Onderwerpen: Oorlog

  • Oekraïnes ‘Inglourious Bastards’ zaaien terreur in Cherson

    Oekraïnes ‘Inglourious Bastards’ zaaien terreur in Cherson

    Oekraïense partizanen schakelen pro-Russische collaborateurs uit, geven doelen door aan de artillerie van Kyiv en saboteren de logistiek van de Russen. De Russische bezetter staat vooralsnog machteloos.

    Dit artikel is ingesproken door Blendle:

    ‘Verraders kunnen zich niet meer verbergen.’ Deze boodschap van Oekraïense guerrillastrijders, die eerst op affiches in bezette steden werd verspreid, heeft nu de bezetters bereikt – begeleid door bloedvergieten. Vitaly Goera, een Oekraïense politicus die sinds het begin van de oorlog werkte voor de Russen en plaatsvervangend voorzitter werd van het bestuur van Nova Kachovka, is de voorlopig laatste in een lange rij van mensen die wegens ‘verraad’ is terechtgesteld. Partizanen schoten hem afgelopen zaterdag voor de deur van zijn eigen huis neer met een Makarov-pistool. Enkele uren later stierf hij op de intensive care.

    In afwachting van het tegenoffensief van Kyiv in de bezette gebieden van Cherson en Zaporizja, bereiken de Oekraïense guerrillastrijders hun doel: oorlog voeren tot ver buiten de vijandelijke linies, zoals Quentin Tarantino’s Inglourious Bastards, en de vijand angst aanjagen door hem te doden met messen, kogels of gif.

    Vergiftiging

    In een ziekenhuis in Moskou overleed vorige week een andere collaborerende politicus, Vladimir Saldo, leider van het Russische bestuur in de regio Cherson. Rusland beweert dat hij een hartaanval kreeg als gevolg van het coronavirus, maar volgens Oekraïense bronnen hebben de partizanen hem met succes vergiftigd. Zijn bloed- en urinetests bevestigden de aanwezigheid van een giftige stof in zijn systeem die zijn dood veroorzaakt zou kunnen hebben.

    Terwijl dit allemaal speelt, hebben partizanen Cherson volgehangen met poppen, verkleed als Russische soldaten die onder het bloed zitten. Aan bruggen zijn posters opgehangen waarop staat: ‘Moskou ligt op 500 kilometer afstand, maar ons leger slechts op 10 kilometer.’ Die afstand geeft aan hoever het Oekraïense leger verwijderd is voor een offensief ter bevrijding van de stad.

    In opdracht van het verzet hebben bendes Oekraïense jongeren tientallen dronken Russische soldaten neergestoken

    De campagne is niet alleen gericht aan politici, maar aan iedereen die zou kunnen collaboreren met de Russen bij hun pogingen om bezette gebieden te annexeren. Blogger Valeri Koelesjov, een bekende propagandist van het Kremlin, werd neergeschoten in zijn eigen auto. Na zijn executie lieten de partizanen een briefje achter waarop stond dat Koelesjov ‘een kaartje had gekocht voor het eeuwige concert van het Aleksandrovkoor’ [het officiële muziek- en dansensemble van de Russische strijdkrachten]. In opdracht van het verzet hebben bendes Oekraïense jongeren tientallen dronken Russische soldaten neergestoken.

    De ontwrichtende activiteiten door deze commando’s worden gecoördineerd vanuit Kyiv. Aangesloten zijn niet alleen burgers die hebben besloten in de regio te blijven ondanks de Russische opmars, maar ook militairen die het lukt om de linies over te steken zonder door de bezetters te worden opgemerkt. Naast het uitschakelen van collaborateurs voeren de partizanen doeltreffende sabotagemissies uit, met name het vernietigen van spoorlijnen. Zo is de verbinding tussen het gebied van Melitopol met de stuwdam van de rivier de Dnjepr reeds verschillende malen onklaar gemaakt.

    Een andere taak is het lokaliseren van doelen voor het langeafstandsgeschut, met name de effectieve Himars-systemen die door de VS werden geleverd. Munitiedepots, magazijnen of commandoposten die door de partizanen worden gelokaliseerd, worden onmiddellijk vernietigd door geleide raketten uit Oekraïne, evenals de bruggen (met name de Antonivskybrug) die de bezette zone met de rest van het veroverde gebied ten oosten van de Dnjepr verbinden. Door het opblazen van deze bruggen zijn duizenden Russische soldaten om de rivier over te steken aangewezen op schuiten, en dat levert grote logistieke problemen op.

    Verkiezingsmaskerade

    Een ander doel van de guerrillastrijders is het dwarsbomen van plannen van het Kremlin om pseudoreferenda te houden met het oog op annexatie van bezette gebieden in Oekraïne. De bezetters hadden 7 augustus gepland als datum voor deze maskerade, waarbij Russische militairen van huis tot huis zouden gaan ‘om de bewoners te vragen te gaan stemmen’. Deze plannen zijn keer op keer verstoord vanwege het totale gebrek aan veiligheid voor degenen die de huisbezoeken moeten afleggen.

    In het bezette Zaporizja is de pro-Russische gouverneur Anton Koltson nu het volgende doelwit van de partizanen, aangezien hij opnieuw pogingen onderneemt om verkiezingsfraude te plegen, zoals hij eerder ook in 2014 op de Krim deed door tanks de straat op te sturen en stembiljetten te markeren.

    De Russische autoriteiten zijn er nog niet in geslaagd de commando’s te identificeren en te ontmantelen, maar de willekeurige arrestaties gaan gewoon door en de filtratiekampen blijven bestaan. Sommige Oekraïense burgers laten weten dat de stank van de dood in Cherson intens is: in een mobiel crematorium worden de lijken verbrand van mensen die zijn doodgemarteld op verdenking van hulp aan het verzet. Zo wordt geprobeerd om bewijsmateriaal te verdoezelen dat zou kunnen leiden tot beschuldigingen van oorlogsmisdaden.

    Lees ook:

  • Opnieuw Russische militaire locaties getroffen door explosies en brand

    Opnieuw Russische militaire locaties getroffen door explosies en brand

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Kenia: verliezer Odinga verwerpt uitslag presidentsverkiezingen

    » Algerije: 26 doden bij bosbranden

    Oekraïne treft doelen diep in door Rusland bezet gebied

    Ten minste vier explosies hebben donderdagavond het gebied rond de Russische militaire luchtmachtbasis in Belbek, nabij Sebastopol, het hoofdkwartier van de Russische Zwarte Zeevloot, getroffen, aldus The Guardian. De gouverneur van Sebastopol, Michail Razvojajev, zei op zijn Telegram-account dat de Russische luchtafweer een Oekraïense drone had neergeschoten.

    Kort daarvoor was de luchtafweer geactiveerd in de buurt van de stad Kertsj, net als Belbek op de Krim gelegen. Nabij Kertsj bevindt zich een brug die het schiereiland met het vasteland van Rusland verbindt en die na de annexatie tegen hoge kosten is gebouwd.

    Verder naar het noorden werden de Russische dorpen Timonovo en Soloti geëvacueerd vanwege een brand die was uitgebroken in een munitiedepot, zo maakten de plaatselijke autoriteiten bekend. De dorpen liggen op minder dan 50 kilometer van de Oekraïense grens in de provincie Belgorod.

    Kyiv beschikt theoretisch niet over wapens om doelen zo ver van de frontlinie aan te vallen

    Volgens de gouverneur van Belgorod, Vjatsjeslav Gladkov, zijn er ook verspreid in de regio mijnen gevonden, meldt Meduza. De onafhankelijke Russische website schrijft dat ‘sinds het begin van Ruslands grootschalige oorlog in Oekraïne, de regio Belgorod, die grenst aan Oekraïne, herhaaldelijk is getroffen door granaten van Oekraïense kant’.

    Verscheidene Russische luchtmachtbases en munitiedepots op de Krim zijn sinds vorige week verwoest door explosies. Dat is een nieuwe ontwikkeling sinds het begin van het conflict in Oekraïne, aangezien Kyiv theoretisch niet over de wapens beschikt om doelen zo ver van de frontlinie aan te vallen.

    Lees ook:

  • Grote zorgen om schade aan Oekraïense kerncentrale door gevechten

    Grote zorgen om schade aan Oekraïense kerncentrale door gevechten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Noorse ‘Bibliotheek van de Toekomst’ bewaart publicaties honderd jaar lang

    » Aanhoudende droogte leidt tot uitzonderlijk slechte oogsten in Italië

    ‘Kernramp op wonderbaarlijke wijze afgewend’

    Afgelopen weekend gingen de gevechten door in de buurt van de Oekraïense kerncentrale Zaporizja, de grootste van Europa. Zaterdag werd schade vastgesteld, waardoor een van de zes reactoren automatisch werd stilgelegd, aldus Energoatom, de Oekraïense energietoezichthouder. Op zondag werden er meerdere explosies gemeld via sociale media, schreef The Wall Street Journal, die de informatie niet kon verifiëren.

    De Russen hebben de stad Enerhodar, waar de fabriek is gevestigd, sinds het begin van de oorlog in handen, maar de centrale wordt nog steeds bestuurd door Oekraïens personeel. ‘Een kernramp is op wonderbaarlijke wijze afgewend, maar wonderen duren niet altijd voort,’ waarschuwde Energoatom zondag.

    Lees ook:

  • Oorlog in Jemen: wapenstilstand verlengd met twee maanden

    Oorlog in Jemen: wapenstilstand verlengd met twee maanden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bibliotheken Oklahoma verboden om informatie over abortus te verstrekken

    » Mexicaanse justitie doet onderzoek naar voormalig president Peña Nieto

    Wapenstilstand betekent ‘ongekende periode van rust’

    De wapenstilstand tussen de Jemenitische regering en de Houthi-rebellen is dinsdag met twee maanden verlengd, meldt Al Jazeera. Het staakt-het-vuren, dat op 2 april was ingesteld, was al eerder op 2 juni verlengd. Ditmaal pleitten de VN voor een verlenging met zes maanden, maar ‘het wantrouwen tussen de strijdende partijen blijft diep’, aldus het Qatarese medium.

    De VN-gezant voor Jemen zei niettemin dat het nieuwe akkoord ‘een verbintenis van de partijen omvat om de onderhandelingen te intensiveren om zo spoedig mogelijk tot een uitgebreide wapenstilstandsovereenkomst te komen’. De Amerikaanse president Joe Biden verwelkomde de verlenging van de wapenstilstand en een ‘ongekende periode van rust’ in Jemen na acht jaar oorlog.

    Lees ook:

  • VN-chef Guterres: De wereld is ‘één misverstand verwijderd van nucleaire vernietiging’

    VN-chef Guterres: De wereld is ‘één misverstand verwijderd van nucleaire vernietiging’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Lange rijen aan grens dreigen ‘nieuwe normaal’ te worden voor Britse vakantiegangers

    » VS doden Al-Qaida-leider in droneaanval

    Waarschuwende woorden op VN-top over kernwapens

    De wereld is ‘één misverstand, één misrekening, verwijderd van nucleaire vernietiging’. Deze uitspraak deed António Guterres maandag bij de opening van een conferentie over het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens bij de VN. De secretaris-generaal van de internationale organisatie wees op de risico’s van de crises in het Midden-Oosten, op het Koreaanse schiereiland en in Oekraïne, zo meldt The New York Times.

    De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Anthony Blinken, uitte tijdens de conferentie kritiek op Rusland, dat zich in zijn ogen schuldig maakt aan ’gevaarlijke en roekeloze nucleaire intimidatie’. Verder was hij kritisch over de opstelling van Noord-Korea en Iran. Vladimir Poetin zei op zijn beurt in een boodschap dat ’er geen winnaar kan zijn in een nucleaire oorlog en dat zo’n oorlog nooit zou mogen plaatsvinden’.

    Lees ook:

  • Hoe Poetin zijn elitetroepen in Kazachstan klaarstoomde voor Oekraïne

    Hoe Poetin zijn elitetroepen in Kazachstan klaarstoomde voor Oekraïne

    Het dodelijke geweld waarmee in januari een protest in Kazachstan werd neergeslagen, was een oefening voor de invasie van Oekraïne de maand daarop. ‘Poetin moest de onrust in Kazachstan uit de weg hebben vóór Oekraïne.’

    Een benauwende mistroostigheid vult het luxeappartement aan de rand van Almaty in Kazachstan. Taxichauffeur Aidos Meldechan kreeg het in januari door de Kazachse autoriteiten toegewezen nadat zijn vierjarige dochter door een sluipschutter was doodgeschoten. In ruil daarvoor wilden ze zijn stilzwijgen.

    Aykorkem, de dochter van Meldechan, is een van de ongeveer tweehonderdvijftig mensen die zijn omgekomen in wat activisten een mislukte revolutie hebben genoemd. De onrust, de grootste in de dertigjarige post-Sovjetgeschiedenis van Kazachstan, stelde de Russische president Vladimir Poetin in staat om zijn elitecommando’s te testen met het oog op de geplande missie om zes weken later Kyiv in te nemen.

    Toen The New Statesman bij zijn appartement arriveerde, was Meldechan nerveus uit het raam aan het turen. Meteen nadat hij ons met een knik begroette, ging zijn telefoon. ‘Dat ging over jou,’ zei Meldechan na afloop. ‘Ze hebben overal spionnen. De aanklager zei dat ik niet met de Engelse journalist mocht praten, maar het kan me niet schelen.’

    Protesten

    In het opstandige westelijke deel van het land ontstond op 2 januari onrust nadat de regering de maximumprijs voor lpg had geschrapt en de brandstofprijs verdubbelde. Binnen enkele dagen leidden haat tegen de hebzuchtige Kazachse elite, belichaamd door de voormalige president Noersoeltan Nazarbajev, woede over het gebrek aan politiek pluralisme en frustratie over economische stagnatie tot protesten in het hele land.

    In bijna elke grote stad gingen duizenden mensen de straat op. De protesten verliepen overwegend vreedzaam, hoewel er ook gevechten met de politie plaatsvonden. Maar rond 5 januari leek het alsof er in Kazachstan een revolutie aan de gang was.

    ‘Het was opmerkelijk,’ zegt een Europese diplomaat in Nur-Sultan, de hoofdstad van Kazachstan. ‘Het was er ineens en ontwikkelde zich snel.’

    Dit was het moment waarop troepen die loyaal waren aan Nazarbajev een couppoging ondernamen en een machtsstrijd binnen de elite ontketenden, die Poetin in staat stelde zich aan Kazachstan op te dringen en zijn bondgenoot, de Kazachse president Kassim-Zjomart Tokajev, te steunen. Nazarbajev had Tokajev in 2019 gekozen als zijn opvolger, maar de betrekkingen tussen de twee mannen waren bekoeld.

    ‘Toen de Russische soldaten verschenen, zag ik dat als een bezetting’

    Volgens in Kazachstan gevestigde politieke waarnemers was de strategie voor de couppoging tweeledig. Het topkader van de Kazachse veiligheidsdiensten daagde het gezag van Tokajev uit en probeerde de machthebbers over te halen hun macht op te geven, terwijl ingehuurde criminelen in Almaty ondertussen regeringsgebouwen aanvielen en winkels plunderden om de bevolking te tonen dat Tokajev de controle kwijt was. Tijdens het geweld op 5 januari werden verscheidene politieagenten gedood, voornamelijk in Almaty. En dus kwam het Kremlin in actie.

    In de vroege uren van 6 januari stuurde Poetin tweeduizend Russische commando’s naar Kazachstan om de orde te herstellen. Ze werden ingezet onder de paraplu van het CSTO, het Collectieve Veiligheidsverdrag. Dat is een door het Kremlin geleide militaire alliantie van voormalige Sovjetstaten die nooit eerder was ingezet.

    De Russische actie was een schok voor de Kazachen en herinnerde hen eraan dat het Kremlin nog steeds controle over hen kon uitoefenen. ‘Toen de Russische soldaten verschenen, zag ik dat als een bezetting,’ zegt Dinara Jegeoebajeva, een gepensioneerde televisienieuwslezer die interviews en analyses over de onrust via haar Instagramkanaal verspreidde. ‘Ik moest iets ondernemen.’

    ‘Poetin moest de onrust in Kazachstan uit de weg hebben vóór Oekraïne’

    Het officiële verhaal is dat Tokajev de CSTO om hulp vroeg, maar sommige analisten zeggen dat Poetin, met de geplande invasie van Oekraïne in zijn achterhoofd, Tokajev gebeld heeft met de mededeling dat hij Russische soldaten naar Kazachstan zou sturen. ‘Hij moest de onrust in Kazachstan uit de weg hebben vóór Oekraïne, en dit was zijn manier om dat te bereiken,’ aldus een analist in Nur-Sultan.

    De – voornamelijk Russische – CSTO-soldaten hadden als taak om luchthavens en andere strategische installaties te bewaken, maar hun nadrukkelijk op televisie getoonde aankomst in de vroege uren van 6 januari vormde een belangrijk machtsvertoon voor Tokajev, die het Nazarbajev-gezinde hoofd van de veiligheidsdiensten van Kazachstan liet arresteren.

    De inzet van Russische commando’s gaf het nu loyale Kazachse leger de ruimte om Almaty binnen te trekken, waar volgens Tokajev ‘twintigduizend terroristen’ probeerden de regering omver te werpen. Hij gaf bevel om met scherp te schieten, sneed telefoon- en internetverbindingen af en sloot de grenzen.

    Psychologisch effect

    Volgens een analist heeft de succesvolle inzet van de Russische commando’s grote invloed gehad op Poetin planning voor de invasie in Oekraïne. ‘Hij zag het psychologische effect van de aanwezigheid van Russische commando’s in Kazachstan en was van mening dat in Oekraïne een vergelijkbaar effect zou optreden,’ aldus de Kazachse analist.

    Het monument voor de Onafhankelijkheid staat centraal op het Plein van de Republiek in Almaty, de voormalige hoofdstad van Kazachstan. Het is een symbool van het Kazachse nationalisme, maar de sokkel is nu beschadigd door de inslag van kogels. Onbekende schutters schoten hier op 6 januari, vlak na zonsondergang, op vreedzame demonstranten die daardoor de dood vonden.

    De Kazachse regering heeft gezegd dat die schietpartij onderzocht moet worden, hoewel er geen zogenaamde terroristen werden gesignaleerd en het gebied op dat moment onder toezicht van soldaten zou hebben gestaan.

    Ooggetuigen vertelden The New Statesman dat ze soldaten burgers zagen neerschieten

    Op 7 januari had het Kazachse leger de controle over Almaty herwonnen. Antiregeringsdemonstranten waren uit de straten verdreven en er was een avondklok ingesteld, maar sommige mensen gingen op zoek naar winkels in de hoop dat ze misschien nog open waren. Aykorkem reed die avond met haar achttienjarige broer en oudere zus door de stad. In de buurt van het Plein van de Republiek werd hun auto beschoten. Ooggetuigen vertelden The New Statesman dat ze soldaten burgers zagen neerschieten zonder dat die vooraf waren gewaarschuwd.

    In de daaropvolgende week drongen politieagenten met zwarte bivakmutsen de ziekenhuizen van Almaty binnen. Ze sleepten honderden gewonden mee naar politiebureaus, waar ze werden gemarteld. Ten minste zes van hen stierven in hechtenis.

    In een interview beschuldigde de Kazachse viceminister van Buitenlandse Zaken, Roman Vassilenko, criminele elementen binnen de politie van het martelen van de demonstranten. Hij kondigde aan dat de regering een onderzoek zou instellen.‘Het is een zeer ernstige situatie,’ zei hij. ‘Er lopen 243 onderzoeken naar marteling.’ Hij ontkende ook dat Poetin Tokajev had verteld dat hij zijn commando’s naar Kazachstan zou sturen.

    Waarschuwing

    Voor Dimasj Alzjanov, een Kazachse politiek analist, laat het mislukken van de protesten in januari zien dat het zinloos is om in opstand te komen tegen kleptocratische regimes die door Poetin worden gesteund. De schietpartijen en de systematische martelingen, zegt hij, waren waarschuwingen aan het adres van gewone Kazachen om zich gedeisd te houden. ‘Je moet Rusland, Kazachstan en Belarus zien als één geheel en niet afzonderlijk,’ zegt hij. ‘Dit is de directe erfenis van het post-Sovjettijdperk.’

    West-Europese ambassades hebben zich intussen over het algemeen achter Tokajev geschaard en willen hem belonen voor zijn neutrale houding ten opzichte van de Russische inval in Oekraïne en zijn herhaaldelijke belofte om Kazachstan naar een democratischer toekomst te leiden.

    Andere diplomaten zijn sceptischer en zeggen dat de 69-jarige Tokajev een continuering van het Nazarbajev-tijdperk is. Sinds de onlusten heeft hij Nazarbajevs familie toegestaan hun belangrijkste economische bezittingen, waaronder de grootste bank van Kazachstan, te behouden. Wel zijn hun politieke macht en invloed binnen de Kazachse veiligheidsdiensten ingeperkt.

    ‘Het opvolgingsproject van Nazarbajev heeft niet gewerkt’

    Nazarbajev is een ijdele man, die zich bezighoudt met zijn erfenis. Hij regeerde Kazachstan sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 en noemt zichzelf Elbasy, ofwel ‘Vader van de Natie’. Toen hij in 2019 stopte als president, veranderde hij de naam van de hoofdstad in die van zichzelf, en in een gedenkwaardig interview vorig jaar lepelde hij zijn successen als Kazachse leider op aan een enthousiaste jonge tv-interviewer, aan wie hij ook zijn nogal houterige golfswing met vergulde driver liet zien.

    Ondanks zijn aftreden als president heeft Nazarbajev geprobeerd de controle over Kazachstan te behouden door zowel onschendbaarheid voor vervolging als het voorzitterschap van de zo belangrijke Nationale Veiligheidsraad te verankeren in de grondwet. Dat was zijn oplossing voor het opvolgingsprobleem waarmee leiders van kleptocratische Sovjetregimes worden geconfronteerd als ze de macht willen overdragen zonder aan rijkdom en invloed in te boeten.

    Maar sinds de onlusten in januari ligt dit alles overhoop. Nazarbajev verblijft in Nur-Sultan en fungeert binnen het systeem, maar nu als gemarginaliseerde figuur. ‘Het opvolgingsproject van Nazarbajev heeft niet gewerkt,’ zegt een diplomaat. ‘Leiders in de voormalige Sovjet-regio dachten dat hij misschien een oplossing had gevonden. Maar ze zullen nog verder moeten nadenken.’ Het is een les die Poetin, die bijna zeventig is en sinds 1999 aan het hoofd staat van de Russische politiek, waarschijnlijk niet zal zijn ontgaan.

    Muurschildering

    In zijn appartement scrolt Meldechan door foto’s op zijn mobiele telefoon. Ze tonen een zwarte auto met kogelgaten in de voorkant, beide zijkanten en de achterkant. Een van de kogels raakte Aykorkem in het hoofd. ‘In Kazachstan heb je geen rechten,’ zegt hij, en hij vertelt dat hij van plan was om de dag erna het land te ontvluchten.

    Vervolgens loopt Meldechan door naar zijn slaapkamer, waar hij voorzichtig een kast opent. Daarin hangen de jurken van Aykorkem netjes op een rij, eronder een paar kleine sportschoenen.

    Het overlijden van Aykorkem kreeg grote bekendheid in Almaty en als eerbetoon werd haar afbeelding op de zijkant van een klein elektriciteitsgebouw geschilderd, dat eigendom is van een staatsbedrijf. Om ‘veiligheidsredenen’ werd het begin juni door werklieden overgeschilderd.

    ‘Dat is onzin,’ zegt Meldekhan. ‘Ik had niets met die muurschildering te maken, maar ik kon het niet geloven. Ze willen niet eens dat er een herinnering aan haar blijft bestaan. Aan mijn kleine meisje.’

    Lees ook:

  • Hoe deze correspondent in Ethiopië in staatsvijand veranderde

    Hoe deze correspondent in Ethiopië in staatsvijand veranderde

    Tom Gardner, correspondent in Ethiopië voor The Economist, werd tegen wil en dank oorlogscorrespondent. Tot hij na een schimmige, tegen hem gerichte onlinehaatcampagne het land moest verlaten.

    Afgelopen juli reisde ik naar Amhara in de hoop soldaten te interviewen die gewond waren geraakt in Ethiopiës strijd tegen de rebellen van Tigray. Ik werd vergezeld door een jonge Ethiopische journalist, die tevens fungeerde als tolk. Voor een ziekenhuis werden we aangehouden door een groep federale politieagenten, die ons vervolgens in een jeep met een open dak gooiden. Terwijl wij op onze hurken in het voertuig zaten dat zich een weg baande naar een politiebureau, werden we omringd door vier of vijf agenten. Aan beide kanten van de straat stonden omstanders te joelen. De man die de auto achter ons bestuurde, staarde naar me en maakte een gebaar dat hij mijn keel zou doorsnijden. De politie begon ons te slaan, en de mond van mijn Ethiopische collega liep vol bloed van de klappen. Ik werd minstens twee keer met een geweerkolf op mijn hoofd geslagen. Ik smeekte de agenten met gebaren om te stoppen; ze lachten. Dat was een keerpunt voor mij. Het toch al autoritaire regime werd in deze burgeroorlog alleen nog maar bruter. Iedereen kon de vijand worden. Ook ik.

    Ik had niet verwacht dat ik oorlogscorrespondent zou worden. Net als veel mensen associeerde ik Ethiopië aanvankelijk met nieuws over hongersnood. Ik kreeg een genuanceerder beeld toen ik een master Afrikaanse politiek deed. In de paar jaar voordat ik in 2016 voor The Economist correspondent in Ethiopië werd, leek het land zich in een vreedzame, historische transformatie te bevinden. Ik raakte betoverd door het diepe historische besef van het land – de nationale mythe is zo’n drieduizend jaar oud –, door de schoonheid en door de energie van de hoofdstad. De staat bleef rigide en autoritair; de protesten ertegen werden steeds heviger. Maar van veraf leek Ethiopië nog steeds een land vol ambitie en mogelijkheden.

    In het begin schreef ik over verstedelijking en infrastructuur – spoorwegen, nieuwe huisvestingsprojecten, industrieparken en megadammen die dankzij Chinese investeringen en een Chinees model van door de staat geleide groei een enorme impuls hadden gekregen. De opkomst van Abiy Ahmed als premier in 2018 werd door velen gevierd en leidde zelfs tot ‘abiymania’. In popliedjes met titels als He Awakens Us (‘Hij maakt ons wakker’) werd zijn opkomst bezongen, mensen droegen T-shirts met zijn beeltenis en in een razend populair boek werd hij met Mozes vergeleken. Abiy bood ook een sprankje hoop op politieke openheid en persvrijheid; in 2019 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede, voor het vredesakkoord met buurland Eritrea. Toen ik aan boord stapte van de eerste commerciële vlucht tussen de twee landen in twintig jaar en getuige was van de hereniging van geëmotioneerde families, voelde ik me tevens getuige van een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis.

    Tegenstromen

    Toch waren er ook tegenstromen. De kortstondige eenheid die Abiy bracht verhulde een complexe en pijnlijke realiteit. De tientallen jaren van dictatuur en het slepende grensconflict met Eritrea hadden de rivaliteit verdoezeld tussen de drie machtigste etnische groepen van het land: de Oromo, de Amhara en de kleinste van de drie, de Tigreeërs, die slechts 6 procent van de bevolking uitmaken maar tot voor kort veel macht hadden. De breuklijnen werden groter.

    Het Eritrese regime en Abiy hadden een gemeenschappelijke tegenstander in het Tigrayan People’s Liberation Front (TPLF, het Bevrijdingsfront van Tigray), dat in 1975 was begonnen als een bende guerrillero’s. In 1991 bracht het de militaire dictatuur van Ethiopië ten val en het domineerde vervolgens het regime dat het land gedurende meer dan een kwarteeuw zou besturen. Abiy verdreef het TPLF na publieke protesten tegen het heerszuchtige bewind van de partij en gaf het herhaaldelijk de schuld van de problemen in het land. Nadat Abiy vrede had gesloten met Eritrea, vreesden de leiders van het TPLF dat de legers van Eritrea en Ethiopië hun krachten zouden bundelen om Tigray, hun thuisland in het noorden, te belagen.

    Toen ik eind oktober 2020 Tigray bezocht, lag de mobiele communicatie urenlang lang plat vanwege de oplopende spanningen, een voorbode van een veel langere stroomstoring in de regio. Enkele dagen later brak de oorlog uit, nadat Tigrese troepen een kazerne van het federale leger hadden aangevallen. De oorlogskoorts greep snel om zich heen in Addis Abeba, met bloedinzamelingen en betogingen ter ondersteuning van de regeringstroepen. Tigrese militieleden richtten een bloedbad aan onder Amhara in een grensstad in Tigray; bij vergeldingsaanvallen werden Tigrese burgers gedood of uit hun huis verjaagd. Er doken video’s op van stapels lijken; lichamen werden door huilende familieleden door de straten gedragen. Het regime van Abiy greep deze beelden aan om het conflict met terugwerkende kracht te rechtvaardigen. De propagandastrijd was begonnen.

    ‘Samen met andere journalisten werd ik ervan beschuldigd de kant van het TPLF te kiezen’

    Opeens deed ik verslag van een oorlog. Voor sommige aanhangers van Abiys regering diende ik een geheim doel: op sociale media bestempelden leden van de Ethiopische diaspora mij als een agent van de CIA (later zou ik ook een agent van MI6 worden genoemd). Samen met andere journalisten werd ik ervan beschuldigd de kant van het TPLF te kiezen. Aanvankelijk lachte ik dergelijke samenzweerderige beschuldigingen weg. Er waren op dat moment weinig tekenen dat de regering dergelijke praatjes serieus zou nemen. Maar onafhankelijke Ethiopische journalisten stonden al onder druk. Na het uitbreken van de oorlog werden er regelmatig journalisten gearresteerd die het hadden gewaagd de officiële regeringslijn tegen te spreken. Sommigen van hen werden fysiek mishandeld.

    Een groot Brits complot

    Al snel namen de aanvallen van het regime toe, tegen mij en andere buitenlandse journalisten, tegen medewerkers van mensenrechtenorganisaties, de Verenigde Naties en andere internationale instellingen. In december 2020 publiceerde een plaatselijk tijdschrift een coverstory waarin ik, samen met een absurd lange lijst van buitenlandse en plaatselijke journalisten, ervan werd beschuldigd deel uit te maken van een groot Brits complot om de regering van Abiy omver te werpen.

    Dat een gevestigde journalist dergelijke leugens kon verspreiden in een blad dat door velen als respectabel werd beschouwd, wees op een verontrustende verschuiving. Regeringsambtenaren leken zich achter het verhaal te scharen. Een van hen raadde het zelfs aan een ander lid van de buitenlandse pers aan.

    Regeringsgezinde activisten en trollen deden online soortgelijke aanvallen op mij en anderen. Op Facebook begon een bericht te circuleren: een verzameling politiefoto’s van buitenlandse en Ethiopische journalisten en academici – waaronder die van mij – moest suggereren dat we misdadigers waren en het TPLF steunden. Het bericht dook telkens op wanneer in de westerse pers een verhaal verscheen waarin het regime van Abiy in een negatief daglicht werd gesteld. En dat gebeurde vaak, want regeringstroepen blokkeerden de regio; mensenrechtengroeperingen beschuldigden de troepen van etnische zuivering en misdaden tegen de menselijkheid, waaronder massamoord, uithongering en verkrachting. Ik deed verslag van deze gruweldaden, net als andere journalisten, en twitterde erover. Er verscheen een Facebookpost met beelden van twaalf buitenlandse correspondenten, waaronder ik: ‘Volg deze mensen op Twitter en stel hun leugens aan de kaak’, aldus het bericht waarin wij ‘sympathisanten van het TPLF’ werden genoemd.

    ‘Twitter en Facebook hadden tijdens de oorlog allebei een andere functie’

    Twitter en Facebook hadden tijdens de oorlog allebei een andere functie. Twitter was een forum voor internationale, Engelstalige discussies, waar leden van de diaspora en mensen in Ethiopië een propagandaoorlog voerden die, althans ten dele, was bedoeld voor een buitenlands publiek. Op Facebook verspreidden Ethiopiërs in toenemende mate haatzaaiende taal en desinformatie in lokale talen, die soms aanzette tot geweld in de echte wereld.

    Propagandaoorlog

    Ook Abiy zelf gooide olie op het vuur van de propagandaoorlog. In april 2021 drong hij er bij Ethiopiërs op aan niet te zwichten voor de ‘campagnes’ van westerse media. In augustus riep hij op tot een massale socialemediacampagne om ‘leugens’ in de westerse media te bestrijden. Diezelfde maand beschuldigden staatsmedia mij, samen met journalisten van de BBC, CNN en The New York Times ervan voor het TPLF te werken. De staat moedigde nu openlijk vijandigheid aan tegen westerse media en tegen mensenrechtengroeperingen en internationale instellingen die toezicht hielden op de oorlogsmisdaden van het regime.

    Tigreeërs en andere Ethiopiërs hadden het meest te lijden. Rond augustus 2021 hadden buitenlandse media en Amnesty International de systematische verkrachting en seksuele uitbuiting van Tigrese vrouwen door Eritrese en Ethiopische soldaten gedocumenteerd. Door Tigrese troepen bleken eveneens massale verkrachtingen te hebben plaatsgevonden tegen vrouwen in de regio’s Amhara en Afar. Op sociale media voerden regeringsfunctionarissen en hun aanhangers een wrede campagne om de Tigrese beschuldigingen in twijfel te trekken. Zij beweerden dat de getuigenissen van slachtoffers vals of overdreven waren, dat verkrachtingen alleen in Tigray voorkwamen en dat veel van die aanrandingen in werkelijkheid waren gepleegd door Tigrese criminelen die uit de gevangenis waren vrijgelaten. Ook werden Tigrese vluchtelingen in Soedan afgeschilderd als aanstichters van een bloedbad, zodat Tigrese beweringen over oorlogsmisdaden in een kwaad daglicht werden gesteld. Verdedigers van het regime bagatelliseerden gruwelijke daden en bestempelden enkele gedocumenteerde incidenten zelfs als leugens, waaronder een video waarop te zien is dat veiligheidstroepen een man levend verbranden. Ethiopië leek tweet na tweet, Facebookpost na Facebookpost verder te worden verscheurd.

    ‘Op sociale media verschenen voortdurend berichten met mijn gezicht erin’

    Verzet tegen buitenlandse belangen van welke aard dan ook stapelden zich op. Een campagne met de hashtag #NoMore werd eind 2021 trending op Twitter en Facebook, waarbij #NoMore sloeg op een einde aan westerse inmenging, kolonialisme en leugens. Op sociale media verschenen voortdurend berichten met mijn gezicht erin. Voelde ik me voorheen veilig in Addis Abeba, nu begon ik me zorgen te maken dat ik in het openbaar zou worden herkend en mishandeld, of dat ik op een dag thuis zou komen en ontdekken dat mijn huisbaas de sloten had veranderd.

    Deels was ik paranoïde. In die tijd werden duizenden Ethiopiërs, meestal etnische Tigreeërs, opgepakt en in interneringskampen gegooid. Toen mijn Ethiopische collega en ik in Amhara in elkaar werden geslagen, kreeg mijn collega het zwaarder te verduren. Buitenlanders waren relatief veilig. Maar ik merkte dat die onlinezwartmakerij mijn echte leven begon binnen te sijpelen. Medio 2021 hingen in delen van Addis Abeba reclameborden met de oproep aan ‘blanke duivels’ om het land te verlaten. Ze waren afkomstig van een hel-en-verdoemenisprediker die reclame maakte voor zijn YouTubekanaal. Maar het was veelzeggend dat de regering ze liet hangen.

    GettyImages 1364509277 1
    Het wrak van een grote tank in de stad Haik in de Ethiopische regio Wollo. Haik is een van de steden die langdurig zijn bezet door het Tigrayan People’s Liberation Front sinds de invasie in de regio Amhara, die in juli 2021 begon. – © J. Countess / Getty

    Status als buitenstaander

    Ik werd me steeds meer bewust van mijn status als buitenstaander: gewantrouwd, onwelkom. Ik was met vrienden op reis in de oostelijke stad Harar toen de eigenaar van een bar me op een avond zei dat ik, omdat ik Brits was, wel journalist moest zijn – en dat ik, als ik een Britse journalist was, wel door het TPLF zou worden betaald. Geschrokken verdween ik in de nacht. Toen het regime eind vorig jaar de noodtoestand afkondigde, begon de politie overal in de hoofdstad huiszoekingen te doen en arrestaties te verrichten. Wekenlang heb ik onrustig geslapen, in afwachting van die luide klop op de deur.

    In maart dit jaar kwam de regering een wapenstilstand overeen met het TPLF. De situatie was rustiger geworden en de betrekkingen tussen het regime van Abiy en het Westen waren aan het verbeteren. Ik bleef me verdiepen in het mechanisme achter de oorlog. Ik was geïnteresseerd in hoe onderzoek dat in Ethiopië werd uitgevoerd door een westerse geleerde de regering in staat leek te stellen oorlogsmisdaden te vergoelijken, waaronder het gebruik van honger als wapen tegen Tigray. Een beleefde e-mail die ik op 1 mei naar een westerse denktank stuurde, leidde tot een nieuwe onlinehaatcampagne die twee weken duurde, dit keer tegen mij persoonlijk. Mijn e-mail aan de denktank werd openbaar gemaakt op Twitter, waar regeringsgezinde figuren opnieuw de beschuldiging verspreidde dat ik in naam van het TPLF opereerde. Maar er was ook iets veranderd: er gingen nu ook stemmen op om mijn accreditatie als journalist in te trekken.

    ‘De volgende dag belde een immigratiebeambte me om te zeggen dat ik 48 uur had om het land te verlaten’

    Sommige berichten op sociale media waren afkomstig van de Ethiopische diaspora, andere van westerse verdedigers van Abiy. Staatsmedia publiceerden opnieuw beweringen over mijn ‘verachtelijke gedrag’, samen met de suggestie dat ik ‘naar huis zou worden geroepen om ontslagen te worden’. Op 13 mei ontboden de media-autoriteiten van de regering me op hun kantoor en overhandigden me een brief: mijn persaccreditatie was ingetrokken. De volgende dag belde een immigratiebeambte me om te zeggen dat ik 48 uur had om het land te verlaten. Van het ene op het andere moment was mijn leven in Ethiopië voorbij.

    Arrestaties

    Sinds mijn vertrek in mei zijn in korte tijd nog veel meer Ethiopische journalisten en activisten gearresteerd. Een van de gearresteerden is de auteur van het verhaal in het tijdschrift waarin ik en andere journalisten aan het begin van de oorlog werden aangevallen. Zelfs hij had zich niet trouw genoeg getoond aan de regeringslijn. (Volgens zijn familie is hij tijdens zijn hechtenis geslagen.) Hij is een van de tientallen andere schrijvers, commentatoren en fotografen die sinds 2020 gevangen zijn gezet. Vorig jaar werden twee journalisten vermoord. Verscheidene andere buitenlandse journalisten zijn verbannen of hebben een werkverbod gekregen. De Ethiopische commissaris voor de mensenrechten noemde de situatie een ‘nieuw dieptepunt’ voor het land.

    Vrienden in Addis Abeba stuurden me een video die een paar dagen nadat ik het land was uitgezet werd gepost. Een Ethiopische commentator, Seyoum Teshome, was mijn vertrek aan het vieren in een talkshow op YouTube. Als een opgehitste Tucker Carlson schreef hij in zijn tweets het woord ‘journalisten’ tussen aanhalingstekens. Nu expliciteerde hij zijn beschuldiging dat ik en anderen voor het TPLF werkten. ‘Tom Gardner is het land uitgezet, toch? En waarom?’ zei hij, in het Amhaars. ‘Ik heb dertig of veertig keer bewezen dat hij een crimineel is. Voordat hij het land werd uitgezet, zei ik al tegen jullie: houd hem in de gaten, nietwaar?’ Hij zei ‘duizend keer’ te hebben bewezen dat ik deel uitmaakte van het TPLF.

    Moderne digitale oorlogsvoering, bedoeld om verwarring te zaaien, wordt nu overal gevoerd

    Deze tirade op televisie, inmiddels meer dan honderdduizend keer bekeken op YouTube, was de kroon op de lange digitale campagne tegen mij. Moderne digitale oorlogsvoering, bedoeld om verwarring te zaaien, wordt nu overal gevoerd, van Oekraïne en Syrië tot China en verder. Deze ervaring herinnert me er op pijnlijke wijze aan dat China niet alleen model heeft gestaan voor de door de staat gestuurde economische ontwikkeling van Ethiopië. De regering heeft duidelijk meer verontrustende lessen geleerd van China en andere autoritaire staten. Ze heeft geleerd hoe ze een moderne, digitale autocratie kan worden.

  • Voetbal biedt Jemenieten troost in slepende oorlog

    Voetbal biedt Jemenieten troost in slepende oorlog

    Voetbaltoernooien zijn een manier om het aanhoudende oorlogsgeweld in Jemen even te kunnen vergeten. Bovendien versterken de patriottische liederen van het publiek de hoop op een vreedzame toekomst voor iedereen.

    Keuze uit het archief

    Te midden van de oorlog en de humanitaire crisis die in Jemen woeden en die deze week weer zijn opgelaaid na de Amerikaans-Britse aanval op de Houthi’s, is er één ding waar de Jemenieten troost en voldoening uit halen: voetbal. De teamsport zorgt ervoor dat de bevolking de oorlog, die al sinds 2014 gaande is, even kan vergeten en brengt mensen uit heel het land bij elkaar, zoals deze reportage van Al Jazeera uit 2022 laat zien. ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven,’ aldus een van de voetballers.

    De gewelddadige strijd in Jemen heeft al aan ruim 370.000 mensen het leven gekost. De liefde voor voetbal die veel Jemenieten koesteren helpt hen het hoofd te bieden aan de verwoestingen, het geweld en de humanitaire crisis die hun land teisteren.

    Officieuze voetbaltoernooien in dorpen en steden brengen Jemenitische jongens en mannen samen en bieden hun een schijn van een normaal bestaan. Op geïmproviseerde voetbalvelden van zand en steen tonen amateurspelers hun vaardigheden aan een juichend publiek dat vaak van heinde en verre is toegestroomd. Stoeltjes zijn er niet. De toeschouwers – van achthonderd tot vijftienhonderd man – moedigen hun helden de hele wedstrijd staand aan met spreekkoren en gezang. 

    Zoals aan veel aspecten van het openbare leven in Jemen kwam er ook een abrupt einde aan officiële voetbalcompetities, nadat de oorlog in 2014 was uitgebroken.

    In het politieke vacuüm dat volgde op het aftreden van Ali Abdullah Saleh, de man die vele jaren president van het land was geweest, probeerde de door Iran gesteunde Houthi-groepering de macht in Jemen te grijpen. De Houthi’s veroverden de hoofdstad Sana’a en verdreven de door de Verenigde Naties erkende regering en haar president Abd-Rabbu Mansour Hadi, die de steun genoot van Saoedi-Arabië en andere regionale spelers.

    Voor 5 miljoen mensen dreigt hongersnood en meer dan 1 miljoen mensen hebben cholera opgelopen

    Meer dan de helft van de 370.000 doden is omgekomen door honger, gebrek aan gezondheidszorg en onveilig water, die weer het gevolg zijn van een zwaar beschadigde infrastructuur. Bijna 25 miljoen Jemenieten hebben nog steeds hulp nodig, voor 5 miljoen dreigt hongersnood, en meer dan 1 miljoen mensen hebben cholera opgelopen. 

    In deze erbarmelijke omstandigheden zoeken veel Jemenieten hun toevlucht tot voetbal, niet alleen in de vorm van officieuze toernooien, maar ook straatvoetbal.

    Sportieve infrastructuur

    Volgens Sami al-Handhali, voetbalcommentator en voormalig speler van Al-Ahly Taiz, is de sportieve infrastructuur vermorzeld. Stadions en sportcentra waren het doelwit van aanvallen of werden omgebouwd tot militaire bases. Hoewel de officiële voetbalcompetities in september vorig jaar werden hervat, blijft de financiering van sportclubs en sporters schamel, zegt hij.

    ‘Door eigen evenementen te organiseren op geïmproviseerde voetbalvelden hebben Jemenieten het enthousiasme voor het voetbal nieuw leven ingeblazen,’ aldus Al-Handhali tegen Al Jazeera. ‘Zo kunnen ze hun benarde situatie weer een beetje aan. Mooi is ook dat er op deze manier nieuwe talenten zijn ontdekt, door zowel clubs als door het nationale team. Bovendien voorkom je op deze manier dat jonge mannen in het oorlogsgeweld verwikkeld raken, omdat de banden tussen spelers en publiek van allerlei regio’s en stammen zo worden aangehaald.’

    Het publiek zingt vaak patriottische liederen en roept op tot een verenigd en vreedzaam thuisland voor iedereen

    De wedstrijden versterken niet alleen de verbondenheid met een dorp of provincie, maar komen ook gevoelens van nationale eenheid ten goede, ondanks de jarenlange verdeeldheid, met twee rivaliserende regeringen. Het publiek zingt vaak patriottische liederen en roept op tot een verenigd en vreedzaam thuisland voor iedereen.

    Voor Ramzy Mosa’d (25) zijn de voetbaltoernooien een kans om contact te maken met landgenoten op een manier die hij niet gewend is. Hij behoort tot de Muhamasheen, een gemarginaliseerde bevolkingsgroep van Afrikaanse afkomst. Het is voor hem moeilijk te ontsnappen aan de sloppenwijken van Jibla, een plaatsje in het zuidwesten van Jemen, vlak bij de stad Ibb. Hier wonen de Muhamasheen, afgezonderd van andere Jemenieten, opeengepakt in onderkomens van riet of karton. Basisvoorzieningen als gezondheidszorg, schoon water, sanitair en ononderbroken stroom zijn er niet.

    Vandaar dat de uitnodiging aan het Muhamasheen-voetbalteam ‘Elnaseem’ om deel te nemen aan een toernooi in het district Assayani en te spelen tegen andere teams uit de regio Ibb ‘ons hart verwarmde’, zegt Mosa’d. ‘Dat de bevolking van Assayani naar onze wedstrijden kwam kijken, was van onschatbare waarde. We waren overweldigd en zielsgelukkig toen de menigte ons toejuichte alsof we zonen van de streek waren.’ Als klap op de vuurpijl won zijn team het toernooi.

    Als gevolg van een eeuwenoude sociale hiërarchie waarin de Muhamasheen helemaal onderaan staan wordt deze bevolkingsgroep uit de samenleving geweerd. Juist daarom werd de uitnodiging om deel te nemen aan het toernooi zo enorm gewaardeerd. ‘We wilden anderen laten zien dat wij ook talentvolle voetballers hebben en dat we graag deel van de samenleving willen worden.’

    ANP 408052981
    – Jonge Jemenieten voetballen in 2020 in een wijk in Sana’a. De nationale competitie van Jemen is opgeschort vanwege de burgeroorlog, die in 2015 begon. © EPA/Yahya Arhab

    Nieuwe levenskracht

    Dit specifieke toernooi vindt sinds 2017 elke winter plaats in de regio waar de Houthi’s het voor het zeggen hebben, vertelt Motee’ Dammaj, een van de organisatoren en financiers van het toernooi in Assayani. Er worden uitnodigingen verstuurd naar liefst zestien teams uit dorpen in Assayani en Jibla. ‘We willen dergelijke evenementen organiseren omdat de liefde van de Jemenieten voor de sport ons welbekend is,’ zegt Dammaj, ‘en om veel Jemenieten die door de oorlog zijn getroffen nieuwe levenskracht te geven en de sociale banden tussen hen te versterken.’

    De situatie in het land maakt deelname echter niet altijd voor iedereen mogelijk, zegt Dammaj. ‘Elk jaar is er veel publiek, doen veel spelers mee, de stemming zit er altijd goed in. Door het acute brandstoftekort is het voor velen moeilijk om naar het toernooi te komen, maar toch lukte het acht teams om mee te doen.’ Hij is vooral blij met de deelname van de Muhamasheen. ‘Het is belangrijk om de spiraal van discriminatie te doorbreken waarmee deze minderheid al jaren wordt geconfronteerd’.

    In 2017 ontvluchtte Hamza Mahrous, toen dertien jaar, samen met honderdduizenden anderen de havenstad Hodeida aan de Rode Zee vanwege het escalerende geweld. Hij vestigde zich met zijn familie in Taiz, dat ook niet voor geweld gespaard bleef en sinds 2015 zucht onder een blokkade door de Houthi’s.

    Al op jonge leeftijd ontwikkelde Mahrous, die afkomstig is van het Jemenitische platteland, een grote liefde voor voetbal. Hij sleepte diverse onderscheidingen in de wacht, als spits in zijn schoolteam en voor een lokale club. In Taiz draafde hij op in officieuze toernooien die werden gespeeld in de door oorlog verwoeste straten van de wijk Al-Masbah, waar hij woonde. Hij werd al snel ontdekt door lokale teams, waaronder Talee’ Taiz en Ahly Taiz. In 2019 werd hij opgemerkt door een groep scouts die op zoek waren naar spelers voor het nationale elftal. Hij kreeg een uitnodiging om zich bij de selectie onder 15 te voegen.

    Sommigen schoten van pure blijdschap hun wapens leeg in de lucht

    ‘Ik had nooit durven dromen dat ik nog eens voor het nationale team zou spelen, gezien de zware tijden die we hebben gehad na onze vlucht,’ vertelt Mahrous. ‘Maar door vol te houden en te oefenen, op straat en op voetbalvelden, en dankzij de steun van mijn ouders, is het gelukt.’

    In december 2021 gaven Mahrous en zijn medespelers hun landgenoten een zeldzame reden om te gloeien van nationale trots: ze wonnen het West-Aziatisch kampioenschap voor junioren door Saoedi-Arabië in de finale na strafschoppen te verslaan. De Jemenieten vierden feest in de straten, waar trots en eensgezindheid heersten. Sommigen schoten van pure blijdschap hun wapens leeg in de lucht. 

    ‘Ik merkte dat ik had bijgedragen aan een gevoel van geluk waar miljoenen Jemenieten zo naar verlangden en dat ze zo nodig hadden. Dat kon alleen door voetbal – een sport waar iedereen van houdt,’ zegt Mahrous.

    Stilstand

    Saad Murad (30) vertelt dat hij door de oorlog zijn voetbalcarrière niet heeft kunnen voortzetten. Na ruim tien jaar, waarin hij zich had opgewerkt van schooltoernooien in zijn thuisstad Damt tot speler op het hoogste niveau bij de club Dhu Reidan, leek hij klaar voor het nationale team. Maar toen de competitie en alle officiële sportactiviteiten werden opgeschort, kwam Murads carrière tot stilstand. Alleen de officieuze toernooien die ‘s winters plaatsvinden herinneren hem aan zijn vroegere voetballeven.

    ‘Deze lokale toernooien bieden troost en geven me een manier om mijn verloren dromen te accepteren,’ zegt Murad, die geen baan kan vinden door de erbarmelijke economische situatie in het land.

    Met de deelname van tweeëndertig officiële voetbalclubs en spelers van het nationale team was het toernooi dat afgelopen winter in Damt werd gehouden een van de grootste voetbalevenementen in het land in zeven jaar. Volgens Moammar al-Hajri, lid van het organisatiecomité in Damt, vindt dit toernooi sinds 2018 jaarlijks plaats dankzij onafhankelijke financiering en donaties en door steun van zakenlieden, bedrijven en Jemenieten in het buitenland.

    ‘Het winnende team won dit jaar ongeveer 500.000 Jemenitische riyal [bijna 2000 euro] aan prijzengeld, en de verliezend finalisten ontvingen 300.000 Jemenitische riyal [bijna 1200 euro],’ zegt Al-Hajri. Dat zijn grote bedragen in een land waar de lokale munt forse devaluaties heeft ondergaan als gevolg van de oorlog. Banen zijn verloren gegaan, salarissen worden niet uitbetaald, miljoenen mensen houden met moeite het hoofd boven water. En tot overmaat van ramp heeft een brandstoftekort de inflatie opgedreven.

    ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven’

    Mahioub al-Marisi, een vijftigjarige ambtenaar die dit jaar met zijn kinderen de meeste wedstrijden van het toernooi bijwoonde, stond versteld van het grote aantal bezoekers uit verre streken, die vaak te voet waren gekomen. ‘De velden waren zanderig, maar dat kon het enthousiaste publiek niet deren,’ zegt hij. ‘De mensen stonden tot op de rand van boerengebied om een ​​glimp op te vangen van de wedstrijden, zo blij waren ze dat ze erbij konden zijn. Het heeft het moreel van de Jemenieten voor een deel hersteld.’

    Buiten deze toernooien gaat de 22-jarige Jameel Nasher bijna dagelijks naar een veldje in de buurt van zijn huis aan de weg naar Taiz in Ibb, waar hij ‘s middags andere liefhebbers ontmoet om tot ’s avonds laat te voetballen. Hij is groot fan van Mohamed Salah en draagt het ​​Liverpool-shirt met nummer 11 van de Egyptenaar.

    Nasher heeft een team van acht spelers samengesteld. Op het veld is er een bonte verzameling kleuren, elke speler draagt een shirt ​​van de club waar hij fan van is. ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven,’ zegt hij. ‘We zijn opgegroeid met voetbal, en het is een geruststellend idee dat dat ons niet is afgenomen.’

    Lees ook:

  • Deze Oekraïense kinderen gaan ‘gewoon’ op zomerkamp

    Deze Oekraïense kinderen gaan ‘gewoon’ op zomerkamp

    Met de komst van de zomer gaan de vakantiekampen in Oekraïne weer open. Maar dit jaar, aldus Oekrajina Moloda, gaat het niet alleen om vermaak, maar ook om psychologische ondersteuning.

    Ook voor kinderen die lijden onder de oorlog begint de zomer. In de zomerkampen hebben zij gedurende minimaal twaalf dagen de gelegenheid om de bezetting, het schieten en de sirenes te vergeten. Specialisten helpen hen weer aansluiting te vinden bij de kindertijd die elk kind in Oekraïne zou moeten beleven.

    Een van de zomerkampen bevindt zich in het dorp Semypolky, in de regio Kyiv. Het wordt georganiseerd door de burgerorganisaties Chtab en 7Fields, met steun van de Amerikaanse ambassade in Oekraïne. De burgemeester van Brovary, Igor Sapojko, heeft bijgedragen aan de totstandkoming van het kamp, evenals vertegenwoordigers van de gemeenteraad van Irpin en de inwoners van de gemeente Kalytyanske, wier kinderen ook in dit zomerkamp mogen verblijven.

    Bijna de helft van de kinderen lijdt aan paniekaanvallen, angsten, bedplassen

    Vijftig kinderen tussen de zeven en vijftien jaar oud zijn al in het kamp aangekomen. De meesten van hen komen uit de oostelijke regio’s, uit Severodonetsk, Bachmoet, Lysytsjansk, Roebizjne, Charkiv, Tsjernihiv en Nova Kachovka. Het zijn bijna allemaal steden die sinds het begin van de Russische invasie als brandhaarden staan vermeld op de kaart van Oekraïne. Deze kinderen verbleven weken- of soms maandenlang noodgedwongen met hun ouders in kelders om te schuilen voor bombardementen en gevechten. In plaats van plezier te kunnen maken als kind luisterden ze naar de inslagen van vijandelijke artillerie en raketten. Zij zagen met eigen ogen hoe gebouwen werden verwoest en hoe mensen stierven. Hun vertrek uit deze steden is slechts een eerste stap in hun nieuwe leven zonder oorlog.

    ‘We proberen de kinderen gedurende minstens twaalf dagen tegen oorlog te beschermen en ze weer een kindertijd te geven. Voor ons is het van essentieel belang dat kinderen die rechtstreeks door de oorlog zijn getroffen en een psychologisch trauma hebben opgelopen, dat ten minste voor een tijdje kunnen vergeten en weer kind kunnen zijn,’ zegt Yulia Hretsjka, directeur van Chtab. ‘Het kamp kan tijdens de zomer slechts driehonderd mensen herbergen. Maar er zijn vandaag de dag miljoenen ontheemde kinderen in Oekraïne. Elk kind is belangrijk, elk kind heeft zijn eigen toekomst. We begrijpen dat onze inspanningen in dit zomerkamp slechts een druppel op een gloeiende plaat zijn, en daarom zijn we zeer bereid onze ervaring te delen en uit te breiden naar de rest van het land.’

    Israëlische methoden

    De hele ploeg van het zomerkamp is opgeleid door psychologen volgens Israëlische methoden die erop zijn gericht de behoeften van de kinderen beter te begrijpen. ‘In feite staat het psychologische werk met kinderen voorop bij de activiteiten van het kamp,’ zegt Oksana Voljyna, directeur en oprichter van het zomerkamp.

    ‘Toen we voor het eerst tests deden met de kinderen, waren we geschokt door de resultaten. Bijna de helft van de kinderen lijdt aan paniekaanvallen, angsten, bedplassen… We waren bang dat we in zo’n korte tijd niets konden veranderen,’ zegt Voljyna. ‘Voor hen bleek de eerste psychologische hulp dat we ze een terugkeer kunnen bieden naar het leven dat ze voor de oorlog hadden en dat ze zijn kwijtgeraakt. We kunnen ze een basisgevoel van veiligheid geven en de geruststelling dat er morgen weer een dag zal zijn. Het comfortabele en veilige leven in het kamp heeft echt effect. De resultaten van de eerste tests waren schokkend, maar ongeveer halverwege hun verblijf begonnen de kinderen zich te ontspannen, en na een week merkten de psychologen dat hun hulp nauwelijks meer nodig was, behalve voor kinderen die al voor de oorlog problemen met hun ouders hadden. Met andere woorden: het bieden van structuur en liefde in hun dagelijkse leven en de bereidheid van de volwassenen om naar hen te luisteren, bleken effectief te zijn.’

    Om een eerlijke selectie van de kinderen te kunnen maken doen de organisatoren een beroep op de gemeenten. Die verstrekken informatie over de ontheemden die in hun gemeenten zijn geregistreerd en stellen vast voor welke gezinnen hulp nodig lijkt. Ouders kunnen ook zelf formulieren invullen en documenten overleggen waaruit blijkt dat hun gezin de status van ontheemde heeft.

    ‘We moeten alles doen wat we kunnen om kinderen te helpen de oorlog te vergeten’

    ‘De gezondheid van de kinderen heeft prioriteit, en dan met name het psychologische aspect. Wij begrijpen dat het moeilijk is om zoiets gelijktijdig in heel Oekraïne te organiseren. Daarom is het werk van dit zomerkamp van groot belang. Het biedt hulp aan de gezinnen, vooral die uit de bezette gebieden, en ook aan de gemeentebesturen,’ aldus Igor Sapojko, burgemeester van Brovary.

    ‘In Brovary zijn er bijvoorbeeld 14.000 geregistreerde binnenlandse ontheemden, waaronder 1300 kinderen,’ zegt hij, ‘en die hebben allemaal de behoefte om bezig te zijn, om iets te doen, om kinderen van hun eigen leeftijd te leren kennen. Het is onze taak als gemeente om manieren te vinden om te helpen met een zomerkamp zoals dit. We moeten alles doen wat we kunnen om kinderen te helpen de oorlog te vergeten.’

    Kinderen kunnen ook lezingen volgen over bijvoorbeeld de strijd tegen corruptie

    Gedurende twaalf dagen wordt de kinderen een programma geboden boordevol sport, muziek, taalworkshops en spelletjes, maar ze kunnen ook lezingen volgen over bijvoorbeeld de strijd tegen corruptie. In het kamp is er een zwembad, een park met speeltoestellen, een tennisbaan, een minivoetbalveld, een yogaruimte en een reuzenschaakbord. Er zijn ook ruimtes voor ambachtelijke workshops en er is een bioscoop.

    Inmiddels wordt er geld ingezameld voor andere kinderen. Een verblijf in kamp Semypolky kost 315 euro per kind. Daarvan hoeven ouders niets te betalen. De organisatoren van het kamp dekken de kosten door sponsoring uit Oekraïne en daarbuiten, en ze zoeken steun van internationale partners. Zo heeft de Amerikaanse ambassade in Oekraïne de komende twee zomerkampen gefinancierd. Het eerste, dat net is begonnen, werd gefinancierd met particuliere giften.

    Informatie over hoe je een zomerkamp steunt, vind je op deze website.

    Lees ook:

  • Achterstallig onderhoud dreigt voor westerse vliegtuigen in Rusland

    Achterstallig onderhoud dreigt voor westerse vliegtuigen in Rusland

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Saoedi-Arabië stelt luchtruim open voor alle luchtvaartmaatschappijen

    » President Sri Lanka stuurt ontslagbrief naar parlement

    Stop levering reserveonderdelen en technische expertise

    Internationale luchtvaartexperts zullen steeds sneller aarzelen om in Rusland aan boord van een vliegtuig te gaan omdat ze weten wat er mis kan gaan, aldus Wired. Dat zit zo. Eind mei telde de Russische commerciële luchtvaart 876 vliegtuigen, eind februari waren dat er nog 968. De meeste zijn van Airbus of Boeing, en beide bedrijven hebben vanwege sancties de levering van reserveonderdelen aan Russische luchtvaartmaatschappijen stopgezet. ‘Ze kunnen geen enkel onderdeel van Boeing of Airbus krijgen,’ aldus Bijan Vasigh, van de Embry-Riddle Aeronautical University in Florida. ‘En ook het leveren van technische expertise is verboden.’ 

    En dat terwijl vliegtuigen voortdurend onderhoud en reparaties nodig hebben, sommige onderdelen moeten zelfs zeer regelmatig worden vervangen. Banden bijvoorbeeld moeten om de 120 tot 400 landingen worden vervangen. Voor binnenlandse vluchten betekent dat om de een, twee of drie maanden. Boeing stopte de levering aan de Russische markt op 1 maart, Airbus volgde een dag later. ‘Die banden gaan slijten,’ zegt Max Kingsley-Jones, van Ascend by Cirium, een adviesbureau voor de luchtvaart, ‘en ze kunnen niet aan vervanging komen; dat is een potentieel risico.’

    ‘Sommige van die onderdelen hebben een beperkte levensduur’

    Ook computersystemen vereisen regelmatig onderhoud, evenals vliegtuigmotoren en hulpaggregaten. ‘Sommige van die onderdelen hebben een beperkte levensduur,’ zegt Kingsley-Jones. ‘Ze moeten letterlijk uit het vliegtuig worden gehaald en worden vervangen, na een bepaalde tijd of een bepaald aantal vluchten.’

    De Russische capaciteit op het gebied van luchtvaarttechniek moet niet worden onderschat, voegt hij eraan toe. ‘Ze zijn zeer capabel, hebben een eigen luchtvaartindustrie en zijn goed in staat om hun vliegtuigen te onderhouden.’ Maar naarmate de voorraad officiële reserveonderdelen van de Russische luchtvaartmaatschappijen slinkt, zullen zij gedwongen worden tot alternatieve maatregelen. Als de situatie de komende twee, drie maanden niet verandert, zouden vliegtuigen ofwel aan de grond moeten worden gehouden, ofwel de lucht in moeten met niet-goedgekeurde of niet-geautoriseerde onderdelen, voorspelt Vasigh.

    Lees ook:

  • VN: steeds meer Oekraïners keren terug naar huis

    VN: steeds meer Oekraïners keren terug naar huis

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada: wegwerpplastic vanaf december verboden

    » Engeland hoort op 5 september wie Boris Johnson opvolgt als premier

    Een derde van de vertrokkenen is teruggekeerd

    Ondanks het aanhoudende bloedvergieten in het oosten van hun land, keren veel Oekraïners terug naar huis, aldus de vluchtelingenorganisatie van de VN, die bijhoudt hoeveel vluchtelingen de grens zijn overgestoken. Op 16 juni bedroeg het aantal migraties vanuit Oekraïne naar de buurlanden 7,7 miljoen. Maar het aantal teruggekeerden bedraagt 2,6 miljoen, wat suggereert dat een derde van degenen die waren vertrokken, weer is teruggekeerd, aldus The Economist.

    De VN denkt dat mensen terugkeren naar delen van het land waar de gevechten zijn afgenomen

    De cijfers vertellen niet het hele verhaal, want soms gaat het om snelle bezoekjes om de situatie ter plaatse te beoordelen, familieleden te bezoeken of andere mensen te helpen om te vertrekken. Hulporganisatie International Rescue Committee meldt dat sommige werknemers pendelen tussen Moldavië en Odessa. Toch denkt de VN dat mensen terugkeren naar delen van het land waar de gevechten zijn afgenomen, omdat deze veilig genoeg worden geacht om in ieder geval tijdelijk te verblijven.

    Lees ook:

  • Afrika biedt Europa een alternatief voor Russisch gas – maar tegen welke prijs?

    Afrika biedt Europa een alternatief voor Russisch gas – maar tegen welke prijs?

    De oorlog met Rusland heeft ervoor gezorgd dat de EU haar vizier richt op Afrika voor olie en gas. Het continent heeft die brandstoffen evengoed nodig.

    Naar aanleiding van de Russische invasie in Oekraïne is de EU al een tijdje wanhopig op zoek naar vervangers voor steenkool, olie en gas. In het document REPowerEU stelt de Europese Commissie zich ten doel ‘Europa vóór 2030 onafhankelijk te maken van Russische fossiele brandstoffen’. Daartoe wil de EU in de eerste plaats samenwerken met ‘internationale partners om alternatieve energiebronnen te vinden’, zoals het gas dat in sommige Afrikaanse landen onder de grond is opgeslagen.

    De Afrikaanse regeringen verwelkomen deze verandering in het Europese beleid met open armen. Vóór de oorlog was Algerije al de op twee na grootste leverancier van aardgas aan Europa via pijpleidingen naar Spanje en Italië. Een ander belangrijk aandeel wordt over zee vervoerd als vloeibaar aardgas (lng), vanuit de Golf van Guinee (Nigeria, Angola en Equatoriaal-Guinea).

    In de afgelopen maanden hebben verschillende Europese ambtenaren Algiers, Dakar, Abuja, Brazzaville en Luanda bezocht om de mogelijkheden voor grotere gasinvoer te onderzoeken. De Europese Commissie heeft een tripartiete overeenkomst ondertekend om de aankomst van Israëlisch gas via Egypte te verzekeren. Bovendien worden de investeringen van Europese ondernemingen in lng-projecten nieuw leven ingeblazen. Enkele voorbeelden: BP in Senegal en Mauritanië; ENI in Algerije, Egypte, Nigeria, Angola en de Republiek Congo; Equinor en Shell in Mozambique en Tanzania.

    Afrikaanse ontwikkeling

    Aardgas wordt echter niet alleen geëxporteerd, maar ook steeds meer binnen Afrikaanse landen gebruikt. Het wordt veelal gezien als een belangrijke stap richting de energietransitie, en een garantie voor ontwikkeling. Gasflessen kunnen heviger vervuilende energiebronnen als brandhout of houtskool vervangen, die nu nog op grote schaal in Afrikaanse huishoudens worden gebruikt, en die slecht zijn voor de gezondheid.

    De belangrijkste toepassing van gas – vooral in een werelddeel waar maar weinig mensen toegang hebben tot stroom – is het opwekken van elektriciteit. Hiervan wordt al gebruikgemaakt in landen als Ghana, dat weliswaar het grootste deel van zijn olie naar internationale markten exporteert, maar gas gebruikt om in elektrische energie te voorzien. Bovendien kunnen zowel de nationale als de regionale markten via pijpleidingen van aardgas worden voorzien.

    Momenteel doorkruist de West-Afrikaanse gaspijpleiding het grondgebied van Nigeria, Benin, Togo en Ghana en een andere pijpleiding verbindt Zuid-Afrika met Mozambique. Dat systeem wordt nog verder uitgebreid via verschillende projecten, zoals de Afrikaanse Renaissance-pijpleiding – een van de twee tussen Mozambique en Zuid-Afrika – en een initiatief dat de levering van gas vanuit Tanzania aan Oeganda mogelijk maakt. In Nigeria werkt men ten slotte aan de Trans-Sahara-gaspijpleiding, die reikt tot aan Algerije, en aan een leiding tussen Nigeria en Marokko. Belangrijk aan deze laatste twee pijpleidingen is dat ze kunnen worden aangesloten op de Europese gasnetwerken.

    Export leidt hoe dan ook tot de uitputting van een niet-hernieuwbare hulpbron

    Maar is dat wel mogelijk, om tegelijkertijd naar buiten toe uit te breiden en intern te optimaliseren? Zijn die twee doelen verenigbaar? Kunnen gasleveringen aan Europa worden verhoogd terwijl tegelijkertijd de Afrikaanse huishoudens en productiesector van energie worden voorzien? Hoe kunnen projecten op de buitenlandse markt worden gecombineerd met de energietransitie waar zoveel mensen in Afrika en Europa terecht om vragen?

    Sommigen zijn van mening dat al deze doelstellingen samenvallen. Hun voornaamste argument is het geloof dat groeiende Europese belangstelling zal leiden tot de investeringen die nodig zijn om de energiebronnen te exploiteren. Verder wordt beweerd dat de uitvoer van gas naar Europa Afrikaanse landen aanvullende middelen zal verschaffen om in de eigen ontwikkeling te investeren. Maar er zijn factoren die stemmen tot een minder optimistische houding.

    Risico’s van aardgas

    De energiebehoeften van Afrika zijn veel groter dan die van Europa. Hoezeer de productie en beschikbaarheid van gas op een gegeven moment ook mogen toenemen, export leidt hoe dan ook tot de uitputting van een niet-hernieuwbare hulpbron. Zo kan een soort hypotheek ontstaan, die de middellange- en langetermijnstrategie voor de ontwikkeling van Afrikaanse energie en industrie in de weg staat.

    De infrastructuur die de elektriciteitsvoorziening en de levering van gasflessen aan huishoudens op het continent mogelijk maakt, is niet geschikt voor de export van gas. Waar sprake is van gasexport, ontstaan vaak zogenaamde enclave-economieën. Er zijn talrijke verhalen over mislukte ontwikkelingsprocessen die geworteld waren in de winning en verkoop van natuurlijke hulpbronnen.

    De aanleg van meer gasinfrastructuur zou ontwikkeling dus flink kunnen tegenwerken

    Ook vanuit andere hoek klinken tegenargumenten, namelijk van Afrikaanse milieugroeperingen: gas is een fossiele brandstof, die bijdraagt aan klimaatverandering. Investeren in gas betekent dus dat er minder geld wordt besteed aan de bevordering van hernieuwbare energiebronnen. De Europese belangstelling zou bovendien van korte duur kunnen blijken, aangezien de EU ernaar streeft haar afhankelijkheid van fossiele brandstoffen vóór 2030 drastisch te verminderen. De aanleg van meer gasinfrastructuur zou ontwikkeling dus flink kunnen tegenwerken.

    Net als andere onderaardse grondstoffen leidt de aanwezigheid van gas nogal eens tot perverse, politieke situaties in landen waar het sociaal contract tussen heerser en burger op losse schroeven staat. Zo worden de opbrengsten van gasverkoop vaak ingezet om de macht en de rijkdom van machthebbers uit te breiden, en niet om openbare diensten en economische ontwikkeling te financieren.

    Het spreekt voor zich dat de stabiliteit van het sociaal contract en van staatsinstellingen in verschillende Afrikaanse landen sterk uiteenloopt. Maar externe partijen maken geen onderscheid tussen meer of minder democratische regeringen. Paradoxaal genoeg kan Europa’s streven om op het gebied van energie autonoom te worden en niet langer afhankelijk te zijn van een autocraat als Vladimir Poetin, uiteindelijk een steun zijn voor andere autocraten.

    Toekomstige dilemma’s

    Op een moment als dit, waarop iedereen onder hoogspanning staat, zullen Afrikaanse en Europese leiders weinig interesse hebben in deze redenen, die ertegen pleiten om Europa van meer Afrikaans gas te voorzien. Gelukkig neemt dit alles niet de aandacht weg van de tweede en derde strategie van het REPowerEU-plan, waarmee enige vooruitgang kan worden geboekt, namelijk energiebesparing en versnelde overgang op hernieuwbare energiebronnen.

    Ook Afrika kan een belangrijke rol spelen bij de productie van deze schone energiebronnen, zowel voor binnenlands gebruik als voor export. Maar ook dit toekomstbeeld levert dilemma’s op. We kunnen nog niet voorzien wat voor evenwicht Afrikaanse leiders vinden tussen de belangen van internationale investeerders en de behoeften van hun eigen burgers.

    Lees ook:

  • Soedanese generaal Al-Burhan zegt dat leger zich terugtrekt uit regering

    Soedanese generaal Al-Burhan zegt dat leger zich terugtrekt uit regering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Minstens zes doden bij schietpartij tijdens 4 juli-parade in voorstad van Chicago

    » Overstromingen Sydney: 50.000 mensen opgeroepen te evacueren

    Na vijf dagen protest komt leger demonstranten tegemoet

    Na vijf dagen van protesten belooft het Soedanese leger niet deel te nemen aan de vorming van de volgende regering. Generaal Abdel Fattah al-Burhan, die op 25 oktober 2021 na een staatsgreep de macht greep in Soedan, zei in een toespraak op 5 juli dat ‘het leger plaats zou maken voor een burgerregering, zich zou terugtrekken uit de lopende politieke besprekingen en politieke en revolutionaire groeperingen zou toestaan een overgangsregering te vormen’, meldt Al Jazeera.

    De aankondiging volgt op een dodelijke week voor de Soedanese democratische beweging – waarin negen doden en meer dan zeshonderd gewonden vielen. Sinds 30 juni vinden er in Soedan grootschalige protesten plaats die een einde aan het militaire bewind eisen. Al-Burhans toespraak kon de activisten, die zich niet uit het centrum van hoofdstad Khartoem verwijderden, echter niet overtuigen. ‘We vertrouwen Al-Burhan niet,’ vertelde een demonstrant aan de Qatarese nieuwszender. ’We willen dat hij voorgoed vertrekt.’ ‘Al-Burhan moet worden berecht voor alle mensen die hij sinds de staatsgreep heeft gedood [meer dan honderdtien],’ aldus een andere woedende burger.

    Lees ook:

  • Napalmmeisje: ‘Ik ben er trots op dat ik een vredessymbool ben geworden’

    Napalmmeisje: ‘Ik ben er trots op dat ik een vredessymbool ben geworden’

    Vijftig jaar geleden werd de Vietnamese Kim Phuc Phan Thi – toen negen jaar oud — getroffen door een Amerikaanse napalmaanval. De iconische foto ervan maakte Kim plotsklaps het symbool van oorlogsverschrikkingen. Hoewel ze zich aanvankelijk schaamde voor de foto, pleit ze nu voor het laten zien van onmenselijk geweld.

    Ik ben opgegroeid in het kleine dorpje Trang Bang in Zuid-Vietnam. Volgens mijn moeder lachte ik als klein meisje veel. We leidden een simpel leven, met eten in overvloed, aangezien mijn familie een boerderij had en mijn moeder het beste restaurant van het dorp runde. Ik weet nog dat ik dol was op school en dat ik samenspeelde met mijn neefjes, nichtjes en de andere kinderen uit het dorp. We deden touwtje springen, renden rond en zaten elkaar vrolijk achterna.

    Dat alles veranderde op 8 juni 1972. Ik kan me alleen maar vlagen van de dag herinneren. Ik was met mijn neefjes en nichtjes aan het spelen op de binnenplaats van een tempel. Het volgende moment dook er vlak bij ons een vliegtuig omlaag en klonk een oorverdovend lawaai. Daarna explosies en rook en ondraaglijke pijn. Ik was negen jaar oud.

    Napalm blijft aan je kleven, hoe hard je ook rent, en het veroorzaakt verschrikkelijke brandwonden en pijn waar je levenslang last van hebt. Ik kan me niet herinneren dat rende en ‘Nóng quá, nóng quá!’ (‘Te heet! Te heet!’) heb geschreeuwd. Maar uit filmbeelden en herinneringen van anderen blijkt dat ik dat heb gedaan.

    Beroemde foto

    De foto die die dag van me werd gemaakt, ken je waarschijnlijk. Een foto waarop ik met anderen wegren van de explosies – ik, een naakt kind met uitgestrekte armen, dat het uitschreeuwt van de pijn. De Zuid-Vietnamese fotograaf Nick Ut, werkzaam bij The Associated Press, maakte de foto, die vervolgens over de hele wereld op voorpagina’s te zien was en hem een Pulitzerprijs opleverde. Het zou een van de beroemdste beelden van de Vietnamoorlog worden.

    Met die uitzonderlijke foto heeft Nick mijn leven voor altijd veranderd. Maar hij heeft mijn leven ook gered. Nadat hij de foto genomen had, legde hij zijn camera weg, wikkelde hij me in een deken en bracht hij me weg om medische hulp te krijgen. Daarvoor ben ik hem eeuwig dankbaar.

    Toch herinner ik me ook dat ik hem soms haatte. Toen ik opgroeide, walgde ik van die foto. Ιk dacht bij mezelf: Ik ben een klein meisje, ik ben naakt. Waarom maakte hij die foto? Waarom beschermden mijn ouders me niet? Waarom drukte hij de foto af? Waarom was ik het enige naakte kind, terwijl mijn broers en neefjes en nichtjes hun kleren aanhadden? Ik voelde me lelijk en ik schaamde me.

    Het kind dat door de straat rende werd een symbool van oorlogsverschrikkingen

    Toen ik opgroeide, wenste ik soms dat ik zou verdwijnen. Niet alleen vanwege mijn verwondingen – door de brandwonden is een derde van mijn lichaam bedekt met littekens en lijd ik aan intense, chronische pijn – maar ook vanwege de schaamte die ik door mijn verminkingen voelde. Ik probeerde mijn littekens onder mijn kleding te verbergen. Ik had afschuwelijke angsten en depressies. Kinderen op school deinsden voor me terug. Niet alleen mijn buren hadden medelijden met me, maar zelfs, tot op zekere hoogte, mijn ouders. Naarmate ik ouder werd, werd ik bang dat niemand ooit van me zou kunnen houden.

    Ondertussen werd de foto nog beroemder, wat het moeilijk maakte om mijn eigen leven te lijden. Door de jaren heen gaf ik ontelbaar veel interviews aan de pers en had ik ontmoetingen met vorsten, premiers en andere bestuurders. Allemaal hoopten ze in de foto en in mijn ervaring een diepere betekenis te vinden. Het kind dat door de straat rende werd een symbool van oorlogsverschrikkingen. De echte persoon keek toe vanuit de schaduw, bang dat ik op de een of andere manier zou worden ontmaskerd als diep beschadigd.

    Foto’s leggen per definitie een enkel moment vast. Maar de overlevenden erop, vooral kinderen, moeten op de een of andere manier door met hun leven. We zijn geen symbolen. We zijn mensen. We moeten werk vinden, mensen om lief te hebben, een gemeenschap, een veilige plek waar je kunt leren en waar er voor je wordt gezorgd.

    Rust

    Pas op volwassen leeftijd, nadat ik naar Canada was uitgeweken, begon ik tot rust te komen. Toen pas kon ik, met de hulp van mijn geloof, echtgenoot en vrienden, ontdekken wat mijn missie in het leven was. Zo hielp ik een stichting op te zetten en begon ik naar oorlogslanden af te reizen om medische en psychologische hulp te bieden aan kinderen, in de hoop ze enig perspectief te kunnen bieden.

    Ik weet hoe het is als je dorp gebombardeerd wordt en je huis vernietigd. Hoe het is als familieleden overlijden en er lichamen van onschuldige burgers op straat liggen. Dat zijn de verschrikkingen van de Vietnamoorlog geweest, en ze zijn op ontelbare foto’s vastgelegd en eindeloos vertoond. Helaas zijn het ook de beelden van oorlogen elders, bijvoorbeeld nu in Oekraïne, waar kostbare mensenlevens worden geschaad en verwoest.

    En op een andere manier horen de beelden ook bij schietpartijen op scholen. Anders dan op foto’s van buitenlandse oorlogen zien we daarop geen lichamen. Toch zijn de schietpartijen zonder meer een vorm van binnenlandse oorlog. Het lijkt misschien onacceptabel om foto’s van zo’n bloedbad, vooral van kinderen, te delen. Maar we moeten ermee in aanraking komen. Je kunt de realiteit van een oorlog makkelijker negeren als je de gevolgen ervan niet te zien krijgt.

    We moeten het geweld frontaal bestrijden, en de eerste stap is om het letterlijk onder ogen te zien

    Ik kan niet spreken namens families in Uvalde, Texas. Maar ik denk dat de verschrikkelijke werkelijkheid van de gebeurtenis daar het beste kan worden overgebracht door de nasleep van de schietpartij voor de wereld zichtbaar te maken. We moeten het geweld frontaal bestrijden, en de eerste stap is om het letterlijk onder ogen te zien.

    Ik heb de gevolgen van oorlog op mijn lichaam meegedragen. Je ontgroeit littekens niet, lichamelijk noch geestelijk. Ik ben nu dankbaar voor de kracht van die foto van mijn negenjarige zelf, zoals ik ook dankbaar ben voor de manier waarop ik me zelf heb ontwikkeld. Mijn afgrijzen op de foto – een gevoel dat ik me nauwelijks herinner – werd een universeel afgrijzen. Ik ben er trots op dat ik langzamerhand een vredessymbool ben geworden. Het heeft me veel tijd gekost om dat te omarmen. Vijftig jaar later kan ik stellen dat ik blij ben dat Nick dat moment heeft vastgelegd, zelfs met alle moeilijkheden die het beeld gedurende mijn leven met zich meebracht.

    De foto zal ons blijven herinneren aan het onuitsprekelijke kwaad waartoe de mensheid in staat is. Toch geloof ik dat vrede, liefde, hoop en vergeving altijd sterker zullen zijn dan welk wapen dan ook.

    Lees ook:

  • VK stelt 1 miljard pond extra militaire steun aan Oekraïne beschikbaar

    VK stelt 1 miljard pond extra militaire steun aan Oekraïne beschikbaar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Levenslange gevangenisstraf Salah Abdeslam voor aanslagen Parijs

    » Onderzoek: Griekenland gebruikt ‘slaven’ om asielzoekers terug te duwen

    Totale Britse hulp aan Kyiv nu op 2,3 miljard pond

    De Britse regering heeft woensdag tijdens de NAVO-top in Madrid aangekondigd dat zij Oekraïne 1 miljard pond (1,16 miljard euro) aan extra hulp gaat verstrekken als reactie op de Russische invasie, aldus BBC. De nieuwe Britse hulp zal worden gebruikt voor de financiering van ‘geavanceerde luchtverdedigingssystemen’, drones, uitrusting voor elektronische oorlogvoering, en ‘duizenden stuks essentiële uitrusting’. De Britse militaire hulp aan Kyiv bedraagt nu in totaal 2,3 miljard pond, zei Downing Street in een verklaring.

    De aanzienlijke verhoging werd omschreven als een ‘nieuwe fase’ in de westerse steun

    De aanzienlijke verhoging werd omschreven als een ‘nieuwe fase’ van de westerse steun, waarin het Oekraïense leger in staat wordt gesteld om tegenoffensieven te lanceren. Volgens BBC zal het geld dat naar Kyiv wordt gestuurd grotendeels afkomstig zijn uit middelen die al in de Britse overheidsbegroting zijn gereserveerd, maar nog niet zijn uitgegeven.

    Lees ook: