De leiders van de Europese Unie (EU) hebben besloten het luchtruim van Belarus te mijden en een nieuwe reeks sancties in te voeren tegen het regime van Aleksander Loekasjenka, die ervan beschuldigd wordt een Europees vliegtuig naar Minsk te hebben omgeleid om de dissidente blogger en journalist Roman Protasevitsj te kunnen arresteren. De EU eist zijn onmiddellijke vrijlating.
Volgens Financial Times hebben de EU-leiders overeenstemming bereikt over ‘doelgerichte’ economische maatregelen tegen bedrijven en oligarchen die ervan worden beschuldigd het regime van president Loekasjenka gedurende 27 jaar te hebben gefinancierd. Ook roepen ze Europese luchtvaartmaatschappijen op om het Belarussische luchtruim te mijden, aldus de woordvoerder van de Europese Raadsvoorzitter Charles Michel.
Het incident van zondag wordt dat door velen bestempeld als ‘kaping’ en ‘staatsterrorisme’
Belarus is ‘geïsoleerd’ nu verschillende landen hebben besloten vluchten naar het land te verbieden, schrijft The New York Times. Deze maatregelen zijn ‘een zware slag’ voor het regime van Aleksander Loekasjenka, ‘de autoritaire president van Belarus, die al onderworpen was aan EU-sancties voor het schenden van mensenrechten tijdens de brute onderdrukking van protesten vorig jaar’ tegen zijn betwiste herverkiezing, aldus de krant.
Volgens Politico Europe wekt de verklaring van de Europese leiders ‘de indruk van een snelle en krachtige reactie op het incident van zondag, dat door velen wordt bestempeld als “kaping” en “staatsterrorisme”’.
Ook de VS veroordelen de ‘schandalige’ gebeurtenis en roepen op tot de vrijlating van Roman Protasevitsj: ‘De Verenigde Staten veroordelen met klem de omleiding van het vliegtuig en de arrestatie’, zo citeert The Hillde Amerikaanse president Joe Biden.
De vader van Roman Protasevitsj vreest dat zijn zoon is gemarteld
De Amerikaanse Nationale Veiligheidsadviseur Jake Sullivan sprak volgens The Hill met Svetlana Tichanovskaja, de Belarussische oppositieleider die nu in ballingschap in Litouwen is, en veroordeelde het incident met de Ryanair-vlucht. In een verklaring maakt Sullivan duidelijk ‘dat de Verenigde Staten, in coördinatie met de EU en andere bondgenoten en partners, het regime van Loekasjenka ter verantwoording zullen roepen’.
De New York Times betwijfelt alleen of het allemaal zal helpen: ‘Er zijn geen aanwijzingen dat de toegenomen druk op Loekasjenka zijn vastberadenheid zal ondermijnen, vooral omdat de Russische president Vladimir Poetin hem onwankelbare steun geeft’. Volgens de krant wijst de ‘bekentenis’ van Roman Protasevitsj erop dat Loekasjenka zich onaantastbaar voelt: ‘Een pro-Loekasjenka Telegram-account toonde maandagavond laat een video van 29 seconden van Protasevitsj. Hij zit met de armen over elkaar aan een houten bureau en zegt tegen de camera dat hij zich in het centrale detentiecentrum nr. 1 van Minsk bevindt en “met maximale correctheid” wordt behandeld. Het doet denken aan andere biechtvideo’s die critici van Loekasjenka in de gevangenis moesten opnemen.’ In een interview met BBC zegt de vader van Roman Protasevitsj dat hij vreest dat zijn zoon is gemarteld.
Israëlische luchtaanvallen verwoestten boekhandels in Gaza
‘De liefde, creativiteit en talent die in deze magische plek zijn gestopt, zijn verdwenen‘
‘De Samir Mansour Bookshop, bestaande uit twee verdiepingen, werd 21 jaar geleden gebouwd en deed dienst als buurthuis en boekwinkel voor de lokale gemeenschap en voor Palestijnse schoolkinderen’, schrijven Mahvish Rukhsana en Clive Stafford Smith, twee mensenrechtenadvocaten. ‘Tienduizenden boeken zijn vernietigd. De liefde, creativiteit en talent die in deze magische plek zijn gestopt, zijn verdwenen. Als gevolg van de volledige belegering van de Gazastrook zijn bouwmaterialen extreem schaars en onbetaalbaar.‘ De twee advocaten zijn daarom op GoFundMe met een inzamelingsactie begonnen in de hoop de winkel weer op te kunnen bouwen. Op 25 mei was ruim 131.000 dollar van de beoogde 250.000 dollar opgehaald.
‘De boeken liggen misschien onder het puin, maar dat houdt ons niet tegen’, zo liet schrijver Nada Abu Mideen weten aan The National. ‘We zullen blijven schrijven om de wereld te laten zien dat we verdienen te leven.’
Overigens was de Samir Mansour Bookshop niet de enige boekwinkel die deze week in Gaza werd vernietigd. In de Al-Thalatinystraat, die in de volksmond beter bekend staat als de Al-Maktabatstraat, ofwel ‘de straat met de boekwinkels’, werden andere winkels geheel of gedeeltelijk verwoest, zo meldt TRTWorld. Ook de Iqraa-bibliotheek zou zijn verwoest. In deze video van Middle East Eye vecht boekhandelaar Shaban Aslim tegen zijn tranen terwijl hij voor het puin van zijn boekhandel wordt geïnterviewd. Ook voor zijn winkel is een GoFundMe-actie gestart.
Rusland bindt de strijd aan met buitenlandse techbedrijven
De Russische federale communicatiewaakhond Roskomnadzor heeft gedreigd diensten van Google in Rusland te vertragen als het bedrijf niet binnen 24 uur voldoet aan verzoeken om bepaalde inhoud te verwijderen, zo schrijft The Moscow Times.
Volgens de krant zegt Roskomnadzor dat Google er niet in is geslaagd 20 tot 30 procent van de links te verwijderen die verwijzen naar inhoud die verboden is in Rusland. Het zou gaan om inhoud die drugsgebruik promoot en kinderpornografie bevat en om berichten die minderjarigen zouden aanmoedigen om ongeoorloofde protesten bij te wonen.
‘Google voldoet niet volledig aan zijn verplichting om links naar internetsites met informatie die in ons land verboden is, uit de zoekresultaten in Rusland te verwijderen’, zo citeerde TASS, het door de staat gerunde persbureau, Roskomnadzor in een verklaring. Roskomnadzor zegt dat Google er niet in is geslaagd om zo’n 5.000 afzonderlijke links te verwijderen, waarvan er 3.500 verband zouden houden met ‘extremisme’.
Navalny
Rusland is momenteel bezig om de organisaties van Kremlincriticus Aleksej Navalny te bestempelen als ‘extremistisch’. Met dat label, dat momenteel wordt gebruikt tegen bijvoorbeeld Al-Qaida en IS, wordt het mogelijk de activiteiten van Navalny-getrouwen te verbieden.
Het ultimatum van Roskomnadzor kwam enkele uren nadat Google zijn allereerste rechtszaak tegen Rusland had aangespannen vanwege eerdere eisen om content van YouTube te verwijderen. De Amerikaanse technologiegigant verweert zich tegen verzoeken die Roskomnadzor in januari indiende om twaalf video’s te verwijderen omdat ze minderjarigen zouden oproepen om deel te nemen aan ongeautoriseerde bijeenkomsten. Het bedrijf heeft daarom een rechtszaak aangespannen tegen Roskomnadzor bij het Arbitragehof van Moskou en een eerste hoorzitting is gepland voor 14 juli. Voorheen trad Google alleen op als verdachte of als derde partij in rechtszaken die tegen haar werden aangespannen door de Russische autoriteiten, meldde de zakenkrant Kommersant.
Rusland begon eerder dit jaar met een spraakmakende campagne tegen een groot aantal socialemediareuzen vanwege de grote toename van berichten ter ondersteuning van Kremlincriticus Aleksej Navalny die na zijn terugkeer in Rusland in de gevangenis belandde. Roskomnadzor verzocht zowel buitenlandse als Russische technologiebedrijven, waaronder Facebook, VKontakte, TikTok, YouTube en Twitter om tienduizenden berichten, video’s en foto’s te verwijderen. Het is een van de vele terreinen waarop Rusland en Google de afgelopen maanden met elkaar botsen.
Roskomnadzor is bereid Twitter te verbieden als het niet voldoet aan het verzoek om bepaalde content te verwijderen
In een aparte verklaring zegt Roskomnadzor ook dat het een brief naar Google heeft gestuurd waarin wordt geëist dat het bedrijf een YouTube-video deblokkeert van het door de staat gerunde Sputnik France. Daarnaast ligt YouTube, eigendom van Google, onder vuur vanwege het blokkeren van het conservatieve, pro-Kremlin Tsargrad TV en het verwijderen van video’s van RT, het voormalige Russia Today, dat eveneens door het Kremlin wordt gestuurd. Volgens Google bevatten de video‘s desinformatie over het coronavirus.
De Russische mededingingsautoriteiten zijn bezig met een onderzoek naar Google wegens vermeend misbruik van zijn marktdominantie. Door middel van wetten die vereisen dat Russische apps vooraf worden geïnstalleerd op alle smartphones die in Rusland worden verkocht, probeert Rusland de dominantie van buitenlandse bedrijven op de Russische softwaremarkt te verminderen.
Toezichthouder Roskomnadzor is al bezig met een gedwongen vertraging van Twitter en zei eerder bereid te zijn het socialemediaplatform te verbieden als het niet voldoet aan het Russische verzoek om bepaalde content te verwijderen. Vorige week is ook een wetsvoorstel ingediend dat grote technologiebedrijven wil dwingen om kantoren in Rusland te openen. Doen ze dat niet dan wordt het Russische bedrijven verboden om bij hen te adverteren.
Nu de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Afghanistan nadert, duiken de Pakistaanse taliban, die jarenlang vrijwel afwezig waren, weer op met een nieuwe strategie en nieuwe lokale allianties, aldus nieuwssite Gandhara.
Verdeeld, verzwakt door de dood van een aantal van zijn leiders en verdreven uit voormalige machtsbases, werd de gewapende groep Tehrik-e Taliban Pakistan (TTP) eigenlijk als afgeschreven beschouwd. Maar TTP, ook wel bekend als de Pakistaanse taliban, is het afgelopen jaar weer opgekrabbeld, heeft ruziënde facties verenigd en een golf van dodelijke aanslagen gepleegd in de tribale regio’s van het land.
Om de wederopstanding te onderstrepen, voerde TTP vorige maand een dodelijke autobomaanslag uit bij een zwaar bewaakt luxehotel in de zuidwestelijke Pakistaanse stad Quetta, ver buiten zijn machtsbasis in het noordwesten.
‘TTP richt zich nu voornamelijk op Pakistaanse instanties en hun vertegenwoordigers’
Deze TTP is niet langer dezelfde militante groep die van 2007 tot 2014 grote schade aanrichtte in Pakistan, toen een groot legeroffensief de groep over de grens naar Afghanistan dreef. Onder leiding van Noor Wali Mehsud, meer een religieus figuur dan een strijder, die sinds 2018 de leiding heeft, heeft TTP haar nauwe banden met Al-Qaida weliswaar behouden, maar de organisatie is gedecentraliseerd en het aantal willekeurige aanvallen op burgers is verminderd, volgens waarnemers.
Lokaal jihadisme
‘TTP richt zich nu voornamelijk op Pakistaanse instanties en hun vertegenwoordigers’ en niet meer op soft targets, volgens Abdul Basit, Pakistaanse veiligheids- en antiterrorisme-specialist, verwijzend naar vroegere aanvallen op burgers. ‘In die zin is TTP overgegaan van een mondiaal naar een lokaal jihadistisch discours.’
Er zijn aanwijzingen dat TTP een nieuw front heeft geopend tegen Chinese belangen in Pakistan. Peking oefent aanzienlijke politieke invloed uit in het land en geeft miljarden uit aan infrastructurele projecten. De aanval van TTP op het Serena Hotel in Quetta, de hoofdstad van de onrustige provincie Balochistan, toont de groeiende operationele kracht van de militante groep, zeggen waarnemers.
Het was de eerste aanval in Pakistan sinds jaren waarin een met explosieven beladen auto, of wat militaire experts noemen ‘zelfmoordvoertuigen op basis van geïmproviseerde explosieven’ (SVBIED’s), werd gebruikt. Het was ook de eerste aanval van TTP in een grootstedelijk centrum sinds de wederopstanding. ‘Dit toont aan dat TTP het vermogen heeft om SVBIED’s te organiseren en zwaarbewaakte doelen te raken’, aldus Basit.
Er is wijdverbreide wrok ontstaan bij de inwoners van Balochistan, die vinden dat hun thuisprovincie wordt uitgebuit door de staat
Daarnaast is de bomaanslag, die vijf mensen doodde en een dozijn anderen verwondde, ook significant omdat hij in Balochistan plaatsvond. Balochistan ligt niet alleen buiten het traditionele gebied van TTP, maar het is ook een uitgestrekte regio die door zijn rijkdom aan hulpbronnen de afgelopen jaren een grotere betekenis heeft gekregen.
Het is de locatie van een nieuwe haven in de stad Gwadar, een Chinees paradepaardje en onderdeel van de China-Pakistan Economic Corridor (CPEC) die in totaal 65 miljard dollar omvat. Het project, dat voorziet in een haven, een luchthaven, een snelweg en een ziekenhuis, is bedoeld om de Chinese provincie Xinjiang te verbinden met de Arabische Zee.
Etnische Baloch-separatisten hebben zich al regelmatig gericht tegen de Chinese activiteiten in Balochistan, dat het toneel was van een separatistische opstand waarop brute repressie van de staat volgde, die sinds 2004 duizenden mensen het leven heeft gekost. Zo is er wijdverbreide wrok ontstaan bij de inwoners, die vinden dat hun thuisprovincie wordt uitgebuit door de staat.
Alliantie
Volgens waarnemers suggereert de aanval van TTP op het Serena Hotel, waar de Chinese ambassadeur in Pakistan verbleef maar op dat moment niet aanwezig was, dat de groep zich heeft aangesloten bij de lokale strijd tegen Chinese belangen. De sterke toename van het aantal aanvallen op Pakistaanse veiligheidstroepen in Balochistan in de afgelopen maanden wijst ook op een dergelijke alliantie.
Separatisten in Balochistan, waarvan velen seculier zijn, gingen al eerder in het verleden vormen van samenwerking aan met extremistische islamistische groeperingen, zoals Al-Qaida, de belangrijkste bondgenoot van TTP, maar ook met Islamitische Staat (IS) en Lashkar-e Jhangvi, een sektarische soennitische militante moslimgroepering.
Er zijn tot 6.500 Pakistaanse militanten in Afghanistan aanwezig, de meesten van hen zijn leden van TTP
Volgens deskundigen heeft TTP zijn financiële middelen inmiddels aanzienlijk vergroot door afpersing, smokkel en door belastingen te heffen bij de lokale bevolking en bedrijven. Onder de nieuwe leiding is TTP ook in toenemende mate gedecentraliseerd, waarbij gezag is overgedragen aan lokale commandanten. Elke commandant leidt een eenheid die ongeveer 25 tot 30 strijders telt. Voorheen werden slechts enkele commandanten voor bepaalde zones aangesteld.
Ondertussen is TTP ook actief in Afghanistan: volgens een rapport van de VN dat juli vorig jaar werd gepubliceerd, zijn er tot 6.500 Pakistaanse militanten in Afghanistan aanwezig, de meesten van hen zijn leden van TTP.
In Pakistan bestaat dan ook de vrees dat in Afghanistan, als een vredesakkoord uitblijft, een burgeroorlog zal uitbreken na de aangekondigde internationale militaire terugtrekking in september. Een dergelijke situatie zou TTP dusdanig kunnen versterken, dat aanvallen op Pakistaans grondgebied kunnen worden opgevoerd.
Het excuus van Martin Bashir
Martin Bashir, de voormalige BBC-verslaggever die wordt beschuldigd van het vervalsen van documenten om in 1995 een exclusief interview met prinses Diana te krijgen, legde dit weekeinde verantwoording af in The Sunday Times over de zaak die een schandaal in Groot-Brittannië veroorzaakte en de reputatie van de BBC ernstig heeft aangetast.
‘Met zijn reputatie aan stukken’ spreekt Bashir als ‘een gebroken man’, zo is te lezen in het artikel in The Sunday Times waarin met de verslaggever wordt teruggeblikt op zijn interview met prinses Diana in 1995. Aanleiding voor die terugblik is de publicatie van het zogenoemde rapport-Dyson, de conclusie van een onderzoek naar de gang van zaken onder leiding van John Dyson, een voormalig rechter van het Britse Hooggerechtshof. Uit het rapport blijkt dat Bashir valse bankafschriften gebruikte om Charles Spencer, de broer van Diana, ervan te overtuigen dat ze werd bespioneerd. Zo wist Bashir het vertrouwen van de prinses te winnen. Prins William gelooft dat deze valse informatie ‘de angst en eenzaamheid’ aanwakkerde bij zijn moeder, die twee jaar later stierf.
‘Het interview met Diana veranderde Bashir van een onbekende in een van de beroemdste journalisten van het land’
‘Het spijt me zeer’, zegt Bashir, ‘Ik heb Diana nooit kwaad willen doen.’ Maar hij zegt ook dat hij niet ‘verantwoordelijk kan worden gehouden voor de vele dingen die er in haar leven gaande waren noch voor de complexe kwesties rond allerlei beslissingen’. Volgens hem is de suggestie dat hij daar persoonlijk verantwoordelijk voor ‘onredelijk en oneerlijk’.
De belangrijkste verdediging van Bashir, zo merkt The Sunday Times op, is dat hij wijst op het feit dat hij bevriend raakte met Diana en dat ze erg blij was met het BBC-interview. De krant citeert echter ook een voormalige collega dat meent dat Bashir de waarheid ‘ongemakkelijk’ vindt.
‘Het interview met Diana veranderde Bashir van een onbekende in een van de beroemdste journalisten van het land’, aldus The Sunday Times. Hij ging aan het werk voor ITV en vervolgens voor ABC en NBC in de Verenigde Staten, en keerde in 2016 terug bij de BBC waar hij vorige week ontslag nam. De 58-jarige Bashir zegt te kampen met verschillende gezondheidsproblemen.
Een nieuwe etalage voor hedendaagse kunst in Parijs
Parijs heeft een nieuw museum, de Bourse de Commerce, en dat zorgt voor verdere verrijking van het toch al diverse culturele aanbod, schrijft de Spaanse krantEl País. Geografisch gezien ligt het museum op een steenworp afstand van het Louvre, en zo dicht bij het Centre Pompidou dat het kleurrijke dak van de instelling door de ramen te zien is.
De Bourse de Commerce wordt de eerste privé-instelling in de Franse hoofdstad die zich uitsluitend toelegt op hedendaagse kunst uit de collectie van één individu, multimiljonair François Pinault. Deze etalage voor de Pinault-collectie is sinds zaterdag eindelijk open na jaren van voorbereiding, verbouwing naar ontwerp van de Japanse architect Tadao Ando en een uitgestelde inauguratie vanwege de coronapandemie.
Pinault is oprichter van het Kering-imperium, waarin merken als Yves Saint Laurent, Gucci en Balenciaga zijn ondergebracht
Pinault, oprichter van het Kering-imperium, waarin merken als Yves Saint Laurent, Gucci en Balenciaga zijn ondergebracht, ziet nu zijn droom in vervulling gaan: zijn immense bezit te kunnen exposeren in de hoofdstad van kunst en luxe, bestaande uit zo’n 10.000 werken van meer dan 380 kunstenaars ‘uit alle continenten en van verschillende generaties’. Pinault gaat zo de concurrentie aan met andere rijke mecenassen, zoals Bernard Arnault met zijn Louis Vuitton Foundation.
Volgens Pinault, die 84 jaar geleden geboren werd op het platteland van Bretagne, is kunst ‘een school voor nederigheid, want ze leert ons dat we nooit klaar zijn met de schoonheid van de wereld, en dat ons vluchtige leven alles te winnen heeft door de wereld te omarmen in plaats van te domineren.’ Nederigheid is echter niet wat in het oog springt bij deze buitengewone collectie waarvan de waarde door het Franse tijdschrift Challenges wordt geschat op 1,5 miljard euro.
Ouverture, de eerste tentoonstelling in de Bourse de Commerce, een voormalige graanhal van meer dan 10.000 vierkante meter in het eerste arrondissement van Parijs, toont ongeveer 200 werken van 32 kunstenaars die zijn gekozen door Pinault zelf. De selectie beoogt meer te zijn dan louter een blik op de collectie: het gaat hem om thema’s te tonen die hem na aan het hart liggen en die weerspiegeld worden in zijn acquisities. Zo zijn voor het eerst in Europa alle stukken te zien die hij bezit van de ‘radicale en compromisloze’ Amerikaanse kunstenaar David Hammons.
Het geweld tussen Israël en Hamas is niet onoplosbaar, meent Haaretz. Maar dan moet de regering van Israël wel een nieuwe weg inslaan. Die klampt zich nog altijd vast aan de fictie van een eenvoudig juridisch probleem en een ‘lokaal conflict’.
In Oost-Jeruzalem zijn de Palestijnse betogingen en de huidige botsingen met de Israëlische politie het resultaat van tientallen jaren spanningen en juridische gevechten over het lot van Sheikh Jarrah, een kleine Arabische wijk in het noorden van de Oude Stad, waar de bewoners met uitzetting worden bedreigd door een groep Joodse kolonisten.
Om te begrijpen wat er op het spel staat moeten we teruggaan in de geschiedenis. In 1876, tijdens de Ottomaanse periode en vóór de opkomst van de zionistische beweging in 1897, kochten de religieuze besturen van de Sefardische en Asjkenazische Joden in Jeruzalem een lapje grond in Sheikh Jarrah, in de buurt van de tombe van Shimon Hatsadiq (Simon II de Rechtvaardige), een Joodse hogepriester uit de Oudheid. Daar werd een kleine Joodse wijk gesticht.
Toen in 1948 de oorlog uitbrak, moesten tienduizenden burgers hun huis ontvluchten
Toen in 1948 de oorlog uitbrak, moesten tienduizenden burgers hun huis ontvluchten, en aan het eind van de onafhankelijkheidsoorlog deelde een Israëlisch-Jordaanse bestandslijn de stad in tweeën. De overgrote meerderheid van de vluchtelingen bestond uit Arabieren (vijfentwintigduizend zielen) die hun have en goed moesten verlaten omdat die voortaan ten westen van de groene lijn waren gesitueerd, in het Israëlische gedeelte, terwijl een kleine Joodse minderheid (zeventienhonderd zielen) haar bezittingen in het Jordaanse gedeelte ten oosten van de bestandslijn moest achterlaten, voornamelijk in de historisch Joodse wijk van de Oude Stad.
Na de oorlog van 1948 nam het Israëlische parlement een wet aan die Joodse vluchtelingen recht gaf op een vergoeding ter waarde van de goederen die ze in Oost-Jeruzalem hadden moeten achterlaten. Evenzo lieten Jordanië en de Verenigde Naties in 1956 achtentwintig huizen in de wijk Sheikh Jarrah bouwen voor Palestijnse vluchtelingenfamilies.
Terugeisen
Tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 veroverde en annexeerde Israël de Oude Stad en West-Jeruzalem. Sinds de hereniging stipuleert de Israëlische wet dat de Joden het recht hebben bezittingen terug te eisen die tussen 1948 en 1967 in Oost-Jeruzalem zijn achtergelaten. Dezelfde wet bepaalt expliciet dat het omgekeerde niet geldt voor de Arabieren die hun door Israël gevorderde en genationaliseerde bezittingen in West-Jeruzalem hebben moeten achterlaten.
In Sheikh Jarrah bleef alles ondanks de Israëlische verovering van Oost-Jeruzalem lange tijd bij het oude, totdat de extreemrechtse kolonisten er in het begin van de jaren 2000 aanspraak op gingen maken.
In die tijd hadden de religieuze besturen van de Sefardische en Asjkenazische Joden in Jeruzalem, na een tijdlang hun eigendomsrechten te hebben uitgeoefend, die rechten overgedragen aan het Israëlische vastgoedbedrijf Nahalat Shimon (Erfenis van Simon), een filiaal van Nahalat Shimon International, een maatschappij die geregistreerd staat in de Amerikaanse staat Delaware. Omdat Delaware bekendstaat om zijn volstrekt ondoorzichtige wetgeving, is niet te achterhalen wie de aandeelhouders zijn van het moederbedrijf.
Sinds 2003 is Nahalat Shimon verwikkeld in een juridische strijd die niet alleen tot doel heeft de afstammelingen van de Palestijnse vluchtelingen uit hun huizen in Sheikh Jarrah te verdrijven, maar ook om de hele wijk plat te gooien en er tweehonderd woningen voor Joodse families voor in de plaats te bouwen.
Tot dusver was het vastgoedbedrijf erin geslaagd vier Arabische families uit hun huis te laten zetten. Maar momenteel worden, ingevolge een vonnis van het Israëlische hooggerechtshof (dat overigens gezien het politieke klimaat zijn zitting van 10 mei heeft verdaagd), driehonderd bewoners van dertien panden met uitzetting bedreigd ten gunste van Joodse kolonisten.
Zeker 30 procent van het onroerend goed in Oost-Jeruzalem behoort aan Arabieren toe
Deze dreiging verklaart de recente protesten van Palestijnen in zowel Oost-Jeruzalem als in de door Israël bezette gebieden en het buitenland. Door zich te beroepen op de eigendomsrechten van fysieke en morele Israëlisch-Joodse rechtspersonen op goederen die sinds zeven decennia in het bezit zijn van Palestijnen in Oost-Jeruzalem, heeft het gerecht een doos van Pandora geopend: volgens de meest voorzichtige schattingen behoorde voor de oorlog van 1948 30 procent van het onroerend goed in Oost-Jeruzalem aan Arabieren toe.
Natuurlijk sluit de Israëlische wet iedere wederkerigheid voor Arabische eigenaars uit, maar het geval-Sheikh Jarrah zou de oude Palestijnse eigendomsaanspraken op hele wijken in Oost-Jeruzalem weleens nieuw leven kunnen inblazen en zelfs tot acties bij het Internationaal Strafhof (ICC) kunnen leiden.
Toch zou deze tijdbom met een klein beetje politieke moed van de kant van Israël onklaar kunnen worden gemaakt.
In 2010 hebben twee onderzoekers van het Jerusalem Institute for Policy Research, Yitzhak Reiter en Lior Lehrs, een eenvoudige oplossing voorgesteld: de grond onteigenen die op papier aan Nahalat Shimon toebehoort. Sinds 1967 heeft de Israëlische staat in Oost-Jeruzalem duizenden hectares grond van Palestijnse eigenaars onteigend om er een enorme strook Israëlische wijken te bouwen. Dus waarom zou diezelfde staat nu niet een kleine uitzondering kunnen maken door een onteigeningsprocedure van maar enkele hectares te starten, maar ditmaal ten bate van enkele honderden Palestijnen in Oost-Jeruzalem in ruil voor een schadeloosstelling voor vastgoedbedrijf Nahalat Shimon.
Vernieuwende oplossing
Ter onderbouwing van hun voorstel citeren Reiter en Lehrs een niet-bindende uitspraak die in 1999 is gedaan door Menachem Mazuz, destijds viceprocureur-generaal. Ten aanzien van een zaak die sterk leek op die in Sheikh Jarrah achtte Mazuz het ‘ondenkbaar dat de Israëlische regering haar onteigeningen kan motiveren door verwijzing naar het nationaal belang (van Israël), maar niet overweegt hetzelfde te doen omwille van de vrede en diplomatie’.
Volgens de twee Israëlische onderzoekers zou zo’n moedige en vernieuwende oplossing louter voordelen met zich meebrengen voor de Hebreeuwse staat. Om te beginnen zouden op korte termijn de huidige spanningen worden bedwongen en zou er snel een eind komen aan de gewelddadigheden. Ten tweede zou Israël minder moeite hebben om zijn positie inzake de kwestie Jeruzalem te verdedigen tegenover de internationale gemeenschap. Ten derde zou het dossier Jeruzalem op een constructievere manier worden behandeld door het ICC. En ten vierde zouden de Palestijnse argumenten om het dossier te heropenen van de Arabische goederen die na 1948 in West-Jeruzalem zijn achtergelaten worden verzwakt.
Al Jazeera maakte een documentaire over een Palestijnse familie die haar huis in Jeruzalem werd uitgezet.
Maar de regering klampt zich nog altijd vast aan de fictie van een eenvoudig juridisch probleem en een lokaal conflict, terwijl de Palestijnen steeds beter in staat zijn aan te tonen dat de handen van de Israëlische justitie zijn gebonden door een in wezen discriminerende wetgeving. Als om hun gelijk te geven brengt de Israëlische staat sinds enkele weken een enorme politiemacht op de been, die niet alleen de Palestijnse betogingen op een gewelddadige manier onderdrukt, maar ook aan de kant van de Israëlische kolonisten staat.
Er bestaat een eenvoudige, evenwichtige en rechtvaardige oplossing voor het probleem Sheikh Jarrah. Maar die vergt een politieke moed waaraan het de Israëlische leiders tot nu toe ontbreekt.
Een Israëlische luchtaanval verwoestte zaterdag een flatgebouw in Gaza-stad waarin de kantoren van het Amerikaanse persbureau The Associated Press en andere media zoals Al Jazeera waren gevestigd. Alle aanwezige AP-medewerkers en freelancers hebben het gebouw veilig en op tijd kunnen verlaten, maar wat het persbureau betreft is de zaak daar niet mee afgedaan.
Kort nadat Israël het gebouw met de grond gelijk maakte, publiceerde Gary Pruitt, voorzitter en CEO van AP de volgende verklaring:
‘We zijn ontsteld en geschokt dat het Israëlische leger een gebouw met daarin het bureau van AP en andere nieuwsorganisaties in Gaza heeft aangevallen en vernietigd. Ze kenden de locatie van ons bureau al lange tijd en wisten dat er journalisten aanwezig waren. We kregen een waarschuwing dat het gebouw zou worden getroffen.
‘De wereld zal minder kunnen weten over wat er in Gaza gaande is vanwege wat er vandaag is gebeurd’
De Israëlische regering zegt dat in het gebouw militaire inlichtingendiensten van Hamas aanwezig waren. We hebben de Israëlische regering opgeroepen om het bewijs daarover te presenteren. Het bureau van AP bevindt zich al vijftien jaar in dit gebouw. We hebben geen aanwijzingen dat Hamas in het gebouw was gevestigd of er actief was. Dit is iets wat we naar ons beste vermogen actief controleren. We zouden onze journalisten nooit willens en wetens in gevaar brengen.
We verzoeken om informatie van de Israëlische regering en werken samen met het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in een poging meer te weten te komen.
Dit is een ongelooflijk verontrustende ontwikkeling. We hebben ternauwernood een verschrikkelijk verlies aan mensenlevens weten te vermijden. Een tiental AP-journalisten en freelancers was in het gebouw en kon gelukkig op tijd worden geëvacueerd.
De wereld zal minder kunnen weten over wat er in Gaza gaande is vanwege wat er vandaag is gebeurd.’
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken liet maandag weten dat hij nog geen enkel Israëlisch bewijs heeft gezien dat wijst op activiteiten van Hamas in het gebouw, bericht Al Jazeera. Blinken zei dat hij Israël om rechtvaardiging voor de aanval heeft gevraagd. Volgens de Israëlische premier Benjamin Netanyahu zal Israël bewijzen van de aanwezigheid van Hamas in het gebouw delen via inlichtingenkanalen. Maar noch het Witte Huis, noch het ministerie van Buitenlandse Zaken wilden zeggen of aanwijzingen aan de VS zijn overlegd.
Horeca in Frankrijk gaat weldra open maar worstelt met personeelstekort
In Frankrijk staan hoteliers en restauranthouders te springen om weer aan de slag te kunnen, maar ze hebben wel een probleem: overal is er een schrijnend gebrek aan mankracht, zo schrijftThe New York Times. Door de pandemie zijn veel werknemers van baan veranderd. En dat is lastig nu het aftellen is begonnen naar het moment dat bezoekers weer arriveren.
Zo wachtte Christophe Thiriet al zes maanden op de opheffing van de lockdowns in Frankrijk, zodat hij de restaurants en hotels van zijn bedrijf in Oost-Frankrijk weer kon openen en hij de honderdvijftig werknemers weer kon oproepen die hij maanden geleden met verlof moest sturen. Maar toen hij hen deze maand vroeg of ze weer bij hem aan de slag wilden, kreeg hij van zeker dertig medewerkers te horen dat ze niet meer terug zullen komen, zodat hij zich nu in allerlei bochten moet wringen om nieuwe werknemers te vinden. ‘Met zo’n lange sluiting denken mensen er natuurlijk wel twee keer over na of ze beschikbaar willen blijven’, aldus Thiriet, manager van de Heintz Group, die elf hotels en drie restaurants bezit rond de stad Metz.
Bij restaurants en hotels in het hele land hangen borden met oproepen voor personeel
In heel Frankrijk kampen restaurants en hotels met hetzelfde probleem. Na maanden verlof hebben werkenden massaal besloten om niet terug te keren naar banen in de horeca. Een zorg voor Frankrijk, dat doorgaans bovenaan de lijst van de meest bezochte landen ter wereld staat. De branche ziet een tekort van misschien wel honderdduizend restaurant- en hotelmedewerkers, terwijl tegelijk ook honderdduizenden mensen op zoek zijn naar werk na de ergste recessie in Frankrijk in decennia. Maar werkgevers merken dat het steeds moeilijker wordt om werkzoekenden te lokken naar een branche waarvan de toekomst min of meer staat of valt met de grillen van het coronavirus en de onzekerheid over regelgeving en de voortgang van vaccinaties. Bij restaurants en hotels in het hele land hangen borden met oproepen voor personeel.
Het probleem dient zich aan op het moment dat duizenden hotels en restaurants die de crisis hebben overleefd, een daling van zo’n 80 procent sinds vorig voorjaar moeten goedmaken. De lockdowns hebben de Franse toeristenindustrie, een hoeksteen van de economie, sinds vorig jaar meer dan 60 miljard euro aan omzet gekost, schrijft Le Figaro.
‘We weten dat we deze zomer weer klanten zullen krijgen, dat is het probleem niet’, zegt Yann France, de eigenaar van La Flambée, een restaurant in de populaire noordelijke kuststad Deauville. ‘Onze zorg is dat we niet over voldoende personeel kunnen beschikken in een tijd dat we een enorm omzetverlies moeten goedmaken.’
Winnend lot verdwijnt in wasmachine
De jackpot van een loterij in Californië van maar liefst 26 miljoen dollar (21,4 miljoen euro) is niet opgeëist, zo meldt CNN. De winnaar van de SuperLotto Plus-trekking van 14 november 2020 had 180 dagen de tijd om het winnende lot te overhandigen, maar toen de deadline donderdag verstreek was nog niemand komen opdagen, aldus medewerkers van California Lottery.
Het winnende lot werd verkocht in een supermarkt in Norwalk, een buitenwijk van Los Angeles. Medewerkers van die winkel vertelden aan het lokale station KCBS / KCAL, een dochter van CNN, dat een vrouw die het lot onlangs kocht, was langsgekomen en had verteld dat het per ongeluk in de wasmachine terecht was gekomen en verloren was gegaan. Volgens de winkelmedewerkers zijn er camerabeelden die bewijzen dat de vrouw het lot heeft gekocht.
‘Spelers moeten altijd hun loten ondertekenen en fotograferen of kopiëren’
De woordvoerster van California Lottery, Cathy Johnston, vertelde CNN dat de vrouw geen contact had opgenomen met het loterijkantoor en dat ze niet wist of de vrouw het verlies had gemeld bij een districtskantoor of een officiële claim had ingediend. ‘Mocht ze dat gedaan hebben, dan zouden we het onderzoeken zoals we altijd doen. Zo niet, dan valt er niets te onderzoeken en kunnen we verder niets meer doen’, aldus Johnston. Ze liet overigens ook weten dat de camerabeelden uit de winkel helaas niet voldoende zijn om te bewijzen dat de vrouw het winnende lot heeft gekocht.
Overigens is niet iedereen in deze kwestie een verliezer, zo merkt CNN op. California Lottery heeft laten weten dat het bedrag, waarvan na belastingen nog 19,7 miljoen dollar (16,2 miljoen euro) over zal blijven, zal worden overgemaakt aan openbare scholen. Ook de winkel mag blij zijn want die ontvangt een bonus van 130.000 dollar (107.000 euro) voor de verkoop van het winnende lot.
Alles bij elkaar is het verhaal een goede reden voor alle spelers in de loterij om het advies van California Lottery op te volgen om te voorkomen dat de jackpot wordt misgelopen: ‘Spelers moeten altijd hun loten ondertekenen en de voor- en achterkant van het lot fotograferen of kopiëren om te kunnen bewijzen dat ze het in bezit hadden.’
Ze worden gevreesd – en vereerd. In Afghanistan staan ze op het punt de macht weer over te nemen. Verslaggevers van Die Zeit reisden met toestemming van lokale leiders dagenlang door het land van de taliban.
De 9e editie van de European Press Prize
Voor de vijfde keer op rij maakte 360 een selectie uit de shortlist van European Press Prize.
Dit verhaal uit Die Zeit is een van de vijf genomineerden voor de Distinguished Reporting Award.
De European Press Prize werd in 2013 opgericht vanuit de overtuiging ‘dat journalistiek een van de grote verbinders is in een Europa dat leert en groeit dankzij de verhalen van verslaggevers’. Dit jaar was er een recordaantal inzendingen, met meer dan duizend deel-nemers uit bijna alle 47 landen van de Raad van Europa en ook daarbuiten. Journalisten uit achttien verschillende landen – van Spanje tot Wit-Rusland, van Denemarken tot Griekenland – zijn geselecteerd voor de shortlist.
De finalisten kozen belangrijke Europese thema’s, waaronder de gevolgen van de pandemie; de Black Lives Matter-beweging; migratie en mensenhandel; vrouwenrechten in de sport en vele andere.
Onze selectie uit deze shortlistverhalen leest u de komende weken op onze site. Voor het magazine kozen wij dit uitzonderlijke verhaal, voorzien van uitzonderlijk mooi beeld, over degenen die vochten tegen het machtigste leger ter wereld en een land creëerden dat officieel niet op de kaart staat: het land van de taliban.
Op 3 juni is bekendgemaakt dat ‘Love in the time of plague’ van Janusz Schwertner, gepubliceerd door de Poolse Nieuwssite Onet, de winnaar is geworden van de Distinguished Reporting Award.
‘Het indrukwekkendste stuk van dit jaar vond ik “De wedergeboorte van de taliban”, waarin twee Die Zeit-redacteuren reizen door talibangebied in de periode dat Afghanistan nog niet volledig in handen was gevallen van de islamistische rebellen. Het geeft een verrassend eerlijke inkijk in de wereld van theehuizen, madrassa’s en shariarechtbanken.’
Dit artikel, door European Press Prize genomineerd voor de Distinguished Reporting Award, had in ons juninummer nog de ondertitel “Een reis door een land dat officieel niet bestaat”, maar sinds de machtsovername is die inmiddels achterhaald.’
Het eerste contact. Een stem uit de telefoon. De speaker kraakt. De stem klinkt gedecideerd, maar ook jong, kwetsbaar bijna. Onderweg geeft de stem ons de laatste aanwijzingen. Vier uur rijden van Kaboel, de provincie Ghazni, midden in Afghanistan. Op de grote weg zijn we langs de ruïnes van verwoeste legerbases gekomen, langs wrakken van uitgebrande militaire voertuigen. Op hele stukken van de weg zit elke honderd meter een diepe krater. Dan zegt de stem dat we moeten afslaan, ze loodst ons steeds verder van de grote weg, steeds verder het land in, waar nauwelijks wegen zijn, alleen geitenpaadjes. De wielen van de Toyota slippen in het zand, dan komt de auto weer op de rotsige bodem terecht. Even later, na de laatste post van de regeringssoldaten, ligt op een heuvel een vesting waar de Afghaanse vlag wappert. Dan valt de verbinding weg.
‘Is dit wel de goede plek?’ vraagt onze chauffeur even later. Op een dorpsplein staan we gespannen te wachten, het plein is leeg, het dorp lijkt verlaten. De chauffeur kijkt op de telefoon, nog steeds geen verbinding. De plaats waar we elkaar zouden ontmoeten is het eerste dorp voorbij de grens van het regeringsgebied. Een paar armzalige lemen hutten. Al jaren geleden zijn de mensen hier uit angst gevlucht. Niemandsland. ‘Ik weet niet of we hier wel goed zijn,’ zegt de chauffeur nog een keer. Net als we overwegen om terug te keren verschijnen er opeens zeven gewapende mannen op het plein. ‘Vrede zij met u,’ zegt degene met de jongensachtige stem, die we al kennen van de telefoon.
Omar Sadiq, de lijfwacht van gouverneur Ahmadi van het militaire district Natur, bij de ingang van de plaatselijke moskee waar Ahmadi is voor een bijeenkomst.Districtscommandant Ahmadi bidt samen met zijn lijfwachten in Hotel Said aan de Nawur Ghazniweg.Vergadering van het gerechtshof van de taliban in de enige overgebleven intacte kamer van het voormalige district- en politiehoofdkwartier van Rashidan. Maulawi Shakir (midden) is voorzitter van de plaatselijke rechtbank.
Hij glimlacht, maar zijn lachje verdwijnt snel weer. Nisar, stelt hij zich voor, een naam waarvan hij weet dat wij weten dat het niet zijn echte naam is. Hij zal ons de komende dagen begeleiden. Wij, verslaggevers van Die Zeit, hebben maanden aan de voorbereiding van deze reis gewerkt. Toch zijn we nerveus. We begeven ons in handen van degenen van wie we tot nu toe vreesden dat ze ons zouden kunnen ontvoeren.
Om veiligheidsredenen blijven westerse journalisten tot nu hoogstens een paar uur achtereen bij de taliban. Wij zijn de eersten in jaren die zich een paar dagen lang aan hen toevertrouwen. We willen een reportage maken over de mannen die het machtigste land ter wereld militair murw hebben gemaakt en die een land hebben gecreëerd dat officieel op geen enkele kaart staat, het land van de taliban. Veel mensen vrezen de taliban. Toch worden ze ook bewonderd, mensen laten zich voor hen de dood in jagen, laten zich voor de beweging folteren en opsluiten. De taliban, de hoop voor velen.
Restanten
De religieuze strijders controleren in de herfst van 2020 weer 80 procent van Afghanistan. De regering van president Ashraf Ghani is teruggedreven naar de provinciecentra en de hoofdstad Kaboel. De restanten van een staat die steeds verder krimpt. De taliban staan al in de buitenwijken van Kaboel. De vluchtelingen die de laatste jaren hun toevlucht in de hoofdstad hebben gezocht, moeten het met steeds minder ruimte doen. Na twee decennia trekken de Amerikanen binnenkort hun troepen terug. De corruptie onder de autoriteiten neemt hand over hand toe. Iedereen probeert voor hij in ballingschap gaat zoveel mogelijk geld naar het buitenland te brengen. Een staatsapparaat kort voor de algehele instorting. Gevreesd wordt dat binnenkort de eerste legereenheden zullen overlopen. In Doha onderhandelen delegaties van de regering en de taliban al sinds midden september over een wapenstilstand; of, zoals veel mensen denken, over een capitulatie.
De jonge talib Nisar, in het zwart gekleed, zwarte tulband, met een kalasjnikov over zijn schouder, rijdt op een motor voor ons uit. De weg voert naar het gebergte, wordt steeds steiler, we passeren de laatste groene velden, om ons heen alleen nog naakte witte rotsen. De weg, voor zover er van een weg sprake is, is smal, uitgehouwen in de rotswand. Aan de andere kant een afgrond. De stenen die door de wielen worden losgeslagen, vallen honderden meters omlaag. Bij elke haarspeldbocht wacht Nisar ons op, een tenger silhouet in het zwart, bocht na bocht, tot aan de pas op bijna 3000 meter hoogte.
Tot vlak voor ons vertrek dreigden de afspraken met de taliban te mislukken. Contact opnemen is riskant. Het wederzijds wantrouwen is groot. Enkele journalisten die dachten op het woord van een talibancommandant te kunnen vertrouwen, zijn ontvoerd. Als we het gebied verlaten waar de regering aan de macht is, voelt dat als volledig controleverlies. Alsof je vanuit een ruimteschip de gewichtloosheid van het heelal in zweeft. Onze enige garantie dat we niet in deze steenwoestijn verloren zullen gaan, is een gesproken WhatsAppbericht. Onze reddingslijn: een andere stem, een oudere nu. De stem van de woordvoerder van de hoogste taliban. Een audioberichtje als vrijgeleide.
De mannen die meestal westerlingen als wij ontvoeren, moeten ons nu beschermen. Dat hopen we tenminste. Rond het middaguur bereiken we de vallei aan de andere kant van het bergmassief. Hier zijn de taliban al bijna tien jaar ongehinderd aan de macht. Het district heet Rashidan en is betrekkelijk klein, maar strategisch belangrijk omdat het grenst aan Ghazni, de hoofdstad van de provincie. Ingebed in de groene strook akkers en bosjes langs de rivier ligt een tiental dorpen. Verder alleen schrale grond, stof en stenen. Nisar wil ons naar het districtscentrum brengen in het dorp Hussein Chel. Hier bevindt zich ook de markt, waar de sporen van de oorlog nog duidelijk zichtbaar zijn. De scholieren van de middelbare school waar Nisar stopt, kijken nieuwsgierig uit het raam. Voor de ingang worden we opgewacht door een gesloten front van twintig mannen met zwarte tulbanden.
‘Hartelijk welkom in de Islamitische Emiraten,’ zegt Mawlawi Nasrat, de talibancommandant van Rashidan. Hij geeft een slap handje, naar Afghaans gebruik omhelst hij ons, maar aarzelend. ‘De Amerikanen en u, hun bondgenoten, hebben ons land aangevallen,’ zegt hij. ‘Wij hebben ons land alleen verdedigd. U hebt ons deze oorlog opgedrongen.’ Nasrat vraagt ons binnen te komen. De taliban en wij gaan in de lerarenkamer op de grond zitten. Ze hebben nooit eerder westerse journalisten ontmoet. Sommigen kijken ons vol haat aan, de meesten zijn, zo te zien, nieuwsgierig.
Het leek alsof de taliban het verscheurde land na vijfentwintig jaar oorlog vrede konden brengen
In de kamer hebben zich leden van de Provinciale Raad, rechters van verschillende rechtbanken en een paar afgevaardigden van de zedenpolitie verzameld, die in de dorpen de islamitische kledingvoorschriften en de lengte van de baarden controleert. Verder zijn de gevolmachtigde voor het onderwijs, die toezicht houdt op de scholen, en een belastingontvanger aanwezig. Een doorsnee van het ambtelijk apparaat dat de taliban de afgelopen jaren ontwikkeld heeft. De regering in Kaboel is hier in Rashidan allang geschiedenis. ‘Kijk eens rond in ons district!’ zegt Nasrat, de commandant, begin dertig. ‘Praat met de mensen. Ze zijn gelukkig, omdat wij ons aan de Koran en de sharia houden. De regering in Kaboel die door jullie buitenlanders is neergezet, is een corrupte bende. Ze is moreel verdorven. Bij ons bestaat geen corruptie. Wij zijn hier om Allah te dienen en de problemen van de mensen op te lossen.’
Met de taliban had niemand in Afghanistan meer rekening gehouden. Ze waren verpletterend verslagen. Het leger van de Verenigde Staten had ze na de aanslagen in New York van 2001 in een paar weken tijd naar de vergetelheid gebombardeerd. Naar schatting twintig procent van alle talibanstrijders zijn toen om het leven gekomen. De rest vluchtte naar Pakistan of dook onder. Om te voorkomen dat Afghanistan opnieuw door radicale groeperingen zou worden overheerst, heeft de wereldgemeenschap daarna een enorme operatie op touw gezet. Vijftig landen hebben soldaten en ontwikkelingswerkers gestuurd. Alleen al de VS hebben 1000 miljard dollar geïnvesteerd. In Afghanistan moest worden bewezen dat het mogelijk is de situatie in een land ten goede te keren en er het kwaad uit te roeien. Het kwaad, dat zijn de taliban.
Hun oorsprong is duister. Hun oprichter, moellah Mohammed Omar, die in de jaren tachtig tijdens de oorlog tegen de Russen een oog verloor, is een mythisch figuur. Tot zijn dood in 2013 bestond van hem maar één enkele foto. Na de ineenstorting van het communistische regime in 1992 was hij leraar in een moskee in de buurt van Kandahar. Het land was in handen van honderden warlords en hun strijders, de moedjahedien, en georganiseerd in tientallen verschillende, elkaar bestrijdende allianties. Het waren de bloedigste jaren van de burgeroorlog. Afghanistan verzonk in anarchie. Begin 1994 ontvoerde een plaatselijke warlord twee meisjes, liet hun hoofd kaalscheren en hield hen vast in zijn legerbasis, waar ze werden verkracht. Omar riep dertig leerlingen van zijn Koranschool bij elkaar, ‘taliban’ – talib, meervoud taliban, betekent gewoon ‘leerling’. Ze bewapenden zich met zestien geweren, trokken naar het huis van de warlord, bevrijdden de meisjes en knoopten de warlord op aan de loop van een tank.
De geschiedenis van de taliban, die de wereld later zou leren kennen als de groepering die de vrouwen in het land onderdrukte, begon met de bevrijding van twee vrouwen. Daarna zochten steeds meer mensen moellah Omar op om zijn hulp in te roepen bij overvallen van de warlords. Leerlingen van andere Koranscholen sloten zich bij hem aan. Maanden later controleerden ze hele provincies en aan het eind van het jaar had moellah Omar twaalfduizend aanhangers. Al snel noemde hij zichzelf Almir-al Mu’min: leider der gelovigen. Spoedig stroomde ook het geld binnen. Fracties van de moedjahedien gaven hem geld in de hoop de taliban ook tegen hun tegenstanders te kunnen inzetten. Pakistan, dat de moedjahedien steunde in hun strijd tegen de Russen, gaf geld om hen beter te kunnen controleren. De taliban begonnen in Afghanistan als verlossers. Het leek alsof zij het verscheurde land na 25 jaar oorlog vrede konden brengen. Maar ze brachten alleen nog meer bloedige strijd. Al meer dan 42 jaar is er in Afghanistan geen vrede.
‘We hebben van de fouten in het verleden geleerd,’ zegt Nasrat, de commandant van Rashidan. ‘Vroeger zouden ze na de verovering van een district een van de strijders tot gouverneur hebben benoemd. Die wisten niet hoe ze met de bevolking moesten omgaan,’ zegt hij. ‘Dat is nu anders, we hebben allerlei deskundigen.’ Hij kijkt steeds ongemakkelijk in de richting van Nisar, die naast hem is gaan zitten. De jonge talib die ons heeft opgehaald, is door de shura, de centrale raad van de taliban in Pakistan, afgevaardigd om ons te begeleiden. Hij heeft kohl om zijn ogen, wat hem volgens de Pasjtoense cultuur tegen het boze oog beschermt. Hij is pas drieëntwintig en heeft nog geen volle baard. Nasrat, een kop groter en tien jaar ouder, heeft ruwe handen en is gewend aan zwaar werk, een boer die revolutionair is geworden. ‘We hebben zoveel deskundigen dat we heel Afghanistan kunnen besturen,’ zegt Nasrat, de commandant. ‘We weten nu hoe dat moet.’
‘Vertel hun,’ spoort Nisar hem aan, ‘dat we beter naar de bevolking luisteren.’ ‘We luisteren nu beter naar wat de mensen willen,’ zegt Nasrat. ‘Wat dacht je ervan,’ stelt Nisar voor, ‘als je zegt dat er vrede zal komen als alle buitenlandse troepen zijn vertrokken?’ Nisar zegt openlijk voor wat Nasrat moet zeggen. Hij is van de media-afdeling van de taliban. In de meeste provincies runnen ze een radiozender, geven ze kranten uit en opereren ze op socialemediaplatforms. Mannen als Nisar vormen de jonge elite van de taliban. Technologisch zijn ze vaardiger, en ze maken filmpjes van jonge zelfmoordaanslagplegers voordat die zich in een mensenmenigte opblazen.
Het symbool van hun overwinning ligt op een hooggelegen plek van waar je uitkijkt over het dorp. Nasrat en Nisar verlaten de school en lopen over de markt. Officieel is die van de regering, maar de handelaars betalen hun marktgeld allang aan de taliban. Er zijn drie apotheken, verscheidene werkplaatsen waar vooral de motoren van de taliban worden onderhouden, levensmiddelenwinkels en een paar kleermakers. Van de 250 winkels zijn er vijftig geopend. Er zijn maar weinig mannen die het zonder volle baard durven te stellen en maar een enkeling draagt geen tulband. De nieuwe dresscode van de taliban is eigenlijk de oude. De baard niet langer en niet korter dan een handbreedte, net zoals de profeet hem droeg. Handelaars en klanten kijken ons na. Ze weten niet of we gijzelaars of gasten zijn.
Dan staan we voor de aarden wal van het districtshoofdkwartier, een vesting hoog boven het dal. ‘Dit was mijn grootste overwinning,’ zegt Nasrat, terwijl hij door de poort loopt. Er is alleen een ruïne overgebleven. Op de binnenplaats groeit gras. De muur is op enkele plaatsen ingestort, de twee hoofdgebouwen zijn opgeblazen. Acht jaar geleden bestormde de groep van Nasrat de basis, waarbij ze drie tanks hebben vernietigd en 46 politieagenten gedood. De sporen van hun laatste wanhoop: de ramen van de gebouwen zijn met leem dichtgesmeerd, de ingestorte muren versterkt met zand. ‘Moet je zien hoe ze hun gevangenen behandelden,’ zegt Nasrat terwijl hij ons op de binnenplaats een betonnen gat in de grond aanwijst. Daar beneden lieten de agenten verdachte dorpelingen creperen. ‘In strijd met de mensenrechten,’ zegt Nasrat, maar hij verzwijgt dat ook de taliban hun gevangenen in holen en koeienstallen opsluiten. De overwinnaar bepaalt hoe je het verleden interpreteert. Op het dak wappert de vlag van de taliban, wit met in het zwart het opschrift ‘Er is geen God naast Allah, en Mohammed is zijn Profeet’.
Altijd haast
Slechts één vertrek is intact gebleven. Een kale kamer met matten van boombast op de grond. ‘Dit is tegenwoordig ons hoofdkwartier,’ zegt Nasrat. Maar dat is niet juist. Uit angst voor drone-aanvallen houden de taliban zich maar zelden lang in hetzelfde gebouw op. Op onze reis is dat niet anders. De bijeenkomsten zijn kort. Ze hebben altijd haast. Ze arriveren op een tiental motoren, alleen Nasrat als commandant heeft een auto, dan gaat de groep weer uiteen en rijdt iedereen een andere kant op, zonder af te spreken waar en wanneer precies we elkaar weer zien. ’s Nachts worden we alleen gelaten. Niemand die ons bewaakt. Desondanks, dat weten we zeker, wordt Nasrat over al onze bewegingen geïnformeerd. ’s Nachts is het in het dal aardedonker. De dichtstbijzijnde openbare stroomvoorziening is in de hoofdstad van de provincie Ghazni, 88 kilometer verder. Onze eerste gastheer, die iets welvarender is dan zijn buren, heeft als enige stroombron een auto-accu, die hij oplaadt met een zonnepaneel op zijn dak. Er kunnen twee gloeilampen tegelijk op branden.
In de beschutting van de avond praten we met inwoners van de dorpen. Om hen niet in gevaar te brengen, ontmoeten we andere na deze reis in de veiligheid van Kaboel. Wat we willen weten is: hoe is het leven onder de nieuwe taliban echt?
Een man van rond de veertig, goed opgeleid, geboren in Rashidan:
‘De eerste jaren na de val van de regering van de taliban dacht niemand dat er opnieuw oorlog zou komen. We waren optimistisch. Iedereen was zo moe, zelfs onze plaatselijke taliban waren moe. Ze waren teruggekeerd naar hun gezinnen en weer boer geworden. Ze vochten niet tegen de regering. In het begin waren de taliban ook niet tegen de internationale hulporganisaties, die bij ons in het dal bruggen en irrigatiekanalen aanlegden. Maar nu zijn ze bijna allemaal tegen de regering. De regering heeft het geweld weer onder ons gebracht. Ze zijn naar ons dal gekomen om op voormalige taliban te jagen. Daarna kwamen de buitenlanders, ’s avonds met hun helikopters, en haalden de mensen uit hun eigen huis. Ze hebben veel onschuldigen opgepakt.’
‘De regering en de buitenlanders luisterden alleen naar commandant Chalil. In de jaren negentig was hij hier als warlord aan de macht, tot hij moest vluchten voor de taliban. Nu kwam hij terug met de Amerikanen. Chalil is geen goed mens, dat was hij vroeger niet en dat is hij nog steeds niet. Hij heeft heel veel land gestolen. Hij hoefde iemand er maar van te beschuldigen dat hij bij de taliban had gezeten of diegene moest met zijn hele gezin vluchten, waarna Chalil zijn land inpikte. In een van de dorpen wilde hij zoveel land stelen dat de inwoners naar de wapens grepen om zich tegen de dief te verdedigen. Daarbij zijn vijftien mensen omgekomen. De regering heeft niet de dief gearresteerd, maar de mensen die zich tegen hem verdedigden. Daarom zijn de meeste mensen hier voor de taliban. De regering heeft ons hulporganisaties gestuurd, maar met Chalil hebben ze ons van ons land beroofd.’
De wedergeboorte van de taliban verliep bijna overal volgens hetzelfde patroon. Het Westen bracht de oude, door de bevolking vaak gehate warlords terug. Mannen die hun hele leven niets anders hadden gedaan dan vechten, die verruwd waren door tientallen jaren oorlog met bij elkaar anderhalf miljoen doden. Ze waren de steunpilaren van de nieuwe regering van Hamid Karzai, die door het Westen met miljarden dollars werd gesteund. Terwijl de warlords in de provincies de macht overnamen, bleef de centrale regering te zwak om hen te controleren. De warlords lieten zich in het parlement kiezen, kochten politieke benoemingen, werden gouverneur, minister of generaal in het nieuwe leger. Hun zoons richtten ondernemingen op en kregen lucratieve opdrachten van het Amerikaanse leger, de NAVO en veel ontwikkelingshulporganisaties. Ze betaalden geen belasting, onderdrukten hun binnenlandse concurrenten met geweld en corruptie en staken hun geld in onroerend goed in het buitenland.
Al in 2002 probeerden de taliban zich opnieuw te organiseren, maar dat mislukte. De meeste Afghanen moesten niets van hen hebben. In de hoop op een betere toekomst onder Karzai verrieden ze hen aan de Amerikanen en de regeringstroepen. In hun ballingschap in de grote vluchtelingenkampen in Pakistan vielen de taliban uiteen in drie fracties: drie shura’s. Een shura, geleid door een deel van de oude elite van de taliban, werd opgericht in Quetta. Een tweede werd gevormd in Pesjawar en een derde, de meest radicale, ontstond in Miranshah. Hier werd het beleid gedicteerd door de familieclan van de Hakkani, een naam die al snel gevreesd werd, omdat de Hakkani’s de grootste trainingskampen voor zelfmoordaanslagplegers in Afghanistan onderhielden. Er wordt verteld dat tot 2015 de Hakkani’s 1160 zelfmoordaanslagplegers hebben ingezet, van wie er 843 hun missie ‘succesvol’ zouden hebben afgerond.
‘Ik ben een strijder, ik heb mijn hele leven gevochten. Ik heb geen plannen voor wat daarna moet gebeuren’
Naarmate de teleurstelling over de regering onder de bevolking toenam, werden de taliban weer sterker. De eerste jaren domineerde de shura in Quetta, daarna die in Pesjawar, maar ten slotte, en nog steeds, weer die in Quetta. Soms bestreden de strijders van de drie shura’s elkaar en roofden ze gebieden van elkaar. Volgens de analyse van internationale conflictonderzoekers begon Pakistan in 2004 weer met betalingen aan de opstandelingen: 20 miljoen dollar per jaar. Dat bedrag liep op tot 500 miljoen dollar per jaar. Pakistan is in de regio in een hopeloze situatie verzeild geraakt. Het land is nergens zo bang voor als voor een verbond tussen zijn buren India en Afghanistan. Afghanistan eist de Pasjtoengebieden in het westen van Pakistan op, die indertijd door de Engelsen aan Pakistan zijn toebedeeld. India maakt aanspraak op een deel van Kasjmir in het noorden. Pakistan dreigt al sinds de oprichting van het land in 1947 uiteen te vallen. Een door de taliban geregeerd Afghanistan, waarvan geen gevaar uitgaat omdat het geheel onafhankelijk is, zou een eind maken aan Pakistans existentiële angst.
Nasrat en Nisar wachten ons de volgende ochtend weer op bij het door hen veroverde districtshoofdkwartier. ‘We zullen u laten zien hoe we hier vrede brengen,’ zegt Nisar. In het enige vertrek dat intact is, heeft zich deze ochtend een groep mannen verzameld. De districtsrechtbank van de taliban. Voorzitter Mawlawi Shaker zit aan het hoofd van de groep. Ook hij is pas 26. ‘Niet Pakistan zeggen,’ fluistert Nisar hem desondanks duidelijk hoorbaar toe, als Shaker wil vertellen aan welke Koranschool hij heeft gestudeerd. ‘Ik heb in Ghazni gestudeerd, ’zegt hij dan, ook hij heeft zwarte kohl om zijn ogen. Voor hem zitten twee handelaren van wie de een de ander geld heeft geleend. De schuldeiser beweert dat hij omgerekend 800 euro heeft uitgeleend, de ander zegt dat het maar 520 euro was. ‘Hebt u getuigen?’ vraagt Shaker. Die heeft hij niet. ‘Hebt u getuigen?’ vraagt hij aan de ander. Die ook niet. De schuldenaar haalt whatsappjes tevoorschijn waarin de schuldeiser hem bedreigt. Ze zitten tegen elkaar te schreeuwen, tot Shaker zegt: ‘Genoeg.’
Hij rommelt wat in de plastic zak met documenten die hij op zijn kalasjnikov heeft gelegd en haalt een formulier tevoorschijn. Een stuk papier met het logo van de taliban en het briefhoofd: ‘Provincie Ghazni, District Rashidan, Burgerlijk Bestuur’. Hij schrijft er een paar regels op en verwijst de zaak door naar de provinciale rechtbank. Die zullen wel een oplossing vinden, zegt hij als de twee mannen de ruïne hebben verlaten. Vermoedelijk zal de hogere instantie een compromis tussen de twee bewerkstelligen. ‘Zelfs mensen uit de regeringsgebieden komen met hun geschillen naar ons toe. Daar moeten ze een hoop geld betalen, maar krijgen ze toch hun recht niet. Daar wordt geen enkel geval opgelost. Hier lossen we alle kwesties op.’ Wat in Afghanistan nog belangrijker is dan elders, omdat een ruzie hier snel in een bloedvete ontaardt.
Shariarechtbanken
In de strijd van de taliban tegen de regeringscoalitie zijn de shariarechtbanken hun belangrijkste wapen. Ook die geven niet altijd degene gelijk die gelijk heeft, maar er wordt recht gesproken, vonnissen geveld, en ze winnen terrein. Heel anders dan in het gebied van de regering. Daar vragen rechters vaak van beide partijen grote sommen geld, en hebben beide partijen het gevoel dat ze in een moeras van corruptie en bedrog zijn terechtgekomen. Na verkregen gunsten veranderen rechters hun vonnis, schuiven een oordeel op de lange baan en zijn vervolgens niet in staat dat vonnis uit te voeren.
Als we het hooggelegen voormalige districtscentrum verlaten, horen we boven ons opeens een snorrend geluid. Het is een drone, die het dal doorkruist op zoek naar een doel. Verreweg de meeste talibancommandanten die de afgelopen jaren zijn gedood, waren slachtoffer van aanvallen met drones. Nasrat en Nisar kijken omhoog maar zien de drone niet. Door zijn schutkleuren is de drone tegen de hemel vrijwel onzichtbaar. Even blijft iedereen staan, dan sterft het geluid weg.
Bij de bazaar laten de taliban ons een kleine kliniek zien, de enige kliniek in het district, waar 42.000 mensen op zijn aangewezen. Het blok van ruwe natuursteen is zestien jaar geleden gebouwd door USAID, zoals aan een verbleekt bord bij de ingang te zien is. De directeur die ons begroet, kijkt bij elke zin naar Nisar. ‘We hebben niets om de mensen te beschermen tegen corona. We hebben geen mondkapjes en handschoenen.’ Gelukkig is het district tot nu toe niet getroffen, op één geval na. Het ergste is hier de cholera. ‘Van de honderd mensen hebben er twintig cholera.’ Het water is slecht. Wassen gaat hier nog traditioneel. De lemen huizen hebben slechts één woonlaag, waar bad en toilet naast elkaar liggen. De bronnen in de dorpen geven de laatste tijd steeds minder water. Riolering is er niet.
‘Ik weet het niet,’ antwoordt Nasrat op de vraag hoe hij de armoede in het dal wil verlichten als ze de oorlog eenmaal hebben gewonnen. Hij wil eerst een nieuwe moskee en een nieuwe Koranschool bouwen. Maar dan? Nasrat denkt lang na, dan zegt hij: ‘Ik ben een strijder, ik heb mijn hele leven gevochten. Ik heb geen plannen voor wat daarna moet gebeuren.’
Vandaag gaan Nasrat en zijn staf al vroeg in de middag weg. Later horen we dat ze zich moeten voorbereiden op een aanval op een politiebureau in het centrum van Ghazni. De operatie betekent de zoveelste vernedering voor de regering. Drie politieagenten komen om. De taliban bestormen het bureau, maken geweren en antitankgranaten buit en ontkomen zonder verliezen.
’s Avonds horen we explosies. We gaan naar het dak van ons huis en luisteren in het donker. Ver weg, aan het eind van het dal, slaan granaten in. De volgende ochtend krijgen we te horen dat de artillerie van de regering kennelijk uit wraak lukraak granaten afvuurt op dorpen waar ze vermoeden dat de taliban zitten.
Ook deze avond praten we met inwoners. Dit keer met een oudere man, die ook uit Rashidan komt.
‘De taliban zeggen dat ze hier alles onder controle hebben, maar dat is niet zo. Begin augustus is een leraar vermoord. Onbekenden hebben hem op klaarlichte dag uit zijn huis gehaald en in de velden doodgeschoten. Sommigen zeggen dat het om een familieruzie ging. Anderen zeggen dat het de taliban waren. Ook bij de taliban zitten slechte mensen. Maar al met al is het veel veiliger dan in het gebied van de regering. We zijn allemaal blij dat de taliban het hoofdkwartier van het district veroverd hebben. We hebben erg geleden onder de politieagenten, die zomaar schoten. Ze hebben op boeren geschoten die vanwege de droogte ’s nachts op hun akkers aan het werk waren om die te bevloeien. Ze hebben twee kinderen doodgeschoten die schapen hoedden. De regering had Oezbeekse en Hazara politieagenten hiernaartoe gestuurd. Die hebben een afschuwelijke hekel aan ons. Het was zo erg, dat iedereen met een grote boog om het districtscentrum heen reed, ook de markt was helemaal verlaten. Sinds de taliban terug zijn, wordt er niet meer gevochten. De handelaars komen terug en het leven is weer iets beter.’
‘Maar de meesten van ons steunen de taliban nog steeds niet. Ze houden hun mond en wachten af. De jonge mannen van hier die bij de taliban zijn gegaan, hebben op een madrassa, de Koranschool, in Pakistan gezeten. Bij ons in het dal zijn vier madrassa’s waarvan de leraren ook allemaal in Pakistan zijn opgeleid. De ouders bij ons zijn gelukkig als hun zoon naar de madrassa kan. De taliban selecteren alleen de besten. Jongens gaan naar de madrassa als ze zeven zijn. Ze slapen daar ook. We hebben ook staatsscholen. Onlangs heeft de middelbare school laptops gekregen, maar de taliban hebben die allemaal naar hun madrassa gebracht. De Koranscholen hebben nu betere leermiddelen dan de staatsscholen. Ook het eten is er beter. Op de staatsscholen leren ze bijna niets. De leraren daar zijn te slecht. Maar wie naar de madrassa gaat, kan al snel heel goed lezen en schrijven.’
Van de honderd mensen hebben er twintig cholera
De volgende dag lijkt de hemel vrij van drones. Sinds de VS hun legerbases afbouwen, is het aantal luchtaanvallen duidelijk minder geworden. De Afghaanse luchtmacht is door de jaren heen zwak gebleven. De militaire hulp uit het Westen heeft de luchtmacht klein gehouden en met weinig vliegtuigen en munitie uitgerust. Blijkbaar uit voorzorg, om te voorkomen dat Afghaanse generaals ze op een dag ongehinderd kunnen inzetten. Nisar belt en vraagt of we het gesprek tijdens het middageten kunnen voortzetten. Plaats: het huis van een iets welgesteldere boer. Nasrat en zijn staf van 25 man zitten in het gastenverblijf, een van stukken leem opgetrokken gewelf. Het eten is voor deze streek overvloedig, met veel vlees. Nasrat en zijn mannen logeren altijd kosteloos. De dorpsbevolking moet in hun onderhoud voorzien.
‘Wat zal ik verder nog vertellen?’ vraagt Nasrat terwijl hij zich naar Nisar toe buigt. ‘Vertel dat we nu verenigd zijn en dat we alle etnische groepen vertegenwoordigen.’ ‘We hebben uit alle stammen mensen in onze rangen,’ zegt Nasrat. ‘We hebben met die stammen geen enkel probleem.’ Afghanistan is een poly-etnische staat met negen nationaliteiten. Dat is de oorsprong van al het geweld. De Afghaanse burgeroorlog is telkens opnieuw uitgebroken door conflicten tussen de etnische groepen. En in tegenstelling tot hun eigen propaganda maken alle taliban die we op onze reis tegenkomen allemaal deel uit van een van die groepen, de Pasjtoen.
Het dal van Rashidan markeert de grens tussen twee volken die al eeuwen in vijandschap leven. Beneden, in de weiden langs de rivier waar de bodem het vruchtbaarst is, wonen de Pasjtoen. Een volk dat eeuwenlang de koningen van Afghanistan leverde. Op de schrale hellingen boven het dal en tot ver in de bergen wonen Hazara. Ze stammen af van de Mongolen. De Pasjtoen zijn soennieten, de Hazara, net als de Iraniërs, sjiieten. Reeds de Pasjtoense koningen voerden veldtochten tegen de Hazara, plunderden hun dorpen, legden hun zware belastingen op, lieten hen verarmen, doodden tienduizenden van hen. Nooit zijn Hazara en Pasjtoen in één staat samengekomen. De taliban zijn in de jaren negentig doorgegaan met het onderdrukken van de Hazara. Geen groep in de bevolking heeft de val van de taliban in 2001 zo toegejuicht als de Hazara.
Dreigt er, nu de troepen van de VS zich terugtrekken, voor beide volken een nieuwe tragedie? We hopen een antwoord te vinden in het naastgelegen district Nawur, dat bijna uitsluitend door Hazara wordt bewoond en al jaren door de taliban wordt overheerst.
De wegen worden nog slechter, de hoofdweg dwars door Nawur is niet meer dan een stoffig pad, in de loop der jaren door de wielen van zware vrachtwagens uitgesleten in de witte kalksteen. De dorpen zien er onbewoond uit. Meer dan tachtig procent van de bevolking is de afgelopen jaren naar het buitenland gevlucht, vooral naar Iran, vertelt men ons, de meesten om te werken. Daar zouden inmiddels drie miljoen Afghanen wonen. De mensen die gevlucht zijn, stuurden geld naar de achtergeblevenen, maar dat is de laatste jaren steeds minder geworden. Iran heeft het in de huidige economische crisis zwaar te verduren.
Vlak voordat de weg in een kloof verdwijnt, zien we een school die tegen de helling is gebouwd. Een school die er in het rijk van de taliban eigenlijk niet mag zijn. ‘Komt u binnen,’ begroet de rector ons na een kort gesprek. De Bibi Zainab Highschool. Er zitten honderdvijftig meisjes, in zes klaslokalen. De taliban staan toe dat ze tot de twaalfde klas les krijgen, omdat de leerlingen Hazara zijn. In het Pasjtoense Rashidan mogen meisjes maar tot de zesde klas naar school, omdat, zeggen de taliban, hun ouders dat zo willen. Voor veel Pasjtoense ouders is een opleiding voor meisjes verdacht. Vrouwen moeten thuis meehelpen en vroeg trouwen. Jonge vrouwen brengen een hogere bruidsschat op.
Hier in Nawur dragen de leerlingen geen boerka, alleen een hoofddoek. ‘Twintig procent van onze leerlingen gaat naar de universiteit,’ vertelt de rector trots. De meeste gaan in Ghazni medicijnen studeren of een verpleegstersopleiding volgen. De school heeft geen verwarming, in veel vensters zit geen glas, daarom vallen de lessen ’s winters uit. Vaak is er maar één schoolboek voor drie meisjes. De rector, die de school een paar maanden na de val van de taliban heeft opgericht, is een oude man met dikke brillenglazen en een kromme rug, toch straalt hij als hij over zijn school praat.
Tot nu toe hebben de taliban er alleen kritiek op dat het gebouw te dicht bij de hoofdweg staat en niet ommuurd is. Zo staan de meisjes bloot aan de blikken van passerende mannen. Bovendien wordt op school de helft van de vakken gegeven door mannen en niet door vrouwen. In de jaren negentig zijn bijna alle meisjesscholen om die reden gesloten. Of hij zich geen zorgen maakt over wat er van zijn school terechtkomt als de taliban de macht helemaal overnemen, vragen we. De rector kijkt naar de grond, dan weer op, en zegt: ‘De wereld is ons vergeten.’
De weg die we volgen, voert ons door een nauwe kloof, aan weerszijden rijzen de rotswanden hoog op. De hemel wordt smal. De talibancommandant van Nawur, Mawlawi Ahmadi, heeft ons ontboden. Eigenlijk had hij ons bij Nasrat in Rashidan willen ontmoeten, maar daar kwam hij niet opdagen. We hoorden dat hij Nisar, de afgezant van Quetta, mijdt. De vraag die niet alleen wij willen stellen, luidt: hoe verenigd zijn de taliban werkelijk?
Een moeilijk district
Als trefpunt heeft Ahmadi een dorp in een afgelegen, door hoge bergen ingesloten dal gekozen. De weg erheen is half vernield door de zware regenval die afgelopen zomer in heel Afghanistan enorme aardverschuivingen heeft veroorzaakt. ‘Het dal van de waterval’ heet het dorp. De lucht is ijl. Een stuk of tien lemen huizen, verscholen onder aan een 700 meter hoge, steile rotswand. De toppen boven het dorp zijn bijna 4000 meer hoog.
Een klein jongetje zit gehurkt in de schaduw van een huis. Verder is in het dorp geen mens te zien. De jongen groet niet en blijft ernstig naar ons kijken. Een uur later verschijnt Ahmadi, begeleid door twee lijfwachten. ‘Kijk eens hoe mooi ons land is,’ zegt hij ter begroeting joviaal. Ahmadi, midden dertig, witte tulband, een volle, zwarte baard, heeft niets van het boerse van Nasrat of het ambitieuze van Nisar. Zijn vader, die moellah (islamitische geestelijke) is geweest in Rashidan, heeft hem als kind al vroeg naar de madrassa gestuurd. Ahmadi spreekt zacht, weegt zijn woorden. Zijn stem blijft fluweelzacht, zelfs als hij harde uitspraken doet. Het ideaaltype van de islamitische geleerde, zoals ook Osama bin Laden ze graag zag.
Hij leidt ons naar de kleine moskee van het bergdorpje. Een kale ruimte met een tapijt. Vier, vijf dorpsoudsten, Hazara, laten zich nu ook zien, aarzelend komen ze erbij zitten. Hun lichamen zijn uitgeteerd, hun wangen hol. Een heel moeilijk district, zegt Ahmadi, die als Pasjtoen over alleen maar Hazara heerst. Hij rekent uit: in totaal 125.000 inwoners, waarvan 75.000 onder zijn controle. De regering heeft alleen nog het districtscentrum in handen, hier zes uur vandaan. ‘Maar we werken eraan om daar verandering in te brengen,’ zegt hij. Kortgeleden heeft hij de gipssteengroeve veroverd, de belangrijkste bron van inkomsten in het district. De eigenaar van de mijn betaalt nu belasting aan de taliban.
Het ziet ernaar uit dat de taliban de oorlog bijna hebben gewonnen, maar hoe willen ze vrede brengen? De armoede in Afghanistan zal op den duur iedere orde tenietdoen. Ahmadi weet dat ook. Hij heeft plannen voor zijn district. ‘We moeten de mijnen moderniseren,’ zegt hij. Om meer akkers te kunnen irrigeren, wil hij in het dal een dam bouwen. Hij wil wegen aanleggen, maar moet toegeven dat hij daar geen geld voor heeft. ‘We willen graag dat de buitenlandse ngo’s terugkomen. We garanderen hun veiligheid. We zullen nog een hele tijd van hen afhankelijk zijn,’ zegt hij. ‘Ze mogen terugkomen, maar we gaan er niet om smeken.’
Tijdens een pauze in het gesprek, als Ahmadi de ruimte even heeft verlaten, vragen de oudsten ons hem aan te spreken over de armoede waarin ze leven. ‘Zeg tegen hem dat ze ons moeten helpen. De wegen zijn door de regen verwoest. Veel akkers zijn weggespoeld. Onze oogst is vernietigd.’ Ahmadi, die tot nu toe geen woord met de oudsten heeft gewisseld, doet een paar keer of hij onze vraag niet heeft gehoord, dan zegt hij: ‘We hebben geen geld. Alles wat we kunnen doen, is de hulporganisaties aansporen.’
Ook verwacht Ahmadi hulp van vluchtelingen in Duitsland. ‘Er zit veel deskundigheid bij hen. We hebben ze nodig om ons land weer op te bouwen.’ Er zal hun niets gebeuren. Maar degenen die ernstige misdrijven aan de kant van de regering hebben gepleegd, staan zware straffen te wachten. ‘Die kan ik geen Afghanen meer noemen.’ Als een echte staatsman bedankt hij Duitsland, omdat het de vluchtelingen heeft opgenomen, maar hij verwijt de Duitsers ook dat hun leger in Afghanistan veel ellende heeft veroorzaakt. De soldaten hebben onschuldige mensen gedood. Het is nog te vroeg om die soldaten te kunnen vergeven. ‘Ik voel nog haat tegen hen. Ja, ik haat ze.’
‘De taliban zijn erg veranderd. Ze worden corrupter’
Het is middag geworden, en de oudsten vragen Ahmadi om de tien gasten voor het eten twee aan twee over verschillende gezinnen te verdelen om de last voor iedere gastheer draaglijk te houden. ‘Nee,’ Ahmadi verwerpt hun voorstel, ‘we eten in de moskee.’ Nu moeten de oudsten ondanks hun armoede de gasten alleen van eten en drinken voorzien. De komende weken zullen hun gezinnen nauwelijks te eten hebben, omdat hun voorraden door deze ontvangst zijn uitgeput. Zwijgend kijken ze toe hoe de taliban en wij de maaltijd gebruiken.
Ten afscheid nodigt Ahmadi ons uit voor een schietoefening aan de andere kant van het dorp. We wijzen het beleefd af, maar Ahmadi wil een beetje ontspanning. Hij gaat met ons naar de waterval, waar een heilige bron ontspringt die geesteszieken geneest. Een van zijn lijfwachten vuurt met zijn Amerikaanse M16, een halfautomatisch geweer, dat hij anderhalf jaar geleden op een Amerikaanse soldaat heeft buitgemaakt. ‘Ik heb hem eerst doodgeschoten en toen zijn geweer afgepakt,’ vertelt hij met een grijns. De andere lijfwacht vertelt dat ze een paar dagen geleden de vrijlating van een van hun strijders hebben gevierd. De Afghaanse regering moest dit jaar, onder druk van de VS en zwakker dan ooit, 5000 gevangen taliban vrijlaten. Een van hen kwam uit deze streek, vertelt de lijfwacht. Hij werd in 2004 gearresteerd omdat hij in Ghazni een 29-jarige Française had vermoord, Bettina Goislard, een medewerkster van het VN-vluchtelingenwerk. ‘Tot diep in de nacht hebben we gevierd dat hij weer terug was.’
Het strookje gras hoog op een rots dat ze als doelwit kiezen, weet geen van de drie te raken.
We brengen de nacht weer door in Rashidan. Weer luisteren we naar de verhalen van de dorpelingen.
‘Tot twee jaar terug waren de taliban hier erg streng. Ze hielden ons op straat aan en fouilleerden ons om naar smartphones te zoeken. Je mag alleen een gewoon mobieltje hebben. Als je een van hen bent, mag je een smartphone hebben voor het internet. Nu zijn ze wat relaxter geworden. Maar het komt er altijd op aan wie hun commandant is. Ahmadi was vroeger erg streng, met Nasrat viel altijd wel te praten. Het ergste is als er taliban van buiten komen. Dan halen we onze satellietschotels van het dak en zetten die in de tuin. Anders slaan ze ons en vernielen ze de satellietschotels met knuppels. “Waarom kijken jullie naar de kanalen van de ongelovigen,” zeggen ze.’
Nieuwe bromfiets
‘De taliban zijn erg veranderd. Ze worden corrupter. Sinds kort hebben ze allemaal een nieuwe bromfiets. Veel van hen hebben twee of drie vrouwen en sturen hun gezin naar Ghazni of Kaboel. Mensen die het dichtst bij de moskee wonen, hebben het meest te lijden. Daar overnachten grote groepen taliban, en de buren moeten dan voor eten en drinken zorgen. Ze zeggen: “wij vechten tegen de ongelovigen, en wat doen jullie? Willen jullie ons niet eens te eten geven?” Ook gedwongen huwelijken vormen een groot probleem. Als een leider van de taliban met hun dochter wil trouwen, kan een gezin dat niet weigeren. Ze maken misbruik van onze ellende. Dat is een taboe hier, daar praten de mensen niet over.’
‘We lijden steeds meer gebrek. De laatste jaren heeft het weinig geregend. We konden maar een derde van de akkers irrigeren. In Iran is geen werk meer. Onze verwanten sturen ons daarom nog maar weinig geld. Veel gezinnen kunnen geen bruidsschat meer betalen. Er zijn 90 procent minder bruiloften dan twee jaar geleden. De vaders van de meisjes vragen te veel geld. Ze zijn te inhalig. Vroeger vroegen ze in deze streek gemiddeld 10.000 euro. We hebben met de taliban gesproken, en anderhalf jaar terug hebben ze in de moskeeën afgekondigd dat een bruidsschat ten hoogste 3500 euro mag zijn. Maar dat is nog steeds te veel. De taliban weigeren het bedrag verder te verlagen. Er zijn hier zo veel stellen die weglopen en naar Kaboel gaan.’
‘De taliban zijn niet echt in ons geïnteresseerd, alleen in zichzelf. Het is met hen al bijna net als met de warlords. We zijn verloren. We weten niet meer wat beter is, de regering van de warlords of van de taliban.’
In Afghanistan leek vele jaren lang geen van de kampen een doorslaggevend militair voordeel te kunnen behalen. De drie shura’s van de taliban begonnen elkaar te bestrijden. In Pakistan werd de leider van de Quetta-shura, moellah Baradar, gearresteerd, blijkbaar omdat hij vredesonderhandelingen met Kaboel wilde; dat wilde Pakistan niet. Zijn opvolger, Akhtar Mohammed Mansour, ging op zoek naar nieuwe geldbronnen. Talrijke onderzoeken tonen aan dat hij die ook vond, namelijk in de drugssmokkel. Onder zijn leiding ontwikkelde Afghanistan zich weer tot een van de wereldwijd belangrijkste arealen voor de productie van opium. In 2014-2015 heeft de Quetta-shura meer dan 285 miljoen dollar verdiend met drugshandel. De situatie voor de regering in Kaboel werd precair toen behalve Pakistan ook Iran de taliban ging ondersteunen. Hoe dreigender Amerika zich tegenover Iran opstelde, hoe meer dat land in Afghanistan intervenieerde. In 2012 werd in het Iraanse Mashad een eigen shura opgericht, de Mashhad-shura. Met hulp van Iran waren de taliban in staat grote delen van het noorden van Afghanistan te veroveren. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat Iran zijn bijdrage aan de taliban van 30 miljoen dollar in 2006 heeft verhoogd tot 190 miljoen in 2013, wat echter niet uitsluit dat Iran tegelijkertijd de regering in Kaboel met miljoenen ondersteunt. Ook daar wil het zijn invloed niet verliezen.
Maulawi Nasrat (l) en Nisar in hun auto. Een schoolklas met Afghaanse meisjes in de Bibi Zainab-school.Markt in het district Rashidan. Sinds de machtsovername door de taliban ongeveer tien jaar geleden, zijn slechts 50 van de 250 winkels weer open.
De taliban brandmerken de regering in Kaboel als een verzameling buitenlandse marionetten. Maar feitelijk zitten ze in eenzelfde situatie. Aan alle kanten wordt aan hen getrokken. Vroeger werkten die krachten in verschillende richtingen, nu hebben ze allemaal hetzelfde doel, namelijk het minimaliseren van de westerse invloed in Afghanistan. Nu de hulp beter gecoördineerd wordt, kunnen de taliban zich ook intern strakker organiseren. Bij de vredesonderhandelingen in Doha presenteerden ze zich als één front. Maar niemand weet hoelang die eenheid blijft duren. Er deserteren al groepen naar een nog radicalere organisatie, die zal blijven oorlogvoeren en niet zal stoppen bij de grenzen van Afghanistan: Islamitische Staat.
Op de ochtend van de vijfde dag vertrekken we kort na zonsopgang uit Rashidan. ‘Wees voorzichtig,’ zegt Nisar, die ons tot aan de grens van het territorium van de taliban begeleidt. ‘De regering heeft veel spionnen.’ We willen vermijden dat we op de terugweg door overijverige Afghaanse veiligheidstroepen worden gearresteerd omdat we de taliban zouden steunen. Nisar rijdt vooruit op zijn motor en kiest wegen waarvan hij weet dat ze niet worden gecontroleerd. Hij smokkelt ons in de voorsteden van Ghazni moeiteloos langs alle wegversperringen, zoals de taliban ook doen als ze de stad aanvallen. We zwaaien, dan is hij in het stof van de weg verdwenen.
De toekomst van Afghanistan ligt weer helemaal open. De meeste waarnemers houden rekening met het snel mislukken van de vredesgesprekken. Na jaren van oorlog zijn de wonden aan beide zijden nog te diep. Veel talibancommandanten willen geen deel van hun macht opgeven als ze nog al hun macht kunnen behouden. Maar ook zij dreigen zich te misrekenen. Het innemen van de miljoenenstad Kaboel zou heel wat bloediger kunnen worden dan de strijd in de dorpen. En Kaboel houden kon wel eens nog veel lastiger worden. De Afghaanse samenleving is wat haar ideeën over waarden betreft te ver uiteengedreven. Wat hen verbindt, is wat hen scheidt. De wonden. Het verdriet. De haat. Het zal tijd kosten om de Afghanen zich met zichzelf te laten verzoenen, tijd die het land niet heeft.
Op de terugweg naar Kaboel zien we opnieuw de restanten van een bijna verslagen leger, het leger van een regering die tot voor kort de hoop van het westen was. Een schier eindeloze reeks uitgebrande wrakken en overvallen militaire bases. Een puinhoop van 170 kilometer lang. De dorpsbewoners zijn begonnen het leem van de oude vestingwallen met vrachtwagens af te voeren om het als bouwmateriaal te verkopen.
‘Hoe heeft het zo ver kunnen komen?’ vraagt een hooggeplaatste Afghaanse diplomaat in Kaboel aan een van ons. Het is een prachtige, zachte avond. Hij heeft een gezelschap afdelingshoofden van verschillende ministeries op zijn terras uitgenodigd. Het buffet staat vol allerlei heerlijks. Met een glas rode wijn in de hand staan de gasten gespannen in het donker te luisteren. Ergens in de omgeving wordt zwaar gevochten. De schietpartij duurt uren. Steeds weer komen er helikopters overvliegen. De ambtenaren telefoneren druk met hun contacten bij de veiligheidsdiensten. Maar die zeggen dat het een schietoefening is. Ze willen geen paniek. ‘We moeten gaan,’ zegt een van de gasten, ‘ik ben bang dat straks alle uitvalswegen geblokkeerd zijn.’ Maar het is nog lang geen tijd, klaagt onze gastheer. ‘Blijf toch nog even.’ Het is nog veel te vroeg om weg te gaan.’
In de VS mogen volledig gevaccineerden hun mondmasker afdoen
Amerikanen die volledig zijn ingeënt tegen covid-19 mogen zich binnen en buiten zonder mondmasker begeven, dat maakte de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) – de Amerikaanse RIVM – donderdag bekend.
De aangepaste richtlijnen van ’s lands hoogste federale agentschap voor volksgezondheid betekenen dat de VS weer een stap dichter bij een normale situatie zijn, reageerde infectieziektespecialist Anthony Fauci. ‘Ik zou niet te vroeg willen juichen, maar ik zou zeggen dat dit duidelijk een stap is in de goede richting’, vertelde hij aan CNN. Het land heeft echter nog ‘een lange weg te gaan voordat we groepsimmuniteit hebben bereikt’, aldus de nieuwszender. Volgens gegevens van de CDC afgelopen woensdag (12 mei) was 35,4 procent van de Amerikanen volledig gevaccineerd.
De nieuwe aanbevelingen verrasten ambtenaren op staatsniveau en bedrijven en zorgden voor verwarring over de wijze waarop de richtlijnen zouden moeten worden uitgevoerd, schrijft The New York Times. ‘Maar het advies kwam als geroepen voor veel Amerikanen die de beperkingen moe waren en getraumatiseerd door het afgelopen jaar.’
‘Met het afzetten van mondmaskers wordt niet alleen het begin van het einde van de pandemie ingeluid, maar ook de hoop op een terugkeer naar de normale gang van zaken’
‘We hebben allemaal naar dit moment verlangd’, zei Rochelle P. Walensky, de directeur van de CDC, op een persconferentie in het Witte Huis op donderdag (13 mei). ‘Als je volledig gevaccineerd bent, kun je de dingen gaan doen die je vanwege de pandemie niet meer deed.’
‘Mondmaskers zijn symbool komen te staan voor een bittere partijdige verdeeldheid’, schrijft NYT. ‘Door ze af te zetten in restaurants en op trottoirs, in musea en winkels, zou niet alleen het begin van het einde van de pandemie worden ingeluid, maar ook de hoop op een terugkeer naar de normale gang van zaken.’
Het afzetten van mondkapjes moet ook als stimulans dienen voor de vele miljoenen die nog steeds aarzelen om zich te laten vaccineren, schrijft de krant uit New York. ‘Het vaccinatietempo is namelijk vertraagd: aanbieders dienen gemiddeld ongeveer 2,09 miljoen doses per dag toe, een daling van ongeveer 38 procent ten opzichte van de piek van 3,38 miljoen die medio april werd gemeld.’
Het Israëlische leger is Gaza toch niet binnengevallen
Het Israëlische leger zei donderdagavond dat het de Gazastrook was binnengedrongen, maar trok die bewering uiteindelijk terug, daarbij verwijzend naar een ‘intern communicatieprobleem’.
‘De Israëlische luchtmacht en grondtroepen voeren momenteel een aanval uit in de Gazastrook’, maakte het Israëlische leger donderdagavond rond 23.00 uur bekend in een kort bericht op Twitter.
IDF air and ground troops are currently attacking in the Gaza Strip.
Deze ‘dubbelzinnige’ formulering, legt The Times of Israel uit, ‘lijkt de buitenlandse media [waaronder verschillende Nederlandse kranten] te hebben misleid met de veronderstelling dat het leger een grondinvasie in de Gazastrook was gestart tijdens de grootschalige bombardement van Noord-Gaza’. De krant voegde eraan toe dat Jonathan Conricus, de Engelstalige woordvoerder van het leger, op de vraag of er inderdaad een grondinvasie was begonnen, antwoordde: ‘Ja. Zoals in de verklaring staat. Inderdaad, de grondtroepen vallen aan in Gaza. Dat wil zeggen, ze zijn in de Gazastrook.’
‘De sirenes klonken bijna de hele nacht non-stop’
‘Hoewel dit technisch gezien correct is, aangezien sommige Israëlische troepen werden gepositioneerd in een enclave die binnen het grondgebied van Gaza ligt maar onder Israëlische controle staat, betekent dit redelijkerwijs geen “grondinvasie”’, stelt The Times of Israel.
Hoe dan ook, het geweld woedt voort. Israëlische lucht- en grondaanvallen op het noorden van Gaza van donderdagavond waren ‘de zwaarste bombardementen’ sinds het geweld op maandag begon, schrijft The Times of Israel in een ander artikel. De krant meldde vannacht dat het antiraketschild ‘Iron Dome’ tientallen raketten heeft onderschept die voor de vierde nacht op rij door Hamas werden gelanceerd op de steden Asjdod, Beër Sjeva en gemeenschappen in Zuid-Israël. En volgens Haaretz ‘klonken de sirenes [in dat deel van het land] bijna de hele nacht non-stop’.
Het Israëlische leger heeft donderdag tanks en pantservoertuigen opgesteld langs Palestijns grondgebied, waaruit de Israëlische troepen zich in 2005 eenzijdig hebben teruggetrokken. En het ministerie van Defensie heeft ’s avonds de mobilisatie van ‘tweeduizend extra reservisten goedgekeurd, waarmee het totaal op negenduizend komt’, aldus Haaretz.
Netanyahu: ‘We gaan Hamas een hoge prijs laten betalen’
De Israëlische premier Benjamin Netanyahu zei vannacht dat Israël Hamas zal blijven aanvallen. ‘Ik zei dat we Hamas een hoge prijs zouden laten betalen. Dat doen we en dat zullen we met grote intensiteit blijven doen (…) en deze operatie zal doorgaan zo lang als nodig is’, zei hij in een bericht dat in het Hebreeuws op Twitter werd geplaatst en dat door The Guardianwerd overgenomen.
אמרתי שאנחנו נגבה מחיר כבד מאוד מהחמאס. אנחנו עושים זאת ואנחנו נמשיך לעשות זאת בעוצמה רבה. המילה האחרונה לא נאמרה והמבצע הזה יימשך ככל שיידרש.
אנחנו נותנים מאה אחוז גיבוי לשוטרים, לחיילי מג״ב ולשאר כוחות הביטחון כדי להשיב את החוק והסדר לערי ישראל – לא נסבול אנרכיה.
— Benjamin Netanyahu – בנימין נתניהו (@netanyahu) May 13, 2021
Sinds maandag zijn 109 Palestijnen gedood, volgens het ministerie van Volksgezondheid van Gaza. Aan de Israëlische kant is het dodental zeven. Haaretz spreekt van ‘de grootste geweldsuitbraak sinds het conflict in Gaza van 2014’. ‘Israël heeft honderden luchtaanvallen uitgevoerd in Gaza, terwijl Palestijnse militanten sinds maandag meer dan duizend raketten hebben afgevuurd op centraal- en Zuid-Israël.’
’De aanvallen hebben onder de internationale gemeenschap de vrees gewekt dat de situatie uit de hand loopt’, vervolgt het dagblad. De VN-Veiligheidsraad zal zondag een virtuele openbare vergadering over het conflict houden.
Duizenden betogers tegen racisme en politiegeweld in Brazilië
Enkele duizenden Brazilianen hebben op donderdag 13 mei gedemonstreerd tegen racisme en politiegeweld, een week na een politieactie die 28 mensen het leven kostte in de favela van Jacarezinho, Rio de Janeiro, meldt Folha de S.Paulo. In Rio scandeerde de menigte slogans tegen president Jair Bolsonaro of leuzes als: ‘Geen kogel, geen honger, geen corona. De zwarte bevolking wil leven!’
De demonstratie werd gemarkeerd door de getuigenis van moeders van slachtoffers van politiegeweld in de favela’s, aldus Folha de S.Paulo. In verschillende grote steden van het land, waaronder São Paulo, vonden ook marsen plaatst. Deze grootschalige demonstraties tegen de ‘valse vrijheid’ van de zwarte bevolking in Brazilië vonden plaats op de dag dat in het land het einde van de slavernij wordt herdacht, 13 mei 1888, zo meldt Jornal do Brasil.
Armenië beschuldigt Azerbeidzjan van landjepik
De premier van Armenië, Nikol Pasjinian, heeft het Azerbeidzjaanse leger er donderdag [13 mei] van beschuldigd de Armeense grens te schenden en nieuwe gebieden te willen veroveren, meldt Armenpress. Pasjinian heeft tijdens een buitengewone vergadering van zijn veiligheidsraad de ‘provocatie’ aan de kaak gesteld.
Pasjinian en Emmanuel Macron bespraken donderdag telefonisch de ‘alarmerende situatie’, schrijft het Armeense persbureau in een ander artikel, en de Franse president ‘benadrukte de noodzaak van de onmiddellijke terugtrekking van Azerbeidzjaanse strijdkrachten uit het soevereine grondgebied van Armenië’.
Conflict tussen Israël en Hamas kost het leven van steeds meer burgers
‘Na meer dan een jaar van relatieve rust en stabiliteit in de Gazastrook staan Israël en Hamas opnieuw op de rand van een militaire confrontatie’, schrijft de linksgeoriënteerde Israëlische krant Ha’Aretz, terwijl het geweld tussen de twee partijen oplaait. Premier Netanyahu heeft op dinsdag 11 mei aangekondigd de aanvallen in de Gazastrook te zullen opvoeren. Enkele duizenden Israëlische soldaten zijn gemobiliseerd, ondanks oproepen van de Verenigde Naties tot de-escalatie.
‘Het is de grootste geweldsescalatie sinds november 2019’
Hamasleider Ismail Haniyeh zei tegen The Wall Street Journal dat de Palestijnse beweging zou doorgaan met het afvuren van raketten ‘tenzij de [Israëlische] bezetter een einde maakt aan de agressie en terreur in Jeruzalem’. Volgens de krant bereiden beide partijen zich voor op een groter conflict.
‘Het is de grootste geweldsescalatie sinds november 2019, toen Israël een gerichte aanval uitvoerde op een hooggeplaatste commandant van de [gewapende groep] Islamitische Jihad’, schrijft The Wall Street Journal.
De laatste weken zijn de spanningen in Jeruzalem hoog opgelopen, nadat verschillende Palestijnse gezinnen uit de wijk Sheikh-Jarrah dreigden uit hun huizen te worden gezet door Israëlische kolonisten. Afgelopen weekend vonden demonstraties plaats op de esplanade van de Al-Aqsa Moskee – ook bekend als de Tempelberg – in Jeruzalem. Bij botsingen tussen demonstranten en politie vielen meer dan driehonderd gewonden. Hamas stelde Israël later een ultimatum om zijn troepen voor maandag 18.00 uur van de esplanade terug te trekken. Na het verstrijken van de termijn, is de Palestijnse organisatie met een raketoffensief begonnen.
Een poging tot bemiddeling werd ondernomen door de Verenigde Naties, gesteund door Egypte en Qatar, meldt Middle East Eye. De Verenigde Staten hebben er bij beide partijen op aangedrongen ‘stappen te ondernemen’ in de richting van de-escalatie. De Arabische Liga heeft de Israëlische luchtaanvallen veroordeeld. Frankrijk heeft de Israëlische autoriteiten gevraagd alleen ‘evenredig geweld toe te passen’.
Sinds begin deze week heeft de toename van spanningen tussen Hamas en Israël al de dood van tientallen mensen in de regio veroorzaakt. En al zijn de slachtoffers aan Palestijnse zijde veel talrijker – 53 doden in Gaza – ook aan Israëlische zijde zijn er burgerdoden gevallen. ‘Het conflict heeft tot nu toe de levens gekost van zeven Israëli’s’, meldt dagblad Israel Hayom.
Iron Dome
‘Is de “Iron Dome” [het Israëlische antiraketschild] wel zo effectief tegen Hamasraketten als we dachten?’ vraagt The Jerusalem Post zich dan ook af. Volgens het dagblad is het schild, dat zich al tijdens het conflict van 2014 had bewezen, niet plotseling een verouderde technologie geworden. Het is eerder de toegenomen hevigheid van de beschietingen vanuit de Gazastrook die het probleem vormt.
WATCH as the Iron Dome Aerial Defense System intercepts rockets over southern Israel: pic.twitter.com/xUz3bMuTzz
Op dinsdag- en woensdagochtend (11 en 12 mei) schijnt Hamas erin geslaagd te zijn in enkele minuten meer dan honderd raketten af te vuren, schrijft The Jerusalem Post. En raketbeschietingen vanuit de Gazastrook in de richting van Israël namen op woensdagavond alleen maar toe. Tijdens het driedaagse conflict, zo schrijft Israel Hayom, vuurden Hamas en de Islamitische Jihad ‘meer dan vijftienhonderd raketten’ af op het zuiden en midden van Israël.
Te veel om te behappen voor de Dome, die ook nog met een ander logistiek probleem kampte. In 2014 ‘werd de overgrote meerderheid van de raketten afgevuurd in de richting van Zuid-Israël, aangezien Hamas op dat moment slechts over een klein aantal projectielen beschikte die Tel Aviv konden bereiken’, aldus het dagblad uit Jeruzalem. Nu worden juist veel raketten op de kuststad afgevuurd.
Volgens het Israëlische leger heeft het antiraketschild ‘90 procent van de projectielen onderschept’.
Ook Forbes maakt zich zorgen over de Iron Dome. Volgens het Amerikaanse tijdschrift zou dit instrument paradoxaal genoeg een strategische zwakte voor Israël kunnen vormen.
De raketten die worden gebruikt om de (veel minder nauwkeurige) projectielen van Hamas te onderscheppen, hebben een zeer hoge kostprijs ‘variërend van 20.000 tot 100.000 dollar’, aldus het weekblad. De voorraad van Israël is niet oneindig, ‘terwijl Hamas naar verluidt duizenden Qassam-raketten heeft’. De Palestijnse groep zou dus kunnen besluiten de aanvallen verder op te voeren, om zo de defensieve vuurkracht van Israël te verminderen. In dat geval zouden ‘de Israëlische verliezen snel kunnen oplopen, en dat zou Israël kunnen aanzetten tot een grondactie’.
‘Het probleem met zo’n sterke verdediging is dat je er te veel op kunt vertrouwen,’ concludeert Forbes.
Trump-criticus Liz Cheney uit Republikeinse fractietop gezet
Haar herhaalde kritiek op voormalig Amerikaans president Donald Trump heeft haar uiteindelijk haar baan gekost: de Republikeinse volksvertegenwoordiger uit Wyoming, Liz Cheney, verloor op woensdag 12 mei haar positie in de Republikeinse fractieleiding in het Huis van Afgevaardigden.
De 212 Republikeinen in het Huis besloten via een mondelinge stemming om haar uit de Republikeinse fractietop te zetten, kort na een vergadering achter gesloten deuren. De steun voor het afzetten van Liz Cheney was ‘overweldigend’, vertelden aanwezigen aan The Hill.
Volgens een bron van Fox News viel Liz Cheney in een korte toespraak tot haar collega’s Trump en zijn ‘inspanningen om de (Amerikaanse) democratie te ontmantelen’ aan. Cheney spreekt zich al maanden uit tegen de herhaalde ongegronde beweringen van de voormalige president dat de presidentsverkiezingen van 2020 ‘gemanipuleerd’ en ‘gestolen’ zouden zijn.
‘De waarheid zal u vrijmaken’
Cheney ging ook voor in een gebed en reciteerde een passage uit het Evangelie volgens Johannes (8:32, ‘Gij zult de waarheid verstaan en de waarheid zal u vrijmaken’). Ze kreeg een staande ovatie voor haar opmerkingen, vertelde een andere gekozen functionaris aan de conservatieve zender, hoewel er ook boegeroep klonk.
‘Dit is een verbluffende val uit de gratie voor Cheney‘, merkt Politico op. Deze ‘politieke erfgename’ – ze is de dochter van voormalig vicepresident Dick Cheney – was de hoogstgeplaatste Republikeinse vrouw in het Congres. Tot voor kort werd zij beschouwd als een rijzende ster in de partij; ze werd genoemd als een mogelijke toekomstige voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, schrijft Politico.
‘Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat de voormalige president nooit meer in de buurt van het Oval Office komt’
Haar verwijdering uit de fractietop leek Liz Cheney echter niet te ontmoedigen. Tegenover de pers beloofde ze opnieuw ‘de strijd te leiden’ om Trumps greep op de Republikeinse Partij te verzwakken. ‘Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat de voormalige president nooit meer in de buurt van het Oval Office komt’, verklaarde ze. Kort na de stemming noemde Trump Liz Cheney een ‘verbitterd, afschuwelijk mens’. ‘Ze heeft geen karakter en heeft niets goeds bij te dragen aan ons politieke leven of ons land’, zei hij in een verklaring.
De afzetting van Liz Cheney vergroot de macht van Trump binnen en over de Republikeinse Partij, aldus The Wall Street Journal. ‘Voor Kevin McCarthy [de minderheidsleider van het Huis] en zijn collega’s bestaat het gevaar dat Trump nu de facto de baas van het Republikeinse fractie lijkt te zijn, en zij louter stromannen.’
Cheney zou het weleens moeilijk kunnen krijgen om haar zetel in het Huis van Afgevaardigden te behouden tijdens de tussentijdse verkiezingen komende herfst, aldus Politico. Maar alle aandacht die ze nu krijgt, zou haar ook kunnen helpen haar anti-Trump-boodschap uit te dragen.
Zelensky gaat de strijd aan met invloedrijke oligarchen
Het conflict tussen de Oekraïense president, Volodymyr Zelensky, en de pro-Russische oligarchen Viktor Medvedtsjoek en Taras Kozak is al maanden aan de gang. Maar deze keer lijkt er een grote stap te zijn gezet.
‘De procureur-generaal van Oekraïne, Iryna Venediktova, heeft [de twee mannen] aangeklaagd wegens hoogverraad en poging tot toe-eigening van nationale middelen op de Krim’, laat BBC Oekraïne op haar website weten. ‘De SBU [Oekraïense veiligheidsdienst] zet alle nodige middelen in om hen voor het gerecht te brengen.’
Medvedtsjoek en Kozak worden daarom nu gezocht. Volgens dagblad Oekraina Moloda zijn in de nacht van 11 mei huiszoekingen verricht in de woning en het kantoor van Viktor Medvedtsjoek. Maar op dit moment zijn beide mannen nog niet gevonden.
‘Volgens onze informatie is Kozak tijdelijk in Rusland, heeft hij zelfs mogelijk het grondgebied van de Russische Federatie verlaten’ en ‘is hij helaas niet van plan naar Oekraïne terug te keren’, aldus Ivan Bakanov, hoofd van de SBU tegen de Oekraïense krant.
Taras Kozak en Viktor Medvetchuk zijn oligarchen met meerdere bedrijven. ‘Kozak is eigenaar van drie tv-kanalen die beschuldigd worden van het uitzenden van pro-Russische propaganda in Oekraïne, wat aanklager Venediktova kleurrijk omschreef als ‘een leger van informatieclowns en marionetten voor anti-Oekraïense belangen’, aldus Oekraina Molada.
President Zelensky had begin februari reeds hard opgetreden tegen zijn tegenstanders door te bevelen dat de drie zenders in kwestie, ZIK, 112.ua en NewsOne, van het Oekraïense grondgebied zouden worden geweerd.
Medvedtsjoek stond ook in de belangstelling van de autoriteiten omdat hij via zijn verschillende bedrijven strategische activa controleerde, aldus Radio Svoboda. De SZN-pijpleiding (Samara-Zakhidniy Napriamok) behoort toe aan ‘bedrijven in de sfeer van Viktor Medvedtsjoek’. Het gedeelte ‘van de pijpleiding dat over het grondgebied van Oekraïne loopt, is 1433 kilometer lang, verbindt Rusland met Wit-Rusland [door Oekraïne] en loopt door tot de westelijke grens. De afgelopen tijd werd deze gebruikt voor de transport van dieselbrandstof, met een volume van bijna 2 miljoen ton per jaar, of bijna 20 procent van de Oekraïense markt, volgens deskundigen.’
Deze strategische troef bracht inkomsten op die werden gebruikt om de pro-Russische strijdkrachten en media van Viktor Medvedtsjoeks groep te financieren, aldus Radio Svoboda.
Op 24 februari, zo vervolgt het radiostation, ‘besloot de Nationale Veiligheids- en Defensieraad van Oekraïne de pijpleiding weer onder staatscontrole te brengen en sancties op te leggen aan Medvedtsjoek en zijn vrouw Oksana Martsjenko, die ook betrokken was bij zijn zakelijke transacties’.
‘Ik ben in Oekraïne en ik ben niet van plan me te verbergen’
Kozak en Medvedtsjoek zijn echter niet alleen rijke en invloedrijke zakenlieden, maar ook de leiders van de partij Oppositieplatform voor het Leven, OPZJ, een openlijk pro-Russische politieke formatie. En het is juist via de OPZJ dat Medvedtsjoek reageerde op de rechterlijke beslissing tegen hem, meldt BBC Oekraïne. In de door de partij naar buiten gebrachte verklaring zegt hij: ‘Ik ben in Oekraïne en ik ben niet van plan me te verbergen.’ Hij is van mening dat hij het slachtoffer is van ‘politieke vervolging voor zijn principiële standpunten’ en verzekert dat hij wil deelnemen aan het onderzoek en ‘voor gerechtigheid wil vechten’.
Het valt nog te bezien of de zaak voor de rechter zal komen. Zoals het onafhankelijke persbureau UNIAN op zijn website opmerkt, ‘heeft Medvedtsjoek veel bondgenoten in het rechtssysteem’. Velen vrezen ‘opnieuw een proces en veroordeling bij verstek’.
Eén ding is wel zeker. Zelfs als hij erin slaagt aan justitie te ontsnappen, lijkt Medvedtsjoek ‘geen politieke toekomst meer te hebben in Oekraïne’, wat ‘de vernietiging betekent van een van de meest destructieve elementen binnen het pro-Russische kamp’, aldus UNIAN.
‘Kiev verwacht dat de situatie in de Donbass elk moment kan escaleren’
Maar hoe zal Rusland hierop reageren? In april, toen Moskou overging op het inzetten van troepen aan de grens met Oekraïne, beweerden sommige deskundigen dat de mobilisatie tot dopel had om Zelensky te intimideren, zodat hij niet zou optreden tegen Medvedtsjoek, wiens in 2004 geboren dochter Daryna een zekere Vladimir Poetin als peetvader heeft; een bewijs van de nauwe banden tussen de twee mannen. Sindsdien heeft het Russische leger een deel van zijn manschappen teruggetrokken.
Oekraïens minister van Defensie Andriy Taran verwacht in ieder geval een reactie. Tijdens een briefing op 12 mei verklaarde hij: ‘Kiev verwacht dat de situatie in de Donbass elk moment kan escaleren.’
In Myanmar leven de militairen apart van de rest van de samenleving. Ze mogen hun bases nauwelijks onbegeleid verlaten en hebben geen toegang tot internet. In combinatie met een gestaag propagandadieet, leidt dit tot tot de overtuiging dat burgers – de zogenaamde vijand – zonder pardon mogen worden gedood.
Kapitein Tun Myat Aung boog zich over het hete wegdek in Yangon, de grootste stad van Myanmar, en raapte kogelhulzen op. Hij voelde zich misselijk worden. De hulzen, wist hij, betekenden dat er geweren waren gebruikt, dat er met echte kogels op echte mensen was geschoten.
Diezelfde avond, begin maart, ontdekte hij op Facebook dat er in Yangon meerdere burgers waren gedood door soldaten van de Tatmadaw, zoals het Myanmarese leger wordt genoemd. Door mannen in uniform, net als hij.
Enkele dagen later glipte de kapitein van de 77ste Lichte Infanteriedivisie, berucht om het massaal afslachten van burgers in heel Myanmar, de basis uit en deserteerde. Hij zit nu ondergedoken.
‘Ik hou zoveel van het leger,’ zegt hij. ‘Maar de boodschap die ik aan mijn medemilitairen wil meegeven is: Als je moet kiezen tussen het land en de Tatmadaw, kies dan alsjeblieft voor het land.’
Robotleger
De Tatmadaw, die over een half miljoen parate manschappen zegt te beschikken, wordt vaak afgeschilderd als een robotleger dat getraind is om te doden. Na het afzetten van de burgerregering van Myanmar twee maanden geleden, dat overal in het land tot protesten heeft geleid, hebben de militairen hun meedogenloze reputatie alleen maar versterkt door het doden van meer dan 420 mensen en het aanvallen, gevangenzetten of martelen van duizenden anderen.
Op zaterdag 27 maart, de dodelijkste dag sinds de coup op 1 februari, hebben de veiligheidstroepen volgens de Verenigde Naties meer dan honderd mensen gedood. Zeven van hen waren kinderen, onder wie twee jongens van dertien en een jongen van vijf.
‘We moeten elk bevel van onze meerderen opvolgen’
Uit diepgaande interviews met vier officieren, van wie er twee na de coup zijn gedeserteerd, komt een complex beeld naar voren van een institutie die Myanmar al zes decennia lang domineert. Vanaf het moment dat ze aan hun opleiding beginnen leren manschappen van de Tatmadaw dat ze hoeders zijn van een land en een religie die zonder hen ten onder zullen gaan.
Ze vormen een geprivilegieerde staat binnen een staat, waarin militairen apart van de rest van de samenleving leven en werken en een ideologie ingeprent krijgen die hen ver boven de burgerbevolking verheft. De beschreven officieren worden continu in de gaten gehouden door hun meerderen, zowel in de kazerne als op Facebook. Een gestaag propagandadieet voedt hun idee dat er op iedere straathoek vijanden staan.
Dit leidt alles bij elkaar tot een wereldbeeld dat het rechtvaardigt om ongewapende burgers zonder pardon dood te schieten. Hoewel er volgens de militairen enige onvrede over de staatsgreep bestaat, achten ze het onwaarschijnlijk dat het leger op grote schaal in opstand zal komen. Dat maakt meer bloedvergieten tijdens de komende dagen en maanden des te waarschijnlijker.
‘De meeste militairen zijn gehersenspoeld,’ zegt een kapitein die is afgestudeerd aan de prestigieuze militaire academie van Myanmar. Net als de twee anderen met wie The New York Times heeft gesproken, wil hij zijn naam niet gepubliceerd zien vanwege mogelijke represailles; hij is nog in actieve dienst.
‘Ik ben bij de Tatmadaw gegaan om het land te beschermen, niet om tegen ons eigen volk te vechten,’ zegt hij. ‘Ik vind het zo verschrikkelijk om soldaten onze eigen mensen te zien doden.’
De Tatmadaw verkeert al sinds het land onafhankelijk werd in 1948 op voet van oorlog met militaire guerrilla’s, etnische opstandelingen en pleitbezorgers van de democratie. Binnen de cultachtige grenzen van de Tatmadaw wordt het boeddhistische Bamar-volk, dat de etnische meerderheid vormt, verheerlijkt ten koste van de vele etnische minderheden die Myanmar rijk is en die al decennia lang met militaire onderdrukking worden geconfronteerd.
De vijand kan zich ook in de eigen gelederen bevinden. Een doelwit van de toorn van de Tatmadaw is Daw Aung San Suu Kyi, de burgerleider die na de staatsgreep van twee maanden geleden is afgezet en opgesloten. Haar vader, generaal Aung San, heeft de Tatmadaw opgericht.
Tegenwoordig komen de vijanden van de Tatmadaw niet langer uit het buitenland maar uit eigen land: de miljoenen mensen die de straat op zijn gegaan om tegen de staatsgreep te protesteren of die aan stakingen hebben deelgenomen.
Beschermen
Op zaterdag 27 maart, de Dag van de Strijdkrachten, hield generaal Min Aung Hlaing, de opperbevelhebber die de staatsgreep in gang heeft gezet, een toespraak waarin hij zwoer ‘het volk tegen alle gevaar te beschermen’. Terwijl tanks en soldaten over de brede avenues van Naypyidaw paradeerden, de hoofdstad vol bunkers die door een eerdere junta is gebouwd, schoten in meer dan veertig steden veiligheidstroepen op zowel demonstranten als omstanders.
‘Ze beschouwen demonstranten als criminelen omdat iedereen die niet aan het leger gehoorzaamt of ertegen protesteert een crimineel is,’ zegt kapitein Tun Myat Aung. ‘De meeste soldaten hebben hun hele leven nog geen democratie meegemaakt. Ze weten nog niet wat dat inhoudt.’
Hoewel de Tatmadaw in de vijf jaar die aan de staatsgreep voorafging enige macht met een gekozen regering heeft gedeeld, behielden de militairen hun greep op het land. Ze hebben hun eigen conglomeraten, banken, ziekenhuizen, scholen, verzekeringsmaatschappijen, aandelenopties, mobiele netwerk en groentekwekerijen.
‘Ik zou deze situatie moderne slavernij noemen’
Het leger runt televisiestations, uitgeverijen en een filmindustrie met opwindende titels als Happy Land of Heroes en One Love, One Hundred Wars. De Tatmadaw heeft dansgroepen, traditionele muziekensembles en vragenrubrieken waarin vrouwen worden gemaand zich zedig te kleden.
Verreweg de meeste officieren en hun gezinnen wonen op een militair complex, waar al hun bewegingen worden gevolgd. Sinds de staatsgreep hebben de meesten van hen die complexen niet langer dan een kwartier zonder toestemming mogen verlaten.
‘Ik zou deze situatie moderne slavernij noemen,’ zegt een officieren die na de staatsgreep is gedeserteerd. ‘We moeten elk bevel van onze meerderen opvolgen. We mogen de juistheid of onjuistheid ervan niet aan de orde stellen.’
Officierskinderen
Kinderen van officieren trouwen vaak met andere officierskinderen, of met het nageslacht van rijke zakenlieden die van hun militaire connecties hebben geprofiteerd. Infanteristen brengen dikwijls de volgende generatie infanteristen voort. Het ecosysteem van de Raad voor het Staatsbestuur, zoals de junta die vorige maand de macht heeft gegrepen zichzelf noemt, is een kluwen van onderling verstrengelde stambomen.
Zelfs tijdens de vijf jaar van politieke openheid was een kwart van de parlementszetels voor mannen in het groen gereserveerd. Ze mengden zich niet met andere parlementsleden en stemden alleen maar en bloc. De belangrijkste ministeries bleven in militaire handen.
‘Ik wil heel graag het volk dienen, maar militair zijn betekent dat je de leiders van de Tatmadaw dient,’ zegt een legerarts in Yangon. ‘Ik wil ontslag nemen, maar dat kan niet. Als ik dat doe, sturen ze me naar de gevangenis. Als ik vlucht, martelen ze mijn familie.’
De geïsoleerde positie van de Tatmadaw verklaart misschien mede waarom de leiding de felheid van het verzet tegen de putsch heeft onderschat. Officieren die in psychologische oorlogvoering zijn getraind, planten dikwijls complottheorieën over democratie in Facebookgroepen die worden bezocht door militairen, aldus socialmedia-experts en een van de officieren die met onze krant sprak.
Een moslimsamenzwering wordt beschuldigd van pogingen het boeddhistische geloof de kop in te drukken
In deze paranoïde wereld viel de dreun die Aung San Suu Kyi’s Nationale Liga voor Democratie tijdens de verkiezingen van afgelopen november toebracht aan de partij die de steun van het leger genoot, gemakkelijk af te schilderen als verkiezingsfraude.
Een moslimsamenzwering, gefinancierd door rijke oliesjeiks, wordt beschuldigd van pogingen het boeddhistische geloof van de Myanmarese meerderheid de kop in te drukken. Invloedrijke monniken, aan wier voeten ook generaals bidden, prediken dat de Tatmadaw en de boeddhistische monniken zich moeten verenigen om de islam te bestrijden.
De Tatmadaw wil doen geloven dat het roofzuchtige Westen Myanmar elk moment kan veroveren. Angst voor een invasie geldt als een van de redenen waarom de militaire machthebbers de hoofdstad begin deze eeuw van Yangon, dat aan de kust ligt, naar de landinwaarts gelegen stad Naypyidaw hebben verplaatst.
‘Nu doden soldaten mensen met het idee dat ze hun land voor buitenlandse interventie behoeden,’ zegt de kapitein die nog in actieve dienst is. Zijn brigade is in een niet nader genoemde stad ingezet om een woedende volksmenigte in toom te houden.
De gevreesde invasie hoeft niet per se door de lucht of over zee te komen, maar kan ook door de ‘zwarte hand’ van buitenlandse invloed worden bewerkstelligd. George Soros, de Amerikaanse filantroop en pleitbezorger voor de democratie, wordt in kringen van de Tatmadaw beschuldigd van pogingen het land te ondermijnen met grote sommen geld voor activisten en politici. Een legerwoordvoerder impliceerde tijdens een persconferentie dat ook mensen die tegen de staatsgreep protesteren door het buitenland worden gefinancierd.
Kapitein Tun Myat Aung zegt dat hij tijdens zijn eerste jaar op de militaire academie een film te zien kreeg waarin democratische activisten uit 1988 werden afgeschilderd als dolgedraaide beesten die soldaten het hoofd afsneden. In werkelijkheid werden dat jaar duizenden betogers en anderen door de Tatmadaw gedood.
Een van de manschappen van kapitein Tun Myat Aung werd kortgeleden in het oog getroffen door een projectiel uit de katapult van een betoger, zegt hij. Maar de kapitein erkent dat de andere kant beduidend veel meer slachtoffers heeft gemaakt.
‘De meeste militairen leiden een geïsoleerd bestaan, en voor hen is de Tatmadaw de enige wereld’
Op Facebookberichten van de Tatmadaw zie je soms soldaten die worden belegerd door gewelddadige betogers met zelfgemaakte brandbommen. Maar in werkelijkheid zijn het de veiligheidstroepen die artsen hebben aangevallen, kinderen hebben gedood en omstanders hebben gedwongen nederig door het stof te kruipen.
Volgens de militairen die met onze krant hebben gesproken was het opschorten van de toegang tot mobiele data de afgelopen twee weken evenzeer bedoeld om manschappen te isoleren die twijfels begonnen te krijgen over de bevelen die ze kregen, als om de bevolking onwetend te houden.
Kort na de staatsgreep verklaarden enkele militairen zich op Facebook solidair met de betogers. ‘Het leger is aan het verliezen. Geef niet op, mensen’, schreef een inmiddels ondergedoken kapitein in een Facebookbericht. ‘Uiteindelijk zal de waarheid zegevieren.’
Loyaliteit
De geïsoleerde positie van de Tatmadaw dient ook een ander doel. Decennia lang heeft het leger op talrijke fronten tegen talrijke vijanden gevochten, voornamelijk gewapende etnische groeperingen die op zelfbestuur aandrongen. Een sterk gevoel van saamhorigheid is nodig om desertie te beperken en loyaliteit te bevorderen.
Dodentallen worden niet gepubliceerd in Myanmar omdat ze als een staatsgeheim worden beschouwd. Maar uit uitgelekte documenten die The New York Times heeft kunnen inzien, zoals over een aantal gesneuvelde soldaten in de westelijke staat Rakhine een paar jaar geleden, blijkt dat er elk jaar minimaal honderden militairen omkomen.
Volgens de kapitein die nog in actieve dienst is, is het gebruikelijk dat ongetrouwde militairen lootjes trekken om met de weduwe van een in de strijd gesneuvelde collega te kunnen trouwen. De vrouw, zegt hij, heeft weinig te zeggen over wie haar nieuwe man wordt. ‘De meeste militairen leiden een geïsoleerd bestaan, en voor hen is de Tatmadaw de enige wereld.’
Etnische minderheden, die ruwweg een derde van de Myanmarese bevolking uitmaken, leven in voortdurende angst voor de Tatmadaw, die door onderzoekers van de Verenigde Naties van genocidale acties is beschuldigd, waaronder massaverkrachtingen en executies. De bekendste slachtoffers van zulke campagnes zijn de Rohingya-moslims, maar ze hebben zich ook op andere etnische groeperingen gericht, zoals de Karen, de Kachin en de Rakhine.
Kapitein Tun Myat Aung zegt dat toen zijn 77ste Lichte Infanteriedivisie in de staat Shan in het noordoosten van Myanmar vocht, hij de weerzin van mensen uit diverse etnische groeperingen kon voelen. Als lid van een andere etnische minderheid, de Chin, begreep hij hun angst voor de Bamar-meerderheid maar al te goed.
‘Etnische minderheden haten het leger om wat dat hun heeft aangedaan’
Hoewel hij zegt alleen te hebben geschoten om te verwonden, niet om te doden, heeft kapitein Tun Myat Aung acht jaar in de frontlinies doorgebracht. Volgens hem heeft hij in al die tijd maar met één dorpeling contact gehad. ‘Mensen haten het leger om wat dat hun heeft aangedaan,’ zegt hij.
Maar de Tatmadaw heeft hem ook gered. Zijn moeder overleed toen hij tien was. Zijn vader dronk. Hij werd naar een kostschool voor leerlingen uit etnische minderheden gestuurd, waar hij uitblonk. Op de militaire academie leerde hij natuurkunde en Engels. ‘Het leger werd mijn familie,’ zegt hij. ‘Ik was automatisch blij als ik mijn uniform zag.’
In de vroege uurtjes van 1 februari klom een nog half slapende kapitein Tun Myat Aung in Yangon in een legertruck en gordde zijn helm vast. Hij wist pas wat er aan de hand was toen een collega iets over een staatsgreep fluisterde. ‘Op dat moment was het alsof ik alle hoop voor Myanmar verloor,’ zegt hij.
Enkele dagen later zag hij zijn majoor met een doos kogels, echte, niet van rubber. Die nacht huilde hij. ‘Ik realiseerde me,’ zegt hij, ‘dat de meeste militairen het volk als de vijand beschouwen.’
Half april, aan het begin van de Ramadan, luidde Mustapha Zebdi, voorzitter van de Algerijnse Vereniging voor Consumentenbescherming (Apoce), al de noodklok over de stijgende voedselprijzen in Algerije. ‘In veel opzichten is deze Ramadan een van de moeilijkste in tijden. We bevinden ons nog steeds in een pandemie en in een moeilijke sociaal-economische situatie met een onstabiele markt.’ Zebdi had een vooruitziende blik, zo blijkt uit een bijdrage van columnist Kenza Adil, in TSA, een online nieuwsmedium uit Algerije. ‘We zien een nieuw scenario. Gewoonlijk stijgen de prijzen van groenten en fruit in Algerije aan het begin van de Ramadan en keren ze na de eerste week terug naar normaal niveau. Maar gedurende deze Ramadan heeft de opwaartse trend zich alleen maar voortgezet.’
Op de markten in hoofdstad Algiers die Adil vorige week bezocht waren de prijzen allesbehalve gedaald. Sterker nog, schrijft Adil, de prijzen grenzen soms aan het onfatsoenlijke. Fruit is onbetaalbaar. Vers aangevoerde kersen worden verkocht voor bedragen tussen de 2.500 en 5.000 Algerijnse dinar (15 tot 30 euro) per kilo. Een kilo lokaal geteelde appels kost 900 dinar (5,50 euro), perziken gaan voor 750 dinar (4,60 euro) en nectarines voor 850 dinar(5,20 euro).
‘Mensen met een bescheiden beurs moeten verhongeren’
De mensen die Adil op de markten spreekt, zijn vol ongeloof: ‘Ondanks alle beloftes van de overheid over prijsbeheersing, zijn de prijzen nog nooit zo absurd hoog geweest,’ zegt een zestigjarige. ‘Kijk nou. Alles is er, maar alleen de rijken kunnen hun manden vullen en mensen met een bescheiden beurs moeten verhongeren. Er is geen genade voor ons, zelfs niet tijdens de heilige maand! Ik kan alleen nog op God vertrouwen, dat is alles!’
Op alle markten is het verhaal hetzelfde: er is een grote keuze uit groenten en fruit, maar die is onbetaalbaar voor grote lagen van de bevolking. Volgens een verkoper zijn het vooral buitenlanders die zijn producten kopen. ‘Die hebben meer koopkracht.’
Het leed is te lezen in de ogen van de mensen die over de markt dwalen, schrijft Adil. Veel mensen kopen nu slechts zeer kleine hoeveelheden. ‘Vroeger was alleen het vlees te duur. Nu kunnen we onze mand niet eens met groenten vullen,’ zegt een man tegen hem. ‘En wat fruit betreft, zelfs het zogenaamde seizoenfruit is een luxe geworden.’ Een vrouw mengt zich in het gesprek: ‘Over welk fruit heb je het? De bananen die uit Ecuador komen, kosten evenveel als een kilo mispels die hier worden geproduceerd. Dit gaat nergens meer over!’
‘Sinds enkele maanden zijn de prijzen van alle consumentenproducten onderhevig aan aanzienlijke inflatie’, schrijft Adil. ‘Met ongekende prijsstijgingen bracht Ramadan de genadeslag toe aan de middelste lagen van de bevolking. Bij gebrek aan controle, gaven handelaren zich over aan hectische speculatie en ze legden hun dictaat op. Zullen deze idiote prijzen nu kalmeren na Ied al-Fitr [het Suikerfeest]?’ Algerijnen zullen na vandaag, als de Ramadan eindigt, antwoord krijgen op die vraag.
Biden beschuldigt Rusland van cyberaanval
De Amerikaanse president Joe Biden beschuldigt hackers, ‘gevestigd in Rusland’, van de recente cyberaanval op Amerikaanse pijpleidingen. ‘Op dit moment hebben onze inlichtingendiensten geen bewijs van Russische betrokkenheid’, zei de Amerikaanse president, maar ‘er zijn aanwijzingen dat actoren en eisers van ransomware zich in Rusland bevinden’.
De federale politie zei eerder in een verklaring dat het Darkside-netwerk verantwoordelijk was voor de aanval vorige week op de netwerken van Colonial Pipeline, een van de grootste Amerikaanse beheerders van pijpleidingen, die bijna de hele oostkust van benzine en diesel voorziet, aldus CNN. Door veel experts wordt de criminele groep Darkside ervan verdacht onder een hoedje te spelen met Moskou.
Om de infrastructuur te beschermen heeft Colonial Pipeline afgelopen vrijdag alle operaties stopgezet, waardoor de olievoorziening in het noordoosten van het land in gevaar komt. De situatie blijft ‘wisselvallig’, liet het bedrijf maandag weten. Het netwerk zal ‘gefaseerd’ worden heropend, met als doel de meeste activiteiten tegen het einde van de week weer te kunnen hervatten.
Win-winsituatie als Groot-Brittanië de oorlog met Frankrijk verliest
Columnist Ed Cumming betoogt op humoristische wijze in The Guardian dat Londen hoe dan ook verslagen tevoorschijn zal komen uit de visserij-oorlog met Parijs. Hij vindt dat aanbevelenswaardig.
‘Als deze week iets heeft aangetoond’, schrijft Cumming, ‘is het dat oorlog met Frankrijk een van de weinige dingen is die de steun van alle partijen geniet. Brexiteers zijn blij omdat ze vooral hunkeren naar gewapende conflicten met de arrogant frogs [‘frogs’ is de Britse scheldnaam voor Fransen]. Remainers zijn blij omdat ze altijd zeggen dat Brexiteers hunkeren naar een gewapend conflict met de arrogant frogs, en ze hunkeren naar gelijk, ook al strijden ze voor een verloren zaak.
‘In moeilijke tijden moeten we dankbaar zijn voor deze vluchtige momenten van eensgezindheid’
Behalve dan geld krijgen van de overheid om niet te werken, was het de afgelopen jaren moeilijk om een ander idee te vinden dat door iedereen met zoveel enthousiasme wordt omarmd. In moeilijke tijden moeten we dankbaar zijn voor deze vluchtige momenten van eensgezindheid.
Ik heb net zoveel zin in het conflict als ieder ander, tenzij je op het Isle of Wight woont, maar ik ben bang dat onze bewindvoerders niet goed hebben nagedacht over de implicaties. Want er zal maar één winnaar zijn: Frankrijk. Ondanks al het gepraat over overgave door de Fransen, kunnen er geen duidelijkere lessen uit de geschiedenis worden getrokken. Telkens als wij Frankrijk versloegen, in de Napoleontische of Zevenjarige Oorlogen, deden we dat met Duitse hulp. Als we het alleen probeerden te doen, moesten we naar huis rennen met onze bulldogstaartjes tussen de benen; tijdens de Honderdjarige Oorlog, de oorlog van 1778, de Normandische verovering. Ik weet niet zeker of mevrouw Merkel daar op zit te wachten.
Hoop
Er zullen enkele vroege momenten van hoop zijn. Onder leiding van Dominic Raab in volledige uitrusting met scheenbeschermers, zal de SAS [de Britse commandotroepen] met parachutes uit hun vliegtuigen springen en onze voorouderlijke drankmagazijnen aan de overkant van het Kanaal in beslag nemen. De burgers van Calais zullen onder dwang les burgers Anglais krijgen die ze in de jaren 90 zo grof hadden durven weigeren [Burger King sloot in 1997 negenendertig restaurants in Frankrijk wegens gebrek aan belangstelling].
Maar het zal niet lang duren. Na verloop van tijd zal het Vreemdelingenlegioen door Oxford Street marcheren, terwijl hun generaals Mr. Bean-dvd’s en Oasis-albums plunderen uit het rokende wrak van winkelketen HMV. Rowan Atkinson zal uiteindelijk in de stijl van Saddam uit zijn bunker worden gehaald, en worden gedwongen om twintig uur per dag Mr. Bean-sketches op te voeren. De koningin zal worden verbannen naar Balmoral in de nieuwe onafhankelijke vazalstaat Schotland, en worden vervangen door marionet Arsène Wenger als overgangsleider. Als Macron uiteindelijk zijn nieuwe onderkomen aan Downing Street binnenstapt, zal hij meewarig zijn hoofd schudden over de verdorven extravagantie van het aanwezige behang, die laatste ademtocht van de huidige kwaadaardige en corrupte regering.
Mijn familie is komen aanwaaien in 1066 en ik ben in tweestrijd. Ben ik blij dat we de oorlog met Frankrijk zullen verliezen? Het is moeilijk te zeggen. Volgens hun gewoonte zullen onze nieuwe leiders elke open plek van elk plukje gras ontdoen en het vervangen door dat rare roze grind waar ze zo geobsedeerd door zijn. Eton behoudt zijn naam, maar zal een nieuwe rol krijgen als Ecole Technocratique Nationale.
Omdat onze vakantiesteden niet langer in staat zullen zijn zich te profileren in patriottische oppositie met hun Franse tegenhangers, zullen ze verlaten worden, met desastreuze gevolgen voor de huizenprijzen. Marmite- en baked beans-fabrieken zullen worden opgeblazen. In plaats van een Byzantijnse dans van samenzwering en interviews, zal de nieuwe serie van Line of Duty een zes uur durende versie worden van geile studenten die door agenten in elkaar worden geslagen. Nu Daft Punk is opgeheven, zal er geen hoofdact voor Glastonbury zijn. Koffie wordt ondrinkbaar en, vreemd genoeg, thee ook.
‘Overal zal wijn zijn, behalve in McDonald’s, waar bier zal zijn’
Maar het zal niet allemaal zo beroerd zijn. Frankrijk wordt soms omschreven als een paradijs dat wordt bevolkt door mensen die denken dat ze in de hel leven, het tegenovergestelde van Surrey, dus. Er zullen voordelen zijn: een gekookt ontbijt wordt verboden, en worden vervangen door een ontbijt op kamertemperatuur en lunch wordt verplicht. Pret a Manger wordt in beslag genomen door de staat, tijdelijk worden omgedoopt tot Ready to Eat en vervolgens met de grond gelijk gemaakt om anderen een kans te geven. Gekonfijte eend uit blik hoeft niet meer in de kofferbak van gezinsauto’s te worden gesmokkeld, maar zal in elke kiosk verkrijgbaar zijn.
Overal zal wijn zijn, behalve in McDonald’s, waar bier zal zijn. De prijs van Greggs worstenbroodjes zal door de staat worden gelimiteerd. Het zal geld kosten om op de snelwegen te rijden, maar ze zullen allemaal in uitstekende staat zijn.
In plaats van onze politici te berispen voor buitenechtelijke escapades, worden we gedwongen ze te bejubelen en in plaats daarvan zullen we iedereen uitschelden die de fout maakte met hun geliefde te trouwen. Het zal onmogelijk zijn om een baan te krijgen, maar ook om ontslagen te worden. Iedereen zal minder werken, maar op onverklaarbare wijze productiever zijn. Iedereen gaat op 62-jarige leeftijd met pensioen, behalve machinisten die al op 52-jarige leeftijd met pensioen gaan. Alle ouders krijgen toegang tot goedkope kinderopvang. We zullen een volkslied hebben met een herkenbaar deuntje.
Als we de oorlog met Frankrijk verliezen, is Engeland de winnaar.’
Is het Indonesische Silicon Valley gedoemd te mislukken?
‘In de digitale wereld wordt God Algoritme genoemd. Zijn almacht wordt uitgedrukt in wiskundige reeksen die ons gedrag kunnen voorspellen. Misschien is dat de reden waarom de Indonesische politicus van de Democratische Partij Budiman Sudjatmiko en zijn partner, zakenman Danny Handoko, besloten een technologisch onderzoekscentrum te bouwen in Sukabumi, West-Java, dat zij Bukit Algoritma [‘Algoritmeheuvel’] noemden’, schrijft weekblad Tempo.
Bijna 1,8 biljoen Indonesische roepiah (meer dan 100 miljoen euro) is geïnvesteerd in de eerste fase van de ontwikkeling van Algorithm Hill, een onderzoekscentrum voor neurowetenschappen, nanotechnologie, kwantumtechnologie, zonneceltechnologie, landbouw, gezondheidszorg, luchtvaart- en ruimtevaarttechnologie. De twee projectontwikkelaars, die onlangs een partnerschap zijn aangegaan met het staatsbouwbedrijf PT Amarta Karya, zijn schijnbaar niet te stoppen.
‘Zelfs niet door de coronapandemie’, schrijft The Jakarta Post, ‘die juist de verschuiving van consumenten naar digitale platforms heeft versneld, onder meer in de gezondheids- en onderwijssector, als gevolg van mobiliteitsbeperkingen. Hierdoor groeide de bruto handelswaarde (GMV) van de online-economie [in Indonesië] met 11 procent, en verdubbelden de investeringen in de sector tot 2,8 miljard dollar in de eerste helft van 2020, volgens het “E-Conomy SEA 2020 Report” van Google, Temasek en Bain & Company.’
Handicaps
Maar het terrein van 888 hectare, gelegen in een bergachtig gebied op meer dan twee uur van Jakarta, aan het eind van een hobbelige weg, omgeven door palmolieplantages, heeft een slechte internetverbinding, vooral via mobiele breedband. Deze en andere handicaps kunnen gemakkelijk worden overwonnen, zegt Budiman Sudjatmiko tegen The Jakarta Post. Hij geeft aan in gesprek te zijn met een Amerikaanse investeerder die het project van kapitaal wil voorzien.
‘Zou dit megalomane project een truc zijn van de projectontwikkelaars om te profiteren van belastingvoordelen?’
‘Zou dit megalomane project een truc zijn van de projectontwikkelaars om te profiteren van belastingvoordelen?’ vraagt Tempo zich af. Bij een recente presidentiële verordening zijn buitenlandse investeringen in startende ondernemingen binnen speciale economische zones namelijk vrijgesteld van belastingen.
TheJakarta Post is zeer sceptisch over het vermogen van Algorithm Hill om Indonesische en buitenlandse wetenschappers aan te trekken: ‘Vooral omdat het aantal wetenschappers per hoofd van de bevolking in het land constant is gebleven op ongeveer 215 per 1 miljoen, volgens de gegevens van 2017 en 2018 van de UNESCO.’
Tempo schrijft dat Silicon Valley ook niet van de ene dag op de andere tot stand is gekomen, maar zich in de jaren dertig begon te ontwikkelen dankzij een professor van de Stanford-universiteit, Frederick Terman, die twee van zijn studenten, William Hewlett en Dave Packard, aanmoedigde een bedrijf in het gebied op te richten.
‘Het voordeel van Silicon Valley is het bestaan van een ecosysteem: de campus van de Stanford-universiteit, bedrijven die voortdurend miljoenen dollars injecteren in startende bedrijven, een netwerk van onderling verbonden technologiebedrijven en een reeks wetten die mobiliteit en concurrentie aanmoedigen’, analyseert Tempo.
‘Onze politici vallen al snel voor mooie woorden over technologie en IT’
Voor Algorithm Hill gaat dit niet op, aldus het weekblad: ‘Onze politici vallen al snel voor mooie woorden over technologie en IT. Zij hebben hun mond vol van Indonesiës digitale transformatie, maar niet het geduld om de kiem te leggen voor langetermijninvesteringen in een ecosysteem van onderzoek en onderwijs.’
Congolese president geeft het leger de macht in het oosten van het land
Het was een campagnebelofte van de president van de Democratische Republiek Congo (DRC), Félix Tshisekedi: een einde maken aan de onveiligheid. Terwijl de staat machteloos is geworden, zullen de provincies Noord-Kivu en Ituri vanaf 6 mei gedurende dertig dagen volledig aan het leger worden toevertrouwd. In dit wetteloze gebied rust alle hoop op deze nieuwe radicale oplossing.
‘Félix Tshisekedi is klaar om te vechten’, jubelt het Congolese dagblad La Prospérité. ‘Dertig dagen om vrede te brengen in het Oosten!’, kopt site AfricaNews.
Een staat van beleg van een maand, afgekondigd door de Congolese president Félix Tshisekedi, gaat op 6 mei van kracht in Noord-Kivu en Ituri, twee regio’s die worden omschreven als ‘broeinesten van gewapende groepen die er al jaren de scepter zwaaien’, aldus de Burkinese krant Le Pays. Het was in de regio Noord-Kivu dat de Italiaanse ambassadeur in de DRC op 22 februari 2021 werd vermoord.
‘Het doel is snel een einde te maken aan de onveiligheid die de plaatselijke bevolking dagelijks decimeert’
Concreet houdt het besluit van de Congolese president in dat de civiele autoriteiten in Noord-Kivu en Ituri volledig worden vervangen door het leger, gesteund door de Congolese Nationale Politie (PNC). Deze neemt de controle over op alle administratieve niveaus. Voor de gelegenheid werden op bevel van president Félix Tshisekedi twee militaire gouverneurs aan het hoofd van deze regio’s benoemd. Het doel is ‘snel een einde te maken aan de onveiligheid die de plaatselijke bevolking dagelijks decimeert’, aldus Radio Okapi.
De volledige overdracht van de regio aan het leger is voorgesteld als een proportioneel antwoord op de macht van de ongeveer honderd gewapende groepen die de regio teisteren. Onder hen bevinden zich de Geallieerde Democratische Strijdkrachten, Oegandese rebellen die banden hebben met de Islamitische Staat (IS); de Democratische Strijdkrachten voor de Bevrijding van Rwanda, die hun toevlucht hebben gezocht in de bossen van Kivu; maar ook andere milities, aangetrokken door de rijkdommen van de mijnen.
Duitsland verzet zich tegen het vrijgeven van patenten op coronavaccins
Angela Merkel heeft donderdag (6 mei) het aanbod van de VS om de patenten op coronavaccins op te heffen, afgewezen. Een standpunt dat niet veel goeds voorspelt voor de besprekingen over dit onderwerp binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO).
Voor de Duitse regering zijn ‘de productiecapaciteit en de kwaliteitscontrole de belangrijkste belemmeringen voor een bredere toegang tot vaccins – niet de intellectuele eigendomsrechten’, schrijft Deutsche Welle.
‘De bescherming van intellectueel eigendom is een bron van innovatie en moet dat ook blijven’, aldus de Duitse regeringswoordvoerder.
Meningsverschil
Dit ‘meningsverschil’ tussen Duitsland en de Verenigde Staten – dat zich woensdag voorstander verklaarde van het vrijgeven van patenten, nadat het zich daar eerder fel tegen had verzet – is ‘het eerste grote geschil tussen de twee economische grootmachten, en dreigt de besprekingen in de WTO te blokkeren en de betrekkingen binnen de G7 te verzuren’, analyseert The Guardian, die verder schrijft dat een WTO-besluit over het eventueel opheffen van patenten unaniem moet worden genomen.
Dit weerhield de directeur-generaal van de WTO, Ngozi Okonjo-Iweala, er niet van om de aankondiging van de VS ‘van harte’ te verwelkomen, aldus Reuters.
‘We moeten dringend actie ondernemen tegen covid-19, omdat de wereld toekijkt en er mensen sterven’
‘We moeten dringend actie ondernemen tegen covid-19, omdat de wereld toekijkt en er mensen sterven’, zei Okonjo-Iweala, voordat ze India en Zuid-Afrika – de initiatiefnemers van het verzoek om vrijstelling van vaccinpatenten – opriep om ‘zo snel mogelijk’ een herziene versie van hun voorstel in te dienen, ‘zodat de onderhandelingen kunnen beginnen’.
Europese ambtenaren en diplomaten hebben gewaarschuwd dat ‘dergelijke besprekingen maanden in beslag zullen nemen en slechts zullen resulteren in het gedeeltelijk vrijgeven van de patenten, omdat de Europese Unie en de Verenigde Staten waarschijnlijk niet zullen instemmen met het afstaan van de revolutionaire mRNA-technologie [die onder andere gebruikt wordt in de vaccins van BioNtech/Pfizer en Moderna] aan China’, aldus Bloomberg.
Rusland trekt troepen aan de Oekraïense grens gedeeltelijk terug
Vanuit de Krim, de Oekraïense regio die in 2014 door Rusland werd geannexeerd, kondigde de Russische minister van Defensie, Sergej Sjojgoe, donderdag aan dat ‘strijdkrachten, militaire commandanten en luchtlandingstroepen vanaf vrijdag 23 april de Russisch-Oekraïense grens en de Krim zullen beginnen te verlaten’, meldt The Moscow Times.
‘De troepen hebben aangetoond dat zij in staat zijn het land op betrouwbare wijze te verdedigen’, aldus de Russische minister. ‘Ik heb daarom besloten de inspecties in de zuidelijke en westelijke militaire districten te beëindigen.’
De aankondiging van donderdag komt te midden van ‘verhoogde spanning met het Westen’ nadat Rusland zijn militaire aanwezigheid heeft vergroot ‘aan de grens met Oost-Oekraïne, waar gevechten tussen Oekraïense regeringstroepen en door Rusland gesteunde separatisten sinds april 2014 meer dan dertienduizend mensen het leven hebben gekost’, aldus Radio Free Europe-Radio Liberty.
Volgens de Europese Unie hadden zich de afgelopen weken zo’n honderdduizend troepen langs de grens verzameld. De terugkeer van de troepen naar hun thuisbases zal naar verwachting op 1 mei voltooid zijn, aldus Moskou.
Tijdelijk
‘Het is echter onduidelijk of de aankondiging van Sjojgoe de situatie langs de grens zal verlichten, aangezien deze alleen betrekking heeft op troepen die tijdelijk waren ingezet’, aldus US News & World Report. Volgens de Oekraïense autoriteiten zijn echter verschillende regimenten – met name parachutisten – permanent op de Krim geïnstalleerd.
De Russische minister zei ook dat ‘militair materieel en wapens op de oefenterreinen bij de grens met Oost-Oekraïne zouden achterblijven, ter voorbereiding van andere militaire oefeningen die voor later in het jaar zijn gepland’, aldus het Amerikaanse tijdschrift.
Volgens nieuwsblog Axios ‘mag de onmiddellijke dreiging van een Russische invasie dan wel zijn geweken, maar tienduizenden troepen blijven niet ver van Oekraïne opgesteld en een einde aan het conflict [in de Oekraïense regio Donbass] is nog steeds niet in zicht’.
Ook de Kyiv Post meent dat ‘de oorlogsdreiging op 22 april lijkt te zijn geweken’, maar vraagt zich af ‘voor hoe lang’.
De Oekraïense president Volodymyr Zelensky is blij met het Russische besluit: ‘Oekraïne is altijd waakzaam, maar verwelkomt elke stap om de militaire aanwezigheid te verminderen en de situatie in de Donbass te de-escaleren’, schreef hij op Twitter.
The reduction of troops on our border proportionally reduces tension. 🇺🇦 is always vigilant, yet welcomes any steps to decrease the military presence & deescalate the situation in Donbas. Ukraine seeks peace. Grateful to international partners for their support #StrongerTogether
— Volodymyr Zelenskyy / Володимир Зеленський (@ZelenskyyUa) April 22, 2021
Het Westen was voorzichtiger. ‘We hebben de woorden gehoord, nu verwachten we daden’, aldus Ned Price, de woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, op de politieke nieuwssite The Hill. De NAVO verklaarde dat elke stap in de richting van de-escalatie ‘belangrijk is en al veel eerder had moeten worden gezet’. De NAVO voegde eraan toe dat de westerse militaire alliantie waakzaam blijft, bericht BBC.
Poster extreemrechtse partij wekt verontwaardiging in Madrid
‘Een mena [niet-begeleide minderjarige asielzoeker]: 4700 euro per maand. Uw grootmoeder: 426 euro pensioen per maand’. De extreemrechtse partij Vox heeft een schandaal veroorzaakt in Spanje door in de metro van Madrid een affiche op te hangen waarop de gezichten te zien zijn die de genoemde personen vertegenwoordigen, met daarbij vermeld hun vermeende kosten voor de schatkist.
De derde politieke kracht in het land sinds de parlementsverkiezingen van 2019 heeft ervoor gekozen hard campagne te voeren voor de parlementsverkiezingen van de autonome regio Madrid, die op 4 mei zullen worden gehouden. De volledige Spaanse pers is het erover eens dat het polemische affiche is gebaseerd op verdraaide cijfers.
La Fiscalía abre diligencias a Vox por presunto delito de odio en este cartel electoral pic.twitter.com/vdF6S1hxWc
Volgens La Vanguardia weigert de extreemrechtse partij te zeggen welke data zij raadpleegt, en ontkennen de autoriteiten van Madrid categorisch dat niet-begeleide minderjarigen, van welke nationaliteit ook, een dergelijk bedrag ontvangen, zoals de poster suggereert. Vox schijnt de begrotingscijfers voor de centra ‘waar de minderjarigen worden ondergebracht’ verkeerd geïnterpreteerd te hebben, aldus het Catalaanse dagblad.
Er zijn verscheidene klachten ingediend, waaronder een van de regering, en het openbaar ministerie van Madrid heeft een onderzoek geopend wegens aanzetten tot haat. El País, een centrum-linkse krant, noemt de Vox-poster ‘niets minder dan een zelfportret’; ‘Het is het afschuwelijk beeld van een partij die de grenzen van de democratische waarden van de westerse samenleving met voeten treedt’.
‘Mensen moeten de problemen onder ogen zien die door een bepaald soort immigratie worden veroorzaakt’
In het kader van de verkiezingscampagne in Madrid proberen de linkse partijen in Spanje de president van de regio Madrid, Isabel Díaz Ayuso, een rechtse hardliner van de Partido Popular (PP) en favoriet voor herverkiezing, zover te krijgen haar alliantie met Vox op te geven. Volgens de laatste peilingen, die El Mundo publiceerde, zouden de PP van Díaz Ayuso en Vox samen mogelijk genoeg zetels hebben voor een meerderheid in het Madrileense regioparlement.
De conservatieve krant ABC hekelt de ‘betreurenswaardige affiche’ en stelt dat Spanje niet langer ‘alle immigranten kan demoniseren’. Maar de krant schrijft ook dat mensen ‘hun kop niet in het zand moeten steken en de problemen onder ogen moeten zien die door een bepaald soort immigratie worden veroorzaakt’.
Zonder details te geven, schrijft redacteur Luis Ventoso: ‘Natuurlijk zijn ze [niet-begeleide minderjarige asielzoekers] niet allemaal criminelen, (…) maar we kunnen niet ontkennen dat sommige van hen de openbare orde verstoren en ongeregeldheden in de buurt veroorzaken.’
Maatschappelijk middenveld in de DRC roept op tot onmiddellijke terugtrekking blauwhelmen
Ze werken voor de grootste VN-missie ter wereld, maar zijn niet meer gewenst. ‘Al meer dan veertien dagen is er een staking gaande in de stad Beni om het onmiddellijke vertrek van MONUSCO te eisen’, meldt Kinshasa Times. De stad ligt in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC), in Noord-Kivu, het minst stabiele gebied van het land. En het zijn juist de vredeshandhavers die nu opdracht hebben gekregen om te vertrekken.
In de stad is sinds 5 april alles tot stilstand gebracht om de VN-missie de deur te wijzen. ‘Geen motortaxi’s in de stad. Scholen hebben hun deuren niet geopend. Winkels en warenhuizen op de Ruwenzori- en Nyamwisi-boulevard zijn gesloten’, bericht Actualité CD. Er zijn gewelddadige demonstraties uitgebroken, waarbij ten minste vijf burgers om het leven kwamen.
Slachtpartijen
De verergerende instabiliteit in de regio heeft het vuurtje aangewakkerd. ‘Vandaag zijn de slachtpartijen zelfs in hevigheid verdubbeld, er worden elke dag meer mensen vermoord ’, aldus de Kinshasa Times. In de DRC bestaat dan ook een brede beweging die het gebrek aan legitimiteit van de vredesmissie aan de kaak stelt.
Erger nog, de aanwezigheid van de blauwhelmen van MONUSCO zou de verantwoordelijkheid van de regering in Kinshasa wegnemen. En de bevolking eist dat de autoriteiten de situatie zelf in de hand nemen. Voor de regering is het tijd ‘om te handelen naar de realiteit en in overeenstemming met (…) de grondwet’, vertelt een betoger aan Radio Okapi.
De burgers zijn ervan overtuigd dat MONUSCO zijn langste tijd heeft gehad. Daarbij moet worden vermeld dat de vredesoperatie al twintig jaar bestaat. Ondanks de twintigduizend manschappen die in de regio werden ingezet en de miljarden dollars die elk jaar worden geïnvesteerd, blijft de onveilige situatie in het land ongewijzigd. Het aantal gewapende groepen dat de regio teistert loopt in de honderden. De ontvoering van kinderen en de verkrachting van vrouwen maken deel uit van het dagelijkse leven van de plaatselijke bevolking.
Op 22 februari is de Italiaanse ambassadeur in de DRC, terwijl hij deel uitmaakte van een VN-konvooi, in de stad Goma vermoord door een gewapende bende.
Ontmoet Jevgeni Prigozjin, ‘de kok van Poetin’ en de man achter de schimmige Wagner-groep, het uitzendbureau voor huurlingen dat actief is over de hele wereld – van Oekraïne tot Syrië tot Mozambique. Wagner haalt de kastanjes uit het vuur voor Poetin in situaties waaraan het Kremlin zich de vingers niet wil branden.
Keuze uit het archief
Woensdag is Jevgeni Prigozjin omgekomen bij een vliegtuigongeluk tussen Moskou en Sint-Petersburg. De leider van Wagner was sinds zijn muiterij tegen de Russische legerleiding in juni zijn leven niet zeker. Veel experts denken dan ook dat Poetin en de Russische geheime dienst achter zijn dood zitten. In dit portret van de Wagner-groep uit 2021 lees je waar Wagner haar beruchte reputatie aan te danken heeft en hoe Prigozjin van cateraar tot legercommandant is opgeklommen.
Ze trainen, vechten en sterven in het diepste geheim. Sinds 2012 duiken Russische huurlingen van de Wagner-groep, van Oekraïne tot de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), via Syrië, Libië en Mozambique, op in gebieden waar Rusland officieel geen soldaten naartoe heeft gestuurd om te vechten. Dat blijkt uit een onderzoek van de Franse krant Le Monde aan de hand van online gevonden materiaal.
Op een van de beelden zien we ze staan: tussen de menigte tijdens een campagnebijeenkomst in de Centraal-Afrikaanse Republiek van president Faustin-Archange Touadéra, december vorig jaar. Bleke blonde mannen met zonnebrillen en mondkapjes én in legertenue met grote automatische geweren. Ze beschermen de president, die campagne voert voor een tweede termijn, en houden de menigte strak in de gaten.
Enkele weken later wordt ook CAR-premier Firmin Ngrébada op film vastgelegd geflankeerd door een groep witte mannen in gevechtsoutfit, wederom zwaarbewapend. Op de opnames gepubliceerd door Le Monde is te zien dat twee soldaten onderling Russisch met elkaar praten. Dat is vreemd: officieel heeft Rusland geen enkele soldaat uitgezonden naar de CAR. Wél enkele gespierde militaire trainers die het Centraal-Afrikaanse leger moeten opleiden.
‘Waarom zijn er Russen, gekleed in gevechtstenue en zwaarbewapend, aanwezig in de Centraal-Afrikaanse Republiek om de machthebbers te beschermen?’ vraagt Le Monde zich af.
Door de beelden te vergelijken met andere opnames van Russische huurlingen, stelt de krant vast dat het werknemers van de Wagner-groep zijn, een Russisch privéagentschap voor militaire contacten (PMC) met banden tot in het hart van het Kremlin. Van de organisatie is geen officieel spoor te vinden, maar sinds 2012 is ze in verschillende conflictgebieden actief.
Codenaam ‘Wagner’
Wagner is opgericht door Dmitri Oetkin, een voormalig officier bij de Russische militaire inlichtingendienst GROe – codenaam ‘Wagner’ –, die in 2013 samen met andere Russische ex-militairen onder de naam Slavonic Corps Limited aan de zijde van het leger van Bashar al-Assad vocht, in Syrië. Le Monde vond ook beelden van deze missie, die werden rondgestuurd binnen een openbare groep van instantmessagedienst Telegram. Uit onderzoek van Bellingcat blijkt eveneens dat de groep destijds actief was in Syrië.
De huurlingen van Slavonic Corps Limited vertrekken eind 2013 weer uit Syrië wegens gebrek aan materieel en manschappen. Het bedrijf wordt opgedoekt, en in plaats daarvan duikt een nieuwe entiteit op die officieel niet op papier bestaat: de Wagner-groep.
In 2014 verschijnen ze opnieuw, nu in de het oosten van de Donbassregio in Oekraïne, aldus Foreign Policy. Op beelden die Le Monde vond van begin 2015 is te zien dat de groep actief is op vijfentwintig kilometer van de Russische grens. In dit gebied voeren op dat moment – en nog steeds – pro-Russische separisten een strijd met het Oekraïense leger. Ze zijn weer uitgerust in gevechtstenue – de winterversie – zonder naamtags of insignes. En ze gebruiken militaire voertuigen die ook door het Russische leger worden gebruikt, zoals Le Monde aantoont.
Tussen 2015 en 2016 verandert Wagner-groep van leider en omvang. De organisatie wordt overgenomen door een Russische oligarch en voormalig gangster die negen jaar in de gevangenis heeft gezeten: Jevgeni Prigozjin – die nauwe contacten heeft met Poetin.
De kok van Poetin
Met zijn cateringbedrijf Concord Catering verzorgt Prigozjin onder andere maaltijden voor het Russische leger, wat hem de bijnaam ‘de kok van Poetin’ heeft opgeleverd. Ook wordt hij er door de VS van beschuldigd achter het bedrijf Internet Research Agency (IRA) te zitten, dat met een trollenleger de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 zou hebben geprobeerd te beïnvloeden.
In 2016 duiken huurlingen van Wagner weer op in Syrië, ditmaal in de buurt van Palmyra, zoals de ruïnes op de achtergrond van de foto’s in het bezit van Le Monde duidelijk maken. Maar de stad wordt ingenomen door IS en Wagner trekt zich, zij aan zij met het Russische leger, terug. ‘Waarom deze mengvorm van anonieme huurlingen en officiële Russische soldaten?’ aldus Le Monde. Het antwoord is simpel: door het inzetten van anonieme huurlingen, kan Moskou desgewenst alle verantwoordelijkheid ontkennen.
In 2017 duikt er een gruwelijke video op die is opgenomen in de buurt van de al-Shaer-gasfabriek nabij Palmyra. De video toont hoe een Syrische man, die onder vrienden en familie bekend stond als Hamdi Bouta, op de grond ligt, omringd door Russisch sprekende mannen in militaire uniformen, aldus Foreign Policy. Ze slaan met een voorhamer op zijn ledematen alvorens hem te onthoofden, zijn lichaam in brand te steken en met zijn stoffelijk overschot te poseren. De daders zijn door het Russische onafhankelijke persagentschap Novaya Gazeta geïdentificeerd als huurlingen van Wagner.
‘De moord op Bouta is symptomatisch voor het vacuüm waarin de Wagner-groep opereert. Hoewel huurlingengroepen in Rusland verboden zijn, dienden ze als het speerpunt van de proxy-oorlogen van het Kremlin in het buitenland’, aldus Foreign Policy.
Deze strategie komt nog duidelijker naar voren in Libië, waar sinds 2014 een burgeroorlog woedt. Rusland heeft de kant gekozen van Khalifa Haftar, oud-generaal van Qadhaf, die een schaduwregering aanvoert vanuit de noordoostelijke stad Benghazi. Officieel heeft het Kremlin geen enkele soldaat naar het Noord-Afrikaanse land gestuurd. Maar uit een rapport van de Verenigde Naties blijkt dat in de praktijk tussen de achthonderd en twaalfhonderd Russische huurlingen aan de zijde van Haftar strijden.
Als Haftar in november 2018 op bezoek komt bij het Russische ministerie van Defensie is naast minister Sjojgoe ook Prigozjin aanwezig. Volgens een militair-diplomatieke bron verzorgde Prigozjin daar de lunch en nam hij deel aan een discussie over het culturele programma van de Libische delegatie, aldus The Bell.
Tijdens een persconferentie begin 2020 ontkent Poetin dat de Russische huurlingen in Libië gestuurd zijn of betaald worden door het Kremlin. ‘Er zijn altijd veel huurlingen in conflictzones (…), erg verontrustend,’ voegt hij eraan toe. Toch vechten Russische huurlingen toevallig in verschillende conflicten in Afrika en het Midden-Oosten altijd aan de kant van de door Rusland gesteunde partij, merkt Le Monde op.
Rusland wil zijn invloed in Afrika versterken door betrekkingen aan te knopen met bestaande heersers, militaire deals te sluiten en een nieuwe generatie van ‘leiders’ en ‘undercoveragenten’ op te leiden, zo blijkt uit uitgelekte documenten, schrijft The Guardian in 2019. Spil in het web van de Russische plannen: Jevgeni Prigozjin. Naast de inzet van huurlegers, is hij ook verantwoordelijk voor het opzetten van pro-Russische mediabedrijven.
Een van de doelstellingen is om de VS en de voormalige koloniale mogendheden het VK en Frankrijk de regio uit te krijgen. Een ander doel is om ‘prowesterse’ opstanden af te wenden, aldus de documenten.
In Soedan werden Wagner-huurlingen in 2017 voor het eerst gefilmd toen zij militairen trainden om gebouwen te bestormen, aldus The Guardian in een ander artikel. Huurlingen werden ook gesignaleerd in de buurt van de antiregeringsprotesten in 2019, die uiteindelijk leidden tot het afzetten van president Bashir, waarna Wagner weer vertrok uit het land.
Sinds 2019 is Wagner ook actief in Mozambikaanse regio Cabo Delgado, bericht The Moscow Times. In die olie- en gasrijke regie strijdt de regering tegen islamistische rebellen die onlangs de stad Palma innamen.
En sinds 2018 ontvangt de Centraal-Afrikaanse Republiek, dat ontwricht wordt door een intern conflict, militair materieel van Rusland en een honderdtal militaire opleiders. Officieel ondersteunt Rusland het Afrikaanse land zonder zelf mee te vechten. Tegelijkertijd huurt de Centraal-Afrikaanse regering het Russische privéagentschap Sewa Security Services in, dat ook in handen blijkt te zijn van Prigozjin, volgens onderzoek van Le Monde.
De Centraal-Afrikaanse Republiek wordt in de uitgelekte documenten in handen van The Guardian beschreven als ‘strategisch belangrijk’ voor Rusland en een ‘bufferzone tussen het islamitische noorden en het christelijke zuiden’. Van daaruit zou Moskou zijn aanwezigheid ‘over het hele continent’ kunnen uitbreiden, en Russische bedrijven kunnen er lucratieve delfstoffendeals sluiten.
In de CAR verschijnt nog een opmerkelijk figuur ten tonele: Dimitri Sytyi, een jonge polyglot die aan een Franse hogeschool heeft gestudeerd, en optreedt als vertaler. Zijn voormalige werkervaring? Clandestiene politieke manipulatiecampagnes voor IRA, het trollenleger van Prigozjin.
Sytyi is ongetwijfeld niet alleen vertaler, aldus Le Monde. Hij wordt er door het Amerikaanse ministerie van Financiën van verdacht aan het hoofd te staan van mijnbouwbedrijf Lobaye Invest. Het bedrijf wordt vermoedelijk gebruikt om de huurlingen te financieren. Maar drie Russische journalisten die gezamenlijk onderzoek deden naar de geldstromen van het bedrijf, zijn in 2018 door anonieme schutters vermoord, vertelt Le Monde.
Mensenrechten
Uit een recent rapport van onafhankelijke experts van de Verenigde Naties blijkt dat Russische huurlingen van de Wagner-groep mensenrechtenschendingen hebben begaan in de Centraal-Afrikaanse Republiek, bericht The Guardian.
Volgens de VN-werkgroep werken de Russische huurlingen nauw samen met de vijftienduizend man sterke VN-vredesmissie (MINUSCA), die sinds 2014 in de CAR is gestationeerd. Er vonden regelmatig ontmoetingen plaats tussen VN-personeel en ‘Russische adviseurs’, evenals bezoeken van de Russen aan MINUSCA-bases en medische evacuaties van gewonde ‘Russische trainers’ naar bases van MINUSCA.
Volgens de VN-deskundigen ontvingen ze meldingen van ‘ernstige schendingen van de mensenrechten en van het internationaal humanitair recht’ door Russische particuliere militairen die samen met het Centraal-Afrikaanse leger opereerden. In sommige gevallen waren VN-vredeshandhavers getuigen, voegen zij eraan toe.
De vermeende schendingen omvatten massale standrechtelijke executies, willekeurige detentie, marteling tijdens verhoren en gedwongen verplaatsing van de bevolking. Ongeveer 240.000 burgers zijn hun huizen ontvlucht vanwege de gevechten de afgelopen weken, aldus The Guardian.
Derek Chauvin, die een mondkap droeg, ‘toonde geen emotie toen rechter Peter Cahill het vonnis voorlas’, schrijft Star Tribune, een lokale krant. Aan het einde van een drie weken durend, hoogoplopend proces in Minneapolis werd de voormalige politieagent dinsdag 20 april veroordeeld voor het doden van de Afro-Amerikaanse George Floyd, op 25 mei 2020.
Na een beraadslaging van ongeveer tien uur, verdeeld over twee dagen, achtten de twaalf juryleden de verdachte schuldig op alle drie punten – moord, doodslag en mishandeling met de dood tot gevolg. De vijfenveertigjarige agent werd geboeid en onmiddellijk in hechtenis genomen. De veroordeling zal over ongeveer acht weken zal plaatsvinden. Chauvin kan tot veertig jaar gevangenisstraf krijgen. Drie andere politieagenten die bij de arrestatie betrokken waren, moeten in augustus terechtstaan voor ‘medeplichtigheid’.
Het nieuws veroorzaakte een explosie van vreugde in Minneapolis, meldt CNN. De menigte, verzameld buiten het gerechtsgebouw en voor de Cup Foods-buurtwinkel waar George Floyd werd vermoord, scandeerde ‘gerechtigheid’ en ‘Black Lives Matter’. Na een interview met een witte man die tranen van vreugde huilde, sprak een verslaggever van de zender van een ‘teken van ongeloof’ onder de demonstranten ‘dat dit echt gebeurd is’.
Het vonnis, zo schrijft The New York Times, ‘was een moment van catharsis voor velen in de stad (…) en van collectieve genoegdoening’. Soortgelijke taferelen waren overigens in het hele land te zien. ‘Voor sommige zwarte Amerikanen in het bijzonder, was het moment bijzonder aangrijpend, de bevestiging dat gerechtigheid was geschied voor meneer Floyd.’
‘Chauvins veroordeling is de uitzondering die de regel bevestigt’, merkt The Atlantic op. ‘Historisch gezien’, legt het tijdschrift uit, ‘zijn moordzaken tegen politieagenten uiterst zeldzaam, en van de weinige zaken die worden voorgeleid, zijn veroordelingen uiterst zeldzaam.’
‘Hoewel dit een opluchting is, valt er hier niet veel te vieren. Een man is zonder reden gestorven’, schrijft The Root, een site die als tagline heeft: The Blacker the Content the Sweeter the Truth.
‘Het valt nog te bezien of het vonnis zal leiden tot een grotere verantwoordingsplicht van de politie en het momentum zal consolideren dat door de tragedie is ontketend’, stelt Vox. Voor The Washington Post betekent het een ‘potentieel keerpunt’ voor Joe Biden, ‘die van rassengelijkheid en politiehervorming een kernpunt van zijn campagne had gemaakt, maar de thema’s nog niet op de voorgrond van zijn presidentschap plaatste’.
Idriss Déby, president van Tsjaad, is gesneuveld op het slagveld
Hij stond meer dan dertig jaar aan het hoofd van Tsjaad, en had zichzelf moeiteloos een zesde termijn in de wacht gesleept. Het nieuws dat op dinsdag 20 april om 12.00 uur op de nationale radio en televisie bekend werd gemaakt, kwam voor iedereen als een verrassing: Idriss Déby Itno is dood.
‘De president van de republiek, staatshoofd, opperbevelhebber van de strijdkrachten, Idriss Déby Itno, heeft zojuist zijn laatste adem uitgeblazen terwijl hij de territoriale integriteit op het slagveld verdedigde. Met diepe bitterheid kondigen wij het Tsjadische volk het overlijden aan, deze dinsdag 20 april 2021, van de maarschalk van Tsjaad’, kondigde legerwoordvoerder generaal Azem Bermandoa Agouna aan, in een verklaring voorgelezen op TV Tchad.
‘De grondwet is ontbonden. Dat geldt ook voor de regering en de Nationale Vergadering. Een militaire overgangsraad (CMT), onder leiding van zijn zoon, Mahamat Idriss Déby [37 jaar], is geïnstalleerd voor achttien maanden’, meldt Chad Infos.
De president, die een van de befaamdste legers van het continent had opgebouwd, was gewend zich tussen de troepen te begeven. Volgens de eerste berichten zou hij gewond zijn geraakt tijdens gevechten tegen de opstand van rebellengroep FACT, die zijn doorgestoten vanuit Libië, in de regio Kanem, even ten noorden van N’Djamena. Op deze plek hebben de gevechten zich de afgelopen dagen geconcentreerd, met honderden doden tot gevolg.
Strijd tegen terrorisme
Met zijn 68 jaar, waarvan hij bijna de helft aan de macht heeft doorgebracht, is de man die zichzelf in 2020 uitriep tot ‘maarschalk voor het leven’, een van de alleenheersers die met ijzeren vuist regeren. Aan het hoofd van een van de meest doorgewinterde, best uitgeruste en best getrainde legers op het continent, was hij ook Europa’s en in het bijzonder Frankrijks beste bondgenoot. In de afgelopen jaren, toen Tsjaad werd bedreigd door zowel Boko Haram als jihadistische groeperingen uit de Sahel, toonde hij zich in deze gevechten onmisbaar.
De Burkinese krant L’Observateur Paalga schrijft over de overleden president: ‘Déby is nu helaas des te onmisbaarder omdat iedereen zich van één ding bewust is: als na Libië ook de Tsjadische dam zou breken, zou de hele regio worden overspoeld door terrorisme.’ Na de dood van Idriss Déby is niet alleen Tsjaad in onzekerheid gedompeld, maar de gehele regio.
Miguel Díaz-Canel krijgt de leiding in Cuba, maar Raúl Castro houdt de macht
Miguel Díaz-Canel, president van Cuba – vandaag 61 jaar oud –, is op 19 april officieel eerste secretaris geworden van de Communistische Partij van Cuba (PCC), het centrum van de macht op het eiland. Een positie die tot nu toe was voorbehouden aan de broers Castro, eerst aan Fidel, tot zijn overlijden in 2016, en daarna aan zijn broer Raúl (89).
De laatst overgebleven broer is nu al twee jaar bezig met het opzetten van deze overgang. Voor het eerst komt de achternaam Castro niet voor onder de vijftien leden van het Politbureau, het besluitvormingsorgaan van de PCC.
‘Castro gaat, castrisme blijft’
Raúl Castro heeft niettemin vele loyalisten in het Politbureau en het Centraal Comité geplaatst, en er zijn maar weinigen die geloven dat hij het land niet op de achtergrond met ijzeren vuist zal blijven regeren.
Hoewel hij na de revolutie van 1959 is geboren en dus geen deel uitmaakt van de ‘historische generatie’, heeft Miguel Díaz-Canel zich in de tijdperken van Fidel en Raúl als een goed apparatsjik gedragen. Hij is sinds 1997 zonder onderbreking lid van het Politbureau.
In zijn toespraak aan het einde van de zitting waarin hij door het partijcongres werd bekrachtigd, liet hij zelf doorschemeren dat de ‘generaal van het leger’, Raúl, meer dan alleen aan zijn zijde zou blijven.
‘Raúl Castro blijft de enige en onbetwistbare leider, met een grenzeloze macht’
Granma, het officiële dagblad van de PCC, citeert hem: ‘Kameraad Raúl (…) zal worden geraadpleegd over strategische beslissingen die van invloed zijn op het lot van de Cubaanse natie. Hij zal altijd aanwezig zijn, van alles op de hoogte worden gehouden. Hij zal energiek strijden, ideeën en voorstellen aandragen voor de revolutionaire zaak (…), en alert blijven om eventuele fouten of tekortkomingen te voorkomen.’
Continuïteit: daar wijst ook de onafhankelijke Cubaanse pers op. De website Diario de Cuba kopt: ‘Niets absurder dan te praten over het einde van het Castro-tijdperk in Cuba’. En schrijft vervolgens: ‘Raúl Castro blijft de enige en onbetwistbare leider, met een grenzeloze macht. Van nu af aan zal hij zich tevreden stellen met het uitzetten van de strategische lijnen, het nemen van de belangrijke beslissingen en vooral het toezien op zijn nieuwe luitenants.’
‘Castro gaat, Castrisme blijft’, kopt de website 14ymedio, die eraan toevoegt: ‘Castrisme gaat verder dan een man en zijn clan. Het is een manier om politieke macht uit te oefenen, de media te controleren, de economie te beheren via het leger (…) en ideologische propaganda te structureren.’
De viering van het boeddhistische Nieuwjaar in Cambodja lijkt in het water te vallen. De traditionele feestdag, waarop families en vrienden het hele land doorreizen om voor enkele dagen samen te komen, wordt dit jaar getekend door de plotselinge aankondiging van een strenge lockdown in hoofdstad Phnom Penh en de naburige provincie Kandal. Het besluit, dat op de avond van 14 april werd bekendgemaakt, is bedoeld om een derde coronagolf te stoppen.
De lockdown zal naar verwachting twee weken duren, tot 28 april, aldus The Phnom Penh Post. Tijdens deze periode mogen de mensen hun huis niet verlaten, behalve voor noodzakelijke boodschappen, maar ook het doen van inkopen is beperkt tot drie keer per week en met slechts twee leden van hetzelfde huishouden tegelijkertijd. Ook is er een landelijk verbod op de verkoop van alcohol afgekondigd om samenscholingen te voorkomen.
‘Het is gekkenwerk. Iedereen is bang. Niemand weet wat er vanavond gaat gebeuren, maar iedereen is aan het winkelen’
In de middag voor de aankondiging, toen er al geruchten rondgingen van een verregaande lockdown, haastten de inwoners van Phnom Penh zich al naar de geldautomaten en winkels en markten. Hierdoor ontstonden in veel supermarkten en op de straten paniek en chaos.
In de Super Duper-supermarkt in het Toul Tom Poung-district waren geen winkelwagentjes meer beschikbaar en de gangpaden van de winkel stonden vol met rijen mensen, meldt Khmer Times. Hetzelfde gold aan de overkant van de straat bij Asia Express, waar het druk was met Chinese migranten.
In een interview met Khmer Times beschreef Chann Borima, de oprichter van Nham24, een bezorgdienst, een toevloed van bestellingen: ‘We krijgen veel verzoeken om boodschappen te bezorgen en de winkels hebben moeite om daarop in te gaan. Onze bezorgers werken hard om ervoor te zorgen dat mensen genoeg boodschappen krijgen.’
Tuktukchauffeur Horm Kaka is ook overspoeld door klanten en heeft geen tijd gehad om te pauzeren: ‘Het is gekkenwerk. Iedereen is bang. Niemand weet wat er vanavond gaat gebeuren, maar iedereen is aan het winkelen.’
De woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid riep het publiek op om kalm te blijven: ‘Vertrouw op de maatregelen die door de regering zijn genomen. De winkels zullen openblijven om de toegang tot voedsel te garanderen.’
Volgens de officiële cijfers van 15 april, schrijft The Phnom Penh Post, heeft het land in 24 uur 344 nieuwe gevallen geregistreerd. Het totaal aantal doden die dag was 36. Ter vergelijking: in Nederland werden gisteren 8734 positieve tests gemeld en vielen 13 doden.
Het totaalaantal geregistreerde doden in Cambodja was op 14 april 5218.
Afghaanse media vinden terugtrekking VS ‘onverantwoord’
In Afghanistan zijn de reacties op het bekendgemaakte uitstel van het definitieve vertrek van de Amerikaanse soldaten uit het land gemengd. Zeker, president Ashraf Ghani verzekerde dat de Afghaanse regering het besluit van Joe Biden om tegen 11 september de laatste troepen uit het land terug te trekken ‘respecteerde’, meldt Tolo News.
Hij zei ook dat hij bereid was met zijn ‘Amerikaanse partners’ samen te werken voor een ‘soepele overgang’. Het staatshoofd is van mening dat de Afghaanse veiligheidstroepen nu ‘volledig in staat zijn om het land en zijn bevolking te verdedigen’.
‘We hebben bereikt wat we wilden bereiken. En nu is het tijd om onze troepen naar huis te halen’
Op woensdag 14 april gaf de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Antony Blinken, een uitvoerige motivering voor het uitstel. ‘Bijna twintig jaar geleden, na de aanslagen van 11 september in de Verenigde Staten, gingen we naar Afghanistan om af te rekenen met degenen die ons aanvielen en om ervoor te zorgen dat Afghanistan niet opnieuw een toevluchtsoord voor terroristen zou worden (…) We hebben bereikt wat we wilden bereiken. En nu is het tijd om onze troepen naar huis te halen.’
Afghanistan Times is het daar niet mee eens: ‘De terugtrekking is onverantwoord en zal ernstige gevolgen hebben, niet alleen voor Afghanistan maar voor de hele wereld, vooral voor de Verenigde Staten zelf. Om een nieuwe terroristische aanslag in de stijl van 11 september te voorkomen, is een goed doordacht vredes- en terugtrekkingsplan nodig.’
Afghanistan mag zich gelukkig prijzen met een president die ‘met stembiljetten en niet met wapens is gekozen’
De oorlog ‘tegen het terrorisme’ was de enige slogan van de Amerikanen, zij kwamen om ‘de terroristische groeperingen die van Afghanistan hun toevluchtsoord hadden gemaakt uit te schakelen’, maar ook om ‘hun democratisch systeem, dat min of meer werkt, hier te vestigen’, schrijft de Afghaanse krant.
Afghanistan mag zich gelukkig prijzen met een president die ‘met stembiljetten en niet met wapens is gekozen’ en met de ‘vrijheid van meningsuiting en de eerbiediging van de rechten’ van vrouwen en kinderen, terwijl laatstgenoemde groepen ‘onder het talibanregime [1996-2001] volledig werden genegeerd’, vervolgt Afghanistan Times. Het probleem is dat de opstandelingen en andere terroristische groeperingen sinds 2006 ‘weer opgekomen’, en wel in die mate dat zij nu ‘in een sterke positie verkeren’.
De taliban bepalen nu opnieuw de agenda. ‘Hun woordvoerder heeft op maandag 12 april gewaarschuwd dat zij niet zullen deelnemen aan de internationale vredesconferentie’ die van 24 april tot 4 mei door de Amerikanen in Istanbul wordt georganiseerd, zo schrijft The Kabul Times.
Washington dringt ook aan op de vorming van een interimregering in Kaboel, zonder nieuwe presidentsverkiezingen, en op de oprichting van een islamitische adviesraad ‘die advies moet uitbrengen over alle wetten om ervoor te zorgen dat deze in overeenstemming zijn met de islamitische beginselen’. Dit zijn ‘voor de hand liggende’ concessies aan de eisen van de taliban.
Antony Blinken rechtvaardigt deze aanpak door te zeggen dat een Amerikaanse militaire terugtrekking ‘zonder een politieke overeenkomst’ de regering van Ashraf Ghani ‘kwetsbaar’ zou maken. Van zijn kant wil Ghani zo snel mogelijk verkiezingen, om geen streep te zetten door de democratische vooruitgang van de afgelopen jaren.
Wanneer krijgen we het geld van het Europese herstelplan te zien?
Meer dan acht maanden na de goedkeuring door de Europese Raad heeft het grote ‘herstelplan voor Europa’, dat ‘Next Generation EU’ wordt genoemd en soms als ‘revolutionair’ wordt omschreven aangezien een gezamenlijke schulduitgifte nooit eerder is voorgekomen, nog lang niet alle hinderpalen overwonnen die een doeltreffende uitvoering ervan in de weg staan.
Niet alleen hebben 10 van de 27 lidstaten het besluit waarop dit plan van 750 miljard euro is gebaseerd nog steeds niet geratificeerd, maar, zoals het Poolse dagblad Dziennik Gazeta Prawna opmerkt, hebben vier landen zelfs nog niet aangegeven wanneer zij van plan zijn dat te doen: Nederland, Oostenrijk, Hongarije en Polen.
In Duitsland, waar het parlement het plan al heeft goedgekeurd, is de ratificatie in afwachting van een beslissing van het grondwettelijk hof, die ‘tegen 26 april’ wordt verwacht.
In het Poolse geval vraagt Dziennik Gazeta Prawna zich af of ‘de stemming [in het parlement] zal gaan over het plan of over de regeringscoalitie’. Ondanks het risico dat ‘Polen in totaal 770 miljard zloty’s [ongeveer 169 miljard euro] zal mislopen’, volhardt de meest radicale vleugel van de conservatieve regeringspartij PiS (Recht en Rechtvaardigheid) in haar afwijzing van een instrument dat ‘de soevereiniteit van de Poolse staat bedreigt, de richting uitgaat van een federale staat’ en ‘een dictaat van Brussel en Berlijn’ vertegenwoordigt.
‘Het Europese herstelplan, dat moest helpen de crisis te bestrijden, [wordt] gekaapt door de centrale regering om haar populariteit in de regio te vergroten.’
De oppositiepartijen zijn in beginsel voorstander van het herstelplan, maar verlangen in ruil voor hun steun garanties met betrekking tot de verdeling van de middelen.
De directeur van het bureau voor Europese fondsen van het Warschause burgemeestersambt (centrumrechts, pro-Europees) betreurt het feit dat ‘het Europese herstelplan, dat moest helpen de crisis te bestrijden, [wordt] gekaapt door de centrale regering om haar populariteit in de landelijke gebieden te vergroten’, schrijft Gazeta Wyborcza.
Omgekeerd zouden de grote steden, waar de oppositie in het bestuur zit, opzettelijk worden benadeeld door aanvullende eisen zoals die waarin wordt bepaald dat ‘Europees geld niet kan worden gebruikt voor de ontwikkeling van tram- en metronetwerken’.
Toch, zo voegt Dziennik Gazeta Prawna eraan toe, zal ook de Europese Commissie een stem hebben in deze besprekingen, aangezien zij de door de regeringen voorgestelde ‘nationale herstelplannen’ moet valideren voordat de Europese kredieten worden vrijgegeven.
Polen is niet de enige die in dit opzicht voor vertraging zorgt, want ‘de helft van de naar Brussel gezonden plannen moet nog worden bijgesteld. Dit zou de datum waarop het geld in de nationale hoofdsteden arriveert aanzienlijk kunnen vertragen. Volgens plan zou het er half juli zijn, maar dat is niet meer zeker.’
Na een wapenstilstand van zes jaar doemt het spookbeeld op van een nieuwe oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Vooral de Oekraïense media vrezen escalatie van het conflict in Oost-Oekraïne.
Al bijna drie weken neemt de ongerustheid in Oekraïne toe. De machtige Russische buurman is bezig met een grootschalige militaire mobilisatie langs de Oekraïense grens, terwijl de media in Moskou en het Kremlin Kiev ervan beschuldigen een offensief voor te bereiden tegen de zelfbenoemde volksrepublieken Loegansk en Donetsk.
De situatie is sinds begin april bijzonder instabiel in de Donbass, waar het staakt-het-vuren tussen het Oekraïense leger en de door Moskou gesteunde afgescheiden gebieden in feite is verbroken. De partijen beschuldigen elkaar van provocaties en er vinden regelmatig vuurgevechten plaats, waarbij het aantal slachtoffers onder militairen en burgers toeneemt.
‘Op sociale netwerken ziet men beelden van Russische colonnes die vanuit Siberië en elders richting de grensgebieden van Oekraïne trekken’, beschrijft Radio Svoboda Ukraïna. ‘Is dit het bewijs dat de Russisch-Oekraïense koude oorlog op het punt staat heet te worden?’
Zelfs de voormalige FSB-kolonel Igor Girkin, die deelnam aan de verovering van de Krim en een deel van de Donbass, plaatste een video over het sturen van troepen naar de Krim.
‘Maar is het niet al oorlog?’ vraagt het Oekraïense afdeling van de Amerikaanse mediazender Radio Free Europe/Radio Liberty, dat erop wijst dat het conflict ‘zeven jaar geleden begon, verschillende malen een staakt-het-vuren heeft gekend, maar nooit is gestopt. Met 1 miljoen ontheemden en minstens 13.000 doden tot gevolg.’
Hoop op vrede
‘Het valt nog te bezien wat het doel is van al deze militaire verplaatsingen en herschikkingen van eenheden, dat weet niemand, noch in Kiev, noch in Washington, noch in andere westerse hoofdsteden’, aldus Radio Svoboda Ukraïna.
De spanningen begonnen een paar maanden geleden op te lopen, toen de groeiende frustratie van Kiev over de onbuigzame houding van Moskou bij de besprekingen over de Donbass-regio samenviel met de verzwakking van de positie van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky in eigen land, schrijft The Moscow Times.
‘Bij gebrek aan eerdere politieke en diplomatieke ervaring hoopte Zelensky aanvankelijk dat zijn goede wil en openhartigheid zouden volstaan om het bloedige conflict in de Donbass op te lossen. Zijn ongekende verkiezingstriomf in 2019 was in niet geringe mate gebaseerd op zijn oprechte belofte om vrede te brengen in Oekraïne’, aldus de Engelstalige website.
‘In werkelijkheid bleek het onderhandelingsproces echter veel moeilijker’, vervolgt de krant. Het Kremlin stemde ermee in Zelensky op bepaalde punten halverwege tegemoet te komen. Zo werden een duurzaam staakt-het-vuren in Donbass en het instellen van een direct communicatiekanaal tussen de presidentiële administraties overeengekomen.
Joe Biden riep Moskou op ‘de druk van de ketel te halen’
Maar het Kremlin weigerde de akkoorden van Minsk te wijzigen en drong aan op de volledige uitvoering van de politieke punten die erin zijn opgenomen. ‘Voor Zelensky was een wijziging onbespreekbaar: de grote concessies die volgens de akkoorden van Minsk aan Rusland moesten worden gedaan, zouden zeker een opleving in de Oekraïense nationalistische oppositie teweegbrengen, wat hem het presidentschap had kunnen kosten’, analyseert de Russische website.
Zelensky probeerde dan ook zijn legitimiteit te versterken door steun in het Westen te mobiliseren. In februari sloot hij verschillende pro-Russische mediakanalen en legde hij sancties op aan de beruchte oligarch Viktor Medvedchuk, die als een persoonlijke vriend van de Russische president Vladimir Poetin wordt beschouwd.
Integratie in de NAVO
De Oekraïense president zoekt ook nadrukkelijk naar internationale militaire steun, in de overtuiging dat de dreiging van een Russisch offensief tegen zijn land reëel is. Volgens hem, aldus het online dagblad Ukraïnska Pravda, zou ‘integratie in de NAVO de enige manier zijn om een einde te maken aan het conflict’. Hij riep de alliantie op Oekraïne zo snel mogelijk onder haar vleugel te nemen, naar verluidt met de steun van Justin Trudeau en de Baltische staten.
Op zijn beurt bevestigde Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken ‘de niet-aflatende steun van de Verenigde Staten voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne. Wij blijven de Euro-Atlantische integratie van Oekraïne steunen in het licht van de voortdurende Russische agressie in de Donbass en de Krim’.
De Duitse bondskanselier Angela Merkel ‘heeft Vladimir Poetin in een telefoongesprek opgeroepen tot deëscalatie’ en ‘vermindering van de militaire aanwezigheid van Rusland in de buurt van de grenzen van Oekraïne’, aldus dagblad Den.
Concerned by growing number of ceasefire violations in #EasternUkraine. We are monitoring the situation and call for restraint + immediate de-escalation. 🇩🇪 and 🇫🇷 support the sovereignty and territorial integrity of 🇺🇦, continue efforts to see the Minsk agreements implemented. pic.twitter.com/13PRj6PP3r
Op initiatief van Washington hebben Joe Biden en Vladimir Poetin dinsdagavond 13 april telefonisch met elkaar gesproken over de Donbass. De Amerikaanse president herhaalde uiteraard dat Washington de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne steunt. Daarbij uitte hij zijn bezorgdheid over de ‘plotselinge opbouw van Russische strijdkrachten op de Krim’ en riep hij Moskou op ‘de druk van de ketel te halen’, zo meldt Gazeta.ru.
‘Er kan niet worden gezegd dat het dreigingsniveau van de confrontatie werkelijk is gestegen’
‘Er kan niet worden gezegd dat het dreigingsniveau van de confrontatie werkelijk is gestegen’, schrijft het Russische weekblad Expert koeltjes. ‘Laten we liever zeggen dat de partijen de mouwen opstropen en elkaar signalen geven in een soort ritueel dat mogelijke risico’s van escalatie moet voorkomen.’
Propagandaoorlog
Ukraïnska Pravda stelt dat de huidige Russische propaganda ‘als hoofddoel heeft het idee van de integratie van Oekraïne in de EU en de NAVO in de ogen van de Oekraïners zelf in diskrediet te brengen, en hun gebrek aan vertrouwen in hun regering aan te wakkeren’, door hun toevlucht te nemen tot ‘de dreiging van een offensief’ en ‘de vrees voor een oorlog op hun grondgebied’, terwijl zij ‘Kiev de schuld geven van de verslechtering van de situatie in de bezette gebieden’ en ‘het Oekraïense leger ervan beschuldigen voorbereidingen te treffen om de zelfbenoemde republieken aan te vallen’.
In een interview met Radio Svoboda gaat de voormalige Oekraïense (in Rusland geboren) minister van Buitenlandse Zaken Pavlo Klimkin nog verder. ‘Rusland verhoogt in feite de inzet door middel van een scenario waarin klassieke militaire escalatie en hybride methoden worden gecombineerd, want het doel is de desintegratie van Oekraïne.’
Andere Oekraïense functionarissen proberen de bevolking gerust te stellen. ‘Rusland is niet klaar voor een totale oorlog’, zegt Leonid Kravtsjoek, die van 1991 tot 1994 de eerste president van het onafhankelijke Oekraïne was en nu aan het hoofd staat van de Oekraïense delegatie in de Donbass-onderhandelingen. ‘[Rusland] heeft veel interne problemen. De onvoorspelbaarheid van de acties bewijst dat het nog steeds bang is. Bang voor de toekomst. En ik denk dat Poetin weet hoe het gaat eindigen, hij weet het heel goed’, citeert nieuwssite Obozrevatel.
In een ander artikel stelt Radio Svoboda dat ‘nu Poetin in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van september in de peilingen keldert, een militair avontuur in buurland Oekraïne de aandacht zou kunnen afleiden en zou kunnen dienen om zijn persoonlijke populariteit nieuw leven in te blazen.’
‘Rusland is eerder bezig met militair spierballenvertoon dan met het plannen van een blitzkrieg’
Maar ‘een interventie door het reguliere Russische leger zou een ernstige escalatie betekenen in deze zeven jaar durende agressie van Rusland tegen Oekraïne. Sinds het begin van de militaire opbouw in 2014 werkt het Kremlin aan de beperkte inzet van officiële troepen naast troepen die bestaan uit huurlingen, vrijwilligers en lokale medewerkers.’
‘Als Rusland zijn eenheden die nu aan de grens met Oekraïne zijn gegroepeerd, gaat inzetten, zullen we echt een nieuwe fase in het conflict gaan zien, die ernstige gevolgen kan hebben voor de internationale veiligheid’, concludeert Radio Svoboda.
Maar Ruslands echte doel van de huidige militaire mobilisatie is ‘beperkt tot aan Kiev en Washington tonen dat het bereid is met geweld te reageren op elke militaire poging om de status quo in Donbass te veranderen. De opzichtige manier waarop de troepen worden verplaatst, bevestigt dat Rusland eerder bezig is met militair spierballenvertoon dan met het plannen van een blitzkrieg’, aldus The Moscow Times.
Toch zou het ‘naïef zijn te geloven dat er niet aan beide fronten mensen klaar staan om een blitzkrieg te ontketenen – in de illusie dat het conflict vervolgens makkelijk kan worden opgelost’, schrijft La Stampa. ‘Dit is niet het geval. Er is te veel frustratie, te veel geweld, en te weinig bereidheid om naar de andere kant te luisteren.’
Dat beaamt The Moscow Times. ‘De gespannen sfeer en het aantal slachtoffers aan beide zijden vergroten de kans dat een misstap of een schurkachtige actie op plaatselijk niveau de twee landen meesleept in een nieuwe militaire confrontatie (…). En eenmaal ontketend, bieden oorlogen voldoende redenen om te blijven vechten.’
Een militaire inmenging van de VS in het conflict lijkt vooralsnog onwaarschijnlijk. Daar leek het wel even op, toen berichten naar buiten kwamen dat twee Amerikaanse oorlogsschepen via de Bosporus op weg waren naar de Zwarte Zee, meldt Al Jazeera. Maar volgens officiële Amerikaanse bronnen betreft het een misverstand en zou de komst van de schepen nooit zijn bevestigd.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.