De Braziliaanse Senaat startte deze week een onderzoek naar president Jair Bolsonaro’s aanpak van de bestrijding van het coronavirus. Senator Rodrigo Pacheco geeft aan dat de commissie zal gaan kijken naar de federale reactie op de gezondheidscrisis en welke middelen vanuit de overheid over de staten werden verdeeld.
‘De oprichting van deze parlementaire onderzoekscommissie betekent een tegenslag voor de regering van Bolsonaro, die haar nu probeert te ondermijnen’, schrijft Jornal do Brasil. Wel kan Bolsonaro de uitkomst volgens de krant mogelijk verzachten ‘door verklaringen van deelstaat- en gemeentelijke overheden te beïnvloeden’. De commissie krijgt een periode om de onderzoeksprocedures af te ronden en een eindrapport op te stellen dat in verband met mogelijke overtredingen zal worden doorgestuurd naar de officier van justitie, meldt Folha de Sao Paulo.
Deutsche Welle noemt de commissie ‘een politiek hoofdpijndossier voor Bolsonaro, die nu al te maken heeft met dalende populariteit in een land met een van de hoogste covid-19-sterftecijfers ter wereld’. Het dodental dat in Brazilië in verband wordt gebracht met het coronavirus is meer dan 350.000, na de VS het hoogste aantal ter wereld.
Het land heeft de situatie de afgelopen weken bovendien zien verslechteren, met dagelijkse sterfgevallen die soms oplopen tot vierduizend. De P.1-variant in het land lijkt ook jongeren meer te treffen.
‘Ik zou graag willen dat de mensen die een colbert en stropdas dragen met hun bedienden thuis praten’
Ondertussen houdt Bolsonaro vol te doen ‘wat de mensen willen’. Zo zei hij in reactie op een rapport over de oprukkende honger tijdens de pandemie, dat hij wacht tot de bevolking ‘een signaal’ geeft om ‘actie te ondernemen’, meldt Correio Braziliense. De aanleiding was een onderzoek van de Food for Justice-beweging, waaruit blijkt dat zes op de tien Braziliaanse huishoudens vorig jaar tussen augustus en december kampten met voedseltekort; in totaal ging het om 125 miljoen Brazilianen.
De president heeft ook zijn woede getoond over het voorgestelde onderzoek en zowel wetgevers als rechters onder vuur genomen. Woensdag [13 april] zei hij dat het land een ‘kruitvat’ is en dat er ‘ernstige problemen’ zullen ontstaan als gevolg van maatregelen om het virus te beteugelen.
‘Ik zou graag willen dat de mensen die een colbert en stropdas dragen, die beslissen, de periferie bezoeken, met de bevolking praten, met hun bedienden thuis praten, in plaats van ze verhinderen te werken’, aldus de Braziliaanse president.
Amerikaanse activisten in hongerstaking voor Jemen
Activisten dringen er bij de Amerikaanse president Joe Biden op aan om de steun aan de door Saoedi-Arabië geleide coalitie in Jemen, waar miljoenen mensen honger lijden, stop te zetten.
Iman Saleh, coördinator van de activistengroep Yemeni Liberation Movement, heeft al zeventien dagen niets gegeten. De 26-jarige Jemenitische Amerikaan en haar jongere zus, Muna, kwamen eind vorige maand vanuit de Amerikaanse staat Michigan naar Washington om de aandacht te vestigen op de humanitaire crisis in Jemen, waar al zes jaar een oorlog woedt.
In hongerstaking gaan was een symbolische keuze, aldus Saleh tegen Al Jazeera, aangezien miljoenen Jemenieten te midden van het voortdurende conflict onder dreiging van wijdverbreide hongersnood leven.
‘We hebben het idee dat de wereld niet luistert naar wat er in Jemen gebeurt’, aldus Saleh. Aanvankelijk namen zes activisten deel aan de hongerstaking, nu zijn alleen zij en haar zus over. Ze leven van drinkwater en water met elektrolyten.
‘We willen door de wereld te laten zien wat het lichaam doormaakt als het verhongert (…) niet alleen aandacht en bewustzijn vestigen op wat er in Jemen gebeurt, maar mensen bovendien helpen de omstandigheden waar Jemenieten al jaren mee te maken hebben beter te begrijpen.’
Druk op Biden
De hongerstaking wordt gesteund door tientallen grassrootsorganisaties en krijgt veel steun van de internationale gemeenschap. ‘Beroemdheden als Mark Ruffalo en Noname en publieke figuren zoals Ilhan Omar, Rashida Tlaib en Marianne Williamson hebben hun steun aan de campagne van de stakers betuigd via Twitter’, schrijft Samidoun. Terwijl de hongerstaking voortduurt, neemt volgens de activistische site de druk op de regering-Biden om snel te reageren toe.
Een video waarin YLM een overzicht geeft van de eerste week van de hongerstaking, de missie en de situatie in Jemen.
The Washington Post publiceerde een ingezonden brief van Saleh, waarin ze eraan herinnert dat Biden in februari aankondigde een einde te zullen maken aan ‘alle Amerikaanse steun voor offensieve operaties in de oorlog in Jemen’. Noch Biden, noch het Congres hebben echter concrete stappen ondernomen om de steun te beëindigen, aldus Middle East Eye.
Saleh in The Post: ‘Voor de regering vereist dit slechts een pennenstreek en een reeks opdrachten aan het Amerikaanse leger. Wij geloven niet dat deze acties een einde zouden maken aan de oorlog in Jemen, maar het zou zeker een effectieve stap zijn om een onvoorstelbare hoeveelheid leed ter plaatse te verlichten.’
Weinig details vrijgegeven
De oorlog in Jemen brak eind 2014 uit toen de Houthi-rebellen er grote delen van het land in beslag namen, waaronder de hoofdstad Sanaa. Het conflict escaleerde in maart 2015, toen Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten een door de VS gesteunde militaire coalitie samenstelden in een poging de regering van de door Riyad gesteunde president Abd-Rabbu Mansour Hadi te herstellen.
Amerikaanse wetgevers hebben een beroep gedaan op de regering om duidelijkheid te krijgen over haar plan, schrijft MEE, maar er zijn weinig details vrijgegeven.
De Muldrow-gletsjer in Alaska beweegt 100 keer sneller dan normaal
In wat bekend staat als een glaciale golf, verschoof de meer dan 60 kilometer lange Muldrow-gletsjer de afgelopen maanden maar liefst 30 meter per dag. Pieken duren over het algemeen slechts enkele maanden en worden vaak pas gedetecteerd als ze al voorbij zijn. Maar de Muldrow-gletsjer bevindt zich in het Denali National Park and Preserve waar regelmatig vliegtuigen overheen vliegen, zodat de verschuiving al in vroeg stadium is opgemerkt.
De Muldrow-gletsjer, die meestal langzaam beweegt en relatief gaaf is, vertoonde plotseling vele scheuren over bijna de gehele lengte van de gletsjer.
De laatste keer dat de Muldrow-gletsjer een hoge vlucht nam, was in 1956-57
Wetenschappers zijn er nog niet in geslaagd de afwijkingen genoeg te bestuderen om volledig begrip te krijgen van waarom ze plaatsvinden en te peilen wat de mogelijke rol hierop is van klimaatverandering, die snel smeltende gletsjers in Alaska en elders kan beïnvloeden.
De laatste keer dat de Muldrow-gletsjer een hoge vlucht nam, was in 1956-57, toen hij in een paar maanden tijd meer dan 6 kilometer vooruitbewoog en een nu met aarde en vegetatie bedekt gebied van ijs achterliet, schrijft Alaska Public.
Dave Schirokauer, teamleider van het Denali National Park Science and Resources, vloog onlangs de gletsjer op, en meldde dat de golf het oppervlak van de gletsjer heeft gekarnd, wat in juni naar verwachting zal resulteren in een grote hoeveelheid water.
Biden belooft alle troepen terug te trekken uit Afghanistan voor 11 september
President Joe Biden zal naar verwachting vandaag (woensdag 14 april) de definitieve terugtrekking van alle Amerikaanse troepen uit Afghanistan aankondigen vóór 11 september, precies twintig jaar na de aanslagen ‘die de VS de oorlog hebben ingesleurd’, meldt The Washington Post. Deze informatie werd dinsdag door een hoge ambtenaar van de regering-Biden naar de krant gelekt.
‘De langste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis’ duurt dus nog wat langer
Het besluit betekent dat duizenden Amerikaanse troepen in het land zullen blijven ná de deadline van 1 mei die de regering-Trump vorig jaar met de taliban heeft afgesproken.
‘De langste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis duurt dus nog wat langer’, erkent New York Magazine, maar ‘zal medio september eindigen’:
‘In één opzicht betekent dit besluit een uitbreiding van de Amerikaanse betrokkenheid bij het conflict. (…) Aangezien de onderhandelingen [tussen de taliban en de Afghaanse regering, als onderdeel van het akkoord van vorig jaar] geen vruchten hebben afgeworpen – en aangezien de taliban hun territoriale controle hebben uitgebreid – heeft de Amerikaanse militaire en diplomatieke elite zich (opnieuw) uitgesproken tegen een tijdige terugtrekking. (…) De voornaamste betekenis van dit nieuws is dus niet dat de oorlog zal worden verlengd, maar eerder dat deze binnen het jaar zal eindigen.’
De taliban hebben verklaard de aanvallen op VS- en NAVO-personeel te hervatten indien de buitenlandse troepen het land niet voor 1 mei verlaten. ‘Wij hebben de taliban in niet mis te verstane bewoordingen laten weten dat wij krachtig zullen reageren op eventuele aanvallen op Amerikaanse troepen, terwijl wij doorgaan met een ordelijke en veilige terugtrekking’, zegt een Amerikaanse functionaris tegen The Washington Post.
Officieel zijn er tweeënhalfduizend Amerikaanse troepen gestationeerd in Afghanistan, ‘hoewel het aantal fluctueert en er momenteel ongeveer duizend meer zijn. Daarnaast zijn er ook tot zevenduizend buitenlandse strijdkrachten aanwezig, als onderdeel van de internationale coalitie, waarvan het merendeel NAVO-troepen zijn’ – waaronder zo’n honderdvijftig Nederlandse militairen.
De oorlog heeft de VS miljarden dollars gekost, en het leven van meer dan tweeduizend Amerikaanse troepen. Ook minstens honderdduizend Afghaanse burgers vonden de dood. In totaal zijn er 25 Nederlandse militairen omgekomen.
Volgens The Wall Street Journal zullen Amerikaanse troepen worden overgeplaatst naar Zuid- en Centraal-Azië, ‘zodat het Witte Huis van Biden kan beweren dat het een robuuste regionale militaire en inlichtingen verzamelende capaciteit behoudt om Afghanistan in de gaten te houden, en tegelijkertijd dat het conflict beëindigd wordt’.
Turkije zal van 24 april tot en met 4 mei gastland zijn voor een vredestop voor Afghanistan, meldt persbureau Reuters. De bijeenkomst zal naast Turkije geleid worden door de Verenigde Naties en Qatar, waar de huidige vredesonderhandelingen plaatsvinden.
Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken verklaart dat de Afghaanse regering en de opstandige talibangroep aanwezig zullen zijn. De taliban hebben echter verklaard dat zij zich nog niet aan deze data hebben verbonden.
In Turkse en Koerdische gebieden in Syrië wacht men nog steeds op vaccins
‘Tot nu toe is er nog geen enkel coronavaccin aangekomen in de gebieden in Noordwest-Syrië die onder controle staan van gewapende pro-Turkse rebellengroeperingen’, schrijft de pan-Arabische site Raseef22. Het medisch personeel in de regio is hierover woedend op de Turkse overheid.
‘Mensen in Noordwest-Syrië zitten nog zonder vaccins, terwijl in Turkije medisch personeel sinds 13 januari is ingeënt’, aldus Raseef22.
Volgens de website werd medio maart een eerste levering van het AstraZeneca-vaccin in deze regio verwacht, maar de zorgen over trombosegevallen onder gevaccineerden in verschillende landen hebben het proces stopgezet.
Volgens Mahmoud Daher, directeur van het kantoor van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in Gaziantep, een stad in het zuidoosten van Turkije dicht bij de Syrische grens, zou het de komende weken wel eens sneller kunnen gaan: ‘Ongeveer 224.000 doses zullen via de WHO aan het noordwesten van Syrië worden geleverd, mogelijk in mei’, citeert de Syrische oppositiewebsite Enab Baladi
‘Onevenredig laag’ aantal voor Koerden
Naar verwachting zullen ook in mei vaccins worden uitgedeeld in het Noordoosten van Syrië dat wordt beheerd door de Arabisch-Koerdische SDF, meldt de Irakees-Koerdische nieuwssite Rudaw. Volgens de directeur van het WHO-kantoor voor Syrië, Akjemal Magtymova, zou de regio in eerste instantie ongeveer honderdduizend doses moeten ontvangen, voor een bevolking van zo’n 2,5 miljoen mensen.
Een ‘onevenredig laag’ aantal, aldus de Koerdische autoriteiten in Rojava. Zij beweren dat het inwoneraantal van de door hen gecontroleerde gebieden ligt op 5 miljoen mensen, waardoor ze recht zouden hebben op meer doses.
In de noordoostelijke regio van Syrië, waar het aantal besmettingen de laatste dagen sterk is toegenomen, wordt reikhalzend uitgekeken naar de levering. Als reactie op de uitbraak hebben de plaatselijke autoriteiten een ‘totale lockdown’ ingesteld, die alle niet-essentiële reizen verbiedt vanaf de eerste dag van de Ramadan, dinsdag 13 april, tot donderdag 22 april, meldde Al-Monitor.
Wat als we via muziek met spinnen zouden kunnen praten?
‘Wetenschappers van MIT hopen met spinnen te kunnen praten nadat ze muziek hebben gemaakt met hun web’, kopt The Telegraph op dinsdag 13 april. Het idee is niet zo vergezocht als het klinkt.
De wetenschappers – waaronder ingenieur Markus Buehler, die de studie leidde – presenteerden hun onderzoek op maandag 12 april aan de American Chemical Society, op basis van initieel onderzoek dat in 2018 werd gepubliceerd in het Journal of the Royal Society Interface.
Eerst ‘scanden ze een spinnenweb met een laser’ om een tweedimensionale doorsnede te krijgen, waarna ze algoritmes toepasten ‘om het web in 3D te reconstrueren’, aldus het Britse dagblad.
Aan elke draad werden verschillende geluidsfrequenties toegekend, waardoor noten ontstonden die op basis van het 3D-model werden gecombineerd en zo een melodie genereerden. En, toegegeven, het resultaat is even duister, zelfs angstaanjagend, als het beeld dat sommige mensen hebben van spinnen. Dit is te zien in de video op YouTube-kanaal van Markus Buehler:
Spinnen zijn sterk afhankelijk van de tastzin om de wereld rondom zich te interpreteren. Hun lichaam en poten zijn bedekt met kleine haartjes en spleetjes die verschillende soorten trillingen van elkaar kunnen onderscheiden.
Een prooi die in een web blijft steken, maakt een heel ander trillingsgeluid dan een andere spin die nadert, of bijvoorbeeld het suizen van de wind. Elke draad van een web produceert een andere toon, schrijft Science Alert.
Dankzij het 3D-model en de daaruit voortkomende geluiden wordt het gemakkelijker om de wereld waarin spinnen leven te begrijpen. Hoe het precies werkt legt deze video uit:
Dit onderzoek stelt het team in staat ‘een algoritme te ontwikkelen om de soorten trillingen van een spinnenweb te identificeren’ en ze te vertalen en zo te kunnen associëren met specifieke situaties voor de spinnen: ‘gevangen prooi’, ‘web in aanbouw’, ‘een andere spin is zojuist mijn web binnengekomen met amoureuze bedoelingen’.
Het doel is nu om dit soort trillingen na te bootsen, ‘om synthetische signalen te genereren die de taal van spinnen spreken’, aldus Markus Buehler tegen The Telegraph.
‘Sofagate’, een flater voor Charles Michel en voor Europa
De stoelendans: om Charles Michel en Ursula von der Leyen te verwelkomen, had Recep Tayyip Erdogan slechts één stoel ter beschikking gesteld, die snel door Michel in beslag werd genomen.
De video die sinds woensdag 7 april de ronde op de sociale netwerken ‘toont de voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, die zich naar een van de twee naast elkaar geplaatste fauteuils haast voor een ontmoeting met de Turkse president Recep Tayyip Erdogan’, schrijft Le Vif-L’Express.
‘De twee mannen installeren zich comfortabel, terwijl Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, zich even verbijsterd afvraagt waar zij zich kan installeren’, vervolgt het Belgische weekblad. ‘[Ze] mompelt een vertwijfeld “eh”, voordat ze uiteindelijk op een bank gaat zitten, op een afstand van de twee mannen.’
‘We wisten al dat Erdogan Erdogan was. Nu weten we ook dat Michel Michel is’
Een duidelijke belediging voor Ursula von der Leyen door Erdogan – die de hele wereld weer eens aan zijn grote conservatisme en vrouwenhaat herinnerde door zich op 20 maart terug te trekken uit het Verdrag van Istanboel tegen geweld tegen vrouwen. Maar ook een blunder van Michel, en een schadelijke voor het imago van Europa.
‘De ceremoniële houding van Charles Michel’, merkt Le Vif op, ‘die een alledaags seksisme weerspiegelt dat feministen in de ruimste zin van het woord doet schrikken, wordt des te meer bekritiseerd omdat het gaat om een bijeenkomst die tot doel heeft de betrekkingen te verzoenen met een Turkije dat nooit ophoudt de positie van de vrouw onderuit te halen.’
‘We wisten al dat Erdogan Erdogan was. Nu weten we ook dat Michel Michel is’, concludeert Massimo Gramellini, in zijn voorpaginacolumn in Corriere della Sera.
‘Als Michel zijn plaats aan zijn collega had afgestaan, zou Erdogan in één klap zijn gereduceerd tot wat hij is: een vrouwen hatende autocraat.’ Maar nee, ‘in plaats daarvan leunt Michel zonder een kik te geven achterover’.
‘Met deze dictators, laten we ze bij de naam noemen, moet men openhartig zijn’
Michel zei donderdag dat hij het voorval ‘ten zeerste betreurde’ en verklaarde dat hij niet had gereageerd ‘uit vrees een veel ernstiger incident te veroorzaken’, meldt La Stampa. Turkije verklaarde dat het alleen het protocol had toegepast waarom de Europese Unie had verzocht – een versie die wordt ontkend door de EU.
‘Sofagate’ heeft nóg een staartje gekregen. Donderdagavond noemde de Italiaanse regeringsleider Mario Draghi de Turkse president Recep Tayyip Erdogan een ‘dictator’, schrijft La Stampain hetzelfde artikel.
Tijdens een persconferentie sprak de Italiaanse premier de volgende woorden: ‘Juist tegen zulke dictators, laten we ze bij de naam noemen, moet je duidelijk maken dat je standpunten en visies op de samenleving van die van hen verschillen.’ De uitspraak wekte de woede van Ankara, dat de Italiaanse ambassadeur in Turkije ontboden heeft.
Taiwan klaar voor confrontatie met China
‘Als China ons aanvalt, zullen we tot het einde vechten.’ Deze woorden, op woensdag 7 april uitgesproken door de Taiwanese minister van Buitenlandse Zaken, Wu Zhaoxie, en geciteerd door de Singaporese krant Lianhe Zaobao, zijn een reactie op de jongste manoeuvres van de Chinese marine.
Op 3 april staken het Chinese vliegdekschip Liaoning en zes oorlogsschepen de Straat van Miyako over voor oefeningen in de wateren rond Taiwan. Het gebied, gelegen ten zuidwesten van de Japanse prefectuur Nagasaki, is voor China een strategische toegangspoort tot het westelijk deel van de Stille Oceaan.
In de vroege uren van 3 april, zo meldt de Singaporese krant, verscheen de USS Mustin, een Amerikaans marineschip, voor de monding van de Yangtze-rivier in de Oost-Chinese Zee, op weg naar het zuiden. De volgende dag voer het vliegdekschip USS Roosevelt door de Straat van Malakka de Zuid-Chinese Zee binnen. Het naderde de Spratly-eilanden, die door China worden gecontroleerd, maar door verschillende kustlanden worden opgeëist. De Amerikaanse marine zei dat het de tweede keer dit jaar was dat de Roosevelt deze wateren als onderdeel van haar ‘routineactiviteiten’ had bevaren.
Beijing protesteert dat de Amerikaanse aanwezigheid ‘een verkeerd signaal afgeeft aan de separatistische krachten op het eiland [Taiwan], zich opzettelijk mengt in de regionale situatie en de vrede en stabiliteit binnen de Straat van Taiwan saboteert en in gevaar brengt’.
De woordvoerder van de Chinese marine, kolonel Gao Xiucheng, zei dat de Chinese marine in de toekomst ‘soortgelijke oefeningen en activiteiten zal blijven houden’, bericht de website Huanqiu Wang van de Chinese nationalistische krant Huanqiu Shibao.
Geconfronteerd met de militaire druk van de op een na grootste mogendheid ter wereld, heeft het Taiwanese ministerie van Defensie verklaard dat zijn troepen vanaf 23 april gedurende acht dagen militaire oefeningen zullen houden.
De betrekkingen tussen de twee zijden van de Straat van Taiwan zijn de laatste jaren verslechterd, vooral sinds de herverkiezing van Tsai Ing-wen in januari 2020. De Taiwanese president wordt door Beijing beschouwd als de leider van de ‘onafhankelijken’, terwijl president Xi Jinping blijk geeft van zijn ambitie om de Chinese droom, namelijk ‘de grote eenmaking van China’, te verwezenlijken.
Na Boulder en Atlanta wil Joe Biden de wapencontrole verscherpen
De controle over de wapens was een van de hoofdpunten van de verkiezingscampagne van Joe Biden. De president van de Verenigde Staten presenteerde donderdag ‘zes presidentieel decreten ter vermindering van wapengeweld’, zo meldt USA Today.
‘Binnen dertig dagen wil hij “achtergrondcontroles” invoeren voor kopers van “zogenaamde spookwapens”, dat zijn zelf in elkaar gezette wapens die geen serienummers hebben’ en daardoor moeilijker te traceren zijn. Tienduizend van dergelijke wapens zijn in 2019 door de autoriteiten van het land in beslag genomen, aldus The Wall Street Journal, een conservatief zakenblad, dat erop wijst dat gunvoorstanders ‘deze zelfgemaakte wapens als recreatief beschouwen’.
Joe Biden wil ook ‘binnen de komende zestig dagen een nieuwe regel aannemen die bepaalt dat elk apparaat dat wordt verkocht als stabilisatiekolf – waarmee een pistool in feite kan worden gebruikt als geweer met korte loop –, moet voldoen aan de vereisten van de National Firearms Act’, schrijft USA Today.
Andere maatregelen, waaronder de benoeming van David Chipman, voorstander van wapenbeheersing, tot hoofd van het Bureau of Alcohol, Tobacco, Firearms and Explosives, en ‘de goedkeuring van red flag laws in alle staten’, staan eveneens op de agenda. De laatste maatregel ‘zou politieagenten en burgers in staat stellen een aanvraag in te dienen bij een rechtbank om vuurwapens tijdelijk af te nemen van mensen die zichzelf of anderen schade zouden kunnen berokkenen’, aldus The New York Times.
Onrust houdt aan in Noord-Ierland
De situatie bleef vrijdagochtend gespannen in Noord-Ierland, ondanks oproepen tot kalmte van de Britse en Ierse regering en het Witte Huis. De botsingen tussen republikeinen en unionisten, ongezien sinds 1998, zijn nu al een week aan de gang en donderdagavond hervat in de westelijke delen van Belfast, aldus The Irish Times.
‘De politie moest waterkanonnen gebruiken om te proberen de situatie weer onder controle te krijgen’, schreef het dagblad vanuit Belfast. De Britse premier Boris Johnson en zijn Ierse ambtgenoot Micheál Martin zeiden dat het geweld ‘onaanvaardbaar’ was en ‘riepen op tot kalmte’. De Amerikaanse president Joe Biden, wiens familie Ierse wortels heeft, zei dat hij ‘bezorgd’ was over het geweld en riep eveneens op tot de-escalatie.
Hoewel al in 2016 de vrede werd getekend, blijft het geweld tussen de guerrillagroepen en het leger in Colombia voortduren. Bij een bombardement op een rebellenkamp kwamen minstens vier minderjarigen om. Het commentaar van de minister van Defensie riep verontwaardiging op.
‘Toen ze dertien was, verliet ze haar ouderlijk huis om zich bij de guerrilla aan te sluiten. Nu, op vijftienjarige leeftijd, ligt Yeimi Sofía Vega in een doodskist, vermoord tijdens een militaire operatie op bevel van haar eigen regering’, opent The New York Times een reportage over een bombardement van de Colombiaanse regering op een rebellenkamp.
Bij de aanval, die op 2 maart plaatsvond, kwamen twaalf mensen om, waaronder ten minste vier minderjarigen. Een van hen was Yeimi Sofía. In het rebellenkamp zou zich een vooraanstaande dissidente FARC-leider schuilhouden die bekend staat onder de schuilnaam Gentil Duarte. Maar het kamp bleek voornamelijk bewoond door jongeren die door de groep waren gerekruteerd.
Een ander bevestigd minderjarig slachtoffer is Danna Lizeth Montilla, zestien jaar. Haar vader, Jhon Albert Montilla, vertelde donderdag aan de plaatselijke krant El Tiempo dat zij bij familie in de afgelegen regio verbleef en mogelijk onder dwang door de rebellen was gerekruteerd.
‘Het komt regelmatig voor’, vertelde Montilla aan de krant. ‘Maar ik had nooit gedacht dat het mijn dochter zou overkomen.’
Kwetsbaarste doelwitten
Bijna vijf jaar nadat Colombia een historisch vredesakkoord tekende met de grootste rebellengroepering, de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC), is het binnenlandse conflict nog lang niet voorbij.
‘Afgelegen plekken zoals Puerto Cachicamo [waar Yeimi Sofía vandaan komt] hebben nog steeds niet de scholen, klinieken en banen die de regering in het akkoord beloofde’, schrijft The New York Times. Duizenden dissidente FARC-strijders zijn teruggekeerd naar de strijd, of hebben hun wapens nooit neergelegd, en bevechten rivalen om de controle over drugsroutes en -markten. Massamoorden en gedwongen verhuizingen zijn weer aan de orde van de dag.
‘En jongeren – gevangen tussen een vaak afwezige staat, de agressieve rekrutering van gewapende groepen en de vuurkracht van het leger – zijn opnieuw de kwetsbaarste doelwitten van het conflict’, concludeert het New Yorkse dagblad.
De rekrutering van minderjarigen in Colombia door gewapende groeperingen gaat nog steeds door, ondanks de pandemie, stelt ook de Colombiaanse krant El Tiempo. Dat blijkt uit onderzoek van de Colombiaanse ombudsman. Het grootste deel van de kinderen wordt geronseld door dissidenten van de FARC, die na het vredesakkoord van 2016 hun ‘strijd’ hebben voortgezet.
Rekrutering van kinderen was aan de orde van de dag in de decennialange burgeroorlog in het Colombia. Nu doen de rebellen het opnieuw: ze hangen rond op dorpspleinen, plakken rekruteringsposters op, geven geld aan jongeren, charmeren de meisjes en overtuigen hen vervolgens om zich bij de strijd aan te sluiten, aldus NYT.
‘Oorlogsmachines’
Het doelwit van het bombardement – de groep van Gentil Duarte – wordt door de militaire autoriteiten en Openbaar Ministerie beschuldigd van het ronselen van minderjarigen, alsmede van het plannen en uitvoeren van terroristische acties, drugshandel, illegale mijnbouw en intimidatie van de burgerbevolking. Ze worden bovendien beschuldigd van de ontvoering van en de moord op tweede luitenant Carlos Arturo Becerra vorig jaar, bericht El Tiempo in een ander artikel.
De minister van Defensie, Diego Molano, gaf de rebellen de schuld van de omgekomen minderjarigen en wees erop dat zij degenen waren die kinderen tot doelwit van de regering maakten door hen om te vormen tot ‘oorlogsmachines’, bericht het Colombiaanse dagblad El Espectador.
Deze uitspraak veroorzaakte een hoog oplaaiende discussie in de Colombiaanse samenleving, waarbij sommigen zeiden dat Molano misschien bot uit de hoek kwam maar wel gelijk had, en anderen beweerden dat het juist deze retoriek was – die kinderen uit arme gezinnen karakteriseert als vijanden van de staat, in plaats van slachtoffers van zijn beleid – die jongeren opnieuw in de armen van de guerrilla dreef, vat The New York Times samen.
Een van de critici is Hollman Morris, journalist en politiek activist. Hij verklaarde op Twitter: ‘Ik geloof niet dat de onder dwang gerekruteerde kinderen “oorlogsmachines’ zijn, zij zijn slachtoffers van een onverschillige staat, zij zijn slachtoffers van een regering die heeft beloofd de vrede te verbreken, van een staat die hen, in deze vergeten regio’s, nooit een kans heeft gegeven.’
Ministro @Diego_Molano no creo que niños reclutados a la fuerza sean “máquinas de guerra”, son las víctimas de un estado indolente, son víctimas de un gobierno que prometió hacer trizas la paz, de un estado que nunca, en estas zonas olvidadas, nunca, les ha dado una oportunidad
Ook Montilla, de vader van Danna Lizeth, verklaart tegenover El Tiempo dat de ongevoelige opmerkingen van Molano weinig helpen. ‘Volgens de minister van Defensie zijn kinderen van dertien, veertien en zestien jaar gevormd tot “oorlogsmachines”’, zegt hij. ‘Het is heel triest dat kinderen zo worden genoemd.’
Schandaal
Het was niet de eerste keer dat kinderen werden gedood door een bombardement van de regering, schrijft The Guardian. Nadat bij een bomaanslag in augustus 2019 acht kinderen waren omgekomen, nam de toenmalige minister van Defensie, Guillermo Botero, ontslag. Niet alleen werden de doden gezien als zijn verantwoordelijkheid, ook werd hij ervan beschuldigd dat hij had geprobeerd de identiteit en de leeftijd van de omgekomen personen te verdoezelen.
Het schandaal was een zware beproeving voor de pas geïnstalleerde president Iván Duque, een conservatief wiens partij fel gekant was tegen het vredesakkoord, schrijft The New York Times.
Critici zeggen dat zijn strategie na het akkoord te veel gericht is op het uitschakelen van grote criminele leiders, en te weinig op het uitvoeren van sociale programma’s die de onderliggende oorzaken van de oorlog zouden moeten aanpakken.
Zijn aanhangers hebben aangedrongen op geduld. ‘We kunnen 56 jaar oorlog niet ongedaan maken in slechts twee jaar’, aldus Miguel Ceballos, de hoge commissaris voor vrede onder Duque tegenover NYT.
Maar de meest recente bomaanslag deed opnieuw kritische vragen rijzen over de verantwoordingsplicht in een land dat nog steeds worstelt met de gruweldaden die door alle partijen zijn begaan tijdens een bittere oorlog, die meer dan 260.000 mensen het leven heeft gekost en meer dan 7 miljoen mensen dwong hun huizen te ontvluchten. Wisten de autoriteiten dat er minderjarigen in het kamp waren? Was de aanval willens en wetens uitgevoerd?
Legale aanval
Het is onduidelijk of de bomaanslag van maart legaal was, zegt René Provost, professor in internationaal recht aan de McGill Universiteit, tegen NYT.
Volgens het internationaal recht kunnen kinderen die zich aansluiten bij een gewapende groep strijders worden, en dus legaal worden aangevallen door regeringen.
Maar het recht vereist ook dat staatsactoren onderzoeken of er minderjarigen aanwezig zijn bij een bepaald doelwit, en zo ja, alternatieve strategieën zoeken die de kinderen kunnen sparen, dan wel nagaan of de waarde van het doelwit groot genoeg is om de dood van minderjarigen te rechtvaardigen.
De minister weigerde herhaaldelijk te zeggen of het leger wist of er minderjarigen in het kamp aanwezig waren
In het meest extreme geval, als een regering er niet in slaagt de verantwoordelijken te onderzoeken en te straffen, kan een dergelijke zaak door het Internationaal Strafhof in behandeling worden genomen.
In een interview met El Espactador verklaart minister Molano dat de aanval binnen de grenzen van het internationaal recht past.
Hij weigerde herhaaldelijk te zeggen of het leger wist of er minderjarigen in het kamp aanwezig waren, eraan toevoegend dat het over het algemeen ‘zeer moeilijk’ is om de leeftijd te bepalen van mensen die aanwezig zijn bij een militair doelwit.
Maar hij heeft ook verklaard dat de aanwezigheid van kinderen een dergelijke operatie niet noodzakelijkerwijs zou tegenhouden.
‘Waar criminelen als Gentil Duarte rekening mee moeten houden, is dat ze niet kunnen doorgaan met het rekruteren van jongeren en hopen dat dit het gebruik van het legitieme geweld van de staat zal beperken’, zegt hij tegen El Espectador. ‘Kinderen moeten worden beschermd wanneer dat gepast is, maar soms moet er ook geweld worden gebruikt.’
Afwezigheid van de staat
The New York Times ging langs bij de woonplaats van Yeimi Sofía, Puerto Cachicamo. Het dorp ligt aan de rivier de Guayabero, op het kruispunt van het Andesgebergte, het Amazonegebied en de uitgestrekte vlaktes van het land. ‘Een van de karakteristieke kenmerken is de bijna totale afwezigheid van de staat’, schrijft de krant.
‘Er zijn geen kinderen die naar school gaan omdat er geen leraren zijn. Er is niet eens een dokter. Als er iemand ziek is is, moet je naar San José del Guaviare [veertig kilometer verderop]’, verklaart Luz Amparo, de moeder van Yeimi Sofía in een interview met El Espectador.
Veel inwoners zijn melkveehouders; sommige verbouwen of plukken coca, een van de weinige winstgevende gewassen in de afgelegen regio. ‘Wij zijn het voetvolk van de drugshandel’, zegt een boer tegen NYT.
‘Vóór het vredesakkoord had de FARC greep op deze regio en bestrafte kleine criminelen, hief belastingen en organiseerde werkploegen, dit alles onder de dreiging van geweld. Ze rekruteerden ook vaak jongeren. In 2016, toen de FARC het vredesakkoord ondertekende en demobiliseerde, vertrokken haar strijders in een vloot van boten op de Guayabero-rivier.
‘Geen wegen, geen scholen, geen gezondheidscentra en geen kansen’
Maar drie maanden na het akkoord kwamen de FARC-dissidenten alweer terug, en werden dorpen volgehangen met rekruteringsposters. De beloofde steun van de regering bleef uit, zelfs de politie bleef weg, en ronselaars haalden gedesillusioneerde jongeren binnen met de keur aan mogelijkheden die zij beweren te bieden: toegang tot vuurwapens, computers én een missie.
‘Guaviare is een van die plattelandsgebieden in Colombia waar het enige wat men van de staat kent de geur van buskruit is; waar de inwoners zijn uitgesloten van de minimumrechten die een burger in een democratisch land ambieert: geen wegen, geen scholen, geen gezondheidscentra en geen kansen’, schrijft advocaat Gabriel Bustamante Peña in El Espectador.
‘Wat in het gebied wel welig tiert is illegaliteit en geweld; geweld dat hen dagelijks het zaad ontneemt waaruit vrede en gerechtigheid zou kunnen ontkiemen, zaad dat voor altijd de glimlach van onschuld verloor en in plaats daarvan het masker draagt van terreur, ontgoocheling en vergetelheid, zaad dat eens kinderen vormde en nu is veranderd in oorlogsmachines.’
De Russische president heeft maandag (5 april) een wet ondertekend die hem toestaat zich kandidaat te stellen voor twee nieuwe presidentiële termijnen en hem levenslange immuniteit garandeert. De wet werd in 2020 middels een referendum goedgekeurd en in maart definitief door het parlement aangenomen.
Poetin, die sinds 2000 in Rusland aan de macht is, had in theorie aan het einde van zijn huidige ambtstermijn in 2024 moeten aftreden, aangezien de Russische wet niet toestaat dat een president meer dan twee opeenvolgende ambtstermijnen dient. Maar volgens de nieuwe wet is ‘deze beperking niet van toepassing op degenen die de functie van staatshoofd bekleedden vóór de inwerkingtreding van de grondwetswijzigingen’. Vladimir Poetin en voormalig president Dmitri Medvedev kunnen dus nog twee keer aan de verkiezingen meedoen, concludeert de onafhankelijke Russische site Meduza.
Record sinds Stalin
‘Als hij steeds wordt gekozen, zal hij tot 2036 president kunnen blijven en daarmee het record van het langdurige ambtstermijn van Joseph Stalin verbreken’, merkt Moscow Timesop. Het kamp van Poetins gevangengenomen tegenstander Aleksej Navalny reageerde door een video uit begin 2000 te verspreiden waarin Poetin verklaart ertegen te zijn dat een president langer dan twee termijnen aan de macht kan blijven.
‘Volgens sommige analisten betekent deze wet niet noodzakelijk dat Poetin president wil blijven’, merkt de Russische correspondent van The Guardian op. Het is ook mogelijk dat hij ‘gewoon probeert te voorkomen dat hij vertrekkend president zal worden’.
‘Sommigen geloven dat hij een manier heeft gevonden om zijn macht over te dragen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat hij en zijn gezin veilig blijven als hij met pensioen gaat’, aldus The Guardian, aangezien de nieuwe wet Poetin en Medvedev aldus eveneens ‘levenslange immuniteit tegen mogelijke gerechtelijke procedures’ verschaft.
Nieuwe humanitaire crisis tussen Venezuela en Colombia
Terwijl het Venezolaanse leger een offensief op zijn grondgebied is begonnen tegen dissidenten van de voormalige Colombiaanse guerrillagroep FARC, zoeken al bijna vijfduizend mensen hun toevlucht aan Colombiaanse zijde van de grens, onder andere vanwege vermeend geweld van het Venezolaanse leger tegen burgers. Het aantal vluchtelingen zou volgens verschillende bronnen ook een stuk hoger kunnen liggen.
Volgens dagblad El Espectador uit Bogota ‘verzekerde de directeur van Migración Colombia, Juan Francisco Espinosa, die het gebied aan de grens bezocht, dat het niet de bedoeling was dat deze Venezolaanse emigranten in Colombia zouden blijven, en dat de algemene wens was dat ze zo snel mogelijk naar huis terug kunnen keren, zodra de veiligheid is gegarandeerd’.
Met andere woorden, ze moeten worden onderscheiden van de honderdduizenden Venezolaanse immigranten die de ernstige economische en politieke crisis in hun land zijn ontvlucht en aan wie Bogota in maart een verblijfsvergunning voor tien jaar heeft verleend.
Ongeveer tien dagen geleden lanceerde het Venezolaanse leger (FANB) een offensief in de staat Apure, met name in het gebied nabij de grens waar dissidenten van de FARC, de revolutionaire strijdkrachten van Colombia, hun toevlucht zoeken. Na een eindeloos conflict tekende FARC een vredesakkoord met de Colombiaanse regering, maar een deel van de groep weigerde en zette hun ‘strijd’ voort.
Caracas noemt de beschuldigingen ‘mediamanipulatie door de Colombiaanse regering’
Getuigenissen van geweld door de FANB tegen burgers stapelen zich ondertussen op. Zo schrijft dagblad El Tiempo: ‘De vluchtelingen die zich in Arauquita bevinden – en moesten vluchten met niets anders dan wat ze bij zich hadden, verdreven door de bombardementen en geweerschoten van soldaten uit hun eigen land – geven aan dat de FANB-soldaten moorden, huizen in brand steken, woningen en bedrijven plunderen en de bevolking bedreigen.’
El Tiempo noemt het geval van een echtpaar en hun twintigjarige zoon die ‘uit hun huis in La Victoria [zouden] zijn meegenomen en vervolgens dood teruggevonden in een kazerne, gekleed in camouflage-uniformen en zelfs voorzien van wapens.’ Het was duidelijk dat ze moesten doorgaan voor leden van de FARC.
Caracas noemt deze beschuldigingen echter ‘mediamanipulatie door de Colombiaanse regering’. Het Venezolaanse dagblad Diario 2001 meldde bijvoorbeeld dat vluchtelingen alweer terugkeren naar huis omdat de situatie veilig is en Freddy Ñáñez, minister van Communicatie en Informatie, twitterde: ‘De inwoners van La Victoria [tegenover Arauquita], in de staat Apure, keren geleidelijk naar huis terug. Kalmte en rust zijn wedergekeerd.’
Verschillende ngo’s spreken deze informatie echter tegen en beweren juist dat de vluchtelingenstroom blijft toenemen.
Geen diplomatieke betrekkingen meer
De situatie is des te complexer omdat de twee landen, die samen meer dan 2200 kilometer grens delen, geen diplomatieke betrekkingen meer hebben sinds februari 2019, toen Venezuela Colombiaanse diplomaten het land uit zette. Bogota weigerde na een zeer controversiële verkiezing Nicolás Maduro te erkennen als legitieme president van Venezuela en steunde daarentegen zijn tegenstander Juan Guaidó.
El Espectador publiceert een verklaring van de procureur-generaal die de Colombiaanse regering oproept een beroep te doen op de internationale gemeenschap, zodat die kan garanderen dat ‘in het buurland de regels van het internationaal humanitair recht worden gerespecteerd, met name dat de grondrechten van de burgerbevolking voorrang hebben op ieder conflict’.
Peperdure sneakers die niet bestaan
Het kostte slechts zeven minuten om de limited-editionsneakers van designmerk RTFKT Studio’s, in samenwerking met de jonge ontwerper Fewocious, uit te verkopen.
‘In totaal zijn er 621 paar verkocht, voor een nettowinst van 3,1 miljoen dollar [2,6 miljoen euro]’, meldt TheWall Street Journal. ‘Maar nog bijzonderder is dat niemand de schoenen van RTFKT kan dragen. Ze kunnen zelfs niet worden aangeraakt. Voorlopig althans.’
Het ontwerp (kleurrijk, cartoonachtig) wordt namelijk op de markt gebracht in de vorm van NFT (non-fungible token), een blockchaintechnologie waarmee digitale limited editions kunnen worden vervaardigd.
Gezien de waanzin rondom NFT en de bedragen die erin omgaan, ligt het in de lijn der verwachtingen dat ‘grote namen als Gucci, Yves Saint Laurent en Prada zich in de strijd zullen werpen’, aldus het zakenblad. Mode-experts verwachten dat de techniek eveneens zal worden toegepast op andere, al even verrassende gebieden, of het nu gaat om Instagram-foto’s van modellen die een outfit passen, videoclips van catwalks of de NBA Top Shots-stijl.
Van de tokenized sneakers zou in april een fysieke versie het daglicht moeten zien. Maar, zo schrijft WSJ, volgens ‘Pagotto [zijn] echte schoenen voor zijn klanten uiteindelijk een stuk minder spannend (…) dan hun digitale tegenhanger’.
Al meer dan een week lang vindt er een gewelddadige strijd plaats in het noorden van Mozambique, waar de islamistische terreurbeweging Al-Shabab (gelinkt aan IS) de havenstad Palma belegert. Het vermoedelijke doel is een grootschalig gasproject van westerse bedrijven. Maar in de chaos begrijpt niemand echt wat er speelt.
‘Terroristen zaaien opnieuw paniek en wanhoop in Palma’, kopte het Mozambikaanse dagblad O País op vrijdag 26 maart op de voorpagina. Palma, gelegen in het uiterste noorden van het land (aan de grens met Tanzania) en de omliggende provincie Cabo Delgado worden sinds 2017 geteisterd door jihadistische aanvallen die het Mozambikaanse leger met moeite weet in te dammen.
Het conflict, dat zich steeds verder verscherpt, heeft in drie jaar ten minste 2600 mensen het leven gekost – volgens de ngo Acled was meer dan de helft daarvan burger. 670.000 anderen zagen zich gedwongen te vluchten. Deze humanitaire ramp is afgelopen week nog erger geworden: zo’n tweehonderd mensen zaten door een nieuwe jihadistische aanval zo’n drie dagen vast in een hotel in Palma.
‘Het beeld van wat er precies gebeurde tussen woensdag en zondag, toen een vloot boten honderden mensen, waaronder veel buitenlandse werknemers, van de stranden van Palma redde, blijft onduidelijk. Maar nieuwe getuigenissen schetsen een beeld van een wrede, dagenlange belegering met fatale hinderlagen op vluchtende mensen. Overlevenden hebben beschreven dat zij zich moesten verbergen terwijl zij wachtten op redding per boot uit een stad waar onthoofde lichamen op de weg lagen’, schrijft Peter Beaumont in The Guardian.
De aanval is opgeëist door IS, meldt The New York Times, maar weinig analisten geloven dat Islamitische Staat nauwe banden onderhoudt met de opstand, die is ontstaan uit frustratie over lokale problemen en weinig van de ideologische doelstellingen van Islamitische Staat deelt.
‘Toch onderstreept het opeisen van de verantwoordelijkheid voor de dodelijke aanslag het vermogen van de organisatie om gebruik te maken van losse banden met militante groeperingen over de hele wereld, om zo de indruk te wekken van een werkelijk wereldwijde strijd’, aldus de NYT.
De aanslag vond plaats op de dag van de aankondiging van de hervatting van de bouwwerkzaamheden op het terrein van een megagasproject waarvan de Franse groep Total de voornaamste investeerder is en dat in 2024 operationeel zou moeten zijn, zo meldt het Mozambikaanse nieuwsplatform Pinnacle News.
Volgens bronnen van The Guardian waren de opstandelingen vóór de aanval in het gebied rond de stad geïnfiltreerd en hadden zij wapens in opslagplaatsen verstopt. Velen waren vermomd als gewone burgers en sommigen droegen leger- of politie-uniformen.
De overheidsinfrastructuur in de stad was een systematisch doelwit: het plaatselijke politiebureau en de militaire basis werden bestormd en vernield, terwijl ten minste twee banken werden overvallen, aldus The Guardian.
Total verklaarde zaterdag tegenover de Britse krant dat het de geplande hervatting van de bouw van een project van 20 miljard dollar [17 miljard euro] afzegde na de aanval en dat het zijn personeelsbestand zou terugbrengen tot een ‘strikt minimum’.
Een groep van ten minste honderdtwintig opstandelingen was afkomstig uit de noordelijke regio’s van Cabo Delgado, terwijl een groep van vergelijkbare grootte vanuit Tanzania zou zijn overgestoken om de geweldplegers op de tweede dag van de aanval te versterken, schrijft de Britse krant.
Toen de aanval vorige week begon, zochten honderden werknemers uit Zuid-Afrika, Groot-Brittannië en Frankrijk hun toevlucht tot hotels in de stad, die vervolgens werden belegerd. Na een mislukte poging om over zee te ontsnappen, probeerde een konvooi voertuigen de belegerde hotels te ontvluchten en de kust te bereiken, waarbij zij tweemaal in een hinderlaag liepen. Het resultaat: een dozijn doden, waaronder zeven buitenlanders, volgens de Mozambikaanse autoriteiten.
‘Het Amarula Hotel was volledig omsingeld en werd aangevallen met mortier- en machinegeweervuur’
Registraties van veiligheidsoproepen die door The Guardian werden ingezien, tonen chaotische scènes van helikopters en boten van verschillende veiligheidsbedrijven die de opgesloten mensen proberen te evacueren.
Een buitenlander beschreef hoe de stad werd bestormd voordat hij werd gered door veiligheidsagenten van Dyck Advisory Group (DAG), een particulier beveiligingsbedrijf.
‘Het Amarula Hotel was volledig omsingeld en werd aangevallen met mortier- en machinegeweervuur’, verklaarde een Zuid-Afrikaanse getuige aan The Guardian. ‘Deze jongens [van DAG] kwamen binnen met hun helikopters en maakten de omgeving vrij om ten minste vier helikopterladingen met mensen naar buiten te krijgen. Drieëntwintig van ons. Ik zat gelukkig in de laatste helikopter, want daarna stopten ze door gebrek aan brandstof en daglicht.’
Terwijl de veiligheidstroepen een offensief hebben gelanceerd om de rebellen te verdrijven, ‘vragen nog zeshonderd overheidsambtenaren om gered te worden’, meldde O País op vrijdag.
Islamitische Staat beweerde maandag dat meer dan vijfenvijftig mensen – onder wie Mozambikaanse soldaten, christenen en buitenlanders – gedood werden bij de hinderlaag in Palma. Meerdere getuigen hebben melding gemaakt van wegen en stranden bezaaid met lijken, aldus The Guardian.
Nachtmerrie zonder einde
Pinnacle News beschikt over fotomateriaal van een ander konvooi dat Palma probeerde te ontvluchten en in een hinderlaag van de rebellen is gelopen. ‘Palma, een nachtmerrie zonder einde’, kopt de nieuwssite.
Een luchtfoto, genomen door een van de helikopters die de regeringstroepen op de grond in Palma dekking verschaffen, toont enkele stilstaande voertuigen langs de weg van Palma naar Quionga, waar ze vermoedelijk per boot geëvacueerd hoopten te worden naar de zuidelijke stad Pemba. Op de foto zijn de levenloze lichamen te zien van chauffeurs. Over de identiteit van de slachtoffers is nog niets bekend.
Op zondag begonnen boten in Pemba te arriveren, een haven 300 kilometer ten zuiden van Palma, met lokale bevolking en buitenlanders aan boord. Een van de boten vervoerde ongeveer dertienhonderd mensen, zei een diplomaat tegen The Guardian.
Sinds de militanten de stad zaterdag hebben ingenomen, proberen het leger van Mozambique en huurlingen van DAG, die door de regering werden ingeschakeld, de opstandelingen uit de stad te verdrijven. Maar volgens diplomaten en andere waarnemers hebben de rebellen nog steeds de controle over een groot deel van het achterland van Palma.
Strategisch belang
Palma is een belangrijk logistiek knooppunt is voor overzeese bedrijven die de enorme aardgasreserves ter waarde van 60 miljard dollar [51 miljard euro] in de provincie Cabo Delgado willen exploiteren, bericht The Guardian. De regio is dankzij haar immense rijkdom aan aardgas van groot strategisch belang in deze arme regio, schrijft het Franse weekblad Le Point. Naast Total investeren ook het Italiaanse bedrijf ENI en het Amerikaanse Exxon Mobil mee in dit gaswinningsproject, dat de Mozambikaanse economie een impuls moet geven en het land tot een wereldmacht op gasgebied moet maken, na Qatar, Rusland en Iran.
Maar volgens Michel Cahen, Portugeestalig Afrika-expert, hebben de rebellen het niet specifiek op de gasbedrijven gemunt: ‘Deze nieuwe burgeroorlog is niet rechtstreeks uitgelokt door de ontdekking van deze gasvoorraden’, zegt hij tegen Le Point. ‘Als Total wordt aangevallen, is dat als bondgenoot van de Mozambikaanse regering.’
Toch stelt een artikel in Ouest-France dat er wel degelijk een verband is tussen de gasvelden die in 2010 en 2013 zijn ontdekt en het oplaaiende geweld. Terreurgroepen zouden profiteren van de ellende en woede van de inwoners van de regio na de komst van de grote energiebedrijven.
In een rapport van juni 2020 had de internationale organisatie Friends of the Earth melding gemaakt van de verdrijving van 556 vissersgezinnen naar het binnenland, bericht Ouest-France. ‘Families hebben onbereikbare landbouwgronden gekregen. Ze waren soms gedwongen zich te vestigen in christelijke dorpen, hoewel ze moslim zijn. Zij zijn de eerste slachtoffers van de militarisering van het gebied, ten voordele van de gasindustrie’, zegt Ilham Rawoot, van de plaatselijke organisatie Justica Ambiental tegen het Franse dagblad.
Antiterreurstrategie
Deze nieuwe geweldsgolf heropent het debat over de antiterreurstrategie van Mozambique, dat andere landen die bereid zijn te interveniëren, waaronder EU-lidstaten (Portugal en Frankrijk op kop), in verwarring brengt. Na maanden van afhouden heeft de regering eindelijk hulp van de Verenigde Staten aanvaard, meldt persbureau Agence Ecofin. Sinds 15 maart bereiden vijftien Amerikaanse commando’s Mozambikaanse mariniers voor op de strijd met de Mozambikaanse terreurgroep Al-Shabab (die banden hebben met IS).
Maar verder reikt de Amerikaanse hulp niet. Mozambique, dat gekant is tegen elke vorm van internationale interventie, geeft nog steeds de voorkeur aan de inschakeling van particuliere defensiebedrijven, met name uit Rusland. In september 2020 huurde de regering meer dan tweehonderd militaire ‘adviseurs’ in van de beruchte Russische Wagner Group, bericht de BBC. Deze veelal voormalig commando’s hebben met instemming van het Kremlin geopereerd in Syrië, Libië en elders.
Een andere hofleverancier van huurlingen is Zuid-Afrika. Zo schrijft het Zuid-Afrikaanse weekblad The Sunday Times dat ‘Zuid-Afrikaanse paramilitaire bedrijven profiteren van de opstand in Mozambique door het regeringsleger te voorzien van pantservoertuigen, helikopters, wapens, munitie, opleiding en particuliere veiligheidsagenten’.
‘Oorlogsmisdaden’
Het inschakelen van huursoldaten leidt tot ‘oorlogsmisdaden’, aldus Amnesty International geciteerd in de Franse kant Le Figaro. Ook Zuid-Afrika, de grootste militaire en economische macht in de regio, die zelfs herhaaldelijk hulp heeft aangeboden aan buurland Mozambique, keurt deze praktijk af en spreekt haar ‘verbazing’ uit over de ‘gesloten’ houding van de regering in Maputo, aldus de Mozambikaanse krant MediaFaxin februari.
De Mozambikaanse academicus Calton Cadeado licht deze houding toe in de krant Carta de Moçambique. De conflict- en veiligheidsexpert benadrukt dat de hulp van een vreemde mogendheid ter plaatse ‘veel problemen’ zou kunnen veroorzaken:
‘De regering weet dat de militaire aanwezigheid van een buitenlandse staat ter plaatse veel moeilijker te controleren is dan die van particuliere beveiligingsbedrijven, en verkiest dus die laatste optie boven het zenden van buitenlandse strijdkrachten, vooral wanneer het om grote mogendheden gaat. We hebben voorbeelden van wat er gebeurde in Irak, Afghanistan, enzovoort.’
Toch heeft de regering er dinsdag mee ingestemd de komende weken een team van zestig Portugese soldaten te ontvangen, bericht France 24. Premier Antonio Costa verklaarde dat hij de situatie in Mozambique, een voormalige kolonie van Portugal ‘vanaf het begin met grote bezorgdheid’ had gevolgd.
‘De echte vraag is nu hoe dit in godsnaam heeft kunnen gebeuren?’
In een recente reportage van de BBC – waarin de eerste buitenlandse journalisten de belegerde stad Palma betraden (hoewel het gebied sinds vorig jaar verboden terrein is voor de pers) – wordt verslag uitgebracht over de woede en wanhoop van de vluchtende en verhongerde inwoners. Alleen de katholieke kerk en ngo’s zijn nog actief in het gebied, waar volgens een van hen, Save the Children, kinderen onder de elf jaar zijn onthoofd door de jihadisten, schrijft de Portugese krant Diário de Noticias.
Disturbing reports of targeted attacks against civilians have emerged from northern Mozambique, marking a serious escalation of violence and volatility in the Cabo Delgado region.https://t.co/LkM9toYDM5
‘De echte vraag is nu hoe dit in godsnaam heeft kunnen gebeuren? Hoe was dit zelfs maar mogelijk? Het is duidelijk dat de opstandelingen over betere inlichtingen beschikken dan de regering,’ aldus de eigenaar van een in Spanje gevestigd particulier beveiligingsbedrijf dat nu in Palma en omgeving opereert, tegenover The Guardian.
‘Angela Merkel heeft haar geloofwaardigheid verloren’
Woensdag 24 maart is een dag om te onthouden, aldus de Duitse pers. ‘Op één dag heeft de bondskanselier zich drie keer verontschuldigd: een keer voor de burgers, een andere keer voor de minister-presidenten [van de deelstaten] en ten slotte in de Bondsdag’, schrijft de krant DieWeltover de nasleep van Merkels plotselinge ommekeer in haar coronabeleid. ‘We waren getuige van een dag waarop de chaos, de ontevredenheid en het wanbeleid van de coronacrisis hun hoogtepunt bereikten.’
De bondskanselier heeft woensdag de vijf dagen durende strenge lockdown, die een dag eerder was afgekondigd voor Pasen, weer geannuleerd. Na felle kritiek zag Merkel zich gedwongen de maatregel in te trekken.
‘Is dit nog serieuze politiek of een komedieshow?’
Merkel gaf haar fout toe en verontschuldigde zich. Maar deze vergissing is eerder ‘een symbool van de grote hulpeloosheid, wanorde en het gebrek aan structuur in het hele overleg tussen deelstaatleiders’, merkt de Süddeutsche Zeitung op. De bondskanselier heeft dit besluit niet alleen genomen, zoals de Beierse minister-president Marküs Söder al snel opmerkte, en ook hij heeft zijn verontschuldigingen aangeboden aan het Duitse volk. De leider van de Christelijk-Sociale Unie (CSU) staat momenteel zeer hoog in de peilingen om Angela Merkel op te volgen als kanselier.
‘Is dit nog serieuze politiek of een komedieshow?’ opent het commentaar van Die Tageszeitung. ‘Misschien zijn wij getuige van een crisis van het federalisme? Een federalisme dat te log zou zijn om lange crises doeltreffend te beheren.’ Feit blijft dat ‘een regering die haar besluiten niet meer op een plausibele manier kan uitleggen, het vertrouwen van haar burgers verliest’, aldus het alternatieve linkse dagblad, en ‘de huidige regering is bezig haar gezag tot het nulpunt te reduceren’.
Angela Merkel heeft volgens de krant haar geloofwaardigheid verloren. Het is waar dat een verontschuldiging een goede indruk maakt, maar ‘het publiek ziet vooral dat de tovenares niet meer kan toveren’. ‘Vanaf nu is Merkel een lame duck’, ‘het einde van Merkel nadert’, aldus Die Tageszeitung.
De parlementsleden van de oppositie (AfD, Die Linke en FDP) aarzelden woensdag niet om de vertrouwenskwestie aan de orde te stellen.
De dood van de zevenjarige Khin Myo Chit, die tijdens een militaire inval in het huis van haar ouders in de buik werd geschoten, heeft in Myanmar een schokgolf teweeggebracht. Als eerbetoon aan het meisje waren de steden op woensdag 24 maart uitgestorven.
Ze is het jongste slachtoffer van de militairen die op 1 februari een staatsgreep pleegden: Khin Myo Chit, zeven jaar oud, werd op dinsdag 23 maart in haar huis doodgeschoten tijdens een militaire razzia in de stad Mandalay. Het meisje ‘werd in de buik geschoten terwijl ze op de schoot van haar vader zat’, meldt Myanmar Now.
De oudere zus van het slachtoffer, Aye Nyein San, vertelde aan de Myanmarese nieuwssite dat de militairen de deur van hun huis openbraken en alle familieleden dwongen te gaan zitten, alvorens te vragen of zich verder nog iemand in het huis schuilhield: ‘Hun vader herhaalde dat de zes familieleden in de kamer de enige mensen in het huis waren. Een soldaat zei dat hij loog en schoot hem neer, voegde Aye Nyein San eraan toe. Maar de kogel raakte Khin Myo Chit in plaats van hem.’
De begrafenis van het meisje vond reeds plaats op woensdag 24 maart, zoals te zien is op een video van de South China Morning Post. Haar vader, Hashin Bai, sprak tijdens de ceremonie in tranen: ‘Ze schoten haar in mijn armen neer. Ik droeg haar en rende weg.’
De soldaten sloegen vervolgens de negentienjarige broer van het slachtoffer ‘met de kolf van hun geweer’ en namen hem mee, vervolgt Myanmar Now. ‘We konden niet voorkomen dat ze hem meenamen’, getuigde de oudere zus. ‘Ze zeiden: “Willen jullie dat we weer gaan schieten?”’
Volgens de zus vroegen de soldaten haar vader hen het lichaam van het meisje te geven, wat hij weigerde. De volgende dag, woensdagavond 24 maart, deden de soldaten een tweede inval in hun huis, zo schrijft Myanmar Now in een ander artikel, in een poging het stoffelijk overschot van het kind terug te vinden. Daarom had de familie besloten haar begrafenis die ochtend in allerijl te houden.
‘De wrede moord op dit kleine meisje in de armen van haar vader’, schrijft CNN, ‘is er een in een lange reeks van mishandelingen en willekeurig geweld door de Myanmarese veiligheidstroepen, die niet alleen ongewapende demonstranten treffen, maar ook omstanders, burgers in hun huizen, en kinderen’. Sinds de militaire staatsgreep van 1 februari zijn naar verluidt ten minste 275 mensen door Myanmarese troepen gedood.
In de nasleep van de dood van Khin Myo Chit riepen prodemocratieactivisten op woensdag 24 maart op tot ‘een stil protest, waarbij mensen worden aangespoord thuis te blijven en bedrijven en winkels worden opgeroepen de rolluiken neer te laten’, aldus de Amerikaanse zender, ‘met als doel hele dorpen en steden plat te leggen’.
De Amerikaanse staat Virginia schaft de doodstraf af
De staat met het hoogste aantal executies in de Verenigde Staten heeft op woensdag 24 maart de doodstraf afgeschaft. Volgens de Democratische gouverneur Ralph Northam is de ultieme straf, die ten onrechte tegen zwarten wordt gebruikt, in Virginia ‘een vorm van een door de staat gesponsorde lynchpartij’ geweest.
‘Na ongeveer 1400 executies in meer dan 400 jaar, is de doodstraf dood in Virginia’, schrijft The Virginian-Pilot. Op woensdag 24 maart ondertekende de Democratische gouverneur Ralph Northam een wetsvoorstel tot afschaffing van de doodstraf in de staat, ‘die meer mensen heeft geëxecuteerd dan enige andere’ in de Verenigde Staten.
Northam tekende de nieuwe wet tijdens een ceremonie in het Greensville Correctional Center in Jarratt, tachtig kilometer ten zuiden van Richmond, waar de afgelopen dertig jaar dodelijke injecties en elektrocuties zijn uitgevoerd. Hij verklaarde daarbij: ‘De doodstraf is een fundamentele fout. Het is moreel juist dat er een eind aan wordt gemaakt.’
‘De jongste ter dood veroordeelde was 12, de oudste 83’
Virginia is de drieëntwintigste staat die de doodstraf afschaft, en ‘de eerste in het Zuiden’, schrijft The Virginian-Pilot. De eerste geregistreerde executie in wat later de Verenigde Staten zouden worden, vond plaats in de voormalige koloniale nederzetting Jamestown in Virginia, in 1608. Sindsdien zijn er bijna 1400 mensen geëxecuteerd in de staat. ‘De jongste ter dood veroordeelde was 12, de oudste 83’, aldus de The Richmond Times-Dispatch.
296 van de 377 mensen die in de twintigste eeuw in Virginia zijn geëxecuteerd waren Afro-Amerikanen
Volgens The Virginian-Pilot wees Ralph Northam er onder meer op dat de doodstraf ten onrechte is gebruikt tegen zwarte mensen, waarbij hij zelfs verwees naar ‘een vorm van door de staat gesponsorde lynchpartijen’. De gouverneur haalde statistieken aan waaruit blijkt dat 296 van de 377 mensen die in de twintigste eeuw in Virginia zijn geëxecuteerd Afro-Amerikanen waren en dat een beklaagde drie keer meer kans heeft de doodstraf te krijgen als het slachtoffer wit is in plaats van zwart. ‘Het is gewoon niet te rechtvaardigen,’ aldus Northam.
Volgens het wetsvoorstel dat in februari door leden van het Huis en de Senaat van Virginia werd aangenomen, zullen de twee overgebleven terdoodveroordelingen worden omgezet in levenslang zonder voorwaardelijke vrijlating, zo meldt The Richmond Times-Dispatch.
De afschaffing van de doodstraf in Virginia komt op het moment dat Joe Biden onder druk staat binnen de Democratische Partij om de straffen van de overgebleven federale terdoodveroordeelden om te zetten naar levenslang, schrijft ook The New York Times.
Tegen het einde van de ambtstermijn van Donald Trump had de Amerikaanse regering dertien gevangenen geëxecuteerd, meer dan een vijfde van de gevangenen die in afwachting waren van de doodstraf. Volgens het dagblad in New York heeft de inauguratie van Joe Biden een einde gemaakt aan deze golf van executies, maar blijft er onzekerheid bestaan over het lot van de resterende veroordeelde gevangenen.
Nu het leger na de staatsgreep in Myanmar steeds gewelddadiger optreedt, zien sommige demonstranten geen andere optie dan de strijd aan te gaan.
‘In de jungle in het grensgebied van Myanmar doorliepen de soldaten al een basistraining. Zij leerden hoe ze een geweer moesten laden, de pin uit een handgranaat moesten trekken en een brandbom in elkaar moesten zetten.’ Zo begint The New York Times een reportage over een groep Myanmarese demonstranten.
‘Deze cadetten zijn geen leden van het leger van Myanmar, dat vorige maand de macht heeft gegrepen en de bevolking van het land snel een wreed militair regime heeft opgelegd’, vervolgt de krant. ‘In plaats daarvan vormen zij een bont gezelschap van studenten, activisten en gewone kantoorbedienden die geloven dat terugvechten de enige manier is om een van ’s werelds meest meedogenloze strijdkrachten te verslaan.’
Na weken van vreedzame protesten is de frontlinie van het Myanmarese verzet tegen de staatsgreep van 1 februari zich aan het mobiliseren tot een soort guerrillastrijdmacht. In de steden hebben demonstranten barricades gebouwd om buurten te beschermen tegen militaire invallen, en ze hebben zich met behulp van internet geleerd hoe ze rookbommen en andere huis-tuin-en-keukenwapens in elkaar zetten. In de bossen worden ze getraind in basale gevechtstechnieken en beramen ze plannen om de voorzieningen van het leger te saboteren.
‘De volgende keer dat we barricades op straat zien, zullen we deze hele woonwijk overhoopschieten’
Want het geweld van het leger is steeds meer voelbaar voor de gewone burger. Politie en militairen patrouilleren in de straten van Yangon – de economische hoofdstad – en Mandalay – de op een na grootste stad – en dreigen de huizen van buurtbewoners te beschieten tenzij ze de opgerichte barricades verplaatsen, zo meldde Myanmar Now vorige week.
Op sociale media circuleert een video waarop te zien is hoe de troepen van het regime bedreigingen uiten. ‘De volgende keer dat we barricades op straat zien, zullen we deze hele woonwijk overhoopschieten’, zegt een stem in de video.
Myanmar Now nam contact op met plaatselijke bewoners die bevestigden dergelijke bedreigingen te hebben gehoord. ‘We hebben de barricades niet verwijderd. We bouwden alleen barricades in onze eigen wijk. Als ze niet zouden schieten, zouden we de barricades niet nodig hebben’, zegt een van hen tegen de Myanmarese website.
Een vrouw die in het district Hlaing Tharyar woont, waar in het weekend van 13 en 14 maart het grootste bloedbad sinds de staatsgreep van 1 februari plaatsvond, verklaart dat de barricades werden verwijderd na dreigementen van soldaten om op huizen te schieten. Toen de barricades waren verwijderd, trokken de militaire konvooien het gebied binnen, aldus de website. De soldaten arresteerden mensen en dwongen hen zandzakken en barricades te verplaatsen op verschillende hoofdwegen in Yangon.
Oorlogsgebied
Volgens The Irrawaddy lijken de scènes die journalisten in de straten van Yangon verslaan steeds meer op oorlogstaferelen en doen ze denken aan de situatie in Syrië. In verschillende delen van Yangon is een staat van beleg afgekondigd. En het aantal berichten over veiligheidstroepen die huizen binnendringen en mensen belagen en arresteren, neemt toe.
‘In sommige gebieden is de sfeer drastisch veranderd ten opzichte van na de staatsgreep, schrijft de Myanmarese website. ‘Het centrum van Yangon, ooit gevuld met creatieve demonstranten die hun ongenoegen op een carnavaleske manier uitten, is nu verlaten. De lucht is zwaar van woede, angst en wanhoop wanneer de demonstranten uitkijken over de straten worden doorkruist door legertrucks met soldaten. Jongeren bereiden zich voor om zich met geïmproviseerde wapens te verdedigen, zoals molotovcocktails en katapulten.’
‘Myanmar stort de afgrond in’, besluit The Irrawaddy. ‘Een verslaggever in Yangon vergelijkt het leger met wilde dieren die in de stad op mensen jagen om ze te doden.’
Demonstranten verklaren dat hun oproepen voor serieuze internationale interventie aan dovemansoren zijn gericht en waarschuwen dat de strijd voor democratie een donkere fase is ingegaan, schrijft The Guardian, die ook enkele bewapende opstandelingen heeft gesproken. ‘Yangon lijkt op een oorlogsgebied, maar slechts één van de partijen heeft wapens’, zegt een van hen tegen de Britse krant. ‘Dat is waarom we een leger nodig hebben. We zullen moeten trainen en vechten tegelijkertijd; we hebben geen tijd meer.’
Terugslaan
‘We moeten terugslaan’, verklaart een vrouw uit Yangon tegenover The New York Times. ‘Dat klinkt agressief, maar ik vind dat we ons moeten verdedigen.’ De vrouw is al een week in het bos voor militaire training en wil haar naam om veiligheidsredenen niet prijsgeven. ‘Ik zie de militairen als wilde dieren die niet kunnen denken’, voegt ze eraan toe.
Dat de oppositie nu ook naar geweld grijpt is een defensieve reactie op het toenemende schrikbewind van de militairen, schrijft NYT. De Tatmadaw, zoals het leger bekendstaat, treedt hard op tegen zowel vreedzame demonstranten als ongewapende omstanders en heeft sinds de staatsgreep volgens een waarnemingsgroep ten minste 275 mensen gedood.
Maar andere vormen van verzet vinden in Myanmar ook nog steeds plaats. Een massale campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid heeft de economie lamgelegd, met als hoogtepunt een landelijke staking afgelopen woensdag (24 maart). Als creatieve daad van verzet hebben demonstranten rijen knuffeldieren en origamikraanvogels opgesteld; stand-ins voor demonstranten die zouden kunnen worden neergeschoten, schrijft de krant uit New York.
Maar het besef groeit dat dergelijke inspanningen wellicht niet voldoende zijn, dat de Tatmadaw met gelijke munt moet worden bestreden. Vorige week zeiden vertegenwoordigers van het afgezette parlement, de CRPH, die zichzelf nog steeds als de wettige regering beschouwt, dat een ‘revolutie’ nodig was om het land te redden, aldus NYT. Zij hebben opgeroepen tot de vorming van een federaal leger dat de verschillende etnische groepen respecteert in plaats van alleen de Bamar-meerderheid.
Van ten minste twee etnische gewapende groepen in de grensgebieden van Myanmar is bekend dat zij onderdak bieden aan politici, activisten, journalisten en stakende ambtenaren die het regime zijn ontvlucht, schrijft The Guardian.
Etnische opstandelingen
De gewapende opstand kan alleen slagen als er steun is van de etnische opstandelingen die al lange tijd in oorlog zijn met de Tatmadaw, meent The New York Times. Vorige week lanceerde het Kachin Onafhankelijkheidsleger, dat de Kachin uit het noorden van Myanmar vertegenwoordigt, een verrassingsaanval op de Tatmadaw.
Op donderdag werden vijf Tatmadaw-soldaten gedood door het Karen Nationale Bevrijdingsleger. Vorig jaar kwamen honderden Tatmadaw-soldaten om bij gevechten tegen een andere etnische opstandelingengroep in het westen van de staat Rakhine.
Maar de opstandelingen zullen het moeten opnemen tegen een leger dat Myanmar al meer dan zestig jaar met geweld regeert en dat al tientallen opstanden heeft bevochten. ‘De bloeddorst van de Tatmadaw is berucht’, schrijft de NYT. De hoogste generaal, Min Aung Hlaing, die de staatsgreep leidde, heeft herhaaldelijk opdracht gegeven tot het uitroeien van hele dorpen. Het meest huiveringwekkend is de etnische zuivering van de Rohingya, een moslimminderheid.
‘Het zal niet gemakkelijk zijn de Tatmadaw te verslaan – deze organisatie telt naar schatting 406.000 soldaten en vele malen groter dan alle etnische rebellengroepen samen’, meent ook The Guardian.
Maar lijdzaam toekijken is voor veel Myanmarezen geen optie. ‘Het land is geschokt nu de Tatmadaw zijn oorlogsmachine naar de steden heeft gebracht, vorige maand de civiele leiders van Myanmar gevangen heeft gezet en een decennium van politieke en economische hervormingen heeft uitgewist’, aldus NYT.
Op dinsdag werd in de stad Mandalay een zevenjarig meisje doodgeschoten dat thuis bij haar vader op schoot zat
Sindsdien zijn tientallen jonge demonstranten gedood. Veiligheidstroepen hebben in het wilde weg op huizen geschoten, waardoor gezinnen in achterkamertjes ineenkrompen. Op dinsdag (23 maart) werd in de stad Mandalay een zevenjarig meisje doodgeschoten dat thuis bij haar vader op schoot zat, meldt The Guardianin een nieuwsbericht.
Op maandag kwam Ko Tun Tun Aung, veertien jaar, in Mandalay zijn huis uit om een pot water te halen. Een kogel doorboorde zijn borst en doodde hem onmiddellijk, verklaren zijn familieleden. Minstens zeven anderen werden die dag ook doodgeschoten in dezelfde buurt. Twee van hen waren reddingswerkers, bericht The New York Times.
Ondertussen lapt de Tatmadaw het oorlogsrecht aan zijn laars. Veiligheidstroepen hebben op ambulances geschoten en gevangenen gemarteld. Gezien de wreedheid van het regime verklaren leden van Myanmars democratische oppositie aan de NYT dat er geen andere keuze is dan de wapens op te nemen.
‘We hebben de hoop verloren dat de VN of welk leger dan ook ons zal komen helpen’
Ook Zaw (niet zijn echte naam), een 29-jarige verkoper wiens enige gevechtservaring bestaat uit het ontwijken van het gewelddadige optreden van het leger tijdens de protesten, zegt tegen The Guardian dat er geen andere optie is dan te vechten voor democratie. ‘We hebben de hoop verloren dat de VN of welk leger dan ook ons zal komen helpen’, aldus Zaw tegen de krant uit Londen.
Militaire training
David Mathieson, een onafhankelijke analist die gespecialiseerd is in Myanmar, verklaart tegenover de Britse krant dat hij berichten heeft gehoord over mensen die naar grensgebieden zijn gevlucht waar veel gewapende groepen zitten, waar ze mogelijk militaire training krijgen. ‘Maar de milities hebben niet de middelen om de groeiende aantallen mensen die daar opduiken te bewapenen, te huisvesten of te voeden.’
Een succesvol gewapend verzet zal waarschijnlijk militaire overlopers vergen die hun wapens meenemen, voegt hij eraan toe.
Maar de demonstranten blijven volhouden en lijken steeds meer bereid om naar de wapens te grijpen. Zo ook een groep bij een sit-inprotest met zelfgemaakte schilden in een wijk in Yangon, waarmee The Guardian sprak. Een van hen zei de Britse krant dat ze alleen molotovcocktails en vuurwerk hadden om zich te verdedigen.
‘Hij bewoog onhandig in zijn plastic harnas, hielp een muur van zandzakken op te trekken voor de volgende aanval van soldaten, en zei: “Als de CRPH een leger zou vormen, zou ik me daarbij aansluiten”’, tekent The Guardian op.
Ook The New York Times volgde enkele demonstranten die naar de wapens grijpen: ‘De meeste dagen in de betonnen conflictgebieden van Yangon bereidt Ko Soe Win Naing, een 26-jarige zeeman, zich voor op een oorlog: een GoPro-camera op zijn helm, een bivakmuts over zijn hoofd, flesjes traangas in zijn vestzakken, een afgezaagd zwaard op zijn rug en een gasmasker in de aanslag. Zijn voorkeurswapen is een soort granaat gemaakt van vuurwerk.’
Nieuwe generatie
Onder de opstandelingen bevinden zich ook kinderen gehuld in pyjama’s om er ongevaarlijk uit te zien als ze zich tussen de barricades verplaatsen. ‘Ik ben niet bang’, zegt Ko Moe Min Latt, vijftien jaar en nauwelijks één meter vijftig lang, tegen de krant uit New York.
‘Voor de nieuwe generatie komt het besluit om te vechten voort uit de wens om te beschermen wat het land de afgelopen tien jaar heeft verworven. Myanmar was ooit een van de meest geïsoleerde landen ter wereld, toen een xenofobe en economisch onbekwame junta het van de internationale gemeenschap scheidde. Daarna kwamen er voorzichtige politieke hervormingen, een internetverbinding met de wereld en kansen op banen in de particuliere sector’, vat NYT samen.
Ko Thet Aung, een 23-jarige demonstrant, komt uit dezelfde wijk in Mandalay waar onder andere de veertienjarige Ko Tun Tun Aung is doodgeschoten. Drie weken lang heeft hij barricades bemand en kogels ontweken, schrijft de NYT.
‘Hoe harder ze optreden, hoe meer we gemotiveerd zijn om terug te vechten’, zegt hij tegen de krant. ‘Ik zal sterven om mijn land in de frontlinie te beschermen.’
De Nigerese regering maakte maandagavond bekend dat de inval van zondag door gewapende mannen tegen dorpen in de Tahoua-regio, niet ver van Mali, heeft geleid tot de dood van 137 mensen. Een week geleden vielen er ook al 66 doden bij aanslagen.
‘Enkele tientallen mannen arriveerden op motorfietsen. Ze vielen nomadische kampen aan in de steden Intazayene, Woursanat en Bakorat’, schrijft de Nigerse krant News a Niamey. Omdat het woestijngebied erg geïsoleerd ligt, is er gebrekkige communicatie en duurde het een tijd totdat de berichten waren bevestigd, aldus de Nigerse krant.
‘Wat de tragedies van de afgelopen maanden gemeen hebben, is dat ze alleen burgers hebben getroffen die normaal gesproken worden gespaard in tijden van gewapende conflicten. Ze maken duidelijk (…) dat we te maken hebben met een grote verschuiving in de strategie van gewapende groepen’, merkt Info Agadez op.
‘Na een reeks aanvallen die voornamelijk gericht waren op de defensie- en veiligheidstroepen, lijken gewapende groepen te hebben besloten hun wapens nu tegen burgers te richten; en dit om redenen die de gewone man nog steeds niet kan bevatten, en die geen enkele specialist in conflicten heeft geprobeerd bloot te leggen en uit te leggen. Toegegeven, dat is een lastige taak, omdat geen van de laatste aanslagen is geclaimd’, vervolgt de krant uit Noord-Niger.
‘De uitdagingen zijn talrijk en urgent, te beginnen met de veiligheidscrisis’
De terroristische operaties in het westen van het land vormen de grootste uitdaging voor het nieuwe staatshoofd, Mohamed Bazoum, wiens presidentiële overwinning zondag werd bevestigd door het Constitutionele Hof van Niger. Zijn tegenstander, Mahamane Ousmane, betwistte de resultaten van de stemming en claimde de overwinning met 50,3 procent van de stemmen.
Het Burkinabese dagblad Le Country spoort aan om geen tijd meer te verliezen met deze tweestrijd en aan de slag te gaan, ‘want de uitdagingen zijn talrijk en urgent, te beginnen met de veiligheidscrisis, die een nachtmerrie wordt voor de autoriteiten en voor grote bezorgdheid zorgt.’
Israëliërs zijn het stemmen beu
Vandaag (23 maart) vinden in Israël de vierde parlementsverkiezingen plaats in minder dan twee jaar tijd. Volgens de laatste peilingen maken de beide kandidaten, Benyamin Netanyahu en Yaïr Lapid, nog ongeveer evenveel kans.
Afgelopen weekend wist ongeveer 40 procent van de Israëlische kiezers nog altijd niet goed wie ze zouden gaan stemmen – 20 procent van de Israëli’s was van plan op het allerlaatste moment te beslissen, schrijft Ynet, het populaire portaal van dagblad Yediot Aharonot. Het zou gaan om tien tot dertien onvoorspelbare zetels.
Ook Israel Hayomheeft het over ‘het besluiteloosheid tot het einde’. De zwevende stemmen zouden de machtsverhoudingen tussen de twee grote blokken, pro- en anti-Benyamin Netanyahu, de vertrekkende premier, kunnen doen verschuiven. Volgens het gratis verspreide dagblad speelt bij de besluiteloosheid een gebrek aan informatie mee over de strategieën die de partijen zullen volgen bij de vorming van de nieuwe coalitie na de verkiezingen. De krant spoort aan om desondanks te gaan stemmen: ‘Alles ligt nog steeds in onze handen’. Bij de verkiezingen in maart 2020 was de opkomst 71,5 procent.
Niemand zal spijt krijgen van de vertrekkende coalitie
Ha’Aretz noemt als oorzaken voor deze mogelijke lage opkomst de pandemie, die het verkiezingsproces bemoeilijkt en de kiezers in gevaar kan brengen, maar ook een grote vermoeidheid met het Israëlisch kiesstelsel; veel Israëliërs hebben last van een ‘déjà-vu’ en zijn het stemmen beu.
Yediot Aharonotheeft het in dit verband over ‘de vierde symfonie van Benyamin Netanyahu’, die nog meer dan de vorige drie het werk van de Israëlische premier zou zijn. ‘Hij is de componist, dirigent en uitvoerder.’ Maar, benadrukt de krant, het is belangrijk om niet te vergeten naar de muziek te luisteren. Wat de uitkomst van deze verkiezingen ook is, één ding is zeker: niemand zal spijt krijgen van de vertrekkende coalitie.
VS, VK en EU verenigen zich om China te sanctioneren
De Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Canada spraken zich op maandag 22 maart gezamenlijk uit tegen de massale internering van Oeigoerse moslims en namen parallelle sancties tegen Chinese functionarissen in de provincie Xinjiang, die worden beschuldigd van mensenrechtenschendingen. Beijing reageerde onmiddellijk door tien leden van het Europees Parlement op de zwarte lijst te zetten, meldt The South China Morning Post.
‘Het bewijsmateriaal, onder meer afkomstig uit eigen documenten, satellietbeelden en ooggetuigenverklaringen van de Chinese regering, is overweldigend. China’s uitgebreide onderdrukkingsprogramma omvat onder meer strenge inperkingen van religieuze vrijheid, het gebruik van dwangarbeid, massale detentie in interneringskampen, gedwongen sterilisaties en de gezamenlijke vernietiging van het Oeigoerse erfgoed’, citeert SCMP.
Volgens het Hongkongse dagblad zou dit kunnen leiden tot een dramatische escalatie van ‘spanningen met Beijing’ en maakt het duidelijk dat de nieuwe regering van Joe Biden ‘voornemers is van zijn allianties een krachtig instrument te maken om zich tegen China te verzetten’.
De Rubicon over
In de woorden van The Guardian zijn de EU en het VK ‘de Rubicon overgestoken’ door sancties op te leggen aan een kleine groep Chinese hoge functionarissen;‘Dit zijn de eerste sancties die door Europeanen zijn genomen tegen Chinese functionarissen sinds de bloedige onderdrukking van het Tian’anmen-plein in 1989.’
De Britse minister van Buitenlandse Zaken Dominic Raab benadrukt dat de sancties tegen de Chinese leiders het resultaat waren van een ‘intense’ diplomatieke inspanning tussen de betrokken westerse landen, omdat ‘het bewijs van wijdverbreide schendingen van de mensenrechten in Xinjiang niet kan worden genegeerd’.
De VS kondigden de sancties aan slechts enkele dagen na een verhitte discussie tussen Amerikaanse en Chinese diplomaten tijdens een bijeenkomst in Anchorage (Alaska), schrijft CNN. Directeur van het ministerie van Financiën van het Office of Foreign Assets Control Andrea M. Gacki verklaarde dat ‘de Chinese autoriteiten consequenties [zullen] blijven ondervinden zolang er gruweldaden plaatsvinden in Xinjiang tegen Oeigoeren en andere etnische minderheden.’
De geest uit Quartier Latin
‘De sluiting van de geliefde Gibert Jeune-boekwinkel in het Quartier Latin van Parijs, de thuisbasis van talloze schrijvers, filosofen, kunstenaars, revolutionairen en studenten, is de laatste in een reeks klappen voor de culturele levendigheid van de buurt, een langdurige achteruitgang die werd versneld door de pandemie’, schrijft The New York Times over de sluiting deze week van een iconische Parijse boekwinkel, die volgens het dagblad ‘de geest van het Quartier Latin het beste belichaamde’.
Libération noemt de sluiting: ‘een teken van de tijd’. Het gebouw behoorde toe aan een ‘afstammeling van de historische familie’, en is nu verkocht aan de hoogste bieder. Om de nieuwe verhuurder te kunnen betalen, had de jaaromzet van de winkel met 2 miljoen moeten stijgen. ‘Onhoudbaar voor een kuip die te oud en te zwaar is en aan alle kanten lekt.’
De winkel was onder andere zeer populair bij studenten, die er tweedehands boeken kochten. ‘Het verhaal van een wijk in Parijs die ooit zo vreugdevol was en lang werd geassocieerd met studie, ideeën, jeugd en kennis’ is ten einde’, schrijft ook Le Monde; ‘De Franse boekhandel wordt geconfronteerd met nieuwe lees- en koopgewoonten en een verstikkende vastgoedmarkt.’
De Mexicaanse socioloog Karina García Reyes interviewde 33 voormalige narco’s om de logica van hun wereldbeeld te kunnen begrijpen. Hiermee wil zijn een nieuw perspectief belichten: dat van de daders. ‘We moeten erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij.’
Keuze uit ons archief
Dat verdeeldheid onder neoliberalisme toeneemt, zien we overal gebeuren – nu ook in de politiek. Reyes legde dit gegeven vast in een studie. Ze kreeg de kans te ontsnappen uit een uitzichtloos gebied in Mexico, en besloot te onderzoeken wat ze overal om zich heen had gezien. De drugsbendeleden die ze interviewden zien zichzelf als de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan. Ze hebben de individualistische ethiek waarvan de hele (Mexicaanse) samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme doortrokken is, geïnternaliseerd.
Dit artikel verscheen eerder in #174, februari 2020.
Ik kom uit het noorden van Mexico, een gebied dat het zwaarst te lijden heeft van het geweld in de war on drugs. De periode van 2008 tot en met 2012 was de meest onzekere en gewelddadige in de geschiedenis van mijn stad. In het begin waren de confrontaties tussen het leger en de drugskartels, waarbij met scherp werd geschoten, sporadisch, maar algauw werden ze frequent, overal in de stad en op klaarlichte dag.
Ikzelf maakte een keer een vuurgevecht mee op het deel van de universitaire campus waar ik college gaf. We moesten de deuren sluiten en de veiligheidsmaatregelen in acht nemen die voor dit soort situaties golden. En al mijn vrienden en familieleden hebben wel iets dergelijks meegemaakt, sommigen zagen het gebeuren vanuit hun auto en anderen vanuit huis.
Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld
Tegelijk met het toenemende geweld begon het kartel Los Zetas de plaatselijke middenstand af te persen. Als de kleine ondernemers geen ‘stageld’ – de eufemistische term voor beschermgeld – betaalden, kregen ze met geweld te maken of werden leden van hun familie ontvoerd.
Geleidelijk aan sloten alle kleine ondernemers hun deuren en groeide de paranoia onder de bevolking vanwege de berichten die de narco’s op sociale media plaatsten. ‘Ga vanavond de deur niet uit, want er wordt geschoten.’ Soms werden die dreigementen nog waargemaakt ook.
In die omstandigheden besloot ik naar het buitenland te gaan om te promoveren. Ik wilde in die onzekere toestand niet verder studeren en ging daarom naar Engeland. Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld. Dankzij de goede raad van een van mijn professoren was ik in staat om door middel van een proefschrift mijn frustratie uit te leven over de veiligheidspolitiek van Felipe Calderón, die van 2006 tot 2012 president van Mexico was. Ik ben zeven jaar met dit onderwerp bezig geweest.
In mijn proefschrift onderzoek ik het drugsgeweld aan de hand van persoonlijke geschiedenissen. Tussen oktober 2014 en januari 2015 interviewde ik 33 mannen uit de wereld van de drugscriminaliteit. We spraken over hun kindertijd en hun puberteit, over alcohol- en drugsverslaving, vandalisme en hoe ze in de criminaliteit terecht waren gekomen en welke rol ze daarin vervulden. Om begrip te krijgen van de invloed die hun persoonlijke ervaringen hadden op hun intrede in de drugswereld, onderwierp ik hun verhalen aan een discursieve analyse.
Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt
De geïnterviewden hebben op twee manieren bijgedragen aan het karakter van mijn studie. In de eerste plaats methodologisch, omdat directe interviews met drugscriminelen iets totaal nieuws zijn in de academische wereld. Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt. Ook opent mijn studie voor de academische wereld een nieuw perspectief, namelijk dat van de daders, dat tot nog toe zowel door onderzoekers als door bestuurders en politici werd genegeerd.
In deze zin werpt de analyse van hun persoonlijke verhalen licht op de mogelijke oorzaken van hun intrede in de drugswereld en verklaart deze de logica van hun wereldbeeld. Dat te begrijpen is cruciaal, niet alleen voor de benadering van zo’n complex fenomeen, maar ook voor het bepalen van beleid om de veiligheid te waarborgen. Tot nog toe werden die maatregelen alleen genomen vanuit de logica van hen die de maatregelen nemen. Geen wonder dus dat ze faliekant mislukten.
Slachtoffers noch monsters
Om te beginnen moeten we erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij. Ze zijn onderhevig aan dezelfde normen en waarden en tradities als wij allemaal. Een van de voornaamste problemen in Mexico is dat de overheid ze systematisch discrimineert door het binaire discours van de Verenigde Staten over te nemen: ‘zij’ versus ‘wij’, ‘goed’ versus ‘kwaad’. Behalve dat dit discours een absurde oversimplificatie is, verdoezelt het de rijkgeschakeerde oorzaken van het geweld.
Een analyse van de persoonlijke geschiedenissen van de ex-narco’s doet die schakeringen juist scherp uitkomen. De geïnterviewden zien zichzelf noch als slachtoffers, noch als monsters. Ze rechtvaardigen allemaal hun intrede in de drugswereld als hun ‘enige optie’ om te overleven, een motivatie die door veel wetenschappelijke studies wordt bevestigd. Maar hoewel ze goed van de schaduweconomie konden leven en voor hun gezinnen zorgden, wilden ze toch ‘meer’.
De geïnterviewden zien zich ook niet als de bloeddorstige criminelen die in films worden opgevoerd. Ze omschrijven zichzelf als vrij handelende personen die besloten hebben in het illegaal circuit te opereren, maar tegelijkertijd noemen ze zichzelf ‘niks waard’, ‘wegwerpartikelen’.
Dat gevoel van marginalisering, gevoegd bij de verslavingsproblemen en het ontbreken van een toekomstperspectief, maakt dat ze weinig waarde hechten aan hun leven en dat de dood zelfs als een bevrijding wordt gezien.
Dit laatste is een cruciale factor voor het beleid dat ten aanzien van deze problematiek gevoerd dient te worden. De kernopdracht daarbij is te vermijden dat nog meer kinderen en jongeren zich als ‘niks waard’ gaan beschouwen.
Mijn onderzoek laat zien hoe de participanten het binaire discours van de overheid overnemen. Ze noemen zichzelf de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan, ze vinden niet dat ze daar deel van uitmaken. Ze hebben ook de individualistische ethiek overgenomen waarvan de hele Mexicaanse samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme aan het eind van de jaren tachtig doortrokken is. Die ethiek is een tweesnijdend zwaard: ze geven niet de staat of de maatschappij de schuld van hun armoede, maar ze hebben ook geen spijt van hun misdaden. Ze vinden dat ze de ‘pech’ hebben gehad in armoede en in de marge van de maatschappij geboren te zijn en dat hun slachtoffers de ‘pech’ hebben gehad in hun handen te vallen. De logica is simpel: ‘Ieder voor zich.’
Niets te verliezen
Uit de analyse van de interviews kwam een cluster van ideeën en opvattingen naar voren die als vaststaande waarheden werden geponeerd en die ik ‘het narcodiscours’ heb gedoopt.
De betekenis die armoede heeft in het narcodiscours liegt er niet om. Het heet dat arme mensen geen toekomst hebben en daarom ook niets te verliezen. Zoals een van de geïnterviewden (Wilson) zei: ‘Ik wist dat ik tot aan mijn dood in armoede zou leven en het enige wat ik deed was God vragen: waarom ik?’ Armoede wordt gezien als een natuurlijk gegeven, een omstandigheid waar niets aan te doen is en waar niemand verantwoordelijk voor is. Voetstoots wordt aangenomen dat ‘er iemand moet zijn die arm is’ (Lamberto) en ‘dat je er niks aan kunt veranderen’ (Tabo).
Die kijk op armoede impliceert een individualistische kijk op de wereld: het individu is zelf verantwoordelijk voor zijn economische en sociale ontwikkeling. ‘Ik wist dat ik alleen stond, als ik iets wilde, dan moest ik het zelf gaan halen’ (Rigoletto).
De logica van het narcodiscours met betrekking tot armoede is dat iedereen er alleen voor staat en dat dus ‘het recht van de sterkste’ (Yuca) geldt. Zo verklaart ook Cristian het: ‘In mijn wijk wisten we allemaal wat de regel was: als je zit te slapen, verlies je. Dat was de regel. Je moet gewelddadig zijn, door roeien en ruiten gaan, je moet voor jezelf opkomen, want niemand anders zal het doen.’
“Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?”
In het narcodiscours wordt ervan uitgegaan dat kleine kinderen en tieners onvermijdelijk bendeleden en drugsverslaafden worden. ‘Als je in een arme buurt opgroeit, dan weet je dat je op een bepaald moment aan de drugs verslaafd raakt’ (Palomo). Net zo worden de bendes, die dagelijks geweld en vandalisme plegen, gezien als ‘de enige manier om het geweld van de straat te overleven’ (Piochas). Er wordt dus van uitgegaan dat die jongeren geen toekomst hebben en daarom niks waard zijn: ‘Als je aan drugs verslaafd bent, beschouw je jezelf als een nul, minder dan afval… Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?’ (Palomo).
Ook de vroege dood van deze jongeren wordt als onvermijdelijk gezien: ‘Als je zo veel van je vrienden door geweld, door overdoses, door politiekogels, ziet omkomen, dan denk je dat dat ook jouw toekomst is’ (Tigre). Op die manier wordt al bij voorbaat aangenomen dat het met de jongeren slecht zal aflopen: ‘Ik dacht altijd dat ik óf aan een overdosis óf door een kogel zou sterven’ (Pancho).
Volgens die logica kun je eigenlijk alleen maar van het leven genieten door de consumptie van luxegoederen, en de enige manier om daaraan te komen is door middel van ‘gemakkelijk geld’ dat het ‘gemakkelijke leven’ je biedt. Het gemakkelijke leven is de drugshandel. Ze weten dat de kick van gemakkelijk geld van korte duur is, maar toch loont die de moeite, omdat je ‘in deze wereld, als je geen geld hebt, niemand bent’ (Canastas). Ze kennen de gevaren. ‘De ene dag kun je nog in een duur restaurant zitten met allemaal mooie vrouwen om je heen, en de volgende dag word je wakker in de bajes’ (Ponciano). Het ‘gemakkelijke leven’ moet dus snel en op de toppen geleefd worden: ‘Mijn opzet was om elke dag te leven of het de laatste was. Ik liet het breed hangen. Ik kocht de duurste SUV’s, de duurste wijnen en ik had de mooiste vrouwen’ (Jaime).
‘Echte man’
In het narcodiscours speelt ook het idee van de ‘echte man’, die agressief en gewelddadig dient te zijn. En een rokkenjager.
De participanten noemden de arme wijken ‘de jungle’, de plaats waar het recht van de sterkste heerst. Lichamelijk geweld is essentieel om te kunnen overleven – letterlijk.
In het narcodiscours komt ook een cruciaal element van geweldpleging tot uitdrukking, namelijk dat het aangeleerd gedrag is. Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt. Zoals Jorge zegt: ‘Als kind werd ik door grotere kinderen geslagen, ze maakten misbruik van me omdat ik alleen was. Ik was niet gewelddadig… maar ik moest wel gewelddadig worden, nog gewelddadiger dan zij. Dat moet als je op straat wilt overleven.’
In ‘de jungle’ moeten mannen ook een reputatie opbouwen om te overleven. Een ‘echte man’, zo is de opvatting, is heteroseksueel, een rokkenjager, ‘een feestbeest met drugs en alcohol’ (Dávila).
Daarnaast komt in het discours naar voren dat ‘echte mannen’, in tegenstelling tot vrouwen, geen angst of emoties of zwakte mogen tonen, en de beste manier om dat te doen is laten zien dat je onder alle omstandigheden sterk en dominant bent: binnen de bende, in gevechten met concurrerende bendes en thuis in het gezin.
In de interviews uitten de participanten vaak de wrok die ze jegens hun vader koesterden. Van de 33 geïnterviewden bekenden er 28 dat ze op zeker moment in hun leven het liefst hun vader zouden hebben vermoord. Huiselijk geweld en geweld tussen mannen en vrouwen horen tot de eerste levenservaringen van deze participanten. Allemaal zijn ze het erover eens dat het dagelijks geweld van hun vaders tegen hun moeders hun als kind het meeste weerzin inboezemde. Het is een constant gegeven in de verhalen die ze vertellen, niet alleen over hun kindertijd, maar ook over drugsverslaving, geweld in het algemeen en hun intrede in de wereld van de misdaad.
Voor een aantal participanten was het verlangen om hun vader te vermoorden of te martelen de belangrijkste motivatie om in de drugscriminaliteit te gaan. Rorro, bijvoorbeeld, vertelde dat hij als kind ‘geen enkele illusie of plannen voor de toekomst had, het enige waar ik aan dacht was mijn vader vermoorden als ik groot was… ik wilde hem aan stukken hakken’. De drugscriminaliteit in gaan verschafte hem die mogelijkheid. Ook Ponciano gaf aan dat hij zich, als hij mensen moest martelen, altijd voorstelde dat het om zijn vader ging, ‘en dan martelde ik ze met genoegen, net zoals hij ons martelde’.
De fantasieën die de participanten hadden over het vermoorden van hun vader lijken allemaal op elkaar, allemaal wilden ze hem laten boeten, niet uit wraak voor wat hij hun had aangedaan, maar voor wat hij hun moeder had aangedaan. Opmerkelijk is dat ze ook geen van allen in staat waren hun voornemen uit te voeren toen ze daar de gelegenheid voor kregen. Facundo verwoordt het zo: ‘Ik had hem kunnen vermoorden als ik wilde. Ik had tientallen huurmoordenaars die voor me werkten. Als ik wilde… ik had hem kunnen laten martelen en toekijken hoe hij crepeerde. Maar ik kon het niet… dus ik zei tegen hem: maak dat je wegkomt, ik wil je nooit meer zien. Als ik je weer zie, vermoord ik je.’
Macho-ideologie
De oorzaken van de criminaliteit en het geweld in Latijns-Amerika zijn vrijwel in alle landen dezelfde. Tussen de verschillende bronnen van het geweld – van drugscriminelen, het leger, de guerrilla of de bendes – zijn er volgens mij twee dwarsverbindingen: de armoede en de giftige macho ideologie*. De dagelijkse ervaringen van de mensen die in armoede leven is de soep waarin alle soorten geweld (huiselijk geweld, bendegeweld, geweld tussen de seksen) gaar koken. En dat alles binnen het kader van het onzichtbare geweld dat zelden onderkend wordt: het structurele geweld van de staat.
Wij moeten allemaal, academici, politici en burgers, deze ervaringen proberen te begrijpen en ervan leren. We kunnen wel erkennen dat armoede de moeder is van alle kwaad, maar we weten niet hoe het is om in armoede te leven. Het terugdringen en voorkomen van geweld kan alleen op lokaal niveau gebeuren. Elke regio, elke wijk heeft zijn eigen specifieke problemen en behoeften. Algemene politieke maatregelen zullen niet helpen. En misschien is dat het grote struikelblok: de geweldsproblemen bij de wortel aanpakken, daar kunnen politici geen goede sier mee maken.
Ook moeten we bedenken dat de dominante macho-ideologie in de Latijns-Amerikaanse landen het geweld niet alleen goedkeurt, maar ook aanmoedigt. In de regio’s worden de problemen onveranderlijk te lijf gegaan met agressie en gemilitariseerde veiligheidsmaatregelen. Geweldloze oplossingen waren tot nog toe geen optie in onze landen, omdat machismo en geweld geïnstitutionaliseerde fenomenen zijn.
Om het geweld aan te pakken moeten we beginnen met het te begrijpen. Waar komt het vandaan? Wie rechtvaardigt het en hoe? Hoe wordt het gepropageerd? Hoe hebben ze het eerder proberen te bestrijden? Om antwoord te geven op die vragen loont het om interdisciplinair te werk gaan en dienen onze overheden bereid te zijn naar ons te luisteren.
Wat eerst moet gebeuren is een verandering van paradigma: de militairen moeten terug de kazerne in, complexe problemen moeten lokaal worden aangepakt (al zal dat de landelijke politiek geen punten opleveren) en we moeten ophouden met het binair discours waarin het heet dat ‘zij’ dood moeten, want daar bereiken we alleen maar mee dat de onverschilligheid van ‘hen’ jegens ‘ons’ toeneemt.
Londen gaat het kernwapenarsenaal van het land uitbreiden, en ziet Rusland en China als zijn belangrijkste bedreigingen. Dat onthulde de Britse premier dinsdag in een presentatie van het buitenland- en defensiebeleid voor de komende tien jaar.
Voor zijn eerste grote internationale gebaar na brexit, ‘heeft Boris Johnson besloten om het Verenigd Koninkrijk opnieuw te positioneren in de wereld met een onverwachte gok: door de kernmacht uit te breiden en een abrupt einde te maken aan de ontwapening die dertig jaar geleden begon aan het einde van de Koude Oorlog’, schrijft het Spaanse dagblad El Mundo.
In feite is de Britse premier tegen het beleid van al zijn voorgangers ingegaan door te besluiten het aantal kernkoppen in het Trident-programma te verhogen van 195 tot 260. Bij de vorige strategische evaluatie, in 2010, was het de bedoeling het aantal kernkoppen tegen 2025 terug te brengen tot 180.
‘Veranderende veiligheidssituatie’
Dit doel is ‘niet langer haalbaar’ als gevolg van ‘veranderingen in de veiligheidssituatie’ in de afgelopen tien jaar, aldus de beleidstekst.
De leider van de Labour oppositie, Keir Starmer, vond dat het besluit van Boris Johnson brak met de ‘partij overstijgende inspanningen om het nucleaire arsenaal af te bouwen’, meldt The Washington Post. Hoewel Labour ‘voorstander blijft van het Trident-onderzeeërprogramma en de instandhouding van een geloofwaardige afschrikkingsmacht’, bekritiseerde hij de minister-president omdat hij het ‘strategische doel’ van een dergelijke beleidsdraai niet had onderbouwd.
In een opinieartikel in de Zwitserse krant Le Temps steekt Beatrice Fihn, uitvoerend directeur van de Internationale Campagne tot Afschaffing van Kernwapens (ICAN), haar woede niet onder stoelen of banken en hekelt zij een besluit dat onverantwoordelijk, gevaarlijk en in strijd met het internationale recht is.
Facebook tekent deal Rupert Murdoch in Australië
De techreus gaat zijn reclame-inkomsten delen met Australische krantenuitgevers. Dinsdag werd een miljardendeal getekend met onder andere News Corp, de mediagroep van Rupert Murdoch.
De aangekondigde overeenkomst tussen Facebook en de twee belangrijkste mediabedrijven van Australië, News Corp Australia en Nine Entertainment, is een ‘belangrijke doorbraak na weken van gespannen onderhandelingen’ over de invoering van de wet die internetgiganten verplicht de media een deel van hun inkomsten te betalen, meldt de Australische krant The Age(onderdeel van Nine Entertainment).
Facebook en News Corp Australia zijn overeengekomen dat het sociale netwerk ‘enkele miljarden dollars’ betaalt om gedurende drie jaar nieuwscontent van de Australische groep te delen, schrijft La Libre Belgique op.
Deze aankondigingen volgen op het ‘getouwtrek tussen de Australische regering en de internetmultinationals’, die fel gekant waren tegen een wetsontwerp dat de internetgiganten zou dwingen overeenkomsten te sluiten met persgroepen, om een deel van de inkomsten die gegenereerd worden door het delen van hun inhoud op hun platforms aan hen uit te betalen, aldus La Libre Belgique.
Blokkade
In februari heeft Facebook in Australië acht dagen lang alle nieuwsberichten geblokkeerd, wat internationaal heftige reacties uitlokte. Uiteindelijk werd een compromis bereikt tussen Mark Zuckerberg en de Australische regering en werd een aangepast wetsvoorstel op 25 februari aangenomen.
Is dit het begin van een nieuw tijdperk in de betrekkingen tussen internetplatforms en de media? Volgens La Libre Belgique ‘zou de Australische wet model kunnen staan voor het oplossen van conflicten tussen techreuzen en wetgevers over de hele wereld om de verhoudingen tussen de traditionele media, die in grote financiële moeilijkheden verkeren, en de kolossen die het internet domineren en een groot deel van de reclame-inkomsten binnenhalen, in evenwicht te brengen’.
Volgens de BBCdaarentegen was de Australische wet in de eerste plaats ontworpen ‘om grote bedrijven zoals News Corp te helpen, in tegenstelling tot kleinere mediakanalen’.
Bolivia lijkt opnieuw diep verscheurd te zijn na de arrestatie, op zaterdag 13 maart, van de voormalige president Jeanine Áñez.
Maandag 15 maart verzamelden tienduizenden demonstranten zich in de belangrijkste steden van het land, zoals de hoofdstad La Paz, Cochabamba en Sucre, maar vooral in de economische hoofdstad Santa Cruz, in het oosten van het land, de belangrijkste stad van de oppositie tegen de MAS (Beweging voor het socialisme) en haar leider, Evo Morales, president van 2006 tot 2019.
‘Sinds de middag van 15 maart zijn duizenden mensen uit verschillende wijken van de stad en uit alle hoeken van het departement naar Santa Cruz gekomen om deel te nemen aan de protesten’, meldt het Boliviaanse dagblad El Deber. De demonstranten vroegen om de vrijlating van de ‘politieke gevangenen’.
Naast Jeanine Áñez zijn twee van haar voormalige ministers en voormalige hoge militaire en politiefunctionarissen aangeklaagd wegens ‘opruiing’, ‘terrorisme’ en ‘samenzwering’.
‘Morgen zal iedere tegenstander of criticus van de MAS het doelwit zijn’
Deze uiterst gespannen situatie is het meest recente gevolg van de ernstige crisis die het land heeft doorgemaakt in 2019, toen de oppositie en vele sociale bewegingen de verkiezingsfraude aan de kaak stelde die was gepleegd door Evo Morales, die zich kandidaat stelde voor een – ongrondwettelijke – vierde termijn.
Op dat moment hadden de demonstraties en de repressie ervan meer dan dertig doden geëist. ‘De spanning was zodanig dat de politie in opstand kwam en het hoofd van de strijdkrachten Evo Morales voorstelde een stap terug te doen’, aldus de website BBC Mundo.
Na een jaar interim-presidentschap door Jeanine Áñez kwam de MAS weer aan de macht na de verkiezingsoverwinning van Luis Arce, de opvolger van Evo Morales.
De MAS beschuldigt Jeanine Áñez er nu min of meer van dat zij indertijd een staatsgreep heeft gepleegd.
In een redactioneel commentaar getiteld ‘Het delirium van de absolute macht’ schrijft El Deber bezorgd:
‘De gebeurtenissen die het land ongelovig aanschouwt, zouden slechts het begin kunnen zijn van de ontmanteling van het democratische systeem, waarna zelfs de internationale gemeenschap en organisaties niet meer in staat zullen zijn iets doeltreffends te doen, behalve dan de gebruikelijke “veroordelingen”.’
Dagblad Los Tiempos, dat in Cochabamba is gevestigd, maar in het hele land wordt verspreid, schrijft: ‘Vandaag zijn leden van de interim-regering, het leger en de politie het doelwit geweest van intimidatie; morgen zal iedere tegenstander of criticus van de MAS het doelwit zijn.’
Kenia en Somalië strijden om de zee én olie
Sinds maandag 15 maart staan Kenia en Somalië tegenover elkaar voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Het gaat om een geschil over de afbakening van hun zeegrenzen. Een zaak waarin nationalisme, economische belangen en vermoedens van inmenging door elkaar lopen.
Het is ‘een zaak die de diplomatieke betrekkingen tussen de buurlanden onder druk heeft gezet’, schrijft Al Jazeera. Voor Somalië moet de zuidoostelijke grens doorgetrokken worden tot in de wateren. Voor Kenia moet de grens evenwijdig lopen met de breedtegraden, dat wil zeggen volkomen horizontaal.
Dat dit stuk zee zo betwist is, heeft zo zijn economische redenen. Het gaat om een driehoek van 100.000 vierkante kilometer die rijk is aan olie en vis. Voor Somalië, een land dat door armoede wordt geteisterd, betekent dit het vooruitzicht van een ongekende economische hefboom. Voor Kenia is het een kans om zijn ontwikkeling voort te zetten.
Maar in het al zeven jaar voortslepende conflict lijkt een oplossing nog ver weg. Aan de vooravond van het begin van de hoorzittingen in Den Haag kondigde Kenia aan dat het zou weigeren om voor het ICJ te verschijnen. ‘Kenia moet niet deelnemen aan zijn eigen onthoofding’, beweert de Keniaanse krant The Standard.
Nairobi is van mening dat de hoorzittingen, die vanwege corona virtueel worden gehouden, niet bevorderlijk zijn voor een goede verdediging. Ook ziet Kenia in het ICJ een zekere inmenging van Europa. Met de verdediging van Somalië als voorwendsel, ‘is Europa [klaar] om Kenia van zijn grondgebied te beroven’, aldus de Keniaanse krant.
Door corona zijn in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied ruim 20 miljoen mensen tot armoede vervallen, zo blijkt uit cijfers van de Economische Commissie van de VN voor de regio, weergegeven door het Venezolaanse Mercopress. Van de bevolking leeft 12,5%, 78 miljoen mensen, inmiddels in extreme armoede. Dat is het hoogste percentage in 20 jaar.
Clooney wil teruggave roofkunst
De druk op Groot-Brittannië om geroofde kunstschatten te retourneren wordt steeds groter. Acteur George Clooney heeft nu in een brief opgeroepen om de zogenoemde Elgin Marbles terug te geven aan Griekenland.
‘Veel objecten van historische waarde moeten terug naar hun oorspronkelijke eigenaren’, aldus Clooney in ArtNews, ‘maar het belangrijkste is het marmer van het Parthenon.’ Hij verwijst daarmee naar de oorspronkelijke locatie van de sculpturen in het Parthenon op de Akropolis van Athene. Ze werden door Thomas Bruce, graaf van Elgin, verwijderd en in 1816 aan de Britse regering verkocht.
Britse betrokkenen hebben altijd betoogd dat Athene de schatten niet goed genoeg kon tentoonstellen
Al ruim veertig jaar wordt opgeroepen tot repatriëring van de sculpturen, maar Britse betrokkenen hebben altijd betoogd dat Athene de schatten niet goed genoeg kon tentoonstellen. Athene heeft sinds 2009 echter een tentoonstellingsruimte van wereldklasse tegenover de Akropolis.
Clooney regisseerde en speelde in de film Monuments Men uit 2014, waarin een groep geallieerde experts de taak heeft om kunstwerken en andere culturele schatten te redden van de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog.
China wilde Fins vliegveld
Het Chinese Polar Research Institute, gefinancierd door de Chinese overheid, probeerde in 2018 de luchthaven van Kemijärvi in Fins Lapland te kopen of te leasen, schrijft het Brusselse Euractiv. Dat aanbod is destijds door Finland afgewezen, zo blijkt uit berichtgeving van de Finse publieke zender YLE.
Een Chinese delegatie van onderzoekers, met daarbij een militaire afgevaardigde van de ambassade, stelde januari 2018 voor om 40 miljoen euro te investeren in de landingsbaan van het vliegveld, zodat die zou kunnen worden gebruikt voor onderzoeks- en observatievluchten boven de Noordelijke IJszee, de Noordpool en de Noordoostpassage. Ook werd gesproken over mogelijke financiering van een nieuw onderzoekslaboratorium. Volgens het Finse leger ligt de luchthaven echter te dicht bij een strategisch belangrijke oefenbaan, waardoor uitbreiding van het vliegveld onmogelijk is. Latere EU-wetgeving, die dergelijke buitenlandse investeringen aan banden legt, zou realisatie van het plan verhinderd hebben.
China heeft momenteel onderzoekscentra in Groenland, IJsland en de Svalbard-archipel.
VK verliest marktaandeel
Volgens een onderzoek dat maandag is gepubliceerd, heeft het Verenigd Koninkrijk tijdens de coronapandemie marktaandeel verloren in de Verenigde Staten, Duitsland en China. Dit is het gevolg van chaotische wereldwijde handel, brexit en slechte productiviteit.
Volgens het rapport van Lloyd‘s Banking Group presteerde het Verenigd Koninkrijk vooral slecht door een langdurige stagnatie van de productiviteitsgroei. ‘In een aantal belangrijke exportbestemmingen, zoals Duitsland, de VS en China, lijkt het VK een sterkere achteruitgang dan anderen door te maken, zich trager te herstellen en het wereldwijde concurrentievermogen te zien afnemen’, aldus het rapport, gepubliceerd door Reuters. ‘De exportdaling van het VK naar de VS is in zowel absolute als relatieve termen de meest langdurige van de grote Europese landen, met uitzondering van Frankrijk.’
Tussen 2017 en 2019 wist het VK de totale export nog te verhogen, naar Duitsland met 8,5 procent en naar Italië met 12 procent, Nederland (14 procent), Spanje (20 procent) en de Verenigde Staten (24 procent).
Changi Airport is nu flexkantoor
Twee jaar geleden was er voor Changi Airport in Singapore geen vuiltje aan de lucht. De luchthaven opende een winkel- en entertainmentcomplex van 1,3 miljard dollar, circa 1,1 miljard euro, compleet met bioscoop en ’s werelds hoogste overdekte waterval, volgens cijfers van The New York Times. Voor het zevende jaar achtereen werd Changi uitgeroepen tot ’s werelds beste luchthaven en er werd een recordaantal van 63,8 miljoen passagiers verwerkt.
Al vóór de pandemie kwamen veel lokale bewoners naar Changi om te eten, te winkelen en te studeren
Dat aantal daalde vorig jaar met bijna 83 procent. Van de 33.000 vluchten in januari 2020 waren er een jaar later nog slechts 7500 over. De nettowinst daalde met 36 procent tot ongeveer 327 miljoen dollar en de bouw van een vijfde terminal werd stopgezet.
De luchthaven concentreert zich nu op inwoners van Singapore. Al vóór de pandemie kwamen veel lokale bewoners naar Changi om te eten, te winkelen en te studeren. Inmiddels worden ook ‘glamping’ en karten aangeboden en de lounge is omgebouwd tot flexkantoor. Een werkplek kost 170 euro voor drie maanden.
Schimmige handel
Bangladesh heeft zeker 280.000 euro uitgegeven aan UFED, een product van het Israëlische bedrijf Cellebrite waarmee telefoons kunnen worden gehackt. Dit blijkt uit onderzoek door Al Jazeera en de Israëlische krant Haaretz. De aanschaf is saillant, want Bangladesh erkent de staat Israël niet, verbiedt handel ermee en verbiedt Bengalezen erheen reizen. Vermoed wordt dat de regering van Bangladesh UFED inzet om opponenten te bespioneren.
UFED biedt toegang tot een breed scala van mobiele telefoons en kan er privégegevens aan onttrekken. Het hacken van versleutelde telefoongegevens baart burgerrechtenactivisten al langer zorgen en ze roepen dan ook op tot striktere regels voor het gebruik ervan.
Rusland richt pijlen op Duitsland
Volgens een onderzoek van de EU vormt Duitsland het middelpunt van Russische desinformatiecampagnes, meldt het Duitse Freie Presse. Russische media hebben sinds eind 2015 meer dan 700 keer valse informatie over Duitsland verspreid, tegenover 300 keer over Frankrijk, 170 keer over Italië en 40 keer over Spanje.
‘Geen enkele andere EU-lidstaat wordt feller aangevallen dan Duitsland’, aldus het rapport van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), dat deze week in Brussel werd gepubliceerd. Het gaat daarbij om door het Kremlin aangestuurde systematische campagnes op politiek niveau en om mediacampagnes. De regering in Moskou heeft de aantijgingen ‘belachelijk’ genoemd, maar verwierp ze niet direct.
Zullen de vredesbesprekingen met de taliban en het vooruitzicht van een Amerikaanse terugtrekking een doorbraak of een ineenstorting van Afghanistan tot gevolg hebben? Veel slechter dan nu kan het bijna niet gaan, menen velen. Maar voorvechters van vrouwenrechten vrezen een ‘terugkeer naar de middeleeuwen’.
Nederland in Afghanistan
In Afghanistan zijn momenteel nog zo’n honderdvijftig Nederlandse militairen aanwezig. Zij nemen deel aan de NAVO-missie Resolute Support, die zich richt op het trainen en adviseren van Afghaanse veiligheidsdiensten.
Op 4 februari liet defensieminister Ank Bijleveld de Tweede Kamer weten dat Nederland nog zo’n tachtig extra militairen achter de hand houdt voor de missie in Noord-Afghanistan. Zij kunnen bijspringen als de veiligheid van eigen troepen en NAVO-bondgenoten verslechtert.
Terwijl Donald Trump had besloten de laatste troepen per 1 mei 2021 uit Afghanistan terug te trekken, heeft zijn opvolger Joe Biden de autoriteiten in Kaboel en de taliban dit weekend een nieuw stappenplan voorgesteld.
Tijdens het zoveelste bezoek aan Doha, waar sinds september 2020 de vredesbesprekingen tussen de verkozen Afghaanse regering en de taliban plaatsvinden, heeft de Amerikaanse gezant voor de regio, Zalmay Khalilzad, tot ieders verrassing een nieuwe routekaart onthuld.
Mohammad Naeem, de politiek woordvoerder van de taliban, zei dat Khalilzad het plan, dat oproept tot de vorming van een interim-regering in Kaboel, een internationale top in Ankara en een staakt-het-vuren, meedeelde tijdens een bijeenkomst, meldt deAfghanistan Times.
‘Omdat de Amerikanen hun geduld met de oorlog hebben verloren, hebben de VS hun aanwezigheid in Afghanistan teruggebracht van ongeveer 100.000 soldaten tot zo’n 2500’
Enkele dagen eerder had de Amerikaanse diplomaat, een moslim van Pashtun-afkomst, de visie van de nieuwe Amerikaanse president aan de Afghaanse president, Ashraf Ghani, en aan verscheidene plaatselijke politieke leiders gepresenteerd. Het Afghaanse staatshoofd ‘is echter stelselmatig tegen het idee van een overgangsregering’ en zou hebben verklaard dat hij de macht alleen zal overdragen aan ‘een rechtmatige opvolger, nadat verkiezingen zijn gehouden’.
De Afghaanse regering bevindt zich in een hachelijke positie, schrijft The New Yorker in een reportage over de huidige situatie in het al decennialang verscheurde land. Sinds de Amerikanen in 2001 – na de door Osama Bin Laden georkestreerde aanslagen van 11 september – het land binnenvielen, de taliban uit hun macht ontzette en een nieuwe regering installeerde, werd zij gesteund door de militaire macht van de VS. ‘Maar omdat de Amerikanen hun geduld met de oorlog hebben verloren, hebben de VS hun aanwezigheid in Afghanistan teruggebracht van ongeveer 100.000 soldaten tot zo’n 2500.’
Vredesakkoord
Meer dan een jaar geleden, op 29 februari 2020, werd in het vredesakkoord tussen de VS en de guerillabeweging ‘bepaald dat de taliban zullen verhinderen dat iemand in de toekomst Afghaans grondgebied zal gebruiken om de Verenigde Staten en hun bondgenoten te bedreigen. En dat zij onderhandelingen zullen aangaan met andere Afghaanse partijen om een Afghanistan te smeden dat in vrede leeft met zichzelf. In ruil daarvoor hebben de Verenigde Staten beloofd hun militaire troepen terug te trekken’, aldus tijdschrift The Diplomat in een gedetailleerde analyse van de situatie.
Washington had zich sinds het vredesakkoord, waarin de definitieve terugtrekking van de NAVO-troepen uit Afghanistan op 1 mei 2021 is vastgelegd, afzijdig gehouden. Maar nu keert het toch terug naar de onderhandelingstafel, bezorgd over het trage tempo van de onderhandelingen tussen de verschillende Afghaanse partijen. Volgens de zender Tolo News, die als eerste de inhoud van de nieuwe routekaart bekendmaakte, stelt Joe Biden een VN-conferentie in Turkije voor gewijd aan vrede in Afghanistan.
De VS vrezen dat de taliban tegen de tijd dat de westerse troepen vertrekken een steeds groter deel van het Afghaanse grondgebied in handen krijgen, en vervolgens het land overnemen. Sinds het begin van de oorlog in Afghanistan was de taliban vooral op het platteland actief en waren de steden in handen van de Amerikanen en later de Afghaanse regering. Maar ook daar lijken de taliban nu voet aan de grond te krijgen, aldus The New Yorker.
In Kaboel wijzen deskundigen erop dat het document ‘gelijktijdig is meegedeeld’ aan president Ghani en aan zijn politieke tegenstander Abdullah Abdullah, de grote verliezer in de presidentsverkiezingen van september 2019. Abdullah kreeg als troostprijs de delicate opdracht om in Doha de vredesbesprekingen met de taliban te leiden.
Volgens het Pakistaanse dagblad The Nation zou de taliban via algemeen kiesrecht in het parlement moeten worden vertegenwoordigd
‘Het feit dat de Afghaanse regering bereid is te praten over het houden van nieuwe verkiezingen zodat de vastgelopen vredesbesprekingen met de taliban doorgang kunnen vinden, is een knap staaltje van diplomatie’, aldus het Pakistaanse dagblad The Nation. Het is ‘uitstekend nieuws’ en toont aan dat president Ghani ‘zijn best doet om het land van een burgeroorlog te redden’.
Maar zullen de taliban dit voorstel in overweging nemen, ‘wanneer zij vinden zijn dat elke regering die wordt verkozen, terwijl de buitenlandse troepen nog aanwezig zijn, niet werkelijk representatief is voor de bevolking?’ vraagt The Nation zich af. Volgens het Pakistaanse dagblad zou de taliban zich via algemeen kiesrecht in het parlement moeten laten vertegegnwoordigen: ‘Alleen het mandaat van het volk zal hun legitieme macht geven.’
Vastlopende onderhandelingen
De nieuwe Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Antony Blinken, rechtvaardigde de nieuwe routekaart vlak voor de deadline van 1 mei met het feit dat het vredesproces stagneert. Hij suggereerde dat de VS nu ‘alle opties bekijken, inclusief een verlenging van de deadline’ voor de terugtrekking van de laatste NAVO-troepen. Alles zal afhangen van het vermogen van de taliban om van nu af aan ‘een staakt-het-vuren van negentig dagen’ in acht te nemen.
Tegen deze achtergrond zegt de Democratische senator Jack Reed dat hij ‘voorstander is van het verlengen van de deadline van 1 mei’, die vorig jaar door Donald Trump is vastgesteld, meldt Tolo News in een ander artikel. In Washington pleit een ‘groeiend’ aantal nationale veiligheidsdeskundigen nu ‘voor het loslaten van het tijdschema’ voor de terugtrekking van de 2500 troepen die nog in Afghanistan zijn. Zij benadrukken dat het land geen ‘thuisbasis’ mag worden voor terroristische organisaties als ISIS of Al Qaida.
Ook zijn er nog zo’n honderdvijftig Nederlandse militairen in het land. Zij nemen deel aan de NAVO-missie Resolute Support, die zich richt op het trainen en adviseren van Afghaanse veiligheidsdiensten. Op 4 februari liet defensieminister Ank Bijleveld de Tweede Kamer weten dat Nederland nog zo’n tachtig extra militairen achter de hand houdt voor de missie in Noord-Afghanistan. Zij kunnen bijspringen als de veiligheid van eigen troepen en NAVO-bondgenoten verslechtert.
Nu de Amerikaanse en NAVO-troepen zich haast overal hebben teruggetrokken, zijn er wegversperringen, prikkeldraad en gewapende controleposten verrezen om een schijn van veiligheid te bieden, schrijft The New Yorker. ‘’s Nachts is het stil op straat. Twintig jaar na de door de Amerikanen geleide oorlog voelt Kaboel opnieuw aan als de hoofdstad van een arm en onrustig land.’
Op eigen benen
Afghanistan stelt Joe Biden voor een van de meest dringende en lastige problemen van zijn presidentschap, stelt het New Yorkse weekblad. ‘Als hij de militaire terugtrekking voltooit, zal hij een einde maken aan een schijnbaar eindeloze interventie en duizenden troepen naar huis halen. Maar als hij wil dat de oorlog ook maar enigszins als een succes wordt beschouwd, zal de Afghaanse staat eerst op eigen benen moeten kunnen staan.’
Voordat de VS en zijn bondgenoten in 2001 – waaronder Nederland vanaf 2002 – tussenbeide kwamen, legde de taliban het land een draconische versie van de islam op, waarbij de handen van dieven werden afgehakt en vrouwen voor overspel ter dood werden gebracht. Na de nederlaag van de taliban maakte een nieuwe grondwet de weg vrij voor democratische verkiezingen, een vrije pers en meer rechten voor vrouwen, schrijft The New Yorker.
‘Ik wil dat ze mij met eigen ogen zien, dat ze gewend raken aan wat een Afghaanse vrouw vandaag de dag is’
The New Yorker sprak met een van de onderhandelaars van de Afghaanse regering, Fawzia Koofi, tevens een van de belangrijkste voorvechters van vrouwenrechten in het land. ‘Voor Koofi en haar mede-onderhandelaars is de belangrijkste vraag: Hoeveel van het door de Amerikanen gesteunde democratische project, dat duizenden levens en meer dan twee biljoen dollar heeft gekost, zal overleven?’
Onderhandelaar Koofi vreest dat de talibanleiders, van wie velen jarenlang in Guantánamo gevangen hebben gezeten, niet beseffen hoezeer het land is veranderd – of dat zij die veranderingen zien als fouten die gecorrigeerd moeten worden, verklaart ze tegenover The New Yorker. ‘Ik wil dat ze mij met eigen ogen zien, dat ze gewend raken aan wat een Afghaanse vrouw vandaag de dag is. Veel van hen hebben de afgelopen twintig jaar in een tijdscapsule gezeten.’
Koofi hoopt dat er een deal kan worden gesloten om de Amerikanen in het land te houden totdat een alomvattend vredesakkoord is bereikt. Maar ze vreest dat de gesprekken niet genoeg zullen zijn om de Afghaanse staat te redden: ‘Zelfs nu zijn er mensen onder de taliban die denken dat ze zich een weg naar de macht kunnen schieten.’
Golf van geweld
Het vredesakkoord van februari 2020 moest een einde maken aan het geweld, maar sindsdien is het land het doelwit van ‘een nieuwe golf van gerichte moordaanslagen op rechters, vrouwelijke activisten en maatschappelijk werkers, en zelfs journalisten’. In 2020 zijn ‘meer dan drieduizend mensen’ gedood, en het geweld is alleen maar toegenomen sinds het begin van de vredesbesprekingen in september, schrijft de Afghanistan Times in een redactioneel commentaar.
Toen de VS met de taliban over hun terugtrekking onderhandelden, maakten de Amerikaanse functionarissen duidelijk dat zij verwachtten dat er een eind zou komen aan de zelfmoordaanslagen en andere aanslagen met massale slachtoffers, schrijft The New Yorker. ‘In plaats daarvan lijken de taliban een campagne te hebben gelanceerd om de hoogopgeleide elite te terroriseren, juist toen de Afghaanse regering met haar eigen besprekingen begon. Meer dan vijfhonderd Afghanen zijn het afgelopen jaar gedood bij gerichte aanvallen. Velen van hen zijn neergeschoten of getroffen door “kleefbommen”, explosieven die onder auto’s worden geplaatst. Onder hen zijn Malala Maiwand, een journaliste uit Jalalabad; Pamir Faizan, een militair aanklager; en Zakia Herawi, een van de twee vrouwelijke rechters van het Hooggerechtshof die werden gedood.’
Een groeiend aantal Afghanen gelooft dat mensen binnen de regering verantwoordelijk zijn voor sommige van de moorden. In augustus schreef een groep prominente voormalig ambtenaren, van wie velen dicht bij voormalig president Hamid Karzai staan, aan Ghani dat er ‘hooggeplaatste ambtenaren waren die ervan worden verdacht betrokken te zijn bij gerichte moordaanslagen’.
In het licht van dit alles is het waarschijnlijk dat de deadline van 1 mei wordt uitgesteld. Het Pentagon heeft de taliban er donderdag 28 januari van beschuldigd dat zij zich niet hebben gehouden aan de afspraken die zijn gemaakt in het vredesakkoord dat in februari 2020 met de Verenigde Staten is ondertekend. De volledige terugtrekking van de Amerikaanse troepen zou daarom niet verantwoord zijn.
‘Gezien de onzekerheid waarmee de terugtrekking van de Amerikaanse troepen, die een jaar geleden is overeengekomen, thans is omgeven, is er reden om verdere acties van de taliban tegen de belangen van de VS en de NAVO te vrezen’, meent The Guardian. In de afgelopen maanden zijn de gevechten hervat in de provincie Kandahar, een voormalige basis van de taliban, ‘waardoor in januari tienduizend gezinnen in Zuid-Afghanistan hun huizen moesten ontvluchten’.
‘De mensen zullen de taliban niet accepteren. Ze zullen zich niet rustig houden. Het wordt weer een burgeroorlog’
Onderhandelaars van beide zijden verklaarden tegenover The New Yorker dat zij een zware verantwoordelijkheid voelen om het conflict te beëindigen. ‘De meesten geloven dat de taliban onder de juiste omstandigheden een overeenkomst zouden aanvaarden – dat zij net zo moe zijn van de oorlog als iedereen’, schrijft het weekblad. Maar veel waarnemers in Kaboel vermoeden dat de taliban de besprekingen gebruiken om tijd te winnen tot de Amerikanen vertrekken.
Volgens vicepresident Amrullah Saleh, waarmee The New Yorker eveneens sprak, zal de vrede mislukken als de Afghaanse regering gedwongen wordt een overeenkomst met de taliban te sluiten voordat de groep het geweld afzweert, en zal de groep proberen haar middeleeuwse visie weer op te leggen. ‘De samenleving is veranderd,’ aldus Saleh. ‘Vrouwen zijn opgeleid, jongeren staan in contact met de buitenwereld, Engels is gemeengoed geworden in de steden. (…) De mensen zullen de taliban niet accepteren. Ze zullen zich niet rustig houden. We hebben veertigduizend commandotroepen. Denk je dat ze zich door de taliban een voor een laten afslachten? Het wordt weer een burgeroorlog.’
Een Afghaanse regering die zelfs maar gedeeltelijk door de taliban wordt gecontroleerd, zal niet goed zijn voor de vrouwen- of mensenrechten, stelt James Traub in Foreign Policy. ‘Maar de Verenigde Staten kunnen dat niet tegenhouden zonder voor altijd in Afghanistan te blijven. Wel kunnen ze helpen de brokstukken op te ruimen door de honderdduizenden onvermijdelijke vluchtelingen op te nemen, zoals zij ook in het geval van Vietnam hebben gedaan.’
‘In ieder geval zal een gezamenlijke regering misschien niet veel slechter zijn dan de huidige, die weinig heeft gedaan tegen de gerichte moorden op activisten, journalisten, leraren en anderen’, vervolgt Traub. ‘Een Afghanistan in vrede zal misschien eindelijk zijn economisch potentieel kunnen ontwikkelen en ten minste zijn bevolking kunnen voeden.’
Vladimir Poetin en Anna Politkovskaja, Mohammed Bin Salman en Jamal Khashoggi: in autocratische en corrupte landen wordt de naam van vermoorde journalisten vaak in één adem genoemd met die van de machthebbers.
Dit geldt ook voor de moord op een Sri Lankaanse journalist waarin de hand van de zittende president van Sri Lanka wordt vermoed. De dochter van de journalist vecht voor gerechtigheid.
Op vrijdag 9 januari 2009 publiceerde The Hindu, met 2,24 miljoen lezers de op twee na grootste Engelstalige krant van India, dit nieuwsbericht:
‘COLOMBO: Lasantha Wickramatunga, hoofdredacteur van het Engelstalige Sri Lankaanse weekblad Sunday Leader, werd donderdagochtend door onbekende schutters vermoord in zijn auto toen hij op weg was naar zijn werk.
Volgens de politie beschoten twee niet-geïdentificeerde personen op motorfietsen Wickramatunga en werd hij geraakt in de borst, het hoofd en de buik.
Wickramatunga, een felle criticus van de regering van Mahinda Rajapaksa, stierf drieënhalf uur later in een ziekenhuis.
De mediagemeenschap in het land is verontwaardigd over het falen van de regering om journalisten te beschermen en over de toenemende aanvallen op de pers.
De Sri Lankaanse president Mahinda Rajapaksa veroordeelde de moord op Wickramatunga als een poging om zijn regering in diskrediet te brengen; oppositieleider en een voormalig premier Ranil Wickremesinghe beschuldigt de regering ervan critici het zwijgen op te leggen.
Rajapaksa omschrijft Wickramatunga als een goede vriend en een moedige journalist en betoogt dat “dit gruwelijke misdrijf wijst op de ernstige gevaren die de democratische sociale orde van ons land bedreigen, en op het bestaan van krachten die tot het uiterste gaan in het gebruik van terreur en criminaliteit om ons sociale weefsel te beschadigen en het land in diskrediet te brengen”.
Tijdens een persconferentie met andere oppositieleiders, zei Wickremesinghe dat de moord op de hoofdredacteur van Sunday Leader deel uitmaakt van een antidemocratisch complot.’
Twaalf jaar later
Precies twaalf jaar na de moord, op 8 januari van dit jaar, schreef TheHindu:
‘De dochter van een vermoorde Sri Lankaanse journalist heeft op 8 januari een klacht ingediend bij het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties over vermeende betrokkenheid van de overheid bij de dood van haar vader twaalf jaar geleden.
Het in San Francisco gevestigde Center for Justice and Accountability diende de klacht in namens Ahimsa Wickrematunge, dochter van Lasantha Wickrematunge, die werd vermoord door een aan het leger gelieerde eenheid toen hij naar zijn werk reed.
Lasantha Wickrematunge, hoofdredacteur van de inmiddels ter ziele gegane Sunday Leader, was een scherpe criticus van de huidige president Gotabaya Rajapaksa, die destijds minister van Defensie was. De oudere broer van Gotapaya Rajapaksa, de huidige premier Mahinda Rajapaksa, was destijds president.
De moord op Lasantha Wickrematunge werd het symbool van vermeend machtsmisbruik en straffeloosheid door de overheid tijdens de burgeroorlog in Sri Lanka. Dit kwam prominent naar voren in een onderzoek dat in 2015 werd uitgevoerd door de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN-bureau.
Volgens de klacht werd Lasantha Wickrematunge vermoord een paar dagen voordat hij zou getuigen in een lasterzaak die was aangespannen door Gotabaya Rajapaksa. Dit vanwege een artikel waarin zijn betrokkenheid wordt genoemd bij een corruptieschandaal rondom de aankoop van gevechtsvliegtuigen. Op dat moment vond de eindfase plaats van de decennialange burgeroorlog tussen Sri Lankaanse troepen en etnische Tamil-rebellen.
Elk moment dat ze er gelegenheid toe hebben, dwarsbomen de broers het onderzoek naar de moord op de journalist. Een moord waar ze zelf op z’n minst baat bij hebben gehad
Zowel de regeringstroepen als de verslagen rebellen zijn beschuldigd van ernstige schendingen van de mensenrechten.
De Sri Lankaanse minister van Buitenlandse Zaken, admiraal Jayanath Colambage, zegt dat hij de klacht niet heeft gezien en vanwege de gevoelige aard ervan niet in staat is commentaar te leveren zonder de mening van zijn politieke leiders te kennen.
Volgens de klacht hebben instanties voor wetshandhaving ofwel geen geloofwaardig onderzoek uitgevoerd, ofwel zich actief bemoeid met pogingen om onderzoek te verhinderen.
Nadat Mahinda Rajapaksa in 2015 de presidentsverkiezingen verloor, werd een nieuw onderzoek gestart, maar een politieke machtsstrijd in de nieuwe regering verhinderde dat de zaak tot een einde kwam.
Er is geen vooruitgang geboekt in het onderzoek sinds Gotabaya Rajapaksa tot president werd gekozen.’
Klacht bij de VN
Een journalist, diens onderzoek naar een corruptieschandaal rond de aanschaf van gevechtsvliegtuigen, een moord en twee broers die stuivertje wisselen om de macht. De ene Rajapaksa schopt het van Defensieminister onder zijn broer tot president van Sri Lanka en de andere Rajapaksa wordt na zijn presidentschap premier van het land.
Elk moment dat ze er gelegenheid toe hebben, dwarsbomen de broers het onderzoek naar de moord op de journalist. Een moord waar ze zelf op z’n minst baat bij hebben gehad.
Ahimsa Wickrematunge, schrijver en activist en dochter van de vermoorde journalist, laat het er niet bij zitten en diende begin dit jaar een klacht in bij het Comité voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties. Vorige week lichtte ze in een opiniestuk in The Washington Post de achtergrond toe.
‘In 2007 onthulde mijn vader, Lasantha Wickrematunge, een van Sri Lanka’s meest onafhankelijke journalisten, een wapenovereenkomst waarbij de toenmalige minister van Defensie Gotabaya Rajapaksa meer dan $10 miljoen aan overheidsgeld verduisterde. Rajapaksa daagde hem voor de rechtbank wegens laster.
Kort daarna werden de persen van mijn vader bij de Sunday Leader, waarvan hij hoofdredacteur was, midden in de nacht bestormd door een bende gemaskerde mannen. Twee van zijn medewerkers werden aangevallen en de persen werden in brand gestoken.
‘Een gat in mijn ziel’
Op 8 januari 2009, enkele weken voordat mijn vader kon getuigen over de corrupte wapendeal, lokten officieren van de militaire inlichtingendienst hem in een hinderlaag toen hij naar zijn werk reed. Ze hebben hem vermoord, mijn familie verscheurd, een gat in mijn ziel gebrand en journalisten in heel Sri Lanka verlamd.
Ik houd Rajapaksa verantwoordelijk, zoals ik duidelijk maakte toen ik stappen nam om Rajapaksa in Los Angeles aan te klagen voor zijn rol in de moord op mijn vader. Zijn verbijsterende verkiezing tot president van Sri Lanka in november 2019 heeft onmetelijke pijn veroorzaakt bij mij en mijn familie en schade toegebracht aan het weefsel van de Sri Lankaanse samenleving. (Toen een BBC-verslaggever Rajapaksa ondervroeg over de moord op mijn vader, ontweek hij de vraag en lachte wegwuivend.)
Vorige week presenteerde Michelle Bachelet, Hoge Commissaris voor de Mensenrechten bij de Verenigde Naties, een rapport waarin een vernietigend oordeel werd uitgesproken over schendingen van de mensenrechten in Sri Lanka. Ze raadde de internationale gemeenschap aan om stappen te zetten en Sri Lanka verantwoordelijk te houden voor de aanhoudende nalatigheid om te voorzien in gerechtigheid voor de slachtoffers. In de komende weken beraadt de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties zich over een mogelijke reactie.
Het filmpje waarin Rajapaksa de moord wegwuift. ‘Why are people so worried about one man?’
Gruweldaden
Toen Mahinda Rajapaksa in november 2005 tot president van Sri Lanka werd gekozen, wees hij zijn broer Gotabaya aan om het ministerie van Defensie van Sri Lanka te leiden. Onder hun toezicht vonden enkele van de ergste gruweldaden in Sri Lanka plaats en ze richtten zich systematisch op elke journalist die dapper genoeg was om zich tegen hen uit te spreken.
Na de electorale nederlaag van zijn broer in 2015 verdween hij korte tijd van het toneel, maar Gotabaya Rajapaksa, beschuldigd van oorlogsmisdaden, is nu opnieuw aan de macht. Het wegmoffelen dat volgde op de dood van mijn vader in 2009 gebeurde grondig en zorgvuldig, zoals blijkt uit mijn recente communicatie met de Verenigde Naties en uit documentatie van Human Rights Watch.
Het autopsierapport sprak de bevindingen van het ziekenhuis over de doodsoorzaak tegen. Onderzoekers werden bedreigd. Bewijs werd vervalst en geplant. Twee onschuldige burgers die waren aangewezen als daders van de aanslag, werden later neergeschoten en hun lichamen zijn verbrand. Een ander werd gearresteerd en stierf in hechtenis.
Voor de Sri Lankaanse rechterlijke macht is hij onaantastbaar
Zes jaar na de moord op mijn vader, op 8 januari 2015, stemden Sri Lankanen het regime van Rajapaksa weg en kozen een nieuwe regering, geleid door president Maithripala Sirisena, die gerechtigheid beloofde aan de vele slachtoffers van wreedheden onder het voorgaande regime. Rechercheurs van de politie kwamen al snel op het spoor van een militair doodseskader, het Tripoli-peloton, dat naar verluidt onder toezicht stond van Rajapaksa toen hij nog minister van Defensie was.
Maar toen rechercheurs de rol van Rajapaksa aan het licht brachten, werd hun onderzoek belemmerd. Voor de Sri Lankaanse rechterlijke macht is hij onaantastbaar. Rechters braken met eeuwen van precedenten en vaardigden bevelen uit om zijn arrestatie te voorkomen. Toen juristen hem wilden ondervragen over de moord op twee mensenrechtenactivisten, legde een rechter hen het zwijgen op. Toen hij werd aangeklaagd wegens verduistering, kwamen nog meer rechters tussenbeide om het proces tegen hem te stoppen.
Daarop besloot ik me tot Amerikaanse rechtbanken te wenden. Maar Rajapaksa had al een nieuwe campagne gelanceerd voor de presidentsverkiezingen. Zijn basis: wederopbouw van de inlichtingendiensten en vrijpleiting van inlichtingenofficieren die zijn beschuldigd van wreedheden. Vijftien maanden geleden zag ik met afgrijzen hoe Sri Lankanen de man kozen die ervan is beschuldigd mijn vader te hebben vermoord. Zijn nieuwe status als president heeft hem immuniteit gegeven.
Straffeloosheid
Als president verspilde Rajapaksa geen tijd om ervoor te zorgen dat straffeloosheid de wet van het land zou worden. Hij promoveerde rechters die hem boven de wet hadden geplaatst. Hij verleende gratie aan een soldaat die veroordeeld was voor oorlogsmisdaden wegens het doden van kinderen. Rechercheurs die dergelijke wreedheden onderzochten, zijn gevlucht of werden gearresteerd.
Shani Abeysekara, een door de FBI opgeleide politieman die de recherche-afdeling van Sri Lanka leidde en die tot doorbraken kwam in verschillende kenmerkende onderzoeken, verdween achter slot en grendel op grond van valse beschuldigingen.
In mei stelde Rajapaksa zelf het nieuwe hoofd van de Centrale Inlichtingendienst aan: een politieman die ervan is beschuldigd bewijsmateriaal over de moord op mijn vader te hebben verdoezeld. Dit alles vond plaats terwijl de internationale gemeenschap blijft verwachten dat Sri Lanka gerechtigheid zal bieden aan slachtoffers.
Zijn eigen moord voorziend, schreef mijn vader voor zichzelf een overlijdensbericht waarin hij het betreurde dat moord ‘het belangrijkste hulpmiddel is geworden om de organen van vrijheid’ te beteugelen
Organisaties van slachtoffers en de internationale gemeenschap zijn zich er terdege van bewust dat de verkiezing van Rajapaksa elke weg heeft afgesloten naar mensenrechten en verantwoordingsplicht in Sri Lanka. De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten en speciale rapporteurs van de VN, waarschuwen dat Sri Lankanen het alarmerende risico lopen van een herhaling van mensenrechtenschendingen uit het verleden, zolang krachtig internationaal optreden door buitenlandse regeringen en de Mensenrechtenraad, inclusief sancties, reisverboden en het instellen van een onafhankelijk internationaal verantwoordingsorgaan, uitblijft.
Zijn eigen moord voorziend, schreef mijn vader voor zichzelf een overlijdensbericht waarin hij het betreurde dat moord ‘het belangrijkste hulpmiddel is geworden om de organen van vrijheid’ te beteugelen. Twaalf jaar later, nu diezelfde organen op sterven na dood zijn, is het de hoogste tijd voor de wereld om een grens te trekken bij het vermoorden van journalisten en om ervoor te zorgen dat moorddadige autocraten een prijs moeten betalen.
Maar vandaag, nu ik zie hoe de moordenaars van helden als Anna Politkovskaja, Jamal Khashoggi en mijn vader elkaar op de schouders slaan op het wereldtoneel, lijkt het erop dat het vermoorden van een journalist niets anders is dan een overgangsritueel voor aankomende autocraten.’
De repressieve regering van het straatarme Congo-Brazzaville kocht de afgelopen jaren in alle stilte een enorm arsenaal aan wapens van Azerbeidzjan. Tegenstanders van president Denis Sassou-Nguesso, die er al 36 jaar aan de macht is, zeggen in aanloop naar de verkiezingen van 21 maart dat hij de wapens zal gebruiken om zijn greep op het Afrikaanse land te behouden.
Vorige week publiceerde de Zuid-Afrikaanse kwaliteitskrant Mail&Guardian een artikel gebaseerd op de resultaten van een onderzoek door OCCRP, Organized Crime and Corruption Reporting Project, een internationale journalistieke organisatie die zich volledig richt op georganiseerde misdaad en corruptie. OCCRP ontdekte dat het regime van president Denis Sassou-Nguesso sinds 2015 in het geheim op grote schaal wapens inslaat. Saoedi-Arabië lijkt daarbij op de achtergrond een rol te spelen.
Wapentuig
‘In januari 2020’, zo begint het artikel in Mail & Guardian, ‘wordt in de Turkse haven van Derince, zo’n 100 kilometer ten zuidoosten van Istanboel in een oostelijke uithoek van de Zee van Marmara, het vrachtschip Storm volgeladen met een enorme voorraad wapens. Het schip is geregistreerd in het belastingparadijs Vanuatu en vertrekt met een arsenaal aan mortiergranaten, meerdere raketwerpers en explosieven, afkomstig uit Azerbeidzjan, naar de Republiek Congo, beter bekend als Congo-Brazzaville.’
De Saoedische connectie
Saoedi-Arabië, ’s werelds grootste wapenimporteur, levert zonder scrupules wereldwijd wapens aan conflictgebieden, waaronder Jemen, waar de Saoedi‘s vechten tegen door Iran gesteunde Houthi-rebellen.
In vrachtpapieren wordt Saoedi-Arabië genoemd als ‘sponsorpartij’ van meerdere wapenleveringen in 2016 en 2017 aan Congo-Brazzaville, precies op het moment dat Congo-Brazzaville op het punt stond om lid te worden van de OPEC. Door critici omschreven als een oliekartel waarvan de leden moeten voldoen aan Saoedische productie-eisen, helpt OPEC de Saoedi’s wereldwijd de olievoorziening te domineren. Het effect dat dit op de olieprijzen heeft, kan op zijn beurt de aardolie-inkomsten van de lidstaten opkrikken.
Onder de dertien leden van de OPEC bevinden zich de grootste producenten van Afrika, namelijk Nigeria, Angola en Algerije. Congo-Brazzaville, dat uiteindelijk in 2018 toetrad tot de OPEC, was voor Saoedi-Arabië een begeerd lid omdat het een van de grotere olieproducenten van het Afrikaanse continent is, en het land zou OPEC nog meer gewicht kunnen verschaffen.
Azerbeidzjan is geen volwaardig OPEC-lid, maar het is wel een belangrijke olieproducent.
In totaal belandt meer dan 100 ton aan wapentuig in een gebouw dat het hoofdkwartier lijkt te zijn van de Republikeinse Garde, een elite-eenheid van Congo-Brazzaville, zo blijkt uit vertrouwelijke vrachtpapieren die OCCRP in handen kreeg. De lading, die naar schatting een waarde heeft van tientallen miljoenen dollars, is de laatste van een reeks van tenminste zeventien wapenleveringen die sinds 2015 door het ministerie van Defensie van Azerbeidzjan naar het regime van president Denis Sassou-Nguesso zijn gestuurd, zo blijkt uit vluchtplannen, vrachtpapieren en inventarissen.
Een wijziging van de grondwet betekent dat de 77-jarige Sassou-Nguesso in theorie de rest van zijn leven aan elke verkiezing kan deelnemen
Saoedi-Arabië staat op verschillende vrachtpapieren die zijn geanalyseerd vermeld als ‘sponsorpartij’. Het is onduidelijk wat die sponsoring precies inhoudt, maar het zou kunnen betekenen dat Riyad heeft betaald voor de wapens of voor het transport ervan. Er zijn geen openbare registers van Azerbeidzjan waarin staat dat het land deze wapens heeft geëxporteerd, noch zijn er vergelijkbare registers van Congo-Brazzaville waaruit blijkt dat het Afrikaanse land ze heeft geïmporteerd.
De oppositie in Congo-Brazzaville is bezorgd over de mogelijke bereidheid van president Sassou-Nguesso om geweld te gebruiken om zijn macht te behouden nu de verkiezingen van 21 maart naderbij komen. Zijn goed bewapende veiligheidsdiensten zijn een belangrijke reden waarom hij het Centraal-Afrikaanse land zesendertig jaar heeft kunnen regeren, hetgeen hem tot een van de langstzittende regeringsleiders ter wereld maakt. Zijn partij beheerst het parlement, dat onlangs de grondwet heeft gewijzigd om Sassou-Nguesso opnieuw de mogelijkheid te geven zich kandidaat te stellen, wat tot nationale en internationale afkeuring heeft geleid. De wijziging van de grondwet betekent dat de 77-jarige Sassou-Nguesso in theorie de rest van zijn leven aan elke verkiezing kan deelnemen.
Uit vertrouwelijke documenten die OCCRP in handen heeft blijkt dat de veiligheidsdiensten van Sassou-Nguesso in de acht maanden voorafgaand aan de verkiezingen van maart 2016, en gedurende meer dan een jaar erna, meer dan 500 ton aan wapens in Azerbeidzjan kocht, die in zestien afzonderlijke zendingen werden geleverd. Slechts enkele weken na de verkiezingen begon de regering een meedogenloze campagne tegen een militie van de oppositie, die meer dan een jaar duurde.
Verwoestingen
Oppositieleiders beweren dat de Republikeinse Garde de Azerbeidzjaanse wapens heeft gebruikt in het conflict dat ontstond na de verkiezingen, dat leidde tot een humanitaire noodsituatie die volgens de Verenigde Naties ongeveer 140.000 mensen trof in de regio Pool, in het zuiden van het land. Satellietbeelden in bezit van The New Humanitarian lijken grootschalige verwoestingen te tonen die het resultaat zijn van het gebruik van onder meer raketwerpers en explosieven. Het is overigens niet zeker of het hier om wapens gaat die afkomstig zijn uit Azerbeidzjan, aangezien Congo-Brazzaville zijn wapeninvoer niet registreert.
Het regime van Sassou-Nguesso wordt geconfronteerd met een van de ernstigste schuldencrises in Afrika, en dat roept de vraag op hoe de wapenleveranties konden worden gefinancierd. Uit documenten blijkt dat ten minste twee zendingen die tussen 2016 en 2017 werden afgeleverd, zijn gesponsord door Saoedi-Arabië op het moment dat Riyad de aanvraag behandelde van Congo-Brazzaville om lid te mogen worden van de Organisatie van de Olie-exporterende Landen (OPEC).
‘De regering lijkt zich erop voor te bereiden elk verschil van mening rond de verkiezingen de kop in te kunnen drukken’
Gezien de aanzienlijke oliereserves van Congo-Brazzaville, hadden de Saoedi’s goede redenen om een hun welgezinde Sassou-Nguesso-regering te verwelkomen in de door Saoedi-Arabië gedomineerde club, stelt vooraanstaand wapenexpert Andrew Feinstein, auteur van The Shadow World: Inside the Global Arms Trade. Volgens Africa Times werd Congo-Brazzaville op 22 juni 2018 inderdaad verwelkomd als lid van OPEC.
Feinstein merkt ook op dat de meest recente wapenzending uit Azerbeidzjan wel eens bedoeld zou kunnen zijn om Sassou-Nguesso in staat te stellen Congo-Brazzaville nog langer zijn wil op te leggen. ‘De timing van deze wapenzending maakt buitengewoon achterdochtig, gezien het eerdere harde optreden van Sassou-Nguesso rond verkiezingen’, zo zegt Feinstein. ‘De regering lijkt zich erop voor te bereiden elk verschil van mening rond de verkiezingen de kop in te kunnen drukken.’
De regering van Congo-Brazzaville reageerde niet op meerdere verzoeken van OCCRP om commentaar. Ook het ministerie van Defensie van Azerbeidzjan houdt zich stil, evenals een vertegenwoordiger van dat ministerie wiens naam op meerdere documenten vermeld staat. Tot slot doet ook het ministerie van Defensie van Saoedi-Arabië er het zwijgen toe op vragen over de aard van hun sponsoring van de wapenleveranties.
Boulevard Denis Sassou-Nguesso
De meest recente wapenlading, afgeleverd bij de Republikeinse Garde op Boulevard Denis Sassou-Nguesso 1 in Brazzaville in januari 2020, omvatte 775 mortiergranaten en meer dan 400 kisten met raketten die kunnen worden gelanceerd vanaf vrachtwagens uit het Sovjettijdperk, zo blijkt uit de vrachtpapieren.
De exacte prijs die het Congolese regime voor het wapentransport heeft betaald, kon niet worden geverifieerd, maar een deskundige die de vrachtbrieven heeft onderzocht, denkt dat het om een levering ter waarde van tientallen miljoenen dollars gaat. Een voormalige hoge diplomaat met toegang tot informatie over wapenarsenalen, die anoniem wil blijven uit angst voor represailles door de autoriteiten, heeft de authenticiteit van de vrachtpapieren en andere documenten bevestigd en merkte op dat de verkoopprijs voor de wapens waarschijnlijk ver onder de daadwerkelijke marktwaarde ligt. De documenten omvatten certificaten voor eindgebruikers. Dergelijke documenten worden afgegeven door het land dat wapens invoert, om aan te geven dat de ontvanger niet van plan is om ze door te verkopen.
Volgens de Nederlander Pieter Wezeman, onderzoeker bij het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI), zijn wapens die met korting worden geleverd, vaak overtollige wapens of het betreft wapens die zijn geproduceerd in Bulgarije of Servië, die beide bekend staan om hun goedkope wapenproducten. ‘Het is minder waarschijnlijk dat Congo-Brazzaville een deel van deze uitrusting had kunnen aanschaffen in andere Europese landen omdat die een restrictiever wapenexportbeleid voeren’, aldus Wezeman.
500 ton wapens
De zending van 100 ton vanuit Derince is aanzienlijk, maar valt in het niet bij eerdere wapenleveranties, die volgens documenten tussen 2015 en 2017 vanuit Azerbeidzjan zijn verzonden en die mogelijk afschuwelijke gevolgen hebben gehad.
In zestien transporten werd in die jaren in totaal meer dan 500 ton aan wapentuig naar Congo-Brazzaville gestuurd, waaronder handgranaten, mortiersystemen en miljoenen kogels. Op een eindgebruikerscertificaat worden vijfduizend granaten vermeld die zijn geïmporteerd voor ‘trainings-, antiterrorisme-, veiligheids- en stabiliteitsoperaties’. Het document werd op 3 maart 2016, slechts enkele dagen voor de verkiezingen, ondertekend door een speciale adviseur van president Sassou-Nguesso.
Na de verkiezingen beweerde de oppositie dat de regering had gesjoemeld met de resulaten ten gunste van Sassou-Nguesso en brak er onrust uit in de hoofdstad Brazzaville. De regering gaf de schuld van de onrust aan ‘de Ninjas’, een militie die voornamelijk bestaat uit mensen van de etnische groep Lari en die voornamelijk is gevestigd in de Pool-regio, die Brazzaville gedeeltelijk omsluit.
Volgens een oppositieleider zijn de wapens uit Azerbeidzjan gebruikt om een langdurig gewapend conflict met de Ninjas in Pool aan te wakkeren. Amnesty International veroordeelde het offensief van de regering en sprak van ‘onwettig gebruik van dodelijk geweld door de veiligheidstroepen van het land’. Terwijl de regering nog aan het vechten was met de Ninja’s, vertelden getuigen van bloedbaden aan Amnesty dat vanuit helikopters tientallen bommen waren afgeworpen die een woonwijk en ook een school hadden getroffen.
‘Gedurende het geweld in Pool heeft het regime de strategie van de verschroeide aarde toegepast’, zegt Andréa Ngombet Malewa, leider van de politieke partij Incarner l’Espoir. ‘De wapens die ze van Azerbeidzjan hebben gekocht, werden onmiddellijk bij die operatie ingezet.’
De Baku-Brazzaville-connectie
Azerbeidzjan blijkt dus een belangrijke buitenlandse bondgenoot van Congo-Brazzaville te zijn door het regime te voorzien van goedkope wapens en, minstens zo belangrijk, door strikte geheimhouding. Sassou-Nguesso kocht zijn wapens bij Ilham Aliyev, sinds 2003 president en sterke man van het notoir ondoorzichtige land in de Zuid-Kaukasus, in de wetenschap dat de aankoop van wapens niet zou worden geregistreerd.
Congo-Brazzaville heeft al meer dan drie decennia geen melding gemaakt van wapeninvoer en aangezien er geen wapenembargo bestaat tegen het land, is het ook niet verplicht om dit te doen. Desalniettemin is er een reeks van openbaarmakingen door andere landen die laten zien hoe actief Sassou-Nguesso is geweest op de wapenmarkt. Zo meldde Servië in 2017 dat het 600 machinegeweren naar Congo-Brazzaville had geëxporteerd. Bulgarije stuurde 250 granaatwerpers.
Maar de Azerbeidzjaanse wapenleveringen zijn nooit openbaar gemaakt, ook al blijkt uit documentatie dat het land al sinds september 2015 wapens naar Sassou-Nguesso exporteert. Sommige daarvan waren afkomstig van Transmobile, een Bulgaars bedrijf dat is geautoriseerd om wapens te verhandelen voor Azerbeidzjan, terwijl andere werden gekocht bij Yugoimport, een Servische fabrikant. Geen van beide bedrijven reageerde op verzoeken om commentaar.
Silk Way
De eerste wapenleveringen arriveerden in Brazzaville met vliegtuigen van de Azerbeidzjaanse luchtmacht, maar vanaf 2017 begon Silk Way Airlines, een privé-luchtvaartmaatschappij, de wapens in te vliegen. Mogelijk met als gedachte dat Silk Way als particuliere luchtvaartmaatschappij waarschijnlijk minder de aandacht zou trekken dan zijn militaire tegenhanger.
Silk Way is geregistreerd op de Britse Maagdeneilanden, een belastingparadijs, en was voorheen verbonden aan de familie Aliyev. Naast het afsluiten van lucratieve contracten met de Amerikaanse regering om munitie en andere materialen te mogen transporteren, blijkt uit uitgelekte correspondentie die werd gepubliceerd door de Bulgaarse krant Trud, dat Silk Way tussen 2014 en 2017 vluchten met diplomatieke onschendbaarheid heeft gebruikt om in het geheim honderden tonnen aan wapens te verplaatsen naar mondiale conflictgebieden in de hele wereld. Silk Ways reageerde niet op vragen van OCCRP.
De vrees dat de persvrijheid in de aanloop naar de peilingen wordt bedreigd, is toegenomen
De verwachting is dat Sassou-Nguesso de verkiezingen van 21 maart naar zich toe zal trekken, indien nodig met bruut machtsvertoon. Hij zal het opnemen tegen onder meer Mathias Dzon, zijn voormalige minister van Financiën van 1997 tot 2002, en Guy-Brice Parfait Kolélas, die als tweede eindigde bij de presidentsverkiezingen van 2016. Dat jaar claimde Sassou-Nguesso dat hij 60 procent van de stemmen had gekregen, tegenover slechts 15 procent voor Kolélas. De VS veroordeelden de regering van Congo-Brazzaville destijds wegens ‘wijdverbreide onregelmatigheden en de arrestatie van aanhangers van de oppositie’.
Deskundigen geloven niet dat het de oppositie dit keer beter zal vergaan. Abdoulaye Diarra, onderzoeker Centraal-Afrika voor Amnesty International, zegt dat de regering voorafgaand aan de verkiezingen een campagne tegen politieke tegenstanders voert van intimidatie, pesterijen en willekeurige detentie.
De vrees dat de persvrijheid in de aanloop naar de peilingen wordt bedreigd, is toegenomen nadat Raymond Malonga, een cartoonist die bekend staat om zijn satirische kritiek op de autoriteiten, begin februari door politie in burger uit zijn ziekenhuisbed werd gesleurd en werd meegenomen.
Vanwege de wapentransporten uit Azerbeidzjan maakt de oppositie zich ongerust over het vooruitzicht van geweld rond de verkiezingen. ‘We maken ons zorgen dat de wapens die het regime van Sassou-Nguesso van Azerbeidzjan heeft gekocht, zullen worden gebruikt om de oppositie hard aan te pakken tijdens de komende verkiezingen’, aldus oppositieleider Ngombet. ‘Ze willen niet dat de wereld ziet hoezeer het Congolese volk snakt naar politieke veranderingen.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.