De vraag wel of geen ananas op pizza verdeelt de wereld al sinds 1962. In een tijdperk dat zich kenmerkt door polarisatie, wordt het debat weer op het scherpst van de snede gevoerd. Waarom maken we ons zo druk over de pizza Hawaï?
Het noodlottige experiment vond plaats in 1962. Sam Panopoulos, een restauranthouder, was niet bang om risico’s te nemen. Hij had Griekenland op twintigjarige leeftijd verlaten om een nieuw leven te beginnen in Canada en werd eigenaar van een succesvol restaurant in het centrum van Chatham, Ontario. Hij stond bekend om zijn speelse gevoel voor humor. Zijn noodlottige culinaire creatie was een combinatie van deze beide elementen van zijn karakter. Tijdens het bereiden van een pizza, opende hij een blikje gesneden ananas – en deed het ondenkbare.
Zestig jaar later is de pizza Hawaï – een standaardlaag van mozzarella en tomaat belegd met ananas en ham of spek – een van de meest controversiële gerechten ooit gemaakt. In tegenstelling tot andere etenswaren waarover de meningen zo vrolijk verdeeld zijn (iemand zin in Marmite?) is het geen kwestie van deze pizza lekker vinden of niet. In een tijdperk dat zich kenmerkt door een neiging tot polarisatie, is het debat over de verdiensten (of tekortkomingen) van ananas op pizza een wereldwijd tijdverdrijf geworden. In profielen op dating-apps worden potentiële partners niet zelden geconfronteerd met een ‘voedselgevecht’; hou je van ananas op pizza? is evengoed een ijsbreker als een dealbreker. Publieke figuren hebben partij gekozen: Paris Hilton is er gek op, Gordon Ramsay windt zich erover op.
Voor de lol
Het debat over de ananaspizza is zo alomtegenwoordig dat de Amerikaanse regering in 2019 met de ‘The War on Pineapple’ kwam, een voorlichtingscampagne met als doel te laten zien hoe mensen kunnen worden gemanipuleerd via online posts over kwesties die gemoederen verdelen. Waarom ontlokt de pizza Hawaï dit soort uitgesproken meningen? Panopoulos zei dat hij de ananas slechts ‘voor de lol’ op deze pizza had gedaan. Toen de controverse over zijn creatie in 2017 viraal ging, liet de pensionaris – handenwrijvend – van zich horen: ‘Wat is er met jullie aan de hand?’ vroeg hij.
De pizza Hawaï was niet altijd zo omstreden. In de jaren vijftig en zestig was pizza voor de meeste Amerikanen nog een relatieve nieuwigheid. Met de komst van huishoudelijke diepvriezers boden kant-en-klare pizzabodems een blanco canvas voor zelfexpressie. In recepten in Amerikaanse kranten werd voorgesteld om allerlei niet-traditioneel pizzabeleg uit te proberen, zoals gebakken aardappel en zure room, of zelfs om pizza als dessert te eten, met suiker, kaneel en banaan bovenop gesmolten mozzarella. De opvattingen over welk beleg aanvaardbaar was, waren nog niet verworden tot een religieus dogma.
De naoorlogse periode was in Noord-Amerika een tijd van culinaire nieuwsgierigheid en experimenteren. De Italiaanse keuken nam een hoge vlucht in de buitenwijken. Tegelijkertijd bloeide, met de terugkeer van militairen uit de Stille Zuidzee, de tikicultuur op, met de bijbehorende cocktails, hoelameisjes en ananassen [Het begrip ’tikicultuur’ ontstond rond de jaren dertig van de vorige eeuw in de VS, en is geïnspireerd op de tikisnijkunst uit de Maoricultuur]. Omgekeerde ananastaart werd een favoriet dessert. Ingeblikte ananas was een belangrijk exportproduct voor Hawaï, dat tot de jaren zestig driekwart van de wereldvoorraad produceerde. Het was dus duidelijk hoe de nieuwe fruitige pizza van Panopoulos moest gaan heten: ‘Hawaï’. Ananas was slechts een van de vele Amerikaanse belegvariaties: in Californië werd gebarbecuede kip op pizza populair en in Chicago heerste de panpizza. Populaire combinaties wisselden elkaar af, maar de pizza Hawaï bleef een van de populairste pizza’s in Amerika [en veel andere landen].
Fastfoodfenomeen
Vrijwel elk ingrediënt is ooit als pizzatopping uitgeprobeerd. Sinds het ontstaan als goedkope maaltijd voor zeelieden in Napels was de pizza al een populair en laagdrempelig voedingsmiddel. Maar toen pizza een wereldwijd fastfoodfenomeen werd, kwam ook het begrip klasse om de hoek kijken: koos je voor het ‘authentieke’ recept, of bezweek je voor een verbastering met fruit?
Puristen zagen ananas als een voorbeeld van hoe ver de pizza van zijn oorsprong was afgegleden. De tropische nieuwigheid was zo on-Italiaans als maar zijn kon. De ‘gourmet’-pizza’s in de chique Californische restaurants waren dan misschien even onecht, maar het was de pizza Hawaï die velen te ver ging.
Nationale en culturele trots laaiden het vuur verder op. Toen de pizza steeds verder veramerikaniseerd raakte, vocht het land dat het gerecht bedacht terug. ‘Wij zijn tegen de culturele en commerciële vervorming van onze pizza’, aldus Antonio Pace, oprichter van de Associazione Verace Pizza Napoletana (vereniging voor de echte Napolitaanse pizza) bij de oprichting van de organisatie in 1984. ‘We willen onze oude tradities bestendigen.’
‘Pizza met ananas? Dat is een taart’
In de jaren tachtig hadden de Italiaans-Amerikanen hun maatschappelijke achterstand ingelopen. Sommigen voelden dat hun identiteit gevaar liep. In 2002 vertelde een Italiaans-Amerikaanse pizzabakker aan The New York Times dat hij slechts één keer ananas op een pizza had gedaan: toen een klant die acht maanden zwanger was hem vertelde dat ze daar trek in had. ‘Maar dat was meteen ook de laatste keer,’ zei hij.
Zeven jaar later, toen de Napolitaanse pizza een beschermde status kreeg volgens de Europese wet, vroeg dezelfde krant een pizzaiolo in Napels naar zijn mening: ‘Pizza met ananas? Dat is een taart.’
‘Het is oké om vrouwelijk, mannelijk, homo of hetero te zijn … maar het is nooit oké om ananas op pizza te doen’
Ondanks het feit dat het een van de populairste pizza’s ter wereld is, kwam de pizza Hawaï te staan voor onechtheid, fastfood en slechte smaak. Er was maar één extra ingrediënt nodig om de controverse rondom de pizza Hawaï nog eens wereldwijd te doen toenemen: het internet.
Het afgelopen decennium hebben meningsverschillen, anekdotes en vluchtige zaken uit de echte wereld online vaak onherkenbare vormen aangenomen. Socialmediaplatforms lenen zich evengoed om kattenfoto’s te bespreken als om in konijnenholen van extremistische politiek te vallen. De malle en toegankelijke pizza Hawaï bleek perfect voer voor de mememachine van het internet.
De eigenheid van ananas leende zich uitstekend voor deze wereld waarin men het leuk vond om willekeurige en vreemde onderwerpen te vereren (of te ontheiligen). En het leukste was nog dat het om een gerecht ging dat de gemoederen deed oplaaien. Het was niet de pizza Hawaï die een meme werd, maar het debat over de pizza Hawaï. Wilde je meepraten, dan moest je een mening hebben.
In december 2009 werd een Facebookpagina gelanceerd met de naam ‘Pineapple does NOT belong on PIZZA!’ (ananas hoort niet op pizza). Volgens Know Your Meme, een database van de internetcultuur, bracht deze pagina het online gekrakeel op gang. Mensen grepen de kans om zich over te geven aan ironie en overdrijving. ‘Het is oké om vrouwelijk, mannelijk, homo of hetero te zijn … maar het is nooit oké om ananas op pizza te doen,’ aldus een meme. Anderen, die het online debat onvermijdelijk torpedeerden, stelden dat Adolf Hitler een fan was van ananas als topping. ‘Knights of Pineapple’ (ananasridders), een Reddit-groep uit 2015 met op dit moment 68.000 leden, beloofde te ‘vechten voor de erkenning van de heerlijke pizza Hawaï’.
#TeamPineapple
Het debat ontworstelde zich van de online forums. In 2017 werd de president van IJsland naar verluidt door een student gevraagd hoe hij over de pizza in kwestie dacht: ‘Ik zou hem verbieden als ik de wetgevende macht had,’ zei hij. Hetzelfde jaar kwam Justin Trudeau, premier van Canada, swingend uit voor het thuisteam: ‘Ik heb een ananas. Ik heb een pizza. En ik sta volledig achter deze heerlijke creatie uit Zuidwest-Ontario. #TeamPineapple’, tweette hij.
Tegen een achtergrond van trolling en takedowns, online echo-chambers en door social media verstoorde verkiezingen, ging het debat over de ananaspizza eigenlijk helemaal niet over eten. Het was polarisatie voor de bühne: een manier om te spotten met de kwalijke kanten van het internet. Veel onderwerpen waren inmiddels haast te beladen om te bespreken – zowel online als offline –, maar hier had je een onbeduidend onderwerp waarover iedereen kon meepraten en ruziën, zonder dat je je zorgen hoefde te maken over gevolgen in de echte wereld.
Misschien verklaart dat waarom opiniepeilers, op het verkeerde been gezet door de schokkende uitslagen van het brexit-referendum en de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016, hun toevlucht namen tot enquêtes over pizza. YouGov stelde vast dat 53 procent van de Britten in 2017 ananas als beleg goedkeurde (slechts een iets kleiner deel had gestemd voor het verlaten van de Europese Unie). Pizza is een onderwerp geworden waarover je je zogenaamd kunt opwinden zonder dat het je eigenlijk een bal kan schelen. Het gerecht, dat vaak door een groep mensen wordt besteld en genuttigd, nodigt uit tot debat en discussie – maar vriend en vijand van de ananaspizza kunnen nog steeds aan dezelfde tafel zitten. En als het erop aankomt eten de meesten van ons welk stuk ons ook maar wordt voorgeschoteld.
‘Als 2020 een pizzatopping was, zou het ananas zijn’
Er worden nog steeds berichten gepost op social media waarin het gerecht wordt aanbeden of verguisd. ‘Als 2020 een pizzatopping was, zou het ananas zijn’, is een typische klaagzang van deze tijd. Toen het Amerikaanse Cybersecurity and Infrastructure Security Agency wilde laten zien hoe buitenlandse actoren controversiële kwesties kunnen uitbuiten, zoals in 2016 gebeurde toen Russische trollen ‘meme warfare’ gebruikten om verdeeldheid te zaaien in Amerika, was het debat over de ananaspizza vanwege de herkenbaarheid een voor de hand liggend voorbeeld.
De organisatie maakte een infographic om te laten zien hoe het discours rond de ananas als topping kon worden gepolitiseerd en verhit met uitspraken als: ‘tegen ananas zijn is on-Amerikaans’ of ‘millennials verpesten de pizza’. Later, toen het cyberbeveiligingsagentschap kennelijk de smaak van fruitige pizza’s te pakken had gekregen, werkte het samen met psychologen van de Universiteit van Cambridge om een online spel te maken dat was bedoeld om spelers ‘in te enten’ tegen politieke desinformatie doordat ze de processen sneller leerden herkennen. Spelers werden uitgenodigd onenigheid te zaaien in het vreedzame Harmony Square, een buurt die bekendstaat om zijn levende standbeeld, zijn majestueuze zwaan – en zijn jaarlijkse ananaspizzafestival.
Tweespalt bleek veel dichter bij huis te worden aangewakkerd dan iemand van het cyberbeveiligingsagentschap had kunnen voorspellen. In november 2020, na weken van ophef over verkiezingsfraude, werd Chris Krebs, hoofd van Amerika’s cyberbeveiligingsagentschap, door Donald Trump ontslagen omdat hij in het openbaar de integriteit van de presidentsverkiezingen van november in twijfel had getrokken. Drie dagen later tweette Krebs: ‘Ik moet iets bekennen: Ik hou echt van ananas op pizza. Don’t @ me. #WarOnPineapple’.
De reacties waren, zoals te verwachten was, gepolariseerd. Maar voor één keer volgden ze niet de partijlijnen. De strijd om de pizza Hawaï blijft een luchthartige met een verfrissend lage inzet, en een waarvan iedereen kan genieten. Een beetje zoals de pizza dus.
Mark Rutte en ananas op pizza
Tijdens een livestream op TikTok van de VVD-campagne in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 kreeg Mark Rutte een kijkersvraag: ‘Ananas op een pizza, ja of nee?’ ‘Absoluut niet!’ antwoordde de VVD-leider met een vies gezicht. Zijn argumentatie: ‘Er is niets zo smerig, vind ik, als een combinatie van zoet en hartig. Dus ik vind dat helemaal niks.’
Rutte was zich bewust van de verdeeldheid die rondom de kwestie heerst: ‘We zijn het vaak eens in dit land, maar Nederland splijt hier.’
Toch zei Rutte dat hij op dit onderwerp geen consessies zou doen: ‘Ik behoor absoluut tot de groep die geen ananas op pizza gaat doen. Ik ga het gewoon niet doen.’
Taliban dreigen eerste provinciehoofdstad in te nemen
In Afghanistan dreigt Lashkar Gah, de hoofdstad van de zuidelijke provincie Helmand, in handen van de taliban te vallen, meldt The New York Times. De opstandelingen rukken op naar het centrum van deze ‘sleutelstad’, ‘ondanks gecoördineerde Amerikaanse en Afghaanse luchtaanvallen in de afgelopen dagen’.
Berichten uit de stad zijn ‘triest’, schrijft de krant: ‘Mensen ontvluchten hun huizen, een stadsziekenhuis is gebombardeerd en regeringsversterkingen arriveren nu pas, na dagen van vertraging’. Mochten ze erin slagen de stad in te nemen, ‘dan zou het de eerste provinciehoofdstad zijn die sinds 2016 in handen van de taliban valt’.
Het Russische atoomagentschap Rosatom heeft maandag de bouw hervat van een kernreactor voor het Centrum voor Onderzoek en Ontwikkeling van Nucleaire Technologie (CIDTN) van Bolivia bericht MercoPress. De reactor maakt deel uit van een civiel atoomenergieplan voor vreedzame doeleinden, dat wordt gesteund door het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie. De regeringen van Bolivia en Rusland ondertekenden in maart 2016 een overeenkomst voor de bouw van het nucleaire onderzoekscentrum, maar het project kwam in 2019 stil te liggen.
De reactor in de stad El Alto, op 4.000 meter boven de zeespiegel, wordt de hoogste ter wereld. ‘Ongeëvenaard’, aldus het Russische persbureau Novosti.
Edelstenen, hoe groter hoe beter
Een troon van amethist met een gewicht van één ton à 45.000 dollar: Crystalarium, een edelstenenwinkel in West-Hollywood, verkocht er recentelijk vier stuks van. Kristallen en mineralen zijn enorm populair geworden bij de meer vermogenden der aarde en het motto is: hoe groter hoe beter, zo signaleert The Los Angeles Times.
De wereldwijde markt van (half)edelstenen wordt nu geschat op ruim 1 miljard dollar. Zangeres Adele houdt ze vast tijdens optredens om plankenkoorts te overwinnen en model Naomi Campbell reist er mee. Er zijn vochtinbrengende crèmes met kristallen, er is een Kim Kardashian-lijn van parfums met kristalthema in kristalvormige flessen. Victoria Beckham ontwierp een lijn broeken met geheime zakken voor kristallen. Het fenomeen werd verder aangejaagd door de pandemie: veel welvarenden zaten een groot deel van het afgelopen jaar binnen, zagen minder mogelijkheden voor opzichtige uitgaven en kozen ervoor om hun huizen te bezielen met de ‘genezende’ energie van stenen.
Zware regen- en onweersbuien veroorzaakten zondag ‘plotselinge’ en ‘ernstige’ overstromingen in delen van Londen, meldt BBC. ‘Er waren meldingen van gestrande voertuigen toen het water snel steeg, tientallen wegen raakten geblokkeerd en metrolijnen liepen onder’, aldus de zender.
De autoriteiten raadden af om in gevaarlijke omstandigheden te reizen. Brandweerlieden zeiden dat ze zondag binnen enkele uren ongeveer driehonderd oproepen hadden ontvangen – voornamelijk van overstroomde kelders of wegen.
Het Louvre in Parijs en de Uffizi in Florence klagen pornosite Pornhub aan voor ‘ongeoorloofd’ gebruik van meesterwerken uit hun museumcollecties, waaronder werken van Titiaan, Botticelli, Cézanne en Rembrandt, voor een nieuwe interactieve website en app, bericht Artnet. De app, die recent werd gelanceerd, bevat een introductievideo met Ilona ‘Cicciolina’ Staller, voormalig pornoster en ex-vrouw van kunstenaar Jeff Koons, die samen met hem figureerde in zijn reeks ‘Made in Heaven’.
De app belooft gebruikers ‘langs alle preutse schilderijen’ te loodsen op weg naar ‘de goede dingen’. Ook werken uit het Musée d’Orsay, de National Gallery in Londen en het Prado worden in de app gebruikt.
Liverpool geschrapt van Unesco-list
Unesco heeft de Britse stad Liverpool zijn felbegeerde status van werelderfgoed ontnomen nadat jaren van stedelijke ontwikkeling hebben gezorgd voor een ‘onomkeerbaar verlies‘ van de historische Victoriaanse dokken, schrijft The Guardian. Liverpool kreeg de status van werelderfgoed in 2004 als erkenning voor zijn rol als belangrijke historische handelsstad in het Britse koloniale rijk en vanwege de architectonische schoonheid van de waterkant.
Unesco concludeerde dat de ‘uitzonderlijke universele waarde’ van de waterkant is vernietigd
De organisatie van de Verenigde Naties concludeerde woensdag tijdens een bijeenkomst in China dat de ‘uitzonderlijke universele waarde’ van de waterkant is vernietigd door nieuwe gebouwen, waaronder het nieuwe, ruim 578 miljoen euro kostende stadion van voetbalclub Everton. Het besluit maakt Liverpool tot een van de weinige plekken in vijftig jaar die de Unesco-status verliest. Eerder verloren onder meer het gebied voor de Arabische oryx in Oman en de Elbe-vallei in Duitsland hun status.
Het stadsbestuur reageerde met ontzetting op het nieuws. Burgemeester Joanne Anderson zei ‘enorm teleurgesteld en bezorgd‘ te zijn en de gemeente overweegt dan ook om in beroep te gaan.
Taliban dreigen Kandahar in te nemen
De Verenigde Staten, die ‘een belegerd Afghaans leger helpen’, hebben hun luchtaanvallen in Zuid-Afghanistan opgevoerd, meldde Wall Street Journal op zondag 25 juli. Er zouden de afgelopen dagen ‘ongeveer een dozijn’ aanvallen hebben plaatsgevonden. De militaire steun komt ‘te midden van een groeiende ongerustheid over een taliban-offensief dat Kandahar bedreigt’.
‘De val van de op één na grootste stad van het land zou een zware klap zijn’
De val van de op één na grootste stad van het land ‘zou een zware klap zijn voor de door de VS gesteunde regering in Kaboel, die tracht haar burgers gerust te stellen nu de taliban grote delen van het platteland hebben ingenomen, maar er tot dusver niet in zijn geslaagd een grote stad in te nemen’. De Amerikaanse troepen zouden Afghanistan eind augustus moeten verlaten, aldus de krant.
Taliban claimen 90 procent van de grens te controleren
Nu het einde van de terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Afghanistan nog maar enkele weken is verwijderd, hebben de taliban donderdag verklaard dat zij 90 procent van de grenzen van het land controleren. Zonder steun van de VS hebben de regeringstroepen moeite om het offensief van de opstandelingen in te dammen.
In een interview met het officiële Russische persbureau Sputnik zei een woordvoerder van de taliban donderdag dat de grenzen van Afghanistan met Turkmenistan en Iran ‘volledig’ onder controle van de taliban staan. ‘Wij hebben ook de grens met Pakistan in handen – op enkele kleine delen na’, zei Zabiullah Mujahid.
Volgens Gulf News zeiden de taliban ook dat zij ‘de aanwezigheid van de terreurgroep Islamitische Staat in Afghanistan niet zouden tolereren’ en dat het land na de terugtrekking van de VS geen buitenlandse troepen in het land zou toelaten, zelfs niet van Turkije, ‘dat met Washington in gesprek is om het beheer van de luchthaven van Kaboel over te nemen’.
‘We zullen geen enkele buitenlandse troepenmacht in het land zullen toelaten, onder welk voorwendsel dan ook’
‘Wij hebben het standpunt van Turkije reeds verworpen en duidelijk gemaakt dat wij na de terugtrekking van de VS uit Afghanistan geen enkele buitenlandse troepenmacht in het land zullen toelaten, onder welk voorwendsel dan ook’, aldus Mujahid.
Enkele weken geleden concludeerde de Amerikaanse inlichtingendiensten dat de Afghaanse regering reeds zes maanden na de terugtrekking van de internationale troepen zou kunnen vallen. CIA-directeur William Burns weigerde die voorspelling in een interview met NPR te onderschrijven, maar erkende wel dat ‘de ontwikkelingen zorgwekkend zijn’.
‘De taliban bevinden zich waarschijnlijk in de sterkste militaire positie sinds 2001’
De taliban boeken ‘aanzienlijke’ vooruitgang, zei hij, en bevinden zich ‘waarschijnlijk in de sterkste militaire positie sinds 2001’, toen de taliban Afghanistan onder controle hadden voordat zij door de Amerikanen werden verdreven.
Hoewel de Amerikaanse president Joe Biden heeft beloofd dat de terugtrekking van troepen eind augustus zal zijn voltooid – 95 procent van de troepen heeft het land al verlaten – blijven de Amerikaanse troepen de Afghaanse regering steunen met de middelen die zij nog hebben.
Woensdagavond heeft het Amerikaanse leger nog aanvallen uitgevoerd op de taliban in de provincie Kandahar, die gericht waren tegen ‘Amerikaans materieel dat aan de Afghaanse strijdkrachten was overgedragen en door de taliban in beslag was genomen’, meldt CNN.
Nieuwe strategie
‘Een volledige overname door de taliban is een mogelijkheid’, naast ‘vele andere scenario’s’, constateert de Amerikaanse generaal Mark Milley. ‘Wij volgen de situatie op de voet, en ik denk niet dat de uitkomst van het conflict al vaststaat’, zei hij.
Reuters sprak met hoge Amerikaanse en Afghaanse ambtenaren die zeggen dat de Afghaanse regeringstroepen, na talrijke tegenslagen op het terrein, op het punt staan hun militaire strategie te wijzigen. Zij zullen hun troepen nu ‘concentreren rond de meest kritieke gebieden, zoals Kaboel en verscheidene andere steden, grensovergangen en essentiële infrastructuur’.
‘Deze politiek gevaarlijke strategie zal onvermijdelijk resulteren in het afstaan van grondgebied aan de opstandelingen’, aldus Reuters. ‘Maar het lijkt noodzakelijk om het verlies van provinciehoofdsteden te voorkomen.’
Officieel worden de besprekingen tussen de taliban en de regering voortgezet, overeenkomstig het Doha-akkoord, waarin de voorwaarden voor Amerikaanse terugtrekking in 2020 zijn vastgelegd.
‘De taliban hebben alleen maar laten zien dat zij niet van plan zijn vrede te sluiten’
‘Een delegatie van de Afghaanse regering en vertegenwoordigers van de taliban kwamen afgelopen weekend bijeen in Doha, maar de partijen konden het niet eens worden over het langverwachte staakt-het-vuren’, schrijft Al-Jazeera.
Volgens de Afghaanse president Ashraf Ghani, geciteerd door Deutsche Welle, hebben de taliban alleen maar laten zien ‘dat zij niet van plan zijn vrede te sluiten’.
De Braziliaanse Vereniging van Automobielfabrikanten, ANFAVEA, verwacht dit jaar 389.000 auto’s te exporteren, een stijging ten opzichte van een eerdere schatting van 353.000. ‘Het was nog nooit zo moeilijk om prognoses te maken in Brazilië. Naast sociaal-economische variabelen moeten we nu ook rekening houden met de pandemie, het vaccinatietempo, politieke instabiliteit en de wereldwijd haperende aanvoer van halfgeleiders’, aldus ANFAVEA-voorzitter Luiz Carlos Moraes tegenover MercoPress.
Volgens Moraes daalde de productie van auto’s met 100.000 tot 120.000 stuks door het tekort aan halfgeleiders. Door meerdere noodzakelijke productiestops bij fabrikanten leverde juni met 166.947 voertuigen het slechtste resultaat in de afgelopen twaalf maanden.
Maduro is bereid tot dialoog met oppositie
De Venezolaanse president Nicolás Maduro heeft zich voorstander verklaard van onderhandelingen met de oppositie tijdens de aankomende besprekingen in Mexico, onder auspiciën van Noorwegen, meldt de pan-Amerikaanse website Infobae. ‘Wij zijn bereid aan tafel te gaan zitten met een realistisch, objectief en authentiek Venezolaans programma om alle noodzakelijke kwesties aan te pakken, teneinde vrede te bereiken en alle economische sancties op te heffen’, zei hij.
Noodtoestand in Tokio zorgt voor toeschouwerloze Spelen
Geconfronteerd met de oplopende coronabesmettingen in Tokio, heeft de Japanse premier opnieuw de noodtoestand afgekondigd in de hoofdstad. De evenementen van de Olympische Spelen in en rond Tokio zullen daarom zonder toeschouwers plaatsvinden.
Met nog maar twee weken te gaan voor de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Tokio op 23 juli, heeft zich weer een ommekeer voorgedaan. Tegen de achtergrond van de opleving van de coronaepidemie in de hoofdstad als gevolg van de ontwikkeling van de Delta-variant is door de Japanse regering op 8 juli voor de vierde keer de noodtoestand afgekondigd in Tokio, meldt het dagblad Nikkei Shimbun. De maatregel treedt in werking op 12 juli en blijft van kracht tot 22 augustus.
De noodtoestand betekent met name een beperking van de verkoop van alcohol en dwingt bars en restaurants te sluiten om 20.00 uur. Voor openbare evenementen gaat een maximum van vijfduizend toeschouwers, of 50 procent van de capaciteit van een locatie tellen.
‘Het is uiterst betreurenswaardig dat de Spelen op zeer beperkte schaal zullen plaatsvinden’
Regeringswoordvoerder Katsunobu Kato gaf op donderdag 8 juli al toe dat hij met het Internationaal Olympisch Comité (IOC) overlegt over een ‘toeschouwerloze Spelen’, aldus Nikkei Shimbun. Kort daarna werd op donderdagavond het officiële besluit genomen om alle evenementen in de prefectuur Tokio en de drie aangrenzende prefecturen (Chiba, Saitama, Kanagawa) zonder toeschouwers te laten plaatsvinden, meldt The Japan Times.
‘Het is uiterst betreurenswaardig dat de Spelen op zeer beperkte schaal zullen plaatsvinden in het licht van de verspreiding van nieuwe coronabesmettingen’, zei Seiko Hashimoto, voorzitter van het organisatiecomité. ‘Ik betreur het ten zeerste voor de tickethouders en de lokale bewoners die uitkeken naar de Spelen.’
De minister voor de Olympische Spelen, Tamayo Marukawa, zei echter dat op sommige locaties buiten Tokio nog steeds fans zullen worden toegelaten, tot 50 procent van de capaciteit. Het gaat onder meer om Fukushima, waar honkbal en softbal zullen worden gespeeld, Miyagi, waar sommige voetbalwedstrijden zullen worden gehouden, en Shizuoka, waar het wielrennen zal plaatsvinden, bericht The Guardian.
De situatie binnen het organisatiecomité lijkt steeds chaotischer te worden. De Japanse krant Asahi publiceerde een artikel over de zorgen binnen het comité voor de bekendmaking van het definitieve besluit.
‘Als de Japanse autoriteiten kiezen voor de optie van nul toeschouwers, zal dat de 90 miljard yen (70 miljoen euro) aan ticketinkomsten waarop het comité hoopte, in rook doen opgaan’, aldus krant. ‘Japanse ambtenaren zullen het gat moeten dichten met overheidsgeld.’
‘Ik weet niet of we deze Spelen wel kunnen houden. De zorgen wordt alleen maar groter’
Ook de onderhandelingen over de eet- en drinkkraampjes rond de stadions lijken ingewikkeld te verlopen. ‘Ik weet niet of we deze Spelen wel kunnen houden. Het lijkt haast onwerkelijk. De zorgen worden alleen maar groter’, bekende een commissielid aan Asahi.
Kritiek op de regering, die de noodtoestand eind juni in allerijl heeft opgeheven ondanks het risico van een nieuwe uitbraak, zaait zelfs binnen de regerende Liberaal-Democratische Partij verdeeldheid. ‘De premier was te optimistisch, we hadden ons moeten voorbereiden op het ergste scenario’, zei een lid van de partij, geciteerd door het nieuwsagentschap Jiji Tsushin. Bij de laatste verkiezingen voor de districtsraad van Tokio, begin juli, behaalde de partij de op een na slechtste score in haar geschiedenis.
Biden verdedigt definitieve terugtrekking uit Afghanistan
De Amerikaanse president Joe Biden heeft donderdag ‘met hand en tand’ zijn besluit verdedigd om de Amerikaanse militaire inzet in Afghanistan te beëindigen, schrijft The Wall Street Journal, ‘ondanks de snelle opmars van de taliban, tekenen van spanning in het Afghaanse leger en grimmige prognoses van Amerikaanse militaire en inlichtingenfunctionarissen’.
Biden gaf deze verklaring ‘enkele dagen’ na terugtrekking van de Amerikaanse troepen van luchtmachtbasis Bagram, het centrum van de Amerikaanse operaties sinds het begin van de oorlog twee decennia geleden, schrijft The New York Times. De Democratische president zei dat het vertrek van de troepen ‘tegen 31 augustus voltooid’ zou zijn. En hij verzekerde dat de overname van het land door de taliban ‘niet onvermijdelijk’ was.
Het staatshoofd betoogde dat de Amerikanen ‘de doelen hebben bereikt’ die zij zich twintig jaar geleden hadden gesteld, namelijk het bestrijden van de terroristische dreiging. Biden zei dat hij niet verklaarde dat de missie was volbracht – een verwijzing naar een toespraak in 2003 van toenmalig president George W. Bush, die de VS als overwinnaar in Irak beschouwde, ook al duurde het tot 2011 voordat de troepen het land verlieten. ‘De missie is echter volbracht in die zin dat we Osama bin Laden te pakken hebben gekregen en het terrorisme niet langer uit dat deel van de wereld komt’, aldus de Amerikaanse president.
‘Het is hoogst onwaarschijnlijk dat er één regering in Afghanistan zal zijn die het hele land zal controleren’
Hij stelde dat het nu aan de Afghanen zelf is om over zijn eigen toekomst te beslissen. ‘Het is het recht en de verantwoordelijkheid van het Afghaanse volk om te beslissen over zijn toekomst en hoe het zijn land wil besturen’, zei hij, en hij verzekerde dat hij ‘vertrouwen had in de capaciteiten van het Afghaanse leger’. Maar hij erkende dat ‘het hoogst onwaarschijnlijk is dat er één regering in Afghanistan zal zijn die het hele land zal controleren’.
‘Ik zal niet nog een generatie Amerikanen naar de oorlog in Afghanistan sturen zonder hoop op een ander resultaat’, voegde Biden eraan toe. Er zijn al meer dan tweeduizend Amerikanen omgekomen in de oorlog, aldus The Wall Street Journal.
In de afgelopen weken hebben de taliban tientallen districten heroverd en ‘controleren zij ongeveer een derde van het land’, aldus The Wall Street Journal. ‘In een recente evaluatie van de Amerikaanse inlichtingendiensten wordt geconcludeerd dat Kaboel binnen zes maanden na de volledige terugtrekking van de Amerikaanse troepen deze zomer in handen van de taliban zou kunnen vallen’, aldus de krant. Bovendien heeft generaal Scott Miller, de hoogste Amerikaanse bevelhebber in Afghanistan, ‘gewaarschuwd voor het risico van een burgeroorlog’ na het vertrek.
Terwijl de taliban oprukken, ‘neemt de kritiek toe over wat sommigen zien als een te haastig vertrek’, aldus CNN. Maar volgens The New York Times lijkt de aankondiging van het Amerikaanse vertrek niet echt iets teweeg te brengen in de Verenigde Staten. Het land concentreert zich vooral op zijn eigen problemen. ‘Er is vrijwel geen debat tussen Democraten en Republikeinen over de vraag of terugtrekking verstandig is. En peilingen tonen aan dat een groot aantal Amerikanen van beide partijen terugtrekking uit Afghanistan steunen,’ aldus de krant.
Doodgeslagen homoseksuele man brengt Spanje in beroering
Op maandag 5 juli werden in veel Spaanse steden demonstraties gehouden ter nagedachtenis aan Samuel Luiz, een vierentwintigjarige homoseksuele man uit Galicië die zaterdag in A Coruña werd doodgeslagen. Volgens de Spaanse pers nemen de aanvallen op de lhbt-gemeenschap in het land toe.
‘Applaus, ontroering en de slogan ‘Justicia para Samuel’ (‘Gerechtigheid voor Samuel’): op maandag verzamelden duizenden mensen zich in A Coruña, Galicië, in het noordwesten van Spanje, en in andere steden van het land om Samuel Luiz, die door homogeweld om het leven kwam, te eren’, zo meldt El País.
Lhbt-organisaties hadden opgeroepen tot de demonstratie, terwijl de dood van de 24-jarige Galiciër – ‘het slachtoffer van een aanval met homofobe inslag, waarvan het precieze motief nog wordt onderzocht’ – in het hele land voor opschudding zorgt. Dinsdagavond zijn drie mannen opgepakt voor de moord op Luiz, meldt The Guardian.
Op maandag sprak het plaatselijke dagblad La Voz de Galicia met Lina, ‘een van Samuels beste vrienden’, die getuige was van de tragedie. Zij en Samuel verlieten zaterdag kort voor drie uur ’s nachts een nachtclub in A Coruña om een sigaret te roken en een videogesprek te voeren.
‘Of je stopt met opnemen, of ik vermoord je, flikker’
Volgens Lina liep er een stel langs. De jongeman, die ten onrechte dacht dat hij gefilmd werd, vroeg hen daarmee te stoppen. Ondanks diens uitleg ging hij op Samuel af en bedreigde hem: ‘Of je stopt met opnemen, of ik vermoord je, flikker.’
Woedend sloeg hij hem verschillende keren voordat hij vluchtte. ‘Samuel was enigszins versuft door het pak slaag dat hij had gekregen en vroeg Lina om terug de nachtclub in te gaan om haar mobiele telefoon te halen. Toen zij terugkeerde op straat, was haar vriend niet meer waar zij hem had achtergelaten’, aldus La Voz de Galicia.
Ondertussen, een paar meter verder, ‘werd Samuel omsingeld door een groep van een tiental mensen’, volgens verschillende getuigen. ‘Ze schopten en sloegen hem overal en noemde hem een vieze flikker’, vervolgt het dagblad. De jongeman was bewusteloos en lag op de grond.
De dood van Samuel Luiz vond plaats aan het einde van de Pride Week in Spanje, een belangrijke viering voor de Spaanse lhbt-gemeenschap
De dood van Samuel Luiz vond plaats aan het einde van de Pride Week in Spanje, een belangrijke viering voor de Spaanse lhbt-gemeenschap, en ‘na een jaar vol symbolische gebeurtenissen, zoals de recente goedkeuring van de transgenderwet’, aldus InfoLibre.
Volgens de linkse website ‘blijkt uit officiële gegevens dat het geweld tegen de lhbt-gemeenschap toeneemt’.
In het meest recente rapport uit 2019 telde het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken 278 haatmisdrijven op basis van seksuele geaardheid en genderidentiteit, tegenover 182 geregistreerde gevallen een jaar eerder.
‘Deze cijfers betreffen echter alleen gemelde misdrijven, en laten alle misdrijven die de autoriteiten nooit bereiken buiten beschouwing’, concludeert de website.
Hoe moeten we betekenis geven aan de inmiddels al meer dan 4 miljoen wereldwijde coronadoden? Niall Ferguson zet die vraag in historisch perspectief. Welke rampspoed is ons in het verleden overkomen, hoe gingen we daar toen mee om, en – belangrijker nog – hoe kunnen we toekomstig onheil voorkomen?
Deze gevallen wachtmeester, de Dood, is nauwgezet in zijn aanhoudingen.
– Hamlet
We zijn allemaal gedoemd
‘We zijn gedoemd.’ Deze zin, uitgesproken door de Caledonische Cassandra van de Britse televisieserie Dad’s Army, soldaat James Frazer, was een van de terugkerende grappen uit mijn jeugd. De truc was om het te zeggen op het minst passende moment: als de melk op was of je de laatste bus naar huis had gemist. Er is een prachtige scène in een van de afleveringen (‘Uninvited Guests’) als Frazer – gespeeld door de geweldige John Laurie – de andere leden van zijn Home Guard-eenheid een bloedstollend verhaal vertelt over een vloek. Als jongeman was hij voor anker gegaan bij een eilandje in de buurt van Samoa, waar – volgens zijn vriend Jethro – de ruïne van een tempel lag, met daarin een afgodsbeeld dat versierd was met een gigantische robijn, ‘zo groot als een eendenei’. Het tweetal ging op weg om de robijn te stelen en hakte zich een weg door het dichtbegroeide bos. Maar net toen Jethro de edelsteen pakte, verscheen er ineens een medicijnman, die Jethro vervloekte met de woorden: ‘Dood! de robijn zal u de dood brengen! dooood.’
Soldaat Pike: Is de vloek uitgekomen, meneer Frazer?
Soldaat Frazer: Ja, jongen, hij is uitgekomen. Hij is gestorven… vorig jaar; hij was zesentachtig.
Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar
We zijn allemaal gedoemd, hoewel niet noodzakelijkerwijs vervloekt. Ik zal rond 2056 sterven, op z’n laatst. Mijn resterende levensverwachting op de leeftijd van zesenvijftig jaar en twee maanden is volgens het Amerikaanse ministerie van Sociale Zaken 26,2 jaar: daardoor kom ik uit op tweeëntachtig, vier jaar minder dan Frazers vervloekte vriend. Bemoedigender is het feit dat het Britse Office of National Statistics een man van mijn leeftijd twee jaar extra geeft, met een kans van 1 op 4 om de tweeënnegentig te halen. Om te zien of ik die getallen kon verbeteren, bezocht ik de site van Living to 100 Life Expectancy Calculator, die zijn schatting baseert op een gedetailleerde vragenlijst over je leefgewoonten en je familiegeschiedenis. Living to 100 vertelde me dat ik de eeuw waarschijnlijk niet zal halen, maar dat ik een gerede kans had om nog zesendertig jaar te leven. Het zou natuurlijk heel anders liggen als ik in januari 2020 covid-19 zou krijgen, een ziekte die destijds in mijn leeftijdsgroep een sterftekans met zich meebracht van 6 procent, en misschien iets hoger als we mijn milde astma meetellen.
De auteur
De Schots-Amerikaanse historicus Niall Ferguson is momenteel verbonden aan de Stanford-universiteit. Hij leverde bijdragen aan The Daily Telegraph, Financial Times en Newsweek, en schrijft tegenwoordig een column voor Bloomberg Opinion. Fergusons bekendste boek is Het belang van geld (The Ascent of Money), waarover hij ook een documentaireserie maakte voor Channel 4 en PBS. Hij is getrouwd met de voormalige VVD-politicus Ayaan Hirsi Ali.
Op zesenvijftigjarige leeftijd sterven zou beslist een teleurstelling zijn, maar het zou een goed resultaat zijn als je het afmeet aan de meerderheid van de 107 miljard mensen die ooit geleefd hebben. In het Verenigd Koninkrijk, waar ik geboren ben, bereikte de levensverwachting vanaf de geboorte de zesenvijftig pas in 1920. Het gemiddelde lag gedurende de periode van 1543 tot 1863 net onder de veertig. En de Britten stonden bekend om hun lange levensduur. Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar, en tot 1960 onder de vijftig jaar. De gemiddelde levensverwachting in India was in 1911 slechts tweeëndertig jaar. De Russische levensverwachting bereikte in 1920 het dieptepunt van twintig jaar. De afgelopen eeuw liet een constant stijgende trend zien – de levensverwachting bij geboorte verdubbelde ruwweg tussen 1913 en 2006 –, maar met talloze terugvallen. De levensverwachting in Somalië is vandaag de dag zesenvijftig jaar: mijn leeftijd. Die is daar deels nog steeds zo laag omdat de kindersterfte er zo hoog is. Ongeveer 12,2 procent van de in Somalië geboren kinderen sterft voordat ze de leeftijd van vijf jaar bereiken; 2,5 procent sterft tussen vijf en veertien jaar.
Als ik probeer om mijn eigen ervaring met mens-zijn in perspectief te zetten, denk ik aan de Engelse dichter John Donne (1572-1631), die negenenvijftig jaar oud is geworden. In een periode van zestien jaar schonk Anne Donne haar echtgenoot twaalf kinderen. Drie van hen – Francis, Nicholas en Mary – stierven voor hun tiende. Anne zelf stierf bij de bevalling van haar twaalfde kind, dat dood geboren werd. Nadat Lucy, zijn favoriete dochter, gestorven was en hijzelf haar bijna in het graf gevolgd was, schreef Donne zijn Devotions upon Emergent Occasions (1624), dat de mooiste van alle aansporingen bevat om mee te leven met de doden: ‘De dood van ieder mens doet afbreuk aan mij, omdat ik betrokken ben bij de Mensheid; Vraag daarom nooit voor wie de doodsklok luidt; die luidt voor u.’
Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie
De Napolitaanse kunstenaar Salvator Rosa (1615-1673) schilderde misschien wel het meest ontroerende memento mori, met de eenvoudige titel L’umana fragilità (‘De menselijke breekbaarheid’). Het was geïnspireerd op een uitbraak van de builenpest, die zijn geboortestad Napels in 1655 trof: die kostte het leven aan zijn jonge zoon Rosalvo en eiste ook dat van Salvators broer, zijn zus, haar echtgenoot en vijf van hun kinderen. Met een gruwelijke grijns reikt een gevleugeld skelet vanuit het donker langs Rosa’s minnares, Lucrezia, om haar zoontje mee te nemen, dat net zijn eerste poging doet om te schrijven. De stemming van de diepbedroefde kunstenaar wordt op een onsterfelijke manier vastgelegd in de acht Latijnse woorden die de baby, geleid door de skeletfiguur, op het canvas heeft geschreven:
Conceptio culpa
Nasci pena
Labor vita
Necesse mori
‘Verwekking is zonde, geboorte is pijn, leven is hard werken, dood is onvermijdelijk.’ Ik herinner me nog steeds dat ik als door de bliksem getroffen was toen ik die woorden las bij mijn eerste bezoek aan het Fitzwilliam Museum in Cambridge. Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie. Volgens de overleveringen was Rosa een opgewekt mens, die ook schreef en optrad in satirische toneelstukken en de commedia dell’arte. Rond de tijd dat zijn zoon stierf, schreef hij echter aan een vriend: ‘Deze keer heeft de hemel me op zo’n manier getroffen dat ik besef dat alle menselijke weermiddelen zinloos zijn en de minste pijn die ik voel is nog dat ik je zeg dat ik huil terwijl ik schrijf.’ Hijzelf stierf op achtenvijftigjarige leeftijd aan buikwaterzucht.
Bijna onzichtbare gebeurtenis
In de middeleeuwen en de vroegmoderne wereld was de dood alomtegenwoordig, op een manier die we ons nauwelijks kunnen voorstellen. Zoals Philippe Ariès betoogde in L’Homme devant la mort (‘Het uur van onze dood’) werd de dood ‘getemd’ door er, net als het huwelijk en zelfs de geboorte, een sociale overgangsrite van te maken, die gedeeld werd met de familie en de gemeenschap en gevolgd werd door riten van begrafenis en rouw, die een bekende vorm van troost boden aan de nabestaanden. Vanaf de zeventiende eeuw veranderde die houding echter. Terwijl het aantal sterfgevallen verbijsterende vormen aannam, begonnen de westerse samenlevingen – ondanks het feit dat de doodsoorzaken steeds beter begrepen werden – een zekere afstand te scheppen tussen de levenden en de doden. De victorianen gingen zeer ver in het sentimentaliseren en romantiseren van de dood: ze creëerden in de literatuur ‘mooie doden’, die steeds minder te maken hadden met de werkelijkheid. De twintigste eeuw ging over op de ontkenning van ‘het einde van het leven’. Sterven werd een steeds eenzamer, antisociale, bijna onzichtbare gebeurtenis. Er kwam iets op wat Aries ‘een absoluut nieuw type sterven’ noemde, wat inhield dat zieltogende mensen werden afgevoerd naar ziekenhuizen en hospices, om ervoor te zorgen dat het moment waarop ze hun laatste adem uitbliezen discreet verborgen bleef achter de schermen. Amerikanen mijden het woord ‘sterven’. Mensen ‘gaan over’. Evelyn Waugh schreef een wrede satire over de Amerikaanse omgang met de dood in The Love One (1948), geïnspireerd op een weinig verheffend verblijf in Hollywood.
De Britse omgang met de dood is echter slechts weinig beter. In Monty Pythons The Meaning of Life is de dood een enorm faux pas. De Man met de Zeis – John Cleese, gehuld in een zwarte mantel – komt aan in een pittoresk Engels buitenhuis waar drie echtparen druk bezig zijn met een etentje.
Magere Hein: Ik ben de dood.
Debbie: Nou ja, wat een toeval! We hadden het vijf minuten geleden net over de dood…
Magere Hein: Stilte! Ik ben gekomen voor jullie.
Angela: Bedoelt u… om –
Magere Hein: Om jullie mee te nemen. Dat is mijn bedoeling. Ik ben de dood.
Geoffrey: Tja, dat werpt toch wel een beetje een schaduw over de avond.
Debbie: Mag ik u iets vragen?
Magere Hein: Wat?
Debbie: Hoe kan het dat we allemaal op hetzelfde moment sterven?
Magere Hein (na een lange stilte, wijzend naar een schaal op tafel): De zalmmousse.
Geoffrey: Schat, je hebt toch geen zalm uit blik gebruikt?
Angela: Ik schaam me rot.
Het komende eschaton
Ieder jaar sterven er over de hele wereld ongeveer 59 miljoen mensen – ruwweg de gehele wereldbevolking in de tijd dat koning David regeerde over de Israëlieten. Met andere woorden, er sterven elke dag ruwweg 160.000 mensen: het equivalent van één Oxford, of drie Palo Alto’s. Ongeveer 60 procent van degenen die sterven zijn vijfenzestig jaar of ouder. In de eerste helft van 2020 stierven er wereldwijd ruwweg 510.000 mensen aan de nieuwe ziekte covid-19 [inmiddels is het dodental de 4 miljoen gepasseerd]. Elk sterfgeval is een tragedie, zoals we zullen zien. Maar zelfs als geen van die mensen toch al niet gestorven zou zijn – wat onwaarschijnlijk is, gegeven het leeftijdsprofiel van de overledenen –, dan vertegenwoordigt dat aantal slechts een bescheiden (1,8 procent) toename in het totale aantal verwachte sterfgevallen voor de eerste helft van 2020. In 2018 stierven 2,84 miljoen Amerikanen, dus stierven er ongeveer 236.000 per maand, en 7800 per dag. Driekwart van het aantal gestorvenen was vijfenzestig jaar of ouder. Verreweg de meeste doodsoorzaken waren hartaandoeningen en kanker: samen goed voor 44 procent van het totaal. In de eerste helft van 2020 waren er volgens cijfers van de Centers for Disease Control and Prevention 130.122 Amerikaanse overlijdensgevallen aangemerkt als ‘betrekking hebbend op covid-19’. De totale (bovennormale) oversterfte van alle oorzaken lag echter dicht bij 170.000. Als geen van deze mensen toch al niet overleden zou zijn – opnieuw: onwaarschijnlijk –, dan vertegenwoordigde dat aantal een toename van 11 procent in de sterfgevallen voor die periode, boven de uitgangswaarde die afgeleid was van recente gemiddelden.
We zijn dus allemaal gedoemd, zelfs als de medische wetenschappers in staat zijn om de levensverwachting nog verder te verlengen – zoals sommigen voorspellen: tot meer dan een eeuw. Ondanks de voortgaande zoektocht naar oplossingen voor het probleem dat leven een terminale aandoening is, blijft onsterfelijkheid een droom – of, zoals Jorge Luis Borges suggereerde in ‘De onsterfelijke’: een nachtmerrie. Maar zijn we collectief gedoemd, als soort? Het antwoord is: ja.
Onze moeder, een natuurkundige, werd het nooit moe om mijn zus en mij eraan te herinneren dat het leven een kosmisch toeval is; een visie die ook gedeeld wordt door bekendere fysici als Murray Gell-Mann. Ons universum begon 13,7 miljard jaar geleden met wat fysici de Big Bang noemen. Op onze planeet ontwikkelden zich met de hulp van ultraviolette stralen en bliksem de chemische bouwstenen van het leven, die 3,5 tot 4 miljard jaar geleden leidden tot de eerste levende cel. Ongeveer 2 miljard jaar geleden zorgde seksuele reproductie door eenvoudige veelcellige organismen voor golven van evolutionaire innovatie.
Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven
Ongeveer 6 miljoen jaar geleden leidde een genetische mutatie bij chimpansees tot de eerste mensachtige mensapen. Homo sapiens is extreem recent verschenen, 200.000 tot 100.000 jaar geleden: deze soort domineerde andere mensentypen ongeveer 30.000 jaar geleden en had zich rond 13.000 jaar geleden over het grootste deel van de planeet verspreid. Er moesten veel dingen precies goed gaan voor ons om tot dat punt te komen. Maar de ‘Goudhaartje’-condities waarbij wij floreren kunnen niet oneindig voortduren. Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven.
Met andere woorden, om Nick Bostrom en Milan M. Ćirković te citeren: ‘Het uitsterven van intelligente soorten is al voorgevallen op de Aarde, wat inhoudt dat het naïef zou zijn om te denken dat het niet nog eens zou kunnen gebeuren.’ Zelfs als we het lot van de dinosaurussen en de dodo’s weten te vermijden, zal de toenemende lichtstraling van de zon over ongeveer 3,5 miljard jaar de biosfeer van de Aarde zo goed als gesteriliseerd hebben, maar het einde van het complexe leven op de Aarde staat al veel eerder op het programma, misschien over 0,9 tot 1,5 miljard jaar, omdat de leefomstandigheden dan onverdraaglijk zullen zijn geworden voor alles wat op ons lijkt. ‘Dat is het standaardlot voor leven op onze planeet.’ Het is denkbaar dat we in staat zullen zijn om een andere bewoonbare planeet te vinden als we het probleem van intergalactisch reizen oplossen, wat het reizen over haast onvoorstelbaar grote afstanden inhoudt. Zelfs dan zullen we uiteindelijk in tijdnood komen, omdat de laatste sterren ruwweg over 100 biljoen jaar zullen uitdoven, waarna alle materie uiteen zal vallen tot haar basisbestanddelen.
De gedachte dat we, als soort, nog ongeveer 1 miljard jaar overhebben op de Aarde zou geruststellend moeten zijn. En toch lijken sommigen ernaar te verlangen dat de doemdag al veel eerder komt dan dat. De ‘eindtijd’ of eschaton (van het Griekse eschatos) komt voor in de meeste grote wereldreligies, inclusief de oudste, het zoroastrisme. De Zand-i Wahman Yasn (een middeleeuwse zoroastrische apocalyptische tekst) voorziet niet alleen in misoogsten en algeheel moreel verval, maar ook in ‘een donkere wolk die de hele lucht tot nacht maakt’ en een regen van ‘verderfelijke schepsels’. Hoewel de hindoe-eschatologie aanneemt dat er vaste tijdscycli zijn, wordt van de huidige cyclus, Kali Yuga, verwacht dat die gewelddadig eindigt als Kalki, de laatste incarnatie van Vishnu, op een wit paard aan het hoofd van een leger afdaalt om ‘rechtvaardigheid tot stand te brengen op aarde’. Ook in het boeddhisme zijn er apocalyptische scènes. Gautama Boeddha voorspelde dat zijn profetieën na 5000 jaar vergeten zouden zijn, wat leidt tot de morele degeneratie van de mens. Een bodhisattva genaamd Maitreya zal dan verschijnen en de leerstellingen van de dharma herontdekken, waarna de wereld vernietigd wordt door de dodelijke straling van zeven zonnen. De Scandinavische mythologie heeft haar Ragnarök (schemering der goden), waarin een vernietigend grote winter (Fimbulvetr) de wereld in duisternis en wanhoop zal storten. De goden zullen tot de dood strijden met de krachten van de chaos, vuurreuzen en andere magische schepsels (jötunn). Uiteindelijk zal de oceaan de hele wereld overspoelen. (Wagner-liefhebbers kunnen hier een versie van zien in zijn Götterdämmerung.)
In elk van deze religies is vernietiging de prelude van wedergeboorte. De abrahamitische religies daarentegen hebben een lineaire kosmologie: het einde der dagen is echt Het Einde. Het jodendom voorspelt een Tijdperk van de Messias, met de terugkeer naar Israël vanuit de verbanning van de Joodse Diaspora, de komst van de Messias en de wederopstanding uit de dood. Het christendom – het geloof dat gevestigd is door volgers van de man die zei deze Messias te zijn – biedt een veel rijkere versie van het eschaton. Voorafgaand aan de Tweede Komst van Christus (parousia) zal er, zoals Jezus zelf aan zijn volgelingen vertelde, een tijd komen van ‘grote beproevingen’ (Mattheüs 24:15-22), ‘verschrikkingen’ (Marcus 13:19) of ‘dagen van wraak’ (Lucas 21:10-33 geeft van alle evangeliën de meeste details). De Openbaring van Johannes biedt wellicht de meest treffende visioenen van de doemdag: van een oorlog in de hemel tussen Michaël en zijn engelen tegen Satan, een tussenperiode waarin Satan wordt neergeworpen en duizend jaar wordt vastgebonden, waarna Christus een millennium lang regeert met wederopgestane martelaren aan zijn zijde, totdat de Hoer van Babylon verschijnt, dronken van het bloed van de heiligen, rijdend op een scharlakenrood beest, en er een grote strijd wordt uitgevochten op de heuvels van de Armageddon. Daarna wordt Satan losgelaten, om vervolgens in een meer van brandende zwavel te worden gegooid. Uiteindelijk worden de doden beoordeeld door Christus en worden de onwaardigen in het vlammende meer geworpen. De beschrijving van de vier ruiters van de Apocalyps is verbijsterend:
En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie! En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen. En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie!
En een ander paard, dat rood was, trok uit, en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven. En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand.
En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe.
En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie!
En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde. (Openbaringen 6:1-8)
De Dag der Wrake wordt aangekondigd door een geweldige aardbeving, een zonsverduistering en een bloedmaan. De sterren vallen op de aarde en de bergen en eilanden worden ‘van hun plaats verschoven’.
Een slim onderdeel van de christelijke eschaton was de onzekerheid waarin Christus zijn discipelen achterliet over de tijdsbepaling ervan: ‘Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader.’ (Mattheüs 24:36)
De vernietiging van Jeruzalem in het jaar 70 door toedoen van de Romeinse legerleider (en later keizer) Titus werd door de vroege christenen geïnterpreteerd als vervulling van Jezus’ profetie dat de Tweede Tempel zou worden verwoest, maar de daaropvolgende spectaculaire gebeurtenissen die Christus had voorspeld bleven uit. Tegen de tijd van Augustinus van Hippo leek het verstandig om het millennium af te zwakken, zoals hij deed in De Stad van God (De Civitate Dei, uit het jaar 426), waarin hij het verwees naar het gebied van het onkenbare en (impliciet) de verre toekomst.
Misschien biedt het verval van het christelijke millennium een verklaring voor het revolutionaire effect van Mohammeds nieuwe religie, toen die in de zevende eeuw tevoorschijn kwam uit de Arabische woestijn. In een aantal opzichten heeft de islam gewoon de meest opwindende delen van de Openbaringen afgestoft. In Mekka leerde Mohammed zijn volgelingen dat de Dag des Oordeels voorafgegaan zou worden door de verschijning van de eenogige al-Masih ad-Dajjāl (de valse messias), met een entourage van 70.000 joden uit Isfahan. Isa (Jezus) zal dan afdalen om te triomferen over de valse messias. In de soennitisch doctrine houdt de ashrāṭ al-sā‘a – het einde der tijden – onder meer in dat er een grote zwarte rookwolk (dukhān) de aarde bedekt, dat er een aantal verzakkingen plaatsvinden in de aarde en dat Ya‘jūj en Ma‘jūj (Gog en Magog) verschijnen om de aarde te verwoesten en de gelovigen af te slachten. Nadat Allah zich heeft ontdaan van Gog en Magog, komt de zon op in het westen en verrijst de Dābbat al-Ard (het Beest van de Aarde) uit de grond; nadat de hemelse trompet geklonken heeft, verrijzen ook de doden (al-Qiyāmah) voor het laatste oordeel (Yawm al-Hisāb). Maar toen deze profetie niet vervuld werd, keerde Mohammed zich ongeduldig af van de verlossing en naar het imperialisme. Allah, zo betoogde hij in Medina, wilde dat de moslims zijn eer bewaarden door de ongelovigen te straffen; dat ze overgingen van het afwachten van de Dag des Oordeels tot de uitvoering ervan door middel van de jihad. De eschatologie van de sjiieten is in brede zin gelijk aan die van de soennieten, maar met de terugkeer van de twaalfde imam, Mohammed al-Mahdi, die wordt verwacht na een periode van afnemende moraal en eerbaarheid.
Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was
Voor christenen waren de islamitische veroveringen in het Nabije Oosten en Noord-Afrika niet meer dan de grootste van een aantal gruwelijke dreigingen: Vikingen, Magyaren en Mongolen bedreigden het christendom ook. Deze en andere rampen werden door sommigen geïnterpreteerd als aanduidingen van de eindtijd: de christelijke eschatologie is nooit volledig op de achtergrond geraakt. Joachim van Fiore (1135-1202) verdeelde de geschiedenis in drie tijdvakken, waarvan het derde het laatste was. Op eenzelfde manier waren er in de nasleep van de Zwarte Dood in de jaren veertig van de veertiende eeuw – in termen van sterfgevallen de grootste ramp die de christenen ooit getroffen heeft – mensen die concludeerden dat het einde nabij was. In 1356 schreef een franciscaner monnik genaamd Johannes van Roquetaillade zijn Vademecum in tribulationibus, waarin hij een tijd vol problemen in Europa voorspelde, die gekenmerkt zou worden door sociale onrust, stormen, overstromingen en nog meer plagen. Vergelijkbare quasi-revolutionaire visioenen inspireerden de taborieten in Bohemen in 1420 tot hun plunderingen en de franciscaan Johann Hilten in 1485 tot zijn profetieën over de nadagen van het pausdom. Na Maarten Luthers baanbrekende aanval op de kerkelijke hiërarchie gaf het millenianisme onderling sterk verschillende sekten als de anabaptisten, de diggers en de levellers het vertrouwen om de gevestigde autoriteiten te trotseren. Hoewel de navolging van het millennium in de achttiende eeuw afnam, herleefde de belangstelling ervoor weer in de negentiende en de twintigste eeuw, toen sommige volgelingen van de zogenaamde profeet William Miller, later bekend geworden als de zevendedagsadventisten, een nieuwe kerk oprichtten met een sterke millennialistische doctrine, die het einde van de wereld voorzag in 1844. (De millerieten noemden het feit dat de mensheid dat jaar overleefde ‘De Grote Teleurstelling’.) Jehova’s getuigen en leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (mormonen) hebben allebei hun eigen kenmerkende opvattingen over de komst van het eschaton. Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was. Een aantal van hen – met name Jim Jones, David Koresh en Marshall Applewhite – wisten plaatselijke apocalypsen te bereiken in de vorm van massazelfmoorden.
Kort gezegd: het einde van de wereld is opmerkelijk vaak teruggekomen in de vastgelegde geschiedenis.
Doemdagen
Je zou denken dat de vooruitgang van de wetenschap de mensheid uiteindelijk zou bevrijden van religieuze en pseudoreligieuze eschatologie. Dat is niet noodzakelijk zo. Zoals de socioloog James Hughes zei, zijn maar weinig mensen ‘immuun voor millenniumvooroordelen, positief of negatief, fatalistisch of messianistisch’. Iets meer dan een eeuw geleden, toen de eerste echt geïndustrialiseerde oorlog in zijn laatste fase zat – een oorlog die gevoerd werd met tanks, vliegtuigen, onderzeeërs en gifgas – waren er verschijningen van de maagd Maria in het Portugese dorp Fatima, was er een veldslag bij Armageddon (Megiddo, in wat toen Palestina was), werd er een joodse thuisbasis uitgeroepen in het Heilige Land, was er een Duits offensief dat Aartsengel Michaël heette en brak er een pandemie uit die dodelijker was dan de oorlog zelf. Een van de vele voorboden van een komende apocalyps was de opkomst van Vladimir Iljitsj Lenin, die een golf van antikerkelijk geweld en beeldenstormen ontketende in het hele Russische Rijk. Zoals The New York Times op 21 juni 1919 meldde werd Lenin door Russische boeren alom gezien als ‘niemand anders dan de antichrist die in de Schrift is voorspeld’.
Voor de in Keulen geboren politiek theoreticus Eric Voegelin was de realiteit dat het communisme, net als het nazisme dat hij in 1938 moest ontvluchten, gebaseerd was op een onjuiste interpretatie van het christendom. Voegelin definieerde ‘gnosis’ als ‘een ogenschijnlijk direct, onmiddellijk begrip of visioen van de waarheid zonder de noodzaak voor kritische reflectie; de speciale gave van een spirituele en cognitieve elite’. Gnostiek, betoogde hij, was een ‘manier van denken die aanspraak maakt op een absoluut cognitief meesterschap van de werkelijkheid’. Toen dat de vorm aannam van een politieke religie, verborg het een gevaarlijke en misleidende ambitie om ‘de eschaton in zich te herbergen’ – met andere woorden: om een hemel op aarde te creëren. Voegelins moderne gnostiek probeerde ‘de maatschappij weer te vergoddelijken (…) door massalere vormen van participatie in de goddelijkheid te vervangen door geloof in de christelijke zin’. (Voegelin speculeerde dat deze verschuiving naar ‘massale deelname’ een antwoord kon zijn op de vrijwel onmogelijke taak om een authentiek christelijk geloof in stand te houden.) Veel recenter schreef de historicus Richard Landes in dezelfde geest, toen hij dezelfde aandrang ontdekte in een breder gebied van historische en moderne millenniumbewegingen, tot en met het salafi-jihadisme en radicale milieubewegingen.
In plaats van de eschaton te verdringen, leek de wetenschap die dichterbij te brengen. Toen J. Robert Oppenheimer getuige was van de eerste kernexplosie in White Sands, New Mexico, deed hij de beroemde uitspraak dat hij dacht aan Krishna’s woorden uit de Bhagavad Gita (het ‘Lied van God’ uit de hindoecultuur): ‘Ik ben de dood geworden, de vernietiger van werelden.’ Aan het prille begin van de Koude Oorlog verzon de kunstenares Martyl Langsdorf, wier echtgenoot een van de sleutelfiguren van het Manhattan Project was, het beeld van een Doomsday Clock. Het verscheen voor het eerst in het Bulletin of the Atomic Scientists als illustratie van de angst van vele fysici – onder wie sommigen die betrokken waren geweest bij de schepping van de atoombom – dat een ‘uit technologie voortkomende catastrofe’ weleens heel nabij zou kunnen zijn. Middernacht op de Doomsday Clock betekende het nucleaire armageddon. Vele jaren lang was het de hoofdredacteur van het Bulletin, Eugene Rabinowitch, die besloot waar de wijzers van de klok stonden. Na zijn dood nam een commissie het over: die kwam tweemaal per jaar bijeen om de klok bij te stellen. Tijdens de Koude Oorlog kwam de Doomsday Clock het dichtst bij middernacht: in de jaren 1953-1959 werden de wijzers op twee minuten voor twaalf gezet. De wetenschappers dachten ook dat de jaren 1984-1987 vol gevaren waren: toen was het vier jaar lang drie minuten voor twaalf. De populaire literatuur weerspiegelde die angsten. On the Beach (1957) van Nevil Shute speelt in het jaar 1963 en de inwoners van Melbourne wachten hulpeloos op een dodelijke wolk radioactieve fall-out in de nasleep van de Derde Wereldoorlog, die – niet zo plausibel – op gang gebracht werd door een nucleaire aanval van Albanië op Italië. De keus is die tussen zwaar drinken en een door de overheid verschafte zelfmoordpil. In de graphic novel When the Wind Blows (1982) van Raymond Briggs bouwt een ouder echtpaar, Jim en Hilda Bloggs, plichtsgetrouw een atoomschuilkelder, waarbij ze doen alsof de Derde Wereldoorlog net zo goed te overleven is als eerder de Tweede Wereldoorlog.
Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor
Toch is het nog maar de vraag hoe betrouwbaar de Doomsday Clock is. Vandaag de dag zijn historici het erover eens dat het gevaarlijkste moment in de Koude Oorlog de Cubaanse raketcrisis geweest is. Maar de Doomsday Clock stond in 1962 op zeven minuten voor middernacht en ging in het daaropvolgende jaar terug naar 23.48 uur. Dat veranderde niet toen president Lyndon B. Johnson de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam opschaalde. Opmerkelijk genoeg besloten de atoomwetenschappers in januari 2018 dat we weer twee minuten voor Armageddon zaten. Twee jaar later zetten ze de klok vooruit op 100 seconden voor middernacht, op grond van de overweging dat ‘de mensheid nog steeds te maken heeft met twee gelijktijdige existentiële gevaren: nucleaire oorlogsvoering en klimaatverandering. Die dreiging wordt vermenigvuldigd door een in cyberspace gevoerde informatieoorlog, die het voor de samenleving moeilijk maakt om te reageren. De internationale veiligheidssituatie is hachelijk, niet alleen omdat deze dreigingen bestaan, maar omdat de wereldleiders hebben toegestaan dat de internationale politieke infrastructuur om die te beheersen is uitgehold.’ Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor.
De nachtmerrie van een atoomoorlog was niet het enige apocalyptische visioen dat de wereld tijdens de Koude Oorlog kwelde. Van de jaren zestig tot de jaren tachtig leidde de angst voor wereldwijde overbevolking tot een opeenvolging van meestal ondoordachte en vaak ronduit schadelijke pogingen om de voortplanting in de zogeheten Derde Wereld te ‘beheersen’. Stephen Enke van de rand Corporation betoogde dat arme mensen betalen om in te stemmen met sterilisatie of het inbrengen van een spiraaltje 250 keer zo effectief zou zijn om ontwikkeling te bevorderen als andere vormen van hulp. Paul Ehrlichs boek The Population Bomb (1968), geschreven in opdracht van de Sierra Club, voorspelde dat er in de jaren zeventig massasterfte zou optreden, met verwoestende hongersnoden die honderden miljoenen mensen zouden doden. Lyndon Johnson werd erdoor overtuigd, net zoals de meerderheid van de leden van het Congres, waardoor het budget voor geboorteregeling van het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling verhoogd werd met een factor twintig. Als president van de Wereldbank verklaarde Robert McNamara, de voormalige Amerikaanse minister van Defensie, in 1969 dat de bank geen gezondheidszorg zou financieren ‘tenzij die strikt gerelateerd was aan geboortebeperking, aangezien gezondheidszorg doorgaans bijdroeg aan de afname van sterftecijfers, en daarmee aan de bevolkingsexplosie’. Sommige Amerikaanse instellingen – waaronder de Ford Foundation en de door Rockefeller opgezette Population Council – speelden met het idee van onvrijwillige massasterilisatie van hele bevolkingsgroepen. Deze consequenties illustreren eens te meer dat mensen die overtuigd zijn van een denkbeeldige naderende apocalyps veel schade kunnen toebrengen. Het aanmoedigen, zo niet afdwingen, van het gebruik van spiraaltjes bij Indiase vrouwen en sterilisaties bij Indiase mannen heeft veel leed veroorzaakt. Op het hoogtepunt van de Indiase noodtoestand in het midden van de jaren zeventig liet de regering van Indira Gandhi meer dan 8 miljoen sterilisaties uitvoeren. Bijna 200.000 mensen stierven door mislukte operaties. De Verenigde Naties ondersteunden ook het door de Chinese Communistische Partij zelfs nog wreder uitgevoerde ‘éénkindbeleid’. Achteraf gezien was de oplossing voor het probleem van de bevolkingstoename niet massasterilisatie, maar de Groene Revolutie in de land bouwtechnologie, waarvan agronomen als Norman Borlaug de pioniers waren. De huidige millennialisten zijn de profeten van de catastrofale klimaatverandering. ‘Rond 2030,’ schreef de Zweedse milieuactiviste Greta Thunberg, ‘zullen we in een positie verkeren waarin een onomkeerbare kettingreactie wordt ingezet, zonder dat mensen daar invloed op kunnen uitoefenen, die zal leiden tot het einde van onze beschaving, zoals wij die kennen.’ ‘De wereld zal over twaalf jaar eindigen, als wij niets doen aan de klimaatverandering,’ voorspelde het Amerikaanse Democratische Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez in 2019.
Thunbergs verschijning als de verpersoonlijking van radicaal milieuactivisme doet denken aan eerdere vormen van eschatologie, zeker vanwege de ernst van de offers die ze eist. ‘We hebben geen “koolstofarme economie” nodig,’ verklaarde ze in januari 2020 bij het World Economic Forum. ‘We hebben niet “minder uitstoot” nodig. Onze uitstoot moet stoppen als we een kans willen hebben om onder het doel van 1,5 graad te blijven (…) Elk plan of beleid van jullie dat geen radicale uitstootbeperking bij de bron inhoudt, met ingang van vandaag, is volkomen onvoldoende.’ De nieuwe groene revolutie – of de ‘Green New Deal’ – die wordt voorgesteld door Ocasio-Cortez, Thunberg en anderen impliceert een drastische reductie van alle CO2-uitstoot, waarbij nauwelijks rekening wordt gehouden met de economische en sociale kosten. We komen later op dit onderwerp terug; op dit moment volstaat het om te zeggen dat waarschuwingen voor het komende einde van de wereld het risico lopen (net als het roepen van ‘de wolf!’ in het sprookje) door herhaling minder geloofwaardig te worden.
Al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen
Het onontkoombare feit blijft bestaan: profeten van het millennium, gnosti sche navolgers van de eschaton, wetenschappers die waarschuwen voor rampen en auteurs die zich die voorstellen: al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen. In de theaterkomedie Beyond the Fringe (1961) speelt Peter Cook de rol van Broeder Enim, een profeet die zijn volgelingen naar een bergtop leidt om de apocalyps af te wachten.
Jonathan Miller: Hoe zal het zijn, dat einde waarover u gesproken hebt, Broeder Enim?
Allen: Ja, hoe zal het zijn?
Peter Cook: Tja, het zal zijn alsof er een machtige scheuring in de lucht is, weet je, en de bergen zullen wegzinken, weet je, en de valleien zullen omhoogkomen, weet je, en groot zal het lawaai zijn dat daardoor veroorzaakt wordt.
Miller: Zal de voorhang van de tempel in tweeën gereten worden?
Cook: De voorhang van de tempel zal in tweeën gereten worden, ongeveer twee minuten voordat we het teken zullen zien dat zich openbaart als een vliegende beestenkop in de lucht.
Alan Bennett: En zal er een machtige wind waaien, Broeder Enim?
Cook: Jazeker zal er een machtige wind waaien, als we het woord van God mogen geloven…
Dudley Moore: En zal die wind zo machtig zijn dat de bergen erdoor platgelegd worden?
Cook: Nee, zo machtig zal die nu ook weer niet zijn; daarom hebben we nu juist deze berg beklommen, stomme eikel…
Miller: En wanneer komt dat einde, waarover u gesproken hebt?
Allemaal: Ja, wanneer zal het zijn, wanneer zal het zijn?
Cook: Over ongeveer dertig seconden, volgens de oude perkamentrollen uit de piramiden… en mijn Ingersoll-horloge.
De profeet en zijn volgelingen zetten zich schrap voor het einde van de wereld en tellen af:
Cook: Vijf, vier, drie, twee, één – nul!
Allemaal: (Zingend.) Nu is het Einde! De Wereld Vergaat!
Stilte.
Cook: Het was omgerekend naar deze tijdzone, toch?
Miller: Ja.
Cook: Nou ja, het is niet echt de vlammenzee waar ik op gerekend had. Geeft niet, jongens: morgen dezelfde tijd… Ooit moeten we het een keer goed hebben.
De statistieken van een calamiteit
Waar we echt bang voor moeten zijn, is een grote ramp die ons niet allemaal doodt, maar wel een groot aantal van ons. Het probleem is dat we moeite hebben om ons zowel de potentiële schaal als de waarschijnlijkheid van rampen voor te stellen. ‘Een enkele dode is een tragedie; een miljoen doden is een statistiek.’ Dat aforisme wordt meestal toegeschreven aan Stalin. Die toeschrijving kan worden teruggebracht op een column uit 1947 in The Washington Post, waarin Leonard Lyons schreef:
‘In de dagen dat Stalin de commissaris van Munitie was, werd er een vergadering gehouden met de hoogste commissarissen in rang. Het belangrijkste gespreksonderwerp was de hongersnood die toen heerste in de Oekraïne. Een van de functionarissen stond op en hield een toespraak over deze tragedie – de tragedie dat er miljoenen mensen stierven van de honger. Hij begon sterftecijfers op te sommen (…) Stalin onderbrak hem en zei: ‘Als slechts één man sterft van de honger, is dat een tragedie. Als miljoenen sterven, is het slechts statistiek.’
Lyons vermeldde geen bron, maar ofwel hij of Stalin heeft de zinsnede vrijwel zeker geleend van Kurt Tucholsky, die deze op zijn beurt toeschreef aan een Franse diplomaat. ‘Oorlog? Dat vind ik niet zo verschrikkelijk. De dood van één mens, dat is een catastrofe. Honderdduizend doden, dat is een statistiek.’ We zien ook een versie van deze mentaliteit in onze tijd, merkte Eliezer Yudkowsky op: ‘Mensen die er niet over zouden peinzen om een kind pijn te doen, horen over een existentieel risico en zeggen: “Tja, misschien verdient de mensheid het niet echt om te overleven.” (…) De uitdaging die existentiële risico’s stellen is zodanig, en de catastrofes zijn zo enorm, dat mensen in een andere denkmodus schieten. Dan is het sterven van mensen ineens niet langer slecht en vereisen gedetailleerde voorspellingen ineens geen expertise meer.’
We moeten op z’n minst proberen de statistieken begrijpelijk te maken. Rekening houdend met het grote gebrek aan historische bronnen kunnen we zeggen dat er in de gehele vastgelegde geschiedenis waarschijnlijk zeven grote pandemieën zijn geweest met een groter sterftecijfer dan 1 procent van de geschatte wereldbevolking. Daarvan hebben er vier meer dan 3 procent gedood en twee – de Pest van Justinianus en de Zwarte Dood – meer dan 30 procent, hoewel het dodental van de laatstgenoemde ziekte heel goed veel lager kan zijn geweest. Ook de beschikbare gegevens over de sterfgevallen als gevolg van oorlogshandelingen wijzen op slechts een klein aantal extreem dodelijke conflicten. Gegevens van de fysicus L.F. Richardson en de sociale wetenschapper Jack Levy wijzen – net als andere, meer recente studies – op zeven grootschalige oorlogen die meer dan 0,1 procent van de geschatte wereldbevolking doodden in de dagen dat ze uitbraken. In absolute termen waren de twee wereldoorlogen de dodelijkste conflicten in de geschiedenis. In Richardsons analyse van alle ‘dodelijke conflicten’ tussen 1820 en 1950 waren de wereldoorlogen de enige oorlogen van zwaarte: de enige met dodentallen van tientallen miljoenen. Ze waren goed voor drie vijfde deel van alle doden in zijn steekproef, waartoe behalve oorlog een moord en andere vormen van doodslag behoorden. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog kwam respectievelijk 3 procent van de wereldbevolking van 1914 en 1939 om het leven; ook al vonden er verhoudingsgewijs misschien vernietigender conflicten plaats in eerdere perioden, vooral de oorlogen uit het tijdperk van de Drie Koninkrijken in het China van de derde eeuw, tussen de Han- en Jin-dynastieën.
Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen
In relatieve termen – dat wil zeggen: naar proportie van gedode strijdkrachten – behoort de Oorlog van de Drievoudige Alliantie (1864-1870) tot de dodelijkste uit de moderne geschiedenis. Toch is dit conflict vrijwel onbekend buiten de drie landen die erin vochten: Argentinië, Brazilië en Uruguay, die samen optrokken tegen Paraguay. Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen. Het is zelfs zo dat de meeste mensen die hun leven verloren tijdens de Oorlog van de Drievoudige Alliantie stierven aan een ziekte, niet door vijandige acties. Volgens schattingen van Pasquale Cirillo en Nassim Taleb ‘heeft geen enkel gewapend conflict ooit meer dan 19 procent van de wereldbevolking gedood’. De conquistadores vermoordden in verhouding minder inwoners van Midden- en Zuid-Amerika dan de ziekten die ze met zich mee brachten uit Europa, waartegen de inheemse volkeren geen weerstand hadden.
Soortgelijke exercities kunnen worden uitgevoerd voor zowel burgeroorlogen als genocides en democides – massamoorden op bevolkingsgroepen, in tegenstelling tot sterfgevallen als gevolg van oorlog tussen landen. Het totaal aantal slachtoffers van het stalinisme in de Sovjet-Unie kan hoger liggen dan 20 miljoen; een behoorlijke ‘statistiek’. Sterftecijfers van meer dan 10 procent zijn ook geschat voor Pol Pots schrikbewind in Cambodja, evenals voor de burgeroorlogen in Mexico (1910-1920) en Equatoriaal Guinee (1972-1979). In Richardsons lijst met conflicten van zwaarte 6 zijn zes van de zeven daarvan burgeroorlogen: de Taiping-opstand (1851-1864), de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), de Russische Burgeroorlog (1918-1920), de Chinese Burgeroorlog (1927-1936), de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en het totaal van de slachtpartijen die gepaard gingen met de onafhankelijkheid en opdeling van India (1946-1948). We zijn geneigd om aan te nemen dat geen enkele eeuw zo bloederig was als de twintigste. Toch wordt gezegd dat het exemplarische geweld dat gebezigd werd door de dertiende-eeuwse Mongoolse leider Dzjengis Khan de bevolkingen van Centraal-Azië en China gereduceerd heeft met meer dan 37 miljoen; een aantal dat, als het correct is, gelijkstaat met ongeveer 10 procent van de wereldbevolking op dat moment. Timurlengs laatveertiende-eeuwse veroveringen in Centraal-Azië en Noord-India waren al net zo berucht bloederig, met een geschat dodental van meer dan 10 miljoen. De Mantsjoe-verovering van China in de zeventiende eeuw kan het leven gekost hebben aan niet minder dan 25 miljoen mensen. Naast de Taiping-opstand veroorzaakten diverse andere Chinese opstanden in de periode voor 1900 een menselijk lijden op een schaal die gelijkstaat of zelfs hoger is dan wat de inwoners is aangedaan door burgeroorlogen in de twintigste eeuw. Van de achtste-eeuwse An Lushan-opstand wordt aangenomen dat die het leven kostte aan meer dan 30 miljoen mensen. Net zo vernietigend voor de provincies die erdoor getroffen werden, waren de vrijwel gelijktijdige opstanden van Nien en Miao, en de moslimopstanden in Yunnan en in het noordwesten van China. In deze gevallen moeten de dodentallen worden afgeleid van provinciale en plaatselijke volkstellingen die verricht zijn voor en na de opstanden. De bevolkingsafnamen lijken dodentallen in te houden die variëren van 40 tot 90 procent, maar ook in dit geval is het aannemelijk dat ziekten en hongersnoden net zoveel doden veroorzaakten als georganiseerd geweld, en waarschijnlijk veel meer. Ten slotte is er een reden om aan te nemen dat de sterftecijfers als gevolg van de West-Europese verovering en kolonisatie van het Amerikaanse continent en van Afrika in sommige perioden net zo hoog zijn geweest als die in de twintigste eeuw.
Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen
Zoals zojuist al is opgemerkt, viel de overgrote meerderheid van de slachtoffers van de Europese verovering van Noord- en Zuid-Amerika ten prooi aan ziekten, niet aan geweld. Dus wie in dit verband spreekt van ‘genocide’ tast de waarde van historische terminologie net zozeer aan als degenen die de negentiende-eeuwse hongersnoden in India ‘victoriaanse holocausts’ noemen. Niettemin vertonen de gedwongen slavernij van het Congolese volk door de Belgische kroon na 1886 en de onderdrukking van de Herero-opstand door de Duitse koloniale autoriteiten in 1904 gelijkenissen met twintigste-eeuwse georganiseerde gewelddaden. Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen. De geschatte sterftecijfers in de Herero-oorlog zijn nog hoger: meer dan 1 op 3. Wat dit conflict, in verhouding, tot het bloedigste in de hele twintigste eeuw maakt. Het absolute aantal doden was echter 76.000, terwijl in de Congo tussen 1886 en 1908 naar schatting 7 miljoen doden vielen. Hoewel het gebruikelijk is om gegevens te normaliseren door percentages te be rekenen, moeten we altijd bedenken dat, anders dan bij Stalin, 1 miljoen doden altijd 1 miljoen tragedies inhouden – 1 miljoen premature en pijnlijke sterfgevallen –, of de noemer nu wordt uitgedrukt in tientallen miljoenen of in miljarden, en of die nu worden uitgevoerd door twee oorlogvoerende supermachten of door 1 miljoen moordenaars. De wereldoorlogen waren goed voor ongeveer 36 miljoen doden (ongeveer 60 procent van alle ‘dodelijke conflicten’ in Richardsons onderzoeksperiode van 130 jaar). Richardson was verbaasd te merken dat de daaropvolgende categorie uit de gebeurtenissen bestond met een magnitude van 0 (conflicten waarbij één tot drie personen stierven), die verantwoordelijk waren voor 9,7 miljoen doden. Het restant van de 315 onderzochte oorlogen, gecombineerd met alle duizenden conflicten van gemiddelde grootte, was goed voor minder dan een kwart van de slachtoffers van alle dodelijke conflicten. We moeten ook rekening houden met het feit dat juist dankzij de gestegen levensverwachting een sterfgeval in de twintigste eeuw – vooral in de rijke landen van Europa en Noord-Amerika – bijna altijd een groter verlies inhield, in termen van levenskwaliteit, dan een sterfgeval in eerdere tijdvakken.
Veel van de grootste economische rampen in de geschiedenis vielen, niet toevallig, samen met de grote pandemieën en conflicten die hier besproken zijn. Maar niet allemaal. De Grote Depressie, die over het algemeen wordt gedateerd vanaf de Wall Street-crash van oktober 1929, was het gevolg van structurele wanverhoudingen in de wereldeconomie, een rigide systeem van vaste wisselkoersen, protectionisme en fouten op het gebied van monetair en fiscaal beleid. De econoom Robert Barro heeft de beste lijst opgesteld die voorhanden is met de economische rampen van de twintigste eeuw, gerangschikt op hun effect op het reële bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking en op de financiële consequenties. Van de 60 dalingen van 15 procent of meer in reëel bnp per hoofd van de bevolking waren er 38 toe te schrijven aan oorlogen en de nasleep daarvan, 16 waren het gevolg van de Grote Depressie. Van de 35 landen in zijn steekproef vonden de grootste dalingen (elk van 64 procent) plaats in Griekenland (van 1939 tot 1945) en Duitsland (van 1944 tot 1946). De ervaringen met de Tweede Wereldoorlog waren niet veel beter in de Filipijnen en Zuid-Korea: beide landen kenden een vermindering van het bnp per hoofd van de bevolking van 59 procent. Omdat het Verenigd Koninkrijk bijzonder lange historische overzichten heeft, is het mogelijk om moderne economische indicatoren van economische ontberingen vast te stellen in op z’n minst de laatste drie eeuwen, en voor Engeland zelfs tot in de late dertiende eeuw. Volgens de Bank of England blijkt het slechtste jaar in de Engelse geschiedenis 1629 te zijn geweest (toen de economie met 25 procent inkromp), met 1349 (een krimp van 23 procent) als goede tweede. (De reden voor de ernst van de krimp in 1629 ligt niet direct voor de hand: de oorlog met Spanje verliep slecht, maar de grootste militaire operaties vonden dat jaar plaats in het Caribische gebied. Het jaar is in de politieke geschiedenis vooral bekend als het begin van de elf jaar durende ‘Persoonlijke Heerschappij’ van Karel I, zonder parlement.) Het laatste jaar met een krimp van meer dan 10 procent was in 1709, toen de economische activiteiten in heel Europa ernstig werden beperkt door de ‘Grote Vorst’, de koudste winter in 500 jaar. Deze vorstperiode werd toegeschreven aan de uitzonderlijk lage zonnevlekactiviteit die bekendstaat als het Maunder Minimum, in combinatie met vulkaanuitbarstingen in de twee voorafgaande jaren van de Fuji in Japan, op het eiland Santorini en van de Vesuvius. Het ergste jaar van de twintigste eeuw was 1921 (min 10 procent), een periode van hoge naoorlogse deflatie en grote werkloosheid. Toch kan geen enkele periode van vijf jaar opwegen tegen de late jaren veertig van de veertiende eeuw, een periode waarin de Zwarte Dood het bevolkingsaantal met meer dan 40 procent reduceerde. Halverwege 2020 leek dat jaar de ergste krimp in de Britse geschiedenis te laten zien sinds 1709: eind juni voorspelde het Internationale Monetaire Fonds een teruggang van 10,2 procent in het bnp.
Onvolledige gegevens
Er zijn echter grenzen aan wat we kunnen afleiden van economische gegevens. Tijdens het schrijven van een dissertatie over de Duitse hyperinflatie van 1923, en opnieuw bij het bestuderen van de financiële gevolgen van de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog, heb ik geleerd dat de tijden van de meest intense crises ook de tijden zijn waarin economische statistieken niet meer worden bijgehouden of alleen foutief worden bijgehouden. De Wereldbank heeft een omvangrijke verzameling gegevens met daarin het bnp per hoofd van de bevolking van bijna alle landen in de wereld sinds 1960. Maar als je kijkt naar de landen die in de afgelopen zestig jaar het meest te lijden hebben gehad van economische en politieke ontwrichting – Afghanistan, Cambodja, Eritrea, Irak, Jemen, Libanon, Somalië, Syrië en Venezuela –, dan zijn er in alle gevallen, weinig verrassend, gaten in de gegevens die samenvallen met de perioden van maximale ontwrichting. Wie kan precies zeggen hoe ernstig hun economische rampen geweest zijn? Het enige wat we weten is dat diezelfde landen bijna allemaal gevonden kunnen worden aan de top van de Fragile States Index, die ooit een ranglijst van ‘mislukte’ landen was. Een andere uitdaging is de (op het eerste gezicht paradoxale) constatering dat de periode 1914-1950, een tijdvak waarin twee wereldoorlogen, een depressie en een ineenstorting van de globalisering vielen, ook een periode was waarin de ontwikkeling van de mensheid – in brede zin gemeten in termen van levensverwachting, opleiding, het percentage van het nationaal inkomen dat besteed wordt aan sociale projecten en het niveau van democratie – over een breed front significant is vooruitgegaan.
Rampen zijn kortom moeilijker te kwantificeren dan je zou verwachten, zelfs in de moderne tijd van statistieken. Dodentallen zijn vaak onnauwkeurig. Om de betekenis van een ramp te begrijpen, moeten we niet alleen het absolute aantal lijken weten, maar ook de oversterfte: het aantal sterfgevallen dat anders niet zou zijn voorgekomen, in verhouding tot basisgegevens die worden berekend als een gemiddelde van recente jaren. Bij een poging om de schaal van een ramp vast te stellen, kan de keuze van een referentiepopulatie een groot verschil maken. Wat in 1943 een catastrofale hongersnood was voor sommige delen van Bengalen, lijkt al met al kleiner als het dodental wordt uitgedrukt als een percentage van de gehele Indiase bevolking, en staat in geen verhouding tot de wereldbevolking in de context van de ergste oorlog die de wereld ooit trof. Mijn doel is om de lezer in staat te stellen de verschillende soorten rampspoed te vergelijken, niet om te beweren dat alle rampen op een bepaalde manier hetzelfde zijn. Tot september 2020 had covid-19 naar schatting 0,0114 procent van de wereldbevolking gedood, waarmee het plaats 26 inneemt op de lijst van de meest rampzalige pandemieën uit de geschiedenis. De Spaanse griep van 1918-1919 was ruwweg 150 keer dodelijker. Maar voor de steden met de meeste besmettingen was covid-19 in de maanden dat ze het zwaarst getroffen werden net zo erg als de Spaanse griep, zo niet erger. In termen van oversterfte was april 2020 in de stad New York bijna 50 procent meer dan oktober 1918, en drieënhalf keer meer dan september 2001, de maand van de aanslag op het World Trade Center. In de eerste helft van 2020 werd de bevolking van Londen net zo hard getroffen door covid-19 als door de Duitse raketaanvallen in de tweede helft van 1944, waardoor de regering in beide gevallen met een vergelijkbare uitdaging geconfronteerd werd: hoe konden de mensen beschermd worden tegen een dodelijke dreiging zonder de stad te verlammen? Dit is niet bedoeld om Al-Qaida of de nazi’s te vergelijken met het virus SARS-CoV-2, maar puur om te laten zien dat een ramp, in de zin van oversterfte, diverse vormen kan aannemen en toch vergelijkbare uitdagingen kan stellen.
Ieder prematuur sterfgeval is, zoals Stalin misschien inderdaad gezegd heeft, op een bepaalde manier een tragedie; hoe jonger het slachtoffer, des te pijnlijker het sterfgeval, en des te groter de tragedie. Maar sommige rampen zijn op een authentiekere manier tragisch dan andere.
Dit artikel is een voorpublicatie uit Rampspoed (Doom) van Niall Ferguson, dat onlangs is verschenen bij uitgeverij Hollands Diep in een vertaling van Ed van Eeden en Jaap Verschoor.
Als de Oekraïense soldaat met wie hij vriendschap heeft gesloten in de strijd sneuvelt, stelt oorlogsjournalist Nolan Peterson zichzelf als missie de waarheid te vertellen over de strijd aan de Russische grens. Want maar weinigen lijken te beseffen wat zich hier afspeelt: een van de grootste humanitaire crises op het continent.
Als érgens blijkt uit wat voor hout een soldaat is gesneden, is het wel in een loopgravenoorlog. Er valt niet te ontsnappen aan het gevaar. Je kunt net zo makkelijk aan je einde komen op weg naar de wc als in een kogelregen terwijl je je positie verdedigt. Je weet nooit wanneer het granaatvuur zal losbarsten of wanneer een sluitschutter je in het vizier heeft. Je overlevingskans is meestal een kwestie van geluk – het gaat er vooral om dat je niet op het verkeerde moment op de verkeerde plek bent. Het is belangrijker om onder een gelukkig gesternte te zijn geboren dan om goed te kunnen schieten, wordt wel gezegd.
Na zeven jaar onophoudelijke strijd in Donbas, het zwaar geteisterde oosten van Oekraïne, hebben sommige Oekraïense soldaten geleerd te lachen om het gevaar, geleerd om de oorlog als een spel te zien. Andere soldaten zijn naar binnen gekeerd en somber, zien voortdurend voor zich hoe ze aan hun einde zullen komen. En dan zijn er ook nog de uitzonderlijke jongens die de oorlog zien voor wat hij is – een regelrechte tragedie – en toch de strijd niet opgeven.
‘Je zou beter als oude man naar het front kunnen gaan’
In de zomer van 2015 ben ik embedded bij het Oekraïense leger, in het dorpje Pisky, aan de frontlinie. Daar sluit ik vriendschap met een jonge soldaat, Daniel Kasjanenko, een van die uitzonderlijke mensen. Daniel is dan pas negentien, maar beschikt over een griezelig goed vermogen om de oorlog in een breder perspectief te plaatsen. Hij begrijpt welke tol zijn jonge ziel betaalt voor deze oorlog, en hij begrijpt ook dat de oorlog niet zwart-wit is. ‘Ik denk niet dat het allemaal slechte mensen zijn,’ zegt hij over zijn vijanden.
Maar toch, als het moet, haalt Daniel de trekker over. De dingen die hij in de oorlog heeft gedaan en gezien, blijven hem achtervolgen. Hij zegt tegen me dat de oorlog hem ‘kapot heeft gemaakt’ en zijn ‘kijk op het leven’ voorgoed heeft verpest. Je zou beter als oude man naar het front kunnen gaan, vertrouwt hij me toe.
Als ik weer vertrek van de frontlinie, beloven Daniel en ik contact te houden. We hebben het erover dat hij misschien ooit naar de VS zou kunnen komen; zijn grote droom. Maar een paar dagen nadat ik ben teruggekeerd naar Kiev, krijg ik een wat warrig bericht van Daniel. Hij is gewond geraakt door een mortiergranaat, schrijft hij, en hij heeft wat in de Oekraïense ziekenboeg een ‘hersenkneuzing’ wordt genoemd, waarmee vermoedelijk een hersenschudding wordt bedoeld, of, waarschijnlijker, traumatisch hersenletsel. Hoe dan ook, Daniels commandant geeft hem een paar weken verlof om hem terug te laten gaan naar zijn woonplaats Zaporizja, op nog geen drie uur rijden van het front.
Daniel schrijft dat hij onderweg naar huis zonder geld is komen te zitten en vraagt of ik hem kan helpen een buskaartje te kopen. Hij heeft niet veel geld nodig en ik ben blij hem te kunnen helpen, dus ik maak wat over. Dat is het minste wat ik kan doen, in de omstandigheden.
Daniel blijft een paar weken thuis, bij zijn ouders, Marina en Konstantin. Het is een zware tijd voor Daniels ouders, die hun zoon keer op keer proberen te overtuigen dat hij niet terug hoeft naar het front.
En ze hebben gelijk, dat hoeft ook niet.
Plicht
Toen Rusland in de zomer van 2014 Oekraïne binnenviel, ging Daniel namelijk, als zoveel andere jonge mannen en vrouwen, uit eigen beweging naar het front. Hij sloot zich aan bij de ongeorganiseerde militie die de Russische inval probeerde af te slaan. De vrijwilligers leerden aan het front hoe ze moesten vechten, zonder enige formele opleiding. Er werd grappend gesproken over de ‘natuurlijke selectie’-opleiding. Daniel was pas negentien toen hij ten strijde trok. Hij belandde rechtstreeks vanuit zijn ouderlijk huis in het artillerievuur en tussen de sluipschutters. Hij werd soldaat voor hij ooit de kans had gekregen een man te worden.
Marina vertelt me later dat ze naar haar slapende zoon keek toen hij vanwege die hersenschudding met verlof was. In de paar maanden dat hij weg was geweest, was hij een ander mens geworden, zegt ze. ‘Hij ging als een jongen naar het front en hij keerde terug als een wijze, oude man.’
Op de dag dat hij terug naar het front ging, smeekte Marina haar zoon om thuis te blijven. ‘Je bent nog veel te jong,’ zei ze.
‘Mam, ik kan niet anders,’ antwoordde Daniel. ‘Ik moet terug naar mijn vrienden. Het is mijn plicht.’
En hij ging. Twee weken later werd Daniel bij de strijd in Pisky gedood door een mortiergranaat. Hij was nog maar negentien.
Na Daniels dood zoek ik contact met zijn ouders, en samen met mijn vrouw ga ik naar Zaporizja om hen te ontmoeten. Ik vraag Marina of ze het goed vindt dat ik haar verhaal gebruik om mensen iets duidelijk te maken over de oorlog in Oekraïne, over de strijd waarvoor haar zoon zijn leven heeft gegeven.
‘Doe wat je kunt om te voorkomen dat onze jongens sterven,’ zegt ze. ‘De hele wereld moet de waarheid horen over de oorlog in Oekraïne.’
Dit is die waarheid.
Het leek alsof het allemaal een geheim was. En zo lijkt het nog altijd
De oorlog in Oekraïne is geen burgeroorlog. Dat is het nooit geweest. Het was, en is, een Russische inval.
Ik heb zeven jaar in Oekraïne gewoond om verslag te doen van de oorlog. In die tijd heb ik, met eigen ogen, een oorlog gezien die heftiger is dan enige andere oorlog die heb meegemaakt in Irak en Afghanistan, zowel als special operations-piloot (wat ik vroeger was) als aan de grond, als oorlogscorrespondent.
Zo zag ik in september 2014 vanaf een heuveltop een tankgevecht in de kustplaats Marioepol. Ja, een tankgevecht. In Europa. In deze tijd. Het was alsof ik naar een Hollywoodfilm keek. Alleen was dat niet zo. Dit gebeurde echt.
De volgende dag bezocht ik het slagveld. Het was 5 september 2014, de dag waarop het eerste staakt-het-vuren werd getekend. Wat ik zag was een grote ravage van kapotgeschoten tanks en pantservoertuigen. En talloze dode soldaten, deels verkoolde, kapotgeschoten lichamen verspreid over het terrein, verstard in de bewegingen van het moment van sterven, als de gipsen beelden van overledenen in Pompeii.
Ik had nooit eerder een dergelijke oorlog gezien. Maar wat misschien nog wel schokkender was: het leek alsof het allemaal een geheim was. En zo lijkt het nog altijd.
Ook nu nog liggen de Oekraïense troepen ingegraven langs een kleine 400 kilometer frontlinie in de regio Donbas, in het oosten van het land. Daar blijft het Oekraïense leger verwikkeld in een statische loopgravenoorlog tegen de gecombineerde strijdkrachten van pro-Russische separatisten, buitenlandse huurlingen en Russische soldaten. En met de Russische troepenopbouw van tienduizenden manschappen aan de grens met Oekraïne [in april 2021] lijkt de mogelijkheid van een veelomvattender oorlog ineens wel erg reëel.
Overal in Oekraïne werd het straatbeeld bepaald door pijlen op gebouwen die de weg wezen naar de dichtstbijzijnde schuilkelder
Tot nog toe heeft de oorlog zo’n veertienduizend Oekraïense levens geëist – meer dan de helft van de slachtoffers is gevallen nádat in februari 2015 de Minsk II-wapenstilstand werd gesloten. En met 1,7 miljoen mensen die nog altijd niet kunnen terugkeren naar huis, is dit niet alleen de enige landoorlog die momenteel nog in Europa woedt, maar tevens een van de grootste humanitaire crises op het continent.
Onder het mom van een separatistische opstand annexeerden Russische speciale eenheden en veiligheidsdiensten in het voorjaar van 2014 de Donbas-regio. Even daarvoor, in februari, hadden Oekraïense demonstranten de sluipschutters getrotseerd op het centrale plein van Kiev, tijdens een opstand om Viktor Janoekovitsj, de pro-Russische president, tot aftreden te dwingen. In de kern ging die revolutie erom dat het land zich afkeerde van Rusland en een meer pro-Europese, prowesterse, prodemocratische koers zou gaan varen.
Maar met een doelbewuste campagne van gemilitariseerde propaganda wist Rusland de annexatie van de Krim en het daaropvolgende conflict in Donbas af te schilderen als een opstand die was georganiseerd en geleid door onbetrouwbare, Russisch sprekende Oekraïners die van mening waren dat de nieuwe regering in Kiev onrechtmatig was.
Voor Kiev zag het er niet goed uit in de zomer van 2014. Gecombineerde Russisch-separatistische troepen rukten op en er waren zorgen dat Oekraïne in tweeën zou worden gedeeld, of dat Rusland zou overgaan tot een grootschalige inval. Het Oekraïense leger was danig verzwakt na vele decennia van corruptie, en slechts in staat zesduizend gevechtsklare manschappen op de been te brengen. Overheden adviseerden de inwoners van Kiev om bij een Russische aanval de metrostations als schuilkelder te gebruiken. Overal in Oekraïne werd het straatbeeld bepaald door pijlen die op gebouwen waren gespoten en die de weg wezen naar de dichtstbijzijnde schuilkelder.
In die eerste maanden van de oorlog vormden gewone Oekraïners, op de hielen gezeten door het reguliere leger van Oekraïne, de gelederen van de ongeregelde gevechtseenheden. Ondertussen waren hele legioenen vrijwilligers bezig om spullen in te zamelen en die naar de troepen aan de frontlinie te brengen – waarbij ze vaak een groot risico liepen. De oorlogsinspanningen werden gedragen door de bevolking, waarmee weer eens duidelijk werd dat Oekraïners in tijden van crisis eerder geneigd zijn zelf in actie te komen dan te wachten tot de regering iets doet.
In juli 2014 hadden de ongeregelde troepen van Oekraïne (de Bad News Bears van de oorlog, zoals ik ze ben gaan noemen) weer 23 van de 36 districten in handen die onder gecombineerd Russisch-separatistisch bewind hadden gestaan. Met de oprukkende troepen zag het er – heel even – naar uit dat Kiev al het terrein zou kunnen herwinnen dat het had moeten prijsgeven aan de troepen die voor de Russen streden. Maar toen, in augustus, stuurde Rusland zelf duizenden manschappen en ongekende hoeveelheden wapens en militair materieel naar het conflictgebied.
Veel Oekraïners vreesden dat er een grootscheepse Russische invasie ophanden was; een aanval op de havenstad Marioepol leek onafwendbaar. Dankzij de wapenstilstand van september 2014 leek te zijn voorkomen dat de oorlog zou escaleren tot een rampzalig niveau. Die wapenstilstand werd echter al snel geschonden, maar door de Minsk II-wapenstilstand in februari 2015 concentreerde het conflict zich uiteindelijk rond het huidige grensgebied.
Maar daarmee is er nog geen einde gekomen aan de oorlog.
Persoonlijk
De patstelling in de loopgraven in het oosten van Oekraïne is uitgegroeid tot een broze impasse, waarbij de twee grootste landlegers van Europa – gerekend naar manschappen – dagelijks beschietingen uitvoeren. Het is een langeafstandsstrijd die voornamelijk wordt uitgevochten met indirecte vuurwapens zoals mortieren en artillerie. In de meeste gevallen zien de soldaten nauwelijks op wie ze schieten – afgezien van de sluipschutters, die ik altijd al het meest angstaanjagende aspect van deze oorlog heb gevonden. In tegenstelling tot de willekeurige, lukrake dreiging van artillerievuur is het op een bepaalde manier persoonlijk om door een sluitschutter onder vuur te worden genomen – hij kijkt echt naar jou, door een vizier, en probeert je te doden.
Er zijn plekken waar het niemandsland enkele kilometers breed is. Op andere plekken zitten de Oekraïners en hun vijanden zo dicht op elkaar dat ze elkaar verwensingen kunnen toeschreeuwen. Zo heb ik in 2015 in Sjirokino kunnen zien hoe dronken soldaten van het Russische kamp ’s nachts naar de Oekraïense linies kropen en de Oekraïners uitdaagden voor gewapende gevechten, van man tot man, tot de dood erop volgde. Een soort gladiatorengevechten.
Het is al met al een bizar conflict waarin moderne technologie – zoals drones en elektronische oorlogsvoering – samengaat met fysieke omstandigheden die doen denken aan de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, zij het op veel kleinere schaal. Als de Oekraïners niet in die loopgraven zitten, leven ze in de kelders van verlaten huizen. Het is domweg te gevaarlijk om veel tijd bovengronds door te brengen, met de onophoudelijke granaatbeschietingen en overal sluipschutters.
In je achterhoofd leeft voortdurend de gedachte dat je elk moment dood kunt gaan. Die constante achtergrondruis van gevaar is iets heel anders dan wat ik heb meegemaakt toen ik was uitgezonden naar Irak en Afghanistan. Daar hadden we betrekkelijk veilige plekken om tussen onze verschillende missies door even op adem te komen.
In Marioepol is een restaurant, uitgebaat door een veteraan, dat pizza’s bezorgt aan het front
Maar ondanks alle ontberingen hebben de Oekraïense troepen geleerd zich aan te passen. Oorlog voeren is een manier van leven geworden. Hetzelfde geldt voor de Oekraïense burgers die zijn achtergebleven in het oorlogsgebied. Ik sta er altijd van te kijken dat in tijden van oorlog het dagelijks leven zo goed en zo kwaad als het gaat voortgang vindt. Kinderen gaan gewoon naar school, al zijn er dagelijks beschietingen. Winkels zijn gewoon open. Familieleden komen nog altijd samen voor de avondmaaltijd. Zo is er in Marioepol een restaurant, uitgebaat door een veteraan, dat pizza’s bezorgt aan het front.
Een van de indringendste voorbeelden van het gewone leven in tijden van oorlog heb ik gezien in Lobacheve, een plaats aan de frontlinie. De stad wordt in tweeën gedeeld door een rivier – de Oekraïners hebben de ene kant van de stad in handen, de Russische separatisten de andere. Maar er is maar één school. Dus hebben de strijdende partijen besloten tot een kortstondig staakt-het-vuren, twee keer per dag, zodat de kinderen het pontje over de rivier kunnen nemen, van en naar school.
In 2016 was ik getuige van zo’n bizarre, kortstondige time-out van de oorlog. Het had iets surrealistisch om de Oekraïense soldaten op hun dooie gemak aan de oever een sigaretje te zien roken, terwijl ze hun vijanden op de andere oever zagen staan. Maar zodra het moment voorbij was namen de sluitschutters weer hun positie in, zochten de soldaten dekking en was het weer oorlog. ‘Oorlog is een duistere komedie,’ zei Andriy, een Oekraïense soldaat die dag tegen me, terwijl we een veilig heenkomen zochten.
De twee partijen moeten duidelijk weinig van elkaar hebben, al hebben veel Oekraïners familie in Rusland, en omgekeerd. Sterker nog, enkele oudere Oekraïense soldaten hebben in de Sovjettijd in het Rode Leger gediend, samen met de Russen. Ik heb zelfs Oekraïense soldaten gezien die Facebookberichten aan hun vijanden stuurden, die ze nog kenden uit hun jeugd, of van hun studie.
‘Het is lastig vechten tegen een vijand die dezelfde taal spreekt en hetzelfde geloof heeft,’ zegt Oleksandr Derevyanko, een 54-jarige Oekraïense soldaat en veteraan uit het Sovjetleger. ‘Maar we moeten dit gevecht wel leveren – er zit niets anders op. Rusland heeft ons aangevallen en we moeten ons vaderland verdedigen.’
Derevyanko vocht in de jaren tachtig als Sovjetsoldaat in Afghanistan. ‘In Afghanistan heb ik geleerd dat het niet zo moeilijk is om een oorlog te beginnen, maar wél om een oorlog te beëindigen,’ zegt de oude soldaat. Ik ben zelf ook Afghanistan-veteraan en ik had het niet beter kunnen zeggen.
De oorlog in Oekraïne is momenteel niets minder dan een zwaard van Damocles dat boven Oost-Europa hangt – elk moment kan de vlam in de pan slaan en kan het vuur om zich heen grijpen. Als de zon vanavond onder is, zullen de lichtspoorkogels de hemel uiteenrijten. Het artillerievuur zal donderen. En de soldaten en burgers, die allemaal oorlogsmoe zijn, zullen wegduiken in schuilkelders en loopgraven, en proberen hun angst de baas te blijven – net als de afgelopen zeven jaar.
De oorlog gaat maar door. Wanneer zal er ooit een einde aan komen?
De oorlog in Oekraïne is een frontlinie ter verdediging van de geest, en de belofte, van de democratie
Het is makkelijk om te denken dat de geschiedenis uiteindelijk altijd wel weer ten goede zal keren – dat het tijdperk van de wereldoorlogen achter ons ligt. Dat het nooit weer zal gebeuren. In Oekraïne voelt dat heel anders.
Vergeet niet dat Oekraïne nog maar twee generaties terug het dodelijkste strijdtoneel was in een van de dodelijkste oorlogen in de geschiedenis van de mensheid. Sommige van de soldaten die in die oorlog hebben gevochten, en de burgers die het hebben overleefd, zijn momenteel nog in leven. Dus laat niemand denken dat een dergelijke oorlog nu niet meer mogelijk is, of dat de ontwikkelingen in de tijd waarin we nu leven op de een of andere manier immuun zijn voor de onophoudelijke cycli van oorlog en vrede die de geschiedenis typeren.
De Amerikaanse oorlogscorrespondent Martha Gellhorn schreef ooit: ‘Tenzij ze tot de directe slachtoffers behoren, gedraagt de meerderheid van de mensheid zich alsof oorlog een kwestie is van overmacht, iets wat niet voorkomen had kunnen worden; of ze doen alsof een oorlog elders niet hun probleem is. Het zou een wrede kosmische grap zijn als we onze eigen ondergang bewerkstelligen door het wegkwijnen van de verbeelding.’
De oorlog in Oekraïne is namelijk veel meer dan alleen een frontlinie tegen de Russische militaire agressie. Het is ook een frontlinie ter verdediging van de geest, en de belofte, van de democratie.
Amerikaanse steun, in welke vorm ook – diplomatieke maatregelen of wapens – geeft een signaal aan de Oekraïense soldaten en burgers: dat ze niet zijn vergeten, en dat de democratische wereldorde, waar ze zo graag deel van willen uitmaken, nog altijd de strijd waard is. Vandaag de dag lijkt dat een boodschap die de hele wereld zou moeten horen.
Met de geschiedenis als leidraad lijkt één ding duidelijk: als de oorlog in Oekraïne escaleert tot een veel groter en dodelijker conflict, zullen de gevechten niet beperkt blijven tot Oekraïners en Russen.
In Ethiopië nemen rebellen de hoofdstad van Tigray weer in
De Ethiopische regering heeft afgelopen maandag een ‘unilateraal en onvoorwaardelijk staakt-het-vuren’ afgekondigd in Tigray, de provincie waar het rebellerende Tigray People’s Liberation Front (TPLF) de hoofdstad Mekelle heroverde. Volgens de internationale pers is dit een grote tegenslag voor premier Abiy Ahmed, die in november nog beweerde de regio onder controle te hebben.
Dit is een ‘groot keerpunt’ in het conflict in Tigray, schrijft The New York Times. Maandag trokken troepen die loyaal zijn aan de dissidente autoriteiten in dat deel van Noord-Ethiopië, Mekelle binnen, waar de regering na bijna acht maanden vechten een staakt-het-vuren beval. Het Ethiopische leger bezet sinds november vorig jaar de regio Tigray, na de controle van de regionale regering te hebben overgenomen. Maar de Tigrese troepen (TPLF) brachten maanden door met hergroeperen en rekruteren van nieuwe strijders, en kwamen na enkele tegenaanvallen van afgelopen week terug naar de hoofdstad Mekelle.
Al-Jazeera bevestigt dat TPLF, de voormalige regerende partij van de regio, maandag de controle over de hoofdstad van Tigray heeft herwonnen. Inwoners beweren voor het eerst sinds november troepen met regionale uniformen in de stad te hebben gezien.
Tegenslag
Verschillende bronnen vertelden BBC dat mensen op straat opgetogen zijn en dat op sociale media sympathisanten van de Tigrinya-rebellen te zien zijn die met vlaggen door de straten marcheren.
‘De snelle opmars van de Tigrese troepen is een grote tegenslag voor de regering van de Ethiopische premier Abiy Ahmed’, legt The New York Times uit. Toen het federale leger vorig jaar naar Tigray werd gestuurd om dissidente lokale autoriteiten af te zetten, verzekerde Abiy Ahmed dat de operatie slechts een paar weken zou duren. Mekelle werd op 28 november ingenomen. Maar de gevechten tussen TPLF-troepen en het Ethiopische federale leger, gesteund door troepen van regionale autoriteiten in de buurt van Amhara en het leger van Eritrea, dat grenst aan Tigray, werden nooit echt beëindigd.
‘Veel jonge mensen, handelaren en boeren hebben zich aangesloten bij TPLF’
Het TPLF lanceerde vorige week een offensief, terwijl in een groot deel van de rest van het land nationale verkiezingen werden gehouden, waarvan de resultaten nog moeten worden bekendgemaakt. ‘Veel jonge mensen, handelaren en boeren hebben zich aangesloten bij TPLF’, vertelde een functionaris in de interim-regering van Tigray aan The Washington Post. ‘Ze hebben het gevoel dat ze vechten voor hun voortbestaan. Ze zullen nooit stoppen met vechten, dat is zeker. Dat is nu ondenkbaar.’
Het eenzijdige staakt-het-vuren dat maandag is afgekondigd, heeft volgens de regering tot doel de voedselproductie en de verdeling van humanitaire hulp mogelijk te maken. De wapenstilstand zou in ieder geval moeten duren tot het einde van het oogstseizoen in Tigray, dat in september eindigt.
‘Het aanhoudende conflict leidt tot een snel verergerende humanitaire crisis, die er volgens de VN voor zorgt dat 350.000 mensen, waarvan 140.000 kinderen, op de rand van hongersnood verkeren, zo bericht Emmanuel Akinwotu, correspondent van The Guardian in West-Afrika.
Kinderen zijn doelwit van jihadisten in Mozambique
In een jaar tijd zijn naar verluidt zeker vijftig kinderen ontvoerd in de Mozambikaanse provincie Cabo Delgado, waar de bevolking sinds 2017 massaal op de vlucht is voor jihadisten, schrijft Le Courrier International. Meisjes moeten trouwen onder dwang en worden onderworpen aan seksueel geweld, terwijl jongens worden geïndoctrineerd en getraind om te doden.
Die alarmerende signalen klinken ook in de Mozambikaanse pers. Op 20 juni wijdde de krant O Paíseen artikel aan het voortdurende humanitaire drama in Cabo Delgado. Deze provincie, die rijk is aan natuurlijke hulpbronnen, is gelegen in het uiterste noordoosten van het land aan de grens met Tanzania, en is sinds 2017 het strijdtoneel voor bloeddorstige eenheden onder leiding van islamitische terroristen, waarvan sommigen zijn gelieerd aan de Islamitische Staat.
‘In april waren er 732.000 ontheemden in Cabo Delgado’, schrijft het dagblad, ‘waarvan 46 procent kinderen.’ Deze laatsten, verzwakt door de exodus, vallen ten prooi aan de jihadisten, schrijft Myrta Kaulard, coördinator van de Verenigde Naties in Mozambique, in O País: ‘Er zijn meldingen van meisjes en vrouwen die zijn ontvoerd, gedwongen werden tot huwelijken en die seksueel worden misbruikt, evenals berichten over kinderen die onder dwang worden gerekruteerd voor gewapende groepen.’
‘In een jaar tijd zijn ten minste 51 kinderen ontvoerd door gewapende, opstandige groepen
De ngo Save the Childen, geciteerd door de krant Notícias, stelde eerder deze maand vast dat ‘in een jaar tijd ten minste 51 kinderen, voornamelijk meisjes, zijn ontvoerd door gewapende, opstandige groepen in de provincie Cabo Delgado’. Deze cijfers geven alleen de gemelde gevallen weer, aldus het artikel; het daadwerkelijke aantal kinderontvoeringen ligt veel hoger.
Indoctrinatie
Mussa Amade bevestigt dit in een artikel vanLusa News Agency. Amade is gevlucht uit Palma, een stad die afgelopen 24 maart door jihadisten werd bestormd tijdens een spectaculaire aanval, dichtbij faciliteiten die Total aan het opzetten was voor een toekomstig gasproject. Amade ‘vertelt over nachten waarin vreemden de huizen binnenkwamen om te doden, te ontvoeren en te plunderen wat ze konden’.
Het conflict tussen islamitische terroristen en het Mozambikaanse leger, dat volgens de ngo ACLED al minstens 2800 levens heeft geëist, wordt op de voet gevolgd door João Feijó, die werkt voor de ngo Observatório do Meio Rural. In een interview dat hij eerder deze week gaf aan Deutsche Welle, zegt de onderzoeker: ‘De opstandige gewapende groepen die actief zijn in Cabo Delgado breiden hun gelederen uit door jonge mensen te ontvoeren. Het gaat om kinderen en pre-adolescenten vanaf twaalf jaar, die ze indoctrineren en militair training geven. Dat worden degenen die vervolgens aanslagen uitvoeren.’
‘Het deradicalisering van kindsoldaten zal nog lange tijd duren’
Het is een fenomeen dat niet nieuw is in Mozambique, constateert João Feijó, aangezien ‘er al honderden kindsoldaten werden gerekruteerd tijdens de burgeroorlog’, die het land zestien jaar lang teisterde. Het probleem dat zich toen voordeed, duikt weer op benadrukt hij: ‘De waarheid is dat de regering strijdt tegen kinderen die zich in het tegenovergestelde kamp bevinden, hetzij onder dwang, hetzij vrijwillig. Het wordt steeds moeilijker om mensen aan te vallen waarvan niet bekend is of het burgers of opstandelingen zijn.’
De tragedie zal nog lang voortduren, voegt hij eraan toe: ‘ouders waarvan kinderen werden ontvoerd, hebben geen toegang meer tot gerechtigheid. Ze kunnen nergens hun beklag doen omdat de autoriteiten in het noorden van het land zelf op de vlucht zijn geslagen. Het deradicaliseren van deze kindsoldaten, van wie sommigen heroïsche verhalen opdissen over aanslagen die ze pleegden, en het opnieuw professioneel integreren ervan, zal nog lange tijd duren.’
De temperaturen in Siberië overtreffen momenteel die van Delhi, schrijft de Indiase nieuwssite DNA. Volgens de site registreerden twee EU-satellieten een temperatuur van 48 graden Celsius aan de grond in Arctisch Siberië tijdens een aanhoudende hittegolf.
We weten allemaal, schrijft DNA, dat Rusland en dan vooral het noordelijke deel van Sint-Petersburg via Moskou tot aan Siberië, een van de koudste regio’s op aarde is. Maar klimaatverandering is zeer zichtbaar in dit deel van de wereld. De registratie van 48 graden Celsius werd gedaan door de Copernicus Sentinel 3A- en 3B-satellieten van de EU op 20 juni, de langste dag van het jaar.
Sint-Petersburg en Moskou braken vorige week decenniaoude temperatuurrecords
De temperaturen in Sint-Petersburg stegen vorige week dinsdag tot een recordhoogte van 34 graden, en daarmee beleefde de stad de hoogste temperaturen sinds 1998. De temperaturen in Moskou braken een dag later een record toen ze 34,8 graden bereikten. Het vorige record van 34,7 graden, stamt uit 1901.
In Siberië lag de temperatuur van het landoppervlak zondag boven de 35 graden en pieken van 48 graden werden geregistreerd bij Verchojansk en van 37 graden in Saskylach, die beide ten noorden van de poolcirkel liggen.
Klimaatverandering
Het is een voorspelbare start van het zomerseizoen, volgens DNA, na een lente waarin honderden bosbranden het Siberische platteland verschroeiden en grote steden verduisterden en bedekten met dekens van rook.
Veel van deze lentebranden worden ‘zombievuren’ genoemd omdat het bosbranden betreft die vorige zomer begonnen, nooit volledig werden geblust en nu weer opflakkeren. De zombievuren smeulen maandenlang onder winterijs en sneeuw, gevoed door het koolstofrijke veen onder het oppervlak. Met de komst van de dooi in de lente, laaiden de oude vuren weer op.
Mei 2021 was Delhi’s warmste meimaand ooit
De gemiddelde temperaturen in het noordpoolgebied stijgen al jarenlang veel sneller dan waar dan ook op aarde, grotendeels doordat zee-ijs smelt als gevolg van door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde.
Ondertussen zijn New Delhi en de omliggende gebieden in India dit jaar ook getuige van een zomer met recordtemperaturen, met kwik dat steeg tot 45 graden. Mei 2021 was Delhi’s warmste meimaand ooit, met maximumtemperaturen van 45 graden of zelfs hoger.
Het is bizar maar waar: op 20 juni lagen de temperaturen in Delhi tussen de 25 en 35 graden, veel lager dus dan de thermometers in Siberië aangaven.
Hongaarse antihomowet leidt tot verhit debat in Brussel
De recente Hongaarse wet die het ‘promoten’ van homoseksualiteit onder minderjarigen verbiedt, heeft donderdag tijdens de EU-top in Brussel de gemoederen verhit. Zeventien landen deden een plechtige oproep om de Europese waarden te respecteren, waarbij Mark Rutte zelfs voorstelde dat Hongarije de EU zou verlaten.
‘De Hongaarse antihomowet lijkt het geduld van de Europese leiders te hebben opgebruikt’, constateert El País. Tijdens de top die donderdag in Brussel van start ging, kreeg de Hongaarse premier Viktor Orbán te maken met een ‘ongebruikelijk gemeenschappelijk front van zeventien landen die hem beschuldigen van het overtreden van de Europese regels tegen discriminatie en het stigmatiseren van homoseksuelen’.
Het Hongaarse parlement heeft vorige week een wet heeft aangenomen die het afbeelden van homoseksuelen in educatief materiaal, televisieprogramma’s, en films en series gericht op jongeren verbiedt. De wet is volgens de Hongaarse regering bedoeld om ‘kinderen te beschermen’, schrijft The Guardian.
In een brief spreken zeventien EU-landen zich uit tegen ‘elke vorm van discriminatie op grond van seksuele geaardheid’
In hun brief aan de EU-leiders spraken de zeventien ondertekenende landen – die een breed spectrum van politieke kleuren bestrijken, van progressief links in Spanje tot conservatief rechts in Oostenrijks – zich uit tegen ‘elke vorm van discriminatie op grond van seksuele geaardheid’ en benadrukten dat ‘respect en verdraagzaamheid de kern vormen van het Europese project’, bericht RFE-RL.
Al voor het begin van de besprekingen liepen de spanningen hoog op: bij hun aankomst in Brussel namen de meeste EU-leiders een standpunt in over het onderwerp en beloofden zij verhitte debatten.
‘Homoseksualiteit als een gevaar voor jongeren zien, is vergeten dat homoseksueel zijn geen keuze is’
De Luxemburgse premier Xavier Bettel, de enige openlijk homoseksuele EU-leider, heeft ‘geput uit zijn eigen ervaring’ om de Hongaarse wet te bekritiseren, meldt L’Essentiel. ‘Het moeilijkste was om mezelf te accepteren, toen ik besefte dat ik verliefd was op een persoon van hetzelfde geslacht’, zei hij vlak voor het begin van de top. ‘Op nationaal niveau homoseksualiteit in een kwaad daglicht stellen, het als niet-normaal beschouwen. Het als een gevaar voor jongeren zien, is vergeten dat homoseksueel zijn geen keuze is, in tegenstelling tot intolerantie tonen’, voegde hij eraan toe.
Volgens Spaanse bronnen heeft ook premier Pedro Sánchez zich krachtig uitgesproken tegen ‘het vereenzelvigen van homoseksualiteit met pedofilie en pornografie’, waarvan volgens velen sprake is in de onlangs goedgekeurde Hongaarse wet, aldus El País.
Financial Times stelt dat ‘de spanningen hoog opliepen’ tijdens de debatten. ‘Orbán verdedigde zijn wet door te zeggen dat deze bedoeld was om jongeren te beschermen en seksuele voorlichting voor te behouden aan ouders, niet aan scholen’.
Mark Rutte
Dit verweer overtuigde de Nederlandse premier Mark Rutte niet, die zei dat Hongarije met deze wet ‘niets meer in de EU te zoeken had’. Hij suggereerde zelfs dat Orbán in de voetsporen van het Verenigd Koninkrijk moet treden en ‘gebruik moet maken van artikel 50 van het Europees Verdrag’ om de EU te verlaten, ‘als hij de regels en waarden van de EU niet wil respecteren’, aldus CNN.
Het zal niemand verbazen dat Orbán standvastig bleef en heeft verzekerd dat hij ‘de wet niet zal intrekken’, schrijft La Stampa. De Europese Commissie is echter niet van plan het hierbij te laten en heeft Hongarije om ‘uitleg’ gevraagd, aldus El Confidencial.
Meer dan negentig landen gebruiken Chinese vaccins om de pandemie te bestrijden. Nu verschillende van hen worden geconfronteerd met nieuwe uitbraken van het coronavirus, rijst de vraag of de vaccins van Sinovac en Sinopharm wel goed werken. De cijfers uit de praktijk lijken de twijfels te bevestigen die ontstonden tijdens klinische proeven, meldt The New York Times.
De Wereldgezondheidsorganisatie schreef dat de doeltreffendheid van het Sinovac-vaccin bij het voorkomen van symptomatische infecties in klinische proeven 51 procent bedroeg in Brazilië, 67 procent in Chili, 65 procent in Indonesië en 84 procent in Turkije. Voor het vaccin van Sinopharm bedroeg de werkzaamheid 78 procent in de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Egypte en Jordanië. Ter vergelijking: de vaccins van Pfizer/Biontech en Moderna hadden een werkzaamheidsgraad van meer dan 90 procent.
Om de doeltreffendheid van de Chinese vaccins in de praktijk te beoordelen, heeft The New York Times onder meer gekeken naar Mongolië, Bahrein en de Seychellen, die ‘althans ten dele’ op deze vaccins hebben vertrouwd in hun vaccinatiecampagne.
‘In plaats van bijna volledig coronavrij te zijn, kampen Mongolië, Bahrein en de Seychellen nu met een uitbraak van besmettingen’
Tussen 50 en 68 procent van de mensen in de drie landen is al volledig gevaccineerd, volgens gegevens van Our World in Data. ‘Maar in plaats van bijna volledig coronavrij te zijn’, schrijft de krant, ‘kampen de drie landen nu met een uitbraak van besmettingen’.
Volgens gegevens van The New York Times behoorden deze landen op 22 juni tot de vijftien landen ter wereld met het hoogste incidentiecijfer (het aantal infecties per 100.000 mensen).
‘Als de vaccins goed genoeg zijn, zouden we dit patroon niet moeten zien’, verklaart viroloog Jin Dongyan van de Universiteit van Hongkong tegen de krant.
Minder doeltreffend
De site Quartz is het daarmee eens: ‘Nieuwe golven van coronagevallen op plaatsen waar veel mensen zijn ingeënt met vaccins van Sinopharm of Sinovac doen vrezen dat deze vaccins in werkelijkheid minder doeltreffend zijn dan de autoriteiten hadden gehoopt’.
The New York Times meldt ook dat meer dan 350 Indonesisch gezondheidswerkers, die volledig zijn ingeënt met Sinovac, de ziekte hebben opgelopen. Ook vergelijkt de krant de situatie op de Seychellen met die in Israël – landen met een vergelijkbaar hoge vaccinatiegraad. De archipel in de Indische Oceaan, die hoofdzakelijk het vaccin van Sinopharm gebruikt, heeft een dagelijks aantal bevestigde coronagevallen van 716 per miljoen, vergeleken met 4,95 gevallen per miljoen in Israël, dat Pfizer gebruikt.
‘Sinopharm heeft een minimaal effect gehad op het verminderen van de overdracht’
Kan de aard van de vaccins zelf dit verschil verklaren? Quartz legt uit hoe Chinese vaccins verschillen van Amerikaanse vaccins. ‘Moderna en Pfizer (…) zetten messenger-RNA (mRNA) in, genetisch materiaal dat cellen instructies geeft om zich tegen het coronavirus te verdedigen. Sinopharm en Sinovac maken daarentegen gebruik van een geneutraliseerde versie van het coronavirus om immuniteit op te wekken.’
De aard van de coronavirusvarianten speelt waarschijnlijk ook een rol. De deltavariant (ook wel bekend als de Indiase variant) vermindert de doeltreffendheid van de vaccins van AstraZeneca en Pfizer, zoals het tijdschrift Nature een paar dagen geleden vaststelde. Wellicht is dat effect nog belangrijker bij de Sinovac- en Sinopharm-vaccins.
Volgens Australisch immunoloog Nikolai Petrovsky is het in ieder geval ‘redelijk om op basis van het verzamelde bewijsmateriaal aan te nemen dat het Sinopharm-vaccin een minimaal effect heeft gehad op het verminderen van de overdracht [van de ziekte]’, vertelde hij aan The New York Times.
Hij voegde eraan toe dat er een groot risico bestaat dat mensen die een van de Chinese vaccins hebben gekregen, weinig of geen symptomen hebben en toch het virus op anderen kunnen overdragen.
Tientallen doden na aanval van het Ethiopisch leger in Tigray
Op dinsdag 22 juni heeft een luchtaanval van het Ethiopische leger tientallen mensen gedood in de stad Togoga, in Tigray, de noordelijke regio van het land dat in conflict is met Addis Abeba.
‘Ten minste 64 mensen werden gedood en 180 raakten gewond in een luchtaanval [op 22 juni] die gericht was op een markt in de door oorlog verscheurde regio Tigray’, meldde The Guardian op donderdag. De aanval komt op een moment dat ‘de gevechten tussen het TPLF (Tigray People’s Liberation Front), dat de regio controleert, en regeringstroepen verhevigen.’ Bovendien vond de aanval een dag na controversiële parlementsverkiezingen plaats, waarbij ‘miljoenen Ethiopiërs niet hebben kunnen stemmen’, waaronder de bevolking van Tigray.
Dit is ‘de dodelijkste aanval’ sinds het conflict acht maanden geleden begon, aldus CNN. Het conflict heeft hongersnood veroorzaakt en ervoor gezorgd dat miljoenen mensen op de vlucht zijn geslagen.
Uiterst zorgwekkend
Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken verklaarde ‘zeer bezorgd’ te zijn over de berichten over de situatie ter plaatse en ‘veroordeelde krachtig’ deze daad van de Ethiopische regering. Ook de VN en de Europese Unie hebben de aanslag veroordeeld, voegt de Amerikaanse nieuwssite eraan toe. Brussel beschouwt deze aanslag als ‘uiterst zorgwekkend’.
CNN meldt op basis van ‘medische bronnen’ dat ambulances die de gewonden kwamen redden, werden tegengehouden door legerofficieren die ‘hen ervan beschuldigden de Tigrinya-strijdkrachten te willen helpen’.
De woordvoerder van het Ethiopische leger, geïnterviewd door persbureau AFP en geciteerd door The Guardian, zei dat alleen militair personeel het doelwit was van de luchtaanval en dat de gewonden of doden strijders ‘in burgerkleding’ waren. ‘De Ethiopische luchtmacht maakt gebruik van de nieuwste technologie en voerde de aanval dus uit met precisie en succes’, verklaarde kolonel Getnet Adane van het Ethiopische leger.
Het Israëlische leger voerde woensdagochtend luchtaanvallen uit op Hamas-posities in Gaza, als reactie op brandgevaarlijke ballonnen die richting Israël werden gestuurd. ‘Dit is de eerste escalatie van geweld sinds het staakt-het-vuren dat vorige maand een einde maakte aan het elf dagen durende conflict tussen Israël en Hamas’, benadrukt Haaretz. Het zijn ook de eerste luchtaanvallen van Israël sinds de nieuwe regering, onder leiding van Naftali Bennett, die afgelopen zondag aan de macht kwam.
Het staakt-het-vuren van 21 mei maakte een einde aan een bliksemoorlog waarbij aan Palestijnse kant 260 en aan Israëlische kant dertien doden vielen.
Castillo in Peru aan de leiding na het einde van de telling
Pedro Castillo, de radicaal-linkse kandidaat bij de Peruaanse presidentsverkiezingen, won de meerderheid van de stemmen in de tweede ronde, zo maakte de stemautoriteit donderdag bekend na het einde van de telling. Zijn uiteindelijke overwinning blijft echter in afwachting van de behandeling van de beroepen die zijn ingediend door zijn tegenstander, Keiko Fujimori, dochter van de autoritaire ex-president Alberto Fujimori en vertegenwoordiger van populistisch rechts.
Castillo won 50,12 procent van de stemmen, 44.058 stemmen meer dan Fujimori, stelt het conservatieve dagblad El Comercio. Keiko Fujimori, die na twee mislukkingen voor de derde keer kandidaat was voor het presidentschap, had beloofd de uitslag van de stemming te respecteren, maar sinds de tweede ronde heeft zij onophoudelijk beschuldigingen van fraude geuit.
Harvey Weinstein verhuist naar Los Angeles voor een nieuw proces
De gevallen producer Harvey Weinstein, die een gevangenisstraf van 23 jaar uitzit voor aanranding in New York, staat binnenkort weer terecht. Een rechtbank in New York heeft groen licht gegeven om Weinstein ‘zo snel mogelijk’ over te brengen naar Los Angeles om daar terecht te staan voor aanranding en verkrachting van vijf vrouwen.
De datum van het proces is niet vastgesteld, maar de ex-producent riskeert tot 140 jaar gevangenisstraf. Advocaten van Weinstein (69) gaan in beroep, maar zullen de overplaatsing, die waarschijnlijk ‘in juli’ zal plaatsvinden, niet voorkomen, meent Variety. Tot op heden hebben bijna negentig vrouwen Harvey Weinstein beschuldigd van seksuele intimidatie of aanranding.
1958, Ngawa, Tibet: Als de zevenjarige Gonpo, kroonprinses van de Mei-Dynastie, terugreist naar haar stad, ziet ze vanuit de verte bij hun paleis tenten van het Chinese Volksbevrijdingsleger staan. De Chinese invasie betekent het einde van de wereld zoals ze die heeft gekend.
Voorpublicatie
Dit is een voorpublicatie uit De laatste prinses van bekroond auteur Barbara Demick. In dit boek reconstrueert Demick de ongelofelijke levensverhalen van de inwoners van Ngawa, Tibet. Met oog voor detail beschrijft ze hoe de Tibetanen pogen hun cultuur, geloof en taal te behouden – in weerwil van de onderdrukking door een niets en niemand ontziende supermacht.
The New York Times, The Washington Post en The Economist riepen het uit tot een van de beste boeken van 2020. ‘Je kunt China niet begrijpen zonder dit boek over Tibet te lezen’, schreef The New Yorker. Wij publiceren hoofdstuk 1 van deel 1, dat speelt tussen 1958 en 1976, genaamd ‘De laatste prinses’.
Gonpo voelde de rook in haar neus prikken voordat ze zag wat er aan de hand was. Hoewel ze pas zeven was en weinig tot niets van politiek begreep, bevestigde dit het knagende gevoel van de laatste weken. Er was iets mis. Samen met haar moeder, zus, tante en een escorte van dienaren was ze nu onderweg naar huis. Ze waren weg geweest om de begrafenisrituelen voor haar overleden oom bij te wonen. Toen ze vertrokken naar het dorp van haar oom was het nog zomer. In totaal waren ze negenenveertig dagen gebleven, de traditionele boeddhistische rouwperiode tussen de dood en de wedergeboorte. Nu was het begin herfst en de avondkoelte fluisterde al van de sneeuw die weldra van de bergtoppen naar beneden zou kruipen. Gonpo droeg een dik, met bont afgezet gewaad van schapenvacht. Toch huiverde ze van de wind die van onder haar paard naar boven zwiepte. Het hele gezelschap zat te paard: zoals gebruikelijk voor Tibetanen was Gonpo al op jonge leeftijd een ervaren ruiter. Ze volgden een onlangs door Chinese militairen aangelegde, maar nog niet bestrate weg naar het westen, naar daar waar de zon onderging. Hun route splitste zich af bij een beek die noordwaarts leidde, richting Gonpo’s huis. Toen ze voorbij wat struikgewas reden, zag Gonpo waar de rook vandaan kwam. Vanaf haar paard had ze vrij zicht op zes kampvuren en evenzoveel tenten. Naarmate ze dichterbij kwamen, zag ze ook dat dit niet de door de Tibetanen gebruikte, van zwarte jakharen gemaakte tenten waren, maar de kleine witte tenten van het Volksbevrijdingsleger.
In 1958 was het negen jaar geleden dat Mao Zedong de Volksrepubliek China had uitgeroepen, dus op het platteland stuitte je wel vaker op kampen van het Rode Leger. Maar dit kamp bevond zich óp het land van de familie – en juist dat maakte het zo vreemd. Tijdens de laatste etappe van hun tweedaagse tocht had Gonpo tegen de slaap zitten vechten, maar nu was ze klaarwakker, uit nieuwsgierigheid en ook door een vleugje angst. Als een van de eersten steeg ze af. Zonder op hulp van een dienaar te wachten, gleed ze van haar paard. Terwijl ze naar de poort rende, vroeg ze zich verbaasd af waarom niemand de terugkerende escorte kwam begroeten. Ze bonsde hard op de houten poort – die was twee keer zo hoog als een volwassen man en had bovenin een latei. Omdat een reactie uitbleef, schreeuwde ze zo hard ze kon: ‘Hallo, hallo! Waar is iedereen?’
Haar moeder kwam achter haar aan en begon ook te roepen.
Uiteindelijk verscheen Gonpo’s kinderjuffrouw om de poort te openen. Maar in plaats van een hartelijke begroeting boog ze zich over Gonpo heen alsof ze er niet was. Ze bracht haar gezicht zo dicht bij het oor van Gonpo’s moeder dat ze haar iets kon influisteren. Gonpo verstond niet wat ze zei, maar uit haar moeders reactie begreep ze wel dat het weinig goeds kon zijn. De laatste tijd had ze haar moeder veel zien huilen. De overleden oom was haar lievelingsbroer geweest en Gonpo dacht dat haar moeder nu weer huilde omdat ze nog steeds verdrietig was over diens dood. Dat was althans wat Gonpo graag wilde geloven, ook al wezen de rook, de tenten en het bloedserieuze gezicht van de kinderjuffrouw op het tegendeel. Intuïtief begreep ze dat dit het begin van het einde was van de wereld zoals ze die kende.
Niet echt een meisjesachtige prinses
Gonpo werd opgevoed als een prinses. Haar vader, Palgon Tinley Rapten [veel Tibetanen hebben geen achternamen zoals we die in het Westen kennen, maar meestal hebben ze wel meerdere voornamen],een naam die je kunt vertalen als ‘Achtenswaardig Verlichting Standvastig’, was de veertiende koning uit een geslacht van heersers van het zogeheten Mei-koninkrijk. De koninklijke hoofdstad was Ngawa, dat nu in de provincie Szechuan ligt. Toen Gonpo in 1950 werd geboren, was Ngawa een onbeduidend marktstadje waar handelaren hun zout en thee kwamen verkopen en herders hun boter, huiden en wol. De hele regio was een lappendeken aan kleine leengoederen die werden bestuurd door verschillende stamhoofden en koningen, prinsen, khans en warlords. De Chinezen verwezen met de term tusi, die vaak wordt vertaald als ‘grootgrondbezitter’, naar lokale heersers zoals Gonpo’s vader. Maar de Tibetanen noemden hem gyalpo, oftewel ‘koning’. In de Engelstalige kronieken uit begin twintigste eeuw wordt trouwens ook naar hem verwezen als iemand van koninklijken bloede. Dat was hoe dan ook zoals Gonpo de maatschappelijke status van haar familie zag.
Als kind droeg Gonpo zogenaamde chuba’s, gewaden die tot aan de enkels vallen en bij de taille worden aangehaald. Bijna alle Tibetanen droegen dezelfde kleding, waarbij je iemands status aan de kwaliteit kon aflezen. Gonpo’s chuba’s werden afgezet met otterbont. Rond haar nek droeg ze touwtjes met kralen zo dik als druiven – van koraal, barnsteen en het uiterst kostbare dzi, een Tibetaanse gestreepte agaat die haar moest beschermen tegen het boze oog. In andere opzichten was ze niet echt een meisjesachtige prinses. Ze was eerder schattig dan knap, met spleetjes tussen haar tanden en een stomp wipneusje dat haar op een ondeugend jongetje deed lijken. Zoals veel jonge meisjes in Ngawa had Gonpo kortgeschoren haar, wat aangaf dat ze niet van huwbare leeftijd was. Haar moeder en de andere volwassen vrouwen uit de koninklijke familie droegen lange vlechten, die door kwastjes en koraalsnoeren op hun plek werden gehouden en zo doorwrocht waren dat hun dienaressen soms wel twee dagen zoet waren met vlechten.
De familie woonde aan de oostkant van Ngawa, net buiten het centrum in een imposant landhuis – strikt genomen was het een paleis, al leek het meer op een solide en sterk fort dat in de eerste plaats was neergezet om stand te houden. Het huis was in traditionele Tibetaanse stijl opgetrokken uit aangestampte aarde. Tijdens het droge seizoen, wanneer er geen gras op de hoogvlakte groeide, ging het donkere, grijsbruine huis volledig op in het om- liggende landschap. De massieve, onderaan bijna drie meter dikke muren liepen bovenin taps toe en boden zo extra stabiliteit in het geval van aardbevingen; ook de smalle, met houten latwerk omkaderde raamopeningen hadden zo’n toelopende vorm. De muren waren kaal, afgezien van twee uitstekende houten balkons. Die bevonden zich aan weerszijden: eentje aan de oostkant, eentje aan de westkant. Hoe elegant die balkons er ook uitzagen, daar bevonden zich wel de toiletten. De menselijke uitwerpselen vielen naar beneden, werden daar met as vermengd en vervolgens als mest over de velden verspreid.
Het dagelijkse leven in het paleis werd gedicteerd door boeddhistische rituelen
Het gebrek aan moderne gemakken werd gecompenseerd door de enorme omvang van het huis. De meer dan 850 ruimtes waren verspreid over 7400 vierkante meter. Van de kerkers, stallen en voorraadkamers beneden tot de hogergelegen kamers die eleganter waren en een hogere functie hadden. Daar waren de slaapkamers voor de kinderen en hun moeder. En ook die van de hele schare aan medewerkers en persoonlijke functionarissen van de koning. De vertrekken op de bovenste verdiepingen waren voorzien van houten panelen die de gedroogde modder van de buitenmuren aan het oog onttrokken.
Volgens deze logica paste het dat de bovenste verdieping was bestemd voor spirituele doeleinden. Die kamers werden verlevendigd met fresco’s en thangka’s, Tibetaanse banieren, met stuk voor stuk felle gouachekleuren die de ogen deden knipperen. Aangezien boeddhistische personages telkens opnieuw reïncarneren, komen ze voor in talloze verschijningsvormen: mannelijk of vrouwelijk en vertrouwd of juist vol verbeeldingskracht. Zo was er de vroegere en toekomstige Boeddha. En waren er vele bodhisattva’s, de verlichte wezens die de toestand van nirwana uitstellen om opnieuw geboren te worden en zo anderen te kunnen helpen. Het meest gekoesterde beeld was dat van Avalokitesvara of Chenrezig, de bodhisattva van compassie en de beschermheilige van de Tibetanen. Dit beeld, dat door de veertiende Dalai Lama aan de koning was geschonken, had een centrale plek in de kapel.
De koning was een toegewijd bibliofiel en bezat een uitgebreide verzameling boeken en heilige geschriften, waarvan sommige in goud en zilver waren gedrukt. De ontvangstzaal onder de bibliotheek was ruim genoeg om duizenden monniken te ontvangen. Op boeddhistische feestdagen weergalmde het in het hele paleis van de kakofonie die werd voortgebracht door chants en klankbekkens, hoorns en schelpen. En natuurlijk door de onvertaalbare mantra die Tibetanen uiten om hun beschermheilige, de bodhisattva van compassie, aan te roepen:
Om mani padme hum
Het dagelijkse leven in het paleis werd gedicteerd door boeddhistische rituelen. De koning begon elke ochtend met meerdere prosternaties voor een altaar. Hij ging rechtop staan en vouwde in gebed zijn handen ineen boven zijn hoofd, om vervolgens in één beweging door zijn lichaam languit op de vloer uit te strekken en weer op te staan. Met dit ritueel hield hij zijn lichaam slank en zijn geest helder.
In hoeverre iets religie was en in hoeverre traditie of gewoonte viel onmogelijk te bepalen. Wanneer Gonpo bijvoorbeeld op gejok werd betrapt, moest ze verschillende rondjes om een nabijgelegen klooster lopen en talloze gebedsmolens laten draaien, grote verticale cilinders van metaal en hout, en al zwoegend de daarop geschreven gebeden lezen. Elke keer dat je een gebedsmolen op zijn spoel draaide, was het alsof je hardop een gebed opzei. Voor een kind waren ze best zwaar. De straf dwong haar na te denken over wat ze verkeerd had gedaan.
@ Thomas Pilke / Unsplash
De kinderen – Gonpo en haar zes jaar oudere zus – woonden met hun moeder in afzonderlijke vertrekken aan één kant van het huis. Wanneer ze wakker werden, nam hun moeder de meisjes mee naar de kamers van hun vader om hem goedemorgen te wen- sen. Tegen bedtijd herhaalden ze dit ritueel om hem welterusten te zeggen. Het gezin at de meeste maaltijden gezamenlijk. Daarbij zag hun vader streng toe op hun manieren. Vóór de maaltijd zei- den ze gebeden op. Vervolgens aten de ouderen eerst terwijl de kinderen wachtten. Hun vader at zijn bord altijd leeg tot op de laatste rijstkorrel, om zijn dochters eraan te herinneren hoe hard de boeren voor hun voedsel werkten. Ook stond hij erop dat zijn personeel dezelfde porties kreeg als hij – al aten zij vaak later, waar- door hun maaltijden al koud waren geworden. De koning was een scrupuleus man die wilde voorkomen dat zijn dochters, koninklij- ke afkomst of niet, werden verwend. Ook al wemelde het in huis van de dienaren, toch maakte de koning zijn eigen bed op.
Om mani padme hum
Het dagelijkse leven in het paleis werd gedicteerd door boeddhis- tische rituelen. De koning begon elke ochtend met meerdere prosternaties voor een altaar. Hij ging rechtop staan en vouwde in gebed zijn handen ineen boven zijn hoofd, om vervolgens in één beweging door zijn lichaam languit op de vloer uit te strek- ken en weer op te staan. Met dit ritueel hield hij zijn lichaam slank en zijn geest helder.
In hoeverre iets religie was en in hoeverre traditie of gewoonte viel onmogelijk te bepalen. Wanneer Gonpo bijvoorbeeld op ge- jok werd betrapt, moest ze verschillende rondjes om een nabijge- legen klooster lopen en talloze gebedsmolens laten draaien, grote verticale cilinders van metaal en hout, en al zwoegend de daarop geschreven gebeden lezen. Elke keer dat je een gebedsmolen op zijn spoel draaide, was het alsof je hardop een gebed opzei. Voor een kind waren ze best zwaar. De straf dwong haar na te denken over wat ze verkeerd had gedaan.
De kinderen – Gonpo en haar zes jaar oudere zus – woonden met hun moeder in afzonderlijke vertrekken aan één kant van het huis. Wanneer ze wakker werden, nam hun moeder de meisjes mee naar de kamers van hun vader om hem goedemorgen te wensen. Tegen bedtijd herhaalden ze dit ritueel om hem welterusten te zeggen. Het gezin at de meeste maaltijden gezamenlijk. Daarbij zag hun vader streng toe op hun manieren. Vóór de maaltijd zeiden ze gebeden op. Vervolgens aten de ouderen eerst terwijl de kinderen wachtten. Hun vader at zijn bord altijd leeg tot op de laatste rijstkorrel, om zijn dochters eraan te herinneren hoe hard de boeren voor hun voedsel werkten. Ook stond hij erop dat zijn personeel dezelfde porties kreeg als hij – al aten zij vaak later, waardoor hun maaltijden al koud waren geworden. De koning was een scrupuleus man die wilde voorkomen dat zijn dochters, koninklijke afkomst of niet, werden verwend. Ook al wemelde het in huis van de dienaren, toch maakte de koning zijn eigen bed op.
De koning was zijn tijd vooruit en hechtte er groot belang aan dat meisjes hetzelfde onderwijs kregen als jongens. Hij had geen zonen en ging ervan uit dat een van zijn dochters de nieuwe monarch zou worden. Gonpo had een leraar die haar elke ochtend het Tibetaanse alfabet onderwees. Daarvoor gebruikte ze een traditionele methode. Ze spreidde as uit op een leistenen bordje en gaf Gonpo een ganzenveer om de letters na te trekken. Tibetaans leren schrijven is nog niet zo gemakkelijk. Het schrift is in aangepaste vorm overgenomen uit Noord-India en de medeklinkers worden boven op elkaar geschreven. Gonpo zat urenlang met glazige blik naar de dwarrelende letters te staren.
Als kind was ze rusteloos. Ze ergerde zich aan de strikt afgeba-kende grenzen van haar leven binnen de paleismuren. Toen ze een peuter was, bond haar kinderjuffrouw een bel rond Gonpo’s middel zodat ze het direct hoorde als Gonpo naar buiten probeerde te gaan. Pas veel later besefte Gonpo hoezeer deze afgezonderde periode van haar vroege kinderjaren van voorbijgaande aard was geweest. Ze had geen speelkameraadjes van haar eigen leeftijd. Haar oudere zus, die bleek zag en vlijtig studeerde, ging niet mee in Gonpo’s neiging om kattenkwaad uit te halen. Gonpo was het gelukkigst wanneer de monniken op bezoek kwamen, aangezien sommige monniken gewoon nog jongens van haar leeftijd waren. Een van hen was haar favoriet. Het toeval wilde dat hij was geïdentificeerd als een gereïncarneerde lama, een tulku. Terwijl de volwassenen deze jongen aanbeden, trok Gonpo aan zijn mouw en eiste ze dat ze in de ontvangstzaal samen een balletje gingen trappen. Ook glipte Gonpo regelmatig het paleis uit om met de kinderen in een van de naburige huizen te gaan spelen. En dan gedroeg ze zich allerminst als een prinses. Zo herinnerde een van die kinderen zich later hoe ze erop stond om bij hem thuis mee te helpen met huishoudelijke klusjes. Omdat ze het ongemakkelijk vond dat ze meer had dan andere kinderen probeerde ze kledingstukken weg te geven. Eenmaal sloop ze met de kinderen uit de buurt de privétuinen van het paleis in om bonen te pikken. Gonpo besefte niet dat de gepikte bonen eigenlijk van haarzelf waren.
Toen ze ouder werd, maakte haar vader zich zorgen omdat ze zich niet als een prinses gedroeg. Hij probeerde te verhinderen dat ze omging met de buurtkinderen, het kroost van zijn onderdanen. Vanaf dat moment moest ze genoegen nemen met uit het raam staren naar de ommuurde binnenplaats en verder, naar de rollende heuvels die in het noorden overgingen in besneeuwde bergtoppen. Alles wat ze zag behoorde tot haar vaders koninkrijk.
Het Mei-koninkrijk strekte zich in ieder geval uit tot Dzorge (Zoige in het Chinees), bijna 150 kilometer naar het noordoosten. Het was niet helemaal duidelijk hoeveel land er precies onder het koninkrijk viel, aangezien in deze samenleving de macht niet in gebied, maar in onderdanen werd uitgedrukt. Grenzen waren minder belangrijk dan loyaliteit. En weinig banden van loyaliteit waren zo sterk als familiebanden. Volgens Tibetaanse bronnen regeerde de Mei-koning over 12 stammen en 1900 huishoudens. Chinese documenten stellen dat 50.000 mensen rechtstreeks onder zijn gezag vielen. De rijkdom werd op overeenkomstige wijze gemeten, namelijk op basis van het aantal dieren dat een familie bezat. En dus staan die in de kronieken nauwgezet geboekstaafd: het koninkrijk bezat 450 paarden en 800 stuks vee, waaronder jaks, die soms met koeien werden gekruist.
Hoewel er weilanden rondom het paleis lagen, werden de meeste dieren gehouden nabij Meruma, een dorp zo’n twintig kilometer naar het oosten dat speciaal was gebouwd voor de kuddes van het koninkrijk. In Meruma had de koning ook een zomerpaleis. Weer een ander, kleiner paleis bevond zich een aantal kilometer verder naar het westen. Dat stond op het terrein van het Kirti-klooster, dat ooit was gesticht door de voorouders van de koning. Dit paleis werd gebruikt tijdens bedevaarten en op boeddhistische feestdagen.
Tientallen jaren later speurde ze de speelgoedwinkels van Azië af naar het soort speelgoedappel dat ze destijds had moeten achterlaten
Gonpo wist niet beter dan dat haar vader de onbetwiste heerser van dit gebied was. Hij besloot op welke uren de markten open waren, wat er verkocht mocht worden en op welke dieren er mocht worden gejaagd. Hij was een vroom boeddhist en dus verbood hij de jacht op vogels, vissen, marmotten en andere kleine dieren. Aangezien men geloofde dat in elk dier een gereïncarneerde ziel huisde, was het beter om een groot dier zoals een jak of schaap te doden. Daarmee konden immers vele monden worden gevoed. Ook de verkoop van opium was streng verboden.
Vanaf het ontbijt ontving de koning een stroom bezoekers die een beroep op hem deden om iets te doen met hun klachten of ge- schillen te beslechten. Iemand die met zijn buurman ruziede over een stuk land of juist een bedrijfje wilde beginnen, verzocht de ko- ning om een oordeel. Dergelijke verzoeken waren zo talrijk dat er altijd wel mensen in afwachting van hun audiëntie kampeerden op het veld voor het paleis. Er kwamen trouwens niet alleen Tibetanen om raad vragen. De streek herbergde mensen uit tientallen etnische groepen, waaronder de Mongolen, die in de dertiende eeuw op de hoogvlakte waren neergestreken, en de Qiang, die uiterlijk sterk leken op de Tibetanen maar wel hun eigen taal en cultuur hadden. En dan had je nog de Chinese moslims, de Hui (spreek uit: Hwee). Zij waren etnisch gezien Chinees, maar zagen er zeer opvallend uit. De mannen hadden pluizige baarden en vaak witte kalotjes, de vrouwen droegen hoofddoeken.
Langzamerhand kwamen er ook steeds meer Han-Chinezen in het gebied wonen. De Han vormden de meerderheid in China. En de meeste Han-Chinezen die Gonpo tegenkwam, waren op de een of andere manier verbonden aan de Chinese regering. Maar ook zij leken haar vader met eerbied te behandelen. Gonpo had dan ook niets tegen hen. Verrukt maakte ze mee hoe Chinese ingenieurs en bouwvakkers evenwijdig aan de rivier een nieuwe weg aanlegden – dezelfde weg waarover ze na de begrafenisrituelen naar huis waren gereisd. In een van Gonpo’s vroegste herinneringen nam ze deel aan de ceremonie ter ere van de ingebruikname van de weg die Ngawa met Chengdu verbond en vlak langs hun paleis liep. Gekleed in hun mooiste Tibetaanse gewaden en getooid met kralen overhandigden ze bosjes bloemen aan de Chinese functionarissen die het lintjes knippen kwamen bijwonen. Tijdens die gelegenheid zagen de jonge meisjes voor het eerst motorvoertuigen. Na afloop maakte haar moeder het grapje dat de meisjes hadden geprobeerd de trucks gras te voeren, omdat ze dachten dat het paarden waren.
Heel erg mis
Toen de koninklijke familie die avond in 1958 thuiskwam van de begrafenis, had Gonpo geen idee waarom de Chinezen vlak voor haar huis hun tenten hadden opgeslagen. Ze stoof naar binnen en rende naar de tweede verdieping. De dienaren keken al even strak als haar kinderjuffrouw. Sommigen hadden tranen in hun ogen. Er was iets mis, heel erg mis. Ze kon haar vader nergens vinden – iemand zei dat hij naar een bijeenkomst was gegaan, maar dat overtuigde haar niet. Op zoek naar hem, of naar iemand die haar kon vertellen wat er aan de hand was, rende ze van kamer naar kamer. Niemand gaf haar antwoorden. De dienaren bewogen zich met hun armen vol kleren en beddengoed tussen de vertrekken. Dat ergerde Gonpo alleen maar meer. Op de typische manier waarop heel kleine kinderen heel harde geluiden kunnen maken, dreunden haar voetstappen na op de houten vloeren – bons, bons – totdat de kinderjuffrouw haar inhaalde en bij de arm greep.
Ze moest stil zijn, waarschuwde de kinderjuffrouw haar. Begreep ze soms niet dat dit ernstig was? Nee, dat begreep ze niet. Helemaal niet zelfs. Maar aangezien iedereen aan het inpakken was, bedacht Gonpo dat ze dat ook maar moest gaan doen. Ze ging naar haar kamer en zocht haar speelgoed bij elkaar.
‘Die spullen zul je niet nodig hebben. Laat ze hier,’ snauwde haar kinderjuffrouw, die al voor Gonpo zorgde sinds ze een baby was en nooit eerder zo scherp tegen haar was uitgevallen.
En dus nam ze afscheid van haar dierbaarste bezit: een plastic appel uit India, die als je hem opende steeds kleinere plastic appels bevatte, net als een Russische matroesjka. Tientallen jaren later, toen ze al ver voorbij de middelbare leeftijd was, grijs werd en last had van jicht, speurde ze de speelgoedwinkels van Azië af naar het soort speelgoedappel dat ze destijds had moeten achterlaten.
Toen het de volgende ochtend licht werd, zag Gonpo dat het hele huis werd verzegeld. De soldaten bevestigden aanplakbiljetten met daarop grote handgeschreven Chinese karakters. Die leken een dringende politieke boodschap te verkondigen, maar Gonpo wist niet welke want ze las geen Chinees. Rond het kordon soldaten stonden de buren. Tranen stroomden over hun gezichten. Onder hen bevonden zich ook de kinderen met wie ze bonen was gaan stelen.
Nog altijd zag Gonpo de ernst van de situatie niet in. Ze had vooral oog voor de auto die klaarstond om hen mee te nemen. Dat was gewoon een jeep van Russische makelij, die zelfs naar de maatstaven van het China van de jaren vijftig weinig bijzonders had. Maar Gonpo had nooit eerder een ritje in een privéauto gemaakt, alleen in een bus. Dit vooruitzicht vond ze zo spannend dat ze even vergat welke tragedie er gaande was, naar de auto rende en van opwinding op en neer sprong.
Haar moeder riep haar met een felle tik op haar wang tot de orde – de enige keer dat een van haar ouders haar ooit heeft geslagen. Gonpo had een kernprincipe van de Tibetaanse gedragsregels overtreden door niet op eerbiedige wijze uit huis te vertrekken. Bedeesd voegde ze zich weer bij haar zus, twee nichtjes en tante. Als in gebed staken ze tegelijk hun handen in de lucht en wierpen ze zichzelf op de grond, om te laten zien dat ze dankbaar waren voor het huis dat hen al die jaren had geherbergd en beschermd. Vervolgens klommen ze in de jeep. De auto werd gstart en met hun koffers opgestapeld op het dak reden ze weg.
De laatste prinses (Eat the Buddha) van Barbara Demick verscheen eind mei bij uitgeverij Nieuw Amsterdam in een vertaling van Alexander van Kesteren en Dhr. Koos Mebius.
Met de taliban had niemand in Afghanistan meer rekening gehouden. De VS zonden in 2001 hun troepen naar het land om ‘te bewijzen dat het mogelijk is de situatie (…) ten goede te keren en er het kwaad uit te roeien’, schrijft Wolfgang Bauer in het openingsverhaal van deze editie (p. 12), geselecteerd voor de Distinguished Reporting Award van de European Press Prize. Het kwaad, dat waren de taliban.
Nu de VS hun troepen na twintig jaar terugtrekken, duiken de strijders weer op. En hoe gevreesd ze ook zijn, voor velen vormen ze ook een bron van hoop in een van de armste landen ter wereld.
Moed
Journalisten van Die Zeit kregen zeldzame toestemming het land van de taliban, dat officieel op geen enkele kaart staat, te betreden. Voorgangers die op het woord van een talibancommandant vertrouwden, werden ontvoerd. ‘Als we het gebied verlaten waar de regering aan de macht is, voelt dat als volledig controleverlies’, schrijft Bauer. Dankzij zijn moed zien we in deze schitterende reportage de complexiteit van wat in Afghanistan echt speelt, zowel onder de taliban, als onder de bevolking.
Moed is ook wat de regering van Israël nodig heeft om het conflict in Oost-Jeruzalem op te lossen, aldus Haaretz (p. 32). Volgens twee Israëlische onderzoekers bestaat er een ‘vernieuwende oplossing’ die louter voordelen met zich meebrengt – ze noemen er maar liefst vier – voor de Hebreeuwse staat. Maar deze houdt vast aan de fictie van een ‘lokaal conflict’.
Wie, in de termen van de Chinese app TikTok, ‘lelijk’ of ‘arm’ is, wordt volgens officieel beleid geweerd
Die moed tonen wel de Aziatische vloggers die ondanks het heersende schoonheidsideaal in hun land – een zo licht mogelijke teint – uitdragen dat er niks mis is met vitiligo, een aandoening waarbij de huid pigment verliest en vlekken vertoont (p. 42). TikTok hoeven ze voor hun boodschap niet in te schakelen: wie niet voldoet aan het uiterlijk of de status waar nieuwe bezoekers voor vallen – oftewel, in de termen van de Chinese app, wie ‘lelijk’ of ‘arm’ is – wordt volgens officieel beleid geweerd, ontdekte onderzoeksplatform The Intercept (p. 28).Een groot deel van Afrika is er maar mondjesmaat vertegenwoordigd
Zo ook proberen spelers van het tijdens de pandemie razend populair geworden GeoGuessr ‘lelijke’ en ‘arme’ beelden te weren uit hun spel. De spelers moeten aan de hand van enkele foto’s op Street View bepalen waar op de wereld ze zich bevinden. Maar doordat van sommige landen vooral amateurfoto’s zijn geplaatst, wordt deze missie bemoeilijkt. Zo is een groot deel van Afrika door de dienst maar mondjesmaat vertegenwoordigd (p. 34).
Als de GeoGuessrs zich behalve in hun spel ook zouden verdiepen in wat hier echt speelt, zou hun wereldbeeld weliswaar minder scherp omlijnd worden, maar daardoor ook juist helderder.
Abraham Lincoln zei het al: geef iemand macht en hij (/zij) laat zijn ware aard zien. Er zijn talloze voorbeelden van beloftevolle politici die zich, eenmaal aan de macht, ontpopten tot meedogenloze onderdrukkers.
Lange tijd werd ervan uitgegaan dat macht corrumpeert, een theorie die onder meer was gebaseerd op het beroemde Stanford-gevangenis-experiment uit 1971. Een onderzoek van Smithsonian Institution kwam echter tot een andere conclusie: macht corrumpeert niet, maar versterkt al bestaande ethische tendensen. Of in de woorden van Abraham Lincoln: ‘Bijna iedereen kan tegenspoed doorstaan, maar als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht.’
De volgende machthebbers doorstonden de test niet:
Abiy Ahmed
Abiy Ahmed werd op 2 april 2018 beëdigd tot de twaalfde premier van een zeer onrustig Ethiopië. In de protesten tegen politieke ongelijkheid, landonteigening en mensenrechtenschendingen waren honderden doden gevallen en werden duizenden mensen opgepakt. De meeste demonstranten waren Oromo en Amharen, de twee grootste etnische groepen in Ethiopië, die samen 60 procent van de bevolking vormen. Velen voelden zich oneerlijk behandeld door de machthebbers, die vooral behoorden tot de Tigrinya-groep, die minder dan 7 procent van de bevolking uitmaakt. Ahmeds voorganger Desalegne stapte op om hervormingen mogelijk te maken.
Aanvankelijk maakte Abiy – Oromo-moeder en Amhara-vader – de verwachtingen waar. Hij liet tienduizenden dissidente Ethiopiërs vrij en ging in gesprek met gevluchte tegenstanders in het buitenland. Hij nodigde Isaias Afewerki, de president van Eritrea, uit om het grensconflict tussen de twee landen te beslechten – met succes. In oktober dat jaar presenteerde Abiy Ahmed zijn nieuwe kabinet, dat voor de helft uit vrouwen bestaat – die volgens Ahmed minder geneigd zijn tot corruptie dan mannen. Op Abiys voordracht heeft het land sinds 1 november 2018 ook voor het eerst een vrouw als opperrechter, Meaza Ashenafi.
Abiy ontving in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede ‘voor zijn inspanningen om vrede en internationale samenwerking te bereiken’
Deze inspanningen leverden Abiy in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede op: ‘voor zijn inspanningen om vrede en internationale samenwerking te bereiken, en in het bijzonder voor zijn beslissende initiatief om het grensconflict met buurland Eritrea op te lossen’.
Maar sinds de oorlog in Tigray, en zijn vermeende rol daarin, heeft de reputatie van de Ethiopische premier een flinke deuk opgelopen. Abiy beweerde aanvankelijk dat de oorzaak van de oorlog de aanval van Tigray op militaire bases in de regio was. Maar zijn ‘overwinningstoespraak’ eind vorig jaar onthulde dat gedetailleerde voorbereidingen voor een oorlog al ruim twee jaar geleden begonnen.
Aanleiding voor het conflict is de weigering van TPLF, de regerende partij van Tigray, om op te gaan in de partij van Abiy. Op de vraag waarom hij niet eerder tot actie overging, zou Abiy hebben gereageerd dat Ethiopië op dat moment niet over voldoende militaire capaciteit beschikte. Het federale leger was heimelijk versterkt, onder andere met dronecapaciteit, op zo’n wijze dat het buiten het zicht van de leiders van Tigray bleef.
Vlak voor de oorlog werden de internet-, telefoon- en elektriciteitsleidingen naar Tigray door de overheid afgesloten, schrijft Netblocks. Sindsdien zijn alle wegen, inclusief het luchtruim, geblokkeerd. Ook de banken zijn gesloten. Tigrinya die buiten Tigray werken worden ontslagen. Journalisten mogen geen verslag uitbrengen vanuit Tigray, schrijft het Zuid-Afrikaanse Mail & Guardian. Er is enkel toestemming voor hulporganisaties om steun te bieden in gebieden die onder controle van de overheid vallen.
Sinds het begin van de oorlog zijn de steden van Tigray onderworpen aan zware bombardementen en beschietingen. De regio wordt op verschillende fronten tegelijk aangevallen. Er wordt melding gedaan van wijdverbreide plunderingen van Eritrese en Amhara-militairen, waaronder die van bijzondere culturele en religieuze artefacten.
Multiple sources in Tigray say Eritrean forces engaged in massive looting of Tigray's rich historical artefacts. This includes raids on remote monasteries where ancient manuscripts and early Christian spiritual texts kept.@UNESCO must mount urgent probe to verify these claims.
Voor de Tigreeërs zelf komt het geweld niet als verrassing: ‘Abiy, met zijn geveinsde politiek van verzoening, liet ons in de steek.’
De aanpak doet denken aan de door de regering veroorzaakte hongersnood in Ethiopië van 1984-1985. Door opzettelijke verarming en verwaarlozing en de daaropvolgende emigratie werden Tigrinya steeds meer als arme mensen beschouwd. In Eritrea werd Agame, de naam van het oostelijke Tigray-gebied, veranderd in een denigrerende term waarmee naar alle Tigrinya werd verwezen. In de Ethiopische regio Amhara werden Tigrinya aangeduid met termen als sprinkhanen, luizen, bedelaars, banda [verrader] en nog veel meer, en deze zijn nog altijd gangbaar.
Asma al-Assad had mooie dromen voor de Syrische hoofdstad Damascus toen ze er vanuit Londen heen trok om bij haar man Bashar te zijn. Het zou een welvarende, culturele wereldhoofdstad worden. Maar terwijl niet veel later vele onschuldige burgers als gevolg van een oorlog tegen opstandige groepen omkwamen, leek zij vooral bezig met het uitbreiden van haar schoenencollectie.
Lees ook ons uitgebreid portret van de First Lady van Syrië:
‘Dit is een leider die ons land vooruit wil helpen’, zeiden veel Indiërs in 2014 over Narendra Modi, die dat jaar de verkiezingen won. Hij zou in tegenstelling tot tegenstander Rahul Ghandi niet uit zijn op eigenbelang. Zeven jaar later is duidelijk dat Modi wel degelijk zijn ‘eigen groepering’, de hindoebevolking, voortrekt. Met maatregelen als het abrupt afschaffen van een deel van de bankbiljetten in 2016 en een al even abrupte lockdown vorig jaar, benadeelt hij bovendien het overgrote armere deel van de bevolking.
Lees ook dit artikel van schrijver en essayist Arundhati Roy:
Aleksander Loekasjenka won de eerste democratische verkiezingen van Belarus in 1994 als ‘corruptiebestrijder’. Maar hij duldt geen tegenspraak. Na beschuldigingen van stembusfraude in 2020 ontstonden massale protesten, die ‘de laatste dictator van Europa’ met harde hand neersloeg. Meer dan 32.000 mensen zouden zijn gearresteerd.
Lees ook dit uitgebreid portret van de ‘laatste dictator van Europa’:
Evo Morales werd als kandidaat van de socialistische MAS-partij in 2006 de eerste Boliviaanse president van inheemse afkomst. Bij zijn aantreden beloofde hij: ‘We zullen een einde maken aan de koloniale staat en het neoliberale model. Vijfhonderd jaar van verzet door de inheemse volkeren van Amerika zijn voorbij.’
De gedeeltelijke nationalisatie van olie en gas betaalde royale sociale programma’s die het armoedecijfer terugbrachten van 59 tot 35 procent. Het armste land van Zuid-Amerika werd het snelst groeiende land, met een gemiddelde toename van 5 procent per jaar gedurende meer dan tien jaar.
In 2014 voerde Morales een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken
Maar de voormalig leider van de vakbond van cocaboeren kreeg al snel autoritaire trekjes. Hij voerde in 2014 een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken. Een referendum in 2016 voor een vierde termijn, werd verworpen. Maar een jaar later oordeelde het constitutionele hof – bestaande uit door zijn partij aangestelde rechters – dat hij het toch nog eens kon proberen.
De bij voorbaat controversiële verkiezingen van 2019 verliepen chaotisch, onder andere doordat de voorlopige telling van de stemmen abrupt werd onderbroken nadat de elektriciteit uitviel. Vierentwintig uur later, bij het hervatten van de telling, had Morales ineens de 10 procentpunt voorsprong die nodig was om zijn rivaal, Mesa, in de eerste ronde te verslaan, overschreden.
Na de massale protesten die deze gang van zaken opleverde, gesteund door de grootste vakbond van het land, het leger en de politie, trad Morales af en vluchtte naar Mexico en later Argentinië.
Een zelfbenoemde interim-regering onder leiding van Jeanine Áñez, een evangelisch christen die werd ingezworen met een bijbel zo groot als een koelkast, moest zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen organiseren. Morales’ vertrouweling Luis Arce en zijn MAS-partij wonnen die verkiezingen, waarop Morales terugkeerde naar Bolivia. Arce werd president.
In maart werden Áñez en haar voormalige interim-ministers gearresteerd voor terrorisme en opruiing vanwege hun rol in de protesten van 2019. ‘Politieke vervolging,’ volgens de voormalig conservatieve interim-president, ‘in de stijl van een dictatuur.’
En nu is er een campagne op touw gezet die Morales weer terug aan het hoofd van de regering moet krijgen, als opvolger van president Arce: ‘Evo vuelve’; ‘Evo keert terug’. Hij wil immers nog die vierde termijn uitdienen, waar hij recht op heeft. Want, zoals een commentator in de Boliviaanse krant Los Tiempos schrijft: ‘Volgens Morales en zijn volgelingen is Evo het magische antwoord op elk probleem.’
Lees ook dit artikel over de Nicaraguaanse president Daniel Ortega:
Mark Lowcock, ondersecretaris-generaal voor humanitaire zaken en noodhulpcoördinator van de Verenigde Naties, waarschuwde deze week dat dringende maatregelen nodig zijn om hongersnood in de Ethiopische regio Tigray te voorkomen. ‘Er is een ernstig risico op hongersnood als hulp de komende twee maanden niet wordt uitgebreid’, aldus Lowcock tegenAl-Jazeera.
In november vorig jaar gaf premier Abiy Ahmed van Ethiopië opdracht tot een militaire operatie in Tigray nadat hij het Tigray People’s Liberation Front beschuldigde van aanvallen op federale legerkampen. Het conflict in Tigray heeft in zeven maanden tijd duizenden mensen gedood en circa vijf miljoen mensen hebben dringend hulp nodig.
De president van Estland, Kersti Kaljulaid, heeft er bij Groot-Brittannië op aangedrongen actie te ondernemen om te voorkomen dat antidemocratische regimes zoals dat van Belarus corrupt geld kunnen doorsluizen via het financiële centrum van Londen, aldus The Guardian.
Haar pleidooi komt nadat de EU nieuwe economische sancties tegen Belarus heeft aangekondigd, alsmede strafmaatregelen tegen de nationale luchtvaartmaatschappij van Belarus, in een reactie op de kaping van een Ryanair-vlucht die leidde tot de arrestatie van de dissidente journalist Roman Protasevitsj, eerder deze week.
De Estse president riep de Britse regering op eensgezind te zijn met de EU en alles in het werk te stellen om zich te verzetten tegen antidemocratische regeringen, zoals die van de Belarussische president Aleksander Loekasjenka. ‘We begrijpen dat er wettelijke beperkingen zijn, maar wees zo sterk als u kunt zijn, want dit is geld waarvoor het Belarussische volk lijdt onder een regime dat hun democratische rechten vertrapt’, aldus Kaljulaid.
Cultuursector VS wacht nog op 16 miljard
In december riep het Amerikaanse Congres een nieuw subsidieprogramma in het leven om muziekpodia, theaters en musea te steunen die vanwege de pandemie hun deuren moesten sluiten, maar van de beloofde 16 miljard is nog geen dollar uitgekeerd, meldt CNN. Uitbaters maken zich ernstig zorgen over de uitbetaling, die onder meer wordt vertraagd door technische problemen.
Duitse vrouw verdient €1192 per maand minder
De inkomenskloof tussen vrouwen en mannen in Duitsland groeit, zo blijkt uit cijfers van het Federaal Bureau voor de Statistiek. Mannen zouden gemiddeld 1.192 euro bruto meer per maand verdienen dan vrouwen.
Het salarisverschil tussen mannen en vrouwen is 4 euro groter dan vier jaar eerder
Het gemiddelde inkomen in april 2018, de laatst beschikbare cijfers, was 2.766 euro per maand. Over dat gemiddelde was het salarisverschil tussen mannen en vrouwen 4 euro groter dan vier jaar eerder, schrijft Die Tageszeitung. De kloof wordt vooral duidelijk bij hogere salarissen. Bijna 3,2 miljoen mannen, tegenover slechts ongeveer 800.000 vrouwen, verdienden 5.100 bruto euro per maand of meer. Dat komt neer op een mannelijk aandeel van bijna 80 procent. Bij topverdieners met minimaal 12.100 euro per maand lag het aandeel mannen met ruim 87 procent zelfs nog hoger. In deze salarisgroep gaat het om 158.000 mannen en 23.000 vrouwen.
Omgekeerd zijn vrouwen sterk oververtegenwoordigd in groepen met lagere inkomens. Ongeveer 12,5 miljoen vrouwen ontvingen minder dan het gemiddelde inkomen van 2.766 euro, tegenover 8,3 miljoen mannen. Dit komt overeen met een vrouwelijk aandeel van ruim 60 procent.
Hoger opgeleiden verlaten Italië
Steeds meer hoger opgeleiden verlaten Italië. Volgens de Italiaanse Rekenkamer is de braindrain de afgelopen jaren sterk gestegen. ‘Beperkte vooruitzichten op een baan en lage lonen dwingen steeds meer afgestudeerden om het land te verlaten’, aldus de Rekenkamer, geciteerd door ANSA, die een toename noteert van 41,8 procent sinds 2013.
Diploma’s in Italië bieden geen grotere kans op werk vergeleken met lagere opleidingsniveaus
Net als andere landen ziet Italië steeds meer jonge mensen afstuderen, maar in tegenstelling tot andere landen, vertrekken steeds meer afgestudeerde jongeren naar het buitenland, zo stelt de Rekenkamer. ‘Het fenomeen is te wijten aan de aanhoudende moeilijkheden bij het betreden van de arbeidsmarkt en het feit dat diploma’s in Italië, in tegenstelling tot andere OESO-landen, geen grotere kans op werk bieden vergeleken met lagere opleidingsniveaus.’
Opeenvolgende regeringen hebben geprobeerd de braindrain terug te draaien en ook de huidige premier Mario Draghi heeft gezworen om van Italië ‘een land voor jongeren‘ te maken met behulp van het door de EU gefinancierde coronaherstelplan.
Veel Koreanen hebben geldzorgen
Meer dan de helft van de volwassenen in Zuid-Korea heeft het afgelopen jaar last gehad van angst en depressie vanwege hun financiële status, zo blijkt uit Koreaans onderzoek schrijft The Korea Herald. Het onderzoek werd eind vorig jaar uitgevoerd onder 2000 mensen tussen 20 en 64 jaar, en wijst uit dat 58,1 procent van de respondenten hoge niveaus van stress en neiging tot zelfmutilatie heeft ervaren. Ongeveer 3,2 procent van de deelnemers dacht zelfs aan zelfmoord vanwege hun verslechterde financiële situatie. Niveaus van stress en depressie lagen hoger bij vrouwen en dertigplussers, de respons op zelfmoord en zelfmutilatie lag hoger bij mannen en bij twintig- en dertigjarigen.
De deelnemers werd gevraagd om hun financiële welzijn te beoordelen op een schaal van nul tot 10. De gemiddelde score was 4,79. De mate van tevredenheid en geluk met financiële omstandigheden lag gemiddeld onder de 5 punten, terwijl het gemiddelde voor angst boven de 5 uitkwam.
Minder expats in Saoedi-Arabië
Maar liefst 2,24 miljoen buitenlandse werknemers hebben de privésector in Saoedi-Arabië verlaten sinds het koninkrijk in 2017 begon het aandeel van Saoedi’s in de sector te verhogen. Uit officiële gegevens blijkt dat het aantal buitenlandse werknemers van 2017 tot en met het eerste kwartaal van 2021 met 26,4 procent is afgenomen, bericht Middle East Monitor.
Eind 2016 werkten er 8,49 miljoen expats in het land, eind maart 2021 waren dat er nog 6,25 miljoen. Het aantal Saoedische werknemers steeg in dezelfde periode met 10 procent van 1,68 miljoen naar 1,84 miljoen.
Saoedi-Arabië wil het werkloosheidspercentage onder zijn burgers in 2030 teruggebracht hebben tot 7 procent.
In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Ze was zijn ambassadeur in landen waar hij niet graag werd gezien, wilde Damascus omvormen tot Europese metropool en ging uit winkelen terwijl de stad afbrandde. Wie is de vrouw die in het naoorlogse Syrië de touwtjes in handen heeft?
De keuze van hoofdredacteur Laura Weeda
Dit Economist-artikel is buitengewoon goed geschreven en geeft een heel mooi en genuanceerd beeld van de ontwikkelingen in Syrië de laatste dertig jaar vanuit een verrassend perspectief: de First Lady, Asma al-Assad. Ooit was ze in Syrië een gevierde vrouw die van Damascus één groot cultureel park wilde maken, nu komt ze vooral mysterieus en meedogenloos over. In haar levensverhaal wekt ze soms bewondering op, dan weer zijn haar gedrag en beslissingen volstrekt onnavolgbaar.
Deze longread van Nicholas Pelham geeft ook goed weer hoe wankel geopolitieke relaties zijn door het grote contrast tussen Damascus als opbloeiende stad, toen Al-Assad er kwam wonen, en de ruïne die de hoofdstad van Syrië nu is.‘
Afgelopen zomer circuleerde een foto van de First Lady van Syrië op social media. In het noordwesten van het land bombardeerden regeringstroepen op dat moment de overgebleven verzetshaarden. De foto toont Asma al-Assad, haar man Bashar al-Assad en hun drie kinderen op een winderige heuveltop, geflankeerd door soldaten in camouflagetenue. Met zijn windjack, sportschoenen en poloshirt vlot over zijn broek lijkt Bashar in alles op een huisvader die zijn kroost meeneemt op een zondagmiddagwandelingetje, en in niets op een man die dissidenten laat martelen. Asma oogt wat stijfjes, houdt haar armen langs haar lichaam. Witte spijkerbroek, sportschoenen en zo’n vliegeniersbril waar despoten in het Midden-Oosten om de een of andere reden dol op zijn. Ze staat midden op de foto; Bashar, president van Syrië, schurkt wat onhandig tegen haar aan.
Achter Asma is een bedrieglijk vredig landschap te zien. Tien jaar na de Arabische lente, waarin miljoenen mensen in het Midden-Oosten zich tegen repressieve regimes keerden, heeft de heersende familie van Syrië de macht behouden en daar een gruwelijke prijs voor geëist.
Het regime heeft honderdduizenden Syriërs vermoord en er ruim 14.000 doodgemarteld. De helft van de bevolking sloeg op de vlucht, waarmee de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog een feit werd. Iran, Turkije, de Verenigde Staten en Rusland, stuk voor stuk streden ze direct of indirect om invloed op Syrische bodem. In de hele Arabische wereld is de hoop op een betere toekomst vermorzeld, maar nergens ging dat met zo veel bloedvergieten gepaard als in Syrië.
Marie Antoinette
Asma’s ster is in die tijd echter tot ongekende hoogte gerezen. Haar pad naar de heerschappij over dit verwoeste land was bochtig en legde ze af in vele gedaanten: de financieel expert van J.P. Morgan die tot in de kleine uurtjes doorwerkte om lucratieve deals uit het vuur te slepen; de glamoureuze First Lady die in de overtuiging verkeerde dat sociale hervormingen en haute couture een pariastaat konden moderniseren; de Marie Antoinette van Damascus, die uit winkelen ging, ook al stond haar land in brand; de moeder van de natie, die tegen kanker streed terwijl de troepen van haar man opstandelingen verpletterde.
Waar eindigt de reis? De prominente plaats die ze in de hofhouding van de Assads wist te veroveren is niet langer alleen maar voer voor Syrische roddelcircuits. Vorig jaar bestempelde de Amerikaanse regering Asma tot een van de beruchtste oorlogsprofiteurs van Syrië. Er wordt nu zelfs gefluisterd dat ze haar man als president zou kunnen opvolgen. Asma al-Assad heeft de gestucte twee-onder-een-kapwoning in Londen waar ze is opgegroeid ver achter zich gelaten.
Voor een dictatorsvrouw is haar achtergrond ongewoon. Asma Akhras werd in 1975 geboren in Acton, een onopvallend deel van West-Londen dat grenst aan veel rijkere buurten. Zoals de meeste Syriërs zijn haar ouders soennitische moslims: die vormden de dominante groep in Syrië totdat in de jaren zestig een kleine, gemarginaliseerde sekte, de Alawieten, een staatsgreep pleegde. Bashars vader, Hafez al-Assad, zat in het complot en riep zichzelf in 1970 uit tot leider van het land.
Asma’s ouders kwamen in de jaren zeventig naar Londen, hopend op een beter bestaan. Het gezin bleef religieus: haar vader bezocht het vrijdaggebed in de moskee en haar moeder wierp haar hijab pas af nadat Asma was getrouwd. Vrienden omschrijven het gezin als cultureel conservatief, al was het wel de bedoeling dat de kinderen zouden assimileren. Op haar Anglicaanse basisschool stond Asma bekend als Emma. ‘Als je het niet wist, zou je niet denken dat ze Syrisch was,’ herinnert een buurman zich.
Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door
Asma leek bestemd voor een leven te midden van Londense welgestelden. Als tiener ging ze naar een van de oudste particuliere meisjesscholen van Groot-Brittannië, Queen’s College, niet ver van haar vaders particuliere medische praktijk in Harley Street. Ze studeerde computerwetenschappen aan King’s College in Londen. Vriend en vijand zeggen dat ze slim en ijverig was.
Niemand kan zich herinneren dat zij enige belangstelling voor het Midden-Oosten toonde. Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door. ‘Ze was erg Engels en leek niets met Syrië te maken te willen hebben,’ aldus een vriend van de familie.
Weinigen waren verrast toen ze een baan kreeg bij J.P. Morgan, een investeringsbank. Het personeel werd geacht soms 48 uur achter elkaar te werken en zelfs op kantoor te slapen. Sommige stagiairs waren vrijpostig en onverholen ambitieus, maar Paul Gibbs, Asma’s leidinggevende, herinnert zich haar als ‘bescheiden, beleefd en dienstbaar’. Ze droeg keurige zwarte pakjes. Ze specialiseerde zich in fusies en overnames (wat haar later in Syrië van pas kwam). Af en toe ging ze uit met een collega, ze kreeg zelfs huwelijksaanzoeken.
Haar moeder, Sahar, had grootse plannen voor Asma. Haar eigen oudoom had Hafez al-Assad geholpen bij diens machtsgreep. Sahar wilde deze connectie gebruiken om Asma te koppelen aan Bashar, de tweede zoon van Hafez. Ten minste, dat schrijft de Libanees-Amerikaanse journalist Sam Dagher, auteur van het boek Assad or We Burn the Country.
Slungelige student
Bashar en Asma ontmoetten elkaar in het Londen van de jaren negentig. Hij was toen nog een slungelige student medicijnen, die in de schaduw van zijn autoritaire vader was opgegroeid. Als enige van zes broers en zussen ging hij in het buitenland studeren. Zijn afkeer van bloed bracht hem ertoe zich te specialiseren in oogheelkunde, een medisch vakgebied met niet al te veel aanzien. Bashars oudere broer, Basil, diende in het Syrische leger, reed in snelle auto’s en zat achter de vrouwen aan. Bashar was juist ‘ijverig, punctueel, ging elke dag naar de universiteit en vermeed uitspattingen’, aldus Wafic Said, een rijke Syrische expat die de familie kent. Hij luisterde naar Phil Collins en Electric Light Orchestra, dronk groene thee en bewoog zich op de fiets door de stad. In tegenstelling tot zijn vader, die zijn boerse tongval nooit zou kwijtraken, eigende Bashar zich het verfijnde, zangerige accent van de Damasceense elite toe.
Hij was wel gevoelig voor vrouwelijk schoon en ging vaak uit met de gemanicuurde afdankertjes van zijn broer. De keuze van een vrouw mocht hij echter niet helemaal zelf bepalen. Toen Basil in 1994 omkwam bij een auto-ongeluk, rustte het lot van de Assad-dynastie plotseling op de schouders van Bashar. Die was nog ongetrouwd toen zijn vader in juni 2000 overleed. Twee maanden later bezorgden schijnverkiezingen hem het presidentschap.
Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd
Op dat moment werkte Asma al twee jaar bij J.P. Morgan. Maar ineens verdween ze en bleef drie weken lang weg, zonder kennisgeving. Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd. Hij had haar meegenomen naar Libië, waar hij hun verbintenis bezegelde in een tent in de Sahara. Asma koos voor de liefde en nam onmiddellijk ontslag.
Buiten het Sheraton is Syrië een ingewikkelde plek. De bergen en woestijnen herbergen een lappendeken aan etnische en religieuze groepen, waarvan de meeste elkaar wel eens hebben dwarsgezeten. De Fransen maakten het land buit op de Ottomanen, hun bestuur tussen de wereldoorlogen was kort en omstreden. De eerste jaren van Syriës onafhankelijkheid verliepen echter ook verre van rimpelloos. Er woedde er een continue onderlinge strijd, de staatsgrepen volgden elkaar in rap tempo op.
Aan deze woelingen kwam in 1970 een einde met de komst van Hafez al-Assad, een onbuigzame luchtmachtofficier van de regerende Baath-partij. Tijdens zijn schrikbewind onderhielden veiligheidsdiensten informantennetwerken, luisterden ze telefoons af en martelden ze mensen in het wilde weg. Toen soennitische islamistische dissidenten in 1982 in hun bolwerk Hama de Baath-heerschappij tartten, maakte Hafez een deel van de stad met de grond gelijk.
Hafez was al dood tegen de tijd dat Asma eind 2000 naar Damascus verhuisde, maar zijn nalatenschap was alomtegenwoordig: van architectuur in Sovjetstijl tot uithangborden met zijn beeltenis die zijn lof prezen. Zijn steun aan terroristische organisaties in de regio had Syrië van het Westen vervreemd. De opkomst van Bashar bood een kans de betrekkingen te herstellen.
In zijn inaugurele rede beloofde Bashar de corruptie te bestrijden en eerlijke meerpartijenverkiezingen toe te staan. Kort daarna sloot hij een van de grootste gevangenissen van het land. In de cafés van Damascus begon men voorzichtig over politiek te praten.
Asma leek in deze periode van dooi een zeer geschikte partner voor de nieuwe Syrische leider. Koningin Rania van Jordanië, Sheikha Moza van Qatar, zelfs prinses Diana in Groot-Brittannië hadden stuk voor stuk laten zien hoe een door glamour omgloorde first lady een drijvende kracht achter hervormingen kon zijn. Dankzij de dominante positie van de seculiere Baath-partij, waren openbare functies toegankelijker voor vrouwen dan in de meeste Arabische landen. ‘Ik verwachtte dat deze twee Syrië samen tot een hemel aarde zouden maken,’ zegt Wafic Said, de eerder vermelde Syrische expat.
Net als veel vrouwen die haar voorgingen, moest Asma wel rekening houden met haar schoonfamilie. Bashars moeder Anisa had gewild dat haar zoon binnen de clan was getrouwd teneinde een duurzame dynastie, zoals die van de Saoeds in Saoedi-Arabië, te creëren. Sommige familieleden vonden zelfs dat Bashar het presidentschap moest opgeven omdat hij met een soennitische was getrouwd.
Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden
Het lukte de moeder van Bashar niet het huwelijk af te wenden, dus besloot ze het te verdonkeremanen. Er kwamen geen nieuwsbulletins over de bruiloft. Officiële foto’s werden nooit vrijgegeven. Asma kreeg herhaaldelijk te horen dat het haar taak was om erfgenamen voort te brengen en uit het nieuws te blijven. Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden; staatsmedia noemden Asma akilatu alrais, de echtgenote van de president. Niemand die haar op straat herkende. Het huiselijk leven ging bepaald niet over rozen. ‘Ze haatten haar,’ aldus Ayman Abdel Nour, destijds adviseur van Bashar. Asma sprak nog geen vloeiend Arabisch.
Tijdens etentjes maakte de familie er een punt van om in onverstaanbaar Alawitisch dialect te converseren. De rest van de heersende elite was ook niet toeschietelijk. Met name de voormalige bondgenoten van zijn vader dwarsboomden de hervormingen van Bashar. ‘Hafez al-Assad was een octopus die zijn tentakels aanstuurde,’ zegt een aan het regime gelieerde zakenman.
Masker
Binnen enkele maanden werd duidelijk dat Bashars beloften van hervormingen weinig om het lijf hadden en vooral waren bedoeld om steun voor zijn opvolging te verwerven. ‘Bashar vertelde je precies wat je wilde horen en deed vervolgens helemaal niets,’ zegt Wafic Said. Al snel viel het masker. Academici belandden in de cel. De affiches van Bashar kregen nog grotere afmetingen dan die van zijn vader. Het recht op openbare vergaderingen werd dermate ingeperkt dat paren een overheidsvergunning nodig hadden om een bruiloft in een hotel te houden.
Herhaaldelijk werd de hoop op verandering in Syrië getorpedeerd. Na de aanslagen van 11 september 2001 gaf Bashar de Amerikanen de middelen om terreurverdachten te ondervragen. ‘Democratie verspreiden’ was destijds evenwel het credo van de regering-Bush, en Syrië kon wel eens het volgende doelwit van dit voornemen zijn. De ontwikkelingen in Irak brachten het Syrische regime ertoe het roer weer om te gooien. Bashar stuurde jihadisten van eigen bodem de grens over om de Iraakse opstand tegen de Amerikanen te steunen.
Terwijl hij zijn machtspositie versterkte, vervulde Asma plichtsgetrouw de rol van fokmerrie. Ze kreeg snel achter elkaar drie kinderen, van wie twee zonen. Nog steeds kleedde ze zich als een ingetogen bankemployé. De enige keren dat ze de krantenkoppen haalde, was tijdens buitenlandse reizen. En zelfs dan werd de woede van haar schoonfamilie gewekt.
Onmenselijkheid
De onmenselijkheid binnen de familie werd geëvenaard door wreedheid erbuiten. Op 14 februari 2005 kwam een van de meest prominente politici van Libanon, Rafik Hariri, om het leven door een aanslag met een autobom. Syrië hield zijn kleine, disfunctionele buurman al jaren onder de duim en velen gingen ervan uit dat Bashar de opdracht had gegeven. Onder druk van mogelijke internationale sancties en massale demonstraties in Libanon, haalde Bashar bakzeil. Na dertig jaar bezetting trok hij zijn troepen terug uit Libanon – tot woede van de Syrische hardliners. Meer dan ooit had Bashar bondgenoten nodig: zijn Britse vrouw zou westerse regeringen gunstig kunnen stemmen. Hij beloofde Asma dat hij haar schoonfamilie het zwijgen zou opleggen en stemde ermee in haar tot ‘First Lady’ te promoveren.
Twee maanden na de moord op Hariri stond zij aan de zijde van haar man bij de begrafenis van paus Johannes Paulus II. Weinigen wilden zijn hand schudden, maar Asma, discreet aantrekkelijk in haar zwartkanten sluier, viel wél in de smaak. Op foto’s is te zien hoe zij zich met wereldleiders onderhoudt. Dit was een beslissend moment voor het paar. Tot dan was Asma, de indringer, naar het tweede plan verbannen. Nu ging ze een centrale rol spelen in de internationale rehabilitatie van Bashar. ‘Ze was zijn ambassadeur in alle landen waar hij niet graag gezien werd,’ zegt Abdel Nour, de voormalige adviseur van Bashar.
In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Zij zou het niet in haar hoofd halen joden ‘moordenaars van Christus’ te noemen, zoals hij had gedaan in een poging christenen aan zich te binden. Ook thuis retoucheerde Asma het imago van het stel. De Assads gingen voortaan prat op hun bescheidenheid. Ze meden het gigantische, met marmer beklede paleis dat de Saoedi’s voor de Assads hadden laten bouwen, en kozen voor een soberder onderkomen van drie verdiepingen. Asma haalde haar kinderen elke dag op van de plaatselijke Montessorischool. Toen Wafic Said bij hen thuis dineerde, was hij verbaasd over het gebrek aan pracht en praal. Het echtpaar diende het eten zelf op.
‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs’
Niettegenstaande deze soberheid gaf Asma met hulp van een nieuwe kapper haar uiterlijk en uitstraling een stevige oppepper. Haar naaldhakken en oorbellen kregen er een paar centimeter bij, haar nagels waren verzorgd en gelakt. Hoewel zij noch Bashar een trouwring droeg, sierden koninklijke agaten haar hals. Het grondpersoneel van Syrian Airlines in Londen herinnert zich de aanvoer van talloze kisten met kleding uit de beste Londense warenhuizen.
Syrische diplomaten noemden haar Imelda Marcos, naar de Filipijnse first lady met een schoenenverslaving. Het charmeoffensief wierp vruchten af. Slechts enkele maanden na de moord op Hariri opperde The New York Times dat het paar ‘de essentie van seculiere West-Arabische fusion’ belichaamde. ‘Ik was betoverd,’ zegt een Syrische diplomaat die nu in ballingschap is en destijds een Europese rondreis voor hen organiseerde. ‘Ze pakt je onmiddellijk in met haar lieftalligheid. En hij is anders dan andere dictators in het Midden-Oosten, ziet er modern en verfijnd uit. Dat maakt hem zo gevaarlijk.’
Asma’s volgende project was Syrië zelf. Na decennia van centrale planning en importbeperkingen wilde ze een frisse wind door het land laten waaien. Ze begoochelde haar man met financieel jargon en drong er bij de banksector op aan zich open te stellen voor particuliere en buitenlandse bedrijven. ‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs,’ vertelt een Syrische econoom.
Economische hervormingen strookten echter niet met de belangen van een aantal machtige Syriërs. Om de zakelijke cultuur te veranderen, moest Asma het opnemen tegen Rami Makhlouf, neef van Bashar en lid van de aristocratische clan van diens moeder. Volgens sommige schattingen hadden de bedrijven van Makhlouf meer dan de helft van de Syrische economie in handen. Asma tartte zijn suprematie in 2007 door haar eigen holdingmaatschappij op te richten, maar slaagde er niet in genoeg Syrische zakelijke zwaargewichten aan haar kant te krijgen. Haar plannen voor de Syrische economie moesten in de ijskast.
Asma vond al snel een nieuwe manier om haar invloed uit te breiden. Al vroeg in haar huwelijk had ze zich met liefdadigheid beziggehouden. Nu probeerde ze haar projecten in één organisatie, de Syria Trust for Development, samen te brengen. Ze wilde van deze trust de voornaamste trait d’union van Syrië met de rest van de wereld maken. Met dat doel ging ze koortsachtig werven onder Engelstalige Syriërs in het buitenland, voormalige functionarissen van de Verenigde Naties en strategen van het Amerikaanse managementadviesbureau Monitor Group. ‘De trust mocht met buitenlanders omgaan, terwijl andere organisaties daar geen toestemming voor hadden,’ zegt een diplomaat die in Damascus werkte.
Met zijn ruige landschap en archeologische rijkdommen behoorde Syrië een toeristische trekpleister te zijn, vond Asma. Ze wierf curatoren van het Louvre en het British Museum en liet die op het centrum van Damascus los. Een cementfabriek zou een galerie worden, naar het voorbeeld van het Londense Tate Modern. De oevers van een smoezelige rivier door de stad moesten in een cultureel park worden omgetoverd. Er zou een spoorlijn komen om Damascus te verbinden met de oude Assyrische steden in het onderontwikkelde noordoosten.
Prinsessengedrag
De meeste westerse diplomaten in Damascus steunden de trust van Asma van harte. Ze wist de Europese Unie, de VN, de Wereldbank en Qatar voor zich te winnen, en vergaarde miljoenen dollars voor de financiering van haar visie. Krantenartikelen bejubelden de ‘culturele renaissance’ van Damascus, zoals Asma die noemde. ‘Dit is hoe je extremisme bestrijdt: met kunst,’ zei Bashar.
Haar collega’s zagen ook een andere kant van haar. Op goede dagen was ze ‘enorm nieuwsgierig’ en ‘uitermate behulpzaam’, aldus een oud-medewerker. Maar een andere adviseur bewaart wat minder prettige herinneringen aan haar ‘prinsessengedrag’, haar geschreeuw, en hoe ze zich op anderen afreageerde. Hij nam na acht maanden ontslag: ‘Ze is een control freak, een eng mens.’
Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken
Maar ze was ook effectief. ‘Het was opvallend hoe vaak ze zei: Ik zou willen dat er dit of dat gebeurde, en het dan ook gebeurde,’ aldus iemand die zes jaar voor haar in Damascus werkte. Haar personeel hield zich aan het straffe schema waaraan ze bij J.P. Morgan gewend was geraakt: het kantoor ging om zes uur ’s ochtends open en het werk ging tot in de late uren door. Ambtenaren wisten dat ze Asma beter konden raadplegen dan de minister van Cultuur als het om belangrijke kwesties ging.
Asma huurde Britse en Amerikaanse pr-firma’s in om haar imago op te poetsen. Die vlogen parlementariërs van over de hele wereld in om haar goede werken te bewonderen. Allerlei beroemdheden kwamen naar Damascus, onder wie Angelina Jolie en Brad Pitt, Sting en Damon Albarn van Blur. De grootmoefti nodigde Syrische joden uit die decennia eerder voor vervolging waren gevlucht. Brown Lloyd James, een Amerikaans pr-bedrijf, regelde in maart 2011 een coverstory in Vogue, waarin Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken.
Onbenullen
De trust had beperkte bevoegdheden. ‘Wat met de moskee, religie en politiek te maken had lieten we ongemoeid,’ zegt een medewerker. Dergelijke grenzen waren wel moeilijk te bewaken. Opvoeders reisden door Syrië met een grote opblaasbare iglo die bedoeld was als ‘vertelruimte’, gebouwd met de hulp van een voormalig directeur van het Science Museum in Londen. Het was de bedoeling dat alleen onomstreden kwesties aan de orde zouden komen, zoals het recht van een kind op schone lucht. Er werden echter ook misstanden van het regime aangekaart.
‘Een jongen zei dat hij een verhaal had over mensenrechten en vertelde hoe hij werd gearresteerd, uitgekleed en op een fles moest gaan zitten,’ aldus een organisator. De buitenlandse consultants van de trust woonden in een vergulde bubbel in Damascus: ze bestelden sushi via roomservice, streken hoge salarissen op, en kletsten ondertussen over vermogensopbouw. ‘Veel dorpen hadden geen goede riolering of elektriciteit en dan verscheen zij daar met haar adviseurs en vertelde ze over ondernemerschap, het maatschappelijk middenveld, duurzame ontwikkeling en kaas maken,’ zegt Samir Aita, een adviseur van het ministerie van Financiën. ‘Asma dacht dat de Syria Trust alles voor elkaar kon krijgen, maar het waren gewoon onbenullen die arme boeren in het Engels toespraken.’
Binnen de trust zelf rees het vermoeden dat de organisatie slechts een voertuig was voor Asma’s zelfverheerlijking. Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’ en opstaan als ze een vertrek betrad. Onder hen die garen sponnen bij Asma’s opkomst was haar eigen vader, Fawaz Akhras. Kort nadat Asma met Bashar getrouwd was, richtte hij de British-Syrian Society op, een organisatie in Londen die politieke en financiële steun voor Syrië wierf. Hij coördineerde de activiteiten van de vereniging met de club van Asma en trok tal van rijke Syriërs aan. Akhras was openhartig over zijn nauwe banden met de macht: zijn favoriete aanhef van een toespraak was: ‘Als schoonvader van de president…’
‘Vergeleken met hem was de Syrische ambassadeur een loopjongen,’ zegt Yahya al-Aridi, die voor de Syrische regering de communicatie verzorgde in Londen. Asma’s rijzende ster kwam ook het internationale profiel van Syrië ten goede. Amerikaanse functionarissen bezochten Damascus weer, zeker na Obama’s presidentsverkiezing in 2008. Het gerucht deed de ronde dat er een uitnodiging voor Washington ophanden was. De Fransen waren haar nog gunstiger gezind. Paparazzi volgden de Assads op de voet toen ze Parijs bezochten. ‘Zij verspreidt licht in een land vol schaduwen,’ schreef Paris Match over Asma.
Op 10 december 2010 sprak ze de verzamelde Franse elite toe op de Internationale Diplomatieke Academie, een denktank in Parijs. Ze repte over de ‘verandering die gaande is in mijn land’. Een paar dagen later stak een Tunesische groenteverkoper zichzelf in brand en ontketende daarmee opstanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten die spoedig de Arabische Lente werden genoemd. *Snel zou blijken dat de Assads niet genoeg hadden aan soft power en naaldhakken om die lente te kunnen overleven.
De eerste twee maanden van 2011 heerste er opwinding in het Midden-Oosten. Na decennia van stagnatie en onderdrukking werd het overspoeld door demonstraties, van Tunesië tot Libië, Algerije tot Bahrein, Jordanië tot Jemen. Massaprotesten in Caïro brachten het bewind van Hosni Moebarak, dictator van Egypte gedurende bijna dertig jaar, ten val. Het tij van de revolutie leek niet te keren. Veel Syriërs lieten zich meeslepen door wat ze zagen, maar angst weerhield de meesten van hen de straat op te gaan. Toen, op een februariavond in het saaie plattelandsstadje Deraa ten zuiden van Damascus, spoot een groep schoolkinderen graffiti op een muur met de tekst: ‘Nu is het jouw beurt, dokter.’
Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’
De plaatselijke veiligheidschef was een neef van Bashar – een misdadiger, zelfs naar de maatstaven van de Syrische geheime diensten. Zijn mannen pakten de kinderen op en martelden ze. Grote groepen mensen verzamelden zich buiten de moskeeën van Deraa en eisten waardigheid en vrijheid. Troepen openden het vuur.
Aanvankelijk was het niet duidelijk – zelfs niet voor Asma, zo lijkt het – hoe Bashar zou reageren. Een generaal gaf hem de raad de plaatselijke veiligheidschef gevangen te zetten en excuses aan te bieden voor het bloedvergieten in Deraa. De grotere steden in Syrië waren nog steeds rustig, dus zouden publiek berouw en nieuwe hervormingsbeloften mogelijk volstaan om de situatie in de hand te houden.
In Washington hielp de ambassadeur van Syrië Bashar bij het opstellen van een toespraak waarin hij deze hervormingen aankondigde. Ook Asma leek een sussende boodschap aan het volk te verwachten. Toen de Arabische lente in een stroomversnelling kwam, zei ze dat het regime wist dat het moest veranderen. Volgens een voormalige medewerker probeerde ze met de oppositie te praten.
‘Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was’
Op 30 maart sprak Bashar het grotendeels ceremoniële parlement van Syrië toe. ‘Syrië moet een grote samenzwering het hoofd bieden,’ verklaarde hij tot veler verrassing. Hij bestempelde beelden van veiligheidstroepen die demonstranten neerschoten tot nep. Hij wees de oproepen tot hervorming af en zei dat ze een dekmantel vormden voor een niet nader gespecificeerd buitenlands complot.
‘Hier sprak het oude regime,’ zegt een van Asma’s bestuursleden, die Syrië direct na de toespraak verliet. ‘Er was geen enkel woord van verzoening, geen erkenning dat er veel dingen anders konden. Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was.’
Na de toespraak groeiden de demonstraties wekelijks in aantal en omvang. Zeker na het vrijdaggebed namen ze massale vormen aan. Zo begon een escalerende cyclus van begrafenissen, protesten en geweld. Binnen een maand stuurde het regime eerst boeventuig op de bevolking af, daarna kwamen de sluipschutters en ten slotte werd er zwaar geschut ingezet.
De invloed van Syrische generaals, hoofden van inlichtingendiensten en van de Baath-partij was de afgelopen tien jaar afgenomen. Dit was hun moment van vergelding. Anisa, de moeder van Bashar, drong ook aan op een ferme reactie. Wat zou je vader hebben gedaan, schamperde ze tegen Bashar. De opstand tegen diens bewind in 1982 had hij op uiterst brute wijze de kop ingedrukt. Een voormalige Franse ambassadeur in Damascus zegt dat Bashar rond deze tijd op de volgende uitspraak werd betrapt: ‘Mijn vader had gelijk. Duizenden doden in Hama hebben ons drie decennia stabiliteit opgeleverd.’
Ziektekiemen
Terwijl Syrië in chaos verviel, stortten Asma’s luchtkastelen in. Een gala ter gelegenheid van de herlancering van het nationaal museum werd afgelast. Haar culturele vernieuwingsprojecten kwamen niet van de grond. Na zeven jaar planning bleef het Museum of Discovery, naar het voorbeeld van het Science Museum in Londen, een betonnen omhulsel. De financiering droogde op en adviseurs verlieten het land. Ze verwijderden de Syria Trust uit hun bestanden. De meest prominente westerse bezoekers waren paria’s als Nick Griffin, toenmalig hoofd van de extreemrechtse British National Party. Wafic Said zegt dat hij Bashar destijds op het hart drukte een gematigde koers te volgen. ‘Ze houden van jou en je vrouw, je bent geen Moebarak,’ hield hij hem voor. ‘Mis deze kans niet om de grootste leider in de Arabische wereld te worden. Geef ze gewoon wat rechten, een beetje waardigheid en je zult voor de rest van je leven worden bemind.’ Maar Bashars koers lag vast. In een tweede toespraak, in juni, vergeleek hij demonstranten met ‘ziektekiemen’. Syrië stond aan de vooravond van een duister hoofdstuk in zijn geschiedenis.
In februari 2012, een jaar nadat de Arabische Lente was uitgebroken, richtte de Vierde Pantserdivisie van Syrië onder bevel van Maher, de jongere broer van Bashar, haar artillerie op Homs, in het westen van Syrië. Asma’s ouders waren opgegroeid in de stad; nu waren de protesten daar tot een gewapende opstand uitgegroeid. Soldaten liepen over naar de rebellen. In het hele land waren al zo’n zevenduizend burgers omgekomen.
Sinds het begin van de protesten was Asma nauwelijks in het openbaar verschenen, wat aanleiding gaf tot geruchten. Was ze een gevangene van de omstandigheden of steunde ze de acties van haar man? Misschien was ze wel naar het buitenland gevlucht. Mensen die in de begindagen van de crisis vertrouwelijk met haar spraken, zeggen dat ze strikt vasthield aan de officiële lijn: de opstand was een buitenlandse samenzwering.
In theorie had Asma naar Londen kunnen gaan. Er werd haar een veilige doortocht aangeboden. De Britse regering verklaarde herhaaldelijk dat ze haar als Brits staatsburger de toegang tot het land niet kon ontzeggen. Maar ook in Londen was de sfeer weinig uitnodigend. Demonstranten smeerden rode verf op de deur van haar ouderlijk huis in Acton. Queen’s College schrapte haar naam van de lijst eervolle alumni.
Om sancties te vermijden liet ze haar kapper inkopen doen
Er werd gefluisterd dat Asma de wijk had genomen. Een toenmalige functionaris van de Syrische ambassade in Londen herinnert zich dat veiligheidsfunctionarissen zich voorbereidden om eind 2011 een VIP te ontvangen. Anderen zeggen dat ze op weg naar de luchthaven van Damascus werd tegengehouden door handlangers van het regime. Maandenlang gaf Asma geen interviews. Vroegere vrienden vonden dat ze er in januari 2012, tijdens een zeldzaam openbaar bezoek aan een pro-regeringsbijeenkomst, uitgemergeld uitzag. Op zeker moment verhuisden zij en haar kinderen naar het zomerpaleis van de familie aan de kust, ver van beschietingen en traangas.
Nu ze het zonder openbare functie moest stellen, concentreerde Asma zich op een opknapbeurt van haar huis. In het eerste jaar van de opstand plaatste ze een advertentie voor een tuinman en gaf ze 250.000 Britse ponden uit aan meubels. Om sancties te omzeilen stuurde ze haar kapper naar Dubai om boodschappen te doen en gebruikte ze een schuilnaam voor haar bestellingen bij Harrods. Een contact van de Assad-familie in Londen handelde haar verzoeken voor kroonluchters af. Asma’s koopwoede kwam aan het licht aan de hand van duizenden e-mails van Assads intimi, die in 2012 door activisten van de Syrische oppositie naar The Guardian werden gelekt. Ook WikiLeaks deed een duit in het zakje. De berichten wekken de indruk dat Asma in dubio verkeerde.
In december 2011 had ze een e-mail-uitwisseling met de dochter van de toenmalige emir van Qatar, die een vriendin van haar was totdat de Qatari’s zich achter de Syrische rebellen schaarden. De prinses hield Asma voor dat het ‘niet te laat was om zich te bezinnen en die staat van ontkenning af te schudden’. Asma’s antwoord was opvallend dubbelzinnig: ‘Het leven is niet eerlijk, meisje – maar uiteindelijk is er een realiteit waar we geen van allen omheen kunnen.’ Ze leek te suggereren dat er krachten waren die haar dwongen te blijven.
De e-mails boden ook een inkijkje in het huwelijk van de Assads. Velen menen dat de verbintenis vooral gericht was op veiligstelling van de belangen beider families. Bashar stond bekend als schuinsmarcheerder. Dat bleek ook uit eveneens gelekte aanhankelijke mails van jonge vrouwelijke assistenten. Toch toonden Bashar en Asma genegenheid voor elkaar. Op 28 december 2011, toen tanks de geboorteplaats van haar familie – Homs – beschoten, schreef Asma haar echtgenoot: ‘Als we samen sterk zijn, komen we dit ook samen te boven … ik hou van je.’ Het is onduidelijk of wat ze ‘te boven moesten komen’, betrekking had op Syrië of op hun huwelijk.
Een paar dagen later, toen ze haar batta (‘eend’ in het Arabisch, en haar koosnaam voor haar man) mailde, reageerde hij met een hartje. In februari 2012 leek Bashar zich op verdekte wijze te verontschuldigen voor zijn gescharrel door haar een country-and-western liedje te sturen met de tekst: ‘I’ve made a mess of me / The person that I’ve been lately / Ain’t who I wanna be.’ Niet veel later gaf Asma haar eerste officiële verklaring af sinds het begin van de opstand: ‘De president is de president van heel Syrië, niet de leider van een Syrische factie, en de First Lady steunt hem in deze rol.’
Als men dissidenten mag geloven maakte Asma’s verzoening met haar echtgenoot deel uit van haar pogingen terug te keren in het openbare leven. Voortaan zou ze een volwaardige partner van het staatshoofd zijn. In de zomer van 2012 vluchtte de zus van Bashar, Bushra, naar Dubai nadat haar man was omgekomen bij een bomaanslag. De rebellen eisten de verantwoordelijkheid op, maar ze leken helemaal niet in staat tot een dergelijke actie. Bushra en haar echtgenoot behoorden tot de grootste vertolkers van anti-Asma-sentiment in intieme kring. Velen gingen ervan uit dat de moord een inside job was.
Zenuwgas
Het jaar daarop verbeterden de vooruitzichten van Bashar. Hij bracht de opmars van de rebellen tot staan en joeg ze uit hun bolwerk in Homs. Antiregeringstroepen controleerden nog steeds enkele buitenwijken van Damascus en bestookten het stadscentrum met granaten, maar waren niet in staat de Assads omver te werpen.
Naarmate de oorlog voortduurde, werd Bashar meedogenlozer. Een westerse diplomaat herinnert zich de langzame escalatie van geweld – het gebruik van artillerie tegen burgers, de luchtaanvallen en tenslotte vaatbommen. ‘Ze deden iets één keer, en dan was er verontwaardiging, maar niet zo veel dat er internationale interventie dreigde,’ zei de diplomaat. ‘Dus breidden ze het uit, en werd dat het nieuwe normaal.’
De internationale veroordeling van de misdaden van Bashar zwol aan, maar de langzame wurging van Syrië in plaats van een grootscheeps offensief zorgde ervoor dat er geen interventie kwam. Op 21 augustus 2013 verschenen er nieuwe beelden van mensen in de door rebellen bezette buitenwijken van Damascus met schuimende bellen bij hun neus en mond en schokkende ledematen. Honderden stierven aan vergiftiging door sarin, een zenuwgas, zo bleek uit een VN-onderzoek. Het was de ergste aanval met chemische wapens sinds de gifgasaanval van Saddam Hoessein in 1988 op het Koerdische stadje Halabja, die aan zo’n vijfduizend mensen het leven kostte. De volgende dag, terwijl de wereld nog bezig was de beelden te verwerken, werd op Facebook een uitgebreide fotoreportage gepubliceerd van officiële activiteiten van de First Lady. Op een foto was zij te zien met haar man, zetelend in een zee van bloemen op een balkon. Het onderschrift luidde: ‘Liefde is een land dat wordt geleid door een leeuw die korte metten maak met samenzweringen, en een First Lady die haar vaderland is toegewijd.’
Nieuwe Asma
De vernietiging van Syrië in de daaropvolgende jaren valt moeilijk te becijferen. In 2014 benutte de soennitische terreurbeweging Islamitische Staat de chaos om een zogenaamd kalifaat in Syrië en Irak te stichten. Die vormde een ernstige bedreiging voor de troepen van Bashar, maar verzwakte ook de steun voor zijn oppositie en legitimeerde Iraanse en Russische steun. Hoewel Bashar Aleppo als laatste van de grote steden in 2016 heroverde, bleef hij met bommen gooien: bijna de helft van de Syrische steden kwam in puin te liggen. De VN stopten in 2016 met het tellen van doden: dat waren er al bijna een half miljoen. Ruim 10 miljoen Syriërs werden vluchteling.
De nieuwe realiteit van Syrië vereiste een nieuwe Asma. De hakjes, de manicures, de powerjackets en de sieraden verdwenen. Ervoor in de plaats kwamen platte schoenen, T-shirts en broeken, die haar dunne armen en breekbare gestalte aan het licht brachten.
In 2018 werd er bij Asma borstkanker vastgesteld. De ziekte weerhield haar er niet van om zorgvuldig toe te zien op haar publieke imago en ervoor te zorgen dat iedereen wist dat ze in Syrië was gebleven voor haar behandeling. Van haar strijd brachten de presidentiële sociale mediakanalen en staatsmedia gedetailleerd verslag uit. Ze werd zelfs gefilmd terwijl ze de operatiekamer in werd gereden. Toen haar haar uitviel werd ze gefotografeerd met chique hoofddoeken die zowel van kwetsbaarheid als kracht getuigden, een onweerstaanbare metafoor voor de strijd van haar man tegen de opstand. ‘Gefeliciteerd met uw overwinning op kanker,’ stak een tv-interviewer van wal. ‘Dank u,’ antwoordde Asma. ‘Ik hoop dat we binnenkort ook de overwinning van Syrië kunnen vieren.’ Nog voor haar volledige herstel toonden regeringsgezinde media hoe Asma deelde in het verdriet van Syrië.
Vergezeld van cameraploegen klopte ze op deuren in verarmde bergdorpen, omhelsde de verraste moeders van martelaren en stopte hen wat toe. Ze werkte zo hard aan haar Arabisch dat zelfs Syriërs geen Engels accent meer ontwaarden. Westerse media stond ze niet meer te woord, ze accepteerde alleen nog verzoeken van Russische en lokale zenders.
Het inkomen van haar liefdadigheidsinstelling, de Syria Trust, droogde op nadat de EU in 2012 sancties had opgelegd. Nu stroomde er internationale humanitaire hulp binnen om Syriërs te ondersteunen die door de oorlog alles kwijt waren geraakt. Veel van dat geld kwam al snel bij Asma terecht. Voor VN-agentschappen die hulp wilden bieden aan door het regime gecontroleerde gebieden, was de trust een onschatbare gesprekspartner: het Engelssprekende personeel was vertrouwd met internationale regel-geving. Asma kon deuren en checkpoints openen. In 2017 werd er meer VN-geld via de trust gesluisd dan via veruit de meeste andere Syrische organisaties. Zelfs VN-veteranen waren geschokt door de mate waarin hun organisatie zich inliet met Syrische overheidsinstanties.
Van 2016 tot en met 2019 ontving de Syria Trust elk jaar steeds méér geld van VN-agentschappen (de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR alleen al schonk 6,5 miljoen dollar in de eerste vijf maanden van 2018). De trust telde tegen 2020 bijna vijftienhonderd medewerkers, een vertienvoudiging in tien jaar tijd, en vijfduizend vrijwilligers. Als hoofd van de Syria Trust verwierf Asma meer dan alleen rijkdom. Ze schiep een uitgebreid patronagenetwerk, waartoe ook Syrische krijgsheren behoorden. Naar verluidt betuigden mensen hun dankbaarheid voor haar bescherming en welwillendheid door geldkoffers af te leveren bij organisaties waarmee ze banden had. Asma profiteerde ook nog op directere wijze van de oorlogseconomie. Een bedrijf waaraan ze gelieerd was sleepte een overheidscontract voor het beheer van smartcardbetalingen binnen. Ze lanceerde ook een distributiebedrijf van mobiele telefoons, Emmatel geheten (als kind werd ze Emma genoemd). Het kwam op naam te staan van Khodr Ali Taher, ‘Asma’s façade voor alles’, volgens een zakenman.
Syriatel
Asma is volgens een Europese Assad-lobbyist Bashars ‘belangrijkste economische adviseur’ geworden. In 2019 zetten de Russen hem onder druk om leningen terug te betalen, en verscherpte Amerika de sancties. De Syrische regering had dringend geld nodig en de Assads zochten een doelwit. In de loop van tientallen jaren had Rami Makhlouf, de neef van Bashar, zijn connecties met de heersende familie gebruikt om een zakelijk imperium op te bouwen, met importmonopolies en smokkelroutes. Een van zijn troeven was Syriatel, de belangrijkste gsm-aanbieder. Op papier was Makhlouf een succesvol zakenman, in de praktijk trad hij op als overheidspotentaat. Beweerd werd dat hij met één telefoontje een minister kon ontslaan.
Sinds Anisa – Bashars moeder – dood was, had Makhlouf zijn beschermer verloren. De Syria Trust nam de liefdadigheidsinstelling over die hij had gebruikt om gunsten te winnen in gebieden waar veel Alawieten wonen. De regering stelde Syriatel onder curatele. De bankrekeningen van Makhlouf werden bevroren en relaties van Asma werden aangesteld in de raden van bestuur van zijn ondernemingen. De fusies en overnames van Asma gaan in hoog tempo door. Het op een na grootste gsm-bedrijf van Syrië is ook onder curatele gesteld; vorige maand werden Asma’s trawanten in het bestuur benoemd. Emmatel heeft nu vestigingen in het hele land, zelfs in gebieden die haar man niet controleert.
Vlak na de gifgasaanval zitten ze samen in een bloemenzee op een balkon
Hoe het ook zij: Asma kan niet meer worden verweten dat ze niet begrijpt hoe Syrië werkt. In het naoorlogse Syrië heeft Asma de touwtjes in handen*. In Homs zijn portretten van haar te zien die hele woonblokken beslaan. Ministers hebben ervoor gekozen haar beeltenis naast die van Bashar in hun kantoren te tonen. Zo ver had nog geen enkele Syrische First Lady het geschopt. Nu Makhlouf op een zijspoor is gezet en de zus en moeder van Bashar er niet meer zijn, heeft Asma nog maar weinig rivalen van enige statuur in intieme kring. Veel van haar naaste adviseurs vervullen topfuncties in het kantoor van de president.
Zowel in Damascus als in buitenlandse hoofdsteden speculeren Syriërs er openlijk over of ze het hoogste ambt nastreeft. Als de positie van Bashar onhoudbaar wordt, zou een presidentschap van Asma dan een zoethoudertje kunnen zijn voor de soennitische meerderheid? ‘Bashar en Asma denken er allebei over na,’ zegt een voormalige Syrische diplomaat. ‘Ze zou dolgraag president willen worden en beiden beschouwen het als een revolutionaire oplossing om het regime te redden.’
Ooit zou Groot-Brittannië Asma’s ambities wellicht hebben gesteund, en haar dankbaar hebben toegevoegd aan de reeks leiders uit het Midden-Oosten met Britse banden. Hoewel de Britse regering de Assads luidkeels heeft aangeklaagd, is het staatsburgerschap van Asma nooit ingetrokken – in tegenstelling tot dat van Shamima Begum, die in 2015 als tiener vanuit Oost-Londen naar Syrië reisde om zich bij Islamitische Staat aan te sluiten. Alawitische hardliners zien waarschijnlijk niets in Asma’s presidentschap. Ze is sterker, maar ook kwetsbaarder dan ooit. Alleen al praten over presidentiële ambities kan gevaarlijk voor haar zijn. De jacht op de hoogste prijs zou het meisje uit West-Londen wel eens de kop kunnen kosten. ‘Ik maak me zorgen om haar,’ zegt vriend van de familie Wafic Said. Maar Asma weet al heel lang dat er geen weg terug meer is.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.