevenementen, ik selecteer ze zelden voor 360 Magazine. Nooit heeft kijken naar sport me gefascineerd, liever zelf bewegen is mijn motto. Deze serie Crowded Fields is verbluffend mooi, en deel ik graag.’
Pelle Cass’ Crowded Fields is tot en met 21 maart te zien in Abigail Ogilvy Gallery in Boston.
Verbreek het pact
In heel Mexico protesteren al enkele dagen (voornamelijk) vrouwen tegen de kandidatuur Félix Salgado Macedonio voor gouverneur van de staat Guerrero. Deze kandidaat van regeringspartij Morena is door twee vrouwen beschuldigd van verkrachting.
Op 15 februari verscheen Basilia ‘N.’, een van de slachtoffers, voor de Nationale Commissie voor Waarheid en Rechtvaardigheid (CNHJ). Na de zitting vroeg zij de president om in haar zaak tussenbeide te komen, schrijft de Mexicaanse websiteAnimal Político.
Sinds afgelopen woensdag (17 februari) sporen vrouwen president Andrés Manuel López Obrador via sociale media aan om ‘het patriarchale pact te verbreken’ en de kandidatuur van Salgado Macedonio niet te steunen.
Donderdag (18 februari) zei de president dat de protesten van de vrouwen gegrond zijn, maar dat de inwoners van Guerrero die Salgado steunen ook het recht hebben om gehoord te worden.
‘Wat moet ik doen als mijn vriend, neef of partner een vrouw heeft verkracht of seksueel misbruikt?’
Daarom wil redacteur Joep Harmseneen les delen uit een tweede artikel van Animal Político, van de hand van Ana Estrada. ‘Wat moet ik doen als mijn vriend, neef of partner een vrouw heeft verkracht of seksueel misbruikt?’ In de ijdele hoop dat de Mexicaanse president en alle andere mannen in machtsposities meelezen (Geert Wilders en Dion Grauss bijvoorbeeld).
Animal Político: ‘Als u een man bent, heb ik nieuws voor u: het is tijd om dit pact te verbreken, om een soort “verraad aan het patriarchaat” te plegen en te stoppen met gedrag dat geweld tegen vrouwen veroorzaakt.
Mannen (…) moeten erkennen dat het verhaal van hun mannelijkheid complex is en begrijpen dat “we niet alleen monsters zijn die elke dag geweld uitoefenen; we zijn mensen, een product van onze omstandigheden en onze sociaalculturele constructies. Het is aan ons om te veranderen en verantwoordelijkheid te nemen voor onze daden.”’
Een tropisch netwerk opbouwen
De site Tropical Papers zet Latijns-Amerikaanse kunstenaars, architecten, ontwerpers en wetenschappers in de zon die ook hier weer begint te schijnen. Het is een kleurige ambitieuze site met de meest verrassende protagonisten uit verschillende disciplines.
Opgericht in Parijs in 2020 als een non-profit artistieke organisatie, brengt tropical papers een lokaal en internationaal publiek bijeen dat zich op verschillende vlakken bezighoudt met ‘de tropen’, in feite een denkbeeldig gebied.
‘Het is een hedendaags postkoloniaal laboratorium, een bron van kennis en multidisciplinaire projecten’
‘Het is een hedendaags postkoloniaal laboratorium, een bron van kennis en multidisciplinaire projecten die interconnectiviteit, uitwisseling van ervaringen en dialogen over sociale, historische en actuele geopolitiek stimuleren, door middel van milieu- en duurzame perspectieven’, schrijven de oprichters, onder wie voormalig directeur van het Museum voor Moderne Kunst (CAPC) in Bordeaux.
Editor at largeKatrien Gottlieb: ‘Zo, een mondvol over dit bewonderenswaardige initiatief dat allerlei programma’s ontwikkeld heeft om virtueel aan deel te nemen, bedoeld om een tropisch netwerk op te bouwen en kennis uit verschillende disciplines te delen.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.